diff options
Diffstat (limited to 'old/53933-8.txt')
| -rw-r--r-- | old/53933-8.txt | 13679 |
1 files changed, 0 insertions, 13679 deletions
diff --git a/old/53933-8.txt b/old/53933-8.txt deleted file mode 100644 index 30f7056..0000000 --- a/old/53933-8.txt +++ /dev/null @@ -1,13679 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of Jacht naar Fortuin, by Emile Zola - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: Jacht naar Fortuin - -Author: Emile Zola - -Translator: J.J. Schwencke - -Release Date: January 9, 2017 [EBook #53933] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK JACHT NAAR FORTUIN *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - - - - ZOLA'S WERKEN - (DE ROUGONS-MACQUARTS) - - - UIT HET FRANSCH VERTAALD - DOOR - J. J. SCHWENCKE - - - JACHT NAAR FORTUIN - - - 'S-GRAVENHAGE UTRECHT - BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN W. DE HAAN - - - - - - - - TYP. ZUID-HOLL. BOEK. EN HANDELSDRUKKERIJ. - - - - - - - -I. - - -Bij het huiswaarts keeren was de terugweg langs den oever van het meer -zoo door rijtuigen versperd, dat de kales stapvoets moest rijden. Eén -oogenblik ontstond er zoo'n opstopping, dat zij zelfs moest stilhouden. - -De zon ging onder in een heldergrijze Octoberlucht, die aan den -horizon smalle wolkenstrepen vertoonde. Een laatste straal, die -door het houtgewas om den waterval in de verte doordrong, gleed over -den rijweg en hulde de lange reeks van stilstaande rijtuigen in een -bleeken, rossen gloed. - -De goudgele glans, de lichtschakeeringen die de wielen uitstraalden, -schenen zich vastgezet te hebben op het stroogele lofwerk van -de kales, wier donkerblauwe paneelen hoekjes van het omringende -landschap weerkaatsten. En hooger, in het volle rosse licht dat -hen van achteren bescheen en de koperen knoopen van hun omgevouwen, -van den bok afhangende overjas deed blinken, zaten de koetsier en de -palfrenier, in hun donkerblauwe livrei, hun stopverfkleurige broek en -zwart en geel gestreepte vest, stijf, deftig en geduldig, als lakeien -van goeden huize die zich door een opstopping van rijtuigen niet -uit hun humeur laten brengen. Hun hoed, die met een zwarte kokarde -versierd was, gaf hun een zeer deftig voorkomen. Alleen de paarden, -een prachtig bruin span, snoven van ongeduld. - ---Kijk, zei Maxime, daar zit Laure d'Aurigny in die coupé.... Zie -toch eens, Renée! - -Renée richtte zich even op en keek door haar halfgesloten oogleden, -met die aardige uitdrukking die haar bijziendheid haar gaf. - ---Ik dacht dat ze er van door was, zei zij,.... ze heeft haar haren -weer anders geverfd, nietwaar? - ---Ja, zei Maxime lachend, haar nieuwe minnaar heeft een hekel aan rood. - -Voorover gebogen, met de hand op het lage portier van de kales geleund, -keek Renée toe, wakker geschud uit de droeve mijmering, die haar al -een uur lang deed zwijgen, achterover geleund in het rijtuig als een -zieke in zijn ruststoel. - -Over een japon van mauve zijde, met tuniek en voorschoot, met breede -geplooide strooken gegarneerd, droeg zij een wit lakensch manteltje -met opslagen van mauve fluweel, dat haar een kranig voorkomen gaf. - -Haar lichtrossig haar, welks kleur aan fijne boter deed denken, -werd nauwelijks bedekt door een hoedje, waarop een toef Bengaalsche -rozen prijkte. - -Zij bleef door haar half gesloten oogleden kijken, met haar drieste -jongensgezicht, haar glad voorhoofd, door een diepen rimpel gegroefd, -haar mond, waarvan de bovenlip vooruit stak, als bij een pruilend -kind. Toen nam zij, om beter te kunnen zien, haar kijker, een heeren -tooneelkijker, met schildpad ingelegd, en dien op korten afstand -voor zich uithoudende, beschouwde zij de dikke Laure d'Aurigny heel -op haar gemak. - -De rijtuigen stonden nog altijd stil. Te midden der effen, donker -getinte vlekken, gevormd door de lange rij coupé's, die op dien -herfstdag zeer talrijk in het Bosch waren, ontwaarde men de schittering -van een koetsvenster, het gebit van een paard, den verzilverden knop -van een lantaarn, de galons van een lakei die op zijn hoogen bok zat. - -Hier en daar zag men in een open landauer een kleurige stof, een stuk -zijde of fluweel van een damestoilet. - -Langzamerhand was er een diepe stilte neergedaald over die onbewegelijk -geworden woeligheid. In de rijtuigen hoorde men duidelijk de gesprekken -der voetgangers. Zwijgend wisselde men blikken door de portierramen; -niemand sprak meer, de stilte van het wachten werd enkel verbroken -door het gekraak der tuigen en den ongeduldigen hoefslag van een -paard. In de verte stierven de verwarde stemmen van het Bosch weg. - -Ondanks het vergevorderde seizoen, was geheel Parijs daar -vertegenwoordigd: hertogin de Sternich in haar huit-ressorts; mevrouw -de Lauwerens, in een keurig bespannen victoria; barones de Meinhold, -in een prachtig mooie cab met bruine paarden; gravin Vanska, met -haar bonte poneys; mevrouw Daste en haar vermaarde zwarte stappers; -mevrouw de Guende en mevrouw Tessière in een coupé, de kleine Sylvia, -in een donkerblauwen landauer. Bovendien don Carlos, in den rouw, met -zijn ouderwetsche, deftige livrei; Selim pacha, met zijn fez en zonder -zijn gouverneur; hertogin de Rozan, in haar coupé voor één persoon, -met haar witgepoederde livreibedienden; graaf de Chibray in een -dogcart; mijnheer Simpson in een keurige mail; de heele amerikaansche -kolonie. Eindelijk nog twee academieleden in een huurkoets. De voorste -rijtuigen kregen ruimte en gaandeweg kwam er beweging in den heelen -stoet. Het was als een ontwaken. Duizenden lichtjes dansten op en neer, -snelle flikkeringen schoten op uit de wielen, vonken spatten uit het -tuig bij iedere beweging der paarden. Op den grond en langs de boomen -weerkaatsten de portierramen breede, voortglijdende lichtschijnsels. - -Dat gefonkel der tuigen en wielen, dat geglinster der geverniste -paneelen, waarop de roode gloed van de ondergaande zon brandde, die -levendige kleuren van de schitterende livreien, hoog in de lucht, en -de rijke toiletten die buiten de portierramen overhingen,--dat alles -werd meegevoerd in een dof, onafgebroken geratel, waartusschen zich -de gelijkmatige draf der paarden deed hooren. En de stoet ging voort -onder hetzelfde geraas, in dezelfde schijnsels, onafgebroken in eenen -door, alsof de eerste rijtuigen alle andere achter zich aantrokken. - -Bij den lichten schok dien de in beweging komende kales haar gaf, had -Renée haar kijker uit de hand laten glijden en haar half liggende -houding hernomen. Huiverig trok zij een punt van de berenhuid, -die als een donzig sneeuwkleed het rijtuig vulde, over zich heen en -verborg haar gehandschoende handen geheel in de lange krullen van -het warme vacht. - -Een frissche wind stak op. De zoele October-namiddag, die aan het -Bosch een vleugje van de lente gegeven en de dames uit de groote -wereld tot een ritje in een open rijtuig verlokt had, dreigde in een -guren avond te zullen eindigen. - -Een poosje gaf de jonge vrouw, warm ingebakerd in haar hoekje, zich -over aan het behagelijk gevoel, dat haar bij het staren op al die -rond wentelende wielen beving. Toen hief zij het hoofd op naar Maxime, -die kalmpjes met zijn blikken de vrouwen in de coupés en de landauers -ontkleedde, en vroeg: - ---Vind je die Laure d'Aurigny heusch mooi? Je hemelde haar laatst zoo -op, toen de verkooping van haar diamanten aangekondigd werd!.... A -propos, heb je het halssnoer en de haarnaald al gezien, die je vader -op die verkooping voor me gekocht heeft? - -De jonge vrouw haalde even de schouders op. - ---Hij weet zijn zaakjes goed te doen, zei Maxime met een grijnslach, -zonder haar vraag te beantwoorden. Hij weet er raad op Laure's schulden -te betalen en tegelijk diamanten aan zijn vrouw te geven. - ---Deugniet! fluisterde zij, glimlachend. - -Maar de jonge man had zich voorover gebogen om een dame na te oogen, -wier groene japon zijn belangstelling wekte. - -Met halfgesloten oogen leunde Renée weer achterover, lusteloos -kijkende naar beide zijden der laan, zonder iets te zien. Rechts, -gleden tusschen het hakhout enkele hoogopgaande stammen voorbij, met -hun verschrompelde bladeren en spichtige takken; nu en dan reden op -het ruiterpad heeren met dunne tailles voorbij, wier paarden onder -het galoppeeren stofwolkjes deden opstuiven. - -Links, onder de zachtglooiende grasvlakte, met bloemvakken en dichte -heesterboschjes afgewisseld, lag het effen kristalheldere meer, -zonder eenig schuim, dat langs den rand glad afgespit scheen door de -spade der tuinlieden; en aan gene zijde van het spiegelgladde water -verhieven de beide eilandjes, waartusschen de verbindingsbrug een -grijze streep vormde, hun aardige steile oevers, en teekenden tegen -den bleeken hemel de omtrekken van hun dennen, van hun altijd groene -boomen, wier donker gebladerte door het water weerkaatst werd, als -gordijnfranjes door een kunstige hand aan den horizon gedrapeerd. Dat -stukje natuur, dat schijnbaar pas geschilderd décor, was gehuld in -een licht waas, in een blauwachtigen nevel, die aan het vergezicht -een bekoorlijk aanzien gaf. - -Op den anderen oever blonk het Zwitsersch huisje als met het vernis van -een nieuw stuk speelgoed; en de smalle laantjes, die als gele linten -om het meer heen door de grasvlakte kronkelen en met ijzeren takken -bij wijze van rustiek houtwerk afgezet zijn, staken op dit late uur -nog vreemder af tegen het zachte groen van het water en het grasperk. - -Aan de bekoorlijkheden van deze vergezichten gewoon geraakt, had -Renée in haar lusteloosheid de oogen geheel neergeslagen; zij keek -nog slechts naar haar smalle vingers, die als op een krulstok de -lange haren van de berenhuid wonden. - -Plotseling werd de regelmatige draf der rijtuigen afgebroken. Opziende, -groette zij twee jonge vrouwen, die als smachtende gelieven naast -elkander lagen in een huit-ressorts, die met groot geraas den meeroever -verliet om een zijlaan in te rijden. - -Mevrouw de markiezin d'Espanet, wier man, toen adjudant van den -keizer, zich openlijk met het nieuwe vorstenhuis verzoend had, -tot groote ergernis van den ouden adel die bleef mokken, was een der -toongeefsters in de groote wereld van het tweede keizerrijk; de andere, -mevrouw Haffner, was de vrouw van een grooten industrieel uit Colmar, -die wel twintig millioen bezat en zich sedert het keizerrijk druk -met politiek inliet. - -Renée, die de twee onafscheidelijken, zooals men ze met een -veelbeteekenenden glimlach noemde, op de kostschool gekend had, -noemde ze bij haar voornamen, Adeline en Suzanne. - -Juist wilde zij zich weer warmpjes inbakeren, toen een gelach van -Maxime haar het hoofd deed omwenden. - ---Neen, heusch, ik ben niets opgewekt, lach maar niet, het is volle -ernst, zei zij, toen de jonge man haar gekscherend aankeek en den -spot dreef met haar gebogen houding. - -Maxime zette een grappige stem op. - ---Wel, wel, zoo'n groot verdriet, toch niet jaloersch? - -Zij scheen geheel verbaasd. - ---Ik! Zei zij. Waarom jaloersch? - -En onmiddellijk daarop, alsof zij zich de oorzaak herinnerde, ging -zij met een minachtenden trek om den mond voort: - ---O ja, die dikke Laure! Ik denk er niet aan. Als het waar is, -wat jelui me allen vertellen, dat Aristide de schulden van die meid -betaald en haar op die manier een reisje naar het buitenland bespaard -heeft, dan bewijst dit alleen dat hij minder aan geld gehecht is dan -ik dacht. Dat zal hem weer bij de dames in de gunst brengen.... Ik -laat den goeien man volkomen vrij. - -Zij glimlachte en zei "den goeien man" op een toon van -vriendschappelijke onverschilligheid. Toen weer plotseling neerslachtig -wordende, keek zij om zich heen met den wanhopigen blik van een vrouw, -die niet weet aan welk tijdverdrijf zij zich zal wijden, en zachtjes -klonk het: - ---O, ik zou wel willen.... Maar neen, ik ben niet jaloersch, heelemaal -niet jaloersch. Zij hield aarzelend op. - ---Ik verveel me, zie je, zei zij eindelijk, op driftigen toon. - -Toen zweeg zij en drukte haar lippen stijf op elkander. - -De rijtuigen reden nog steeds langs het meer, in een gelijkmatigen -draf, met het eigenaardige geraas van een verwijderden waterval. - -Nu verhieven zich links, tusschen het water en den rijweg, boschjes -groene boomen, met dunne rechte stammetjes, die in het schemeruur -den indruk maakten van bundels kleine zuilen. - -Rechts was er een einde gekomen aan het hakhout en de opgaande -stammen, het Bosch bood een ruim uitzicht op groote grasvlakten, -hier en daar met een groepje hooge boomen beplant; de groene vlakten -volgden elkander op, met lichte golvingen van het terrein, tot aan -de poort de la Muette, wier lage hek men in de verte ontwaarde, als -een stuk zwarte kant, dat vlak boven den grond is uitgespannen; op -de hellingen en in de diepste plooien van het heuvelachtige terrein, -was het gras geheel blauw. - -Renée staarde voor zich uit, alsof die verruiming van den -gezichtseinder, die zachte grasvlakten, bedauwd door de avondlucht, -haar nog levendiger aan de ledigheid van haar bestaan herinnerden. - -Na een kort stilzwijgen, herhaalde zij met ingehouden toorn: - ---O, ik verveel me, ik verveel me doodelijk. - ---Weetje wel, dat je niet vroolijk bent? zei Maxime kalmpjes. Je bent -zeker weer zenuwachtig. - -De jonge vrouw hernam haar halfliggende houding. - ---Ja, ik heb weer last van mijn zenuwen, antwoordde zij kortaf. - -Toen nam zij een moederlijken toon aan. - ---Ik word oud, beste jongen; ik ben haast dertig jaar. 't Is -verschrikkelijk. Ik vind nergens meer genoegen in. Als je twintig -jaar bent, kan je niet weten.... - ---Heb je me soms meegenomen om je de biecht te laten afnemen? viel -de jonge man haar in de rede. Dat zou drommels lang kunnen duren. - -Zij beantwoordde die onbeschaamdheid met een flauwen glimlach, als -gold het een uitval van een verwenden knaap die geen kwaad kan doen. - ---Je hebt nog al reden om te klagen, ging Maxime voort: je geeft -ieder jaar meer dan honderd duizend francs voor je toiletten uit, -je woont in een paleis, je hebt prachtige paarden, je minste luimen -worden bevredigd, en de kranten spreken over ieder nieuw costuum -dat je draagt als over een gebeurtenis van het uiterste gewicht; de -vrouwen benijden je, de mannen zouden tien jaar van hun leven willen -geven om je de vingertoppen te mogen kussen. Is het waar of niet? - -Zwijgend gaf zij een toestemmend knikje. Met neergeslagen oogen woelde -zij weer in de krullen van het vacht. - ---Kom, wees nu zoo bescheiden niet, ging Maxime voort: kom er maar -rond voor uit dat je een der steunpilaren van het tweede keizerrijk -bent. Onder ons mag men zoo iets gerust zeggen. Aan het hof, bij -de ministers, bij de doodgewone millionairs, bij hoog en laag, -overal heersch je als oppermachtige gebiedster. Er is geen vermaak -waarvan je niet volop genoten hebt, en als ik durfde, als ik me -niet liet weerhouden door den eerbied dien ik je verschuldigd ben, -zou ik zeggen.... - -Lachend hield hij even op; toen sprak hij zijn meening onomwonden uit. - ---Ik zou zeggen dat je van alle appels geproefd hebt. - -Zij vertrok geen spier van haar gelaat. - ---En je verveelt je! hernam de jonge man met kluchtige -levendigheid. Maar dat is ongehoord! Wat wil je, wat verlang je -dan toch? - -Zij trok de schouders op, als wilde zij te kennen geven dat zij het -zelf niet wist. - -Ofschoon zij het hoofd voorover boog, zag Maxime haar zoo ernstig, zoo -somber gestemd, dat hij zweeg. Hij wendde den blik naar de rijtuigen, -die aan het einde van het meer gekomen in breede rijen het kruispunt -geheel vulden. Minder dicht opeengedrongen, zwenkten de rijtuigen met -een sierlijken bocht: de snellere draf der paarden klonk luid op den -harden grond. - -Toen de kales draaide om zich achter de andere rijtuigen te voegen, -bracht de schommeling voor een oogenblik een behagelijk gevoel bij -Maxime teweeg. Daarop toegevende aan den lust om Renée te plagen: - ---Je verdiende in een huurrijtuig te moeten rijden, zei hij. Dat zou -je verdiende loon zijn! Zie eens naar al die menschen, die naar Parijs -terugkeeren, ze groeten je als een koningin, en het scheelt niet veel -of je goede vriend, mijnheer de Mussy, zendt je kushandjes toe. - -Inderdaad werd Renée door een ruiter gegroet. Maxime had op een gemaakt -grappigen toon gesproken. Maar Renée keerde zich ternauwernood om -en haalde de schouders op. Ditmaal maakte de jonge man een wanhopig -gebaar. - ---Is het er zoo mee gesteld?.... Maar, mijn goede hemel, je hebt alles, -wat wil je nog meer? - -Renée hief het hoofd op. In haar oogen straalde een warme gloed, -een vurige begeerte naar iets ongekends, dat haar nieuwsgierigheid -nog niet bevredigd had gezien. - ---Ik wil iets anders, antwoordde zij op kwijnenden toon. - ---Maar aangezien je alles hebt, hernam Maxime lachend, bestaat er -geen iets anders. Wat bedoel je toch met iets anders? - ---Wat? herhaalde zij.... - -En verder sprak zij niet. Zij had zich geheel omgewend en verdiepte -zich in de beschouwing van het vreemde tafereel, dat zich achter -haar in nevelen oploste. De avond begon te vallen; als fijne asch -daalde de schemering langzaam neer. In het bleeke daglicht dat nog -boven het water bleef hangen, geleek het meer, van voren gezien, -een reusachtige tinnen plaat; de groene boomen, wier slanke stammen -uit den onbewegelijken waterspiegel schenen op te rijzen, geleken op -violetkleurige zuilengangen, die in haar regelmatigen bouw de kunstig -gevormde krommingen der oevers afteekenden; verderop, verhieven zich -dichte boschjes, en een dicht gebladerte sloot met groote zwarte -vlekken den gezichtseinder af. Achter die vlekken vertoonde zich een -vuurgloed, een half ondergegane zon, die slechts een klein gedeelte -van het grauwe uitspansel verlichtte. - -Boven dat onbewegelijke meer, dat lage houtgewas, dat geheel -vlakke vergezicht, opende zich het hemelgewelf, oneindig, dieper en -breeder. Dat groote stuk hemel over dat brokje natuur, gaf een ietwat -droevige gewaarwording, iets als een huivering; en er daalde uit -die verbleekende hoogte zulk een droefgeestig herfstgevoel neer, een -duisternis zoo stil en hartaangrijpend, dat het Bosch, langzamerhand -gehuld in een doodskleed van duisternis, zijn wereldsche bevalligheid -verloor en grooter scheen, geheel vervuld van de machtige bekoring -der wouden. - -De draf der équipages, wier levendige kleuren de duisternis uitdoofde, -geleek op het verwijderde geluid van ritselende bladeren en stroomende -beekjes. Alles stierf langzamerhand weg. - -En terwijl alles in het rond verbleekte, stak midden op het meer, het -driehoekig zeil van de groote pleizierboot, forsch en scherp tegen -den vuurgloed van de ondergaande zon af. En eindelijk zag men nog -slechts dat zeil, dien driehoek van geel linnen, bovenmatig vergroot. - -In haar verzadiging kreeg Renée een vreemde gewaarwording van -onuitbare begeerten, bij het aanschouwen van dat landschap dat zij -niet meer herkende, van die zoo bij uitstek wereldsche natuur, waarvan -de geheimzinnige duisternis een gewijd bosch maakte, een van die -denkbeeldige open plekken waar de goden der oudheid hun gigantische -liefde, hun goddelijk overspel en hun bloedschande verborgen. En -terwijl de kales al verder en verder reed, scheen het haar toe alsof -achter haar de schemering in haar trillende sluiers het land van haar -droomen met zich meevoerde, het schandelijke en bovenmenschelijke -slaapvertrek waarin zij eindelijk den honger van haar ziek hart, -van haar verzadigd vleesch had kunnen stillen. - -Toen het meer en de boschjes, in de duisternis opgelost, niets meer -dan een donkere streep aan den hemel vertoonden, keerde de jonge vrouw -zich plotseling om en met een stem, waarin tranen van spijt klonken, -voltooide zij haar afgebroken zin: - ---Wat? Iets anders, wat drommel, ik wil iets anders. Weet ik het! Als -ik het wist.... Zie je, ik heb genoeg van die eeuwig durende bals, -soupers en feesten. 't Is altijd hetzelfde. 't Is ontzettend -eentonig. De mannen zijn doodelijk vervelend, ja, doodelijk vervelend. - -Maxime begon te lachen. Er begon gloed te komen in het aristocratische -gezichtje van de groote dame. Zij knipte niet meer met de oogleden; -de rimpel in haar voorhoofd groefde zich dieper, haar pruilende lip -stak weer naar voren, als om de genietingen op te sporen waarnaar -zij verlangde, doch die zij niet kon noemen. Zij merkte den lach van -haar metgezel op, maar zij was te opgewonden om zich in te houden; -achterover geleund, liet zij zich wiegen door de schommelende beweging -van het rijtuig en ging in afgebroken zinnen voort: - ---Zeker, jelui zijt doodelijk vervelend.... Ik zeg dat niet op jou, -Maxime, jij bent nog te jong.... Maar als ik je vertelde hoe Aristide -me in het begin verveeld heeft! En die anderen dan, die me bemind -hebben.... We zijn goede kameraads, weet je, met jou geneer ik me -niet, welnu, er zijn heusch dagen waarop ik mijn leven als rijke, -aangebedene, gevierde vrouw zoo moe ben, dat ik zou wenschen een Laure -d'Aurigny te zijn, een van die dames die een vrij en onafhankelijk -leventje leiden. - -En daar Maxime nog harder begon te lachen, hield zij vol: - ---Ja, een Laure d'Aurigny. Dat moet minder eentonig zijn, meer -afwisseling bieden. - -Zij zweeg een oogenblik, als om zich het leven voor te stellen, dat -zij zou leiden als zij Laure was. Toen hernam zij op moedeloozen toon: - ---Maar die dames zullen toch ook wel haar verdrietelijkheden -hebben. Eigenlijk gezegd is er toch niets amusants. 't Is om dood te -gaan van verveling.... Ik zei zooeven al, er moest iets anders zijn, -ik zou het niet weten te noemen, begrijp je, maar iets anders, iets dat -nog niemand overkomen is, geen alledaagsche zaak, maar een zeldzaam, -ongekend genot.... - -Haar stem klonk langzamer. Zij sprak deze laatste woorden uit op -afgebroken toon, alsof haar geest bezig was dat zeldzame genot -te zoeken. - -De kales reed op dit oogenblik de laan in die naar den uitgang van het -Bosch leidt. De duisternis nam toe, als een grauwe muur verhief zich -het hakhout, aan beide zijden van de laan; de geelgeverfde ijzeren -stoelen, waarop de burgermenschen in hun Zondagsche gewaad op mooie -avonden zitten te pronken, stonden leeg op de trottoirs, met dat -naargeestige uitzicht van tuinmeubels, door den winter overvallen; en -het geratel, het doffe, gelijkmatige gedruis der huiswaarts keerende -rijtuigen, klonk als een droeve klacht in de eenzame laan. - -Maxime begreep ongetwijfeld heel goed, dat het een slechten smaak -verried het leven aangenaam te vinden. Ofschoon hij nog jong genoeg -was om aan een opwelling van gelukkige bewondering toe te geven, was -zijn eigenliefde te groot, zijn onverschilligheid te spotziek, en had -hij zich werkelijk reeds te dikwijls verzadigd gevoeld, om er niet -voor uit te komen dat hij tot walgens toe verzadigd was. Gewoonlijk -legde hij die bekentenis zelfs met een zekeren trots af. - -Hij strekte zich lang uit, evenals Renée, en sloeg een klagenden -toon aan. - ---Je hebt warempel gelijk, zei hij. 't Is doodelijk vervelend. Ik -verzeker je, ik amuseer me al evenmin als jij; ik heb ook dikwijls -naar iets anders verlangd.--Reizen,--ik ken geen vervelender en dwazer -ding. Geld verdienen,--opmaken doe ik het nog liever, ofschoon dat ook -al zoo amusant niet is als men in den beginne denkt. Liefhebben, bemind -worden, daar heeft men gauw genoeg van, niet waar? En heel gauw ook! - -Daar de jonge vrouw niet antwoordde, ging hij voort, om haar door -een groote goddeloosheid te doen ontstellen: - ---Ik zou wel eens door een nonnetje bemind willen worden. Dat zou -misschien grappig zijn, hè?.... Heb jij nooit eens het verlangen in -je voelen opkomen een man te beminnen, aan wien je niet kon denken -zonder een misdaad te begaan? - -Maar zij bleef stil en in zichzelf gekeerd, en daar zij geen antwoord -gaf, dacht Maxime dat zij niet naar hem luisterde. Het hoofd tegen den -gecapitonneerden rand van de kales geleund, scheen zij met open oogen -te slapen. Zij zat in gepeins, als het ware willoos overgeleverd aan -de droomen die haar zoo terneergedrukt hielden; nu en dan trilden haar -lippen door een zenuwachtigen schok. Het schemerduister doordrong haar -gansche wezen met een verslappenden invloed; al wat die duisternis aan -droefgeestigheid, aan stillen wellust, aan onuitgesproken verwachtingen -bevatte, drong in haar door, hulde haar als in een atmosfeer van -kwijning en ziekte. - -Terwijl zij staarde naar den ronden rug van den palfrenier op den bok, -dacht zij zeker aan die pas gesmaakte genoegens, die feesten die zij -zoo eentonig vond, waarvan zij niet meer gediend was; zij zag haar -geheele verleden, de onmiddellijke bevrediging van haar begeerten, -het walgingwekkende van de weelde, de verpletterende eentonigheid -van dezelfde liefdesbetuigingen en dezelfde ontrouw. - -Toen kwam, als een blijde verwachting, met een trillend verlangen de -gedachte aan dat "iets anders" in haar op, dat haar geest met alle -inspanning niet vinden kon. Maar daar raakte haar peinzende geest het -spoor bijster. Zij spande zich in, maar telkens ontglipte het gezochte -woord in de vallende duisternis, ging verloren in het onafgebroken, -rollend geraas der rijtuigen. De zachte schommeling van de kales was -een weifeling meer, die haar belette haar begeerte in woorden uit -te drukken. En een machtige verlokking steeg op uit dat nevelige, -uit dat in schemerduister gehulde houtgewas aan weerszijden der laan, -uit dat geratel van wielen en die zachte schommeling die haar in een -zoete bedwelming bracht. - -Duizenderlei gewaarwordingen bestormden haar: onvoltooide mijmeringen, -namelooze wellustige genietingen, onbestemde wenschen, al wat een -terugkeer uit het Bosch, bij de invallende schemering, aan uitgezochts -en ongehoords in het verzadigde hart eener vrouw kan opwekken. - -Zij hield haar beide handen in het berevacht, zij had het heel warm -onder haar witlakensch manteltje met opslagen van mauve fluweel. - -Terwijl zij haar voet verschoof om zich behagelijk uit te strekken, -streek zij met haar enkel langs het warme been van Maxime, die niet -eens notitie nam van die aanraking. Een schok wekte haar uit haar -halven slaap. Zij hief het hoofd op, met een zonderlingen blik uit haar -grijze oogen naar den jongen man, die in alle elegantie achterover lag. - -Op dit oogenblik reed de kales het Bosch uit. De avenue de -l'Impératrice strekte zich recht uit in de schemering, met de -beide groene lijnen van haar houten hekken, die elkander aan den -gezichtseinder raakten. Op het ruiterpad daarnaast vormde een wit -paard, in de verte, een heldere plek, die scherp afstak tegen het -grauwe halfduister. Aan de andere zijde van den straatweg liepen -enkele late wandelaars, groepjes donkere stippen, die zich langzaam -in de richting van Parijs voortbewogen. En heel omhoog, aan het einde -van dat wemelende loopvuur der rijtuigen, teekende het blank van den -Triomfboog, dwars voor de laan, zich af tegen een reusachtig stuk -roetkleurige lucht. - -Terwijl de kales in sneller draf de laan op reed, keek Maxime, -bekoord door het engelsche voorkomen van het landschap, beurtelings -rechts en links naar de grillig gebouwde hôtels, wier grasvelden tot -aan de zijlanen afglooiden. Renée, in haar afgetrokkenheid, schepte -er vermaak in naar de gasvlammetjes te kijken, die aan het einde van -den weg, éen voor éen op de place de l'Etoile ontstoken werden, en -naarmate die lichtjes als gele vlekken op het wegstervende daglicht -verschenen, meende zij een heimelijk roepen te hooren, scheen het -haar toe dat het op winteravonden schitterend verlichte Parijs voor -haar in feestverlichting was, haar het onbekende genot bereidde, -waarvan haar verzadigd hart droomde. - -De kales reed de avenue de la Reine-Hortense in, en hield stil aan -het einde van de rue Monceaux, op eenige passen afstands van den -boulevard Malesherbes, voor een groot gebouw dat tusschen plein en -tuin in stond. Naast elk der twee hekken, die kwistig met vergulde -ornementen versierd waren en zich naar het plein openden, stonden -een paar lantarens, in den vorm van urnen, eveneens rijk verguld, -waarin groote gasvlammen brandden. Tusschen de twee hekken woonde de -portier in een sierlijk tuinhuisje, dat eenigszins deed denken aan -een grieksch tempeltje. - -Toen het rijtuig het voorplein op zou rijden, sprong Maxime er -vlug uit. - ---Denk er aan, zei Renée, hem bij de hand terughoudend, we gaan om -half acht aan tafel. Je hebt meer dan een uur om je te kleeden. Laat -niet op je wachten. - -En glimlachend voegde zij er bij: - ---We krijgen de Mareuils.... Je vader verlangt dat je heel voorkomend -tegen Louise zult zijn. - -Maxime haalde de schouders op. - ---Een pleizierig baantje! mompelde hij knorrig. Ik wil haar wel -trouwen, maar haar het hof maken, dat is al te vervelend.... Hè, -Renée, wat zou ik het aardig van je vinden, als je me van avond van -Louise verloste. - -Hij zette zijn grappig gezicht met de grimas en den toon die hij -Lassouche nadeed, telkens als hij een van zijn gewone aardigheden -ten beste gaf: - ---Doe je het, mooi maatjelief? - -Renée schudde hem kameraadschappelijk de hand. En op gekscherenden -toon klonk het snel, met zenuwachtige stoutmoedigheid: - ---Zeg eens, als ik niet met je vader getrouwd was, zou je me, geloof -ik, het hof gaan maken. - -De jonge man vond die gedachte zeker heel grappig, want hij lachte -nog toen hij den hoek van den boulevard Malesherbes al om was. - -De kales reed het plein op en hield voor het bordes stil. - -Dit bordes, met breede lage trappen, werd beschut door een groote -glazen kap, omrand door uitgesneden lofwerk met vergulde franje en -eikels. De beide verdiepingen van het gebouw verhieven zich boven -de keukens en provisiekamers, waarvan men bijna gelijkvloers de met -matglas voorziene luchtgaten zag. Boven op het bordes was de deur der -vestibule uitgebouwd, daarnaast kwamen dunne pilaren half uit den muur -te voorschijn, aldus een vooruitspringend gedeelte vormende dat, op -iedere verdieping van een rond vensterlicht voorzien, tot aan het dak -doorliep, waar het in een driehoek eindigde. Aan beide zijden hadden -de verdiepingen vijf vensters, met gelijke tusschenruimten in den -voorgevel geplaatst, en in een eenvoudige steenen lijst gevat. Het dak -was plat, en stak met vier bijna loodrechte zijden boven den gevel uit. - -Aan den tuinkant was de gevel echter heel wat prachtiger. Een ruim -bordes leidde naar een smal terras dat langs de geheele onderste -verdieping liep; de leuning van dit terras, in den stijl van de hekken -van het park Monceaux, was nog meer met verguldsel overladen dan de -kap en de lantarens van het voorplein. Het gebouw had aan iederen -hoek een paviljoen, bij wijze van een half ingebouwd torentje, dat -binnenin een rond vertrek vormde. In het midden bevond zich een ander -torentje, dat minder uitstak dan de beide uiterste. De vensters, -die hoog en smal waren voor de paviljoens, maar bijna vierkant en -met grooter tusschenruimten op de vlakke gedeelten van den gevel, -hadden gelijkvloers steenen balustrades en op de hoogere verdiepingen -leuningen van verguld smeedijzer. - -Het was een vertoon, een overdaad, een overstelping van rijkdom. Het -hôtel verdween onder het beeldhouwwerk. Om de vensters, langs de -kroonlijsten, liepen kronkelende takken en bloemen; er waren balkons -die geleken op bloemenmanden en gestut werden door groote naakte -vrouwenbeelden met gebogen heupen en vooruitstekende borsten; hier en -daar waren gephantaseerde wapenschilden aangebracht, druiventrossen, -rozen, alle mogelijke versieringen van steen en marmer. Naarmate de -blik zich hooger wendde, werden de bloemen menigvuldiger. Rondom -het dak liep een balustrade, waarop met gelijke tusschenruimten -urnen stonden, waarin steenen vlammen glansden. En daar, tusschen de -ronde dakvensters, die open gingen in een ongelooflijke mengeling -van vruchten en gebladerte, daar kwamen de kapitale stukken van -deze verbazende decoratie voor den dag; de frontons der paviljoens, -in wier midden de groote naakte vrouwenbeelden weer zichtbaar werden, -te midden van bundels riet, met appelen spelende en allerlei houdingen -aannemende. - -Met al die versieringen overladen, scheen het dak, waarboven -zich nog galerijen van uitgetand lood verhieven, benevens twee -bliksemafleiders en vier kolossale symmetrische schoorsteenen, eveneens -met beeldhouwwerk versierd, het slotstuk van dit bouwkunstig vuurwerk -te zijn. - -Rechts bevond zich een groote serre, tegen het hôtel aangebouwd, die -met de benedenverdieping in verbinding stond door de glazen deuren -van een salon. De tuin, die door een laag, achter een haag verborgen -hek, van het park Monceaux gescheiden werd, helde vrij sterk. Te -klein in verhouding tot de woning, zoo smal dat een grasperk en een -paar groepjes groene boomen hem geheel vulden, was hij eigenlijk -niets anders dan een heuveltje, een voetstuk van groen, waarop het -hôtel in galatoilet prijkte. Van uit het park gezien, boven dat goed -onderhouden grasperk, die struiken met hun glinsterende bladeren, -had dat groote gebouw met zijn plompen leien hoed, zijn vergulde -leuningen, zijn overvloed van beeldhouwwerk, het bleeke uitzicht, -de rijke en dwaze gewichtigheid van een parvenu. Het was het nieuwe -Louvre op kleiner schaal, een van de kenmerkendste staaltjes van den -stijl Napoleon III, dien weelderigen bastaard van alle stijlen. - -Op zomeravonden, wanneer de schuine stralen der zon het verguldsel -van de leuningen aan den witten gevel deden schitteren, bleven de -wandelaars in het park stilstaan en keken naar de roodzijden gordijnen -die voor de vensters van de benedenverdieping gedrapeerd waren; -en door de ruiten, die zoo breed en zoo helder waren dat zij daar, -evenals de spiegelruiten van de groote nieuwerwetsche magazijnen, -geplaatst schenen om de inwendige pracht naar buiten te vertoonen, -ontwaarden de burgerluidjes hoekjes van meubelen, stukjes stof, -gedeelten van prachtig beschilderde plafonds, die hen van bewondering -en afgunst midden in de lanen als vastgeworteld deden stilstaan. - -Maar nu daalde de duisternis van de boomen, de gevel sliep, Aan de -andere zijde, op het voorplein, had de palfrenier Renée eerbiedig -helpen uitstijgen. Rechts aan het eind van een met glas bedekte -inrij, openden de stallen met hun lijsten van rooden steen, hun breede -gepolijste eikenhouten deuren. Links was er bij wijze van pendant tegen -den muur van het aangrenzende huis een rijk versierde nis geplaatst, -waarin een breede waterstraal onafgebroken voortgutste uit een schelp, -die door twee Amors omhoog gehouden werd. - -De jonge vrouw toefde een oogenblik aan den voet van het bordes, -en tikte even tegen haar rok, die niet wilde zakken. - -Het voorplein, voor een oogenblik verlevendigd door het geraas van -het rijtuig, hernam zijn deftige stilte, die slechts verbroken werd -door het eeuwigdurend geruisch van den waterval. En in de donkere -massa van het hôtel, waar ter eere van het eerste groote herfstdiner -weldra alle lichten zouden ontstoken worden, zag men nu slechts de -benedenvensters verlicht, een helderen gloed afstralend op de kleine -steentjes van het voorplein, die regelmatig en zuiver als een dambord -in den grond gelegd waren. - -De deur van de vestibule openduwend, stond Renée tegenover den -kamerdienaar van haar man, die zich met een zilveren waterketel in de -hand naar de benedenvertrekken wilde begeven. De man had een statig -voorkomen; hij was geheel in het zwart, lang en flink gebouwd, had -een bleek gelaat met de onberispelijke bakkebaarden van een engelsch -diplomaat, en het ernstige, waardige uiterlijk van een magistraat. - ---Baptiste, vroeg de jonge vrouw, is mijnheer al thuis? - ---Ja, mevrouw, hij kleedt zich, antwoordde de dienaar met eene -hoofdbuiging die hem benijd kon worden door een vorst, die de menigte -groet. - -Renée ging langzaam de trap op, haar handschoenen onderwijl -uittrekkend. - -De vestibule was weelderig ingericht. Bij het binnenkomen ontwaarde -men een lichte aandoening van beklemdheid. De dikke tapijten die -den grond bedekten en de loopers op de trap, de breede roodfluweelen -behangsels die de muren en deuren maskeerden, maakten de lucht zwaar, -met de stilte, den warmen geur van een kapel. Draperieën hingen van -boven neer, en het hooge plafond was versierd met rosetten, die op -een netwerk van vergulde staafjes rustten. - -De trap, met haar dubbele, witmarmeren balustrade, had een -roodfluweelen leuning, en twee lichtgebogen opgangen, waartusschen zich -de deur van het groote salon bevond. Op het eerste portaal besloeg -een kolossale spiegel den geheelen muur. Beneden, aan den voet -der beide opgangen, stonden op marmeren voetstukken twee vergulde -bronzen vrouwen, met ontbloot bovenlijf, die groote kronen met vijf -lichten droegen, wier helder schijnsel verzacht werd door matglazen -ballons. Aan weerszijden stond een rij prachtige bloempotten van -majolica, waarin zeldzame planten bloeiden. - -Renée ging de trap op, en bij iedere trede zag zij meer van haar -beeld in den spiegel; zij vroeg zich af, met dien twijfel dien zelfs -de meest gevierde tooneelspeelsters in zich voelen opkomen, of zij -er werkelijk zoo verleidelijk uitzag als men zeide. - -In haar vertrekken gekomen, die zich op de eerste verdieping bevonden -en op het park Monceaux uitzagen, schelde zij Céleste, haar kamenier, -en liet zich kleeden voor het diner. Dat duurde bijna anderhalf -uur. Toen de laatste speld vastgestoken was, opende zij een venster, -want het was heel warm in de kamer, en op haar ellebogen leunend gaf -zij zich weer aan haar droomerijen over. Achter haar ruimde Céleste, -zoo stil mogelijk, de toiletbenoodigdheden op. - -Beneden in het park golfde een zee van duisternis. De inktkleurige -massa's van het hooge gebladerte, door rukwinden heftig geschud, -schommelden heen en weer als een golfslag, die aanrolt en terugwijkt, -met het geruisch van droge bladeren, dat doet denken aan het -afdruppelen van de golven op een oever van kiezelsteenen. - -Nu en dan vertoonde zich een lichtstreep in die draaikolk van -duisternis; de twee gele oogen van een rijtuig verschenen en verdwenen -tusschen het dicht geboomte, langs de groote laan die van de avenue -de la Reine-Hortense naar den boulevard Malesherbes loopt. - -Tegenover al die droefgeestigheid van den herfst, voelde Renée al -haar weemoed weer in haar hart opkomen. Zij zag zich terug als kind -in het huis haars vaders, in dat stille heerenhuis op het eiland -St. Louis, waar de Bérauds Du Châtel meer dan twee eeuwen lang hun -sombere deftigheid van magistraatspersonen bewaard hadden. Toen -dacht zij aan haar huwelijk, als bij tooverslag opgekomen, aan dien -weduwnaar die zich verkocht had om haar te trouwen, die zijn naam -Rougon had verwisseld voor dien van Saccard, waarvan de twee harde -lettergrepen haar de eerste malen in de ooren hadden geklonken, met -de onbeschoftheid van twee harken, die goud naar zich toeschrapen; -hij had haar genomen, haar meegesleept in dat buitensporige leven, -dat haar arm hoofd iederen dag meer van streek bracht. - -Toen dacht zij, met een kinderlijke vreugde, aan de heerlijke -raketspelletjes die zij met haar zusje Christine had gespeeld. - -En op den een of anderen morgen zou zij ontwaken uit den roes van -genot waarin zij sedert tien jaar leefde, krankzinnig, haar goeden -naam bevlekt door een der speculaties van haar man; waarin hij zich -zelf te gronde zou richten. Het was als een ingeving. De boomen hieven -een luider klaaglied aan. - -Ontroerd door die gedachte aan schande en straf, gaf Renée gehoor -aan de opwelling van ouderwetsche burgerdeugd die in haar binnenste -verscholen lag; zij beloofde aan den donkeren nacht zich te zullen -beteren, niet meer zooveel geld voor haar toiletten uit te geven, een -onschuldig vermaak te zoeken dat haar afleiding kon geven, zooals in de -gelukkige dagen van haar kostschoolleven, toen de leerlingen zachtjes -onder de platanen ronddansend zongen: Nous n'irons plus au bois. - -Op dit oogenblik kwam Céleste, die naar beneden was gegaan, weer -binnen en fluisterde haar meesteres in het oor: - ---Mijnheer verzoekt mevrouw beneden te komen. Er zijn al verscheidene -gasten in het salon. - -Renée schrikte op. De scherpe lucht, die haar schouders ijskoud maakte, -had zij niet gevoeld. Toen zij voorbij haar spiegel ging, stond zij -even stil, en wierp er werktuigelijk een blik in. Zij glimlachte -onwillekeurig, en ging naar beneden. - -Inderdaad waren bijna alle gasten aanwezig. Zij vond beneden haar -zuster Christine, een meisje van twintig jaar, heel eenvoudig -gekleed in een wit neteldoeksch japonnetje; haar tante Elisabeth, -weduwe van notaris Aubertot, in zwart satijn, een vriendelijk oud -vrouwtje van zestig jaar; de zuster van haar man, Sidonie Rougon, een -magere zoetsappige vrouw, wier leeftijd moeielijk te bepalen viel, -met een wasachtig gelaat, dat door de fletse kleur van haar japon -nog kleurloozer scheen; verder de Mareuils,--den vader, mijnheer -de Mareuil, die juist uit den rouw was over zijn vrouw, een langen, -knappen man, koel en ernstig, die een treffende gelijkenis met den -kamerdienaar Baptiste vertoonde,--en de dochter, die arme Louise, -zooals zij genoemd werd, een nietig, eenigszins gebocheld meisje van -zeventien jaar, dat met een ziekelijke gratie een japon van witte -foulardzijde met roode moesjes droeg; dan nog een kring van deftige -mannen, met verscheidene ridderorden, officiëele heeren met bleeke, -nietszeggende gezichten en verder een andere groep, jonge mannen, -met een losbandig uiterlijk en laag uitgesneden vest, die vijf of zes -zeer elegante dames omringden, waaronder de beide onafscheidelijken -het eerst in het oog vielen, de kleine markiezin d'Espanet in het -geel en de blonde mevrouw Haffner, in violetkleurige zijde. - -Ook mijnheer de Mussy, de ruiter wiens groet Renée niet beantwoord -had, bevond zich daar, met het ongeruste gezicht van een minnaar die -voelt dat hij zijn afscheid zal krijgen. En midden tusschen de lange, -over het tapijt uitgespreide slepen, stapten twee aannemers, twee rijk -geworden metselaars, Mignon en Charrier, met wie Saccard den volgenden -dag een zaak te verhandelen had, met hun lompe laarzen heen en weer, -de handen op den rug, bijna stikkend in hun zwarte gekleede jas. - -Aristide Saccard stond bij de deur, en hield met zijn neusgeluid en -zijn zuidelijke levendigheid een hoogdravende rede voor het groepje -deftige mannen, terwijl hij daar tusschen de gelegenheid vond om de -binnenkomende gasten te begroeten. Hij drukte hun de hand, en had -voor ieder een vriendelijk woord. Met zijn kleine gestalte en sluw -gezicht boog hij als een marionet, en wat het meest in het oog viel -van zijn schrale, listige, donkere persoontje, dat was het roode lint -van het Legioen van eer, dat hij heel breed droeg. - -Toen Renée binnen trad, verhief zich een gemompel van bewondering. Zij -was inderdaad goddelijk schoon. Over een tulle rok, die van achteren -met een overvloed van strooken gegarneerd was, droeg zij een tuniek -van zacht groen satijn, afgezet met Engelsche kant, opgenomen en -vastgehecht met groote toefen viooltjes; een enkele strook garneerde -de voorbaan van den rok, waarop bouquetjes van dezelfde bloemen, -door guirlandes van klimopbladeren verbonden, een lichte draperie -van mousseline vasthechtten. Boven die rokken van een royale wijdte -en een beetje overdreven kostbaarheid waren de aanvalligheden van -het hoofd en het keurslijf aanbiddelijk. Tot op het midden der -borst gedecolleteerd, de armen ontbloot, met toefjes viooltjes op -de schouders, scheen de jonge vrouw geheel naakt uit haar foedraal -van tulle en satijn te voorschijn te komen, als een dier nimfen wier -bovenlijf zich uit de heilige eiken losmaakt; en haar blanke hals, -haar lenig lichaam was al zoo gelukkig met zijn halve vrijheid, -dat de blik telkens verwachtte het keurslijf en de rokken te zien -afglijden, als de kleeding van eene baadster, die ingenomen is met -haar eigen lichaam. Haar hooge kapsel, haar fijn geel haar dat als -een helm was opgestreken en waartusschen een takje klimop gevlochten -was, door een strik van viooltjes vastgehecht, deed haar naaktheid -nog meer uitkomen, daar het den nek geheel bloot liet, waarop dunne -vlashaartjes, als gouden draden, een lichte schaduw wierpen. Om den -hals had zij een snoer hangers van het zuiverste water en boven het -voorhoofd een aigrette van zilveren sprietjes met diamanten bezaaid. - -Zoo stond zij een oogenblik op den drempel, in haar prachtig toilet, -terwijl de flonkerende gloed vlammige tinten op haar schouders -tooverde. - -Zij hijgde een beetje door het snelle trappen loopen. Haar oogen, -nog vol van de duisternis van het park Monceaux, knipten voor die -plotselinge zee van licht en gaven haar dat weifelend voorkomen, -dat aan bijzienden eigen is en bij haar een bevalligheid te meer was. - -Toen de kleine markiezin haar opmerkte, stond zij haastig op, liep -op haar toe en vatte haar beide handen, en terwijl zij haar van het -hoofd tot de voeten opnam, zei zij zachtjes met haar aangename stem: - ---O lieve, wat ben je mooi! - -De andere gasten kwamen nu ook met veel beweging naar de mooie mevrouw -Saccard toe, zooals Renée in de gezelschappen genoemd werd. Zij -bood bijna allen mannen de hand. Vervolgens omhelsde zij Christine -en vroeg haar hoe haar vader het maakte, die nooit in het hôtel van -het park Monceaux kwam. En glimlachend bleef zij staan, steeds met -een hoofdbuiging groetende, voor den kring van dames die nieuwsgierig -naar het halssnoer en de aigrette keken. - -De blonde mevrouw Haffner kon de verzoeking geen weerstand bieden; -zij trad nader, bekeek de edelgesteenten aandachtig en zei op -jaloerschen toon: - ---Dat is het snoer en de aigrette, niet waar? - -Renée knikte toestemmend. Toen putten de dames zich uit in -loftuitingen; de steenen waren verrukkelijk, goddelijk; daarop begonnen -zij, met een bewondering vol afgunst, over de verkooping van Laure -d'Aurigny te spreken, waar Saccard ze voor zijn vrouw gekocht had; zij -klaagden dat die soort meisjes de mooiste dingen wisten te krijgen, -dat er weldra geen diamanten meer voor fatsoenlijke vrouwen zouden -zijn. Maar in die klachten klonk de begeerte door, op haar ontblooten -boezem een van die juweelen te voelen die heel Parijs op de schouders -van een beroemde maîtresse gezien had, en die haar misschien de intieme -alkoofgeheimen in het oor zouden fluisteren, waarbij de gedachten van -die groote dames zoo gaarne verwijlden. Zij kenden de hooge prijzen -die er besteed waren, zij noemden een kostbare cachemire sjaal, -prachtige kanten. De aigrette had vijftienduizend francs gekost, -het halssnoer vijftigduizend francs. Mevrouw d'Espanet geraakte in -geestdrift door die cijfers. Zij riep Saccard toe: - ---Kom toch eens hier, dat wij u feliciteeren kunnen! Dat is eerst -een goed echtgenoot! - -Aristide Saccard naderde en speelde den bescheidene. Maar zijn -grijnzend gezicht verried een levendige voldoening. En hij wierp een -schuinschen blik naar de twee aannemers, de rijk geworden metselaars, -die een paar passen verder stonden en blijkbaar met eerbied de cijfers -vijftienduizend en vijftigduizend francs hoorden klinken. - -Op dat oogenblik kwam Maxime, die juist was binnengekomen, keurig -gekleed in zijn nauwsluitende zwarte jas, vertrouwelijk op zijns -vaders schouders leunen en met een oogwenk naar de metselaars, sprak -hij zachtjes tot hem, als tot een kameraad. Saccard vertoonde den -bescheiden glimlach van een tooneelspeler, die toegejuicht wordt. - -Een paar nieuwe gasten traden binnen. Er waren nu minstens dertig -personen in het salon. De gesprekken werden hervat; gedurende de -oogenblikken van stilte hoorde men, achter de muren, een licht gerinkel -van borden en zilverwerk. Eindelijk opende Baptiste de beide vleugels -eener deur, en plechtig klonk de aankondiging: - ---Mevrouw, de tafel is gereed. - -Toen stelde de stoet zich langzaam in beweging. Saccard gaf een arm aan -de kleine markiezin, Renée nam dien van een ouden heer, een raadslid, -baron Gouraud, voor wien iedereen onderdanig boog; wat Maxime aangaat, -hij zag zich genoodzaakt Louise de Mareuil zijn arm aan te bieden; -daarop kwamen de overige gasten, in optocht, en heel aan het eind, -de twee aannemers met slingerende armen. - -De eetzaal was een groot vierkant vertrek, met een manshooge -lambrizeering van zwartgepolitoerd en gevernist perenhout, met een -smal verguld lijstje afgezet. De vier groote zijvakken waren zonder -twijfel aangebracht teneinde met stillevens beschilderd te worden, -maar zij waren leeg gebleven, zeker omdat de eigenaar van het hôtel -teruggeschrikt was voor een uitgaaf louter voor de kunst. Men had -ze eenvoudig met donkergroen fluweel behangen. De meubels, gordijnen -en portières van dezelfde stof, gaven de kamer een sober en ernstig -voorkomen, dat er op berekend was om den geheelen glans van het licht -op de tafel te doen vallen. - -En op dit oogenblik inderdaad, midden op het groote donkergetinte -Perzische tapijt, dat het geluid der voetstappen dempte, onder het -helle schijnsel van de kroonlamp, was die tafel, somber omlijst door -de zwarte leuningen met gouden biesjes van de stoelen, die er om -heen stonden, als een altaar, als een verlichte kapel, waar op het -schitterend wit van het tafellaken de heldere vlammen van het kristal -en het zilverwerk flonkerden. Over de gebeeldhouwde rugleuningen achter -zich ziende, ontwaarde men ter nauwernood in een halfduister het houten -beschot van den muur, een groot laag buffet, banen fluweel die tot -op den grond afhingen. Men werd als het ware gedwongen den blik weer -op de tafel te richten, hem te verzadigen aan de schitterende pracht. - -Een bewonderenswaardige surtout van dof zilver, met glanzend drijfwerk, -stond in het midden; hij stelde nimfen voor, die door een troep -boschgoden geschaakt werden, en boven de groep daalde uit een grooten -hoorn een enorme ruiker levende bloemen in trossen neer. Aan de beide -einden stonden vazen die insgelijks losse bloemen bevatten, twee -kandelaars, in den stijl van de middelgroep en elk een loopenden sater -voorstellende die op een zijner armen een onmachtige vrouw meevoerde -en met den anderen een luchter met tien kaarsen droeg, voegden hun -schijnsel bij het geschitter van de groote kroonlamp. Tusschen deze -groote stukken stonden de groote en kleine komforen met het eerste -gerecht beladen netjes gerangschikt, geflankeerd door schelpen die de -tusschengerechten bevatten, en afgewisseld door porseleinen mandjes, -kristallen vazen, platte schalen en gemonteerde compotiers, die het -gedeelte van het dessert bevatten dat reeds op tafel stond. - -Langs het cordon der borden, stond het leger van glazen, de water- -en de wijnkaraffen, de zoutvaatjes; al het kristal was dun en licht -als neteldoek, zonder graveersel, en zoo doorzichtig, dat het geen -schaduw op het tafellaken afwierp. - -De surtout en de andere groote stukken schenen vuurfonteinen; één -geflonker was de spiegelgladde zijkant der komforen; de vorken, -lepels en messen met paarlemoeren hechten vormden vlammende strepen, -alle kleuren van den regenboog schitterden in de glazen; en te midden -van dien vonkenregen, van die gloeiende massa, vormden de wijnkaraffen -roode plekken op het witgloeiende tafellaken. - -Bij het binnenkomen veranderde de glimlach, waarmede de gasten de -dames, die zij aan den arm hadden, aanzagen, in een uitdrukking van -stille gelukzaligheid. De bloemen gaven eenige frischheid aan de -warme atmosfeer. Lichte dampwolkjes vermengden zich met den geur -der rozen. Maar de scherpe geur der kreeften en de zure lucht der -citroenen hielden de bovenhand. - -Toen iedereen zijn naam op de keerzijde van het menu gevonden had, -volgde er een geschuifel van stoelen en een geritsel van zijden -japonnen. De ontbloote, van diamanten flonkerende schouders, naast -de zwarte jassen, die er de blankheid van deden uitkomen, voegden -hun melkwitte kleur bij het geschitter van de tafel. - -Het eerste gerecht werd rondgediend, onder enkele glimlachjes tusschen -tafelburen gewisseld, in een halve stilte die slechts door het gedempte -gerinkel der lepels verbroken werd. Baptiste vervulde zijn plichten -als hofmeester met de deftige houding van een diplomaat; behalve de -twee huisknechts, had hij vier helpers onder zijn bevelen, die hij -alleen voor de groote diners aanwierf. Bij ieder gerecht dat hij meenam -om het in een hoek der zaal op een dientafel voor te snijden, gingen -drie bedienden langzaam de tafel rond, met een schotel in de hand, en -noemden halfluid het gerecht op dat zij aanboden. De anderen schonken -wijn of zorgden voor het brood en de karaffen. De tusschengerechten -werden aldus weggenomen en de voorgerechten langzaam rondgediend, -zonder dat de kristalheldere lach der dames scherper werd. - -Het gezelschap was te talrijk om het gesprek algemeen te doen -worden. Bij het tweede gerecht echter, toen het gebraad en de -tusschengerechten aan de beurt kwamen en de Bourgogne, Pomard en -Chambertin op de Léoville en de Château-Lafitte volgden, begonnen de -stemmen zich te verheffen, en trilde het dunne kristal door het gelach. - -Renée, aan het midden der tafel gezeten, had aan haar rechterzij baron -Gouraud, en links mijnheer Toutin-Laroche, gewezen kaarsenfabrikant, -toen lid van den gemeenteraad, directeur van het Wijnbouwcrediet, -lid van den raad van toezicht der Algemeene Maatschappij van de -havens in Marokko, een mager invloedrijk man, dien Saccard, die -tegenover hem zat, tusschen mevrouw d'Espanet en mevrouw Haffner, -op vleienden toon nu eens, "mijn waarde collega", dan weer, "onze -groote administrateur" noemde. - -Dan kwamen de mannen die veel aan politiek deden: mijnheer Hupel de la -Noue, een prefect die acht maanden van het jaar te Parijs doorbracht, -drie afgevaardigden, waaronder mijnheer Haffner zijn breed Elzasser -gelaat vertoonde; verder mijnheer de Saffré, een alleraangenaamst -jongmensch, secretaris van een minister, mijnheer Michelin, bureauchef -van het toezicht over de wegen, en andere hooge ambtenaren. - -Mijnheer de Mareuil, eeuwigdurend candidaat naar een zetel van -afgevaardigde, troonde tegenover den prefect, dien hij met de oogen -vleide. Mijnheer d'Espanet was afwezig, daar hij zijn vrouw nooit -op partijen vergezelde. De dames die tot de familie behoorden, waren -tusschen de beduidendsten van de genoemde heeren geplaatst, behalve -Sidonie, die een plaats aan het lager einde der tafel gekregen had, -tusschen de twee aannemers, den heer Charrier ter rechter- en den -heer Mignon ter linkerzijde, als een post van vertrouwen, waar het -aankwam op de overwinning. - -Mevrouw Michelin, de vrouw van den bureauchef, een aardige, poezelige -brunette, zat naast mijnheer de Saffré, met wien zij op fluisterenden -toon een levendig onderhoud voerde. Aan beide einden der tafel zaten de -jongelui, auditeurs in den Staatsraad, zoons van invloedrijke vaders, -toekomstige millionnaars, mijnheer de Mussy die wanhopige blikken op -Renée richtte, Maxime die rechts Louise de Mareuil naast zich had, -en geheel door haar in beslag genomen werd. Langzamerhand waren zij -hardop begonnen te lachen. Uit hun hoek kwamen dan ook de eerste -losbarstingen van vroolijkheid. - -Mijnheer Hupel de la Noue vroeg intusschen beleefd: - ---Zullen wij het genoegen hebben Zijn Excellentie vanavond te zien? - ---Ik geloof het niet, antwoordde Saccard met een gewichtig voorkomen, -dat een geheime teleurstelling verborg. Mijn broer heeft het zo -druk!.... Hij heeft zijn secretaris, mijnheer de Saffré, gezonden om -ons zijn verontschuldigingen aan te bieden. - -De jonge secretaris, die geheel door mevrouw Michelin in beslag werd -genomen, hief het hoofd op toen hij zijn naam hoorde uitspreken, -en meenende dat men het woord tot hem had gericht, riep hij op goed -geluk af: - ---Ja, ja, er moet van avond om negen uur minister-vergadering gehouden -worden bij den zegelbewaarder. - -Intusschen ging mijnheer Toutin-Laroche, dien men in de rede was -gevallen, ernstig voort, alsof hij een rede hield voor den aandachtig -toeluisterenden gemeenteraad: - ---De resultaten zijn prachtig. Die leening van de stad zal altijd -genoemd worden als een der mooiste finantiëele operaties van onzen -tijd. Ja, mijne heeren.... Maar hier werd hij weer overstemd door -een schaterend gelach, dat aan een der uiteinden van de tafel -weerklonk. Tusschen al die vroolijkheid door hoorde men de stem van -Maxime, die het slot van een anecdote vertelde: "Wacht even, ik ben -nog niet aan het eind. De arme amazone werd door een straatwerker -opgeholpen. Men zegt dat zij hem een schitterende opvoeding laat geven -om later met hem te trouwen. Zij wil niet hebben dat een andere man -dan haar echtgenoot zich er op beroemen kan, zeker zwart vlekje boven -haar knie te hebben gezien." Het gelach begon op nieuw. Louise lachte -ongedwongen, harder nog dan de mannen. En kalmpjes, temidden van die -vroolijkheid, stak een lakei, alsof hij doof was, zijn deftig bleek -gezicht tusschen de gasten door, en bood op zachten toon reepjes -gebraden eendebout aan. - -Aristide Saccard werd boos over de weinige aandacht die aan mijnheer -Toutin-Laroche geschonken werd. Om hem te toonen dat hij naar hem -geluisterd had, hernam hij: - ---De leening der stad.... - -Maar mijnheer Toutin-Laroche was er de man niet naar den draad van -zijn gedachten te verliezen: - ---Ja, heeren, ging hij voort, toen het gelach een beetje bedaard was, -de dag van gisteren is een groote troost geweest voor ons, wier beheer -het mikpunt is van zooveel onedele aanvallen. Men beschuldigt den -raad dat zij den ondergang van de stad veroorzaakt, en gij ziet het, -zoodra de stad een leening wil sluiten, brengt iedereen zijn geld, -de schreeuwers niet het laatst. - ---Gij hebt wonderen verricht, zei Saccard. Parijs is de hoofdstad -van de geheele wereld geworden. - ---Ja, het is inderdaad verbazend, viel mijnheer Hupel de la Noue in -de rede. Verbeeld u, ik, een oude Parijzenaar, ik herken mijn Parijs -niet meer. Gisteren ben ik verdwaald geraakt, toen ik van het stadhuis -naar het Luxembourg moest gaan. 't Is verbazend, verbazend! - -Een kort stilzwijgen volgde. Alle ernstige mannen luisterden nu toe. - -"De gedaanteverwisseling van Parijs, ging mijnheer Toutin-Laroche -voort, zal de roem der regeering zijn. Het volk is ondankbaar. Het -moest den keizer de voeten kussen. Ik zei het van morgen nog in den -raad, toen er sprake was van het groote succès der leening: Heeren, -laat die schreeuwers van de oppositie maar praten: Parijs omver halen, -is het vruchtbaar maken." - -Saccard glimlachte en sloot de oogen, als om de fijnheid van het -gezegde beter te genieten. Hij boog zich achter den rug van mevrouw -d'Espanet naar mijnheer Hupel de la Noue over, en zei luid genoeg om -verstaan te worden: - ---'t Is een eenig vernuft! - -Terwijl er over de werken van Parijs gesproken werd, had de heer -Charrier met gerekten hals zitten toeluisteren, alsof hij zich in -het gesprek wilde mengen. Zijn compagnon Mignon had slechts oog en -oor voor mevrouw Sidonie, die hem voortdurend bezig hield. Van het -begin van het diner af hield Saccard een oogje op de aannemers. - ---De administratie, zei hij, heeft zooveel toewijding mogen -ondervinden! Iedereen heeft een steentje willen bijdragen aan het -groote werk. Zonder de rijke maatschappijen die haar te hulp zijn -gekomen, had de stad nooit zoo goed en zoo snel kunnen te werk gaan. - -Hij draaide zich om en met een soort van vleiende lompheid ging -hij voort: - ---De heeren Mignon en Charrier weten er van mee te spreken, zij hebben -hun aandeel in de moeite gehad, zij zullen het ook in den roem hebben. - -De rijk geworden metselaars ontvingen met een gelukkig gezicht dit -onverwachte compliment. Mignon, tot wien Sidonie met een behaagzieke -gemaaktheid zei: - ---O, mijnheer, u vleit me; neen, rose zou me te jeugdig staan.... liet -haar midden in haar volzin zitten om Saccard te antwoorden: - ---U is wel vriendelijk, we hebben onze eigen zaken behartigd. - -Maar Charrier kende zijn wereld beter. Hij dronk zijn glas Pomard -uit en zag kans een frase te uiten: - ---De werken van Parijs, zei hij, hebben den werkman brood verschaft. - ---Zeg ook, hernam mijnheer Toutin-Laroche, dat zij een prachtigen -stoot aan de finantiëele en industrieele ondernemingen hebben gegeven. - ---En vergeet de artistieke zijde niet, de nieuwe verkeerswegen zijn -grootsch, merkte mijnheer Hupel de la Noue op, die zich op zijn smaak -liet voorstaan. - ---Ja, ja, 't is een mooi werk, mompelde mijnheer de Mareuil, om toch -iets te zeggen. - ---En de kosten, verklaarde op ernstigen toon de afgevaardigde Haffner, -die slechts bij groote gelegenheden den mond open deed, die zullen -onze kinderen betalen, en dat is billijk ook. - -En daar hij, zoo sprekende, mijnheer de Saffré aankeek, die sinds -een oogenblik de misnoegdheid van de mooie mevrouw Michelin scheen -opgewekt te hebben, herhaalde de jonge secretaris, om het te doen -voorkomen alsof hij het gesprek gevolgd had: - ---Dat is billijk ook, inderdaad. - -Iedereen had in dat groepje deftige mannen een woordje -meegesproken. Mijnheer Michelin, de bureauchef, glimlachte, en -knikte met het hoofd; dat was zijn gewone manier om aan een gesprek -deel te nemen, hij had glimlachjes om te groeten, om te antwoorden, -om goed te keuren, om te bedanken, om afscheid te nemen, een heele -verzameling glimlachjes, die hem er van ontsloegen zich van woorden -te bedienen, wat hij ongetwijfeld beleefder en gunstiger voor zijn -bevordering achtte. - -Nog een ander persoon had het stilzwijgen bewaard, baron Gouraud, -die langzaam kauwde als een os, met zware oogleden. Tot nu toe was -hij verdiept gebleven in de beschouwing van zijn bord. Renée, die een -en al oplettendheid voor hem was, bekwam slechts een licht geknor -van tevredenheid voor haar moeite. Men was dan ook zeer verbaasd, -toen hij het hoofd oprichtte, zijn vette lippen afveegde en zeide: - ---Wanneer ik als eigenaar een huis laat repareeren en opschilderen, -dan sla ik mijn huurders op. - -De volzin van mijnheer Haffner: "Onze kinderen zullen betalen" had -het raadslid wakker gemaakt. Allen klapten zachtjes in de handen en -mijnheer de Saffré riep uit: - ---Heel aardig, heel aardig, ik zal die uitdrukking morgen naar de -kranten opsturen. - ---Ge hebt wel gelijk, heeren, wij leven in een goeden tijd, zei de -heer Mignon bij wijze van besluit, te midden van de glimlachjes en de -bewonderende uitroepen die het gezegde van den baron had uitgelokt. Ik -ken er meer dan een, die een aardig fortuin hebben gemaakt. Als men -geld verdient, ziet u, is alles mooi. - -Deze woorden vielen den deftigen mannen als een stortbad op het -lijf. Het gesprek werd opeens gestaakt, en ieder vermeed zijn buurman -aan te zien. Het gezegde van den metselaar trof de heeren als de -steenworp van den beer. Michelin, die Saccard juist vriendelijk -aankeek, hield op met glimlachen, uit vrees dat hij er een oogenblik -van verdacht zou kunnen worden de woorden van den aannemer op den heer -des huizes toe te passen. Laatstgenoemde gaf een duidelijken oogwenk -aan mevrouw Sidonie, die Mignon opnieuw in beslag nam met de woorden: -"U houdt dus veel van rose, mijnheer?...." Daarop maakte Saccard zijn -buurvrouw, mevrouw d'Espanet, een lang complimentje; zijn donker, -slim gezicht raakte bijna de melkwitte schouders van de jonge vrouw, -die zich herhaaldelijk lachend achterover boog. - -Men was aan het dessert. De lakeien gingen vlugger de tafel rond. Er -werd even gepauzeerd, terwijl het tafellaken met vruchten en suikerwerk -beladen werd. Aan het eene uiteinde in den hoek van Maxime werd het -gelach luider; men hoorde de ietwat scherpe stem van Louise zeggen: -"Ik verzeker u dat Sylvia een blauw satijnen japon droeg in haar rol -van Dindonnette;" en een andere meisjesstem antwoordde: "Ja, maar de -japon was met witte kant gegarneerd." Een warme lucht steeg op. De -gezichten waren rooder, als het ware verzacht door een innerlijk -welbehagen. Twee lakeien gingen de tafel rond, Alicante en Tokajer -inschenkende. - -Van den aanvang van het diner af scheen Renée verstoord. Zij vervulde -haar plichten als gastvrouw met een werktuigelijken glimlach. Bij -iedere uitbarsting van vroolijkheid, die van het einde der tafel kwam -waar Maxime en Louise als goede vriendjes met elkander schertsten, -flikkerden haar oogen, terwijl zij dien kant uitkeek. Zij verveelde -zich. De deftige mannen verveelden haar doodelijk. Mevrouw d'Espanet -en mevrouw Haffner keken haar met wanhopige blikken aan. - ---En hoe staan de kansen voor de volgende verkiezing? vroeg Saccard -eensklaps aan mijnheer Hupel de la Noue. - ---Heel goed, antwoordde deze met een glimlach; maar er zijn nog geen -candidaten gesteld voor mijn departement. Het ministerie weifelt, -naar het schijnt. - -Mijnheer de Mareuil, die met een blik Saccard bedankte dat hij dit -onderwerp aanroerde, scheen op heete kolen te zitten. Hij kreeg een -kleur, knikte verlegen, toen de prefect hem aansprak en zei: - ---Ik heb veel over u hooren spreken in mijn streek, mijnheer. Uw -groote eigendommen hebben u daar een aantal vrienden bezorgd, en het -is bekend hoezeer gij den keizer genegen zijt. Gij hebt alle kansen. - ---Papa, verkocht de kleine Sylvia geen cigaretten te Marseille in -1849? riep op dit oogenblik Maxime, van het einde der tafel. - -En daar Aristide Saccard zich hield alsof hij niets hoorde, hernam -de jonge man een toontje zachter: - ---Mijn vader heeft haar heel goed gekend. - -Er ontstond een gesmoord gelach. Intusschen had mijnheer Haffner tot -den steeds knikkenden mijnheer de Mareuil op schoolmeesterachtigen -toon gezegd: - ---Toewijding aan den keizer is de eenige deugd, de eenige -vaderlandsliefde in deze tijden van baatzuchtige democratie. Wie den -keizer liefheeft, heeft Frankrijk lief. Het zou ons een waar genoegen -zijn, mijnheer als onzen collega te mogen begroeten. - ---Mijnheer zal er wel komen, zei mijnheer Toutin-Laroche op zijn -beurt. De groote fortuinen moeten zich om den troon scharen. - -Renée kon het niet langer uithouden. Vlak tegenover haar onderdrukte -de markiezin ternauwernood een gegeeuw. En toen Saccard weer het -woord wilde nemen: - ---Heb toch alsjeblieft een beetje medelijden met ons, zei zijn vrouw -met een lieftallig lachje, laat uw akelige politiek nu eens rusten. - -Toen riep mijnheer Hupel de la Noue met de galantheid van een -prefect, dat de dames gelijk hadden. En hij begon een grappig -verhaal op te disschen van een gebeurtenis, die in de hoofdplaats -van zijn departement was voorgevallen. De markiezin, mevrouw Haffner -en de andere dames lachten luidkeels om zekere bijzonderheden. De -prefect kruidde zijn verhaal met bedekte toespelingen, opzettelijke -weglatingen, stembuigingen, die een guitige beteekenis gaven aan -de onschuldigste woorden. Toen kwam het gesprek op den eersten -Dinsdag van de hertogin, over een grappig stuk, dat den vorigen -avond gespeeld was, over den dood van een dichter en over de laatste -herfstwedrennen. Mijnheer Toutin-Laroche, die heel beminnelijk kon -zijn als hij dit verkoos, vergeleek de vrouwen bij rozen, en mijnheer -de Mareuil, nog aangedaan van de verwachtingen, die ten opzichte der -verkiezingen in hem opgewekt waren, vond diepzinnige woorden over -den nieuwen vorm der hoeden. Renée bleef afgetrokken. - -Intusschen hadden de gasten met eten gedaan. Het leek wel of een warme -wind over de tafel gestreken was, de glazen beslagen en het brood -verkruimeld had, de vruchtenschillen en de borden zwart gemaakt, en de -mooie symmetrie van het servies verbroken had. De bloemen verwelkten -in de groote horens van gedreven zilver. En de gasten bleven daar -een oogenblik zitten, tegenover de overblijfselen van het dessert, -zonder den moed te vinden om op te staan. Met een arm op de tafel, -in gebogen houding, hadden zij den wezenloozen blik, dat onbestemde -gevoel van verslapping van die gematigde, fatsoenlijke dronkenschap -van deftige lieden, die zich met kleine teugjes bedrinken. Het gelach -was verstomd, er werd weinig meer gesproken. - -Men had veel gegeten en gedronken, wat het troepje gedecoreerde -mannen nog ernstiger maakte. In de drukkende atmosfeer der zaal -voelden de dames een klamheid opstijgen naar het voorhoofd en den -nek. Zij wachtten het oogenblik af dat men zich naar het salon zou -begeven, ernstig, een weinig bleek, alsof zij een beetje duizelig -waren. Mevrouw d'Espanet was geheel rose, terwijl de schouders van -mevrouw Haffner zoo wit als was geworden waren. Mijnheer Hupel de -la Noue bekeek intusschen aandachtig het hecht van een mes; mijnheer -Toutin-Laroche riep mijnheer Haffner nog enkele zinnen toe, die deze -met een hoofdschudden begroette; mijnheer de Mareuil zat in gedachten -en keek mijnheer Michelin aan, die fijntjes glimlachte. - -Wat de mooie mevrouw Michelin aangaat, zij sprak sedert lang niet -meer; met een vuurrood gezicht liet zij onder het tafellaken een hand -afhangen die mijnheer de Saffré zeker vasthield, want hij leunde -onbeholpen tegen den rand der tafel; hij trok de wenkbrauwen samen -en zette een gezicht alsof hij een algebravraagstuk oploste. Mevrouw -Sidonie had ook overwonnen; de heeren Mignon en Charrier, beiden op -den elleboog naar haar toe geleund, schenen bijster verheugd haar -vertrouwelijke mededeelingen te ontvangen; zij bekende dat zij dolveel -van melkkost hield en bang was voor spoken. - -En Aristide Saccard zelf, zat daar met halfgesloten oogen, in het -zalige bewustzijn van een gastheer, die zijn gasten behoorlijk -heeft zat gevoerd. Hij dacht er niet aan de tafel te verlaten; -hij beschouwde met een eerbiedige toegenegenheid baron Gouraud, die -traag, onder de werking der spijsvertering, zijn hand op het witte -tafellaken uitstrekte, de hand van een zinnelijken grijsaard, kort, -dik, met paarse vlekken en roode haren bedekt. - -Renée dronk werktuigelijk de druppeltjes Tokayer uit, die zich nog -in haar glas bevonden. Een vurige gloed steeg haar naar het gelaat, -de weerbarstige bleeke haartjes van haar voorhoofd en nek raakten -uit den krul, als nat geworden door een vochtigen wind. Haar lippen -en haar neus waren zenuwachtig vertrokken, zij zag er uit als een -kind dat wijn gedronken heeft. Mochten er al ouderwetsch-burgerlijke -gedachten in haar zijn opgekomen toen zij tegenover het duistere park -Monceaux stond, die gedachten waren op dit oogenblik weggevaagd in de -prikkeling der gerechten, wijnen en lichten, van die verbijsterende -omgeving van warme adems en opgewonden vroolijkheid. - -Zij wisselde geen kalme glimlachjes meer met haar zuster Christine en -haar tante Elisabeth, die zich bescheiden op den achtergrond hielden en -weinig spraken. Met een hardvochtigen blik had zij den armen mijnheer -de Mussy de oogen doen neerslaan. In haar zichtbare verstrooidheid, -ofschoon zij nu vermeed zich om te wenden, tegen den rug van haar -stoel geleund, die het satijn van haar keurslijf zacht deed kraken, -trilde er een onmerkbare huivering door haar schouders, telkens als -een nieuwe lachbui uit het hoekje opsteeg waar Maxime en Louise nog -altijd druk schertsten, in het wegstervend geluid der gesprekken. - -En achter haar, op de grenslijn tusschen licht en schaduw, met zijn -hooge gestalte boven die wanordelijke tafel en de aamechtige gasten -uitstekende, stond Baptiste, met zijn bleeke gezicht en zijn ernstig -uiterlijk, in de minachtende houding van een lakei die zijn meesters -verzadigd heeft. Hij alleen, in die atmosfeer vol bedwelming, onder -het helle schijnsel van de lichtkroon, bleef correct, met zijn -zilveren keten om den hals, zijn koele oogen waarin het zien van -de schouders der vrouwen geen gloed bracht, zijn voorkomen van een -eunuch, Parijzenaars in een tijd van zedenbederf bedienende en zijn -waardigheid behoudende. - -Eindelijk stond Renée met een zenuwachtige beweging op. Iedereen volgde -haar voorbeeld. Men ging naar het salon, waar koffie werd rondgediend. - -Het groote salon van het hôtel was een langwerpig vertrek, een soort -van galerij, die den geheelen muur aan den tuinkant besloeg en de -twee paviljoenen met elkander verbond. Breede glazen deuren gaven -toegang tot het bordes. Deze galerij schitterde van goud. Het licht -gewelfde plafond vertoonde grillige spiraalvormige figuren rondom -groote vergulde medaillons, die blonken als schilden. Schitterende -rozetten en guirlandes vormden den rand van het gewelfde gedeelte; -lijsten, die glinsterden als stralen gesmolten metaal, liepen langs -de muren en omsloten de paneelen die met roode zijde bespannen waren; -takken rozen, met bossen ontloken knoppen bovenaan, vielen langs de -spiegels neer. - -Op den parketvloer spreidde een tapijt d'Aubusson zijn purperen bloemen -ten toon. Het ameublement van rood zijden damast, de portières en -gordijnen van dezelfde stof, de kolossale met schelpwerk versierde -pendule van den schoorsteen, de Chineesche vazen op de consoles, -de pooten der beide lange tafels die met Florentijnsch mozaïekwerk -ingelegd waren, tot zelfs de jardinières in de vensternissen, zweetten -het goud uit, dropen van goud. - -In de vier hoeken verhieven zich vier groote lampen op voetstukken -van verguld marmer, waaraan zij bevestigd waren door kettingen van -verguld brons, die met symmetrische bevalligheid afhingen. En aan het -plafond hingen drie kronen met kristallen hangers, stralend van rose -en blauwe lichtschijnsels, en die met hun heldere verlichting al het -goud van het salon in vlam zetten. - -De heeren trokken zich al spoedig naar de rookkamer terug. Mijnheer -de Mussy schoof vertrouwelijk zijn arm onder dien van Maxime, dien -hij op het gymnasium gekend had, ofschoon hij zes jaar ouder was dan -deze. Hij troonde hem mee naar het terras, en nadat zij een sigaar -hadden opgestoken, begon hij zich bitter over Renée te beklagen. - ---Maar wat scheelt haar toch, zeg? Ik heb haar gisteren gezien, toen -was ze allerliefst. En vandaag behandelt ze me opeens alsof alles -tusschen ons uit was! Wat kan ik misdaan hebben? Je zou me een groot -pleizier doen, Maxime, als je haar eens vertelde hoeveel verdriet ze -me aandoet. - ---Dank je wel! antwoordde Maxime lachend. Renée is weer zenuwachtig, -ik ben niets op een uitbrander van haar gesteld. Verzoen je met haar, -breng je zaken zelf maar in orde. - -En terwijl hij den rook van zijn havanna langzaam uitblies, voegde -hij er bij: - ---Je wilt me een mooie rol laten spelen, zeg! - -Maar mijnheer de Mussy sprak van zijn trouwe vriendschap, en hij -verklaarde dat hij slechts een gelegenheid wachtte om hem te toonen -hoezeer hij hem genegen was. Hij was toch zoo ongelukkig, hij hield -zooveel van Renée! - ---Nu dan, je kunt er op aan, zei Maxime ten slotte, ik zal een woordje -voor je doen; maar je begrijpt, ik kan je niets beloven; zij zal me -niet eens aanhooren, dat weet ik zeker. - -Zij traden de rookkamer weer binnen en strekten zich in luierstoelen -uit. Daar stortte mijnheer de Mussy een half uur lang zijn hart -voor Maxime uit. Hij zei hem voor de tiende maal hoe hij op diens -stiefmoeder verliefd was geworden, hoe zij hem boven alle anderen -had uitverkoren, en Maxime gaf hem al rookende allerlei raadgevingen, -hij legde hem Renée's karakter uit en gaf hem een vingerwijzing hoe -hij het moest aanleggen om haar te beheerschen. - -Saccard was dicht in de nabijheid van de jongelui gaan zitten. Mijnheer -de Mussy zweeg en Maxime besloot met de opmerking: - ---Als ik in jouw plaats was, zou ik er ruiterlijk mee voor den dag -komen. Dat mag ze liever. - -De rookkamer bevond zich aan het einde van het groote salon; het -was een der beide torenkamertjes. Zij was in een rijken, soberen -stijl ingericht. Met een imitatie van Cordova-leer behangen, -had zij gordijnen en portières van Algerijnsche wollen stof en -een wollen tapijt met Perzische figuren. Het meubilair, dat met -houtkleurig chagrijnleer bekleed was, bestond uit poufs, fauteuils -en een halfcirkelvormigen divan, die een groot gedeelte van de ronde -kamer besloeg. De kleine kroonlamp aan het plafond, de ornamenten op -den geridon, het garnituur van den schoorsteen, waren van bleekgroen -Florentijnsch brons. - -Er waren slechts eenige jongelui en grijsaards met bleeke, slappe -gezichten bij de dames gebleven, omdat zij een afkeer van tabak hadden. - -In de rookkamer lachte en schertste men ongedwongen. Mijnheer Hupel -de la Noue bracht de heeren in een vroolijke stemming; hij vertelde -hun de geschiedenis die hij aan het diner verteld had nog eens over, -ditmaal aangevuld met zeer onbetamelijke bijzonderheden. Daarin muntte -hij uit; hij had altijd twee lezingen van een anecdote, een voor de -dames en een voor de heeren. - -Toen Aristide Saccard binnentrad, werd hij omringd en met complimentjes -overstelpt; en daar hij zich hield alsof hij er niets van begreep, -zei mijnheer de Saffré in een warm toegejuichte rede, dat hij zich -zeer verdienstelijk jegens het vaderland had gemaakt door de mooie -Laure d'Aurigny te beletten naar de Engelschen over te loopen. - ---Neen, heeren, gij vergist u bepaald, stotterde Saccard met geveinsde -bescheidenheid. - ---Kom, spreek maar niet tegen! riep Maxime hem gekscherend toe. Op -uw leeftijd is dat heel mooi. - -De jonge man wierp zijn sigaar weg en ging weer in het groote salon. Er -waren verscheidene gasten. De galerij was vol zwarte jassen, die -zachtjes met elkander stonden te praten, en japonnen, die een groote -breedte besloegen naast de causeuses. Bedienden begonnen rond te gaan -met zilveren bladen, ijs en glazen punch presenteerende. - -Maxime, die Renée wenschte te spreken, ging het groote salon in zijn -geheele lengte door, wel wetende waar hij het heiligdom der dames -zou vinden. - -Aan het andere uiteinde der galerij bevond zich eveneens een ronde -kamer, waarvan men een gezellig salonnetje gemaakt had. Met zijn -behangsels, gordijnen en portières van goudgeel satijn, had het iets -bekoorlijks, weelderigs, en getuigde het van een origineelen, fijnen -smaak. Het schijnsel van de fijn bewerkte kroonlamp zong een symphonie -in geel mineur, te midden van al die zonkleurige stoffen. Het scheen -een stroom van zacht getemperde stralen, het ondergaan eener ster -boven een rijp korenveld. Op den grond stierf het licht weg op een -tapijt d'Aubusson, met dorre blaren bezaaid. - -Een ebbenhouten, met ivoor ingelegde piano, twee meubeltjes waarin -men achter het glas een aantal snuisterijen zag, een tafel Louis XVI, -een bloementafel met een zeer grooten bloemruiker, waren voldoende om -het vertrek te meubileeren. De causeuses, fauteuils en poufs waren -bekleed met goudgeel gecapitonneerd satijn, waarop breede strepen -zwart satijn, met schitterende tulpen geborduurd. Er waren ook lage -stoeltjes, vouwstoeltjes, allerlei soorten van elegante tabourets. Het -hout van deze meubelen was onzichtbaar, het satijn bedekte alles. De -rugleuningen weken terug en waren rond en zacht als veeren kussens. Het -leken wel bedden waarop men kon slapen en minnen in het dons, te -midden van de zinnenstreelende symphonie in geel mineur. - -Renée vertoefde gaarne in dit kleine salon, dat door een der -openslaande glazen deuren in verbinding stond met de prachtige -oranjerie, die tegen den zijkant van het huis aangebouwd was. Overdag -bracht zij daar haar ledige uurtjes door. Het gele behangsel, in plaats -van haar lichtkleurig haar nog bleeker te maken, tintte het goudgeel -met een vreemden gloed; haar hoofd, te midden van een morgenroodglans, -vertoonde zich rose en blank, als van een blonde Diana, die in het -morgenlicht ontwaakt; daarom hield zij zeker van die kamer, die haar -schoonheid goed deed uitkomen. - -Nu was zij daar met haar intieme vriendinnen. Haar zuster en haar tante -waren juist vertrokken. In het heiligdom bevonden zich nog slechts -dartele kopjes. Achterover geleund in een causeuse, luisterde Renée -naar de vertrouwelijke mededeelingen, die haar vriendin Adeline haar -in het oor fluisterde, met korte lachjes en poesachtige manieren. - -Suzanne Haffner werd bestormd door een groepje jongelui die zich om -haar heen drongen, zonder dat zij iets verloor van haar Duitsche -kalmte, haar uittartende onbeschaamdheid, naakt en koud als haar -schouders. In een hoekje zat mevrouw Sidonie op zachten toon een -jong, onschuldig uitziend vrouwtje te onderrichten. Een eindje -verder stond Louise te praten met een langen jongen, die een kleur -van verlegenheid had, terwijl baron Gouraud in het volle licht zat -te dutten in zijn fauteuil, zijn slappe vleesch en olifanten-logheid -temidden der teere bevalligheden en de zijdeachtige fijnheid der -dames ten toon spreidende. - -Een tooverachtig licht viel in dit vertrek als stofgoud op de satijnen -japonnen met haar zware, gladde plooien, op de blanke schouders die -schitterden van diamanten. Een zachte stem, een lach als het gekir -van een duif, klonk met de helderheid van kristal. Het was zeer -warm. De waaiers bewogen zich langzaam heen en weer, bij elk koeltje -de muskusgeuren van de keurslijven in de zwoele lucht verspreidende. - -Toen Maxime op den drempel verscheen, stond Renée, die verstrooid -naar de markiezin luisterde, haastig op, voorgevende dat zij haar -plichten als gastvrouw moest vervullen. Zij ging het groote salon -in, waar de jonge man haar volgde. Daar deed zij een paar stappen, -glimlachend en handdrukken wisselend; toen wenkte zij Maxime ter zijde: - ---Nu, zei zij fluisterend op ironischen toon, het baantje lijkt nog -zoo onpleizierig niet, het is niet meer al te vervelend haar het hof -te maken. - ---Ik begrijp je niet, antwoordde de jonge man die gekomen was om de -zaak van mijnheer de Mussy te bepleiten. - ---Wel, mij dunkt dat ik er goed aan gedaan heb je niet van Louise te -ontslaan. Jelui beiden laat er geen gras over groeien. - -En met iets spijtigs ging zij voort: - ---Het was zelfs onbetamelijk aan tafel. - -Maxime begon te lachen. - ---O ja, we hebben elkaar grapjes verteld. Ik kende het meisje niet. Ze -is grappig. Ze heeft veel van een jongen. - -En daar Renée met een verontwaardigde preutschheid bleef kijken, -en de jonge man zoo iets niet van haar gewoon was, hernam hij met -zijn lachende vertrouwelijkheid: - ---Denk je soms, maatje, dat ik haar onder de tafel in de knieën -geknepen heb? Wat drommel, ik weet toch wel hoe ik mij tegenover -mijn aanstaande moet gedragen!.... Ik heb je iets ernstigers te -zeggen. Luister eens.... Je luistert toch wel? - -Hij sprak nog zachter. - ---Kijk.... Mijnheer de Mussy voelt zich heel ongelukkig, hij heeft -het me daareven gezegd. Je begrijpt wel, dat ik er de aangewezen -persoon niet voor ben om jelui te verzoenen, als je kwade vrienden -bent geworden. Maar je weet dat ik hem op het gymnasium gekend heb, -en toen hij er zoo echt wanhopig uitzag, heb ik hem beloofd een -woordje bij je te doen.... - -Hij hield op. Renée keek hem met een zonderlingen blik aan. - ---Geef je geen antwoord?... ging hij voort. Om het even, ik heb mijn -boodschap gedaan, doe jelui maar zooals je zelf wilt.... Maar heusch, -ik vind je hardvochtig. Die arme jongen gaat me aan het hart. Als ik -jou was, zou ik hem ten minste een vriendelijk woordje sturen. - -Renée, die al dien tijd Maxime had aangekeken met haar strakke blikken, -waarin een zonderling vuur gloeide, antwoordde toen: - ---Ga aan mijnheer de Mussy zeggen dat hij me verveelt. - -En zij ging weer bedaard tusschen de gasten door, glimlachjes, groeten -en handdrukken uitdeelend. Maxime bleef op dezelfde plek staan, -met een verbaasd gezicht; toen lachte hij stil in zichzelf. - -Weinig verlangend zijn boodschap aan mijnheer de Mussy over te brengen, -liep hij het groote salon rond. - -De partij liep teneinde, met al haar verrassingen toch even banaal -als alle andere partijen. Het was bijna twaalf uur, de gasten gingen -een voor een weg. Daar hij den dag niet graag met een hinderlijke -gedachte wilde besluiten, besloot hij Louise op te gaan zoeken. Hij -ging de deur voorbij die op de vestibule uitkwam, toen hij daar de -mooie mevrouw Michelin zag, die door haar man zorgvuldig in een blauw -en rose sortie gewikkeld werd. - ---Hij is aller-, alleraardigst geweest, zei de jonge vrouw. Zoolang -het diner duurde hebben wij over jou gepraat. Hij zal er met den -minister over spreken, maar, eigenlijk heeft die er niet mee te maken. - -En met een oogwenk naar baron Gouraud, die vlak naast hen door een -lakei in een groote pelsjas toegestopt werd: - ---Die dikkerd zou het wel gedaan kunnen krijgen! fluisterde zij haar -man in het oor, terwijl hij haar den band van haar capuchon onder -de kin vastknoopte. Wat hij wil, gebeurt aan het ministerie. Morgen, -bij de Mareuils, moeten we eens probeeren.... - -Mijnheer Michelin glimlachte. Hij voerde zijn vrouw behoedzaam mee, -alsof hij een kostbaar, broos voorwerp aan den arm hield. - -Nadat Maxime zich met een oogopslag vergewist had dat Louise niet -in de vestibule was, ging hij regelrecht naar het kleine salon. Daar -was zij ook werkelijk nog, bijna alleen; zij wachtte op haar vader, -die den heelen avond in de rookkamer had doorgebracht, met de mannen -van de politiek. De dames, de markiezin en mevrouw Haffner, waren -al vertrokken. Alleen mevrouw Sidonie was er nog, die aan een paar -ambtenaarsvrouwen vertelde, dat zij zooveel van dieren hield. - ---Ha, daar is mijn mannetje, riep Louise. Ga daar nu zitten en zeg -mij eens in welken armstoel mijn vader in slaap is gevallen. Hij -dacht zeker dat hij al in de Kamer was. - -Maxime antwoordde haar op denzelfden toon en de jongelui lachten -weer even hartelijk als aan het diner. Op een laag stoeltje voor -haar zittende, vatte hij haar handen en begon met haar te spelen, -als met een kameraad. - -En inderdaad, in haar witte foulardzijden japon met roode moesjes, -haar hoog keurslijf, haar platte borst en haar leelijke, sluwe -jongensgezicht, leek zij een als meisje verkleede jongen. Maar nu en -dan nam zij met haar spichtige armen, haar ietwat kromme bovenlijf -een losse houding aan, dan kwam er gloed in die nog kinderlijke oogen, -zonder dat de speelschheid van Maxime haar eenigszins deed blozen. En -ze schaterden het beiden uit, in de meening dat zij alleen waren. Zij -merkten Renée niet op, die halfverborgen in het midden der serre hen -van verre begluurde. - -Zij stond daar nog slechts kort, bij het oversteken van een der -gangpaden had zij Maxime en Louise opgemerkt, en dat gezicht had haar -plotseling achter een heester doen stilstaan. - -Rondom haar spreidde de warme broeikas, die op een kerkschip geleek -en wier boogvormig glazen dak door dunne ijzeren pilaren, zonder -eenige versiering, gesteund werd, haar weelderigen plantengroei, -haar ontzaglijke bladeren en haar ontluikend groen ten tooi. - -In het midden, in een ovaal bassin gelijk met den grond, leefde, -met dat geheimzinnige, zeegroene leven der waterplanten, de geheele -waterflora der tropische landen. - -Cyclanthussen staken haar groene pluimen omhoog en vormden een -monumentalen kring om den waterval, die op het afgebroken kapiteel van -een zuil uit den cyclopentijd geleek. Aan weerszijden verhieven groote -tornelia's haar zonderlinge struiken boven het bassin; haar droge, -kale takken kronkelden zich als zieke slangen, en lieten luchtwortels -neerhangen, als vischnetten die in de open lucht te drogen hangen. Bij -den rand ontplooide een Javaansche pandanus zijn witgestreepte groene -bladeren, dun als degens, stekelig en getand als maleische dolken. - -En op de oppervlakte van het water, in de lauwe warmte van den -onbewegelijken vijver, openden de nymphea's haar zachtroode sterren, -terwijl de euryales hun ronde, melaatsche bladeren lieten drijven, -als de met puisten bedekte ruggen van reusachtige padden. - -Een breede rand selaginella's omzoomde het bassin. Dit lage varenkruid -vormde een dik, zachtgroen mostapijt. En langs het groote cirkelvormige -gangpad verhieven vier kolossale boomgroepen zich met krachtigen -groei tot aan het boogdak; de palmen, bevallig gebogen, spreidden hun -waaiers uit, toonden hun ronde kruinen, lieten hun takken hangen, -als roeiriemen die vermoeid zijn van hun eeuwigdurende reis in het -blauw der lucht; de groote Indische bamboes rezen kaarsrecht, broos -en hard omhoog, en deden van uit de hoogte een lichten bladerregen -neerdalen; een ravanela, de boom van den reiziger, verhief zijn -bos van kolossale chineesche schermen; en in een hoek breidde een -vruchtendragende banaan naar alle zijden zijn lange horizontale -bladeren uit, waarop twee gelieven gemakkelijk zouden kunnen liggen, -als zij zich dicht tegen elkander aan drukken. - -In de hoeken stonden Abyssinische euphorbia's, die wanstaltige, -stekelige distels, vol leelijke bulten, een en al vergift. En onder de -boomen werd de grond bedekt door lage varens, adiantums en pteriden, -met hun fijn uitgesneden bladeren. - -Alsophila's, een hoogere varensoort, stapelden hun zeshoekige rijen -takken zoo regelmatig boven elkander, dat men zou wanen groote stukken -aardewerk te zien, bestemd voor de vruchten van een reusachtig dessert. - -Een rand begonia's en caladiums omringde de boomgroepen; de begonia's -met prachtig groen en rood gevlekte, omgekrulde bladeren; de caladiums, -wier witte, groengeribde bladeren op groote vlindervleugels gelijken; -zonderlinge planten, met vreemd gebladerte, met een donkeren of -bleeken tint van vergiftige bloemen. - -Achter de dichte planten liep een smal pad langs de serre. Daar, op -planken, trapsgewijze boven elkander geplaatst om de verwarmingsbuizen -aan het oog te onttrekken, bloeiden de maranta's, fluweelzacht op -het gevoel, gloxinia's met paarse kelken, dracaena's die deden denken -aan bladen van oud lakvernis. - -Maar een der grootste bekoorlijkheden van dezen wintertuin waren in -de vier hoeken grotten van levend groen, diepe priëelen, door dichte -gordijnen van slingerplanten bedekt. Stukjes maagdelijk bosch hadden -op deze plekjes hun bladermuren gebouwd, hun ondoordringbaar gewirwar -van twijgen en buigzame loten, die zich aan de takken vasthechtten, -met een koenen sprong de ruimte doorkliefden en van het gewelf -neerdaalden als de eikelvormige sieraden van kostbaar behangsel. - -Een vanillestruik, welks rijpe peulen een doordringenden -geur verspreidden, slingerde zich langs een bemoste ronde -portiek. Levantsche bessen bekleedden de pilaren met haar ronde -bladeren; roodgetroste bauhinia's en quisquallen, wier bloemen -neerhingen als kralensnoeren, sponnen, slingerden en knoopten zich -dooreen, als dunne slangetjes die spelend zich eindeloos uitrekken -in het donkere groen. - -En onder de bogen, tusschen de boomgroepen, hier en daar, hingen -bloemkorven aan ijzeren kettinkjes, waarin orchideeën prijkten, -die grillig gevormde planten uit de open lucht, die allerwege -haar stevige loten uitschieten, knoestig en krom als gebrekkige -ledematen. Dan waren er ook venusmuiltjes, wier bloem veel gelijkt -op een verwonderlijk mooien pantoffel, aan den hak versierd met de -vleugels van een waterjuffer; de aeriden met haar zachte geuren; -de stanhopea's met haar bleeke, gestreepte bladeren, die een sterke, -scherpe lucht van zich geven, als herstellende zieken. - -Maar wat bij alle bochten der gangpaden het oog trof, was een groote -Chineesche hibiscus, wiens kolossale rijkdom van groen en bloemen -de geheele muurvlakte besloeg, waartegen de serre was aangebouwd. De -groote purperen bloemen van deze reusachtige malve, bloeien telkens -opnieuw op, doch leven slechts enkele uren. Zij leken wel zinnelijke -vrouwenmonden die zich openen, de roode, zachte, vochtige lippen van -een reusachtige Messalina, die, door kussen gekneusd, telkens weer -opleefden met haar begeerigen, bloedigen glimlach. - -Dicht bij het bassin stond Renée en rilde, te midden van dien -heerlijken plantengroei. Achter haar hurkte een groote zwartmarmeren -sphinx op een blok graniet, het hoofd naar het aquarium gekeerd, met -den glimlach van een sluiperige, wreede kat; het was als het ware de -sombere afgod, met zijn glanzende dijen, van dit land van vuur. - -Matglazen ballons verlichtten nu het gebladerte met melkachtige -plekken. Standbeelden, vrouwenkoppen met achterover gebogen hals, -gezwollen door het lachen, schemerden wit door de dichte boomgroepen, -met schaduwplekken die hun lachend gelaat verwrongen. In het stille, -donkere water van het bassin speelden donkere stralen, die onduidelijke -vormen, zeegroene massa's verlichtten, die veel geleken op ruwe -omtrekken van monsters. - -Op de gladde bladeren van de ravanela, op de glimmende waaiers van de -palmen stroomde een golf van wit licht, terwijl uit het korte weefsel -der varens een fijne regen van licht neerdrupte. Omhoog wierpen -de glasruiten hun weerschijn tusschen de sombere kruinen der hooge -palmen. Overigens was het overal donker in het rond; de priëelen, -met hun draperieën van slingerplanten, waren geheel in duisternis -gehuld, als nesten van slapende reptielen. - -En onder het heldere licht stond Renée in gepeins, starende naar Louise -en Maxime. Het was nu niet meer de vage mijmering, de geheimzinnige -verlokking van het schemeruur, in de frissche lanen van het Bosch. Haar -gedachten werden niet meer in slaap gewiegd door den draf van haar -paarden, langs de drukbezochte grasvelden, langs het kreupelhout -waarin de burgerluidjes 's Zondags hun maaltijd houden. Nu was het -een duidelijk uitgedrukt, heftig verlangen dat haar gemoed vervulde. - -Een oneindige liefde, een begeerte naar wellust, zweefde door die -ingesloten ruimte, waar de vurige sappen der tropen bruisten. De -jonge vrouw was onder den invloed gekomen van die machtige omhelzing -der aarde, die om haar heen dat donkere groen, die kolossale stammen -voortbracht; en de baring van die vuurzee, dat ontluiken van een -geheel woud van planten, nog warm van den schoot die ze voedde, -verwarden en bedwelmden haar door hun scherpe uitwasemingen. - -Aan haar voeten dampte het bassin, de warme watermassa, verdicht door -de sappen der drijvende wortels, en legde haar om de schouders een -mantel van zware dampen, een wasem die haar huid verwarmde, als de -aanraking van een hand, klam van wellustige begeerte. - -Boven haar hoofd voelde zij den nieuwen loot der palmen, het hooge -gebladerte dat zijn aroma afschudde. En meer nog dan de verstikkende -warmte van de lucht, meer dan de heldere schijnsels, dan de groote -schitterende bloemen, die als gezichten lachend of grijnzend door de -bladeren keken, matten de geuren haar af. - -Een onbeschrijfelijke geur bleef daar hangen, sterk prikkelend, uit -duizenderlei geuren samengesteld, menschelijk zweet, vrouwenadems, -de geur die uit het haar opstijgt, en zachte flauwe luchtjes werden -afgewisseld door ruwe verpestende luchten, vol vergift. - -Maar in die zonderlinge muziek der geuren, kwam steeds het hoofdthema -terug, dat de teederheid der vanille en de scherpte der orchideeën -overstemde en verstikte, dat was de doordringende, zinnelijke -menschenlucht, die geur van liefde die 's morgens uit de gesloten -kamer van jonggehuwden ontsnapt. - -Renée was langzamerhand tegen het voetstuk van den sphinx gaan -leunen. Met haar groenzijden japon, haar rood verhitte hals en hoofd, -waarop de diamanten als dauwdroppels fonkelden, geleek zij op een -groote bloem, rozerood en groen, een der nymphea's uit het bassin, -door de warmte bevangen. - -Nu zij haar droombeeld scherp omlijnd voor haar geestesoog zag, -verdwenen haar goede voornemens voor immer, de bedwelming van het -diner steeg haar weer naar het hoofd, overheerschend, zegevierend, -verdubbeld door de hitte der serre. - -Zij dacht niet meer aan de frissche avondlucht die haar tot kalmte had -gebracht, aan die fluisterende schaduwen van het park, wier stemmen -haar hadden gesproken van vrede en geluk. De zinnelijke lusten eener -vurige natuur, de grillen eener oververzadigde vrouw ontwaakten -in haar. En boven haar lachte de zwartmarmeren sphinx met een -geheimzinnigen lach, alsof hij de, eindelijk onder woorden gebrachte, -begeerte gelezen had, die dit doode hart voor een wijle tot het leven -terugriep, de begeerte die lang duister bleef, dat "iets anders", -te vergeefs door Renée gezocht in de schommeling van haar kales, -in de fijne asch van den vallenden avond, dat haar zoo plotseling -ontsluierd werd onder het helle licht, in dien tuin vol vuur, op het -zien van Louise en Maxime, lachend en spelend, hand in hand. - -Op dit oogenblik klonken stemmen uit een prieel dichtbij, waarin -Saccard de heeren Mignon en Charrier geleid had. - ---Heusch niet, mijnheer Saccard, zeide laatstgenoemde met zijn lispende -stem, wij kunnen het voor niet meer dan tweehonderd francs den meter -van u terugkoopen. - -En de scherpe stem van Saccard daartegen in: - ---Maar in mijn aandeel hebt u mij tweehonderd vijftig francs voor -den meter gerekend. - ---Nu, luister eens, dan zullen we het op tweehonderd vijf en twintig -stellen. - -En de ruwe stemmen klonken voort, met een vreemden klank onder de -afhangende takken der palmboomen. Maar zij gingen als een ijl geluid -door den droom van Renée, die met een bedwelmende verlokking een -onbekend genot voor zich zag oprijzen, een genot warm van misdadigheid, -scherper dan al de genietingen die zij reeds gesmaakt had, de laatste -vreugde die haar nog te genieten over bleef. Zij was niet vermoeid -meer. - -De heester waarachter zij halfverscholen stond, was een giftige plant, -een tanghinia uit Madagascar, met groote bladeren en witachtige -stengels, wier kleinste ribben een vergiftige melk uitdruppelen. - -En op het oogenblik dat Louise en Maxime harder lachten, in den gelen -weerschijn, in den zonsondergang van het kleine salon, nam Renée, -die daar stond met een droge prikkeling in de keel, zonder zich recht -bewust te zijn van hetgeen zij deed, een tak van de tanghinia, die -haar tot aan den mond reikte, tusschen de lippen en beet in een dier -bittere bladeren. - - - - - - - -II. - - -Aristide Rougon streek na de gebeurtenissen van den 2en December op -Parijs neer, met den fijnen reuk van een roofvogel, die op grooten -afstand een slagveld ruikt. Hij kwam uit Plassans, een onder-prefectuur -van het Zuiden, waar zijn vader eindelijk uit het troebele water -der verwikkelingen een reeds lang begeerde ontvangersplaats had -opgevischt. Nadat hij zich in zijn jeugdige onervarenheid als een dwaas -had bloot gegeven, zonder dat het hem eer of voordeel had opgeleverd, -moest hij zich gelukkig achten dat hij heelshuids uit het slaggewoel -ontkomen was. Hij kwam aansnellen, met nijd in het hart, dat hij op -een dwaalspoor was geraakt; hij verwenschte zijn provinciestadje, hij -sprak over Parijs met de hongerige begeerte van een wolf, hij zwoer -"dat hij zoo dom niet meer zou zijn", en de scherpe glimlach waarmee -hij deze woorden vergezeld deed gaan, kreeg op zijn dunne lippen een -verschrikkelijke beteekenis. - -In de eerste dagen van 1852 kwam hij aan. Hij bracht zijn vrouw -Angèle mee, een blond, onbeduidend persoontje, dat hij in een kleine -woning in de rue Saint-Jacques onder dak bracht, als een lastig meubel -waarvan hij zich zoo gauw mogelijk wilde ontdoen. De jonge vrouw had -niet willen scheiden van haar dochtertje, de kleine Clotilde, een -vierjarig kind, dat de vader graag aan de zorg van de familie had -overgelaten. Hij had aan Angèle's wensch slechts toegegeven onder -voorwaarde dat hun zoon Maxime, een jongen van elf jaar, voor wien -zijn grootmoeder had beloofd te zullen zorgen, op het gymnasium te -Plassans zou blijven. - -Aristide wilde de handen vrij hebben; een vrouw en een kind waren in -zijn oog reeds een drukkende last voor een man, die vastbesloten had -alle hindernissen over te springen, al moest hij er de lendenen bij -breken of in de modder tuimelen. - -Op den eigen avond van hun aankomst, terwijl Angèle de koffers -uitpakte, voelde hij een onbedwingbaren lust in zich opkomen Parijs -te doorkruisen, met zijn lompe buitenmansschoenen over die brandende -steenen te loopen, waaruit hij millioenen hoopte te slaan. Het -was een ware inbezitneming. Hij liep met geen ander doel dan om te -loopen, het eene trottoir af, het andere op, als in een overwonnen -land. Hij maakte zich niets diets omtrent den slag dien hij ging -leveren, en het stuitte hem niet tegen de borst zich bij een handigen -inbreker te vergelijken, die door list of geweld zijn aandeel in -den gemeenschappelijken rijkdom gaat bemachtigen, dat men hem tot -dusverre uit kwaadwilligheid geweigerd heeft. Indien hij behoefte -aan een verontschuldiging gevoeld had, dan had hij zijn begeerten -kunnen aanvoeren, die hij al tien jaar lang had moeten onderdrukken, -zijn kommerlijk bestaan in de provincie, zijn misslagen in de eerste -plaats, waarvoor hij de geheele maatschappij aansprakelijk stelde. - -Maar op dit oogenblik, in die aandoening van een speler, die eindelijk -zijn brandende handen op het groene laken legt, ging hij geheel op -in de vreugde, in zijn eigenaardige vreugde, waaruit de voldoening -van den afgunstige en de hoop van den ongestraften schelm spraken. - -De lucht van Parijs bracht hem in een roes, hij meende in het geratel -der rijtuigen de stemmen van Macbeth te hooren, die hem toeriepen: -Gij zult rijk zijn! - -Bijna twee uren liep hij zoo van de eene straat in de andere, -met den wellust van een man die zijn kwaden neigingen den vrijen -teugel geeft. Het was de eerste maal dat hij Parijs betrad sedert -het gelukkige jaar dat hij er als student had doorgebracht. - -De avond begon te vallen: in het helle schijnsel dat de koffiehuizen -en winkels op de trottoirs uitstraalden nam zijn droombeeld grooter -afmetingen aan; hij liep wakend te droomen. - -Toen hij de oogen opsloeg, bevond hij zich midden op den faubourg -Saint-Honoré. Een van zijn broers, Eugène Rougon, woonde in een -aangrenzende straat, rue de Penthièvre. Toen hij naar Parijs ging, -had Aristide hoofdzakelijk gerekend op Eugène, die eerst een der -krachtigste bevorderaars van den Staatsgreep geweest was en nu nog -in het geheim een grooten invloed uitoefende, een kleine advokaat -die zich tot een groot staatsman zou ontwikkelen. - -Maar met een dier bijgeloovigheden aan spelers eigen, wilde hij nog -dien avond niet bij zijn broer aankloppen. Hij drentelde naar de rue -Saint-Jacques terug, met een gevoel van afgunst als hij aan Eugène -dacht en naar zijn armoedige kleeren keek die nog geheel bestoft van -de reis waren; daarop trachtte hij zich te troosten, door zich weer -in zijn droomen van rijkdom te verdiepen. Maar die droomen zelfs -waren bitter geworden. - -Terwijl hij uitgegaan was in een behoefte aan verruiming en door -de bedrijvige winkeldrukte van Parijs in een vroolijke stemming was -gebracht, keerde hij nu naar huis terug, verbitterd door het geluk dat -hij overal op straat meende ontmoet te hebben; nog woester geworden, -stelde hij zich in de gedachte een hardnekkigen strijd voor, waarin -hij met genoegen die menigte, die hem op de trottoirs terzijde had -gedrongen, zou verschalken en verslaan. Nooit had hij zulke groote -verlangens in zich voelen opkomen, zulke rechtstreeksche begeerten -naar genot. - -Den volgenden dag was hij al vroeg bij zijn broer. Eugène bewoonde -twee groote, kille, ternauwernood gemeubileerde kamers, die Aristide -deden rillen. Hij had gedacht dat zijn broer zich in weelde baadde. - -Deze zat aan een zwart tafeltje te werken. Glimlachend zei hij enkel, -met zijn langzame manier van spreken: - ---O, ben jij het, ik verwachtte je. - -Aristide was heel scherp. Hij beschuldigde Eugène dat hij hem -in nooddruft had gelaten, dat hij hem zelfs niet bij wijze van -aalmoes een goeden raad had gegeven, terwijl hij in de provincie -voortploeterde. Hij zou het zich zelf nooit vergeven, dat hij tot den -2en December republikeinsch gezind was gebleven; daar zou hij altijd -met ergernis en schaamte aan denken. - -Eugène had intusschen kalmpjes zijn pen weer ter hand genomen. - -Toen Aristide uitgesproken had, antwoordde hij: - ---Kom kom, alle misslagen laten zich goed maken. Je hebt nog een -goede toekomst vóór je. - -Hij sprak die woorden met zooveel klem en keek Aristide daarbij -zoo doordringend aan, dat deze het hoofd boog, wel gevoelende dat -zijn broer tot in het diepst van zijn gemoed las. Deze ging op een -vriendschappelijk lompen toon voort: - ---Je komt hier om een betrekking door mij te krijgen, niet waar? Ik -heb wel aan je gedacht, maar ik heb nog niets voor je gevonden. Je -begrijpt wel dat ik je niet overal in duwen kan. Jij moet een baantje -hebben waar je je zaakjes kan opknappen zonder gevaar voor jou zelf -of voor mij.... Houd je maar niet zoo verontwaardigd, we zijn alleen, -we mogen elkaar de waarheid wel zeggen. - -Aristide koos de wijste partij en lachte. - ---O, ik weet wel dat je slim bent, ging Eugène voort, en dat je geen -dwaasheden meer zal uithalen, die je niets opleveren. Zoodra er zich -een goede gelegenheid voordoet, zal ik je een betrekking bezorgen. Heb -je soms voor dien tijd een tientje noodig, kom het me dan maar vragen. - -Zij bleven nog een poosje doorpraten over den opstand in het Zuiden, -waarbij hun vader zijn ontvangersplaats had verdiend; middelerwijl -kleedde Eugène zich aan. Op straat hield hij zijn broer nog even terug, -toen deze een anderen kant uitging, en zei zachtjes: - ---Je zult me een pleizier doen als je je niet te veel op straat -vertoont; wacht liever thuis de betrekking af, die ik je beloof.... Ik -zou niet graag zien, dat mijn broer als een baantjesjager bekend -zou staan. - -Aristide had ontzag voor Eugène, dien hij als een bij uitstek flinken -kerel beschouwde. Hij vergaf hem zijn wantrouwen niet en zijn ietwat -ruwe openhartigheid evenmin, maar hij ging zich heel gedwee in de rue -Saint-Jacques opsluiten. Hij was aangekomen met vijfhonderd francs die -zijn schoonvader hem geleend had. Na aftrek van de reiskosten, bleven -er driehonderd francs over, waarmee hij een maand kon rondkomen. Angèle -was een groote eetster, en bovendien achtte zij het hoognoodig dat -haar galatoilet eens met een stel mauve linten opgefrischt werd. - -Die maand wachtens scheen Aristide oneindig toe. Hij brandde van -ongeduld. Als hij aan het venster ging staan en de reusachtige -bedrijvigheid van Parijs onder zich gewaar werd, bekroop hem soms de -lust om met één sprong in dien smeltoven terecht te komen, om er het -goud met zijn koortsachtige handen als was te kneden. Hij snoof die -nog zacht suizende ademtochtjes op, die uit de wereldstad opstegen, -die ademtochtjes van het opkomende keizerrijk, die reeds doortrokken -waren van de geuren van koppelarijen en zwendelarijen, van de warmten -der genietingen. De lichte uitwasemingen die tot hem opstegen, zeiden -hem dat hij op het goede spoor was, dat het wild voor hem uit liep, -dat de groote keizerlijke jacht, de jacht op avonturen, vrouwen en -millioenen, eindelijk begon. Zijn neusvleugels trilden, zijn instinct -van uitgehongerd dier rook met een bewonderenswaardig fijnen reuk, -welk een kostelijken buit de stad hem zou opleveren. - -Tweemaal ging hij naar zijn broer, om hem meer spoed te doen -maken. Eugène ontving hem tamelijk norsch, herhaalde zijn verzekering -dat hij hem niet vergat, maar dat hij geduld moest oefenen. Eindelijk -ontving hij een brief waarin hij verzocht word in de rue de Penthièvre -aan te komen. Hij ging er heen met een kloppend hart, als gold het -een samenkomst met een geliefde. - -Hij vond Eugène als altijd, aan zijn zwart tafeltje, in de groote -kille kamer die hem tot kantoor diende. Zoodra hij hem bemerkte, -reikte de advokaat hem een papier toe, met de woorden: - ---Hier, ik heb gisteren iets voor je gekregen. Je bent benoemd aan -het stadhuis, tot adjunct-opzichter over de wegen en straten. Je -krijgt een traktement van vier en twintig honderd francs. - -Aristide was blijven staan. Hij werd bleek en wilde het papier niet -aannemen, denkende dat zijn broer hem voor den gek hield. Hij had -minstens op zesduizend francs gerekend. Eugène ried wat in hem omging -en met een driftige beweging zijn stoel omkeerende, kruiste hij de -armen over de borst en vroeg met ingehouden toorn: - ---Je bent toch niet gek?.... Je houdt er zeker van die meisjesdroomen -op na? Je zou op mooie kamers willen wonen, dienstboden houden, -lekker eten, onder zijden dekens slapen, in de armen van de eerste -de beste aan je lusten voldoen, in een boudoir dat in een paar uur -gemeubileerd is.... Als we jou en jouwsgelijken lieten begaan, dan zou -je de koffers leegmaken voor dat ze nog vol waren. Maar, mijn hemel, -heb dan toch een beetje geduld! Zie hoe ik leef, en doe ten minste -de moeite te bukken om een fortuin op te rapen. - -Hij sprak met diepe minachting over het jongensachtige ongeduld van -zijn broer. In zijn ruwe manier van spreken voelde men een hoogere -eerzucht, een begeerte naar louter macht; die naïeve zucht naar geld -leek hem ongetwijfeld burgerlijk en kinderachtig toe. Ietwat zachter -gestemd, ging hij met een fijn glimlachje voort: - ---Zeker, je neigingen zijn uitstekend, ik denk er niet aan ze tegen -te werken. Menschen zooals jij zijn onschatbaar. We zijn wel degelijk -van plan onze vrienden onder de grootste hunkeraars te kiezen. Maak je -maar niet ongerust, we zullen voor een ieder opdisschen, en de grootste -hongerlijders zullen verzadigd worden. Dat is nog de gemakkelijkste -manier om te regeeren.... Maar wacht dan toch in 's hemelsnaam tot -de tafel gedekt is, en als ik je een goeden raad mag geven, doe de -moeite zelf je bord uit de keuken te halen. - -Aristide bleef donker kijken. De vriendelijke vergelijkingen van zijn -broer verdreven zijn rimpels niet. Toen kon Eugène zijn kwaadheid -niet bedwingen: - ---Kijk! riep hij uit, ik kom weer tot mijn eerste opinie terug: je -bent gek.... Wat had je dan toch eigenlijk gedacht dat ik met jouw -doorluchtige persoontje zou doen? Je hebt niet eens den moed gehad je -laatste examen te doen; je hebt je tien jaar lang met het armzalig -baantje van klerk bij een onder-prefectuur beholpen, je komt bij me -met de allerongunstigste reputatie van een republikein, die eerst -na den Staatsgreep van overtuiging veranderd is.... Denk je soms dat -jij, met zoo'n conduite-staat, het nog tot minister brengen zal? Ja, -éen ding heb je voor, dat weet ik, en dat is je woeste begeerte om -er door alle mogelijke middelen bovenop te komen. Dat is een groote -deugd, dat geef ik toe, en met het oog daarop heb ik je ook aan het -Stadhuis geplaatst zien te krijgen. - -En opstaande drong hij Aristide zijn benoeming in de hand. - ---Neem aan, ging hij voort, je zult me er eens voor danken. Ik heb -zelf de betrekking gekozen, ik weet wat je er uit halen kan.... Houd -je oogen en je ooren maar goed open. Met een beetje doorzicht, zal je -begrijpen wat je te doen staat.... Maar onthoud goed wat ik je nu nog -te zeggen heb. We gaan een tijd tegemoet, waarin men op allerlei wijzen -fortuin kan maken. Verdien veel geld, daar heb ik niets op tegen: -maar geen domheden, geen opspraak, of ik trek mijn handen van je af. - -Deze bedreiging had de uitwerking, die zijn beloften niet teweeg -hadden kunnen brengen. Het koortsachtig verlangen van Aristide -gloeide weer op bij de gedachte aan dat fortuin waarop zijn broer -zinspeelde. Hij kreeg een gewaarwording alsof men hem eindelijk los -liet in de kloppartij en hem machtigde de lui te wurgen, maar op een -wettige manier, zonder ze al te hard te laten schreeuwen. - -Eugène gaf hem tweehonderd francs om er die maand mee toe te komen. - -Daarop verzonk hij in gedachten. - ---Ik ben van plan een anderen naam aan te nemen, zei hij eindelijk; -jij moest dat ook doen.... We zouden elkaar minder hinderen. - ---Zooals je wilt, antwoordde Aristide kalmpjes. - ---Je hoeft je met niets te bemoeien, ik zal wel voor de formaliteiten -zorgen.... Wil je Sicardot heeten, naar je vrouws naam? - -Aristide richtte den blik naar de zoldering, sprak den naam eenige -keeren achtereen uit, luisterde goed naar den klank van de lettergrepen -en zei: - -.... Sicardot.... Aristide Sicardot.... Neen, dank je; dat is een -goede naam voor een ouden sok, en dat ruikt naar een failliet. - ---Zoek dan wat anders, zei Eugène. - ---Ik had liever kortweg Sicard, hernam de ander een poosje later; -Aristide Sicard,.... niet zoo kwaad.... vind je niet? misschien een -beetje vroolijk.... - -Hij dacht nog een oogenblik na, en met een zegevierend gezicht: - ---Ik ben er, ik heb het gevonden, riep hij uit.... Saccard, - -Aristide Saccard!.... met twee c's. Hè! er zit geld in dien naam, -het lijkt wel of men rijksdaalders telt. - -Eugène was wreed als hij schertste. Hij nam lachend afscheid van zijn -broer en zei: - ---Ja, een naam om er mee naar de galeien te gaan of om er millioenen -mee te verdienen. - -Een paar dagen later was Aristide Saccard op het stadhuis. Daar hoorde -hij dat zijn broer heel wat invloed had moeten aanwenden om hem zonder -de gebruikelijke examens geplaatst te krijgen. - -Toen begon voor het huishouden het eentonige leven der kleine -ambtenaartjes. Aristide en Angèle richtten hun levenswijs weer in -zooals in Plassans, met dit verschil echter, dat zij de hoop op een -plotseling fortuin moesten laten varen; en hun armelijke levenswijs -drukte hen meer, omdat zij haar beschouwden als een proeftijd waarvan -zij den duur niet vooruit konden bepalen. - -In Parijs arm zijn, is dubbel armoe lijden. Angèle schikte zich in -de ellende met het gemis aan veerkracht van een bleekzuchtige vrouw; -zij bracht haar dagen in de keuken door, of lag op den grond met haar -dochtertje te spelen en klaagde niet voordat zij aan haar laatsten -rijksdaalder was. - -Maar Aristide beefde van woede om die armoede, om dat bekrompen -bestaan, waarin hij rondliep als een wild dier dat opgesloten is -in zijn hok. Het was voor hem een tijd van namelooze kwelling; zijn -ijdelheid was gekwetst, zijn onbevredigde hartstochten zweepten hem -onbarmhartig voort. - -Zijn broer slaagde er in als afgevaardigde van het arrondissement -Plassans in het Wetgevend lichaam te komen; nu voelde hij zijn lijden -nog meer. Hij gevoelde de meerderheid van Eugène te goed om dwaas -jaloersch te zijn; hij beschuldigde hem alleen, dat hij niet voor -hem deed wat hij kon. - -Meer dan eens dreef de noodzakelijkheid hem er toe bij hem aan te -kloppen om geld. Eugène leende het hem, maar verweet hem op ruwen -toon zijn gebrek aan moed en wilskracht. Dat maakte Aristide nog -stijfhoofdiger. Hij zwoer dat hij niemand meer een cent zou vragen, -en hij hield woord. De laatste week der maand at Angèle zuchtend -droog brood. - -Deze leerschool voltooide de vreeselijke opvoeding van Saccard. Zijn -lippen werden dunner; hij was zoo dwaas niet meer om van zijn -millioenendroomen te spreken, zijn magere persoonlijkheid werd karig -met woorden en drukte nog slechts één overheerschend denkbeeld, -één streven uit. Wanneer hij zich van de rue Saint-Jacques naar -het stadhuis spoedde, klonken zijn afgeloopen hakken driftig op de -trottoirs en hij knoopte zich in zijn versleten overjas als in een -toevluchtsoord van haat, terwijl zijn speurhondenneus de lucht in de -straten opsnoof. Hoekig beeld van de afgunstige armoede die men door -de straten van Parijs ziet ronddolen, peinzende over de middelen om -tot fortuin te geraken en ongebreidelde hartstochten bot te vieren. - -Omstreeks het begin van 1853 werd Aristide Saccard benoemd tot -opzichter der wegen. Hij verdiende nu vierduizend vijfhonderd -francs. Deze verhooging kwam wel te pas; Angèle kwijnde weg, de kleine -Clotilde werd met den dag bleeker. Hij bleef in zijn beknopte woning, -bestaande uit een eetkamer met notenhouten en een slaapkamer met -mahoniehouten meubelen; hij bleef ook even spaarzaam, en stak zich niet -in schulden, daar hij zijn handen eerst dan naar het geld van anderen -wou uitsteken, wanneer hij ze er tot de ellebogen in kon dompelen. Zoo -verloochende hij zijn natuurlijken aard; met trotsche geringschatting -voor de paar stuivers die hij meer kreeg, bleef hij op den loer. - -Angèle was volmaakt gelukkig. Zij kocht een paar snuisterijen en deed -iederen dag haar broche aan. Zij begreep niets meer van de stomme -woede van haar man, van zijn sombere gelaatsuitdrukking, als peinsde -hij zich moe op de oplossing van een geducht moeielijk vraagstuk. - -Aristide volgde Eugène's raad op: hij luisterde en hij keek toe. Toen -hij zijn broer voor zijn bevordering ging bedanken, begreep deze welk -een ommekeer in hem had plaats gehad; hij gaf hem een pluimpje over -hetgeen hij zijn goed gedrag noemde. De ambtenaar, dien de afgunst -innerlijk onbuigzaam maakte, was uiterlijk meegaande en vleiend -innemend geworden. - -In weinige maanden werd hij een volleerd tooneelspeler. Zijn zuidelijke -verbeeldingskracht was geheel in hem ontwaakt, en hij bracht het -zoover in de kunst, dat zijn collega's op het stadhuis hem voor -een goeden kerel hielden, die door zijn nauwe verwantschap met een -afgevaardigde bij voorbaat was aangewezen voor de een of andere hooge -betrekking. Om die zelfde reden behandelden zijn chefs hem ook met -een bijzondere welwillendheid. - -Zoo werd hij meer ontzien dan met zijn betrekking overeen kwam, en -daardoor kon hij zekere deuren openen en zijn neus in zekere doozen -steken, zonder dat er iets ongeoorloofds in zijn onbescheidenheid -gezien werd. - -Twee jaren lang zag men hem in alle gangen snuffelen, in alle zalen -toeven, twintigmaal op een dag opstaan, om met een collega een praatje -te gaan maken, een order over te brengen, een uitstapje door alle -bureaux te gaan maken, eeuwigdurende wandelingen die zijn collega's -de opmerking in den mond gaven: "Die drommelsche provençaal! Hij kan -geen minuut op zijn plaats blijven, hij heeft kwik in zijn beenen." - -Zijn vertrouwde kennissen hielden hem voor een luiaard, en de brave -man lachte, wanneer zij hem beschuldigden, dat hij er slechts op uit -was om een paar minuten aan de administratie te ontstelen. - -Nooit beging hij de fout om aan de deuren te staan luisteren; maar -hij had zoo'n besliste manier om de deuren te openen, de kamer door te -wandelen, met een papier in de hand, een nadenkend gezicht en een zoo -langzamen en regelmatigen tred, dat hem geen woord van de gesprekken -ontging. Het was een geniale taktiek, men hield eindelijk zijn woorden -niet meer in als men dien ijverigen ambtenaar voorbij zag loopen, -die zoo verdiept in zijn bezigheden scheen en zoo bescheiden door de -bureaux liep. - -Hij paste nog een andere methode toe: hij was uiterst gedienstig, -hij bood zijn collega's zijn hulp aan, zoodra zij met hun werk ten -achteren waren, en dan bestudeerde hij de registers en de documenten -die hem onder de oogen kwamen, met een hartelijke belangstelling. Maar -een zijner pekelzonden was, dat hij vriendschap aanknoopte met de -kantoorknechts. Hij gaf ze zelfs de hand. Uren lang liet hij ze -praten op de portalen, met gesmoorde lachjes allerlei verhaaltjes -opdisschende en zijn best doende hen uit te hooren. De goede menschen -hadden verbazend veel met hem op, en zeiden van hem: "Die is tenminste -niet trotsch." - -Zoodra er iets bijzonders gebeurde, was hij er het eerst van -onderricht. Op die wijze had het Stadhuis voor hem geen geheimen -meer. Hij kende het heele personeel, tot zelfs den geringsten -lampenopsteker, en al de paperassen, tot zelfs de rekeningen der -waschvrouwen. - -Op dit tijdstip bood Parijs voor een man als Aristide Saccard een -allerbelangwekkendst schouwspel. Het keizerrijk was afgekondigd, -na die bekende reis waarop de prins-president er in geslaagd was -de geestdrift van enkele bonapartistische departementen te doen -ontvlammen. Er was stilte ontstaan op de tribune en in de pers. - -De maatschappij, ten tweeden male gered, wenschte zich geluk, -ging te rust, sliep eens goed uit, nu een krachtig bestuur haar -beschermde en haar zelfs onthief van de zorg om te denken en haar -zaken te regelen. Het grootste hoofdbreken van de maatschappij was, -te weten met welke vermaken zij den tijd zou dooden. Zooals Eugène -Rougon het heel gelukkig uitdrukte, ging Parijs aan tafel en dacht -aan de kwinkslagen bij het dessert. - -Politiek werd een schrikbeeld, een gevaarlijk goedje. De vermoeide -geest zocht de zaken en de genoegens op. Die iets bezaten, groeven -hun geld weer op, en die niets bezaten zochten in hoekjes en gaatjes -schatten, die mogelijk achtergelaten waren. Op den bodem van al dat -gewoel trilde het nauw merkbaar, ontstond er een rammelend geluid van -rijksdaalders, hoorde men een helder vrouwengelach, het nog zwakke -gerinkel van vaatwerk en het klinken van kussen. - -In de diepe stilte der herstelde orde, in den vrede der nieuwe -regeering stegen allerlei aangename geluiden op, die hoop gaven -op goud en wellust. Het scheen alsof men voorbij een dier kleine -huisjes ging, waarvan de zorgvuldig neergelaten gordijnen slechts -schaduwen van vrouwen laten doorschemeren en waar men het goud op -den schoorsteenmantel hoort klinken. - -Het keizerrijk zou Parijs tot de beruchtste plek van Europa maken. Dat -handjevol gelukzoekers dat een troon gestolen had, had behoefte aan -een regeering vol avonturen, kwade praktijken, verkochte gewetens, -betaalde vrouwen, een geweldigen en algemeenen roes van verzadiging. - -En in de stad, waar het Decemberbloed ternauwernood was weggewischt, -ontwikkelde zich reeds, aanvankelijk nog schroomvallig, die -buitensporige zucht naar genietingen, die Frankrijk op de lijst der -verdorven en onteerde natiën zou plaatsen. - -Aristide Saccard voelde al in de eerste dagen dien opkomenden vloed van -de speculatie, die heel Parijs overschuimen zou. Hij gaf nauwlettend -acht op de vorderingen die zij maakte. Hij bevond zich midden in den -warmen regen van goudstukken die dicht op de daken der stad neerviel. - -In zijn onophoudelijke tochten door het Stadhuis, was hij achter -het groote ontwerp van de gedaanteverwisseling van Parijs gekomen, -het plan om geheele huizenrijen af te breken, nieuwe verkeerswegen, -nieuwe wijken te scheppen, van die ontzettende speculatie op den -verkoop van terreinen en huizen, die in alle hoeken der stad een -strijd van tegen elkander indruischende belangen deed ontstaan, -en voedsel gaf aan een buitensporige weelde. - -Sedert dien tijd had zijn bedrijvige geest een doel gevonden. Van dit -oogenblik af begon hij op te vroolijken. Hij begon zelfs minder mager -te worden, hij liep niet meer door de straten als een magere kat, -die loert op haar prooi. Op zijn bureau was hij onderhoudender en -gedienstiger dan ooit. Zijn broer, bij wien hij eenigszins officiëele -bezoeken ging afleggen, wenschte hem geluk dat hij zijn raadgevingen -zoo getrouw opvolgde. - -Tegen den aanvang van het jaar 1854 vertelde Saccard hem in vertrouwen -dat hij verscheidene zaken op het oog had, maar daarvoor aanzienlijke -voorschotten noodig had. - ---Dan zoek je die maar, zei Eugène. - ---Je hebt gelijk, ik zal zoeken, antwoordde hij zonder de minste -verstoordheid, alsof hij niet bemerkte dat zijn broer weigerde hem -de benoodigde fondsen te verschaffen. - -Over die eerste fondsen peinsde hij zich dikwijls moe. Zijn plan had -hij in het hoofd, iederen dag bracht hij het meer tot rijpheid. Maar -de eerste duizend francs kon hij niet vinden. Zijn verlangen werd met -den dag grooter; ten slotte keek hij iedereen met een zenuwachtigen, -doordringenden blik aan, alsof hij verwachtte dat de eerste de -beste voorbijganger hem het geld zou leenen. Thuis bleef Angèle haar -vergeten, gelukkig leven leiden. Hij daarentegen loerde op een goede -gelegenheid, en zijn gulle lach werd bitterder naarmate die gelegenheid -zich langer liet wachten. - -Aristide had een zuster in Parijs. Sidonie Rougon was getrouwd met -een procureursklerk uit Plassans, die met haar in de rue Saint-Honoré -een zaak in zuidvruchten was begonnen. - -Toen haar broer haar weervond, was de man verdwenen, en de zaak al -lang te niet. Zij woonde in de rue du Faubourg Poissonnière, op een -tusschenverdieping die uit drie kamers bestond. Zij had ook den winkel -onder haar vertrekken in huur; het was een bekrompen, geheimzinnige -winkel, waarin zij voorgaf een zaak in kantwerken te drijven; inderdaad -hingen er in de winkelkast eindjes guipure en valencienne op vergulde -roedjes; maar als men binnentrad, zou men zich in een voorkamer gewaand -hebben met glimmende lambrizeering, zonder een schijn van winkelwaar. - -De deur en de uitstalkast waren voorzien van lichte gordijnen, die -den nieuwsgierigen blik der voorbijgangers beletten in den winkel -te kijken, en hem het stille, halfduistere voorkomen gaven van een -wachtkamer, die toegang geeft tot een onbekend heiligdom. - -Het gebeurde zelden dat men een klant bij mevrouw Sidonie zag -binnenkomen; meestal zelfs was de kruk van de deur afgenomen. In -de buurt luidde haar praatje, dat zij haar kanten zelf bij de rijke -dames ging aanbieden. De inrichting van haar vertrekken was de eenige -oorzaak, zei zij, dat zij den winkel er bij gehuurd had; beiden -stonden met elkander in verbinding door een in den muur verborgen trap. - -De kantverkoopster was inderdaad altijd buitenshuis; tienmaal op een -dag zag men haar met zekere gejaagdheid uit- en ingaan. - -Trouwens, haar handel bestond niet enkel uit kant, zij maakte zich -de ruimte van haar tusschenverdieping ten nutte en vulde die met -allerlei voorraad, hier en daar bijeengegaard. Zij had er caoutchouc -artikelen verkocht, mantels, schoenen, bretels enz.; daarna zag men er -achtereenvolgens een nieuwe soort haarolie, orthopedische instrumenten, -een automatische koffiekan, een gepatenteerde uitvinding, waarvan de -verkoop haar zeer veel last bezorgde. - -Toen haar broer haar kwam opzoeken, had zij een agentuur in piano's, -en waren haar kamers opgepropt met die instrumenten; ze stonden zelfs -in haar slaapkamer, een sierlijk ingericht vertrek, dat heel vreemd -afstak bij den winkelrommel van de twee andere kamers. - -Zij dreef deze twee zaken scherp afgescheiden; de klanten die voor -de koopwaren van de tusschenverdieping kwamen, uit en in door een -koetspoort, die het huis in de rue Papillon had; men moest in het -geheim van de trap ingewijd zijn om te weten dat de kantenverkoopster -er twee zaken op nahield. - -In haar woning noemde zij zich mevrouw Touche, haar mans naam, -terwijl de winkeldeur alleen haar voornaam vermeldde, zoodat zij -algemeen mevrouw Sidonie genoemd werd. - -Mevrouw Sidonie was vijf en dertig jaar; maar zij kleedde zich met -zoo'n achteloosheid, zij had zoo weinig vrouwelijks in haar manieren, -dat men haar veel ouder zou geschat hebben. Om de waarheid te zeggen, -had zij geen leeftijd. Zij droeg onveranderlijk een zwarte japon, -kaal in de plooien, verkreukt en glimmend door het dragen, die aan -een advokaten-toga deed denken, versleten tegen het hout van de balie. - -Met een zwarten hoed op het hoofd, die haar tot in de oogen zakte -en haar kapsel verborg, met groote schoenen aan de voeten, draafde -zij door de straten met een mandje aan den arm, waarvan de hengsels -met touwtjes versteld waren. Die onafscheidelijke mand bevatte een -wereld van zaken. Wanneer zij open ging, kwamen er allerhande stalen -uit, agenda's, portefeuilles, en vooral bundels gezegeld papier, wier -onleesbaar schrift zij met bijzondere handigheid ontcijferde. Er stak -iets van een makelaar en van een deurwaarder in haar. Zij leefde in -protesten, assignaties, exploiten; wanneer zij voor tien francs pommade -of kant verkocht had, drong zij zich bij haar klant in de gunst, -werd haar zaakwaarnemer, liep voor haar de procureurs, advokaten en -rechters af. Zij liep aldus weken lang rond met heele dossiers in haar -mandje, zich afslovende om Parijs van het eene eind naar het andere -te doorkruisen, op haar kippendrafje, zonder ooit een rijtuig te nemen. - -Het zou moeielijk geweest zijn te zeggen welk voordeel zij uit een -dergelijk beroep trok; zij oefende het in de eerste plaats uit door een -instinktmatige voorliefde voor zaken, die niet pluis waren; dan trok -zij er een menigte kleine voordeeltjes uit: diners rechts en links, -een gulden hier en een gulden daar. - -Maar de winst die bij haar het zwaarst woog, haalde zij uit de -vertrouwelijke mededeelingen die zij overal ontving en die haar -op het spoor brachten van menig zaakje, waar zij voordeel uit kon -slaan. Altijd in eens andermans huis, in eens anders zaken, was zij -een levend koopmansregister van vraag en aanbod. Zij wist families, -waar men er belang bij had de dochter dadelijk te laten trouwen, -een familie die drieduizend francs noodig had, een ouden heer die de -drieduizend francs wel zou willen leenen, maar op zeker onderpand en -tegen hoogen intrest. Zij wist nog teerder geheimen, het verdriet van -een blonde dame die door haar man niet begrepen werd, en die verlangde -begrepen te worden; den geheimen wensch van een goede moeder die haar -dochter voordeelig hoopte te plaatsen, den smaak van een baron voor -intieme soupeetjes en heel jonge meisjes. - -Al die vragen en aanbiedingen bracht zij met haar flauwen glimlach -over; zij liep twee uur achtereen om haar klanten met elkander in -aanraking te brengen; zij zond den baron naar de goede moeder, bewoog -den ouden heer er toe de drieduizend francs aan de in geldverlegenheid -zittende familie te leenen, vond troost voor de blonde dame en een -weinig kieskeurigen echtgenoot voor het meisje dat trouwen moest. - -Zij had ook groote zaken, zaken waarvoor zij hardop kon uitkomen, en -waarvan zij den mond vol had tegenover de lui die met haar in aanraking -kwamen; een langdurig proces dat een geruïneerde adellijke familie -haar had opgedragen te volgen, en een schuld door Engeland tegenover -Frankrijk ten tijde der Stuarts aangegaan, waarvan het bedrag, -met intrest op intrest, bijna drie milliard beliep. Die schuld van -drie milliard was haar stokpaardje; zij legde de zaak haarfijn uit, -hield een heelen cursus in geschiedenis, en een blos van opwinding -steeg naar haar wangen, die gewoonlijk slap en geel als was waren. - -Soms wist zij tusschen een boodschap bij een deurwaarder en een -bezoek bij een vriendin, een koffiekan, een caoutchouc mantel of een -stuk kant te verkoopen of een piano te verhuren. Dat was voor haar -een kleinigheid. Dan haastte zij zich weer naar haar winkel terug, -waar een klant haar verwachtte om een stuk chantilly te zien. De -klant kwam, gleed als een schaduw den stillen halfduisteren winkel -binnen. En het gebeurde ook vaak, dat een heer die door de koetspoort -van de rue Papillon was binnengekomen, op hetzelfde uur de piano's -van mevrouw Touche op de bovenkamers kwam zien. - -Indien mevrouw Sidonie niet rijk werd, dan kwam dit omdat zij dikwijls -uit liefde voor de kunst werkte. Liefhebster als zij was van een -rechtsgeding, vergat zij haar eigen zaken voor die van anderen; zij -liet zich door de deurwaarders villen, wat haar trouwens genietingen -gaf, die alleen pleitzuchtige lieden kennen. - -De vrouw stierf in haar weg, zij was nog slechts een zaakwaarnemer, -een tusschenpersoon die ieder uur van den dag op straat te zien was, -met de onmogelijkste koopwaar in haar onafscheidelijk mandje, van alles -verkoopende, van milliarden droomende, en bij den kantonrechter voor -een begunstigde klant een vordering van tien francs betwistende. Klein, -mager, bleek, gekleed in die dunne zwarte japon die uit de toga van -een pleiter geknipt scheen, zag zij er verschrompeld uit, en als men -haar langs de huizen zag trippelen, zou men haar voor een als meisje -verkleeden boodschappenjongen gehouden hebben. - -Haar gelaatskleur had de bleekheid van zegelpapier. Haar lippen -glimlachten flauwtjes, terwijl haar oogen den warboel weerspiegelden -van de zaken en de menigvuldige beslommeringen waarmee zij haar -hersens vol stopte. Bescheiden en beschroomd in haar manieren, met iets -dat rook naar den biechtstoel of het vertrek van een verloskundige, -deed zij zich zacht en moederlijk voor, als een non die afstand gedaan -heeft van de wereldsche neigingen en medelijden heeft met het zieleleed -van anderen. - -Zij sprak nooit van haar man, en evenmin van haar kindsheid, haar -familie of haar belangen. Er was maar één ding dat zij niet verkocht, -dat was haar zelve, niet omdat zij gewetensbezwaar daartegen zou -hebben, maar omdat de gedachte aan dien koop niet in haar op kon -komen. Zij was zoo droog als een factuur, koud als een protest, -en als het er op aankwam zoo onverschillig en grof als een -deurwaardersgetuige. - -Saccard, zoo kersversch uit zijn provincie, kon eerst geen inzicht -krijgen in de verscheidenheid van beroepen, die mevrouw Sidonie -uitoefende. Daar hij een jaar in de rechten gestudeerd had, sprak -zij eens met een ernstig gezicht over de drie milliard, wat hem een -geringen dunk van haar verstand gaf. Zij kwam eens snuffelen in zijn -woning, had met éen blik Angèle beoordeeld, en verscheen eerst weer -als zij toevallig een boodschap in de buurt had of behoefte gevoelde de -drie milliard weer eens ter sprake te brengen. Angèle was belang gaan -stellen in de geschiedenis van de Engelsche schuld. De makelaarster -reed op haar stokpaardje, een uur lang liet zij het goud stroomen. - -Dat was de barst in dien schranderen geest; de dwaasheid, waarmee -zij haar leven, dat in een armzaligen handel verloren ging, suste; -het toovermiddel waarmee zij, met haar, de lichtgeloovigsten van haar -klanten in geestdrift bracht. - -Met volle overtuiging begon zij eindelijk zelfs over de drie milliard -als haar persoonlijk fortuin te spreken, dat de rechters haar vroeg of -laat moesten toewijzen. Dit gaf een wonderschoonen stralenkrans om haar -armoedig zwart hoedje, waarop een paar verbleekte viooltjes wiegelden -op geelkoperen steeltjes, waarvan het omkleedsel afgesleten was. - -Angèle zette verbazend groote oogen op. Herhaalde malen sprak zij -tegen haar man met ontzag over haar schoonzuster, bewerende dat -mevrouw Sidonie hen misschien nog eens rijk zou maken. - -Saccard haalde de schouders op; hij was den winkel en de bovenkamers -van den Faubourg Poissonnière eens gaan opnemen, en hij voorzag dat -die zaak spoedig failliet zou gaan. - -Hij wenschte Eugène's opinie over hun zuster te vernemen, maar deze -werd ernstig en antwoordde alleen dat hij haar nooit zag, dat hij wist -dat zij heel slim was, misschien de familie een beetje in opspraak -kon brengen. Maar toen Saccard een poos later in de rue de Penthièvre -terugkwam, verbeeldde hij zich, dat hij de zwarte japon van mevrouw -Sidonie bij zijn broer uit zag komen en vlug langs de huizen voort -zag stappen. Hij liep haar achterna, maar hij kon de zwarte japon -niet terugvinden. De makelaarster had een van die nietige gestalten -die in de menigte verloren gaan. - -Dit stemde hem tot nadenken, en van dat oogenblik bestudeerde hij -zijn zuster met meer oplettendheid. Hij ontdekte weldra, welk een -onmetelijke werkkracht verscholen lag in dat bleeke wezentje, wier -heele gelaat een ondoorgrondelijke uitdrukking droeg. Hij kreeg ontzag -voor haar. Zij was wel degelijk een echte Rougon. - -Hij herkende dien gelddorst, die behoefte aan intriges, die de -familie kenmerkte: maar bij haar was, door de omgeving waarin zij -zoo lang had verkeerd, in dat Parijs waar zij 's morgens haar karig -brood voor den avond moest ophalen, het gemeenschappelijk temperament -afgeweken, om die zonderlinge tweeslachtigheid voort te brengen van -een vrouw, die een geslachtloos wezen was geworden, een zaakwaarnemer -en koppelaarster tegelijk. - -Toen Saccard zijn plan eenmaal vastgesteld had en de eerste fondsen -moest zien te bemachtigen, dacht hij natuurlijk aan zijn zuster. Zij -schudde het hoofd, en sprak zuchtend over de drie milliard. Maar de -ambtenaar gaf haar in die dwaasheid geen voet, hij sprak haar ruw toe, -zoo dikwijls zij over de schuld der Stuarts begon; die hersenschim -scheen hem onwaardig bij zoo'n praktisch verstand. - -Mevrouw Sidonie, die kalm den ruwsten spot verdroeg zonder dat haar -overtuiging geschokt werd, bracht hem toen duidelijk aan het verstand, -dat hij geen cent zou krijgen, aangezien hij geen enkelen waarborg -kon aanbieden. - -Dit gesprek werd gevoerd voor de Beurs, waar zij met haar spaarduitjes -ging speculeeren. Tegen drie uur kon men haar altijd vinden, leunende -tegen het hek, links, naast het postkantoor; daar gaf zij audiëntie -aan personen die er even zonderling uitzagen als zij. Haar broer -zou juist weggaan, toen hij haar op spijtigen toon hoorde zeggen: -"Ja, als je niet getrouwd was!...." Die halve uitlating, waarvan hij -de volledige beteekenis niet wilde vragen, stemde Saccard tot nadenken. - -Maanden gingen voorbij, de Krimoorlog was uitgebroken. Parijs stoorde -zich niet aan een oorlog zoo ver weg, maar wierp zich met te meer drift -op de speculaties en de vrouwen. Met verbeten ongeduld woonde Saccard -die stijgende woede, die hij voorzien had, bij. In den reuzenoven -gaven de hamers die het goud op het aambeeld pletten, hem schokken van -toornig ongeduld. Zijn verstand en zijn wilskracht waren zoo strak -gespannen, dat hij als in een droom leefde, als een slaapwandelaar -die door een idée fixe voortgedreven, in de dakgoot loopt. - -Op een avond was hij onaangenaam verrast Angèle ziek te bed te -vinden. Zijn huiselijk leven, regelmatig als een uurwerk, geraakte -in de war en dat verbitterde hem als een opzettelijke kwaadwilligheid -van het noodlot. - -De arme Angèle klaagde zacht; zij had kou gevat en rilde. Toen de -dokter kwam, trok hij een bedenkelijk gezicht; op het portaal zei -hij tot den man, dat zijn vrouw een longontsteking had en dat hij -niet voor haar instond. - -Van dat oogenblik aan paste Saccard de zieke zonder boosheid op; hij -ging niet meer naar zijn bureau, hij bleef bij haar, en keek haar -met een onbeschrijfelijke uitdrukking aan, als zij hijgend en rood -van koorts lag te slapen. - -Mevrouw Sidonie vond ondanks haar overstelpend drukke bezigheden, -de gelegenheid om iederen avond het een of andere aftreksel te komen -maken, die volgens haar uitstekend hielpen. Bij al haar beroepen voegde -zij nog dat van een ziekenverpleegster uit roeping; zij zat gaarne -aan een ziekbed, om geneesmiddelen toe te dienen en te luisteren naar -de treffende gesprekken die aan een sterfbed gevoerd worden. - -Dan scheen zij ook een innige vriendschap voor Angèle opgevat te -hebben; zij hield van de vrouwen, met allerlei liefkoozingen, zeker -om het genoegen dat zij aan de mannen verschaffen; zij behandelde -ze met die zorgzame oplettendheid die koopvrouwen hebben voor de -kostbare waar in hun uitstalkast, zij noemde ze: "liefje, schatje," -kirde en keek ze met smachtende blikken aan, als een minnaar voor een -maîtresse. Ofschoon er van Angèle niets te trekken viel, liefkoosde zij -haar evenals de anderen, dat lag zoo in haar aard. Toen de jonge vrouw -te bed lag, werd de hartelijkheid van mevrouw Sidonie aandoenlijk, -zij vervulde de stille kamer met haar toewijding. Haar broer zag -haar met opeengeperste lippen op en neer gaan, alsof zij door smart -overstelpt was. - -De kwaal verergerde. Op zekeren avond gaf de dokter te kennen, dat de -zieke den nacht niet meer door zou halen. Mevrouw Sidonie was vroeg -gekomen, zij scheen met éen gedachte vervuld en keek naar Aristide -en Angèle met haar betraande oogen, waarin zich nu en dan een korte -flikkering vertoonde. - -Toen de dokter weg was, draaide zij de lamp neer; een diepe stilte -ontstond. De dood trad langzaam in deze warme, vochtige kamer, waarin -de onregelmatige ademhaling van de stervende klonk als het getiktak -van een klok die van streek is. - -Mevrouw Sidonie maakte geen drankjes meer gereed, zij liet de ziekte -haar werk voltooien. Zij was voor den schoorsteen gaan zitten, -naast haar broer die zenuwachtig het vuur oprakelde, terwijl hij -onwillekeurig naar het bed keek. Toen, als van streek gebracht door die -drukkende lucht, door dat bedroevend schouwspel, begaf hij zich naar -de aangrenzende kamer. Daar had men de kleine Clotilde opgesloten, -die heel zoet op het karpet met haar pop speelde. Het kind lachte -hem toe, toen mevrouw Sidonie, zachtjes achter hem aankomende, hem -in een hoek trok en zacht begon te praten. - -De deur was open gebleven. Men hoorde het zachte gereutel van Angèle. - ---Je arme vrouw,.... snikte de makelaarster, ik geloof dat het nu -gauw gedaan is. Heb je gehoord wat de dokter zei? - -Saccard boog somber het hoofd. - ---Het was een goed mensch, ging de andere voort, alsof Angèle reeds -dood was. Je kunt rijker vrouwen vinden, vrouwen met meer wereldkennis, -maar zoo'n hart vind je nooit terug. - -En toen zij even zweeg, en haar oogen afdroogde, terwijl zij een -overgang scheen te zoeken, vroeg Saccard haar kortaf: - ---Heb je me iets te zeggen? - ---Ja, ik heb om je gedacht, je weet wel waarvoor, en ik geloof dat -ik iets gevonden heb.... Maar op zoo'n oogenblik.... Mijn hart breekt -er bij, zie je. - -Zij droogde haar oogen nog eens af. Saccard liet haar rustig begaan, -zonder iets te zeggen. Toen kwam het hooge woord er uit. - ---Het is een jong meisje, dat zoo gauw mogelijk moet trouwen. Het -arme kind heeft een ongelukje gehad. Ze heeft een tante die er veel -voor over zou hebben.... - -Zij hield grijnend op, nadat zij al dien tijd op een huilerigen toon -gesproken had, alsof zij de arme Angèle nog steeds beklaagde. Dat deed -zij opzettelijk om haar broer ongeduldig te maken, hem te nopen haar -te ondervragen, om niet de heele verantwoordelijkheid te dragen van -het aanbod dat zij hem kwam doen. De ambtenaar werd inderdaad een -beetje prikkelbaar. - ---Komaan, voor den dag er mee! zei hij. Waarom wil men dat meisje -laten trouwen? - ---Zij kwam van de kostschool, hernam de makelaarster op klagenden -toon, iemand heeft haar verleid, op het buiten van de ouders van een -harer vriendinnen. - -De vader heeft haar misslag ontdekt. Hij wou haar dooden. De tante -heeft het arme kind willen redden, en samen hebben zij den vader op -de mouw gespeld, dat de schuldige een brave jongen was, die hoe eer -hoe liever zijn onbezonnenheid wou goed maken. - ---Dus, zei Saccard op verbaasden toon en bijna boos, dus die buitenman -gaat met het meisje trouwen? - ---Neen, dat kan hij niet, hij is getrouwd. - -Een stilte volgde. Het gereutel van Angèle klonk droeviger in de -trillende lucht. De kleine Clotilde had haar spel gestaakt; zij -keek mevrouw Sidonie en haar vader aan, met haar groote peinzende -kinderoogen, alsof zij hun woorden begrepen had. - -Saccard begon korte vragen te doen: - ---Hoe oud is het meisje? - ---Negentien jaar. - ---Hoe lang is zij zwanger? - ---Drie maanden. Er volgt zeker een miskraam. - ---Is de familie rijk en geacht? - ---Oude burgerfamilie. De vader is magistraat geweest. Heel -gefortuneerd. - ---Wat zou de tante er voor over hebben? - ---Honderdduizend francs. - -Een tweede pauze volgde. Mevrouw Sidonie huilde niet meer; zij deed -nu zaken, haar stem kreeg een metaalklank, als die van een opkoopster -die afdingt. - -Haar broer keek haar onderzoekend aan en zei ietwat aarzelend: - ---En jij, wat beding jij? - ---Dat is van later zorg, antwoordde zij. Je zult me op jouw beurt -van dienst kunnen zijn. - -Zij wachtte eenige seconden, en daar hij zweeg, vroeg zij hem ronduit: - ---Nu, wat is je besluit? Die arme vrouwen zijn wanhopig. Ze willen -schandaal vermijden. Ze hebben beloofd den naam van den schuldige -morgen aan den vader op te geven.... Als je het aanneemt, zal ik ze -een van je visitekaartjes door een besteller laten brengen. - -Saccard scheen uit een droom te ontwaken; hij huiverde en keerde zich -angstig naar de naburige kamer, waar hij een licht gedruis meende -te hooren. - -Mevrouw Sidonie keek hem strak aan, met een koelen, smadelijken blik. - -Het bloed der Rougons, al zijn brandende begeerten stegen hem naar -de keel. Hij nam een visitekaartje uit zijn portefeuille en gaf het -aan zijn zuster, die het in een envelop stak, nadat zij het adres er -zorgvuldig afgekrabd had. Daarop ging zij de trap af. Het was even -negen uur. - -Alleen gebleven, drukte Saccard zijn voorhoofd tegen de koude -ruiten. Hij was zoo in gedachten verdiept, dat hij met de vingertoppen -tegen de ruiten trommelde. Maar het was zoo pikdonker, de duisternis -daar buiten hoopte zich tot zulke zonderlinge massa's op, dat hij -zich onpleizierig begon te voelen en werktuigelijk terugkeerde naar -de kamer waar Angèle lag te sterven. - -Hij had haar vergeten, het gaf hem een vreeselijken schok toen hij -haar overeind tegen haar kussens vond zitten; haar oogen waren wijd -geopend, een stroom van leven scheen naar haar wangen en haar lippen -te zijn opgestegen. - -De kleine Clotilde, nog steeds met een pop in haar handje, zat op den -rand van het bed; zoodra haar vader zich omgekeerd had, was zij gauw -naar die kamer geslopen, waaruit men haar verwijderd had en waar haar -kinderlijke nieuwsgierigheid haar heenlokte. - -Saccard, wiens hoofd geheel vervuld was met de geschiedenis van zijn -zuster, zag zijn droom ineenstorten. Een afschuwelijke gedachte -schitterde zeker in zijn oogen. Vol ontzetting wilde Angèle zich -tegen den muur terugwerpen, maar de dood kwam; dat ontwaken uit -den doodstrijd was de laatste opflikkering van de uitgaande lamp -geweest. De stervende kon zich niet verroeren; zij zakte ineen, zij -bleef haar wijdgeopende oogen op haar man gericht houden, als om zijn -bewegingen na te gaan. - -Saccard, die aan een herleving dacht, met duivelsche kunsten door het -noodlot uitgevonden om hem in de ellende te houden, stelde zich gerust -toen hij zag dat de ongelukkige geen uur meer te leven had. Hij had -alleen nog een onverdragelijk, hinderlijk gevoel. - -Angèle's oogen zeiden dat zij het gesprek van haar man met mevrouw -Sidonie gehoord had, dat zij vreesde dat hij haar zou verwurgen, -als zij niet gauw genoeg stierf. En in die oogen las men nog den -verbaasden afschuw van een zachtaardig, onschuldig gemoed, dat te -elfder ure de snoodheid dezer wereld bemerkte en huiverde bij de -gedachte aan de lange jaren die zij naast een bandiet had doorgebracht. - -Langzamerhand werd haar blik zachter; zij was niet bang meer, zij moest -dien ongelukkige verontschuldigen, als zij dacht aan den hardnekkigen -strijd dien hij reeds zoo lang tegen de fortuin gevoerd had. - -Saccard, achtervolgd door dien blik eener stervende, waarin hij -zoo'n lang verwijt las, zocht een steun tegen de meubels, en ging -opzettelijk in de donkerste hoekjes. - -Maar toen ook dit niet baatte, wilde hij dat schrikbeeld verjagen -dat hem krankzinnig maakte, en hij trad in het volle schijnsel der -lamp. Maar Angèle wenkte hem toe dat hij zwijgen zou. En zij keek -hem voortdurend aan met die oogen vol nameloozen angst, waarin zich -nu een belofte van vergiffenis mengde. Toen boog hij zich voorover -om Clotilde uit haar armen weg te nemen en naar een andere kamer te -dragen. Zij verbood het hem weer, met een beweging van haar lippen. Zij -verlangde dat hij daar zou blijven. Zij stierf zachtjes weg, zonder -haar blik van hem af te wenden, en naarmate hij verflauwde, kreeg -die blik meer zachtheid. Zij schonk vergiffenis in haar laatsten zucht. - -Zij stierf zooals zij geleefd had, zachtzinnig, zij vergat zichzelf -in den dood, zooals zij zich in het leven vergeten had. - -Saccard bleef huiverend staan voor die open oogen der doode, die hem -met hun onbewegelijkheid bleven achtervolgen. De kleine Clotilde -wiegde haar pop op een slip van het beddelaken, zachtjes, om haar -moeder niet wakker te maken. - -Toen mevrouw Sidonie weer boven kwam, was alles afgeloopen. Als iemand -die met dat werk vertrouwd is, sloot zij met een vingerdruk Angèle's -oogen, hetgeen Saccard een bijzondere verlichting gaf. Nadat zij -vervolgens de kleine te bed had gelegd, bracht zij in een ommezien -de sterfkamer in orde. Toen zij twee waskaarsen op de latafel -had aangestoken en het laken zorgvuldig tot aan de kin der doode -had opgetrokken, wierp zij een blik van voldoening om zich heen en -strekte zich uit in een armstoel, waar zij tot het aanbreken van den -dag insliep. - -Saccard bracht den nacht in een naburige kamer door met het schrijven -van de bekendmakingen. Bijwijlen hield hij op, verzonk in gepeins of -schreef rijen getallen op stukjes papier. - -'s Avonds na de begrafenis, nam mevrouw Sidonie Saccard mee naar haar -woning. Daar werden groote besluiten genomen. De ambtenaar besloot -dat hij de kleine Clotilde naar een zijner broers zou zenden, Pascal -Rougon, een dokter te Plassans, die niet getrouwd was en enkel voor -de wetenschap leefde, en die hem meer dan eens had aangeboden zijn -nicht bij zich te nemen, om zijn stille huis wat op te vroolijken. - -Mevrouw Sidonie bracht hem vervolgens aan het verstand, dat hij niet -langer in de rue Saint-Jacques kon blijven wonen. Zij zou voor een -maand keurig gemeubileerde kamers voor hem huren, in den omtrek van -het stadhuis; zij zou moeite doen om die kamers in een burgerwoning te -huren, dat het den schijn zou hebben alsof die meubels zijn eigendom -waren. Wat het ameublement van de rue Saint-Jacques betrof, dat -zou verkocht worden, om aldus de laatste sporen van het verledene -uit te wisschen. De opbrengst zou hij besteden voor een uitzet en -behoorlijke kleederen. - -Drie dagen daarna, werd Clotilde toevertrouwd aan de zorgen van een -oude dame, die toevallig juist naar het Zuiden ging. - -En Aristide Saccard, opgeruimd en blozend, zelfs iets dikker geworden -in die drie dagen door de eerste lonkjes der fortuin, bewoonde nu in -de rue Payenne, een deftig huis, uit vijf keurig ingerichte kamers -bestaande, waarin hij op geborduurde pantoffels rondliep. Het was de -woning van een jongen geestelijke, die onverwachts naar Italië was -afgereisd, en zijn dienstmaagd bevolen had een huurder te zoeken. Deze -dienstmaagd was een vriendin van mevrouw Sidonie, die nog al met de -geestelijkheid op had; zij hield van priesters op dezelfde manier -als zij van vrouwen hield, instinctmatig misschien vond zij eenige -overeenkomst in den priesterrok met de zijden rokken der vrouwen. - -Nu was Saccard klaar, hij stelde met een bijzondere handigheid zijn -gedragslijn vast: hij wachtte onvervaard de moeielijkheden en de -neteligheden van den toestand af, dien hij zelf aanvaard had. - -Mevrouw Sidonie had in dien afschuwelijken nacht van Angèle's -doodstrijd, het geval van de familie Béraud in weinig woorden getrouw -weergegeven. Het hoofd dier familie, mijnheer Béraud Du Châtel, een -groote grijsaard van zestig jaar, was de laatste vertegenwoordiger -van een oud burgergeslacht, welks oorkonden van veel vroeger tijden -dagteekenden dan die van sommige adellijke familiën. Een zijner -voorouders was de metgezel van Etienne Marcel geweest. - -In 1793 stierf zijn vader op het schavot, nadat hij de republiek -begroet had met al de geestdrift van een Parijsch burger, in wiens -aderen het revolutionaire bloed der oude stad vloeide. Hij zelf was -een dier Spartaansche republikeinen, die droomen van een regeering -van louter rechtvaardigheid en wijsheid. - -Vergrijsd in het magistraatsleven, waarin hij die stijfheid -en strengheid had opgedaan die aan dat beroep verbonden zijn, -nam hij zijn ontslag als President der Kamer in 1851, vlak na den -Staatsgreep, nadat hij geweigerd had deel uit te maken van een dier -gemengde commissies, die de Fransche gerechtigheid tot oneer waren. - -Sinds dien tijd leefde hij eenzaam en verlaten in zijn huis, dat -op de spits van het eiland Saint-Louis stond, schuins tegenover het -hôtel Lambert. - -Zijn vrouw was jong gestorven. Een geheim familiedrama, waarvan de -herinnering nog altijd in hem voortleefde, was oorzaak dat hij steeds -somber gestemd was. Hij had al een meisje van acht jaar, toen zijn -vrouw stierf bij de geboorte van een tweede dochter. Laatstgenoemde, -Christine geheeten, werd in huis genomen door een zuster van mijnheer -Béraud Du Châtel, die met notaris Aubertot getrouwd was. Renée ging -naar het klooster. - -Mevrouw Aubertot, die geen kinderen had, vatte een moederlijke -genegenheid op voor Christine, die zij zelf opvoedde. - -Toen haar man gestorven was, nam zij de kleine mee naar haar vader, -en bleef daar tusschen dien stroeven grijsaard en net lachende -blondinnetje. - -Renée werd op de kostschool vergeten. In de vacantie vervulde zij het -huis met zoo'n rumoer, dat haar tante een diepen zucht van verlichting -slaakte, als zij haar eindelijk weer terugbracht naar de zusters -der orde van de Visitatie, waar zij al sedert haar achtste jaar op -school was. - -Zij kwam eerst op negentienjarigen leeftijd uit het klooster, en -bracht al dadelijk een paar zomermaanden bij de ouders van haar -vriendin Adeline door, die in de omstreken van Nevers een prachtig -buitengoed hadden. - -Toen zij in October terug kwam, was tante Elisabeth verwonderd haar -zoo ernstig, zelfs treurig te zien. Op een avond verrastte zij haar -in haar bed, half waanzinnig van smart en haar snikken in haar kussen -smorende. In de eerste opwelling van haar wanhoop vertelde het meisje -haar een aandoenlijke geschiedenis; een veertigjarige, rijke gehuwde -man, die daar met zijn jonge bekoorlijke vrouw buiten woonde, had -haar onteerd, zonder dat zij zich kon of durfde verdedigen. - -Deze bekentenis deed tante Christine hevig ontstellen; zij beschuldigde -zich zelfs alsof zij zich medeplichtig voelde, haar voorliefde voor -Christine speet haar nu, en zij bedacht, dat als zij Renée ook bij -haar had gehouden, het arme kind niet bezweken zou zijn. Om toen dat -knagend zelfverwijt te verdrijven, dat haar door haar teergevoeligen -aard nog meer deed lijden, hielp zij de schuldige; zij kalmeerde den -toorn van den vader, die door de overmaat van haar voorzorgen achter -de verschrikkelijke waarheid kwam; in haar vertwijfeling bedacht zij -dat vreemde huwelijksplan, dat in haar oog alle moeielijkheden uit -den weg ruimde, den vader tevreden stelde, Renée weer haar plaats als -fatsoenlijke vrouw in de wereld terug gaf, en waarvan zij opzettelijk -noch de schandelijke zijde noch de noodlottige gevolgen wilde zien. - -Het is nooit uitgelekt hoe mevrouw Sidonie de lucht kreeg van dit -goede zaakje. De eer der Bérauds had met de protesten van alle lichte -meisjes uit Parijs in haar mandje gelegen. - -Toen zij de geschiedenis vernam, drong zij bijna haar broer op, -wiens vrouw op sterven lag. Tante Elisabeth kwam ten slotte in den -waan dat zij verplichting had aan die zachtzinnige, bescheiden dame, -die zich zooveel aan de ongelukkige Renée gelegen liet zijn, dat zij -zelfs een man voor haar koos uit haar eigen familie. - -De eerste samenkomst van de tante en Saccard had plaats in de -bovenwoning van de rue du Faubourg-Poisonnière. - -De ambtenaar, die door de koetspoort van de rue Papillon was binnen -gekomen, en mevrouw Aubertot door den winkel het kleine trapje op zag -komen, begreep op eens het vernuftige samenstel van de twee ingangen. - -Hij was heel hoffelijk en legde bij deze gelegenheid veel takt aan -den dag. Hij sprak over het huwelijk als over een zaak, maar als een -man van de wereld die zijn speelschulden afdoet. Tante Elisabeth was -veel minder op haar gemak dan hij; zij stotterde soms en zij durfde -niet eens over de honderdduizend francs spreken, die zij beloofd had. - -Hij was de eerste die de geldkwestie aanroerde, met het voorkomen van -een procureur, die voor de belangen van een cliënt optreedt. Volgens -hem, was het een bespottelijk lage inbreng voor den man van mejuffrouw -Renée. Hij drukte even op dat "mejuffrouw." Mijnheer Béraud Du Châtel -zou een armen schoonzoon nog meer minachten; hij zou hem beschuldigen -dat hij zijn dochter om haar geld verleid had, misschien zou hij -zelfs op de gedachte komen om heimelijk een onderzoek in te stellen. - -Mevrouw Aubertot verschrok en door de kalme, beleefde woorden -van Saccard van de wijs gebracht, stemde zij er in toe de som te -verdubbelen, toen hij verklaard had dat hij Renée nooit zou durven -vragen voor minder dan twee honderdduizend francs, daar hij niet -wilde aangezien worden voor een schandelijken bruidschatjager. - -Het goede mensch ging heen, geheel van streek, niet meer wetende wat -zij moest denken van een man, die zich zoo verontwaardigd toonde en -toch zoo'n koop aanging. - -Dit eerste onderhoud werd gevolgd door een officieel bezoek dat -tante Elisabeth aan Aristide Saccard bracht, in zijn woning rue -Payenne. Ditmaal kwam zij uit naam van mijnheer Béraud. - -De oude magistraat had geweigerd "dien man" te zien, zooals hij den -verleider zijner dochter noemde, zoolang hij niet met Renée getrouwd -was, aan wie hij trouwens ook de deur gewezen had. - -Mevrouw Aubertot had de opdracht naar goedvinden te handelen. Zij -scheen heel ingenomen met de weelde van den ambtenaar; zij was bang -geweest dat de broer van die mevrouw Sidonie met haar verkreukte -japon, een arme slobber zou zijn. Hij ontving haar in een keurige -kamerjapon. De tijd was eindelijk daar, waarop de gelukzoekers van -den 2en December, na hun schulden betaald te hebben, hun afgedragen -schoenen en hun versleten jassen op den vuilnishoop wierpen, hun -baardstoppels afschoren en nette menschen werden. - -Saccard kon nu ook meedoen, hij maakte zijn nagels schoon en gebruikte -bij het wasschen de duurste poeders en reukwaters. Hij werd galant; -hij veranderde van taktiek, toonde zich ongeloofelijk belangeloos. Toen -de oude dame van het contract sprak, maakte hij een gebaar alsof hem -dat niets kon schelen. Al acht dagen lang bladerde hij het Wetboek -door, hij bestudeerde die ernstige kwestie, waarvan in de toekomst -zijn vrijheid afhing om zwendelzaken te doen. - ---Laat die onaangename geldkwestie in 's hemelsnaam rusten, zei -hij. Mij dunkt dat mejuffrouw Renée de beschikking over haar fortuin -en ik die over het mijne moet houden. De notaris zal dat wel in -orde brengen. - -Tante Elisabeth keurde deze zienswijze goed; zij beefde bij de -gedachte, dat die man, van wiens onbuigzame hardheid zij een vaag -vermoeden kreeg, de vingers zou uitsteken naar den bruidschat van -haar nicht. Zij bracht toen dien bruidschat ter sprake. - ---Het fortuin van mijn broer, zei zij, bestaat hoofdzakelijk uit -landgoederen en huizen. Hij is er de man niet naar om zijn dochter -tot straf het haar toegedachte aandeel te beknibbelen. Hij geeft haar -een landgoed in Sologne, dat op drie honderdduizend francs geschat -wordt, en een huis in Parijs, dat ongeveer twee honderdduizend francs -waard is. - -Het schemerde Saccard voor de oogen; zoo'n bedrag had hij niet -verwacht, hij wendde zich half om, ten einde den blos te verbergen -die hem naar het gelaat steeg. - ---Dat maakt vijf honderdduizend francs, ging de tante voort; maar -ik mag u niet verhelen dat het landgoed in Sologne slechts twee -percent opbrengt. - -Hij glimlachte en gaf weer door een gebaar zijn belangeloosheid te -kennen, als wilde hij zeggen dat hem dat niet deerde, omdat hij toch -niet van plan was zich in de zaken van zijn vrouw te mengen. - -In zijn armstoel gezeten, zijn pantoffels met den voet op en -neer doende dansen, nam hij een houding van allerinnemendste -onverschilligheid aan en scheen enkel uit beleefdheid toe te -luisteren. Mevrouw Aubertot, met haar gewone goedhartigheid, deed -moeite om de minst kwetsende woorden te kiezen. Zij hernam: - ---Eindelijk wil ik Renée nog iets schenken. Ik ben kinderloos, -mijn nichtjes zullen eens van mij erven, maar nu een van haar in -zulke droevige omstandigheden is, wil ik mijn beurs niet gesloten -houden. Voor beiden lagen de huwelijksgeschenken gereed. Dat van Renée -bestaat uit terreinen in den omtrek van Charonne, die ik veilig op -twee honderdduizend francs kan schatten. Maar.... - -Bij het woord "terreinen" kon Saccard zijn ontroering niet -verbergen. Onder zijn voorgewende onverschilligheid luisterde hij -met de grootste aandacht. Tante Elisabeth werd verlegen; zij zocht -zeker naar een passende uitdrukking, en met een kleur op het gelaat -ging zij voort: - ---Maar ik verlang dat de eigendom van die terreinen op het eerste -kind van Renée wordt overgebracht. U zult mijn bedoeling wel begrepen, -ik wil niet dat dit kind u eens tot last zal zijn. Ingeval het mocht -sterven, zou Renée alleen eigenares blijven. - -Hij bewoog zich niet, maar zijn gefronste wenkbrauwen toonden, dat -zijn geest met één denkbeeld vervuld was. De terreinen van Charonne -wekten een wereld van gedachten in hem op. Mevrouw Aubertot dacht dat -de zinspeling op Renée's kind hem pijnlijk was geweest, en niet wetende -hoe zij het gesprek weer zou hervatten, bleef zij bedremmeld zwijgen. - ---U hebt mij niet gezegd in welke straat het huis van twee -honderdduizend francs staat? vroeg hij op zijn ouden gullen toon. - ---Rue de la Pépinière, antwoordde zij, bijna op den hoek van de -rue d'Astorg. - -Dit eenvoudige gezegde had een beslissende uitwerking. Hij was zijn -verrukking niet meer meester, hij schoof zijn stoel dichter bij en -met zijn provençaalsche radheid van tong, zei hij op vleienden toon: - ---Beste mevrouw, is het nu heusch uit, of moeten wij nog langer -over dat verwenschte geld spreken?.... Zie eens, ik wil open kaart -met u spelen, want ik zou wanhopig zijn als ik uw achting niet -verdiende. Ik heb mijn vrouw onlangs verloren, ik heb twee kinderen -tot mijn last, ik ben een nuchter man van zaken. Door uw nicht te -trouwen, doe ik een voordeelige zaak in het oog van de wereld. Als u -nog eenig vooroordeel tegen mij hebt, zult u het mij later vergeven, -wanneer ik ieders tranen gedroogd en zelfs mijn naneven verrijkt zal -hebben. Het succès is een gouden vlam die alles loutert. Ik wil dat -zelfs mijnheer Béraud mij de hand toesteekt en mij bedankt.... - -Zoo sprak hij een tijd lang voort met een spottend cynisme, dat nu -en dan onder zijn goedige gulheid voor den dag kwam. Hij liet goed -uitkomen, dat zijn broer afgevaardigde en zijn vader ontvanger te -Plassans was. Ten slotte had hij tante Elisabeth geheel ingepalmd; -onwillekeurig zag zij met vreugde hoe het drama waaronder zij al een -maand lang leed, onder de handen van dien behendigen man in een bijna -vroolijke komedie eindigde. Zij besloten den volgenden dag naar den -notaris te gaan. - -Zoodra mevrouw Aubertot was heengegaan, begaf hij zich naar het -stadhuis, en bracht daar den ganschen dag door met het snuffelen in -zekere hem welbekende documenten. - -Bij den notaris opperde hij een zwarigheid; hij zei dat de bruidschat -van Renée slechts bestond uit vaste goederen, dat hij bijgevolg veel -gehaspel voor haar voorzag, en dat hij het verstandig zou vinden, -als tenminste het huis in de rue de la Pépinière verkocht werd om -haar een inschrijving op het Grootboek te verzekeren. - -Mevrouw Aubertot wenschte dit aan het oordeel van mijnheer Béraud Du -Châtel te onderwerpen, die nog steeds voor iedereen onzichtbaar bleef. - -Saccard bleef tot den avond op straat. Hij ging naar de rue de la -Pépinière, en doorkruiste Parijs met het peinzend voorkomen van een -veldheer op den vooravond van een beslissenden slag. - -Den volgenden dag zei mevrouw Aubertot, dat mijnheer Béraud Du Châtel -haar volkomen vrij liet. Het contract werd opgesteld op de reeds -besproken grondslagen. Saccard's aanbreng was tweehonderdduizend -francs. Renée had als huwelijksgift het landgoed in Sologne en het -huis in de rue de la Pépinière, dat zij zich verbond te verkoopen; -bovendien bleef zij, in geval haar eerste kind kwam te overlijden, -alleen eigenares van de terreinen van Charonne, die haar tante -haar gaf. - -Het contract werd opgemaakt met uitsluiting der gemeenschap van -goederen, zoodat elk der echtgenooten het beheer over zijn eigen -fortuin behield. - -Tante Elisabeth luisterde aandachtig toe en scheen zeer voldaan over -deze bepaling, die de onafhankelijkheid van haar nicht scheen te -waarborgen en haar fortuin tegen alle vervreemding beschermen zou. - -Saccard glimlachte even toen hij de goede dame bij iedere clausule -een goedkeurend knikje zag geven. Het huwelijk werd op den kortst -mogelijken termijn vastgesteld. - -Toen alles geregeld was, ging Saccard naar zijn broer Eugène om hem -heel plechtstatig zijn aanstaand huwelijk met mejuffrouw Renée Béraud -Du Châtel aan te kondigen. Dit meesterstuk verbaasde den afgevaardigde. - -Saccard, zijn verbazing ziende, zei: - ---Je hebt me gezegd, dat ik moest zoeken, welnu, ik heb gezocht -en gevonden. - -Eugène, die er eerst niets van begreep, vermoedde toen de waarheid. En -op innemenden toon antwoordde hij: - --- Komaan, je bent een handig man.... Je komt me zeker vragen om te -getuigen? Je kunt op me rekenen. Als het noodig is, breng ik de heele -rechterzij van het Wetgevend lichaam op de bruiloft mee; dat zou je -al dadelijk heel wat aanzien verschaffen.... En terwijl hij de deur -open deed, zei hij op zachter toon: - ---Zeg, ik wil me op dit oogenblik niet al te erg compromitteeren, -we hebben juist een wetsontwerp dat we er heel moeielijk door zullen -krijgen.... De zwangerschap is toch, hoop ik, niet te ver gevorderd? - -Saccard wierp hem zoo'n venijnigen blik toe, dat Eugène bij zichzelf -zei, toen hij de deur achter hem sloot: Dat grapje zou me duur te -staan zijn gekomen, als ik geen Rougon was. - -Het huwelijk had plaats in de kerk Saint-Louis-en-l'Ile. Saccard -en Renée ontmoetten elkander voor het eerst op den avond voor den -grooten dag, in een benedenzaal van het hôtel Béraud. Zij keken -elkander nieuwsgierig aan. - -Sedert men over haar huwelijk aan het onderhandelen was gegaan, had -Renée haar vroolijke onbezonnenheid teruggevonden. Het was een groot -meisje, heel mooi en heel bewegelijk, dat vrij was opgegroeid met al -de grillen van een kostschoolmeisje. - -Zij vond Saccard klein en leelijk, maar zijn leelijkheid had iets -belangwekkends en schranders, dat haar niet mishaagde; er viel -overigens niets op zijn toon en manieren aan te merken. - -Hij vertrok even zijn gezicht, toen hij haar zag; zij leek hem -ongetwijfeld te groot toe, grooter dan hij zelf. Zonder eenige -verlegenheid wisselden zij enkele woorden. Indien de vader tegenwoordig -was geweest, zou hij inderdaad hebben kunnen meenen, dat zij elkander -sinds lang kenden, dat zij samen een misslag begaan hadden. Tante -Elisabeth, die bij het onderhoud tegenwoordig was, schaamde zich -voor hen. - -Op den dag na het huwelijk, waaraan de tegenwoordigheid van Eugène -Rougon, die kort geleden de aandacht op zich gevestigd had door een -belangwekkende redevoering, een grooten luister bijzette, werden de -jonggehuwden eindelijk tot mijnheer Béraud Du Châtel toegelaten. - -Renée huilde toen zij haar vader verouderd, ernstiger en stiller -terugvond. Saccard, die zich tot dusver door niets van zijn stuk -had laten brengen, huiverde bij de kilheid en het schemerlicht van -de kamer, den droevigen ernst van dien grooten grijsaard, wiens -doordringende blik zijn ziel tot op den bodem scheen te doorzoeken. - -De oude magistraat drukte langzaam een kus op het voorhoofd zijner -dochter, als om haar te zeggen dat hij haar vergiffenis schonk, -en zich tot zijn schoonzoon wendende, zei hij niets anders dan: - ---Mijnheer, wij hebben veel geleden. Ik reken er op dat gij ons uw -onrecht zult doen vergeten. - -Hij reikte hem de hand. Maar Saccard bleef huiverig. Hij dacht bij -zichzelf, als mijnheer Béraud Du Châtel niet gebukt had gegaan onder -de tragische smart van Renée's schande, dan zou hij met één blik, met -één gebaar de kunstgrepen van mevrouw Sidonie te niet gedaan hebben. - -Nadat deze haar broer een onderhoud met tante Elisabeth verschaft had, -had zij zich voorzichtig achteraf gehouden. Zij was zelfs niet bij -de huwelijksplechtigheid verschenen. - -Saccard deed zich zeer innemend voor bij den ouden man, in wiens blik -hij een groote verbazing gezien had, den verleider zijner dochter -zoo klein, leelijk en oud te vinden. - -De jonggehuwden waren genoodzaakt de eerste nachten in het hôtel Béraud -door te brengen. Al vóór twee maanden had men Christine verwijderd, -opdat het veertienjarige meisje niets zou vermoeden van het drama, -dat in dat kalme, stille huis werd afgespeeld. Toen zij terugkwam, -keek zij verbluft naar den man van haar zuster, dien zij ook oud en -leelijk vond. - -Renée was de eenige die niet scheen te letten op den leeftijd of -het onoogelijke uiterlijk van haar man. Zij behandelde hem zonder -minachting, maar ook zonder liefde, met een onverstoorbare kalmte, -waarin soms een zweempje spottende geringschatting merkbaar was. - -Saccard zette een hooge borst, deed alsof hij thuis was, en wist -werkelijk door zijn gulle levendigheid ieders vriendschap te verwerven. - -Toen zij vertrokken om een prachtig nieuw huis in de rue de Rivoli -te gaan betrekken, was er al geen verwondering meer in den blik van -mijnheer Béraud Du Châtel te lezen en de kleine Christine speelde -heel kameraadschappelijk met haar zwager. - -Renée was toen vier maanden zwanger; haar man was juist voornemens -haar naar buiten te zenden, om later met den leeftijd van het kind -te kunnen smokkelen, toen zij, zooals mevrouw Sidonie voorzien had, -een miskraam kreeg. - -Zij had zich zoo ingeregen om haar zwangerschap te verbergen, die -trouwens niet zeer merkbaar was onder haar ruime japon, dat zij -gedurende eenige weken te bed moest blijven. - -Hij was dolblij met dit buitenkansje; eindelijk was de fortuin -hem gunstig; hij had een prachtigen koop gesloten, een royale -huwelijksgift, een vrouw die zoo mooi was dat hij wel binnen het -halfjaar gedecoreerd zou worden en niet den minsten last. - -Men had voor twee honderdduizend francs zijn naam van hem gekocht voor -een foetus, dat de moeder niet eens verlangde te zien. Nu verkneukelde -hij zich al bij de gedachte aan de terreinen van Charonne. Maar voor -het oogenblik moest hij al zijn aandacht wijden aan een speculatie -die den grondslag van zijn fortuin zou uitmaken. - -Ofschoon de familie van zijn vrouw tot zoo'n deftigen stand behoorde, -nam hij niet dadelijk ontslag als opzichter der wegen. Hij wendde -voor, dat hij eenige aangevangen bezigheden moest afmaken, en nieuwe -moest zoeken. - -In werkelijkheid wilde hij tot het laatste oogenblik op het slagveld -blijven, waar hij zijn eerste troeven uitgespeeld had. Hij was daar -thuis, hij kon zijn valsch spel daar meer op zijn gemak spelen. - -Het plan van den opzichter der wegen om fortuin te maken was eenvoudig -en praktisch. Nu hij meer geld in handen had dan hij ooit had durven -hopen om zijn operaties te beginnen, was hij voornemens zijn plannen -op groote schaal uit te voeren. Hij kende zijn Parijs door en door, -hij wist dat de goudregen die tegen de muren kletterde, met den dag -dichter zou neervallen. Handige luidjes behoefden slechts hun zakken -open te doen. Hij nu had onder die handigen plaats genomen, toen hij -in de toekomst leerde lezen op de bureaux van het stadhuis. - -Door den aard van zijn bezigheden was hij er achter gekomen hoeveel -men kan stelen bij den aan- en verkoop van huizen en terreinen. - -Hij was op de hoogte van alle bestaande knoeierijen, hij wist hoe -men voor een millioen verkoopt wat men voor de helft gekocht heeft; -hoe men voor geld recht krijgt om de schatkist van den Staat, die -het oogluikend en glimlachend toelaat, te plunderen, hoe men, onder -de toejuichingen van al degenen, die er het slachtoffer van zijn, -met de huizen van zes verdiepingen goochelt, als er een boulevard -wordt aangelegd in het hartje van een oude wijk. En wat, in dien -nog troebelen tijd, toen de kanker der speculatie nog in haar -wordingsperiode was, van hem een verschrikkelijken speler maakte, -was de omstandigheid dat hij veel beter dan zijn chefs zelven ried, -welk een toekomst in Parijs was weggelegd voor hardsteen en kalk. - -Hij had zooveel gesnuffeld, zooveel aanwijzingen opgespoord, dat -hij het schouwspel, dat de nieuwe wijken in 1870 zouden aanbieden, -had kunnen voorspellen. Soms, als hij op straat liep, keek hij sommige -huizen zonderling aan, als waren het kennissen met wier lot hij alleen -bekend en innig begaan was. - -Twee maanden voor Angèle's dood was hij met haar op een Zondag naar -de buttes Montmartre geweest. De arme vrouw vond het verrukkelijk in -een restauratie te eten; zij voelde zich gelukkig, als hij haar na -een lange wandeling, buiten Parijs, in het een of andere koffiehuis -voor een tafeltje plaats liet nemen. Op dien Zondag dineerden zij op -den top der hoogte, in een restauratie waarvan de vensters uitzicht -gaven op Parijs, op die huizenzee met blauwachtige daken, als dicht -opeengedrongen golven die den onmetelijken horizon vulden. - -Hun tafeltje stond voor een dier vensters. Saccard geraakte door dat -uitzicht in een vroolijke stemming. Bij het dessert bestelde hij een -flesch bourgognewijn. Hij lachte de ruimte toe, hij was buitengewoon -galant. En met ingenomenheid daalden zijn blikken steeds weder naar -die levende wemelende zee, uit wier diepten de stem des volks oprees. - -Het was in den herfst, de stad scheen onder den bleeken hemel weg -te kwijnen in een teer zachtgrijs, hier en daar met donker groen -gestipt, dat in de verte leek op de groote bladeren van waterleliën, -ronddrijvend op een meer. De zon ging onder in een rooden wolk, -en terwijl een lichte nevel op den achtergrond verrees, daalde een -gouden stofregen op den rechteroever der stad, in den omtrek der -Madeleine en der Tuileriën. - -Het was als het betooverde hoekje van een stad uit de Duizend en éen -nacht, met smaragden boomen, saffieren daken en robijnen weerhanen. Eén -oogenblik was de straal, die tusschen twee wolken doorgleed, zoo -schitterend, dat de huizen in lichte laaie schenen te staan, en te -smelten als een staaf goud in een smeltkroes. - ---O, zie eens, zei Saccard met een kinderlijken lach, het regent -gouden tientjes in Parijs! - -Angèle begon nu ook te lachen, en merkte op dat die tientjes niet -zoo gemakkelijk op te rapen waren. Maar haar man was opgestaan en -met den arm op het kozijn geleund, riep hij uit: - ---Dat is de Vendôme-zuil, niet waar, die daar zoo schittert!.... Hier, -meer naar rechts, daar heb je de Madeleine.... Een mooie wijk, waar -nog veel te doen valt.--O, nu staat alles in brand! Zie je?.... 't is -net of de heele wijk in den distilleerketel van een scheikundige kookt. - -Zijn stem werd ernstig en bewogen. De vergelijking, die hij -onwillekeurig gemaakt had, scheen hem zelfs te treffen. Hij had -bourgognewijn gedronken, hij verdiepte zich in zijn onderwerp; hij -ging voort, terwijl hij de hand uitstrekte om Parijs te toonen aan -Angèle, die naast hem was komen staan: - ---Ja, ja, ik heb de waarheid gesproken, meer dan eene wijk zal -ineenstorten, en er zal goud achterblijven aan de vingers van hen die -de kroes zullen verhitten en omroeren. Dat lummelachtige Parijs! Zie -eens hoe onmogelijk groot het is en hoe rustig het inslaapt! 't Is -toch een dwaas ding, die groote steden! Het denkt heelemaal niet -aan het leger van houweelen, dat het op een mooien morgen zal komen -aanvallen, en zekere groote heerenhuizen in de rue d'Anjou zouden -niet zoo mooi glinsteren in de ondergaande zon, als zij wisten dat -zij nog maar drie of vier jaar te leven hebben. - -Angèle dacht dat haar man gekscheerde. Hij had soms een manier van -schertsen die schrik aanjoeg. Zij lachte, schoon met een onbestemde -vrees, toen zij dat manneke zich zag oprichten boven dien reus die aan -zijn voeten lag, om hem met een spotachtig lachen de vuist te toonen. - ---Men is reeds begonnen, ging hij voort. Maar dat heeft niet veel -te beduiden. Kijk daar ginds, den kant van de Hallen uit, daar heeft -men Parijs in vieren gesneden.... - -En met de uitgestrekte hand, vlak en scherp als een hakmes, maakte -hij een gebaar alsof hij de stad in vieren deelde. - ---Je bedoelt de rue de Rivoli en den nieuwen boulevard die aangelegd -wordt? vroeg zijn vrouw. - ---Juist, den grooten kruisweg van Parijs, zooals zij zeggen. Zij -maken het Louvre en het stadhuis vrij. Alles kinderspel! Dat is -goed om het publiek trek te doen krijgen.... Wanneer het eerste net -voltooid is, dan beginnen de poppen eerst goed te dansen. Het tweede -net zal de stad aan alle kanten doorsnijden om de voorsteden met -het eerste net te verbinden. De afgesneden stukken zullen zieltogen -in de kalk.... Kijk maar eens langs mijn hand. Van den boulevard du -Temple tot aan de barrière du Trône, éen sneê, verder dezen kant uit -weer een sneê, van de Madeleine naar de plaine Monceau, een derde -sneê in deze richting, een vierde in die, een sneê hier, een sneê -daar, sneden overal, Parijs met sabelhouwen stuk gehakt, de aderen -geopend, honderdduizend aardwerkers en metselaars voedsel gevende, -door prachtige strategische wegen doorkruist, die de fortificaties in -'t hartje van de oude wijken zullen brengen. - -De avond viel. Zijn magere, zenuwachtige hand hakte nog altijd in de -ruimte. Angèle huiverde even voor dat levende mes, voor die ijzeren -vingers die onmeedoogend op die onbegrensde opeenstapeling van donkere -daken inhakten. - -De nevels van den horizon daalden intusschen langzaam van de hoogte -neer, en zij verbeeldde zich, onder de duisternis die zich in de -diepten opeenhoopte, een verwijderd gekraak te hooren, alsof de -hand van haar man inderdaad de sneden maakte, waarvan hij sprak, -alsof zij Parijs midden doorspleet, balken doormidden brak, steenen -verbrijzelde en groote, afschuwelijke wonden van ingestorte muren -achter zich liet. De nietigheid van die hand, die op een reusachtige -prooi aanviel, werd eindelijk verontrustend; en terwijl zij zonder -moeite de ingewanden der onmetelijke stad verscheurde, was het alsof -zij in de blauwachtige avondschemering flikkerde als staal. - ---Er komt nog een derde net, vervolgde Saccard, na een korte stilte, -alsof hij in zichzelf sprak; maar dat is nog in de toekomst, ik zie -het niet zoo duidelijk. Ik heb nog maar enkele aanwijzingen.... Maar -dat zal een echte razernij zijn, een helsche millioenendans, Parijs -zal dronken gevoerd en van kant gemaakt worden. - -Hij zweeg opnieuw, de oogen hartstochtelijk naar de stad gericht, -waar de duisternis in dichtheid toenam. Hij ondervroeg voorzeker die -verre toekomst die zich aan zijn blik onttrok. Toen werd het geheel -donker, de stad was niet duidelijk kenbaar meer, men hoorde ze zwaar -ademhalen, als een zee waarvan men nog slechts de witgetopte golven -ziet. Hier en daar zag men nog een witten muur; éen voor éen begonnen -de gele gasvlammen in de duisternis te schitteren, als sterren die -aan een donkeren hemel opkomen. - -Angèle had zich intusschen van haar onaangename gewaarwording hersteld -en vatte de grap weer op, die haar man aan het dessert gemaakt had. - ---Zoo, zei zij glimlachend, er zijn toch van die tientjes gevallen! Nu -gaan de Parijzenaars aan het tellen. Kijk toch eens, wat een mooie -stapeltjes men voor onze voeten neerlegt! - -Zij wees op de straten die tegenover de buttes Montmartre afhelden, -waar de gasvlammen haar gouden vlekken aan weerszijden schenen op -te stapelen. - ---En kijk daar eens, riep zij, naar een gewemel van flonkerende -stippen wijzende, dat is zeker de algemeene kas. - -Deze opmerking deed Saccard lachen. Zij bleven nog een oogenblik voor -het venster, verrukt over dien stroom van "tientjes" die geheel Parijs -deed gloeien. - -Toen de opzichter der wegen van Montmartre naar beneden ging, had -hij zeker spijt, dat hij zooveel gepraat had. Hij weet het aan den -bourgognewijn en verzocht zijn vrouw de "dwaasheden" die hij had -uitgekraamd, niet verder te vertellen; hij wou een ernstig man zijn, -zei hij. - -Saccard had al geruimen tijd te voren zijn studie gemaakt van die -drie netwerken van straten en boulevards, waarvan hij in de opwinding -van het oogenblik het ontwerp in vrij juiste trekken aan Angèle had -medegedeeld. Toen deze stierf, was hij er niet rouwig om dat zij zijn -praatjes mee in het graf nam. - -Daar lag zijn fortuin, in die groote sneden die zijn hand in het -hart van Parijs gemaakt had, en hij was niet van plan zijn idee met -iemand te deelen, wel wetende dat als de dag van den buit gekomen was, -er roofvogels genoeg zouden vliegen boven de opengereten stad. - -Zijn eerste plan was voor weinig geld een huis te koopen, waarvan -hij te voren wist dat het onteigend zou worden, en door een ruime -schadevergoeding te vragen er flink wat op te verdienen. Hij zou -het zaakje misschien gewaagd hebben zonder een cent te bezitten, -het huis op krediet te koopen en het verschil in den zak te steken, -zooals dat op de Beurs geschiedt, toen hij als premie op zijn huwelijk -die twee honderdduizend francs ontving, die hem in staat stelden zijn -plan op grooter schaal te volvoeren. - -Hij had alles vooruit berekend; hij kocht van zijn vrouw, op naam -van een tusschenpersoon, zonder zelf genoemd te worden, het huis in -de rue de la Pepinière en verdriedubbelde zijn kapitaal, dank zij -de wetenschap die hij had opgedaan in de gangen van het Stadhuis, -en zijn goede relatiën met zekere invloedrijke personen. Dat hij zijn -ontroering niet had kunnen verbergen, toen tante Elisabeth hem de plek -had aangeduid waar het huis stond, kwam omdat het midden op den weg van -een ontworpen straat lag, waarover nog slechts in het kabinet van den -prefect der Seine gesproken werd. Deze weg, de boulevard Malesherbes, -zou het huis heelemaal doen verdwijnen. - -Het was een oud plan van Napoleon I, dat men nu wenschte uit te voeren, -"om een behoorlijken uitgang te verschaffen, zeiden de deftige heeren, -aan wijken die achter een doolhof van nauwe straten verscholen lagen, -op de glooiingen der heuvels die Parijs begrensden." - -Deze officiëele volzin kwam natuurlijk niet uit voor het belang -dat het keizerrijk er bij had de rijksdaalders te laten rollen, -de werklieden in één adem aan het afbreken en opbouwen te houden. - -Saccard had zich eens de vrijheid veroorloofd bij den prefect dien -fameuzen plattegrond van Parijs te raadplegen, waarop "een hooge hand" -de voornaamste verkeersaderen van het tweede net met rooden inkt had -aangegeven. Die op bloed gelijkende pennestreken maakten nog dieper -insnijdingen in Parijs dan de hand van den opzichter der wegen. - -De boulevard Malesherbes, die het afbreken van prachtige heerenhuizen -in de rues d'Anjou en de la Ville-l'Evêque noodzakelijk maakte, -zou een van de eerste zijn. - -Toen Saccard het huis in de rue de la Pépinière ging bezichtigen, -dacht hij aan dien herfstavond, aan dat diner met Angèle op de hoogte -van Montmartre, toen er tegen zonsondergang zoo'n dichte regen -van goudstukken op de wijk van de Madeleine was neergevallen. Hij -glimlachte; hij bedacht dat de schitterende wolk zich boven zijn -binnenplaats had ontlast, en dat hij de "tientjes" ging oprapen. - -Terwijl Renée, in haar weelderig ingerichte woning in de rue de -Rivoli, midden in dat nieuwe Parijs waarvan zij een der koninginnen -zou worden, over haar toekomstige toiletten peinsde en zich in haar -leven als dame van de groote wereld trachtte in te denken, werkte -haar man ijverig aan zijn eerste groote zaak. - -Om te beginnen kocht hij van haar het huis in de rue de la Pépinière, -door tusschenkomst van een zekeren Larsonneau, dien hij ontmoet had -terwijl deze, evenals hij, in de bureaux van het Stadhuis snuffelde, -maar die zoo dom was geweest zich te laten betrappen, toen hij de -laadjes van den prefect doorzocht. - -Larsonneau had zich als zaakwaarnemer gevestigd, op een donkere, -vochtige plaats, aan het lager eind van de rue Saint-Jacques. Hij had -het even ver gebracht als Saccard vóór zijn huwelijk; hij beweerde ook -dat hij een "rijksdaalder-machine" had uitgevonden, maar dat het hem -aan de eerste fondsen ontbrak om van zijn uitvinding partij te trekken. - -De vroegere collega's begrepen elkander met een half woord, en -Larsonneau deed zoo zijn best, dat hij het huis voor honderd vijftig -duizend francs kreeg, want na enkele maanden bevond Renée zich al in -groote geldverlegenheid. Saccard machtigde zijn vrouw tot den verkoop -van het huis. Toen de koop gesloten was, verzocht zij hem op haar naam -honderdduizend francs te beleggen, die zij hem op goed vertrouwen ter -hand stelde, zeker opdat hij, door die daad getroffen, de oogen zou -sluiten voor het feit, dat zij vijftigduizend francs in haar zak hield. - -Hij glimlachte fijntjes; het strookte met zijn berekeningen dat zij het -geld bij handenvol verkwistte; die vijftigduizend francs, die aan kant -en juweelen zouden weggaan, zouden hem honderd percent opleveren. Hij -was zelfs zoo eerlijk, in zijn tevredenheid over zijn eerste zaakje, -de hondderdduizend francs van Renée werkelijk te beleggen en haar -de stukken ter hand te stellen. Zijn vrouw kon ze niet vervreemden, -hij was dus zeker ze in huis te vinden, als hij ze noodig had. - ---Dat is voor uw speldegeld, lieve, zei hij heel galant. - -Toen hij het huis in eigendom had, was hij zoo slim het tweemaal in -één maand aan gefingeerde tusschenpersonen te doen verkoopen, telkens -tegen hooger koopprijs. De laatste kooper betaalde niet minder dan -drie honderdduizend francs. - -Intusschen bewerkte Larsonneau, als vertegenwoordiger van de -opeenvolgende eigenaars, de huurders. Hij weigerde onmeedoogend de -huurcontracten te vernieuwen, als men niet in een aanzienlijken opslag -van de huur wilde toestemmen. De huurders, die de lucht hadden van -de aanstaande onteigening, waren wanhopig; zij berustten eindelijk in -den opslag, vooral toen Larsonneau er op verzoenenden toon bij voegde, -dat die opslag in de eerste vijf jaar maar voor den schijn was. - -De huurders die niet goedschiks wilden, werden vervangen door luidjes -die voor niets mochten wonen en die alles teekenden wat men verlangde; -op die wijze sneed het mes van twee kanten; de huur bracht meer op en -de schadevergoeding die den huurder toekwam voor zijn huurcontract, -zou in Saccard's zak terechtkomen. - -Mevrouw Sidonie wilde haar broer helpen, door in een der winkels -van de benedenverdieping een depôt van piano's te vestigen. Bij deze -gelegenheid gingen Saccard en Larsonneau, in hun koortsachtig ongeduld, -een beetje te ver: zij legden valsche boeken aan, pleegden valschheid -in geschriften om den verkoop der piano's tot een kolossaal bedrag -op te voeren. - -Verscheidene nachten zaten zij samen te knoeien. Met kunst- en -vliegwerk werd het huis driemaal meer waard. Dank zij de laatste -verkoopacte, den opslag der huur, de gewaande huurders en den handel -van mevrouw Sidonie, kon het voor de commissie van onteigening op -vijf honderdduizend francs geschat worden. - -Het raderwerk van de onteigening, van die machtige machine, die -vijftien jaar lang Parijs onderste boven gekeerd en beurtelings fortuin -en ondergang gebracht heeft, zit allereenvoudigst in elkander. Zoodra -het besluit tot het aanleggen van een nieuwen verkeersweg genomen is, -maken de opzichters der wegen een lijst van de perceelen op en schatten -de waarde der huizen. Gewoonlijk kapitaliseeren zij, na voorafgaand -onderzoek, de geheele opbrengst der huur en kunnen op die wijze het -vermoedelijk bedrag der waarde ramen. - -De commissie voor de schadevergoeding, uit leden van den raad -bestaande, doet altijd een lager bod dan dit bedrag, wel wetende dat de -belanghebbenden meer zullen eischen en dat men van beide zijden iets -zal moeten toegeven. Wanneer men niet tot een vergelijk kan komen, -wordt de zaak voor een jury gebracht, die dan in laatste instantie -uitspraak velt over het bod van de stad en den eisch van den eigenaar -of den verdreven huurder. - -Saccard, die met het oog op het beslissende oogenblik zijn betrekking -aan het stadhuis had aangehouden, had een oogenblik de onbeschaamdheid -zich in die commissie te willen doen benoemen, toen de werken voor -den boulevard Malesherbes begonnen, en zelf zijn huis te willen -schatten. Maar hij vreesde daardoor zijn invloed op de leden van de -onteigeningscommissie te zullen verliezen. - -Hij liet nu een zijner collega's kiezen, een vriendelijk, zachtaardig -jongmensch, Michelin genaamd, wiens lieftallig mooi vrouwtje haar man -soms kwam excuseeren bij zijn chefs, als hij wegens ongesteldheid thuis -moest blijven. Hij was heel vaak ongesteld. Saccard had opgemerkt dat -de mooie mevrouw Michelin, die zoo nederig door de half geopende deuren -sloop, een alles vermogenden invloed uitoefende; Michelin maakte bij -iedere ziekte promotie, hij kwam vooruit door te bed te gaan liggen. - -Gedurende een van die afwezigheden, daar hij zijn vrouw bijna iederen -morgen naar zijn bureau zond om te laten weten hoe hij het maakte, -ontmoette Saccard hem tweemaal op de buitenboulevards, met zijn -gewone zachtzinnige, opgeruimde gezicht een sigaar rookend. Die -ontmoeting deed hem sympathie opvatten voor dien goeden jongen, voor -dat gelukkige, praktische echtpaar. Hij voelde bewondering voor alle -"rijksdaaldermachines", als zij handig geëxploiteerd werden. - -Toen hij Michelin had doen benoemen, ging hij zijn bekoorlijk vrouwtje -een visite maken, wilde haar aan Renée voorstellen, sprak van zijn -broer den afgevaardigde, den beroemden redenaar. Madame Michelin -begreep er alles van. - -Van dien dag af, had haar man zijn liefste glimlachjes voor zijn -collega. Deze wilde den braven jongen niet in zijn vertrouwen nemen, -maar was als toevallig tegenwoordig toen hij het huis in de rue -de la Pépinière moest schatten. Hij hielp hem er bij. Michelin, de -onbenulligste man dien men zich denken kon, hield zich trouw aan de -instructies van zijn vrouw, die hem op het hart had gedrukt mijnheer -Saccard in alles tevreden te stellen. Hij voedde trouwens niet de -minste achterdocht; hij dacht dat de opzichter der wegen hem tot -spoed wilde aanmanen, om hem mee te nemen naar een koffiehuis. - -De huurcontracten, de kwitanties van de huren, de mooie boeken van -mevrouw Sidonie werden hem door zijn collega onder de oogen gelegd, -zonder dat hij zelfs den tijd had om de bedragen, die deze hardop -voorlas, na te gaan. Larsonneau was er ook bij, maar hij deed alsof -hij zijn medeplichtige niet kende. - ---Kom, zet maar vijfhonderdduizend francs, zei Saccard eindelijk. Het -huis is meer waard.... Haast je een beetje, ik geloof dat er promotie -op til is voor het personeel op het stadhuis, en ik wou er met je -over praten, dan kan je je vrouw waarschuwen. - -Zoo haalde Saccard de zaak er door. Maar hij was nog niet gerust. Hij -was bang dat een bedrag van vijfhonderdduizend francs een beetje -hoog zou toeschijnen aan de commissie voor de schadevergoeding, -voor een huis dat blijkbaar slechts tweehonderdduizend francs waard -was. De kolossale stijging in de waarde der huizen had nog niet plaats -gehad. Een onderzoek had hem aan ernstige onaangenaamheden kunnen -blootstellen. Hij herinnerde zich het gezegde van zijn broer: Geen -opspraak, of ik trek mijn handen van je af, en hij wist dat Eugène -er de man naar was om zijn bedreiging te volvoeren. - -Het kwam er dus op aan de heeren van de commissie welwillend te -stemmen, zoodat zij een oogje dicht zouden doen. Hij liet daartoe het -oog vallen op twee invloedrijke mannen, die hij zich tot vrienden had -gemaakt door zijn manier van groeten, wanneer hij ze in de corridors -ontmoette. De zes en dertig leden van den gemeenteraad waren op -voordracht van den prefect, door de eigen hand des keizers gekozen -uit de raadsleden, afgevaardigden, advokaten, dokters en groote -industriëelen, die zich het meest voor het gezag verdeemoedigden: -boven alle anderen verdienden baron Gouraud en mijnheer Toutin-Laroche -de welwillendheid van de Tuileriën door hun verkleefden ijver. - -Al wat men van baron Gouraud kon zeggen, was in deze korte biographie -samengevat: door Napoleon I met den titel van baron in den adelstand -verheven, om hem te beloonen voor de levering van bedorven beschuit aan -het groote leger, was hij achtereenvolgens pair geweest onder Lodewijk -XVIII, Karel X en Louis-Philippe; onder Napoleon III was hij senator. - -Hij was een trouw aanhanger van den troon, namelijk van de vier -vergulde, met fluweel bedekte planken; wie er op zat, kon hem weinig -schelen. Met zijn dikken buik, zijn dom gezicht en zijn plompen gang, -was hij een echte schelm, hij verkocht zich met groote deftigheid en -beging de grootste laagheden in naam van den plicht en het geweten. Nog -meer deed hij iemand versteld staan door zijn ondeugden. - -Er liepen geruchten over hem, die men iemand slechts in het oor kon -fluisteren. Op acht en zeventigjarigen leeftijd gaf hij zich aan de -monsterachtigste liederlijkheid over. Tot twee malen toe had men zijn -liederlijke gedragingen in den doofpot moeten stoppen, om te beletten -dat hij met zijn geborduurde senatorsjas op de bank der beschuldigden -zou plaats nemen. - -Mijnheer Toutin-Laroche, een lange magere man, die indertijd een -mengsel van roet en stearine voor de vervaardiging van waskaarsen had -uitgevonden, hoopte nog eenmaal in den Senaat te komen. Hij volgde -baron Gouraud als zijn schaduw, hij was zijn onafscheidelijke metgezel, -in de vage hoop dat hem dit geluk zou aanbrengen. Daarbij was hij -heel praktisch; als hij een zetel in den senaat had kunnen koopen, zou -hij niet nagelaten hebben zooveel mogelijk op den prijs af te dingen. - -Het keizerrijk zou dien begeerigen onbeduidenden man, dat bekrompen -verstand, dat zich alleen verstond op industriëele knoeierijen, -vooruit helpen. Hij verkocht het eerst zijn naam aan een van die -maatschappijen, die als vergiftige paddestoelen op den mesthoop der -keizerlijke speculatiën verrezen. Men zag toen ter tijd op de muren -groote aanplakbiljetten waarop met groote zwarte letters deze woorden -stonden: "Société générale des ports du Maroc", waarbij de naam van -mijnheer Toutin-Laroche met zijn titel van raadslid prijkte, boven -aan de lijst der leden van toezicht, waarvan de een al onbekender -was dan de ander. - -Dit middel, waarvan men sedert dien een te druk gebruik heeft gemaakt, -werkte uitstekend; de aandeelhouders stroomden toe, ofschoon de kwestie -van de havens van Marokko niet heel duidelijk was en de goede luidjes -die hun geld kwamen brengen, zelf niet wisten te verklaren waartoe -men het zou gebruiken. - -De biljetten spraken van de vestiging van handelsstations langs de -Middellandsche zee. Sedert twee jaren roemden sommige kranten deze -onderneming als iets grootsch, en ieder kwartaal verklaarden zij, -dat ze in bloei toenam. - -In den gemeenteraad ging mijnheer Toutin-Laroche voor een bijzonder -verdienstelijk administrateur door, hij werd daar onder de knappe -koppen gerekend, en zijn onaangename heerschzucht over zijn collega's -werd slechts geëvenaard door zijn kruipende onderdanigheid aan -den prefect. Hij werkte reeds aan de oprichting van een groote -finantiëele maatschappij, het Wijnbouwcrediet, een leenkas voor de -wijngaardeniers, waarover hij met een deftige geheimzinnigheid sprak, -die de begeerigheid van de domooren om hem heen opwekte. - -Saccard wist zich de bescherming van deze twee personen te verzekeren, -door hun diensten te bewijzen, waarvan hij het gewicht niet begreep, -zoo hield hij zich althans. Hij bracht zijn zuster met den baron -in kennis, die juist in een alles behalve net zaakje betrokken -was. Hij bracht haar bij hem, onder voorwendsel dat hij zijn steun -kwam vragen voor dat goede mensch, dat al zoo lang gerekwesteerd had -om de leverantie van gordijnen voor de Tuileriën te krijgen. - -Maar toen de opzichter der wegen die twee samen had gelaten, beloofde -mevrouw Sidonie den baron dat zij onderhandelingen zou aanknoopen met -zekere lieden, die lomp genoeg waren om zich niet vereerd te voelen -door de vriendschap, die een senator wel had willen betuigen aan hun -kind, een meisje van tien jaar. - -Met mijnheer Toutin-Laroche handelde Saccard zelf de zaak af, hij wist -hem te spreken te krijgen in een der gangen van het stadhuis en bracht -toen het gesprek op het fameuze wijnbouwcrediet. Geen vijf minuten -later nam de groote administrateur, versteld over de wonderlijke -zaken die hij hoorde, den ambtenaar zonder plichtplegingen bij den -arm en hield hem een uur lang in de gang aan de praat. - -Saccard fluisterde hem vindingrijke finantiëele kunstgrepen in het oor. - -Toen mijnheer Toutin-Laroche hem verliet, drukte hij hem beteekenisvol -de hand, met een vrijmetselaars-knipoogje. - -Saccard overtrof zichzelven in deze aangelegenheid. Hij was zelfs -zoo voorzichtig baron Gouraud en mijnheer Toutin-Laroche niets van -elkander te doen afweten. Hij bezocht ze afzonderlijk, fluisterde -hun een woordje toe ten gunste van een zijner vrienden, wiens huis -in de rue de la Pépinière onteigend zou worden, hij zorgde er wel -voor aan elk zijner medeplichtigen te zeggen dat hij met geen ander -commissielid over die zaak zou spreken, dat de zaak nog in de lucht -hing, maar dat hij op hun volkomen welwillendheid rekende. - -De opzichter der wegen had niet ten onrechte zijn voorzorgsmaatregelen -genomen. Toen het dossier betreffende zijn huis voor de commissie -der schadevergoedingen kwam, trof het toevallig dat een der leden in -de rue d'Astorg woonde en het huis kende. Dit lid protesteerde tegen -het bedrag van vijfhonderdduizend francs, dat volgens hem op de helft -moest gebracht worden. - -Aristide had de onbeschaamdheid gehad zevenhonderdduizend francs -te vragen. - -Dien dag was mijnheer Toutin-Laroche, gewoonlijk reeds heel onaangenaam -voor zijn collega's, nog ongenietbaarder dan gewoonlijk. Hij werd -boos en begon de huiseigenaars te verdedigen. - ---Wij zijn allen eigenaars, heeren, riep hij.... De keizer wil groote -dingen tot stand brengen, laten wij nu niet op zulke kleinigheden -beknibbelen.... Dit huis moet vijfhonderdduizend francs waard zijn; -een van onze menschen, een stedelijk ambtenaar, heeft dat bedrag -bepaald.... 't Lijkt inderdaad wel of wij in het bosch van Bondy leven; -gij zult zien dat wij elkander ten slotte gaan wantrouwen. - -Baron Gouraud, op zijn gemak in een armstoel gezeten, wierp met een -verbaasd gezicht een schuinschen blik naar mijnheer Toutin-Laroche, -die hemel en aarde bewoog ten gunste van den eigenaar uit de rue de -la Pépinière. Hij kreeg achterdocht. Maar daar die hevige uitval hem, -per slot van rekening, van de moeite ontsloeg een woord in het midden -te brengen, begon hij zachtjes met het hoofd te knikken, ten teeken -zijner volle instemming. - -Het lid van de rue d'Astorg gaf niet toe; hij wilde niet buigen voor -de twee dwingelanden der commissie, in een kwestie waarin hij meer -bevoegd tot oordeelen was dan die heeren. - -Toen maakte mijnheer Toutin-Laroche, die de goedkeurende knikjes van -den baron had opgemerkt, zich driftig van het dossier meester en zei -op drogen toon: - ---'t Is goed. We zullen uw twijfel oplossen.... Met uw verlof, -ik belast mij met de zaak, en baron Gouraud zal het onderzoek met -mij verrichten. - ---Ja, ja, zei de baron deftig, er mag niets duisters in onze -beslissingen zijn. - -Het dossier was al in de diepe zakken van mijnheer Toutin-Laroche -verdwenen. De commissie moest buigen. - -Bij het heengaan keken de twee slimmerds elkander met een strak -gezicht aan. Zij voelden dat zij medeplichtigen waren, en dat maakte -hen nog brutaler. - -Twee gewone lui zouden een verklaring uitgelokt hebben; zij gingen -voort de zaak der eigenaars te bepleiten, alsof men ze nog had kunnen -hooren, en den geest van wantrouwen te betreuren, die overal begon -door te dringen. Op het oogenblik dat zij elkander zouden verlaten, -zei de baron met een glimlach: - ---O ja, ik heb vergeten te zeggen, waarde collega, dat ik straks -naar mijn buitengoed ga. Ge zult zeker wel zoo vriendelijk willen -zijn dat onderzoek zonder mij te doen.... Verklap me vooral niet, -de heeren klagen toch al dat ik te veel vrijaf neem. - ---Maak u volstrekt niet ongerust, antwoordde mijnheer Toutin-Laroche, -ik ga dadelijk naar de rue de la Pépinière. - -Hij ging kalmpjes naar huis, met een gevoel van bewondering voor den -baron, die zich zoo kiesch uit netelige gevallen wist te redden. Hij -hield het dossier in zijn zak, en in de volgende zitting verklaarde -hij op stelligen toon, zoowel uit eigen naam als uit dien van den -baron, dat tusschen het bod van vijfhonderdduizend francs en den -eisch van zevenhonderdduizend francs het verschil moest gedeeld en -zeshonderdduizend francs moest toegestaan worden. Niemand had er -iets tegen. Het lid van de rue d'Astorg, die er zeker nog eens over -nagedacht had, zei gulweg dat hij zich vergist had; hij had gedacht -dat het huis daarnaast bedoeld werd. - -Op die manier behaalde Aristide Saccard zijn eerste overwinning. Hij -kreeg het viervoud van zijn kapitaal terug en won er twee -medeplichtigen bij. Eén ding maakte hem ongerust; toen hij de bewuste -boeken van mevrouw Sidonie wilde vernietigen, vond hij ze niet -meer. Hij begaf zich in allerijl naar Larsonneau, die hem ronduit -bekende dat hij ze had en dat hij ze hield. - -Saccard maakte zich niet boos; hij hield zich alsof hij bezorgd was -geweest over dien besten vriend, die veel meer door die papieren -gecompromitteerd was dan hij zelf, omdat ze bijna geheel door hem -geschreven waren, maar dat hij volkomen gerust was, nu hij ze in zijn -bezit had. - -Eigenlijk had hij dien "besten vriend" wel willen wurgen; hij -herinnerde zich een heel compromitteerend stuk, een valschen -inventaris, dien hij, dom genoeg, had opgemaakt, en die in een van -de registers was blijven liggen. - -Larsonneau, die ruim betaald werd, begon een zaakwaarnemerskantoor -in de rue de Rivoli, waar hij zich zoo weelderig inrichtte, dat het -de kamers van een cocote leken. - -Saccard had intusschen zijn ontslag aan het Stadhuis genomen, -en daar hij nu de beschikking had over aanzienlijke fondsen, ging -hij uit alle macht aan het speculeeren, terwijl Renée, in dartelen -overmoed, geheel Parijs deed spreken over haar fraaie équipages, -haar schitterende diamanten en haar drukke levenswijs. - -Een enkele maal gingen man en vrouw, die twee hartstochtelijke -minnaars van geld en van pleizier, naar de mistige koude van -l'Île-Saint-Louis. Het kwam hun voor alsof zij in een uitgestorven -stad kwamen. - -Het hôtel Béraud, tegen het begin der zeventiende eeuw gebouwd, -was een van die vierkante, sombere en deftige gebouwen, met hooge -smalle vensters, zooals men er zooveel in het Marais aantreft, en die -verhuurd worden aan kostschoolhouders, fabrikanten van Seltzerwater -of als opslagplaatsen van wijn en alcoholische dranken. Maar het was -prachtig onderhouden. - -In de benedenverdieping, die niet zoo hoog was, waren de met dikke -ijzeren spijlen voorziene vensters diep in den somberen muur gebouwd; -daar bevond zich ook een donkergroen geschilderde boogvormige deur, -bijna even hoog als breed, met een ijzeren klopper, en met zware -spijkers versierd, die in den vorm van sterren en ruiten op de beide -vleugels waren aangebracht. - -Die deur was typisch, met de schuinstaande steenen palen aan -weerszijden, die door ijzeren ringen omsloten waren. Het was nog -duidelijk merkbaar dat men oudtijds de bedding van een beekje, in het -midden van de poort, tusschen de lichte hellingen van het heiwerk -van den ingang, ongerept had gelaten, maar mijnheer Béraud had die -beek verstopt door den ingang met asphalt te laten beleggen; dat was -trouwens de eenige concessie die hij aan de moderne architecten deed. - -De vensters der verdiepingen waren voorzien van smalle leuningen van -smeedijzer, waarboven de in stevige bruine lijsten gevatte ramen met -hun groenachtige ruitjes uitkwamen. Boven, voor de zolderkamertjes, -hield het dak op en liep de goot alleen door, om het hemelwater naar -de afvoerpijpen te brengen. - -De kale stijfheid van den gevel werd nog verhoogd door de totale -afwezigheid van zonneblinden en jalouziën, immers de zon bescheen -in geen enkel jaargetijde die bleeke, sombere steenen. Die gevel met -zijn eerwaardig voorkomen, zijn burgerlijke strengheid, rustte statig -in de eenzame wijk, in die stille straat die bijna nooit bereden werd. - -Binnen in het hôtel bevond zich een vierkante plaats, door overwelfde -gangen met boogvormige openingen omgeven, een miniatuur-place Royale, -met kolossale steenen bevloerd, wat aan dit doodsche huis nog meer -het aanzien van een klooster gaf. - -Tegenover den ingang wierp een fontein, een nog half zichtbare -leeuwenkop, waarvan men nog slechts den geopenden muil kon -onderscheiden, door een ijzeren buis, een zwaar en eentonig water -in een groenbemosten bak, waarvan de randen glad gesleten waren. Dat -water was ijskoud. - -Het gras groeide tusschen de steenen. 's Zomers kwam er een beetje -zon op de plaats, en dat zeldzame bezoek had een der muren, tegen -het zuiden, verbleekt, terwijl de drie andere, somber en grauw, -met schimmel gemarmerd waren. - -Op die binnenplaats, koel en stil als een put, in het kalme licht -van een winterdag, zou men zich duizend mijlen verwijderd gewaand -hebben van dat nieuwe Parijs, waar al die warme genietingen gloeiden, -bij het geraas en getier der millioenen. - -De vertrekken van het hôtel waren even triestig en kalm, even koud en -plechtig als de binnenplaats. Een breede trap met ijzeren leuning, -waarop de stap en de kuch der bezoekers als onder een kerkgewelf -klonken, leidde naar een lange reeks groote, hooge kamers, waarin -donkere, ouderwetsche meubels de ledige ruimten nog lang niet -vulden; het gedempte licht liet slechts even de groote, bleeke -gestalten onderscheiden van de personen, die op de behangsels -waren voorgesteld. Daar trof men de weelde aan van een Parijsche -burgergeslacht van den ouden stempel, een weelde die onverslijtbaar en -zonder gemakken was, stoelen waarvan het eikenhout ternauwernood met -eenig haarpluis bedekt was, bedden met stijf neerhangende gordijnen, -linnenkisten wier ruwe planken het broze bestaan der nieuwerwetsche -japonnen in groot gevaar zouden gebracht hebben. - -Mijnheer Béraud Du Châtel had zijn eigen vertrekken in het somberste -gedeelte van het hôtel gekozen, tusschen de straat en de binnenplaats, -op de eerste verdieping. Zij waren daar in een omgeving, die er met -haar stilte en donkerheid wonderwel bij paste. Als hij de deuren -openduwde, en de plechtige stilte der kamers van zijn langzamen, -deftigen tred weerklonk, zou men hem aangezien hebben voor een van die -oude parlementsleden, wier portretten men aan de muren zag hangen, -die peinzend van een zitting thuiskomen waar zij, na deelgenomen te -hebben aan de discussie over een koninklijk besluit, geweigerd hebben -dit te teekenen. - -Maar er was toch in dit doodsche huis, in dit klooster, een nestje -trillend van warmte, een zonnig, vroolijk plekje, een hoekje van jeugd, -licht en lucht. Men moest een menigte trapjes bestijgen, langs tien -of twaalf gangen gaan, weer op en afdalen, een heele reis maken, -om eindelijk in een ruim vertrek te komen, een soort van belvedère -op het dak gebouwd, achter het hôtel, boven de quai de Béthune. - -Het lag vlak op het zuiden. Het venster ging zoo wijd open, dat -de hemel er met al zijn stralen, al zijn blauw, scheen binnen te -komen. Er stonden groote bakken met bloemen, een kolossale volière en -geen enkel meubelstuk. Er lag enkel een mat op den vloer uitgespreid. - -Dat was de "kinderkamer." In het heele hôtel kende en noemde men de -kamer bij dien naam. Het huis was zoo kil, de binnenplaats zoo vochtig, -dat tante Elisabeth bang was dat de koude wind, die over de muren -neerstreek, Christine en Renée ziek zou maken; menigmaal had zij de -kleine ondeugden beknord, als zij onder de bogen liepen of er pret in -hadden haar armpjes in het ijskoude water van de fontein te dompelen. - -Toen was zij op het denkbeeld gekomen, dit verloren zolderhoekje voor -haar in te laten richten, het eenige hoekje waar de zon binnendrong -en zich sedert bijna twee eeuwen, alleen verlustigde te midden der -spinnewebben. Zij gaf den kinderen een mat, vogels en bloemen. De -kleinen waren in de wolken. In de vacantie was Renée daar den heelen -dag te vinden, in het goudgele bad van die goede zon, die zich scheen -te verheugen dat men haar verblijf zoo opgeknapt en haar twee blonde -kopjes gezonden had. - -De kamer werd een paradijs, waarin het gezang der vogels en het -gebabbel der kinderen weerklonk. Zij mochten het als hun eigendom -beschouwen. Zij zeiden "onze kamer", zij waren er thuis, zij sloten -er zich zelfs in op, om duidelijker het besef te hebben dat zij er -de eenige bezitsters van waren. Wat een gelukkig plekje! - -Op de mat lag allerlei gebroken speelgoed in den zonneschijn. - -En het prettigste van de kinderkamer was het ruime uitzicht. Uit de -andere vensters van het hôtel zag men een paar voeten voor zich uit -niets dan zwarte muren. Maar uit dit venster zag men een heel eind -van de Seine, het heele gedeelte van Parijs dat tusschen de Cité en -de brug de Bercy ligt, vlak zoover het oog reikt, veel gelijkende op -een dier eigenaardige Hollandsche steden. - -Beneden, op de kade, stonden half ineengezakte loodsen, een -opeenstapeling van balken en gebroken daken, waartusschen de kinderen -dikwijls ratten zagen loopen, met de heimelijke vrees dat zij tegen -de hooge muren zouden opklimmen. Maar verderop begon het verrukkelijk -schouwspel. - -Het paalwerk langs de rivier, dat met zijn dikke planken en stutten als -van een gothische kathedraal, trapsgewijze omhoog rees, en de brug van -Constantine, die licht als kant onder de voeten der voorbijgangers -scheen te zweven, sneden elkander rechthoekig, schenen de enorme -watermassa te versperren en tegen te houden. - -Recht vooruit strekte het lommer van de boomen van de Halle aux -vins en nog verder het dichte groen van den Plantentuin zich tot -den gezichtseinder uit; terwijl aan de andere zijde van het water de -kade Henri IV en de kade de la Râpée haar lage, onregelmatige huizen -vertoonden; van uit de hoogte gezien, geleken zij op de houten en -bordpapieren huisjes uit de speelgoeddoozen der kleinen. - -Rechts, in de verte, stak het blauwachtige leiendak van de Salpétrière -boven de boomen uit. In het midden daalden de hooge, geplaveide oevers -tot aan de Seine en vormden twee lange grijze wegen, waarop hier en -daar een rij tonnen, een bespannen wagen, een geloste schuitlading -hout of steenkool donkere plekken vormden. - -Maar de ziel van dat alles, de ziel van het heele landschap, was -de Seine, de levende rivier, zij kwam van verre, van dien vagen, -trillenden horizon, zij kwam van daar ginds, uit het droomland, -om recht op de kinderen aan te stroomen, in haar rustige majesteit, -in haar machtige zwelling, die zich tot een meer verbreedde aan hun -voeten, aan de spits van het eiland. - -De twee bruggen die haar sneden, de pont de Bercy en de pont -d'Austerlitz, schenen noodzakelijke beletsels, die haar moesten -tegenhouden, haar verhinderen tot in de kamer te stroomen. - -De kinderen hielden van den reus, zij staarden zich moe op dat -altijd stroomende, loeiende water dat naar hen toe rolde als om ze -te bereiken, en dat zij links en rechts vertakt zagen verdwijnen in -het onbekende, met de zachtheid van een getemden Titan. - -Op mooie dagen, als de hemel blauw was, waren zij verrukt over de -mooie kleedjes van de Seine; het waren kleedjes wier weerschijn van -blauw tot groen overging, met duizenderlei fijne schakeeringen; soms -leek het zijde met schitterend witte moesjes, met satijnen ruches; -en de booten die aan de beide oevers lagen, omzoomden haar met een -zwart fluweelen lint. - -In de verte vooral werd de stof prachtig en kostbaar, als het -toovergaas van een feeënkleedje; na den band van donkergroen satijn, -waarmee de schaduw der bruggen de Seine omsloot, waren er gouden -borststukken, zonkleurige lapjes geplisseerde stof. De onmetelijke -hemel welfde zich boven dit water, die lage huizenrijen, dat groen -der beide parken. - -Soms gebeurde het dat Renée, dien onbegrensden horizon moede, als -groot meisje reeds zinnelijke nieuwsgierigheid van de kostschool -meebrengende, een blik wierp in de zwemschool, waarvan het bootje -aan de spits van het eiland vastgelegd is. Tusschen de linnen doeken -die aan touwtjes hingen, bij wijze van plafond, gluurde zij naar de -mannen in hun zwembroek, wier blooten buik men zien kon. - - - - - - - -III. - - -Maxime bleef tot de vacantie van 1854 op het gymnasium van -Plassans. Hij was dertien jaar en enkele maanden en had de vijfde -klasse doorloopen. Toen besloot zijn vader hem naar Parijs te laten -komen. Hij dacht dat een zoon van dien leeftijd hem iets geposeerds -zou geven, hem zou bevestigen in zijn rol van hertrouwden, rijken en -ernstigen weduwnaar. - -Toen hij zijn voornemen te kennen gaf aan Renée, jegens wie hij altijd -uiterst galant was, gaf zij op achteloozen toon ten antwoord: - ---Dat is goed, laat den jongen komen.... Hij zal ons een beetje -opvroolijken. 's Morgens is het hier doodelijk vervelend. - -De jongen kwam een week later. Het was een lange, tengere jongen, -met een vrijpostig meisjesgezicht; lichtblond en fijn gebouwd. Maar, -goede hemel, hoe was hij toegetakeld! Zijn haar was zoo kort geknipt, -dat de huid ternauwernood met een lichte schaduw bedekt was; hij droeg -een te korte broek, schoenen als een vrachtrijder, een vreeselijk -afgesleten kiel, die zoo wijd was dat hij een bult leek te hebben. - -Zoo uitgedost keek hij verbaasd over al het nieuws dat hij zag, -om zich heen, zonder eenige beschroomdheid, met het schuwe, slimme -voorkomen van een vroegrijp kind, dat in beraad staat of het zich -wel dadelijk zal overgeven. - -Een knecht had hem van het station gehaald, en hij stond in het -groote salon, verrukt over het verguldsel van de meubelen en het -plafond, erg in zijn schik met die weelde waarin hij voortaan zou -leven, toen Renée, die van haar kleermaker kwam, als een wervelwind -binnenstormde. Zij wierp haar hoed neer, op den witten mantel, dien -zij omgeslagen had om zich tegen de scherpe koude te beschutten. Zij -stond daar eensklaps voor Maxime, die in stomme bewondering toekeek, -in al den glans van haar prachtig kostuum. - -De knaap dacht, dat zij verkleed was. Zij droeg een prachtigen blauwen -rok, met breede strooken, daarover had zij een soort soldatenjas van -lichtgrijze zijde aangedaan. De panden der jas, die met satijn van -een donkerder blauw dan de stof der japon gevoerd was, waren sierlijk -opgenomen en vastgehouden door strikken van lint; de opslagen der -gladde mouwen, de groote omslagen van het keurslijf liepen breed uit -en waren met hetzelfde satijn gegarneerd. En om de kroon op dit alles -te zetten, had zij iets heel origineels gewaagd; groote knoopen, -imitatie van safier, in azuurblauwe rozetten gevat, liepen in twee -rijen langs de geheele jas. Het was leelijk, en toch verrukkelijk. - -Toen Renée Maxime opmerkte, was zij verbaasd dat hij even groot was -als zij. - ---Dat is de kleine, niet waar? vroeg zij den knecht. - -De knaap verslond haar met zijn blikken. Die dame met haar blanke huid, -wier borst men zien kon door de gaping van een geplisseerd chemisette; -die plotselinge, bekoorlijke verschijning met haar hooge kapsel, -haar fijne geganteerde handen, haar kleine heerenlaarsjes, waarvan -de spitse hakken in het tapijt verzonken, bracht hem in verrukking, -scheen hem de goede fee toe van dit warme, schitterende vertrek. Hij -glimlachte even en was juist linksch genoeg om zijn jongensachtige -bevalligheid te behouden. - ---Wel, hij is heel aardig! riep Renée uit.... Maar hoe -afschuwelijk! Wat is zijn haar kort geknipt!.... Luister eens, beste -jongen, je vader zal zeker pas tegen etenstijd thuis komen, dus ik -zal je van alles op de hoogte moeten brengen.... Ik ben je stiefmama, -jongmensch. Wil je me een zoen geven? - ---Wat graag, antwoordde Maxime ronduit. - -En hij zoende de jonge vrouw op beide wangen, terwijl hij haar bij -de schouders vatte, waardoor haar soldatenjas een beetje gekreukt -werd. Zij maakte zich lachend los en zei: - ---Goede hemel, wat een grappige jongen is die kleine kaalkop!.... - -Zij kwam weer naar hem toe, met meer ernst. - ---We zullen vrienden zijn, niet waar ?.... Ik wil een moeder voor -je zijn. Ik dacht er over, terwijl ik op mijn kleermaker wachtte, -die met een ander in gesprek was, en ik nam mij voor heel goed voor -je te zijn en je een goede opvoeding te geven.... Dat zal prettig zijn! - -Maxime bleef haar aankijken, met zijn blauwe, vrijpostige meisjesoogen, -en plotseling vroeg hij: - ---Hoe oud bent u? - ---Maar dat vraagt men nooit! riep zij uit, de handen in elkaar slaande. - -Hij weet dat nog niet, die arme jongen! Ik zal hem alles moeten -leeren.... Gelukkig kan ik nog voor mijn leeftijd uitkomen. Ik ben -een en twintig. - ---Ik ben gauw veertien.... U zou mijn zuster kunnen zijn. - -Hij sprak niet verder, maar zijn blik voegde er bij dat hij zich de -tweede vrouw van zijn vader veel ouder voorgesteld had. Hij stond -vlak naast haar, hij keek met zooveel aandacht naar haar hals, dat zij -bijna begon te blozen. Haar dwaas hoofd kon zich echter niet lang bij -hetzelfde onderwerp bepalen; zij liep heen en weer en begon over haar -kleermaker te praten, er niet aan denkende dat zij tot een kind sprak. - ---Ik was wel graag thuis gebleven om je te ontvangen. Maar verbeeld -je, Worms brengt me van morgen dit kostuum.... Ik pas het en ik vind -het nog al goed uitgevallen. Hij heeft veel smaak, vind je niet? - -Zij was voor een spiegel gaan staan. Maxime draaide om haar heen, -om haar van alle kanten te bekijken. - ---Maar, ging zij voort, toen ik de jas aantrok, merkte ik dat er daar -op den linker schouder, zie je, een diepe plooi viel.... Die plooi -staat heel leelijk, 't is net of mijn ééne schouder hooger is dan -de ander. - -Hij was naderbij gekomen, hij streek met den vinger over de plooi als -om haar plat te maken, en zijn kwajongenshand scheen met een zeker -welgevallen op dat plekje te blijven rusten. - ---Ik kon het niet langer uitstaan. Ik heb in laten spannen en ik ben -aan Worms gaan zeggen wat ik van zoo'n onbegrijpelijke lichtzinnigheid -dacht.... Hij beloofde me het te laten veranderen. - -Daarop bleef zij voor den spiegel staan, zichzelve bekijkende, en -begon toen plotseling over iets na te denken. Eindelijk legde zij -een vinger op den mond, met een air van peinzend ongeduld. En heel -zachtjes, alsof zij in zichzelve sprak: - ---Er mankeert iets aan.... er mankeert stellig iets aan.... - -En toen keerde zij zich snel om, plaatste zich voor Maxime en -vroeg hem: - ---Vind je het zoo heusch goed?.... Vind je niet dat er iets aan -mankeert, een kleinigheidje, een strik bijvoorbeeld? - -De schooljongen, geheel op zijn gemak gebracht door de -kameraadschappelijkheid van de jonge vrouw, had al de onverstoorbare -kalmte van zijn onbeschaamden aard teruggekregen. Hij deed een paar -stappen terug, kwam weer naderbij, knipte met de oogen en sprak -binnensmonds: - ---Neen, neen, er mankeert niets aan, 't is heel mooi, heel mooi.... Ik -vind eer, dat er iets te veel is. - -Hij bloosde even, ondanks zijn stoutmoedigheid, kwam nog wat nader, -en met den vingertop een scherpen hoek op Renée's hals makende, -merkte hij op: - ---Ziet u, ik zou die kant zoo uitsnijden, en dan zou ik een collier -aandoen met een groot kruis. - -Zij klapte vroolijk in de handen. - ---Juist, juist, riep zij uit.... - -Zij verwijderde het chemiset, ging even de kamer uit en kwam met het -collier en het kruis terug. En terwijl zij met een zegevierenden blik -voor den spiegel ging staan: - ---Heel goed, 't staat heel goed, zei zij zachtjes.... Maar die -kleine kaalkop is nog zoo dom niet! Kleedde je soms de dames aan -in je provincie? We zullen bepaald goede vrienden worden. Maar je -moet doen wat ik je zeg. In de eerste plaats, moet je je haar laten -groeien, en die afschuwelijke kiel niet meer dragen. Verder moet je -mijn lessen in de wellevendheid trouw opvolgen. Ik verlang dat je -een aardig jongmensch zal worden. - ---Dat spreekt van zelf, antwoordde de jongen naïef, nu papa immers -rijk is en u zijn vrouw bent. - -Zij glimlachte even en met haar gewone levendigheid: - ---Laten wij dan beginnen met jij en jou tegen elkaar te zeggen. 't -Eene oogenblik zeg ik u, 't andere jij. Dat klinkt dwaas.... Zal je -veel van me houden? - ---Ik zal je van harte liefhebben, antwoordde hij met de geestdrift -van een lang opgeschoten jongen, die een fortuintje denkt te hebben. - -Zoo was de eerste kennismaking van Maxime en Renée. De knaap ging -eerst een maand later naar het gymnasium. Zijn stiefmoeder speelde -de eerste dagen met hem als met een pop; zij ontbolsterde hem een -beetje en het moet gezegd worden, dat hij er zich gewillig toe leende. - -Toen hij te voorschijn kwam, geheel in het nieuw gekleed door -den kleermaker van zijn vader, slaakte zij een uitroep van blijde -verrassing: hij zag er uit om te stelen, verzekerde zij. Zijn haar -alleen groeide wanhopig langzaam aan. De jonge vrouw was gewoon -te zeggen, dat de uitdrukking van het heele gelaat van het haar -afhangt. Zij droeg de grootste zorg voor haar eigen haar. Lang was zij -wanhopig geweest over de bijzondere kleur, die aan fijne boter deed -denken. Maar toen het geelblonde haar in de mode kwam, vond zij het -prettig, en om te doen gelooven dat zij de mode niet dwaas navolgde, -betuigde zij plechtig dat zij het iedere maand verfde. - -Maxime was al vreeselijk wijs voor zijn dertien jaar. Het was een -van die teere, vroegrijpe naturen, waarin de zinnelijke begeerten -vroeg ontwaken. De ondeugd verscheen zelfs bij hem voordat de zinnen -ontwaakt waren. Tot tweemaal toe was hij bijna van het gymnasium -verwijderd geworden. - -Indien Renée oog gehad had voor hetgeen in de kleinere provinciesteden -voor bevallig doorgaat, zou zij opgemerkt hebben dat, hoe smakeloos -ook gekleed, de kleine kaalkop, zooals zij hem noemde, glimlachte, -het hoofd draaide, de armen uitstak op een aardige manier, zooals -oudere schoolmeisjes wel eens doen. - -Hij verzorgde zijn lange, smalle handen uitstekend, en al moest zijn -haar kort blijven, op bevel van den directeur, een oud-kolonel der -genie, hij bezat toch een zakspiegeltje dat hij onder schooltijd voor -den dag haalde en tusschen de bladen van zijn boek lei; daarin bekeek -hij zich dan uren lang, beschouwde aandachtig zijn oogen, zijn tanden, -lachte zichzelf toe en bestudeerde allerlei behaagzieke manieren. - -Zijn makkers hingen aan zijn kiel, als aan een vrouwenrok; hij reeg -zich zoo in, dat hij een smal middel had, en wiegelende heupen als -een volwassen vrouw. - -Toch kreeg hij evenveel slaag als liefkoozingen. Het gymnasium van -Plassans, een toevluchtsoord van kleine bandieten, zooals de meeste -plattelands-gymnasiums, was dus een middelpunt van besmetting, -waarin dit halfslachtige temperament, dit kind, dat de overgeërfde -kiem van het kwaad al in zich meebracht, zich bijzonder snel -ontwikkelde. Gelukkig zou de leeftijd hier gaandeweg verbetering -in brengen. Maar het merkteeken van zijn slechte gedrag als kind, -die verwijfdheid van zijn geheele wezen, dat uur waarop hij zich -meisje gewaand had, zou hem bijblijven, hem voor altijd in zijn -manbaarheid treffen. - -Renée noemde hem "jongejuffrouw", zonder te vermoeden dat zij hem -een half jaar geleden bij zijn juisten naam zou genoemd hebben. Hij -maakte op haar den indruk van zeer gehoorzaam en liefhebbend te zijn; -soms werd zij een weinig verlegen onder zijn liefkoozingen. Hij had -een manier van omhelzen, die de huid verwarmde. Maar zij was verrukt -over zijn guitigheid, hij was allergrappigst ondernemend, hij sprak al -over de vrouwen met glimlachjes, geen kamp gevende aan de vriendinnen -van Renée, de lieve Adeline die pas met mijnheer d'Espanet getrouwd -was, en de dikke Suzanne, onlangs de vrouw geworden van den grooten -industriëel Haffner. Voor laatstgenoemde had de veertienjarige knaap -zelfs een zekeren hartstocht opgevat. Hij had zijn stiefmoeder in -zijn vertrouwen genomen, en deze had veel schik in het geval. - ---Ik zou de voorkeur aan Adeline gegeven hebben, zei zij, zij is -mooier. - ---'t Kan zijn, antwoordde de jongen, maar Susanne is veel dikker.... Ik -houd toch zooveel van mooie vrouwen.... Als je heel lief was, zou je -een goed woordje voor me doen. - -Renée lachte. Haar pop, die groote jongen met zijn meisjes-manieren, -scheen haar onbetaalbaar, sinds hij verliefd was. Het kwam zelfs -zoover dat mevrouw Haffner zich in allen ernst moest verdedigen. - -Trouwens, de dames moedigden Maxime zelf aan door haar onderdrukte -lachjes, haar halve woordjes, de behaagzieke houding die zij -tegenover dit vroegrijpe kind aannamen. Daar was ook een zweempje -zeer aristocratische losbandigheid bij in het spel. Alle drie, -in haar luidruchtig leven, door hartstocht verteerd, beschouwden -de bekoorlijke verdorvenheid van den knaap als een origineel en -onschadelijk prikkelend kruid, dat den eetlust scherpte. - -Zij lieten toe dat hij hun japon betastte, met zijn vingers langs -haar schouders gleed, wanneer hij ze in de voorkamer volgde om haar -een balsortie om te slaan; zij lieten hem van de eene naar de andere -gaan, en lachten uitgelaten, wanneer hij ze op de pols zoende, op dat -plekje waar de huid zoo zacht is; dan deden zij zich weer moederlijk -voor en leerden hem hoe hij zich een goed uiterlijk moest geven en -hoe hij de dames moest behagen. - -Het was hun speelpop, een vernuftig uitgedacht mechanisch manneke, -dat zoende en het hof maakte, dat de beminnelijkste ondeugden ter -wereld bezat, maar een stuk speelgoed bleef, een bordpapier mannetje, -waarvoor men niet zoo heel bang hoefde te zijn, maar toch nog genoeg -om onder zijn kinderlijke hand een lichte trilling van genot te voelen. - -Toen de vacantie om was, ging Maxime naar het lycée Bonaparte. Dit -was de school voor de deftige lui, en die moest Saccard voor zijn -zoon kiezen. - -Ofschoon tenger en zwak, had de knaap een vlug verstand; maar hij legde -zich op heel wat anders dan op de klassieke studiën toe. Toch was hij -een onberispelijk scholier, die zich nooit afgaf met de arme jongens, -op wier manieren wel iets viel aan te merken, maar altijd behoorde -tot die fatsoenlijke, netgekleede jongelui van wie men niets zegt. - -Het eenige wat hem van zijn jeugd bijbleef, was een oprechte vereering -voor het toilet. Parijs opende hem de oogen; het maakte van hem een -mooi jongmensch, altijd in een nauwsluitend costuum gekleed, gelijk -toen de mode was. - -Hij was de grootste fat van zijn klasse. Hij vertoonde zich in de -school als in een salon, met fijne handschoenen en dure laarzen, hij -droeg verbazend groote dassen en keurige hoeden. Hij was trouwens -de eenige niet. Zoo waren er omtrent twintig, die de aristocratie -uitmaakten; bij het uitgaan der school boden zij elkander havanna's -aan uit kokers met gouden sluiting, en lieten hun boekentasschen door -een knecht in livrei achter zich aandragen. - -Maxime had zijn vader overgehaald een tilbury en een zwart paardje -voor hem te koopen, die de bewondering van zijn makkers opwekten. Hij -mende zelf; op het achterbankje zat een palfrenier met over elkaar -geslagen armen, en de boekentasch van den scholier op den schoot, -een echte ministers-portefeuille van bruin chagrijn-leer. - -Men had eens moeten zien met welk een losheid, kunst en onberispelijke -houding hij in tien minuten van de rue de Rivoli naar de rue du -Havre reed, zijn paarden op eens inhield voor de deur van het lycée, -den palfrenier de teugels toewierp en zei: "Jacques, om half vijf -voor, hoor!" - -De winkeliers in de straat waren opgetogen over de bevallige manieren -van dien blonden jongen, dien zij geregeld tweemaal per dag in zijn -rijtuigje zagen komen en gaan. - -Bij het naar huis gaan, bracht hij soms een vriend tot aan diens -deur. De beide jongens rookten, keken de vrouwen aan, bespatten de -voorbijgangers, alsof zij van de wedrennen terugkeerden. - -Verwonderlijk volkje, broedsel van fatten en uilskuikens, die men -dagelijks in de rue du Havre zien kan, onberispelijk gekleed in -hun korte overjassen, zich voordoende als rijke heeren, die alle -genietingen des levens volop genoten hebben, terwijl de armere jongens -van het lycée, de echte scholieren, schreeuwende en dringende aankomen, -met hun grove schoenen op de straat stampen, en hun boeken aan een -eind riem achter op den rug laten bengelen. - -Renée, die haar rol van moeder en leermeesteres ernstig wilde opvatten, -was zeer met haar leerling ingenomen. Zij verwaarloosde dan ook geen -enkele gelegenheid om zijn opvoeding te volmaken. Zij bracht toen -juist een tijd van tranen en spijtige herinneringen door; een minnaar -had haar verlaten, haar voor de oogen van geheel Parijs in opspraak -gebracht, om het te houden met de hertogin de Sternich. - -Zij hoopte nu dat Maxime haar tot troost zou zijn, zij deed zich -ouder voor, deed al haar best om moederlijk te zijn, en werd de -zonderlingste mentor die men zich denken kon. - -Dikwijls bleef de tilbury thuis, dan kwam Renée in haar groote kales -den jongen van school halen. Zij stopten de bruine portefeuille -onder de bank en reden naar het Bosch, dat toen in zijn nieuwsten -tooi prijkte. - -Daar gaf zij hem les in hoogere elegantie. Zij noemde hem al die -welgedane, gelukkige lieden van het keizerlijk Parijs op, die nog in -extase waren over dien goocheltoer, die de hongerlijders van voorheen -in groote heeren veranderd had, in millionnairs die zwoegden en puften -onder het gewicht van hun geldkist. - -Maar de knaap vroeg haar vooral naar de vrouwen, en daar zij heel -vrij met hem omging, bracht zij hem precies op de hoogte van allerlei -bijzonderheden. Mevrouw de Guende was dom, maar prachtig gevormd; de -rijke gravin Vanska had in het publiek gezongen, voor dat zij getrouwd -was met een Pool, die haar sloeg, naar men zei; markiezin d'Espanet -en Suzanne Haffner waren onafscheidelijk, en ofschoon zij haar intieme -vriendinnen waren, voegde Renée er met dichtgeknepen lippen bij, alsof -zij er niets meer van wilde zeggen, dat er heel leelijke praatjes over -haar liepen. De mooie mevrouw de Lauwerens gedroeg zich ook lang niet -onberispelijk, maar zij had zulke mooie oogen, en iedereen wist per -slot van rekening toch dat haar niets te verwijten viel, ofschoon -zij zich wat te veel afgaf met de intriges van die arme vrouwtjes, -mevrouw Daste, mevrouw Teissière en barones de Meinhold. - -Maxime vroeg om de portretten van die dames; hij zette ze in een -album dat op de salontafel bleef liggen. - -Om zijn stiefmoeder in verlegenheid te brengen, met die ondeugende -slimheid die den grondtrek van zijn karakter uitmaakte, vroeg hij -haar naar bijzonderheden omtrent lichte meisjes, zich houdende alsof -hij ze voor dames uit de groote wereld aanzag. - -Renée antwoordde zedig en ernstig, dat het afschuwelijke schepsels -waren, die hij zorgvuldig moest ontwijken; kort daarop vergat zij -zich zoozeer, dat zij er over sprak alsof zij ze intiem gekend had. - -Een van de grootste genoegens van den knaap was, haar aan het praten -te brengen over de hertogin de Sternich. Telkens als haar rijtuig -voorbijreed in het Bosch, liet hij niet na haar naam te noemen, haar -met een opzettelijke geniepigheid van terzijde aanziende, als om te -toonen dat hij op de hoogte was van Renée's laatste avontuur. - -Renée begon op vinnigen toon allerlei kwaad van haar mededingster -te spreken. Wat werd zij oud, die arme vrouw! zij blankette zich, -zij had minnaars in al haar kasten verborgen, zij had zich aan een -kamerheer overgegeven om in het keizerlijk bed te komen. Daar kwam geen -eind aan de beschuldigingen; Maxime daarentegen, om haar te plagen, -vond mevrouw de Sternich allerliefst. - -Dergelijke lessen hadden een zonderlinge verstandsontwikkeling van -den scholier ten gevolge, te meer wijl de jonge leermeesteres ze -overal herhaalde, in het Bosch, in den schouwburg, in de salons. De -leerling werd verbazend knap. - -Maxime vond het verrukkelijk zich tusschen de japonnen, de linten -en strikken, de poudre de riz der dames te bewegen. Hij bleef altijd -eenigszins meisje, met zijn welgevormde smalle handen, zijn baardeloos -gelaat, zijn blanken, gevulden hals. - -Renée raadpleegde hem in allen ernst over haar toiletten. Hij kende -de goede dameskleermakers van Parijs, beoordeelde ieder hunner -met een enkel woord, sprak van de smaakvolle hoeden van den een en -den juisten vorm der japonnen van den ander; op zeventienjarigen -leeftijd, was er geen modiste die hij niet grondig had bestudeerd, -geen schoenmaker of hij kende hem door en door. - -Dat vreemde misbaksel, dat onder de Engelsche les de prospectussen las -die zijn parfumeur hem iederen Vrijdag toezond, had een schitterende -rede kunnen houden over de groote Parijsche wereld, clientèle en -leveranciers, op een leeftijd waarop buitenjongens hun bonne nog niet -in het gezicht durven zien. - -Dikwijls bracht hij, als hij van het lycée kwam, een hoed, een -doos zeep of het een of ander moois, dat zijn stiefma hem den -avond tevoren opgegeven had, in zijn tilbury mee. Hij had altijd -een stuk kant, dat sterk naar muskus rook, in zijn zak. Maar zijn -grootste genot was Renée naar den beroemden Worms te vergezellen, -dien genialen dameskleedermaker, voor wien de toongeefsters van het -tweede keizerrijk neerknielden. - -Het salon van den grooten man was groot en vierkant, en met breede -divans voorzien. Hij trad daar met een vromen eerbied binnen. - -Toiletten hebben voorzeker een eigenaardigen geur, de zijde, het -satijn, het fluweel, de kanten hadden hun licht aroma bij dat der -haren en der ambergeurige schouders gevoegd; en de lucht in het salon -bleef doortrokken van die geurige warmte, dien wierook van vleesch -en weelde, die de kamer in een kapel veranderde, aan de een of andere -geheimzinnige godin gewijd. - -Dikwijls moesten Renée en Maxime uren lang wachten; daar waren wel -twintig sollicitanten, die haar beurt afwachtten, beschuitjes in -glazen madera doopten of een kouden maaltijd aan de groote middentafel -hielden, waarop flesschen en schaaltjes met gebakjes stonden. De -dames waren daar thuis, spraken er vrij haar gedachten uit, en als -zij daar zoo in groepjes rondom de kamer zaten, zou men ze voor een -vlucht witte Lesbische vogels hebben aangezien, die op de divans van -een Parijsch salon waren neergestreken. - -Maxime, die daar geduld en geliefd werd om zijn meisjes-uiterlijk, -was de eenige man die in dat heiligdom werd toegelaten. Hij smaakte -daar een goddelijk genot, hij gleed als een slang langs de divans, -men vond hem onder een rok, achter een keurslijf, tusschen twee -japonnen, waar hij zich erg ineendrong en zich heel rustig hield, -terwijl hij de welriekende warmte van zijn buurvrouw opsnoof met het -gezicht van een koorknaap, die het lichaam des Heeren nuttigt. - ---Hij kruipt overal tusschen, die kleine, zei barones de Meinhold, -terwijl zij hem een tikje op de wang gaf. - -Hij was zoo tenger dat de dames hem niet ouder dan veertien jaar -schatten. Zij vonden er pleizier in hem met de madera van den beroemden -Worms dronken te voeren. Hij zei de zotste dingen, die haar tranen -deden lachen. - -Markiezin d'Espanet vond de juiste uitdrukking om den toestand te -beschrijven. Toen men op een keer Maxime in een hoek van de divans -achter haar rug vond, en zij zag hoe blozend en gelukkig hij er uitzag -door het behagelijk gevoel dat hij in haar nabijheid ondervonden had, -merkte zij zachtjes op: - ---Dat is een jongen, die als meisje had moeten ter wereld komen. - -Toen de groote Worms Renée eindelijk ontving, drong Maxime met haar -de kamer binnen. Een paar malen veroorloofde hij zich de vrijheid -te spreken, terwijl de meester in de aanschouwing van zijn cliënt -verdiept was, zooals de hoogepriesters der kunst beweren dat Léonard -de Vinci tegenover Joconde gedaan heeft. - -De meester had zich verwaardigd om over de juistheid zijner opmerkingen -te glimlachen. Hij liet Renée voor een spiegel staan, die van den -vloer tot aan de zoldering reikte, beschouwde haar in stil gepeins, -met gefronste wenkbrauwen, terwijl de jonge vrouw haar adem inhield om -zich niet te bewegen. En een paar minuten later teekende de meester, -alsof hij door een ingeving aangegrepen en geschud werd, in grove, -hortende trekken het meesterstuk dat hij in zijn brein ontworpen had, -en riep hij in afgebroken volzinnen uit: - ---Robe Montespan van aschkleurige zijde.... van voren een afgeronde -basque, eindigende in een sleep,.... groote satijnen strikken die -haar op de heupen opnemen...., ten slotte een geplooid voorschoot van -parelgrijze tulle, de plooien gescheiden door grijs satijnen linten. - -Hij verzonk weer in gepeins, scheen tot in de diepste diepten van zijn -genie af te dalen, en met de zegevierende grimas van een waarzegster -op haar drievoet, eindigde hij: - ---Wij zullen in het haar, op dat lachende kopje, den droomenden -vlinder van Psyche plaatsen, met blauwen weerschijn op de vleugels. - -Maar somtijds wou de ingeving niet komen. De beroemde Worms riep -ze te vergeefs op, spande zijn geheele denkvermogen te vergeefs -in. Hij fronste geweldig zijn wenkbrauwen, werd zoo wit als een doek, -nam zijn arm hoofd, dat hij wanhopig schudde, tusschen de handen, -en moest zich eindelijk overwonnen geven. Dan liet hij zich in een -leuningstoel neervallen, en met klagelijke stem fluisterde hij: - ---Neen, neen, vandaag niet... 't is niet mogelijk. De dames zijn -onbescheiden. De bron is opgedroogd. - -En hij zond Renée heen met de herhaalde betuiging: - ---Niet mogelijk, niet mogelijk, lieve mevrouw, kom een anderen dag -maar eens terug.... Ik voel u van morgen niet. - -De mooie opvoeding die Maxime ontving, droeg al haar eerste -vruchten. Toen de kwajongen zeventien jaar oud was, verleidde hij de -kamenier van zijn stiefmoeder. Het ergste van het geval was, dat het -meisje zwanger werd. Zij moest met haar kind en een klein jaargeld -naar buiten gezonden worden. - -Renée hinderde dat avontuur vreeselijk. Saccard's bemoeiingen hierin -bleven tot de regeling van de finantiëele zijde der kwestie beperkt, -maar de jonge vrouw nam haar leerling geducht onder handen. Hij, -dien zij tot een toonbeeld van netheid wilde maken, hij had zich met -zoo'n meisje ingelaten! Wat een belachelijk en schandelijk begin, -een liefdesavontuur waarmee je niet voor den dag kon komen! Als hij -het nog eens met een van haar kennissen had aangelegd! - ---Wat drommel, antwoordde hij kalmpjes, als je vriendin Suzanne gewild -had, dan had zij naar buiten kunnen gaan. - ---Wat een guit! mompelde zij ontwapend, lachend bij het denkbeeld, -dat Suzanne met een jaargeld van twaalfhonderd francs haar toevlucht -naar buiten zou nemen. - -Toen kwam er een nog grappiger gedachte in haar op; zij vergat haar rol -van verontwaardigde moeder, hield haar helderen lach achter haar hand -terug, en hem schuins aanziende, zei zij tusschen haar lachen door: - ---Zeg, ik geloof dat Adeline kwaad op je geworden was en haar een -standje gemaakt had.... Zij ging niet verder. Maxime lachte mee. Dat -was het einde van Renée's zedelessen over dit avontuur. - -Intusschen bekommerde Aristide Saccard zich heel weinig om de twee -kinderen, zooals hij zijn zoon en zijn tweede vrouw noemde. Hij liet -hun een onbeperkte vrijheid, blij dat zij zulke goede vrienden waren, -wat heel wat drukte en vroolijkheid in de kamers bracht. Dat waren -anders zonderlinge kamers, op die eerste verdieping in de rue de -Rivoli. Den heelen dag hoorde men er het slaan van deuren; de meiden -en knechts spraken er op luiden toon, die vertrekken, nog in den vollen -tooi van hun nieuwe weelde, werden onophoudelijk doorkruist door lange, -fladderende japonnen, heele optochten van leveranciers, den chaos -van Renée's vriendinnen, Maxime's kameraads en Saccard's bezoekers. - -Laatstgenoemde ontving van negenen tot elven het vreemdste volkje -dat men bedenken kan: senatoren en deurwaardersklerken, hertoginnen -en koopvrouwen in toiletartikelen, al het schuim dat de onweersbuien -van Parijs des morgens in zijn huis wierpen, zijden japonnen, vuile -rokken, kielen, zwarte jassen, die hij op denzelfden gejaagden toon, -met dezelfde ongeduldige en zenuwachtige gebaren ontving. Hij deed -de zaken met een paar woorden af, loste twintig zwarigheden te gelijk -op en gaf de oplossing, heen en weer dribbelende. - -Het leek wel of dat bewegelijke mannetje, wiens stem heel hard -klonk, in zijn kamer aan het vechten was met zijn bezoekers, met de -meubelen, omduikelde, met het hoofd tegen de zoldering stiet om er -de denkbeelden uit te laten spatten, en altijd weer zegevierend op -zijn voeten terecht kwam. - -Om elf uur ging hij uit, dan zag men hem den heelen dag niet meer -terug; hij ontbeet, ja, dineerde dikwijls buitenshuis. - -Dan behoorde het huis aan Renée en Maxime, zij maakten zich meester van -het kantoor van den vader; zij pakten er de doozen van de leveranciers -uit, en allerlei lapjes en lintjes lagen over en tusschen de dossiers. - -Soms wachtten ernstige menschen een uur lang voor de deur van het -kantoor, terwijl de schoolknaap en de jonge vrouw, ieder aan een hoek -van Saccard's bureau, over den strik van een lint twistten. - -Renée liet tienmaal per dag inspannen. Zelden aten zij gezamenlijk; -van de drie waren er twee op den loop, om niet voor middernacht thuis -te komen. Woning van luidruchtige drukte, van zaken en genoegens, -waarin het moderne leven, met zijn gerinkel van goud, zijn verkreukte -toiletten, als in een windvlaag verzwolgen werd. - -Aristide had eindelijk een werkkring naar zijn zin gevonden. Hij deed -zich kennen als een groote speculant, die met millioenen werkte. Na -het meesterstuk van de rue de la Pépinière, wierp hij zich onvervaard -in den strijd, die Parijs begon te bezaaien met onrechtmatig verkregen -buit en schitterende overwinningen. - -Aanvankelijk speelde hij hetzelfde zekere spel, waarmee hij de eerste -maal succès had behaald; hij kocht huizen, waarvan hij vooruit wist -dat zij te eenigertijd zouden afgebroken worden, en nam zijn vrienden -in den arm om ruime schadevergoeding te krijgen. Op die wijze kreeg -hij een vijf- of zestal huizen in zijn bezit, dezelfde die hij vroeger -zoo zonderling aankeek, alsof het kennissen van hem waren, toen hij -nog maar een arme opzichter was. - -Maar dat was nog slechts het werk van een beginner. Zoo'n slimheid -werd er niet toe vereischt, de huurcontracten af te laten loopen, -met de huurders te knoeien, den staat en de particulieren te bestelen; -hij vond bovendien, dat de opbrengst de moeite niet eens loonde. Hij -wendde zijn vernuft dan ook spoedig tot ingewikkelder zaken aan. - -Saccard vond eerst het kunstje uit om in het geheim huizen voor -rekening van de stad te koopen. Een uitspraak van den raad van -State had deze namelijk in een moeielijk geval gebracht. De stad had -ondershands een groot aantal huizen opgekocht, in de hoop dat zij de -contracten kon laten afloopen en de huurders zonder schadeloosstelling -kon laten vertrekken. Deze aankoopen werden echter bij bovengenoemde -uitspraak als echte onteigeningen beschouwd, en de stad moest betalen. - -Toen bood Saccard zich als tusschenpersoon aan, hij kocht, liet de -contracten afloopen en leverde tegen een ruime vergoeding het huis -op het bepaalde oogenblik af. - -Hij begon zelfs het mes van twee kanten te laten snijden; hij kocht -voor de stad en voor den prefect. Als de zaak al te verleidelijk was, -hield hij het huis voor zichzelf. De staat betaalde. Men beloonde -zijn gedienstigheid door hem eindjes straat of ontworpen kruispunten -toe te staan, die hij alweer verkocht voor dat de nieuwe weg begonnen -was. Het was een woest spel; men speelde met wijken die nog gebouwd -moesten worden, zooals men met effecten speculeert. - -Zekere dames, mooie meisjes, intieme vriendinnen van hooge ambtenaren, -deden er ook aan mee; een harer, die beroemd was om haar fraaie tanden, -heeft meer dan eens heele straten opgeknabbeld. Saccard werd hongerig, -hij voelde zijn begeerten grooter worden, als hij dat ruischende goud -tusschen zijn vingers voelde glijden. - -Het scheen hem toe dat een zee van goudstukken zich rondom hem -uitstrekte, zich tot een oceaan uitbreidde, den onmetelijken horizon -vervulde met een gedruis van vreemdsoortige golven, een metaalklank die -zijn hart aangenaam aandeed; en hij waagde zich er in, zwom dagelijks -met meer stoutmoedigheid, dook, verscheen weer aan de oppervlakte, zwom -nu eens op den rug, dan weer op den buik, doorkliefde die onmetelijke -vlakte op kalme en op stormachtige dagen, rekende op zijn krachten -en zijn behendigheid, dat hij nooit zou verdrinken. - -Parijs was toen in een wolk van kalk gehuld. De tijden, die Saccard op -de hoogte van Montmartre voorspeld had, waren gekomen. De stad werd -met sabelhouwen gekliefd, en hij had een werkzaam aandeel bij al die -insnijdingen, al die kwetsuren, hij had puin liggen in de vier hoeken -der stad. In de rue de Rome, was hij betrokken bij die zonderlinge -geschiedenis van een grooten kuil dien een maatschappij groef, -om vijf- of zesduizend kubieke meters aarde te vervoeren, teneinde -aan reusachtige werken te doen gelooven, maar die weer volgeworpen -moest worden met aarde uit Saint-Ouen, toen de maatschappij failliet -was gegaan. - -Hij kwam er met een zuiver geweten en volle zakken uit, dank zij zijn -broer Eugène, die zoo goed was tusschenbeide te komen. - -Te Chaillot hielp hij de hoogte uitgraven en de weggegraven aarde op -een laag terrein brengen, om den boulevard, die van den Arc-de-Triomphe -naar de pont de l'Alma gaat, door te trekken. - -Van hem ging ook het denkbeeld uit om de weggegraven aarde van -het Trocadéro op het plateau in den omtrek van Passy te strooien, -zoodat men tegenwoordig op twee meters diepte goede aarde aantreft, -terwijl in dat puin zelfs geen gras wil groeien. - -Hij was op twintig plaatsen tegelijk te vinden, overal waar -onoverkomelijke hindernissen waren, uitgegraven aarde waarmee men -niets wist aan te vangen, ophoogingen die men niet kon uitvoeren, -een groote voorraad aarde en kalkpuin, die den ingenieurs met hun -koortsachtige gejaagdheid in den weg lag, en dien hij met zijn nagels -doorwroette, om er ten slotte altijd een voordeeltje uit te halen. - -Op een en denzelfden dag liep hij van de werken van den Arc-de-Triomphe -naar die van den boulevard Saint-Michel, van het uitgegraven gedeelte -van den boulevard Malesherbes naar de ophoogingen van Chaillot, en -achter zich een leger van werklieden, deurwaarders, aandeelhouders, -bedriegers en bedrogenen mee voerende. - -Maar zijn grootste roem was het Wijnbouwcrediet, dat hij met -Toutin-Laroche opgericht had. Deze was de officiëele directeur; hij -verscheen slechts als lid van den raad van toezicht. Eugène had bij -deze gelegenheid zijn broer nog eens de behulpzame hand geboden. Door -zijn toedoen gaf de regeering toestemming tot de oprichting, en -oefende er met een groote goedwilligheid toezicht op uit. - -Toen een kwaaddenkend blad de vrijheid nam een operatie van deze -maatschappij te critiseeren, ging de Moniteur zelfs zoover, dat -zij een nota opnam, waarbij alle discussie over een zoo respectable -onderneming, die zelfs onder de bijzondere bescherming van den Staat -stond, verboden werd. - -Het Wijnbouwcrediet was gebaseerd op een uitstekend finantieel systeem; -het leende aan de verbouwers de helft van de geschatte waarde van hun -goederen, waarborgde het geleende door een hypotheek, en inde van de -leeners de intrest, vermeerderd met een termijn van de aflossing. Er -kon niets waardiger ingericht worden dan zoo iets. - -Eugène had met een fijn lachje de opmerking gemaakt, dat men aan het -hof eerlijkheid verlangde. Mijnheer Toutin-Laroche gaf in zooverre -gehoor aan dien wensch, dat hij de leenbank voor de wijnbouwers -stilletjes haar gang liet gaan, maar daarnaast richtte hij een bank -op, die alle kapitalen tot zich trok en met koortsachtigen ijver -speculeerde, allerlei ondernemingen wagende. - -Door den krachtigen impuls van den directeur, kreeg het Wijnbouwcrediet -weldra den naam van uiterst solide en voorspoedig te zijn. - -Om aan de Beurs een menigte nieuwe aandeelen te plaatsen, kwam Saccard -op het vernuftige denkbeeld ze het voorkomen van oude te geven, die al -lang in omloop geweest waren; hij liet ze daartoe door de loopknechts, -met bezems gewapend, een heelen nacht trappen en slaan. - -Het leek wel een filiaal van de Bank. Het hôtel, waarin de bureaux -gehuisvest waren, met zijn voorplein vol équipages, zijn stemmig -hekwerk, zijn breed bordes en monumentale trap, zijn lange reeksen -weelderig ingerichte vertrekken, zijn ontelbaar aantal kantoorbedienden -en lakeien, scheen een waardige tempel van het geld; niets stemde het -publiek eerbiediger dan het heiligdom, de kas, waarheen een gang van -heiligen eenvoud leidde, waar men de brandkast bespeurde, den god, -neergehurkt, aan den muur geklonken, ineengedoken sluimerend, met -zijn drie sloten, zijn dikke zijden, zijn uiterlijk van goddelijke -redeloosheid. - -Saccard bedisselde een groote zaak met de stad. Gebukt onder haar -schuldenlast, meegesleept in dien millioenendans dien zij zelf begonnen -was, om den keizer te behagen en zekere zakken te vullen, zag zij zich -genoodzaakt haar toevlucht te nemen tot vermomde leeningen, daar zij -haar dwaze opwinding, haar houweelenwoede niet wilde bekennen. Zij -gaf toen zoogenaamde delegatie-bons uit, echte wissels op langen -termijn, teneinde de aannemers te kunnen betalen op den dag waarop -de overeenkomsten gesloten werden, en hen aldus aan geld te helpen -door dat zij de bons konden verhandelen. - -Het Wijnbouwcrediet had dit papier heuschelijk van de aannemers -overgenomen. Zoodra de stad geldgebrek had, ging Saccard haar op de -proef stellen. Er werd hem een aanzienlijke som gelds voorgeschoten, -op een uitgifte van delegatie-bons, die mijnheer Toutin-Laroche -verzekerde van concessionnarissen in handen te hebben, en waarmee -hij op allerlei wijzen speculeerde. Van dien tijd af was het -Wijnbouwcrediet onaantastbaar; het had Parijs onder den duim. - -De directeur sprak nog slechts met een glimlach over de vermaarde -Société Générale des Ports du Maroc; zij was toch altijd nog in -leven, en de bladen gingen geregeld voort ophef te maken over de -groote handelsstations. Eens toen mijnheer Toutin-Laroche Saccard -wilde overhalen aandeelen in die maatschappij te nemen, lachte deze -hem in het gezicht uit en vroeg hem of hij dacht, dat hij dom genoeg -zou zijn om zijn geld in de "Algemeene Maatschappij van de Duizend -en een Nacht" te steken. - -Tot dusver had Saccard gelukkig gespeeld, zonder kans op verlies, -valsch spelende, zich verkoopende, voordeel trekkende uit de koopen -die hij sloot, kortom uit iedere onderneming die hij op touw zette, -geld slaande. Weldra was hem dat opgeld niet meer voldoende; hij -achtte het beneden zich het goud, dat een Toutin-Laroche en een baron -Gouraud achter zich lieten vallen, saam te lezen en op te rapen. - -Hij stak zijn arm tot aan den schouder in den geldzak. Hij werd -compagnon van Mignon, Charrier en Cie, die vermaarde aannemers, die -toen nog pas in hun opkomst waren, en die later kolossale vermogens -verwierven. - -De stad had reeds besloten de werken zelf niet meer uit te voeren, -maar het aanleggen der boulevards bij aanbesteding te gunnen. De -maatschappijen, aan wie de concessie verleend werd, verbonden zich -den verkeersweg kant en klaar op te leveren, met boomen, banken en -gaslantarens, tegen een vooraf bepaalde vergoeding; soms gaven zij -zelfs den weg voor niets: zij werden ruimschoots schadeloos gesteld -door de opbrengst der aanliggende terreinen, die zij hielden en -waarvan zij de prijzen buitensporig hoog stelden. - -Uit dezen tijd dagteekenen de speculatiekoorts met de terreinen en -de vreeselijke rijzing in waarde der huizen. - -Saccard kreeg door zijn invloedrijke vrienden de concessie van drie -stukken boulevard. Hij was de ziel, maar tevens de onruststoker van -het deelgenootschap. De heeren Mignon en Charrier, zijn ledepoppen in -het begin, waren een paar flinke, slimme snaken, metselaarsbazen die -de waarde van het geld kenden. Zij lachten heimelijk om Saccard's -equipages, meestal liepen zij in een kiel, ontzagen zich niet een -werkman een handje te helpen en kwamen met kalk en stof bedekt -thuis. Zij waren allebei uit Langres. - -In dat koortsachtige, onverzadigde Parijs brachten zij hun boersche -voorzichtigheid mee, hun kalm verstand, dat niet zoo schrander was, -maar toch wakker genoeg om van de gelegenheid gebruik te maken om -zich de zakken te vullen, al zou het genot later pas volgen. - -Wanneer Saccard een zaak op touw zette, er bezieling aan gaf door -zijn vuur, zijn woeste begeerten, beletten de heeren Mignon en -Charrier, door hun prozaïsche denkwijze, hun gehechtheid aan den -ouden, bekrompen sleur van hun beheer, hem wel twintig maal ten -onder te gaan in zijn verwonderlijke plannen. Zij gaven nimmer hun -toestemming tot de prachtige kantoren, het hôtel dat hij wilde bouwen -om Parijs in verbazing te brengen. Zij stemden evenmin toe in de -speculaties, die iederen morgen in zijn hoofd opkwamen: het bouwen -van concertzalen, groote badinrichtingen op de terreinen langs de -boulevards, spoorwegen, die de lijn van de nieuwe boulevards volgden, -met glas overdekte galerijen, die het tiendubbele van de gewone -winkelhuur zouden opbrengen, waardoor men in Parijs kon rondwandelen -zonder nat te worden. - -Om een einde te maken aan al die schrikaanjagende plannen, besloten -de aannemers dat de terreinen langs de boulevards onder de drie -compagnons verdeeld zouden worden, en dat ieder met zijn deel kon -doen wat hij verkoos. - -Zij gingen wijselijk voort hun aandeel te verkoopen. Hij liet -bouwen. Zijn hoofd kookte. Hij zou in staat geweest zijn in allen ernst -voor te stellen Parijs onder een kolossale stolp te zetten, om het -in een broeikas te veranderen en er ananas en suikerriet in te kweeken. - -Weldra bezat Saccard acht huizen op de nieuwe boulevards. Vele -waren geheel af, waarvan twee in de rue de Marignan en twee op den -boulevard Haussman; de vier andere, op den boulevard Malesherbes, -waren nog in aanbouw; een daarvan, een groote afgeschutte ruimte -waarop een prachtig hôtel zou verrijzen, vertoonde nog slechts den -planken vloer van de eerste verdieping. - -In dien tijd kregen zijn zaken zoo'n ingewikkeld karakter, had hij -zooveel draden aan iederen vinger bevestigd, zooveel belangen te -behartigen, zooveel poppen te doen dansen, dat hij soms maar drie -uren op een nacht sliep, en de ingekomen brieven in zijn rijtuig -moest lezen. - -Het verwonderlijkste daarbij was dat zijn kas onuitputtelijk -scheen. Hij was aandeelhouder van alle maatschappijen, bouwde met een -grooten hartstocht, nam deel in allerlei handel, dreigde Parijs te -overstroomen als een springvloed, zonder dat men hem ooit een duidelijk -voordeel zag behalen, een groote som gelds in den zak zag steken. - -Die stroom van goud, waarvan men de bronnen niet kende en die in -dicht opeengedrongen golven uit zijn kantoor scheen te komen, bracht -de lummels in verbazing en maakte hem tot een gezien man, aan wien -de dagbladen al de kwinkslagen van de Beurs toeschreven. - -Met zoo'n echtgenoot was Renée zoo goed als ongehuwd. Er gingen weken -voorbij zonder dat zij hem zag. Overigens viel er niets op hem te -zeggen: hij deed voor haar zijn brandkast wijd open. Zij mocht hem -dan ook wel, als een toeschietelijk bankier. Wanneer zij naar het -hôtel Béraud ging, prees zij hem erg tegenover haar vader, dien het -fortuin van zijn schoonzoon streng en koel liet. - -Haar minachting was verdwenen; die man scheen zoo overtuigd dat -het leven niets anders beteekende dan zaken doen, hij was zoo -klaarblijkelijk geboren om geld te slaan uit alles wat hem onder de -handen kwam, vrouwen, kinderen, keisteenen, zakken kalk, gewetens, -dat zij hem niet verwijten kon met hun huwelijk een koop te hebben -gesloten. - -Sedert dien koop beschouwde hij haar eenigszins als een van die -mooie huizen, die zijn aanzien verhoogden en waaruit hij groote -voordeelen hoopte te trekken. Hij had graag dat zij goed gekleed ging, -een druk leven leidde, geheel Parijs het hoofd op hol bracht. Dat -verschafte hem aanzien, verdubbelde het waarschijnlijke bedrag van zijn -fortuin. Hij was jong, mooi, verliefd, dwaas, door zijn vrouw. Zij was -een compagnon, een medeplichtige zonder het te weten. Een nieuw span -paarden, een toilet van twee duizend daalders, een toeschietelijkheid -voor den een of anderen minnaar, vergemakkelijkten, beslisten dikwijls -zijn voordeeligste zaakjes. - -Dikwijls wendde hij overstelpend drukke bezigheden voor, hij zond -haar naar een minister, naar een hooggeplaatst ambtenaar, om een -machtiging te verzoeken of een antwoord te halen. Hij zei haar: -"En wees verstandig!" op een toon zooals hij alleen kon aanslaan, -tegelijk spottend en vleiend. En als zij terugkwam, en geslaagd was, -wreef hij zich in de handen, terwijl hij herhaaldelijk zei: "En je -bent verstandig geweest!" Renée lachte. Hij was te werkzaam om naar -een mevrouw Michelin te verlangen. Hij hield doodeenvoudig van ruwe -aardigheden, van onbetamelijke veronderstellingen. - -Trouwens, ingeval Renée niet "verstandig" was geweest, zou het hem -alleen gespeten hebben, omdat hij dan de vriendelijke hulp van den -minister of den ambtenaar werkelijk betaald zou hebben. De luidjes -bedriegen, hun minder waar te geven dan hun voor hun geld toekwam, -dat was voor hem een genot. Hij zei dikwijls bij zichzelf: "Als ik -een vrouw was, zou ik me misschien verkoopen, maar ik zou de koopwaar -nooit afleveren; dat zou al te dom zijn." - -Die dartele Renée, die op een nacht aan den Parijschen hemel verschenen -was als de excentrieke toovergodin der wereldsche genietingen, was -de ondoorgrondelijkste van alle vrouwen. Als zij thuis was opgevoed, -dan had zij ongetwijfeld de prikkels der begeerten, die haar soms het -hoofd op hol brachten, door den godsdienst of eenige andere voldoening -der zenuwen afgestompt. - -Wat haar hoofd aangaat, was zij echt burgerlijk; zij was hoogst -fatsoenlijk, had een voorkeur voor logische zaken, vrees voor den hemel -en de hel, een groote dosis vooroordeelen; zij aardde naar haar vader, -naar dat bedaarde, voorzichtige geslacht dat de huiselijke deugden -eerde. In die natuur ontkiemden en ontloken de verwonderlijkste -droombeelden, die telkens weerkeerende nieuwsgierigheid, de onuitbare -begeerten. - -Bij de dames van de Visitatie in vrijheid opgegroeid, de geest naar -willekeur ronddolend in de mystieke genietingen van de kapel en de -zinnelijke vriendschap voor haar vriendinnetjes, had zij zich een -zonderlinge opvoeding eigen gemaakt; zij leerde de ondeugd kennen, en -pleegde die met al de openhartigheid van haar aard; zij bracht haar -jong hoofdje zoo van streek, dat zij haar biechtvader eens in niet -geringe verlegenheid bracht door de bekentenis, dat zij op zekeren -dag, gedurende de mis, een onweerstaanbaren lust gevoeld had om op -te staan en hem te kussen. - -Dan weer kastijdde zij zich, en verbleekte zij bij de gedachte aan -den duivel en zijn hel. - -De misslag, die later haar huwelijk met Saccard ten gevolge had, -die gewelddadige verkrachting, die zij met een soort van angstige -verwachting onderging, maakte dat zij zichzelf ging verachten, en -was een der voornaamste oorzaken dat zij zich willoos aan haar kwade -neigingen over gaf. Zij dacht dat het tot niets diende tegen het kwaad -te strijden, dat het al in haar was, dat de logica haar machtigde -tot het einde toe in de kennis van het kwaad door te dringen. Zij -was meer nieuwsgierig dan begeerig. - -In den maalstroom van het tweede keizerrijk geworpen, overgelaten aan -haar verbeelding, steeds van geld voorzien, in haar luidruchtigste -buitensporigheden aangemoedigd, gaf zij zich over, had er spijt van -en slaagde er eindelijk in het reeds wegstervende gevoel van haar -fatsoenlijkheid geheel te dooden, altijd aangedreven en voortgezweept -door haar onverzadelijke begeerte om te weten en te gevoelen. - -Tot dusver deed zij overigens nog slechts wat alle anderen deden. Zij -sprak graag, fluisterend en lachend, over buitengewone gevallen als -de teedere vriendschap van Suzanne Haffner en Adeline d'Espanet, over -het kiesche beroep van mevrouw de Lauwerens, over de kussen tegen -vaste prijzen van gravin Vanska; maar zij beschouwde die dingen nog -maar van verre, met de onbestemde gedachte dat zij er misschien ook -aan mee zou doen, en die onbepaalde begeerte die te kwader ure bij -haar opkwam, verhoogde nog die bedrijvige onrust, dat gejaagde zoeken -naar een heerlijk, eenig genot, dat zij enkel smaken zou. - -Haar eerste minnaars hadden haar niet verwend; driemaal had zij gemeend -hartstochtelijk verliefd te zijn; de liefde ontbrandde in haar hoofd -als een vuurpijl, welks vonken haar hart niet raakten. Een maand lang -was zij als gek, vertoonde zij zich door heel Parijs met haar minnaar; -maar op een morgen, midden in de drukste betuigingen zijner liefde, -voelde zij een ontzettende leegte, een verpletterende stilte. - -De eerste, de jonge hertog de Rozan, had al spoedig bij haar afgedaan; -Renée, die hem om zijn zachtheid en zijn onberispelijke manieren -had uitverkoren, vond hem, als zij met hem alleen was, onbeduidend, -saai, vervelend. - -Mijnheer Simpson, attaché aan het amerikaansch gezantschap, was zijn -opvolger; hij had haar bijna geslagen, en daaraan had hij het te -danken dat hij meer dan een jaar bij haar bleef. - -Toen nam zij graaf de Chibray, adjudant des keizers, een knappen, -verwaanden man, die haar erg begon te vervelen, toen hertogin de -Sternich op het idee kwam op hem te verlieven en hem van haar af te -nemen. Toen treurde zij om hem, en gaf zij haar vriendinnen te kennen, -dat haar hart verbrijzeld was, dat zij nooit meer zou beminnen. - -Zoo kwam zij aan mijnheer de Mussy, het onbeduidendste wezen ter -wereld, een jongmensch dat carrière maakte in de diplomatie, doordat -hij met zooveel smaak een cotillon wist te leiden; zij begreep -eigenlijk zelf niet hoe zij zich aan hem had kunnen overgeven: toch -hield zij hem geruimen tijd, uit gemakzucht; zij vond niets aardigs -meer in iets onbekends, dat men in een uur ontdekt, en als zij zich -dan toch de moeite van een verandering moest getroosten, wilde zij -liever wachten totdat zij iets buitengewoons ontmoette. - -Op haar acht en twintigste jaar was zij alles moe. De verveling scheen -haar te onverdragelijker, omdat haar burgerlijke deugden gebruik -maakten van die uren van verveling, om zich te beklagen en haar te -verontrusten. Dan sloot zij haar deur, had hevige hoofdpijnen. En -als de deur weer openging, kwam met groote drukte een stroom van -zijde en kant te voorschijn, een schepseltje van weelde en vreugd, -zonder een rimpel van zorg of een blos van schaamte. - -In haar alledaagsch, wereldsch leven had zij toch een roman -gehad. Eens, toen zij tusschen licht en donker te voet een bezoek -had afgelegd bij haar vader, die niet gesteld was op het geratel van -rijtuigen voor zijn deur, bemerkte zij op den terugweg, op de quai -Saint-Paul, dat zij door een jongmensch gevolgd werd. - -Het was warm; een aangename warmte, die tot minnen opwekte. - -Daar zij nooit anders gevolgd werd dan te paard, in de lanen van het -Bosch, vond zij het avontuur pikant, zij werd er door gevleid als -door een nieuw soort hulde, een beetje onbeschaamd, maar juist die -onbeschaamdheid prikkelde haar aangenaam. In plaats van naar huis -te gaan, sloeg zij de rue du Temple in, en liet haar aanbidder de -boulevards afloopen. - -Intusschen werd de man stoutmoediger, hij werd zoo dringend, dat -Renée van streek geraakte, de rue du Faubourg-Poissonnière insloeg en -den winkel van haar schoonzuster in vluchtte. De man kwam ook naar -binnen. Mevrouw Sidonie glimlachte, scheen de zaak te begrijpen en -liet ze alleen. En toen Renée haar wilde volgen, hield de onbekende -haar tegen, sprak haar met een bewogen stem eenige beleefde woorden -toe, en zij vergaf hem zijn vrijpostigheid. Het was een ambtenaar, -Georges genaamd; zijn familienaam zei hij haar niet, en zij vroeg er -ook niet naar. Zij ontmoette hem daar twee malen; zij ging door den -winkel, hij kwam door de rue Papillon. - -Deze toevallige liefde, op straat gevonden en aangenomen, verschafte -haar het levendigste genoegen. Zij dacht er altijd aan, wel met een -beetje schaamte, maar ook met een zonderling lachje van spijt. - -Mevrouw Sidonie won dit bij het avontuur, dat zij eindelijk de -medeplichtige werd van haar broers tweede vrouw, een rol die zij al -sedert den trouwdag had willen spelen. - -Die arme mevrouw Sidonie had zich misrekend. Terwijl zij het huwelijk -bedisselde, had zij gehoopt ook haar aandeel in dat huwelijk te -krijgen, Renée tot klant te krijgen, een menigte voordeelen uit haar -te behalen. Zij beoordeelde de vrouwen met een oogopslag, zooals -kenners de paarden beoordeelen. Groot was dan ook haar verslagenheid, -toen zij na de maand die zij aan het echtpaar gegund had om zich -te vestigen, tot de ontdekking kwam dat zij achter het net vischte, -toen zij mevrouw de Lauwerens in het midden van het salon zag tronen. - -Laatstgenoemde, een mooie zes en twintigjarige vrouw, maakte er haar -werk van de nieuwelingen in de groote wereld binnen te leiden. - -Zij behoorde tot een zeer oude familie, was gehuwd met een groot -financier, die het gebrek bezat dat hij de rekeningen der modistes -en kleermakers weigerde te betalen. Mevrouw was schrander genoeg om -zichzelf te helpen. Zij had een afschuw van de mannen, zei zij; maar -zij verschafte ze aan al haar vriendinnen; er was altijd een compleet -stel te vinden in de vertrekken die zij in de rue de Provence, boven -het kantoor van haar man, bewoonde. Men hield er voorproefjes. Men -ontmoette er elkander heel onverwacht, heel gezellig. Er stak geen -kwaad in, dat een jong meisje haar lieve mevrouw de Lauwerens eens -ging bezoeken, en het was haar schuld niet als het toeval daar mannen -bracht, die zich heel eerbiedig gedroegen, en tot de hoogste kringen -behoorden. - -De vrouw des huizes zag er lieftallig uit in haar kanten -peignoirs. Dikwijls zou een bezoeker haar verkozen hebben boven haar -geheele collectie blondines en brunettes. Maar men wist wel, dat zij -daartoe te verstandig was. Daarin stak het heele geheim van haar zaak. - -Zij hield haar hooge positie in de wereld, alle mannen waren haar -vrienden, zij hield haar trots als fatsoenlijke vrouw, genoot heimelijk -als zij anderen liet vallen en bovendien voordeel uit haar val trok. - -Toen mevrouw Sidonie begreep hoe die nieuwe uitvinding in elkander -zat, was zij diep getroffen. Dat was de oude school, de vrouw in een -oud zwart japonnetje, die minnebriefjes in haar mandje overbracht, -tegenover de moderne school, de groote dame die haar vriendinnen -in haar boudoir ontvangt, onder het drinken van een kopje thee. De -moderne school zegevierde. - -Mevrouw Lauwerens keek minachtend naar het verkreukte toilet van -mevrouw Sidonie, in wie zij een mededingster bevroedde. Uit haar -hand ontving Renée haar eerste verveling, den jongen hertog de Rozan, -dien de mooie bankiersvrouw niet gemakkelijk plaatsen kon. - -De nieuwe school zou eerst later het onderspit delven, toen mevrouw -Sidonie haar kamers afstond voor de gril van haar schoonzuster, -voor den onbekende van de quai Saint-Paul. Zij bleef van toen af -haar vertrouwde. - -Maar een van mevrouw Sidonie's getrouwen was Maxime. Nauwelijks -vijftien jaar oud, kwam hij al bij zijn tante snuffelen en berook hij -de achtergelaten handschoenen, die hij op de meubels vond. Zijn tante, -die er een hekel aan had om openlijk voor de waarheid uit te komen, -leende hem ten slotte de sleutels van haar kamers, onder voorgeven -dat zij tot den volgenden dag uitbleef. - -Maxime zei iets van vrienden, die hij niet bij hem thuis durfde -ontvangen. Op de bovenkamers van de rue du Faubourg-Poissonnière -bracht hij verscheidene nachten met dat arme meisje door, dat naar -buiten moest gezonden worden. - -Mevrouw Sidonie leende geld van haar neef, keek hem smachtend aan, -en fluisterde met haar innemende stem dat hij "zoo zacht en zoo -blozend was als een meisje." - -Intusschen was Maxime grooter worden. Het was nu een slanke, knappe -jongeling, die de blozende wangen en blauwe oogen van den knaap -behouden had. Zijn krullende haren voltooiden het "meisjesachtige" -in zijn uiterlijk, dat de dames zoo aantrok. - -Hij geleek op de arme Angèle, hij had haar zachten blik, haar blonde -bleekheid. Maar hij was nog minder waard dan die trage, onbeduidende -vrouw. Het ras der Rougons was in hem verfijnd, maar tegelijk zwakker -en gebrekkig geworden. - -Geboren uit een te jonge moeder, een vreemd mengsel, een -dooreenhaspeling, meebrengende van de woeste begeerten zijns -vaders en de weekelijke lijdzaamheid zijner moeder, was hij een -gebrekkig product, waarin de gebreken der ouders elkander aanvulden -en verergerden. - -Dat geslacht leefde te snel; het stierf reeds uit in dat teere -wezen, waarbij de sekse klaarblijkelijk in twijfel gestaan had, -waarin niet meer een wilskracht stak, belust op rijkdom en genot, -zooals Saccard, maar een laffe zucht om het bijeengegaarde fortuin -te verteren; zonderling tweeslachtig wezen, te zijner tijd geboren -in een rottende maatschappij. - -Wanneer Maxime naar het Bosch ging, ingeregen als een vrouw, op en -neer wippende in het zadel bij den zachten draf van zijn paard, was -hij de god van de jongelieden van zijn leeftijd, met zijn ontwikkelde -heupen, zijn lange smalle handen, zijn teer, guitig voorkomen, zijn -onberispelijke elegantie en zijn tooneelspelers-taal. - -Toen hij twintig jaar oud was, achtte hij zich verheven boven -alle gevoel van verbazing en van walging. Hij had stellig van de -minst gebruikelijke vuilheden gedroomd. De ondeugd was bij hem geen -grondelooze diepte, zooals bij zekere grijsaards, maar een uitwendige, -natuurlijke bloei. Zij krulde in zijn haren, lachte op zijn lippen, -kleedde hem met zijn kleeren. Maar het eigenaardigst waren vooral de -oogen, twee blauwe, heldere, lachende oogen, spiegels van koketterie, -waarachter men de leegte van zijn hersenkas duidelijk bemerkte. - -Die veile-deernenoogen sloeg hij nooit neer, zij zochten het vermaak, -een vermaak zonder afmatting, dat men aanroept en ontvangt. - -De windvlaag, die zonder ophouden de vertrekken van de rue de Rivoli -binnendrong en er de deuren deed slaan, blies harder naarmate Maxime -grooter werd, naarmate Saccard den kring zijner operaties uitbreidde -en Renée met steeds toenemenden koortsachtigen ijver het onbekende -genot zocht. Die drie wezens leidden daar een vreemdsoortig leven -van vrijheid en dwaasheid. Dat was de rijpe vrucht van een tijdvak. - -De straat was met haar geratel van rijtuigen, haar gedrang van -wildvreemden, haar ruwe taal, in deze woning binnengedrongen. De -vader, de stiefmoeder, de stiefzoon handelden, spraken of maakten het -zich gemakkelijk alsof ieder van hen alleen op kamers woonde. Drie -vrienden, drie studenten, die met elkander een zitkamer deelden, -konden niet met meer ongegeneerdheid over die kamer beschikt hebben -om er hun ondeugden, hun liefdesavonturen, hun luidruchtige vreugde -van groote kwajongens in te bergen. - -Zij aanvaardden elkanders gezelschap met een vriendschappelijken -handdruk, schenen geen flauw vermoeden te hebben welke band hen onder -hetzelfde dak bijeenbracht, gingen gulhartig en vroolijk met elkander -om, en bleven zoodoende volkomen onafhankelijk van elkander. - -Het begrip familie was in hun oog iets als een vennootschap, waar de -winst gelijkelijk verdeeld wordt, elk nam zijn aandeel van het vermaak -in bezit, en het was een stilzwijgende conditie dat ieder van hen dat -aandeel kon opmaken zooals hij dit verkoos. Ten slotte smaakten zij hun -genoegens voor elkanders oogen, weidden er breedvoerig over uit, zonder -iets anders dan een beetje afgunst en nieuwsgierigheid op te weken. - -Nu werd Renée door Maxime onderricht. Wanneer hij met haar naar het -Bosch ging, vertelde hij haar allerlei dingen over lichte meisjes, -die hen erg vroolijk stemden. Hij kon geen nieuwe verschijning aan -den oever van het meer opmerken, of hij ging inlichtingen inwinnen -omtrent den naam van haar minnaar, het jaargeld dat hij haar gaf, -of de manier waarop zij leefde. - -Hij was bekend met het huiselijk leven van die dames, wist intieme -bijzonderheden, was een levende catalogus, waarin alle publieke meisjes -van Parijs genummerd stonden, met een volledige beschrijving er bij. - -In het hooren van die nieuwtjes schiep Renée het grootste vermaak. Te -Longchamp bij de wedrennen, als zij in haar kales voorbij reed, -luisterde zij gretig toe, ofschoon zij haar waardigheid als deftige -dame niet aflegde, wanneer Maxime haar vertelde hoe Blanche Muller -haar gezantschapsattaché bedroog met haar kapper; of hoe de kleine -baron den graaf in zijn onderbroek gevonden had in de alkoof van een -magere, roodharige beroemdheid, bijgenaamd de Kreeft. - -Iederen dag had hij een ander nieuwtje. Als de zaak te onkiesch -was, sprak Maxime wat zachter, maar hij vertelde ze voluit. Renée -luisterde met wijdgeopende oogen, als een kind dat een grapje hoort, -hield haar lachen in, en proestte het dan uit in haar geborduurden -zakdoek, dien zij even tegen de lippen drukte. - -Maxime bracht ook de portretten van die dames mee. Hij had portretten -van actrices in al zijn zakken: tot zelfs in zijn sigarenkoker. Soms -ledigde hij zijn zakken; en deed de dames in het album dat op de -meubels van het salon lag te slingeren, bij de portretten van -Renée's vriendinnen. Er waren ook portretten van heeren in, de -Rozan, Simpson, de Chibray, de Mussy, alsook van acteurs, schrijvers, -afgevaardigden, waarvan men niet eens meer wist hoe zij in het album -gekomen waren. Vreemdsoortig mengelmoes, dat een denkbeeld gaf van -den warboel van ideeën en personen, die het levenspad van Renée en -Maxime kruisten. - -Dat album gaf heel wat stof tot gesprekken, wanneer het regende of -men zich verveelde. Het kwam op de een of andere manier altijd in -hun handen. De jonge vrouw sloeg het geeuwend open, misschien wel -voor den honderdsten keer. Dan werd haar nieuwsgierigheid opgewekt -en de jonge man kwam achter haar leunen. - -Dan werd er druk gepraat over het haar van de Kreeft, de dubbele kin -van mevrouw de Meinhold, de oogen van mevrouw Lauwerens, den hals -van Blanche Muller, den ietwat scheven neus van de markiezin, den -mond van de kleine Sylvia, die bekend was om haar dikke lippen. Zij -vergeleken de eene vrouw bij de andere. - ---Als ik een man was, zei Renée, zou ik Adeline kiezen. - ---Omdat je Sylvia niet kent, antwoordde Maxime. Die is toch zoo -grappig!.... Ik mag Sylvia liever. - -De bladen werden omgeslagen; soms verscheen de hertog de Rozan, -of mijnheer Simpson, of de graaf de Chibray, en hij voegde er -gekscherend bij: - ---Trouwens, jouw smaak is bedorven, dat is bekend.... Heb je ooit -dwazer gezichten gezien dan van die heeren! Rozan en Chibray lijken -op Gustave, mijn kapper. - -Renée haalde de schouders op, als wilde zij te kennen geven dat die -spotternij haar niet deerde. Zij bleef zich verdiepen in de beschouwing -van die bleeke, glimlachende of stuursche gezichten die het album -bevatte; zij bleef wat langer stilstaan bij de meisjesportretten, -bestudeerde nieuwsgierig de microscopisch kleine rimpeltjes of -haartjes, die daarop zichtbaar waren. - -Eens liet zij zich zelfs een sterk vergrootglas brengen, daar zij een -haartje op den neus van de Kreeft meende te ontdekken. En inderdaad, de -loep toonde een fijn, glinsterend blond haartje dat van de wenkbrauwen -naar den top van den neus was verdwaald. Dat haartje vermaakte hen -kostelijk. Een week lang, moesten de dames die bij haar kwamen zich -met eigen oogen overtuigen van de aanwezigheid van het haartje. - -De loep deed van toen af dienst om de gezichten der vrouwen uit te -pluizen. Renée deed merkwaardige ontdekkingen; zij vond onbekende -rimpels, ruw vel, gaatjes die niet genoeg door het poudre de riz -bedekt waren. Eindelijk borg Maxime de loep weg, met de verklaring -dat men op die manier een afkeer van het menschelijk gelaat zou -krijgen. Maar de eigenlijke reden was, dat zij de dikke lippen van -Sylvia, voor wie hij een bijzondere genegenheid koesterde, aan een -te streng onderzoek onderwierp. - -Zij vonden weer een ander spelletje uit. Zij stelden deze vraag: -"Met wien zou ik graag een nacht doorbrengen?" en het album -moest die vraag beantwoorden. Dat gaf aanleiding tot vermakelijke -paringen. De vriendinnen speelden het verscheidene avonden. Renée werd -achtereenvolgens uitgehuwelijkt aan den aartsbisschop van Parijs, aan -baron Gouraud, aan mijnheer de Chibray, wat veel stof tot lachen gaf, -en aan haar man zelf, wat ze niet aardig vond. Wat Maxime aangaat, -hetzij bij toeval, of uit moedwil van Renée die het album opensloeg, -hij kreeg steeds de markiezin. Maar nooit werd er meer gelachen dan -wanneer het lot twee mannen of twee vrouwen samen paarde. - -De vriendschappelijke verhouding tusschen Maxime en Renée werd zoo -innig, dat zij hem haar hartsgeheimen toevertrouwde. Hij troostte -haar en gaf haar raad. Zijn vader scheen niet te bestaan. - -Daarop kwamen de vertrouwelijke mededeelingen uit hun jeugd aan -de beurt. Vooral op hun rijtoertjes in het Bosch voelden zij een -aandrang, een behoefte om elkander dingen te vertellen, die niet -oorbaar zijn. Hetzelfde genot dat kinderen er in vinden zachtjes over -verboden dingen te spreken, dezelfde aantrekkelijkheid die er voor een -jongen man en een jonge vrouw in gelegen is om samen te zondigen, al -is het maar in woorden, bracht hen telkens op onvoegzame onderwerpen. - -Zonder eenig zelfverwijt gaven zij zich over aan het wellustig -gevoel dat zij smaakten, ieder in hun hoekje op de zachte kussens -van het rijtuig uitgestrekt, als makkers die elkander hun eerste -kwajongensstreken in herinnering brengen. Zij begonnen ten slotte op -de onzedelijkheid te pochen. Renée kwam er voor uit dat de meisjes -op de kostschool heel gemeen waren. Maxime wou niet voor haar onder -doen en durfde een paar staaltjes vertellen van de schandelijkheden -die op het gymnasium te Plassans gebeurden. - ---O, ik durf het haast niet zeggen.... fluisterde Renée. - -En zij boog zich naar zijn oor, alsof zij zich schaamde over het geluid -van haar stem, en zij vertelde hem een van die kloosterhistories, -die soms in gemeene liedjes bezongen werden. - -En hij had een te grooten voorraad van dergelijke anecdotes, om met -den mond vol tanden te blijven zitten. Hij neuriede allerlei gemeene -liedjes. - -En zoo geraakten zij langzamerhand in een eigenaardigen toestand van -welbehagen, gewiegd door al die zinnelijke ideeën die zij oprakelden, -geprikkeld door begeerten die niet onder woorden te brengen waren. - -Het rijtuig reed zachtjes voort, zij keerden naar huis met een -heerlijk gevoel van moeheid, meer afgemat dan na een aan de liefde -gewijden nacht. Zij hadden de zonde gepleegd, evenals twee jongens -die het pad opgaan zonder liefje, en zich tevreden stellen met hun -wederzijdsche herinneringen. - -Een nog grooter vertrouwelijkheid bestond er tusschen vader en -zoon. Saccard had begrepen dat een groot geldman het niet buiten de -vrouwen kan stellen, en dat hij van tijd tot tijd een dwaasheid voor -ze moet doen. Hij was lomp in de liefde, hij hield meer van geld; maar -zijn programma eischte nu eenmaal, dat hij verschillende slaapkamers -bezocht, bankbiljetten op sommige schoorsteenen met kwistige hand -neerlei, nu en dan de een of andere beroemdheid onder de lichte -meisjes als een verguld uithangbord voor zijn speculaties gebruikte. - -Toen Maxime zijn leertijd volbracht had, ontmoetten zij elkander -bij dezelfde dames, en dat vonden zij grappig. Zij waren soms wel -elkanders medeminnaars. - -Het gebeurde wel, dat Maxime, als hij met een luidruchtig troepje in -Maison-d'Or dineerde, de stem van Saccard in de naaste kamer hoorde. - ---Kijk, pa is hiernaast! riep hij met een grimas, die hij van de -toenmaals gevierde tooneelspelers had afgekeken. - -Hij klopte aan de deur van het kabinet, nieuwsgierig om te zien welke -verovering zijn vader nu weer gemaakt had. - ---Zoo, ben jij het, zei deze aangenaam verrast. Kom binnen. Jelui -maakt een lawaai dat men zijn eigen woorden niet verstaan kan. Wie -zijn daar toch allemaal? - ---Wel, Laure d'Aurigny, Sylvia, de Kreeft, en nog twee anderen, -geloof ik. 't Is om te proesten van 't lachen: ze steken haar vingers -in de schotels en gooien ons handenvol sla naar het hoofd. Mijn jas -zit vol olie. - -De vader lachte, vond dat heel komiek. - ---Die jeugd, die jeugd, mompelde hij. Dan doen wij anders, niet, -poesje? Wij hebben heel kalmpjes gegeten en we gaan een dutje doen. - -En hij streek de vrouw die naast hem zat onder de kin, hij kirde -met zijn zuidelijk neusgeluid, wat een zonderlinge liefdemuziek te -weeg bracht. - ---Die oude sijs!.... riep de vrouw uit. Bonjour, Maxime. Of ik -van je houd hè, om met zoo'n ouden schelm als je vader is, te -gaan soupeeren.... Ik zie je niet meer. Kom overmorgen ochtend -vroeg.... Neen, heusch, ik heb je iets te zeggen. - -Saccard verorberde intusschen met smaak een portie ijs of een paar -vruchten. Hij drukte een kus op den schouder der vrouw en zei op zijn -innemendsten toon: - ---Zeg, kinderen, als ik jelui hinder, ga ik zoolang weg.... Je moet -maar schellen als ik terug kan komen. - -Dan nam hij de dame mee, of nam soms met haar deel aan het rumoer van -de aangrenzende kamer. Maxime en hij deelden dezelfde schouders; hun -handen ontmoetten elkander om dezelfde tailles. Zij riepen elkander op -de sofa's, vertelden elkaar hardop wat de vrouwen hun in vertrouwen in -het oor gefluisterd hadden. En zij dreven de vertrouwelijkheid zoover, -dat zij samenspanden om de blondine of brunette, die een van hen had -uitverkoren, uit het gezelschap te ontvoeren. - -Zij waren goede bekenden op Mabille. Zij kwamen daar na een fijn -dineetje gearmd binnen, drentelden den tuin rond, groetten de -vrouwen en voegden ze in het voorbijgaan een woordje toe. Zij lachten -luidkeels, steeds gearmd, en kwamen elkaar desnoods te hulp bij al te -heftige woordenwisselingen. De vader, die heel sterk op dat punt was, -bepleitte met succès de liefdesbetrekkingen van zijn zoon. Soms gingen -zij zitten en dronken met een troepje van die meisjes. Dan namen zij -weer plaats aan een ander tafeltje, of hervatten hun wandeling. En tot -middernacht zag men ze, altijd kameraadschappelijk gearmd, de vrouwen -achterna loopen, langs de gele lanen, onder het helle schijnsel van -de gasvlammen. - -Als zij thuiskwamen, brachten zij van buiten, in hun kleeren, iets -van de lichte meisjes mee, die zij zoo pas verlaten hadden. Hun slappe -houding, enkele gewaagde uitdrukkingen, of gemeene gebaren, brachten -een verdachte slaapkamerlucht in de vertrekken van de rue de Rivoli. De -weeke, slappe handdruk dien de vader met den zoon wisselde, zei reeds -genoeg waar zij vandaan kwamen. In die lucht ademde Renée haar grillen, -haar zinnelijk verlangen in. Zij schertste zenuwachtig met hen. - ---Waar komen jelui toch vandaan? zei zij. Je ruikt naar tabak en naar -muskus.... Daar krijg ik bepaald weer hoofdpijn van. - -En de vreemde geur maakte haar werkelijk van streek. Van dien geur -was deze zonderlinge huiselijke haard aanhoudend doortrokken. - -Intusschen vatte Maxime een werkelijken hartstocht voor de kleine -Sylvia op. Hij verveelde zijn stiefmoeder maanden lang met dat -meisje. Renée kende haar weldra op een prikje, van haar voetzolen tot -haar kruin. Zij had een blauwachtig vlekje op haar heup; er was niets -bekoorlijkers dan haar knieën; haar schouders hadden de eigenaardigheid -dat er alleen op den linker een kuiltje zat. - -Maxime vond er een boosaardig genoegen in zijn stiefmoeder op hun -rijtoertjes te vergasten op de beschrijving van de volmaaktheden -zijner maîtresse. - -Op zekeren avond moesten de rijtuigen van Renée en Sylvia, bij den -terugrit uit het Bosch, door een opstopping naast elkander stilhouden -in de Champs-Elyséés. - -De beide vrouwen keken elkander nieuwsgierig aan, terwijl Maxime, zich -verkneukelende over deze kritieke ontmoeting, in zijn vuistje lachte. - -Toen de kales weer doorreed, en zijn stiefmoeder een somber stilzwijgen -bewaarde, dacht hij dat zij ontstemd was, hij hield zich al voorbereid -op een van die moederlijke terechtwijzingen, een van die vreemde -sermoenen, waarmee zij soms nog haar verveling verdreef. - ---Ken je soms den juwelier van die dame? vroeg zij hem eensklaps, -juist toen zij op de place de la Concorde kwamen. - ---Helaas ja, antwoordde hij glimlachend; ik moet hem nog tienduizend -francs betalen.... waarom vroeg je me dat? - ---Zoo maar. - -Toen, na een nieuwe stilte: - ---Ze had een mooien armband om, ik bedoel dien aan haar -linkerhand.... Ik had hem wel eens van nabij willen zien. - -Zij kwamen thuis. Zij sprak er niet meer over. Maar den volgenden -morgen, toen Maxime en zijn vader samen uit zouden gaan, nam zij -den jongen man ter zijde en ietwat verlegen, met een lief lachje, -dat vergeving scheen te vragen, fluisterde zij hem iets toe. - -Hij scheen verrast en ging met een ondeugend lachje de deur uit. 's -Avonds bracht hij Sylvia's armband mee, waarom zijn stiefmoeder hem -dringend verzocht had. - ---Daar is het ding, zei hij. Voor u zou men uit stelen gaan, mamaatje. - ---Ze heeft toch niet gezien dat je het wegnam? vroeg Renée, die het -kleinnood met begeerigheid bekeek. - ---Ik geloof het niet.... Zij heeft hem gisteren aangehad, dus vandaag -zal ze hem zeker niet dragen. - -De jonge vrouw was intusschen voor het raam gaan staan. Zij had den -armband omgedaan. Zij hield haar pols een beetje omhoog, draaide hem -langzaam om, en herhaalde vol verrukking: - ---Beeldig, beeldig mooi.... Alleen de smaragden bevallen me niet erg. - -Op dit oogenblik trad Saccard binnen, en terwijl zij daar nog stond, -met opgeheven arm, in het volle licht van het venster: - ---Wat is dat, riep hij verwonderd uit, de armband van Sylvia? - ---Ken je hem? zei zij, meer verlegen dan hij, niet meer wetende wat -ze met haar arm moest doen. - -Hij was al van zijn verbazing bekomen; hij dreigde zijn zoon met den -vinger, en zei: - ---Die snaak heeft altijd verboden vruchten in zijn zak!.... Op een -goeien dag brengt hij ons nog den arm van de dame met den armband mee. - ---'t Is mijn schuld niet, antwoordde Maxime met de lafhartigheid van -een gluiper. Renée wou hem eens zien. - ---Zoo! was alles wat de man zei. - -En hij bekeek het kleinood ook eens, en maakte dezelfde opmerking -als zijn vrouw: - ---Hij is beeldig mooi. - -Toen ging hij kalmpjes heen, en Renée beknorde Maxime dat hij haar -verraden had. Maar hij verzekerde dat zijn vader daar niets om -gaf. Toen gaf zij hem den armband terug en zei: - ---Je moet bij den juwelier aangaan en er net zoo een voor me bestellen, -maar je moet er saffieren in plaats van smaragden in laten zetten. - -Het was Saccard onmogelijk iemand of iets lang om zich heen te hebben, -zonder dat de wensch bij hem opkwam dien persoon of dat voorwerp te -verkoopen, of tenminste tot zijn voordeel aan te wenden. Zijn zoon -was nog geen twintig jaar of hij dacht er al over om partij van hem -te trekken. Het kon niet missen of een knappe jongen, neef van een -minister en zoon van een grooten financier, zou gemakkelijk een positie -krijgen. Hij was wel wat jong, maar men kon al vast een vrouw en een -huwelijksgift voor hem zoeken, om dan het huwelijk op de lange baan -te schuiven, of te bespoedigen, al naar den toestand zijner financiën. - -Hij was erg fortuinlijk. In een raad van toezicht waarvan hij ook -deel uitmaakte, vond hij een grooten knappen man, mijnheer de Mareuil, -dien hij binnen twee dagen in zijn macht had. - -Mijnheer de Mareuil was een gewezen raffinadeur uit Havre; hij heette -eigenlijk Bonnet. Nadat hij een groot fortuin bijeengegaard had, -huwde hij een adellijk meisje, ook schatrijk, dat een domoor met een -knap uiterlijk zocht. Bonnet kreeg vergunning den naam zijner vrouw te -voeren, wat voor hem een eerste voldoening van zijn hoogmoed was; maar -zijn huwelijk had een dwazen eerzucht in hem opgewekt, hij streefde -er naar Hélène's adellijke afkomst te betalen, door het innemen van -een hooge politieke positie. - -Hij stak geld in de nieuwe dagbladen, hij kocht groote landgoederen -in Nièvre, hij wendde alle bekende middelen aan om zich voor het -Wetgevend lichaam candidaat te laten stellen. Tot dusver hadden zijn -pogingen schipbreuk geleden, zonder dat hij iets van zijn deftigheid -verloor. Hij was het ongeloofelijkste leeghoofd, dat men ooit kon -aantreffen. Hij had een statig voorkomen, het bleeke, peinzende gelaat -van een groot staatsman, en daar hij op een verwonderlijke manier -kon toeluisteren, met nadenkende blikken en een plechtige kalmte op -het gelaat, zou men kunnen meenen, dat zijn geest zich diep inspande -om het gesprokene op te nemen en te verwerken. Het leed echter geen -twijfel of hij dacht nergens aan. Maar hij slaagde er in de menschen -in de onzekerheid te brengen of zij met een groot man of met een -domoor te doen hadden. - -Mijnheer de Mareuil klampte zich aan Saccard vast, als een drenkeling -aan een toegestoken plank. Hij wist dat een officiëele candidatuur -in Nièvre vrij zon komen en hij hoopte vurig dat de minister hem als -candidaat zou aanwijzen; het was zijn laatste troef. Hij gaf zich -dan ook blindelings aan den broer van den minister over. - -Saccard, die de lucht kreeg van een voordeelig zaakje, bracht hem op -het idee van een huwelijk tusschen Maxime en zijn dochter Louise. De -ander weidde dadelijk uit over zijn ingenomenheid met dit voorstel, -hij meende dat hij het eerst aan dat huwelijk gedacht had, en achtte -zich zeer gelukkig in de familie van een minister te komen en Louise -aan een jongmensch te geven, die de schitterendste vooruitzichten -scheen te hebben. - -Louise zou, zei haar vader, een millioen mee ten huwelijk -krijgen. Mismaakt, leelijk en alleraardigst, was zij veroordeeld -om jong te sterven; een borstkwaal ondermijnde haar, maakte haar -opgewonden vroolijk, en gaf haar iets innemends. Ziekelijke meisjes -verouderen snel, worden vóór den tijd vrouw. Zij had iets zinnelijk -naïefs, zij scheen op elfjarigen leeftijd, in volle puberteit, -geboren te zijn. - -Als haar vader, die gezonde, domme kolossus, haar aankeek, kon hij -niet gelooven dat het zijn dochter was. Haar moeder was bij haar -leven ook een groote, sterke vrouw, maar haar nagedachtenis wekte -de herinnering aan geruchten op, die een verklaring gaven van de -wanstaltigheid van dit kind, van haar gedragingen als een schatrijk -zigeunermeisje, haar ondeugende, bekoorlijke leelijkheid. - -Men zei dat Hélène de Mareuil in de schandelijkste uitspattingen -gestorven was. De zinnelijke lusten hadden aan haar geknaagd als een -zweer, zonder dat haar man de vlagen van krankzinnigheid opmerkte -van zijn vrouw, die hij in een gesticht had moeten opsluiten. - -Uit dien zieken schoot geboren, had Louise dun bloed en mismaakte -leden, waren haar hersenen aangedaan en was haar geheugen reeds -vol van een bezoedeld leven. Soms kwam er een vage herinnering aan -een vroeger bestaan in haar op, door een nevel zag zij zonderlinge -tooneelen schemeren, mannen en vrouwen die elkander omhelsden, -een geheel drama van vleeschelijke lusten waarin haar kinderlijke -nieuwsgierigheid zich vermeide. Het was haar moeder, die in haar -sprak. In haar kinderjaren bleef haar die ondeugd bij. - -Naarmate zij grooter werd, was er niets dat haar verbaasde, zij -herinnerde zich alles, of liever zij wist alles, en zij reikte naar de -verboden zaken met een zekerheid van hand, die haar deed gelijken op -iemand die na een lange ziekte in zijn woning terug komt en slechts -den arm hoeft uit te steken om zich op zijn gemak te zetten en zich -thuis te voelen. - -Dit zonderlinge meisje, wier kwade neigingen met de zijne strookten, -maar dat daarenboven zoo onschuldig in haar onbeschaamdheid scheen, en -een pikante mengeling vertoonde van kinderlijkheid en vrijpostigheid -in dat tweede leven dat zij als maagd doorleefde met haar wetenschap -en schande van een volwassen vrouw, moest Maxime ten slotte behagen -en hem veel grappiger toeschijnen dan Sylvia, een woekeraarster in -haar hart, dochter van een eerzamen papierfabrikant en eigenlijk -vreeselijk burgerlijk. - -Het huwelijk werd lachend vastgesteld, en men besloot de "kwajongens" -te laten opgroeien. De twee gezinnen gingen heel vriendschappelijk -met elkander om. Mijnheer de Mareuil deed zijn best voor zijn -candidatuur. Saccard loerde op zijn prooi. De afspraak luidde, -dat Maxime als bruidsgeschenk zijn benoeming tot auditeur bij den -staatsraad zou meebrengen. - -Intusschen scheen het fortuin van Saccard zijn toppunt bereikt te -hebben. Het straalde midden in Parijs als een groot vreugdevuur. Het -uur was gekomen, waarop de honden hun aandeel in den buit kregen, -en het door toortsen verlichte bosch weerklonk van hun geblaf -en van het klappen der zweepen. De losgelaten begeerten vonden -eindelijk bevrediging in den onbeschaamden triomf, bij het geraas -der ineengestorte wijken en der snel opgekomen fortuinen. - -De stad was niets meer dan een groote zwelgpartij van millioenen en -van vrouwen. De ondeugd, van bovenaf gekomen, stroomde in de beken, -spreidde zich uit in de vijvers, steeg weer omhoog in de fonteinen der -tuinen, om neer te vallen op de daken, in een fijnen doordringenden -regen. En als men des nachts de bruggen overging, scheen de Seine, -midden in de slapende stad, den afval met zich mee te voeren: -van de tafels gevallen kruimels, op de sofa's achtergelaten kanten -strikken, in de vigelantes vergeten haartooi, uit de boezems gegleden -bankbiljetten, al wat de dierlijkheid der begeerte en de onmiddellijke -bevrediging van de aandrift op straat werpen, na het gebroken en -bezoedeld te hebben. - -Dan, in den koortsachtigen slaap van Parijs, en nog beter dan op die -hijgende jacht overdag, voelde men dat alle hoofden op hol waren, -dat die stad van niets droomde dan van goud en wellust. - -Tot middernacht klonken de violen; dan werden de vensters donker, -en daalde de duisternis over de stad. - -Het leek een ontzaglijk groote alkoof, waarin met het uitblazen van -de laatste kaars ook de laatste schaamte afgelegd werd. - -In die diepe duisternis ontwaarde men niets meer dan een groot -gereutel van hevigen, afgematten hartstocht, terwijl de Tuileriën, -aan den waterkant, hun armen in het donker uitbreidden als tot een -ontzaglijke omhelzing. - -Saccard had zijn hôtel laten bouwen in het park Monceau, op een -terrein dat hij van de stad gestolen had. Hij had daar voor zichzelf -op de eerste verdieping een prachtig kabinet laten inrichten, -palissanderhout met vergulde ornamenten, met hooge glazen deuren -als van een boekenkast, vol dossiers maar met geen enkel boek er in; -de brandkast, in een inspringenden hoek van den muur, geleek op een -ijzeren alkoof, groot genoeg om tot bed te dienen voor een milliard. - -Zijn fortuin groeide daar aan, pronkte er onbeschaamd in. Alles -scheen hem mee te loopen. Toen hij de rue de Rivoli verliet, zijn -huis op grooter voet inrichte, zijn uitgaven verdubbelde, zei hij tot -zijn kennissen dat hij aanzienlijke winsten behaald had. Naar zijn -zeggen bracht zijn compagnonschap met de heeren Mignon en Charrier -hem ontzaglijke winsten op; zijn speculaties op huizen gingen nog -voordeeliger, en het Wijnbouwcrediet was een onuitputtelijke melkkoe. - -Hij somde zijn rijkdommen op zoo'n eigenaardige manier op, dat het -den toehoorders voor de oogen duizelde. Zijn provençaalsch neusgeluid -kwam nog sterker uit: met zijn korte gezegden en zijn zenuwachtige -gebaren, stak hij een vuurwerk af, waarin de millioenen als vuurpijlen -omhoog stegen, zoodat zelfs de ongeloovigsten verblind werden. Die -drukte over zijn rijkdom was voor een groot deel de oorzaak, dat -hij den naam van een gelukkig speler had gekregen. In werkelijkheid -was er niemand, die een veilig belegd kapitaal van hem kende. Zijn -verschillende compagnons, die natuurlijk op de hoogte waren van zijn -positie tegenover hen, verklaarden zich zijn kolossaal fortuin door -aan te nemen dat hij bijzonder gelukkig was in de andere speculaties, -waarvan zij niets afwisten. - -Hij maakte grove verteringen; de stroom uit zijn kas vloeide aanhoudend -door, zonder dat de bronnen ontdekt konden worden. Het was zuivere -waanzin, een razende hartstocht, handen vol goudstukken in het -water gesmeten, de brandkast iederen avond tot den laatsten stuiver -geledigd om weer op onrustbarende wijze in den nacht gevuld te worden, -en nooit grooter geldsommen opleverende dan wanneer Saccard beweerde -de sleutels verloren te hebben. - -In dat fortuin, met het geloei en de overstroomingen van een -winterstorm, werd de bruidschat van Renée geslingerd, meegevoerd en -verdronken. De jonge vrouw, die in den eersten tijd nog eenigszins -wantrouwend was en haar goederen zelf wou beheeren, had al heel gauw -genoeg van de zaken; later voelde zij zich arm tegenover haar man, -en onder den last der schulden gebukt, moest zij haar toevlucht bij -hem zoeken, geld van hem leenen, zich aan zijn genade overleveren. - -Bij iedere nieuwe rekening, die hij betaalde met den glimlach van een -man die medelijden heeft met de menschelijke zwakheden, gaf zij zich -iets meer aan hem over, vertrouwde zij hem effecten toe of machtigde -hem het een of ander te verkoopen. - -Toen zij in het park Monceau kwamen wonen, was zij al bijna geheel -uitgeplunderd. Hij had zich in de plaats van den Staat gesteld, en -betaalde haar de rente van de honderdduizend francs, voortkomende -uit haar eigendom in de rue de la Pépinière; bovendien had hij haar -overgehaald haar landgoed in Sologne te verkoopen, om het geld in een -groote zaak te steken, een uitmuntende belegging, zei hij. Zij had -dus nog enkel de terreinen van Charonne over, die zij standvastig -weigerde van de hand te doen, om tante Elisabeth geen verdriet te -doen. En daar had hij nog een slim plannetje mee beraamd, met behulp -van zijn ouden medeplichtige Larsonneau. - -Toch bleef zij nog verplichting aan hem houden; hij had wel haar -fortuin genomen, maar hij betaalde haar het vijf- of zesvoud der -jaarlijksche opbrengst. De rente van de honderdduizend francs, -gevoegd bij die van het geld van Sologne, bedroeg ternauwernood -negen- of tienduizend francs, juist genoeg om haar linnennaaister en -haar schoenmaker mee te betalen. Hij gaf haar of betaalde voor haar -vijftien-, ja twintigmaal dat armzalige beetje. - -Hij zou acht dagen werken om haar honderd francs te ontstelen, en -hij onderhield haar vorstelijk. Zij deelde dan ook in den algemeenen -eerbied voor de monumentale brandkast van haar man, zonder de herkomst -te doorgronden van dien goudstroom, dien zij zag voorbij stroomen en -waarin zij zich elken morgen wierp. - -In het park Monceau, was het een razernij, een oogverblindende -pracht. De Saccards verdubbelden het aantal hunner rijtuigen en -paarden; zij hielden er een leger van bedienden op na, die zij in -een donkerblauwe livrei uitdosten, een stopverfkleurige korte broek -met zwart en geel gestreept vest, weinig opzichtige kleuren, die -de financier opzettelijk gekozen had om hoogst ernstig te schijnen, -wat altijd een van zijn liefste droomen was geweest. - -Zij spreidden hun weelde aan den voorgevel ten toon en openden -de gordijnen, op de dagen dat er groote diners gegeven werden. De -windvlaag, die op de eerste verdieping van de rue de Rivoli de deuren -had doen slaan, was in het hôtel een ware orkaan geworden, die de -binnenmuren dreigde omver te blazen. - -Te midden dier vorstelijke vertrekken, langs de vergulde trapleuningen, -op de dikke wollen tapijten, in dat tooverpaleis van een parvenu, -bleef de geur van Mobille hangen, dansten de wiegelende heupen de in -de mode zijnde quadrilles, waarde de tijdgeest rond met zijn dommen, -dwazen lach, zijn onleschbaren dorst en zijn eeuwigen honger. - -Het was het verdachte huis van het wereldsch vermaak, van -het onbeschaamde vermaak, dat de vensters wijd open zet om de -voorbijgangers in te wijden in de geheimen der slaapkamer. - -Man en vrouw leefden er vrij, onder de oogen van hun dienstboden. Zij -hadden het huis met elkaar gedeeld, zij kampeerden er, alsof het -hun eigen huis niet was, alsof zij na een drukke, afmattende reis -in een prachtig hôtel waren aangeland, waar zij zich even den tijd -gegund hadden om hun koffers uit te pakken, ten einde zoo gauw -mogelijk de genoegens van een nieuwe stad te kunnen najagen. Zij -hielden er hun nachtverblijf; zij bleven alleen thuis voor de groote -diners, onophoudelijk door Parijs zwervende, soms voor een uurtje -thuiskomende, zooals men in een logement tusschen twee uitstapjes -even komt uitrusten. - -Renée voelde er zich onrustiger, droomeriger; haar zijden rokken -gleden over de dikke tapijten, langs het satijn der causeuses, met -het sissend geluid van slangen; zij voelde zich geprikkeld door die -dwaze verguldsels om haar heen, door die hooge, ledige plafonds, -waaronder na de feestavonden niets overbleef dan het dartel gelach -van de jongelui en de mooiklinkende woorden van de oude schelmen; -om die weelde aan te vullen, om die schitterende pracht te bewonen, -verlangde zij naar een buitengewoon vermaak, dat haar nieuwsgierigheid -te vergeefs zocht in alle hoekjes van het hôtel, in het kleine -zonkleurige salon, in de serre met haar weelderigen plantengroei. - -Saccard daarentegen zag zijn droomen bijna vervuld; hij ontving de -groote geldmannen, mijnheer Toutin-Laroche, mijnheer de Lauwerens; hij -ontving ook de groote staatslieden, baron Gouraud, den afgevaardigde -Haffner; zijn broer, de minister, was zelfs twee- of driemaal bij -hem aan huis geweest om door zijn aanwezigheid zijn positie hechter -te maken. - -Toch had hij, even goed als zijn vrouw, een zenuwachtige, onrustige -bezorgdheid, die zijn lach deed klinken als het gerinkel van gebroken -vensterglas. Hij kreeg iets zoo gejaagds, zoo overspannens, dat zijn -kennissen van hem zeiden: "Die drommelsche Saccard! hij verdient te -veel geld, hij wordt nog gek!" - -In 1860 had hij een ridderorde gekregen, naar aanleiding van een -geheimzinnigen dienst dien hij den prefect had bewezen, door zijn -naam te leenen voor een dame bij een verkooping van terreinen. - -Het was omstreeks den tijd van hun verhuizing naar het park Monceau, -dat er een gebeurtenis plaats greep in Renée's leven, die een -onuitwischbaren indruk bij haar achterliet. Tot dusver had de -minister weerstand geboden aan de smeekingen zijner schoonzuster, -die van begeerte brandde om tot de hofbals uitgenoodigd te worden. - -Eindelijk zwichtte hij, in de meening dat het fortuin van zijn broer -nu stevig genoeg gegrondvest was. Een maand lang kon Renée er niet -van slapen. De groote avond kwam; zij zat te beven in het rijtuig, -dat haar naar de Tuileriën bracht. - -Haar toilet was een wonder van bevalligheid en oorspronkelijkheid; -zij had het zelf in een slapeloozen nacht bedacht, en drie mannen van -Worms waren het onder haar oogen bij haar thuis komen maken. Het was -een eenvoudige robe van wit gaas, maar gegarneerd met een menigte -uitgeschulpte en met zwart fluweel geboorde strookjes. De tuniek -van zwart fluweel was aan den hals vierkant uitgesneden, heel laag -op den boezem, die omsloten werd door dunne kant, nauwelijks een -vinger hoog. Geen enkele bloem, geen enkel lint, om haar polsen gladde -armbanden en op haar hoofd een smalle diadeem van goud, die haar als -een stralenkrans omgaf. - -Toen zij in de salons was en haar man haar verlaten had om met -baron Gouraud te spreken, voelde zij zich een oogenblik verlegen. De -spiegels echter toonden haar hoe bevallig zij er uitzag en stelden -haar spoedig gerust; langzamerhand raakte zij gewend aan de warme -atmosfeer, het gefluister van stemmen, de mengeling van zwarte jassen -en blanke schouders. - -Daar verscheen de keizer. Hij schreed langzaam door het salon, aan -den arm van een dikken, kleinen generaal, die hijgde alsof hij aan -een moeielijke spijsvertering leed. - -De schouders schaarden zich in twee rijen, terwijl de zwarte jassen -onwillekeurig bescheidenlijk een stapje achteruit weken. Renée werd -naar het einde der rij gedrongen, dicht bij de tweede deur, waarheen -de keizer juist zijn moeielijken, wankelenden gang richtte. Zij zag -hem zoo, van de eene deur naar de andere, op haar toekomen. - -Hij droeg een zwarten rok met het roode lint van het grootkruis. Renée, -die de ontroering weer te machtig werd, onderscheidde niet goed wat -zij zag; die bloedige vlek scheen haar toe de geheele borst van den -vorst te bespatten. Zij vond hem klein, met te korte beenen en een -waggelenden gang; maar zij was verrukt, en in haar oog leek hij mooi, -met zijn bleeke gelaatskleur, zijn zware oogleden, die over zijn -doffe oogen neerhingen. Onder zijn snor opende zijn mond zich slap; -alleen zijn beenige neus kwam uit in dat nietszeggende gelaat. - -De keizer en de oude generaal gingen stapje voor stapje verder; -zij schenen elkander te steunen, met een flauw glimlachje. Zij -keken naar de buigende dames, en hun blikken gleden links en rechts -in de keurslijven. De generaal boog zich naar zijn meester over, -fluisterde hem een woordje toe, drukte hem den arm als een vroolijke -kameraad. En de keizer, slap en bleek, nog matter dan gewoonlijk, -kwam steeds nader met zijn slependen tred. - -Zij waren in het midden van het salon, toen Renée voelde dat hun -blikken op haar rustten. De oogen van den generaal werden rond, -terwijl de keizer, zijn oogleden half opslaande, een rooden gloed -kreeg in de grijze, troebele oogen. - -Renée raakte van haar stuk, boog het hoofd en zag niets meer dan de -rozen van het tapijt. Maar zij volgde hun schaduw, zij begreep dat -zij een paar seconden voor haar stil bleven staan. En zij meende den -keizer, dien dubbelzinnige droomer, te hooren fluisteren, terwijl hij -haar aankeek, weggedoken in haar mousselinen, met fluweel gestreepte -japon: - ---Zie eens, generaal, een bloempje om te plukken, een geheimzinnige, -wit en zwart gestreepte anjelier. - -En de generaal antwoordde op lompen toon: - ---Sire, die anjelier zou verduiveld goed in ons knoopsgat staan. - -Renée hief het hoofd op. De verschijning was verdwenen, een stroom van -menschen versperde de deur. Sedert dien avond kwam zij dikwijls op de -Tuileriën, zij genoot zelfs de eer dat Zijne Majesteit haar hardop -een complimentje maakte, en dat zij eenigszins zijn vriendin werd; -maar zij herinnerde zich altijd den langzamen, loomen tred van den -vorst midden door het salon, tusschen de twee rijen van schouders; -en wanneer zij wat nieuwe vreugd in het aangroeiend fortuin van -haar man vond, zag zij den keizer weer langs de gebogen halzen gaan, -naar haar toekomen, haar vergelijkende bij een anjelier, die de oude -generaal hem aanried in zijn knoopsgat te steken. Dat was voor haar -het beduidendste moment van haar leven. - - - - - - - -IV. - - -De duidelijke, brandende begeerte die in Renée's hart was opgekomen, -in de bedwelmende geuren van de serre, terwijl Maxime en Louise -lachten op een causeuse van het kleine gele salon, scheen uit haar -geheugen gewischt als een benauwde droom, die niets meer dan een -lichte huivering achterlaat. - -Den ganschen nacht had de jonge vrouw den bitteren smaak van de -tanghinia op haar lippen geproefd; terwijl zij het branden van dat -vergiftige blad voelde, leek het haar toe alsof een vurige mond zich -op den haren plaatste, haar een verterende liefde inblies. Daarop liet -die mond haar los, en haar droom loste zich op in donkere golven die -over haar heen rolden. - -Tegen den morgen viel zij in slaap. Toen zij ontwaakte, dacht zij -dat zij ziek was. Zij liet de gordijnen dichtschuiven, klaagde -tegen haar dokter over onpasselijkheid en hoofdpijnen, weigerde -twee dagen lang uit te gaan. En daar zij de bezoeken te druk vond, -sloot zij haar deur. Maxime kwam tevergeefs aankloppen. Hij sliep -niet in huis, om vrijer over zijn kamers te kunnen beschikken; hij -leidde overigens het afwisselendste leven ter wereld; hij logeerde -in de nieuwe huizen van zijn vader, koos de verdieping die hem het -best aanstond, verhuisde iedere maand, dikwijls uit grilligheid, -een enkele maal om plaats te maken voor de werkelijke huurders. In -gezelschap van de een of andere maîtresse betrok hij de nieuwgebouwde -huizen, om er gemakkelijker huurders voor te krijgen. - -Aan de luimen van zijn stiefmoeder gewoon geraakt, veinsde hij erg -met haar begaan te zijn, en kwam viermaal per dag naar boven om naar -haar toestand te vernemen, met een wanhopig gezicht, alleen om haar -te plagen. Den derden dag vond hij haar in het kleine salon, blozend -en lachend, kalm en rustig. - ---Wel, heb je je goed geamuseerd met Céleste? vroeg hij haar, met -een zinspeling op haar langdurig samenzijn met haar kamenier. - ---Ja, antwoordde zij, het is een onbetaalbaar meisje. Zij heeft altijd -ijskoude handen, zij lei ze op mijn voorhoofd en dat bracht mijn pijn -wat tot bedaren. - ---Maar dan is dat meisje een geneesmiddel! riep de jonge man uit. Als -ik ooit het ongeluk mocht hebben verliefd te worden, wil je ze zeker -wel aan me uitleenen, niet waar? Dan kan ze allebei haar handen op -mijn hart leggen. - -Zij schertsten, en deden hun gewone rijtoertje naar het Bosch. Een -paar weken gingen voorbij. Renée had zich hartstochtelijker dan ooit -aan het leven van bezoeken en danspartijen overgegeven; haar hoofd -scheen weer op hol, zij klaagde niet meer over verzadiging en walging. - -Alleen zou men gezegd hebben, dat zij zich in het geheim aan iets -bezondigd had, waarover zij niet sprak, maar dat zij bekende door -een duidelijker aan den dag gelegde minachting voor zichzelve en een -gewaagder verdorvenheid in haar groote damesgrillen. - -Op een avond bekende zij Maxime dat zij dolgraag naar een bal zou -gaan, dat Blanche Muller, een gevierde tooneelspeelster, aan de -tooneelprinsessen en de voornaamste dames der demi-monde gaf. - -Die bekentenis verraste den jongen man en bracht hem, die toch niet -over-scrupuleus was, in geen geringe verlegenheid. Hij hield een -zedepreek tegen zijn stiefmoeder: heusch, dat was geen gepaste plaats -voor haar, zij zou er trouwens niets grappigs zien, bovendien zou -het opspraak verwekken als zij herkend werd. Op al die goede redenen -antwoordde zij met saamgevouwen handen, smeekend en glimlachend: - ---Kom, Maxiempje lief, wees nu eens aardig. Ik wil.... Ik zal een -donkere domino aandoen, we zullen maar even door de salons wandelen. - -Maxime, die ten slotte altijd toegaf en zijn stiefmoeder op de -beruchtste plaatsen van Parijs zou gebracht hebben, als zij er maar op -zinspeelde, stemde er eindelijk in toe haar naar het bal van Blanche -Muller te geleiden. Zij klapte in de handen als een kind dat een -ontspanning krijgt, waarop het niet gerekend had. - ---Dat vind ik lief, zei zij. 't Is morgen, niet waar? Kom me vroeg -afhalen. Ik wil die dames zien binnenkomen. Je moet me haar namen -noemen; wat zullen we een pret hebben.... - -Zij dacht even na, en ging toen voort: - ---Neen, kom niet. Je moet me met een vigelante opwachten, op den -boulevard Malesherbes. Ik zal den tuin door komen. - -Die geheimzinnigheid zou een bekoring te meer aan haar uitstapje -geven, 't was niets dan een verfijning van genot, want al was zij te -middernacht de voordeur uitgegaan, dan zou haar man haar niet eens -uit het raam nagekeken hebben. - -Nadat zij Céleste op het hart had gedrukt op haar te wachten, ging -Renée den volgenden avond, met een heerlijk gevoel van vrees, door de -duisternis van het park Monceau. Saccard had gebruik gemaakt van zijn -vriendschappelijke verhouding tot het stadhuis, en zich een sleutel -laten geven van een poortje, dat in het park uitkwam. Renée had er -ook een willen hebben. Zij was bijna verdwaald geraakt, zij vond de -vigelante alleen door de twee gele lichten der lantarens. - -In dien tijd was de boulevard Malesherbes pas voltooid; 's avonds -was het er nog heel eenzaam. De jonge vrouw trad vlug het rijtuig in, -met een kloppend hart, alsof zij een samenzijn met haar geliefde te -gemoet ging. Maxime zat heel wijsgeerig te rooken in een hoekje van het -rijtuig. Hij maakte een beweging om zijn sigaar weg te gooien, maar zij -belette dit, en terwijl zij in de duisternis zijn arm wilde grijpen, -gleed haar hand over zijn gezicht, wat ze beiden heel aardig vonden. - ---Ik verzeker je dat ik van tabakslucht houd, riep zij. Houd je sigaar -maar aan.... Vanavond gaan we uit zwieren.... Ik ben nu een man. - -De boulevard was nog niet verlicht. Terwijl de vigelante den kant -van de Madeleine op reed, was het zoo donker in het rijtuig dat zij -elkander niet zagen. Nu en dan, als de jonge man zijn sigaar naar den -mond bracht, verscheen er een rood vurig stipje in de duisternis. Dat -roode stipje nam Renée's aandacht in beslag. - -Maxime, half bedolven onder het zwarte satijn van den domino, die het -rijtuig bijna geheel vulde, rookte stilzwijgend voort, alsof hij zich -verveelde. Inderdaad had de gril van zijn stiefmoeder hem verhinderd -zich bij een troepje dames in het café Anglais aan te sluiten, die -daar het bal van Blanche Muller wilden houden. Hij was uit zijn humeur, -en zij ried het in het donker. - ---Voel je je onwel? vroeg zij hem. - ---Neen, ik ben koud, antwoordde hij. - ---Hé, hoe vreemd, ik heb het heel warm. Ik vind het hier om te -stikken. Leg een punt van mijn rokken over je knieën. - ---O, je rokken, mompelde hij gramstorig, daar zit ik tot over mijn -ooren in. - -Hij moest om zijn eigen woorden lachen, en langzamerhand werd hij -opgewekter. Zij vertelde hem dat zij zoo bang was geweest in het park -Monceau. En toen vertelde zij hem nog iets, dat zij zoo graag wou: zij -zou zoo graag op een nacht op den vijver van het park willen varen, -in een bootje dat zij van uit haar vensters aan het uiteinde eener -laan aan land zag liggen. Hij vond dat zij sentimenteel werd. - -De vigelante reed steeds voort, het bleef nog even donker, zij -bogen zich naar elkander over om zich verstaanbaar te maken bij het -geraas der wielen, zij raakten elkander bij het minste gebaar aan, -zij voelden elkanders warmen adem. En van tijd tot tijd trok Maxime -aan zijn sigaar, en het roode stipje wierp een bleekrood schijnsel -op Renée's gelaat. Bij dat snelle licht gezien was zij bekoorlijk, -zoodat het zelfs den jongen man opviel. - ---O, o, zei hij, je ziet er van avond heel lief uit, stiefmaatje. Laat -ik je eens zien. - -Hij hield zijn sigaar naderbij, en deed snel eenige trekjes. Renée werd -in haar hoekje door een warm, flikkerend schijnsel verlicht. Zij had -haar kap teruggeslagen. Haar bloot hoofd, bedekt met een overvloed -van krulletjes, waarover een eenvoudig blauw lint, leek op dat van -een jongen, boven de hooge zwart satijnen blouse die alleen haar hals -vrij liet. Zij vond het wel aardig, bekeken en bewonderd te worden -bij het licht van een sigaar. Zij wierp zich lachend achterover, -terwijl hij met een grappig ernstig gezicht opmerkte: - ---Drommels, ik zal op je moeten passen, als ik je heelhuids bij papa -terug wil brengen. - -Intusschen maakte het rijtuig een bocht om de Madeleine en reed de -boulevards op. Daar vulde de weerschijn van de schitterend verlichte -magazijnen het met een dansend licht. Blanche Muller woonde vlak bij -een dier nieuwe huizen, die op de opgehoogde terreinen van de rue -Basse-du-Rempart gebouwd zijn. - -Er stonden nog slechts enkele rijtuigen voor de deur. Het was nog -pas tien uur. Maxime wou een eindje op de boulevards rondrijden, een -uurtje wachten; maar Renée, wier nieuwsgierigheid nog meer opgewekt -was, verklaarde hem ronduit dat zij alleen ging, als hij haar niet -vergezelde. Hij volgde haar, en was blij dat hij er meer gasten vond -dan hij gedacht had. - -De jonge vrouw had haar masker voorgedaan. Aan den arm van Maxime, -wien zij zachtjes bevelen gaf, op een toon die geen tegenspraak duldde, -en die haar dan ook gedwee gehoorzaamde, snuffelde zij in alle kamers -rond, lichtte de portières op, beschouwde opmerkzaam de meubelen, -zou zelfs in de laden gesnuffeld hebben, als zij niet gevreesd had -dat men haar zien zou. - -Het rijke appartement had hoekjes, waarin men het zigeunerleven -van de reizende tooneelspeelster terugvond. Daar vooral trilden de -rose neusvleugels van Renée, daar dwong zij haar metgezel zachtjes -te loopen, opdat niets haar blik of haar reuk zou ontgaan. Zij -vertoefde bijzonder lang in een toiletkamertje, dat wijd open stond, -daar Blanche Muller op haar ontvang-avonden tot zelfs haar slaapkamer -aan haar gasten overliet, waar het bed op zijde geschoven werd om er -speeltafeltjes neer te zetten. Maar het kamertje voldeed haar niet; -het leek haar burgerlijk en zelfs een beetje vuil, met zijn tapijt -vol brandgaatjes van de sigaretten, zijn blauw zijden behangsel vol -pomadevlekken en zeepspatten. - -Toen zij de plaatselijke gesteldheid goed had opgenomen, en de minste -bijzonderheden der woning in haar geheugen geprent had om ze naderhand -aan haar intieme vriendinnen te vertellen, ging zij tot de personen -over. De mannen kende zij, het waren meerendeels dezelfde politieke -lui, dezelfde jonge losbollen die op haar Donderdagen kwamen. - -Zij waande zich soms in haar eigen salons, wanneer zij zich tegenover -een groepje glimlachende, zwartgerokte heeren bevond, die den avond te -voren bij haar thuis denzelfden glimlach vertoond hadden, als zij het -woord richtten tot markiezin d'Espanet of de blonde mevrouw Haffner. - -En als zij de vrouwen aankeek, werd die illusie niet geheel -verstoord. Laure d'Aurigny was in het geel evenals Suzanne Haffner, -en Blanche Muller had evenals Adeline d'Espanet een witte japon, -die tot halverwege den rug was uitgesneden. - -Maxime smeekte eindelijk om genade, en zij nam naast hem plaats op een -causeuse. Daar bleven zij een oogenblik zitten, de jonge man geeuwende, -terwijl zij hem de namen van die dames vroeg, ze met haar blikken -ontkleedde, de meters kant telde die zij om haar rokken droegen. - -Toen hij haar in die ernstige studie verdiept zag, wist hij te -ontsnappen, en begaf hij zich naar Laure d'Aurigny, die hem wenkte. Zij -plaagde hem met de dame, die hij aan den arm had. Daarop liet zij -hem plechtig beloven, dat hij ze tegen één uur in het café Anglais -zou komen opzoeken. - -Deze was omringd door een groepje hard lachende vrouwen, terwijl -mijnheer de Saffré gebruik had gemaakt van het plaatsje dat Maxime had -opengelaten, om zich naast haar neer te vlijen en haar op onkiesche -wijze het hof te maken. Daarop waren mijnheer de Saffré en de vrouwen, -al die lui, begonnen te schreeuwen, zich op de dijen te slaan, zoodat -Renée verdoofd door het lawaai, op haar beurt begon te geeuwen, -opstond en tot haar metgezel zei: - ---Laten we hier vandaan gaan, ze zijn onuitstaanbaar vervelend! - -Juist toen zij heengingen, kwam mijnheer de Mussy binnen. Hij scheen -zeer blij te zijn dat hij Maxime ontmoette, en zonder acht te slaan -op de gemaskerde dame die deze bij zich had, fluisterde hij op -kwijnenden toon: - ---Ach, mijn waarde, zij doet me den dood aan. Ik weet dat zij beter -is, en zij ontzegt me nog altijd haar deur. Zeg haar eens goed dat -je de tranen in mijn oogen gezien hebt. - ---Wees daaromtrent gerust, je boodschap zal ik overbrengen, zei de -jonge man met een zonderlingen glimlach. - -En op de trap: - ---Wel, stiefma, heeft die arme jongen je hart niet getroffen? - -Zij haalde de schouders op en zweeg. Op het trottoir aarzelde zij even, -voordat zij in de vigelante steeg die op hen gewacht had. Zij keek -weifelend nu eens den kant der Madeleine op, dan weer dien van den -boulevard des Italiens. Het was nauwelijks half twaalf, er heerschte -nog een groote levendigheid op den boulevard. - ---Kom, we gaan naar huis, zei zij met verborgen spijt. - ---Als je tenminste de boulevards niet een eindje wil oprijden, -antwoordde Maxime. - -Zij nam zijn voorstel aan. Haar nieuwsgierigheid was bevredigd, maar -zij had er minder pleizier van gehad dan zij zich had voorgesteld; -zij vond het erg onaangenaam met een illusie minder en een begin van -hoofdpijn naar huis te moeten gaan. Zij had altijd in de meening -verkeerd dat een tooneelspeelstersbal het toppunt van grappigheid -zou zijn. - -De lente scheen weergekomen,--geen ongewoon verschijnsel in de laatste -dagen van October; de avond was zoel als in Mei, en de koele windjes -die zich nu en dan deden gevoelen, maakten het weer nog opwekkender. - -Renée bleef zwijgend voor het portierraam zitten en keek naar -de menschenmenigte, de koffiehuizen, de restauraties, die in een -eindelooze rij op elkander volgden. Zij was ernstig geworden, haar -geest toefde weer te midden der vage wenschen, waarin vrouwen zich -gaarne verdiepen. - -Dat breede trottoir, waarover de japonnen der meisjes sleepten, en -waarop de laarzen der mannen weerklonken, dat grijze asphalt waarop -zij de wufte vermaken en het gemakkelijk te verwerven mingenot in galop -meende te zien voorbijgaan, wekte haar sluimerende begeerten weer op, -deden haar dat idiote bal vergeten om haar andere genoegens van een -meer verfijnden smaak te doen zien. - -Aan de vensters van Brébant zag zij schaduwen van vrouwen op de witte -gordijnen. En Maxime vertelde haar een heel gewaagde geschiedenis, van -een bedrogen echtgenoot die aldus, op een gordijn, de schaduw van zijn -vrouw op heeterdaad betrapt had met de schaduw van een minnaar. Zij -hoorde hem ternauwernood aan. Hij maakte zich vroolijk, vatte haar -bij de handen, plaagde haar met dien armen mijnheer de Mussy. - -Toen zij bij het terugkeeren weer voorbij Brébant kwamen, zei zij -plotseling: - ---Weet je dat mijnheer de Saffré me van avond te soupeeren gevraagd -heeft? - ---Nu, dan zou je slecht gegeten hebben, antwoordde hij lachend. Saffré -heeft niet het minste begrip van de kookkunst. Hij is altijd met -kreeftensla in de weer. - ---Neen, hij sprak van oesters en koude patrijs.... Maar hij werd te -vertrouwelijk, en dat weerhield me.... - -Zij zweeg, keek nog eens langs den boulevard, en na een korte stilte -klonk het spijtig: - ---Het ergste is, dat ik een vreeselijken honger heb. - ---Wat, heb je honger? riep de jonge man uit. Dan gaan we eenvoudig -samen soupeeren.... Vind je het goed? - -Hij zei het heel bedaard, maar zij weigerde eerst, zeggende dat Céleste -een koud souper voor haar had klaar gezet. Daar hij echter toch niet -naar het café Anglais ging, had hij het rijtuig stil doen houden op den -hoek van de rue Le Peletier, voor de restauratie van het café Riche; -hij was al uitgestapt en daar zijn stiefmoeder nog aarzelde, zei hij: - ---Wel, als je bang bent dat ik je compromitteer, zeg het dan -maar.... Dan ga ik naast den koetsier zitten en breng je weer bij je -man terug. - -Zij lachte even en steeg uit het rijtuig, als een vogeltje dat bang -is zijn pootjes nat te maken. Zij straalde van genot. Dat trottoir -dat zij onder haar voelde, maakte haar voeten warm, deed over haar -gansche lichaam een heerlijke trilling van vrees en van bevredigde -begeerte gaan. - -Terwijl het rijtuig nog reed, had zij ternauwernood den lust kunnen -bedwingen er op te springen. Zij ging er met kleine stapjes over, -steelsgewijs, alsof het haar genoegen grooter maakte, te moeten -vreezen, dat men haar zou zien. - -Haar uitstapje begon nu werkelijk op een avontuur te gelijken. Zij -had er wel geen spijt van, de lompe uitnoodiging van mijnheer de -Saffré te hebben afgewezen, maar zij zou toch vreeselijk ontstemd -thuisgekomen zijn, als Maxime niet op de gedachte was gekomen haar -van de verboden vrucht te laten proeven. - -De jonge man ging vlug de trap op, alsof hij daar thuis was. Zij -volgde hem ietwat hijgend. - -Een lichte geur van visch en wild kwam hen tegen, en de looper, -die met koperen roeden op de treden bevestigd was, rook naar stof, -wat haar nog zenuwachtiger maakte. - -Toen zij op de eerste verdieping waren, ontmoetten zij een deftig -uitzienden kellner, die zich tegen den muur drong om hen voorbij te -laten gaan. - ---Charles, zei Maxime, jij bedient ons, niet waar?....Geef ons het -witte salon. - -Charles boog, ging een paar trappen op en opende de deur van een -kamer. Het gas was neergedraaid; het kwam Renée voor alsof zij in -het halfduister van een bekoorlijk, verdacht plekje doordrong. - -Door het wijdgeopende venster drong het onafgebroken geratel der -rijtuigen, en op de zoldering gleden de vluchtige schaduwen der -voorbijgangers door het licht, dat het koffiehuis beneden daarop -weerkaatste. Maar de kellner opende het kraantje en het licht brandde -hooger op. De schaduwen van de zoldering verdwenen, een helder licht -verspreidde zich door de kamer en viel op het hoofd der jonge vrouw. - -Zij had haar kap reeds afgeworpen. De krulletjes waren een beetje in de -war geraakt, maar het blauwe lint was blijven zitten. Zij begon heen en -weer te loopen, gegeneerd door de manier waarop Charles haar aankeek; -hij knipte met de oogen en kneep zijn oogleden half dicht, om haar -beter te zien; 't was alsof hij zeggen wilde: "Die ken ik nog niet." - ---Wat zal mijnheer gebruiken? vroeg hij tamelijk luid. Maxime keerde -zich naar Renée. - ---Het souper van mijnheer de Saffré, niet waar? zei hij, oesters, -een patrijs.... - -En toen hij den jongen man zag glimlachen, volgde Charles zijn -voorbeeld bescheiden na, terwijl hij zachtjes zei: - ---Het souper van Woensdag dus, als u het goed vindt? - ---Het souper van Woensdag.... herhaalde Maxime. En toen, zich -herinnerende: - ---Ja, dat is goed, geef ons het souper van Woensdag. - -Toen de kellner verdwenen was, nam Renée haar binocle en keek -nieuwsgierig in de kamer rond. - -Het was een vierkant vertrek, wit met verguld, koket gemeubileerd -als een boudoir. Behalve de tafel en de stoelen, was er een -laag meubelstuk, een soort van console, waarop men de afgenomen -gerechten plaatste, en een breede sofa, een echt bed, die tusschen -den schoorsteen en het venster stond. Een pendule en twee candelabres -Louis XVI prijkten op den witmarmeren schoorsteen. - -Maar het opmerkelijkste in die kamer was de spiegel, een mooie -dikke spiegel, die door de diamanten der "dames" bekrast was met -namen, datums, verminkte versregels, verwonderlijke gedachten en -bekentenissen. Renée meende iets onbetamelijks te zien, maar zij -dorst haar nieuwsgierigheid niet bevredigen. - -Zij keek naar de sofa, voelde een nieuwe verlegenheid, begon toen, om -zich een houding te geven, het plafond en de verguld koperen gaskroon -met vijf pitten te bekijken. Maar de verlegenheid die zij voelde, -was heerlijk. - -Terwijl zij het hoofd ophief, als om de kroonlijst te bestudeeren, met -een ernstig gezicht door haar binocle ziende, genoot zij innerlijk -van die dubbelzinnige meubelen om haar heen; van dien helderen, -cynischen spiegel welks zuiver glas, ternauwernood ontsierd door het -vieze gekrabbel, gediend had om zooveel valsche chignons in orde te -brengen; van die sofa, die haar stuitte door haar breedte, van de -tafel, van het tapijt zelfs, waarin zij de lucht van de trap terug -vond, een doordringende lucht van stof. En toen moest zij eindelijk -de oogen neerslaan. - ---Wat is dat toch voor een souper van Woensdag? vroeg zij Maxime. - ---Niets, antwoordde hij, een weddenschap die een van mijn vrienden -verloren heeft. - -Op iedere andere plaats zou hij zonder aarzelen bekend hebben dat -hij dien dag met een dame gesoupeerd had, die hij op den boulevard -ontmoet had. Maar sinds hij zich daar met haar op die kamer bevond, -behandelde hij haar onwillekeurig als een vrouw, die hij behagen -moest en wier jaloerschheid hij moest ontzien. - -Zij drong er trouwens niet verder op aan, zij ging voor het open -venster staan, waar hij zich bij haar voegde. Achter hen liep Charles -in en uit, met een gerinkel van vaat- en zilverwerk. - -Het was nog voor middernacht. Daar beneden op den boulevard, duurde -het stadsgewoel voort. Parijs rekte zijn bedrijvigen dag, voordat -het besloot zich te rusten te begeven. De boomenrijen bakenden -met een onduidelijke streep de helder verlichte trottoirs en den -halfduisteren rijweg af, waarop de ratelende rijtuigen met hun vurige -oogen snel voorbij reden. Aan weerszijden van deze donkere strook -stonden de verlichte kiosken der dagbladverkoopers als hooge, -grillige bontgeschilderde venetiaansche lantarens, op gelijke -afstanden van elkander op den grond geplaatst, voor een kolossale -illuminatie. Maar op dit uur werd hun licht geheel verduisterd door -de schitterende verlichting der winkelramen. Geen enkel luik was -gesloten, de trottoirs strekten zich uit zonder éen schaduwlijn, -onder een regen van stralen die ze verlichtte met een gouden stof, -met het warme, heldere schijnsel van den dag. - -Maxime wees Renée naar het café Anglais, vlak tegenover hen, waarvan -de vensters schitterden. De hooge takken der boomen beletten hen -echter de huizen en het trottoir aan de overzij goed te zien. - -Zij bogen zich voorover en keken naar beneden. Het was een -onophoudelijk heen en weer geloop; groepjes wandelaars gingen -voorbij, meisjes paarsgewijze, met slepende rokken, die zij van -tijd tot tijd opnamen, met een matte beweging, glimlachend met haar -vermoeide blikken. - -Vlak onder het venster stonden de tafeltjes van het café Riche in -het helle licht van de gaskronen die hun schijnsel tot midden op -den rijweg wierpen; in dien helderen lichtgloed zagen zij de bleeke -gezichten en de flauwe glimlachjes der voorbijgangers. - -Om de ronde tafeltjes zaten vrouwen, tusschen de mannen, te -drinken. Zij waren opzichtig gekleed en droegen het haar in den hals; -zij zaten te schommelen op haar stoelen en voerden luide gesprekken, -die het geraas van de straat onverstaanbaar maakte. - -Renée's aandacht viel vooral op een vrouw, die alleen aan een tafeltje -zat; zij droeg een lichtblauw kostuum, met witte gruipure afgezet; -zij dronk met kleine teugjes een glas bier leeg, en leunde dan weer -achterover in haar stoel, de handen op den schoot gevouwen, in een -houding van trage, berustende afwachting. - -Zij die liepen, gingen langzaam in het gewoel verloren, en de jonge -vrouw oogde ze met belangstelling na; haar blik gleed over den heelen -boulevard, naar de verwijderde drukte van de avenue, waar men niets dan -een zwart gewemel van wandelaars onderscheidde, en de lichtschijnsels -nog slechts vonken leken. - -En met een regelmatigheid die het oog vermoeide, trok die bonte -menigte onveranderlijk, onophoudelijk voorbij, te midden der heldere -kleuren, in de tooverachtige flikkering van die duizenden dansende -lichtschijnsels, die uit de winkels stroomden, de transparanten -van de kiosken en de ramen kleurden, in letters, lijsten of vurige -teekeningen langs de gevels liepen, de duisternis met sterren -bezaaiden, onafgebroken over den rijweg dansten. - -Het oorverdoovend geraas, dat omhoog steeg, dreunde na, eentonig, -als het gebrom van een orgel, dat den eeuwigdurenden optocht van -mechanieke poppetjes begeleidt. - -Een oogenblik meende Renée dat er een ongeluk gebeurd was. Een -stroom van menschen bewoog zich naar links, even voorbij de passage -de l'Opéra. Maar met haar kijker herkende zij het wachthuis der -omnibussen; de stoep stond vol wachtenden, die bij de nadering van -een omnibus haastig kwamen toesnellen. Zij hoorde de ruwe stem van -den controleur de nummers afroepen, daarop klonk het gelui van den -teller als een kristalhelder geklep tot haar door. - -Zij liet haar blik rusten op de advertenties van een kiosk, met -schelle kleuren als kinderprenten; op een vierkant stond in een -geel en groenen rand een grijnzende duivelskop met steile haren, -een reclameplaat van een hoedenmaker die zij niet begreep. - -Om de vijf minuten kwam de omnibus van Batignolles voorbij, met -zijn roode lantarens en gele kast; hij draaide den hoek van de rue -Le Peletier om en deed het huis trillen door zijn gedreun; zij zag -de mannen op de imperiale, vermoeide gezichten die omhoog keken en -haar en Maxime nieuwsgierig aanzagen, als uitgehongerden die door -een sleutelgat kijken. - ---Ach! zei zij, wat zal het nu stil zijn in het park Monceau. - -Dat was alles wat zij zei. Zij bleven daar wel twintig minuten staan, -zwijgend opgaande in het gewoel en de verlichting. Toen de tafel -gereed was, namen zij plaats, en daar de tegenwoordigheid van den -kellner haar scheen te hinderen, zond Maxime hem weg. - ---Laat ons alleen.... Ik zal om het dessert schellen. - -Zij had roode plekjes op de wangen en haar oogen schitterden; zij zag -er uit alsof zij hard geloopen had. Zij bracht van het venster een -beetje van de drukte en de levendigheid van den boulevard mee. Zij -wilde niet dat Maxime het venster sloot. - ---Wel, dat is het orkest, zei zij, toen hij over het geraas -klaagde. Vind je het geen eigenaardige muziek? Dat is een mooie -begeleiding bij onze oesters en patrijs. - -'t Was of het uitstapje haar jonger maakte. Zij was druk in haar -bewegingen, een beetje opgewonden; die kamer, dat samenzijn met een -jongen man, het rumoer van de straat, wonden haar op, gaven haar -iets meisjesachtigs. - -Zij viel met smaak op de oesters aan. Maxime had geen honger, hij -keek glimlachend toe, terwijl zij smulde. - ---Verduiveld, mompelde hij, je bent een goede om mee uit soupeeren -te gaan. - -Zij hield op, spijtig omdat zij zoo gauw at. - ---Je vindt dat ik honger heb. Wat zal ik je zeggen? Dat onzinnige bal -heeft me hongerig gemaakt.... Arme jongen, wat beklaag ik je dat je -met zulke menschen omgaat! - ---Je weet wel, zei hij, dat ik je beloofd heb Sylvia en Laure -d'Aurigny te laten schieten, zoodra je vriendinnen met mij uit -soupeeren willen gaan. - -Zij maakte een trotsch gebaar. - ---Dat geloof ik warempel ook wel. Wij zijn heel wat amusanter dan -die dames, dat zal je niet tegen kunnen spreken.... Als een van ons -een minnaar zoo verveelde, als jouw Sylvia en je Laure d'Aurigny -jou moeten vervelen, wel, het arme vrouwtje hield dien minnaar geen -week!.... Je wilt nooit naar me luisteren. Probeer het eerstdaags eens. - -Maxime stond op, om den kellner niet te roepen, ruimde de -oesterschelpen weg en bracht den patrijs, die op de console stond. De -tafel was beladen met de weelde der groote restauraties. Op het -damasten tafellaken bevond zich een overvloed van heerlijke spijzen, -en met een lichte trilling van genot bewoog Renée haar fijne handen -van haar vork naar haar mes, van haar bord naar haar glas. Zij dronk -witten, onvermengden wijn, zij die gewoonlijk slechts een scheutje -wijn in haar water dronk. - -Terwijl Maxime, met het servet over den arm, haar met een schertsende -voorkomendheid bediende, hernam hij: - ---Wat heeft die mijnheer de Saffré toch tegen je gezegd, dat je zoo -woedend bent? Vond hij je leelijk? - ---O, hij, antwoordde zij, 't is een gemeen mensch. Ik had nooit kunnen -denken dat iemand, die zich bij mij aan huis zoo deftig en zoo beleefd -voordeed, zoo'n taal kon uitslaan. Maar dat heb ik hem al vergeven. De -vrouwen, die hebben me gehinderd; 't leken wel appelenvrouwen. Er -was er een, die klaagde dat zij een steenpuist op haar heup had, en -het had weinig gescheeld of zij had haar rok opgetild om haar kwaal -aan iedereen te toonen. - -Maxime lachte luidkeels. - ---Neen, heusch, ging zij met toenemende heftigheid voort, ik begrijp -jelui niet, ze zijn vies en dom.... En toen ik je naar je Sylvia zag -gaan, stelde ik me nog al wonder wat voor, van die antieke feesten -zooals je wel op schilderijen ziet, meisjes met kransen van rozen -in het haar, gouden drinkschalen, buitengewone genietingen.... 't -Mocht wat! Je hebt me een onzindelijk kleedkamertje laten zien en -vrouwen die als voerlui vloekten. Zoo is het de moeite niet waard, -om kwaad te doen. - -Hij wilde hier iets tegen inbrengen, maar zij legde hem het zwijgen -op, en terwijl zij een patrijzeboutje afkloof, dat zij tusschen de -vingertoppen hield, ging zij op zachter toon voort: - ---Het kwaad moet iets keurigs, iets fijns zijn, jongenlief.... Wanneer -ik, een fatsoenlijke vrouw, me verveel en de zonde bega aan iets -onmogelijks te denken, weet ik zeker dat ik veel aardiger dingen vind -dan Blanche Muller. - -En met een ernstig gezicht sprak ze ten slotte de naïeve -onbeschaamdheid uit: - ---Dat is een kwestie van opvoeding, begrijp je? - -Ze lei het beentje kalmpjes op haar bord neer. Het dreunend rollen -der rijtuigen ging voort, zonder dat zich daartusschen een levendiger -geluid deed hooren. Zij was genoodzaakt haar stem te verheffen om zich -verstaanbaar te maken, en haar wangen kleurden zich met een dieper -rood. Op de console stonden nog truffels, een zoet tusschengerecht, -asperges, een zeldzaamheid in dat jaargetijde. - -Hij bracht alles aan, om verder te kunnen blijven zitten, en daar de -tafel wat smal was, zette hij tusschen hen in een zilveren ijsemmer, -waarin een flesch champagne, op den grond neer. De eetlust der -jonge vrouw begon aanstekelijk op hem te werken. Zij lieten geen -enkelen schotel onaangeroerd, zij ledigden de flesch, met uitgelaten -dartelheid, verdiepten zich in gewaagde bespiegelingen, en leunden -op de ellebogen als twee vrienden, die in een roes hun hart voor -elkander uitstorten. - -Het werd minder druk op de boulevard, toch kwam het haar voor, alsof -het integendeel levendiger werd, en al die wielen schenen haar soms -in het hoofd te draaien. - -Toen hij zei, dat hij om het dessert ging schellen, stond zij op, -schudde de kruimels van haar lange satijnen blouse af en zei: - ---Dat is goed.... Zeg, je mag wel een sigaar opsteken. - -Zij was een beetje bedwelmd. Zij ging naar het venster, aangetrokken -door een vreemd geraas, waarvan zij de oorzaak niet begreep. Men was -bezig de winkels te sluiten. - ---Kijk, zei zij, zich naar Maxime wendende, het orkest gaat naar huis. - -Zij boog zich weer voorover. Op den rijweg in het midden, kruisten -de gekleurde oogen van de minder talrijke, maar sneller rijdende -vigelanten en omnibussen elkander nog steeds. Maar aan de zijkanten, -langs de trottoirs, waren er groote donkere plekken ontstaan, voor -de gesloten winkels. Alleen de koffiehuizen waren nog hel verlicht, -en wierpen hun schijnsel op het asphalt. - -Van de rue Drouot tot aan de rue du Helder zag zij een lange reeks -heldere en donkere plekken, waarin de late wandelaars op zonderlinge -wijze opdoken en verdwenen. Vooral de meisjes, met haar slepende -japonnen, beurtelings hel verlicht en in duisternis gehuld, leken wel -geestverschijningen, bleeke marionnetten, die zich door den electrisch -verlichten kring van het een of andere toover-kluchtspel bewegen. Zij -vermaakte zich een oogenblik met dit spel. - -Het licht was nu niet meer over den geheelen boulevard verspreid, -de gaslichten werden uitgedraaid; de bontkleurige kiosken staken nog -harder af tegen de duisternis. Nu en dan ging er een groote menigte, -die uit een der schouwburgen kwam, voorbij. Maar weldra werd het -lediger, en onder het venster zag men soms groepjes van twee of drie -mannen, die door een vrouw werden aangesproken. Zij bleven staan, -in druk gesprek. Een enkel woord kon men zelfs verstaan; meestal ging -de vrouw aan den arm van een dier mannen weg. Andere meisjes gingen -het eene koffiehuis in, het andere uit, liepen de tafeltjes rond, -namen de achtergelaten klontjes suiker, lachten met de kellners, -keken de late bezoekers vragend en zich stilzwijgend aanbiedend aan. - -En nadat Renée de bijna leege imperiale van een omnibus. had nagekeken, -herkende zij op den hoek van het trottoir, de vrouw met de blauwe, -met witte guipure afgezette japon, die daar rechtop stond, met hoofd -naar alle zijden heenwendend, steeds op den uitkijk. - -Toen Maxime haar kwam opzoeken aan het venster, waar zij in -aanschouwing verdiept was, moest hij onwillekeurig glimlachen, toen -hij naar een der halfgeopende vensters van het café Anglais keek; -de gedachte, dat zijn vader daar ook soupeerde, scheen hem grappig -toe; maar dien avond had hij iets bijzonder schroomvalligs, dat hem -belette zijn gewone grappen te verkoopen. - -Renée verliet met tegenzin het venster. Een smachtend, bedwelmend -verlangen steeg uit de vage diepte van den boulevard tot haar op. In -het verminderd gerol der rijtuigen, in het verdwijnen der heldere -schijnsels, klonk een stem die lokte tot wellust en slaap. De -fluisterende stemmen die hier en daar vernomen werden, de groepjes -die in een donker hoekje bleven staan, maakten het trottoir tot de -gang van een groot logement, op het uur waarop de reizigers hun bed -opzoeken. Het licht en het leven stierf langzamerhand weg, de stad -sliep in, teedere zuchtjes schenen over de daken te strijken. - -Toen de jonge vrouw zich omkeerde, deed het licht van de gaskroon -haar oogen pijnlijk aan. Zij zag nu een beetje bleek, en had lichte -trekkingen om de mondhoeken. - -Charles zette het dessert gereed; hij ging de deur uit, kwam weer -binnen, opende de deur langzaam en met gedruis, met het flegma van -een man, die weet hoe het betaamt. - ---Ik heb geen trek meer! riep Renée uit, neem al die borden weg en -breng de koffie. - -De kellner, gewoon aan de grillen zijner vrouwelijke cliënten, ruimde -het dessert op en schonk de koffie in. Al zijn bezigheden verrichtte -hij met een voorkomen van gewichtig. - ---Stuur hem toch alsjeblieft weg, zei de jonge vrouw met een gevoel -van weerzin. - -Maxime zond hem heen; maar hij was nauwelijks verdwenen, of hij kwam -weer terug om heel bescheiden de overgordijnen zorgvuldig dicht te -doen. Toen hij eindelijk heengegaan was, stond de jonge man, die nu -ook ongeduldig begon te worden, op en naar de deur gaande: - ---Wacht eens, zei hij, ik weet een goed middel om van hem af te zijn. - -En hij schoof den grendel er voor. - ---Ziezoo, hernam zij, nu zijn we tenminste vrij. - -Zij hervatten weer hun vertrouwelijke mededeelingen, hun -vriendschappelijk gekeuvel. Maxime had een sigaar opgestoken. Renée -slurpte haar koffie langzaam op en schonk zich vervolgens een glaasje -chartreuse in. De kamer vulde zich met een blauwachtigen rook; -het werd er warm. Zij legde de ellebogen op de tafel en leunde met -de kin tegen haar halfgesloten vuisten. Die lichte drukking maakte -haar mond kleiner, haar wangen gevulder, en haar oogen smaller en -schitterender. Zóó ineengeduwd, was haar gezichtje allerliefst, -onder den overvloed van goudgele krulletjes, die nu tot op haar -wenkbrauwen afhingen. - -Maxime bekeek haar door den rook van zijn sigaar heen. Hij vond haar -origineel. Soms begon hij zelfs aan haar sekse te twijfelen; de groote -rimpel die door haar voorhoofd liep, de pruilend vooruitstekende -lippen, haar weifelende, bijziende blik, deden haar op een grooten -jongen lijken; daarbij kwam dat haar lange, zwart satijnen blouse -zoo hoog dicht was, dat men ternauwernood een blank, mollig streepje -hals onder de kin kon bespeuren. Zij liet zich glimlachend bekijken; -zij bewoog haar hoofd niet meer, haar blik had iets onbestemds, -haar woorden iets traags. - -Toen schudde zij zich plotseling wakker; zij begaf zich naar den -spiegel, waarheen haar blikken al een poosje gestaard hadden. Zij ging -op de teenen staan, leunde met de handen tegen den schoorsteenmantel, -om die opschriften te lezen, die gewaagde uitdrukkingen die haar vóór -het souper verlegen hadden gemaakt. Zij spelde de lettergrepen met -eenige moeite, las, lachte telkens, als een schooljongen die Piron -in zijn lessenaar doorbladert. - ---Ernest en Clara, zei zij, en er staat een hart onder dat wel op een -trechter lijkt.... Ha, dat is beter: "Ik houd van mannen, omdat ik -van truffels houd." Geteekend "Laure." Zeg eens, Maxime, heeft die -d'Aurigny dat geschreven?.... O, dat is zeker het wapen van een van -die dames: een kip die een groote pijp rookt.... Altijd maar namen, -een heele kalender vol: Victor, Amélie, Alexander, Eduard, Margaretha, -Paquita, Louise, Renée.... Hé, er is er een bij, die net zoo heet -als ik.... - -Maxime zag haar opgewonden gezichtje in den spiegel. Zij strekte zich -nog meer uit, en haar domino spande zich van achteren strakker en -deed de ontwikkeling van haar heupen, de slankheid van haar taille -goed uitkomen. De jonge man volgde de lijn van het satijn, dat als -een hemd om het lichaam sloot. - -Hij stond nu ook op en wierp zijn sigaar weg. Hij voelde zich niet -op zijn gemak, onrustig. Er ontbrak hem iets, waaraan hij gewoon was. - ---Ha, daar is jouw naam, Maxime, riep Renée.... Hoor.... "Ik houd -van...." - -Maar hij was in een hoekje van de sofa gaan zitten, bijna aan de -voeten der jonge vrouw. Met een vlugge beweging slaagde hij er in -haar handen te vatten; hij keerde haar van den spiegel af en zei op -zonderlingen toon: - ---Lees dat alsjeblieft niet. - -Zij verweerde zich, zenuwachtig lachend. - ---Waarom? Ben ik je vertrouwde dan niet? - -Maar hij drong met gesmoorde stem aan: - ---Neen, neen, vanavond niet. - -Hij hield haar nog altijd vast, en zij gaf lichte rukjes met haar -polsen om zich los te maken. Zij keken elkaar met vreemde oogen -aan, hun glimlach had iets gedwongens en beschaamds. Zij viel op -haar knieën, aan het einde van de sofa. Zij bleven door worstelen, -ofschoon zij geen beweging meer maakte om naar den spiegel te gaan -en zich al overgaf. En toen de jonge man haar in zijn armen sloot, -zei zij met een flauw, verlegen lachje: - ---Kom, laat me met rust.... Je doet me zeer. - -Dat was alles wat haar lippen fluisterden. In de diepe stilte der -kamer, waar het gas hooger scheen op te vlammen, voelde zij den grond -trillen en hoorde zij het geraas van den omnibus van Batignolles die -den hoek van den boulevard kwam omrijden. - -Toen zij weer naast elkander op de sofa zaten, beiden bedremmeld, -fluisterde hij: - ---Bah, dat moest er toch eens van komen. - -Zij zei niets. Zij tuurde als verslagen op de bloemen van het tapijt. - ---Had jij aan zoo iets gedacht?.... ging Maxime stamelend voort. Ik -in het geheel niet.... Ik had die kamer niet moeten vertrouwen.... - -Maar uit het diepst van haar hart klonk het, alsof al de burgerlijke -braafheid van de Bérauds Du Châtel in deze laatste fout ontwaakte: - ---Het is schandelijk, wat we daar gedaan hebben, fluisterde zij, -ontnuchterd, met een heel ernstig gezicht. - -Zij kreeg het benauwd. Zij ging naar het venster, schoof de gordijnen -open en leunde op de vensterbank. Het orkest zweeg al lang; de misdaad -was begaan in de laatste trilling der bassen en het verwijderd geluid -der violen. - -Daar beneden strekten de rijweg en de voetpaden zich uit, eenzaam en -verlaten. Al die ratelende rijtuigwielen schenen heengegaan te zijn, -het licht en de menigte met zich meevoerende. Onder het venster was het -café Riche gesloten, geen enkel lichtstraaltje drong door de ruiten. - -Aan de overzijde was alleen de voorgevel van het café Anglais nog -verlicht; een der vensters stond half open en liet een flauwen klank -van gelach door. En langs die donkere schaduwlijn, van de bocht der -rue Drouot tot aan het andere uiteinde, zoover haar gezicht reikte, -zag zij niets anders dan de kiosken, die op gelijke afstanden roode -en groene plekken in de nachtelijke duisternis vormden, zonder ze te -verlichten, als nachtlichtjes, hier en daar in een reusachtig groote -slaapzaal geplaatst. - -Zij hief het hoofd op. De boomen teekenden hun hooge takken tegen -een helderen hemel af, terwijl de onregelmatige lijn der huizen zich -onafzienbaar ver uitstrekte, met de afbrokkelingen van een rotsige -kust, aan den oever van een blauwe zee. - -Maar die strook lucht stemde haar nog droeviger; alleen de duisternis -van den boulevard gaf haar eenige vertroosting. Wat daar op die -eenzame straat overbleef van de luidruchtigheid in de ondeugd van -den avond, strekte haar tot verontschuldiging. Zij meende de warmte -van al die mannen- en vrouwenstappen van het afkoelende trottoir te -voelen opstijgen. - -De schandelijke dingen die daar gebeurd waren, begeerten van -een minuut, fluisterend gedane aanbiedingen, vooruit betaalde -bruiloftsnachten, zij losten zich op in damp, dreven voort in een -zwaren nevel, door den morgenwind weggevaagd. - -Voorovergebogen over de duisternis, ademde zij die trillende stilte, -die alkooflucht in, als een aanmoediging die van beneden tot haar -kwam, als een verzekering dat haar schande door een medeplichtige -stad gedeeld en aangenomen werd. En toen haar oogen aan de duisternis -gewoon geraakt waren, bemerkte zij de vrouw met haar blauw kostuum, -alleen in de grauwe eenzaamheid, nog steeds op dezelfde plaats, -wachtende en zich aanbiedende in de ledige stilte van den nacht. - -Toen zij zich omkeerde, werd de jonge vrouw Charles gewaar, die -snuffelend om zich heen keek. Hij ontdekte eindelijk iets,--het blauwe -lint van Renée, dat verfrommeld in een hoek van de sofa lag. Hij -haastte zich het haar op zijn beleefde manier te brengen. Toen voelde -zij haar geheele vernedering. Voor den spiegel staande, trachtte zij -met bevende handen het lint weer vast te strikken. Maar haar chignon -was gezakt, de krulletjes waren plat tegen haar slapen gedrukt, -zij kon den strik niet vastmaken. - -Charles kwam haar te hulp, en alsof hij een doodgewoon iets, een -mondwater of een tandenstoker aanbood, vroeg hij: - ---Wil mevrouw soms de kam hebben?.... - ---Wel neen, dat is niet noodig, kwam Maxime tusschenbeide met een -ongeduldigen blik op den kellner. Ga maar een rijtuig halen. - -Renée besloot eenvoudig de kap van haar domino weer over het hoofd -te trekken. En voordat zij zich van den spiegel afwendde, ging zij -nog even op haar teenen staan, om de woorden terug te vinden die -Maxime's omhelzing haar belet had te lezen. Met groote, afschuwelijk -leelijke letters, die schuins omhoog liepen, stond deze verklaring, -door Sylvia onderteekend: "Ik bemin Maxime." Zij drukte de lippen -stijf opeen en trok de kap wat dieper over haar hoofd. - -In het rijtuig voelden zij zich vreeselijk verlegen. Zij waren -tegenover elkaar gaan zitten, juist zooals zij uit het park Monceau -waren gekomen. Zij wisten elkander niets te zeggen. De vigelante was in -een dikke duisternis gehuld, en Maxime's sigaar bracht er zelfs geen -flikkerend stipje in. De jonge man die weer onder de rokken bedolven -zat, "waarin hij tot over de ooren zat", voelde zich onaangenaam -gestemd door die duisternis, die stilte, die zwijgende vrouw, die hij -tegenover zich voelde, en wier wijdgeopende oogen hij zich verbeeldde -in het donker te zien staren. Om een minder dwaas figuur te maken, -zocht hij haar hand, en toen hij die in de zijne hield, voelde hij -zich verlicht, vond hij den toestand dragelijker. Die hand gaf zich -gewillig over, slap en droomerig. - -De vigelante reed de place de la Madeleine over. Renée bedacht dat -zij niet schuldig was. Zij had de bloedschande niet gewild. En hoe -meer zij zich zelf onderzocht, hoe onschuldiger zij zich vond, in de -eerste uren van haar uitstapje, haar heimelijk vertrek uit het park -Monceau, bij Blanche Muller, op den boulevard, zelfs in het kabinet -van de restauratie. - -Waarom was zij eigenlijk aan den rand van de sofa op de knieën -gevallen? Dat wist zij zelf niet meer. Zij had stellig geen oogenblik -aan zóó iets gedacht. Zij zou boos geweigerd hebben. Het was uit -gekheid, zij maakte pret, niets anders. En in het voortrollen der -vigelante vond zij het oorverdoovend orkest van den boulevard terug, -dat heen een weer geloop van mannen en vrouwen, terwijl haar vermoeide -oogen als vuur brandden. - -Maxime werd in zijn hoekje ook door onaangename gedachten gekweld. Hij -had spijt over het avontuur. Hij wierp de schuld op den zwarten domino. - -Had men een vrouw zich ooit zoo zien toetakelen! Haar hals kreeg men -zelfs niet te zien. Hij had haar voor een jongen aangezien, had met -haar gestoeid, en het was toch zijn schuld niet, dat het spel ernst -was geworden. Hij zou haar stellig niet aangeraakt hebben, als zij -maar een stukje van haar schouder had laten zien. Hij zou bedacht -hebben, dat zij de vrouw van zijn vader was. En, daar hij niet van -onaangename gedachten hield, schonk hij zichzelf vergiffenis. 't Was -nu eenmaal gebeurd, maar hij zou wel zorgen, dat hij er niet weer -mee begon. 't Was een dwaasheid. - -De vigelante hield stil en Maxime stapte uit om Renée te helpen. Maar -bij het parkdeurtje durfde hij haar geen zoen geven. Zij scheidden met -een handdruk, als naar gewoonte. Zij stond al achter het hek, toen zij, -om toch iets te zeggen, en daarbij zonder het zelf te willen uiting -gevende aan een gedachte die haar al van de restauratie af vervolgde, -aan Maxime vroeg: - ---Wat beteekent dat toch, die kam, waarvan de kellner sprak? - ---Die kam, herhaalde Maxime, verlegen, dat weet ik niet.... - -Opeens werd haar alles duidelijk. De kam behoorde bij het materiaal -van de kamer, evengoed als de gordijnen, de grendel en de sofa. En -zonder een uitlegging af te wachten, die toch niet kwam, snelde zij -het donkere park Monceau door, alsof zij die schildpadden tanden -achter zich zag, waarin Laure d'Aurigny haar blonde en Sylvia haar -zwarte haren had achtergelaten. Zij had een hevige koorts. Céleste -moest haar te bed brengen en den verderen nacht bij haar waken. - -Maxime stond een oogenblik op het trottoir van den boulevard -Malesherbes in tweestrijd, of hij het vroolijke troepje in het café -Anglais zou opzoeken of naar bed gaan; ten slotte besloot hij bij -wijze van straf tot het laatste. - -Den volgenden morgen ontwaakte Renée laat, uit een zwaren, droomloozen -slaap. Zij liet een flink vuur aanleggen en zei dat zij den heelen -dag op haar kamer zou blijven. Dát was haar toevluchtsoord, in haar -ernstige uren. - -Tegen twaalf uur vroeg haar man, die haar niet aan het ontbijt had -zien verschenen, of hij haar een oogenblik kon spreken. Zij was op het -punt dat te weigeren, met een zweem van ongerustheid, toen zij zich -bedacht. Den vorigen avond had zij Saccard een rekening van Worms -ter hand gesteld, die honderd zes en dertig duizend francs bedroeg, -een tamelijk hoog bedrag, en nu was hij zeker zoo galant haar de -geteekende kwitantie zelf te komen brengen. - -Op eens dacht zij aan de krulletjes die zij den vorigen avond in -het haar had. Zij keek werktuigelijk in den spiegel naar de dikke -vlechten die Céleste gevlochten had. Toen ging zij ineengedoken, als -begraven onder de kant van haar morgenjapon, zoo dicht mogelijk bij het -vuur zitten. Saccard, wiens kamers zich ook op de eerste verdieping -bevonden, tegenover die van zijn vrouw, kwam op zijn pantoffels, -als echtgenoot. - -Het gebeurde ternauwernood eens in de maand, dat hij een voet in -Renée's kamer zette, en dan was het altijd wegens een geldkwestie. Dien -morgen had hij roode oogen, en een bleek gelaat als iemand die den -heelen nacht niet geslapen heeft. Hij kuste zijn vrouwtje galant -de hand. - ---Je bent ziek, lieve? zei hij, aan den anderen hoek van den -schoorsteen plaats nemende. Een beetje hoofdpijn, nietwaar?.... Neem -me niet kwalijk dat ik je lastig kom vallen over zaken, maar het is -een ernstig geval. - -Hij haalde uit een zak van zijn kamerjapon de rekening van Worms te -voorschijn, die Renée aan het gladde papier herkende. - ---Gisteren vond ik die rekening op mijn bureau, ging hij voort, -en het spijt me, maar ik kan ze op dit oogenblik onmogelijk voldoen. - -Hij bespiedde tersluiks de uitwerking van zijn woorden. Zij scheen -ietwat verbaasd. Hij hernam glimlachend: - ---Je weet, lieve, dat ik niet gewoon ben je uitgaven na te pluizen. Ik -kan niet ontkennen dat zekere bijzonderheden van deze rekening me -een beetje verrast hebben. Zoo zie ik bijvoorbeeld hier op de tweede -bladzijde: "Baljaponstof, 70 fr.; maakloon 600 fr., geleend geld -5000 fr.; water van Dr. Pierre, 6 fr." Dat loopt aardig op voor -een japon van zeventig francs.... Maar je weet, ik begrijp alle -zwakheden. Je rekening bedraagt honderd zesendertigduizend francs, -en je bent bijna verstandig geweest, dat is te zeggen, betrekkelijk -verstandig.... Maar, ik zeg het je nog eens, ik kan niet betalen, -ik zit zelf in verlegenheid. - -Zij strekte de hand uit, met een gebaar van ingehouden spijt. - ---'t Is goed, zei zij droogweg, geef me de rekening terug. Ik zal -raad zien te schaffen. - ---Ik zie dat je me niet gelooft, sprak Saccard, zeer gevleid door de -ongeloovigheid van zijn vrouw op het punt van zijn geldverlegenheid. Ik -zeg niet dat mijn positie bedreigd wordt, maar de zaken gaan op het -oogenblik niet al te best. Laat ik je voor ditmaal eens lastig vallen -en je den toestand blootleggen; je hebt me je bruidschat toevertrouwd, -en ik ben je volkomen openhartigheid schuldig. - -Hij lei de rekening op den schoorsteen neer, nam de tang en begon het -vuur op te rakelen. Die hebbelijkheid om in de asch te woelen, terwijl -hij over zaken sprak, was bij hem uit berekening voortgekomen. Wanneer -hij aan een zeker bedrag kwam, aan een gedachte die hij moeielijk -onder woorden kon brengen, porde hij duchtig in het brandhout; de -verzakking die daardoor ontstond, bracht hij dan heel netjes in orde, -door de blokken bij elkaar te schuiven en de verspreide spaanders samen -te rapen en op de blokken te stapelen. Soms verdween hij bijna geheel -in den schoorsteen, om een glimmend stukje houtskool op te zoeken. - -Zijn stem klonk dan doffer, men werd ongeduldig, men begon belang -te stellen in zijn knappe opeenstapeling van gloeiende kooltjes, -men luisterde niet meer, en gewoonlijk verliet men hem geslagen en -tevreden. Zelfs bij anderen maakte hij zich eigendunkelijk meester -van de tang. 's Zomers speelde hij met een pen, een pennemes of -een vouwbeen. - ---Beste vriendin, zei hij, terwijl hij met een hevigen por het vuur -op de vlucht joeg, ik vraag je nogmaals verschooning dat ik in al die -bijzonderheden treed.... Ik heb je de rente van de gelden, die je me -ter hand hebt, gesteld, stipt uitbetaald. Ik kan zelfs zonder je te -kwetsen zeggen, dat ik die rente alleen beschouwd heb als je zakgeld, -dat ik je uitgaven betaald heb en nooit van je gevergd heb je aandeel -in de gemeenschappelijke kosten van het huishouden te betalen. - -Hij zweeg. Renée keek met een pijnlijk hoofd toe, hoe hij een kuil -in de asch groef om er een stuk brandhout in te begraven. Hij kwam -aan een teere kwestie. - ---Je begrijpt wel, dat ik van je geld aanzienlijke intresten heb -moeten trekken. De kapitalen zijn in goede handen, wees daar maar -gerust op.... En de gelden die je bezittingen in Sologne opbrachten, -hebben gedeeltelijk gediend om het huis te betalen, waarin wij wonen; -de rest is in een uitstekende zaak gestoken, de Algemeene Maatschappij -van de havens van Marokko.... We vragen elkaar nog wel geen rekening -en verantwoording, maar ik wil je toch bewijzen dat wij arme mannen -dikwijls erg miskend worden. - -Het moest wel een krachtig motief zijn, dat hem noopte minder dan -gewoonlijk te liegen. In werkelijkheid bestond de bruidschat van Renée -sedert lang niet meer; hij was in de kas van Saccard gevloeid, en had -daar een fictieve waarde gekregen. Al keerde hij er meer dan twee of -driehonderd percent intrest van uit, hij zou toch niet in staat geweest -zijn er het kleinste effect van te vertoonen, of ook maar de geringste -hoeveelheid specie van het oorspronkelijke kapitaal terug te vinden. - -Zooals hij er dan ook half voor uitkwam, had het halve millioen van de -bezittingen in Sologne gediend tot afbetaling van den eersten termijn -op het hôtel en het ameublement, die samen bijna twee millioen hadden -gekost. Hij was nog een millioen aan den behanger en den aannemer -schuldig. - ---Ik vorder niets van je, zei Renée eindelijk, ik weet dat ik erg -bij je in de schuld sta. - ---O, lieve, riep hij uit, de hand zijner vrouw grijpende, -zonder de tang in den steek te laten, hoe kom je aan die leelijke -gedachte!.... Om je in een paar woorden alles te verklaren, luister, -ik ben ongelukkig geweest op de Beurs, Toutin-Laroche heeft domheden -begaan, Mignon en Charrier zijn vlegels, die me beetgenomen -hebben. Daarom kan ik je rekening niet betalen. Je vergeeft het -me toch? - -Hij scheen werkelijk aangedaan. Hij stak de tang tusschen de -houtblokken en deed een vuurwerk van vonken opspatten. Renée herinnerde -zich, dat hij er den laatsten tijd ietwat gejaagd had uitgezien. Maar -zij kon de verwonderlijke waarheid niet doorgronden. - -Saccard was nu zoover gekomen, dat hij dagelijks allerlei kunstgrepen -te baat moest nemen. Hij woonde in een huis dat twee millioen gekost -had, hij leefde op een voet alsof hij het jaargeld van een prins trok, -en op sommige dagen had hij geen duizend francs in kas. Zijn uitgaven -schenen niet te verminderen. Hij leefde op krediet, onder een troep -schuldeischers die dagelijks de schandalige winsten opstreken, welke -hij in zekere zaken maakte. - -Terzelfder tijd stortten maatschappijen onder hem ineen, openden zich -nieuwe, nog diepere afgronden, waarover hij heen sprong, daar hij geen -kans zag ze te dempen. Hij liep dus over een ondermijnden grond, in -een gestadige crisis, rekeningen van vijftigduizend francs afdoende -en het loon van zijn koetsier niet uitbetalende, steeds voortgaande -met een onverstoorbare koelbloedigheid verteringen te maken, nog -ijveriger over Parijs zijn leege kas uitstortende, waaruit de gouden -stroom met zijn onbekende bronnen voort bleef vloeien. - -Het was toen een slechte tijd voor de speculatiën. Saccard was een -waardig zoon van het stadhuis. Hij had de snelle gedaanteverwisseling, -de koortsachtige zucht naar genietingen, de blinde verkwistingen die -Parijs had aangetast, meegemaakt. Op dit oogenblik stond hij, evenals -de stad, voor een ontzettend tekort, dat hij heimelijk moest aanvullen; -want van verstandige zuinigheid, een kalm burgerlijk leven wilde hij -niet hooren. Hij behield liever de onnutte weelde en de werkelijke -ellende van die nieuwe wegen waaruit hij zijn kolossaal fortuin geput -had, dat 's morgens aangevuld en 's avonds weer verteerd was. - -Van de eene avontuurlijke speculatie in de andere gaande, had hij -nog slechts den vergulden voorgevel van een afwezig kapitaal. In -dezen tijd van krankzinnige dwaasheid, zette zelfs Parijs niet zijn -toekomst met meer hartstocht op het spel, of ging halsstarriger voort -op den weg van dwaasheden en finantiëele bedriegerijen. De likwidatie -dreigde verschrikkelijk te zijn. - -De mooiste speculatiën liepen mis in de handen van Saccard. Hij had, -zooals hij zei, aanzienlijke verliezen aan de Beurs geleden. Mijnheer -Toutin-Laroche had bijna het Wijnbouwcrediet doen duikelen in een -speculatie op de rijzing, die hem plotseling tegengeloopen was; -gelukkig was de regeering in het geheim tusschenbeide gekomen en had -de vermaarde hypothecaire leenbank weer overeind geholpen. - -Saccard, door die dubbelen schade aan het wankelen gebracht en danig -doorgehaald door zijn broer den minister, wegens het gevaar dat de -soliditeit der delegatiebons tegelijk met die van het Wijnbouwcrediet -geloopen had, was nog minder gelukkig in zijn speculatiën op huizen. - -Mignon en Charrier hadden alle betrekkingen met hem afgebroken. Hij -beschuldigde hen uit nijdigheid, omdat hij bedrogen was uitgekomen met -de huizen die hij op zijn aandeel in de terreinen had laten zetten, -terwijl zij, voorzichtiger, het hunne verkochten. - -Terwijl zij een fortuin wonnen, bleef hij met huizen zitten, die hij -dikwijls met verlies van de hand moest doen. Onder anderen verkocht -hij voor driehonderd duizend francs een hôtel in de rue de Marignan, -waarop hij nog driehonderd tachtig duizend schuld had. - -Hij had er op zijn manier wel wat op gevonden, hij vroeg namelijk -tienduizend francs voor een appartement dat hoogstens acht duizend -francs waard was; de verschrikte huurder teekende het contract niet -eer, voordat de eigenaar er in toegestemd had hem de eerste twee -jaren huur vrij te schelden; op die manier was het appartement tot -zijn werkelijken prijs teruggebracht, maar het huurcontract wees een -bedrag van tienduizend francs per jaar aan, en wanneer Saccard een -kooper vond en de jaarlijksche opbrengst van dit huis kapitaliseerde, -kwam hij tot een echte zinsbegoochelende berekening. - -Dit bedrog kon hij echter niet op groote schaal toepassen, zijn huizen -werden niet verhuurd; hij had ze te vroeg gebouwd; de uitgegraven -terreinen, die ze wijd en zijd omringden, vormden 's winters groote -modderpoelen, die den toegang bemoeielijkten en ze een groot nadeel -deden. - -Wat hem echter het meest griefde was de geslepenheid van de heeren -Mignon en Charrier, die het hôtel waarvan hij den bouw had moeten -staken, op den boulevard Malesherbes, van hem kochten. De aannemers -hadden eindelijk het verlangen gekregen op hun boulevard te wonen. Daar -zij hun aandeel in de terreinen met winst verkocht hadden, en de lucht -kregen van de verlegenheid waarin hun vroegere compagnon verkeerde, -boden zij hem aan hem af te helpen van het omheinde gedeelte waarbinnen -het hôtel tot de eerste verdieping was opgetrokken, en waarvan de -ijzeren binten reeds gelegd waren. Minachtend spraken zij over de -stevige grondslagen van gehouwen steen, zij noemden het nutteloos -metselwerk en zeiden, dat zij liever den kalen grond gehad hadden, -om er naar eigen believen op te bouwen. - -Saccard moest tot den verkoop overgaan, zonder rekening te kunnen -houden met de ruim honderdduizend francs die hij reeds uitgegeven had, -en wat hem nog nijdiger maakte, was dat de aannemers het terrein niet -voor tweehonderd vijftig francs den vierkanten meter wilden terugnemen, -het bedrag dat bij de verdeeling vastgesteld was. Zij dongen vijf en -twintig francs op den meter af, evenals koopvrouwen in toiletartikelen, -die niet meer dan vier francs geven voor een voorwerp dat zij een -dag te voren voor vijf verkocht hebben. Twee dagen later zag Saccard -met leede oogen, hoe een heel leger metselaars de omheinde ruimte -binnendrong en voortbouwden op dat "nuttelooze" metselwerk. - -Hij speelde zijn rol tegenover Renée des te gemakkelijker, omdat zijn -zaken werkelijk in de war geraakten. Hij was er de man niet naar uit -pure waarheidsliefde zijn toestand bloot te leggen. - ---Maar mijnheer, zei Renée op twijfelenden toon, wanneer ge zoo -in geldverlegenheid zit, waarom dan voor mij dat halssnoer en die -haarnaald gekocht, die u naar ik meen vijf en zestigduizend francs -hebben gekost? Ik heb die sieraden niet noodig, ik zal u moeten -vragen of ik ze mag verkoopen om de rekening van Worms gedeeltelijk -af te betalen. - ---Doe dat toch niet! riep hij verschrikt uit. Als ge morgen niet met -die sieraden op het ministersbal verschijnt, zou men praatjes gaan -maken over mijn positie.... - -Hij was dien morgen heel goedig. Hij begon zelfs te glimlachen en -met een knipoogje zei hij: - ---Lieve vriendin, wij speculanten zijn net als de mooie vrouwtjes, -we hebben onze listen.... Houd alsjeblieft het snoer en de naald, -om mij een pleizier te doen. - -Hij kon haar onmogelijk de ware toedracht van de zaak vertellen, -die heel aardig, maar wel een beetje gewaagd was. - -Na afloop van een souper hadden Saccard en Laure d'Aurigny een verbond -gesloten. Laure zat tot over de ooren in de schulden, haar eenige -gedachte was een braven jongen te vinden, die haar wou schaken en -naar Londen voeren. - -Saccard voelde ook den grond onder zijn voeten wegzinken; in de -engte gedreven, zocht hij naar een redmiddel, waardoor hij zich -in de oogen van het publiek in goud en bankbiljetten kon baden. In -den halven roes van het dessert, kwamen het meisje en de speculant -tot een overeenkomst. Hij dacht die verkooping van diamanten uit, -die geheel Parijs deed toeloopen, en waarop hij, met veel drukte, -sieraden voor zijn vrouw kocht. - -Met de opbrengst van de verkooping, ongeveer vierhonderdduizend francs, -stelde hij Laure's schuldeischers tevreden, ofschoon zij hun bijna het -dubbele schuldig was. Niet onwaarschijnlijk wist hij zelfs een deel -van zijn vijf en zestigduizend francs terug te krijgen. Toen men zag, -dat hij den boel van d'Aurigny vereffende, ging hij voor haar minnaar -door; men dacht dat hij al haar schulden betaalde, dat hij dwaasheden -voor haar beging. Aller handen strekten zich nu naar hem uit, hij kreeg -weer krediet, een kolossaal bedrag. En hij werd op de beurs geplaagd, -om zijn hartstocht, met glimlachjes en zinspelingen die hem streelden. - -Intusschen bracht Laure d'Aurigny, die door al die drukte de aandacht -begon te trekken, en bij wie hij geen enkelen nacht doorbracht, een -achttal dommeriken in den waan, dat zij Saccard om hunnentwil bedroog. - -De gedachte, dat zij de voorkeur kregen boven een schatrijk man, was -voor hen het grootste lokaas. Binnen een maand had zij twee volledige -stellen meubels en meer diamanten dan zij verkocht had. - -Saccard had de gewoonte aangenomen 's middags na beurstijd zijn sigaar -bij haar te komen rooken; dikwijls bespeurde hij dan een slip van -een jas, die haastig achter een deur verdween. - -Als zij alleen waren konden zij elkander niet zonder lachen -aanzien. Hij drukte haar een kus op het voorhoofd, en behandelde haar -als een slechte meid, die hem door haar schelmerijen in verrukking -bracht. Hij gaf haar geen cent, eens leende zij hem zelfs geld om een -speelschuld te betalen. Renée bleef aandringen en wilde de sieraden -ten minste verpanden, maar haar man bracht haar aan het verstand dat -dit onmogelijk was, dat geheel Parijs verwachtte haar den volgenden -dag er mee te zien. De jonge vrouw, die geen raad wist met de rekening -van Worms, zocht toen een anderen uitweg. - ---Maar, riep zij plotseling, de zaken marcheeren goed in Charonne, -niet waar? Onlangs wist ge me nog te vertellen, dat er mooi geld -zou verdiend worden.... Misschien wil Larsonneau me de honderd -zesendertigduizend francs wel voorschieten? - -Een oogenblik had Saccard de tang laten rusten. Hij nam die weer vlug -ter hand, bukte, verdween bijna in den schoorsteen, vanwaar de jonge -vrouw het zachte antwoord hoorde komen: - ---Ja, ja, Larsonneau zou misschien.... - -Eindelijk kwam zij uit haarzelve op het punt waar hij haar sedert -het begin van het gesprek op wenschte te brengen. Al twee jaar lang -bereidde hij zijn genialen zet ten opzichte van Charonne voor. In geen -geval wilde zijn vrouw de goederen van tante Elisabeth vervreemden, zij -had deze plechtig beloofd ze nooit te verkoopen ten einde ze aan haar -kind na te laten, als zij moeder werd. Tegenover die stijfhoofdigheid -begon de verbeeldingskracht van den speculant te werken en weldra -een heel verdichtsel te scheppen. - -Hij dacht een kolossaal bedrog uit, waarvan de stad, de staat, zijn -vrouw en tot zelfs Larsonneau de slachtoffers moesten worden. Hij -sprak niet meer over den verkoop der terreinen, maar hij jammerde -iederen dag over de dwaasheid om ze niets op te laten brengen, zich -tevreden te stellen met een opbrengst van twee percent. - -Renée, die altijd in geldverlegenheid zat, verzoende zich eindelijk -met de gedachte van een speculatie. Hij grondde zijn operatie op de -zekerheid van een aanstaande onteigening voor het doortrekken van den -boulevard du Prince-Eugène, waarvan het ontwerp nog niet nauwkeurig -vastgesteld was. Toen bracht hij zijn oude medeplichtige Larsonneau -mee, als een compagnon, die met zijn vrouw een overeenkomst sloot op -de volgende grondslagen: zij bracht de terreinen aan, ter waarde van -vijfhonderdduizend francs; van zijn kant verbond Larsonneau zich op -die terreinen voor een gelijke som te bouwen, een café-concertzaal -met grooten speeltuin, waarin wippen, schommels, kegel en balspel, -enz. De winsten zouden natuurlijk gedeeld worden, even goed als de -verliezen. Ingeval een der compagnons zich wenschte terug te trekken, -kon hij dat doen met opeisching van zijn aandeel, volgens gedane -schatting. - -Renée scheen verbaasd over het hooge bedrag van vijfhonderdduizend -francs, terwijl de terreinen er hoogstens drie waard waren. Maar -hij bracht haar aan het verstand dat het een handige zet was om -Larsonneau later de handen te binden, daar zijn gebouwen nooit zoo'n -bedrag zouden bereiken. - -Larsonneau was een man van de wereld geworden, die nooit zonder -handschoenen uitging, onberispelijk wit linnengoed droeg en verbazend -mooie dassen. Om zijn zaken na te gaan, had hij een tilbury, zoo fijn -als een uurwerk, met hoogen bok, waarop hij zelf mende. - -Zijn kantoren in de rue de Rivoli waren een reeks van prachtige -vertrekken, waar men niet het minste spoor van kantoorboeken -of papieren vond. Zijn klerken schreven op tafels van ingelegd -zwartgepolitoerd perenhout, met ornamenten van geciseleerd koper. Hij -nam den titel aan van onteigeningsagent, een nieuw beroep dat zijn -ontstaan te danken had aan de werken van Parijs. Zijn relatiën met -het stadhuis stelden hem in staat den voorgenomen aanleg van nieuwe -wegen vooruit te weten. - -Wanneer hij zich door een opzichter der wegen op de hoogte had doen -brengen welken weg de boulevard zou volgen, ging hij den bedreigden -eigenaars zijn diensten aanbieden. Door allerlei middelen wist hij -de schadevergoeding te doen verhoogen, voordat er een onteigening -ten algemeenen nutte plaats greep. Zoodra een huiseigenaar zijn -diensten aanvaardde, nam hij alle kosten voor zijn rekening, maakte -een platten grond met de omschrijving van het eigendom, schreef een -memorie, volgde de zaak voor de rechtbank, betaalde een advokaat, -alles tegen zooveel percent van het verschil tusschen het aanbod der -stad en de schadeloosstelling door de jury toegekend. - -Maar bij dit baantje, waarvoor hij zich tenminste niet behoefde te -schamen, voegde hij verscheidene andere. Hij leende vooral geld -uit tegen hoogen intrest. Hij was niet meer de woekeraar van de -oude school, haveloos en onzindelijk, met oogen wit en stom als -rijksdaalders, en lippen bleek en samengeperst als de koorden eener -beurs. Hij glimlachte vriendelijk, was onberispelijk gekleed, en ging -bij Brébant dejeuneeren met zijn slachtoffer, dien hij met "Beste -jongen" betitelde en havanna's aan het dessert liet rooken. Met dat -al was die elegant gekleede Larsonneau een verschrikkelijk heer, die, -zonder iets van zijn vriendelijkheid te verliezen, op de voldoening -van een accept zou aangedrongen hebben totdat de schuldenaar zich -van kant had gemaakt. - -Saccard had liever een anderen compagnon gehad, maar hij was nog altijd -ongerust over den valschen inventaris, dien Larsonneau zorgvuldig -bewaarde. Hij hoopte nu dat de een of andere omstandigheid hem -behulpzaam zou zijn om weer in het bezit van dat gevaarlijke stuk -te geraken. - -Larsonneau bouwde het café-concert, licht en ondicht, van planken en -kalk, met blikken torentjes, waarop hij een laagje roode en gele verf -liet leggen. - -De speeltuinen namen op in de volkrijke buurt van Charonne. Na verloop -van twee jaar scheen de onderneming goed te gaan, ofschoon de winsten -in werkelijkheid heel gering waren. Saccard had tot dusver tot zijn -vrouw nooit anders dan met geestdrift over de toekomst van zoo'n mooi -idee gesproken. - -Toen Renée zag dat haar man geen aanstalten maakte om uit den -schoorsteen te voorschijn te komen, waar zijn stem hoe langer hoe -doffer klonk, zei zij: - ---Ik zal Larsonneau vandaag eens gaan opzoeken. 't Is de eenige uitweg. - -Toen liet hij het blok hout los, waarmee hij het te kwaad had. - ---Dat is al in orde, lieve, antwoordde hij glimlachend. Voorkom ik -niet al uw wenschen?.... Ik heb Larsonneau gisteren avond gesproken. - ---En heeft hij je de honderd zes en dertigduizend francs beloofd? vroeg -zij, in spanning. - -Tusschen de twee brandende blokken stapelde hij een aantal gloeiende -kolen op, heel voorzichtig met de tang de kleinste stukjes houtskool -aanvattende, en met voldoening ziende hoe het stapeltje, dat hij zoo -kunstig opbouwde, steeds hooger werd. - ---O, wat draaft ge door!.... klonk het zachtjes. Honderd zes en -dertigduizend francs is een groote som.... Larsonneau is een goede -jongen, maar zijn kas is nog zoo gevuld niet. Hij is ten volle bereid -je te helpen.... - -Hij sprak langzamer, knipte met de oogen, bouwde weer een deel van -het stapeltje op dat ingestort was. Dat spelletje begon de gedachten -der jonge vrouw in de war te brengen. Zij volgde onwillekeurig de -bezigheid van haar man, die steeds onhandiger werd. Zij begon hem -zelfs raad te geven. Niet meer denkende aan Worms, de rekening, -haar geldgebrek, zei zij: - ---Maar leg dan toch dat groote stuk onderaan, dan houden de anderen -van zelf. - -Haar man volgde haar raad getrouw op, en sprak onderwijl: - ---Hij kan maar vijftigduizend francs vinden. 't Is altijd wat, op -afbetaling.... Maar hij wil de zaak afgescheiden houden van die van -Charonne. Hij is maar een tusschenpersoon, dat begrijp je wel. Degeen -die het geld leent, vraagt verbazend hoogen intrest. Hij wil een -accept van tachtigduizend francs, zes maanden na dato. - -En nadat hij een spits stuk houtskool boven op het stapeltje had -geplaatst, vouwde hij de handen op de tang samen en keek zijn vrouw -strak aan. - ---Tachtigduizend francs! riep zij uit, maar dat is diefstal!.... Raadt -gij mij zoo'n dwaasheid aan? - ---Neen, zei hij beslist. Maar als ge het geld bepaald noodig hebt, -verbied ik het je niet. - -Hij stond op, alsof hij heen wilde gaan. Maar Renée, in pijnlijke -onzekerheid, keek beurtelings naar haar man en naar de rekening, -die hij op den schoorsteen had laten liggen. Zij sloeg haar handen -tegen haar hoofd en zuchtte: - ---Ach, die zaken!.... Mijn hoofd loopt om.... Kom, ik zal dat accept -van tachtigduizend francs maar teekenen. Als ik het niet deed, zou ik -er heelemaal ziek van worden. Ik weet hoe ik ben, ik zou den heelen -dag in een verschrikkelijken tweestrijd zijn.... Ik doe de dwaasheden -dan maar liever dadelijk. Dat geeft me verlichting. - -En zij zei dat zij zou schellen om zegelpapier te laten halen. Maar hij -wilde haar dien dienst zelf bewijzen. Hij had het zegelpapier stellig -in zijn zak, want hij bleef hoogstens twee minuten weg. Terwijl zij -aan een tafeltje, dat hij dicht bij den haard geschoven had, zat te -schrijven, beschouwde hij haar met oogen, die tegelijk verbazing en -begeerte uitdrukten. - -Het was zeer warm in de kamer, die nog geheel vervuld was met de -geuren van het morgentoilet der jonge vrouw. Al pratende had zij -de slippen van haar peignoir, waarin zij haar hoofd gewikkeld had, -laten afglijden, en de blik van haar man, die voor haar stond, gleed -over haar gebogen hoofd, langs haar goudgele haren, heel diep, tot -in haar blanken hals en haar borst. - -Hij glimlachte zonderling; die vuurgloed die zijn gezicht geblakerd -had, die dichte kamer waarin de zwoele lucht een geur van liefde -had behouden, die lichtblonde haren en die blanke huid, die hem met -een soort van echtelijke minachting tartten, maakten hem nadenkend, -deden een heimelijke, wellustige berekening in zijn onbeschaamde -schacheraarsnatuur ontstaan. - -Toen zijn vrouw hem het accept overreikte, met verzoek de zaak verder -af te handelen, nam hij het aan, zonder zijn blikken van haar af -te wenden. - ---Je bent verrukkelijk mooi,.... fluisterde hij. - -En terwijl zij zich voorover boog om de tafel weg te schuiven, kuste -hij haar ruw op den hals. Zij stiet een lichten kreet uit. Vervolgens -stond zij rillend op, met een poging om te lachen; zij moest denken -aan de kussen van den ander, den vorigen avond. Maar hij had al spijt -over zijn lompe liefkoozing. Hij verliet haar met een hartelijken -handdruk en de belofte, dat zij dien eigen avond de vijftigduizend -francs zou hebben. - -Renée bleef den heelen dag voor den haard zitten soezen. In moeielijke -omstandigheden had zij iets mats, als een creoolsche. Dan veranderde -al haar luidruchtigheid in loomheid, kouwelijkheid en slaperigheid. Zij -rilde van kou, zij had behoefte aan den gloed van een brandenden haard, -een verstikkende hitte die de zweetdruppeltjes op haar voorhoofd deed -parelen, die haar in verdooving bracht. - -In die brandend heete lucht, in dat bad van vlammen, leed zij bijna -niet meer; haar smart werd als een lichte droom, een vage beklemming, -maar zoo onbestemd, dat het haar zelfs behagelijk aandeed. - -Zoo deed zij tot den avond haar wroeging van den vorigen dag -insluimeren, in het roode schijnsel van den haard, vlak voor een -verschrikkelijk vuur, dat de meubelen om haar heen deed kraken en -haar bijwijlen het bewustzijn van haar bestaan ontnam. - -Zij kon denken aan Maxime, als aan een vlammend genot, waarvan de -stralen haar brandden; zij had zonderlinge droomen, van liefdegenot -te midden van vlammende houtstapels op witgloeiende bedden gesmaakt. - -Céleste ging de kamer in en uit, met haar kalme, onverstoorbare -dienstbodengezicht. Zij had bevel gekregen niemand binnen te laten; -zij zond zelfs de onafscheidelijken weg, Adeline d'Espanet en Suzanne -Haffner, die van een ontbijt terugkwamen, dat zij samen gebruikt hadden -in een paviljoen dat zij te Saint-Germain gehuurd hadden. Tegen den -avond echter kwam Céleste haar meesteres zeggen, dat mevrouw Sidonie, -mijnheers zuster, haar wenschte te spreken. Renée gaf bevel haar -binnen te laten. - -Mevrouw Sidonie kwam gewoonlijk eerst tegen het vallen van den -avond. Haar broer had van haar gedaan gekregen, dat zij zijden -japonnen droeg. Maar hoe het kwam wist men niet, al kwam de zijde -zoo pas uit den winkel, zij scheen nooit nieuw; zij kreukte, verloor -haar glans, leek een vod. Zij had er ook in toegestemd haar mand niet -bij de Saccards te brengen. Haar zakken daarentegen puilden uit van -de papieren. Zij stelde belang in Renée, van wie zij geen redelijke -klant kon maken, die berustte in de noodwendigheden des levens. Zij -bezocht haar op geregelde tijden, met den bescheiden glimlach van een -dokter die den zieke geen schrik wil aanjagen door hem te zeggen wat -hij eigenlijk mankeert. Zij sprak met meewarigheid over haar kleine -verdrietelijkheden, als over de pijn van kleine kleuters, die zij -dadelijk zou genezen, als de jonge vrouw maar wilde. - -Deze, die juist behoefte gevoelde om beklaagd te worden, liet haar -enkel binnenkomen om haar te zeggen, dat zij ondragelijke hoofdpijn -had. - ---Zoo, lieve kind, fluisterde mevrouw Sidonie, in de schaduw van de -kamer voortglijdende, maar 't is hier om te stikken!.... Altijd die -zenuwhoofdpijnen, nietwaar? Dat is het verdriet. Je vat het leven te -zwaar op. - ---Ja, ik heb heel veel zorgen, antwoordde Renée op kwijnenden toon. - -De avond begon te vallen. Zij had niet willen hebben dat Céleste -een lamp aanstak. Het haardvuur alleen wierp een rooden gloed af, -die haar geheel verlichtte, zooals zij daar achterover lag in haar -witte morgenjapon, waarvan de kant rose werd. In de schaduw zag men -slechts een tipje van mevrouw Sidonie's zwarte japon en haar gevouwen -handen, in grijze katoenen handschoenen gestoken. Haar meewarige stem -kwam uit de duisternis. - ---Alweer geldzorgen! zei zij, alsof zij gezegd had: zielsverdriet, -op een toon vol zachtheid en medelijden. - -Renée sloeg de oogen neer en maakte een toestemmend gebaar. - ---Ach, als mijn broers naar mij wilden luisteren, zouden we allen rijk -zijn. Maar zij halen de schouders op, wanneer ik over die schuld van -drie milliard spreek, weet je?.... Toch heb ik goede hoop. Ik ben -al tien jaar van plan een reis naar Engeland te maken. Ik heb zoo -weinig tijd!.... Eindelijk heb ik besloten naar Londen te schrijven, -en ik wacht op antwoord. - -En daar de jonge vrouw glimlachte, ging zij voort: - ---Ik weet dat je ook al ongeloovig bent. Toch zou je heel blij zijn, -als ik je een dezer dagen een aardig millioentje cadeau gaf.... De -zaak is doodeenvoudig: een Parijsche bankier heeft het geld aan den -zoon van den koning van Engeland geleend, en daar de bankier zonder -natuurlijken erfgenaam gestorven is, kan de Staat de terugbetaling -van de schuld met intrest op intrest eischen. Ik heb het uitgerekend, -het is een bedrag van twee milliard negenhonderd drie en veertig -millioen tweehonderd tienduizend francs.... Wees daar gerust op, -'t komt stellig los. - ---Dan moest je maar alvast, zei de jonge vrouw met een zweem van -spot, honderdduizend francs voor me zien te leenen. Ik kon dan mijn -kleermaker betalen, die het me heel lastig maakt. - ---Honderdduizend francs zijn wel te vinden, antwoordde mevrouw Sidonie -kalmpjes. 't Is maar de vraag wat men er voor over heeft. - -Het haardvuur flikkerde op; Renée strekte met nog loomer beweging -haar beenen uit, zoodat de punt van haar pantoffels onder den zoom van -haar japon te voorschijn kwam. De makelaarster sloeg haar meewarigen -toon weer aan. - ---Arme lieveling, je bent heusch niet verstandig. Ik ken veel -vrouwen, maar ik heb er nooit een gezien die zich zoo weinig om -haar gezondheid bekommerde. Daar heb je dat vrouwtje van Michelin, -die weet hoe ze het moet aanleggen! Ik moet altijd aan jou denken, -als ik haar zoo gelukkig en welvarend zie.--Weet je dat mijnheer -de Saffré dol verliefd op haar is en dat hij haar al een kleine -tienduizend francs aan cadeautjes heeft gegeven? Ik geloof dat het -haar ideaal is, een buitenplaats te bezitten. - -Zij geraakte in vuur en zocht naar haar zak. - ---Daar heb ik nog een brief van een arm jong vrouwtje. Als we -licht hadden, zou ik je hem laten lezen.... Verbeeld je dat haar -man heelemaal niets om haar geeft. Zij had accepten geteekend, en -was genoodzaakt geld te leenen van een heer dien ik ken. Ik heb met -heel veel moeite die accepten uit de klauwen der deurwaarders weten -te redden... Die arme kinderen, geloof jij, dat zij kwaad doen? Ik -ontvang ze bij mij aan huis, alsof het mijn kinderen waren. - ---Ken je een geldschieter? vroeg Renée achteloos. - ---Ik ken er wel tien.... Je bent te goed. Wij vrouwen, niet waar, -kunnen onder elkaar heel wat dingen bepraten, en omdat je man -mijn broer is, zal ik hem heusch niet verontschuldigen, dat hij -die gemeene meiden naloopt en een allerliefst vrouwtje zooals jij, -in een hoekje van den haard laat verkleumen... Die Laure d'Aurigny -kost hem schatten van geld. Het zou me niets verwonderen als hij je -geld geweigerd had. Hij heeft het je stellig geweigerd, niet?.... O, -wat een slechte man! - -Renée luisterde met welbehagen naar die zachte stem, die uit de -duisternis kwam, als de onbestemde echo van haar eigen gepeinzen. Met -halfgesloten oogleden in haar fauteuil liggend, wist zij niet meer -dat mevrouw Sidonie daar was; zij meende te droomen, dat slechte -gedachten haar met zoeten aandrang kwamen verlokken. De makelaarster -sprak lang achtereen, met een zacht, eentonig geluid. - ---Die mevrouw de Lauwerens heeft je leven bedorven. Je hebt me nooit -willen gelooven. O, als je mij niet gewantrouwd had, dan zou je nu -niet in een hoekje van je haard behoeven te schreien.... En ik hou -innig veel van je, schatje. Je hebt een verrukkelijk voetje. Je zult -om me lachen, maar ik wil je toch vertellen, hoe dwaas ik ben. Wanneer -ik je in geen drie dagen heb gezien, moet ik absoluut naar je toe om -je te bewonderen; ja, er ontbreekt mij dan iets; ik voel behoefte me -te verzadigen aan je mooie haar, je blanke, fijne gezichtje, je dunne -middel.... Heusch, nog nooit heb ik zoo'n toilet gezien. - -Renée moest eindelijk glimlachen. Zelfs haar minnaars waren niet zoo -warm, zoo opgewonden in hun lof, wanneer zij over haar schoonheid -spraken. Mevrouw Sidonie zag dien glimlach. - ---Dat is dus afgesproken, zei zij, haastig opstaande.... Ik praat -maar steeds door, en ik denk er niet aan, dat ik je hoofdpijn erger -maak.... Je komt morgen, niet waar? We zullen over het geld praten, -een geldschieter zoeken.... Hoor je, ik wil je gelukkig zien. - -De jonge vrouw, die daar onbewegelijk, als versuft door de warmte zat, -antwoordde na een kort stilzwijgen, alsof het haar veel inspanning -kostte te begrijpen wat men om haar heen zeide: - ---Ja, ik zal komen, dat is afgesproken, we zullen er over praten; -maar morgen niet.... Worms zal wel tevreden zijn met een gedeelte. Als -hij me lastig valt, kunnen we verder zien.... Spreek er maar niet -meer over. Mijn hoofd doet me zeer van al die zaken. - -Mevrouw Sidonie scheen erg teleurgesteld. Eerst wou ze weer gaan -zitten, haar vleiend gepraat hervatten, maar de lustelooze houding van -Renée deed haar van plan veranderen; zij besloot haar aanval tot later -uit te stellen. Zij haalde uit haar zak een handvol papieren, waarin -zij na eenig zoeken, een voorwerp vond, dat in een rose doosje zat. - ---Ik was eigenlijk gekomen om je een nieuwe zeep aan te bevelen, -zei zij met haar makelaarsstem. Ik stel veel belang in den uitvinder, -een alleraardigst jongmensch. De zeep is heel zacht en aangenaam voor -de huid. Je zult ze, hoop ik, eens probeeren? En ze aan je vriendinnen -aanbevelen?.... Ik zal het hier neerleggen, op den schoorsteen. - -Zij was al aan de deur, toen zij nog eens terugkwam, en in den -zachtrooden gloed van het haardvuur, met haar wasachtig gezicht, een -lofrede begon te houden over een elastieken ceintuur, een uitvinding -die ten doel had het corset te vervangen. - ---Daar krijg je een keurig rond middeltje in, een echt wespenmiddeltje, -zei zij.... Ik heb het uit een faillieten boedel. Als je komt, -kan je de verschillende maten eens aanpassen.--Ik ben al de heele -week naar allerlei procureurs geweest. Het dossier zit in mijn zak, -en ik ga nu naar mijn deurwaarder om een laatste hinderpaal uit den -weg te ruimen. Tot ziens, liefje. Je weet dat ik je verwacht en dat -ik geen tranen in je mooie oogen wil zien. - -Zij sloop de deur uit. Renée hoorde haar niet eens de deur dicht doen. - -Zij bleef zitten, voor het kwijnende vuur, haar droom voortzettende, -het hoofd vol dansende cijfers, in de verte de stemmen van Saccard en -mevrouw Sidonie hoorende, die haar aanzienlijke sommen boden, op den -toon van een taxateur die een ameublement bij opbod verkoopt. Zij -voelde in haar hals den ruwen kus van haar man, en als zij zich -omkeerde vond zij de makelaarster aan haar voeten, met haar zwarte -japon, haar week gezicht, hartstochtelijke redevoeringen houdende, -haar volmaaktheden prijzende, liefdes-rendez-vous afsmeekende, in de -houding van een minnaar wiens geduld nu uitgeput raakt. Daar moest -zij om glimlachen. - -De warmte werd hoe langer hoe bedwelmender. En de verdooving van de -jonge vrouw, de grillige droomen die zij had, waren slechts een lichte, -kunstmatige slaap, waarin zij telkens weer de kamer van den boulevard -terugzag, met de breede sofa, waar zij op de knieën gevallen was. Zij -leed in het geheel niet meer. Wanneer zij de oogleden opsloeg, zag -zij Maxime in den rooden gloed van het haardvuur voorbijgaan. - -Den volgenden dag was de mooie mevrouw Saccard op het ministerbal -uitermate schoon. Worms had de vijftigduizend francs op afrekening -aangenomen, zij kwam uit de geldverlegenheid te voorschijn als een -pas herstellende zieke, met een vroolijk lachje. - -Toen zij de salons doorschreed, in haar rose satijnen japon met -langen sleep Louis XIV, met hooge witte kant afgezet, verhief zich -een gemompel van bewondering, de mannen verdrongen zich om haar -te zien. En de intieme vrienden bogen, met een bescheiden lachje -van verstandhouding, hulde brengend aan die mooie schouders, die -het geheele officiëele Parijs zoo goed kende, die de steunpilaren -waren van het keizerrijk. Zij had zich met zoo'n minachting voor -de onbescheiden blikken gedecolleteerd, zij liep zoo kalm en zoo -lieftallig in haar naaktheid, dat het bijna niet meer onbetamelijk was. - -Eugène Rougon, de groote staatsman, die voelde dat deze ontbloote -boezem nog welsprekender was dan zijn stem in de Kamer, zachter en -overredender om al het aangename van de tegenwoordige regeering te -doen genieten en de twijfelaars te overtuigen, ging zijn schoonzuster -een complimentje maken over haar gelukkige stoutmoedigheid om haar -keurslijf twee duim dieper te laten uitsnijden. - -Bijna het heele Wetgevende lichaam was aanwezig, en de manier waarop de -afgevaardigden de jonge vrouw aanzagen, gaf den minister gegronde hoop -op een prachtig succès, als den volgenden dag de netelige kwestie van -de leeningen der stad Parijs ter tafel zou komen. Het was in zijn oog -een onmogelijkheid te stemmen tegen zijn gezag, dat in de vruchtbare -aarde der millioenen een bloem liet groeien als deze Renée, een zoo -vreemde bloem die op de zinnen werkte, met haar vleesch zoo glanzend -als zijde, haar naaktheid als van een beeld, een levend genot dat -een zoeten geur van vermaak achter zich naliet. - -Maar wat het heele bal deed fluisteren, dat was het halssnoer met -de haarnaald. De mannen herkende die sieraden. De vrouwen maakten er -elkander opmerkzaam op, ter sluiks met een blik. Er werd den heelen -avond over niets anders gesproken. En de salons, schitterend verlicht -door de gaskronen, waren gevuld met een flonkerende menigte, als een -hoop sterren, die in een te nauwen hoek gevallen zijn. - -Tegen één uur verdween Saccard. Hij had van het succès zijner vrouw -genoten als een man, die in een handigen toer geslaagd is. Hij had -zijn krediet al weer op hechter grondslagen gevestigd. Een dringende -zaak riep hem naar Laure d'Aurigny, hij verzocht Maxime Renée na -afloop van het bal naar huis te geleiden. - -Maxime bracht den avond heel zedig naast Louise de Mareuil door; zij -hielden elkander bezig met allerlei kwaad te spreken van de vrouwen -die voorbij gingen. En als zij een dwaasheid gevonden hadden, die de -reeds opgenoemde nog overtrof, proestten zij het achter hun zakdoek -van lachen uit. - -Renée moest den jongen man om zijn geleide komen vragen, toen zij de -salons wilde verlaten. In het rijtuig was zij opgewonden vroolijk, zij -trilde nog van de bedwelming van het licht, de geuren en de drukte om -haar heen. Zij scheen de dwaasheid van den boulevard, zooals Maxime het -noemde, geheel vergeten te hebben. Zij vroeg hem op zonderlingen toon: - ---Ze is dus erg grappig, die kleine gebochelde Louise? - ---O, dolgrappig.... antwoordde de jonge man, nog lachend. Je hebt -zeker wel de hertogin de Sternich gezien, met een gelen vogel in het -haar?.... Verbeeld je, die Louise beweert, dat het een mechanieke -vogel is, die klapwiekt en alle uren koekoek! koekoek! tegen den -armen hertog roept. - -Renée vond deze grap van het vroegwijze juffertje heel komiek. Toen -zij thuis gekomen waren en Maxime afscheid wilde nemen, zei zij: - ---Kom je niet boven? Céleste heeft zeker een avondmaal klaargemaakt. - -Hij ging naar boven, met zijn gewone achteloosheid. Boven gekomen, -vonden zij geen maaltijd gereed, en Céleste was naar bed. Renée moest -de kaarsen van een driearmigen kandelaar aansteken. Haar hand beefde -een beetje. - ---Die malle meid heeft me zeker weer verkeerd begrepen.... Ik zie -geen kans me heelemaal alleen uit te kleeden. - -Zij ging in haar kleedkamer. Maxime volgde haar heel bedaard, alsof -hij wat laat bij een vriend gebleven was; hij zocht zijn sigarenkoker -al om een havanna op te steken, en was juist van plan haar een nieuwe -grap van Louise te vertellen, die hem net te binnen schoot. Maar -nauwelijks had zij den kandelaar neergezet, of zij keerde zich om en -liet zich zwijgend in de armen van den jongen man vallen, haar mond -op den zijnen drukkend. - -De particuliere vertrekken van Renée waren een wonder van kokette -weelde, een nestje van zijde en kant. Een heel klein boudoir grensde -aan de slaapkamer. De beide kamers vormden er samen slechts een, -of wel het boudoir was slechts een voorportaal van de kamer, -een groote alkoof, met luierstoelen voorzien, zonder deuren, door -een dubbele portière afgesloten. Beide kamers waren behangen met -vlaskleurige, doffe zijde, met groote bouquetten rozen, witte seringen -en boterbloemen. De gordijnen en portières waren van Venetiaansche -guipure, op een zijden voering van beurtelings grijze en rose banen. - -In de slaapkamer werd de aandacht al dadelijk getrokken door den -witmarmeren schoorsteen, een echt pronkstuk; hij was ingelegd met -lazuursteen en kostbaar mozaïekwerk, de rozen, witte seringen en -boterbloemen van het behangsel weergevende. - -Een groot grijs en rosekleurig bed, welks houtwerk geheel onzichtbaar -was door de gecapitonneerde stof, en dat met het hoofdeinde tegen den -muur stond, vulde de halve kamer met zijn overvloed van draperieën, -guipures en met bouquetten gebrocheerde zijden gordijnen, die van de -zoldering tot op het tapijt afhingen. Het leek wel een vrouwenkleed, -afgerond, uitgesneden, met doffen, strikken en strooken; en dat -groote gordijn, dat bol stond, als een vrouwenrok, deed denken aan een -groote minnares, die half in onmacht op de kussens neerzinkt. Onder -de gordijnen was het een heiligdom, fijn geplooid linnen, sneeuwwitte -kant, allerlei fijne doorschijnende zaken, die in een geheimzinnig -halfduister verscholen lagen. - -Naast het monumentale bed, welks ruimte deed denken aan een kapel, die -voor het een of andere feest versierd is, zonken de andere meubelen in -het niet; lage stoeltjes, een psyché van twee meter hoogte, meubelen -met een menigte laadjes. - -Op den grond lag een blauwgrijs tapijt, met bleeke, half ontbladerde -rozen bezaaid. En aan weerszijden van het bed, lagen twee groote, -zwarte berevachten, met rose fluweel omzoomd en met zilveren klauwen, -wier naar het venster gekeerde koppen met glazen oogen in de ledige -ruimte staarden. - -In die kamer heerschte een zachte harmonie, een gedempte stilte. Geen -te scherpe toon, geen weerschijn van metaal of helder blinkend -verguldsel, klonk in den droomerigen zang van het rose en het -grijs. Het schoorsteengarnituur, de lijst van den spiegel, de pendule, -de kandelaartjes, waren van oud sèvres-porcelein, dat ternauwernood -het vergulde koper van het montuur deed zien. Dat garnituur was een -prachtstuk, vooral de pendule, met haar krans van bolwangige cupido's, -die neerdaalden en zich over de wijzerplaat heen bogen, als een -troepje naakte bengels, die spotten met den snellen loop der uren. - -Die zachte weelde, die kleuren en voorwerpen, die Renée's oogen -streelden door hun teerheid en vroolijkheid, brachten daar een -schemerlicht, het halfduister van een alkoof waarvan men de gordijnen -heeft dichtgetrokken. Het scheen alsof het bed zich verlengde, of de -geheele kamer één groot bed was, met haar kleeden, haar berevachten, -haar gecapitonneerde stoelen, haar gevulde behangsels, die de -mollige zachtheid van den grond langs de muren tot aan het plafond -voortzetten. En evenals in een bed, liet de jonge vrouw daar op al die -zaken den indruk, de warmte, den geur van haar lichaam achter. Wanneer -men de dubbele portière van het boudoir openschoof, scheen het als -of men een zijden sprei oplichtte, of men in een groot, nog klamwarm -bed kwam, waar men op de fijne lakens, de verrukkelijke vormen, -den sluimer en de droomen van een dertigjarige Parisienne terugvond. - -Een aangrenzende kamer, de garderobe, met oud Perzisch sits behangen, -stond rondom vol kasten van rozenhout, waarin een onmogelijk -aantal japonnen hingen. Céleste ging heel methodisch te werk; zij -rangschikte de japonnen naar anciënniteit, nummerde ze, bracht de -rekenkunst te midden der gele of blauwe grillen van haar meesteres, -hield de garderobe stemmig als een sacristie en zindelijk als een -groote paardenstal. Er stond geen enkel meubelstuk in en geen lapje -stof slingerde er over den vloer; de paneelen der kasten blonken, -koud en netjes, als de gelakte paneelen van een coupé. - -Maar het bewonderenswaardigste van alles, de kamer waarvan geheel -Parijs den mond vol had, was de toiletkamer. Men zei: "de toiletkamer -van de mooie mevrouw Saccard," zooals men zei: "De spiegelgalerij -te Versailles." Dit kabinet bevond zich in een van de torentjes van -het hôtel, juist boven het goudgele salon. Wanneer men er binnentrad, -dacht men aan een groote, ronde tent, een feeëntent, door een verliefde -krijgsheldin, midden in haar droomen, opgericht. - -In het midden van het plafond hield een geciseleerd zilveren kroon de -banen van de tent, die met een bocht naar de muren liepen, vanwaar zij -recht tot op den vloer neerdaalden. Die banen, dat rijke behangsel, -waren gemaakt van rose zijde, overtrokken met zeer dun neteldoek, met -groote plooien op gelijke afstanden; die plooien werden gescheiden -door een guipure tusschenzetsel, en kunstig ineengedraaide staafjes -liepen van de kroon langs het behangsel, aan weerszijden van ieder -tusschenzetsel. Het grijs-rose van de slaapkamer werd hier lichter, -een wit-rose, een naakt vleesch. En onder dat priëel van kant, onder -die gordijnen die van het heele plafond niets zichtbaar lieten dan -een blauwachtige opening in de kroon, waar Chaplin een lachenden -Amor geschilderd had, die den pijl tot schieten gereed hield, zou -men zich in een prachtige byouteriedoos gewaand hebben, van groote -afmetingen, niet meer gemaakt voor den glans van een diamant, maar -voor de naaktheid eener vrouw. - -Het kleed was sneeuwwit, zonder de minste bloemen. Een spiegelkast, -waarvan de twee paneelen met zilver waren ingelegd; een luierstoel, -twee poufs, tabouretten van wit satijn, een groote toilettafel met -rose marmeren blad, waarvan de pooten onder strooken en neteldoek -en guipure verdwenen, meubelden de kamer. Het kristalwerk van de -toilettafel, de glazen, de vazen, de waschkom, waren van oud boheemsch -glas, rose en wit geaderd. Er was nog een andere tafel, met zilver -ingelegd evenals de spiegelkast, waar de toilet-instrumenten lagen, -een zonderlinge verzameling, die een aanzienlijk aantal werktuigjes -bevatte waarvan men het doel niet begreep, rugkrabbers, vijlen van -allerlei grootte en vorm, rechte en gebogen schaartjes, alle soorten -van tangetjes en spelden. Ieder van die voorwerpen van zilver en ivoor, -droeg Renée's naamcijfer. - -Maar de kamer had een heerlijk hoekje, en dat hoekje vooral maakte -er den grootsten roem van uit. Tegenover het venster openden zich de -banen der tent en lieten in een lange, ondiepe soort van alkoof een -badkuip bespeuren, een kom van rose marmer, diep in den vloer, wier -uitgeschulpte randen gelijk met het kleed kwamen. Men daalde langs -marmeren treden in de badkuip af. Boven de zilveren kraantjes in den -vorm van zwanenhalzen, besloeg een spiegel van Venetiaansch glas, -aan de randen ingesneden en zonder lijst, met matte teekeningen in -het kristal, de achterzijde van de alkoof. - -Iederen morgen nam Renée een bad van enkele minuten. Dat bad vulde -den geheelen dag de kamer met een vochtige geur van frisch, nat -vleesch. Soms kwam daar nog een scherpere geur bij, wanneer een -fleschje ontkurkt was gebleven of een stuk zeep niet was opgeborgen. - -De jonge vrouw bleef daar gaarne, bijna geheel naakt, tot twaalf -uur. Die rose badkuip, die rose tafels en waschkommen, dat neteldoek -van de zoldering en de muren, waaronder men een rosekleurig bloed -meende te zien stroomen, nam de rondingen van vleesch, rondingen van -schouders en boezems aan; en naar gelang van het invallende daglicht, -leek het op de sneeuwwitte huid van een kind of op de warme huid van -een vrouw. Het was éen groote naaktheid. Wanneer Renée uit het bad -kwam, voegde haar blank lichaam slechts een beetje rose bij al dat -rose vleesch van de kamer. - -Maxime hielp Renée ontkleeden. Hij had verstand van die dingen, en -zijn vlugge vingers rieden waar de spelden zaten, liepen met een -aangeboren kennis langs haar taille. Hij maakte haar kapsel los, -borg haar diamanten op, en kapte haar voor den nacht. En daar hij -bij zijn bezigheden als kamenier grappen en liefkoozingen voegde, -lachte Renée, terwijl de zijde van haar keurslijf kraakte en haar -rokken een voor een afgleden. Toen zij zich ontkleed zag, blies zij -de kaarsen van den kandelaar uit, sloeg haar armen om Maxime en droeg -hem bijna in haar slaapkamer. Het bad had haar zinnen geheel bedwelmd. - -In haar koortsachtige opwinding dacht zij aan den dag van gisteren, -dien zij aan het hoekje van den haard had doorgebracht, dien dag van -brandende verdooving, van onbestemde, lachende droomen. Zij hoorde -nog de droge stemmen van Saccard en mevrouw Sidonie, die met het -neusgeluid van een deurwaarder getallen riepen. Die lui verveelden -haar, dreven haar tot de misdaad aan. En zelfs nu, terwijl zij zijn -lippen zocht, in dat groote donkere bed, zag zij Maxime nog midden in -den gloed van het haardvuur, met gloeiende blikken naar haar kijkend. - -De jonge man ging eerst om zes uur heen. Zij gaf hem den sleutel van -het poortje, dat in het park Monceau uitkwam, en liet hem plechtig -belooven dat hij iederen avond terug zou komen. De toiletkamer stond -in verbinding met het gele salon door een dienstbodentrap in den muur, -die voor al de kamers in het torentje dienst deed. Uit het salon kwam -men gemakkelijk in de serre en van daar in het park. - -Toen Maxime met het krieken van den dag, buiten in den dichten mist -kwam, was hij nog een beetje verbluft door zijn fortuintje. Hij nam -het trouwens aan, met zijn inschikkelijkheid van geslachtloos wezen. - ---Ik kan het niet helpen, dacht hij, zij wil het.... Ze is verduiveld -mooi gevormd, en ze had gelijk, ze is tweemaal zoo aardig in bed -als Sylvia. - -Zij hadden de eerste schrede op het hellende vlak, dat naar de -bloedschande leidde, reeds gezet toen Maxime in zijn versleten -schooljongenskiel Renée om den hals was gevallen en daarbij haar -soldatenjas gekreukt had. Van dat oogenblik af was hun omgang een lange -weg naar het verderf. De zonderlinge opvoeding die de jonge vrouw aan -het kind gaf; de vertrouwelijkheden die hen tot twee kameraads maakten; -later, de vroolijke gewaagdheid van hun wederzijdsche bekentenissen; -dat voortdurende samenzijn vormde eindelijk een zonderlingen band, -waarin de genoegens der vriendschap bijna vleeschelijke voldoeningen -werden. - -Zij hadden zich al jaren lang aan elkander overgegeven, de -uiting van dierlijke drift was slechts de crisis van die onbewuste -liefdeziekte. In de dwaze wereld waarin zij leefden, was hun misslag -gegroeid als op een vette mest van onreine sappen, hij had zich -met een zonderlinge verfijning ontwikkeld, te midden van bijzondere -toestanden van zedelooze uitspattingen. - -Toen de groote kales hen zachtjes door de lanen van het Bosch reed, -en zij elkander onkiesche dingen toefluisterden, uit hun kindsheid -de onbetamelijkheden ophalende, die zij instinctmatig deden, was dat -reeds een afwijking, een onbewuste bevrediging van hun begeerten. Zij -voelden zich eenigermate schuldig, alsof zij elkander aangeraakt -hadden; en zelfs die erfzonde, dat wellustige, matte gevoel dat hun -onbetamelijke gesprekken teweeg bracht, prikkelde haar nog aangenamer -dan werkelijke kussen. - -Hun vriendschappelijke omgang werd aldus de langzame gang van twee -geliefden, die hen noodzakelijkerwijs eenmaal naar het kabinet -van het café Riche en het groote grijs-rose bed van Renée moest -leiden. Toen zij zich in elkanders armen bevonden, voelden zij den -schok van hun misdaad niet. Zij schenen oude gelieven, die in hun -kussen de herinnering aan vroegere liefkoozingen terugvonden. En -zij hadden zooveel uren in een nauwe aanraking van hun geheele wezen -doorgebracht, dat zij onwillekeurig over dat verleden spraken, dat -vol was van hun onbewuste liefdesbetuigingen. - ---Weet je nog, dien dag dat ik in Parijs kwam, zei Maxime, droeg je -een alleraardigst kostuum; en met mijn vinger trok ik een hoek op je -borst, en ik ried je aan je zoo te decolleteeren dat het in een punt -uitliep. Ik voelde je huid onder het chemiset, en mijn vinger drukte -ze een beetje in..... Dat was een heerlijk gevoel. - -Renée lachte, en met een kus fluisterde zij: - ---Je was al een echte deugniet.... Wat hadden we een schik met je bij -Worms, weet je nog wel? We noemden je "ons mannetje". Ik heb altijd -gedacht dat de dikke Suzanne alles lijdzaam toegelaten zou hebben, -als de markiezin haar niet met woedende blikken had nagekeken. - ---Ja, ja, we hebben heel wat pret gehad,.... antwoordde de jonge -man. Het portretalbum, niet waar? En dan onze tochtjes door Parijs, -onze snoeperijen bij den pasteibakker op den boulevard; weet je nog, -die aardbezietaartjes, waarvan je zooveel hield?.... Ik vergeet nooit -dien middag, waarop je me dat avontuur van Adeline in het klooster -vertelde, toen zij brieven schreef aan Suzanne, die zij als man -onderteekende: Arthur d'Espanet, en waarin zij haar voorstelde haar -te schaken. - -De twee gelieven maakten zich nog vroolijk over die aardige -geschiedenis, toen ging Maxime met zijn vleiende stem voort: - ---Toen je me aan het gymnasium met je rijtuig kwam afhalen, zullen -we er wel grappig uitgezien hebben.... Ik verdween onder je rokken, -zoo klein was ik. - ---Ja, ja, stamelde zij, met een trilling van genot, den jongen man naar -zich toetrekkende, dat was heerlijk, zooals je zegt.... We hielden -van elkaar zonder het te weten, niet waar? Ik wist het eerder dan -jij. Toen we eens uit het bosch terugkwamen, streek ik met mijn voet -langs je been, dat gaf me opeens een schok.... Maar jij merkte niets, -hè? je dacht niet aan me? - ---Ja, zeker, antwoordde hij een beetje verlegen. Maar ik wist niet, -begrijp je.... Ik dorst niet. - -Dat was een leugen. De gedachte om Renée te bezitten was nooit -duidelijk bij hem opgekomen. Hij had haar met al zijn verdorvenheid -aangeroerd, zonder haar werkelijk te begeeren. Hij had te weinig -wilskracht voor die poging. Hij nam Renée omdat zij zich aan hem -opdroeg, en omdat hij in haar bed gleed, zonder het te willen, -zonder het te voorzien. Toen hij er in gerold was, bleef hij er, -omdat het er warm was, en omdat hij in alle gaten bleef, waar hij -in viel. In den beginne werd zijn eigenliefde zelfs gestreeld. Het -was de eerste getrouwde vrouw die hij bezat. Hij dacht er niet aan, -dat de echtgenoot zijn vader was. - -Maar Renée legde in haar misdaad al den gloed van een verdorven -hart. Zij was ook op de helling afgegleden, met dit verschil, dat -zij niet als een krachtelooze klomp vleesch tot het einde toe gerold -was. De begeerte was te laat in haar ontwaakt om ze nog te bestrijden, -toen de val onvermijdelijk werd. Die val verscheen haar plotseling, -als een noodzakelijk gevolg van haar verveling, als een zeldzaam, -hoogst genot, dat alleen in staat was haar verzadigde zinnen, haar -gewond hart te doen herleven. - -Gedurende dien herfstrit, in het schemerdonker, toen het Bosch -insluimerde, kwam de gedachte aan de bloedschande onbestemd bij -haar op, als een kitteling die haar een onbekende rilling over de -huid liet gaan, en 's avonds, in den halven roes van het diner, -onder den prikkel der jaloerschheid, nam die gedachte duidelijker -vormen aan, verhief zich in gloeiende trekken voor haar, te midden -der brandendwarme serre, tegenover Maxime en Louise. - -Toen wilde zij dat kwaad, dat kwaad dat niemand bedrijft, dat haar -ledig bestaan zou opvullen en haar eindelijk in die hel zou brengen, -waarvoor zij nog altijd dezelfde vrees had, als toen zij nog een -klein meisje was. - -Den volgenden morgen wilde zij weer niet meer, onder een vreemde -gewaarwording van wroeging en afgematheid. Het leek haar toe of zij -reeds gezondigd had, dat het niet zoo heerlijk was als zij gedacht had, -dat het toch eigenlijk al te schandelijk was. - -De crisis moest noodzakelijk komen, uit zichzelve komen, buiten die -twee wezens om, die kameraads die voorbestemd waren zich op een avond -te vergissen, zich te paren, terwijl zij dachten elkander de hand te -drukken. Maar na dien dwazen val, begon zij weer te mijmeren over een -naamloos genoegen, en toen nam zij Maxime weer in haar armen, benieuwd -naar hem, benieuwd naar de wreede genietingen van een liefde, die -zij als een misdaad beschouwde. Haar wil aanvaardde de bloedschande, -eischte ze, was voornemens er ten einde toe van te genieten, tot aan -de wroeging, zoo die ooit kwam. - -Zij was de handelende, zelfbewuste persoon. Zij beminde met de -vervoering van een dame der groote wereld, de ongeruste vooroordeelen -eener burgervrouw, met al den strijd, de vreugde en de walging van -een vrouw die onder gaat in een minachting voor zichzelve. - -Maxime kwam iederen nacht terug. Hij kwam door den tuin, tegen éen -uur. Meestal wachtte Renée hem in de serre, die hij moest doorgaan om -in het kleine salon te komen. Zij waren overigens uiterst onbeschaamd, -zij verborgen zich ternauwernood en vergaten de gewoonste voorzorgen -van overspeligen. Het is waar, dat dit hoekje van het huis hun -geheel toebehoorde. Baptiste, de kamerdienaar van den echtgenoot, -had alleen het recht daar door te dringen, en Baptiste, altijd even -deftig, verdween zoodra zijn diensten niet meer noodig waren. Maxime -beweerde zelfs lachend, dat hij zich afzonderde om zijn gedenkschriften -te schrijven. - -Op een avond, toen Maxime juist binnengekomen was, maakte Renée hem er -door een blik opmerkzaam op hoe plechtstatig Baptiste door het salon -liep, met een blaker in de hand. De groote kamerdienaar, met zijn -ministershouding, in het gele licht der waskaars, zette dien avond -een strenger, deftiger gezicht dan gewoonlijk. Zich vooroverbuigende, -zagen de gelieven hem de kaars uitblazen en zich naar de stallen -begeven, waar de paarden en de palfreniers sliepen. - ---Hij doet de ronde, zei Maxime. - -Renée huiverde onwillekeurig. Baptiste maakte haar altijd ongerust. Zij -beweerde soms dat hij de eenige rechtschapen man uit het heele -huis was, met zijn koelheid, zijn heldere blikken, die nooit op de -schouders der vrouwen bleven rusten. Zij begonnen toen een beetje -voorzichtiger te worden. Zij sloten de deuren van het kleine salon en -konden zóó rustig genieten van het salon, de serre en de vertrekken -van Renée. Dat was een heele wereld. Zij genoten er de eerste maanden -de meest verfijnde, de gezochtste genietingen. Zij brachten hun liefde -van het groote grijs-roode bed in de slaapkamer naar de rose en witte -naaktheid van de toiletkamer en naar de symphonie in geel mineur van -het kleine salon over. Iedere kamer, met haar bijzonderen geur, haar -behangsel, haar eigen leven, gaf hun een andere teederheid, maakte van -Renée een andere minnares: zij was delicaat en lief in haar deftig, -gecapitonneerd bed, in die aristocratische kamer, waarin de liefde -een zweem van goeden smaak kreeg; onder de vleeschkleurige tent, -te midden der geuren en de vochtige lucht van de badkuip, vertoonde -zij zich als een grillig, zinnelijk meisje, zich overgevende bij het -verlaten van het bad, en zoo had Maxime haar het liefst; en beneden, -in den helderen zonsopgang van het kleine salon, te midden van dat -morgenlicht dat haar haren goudgeel deed schijnen, werd zij een godin, -met haar blonde Diana-hoofd, haar bloote armen die kuische houdingen -aannamen, haar zuivergevormd lichaam, dat op de causeuses edele lijnen -van een antieke bevalligheid vertoonde. - -Maar er was één plaats waarvoor Maxime bijna bang was, waar Renée hem -slechts heenbracht in haar booze dagen, wanneer zij behoefte had aan -een scherper prikkeling. Dan beminden zij in de serre. Daar genoten -zij de bloedschande. - -Op zekeren nacht, in een van die buien, had de jonge vrouw verlangd dat -haar minnaar een van de zwarte berenhuiden ging halen. Toen waren zij -op dien inktkleurigen pels gaan liggen, aan den rand van de waterkom, -in het groote ronde gangpad. - -Buiten vroor het geducht, bij een helderen maneschijn. Maxime was -rillend teruggekomen, met bevroren ooren en vingers. De serre was zoo -gloeiend warm, dat hij op de berenhuid zijn bewustzijn verloor. De -overgang van de scherpe koude in de hitte van de serre was zoo groot, -dat hij een stekende pijn voelde, alsof hij met roeden geslagen werd. - -Toen hij weer bijkwam, zag hij Renée, voorovergebogen op de knieën -liggen, met starende oogen, een dierlijke houding die hem vrees -aanjoeg. Met hangende haren en ontbloote schouders, leunde zij op -haar vuisten, met uitgerekten hals, als een groote kat met glimmende -oogen. Op den rug liggende, zag de jonge man boven de schouders -van dat mooie verliefde dier dat hem aankeek, dien marmeren sphinx, -wiens glinsterende dijen door de maan beschenen werden. - -Renée had de houding en den glimlach van dat monster met zijn -vrouwenhoofd; met haar losgemaakte rokken, scheen zij de witte -zuster van dien zwarten god. Maxime bleef lusteloos. De warmte was -verstikkend, een drukkende warmte, die niet als een regen van vuur -uit de lucht neerdaalde, maar die langs den grond bleef hangen, -als een ongezonde uitwaseming, waarvan een nevel opsteeg, als een -onweerzwangere wolk. Een warme vochtigheid bedekte de gelieven met -een dauw van zweetdroppels. - -Geruimen tijd bleven zij onbewegelijk en zwijgend in dat bad van -heete lucht, Maxime krachteloos ter aarde, Renée trillend op haar -polsen als op buigzame, gespierde kniegewrichten. Door de ruitjes -van de serre zag men een stukje van het park Monceau, boomgroepen -met hun zwarte, kale takken, grasperken wit als bevroren meren, -een geheel dood landschap, waarvan de effen, heldere tinten aan een -Japansche gravure deden denken. En dat plekje brandend heete aarde, -dat gloeiend bed waarop de gelieven zich uitstrekten, vertoonde een -zonderlinge bruising te midden van die stille, koude eenzaamheid. - -Het was een nacht van dollen hartstocht. Renée was de man, de vurige, -handelende wil; Maxime de lijdende. Dat geslachtlooze wezen, die -knappe blonde jongen die al sinds zijn kinderjaren in zijn manbaarheid -gekwetst was, werd in de armen van die nieuwsgierige jonge vrouw een -groot meisje, met zijn gladde ledematen, zijn bevallige tengerheid -als van een romeinschen knaap. Hij scheen geboren en opgegroeid voor -een ontaarding van den wellust. - -Renée vond genot in haar overheersching, zij boog dat schepsel, wiens -geslacht nog altijd weifelde, onder haar hartstocht. Hij was voor haar -een voortdurende verbazing, een verrassende prikkeling der zinnen; -hij gaf haar een zonderling gevoel van onbehagelijkheid en van sterk -genot. Zij wist niet meer wat zij er van denken moest; met een gevoel -van twijfel kwam zij telkens weer terug naar zijn fijne huid, zijn -gevulden hals, zijn gewillige overgave en zijn bezwijmingen. Dat gaf -haar eindelijk een volheid van genot. Maxime, die nieuwe aandoeningen -in haar opwekte, vulde haar opzienwekkende toiletten, haar verbazende -weelde, haar buitensporige levenswijs aan. Hij schonk haar die overmaat -van wellust, die zij onbewust begeerd had. Hij was de minnaar, die -bij de dwaasheden van dien tijd paste. - -Die knappe jongeman, wiens tengere vormen door zijn kleeding heen -uitkwamen, dat mislukte meisje, dat op de boulevards rondwandelde, -het haar in het midden gescheiden, met een fatterig lachje, werd in -de handen van Renée een van die verslimmeringen van ontucht, die op -zekere tijden, in een verrotte maatschappij, het vleesch uitputten -en den geest krank maken. - -In de serre vooral was Renée de man. De hartstochtelijke nacht, dien -zij daar doorbrachten, werd door verscheidene andere gevolgd. De serre -beminde, gloeide met hen mee. In de zwoele lucht, bij het zilverwitte -schijnsel der maan, zagen zij de zonderlinge plantenwereld die hen -omringde, zich verward bewegen, omhelzingen wisselen. De berenhuid -besloeg het geheele pad. - -Aan hun voeten dampte de waterkom, waar het krioelde van dicht -ineengeslingerde wortels, terwijl de zachtroode ster der nymphea's -zich aan de oppervlakte opende, als het keurslijf eener maagd, -en de tornelia's haar luchtwortels lieten hangen, als het haar van -onmachtige Nereïden. - -Rondom hen verhieven de palmen, de groote Indische bamboes hun toppen -tot aan het boogvormige dak, waar zij zich voorover bogen en hun -bladeren dooreen mengden, met de wankelende houding van vermoeide -gelieven. Meer omlaag waren de varens, de pteriden en alsophila's, -als groene dames, met haar breede rokken met regelmatige strooken -gegarneerd, die zwijgend en onbewegelijk aan de kanten van het pad op -den geliefde wachtten. Daarnaast vormden de roodgevlekte, omgekrulde -bladeren der begonia's, en de lansvormige witte bladeren der Caladiums -een reeks van kneuzingen en witte plekken, waaraan de gelieven geen -naam wisten te geven, waarin zij soms de rondingen van heupen en -knieën meenden te zien, onder ruwe, bloedige liefkoozingen ter aarde -geworpen. En de bananen, die bogen onder hun vruchtentrossen, spraken -hun van de vruchtbaarheid der vette aarde, terwijl de Abyssinische -euphorbia's, wier stekelige kaarsen zij in de schemering ontwaarden, -wanstaltig en vol stekelige bulten, hun toeschenen den overvloed van -levenssappen uit te zweeten. - -Maar naarmate hun blikken dieper in de hoeken der serre doordrongen, -vulde de duisternis zich met een woester ongebondenheid van bladeren -en stengels; zij konden de fluweelzachte maranta's, de gloxinia's -met haar paarse kelken, de dracaena's die op de planken stonden, -niet meer onderscheiden; het was een kring van levende planten, -die elkander met onverzadelijke liefkoozingen achtervolgden. In de -vier hoeken, waar de dichte gordijnen der slingerplanten priëelen -afscheidden, waren de buigzame loten der vanillestruiken, Levantsche -bessen, quisquallen en bauhinia's de eindelooze armen van onzichtbare -verliefden, die hun omhelzing wijd uitstrekten, om al die verspreide -genietingen te omvatten. Die eindelooze armen hingen vermoeid neer, -strengelden zich krampachtig ineen, zochten elkander, slingerden -zich ineen, als om zich te paren. Het was de ontzaglijke paring der -serre, van dat stukje maagdelijk woud, waarin de tropische gewassen -zoo welig groeiden. - -Maxime en Renée voelden zich meegesleept door dien machtigen bruiloft -der aarde. - -Door de berenhuid heen brandde de grond hen in den rug, en van de -hooge palmen drupte de warmte op hen neer. Het sap dat in de planten -opsteeg, drong ook in hen door, gaf hun een razende begeerte naar -onmiddellijken wasdom, naar reusachtige voortbrenging. Zij werden -ook bevangen door de geslachtsdrift der serre. - -In het bleeke maanlicht werd hun geest beneveld, kregen zij vizioenen -en kwade droomen, waarin zij getuigen waren van het mingenot der palmen -en der varens; de bladeren kregen vage, dubbelzinnige vormen, waarin -hun begeerten wellustige beelden meenden te zien; uit de boschjes -kwamen murmelende, fluisterende geluiden; kwijnende stemmen, zuchten -van verrukking, onderdrukte kreten van pijn, verwijderd gelach, al wat -hun eigen kussen verklapt hadden en de echo naar hen terugzond. Soms -dachten zij dat de grond onder hen trilde, alsof de aarde zelve, -in de crisis der verzadiging, in wellustige snikken was uitgebarsten. - -Ook al hadden zij de oogen gesloten, al hadden de verstikkende warmte -en het bleeke licht hun geest niet verbasterd, dan zouden toch de -geuren voldoende zijn geweest om een buitengewone prikkeling op -hun zenuwen uit te oefenen. De waterkom verspreidde een vochtigen, -scherpen geur, waarin alle geuren der planten en gewassen vermengd -waren. Nu en dan zong de vanille met het gekir van een houtduif; dan -kwamen de ruwe tonen der stanhopea's wier gestreepte monden de sterke, -scherpe lucht van herstellende zieken uitademden. De orchideeën, in -haar bloemkorven aan ijzeren kettinkjes, verspreidden haar uitwaseming -als levende wierookvaten. - -Maar de geur die boven alles merkbaar was, de geur waarin al die vage -zuchten samensmolten, was een menschengeur, een geur van liefde, dien -Maxime herkende als hij Renée's hals kuste, als hij zijn hoofd in -haar losse haren begroef. En zij bleven bedwelmd door dien geur van -een minnende vrouw die in de serre bleef hangen, als in een alkoof, -waar de aarde vruchten voortbracht. - -Gewoonlijk legden de gelieven zich neder onder de tanghinia van -Madagascar, onder dien vergiftigen struik, waarvan de jonge vrouw -een blad in den mond had genomen. De witschemerende gestalten der -beelden in het rond lachten, bij het zien van de enorme paring der -gewassen. De stijgende maan verplaatste de groepen, bezielde het -tooneel met haar veranderend licht. - -En zij waanden zich duizend mijlen van Parijs verwijderd, ver van -dat alledaagsche leven van het Bosch en de officiëele salons, in een -hoekje van een Indisch woud, van een monsterachtigen tempel, waarvan -de zwartmarmeren sphinx de god werd. Zij voelden zich afglijden naar -de misdaad, naar de vervloekte liefde, naar een mingenot van wilde -dieren. Die voortwoekering die hen overal omringde, dat verwarde -gewemel in de kom, die onkuische naaktheid der bladeren, dat alles -wierp hen in de Dantische hel van den hartstocht. - -In die glazen kooi, waar het gistte en bruiste in een zomersche hitte, -in de felle koude der Decembermaand, smaakten zij de bloedschande, -als de misdadige vrucht van een sterk verwarmde aarde, met een stille, -onuitgesproken vrees voor hun schrikaanjagende ligplaats. - -En midden op de zwarte huid vertoonde zich het blanke lichaam van -Renée, als een neergehurkte groote kat, met uitgestrekten hals en -gespannen polsspieren, als buigzame, gespierde kniegewrichten. Zij -was opgezwollen van wellust, en de heldere lijnen van haar schouders -en lendenen, staken met eene katachtige scherpte af tegen de inktvlek -die het vacht op het gele zand van het gangpad wierp. - -Zij beloerde Maxime, die prooi die onder haar lag, die zich overgaf, -dien zij geheel bezat. En van tijd tot tijd boog zij zich plotseling -neer, en kuste hem onstuimig. Dan opende haar mond zich met den -begeerigen, bloedigen glans van den Chineeschen hibiscus, wiens -overvloed van groen de geheele muurvlakte besloeg. Zij was niets -meer dan een gloeiende dochter der serre. Haar kussen bloeiden en -verwelkten, als de roode bloemen van de groote malve, die hoogstens -enkele uren duren, en die telkens weer opnieuw verschijnen, als de -gekneusde, onverzadelijke lippen van een reusachtige Messalina. - - - - - - - -V. - - -De kus, dien Saccard zijn vrouw op den hals had gedrukt, bleef hem -nog lang in de gedachte. Het was al een heele poos geleden, dat -hij van zijn rechten als echtgenoot gebruik had gemaakt; de breuk -was gaandeweg ontstaan, geen van beiden was gesteld op een band, -die hen hinderde. Wanneer hij de slaapkamer van Renée binnentrad, -moest die echtelijke teederheid als inleiding voor het een of ander -voordeelig zaakje dienst doen. - -De speculatie van Charonne ging goed; toch maakte hij zich nog -altijd ongerust over den afloop. Larsonneau, met zijn schitterend wit -linnengoed, lachte soms op een manier, die hem niet aanstond. Hij was -niets meer dan een tusschenpersoon, een naamleener, dien hij voor -zijn diensten betaalde met een tiende gedeelte van de te behalen -winsten. Maar ofschoon de onteigeningsagent geen stuiver in de zaak -gestoken had en Saccard, na het verstrekken van de benoodigde fondsen -voor het caféconcert, alle mogelijke voorzorgen genomen had, voelde -hij toch een duistere vrees, had hij een voorgevoel van de een of -andere verraderlijke streek. Hij begreep dat zijn medeplichtige -van plan was hem geld af te persen met dien valschen inventaris, -dien hij zoo zorgvuldig bewaarde, waaraan hij het dan ook alleen te -danken had, dat hij in deze zaak betrokken werd. De twee handlangers -drukten elkander dan ook hartelijk de hand. - -Larsonneau noemde Saccard: waarde meester. In den grond van zijn -hart gevoelde hij een groote bewondering voor dien acrobaat, wiens -oefeningen op het gespannen koord der speculatie hij met den blik van -liefhebber volgde. Het denkbeeld om hem te bedotten streelde hem als -een buitengewoon, pikant genot. Hij overwoog reeds een plannetje, -maar hij wist nog niet welk gebruik hij van het wapen zou maken -dat hij in zijn bezit had, waarmee hij vreesde zichzelf te zullen -kwetsen. Hij voelde zich bovendien aan de genade van zijn oud-collega -overgeleverd. De terreinen en de gebouwen, die volgens slim opgemaakte -berekeningen reeds op bijna twee millioen geschat werden, en die nog -niet het vierde deel van die som waard waren, moesten ten slotte in -een kolossaal failliet verzwolgen worden, indien de goede fee der -onteigening ze niet met haar gouden staafje aanraakte. - -Volgens de oorspronkelijke plannen die zij hadden kunnen raadplegen, -zou de nieuwe boulevard, aangelegd om het artilleriepark van Vincennes -met de Prince-Eugène-kazerne te verbinden en dit park in het hartje -van Parijs te brengen, een deel van de terreinen wegnemen; maar de -mogelijkheid bestond ook dat er slechts een klein hoekje van noodig -was, en dat de vernuftige speculatie van het café-concert door haar -onvoorzichtigheid zelve mislukken zou. In dat geval zou Larsonneau -in een neteligen toestand geraken. - -Dat gevaar belette echter niet, dat het hem, ondanks de -ondergeschikte rol die hij noodzakelijkerwijs speelde, zeer verdroot -dat hij slechts tien percent zou krijgen van een zoo kolossalen -millioenen-diefstal. Bij die gedachte jeukten hem de vingers, om zich -ook een deel daarvan toe te eigenen. - -Saccard had zelfs niet gewild, dat hij geld aan zijn vrouw zou leenen, -daar hij er zelf vermaak in vond den draad van dit melodrama, waarin -zijn voorliefde voor ingewikkelde zaken behagen schiep, in de hand -te houden. - ---Neen, neen, vriendlief, zei hij met zijn provençaalsch accent, -dat hij nog overdreef als hij een grap wilde kruiden, laten we onze -rekeningen niet in de war brengen.... Jij bent de eenige man in Parijs -aan wien ik gezworen heb nooit iets schuldig te willen zijn. - -Larsonneau gaf hem bedektelijk te verstaan, dat zijn vrouw vreeselijk -verkwistend was. Hij ried hem aan haar geen cent meer te geven, dan -zou zij hun onmiddellijk haar aandeel afstaan. Hij had liever met -Saccard alleen te doen. Hij polste hem soms en ging hij zelfs zoo ver, -met zijn matte, onverschillige doordraaiersmanieren te zeggen: - ---Ik moet toch een beetje orde in mijn papieren brengen.... Je vrouw -maakt me bang, mijn waarde. Ik zou niet graag willen dat zekere -stukken bij me thuis verzegeld werden. - -Saccard was er de man niet naar dergelijke toespelingen geduldig -te verdragen, vooral niet daar hij wist welk een voorbeeldige, -angstvallige orde er op het kantoor van het heerschap heerschte. Zijn -heele slimme, bedrijvige persoontje kwam in opstand tegen de vrees, die -de groote, opgeschikte woekeraar met zijn gele handschoenen hem wilde -aanjagen. Het ergste was, dat hij beefde van angst bij de gedachte aan -een mogelijk schandaal; hij zag zich al meedoogenloos door zijn broer -verstooten, in België van het een of andere geringe beroep leven. Eens -werd hij zoo boos, dat hij onbewimpeld voor de zaak uitkwam. - ---Hoor eens, vriendje, zei hij, je bent een aardige jongen, maar je -zou verstandig doen als je me dat stuk, je weet wel, teruggaf. Je -zal zien dat we nog ongenoegen krijgen door dat vod. - -De ander hield zich verbaasd, drukte zijn "waarden meester" de handen -en gaf hem de verzekering van zijn toewijding. Saccard had spijt -over zijn driftige opwelling. Het was juist omtrent dezen tijd, dat -hij ernstig over een toenadering met zijn vrouw dacht; hij kon haar -noodig hebben tegen zijn handlanger en hij bedacht bovendien dat het -oorkussen zich uitstekend leent tot het behandelen van zaken. De zoen -in den hals bracht hem op het idee van een geheel nieuwe taktiek. - -Hij had trouwens geen haast, hij ging zuinig om met zijn middelen. Hij -liet den heelen winter voorbij gaan om zijn plan tot rijpheid -te brengen; zijn aandacht werd overigens in beslag genomen door -honderderlei zaken, de een al ingewikkelder dan de andere. Het was -voor hem een verschrikkelijke winter, vol schokken, een verbazende -veldtocht, waarin hij dagelijks een failliet moest overwinnen. In -plaats van zijn huishoudelijke uitgaven te bekrimpen, gaf hij het -eene feest na het andere. Maar terwijl hij er in slaagde aan alle -moeielijkheden het hoofd te bieden, moest hij Renée verwaarloozen; -hij bewaarde haar voor zijn laatsten zet; als de operatie van Charonne -rijp zou zijn. Hij stelde zich tevreden met de ontknooping voor te -bereiden, door haar geen geld meer te geven dan door tusschenkomst van -Larsonneau. Wanneer hij over een paar duizend francs kon beschikken -en zij haar nood klaagde, bracht hij ze haar met de opmerking, -dat de mannen van Larsonneau een schuldbekentenis van het dubbele -bedrag eischten. - -Dit komediespel amuseerde hem kostelijk, dat voorwendsel van die -schuldbekentenissen bracht hem in verrukking door het romantische -tintje dat zij aan de zaak gaven. Zelfs in den tijd van zijn grootste -verdiensten had hij het jaargeld van zijn vrouw heel ongeregeld -uitbetaald; nu eens gaf hij haar vorstelijke geschenken of een handvol -bankbiljetten, dan liet hij haar weer weken lang op een kleinigheid -wachten. - -Nu hij werkelijk in verlegenheid zat, sprak hij over de kosten van -de huishouding, en behandelde haar als een schuldeischer, wien men -zijn ondergang niet wil bekennen en dien men door allerlei verzinsels -tracht te paaien. Zij luisterde nauwelijks naar hem; zij teekende -alles wat hij haar voorlegde en klaagde alleen maar, dat zij niet -meer kon teekenen. - -Hij had intusschen reeds voor tweehonderdduizend francs aan -schuldbekentenissen van haar, die hem ternauwernood honderdtienduizend -francs kostten. Nadat hij ze door Larsonneau, op wiens naam ze gesteld -waren, had laten endosseeren, gaf hij die schuldbekentenissen op een -voorzichtige manier af met de bedoeling ze later als een wapen te -gebruiken. Hij zou nooit in staat geweest zijn dien verschrikkelijken -winter door te komen, geld met woekerwinst aan zijn vrouw te leenen -en zijn huishouden op zoo'n weelderigen voet ingericht te houden, -als hij zijn terrein aan den boulevard Malesherbes niet aan de heeren -Mignon en Charrier verkocht had, tegen contante betaling, maar met -een verbazend hooge korting. - -Die winter was voor Renée een lang genot. Haar eenige verdriet was haar -geldgebrek. Maxime kostte haar veel geld; hij behandelde haar altijd -als stiefmama, overal waar het op betalen aankwam. Maar dit verborgen -verdriet verhoogde nog haar genot. Zij peinsde op allerlei middelen, om -het "haar lieven jongen" aan niets te laten ontbreken, en als zij haar -man had weten over te halen haar een paar duizend francs te bezorgen, -bracht zij ze met haar minnaar in allerlei kostbare dwaasheden door, -als twee scholieren die hun eerste uitstapje maken. - -Wanneer hun geld op was, bleven zij thuis en genoten van dat groote, -nieuwe gebouw, met zijn dwaze, onbeschaamde weelde. De vader was -er nooit. De gelieven bleven meer in het hoekje van den haard -dan vroeger. Renée had eindelijk de ijzige leegte van die vergulde -plafonds met een warm genot vervuld. Dat verdachte huis van wereldsch -vermaak was een kapel geworden, waarin zij op eigen hand een nieuwen -godsdienst beoefende. - -Maxime was niet alleen de gewenschte afleiding, hij was de minnaar -die paste bij dat hôtel met zijn spiegelruiten zoo groot als die van -een magazijn, dat van den kelder tot den zolder met beeldhouwwerk -overladen was; hij bracht leven in dat pleisterwerk, van de twee -bolwangige Amors die op de binnenplaats een waterstraal uit hun schelp -lieten vallen, tot op de groote naakte vrouwengestalten, die de balcons -ondersteunden en midden op de frontons met halmen en appelen speelden; -door hem werd haar de bestemming duidelijk van de te rijke vestibule, -den te bekrompen tuin, de schitterend gemeubileerde kamers, waar men -te veel gemakstoelen en geen enkel voorwerp van kunst vond. - -De jonge vrouw, die zich daar doodelijk verveeld had, vermaakte -zich daar eensklaps, deed alsof zij nu pas het gebruik er van leerde -kennen. En zij bracht haar liefde niet alleen in haar eigen vertrekken, -in het gele salon en in de serre, maar in het geheele hôtel. Zij -begon het zelfs prettig te vinden op de sofa van de rookkamer; zij -bleef daar soms zitten en zei, dat zij de tabakslucht in die kamer -heel aangenaam vond. - -Zij hield nu twee receptiedagen in plaats van een. Donderdags kwamen -allerlei kennissen, maar de Maandagavond was alleen voor de intieme -vriendinnen bestemd. Mannen werden niet toegelaten. Maxime alleen -woonde die partijtjes in het klein salon bij. Op een avond kwam -Renée op de wonderlijke gedachte hem als vrouw te verkleeden en als -een van haar nichtjes voor te stellen. Adeline, Suzanne, barones de -Meinhold en de andere vriendinnen die aanwezig waren, stonden op en -groetten met een verwonderden blik dat gezichtje, dat zij meenden -te kennen. Toen zij het begrepen, lachten zij hartelijk en wilden -volstrekt niet dat de jonge man zich zou ontkleeden. Zij hielden -hem bij zich met zijn rokken aan, plaagden hem en leenden zich tot -allerlei dubbelzinnige aardigheden. - -Toen hij de dames door de voordeur uitgelaten had, ging hij het park -om en kwam door de serre terug. De goede vriendinnen hadden niet den -minsten argwaan. De gelieven konden niet vertrouwelijker met elkander -zijn dan zij al waren, toen zij als kameraads met elkaar omgingen. En -als een bediende soms zag, dat zij elkander wat al te innig omhelsden, -verbaasde hem dat volstrekt niet, gewoon als hij was aan de aardigheden -van mevrouw en mijnheer's zoon. - -Die onbeperkte vrijheid, die straffeloosheid maakte hen nog -stoutmoediger. Al grendelden zij 's nachts de deur, overdag zoenden -ze elkander in alle kamers van het hôtel. Zij verzonnen allerlei -spelletjes op regenachtige dagen. Maar het grootste genot vond Renée -er in, een groot vuur aan te leggen en zich vakerig in den gloed -te koesteren. - -Zij spreidde dien winter een bijzondere weelde in haar linnengoed -ten toon. Zij droeg ontzettend dure hemden en peignoirs, waarvan de -kanten tusschenzetsels en het batist haar nauwelijks met een witte -wolk bedekten. En in den rooden gloed van het haardvuur zat zij daar, -als naakt, de kant en de huid rose gekleurd door de vlammen, die door -de dunne stof heen haar vleesch verwarmden. - -Maxime, aan haar voeten neergehurkt, kuste haar op de knieën, -zonder zelfs het linnen te voelen, dat de warmte en de kleur van dat -heerlijk schoone lichaam had. Het daglicht viel als een schemering -in de kamer van grijze zijde, terwijl Céleste met haar kalmen tred -achter hen heen en weer ging. Zij was hun medeplichtige geworden als -iets dat vanzelf sprak. Op een morgen vond zij ze samen in bed, zonder -iets van haar ijskoude dienstboden-kalmte te verliezen. Ze ontzagen -zich niet meer voor haar, zij kwam op alle uren van den dag binnen, -zonder dat het geluid van hun kussen haar het hoofd deed omwenden. Ze -rekenden er op, dat zij hen bij het minste onraad zou waarschuwen. Ze -kochten haar stilzwijgen niet; het was een zuinig, oppassend meisje, -dat er geen minnaar op nahield, voor zoover men wist. - -Intusschen leidde Renée geen kloosterleven. Zij ging veel in -gezelschappen en voerde Maxime in haar gevolg mee, als een blonde -page in het zwart; zij genoot nu zelfs meer dan vroeger. Het seizoen -was voor haar éen lange triomf. Nog nooit was haar verbeeldingskracht -zoo vindingrijk geweest in het uitdenken van toiletten en kapsels. Bij -deze gelegenheid waagde zij die fameuze struikkleurige satijnen japon -te dragen, waarop een heele hertenjacht was geborduurd, met de daarbij -behoorende attributen, kruithorens, jachthorens, messen met breede -lemmeten. Toen bracht zij ook de antieke kapsels in de mode, die -Maxime voor haar moest nateekenen in het pas geopende museum Campana. - -Zij begon er jonger uit te zien, ze was nu in de volheid van haar -woelige schoonheid. De bloedschande bracht een gloed in haar, die haar -oogen deed glanzen en haar lach voller en warmer deed klinken. Haar -binocle getuigde van grooten overmoed, op den top van haar neus, -en zij keek de andere vrouwen, haar goede vriendinnen, die praalden -met afschuwelijke ondeugden, met het voorkomen van een snoever en -een glimlach aan, alsof ze zeggen wou: "Ik heb mijn misdaad." - -Maxime vond die gezelschappen allervervelendst. Hij vond het "chic" -te beweren dat hij zich daar verveelde, want eigenlijk amuseerde hij -zich nergens. Op de Tuileriën, bij de ministers, overal verdween hij -in Renée's rokken. Maar zoodra het zekere uitstapjes gold, was hij -weer nummer één. Renée wenschte het kabinet op den boulevard nog eens -te zien, en de breede sofa deed haar glimlachen. Verder bracht hij -haar zoowat overal heen, bij de lichte meisjes, naar het Opera-bal, -de avant-scènes van kleine theaters, naar alle verdachte plaatsen -waar zij in het genot van hun incognito de onbeschaamde ondeugd van -nabij konden gadeslaan. - -Wanneer zij heimelijk in het hôtel terugkeerden, vielen zij doodmoe -in elkanders armen in slaap, den roes van het ontuchtig Parijs -uitslapend, terwijl de brokstukken van dartele liedjes hun nog in de -ooren gonsden. Den volgenden dag bootste Maxime de acteurs na en Renée -trachtte aan de piano van het kleine salon de schorre stem en de losse -heupbewegingen van Blanche Muller, in haar rol van la Belle Hélène, -na te volgen. De muzieklessen, die zij in het klooster gekregen had, -dienden haar nog slechts om de coupletten der nieuwste kluchten te -verknoeien. Zij had een afschuw van ernstige liederen. Maxime deelde -haar minachting voor de duitsche muziek, en hij meende verplicht -te zijn de Tannhäuser uit te fluiten, uit overtuiging, en ook om de -dartele liedjes van zijn stiefmoeder te verdedigen. - -Een van de grootste genoegens was het schaatsenrijden; dat was dien -winter bijzonder in de mode, omdat de keizer een der eersten was -geweest die den vijver in het Bois de Bologne geprobeerd had. Renée -bestelde bij Worms een compleet Poolsch costuum, van fluweel met bont; -Maxime moest slappe laarzen en een muts van vossenbont hebben. - -Zij kwamen in het Bosch, bij een vinnige kou die hun neus en ooren -prikkelde, alsof de wind hun fijn zand in het gezicht geblazen -had. Dat gevoel van kou vonden zij prettig. Het Bosch was geheel -grijs, met smalle strookjes sneeuw, die langs de takken op fijne -guipure geleken. En onder den bleeken hemel, boven den doffen, -bevroren vijver vertoonden alleen de denneboomen van het eiland, -aan den rand van den horizon, hun theatrale draperieën, waarin de -sneeuw ook lange kantwerken vlocht. - -Zij gleden pijlsnel voort in de ijzige lucht, als zwaluwen die in -haar snelle vlucht den grond schijnen aan te raken. Eene hand op -den rug en de andere op elkanders schouders, reden zij rechtop, -met een glimlach op de lippen, zij aan zij, de baan op en af, in -de wijde ruimte die door dubbele touwen afgebakend was. Boven in -de groote laan, stonden de toeschouwers hen aan te gapen. Nu en dan -kwamen zij zich warmen aan de gloeiende vuurpotten aan den kant. En -dan reden zij weer voort. Zij sloegen flink uit, met breede slagen, -terwijl hun oogen traanden van genot en van kou. - -Toen de lente kwam, dacht Renée aan haar oude idylle. Zij verlangde -dat Maxime bij maneschijn een wandeling met haar in het park Monceau -zou doen. Zij gingen in de grot en vlijden zich neer op het gras, -voor de zuilengang. Maar toen zij haar verlangen te kennen gaf -een poosje rond te roeien op den vijver, bemerkten zij dat de boot -die men van uit het hôtel aan het einde eener laan vastgelegd zag, -geen riemen bevatte. Die haalde men zeker 's avonds weg. Dat was -een ontgoocheling. Bovendien voelden de gelieven zich niet op hun -gemak in die donkere gedeelten van het park. Zij zouden graag gezien -hebben dat er een venetiaansch feest gegeven werd, met roode ballons -en een muziektent. Zij zagen het liever overdag, op den middag, en -dan gingen zij dikwijls aan het raam staan, om de équipages te zien, -die de mooie bocht van de groote laan omreden. Zij hadden schik in -dat bekoorlijke hoekje van het moderne Parijs, in die liefelijke, -nette natuur, die grasperken als banen fluweel, met bloemkorven en -uitgelezen heesters bezet, en met prachtige witte rozen omzoomd. - -De rijtuigen kruisten elkander daar even talrijk als op de boulevards, -de wandelaarsters lieten haar japonnen slepen, alsof zij nog op -de tapijten van haar salons liepen. En door het gebladerte heen, -critiseerden zij de toiletten, maakten zij elkander opmerkzaam op -de mooie paarden, werd hun oog aangenaam gestreeld door de zachte -kleuren van dien grooten tuin. Hier en daar schitterde een puntje van -het vergulde hek tusschen de boomen, eenden zwommen achter elkander in -den vijver voorbij, het nieuwe bruggetje in renaissance-stijl stak wit -af tegen het groen, terwijl moeders, op gele stoelen aan weerszijden -van de groote laan, al pratende de jongens en meisjes vergaten, die -elkaar lief aankeken, hun gezicht vertrekkende als vroegwijze kinderen. - -De gelieven hielden van het nieuwe Parijs. Dikwijls reden zij de stad -door, of maakten een omweg om sommige boulevards over te rijden, -waarvoor zij een persoonlijke voorkeur voelden. Opgetogen staarden -zij naar die hooge huizen met hun groote gebeeldhouwde deuren, met -balcons er boven, waar uithangborden of de namen der firma's met -groote gouden letters schitterden. - -Onder het rijden volgde hun blik met welgevallen de grijze randen van -de trottoirs, breed en eindeloos, met hun banken, hun bontkleurige -zuilen, hun spichtige boomen. Die heldere opening, die tot aan den -horizon doorliep, zich steeds vernauwende om ten slotte uit te loopen -in het blauwend verschiet, die onafgebroken dubbele reeks van groote -magazijnen, waar de bedienden glimlachend de klanten hielpen, die -bedrijvige, gonzende menschenmenigte, dat alles gaf hun langzamerhand -een gevoel van volkomen bevrediging. - -Zij schepten zelfs behagen in de waterstralen der sproeispuiten, -die zich als een witte rook voor hun paarden uitspreidden, als een -fijne regen onder de wielen van het rijtuig neervielen, waar zij den -grond glanzig maakten en lichte stofwolkjes deden opstuiven. - -Zij reden voort langs dien rechten, eindeloozen weg, zacht als een -tapijt, dien men alleen had aangelegd om hun de donkere steegjes te -besparen. Iedere boulevard werd een toegangsweg naar hun hôtel. - -De zon scheen lachend op de nieuwe gevels, deed de vensters schitteren, -straalde op de schermen der winkels en koffiehuizen en verwarmde -het asphalt onder de haastige schreden der menigte. En als zij thuis -kwamen, met een vermoeid hoofd van al dat geroezemoes, vermeiden zij -zich in het park Monceau, dat als een smal tuinbed om een bloemstuk, -het nieuwe Parijs, paste, en nu zijn weelde ten toon spreidde in de -eerste zoele lentedagen. - -Door de mode gedwongen Parijs te verlaten, gingen zij naar een zeebad, -tegen hun zin in en aan het zeestrand nog denkende aan de trottoirs -van de boulevards. Hun liefde zelfs begon daar te kwijnen. Het was -een kasbloem, die behoefte had aan het groote grijs en rose bed, -de vleeschkleurige kleedkamer, het gouden morgenlicht van het kleine -salon. - -Sedert zij 's avonds alleen waren, tegenover de zee, hadden zij -elkander niets meer te zeggen. Zij probeerde haar liedjes van -het théâtre des Variétés te zingen bij een oude piano, die in een -hoekje van de kamer stond te zieltogen; maar de zeewinden hadden -het instrument zoo vochtig gemaakt, dat het niets dan naargeestige -geluiden voortbracht. La Belle Hélène klonk er spookachtig somber op. - -Om zich te troosten, bracht de jonge vrouw de badgasten in verbazing -door haar opzichtige toiletten. Al die dames wachtten daar geeuwend -den winter af, wanhopige pogingen doende om een badkostuum te vinden -dat haar niet al te leelijk maakte. - -Geen enkele maal kon Renée Maxime overhalen, een bad te nemen. Hij -was doodsbang voor het water, hij werd al bleek als de opkomende vloed -zijn laarzen nat maakte, en hij zou zich voor geen geld ter wereld aan -den rand van een steilen oever gewaagd hebben; hij ontweek de kuilen -en maakte lange omwegen om een eenigszins steile kust te vermijden. - -Saccard kwam een enkelen keer naar de kinderen kijken. Hij zat diep -in de zorgen, zei hij. - -Eerst tegen October, toen zij alle drie weer in Parijs bijeen waren, -dacht hij ernstig over een toenadering na. De zaak van Charonne werd -nu rijp. Zijn onbeschaamd plan stond hem klaar voor den geest. Hij -wilde Renée met hetzelfde spelletje vangen, dat hij met een lichtekooi -gespeeld zou hebben. Haar behoeften werden steeds grooter, en uit een -gevoel van trots, deed zij eerst in den uitersten nood een beroep -op haar man. Deze nam zich voor om van haar eerste verzoek gebruik -te maken om galant te zijn en in haar vreugde over de betaling van -een groote schuld betrekkingen, sedert lang verbroken, opnieuw aan -te knoopen. - -Vreeselijke moeielijkheden wachtten Renée en Maxime te -Parijs. Verscheidene schuldbekentenissen aan Larsonneau waren -vervallen; maar daar Saccard ze natuurlijk onder de berusting van den -deurwaarder liet, bekommerde de jonge vrouw zich daar weinig om. Zij -stond heel wat meer angst uit om haar schuld bij Worms, die nu tot -bijna tweehonderdduizend francs gestegen was. De kleermaker vorderde -een gedeeltelijke afbetaling, met de bedreiging dat hij niets meer -op krediet zou leveren. Zij werd huiverig bij de gedachte aan het -schandaal van een proces, en vooral aan een conflict met den beroemden -kleermaker. Dan had zij ook zakgeld noodig. Zij zouden zich doodelijk -vervelen, zij en Maxime, als zij niet dagelijks een paar tientjes te -verteren hadden. - -Die arme jongen zat op zwart zaad, sinds hij tevergeefs de laadjes -van zijn vader doorsnuffelde. Zijn trouw en voorbeeldig gedrag -gedurende de laatste zeven of acht maanden, stond in nauw verband -met de ledigheid van zijn beurs. Hij had niet altijd twintig francs -om de een of andere straatloopster te soupeeren te vragen. Hij ging -dan ook maar kalmpjes naar huis. - -Bij hun uitstapjes gaf de jonge vrouw hem haar beurs, als hij moest -betalen in de restauraties, op de bals of in de kleine theaters. Zij -behandelde hem nog altijd moederlijk, en bij den pasteibakker, waar -zij bijna iederen middag oesterpasteitjes gingen eten, nam zij met -haar gehandschoende vingers het geld zelf uit haar beurs. Dikwijls -vond hij 's morgens met blijde verrassing een paar goudstukken in -zijn vestzakje, die zij er in gestopt had, als een moeder die den -zak van een schooljongen vult. - -En dat heerlijke leventje van allerhande pretjes zou een einde moeten -nemen! Maar zij werden nog door een ernstiger vrees beangst. Sylvia's -juwelier, aan wien Maxime tienduizend francs schuldig was, begon boos -te worden en sprak er al van hem te laten gijzelen, naar Clichy te -laten brengen. Op de wissels, die hij in handen had, waren zooveel -protestkosten gekomen, dat de schuld met drie of vierduizend francs -vermeerderd was. - -Saccard verklaarde beslist dat hij hem niet helpen kon. Als zijn zoon -in Clichy zat, zou dat de aandacht op hem vestigen, en als hij hem -loskocht, zou die vaderlijke mildheid druk besproken worden. - -Renée was wanhopig, ze zag haar lieven jongen in de gevangenis, maar -dan in een vunzig hok, op vochtig stroo liggend. Op een avond deed -zij hem in allen ernst het voorstel haar kamer niet meer te verlaten, -er buiten iemands weten te blijven wonen, om tegen de handlangers -van den deurwaarder beveiligd te zijn. Dan bezwoer zij weer dat zij -het geld zou vinden. Zij sprak geen enkele maal over de oorzaak van -de schuld, over die Sylvia, die haar liefde aan de spiegels van de -restauratiekamers toevertrouwde. - -Zij had zoowat vijftigduizend francs noodig: vijftien duizend voor -Maxime, dertig duizend voor Worms en vijf duizend francs zakgeld. Daar -konden zij twee volle weken gelukkig mee zijn. Zij toog dus aan -het werk. - -Haar eerste gedachte was, de vijftigduizend francs aan haar man te -vragen. Dat besluit nam zij slechts met tegenzin. De laatste malen -dat hij haar kamer binnengetreden was om haar geld te brengen, had -hij haar opnieuw in den hals gekust, terwijl hij haar handen in de -zijne genomen en lieve woordjes gezegd had. Vrouwen hebben een fijn -gevoel om de oogmerken der mannen in zulke zaken te raden. Zij hield -zich dan ook voorbereid op een eisch van zijn kant, een stilzwijgende -voorwaarde, die glimlachend bedongen en toegestaan wordt. Toen zij hem -dan ook de vijftig duizend francs vroeg, opperde hij veel bezwaren; -hij zei dat Larsonneau die som nooit zou leenen, dat hij zelf nog te -slecht bij kas was. Daarop van toon veranderende, alsof hij door een -plotselinge aandoening werd bevangen: - ---Ik kan je niets weigeren, fluisterde hij. Ik zal de heele stad -afloopen, mijn uiterste best doen. Ik wil je tevreden zien, lieve. - -En zijn mond bij haar oor buigende, kuste hij haar haren, en zei met -trillende stem: - ---Ik zal ze je morgen avond brengen, op je kamer.... zonder -schuldbekentenis. Maar zij haastte zich te zeggen dat er geen haast -bij was, dat zij hem dien last niet wilde bezorgen. Saccard, die zijn -heele hart in dat gevaarlijke "zonder schuldbekentenis" gelegd had, -dat hem tot zijn spijt uit den mond gevallen was, deed net alsof hij -niet bemerkte dat hij een onaangename weigering had gekregen. Hij -stond op en zei: - ---Nu dan, zooals je wilt.... Ik zal het geld voor je zien te krijgen -als het oogenblik gunstig is. Larsonneau heeft er niets mee te maken, -begrijp je. Ik wil het je cadeau doen. - -Hij glimlachte goedig. Zij bleef in een wanhopige stemming alleen. Zij -gevoelde dat zij het beetje zielsrust dat zij overhad zou verliezen, -als zij zich aan haar man overgaf. Haar laatste trots stelde zij -er in met den vader getrouwd, maar alleen de vrouw van den zoon te -zijn. Wanneer Maxime haar wat koel toescheen, trachtte zij dikwijls -hem dien toestand met duidelijke toespelingen aan het verstand te -brengen; maar de jonge man, dien zij verwacht had na die mededeeling -voor haar te zien neerknielen, bleef volmaakt onverschillig; hij dacht -zeker dat zij hem wilde geruststellen over de mogelijkheid van een -ontmoeting tusschen hem en zijn vader, in de kamer van grijze zijde. - -Zoodra Saccard heengegaan was, kleedde zij zich haastig aan en liet -inspannen. Onderwijl zij in haar coupé naar l'île Saint-Louis reed, -bedacht zij op welke wijze zij haar vader om de vijftigduizend francs -zou vragen. Zij ging op dit plotseling opgekomen denkbeeld door, -zonder het voor en tegen te overwegen; in haar binnenste voelde zij -zich den moed ontzinken, schrikte zij terug voor een dergelijken stap. - -Toen zij er aankwam, voelde zij zich beklemd door de ijzige koude -van de binnenplaats met haar doodsche, kloosterachtige vochtigheid; -de lust bekroop haar weer terug te keeren, terwijl zij de breede -steenen trap opging, waarop haar kleine laarsjes met hooge hakken -hard weerklonken. In haar haast was zij zoo dwaas geweest een zijden -kostuum te kiezen met lange strooken van witte kant, versierd met -satijnen strikken; de ceintuur was geplooid als een sjerp. Dat toilet, -waarbij zij een toque met groote witte voile had opgezet, vormde -zoo'n zonderling contrast met de doodsche eentonigheid van de trap, -dat zij zelf begreep welk een vreemde figuur zij maakte. Zij beefde -toen zij de groote, stijve kamers doorging, waar de halfverbleekte -personen op de behangsels verbaasd schenen over dien vloed van rokken, -die daar hun halfduistere eenzaamheid door ruischten. - -Zij vond haar vader in een salon dat op de binnenplaats uitzag, waar -hij gewoonlijk verblijf hield. Hij zat te lezen in een groot boek, -dat op een lezenaar ter hoogte van de armen van zijn leuningstoel -lag. Voor een der vensters zat tante Elisabeth op lange houten pennen -te breien; de stilte van de kamer werd alleen verstoord door het -getiktak dier pennen. - -Renée ging verlegen zitten, zij kon zich niet verroeren of ze -verstoorde den ernst, die in de hooge kamer heerschte, door het -ritselen van haar zijden kostuum. Haar witte kanten vormden een -schelle tegenstelling met het zwarte fond van de stoffeering en de -oude meubelen. - -Mijnheer Béraud du Châtel liet de handen op den rand van den lessenaar -rusten en keek haar aan. Tante Elisabeth sprak over het aanstaande -huwelijk van Christine, die met den zoon van een schatrijken procureur -ging trouwen; het meisje was met een oude dienstbode uit om naar -een leverancier te gaan; en de goede tante praatte heel alleen, -op haar kalmen toon, zonder haar breiwerk in den steek te laten, -over huishoudelijke zaken, terwijl zij Renée boven haar bril uit -glimlachend aanzag. - -Maar de jonge vrouw geraakte hoe langer hoe meer in verwarring. De -stilte van het hôtel drukte haar neer, en zij had er veel voor over -gehad als haar kanten zwart geweest waren. De blik van haar vader -bracht haar zoo van streek, dat zij het bespottelijk vond dat Worms -zulke groote strikken had uitgedacht. - ---Wat zie je er mooi uit, kindlief! zei eensklaps tante Elisabeth, -die nog niet eens op de strooken van haar nicht gelet had. - -Zij liet haar breinaalden rusten, schoof haar bril recht, om beter -te kunnen zien. Mijnheer Béraud du Châtel glimlachte effen. - ---'t Is een beetje wit, zei hij. 't Moet lastig loopen zijn met zoo'n -kostuum op straat. - ---Maar vader, men gaat niet te voet uit! riep Renée uit, die aanstonds -spijt had over die openhartigheid. - -De grijsaard wilde antwoorden, maar hij stond op, richtte zich in zijn -volle lengte op en begon langzaam heen en weer te loopen, zonder zijn -dochter verder aan te zien. - -Deze bleef bleek van aandoening. Telkens als zij zichzelve moed -insprak en een aanloopje zocht om over het geld te beginnen, voelde -zij een steek in haar hart. - ---We zien u niet meer, vader, zei zij zachtjes. - ---O, antwoordde de tante, zonder haar broer den tijd te laten om den -mond te openen, je vader gaat haast niet uit, een enkelen keer eens -naar den Plantentuin. En dan moet ik hem er nog toe aansporen! Hij -beweert dat hij verdwaald raakt in Parijs, dat de stad niet meer voor -hem geschikt is.... Beknor hem maar eens goed! - ---Mijn man zou het zoo prettig vinden als u van tijd tot tijd eens -op onze Donderdagen kwam, ging de jonge vrouw voort. - -Mijnheer Béraud du Châtel zette zwijgend zijn wandeling voort. Toen -zei hij op kalmen toon: - ---Je moet je man bedanken. 't Schijnt een ijverig mensch te zijn en -ik hoop voor jou dat hij eerlijke zaken drijft. Maar wij hebben niet -dezelfde ideeën, en ik voel me niet op mijn gemak in je mooie huis -in het park Monceau. - -Tante Elisabeth scheen niet voldaan met dit antwoord. - ---Wat zijn de mannen toch akelig met hun politiek, zei zij -opgeruimd. Wil je de waarheid weten? Je vader is woedend op jelui -omdat je naar de Tuilerieën gaat. - -Maar de grijsaard haalde de schouders op, als om te kennen te geven -dat zijn ontevredenheid uit ernstiger oorzaken voortkwam. Hij hervatte -zijn wandeling met een nadenkend gezicht. Renée zweeg een oogenblik -stil, terwijl de vraag om de vijftigduizend francs haar op de lippen -brandde. Toen overviel haar weer dat lafhartige gevoel, zij omhelsde -haar vader en ging heen. - -Tante Elisabeth wilde haar tot aan de trap vergezellen. Terwijl zij -de kamers doorgingen, praatte zij met haar oude vrouwenstemmetje voort: - ---Je bent gelukkig, lief kind. Het doet me genoegen je zoo mooi en -welvarend te zien, want als je huwelijk eens verkeerd was uitgevallen, -dan zou ik mezelve de schuld gegeven hebben, weet je.... Je man houdt -toch van je, je hebt toch immers alles wat je noodig hebt, niet waar? - ---Welzeker, antwoordde Renée, die trachtte te glimlachen, ofschoon -haar hart brak. - -Haar tante hield haar nog even terug, terwijl zij de hand al op de -leuning had. - ---Zie je, ik ben maar voor één ding bang, en dat is dat je geluk je -te zorgeloos maakt. Wees voorzichtig, en verkoop vooral niets.... Als -je eens een kind mocht krijgen, dan zou je er een klein fortuin voor -gereed hebben liggen. - -Toen Renée in haar coupé zat, slaakte zij een zucht van verlichting. De -koude zweetdruppels stonden haar op het voorhoofd; zij veegde ze af, -en dacht aan de ijzige vochtigheid van het hôtel Béraud. Maar toen -de coupé langs de zonnige kade St. Paul reed, dacht zij weer aan de -vijftigduizend francs, en al haar verdriet kwam weer terug. Wat was zij -lafhartig geweest, zij die voor stoutmoedig doorging. En toch gold het -hier Maxime, zijn vrijheid, hun beider vreugde! En te midden van de -bittere verwijtingen die zij zich zelf deed, kwam er plotseling een -gedachte in haar op, die haar wanhoop ten top voerde: zij had over -de vijftigduizend francs moeten spreken met haar tante Elisabeth, -op de trap. Waar had zij haar gedachten toch gehad? De goede vrouw -zou haar misschien de som geleend hebben, of haar ten minste geholpen -hebben. Zij boog zich al voorover om haar koetsier te bevelen naar de -rue Saint-Louis en l'Ile terug te keeren, toen de gestalte van haar -vader haar weer voor den geest kwam, zooals hij daar langzaam in het -plechtige halfduister van het groote salon op een neer liep. Zij zou -nooit den moed vinden om die kamer weer binnen te gaan. Wat moest -zij zeggen om dat tweede bezoek te verklaren? En eigenlijk gezegd -had zij nog niet eens moed genoeg om met tante Elisabeth over die -zaak te spreken. Zij beval haar koetsier dan ook haar naar de rue du -Faubourg-Poisonnière te rijden. - -Mevrouw Sidonie uitte een kreet van blijde verrassing, toen zij haar -door de winkeldeur zag binnenkomen. Zij was daar toevallig nog, maar -zij stond op het punt naar den kantonrechter te gaan, waar zij een -cliënte dagvaardde. Maar zij zou niet verschijnen, een anderen dag -gaan; ze was veel te blij dat haar schoonzuster zoo lief was haar -eindelijk eens te bezoeken. - -Renée glimlachte, een beetje verlegen. Mevrouw Sidonie wilde volstrekt -niet dat zij beneden zou blijven; zij moest mee naar boven, langs de -kleine trap, nadat de koperen kruk van de winkeldeur was afgenomen. Wel -twintigmaal op een dag werd die kruk, die slechts met een spijker -vast zat, van de deur genomen. - ---Ziezoo, lieveling, zei zij, terwijl ze Renée een luierstoel -toeschoof, nu kunnen we een gezellig praatje houden.... Verbeeld je, -dat treft ook toevallig dat je komt. Ik zou juist van avond naar jou -toe gekomen zijn. - -Renée, die de kamer kende, kreeg er het onaangename gevoel, dat een -wandelaar ondervindt die in een geliefde streek een groep boomen -geveld ziet. - ---Zoo, zei zij eindelijk, je hebt het bed een andere plaats gegeven, -niet waar? - ---Ja, antwoordde de koopvrouw in kanten bedaard, een van mijn klanten -vindt dat het beter tegenover den schoorsteen staat. Ze heeft me ook -aangeraden roode gordijnen te nemen. - ---Dat dacht ik ook al, de gordijnen hadden een andere kleur.... Erg -algemeen, dat rood. Zij nam haar binocle en bekeek de kamer, die de -weelde van een hôtel garni vertoonde. Op den schoorsteen zag zij lange -haarspelden, die zeker niet van den dunnen chignon van mevrouw Sidonie -afkomstig waren. Op de plaats, waar het bed vroeger stond, was het -behang afgeschaafd, verkleurd en vuil geworden door de matrassen. De -makelaarster had wel getracht die plek te verbergen achter de ruggen -van twee leuningstoelen, maar die ruggen waren wat laag, en Renée's -oog bleef rusten op die afgesleten streep. - ---Had je me iets te vertellen? vroeg zij eindelijk. - ---Ja, dat is een heele geschiedenis, zei Mevrouw Sidonie, de handen -vouwende, met het gezicht van een smulster die gaat opnoemen wat zij -gegeten heeft. Verbeeld je dat mijnheer Saffré op de mooie mevrouw -Saccard verliefd is.... Ja, op jou, lieveling. - -Zij maakte zelfs geen beweging van koketterie. - ---Och kom, zei zij, en je zei dat hij zoo ingenomen was met mevrouw -Michelin. - ---O, dat is heelemaal uit.... Ik kan je er het bewijs van leveren, -als je daarop staat.... je weet dus niet dat de kleine Michelin in den -smaak van baron Gouraud is gevallen? 't Is onbegrijpelijk. Ieder die -den baron kent, staat er verbaasd over.... En weet je dat ze bezig -is het Legioen van eer voor haar man te krijgen?.... Nu, dat is een -flinke. Zij durft,.... zij heeft niemand noodig om haar zaakjes op -te knappen. - -Zij zei dat met een spijtige bewondering. - ---Maar om op mijnheer Saffré terug te komen. Hij moet je ontmoet -hebben op een tooneelspelers-bal, heelemaal onkenbaar in een domino, -en hij beschuldigt zich zelfs dat hij je een beetje al te vrij te -soupeeren heeft gevraagd.... is dat waar? - -De jonge vrouw keek verrast op. - ---Volkomen waar, beaamde ze; maar wie heeft hem verteld....? - ---Hij beweert dat hij je later herkende, toen je niet meer in het salon -was, en dat hij je aan den arm van Maxime heeft zien weggaan.... Sinds -dien tijd is hij smoorlijk op je verliefd. Hij is bij me geweest om -me te smeeken, of hij je zijn excuses mocht maken. - ---Welnu, zeg hem dat ik het hem vergeef, viel Renée haar achteloos -in de rede. - -En toen, al haar angst weer voelende opkomen: - ---Ach, mijn goede Sidonie, ik ben zoo in verlegenheid. Ik moet -morgenochtend noodzakelijk vijftigduizend francs hebben. Ik was -gekomen om daarover met je spreken. Je kent immers geldschieters, -heb je me gezegd? - -De makelaarster, die gekrenkt was door de plotseling afbreking van -haar geschiedenis, liet haar een poosje op het antwoord wachten. - ---Ja, zeker, maar ik raad je eerst bij je vrienden rond te -kijken.... Ik zou wel weten wat ik deed, als ik in jouw plaats -was.... Ik zou me doodeenvoudig tot mijnheer de Saffré wenden. - -Renée glimlachte pijnlijk. - ---Maar, hernam zij, dat zou niet passend zijn, je zegt immers dat -hij zoo verliefd is. - -De oude vrouw keek haar strak aan; daarop nam haar gezicht allengs -een glimlachenden trek van teedere meewarigheid aan. - ---Arme lieveling, fluisterde zij, je hebt gehuild; ontken het maar -niet, ik zie het aan je oogen. Wees toch flink, neem het leven zooals -het is.... Kom, laat mij dat bewuste zaakje maar in orde brengen. - -Renée stond op; ze kneep haar vingers ineen, zoodat haar handschoenen -kraakten. Zij bleef staan, aan een wreeden, inwendigen strijd, ten -prooi. Zij opende den mond, om het aan te nemen wellicht, toen een -zacht gebel in de aangrenzende kamer gehoord werd. Mevrouw Sidonie -verliet haastig de kamer, en door de half geopende deur werd een -dubbele rij piano's zichtbaar. De jonge vrouw hoorde vervolgens den -stap van een man en het gedempte geluid van een op fluisterenden -toon gevoerd gesprek. Werktuigelijk beschouwde zij de geelachtige -streep, die de matrassen tegen den muur gemaakt hadden. Die streep -hinderde haar. - -Alles vergetende, Maxime, de vijftigduizend francs, mijnheer de -Saffré, kwam zij peinzend voor het bed terug: dat bed stond veel -beter op zijn vroegere plaats; er waren toch vrouwen, die heelemaal -geen smaak hadden; als men te bed lag, moest men het licht in de oogen -hebben. En heel vaag doemde weer in haar herinnering het beeld van den -onbekende van de kade Saint-Paul op, haar roman in twee rendez-vous, -dat toevallige liefdesgenot, dat zij daar, op die andere plaats, -gesmaakt had. Er was niets meer van over dan die afgesleten plek op -het behangsel. De kamer gaf haar een onbehagelijk gevoel, zij werd -ongeduldig door dat gegons van stemmen, dat niet ophield, in de -kamer daarnaast. - -Toen mevrouw Sidonie terugkwam, de deur behoedzaam openende en weer -sluitende, wenkte zij herhaaldelijk met haar vingertoppen, om Renée -te beduiden, dat zij zachtjes moest spreken. Toen fluisterde zij haar -aan het oor: - ---Dat is een heel avontuur, mijnheer de Saffré is daar. - ---Je hebt hem toch niet gezegd dat ik hier ben, vroeg de jonge vrouw -ongerust. - -De makelaarster scheen verbaasd en antwoordde naïef: - ---Welzeker. Hij wacht tot dat hij binnen kan komen. Natuurlijk heb -ik hem niet over de vijftigduizend francs gesproken. - -Renée had zich doodsbleek opgericht, 't was haar of zij een zweepslag -ontving. Een onuitsprekelijk gevoel van trots kwam eensklaps in -haar boven. Die krakende mannenlaars, die in haar oor hoe langer hoe -onbeschaamder klonk, maakte haar wanhopig. - ---Ik ga heen, zei zij kortaf. Doe de deur open. - -Mevrouw Sidonie trachtte te glimlachen. - ---Stel je nu zoo kinderachtig niet aan. Ik kan niet met dien man -blijven zitten, nu ik hem eenmaal heb gezegd dat jij hier bent. Je -brengt me heusch in ongelegenheid. - -Maar de jonge vrouw was de trap reeds af. Zij herhaalde voor de -gesloten winkeldeur: - ---Doe open, doe open. - -De kantenverkoopster had de gewoonte de koperen kruk in haar zak te -steken. Ze wou nog onderhandelen. Maar eindelijk zelf boos wordende, -en in haar grijze oogen de ongevoelige scherpheid van haar waren aard -toonende, riep zij uit: - ---Maar wat moet ik dien man dan zeggen? - ---Dat ik niet te koop ben, antwoordde Renée, die met den eenen voet -al op het trottoir stond. En zij meende mevrouw Sidonie, die met een -bons de deur sloot, te hooren mompelen: Loop heen, domme gans! Dat -zal ik je betaald zetten. - ---Bij God! dacht ze terwijl ze weer insteeg, dan heb ik nog liever -mijn man. - -Zij keerde regelrecht naar haar hôtel terug. Dien avond zei zij -tot Maxime, dat hij niet moest komen; zij was lijdend en had rust -noodig. En den volgenden morgen, toen zij hem de vijftien duizend -francs voor Sylvia's juwelier ter hand stelde, werd zij verlegen -onder zijn verrassing en zijn vragen. Haar man, beweerde zij, had een -voordeelig zaakje gedaan. Maar van dien dag aan, werd zij grilliger, -zij verzette dikwijls de uren van samenkomst met den jongen man en -menigmaal wachtte zij hem in de serre op om hem weg te zenden. Hij -bekommerde zich weinig om die wispelturigheid; het lag in zijn -aard zich gewillig te schikken naar de luimen der vrouwen. Wat hem -meer verveelde, dat waren de zedepreeken waarop haar verliefde buien -dikwijls uitliepen. Zij werd heel treurig; soms stonden haar oogen vol -tranen. Zij liet hem midden in zijn refrein van "le beau jeune homme" -van la Belle-Hélène ophouden, speelde de geestelijke liederen van de -kostschool en vroeg haar minnaar of hij niet geloofde dat het kwaad -vroeg of laat gestraft wordt. - ---Ze wordt bepaald oud, dacht hij. Op zijn hoogst kan ze nog een jaar -of twee aardig zijn. - -Om de waarheid te zeggen, leed zij vreeselijk. Nu zou ze Maxime liever -met mijnheer de Saffré bedrogen hebben. Bij mevrouw Sidonie was haar -gevoel in opstand gekomen, had zij toegegeven aan een instinctmatige -fierheid, aan een afschuw van dien onkieschen koop. Maar de volgende -dagen, toen zij de kwellingen van haar overspel verduurde, gingen -al die betere gevoelens in haar ten onder, en ze voelde zich zoo -verachtelijk, dat ze zich aan den eersten den besten man, die de -deur van de kamer met de piano's had opengeduwd, zou overgegeven -hebben. Indien tot dusverre de gedachte aan haar man met een -zweem van wellustigen afschuw in dien bloedschendigen omgang bij -haar was opgekomen, nu kwam de man zelf, met een lompheid die haar -heerlijkste gewaarwordingen in onduldbare smarten veranderde. Zij, -die zoo spitsvondig een fijner glimp aan haar misdaad wilde geven, -die zoo gaarne droomde van een goddelijk paradijs, waar de goden hun -liefde met elkander deelen, zij daalde af tot de gemeene ontucht, -tot een liefde door twee mannen gedeeld. - -Te vergeefs beproefde zij een genot te vinden in haar eerloosheid. Haar -lippen waren nog warm van Saccard's kussen, als zij ze Maxime -weer bood. Haar nieuwsgierigheid wilde tot op het diepst van dien -verboden wellust doordringen, zij ging zelfs die twee liefkoozingen -dooreenmengen, zij trachtte den zoon in de omhelzingen van den vader -terug te vinden. En nog meer gekwetst en ontsteld kwam zij terug van -die reis naar het onbekende van het kwaad, van die helsche duisternis -waarin zij haar dubbelen minnaar dooreenmengde, met een angst die -haar genot verstikte. - -Zij hield dat lijden voor zich, verdubbelde het door haar koortsachtige -verbeelding. Zij was liever gestorven, dan dat zij Maxime de waarheid -bekend had. Eensdeels uit vrees, dat de jonge man haar vol walging -zou verlaten; maar vooral uit een zoo stellige overtuiging van het -monsterachtige van haar zonde en van haar eeuwige verdoemenis, dat -zij liever geheel naakt het park van Monceau had doorgeloopen dan -haar schande fluisterend te belijden. - -Met dat al bleef zij het dwaashoofd, dat Parijs door zijn -buitensporigheden in verbazing bracht. Zij werd zenuwachtig vroolijk, -zij had grillige invallen, waarover de kranten schreven, haar bij -haar voorletters aanduidende. In dien tijd was het ook, dat zij in -allen ernst op de pistool wilde duelleeren met hertogin de Sternich, -die moedwillig, zei zij, een glas punch over haar japon had gestort; -haar schoonbroer, de minister, moest zich boos maken om haar van -haar voornemen af te doen zien. Een andermaal, wedde zij met mevrouw -de Lauwerens dat zij de baan van Longchamps binnen tien minuten zou -rondloopen, en zij werd alleen weerhouden door een moeielijkheid met -het kostuum. Zelfs Maxime begon zich ongerust te maken over dat hoofd, -waarin steeds grooter dwaasheden opkwamen, en waarin hij 's nachts, -op het hoofdkussen, al het rumoer van een op vermaken beluste stad -meende te hooren. - -Op een avond gingen zij samen naar het Théâtre-Italien. Zij -hadden niet eens de aanplakbiljetten gelezen. Ze wilden een groote -Italiaansche tragédienne, Ristori, gaan zien, die toen een grooten -toeloop had; de mode dwong hen dus notitie van haar te nemen. Men -gaf Phèdre. Hij herinnerde zich de geschiedenis uit zijn klassieke -studiën, zij kende Italiaansch genoeg om het stuk te volgen. Het -drama bracht een bijzondere ontroering bij hen teweeg, in die -vreemde taal, waarvan de welluidende klanken hun soms een eenvoudige -orkestbegeleiding toeschenen, die het gebarenspel der tooneelspelers -moest aanvullen. Hippolyte was een lang, bleek jongmensch, die zeer -middelmatig speelde; hij zei zijn rol op een huilerigen toon. - ---Wat een sukkel! mompelde Maxime. - -Maar Ristori, met haar breede schouders die schokten van het snikken, -met haar tragisch gelaat en haar gevulde armen, bracht Renée in groote -ontroering. Phèdre was uit het bloed van Pasiphaë en zij vroeg zich -af uit welk bloed zij kon gesproten zijn, zij, de bloedschendster -van den nieuweren tijd. Van het heele stuk zag zij niets anders dan -die groote vrouw, die de misdaad van de oudheid op de planken bracht. - -In het eerste bedrijf, als Phèdre aan Oenone haar misdadige liefde -belijdt; in het tweede, als zij zich vol hartstocht aan Hippolyte -verklaart; en later, in het vierde, als de terugkeer van Thésée haar -terneer drukt en zij zich in den hoogsten graad van sombere razernij -vervloekt, vulde zij de zaal met zoo'n kreet van woesten hartstocht, -met zoo'n begeerte naar bovenmenschelijken wellust, dat de jonge -vrouw iedere rilling van haar begeerten en van haar wroeging langs -haar lichaam voelde gaan. - ---Wacht, fluisterde Maxime haar in het oor, nu komt het verhaal van -Théramène. Die oude man is goed gegrimeerd! - -En hij sprak op hollen toon: - - - A peine nous sortions des portes de Trézène, - Il était sur son char.... - - -Maar toen de oude sprak, keek en luisterde Renée niet langer. De -lichtkroon verblindde haar, een verstikkende warmte kwam tot haar van -al die bleeke, naar het tooneel gekeerde gezichten. De monoloog ging -voort, zonder einde. Zij was in de serre, onder het heete gebladerte, -en zij droomde dat haar man binnentrad, haar verraste in de armen -van zijn zoon. Zij leed vreeselijk, zij verloor het bewustzijn, toen -het doodsgereutel van Phèdre, berouwvol stervende in de krampachtige -stuiptrekkingen van het vergif, haar de oogen weer deed openen. - -Het scherm viel. Zou zij eenmaal den moed hebben zich te -vergiftigen? Hoe nietig en schandelijk was haar drama, vergeleken bij -dien epos der oudheid! En terwijl Maxime haar de sortie onder de kin -knoopte, hoorde zij nog die ruwe stem van Ristori achter zich brommen, -waarop het zacht gemurmel van Oenone antwoordde. - -In de coupé voerde de jonge man alleen het woord; hij vond -het treurspel over het algemeen onuitstaanbaar vervelend, hij -hoorde liever een kluchtspel. Maar Phèdre, daar had hij belang in -gesteld, omdat.... En hij drukte Renée de hand, om zijn gedachte te -voltooien. Toen kwam er plotseling een grappig denkbeeld in hem op, -en hij kon de verzoeking niet weerstaan een aardigheid te zeggen: - ---Ik had toch gelijk, zei hij, dat ik niet te dicht bij de zee wou -komen, in Trouville. - -Renée, in een smartelijk gepeins verzonken, gaf geen antwoord. Hij -moest zijn gezegde herhalen. - ---Waarom? vroeg ze verwonderd, niet begrijpende wat hij bedoelde. - ---Wel, het monster.... - -En hij grinnikte. Die aardigheid deed haar van afgrijzen -verstijven. Alles begon in haar hoofd dooreen te warrelen. Ristori was -nu niets meer dan een groote beweegbare pop, die haar peplum omhoog -sloeg en haar tong tegen het publiek uitstak, evenals Blanche Muller, -in het derde bedrijf van la Belle Hélène. Théramène danste den cancan -en Hippolyte at confiturentaartjes en stak zijn vingers in zijn neus. - -Wanneer een heviger wroeging Renée deed huiveren, begon haar trots zich -weer te verzetten. Waarin bestond toch eigenlijk haar misdaad en waarom -zou zij gebloosd hebben? Bewoog zij zich niet dagelijks te midden van -nog grooter schandelijkheden? Kwam zij niet bij de ministers, aan het -hof, kortom overal, in nauwe aanraking met ongelukkigen zooals zij, -die millioenen op hun bloote lichaam hadden, en die men knielend -aanbad? En zij dacht aan de schandelijke vriendschap van Adeline -d'Espanet en Suzanne Haffner, waarover soms geglimlacht werd op de -receptiedagen van de keizerin. Zij dacht aan den handel van mevrouw de -Lauwerens, die door de echtgenooten geprezen werd om haar goed gedrag, -haar orde en haar stiptheid in het betalen van haar leveranciers. - -Zij noemde bij zichzelve mevrouw Daste, mevrouw Teissière, barones -de Meinhold, die schepsels die haar weelde door haar minnaars lieten -betalen, en die in de groote wereld genoteerd stonden als de koers -der fondsen aan de Beurs. - -Mevrouw de Guende was zoo dom en zoo welgevormd, dat zij drie -hoofdofficieren tegelijk tot minnaars had, zoodat zij ze door hun -uniform niet van elkander onderscheiden kon, wat die duivelsche Louise -deed zeggen, dat zij ze dwong om eerst in hun hemd te gaan staan, -anders wist ze niet tot wien van de drie ze sprak. Gravin Vanska kon -terugdenken aan haar zingen op straat, aan de trottoirs waarop men -beweerde haar gezien te hebben, in een katoenen stofje, loerend als -een wolvin. - -Al die vrouwen hadden haar schande, haar zegevierend ten toon gespreide -wondeplek. Maar boven allen troonde hertogin de Sternich, leelijk, -oud en afgeleefd, die er op roemen kon een nacht in het keizerlijk -bed te hebben doorgebracht; dat was de officiëele ondeugd, het gaf -haar als het ware een majesteit van de ontucht en een oppergezag over -den troep doorluchtige lichtekooien. - -Toen gewende de bloedschendster zich aan haar misdaad, als aan een -staatsiekleed, waarvan de stijfheid haar eerst gehinderd had. Zij -volgde den tijdgeest, zij kleedde en ontkleedde zich naar het voorbeeld -der anderen. Zij begon eindelijk te gelooven dat zij te midden van -een wereld leefde, die boven de gewone begrippen van zedelijkheid -verheven was, waarin de zinnen zich meer verfijnden en ontwikkelden, -waar men zich in zijn naaktheid mocht vertoonen ten genoegen van den -geheelen Olympus. - -Het kwaad werd een weelde, een in de haren gestoken bloem, een op -het voorhoofd gehechte diamant. En voor haar geestesoog verrees weer, -als een rechtvaardiging en een verlossing, het beeld van den keizer, -aan den arm van den generaal, die daar voortschreed tusschen de beide -rijen nijgende schouders. - -Er was éen man, die haar ongerustheid gaande hield, dat was Baptiste, -de kamerdienaar van haar man. Sedert Saccard zich galant toonde, scheen -die bleeke, statige knecht om haar heen te loopen, met de plechtigheid -van een zwijgend verwijt. Hij keek haar niet aan, zijn koele blikken -gleden over haar heen, met de kuische schaamte van een kerkedienaar, -die zijn blik niet wil bezoedelen met het haar van een zondares. Zij -verbeeldde zich dat hij alles wist, zij zou zijn stilzwijgen gekocht -hebben, als zij gedurfd had. - -Toen voelde zij zich niet op haar gemak, zij kreeg een gevoel van -eerbied, als zij Baptiste ontmoette; zij zei bij zichzelf dat alle -braafheid uit haar omgeving geweken was en zich verborgen had onder -de zwarte jas van den lakei. - -Eens vroeg zij aan Céleste: - ---Maakt Baptiste wel eens grapjes in de dienstbodenkamers? Weet je -ook een avontuurtje van hem, houdt hij er geen meisje op na? - ---O, neen, antwoordde het kamermeisje. - ---Hij heeft je toch zeker wel eens het hof gemaakt? - ---Welneen, hij kijkt de vrouwen nooit aan. We zien hem -ternauwernood.... Hij is altijd bij mijnheer of in de stallen.... Hij -zegt dat hij veel van paarden houdt. - -Renée ergerde zich over die braafheid, zij bleef aanhouden, het -zou haar liever geweest zijn als zij haar bedienden had kunnen -verachten. Ofschoon zij Céleste wel genegen was, zou zij met genoegen -vernomen hebben, dat zij er minnaars op nahield. - ---Maar jij, Céleste, vind jij Baptiste geen knappen jongen? - ---Ik, mevrouw! riep het kamermeisje uit, met een verbaasd gezicht -alsof zij iets bovennatuurlijks had gehoord, ik denk over heel wat -anders. Ik wil niets van een man weten. Ik heb mijn eigen plan, -dat zult u later wel zien. Ik ben zoo dom niet, hoor! - -Meer kon Renée niet uit haar krijgen. - -Haar zorgen vermeerderden intusschen. Haar rumoerig leven, haar -dolzinnige vermaken, ontmoetten talrijke hinderpalen, die zij moest -overkomen, en waaraan zij zich soms kwetste. Zoo stelde Louise de -Mareuil zich op zekeren dag tusschen haar en Maxime. Zij was niet -jaloersch op "de bochel", zooals zij haar minachtend noemde; zij wist -dat de dokters haar opgegeven hadden en zij kon niet gelooven dat -Maxime ooit zoo'n leelijkerd zou trouwen, al bracht zij een millioen -mee. In haar zedelijken val, had zij een burgerlijke naïefheid behouden -ten opzichte van de menschen die zij liefhad; terwijl zij zichzelve -verachtte, geloofde zij graag dat zij boven haar verheven en zeer -achtenswaardig waren. Maar terwijl zij de mogelijkheid van een huwelijk -verwierp, dat haar een schandelijke ontuchtigheid en een diefstal zou -toegeschenen hebben, leed zij toch onder den vertrouwelijken omgang -van de jongelieden. Wanneer zij tot Maxime over Louise sprak, lachte -hij genoegelijk, hij vertelde haar de grappen van het meisje en zei: - ---Ze noemt me haar mannetje, weet je, die ondeugd. - -En hij sprak er zoo luchthartig, zoo onbevangen over, dat zij hem -niet aan het verstand durfde brengen, dat die ondeugd zeventien jaar -oud was, en dat hun handenspelletjes, hun zucht om in de salons -de donkerste hoekjes op te zoeken om de gasten te bespotten, haar -verdrietig maakten, haar mooiste avonden bedierven. - -Een gebeurtenis gaf den toestand een zonderling karakter. Renée -had dikwijls behoefte aan een opzienbarende uiting van haar -stoutmoedigheid. Zij trok Maxime met zich achter een gordijn of achter -een deur en zoende hem op gevaar af van gezien te worden. - -Op een Donderdagavond, toen het gele salon vol gasten was, kwam zij -op het idee Maxime van Louise weg te roepen; zij ging hem tegemoet, -van uit de serre waar zij stond, en zoende hem plotseling op den -mond, tusschen twee heesters in, denkende dat zij niet gezien kon -worden. Maar Louise was Maxime gevolgd. Toen de gelieven opkeken, -zagen zij haar een paar passen verder staan, met een zonderling -lachje naar hen kijken, zonder eenige verlegenheid of verbazing, -met het kalme vriendschappelijke uiterlijk van een deelgenoot in de -ondeugd, wijs genoeg om zoo'n kus te begrijpen en te smaken. - -Dien dag was Maxime werkelijk ontsteld, Renée daarentegen toonde zich -onverschillig, zelfs vroolijk. Nu was het uit. De bochel zou haar nu -niet meer haar minnaar ontnemen. Zij dacht: - -"Ik had het opzettelijk moeten doen. Zij weet nu dat haar "mannetje" -mij toebehoort." Maxime werd gerustgesteld toen hij Louise even -lachend en grappig terugvond als eerst. Hij vond haar "een flinke, -goede meid." En dat was alles. - -Renée had wel reden om zich ongerust te maken. Saccard dacht den -laatsten tijd ernstig over het huwelijk van zijn zoon met mejuffrouw -de Mareuil. Daar zat een millioen aan vast, dat hij niet wilde laten -glippen, vast van plan als hij was dat geld later in handen te zien -te krijgen. Tegen het begin van den winter was Louise drie weken -bedlegerig geweest; hij was zoo bang dat zij zou sterven voordat het -huwelijk tot stand was gekomen, dat hij besloot de kinderen dadelijk -te laten trouwen. Hij vond ze wel wat jong; maar de dokters vreesden -de maand Maart voor de borstlijderes. - -Mijnheer de Mareuil bevond zich ook in een netelige positie. Bij -de laatste verkiezing was hij er eindelijk in geslaagd zich tot -afgevaardigde te doen benoemen. Maar het Wetgevend lichaam had zijn -verkiezing, die een schandaal was voor de herziene regeering, nietig -verklaard. Die verkiezing was een heel boertig heldendicht, waarvan -de dagbladen een maand lang leefden. - -Mijnheer Hupel de la Noue, de prefect van het departement, had -zoo krachtig geijverd, dat de andere candidaten niet eens met hun -verkiezingsprogramma voor den dag konden komen of hun strooibiljetten -konden verspreiden. Op zijn raad, overdekte mijnheer de Mareuil -het kiesdistrict met tafels, waaraan de boeren een week lang aten -en dronken. Hij beloofde bovendien een spoorweg, den bouw van een -brug en drie kerken, en zond op den vooravond der verkiezing aan de -invloedrijkste kiezers twee groote portretten van den keizer en de -keizerin, achter glas en in een vergulde lijst. Dat geschenk had een -uitbundig succès, hij werd met een verpletterende meerderheid gekozen. - -Maar toen de Kamer, door het schaterend gelach van heel Frankrijk, zich -genoodzaakt zag mijnheer de Mareuil naar zijn kiezers terug te zenden, -werd de minister vreeselijk boos op den prefect en den ongelukkigen -candidaat, die het wel wat al te "kras" hadden aangelegd. Hij -zinspeelde er zelfs op, dat hij de officiëele candidatuur op een -anderen naam zou stellen. - -Mijnheer de Mareuil kreeg den schrik op het lijf, hij had -driehonderdduizend francs in het departement uitgegeven, hij bezat er -groote eigendommen, waar hij zich verveelde, en die hij met verlies -zou moeten verkoopen. Hij kwam dan ook zijn collega smeeken zijn broer -tevreden te stellen, door hem uit zijn naam een verkiezing te beloven, -waarop niets aan te merken viel. - -Bij die gelegenheid bracht Saccard het huwelijk van de kinderen weer -ter sprake, dat nu definitief werd vastgesteld. - -Toen Maxime er over gepolst werd, was hij met de zaak verlegen. Louise -vond hij aardig, en de bruidschat lokte hem nog meer. Hij zei -ja, en vond al de datums goed die Saccard opnoemde, om zich -de onaangenaamheden van een discussie te besparen. Maar in zijn -binnenste moest hij zich bekennen, dat de zaken ongelukkig genoeg -niet zoo gemakkelijk zouden geschikt worden. Renée zou het nooit -willen hebben; zij zou huilen, tegen hem uitvaren, zij was in staat -een groot schandaal te verwekken om Parijs in verbazing te brengen. 't -Was heel onaangenaam. Nu joeg zij hem vrees aan. Zij bewaakte hem met -onheilspellende blikken, zij oefende zoo'n despotische macht over hem -uit, dat hij meende haar nagels in zijn schouder te voelen dringen, -als zij haar blank handje daarop lei. Haar woelige drukte ontaardde -in barschen drift, en er klonk een valsche toon, als van een gebroken -snaar, in haar lachen. Hij begon zich werkelijk bevreesd te maken, -dat zij op een goeden nacht in zijn armen gek zou worden. Bij haar -verrieden de wroeging, de vrees voor ontdekking, de wreede genietingen -van het overspel, zich niet zooals bij de andere vrouwen, door -tranen en neerslachtigheid, maar door een grooter buitensporigheid, -door een onwederstaanbaarder behoefte aan luidruchtigheid. En in haar -aangroeiende ontsteltenis, begon men een gereutel te hooren, het van -streek geraken van het raderwerk van deze wonderschoone machine. - -Maxime wachtte lijdelijk op een gelegenheid, die hem van deze -hinderlijke maîtresse zou bevrijden. Hij zei weer, dat zij een -dwaasheid begaan hadden. Mocht hun vriendschappelijke verhouding -eerst aan hun liefdesbetrekking een genot te meer hebben gevoegd, -nu verhinderde deze hem met haar te breken, zooals hij zeker met -een andere vrouw gedaan zou hebben. Hij zou weggebleven zijn; dat -was zijn manier om een einde aan zijn liaisons te maken, om allen -last, alle onaangenaamheid te vermijden. Maar hij deinsde terug voor -een schandaal, en hij gaf zich zelfs nog gaarne over aan Renée's -liefkoozingen; zij was zoo moederlijk zorgzaam, ze betaalde voor hem, -zij redde hem uit de verlegenheid, als de een of andere schuldeischer -ongeduldig werd. Dan kwam de gedachte aan Louise, met haar bruidschat -van een millioen, weer in hem op; zoodat hij zelfs onder de kussen -van de jonge vrouw, bij zichzelf zei, dat alles heel goed en mooi was, -maar dat hij er niet verder mee kwam, dat er toch een einde aan diende -te komen. - -Op zekeren avond was Maxime zoo gauw geplunderd bij een dame, waar men -dikwijls tot het aanbreken van den dag speelde, dat hij een van die -wanhopige buien kreeg van een speler, wiens zakken ledig zijn. Hij -had alles ter wereld willen geven om nog een paar goudstukken op de -tafel te kunnen werpen. Hij greep zijn hoed en met den werktuigelijken -tred van een man, die door een idée fixe wordt voortgedreven, begaf -hij zich naar het park Monceau, opende het kleine hek en bevond zich -in de serre. - -Het was al na twaalven. Renée had hem dien avond verboden te -komen. Wanneer zij hem nu weigerde te ontvangen, gaf zij zelfs geen -reden meer op en hij dacht er alleen aan hoe hij zich dien vrijen -dag ten nutte zou maken. - -Hij dacht eerst aan het verbod van de jonge vrouw, toen hij voor de -glazen deur van de serre stond, die gesloten was. Gewoonlijk draaide -Renée, als zij hem verwachtte, de spanjolet van die deur neer. - ---Bah, dacht hij, het venster van de kleedkamer verlicht ziende, -ik zal fluiten, dan komt zij naar beneden. Ik zal haar niet lang -ophouden; als ze een paar tientjes heeft, ga ik al dadelijk weg. - -En hij floot zachtjes. Hij gaf dikwijls zoo'n signaal om zijn komst -aan te kondigen. Maar dezen keer floot hij verscheidene keeren te -vergeefs. Hij floot wat harder, hij had het nu eenmaal in zijn hoofd -gezet om wat te leen te krijgen. Eindelijk zag hij, dat de glazen -deur heel behoedzaam geopend werd, ofschoon hij niet het minste geluid -van voetstappen gehoord had. - -In het schemerlicht van de serre verscheen Renée, met losse vlechten, -half gekleed, alsof zij zich juist te bed wou begeven. Zij had bloote -voeten. Zij duwde hem naar een der priëelen, de trappen afgaande en -over het zand der gangpaden loopende, zonder dat zij, naar het scheen, -de koude of de ruwe hardheid van den grond voelde. - ---Hoe dom om zoo hard te fluiten, fluisterde zij met ingehouden -toorn. Ik had je gezegd dat je niet moest komen. Wat wil je van -me hebben? - ---Laten we naar boven gaan, zei Maxime verbaasd over die ontvangst. Ik -zal het je boven vertellen. Je zult kou vatten. - -Maar toen hij een stap vooruit deed, hield zij hem tegen, en toen -merkte hij op dat zij vreeselijk bleek zag. Een stomme vertwijfeling -boog haar ter neder. Haar onderkleeren, de kanten van haar linnengoed, -hingen slap langs haar sidderend lichaam. - -Hij keek haar met stijgende verbazing aan. - ---Wat scheelt je toch? Ben je ziek? - -En instinctmatig hief hij het hoofd op en keek door de ruiten van -de serre naar het venster van haar toiletkamer, waar hij licht had -zien branden. - ---Maar je hebt een man bij je, zei hij eensklaps. - ---Neen, neen, 't is niet waar, stotterde zij, smeekend, ontsteld. - ---Kom, kom, ik zie zijn schaduw. - -Toen bleven zij een oogenblik tegenover elkander staan, niet wetende -wat zij elkander zeggen zouden. Renée klappertandde van angst, zij -had een gevoel alsof men emmers ijskoud water over haar bloote voeten -leeggoot. Maxime was nijdiger dan hij mogelijk geacht had; maar hij -bleef zichzelf genoeg meester om na te denken, om bij zichzelf te -zeggen, dat het een mooie gelegenheid was om met haar te breken. - ---Je wilt me toch niet wijsmaken dat Céleste een jas draagt, ging hij -voort. Als de ruiten van de serre niet zoo dik waren, zou ik den man -misschien herkennen. - -Zij duwde hem nog dieper onder het dichte gebladerte; en met gevouwen -handen smeekte zij steeds angstiger: - ---Ik bid je, Maxime.... - -Maar de plaagzucht van den jongen man was ontwaakt, een woeste -plaagzucht, die zich zocht te wreken. Hij was te zwak om zijn boosheid -door toorn lucht te geven. Van spijt kneep hij de lippen dicht opeen; -en in plaats van haar te slaan, zooals hij eerst had willen doen, -hernam hij op scherpen, kwetsenden toon: - ---Had het me maar gezegd, dan had ik je niet lastig komen -vallen.... Dat komt dagelijks voor, dat men niet meer van elkander -houdt. Ik begon er zelf ook al genoeg van te krijgen. Kom, word maar -niet ongeduldig. Ik zal je naar boven laten gaan, maar niet voordat -je me den naam van dien man genoemd hebt.... - ---Nooit! fluisterde de jonge vrouw, met een door tranen verstikte stem. - ---'t Is niet om hem uit te dagen, alleen om te weten.... Zijn naam, -zeg ik je, en ik ga heen. - -Hij had haar bij de polsen gevat en keek haar aan, met zijn -kwaadaardigen lach. En zij verweerde zich, vol ontzetting; zij wilde -den mond niet meer openen, opdat de naam waarnaar hij vroeg, haar -niet zou ontsnappen. - ---We zullen leven maken, daar schiet je niet mee op. Waarom ben je -bang? Zijn we geen goede vrienden? Ik wil weten wie mij vervangt, -dat is mijn recht.... Wacht, ik zal je te hulp komen. 't Is zeker -mijnheer de Mussy, die je door zijn verdriet heeft weten te treffen. - -Zij antwoordde niet. Zij boog het hoofd onder zoo'n verhoor. - ---Mijnheer de Mussy is 't niet?.... Dan de hertog de Rozan? Ook al -niet?.... Misschien de graaf de Chibray? Evenmin? - -Hij hield op en dacht na. - ---Ik zie niemand.... 't Is mijn vader toch niet, na al wat je me -gezegd hebt.... - -Renée trilde, alsof zij zich brandde, en dof klonk het terug: - ---Neen, je weet wel dat hij niet meer komt. Ik zou het niet willen, -'t zou laag zijn. - ---Wie dan? - -En hij drukte haar polsen nog krachtiger. De arme vrouw bood nog -eenigen tijd weerstand. - ---O, Maxime, als je wist!.... Ik kan je toch niet zeggen.... - -Daarop, overwonnen, vernietigd, en met schrik naar het verlichte -venster ziende; - ---'t Is mijnheer de Saffré, fluisterde zij heel zachtjes. - -Maxime, die pleizier had in zijn wreed spel, verbleekte voor die -bekentenis, die hij met zooveel aandrang had uitgelokt. Hij werd -verbitterd door de onverwachte smart, die de naam van dien man hem -veroorzaakte. Hij duwde heftig Renée's polsen terug, kwam een stap -nader en siste tusschen zijn opeengeklemde tanden. - ---Weet je wat je bent, een....! - -Hij noemde het woord. En hij keerde zich om, toen zij snikkend op -hem toeliep, hem in haar armen nam, teedere woordjes fluisterde, -vergiffenis vroeg, hem bezwoer dat zij zielsveel van hem hield, -en dat zij hem den volgenden dag alles zou uitleggen. - -Maar hij maakte zich los, sloot driftig de serredeur met de woorden: - ---Neen, 't is uit, ik heb er meer dan genoeg van. - -Zij bleef als verplet staan. Zij zag hem den tuin doorgaan. Het -scheen haar alsof de boomen van de serre om haar heen draaiden. Toen -sleepte zij langzaam haar bloote voeten over het zand der gangpaden -voort, ze ging de trappen weer op, de huid gemarmerd door de koude, -nog tragischer in de wanorde van haar kanten. - -Boven, antwoordde zij op de vragen van haar man, die op haar wachtte, -dat haar op eens de plek te binnen was geschoten waar een notitieboekje -kon gevallen zijn, dat zij den heelen dag gemist had. En toen zij te -bed lag, kwam de gedachte plotseling bij haar op, en vervulde haar -met een groote wanhoop, dat zij aan Maxime had moeten zeggen dat zijn -vader, met haar thuis gekomen, haar op haar kamer gevolgd was om haar -over een geldkwestie te spreken. - -Den volgenden dag besloot Saccard de ontknooping van de zaak Charonne -te bespoedigen. Zijn vrouw behoorde hem geheel toe; hij voelde, hoe -lijdzaam zij zich aan zijn handen overgaf. Aan den anderen kant zou de -richting van den boulevard du Prince-Eugène weldra vastgesteld worden; -Renée moest geplunderd worden voordat de aanstaande onteigening bekend -gemaakt werd. - -Saccard toonde in die heele zaak de toewijding van een kunstenaar; -hij zag zijn plan met devotie rijpen, hij spande zijne netten met het -fijn overleg van een jager, die er een eer in stelt het wild netjes -te vangen. Het was bij hem eenvoudig de voldoening van een behendig -speler, van een man die een bijzonder genot in een gestolen winst -vindt; hij wou de terreinen voor een appel en een ei hebben, terwijl -hij zijn vrouw, in de vreugde over zijn zegepraal, honderdduizend -francs aan juweelen gaf. De eenvoudigste operaties werden ingewikkeld, -zoodra hij er de hand in had; hij wond zich op, en zou zijn vader -geslagen hebben om een geschil over een rijksdaalder. En daarna deelde -hij het goud met kwistige hand uit. - -Maar voordat hij Renée tot den afstand van haar eigendomsrecht -bewoog, was hij zoo voorzichtig Larsonneau te gaan polsen over diens -waarschijnlijke plannen om hem geld af te persen. Zijn instinct -redde hem bij deze gelegenheid. De onteigeningsagent had van zijn -kant gedacht, dat de vrucht rijp genoeg was om ze te plukken. Toen -Saccard het kantoor in de rue de Rivoli binnentrad, vond hij zijn -compagnon erg ontdaan en teekenen van de grootste wanhoop gevende. - ---Ach, beste vriend, zei Larsonneau, zijn handen grijpende, wij zijn -verloren. Ik wou juist bij u aanloopen om samen te overleggen, hoe -wij uit die ongelegenheid kunnen geraken.... - -Terwijl hij zijn handen wrong en een snik voor den dag bracht, merkte -Saccard op, dat hij bezig was brieven te onderteekenen, en dat de -handteekeningen bijzonder vast waren. Hij keek hem kalm aan en zei: - ---Bah, wat is er dan gebeurd? - -Maar de ander antwoordde niet dadelijk; hij was in zijn armstoel -neergevallen, voor zijn bureau, en zat daar, met de ellebogen op -het vloeiboek en het voorhoofd in de handen, heftig het hoofd te -schudden. Eindelijk zei hij met gesmoorde stem: - ---Ze hebben het register gestolen, je weet wel.... - -En hij vertelde dat een van zijn klerken, een schurk die goed was -voor de galeien, hem een aantal papieren ontfutseld had, waaronder ook -het bewuste register. Het ergste was, dat de dief begrepen had, welk -voordeel hij van dat stuk kon trekken, en dat hij er honderdduizend -francs voor wou hebben. - -Saccard overlegde bij zichzelf. Het fabeltje leek hem wat al te -lomp uitgedacht. Klaarblijkelijk gaf Larsonneau er weinig om, of -hij geloofd werd. Hij zocht eenvoudig een voorwendsel om hem te doen -begrijpen dat hij honderdduizend francs in de zaak-Charonne verlangde, -en op die voorwaarde zou hij zelfs de gevaarlijke papieren, die hij -in handen had, teruggeven. - -De koop kwam Saccard toch wel wat kostbaar voor. Hij zou zijn -oud-collega met plezier zijn aandeel gegund hebben, maar die valstrik, -die ijdelheid om hem te willen foppen, maakten hem boos. Toch was -hij een beetje ongerust; hij kende den sinjeur en hij achtte hem -best in staat de papieren bij zijn broer den minister te brengen, -die ongetwijfeld betalen zou om alle opspraak te vermijden. - ---Verduiveld! mompelde hij, ook plaats nemende, dat is een leelijke -geschiedenis.... En is die schurk ook te spreken? - ---Ik zal hem laten halen, zei Larsonneau. Hij woont vlak bij, rue -Jean Lantier. - -Er waren nog geen tien minuten verloopen, of een klein, loensch -jongmensch, met vaalblond haar en een gezicht vol sproeten, trad zacht -de kamer binnen. Hij had een vreeselijk kale, zwarte jas aan, die hem -veel te groot was. Hij bleef op eerbiedigen afstand staan, Saccard met -een schuinschen blik aanziende. Larsonneau, die hem Baptistin noemde, -nam hem een verhoor af, waarop hij met ja en neen antwoordde, zonder -in het minst van streek te geraken; met de grootste onverschilligheid -luisterde hij naar de namen "dief, oplichter, schavuit", waarmee zijn -patroon iedere vraag vergezeld liet gaan. - -Saccard bewonderde de koelbloedigheid van dien ongelukkige. Op een -gegeven oogenblik sprong de onteigeningsagent van zijn zetel op om -hem een slag te geven; en hij vergenoegde zich met een stap achteruit -te treden, terwijl zijn loensch oog nog onderdaniger keek. - ---'t Is goed, laat hem met rust, zei de financier. Dus, mijnheer, -u vraagt honderdduizend francs in ruil voor de papieren? - ---Ja, honderdduizend francs, antwoordde de jonge man. - -En hij ging heen. Larsonneau scheen niet tot bedaren te kunnen komen. - ---Wat een schobbejak, hè! stamelde hij. Heb je zijn valsche blikken -gezien?.... Die snaken zien er zoo verlegen uit en zij zouden iemand -voor twintig francs vermoorden. - -Maar Saccard viel hem in de rede met de opmerking: - ---Kom, kom, zoo verschrikkelijk is hij niet. Ik geloof dat we wel -tot een schikking kunnen komen.... Ik kwam voor een veel leelijker -geval.... Je hadt gelijk, dat je mijn vrouw niet vertrouwde, mijn -waarde. Verbeeld je, dat ze haar eigendomsrecht aan mijnheer Haffner -verkoopen wil. Ze heeft geld noodig, zegt ze. Ze is er zeker toe -aangespoord door haar vriendin Suzanne. - -De ander hield plotseling op met zijn wanhopige manieren; hij luisterde -toe, een beetje bleek, en schikte zijn das recht, die in zijn drift -verschoven was. - ---Die afstand, ging Saccard voort, slaat onzen verwachtingen den bodem -in. Als mijnheer Haffner uw medecompagnon wordt, komen niet alleen -onze voordeelen in gevaar, maar ik ben erg bang dat wij ons in een heel -onaangename positie zullen bevinden tegenover dien angstvalligen man, -die de rekeningen zal willen napluizen. - -De onteigeningsagent begon driftig heen en weer te loopen, met zijn -krakende verlakte laarzen. - ---Zie nu eens, mompelde hij, in welk een toestand men geraakt als men -den menschen een dienst bewijst!.... Maar, mijn waarde, in uw plaats -zou ik mijn vrouw beletten zoo'n dwaasheid uit te halen. Ik zou haar -liever slaan. - ---Ach, vriendlief!.... zei de financier met een fijn lachje. Ik heb -al even weinig macht over mijn vrouw als gij over dien schavuit van -een Baptistin schijnt te hebben. - -Larsonneau bleef midden in zijn wandeling voor Saccard staan, die maar -steeds glimlachte, en hem veelbeteekenend aankeek. Daarop begon hij -weer op en neer te loopen, maar nu met langzamen, afgemeten tred. Hij -ging voor een spiegel staan, schikte zijn das recht, hervatte zijn -wandeling, met zijn gewone elegantie. En plotseling riep hij: - ---Baptistin! - -De schele jonge man trad binnen, maar door een andere deur. Hij was -nu zonder hoed, en hij draaide een pen tusschen zijn vingers. - ---Ga het register halen, gebood Larsonneau hem. - -En toen Baptistin weg was, sprak hij over het geld dat hij hebben -moest. - ---Doet het om mijnentwil, zei hij ten slotte ronduit. - -Toen stemde Saccard er in toe dertigduizend francs te geven op -de aanstaande winsten van de zaak Charonne. Hij vond dat hij nog -goedkoop uit de gehandschoende handen van den woekeraar kwam. Deze -liet de promesse op zijn naam stellen; hij speelde zijn komediespel -tot het einde toe door en zei dat hij rekening zou houden met de -dertig duizend francs voor den jongen man. - -Met een lach van verlichting verbrandde Saccard het register blad -voor blad in het haardvuur. Toen dat afgeloopen was, nam hij met een -krachtigen handdruk afscheid van Larsonneau. - ---Ge gaat van avond naar Laure, nietwaar?.... Wacht me daar. Ik zal -alles met mijn vrouw in orde brengen, dan kunnen we onze laatste -regeling treffen. - -Laure d'Aurigny, die dikwijls verhuisde, woonde toen heel ruim op -den boulevard Haussmann, tegenover de Chapelle expiatoire. Evenals de -dames van de groote wereld hield zij iedere week haar ontvangdag. Op -die manier kwamen de mannen, die haar anders éen voor éen bezochten, -allen tegelijk bij haar. - -Aristide Saccard was Dinsdagsavonds in zijn schik, hij was de erkende -minnaar; hij draaide met een lachje het hoofd om, als de gastvrouw -hem achter zijn rug verried en een afspraakje voor dien avond met -een van de gasten maakte. Wanneer hij tot het laatst gebleven was, -stak hij nog een sigaar op, praatte over zaken, maakte een grapje over -den heer die in de straat stond te blauwbekken, totdat hij wegging; -en daarop met een tikje op Laure's wang en een "lieve kind," ging -hij kalmpjes de eene deur uit, terwijl de heer een andere in ging. - -Het geheim verbond dat Saccard's crediet versterkt en Laure d'Aurigny -twee ameublementen in éen maand verschaft had, amuseerde hen nog -kostelijk. Maar Laure wenschte een einde aan de komedie te maken. Die -ontknooping, vooruit vastgesteld, zou bestaan in een openlijke breuk, -ten gerieve van den een of anderen domoor, die het recht om door -geheel Parijs als de officiëele minnaar erkend te worden, duur zou -moeten betalen. De domoor was al gevonden. De hertog de Rozan, die -het moede werd de vrouwen uit zijn stand te vergeefs te vervelen, -kreeg op eens lust den naam van losbol te verwerven, om zoo doende -zijn onbeduidende figuur wat meer te doen uitkomen. - -Hij kwam geregeld op de Dinsdagen van Laure, die hij bepaald veroverd -had door zijn onnoozelheid. Ongelukkig hing hij, ofschoon reeds -vijfendertig jaar, nog van zijn moeder af, zoodat hij hoogstens over -een tiental goudstukken tegelijk kon beschikken. Als Laure zich des -avonds verwaardigde de tien louis van hem af te nemen, met een klagende -stem over de honderdduizend francs sprekende die zij noodig zou hebben, -zuchtte hij en beloofde haar die som, zoodra hij zijn eigen meester -zou zijn. - -Toen kwam zij op het denkbeeld hem in kennis te brengen met Larsonneau, -een van haar huisvrienden. De twee mannen gingen samen bij Tortoni -dejeuneeren; aan het dessert vertelde Larsonneau zijn liefdesavonturen -met een bekoorlijke Spaansche en wist er terloops bij uit te doen -komen, dat hij geldschieters kende; maar hij raadde Rozan dringend -aan uit hun handen te blijven. Ondanks die waarschuwing, wist Rozan -zijn goeden vriend de belofte af te persen, dat hij zich met zijn -zaakje zou bezig houden. Deze hield er zich zoo goed mee bezig, dat -hij den eigen avond, waarop Saccard hem bij Laure bescheiden had, -het geld zou meebrengen. - -Toen Larsonneau kwam, bevonden zich in het groote wit met goud salon -van Laure slechts vijf of zes vrouwen, die zijn handen grepen en hem -met onstuimige teederheid om den hals vielen. - -Ze noemden hem die "groote Lar!", een liefkoozende afkorting die -Laure verzonnen had. En hij, met een lief stemmetje: - ---Ho, ho, poesjes, je zult mijn hoed plat duwen. - -Ze werden kalmer en gingen dicht om hem heen zitten, terwijl hij -ze vertelde, hoe Sylvia zich den vorigen avond, toen hij met haar -gesoupeerd had, een indigestie gegeten had. Toen haalde hij een -bonbondoos uit zijn zak te voorschijn en bood de dames pralines -aan. Maar Laure kwam juist uit haar slaapkamer en voordat een paar -binnentredende heeren haar konden groeten, trok zij Larsonneau met -zich mee naar een boudoir, dat door een dubbele portière van het -salon gescheiden was. - ---Heb je het geld? vroeg zij hem, toen zij alleen waren. - -Zij was heel vertrouwelijk met hem, bij zulke gelegenheden. Larsonneau -antwoordde niet, maar knikte vroolijk van ja, terwijl hij op den -binnenzak van zijn jas sloeg. - ---O, die groote Lar! fluisterde de jonge vrouw opgetogen. - -Zij nam hem om het middel en gaf hem een zoen. - ---Wacht even, zei zij, ik wil die lapjes dadelijk hebben.... Rozan -is in mijn kamer; ik ga hem halen. - -Maar hij hield haar tegen, en op zijn beurt een kus op haar schouders -drukkende: - ---Je weet toch welk commissieloon ik bedongen heb? - ---Natuurlijk, domoor, dat is immers afgesproken. - -Zij kwam terug met Rozan. Larsonneau was onberispelijker gekleed dan -de hertog, zijn handschoenen pasten beter en zijn das was met meer -kunst gestrikt. Zij reikten elkander achteloos de vingertoppen en -spraken over de wedrennen van twee dagen geleden, waarbij het paard -van een hunner vrienden verloren had. Laure stampvoette van ongeduld. - ---Kom, daarover een anderen keer, lieveling, zei zij tot Rozan. De -groote Lar heeft het geld, weet je. - -Larsonneau hield zich alsof het hem opeens te binnen schoot. - ---O ja, dat is waar, zei hij, ik heb het geld.... Maar je hadt -beter gedaan naar me te luisteren, mijn waarde! Verbeeld je, dat die -afzetters me vijftig percent gevraagd hebben!.... Ik heb het natuurlijk -toch aangenomen, je hadt me gezegd dat het er niet op aan kwam.... - -Laure d'Aurigny had in den loop van den dag gezegeld papier laten -halen. Maar toen er sprake was van pen en inkt, keek zij de twee mannen -ontsteld aan; zulke dingen waren bij haar niet te vinden. Zij wou -naar de keuken gaan, toen Larsonneau uit den zelfden zak, waaruit de -bonbondoos te voorschijn was gekomen, twee prachtige voorwerpen voor -den dag haalde, een zilveren penhouder, dien hij kon uitschroeven, -en een inktkoker, staal met ebbenhout, keurig fijn afgewerkt. En toen -Rozan plaats nam, zei hij: - ---Zet de schuldbekentenissen maar op mijn naam. Je begrijpt dat ik -je niet wou compromiteeren. We zullen het samen wel vinden.... Zes -wissels elk van vijf en twintigduizend francs, niet waar? - -Laure telde op een hoek van de tafel de "lapjes". Rozan kreeg ze niet -eens te zien. - -Toen hij geteekend had en het hoofd ophief, waren zij in Laure's zak -verdwenen. Maar zij kwam naar hem toe en zoende hem op beide wangen, -wat hij heerlijk scheen te vinden. Larsonneau stond heel wijsgierig -naar ze te kijken, terwijl hij de zes schuldbekentenissen opvouwde, -en inktkoker en penhouder in zijn zak stak. - -De jonge vrouw hing nog aan Rozan's hals, toen Aristide Saccard een -tip van de portière oplichtte. - ---Geneer je niet, zei hij lachend. - -De hertog kreeg een kleur. Maar Laure kwam den financier de hand -schudden, terwijl zij een oogknipje met hem wisselde. Zij was in -de wolken. - ---'t Is gebeurd, mijn waarde, zei zij, ik had je gewaarschuwd. Je -bent er toch niet boos om? - -Saccard haalde met een goedig gezicht de schouders op. Hij schoof -de gordijnen terzijde en plaats makende voor Laure en den hertog, -riep hij met de krijschende stem van een deurwaarder: - ---Mijnheer de hertog, mevrouw de hertogin! - -Die aardigheid had een uitbundig succès. Den volgenden dag stond zij -in de bladen, die Laure d'Aurigny zonder plichtplegingen bij haar -naam noemden en de twee heeren heel doorzichtig met hun voorletters -aanduidden. De breuk tusschen Aristide Saccard en de dikke Laure -baarde nog meer opzien dan hun gewaande liefdesbetrekking. - -Intusschen had Saccard het gordijn weer laten vallen, te midden van -de vroolijkheid, die zijn grap in het salon had teweeg gebracht. - ---Wat een moed, hè! zei hij, zich tot Larsonneau wendend. Ze is zoo -slim!.... Jij deugniet, hebt er zeker een aardig voordeeltje bij. Wat -krijg je er voor? - -Maar deze verdedigde zich glimlachend, terwijl hij zijn manchetten, -die opgeschoven waren, naar beneden trok. Hij ging dicht bij de deur -naast Saccard zitten. - ---'t Is maar gekheid, ik wil je de biecht niet afnemen, wat -drommel! Maar laten we nu eens ernstig praten. Ik heb van avond een -langdurig gesprek met mijn vrouw gehad.... Alles is in orde. - ---Zij stemt dus toe om haar aandeel af te staan? vroeg Larsonneau. - ---Ja; maar dat heeft moeite gekost.... Vrouwen zijn zoo koppig! Je -weet, de mijne had haar oude tante beloofd niets te verkoopen. Dat -waren bezwaren zonder eind.... Gelukkig had ik mijn praatje klaar, -waardoor alles beslist is. - -Hij stond op om een sigaar aan de kaars aan te steken, die Laure op de -tafel had laten staan, en zich daarop weer neervlijend op de causeuse, -vervolgde hij: - ---Ik heb mijn vrouw gezegd, dat je heelemaal geruïneerd bent.... Je -hebt op de beurs gespeeld, je geld met meisjes doorgebracht, in -allerlei slechte speculaties gescharreld; kortom je bent op het punt -om failliet te gaan.... Ik heb haar zelfs te verstaan gegeven, dat -ik aan je eerlijkheid twijfelde.... Toen heb ik haar uitgelegd, dat -de zaak-Charonne in jouw ondergang meegesleept werd, en dat het maar -het verstandigst zou zijn het voorstel aan te nemen, dat je me gedaan -hadt om haar vrij te maken, door namelijk haar aandeel te koopen, -al was het maar voor een appel en een ei. - ---Dat is niet veel bijzonders, mompelde de onteigeningsagent. En denk -je soms dat je vrouw zulke leugens gelooven zal? - -Saccard glimlachte, hij was in een mededeelzame bui. - ---Je bent erg onnoozel, vriendlief, hernam hij. 't Doet er weinig toe, -wat je vertelt, maar het hoe, de toon en de gebaren, daar komt het -op aan. Roep Rozan eens en ik wed met je, dat ik hem overtuig dat -het klaarlichte dag is. En mijn vrouw is al niet veel verstandiger -dan Rozan. Ik heb haar afgronden laten zien. Zij heeft zelfs geen -vermoeden van de aanstaande onteigening. Toen zij verwonderd was, -dat je er in jouw rampzaligen toestand nog aan denken kon zwaardere -lasten op je te nemen, heb ik haar gezegd, dat zij je zeker in den weg -zat om je schuldeischers een leelijken streek te spelen.... Enfin, -ik heb haar de zaak aangeraden als het eenige middel om niet in -eindelooze processen gewikkeld te worden, en ten minste nog eenig -geld uit de terreinen te trekken. - -Larsonneau bleef de geschiedenis een beetje grof vinden. Hij hield er -een minder dramatische methode op na; al zijn operaties verwikkelden -en ontknoopten zich sierlijk, als een salonstukje. - ---Ik zou wat anders verzonnen hebben, zei hij. Enfin, ieder zijn -manier.... Er blijft ons dus niets over dan te betalen. - ---Daarover, antwoordde Saccard, wou ik me juist met je verstaan.... - -Morgen zal ik de akte van afstand aan mijn vrouw brengen, dan heeft -zij die alleen bij je te laten bezorgen om den overeengekomen prijs -te ontvangen. Ik zou liever een onderhoud vermijden. - -Hij had inderdaad nooit willen hebben, dat Larsonneau op een -vertrouwelijken voet met hen zou verkeeren. Hij inviteerde hem nooit, -en bracht hem alleen bij Renée als het hoog noodig was dat de twee -compagnons elkaar ontmoetten; dat was drie keeren gebeurd. Bijna -altijd handelde hij als gevolmachtigde van zijn vrouw, daar hij het -onnoodig vond dat hij alles van zijn zaken zou afweten. - -Hij opende zijn portefeuille, en zei: - ---Hier zijn tweehonderdduizend francs aan wissels, door mijn -vrouw geteekend; die geef je haar in betaling, en dan voeg je er -honderdduizend francs bij, die ik je morgen ochtend zal brengen.... 't -Is een heele aderlating voor me. Dat zaakje kost me verbazend veel. - ---Maar, merkte de onteigeningsagent op, dat maakt pas -driehonderdduizend francs.... Is dat het bedrag van de kwitantie? - ---Een kwitantie van driehonderdduizend francs! hernam Saccard lachend, -dat kan je begrijpen, daar zouden we later mooi mee uitkomen: -Volgens onze inventarissen, moet het eigendom nu geschat worden op -twee millioen vijfhonderdduizend francs. De kwitantie moet natuurlijk -de helft lager zijn. - ---Dan zal je vrouw nooit willen teekenen. - ---Wel ja! Ik zeg je dat alles in orde is. Wat drommel! ik heb haar -gezegd dat dit een eerste voorwaarde is. Je zet ons het mes op de keel -met je failliet, begrijp je? En daarbij heb ik net gedaan of ik aan je -eerlijkheid twijfelde en je beschuldigd dat je je schuldeischers wou -beetnemen.... Denk je dat mijn vrouw iets van al die dingen begrijpt? - -Larsonneau schudde het hoofd en mompelde: - ---Je had toch iets eenvoudigers kunnen verzinnen. - ---Maar mijn verhaal is zoo eenvoudig mogelijk! zei Saccard in -de grootste verbazing. Waar zie je toch voor den drommel iets -ingewikkelds in? - -Hij had zelf geen begrip van het ongeloofelijke aantal kunstgrepen -die hij bij de gewoonste zaak gebruikte. Hij was werkelijk in zijn -schik met dat sprookje, dat hij Renée op de mouw had gespeld; wat -hem het meest verrukte, dat was de onbeschaamdheid van den leugen, -de opeenstapeling van onmogelijkheden, de verbazende ingewikkeldheid -van de intrige. Hij had de terreinen al lang in zijn bezit gehad, -als hij dat heele drama niet verzonnen had; maar het zou hem minder -genot verschaft hebben, als hij ze gemakkelijk had kunnen krijgen. - -Hij stond op, en Larsonneau bij den arm nemende, ging hij met hem -naar het salon. - ---Je hebt me begrepen, niet waar? Volg maar getrouw mijn aanwijzingen -en je zult me later toejuichen.... Zeg eens, waarde vriend, je moest -liever geen gele handschoenen dragen, dat bederft je hand. - -De onteigeningsagent glimlachte even en antwoordde: - ---O, handschoenen zijn zoo kwaad niet; men kan alles aanraken zonder -zich vuil te maken. - -Toen zij het salon binnen kwamen, was Saccard verbaasd en ietwat -ongerust, toen hij Maxime aan de andere zijde van het portière -vond. De jonge man zat op een causeuse naast een blonde dame, die -hem met eentonige stem een lange geschiedenis vertelde, de hare zeker. - -Hij had inderdaad het gesprek van zijn vader en Larsonneau gehoord. De -medeplichtigen schenen hem een paar onverschrokken knapen toe. Nog -geërgerd over Renée's verraad, smaakte hij een laffe vreugde bij het -hooren van den diefstal, waarvan zij het slachtoffer zou worden. Dat -wreekte hem een beetje. Zijn vader kwam hem met een argwanend gezicht -de hand drukken; maar Maxime fluisterde hem in het oor, terwijl hij -op de blonde dame wees: - ---Ze ziet er niet kwaad uit, hè? Ik wil van avond eens "werk van -haar maken." - -Toen deed Saccard zich heel galant voor. Laure d'Aurigny kwam even -bij hen; zij beklaagde zich dat Maxime haar ternauwernood eenmaal -per maand bezocht. Maar hij gaf voor dat hij het heel druk had gehad, -wat iedereen deed lachen. Hij voegde er bij, dat hij voortaan altijd -zou komen. - ---Ik heb een treurspel geschreven, zei hij, en ik heb eerst gisteren -de vijfde akte gevonden. Ik ben van plan bij alle mooie vrouwen van -Parijs te komen uitrusten. - -Hij lachte; hij had schik in zijn toespelingen, die hij alleen -begrijpen kon. - -Intusschen bleef er niemand in het salon over dan Rozan en -Larsonneau. De Saccards stonden op, evenals de blonde dame, die in -het huis woonde. Toen ging Laure naar den hertog en sprak zachtjes -met hem. Hij scheen verbaasd en teleurgesteld. Toen zij zag dat hij -geen aanstalten maakte om op te staan, zei zij halfluid: - ---Neen, heusch, vanavond niet. Ik heb zoo'n hoofdpijn! Morgen, dat -beloof ik je. - -Rozan moest gehoorzamen. Laure wachtte totdat hij op het portaal was, -om Larsonneau snel in het oor te fluisteren: - ---Ik houd mijn woord, hè, groote Lar.... stop hem in zijn rijtuig. - -Toen de blonde dame afscheid van de heeren nam, om naar haar kamer -op de bovenste verdieping te gaan, was Saccard verwonderd dat Maxime -haar niet volgde. - ---Nu? vroeg hij. - ---Och neen, antwoordde de jonge man. Ik heb me bedacht. - -Toen kwam hij op een idee, dat hij heel grappig vond: - ---Ik sta je mijn plaats af, als je wilt. Haast je, ze heeft haar deur -nog niet gesloten. - -Maar de vader haalde zachtjes de schouders op en zei: - ---Dank je, ik heb op 't oogenblik wat beters, mijn jongen. - -De vier mannen gingen naar beneden. Op straat gekomen, wilde de hertog -bepaald dat Larsonneau met hem in het rijtuig mee zou gaan; zijn moeder -woonde in het Marais; dan zou hij den onteigeningsagent aan zijn huis -in de rue de Rivoli afzetten. Deze weigerde, sloot zelf het portier -en riep den koetsier toe dat hij kon wegrijden. En hij bleef op het -trottoir van den boulevard Haussmann met de twee anderen staan praten. - ---Ach, die arme Rozan! zei Saccard, die op eens alles begreep. - -Larsonneau bezwoer van neen, dat hij niets gaf om die dingen, dat -hij een praktisch man was. En daar de twee anderen bleven schertsen -en het een vinnige koude was, riep hij eindelijk uit: - ---Nu, mij wel, ik bel aan!.... Je bent erg indiscrete lui. - ---Goeden nacht! riep Maxime hem achterna, toen de deur weer dicht ging. - -En zijn vader een arm gevende, liep hij met hem den boulevard op. Het -was een van die heldere, vriezende nachten, wanneer het zoo aangenaam -is op den harden grond, in de koude lucht te loopen. Saccard zei -dat Larsonneau verkeerd deed, dat hij enkel een kameraad voor Laure -moest zijn. Dat was zijn uitgangspunt om tot de verklaring te komen -dat de liefde voor zulke meisjes werkelijk slecht was. Hij hing -den zedenmeester uit, hij vond verwonderlijk wijze uitspraken en -raadgevingen. - ---Zie je, zei hij tot zijn zoon, dat is goed voor een tijd, mijn -jongen. Men boet er zijn gezondheid bij in en het ware geluk smaakt -men toch niet. Je weet dat ik niet zulke ouderwetsche ideeën heb. Maar -ik heb er toch genoeg van; ik ga kalmer leven. - -Maxime grinnikte; hij hield zijn vader staande, beschouwde hem in -het maanlicht en verklaarde dat hij er nog goed uitzag. - -Maar Saccard werd nog ernstiger. - ---Spot zooveel je wilt. Maar ik zeg je nog eens, dat er niets boven -het huwelijk gaat om een man te conserveeren en gelukkig te maken. - -Toen sprak hij hem over Louise. En hij liep langzamer, om de zaak af te -handelen, zei hij, nu zij er toch over praatten. De zaak was al geheel -in orde. Hij vertelde hem zelfs dat hij met mijnheer de Mareuil den -datum van de onderteekening van het contract had vastgesteld op den -Zondag, die volgde op den Donderdag van halfvasten. Dien Donderdag -zou er een groote soirée in het hôtel van het park Monceau zijn, -en bij die gelegenheid zou het huwelijk openlijk bekend gemaakt worden. - -Maxime vond dit alles heel goed. Hij was van Renée bevrijd, hij -zag geen enkelen hinderpaal meer, hij gaf zich over aan zijn vader, -zooals hij zich aan zijn stiefmoeder had overgegeven. - ---Nu goed, dat is afgesproken, zei hij. Maar spreek er niet tegen Renée -over. Haar vriendinnen zouden me voor den gek houden, me plagen, en ik -heb liever dat ze de zaak pas tegelijk met de anderen te weten komen. - -Saccard beloofde hem te zwijgen. Toen zij vervolgens op de hoogte -van den boulevard Malesherbes kwamen, gaf hij hem nogmaals een schat -van goede raadgevingen. Hij leerde hem hoe hij het moest aanleggen -om zijn huis tot een paradijs te maken. - ---En vóor alles, breek nooit met je vrouw. Dat is een -domheid. Een vrouw met wie je niet meer omgaat, kost je ontzettend -veel.... Eerstens, moet je het een of andere meisje betalen, -nietwaar? Dan zijn de uitgaven in huis veel grooter: daar heb je het -toilet, de bijzondere genoegens van mevrouw, de goede vriendinnen, -den duivel en zijn trawanten. - -Hij was in een bijzonder deugdzame bui. Het succès van de zaak Charonne -stemde hem idyllisch teeder. - ---Ik, ging hij voort, was geboren om gelukkig en vergeten in het een of -ander dorpje te leven, te midden van mijn gezin.... Men kent me niet, -jongenlief.... Ik lijk zoo ongedurig, zoo rusteloos, hè? Niets daarvan, -ik zou dolgraag bij mijn vrouw blijven, ik zou graag mijn zaken in -den steek laten voor een bescheiden inkomen, waarvan ik in Plassans -zou kunnen leven.... Je wordt nu rijk, richt je nu met Louise een -gezellige woning in, waar je als twee tortelduifjes kunt leven. Dat -is zoo'n genot! Ik kom jelui eens opzoeken. Dat zal me goed doen. - -De tranen verstikten op het eind zijn stem. Intusschen waren zij -voor het hek van het hôtel gekomen, en zij bleven nog staan praten, -op het trottoir. - -Op die hoogten van Parijs woei er een stevig windje. Geen enkel -geluid verstoorde de stilte van den helderen winternacht. Maxime, -verbaasd over de gemoedelijke bui van zijn vader, had al een poosje -een vraag op de lippen. - ---Maar u, zei hij eindelijk, mij dunkt.... - ---Wat! - ---Met uw vrouw! - -Saccard haalde de schouders op. - ---Juist. Ik was een dwaas. Daarom kan ik uit ondervinding -spreken.... Maar we zijn weer bij elkaar. Al een kleine zes weken. Ik -ga 's avonds weer naar haar toe, als ik niet te laat thuis kom. Maar -vandaag moet mijn arme schatje het maar buiten me stellen; ik moet -den heelen nacht doorwerken. Ze is toch zoo mooi gevormd!.... - -En hij hield Maxime, die hem de hand toestak, terug en ging zachter, -op vertrouwelijken toon voort: - ---Je weet, de taille van Blanche Muller, nu, zoo iets, maar tienmaal -leniger. En die heupen! die zijn zoo fijn, zoo mooi van lijnen.... - -En tot afscheid zei hij tot den jongen man die heenging: - ---Jij bent net als ik, je bent goedhartig, je vrouw zal gelukkig -zijn.... Tot ziens, mijn jongen. - -Toen Maxime zich eindelijk van zijn vader bevrijd zag, liep hij met -rassche schreden het park om. Wat hij daar vernomen had, verbaasde -hem zoozeer, dat hij een onweerstaanbare behoefte gevoelde om Renée -te zien. Hij wou haar vergiffenis vragen voor zijn ruw gedrag, van -haar weten waarom zij gelogen had door hem mijnheer Saffré te noemen, -en hooren hoe haar man zoo verliefd op haar was geraakt. Maar dat -alles heel vaag; het eenige stellige was de wensch een sigaar bij -haar te komen rooken en hun vriendschappelijke verhouding weer te -hernieuwen. Als zij goed gemutst was, wou hij haar zelfs zijn aanstaand -huwelijk aankondigen, om haar te doen inzien dat hun liefde voor altijd -dood en begraven was. Toen hij het poortje geopend had, waarvan hij -gelukkig den sleutel bewaard had, maakte hij bij zichzelf de opmerking, -dat zijn bezoek, na alles wat zijn vader hem in vertrouwen verteld had, -noodzakelijk en volstrekt niet onbehoorlijk was. - -In de serre floot hij, evenals den vorigen avond, maar hij wachtte -niet. - -Renée kwam de glazen deur van het kleine salon open doen, en ging hem -zwijgend voor, naar boven. Ze was juist thuis gekomen van een bal -op het Stadhuis. Ze had haar balkostuum nog aan: een witte tullen -japon met groote plooien en vol satijnen strikken; de basques van -het satijnen lijf waren gegarneerd met een kantwerk van witte gitten, -die in het licht der kandelabers blauw en rose geaderd schenen. - -Toen Maxime haar boven aanzag, werd hij getroffen door haar bleekheid, -door de diepe ontroering die haar het spreken belette. Zij verwachtte -hem niet, zij beefde over al haar leden, toen zij hem daar, zooals -gewoonlijk, zag komen, kalm, met zijn aanhalige manieren. Céleste kwam -uit de kleedkamer terug, waar zij een nachthemd was gaan halen, en de -gelieven bleven het stilzwijgen bewaren, totdat het meisje weg zou -gaan. Het was anders hun gewoonte niet zich voor haar in te houden; -maar zij voelden nu een zekeren schroom, om te uiten wat hun op de -lippen lag. - -Renée wilde dat Céleste haar in de slaapkamer zou ontkleeden, omdat -daar een flink vuur brandde. Het kamermeisje maakte de spelden los, -en deed haar kleeren een voor een uit, zonder zich te haasten. En -Maxime, dien dit verdroot, nam werktuigelijk het hemd, dat naast -hem op een stoel lag, en warmde het voor het vuur, voorover gebogen, -de armen wijd uitgestrekt. Hij was gewoon, in hun gelukkige dagen, -Renée dien kleinen dienst te bewijzen. Zij werd verteederd, toen zij -hem het hemd voorzichtig voor het vuur zag houden. En toen Céleste -er geen eind aan scheen te maken, vroeg hij: - ---Heb je veel plezier op het bal gehad? - ---O neen, je weet, 't is altijd hetzelfde, antwoordde zij. Veel te -veel menschen, een echte warboel. - -Hij keerde het hemd om, dat aan de eene zij warm was. - ---Wat voor kostuum had Adeline? - ---Een mauve japon, tamelijk leelijk idee.... Ze is klein, en ze is -verzot op strooken. - -Ze spraken over de andere vrouwen. Nu brandde Maxime zijn vingers -aan het hemd. - ---Pas op, het zal schroeien, zei Renée met een moederlijke streeling -in haar stem. - -Céleste nam het hemd van den jongen man over. Hij stond op, ging -het groote grijs-rose bed bekijken, bleef verdiept in de beschouwing -van een der bouquetten op het behangsel, om het hoofd af te kunnen -wenden, om Renée's ontbloote borsten niet te zien. Dat deed hij -instinctmatig. Hij geloofde zich haar minnaar niet meer, hij had het -recht niet meer iets te zien. Toen haalde hij een sigaar voor den -dag en stak ze aan. - -Renée had hem toegestaan bij haar te rooken. Eindelijk ging Céleste -heen; zij liet de jonge vrouw bij het haardvuur achter, geheel wit -in haar nachtgewaad. - -Maxime liep nog een poosje zwijgend heen en weer met een schuinschen -blik naar Renée, die weer scheen te beven. En voor den schoorsteen -staan blijvende, met zijn sigaar in den mond, vroeg hij op driftigen -toon: - ---Waarom heb je me niet gezegd dat het mijn vader was, die je gisteren -avond bij je had? - -Zij hief het hoofd op, de oogen wijd opengesperd, met een blik van -naamlooze ontzetting; toen steeg er een purperen gloed naar haar -wangen, en door schaamte als vernietigd, verborg zij het gelaat in -haar handen en stamelde: - ---Weet je dat! Weet je dat?.... - -Zij herstelde zich, trachtte te liegen. - ---'t Is niet waar.... wie heeft het je verteld? - -Maxime haalde de schouders op. - ---Wel, vader zelf, hij vond je zoo mooi gevormd en hij prees je heupen. - -Er klonk eenige spijt uit zijn woorden. Maar hij begon weer op en -neer te loopen, terwijl hij tusschen twee trekjes aan zijn sigaar op -een vriendelijk beknorrenden toon zei: - ---Ik begrijp je waarachtig niet. Je bent een zonderlinge vrouw. 't Is -je eigen schuld als ik gisteren wat ruw ben geweest. Had je me gezegd -dat mijn vader bij je was, dan was ik bedaard heengegaan, vat je? Ik -heb geen recht--Maar nu ga je ons mijnheer de Saffré opnoemen! - -Zij snikte, met de handen voor het gelaat. Hij kwam naderbij, knielde -voor haar neer, trok haar handen met geweld weg. - ---Komaan, zeg me nu eens waarom je mijnheer de Saffré hebt genoemd! - -En zij antwoordde zachtjes, tusschen haar tranen in, met afgewend -gelaat: - ---Ik dacht dat je me verlaten zou, als je wist dat je vader.... - -Hij stond op, nam zijn sigaar weer van den schoorsteen en mompelde -niets dan: - ---Jij bent ook een rare!.... - -Zij huilde niet meer. De vlammen van den schoorsteen en de gloed van -haar wangen droogden haar tranen. De verwondering Maxime zoo kalm te -zien tegenover een bekentenis die zij meende dat hem ontzetten moest, -deed haar haar schaamte vergeten. Zij zag hem loopen, zij hoorde hem -spreken, als in een droom. Hij herhaalde haar, zonder zijn sigaar uit -den mond te nemen, dat zij onverstandig was, dat het heel natuurlijk -was dat zij gemeenschap met haar man had, dat hij er niet aan dacht -om zich daarover boos te maken. Maar voor een minnaar uitkomen dien -men niet heeft! En daarop kwam hij telkens terug, als iets dat hij -niet begrijpen kon, dat hem werkelijk onnatuurlijk voorkwam. Hij -sprak van die "dwaze inbeeldingen" van vrouwen. - ---Je bent niet goed bij 't hoofd, lieve kind, je mag wel oppassen. - -Eindelijk vroeg hij nieuwsgierig: - ---Maar waarom juist mijnheer de Saffré en geen ander? - ---Hij maakt me het hof, zei Renée. - -Maxime hield een onbeschoft antwoord terug; hij wou zeggen dat zij -zeker gedacht had dat zij een maand ouder was, toen zij mijnheer de -Saffré als haar minnaar noemde. Alleen een onaangename lach verried -zijn boos opzet, en zijn sigaar in het vuur werpende, kwam hij -aan den anderen kant van den schoorsteen zitten. Daar begon hij te -redeneeren, hij gaf Renée als zijn meening te kennen, dat zij goede -vrienden moesten blijven. Renée's strakke gezicht maakte hem toch een -beetje ongerust; hij durfde haar zijn huwelijk niet aankondigen. Zij -beschouwde hem aandachtig, de oogen nog gezwollen van het schreien. - -Zij vond hem nietig, bekrompen, verachtelijk, en toch hield zij van -hem, met dezelfde liefde die zij voor haar kanten had. Hij zag er -knap uit onder het licht van den kandelaar, die naast hem op den rand -van den schoorsteen stond. Terwijl hij het hoofd achterover hield, -wierp het kaarslicht een gouden glans over zijn haren, gleed langs -zijn gelaat, over het lichte dons van zijn wangen, met een bekoorlijke -blondheid. - ---'t Wordt tijd dat ik heenga, zei hij meer dan eens. - -Hij was stellig van plan niet te blijven. Renée zou het trouwens niet -gewild hebben. - -Alle twee dachten en zeiden het: zij waren nog slechts twee -vrienden. En toen hij eindelijk de jonge vrouw de hand gedrukt had en -op het punt stond de kamer te verlaten, hield zij hem nog een oogenblik -terug en sprak hem over zijn vader. Zij hield een heele lofrede op hem. - ---Ik had te veel berouw, zie je. Ik ben blij dat het zoo gegaan -is.... Je kent je vader niet; ik stond verbaasd over zijn goedheid, -zijn belangeloosheid. De arme man zit op het oogenblik zoo in zorgen. - -Maxime keek zwijgend naar de punten van zijn laarzen. Zij praatte -voort. - ---Zoolang hij niet in deze kamer kwam, was het mij om het even. Maar -later.... Toen ik hem hier zag komen, zoo hartelijk, om me wat geld -te brengen dat hij met de grootste moeite overal vandaan had moeten -halen, zich zonder klagen voor mij ruïneerde, toen werd ik er ziek -van.... Als je wist hoe zorgvuldig hij mijn belangen behartigd heeft! - -De jonge man kwam langzaam naar den schoorsteen terug en leunde er -met den rug tegen. Hij scheen te weifelen; zijn mond nam langzamerhand -een lachende uitdrukking aan. - ---Ja, mompelde hij, mijn vader is heel knap in het behartigen van -iemands belangen. - -De toon van dat gezegde verwonderde Renée. Zij keek hem aan, en hij, -als om zich te verdedigen: - ---O, ik weet niets.... Ik zeg alleen dat mijn vader een knappe man is. - ---Je zou er verkeerd aan doen als je kwaad van hem sprak, hernam -zij. Je beoordeelt hem naar den schijn.... Als ik je al zijn -beslommeringen noemde, als ik je zei wat hij mij vanavond nog in -vertrouwen vertelde, dan zou je eens zien hoe men zich in hem vergist, -als men denkt dat hij aan geld gehecht was. - -Maxime kon een schouderophalen niet bedwingen. Hij viel zijn -stiefmoeder in de rede, met een ironisch lachje. - ---Nu, ik ken hem, ik ken hem al te goed.... Hij heeft je zeker wat -moois verteld. Laat eens hooren. - -Die schertsende toon kwetste haar. Toen werd zij nog uitbundiger in -haar lof, zij vond haar man nu heelemaal groot, zij sprak over de -zaak Charonne, over die knoeierij waarvan zij niets begrepen had, -als over een ramp waarin Saccard's schranderheid en goedheid haar -voor het eerst duidelijk werden. Zij voegde er bij dat zij de akte van -afstand den volgenden dag zou teekenen, en dat zij, als dat werkelijk -een ramp was, dien ramp aanvaardde als een straf voor haar misslagen. - -Maxime liet haar, met een spotlach en een schuinschen blik, ten einde -toe uitpraten, toen zei hij halfluid: - ---Ja, ja, zoo is het.... - -En luider, met de hand op Renée's schouder: - ---Lieve kind, ik dank je, maar ik wist er alles van.... Je bent een -goede ziel. - -Hij maakte weer een beweging om heen te gaan. Hij brandde van -begeerte om alles te vertellen. Ze had hem wanhopig gemaakt met haar -loftuitingen op haar man, en hij vergat zijn voornemen om niet te -spreken, om alle onaangenaamheden te voorkomen. - ---Wat bedoel je toch? vroeg zij. - ---Wel, wat drommel, dat mijn vader je aardig beetneemt.... Ik heb -met je te doen, heusch; je bent toch nog erg onnoozel! - -En hij vertelde haar wat hij bij Laura gehoord had, laf en -geniepig als hij was, met een geheime vreugde over al die laagheden -uitweidende. Hij had een gevoel alsof hij zich wreekte over een -beleediging, hem aangedaan. Zijn meisjesaard deed hem met genot bij -die aanklacht verwijlen, bij dat wreede gebabbel, achter een deur -afgeluisterd. Hij bespaarde Renée niets, noch het geld dat haar man -haar met woekerwinst geleend had, noch dat wat hij van haar dacht te -stelen, met belachelijke verzinsels, bakersprookjes. - -De jonge vrouw hoorde hem aan, doodsbleek, met opeengeklemde -lippen. Voor den schoorsteen staande, liet zij het hoofd een weinig -zinken, staarde zij in het vuur. Haar nachtgewaad, dat hemd dat Maxime -gewarmd had, ging open en liet haar blanke vormen zien, onbewegelijk -als een standbeeld. - ---Ik zeg je dat alles, besloot de jonge man, om je niet zoo dwaas -te laten schijnen.... Maar je moet er mijn vader geen verwijt -van maken. Hij is zoo kwaad niet. Hij heeft zijn gebreken, als -iedereen.... Tot morgen, niet waar? - -Hij ging naar de deur. Renée hield hem met een heftig gebaar terug. - ---Blijf! riep zij gebiedend. - -En hem naar zich toe trekkend, hem bijna op haar schoot nemend, -voor het vuur, kuste ze hem op de lippen, en zei: - ---Neen maar, het zou al te dwaas zijn ons nu nog te geneeren.... Weet -je dan niet, dat ik sinds gisteren, sinds het oogenblik dat je hebt -willen breken, bijna zinneloos ben. Ik ben heelemaal van streek. Van -avond, op het bal, had ik een nevel voor mijn oogen. Dat komt -omdat ik niet meer buiten je kan. Als jij weggaat, is het met mij -gedaan.... Lach niet, ik zeg wat ik voel. - -Zij keek hem met oneindige teederheid aan, alsof zij hem in lang niet -gezien had. - ---Ja, je hebt het bij het rechte eind, ik was onnoozel, je vader zou -me alles wijs gemaakt hebben. Wat wist ik van al die dingen. Terwijl -hij me zijn geschiedenis stond te vertellen, hoorde ik niets dan -een hevig gegons, en ik was zoo verslagen, dat hij me had kunnen -laten neerknielen, als hij gewild had, om me zijn papieren te laten -teekenen. En ik verbeeldde me dat ik berouw had!.... Heusch, zoo dom -was ik nog!.... - -Zij barstte in een schaterlach uit, haar oogen glinsterden als die -van een krankzinnige. Zij ging voort, terwijl zij haar minnaar dichter -tegen zich aandrukte: - ---Doen wij dan kwaad! Wij hebben elkaar lief, wij amuseeren ons op onze -manier. Dat doet iedereen, niet waar?.... Zie je vader, die geneert -zich ook niet. Hij houdt van geld en hij neemt het waar hij het krijgen -kan. Hij heeft gelijk, dat maakt het mij gemakkelijk. In de eerste -plaats, teeken ik niets, en verder kom jij iederen avond terug. Ik -was bang dat je niet meer zou willen, je weet wel, om hetgeen ik je -gezegd heb.... Maar nu je dat toch niet schelen kan.... Ik sluit mijn -deur trouwens toch voor hem, dat begrijp je nu wel. - -Zij stond op en stak het nachtlichtje aan. Maxime weifelde, hij -was wanhopig. Hij zag wat een dwaasheid hij begaan had, hij verweet -zichzelf dat hij te veel gepraat had. Hoe kon hij nu zijn huwelijk -bekend maken! Het was zijn eigen schuld, zij waren van elkander af, hij -had niet noodig gehad naar boven te gaan, en vooral niet de bewijzen -te komen leveren dat haar man haar plukte. Hij wist zelf niet meer -aan welken aandrang hij had toegegeven, en dat maakte hem nog boozer -op zichzelf. Maar, al mocht hij een oogenblik het plan gehad hebben -om heen te gaan, het zien van Renée die haar pantoffels uitdeed, -maakte hem daartoe te laf. Hij werd bang. Hij bleef. - -Den volgenden dag kwam Saccard bij zijn vrouw om haar de akte te laten -teekenen, maar zij antwoordde bedaard dat daar niets van kwam, dat -zij zich bedacht had. Overigens zinspeelde zij nergens op; zij had -zich stellig voorgenomen te zwijgen, om zich geen onaangenaamheden -op den hals te halen, en haar op nieuw opluikende liefde in vrede te -genieten. De zaak Charonne mocht loopen zoo zij wilde, haar weigering -om te teekenen was maar een wraakneming; het overige kon haar niets -schelen. - -Saccard was bijna driftig geworden. Zijn heele droom vervloog. Zijn -andere zaken gingen hoe langer hoe slechter. Hij had al zijn middelen -uitgeput, als door een wonder hield hij het hoofd nog boven; dien -eigen morgen had hij niet eens de rekening van zijn bakker kunnen -betalen. Dat verhinderde hem echter niet tegen den Donderdag van -halfvasten een schitterend feest voor te bereiden. - -Tegenover Renée's weigering voelde hij den woesten toorn van een -krachtig man, die door de gril van een kind in zijn werk gestuit -wordt. Met het bewijs van afstand in zijn zak, kon hij wel geld los -krijgen, in afwachting van de schadeloosstelling. Toen hij vervolgens -een beetje tot bedaren kwam en helder na kon denken, verwonderde -hem die plotselinge ommekeer van zijn vrouw, zij was ongetwijfeld -opgestookt. Hij kreeg er de lucht van, dat er een minnaar in het -spel was. Dat voorgevoel was zoo sterk, dat hij naar zijn zuster liep -om haar te ondervragen, van haar te hooren of zij niets van Renée's -verborgen leven wist. - -Sidonie toonde zich zeer bitter. Zij vergaf haar schoonzuster de -beleediging niet, die zij haar had aangedaan door haar weigering om -mijnheer de Saffré te ontmoeten. Toen zij dan ook uit de vragen van -haar broer begreep, dat deze zijn vrouw beschuldigde er een minnaar -op na te houden, riep zij uit dat ze er zeker van was. En zij bood -zich uit eigen beweging aan om de "duifjes" te bespieden. Dat snibbige -nufje zou eens zien met wie zij te doen had. - -Het was Saccard's gewoonte niet onaangename waarheden uit te lokken, -zijn belang alleen dwong hem de oogen, die hij wijselijk gesloten -hield, te openen. Hij nam het aanbod van zijn zuster aan. - ---Wees daar maar gerust op, ik kom alles te weten, zei zij op -meewarigen toon. Ach, arme broer, Angèle zou je nooit verraden -hebben. Zoo'n goede, edelmoedige man! Die Parijsche poppen hebben -geen hart.... En ik heb haar nog voortdurend goeden raad gegeven! - - - - - - - -VI. - - -Er was gemaskerd bal bij de Saccards, den Donderdag van halfvasten. De -groote aantrekkelijkheid was het dichtstuk "Amours du beau Narcisse -et de la Nymphe Echo", in drie tafereelen, dat door de dames opgevoerd -zou worden. - -De schrijver van dit stuk, mijnheer Hupel de la Noue, reisde al meer -dan een maand van zijn prefectuur naar het hôtel in het park Monceau, -ten einde de repetities te leiden en zijn raad te geven over de -kostuums. Hij had eerst gedacht zijn werk in verzen te schrijven, -maar later had hij besloten tot tableaux vivants; dat was edeler, -zei hij, dichter bij het antiek mooi. - -De dames konden er niet meer van slapen. Er waren er bij, die tot -driemaal toe van kostuum veranderden. Er werden eindelooze besprekingen -gehouden, met den prefect als voorzitter. Men was het al dadelijk -oneens over de rol van Narcissus. Zou zij door een vrouw of door een -man voorgesteld worden? Eindelijk werd er op aandringen van Renée -beslist, dat die rol aan Maxime zou toevertrouwd worden, maar hij -zou de eenige man zijn, en mevrouw de Lauwerens zei bovendien dat zij -er nooit in toegestemd had, als "de kleine Maxime niet op een heusch -meisje geleek". Renée zou de nimf Echo zijn. - -De kwestie van de kostuums bood meer zwarigheid aan. Maxime was een -flinke hulp voor den prefect, die doodmoe was, te midden van negen -vrouwen, wier dwaze verzinsels de zuivere lijnen van zijn ontwerp -ernstig in gevaar brachten. Als hij naar ze geluisterd had, zou zijn -Olympia zich geblanket hebben. - -Mevrouw d'Espanet wilde met alle geweld een sleepjapon hebben om -haar tamelijk groote voeten te verbergen, terwijl mevrouw Haffner -zich met een dierenhuid wou tooien. Mijnheer Hupel de la Noue stond -op zijn stuk; hij werd zelfs boos; hij zei met overtuiging, dat hij -afgezien had van de verzen om zijn dichtstuk te schrijven "met kunstig -saamgevoegde stoffen en uitgezochte mooie standen". - ---Het ensemble, dames, herhaalde hij bij elken nieuwen eisch, gij -vergeet het ensemble!.... Ik kan toch niet het heele werk opofferen -aan de strooken die u mij vraagt. - -De beraadslagingen werden in het gele salon gehouden. Men bracht er -heele namiddagen zoek om den vorm van een rok vast te stellen. Worms -werd verscheidene malen ontboden. Eindelijk was alles geregeld, de -kostuums waren vastgesteld, de standen geleerd, en mijnheer Hupel -de la Noue verklaarde zich voldaan. De verkiezing van mijnheer de -Mareuil had hem minder moeite veroorzaakt. - -Les Amours du beau Narcisse et de la nymphe Echo zouden om elf uur -beginnen. Om half elf was het groote salon al vol, en daar er bal na -was, zaten de dames in groot toilet op fauteuils in een halven cirkel -voor het geïmproviseerde tooneel, een verhevenheid die door twee breede -roodfluweelen gordijnen met gouden franje, langs roeden schuivende, -verborgen was. De heeren stonden achter de stoelen of liepen heen en -weer. De behangers hadden om tien uur de laatste spijkers ingeslagen. - -De estrade verhief zich aan het einde van het salon en besloeg -een geheelen zijkant van deze lange galerij. Men kwam op het -tooneel door de rookkamer, die als foyer voor de artisten was -ingericht. Bovendien hadden de dames op de eerste verdieping de -beschikking over verscheidene kamers, waar een stoet van kameniers -de toiletten voor de verschillende tableaux in gereedheid brachten. - -Het was half twaalf, en de gordijnen bleven gesloten. Een luid -gegons van stemmen klonk in het salon. De rijen fauteuils boden het -verwonderlijkste mengelmoes van markiezinnen, slotvrouwen, melkmeisjes, -Spaansche vrouwen, herderinnen en sultanes; terwijl de dichte massa -zwarte jassen een groote zwarte vlek vormde, naast die lichte stofjes -en bloote schouders, flonkerend van edelgesteenten. De dames alleen -waren verkleed. Het was al warm. De drie gaskronen brachten gloed in -den overvloed van goud in het salon. - -Eindelijk zag men mijnheer Hupel de la Noue door een opening komen, -die links van het tooneel was aangebracht. Van acht uur af was hij -al bezig de dames te helpen. Zijn jas had op de linkermouw drie -witte strepen van vingers, een dameshandje dat daarop gelegd was, -na een greep in de poudre de riz doos. Maar de prefect had wel aan -iets anders te denken! Zijn oogen puilden uit, zijn gezicht was bleek -en opgezet. Hij scheen niemand te zien. En naar Saccard toegaande, -dien hij herkende te midden van een groepje deftige heeren, zei -hij halfluid: - ---Sakkerloot, uw vrouw is haar bladeren-ceintuur kwijt.... Dat ziet -er mooi uit! - -Hij vloekte, hij zou de lui hebben kunnen slaan. Vervolgens zonder -antwoord af te wachten, zonder naar iets te zien, keerde hij zich om, -dook weg onder de draperieën en verdween. De dames glimlachten om -die zonderlinge verschijning. - -De groep te midden waarvan Saccard zich bevond, had zich achter de -laatste rij stoelen gevormd. Men had zelfs een stoel uit die rij -gehaald voor baron Gouraud, wiens beenen begonnen te zwellen. Daar -bevond zich mijnheer Toutin-Laroche, die door den keizer tot lid van -den Senaat benoemd was, mijnheer de Mareuil, wiens tweede verkiezing de -Kamer bekrachtigd had; mijnheer Michelin, den vorigen dag gedecoreerd, -en een beetje achteraf Mignon en Charrier, van wie de één met een -grooten diamant in zijn das prijkte, terwijl de ander er een, nog -grooter, aan zijn vinger had. - -De heeren praatten. Saccard verliet ze een oogenblik om op -fluisterenden toon een woordje te wisselen met zijn zuster, die juist -binnengekomen was en tusschen Louise de Mareuil en mevrouw Michelin -plaats had genomen. - -Mevrouw Sidonie was als toovenares verkleed; Louise droeg heel kranig -het kostuum van een page, dat haar nu heelemaal op een jongen deed -lijken, de kleine Michelin, als Oostersche danseres, glimlachte lief -onder haar met gouddraad gestikten sluier. - ---Weet je iets? vroeg Saccard zachtjes aan zijn zuster. - ---Neen, nog niets, antwoordde zij. Maar haar minnaar moet hier -zijn.... Ik zal ze van avond wel snappen, daar kan je op rekenen. - ---Je waarschuwt me toch dadelijk, niet waar? - -En Saccard wendde zich naar rechts en naar links, maakte Louise -en mevrouw Michelin een complimentje. Hij vergeleek de een bij een -houri van Mahomed, de andere bij een lieveling van Henri III. Zijn -provençaalsch accent scheen heel zijn schrale persoontje te doen -zingen van verrukking. - -Toen hij weer bij de groep deftige heeren kwam, nam mijnheer de Mareuil -hem ter zijde en sprak hem over het huwelijk van hun kinderen. Er was -niets aan veranderd, den volgenden Zondag zou het contract geteekend -worden. - ---Uitstekend, zei Saccard. Ik ben zelfs van plan het huwelijk van -avond aan onze vrienden bekend te maken, als gij er geen bezwaar -tegen hebt.... Ik wacht er mee op mijn broer den minister, die nu -beloofd heeft te komen. - -De nieuwbakken afgevaardigde was verrukt. Intusschen verhief mijnheer -Toutin-Laroche zijn stem, alsof hij aan de diepste verontwaardiging -ten prooi was. - ---Ja, heeren, zei hij tot mijnheer Michelin en de twee aannemers die -naderbij kwamen, ik was zoo goedhartig geweest mijn naam aan zoo'n -zaak te verbinden. - -En toen Saccard en Mareuil zich weer bij hem voegden, ging hij voort: - ---Ik vertelde aan de heeren dat ongelukkige geval met de Société -générale des ports du Maroc, je weet wel, Saccard? - -Deze hield zich goed. De bewuste maatschappij was met een vreeselijk -schandaal ineengestort. Al te nieuwsgierige aandeelhouders hadden -willen weten hoe het stond met de vestiging van die beroemde -handelsstations aan de kust der Middellandsche zee, en een gerechtelijk -onderzoek had aangetoond dat de havens van Marokko slechts bestonden -op de kaarten van de ingenieurs, heel mooie kaarten, die in de -kantoren der Maatschappij aan den muur hingen. Sedert dat oogenblik -schreeuwde mijnheer Toutin-Laroche nog harder dan de aandeelhouders; -hij was verontwaardigd en eischte dat men hem zijn onbevlekten naam -zou teruggeven. En hij maakte zoo'n misbaar, dat het gouvernement, -om dien nuttigen man tot bedaren te brengen en hem in de publieke -opinie te rehabiliteeren, besloot hem senaatslid te maken. En zoo -vischte hij den lang begeerden zetel op, in een zaak die hem bijna -op de bank der beschuldigden had gebracht. - ---Ge zijt wel vriendelijk u daarover te bekommeren, zei Saccard. Ge -kunt wijzen op uw groot werk, het Wijnbouwcrediet, dat zegevierend -uit alle moeielijkheden te voorschijn is getreden. - ---Ja, mompelde de Mareuil, dat zegt alles. - -Het Wijnbouwcrediet was inderdaad in groote moeielijkheden geraakt, -die zorgvuldig verborgen gehouden werden. Een minister die erg veel -op had met deze finantiëele instelling, die de stad Parijs in haar -macht had, had een speculatie op de rijzing uitgevonden, waarvan -mijnheer Toutin-Laroche zich uitstekend had weten te bedienen. Niets -was hem zoo welgevallig als loftuitingen op den voorspoed van het -Wijnbouwcrediet. Hij lokte ze meestal uit. Hij dankte mijnheer de -Mareuil met een blik, en zich naar baron Gouraud overbuigende, op -wiens fauteuil hij vertrouwelijk leunde, vroeg hij hem: - ---Hoe gaat het? Hebt u het niet te warm? - -De baron bromde iets onverstaanbaars. - ---Hij vermindert met den dag, zei mijnheer Toutin-Laroche zachtjes, -zich tot de andere heeren wendend. - -Mijnheer Michelin glimlachte, kneep van tijd tot tijd de oogleden -halfdicht, om zijn roode lintje te zien. Mignon en Charrier, die -stevig op hun groote voeten stonden, schenen zich veel meer thuis -te voelen in hun gekleede jas, sinds zij briljanten droegen. Het -was intusschen middernacht geworden, de gasten werden ongeduldig; -zij durfden wel niet mopperen, maar de waaiers gingen zenuwachtig op -en neer, en de gesprekken werden luider. - -Eindelijk verscheen mijnheer Hupel de la Noue weer. Hij had al éen -schouder door de nauwe opening, toen hij mevrouw d'Espanet eindelijk de -verhevenheid op zag komen; de dames, die reeds op haar plaats waren -voor het eerste tableau, wachtten alleen nog op haar. De prefect -keerde zich om en met zijn rug naar de toeschouwers wisselde hij een -paar woorden met de markiezin, die achter de gordijnen stond. Terwijl -hij haar met de vingertoppen zijn groeten toezond, zei hij zachtjes: - ---Mijn compliment, markiezin. Uw kostuum is prachtig. - ---En dat er onder zit is nog veel mooier! antwoordde de jonge vrouw -leukweg, terwijl zij hem in zijn gezicht uitlachte, zoo komisch vond -zij hem, zooals hij daar in die draperieën gehuld stond. - -Het gewaagde van die scherts verblufte den galanten mijnheer Hupel -de la Noue een oogenblik, maar hij herstelde zich en hoe meer hij -over de aardigheid nadacht, hoe meer hij er van genoot. - ---Aardig, alleraardigst! fluisterde hij met een verrukt gezicht. - -Hij liet het gordijn weer vallen en kwam zich bij het groepje deftige -mannen voegen; hij wilde van zijn werk genieten. Hij was nu niet meer -de ontstelde man, die het bladerenceintuur van de nimf Echo zocht. Hij -straalde van genot, en veegde zich puffend het voorhoofd af. Hij had -nog altijd het witte handje op de mouw van zijn jas, bovendien zat -er een roode vlek op den duim van zijn rechterhandschoen; hij had -dien vinger zeker in de poederdoos van een der dames gestoken. Hij -glimlachte, wuifde zich wat koelte toe, en stotterde: - ---Ze is aanbiddelijk, verrukkelijk, verbazend. - ---Wie? vroeg Saccard. - ---De markiezin. Verbeeld u, zooeven zegt ze.... - -En hij vertelde den kwinkslag. Men vond hem heel geestig. De heeren -vertelden hem verder. Zelfs de waardige mijnheer Haffner, die juist -aankwam, schonk er zijn bijval aan. Intusschen begon een piano, -die ergens buiten het gezicht stond, een wals te spelen. Nu werd het -opeens doodstil. In de eindelooze opeenvolging van grillige loopjes -kwam telkens weer een zoetklinkend thema op het klavier omhoog en -ging verloren in de trillende tonen van den nachtegaal, dan vielen -de basstemmen weer in, langzamer. Het was een wals, die den wellust -opwekte. - -De dames bogen het hoofd ietwat voorover en luisterden glimlachend -toe. Maar de vroolijkheid van mijnheer Hupel de la Noue was plotseling -verdwenen. Hij keek bezorgd naar de rood fluweelen gordijnen en zei bij -zich zelf dat hij mevrouw d'Espanet haar plaats had moeten aanwijzen, -even goed als aan de andere dames. - -De gordijnen werden langzaam opengeschoven, de piano hervatte zachtjes -den zinnelijken wals. Een gemurmel verhief zich door de heele zaal. De -dames bogen zich voorover, de heeren rekten de halzen uit, terwijl de -bewondering zich hier en daar uitte in een te hardop gesproken woord, -een onwillekeurigen zucht, een onderdrukt gelach. Dat duurde vijf -volle minuten, onder de schitterende verlichting van de drie gaskronen. - -Gerustgesteld glimlachte mijnheer Hupel de la Noue gelukzalig. Hij -kon geen weerstand bieden aan de verzoeking om tot degenen, die hem -omringden, te zeggen wat hij al een maand lang zeide: - ---Ik had er eerst over gedacht er verzen van te maken.... Maar zoo -is het edeler van opvatting, niet waar? - -Terwijl de wals in een eindelooze wiegeling voortklonk, gaf hij -nadere verklaringen. Mignon en Charrier waren naderbij gekomen en -luisterden aandachtig. - ---Gij kent het onderwerp, niet waar? De schoone Narcissus, zoon van -den stroomgod Cephisos en de nimf Liriope, versmaadt de liefde van de -nimf Echo.... Echo behoorde tot het gevolg van Juno, die zij door haar -gesprekken bezig hield, terwijl Jupiter de aarde rondwandelde.... Echo, -dochter van de lucht en van de aarde, zooals gij weet.... - -En hij geraakte in verrukking voor de poëzie van de fabel. Toen ging -hij op vertrouwelijken toon voort: - ---Ik meende mijn verbeelding vrij spel te mogen laten.... De nimf -Echo leidt den schoonen Narcissus naar Venus, in een zeegrot, opdat de -godin hem in liefde doet ontgloeien. Maar de godin blijft onmachtig. De -jonge man toont door zijn houding dat hij niet getroffen is. - -De verklaring was niet overbodig, want weinig toeschouwers in het -salon begrepen de juiste beteekenis der groepen. Toen de prefect -zijn personen halfluid had opgenoemd, werd de bewondering nog -grooter. Mignon en Charrier zetten groote oogen op. Zij hadden er -niets van begrepen. - -Op de estrade, tusschen de roodfluweelen gordijnen, was een grot -aangebracht. Het decor bestond uit zijde met groote plooien gevouwen, -beschilderd met schelpdieren, visschen en zeeplanten. De golvende -vloer, die als een heuveltje oprees, was met dezelfde zijde bedekt, -waarop de décorateur een fijn zand had geschilderd, bezaaid met parelen -en zilveren lovertjes. Het was een verblijf voor een godin. Op den top -van het heuveltje stond mevrouw de Lauwerens, als Venus; eenigszins -gezet, haar rose tricot met de waardigheid van een hertogin van den -Olymp dragende, had zij haar rol als vorstin der liefde opgevat met -groote, gestrenge en verslindende oogen. Achter haar zag men het -schalksche gelaat, de vleugels en den pijlkoker van Cupido, die door -het glimlachende mevrouwtje Daste werd voorgesteld. - -Vervolgens hielden aan de eene zijde van het heuveltje, de drie -Gratiën, de dames de Guende, Teissière en de Meinhold, geheel in -neteldoek, elkander lachend omstrengeld, als in de beroemde groep -van Pradier; terwijl aan de andere zijde de markiezin d'Espanet en -mevrouw Haffner, in denzelfden stroom van kant gehuld, met de armen om -elkanders middel, en de haren dooreengestrengeld een gewaagd hoekje in -het tableau vormden, een herinnering aan Lesbos, die mijnheer Hupel -de la Noue een beetje zachter, alleen voor de heeren, verklaarde, -zeggende dat hij daarmede de macht van Venus had willen aantoonen. - -Onder aan den heuvel, stelde gravin Vanska den Wellust voor; zij -strekte zich uit, in een laatste krampachtige trekking, de oogen -kwijnend en halfgeopend, als afgemat; zij had haar zwarte haren -losgemaakt, en door de met gele vlammen gestreepte tunica zag men -stukjes van haar donkere huid. - -De kleuren der kostuums, van den sneeuwwitten sluier van Venus tot -het donkerrood der tunica van den Wellust, vormden een zachten -overgang, de overheerschende kleur was rose en vleeschkleur. En -onder den electrischen stralenbundel, die heel vernuftig door een -der tuinvensters op het tooneel gericht werd, vloeiden het gaas, -de kant, al die lichte, doorzichtige stoffen zoo goed ineen met de -schouders en de tricots, dat al dat rose en wit leven kreeg en men -zich afvroeg of de dames hun liefde voor de plastische waarheid niet -zoover gedreven hadden om zich geheel te ontkleeden. - -Dat was slechts de apotheose; het drama werd op den voorgrond -vertoond. Links strekte Renée, de nimf Echo, haar armen naar de groote -godin uit, het hoofd half naar Narcissus gewend met een smeekenden -blik, als om hem uit te noodigen Venus aan te zien, wat op zich zelf -al voldoende is om in een hartstochtelijke liefde te ontbranden; maar -Narcissus, die ter rechterzijde stond, maakte een weigerend gebaar, -hij bedekte de oogen met de hand en bleef even koel. - -De kostuums van deze twee personen hadden mijnheer Hupel de la Noue -heel wat hoofdbreken gekost. Narcissus, als de halfgod der bosschen, -droeg een ideaal jagerskostuum: groenachtig tricot, kort nauwsluitend -mouwvest en een eiketakje in het haar. De kleeding van de nimf Echo was -alleen reeds een heele allegorie; zij had iets van de groote boomen -en van de hooge bergen, van de weergalmende plaatsen waar de stemmen -der aarde en der lucht elkaar beantwoorden; zij stelde de rots voor -door het witte satijn van den rok, het kreupelhout door de bladeren -van het ceintuur, den wolkenloozen hemel door het blauwe gaas van -het keurslijf. - -En de groepen stonden onbewegelijk stil, de zinnelijke toon van den -Olymp klonk in de oogverblinding van den breeden straalbundel, terwijl -de piano haar klagenden liefdezang, door diepe zuchten afgebroken, -voortzette. - -Men vond algemeen dat Maxime prachtig gevormd was. Bij zijn weigerend -gebaar, kwam zijn linkerheup fraai uit en trok zeer de aandacht. Maar -men was eenstemmig in zijn lof over de gelaatsuitdrukking van -Renée. Volgens mijnheer Hupel de la Noue, was zij "de smart over -de onbevredigde begeerte". Zij had een scherpen glimlach, die zich -nederig trachtte voor te doen, zij beloerde haar prooi, in haar stomme -smeekbede lag iets van een uitgehongerde wolvin, die haar tanden maar -half verbergt. - -Het eerste tableau slaagde goed, behalve dat die dwaze Adeline zich -bewoog en ternauwernood een onweerstaanbare lachbui bedwong. De -gordijnen werden weer dichtgeschoven en de piano zweeg. - -Toen applaudisseerde men bescheiden en de gesprekken werden hervat. - -Een ademtocht van liefde, van bedwongen begeerte, was neergedaald -van al dat naakt op de estrade, en streek door de zaal, waar de dames -nog kwijnender achterover leunden in haar stoelen, terwijl de heeren -elkander glimlachend hun opmerkingen toefluisterden. - -Het was een gefluister als in een slaapkamer, een halve stilte van -een beschaafd gezelschap, een verlangen naar zingenot ternauwernood -aangeduid door een trilling der lippen; en in de zwijgende blikken, die -elkander te midden van die verrukking ontmoetten, werd met een brutale -vrijmoedigheid liefde geboden en met een oogwenk die liefde aanvaard. - -Er kwam geen einde aan de loftuitingen op de volmaaktheden der -dames. Haar kostuums werden bijna even belangrijk geacht als haar -schouders. Toen Mignon en Charrier mijnheer Hupel de la Noue wilden -ondervragen, zagen zij hem tot hun verbazing niet meer naast zich; -hij was al weer achter de estrade weggedoken. - ---Zooals ik u zooeven vertelde, lieve, zei mevrouw Sidonie, haar -gesprek vervolgende, dat door het eerste tableau was afgebroken, -had ik een brief uit Londen gekregen, over die zaak van de drie -milliarden, weet u.... De persoon dien ik met het onderzoek belast heb, -schrijft me dat hij het ontvangbewijs van den bankier meent gevonden -te hebben. Engeland zou betaald hebben.... Ik ben er den heelen dag -door van streek geweest. - -Ze was werkelijk geler dan gewoonlijk, in haar met sterren bezaaide -toovenareskostuum. En daar mevrouw Michelin niet naar haar luisterde, -ging zij op zachter toon voort, mompelende dat Engeland onmogelijk -betaald kon hebben, en dat ze bepaald zelf naar Londen moest gaan. - ---Het kostuum van Narcissus was mooi, vond u niet? vroeg Louise aan -mevrouw Michelin. - -Deze glimlachte. Zij keek naar baron Gouraud, die heelemaal -opgevroolijkt scheen in zijn fauteuil. Mevrouw Sidonie, de richting -van haar blik volgende, boog zich naar haar over en fluisterde haar -in het oor, om niet door het meisje gehoord te worden: - ---Heb je het nog van hem gedaan gekregen? - ---Ja, antwoordde de jonge vrouw, kwijnend, haar rol van Oostersche -danseres uitmuntend spelend. Ik heb het huis van Louveciennes -gekozen, en de eigendomsbewijzen heb ik van zijn zaakgelastigde -gekregen.... Maar we zijn kwaad met elkaar, ik zie hem niet meer. - -Louise had een bijzonder fijn gehoor voor de dingen, die zij niet -hooren mocht. Zij keek naar baron Gouraud met de vrijpostigheid die -bij haar kostuum als page paste, en zei kalmpjes tot mevrouw Michelin: - ---Vindt u den baron niet afschuwelijk leelijk? - -En met een schaterlach ging zij voort: - ---Zeg, hij had de rol van Narcissus moeten hebben. Hij zou kostelijk -zijn in een appelgroen tricot! - -Het oude senaatslid was inderdaad wat opgefleurd door het zien van -Venus en dat wellustige plekje van den Olymp. Hij keek met opgetogen -blikken rond en draaide zich half om ten einde Saccard een complimentje -te maken. - -In de rumoerige drukte van de zaal bleef het groepje ernstige mannen -over zaken en over de politiek spreken. Mijnheer Haffner vertelde, -dat hij benoemd was tot president van een jury, die belast was met de -regeling der schadevergoedingen. Toen kwam het gesprek als van zelf -op de werken van Parijs, op den boulevard du Prince-Eugène, waarover -men ernstig onder het publiek begon te spreken. Saccard greep deze -gelegenheid aan, sprak van iemand dien hij kende, een eigenaar, dien -men nu zeker wel zou onteigenen. En hij keek de heeren strak aan. De -baron knikte zachtjes met het hoofd; mijnheer Toutin-Laroche ging -verder, hij verklaarde dat er niets onaangenamers was dan onteigend -te worden; mijnheer Michelin beaamde dit en keek schuins naar zijn -decoratie. - -De schadevergoedingen kunnen nooit te hoog zijn, besloot mijnheer de -Mareuil heel wijs, om Saccard te believen. - -Zij hadden elkaar begrepen. Maar Mignon en Charrier droegen hun eigen -zaken voor. Zij waren van plan binnen kort uit de zaken te treden -en zich in Langres te vestigen, zeiden zij, maar dan toch in Parijs -een pied-à-terre te houden. De heeren moesten onwillekeurig lachen, -toen zij vertelden, dat zij hun prachtig hôtel op den boulevard -Malesherbes zoo mooi gevonden hadden, toen het af was, dat zij den -lust niet hadden kunnen weerstaan om het te verkoopen. Zij hadden zich -zeker getroost met hun briljanten. Saccard lachte ietwat gedwongen; -zijn vroegere compagnons hadden enorme winsten behaald in een zaak, -waarbij hij de rol van slachtoffer gespeeld had. En daar de pauze -wat lang duurde, werd het gesprek der ernstige mannen afgebroken door -loftuitingen op den hals van Venus en de kleeding van de nimf Echo. - -Na een groot halfuur kwam mijnheer Hupel de la Noue weer te -voorschijn. Hij was geheel verdiept in zijn succès, en de wanorde -van zijn kleeding was er niet beter op geworden. Toen hij naar zijn -plaats ging, ontmoette hij mijnheer de Mussy. Hij drukte hem in het -voorbijgaan de hand, toen keerde hij zich weer om, om hem te vragen: - ---Heb je dat aardige gezegde van de markiezin al gehoord? - -En hij vertelde het hem, zonder zijn antwoord af te wachten. Hij -drong er hoe langer hoe dieper in door, hij gaf er commentaren bij, -hij vond het ten slotte heerlijk naïef. En dat er onder zit is nog -veel mooier! Die kreet kwam uit het hart voort. - -Maar mijnheer de Mussy dacht er anders over. Hij vond de uitdrukking -onbetamelijk. Hij was attaché geworden bij het Engelsche gezantschap, -en de minister had hem gezegd dat een onberispelijke houding een -eerste vereischte was. Hij weigerde den cotillon te leiden, hij werd -ernstiger en sprak niet meer over zijn liefde voor Renée, die hij -deftig groette wanneer hij haar ontmoette. - -Mijnheer Hupel de la Noue voegde zich weer bij het groepje dat zich -achter den fauteuil van den baron gevormd had, toen de piano een -triomfmarsch aanhief. Krachtig aangeslagen akkoorden leidden een breede -melodie in, waarin nu en dan de klank van metaal weerklonk. Na iedere -phrase werd de rythmus in hooger tonen hervat. Het klonk krachtig -en vroolijk. - ---U zult zien, mompelde mijnheer Hupel de la Noue; ik heb de -dichterlijke vrijheid misschien wat te ver gedreven; maar ik geloof -dat ik het er nog al goed afgebracht heb.... De nimf Echo, ziende -dat Venus geen macht heeft over den schoonen Narcissus, brengt hem -bij Plutus, den god van den rijkdom en de edele metalen.... Na de -verlokking van het vleesch, de verzoeking van het goud. - ---Dat is klassiek, antwoordde de heer Toutin-Laroche droogweg, met een -vriendelijk lachje. U is op de hoogte van uw tijd, mijnheer de prefect. - -De gordijnen gingen open, de piano speelde harder. Het was -oogverblindend. Het electrische licht viel op een schitterende pracht, -waarin de toeschouwers eerst niets dan een vuurgloed zagen, waarin -goudstaven en kostbare steenen schenen te smelten. Een tweede grot -werd zichtbaar; ditmaal was het echter niet het frissche verblijf van -Venus, bespoeld door een vloed die op een met paarlen bezaaid fijn zand -wegvloeide. Deze grot was waarschijnlijk te vinden in het binnenste der -aarde, in een diepe, heete aardlaag, een spleet van de hel der oudheid, -een scheur in een mijn van smeltende metalen, door Plutus bewoond. - -De zijden stof, die de rots voorstelde, vertoonde breede aderen van -metaal, beddingen die als het ware de aderen van de oude wereld waren, -de onmetelijke rijkdommen en het eeuwige leven van den aardbodem met -zich voerende. Op den grond, hier had mijnheer Hupel de la Noue zich -aan een anachronisme gewaagd, lag het bezaaid met twintigfrancsstukken, -die hier en daar heele stapels vormden. - -Boven dien stapel goud, zat mevrouw de Guende als een vrouwelijke -Plutus, een Plutus die hals en boezem vertoonde in de groote -metaalbladen van zijn kostuum. Om den god groepeerden zich, in staande -of halfliggende houding, tot een tros vereenigd, of afzonderlijk -bloeiende, de tooverachtige bloemen van deze grot, waar de kalifen -der Duizend en een Nacht hun schatkist geledigd hadden. - -Het waren mevrouw Haffner als het Goud, met een stijf, schitterend -bisschopskleed, mevrouw d'Espanet als het Zilver, glinsterend als het -maanlicht; mevrouw de Lauwerens als Saffier, in een warmblauw kostuum, -en naast haar de kleine mevrouw Daste, een glimlachende Turkoois, -zacht blauwend; daarop kwamen de Smaragd, mevrouw de Meinhold, en -de Topaas, mevrouw Teissière; ietwat lager, leende mevrouw Vanska -haar donkeren gloed aan het Koraal, uitgestrekt, de armen opgeheven -en beladen met roode hangers, als een wonderschoone poliep, die -vrouwenvleesch vertoonde in de rose gapingen van een parelmoerschelp. - -De dames hadden ieder halskettingen, armbanden, geheele parures, -van de edelgesteenten die zij voorstelden. De aandacht viel vooral -op de origineele versierselen van de dames d'Espanet en Haffner, -uitsluitend van nieuwe goud- en zilverstukjes. - -Op den voorgrond bleef het drama eender, de nimf Echo bracht den -schoonen Narcissus in verzoeking, doch deze maakte weer een weigerend -gebaar. En de oogen der toeschouwers rustten met verrukking op die -gapende opening in de gloeiende ingewanden der aarde, dien stapel -goud waarop zich de rijkdom der wereld wentelde. - -Dit tweede tableau had nog meer bijval dan het eerste. Het bleek een -bijzonder vernuftig denkbeeld te zijn. Dat gewaagde anachronisme van -de twintigfrancsstukken, die stroom uit een moderne geldkist in een -hoekje van de grieksche mythologie uitgegoten, streelde de verbeelding -van de dames en de geldmannen die daar aanwezig waren. "Wat een -goudstukken! wat een geld!" klonk het met glimlachjes en rillingen van -genot door de gansche zaal; en het leed geen twijfel of al die dames -en al die heeren koesterden den vurigen wensch om al dat heerlijks -voor zich alleen, in een kelder, te hebben. - ---Engeland heeft betaald, dat zijn uw milliarden, fluisterde Louise -mevrouw Sidonie ondeugend in het oor. - -En mevrouw Michelin, die in begeerige verrukking den mond half -open hield, schoof haar Oosterschen sluier ter zijde en keek met -schitterende oogen naar het goud, terwijl de ernstige heeren een -onmacht nabij waren. Mijnheer Toutin-Laroche fluisterde met een -opgetogen blik iets tot den baron, die gele vlekken in zijn gezicht -vertoonde. Maar Mignon en Charrier, minder bescheiden, zeiden met -een lompe naïefheid: - ---Sakkerloot! Daar ligt genoeg om Parijs af te breken en weer op -te bouwen. - -Saccard begreep de diepzinnigheid van dit gezegde; hij begon te -gelooven dat Mignon en Charrier de lui voor den gek hielden, met hun -voorgewende onnoozelheid. - -Toen de gordijnen weer dicht gingen en de piano de triomfmarsch -besloot met een groot geweld van op elkander geworpen noten, als -de laatste scheppenvol goudstukken, barstten de toejuichingen los, -levendiger en aanhoudender dan de eerste maal. - -Intusschen was de minister, vergezeld van zijn secretaris, mijnheer -de Saffré, aan de deur van het salon verschenen. - -Saccard, die al ongeduldig op de komst van zijn broer gewacht had, -wilde hem gauw te gemoet gaan. Maar hij wenkte hem toe te blijven -waar hij was. En hij kwam zachtjes naar het groepje ernstige mannen -toe. Toen de gordijnen dicht waren en men hem bemerkte, liep er een -gefluister door de zaal, alle hoofden keerden zich om; de minister -woog op tegen het succès van les Amours du beau Narcisse et de la -nymphe Echo. - ---U is een dichter, mijnheer de prefect, zei hij glimlachend tot -mijnheer Hupel de la Noue. U hebt vroeger een dichtbundel uitgegeven, -les Volubilis, geloof ik?.... Ik zie dat de beslommeringen der -administratie uw verbeelding niet uitgeput hebben. - -De prefect gevoelde het stekelige van dit compliment. De plotselinge -aanwezigheid van zijn chef bracht hem nog meer van zijn stuk, -doordat toen hij een vluchtigen blik op zijn toilet wierp, om te -zien of er niets aan ontbrak, hij op de mouw van zijn jas het witte -handje ontdekte, dat hij niet durfde afvegen. Hij boog en stotterde -een paar woorden. - ---Waarlijk, ging de minister voort, tot mijnheer Toutin-Laroche, -baron Gouraud en al de andere heeren die daar stonden, al dat goud -was een wondermooi schouwspel. We zouden groote dingen doen, als -mijnheer Hupel de la Noue geld voor ons sloeg. - -Dit was, in de taal van een minister, hetzelfde als wat Mignon en -Charrier gezegd hadden. Toen maakten mijnheer Toutin-Laroche en de -anderen hem het hof, zij weidden uit over het laatste gezegde van den -minister: het keizerrijk had al wonderen gewrocht; aan goud ontbrak -het niet, dank het beleid der regeering, nog nooit had Frankrijk -zoo'n mooie positie tegenover Europa ingenomen, en de heeren werden -eindelijk zoo kruiperig, dat de minister zelf het gesprek op iets -anders bracht. Hij hoorde hen aan, met opgericht hoofd, de mondhoeken -ietwat opgetrokken, wat zijn dik, bleek, zorgvuldig geschoren gelaat -een trek van twijfel en glimlachende minachting gaf. - -Saccard deed intusschen zijn best om het gesprek daarheen te leiden, -dat hij met de aankondiging van Maxime's huwelijk voor den dag kon -komen. Hij deed alsof hij bijzonder vertrouwelijk met zijn broer was, -en deze liet het zich aanleunen; hij wilde zijn broer dien dienst -wel bewijzen. Hij was werkelijk de meerdere, met zijn helderen blik, -zijn zichtbare minachting voor kleinzielige schelmerijen, zijn breede -schouders, die met éen beweging al die menschen omver hadden kunnen -werpen. - -Toen het huwelijk eindelijk ter sprake kwam, betoonde hij zich heel -innemend, hij gaf te kennen dat hij zijn huwelijksgeschenk al gereed -had. Hij doelde op Maxime's benoeming tot auditeur bij den Raad van -State. Hij herhaalde zijn broer zelfs tot tweemaal toe, met een air -van goedigheid: - ---Zeg vooral aan je zoon, dat ik zijn getuige wil zijn. - -Mijnheer de Mareuil kreeg een kleur van blijdschap. Men feliciteerde -Saccard. Mijnheer Toutin-Laroche bood zich aan als tweeden -getuige. Daarop kwam het gesprek plotseling op de echtscheiding. Een -lid van de oppositie had den "treurigen moed" gehad, zei mijnheer -Haffner, die schande der maatschappij te verdedigen. En allen -protesteerden. Hun zedigheid vond treffende argumenten. Mijnheer -Michelin glimlachte bescheiden tegen den minister, terwijl Mignon -en Charrier met verwondering opmerkten dat de kraag van zijn jas -versleten was. - -Al dien tijd bleef mijnheer Hupel de la Noue verlegen tegen den -fauteuil van baron Gouraud geleund, die zich vergenoegd had met den -minister een stilzwijgenden handdruk te wisselen. De dichter durfde -zich niet van zijn plaats bewegen. Een onbeschrijfelijk gevoel, -de vrees om belachelijk te schijnen, de angst om bij zijn chef uit -de gunst te geraken, hielden hem terug, ofschoon hij van begeerte -brandde om de dames haar plaats op de estrade aan te wijzen, voor -het laatste tableau. Hij zocht naar een goed gekozen woord om weer -in de gunst te komen. Hij was hoe langer hoe meer met zijn figuur -verlegen, toen hij mijnheer de Saffré bemerkte; hij nam hem bij den -arm en klampte zich aan hem vast. De jonge man trad juist binnen, -hij was dus nog een versch slachtoffer. - ---Kent u den kwinkslag van de markiezin al? vroeg de prefect hem. - -Maar hij was zoo in de war, dat hij de zaak niet eens meer pikant -kon voorstellen. Hij raakte in den knoei. - ---Ik zei haar: "U hebt een bekoorlijk kostuum" en zij antwoordde:.... - ---Dat er onder zit is nog veel mooier, voltooide mijnheer de Saffré -bedaard. Dat is al oud, mijn waarde, heel oud. - -Mijnheer Hupel de la Noue keek hem verslagen aan. Het gezegde was oud, -en hij was nog al van plan om het naïeve van dien kreet des harten -goed in het licht te stellen. - ---Oud, oud als de wereld, herhaalde de secretaris. Mevrouw d'Espanet -heeft het al tweemaal op de Tuilerieën gezegd. - -Dat was de genadeslag. De prefect bekommerde zich niet meer om den -minister, niet om de geheele zaal. Hij begaf zich naar de estrade, -toen de piano een treurig voorspel aanhief, met weemoedige trillers; -daarop klonken de klagende tonen breeder en voller, en de gordijnen -werden opengeschoven. - -Mijnheer Hupel de la Noue, die reeds half verdwenen was, kwam het -salon weer binnen, toen hij de ringen hoorde schuiven. Hij was bleek, -scheen wanhopig, hij moest zich geweld aandoen om de dames geen standje -te maken. Zij hadden haar plaats heel alleen ingenomen! Zeker die -kleine d'Espanet, die het komplotje gesmeed had om gauw van kostuum -te verwisselen en het buiten hem te stellen. Het leek nergens naar, -het deugde heelemaal niet! - -Hij kwam weer terug, binnensmonds prevelend. Hij keek over de estrade, -haalde zijn schouders op en mopperde: - ---De nimf Echo komt te dicht bij den kant.... En dat been van den -mooien Narcissus, daar zit niets edels in.... - -Mignon en Charrier, naderbij gekomen om de "verklaring" te hooren, -waagden het hem te vragen "wat de jonge man en dat meisje daar op den -grond deden." Maar hij gaf geen antwoord, hij weigerde zijn dichtstuk -uit te leggen, en toen de aannemers aandrongen, klonk het nijdig: - ---Wel, het kan me niets meer schelen, als de dames buiten mij om haar -plaatsen innemen! - -De piano liet weeke, snikkende tonen hooren. Op het tooneel zag -men een open plek in een bosch, die door het electrische licht in -een zonnig licht gebaad werd. Het was een ideaal plekje, met blauwe -boomen, groote gele en roode bloemen, die bijna even hoog opschoten -als de eikeboomen. Daar, op een heuveltje van graszoden zaten Venus en -Plutus naast elkaar, omstuwd door nimfen, die uit de naaste struiken -waren toegesneld om hen tot escorte te dienen. Daar waren de dochters -der boomen, de dochters der bronnen, die der bergen, alle lachende, -naakte godinnen van het woud. En de god en de godin zegevierden, -zij straften de koelheid van den hoogmoedige die hen geminacht had, -terwijl de groep der nimfen nieuwsgierig toezag, met een heilige vrees, -naar de wraak van den Olymp, op den voorgrond. Daar vond het drama -zijn ontknooping. De schoone Narcissus lag aan den rand van een beek, -die van den achtergrond kwam, en bekeek zich in den waterspiegel; men -had zelfs de waarheid zoo ver gedreven, dat men werkelijk spiegelglas -op den bodem der beek had neergelegd. - -Het was echter niet meer de jonge man, die in vrijheid door de bosschen -zwierf; de dood verraste hem te midden van de opgetogen bewondering -voor zijn eigen beeld; de dood maakte hem machteloos en Venus met -haar uitgestrekten vinger, als de godin der apotheose, bracht over -hem de noodlottige betoovering. Hij werd een bloem. Zijn ledematen -werden groen, rekten zich uit en zijn nauwsluitend kostuum van groen -satijn, de buigzame stengel, de lichtgebogen beenen verzonken in de -aarde, vatten wortel, terwijl de romp, met breede witsatijnen banen -versierd, tot een verwonderlijk fraaie bloemkroon ontlook. Het blonde -haar van Maxime verhoogde de illusie, bracht met zijn lange krullen, -gele stampers te midden der witte bloembladeren. - -En de groote ontluikende bloem, met nog menschelijke vormen, boog het -hoofd naar de bron, met omfloersden blik, het gelaat glimlachend in -een wellustige verrukking, alsof de schoone Narcissus eindelijk in den -dood de begeerten bevredigd had, die hij voor zichzelf gekoesterd had. - -Een paar schreden verder, stierf eveneens de nimf Echo; zij stierf aan -onbevredigden hartstocht: zij voelde haar brandende leden langzamerhand -bevriezen en hard worden als de grond waarop zij lag. Zij werd geen -gewone rots, met mos begroeid, maar wit marmer, door haar schouders -en haar armen, door haar sneeuwwit kleed, waarvan de bladerengordel -en de blauwe sjerp waren afgegleden. Ineengezonken in het satijn van -haar rok, die zich in breede plooien vouwde, als een blok marmer, -lag zij achterover; het eenige dat nog leefde in dat marmeren beeld, -waren haar vrouwenoogen, glinsterende oogen, gericht op de waterbloem, -die zich smachtend over den waterspiegel heenboog. En het scheen reeds -of alle liefdeklanken uit het bosch, de lang aangehouden stemmen -van het kreupelhout, de geheimzinnige trillingen der bladeren, de -diepe zuchten der groote eiken, kwamen aangolven tegen het marmeren -vleesch van de nimf Echo, wier hart, nog steeds bloedend in het blok, -een langen weerklank gaf, de minste klachten van de Aarde en de Lucht -in de verte herhalend. - ---Wat hebben ze dien armen Maxime toegetakeld, fluisterde Louise. En -mevrouw Saccard, die lijkt wel dood. - ---Zij is begraven onder de poudre de riz, zei mevrouw Michelin. - -Andere weinig welwillende opmerkingen werden gemaakt. Het derde tableau -had niet het onbetwiste succès van de beide eerste. Toch had juist -die tragische ontknooping mijnheer Hupel de la Noue in geestdrift -gebracht voor zijn eigen talent. Hij bewonderde zich daarin, als zijn -Narcissus in zijn spiegelglas. Hij had er een aantal dichterlijke en -wijsgeerige strekkingen in neergelegd. - -Toen de gordijnen voor de laatste maal waren dichtgeschoven en de -toeschouwers als welopgevoede lui geapplaudisseerd hadden, had hij een -vreeselijke spijt dat hij aan zijn boosheid toegegeven en de laatste -bladzijde van zijn dichtstuk niet uitgelegd had. Hij wou toen aan -de omstanders de verklaring geven van de bekoorlijke, grootsche of -eenvoudigweg guitige dingen, die de schoone Narcissus en de nimf Echo -voorstelden, en hij poogde zelfs te zeggen wat Venus en Plutus daar -in dat open plekje deden; maar de heeren en dames, wier praktische -geest de grot van het vleesch en die van het goud begrepen had, hadden -weinig lust om zich te verdiepen in de mythologische complicaties van -den prefect. Mignon en Charrier, die bepaald alles wilden begrijpen, -waren de eenigen die hem er naar vroegen. Hij maakte zich van hen -meester, hij hield ze, in een vensternis, bijna twee uur aan de praat -met zijn Metamorphosen van Ovidius. - -Intusschen nam de minister afscheid. Hij maakte zijn verontschuldiging -dat hij onmogelijk kon wachten op de mooie mevrouw Saccard, om haar -zijn compliment te maken over de volmaakte gratie van de nimf Echo. Hij -had drie of vier maal de zaal rondgewandeld aan den arm van zijn broer, -de dames groetende en enkele handdrukken wisselend. Nog nooit had hij -zich zoo voor Saccard gecompromitteerd. Deze straalde van genoegen, -toen zijn broer bij het heengaan hardop zei: - ---Ik verwacht je morgenochtend. Kom bij me ontbijten. - -Het bal zou een aanvang nemen. De bedienden hadden de fauteuils -der dames langs de muren geplaatst. Het groote salon spreidde nu, -van het gele salonnetje tot aan het tooneel, zijn naakte tapijt uit, -welks groote purperen bloemen zich openden, onder het licht van de -kristallen kronen. De warmte nam toe, de roode behangsels bruinden met -hun weerschijn het goud van de meubels en het plafond. Men wachtte -met de opening van het bal totdat de dames, Echo, Venus, Plutus en -de anderen, van kostuum verwisseld hadden. - -Mevrouw d'Espanet en mevrouw Haffner verschenen het eerst. Zij hadden -haar kostuum van het tweede tableau weer aangedaan; de een was het -Goud, de andere het Zilver. Men vormde een kring om ze en feliciteerde -ze; en zij vertelden haar emoties. - ---Ik was bijna in lachen uitgebarsten, zei de markiezin, toen ik van -verre den grooten neus van mijnheer Toutin-Laroche zag, die me aankeek! - ---Ik geloof dat ik een stijven nek heb, merkte de blonde Suzanna. Als -het een minuut langer geduurd had, zou ik mijn hoofd weer gewoon -gehouden hebben, zoo'n pijn deed mijn nek. - -Mijnheer Hupel de la Noue, die nog steeds in de vensternis stond, -wierp ongeruste blikken op het groepje dat zich om de twee vrouwen -geschaard had; hij was bang dat men hem zou uitlachen. De andere -nimfen kwamen achtereenvolgens binnen; allen hadden haar kostuum met de -edelgesteenten; gravin Vanska had een uitbundig succès als Koraal, toen -men de vernuftige bijzonderheden van haar kostuum van nabij kon zien. - -Daarop kwam Maxime binnen, onberispelijk in zijn zwarte jas met een -glimlach op het gezicht; dadelijk werd hij door een heelen stoet -dames omringd, waarvan hij het middelpunt uitmaakte; men plaagde -hem met zijn rol van bloem, zijn voorliefde voor spiegels; hij, -zonder eenige verlegenheid, ging voort met glimlachen, antwoordde -op de plagerijen, bekende dat hij zich zelf aanbiddelijk vond en -dat hij genoeg ondervinding van de vrouwen had, om zichzelf boven -haar te verkiezen. Men lachte nog harder, het troepje groeide aan, -besloeg het geheele midden van het salon, terwijl de jonge man, -als verzonken tusschen die menigte van schouders, dien chaos van -schitterende kostuums, zijn geur van monsterachtige liefde, zijn -verdorven zachtheid van blanke bloem behield. - -Maar toen Renée eindelijk beneden kwam, ontstond er eenige stilte. Zij -had een nieuw kostuum aangedaan, van zoo'n origineele bevalligheid -en zoo'n vrijmoedigheid, dat de heeren en dames, die toch gewoon -waren aan de buitensporige luimen van de jonge vrouw, een beweging -van verrassing niet konden onderdrukken. - -Zij was gekleed als een inboorlinge van Otaheite. Dat kostuum schijnt -zoo primitief mogelijk te zijn; een zachtgekleurd tricot omsloot haar -van de voeten tot de borst, haar schouders en armen bloot latende; en -over dat tricot een eenvoudige neteldoeksche blouse, kort en met twee -strooken voorzien om de heupen een beetje te verbergen. In het haar, -een krans veldbloemen; om de enkels en de polsen, gouden ringen. Anders -niets. Zij was naakt. - -Het tricot had de lenigheid van vleesch, onder de dunne blouse; -de zuivere lijn van die naaktheid liet zich volgen, van de knieën -tot de oksels een weinig uitgewischt door de strooken, maar bij de -minste beweging weer verschijnende, en zich scherper afteekenende -tusschen de openingen der kanten. Het was een aanbiddelijke wilde, -een woest zinnelijk meisje, ternauwernood verborgen in een witte wolk, -een dichten nevel, waarin haar geheele lichaam zich liet raden. - -Renée naderde met vluggen tred, en roodgekleurde wangen. Céleste -had het eerste tricot laten bersten; gelukkig had de jonge vrouw, -dat geval voorziende, haar voorzorgen genomen. - -Dat gescheurde tricot had haar opgehouden. Zij scheen zich weinig om -haar triomf te bekommeren. Haar handen brandden, haar oogen schitterden -van koorts. Toch glimlachte zij nog en beantwoordde zij met een enkel -woord de heeren, die haar staande hielden en haar een complimentje -maakten over haar edele houdingen in de tableaux vivants. - -Verbaasd en verrukt over de doorschijnendheid van haar neteldoeksche -blouse, bleven de heeren haar nastaren. Toen zij aan de groep vrouwen -gekomen was, die Maxime omringden, wekte haar verschijning uitroepen -van verrassing; de markiezin bekeek haar van het hoofd tot de voeten -en fluisterde met een teederen blik: - ---Ze is heerlijk gevormd. - -Mevrouw Michelin, wier Oostersch kostuum vreeselijk stijf werd -naast dezen eenvoudigen sluier, beet zich op de lippen, terwijl -mevrouw Sidonie, in haar zwarte japon van toovenares, haar in het -oor fluisterde: - ---Onbetamelijker kan het al niet, vind je wel, lieve? - ---Neen maar, zei de mooie brunette, wat zou mijnheer Michelin boos -worden, als ik me zoo ontkleedde! - ---En hij zou gelijk hebben ook, besloot de makelaarster. - -Het groepje ernstige mannen scheen die meening niet toegedaan. Zij -genoten van verre. Mijnheer Michelin, dien zijn vrouw er zoo te onpas -bij noemde, geraakte in extase, om den heer Toutin-Laroche en baron -Gouraud te believen, die Renée's kostuum verrukkelijk vonden. - -Saccard ontving heel wat complimentjes over de prachtige vormen van -zijn vrouw. Hij boog en toonde zich zeer getroffen. De soirée had hem -redenen tot groote tevredenheid gegeven, en zonder een bezorgdheid -die nu en dan in zijn oogen te lezen was, als hij een snellen blik -op zijn zuster richtte, zou hij volmaakt gelukkig geschenen zijn. - ---Zeg, ze had ons nog nooit zooveel laten zien, zei Louise gekscherend -aan Maxime's oor, met een oogknipje naar Renée. - -Onmiddellijk daarop verbeterde zij haar gezegde, met een -onbeschrijfelijken glimlach: - ---Aan mij, ten minste. - -De jonge man keek haar aan, ongerust, maar zij lachte grappig, als -een schooljongen die schik heeft in een ietwat ongepaste grap. - -Het bal werd geopend. Men had op het tooneel van de tableaux vivants -een klein orkest geplaatst, waarin de koperen instrumenten de overhand -hadden, en de trompetten en horens galmden er lustig op los in het -ideale woud met zijn blauwe boomen. Men begon met een quadrille: Ah! il -a des bottes, il a des bottes, Bastien!, die toen op geen enkel bal -mocht ontbreken. De dames dansten. Polka's, walsen, mazurka's wisselden -de quadrilles af. De draaiende paren dansten de lange galerij op en -af, springende bij de stooten van het koper, zich wiegelend op de maat -der violen. De kostuums der vrouwen, uit alle landen en alle tijden, -krioelden dooreen als een mengelmoes van levende stoffen. Na al die -kleuren in een schijnbaar ordelooze mengeling te hebben meegevoerd, -bracht de rythmus bij zekere streken van den strijkstok dezelfde -satijnen tunica, hetzelfde blauwfluweelen keurslijf naast dezelfde -zwarte jas terug. Dan weer een streek op de viool, een horengeschal, -en de paren werden weer voortgedreven, trokken achtereenvolgens de -zaal rond, met de schommelende beweging van een bootje dat stroomaf -drijft, onder een windvlaag die het van den wal heeft losgerukt. - -Steeds door, zonder einde, uren lang. Somtijds, tusschen twee dansen, -naderde een dame een venster, om wat frissche lucht in te ademen, -een paartje rustte uit op een causeuse van het kleine gele salon, -of daalde in de serre af, langzaam de paden rondwandelend. Onder de -lianenpriëelen, in de zoele duisternis, waarheen de forto's van de -horens nog hun weg vonden, in de quadrilles Ohé! les p'tits agneaux, -en J'ai un pied qui r'mue, waar men niets zag dan den rand van een -vrouwenrok, hoorde men kwijnende lachjes. - -Toen men de deur van de eetzaal opende, die in een buffet herschapen -was, met aanrechttafels langs de muren en een lange tafel met koude -vleeschspijzen beladen, in het midden, ontstond er een ontzettend -gedrang. Een lange knappe man, die zoo beschroomd was geweest om -zijn hoed in de hand te houden, werd zoo krachtig tegen den muur -geduwd, dat de ongelukkige hoed met een doffen knal barstte. Dat gaf -gelach. Men wierp zich op de pasteitjes en het getruffeerde gevogelte, -terwijl men elkander lompweg met de ellebogen in de zijden stiet. - -Het leek wel een plundering; de handen ontmoetten elkaar tusschen -de vleeschspijzen, en de bedienden wisten niet wien zij het eerst -zouden bedienen, te midden van dien troep welopgevoede menschen, wier -uitgestrekte armen slechts de vrees uitdrukten, dat zij te laat zouden -komen en de schotels leeg zouden vinden. Een oude heer werd boos, -omdat er geen bordeaux was en de champagne hem belette in te slapen. - ---Kalm, heeren, kalm, zei Baptiste met zijn deftige stem. Er is -voor iedereen. - -Maar men luisterde niet naar hem. De eetzaal was vol, en buiten -de deur rekten de zwartgerokte heeren ongerust den hals uit. Voor -de aanrechttafels hielden groepjes stand, snel etende, elkander -verdringende. Velen verslonden zonder te drinken, daar zij geen glas -konden bemachtigen. Anderen daarentegen dronken, en maakten vergeefsche -jacht op een stuk brood. - ---Hoor eens, zei mijnheer Hupel de la Noue, door Mignon en Charrier, -die genoeg van de mythologie hadden, naar het buffet meegetroond, we -krijgen niets, als we mekaar niet een handje helpen.... Op de Tuileriën -is het nog erger, ik heb daar eenige ondervinding opgedaan.... Belast -gij u met den wijn, ik zal voor het vleesch zorgen. - -De prefect loerde op een bout. Hij strekte juist bijtijds den arm -uit, door een gaping tusschen de schouders, en nam hem bedaard weg, -nadat hij zijn zakken met broodjes had volgestopt. De aannemers -kwamen op hun beurt, Mignon met een flesch en Charrier met twee -flesschen champagne. Zij hadden echter slechts twee glazen kunnen -vinden; zij zeiden dat het niet hinderde, dat zij uit éen glas zouden -drinken. En de heeren soupeerden aan een hoekje van een bloementafel, -aan het einde der zaal. Zij trokken niet eens hun handschoenen uit, -terwijl zij de sneedjes vleesch tusschen hun broodjes legden en de -flesschen onder hun arm hielden. Met vollen mond stonden zij te praten, -de kin van hun vest afhoudend, opdat de sap op het kleed zou vallen. - -Charrier, die zijn wijn eerder op had dan zijn brood, vroeg aan een -bediende of hij geen glas champagne kon krijgen. - ---U moet wachten, mijnheer, antwoordde de bediende toornig, door de -drukte overstuur, vergetende dat hij niet in de keuken was. Er zijn -al driehonderd flesschen leeg gedronken. - -Intusschen hoorde men bij vlagen de tonen van de muziek. Men danste -een polka, de Baisers, zeer gewild op de publieke bals, waarbij ieder -danser den rythmus moest aangeven door zijn dame te kussen. - -Mevrouw d'Espanet verscheen aan de deur der eetzaal, hoog blozend, -het kapsel een weinig verward; zij liet met een bevallige matheid -haar lang zilveren kleed slepen. Men ging ternauwernood op zij; -met de ellebogen moest zij zich een weg banen. Zij liep de tafel -rond, aarzelend, met een pruilenden trek om den mond. Toen kwam zij -regelrecht op mijnheer Hupel de la Noue aan, die juist gedaan had en -zijn mond met zijn zakdoek afveegde. - ---Mijnheer, zoudt u zoo vriendelijk willen zijn, zei ze met haar -beminnelijksten glimlach, naar een stoel voor mij om te zien? Ik ben -al te vergeefs de heele tafel om geweest.... - -De prefect koesterde een wrok tegen de markiezin, maar in zijn -voorkomendheid voor de dames aarzelde hij niet; hij zocht en vond -een stoel, liet mevrouw d'Espanet daarop plaats nemen en bleef achter -haar staan om haar te bedienen. Zij wilde niet anders dan garnalen met -wat boter en een half glaasje champagne. Zij at met kieskeurigheid, -te midden van de gulzigheid der mannen. - -De tafel en de stoelen waren uitsluitend voor de dames bestemd. Maar -men maakte altijd een uitzondering ten gunste van baron Gouraud. Daar -zat hij vierkant op zijn stoel, voor een stuk pastei, waarvan hij de -korst langzaam tusschen zijn kaken fijn maalde. - -De markiezin wist den prefect weer voor zich in te nemen door de -opmerking, dat zij nooit de aandoening zou vergeten, die zij in -het artistieke les Amours des beau Narcisse et de la nymphe Echo -gevoeld had. Zij legde hem ook uit waarom men niet op hem gewacht -had, op een manier die hem volkomen troostte: toen de dames vernamen -dat de minister er was, hadden zij het gepast gevonden om de pauze -te bekorten. Zij verzocht hem daarop naar mevrouw Haffner te gaan, -die met mijnheer Simpson danste, een lomp mensch, zei zij, op wien -zij het niet begrepen had. En toen Suzanne er was, keek zij mijnheer -Hupel de la Noue niet meer aan. - -Saccard, gevolgd door de heeren Toutin-Laroche, de Mareuil en Haffner, -had bezit genomen van een aanrechttafel. Daar de middelste tafel vol -was en mijnheer de Saffré voorbijging met mevrouw Michelin aan den -arm, hield hij ze staande en wilde hij, dat de mooie brunette met -hen zou meeëten. Zij knabbelde lachend een paar pasteitjes op, haar -heldere oogen naar de vijf mannen om haar heen opslaande. Zij bogen -zich naar haar over, raakten haar met goud geborduurden sluier aan, -drongen haar tusschen de aanrechttafels, waartegen zij ten slotte -ging aanleunen, gebakjes aannemend uit ieders handen, heel lief en -heel vleiend, met de verliefde gedweeheid van een slavin tusschen -haar meesters. Mijnheer Michelin stond heel alleen, aan het andere -eind der kamer, een schaaltje ganzenleverpastei te verorberen, dat -hij had weten te bemachtigen. - -Intusschen trad mevrouw Sidonie, die al bij de eerste streken op de -viool in de balzaal rondloerde, de eetzaal binnen en riep Saccard -met een oogwenk. - ---Ze danst niet, zei zij zachtjes. Ze schijnt ongerust. Ik geloof -dat zij wat in haar schild voert.... Maar ik heb den jonker nog niet -kunnen ontdekken.... Ik ga even wat gebruiken en dan ga ik dadelijk -weer op mijn post. - -En zij nuttigde staande, als een man, een eendeboutje, dat zij zich -liet brengen door mijnheer Michelin, die zijn schaaltje leeg had. Zij -schonk zich een champagneglas vol malaga in, en na zich de lippen met -de vingers te hebben afgeveegd, keerde zij naar de balzaal terug. Het -leek wel of de sleep van haar toovenaressenkleed reeds al het stof -van de kleeden opgegaard had. - -In de zaal was de animo niet groot meer, het orkest hijgde naar adem, -toen een geroep: "de cotillon! de cotillon!" de dansers en het koper -weer deed opleven. Er kwamen paren uit alle boschjes van de serre; -de groote zaal werd even vol als bij de eerste quadrille, en in de -opgewekte menigte werden levendige gesprekken gevoerd. Het was de -laatste opflikkering van het bal. De mannen die niet dansten, keken van -uit hun plaats aan de vensters naar het babbelend groepje, dat steeds -aangroeide in het midden der zaal, terwijl de eters aan het buffet, -zonder een beet te verliezen, het hoofd vooruit staken om te zien. - ---Mijnheer de Mussy wil niet, zei een dame. Hij verzekert, dat hij -den cotillon niet meer leiden wil.... Kom, mijnheer de Mussy, nog -maar één keertje. Doe het om onzentwil. - -Maar de jonge attaché bleef in zijn stijve houding volharden. Het -was werkelijk onmogelijk, hij had het zich stellig voorgenomen. Dat -gaf een teleurstelling. Maxime weigerde ook, hij zei dat hij doodmoe -was. Mijnheer Hupel de la Noue durfde zich niet aanbieden: hij daalde -slechts tot de dichtkunst af. Daar een dame van mijnheer Simpson -gesproken had, legde men haar het zwijgen op: mijnheer Simpson was -de zonderlingste leider van een cotillon dien men bedenken kon; hij -had allerlei fantastische en ondeugende invallen; in een salon waar -men de onvoorzichtigheid begaan had hem te kiezen, vertelde men dat -hij de dames genoodzaakt had over stoelen te springen, en dat een van -zijn liefste figuren was, iedereen op handen en voeten de kamer rond -te laten loopen. - ---Is mijnheer de Saffré al weg? vroeg een kinderstem. - -Hij stond juist op het punt te vertrekken; hij nam afscheid van mevrouw -Saccard, met wie hij op den besten voet stond, sinds zij niets van -hem wilde weten. Die beminnelijke scepticus had een bewondering voor -de grillen van anderen. Men bracht hem in zegepraal uit de vestibule -terug. Hij verweerde zich, zei glimlachend dat men hem compromitteerde, -dat hij een ernstig man was. Eindelijk, voor al die witte handjes, -die zich smeekend naar hem uitstrekten: - ---Nu dan, zei hij, neemt uw plaatsen in.... Maar ik zeg u vooruit, -dat ik een slaafsche navolger van de oude school ben. Ik heb voor -geen oortje verbeeldingskracht. - -De paren namen rondom in de zaal op alle stoelen plaats die men -bijeen kon brengen; jongelui gingen zelfs de ijzeren stoelen uit de -serre halen. - -Het was een monstercotillon. Mijnheer de Saffré, die het peinzende -uiterlijk van een dienstdoend priester had, koos tot dame barones -Vanska, met wier Koraal-kostuum hij ingenomen scheen. Toen iedereen op -zijn plaats was, wierp hij een onderzoekenden blik op dien kring van -rokken, ieder door een zwarte japon geflankeerd. Hij gaf het orkest -een wenk en de trompetten schalden. - -Renée had geweigerd aan den cotillon deel te nemen. Zij was opgewonden -vroolijk, al van den aanvang van het bal af; zij danste bijna niet, -stond dan bij dit groepje, dan weer bij dat, en kon nergens rust -vinden. Haar vriendinnen merkten haar zonderling gedrag op. In den -loop van den avond had zij zelfs van haar voornemen gesproken om een -luchtreisje te maken met een beroemden luchtreiziger, over wien geheel -Parijs sprak. - -Toen de cotillon begon, vond zij het vervelend dat zij niet meer -ongehinderd rond kon wandelen; zij bleef aan de deur der vestibule -staan, wisselde een handdruk met verschillende heeren en praatte -met de intieme vrienden van haar man. Baron Gouraud, die in zijn -bonte pelsjas door een bediende werd weggeleid, vond nog een laatste -complimentje over haar Otaheitekostuum. - -Intusschen drukte mijnheer Toutin-Laroche zijn vriend Saccard de hand. - ---Maxime rekent op u, zei laatstgenoemde. - ---Zeker, zeker, antwoordde de nieuwbakken senator. - -En zich tot Renée wendende: - ---Mevrouw, ik heb u nog niet gefeliciteerd.... Die beste jongen is -dus geborgen. - -En daar zij verbaasd glimlachte, merkte Saccard op: - ---Mijn vrouw weet het nog niet.... Wij hebben van avond het huwelijk -van mejuffrouw de Mareuil en Maxime vastgesteld. - -Zij bleef glimlachen, maakte een nijging voor mijnheer Toutin-Laroche, -die bij het afscheid nemen zeide: - ---Ge teekent het contract Zondag, niet waar? Ik ga naar Nevers voor -een mijnzaak, maar ik ben voor dien tijd terug. - -Zij bleef een oogenblik alleen, midden in de vestibule. Zij glimlachte -niet meer, en hoe meer zij nadacht over hetgeen zij zooeven gehoord -had, des te huiveriger werd zij. Zij keek naar de rood fluweelen -behangsels, de zeldzame planten, de majolicapotten, met een starenden -blik. Vervolgens zei zij hardop: - ---Ik moet hem spreken. - -En zij keerde in het salon terug. Maar zij moest aan den ingang blijven -staan. Een figuur van den cotillon versperde den doortocht. Het orkest -speelde zachtjes een wals. De dames hielden elkander bij de hand -en vormden een kring, een van die rondedansen van kleine meisjes, -die Giroflé girofla zingen; zij draaiden zoo snel mogelijk rond, -elkander bij den arm trekkend, lachend en glijdend. - -In het midden had een cavalier--dat was de ondeugende heer Simpson--een -lange rose sjerp in de hand; hij hief ze omhoog als een visscher, -die een kruisnet uitwerpt; maar hij haastte zich niet, hij vond het -bepaald aardig de dames te laten ronddraaien, ze moe te maken. Zij -hijgden en smeekten om genade. Toen wierp hij de sjerp zóo behendig, -dat zij zich om de schouders van mevrouw d'Espanet en mevrouw Haffner -slingerde, die naast elkander draaiden. - -Dat was een aardigheid van den Amerikaan. Hij wilde toen met de twee -dames tegelijk dansen, en hij had ze al beide om de taille gevat, -de eene links en de andere rechts, toen mijnheer de Saffré met zijn -gestrenge stem als koning van den cotillon zei: - ---Men danst niet met twee dames. - -Maar mijnheer Simpson wilde de beide tailles niet loslaten. Adeline -en Suzanne wierpen zich lachend in zijn armen achterover. Men sprak -zijn oordeel uit, de dames werden boos, het werd een heel tumult, -en de heeren aan de vensternissen vroegen zich af hoe mijnheer de -Saffré zich uit dat netelige geval zou redden. Hij scheen inderdaad -een oogenblik in verlegenheid; hij zocht een geestigheid om de lachers -op zijn hand te krijgen. Plotseling kreeg hij een inval; glimlachend -nam hij mevrouw d'Espanet en mevrouw Haffner ieder bij een hand, -fluisterde ze een vraag in het oor, ontving beider antwoord en zich -vervolgens tot mijnheer Simpson wendende: - ---Plukt u de verbena of plukt u de maagdepalm? - -Mijnheer Simpson, wat dwaas, zei, dat hij de verbena plukte. Toen -gaf mijnheer de Saffré hem de markiezin, met de woorden: - ---Hier is de verbena. - -Men applaudisseerde bescheiden. Het werd heel aardig gevonden. Mijnheer -de Saffré was een leider van een cotillon "die overal raad op wist," -verklaarden de dames. Intusschen had het orkest den wals hervat en -mijnheer Simpson leidde zijn dame, na met haar de zaal rond te hebben -gewalst, naar haar plaats terug. - -Renée kon doorgaan. Zij had zich tot bloedens toe op de lippen gebeten, -voor al die "dwaasheden". Ze vond die mannen en vrouwen onnoozel, om -sjerpen te slingeren en bloemennamen aan te nemen. Haar ooren suisden, -een driftig ongeduld gaf haar plotseling den lust om zich met het hoofd -vooruit een weg te banen. Zij doorliep haastig het salon, de paren -die zich naar hun zitplaatsen begaven, tegen het lijf loopend. Zij -ging regelrecht naar de serre. Zij had noch Louise noch Maxime onder -de dansers gezien; zij zei tot zichzelf dat ze daar moesten zijn, -in het een of andere hoekje onder het gebladerte, gedreven door -dat instinct van guitigheid en grappigheid, dat hun de verborgen -hoekjes deed opzoeken, zoodra zij zich ergens samen bevonden. Maar -zij doorzocht tevergeefs de halfduistere serre. Alleen zag zij diep -in een der priëelen een lang jongmensch, dat eerbiedig de handen van -de kleine mevrouw Daste kuste en fluisterde: - ---Mevrouw de Lauwerens had het me wel gezegd: u is een engel! - -Die verklaring in haar eigen huis, in haar serre, stuitte haar. Mevrouw -de Lauwerens had haar handel wel ergens anders kunnen drijven! Het -zou Renée verlichting gegeven hebben, als zij al die luidruchtige -menschen uit haar kamers had kunnen jagen. Voor het bassin staande, -keek zij naar het water, zich afvragende waar Louise en Maxime zich -konden verbergen. - -Het orkest speelde nog steeds den wals, welks langzame wiegeling haar -het hart deed draaien. 't Was onuitstaanbaar, men kon niet eens in -zijn eigen huis nadenken. Zij was geheel de kluts kwijt. Zij vergat -dat de jongelui nog niet getrouwd waren, en zij zei bij zichzelf dat -het heel eenvoudig was, dat zij naar bed waren gegaan. Toen dacht -zij aan de eetzaal, zij ging haastig de trap van de serre op. Maar -aan de deur van het groote salon, werd ze weer tegengehouden door -een figuur van den cotillon. - ---Het zijn de "zwarte stippen," dames, zei mijnheer de Saffré -galant. Dat is een uitvinding van mezelf en u hebt er de primeur van. - -Men lachte hartelijk. De mannen verklaarden de toespeling aan de -jonge vrouwen. De keizer had een rede gehouden, waarin hij aan den -politieken gezichtseinder de aanwezigheid van zekere "zwarte stippen" -geconstateerd had. Die zwarte stippen hadden opgang gemaakt, men -wist eigenlijk niet waarom. Het Parijsch vernuft had zich van die -uitdrukking meester gemaakt; al een week lang werden die zwarte -stippen overal bij te pas gebracht. - -Mijnheer de Saffré plaatste de heeren aan het eene einde van -het salon, met den rug naar de dames, die aan het andere einde -stonden. Toen kommandeerde hij de heeren de panden van hun jassen -over het hoofd te slaan. Dit bevel werd opgevolgd te midden van een -uitgelaten vroolijkheid. Gebocheld, de schouders samengedrongen, de -jas niet verder dan tot de heupen reikend, waren de heeren inderdaad -afschuwelijk. - ---Lacht niet, dames, riep mijnheer de Saffré met komischen ernst; -of ik laat u uw kanten op het hoofd leggen. - -De vroolijkheid verdubbelde. En hij maakte een krachtig gebruik van -zijn gezag tegenover enkele heeren, die hun nek niet wilden verbergen. - ---Gij zijt de "zwarte stippen," zei hij; verbergt uw hoofd, laat niets -dan uw rug zien, de dames moeten enkel zwart zien.... En nu moet gij -loopen en u dooreen mengen, zoodat men u niet uit elkander kennen kan. - -De vroolijkheid steeg ten top. De "zwarte stippen" liepen heen en -weer, op hun spichtige beenen, wiegelend als raven zonder kop. Men zag -het hemd van een der heeren, met een stukje van de bretel. De dames -stikten bijna van het lachen; mijnheer de Saffré beval haar toen de -"zwarte stippen" te gaan zoeken. Zij schoten voort als een vlucht jonge -patrijzen, met een groot geruisch van japonnen. En aan het einde van -haar loop greep ieder den cavalier die onder haar bereik kwam. Het was -een onbeschrijfelijke verwarring. En de geïmproviseerde paren walsten -achtereenvolgens de zaal rond, met de volle muziek van het orkest. - -Renée stond tegen den muur geleund. Bleek, met opeengeklemde lippen, -keek zij toe. Een oude heer kwam haar galant vragen waarom zij niet -danste. Ze moest glimlachen, een vriendelijk antwoord geven. Zij glipte -door de paren en trad de eetzaal binnen. Het vertrek was ledig. Te -midden van de geplunderde tafels, de flesschen en borden, die overal -verspreid stonden, zaten Maxime en Louise kalm te soupeeren aan een -hoekje van de tafel, naast elkaar, op een servet dat zij uitgespreid -hadden. Zij schenen op hun gemak, zij lachten, in die wanorde, die -vuile glazen, die vette borden, die nog warme overblijfselen van -de gulzigheid der wit gehandschoende gasten. Zij hadden alleen de -kruimels om zich heen weggeveegd. Baptiste wandelde deftig de tafel -om, zonder de kamer, waar een troep wolven scheen huisgehouden te -hebben, met een blik te verwaardigen; hij wachtte op de bedienden om -een beetje orde op de aanrechttafels te laten aanbrengen. - -Maxime had nog een tamelijk souper bij elkander gekregen. Louise was -dol op noga-pistaches, waarvan een vol bord boven op een buffet was -blijven staan. Zij hadden drie aangesproken champagne-flesschen voor -zich staan. - ---Papa is misschien al weg, zei het meisje. - ---Des te beter! antwoordde Maxime, dan breng ik u thuis. En daar -zij lachte: - ---Je weet, dat men het er bepaald op gezet heeft dat ik met je -trouw. 't Is geen grapje meer, 't is ernst.... Wat zullen we doen -als we getrouwd zijn? - ---Wel, natuurlijk wat alle anderen doen! - -Die aardigheid was haar ontvallen; zij hernam dan ook gauw, als om -ze in te trekken: - ---We zullen naar Italië gaan. Dat zal goed zijn voor mijn borst. Ik -ben erg ziek.... Ach, mijn arme Maxime, wat krijg je een grappig -vrouwtje! Ik ben zoo mager als een sprinkhaan. - -Zij glimlachte, met een zweem van droefheid, in haar pagekostuum. Een -droge kuch bracht een rooden gloed op haar wangen. - ---Dat komt van de noga, zei zij. Thuis mag ik het niet eten.... Geef -me het bord even aan, ik zal de rest in mijn zak steken. - -En zij maakte juist het bord leeg, toen Renée binnentrad. Zij trad -regelrecht op Maxime toe, terwijl zij zich geweld aandeed om niet te -vloeken, die gebochelde niet te slaan, die daar met haar minnaar aan -tafel zat. - ---Ik moet je spreken, bracht zij stamelend uit. - -Hij aarzelde, door vrees bevangen, terugdeinzende voor een onderhoud -met haar alleen. - ---Jou alleen, dadelijk, herhaalde Renée. - ---Ga maar, Maxime, zei Louise met haar onverklaarbaren blik. Zie -meteen mijn vader te vinden. Ik raak hem op iedere soirée kwijt. - -Hij stond op, hij probeerde de jonge vrouw in het midden der eetzaal -tegen te houden, haar te vragen of er zoo'n haast bij was. Maar zij -siste tusschen haar opeengesloten tanden: - ---Volg me, of ik zeg alles ten aanhoore van iedereen! - -Hij werd doodsbleek en volgde haar gedwee als een hond, die met de -zweep gedreigd wordt. Zij meende te zien dat Baptiste haar aankeek; -maar op dat oogenblik bekommerde zij zich weinig om de heldere blikken -van dien dienaar! - -Bij de deur hield de cotillon haar ten derden male terug. - ---Wacht even, mompelde zij. Die ezels weten van geen ophouden. - -En zij vatte zijn hand, dat hij niet zou trachten te ontsnappen. - -Mijnheer de Saffré plaatste den hertog de Rozan met den rug tegen -den muur, in een hoek van het salon, naast de deur der eetzaal. Hij -stelde een dame voor hem, vervolgens een heer dos à dos met de dame, -daarop een andere dame voor den heer, en zoo het eene paar na het -andere, als een lange slang. Daar echter dames, druk in gesprek, -achterbleven, riep hij: - ---Komt, dames, op uw plaatsen voor de "colonnes". - -Zij kwamen, de "colonnes" werden gevormd. De ongepastheid die er in -stak, zich zoo tusschen twee mannen gedrongen te voelen, tegen den -rug van den een geleund en de borst van den ander vóór zich, maakte -de dames bijzonder vroolijk. - -De punten der boezems raakten de opslagen der jassen, de beenen der -cavaliers verdwenen in de japonnen der danseressen, en wanneer de -plotselinge vroolijkheid een hoofd deed buigen, was de snor die er -voor stond genoodzaakt op zij te gaan, om het niet tot een kus te -laten komen. - -Op een gegeven oogenblik gaf een grappenmaker een licht duwtje; de rij -drong dichter op elkaar, de jassen gingen nog dieper in de rokken; -men hoorde gilletjes en gelach, een lachen zonder eind. Men hoorde -barones Meinhold zeggen: "Maar mijnheer, u laat me stikken, druk -niet zoo hard!" wat zoo grappig klonk, zoo'n uitbundige vroolijkheid -verwekte, dat de "colonnes", schokkend wankelden, tegen elkander -stieten, op elkander leunden om niet te vallen. - -Mijnheer de Saffré stond met opgeheven handen, gereed om te -klappen. Toen klapte hij. Op dit teeken keerde ieder zich plotseling -om. De paren, die tegenover elkander stonden, vatten elkander om het -middel en de rij loste zich op in een reeks dansende paren. Alleen -de arme hertog de Rozan kwam bij het omkeeren met den neus tegen den -muur te staan. Hij werd braaf uitgelachen. - ---Kom, zei Renée tot Maxime. - -Het orkest speelde nog steeds den wals. Die weeke muziek, -wier eentonige rythmus ten laatste vervelend werd, verdubbelde -de verbittering der jonge vrouw. Zij bereikte het kleine salon, -Maxime bij de hand houdende, en hem de trap opduwende, die naar de -kleedkamer leidde. - ---Naar boven, beval zij hem. - -Zij volgde hem. Op dit oogenblik kwam mevrouw Sidonie, die den heelen -avond om haar schoonzuster heen gedribbeld had, niet weinig verbaasd -over die onophoudelijke tochten door de verschillende kamers, juist -de stoep van de serre op. Zij zag nog even de beenen van een man, -die de donkere trap opging. - -Een flauwe glimlach verscheen op haar wasachtig gelaat, en haar -toovenaresjapon opnemende om vlugger te kunnen loopen, ging zij haar -broer opzoeken, bracht daarbij een figuur van den cotillon in de war -en vroeg alle bedienden die zij tegenkwam, waar mijnheer Saccard -kon zijn. Zij vond hem eindelijk met mijnheer de Mareuil, in een -kamer naast de eetzaal, die voor deze gelegenheid tot rookkamer -was ingericht. De beide vaders bespraken de huwelijksgift en het -contract. Maar toen zijn zuster hem iets in het oor gefluisterd had, -stond Saccard op, verontschuldigde zich en verdween. - -Boven was de kleedkamer in de grootste wanorde. Op de stoelen lag het -kostuum van de nimf Echo, de gescheurde tricot, eindjes verkreukte -kant, linnengoed op een hoop neergeworpen, alles wat een vrouw, die -haast heeft, achter zich laat. De ivoren en zilveren instrumentjes -lagen zoowat overal, borstels en vijlen waren op het kleed gevallen; -de nog natte handdoeken, de stukken zeep op het marmeren blad, de -flacons die ontkurkt waren blijven staan, dat alles bracht in die -vleeschkleurige kamer een sterken, doordringenden geur. - -Om het blanketsel van armen en schouders te verwijderen, had de -jonge vrouw zich na de tableaux-vivants in de rose marmeren badkuip -gebaad. Op het afgekoelde water dreven plekken, die alle kleuren van -den regenboog vertoonden. - -Maxime trapte op een corset, viel bijna, trachtte te lachen. Maar -hij huiverde voor de harde trekken van Renée. Zij kwam op hem af, -gaf hem een duw en zei nauw hoorbaar: - ---Dus ga je met die bochel trouwen? - ---Ik denk er niet aan, stotterde hij. Wie heeft je dat verteld? - ---Lieg maar niet, dat is niet noodig.... - -Hij kwam in opstand. Zij maakte hem angstig, hij wou er een eind -aan maken. - ---Nu ja dan, ik ga met haar trouwen. Wat zou dat?.... Ben ik mijn -eigen meester niet? - -Zij kwam naar hem toe, met ietwat gebogen hoofd, en hem met een -kwaadaardigen lach bij de polsen grijpend: - ---Meester? jij de meester?!.... Je weet wel anders. Ik ben de -meester. Ik zou je armen kunnen breken, als ik kwaad wou; je hebt -niet meer kracht dan een meisje. - -En daar hij tegenspartelde, wrong zij zijn armen met de zenuwachtige -heftigheid van haar toorn. Hij slaakte een lichten kreet. Toen liet -zij hem los, en hernam: - ---Laten we maar niet gaan vechten, zie je; ik zou de sterkste zijn. - -Hij zag nog bleek, met de schaamte over die pijn die hij aan zijn -polsen voelde. Hij volgde haar met den blik, terwijl zij heen en weer -liep. Zij zette de stoelen op hun plaats, dacht intusschen na over -een plan dat al in haar hoofd was opgekomen, toen haar man haar het -huwelijk had bekend gemaakt. - ---Ik zal je hier opsluiten, zei zij eindelijk, met het aanbreken van -den dag gaan we naar Havre. - -Hij werd nog bleeker van angst en verbazing. - ---Maar dat is razernij! riep hij uit. We kunnen niet samen weggaan. Je -weet niet meer wat je zegt.... - ---Wel mogelijk. In ieder geval ben jij met je vader daar de schuld -van.... Ik heb behoefte aan je en ik neem je. - -Een roode gloed schitterde in haar oogen. Zich vlak voor Maxime -plaatsende, zoodat haar adem zijn gezicht verhitte, ging zij voort: - ---Wat zou ik dan moeten beginnen, als je met die bochel trouwde? Je -zou me uitlachen, ik zou misschien genoodzaakt zijn dien slungel van -een Mussy weer te nemen, die nog niet in staat was me de voeten warm -te maken. - -Wanneer men gedaan heeft wat wij gedaan hebben, blijft men bij -elkander. Bovendien, 't is eenvoudig genoeg, ik verveel me als jij er -niet bent, en daar ik heenga, neem ik je mee.... Je kan aan Céleste -opgeven, wat ze van je kamers moet halen. - -De ongelukkige strekte smeekend de handen uit: - ---Kom, Renéelief, bega nu geen dwaasheden. Kom tot je zelve.... Denk -eens aan het schandaal. - ---Ik geef wat om dat schandaal! Als je weigert, ga ik naar het salon -en ik roep hardop dat ik bij je geslapen heb en dat je nu lafhartig -genoeg bent om met de bochel te trouwen. - -Hij liet het hoofd zinken, hoorde haar aan, gaf reeds toe, dien wil -aanvaardende die zich zoo ruw aan hem opdrong. - ---We zullen naar Havre gaan, hernam zij zachter, zich verlustigende -in haar droombeeld, en dan steken we naar Engeland over. Niemand zal -ons daar vervelen. Als we nog niet ver genoeg zijn, gaan we naar -Amerika. Ik heb het toch altijd koud, voor mij zal het goed zijn -daar. Ik heb dikwijls de creoolschen benijd.... Maar hoe meer zij -haar plan uitwerkte, des te benauwder werd Maxime. Parijs verlaten, -zoo ver weggaan met een vrouw die bepaald gek was, een geschiedenis -achter zich laten, waarvan de schandelijke zijde hem voor altijd -verbannen zou! 't Was alsof een afgrijselijke nachtmerrie hem den -adem benam. Hij zocht wanhopig naar een middel om uit die kleedkamer -te komen, dat rose verblijf van een krankzinnige. Eindelijk had hij -iets gevonden. - ---Ik heb immers geen geld, zei hij zachtmoedig, om haar niet kwaad -te maken. Als je me opsluit, ben ik niet in de gelegenheid om het me -te verschaffen. - ---Ik heb het wel, antwoordde zij zegevierend. Ik heb honderdduizend -francs. Alles komt op die manier in orde.... - -Zij nam uit haar spiegelkast de akte van afstand die haar man -achtergelaten had, in de flauwe hoop dat zij zich bedenken zou. Zij -bracht het papier naar de toilettafel, dwong Maxime haar pen en inkt -te geven uit de slaapkamer, en de stukken zeep ter zijde schuivende, -teekende zij. - ---Ziedaar, zei zij, de dwaasheid is begaan. Als ik bestolen ben, is -het met mijn eigen wil.... We zullen bij Larsonneau aangaan, voordat -we naar het station gaan.... Nu, jongenlief, ga ik je opsluiten, -dan pakken we ons weg door den tuin, als ik eerst al die menschen -het huis uitgezet heb. We behoeven niet eens koffers mee te nemen. - -Zij werd weer vroolijk. Die inval bracht haar in verrukking. Het was -het toppunt van buitensporigheid, een einde dat haar in die heete -koortscrisis, bijzonder origineel toescheen. Zij kwam Maxime omarmen -en fluisterde: - ---Ik heb je zooeven pijn gedaan, arme lieveling! Maar je weigerde -ook.... - -Je zult eens zien hoe heerlijk het zal zijn. Denk je dat je bochel -net zooveel van je zou houden als ik? Het is geen vrouw; die kleine -baviaan.... - -Zij lachte, trok hem naar zich toe, kuste hem op de lippen, toen een -gedruis hen het hoofd deed omwenden. Saccard stond op den drempel -van de deur. - -Er ontstond een pijnlijke stilte. Langzaam maakte Renée haar armen -van Maxime's hals los; zij boog het hoofd niet, maar bleef haar man -aanstaren als een doode, met haar groote oogen; terwijl de jonge man, -als verpletterd, wankelde, met gebogen hoofd, nu hij den steun van -haar omhelzing niet meer voelde. - -Saccard, als door den bliksem getroffen, bij dien ontzettenden slag -die eindelijk den man en den vader in hem wakker riep, bleef daar -staan, doodsbleek, hen verterende door den gloed, die uit zijn oogen -straalde. In de vochtige, geurige lucht der kamer, vlamden drie kaarsen -hoog op, met een rechte vlam, onbewegelijk als een heete traan. Het -eenige geluid dat de verschrikkelijke stilte verbrak, was de muziek, -die bij vlagen de nauwe trap opsteeg; de wals, met zijn slangachtig -gekronkel, rolde zich ineen, sliep in op het sneeuwwit tapijt, te -midden van het gescheurde tricot en de rokken, die op den grond lagen. - -Toen trad de echtgenoot nader. De behoefte aan een daad van geweld -deed de aderen van zijn gelaat opzwellen, hij balde zijn vuisten om -de schuldigen neer te vellen. De drift barstte in dat bewegelijke -mannetje uit met den knal van een geweerschot. Hij vertoonde een half -gesmoorden grijnslach, en steeds nader komende: - ---Je maakte haar je huwelijk bekend, niet waar? - -Maxime trad een stap achteruit, zocht een steun tegen den muur: - ---Luister, stamelde hij, zij.... - -Hij was op het punt haar lafhartig te beschuldigen, de schuld van -de misdaad op haar te werpen, te zeggen dat zij hem wilde schaken, -zich te verdedigen met de onderworpenheid en den angst van een kind, -dat op een ondeugendheid betrapt wordt. Maar hij had er de kracht -niet toe, de woorden bleven hem in de keel steken. Renée bleef als -een standbeeld staan, in uitdagende houding. Toen wierp Saccard, als -om een wapen te zoeken, een blik om zich heen. En op een hoek van de -toilettafel, midden tusschen de kammen en nagelschuiers, bemerkte hij -de akte, waarvan het zegelpapier geel afstak tegen het marmer. Hij -keek naar de akte, keek naar de schuldigen. Zich voorover buigende, -zag hij dat de akte geteekend was. Zijn oogen gingen van den geopenden -inktkoker naar de nog vochtige pen, die naast den kandelaar lag. Hij -bleef in gedachten voor die handteekening staan. - -De stilte werd nog drukkender, de vlammen der kaarsen werden langer, -de wals wiegde zich nog weeker, langs de behangsels. Saccard haalde -bijna onmerkbaar de schouders op. Hij keek zijn vrouw en zijn zoon -doordringend aan, als om op hun gelaat de verklaring te lezen die hij -niet vond. Toen vouwde hij langzaam de akte dicht, en stak ze in zijn -jaszak. Zijn gelaat was doodsbleek geworden. - ---Je hebt er goed aan gedaan het te teekenen, lieve, zei hij -zachtzinnig tot zijn vrouw.... Dat is honderdduizend francs die je -verdiend hebt. Van avond zal ik je het geld brengen. - -Hij glimlachte bijna, alleen zijn handen beefden een beetje. Hij deed -een paar stappen, en ging voort: - ---'t Is hier om te stikken. Wat een idee om een van jelui grappen in -dit dampbad te komen uithalen!.... - -En zich tot Maxime wendende, die het hoofd weer opgericht had, -verbaasd over de kalme stem van zijn vader: - ---Kom, ga je mee! hernam hij. Ik had je naar boven zien gaan, ik zocht -je dat je afscheid kon nemen van mijnheer de Mareuil en zijn dochter. - -De twee mannen gingen naar beneden, samen pratende. Renée bleef alleen -staan, in het midden van de toiletkamer, starende naar de gapende -opening van de kleine trap, waarin zij de schouders van vader en zoon -had zien verdwijnen. Zij kon haar oogen niet van die opening afwenden. - -Hoe? Zij waren bedaard, vriendschappelijk heengegaan! Die twee -mannen hadden elkander niet verpletterd! Zij luisterde scherp toe, -of niet een afschuwelijke worsteling de beide lichamen van de trap -deed rollen. Niets. In die zwoele duisternis, niets dan het geluid -van dansen, éen lang gewiegel. Zij meende in de verte, het lachen van -de markiezin, de heldere stem van mijnheer de Saffré te hooren. Het -drama was dus geëindigd? Haar misdaad, de kussen in het groote grijs -met rose bed, de woeste nachten in de serre, die geheele vervloekte -liefde, die als brandend vuur maanden lang door haar aderen had -gewoeld, eindigde dus zóo plat, zóo onedel! Haar man wist alles en -sloeg haar zelfs niet. En de stilte om haar heen, die stilte waarin -de oneindige wals doorklonk, jaagde haar grooter schrik aan dan een -moord. Zij was bang voor die vreedzaamheid, bang voor dat zachtkleurig, -bescheiden kabinet, vervuld met een geur van liefde. - -Zij zag zichzelf in de hooge spiegelkast. Zij naderde, verbaasd zich -te zien, haar man vergetende, Maxime vergetend, haar geest gericht -op ééne gedachte, op die vreemde vrouw die zij voor zich had. De -krankzinnigheid kwam op. Haar lichtblonde haar, aan de slapen en -den nek opgestreken, scheen haar een naaktheid, een oneerbaarheid -toe. De rimpel in haar voorhoofd groefde zich zoo diep, dat hij een -donkere streep boven haar oogen trok, de smalle, blauwachtige striem -van een zweepslag. Wie had haar zoo geteekend? Haar echtgenoot had -toch niet de hand tegen haar opgeheven! En verwonderd keek zij naar -haar bleeke lippen, naar haar bijziende oogen waaruit alle glans -geweken was. Wat was zij oud! Zij boog het hoofd, en toen zij zich -in haar tricot, in haar dunne gazen blouse zag, beschouwde zij zich, -met neergeslagen oogen, en een plotselingen blos van schaamte. - -Wie had haar ontkleed? Wat deed zij in die onvoegzame kleeding van een -losbandige, die zich tot den buik ontbloot? Zij wist het niet meer. Zij -keek naar de ronding van haar dijen door het tricot nauw omsloten, -haar heupen wier buigzame lijnen zij onder het gaas kon volgen, -haar laag ontblooten boezem; en zij schaamde zich voor zichzelve, -en een verachting voor haar eigen lichaam vervulde haar met een -mokkenden toorn tegen hen die haar zoo achterlieten, met niets dan -gouden ringen aan haar enkels en haar polsen, om haar huid te bedekken. - -Toen, met het idée fixe van een geest die aan zichzelven wanhoopt, -zich afvragende wat zij daar deed, geheel naakt, voor den spiegel, -zag zij zich, met een plotselingen terugblik op haar jeugd, als -zevenjarig meisje in de doodsche deftigheid van het hôtel Béraud. Zij -herinnerde zich een dag, waarop tante Elisabeth ze had aangekleed, -haar en Christine in grijze wollen jurkjes met roode ruitjes. Het was -Kerstfeest. Wat waren zij blij met haar twee eendere jurkjes. Tante -verwende ze, zij gaf ze zelfs ieder een armbandje en een bloedkoralen -halssnoer. De mouwen waren lang, het lijfje kwam tot aan de kin, -de sieraden prijkten op de stof, en dat vonden ze heel mooi. - -Renée herinnerde zich nog, dat haar vader er bij was, dat een weemoedig -lachje over zijn vermoeide trekken gleed. Dien dag hadden zij en -haar zuster in de kinderkamer als groote menschen rondgedrenteld, -zonder te spelen, om zich niet vuil te maken. Later, bij de dames -der Visitatie, hadden haar schoolmakkertjes haar uitgelachen om haar -hansworstenkostuum, dat haar over haar handen hing en boven haar -ooren uitstak. Ze had onder schooltijd zitten huilen. In het speeluur -had zij, om niet langer geplaagd te worden, de mouwen omgeslagen en -het halsboordje naar binnen gekeerd. En het bloedkoralen snoer en de -armband schenen haar mooier toe om den blooten hals en den pols. Was -zij van dien dag aan begonnen zich te ontkleeden? - -Haar gansche leven kwam haar voor den geest. Zij doorleefde weer haar -lange afdwaling, dat rumoerig leven van verkwisting en zingenot, -dat zich langzamerhand van haar had meester gemaakt, dat in haar -opgestegen was tot aan de knieën, tot den buik, toen tot de lippen, -en dat zij nu als een stortvloed over haar hoofd voelde gaan, zoodat -het daarbinnen klopte en bonsde. - -Het was als een bedorven sap; het had haar leden afgemat, uitwassen -van schandelijke hartstochten in haar hart en ziekelijke dierlijke -neigingen in haar hoofd doen opkomen. Dat sap had haar voetzool -opgenomen uit het kleed van haar rijtuig, uit nog andere kleeden, -uit al die zijde en al dat fluweel, waarop zij sedert haar huwelijk -liep. De voetstappen van anderen hadden die gifkiemen daar zeker -achtergelaten, die kiemen die zich nu in haar bloed ontwikkeld hadden, -die haar aderen nu door haar lichaam verspreidden. - -Zij herinnerde zich haar kindsheid nog goed. Toen zij klein was, was -zij alleen maar nieuwsgierig. Naderhand zelfs, na die verkrachting -die haar tot het kwaad had gedreven, wilde zij zooveel schande -niet. Stellig zou ze beter zijn geworden, als ze bij tante Elisabeth -was blijven breien. En zij hoorde het regelmatige tiktak van tante's -breinaalden, terwijl zij in den spiegel staarde om in die vreedzame -toekomst te lezen die haar ontgaan was. Maar zij zag slechts haar -rose dijen, haar rose heupen, die vreemde vrouw van rose zijde die -voor haar stond, en wier huid van fijne, dicht ineengeweven stof, -gemaakt scheen voor de liefde van hansworsten en poppen. Zoover was -het met haar gekomen, dat zij niets meer was dan een groote pop, -uit wier gescheurde borst slechts een straaltje zemelen ontsnapt. - -Toen, tegenover die gruwelen van haar leven, verhief zich een stem -in haar binnenste; het bloed van haar vader, dat burgerlijke bloed, -dat haar niet met rust liet in de uren van crisis, kwam tegen haar in -opstand. Zij, die altijd met vrees en beving aan de hel had gedacht, -zij had moeten blijven in de sombere gestrengheid van het hôtel -Béraud. Wie had haar toch naakt gemaakt? - -En in de blauwachtige schemering van den spiegel waande zij de -gelaatstrekken van Saccard en Maxime te zien opdoemen. Saccard, -donker van uiterlijk, grijnslachend, met een kleur als van ijzer, -een lach als een nijptang, op zijn spichtige beenen. Die man was een -wil. Sedert tien jaren zag zij hem in de smidse, in den gloed van -het gloeiend metaal, met verzengde huid, hijgend, steeds kloppend, -hamers hanteerend, twintigmaal te zwaar voor zijn armen, op gevaar -af zichzelf te verpletteren. - -Nu begreep zij hem; hij scheen haar grooter toe door die -bovenmenschelijke inspanning, door die bovenmatige schelmerij, dat idée -fixe om zich onmiddellijk een onmetelijk fortuin te verschaffen. Zij -herinnerde zich, hoe hij over de hindernissen heensprong, in de modder -rolde, zich niet eens den tijd gunde om zich af te wisschen, ten einde -er vóor den bepaalden tijd te wezen; hoe hij zich zelfs niet onderweg -ophield om te genieten, maar zijn goudstukken al loopende opkauwde. - -Daarop verscheen het blonde, knappe hoofd van Maxime achter den lompen -schouder van zijn vader; hij vertoonde zijn helderen meisjeslach, -zijn ledige, veile deernenoogen die hij nooit neersloeg, zijn -scheiding midden op het voorhoofd, waardoor de witte hoofdhuid -te voorschijn kwam. Hij bespotte Saccard, hij vond hem burgerlijk, -zooveel moeite te doen om geld te winnen, dat hij verteerde, met zijn -beminnelijke luiheid. Hij liet zich onderhouden. Zijn lange, slappe -handen getuigden van zijn ondeugden. Zijn onthaard lichaam nam de -afgematte houding van een verzadigde vrouw aan. In heel dat slappe, -weeke wezen, waarin de ondeugd stroomde met de zachtheid van een lauw -water, schitterde geen sprankje nieuwsgierigheid naar het kwaad. Hij -was het lijdzame werktuig. - -En Renée, die twee verschijningen in de schemering van den spiegel -ziende opdoemen, deinsde een stap terug, zij zag dat Saccard haar als -inzet bij zijn spel, als bedrijfskapitaal bij zijn zaken had gebruikt -en dat Maxime er bij was geweest om de goudstukken op te rapen, die -uit den zak van den speculant gegleden waren. Zij was zooveel als -een wisselbrief in de portefeuille van haar man; hij drong haar tot -die kostuums van éen nacht, die minnaars van éen seizoen; hij wrong -haar in de vlammen van zijn smeedoven, gebruikte haar als een edel -metaal, om het ijzer met zijn handen te vergulden. Gaandeweg had de -vader haar dwaas en ellendig genoeg gemaakt voor de kussen van den -zoon. Indien Maxime het verarmde bloed van Saccard was, voelde zij -zich het voortbrengsel, de wormstekige vrucht van die twee mannen, -de eerloosheid die zij tusschen elkander gegraven hadden en waarin -zij zich beurtelings wentelden. - -Nu wist zij het. Die lieden hadden haar naakt gemaakt. Saccard had het -keurslijf losgehaakt en Maxime had den rok laten afglijden. En met hun -beiden hadden zij het hemd afgerukt. Nu had ze niets meer om het lijf, -dan een paar gouden banden, als een slavin. Ze keken haar zooeven aan, -ze zeiden niet: "Je bent naakt". - -De zoon beefde als een lafaard, rilde bij de gedachte zijn misdaad -tot het einde toe te volvoeren, weigerde haar te volgen in haar -hartstocht. De vader, in plaats van haar te dooden, had haar bestolen; -die man strafte de lui door hun zakken te plunderen; een handteekening -viel als een zonnestraal op zijn woeste drift en uit wraak nam hij de -handteekening mee. Toen had zij hun schouders in de duisternis zien -verdwijnen. Geen bloed op het tapijt, geen kreet, geen klacht. Het -waren laaghartigen. Zij hadden haar uitgekleed. - -En ze zei bij zichzelf dat zij één enkele maal de toekomst voorzien -had, dien dag waarop, voor de fluisterende schaduwen van het park -Monceau, de gedachte dat haar man haar, met schande overdekt, eens -krankzinnig zou maken, als een schrikbeeld tusschen haar onstuimige -begeerten was opgerezen. Ach! wat deed dat arme hoofd haar zeer! Hoe -diep gevoelde zij, in dit oogenblik, de valschheid van dien waan, die -haar deed gelooven dat zij in gelukzalige gewesten van goddelijke, -straffelooze genietingen leefde! Zij had geleefd in het land der -schande, en zij was gekastijd door de uitputting van haar geheele -lichaam, door den dood van haar reeds zieltogenden geest. Zij schreide, -dat zij niet geluisterd had naar die luide stemmen der boomen. - -Haar naaktheid verbitterde haar. Zij wendde het hoofd om, keek om -zich heen. In de kleedkamer heerschte nog steeds die muskuslucht, die -warme stilte, waarin de walsdeuntjes doordrongen als de wegstervende -kringen op een watervlak. Dat gedempte gelach van verwijderd genot -kwam tot haar als een ondragelijke spotternij. Zij stopte zich de -ooren toe om niets meer te hooren. Toen viel haar oog op de weelde -van de kamer. Zij keek omhoog naar de rose tent, naar de zilveren -kroon die een bolwangigen Amor liet zien, met den pijl op den boog; -zij beschouwde de meubels, het marmer van de toilettafel, vol potjes -en gereedschappen, die zij niet herkende; zij ging naar de badkuip, -nog vol water; zij stiet met den voet tegen de stoffen, die op het wit -satijn der fauteuils waren neergeworpen, het kostuum der nimf Echo, -de rokken, de handschoenen die waren blijven liggen. En al die dingen -spraken haar van schande: het kleed van de nimf Echo sprak haar van -dat spel, dat zij had willen spelen, om het eigenaardige genot zich -openlijk aan Maxime te kunnen aanbieden; de badkuip wasemde den -geur van haar lichaam uit; het water waarin zij zich gebaad had, -verspreidde door de kamer haar koorts van zieke vrouw; de tafel met -hare zeepen en oliën, de meubels, met hun zachte rondingen als bedden, -spraken haar lompweg over haar vleesch, over haar liefde, over al die -onreinheden die zij wilde vergeten. Zij kwam weer terug naar het midden -van de kamer, purperrood, niet meer wetende waar zij dien alkoofgeur -zou ontvluchten, die weelde die zich met de schaamteloosheid van -een lichtekooi ten toon stelde, al dat rose liet zien. De kamer was -naakt, evenals zijzelf; de rose badkuip, de rose huid der behangsels, -het rose marmer van de twee tafels kregen leven, rekten zich uit, -rolden zich ineen, omringden haar met zoo'n bandeloosheid van levende -wellustigheden, dat zij de oogen sloot, het hoofd deemoedig boog -onder het kantwerk van het plafond en de muren, dat haar verpletterde. - -Maar, door haar gesloten oogleden heen, zag zij weer de vleeschkleur -van de kleedkamer, en zij zag bovendien het zachte grijs van de -slaapkamer, het zachte geel van het kleine salon, het harde groen -van de serre, al die medeplichtige weelde. Daar hadden haar voeten de -slechte sappen in zich opgenomen. Op een matras, in een zolderkamertje, -zou zij met Maxime niet geslapen hebben. Dat zou al te onwaardig -geweest zijn. De zijde had haar misdaad koket gemaakt. En de verzoeking -kwam in haar op die kanten af te rukken, op die zijde te spuwen, -haar groot bed stuk te trappen, haar weelde in een goot te sleepen, -waar ze even versleten en bezoedeld uit zou komen als zij zelf. - -Toen zij de oogen weer opende, trad zij op den spiegel toe, bekeek -zich nog eens nauwlettend. Ze was uitgeleefd. Zij zag zich reeds -dood. Haar geheele gelaat zei haar, dat de stoornis in haar brein -nu volkomen was. Maxime, die laatste verdorvenheid van haar zinnen, -had zijn werk voltooid, haar lichaam uitgeput, haar geest van streek -gebracht. Zij zou geen vreugde meer smaken, voor haar geen hoop op -een beter ontwaken. Bij die gedachte ontstak zij weer in een woesten -toorn. En in een laatste crisis van begeerte, kwam het denkbeeld in -haar op haar prooi weer te omvatten, te zieltogen in de armen van -Maxime, hem met zich mee te voeren. Louise kon niet met hem trouwen; -Louise wist wel dat hij niet van haar was; zij had immers gezien hoe -zij elkander de lippen boden. Toen wierp zij een bonten kraag over -haar schouders, om niet geheel ontkleed de balzaal door te gaan. Zij -ging naar beneden. - -In het kleine salon stond zij eensklaps voor mevrouw Sidonie. Deze -had zich, om van het drama te genieten, weer op de stoep van de serre -geposteerd. Maar zij begreep er niets meer van, toen Saccard weer -met Maxime te voorschijn kwam, en ruw op haar fluisterende vragen -antwoordde, dat zij droomde, dat er volstrekt niets was. Toen vermoedde -zij de waarheid. Haar geel gezicht werd bleek, dàt vond zij al heel -sterk. En zachtjes kwam zij haar oor tegen de trapdeur leggen, in de -hoop dat zij Renée boven zou hooren schreien. Toen de jonge vrouw de -deur opende, sloeg deze haast tegen haar schoonzuster aan. - ---Je bespiedt me! zei Renée toornig. - -Maar mevrouw Sidonie antwoordde met een fiere minachting: - ---Denk je dat ik me met jouw vuiligheden bemoei? - -En haar toovenarescostuum weer opnemende, ging zij statig heen, -met de opmerking: - ---'t Is mijn schuld niet, kleine, als je in de klem geraakt.... Maar -ik ben niet haatdragend, hoor! En weet wel, dat je in mij een tweede -moeder zou gevonden hebben en nog kan vinden. Je kan bij me komen, -zoodra je maar wil. - -Renée hoorde haar niet eens aan. Zij trad het groote salon binnen, -ging midden door een ingewikkeld cotillon-figuur, zonder te letten -op de verbazing die haar bonten kraag teweeg bracht. In het midden -der zaal waren groepjes dames en heeren, die met vaandeltjes wuifden, -terwijl de aangename stem van mijnheer de Saffré zei: - ---Komaan, dames "la Guerre du Mexique".... De dames die het -struikgewas voorstellen, moeten haar rokken wijd uitspreiden en op -den grond blijven zitten.... Nu draaien de heeren om het struikgewas -heen.... Wanneer ik vervolgens in de handen klap, danst iedere heer -met zijn heester. - -Hij klapte in de handen. De trompetten schalden, de wals liet -weer zijn paren door de zaal zweven. De figuur had weinig succès -gehad. Twee dames waren in haar rokken verward op den grond blijven -zitten. Mevrouw Daste verklaarde dat zij de "Guerre du Mexique" -daarom alleen vermakelijk vond, omdat zij bij het neerhurken haar -japon kon laten opbollen, evenals toen zij op de kostschool was. - -In de vestibule vond Renée Louise en haar vader, die door Saccard en -Maxime uitgeleide werden gedaan. Baron Gouraud was vertrokken. Mevrouw -Sidonie ging heen met Mignon en Charrier, terwijl mijnheer Hupel de la -Noue mevrouw Michelin begeleidde, bescheidenlijk gevolgd door haar man. - -De prefect had het overige van den avond besteed met het hof te -maken aan de mooie brunette. Hij had haar juist weten over te halen -een van de zomermaanden in zijn standplaats te komen doorbrengen, -waar men oudheden zag, "die de moeite waard waren." - -Louise, die stilletjes de noga opknabbelde die zij in haar zak had, -kreeg een hoestbui toen zij juist afscheid namen. - ---Stop je maar goed in, zei de vader. - -En Maxime haastte zich den band van haar capuchon dichter toe te -halen. Zij hief de kin op en liet zich warm instoppen. Maar toen -mevrouw Saccard verscheen, kwam mijnheer de Mareuil terug, om afscheid -van haar te nemen. - -Zij bleven allen nog een oogenblikje praten. Zij gaf een verklaring -van haar bleekheid en haar huiveringen, zij had zich koud gevoeld -en was naar boven gegaan om dien kraag om te slaan. En zij loerde op -het oogenblik dat zij zachtjes met Louise kon spreken, die haar met -haar kalme nieuwsgierigheid aankeek. Terwijl de mannen elkander de -hand drukten, fluisterde zij: - ---Je trouwt toch niet met hem, hè? 't Is niet mogelijk. Je weet wel.... - -Maar het meisje liet haar niet uitspreken, en zich uitrekkende, -fluisterde zij haar in het oor: - ---Wees maar niet bang, ik neem hem mee.... 't Hindert niets, hoor, -we gaan immers toch naar Italië. - -En zij glimlachte, met haar flauwen glimlach van verdorven -sphinx. Renée kon geen antwoord vinden. Zij begreep er niets van, -ze dacht dat de bochel haar voor den gek hield. Toen de Mareuils -eindelijk heengingen, onder een herhaald: "Tot Zondag!", keek zij -haar man aan, en zij keek Maxime aan, met haar oogen vol ontzetting, -en ze zoo kalm en bedaard ziende, sloeg zij de handen voor het gelaat -en vluchtte heen, achter in de serre. - -De gangpaden waren verlaten. Het was stil onder het dichte gebladerte; -op de loome watervlakte van de kom ontloken langzaam twee knoppen -van de nymphea. Renée had willen huilen; maar die vochtige warmte, -die sterke geur dien zij herkende, kneep haar de keel dicht, verstikte -haar wanhoop. Zij keek omlaag naar den rand van de kom, naar dat plekje -geel zand, waar zij den vorigen winter de berenhuid uitspreidde. En -toen zij het hoofd ophief, zag zij nog een figuur van den cotillon, -achter in de zaal, door de twee opengelaten deuren. - -Het was een oorverdoovend geraas, een verwarde mengeling waarin zij -eerst niets anders onderscheidde dan fladderende japonnen en zwarte -beenen, die trappelden en draaiden. De stem van mijnheer de Saffré -riep: "Changement de dames! Changement de dames!" En de paren gingen -in een fijne gele stofwolk voorbij; iedere heer, na drie of vier malen -rondgewalst te hebben, wierp zijn dame in de armen van zijn buurman, -die hem de zijne toewierp. Barones de Meinhold, in haar Smaragdkostuum, -viel uit de handen van graaf de Chibray in die van mijnheer Simpson; -hij ving haar op goed geluk op, bij een schouder, terwijl de toppen van -zijn handschoen onder haar keurslijf gleden. Gravin Vanska, vuurrood, -haar koralen hangers doende klinken, sprong uit de armen van mijnheer -de Saffré in die van den hertog de Rozan, dien zij omklemd hield en -noodzaakte vijf maten met haar rond te springen, om vervolgens aan -de heup van mijnheer Simpson te hangen, die de Smaragd aan den leider -van den cotillon had toegeworpen. En mevrouw Teissière, mevrouw Daste, -mevrouw de Lauwerens, glinsterden als levende edelgesteenten, met het -bleeke blond van den Topaas, het zachte blauw van den Turkoois, het -diepe blauw van den Saffier; zij gaven zich een oogenblik over, bogen -zich onder den gestrekten pols van een danser, dansten dan weer voort, -kwamen in een nieuwe omhelzing terecht, werden achtereenvolgens door -al de mannen in het salon in de armen gedrukt. Intusschen had mevrouw -d'Espanet, voor het orkest staande, mevrouw Haffner in het voorbijgaan -opgevangen, walste met haar, en wilde haar niet loslaten. Het Goud -en het Zilver dansten verliefd samen. - -Renée begreep toen dat gefladder van rokken, dat geschuifel van -voeten. Zij bevond zich op een lager standpunt, zij zag die razernij -van de voeten, die mengeling van verlakte laarzen en witte enkels. Soms -scheen het haar toe of een windvlaag al die rokken weg zou voeren. Die -naakte schouders, die bloote armen, de fladderende losse haren, -opgevangen, toegeworpen en weer opgevangen, aan het eind van die -galerij, waar de wals van het orkest als razend werd, waar het roode -behangsel bezwijmde in de laatste koortsige opgewondenheid van het -bal, schenen haar toe als het woelig beeld van haar eigen leven, -haar naaktheden, haar uitspattingen. - -En zij voelde zoo'n vlijmende smart, bij de gedachte dat Maxime, -om de bochel in zijn armen te nemen, haar daar geworpen had, op die -plek waar zij elkander bemind hadden, dat zij lust gevoelde om een tak -van de tanghinia die haar langs de wang streek, af te rukken en tot -op het hout toe op te kauwen. Maar zij was lafhartig, zij bleef voor -den struik, rillend onder haar bonten kraag, dien haar armen dicht -over haar schouders trokken, met een gebaar van angstige schaamte. - - - - - - - -VII. - - -Drie maanden later, op een van die triestige lentemorgens die het -duistere licht en de morsige vochtigheid van den winter in Parijs -terugbrengen, stapte Aristide Saccard op het plein du Château-d'Eau -uit een rijtuig, en begaf zich met vier andere heeren naar de gaping -van afgebroken huizen, waar de toekomstige boulevard du Prince-Eugène -doorheen zou loopen. Het was een commissie van onderzoek, die door de -jury voor de schadeloosstellingen was uitgezonden om zekere perceelen -te schatten, wier eigenaars zich niet tot een minnelijke schikking -met de stad lieten vinden. - -Saccard speelde weer zijn spelletje van de rue de la Pépinière. Om den -naam van zijn vrouw geheel te doen verdwijnen, bedacht hij een verkoop -van de terreinen en het café-concert. Larsonneau gaf alles over aan -een zoogenaamden schuldeischer. De verkoopakte wees het kolossale -bedrag van drie millioen aan. Dat bedrag was zoo buitensporig hoog, -dat de commissie van het stadhuis, toen de onteigeningsagent uit naam -van den denkbeeldigen eigenaar den koopprijs als schadevergoeding -eischte, niet meer dan twee millioen vijfhonderdduizend francs wilde -geven, niettegenstaande mijnheer Michelin in het geheim gewerkt had -en mijnheer Toutin-Laroche en baron Gouraud er voor gepleit hadden. - -Saccard was op die weigering voorbereid; hij sloeg het aanbod af, -en liet de zaak voor de jury komen, waarvan hij juist deel uitmaakte -met mijnheer de Mareuil, door een toeval dat hij zeker wel in de hand -gewerkt had. Zoo kwam het, dat hij met vier van zijn kollega's een -onderzoek moest instellen op zijn eigen terreinen. - -Mijnheer de Mareuil vergezelde hem. Van de drie andere juryleden was -de éen een dokter, die zijn sigaar rookte zonder zich eenigszins te -bekommeren om het puin waarover hij heen stapte, en de beide anderen -waren industriëelen, waarvan de een, nu fabrikant van chirurgische -instrumenten, vroeger als scharenslijper langs de straten had geloopen. - -De weg, dien de heeren insloegen, was vreeselijk morsig. Het had -den heelen nacht geregend. De doorweekte grond werd een modderpoel, -tusschen de omvergehaalde huizen, op dien weg die in de weeke aarde -getrokken was, waar de wipkarren tot aan de naven inzakten. Aan -weerszijden waren stukken half geslechte muren blijven staan; hooge -gebouwen vertoonden hun bleeke ingewanden, leege trapmantels en -gapende kamers, die als gebroken laden van een leelijk, oud meubelstuk -boven elkander hingen. Niets was zoo treurig om aan te zien als de -behangsels van die kamers, gele of blauwe vierkante stukken, die in -flarden neerhingen, vijf en zes verdiepingen hoog, tot onder de daken, -armoedige kamertjes aanduidende, nauwe hokjes, binnen wier grenzen -misschien een geheel menschelijk bestaan was beperkt gebleven. - -Langs de kale muren stegen de doodsche zwarte strepen van de -schoorsteenen omhoog, twee naast elkander, met hoekige ombuigingen. Een -vergeten weerhaan knarste boven een dak, terwijl half losgeraakte goten -als lompen neerhingen. En de weg ging midden door die puinhoopen, -als een bres door een kanon geschoten; hij was nog bijna niet te -herkennen, zooals hij daar nog half onder puin, aardhoopen en diepe -waterplassen bedolven, zich uitstrekte onder den grauwen hemel, -in het sombere grijs van de opstuivende kalk, en als met rouwranden -omgeven door de zwarte strepen der schoorsteenen. - -Die heeren, met hun glimmende laarzen, hun overjassen en hooge -hoeden, maakten een zonderling figuur in dien vuilgelen modderpoel, -waar slechts vaalbleeke werklui, tot op den rug bespatte paarden -voorbijgingen, voor karren waarvan het hout onder een dikke korst -van stof verdween. - -Zij liepen achter elkander, sprongen van steen tot steen, vermeden de -modderpoelen, zakten er ook soms tot aan de enkels in en schudden dan -met een vloek het slijk van hun laarzen. Saccard had hun voorgesteld -de rue de Charonne te nemen, wat hun die wandeling door den drassigen -grond bespaard zou hebben; maar zij hadden ongelukkig verscheidene -huizen op de lange lijn van den boulevard te bezichtigen; daarbij -kwam een beetje nieuwsgierigheid, zoodat zij maar besloten midden -door de in gang zijnde werken te gaan. - -Zij vonden het trouwens erg belangwekkend. Soms hielden zij zich -een oogenblik in evenwicht op een brok kalk, diep in een wagenspoor, -hieven het hoofd op, riepen elkander toe om de aandacht te vestigen -op een gapenden vloer, een schoorsteenpijp hoog in de lucht, een -bint die op een naburig dak gevallen was. Dat stukje verwoeste stad, -zoo vlak bij de rue du Temple, vonden zij bijzonder grappig. - ---'t Is inderdaad opmerkelijk, zei mijnheer de Mareuil. Kijk eens, -Saccard, die keuken daar, omhoog; er hangt nog een oude pan boven -het fornuis.... Ik zie haar duidelijk. - -Maar de dokter stond met zijn sigaar in den mond, voor een afgebroken -huis, waarvan alleen de kamers gelijkvloers overbleven, gevuld met het -puin van de bovenverdiepingen. Een enkel stuk muur stond nog overeind -in dien puinhoop; om hem met één ruk omver te halen, had men er een -touw om gebonden, waaraan een dertigtal werklieden trokken. - ---Ze krijgen hem niet om, mompelde de dokter. Ze trekken te veel -naar links. - -De vier anderen waren op hun schreden teruggekeerd om den muur te -zien vallen. En alle vijf wachtten met een rilling van genot het -oogenblik af, dat hij zou vallen. De werklieden, het touw vierende -en dan plotseling eenparig rukkende, riepen: Ohé! hisse! - ---Ze krijgen hem niet om, herhaalde de dokter. - -En na een paar seconden van spanning: - ---Hij beweegt, hij beweegt, riep een der industriëelen vroolijk. - -En toen de muur eindelijk bezweek, met een donderend geraas neerplofte, -een wolk van kalkstof omhoog jagende, keken de heeren elkander -glimlachend aan. Ze waren verrukt. Hun jassen werden met een fijn -stof bedekt, dat hun armen en schouders wit maakte. - -Nu kwam het gesprek op de werklieden, terwijl zij behoedzaam tusschen -de plassen doorstapten. Er waren er niet veel, die deugden. Het waren -allemaal luiaards, verkwisters, en nog koppig bovendien, op niets -anders uit dan op den ondergang van de patroons. Mijnheer de Mareuil, -die met een huivering naar twee arme drommels keek, die schrijlings op -een dakpunt gezeten, een muur met houweelslagen sloopten, gaf als zijn -opinie te kennen, dat die lui toch heel wat moed toonden. De anderen -bleven op nieuw stilstaan en hieven de oogen op naar die sloopers, -die zich in evenwicht hielden en intusschen uit alle macht er op -los hamerden; zij stieten de steenen met den voet weg en zagen ze -kalmpjes beneden in stukken vallen; als hun houweel uitgegleden was, -zou de kracht van hun armbeweging reeds in staat geweest zijn hen -van hun plaats te doen aftuimelen. - ---Bah, zei de dokter, zijn sigaar weer naar den mond brengende. Niets -dan gewoonte. 't Is vee. - -Intusschen waren zij aan een der huizen genaderd, die zij zien -moesten. Ze deden hun werk in een kwartier af en hervatten hun -wandeling. Langzamerhand waren zij minder bang voor de modder geworden; -zij hadden nu de hoop opgegeven hun schoenen droog te houden en stapten -nu midden door de plassen. Toen zij de rue Ménilmontant voorbij waren, -werd een der industriëelen, de gewezen scharenslijper, onrustig. Hij -keek aandachtig naar de bouwvallen om hem heen, hij herkende de wijk -niet meer. Hij zei dat hij dertig jaar geleden, toen hij pas in Parijs -kwam, dien kant uit gewoond had en dat hij het plekje graag terug -zou vinden. Hij liet zijn oogen overal gaan, toen hij midden op den -weg bleef stilstaan voor een huis, dat door het houweel der sloopers -reeds in tweeën gehakt was. Hij beschouwde aandachtig de deur, de -vensters. Toen wees hij naar een hoekje van dat huis, hoog in de lucht: - ---Daar is het, riep hij, ik herken het! - ---Wat dan? vroeg de dokter. - ---Wel, mijn kamer! Daar is ze. - -Het was op de vijfde verdieping, een kamertje dat vroeger op de -binnenplaats moest uitgezien hebben. Een geopende muur vertoonde het, -naakt en kaal, reeds aan éen zijde doorgetrokken, met zijn behangsel -met groote gele takken waarvan een halfafgescheurd stuk in den wind -klapperde. Men zag er nog de holte van een kast die met blauw papier -beplakt was. En daarnaast het gat van een kachel, waarin nog een eind -pijp stak. - -De oude werkman werd aangedaan. - ---Ik heb er vijf jaren doorgebracht, sprak hij bewogen, 't ging niet -voorspoedig in dien tijd, maar ik was nog jong.... Ge ziet die kast, -daar heb ik driehonderd francs in opgespaard, stuiver bij stuiver. En -dat gat van de kachel, ik herinner me nog den dag waarop ik het -gemaakt heb. De kamer had geen schoorsteen, het was er bitter koud, -te meer daar we niet dikwijls met ons tweeën waren. - ---Komaan, viel de dokter hem schertsend in de rede, wij vragen u geen -vertrouwelijke mededeelingen. Ge hebt natuurlijk evengoed dwaasheden -uitgehaald als ieder ander. - ---Ja, dat 's waar, ging de brave man goedsmoeds voort. Ik herinner me -nog een strijkster van den overkant.... Ziet u, het bed was rechts, -dicht bij het raam.... Ach! mijn arme kamertje, wat hebben ze het -vernield. - -Hij was werkelijk zeer bedroefd. - ---Kom, kom, zei Saccard, dat kan geen kwaad dat men die oude -barakken omverhaalt. Men bouwt er mooie hardsteenen huizen voor in -de plaats.... Zoudt ge nog in zoo'n krot willen kruipen? Terwijl ge -heel goed op den nieuwen boulevard zoudt kunnen wonen. - ---Dat is waar, antwoordde de fabrikant opnieuw, geheel getroost. - -De commissie van onderzoek bezichtigde nog twee huizen. De dokter bleef -aan de deur staan, met de sigaar in den mond in de lucht kijkende. - -Toen zij in de rue des Amandiers kwamen, werden de huizen zeldzamer; -zij liepen nu meestal langs open stukken grond, waarop hier en daar -een half ingestort huis. Saccard scheen vroolijk gestemd door die -wandeling tusschen puinhoopen. Hij herinnerde zich het diner, dat -hij lang geleden met zijn eerste vrouw op de buttes Montmartre had -gebruikt, en het stond hem nog levendig voor den geest hoe hij met -het scherp van zijn hand de sneê gemaakt had, die Parijs kerfde van -de place du Château d'Eau naar de Barrière du Trône. De vervulling -van die profetie bracht hem in verrukking. Hij volgde de insnijding -met de heimelijke vreugde van een ontwerper, alsof hijzelf de eerste -houweelslagen had gegeven, met zijn ijzeren vingers. En hij sprong -over de plassen, met de gedachte dat daar drie millioen onder het -puin op hem wachtten, aan het eind van dien stroom van vette modder. - -Intusschen kregen de heeren den indruk, dat zij buiten op het -land waren. De weg liep midden door tuinen, waarvan de muren waren -neergehaald. Er waren groote boschjes seringen in den knop. Het groen -was jong en frisch. Elk tuintje was als een priëel omspannen door het -gebladerte van de heesters, met een vijvertje, een miniatuur waterval, -stukjes muur waarop oogbedriegers waren geschilderd, priëeltjes of het -blauwachtige verschiet van een landschap. De woningen die afzonderlijk -stonden en niet dadelijk in het oog vielen, geleken op Italiaansche -paviljoens, of op Grieksche tempeltjes, het mos knaagde aan den voet -der gepleisterde pilaren, terwijl het onkruid de kalk der frontons -losgemaakt had. - ---Dat zijn de kleine huisjes, zei de dokter, met een hoofdknikje. - -Maar daar hij zag dat de heeren hem niet begrepen, legde hij hun uit -dat de markiezen onder Lodewijk XV schuilplaatsen hadden voor hun -fijne partijtjes. Dat was zoo de mode. En hij hernam: - ---Men noemde dat de kleine huisjes. Deze wijk was er vol van. Daar -zijn fraaie dingen gebeurd, daar kunt ge op aan! - -De commissie van onderzoek was heel oplettend geworden. De twee -industriëelen keken glimlachend, met glinsterende oogen, vol -belangstelling naar die tuinen en tuinhuisjes, waarop zij vóór de -uitlegging van hun collega geen blik geslagen hadden. - -Een grot trok vooral hun aandacht. Maar toen de dokter, een huisje -ziende dat al gedeeltelijk gesloopt was, zei dat hij het huisje van -graaf de Savigny herkende, dat vermaard was door de zwelgpartijen van -dien edelman, verliet de heele commissie den boulevard om de ruïne te -bezichtigen. Zij klommen op de afbraak, kwamen door de vensters in de -kamers gelijkvloers; en daar de werklieden aan het schaften waren, -konden zij alles op hun gemak opnemen. Zij bleven er een groot half -uur, de rozetten van de plafonds bekijkende, het schilderwerk boven -de deuren, het gekunstelde lijstwerk van die pleisterkalk, die door -den tijd geel was geworden. De dokter bouwde het huis weer op. - ---Ziet ge, zei hij, die zaal moet de feestzaal geweest zijn. Daar, in -dien inham van den muur, heeft zeker een kolossale divan gestaan. Kijk, -ik ben er zelfs zeker van dat er een spiegel boven hing; daar heb je -de duimen nog... O, die schelmen wisten van het leven te genieten! - -Ze zouden die oude steenen, die hun nieuwsgierigheid prikkelden, -niet zoo spoedig verlaten hebben, als Aristide Saccard, ongeduldig -wordende, hun niet lachend toegevoegd had: - ---Of u al zoekt, heeren, de dames zijn er toch niet meer. Laten we -maar aan onze zaken gaan. - -Maar voor dat hij heenging, klom de dokter op een schoorsteen om -heel voorzichtig met een houweelslag een geschilderd Amorkopje los -te maken, dat hij vervolgens in den zak van zijn overjas stak. Ze -kwamen eindelijk aan het doel van hun tocht. De oude terreinen -van mevrouw Aubertot waren zeer uitgestrekt; het café-concert en -de tuin besloegen er slechts de helft van, de rest was bezaaid met -onaanzienlijke huizen. De nieuwe boulevard nam dat groote parallelogram -overdwars, waardoor Saccard ten minste op dat punt gerustgesteld was; -hij had langen tijd gedacht dat het café-concert alleen zou afgesneden -worden. Larsonneau had hij dan ook aanbevolen hooge eischen te stellen, -daar de strooken grond die de stad langs den weg van de onteigende -perceelen over zou houden, minstens vijfmaal zooveel waard zouden -worden. - -Hij dreigde de stad reeds, gebruik te zullen maken van een nieuwe -verordening, die de eigenaars machtigde slechts dien grond af te staan, -die strikt noodig was voor werken ten algemeenen nutte. - -De heeren werden ontvangen door den onteigeningsagent. Hij leidde -hen rond in den tuin, liet hen het café-concert bezichtigen, toonde -hun een heel groot dossier. Maar de twee industriëelen waren weer -naar beneden gegaan, vergezeld van den dokter, hem nog altijd vragen -doende over dat huisje van graaf de Savigny, dat zij niet uit hun -gedachten konden zetten. Zij luisterden met open mond, alle drie -tegen een wip geleund; hij vertelde hun van mevrouw de Pompadour en -de liefdeshistories van Lodewijk XV, terwijl mijnheer de Mareuil en -Saccard het onderzoek alleen voortzetten. - ---Ziezoo, dat is klaar, zei de laatste, in den tuin -terugkomende. Indien u het goed vindt, heeren, zal ik mij met de -samenstelling van het rapport belasten. - -De instrumentenfabrikant luisterde niet eens. Hij was geheel verdiept -in het regentschap. - ---Wat een vreemde tijden waren dat toch, mompelde hij. - -Daarop namen zij een rijtuig in de rue de Charonne, en keerden tot aan -de knieën beslijkt naar huis terug, zeer voldaan over hun uitstapje. In -het rijtuig liep het gesprek over de politiek, zij zeiden dat de keizer -grootsche dingen tot stand bracht. Zoo iets als zij daar pas gezien -hadden, was nog nooit aanschouwd. Die lange, kaarsrechte straat zou -een prachtig gezicht opleveren, als zij volgebouwd was. - -Saccard stelde het rapport op en de jury stond drie millioen toe. De -speculant zat deerlijk in den nood, hij had geen maand langer kunnen -wachten. Dat geld redde hem van den ondergang, ja, in zekeren zin uit -de handen van het gerecht. Hij betaalde vijfhonderd duizend francs af -op het millioen dat hij aan zijn behanger en zijn aannemer schuldig -was voor het hôtel in het park Monceau. - -Hij stopte nog andere gaatjes, waagde zich in nieuwe maatschappijen, -verdoofde Parijs door het geraas van die werkelijke goudstukken, -die hij met stapels op de planken van zijn ijzeren brandkast wierp. - -De gouden stroom had eindelijk bronnen. Maar met dat al was het -nog geen solied fortuin, geen onafgebroken, door dijken beschermde -stroom. Saccard zoo pas uit een crisis gered, vond zich armzalig met -het overschotje van zijn drie millioen; hij zei heel naïef dat hij -nog te arm was, dat hij nog niet kon ophouden. En weldra kraakte de -grond opnieuw onder zijn voeten. - -Larsonneau had zich zoo uitstekend van zijn opdracht in de -zaak-Charonne gekweten, dat Saccard, na een korte aarzeling, -de eerlijkheid zoo ver dreef dat hij hem de tien procent en zijn -afgedwongen dertig duizend francs gaf. De onteigeningsagent opende toen -een bankiershuis. Als zijn medeplichtige hem gemelijk verweet rijker -te zijn dan hij, antwoordde de fat met zijn gele handschoenen lachend: - ---Ja, ziet u, waarde meester, u hebt er slag van goudstukken te laten -regenen, maar niet om ze op te rapen. - -Mevrouw Sidonie maakte gebruik van het buitenkansje van haar broer -om tienduizend francs van hem te leenen, waarmee zij twee maanden -in Londen ging doorbrengen. Zij kwam geheel berooid terug. Men heeft -nooit te weten kunnen komen, waar de tienduizend francs gebleven zijn. - ---Daar gaat wat geld aan weg, antwoordde zij als men haar -ondervroeg. Ik heb alle bibliotheken doorgesnuffeld. Ik had drie -secretarissen voor mijn nasporingen noodig. - -En toen men haar vroeg of zij eindelijk zekere gegevens betreffende -haar drie milliard had, glimlachte zij eerst met een geheimzinnig -gezicht, en fluisterde toen: - ---Je gelooft er toch allemaal niets van.... Ik heb niets gevonden, -maar dat hindert niet. Je zult het toch nog beleven. - -Toch was het geen verloren tijd geweest, dien zij in Engeland had -doorgebracht. Haar broer de minister had haar tegelijk met een kiesche -opdracht belast. Toen zij terugkwam, kreeg ze groote bestellingen -van het ministerie. - -'t Was of ze herleefde. Zij belastte zich met alle denkbare leverantiën -aan de regeering. Zij leverde levensmiddelen en wapenen voor de -troepen, meubelen voor de regeeringsgebouwen, brandhout voor de -ministeries en de museums. Het geld dat zij verdiende kon haar niet -doen besluiten afstand te doen van haar eeuwige zwarte japonnen, en -ze hield haar meewarige, gele gezicht. Saccard begreep toen, dat zij -het wel degelijk geweest was, die hij vroeger heimelijk uit zijn broer -Eugène's huis had zien sluipen. Ze had zeker al jaren lang in geheime -betrekking met hem gestaan, voor zaken, die niemand ter wereld kende. - -Te midden van al die belangen, al die vurige begeerten die nooit -verzadigd werden, kwijnde Renée weg. Tante Elisabeth was gestorven; -haar zuster was getrouwd en had het hôtel Béraud verlaten, waar -haar vader alleen stond, in de stemmige plechtigheid van de groote -kamers. Zij bracht in éen seizoen de erfenis van haar tante door. Zij -speelde nu. Ze had een salon gevonden waar de dames tot drie uur -'s nachts bleven zitten en soms honderdduizend francs in één nacht -verspeelden. Zij had haar troost in den drank willen zoeken, maar -zij kon niet, zij had er een onoverwinnelijken afkeer van. Sinds zij -weer alleen was, overgeleverd aan dien vloed van wereldsche vermaken, -gaf zij er zich geheel aan over, niet meer wetend waarmee zij haar -tijd zou dooden. - -Zij probeerde van alles, niets wekte haar belangstelling op, in die -oneindige verveling, die zoo zwaar op haar drukte. Zij werd oud, -blauwe kringen vertoonden zich om haar oogen, haar neus werd smaller, -haar pruilende lip vertrok zich plotseling, zonder reden, tot een -lach. Zij was een uitgeleefde vrouw. - -Toen Maxime met Louise getrouwd was en de jongelui naar Italië -vertrokken waren, maalde zij niet meer om haar minnaar, zij scheen -hem zelfs geheel te vergeten. En toen Maxime zes maanden later alleen -terugkwam, daar hij de "bochel" op het kerkhof van een stadje in -Lombardije begraven had, toonde zij zelfs haat jegens hem. Zij dacht -aan Phèdre, zij herinnerde zich zeker die misdadige liefde, waarover -zij Ristori had hooren snikken. - -Om toen den jongen man niet meer bij zich aan huis te zien, om voor -altijd een afgrond van schande tusschen den vader en den zoon te -graven, dwong zij haar man van de bloedschande kennis te nemen; zij -vertelde hem dat Maxime op dien dag, toen hij haar met hem verrast had, -haar al lang achtervolgde, dat hij haar trachtte te onteeren. - -Saccard vond het verschrikkelijk vervelend dat zij hem met alle -geweld de oogen wilde openen. Hij moest kwaad worden op zijn zoon, -allen omgang met hem staken. - -De jonge weduwnaar, rijk door den bruidschat zijner vrouw, ging als -vrijgezel in een klein hôtel op de avenue de l'Impératrice wonen. Hij -had voor zijn benoeming tot auditeur bedankt en leefde nu geheel voor -de wedrennen. - -Renée genoot hiermee een van haar laatste voldoeningen. Zij wreekte -zich, zij slingerde dien twee mannen de schande, die zij over haar -gebracht hadden, in het gelaat; zij zei bij zichzelf, dat zij ze nu -niet meer, als kameraads, gearmd zou zien loopen, haar ten spot. - -Nadat al haar liefde versmaad was, kwam er een oogenblik waarop Renée -niemand meer had om lief te hebben dan haar kamermeisje. Langzamerhand -had zij een moederlijke genegenheid voor haar opgevat. Misschien dat -dit meisje, al wat er om haar heen was overgebleven van haar liefde -voor Maxime, haar herinnerde aan die uren van genot die voor altijd -verloren waren. - -Misschien ook was zij enkel getroffen door de trouw van die dienstbode, -dat brave meisje dat bij alle wederwaardigheden even kalm en zorgzaam -bleef. Zij was haar dankbaar, bij haar zelfverwijt, dat zij getuige -was geweest van haar schande, zonder haar vol walging te verlaten; -zij stelde zich een heel leven van onthouding, van zelfverloochening -voor, om tot het begrip te kunnen komen van de kalmte van dat meisje, -haar eerbiedige toewijding, tegenover haar schandelijke liefde. En -Renée voelde zich te gelukkiger door die toewijding, omdat zij wist dat -het meisje eerlijk en zuinig was, geen minnaars en geen ondeugden had. - -In haar buien van neerslachtigheid was zij gewoon te zeggen: - ---Gij, mijn kind, zult mij de oogen sluiten. - -Céleste antwoordde niet, maar lachte geheimzinnig. Op een morgen, -kwam zij heel kalm vertellen dat zij heenging, dat zij naar haar dorp -terugkeerde. Renée begon eensklaps te beven alsof haar een groot -ongeluk overkwam. Zij verzette zich tegen haar besluit, deed haar -honderd vragen. Waarom liet zij haar in den steek, terwijl zij het -toch zoo goed samen konden vinden? Zij bood haar zelfs het dubbele -van haar loon. - -Maar het kamermeisje knikte op al haar vriendelijke woorden van neen, -kalm en halsstarrig. - ---Ziet u, mevrouw, antwoordde zij eindelijk, al zoudt u me al de -schatten van de wereld aanbieden, dan zou ik geen week langer bij u -blijven. U kent me nog niet!.... Het is nu al acht jaar dat ik bij u -ben, niet waar? Nu, van den eersten dag af heb ik bij mezelf gezegd: -"Zoodra ik vijfduizend francs bij elkaar heb, ga ik naar huis terug; -ik koop het huis van Lagache, en ik leid een gelukkig leventje...." Dat -heb ik me zoo voorgenomen, begrijpt u? En ik heb de vijfduizend francs -sedert gisteren, toen u me mijn loon uitbetaalde, bij elkaar. - -Het werd Renée koud om het hart. Zij zag Céleste achter haar en -Maxime omgaan, terwijl zij elkander kusten, en zij zag haar met haar -onverschilligheid, denkend aan haar vijfduizend francs. Toch trachtte -zij haar nog terug te houden, terugschrikkend voor de verlatenheid -waarin zij zou moeten leven, in weerwil van dat alles dat koppige -wezen bij zich te houden, aan welks toewijding zij geloofd had en -dat slechts een egoïst bleek te zijn. De ander glimlachte, schudde -maar steeds het hoofd en mompelde: - ---Neen, neen, 't is niet mogelijk. Al was het mijn moeder, dan zou ik -nog weigeren.... Ik zal twee koeien koopen. Misschien ga ik een zaakje -in manufacturen beginnen.... Het is heel aardig bij ons. U moet me eens -komen opzoeken. 't Is dicht bij Caen. Ik zal het adres achterlaten. - -Toen drong Renée niet verder aan. Zij weende heete tranen toen zij -alleen was. - -Den volgenden dag wilde zij,--een gril van een zieke,--Céleste in -haar eigen coupé naar de gare de l'Ouest brengen. Zij gaf haar een -van haar reisdekens en nog een geschenk in geld, zorgde voor haar -als een moeder, wier dochter een lange reis gaat ondernemen. In het -rijtuig keek zij haar met vochtige oogen aan. Céleste babbelde druk, -gaf haar blijdschap te kennen dat zij wegging. Toen, moed vattende, -stortte zij haar hart uit, gaf zij haar meesteres raad. - ---Ik zou het leven anders opgevat hebben, mevrouw. Ik heb zoo dikwijls -bij mijzelf gezegd, als ik u met mijnheer Maxime samen vond: "Hoe -is het mogelijk, dat men zoo gek is op de mannen!" Dat loopt altijd -verkeerd af. Ik heb nooit van ze willen weten! - -En lachend leunde zij achterover in een hoekje van het rijtuig. - ---Mijn geld was naar de maan geweest! ging zij voort, en nu zou ik -mijn oogen blind kunnen schreien. Zoodra ik een man zag, nam ik dan -ook een bezemsteel.... Ik heb u dat nooit durven zeggen. Trouwens, -het ging me ook niet aan. U was vrij in uw doen en laten, en ik had -enkel maar te zorgen dat ik eerlijk mijn geld verdiende. - -Aan het station wilde Renée voor haar betalen en nam een kaartje -eerste klasse. Daar zij nog tijd over hadden, bleef zij een oogenblik -bij haar, drukte haar de handen, en zei: - ---En neem je maar goed in acht, zorg dat je geen kou vat, beste -Céleste! - -Deze liet zich vertroetelen. Zij bleef opgewekt glimlachen, terwijl -haar meesteres haar tranen niet kon inhouden. Renée sprak nog eens -over het verleden. En plotseling riep Céleste uit: - ---Dat had ik haast vergeten: ik heb u die historie van Baptiste, -mijnheers kamerdienaar, niet verteld.... Ze hebben het u zeker niet -willen zeggen.... - -De jonge vrouw bekende dat zij er werkelijk niets van wist. - ---Nu dan, u herinnert u nog wel zijn waardige houding, zijn -minachtende blikken, u had het er dikwijls zelf wel over. Dat was -alles komediespel.... Hij mocht de vrouwen niet, hij kwam nooit -in de dienstbodenkamer als wij er waren; ja,--ik kan het nu wel -zeggen,--hij beweerde dat het walgelijk in het salon was, met al -die laag uitgesneden japonnen. Ik geloof het graag, dat hij niet van -vrouwen hield. - -En zij boog zich naar Renée's oor; zij deed haar blozen, terwijl zij -zelf haar eerbare kalmte behield. - ---Toen de nieuwe staljongen, ging zij voort, alles aan mijnheer had -verteld, jaagde mijnheer Baptiste liever weg dan dat hij hem aan de -justitie overleverde. Het schijnt dat die gemeene dingen jarenlang in -de stallen gebeurden. En die groote lummel deed nog al of hij zooveel -van paarden hield. Van de palfreniers hield hij. - -Het gelui van de bel bracht haar tot zwijgen. Zij nam haastig de acht -of tien pakjes op, die zij bij zich had willen houden. Ze liet zich -omhelzen. Daarop ging zij heen, zonder zich om te keeren. - -Renée bleef in het station totdat het fluitje van de locomotief zich -deed hooren. En toen de trein uit het gezicht was, was zij wanhopig, -wist ze niet meer wat ze beginnen moest; de dagen schenen haar -nu eindeloos, leeg als die groote wachtkamer, waar zij alleen was -achtergebleven. Zij steeg weer in haar rijtuig, zij beval den koetsier -naar het hôtel terug te keeren. Maar onderweg bedacht zij zich, -zij was bang voor haar kamer, voor de verveling die haar wachtte; -ze had niet eens den moed om van toilet te gaan verwisselen, voor -haar dagelijksch rijtoertje. Zij voelde behoefte aan zonneschijn, -aan levendigheid. Zij beval den koetsier naar het Bosch te rijden. - -Het was vier uur. Het Bosch ontwaakte uit de drukkende -middaghitte. Langs de avenue de l'Impératrice vlogen stofwolken op; -in de verte zag men de uitgestrekte groene vlakten, begrensd door de -heuvels van Saint-Cloud en Suresnes, waarboven de grauwe Mont-Valérien -troonde. De zon stond hoog boven den horizon en vulde de gapingen -tusschen het gebladerte met een gouden stof, zette de hooge takken in -gloed, veranderde die zee van bladeren in een zee van licht. Maar, -achter de fortificaties, in de laan die naar het meer leidt, was de -grond pas besproeid; de rijtuigen rolden over de bruine aarde als -over een wollen tapijt, terwijl de frissche geur van de bevochtigde -aarde omhoog steeg. - -Aan weerszijden van de laan verhieven de boompjes van het hakhout -hun jonge stammetjes tusschen het struikgewas, zich verliezende in -een groenachtig waas, hier en daar door zonnige plekjes verlicht; -en naarmate men dichter bij het meer kwam, werden de stoelen op de -trottoirs talrijker; geheele families zaten daar kalm en zwijgend -naar de eindelooze opeenvolging van rijtuigen te kijken. Verderop, -bij den kruisweg voor het meer, was het oogverblindend, de schuine -stralen der zon maakten van de ronde watervlakte een grooten spiegel -van gepolijst zilver, die het stralende beeld van het gesternte des -daags weerkaatste. De oogen knipten, men onderscheidde links, dicht bij -den oever, nog slechts de donkere vlek van de pleizierboot. De parasols -in de rijtuigen bogen zich met een zachte, gelijkmatige beweging, naar -die flikkering en rezen eerst omhoog in de laan, langs de watervlakte, -die van den hoogen oever gezien, een metaalzwarte kleur aannam, met -goudbruine strepen geaderd. Rechts, schaarden de boschjes naaldboomen -hun zuilengangen op een rij, teere, rechtopgaande stammen, wier zacht -violet rood gekleurd werd door den gloed der zon; links strekten de -grasperken zich uit, in een bad van licht, als smaragden velden, -tot aan het op kantwerk gelijkende hek der poort de la Muette. En -dichter bij den waterval, terwijl aan de eene zijde de schemering van -het hakhout weer begon, verhieven de eilanden, aan de overzij van den -vijver, zich in de blauwe lucht, met hun zonnige oevers, de krachtige -schaduwen van hun dennen, aan wier voet het Zwitsersch huisje een -stuk kinderspeelgoed geleek, in een hoekje van een maagdelijk woud -verdwaald. Het geheele bosch trilde en lachte onder de zon. - -Renée schaamde zich over haar coupé, haar donkerbruin zijden kostuum, -op dien heerlijken dag. Achter in het rijtuig gedoken, keek zij -door de open portierramen naar die strooming van licht op het water -en op het groen. Bij de bochten der lanen bemerkte zij de reeks -wielen, die draaiden als gouden sterren, in een lange streep van -verblindenden glans. De verniste paneelen, de flikkeringen van het -koper en het staal, de heldere kleuren der toiletten, gingen heen in -den regelmatigen draf der paarden, vormden tegen den achtergrond van -het Bosch een breede, bewegende streep, een uit den hemel gevallen -straal, zich verlengende en de krommingen van den rijweg volgende. En -in dien straal zag de jonge vrouw, terwijl zij met de oogen knipte, -den blonden chignon van een vrouw, den zwarten rug van een lakei, -de witte manen van een paard. De gewaterde rondingen der parasols -spiegelden als metalen manen. - -Toen, in dat volle daglicht, die zonnige vlakten, dacht zij aan -de fijne asch van de schemering, die zij eens op een avond op -de verwelkende bladeren had zien neerdalen. Maxime vergezelde -haar. Het was in den tijd toen de begeerte naar den knaap in haar -ontwaakte. En zij zag weer de grasvlakten, door de avondlucht bedauwd, -het schemerende hakhout, de eenzame lanen. - -De rijtuigen reden met een droevig geratel langs de ledige stoelen, -terwijl heden het rollen der wielen, het draven der paarden, klonken -als een vreugdegeschal. Daarop kwamen al haar rijtoertjes door het -Bosch haar voor den geest. Zij had er in geleefd. Maxime was daar, -naast haar, op het kussen van haar rijtuig, groot geworden. Het -was hun tuin. De regen verraste hen daar, de zon bracht ze daar -terug, de duisternis verjoeg ze niet altijd. Zij reden daar rond bij -iedere weersgesteldheid, zij smaakten er de lusten en de lasten van -hun leven. In de ledigheid van haar leven, in de neerslachtigheid -over Céleste's vertrek, schonken die herinneringen haar een bitter -genot. Haar hart zei: nooit, nooit meer! En het werd haar koud om -het hart, toen zij zich dat winterlandschap voor den geest riep, -dien dofbevroren vijver, waarop zij schaatsen gereden hadden; de -hemel was roetkleurig, de sneeuw haakte witte kant op de boomen, -de scherpe wind joeg hun een fijn zand in de oogen en den mond. - -Intusschen had zij links, op het ruiterpad, den hertog de Rozan, -de heeren de Mussy en de Saffré herkend. Larsonneau had de moeder -van den hertog den dood aangedaan, toen hij haar op den vervaldag, -de accepten van haar zoon tot een bedrag van honderd vijftig duizend -francs presenteerde, en de hertog verteerde zijn tweede halve millioen -met Blanche Muller, nadat hij de eerste vijfhonderd duizend francs -in de handen van Laure d'Aurigny had gelaten. Mijnheer de Mussy, van -het Engelsche gezantschap naar het Italiaansche overgegaan, was weer -galant geworden; hij leidde den cotillon met nieuwe bevalligheid. Wat -mijnheer de Saffré aangaat, hij bleef de beminnelijkste scepticus -en najager van wereldsche vermaken. Renée zag hem juist toen hij -zijn paard naar het portier van gravin Vanska wendde, op wie hij, -naar men zei, dol verliefd was sedert den dag waarop hij haar bij de -Saccards als Koraal gezien had. - -Al de dames waren daar bijeen: de hertogin de Sternich, in haar eeuwige -huit-ressorts; mevrouw de Lauwerens, met barones de Meinhold en de -kleine mevrouw Daste, in een landauer; mevrouw Teissière en mevrouw de -Guende, in een victoria. Midden tusschen die dames, pronkten Sylvia -en Laure d'Aurigny, op de kussens van een prachtige kales. Mevrouw -Michelin zelfs ging voorbij, ietwat weggedoken in een coupé; de -mooie brunette was een bezoek gaan brengen aan mijnheer Hupel de la -Noue's hoofdplaats; en bij haar terugkomst had men haar in het Bosch -gezien in die coupé, waarbij zij weldra een open rijtuig hoopte te -bezitten. Renée bemerkte ook de markiezin d'Espanet en mevrouw Haffner, -de onafscheidelijken, naast elkander onder haar parasols verborgen, -teeder lachend elkander in de oogen blikkend. - -Toen reden de heeren voorbij: mijnheer de Chibray in een mail; -mijnheer Simpson in een dogcart; de heeren Mignon en Charrier, meer -tuk op winst dan ooit, ondanks hun wensch om spoedig uit de zaken te -treden, in een coupé die zij aan het eind eener laan lieten staan, -om een eindweegs te voet te gaan; mijnheer de Mareuil, nog in den -rouw over zijn dochter, rondziende of hij niet gegroet zou worden om -zijn eerste interruptie, den dag te voren, in het Wetgevend lichaam, -zijn politiek gewicht rond latende rijden in het rijtuig van mijnheer -Toutin-Laroche die nogmaals het Wijnbouwcrediet gered had, nadat hij -het op den rand van zijn ondergang had gebracht, en die door zijn -lidmaatschap van den Senaat nog magerder en aanzienlijker werd. - -En om dien stoet te sluiten, als allerhoogste majesteit, lag baron -Gouraud log in de zon, op de dubbele kussens waarmee zijn rijtuig -opgevuld was. Renée kreeg een gevoel van walging, toen zij Baptiste -met zijn bleek gezicht en zijn plechtig voorkomen naast den koetsier -zag zitten. De groote lakei was bij den baron in dienst getreden. - -Het hakhout gleed nog steeds langs den weg, het water van den -vijver vertoonde alle kleuren van den regenboog onder de schuiner -vallende stralen, de rijtuigen vormden nog hun streep van dansende -schijnsels. En de jonge vrouw, zelf meegesleept door dat genot, kreeg -een vaag inzicht in die begeerten die daar in het volle zonlicht -voortrolden. Zij voelde geen verontwaardiging tegen die najagers van -geld en goed. Maar zij haatte ze, om hun vreugde, om dien triomf, -die hen aan haar vertoonde in het gouden stof van den hemel. - -Zij glimlachten vol eigenwaan; de vrouwen stelden zich ten toon, -blank en vet; de mannen keken vroolijk en opgewekt, als gelukkige -minnaars. En zij vond in haar ledig hart slechts afgematheid, stille -afgunst. Was zij dan beter dan de anderen, dat zij zoo gebogen -ging onder de vermaken? Of waren de anderen gelukkig te prijzen, -dat zij sterker lendenen hadden dan zij? Zij wist het niet, zij -wenschte nieuwe begeerten om een nieuw leven te beginnen, toen zij, -het hoofd omwendende, naast haar op het trottoir langs het hakhout, een -schouwspel zag, dat haar gekweld gemoed den laatsten slag toebracht. - -Saccard en Maxime liepen drentelend, arm in arm. De vader had den -zoon waarschijnlijk een bezoek gebracht, en beiden waren al pratend -de avenue de l'Impératrice afgeloopen, tot aan den vijver. - ---Begrijp je, herhaalde Saccard, je bent een domoor.... Iemand die -zooveel geld heeft als jij, laat het niet renteloos liggen. Er valt -honderd percent te verdienen in de zaak die ik bedoel. Je geld is -veilig belegd. Je weet toch wel dat ik jou niet wil beetnemen! - -Maar de jonge man scheen ontstemd over dat aandringen. Hij keek naar -de rijtuigen en glimlachte fatterig. - ---Kijk daar eens, dat vrouwtje in het paars, zei hij eensklaps. Dat -is een waschvrouw, die door dien vlegel van een Mussy in de mode -is gebracht. - -Ze keken naar de vrouw in het paars. Daarop haalde Saccard een sigaar -uit zijn zak, en zei tot Maxime, die rookte: - ---Geef me wat vuur. - -Ze bleven een oogenblik stilstaan, de gezichten vlak bij elkaar. Toen -de sigaar aan was: - ---Zie je, ging de vader voort, den arm van zijn zoon dicht in -den zijnen drukkend, je zou een ezel zijn, als je niet naar me -luisterde. 't Is toch afgesproken, hè? Breng je me morgen de -honderdduizend francs? - ---U weet wel dat ik niet meer bij u aan huis kom, antwoordde Maxime, -met saamgeknepen lippen. - ---Kom, gekheid! Daar moet eens een eind aan komen! - -En terwijl zij zwijgend voortliepen en Renée, een onmacht nabij, haar -hoofd in de kussens van de coupé begroef om niet gezien te worden, -ontstond er eensklaps een rumoer, dat zich steeds duidelijker langs -den stoet der rijtuigen vernemen liet. Op de trottoirs bleven de -voetgangers stilstaan, zij keerden zich om en keken met open mond -naar iets dat in aantocht was. - -Een sneller geratel van wielen werd gehoord, de équipages weken -eerbiedig ter zijde, er verschenen twee pikeurs in het groen, met ronde -mutsjes, waarop gouden eikels dansten. Zij draafden, voorovergebogen, -op hun groote bruine paarden. Achter hen een ledige ruimte. En daarop -verscheen de keizer. Hij zat in een landauer, alleen op een bank. Hij -was in het zwart, de jas tot aan de kin toegeknoopt; hij droeg een -hoogen zijden hoed, licht ingebogen en glimmend. Tegenover hem, op het -andere bankje, zaten twee heeren, onberispelijk gekleed, zooals dat op -de Tuileriën gaarne gezien werd; zij zaten heel ernstig, met de handen -op de knieën, met het zwijgende uiterlijk van twee bruiloftsgasten, -die door een nieuwsgierige menigte rijden. - -Renée vond den keizer verouderd. De mond opende zich slapper onder -den grooten, met was opgestreken snorbaard. De oogleden vielen zoo -zwaar neer, dat zij de doffe oogen, wier geelgrijs nog troebeler was, -half bedekten. De neus alleen teekende zijn been scherp af in het -nietszeggende gelaat. - -Terwijl de dames in de rijtuigen bescheiden glimlachten, wezen de -voetgangers elkander den vorst aan. - -Een dikke man beweerde, dat de heer, die links met zijn rug naar den -koetsier zat, de keizer was. Eenige handen grepen naar den hoed om -te groeten. Maar Saccard, die zijn hoed al afgenomen had nog voordat -de pikeurs voorbij waren, wachtte totdat het keizerlijk rijtuig vlak -tegenover hem was, en toen riep hij met zijn forsche provençaalsche -stem: - ---Leve de keizer! - -De keizer keerde zich verrast om, herkende ongetwijfeld den -enthousiast, beantwoordde glimlachend zijn groet. En alles verdween -in de zon, de équipages sloten zich weer aaneen, Renée zag nog slechts -boven de manen der paarden, tusschen de ruggen der lakeien, de groene -mutsjes van de pikeurs, waarboven de gouden eikels op en neer dansten. - -Zij bleef een oogenblik met wijdgeopende oogen voor zich uit staren, -vol van die verschijning, die haar aan een ander uur van haar -leven herinnerde. Het kwam haar voor, alsof de keizer door zich in -de file van rijtuigen te mengen, er den laatsten straal die er nog -aan ontbrak, aan gegeven had, of hij een beteekenis had gegeven aan -dien zegenpralenden stoet. Nu was het een glorie. Al die wielen, -al die gedecoreerde mannen, al die vrouwen die zich daar smachtend -ten toon stelden, gingen heen in de schittering en het geratel van -den keizerlijken landauer. - -Dit gevoel werd zoo scherp en zoo pijnlijk, dat de jonge vrouw een -onweerstaanbaren aandrang gevoelde om te ontsnappen aan dien triomf, -aan dien kreet van Saccard, die haar nog in het oor klonk, aan dit -gezicht van vader en zoon, arm in arm en pratend drentelende. Zij -dacht na, met de handen op de borst, als brandde daar een inwendig -vuur, en met een plotselinge hoop op verlichting, op heilzame koelte, -boog zij zich over naar den koetsier: - ---Naar het hôtel Béraud! - -De binnenplaats had haar kloosterachtige koelheid. Renée liep de -gewelfde gangen door, gelukkig door de vochtige lucht die haar op -de schouders viel. Zij naderde den groenbemosten bak, aan de randen -glad afgesleten, zij keek naar den half uitgewischten leeuwenkop, -met den half geopenden muil, die een waterstraal door een ijzeren -buis spoot. Hoe vaak hadden zij en Christine dien kop tusschen hun -kinderarmen omvat, om zich vooroverbuigende den ijskouden waterstraal -te bereiken, dien zij zoo graag over hun handjes voelden stroomen. - -Toen ging zij de groote, stille trap op; zij bemerkte haar vader achter -in de reeks groote vertrekken; hij richtte zijn hooge gestalte op, -hij verdween langzaam in de schaduw van de oude woning, van die -ongenaakbare afzondering waarin hij zich sedert den dood zijner -zuster teruggetrokken had; en zij dacht aan de mannen in het Bosch, -aan dien anderen grijsaard, aan baron Gouraud, die zijn stoel in de -zon liet voortrollen, op kussens gezeten. Zij klom nog hooger, zij -ging door de gangen, de dienstboden trap op, zij deed de reis naar de -kinderkamer. Toen zij heel boven aankwam, vond zij den sleutel op zijn -gewone plaats aan den spijker, een grooten verroesten sleutel, waarom -de spinnen hun web gemaakt hadden. Het slot knarste droevig. Wat was -de kinderkamer ongezellig. Het ging haar aan het hart, dat zij zoo -leeg, zoo somber, zoo stil was. Zij sloot de deur van de volière die -open was blijven staan, met de onbestemde gedachte dat de vreugden -van haar jeugd zeker door die deur ontvloden waren. - -Voor de bloemenbakken, die nog gevuld waren met een harde, gebarsten -aarde, als droog slijk, bleef zij stilstaan, brak zij met haar -vingers een rhododendronstammetje door: dat geraamte van een plant, -uitgemergeld en wit van de stof, was alles wat er overbleef van haar -levende bloemen. En de mat, de mat zelfs, verkleurd, afgeknaagd door de -ratten, strekte zich uit met de droefgeestigheid van een doodskleed, -dat al sinds jaren op de beloofde doode wacht. In een hoek, te midden -van die stomme wanhoop, die verlatenheid waarover de stilte weende, -vond zij een van haar oude poppen terug; al de zemelen waren er door -een opening uitgeloopen, en de porseleinen kop bleef glimlachen met -zijn geschilderde lipjes, boven dat slappe lichaam, dat uitgeput -scheen door poppendwaasheden. - -Renée voelde zich beklemd in die bedorven lucht van haar eerste -jeugd. Zij opende het venster, zij genoot van het ruime uitzicht. Daar -was niets vuil geworden. Zij vond de eeuwige vreugde, de eeuwige -jeugd der frissche lucht weer. - -Achter haar ging de zon onder; zij zag de laatste stralen dier -ondergaande zon, die met oneindige teederheid dat welbekende -stadsgedeelte geel kleurde. Het was als het ware het laatste lied -van den dag, een vroolijk refrein, dat langzaam boven alles wegstierf. - -Beneden glansde het paalwerk in een vaalrooden gloed, terwijl op de -brug van Constantine het zwarte kantwerk van haar ijzeren kabels afstak -tegen het wit van de bogen. Verder, rechts, vormde het lommer van de -Halle aux vins en van den Plantentuin een groote plas van bemost, -stilstaand water, welks groene oppervlakte met den neveligen hemel -samensmolt. - -Links, stonden nog op de kaden Henri IV en de Râpée dezelfde -huizenrijen die de meisjes daar twintig jaren geleden gezien hadden, -met dezelfde bruine vlekken van schuren, dezelfde roodachtige -fabrieksschoorsteenen. En boven de boomen, verscheen haar plotseling, -als een oude vriend, het leien dak van de Salpétrière, blauwgetint -door de scheidende zon. - -Maar wat haar tot kalmte bracht, haar borst een weldadige koelte -schonk, dat waren de lange grijze rivieroevers, dat was vooral de -Seine, de reusachtige, die zij van uit het ver verschiet recht op -haar zag aankomen, als in die gelukkige tijden, toen zij bang was -dat zij haar zou zien zwellen om tot haar venster op te stijgen. - -Zij herinnerde zich haar beider teederheid voor de rivier, haar liefde -voor dien grooten stroom, haar huivering voor dat ruischende water, -dat zich uitbreidde tot een meer aan haar voeten, dat zich achter -haar, om haar heen, in twee armen splitste, die zij niet meer zagen, -waarvan zij de groote, reine liefkoozing nog voelden. - -Zij waren toen al koket, en zij zeiden op heldere, zonnige dagen, -dat de Seine haar mooi groen zijden kleed, met witvlammende moesjes -had aangedaan, en de stroomingen, waar het water krulde, versierden -het kleed met satijnen ruches, terwijl in de verte, over den gordel -der bruggen, lichtplekken zonkleurige stoffen uitspreidden. - -En Renée hief de oogen op en keek naar het onmetelijke hemelgewelf, -waarvan het zachtblauw zich allengs verloor in de avondschemering. Zij -dacht aan de medeplichtige stad, aan de schitterend verlichte avonden -op de boulevards, aan de warme namiddagen in het Bosch, aan de grauwe -dagen van de groote nieuwe hôtels. - -Toen zij daarop het hoofd boog, en den vreedzamen horizon van -haar kindsheid terugzag, dat burgerlijke, nijvere hoekje der stad, -waar zij zich een vredig leven gedroomd had, steeg er een laatste -bitterheid naar haar lippen. Met saamgevouwen handen, snikte zij in -den vallenden nacht. - -Den volgenden winter, toen Renée aan een acute hersenontsteking -stierf, betaalde haar vader haar schulden. De rekening van Worms -bedroeg tweehonderd zevenenvijftig duizend francs. - - - - EINDE. - - - - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of Jacht naar Fortuin, by Emile Zola - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK JACHT NAAR FORTUIN *** - -***** This file should be named 53933-8.txt or 53933-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/3/9/3/53933/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - |
