summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/53933-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/53933-8.txt')
-rw-r--r--old/53933-8.txt13679
1 files changed, 0 insertions, 13679 deletions
diff --git a/old/53933-8.txt b/old/53933-8.txt
deleted file mode 100644
index 30f7056..0000000
--- a/old/53933-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,13679 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Jacht naar Fortuin, by Emile Zola
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Jacht naar Fortuin
-
-Author: Emile Zola
-
-Translator: J.J. Schwencke
-
-Release Date: January 9, 2017 [EBook #53933]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK JACHT NAAR FORTUIN ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-
-
- ZOLA'S WERKEN
- (DE ROUGONS-MACQUARTS)
-
-
- UIT HET FRANSCH VERTAALD
- DOOR
- J. J. SCHWENCKE
-
-
- JACHT NAAR FORTUIN
-
-
- 'S-GRAVENHAGE UTRECHT
- BLANKWAARDT & SCHOONHOVEN W. DE HAAN
-
-
-
-
-
-
-
- TYP. ZUID-HOLL. BOEK. EN HANDELSDRUKKERIJ.
-
-
-
-
-
-
-
-I.
-
-
-Bij het huiswaarts keeren was de terugweg langs den oever van het meer
-zoo door rijtuigen versperd, dat de kales stapvoets moest rijden. Eén
-oogenblik ontstond er zoo'n opstopping, dat zij zelfs moest stilhouden.
-
-De zon ging onder in een heldergrijze Octoberlucht, die aan den
-horizon smalle wolkenstrepen vertoonde. Een laatste straal, die
-door het houtgewas om den waterval in de verte doordrong, gleed over
-den rijweg en hulde de lange reeks van stilstaande rijtuigen in een
-bleeken, rossen gloed.
-
-De goudgele glans, de lichtschakeeringen die de wielen uitstraalden,
-schenen zich vastgezet te hebben op het stroogele lofwerk van
-de kales, wier donkerblauwe paneelen hoekjes van het omringende
-landschap weerkaatsten. En hooger, in het volle rosse licht dat
-hen van achteren bescheen en de koperen knoopen van hun omgevouwen,
-van den bok afhangende overjas deed blinken, zaten de koetsier en de
-palfrenier, in hun donkerblauwe livrei, hun stopverfkleurige broek en
-zwart en geel gestreepte vest, stijf, deftig en geduldig, als lakeien
-van goeden huize die zich door een opstopping van rijtuigen niet
-uit hun humeur laten brengen. Hun hoed, die met een zwarte kokarde
-versierd was, gaf hun een zeer deftig voorkomen. Alleen de paarden,
-een prachtig bruin span, snoven van ongeduld.
-
---Kijk, zei Maxime, daar zit Laure d'Aurigny in die coupé.... Zie
-toch eens, Renée!
-
-Renée richtte zich even op en keek door haar halfgesloten oogleden,
-met die aardige uitdrukking die haar bijziendheid haar gaf.
-
---Ik dacht dat ze er van door was, zei zij,.... ze heeft haar haren
-weer anders geverfd, nietwaar?
-
---Ja, zei Maxime lachend, haar nieuwe minnaar heeft een hekel aan rood.
-
-Voorover gebogen, met de hand op het lage portier van de kales geleund,
-keek Renée toe, wakker geschud uit de droeve mijmering, die haar al
-een uur lang deed zwijgen, achterover geleund in het rijtuig als een
-zieke in zijn ruststoel.
-
-Over een japon van mauve zijde, met tuniek en voorschoot, met breede
-geplooide strooken gegarneerd, droeg zij een wit lakensch manteltje
-met opslagen van mauve fluweel, dat haar een kranig voorkomen gaf.
-
-Haar lichtrossig haar, welks kleur aan fijne boter deed denken,
-werd nauwelijks bedekt door een hoedje, waarop een toef Bengaalsche
-rozen prijkte.
-
-Zij bleef door haar half gesloten oogleden kijken, met haar drieste
-jongensgezicht, haar glad voorhoofd, door een diepen rimpel gegroefd,
-haar mond, waarvan de bovenlip vooruit stak, als bij een pruilend
-kind. Toen nam zij, om beter te kunnen zien, haar kijker, een heeren
-tooneelkijker, met schildpad ingelegd, en dien op korten afstand
-voor zich uithoudende, beschouwde zij de dikke Laure d'Aurigny heel
-op haar gemak.
-
-De rijtuigen stonden nog altijd stil. Te midden der effen, donker
-getinte vlekken, gevormd door de lange rij coupé's, die op dien
-herfstdag zeer talrijk in het Bosch waren, ontwaarde men de schittering
-van een koetsvenster, het gebit van een paard, den verzilverden knop
-van een lantaarn, de galons van een lakei die op zijn hoogen bok zat.
-
-Hier en daar zag men in een open landauer een kleurige stof, een stuk
-zijde of fluweel van een damestoilet.
-
-Langzamerhand was er een diepe stilte neergedaald over die onbewegelijk
-geworden woeligheid. In de rijtuigen hoorde men duidelijk de gesprekken
-der voetgangers. Zwijgend wisselde men blikken door de portierramen;
-niemand sprak meer, de stilte van het wachten werd enkel verbroken
-door het gekraak der tuigen en den ongeduldigen hoefslag van een
-paard. In de verte stierven de verwarde stemmen van het Bosch weg.
-
-Ondanks het vergevorderde seizoen, was geheel Parijs daar
-vertegenwoordigd: hertogin de Sternich in haar huit-ressorts; mevrouw
-de Lauwerens, in een keurig bespannen victoria; barones de Meinhold,
-in een prachtig mooie cab met bruine paarden; gravin Vanska, met
-haar bonte poneys; mevrouw Daste en haar vermaarde zwarte stappers;
-mevrouw de Guende en mevrouw Tessière in een coupé, de kleine Sylvia,
-in een donkerblauwen landauer. Bovendien don Carlos, in den rouw, met
-zijn ouderwetsche, deftige livrei; Selim pacha, met zijn fez en zonder
-zijn gouverneur; hertogin de Rozan, in haar coupé voor één persoon,
-met haar witgepoederde livreibedienden; graaf de Chibray in een
-dogcart; mijnheer Simpson in een keurige mail; de heele amerikaansche
-kolonie. Eindelijk nog twee academieleden in een huurkoets. De voorste
-rijtuigen kregen ruimte en gaandeweg kwam er beweging in den heelen
-stoet. Het was als een ontwaken. Duizenden lichtjes dansten op en neer,
-snelle flikkeringen schoten op uit de wielen, vonken spatten uit het
-tuig bij iedere beweging der paarden. Op den grond en langs de boomen
-weerkaatsten de portierramen breede, voortglijdende lichtschijnsels.
-
-Dat gefonkel der tuigen en wielen, dat geglinster der geverniste
-paneelen, waarop de roode gloed van de ondergaande zon brandde, die
-levendige kleuren van de schitterende livreien, hoog in de lucht, en
-de rijke toiletten die buiten de portierramen overhingen,--dat alles
-werd meegevoerd in een dof, onafgebroken geratel, waartusschen zich
-de gelijkmatige draf der paarden deed hooren. En de stoet ging voort
-onder hetzelfde geraas, in dezelfde schijnsels, onafgebroken in eenen
-door, alsof de eerste rijtuigen alle andere achter zich aantrokken.
-
-Bij den lichten schok dien de in beweging komende kales haar gaf, had
-Renée haar kijker uit de hand laten glijden en haar half liggende
-houding hernomen. Huiverig trok zij een punt van de berenhuid,
-die als een donzig sneeuwkleed het rijtuig vulde, over zich heen en
-verborg haar gehandschoende handen geheel in de lange krullen van
-het warme vacht.
-
-Een frissche wind stak op. De zoele October-namiddag, die aan het
-Bosch een vleugje van de lente gegeven en de dames uit de groote
-wereld tot een ritje in een open rijtuig verlokt had, dreigde in een
-guren avond te zullen eindigen.
-
-Een poosje gaf de jonge vrouw, warm ingebakerd in haar hoekje, zich
-over aan het behagelijk gevoel, dat haar bij het staren op al die
-rond wentelende wielen beving. Toen hief zij het hoofd op naar Maxime,
-die kalmpjes met zijn blikken de vrouwen in de coupés en de landauers
-ontkleedde, en vroeg:
-
---Vind je die Laure d'Aurigny heusch mooi? Je hemelde haar laatst zoo
-op, toen de verkooping van haar diamanten aangekondigd werd!.... A
-propos, heb je het halssnoer en de haarnaald al gezien, die je vader
-op die verkooping voor me gekocht heeft?
-
-De jonge vrouw haalde even de schouders op.
-
---Hij weet zijn zaakjes goed te doen, zei Maxime met een grijnslach,
-zonder haar vraag te beantwoorden. Hij weet er raad op Laure's schulden
-te betalen en tegelijk diamanten aan zijn vrouw te geven.
-
---Deugniet! fluisterde zij, glimlachend.
-
-Maar de jonge man had zich voorover gebogen om een dame na te oogen,
-wier groene japon zijn belangstelling wekte.
-
-Met halfgesloten oogen leunde Renée weer achterover, lusteloos
-kijkende naar beide zijden der laan, zonder iets te zien. Rechts,
-gleden tusschen het hakhout enkele hoogopgaande stammen voorbij, met
-hun verschrompelde bladeren en spichtige takken; nu en dan reden op
-het ruiterpad heeren met dunne tailles voorbij, wier paarden onder
-het galoppeeren stofwolkjes deden opstuiven.
-
-Links, onder de zachtglooiende grasvlakte, met bloemvakken en dichte
-heesterboschjes afgewisseld, lag het effen kristalheldere meer,
-zonder eenig schuim, dat langs den rand glad afgespit scheen door de
-spade der tuinlieden; en aan gene zijde van het spiegelgladde water
-verhieven de beide eilandjes, waartusschen de verbindingsbrug een
-grijze streep vormde, hun aardige steile oevers, en teekenden tegen
-den bleeken hemel de omtrekken van hun dennen, van hun altijd groene
-boomen, wier donker gebladerte door het water weerkaatst werd, als
-gordijnfranjes door een kunstige hand aan den horizon gedrapeerd. Dat
-stukje natuur, dat schijnbaar pas geschilderd décor, was gehuld in
-een licht waas, in een blauwachtigen nevel, die aan het vergezicht
-een bekoorlijk aanzien gaf.
-
-Op den anderen oever blonk het Zwitsersch huisje als met het vernis van
-een nieuw stuk speelgoed; en de smalle laantjes, die als gele linten
-om het meer heen door de grasvlakte kronkelen en met ijzeren takken
-bij wijze van rustiek houtwerk afgezet zijn, staken op dit late uur
-nog vreemder af tegen het zachte groen van het water en het grasperk.
-
-Aan de bekoorlijkheden van deze vergezichten gewoon geraakt, had
-Renée in haar lusteloosheid de oogen geheel neergeslagen; zij keek
-nog slechts naar haar smalle vingers, die als op een krulstok de
-lange haren van de berenhuid wonden.
-
-Plotseling werd de regelmatige draf der rijtuigen afgebroken. Opziende,
-groette zij twee jonge vrouwen, die als smachtende gelieven naast
-elkander lagen in een huit-ressorts, die met groot geraas den meeroever
-verliet om een zijlaan in te rijden.
-
-Mevrouw de markiezin d'Espanet, wier man, toen adjudant van den
-keizer, zich openlijk met het nieuwe vorstenhuis verzoend had,
-tot groote ergernis van den ouden adel die bleef mokken, was een der
-toongeefsters in de groote wereld van het tweede keizerrijk; de andere,
-mevrouw Haffner, was de vrouw van een grooten industrieel uit Colmar,
-die wel twintig millioen bezat en zich sedert het keizerrijk druk
-met politiek inliet.
-
-Renée, die de twee onafscheidelijken, zooals men ze met een
-veelbeteekenenden glimlach noemde, op de kostschool gekend had,
-noemde ze bij haar voornamen, Adeline en Suzanne.
-
-Juist wilde zij zich weer warmpjes inbakeren, toen een gelach van
-Maxime haar het hoofd deed omwenden.
-
---Neen, heusch, ik ben niets opgewekt, lach maar niet, het is volle
-ernst, zei zij, toen de jonge man haar gekscherend aankeek en den
-spot dreef met haar gebogen houding.
-
-Maxime zette een grappige stem op.
-
---Wel, wel, zoo'n groot verdriet, toch niet jaloersch?
-
-Zij scheen geheel verbaasd.
-
---Ik! Zei zij. Waarom jaloersch?
-
-En onmiddellijk daarop, alsof zij zich de oorzaak herinnerde, ging
-zij met een minachtenden trek om den mond voort:
-
---O ja, die dikke Laure! Ik denk er niet aan. Als het waar is,
-wat jelui me allen vertellen, dat Aristide de schulden van die meid
-betaald en haar op die manier een reisje naar het buitenland bespaard
-heeft, dan bewijst dit alleen dat hij minder aan geld gehecht is dan
-ik dacht. Dat zal hem weer bij de dames in de gunst brengen.... Ik
-laat den goeien man volkomen vrij.
-
-Zij glimlachte en zei "den goeien man" op een toon van
-vriendschappelijke onverschilligheid. Toen weer plotseling neerslachtig
-wordende, keek zij om zich heen met den wanhopigen blik van een vrouw,
-die niet weet aan welk tijdverdrijf zij zich zal wijden, en zachtjes
-klonk het:
-
---O, ik zou wel willen.... Maar neen, ik ben niet jaloersch, heelemaal
-niet jaloersch. Zij hield aarzelend op.
-
---Ik verveel me, zie je, zei zij eindelijk, op driftigen toon.
-
-Toen zweeg zij en drukte haar lippen stijf op elkander.
-
-De rijtuigen reden nog steeds langs het meer, in een gelijkmatigen
-draf, met het eigenaardige geraas van een verwijderden waterval.
-
-Nu verhieven zich links, tusschen het water en den rijweg, boschjes
-groene boomen, met dunne rechte stammetjes, die in het schemeruur
-den indruk maakten van bundels kleine zuilen.
-
-Rechts was er een einde gekomen aan het hakhout en de opgaande
-stammen, het Bosch bood een ruim uitzicht op groote grasvlakten,
-hier en daar met een groepje hooge boomen beplant; de groene vlakten
-volgden elkander op, met lichte golvingen van het terrein, tot aan
-de poort de la Muette, wier lage hek men in de verte ontwaarde, als
-een stuk zwarte kant, dat vlak boven den grond is uitgespannen; op
-de hellingen en in de diepste plooien van het heuvelachtige terrein,
-was het gras geheel blauw.
-
-Renée staarde voor zich uit, alsof die verruiming van den
-gezichtseinder, die zachte grasvlakten, bedauwd door de avondlucht,
-haar nog levendiger aan de ledigheid van haar bestaan herinnerden.
-
-Na een kort stilzwijgen, herhaalde zij met ingehouden toorn:
-
---O, ik verveel me, ik verveel me doodelijk.
-
---Weetje wel, dat je niet vroolijk bent? zei Maxime kalmpjes. Je bent
-zeker weer zenuwachtig.
-
-De jonge vrouw hernam haar halfliggende houding.
-
---Ja, ik heb weer last van mijn zenuwen, antwoordde zij kortaf.
-
-Toen nam zij een moederlijken toon aan.
-
---Ik word oud, beste jongen; ik ben haast dertig jaar. 't Is
-verschrikkelijk. Ik vind nergens meer genoegen in. Als je twintig
-jaar bent, kan je niet weten....
-
---Heb je me soms meegenomen om je de biecht te laten afnemen? viel
-de jonge man haar in de rede. Dat zou drommels lang kunnen duren.
-
-Zij beantwoordde die onbeschaamdheid met een flauwen glimlach, als
-gold het een uitval van een verwenden knaap die geen kwaad kan doen.
-
---Je hebt nog al reden om te klagen, ging Maxime voort: je geeft
-ieder jaar meer dan honderd duizend francs voor je toiletten uit,
-je woont in een paleis, je hebt prachtige paarden, je minste luimen
-worden bevredigd, en de kranten spreken over ieder nieuw costuum
-dat je draagt als over een gebeurtenis van het uiterste gewicht; de
-vrouwen benijden je, de mannen zouden tien jaar van hun leven willen
-geven om je de vingertoppen te mogen kussen. Is het waar of niet?
-
-Zwijgend gaf zij een toestemmend knikje. Met neergeslagen oogen woelde
-zij weer in de krullen van het vacht.
-
---Kom, wees nu zoo bescheiden niet, ging Maxime voort: kom er maar
-rond voor uit dat je een der steunpilaren van het tweede keizerrijk
-bent. Onder ons mag men zoo iets gerust zeggen. Aan het hof, bij
-de ministers, bij de doodgewone millionairs, bij hoog en laag,
-overal heersch je als oppermachtige gebiedster. Er is geen vermaak
-waarvan je niet volop genoten hebt, en als ik durfde, als ik me
-niet liet weerhouden door den eerbied dien ik je verschuldigd ben,
-zou ik zeggen....
-
-Lachend hield hij even op; toen sprak hij zijn meening onomwonden uit.
-
---Ik zou zeggen dat je van alle appels geproefd hebt.
-
-Zij vertrok geen spier van haar gelaat.
-
---En je verveelt je! hernam de jonge man met kluchtige
-levendigheid. Maar dat is ongehoord! Wat wil je, wat verlang je
-dan toch?
-
-Zij trok de schouders op, als wilde zij te kennen geven dat zij het
-zelf niet wist.
-
-Ofschoon zij het hoofd voorover boog, zag Maxime haar zoo ernstig, zoo
-somber gestemd, dat hij zweeg. Hij wendde den blik naar de rijtuigen,
-die aan het einde van het meer gekomen in breede rijen het kruispunt
-geheel vulden. Minder dicht opeengedrongen, zwenkten de rijtuigen met
-een sierlijken bocht: de snellere draf der paarden klonk luid op den
-harden grond.
-
-Toen de kales draaide om zich achter de andere rijtuigen te voegen,
-bracht de schommeling voor een oogenblik een behagelijk gevoel bij
-Maxime teweeg. Daarop toegevende aan den lust om Renée te plagen:
-
---Je verdiende in een huurrijtuig te moeten rijden, zei hij. Dat zou
-je verdiende loon zijn! Zie eens naar al die menschen, die naar Parijs
-terugkeeren, ze groeten je als een koningin, en het scheelt niet veel
-of je goede vriend, mijnheer de Mussy, zendt je kushandjes toe.
-
-Inderdaad werd Renée door een ruiter gegroet. Maxime had op een gemaakt
-grappigen toon gesproken. Maar Renée keerde zich ternauwernood om
-en haalde de schouders op. Ditmaal maakte de jonge man een wanhopig
-gebaar.
-
---Is het er zoo mee gesteld?.... Maar, mijn goede hemel, je hebt alles,
-wat wil je nog meer?
-
-Renée hief het hoofd op. In haar oogen straalde een warme gloed,
-een vurige begeerte naar iets ongekends, dat haar nieuwsgierigheid
-nog niet bevredigd had gezien.
-
---Ik wil iets anders, antwoordde zij op kwijnenden toon.
-
---Maar aangezien je alles hebt, hernam Maxime lachend, bestaat er
-geen iets anders. Wat bedoel je toch met iets anders?
-
---Wat? herhaalde zij....
-
-En verder sprak zij niet. Zij had zich geheel omgewend en verdiepte
-zich in de beschouwing van het vreemde tafereel, dat zich achter
-haar in nevelen oploste. De avond begon te vallen; als fijne asch
-daalde de schemering langzaam neer. In het bleeke daglicht dat nog
-boven het water bleef hangen, geleek het meer, van voren gezien,
-een reusachtige tinnen plaat; de groene boomen, wier slanke stammen
-uit den onbewegelijken waterspiegel schenen op te rijzen, geleken op
-violetkleurige zuilengangen, die in haar regelmatigen bouw de kunstig
-gevormde krommingen der oevers afteekenden; verderop, verhieven zich
-dichte boschjes, en een dicht gebladerte sloot met groote zwarte
-vlekken den gezichtseinder af. Achter die vlekken vertoonde zich een
-vuurgloed, een half ondergegane zon, die slechts een klein gedeelte
-van het grauwe uitspansel verlichtte.
-
-Boven dat onbewegelijke meer, dat lage houtgewas, dat geheel
-vlakke vergezicht, opende zich het hemelgewelf, oneindig, dieper en
-breeder. Dat groote stuk hemel over dat brokje natuur, gaf een ietwat
-droevige gewaarwording, iets als een huivering; en er daalde uit
-die verbleekende hoogte zulk een droefgeestig herfstgevoel neer, een
-duisternis zoo stil en hartaangrijpend, dat het Bosch, langzamerhand
-gehuld in een doodskleed van duisternis, zijn wereldsche bevalligheid
-verloor en grooter scheen, geheel vervuld van de machtige bekoring
-der wouden.
-
-De draf der équipages, wier levendige kleuren de duisternis uitdoofde,
-geleek op het verwijderde geluid van ritselende bladeren en stroomende
-beekjes. Alles stierf langzamerhand weg.
-
-En terwijl alles in het rond verbleekte, stak midden op het meer, het
-driehoekig zeil van de groote pleizierboot, forsch en scherp tegen
-den vuurgloed van de ondergaande zon af. En eindelijk zag men nog
-slechts dat zeil, dien driehoek van geel linnen, bovenmatig vergroot.
-
-In haar verzadiging kreeg Renée een vreemde gewaarwording van
-onuitbare begeerten, bij het aanschouwen van dat landschap dat zij
-niet meer herkende, van die zoo bij uitstek wereldsche natuur, waarvan
-de geheimzinnige duisternis een gewijd bosch maakte, een van die
-denkbeeldige open plekken waar de goden der oudheid hun gigantische
-liefde, hun goddelijk overspel en hun bloedschande verborgen. En
-terwijl de kales al verder en verder reed, scheen het haar toe alsof
-achter haar de schemering in haar trillende sluiers het land van haar
-droomen met zich meevoerde, het schandelijke en bovenmenschelijke
-slaapvertrek waarin zij eindelijk den honger van haar ziek hart,
-van haar verzadigd vleesch had kunnen stillen.
-
-Toen het meer en de boschjes, in de duisternis opgelost, niets meer
-dan een donkere streep aan den hemel vertoonden, keerde de jonge vrouw
-zich plotseling om en met een stem, waarin tranen van spijt klonken,
-voltooide zij haar afgebroken zin:
-
---Wat? Iets anders, wat drommel, ik wil iets anders. Weet ik het! Als
-ik het wist.... Zie je, ik heb genoeg van die eeuwig durende bals,
-soupers en feesten. 't Is altijd hetzelfde. 't Is ontzettend
-eentonig. De mannen zijn doodelijk vervelend, ja, doodelijk vervelend.
-
-Maxime begon te lachen. Er begon gloed te komen in het aristocratische
-gezichtje van de groote dame. Zij knipte niet meer met de oogleden;
-de rimpel in haar voorhoofd groefde zich dieper, haar pruilende lip
-stak weer naar voren, als om de genietingen op te sporen waarnaar
-zij verlangde, doch die zij niet kon noemen. Zij merkte den lach van
-haar metgezel op, maar zij was te opgewonden om zich in te houden;
-achterover geleund, liet zij zich wiegen door de schommelende beweging
-van het rijtuig en ging in afgebroken zinnen voort:
-
---Zeker, jelui zijt doodelijk vervelend.... Ik zeg dat niet op jou,
-Maxime, jij bent nog te jong.... Maar als ik je vertelde hoe Aristide
-me in het begin verveeld heeft! En die anderen dan, die me bemind
-hebben.... We zijn goede kameraads, weet je, met jou geneer ik me
-niet, welnu, er zijn heusch dagen waarop ik mijn leven als rijke,
-aangebedene, gevierde vrouw zoo moe ben, dat ik zou wenschen een Laure
-d'Aurigny te zijn, een van die dames die een vrij en onafhankelijk
-leventje leiden.
-
-En daar Maxime nog harder begon te lachen, hield zij vol:
-
---Ja, een Laure d'Aurigny. Dat moet minder eentonig zijn, meer
-afwisseling bieden.
-
-Zij zweeg een oogenblik, als om zich het leven voor te stellen, dat
-zij zou leiden als zij Laure was. Toen hernam zij op moedeloozen toon:
-
---Maar die dames zullen toch ook wel haar verdrietelijkheden
-hebben. Eigenlijk gezegd is er toch niets amusants. 't Is om dood te
-gaan van verveling.... Ik zei zooeven al, er moest iets anders zijn,
-ik zou het niet weten te noemen, begrijp je, maar iets anders, iets dat
-nog niemand overkomen is, geen alledaagsche zaak, maar een zeldzaam,
-ongekend genot....
-
-Haar stem klonk langzamer. Zij sprak deze laatste woorden uit op
-afgebroken toon, alsof haar geest bezig was dat zeldzame genot
-te zoeken.
-
-De kales reed op dit oogenblik de laan in die naar den uitgang van het
-Bosch leidt. De duisternis nam toe, als een grauwe muur verhief zich
-het hakhout, aan beide zijden van de laan; de geelgeverfde ijzeren
-stoelen, waarop de burgermenschen in hun Zondagsche gewaad op mooie
-avonden zitten te pronken, stonden leeg op de trottoirs, met dat
-naargeestige uitzicht van tuinmeubels, door den winter overvallen; en
-het geratel, het doffe, gelijkmatige gedruis der huiswaarts keerende
-rijtuigen, klonk als een droeve klacht in de eenzame laan.
-
-Maxime begreep ongetwijfeld heel goed, dat het een slechten smaak
-verried het leven aangenaam te vinden. Ofschoon hij nog jong genoeg
-was om aan een opwelling van gelukkige bewondering toe te geven, was
-zijn eigenliefde te groot, zijn onverschilligheid te spotziek, en had
-hij zich werkelijk reeds te dikwijls verzadigd gevoeld, om er niet
-voor uit te komen dat hij tot walgens toe verzadigd was. Gewoonlijk
-legde hij die bekentenis zelfs met een zekeren trots af.
-
-Hij strekte zich lang uit, evenals Renée, en sloeg een klagenden
-toon aan.
-
---Je hebt warempel gelijk, zei hij. 't Is doodelijk vervelend. Ik
-verzeker je, ik amuseer me al evenmin als jij; ik heb ook dikwijls
-naar iets anders verlangd.--Reizen,--ik ken geen vervelender en dwazer
-ding. Geld verdienen,--opmaken doe ik het nog liever, ofschoon dat ook
-al zoo amusant niet is als men in den beginne denkt. Liefhebben, bemind
-worden, daar heeft men gauw genoeg van, niet waar? En heel gauw ook!
-
-Daar de jonge vrouw niet antwoordde, ging hij voort, om haar door
-een groote goddeloosheid te doen ontstellen:
-
---Ik zou wel eens door een nonnetje bemind willen worden. Dat zou
-misschien grappig zijn, hè?.... Heb jij nooit eens het verlangen in
-je voelen opkomen een man te beminnen, aan wien je niet kon denken
-zonder een misdaad te begaan?
-
-Maar zij bleef stil en in zichzelf gekeerd, en daar zij geen antwoord
-gaf, dacht Maxime dat zij niet naar hem luisterde. Het hoofd tegen den
-gecapitonneerden rand van de kales geleund, scheen zij met open oogen
-te slapen. Zij zat in gepeins, als het ware willoos overgeleverd aan
-de droomen die haar zoo terneergedrukt hielden; nu en dan trilden haar
-lippen door een zenuwachtigen schok. Het schemerduister doordrong haar
-gansche wezen met een verslappenden invloed; al wat die duisternis aan
-droefgeestigheid, aan stillen wellust, aan onuitgesproken verwachtingen
-bevatte, drong in haar door, hulde haar als in een atmosfeer van
-kwijning en ziekte.
-
-Terwijl zij staarde naar den ronden rug van den palfrenier op den bok,
-dacht zij zeker aan die pas gesmaakte genoegens, die feesten die zij
-zoo eentonig vond, waarvan zij niet meer gediend was; zij zag haar
-geheele verleden, de onmiddellijke bevrediging van haar begeerten,
-het walgingwekkende van de weelde, de verpletterende eentonigheid
-van dezelfde liefdesbetuigingen en dezelfde ontrouw.
-
-Toen kwam, als een blijde verwachting, met een trillend verlangen de
-gedachte aan dat "iets anders" in haar op, dat haar geest met alle
-inspanning niet vinden kon. Maar daar raakte haar peinzende geest het
-spoor bijster. Zij spande zich in, maar telkens ontglipte het gezochte
-woord in de vallende duisternis, ging verloren in het onafgebroken,
-rollend geraas der rijtuigen. De zachte schommeling van de kales was
-een weifeling meer, die haar belette haar begeerte in woorden uit
-te drukken. En een machtige verlokking steeg op uit dat nevelige,
-uit dat in schemerduister gehulde houtgewas aan weerszijden der laan,
-uit dat geratel van wielen en die zachte schommeling die haar in een
-zoete bedwelming bracht.
-
-Duizenderlei gewaarwordingen bestormden haar: onvoltooide mijmeringen,
-namelooze wellustige genietingen, onbestemde wenschen, al wat een
-terugkeer uit het Bosch, bij de invallende schemering, aan uitgezochts
-en ongehoords in het verzadigde hart eener vrouw kan opwekken.
-
-Zij hield haar beide handen in het berevacht, zij had het heel warm
-onder haar witlakensch manteltje met opslagen van mauve fluweel.
-
-Terwijl zij haar voet verschoof om zich behagelijk uit te strekken,
-streek zij met haar enkel langs het warme been van Maxime, die niet
-eens notitie nam van die aanraking. Een schok wekte haar uit haar
-halven slaap. Zij hief het hoofd op, met een zonderlingen blik uit haar
-grijze oogen naar den jongen man, die in alle elegantie achterover lag.
-
-Op dit oogenblik reed de kales het Bosch uit. De avenue de
-l'Impératrice strekte zich recht uit in de schemering, met de
-beide groene lijnen van haar houten hekken, die elkander aan den
-gezichtseinder raakten. Op het ruiterpad daarnaast vormde een wit
-paard, in de verte, een heldere plek, die scherp afstak tegen het
-grauwe halfduister. Aan de andere zijde van den straatweg liepen
-enkele late wandelaars, groepjes donkere stippen, die zich langzaam
-in de richting van Parijs voortbewogen. En heel omhoog, aan het einde
-van dat wemelende loopvuur der rijtuigen, teekende het blank van den
-Triomfboog, dwars voor de laan, zich af tegen een reusachtig stuk
-roetkleurige lucht.
-
-Terwijl de kales in sneller draf de laan op reed, keek Maxime,
-bekoord door het engelsche voorkomen van het landschap, beurtelings
-rechts en links naar de grillig gebouwde hôtels, wier grasvelden tot
-aan de zijlanen afglooiden. Renée, in haar afgetrokkenheid, schepte
-er vermaak in naar de gasvlammetjes te kijken, die aan het einde van
-den weg, éen voor éen op de place de l'Etoile ontstoken werden, en
-naarmate die lichtjes als gele vlekken op het wegstervende daglicht
-verschenen, meende zij een heimelijk roepen te hooren, scheen het
-haar toe dat het op winteravonden schitterend verlichte Parijs voor
-haar in feestverlichting was, haar het onbekende genot bereidde,
-waarvan haar verzadigd hart droomde.
-
-De kales reed de avenue de la Reine-Hortense in, en hield stil aan
-het einde van de rue Monceaux, op eenige passen afstands van den
-boulevard Malesherbes, voor een groot gebouw dat tusschen plein en
-tuin in stond. Naast elk der twee hekken, die kwistig met vergulde
-ornementen versierd waren en zich naar het plein openden, stonden
-een paar lantarens, in den vorm van urnen, eveneens rijk verguld,
-waarin groote gasvlammen brandden. Tusschen de twee hekken woonde de
-portier in een sierlijk tuinhuisje, dat eenigszins deed denken aan
-een grieksch tempeltje.
-
-Toen het rijtuig het voorplein op zou rijden, sprong Maxime er
-vlug uit.
-
---Denk er aan, zei Renée, hem bij de hand terughoudend, we gaan om
-half acht aan tafel. Je hebt meer dan een uur om je te kleeden. Laat
-niet op je wachten.
-
-En glimlachend voegde zij er bij:
-
---We krijgen de Mareuils.... Je vader verlangt dat je heel voorkomend
-tegen Louise zult zijn.
-
-Maxime haalde de schouders op.
-
---Een pleizierig baantje! mompelde hij knorrig. Ik wil haar wel
-trouwen, maar haar het hof maken, dat is al te vervelend.... Hè,
-Renée, wat zou ik het aardig van je vinden, als je me van avond van
-Louise verloste.
-
-Hij zette zijn grappig gezicht met de grimas en den toon die hij
-Lassouche nadeed, telkens als hij een van zijn gewone aardigheden
-ten beste gaf:
-
---Doe je het, mooi maatjelief?
-
-Renée schudde hem kameraadschappelijk de hand. En op gekscherenden
-toon klonk het snel, met zenuwachtige stoutmoedigheid:
-
---Zeg eens, als ik niet met je vader getrouwd was, zou je me, geloof
-ik, het hof gaan maken.
-
-De jonge man vond die gedachte zeker heel grappig, want hij lachte
-nog toen hij den hoek van den boulevard Malesherbes al om was.
-
-De kales reed het plein op en hield voor het bordes stil.
-
-Dit bordes, met breede lage trappen, werd beschut door een groote
-glazen kap, omrand door uitgesneden lofwerk met vergulde franje en
-eikels. De beide verdiepingen van het gebouw verhieven zich boven
-de keukens en provisiekamers, waarvan men bijna gelijkvloers de met
-matglas voorziene luchtgaten zag. Boven op het bordes was de deur der
-vestibule uitgebouwd, daarnaast kwamen dunne pilaren half uit den muur
-te voorschijn, aldus een vooruitspringend gedeelte vormende dat, op
-iedere verdieping van een rond vensterlicht voorzien, tot aan het dak
-doorliep, waar het in een driehoek eindigde. Aan beide zijden hadden
-de verdiepingen vijf vensters, met gelijke tusschenruimten in den
-voorgevel geplaatst, en in een eenvoudige steenen lijst gevat. Het dak
-was plat, en stak met vier bijna loodrechte zijden boven den gevel uit.
-
-Aan den tuinkant was de gevel echter heel wat prachtiger. Een ruim
-bordes leidde naar een smal terras dat langs de geheele onderste
-verdieping liep; de leuning van dit terras, in den stijl van de hekken
-van het park Monceaux, was nog meer met verguldsel overladen dan de
-kap en de lantarens van het voorplein. Het gebouw had aan iederen
-hoek een paviljoen, bij wijze van een half ingebouwd torentje, dat
-binnenin een rond vertrek vormde. In het midden bevond zich een ander
-torentje, dat minder uitstak dan de beide uiterste. De vensters,
-die hoog en smal waren voor de paviljoens, maar bijna vierkant en
-met grooter tusschenruimten op de vlakke gedeelten van den gevel,
-hadden gelijkvloers steenen balustrades en op de hoogere verdiepingen
-leuningen van verguld smeedijzer.
-
-Het was een vertoon, een overdaad, een overstelping van rijkdom. Het
-hôtel verdween onder het beeldhouwwerk. Om de vensters, langs de
-kroonlijsten, liepen kronkelende takken en bloemen; er waren balkons
-die geleken op bloemenmanden en gestut werden door groote naakte
-vrouwenbeelden met gebogen heupen en vooruitstekende borsten; hier en
-daar waren gephantaseerde wapenschilden aangebracht, druiventrossen,
-rozen, alle mogelijke versieringen van steen en marmer. Naarmate de
-blik zich hooger wendde, werden de bloemen menigvuldiger. Rondom
-het dak liep een balustrade, waarop met gelijke tusschenruimten
-urnen stonden, waarin steenen vlammen glansden. En daar, tusschen de
-ronde dakvensters, die open gingen in een ongelooflijke mengeling
-van vruchten en gebladerte, daar kwamen de kapitale stukken van
-deze verbazende decoratie voor den dag; de frontons der paviljoens,
-in wier midden de groote naakte vrouwenbeelden weer zichtbaar werden,
-te midden van bundels riet, met appelen spelende en allerlei houdingen
-aannemende.
-
-Met al die versieringen overladen, scheen het dak, waarboven
-zich nog galerijen van uitgetand lood verhieven, benevens twee
-bliksemafleiders en vier kolossale symmetrische schoorsteenen, eveneens
-met beeldhouwwerk versierd, het slotstuk van dit bouwkunstig vuurwerk
-te zijn.
-
-Rechts bevond zich een groote serre, tegen het hôtel aangebouwd, die
-met de benedenverdieping in verbinding stond door de glazen deuren
-van een salon. De tuin, die door een laag, achter een haag verborgen
-hek, van het park Monceaux gescheiden werd, helde vrij sterk. Te
-klein in verhouding tot de woning, zoo smal dat een grasperk en een
-paar groepjes groene boomen hem geheel vulden, was hij eigenlijk
-niets anders dan een heuveltje, een voetstuk van groen, waarop het
-hôtel in galatoilet prijkte. Van uit het park gezien, boven dat goed
-onderhouden grasperk, die struiken met hun glinsterende bladeren,
-had dat groote gebouw met zijn plompen leien hoed, zijn vergulde
-leuningen, zijn overvloed van beeldhouwwerk, het bleeke uitzicht,
-de rijke en dwaze gewichtigheid van een parvenu. Het was het nieuwe
-Louvre op kleiner schaal, een van de kenmerkendste staaltjes van den
-stijl Napoleon III, dien weelderigen bastaard van alle stijlen.
-
-Op zomeravonden, wanneer de schuine stralen der zon het verguldsel
-van de leuningen aan den witten gevel deden schitteren, bleven de
-wandelaars in het park stilstaan en keken naar de roodzijden gordijnen
-die voor de vensters van de benedenverdieping gedrapeerd waren;
-en door de ruiten, die zoo breed en zoo helder waren dat zij daar,
-evenals de spiegelruiten van de groote nieuwerwetsche magazijnen,
-geplaatst schenen om de inwendige pracht naar buiten te vertoonen,
-ontwaarden de burgerluidjes hoekjes van meubelen, stukjes stof,
-gedeelten van prachtig beschilderde plafonds, die hen van bewondering
-en afgunst midden in de lanen als vastgeworteld deden stilstaan.
-
-Maar nu daalde de duisternis van de boomen, de gevel sliep, Aan de
-andere zijde, op het voorplein, had de palfrenier Renée eerbiedig
-helpen uitstijgen. Rechts aan het eind van een met glas bedekte
-inrij, openden de stallen met hun lijsten van rooden steen, hun breede
-gepolijste eikenhouten deuren. Links was er bij wijze van pendant tegen
-den muur van het aangrenzende huis een rijk versierde nis geplaatst,
-waarin een breede waterstraal onafgebroken voortgutste uit een schelp,
-die door twee Amors omhoog gehouden werd.
-
-De jonge vrouw toefde een oogenblik aan den voet van het bordes,
-en tikte even tegen haar rok, die niet wilde zakken.
-
-Het voorplein, voor een oogenblik verlevendigd door het geraas van
-het rijtuig, hernam zijn deftige stilte, die slechts verbroken werd
-door het eeuwigdurend geruisch van den waterval. En in de donkere
-massa van het hôtel, waar ter eere van het eerste groote herfstdiner
-weldra alle lichten zouden ontstoken worden, zag men nu slechts de
-benedenvensters verlicht, een helderen gloed afstralend op de kleine
-steentjes van het voorplein, die regelmatig en zuiver als een dambord
-in den grond gelegd waren.
-
-De deur van de vestibule openduwend, stond Renée tegenover den
-kamerdienaar van haar man, die zich met een zilveren waterketel in de
-hand naar de benedenvertrekken wilde begeven. De man had een statig
-voorkomen; hij was geheel in het zwart, lang en flink gebouwd, had
-een bleek gelaat met de onberispelijke bakkebaarden van een engelsch
-diplomaat, en het ernstige, waardige uiterlijk van een magistraat.
-
---Baptiste, vroeg de jonge vrouw, is mijnheer al thuis?
-
---Ja, mevrouw, hij kleedt zich, antwoordde de dienaar met eene
-hoofdbuiging die hem benijd kon worden door een vorst, die de menigte
-groet.
-
-Renée ging langzaam de trap op, haar handschoenen onderwijl
-uittrekkend.
-
-De vestibule was weelderig ingericht. Bij het binnenkomen ontwaarde
-men een lichte aandoening van beklemdheid. De dikke tapijten die
-den grond bedekten en de loopers op de trap, de breede roodfluweelen
-behangsels die de muren en deuren maskeerden, maakten de lucht zwaar,
-met de stilte, den warmen geur van een kapel. Draperieën hingen van
-boven neer, en het hooge plafond was versierd met rosetten, die op
-een netwerk van vergulde staafjes rustten.
-
-De trap, met haar dubbele, witmarmeren balustrade, had een
-roodfluweelen leuning, en twee lichtgebogen opgangen, waartusschen zich
-de deur van het groote salon bevond. Op het eerste portaal besloeg
-een kolossale spiegel den geheelen muur. Beneden, aan den voet
-der beide opgangen, stonden op marmeren voetstukken twee vergulde
-bronzen vrouwen, met ontbloot bovenlijf, die groote kronen met vijf
-lichten droegen, wier helder schijnsel verzacht werd door matglazen
-ballons. Aan weerszijden stond een rij prachtige bloempotten van
-majolica, waarin zeldzame planten bloeiden.
-
-Renée ging de trap op, en bij iedere trede zag zij meer van haar
-beeld in den spiegel; zij vroeg zich af, met dien twijfel dien zelfs
-de meest gevierde tooneelspeelsters in zich voelen opkomen, of zij
-er werkelijk zoo verleidelijk uitzag als men zeide.
-
-In haar vertrekken gekomen, die zich op de eerste verdieping bevonden
-en op het park Monceaux uitzagen, schelde zij Céleste, haar kamenier,
-en liet zich kleeden voor het diner. Dat duurde bijna anderhalf
-uur. Toen de laatste speld vastgestoken was, opende zij een venster,
-want het was heel warm in de kamer, en op haar ellebogen leunend gaf
-zij zich weer aan haar droomerijen over. Achter haar ruimde Céleste,
-zoo stil mogelijk, de toiletbenoodigdheden op.
-
-Beneden in het park golfde een zee van duisternis. De inktkleurige
-massa's van het hooge gebladerte, door rukwinden heftig geschud,
-schommelden heen en weer als een golfslag, die aanrolt en terugwijkt,
-met het geruisch van droge bladeren, dat doet denken aan het
-afdruppelen van de golven op een oever van kiezelsteenen.
-
-Nu en dan vertoonde zich een lichtstreep in die draaikolk van
-duisternis; de twee gele oogen van een rijtuig verschenen en verdwenen
-tusschen het dicht geboomte, langs de groote laan die van de avenue
-de la Reine-Hortense naar den boulevard Malesherbes loopt.
-
-Tegenover al die droefgeestigheid van den herfst, voelde Renée al
-haar weemoed weer in haar hart opkomen. Zij zag zich terug als kind
-in het huis haars vaders, in dat stille heerenhuis op het eiland
-St. Louis, waar de Bérauds Du Châtel meer dan twee eeuwen lang hun
-sombere deftigheid van magistraatspersonen bewaard hadden. Toen
-dacht zij aan haar huwelijk, als bij tooverslag opgekomen, aan dien
-weduwnaar die zich verkocht had om haar te trouwen, die zijn naam
-Rougon had verwisseld voor dien van Saccard, waarvan de twee harde
-lettergrepen haar de eerste malen in de ooren hadden geklonken, met
-de onbeschoftheid van twee harken, die goud naar zich toeschrapen;
-hij had haar genomen, haar meegesleept in dat buitensporige leven,
-dat haar arm hoofd iederen dag meer van streek bracht.
-
-Toen dacht zij, met een kinderlijke vreugde, aan de heerlijke
-raketspelletjes die zij met haar zusje Christine had gespeeld.
-
-En op den een of anderen morgen zou zij ontwaken uit den roes van
-genot waarin zij sedert tien jaar leefde, krankzinnig, haar goeden
-naam bevlekt door een der speculaties van haar man; waarin hij zich
-zelf te gronde zou richten. Het was als een ingeving. De boomen hieven
-een luider klaaglied aan.
-
-Ontroerd door die gedachte aan schande en straf, gaf Renée gehoor
-aan de opwelling van ouderwetsche burgerdeugd die in haar binnenste
-verscholen lag; zij beloofde aan den donkeren nacht zich te zullen
-beteren, niet meer zooveel geld voor haar toiletten uit te geven, een
-onschuldig vermaak te zoeken dat haar afleiding kon geven, zooals in de
-gelukkige dagen van haar kostschoolleven, toen de leerlingen zachtjes
-onder de platanen ronddansend zongen: Nous n'irons plus au bois.
-
-Op dit oogenblik kwam Céleste, die naar beneden was gegaan, weer
-binnen en fluisterde haar meesteres in het oor:
-
---Mijnheer verzoekt mevrouw beneden te komen. Er zijn al verscheidene
-gasten in het salon.
-
-Renée schrikte op. De scherpe lucht, die haar schouders ijskoud maakte,
-had zij niet gevoeld. Toen zij voorbij haar spiegel ging, stond zij
-even stil, en wierp er werktuigelijk een blik in. Zij glimlachte
-onwillekeurig, en ging naar beneden.
-
-Inderdaad waren bijna alle gasten aanwezig. Zij vond beneden haar
-zuster Christine, een meisje van twintig jaar, heel eenvoudig
-gekleed in een wit neteldoeksch japonnetje; haar tante Elisabeth,
-weduwe van notaris Aubertot, in zwart satijn, een vriendelijk oud
-vrouwtje van zestig jaar; de zuster van haar man, Sidonie Rougon, een
-magere zoetsappige vrouw, wier leeftijd moeielijk te bepalen viel,
-met een wasachtig gelaat, dat door de fletse kleur van haar japon
-nog kleurloozer scheen; verder de Mareuils,--den vader, mijnheer
-de Mareuil, die juist uit den rouw was over zijn vrouw, een langen,
-knappen man, koel en ernstig, die een treffende gelijkenis met den
-kamerdienaar Baptiste vertoonde,--en de dochter, die arme Louise,
-zooals zij genoemd werd, een nietig, eenigszins gebocheld meisje van
-zeventien jaar, dat met een ziekelijke gratie een japon van witte
-foulardzijde met roode moesjes droeg; dan nog een kring van deftige
-mannen, met verscheidene ridderorden, officiëele heeren met bleeke,
-nietszeggende gezichten en verder een andere groep, jonge mannen,
-met een losbandig uiterlijk en laag uitgesneden vest, die vijf of zes
-zeer elegante dames omringden, waaronder de beide onafscheidelijken
-het eerst in het oog vielen, de kleine markiezin d'Espanet in het
-geel en de blonde mevrouw Haffner, in violetkleurige zijde.
-
-Ook mijnheer de Mussy, de ruiter wiens groet Renée niet beantwoord
-had, bevond zich daar, met het ongeruste gezicht van een minnaar die
-voelt dat hij zijn afscheid zal krijgen. En midden tusschen de lange,
-over het tapijt uitgespreide slepen, stapten twee aannemers, twee rijk
-geworden metselaars, Mignon en Charrier, met wie Saccard den volgenden
-dag een zaak te verhandelen had, met hun lompe laarzen heen en weer,
-de handen op den rug, bijna stikkend in hun zwarte gekleede jas.
-
-Aristide Saccard stond bij de deur, en hield met zijn neusgeluid en
-zijn zuidelijke levendigheid een hoogdravende rede voor het groepje
-deftige mannen, terwijl hij daar tusschen de gelegenheid vond om de
-binnenkomende gasten te begroeten. Hij drukte hun de hand, en had
-voor ieder een vriendelijk woord. Met zijn kleine gestalte en sluw
-gezicht boog hij als een marionet, en wat het meest in het oog viel
-van zijn schrale, listige, donkere persoontje, dat was het roode lint
-van het Legioen van eer, dat hij heel breed droeg.
-
-Toen Renée binnen trad, verhief zich een gemompel van bewondering. Zij
-was inderdaad goddelijk schoon. Over een tulle rok, die van achteren
-met een overvloed van strooken gegarneerd was, droeg zij een tuniek
-van zacht groen satijn, afgezet met Engelsche kant, opgenomen en
-vastgehecht met groote toefen viooltjes; een enkele strook garneerde
-de voorbaan van den rok, waarop bouquetjes van dezelfde bloemen,
-door guirlandes van klimopbladeren verbonden, een lichte draperie
-van mousseline vasthechtten. Boven die rokken van een royale wijdte
-en een beetje overdreven kostbaarheid waren de aanvalligheden van
-het hoofd en het keurslijf aanbiddelijk. Tot op het midden der
-borst gedecolleteerd, de armen ontbloot, met toefjes viooltjes op
-de schouders, scheen de jonge vrouw geheel naakt uit haar foedraal
-van tulle en satijn te voorschijn te komen, als een dier nimfen wier
-bovenlijf zich uit de heilige eiken losmaakt; en haar blanke hals,
-haar lenig lichaam was al zoo gelukkig met zijn halve vrijheid,
-dat de blik telkens verwachtte het keurslijf en de rokken te zien
-afglijden, als de kleeding van eene baadster, die ingenomen is met
-haar eigen lichaam. Haar hooge kapsel, haar fijn geel haar dat als
-een helm was opgestreken en waartusschen een takje klimop gevlochten
-was, door een strik van viooltjes vastgehecht, deed haar naaktheid
-nog meer uitkomen, daar het den nek geheel bloot liet, waarop dunne
-vlashaartjes, als gouden draden, een lichte schaduw wierpen. Om den
-hals had zij een snoer hangers van het zuiverste water en boven het
-voorhoofd een aigrette van zilveren sprietjes met diamanten bezaaid.
-
-Zoo stond zij een oogenblik op den drempel, in haar prachtig toilet,
-terwijl de flonkerende gloed vlammige tinten op haar schouders
-tooverde.
-
-Zij hijgde een beetje door het snelle trappen loopen. Haar oogen,
-nog vol van de duisternis van het park Monceaux, knipten voor die
-plotselinge zee van licht en gaven haar dat weifelend voorkomen,
-dat aan bijzienden eigen is en bij haar een bevalligheid te meer was.
-
-Toen de kleine markiezin haar opmerkte, stond zij haastig op, liep
-op haar toe en vatte haar beide handen, en terwijl zij haar van het
-hoofd tot de voeten opnam, zei zij zachtjes met haar aangename stem:
-
---O lieve, wat ben je mooi!
-
-De andere gasten kwamen nu ook met veel beweging naar de mooie mevrouw
-Saccard toe, zooals Renée in de gezelschappen genoemd werd. Zij
-bood bijna allen mannen de hand. Vervolgens omhelsde zij Christine
-en vroeg haar hoe haar vader het maakte, die nooit in het hôtel van
-het park Monceaux kwam. En glimlachend bleef zij staan, steeds met
-een hoofdbuiging groetende, voor den kring van dames die nieuwsgierig
-naar het halssnoer en de aigrette keken.
-
-De blonde mevrouw Haffner kon de verzoeking geen weerstand bieden;
-zij trad nader, bekeek de edelgesteenten aandachtig en zei op
-jaloerschen toon:
-
---Dat is het snoer en de aigrette, niet waar?
-
-Renée knikte toestemmend. Toen putten de dames zich uit in
-loftuitingen; de steenen waren verrukkelijk, goddelijk; daarop begonnen
-zij, met een bewondering vol afgunst, over de verkooping van Laure
-d'Aurigny te spreken, waar Saccard ze voor zijn vrouw gekocht had; zij
-klaagden dat die soort meisjes de mooiste dingen wisten te krijgen,
-dat er weldra geen diamanten meer voor fatsoenlijke vrouwen zouden
-zijn. Maar in die klachten klonk de begeerte door, op haar ontblooten
-boezem een van die juweelen te voelen die heel Parijs op de schouders
-van een beroemde maîtresse gezien had, en die haar misschien de intieme
-alkoofgeheimen in het oor zouden fluisteren, waarbij de gedachten van
-die groote dames zoo gaarne verwijlden. Zij kenden de hooge prijzen
-die er besteed waren, zij noemden een kostbare cachemire sjaal,
-prachtige kanten. De aigrette had vijftienduizend francs gekost,
-het halssnoer vijftigduizend francs. Mevrouw d'Espanet geraakte in
-geestdrift door die cijfers. Zij riep Saccard toe:
-
---Kom toch eens hier, dat wij u feliciteeren kunnen! Dat is eerst
-een goed echtgenoot!
-
-Aristide Saccard naderde en speelde den bescheidene. Maar zijn
-grijnzend gezicht verried een levendige voldoening. En hij wierp een
-schuinschen blik naar de twee aannemers, de rijk geworden metselaars,
-die een paar passen verder stonden en blijkbaar met eerbied de cijfers
-vijftienduizend en vijftigduizend francs hoorden klinken.
-
-Op dat oogenblik kwam Maxime, die juist was binnengekomen, keurig
-gekleed in zijn nauwsluitende zwarte jas, vertrouwelijk op zijns
-vaders schouders leunen en met een oogwenk naar de metselaars, sprak
-hij zachtjes tot hem, als tot een kameraad. Saccard vertoonde den
-bescheiden glimlach van een tooneelspeler, die toegejuicht wordt.
-
-Een paar nieuwe gasten traden binnen. Er waren nu minstens dertig
-personen in het salon. De gesprekken werden hervat; gedurende de
-oogenblikken van stilte hoorde men, achter de muren, een licht gerinkel
-van borden en zilverwerk. Eindelijk opende Baptiste de beide vleugels
-eener deur, en plechtig klonk de aankondiging:
-
---Mevrouw, de tafel is gereed.
-
-Toen stelde de stoet zich langzaam in beweging. Saccard gaf een arm aan
-de kleine markiezin, Renée nam dien van een ouden heer, een raadslid,
-baron Gouraud, voor wien iedereen onderdanig boog; wat Maxime aangaat,
-hij zag zich genoodzaakt Louise de Mareuil zijn arm aan te bieden;
-daarop kwamen de overige gasten, in optocht, en heel aan het eind,
-de twee aannemers met slingerende armen.
-
-De eetzaal was een groot vierkant vertrek, met een manshooge
-lambrizeering van zwartgepolitoerd en gevernist perenhout, met een
-smal verguld lijstje afgezet. De vier groote zijvakken waren zonder
-twijfel aangebracht teneinde met stillevens beschilderd te worden,
-maar zij waren leeg gebleven, zeker omdat de eigenaar van het hôtel
-teruggeschrikt was voor een uitgaaf louter voor de kunst. Men had
-ze eenvoudig met donkergroen fluweel behangen. De meubels, gordijnen
-en portières van dezelfde stof, gaven de kamer een sober en ernstig
-voorkomen, dat er op berekend was om den geheelen glans van het licht
-op de tafel te doen vallen.
-
-En op dit oogenblik inderdaad, midden op het groote donkergetinte
-Perzische tapijt, dat het geluid der voetstappen dempte, onder het
-helle schijnsel van de kroonlamp, was die tafel, somber omlijst door
-de zwarte leuningen met gouden biesjes van de stoelen, die er om
-heen stonden, als een altaar, als een verlichte kapel, waar op het
-schitterend wit van het tafellaken de heldere vlammen van het kristal
-en het zilverwerk flonkerden. Over de gebeeldhouwde rugleuningen achter
-zich ziende, ontwaarde men ter nauwernood in een halfduister het houten
-beschot van den muur, een groot laag buffet, banen fluweel die tot
-op den grond afhingen. Men werd als het ware gedwongen den blik weer
-op de tafel te richten, hem te verzadigen aan de schitterende pracht.
-
-Een bewonderenswaardige surtout van dof zilver, met glanzend drijfwerk,
-stond in het midden; hij stelde nimfen voor, die door een troep
-boschgoden geschaakt werden, en boven de groep daalde uit een grooten
-hoorn een enorme ruiker levende bloemen in trossen neer. Aan de beide
-einden stonden vazen die insgelijks losse bloemen bevatten, twee
-kandelaars, in den stijl van de middelgroep en elk een loopenden sater
-voorstellende die op een zijner armen een onmachtige vrouw meevoerde
-en met den anderen een luchter met tien kaarsen droeg, voegden hun
-schijnsel bij het geschitter van de groote kroonlamp. Tusschen deze
-groote stukken stonden de groote en kleine komforen met het eerste
-gerecht beladen netjes gerangschikt, geflankeerd door schelpen die de
-tusschengerechten bevatten, en afgewisseld door porseleinen mandjes,
-kristallen vazen, platte schalen en gemonteerde compotiers, die het
-gedeelte van het dessert bevatten dat reeds op tafel stond.
-
-Langs het cordon der borden, stond het leger van glazen, de water-
-en de wijnkaraffen, de zoutvaatjes; al het kristal was dun en licht
-als neteldoek, zonder graveersel, en zoo doorzichtig, dat het geen
-schaduw op het tafellaken afwierp.
-
-De surtout en de andere groote stukken schenen vuurfonteinen; één
-geflonker was de spiegelgladde zijkant der komforen; de vorken,
-lepels en messen met paarlemoeren hechten vormden vlammende strepen,
-alle kleuren van den regenboog schitterden in de glazen; en te midden
-van dien vonkenregen, van die gloeiende massa, vormden de wijnkaraffen
-roode plekken op het witgloeiende tafellaken.
-
-Bij het binnenkomen veranderde de glimlach, waarmede de gasten de
-dames, die zij aan den arm hadden, aanzagen, in een uitdrukking van
-stille gelukzaligheid. De bloemen gaven eenige frischheid aan de
-warme atmosfeer. Lichte dampwolkjes vermengden zich met den geur
-der rozen. Maar de scherpe geur der kreeften en de zure lucht der
-citroenen hielden de bovenhand.
-
-Toen iedereen zijn naam op de keerzijde van het menu gevonden had,
-volgde er een geschuifel van stoelen en een geritsel van zijden
-japonnen. De ontbloote, van diamanten flonkerende schouders, naast
-de zwarte jassen, die er de blankheid van deden uitkomen, voegden
-hun melkwitte kleur bij het geschitter van de tafel.
-
-Het eerste gerecht werd rondgediend, onder enkele glimlachjes tusschen
-tafelburen gewisseld, in een halve stilte die slechts door het gedempte
-gerinkel der lepels verbroken werd. Baptiste vervulde zijn plichten
-als hofmeester met de deftige houding van een diplomaat; behalve de
-twee huisknechts, had hij vier helpers onder zijn bevelen, die hij
-alleen voor de groote diners aanwierf. Bij ieder gerecht dat hij meenam
-om het in een hoek der zaal op een dientafel voor te snijden, gingen
-drie bedienden langzaam de tafel rond, met een schotel in de hand, en
-noemden halfluid het gerecht op dat zij aanboden. De anderen schonken
-wijn of zorgden voor het brood en de karaffen. De tusschengerechten
-werden aldus weggenomen en de voorgerechten langzaam rondgediend,
-zonder dat de kristalheldere lach der dames scherper werd.
-
-Het gezelschap was te talrijk om het gesprek algemeen te doen
-worden. Bij het tweede gerecht echter, toen het gebraad en de
-tusschengerechten aan de beurt kwamen en de Bourgogne, Pomard en
-Chambertin op de Léoville en de Château-Lafitte volgden, begonnen de
-stemmen zich te verheffen, en trilde het dunne kristal door het gelach.
-
-Renée, aan het midden der tafel gezeten, had aan haar rechterzij baron
-Gouraud, en links mijnheer Toutin-Laroche, gewezen kaarsenfabrikant,
-toen lid van den gemeenteraad, directeur van het Wijnbouwcrediet,
-lid van den raad van toezicht der Algemeene Maatschappij van de
-havens in Marokko, een mager invloedrijk man, dien Saccard, die
-tegenover hem zat, tusschen mevrouw d'Espanet en mevrouw Haffner,
-op vleienden toon nu eens, "mijn waarde collega", dan weer, "onze
-groote administrateur" noemde.
-
-Dan kwamen de mannen die veel aan politiek deden: mijnheer Hupel de la
-Noue, een prefect die acht maanden van het jaar te Parijs doorbracht,
-drie afgevaardigden, waaronder mijnheer Haffner zijn breed Elzasser
-gelaat vertoonde; verder mijnheer de Saffré, een alleraangenaamst
-jongmensch, secretaris van een minister, mijnheer Michelin, bureauchef
-van het toezicht over de wegen, en andere hooge ambtenaren.
-
-Mijnheer de Mareuil, eeuwigdurend candidaat naar een zetel van
-afgevaardigde, troonde tegenover den prefect, dien hij met de oogen
-vleide. Mijnheer d'Espanet was afwezig, daar hij zijn vrouw nooit
-op partijen vergezelde. De dames die tot de familie behoorden, waren
-tusschen de beduidendsten van de genoemde heeren geplaatst, behalve
-Sidonie, die een plaats aan het lager einde der tafel gekregen had,
-tusschen de twee aannemers, den heer Charrier ter rechter- en den
-heer Mignon ter linkerzijde, als een post van vertrouwen, waar het
-aankwam op de overwinning.
-
-Mevrouw Michelin, de vrouw van den bureauchef, een aardige, poezelige
-brunette, zat naast mijnheer de Saffré, met wien zij op fluisterenden
-toon een levendig onderhoud voerde. Aan beide einden der tafel zaten de
-jongelui, auditeurs in den Staatsraad, zoons van invloedrijke vaders,
-toekomstige millionnaars, mijnheer de Mussy die wanhopige blikken op
-Renée richtte, Maxime die rechts Louise de Mareuil naast zich had,
-en geheel door haar in beslag genomen werd. Langzamerhand waren zij
-hardop begonnen te lachen. Uit hun hoek kwamen dan ook de eerste
-losbarstingen van vroolijkheid.
-
-Mijnheer Hupel de la Noue vroeg intusschen beleefd:
-
---Zullen wij het genoegen hebben Zijn Excellentie vanavond te zien?
-
---Ik geloof het niet, antwoordde Saccard met een gewichtig voorkomen,
-dat een geheime teleurstelling verborg. Mijn broer heeft het zo
-druk!.... Hij heeft zijn secretaris, mijnheer de Saffré, gezonden om
-ons zijn verontschuldigingen aan te bieden.
-
-De jonge secretaris, die geheel door mevrouw Michelin in beslag werd
-genomen, hief het hoofd op toen hij zijn naam hoorde uitspreken,
-en meenende dat men het woord tot hem had gericht, riep hij op goed
-geluk af:
-
---Ja, ja, er moet van avond om negen uur minister-vergadering gehouden
-worden bij den zegelbewaarder.
-
-Intusschen ging mijnheer Toutin-Laroche, dien men in de rede was
-gevallen, ernstig voort, alsof hij een rede hield voor den aandachtig
-toeluisterenden gemeenteraad:
-
---De resultaten zijn prachtig. Die leening van de stad zal altijd
-genoemd worden als een der mooiste finantiëele operaties van onzen
-tijd. Ja, mijne heeren.... Maar hier werd hij weer overstemd door
-een schaterend gelach, dat aan een der uiteinden van de tafel
-weerklonk. Tusschen al die vroolijkheid door hoorde men de stem van
-Maxime, die het slot van een anecdote vertelde: "Wacht even, ik ben
-nog niet aan het eind. De arme amazone werd door een straatwerker
-opgeholpen. Men zegt dat zij hem een schitterende opvoeding laat geven
-om later met hem te trouwen. Zij wil niet hebben dat een andere man
-dan haar echtgenoot zich er op beroemen kan, zeker zwart vlekje boven
-haar knie te hebben gezien." Het gelach begon op nieuw. Louise lachte
-ongedwongen, harder nog dan de mannen. En kalmpjes, temidden van die
-vroolijkheid, stak een lakei, alsof hij doof was, zijn deftig bleek
-gezicht tusschen de gasten door, en bood op zachten toon reepjes
-gebraden eendebout aan.
-
-Aristide Saccard werd boos over de weinige aandacht die aan mijnheer
-Toutin-Laroche geschonken werd. Om hem te toonen dat hij naar hem
-geluisterd had, hernam hij:
-
---De leening der stad....
-
-Maar mijnheer Toutin-Laroche was er de man niet naar den draad van
-zijn gedachten te verliezen:
-
---Ja, heeren, ging hij voort, toen het gelach een beetje bedaard was,
-de dag van gisteren is een groote troost geweest voor ons, wier beheer
-het mikpunt is van zooveel onedele aanvallen. Men beschuldigt den
-raad dat zij den ondergang van de stad veroorzaakt, en gij ziet het,
-zoodra de stad een leening wil sluiten, brengt iedereen zijn geld,
-de schreeuwers niet het laatst.
-
---Gij hebt wonderen verricht, zei Saccard. Parijs is de hoofdstad
-van de geheele wereld geworden.
-
---Ja, het is inderdaad verbazend, viel mijnheer Hupel de la Noue in
-de rede. Verbeeld u, ik, een oude Parijzenaar, ik herken mijn Parijs
-niet meer. Gisteren ben ik verdwaald geraakt, toen ik van het stadhuis
-naar het Luxembourg moest gaan. 't Is verbazend, verbazend!
-
-Een kort stilzwijgen volgde. Alle ernstige mannen luisterden nu toe.
-
-"De gedaanteverwisseling van Parijs, ging mijnheer Toutin-Laroche
-voort, zal de roem der regeering zijn. Het volk is ondankbaar. Het
-moest den keizer de voeten kussen. Ik zei het van morgen nog in den
-raad, toen er sprake was van het groote succès der leening: Heeren,
-laat die schreeuwers van de oppositie maar praten: Parijs omver halen,
-is het vruchtbaar maken."
-
-Saccard glimlachte en sloot de oogen, als om de fijnheid van het
-gezegde beter te genieten. Hij boog zich achter den rug van mevrouw
-d'Espanet naar mijnheer Hupel de la Noue over, en zei luid genoeg om
-verstaan te worden:
-
---'t Is een eenig vernuft!
-
-Terwijl er over de werken van Parijs gesproken werd, had de heer
-Charrier met gerekten hals zitten toeluisteren, alsof hij zich in
-het gesprek wilde mengen. Zijn compagnon Mignon had slechts oog en
-oor voor mevrouw Sidonie, die hem voortdurend bezig hield. Van het
-begin van het diner af hield Saccard een oogje op de aannemers.
-
---De administratie, zei hij, heeft zooveel toewijding mogen
-ondervinden! Iedereen heeft een steentje willen bijdragen aan het
-groote werk. Zonder de rijke maatschappijen die haar te hulp zijn
-gekomen, had de stad nooit zoo goed en zoo snel kunnen te werk gaan.
-
-Hij draaide zich om en met een soort van vleiende lompheid ging
-hij voort:
-
---De heeren Mignon en Charrier weten er van mee te spreken, zij hebben
-hun aandeel in de moeite gehad, zij zullen het ook in den roem hebben.
-
-De rijk geworden metselaars ontvingen met een gelukkig gezicht dit
-onverwachte compliment. Mignon, tot wien Sidonie met een behaagzieke
-gemaaktheid zei:
-
---O, mijnheer, u vleit me; neen, rose zou me te jeugdig staan.... liet
-haar midden in haar volzin zitten om Saccard te antwoorden:
-
---U is wel vriendelijk, we hebben onze eigen zaken behartigd.
-
-Maar Charrier kende zijn wereld beter. Hij dronk zijn glas Pomard
-uit en zag kans een frase te uiten:
-
---De werken van Parijs, zei hij, hebben den werkman brood verschaft.
-
---Zeg ook, hernam mijnheer Toutin-Laroche, dat zij een prachtigen
-stoot aan de finantiëele en industrieele ondernemingen hebben gegeven.
-
---En vergeet de artistieke zijde niet, de nieuwe verkeerswegen zijn
-grootsch, merkte mijnheer Hupel de la Noue op, die zich op zijn smaak
-liet voorstaan.
-
---Ja, ja, 't is een mooi werk, mompelde mijnheer de Mareuil, om toch
-iets te zeggen.
-
---En de kosten, verklaarde op ernstigen toon de afgevaardigde Haffner,
-die slechts bij groote gelegenheden den mond open deed, die zullen
-onze kinderen betalen, en dat is billijk ook.
-
-En daar hij, zoo sprekende, mijnheer de Saffré aankeek, die sinds
-een oogenblik de misnoegdheid van de mooie mevrouw Michelin scheen
-opgewekt te hebben, herhaalde de jonge secretaris, om het te doen
-voorkomen alsof hij het gesprek gevolgd had:
-
---Dat is billijk ook, inderdaad.
-
-Iedereen had in dat groepje deftige mannen een woordje
-meegesproken. Mijnheer Michelin, de bureauchef, glimlachte, en
-knikte met het hoofd; dat was zijn gewone manier om aan een gesprek
-deel te nemen, hij had glimlachjes om te groeten, om te antwoorden,
-om goed te keuren, om te bedanken, om afscheid te nemen, een heele
-verzameling glimlachjes, die hem er van ontsloegen zich van woorden
-te bedienen, wat hij ongetwijfeld beleefder en gunstiger voor zijn
-bevordering achtte.
-
-Nog een ander persoon had het stilzwijgen bewaard, baron Gouraud,
-die langzaam kauwde als een os, met zware oogleden. Tot nu toe was
-hij verdiept gebleven in de beschouwing van zijn bord. Renée, die een
-en al oplettendheid voor hem was, bekwam slechts een licht geknor
-van tevredenheid voor haar moeite. Men was dan ook zeer verbaasd,
-toen hij het hoofd oprichtte, zijn vette lippen afveegde en zeide:
-
---Wanneer ik als eigenaar een huis laat repareeren en opschilderen,
-dan sla ik mijn huurders op.
-
-De volzin van mijnheer Haffner: "Onze kinderen zullen betalen" had
-het raadslid wakker gemaakt. Allen klapten zachtjes in de handen en
-mijnheer de Saffré riep uit:
-
---Heel aardig, heel aardig, ik zal die uitdrukking morgen naar de
-kranten opsturen.
-
---Ge hebt wel gelijk, heeren, wij leven in een goeden tijd, zei de
-heer Mignon bij wijze van besluit, te midden van de glimlachjes en de
-bewonderende uitroepen die het gezegde van den baron had uitgelokt. Ik
-ken er meer dan een, die een aardig fortuin hebben gemaakt. Als men
-geld verdient, ziet u, is alles mooi.
-
-Deze woorden vielen den deftigen mannen als een stortbad op het
-lijf. Het gesprek werd opeens gestaakt, en ieder vermeed zijn buurman
-aan te zien. Het gezegde van den metselaar trof de heeren als de
-steenworp van den beer. Michelin, die Saccard juist vriendelijk
-aankeek, hield op met glimlachen, uit vrees dat hij er een oogenblik
-van verdacht zou kunnen worden de woorden van den aannemer op den heer
-des huizes toe te passen. Laatstgenoemde gaf een duidelijken oogwenk
-aan mevrouw Sidonie, die Mignon opnieuw in beslag nam met de woorden:
-"U houdt dus veel van rose, mijnheer?...." Daarop maakte Saccard zijn
-buurvrouw, mevrouw d'Espanet, een lang complimentje; zijn donker,
-slim gezicht raakte bijna de melkwitte schouders van de jonge vrouw,
-die zich herhaaldelijk lachend achterover boog.
-
-Men was aan het dessert. De lakeien gingen vlugger de tafel rond. Er
-werd even gepauzeerd, terwijl het tafellaken met vruchten en suikerwerk
-beladen werd. Aan het eene uiteinde in den hoek van Maxime werd het
-gelach luider; men hoorde de ietwat scherpe stem van Louise zeggen:
-"Ik verzeker u dat Sylvia een blauw satijnen japon droeg in haar rol
-van Dindonnette;" en een andere meisjesstem antwoordde: "Ja, maar de
-japon was met witte kant gegarneerd." Een warme lucht steeg op. De
-gezichten waren rooder, als het ware verzacht door een innerlijk
-welbehagen. Twee lakeien gingen de tafel rond, Alicante en Tokajer
-inschenkende.
-
-Van den aanvang van het diner af scheen Renée verstoord. Zij vervulde
-haar plichten als gastvrouw met een werktuigelijken glimlach. Bij
-iedere uitbarsting van vroolijkheid, die van het einde der tafel kwam
-waar Maxime en Louise als goede vriendjes met elkander schertsten,
-flikkerden haar oogen, terwijl zij dien kant uitkeek. Zij verveelde
-zich. De deftige mannen verveelden haar doodelijk. Mevrouw d'Espanet
-en mevrouw Haffner keken haar met wanhopige blikken aan.
-
---En hoe staan de kansen voor de volgende verkiezing? vroeg Saccard
-eensklaps aan mijnheer Hupel de la Noue.
-
---Heel goed, antwoordde deze met een glimlach; maar er zijn nog geen
-candidaten gesteld voor mijn departement. Het ministerie weifelt,
-naar het schijnt.
-
-Mijnheer de Mareuil, die met een blik Saccard bedankte dat hij dit
-onderwerp aanroerde, scheen op heete kolen te zitten. Hij kreeg een
-kleur, knikte verlegen, toen de prefect hem aansprak en zei:
-
---Ik heb veel over u hooren spreken in mijn streek, mijnheer. Uw
-groote eigendommen hebben u daar een aantal vrienden bezorgd, en het
-is bekend hoezeer gij den keizer genegen zijt. Gij hebt alle kansen.
-
---Papa, verkocht de kleine Sylvia geen cigaretten te Marseille in
-1849? riep op dit oogenblik Maxime, van het einde der tafel.
-
-En daar Aristide Saccard zich hield alsof hij niets hoorde, hernam
-de jonge man een toontje zachter:
-
---Mijn vader heeft haar heel goed gekend.
-
-Er ontstond een gesmoord gelach. Intusschen had mijnheer Haffner tot
-den steeds knikkenden mijnheer de Mareuil op schoolmeesterachtigen
-toon gezegd:
-
---Toewijding aan den keizer is de eenige deugd, de eenige
-vaderlandsliefde in deze tijden van baatzuchtige democratie. Wie den
-keizer liefheeft, heeft Frankrijk lief. Het zou ons een waar genoegen
-zijn, mijnheer als onzen collega te mogen begroeten.
-
---Mijnheer zal er wel komen, zei mijnheer Toutin-Laroche op zijn
-beurt. De groote fortuinen moeten zich om den troon scharen.
-
-Renée kon het niet langer uithouden. Vlak tegenover haar onderdrukte
-de markiezin ternauwernood een gegeeuw. En toen Saccard weer het
-woord wilde nemen:
-
---Heb toch alsjeblieft een beetje medelijden met ons, zei zijn vrouw
-met een lieftallig lachje, laat uw akelige politiek nu eens rusten.
-
-Toen riep mijnheer Hupel de la Noue met de galantheid van een
-prefect, dat de dames gelijk hadden. En hij begon een grappig
-verhaal op te disschen van een gebeurtenis, die in de hoofdplaats
-van zijn departement was voorgevallen. De markiezin, mevrouw Haffner
-en de andere dames lachten luidkeels om zekere bijzonderheden. De
-prefect kruidde zijn verhaal met bedekte toespelingen, opzettelijke
-weglatingen, stembuigingen, die een guitige beteekenis gaven aan
-de onschuldigste woorden. Toen kwam het gesprek op den eersten
-Dinsdag van de hertogin, over een grappig stuk, dat den vorigen
-avond gespeeld was, over den dood van een dichter en over de laatste
-herfstwedrennen. Mijnheer Toutin-Laroche, die heel beminnelijk kon
-zijn als hij dit verkoos, vergeleek de vrouwen bij rozen, en mijnheer
-de Mareuil, nog aangedaan van de verwachtingen, die ten opzichte der
-verkiezingen in hem opgewekt waren, vond diepzinnige woorden over
-den nieuwen vorm der hoeden. Renée bleef afgetrokken.
-
-Intusschen hadden de gasten met eten gedaan. Het leek wel of een warme
-wind over de tafel gestreken was, de glazen beslagen en het brood
-verkruimeld had, de vruchtenschillen en de borden zwart gemaakt, en de
-mooie symmetrie van het servies verbroken had. De bloemen verwelkten
-in de groote horens van gedreven zilver. En de gasten bleven daar
-een oogenblik zitten, tegenover de overblijfselen van het dessert,
-zonder den moed te vinden om op te staan. Met een arm op de tafel,
-in gebogen houding, hadden zij den wezenloozen blik, dat onbestemde
-gevoel van verslapping van die gematigde, fatsoenlijke dronkenschap
-van deftige lieden, die zich met kleine teugjes bedrinken. Het gelach
-was verstomd, er werd weinig meer gesproken.
-
-Men had veel gegeten en gedronken, wat het troepje gedecoreerde
-mannen nog ernstiger maakte. In de drukkende atmosfeer der zaal
-voelden de dames een klamheid opstijgen naar het voorhoofd en den
-nek. Zij wachtten het oogenblik af dat men zich naar het salon zou
-begeven, ernstig, een weinig bleek, alsof zij een beetje duizelig
-waren. Mevrouw d'Espanet was geheel rose, terwijl de schouders van
-mevrouw Haffner zoo wit als was geworden waren. Mijnheer Hupel de
-la Noue bekeek intusschen aandachtig het hecht van een mes; mijnheer
-Toutin-Laroche riep mijnheer Haffner nog enkele zinnen toe, die deze
-met een hoofdschudden begroette; mijnheer de Mareuil zat in gedachten
-en keek mijnheer Michelin aan, die fijntjes glimlachte.
-
-Wat de mooie mevrouw Michelin aangaat, zij sprak sedert lang niet
-meer; met een vuurrood gezicht liet zij onder het tafellaken een hand
-afhangen die mijnheer de Saffré zeker vasthield, want hij leunde
-onbeholpen tegen den rand der tafel; hij trok de wenkbrauwen samen
-en zette een gezicht alsof hij een algebravraagstuk oploste. Mevrouw
-Sidonie had ook overwonnen; de heeren Mignon en Charrier, beiden op
-den elleboog naar haar toe geleund, schenen bijster verheugd haar
-vertrouwelijke mededeelingen te ontvangen; zij bekende dat zij dolveel
-van melkkost hield en bang was voor spoken.
-
-En Aristide Saccard zelf, zat daar met halfgesloten oogen, in het
-zalige bewustzijn van een gastheer, die zijn gasten behoorlijk
-heeft zat gevoerd. Hij dacht er niet aan de tafel te verlaten;
-hij beschouwde met een eerbiedige toegenegenheid baron Gouraud, die
-traag, onder de werking der spijsvertering, zijn hand op het witte
-tafellaken uitstrekte, de hand van een zinnelijken grijsaard, kort,
-dik, met paarse vlekken en roode haren bedekt.
-
-Renée dronk werktuigelijk de druppeltjes Tokayer uit, die zich nog
-in haar glas bevonden. Een vurige gloed steeg haar naar het gelaat,
-de weerbarstige bleeke haartjes van haar voorhoofd en nek raakten
-uit den krul, als nat geworden door een vochtigen wind. Haar lippen
-en haar neus waren zenuwachtig vertrokken, zij zag er uit als een
-kind dat wijn gedronken heeft. Mochten er al ouderwetsch-burgerlijke
-gedachten in haar zijn opgekomen toen zij tegenover het duistere park
-Monceaux stond, die gedachten waren op dit oogenblik weggevaagd in de
-prikkeling der gerechten, wijnen en lichten, van die verbijsterende
-omgeving van warme adems en opgewonden vroolijkheid.
-
-Zij wisselde geen kalme glimlachjes meer met haar zuster Christine en
-haar tante Elisabeth, die zich bescheiden op den achtergrond hielden en
-weinig spraken. Met een hardvochtigen blik had zij den armen mijnheer
-de Mussy de oogen doen neerslaan. In haar zichtbare verstrooidheid,
-ofschoon zij nu vermeed zich om te wenden, tegen den rug van haar
-stoel geleund, die het satijn van haar keurslijf zacht deed kraken,
-trilde er een onmerkbare huivering door haar schouders, telkens als
-een nieuwe lachbui uit het hoekje opsteeg waar Maxime en Louise nog
-altijd druk schertsten, in het wegstervend geluid der gesprekken.
-
-En achter haar, op de grenslijn tusschen licht en schaduw, met zijn
-hooge gestalte boven die wanordelijke tafel en de aamechtige gasten
-uitstekende, stond Baptiste, met zijn bleeke gezicht en zijn ernstig
-uiterlijk, in de minachtende houding van een lakei die zijn meesters
-verzadigd heeft. Hij alleen, in die atmosfeer vol bedwelming, onder
-het helle schijnsel van de lichtkroon, bleef correct, met zijn
-zilveren keten om den hals, zijn koele oogen waarin het zien van
-de schouders der vrouwen geen gloed bracht, zijn voorkomen van een
-eunuch, Parijzenaars in een tijd van zedenbederf bedienende en zijn
-waardigheid behoudende.
-
-Eindelijk stond Renée met een zenuwachtige beweging op. Iedereen volgde
-haar voorbeeld. Men ging naar het salon, waar koffie werd rondgediend.
-
-Het groote salon van het hôtel was een langwerpig vertrek, een soort
-van galerij, die den geheelen muur aan den tuinkant besloeg en de
-twee paviljoenen met elkander verbond. Breede glazen deuren gaven
-toegang tot het bordes. Deze galerij schitterde van goud. Het licht
-gewelfde plafond vertoonde grillige spiraalvormige figuren rondom
-groote vergulde medaillons, die blonken als schilden. Schitterende
-rozetten en guirlandes vormden den rand van het gewelfde gedeelte;
-lijsten, die glinsterden als stralen gesmolten metaal, liepen langs
-de muren en omsloten de paneelen die met roode zijde bespannen waren;
-takken rozen, met bossen ontloken knoppen bovenaan, vielen langs de
-spiegels neer.
-
-Op den parketvloer spreidde een tapijt d'Aubusson zijn purperen bloemen
-ten toon. Het ameublement van rood zijden damast, de portières en
-gordijnen van dezelfde stof, de kolossale met schelpwerk versierde
-pendule van den schoorsteen, de Chineesche vazen op de consoles,
-de pooten der beide lange tafels die met Florentijnsch mozaïekwerk
-ingelegd waren, tot zelfs de jardinières in de vensternissen, zweetten
-het goud uit, dropen van goud.
-
-In de vier hoeken verhieven zich vier groote lampen op voetstukken
-van verguld marmer, waaraan zij bevestigd waren door kettingen van
-verguld brons, die met symmetrische bevalligheid afhingen. En aan het
-plafond hingen drie kronen met kristallen hangers, stralend van rose
-en blauwe lichtschijnsels, en die met hun heldere verlichting al het
-goud van het salon in vlam zetten.
-
-De heeren trokken zich al spoedig naar de rookkamer terug. Mijnheer
-de Mussy schoof vertrouwelijk zijn arm onder dien van Maxime, dien
-hij op het gymnasium gekend had, ofschoon hij zes jaar ouder was dan
-deze. Hij troonde hem mee naar het terras, en nadat zij een sigaar
-hadden opgestoken, begon hij zich bitter over Renée te beklagen.
-
---Maar wat scheelt haar toch, zeg? Ik heb haar gisteren gezien, toen
-was ze allerliefst. En vandaag behandelt ze me opeens alsof alles
-tusschen ons uit was! Wat kan ik misdaan hebben? Je zou me een groot
-pleizier doen, Maxime, als je haar eens vertelde hoeveel verdriet ze
-me aandoet.
-
---Dank je wel! antwoordde Maxime lachend. Renée is weer zenuwachtig,
-ik ben niets op een uitbrander van haar gesteld. Verzoen je met haar,
-breng je zaken zelf maar in orde.
-
-En terwijl hij den rook van zijn havanna langzaam uitblies, voegde
-hij er bij:
-
---Je wilt me een mooie rol laten spelen, zeg!
-
-Maar mijnheer de Mussy sprak van zijn trouwe vriendschap, en hij
-verklaarde dat hij slechts een gelegenheid wachtte om hem te toonen
-hoezeer hij hem genegen was. Hij was toch zoo ongelukkig, hij hield
-zooveel van Renée!
-
---Nu dan, je kunt er op aan, zei Maxime ten slotte, ik zal een woordje
-voor je doen; maar je begrijpt, ik kan je niets beloven; zij zal me
-niet eens aanhooren, dat weet ik zeker.
-
-Zij traden de rookkamer weer binnen en strekten zich in luierstoelen
-uit. Daar stortte mijnheer de Mussy een half uur lang zijn hart
-voor Maxime uit. Hij zei hem voor de tiende maal hoe hij op diens
-stiefmoeder verliefd was geworden, hoe zij hem boven alle anderen
-had uitverkoren, en Maxime gaf hem al rookende allerlei raadgevingen,
-hij legde hem Renée's karakter uit en gaf hem een vingerwijzing hoe
-hij het moest aanleggen om haar te beheerschen.
-
-Saccard was dicht in de nabijheid van de jongelui gaan zitten. Mijnheer
-de Mussy zweeg en Maxime besloot met de opmerking:
-
---Als ik in jouw plaats was, zou ik er ruiterlijk mee voor den dag
-komen. Dat mag ze liever.
-
-De rookkamer bevond zich aan het einde van het groote salon; het
-was een der beide torenkamertjes. Zij was in een rijken, soberen
-stijl ingericht. Met een imitatie van Cordova-leer behangen,
-had zij gordijnen en portières van Algerijnsche wollen stof en
-een wollen tapijt met Perzische figuren. Het meubilair, dat met
-houtkleurig chagrijnleer bekleed was, bestond uit poufs, fauteuils
-en een halfcirkelvormigen divan, die een groot gedeelte van de ronde
-kamer besloeg. De kleine kroonlamp aan het plafond, de ornamenten op
-den geridon, het garnituur van den schoorsteen, waren van bleekgroen
-Florentijnsch brons.
-
-Er waren slechts eenige jongelui en grijsaards met bleeke, slappe
-gezichten bij de dames gebleven, omdat zij een afkeer van tabak hadden.
-
-In de rookkamer lachte en schertste men ongedwongen. Mijnheer Hupel
-de la Noue bracht de heeren in een vroolijke stemming; hij vertelde
-hun de geschiedenis die hij aan het diner verteld had nog eens over,
-ditmaal aangevuld met zeer onbetamelijke bijzonderheden. Daarin muntte
-hij uit; hij had altijd twee lezingen van een anecdote, een voor de
-dames en een voor de heeren.
-
-Toen Aristide Saccard binnentrad, werd hij omringd en met complimentjes
-overstelpt; en daar hij zich hield alsof hij er niets van begreep,
-zei mijnheer de Saffré in een warm toegejuichte rede, dat hij zich
-zeer verdienstelijk jegens het vaderland had gemaakt door de mooie
-Laure d'Aurigny te beletten naar de Engelschen over te loopen.
-
---Neen, heeren, gij vergist u bepaald, stotterde Saccard met geveinsde
-bescheidenheid.
-
---Kom, spreek maar niet tegen! riep Maxime hem gekscherend toe. Op
-uw leeftijd is dat heel mooi.
-
-De jonge man wierp zijn sigaar weg en ging weer in het groote salon. Er
-waren verscheidene gasten. De galerij was vol zwarte jassen, die
-zachtjes met elkander stonden te praten, en japonnen, die een groote
-breedte besloegen naast de causeuses. Bedienden begonnen rond te gaan
-met zilveren bladen, ijs en glazen punch presenteerende.
-
-Maxime, die Renée wenschte te spreken, ging het groote salon in zijn
-geheele lengte door, wel wetende waar hij het heiligdom der dames
-zou vinden.
-
-Aan het andere uiteinde der galerij bevond zich eveneens een ronde
-kamer, waarvan men een gezellig salonnetje gemaakt had. Met zijn
-behangsels, gordijnen en portières van goudgeel satijn, had het iets
-bekoorlijks, weelderigs, en getuigde het van een origineelen, fijnen
-smaak. Het schijnsel van de fijn bewerkte kroonlamp zong een symphonie
-in geel mineur, te midden van al die zonkleurige stoffen. Het scheen
-een stroom van zacht getemperde stralen, het ondergaan eener ster
-boven een rijp korenveld. Op den grond stierf het licht weg op een
-tapijt d'Aubusson, met dorre blaren bezaaid.
-
-Een ebbenhouten, met ivoor ingelegde piano, twee meubeltjes waarin
-men achter het glas een aantal snuisterijen zag, een tafel Louis XVI,
-een bloementafel met een zeer grooten bloemruiker, waren voldoende om
-het vertrek te meubileeren. De causeuses, fauteuils en poufs waren
-bekleed met goudgeel gecapitonneerd satijn, waarop breede strepen
-zwart satijn, met schitterende tulpen geborduurd. Er waren ook lage
-stoeltjes, vouwstoeltjes, allerlei soorten van elegante tabourets. Het
-hout van deze meubelen was onzichtbaar, het satijn bedekte alles. De
-rugleuningen weken terug en waren rond en zacht als veeren kussens. Het
-leken wel bedden waarop men kon slapen en minnen in het dons, te
-midden van de zinnenstreelende symphonie in geel mineur.
-
-Renée vertoefde gaarne in dit kleine salon, dat door een der
-openslaande glazen deuren in verbinding stond met de prachtige
-oranjerie, die tegen den zijkant van het huis aangebouwd was. Overdag
-bracht zij daar haar ledige uurtjes door. Het gele behangsel, in plaats
-van haar lichtkleurig haar nog bleeker te maken, tintte het goudgeel
-met een vreemden gloed; haar hoofd, te midden van een morgenroodglans,
-vertoonde zich rose en blank, als van een blonde Diana, die in het
-morgenlicht ontwaakt; daarom hield zij zeker van die kamer, die haar
-schoonheid goed deed uitkomen.
-
-Nu was zij daar met haar intieme vriendinnen. Haar zuster en haar tante
-waren juist vertrokken. In het heiligdom bevonden zich nog slechts
-dartele kopjes. Achterover geleund in een causeuse, luisterde Renée
-naar de vertrouwelijke mededeelingen, die haar vriendin Adeline haar
-in het oor fluisterde, met korte lachjes en poesachtige manieren.
-
-Suzanne Haffner werd bestormd door een groepje jongelui die zich om
-haar heen drongen, zonder dat zij iets verloor van haar Duitsche
-kalmte, haar uittartende onbeschaamdheid, naakt en koud als haar
-schouders. In een hoekje zat mevrouw Sidonie op zachten toon een
-jong, onschuldig uitziend vrouwtje te onderrichten. Een eindje
-verder stond Louise te praten met een langen jongen, die een kleur
-van verlegenheid had, terwijl baron Gouraud in het volle licht zat
-te dutten in zijn fauteuil, zijn slappe vleesch en olifanten-logheid
-temidden der teere bevalligheden en de zijdeachtige fijnheid der
-dames ten toon spreidende.
-
-Een tooverachtig licht viel in dit vertrek als stofgoud op de satijnen
-japonnen met haar zware, gladde plooien, op de blanke schouders die
-schitterden van diamanten. Een zachte stem, een lach als het gekir
-van een duif, klonk met de helderheid van kristal. Het was zeer
-warm. De waaiers bewogen zich langzaam heen en weer, bij elk koeltje
-de muskusgeuren van de keurslijven in de zwoele lucht verspreidende.
-
-Toen Maxime op den drempel verscheen, stond Renée, die verstrooid
-naar de markiezin luisterde, haastig op, voorgevende dat zij haar
-plichten als gastvrouw moest vervullen. Zij ging het groote salon
-in, waar de jonge man haar volgde. Daar deed zij een paar stappen,
-glimlachend en handdrukken wisselend; toen wenkte zij Maxime ter zijde:
-
---Nu, zei zij fluisterend op ironischen toon, het baantje lijkt nog
-zoo onpleizierig niet, het is niet meer al te vervelend haar het hof
-te maken.
-
---Ik begrijp je niet, antwoordde de jonge man die gekomen was om de
-zaak van mijnheer de Mussy te bepleiten.
-
---Wel, mij dunkt dat ik er goed aan gedaan heb je niet van Louise te
-ontslaan. Jelui beiden laat er geen gras over groeien.
-
-En met iets spijtigs ging zij voort:
-
---Het was zelfs onbetamelijk aan tafel.
-
-Maxime begon te lachen.
-
---O ja, we hebben elkaar grapjes verteld. Ik kende het meisje niet. Ze
-is grappig. Ze heeft veel van een jongen.
-
-En daar Renée met een verontwaardigde preutschheid bleef kijken,
-en de jonge man zoo iets niet van haar gewoon was, hernam hij met
-zijn lachende vertrouwelijkheid:
-
---Denk je soms, maatje, dat ik haar onder de tafel in de knieën
-geknepen heb? Wat drommel, ik weet toch wel hoe ik mij tegenover
-mijn aanstaande moet gedragen!.... Ik heb je iets ernstigers te
-zeggen. Luister eens.... Je luistert toch wel?
-
-Hij sprak nog zachter.
-
---Kijk.... Mijnheer de Mussy voelt zich heel ongelukkig, hij heeft
-het me daareven gezegd. Je begrijpt wel, dat ik er de aangewezen
-persoon niet voor ben om jelui te verzoenen, als je kwade vrienden
-bent geworden. Maar je weet dat ik hem op het gymnasium gekend heb,
-en toen hij er zoo echt wanhopig uitzag, heb ik hem beloofd een
-woordje bij je te doen....
-
-Hij hield op. Renée keek hem met een zonderlingen blik aan.
-
---Geef je geen antwoord?... ging hij voort. Om het even, ik heb mijn
-boodschap gedaan, doe jelui maar zooals je zelf wilt.... Maar heusch,
-ik vind je hardvochtig. Die arme jongen gaat me aan het hart. Als ik
-jou was, zou ik hem ten minste een vriendelijk woordje sturen.
-
-Renée, die al dien tijd Maxime had aangekeken met haar strakke blikken,
-waarin een zonderling vuur gloeide, antwoordde toen:
-
---Ga aan mijnheer de Mussy zeggen dat hij me verveelt.
-
-En zij ging weer bedaard tusschen de gasten door, glimlachjes, groeten
-en handdrukken uitdeelend. Maxime bleef op dezelfde plek staan,
-met een verbaasd gezicht; toen lachte hij stil in zichzelf.
-
-Weinig verlangend zijn boodschap aan mijnheer de Mussy over te brengen,
-liep hij het groote salon rond.
-
-De partij liep teneinde, met al haar verrassingen toch even banaal
-als alle andere partijen. Het was bijna twaalf uur, de gasten gingen
-een voor een weg. Daar hij den dag niet graag met een hinderlijke
-gedachte wilde besluiten, besloot hij Louise op te gaan zoeken. Hij
-ging de deur voorbij die op de vestibule uitkwam, toen hij daar de
-mooie mevrouw Michelin zag, die door haar man zorgvuldig in een blauw
-en rose sortie gewikkeld werd.
-
---Hij is aller-, alleraardigst geweest, zei de jonge vrouw. Zoolang
-het diner duurde hebben wij over jou gepraat. Hij zal er met den
-minister over spreken, maar, eigenlijk heeft die er niet mee te maken.
-
-En met een oogwenk naar baron Gouraud, die vlak naast hen door een
-lakei in een groote pelsjas toegestopt werd:
-
---Die dikkerd zou het wel gedaan kunnen krijgen! fluisterde zij haar
-man in het oor, terwijl hij haar den band van haar capuchon onder
-de kin vastknoopte. Wat hij wil, gebeurt aan het ministerie. Morgen,
-bij de Mareuils, moeten we eens probeeren....
-
-Mijnheer Michelin glimlachte. Hij voerde zijn vrouw behoedzaam mee,
-alsof hij een kostbaar, broos voorwerp aan den arm hield.
-
-Nadat Maxime zich met een oogopslag vergewist had dat Louise niet
-in de vestibule was, ging hij regelrecht naar het kleine salon. Daar
-was zij ook werkelijk nog, bijna alleen; zij wachtte op haar vader,
-die den heelen avond in de rookkamer had doorgebracht, met de mannen
-van de politiek. De dames, de markiezin en mevrouw Haffner, waren
-al vertrokken. Alleen mevrouw Sidonie was er nog, die aan een paar
-ambtenaarsvrouwen vertelde, dat zij zooveel van dieren hield.
-
---Ha, daar is mijn mannetje, riep Louise. Ga daar nu zitten en zeg
-mij eens in welken armstoel mijn vader in slaap is gevallen. Hij
-dacht zeker dat hij al in de Kamer was.
-
-Maxime antwoordde haar op denzelfden toon en de jongelui lachten
-weer even hartelijk als aan het diner. Op een laag stoeltje voor
-haar zittende, vatte hij haar handen en begon met haar te spelen,
-als met een kameraad.
-
-En inderdaad, in haar witte foulardzijden japon met roode moesjes,
-haar hoog keurslijf, haar platte borst en haar leelijke, sluwe
-jongensgezicht, leek zij een als meisje verkleede jongen. Maar nu en
-dan nam zij met haar spichtige armen, haar ietwat kromme bovenlijf
-een losse houding aan, dan kwam er gloed in die nog kinderlijke oogen,
-zonder dat de speelschheid van Maxime haar eenigszins deed blozen. En
-ze schaterden het beiden uit, in de meening dat zij alleen waren. Zij
-merkten Renée niet op, die halfverborgen in het midden der serre hen
-van verre begluurde.
-
-Zij stond daar nog slechts kort, bij het oversteken van een der
-gangpaden had zij Maxime en Louise opgemerkt, en dat gezicht had haar
-plotseling achter een heester doen stilstaan.
-
-Rondom haar spreidde de warme broeikas, die op een kerkschip geleek
-en wier boogvormig glazen dak door dunne ijzeren pilaren, zonder
-eenige versiering, gesteund werd, haar weelderigen plantengroei,
-haar ontzaglijke bladeren en haar ontluikend groen ten tooi.
-
-In het midden, in een ovaal bassin gelijk met den grond, leefde,
-met dat geheimzinnige, zeegroene leven der waterplanten, de geheele
-waterflora der tropische landen.
-
-Cyclanthussen staken haar groene pluimen omhoog en vormden een
-monumentalen kring om den waterval, die op het afgebroken kapiteel van
-een zuil uit den cyclopentijd geleek. Aan weerszijden verhieven groote
-tornelia's haar zonderlinge struiken boven het bassin; haar droge,
-kale takken kronkelden zich als zieke slangen, en lieten luchtwortels
-neerhangen, als vischnetten die in de open lucht te drogen hangen. Bij
-den rand ontplooide een Javaansche pandanus zijn witgestreepte groene
-bladeren, dun als degens, stekelig en getand als maleische dolken.
-
-En op de oppervlakte van het water, in de lauwe warmte van den
-onbewegelijken vijver, openden de nymphea's haar zachtroode sterren,
-terwijl de euryales hun ronde, melaatsche bladeren lieten drijven,
-als de met puisten bedekte ruggen van reusachtige padden.
-
-Een breede rand selaginella's omzoomde het bassin. Dit lage varenkruid
-vormde een dik, zachtgroen mostapijt. En langs het groote cirkelvormige
-gangpad verhieven vier kolossale boomgroepen zich met krachtigen
-groei tot aan het boogdak; de palmen, bevallig gebogen, spreidden hun
-waaiers uit, toonden hun ronde kruinen, lieten hun takken hangen,
-als roeiriemen die vermoeid zijn van hun eeuwigdurende reis in het
-blauw der lucht; de groote Indische bamboes rezen kaarsrecht, broos
-en hard omhoog, en deden van uit de hoogte een lichten bladerregen
-neerdalen; een ravanela, de boom van den reiziger, verhief zijn
-bos van kolossale chineesche schermen; en in een hoek breidde een
-vruchtendragende banaan naar alle zijden zijn lange horizontale
-bladeren uit, waarop twee gelieven gemakkelijk zouden kunnen liggen,
-als zij zich dicht tegen elkander aan drukken.
-
-In de hoeken stonden Abyssinische euphorbia's, die wanstaltige,
-stekelige distels, vol leelijke bulten, een en al vergift. En onder de
-boomen werd de grond bedekt door lage varens, adiantums en pteriden,
-met hun fijn uitgesneden bladeren.
-
-Alsophila's, een hoogere varensoort, stapelden hun zeshoekige rijen
-takken zoo regelmatig boven elkander, dat men zou wanen groote stukken
-aardewerk te zien, bestemd voor de vruchten van een reusachtig dessert.
-
-Een rand begonia's en caladiums omringde de boomgroepen; de begonia's
-met prachtig groen en rood gevlekte, omgekrulde bladeren; de caladiums,
-wier witte, groengeribde bladeren op groote vlindervleugels gelijken;
-zonderlinge planten, met vreemd gebladerte, met een donkeren of
-bleeken tint van vergiftige bloemen.
-
-Achter de dichte planten liep een smal pad langs de serre. Daar, op
-planken, trapsgewijze boven elkander geplaatst om de verwarmingsbuizen
-aan het oog te onttrekken, bloeiden de maranta's, fluweelzacht op
-het gevoel, gloxinia's met paarse kelken, dracaena's die deden denken
-aan bladen van oud lakvernis.
-
-Maar een der grootste bekoorlijkheden van dezen wintertuin waren in
-de vier hoeken grotten van levend groen, diepe priëelen, door dichte
-gordijnen van slingerplanten bedekt. Stukjes maagdelijk bosch hadden
-op deze plekjes hun bladermuren gebouwd, hun ondoordringbaar gewirwar
-van twijgen en buigzame loten, die zich aan de takken vasthechtten,
-met een koenen sprong de ruimte doorkliefden en van het gewelf
-neerdaalden als de eikelvormige sieraden van kostbaar behangsel.
-
-Een vanillestruik, welks rijpe peulen een doordringenden
-geur verspreidden, slingerde zich langs een bemoste ronde
-portiek. Levantsche bessen bekleedden de pilaren met haar ronde
-bladeren; roodgetroste bauhinia's en quisquallen, wier bloemen
-neerhingen als kralensnoeren, sponnen, slingerden en knoopten zich
-dooreen, als dunne slangetjes die spelend zich eindeloos uitrekken
-in het donkere groen.
-
-En onder de bogen, tusschen de boomgroepen, hier en daar, hingen
-bloemkorven aan ijzeren kettinkjes, waarin orchideeën prijkten,
-die grillig gevormde planten uit de open lucht, die allerwege
-haar stevige loten uitschieten, knoestig en krom als gebrekkige
-ledematen. Dan waren er ook venusmuiltjes, wier bloem veel gelijkt
-op een verwonderlijk mooien pantoffel, aan den hak versierd met de
-vleugels van een waterjuffer; de aeriden met haar zachte geuren;
-de stanhopea's met haar bleeke, gestreepte bladeren, die een sterke,
-scherpe lucht van zich geven, als herstellende zieken.
-
-Maar wat bij alle bochten der gangpaden het oog trof, was een groote
-Chineesche hibiscus, wiens kolossale rijkdom van groen en bloemen
-de geheele muurvlakte besloeg, waartegen de serre was aangebouwd. De
-groote purperen bloemen van deze reusachtige malve, bloeien telkens
-opnieuw op, doch leven slechts enkele uren. Zij leken wel zinnelijke
-vrouwenmonden die zich openen, de roode, zachte, vochtige lippen van
-een reusachtige Messalina, die, door kussen gekneusd, telkens weer
-opleefden met haar begeerigen, bloedigen glimlach.
-
-Dicht bij het bassin stond Renée en rilde, te midden van dien
-heerlijken plantengroei. Achter haar hurkte een groote zwartmarmeren
-sphinx op een blok graniet, het hoofd naar het aquarium gekeerd, met
-den glimlach van een sluiperige, wreede kat; het was als het ware de
-sombere afgod, met zijn glanzende dijen, van dit land van vuur.
-
-Matglazen ballons verlichtten nu het gebladerte met melkachtige
-plekken. Standbeelden, vrouwenkoppen met achterover gebogen hals,
-gezwollen door het lachen, schemerden wit door de dichte boomgroepen,
-met schaduwplekken die hun lachend gelaat verwrongen. In het stille,
-donkere water van het bassin speelden donkere stralen, die onduidelijke
-vormen, zeegroene massa's verlichtten, die veel geleken op ruwe
-omtrekken van monsters.
-
-Op de gladde bladeren van de ravanela, op de glimmende waaiers van de
-palmen stroomde een golf van wit licht, terwijl uit het korte weefsel
-der varens een fijne regen van licht neerdrupte. Omhoog wierpen
-de glasruiten hun weerschijn tusschen de sombere kruinen der hooge
-palmen. Overigens was het overal donker in het rond; de priëelen,
-met hun draperieën van slingerplanten, waren geheel in duisternis
-gehuld, als nesten van slapende reptielen.
-
-En onder het heldere licht stond Renée in gepeins, starende naar Louise
-en Maxime. Het was nu niet meer de vage mijmering, de geheimzinnige
-verlokking van het schemeruur, in de frissche lanen van het Bosch. Haar
-gedachten werden niet meer in slaap gewiegd door den draf van haar
-paarden, langs de drukbezochte grasvelden, langs het kreupelhout
-waarin de burgerluidjes 's Zondags hun maaltijd houden. Nu was het
-een duidelijk uitgedrukt, heftig verlangen dat haar gemoed vervulde.
-
-Een oneindige liefde, een begeerte naar wellust, zweefde door die
-ingesloten ruimte, waar de vurige sappen der tropen bruisten. De
-jonge vrouw was onder den invloed gekomen van die machtige omhelzing
-der aarde, die om haar heen dat donkere groen, die kolossale stammen
-voortbracht; en de baring van die vuurzee, dat ontluiken van een
-geheel woud van planten, nog warm van den schoot die ze voedde,
-verwarden en bedwelmden haar door hun scherpe uitwasemingen.
-
-Aan haar voeten dampte het bassin, de warme watermassa, verdicht door
-de sappen der drijvende wortels, en legde haar om de schouders een
-mantel van zware dampen, een wasem die haar huid verwarmde, als de
-aanraking van een hand, klam van wellustige begeerte.
-
-Boven haar hoofd voelde zij den nieuwen loot der palmen, het hooge
-gebladerte dat zijn aroma afschudde. En meer nog dan de verstikkende
-warmte van de lucht, meer dan de heldere schijnsels, dan de groote
-schitterende bloemen, die als gezichten lachend of grijnzend door de
-bladeren keken, matten de geuren haar af.
-
-Een onbeschrijfelijke geur bleef daar hangen, sterk prikkelend, uit
-duizenderlei geuren samengesteld, menschelijk zweet, vrouwenadems,
-de geur die uit het haar opstijgt, en zachte flauwe luchtjes werden
-afgewisseld door ruwe verpestende luchten, vol vergift.
-
-Maar in die zonderlinge muziek der geuren, kwam steeds het hoofdthema
-terug, dat de teederheid der vanille en de scherpte der orchideeën
-overstemde en verstikte, dat was de doordringende, zinnelijke
-menschenlucht, die geur van liefde die 's morgens uit de gesloten
-kamer van jonggehuwden ontsnapt.
-
-Renée was langzamerhand tegen het voetstuk van den sphinx gaan
-leunen. Met haar groenzijden japon, haar rood verhitte hals en hoofd,
-waarop de diamanten als dauwdroppels fonkelden, geleek zij op een
-groote bloem, rozerood en groen, een der nymphea's uit het bassin,
-door de warmte bevangen.
-
-Nu zij haar droombeeld scherp omlijnd voor haar geestesoog zag,
-verdwenen haar goede voornemens voor immer, de bedwelming van het
-diner steeg haar weer naar het hoofd, overheerschend, zegevierend,
-verdubbeld door de hitte der serre.
-
-Zij dacht niet meer aan de frissche avondlucht die haar tot kalmte had
-gebracht, aan die fluisterende schaduwen van het park, wier stemmen
-haar hadden gesproken van vrede en geluk. De zinnelijke lusten eener
-vurige natuur, de grillen eener oververzadigde vrouw ontwaakten
-in haar. En boven haar lachte de zwartmarmeren sphinx met een
-geheimzinnigen lach, alsof hij de, eindelijk onder woorden gebrachte,
-begeerte gelezen had, die dit doode hart voor een wijle tot het leven
-terugriep, de begeerte die lang duister bleef, dat "iets anders",
-te vergeefs door Renée gezocht in de schommeling van haar kales,
-in de fijne asch van den vallenden avond, dat haar zoo plotseling
-ontsluierd werd onder het helle licht, in dien tuin vol vuur, op het
-zien van Louise en Maxime, lachend en spelend, hand in hand.
-
-Op dit oogenblik klonken stemmen uit een prieel dichtbij, waarin
-Saccard de heeren Mignon en Charrier geleid had.
-
---Heusch niet, mijnheer Saccard, zeide laatstgenoemde met zijn lispende
-stem, wij kunnen het voor niet meer dan tweehonderd francs den meter
-van u terugkoopen.
-
-En de scherpe stem van Saccard daartegen in:
-
---Maar in mijn aandeel hebt u mij tweehonderd vijftig francs voor
-den meter gerekend.
-
---Nu, luister eens, dan zullen we het op tweehonderd vijf en twintig
-stellen.
-
-En de ruwe stemmen klonken voort, met een vreemden klank onder de
-afhangende takken der palmboomen. Maar zij gingen als een ijl geluid
-door den droom van Renée, die met een bedwelmende verlokking een
-onbekend genot voor zich zag oprijzen, een genot warm van misdadigheid,
-scherper dan al de genietingen die zij reeds gesmaakt had, de laatste
-vreugde die haar nog te genieten over bleef. Zij was niet vermoeid
-meer.
-
-De heester waarachter zij halfverscholen stond, was een giftige plant,
-een tanghinia uit Madagascar, met groote bladeren en witachtige
-stengels, wier kleinste ribben een vergiftige melk uitdruppelen.
-
-En op het oogenblik dat Louise en Maxime harder lachten, in den gelen
-weerschijn, in den zonsondergang van het kleine salon, nam Renée,
-die daar stond met een droge prikkeling in de keel, zonder zich recht
-bewust te zijn van hetgeen zij deed, een tak van de tanghinia, die
-haar tot aan den mond reikte, tusschen de lippen en beet in een dier
-bittere bladeren.
-
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-
-Aristide Rougon streek na de gebeurtenissen van den 2en December op
-Parijs neer, met den fijnen reuk van een roofvogel, die op grooten
-afstand een slagveld ruikt. Hij kwam uit Plassans, een onder-prefectuur
-van het Zuiden, waar zijn vader eindelijk uit het troebele water
-der verwikkelingen een reeds lang begeerde ontvangersplaats had
-opgevischt. Nadat hij zich in zijn jeugdige onervarenheid als een dwaas
-had bloot gegeven, zonder dat het hem eer of voordeel had opgeleverd,
-moest hij zich gelukkig achten dat hij heelshuids uit het slaggewoel
-ontkomen was. Hij kwam aansnellen, met nijd in het hart, dat hij op
-een dwaalspoor was geraakt; hij verwenschte zijn provinciestadje, hij
-sprak over Parijs met de hongerige begeerte van een wolf, hij zwoer
-"dat hij zoo dom niet meer zou zijn", en de scherpe glimlach waarmee
-hij deze woorden vergezeld deed gaan, kreeg op zijn dunne lippen een
-verschrikkelijke beteekenis.
-
-In de eerste dagen van 1852 kwam hij aan. Hij bracht zijn vrouw
-Angèle mee, een blond, onbeduidend persoontje, dat hij in een kleine
-woning in de rue Saint-Jacques onder dak bracht, als een lastig meubel
-waarvan hij zich zoo gauw mogelijk wilde ontdoen. De jonge vrouw had
-niet willen scheiden van haar dochtertje, de kleine Clotilde, een
-vierjarig kind, dat de vader graag aan de zorg van de familie had
-overgelaten. Hij had aan Angèle's wensch slechts toegegeven onder
-voorwaarde dat hun zoon Maxime, een jongen van elf jaar, voor wien
-zijn grootmoeder had beloofd te zullen zorgen, op het gymnasium te
-Plassans zou blijven.
-
-Aristide wilde de handen vrij hebben; een vrouw en een kind waren in
-zijn oog reeds een drukkende last voor een man, die vastbesloten had
-alle hindernissen over te springen, al moest hij er de lendenen bij
-breken of in de modder tuimelen.
-
-Op den eigen avond van hun aankomst, terwijl Angèle de koffers
-uitpakte, voelde hij een onbedwingbaren lust in zich opkomen Parijs
-te doorkruisen, met zijn lompe buitenmansschoenen over die brandende
-steenen te loopen, waaruit hij millioenen hoopte te slaan. Het
-was een ware inbezitneming. Hij liep met geen ander doel dan om te
-loopen, het eene trottoir af, het andere op, als in een overwonnen
-land. Hij maakte zich niets diets omtrent den slag dien hij ging
-leveren, en het stuitte hem niet tegen de borst zich bij een handigen
-inbreker te vergelijken, die door list of geweld zijn aandeel in
-den gemeenschappelijken rijkdom gaat bemachtigen, dat men hem tot
-dusverre uit kwaadwilligheid geweigerd heeft. Indien hij behoefte
-aan een verontschuldiging gevoeld had, dan had hij zijn begeerten
-kunnen aanvoeren, die hij al tien jaar lang had moeten onderdrukken,
-zijn kommerlijk bestaan in de provincie, zijn misslagen in de eerste
-plaats, waarvoor hij de geheele maatschappij aansprakelijk stelde.
-
-Maar op dit oogenblik, in die aandoening van een speler, die eindelijk
-zijn brandende handen op het groene laken legt, ging hij geheel op
-in de vreugde, in zijn eigenaardige vreugde, waaruit de voldoening
-van den afgunstige en de hoop van den ongestraften schelm spraken.
-
-De lucht van Parijs bracht hem in een roes, hij meende in het geratel
-der rijtuigen de stemmen van Macbeth te hooren, die hem toeriepen:
-Gij zult rijk zijn!
-
-Bijna twee uren liep hij zoo van de eene straat in de andere,
-met den wellust van een man die zijn kwaden neigingen den vrijen
-teugel geeft. Het was de eerste maal dat hij Parijs betrad sedert
-het gelukkige jaar dat hij er als student had doorgebracht.
-
-De avond begon te vallen: in het helle schijnsel dat de koffiehuizen
-en winkels op de trottoirs uitstraalden nam zijn droombeeld grooter
-afmetingen aan; hij liep wakend te droomen.
-
-Toen hij de oogen opsloeg, bevond hij zich midden op den faubourg
-Saint-Honoré. Een van zijn broers, Eugène Rougon, woonde in een
-aangrenzende straat, rue de Penthièvre. Toen hij naar Parijs ging,
-had Aristide hoofdzakelijk gerekend op Eugène, die eerst een der
-krachtigste bevorderaars van den Staatsgreep geweest was en nu nog
-in het geheim een grooten invloed uitoefende, een kleine advokaat
-die zich tot een groot staatsman zou ontwikkelen.
-
-Maar met een dier bijgeloovigheden aan spelers eigen, wilde hij nog
-dien avond niet bij zijn broer aankloppen. Hij drentelde naar de rue
-Saint-Jacques terug, met een gevoel van afgunst als hij aan Eugène
-dacht en naar zijn armoedige kleeren keek die nog geheel bestoft van
-de reis waren; daarop trachtte hij zich te troosten, door zich weer
-in zijn droomen van rijkdom te verdiepen. Maar die droomen zelfs
-waren bitter geworden.
-
-Terwijl hij uitgegaan was in een behoefte aan verruiming en door
-de bedrijvige winkeldrukte van Parijs in een vroolijke stemming was
-gebracht, keerde hij nu naar huis terug, verbitterd door het geluk dat
-hij overal op straat meende ontmoet te hebben; nog woester geworden,
-stelde hij zich in de gedachte een hardnekkigen strijd voor, waarin
-hij met genoegen die menigte, die hem op de trottoirs terzijde had
-gedrongen, zou verschalken en verslaan. Nooit had hij zulke groote
-verlangens in zich voelen opkomen, zulke rechtstreeksche begeerten
-naar genot.
-
-Den volgenden dag was hij al vroeg bij zijn broer. Eugène bewoonde
-twee groote, kille, ternauwernood gemeubileerde kamers, die Aristide
-deden rillen. Hij had gedacht dat zijn broer zich in weelde baadde.
-
-Deze zat aan een zwart tafeltje te werken. Glimlachend zei hij enkel,
-met zijn langzame manier van spreken:
-
---O, ben jij het, ik verwachtte je.
-
-Aristide was heel scherp. Hij beschuldigde Eugène dat hij hem
-in nooddruft had gelaten, dat hij hem zelfs niet bij wijze van
-aalmoes een goeden raad had gegeven, terwijl hij in de provincie
-voortploeterde. Hij zou het zich zelf nooit vergeven, dat hij tot den
-2en December republikeinsch gezind was gebleven; daar zou hij altijd
-met ergernis en schaamte aan denken.
-
-Eugène had intusschen kalmpjes zijn pen weer ter hand genomen.
-
-Toen Aristide uitgesproken had, antwoordde hij:
-
---Kom kom, alle misslagen laten zich goed maken. Je hebt nog een
-goede toekomst vóór je.
-
-Hij sprak die woorden met zooveel klem en keek Aristide daarbij
-zoo doordringend aan, dat deze het hoofd boog, wel gevoelende dat
-zijn broer tot in het diepst van zijn gemoed las. Deze ging op een
-vriendschappelijk lompen toon voort:
-
---Je komt hier om een betrekking door mij te krijgen, niet waar? Ik
-heb wel aan je gedacht, maar ik heb nog niets voor je gevonden. Je
-begrijpt wel dat ik je niet overal in duwen kan. Jij moet een baantje
-hebben waar je je zaakjes kan opknappen zonder gevaar voor jou zelf
-of voor mij.... Houd je maar niet zoo verontwaardigd, we zijn alleen,
-we mogen elkaar de waarheid wel zeggen.
-
-Aristide koos de wijste partij en lachte.
-
---O, ik weet wel dat je slim bent, ging Eugène voort, en dat je geen
-dwaasheden meer zal uithalen, die je niets opleveren. Zoodra er zich
-een goede gelegenheid voordoet, zal ik je een betrekking bezorgen. Heb
-je soms voor dien tijd een tientje noodig, kom het me dan maar vragen.
-
-Zij bleven nog een poosje doorpraten over den opstand in het Zuiden,
-waarbij hun vader zijn ontvangersplaats had verdiend; middelerwijl
-kleedde Eugène zich aan. Op straat hield hij zijn broer nog even terug,
-toen deze een anderen kant uitging, en zei zachtjes:
-
---Je zult me een pleizier doen als je je niet te veel op straat
-vertoont; wacht liever thuis de betrekking af, die ik je beloof.... Ik
-zou niet graag zien, dat mijn broer als een baantjesjager bekend
-zou staan.
-
-Aristide had ontzag voor Eugène, dien hij als een bij uitstek flinken
-kerel beschouwde. Hij vergaf hem zijn wantrouwen niet en zijn ietwat
-ruwe openhartigheid evenmin, maar hij ging zich heel gedwee in de rue
-Saint-Jacques opsluiten. Hij was aangekomen met vijfhonderd francs die
-zijn schoonvader hem geleend had. Na aftrek van de reiskosten, bleven
-er driehonderd francs over, waarmee hij een maand kon rondkomen. Angèle
-was een groote eetster, en bovendien achtte zij het hoognoodig dat
-haar galatoilet eens met een stel mauve linten opgefrischt werd.
-
-Die maand wachtens scheen Aristide oneindig toe. Hij brandde van
-ongeduld. Als hij aan het venster ging staan en de reusachtige
-bedrijvigheid van Parijs onder zich gewaar werd, bekroop hem soms de
-lust om met één sprong in dien smeltoven terecht te komen, om er het
-goud met zijn koortsachtige handen als was te kneden. Hij snoof die
-nog zacht suizende ademtochtjes op, die uit de wereldstad opstegen,
-die ademtochtjes van het opkomende keizerrijk, die reeds doortrokken
-waren van de geuren van koppelarijen en zwendelarijen, van de warmten
-der genietingen. De lichte uitwasemingen die tot hem opstegen, zeiden
-hem dat hij op het goede spoor was, dat het wild voor hem uit liep,
-dat de groote keizerlijke jacht, de jacht op avonturen, vrouwen en
-millioenen, eindelijk begon. Zijn neusvleugels trilden, zijn instinct
-van uitgehongerd dier rook met een bewonderenswaardig fijnen reuk,
-welk een kostelijken buit de stad hem zou opleveren.
-
-Tweemaal ging hij naar zijn broer, om hem meer spoed te doen
-maken. Eugène ontving hem tamelijk norsch, herhaalde zijn verzekering
-dat hij hem niet vergat, maar dat hij geduld moest oefenen. Eindelijk
-ontving hij een brief waarin hij verzocht word in de rue de Penthièvre
-aan te komen. Hij ging er heen met een kloppend hart, als gold het
-een samenkomst met een geliefde.
-
-Hij vond Eugène als altijd, aan zijn zwart tafeltje, in de groote
-kille kamer die hem tot kantoor diende. Zoodra hij hem bemerkte,
-reikte de advokaat hem een papier toe, met de woorden:
-
---Hier, ik heb gisteren iets voor je gekregen. Je bent benoemd aan
-het stadhuis, tot adjunct-opzichter over de wegen en straten. Je
-krijgt een traktement van vier en twintig honderd francs.
-
-Aristide was blijven staan. Hij werd bleek en wilde het papier niet
-aannemen, denkende dat zijn broer hem voor den gek hield. Hij had
-minstens op zesduizend francs gerekend. Eugène ried wat in hem omging
-en met een driftige beweging zijn stoel omkeerende, kruiste hij de
-armen over de borst en vroeg met ingehouden toorn:
-
---Je bent toch niet gek?.... Je houdt er zeker van die meisjesdroomen
-op na? Je zou op mooie kamers willen wonen, dienstboden houden,
-lekker eten, onder zijden dekens slapen, in de armen van de eerste
-de beste aan je lusten voldoen, in een boudoir dat in een paar uur
-gemeubileerd is.... Als we jou en jouwsgelijken lieten begaan, dan zou
-je de koffers leegmaken voor dat ze nog vol waren. Maar, mijn hemel,
-heb dan toch een beetje geduld! Zie hoe ik leef, en doe ten minste
-de moeite te bukken om een fortuin op te rapen.
-
-Hij sprak met diepe minachting over het jongensachtige ongeduld van
-zijn broer. In zijn ruwe manier van spreken voelde men een hoogere
-eerzucht, een begeerte naar louter macht; die naïeve zucht naar geld
-leek hem ongetwijfeld burgerlijk en kinderachtig toe. Ietwat zachter
-gestemd, ging hij met een fijn glimlachje voort:
-
---Zeker, je neigingen zijn uitstekend, ik denk er niet aan ze tegen
-te werken. Menschen zooals jij zijn onschatbaar. We zijn wel degelijk
-van plan onze vrienden onder de grootste hunkeraars te kiezen. Maak je
-maar niet ongerust, we zullen voor een ieder opdisschen, en de grootste
-hongerlijders zullen verzadigd worden. Dat is nog de gemakkelijkste
-manier om te regeeren.... Maar wacht dan toch in 's hemelsnaam tot
-de tafel gedekt is, en als ik je een goeden raad mag geven, doe de
-moeite zelf je bord uit de keuken te halen.
-
-Aristide bleef donker kijken. De vriendelijke vergelijkingen van zijn
-broer verdreven zijn rimpels niet. Toen kon Eugène zijn kwaadheid
-niet bedwingen:
-
---Kijk! riep hij uit, ik kom weer tot mijn eerste opinie terug: je
-bent gek.... Wat had je dan toch eigenlijk gedacht dat ik met jouw
-doorluchtige persoontje zou doen? Je hebt niet eens den moed gehad je
-laatste examen te doen; je hebt je tien jaar lang met het armzalig
-baantje van klerk bij een onder-prefectuur beholpen, je komt bij me
-met de allerongunstigste reputatie van een republikein, die eerst
-na den Staatsgreep van overtuiging veranderd is.... Denk je soms dat
-jij, met zoo'n conduite-staat, het nog tot minister brengen zal? Ja,
-éen ding heb je voor, dat weet ik, en dat is je woeste begeerte om
-er door alle mogelijke middelen bovenop te komen. Dat is een groote
-deugd, dat geef ik toe, en met het oog daarop heb ik je ook aan het
-Stadhuis geplaatst zien te krijgen.
-
-En opstaande drong hij Aristide zijn benoeming in de hand.
-
---Neem aan, ging hij voort, je zult me er eens voor danken. Ik heb
-zelf de betrekking gekozen, ik weet wat je er uit halen kan.... Houd
-je oogen en je ooren maar goed open. Met een beetje doorzicht, zal je
-begrijpen wat je te doen staat.... Maar onthoud goed wat ik je nu nog
-te zeggen heb. We gaan een tijd tegemoet, waarin men op allerlei wijzen
-fortuin kan maken. Verdien veel geld, daar heb ik niets op tegen:
-maar geen domheden, geen opspraak, of ik trek mijn handen van je af.
-
-Deze bedreiging had de uitwerking, die zijn beloften niet teweeg
-hadden kunnen brengen. Het koortsachtig verlangen van Aristide
-gloeide weer op bij de gedachte aan dat fortuin waarop zijn broer
-zinspeelde. Hij kreeg een gewaarwording alsof men hem eindelijk los
-liet in de kloppartij en hem machtigde de lui te wurgen, maar op een
-wettige manier, zonder ze al te hard te laten schreeuwen.
-
-Eugène gaf hem tweehonderd francs om er die maand mee toe te komen.
-
-Daarop verzonk hij in gedachten.
-
---Ik ben van plan een anderen naam aan te nemen, zei hij eindelijk;
-jij moest dat ook doen.... We zouden elkaar minder hinderen.
-
---Zooals je wilt, antwoordde Aristide kalmpjes.
-
---Je hoeft je met niets te bemoeien, ik zal wel voor de formaliteiten
-zorgen.... Wil je Sicardot heeten, naar je vrouws naam?
-
-Aristide richtte den blik naar de zoldering, sprak den naam eenige
-keeren achtereen uit, luisterde goed naar den klank van de lettergrepen
-en zei:
-
-.... Sicardot.... Aristide Sicardot.... Neen, dank je; dat is een
-goede naam voor een ouden sok, en dat ruikt naar een failliet.
-
---Zoek dan wat anders, zei Eugène.
-
---Ik had liever kortweg Sicard, hernam de ander een poosje later;
-Aristide Sicard,.... niet zoo kwaad.... vind je niet? misschien een
-beetje vroolijk....
-
-Hij dacht nog een oogenblik na, en met een zegevierend gezicht:
-
---Ik ben er, ik heb het gevonden, riep hij uit.... Saccard,
-
-Aristide Saccard!.... met twee c's. Hè! er zit geld in dien naam,
-het lijkt wel of men rijksdaalders telt.
-
-Eugène was wreed als hij schertste. Hij nam lachend afscheid van zijn
-broer en zei:
-
---Ja, een naam om er mee naar de galeien te gaan of om er millioenen
-mee te verdienen.
-
-Een paar dagen later was Aristide Saccard op het stadhuis. Daar hoorde
-hij dat zijn broer heel wat invloed had moeten aanwenden om hem zonder
-de gebruikelijke examens geplaatst te krijgen.
-
-Toen begon voor het huishouden het eentonige leven der kleine
-ambtenaartjes. Aristide en Angèle richtten hun levenswijs weer in
-zooals in Plassans, met dit verschil echter, dat zij de hoop op een
-plotseling fortuin moesten laten varen; en hun armelijke levenswijs
-drukte hen meer, omdat zij haar beschouwden als een proeftijd waarvan
-zij den duur niet vooruit konden bepalen.
-
-In Parijs arm zijn, is dubbel armoe lijden. Angèle schikte zich in
-de ellende met het gemis aan veerkracht van een bleekzuchtige vrouw;
-zij bracht haar dagen in de keuken door, of lag op den grond met haar
-dochtertje te spelen en klaagde niet voordat zij aan haar laatsten
-rijksdaalder was.
-
-Maar Aristide beefde van woede om die armoede, om dat bekrompen
-bestaan, waarin hij rondliep als een wild dier dat opgesloten is
-in zijn hok. Het was voor hem een tijd van namelooze kwelling; zijn
-ijdelheid was gekwetst, zijn onbevredigde hartstochten zweepten hem
-onbarmhartig voort.
-
-Zijn broer slaagde er in als afgevaardigde van het arrondissement
-Plassans in het Wetgevend lichaam te komen; nu voelde hij zijn lijden
-nog meer. Hij gevoelde de meerderheid van Eugène te goed om dwaas
-jaloersch te zijn; hij beschuldigde hem alleen, dat hij niet voor
-hem deed wat hij kon.
-
-Meer dan eens dreef de noodzakelijkheid hem er toe bij hem aan te
-kloppen om geld. Eugène leende het hem, maar verweet hem op ruwen
-toon zijn gebrek aan moed en wilskracht. Dat maakte Aristide nog
-stijfhoofdiger. Hij zwoer dat hij niemand meer een cent zou vragen,
-en hij hield woord. De laatste week der maand at Angèle zuchtend
-droog brood.
-
-Deze leerschool voltooide de vreeselijke opvoeding van Saccard. Zijn
-lippen werden dunner; hij was zoo dwaas niet meer om van zijn
-millioenendroomen te spreken, zijn magere persoonlijkheid werd karig
-met woorden en drukte nog slechts één overheerschend denkbeeld,
-één streven uit. Wanneer hij zich van de rue Saint-Jacques naar
-het stadhuis spoedde, klonken zijn afgeloopen hakken driftig op de
-trottoirs en hij knoopte zich in zijn versleten overjas als in een
-toevluchtsoord van haat, terwijl zijn speurhondenneus de lucht in de
-straten opsnoof. Hoekig beeld van de afgunstige armoede die men door
-de straten van Parijs ziet ronddolen, peinzende over de middelen om
-tot fortuin te geraken en ongebreidelde hartstochten bot te vieren.
-
-Omstreeks het begin van 1853 werd Aristide Saccard benoemd tot
-opzichter der wegen. Hij verdiende nu vierduizend vijfhonderd
-francs. Deze verhooging kwam wel te pas; Angèle kwijnde weg, de kleine
-Clotilde werd met den dag bleeker. Hij bleef in zijn beknopte woning,
-bestaande uit een eetkamer met notenhouten en een slaapkamer met
-mahoniehouten meubelen; hij bleef ook even spaarzaam, en stak zich niet
-in schulden, daar hij zijn handen eerst dan naar het geld van anderen
-wou uitsteken, wanneer hij ze er tot de ellebogen in kon dompelen. Zoo
-verloochende hij zijn natuurlijken aard; met trotsche geringschatting
-voor de paar stuivers die hij meer kreeg, bleef hij op den loer.
-
-Angèle was volmaakt gelukkig. Zij kocht een paar snuisterijen en deed
-iederen dag haar broche aan. Zij begreep niets meer van de stomme
-woede van haar man, van zijn sombere gelaatsuitdrukking, als peinsde
-hij zich moe op de oplossing van een geducht moeielijk vraagstuk.
-
-Aristide volgde Eugène's raad op: hij luisterde en hij keek toe. Toen
-hij zijn broer voor zijn bevordering ging bedanken, begreep deze welk
-een ommekeer in hem had plaats gehad; hij gaf hem een pluimpje over
-hetgeen hij zijn goed gedrag noemde. De ambtenaar, dien de afgunst
-innerlijk onbuigzaam maakte, was uiterlijk meegaande en vleiend
-innemend geworden.
-
-In weinige maanden werd hij een volleerd tooneelspeler. Zijn zuidelijke
-verbeeldingskracht was geheel in hem ontwaakt, en hij bracht het
-zoover in de kunst, dat zijn collega's op het stadhuis hem voor
-een goeden kerel hielden, die door zijn nauwe verwantschap met een
-afgevaardigde bij voorbaat was aangewezen voor de een of andere hooge
-betrekking. Om die zelfde reden behandelden zijn chefs hem ook met
-een bijzondere welwillendheid.
-
-Zoo werd hij meer ontzien dan met zijn betrekking overeen kwam, en
-daardoor kon hij zekere deuren openen en zijn neus in zekere doozen
-steken, zonder dat er iets ongeoorloofds in zijn onbescheidenheid
-gezien werd.
-
-Twee jaren lang zag men hem in alle gangen snuffelen, in alle zalen
-toeven, twintigmaal op een dag opstaan, om met een collega een praatje
-te gaan maken, een order over te brengen, een uitstapje door alle
-bureaux te gaan maken, eeuwigdurende wandelingen die zijn collega's
-de opmerking in den mond gaven: "Die drommelsche provençaal! Hij kan
-geen minuut op zijn plaats blijven, hij heeft kwik in zijn beenen."
-
-Zijn vertrouwde kennissen hielden hem voor een luiaard, en de brave
-man lachte, wanneer zij hem beschuldigden, dat hij er slechts op uit
-was om een paar minuten aan de administratie te ontstelen.
-
-Nooit beging hij de fout om aan de deuren te staan luisteren; maar
-hij had zoo'n besliste manier om de deuren te openen, de kamer door te
-wandelen, met een papier in de hand, een nadenkend gezicht en een zoo
-langzamen en regelmatigen tred, dat hem geen woord van de gesprekken
-ontging. Het was een geniale taktiek, men hield eindelijk zijn woorden
-niet meer in als men dien ijverigen ambtenaar voorbij zag loopen,
-die zoo verdiept in zijn bezigheden scheen en zoo bescheiden door de
-bureaux liep.
-
-Hij paste nog een andere methode toe: hij was uiterst gedienstig,
-hij bood zijn collega's zijn hulp aan, zoodra zij met hun werk ten
-achteren waren, en dan bestudeerde hij de registers en de documenten
-die hem onder de oogen kwamen, met een hartelijke belangstelling. Maar
-een zijner pekelzonden was, dat hij vriendschap aanknoopte met de
-kantoorknechts. Hij gaf ze zelfs de hand. Uren lang liet hij ze
-praten op de portalen, met gesmoorde lachjes allerlei verhaaltjes
-opdisschende en zijn best doende hen uit te hooren. De goede menschen
-hadden verbazend veel met hem op, en zeiden van hem: "Die is tenminste
-niet trotsch."
-
-Zoodra er iets bijzonders gebeurde, was hij er het eerst van
-onderricht. Op die wijze had het Stadhuis voor hem geen geheimen
-meer. Hij kende het heele personeel, tot zelfs den geringsten
-lampenopsteker, en al de paperassen, tot zelfs de rekeningen der
-waschvrouwen.
-
-Op dit tijdstip bood Parijs voor een man als Aristide Saccard een
-allerbelangwekkendst schouwspel. Het keizerrijk was afgekondigd,
-na die bekende reis waarop de prins-president er in geslaagd was
-de geestdrift van enkele bonapartistische departementen te doen
-ontvlammen. Er was stilte ontstaan op de tribune en in de pers.
-
-De maatschappij, ten tweeden male gered, wenschte zich geluk,
-ging te rust, sliep eens goed uit, nu een krachtig bestuur haar
-beschermde en haar zelfs onthief van de zorg om te denken en haar
-zaken te regelen. Het grootste hoofdbreken van de maatschappij was,
-te weten met welke vermaken zij den tijd zou dooden. Zooals Eugène
-Rougon het heel gelukkig uitdrukte, ging Parijs aan tafel en dacht
-aan de kwinkslagen bij het dessert.
-
-Politiek werd een schrikbeeld, een gevaarlijk goedje. De vermoeide
-geest zocht de zaken en de genoegens op. Die iets bezaten, groeven
-hun geld weer op, en die niets bezaten zochten in hoekjes en gaatjes
-schatten, die mogelijk achtergelaten waren. Op den bodem van al dat
-gewoel trilde het nauw merkbaar, ontstond er een rammelend geluid van
-rijksdaalders, hoorde men een helder vrouwengelach, het nog zwakke
-gerinkel van vaatwerk en het klinken van kussen.
-
-In de diepe stilte der herstelde orde, in den vrede der nieuwe
-regeering stegen allerlei aangename geluiden op, die hoop gaven
-op goud en wellust. Het scheen alsof men voorbij een dier kleine
-huisjes ging, waarvan de zorgvuldig neergelaten gordijnen slechts
-schaduwen van vrouwen laten doorschemeren en waar men het goud op
-den schoorsteenmantel hoort klinken.
-
-Het keizerrijk zou Parijs tot de beruchtste plek van Europa maken. Dat
-handjevol gelukzoekers dat een troon gestolen had, had behoefte aan
-een regeering vol avonturen, kwade praktijken, verkochte gewetens,
-betaalde vrouwen, een geweldigen en algemeenen roes van verzadiging.
-
-En in de stad, waar het Decemberbloed ternauwernood was weggewischt,
-ontwikkelde zich reeds, aanvankelijk nog schroomvallig, die
-buitensporige zucht naar genietingen, die Frankrijk op de lijst der
-verdorven en onteerde natiën zou plaatsen.
-
-Aristide Saccard voelde al in de eerste dagen dien opkomenden vloed van
-de speculatie, die heel Parijs overschuimen zou. Hij gaf nauwlettend
-acht op de vorderingen die zij maakte. Hij bevond zich midden in den
-warmen regen van goudstukken die dicht op de daken der stad neerviel.
-
-In zijn onophoudelijke tochten door het Stadhuis, was hij achter
-het groote ontwerp van de gedaanteverwisseling van Parijs gekomen,
-het plan om geheele huizenrijen af te breken, nieuwe verkeerswegen,
-nieuwe wijken te scheppen, van die ontzettende speculatie op den
-verkoop van terreinen en huizen, die in alle hoeken der stad een
-strijd van tegen elkander indruischende belangen deed ontstaan,
-en voedsel gaf aan een buitensporige weelde.
-
-Sedert dien tijd had zijn bedrijvige geest een doel gevonden. Van dit
-oogenblik af begon hij op te vroolijken. Hij begon zelfs minder mager
-te worden, hij liep niet meer door de straten als een magere kat,
-die loert op haar prooi. Op zijn bureau was hij onderhoudender en
-gedienstiger dan ooit. Zijn broer, bij wien hij eenigszins officiëele
-bezoeken ging afleggen, wenschte hem geluk dat hij zijn raadgevingen
-zoo getrouw opvolgde.
-
-Tegen den aanvang van het jaar 1854 vertelde Saccard hem in vertrouwen
-dat hij verscheidene zaken op het oog had, maar daarvoor aanzienlijke
-voorschotten noodig had.
-
---Dan zoek je die maar, zei Eugène.
-
---Je hebt gelijk, ik zal zoeken, antwoordde hij zonder de minste
-verstoordheid, alsof hij niet bemerkte dat zijn broer weigerde hem
-de benoodigde fondsen te verschaffen.
-
-Over die eerste fondsen peinsde hij zich dikwijls moe. Zijn plan had
-hij in het hoofd, iederen dag bracht hij het meer tot rijpheid. Maar
-de eerste duizend francs kon hij niet vinden. Zijn verlangen werd met
-den dag grooter; ten slotte keek hij iedereen met een zenuwachtigen,
-doordringenden blik aan, alsof hij verwachtte dat de eerste de
-beste voorbijganger hem het geld zou leenen. Thuis bleef Angèle haar
-vergeten, gelukkig leven leiden. Hij daarentegen loerde op een goede
-gelegenheid, en zijn gulle lach werd bitterder naarmate die gelegenheid
-zich langer liet wachten.
-
-Aristide had een zuster in Parijs. Sidonie Rougon was getrouwd met
-een procureursklerk uit Plassans, die met haar in de rue Saint-Honoré
-een zaak in zuidvruchten was begonnen.
-
-Toen haar broer haar weervond, was de man verdwenen, en de zaak al
-lang te niet. Zij woonde in de rue du Faubourg Poissonnière, op een
-tusschenverdieping die uit drie kamers bestond. Zij had ook den winkel
-onder haar vertrekken in huur; het was een bekrompen, geheimzinnige
-winkel, waarin zij voorgaf een zaak in kantwerken te drijven; inderdaad
-hingen er in de winkelkast eindjes guipure en valencienne op vergulde
-roedjes; maar als men binnentrad, zou men zich in een voorkamer gewaand
-hebben met glimmende lambrizeering, zonder een schijn van winkelwaar.
-
-De deur en de uitstalkast waren voorzien van lichte gordijnen, die
-den nieuwsgierigen blik der voorbijgangers beletten in den winkel
-te kijken, en hem het stille, halfduistere voorkomen gaven van een
-wachtkamer, die toegang geeft tot een onbekend heiligdom.
-
-Het gebeurde zelden dat men een klant bij mevrouw Sidonie zag
-binnenkomen; meestal zelfs was de kruk van de deur afgenomen. In
-de buurt luidde haar praatje, dat zij haar kanten zelf bij de rijke
-dames ging aanbieden. De inrichting van haar vertrekken was de eenige
-oorzaak, zei zij, dat zij den winkel er bij gehuurd had; beiden
-stonden met elkander in verbinding door een in den muur verborgen trap.
-
-De kantverkoopster was inderdaad altijd buitenshuis; tienmaal op een
-dag zag men haar met zekere gejaagdheid uit- en ingaan.
-
-Trouwens, haar handel bestond niet enkel uit kant, zij maakte zich
-de ruimte van haar tusschenverdieping ten nutte en vulde die met
-allerlei voorraad, hier en daar bijeengegaard. Zij had er caoutchouc
-artikelen verkocht, mantels, schoenen, bretels enz.; daarna zag men er
-achtereenvolgens een nieuwe soort haarolie, orthopedische instrumenten,
-een automatische koffiekan, een gepatenteerde uitvinding, waarvan de
-verkoop haar zeer veel last bezorgde.
-
-Toen haar broer haar kwam opzoeken, had zij een agentuur in piano's,
-en waren haar kamers opgepropt met die instrumenten; ze stonden zelfs
-in haar slaapkamer, een sierlijk ingericht vertrek, dat heel vreemd
-afstak bij den winkelrommel van de twee andere kamers.
-
-Zij dreef deze twee zaken scherp afgescheiden; de klanten die voor
-de koopwaren van de tusschenverdieping kwamen, uit en in door een
-koetspoort, die het huis in de rue Papillon had; men moest in het
-geheim van de trap ingewijd zijn om te weten dat de kantenverkoopster
-er twee zaken op nahield.
-
-In haar woning noemde zij zich mevrouw Touche, haar mans naam,
-terwijl de winkeldeur alleen haar voornaam vermeldde, zoodat zij
-algemeen mevrouw Sidonie genoemd werd.
-
-Mevrouw Sidonie was vijf en dertig jaar; maar zij kleedde zich met
-zoo'n achteloosheid, zij had zoo weinig vrouwelijks in haar manieren,
-dat men haar veel ouder zou geschat hebben. Om de waarheid te zeggen,
-had zij geen leeftijd. Zij droeg onveranderlijk een zwarte japon,
-kaal in de plooien, verkreukt en glimmend door het dragen, die aan
-een advokaten-toga deed denken, versleten tegen het hout van de balie.
-
-Met een zwarten hoed op het hoofd, die haar tot in de oogen zakte
-en haar kapsel verborg, met groote schoenen aan de voeten, draafde
-zij door de straten met een mandje aan den arm, waarvan de hengsels
-met touwtjes versteld waren. Die onafscheidelijke mand bevatte een
-wereld van zaken. Wanneer zij open ging, kwamen er allerhande stalen
-uit, agenda's, portefeuilles, en vooral bundels gezegeld papier, wier
-onleesbaar schrift zij met bijzondere handigheid ontcijferde. Er stak
-iets van een makelaar en van een deurwaarder in haar. Zij leefde in
-protesten, assignaties, exploiten; wanneer zij voor tien francs pommade
-of kant verkocht had, drong zij zich bij haar klant in de gunst,
-werd haar zaakwaarnemer, liep voor haar de procureurs, advokaten en
-rechters af. Zij liep aldus weken lang rond met heele dossiers in haar
-mandje, zich afslovende om Parijs van het eene eind naar het andere
-te doorkruisen, op haar kippendrafje, zonder ooit een rijtuig te nemen.
-
-Het zou moeielijk geweest zijn te zeggen welk voordeel zij uit een
-dergelijk beroep trok; zij oefende het in de eerste plaats uit door een
-instinktmatige voorliefde voor zaken, die niet pluis waren; dan trok
-zij er een menigte kleine voordeeltjes uit: diners rechts en links,
-een gulden hier en een gulden daar.
-
-Maar de winst die bij haar het zwaarst woog, haalde zij uit de
-vertrouwelijke mededeelingen die zij overal ontving en die haar
-op het spoor brachten van menig zaakje, waar zij voordeel uit kon
-slaan. Altijd in eens andermans huis, in eens anders zaken, was zij
-een levend koopmansregister van vraag en aanbod. Zij wist families,
-waar men er belang bij had de dochter dadelijk te laten trouwen,
-een familie die drieduizend francs noodig had, een ouden heer die de
-drieduizend francs wel zou willen leenen, maar op zeker onderpand en
-tegen hoogen intrest. Zij wist nog teerder geheimen, het verdriet van
-een blonde dame die door haar man niet begrepen werd, en die verlangde
-begrepen te worden; den geheimen wensch van een goede moeder die haar
-dochter voordeelig hoopte te plaatsen, den smaak van een baron voor
-intieme soupeetjes en heel jonge meisjes.
-
-Al die vragen en aanbiedingen bracht zij met haar flauwen glimlach
-over; zij liep twee uur achtereen om haar klanten met elkander in
-aanraking te brengen; zij zond den baron naar de goede moeder, bewoog
-den ouden heer er toe de drieduizend francs aan de in geldverlegenheid
-zittende familie te leenen, vond troost voor de blonde dame en een
-weinig kieskeurigen echtgenoot voor het meisje dat trouwen moest.
-
-Zij had ook groote zaken, zaken waarvoor zij hardop kon uitkomen, en
-waarvan zij den mond vol had tegenover de lui die met haar in aanraking
-kwamen; een langdurig proces dat een geruïneerde adellijke familie
-haar had opgedragen te volgen, en een schuld door Engeland tegenover
-Frankrijk ten tijde der Stuarts aangegaan, waarvan het bedrag,
-met intrest op intrest, bijna drie milliard beliep. Die schuld van
-drie milliard was haar stokpaardje; zij legde de zaak haarfijn uit,
-hield een heelen cursus in geschiedenis, en een blos van opwinding
-steeg naar haar wangen, die gewoonlijk slap en geel als was waren.
-
-Soms wist zij tusschen een boodschap bij een deurwaarder en een
-bezoek bij een vriendin, een koffiekan, een caoutchouc mantel of een
-stuk kant te verkoopen of een piano te verhuren. Dat was voor haar
-een kleinigheid. Dan haastte zij zich weer naar haar winkel terug,
-waar een klant haar verwachtte om een stuk chantilly te zien. De
-klant kwam, gleed als een schaduw den stillen halfduisteren winkel
-binnen. En het gebeurde ook vaak, dat een heer die door de koetspoort
-van de rue Papillon was binnengekomen, op hetzelfde uur de piano's
-van mevrouw Touche op de bovenkamers kwam zien.
-
-Indien mevrouw Sidonie niet rijk werd, dan kwam dit omdat zij dikwijls
-uit liefde voor de kunst werkte. Liefhebster als zij was van een
-rechtsgeding, vergat zij haar eigen zaken voor die van anderen; zij
-liet zich door de deurwaarders villen, wat haar trouwens genietingen
-gaf, die alleen pleitzuchtige lieden kennen.
-
-De vrouw stierf in haar weg, zij was nog slechts een zaakwaarnemer,
-een tusschenpersoon die ieder uur van den dag op straat te zien was,
-met de onmogelijkste koopwaar in haar onafscheidelijk mandje, van alles
-verkoopende, van milliarden droomende, en bij den kantonrechter voor
-een begunstigde klant een vordering van tien francs betwistende. Klein,
-mager, bleek, gekleed in die dunne zwarte japon die uit de toga van
-een pleiter geknipt scheen, zag zij er verschrompeld uit, en als men
-haar langs de huizen zag trippelen, zou men haar voor een als meisje
-verkleeden boodschappenjongen gehouden hebben.
-
-Haar gelaatskleur had de bleekheid van zegelpapier. Haar lippen
-glimlachten flauwtjes, terwijl haar oogen den warboel weerspiegelden
-van de zaken en de menigvuldige beslommeringen waarmee zij haar
-hersens vol stopte. Bescheiden en beschroomd in haar manieren, met iets
-dat rook naar den biechtstoel of het vertrek van een verloskundige,
-deed zij zich zacht en moederlijk voor, als een non die afstand gedaan
-heeft van de wereldsche neigingen en medelijden heeft met het zieleleed
-van anderen.
-
-Zij sprak nooit van haar man, en evenmin van haar kindsheid, haar
-familie of haar belangen. Er was maar één ding dat zij niet verkocht,
-dat was haar zelve, niet omdat zij gewetensbezwaar daartegen zou
-hebben, maar omdat de gedachte aan dien koop niet in haar op kon
-komen. Zij was zoo droog als een factuur, koud als een protest,
-en als het er op aankwam zoo onverschillig en grof als een
-deurwaardersgetuige.
-
-Saccard, zoo kersversch uit zijn provincie, kon eerst geen inzicht
-krijgen in de verscheidenheid van beroepen, die mevrouw Sidonie
-uitoefende. Daar hij een jaar in de rechten gestudeerd had, sprak
-zij eens met een ernstig gezicht over de drie milliard, wat hem een
-geringen dunk van haar verstand gaf. Zij kwam eens snuffelen in zijn
-woning, had met éen blik Angèle beoordeeld, en verscheen eerst weer
-als zij toevallig een boodschap in de buurt had of behoefte gevoelde de
-drie milliard weer eens ter sprake te brengen. Angèle was belang gaan
-stellen in de geschiedenis van de Engelsche schuld. De makelaarster
-reed op haar stokpaardje, een uur lang liet zij het goud stroomen.
-
-Dat was de barst in dien schranderen geest; de dwaasheid, waarmee
-zij haar leven, dat in een armzaligen handel verloren ging, suste;
-het toovermiddel waarmee zij, met haar, de lichtgeloovigsten van haar
-klanten in geestdrift bracht.
-
-Met volle overtuiging begon zij eindelijk zelfs over de drie milliard
-als haar persoonlijk fortuin te spreken, dat de rechters haar vroeg of
-laat moesten toewijzen. Dit gaf een wonderschoonen stralenkrans om haar
-armoedig zwart hoedje, waarop een paar verbleekte viooltjes wiegelden
-op geelkoperen steeltjes, waarvan het omkleedsel afgesleten was.
-
-Angèle zette verbazend groote oogen op. Herhaalde malen sprak zij
-tegen haar man met ontzag over haar schoonzuster, bewerende dat
-mevrouw Sidonie hen misschien nog eens rijk zou maken.
-
-Saccard haalde de schouders op; hij was den winkel en de bovenkamers
-van den Faubourg Poissonnière eens gaan opnemen, en hij voorzag dat
-die zaak spoedig failliet zou gaan.
-
-Hij wenschte Eugène's opinie over hun zuster te vernemen, maar deze
-werd ernstig en antwoordde alleen dat hij haar nooit zag, dat hij wist
-dat zij heel slim was, misschien de familie een beetje in opspraak
-kon brengen. Maar toen Saccard een poos later in de rue de Penthièvre
-terugkwam, verbeeldde hij zich, dat hij de zwarte japon van mevrouw
-Sidonie bij zijn broer uit zag komen en vlug langs de huizen voort
-zag stappen. Hij liep haar achterna, maar hij kon de zwarte japon
-niet terugvinden. De makelaarster had een van die nietige gestalten
-die in de menigte verloren gaan.
-
-Dit stemde hem tot nadenken, en van dat oogenblik bestudeerde hij
-zijn zuster met meer oplettendheid. Hij ontdekte weldra, welk een
-onmetelijke werkkracht verscholen lag in dat bleeke wezentje, wier
-heele gelaat een ondoorgrondelijke uitdrukking droeg. Hij kreeg ontzag
-voor haar. Zij was wel degelijk een echte Rougon.
-
-Hij herkende dien gelddorst, die behoefte aan intriges, die de
-familie kenmerkte: maar bij haar was, door de omgeving waarin zij
-zoo lang had verkeerd, in dat Parijs waar zij 's morgens haar karig
-brood voor den avond moest ophalen, het gemeenschappelijk temperament
-afgeweken, om die zonderlinge tweeslachtigheid voort te brengen van
-een vrouw, die een geslachtloos wezen was geworden, een zaakwaarnemer
-en koppelaarster tegelijk.
-
-Toen Saccard zijn plan eenmaal vastgesteld had en de eerste fondsen
-moest zien te bemachtigen, dacht hij natuurlijk aan zijn zuster. Zij
-schudde het hoofd, en sprak zuchtend over de drie milliard. Maar de
-ambtenaar gaf haar in die dwaasheid geen voet, hij sprak haar ruw toe,
-zoo dikwijls zij over de schuld der Stuarts begon; die hersenschim
-scheen hem onwaardig bij zoo'n praktisch verstand.
-
-Mevrouw Sidonie, die kalm den ruwsten spot verdroeg zonder dat haar
-overtuiging geschokt werd, bracht hem toen duidelijk aan het verstand,
-dat hij geen cent zou krijgen, aangezien hij geen enkelen waarborg
-kon aanbieden.
-
-Dit gesprek werd gevoerd voor de Beurs, waar zij met haar spaarduitjes
-ging speculeeren. Tegen drie uur kon men haar altijd vinden, leunende
-tegen het hek, links, naast het postkantoor; daar gaf zij audiëntie
-aan personen die er even zonderling uitzagen als zij. Haar broer
-zou juist weggaan, toen hij haar op spijtigen toon hoorde zeggen:
-"Ja, als je niet getrouwd was!...." Die halve uitlating, waarvan hij
-de volledige beteekenis niet wilde vragen, stemde Saccard tot nadenken.
-
-Maanden gingen voorbij, de Krimoorlog was uitgebroken. Parijs stoorde
-zich niet aan een oorlog zoo ver weg, maar wierp zich met te meer drift
-op de speculaties en de vrouwen. Met verbeten ongeduld woonde Saccard
-die stijgende woede, die hij voorzien had, bij. In den reuzenoven
-gaven de hamers die het goud op het aambeeld pletten, hem schokken van
-toornig ongeduld. Zijn verstand en zijn wilskracht waren zoo strak
-gespannen, dat hij als in een droom leefde, als een slaapwandelaar
-die door een idée fixe voortgedreven, in de dakgoot loopt.
-
-Op een avond was hij onaangenaam verrast Angèle ziek te bed te
-vinden. Zijn huiselijk leven, regelmatig als een uurwerk, geraakte
-in de war en dat verbitterde hem als een opzettelijke kwaadwilligheid
-van het noodlot.
-
-De arme Angèle klaagde zacht; zij had kou gevat en rilde. Toen de
-dokter kwam, trok hij een bedenkelijk gezicht; op het portaal zei
-hij tot den man, dat zijn vrouw een longontsteking had en dat hij
-niet voor haar instond.
-
-Van dat oogenblik aan paste Saccard de zieke zonder boosheid op; hij
-ging niet meer naar zijn bureau, hij bleef bij haar, en keek haar
-met een onbeschrijfelijke uitdrukking aan, als zij hijgend en rood
-van koorts lag te slapen.
-
-Mevrouw Sidonie vond ondanks haar overstelpend drukke bezigheden,
-de gelegenheid om iederen avond het een of andere aftreksel te komen
-maken, die volgens haar uitstekend hielpen. Bij al haar beroepen voegde
-zij nog dat van een ziekenverpleegster uit roeping; zij zat gaarne
-aan een ziekbed, om geneesmiddelen toe te dienen en te luisteren naar
-de treffende gesprekken die aan een sterfbed gevoerd worden.
-
-Dan scheen zij ook een innige vriendschap voor Angèle opgevat te
-hebben; zij hield van de vrouwen, met allerlei liefkoozingen, zeker
-om het genoegen dat zij aan de mannen verschaffen; zij behandelde
-ze met die zorgzame oplettendheid die koopvrouwen hebben voor de
-kostbare waar in hun uitstalkast, zij noemde ze: "liefje, schatje,"
-kirde en keek ze met smachtende blikken aan, als een minnaar voor een
-maîtresse. Ofschoon er van Angèle niets te trekken viel, liefkoosde zij
-haar evenals de anderen, dat lag zoo in haar aard. Toen de jonge vrouw
-te bed lag, werd de hartelijkheid van mevrouw Sidonie aandoenlijk,
-zij vervulde de stille kamer met haar toewijding. Haar broer zag
-haar met opeengeperste lippen op en neer gaan, alsof zij door smart
-overstelpt was.
-
-De kwaal verergerde. Op zekeren avond gaf de dokter te kennen, dat de
-zieke den nacht niet meer door zou halen. Mevrouw Sidonie was vroeg
-gekomen, zij scheen met éen gedachte vervuld en keek naar Aristide
-en Angèle met haar betraande oogen, waarin zich nu en dan een korte
-flikkering vertoonde.
-
-Toen de dokter weg was, draaide zij de lamp neer; een diepe stilte
-ontstond. De dood trad langzaam in deze warme, vochtige kamer, waarin
-de onregelmatige ademhaling van de stervende klonk als het getiktak
-van een klok die van streek is.
-
-Mevrouw Sidonie maakte geen drankjes meer gereed, zij liet de ziekte
-haar werk voltooien. Zij was voor den schoorsteen gaan zitten,
-naast haar broer die zenuwachtig het vuur oprakelde, terwijl hij
-onwillekeurig naar het bed keek. Toen, als van streek gebracht door die
-drukkende lucht, door dat bedroevend schouwspel, begaf hij zich naar
-de aangrenzende kamer. Daar had men de kleine Clotilde opgesloten,
-die heel zoet op het karpet met haar pop speelde. Het kind lachte
-hem toe, toen mevrouw Sidonie, zachtjes achter hem aankomende, hem
-in een hoek trok en zacht begon te praten.
-
-De deur was open gebleven. Men hoorde het zachte gereutel van Angèle.
-
---Je arme vrouw,.... snikte de makelaarster, ik geloof dat het nu
-gauw gedaan is. Heb je gehoord wat de dokter zei?
-
-Saccard boog somber het hoofd.
-
---Het was een goed mensch, ging de andere voort, alsof Angèle reeds
-dood was. Je kunt rijker vrouwen vinden, vrouwen met meer wereldkennis,
-maar zoo'n hart vind je nooit terug.
-
-En toen zij even zweeg, en haar oogen afdroogde, terwijl zij een
-overgang scheen te zoeken, vroeg Saccard haar kortaf:
-
---Heb je me iets te zeggen?
-
---Ja, ik heb om je gedacht, je weet wel waarvoor, en ik geloof dat
-ik iets gevonden heb.... Maar op zoo'n oogenblik.... Mijn hart breekt
-er bij, zie je.
-
-Zij droogde haar oogen nog eens af. Saccard liet haar rustig begaan,
-zonder iets te zeggen. Toen kwam het hooge woord er uit.
-
---Het is een jong meisje, dat zoo gauw mogelijk moet trouwen. Het
-arme kind heeft een ongelukje gehad. Ze heeft een tante die er veel
-voor over zou hebben....
-
-Zij hield grijnend op, nadat zij al dien tijd op een huilerigen toon
-gesproken had, alsof zij de arme Angèle nog steeds beklaagde. Dat deed
-zij opzettelijk om haar broer ongeduldig te maken, hem te nopen haar
-te ondervragen, om niet de heele verantwoordelijkheid te dragen van
-het aanbod dat zij hem kwam doen. De ambtenaar werd inderdaad een
-beetje prikkelbaar.
-
---Komaan, voor den dag er mee! zei hij. Waarom wil men dat meisje
-laten trouwen?
-
---Zij kwam van de kostschool, hernam de makelaarster op klagenden
-toon, iemand heeft haar verleid, op het buiten van de ouders van een
-harer vriendinnen.
-
-De vader heeft haar misslag ontdekt. Hij wou haar dooden. De tante
-heeft het arme kind willen redden, en samen hebben zij den vader op
-de mouw gespeld, dat de schuldige een brave jongen was, die hoe eer
-hoe liever zijn onbezonnenheid wou goed maken.
-
---Dus, zei Saccard op verbaasden toon en bijna boos, dus die buitenman
-gaat met het meisje trouwen?
-
---Neen, dat kan hij niet, hij is getrouwd.
-
-Een stilte volgde. Het gereutel van Angèle klonk droeviger in de
-trillende lucht. De kleine Clotilde had haar spel gestaakt; zij
-keek mevrouw Sidonie en haar vader aan, met haar groote peinzende
-kinderoogen, alsof zij hun woorden begrepen had.
-
-Saccard begon korte vragen te doen:
-
---Hoe oud is het meisje?
-
---Negentien jaar.
-
---Hoe lang is zij zwanger?
-
---Drie maanden. Er volgt zeker een miskraam.
-
---Is de familie rijk en geacht?
-
---Oude burgerfamilie. De vader is magistraat geweest. Heel
-gefortuneerd.
-
---Wat zou de tante er voor over hebben?
-
---Honderdduizend francs.
-
-Een tweede pauze volgde. Mevrouw Sidonie huilde niet meer; zij deed
-nu zaken, haar stem kreeg een metaalklank, als die van een opkoopster
-die afdingt.
-
-Haar broer keek haar onderzoekend aan en zei ietwat aarzelend:
-
---En jij, wat beding jij?
-
---Dat is van later zorg, antwoordde zij. Je zult me op jouw beurt
-van dienst kunnen zijn.
-
-Zij wachtte eenige seconden, en daar hij zweeg, vroeg zij hem ronduit:
-
---Nu, wat is je besluit? Die arme vrouwen zijn wanhopig. Ze willen
-schandaal vermijden. Ze hebben beloofd den naam van den schuldige
-morgen aan den vader op te geven.... Als je het aanneemt, zal ik ze
-een van je visitekaartjes door een besteller laten brengen.
-
-Saccard scheen uit een droom te ontwaken; hij huiverde en keerde zich
-angstig naar de naburige kamer, waar hij een licht gedruis meende
-te hooren.
-
-Mevrouw Sidonie keek hem strak aan, met een koelen, smadelijken blik.
-
-Het bloed der Rougons, al zijn brandende begeerten stegen hem naar
-de keel. Hij nam een visitekaartje uit zijn portefeuille en gaf het
-aan zijn zuster, die het in een envelop stak, nadat zij het adres er
-zorgvuldig afgekrabd had. Daarop ging zij de trap af. Het was even
-negen uur.
-
-Alleen gebleven, drukte Saccard zijn voorhoofd tegen de koude
-ruiten. Hij was zoo in gedachten verdiept, dat hij met de vingertoppen
-tegen de ruiten trommelde. Maar het was zoo pikdonker, de duisternis
-daar buiten hoopte zich tot zulke zonderlinge massa's op, dat hij
-zich onpleizierig begon te voelen en werktuigelijk terugkeerde naar
-de kamer waar Angèle lag te sterven.
-
-Hij had haar vergeten, het gaf hem een vreeselijken schok toen hij
-haar overeind tegen haar kussens vond zitten; haar oogen waren wijd
-geopend, een stroom van leven scheen naar haar wangen en haar lippen
-te zijn opgestegen.
-
-De kleine Clotilde, nog steeds met een pop in haar handje, zat op den
-rand van het bed; zoodra haar vader zich omgekeerd had, was zij gauw
-naar die kamer geslopen, waaruit men haar verwijderd had en waar haar
-kinderlijke nieuwsgierigheid haar heenlokte.
-
-Saccard, wiens hoofd geheel vervuld was met de geschiedenis van zijn
-zuster, zag zijn droom ineenstorten. Een afschuwelijke gedachte
-schitterde zeker in zijn oogen. Vol ontzetting wilde Angèle zich
-tegen den muur terugwerpen, maar de dood kwam; dat ontwaken uit
-den doodstrijd was de laatste opflikkering van de uitgaande lamp
-geweest. De stervende kon zich niet verroeren; zij zakte ineen, zij
-bleef haar wijdgeopende oogen op haar man gericht houden, als om zijn
-bewegingen na te gaan.
-
-Saccard, die aan een herleving dacht, met duivelsche kunsten door het
-noodlot uitgevonden om hem in de ellende te houden, stelde zich gerust
-toen hij zag dat de ongelukkige geen uur meer te leven had. Hij had
-alleen nog een onverdragelijk, hinderlijk gevoel.
-
-Angèle's oogen zeiden dat zij het gesprek van haar man met mevrouw
-Sidonie gehoord had, dat zij vreesde dat hij haar zou verwurgen,
-als zij niet gauw genoeg stierf. En in die oogen las men nog den
-verbaasden afschuw van een zachtaardig, onschuldig gemoed, dat te
-elfder ure de snoodheid dezer wereld bemerkte en huiverde bij de
-gedachte aan de lange jaren die zij naast een bandiet had doorgebracht.
-
-Langzamerhand werd haar blik zachter; zij was niet bang meer, zij moest
-dien ongelukkige verontschuldigen, als zij dacht aan den hardnekkigen
-strijd dien hij reeds zoo lang tegen de fortuin gevoerd had.
-
-Saccard, achtervolgd door dien blik eener stervende, waarin hij
-zoo'n lang verwijt las, zocht een steun tegen de meubels, en ging
-opzettelijk in de donkerste hoekjes.
-
-Maar toen ook dit niet baatte, wilde hij dat schrikbeeld verjagen
-dat hem krankzinnig maakte, en hij trad in het volle schijnsel der
-lamp. Maar Angèle wenkte hem toe dat hij zwijgen zou. En zij keek
-hem voortdurend aan met die oogen vol nameloozen angst, waarin zich
-nu een belofte van vergiffenis mengde. Toen boog hij zich voorover
-om Clotilde uit haar armen weg te nemen en naar een andere kamer te
-dragen. Zij verbood het hem weer, met een beweging van haar lippen. Zij
-verlangde dat hij daar zou blijven. Zij stierf zachtjes weg, zonder
-haar blik van hem af te wenden, en naarmate hij verflauwde, kreeg
-die blik meer zachtheid. Zij schonk vergiffenis in haar laatsten zucht.
-
-Zij stierf zooals zij geleefd had, zachtzinnig, zij vergat zichzelf
-in den dood, zooals zij zich in het leven vergeten had.
-
-Saccard bleef huiverend staan voor die open oogen der doode, die hem
-met hun onbewegelijkheid bleven achtervolgen. De kleine Clotilde
-wiegde haar pop op een slip van het beddelaken, zachtjes, om haar
-moeder niet wakker te maken.
-
-Toen mevrouw Sidonie weer boven kwam, was alles afgeloopen. Als iemand
-die met dat werk vertrouwd is, sloot zij met een vingerdruk Angèle's
-oogen, hetgeen Saccard een bijzondere verlichting gaf. Nadat zij
-vervolgens de kleine te bed had gelegd, bracht zij in een ommezien
-de sterfkamer in orde. Toen zij twee waskaarsen op de latafel
-had aangestoken en het laken zorgvuldig tot aan de kin der doode
-had opgetrokken, wierp zij een blik van voldoening om zich heen en
-strekte zich uit in een armstoel, waar zij tot het aanbreken van den
-dag insliep.
-
-Saccard bracht den nacht in een naburige kamer door met het schrijven
-van de bekendmakingen. Bijwijlen hield hij op, verzonk in gepeins of
-schreef rijen getallen op stukjes papier.
-
-'s Avonds na de begrafenis, nam mevrouw Sidonie Saccard mee naar haar
-woning. Daar werden groote besluiten genomen. De ambtenaar besloot
-dat hij de kleine Clotilde naar een zijner broers zou zenden, Pascal
-Rougon, een dokter te Plassans, die niet getrouwd was en enkel voor
-de wetenschap leefde, en die hem meer dan eens had aangeboden zijn
-nicht bij zich te nemen, om zijn stille huis wat op te vroolijken.
-
-Mevrouw Sidonie bracht hem vervolgens aan het verstand, dat hij niet
-langer in de rue Saint-Jacques kon blijven wonen. Zij zou voor een
-maand keurig gemeubileerde kamers voor hem huren, in den omtrek van
-het stadhuis; zij zou moeite doen om die kamers in een burgerwoning te
-huren, dat het den schijn zou hebben alsof die meubels zijn eigendom
-waren. Wat het ameublement van de rue Saint-Jacques betrof, dat
-zou verkocht worden, om aldus de laatste sporen van het verledene
-uit te wisschen. De opbrengst zou hij besteden voor een uitzet en
-behoorlijke kleederen.
-
-Drie dagen daarna, werd Clotilde toevertrouwd aan de zorgen van een
-oude dame, die toevallig juist naar het Zuiden ging.
-
-En Aristide Saccard, opgeruimd en blozend, zelfs iets dikker geworden
-in die drie dagen door de eerste lonkjes der fortuin, bewoonde nu in
-de rue Payenne, een deftig huis, uit vijf keurig ingerichte kamers
-bestaande, waarin hij op geborduurde pantoffels rondliep. Het was de
-woning van een jongen geestelijke, die onverwachts naar Italië was
-afgereisd, en zijn dienstmaagd bevolen had een huurder te zoeken. Deze
-dienstmaagd was een vriendin van mevrouw Sidonie, die nog al met de
-geestelijkheid op had; zij hield van priesters op dezelfde manier
-als zij van vrouwen hield, instinctmatig misschien vond zij eenige
-overeenkomst in den priesterrok met de zijden rokken der vrouwen.
-
-Nu was Saccard klaar, hij stelde met een bijzondere handigheid zijn
-gedragslijn vast: hij wachtte onvervaard de moeielijkheden en de
-neteligheden van den toestand af, dien hij zelf aanvaard had.
-
-Mevrouw Sidonie had in dien afschuwelijken nacht van Angèle's
-doodstrijd, het geval van de familie Béraud in weinig woorden getrouw
-weergegeven. Het hoofd dier familie, mijnheer Béraud Du Châtel, een
-groote grijsaard van zestig jaar, was de laatste vertegenwoordiger
-van een oud burgergeslacht, welks oorkonden van veel vroeger tijden
-dagteekenden dan die van sommige adellijke familiën. Een zijner
-voorouders was de metgezel van Etienne Marcel geweest.
-
-In 1793 stierf zijn vader op het schavot, nadat hij de republiek
-begroet had met al de geestdrift van een Parijsch burger, in wiens
-aderen het revolutionaire bloed der oude stad vloeide. Hij zelf was
-een dier Spartaansche republikeinen, die droomen van een regeering
-van louter rechtvaardigheid en wijsheid.
-
-Vergrijsd in het magistraatsleven, waarin hij die stijfheid
-en strengheid had opgedaan die aan dat beroep verbonden zijn,
-nam hij zijn ontslag als President der Kamer in 1851, vlak na den
-Staatsgreep, nadat hij geweigerd had deel uit te maken van een dier
-gemengde commissies, die de Fransche gerechtigheid tot oneer waren.
-
-Sinds dien tijd leefde hij eenzaam en verlaten in zijn huis, dat
-op de spits van het eiland Saint-Louis stond, schuins tegenover het
-hôtel Lambert.
-
-Zijn vrouw was jong gestorven. Een geheim familiedrama, waarvan de
-herinnering nog altijd in hem voortleefde, was oorzaak dat hij steeds
-somber gestemd was. Hij had al een meisje van acht jaar, toen zijn
-vrouw stierf bij de geboorte van een tweede dochter. Laatstgenoemde,
-Christine geheeten, werd in huis genomen door een zuster van mijnheer
-Béraud Du Châtel, die met notaris Aubertot getrouwd was. Renée ging
-naar het klooster.
-
-Mevrouw Aubertot, die geen kinderen had, vatte een moederlijke
-genegenheid op voor Christine, die zij zelf opvoedde.
-
-Toen haar man gestorven was, nam zij de kleine mee naar haar vader,
-en bleef daar tusschen dien stroeven grijsaard en net lachende
-blondinnetje.
-
-Renée werd op de kostschool vergeten. In de vacantie vervulde zij het
-huis met zoo'n rumoer, dat haar tante een diepen zucht van verlichting
-slaakte, als zij haar eindelijk weer terugbracht naar de zusters
-der orde van de Visitatie, waar zij al sedert haar achtste jaar op
-school was.
-
-Zij kwam eerst op negentienjarigen leeftijd uit het klooster, en
-bracht al dadelijk een paar zomermaanden bij de ouders van haar
-vriendin Adeline door, die in de omstreken van Nevers een prachtig
-buitengoed hadden.
-
-Toen zij in October terug kwam, was tante Elisabeth verwonderd haar
-zoo ernstig, zelfs treurig te zien. Op een avond verrastte zij haar
-in haar bed, half waanzinnig van smart en haar snikken in haar kussen
-smorende. In de eerste opwelling van haar wanhoop vertelde het meisje
-haar een aandoenlijke geschiedenis; een veertigjarige, rijke gehuwde
-man, die daar met zijn jonge bekoorlijke vrouw buiten woonde, had
-haar onteerd, zonder dat zij zich kon of durfde verdedigen.
-
-Deze bekentenis deed tante Christine hevig ontstellen; zij beschuldigde
-zich zelfs alsof zij zich medeplichtig voelde, haar voorliefde voor
-Christine speet haar nu, en zij bedacht, dat als zij Renée ook bij
-haar had gehouden, het arme kind niet bezweken zou zijn. Om toen dat
-knagend zelfverwijt te verdrijven, dat haar door haar teergevoeligen
-aard nog meer deed lijden, hielp zij de schuldige; zij kalmeerde den
-toorn van den vader, die door de overmaat van haar voorzorgen achter
-de verschrikkelijke waarheid kwam; in haar vertwijfeling bedacht zij
-dat vreemde huwelijksplan, dat in haar oog alle moeielijkheden uit
-den weg ruimde, den vader tevreden stelde, Renée weer haar plaats als
-fatsoenlijke vrouw in de wereld terug gaf, en waarvan zij opzettelijk
-noch de schandelijke zijde noch de noodlottige gevolgen wilde zien.
-
-Het is nooit uitgelekt hoe mevrouw Sidonie de lucht kreeg van dit
-goede zaakje. De eer der Bérauds had met de protesten van alle lichte
-meisjes uit Parijs in haar mandje gelegen.
-
-Toen zij de geschiedenis vernam, drong zij bijna haar broer op,
-wiens vrouw op sterven lag. Tante Elisabeth kwam ten slotte in den
-waan dat zij verplichting had aan die zachtzinnige, bescheiden dame,
-die zich zooveel aan de ongelukkige Renée gelegen liet zijn, dat zij
-zelfs een man voor haar koos uit haar eigen familie.
-
-De eerste samenkomst van de tante en Saccard had plaats in de
-bovenwoning van de rue du Faubourg-Poisonnière.
-
-De ambtenaar, die door de koetspoort van de rue Papillon was binnen
-gekomen, en mevrouw Aubertot door den winkel het kleine trapje op zag
-komen, begreep op eens het vernuftige samenstel van de twee ingangen.
-
-Hij was heel hoffelijk en legde bij deze gelegenheid veel takt aan
-den dag. Hij sprak over het huwelijk als over een zaak, maar als een
-man van de wereld die zijn speelschulden afdoet. Tante Elisabeth was
-veel minder op haar gemak dan hij; zij stotterde soms en zij durfde
-niet eens over de honderdduizend francs spreken, die zij beloofd had.
-
-Hij was de eerste die de geldkwestie aanroerde, met het voorkomen van
-een procureur, die voor de belangen van een cliënt optreedt. Volgens
-hem, was het een bespottelijk lage inbreng voor den man van mejuffrouw
-Renée. Hij drukte even op dat "mejuffrouw." Mijnheer Béraud Du Châtel
-zou een armen schoonzoon nog meer minachten; hij zou hem beschuldigen
-dat hij zijn dochter om haar geld verleid had, misschien zou hij
-zelfs op de gedachte komen om heimelijk een onderzoek in te stellen.
-
-Mevrouw Aubertot verschrok en door de kalme, beleefde woorden
-van Saccard van de wijs gebracht, stemde zij er in toe de som te
-verdubbelen, toen hij verklaard had dat hij Renée nooit zou durven
-vragen voor minder dan twee honderdduizend francs, daar hij niet
-wilde aangezien worden voor een schandelijken bruidschatjager.
-
-Het goede mensch ging heen, geheel van streek, niet meer wetende wat
-zij moest denken van een man, die zich zoo verontwaardigd toonde en
-toch zoo'n koop aanging.
-
-Dit eerste onderhoud werd gevolgd door een officieel bezoek dat
-tante Elisabeth aan Aristide Saccard bracht, in zijn woning rue
-Payenne. Ditmaal kwam zij uit naam van mijnheer Béraud.
-
-De oude magistraat had geweigerd "dien man" te zien, zooals hij den
-verleider zijner dochter noemde, zoolang hij niet met Renée getrouwd
-was, aan wie hij trouwens ook de deur gewezen had.
-
-Mevrouw Aubertot had de opdracht naar goedvinden te handelen. Zij
-scheen heel ingenomen met de weelde van den ambtenaar; zij was bang
-geweest dat de broer van die mevrouw Sidonie met haar verkreukte
-japon, een arme slobber zou zijn. Hij ontving haar in een keurige
-kamerjapon. De tijd was eindelijk daar, waarop de gelukzoekers van
-den 2en December, na hun schulden betaald te hebben, hun afgedragen
-schoenen en hun versleten jassen op den vuilnishoop wierpen, hun
-baardstoppels afschoren en nette menschen werden.
-
-Saccard kon nu ook meedoen, hij maakte zijn nagels schoon en gebruikte
-bij het wasschen de duurste poeders en reukwaters. Hij werd galant;
-hij veranderde van taktiek, toonde zich ongeloofelijk belangeloos. Toen
-de oude dame van het contract sprak, maakte hij een gebaar alsof hem
-dat niets kon schelen. Al acht dagen lang bladerde hij het Wetboek
-door, hij bestudeerde die ernstige kwestie, waarvan in de toekomst
-zijn vrijheid afhing om zwendelzaken te doen.
-
---Laat die onaangename geldkwestie in 's hemelsnaam rusten, zei
-hij. Mij dunkt dat mejuffrouw Renée de beschikking over haar fortuin
-en ik die over het mijne moet houden. De notaris zal dat wel in
-orde brengen.
-
-Tante Elisabeth keurde deze zienswijze goed; zij beefde bij de
-gedachte, dat die man, van wiens onbuigzame hardheid zij een vaag
-vermoeden kreeg, de vingers zou uitsteken naar den bruidschat van
-haar nicht. Zij bracht toen dien bruidschat ter sprake.
-
---Het fortuin van mijn broer, zei zij, bestaat hoofdzakelijk uit
-landgoederen en huizen. Hij is er de man niet naar om zijn dochter
-tot straf het haar toegedachte aandeel te beknibbelen. Hij geeft haar
-een landgoed in Sologne, dat op drie honderdduizend francs geschat
-wordt, en een huis in Parijs, dat ongeveer twee honderdduizend francs
-waard is.
-
-Het schemerde Saccard voor de oogen; zoo'n bedrag had hij niet
-verwacht, hij wendde zich half om, ten einde den blos te verbergen
-die hem naar het gelaat steeg.
-
---Dat maakt vijf honderdduizend francs, ging de tante voort; maar
-ik mag u niet verhelen dat het landgoed in Sologne slechts twee
-percent opbrengt.
-
-Hij glimlachte en gaf weer door een gebaar zijn belangeloosheid te
-kennen, als wilde hij zeggen dat hem dat niet deerde, omdat hij toch
-niet van plan was zich in de zaken van zijn vrouw te mengen.
-
-In zijn armstoel gezeten, zijn pantoffels met den voet op en
-neer doende dansen, nam hij een houding van allerinnemendste
-onverschilligheid aan en scheen enkel uit beleefdheid toe te
-luisteren. Mevrouw Aubertot, met haar gewone goedhartigheid, deed
-moeite om de minst kwetsende woorden te kiezen. Zij hernam:
-
---Eindelijk wil ik Renée nog iets schenken. Ik ben kinderloos,
-mijn nichtjes zullen eens van mij erven, maar nu een van haar in
-zulke droevige omstandigheden is, wil ik mijn beurs niet gesloten
-houden. Voor beiden lagen de huwelijksgeschenken gereed. Dat van Renée
-bestaat uit terreinen in den omtrek van Charonne, die ik veilig op
-twee honderdduizend francs kan schatten. Maar....
-
-Bij het woord "terreinen" kon Saccard zijn ontroering niet
-verbergen. Onder zijn voorgewende onverschilligheid luisterde hij
-met de grootste aandacht. Tante Elisabeth werd verlegen; zij zocht
-zeker naar een passende uitdrukking, en met een kleur op het gelaat
-ging zij voort:
-
---Maar ik verlang dat de eigendom van die terreinen op het eerste
-kind van Renée wordt overgebracht. U zult mijn bedoeling wel begrepen,
-ik wil niet dat dit kind u eens tot last zal zijn. Ingeval het mocht
-sterven, zou Renée alleen eigenares blijven.
-
-Hij bewoog zich niet, maar zijn gefronste wenkbrauwen toonden, dat
-zijn geest met één denkbeeld vervuld was. De terreinen van Charonne
-wekten een wereld van gedachten in hem op. Mevrouw Aubertot dacht dat
-de zinspeling op Renée's kind hem pijnlijk was geweest, en niet wetende
-hoe zij het gesprek weer zou hervatten, bleef zij bedremmeld zwijgen.
-
---U hebt mij niet gezegd in welke straat het huis van twee
-honderdduizend francs staat? vroeg hij op zijn ouden gullen toon.
-
---Rue de la Pépinière, antwoordde zij, bijna op den hoek van de
-rue d'Astorg.
-
-Dit eenvoudige gezegde had een beslissende uitwerking. Hij was zijn
-verrukking niet meer meester, hij schoof zijn stoel dichter bij en
-met zijn provençaalsche radheid van tong, zei hij op vleienden toon:
-
---Beste mevrouw, is het nu heusch uit, of moeten wij nog langer
-over dat verwenschte geld spreken?.... Zie eens, ik wil open kaart
-met u spelen, want ik zou wanhopig zijn als ik uw achting niet
-verdiende. Ik heb mijn vrouw onlangs verloren, ik heb twee kinderen
-tot mijn last, ik ben een nuchter man van zaken. Door uw nicht te
-trouwen, doe ik een voordeelige zaak in het oog van de wereld. Als u
-nog eenig vooroordeel tegen mij hebt, zult u het mij later vergeven,
-wanneer ik ieders tranen gedroogd en zelfs mijn naneven verrijkt zal
-hebben. Het succès is een gouden vlam die alles loutert. Ik wil dat
-zelfs mijnheer Béraud mij de hand toesteekt en mij bedankt....
-
-Zoo sprak hij een tijd lang voort met een spottend cynisme, dat nu
-en dan onder zijn goedige gulheid voor den dag kwam. Hij liet goed
-uitkomen, dat zijn broer afgevaardigde en zijn vader ontvanger te
-Plassans was. Ten slotte had hij tante Elisabeth geheel ingepalmd;
-onwillekeurig zag zij met vreugde hoe het drama waaronder zij al een
-maand lang leed, onder de handen van dien behendigen man in een bijna
-vroolijke komedie eindigde. Zij besloten den volgenden dag naar den
-notaris te gaan.
-
-Zoodra mevrouw Aubertot was heengegaan, begaf hij zich naar het
-stadhuis, en bracht daar den ganschen dag door met het snuffelen in
-zekere hem welbekende documenten.
-
-Bij den notaris opperde hij een zwarigheid; hij zei dat de bruidschat
-van Renée slechts bestond uit vaste goederen, dat hij bijgevolg veel
-gehaspel voor haar voorzag, en dat hij het verstandig zou vinden,
-als tenminste het huis in de rue de la Pépinière verkocht werd om
-haar een inschrijving op het Grootboek te verzekeren.
-
-Mevrouw Aubertot wenschte dit aan het oordeel van mijnheer Béraud Du
-Châtel te onderwerpen, die nog steeds voor iedereen onzichtbaar bleef.
-
-Saccard bleef tot den avond op straat. Hij ging naar de rue de la
-Pépinière, en doorkruiste Parijs met het peinzend voorkomen van een
-veldheer op den vooravond van een beslissenden slag.
-
-Den volgenden dag zei mevrouw Aubertot, dat mijnheer Béraud Du Châtel
-haar volkomen vrij liet. Het contract werd opgesteld op de reeds
-besproken grondslagen. Saccard's aanbreng was tweehonderdduizend
-francs. Renée had als huwelijksgift het landgoed in Sologne en het
-huis in de rue de la Pépinière, dat zij zich verbond te verkoopen;
-bovendien bleef zij, in geval haar eerste kind kwam te overlijden,
-alleen eigenares van de terreinen van Charonne, die haar tante
-haar gaf.
-
-Het contract werd opgemaakt met uitsluiting der gemeenschap van
-goederen, zoodat elk der echtgenooten het beheer over zijn eigen
-fortuin behield.
-
-Tante Elisabeth luisterde aandachtig toe en scheen zeer voldaan over
-deze bepaling, die de onafhankelijkheid van haar nicht scheen te
-waarborgen en haar fortuin tegen alle vervreemding beschermen zou.
-
-Saccard glimlachte even toen hij de goede dame bij iedere clausule
-een goedkeurend knikje zag geven. Het huwelijk werd op den kortst
-mogelijken termijn vastgesteld.
-
-Toen alles geregeld was, ging Saccard naar zijn broer Eugène om hem
-heel plechtstatig zijn aanstaand huwelijk met mejuffrouw Renée Béraud
-Du Châtel aan te kondigen. Dit meesterstuk verbaasde den afgevaardigde.
-
-Saccard, zijn verbazing ziende, zei:
-
---Je hebt me gezegd, dat ik moest zoeken, welnu, ik heb gezocht
-en gevonden.
-
-Eugène, die er eerst niets van begreep, vermoedde toen de waarheid. En
-op innemenden toon antwoordde hij:
-
--- Komaan, je bent een handig man.... Je komt me zeker vragen om te
-getuigen? Je kunt op me rekenen. Als het noodig is, breng ik de heele
-rechterzij van het Wetgevend lichaam op de bruiloft mee; dat zou je
-al dadelijk heel wat aanzien verschaffen.... En terwijl hij de deur
-open deed, zei hij op zachter toon:
-
---Zeg, ik wil me op dit oogenblik niet al te erg compromitteeren,
-we hebben juist een wetsontwerp dat we er heel moeielijk door zullen
-krijgen.... De zwangerschap is toch, hoop ik, niet te ver gevorderd?
-
-Saccard wierp hem zoo'n venijnigen blik toe, dat Eugène bij zichzelf
-zei, toen hij de deur achter hem sloot: Dat grapje zou me duur te
-staan zijn gekomen, als ik geen Rougon was.
-
-Het huwelijk had plaats in de kerk Saint-Louis-en-l'Ile. Saccard
-en Renée ontmoetten elkander voor het eerst op den avond voor den
-grooten dag, in een benedenzaal van het hôtel Béraud. Zij keken
-elkander nieuwsgierig aan.
-
-Sedert men over haar huwelijk aan het onderhandelen was gegaan, had
-Renée haar vroolijke onbezonnenheid teruggevonden. Het was een groot
-meisje, heel mooi en heel bewegelijk, dat vrij was opgegroeid met al
-de grillen van een kostschoolmeisje.
-
-Zij vond Saccard klein en leelijk, maar zijn leelijkheid had iets
-belangwekkends en schranders, dat haar niet mishaagde; er viel
-overigens niets op zijn toon en manieren aan te merken.
-
-Hij vertrok even zijn gezicht, toen hij haar zag; zij leek hem
-ongetwijfeld te groot toe, grooter dan hij zelf. Zonder eenige
-verlegenheid wisselden zij enkele woorden. Indien de vader tegenwoordig
-was geweest, zou hij inderdaad hebben kunnen meenen, dat zij elkander
-sinds lang kenden, dat zij samen een misslag begaan hadden. Tante
-Elisabeth, die bij het onderhoud tegenwoordig was, schaamde zich
-voor hen.
-
-Op den dag na het huwelijk, waaraan de tegenwoordigheid van Eugène
-Rougon, die kort geleden de aandacht op zich gevestigd had door een
-belangwekkende redevoering, een grooten luister bijzette, werden de
-jonggehuwden eindelijk tot mijnheer Béraud Du Châtel toegelaten.
-
-Renée huilde toen zij haar vader verouderd, ernstiger en stiller
-terugvond. Saccard, die zich tot dusver door niets van zijn stuk
-had laten brengen, huiverde bij de kilheid en het schemerlicht van
-de kamer, den droevigen ernst van dien grooten grijsaard, wiens
-doordringende blik zijn ziel tot op den bodem scheen te doorzoeken.
-
-De oude magistraat drukte langzaam een kus op het voorhoofd zijner
-dochter, als om haar te zeggen dat hij haar vergiffenis schonk,
-en zich tot zijn schoonzoon wendende, zei hij niets anders dan:
-
---Mijnheer, wij hebben veel geleden. Ik reken er op dat gij ons uw
-onrecht zult doen vergeten.
-
-Hij reikte hem de hand. Maar Saccard bleef huiverig. Hij dacht bij
-zichzelf, als mijnheer Béraud Du Châtel niet gebukt had gegaan onder
-de tragische smart van Renée's schande, dan zou hij met één blik, met
-één gebaar de kunstgrepen van mevrouw Sidonie te niet gedaan hebben.
-
-Nadat deze haar broer een onderhoud met tante Elisabeth verschaft had,
-had zij zich voorzichtig achteraf gehouden. Zij was zelfs niet bij
-de huwelijksplechtigheid verschenen.
-
-Saccard deed zich zeer innemend voor bij den ouden man, in wiens blik
-hij een groote verbazing gezien had, den verleider zijner dochter
-zoo klein, leelijk en oud te vinden.
-
-De jonggehuwden waren genoodzaakt de eerste nachten in het hôtel Béraud
-door te brengen. Al vóór twee maanden had men Christine verwijderd,
-opdat het veertienjarige meisje niets zou vermoeden van het drama,
-dat in dat kalme, stille huis werd afgespeeld. Toen zij terugkwam,
-keek zij verbluft naar den man van haar zuster, dien zij ook oud en
-leelijk vond.
-
-Renée was de eenige die niet scheen te letten op den leeftijd of
-het onoogelijke uiterlijk van haar man. Zij behandelde hem zonder
-minachting, maar ook zonder liefde, met een onverstoorbare kalmte,
-waarin soms een zweempje spottende geringschatting merkbaar was.
-
-Saccard zette een hooge borst, deed alsof hij thuis was, en wist
-werkelijk door zijn gulle levendigheid ieders vriendschap te verwerven.
-
-Toen zij vertrokken om een prachtig nieuw huis in de rue de Rivoli
-te gaan betrekken, was er al geen verwondering meer in den blik van
-mijnheer Béraud Du Châtel te lezen en de kleine Christine speelde
-heel kameraadschappelijk met haar zwager.
-
-Renée was toen vier maanden zwanger; haar man was juist voornemens
-haar naar buiten te zenden, om later met den leeftijd van het kind
-te kunnen smokkelen, toen zij, zooals mevrouw Sidonie voorzien had,
-een miskraam kreeg.
-
-Zij had zich zoo ingeregen om haar zwangerschap te verbergen, die
-trouwens niet zeer merkbaar was onder haar ruime japon, dat zij
-gedurende eenige weken te bed moest blijven.
-
-Hij was dolblij met dit buitenkansje; eindelijk was de fortuin
-hem gunstig; hij had een prachtigen koop gesloten, een royale
-huwelijksgift, een vrouw die zoo mooi was dat hij wel binnen het
-halfjaar gedecoreerd zou worden en niet den minsten last.
-
-Men had voor twee honderdduizend francs zijn naam van hem gekocht voor
-een foetus, dat de moeder niet eens verlangde te zien. Nu verkneukelde
-hij zich al bij de gedachte aan de terreinen van Charonne. Maar voor
-het oogenblik moest hij al zijn aandacht wijden aan een speculatie
-die den grondslag van zijn fortuin zou uitmaken.
-
-Ofschoon de familie van zijn vrouw tot zoo'n deftigen stand behoorde,
-nam hij niet dadelijk ontslag als opzichter der wegen. Hij wendde
-voor, dat hij eenige aangevangen bezigheden moest afmaken, en nieuwe
-moest zoeken.
-
-In werkelijkheid wilde hij tot het laatste oogenblik op het slagveld
-blijven, waar hij zijn eerste troeven uitgespeeld had. Hij was daar
-thuis, hij kon zijn valsch spel daar meer op zijn gemak spelen.
-
-Het plan van den opzichter der wegen om fortuin te maken was eenvoudig
-en praktisch. Nu hij meer geld in handen had dan hij ooit had durven
-hopen om zijn operaties te beginnen, was hij voornemens zijn plannen
-op groote schaal uit te voeren. Hij kende zijn Parijs door en door,
-hij wist dat de goudregen die tegen de muren kletterde, met den dag
-dichter zou neervallen. Handige luidjes behoefden slechts hun zakken
-open te doen. Hij nu had onder die handigen plaats genomen, toen hij
-in de toekomst leerde lezen op de bureaux van het stadhuis.
-
-Door den aard van zijn bezigheden was hij er achter gekomen hoeveel
-men kan stelen bij den aan- en verkoop van huizen en terreinen.
-
-Hij was op de hoogte van alle bestaande knoeierijen, hij wist hoe
-men voor een millioen verkoopt wat men voor de helft gekocht heeft;
-hoe men voor geld recht krijgt om de schatkist van den Staat, die
-het oogluikend en glimlachend toelaat, te plunderen, hoe men, onder
-de toejuichingen van al degenen, die er het slachtoffer van zijn,
-met de huizen van zes verdiepingen goochelt, als er een boulevard
-wordt aangelegd in het hartje van een oude wijk. En wat, in dien
-nog troebelen tijd, toen de kanker der speculatie nog in haar
-wordingsperiode was, van hem een verschrikkelijken speler maakte,
-was de omstandigheid dat hij veel beter dan zijn chefs zelven ried,
-welk een toekomst in Parijs was weggelegd voor hardsteen en kalk.
-
-Hij had zooveel gesnuffeld, zooveel aanwijzingen opgespoord, dat
-hij het schouwspel, dat de nieuwe wijken in 1870 zouden aanbieden,
-had kunnen voorspellen. Soms, als hij op straat liep, keek hij sommige
-huizen zonderling aan, als waren het kennissen met wier lot hij alleen
-bekend en innig begaan was.
-
-Twee maanden voor Angèle's dood was hij met haar op een Zondag naar
-de buttes Montmartre geweest. De arme vrouw vond het verrukkelijk in
-een restauratie te eten; zij voelde zich gelukkig, als hij haar na
-een lange wandeling, buiten Parijs, in het een of andere koffiehuis
-voor een tafeltje plaats liet nemen. Op dien Zondag dineerden zij op
-den top der hoogte, in een restauratie waarvan de vensters uitzicht
-gaven op Parijs, op die huizenzee met blauwachtige daken, als dicht
-opeengedrongen golven die den onmetelijken horizon vulden.
-
-Hun tafeltje stond voor een dier vensters. Saccard geraakte door dat
-uitzicht in een vroolijke stemming. Bij het dessert bestelde hij een
-flesch bourgognewijn. Hij lachte de ruimte toe, hij was buitengewoon
-galant. En met ingenomenheid daalden zijn blikken steeds weder naar
-die levende wemelende zee, uit wier diepten de stem des volks oprees.
-
-Het was in den herfst, de stad scheen onder den bleeken hemel weg
-te kwijnen in een teer zachtgrijs, hier en daar met donker groen
-gestipt, dat in de verte leek op de groote bladeren van waterleliën,
-ronddrijvend op een meer. De zon ging onder in een rooden wolk,
-en terwijl een lichte nevel op den achtergrond verrees, daalde een
-gouden stofregen op den rechteroever der stad, in den omtrek der
-Madeleine en der Tuileriën.
-
-Het was als het betooverde hoekje van een stad uit de Duizend en éen
-nacht, met smaragden boomen, saffieren daken en robijnen weerhanen. Eén
-oogenblik was de straal, die tusschen twee wolken doorgleed, zoo
-schitterend, dat de huizen in lichte laaie schenen te staan, en te
-smelten als een staaf goud in een smeltkroes.
-
---O, zie eens, zei Saccard met een kinderlijken lach, het regent
-gouden tientjes in Parijs!
-
-Angèle begon nu ook te lachen, en merkte op dat die tientjes niet
-zoo gemakkelijk op te rapen waren. Maar haar man was opgestaan en
-met den arm op het kozijn geleund, riep hij uit:
-
---Dat is de Vendôme-zuil, niet waar, die daar zoo schittert!.... Hier,
-meer naar rechts, daar heb je de Madeleine.... Een mooie wijk, waar
-nog veel te doen valt.--O, nu staat alles in brand! Zie je?.... 't is
-net of de heele wijk in den distilleerketel van een scheikundige kookt.
-
-Zijn stem werd ernstig en bewogen. De vergelijking, die hij
-onwillekeurig gemaakt had, scheen hem zelfs te treffen. Hij had
-bourgognewijn gedronken, hij verdiepte zich in zijn onderwerp; hij
-ging voort, terwijl hij de hand uitstrekte om Parijs te toonen aan
-Angèle, die naast hem was komen staan:
-
---Ja, ja, ik heb de waarheid gesproken, meer dan eene wijk zal
-ineenstorten, en er zal goud achterblijven aan de vingers van hen die
-de kroes zullen verhitten en omroeren. Dat lummelachtige Parijs! Zie
-eens hoe onmogelijk groot het is en hoe rustig het inslaapt! 't Is
-toch een dwaas ding, die groote steden! Het denkt heelemaal niet
-aan het leger van houweelen, dat het op een mooien morgen zal komen
-aanvallen, en zekere groote heerenhuizen in de rue d'Anjou zouden
-niet zoo mooi glinsteren in de ondergaande zon, als zij wisten dat
-zij nog maar drie of vier jaar te leven hebben.
-
-Angèle dacht dat haar man gekscheerde. Hij had soms een manier van
-schertsen die schrik aanjoeg. Zij lachte, schoon met een onbestemde
-vrees, toen zij dat manneke zich zag oprichten boven dien reus die aan
-zijn voeten lag, om hem met een spotachtig lachen de vuist te toonen.
-
---Men is reeds begonnen, ging hij voort. Maar dat heeft niet veel
-te beduiden. Kijk daar ginds, den kant van de Hallen uit, daar heeft
-men Parijs in vieren gesneden....
-
-En met de uitgestrekte hand, vlak en scherp als een hakmes, maakte
-hij een gebaar alsof hij de stad in vieren deelde.
-
---Je bedoelt de rue de Rivoli en den nieuwen boulevard die aangelegd
-wordt? vroeg zijn vrouw.
-
---Juist, den grooten kruisweg van Parijs, zooals zij zeggen. Zij
-maken het Louvre en het stadhuis vrij. Alles kinderspel! Dat is
-goed om het publiek trek te doen krijgen.... Wanneer het eerste net
-voltooid is, dan beginnen de poppen eerst goed te dansen. Het tweede
-net zal de stad aan alle kanten doorsnijden om de voorsteden met
-het eerste net te verbinden. De afgesneden stukken zullen zieltogen
-in de kalk.... Kijk maar eens langs mijn hand. Van den boulevard du
-Temple tot aan de barrière du Trône, éen sneê, verder dezen kant uit
-weer een sneê, van de Madeleine naar de plaine Monceau, een derde
-sneê in deze richting, een vierde in die, een sneê hier, een sneê
-daar, sneden overal, Parijs met sabelhouwen stuk gehakt, de aderen
-geopend, honderdduizend aardwerkers en metselaars voedsel gevende,
-door prachtige strategische wegen doorkruist, die de fortificaties in
-'t hartje van de oude wijken zullen brengen.
-
-De avond viel. Zijn magere, zenuwachtige hand hakte nog altijd in de
-ruimte. Angèle huiverde even voor dat levende mes, voor die ijzeren
-vingers die onmeedoogend op die onbegrensde opeenstapeling van donkere
-daken inhakten.
-
-De nevels van den horizon daalden intusschen langzaam van de hoogte
-neer, en zij verbeeldde zich, onder de duisternis die zich in de
-diepten opeenhoopte, een verwijderd gekraak te hooren, alsof de
-hand van haar man inderdaad de sneden maakte, waarvan hij sprak,
-alsof zij Parijs midden doorspleet, balken doormidden brak, steenen
-verbrijzelde en groote, afschuwelijke wonden van ingestorte muren
-achter zich liet. De nietigheid van die hand, die op een reusachtige
-prooi aanviel, werd eindelijk verontrustend; en terwijl zij zonder
-moeite de ingewanden der onmetelijke stad verscheurde, was het alsof
-zij in de blauwachtige avondschemering flikkerde als staal.
-
---Er komt nog een derde net, vervolgde Saccard, na een korte stilte,
-alsof hij in zichzelf sprak; maar dat is nog in de toekomst, ik zie
-het niet zoo duidelijk. Ik heb nog maar enkele aanwijzingen.... Maar
-dat zal een echte razernij zijn, een helsche millioenendans, Parijs
-zal dronken gevoerd en van kant gemaakt worden.
-
-Hij zweeg opnieuw, de oogen hartstochtelijk naar de stad gericht,
-waar de duisternis in dichtheid toenam. Hij ondervroeg voorzeker die
-verre toekomst die zich aan zijn blik onttrok. Toen werd het geheel
-donker, de stad was niet duidelijk kenbaar meer, men hoorde ze zwaar
-ademhalen, als een zee waarvan men nog slechts de witgetopte golven
-ziet. Hier en daar zag men nog een witten muur; éen voor éen begonnen
-de gele gasvlammen in de duisternis te schitteren, als sterren die
-aan een donkeren hemel opkomen.
-
-Angèle had zich intusschen van haar onaangename gewaarwording hersteld
-en vatte de grap weer op, die haar man aan het dessert gemaakt had.
-
---Zoo, zei zij glimlachend, er zijn toch van die tientjes gevallen! Nu
-gaan de Parijzenaars aan het tellen. Kijk toch eens, wat een mooie
-stapeltjes men voor onze voeten neerlegt!
-
-Zij wees op de straten die tegenover de buttes Montmartre afhelden,
-waar de gasvlammen haar gouden vlekken aan weerszijden schenen op
-te stapelen.
-
---En kijk daar eens, riep zij, naar een gewemel van flonkerende
-stippen wijzende, dat is zeker de algemeene kas.
-
-Deze opmerking deed Saccard lachen. Zij bleven nog een oogenblik voor
-het venster, verrukt over dien stroom van "tientjes" die geheel Parijs
-deed gloeien.
-
-Toen de opzichter der wegen van Montmartre naar beneden ging, had
-hij zeker spijt, dat hij zooveel gepraat had. Hij weet het aan den
-bourgognewijn en verzocht zijn vrouw de "dwaasheden" die hij had
-uitgekraamd, niet verder te vertellen; hij wou een ernstig man zijn,
-zei hij.
-
-Saccard had al geruimen tijd te voren zijn studie gemaakt van die
-drie netwerken van straten en boulevards, waarvan hij in de opwinding
-van het oogenblik het ontwerp in vrij juiste trekken aan Angèle had
-medegedeeld. Toen deze stierf, was hij er niet rouwig om dat zij zijn
-praatjes mee in het graf nam.
-
-Daar lag zijn fortuin, in die groote sneden die zijn hand in het
-hart van Parijs gemaakt had, en hij was niet van plan zijn idee met
-iemand te deelen, wel wetende dat als de dag van den buit gekomen was,
-er roofvogels genoeg zouden vliegen boven de opengereten stad.
-
-Zijn eerste plan was voor weinig geld een huis te koopen, waarvan
-hij te voren wist dat het onteigend zou worden, en door een ruime
-schadevergoeding te vragen er flink wat op te verdienen. Hij zou
-het zaakje misschien gewaagd hebben zonder een cent te bezitten,
-het huis op krediet te koopen en het verschil in den zak te steken,
-zooals dat op de Beurs geschiedt, toen hij als premie op zijn huwelijk
-die twee honderdduizend francs ontving, die hem in staat stelden zijn
-plan op grooter schaal te volvoeren.
-
-Hij had alles vooruit berekend; hij kocht van zijn vrouw, op naam
-van een tusschenpersoon, zonder zelf genoemd te worden, het huis in
-de rue de la Pepinière en verdriedubbelde zijn kapitaal, dank zij
-de wetenschap die hij had opgedaan in de gangen van het Stadhuis,
-en zijn goede relatiën met zekere invloedrijke personen. Dat hij zijn
-ontroering niet had kunnen verbergen, toen tante Elisabeth hem de plek
-had aangeduid waar het huis stond, kwam omdat het midden op den weg van
-een ontworpen straat lag, waarover nog slechts in het kabinet van den
-prefect der Seine gesproken werd. Deze weg, de boulevard Malesherbes,
-zou het huis heelemaal doen verdwijnen.
-
-Het was een oud plan van Napoleon I, dat men nu wenschte uit te voeren,
-"om een behoorlijken uitgang te verschaffen, zeiden de deftige heeren,
-aan wijken die achter een doolhof van nauwe straten verscholen lagen,
-op de glooiingen der heuvels die Parijs begrensden."
-
-Deze officiëele volzin kwam natuurlijk niet uit voor het belang
-dat het keizerrijk er bij had de rijksdaalders te laten rollen,
-de werklieden in één adem aan het afbreken en opbouwen te houden.
-
-Saccard had zich eens de vrijheid veroorloofd bij den prefect dien
-fameuzen plattegrond van Parijs te raadplegen, waarop "een hooge hand"
-de voornaamste verkeersaderen van het tweede net met rooden inkt had
-aangegeven. Die op bloed gelijkende pennestreken maakten nog dieper
-insnijdingen in Parijs dan de hand van den opzichter der wegen.
-
-De boulevard Malesherbes, die het afbreken van prachtige heerenhuizen
-in de rues d'Anjou en de la Ville-l'Evêque noodzakelijk maakte,
-zou een van de eerste zijn.
-
-Toen Saccard het huis in de rue de la Pépinière ging bezichtigen,
-dacht hij aan dien herfstavond, aan dat diner met Angèle op de hoogte
-van Montmartre, toen er tegen zonsondergang zoo'n dichte regen
-van goudstukken op de wijk van de Madeleine was neergevallen. Hij
-glimlachte; hij bedacht dat de schitterende wolk zich boven zijn
-binnenplaats had ontlast, en dat hij de "tientjes" ging oprapen.
-
-Terwijl Renée, in haar weelderig ingerichte woning in de rue de
-Rivoli, midden in dat nieuwe Parijs waarvan zij een der koninginnen
-zou worden, over haar toekomstige toiletten peinsde en zich in haar
-leven als dame van de groote wereld trachtte in te denken, werkte
-haar man ijverig aan zijn eerste groote zaak.
-
-Om te beginnen kocht hij van haar het huis in de rue de la Pépinière,
-door tusschenkomst van een zekeren Larsonneau, dien hij ontmoet had
-terwijl deze, evenals hij, in de bureaux van het Stadhuis snuffelde,
-maar die zoo dom was geweest zich te laten betrappen, toen hij de
-laadjes van den prefect doorzocht.
-
-Larsonneau had zich als zaakwaarnemer gevestigd, op een donkere,
-vochtige plaats, aan het lager eind van de rue Saint-Jacques. Hij had
-het even ver gebracht als Saccard vóór zijn huwelijk; hij beweerde ook
-dat hij een "rijksdaalder-machine" had uitgevonden, maar dat het hem
-aan de eerste fondsen ontbrak om van zijn uitvinding partij te trekken.
-
-De vroegere collega's begrepen elkander met een half woord, en
-Larsonneau deed zoo zijn best, dat hij het huis voor honderd vijftig
-duizend francs kreeg, want na enkele maanden bevond Renée zich al in
-groote geldverlegenheid. Saccard machtigde zijn vrouw tot den verkoop
-van het huis. Toen de koop gesloten was, verzocht zij hem op haar naam
-honderdduizend francs te beleggen, die zij hem op goed vertrouwen ter
-hand stelde, zeker opdat hij, door die daad getroffen, de oogen zou
-sluiten voor het feit, dat zij vijftigduizend francs in haar zak hield.
-
-Hij glimlachte fijntjes; het strookte met zijn berekeningen dat zij het
-geld bij handenvol verkwistte; die vijftigduizend francs, die aan kant
-en juweelen zouden weggaan, zouden hem honderd percent opleveren. Hij
-was zelfs zoo eerlijk, in zijn tevredenheid over zijn eerste zaakje,
-de hondderdduizend francs van Renée werkelijk te beleggen en haar
-de stukken ter hand te stellen. Zijn vrouw kon ze niet vervreemden,
-hij was dus zeker ze in huis te vinden, als hij ze noodig had.
-
---Dat is voor uw speldegeld, lieve, zei hij heel galant.
-
-Toen hij het huis in eigendom had, was hij zoo slim het tweemaal in
-één maand aan gefingeerde tusschenpersonen te doen verkoopen, telkens
-tegen hooger koopprijs. De laatste kooper betaalde niet minder dan
-drie honderdduizend francs.
-
-Intusschen bewerkte Larsonneau, als vertegenwoordiger van de
-opeenvolgende eigenaars, de huurders. Hij weigerde onmeedoogend de
-huurcontracten te vernieuwen, als men niet in een aanzienlijken opslag
-van de huur wilde toestemmen. De huurders, die de lucht hadden van
-de aanstaande onteigening, waren wanhopig; zij berustten eindelijk in
-den opslag, vooral toen Larsonneau er op verzoenenden toon bij voegde,
-dat die opslag in de eerste vijf jaar maar voor den schijn was.
-
-De huurders die niet goedschiks wilden, werden vervangen door luidjes
-die voor niets mochten wonen en die alles teekenden wat men verlangde;
-op die wijze sneed het mes van twee kanten; de huur bracht meer op en
-de schadevergoeding die den huurder toekwam voor zijn huurcontract,
-zou in Saccard's zak terechtkomen.
-
-Mevrouw Sidonie wilde haar broer helpen, door in een der winkels
-van de benedenverdieping een depôt van piano's te vestigen. Bij deze
-gelegenheid gingen Saccard en Larsonneau, in hun koortsachtig ongeduld,
-een beetje te ver: zij legden valsche boeken aan, pleegden valschheid
-in geschriften om den verkoop der piano's tot een kolossaal bedrag
-op te voeren.
-
-Verscheidene nachten zaten zij samen te knoeien. Met kunst- en
-vliegwerk werd het huis driemaal meer waard. Dank zij de laatste
-verkoopacte, den opslag der huur, de gewaande huurders en den handel
-van mevrouw Sidonie, kon het voor de commissie van onteigening op
-vijf honderdduizend francs geschat worden.
-
-Het raderwerk van de onteigening, van die machtige machine, die
-vijftien jaar lang Parijs onderste boven gekeerd en beurtelings fortuin
-en ondergang gebracht heeft, zit allereenvoudigst in elkander. Zoodra
-het besluit tot het aanleggen van een nieuwen verkeersweg genomen is,
-maken de opzichters der wegen een lijst van de perceelen op en schatten
-de waarde der huizen. Gewoonlijk kapitaliseeren zij, na voorafgaand
-onderzoek, de geheele opbrengst der huur en kunnen op die wijze het
-vermoedelijk bedrag der waarde ramen.
-
-De commissie voor de schadevergoeding, uit leden van den raad
-bestaande, doet altijd een lager bod dan dit bedrag, wel wetende dat de
-belanghebbenden meer zullen eischen en dat men van beide zijden iets
-zal moeten toegeven. Wanneer men niet tot een vergelijk kan komen,
-wordt de zaak voor een jury gebracht, die dan in laatste instantie
-uitspraak velt over het bod van de stad en den eisch van den eigenaar
-of den verdreven huurder.
-
-Saccard, die met het oog op het beslissende oogenblik zijn betrekking
-aan het stadhuis had aangehouden, had een oogenblik de onbeschaamdheid
-zich in die commissie te willen doen benoemen, toen de werken voor
-den boulevard Malesherbes begonnen, en zelf zijn huis te willen
-schatten. Maar hij vreesde daardoor zijn invloed op de leden van de
-onteigeningscommissie te zullen verliezen.
-
-Hij liet nu een zijner collega's kiezen, een vriendelijk, zachtaardig
-jongmensch, Michelin genaamd, wiens lieftallig mooi vrouwtje haar man
-soms kwam excuseeren bij zijn chefs, als hij wegens ongesteldheid thuis
-moest blijven. Hij was heel vaak ongesteld. Saccard had opgemerkt dat
-de mooie mevrouw Michelin, die zoo nederig door de half geopende deuren
-sloop, een alles vermogenden invloed uitoefende; Michelin maakte bij
-iedere ziekte promotie, hij kwam vooruit door te bed te gaan liggen.
-
-Gedurende een van die afwezigheden, daar hij zijn vrouw bijna iederen
-morgen naar zijn bureau zond om te laten weten hoe hij het maakte,
-ontmoette Saccard hem tweemaal op de buitenboulevards, met zijn
-gewone zachtzinnige, opgeruimde gezicht een sigaar rookend. Die
-ontmoeting deed hem sympathie opvatten voor dien goeden jongen, voor
-dat gelukkige, praktische echtpaar. Hij voelde bewondering voor alle
-"rijksdaaldermachines", als zij handig geëxploiteerd werden.
-
-Toen hij Michelin had doen benoemen, ging hij zijn bekoorlijk vrouwtje
-een visite maken, wilde haar aan Renée voorstellen, sprak van zijn
-broer den afgevaardigde, den beroemden redenaar. Madame Michelin
-begreep er alles van.
-
-Van dien dag af, had haar man zijn liefste glimlachjes voor zijn
-collega. Deze wilde den braven jongen niet in zijn vertrouwen nemen,
-maar was als toevallig tegenwoordig toen hij het huis in de rue
-de la Pépinière moest schatten. Hij hielp hem er bij. Michelin, de
-onbenulligste man dien men zich denken kon, hield zich trouw aan de
-instructies van zijn vrouw, die hem op het hart had gedrukt mijnheer
-Saccard in alles tevreden te stellen. Hij voedde trouwens niet de
-minste achterdocht; hij dacht dat de opzichter der wegen hem tot
-spoed wilde aanmanen, om hem mee te nemen naar een koffiehuis.
-
-De huurcontracten, de kwitanties van de huren, de mooie boeken van
-mevrouw Sidonie werden hem door zijn collega onder de oogen gelegd,
-zonder dat hij zelfs den tijd had om de bedragen, die deze hardop
-voorlas, na te gaan. Larsonneau was er ook bij, maar hij deed alsof
-hij zijn medeplichtige niet kende.
-
---Kom, zet maar vijfhonderdduizend francs, zei Saccard eindelijk. Het
-huis is meer waard.... Haast je een beetje, ik geloof dat er promotie
-op til is voor het personeel op het stadhuis, en ik wou er met je
-over praten, dan kan je je vrouw waarschuwen.
-
-Zoo haalde Saccard de zaak er door. Maar hij was nog niet gerust. Hij
-was bang dat een bedrag van vijfhonderdduizend francs een beetje
-hoog zou toeschijnen aan de commissie voor de schadevergoeding,
-voor een huis dat blijkbaar slechts tweehonderdduizend francs waard
-was. De kolossale stijging in de waarde der huizen had nog niet plaats
-gehad. Een onderzoek had hem aan ernstige onaangenaamheden kunnen
-blootstellen. Hij herinnerde zich het gezegde van zijn broer: Geen
-opspraak, of ik trek mijn handen van je af, en hij wist dat Eugène
-er de man naar was om zijn bedreiging te volvoeren.
-
-Het kwam er dus op aan de heeren van de commissie welwillend te
-stemmen, zoodat zij een oogje dicht zouden doen. Hij liet daartoe het
-oog vallen op twee invloedrijke mannen, die hij zich tot vrienden had
-gemaakt door zijn manier van groeten, wanneer hij ze in de corridors
-ontmoette. De zes en dertig leden van den gemeenteraad waren op
-voordracht van den prefect, door de eigen hand des keizers gekozen
-uit de raadsleden, afgevaardigden, advokaten, dokters en groote
-industriëelen, die zich het meest voor het gezag verdeemoedigden:
-boven alle anderen verdienden baron Gouraud en mijnheer Toutin-Laroche
-de welwillendheid van de Tuileriën door hun verkleefden ijver.
-
-Al wat men van baron Gouraud kon zeggen, was in deze korte biographie
-samengevat: door Napoleon I met den titel van baron in den adelstand
-verheven, om hem te beloonen voor de levering van bedorven beschuit aan
-het groote leger, was hij achtereenvolgens pair geweest onder Lodewijk
-XVIII, Karel X en Louis-Philippe; onder Napoleon III was hij senator.
-
-Hij was een trouw aanhanger van den troon, namelijk van de vier
-vergulde, met fluweel bedekte planken; wie er op zat, kon hem weinig
-schelen. Met zijn dikken buik, zijn dom gezicht en zijn plompen gang,
-was hij een echte schelm, hij verkocht zich met groote deftigheid en
-beging de grootste laagheden in naam van den plicht en het geweten. Nog
-meer deed hij iemand versteld staan door zijn ondeugden.
-
-Er liepen geruchten over hem, die men iemand slechts in het oor kon
-fluisteren. Op acht en zeventigjarigen leeftijd gaf hij zich aan de
-monsterachtigste liederlijkheid over. Tot twee malen toe had men zijn
-liederlijke gedragingen in den doofpot moeten stoppen, om te beletten
-dat hij met zijn geborduurde senatorsjas op de bank der beschuldigden
-zou plaats nemen.
-
-Mijnheer Toutin-Laroche, een lange magere man, die indertijd een
-mengsel van roet en stearine voor de vervaardiging van waskaarsen had
-uitgevonden, hoopte nog eenmaal in den Senaat te komen. Hij volgde
-baron Gouraud als zijn schaduw, hij was zijn onafscheidelijke metgezel,
-in de vage hoop dat hem dit geluk zou aanbrengen. Daarbij was hij
-heel praktisch; als hij een zetel in den senaat had kunnen koopen, zou
-hij niet nagelaten hebben zooveel mogelijk op den prijs af te dingen.
-
-Het keizerrijk zou dien begeerigen onbeduidenden man, dat bekrompen
-verstand, dat zich alleen verstond op industriëele knoeierijen,
-vooruit helpen. Hij verkocht het eerst zijn naam aan een van die
-maatschappijen, die als vergiftige paddestoelen op den mesthoop der
-keizerlijke speculatiën verrezen. Men zag toen ter tijd op de muren
-groote aanplakbiljetten waarop met groote zwarte letters deze woorden
-stonden: "Société générale des ports du Maroc", waarbij de naam van
-mijnheer Toutin-Laroche met zijn titel van raadslid prijkte, boven
-aan de lijst der leden van toezicht, waarvan de een al onbekender
-was dan de ander.
-
-Dit middel, waarvan men sedert dien een te druk gebruik heeft gemaakt,
-werkte uitstekend; de aandeelhouders stroomden toe, ofschoon de kwestie
-van de havens van Marokko niet heel duidelijk was en de goede luidjes
-die hun geld kwamen brengen, zelf niet wisten te verklaren waartoe
-men het zou gebruiken.
-
-De biljetten spraken van de vestiging van handelsstations langs de
-Middellandsche zee. Sedert twee jaren roemden sommige kranten deze
-onderneming als iets grootsch, en ieder kwartaal verklaarden zij,
-dat ze in bloei toenam.
-
-In den gemeenteraad ging mijnheer Toutin-Laroche voor een bijzonder
-verdienstelijk administrateur door, hij werd daar onder de knappe
-koppen gerekend, en zijn onaangename heerschzucht over zijn collega's
-werd slechts geëvenaard door zijn kruipende onderdanigheid aan
-den prefect. Hij werkte reeds aan de oprichting van een groote
-finantiëele maatschappij, het Wijnbouwcrediet, een leenkas voor de
-wijngaardeniers, waarover hij met een deftige geheimzinnigheid sprak,
-die de begeerigheid van de domooren om hem heen opwekte.
-
-Saccard wist zich de bescherming van deze twee personen te verzekeren,
-door hun diensten te bewijzen, waarvan hij het gewicht niet begreep,
-zoo hield hij zich althans. Hij bracht zijn zuster met den baron
-in kennis, die juist in een alles behalve net zaakje betrokken
-was. Hij bracht haar bij hem, onder voorwendsel dat hij zijn steun
-kwam vragen voor dat goede mensch, dat al zoo lang gerekwesteerd had
-om de leverantie van gordijnen voor de Tuileriën te krijgen.
-
-Maar toen de opzichter der wegen die twee samen had gelaten, beloofde
-mevrouw Sidonie den baron dat zij onderhandelingen zou aanknoopen met
-zekere lieden, die lomp genoeg waren om zich niet vereerd te voelen
-door de vriendschap, die een senator wel had willen betuigen aan hun
-kind, een meisje van tien jaar.
-
-Met mijnheer Toutin-Laroche handelde Saccard zelf de zaak af, hij wist
-hem te spreken te krijgen in een der gangen van het stadhuis en bracht
-toen het gesprek op het fameuze wijnbouwcrediet. Geen vijf minuten
-later nam de groote administrateur, versteld over de wonderlijke
-zaken die hij hoorde, den ambtenaar zonder plichtplegingen bij den
-arm en hield hem een uur lang in de gang aan de praat.
-
-Saccard fluisterde hem vindingrijke finantiëele kunstgrepen in het oor.
-
-Toen mijnheer Toutin-Laroche hem verliet, drukte hij hem beteekenisvol
-de hand, met een vrijmetselaars-knipoogje.
-
-Saccard overtrof zichzelven in deze aangelegenheid. Hij was zelfs
-zoo voorzichtig baron Gouraud en mijnheer Toutin-Laroche niets van
-elkander te doen afweten. Hij bezocht ze afzonderlijk, fluisterde
-hun een woordje toe ten gunste van een zijner vrienden, wiens huis
-in de rue de la Pépinière onteigend zou worden, hij zorgde er wel
-voor aan elk zijner medeplichtigen te zeggen dat hij met geen ander
-commissielid over die zaak zou spreken, dat de zaak nog in de lucht
-hing, maar dat hij op hun volkomen welwillendheid rekende.
-
-De opzichter der wegen had niet ten onrechte zijn voorzorgsmaatregelen
-genomen. Toen het dossier betreffende zijn huis voor de commissie
-der schadevergoedingen kwam, trof het toevallig dat een der leden in
-de rue d'Astorg woonde en het huis kende. Dit lid protesteerde tegen
-het bedrag van vijfhonderdduizend francs, dat volgens hem op de helft
-moest gebracht worden.
-
-Aristide had de onbeschaamdheid gehad zevenhonderdduizend francs
-te vragen.
-
-Dien dag was mijnheer Toutin-Laroche, gewoonlijk reeds heel onaangenaam
-voor zijn collega's, nog ongenietbaarder dan gewoonlijk. Hij werd
-boos en begon de huiseigenaars te verdedigen.
-
---Wij zijn allen eigenaars, heeren, riep hij.... De keizer wil groote
-dingen tot stand brengen, laten wij nu niet op zulke kleinigheden
-beknibbelen.... Dit huis moet vijfhonderdduizend francs waard zijn;
-een van onze menschen, een stedelijk ambtenaar, heeft dat bedrag
-bepaald.... 't Lijkt inderdaad wel of wij in het bosch van Bondy leven;
-gij zult zien dat wij elkander ten slotte gaan wantrouwen.
-
-Baron Gouraud, op zijn gemak in een armstoel gezeten, wierp met een
-verbaasd gezicht een schuinschen blik naar mijnheer Toutin-Laroche,
-die hemel en aarde bewoog ten gunste van den eigenaar uit de rue de
-la Pépinière. Hij kreeg achterdocht. Maar daar die hevige uitval hem,
-per slot van rekening, van de moeite ontsloeg een woord in het midden
-te brengen, begon hij zachtjes met het hoofd te knikken, ten teeken
-zijner volle instemming.
-
-Het lid van de rue d'Astorg gaf niet toe; hij wilde niet buigen voor
-de twee dwingelanden der commissie, in een kwestie waarin hij meer
-bevoegd tot oordeelen was dan die heeren.
-
-Toen maakte mijnheer Toutin-Laroche, die de goedkeurende knikjes van
-den baron had opgemerkt, zich driftig van het dossier meester en zei
-op drogen toon:
-
---'t Is goed. We zullen uw twijfel oplossen.... Met uw verlof,
-ik belast mij met de zaak, en baron Gouraud zal het onderzoek met
-mij verrichten.
-
---Ja, ja, zei de baron deftig, er mag niets duisters in onze
-beslissingen zijn.
-
-Het dossier was al in de diepe zakken van mijnheer Toutin-Laroche
-verdwenen. De commissie moest buigen.
-
-Bij het heengaan keken de twee slimmerds elkander met een strak
-gezicht aan. Zij voelden dat zij medeplichtigen waren, en dat maakte
-hen nog brutaler.
-
-Twee gewone lui zouden een verklaring uitgelokt hebben; zij gingen
-voort de zaak der eigenaars te bepleiten, alsof men ze nog had kunnen
-hooren, en den geest van wantrouwen te betreuren, die overal begon
-door te dringen. Op het oogenblik dat zij elkander zouden verlaten,
-zei de baron met een glimlach:
-
---O ja, ik heb vergeten te zeggen, waarde collega, dat ik straks
-naar mijn buitengoed ga. Ge zult zeker wel zoo vriendelijk willen
-zijn dat onderzoek zonder mij te doen.... Verklap me vooral niet,
-de heeren klagen toch al dat ik te veel vrijaf neem.
-
---Maak u volstrekt niet ongerust, antwoordde mijnheer Toutin-Laroche,
-ik ga dadelijk naar de rue de la Pépinière.
-
-Hij ging kalmpjes naar huis, met een gevoel van bewondering voor den
-baron, die zich zoo kiesch uit netelige gevallen wist te redden. Hij
-hield het dossier in zijn zak, en in de volgende zitting verklaarde
-hij op stelligen toon, zoowel uit eigen naam als uit dien van den
-baron, dat tusschen het bod van vijfhonderdduizend francs en den
-eisch van zevenhonderdduizend francs het verschil moest gedeeld en
-zeshonderdduizend francs moest toegestaan worden. Niemand had er
-iets tegen. Het lid van de rue d'Astorg, die er zeker nog eens over
-nagedacht had, zei gulweg dat hij zich vergist had; hij had gedacht
-dat het huis daarnaast bedoeld werd.
-
-Op die manier behaalde Aristide Saccard zijn eerste overwinning. Hij
-kreeg het viervoud van zijn kapitaal terug en won er twee
-medeplichtigen bij. Eén ding maakte hem ongerust; toen hij de bewuste
-boeken van mevrouw Sidonie wilde vernietigen, vond hij ze niet
-meer. Hij begaf zich in allerijl naar Larsonneau, die hem ronduit
-bekende dat hij ze had en dat hij ze hield.
-
-Saccard maakte zich niet boos; hij hield zich alsof hij bezorgd was
-geweest over dien besten vriend, die veel meer door die papieren
-gecompromitteerd was dan hij zelf, omdat ze bijna geheel door hem
-geschreven waren, maar dat hij volkomen gerust was, nu hij ze in zijn
-bezit had.
-
-Eigenlijk had hij dien "besten vriend" wel willen wurgen; hij
-herinnerde zich een heel compromitteerend stuk, een valschen
-inventaris, dien hij, dom genoeg, had opgemaakt, en die in een van
-de registers was blijven liggen.
-
-Larsonneau, die ruim betaald werd, begon een zaakwaarnemerskantoor
-in de rue de Rivoli, waar hij zich zoo weelderig inrichtte, dat het
-de kamers van een cocote leken.
-
-Saccard had intusschen zijn ontslag aan het Stadhuis genomen,
-en daar hij nu de beschikking had over aanzienlijke fondsen, ging
-hij uit alle macht aan het speculeeren, terwijl Renée, in dartelen
-overmoed, geheel Parijs deed spreken over haar fraaie équipages,
-haar schitterende diamanten en haar drukke levenswijs.
-
-Een enkele maal gingen man en vrouw, die twee hartstochtelijke
-minnaars van geld en van pleizier, naar de mistige koude van
-l'Île-Saint-Louis. Het kwam hun voor alsof zij in een uitgestorven
-stad kwamen.
-
-Het hôtel Béraud, tegen het begin der zeventiende eeuw gebouwd,
-was een van die vierkante, sombere en deftige gebouwen, met hooge
-smalle vensters, zooals men er zooveel in het Marais aantreft, en die
-verhuurd worden aan kostschoolhouders, fabrikanten van Seltzerwater
-of als opslagplaatsen van wijn en alcoholische dranken. Maar het was
-prachtig onderhouden.
-
-In de benedenverdieping, die niet zoo hoog was, waren de met dikke
-ijzeren spijlen voorziene vensters diep in den somberen muur gebouwd;
-daar bevond zich ook een donkergroen geschilderde boogvormige deur,
-bijna even hoog als breed, met een ijzeren klopper, en met zware
-spijkers versierd, die in den vorm van sterren en ruiten op de beide
-vleugels waren aangebracht.
-
-Die deur was typisch, met de schuinstaande steenen palen aan
-weerszijden, die door ijzeren ringen omsloten waren. Het was nog
-duidelijk merkbaar dat men oudtijds de bedding van een beekje, in het
-midden van de poort, tusschen de lichte hellingen van het heiwerk
-van den ingang, ongerept had gelaten, maar mijnheer Béraud had die
-beek verstopt door den ingang met asphalt te laten beleggen; dat was
-trouwens de eenige concessie die hij aan de moderne architecten deed.
-
-De vensters der verdiepingen waren voorzien van smalle leuningen van
-smeedijzer, waarboven de in stevige bruine lijsten gevatte ramen met
-hun groenachtige ruitjes uitkwamen. Boven, voor de zolderkamertjes,
-hield het dak op en liep de goot alleen door, om het hemelwater naar
-de afvoerpijpen te brengen.
-
-De kale stijfheid van den gevel werd nog verhoogd door de totale
-afwezigheid van zonneblinden en jalouziën, immers de zon bescheen
-in geen enkel jaargetijde die bleeke, sombere steenen. Die gevel met
-zijn eerwaardig voorkomen, zijn burgerlijke strengheid, rustte statig
-in de eenzame wijk, in die stille straat die bijna nooit bereden werd.
-
-Binnen in het hôtel bevond zich een vierkante plaats, door overwelfde
-gangen met boogvormige openingen omgeven, een miniatuur-place Royale,
-met kolossale steenen bevloerd, wat aan dit doodsche huis nog meer
-het aanzien van een klooster gaf.
-
-Tegenover den ingang wierp een fontein, een nog half zichtbare
-leeuwenkop, waarvan men nog slechts den geopenden muil kon
-onderscheiden, door een ijzeren buis, een zwaar en eentonig water
-in een groenbemosten bak, waarvan de randen glad gesleten waren. Dat
-water was ijskoud.
-
-Het gras groeide tusschen de steenen. 's Zomers kwam er een beetje
-zon op de plaats, en dat zeldzame bezoek had een der muren, tegen
-het zuiden, verbleekt, terwijl de drie andere, somber en grauw,
-met schimmel gemarmerd waren.
-
-Op die binnenplaats, koel en stil als een put, in het kalme licht
-van een winterdag, zou men zich duizend mijlen verwijderd gewaand
-hebben van dat nieuwe Parijs, waar al die warme genietingen gloeiden,
-bij het geraas en getier der millioenen.
-
-De vertrekken van het hôtel waren even triestig en kalm, even koud en
-plechtig als de binnenplaats. Een breede trap met ijzeren leuning,
-waarop de stap en de kuch der bezoekers als onder een kerkgewelf
-klonken, leidde naar een lange reeks groote, hooge kamers, waarin
-donkere, ouderwetsche meubels de ledige ruimten nog lang niet
-vulden; het gedempte licht liet slechts even de groote, bleeke
-gestalten onderscheiden van de personen, die op de behangsels
-waren voorgesteld. Daar trof men de weelde aan van een Parijsche
-burgergeslacht van den ouden stempel, een weelde die onverslijtbaar en
-zonder gemakken was, stoelen waarvan het eikenhout ternauwernood met
-eenig haarpluis bedekt was, bedden met stijf neerhangende gordijnen,
-linnenkisten wier ruwe planken het broze bestaan der nieuwerwetsche
-japonnen in groot gevaar zouden gebracht hebben.
-
-Mijnheer Béraud Du Châtel had zijn eigen vertrekken in het somberste
-gedeelte van het hôtel gekozen, tusschen de straat en de binnenplaats,
-op de eerste verdieping. Zij waren daar in een omgeving, die er met
-haar stilte en donkerheid wonderwel bij paste. Als hij de deuren
-openduwde, en de plechtige stilte der kamers van zijn langzamen,
-deftigen tred weerklonk, zou men hem aangezien hebben voor een van die
-oude parlementsleden, wier portretten men aan de muren zag hangen,
-die peinzend van een zitting thuiskomen waar zij, na deelgenomen te
-hebben aan de discussie over een koninklijk besluit, geweigerd hebben
-dit te teekenen.
-
-Maar er was toch in dit doodsche huis, in dit klooster, een nestje
-trillend van warmte, een zonnig, vroolijk plekje, een hoekje van jeugd,
-licht en lucht. Men moest een menigte trapjes bestijgen, langs tien
-of twaalf gangen gaan, weer op en afdalen, een heele reis maken,
-om eindelijk in een ruim vertrek te komen, een soort van belvedère
-op het dak gebouwd, achter het hôtel, boven de quai de Béthune.
-
-Het lag vlak op het zuiden. Het venster ging zoo wijd open, dat
-de hemel er met al zijn stralen, al zijn blauw, scheen binnen te
-komen. Er stonden groote bakken met bloemen, een kolossale volière en
-geen enkel meubelstuk. Er lag enkel een mat op den vloer uitgespreid.
-
-Dat was de "kinderkamer." In het heele hôtel kende en noemde men de
-kamer bij dien naam. Het huis was zoo kil, de binnenplaats zoo vochtig,
-dat tante Elisabeth bang was dat de koude wind, die over de muren
-neerstreek, Christine en Renée ziek zou maken; menigmaal had zij de
-kleine ondeugden beknord, als zij onder de bogen liepen of er pret in
-hadden haar armpjes in het ijskoude water van de fontein te dompelen.
-
-Toen was zij op het denkbeeld gekomen, dit verloren zolderhoekje voor
-haar in te laten richten, het eenige hoekje waar de zon binnendrong
-en zich sedert bijna twee eeuwen, alleen verlustigde te midden der
-spinnewebben. Zij gaf den kinderen een mat, vogels en bloemen. De
-kleinen waren in de wolken. In de vacantie was Renée daar den heelen
-dag te vinden, in het goudgele bad van die goede zon, die zich scheen
-te verheugen dat men haar verblijf zoo opgeknapt en haar twee blonde
-kopjes gezonden had.
-
-De kamer werd een paradijs, waarin het gezang der vogels en het
-gebabbel der kinderen weerklonk. Zij mochten het als hun eigendom
-beschouwen. Zij zeiden "onze kamer", zij waren er thuis, zij sloten
-er zich zelfs in op, om duidelijker het besef te hebben dat zij er
-de eenige bezitsters van waren. Wat een gelukkig plekje!
-
-Op de mat lag allerlei gebroken speelgoed in den zonneschijn.
-
-En het prettigste van de kinderkamer was het ruime uitzicht. Uit de
-andere vensters van het hôtel zag men een paar voeten voor zich uit
-niets dan zwarte muren. Maar uit dit venster zag men een heel eind
-van de Seine, het heele gedeelte van Parijs dat tusschen de Cité en
-de brug de Bercy ligt, vlak zoover het oog reikt, veel gelijkende op
-een dier eigenaardige Hollandsche steden.
-
-Beneden, op de kade, stonden half ineengezakte loodsen, een
-opeenstapeling van balken en gebroken daken, waartusschen de kinderen
-dikwijls ratten zagen loopen, met de heimelijke vrees dat zij tegen
-de hooge muren zouden opklimmen. Maar verderop begon het verrukkelijk
-schouwspel.
-
-Het paalwerk langs de rivier, dat met zijn dikke planken en stutten als
-van een gothische kathedraal, trapsgewijze omhoog rees, en de brug van
-Constantine, die licht als kant onder de voeten der voorbijgangers
-scheen te zweven, sneden elkander rechthoekig, schenen de enorme
-watermassa te versperren en tegen te houden.
-
-Recht vooruit strekte het lommer van de boomen van de Halle aux
-vins en nog verder het dichte groen van den Plantentuin zich tot
-den gezichtseinder uit; terwijl aan de andere zijde van het water de
-kade Henri IV en de kade de la Râpée haar lage, onregelmatige huizen
-vertoonden; van uit de hoogte gezien, geleken zij op de houten en
-bordpapieren huisjes uit de speelgoeddoozen der kleinen.
-
-Rechts, in de verte, stak het blauwachtige leiendak van de Salpétrière
-boven de boomen uit. In het midden daalden de hooge, geplaveide oevers
-tot aan de Seine en vormden twee lange grijze wegen, waarop hier en
-daar een rij tonnen, een bespannen wagen, een geloste schuitlading
-hout of steenkool donkere plekken vormden.
-
-Maar de ziel van dat alles, de ziel van het heele landschap, was
-de Seine, de levende rivier, zij kwam van verre, van dien vagen,
-trillenden horizon, zij kwam van daar ginds, uit het droomland,
-om recht op de kinderen aan te stroomen, in haar rustige majesteit,
-in haar machtige zwelling, die zich tot een meer verbreedde aan hun
-voeten, aan de spits van het eiland.
-
-De twee bruggen die haar sneden, de pont de Bercy en de pont
-d'Austerlitz, schenen noodzakelijke beletsels, die haar moesten
-tegenhouden, haar verhinderen tot in de kamer te stroomen.
-
-De kinderen hielden van den reus, zij staarden zich moe op dat
-altijd stroomende, loeiende water dat naar hen toe rolde als om ze
-te bereiken, en dat zij links en rechts vertakt zagen verdwijnen in
-het onbekende, met de zachtheid van een getemden Titan.
-
-Op mooie dagen, als de hemel blauw was, waren zij verrukt over de
-mooie kleedjes van de Seine; het waren kleedjes wier weerschijn van
-blauw tot groen overging, met duizenderlei fijne schakeeringen; soms
-leek het zijde met schitterend witte moesjes, met satijnen ruches;
-en de booten die aan de beide oevers lagen, omzoomden haar met een
-zwart fluweelen lint.
-
-In de verte vooral werd de stof prachtig en kostbaar, als het
-toovergaas van een feeënkleedje; na den band van donkergroen satijn,
-waarmee de schaduw der bruggen de Seine omsloot, waren er gouden
-borststukken, zonkleurige lapjes geplisseerde stof. De onmetelijke
-hemel welfde zich boven dit water, die lage huizenrijen, dat groen
-der beide parken.
-
-Soms gebeurde het dat Renée, dien onbegrensden horizon moede, als
-groot meisje reeds zinnelijke nieuwsgierigheid van de kostschool
-meebrengende, een blik wierp in de zwemschool, waarvan het bootje
-aan de spits van het eiland vastgelegd is. Tusschen de linnen doeken
-die aan touwtjes hingen, bij wijze van plafond, gluurde zij naar de
-mannen in hun zwembroek, wier blooten buik men zien kon.
-
-
-
-
-
-
-
-III.
-
-
-Maxime bleef tot de vacantie van 1854 op het gymnasium van
-Plassans. Hij was dertien jaar en enkele maanden en had de vijfde
-klasse doorloopen. Toen besloot zijn vader hem naar Parijs te laten
-komen. Hij dacht dat een zoon van dien leeftijd hem iets geposeerds
-zou geven, hem zou bevestigen in zijn rol van hertrouwden, rijken en
-ernstigen weduwnaar.
-
-Toen hij zijn voornemen te kennen gaf aan Renée, jegens wie hij altijd
-uiterst galant was, gaf zij op achteloozen toon ten antwoord:
-
---Dat is goed, laat den jongen komen.... Hij zal ons een beetje
-opvroolijken. 's Morgens is het hier doodelijk vervelend.
-
-De jongen kwam een week later. Het was een lange, tengere jongen,
-met een vrijpostig meisjesgezicht; lichtblond en fijn gebouwd. Maar,
-goede hemel, hoe was hij toegetakeld! Zijn haar was zoo kort geknipt,
-dat de huid ternauwernood met een lichte schaduw bedekt was; hij droeg
-een te korte broek, schoenen als een vrachtrijder, een vreeselijk
-afgesleten kiel, die zoo wijd was dat hij een bult leek te hebben.
-
-Zoo uitgedost keek hij verbaasd over al het nieuws dat hij zag,
-om zich heen, zonder eenige beschroomdheid, met het schuwe, slimme
-voorkomen van een vroegrijp kind, dat in beraad staat of het zich
-wel dadelijk zal overgeven.
-
-Een knecht had hem van het station gehaald, en hij stond in het
-groote salon, verrukt over het verguldsel van de meubelen en het
-plafond, erg in zijn schik met die weelde waarin hij voortaan zou
-leven, toen Renée, die van haar kleermaker kwam, als een wervelwind
-binnenstormde. Zij wierp haar hoed neer, op den witten mantel, dien
-zij omgeslagen had om zich tegen de scherpe koude te beschutten. Zij
-stond daar eensklaps voor Maxime, die in stomme bewondering toekeek,
-in al den glans van haar prachtig kostuum.
-
-De knaap dacht, dat zij verkleed was. Zij droeg een prachtigen blauwen
-rok, met breede strooken, daarover had zij een soort soldatenjas van
-lichtgrijze zijde aangedaan. De panden der jas, die met satijn van
-een donkerder blauw dan de stof der japon gevoerd was, waren sierlijk
-opgenomen en vastgehouden door strikken van lint; de opslagen der
-gladde mouwen, de groote omslagen van het keurslijf liepen breed uit
-en waren met hetzelfde satijn gegarneerd. En om de kroon op dit alles
-te zetten, had zij iets heel origineels gewaagd; groote knoopen,
-imitatie van safier, in azuurblauwe rozetten gevat, liepen in twee
-rijen langs de geheele jas. Het was leelijk, en toch verrukkelijk.
-
-Toen Renée Maxime opmerkte, was zij verbaasd dat hij even groot was
-als zij.
-
---Dat is de kleine, niet waar? vroeg zij den knecht.
-
-De knaap verslond haar met zijn blikken. Die dame met haar blanke huid,
-wier borst men zien kon door de gaping van een geplisseerd chemisette;
-die plotselinge, bekoorlijke verschijning met haar hooge kapsel,
-haar fijne geganteerde handen, haar kleine heerenlaarsjes, waarvan
-de spitse hakken in het tapijt verzonken, bracht hem in verrukking,
-scheen hem de goede fee toe van dit warme, schitterende vertrek. Hij
-glimlachte even en was juist linksch genoeg om zijn jongensachtige
-bevalligheid te behouden.
-
---Wel, hij is heel aardig! riep Renée uit.... Maar hoe
-afschuwelijk! Wat is zijn haar kort geknipt!.... Luister eens, beste
-jongen, je vader zal zeker pas tegen etenstijd thuis komen, dus ik
-zal je van alles op de hoogte moeten brengen.... Ik ben je stiefmama,
-jongmensch. Wil je me een zoen geven?
-
---Wat graag, antwoordde Maxime ronduit.
-
-En hij zoende de jonge vrouw op beide wangen, terwijl hij haar bij
-de schouders vatte, waardoor haar soldatenjas een beetje gekreukt
-werd. Zij maakte zich lachend los en zei:
-
---Goede hemel, wat een grappige jongen is die kleine kaalkop!....
-
-Zij kwam weer naar hem toe, met meer ernst.
-
---We zullen vrienden zijn, niet waar ?.... Ik wil een moeder voor
-je zijn. Ik dacht er over, terwijl ik op mijn kleermaker wachtte,
-die met een ander in gesprek was, en ik nam mij voor heel goed voor
-je te zijn en je een goede opvoeding te geven.... Dat zal prettig zijn!
-
-Maxime bleef haar aankijken, met zijn blauwe, vrijpostige meisjesoogen,
-en plotseling vroeg hij:
-
---Hoe oud bent u?
-
---Maar dat vraagt men nooit! riep zij uit, de handen in elkaar slaande.
-
-Hij weet dat nog niet, die arme jongen! Ik zal hem alles moeten
-leeren.... Gelukkig kan ik nog voor mijn leeftijd uitkomen. Ik ben
-een en twintig.
-
---Ik ben gauw veertien.... U zou mijn zuster kunnen zijn.
-
-Hij sprak niet verder, maar zijn blik voegde er bij dat hij zich de
-tweede vrouw van zijn vader veel ouder voorgesteld had. Hij stond
-vlak naast haar, hij keek met zooveel aandacht naar haar hals, dat zij
-bijna begon te blozen. Haar dwaas hoofd kon zich echter niet lang bij
-hetzelfde onderwerp bepalen; zij liep heen en weer en begon over haar
-kleermaker te praten, er niet aan denkende dat zij tot een kind sprak.
-
---Ik was wel graag thuis gebleven om je te ontvangen. Maar verbeeld
-je, Worms brengt me van morgen dit kostuum.... Ik pas het en ik vind
-het nog al goed uitgevallen. Hij heeft veel smaak, vind je niet?
-
-Zij was voor een spiegel gaan staan. Maxime draaide om haar heen,
-om haar van alle kanten te bekijken.
-
---Maar, ging zij voort, toen ik de jas aantrok, merkte ik dat er daar
-op den linker schouder, zie je, een diepe plooi viel.... Die plooi
-staat heel leelijk, 't is net of mijn ééne schouder hooger is dan
-de ander.
-
-Hij was naderbij gekomen, hij streek met den vinger over de plooi als
-om haar plat te maken, en zijn kwajongenshand scheen met een zeker
-welgevallen op dat plekje te blijven rusten.
-
---Ik kon het niet langer uitstaan. Ik heb in laten spannen en ik ben
-aan Worms gaan zeggen wat ik van zoo'n onbegrijpelijke lichtzinnigheid
-dacht.... Hij beloofde me het te laten veranderen.
-
-Daarop bleef zij voor den spiegel staan, zichzelve bekijkende, en
-begon toen plotseling over iets na te denken. Eindelijk legde zij
-een vinger op den mond, met een air van peinzend ongeduld. En heel
-zachtjes, alsof zij in zichzelve sprak:
-
---Er mankeert iets aan.... er mankeert stellig iets aan....
-
-En toen keerde zij zich snel om, plaatste zich voor Maxime en
-vroeg hem:
-
---Vind je het zoo heusch goed?.... Vind je niet dat er iets aan
-mankeert, een kleinigheidje, een strik bijvoorbeeld?
-
-De schooljongen, geheel op zijn gemak gebracht door de
-kameraadschappelijkheid van de jonge vrouw, had al de onverstoorbare
-kalmte van zijn onbeschaamden aard teruggekregen. Hij deed een paar
-stappen terug, kwam weer naderbij, knipte met de oogen en sprak
-binnensmonds:
-
---Neen, neen, er mankeert niets aan, 't is heel mooi, heel mooi.... Ik
-vind eer, dat er iets te veel is.
-
-Hij bloosde even, ondanks zijn stoutmoedigheid, kwam nog wat nader,
-en met den vingertop een scherpen hoek op Renée's hals makende,
-merkte hij op:
-
---Ziet u, ik zou die kant zoo uitsnijden, en dan zou ik een collier
-aandoen met een groot kruis.
-
-Zij klapte vroolijk in de handen.
-
---Juist, juist, riep zij uit....
-
-Zij verwijderde het chemiset, ging even de kamer uit en kwam met het
-collier en het kruis terug. En terwijl zij met een zegevierenden blik
-voor den spiegel ging staan:
-
---Heel goed, 't staat heel goed, zei zij zachtjes.... Maar die
-kleine kaalkop is nog zoo dom niet! Kleedde je soms de dames aan
-in je provincie? We zullen bepaald goede vrienden worden. Maar je
-moet doen wat ik je zeg. In de eerste plaats, moet je je haar laten
-groeien, en die afschuwelijke kiel niet meer dragen. Verder moet je
-mijn lessen in de wellevendheid trouw opvolgen. Ik verlang dat je
-een aardig jongmensch zal worden.
-
---Dat spreekt van zelf, antwoordde de jongen naïef, nu papa immers
-rijk is en u zijn vrouw bent.
-
-Zij glimlachte even en met haar gewone levendigheid:
-
---Laten wij dan beginnen met jij en jou tegen elkaar te zeggen. 't
-Eene oogenblik zeg ik u, 't andere jij. Dat klinkt dwaas.... Zal je
-veel van me houden?
-
---Ik zal je van harte liefhebben, antwoordde hij met de geestdrift
-van een lang opgeschoten jongen, die een fortuintje denkt te hebben.
-
-Zoo was de eerste kennismaking van Maxime en Renée. De knaap ging
-eerst een maand later naar het gymnasium. Zijn stiefmoeder speelde
-de eerste dagen met hem als met een pop; zij ontbolsterde hem een
-beetje en het moet gezegd worden, dat hij er zich gewillig toe leende.
-
-Toen hij te voorschijn kwam, geheel in het nieuw gekleed door
-den kleermaker van zijn vader, slaakte zij een uitroep van blijde
-verrassing: hij zag er uit om te stelen, verzekerde zij. Zijn haar
-alleen groeide wanhopig langzaam aan. De jonge vrouw was gewoon
-te zeggen, dat de uitdrukking van het heele gelaat van het haar
-afhangt. Zij droeg de grootste zorg voor haar eigen haar. Lang was zij
-wanhopig geweest over de bijzondere kleur, die aan fijne boter deed
-denken. Maar toen het geelblonde haar in de mode kwam, vond zij het
-prettig, en om te doen gelooven dat zij de mode niet dwaas navolgde,
-betuigde zij plechtig dat zij het iedere maand verfde.
-
-Maxime was al vreeselijk wijs voor zijn dertien jaar. Het was een
-van die teere, vroegrijpe naturen, waarin de zinnelijke begeerten
-vroeg ontwaken. De ondeugd verscheen zelfs bij hem voordat de zinnen
-ontwaakt waren. Tot tweemaal toe was hij bijna van het gymnasium
-verwijderd geworden.
-
-Indien Renée oog gehad had voor hetgeen in de kleinere provinciesteden
-voor bevallig doorgaat, zou zij opgemerkt hebben dat, hoe smakeloos
-ook gekleed, de kleine kaalkop, zooals zij hem noemde, glimlachte,
-het hoofd draaide, de armen uitstak op een aardige manier, zooals
-oudere schoolmeisjes wel eens doen.
-
-Hij verzorgde zijn lange, smalle handen uitstekend, en al moest zijn
-haar kort blijven, op bevel van den directeur, een oud-kolonel der
-genie, hij bezat toch een zakspiegeltje dat hij onder schooltijd voor
-den dag haalde en tusschen de bladen van zijn boek lei; daarin bekeek
-hij zich dan uren lang, beschouwde aandachtig zijn oogen, zijn tanden,
-lachte zichzelf toe en bestudeerde allerlei behaagzieke manieren.
-
-Zijn makkers hingen aan zijn kiel, als aan een vrouwenrok; hij reeg
-zich zoo in, dat hij een smal middel had, en wiegelende heupen als
-een volwassen vrouw.
-
-Toch kreeg hij evenveel slaag als liefkoozingen. Het gymnasium van
-Plassans, een toevluchtsoord van kleine bandieten, zooals de meeste
-plattelands-gymnasiums, was dus een middelpunt van besmetting,
-waarin dit halfslachtige temperament, dit kind, dat de overgeërfde
-kiem van het kwaad al in zich meebracht, zich bijzonder snel
-ontwikkelde. Gelukkig zou de leeftijd hier gaandeweg verbetering
-in brengen. Maar het merkteeken van zijn slechte gedrag als kind,
-die verwijfdheid van zijn geheele wezen, dat uur waarop hij zich
-meisje gewaand had, zou hem bijblijven, hem voor altijd in zijn
-manbaarheid treffen.
-
-Renée noemde hem "jongejuffrouw", zonder te vermoeden dat zij hem
-een half jaar geleden bij zijn juisten naam zou genoemd hebben. Hij
-maakte op haar den indruk van zeer gehoorzaam en liefhebbend te zijn;
-soms werd zij een weinig verlegen onder zijn liefkoozingen. Hij had
-een manier van omhelzen, die de huid verwarmde. Maar zij was verrukt
-over zijn guitigheid, hij was allergrappigst ondernemend, hij sprak al
-over de vrouwen met glimlachjes, geen kamp gevende aan de vriendinnen
-van Renée, de lieve Adeline die pas met mijnheer d'Espanet getrouwd
-was, en de dikke Suzanne, onlangs de vrouw geworden van den grooten
-industriëel Haffner. Voor laatstgenoemde had de veertienjarige knaap
-zelfs een zekeren hartstocht opgevat. Hij had zijn stiefmoeder in
-zijn vertrouwen genomen, en deze had veel schik in het geval.
-
---Ik zou de voorkeur aan Adeline gegeven hebben, zei zij, zij is
-mooier.
-
---'t Kan zijn, antwoordde de jongen, maar Susanne is veel dikker.... Ik
-houd toch zooveel van mooie vrouwen.... Als je heel lief was, zou je
-een goed woordje voor me doen.
-
-Renée lachte. Haar pop, die groote jongen met zijn meisjes-manieren,
-scheen haar onbetaalbaar, sinds hij verliefd was. Het kwam zelfs
-zoover dat mevrouw Haffner zich in allen ernst moest verdedigen.
-
-Trouwens, de dames moedigden Maxime zelf aan door haar onderdrukte
-lachjes, haar halve woordjes, de behaagzieke houding die zij
-tegenover dit vroegrijpe kind aannamen. Daar was ook een zweempje
-zeer aristocratische losbandigheid bij in het spel. Alle drie,
-in haar luidruchtig leven, door hartstocht verteerd, beschouwden
-de bekoorlijke verdorvenheid van den knaap als een origineel en
-onschadelijk prikkelend kruid, dat den eetlust scherpte.
-
-Zij lieten toe dat hij hun japon betastte, met zijn vingers langs
-haar schouders gleed, wanneer hij ze in de voorkamer volgde om haar
-een balsortie om te slaan; zij lieten hem van de eene naar de andere
-gaan, en lachten uitgelaten, wanneer hij ze op de pols zoende, op dat
-plekje waar de huid zoo zacht is; dan deden zij zich weer moederlijk
-voor en leerden hem hoe hij zich een goed uiterlijk moest geven en
-hoe hij de dames moest behagen.
-
-Het was hun speelpop, een vernuftig uitgedacht mechanisch manneke,
-dat zoende en het hof maakte, dat de beminnelijkste ondeugden ter
-wereld bezat, maar een stuk speelgoed bleef, een bordpapier mannetje,
-waarvoor men niet zoo heel bang hoefde te zijn, maar toch nog genoeg
-om onder zijn kinderlijke hand een lichte trilling van genot te voelen.
-
-Toen de vacantie om was, ging Maxime naar het lycée Bonaparte. Dit
-was de school voor de deftige lui, en die moest Saccard voor zijn
-zoon kiezen.
-
-Ofschoon tenger en zwak, had de knaap een vlug verstand; maar hij legde
-zich op heel wat anders dan op de klassieke studiën toe. Toch was hij
-een onberispelijk scholier, die zich nooit afgaf met de arme jongens,
-op wier manieren wel iets viel aan te merken, maar altijd behoorde
-tot die fatsoenlijke, netgekleede jongelui van wie men niets zegt.
-
-Het eenige wat hem van zijn jeugd bijbleef, was een oprechte vereering
-voor het toilet. Parijs opende hem de oogen; het maakte van hem een
-mooi jongmensch, altijd in een nauwsluitend costuum gekleed, gelijk
-toen de mode was.
-
-Hij was de grootste fat van zijn klasse. Hij vertoonde zich in de
-school als in een salon, met fijne handschoenen en dure laarzen, hij
-droeg verbazend groote dassen en keurige hoeden. Hij was trouwens
-de eenige niet. Zoo waren er omtrent twintig, die de aristocratie
-uitmaakten; bij het uitgaan der school boden zij elkander havanna's
-aan uit kokers met gouden sluiting, en lieten hun boekentasschen door
-een knecht in livrei achter zich aandragen.
-
-Maxime had zijn vader overgehaald een tilbury en een zwart paardje
-voor hem te koopen, die de bewondering van zijn makkers opwekten. Hij
-mende zelf; op het achterbankje zat een palfrenier met over elkaar
-geslagen armen, en de boekentasch van den scholier op den schoot,
-een echte ministers-portefeuille van bruin chagrijn-leer.
-
-Men had eens moeten zien met welk een losheid, kunst en onberispelijke
-houding hij in tien minuten van de rue de Rivoli naar de rue du
-Havre reed, zijn paarden op eens inhield voor de deur van het lycée,
-den palfrenier de teugels toewierp en zei: "Jacques, om half vijf
-voor, hoor!"
-
-De winkeliers in de straat waren opgetogen over de bevallige manieren
-van dien blonden jongen, dien zij geregeld tweemaal per dag in zijn
-rijtuigje zagen komen en gaan.
-
-Bij het naar huis gaan, bracht hij soms een vriend tot aan diens
-deur. De beide jongens rookten, keken de vrouwen aan, bespatten de
-voorbijgangers, alsof zij van de wedrennen terugkeerden.
-
-Verwonderlijk volkje, broedsel van fatten en uilskuikens, die men
-dagelijks in de rue du Havre zien kan, onberispelijk gekleed in
-hun korte overjassen, zich voordoende als rijke heeren, die alle
-genietingen des levens volop genoten hebben, terwijl de armere jongens
-van het lycée, de echte scholieren, schreeuwende en dringende aankomen,
-met hun grove schoenen op de straat stampen, en hun boeken aan een
-eind riem achter op den rug laten bengelen.
-
-Renée, die haar rol van moeder en leermeesteres ernstig wilde opvatten,
-was zeer met haar leerling ingenomen. Zij verwaarloosde dan ook geen
-enkele gelegenheid om zijn opvoeding te volmaken. Zij bracht toen
-juist een tijd van tranen en spijtige herinneringen door; een minnaar
-had haar verlaten, haar voor de oogen van geheel Parijs in opspraak
-gebracht, om het te houden met de hertogin de Sternich.
-
-Zij hoopte nu dat Maxime haar tot troost zou zijn, zij deed zich
-ouder voor, deed al haar best om moederlijk te zijn, en werd de
-zonderlingste mentor die men zich denken kon.
-
-Dikwijls bleef de tilbury thuis, dan kwam Renée in haar groote kales
-den jongen van school halen. Zij stopten de bruine portefeuille
-onder de bank en reden naar het Bosch, dat toen in zijn nieuwsten
-tooi prijkte.
-
-Daar gaf zij hem les in hoogere elegantie. Zij noemde hem al die
-welgedane, gelukkige lieden van het keizerlijk Parijs op, die nog in
-extase waren over dien goocheltoer, die de hongerlijders van voorheen
-in groote heeren veranderd had, in millionnairs die zwoegden en puften
-onder het gewicht van hun geldkist.
-
-Maar de knaap vroeg haar vooral naar de vrouwen, en daar zij heel
-vrij met hem omging, bracht zij hem precies op de hoogte van allerlei
-bijzonderheden. Mevrouw de Guende was dom, maar prachtig gevormd; de
-rijke gravin Vanska had in het publiek gezongen, voor dat zij getrouwd
-was met een Pool, die haar sloeg, naar men zei; markiezin d'Espanet
-en Suzanne Haffner waren onafscheidelijk, en ofschoon zij haar intieme
-vriendinnen waren, voegde Renée er met dichtgeknepen lippen bij, alsof
-zij er niets meer van wilde zeggen, dat er heel leelijke praatjes over
-haar liepen. De mooie mevrouw de Lauwerens gedroeg zich ook lang niet
-onberispelijk, maar zij had zulke mooie oogen, en iedereen wist per
-slot van rekening toch dat haar niets te verwijten viel, ofschoon
-zij zich wat te veel afgaf met de intriges van die arme vrouwtjes,
-mevrouw Daste, mevrouw Teissière en barones de Meinhold.
-
-Maxime vroeg om de portretten van die dames; hij zette ze in een
-album dat op de salontafel bleef liggen.
-
-Om zijn stiefmoeder in verlegenheid te brengen, met die ondeugende
-slimheid die den grondtrek van zijn karakter uitmaakte, vroeg hij
-haar naar bijzonderheden omtrent lichte meisjes, zich houdende alsof
-hij ze voor dames uit de groote wereld aanzag.
-
-Renée antwoordde zedig en ernstig, dat het afschuwelijke schepsels
-waren, die hij zorgvuldig moest ontwijken; kort daarop vergat zij
-zich zoozeer, dat zij er over sprak alsof zij ze intiem gekend had.
-
-Een van de grootste genoegens van den knaap was, haar aan het praten
-te brengen over de hertogin de Sternich. Telkens als haar rijtuig
-voorbijreed in het Bosch, liet hij niet na haar naam te noemen, haar
-met een opzettelijke geniepigheid van terzijde aanziende, als om te
-toonen dat hij op de hoogte was van Renée's laatste avontuur.
-
-Renée begon op vinnigen toon allerlei kwaad van haar mededingster
-te spreken. Wat werd zij oud, die arme vrouw! zij blankette zich,
-zij had minnaars in al haar kasten verborgen, zij had zich aan een
-kamerheer overgegeven om in het keizerlijk bed te komen. Daar kwam geen
-eind aan de beschuldigingen; Maxime daarentegen, om haar te plagen,
-vond mevrouw de Sternich allerliefst.
-
-Dergelijke lessen hadden een zonderlinge verstandsontwikkeling van
-den scholier ten gevolge, te meer wijl de jonge leermeesteres ze
-overal herhaalde, in het Bosch, in den schouwburg, in de salons. De
-leerling werd verbazend knap.
-
-Maxime vond het verrukkelijk zich tusschen de japonnen, de linten
-en strikken, de poudre de riz der dames te bewegen. Hij bleef altijd
-eenigszins meisje, met zijn welgevormde smalle handen, zijn baardeloos
-gelaat, zijn blanken, gevulden hals.
-
-Renée raadpleegde hem in allen ernst over haar toiletten. Hij kende
-de goede dameskleermakers van Parijs, beoordeelde ieder hunner
-met een enkel woord, sprak van de smaakvolle hoeden van den een en
-den juisten vorm der japonnen van den ander; op zeventienjarigen
-leeftijd, was er geen modiste die hij niet grondig had bestudeerd,
-geen schoenmaker of hij kende hem door en door.
-
-Dat vreemde misbaksel, dat onder de Engelsche les de prospectussen las
-die zijn parfumeur hem iederen Vrijdag toezond, had een schitterende
-rede kunnen houden over de groote Parijsche wereld, clientèle en
-leveranciers, op een leeftijd waarop buitenjongens hun bonne nog niet
-in het gezicht durven zien.
-
-Dikwijls bracht hij, als hij van het lycée kwam, een hoed, een
-doos zeep of het een of ander moois, dat zijn stiefma hem den
-avond tevoren opgegeven had, in zijn tilbury mee. Hij had altijd
-een stuk kant, dat sterk naar muskus rook, in zijn zak. Maar zijn
-grootste genot was Renée naar den beroemden Worms te vergezellen,
-dien genialen dameskleedermaker, voor wien de toongeefsters van het
-tweede keizerrijk neerknielden.
-
-Het salon van den grooten man was groot en vierkant, en met breede
-divans voorzien. Hij trad daar met een vromen eerbied binnen.
-
-Toiletten hebben voorzeker een eigenaardigen geur, de zijde, het
-satijn, het fluweel, de kanten hadden hun licht aroma bij dat der
-haren en der ambergeurige schouders gevoegd; en de lucht in het salon
-bleef doortrokken van die geurige warmte, dien wierook van vleesch
-en weelde, die de kamer in een kapel veranderde, aan de een of andere
-geheimzinnige godin gewijd.
-
-Dikwijls moesten Renée en Maxime uren lang wachten; daar waren wel
-twintig sollicitanten, die haar beurt afwachtten, beschuitjes in
-glazen madera doopten of een kouden maaltijd aan de groote middentafel
-hielden, waarop flesschen en schaaltjes met gebakjes stonden. De
-dames waren daar thuis, spraken er vrij haar gedachten uit, en als
-zij daar zoo in groepjes rondom de kamer zaten, zou men ze voor een
-vlucht witte Lesbische vogels hebben aangezien, die op de divans van
-een Parijsch salon waren neergestreken.
-
-Maxime, die daar geduld en geliefd werd om zijn meisjes-uiterlijk,
-was de eenige man die in dat heiligdom werd toegelaten. Hij smaakte
-daar een goddelijk genot, hij gleed als een slang langs de divans,
-men vond hem onder een rok, achter een keurslijf, tusschen twee
-japonnen, waar hij zich erg ineendrong en zich heel rustig hield,
-terwijl hij de welriekende warmte van zijn buurvrouw opsnoof met het
-gezicht van een koorknaap, die het lichaam des Heeren nuttigt.
-
---Hij kruipt overal tusschen, die kleine, zei barones de Meinhold,
-terwijl zij hem een tikje op de wang gaf.
-
-Hij was zoo tenger dat de dames hem niet ouder dan veertien jaar
-schatten. Zij vonden er pleizier in hem met de madera van den beroemden
-Worms dronken te voeren. Hij zei de zotste dingen, die haar tranen
-deden lachen.
-
-Markiezin d'Espanet vond de juiste uitdrukking om den toestand te
-beschrijven. Toen men op een keer Maxime in een hoek van de divans
-achter haar rug vond, en zij zag hoe blozend en gelukkig hij er uitzag
-door het behagelijk gevoel dat hij in haar nabijheid ondervonden had,
-merkte zij zachtjes op:
-
---Dat is een jongen, die als meisje had moeten ter wereld komen.
-
-Toen de groote Worms Renée eindelijk ontving, drong Maxime met haar
-de kamer binnen. Een paar malen veroorloofde hij zich de vrijheid
-te spreken, terwijl de meester in de aanschouwing van zijn cliënt
-verdiept was, zooals de hoogepriesters der kunst beweren dat Léonard
-de Vinci tegenover Joconde gedaan heeft.
-
-De meester had zich verwaardigd om over de juistheid zijner opmerkingen
-te glimlachen. Hij liet Renée voor een spiegel staan, die van den
-vloer tot aan de zoldering reikte, beschouwde haar in stil gepeins,
-met gefronste wenkbrauwen, terwijl de jonge vrouw haar adem inhield om
-zich niet te bewegen. En een paar minuten later teekende de meester,
-alsof hij door een ingeving aangegrepen en geschud werd, in grove,
-hortende trekken het meesterstuk dat hij in zijn brein ontworpen had,
-en riep hij in afgebroken volzinnen uit:
-
---Robe Montespan van aschkleurige zijde.... van voren een afgeronde
-basque, eindigende in een sleep,.... groote satijnen strikken die
-haar op de heupen opnemen...., ten slotte een geplooid voorschoot van
-parelgrijze tulle, de plooien gescheiden door grijs satijnen linten.
-
-Hij verzonk weer in gepeins, scheen tot in de diepste diepten van zijn
-genie af te dalen, en met de zegevierende grimas van een waarzegster
-op haar drievoet, eindigde hij:
-
---Wij zullen in het haar, op dat lachende kopje, den droomenden
-vlinder van Psyche plaatsen, met blauwen weerschijn op de vleugels.
-
-Maar somtijds wou de ingeving niet komen. De beroemde Worms riep
-ze te vergeefs op, spande zijn geheele denkvermogen te vergeefs
-in. Hij fronste geweldig zijn wenkbrauwen, werd zoo wit als een doek,
-nam zijn arm hoofd, dat hij wanhopig schudde, tusschen de handen,
-en moest zich eindelijk overwonnen geven. Dan liet hij zich in een
-leuningstoel neervallen, en met klagelijke stem fluisterde hij:
-
---Neen, neen, vandaag niet... 't is niet mogelijk. De dames zijn
-onbescheiden. De bron is opgedroogd.
-
-En hij zond Renée heen met de herhaalde betuiging:
-
---Niet mogelijk, niet mogelijk, lieve mevrouw, kom een anderen dag
-maar eens terug.... Ik voel u van morgen niet.
-
-De mooie opvoeding die Maxime ontving, droeg al haar eerste
-vruchten. Toen de kwajongen zeventien jaar oud was, verleidde hij de
-kamenier van zijn stiefmoeder. Het ergste van het geval was, dat het
-meisje zwanger werd. Zij moest met haar kind en een klein jaargeld
-naar buiten gezonden worden.
-
-Renée hinderde dat avontuur vreeselijk. Saccard's bemoeiingen hierin
-bleven tot de regeling van de finantiëele zijde der kwestie beperkt,
-maar de jonge vrouw nam haar leerling geducht onder handen. Hij,
-dien zij tot een toonbeeld van netheid wilde maken, hij had zich met
-zoo'n meisje ingelaten! Wat een belachelijk en schandelijk begin,
-een liefdesavontuur waarmee je niet voor den dag kon komen! Als hij
-het nog eens met een van haar kennissen had aangelegd!
-
---Wat drommel, antwoordde hij kalmpjes, als je vriendin Suzanne gewild
-had, dan had zij naar buiten kunnen gaan.
-
---Wat een guit! mompelde zij ontwapend, lachend bij het denkbeeld,
-dat Suzanne met een jaargeld van twaalfhonderd francs haar toevlucht
-naar buiten zou nemen.
-
-Toen kwam er een nog grappiger gedachte in haar op; zij vergat haar rol
-van verontwaardigde moeder, hield haar helderen lach achter haar hand
-terug, en hem schuins aanziende, zei zij tusschen haar lachen door:
-
---Zeg, ik geloof dat Adeline kwaad op je geworden was en haar een
-standje gemaakt had.... Zij ging niet verder. Maxime lachte mee. Dat
-was het einde van Renée's zedelessen over dit avontuur.
-
-Intusschen bekommerde Aristide Saccard zich heel weinig om de twee
-kinderen, zooals hij zijn zoon en zijn tweede vrouw noemde. Hij liet
-hun een onbeperkte vrijheid, blij dat zij zulke goede vrienden waren,
-wat heel wat drukte en vroolijkheid in de kamers bracht. Dat waren
-anders zonderlinge kamers, op die eerste verdieping in de rue de
-Rivoli. Den heelen dag hoorde men er het slaan van deuren; de meiden
-en knechts spraken er op luiden toon, die vertrekken, nog in den vollen
-tooi van hun nieuwe weelde, werden onophoudelijk doorkruist door lange,
-fladderende japonnen, heele optochten van leveranciers, den chaos
-van Renée's vriendinnen, Maxime's kameraads en Saccard's bezoekers.
-
-Laatstgenoemde ontving van negenen tot elven het vreemdste volkje
-dat men bedenken kan: senatoren en deurwaardersklerken, hertoginnen
-en koopvrouwen in toiletartikelen, al het schuim dat de onweersbuien
-van Parijs des morgens in zijn huis wierpen, zijden japonnen, vuile
-rokken, kielen, zwarte jassen, die hij op denzelfden gejaagden toon,
-met dezelfde ongeduldige en zenuwachtige gebaren ontving. Hij deed
-de zaken met een paar woorden af, loste twintig zwarigheden te gelijk
-op en gaf de oplossing, heen en weer dribbelende.
-
-Het leek wel of dat bewegelijke mannetje, wiens stem heel hard
-klonk, in zijn kamer aan het vechten was met zijn bezoekers, met de
-meubelen, omduikelde, met het hoofd tegen de zoldering stiet om er
-de denkbeelden uit te laten spatten, en altijd weer zegevierend op
-zijn voeten terecht kwam.
-
-Om elf uur ging hij uit, dan zag men hem den heelen dag niet meer
-terug; hij ontbeet, ja, dineerde dikwijls buitenshuis.
-
-Dan behoorde het huis aan Renée en Maxime, zij maakten zich meester van
-het kantoor van den vader; zij pakten er de doozen van de leveranciers
-uit, en allerlei lapjes en lintjes lagen over en tusschen de dossiers.
-
-Soms wachtten ernstige menschen een uur lang voor de deur van het
-kantoor, terwijl de schoolknaap en de jonge vrouw, ieder aan een hoek
-van Saccard's bureau, over den strik van een lint twistten.
-
-Renée liet tienmaal per dag inspannen. Zelden aten zij gezamenlijk;
-van de drie waren er twee op den loop, om niet voor middernacht thuis
-te komen. Woning van luidruchtige drukte, van zaken en genoegens,
-waarin het moderne leven, met zijn gerinkel van goud, zijn verkreukte
-toiletten, als in een windvlaag verzwolgen werd.
-
-Aristide had eindelijk een werkkring naar zijn zin gevonden. Hij deed
-zich kennen als een groote speculant, die met millioenen werkte. Na
-het meesterstuk van de rue de la Pépinière, wierp hij zich onvervaard
-in den strijd, die Parijs begon te bezaaien met onrechtmatig verkregen
-buit en schitterende overwinningen.
-
-Aanvankelijk speelde hij hetzelfde zekere spel, waarmee hij de eerste
-maal succès had behaald; hij kocht huizen, waarvan hij vooruit wist
-dat zij te eenigertijd zouden afgebroken worden, en nam zijn vrienden
-in den arm om ruime schadevergoeding te krijgen. Op die wijze kreeg
-hij een vijf- of zestal huizen in zijn bezit, dezelfde die hij vroeger
-zoo zonderling aankeek, alsof het kennissen van hem waren, toen hij
-nog maar een arme opzichter was.
-
-Maar dat was nog slechts het werk van een beginner. Zoo'n slimheid
-werd er niet toe vereischt, de huurcontracten af te laten loopen,
-met de huurders te knoeien, den staat en de particulieren te bestelen;
-hij vond bovendien, dat de opbrengst de moeite niet eens loonde. Hij
-wendde zijn vernuft dan ook spoedig tot ingewikkelder zaken aan.
-
-Saccard vond eerst het kunstje uit om in het geheim huizen voor
-rekening van de stad te koopen. Een uitspraak van den raad van
-State had deze namelijk in een moeielijk geval gebracht. De stad had
-ondershands een groot aantal huizen opgekocht, in de hoop dat zij de
-contracten kon laten afloopen en de huurders zonder schadeloosstelling
-kon laten vertrekken. Deze aankoopen werden echter bij bovengenoemde
-uitspraak als echte onteigeningen beschouwd, en de stad moest betalen.
-
-Toen bood Saccard zich als tusschenpersoon aan, hij kocht, liet de
-contracten afloopen en leverde tegen een ruime vergoeding het huis
-op het bepaalde oogenblik af.
-
-Hij begon zelfs het mes van twee kanten te laten snijden; hij kocht
-voor de stad en voor den prefect. Als de zaak al te verleidelijk was,
-hield hij het huis voor zichzelf. De staat betaalde. Men beloonde
-zijn gedienstigheid door hem eindjes straat of ontworpen kruispunten
-toe te staan, die hij alweer verkocht voor dat de nieuwe weg begonnen
-was. Het was een woest spel; men speelde met wijken die nog gebouwd
-moesten worden, zooals men met effecten speculeert.
-
-Zekere dames, mooie meisjes, intieme vriendinnen van hooge ambtenaren,
-deden er ook aan mee; een harer, die beroemd was om haar fraaie tanden,
-heeft meer dan eens heele straten opgeknabbeld. Saccard werd hongerig,
-hij voelde zijn begeerten grooter worden, als hij dat ruischende goud
-tusschen zijn vingers voelde glijden.
-
-Het scheen hem toe dat een zee van goudstukken zich rondom hem
-uitstrekte, zich tot een oceaan uitbreidde, den onmetelijken horizon
-vervulde met een gedruis van vreemdsoortige golven, een metaalklank die
-zijn hart aangenaam aandeed; en hij waagde zich er in, zwom dagelijks
-met meer stoutmoedigheid, dook, verscheen weer aan de oppervlakte, zwom
-nu eens op den rug, dan weer op den buik, doorkliefde die onmetelijke
-vlakte op kalme en op stormachtige dagen, rekende op zijn krachten
-en zijn behendigheid, dat hij nooit zou verdrinken.
-
-Parijs was toen in een wolk van kalk gehuld. De tijden, die Saccard op
-de hoogte van Montmartre voorspeld had, waren gekomen. De stad werd
-met sabelhouwen gekliefd, en hij had een werkzaam aandeel bij al die
-insnijdingen, al die kwetsuren, hij had puin liggen in de vier hoeken
-der stad. In de rue de Rome, was hij betrokken bij die zonderlinge
-geschiedenis van een grooten kuil dien een maatschappij groef,
-om vijf- of zesduizend kubieke meters aarde te vervoeren, teneinde
-aan reusachtige werken te doen gelooven, maar die weer volgeworpen
-moest worden met aarde uit Saint-Ouen, toen de maatschappij failliet
-was gegaan.
-
-Hij kwam er met een zuiver geweten en volle zakken uit, dank zij zijn
-broer Eugène, die zoo goed was tusschenbeide te komen.
-
-Te Chaillot hielp hij de hoogte uitgraven en de weggegraven aarde op
-een laag terrein brengen, om den boulevard, die van den Arc-de-Triomphe
-naar de pont de l'Alma gaat, door te trekken.
-
-Van hem ging ook het denkbeeld uit om de weggegraven aarde van
-het Trocadéro op het plateau in den omtrek van Passy te strooien,
-zoodat men tegenwoordig op twee meters diepte goede aarde aantreft,
-terwijl in dat puin zelfs geen gras wil groeien.
-
-Hij was op twintig plaatsen tegelijk te vinden, overal waar
-onoverkomelijke hindernissen waren, uitgegraven aarde waarmee men
-niets wist aan te vangen, ophoogingen die men niet kon uitvoeren,
-een groote voorraad aarde en kalkpuin, die den ingenieurs met hun
-koortsachtige gejaagdheid in den weg lag, en dien hij met zijn nagels
-doorwroette, om er ten slotte altijd een voordeeltje uit te halen.
-
-Op een en denzelfden dag liep hij van de werken van den Arc-de-Triomphe
-naar die van den boulevard Saint-Michel, van het uitgegraven gedeelte
-van den boulevard Malesherbes naar de ophoogingen van Chaillot, en
-achter zich een leger van werklieden, deurwaarders, aandeelhouders,
-bedriegers en bedrogenen mee voerende.
-
-Maar zijn grootste roem was het Wijnbouwcrediet, dat hij met
-Toutin-Laroche opgericht had. Deze was de officiëele directeur; hij
-verscheen slechts als lid van den raad van toezicht. Eugène had bij
-deze gelegenheid zijn broer nog eens de behulpzame hand geboden. Door
-zijn toedoen gaf de regeering toestemming tot de oprichting, en
-oefende er met een groote goedwilligheid toezicht op uit.
-
-Toen een kwaaddenkend blad de vrijheid nam een operatie van deze
-maatschappij te critiseeren, ging de Moniteur zelfs zoover, dat
-zij een nota opnam, waarbij alle discussie over een zoo respectable
-onderneming, die zelfs onder de bijzondere bescherming van den Staat
-stond, verboden werd.
-
-Het Wijnbouwcrediet was gebaseerd op een uitstekend finantieel systeem;
-het leende aan de verbouwers de helft van de geschatte waarde van hun
-goederen, waarborgde het geleende door een hypotheek, en inde van de
-leeners de intrest, vermeerderd met een termijn van de aflossing. Er
-kon niets waardiger ingericht worden dan zoo iets.
-
-Eugène had met een fijn lachje de opmerking gemaakt, dat men aan het
-hof eerlijkheid verlangde. Mijnheer Toutin-Laroche gaf in zooverre
-gehoor aan dien wensch, dat hij de leenbank voor de wijnbouwers
-stilletjes haar gang liet gaan, maar daarnaast richtte hij een bank
-op, die alle kapitalen tot zich trok en met koortsachtigen ijver
-speculeerde, allerlei ondernemingen wagende.
-
-Door den krachtigen impuls van den directeur, kreeg het Wijnbouwcrediet
-weldra den naam van uiterst solide en voorspoedig te zijn.
-
-Om aan de Beurs een menigte nieuwe aandeelen te plaatsen, kwam Saccard
-op het vernuftige denkbeeld ze het voorkomen van oude te geven, die al
-lang in omloop geweest waren; hij liet ze daartoe door de loopknechts,
-met bezems gewapend, een heelen nacht trappen en slaan.
-
-Het leek wel een filiaal van de Bank. Het hôtel, waarin de bureaux
-gehuisvest waren, met zijn voorplein vol équipages, zijn stemmig
-hekwerk, zijn breed bordes en monumentale trap, zijn lange reeksen
-weelderig ingerichte vertrekken, zijn ontelbaar aantal kantoorbedienden
-en lakeien, scheen een waardige tempel van het geld; niets stemde het
-publiek eerbiediger dan het heiligdom, de kas, waarheen een gang van
-heiligen eenvoud leidde, waar men de brandkast bespeurde, den god,
-neergehurkt, aan den muur geklonken, ineengedoken sluimerend, met
-zijn drie sloten, zijn dikke zijden, zijn uiterlijk van goddelijke
-redeloosheid.
-
-Saccard bedisselde een groote zaak met de stad. Gebukt onder haar
-schuldenlast, meegesleept in dien millioenendans dien zij zelf begonnen
-was, om den keizer te behagen en zekere zakken te vullen, zag zij zich
-genoodzaakt haar toevlucht te nemen tot vermomde leeningen, daar zij
-haar dwaze opwinding, haar houweelenwoede niet wilde bekennen. Zij
-gaf toen zoogenaamde delegatie-bons uit, echte wissels op langen
-termijn, teneinde de aannemers te kunnen betalen op den dag waarop
-de overeenkomsten gesloten werden, en hen aldus aan geld te helpen
-door dat zij de bons konden verhandelen.
-
-Het Wijnbouwcrediet had dit papier heuschelijk van de aannemers
-overgenomen. Zoodra de stad geldgebrek had, ging Saccard haar op de
-proef stellen. Er werd hem een aanzienlijke som gelds voorgeschoten,
-op een uitgifte van delegatie-bons, die mijnheer Toutin-Laroche
-verzekerde van concessionnarissen in handen te hebben, en waarmee
-hij op allerlei wijzen speculeerde. Van dien tijd af was het
-Wijnbouwcrediet onaantastbaar; het had Parijs onder den duim.
-
-De directeur sprak nog slechts met een glimlach over de vermaarde
-Société Générale des Ports du Maroc; zij was toch altijd nog in
-leven, en de bladen gingen geregeld voort ophef te maken over de
-groote handelsstations. Eens toen mijnheer Toutin-Laroche Saccard
-wilde overhalen aandeelen in die maatschappij te nemen, lachte deze
-hem in het gezicht uit en vroeg hem of hij dacht, dat hij dom genoeg
-zou zijn om zijn geld in de "Algemeene Maatschappij van de Duizend
-en een Nacht" te steken.
-
-Tot dusver had Saccard gelukkig gespeeld, zonder kans op verlies,
-valsch spelende, zich verkoopende, voordeel trekkende uit de koopen
-die hij sloot, kortom uit iedere onderneming die hij op touw zette,
-geld slaande. Weldra was hem dat opgeld niet meer voldoende; hij
-achtte het beneden zich het goud, dat een Toutin-Laroche en een baron
-Gouraud achter zich lieten vallen, saam te lezen en op te rapen.
-
-Hij stak zijn arm tot aan den schouder in den geldzak. Hij werd
-compagnon van Mignon, Charrier en Cie, die vermaarde aannemers, die
-toen nog pas in hun opkomst waren, en die later kolossale vermogens
-verwierven.
-
-De stad had reeds besloten de werken zelf niet meer uit te voeren,
-maar het aanleggen der boulevards bij aanbesteding te gunnen. De
-maatschappijen, aan wie de concessie verleend werd, verbonden zich
-den verkeersweg kant en klaar op te leveren, met boomen, banken en
-gaslantarens, tegen een vooraf bepaalde vergoeding; soms gaven zij
-zelfs den weg voor niets: zij werden ruimschoots schadeloos gesteld
-door de opbrengst der aanliggende terreinen, die zij hielden en
-waarvan zij de prijzen buitensporig hoog stelden.
-
-Uit dezen tijd dagteekenen de speculatiekoorts met de terreinen en
-de vreeselijke rijzing in waarde der huizen.
-
-Saccard kreeg door zijn invloedrijke vrienden de concessie van drie
-stukken boulevard. Hij was de ziel, maar tevens de onruststoker van
-het deelgenootschap. De heeren Mignon en Charrier, zijn ledepoppen in
-het begin, waren een paar flinke, slimme snaken, metselaarsbazen die
-de waarde van het geld kenden. Zij lachten heimelijk om Saccard's
-equipages, meestal liepen zij in een kiel, ontzagen zich niet een
-werkman een handje te helpen en kwamen met kalk en stof bedekt
-thuis. Zij waren allebei uit Langres.
-
-In dat koortsachtige, onverzadigde Parijs brachten zij hun boersche
-voorzichtigheid mee, hun kalm verstand, dat niet zoo schrander was,
-maar toch wakker genoeg om van de gelegenheid gebruik te maken om
-zich de zakken te vullen, al zou het genot later pas volgen.
-
-Wanneer Saccard een zaak op touw zette, er bezieling aan gaf door
-zijn vuur, zijn woeste begeerten, beletten de heeren Mignon en
-Charrier, door hun prozaïsche denkwijze, hun gehechtheid aan den
-ouden, bekrompen sleur van hun beheer, hem wel twintig maal ten
-onder te gaan in zijn verwonderlijke plannen. Zij gaven nimmer hun
-toestemming tot de prachtige kantoren, het hôtel dat hij wilde bouwen
-om Parijs in verbazing te brengen. Zij stemden evenmin toe in de
-speculaties, die iederen morgen in zijn hoofd opkwamen: het bouwen
-van concertzalen, groote badinrichtingen op de terreinen langs de
-boulevards, spoorwegen, die de lijn van de nieuwe boulevards volgden,
-met glas overdekte galerijen, die het tiendubbele van de gewone
-winkelhuur zouden opbrengen, waardoor men in Parijs kon rondwandelen
-zonder nat te worden.
-
-Om een einde te maken aan al die schrikaanjagende plannen, besloten
-de aannemers dat de terreinen langs de boulevards onder de drie
-compagnons verdeeld zouden worden, en dat ieder met zijn deel kon
-doen wat hij verkoos.
-
-Zij gingen wijselijk voort hun aandeel te verkoopen. Hij liet
-bouwen. Zijn hoofd kookte. Hij zou in staat geweest zijn in allen ernst
-voor te stellen Parijs onder een kolossale stolp te zetten, om het
-in een broeikas te veranderen en er ananas en suikerriet in te kweeken.
-
-Weldra bezat Saccard acht huizen op de nieuwe boulevards. Vele
-waren geheel af, waarvan twee in de rue de Marignan en twee op den
-boulevard Haussman; de vier andere, op den boulevard Malesherbes,
-waren nog in aanbouw; een daarvan, een groote afgeschutte ruimte
-waarop een prachtig hôtel zou verrijzen, vertoonde nog slechts den
-planken vloer van de eerste verdieping.
-
-In dien tijd kregen zijn zaken zoo'n ingewikkeld karakter, had hij
-zooveel draden aan iederen vinger bevestigd, zooveel belangen te
-behartigen, zooveel poppen te doen dansen, dat hij soms maar drie
-uren op een nacht sliep, en de ingekomen brieven in zijn rijtuig
-moest lezen.
-
-Het verwonderlijkste daarbij was dat zijn kas onuitputtelijk
-scheen. Hij was aandeelhouder van alle maatschappijen, bouwde met een
-grooten hartstocht, nam deel in allerlei handel, dreigde Parijs te
-overstroomen als een springvloed, zonder dat men hem ooit een duidelijk
-voordeel zag behalen, een groote som gelds in den zak zag steken.
-
-Die stroom van goud, waarvan men de bronnen niet kende en die in
-dicht opeengedrongen golven uit zijn kantoor scheen te komen, bracht
-de lummels in verbazing en maakte hem tot een gezien man, aan wien
-de dagbladen al de kwinkslagen van de Beurs toeschreven.
-
-Met zoo'n echtgenoot was Renée zoo goed als ongehuwd. Er gingen weken
-voorbij zonder dat zij hem zag. Overigens viel er niets op hem te
-zeggen: hij deed voor haar zijn brandkast wijd open. Zij mocht hem
-dan ook wel, als een toeschietelijk bankier. Wanneer zij naar het
-hôtel Béraud ging, prees zij hem erg tegenover haar vader, dien het
-fortuin van zijn schoonzoon streng en koel liet.
-
-Haar minachting was verdwenen; die man scheen zoo overtuigd dat
-het leven niets anders beteekende dan zaken doen, hij was zoo
-klaarblijkelijk geboren om geld te slaan uit alles wat hem onder de
-handen kwam, vrouwen, kinderen, keisteenen, zakken kalk, gewetens,
-dat zij hem niet verwijten kon met hun huwelijk een koop te hebben
-gesloten.
-
-Sedert dien koop beschouwde hij haar eenigszins als een van die
-mooie huizen, die zijn aanzien verhoogden en waaruit hij groote
-voordeelen hoopte te trekken. Hij had graag dat zij goed gekleed ging,
-een druk leven leidde, geheel Parijs het hoofd op hol bracht. Dat
-verschafte hem aanzien, verdubbelde het waarschijnlijke bedrag van zijn
-fortuin. Hij was jong, mooi, verliefd, dwaas, door zijn vrouw. Zij was
-een compagnon, een medeplichtige zonder het te weten. Een nieuw span
-paarden, een toilet van twee duizend daalders, een toeschietelijkheid
-voor den een of anderen minnaar, vergemakkelijkten, beslisten dikwijls
-zijn voordeeligste zaakjes.
-
-Dikwijls wendde hij overstelpend drukke bezigheden voor, hij zond
-haar naar een minister, naar een hooggeplaatst ambtenaar, om een
-machtiging te verzoeken of een antwoord te halen. Hij zei haar:
-"En wees verstandig!" op een toon zooals hij alleen kon aanslaan,
-tegelijk spottend en vleiend. En als zij terugkwam, en geslaagd was,
-wreef hij zich in de handen, terwijl hij herhaaldelijk zei: "En je
-bent verstandig geweest!" Renée lachte. Hij was te werkzaam om naar
-een mevrouw Michelin te verlangen. Hij hield doodeenvoudig van ruwe
-aardigheden, van onbetamelijke veronderstellingen.
-
-Trouwens, ingeval Renée niet "verstandig" was geweest, zou het hem
-alleen gespeten hebben, omdat hij dan de vriendelijke hulp van den
-minister of den ambtenaar werkelijk betaald zou hebben. De luidjes
-bedriegen, hun minder waar te geven dan hun voor hun geld toekwam,
-dat was voor hem een genot. Hij zei dikwijls bij zichzelf: "Als ik
-een vrouw was, zou ik me misschien verkoopen, maar ik zou de koopwaar
-nooit afleveren; dat zou al te dom zijn."
-
-Die dartele Renée, die op een nacht aan den Parijschen hemel verschenen
-was als de excentrieke toovergodin der wereldsche genietingen, was
-de ondoorgrondelijkste van alle vrouwen. Als zij thuis was opgevoed,
-dan had zij ongetwijfeld de prikkels der begeerten, die haar soms het
-hoofd op hol brachten, door den godsdienst of eenige andere voldoening
-der zenuwen afgestompt.
-
-Wat haar hoofd aangaat, was zij echt burgerlijk; zij was hoogst
-fatsoenlijk, had een voorkeur voor logische zaken, vrees voor den hemel
-en de hel, een groote dosis vooroordeelen; zij aardde naar haar vader,
-naar dat bedaarde, voorzichtige geslacht dat de huiselijke deugden
-eerde. In die natuur ontkiemden en ontloken de verwonderlijkste
-droombeelden, die telkens weerkeerende nieuwsgierigheid, de onuitbare
-begeerten.
-
-Bij de dames van de Visitatie in vrijheid opgegroeid, de geest naar
-willekeur ronddolend in de mystieke genietingen van de kapel en de
-zinnelijke vriendschap voor haar vriendinnetjes, had zij zich een
-zonderlinge opvoeding eigen gemaakt; zij leerde de ondeugd kennen, en
-pleegde die met al de openhartigheid van haar aard; zij bracht haar
-jong hoofdje zoo van streek, dat zij haar biechtvader eens in niet
-geringe verlegenheid bracht door de bekentenis, dat zij op zekeren
-dag, gedurende de mis, een onweerstaanbaren lust gevoeld had om op
-te staan en hem te kussen.
-
-Dan weer kastijdde zij zich, en verbleekte zij bij de gedachte aan
-den duivel en zijn hel.
-
-De misslag, die later haar huwelijk met Saccard ten gevolge had,
-die gewelddadige verkrachting, die zij met een soort van angstige
-verwachting onderging, maakte dat zij zichzelf ging verachten, en
-was een der voornaamste oorzaken dat zij zich willoos aan haar kwade
-neigingen over gaf. Zij dacht dat het tot niets diende tegen het kwaad
-te strijden, dat het al in haar was, dat de logica haar machtigde
-tot het einde toe in de kennis van het kwaad door te dringen. Zij
-was meer nieuwsgierig dan begeerig.
-
-In den maalstroom van het tweede keizerrijk geworpen, overgelaten aan
-haar verbeelding, steeds van geld voorzien, in haar luidruchtigste
-buitensporigheden aangemoedigd, gaf zij zich over, had er spijt van
-en slaagde er eindelijk in het reeds wegstervende gevoel van haar
-fatsoenlijkheid geheel te dooden, altijd aangedreven en voortgezweept
-door haar onverzadelijke begeerte om te weten en te gevoelen.
-
-Tot dusver deed zij overigens nog slechts wat alle anderen deden. Zij
-sprak graag, fluisterend en lachend, over buitengewone gevallen als
-de teedere vriendschap van Suzanne Haffner en Adeline d'Espanet, over
-het kiesche beroep van mevrouw de Lauwerens, over de kussen tegen
-vaste prijzen van gravin Vanska; maar zij beschouwde die dingen nog
-maar van verre, met de onbestemde gedachte dat zij er misschien ook
-aan mee zou doen, en die onbepaalde begeerte die te kwader ure bij
-haar opkwam, verhoogde nog die bedrijvige onrust, dat gejaagde zoeken
-naar een heerlijk, eenig genot, dat zij enkel smaken zou.
-
-Haar eerste minnaars hadden haar niet verwend; driemaal had zij gemeend
-hartstochtelijk verliefd te zijn; de liefde ontbrandde in haar hoofd
-als een vuurpijl, welks vonken haar hart niet raakten. Een maand lang
-was zij als gek, vertoonde zij zich door heel Parijs met haar minnaar;
-maar op een morgen, midden in de drukste betuigingen zijner liefde,
-voelde zij een ontzettende leegte, een verpletterende stilte.
-
-De eerste, de jonge hertog de Rozan, had al spoedig bij haar afgedaan;
-Renée, die hem om zijn zachtheid en zijn onberispelijke manieren
-had uitverkoren, vond hem, als zij met hem alleen was, onbeduidend,
-saai, vervelend.
-
-Mijnheer Simpson, attaché aan het amerikaansch gezantschap, was zijn
-opvolger; hij had haar bijna geslagen, en daaraan had hij het te
-danken dat hij meer dan een jaar bij haar bleef.
-
-Toen nam zij graaf de Chibray, adjudant des keizers, een knappen,
-verwaanden man, die haar erg begon te vervelen, toen hertogin de
-Sternich op het idee kwam op hem te verlieven en hem van haar af te
-nemen. Toen treurde zij om hem, en gaf zij haar vriendinnen te kennen,
-dat haar hart verbrijzeld was, dat zij nooit meer zou beminnen.
-
-Zoo kwam zij aan mijnheer de Mussy, het onbeduidendste wezen ter
-wereld, een jongmensch dat carrière maakte in de diplomatie, doordat
-hij met zooveel smaak een cotillon wist te leiden; zij begreep
-eigenlijk zelf niet hoe zij zich aan hem had kunnen overgeven: toch
-hield zij hem geruimen tijd, uit gemakzucht; zij vond niets aardigs
-meer in iets onbekends, dat men in een uur ontdekt, en als zij zich
-dan toch de moeite van een verandering moest getroosten, wilde zij
-liever wachten totdat zij iets buitengewoons ontmoette.
-
-Op haar acht en twintigste jaar was zij alles moe. De verveling scheen
-haar te onverdragelijker, omdat haar burgerlijke deugden gebruik
-maakten van die uren van verveling, om zich te beklagen en haar te
-verontrusten. Dan sloot zij haar deur, had hevige hoofdpijnen. En
-als de deur weer openging, kwam met groote drukte een stroom van
-zijde en kant te voorschijn, een schepseltje van weelde en vreugd,
-zonder een rimpel van zorg of een blos van schaamte.
-
-In haar alledaagsch, wereldsch leven had zij toch een roman
-gehad. Eens, toen zij tusschen licht en donker te voet een bezoek
-had afgelegd bij haar vader, die niet gesteld was op het geratel van
-rijtuigen voor zijn deur, bemerkte zij op den terugweg, op de quai
-Saint-Paul, dat zij door een jongmensch gevolgd werd.
-
-Het was warm; een aangename warmte, die tot minnen opwekte.
-
-Daar zij nooit anders gevolgd werd dan te paard, in de lanen van het
-Bosch, vond zij het avontuur pikant, zij werd er door gevleid als
-door een nieuw soort hulde, een beetje onbeschaamd, maar juist die
-onbeschaamdheid prikkelde haar aangenaam. In plaats van naar huis
-te gaan, sloeg zij de rue du Temple in, en liet haar aanbidder de
-boulevards afloopen.
-
-Intusschen werd de man stoutmoediger, hij werd zoo dringend, dat
-Renée van streek geraakte, de rue du Faubourg-Poissonnière insloeg en
-den winkel van haar schoonzuster in vluchtte. De man kwam ook naar
-binnen. Mevrouw Sidonie glimlachte, scheen de zaak te begrijpen en
-liet ze alleen. En toen Renée haar wilde volgen, hield de onbekende
-haar tegen, sprak haar met een bewogen stem eenige beleefde woorden
-toe, en zij vergaf hem zijn vrijpostigheid. Het was een ambtenaar,
-Georges genaamd; zijn familienaam zei hij haar niet, en zij vroeg er
-ook niet naar. Zij ontmoette hem daar twee malen; zij ging door den
-winkel, hij kwam door de rue Papillon.
-
-Deze toevallige liefde, op straat gevonden en aangenomen, verschafte
-haar het levendigste genoegen. Zij dacht er altijd aan, wel met een
-beetje schaamte, maar ook met een zonderling lachje van spijt.
-
-Mevrouw Sidonie won dit bij het avontuur, dat zij eindelijk de
-medeplichtige werd van haar broers tweede vrouw, een rol die zij al
-sedert den trouwdag had willen spelen.
-
-Die arme mevrouw Sidonie had zich misrekend. Terwijl zij het huwelijk
-bedisselde, had zij gehoopt ook haar aandeel in dat huwelijk te
-krijgen, Renée tot klant te krijgen, een menigte voordeelen uit haar
-te behalen. Zij beoordeelde de vrouwen met een oogopslag, zooals
-kenners de paarden beoordeelen. Groot was dan ook haar verslagenheid,
-toen zij na de maand die zij aan het echtpaar gegund had om zich
-te vestigen, tot de ontdekking kwam dat zij achter het net vischte,
-toen zij mevrouw de Lauwerens in het midden van het salon zag tronen.
-
-Laatstgenoemde, een mooie zes en twintigjarige vrouw, maakte er haar
-werk van de nieuwelingen in de groote wereld binnen te leiden.
-
-Zij behoorde tot een zeer oude familie, was gehuwd met een groot
-financier, die het gebrek bezat dat hij de rekeningen der modistes
-en kleermakers weigerde te betalen. Mevrouw was schrander genoeg om
-zichzelf te helpen. Zij had een afschuw van de mannen, zei zij; maar
-zij verschafte ze aan al haar vriendinnen; er was altijd een compleet
-stel te vinden in de vertrekken die zij in de rue de Provence, boven
-het kantoor van haar man, bewoonde. Men hield er voorproefjes. Men
-ontmoette er elkander heel onverwacht, heel gezellig. Er stak geen
-kwaad in, dat een jong meisje haar lieve mevrouw de Lauwerens eens
-ging bezoeken, en het was haar schuld niet als het toeval daar mannen
-bracht, die zich heel eerbiedig gedroegen, en tot de hoogste kringen
-behoorden.
-
-De vrouw des huizes zag er lieftallig uit in haar kanten
-peignoirs. Dikwijls zou een bezoeker haar verkozen hebben boven haar
-geheele collectie blondines en brunettes. Maar men wist wel, dat zij
-daartoe te verstandig was. Daarin stak het heele geheim van haar zaak.
-
-Zij hield haar hooge positie in de wereld, alle mannen waren haar
-vrienden, zij hield haar trots als fatsoenlijke vrouw, genoot heimelijk
-als zij anderen liet vallen en bovendien voordeel uit haar val trok.
-
-Toen mevrouw Sidonie begreep hoe die nieuwe uitvinding in elkander
-zat, was zij diep getroffen. Dat was de oude school, de vrouw in een
-oud zwart japonnetje, die minnebriefjes in haar mandje overbracht,
-tegenover de moderne school, de groote dame die haar vriendinnen
-in haar boudoir ontvangt, onder het drinken van een kopje thee. De
-moderne school zegevierde.
-
-Mevrouw Lauwerens keek minachtend naar het verkreukte toilet van
-mevrouw Sidonie, in wie zij een mededingster bevroedde. Uit haar
-hand ontving Renée haar eerste verveling, den jongen hertog de Rozan,
-dien de mooie bankiersvrouw niet gemakkelijk plaatsen kon.
-
-De nieuwe school zou eerst later het onderspit delven, toen mevrouw
-Sidonie haar kamers afstond voor de gril van haar schoonzuster,
-voor den onbekende van de quai Saint-Paul. Zij bleef van toen af
-haar vertrouwde.
-
-Maar een van mevrouw Sidonie's getrouwen was Maxime. Nauwelijks
-vijftien jaar oud, kwam hij al bij zijn tante snuffelen en berook hij
-de achtergelaten handschoenen, die hij op de meubels vond. Zijn tante,
-die er een hekel aan had om openlijk voor de waarheid uit te komen,
-leende hem ten slotte de sleutels van haar kamers, onder voorgeven
-dat zij tot den volgenden dag uitbleef.
-
-Maxime zei iets van vrienden, die hij niet bij hem thuis durfde
-ontvangen. Op de bovenkamers van de rue du Faubourg-Poissonnière
-bracht hij verscheidene nachten met dat arme meisje door, dat naar
-buiten moest gezonden worden.
-
-Mevrouw Sidonie leende geld van haar neef, keek hem smachtend aan,
-en fluisterde met haar innemende stem dat hij "zoo zacht en zoo
-blozend was als een meisje."
-
-Intusschen was Maxime grooter worden. Het was nu een slanke, knappe
-jongeling, die de blozende wangen en blauwe oogen van den knaap
-behouden had. Zijn krullende haren voltooiden het "meisjesachtige"
-in zijn uiterlijk, dat de dames zoo aantrok.
-
-Hij geleek op de arme Angèle, hij had haar zachten blik, haar blonde
-bleekheid. Maar hij was nog minder waard dan die trage, onbeduidende
-vrouw. Het ras der Rougons was in hem verfijnd, maar tegelijk zwakker
-en gebrekkig geworden.
-
-Geboren uit een te jonge moeder, een vreemd mengsel, een
-dooreenhaspeling, meebrengende van de woeste begeerten zijns
-vaders en de weekelijke lijdzaamheid zijner moeder, was hij een
-gebrekkig product, waarin de gebreken der ouders elkander aanvulden
-en verergerden.
-
-Dat geslacht leefde te snel; het stierf reeds uit in dat teere
-wezen, waarbij de sekse klaarblijkelijk in twijfel gestaan had,
-waarin niet meer een wilskracht stak, belust op rijkdom en genot,
-zooals Saccard, maar een laffe zucht om het bijeengegaarde fortuin
-te verteren; zonderling tweeslachtig wezen, te zijner tijd geboren
-in een rottende maatschappij.
-
-Wanneer Maxime naar het Bosch ging, ingeregen als een vrouw, op en
-neer wippende in het zadel bij den zachten draf van zijn paard, was
-hij de god van de jongelieden van zijn leeftijd, met zijn ontwikkelde
-heupen, zijn lange smalle handen, zijn teer, guitig voorkomen, zijn
-onberispelijke elegantie en zijn tooneelspelers-taal.
-
-Toen hij twintig jaar oud was, achtte hij zich verheven boven
-alle gevoel van verbazing en van walging. Hij had stellig van de
-minst gebruikelijke vuilheden gedroomd. De ondeugd was bij hem geen
-grondelooze diepte, zooals bij zekere grijsaards, maar een uitwendige,
-natuurlijke bloei. Zij krulde in zijn haren, lachte op zijn lippen,
-kleedde hem met zijn kleeren. Maar het eigenaardigst waren vooral de
-oogen, twee blauwe, heldere, lachende oogen, spiegels van koketterie,
-waarachter men de leegte van zijn hersenkas duidelijk bemerkte.
-
-Die veile-deernenoogen sloeg hij nooit neer, zij zochten het vermaak,
-een vermaak zonder afmatting, dat men aanroept en ontvangt.
-
-De windvlaag, die zonder ophouden de vertrekken van de rue de Rivoli
-binnendrong en er de deuren deed slaan, blies harder naarmate Maxime
-grooter werd, naarmate Saccard den kring zijner operaties uitbreidde
-en Renée met steeds toenemenden koortsachtigen ijver het onbekende
-genot zocht. Die drie wezens leidden daar een vreemdsoortig leven
-van vrijheid en dwaasheid. Dat was de rijpe vrucht van een tijdvak.
-
-De straat was met haar geratel van rijtuigen, haar gedrang van
-wildvreemden, haar ruwe taal, in deze woning binnengedrongen. De
-vader, de stiefmoeder, de stiefzoon handelden, spraken of maakten het
-zich gemakkelijk alsof ieder van hen alleen op kamers woonde. Drie
-vrienden, drie studenten, die met elkander een zitkamer deelden,
-konden niet met meer ongegeneerdheid over die kamer beschikt hebben
-om er hun ondeugden, hun liefdesavonturen, hun luidruchtige vreugde
-van groote kwajongens in te bergen.
-
-Zij aanvaardden elkanders gezelschap met een vriendschappelijken
-handdruk, schenen geen flauw vermoeden te hebben welke band hen onder
-hetzelfde dak bijeenbracht, gingen gulhartig en vroolijk met elkander
-om, en bleven zoodoende volkomen onafhankelijk van elkander.
-
-Het begrip familie was in hun oog iets als een vennootschap, waar de
-winst gelijkelijk verdeeld wordt, elk nam zijn aandeel van het vermaak
-in bezit, en het was een stilzwijgende conditie dat ieder van hen dat
-aandeel kon opmaken zooals hij dit verkoos. Ten slotte smaakten zij hun
-genoegens voor elkanders oogen, weidden er breedvoerig over uit, zonder
-iets anders dan een beetje afgunst en nieuwsgierigheid op te weken.
-
-Nu werd Renée door Maxime onderricht. Wanneer hij met haar naar het
-Bosch ging, vertelde hij haar allerlei dingen over lichte meisjes,
-die hen erg vroolijk stemden. Hij kon geen nieuwe verschijning aan
-den oever van het meer opmerken, of hij ging inlichtingen inwinnen
-omtrent den naam van haar minnaar, het jaargeld dat hij haar gaf,
-of de manier waarop zij leefde.
-
-Hij was bekend met het huiselijk leven van die dames, wist intieme
-bijzonderheden, was een levende catalogus, waarin alle publieke meisjes
-van Parijs genummerd stonden, met een volledige beschrijving er bij.
-
-In het hooren van die nieuwtjes schiep Renée het grootste vermaak. Te
-Longchamp bij de wedrennen, als zij in haar kales voorbij reed,
-luisterde zij gretig toe, ofschoon zij haar waardigheid als deftige
-dame niet aflegde, wanneer Maxime haar vertelde hoe Blanche Muller
-haar gezantschapsattaché bedroog met haar kapper; of hoe de kleine
-baron den graaf in zijn onderbroek gevonden had in de alkoof van een
-magere, roodharige beroemdheid, bijgenaamd de Kreeft.
-
-Iederen dag had hij een ander nieuwtje. Als de zaak te onkiesch
-was, sprak Maxime wat zachter, maar hij vertelde ze voluit. Renée
-luisterde met wijdgeopende oogen, als een kind dat een grapje hoort,
-hield haar lachen in, en proestte het dan uit in haar geborduurden
-zakdoek, dien zij even tegen de lippen drukte.
-
-Maxime bracht ook de portretten van die dames mee. Hij had portretten
-van actrices in al zijn zakken: tot zelfs in zijn sigarenkoker. Soms
-ledigde hij zijn zakken; en deed de dames in het album dat op de
-meubels van het salon lag te slingeren, bij de portretten van
-Renée's vriendinnen. Er waren ook portretten van heeren in, de
-Rozan, Simpson, de Chibray, de Mussy, alsook van acteurs, schrijvers,
-afgevaardigden, waarvan men niet eens meer wist hoe zij in het album
-gekomen waren. Vreemdsoortig mengelmoes, dat een denkbeeld gaf van
-den warboel van ideeën en personen, die het levenspad van Renée en
-Maxime kruisten.
-
-Dat album gaf heel wat stof tot gesprekken, wanneer het regende of
-men zich verveelde. Het kwam op de een of andere manier altijd in
-hun handen. De jonge vrouw sloeg het geeuwend open, misschien wel
-voor den honderdsten keer. Dan werd haar nieuwsgierigheid opgewekt
-en de jonge man kwam achter haar leunen.
-
-Dan werd er druk gepraat over het haar van de Kreeft, de dubbele kin
-van mevrouw de Meinhold, de oogen van mevrouw Lauwerens, den hals
-van Blanche Muller, den ietwat scheven neus van de markiezin, den
-mond van de kleine Sylvia, die bekend was om haar dikke lippen. Zij
-vergeleken de eene vrouw bij de andere.
-
---Als ik een man was, zei Renée, zou ik Adeline kiezen.
-
---Omdat je Sylvia niet kent, antwoordde Maxime. Die is toch zoo
-grappig!.... Ik mag Sylvia liever.
-
-De bladen werden omgeslagen; soms verscheen de hertog de Rozan,
-of mijnheer Simpson, of de graaf de Chibray, en hij voegde er
-gekscherend bij:
-
---Trouwens, jouw smaak is bedorven, dat is bekend.... Heb je ooit
-dwazer gezichten gezien dan van die heeren! Rozan en Chibray lijken
-op Gustave, mijn kapper.
-
-Renée haalde de schouders op, als wilde zij te kennen geven dat die
-spotternij haar niet deerde. Zij bleef zich verdiepen in de beschouwing
-van die bleeke, glimlachende of stuursche gezichten die het album
-bevatte; zij bleef wat langer stilstaan bij de meisjesportretten,
-bestudeerde nieuwsgierig de microscopisch kleine rimpeltjes of
-haartjes, die daarop zichtbaar waren.
-
-Eens liet zij zich zelfs een sterk vergrootglas brengen, daar zij een
-haartje op den neus van de Kreeft meende te ontdekken. En inderdaad, de
-loep toonde een fijn, glinsterend blond haartje dat van de wenkbrauwen
-naar den top van den neus was verdwaald. Dat haartje vermaakte hen
-kostelijk. Een week lang, moesten de dames die bij haar kwamen zich
-met eigen oogen overtuigen van de aanwezigheid van het haartje.
-
-De loep deed van toen af dienst om de gezichten der vrouwen uit te
-pluizen. Renée deed merkwaardige ontdekkingen; zij vond onbekende
-rimpels, ruw vel, gaatjes die niet genoeg door het poudre de riz
-bedekt waren. Eindelijk borg Maxime de loep weg, met de verklaring
-dat men op die manier een afkeer van het menschelijk gelaat zou
-krijgen. Maar de eigenlijke reden was, dat zij de dikke lippen van
-Sylvia, voor wie hij een bijzondere genegenheid koesterde, aan een
-te streng onderzoek onderwierp.
-
-Zij vonden weer een ander spelletje uit. Zij stelden deze vraag:
-"Met wien zou ik graag een nacht doorbrengen?" en het album
-moest die vraag beantwoorden. Dat gaf aanleiding tot vermakelijke
-paringen. De vriendinnen speelden het verscheidene avonden. Renée werd
-achtereenvolgens uitgehuwelijkt aan den aartsbisschop van Parijs, aan
-baron Gouraud, aan mijnheer de Chibray, wat veel stof tot lachen gaf,
-en aan haar man zelf, wat ze niet aardig vond. Wat Maxime aangaat,
-hetzij bij toeval, of uit moedwil van Renée die het album opensloeg,
-hij kreeg steeds de markiezin. Maar nooit werd er meer gelachen dan
-wanneer het lot twee mannen of twee vrouwen samen paarde.
-
-De vriendschappelijke verhouding tusschen Maxime en Renée werd zoo
-innig, dat zij hem haar hartsgeheimen toevertrouwde. Hij troostte
-haar en gaf haar raad. Zijn vader scheen niet te bestaan.
-
-Daarop kwamen de vertrouwelijke mededeelingen uit hun jeugd aan
-de beurt. Vooral op hun rijtoertjes in het Bosch voelden zij een
-aandrang, een behoefte om elkander dingen te vertellen, die niet
-oorbaar zijn. Hetzelfde genot dat kinderen er in vinden zachtjes over
-verboden dingen te spreken, dezelfde aantrekkelijkheid die er voor een
-jongen man en een jonge vrouw in gelegen is om samen te zondigen, al
-is het maar in woorden, bracht hen telkens op onvoegzame onderwerpen.
-
-Zonder eenig zelfverwijt gaven zij zich over aan het wellustig
-gevoel dat zij smaakten, ieder in hun hoekje op de zachte kussens
-van het rijtuig uitgestrekt, als makkers die elkander hun eerste
-kwajongensstreken in herinnering brengen. Zij begonnen ten slotte op
-de onzedelijkheid te pochen. Renée kwam er voor uit dat de meisjes
-op de kostschool heel gemeen waren. Maxime wou niet voor haar onder
-doen en durfde een paar staaltjes vertellen van de schandelijkheden
-die op het gymnasium te Plassans gebeurden.
-
---O, ik durf het haast niet zeggen.... fluisterde Renée.
-
-En zij boog zich naar zijn oor, alsof zij zich schaamde over het geluid
-van haar stem, en zij vertelde hem een van die kloosterhistories,
-die soms in gemeene liedjes bezongen werden.
-
-En hij had een te grooten voorraad van dergelijke anecdotes, om met
-den mond vol tanden te blijven zitten. Hij neuriede allerlei gemeene
-liedjes.
-
-En zoo geraakten zij langzamerhand in een eigenaardigen toestand van
-welbehagen, gewiegd door al die zinnelijke ideeën die zij oprakelden,
-geprikkeld door begeerten die niet onder woorden te brengen waren.
-
-Het rijtuig reed zachtjes voort, zij keerden naar huis met een
-heerlijk gevoel van moeheid, meer afgemat dan na een aan de liefde
-gewijden nacht. Zij hadden de zonde gepleegd, evenals twee jongens
-die het pad opgaan zonder liefje, en zich tevreden stellen met hun
-wederzijdsche herinneringen.
-
-Een nog grooter vertrouwelijkheid bestond er tusschen vader en
-zoon. Saccard had begrepen dat een groot geldman het niet buiten de
-vrouwen kan stellen, en dat hij van tijd tot tijd een dwaasheid voor
-ze moet doen. Hij was lomp in de liefde, hij hield meer van geld; maar
-zijn programma eischte nu eenmaal, dat hij verschillende slaapkamers
-bezocht, bankbiljetten op sommige schoorsteenen met kwistige hand
-neerlei, nu en dan de een of andere beroemdheid onder de lichte
-meisjes als een verguld uithangbord voor zijn speculaties gebruikte.
-
-Toen Maxime zijn leertijd volbracht had, ontmoetten zij elkander
-bij dezelfde dames, en dat vonden zij grappig. Zij waren soms wel
-elkanders medeminnaars.
-
-Het gebeurde wel, dat Maxime, als hij met een luidruchtig troepje in
-Maison-d'Or dineerde, de stem van Saccard in de naaste kamer hoorde.
-
---Kijk, pa is hiernaast! riep hij met een grimas, die hij van de
-toenmaals gevierde tooneelspelers had afgekeken.
-
-Hij klopte aan de deur van het kabinet, nieuwsgierig om te zien welke
-verovering zijn vader nu weer gemaakt had.
-
---Zoo, ben jij het, zei deze aangenaam verrast. Kom binnen. Jelui
-maakt een lawaai dat men zijn eigen woorden niet verstaan kan. Wie
-zijn daar toch allemaal?
-
---Wel, Laure d'Aurigny, Sylvia, de Kreeft, en nog twee anderen,
-geloof ik. 't Is om te proesten van 't lachen: ze steken haar vingers
-in de schotels en gooien ons handenvol sla naar het hoofd. Mijn jas
-zit vol olie.
-
-De vader lachte, vond dat heel komiek.
-
---Die jeugd, die jeugd, mompelde hij. Dan doen wij anders, niet,
-poesje? Wij hebben heel kalmpjes gegeten en we gaan een dutje doen.
-
-En hij streek de vrouw die naast hem zat onder de kin, hij kirde
-met zijn zuidelijk neusgeluid, wat een zonderlinge liefdemuziek te
-weeg bracht.
-
---Die oude sijs!.... riep de vrouw uit. Bonjour, Maxime. Of ik
-van je houd hè, om met zoo'n ouden schelm als je vader is, te
-gaan soupeeren.... Ik zie je niet meer. Kom overmorgen ochtend
-vroeg.... Neen, heusch, ik heb je iets te zeggen.
-
-Saccard verorberde intusschen met smaak een portie ijs of een paar
-vruchten. Hij drukte een kus op den schouder der vrouw en zei op zijn
-innemendsten toon:
-
---Zeg, kinderen, als ik jelui hinder, ga ik zoolang weg.... Je moet
-maar schellen als ik terug kan komen.
-
-Dan nam hij de dame mee, of nam soms met haar deel aan het rumoer van
-de aangrenzende kamer. Maxime en hij deelden dezelfde schouders; hun
-handen ontmoetten elkander om dezelfde tailles. Zij riepen elkander op
-de sofa's, vertelden elkaar hardop wat de vrouwen hun in vertrouwen in
-het oor gefluisterd hadden. En zij dreven de vertrouwelijkheid zoover,
-dat zij samenspanden om de blondine of brunette, die een van hen had
-uitverkoren, uit het gezelschap te ontvoeren.
-
-Zij waren goede bekenden op Mabille. Zij kwamen daar na een fijn
-dineetje gearmd binnen, drentelden den tuin rond, groetten de
-vrouwen en voegden ze in het voorbijgaan een woordje toe. Zij lachten
-luidkeels, steeds gearmd, en kwamen elkaar desnoods te hulp bij al te
-heftige woordenwisselingen. De vader, die heel sterk op dat punt was,
-bepleitte met succès de liefdesbetrekkingen van zijn zoon. Soms gingen
-zij zitten en dronken met een troepje van die meisjes. Dan namen zij
-weer plaats aan een ander tafeltje, of hervatten hun wandeling. En tot
-middernacht zag men ze, altijd kameraadschappelijk gearmd, de vrouwen
-achterna loopen, langs de gele lanen, onder het helle schijnsel van
-de gasvlammen.
-
-Als zij thuiskwamen, brachten zij van buiten, in hun kleeren, iets
-van de lichte meisjes mee, die zij zoo pas verlaten hadden. Hun slappe
-houding, enkele gewaagde uitdrukkingen, of gemeene gebaren, brachten
-een verdachte slaapkamerlucht in de vertrekken van de rue de Rivoli. De
-weeke, slappe handdruk dien de vader met den zoon wisselde, zei reeds
-genoeg waar zij vandaan kwamen. In die lucht ademde Renée haar grillen,
-haar zinnelijk verlangen in. Zij schertste zenuwachtig met hen.
-
---Waar komen jelui toch vandaan? zei zij. Je ruikt naar tabak en naar
-muskus.... Daar krijg ik bepaald weer hoofdpijn van.
-
-En de vreemde geur maakte haar werkelijk van streek. Van dien geur
-was deze zonderlinge huiselijke haard aanhoudend doortrokken.
-
-Intusschen vatte Maxime een werkelijken hartstocht voor de kleine
-Sylvia op. Hij verveelde zijn stiefmoeder maanden lang met dat
-meisje. Renée kende haar weldra op een prikje, van haar voetzolen tot
-haar kruin. Zij had een blauwachtig vlekje op haar heup; er was niets
-bekoorlijkers dan haar knieën; haar schouders hadden de eigenaardigheid
-dat er alleen op den linker een kuiltje zat.
-
-Maxime vond er een boosaardig genoegen in zijn stiefmoeder op hun
-rijtoertjes te vergasten op de beschrijving van de volmaaktheden
-zijner maîtresse.
-
-Op zekeren avond moesten de rijtuigen van Renée en Sylvia, bij den
-terugrit uit het Bosch, door een opstopping naast elkander stilhouden
-in de Champs-Elyséés.
-
-De beide vrouwen keken elkander nieuwsgierig aan, terwijl Maxime, zich
-verkneukelende over deze kritieke ontmoeting, in zijn vuistje lachte.
-
-Toen de kales weer doorreed, en zijn stiefmoeder een somber stilzwijgen
-bewaarde, dacht hij dat zij ontstemd was, hij hield zich al voorbereid
-op een van die moederlijke terechtwijzingen, een van die vreemde
-sermoenen, waarmee zij soms nog haar verveling verdreef.
-
---Ken je soms den juwelier van die dame? vroeg zij hem eensklaps,
-juist toen zij op de place de la Concorde kwamen.
-
---Helaas ja, antwoordde hij glimlachend; ik moet hem nog tienduizend
-francs betalen.... waarom vroeg je me dat?
-
---Zoo maar.
-
-Toen, na een nieuwe stilte:
-
---Ze had een mooien armband om, ik bedoel dien aan haar
-linkerhand.... Ik had hem wel eens van nabij willen zien.
-
-Zij kwamen thuis. Zij sprak er niet meer over. Maar den volgenden
-morgen, toen Maxime en zijn vader samen uit zouden gaan, nam zij
-den jongen man ter zijde en ietwat verlegen, met een lief lachje,
-dat vergeving scheen te vragen, fluisterde zij hem iets toe.
-
-Hij scheen verrast en ging met een ondeugend lachje de deur uit. 's
-Avonds bracht hij Sylvia's armband mee, waarom zijn stiefmoeder hem
-dringend verzocht had.
-
---Daar is het ding, zei hij. Voor u zou men uit stelen gaan, mamaatje.
-
---Ze heeft toch niet gezien dat je het wegnam? vroeg Renée, die het
-kleinnood met begeerigheid bekeek.
-
---Ik geloof het niet.... Zij heeft hem gisteren aangehad, dus vandaag
-zal ze hem zeker niet dragen.
-
-De jonge vrouw was intusschen voor het raam gaan staan. Zij had den
-armband omgedaan. Zij hield haar pols een beetje omhoog, draaide hem
-langzaam om, en herhaalde vol verrukking:
-
---Beeldig, beeldig mooi.... Alleen de smaragden bevallen me niet erg.
-
-Op dit oogenblik trad Saccard binnen, en terwijl zij daar nog stond,
-met opgeheven arm, in het volle licht van het venster:
-
---Wat is dat, riep hij verwonderd uit, de armband van Sylvia?
-
---Ken je hem? zei zij, meer verlegen dan hij, niet meer wetende wat
-ze met haar arm moest doen.
-
-Hij was al van zijn verbazing bekomen; hij dreigde zijn zoon met den
-vinger, en zei:
-
---Die snaak heeft altijd verboden vruchten in zijn zak!.... Op een
-goeien dag brengt hij ons nog den arm van de dame met den armband mee.
-
---'t Is mijn schuld niet, antwoordde Maxime met de lafhartigheid van
-een gluiper. Renée wou hem eens zien.
-
---Zoo! was alles wat de man zei.
-
-En hij bekeek het kleinood ook eens, en maakte dezelfde opmerking
-als zijn vrouw:
-
---Hij is beeldig mooi.
-
-Toen ging hij kalmpjes heen, en Renée beknorde Maxime dat hij haar
-verraden had. Maar hij verzekerde dat zijn vader daar niets om
-gaf. Toen gaf zij hem den armband terug en zei:
-
---Je moet bij den juwelier aangaan en er net zoo een voor me bestellen,
-maar je moet er saffieren in plaats van smaragden in laten zetten.
-
-Het was Saccard onmogelijk iemand of iets lang om zich heen te hebben,
-zonder dat de wensch bij hem opkwam dien persoon of dat voorwerp te
-verkoopen, of tenminste tot zijn voordeel aan te wenden. Zijn zoon
-was nog geen twintig jaar of hij dacht er al over om partij van hem
-te trekken. Het kon niet missen of een knappe jongen, neef van een
-minister en zoon van een grooten financier, zou gemakkelijk een positie
-krijgen. Hij was wel wat jong, maar men kon al vast een vrouw en een
-huwelijksgift voor hem zoeken, om dan het huwelijk op de lange baan
-te schuiven, of te bespoedigen, al naar den toestand zijner financiën.
-
-Hij was erg fortuinlijk. In een raad van toezicht waarvan hij ook
-deel uitmaakte, vond hij een grooten knappen man, mijnheer de Mareuil,
-dien hij binnen twee dagen in zijn macht had.
-
-Mijnheer de Mareuil was een gewezen raffinadeur uit Havre; hij heette
-eigenlijk Bonnet. Nadat hij een groot fortuin bijeengegaard had,
-huwde hij een adellijk meisje, ook schatrijk, dat een domoor met een
-knap uiterlijk zocht. Bonnet kreeg vergunning den naam zijner vrouw te
-voeren, wat voor hem een eerste voldoening van zijn hoogmoed was; maar
-zijn huwelijk had een dwazen eerzucht in hem opgewekt, hij streefde
-er naar Hélène's adellijke afkomst te betalen, door het innemen van
-een hooge politieke positie.
-
-Hij stak geld in de nieuwe dagbladen, hij kocht groote landgoederen
-in Nièvre, hij wendde alle bekende middelen aan om zich voor het
-Wetgevend lichaam candidaat te laten stellen. Tot dusver hadden zijn
-pogingen schipbreuk geleden, zonder dat hij iets van zijn deftigheid
-verloor. Hij was het ongeloofelijkste leeghoofd, dat men ooit kon
-aantreffen. Hij had een statig voorkomen, het bleeke, peinzende gelaat
-van een groot staatsman, en daar hij op een verwonderlijke manier
-kon toeluisteren, met nadenkende blikken en een plechtige kalmte op
-het gelaat, zou men kunnen meenen, dat zijn geest zich diep inspande
-om het gesprokene op te nemen en te verwerken. Het leed echter geen
-twijfel of hij dacht nergens aan. Maar hij slaagde er in de menschen
-in de onzekerheid te brengen of zij met een groot man of met een
-domoor te doen hadden.
-
-Mijnheer de Mareuil klampte zich aan Saccard vast, als een drenkeling
-aan een toegestoken plank. Hij wist dat een officiëele candidatuur
-in Nièvre vrij zon komen en hij hoopte vurig dat de minister hem als
-candidaat zou aanwijzen; het was zijn laatste troef. Hij gaf zich
-dan ook blindelings aan den broer van den minister over.
-
-Saccard, die de lucht kreeg van een voordeelig zaakje, bracht hem op
-het idee van een huwelijk tusschen Maxime en zijn dochter Louise. De
-ander weidde dadelijk uit over zijn ingenomenheid met dit voorstel,
-hij meende dat hij het eerst aan dat huwelijk gedacht had, en achtte
-zich zeer gelukkig in de familie van een minister te komen en Louise
-aan een jongmensch te geven, die de schitterendste vooruitzichten
-scheen te hebben.
-
-Louise zou, zei haar vader, een millioen mee ten huwelijk
-krijgen. Mismaakt, leelijk en alleraardigst, was zij veroordeeld
-om jong te sterven; een borstkwaal ondermijnde haar, maakte haar
-opgewonden vroolijk, en gaf haar iets innemends. Ziekelijke meisjes
-verouderen snel, worden vóór den tijd vrouw. Zij had iets zinnelijk
-naïefs, zij scheen op elfjarigen leeftijd, in volle puberteit,
-geboren te zijn.
-
-Als haar vader, die gezonde, domme kolossus, haar aankeek, kon hij
-niet gelooven dat het zijn dochter was. Haar moeder was bij haar
-leven ook een groote, sterke vrouw, maar haar nagedachtenis wekte
-de herinnering aan geruchten op, die een verklaring gaven van de
-wanstaltigheid van dit kind, van haar gedragingen als een schatrijk
-zigeunermeisje, haar ondeugende, bekoorlijke leelijkheid.
-
-Men zei dat Hélène de Mareuil in de schandelijkste uitspattingen
-gestorven was. De zinnelijke lusten hadden aan haar geknaagd als een
-zweer, zonder dat haar man de vlagen van krankzinnigheid opmerkte
-van zijn vrouw, die hij in een gesticht had moeten opsluiten.
-
-Uit dien zieken schoot geboren, had Louise dun bloed en mismaakte
-leden, waren haar hersenen aangedaan en was haar geheugen reeds
-vol van een bezoedeld leven. Soms kwam er een vage herinnering aan
-een vroeger bestaan in haar op, door een nevel zag zij zonderlinge
-tooneelen schemeren, mannen en vrouwen die elkander omhelsden,
-een geheel drama van vleeschelijke lusten waarin haar kinderlijke
-nieuwsgierigheid zich vermeide. Het was haar moeder, die in haar
-sprak. In haar kinderjaren bleef haar die ondeugd bij.
-
-Naarmate zij grooter werd, was er niets dat haar verbaasde, zij
-herinnerde zich alles, of liever zij wist alles, en zij reikte naar de
-verboden zaken met een zekerheid van hand, die haar deed gelijken op
-iemand die na een lange ziekte in zijn woning terug komt en slechts
-den arm hoeft uit te steken om zich op zijn gemak te zetten en zich
-thuis te voelen.
-
-Dit zonderlinge meisje, wier kwade neigingen met de zijne strookten,
-maar dat daarenboven zoo onschuldig in haar onbeschaamdheid scheen, en
-een pikante mengeling vertoonde van kinderlijkheid en vrijpostigheid
-in dat tweede leven dat zij als maagd doorleefde met haar wetenschap
-en schande van een volwassen vrouw, moest Maxime ten slotte behagen
-en hem veel grappiger toeschijnen dan Sylvia, een woekeraarster in
-haar hart, dochter van een eerzamen papierfabrikant en eigenlijk
-vreeselijk burgerlijk.
-
-Het huwelijk werd lachend vastgesteld, en men besloot de "kwajongens"
-te laten opgroeien. De twee gezinnen gingen heel vriendschappelijk
-met elkander om. Mijnheer de Mareuil deed zijn best voor zijn
-candidatuur. Saccard loerde op zijn prooi. De afspraak luidde,
-dat Maxime als bruidsgeschenk zijn benoeming tot auditeur bij den
-staatsraad zou meebrengen.
-
-Intusschen scheen het fortuin van Saccard zijn toppunt bereikt te
-hebben. Het straalde midden in Parijs als een groot vreugdevuur. Het
-uur was gekomen, waarop de honden hun aandeel in den buit kregen,
-en het door toortsen verlichte bosch weerklonk van hun geblaf
-en van het klappen der zweepen. De losgelaten begeerten vonden
-eindelijk bevrediging in den onbeschaamden triomf, bij het geraas
-der ineengestorte wijken en der snel opgekomen fortuinen.
-
-De stad was niets meer dan een groote zwelgpartij van millioenen en
-van vrouwen. De ondeugd, van bovenaf gekomen, stroomde in de beken,
-spreidde zich uit in de vijvers, steeg weer omhoog in de fonteinen der
-tuinen, om neer te vallen op de daken, in een fijnen doordringenden
-regen. En als men des nachts de bruggen overging, scheen de Seine,
-midden in de slapende stad, den afval met zich mee te voeren:
-van de tafels gevallen kruimels, op de sofa's achtergelaten kanten
-strikken, in de vigelantes vergeten haartooi, uit de boezems gegleden
-bankbiljetten, al wat de dierlijkheid der begeerte en de onmiddellijke
-bevrediging van de aandrift op straat werpen, na het gebroken en
-bezoedeld te hebben.
-
-Dan, in den koortsachtigen slaap van Parijs, en nog beter dan op die
-hijgende jacht overdag, voelde men dat alle hoofden op hol waren,
-dat die stad van niets droomde dan van goud en wellust.
-
-Tot middernacht klonken de violen; dan werden de vensters donker,
-en daalde de duisternis over de stad.
-
-Het leek een ontzaglijk groote alkoof, waarin met het uitblazen van
-de laatste kaars ook de laatste schaamte afgelegd werd.
-
-In die diepe duisternis ontwaarde men niets meer dan een groot
-gereutel van hevigen, afgematten hartstocht, terwijl de Tuileriën,
-aan den waterkant, hun armen in het donker uitbreidden als tot een
-ontzaglijke omhelzing.
-
-Saccard had zijn hôtel laten bouwen in het park Monceau, op een
-terrein dat hij van de stad gestolen had. Hij had daar voor zichzelf
-op de eerste verdieping een prachtig kabinet laten inrichten,
-palissanderhout met vergulde ornamenten, met hooge glazen deuren
-als van een boekenkast, vol dossiers maar met geen enkel boek er in;
-de brandkast, in een inspringenden hoek van den muur, geleek op een
-ijzeren alkoof, groot genoeg om tot bed te dienen voor een milliard.
-
-Zijn fortuin groeide daar aan, pronkte er onbeschaamd in. Alles
-scheen hem mee te loopen. Toen hij de rue de Rivoli verliet, zijn
-huis op grooter voet inrichte, zijn uitgaven verdubbelde, zei hij tot
-zijn kennissen dat hij aanzienlijke winsten behaald had. Naar zijn
-zeggen bracht zijn compagnonschap met de heeren Mignon en Charrier
-hem ontzaglijke winsten op; zijn speculaties op huizen gingen nog
-voordeeliger, en het Wijnbouwcrediet was een onuitputtelijke melkkoe.
-
-Hij somde zijn rijkdommen op zoo'n eigenaardige manier op, dat het
-den toehoorders voor de oogen duizelde. Zijn provençaalsch neusgeluid
-kwam nog sterker uit: met zijn korte gezegden en zijn zenuwachtige
-gebaren, stak hij een vuurwerk af, waarin de millioenen als vuurpijlen
-omhoog stegen, zoodat zelfs de ongeloovigsten verblind werden. Die
-drukte over zijn rijkdom was voor een groot deel de oorzaak, dat
-hij den naam van een gelukkig speler had gekregen. In werkelijkheid
-was er niemand, die een veilig belegd kapitaal van hem kende. Zijn
-verschillende compagnons, die natuurlijk op de hoogte waren van zijn
-positie tegenover hen, verklaarden zich zijn kolossaal fortuin door
-aan te nemen dat hij bijzonder gelukkig was in de andere speculaties,
-waarvan zij niets afwisten.
-
-Hij maakte grove verteringen; de stroom uit zijn kas vloeide aanhoudend
-door, zonder dat de bronnen ontdekt konden worden. Het was zuivere
-waanzin, een razende hartstocht, handen vol goudstukken in het
-water gesmeten, de brandkast iederen avond tot den laatsten stuiver
-geledigd om weer op onrustbarende wijze in den nacht gevuld te worden,
-en nooit grooter geldsommen opleverende dan wanneer Saccard beweerde
-de sleutels verloren te hebben.
-
-In dat fortuin, met het geloei en de overstroomingen van een
-winterstorm, werd de bruidschat van Renée geslingerd, meegevoerd en
-verdronken. De jonge vrouw, die in den eersten tijd nog eenigszins
-wantrouwend was en haar goederen zelf wou beheeren, had al heel gauw
-genoeg van de zaken; later voelde zij zich arm tegenover haar man,
-en onder den last der schulden gebukt, moest zij haar toevlucht bij
-hem zoeken, geld van hem leenen, zich aan zijn genade overleveren.
-
-Bij iedere nieuwe rekening, die hij betaalde met den glimlach van een
-man die medelijden heeft met de menschelijke zwakheden, gaf zij zich
-iets meer aan hem over, vertrouwde zij hem effecten toe of machtigde
-hem het een of ander te verkoopen.
-
-Toen zij in het park Monceau kwamen wonen, was zij al bijna geheel
-uitgeplunderd. Hij had zich in de plaats van den Staat gesteld, en
-betaalde haar de rente van de honderdduizend francs, voortkomende
-uit haar eigendom in de rue de la Pépinière; bovendien had hij haar
-overgehaald haar landgoed in Sologne te verkoopen, om het geld in een
-groote zaak te steken, een uitmuntende belegging, zei hij. Zij had
-dus nog enkel de terreinen van Charonne over, die zij standvastig
-weigerde van de hand te doen, om tante Elisabeth geen verdriet te
-doen. En daar had hij nog een slim plannetje mee beraamd, met behulp
-van zijn ouden medeplichtige Larsonneau.
-
-Toch bleef zij nog verplichting aan hem houden; hij had wel haar
-fortuin genomen, maar hij betaalde haar het vijf- of zesvoud der
-jaarlijksche opbrengst. De rente van de honderdduizend francs,
-gevoegd bij die van het geld van Sologne, bedroeg ternauwernood
-negen- of tienduizend francs, juist genoeg om haar linnennaaister en
-haar schoenmaker mee te betalen. Hij gaf haar of betaalde voor haar
-vijftien-, ja twintigmaal dat armzalige beetje.
-
-Hij zou acht dagen werken om haar honderd francs te ontstelen, en
-hij onderhield haar vorstelijk. Zij deelde dan ook in den algemeenen
-eerbied voor de monumentale brandkast van haar man, zonder de herkomst
-te doorgronden van dien goudstroom, dien zij zag voorbij stroomen en
-waarin zij zich elken morgen wierp.
-
-In het park Monceau, was het een razernij, een oogverblindende
-pracht. De Saccards verdubbelden het aantal hunner rijtuigen en
-paarden; zij hielden er een leger van bedienden op na, die zij in
-een donkerblauwe livrei uitdosten, een stopverfkleurige korte broek
-met zwart en geel gestreept vest, weinig opzichtige kleuren, die
-de financier opzettelijk gekozen had om hoogst ernstig te schijnen,
-wat altijd een van zijn liefste droomen was geweest.
-
-Zij spreidden hun weelde aan den voorgevel ten toon en openden
-de gordijnen, op de dagen dat er groote diners gegeven werden. De
-windvlaag, die op de eerste verdieping van de rue de Rivoli de deuren
-had doen slaan, was in het hôtel een ware orkaan geworden, die de
-binnenmuren dreigde omver te blazen.
-
-Te midden dier vorstelijke vertrekken, langs de vergulde trapleuningen,
-op de dikke wollen tapijten, in dat tooverpaleis van een parvenu,
-bleef de geur van Mobille hangen, dansten de wiegelende heupen de in
-de mode zijnde quadrilles, waarde de tijdgeest rond met zijn dommen,
-dwazen lach, zijn onleschbaren dorst en zijn eeuwigen honger.
-
-Het was het verdachte huis van het wereldsch vermaak, van
-het onbeschaamde vermaak, dat de vensters wijd open zet om de
-voorbijgangers in te wijden in de geheimen der slaapkamer.
-
-Man en vrouw leefden er vrij, onder de oogen van hun dienstboden. Zij
-hadden het huis met elkaar gedeeld, zij kampeerden er, alsof het
-hun eigen huis niet was, alsof zij na een drukke, afmattende reis
-in een prachtig hôtel waren aangeland, waar zij zich even den tijd
-gegund hadden om hun koffers uit te pakken, ten einde zoo gauw
-mogelijk de genoegens van een nieuwe stad te kunnen najagen. Zij
-hielden er hun nachtverblijf; zij bleven alleen thuis voor de groote
-diners, onophoudelijk door Parijs zwervende, soms voor een uurtje
-thuiskomende, zooals men in een logement tusschen twee uitstapjes
-even komt uitrusten.
-
-Renée voelde er zich onrustiger, droomeriger; haar zijden rokken
-gleden over de dikke tapijten, langs het satijn der causeuses, met
-het sissend geluid van slangen; zij voelde zich geprikkeld door die
-dwaze verguldsels om haar heen, door die hooge, ledige plafonds,
-waaronder na de feestavonden niets overbleef dan het dartel gelach
-van de jongelui en de mooiklinkende woorden van de oude schelmen;
-om die weelde aan te vullen, om die schitterende pracht te bewonen,
-verlangde zij naar een buitengewoon vermaak, dat haar nieuwsgierigheid
-te vergeefs zocht in alle hoekjes van het hôtel, in het kleine
-zonkleurige salon, in de serre met haar weelderigen plantengroei.
-
-Saccard daarentegen zag zijn droomen bijna vervuld; hij ontving de
-groote geldmannen, mijnheer Toutin-Laroche, mijnheer de Lauwerens; hij
-ontving ook de groote staatslieden, baron Gouraud, den afgevaardigde
-Haffner; zijn broer, de minister, was zelfs twee- of driemaal bij
-hem aan huis geweest om door zijn aanwezigheid zijn positie hechter
-te maken.
-
-Toch had hij, even goed als zijn vrouw, een zenuwachtige, onrustige
-bezorgdheid, die zijn lach deed klinken als het gerinkel van gebroken
-vensterglas. Hij kreeg iets zoo gejaagds, zoo overspannens, dat zijn
-kennissen van hem zeiden: "Die drommelsche Saccard! hij verdient te
-veel geld, hij wordt nog gek!"
-
-In 1860 had hij een ridderorde gekregen, naar aanleiding van een
-geheimzinnigen dienst dien hij den prefect had bewezen, door zijn
-naam te leenen voor een dame bij een verkooping van terreinen.
-
-Het was omstreeks den tijd van hun verhuizing naar het park Monceau,
-dat er een gebeurtenis plaats greep in Renée's leven, die een
-onuitwischbaren indruk bij haar achterliet. Tot dusver had de
-minister weerstand geboden aan de smeekingen zijner schoonzuster,
-die van begeerte brandde om tot de hofbals uitgenoodigd te worden.
-
-Eindelijk zwichtte hij, in de meening dat het fortuin van zijn broer
-nu stevig genoeg gegrondvest was. Een maand lang kon Renée er niet
-van slapen. De groote avond kwam; zij zat te beven in het rijtuig,
-dat haar naar de Tuileriën bracht.
-
-Haar toilet was een wonder van bevalligheid en oorspronkelijkheid;
-zij had het zelf in een slapeloozen nacht bedacht, en drie mannen van
-Worms waren het onder haar oogen bij haar thuis komen maken. Het was
-een eenvoudige robe van wit gaas, maar gegarneerd met een menigte
-uitgeschulpte en met zwart fluweel geboorde strookjes. De tuniek
-van zwart fluweel was aan den hals vierkant uitgesneden, heel laag
-op den boezem, die omsloten werd door dunne kant, nauwelijks een
-vinger hoog. Geen enkele bloem, geen enkel lint, om haar polsen gladde
-armbanden en op haar hoofd een smalle diadeem van goud, die haar als
-een stralenkrans omgaf.
-
-Toen zij in de salons was en haar man haar verlaten had om met
-baron Gouraud te spreken, voelde zij zich een oogenblik verlegen. De
-spiegels echter toonden haar hoe bevallig zij er uitzag en stelden
-haar spoedig gerust; langzamerhand raakte zij gewend aan de warme
-atmosfeer, het gefluister van stemmen, de mengeling van zwarte jassen
-en blanke schouders.
-
-Daar verscheen de keizer. Hij schreed langzaam door het salon, aan
-den arm van een dikken, kleinen generaal, die hijgde alsof hij aan
-een moeielijke spijsvertering leed.
-
-De schouders schaarden zich in twee rijen, terwijl de zwarte jassen
-onwillekeurig bescheidenlijk een stapje achteruit weken. Renée werd
-naar het einde der rij gedrongen, dicht bij de tweede deur, waarheen
-de keizer juist zijn moeielijken, wankelenden gang richtte. Zij zag
-hem zoo, van de eene deur naar de andere, op haar toekomen.
-
-Hij droeg een zwarten rok met het roode lint van het grootkruis. Renée,
-die de ontroering weer te machtig werd, onderscheidde niet goed wat
-zij zag; die bloedige vlek scheen haar toe de geheele borst van den
-vorst te bespatten. Zij vond hem klein, met te korte beenen en een
-waggelenden gang; maar zij was verrukt, en in haar oog leek hij mooi,
-met zijn bleeke gelaatskleur, zijn zware oogleden, die over zijn
-doffe oogen neerhingen. Onder zijn snor opende zijn mond zich slap;
-alleen zijn beenige neus kwam uit in dat nietszeggende gelaat.
-
-De keizer en de oude generaal gingen stapje voor stapje verder;
-zij schenen elkander te steunen, met een flauw glimlachje. Zij
-keken naar de buigende dames, en hun blikken gleden links en rechts
-in de keurslijven. De generaal boog zich naar zijn meester over,
-fluisterde hem een woordje toe, drukte hem den arm als een vroolijke
-kameraad. En de keizer, slap en bleek, nog matter dan gewoonlijk,
-kwam steeds nader met zijn slependen tred.
-
-Zij waren in het midden van het salon, toen Renée voelde dat hun
-blikken op haar rustten. De oogen van den generaal werden rond,
-terwijl de keizer, zijn oogleden half opslaande, een rooden gloed
-kreeg in de grijze, troebele oogen.
-
-Renée raakte van haar stuk, boog het hoofd en zag niets meer dan de
-rozen van het tapijt. Maar zij volgde hun schaduw, zij begreep dat
-zij een paar seconden voor haar stil bleven staan. En zij meende den
-keizer, dien dubbelzinnige droomer, te hooren fluisteren, terwijl hij
-haar aankeek, weggedoken in haar mousselinen, met fluweel gestreepte
-japon:
-
---Zie eens, generaal, een bloempje om te plukken, een geheimzinnige,
-wit en zwart gestreepte anjelier.
-
-En de generaal antwoordde op lompen toon:
-
---Sire, die anjelier zou verduiveld goed in ons knoopsgat staan.
-
-Renée hief het hoofd op. De verschijning was verdwenen, een stroom van
-menschen versperde de deur. Sedert dien avond kwam zij dikwijls op de
-Tuileriën, zij genoot zelfs de eer dat Zijne Majesteit haar hardop
-een complimentje maakte, en dat zij eenigszins zijn vriendin werd;
-maar zij herinnerde zich altijd den langzamen, loomen tred van den
-vorst midden door het salon, tusschen de twee rijen van schouders;
-en wanneer zij wat nieuwe vreugd in het aangroeiend fortuin van
-haar man vond, zag zij den keizer weer langs de gebogen halzen gaan,
-naar haar toekomen, haar vergelijkende bij een anjelier, die de oude
-generaal hem aanried in zijn knoopsgat te steken. Dat was voor haar
-het beduidendste moment van haar leven.
-
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
-
-De duidelijke, brandende begeerte die in Renée's hart was opgekomen,
-in de bedwelmende geuren van de serre, terwijl Maxime en Louise
-lachten op een causeuse van het kleine gele salon, scheen uit haar
-geheugen gewischt als een benauwde droom, die niets meer dan een
-lichte huivering achterlaat.
-
-Den ganschen nacht had de jonge vrouw den bitteren smaak van de
-tanghinia op haar lippen geproefd; terwijl zij het branden van dat
-vergiftige blad voelde, leek het haar toe alsof een vurige mond zich
-op den haren plaatste, haar een verterende liefde inblies. Daarop liet
-die mond haar los, en haar droom loste zich op in donkere golven die
-over haar heen rolden.
-
-Tegen den morgen viel zij in slaap. Toen zij ontwaakte, dacht zij
-dat zij ziek was. Zij liet de gordijnen dichtschuiven, klaagde
-tegen haar dokter over onpasselijkheid en hoofdpijnen, weigerde
-twee dagen lang uit te gaan. En daar zij de bezoeken te druk vond,
-sloot zij haar deur. Maxime kwam tevergeefs aankloppen. Hij sliep
-niet in huis, om vrijer over zijn kamers te kunnen beschikken; hij
-leidde overigens het afwisselendste leven ter wereld; hij logeerde
-in de nieuwe huizen van zijn vader, koos de verdieping die hem het
-best aanstond, verhuisde iedere maand, dikwijls uit grilligheid,
-een enkele maal om plaats te maken voor de werkelijke huurders. In
-gezelschap van de een of andere maîtresse betrok hij de nieuwgebouwde
-huizen, om er gemakkelijker huurders voor te krijgen.
-
-Aan de luimen van zijn stiefmoeder gewoon geraakt, veinsde hij erg
-met haar begaan te zijn, en kwam viermaal per dag naar boven om naar
-haar toestand te vernemen, met een wanhopig gezicht, alleen om haar
-te plagen. Den derden dag vond hij haar in het kleine salon, blozend
-en lachend, kalm en rustig.
-
---Wel, heb je je goed geamuseerd met Céleste? vroeg hij haar, met
-een zinspeling op haar langdurig samenzijn met haar kamenier.
-
---Ja, antwoordde zij, het is een onbetaalbaar meisje. Zij heeft altijd
-ijskoude handen, zij lei ze op mijn voorhoofd en dat bracht mijn pijn
-wat tot bedaren.
-
---Maar dan is dat meisje een geneesmiddel! riep de jonge man uit. Als
-ik ooit het ongeluk mocht hebben verliefd te worden, wil je ze zeker
-wel aan me uitleenen, niet waar? Dan kan ze allebei haar handen op
-mijn hart leggen.
-
-Zij schertsten, en deden hun gewone rijtoertje naar het Bosch. Een
-paar weken gingen voorbij. Renée had zich hartstochtelijker dan ooit
-aan het leven van bezoeken en danspartijen overgegeven; haar hoofd
-scheen weer op hol, zij klaagde niet meer over verzadiging en walging.
-
-Alleen zou men gezegd hebben, dat zij zich in het geheim aan iets
-bezondigd had, waarover zij niet sprak, maar dat zij bekende door
-een duidelijker aan den dag gelegde minachting voor zichzelve en een
-gewaagder verdorvenheid in haar groote damesgrillen.
-
-Op een avond bekende zij Maxime dat zij dolgraag naar een bal zou
-gaan, dat Blanche Muller, een gevierde tooneelspeelster, aan de
-tooneelprinsessen en de voornaamste dames der demi-monde gaf.
-
-Die bekentenis verraste den jongen man en bracht hem, die toch niet
-over-scrupuleus was, in geen geringe verlegenheid. Hij hield een
-zedepreek tegen zijn stiefmoeder: heusch, dat was geen gepaste plaats
-voor haar, zij zou er trouwens niets grappigs zien, bovendien zou
-het opspraak verwekken als zij herkend werd. Op al die goede redenen
-antwoordde zij met saamgevouwen handen, smeekend en glimlachend:
-
---Kom, Maxiempje lief, wees nu eens aardig. Ik wil.... Ik zal een
-donkere domino aandoen, we zullen maar even door de salons wandelen.
-
-Maxime, die ten slotte altijd toegaf en zijn stiefmoeder op de
-beruchtste plaatsen van Parijs zou gebracht hebben, als zij er maar op
-zinspeelde, stemde er eindelijk in toe haar naar het bal van Blanche
-Muller te geleiden. Zij klapte in de handen als een kind dat een
-ontspanning krijgt, waarop het niet gerekend had.
-
---Dat vind ik lief, zei zij. 't Is morgen, niet waar? Kom me vroeg
-afhalen. Ik wil die dames zien binnenkomen. Je moet me haar namen
-noemen; wat zullen we een pret hebben....
-
-Zij dacht even na, en ging toen voort:
-
---Neen, kom niet. Je moet me met een vigelante opwachten, op den
-boulevard Malesherbes. Ik zal den tuin door komen.
-
-Die geheimzinnigheid zou een bekoring te meer aan haar uitstapje
-geven, 't was niets dan een verfijning van genot, want al was zij te
-middernacht de voordeur uitgegaan, dan zou haar man haar niet eens
-uit het raam nagekeken hebben.
-
-Nadat zij Céleste op het hart had gedrukt op haar te wachten, ging
-Renée den volgenden avond, met een heerlijk gevoel van vrees, door de
-duisternis van het park Monceau. Saccard had gebruik gemaakt van zijn
-vriendschappelijke verhouding tot het stadhuis, en zich een sleutel
-laten geven van een poortje, dat in het park uitkwam. Renée had er
-ook een willen hebben. Zij was bijna verdwaald geraakt, zij vond de
-vigelante alleen door de twee gele lichten der lantarens.
-
-In dien tijd was de boulevard Malesherbes pas voltooid; 's avonds
-was het er nog heel eenzaam. De jonge vrouw trad vlug het rijtuig in,
-met een kloppend hart, alsof zij een samenzijn met haar geliefde te
-gemoet ging. Maxime zat heel wijsgeerig te rooken in een hoekje van het
-rijtuig. Hij maakte een beweging om zijn sigaar weg te gooien, maar zij
-belette dit, en terwijl zij in de duisternis zijn arm wilde grijpen,
-gleed haar hand over zijn gezicht, wat ze beiden heel aardig vonden.
-
---Ik verzeker je dat ik van tabakslucht houd, riep zij. Houd je sigaar
-maar aan.... Vanavond gaan we uit zwieren.... Ik ben nu een man.
-
-De boulevard was nog niet verlicht. Terwijl de vigelante den kant
-van de Madeleine op reed, was het zoo donker in het rijtuig dat zij
-elkander niet zagen. Nu en dan, als de jonge man zijn sigaar naar den
-mond bracht, verscheen er een rood vurig stipje in de duisternis. Dat
-roode stipje nam Renée's aandacht in beslag.
-
-Maxime, half bedolven onder het zwarte satijn van den domino, die het
-rijtuig bijna geheel vulde, rookte stilzwijgend voort, alsof hij zich
-verveelde. Inderdaad had de gril van zijn stiefmoeder hem verhinderd
-zich bij een troepje dames in het café Anglais aan te sluiten, die
-daar het bal van Blanche Muller wilden houden. Hij was uit zijn humeur,
-en zij ried het in het donker.
-
---Voel je je onwel? vroeg zij hem.
-
---Neen, ik ben koud, antwoordde hij.
-
---Hé, hoe vreemd, ik heb het heel warm. Ik vind het hier om te
-stikken. Leg een punt van mijn rokken over je knieën.
-
---O, je rokken, mompelde hij gramstorig, daar zit ik tot over mijn
-ooren in.
-
-Hij moest om zijn eigen woorden lachen, en langzamerhand werd hij
-opgewekter. Zij vertelde hem dat zij zoo bang was geweest in het park
-Monceau. En toen vertelde zij hem nog iets, dat zij zoo graag wou: zij
-zou zoo graag op een nacht op den vijver van het park willen varen,
-in een bootje dat zij van uit haar vensters aan het uiteinde eener
-laan aan land zag liggen. Hij vond dat zij sentimenteel werd.
-
-De vigelante reed steeds voort, het bleef nog even donker, zij
-bogen zich naar elkander over om zich verstaanbaar te maken bij het
-geraas der wielen, zij raakten elkander bij het minste gebaar aan,
-zij voelden elkanders warmen adem. En van tijd tot tijd trok Maxime
-aan zijn sigaar, en het roode stipje wierp een bleekrood schijnsel
-op Renée's gelaat. Bij dat snelle licht gezien was zij bekoorlijk,
-zoodat het zelfs den jongen man opviel.
-
---O, o, zei hij, je ziet er van avond heel lief uit, stiefmaatje. Laat
-ik je eens zien.
-
-Hij hield zijn sigaar naderbij, en deed snel eenige trekjes. Renée werd
-in haar hoekje door een warm, flikkerend schijnsel verlicht. Zij had
-haar kap teruggeslagen. Haar bloot hoofd, bedekt met een overvloed
-van krulletjes, waarover een eenvoudig blauw lint, leek op dat van
-een jongen, boven de hooge zwart satijnen blouse die alleen haar hals
-vrij liet. Zij vond het wel aardig, bekeken en bewonderd te worden
-bij het licht van een sigaar. Zij wierp zich lachend achterover,
-terwijl hij met een grappig ernstig gezicht opmerkte:
-
---Drommels, ik zal op je moeten passen, als ik je heelhuids bij papa
-terug wil brengen.
-
-Intusschen maakte het rijtuig een bocht om de Madeleine en reed de
-boulevards op. Daar vulde de weerschijn van de schitterend verlichte
-magazijnen het met een dansend licht. Blanche Muller woonde vlak bij
-een dier nieuwe huizen, die op de opgehoogde terreinen van de rue
-Basse-du-Rempart gebouwd zijn.
-
-Er stonden nog slechts enkele rijtuigen voor de deur. Het was nog
-pas tien uur. Maxime wou een eindje op de boulevards rondrijden, een
-uurtje wachten; maar Renée, wier nieuwsgierigheid nog meer opgewekt
-was, verklaarde hem ronduit dat zij alleen ging, als hij haar niet
-vergezelde. Hij volgde haar, en was blij dat hij er meer gasten vond
-dan hij gedacht had.
-
-De jonge vrouw had haar masker voorgedaan. Aan den arm van Maxime,
-wien zij zachtjes bevelen gaf, op een toon die geen tegenspraak duldde,
-en die haar dan ook gedwee gehoorzaamde, snuffelde zij in alle kamers
-rond, lichtte de portières op, beschouwde opmerkzaam de meubelen,
-zou zelfs in de laden gesnuffeld hebben, als zij niet gevreesd had
-dat men haar zien zou.
-
-Het rijke appartement had hoekjes, waarin men het zigeunerleven
-van de reizende tooneelspeelster terugvond. Daar vooral trilden de
-rose neusvleugels van Renée, daar dwong zij haar metgezel zachtjes
-te loopen, opdat niets haar blik of haar reuk zou ontgaan. Zij
-vertoefde bijzonder lang in een toiletkamertje, dat wijd open stond,
-daar Blanche Muller op haar ontvang-avonden tot zelfs haar slaapkamer
-aan haar gasten overliet, waar het bed op zijde geschoven werd om er
-speeltafeltjes neer te zetten. Maar het kamertje voldeed haar niet;
-het leek haar burgerlijk en zelfs een beetje vuil, met zijn tapijt
-vol brandgaatjes van de sigaretten, zijn blauw zijden behangsel vol
-pomadevlekken en zeepspatten.
-
-Toen zij de plaatselijke gesteldheid goed had opgenomen, en de minste
-bijzonderheden der woning in haar geheugen geprent had om ze naderhand
-aan haar intieme vriendinnen te vertellen, ging zij tot de personen
-over. De mannen kende zij, het waren meerendeels dezelfde politieke
-lui, dezelfde jonge losbollen die op haar Donderdagen kwamen.
-
-Zij waande zich soms in haar eigen salons, wanneer zij zich tegenover
-een groepje glimlachende, zwartgerokte heeren bevond, die den avond te
-voren bij haar thuis denzelfden glimlach vertoond hadden, als zij het
-woord richtten tot markiezin d'Espanet of de blonde mevrouw Haffner.
-
-En als zij de vrouwen aankeek, werd die illusie niet geheel
-verstoord. Laure d'Aurigny was in het geel evenals Suzanne Haffner,
-en Blanche Muller had evenals Adeline d'Espanet een witte japon,
-die tot halverwege den rug was uitgesneden.
-
-Maxime smeekte eindelijk om genade, en zij nam naast hem plaats op een
-causeuse. Daar bleven zij een oogenblik zitten, de jonge man geeuwende,
-terwijl zij hem de namen van die dames vroeg, ze met haar blikken
-ontkleedde, de meters kant telde die zij om haar rokken droegen.
-
-Toen hij haar in die ernstige studie verdiept zag, wist hij te
-ontsnappen, en begaf hij zich naar Laure d'Aurigny, die hem wenkte. Zij
-plaagde hem met de dame, die hij aan den arm had. Daarop liet zij
-hem plechtig beloven, dat hij ze tegen één uur in het café Anglais
-zou komen opzoeken.
-
-Deze was omringd door een groepje hard lachende vrouwen, terwijl
-mijnheer de Saffré gebruik had gemaakt van het plaatsje dat Maxime had
-opengelaten, om zich naast haar neer te vlijen en haar op onkiesche
-wijze het hof te maken. Daarop waren mijnheer de Saffré en de vrouwen,
-al die lui, begonnen te schreeuwen, zich op de dijen te slaan, zoodat
-Renée verdoofd door het lawaai, op haar beurt begon te geeuwen,
-opstond en tot haar metgezel zei:
-
---Laten we hier vandaan gaan, ze zijn onuitstaanbaar vervelend!
-
-Juist toen zij heengingen, kwam mijnheer de Mussy binnen. Hij scheen
-zeer blij te zijn dat hij Maxime ontmoette, en zonder acht te slaan
-op de gemaskerde dame die deze bij zich had, fluisterde hij op
-kwijnenden toon:
-
---Ach, mijn waarde, zij doet me den dood aan. Ik weet dat zij beter
-is, en zij ontzegt me nog altijd haar deur. Zeg haar eens goed dat
-je de tranen in mijn oogen gezien hebt.
-
---Wees daaromtrent gerust, je boodschap zal ik overbrengen, zei de
-jonge man met een zonderlingen glimlach.
-
-En op de trap:
-
---Wel, stiefma, heeft die arme jongen je hart niet getroffen?
-
-Zij haalde de schouders op en zweeg. Op het trottoir aarzelde zij even,
-voordat zij in de vigelante steeg die op hen gewacht had. Zij keek
-weifelend nu eens den kant der Madeleine op, dan weer dien van den
-boulevard des Italiens. Het was nauwelijks half twaalf, er heerschte
-nog een groote levendigheid op den boulevard.
-
---Kom, we gaan naar huis, zei zij met verborgen spijt.
-
---Als je tenminste de boulevards niet een eindje wil oprijden,
-antwoordde Maxime.
-
-Zij nam zijn voorstel aan. Haar nieuwsgierigheid was bevredigd, maar
-zij had er minder pleizier van gehad dan zij zich had voorgesteld;
-zij vond het erg onaangenaam met een illusie minder en een begin van
-hoofdpijn naar huis te moeten gaan. Zij had altijd in de meening
-verkeerd dat een tooneelspeelstersbal het toppunt van grappigheid
-zou zijn.
-
-De lente scheen weergekomen,--geen ongewoon verschijnsel in de laatste
-dagen van October; de avond was zoel als in Mei, en de koele windjes
-die zich nu en dan deden gevoelen, maakten het weer nog opwekkender.
-
-Renée bleef zwijgend voor het portierraam zitten en keek naar
-de menschenmenigte, de koffiehuizen, de restauraties, die in een
-eindelooze rij op elkander volgden. Zij was ernstig geworden, haar
-geest toefde weer te midden der vage wenschen, waarin vrouwen zich
-gaarne verdiepen.
-
-Dat breede trottoir, waarover de japonnen der meisjes sleepten, en
-waarop de laarzen der mannen weerklonken, dat grijze asphalt waarop
-zij de wufte vermaken en het gemakkelijk te verwerven mingenot in galop
-meende te zien voorbijgaan, wekte haar sluimerende begeerten weer op,
-deden haar dat idiote bal vergeten om haar andere genoegens van een
-meer verfijnden smaak te doen zien.
-
-Aan de vensters van Brébant zag zij schaduwen van vrouwen op de witte
-gordijnen. En Maxime vertelde haar een heel gewaagde geschiedenis, van
-een bedrogen echtgenoot die aldus, op een gordijn, de schaduw van zijn
-vrouw op heeterdaad betrapt had met de schaduw van een minnaar. Zij
-hoorde hem ternauwernood aan. Hij maakte zich vroolijk, vatte haar
-bij de handen, plaagde haar met dien armen mijnheer de Mussy.
-
-Toen zij bij het terugkeeren weer voorbij Brébant kwamen, zei zij
-plotseling:
-
---Weet je dat mijnheer de Saffré me van avond te soupeeren gevraagd
-heeft?
-
---Nu, dan zou je slecht gegeten hebben, antwoordde hij lachend. Saffré
-heeft niet het minste begrip van de kookkunst. Hij is altijd met
-kreeftensla in de weer.
-
---Neen, hij sprak van oesters en koude patrijs.... Maar hij werd te
-vertrouwelijk, en dat weerhield me....
-
-Zij zweeg, keek nog eens langs den boulevard, en na een korte stilte
-klonk het spijtig:
-
---Het ergste is, dat ik een vreeselijken honger heb.
-
---Wat, heb je honger? riep de jonge man uit. Dan gaan we eenvoudig
-samen soupeeren.... Vind je het goed?
-
-Hij zei het heel bedaard, maar zij weigerde eerst, zeggende dat Céleste
-een koud souper voor haar had klaar gezet. Daar hij echter toch niet
-naar het café Anglais ging, had hij het rijtuig stil doen houden op den
-hoek van de rue Le Peletier, voor de restauratie van het café Riche;
-hij was al uitgestapt en daar zijn stiefmoeder nog aarzelde, zei hij:
-
---Wel, als je bang bent dat ik je compromitteer, zeg het dan
-maar.... Dan ga ik naast den koetsier zitten en breng je weer bij je
-man terug.
-
-Zij lachte even en steeg uit het rijtuig, als een vogeltje dat bang
-is zijn pootjes nat te maken. Zij straalde van genot. Dat trottoir
-dat zij onder haar voelde, maakte haar voeten warm, deed over haar
-gansche lichaam een heerlijke trilling van vrees en van bevredigde
-begeerte gaan.
-
-Terwijl het rijtuig nog reed, had zij ternauwernood den lust kunnen
-bedwingen er op te springen. Zij ging er met kleine stapjes over,
-steelsgewijs, alsof het haar genoegen grooter maakte, te moeten
-vreezen, dat men haar zou zien.
-
-Haar uitstapje begon nu werkelijk op een avontuur te gelijken. Zij
-had er wel geen spijt van, de lompe uitnoodiging van mijnheer de
-Saffré te hebben afgewezen, maar zij zou toch vreeselijk ontstemd
-thuisgekomen zijn, als Maxime niet op de gedachte was gekomen haar
-van de verboden vrucht te laten proeven.
-
-De jonge man ging vlug de trap op, alsof hij daar thuis was. Zij
-volgde hem ietwat hijgend.
-
-Een lichte geur van visch en wild kwam hen tegen, en de looper,
-die met koperen roeden op de treden bevestigd was, rook naar stof,
-wat haar nog zenuwachtiger maakte.
-
-Toen zij op de eerste verdieping waren, ontmoetten zij een deftig
-uitzienden kellner, die zich tegen den muur drong om hen voorbij te
-laten gaan.
-
---Charles, zei Maxime, jij bedient ons, niet waar?....Geef ons het
-witte salon.
-
-Charles boog, ging een paar trappen op en opende de deur van een
-kamer. Het gas was neergedraaid; het kwam Renée voor alsof zij in
-het halfduister van een bekoorlijk, verdacht plekje doordrong.
-
-Door het wijdgeopende venster drong het onafgebroken geratel der
-rijtuigen, en op de zoldering gleden de vluchtige schaduwen der
-voorbijgangers door het licht, dat het koffiehuis beneden daarop
-weerkaatste. Maar de kellner opende het kraantje en het licht brandde
-hooger op. De schaduwen van de zoldering verdwenen, een helder licht
-verspreidde zich door de kamer en viel op het hoofd der jonge vrouw.
-
-Zij had haar kap reeds afgeworpen. De krulletjes waren een beetje in de
-war geraakt, maar het blauwe lint was blijven zitten. Zij begon heen en
-weer te loopen, gegeneerd door de manier waarop Charles haar aankeek;
-hij knipte met de oogen en kneep zijn oogleden half dicht, om haar
-beter te zien; 't was alsof hij zeggen wilde: "Die ken ik nog niet."
-
---Wat zal mijnheer gebruiken? vroeg hij tamelijk luid. Maxime keerde
-zich naar Renée.
-
---Het souper van mijnheer de Saffré, niet waar? zei hij, oesters,
-een patrijs....
-
-En toen hij den jongen man zag glimlachen, volgde Charles zijn
-voorbeeld bescheiden na, terwijl hij zachtjes zei:
-
---Het souper van Woensdag dus, als u het goed vindt?
-
---Het souper van Woensdag.... herhaalde Maxime. En toen, zich
-herinnerende:
-
---Ja, dat is goed, geef ons het souper van Woensdag.
-
-Toen de kellner verdwenen was, nam Renée haar binocle en keek
-nieuwsgierig in de kamer rond.
-
-Het was een vierkant vertrek, wit met verguld, koket gemeubileerd
-als een boudoir. Behalve de tafel en de stoelen, was er een
-laag meubelstuk, een soort van console, waarop men de afgenomen
-gerechten plaatste, en een breede sofa, een echt bed, die tusschen
-den schoorsteen en het venster stond. Een pendule en twee candelabres
-Louis XVI prijkten op den witmarmeren schoorsteen.
-
-Maar het opmerkelijkste in die kamer was de spiegel, een mooie
-dikke spiegel, die door de diamanten der "dames" bekrast was met
-namen, datums, verminkte versregels, verwonderlijke gedachten en
-bekentenissen. Renée meende iets onbetamelijks te zien, maar zij
-dorst haar nieuwsgierigheid niet bevredigen.
-
-Zij keek naar de sofa, voelde een nieuwe verlegenheid, begon toen, om
-zich een houding te geven, het plafond en de verguld koperen gaskroon
-met vijf pitten te bekijken. Maar de verlegenheid die zij voelde,
-was heerlijk.
-
-Terwijl zij het hoofd ophief, als om de kroonlijst te bestudeeren, met
-een ernstig gezicht door haar binocle ziende, genoot zij innerlijk
-van die dubbelzinnige meubelen om haar heen; van dien helderen,
-cynischen spiegel welks zuiver glas, ternauwernood ontsierd door het
-vieze gekrabbel, gediend had om zooveel valsche chignons in orde te
-brengen; van die sofa, die haar stuitte door haar breedte, van de
-tafel, van het tapijt zelfs, waarin zij de lucht van de trap terug
-vond, een doordringende lucht van stof. En toen moest zij eindelijk
-de oogen neerslaan.
-
---Wat is dat toch voor een souper van Woensdag? vroeg zij Maxime.
-
---Niets, antwoordde hij, een weddenschap die een van mijn vrienden
-verloren heeft.
-
-Op iedere andere plaats zou hij zonder aarzelen bekend hebben dat
-hij dien dag met een dame gesoupeerd had, die hij op den boulevard
-ontmoet had. Maar sinds hij zich daar met haar op die kamer bevond,
-behandelde hij haar onwillekeurig als een vrouw, die hij behagen
-moest en wier jaloerschheid hij moest ontzien.
-
-Zij drong er trouwens niet verder op aan, zij ging voor het open
-venster staan, waar hij zich bij haar voegde. Achter hen liep Charles
-in en uit, met een gerinkel van vaat- en zilverwerk.
-
-Het was nog voor middernacht. Daar beneden op den boulevard, duurde
-het stadsgewoel voort. Parijs rekte zijn bedrijvigen dag, voordat
-het besloot zich te rusten te begeven. De boomenrijen bakenden
-met een onduidelijke streep de helder verlichte trottoirs en den
-halfduisteren rijweg af, waarop de ratelende rijtuigen met hun vurige
-oogen snel voorbij reden. Aan weerszijden van deze donkere strook
-stonden de verlichte kiosken der dagbladverkoopers als hooge,
-grillige bontgeschilderde venetiaansche lantarens, op gelijke
-afstanden van elkander op den grond geplaatst, voor een kolossale
-illuminatie. Maar op dit uur werd hun licht geheel verduisterd door
-de schitterende verlichting der winkelramen. Geen enkel luik was
-gesloten, de trottoirs strekten zich uit zonder éen schaduwlijn,
-onder een regen van stralen die ze verlichtte met een gouden stof,
-met het warme, heldere schijnsel van den dag.
-
-Maxime wees Renée naar het café Anglais, vlak tegenover hen, waarvan
-de vensters schitterden. De hooge takken der boomen beletten hen
-echter de huizen en het trottoir aan de overzij goed te zien.
-
-Zij bogen zich voorover en keken naar beneden. Het was een
-onophoudelijk heen en weer geloop; groepjes wandelaars gingen
-voorbij, meisjes paarsgewijze, met slepende rokken, die zij van
-tijd tot tijd opnamen, met een matte beweging, glimlachend met haar
-vermoeide blikken.
-
-Vlak onder het venster stonden de tafeltjes van het café Riche in
-het helle licht van de gaskronen die hun schijnsel tot midden op
-den rijweg wierpen; in dien helderen lichtgloed zagen zij de bleeke
-gezichten en de flauwe glimlachjes der voorbijgangers.
-
-Om de ronde tafeltjes zaten vrouwen, tusschen de mannen, te
-drinken. Zij waren opzichtig gekleed en droegen het haar in den hals;
-zij zaten te schommelen op haar stoelen en voerden luide gesprekken,
-die het geraas van de straat onverstaanbaar maakte.
-
-Renée's aandacht viel vooral op een vrouw, die alleen aan een tafeltje
-zat; zij droeg een lichtblauw kostuum, met witte gruipure afgezet;
-zij dronk met kleine teugjes een glas bier leeg, en leunde dan weer
-achterover in haar stoel, de handen op den schoot gevouwen, in een
-houding van trage, berustende afwachting.
-
-Zij die liepen, gingen langzaam in het gewoel verloren, en de jonge
-vrouw oogde ze met belangstelling na; haar blik gleed over den heelen
-boulevard, naar de verwijderde drukte van de avenue, waar men niets dan
-een zwart gewemel van wandelaars onderscheidde, en de lichtschijnsels
-nog slechts vonken leken.
-
-En met een regelmatigheid die het oog vermoeide, trok die bonte
-menigte onveranderlijk, onophoudelijk voorbij, te midden der heldere
-kleuren, in de tooverachtige flikkering van die duizenden dansende
-lichtschijnsels, die uit de winkels stroomden, de transparanten
-van de kiosken en de ramen kleurden, in letters, lijsten of vurige
-teekeningen langs de gevels liepen, de duisternis met sterren
-bezaaiden, onafgebroken over den rijweg dansten.
-
-Het oorverdoovend geraas, dat omhoog steeg, dreunde na, eentonig,
-als het gebrom van een orgel, dat den eeuwigdurenden optocht van
-mechanieke poppetjes begeleidt.
-
-Een oogenblik meende Renée dat er een ongeluk gebeurd was. Een
-stroom van menschen bewoog zich naar links, even voorbij de passage
-de l'Opéra. Maar met haar kijker herkende zij het wachthuis der
-omnibussen; de stoep stond vol wachtenden, die bij de nadering van
-een omnibus haastig kwamen toesnellen. Zij hoorde de ruwe stem van
-den controleur de nummers afroepen, daarop klonk het gelui van den
-teller als een kristalhelder geklep tot haar door.
-
-Zij liet haar blik rusten op de advertenties van een kiosk, met
-schelle kleuren als kinderprenten; op een vierkant stond in een
-geel en groenen rand een grijnzende duivelskop met steile haren,
-een reclameplaat van een hoedenmaker die zij niet begreep.
-
-Om de vijf minuten kwam de omnibus van Batignolles voorbij, met
-zijn roode lantarens en gele kast; hij draaide den hoek van de rue
-Le Peletier om en deed het huis trillen door zijn gedreun; zij zag
-de mannen op de imperiale, vermoeide gezichten die omhoog keken en
-haar en Maxime nieuwsgierig aanzagen, als uitgehongerden die door
-een sleutelgat kijken.
-
---Ach! zei zij, wat zal het nu stil zijn in het park Monceau.
-
-Dat was alles wat zij zei. Zij bleven daar wel twintig minuten staan,
-zwijgend opgaande in het gewoel en de verlichting. Toen de tafel
-gereed was, namen zij plaats, en daar de tegenwoordigheid van den
-kellner haar scheen te hinderen, zond Maxime hem weg.
-
---Laat ons alleen.... Ik zal om het dessert schellen.
-
-Zij had roode plekjes op de wangen en haar oogen schitterden; zij zag
-er uit alsof zij hard geloopen had. Zij bracht van het venster een
-beetje van de drukte en de levendigheid van den boulevard mee. Zij
-wilde niet dat Maxime het venster sloot.
-
---Wel, dat is het orkest, zei zij, toen hij over het geraas
-klaagde. Vind je het geen eigenaardige muziek? Dat is een mooie
-begeleiding bij onze oesters en patrijs.
-
-'t Was of het uitstapje haar jonger maakte. Zij was druk in haar
-bewegingen, een beetje opgewonden; die kamer, dat samenzijn met een
-jongen man, het rumoer van de straat, wonden haar op, gaven haar
-iets meisjesachtigs.
-
-Zij viel met smaak op de oesters aan. Maxime had geen honger, hij
-keek glimlachend toe, terwijl zij smulde.
-
---Verduiveld, mompelde hij, je bent een goede om mee uit soupeeren
-te gaan.
-
-Zij hield op, spijtig omdat zij zoo gauw at.
-
---Je vindt dat ik honger heb. Wat zal ik je zeggen? Dat onzinnige bal
-heeft me hongerig gemaakt.... Arme jongen, wat beklaag ik je dat je
-met zulke menschen omgaat!
-
---Je weet wel, zei hij, dat ik je beloofd heb Sylvia en Laure
-d'Aurigny te laten schieten, zoodra je vriendinnen met mij uit
-soupeeren willen gaan.
-
-Zij maakte een trotsch gebaar.
-
---Dat geloof ik warempel ook wel. Wij zijn heel wat amusanter dan
-die dames, dat zal je niet tegen kunnen spreken.... Als een van ons
-een minnaar zoo verveelde, als jouw Sylvia en je Laure d'Aurigny
-jou moeten vervelen, wel, het arme vrouwtje hield dien minnaar geen
-week!.... Je wilt nooit naar me luisteren. Probeer het eerstdaags eens.
-
-Maxime stond op, om den kellner niet te roepen, ruimde de
-oesterschelpen weg en bracht den patrijs, die op de console stond. De
-tafel was beladen met de weelde der groote restauraties. Op het
-damasten tafellaken bevond zich een overvloed van heerlijke spijzen,
-en met een lichte trilling van genot bewoog Renée haar fijne handen
-van haar vork naar haar mes, van haar bord naar haar glas. Zij dronk
-witten, onvermengden wijn, zij die gewoonlijk slechts een scheutje
-wijn in haar water dronk.
-
-Terwijl Maxime, met het servet over den arm, haar met een schertsende
-voorkomendheid bediende, hernam hij:
-
---Wat heeft die mijnheer de Saffré toch tegen je gezegd, dat je zoo
-woedend bent? Vond hij je leelijk?
-
---O, hij, antwoordde zij, 't is een gemeen mensch. Ik had nooit kunnen
-denken dat iemand, die zich bij mij aan huis zoo deftig en zoo beleefd
-voordeed, zoo'n taal kon uitslaan. Maar dat heb ik hem al vergeven. De
-vrouwen, die hebben me gehinderd; 't leken wel appelenvrouwen. Er
-was er een, die klaagde dat zij een steenpuist op haar heup had, en
-het had weinig gescheeld of zij had haar rok opgetild om haar kwaal
-aan iedereen te toonen.
-
-Maxime lachte luidkeels.
-
---Neen, heusch, ging zij met toenemende heftigheid voort, ik begrijp
-jelui niet, ze zijn vies en dom.... En toen ik je naar je Sylvia zag
-gaan, stelde ik me nog al wonder wat voor, van die antieke feesten
-zooals je wel op schilderijen ziet, meisjes met kransen van rozen
-in het haar, gouden drinkschalen, buitengewone genietingen.... 't
-Mocht wat! Je hebt me een onzindelijk kleedkamertje laten zien en
-vrouwen die als voerlui vloekten. Zoo is het de moeite niet waard,
-om kwaad te doen.
-
-Hij wilde hier iets tegen inbrengen, maar zij legde hem het zwijgen
-op, en terwijl zij een patrijzeboutje afkloof, dat zij tusschen de
-vingertoppen hield, ging zij op zachter toon voort:
-
---Het kwaad moet iets keurigs, iets fijns zijn, jongenlief.... Wanneer
-ik, een fatsoenlijke vrouw, me verveel en de zonde bega aan iets
-onmogelijks te denken, weet ik zeker dat ik veel aardiger dingen vind
-dan Blanche Muller.
-
-En met een ernstig gezicht sprak ze ten slotte de naïeve
-onbeschaamdheid uit:
-
---Dat is een kwestie van opvoeding, begrijp je?
-
-Ze lei het beentje kalmpjes op haar bord neer. Het dreunend rollen
-der rijtuigen ging voort, zonder dat zich daartusschen een levendiger
-geluid deed hooren. Zij was genoodzaakt haar stem te verheffen om zich
-verstaanbaar te maken, en haar wangen kleurden zich met een dieper
-rood. Op de console stonden nog truffels, een zoet tusschengerecht,
-asperges, een zeldzaamheid in dat jaargetijde.
-
-Hij bracht alles aan, om verder te kunnen blijven zitten, en daar de
-tafel wat smal was, zette hij tusschen hen in een zilveren ijsemmer,
-waarin een flesch champagne, op den grond neer. De eetlust der
-jonge vrouw begon aanstekelijk op hem te werken. Zij lieten geen
-enkelen schotel onaangeroerd, zij ledigden de flesch, met uitgelaten
-dartelheid, verdiepten zich in gewaagde bespiegelingen, en leunden
-op de ellebogen als twee vrienden, die in een roes hun hart voor
-elkander uitstorten.
-
-Het werd minder druk op de boulevard, toch kwam het haar voor, alsof
-het integendeel levendiger werd, en al die wielen schenen haar soms
-in het hoofd te draaien.
-
-Toen hij zei, dat hij om het dessert ging schellen, stond zij op,
-schudde de kruimels van haar lange satijnen blouse af en zei:
-
---Dat is goed.... Zeg, je mag wel een sigaar opsteken.
-
-Zij was een beetje bedwelmd. Zij ging naar het venster, aangetrokken
-door een vreemd geraas, waarvan zij de oorzaak niet begreep. Men was
-bezig de winkels te sluiten.
-
---Kijk, zei zij, zich naar Maxime wendende, het orkest gaat naar huis.
-
-Zij boog zich weer voorover. Op den rijweg in het midden, kruisten
-de gekleurde oogen van de minder talrijke, maar sneller rijdende
-vigelanten en omnibussen elkander nog steeds. Maar aan de zijkanten,
-langs de trottoirs, waren er groote donkere plekken ontstaan, voor
-de gesloten winkels. Alleen de koffiehuizen waren nog hel verlicht,
-en wierpen hun schijnsel op het asphalt.
-
-Van de rue Drouot tot aan de rue du Helder zag zij een lange reeks
-heldere en donkere plekken, waarin de late wandelaars op zonderlinge
-wijze opdoken en verdwenen. Vooral de meisjes, met haar slepende
-japonnen, beurtelings hel verlicht en in duisternis gehuld, leken wel
-geestverschijningen, bleeke marionnetten, die zich door den electrisch
-verlichten kring van het een of andere toover-kluchtspel bewegen. Zij
-vermaakte zich een oogenblik met dit spel.
-
-Het licht was nu niet meer over den geheelen boulevard verspreid,
-de gaslichten werden uitgedraaid; de bontkleurige kiosken staken nog
-harder af tegen de duisternis. Nu en dan ging er een groote menigte,
-die uit een der schouwburgen kwam, voorbij. Maar weldra werd het
-lediger, en onder het venster zag men soms groepjes van twee of drie
-mannen, die door een vrouw werden aangesproken. Zij bleven staan,
-in druk gesprek. Een enkel woord kon men zelfs verstaan; meestal ging
-de vrouw aan den arm van een dier mannen weg. Andere meisjes gingen
-het eene koffiehuis in, het andere uit, liepen de tafeltjes rond,
-namen de achtergelaten klontjes suiker, lachten met de kellners,
-keken de late bezoekers vragend en zich stilzwijgend aanbiedend aan.
-
-En nadat Renée de bijna leege imperiale van een omnibus. had nagekeken,
-herkende zij op den hoek van het trottoir, de vrouw met de blauwe,
-met witte guipure afgezette japon, die daar rechtop stond, met hoofd
-naar alle zijden heenwendend, steeds op den uitkijk.
-
-Toen Maxime haar kwam opzoeken aan het venster, waar zij in
-aanschouwing verdiept was, moest hij onwillekeurig glimlachen, toen
-hij naar een der halfgeopende vensters van het café Anglais keek;
-de gedachte, dat zijn vader daar ook soupeerde, scheen hem grappig
-toe; maar dien avond had hij iets bijzonder schroomvalligs, dat hem
-belette zijn gewone grappen te verkoopen.
-
-Renée verliet met tegenzin het venster. Een smachtend, bedwelmend
-verlangen steeg uit de vage diepte van den boulevard tot haar op. In
-het verminderd gerol der rijtuigen, in het verdwijnen der heldere
-schijnsels, klonk een stem die lokte tot wellust en slaap. De
-fluisterende stemmen die hier en daar vernomen werden, de groepjes
-die in een donker hoekje bleven staan, maakten het trottoir tot de
-gang van een groot logement, op het uur waarop de reizigers hun bed
-opzoeken. Het licht en het leven stierf langzamerhand weg, de stad
-sliep in, teedere zuchtjes schenen over de daken te strijken.
-
-Toen de jonge vrouw zich omkeerde, deed het licht van de gaskroon
-haar oogen pijnlijk aan. Zij zag nu een beetje bleek, en had lichte
-trekkingen om de mondhoeken.
-
-Charles zette het dessert gereed; hij ging de deur uit, kwam weer
-binnen, opende de deur langzaam en met gedruis, met het flegma van
-een man, die weet hoe het betaamt.
-
---Ik heb geen trek meer! riep Renée uit, neem al die borden weg en
-breng de koffie.
-
-De kellner, gewoon aan de grillen zijner vrouwelijke cliënten, ruimde
-het dessert op en schonk de koffie in. Al zijn bezigheden verrichtte
-hij met een voorkomen van gewichtig.
-
---Stuur hem toch alsjeblieft weg, zei de jonge vrouw met een gevoel
-van weerzin.
-
-Maxime zond hem heen; maar hij was nauwelijks verdwenen, of hij kwam
-weer terug om heel bescheiden de overgordijnen zorgvuldig dicht te
-doen. Toen hij eindelijk heengegaan was, stond de jonge man, die nu
-ook ongeduldig begon te worden, op en naar de deur gaande:
-
---Wacht eens, zei hij, ik weet een goed middel om van hem af te zijn.
-
-En hij schoof den grendel er voor.
-
---Ziezoo, hernam zij, nu zijn we tenminste vrij.
-
-Zij hervatten weer hun vertrouwelijke mededeelingen, hun
-vriendschappelijk gekeuvel. Maxime had een sigaar opgestoken. Renée
-slurpte haar koffie langzaam op en schonk zich vervolgens een glaasje
-chartreuse in. De kamer vulde zich met een blauwachtigen rook;
-het werd er warm. Zij legde de ellebogen op de tafel en leunde met
-de kin tegen haar halfgesloten vuisten. Die lichte drukking maakte
-haar mond kleiner, haar wangen gevulder, en haar oogen smaller en
-schitterender. Zóó ineengeduwd, was haar gezichtje allerliefst,
-onder den overvloed van goudgele krulletjes, die nu tot op haar
-wenkbrauwen afhingen.
-
-Maxime bekeek haar door den rook van zijn sigaar heen. Hij vond haar
-origineel. Soms begon hij zelfs aan haar sekse te twijfelen; de groote
-rimpel die door haar voorhoofd liep, de pruilend vooruitstekende
-lippen, haar weifelende, bijziende blik, deden haar op een grooten
-jongen lijken; daarbij kwam dat haar lange, zwart satijnen blouse
-zoo hoog dicht was, dat men ternauwernood een blank, mollig streepje
-hals onder de kin kon bespeuren. Zij liet zich glimlachend bekijken;
-zij bewoog haar hoofd niet meer, haar blik had iets onbestemds,
-haar woorden iets traags.
-
-Toen schudde zij zich plotseling wakker; zij begaf zich naar den
-spiegel, waarheen haar blikken al een poosje gestaard hadden. Zij ging
-op de teenen staan, leunde met de handen tegen den schoorsteenmantel,
-om die opschriften te lezen, die gewaagde uitdrukkingen die haar vóór
-het souper verlegen hadden gemaakt. Zij spelde de lettergrepen met
-eenige moeite, las, lachte telkens, als een schooljongen die Piron
-in zijn lessenaar doorbladert.
-
---Ernest en Clara, zei zij, en er staat een hart onder dat wel op een
-trechter lijkt.... Ha, dat is beter: "Ik houd van mannen, omdat ik
-van truffels houd." Geteekend "Laure." Zeg eens, Maxime, heeft die
-d'Aurigny dat geschreven?.... O, dat is zeker het wapen van een van
-die dames: een kip die een groote pijp rookt.... Altijd maar namen,
-een heele kalender vol: Victor, Amélie, Alexander, Eduard, Margaretha,
-Paquita, Louise, Renée.... Hé, er is er een bij, die net zoo heet
-als ik....
-
-Maxime zag haar opgewonden gezichtje in den spiegel. Zij strekte zich
-nog meer uit, en haar domino spande zich van achteren strakker en
-deed de ontwikkeling van haar heupen, de slankheid van haar taille
-goed uitkomen. De jonge man volgde de lijn van het satijn, dat als
-een hemd om het lichaam sloot.
-
-Hij stond nu ook op en wierp zijn sigaar weg. Hij voelde zich niet
-op zijn gemak, onrustig. Er ontbrak hem iets, waaraan hij gewoon was.
-
---Ha, daar is jouw naam, Maxime, riep Renée.... Hoor.... "Ik houd
-van...."
-
-Maar hij was in een hoekje van de sofa gaan zitten, bijna aan de
-voeten der jonge vrouw. Met een vlugge beweging slaagde hij er in
-haar handen te vatten; hij keerde haar van den spiegel af en zei op
-zonderlingen toon:
-
---Lees dat alsjeblieft niet.
-
-Zij verweerde zich, zenuwachtig lachend.
-
---Waarom? Ben ik je vertrouwde dan niet?
-
-Maar hij drong met gesmoorde stem aan:
-
---Neen, neen, vanavond niet.
-
-Hij hield haar nog altijd vast, en zij gaf lichte rukjes met haar
-polsen om zich los te maken. Zij keken elkaar met vreemde oogen
-aan, hun glimlach had iets gedwongens en beschaamds. Zij viel op
-haar knieën, aan het einde van de sofa. Zij bleven door worstelen,
-ofschoon zij geen beweging meer maakte om naar den spiegel te gaan
-en zich al overgaf. En toen de jonge man haar in zijn armen sloot,
-zei zij met een flauw, verlegen lachje:
-
---Kom, laat me met rust.... Je doet me zeer.
-
-Dat was alles wat haar lippen fluisterden. In de diepe stilte der
-kamer, waar het gas hooger scheen op te vlammen, voelde zij den grond
-trillen en hoorde zij het geraas van den omnibus van Batignolles die
-den hoek van den boulevard kwam omrijden.
-
-Toen zij weer naast elkander op de sofa zaten, beiden bedremmeld,
-fluisterde hij:
-
---Bah, dat moest er toch eens van komen.
-
-Zij zei niets. Zij tuurde als verslagen op de bloemen van het tapijt.
-
---Had jij aan zoo iets gedacht?.... ging Maxime stamelend voort. Ik
-in het geheel niet.... Ik had die kamer niet moeten vertrouwen....
-
-Maar uit het diepst van haar hart klonk het, alsof al de burgerlijke
-braafheid van de Bérauds Du Châtel in deze laatste fout ontwaakte:
-
---Het is schandelijk, wat we daar gedaan hebben, fluisterde zij,
-ontnuchterd, met een heel ernstig gezicht.
-
-Zij kreeg het benauwd. Zij ging naar het venster, schoof de gordijnen
-open en leunde op de vensterbank. Het orkest zweeg al lang; de misdaad
-was begaan in de laatste trilling der bassen en het verwijderd geluid
-der violen.
-
-Daar beneden strekten de rijweg en de voetpaden zich uit, eenzaam en
-verlaten. Al die ratelende rijtuigwielen schenen heengegaan te zijn,
-het licht en de menigte met zich meevoerende. Onder het venster was het
-café Riche gesloten, geen enkel lichtstraaltje drong door de ruiten.
-
-Aan de overzijde was alleen de voorgevel van het café Anglais nog
-verlicht; een der vensters stond half open en liet een flauwen klank
-van gelach door. En langs die donkere schaduwlijn, van de bocht der
-rue Drouot tot aan het andere uiteinde, zoover haar gezicht reikte,
-zag zij niets anders dan de kiosken, die op gelijke afstanden roode
-en groene plekken in de nachtelijke duisternis vormden, zonder ze te
-verlichten, als nachtlichtjes, hier en daar in een reusachtig groote
-slaapzaal geplaatst.
-
-Zij hief het hoofd op. De boomen teekenden hun hooge takken tegen
-een helderen hemel af, terwijl de onregelmatige lijn der huizen zich
-onafzienbaar ver uitstrekte, met de afbrokkelingen van een rotsige
-kust, aan den oever van een blauwe zee.
-
-Maar die strook lucht stemde haar nog droeviger; alleen de duisternis
-van den boulevard gaf haar eenige vertroosting. Wat daar op die
-eenzame straat overbleef van de luidruchtigheid in de ondeugd van
-den avond, strekte haar tot verontschuldiging. Zij meende de warmte
-van al die mannen- en vrouwenstappen van het afkoelende trottoir te
-voelen opstijgen.
-
-De schandelijke dingen die daar gebeurd waren, begeerten van
-een minuut, fluisterend gedane aanbiedingen, vooruit betaalde
-bruiloftsnachten, zij losten zich op in damp, dreven voort in een
-zwaren nevel, door den morgenwind weggevaagd.
-
-Voorovergebogen over de duisternis, ademde zij die trillende stilte,
-die alkooflucht in, als een aanmoediging die van beneden tot haar
-kwam, als een verzekering dat haar schande door een medeplichtige
-stad gedeeld en aangenomen werd. En toen haar oogen aan de duisternis
-gewoon geraakt waren, bemerkte zij de vrouw met haar blauw kostuum,
-alleen in de grauwe eenzaamheid, nog steeds op dezelfde plaats,
-wachtende en zich aanbiedende in de ledige stilte van den nacht.
-
-Toen zij zich omkeerde, werd de jonge vrouw Charles gewaar, die
-snuffelend om zich heen keek. Hij ontdekte eindelijk iets,--het blauwe
-lint van Renée, dat verfrommeld in een hoek van de sofa lag. Hij
-haastte zich het haar op zijn beleefde manier te brengen. Toen voelde
-zij haar geheele vernedering. Voor den spiegel staande, trachtte zij
-met bevende handen het lint weer vast te strikken. Maar haar chignon
-was gezakt, de krulletjes waren plat tegen haar slapen gedrukt,
-zij kon den strik niet vastmaken.
-
-Charles kwam haar te hulp, en alsof hij een doodgewoon iets, een
-mondwater of een tandenstoker aanbood, vroeg hij:
-
---Wil mevrouw soms de kam hebben?....
-
---Wel neen, dat is niet noodig, kwam Maxime tusschenbeide met een
-ongeduldigen blik op den kellner. Ga maar een rijtuig halen.
-
-Renée besloot eenvoudig de kap van haar domino weer over het hoofd
-te trekken. En voordat zij zich van den spiegel afwendde, ging zij
-nog even op haar teenen staan, om de woorden terug te vinden die
-Maxime's omhelzing haar belet had te lezen. Met groote, afschuwelijk
-leelijke letters, die schuins omhoog liepen, stond deze verklaring,
-door Sylvia onderteekend: "Ik bemin Maxime." Zij drukte de lippen
-stijf opeen en trok de kap wat dieper over haar hoofd.
-
-In het rijtuig voelden zij zich vreeselijk verlegen. Zij waren
-tegenover elkaar gaan zitten, juist zooals zij uit het park Monceau
-waren gekomen. Zij wisten elkander niets te zeggen. De vigelante was in
-een dikke duisternis gehuld, en Maxime's sigaar bracht er zelfs geen
-flikkerend stipje in. De jonge man die weer onder de rokken bedolven
-zat, "waarin hij tot over de ooren zat", voelde zich onaangenaam
-gestemd door die duisternis, die stilte, die zwijgende vrouw, die hij
-tegenover zich voelde, en wier wijdgeopende oogen hij zich verbeeldde
-in het donker te zien staren. Om een minder dwaas figuur te maken,
-zocht hij haar hand, en toen hij die in de zijne hield, voelde hij
-zich verlicht, vond hij den toestand dragelijker. Die hand gaf zich
-gewillig over, slap en droomerig.
-
-De vigelante reed de place de la Madeleine over. Renée bedacht dat
-zij niet schuldig was. Zij had de bloedschande niet gewild. En hoe
-meer zij zich zelf onderzocht, hoe onschuldiger zij zich vond, in de
-eerste uren van haar uitstapje, haar heimelijk vertrek uit het park
-Monceau, bij Blanche Muller, op den boulevard, zelfs in het kabinet
-van de restauratie.
-
-Waarom was zij eigenlijk aan den rand van de sofa op de knieën
-gevallen? Dat wist zij zelf niet meer. Zij had stellig geen oogenblik
-aan zóó iets gedacht. Zij zou boos geweigerd hebben. Het was uit
-gekheid, zij maakte pret, niets anders. En in het voortrollen der
-vigelante vond zij het oorverdoovend orkest van den boulevard terug,
-dat heen een weer geloop van mannen en vrouwen, terwijl haar vermoeide
-oogen als vuur brandden.
-
-Maxime werd in zijn hoekje ook door onaangename gedachten gekweld. Hij
-had spijt over het avontuur. Hij wierp de schuld op den zwarten domino.
-
-Had men een vrouw zich ooit zoo zien toetakelen! Haar hals kreeg men
-zelfs niet te zien. Hij had haar voor een jongen aangezien, had met
-haar gestoeid, en het was toch zijn schuld niet, dat het spel ernst
-was geworden. Hij zou haar stellig niet aangeraakt hebben, als zij
-maar een stukje van haar schouder had laten zien. Hij zou bedacht
-hebben, dat zij de vrouw van zijn vader was. En, daar hij niet van
-onaangename gedachten hield, schonk hij zichzelf vergiffenis. 't Was
-nu eenmaal gebeurd, maar hij zou wel zorgen, dat hij er niet weer
-mee begon. 't Was een dwaasheid.
-
-De vigelante hield stil en Maxime stapte uit om Renée te helpen. Maar
-bij het parkdeurtje durfde hij haar geen zoen geven. Zij scheidden met
-een handdruk, als naar gewoonte. Zij stond al achter het hek, toen zij,
-om toch iets te zeggen, en daarbij zonder het zelf te willen uiting
-gevende aan een gedachte die haar al van de restauratie af vervolgde,
-aan Maxime vroeg:
-
---Wat beteekent dat toch, die kam, waarvan de kellner sprak?
-
---Die kam, herhaalde Maxime, verlegen, dat weet ik niet....
-
-Opeens werd haar alles duidelijk. De kam behoorde bij het materiaal
-van de kamer, evengoed als de gordijnen, de grendel en de sofa. En
-zonder een uitlegging af te wachten, die toch niet kwam, snelde zij
-het donkere park Monceau door, alsof zij die schildpadden tanden
-achter zich zag, waarin Laure d'Aurigny haar blonde en Sylvia haar
-zwarte haren had achtergelaten. Zij had een hevige koorts. Céleste
-moest haar te bed brengen en den verderen nacht bij haar waken.
-
-Maxime stond een oogenblik op het trottoir van den boulevard
-Malesherbes in tweestrijd, of hij het vroolijke troepje in het café
-Anglais zou opzoeken of naar bed gaan; ten slotte besloot hij bij
-wijze van straf tot het laatste.
-
-Den volgenden morgen ontwaakte Renée laat, uit een zwaren, droomloozen
-slaap. Zij liet een flink vuur aanleggen en zei dat zij den heelen
-dag op haar kamer zou blijven. Dát was haar toevluchtsoord, in haar
-ernstige uren.
-
-Tegen twaalf uur vroeg haar man, die haar niet aan het ontbijt had
-zien verschenen, of hij haar een oogenblik kon spreken. Zij was op het
-punt dat te weigeren, met een zweem van ongerustheid, toen zij zich
-bedacht. Den vorigen avond had zij Saccard een rekening van Worms
-ter hand gesteld, die honderd zes en dertig duizend francs bedroeg,
-een tamelijk hoog bedrag, en nu was hij zeker zoo galant haar de
-geteekende kwitantie zelf te komen brengen.
-
-Op eens dacht zij aan de krulletjes die zij den vorigen avond in
-het haar had. Zij keek werktuigelijk in den spiegel naar de dikke
-vlechten die Céleste gevlochten had. Toen ging zij ineengedoken, als
-begraven onder de kant van haar morgenjapon, zoo dicht mogelijk bij het
-vuur zitten. Saccard, wiens kamers zich ook op de eerste verdieping
-bevonden, tegenover die van zijn vrouw, kwam op zijn pantoffels,
-als echtgenoot.
-
-Het gebeurde ternauwernood eens in de maand, dat hij een voet in
-Renée's kamer zette, en dan was het altijd wegens een geldkwestie. Dien
-morgen had hij roode oogen, en een bleek gelaat als iemand die den
-heelen nacht niet geslapen heeft. Hij kuste zijn vrouwtje galant
-de hand.
-
---Je bent ziek, lieve? zei hij, aan den anderen hoek van den
-schoorsteen plaats nemende. Een beetje hoofdpijn, nietwaar?.... Neem
-me niet kwalijk dat ik je lastig kom vallen over zaken, maar het is
-een ernstig geval.
-
-Hij haalde uit een zak van zijn kamerjapon de rekening van Worms te
-voorschijn, die Renée aan het gladde papier herkende.
-
---Gisteren vond ik die rekening op mijn bureau, ging hij voort,
-en het spijt me, maar ik kan ze op dit oogenblik onmogelijk voldoen.
-
-Hij bespiedde tersluiks de uitwerking van zijn woorden. Zij scheen
-ietwat verbaasd. Hij hernam glimlachend:
-
---Je weet, lieve, dat ik niet gewoon ben je uitgaven na te pluizen. Ik
-kan niet ontkennen dat zekere bijzonderheden van deze rekening me
-een beetje verrast hebben. Zoo zie ik bijvoorbeeld hier op de tweede
-bladzijde: "Baljaponstof, 70 fr.; maakloon 600 fr., geleend geld
-5000 fr.; water van Dr. Pierre, 6 fr." Dat loopt aardig op voor
-een japon van zeventig francs.... Maar je weet, ik begrijp alle
-zwakheden. Je rekening bedraagt honderd zesendertigduizend francs,
-en je bent bijna verstandig geweest, dat is te zeggen, betrekkelijk
-verstandig.... Maar, ik zeg het je nog eens, ik kan niet betalen,
-ik zit zelf in verlegenheid.
-
-Zij strekte de hand uit, met een gebaar van ingehouden spijt.
-
---'t Is goed, zei zij droogweg, geef me de rekening terug. Ik zal
-raad zien te schaffen.
-
---Ik zie dat je me niet gelooft, sprak Saccard, zeer gevleid door de
-ongeloovigheid van zijn vrouw op het punt van zijn geldverlegenheid. Ik
-zeg niet dat mijn positie bedreigd wordt, maar de zaken gaan op het
-oogenblik niet al te best. Laat ik je voor ditmaal eens lastig vallen
-en je den toestand blootleggen; je hebt me je bruidschat toevertrouwd,
-en ik ben je volkomen openhartigheid schuldig.
-
-Hij lei de rekening op den schoorsteen neer, nam de tang en begon het
-vuur op te rakelen. Die hebbelijkheid om in de asch te woelen, terwijl
-hij over zaken sprak, was bij hem uit berekening voortgekomen. Wanneer
-hij aan een zeker bedrag kwam, aan een gedachte die hij moeielijk
-onder woorden kon brengen, porde hij duchtig in het brandhout; de
-verzakking die daardoor ontstond, bracht hij dan heel netjes in orde,
-door de blokken bij elkaar te schuiven en de verspreide spaanders samen
-te rapen en op de blokken te stapelen. Soms verdween hij bijna geheel
-in den schoorsteen, om een glimmend stukje houtskool op te zoeken.
-
-Zijn stem klonk dan doffer, men werd ongeduldig, men begon belang
-te stellen in zijn knappe opeenstapeling van gloeiende kooltjes,
-men luisterde niet meer, en gewoonlijk verliet men hem geslagen en
-tevreden. Zelfs bij anderen maakte hij zich eigendunkelijk meester
-van de tang. 's Zomers speelde hij met een pen, een pennemes of
-een vouwbeen.
-
---Beste vriendin, zei hij, terwijl hij met een hevigen por het vuur
-op de vlucht joeg, ik vraag je nogmaals verschooning dat ik in al die
-bijzonderheden treed.... Ik heb je de rente van de gelden, die je me
-ter hand hebt, gesteld, stipt uitbetaald. Ik kan zelfs zonder je te
-kwetsen zeggen, dat ik die rente alleen beschouwd heb als je zakgeld,
-dat ik je uitgaven betaald heb en nooit van je gevergd heb je aandeel
-in de gemeenschappelijke kosten van het huishouden te betalen.
-
-Hij zweeg. Renée keek met een pijnlijk hoofd toe, hoe hij een kuil
-in de asch groef om er een stuk brandhout in te begraven. Hij kwam
-aan een teere kwestie.
-
---Je begrijpt wel, dat ik van je geld aanzienlijke intresten heb
-moeten trekken. De kapitalen zijn in goede handen, wees daar maar
-gerust op.... En de gelden die je bezittingen in Sologne opbrachten,
-hebben gedeeltelijk gediend om het huis te betalen, waarin wij wonen;
-de rest is in een uitstekende zaak gestoken, de Algemeene Maatschappij
-van de havens van Marokko.... We vragen elkaar nog wel geen rekening
-en verantwoording, maar ik wil je toch bewijzen dat wij arme mannen
-dikwijls erg miskend worden.
-
-Het moest wel een krachtig motief zijn, dat hem noopte minder dan
-gewoonlijk te liegen. In werkelijkheid bestond de bruidschat van Renée
-sedert lang niet meer; hij was in de kas van Saccard gevloeid, en had
-daar een fictieve waarde gekregen. Al keerde hij er meer dan twee of
-driehonderd percent intrest van uit, hij zou toch niet in staat geweest
-zijn er het kleinste effect van te vertoonen, of ook maar de geringste
-hoeveelheid specie van het oorspronkelijke kapitaal terug te vinden.
-
-Zooals hij er dan ook half voor uitkwam, had het halve millioen van de
-bezittingen in Sologne gediend tot afbetaling van den eersten termijn
-op het hôtel en het ameublement, die samen bijna twee millioen hadden
-gekost. Hij was nog een millioen aan den behanger en den aannemer
-schuldig.
-
---Ik vorder niets van je, zei Renée eindelijk, ik weet dat ik erg
-bij je in de schuld sta.
-
---O, lieve, riep hij uit, de hand zijner vrouw grijpende,
-zonder de tang in den steek te laten, hoe kom je aan die leelijke
-gedachte!.... Om je in een paar woorden alles te verklaren, luister,
-ik ben ongelukkig geweest op de Beurs, Toutin-Laroche heeft domheden
-begaan, Mignon en Charrier zijn vlegels, die me beetgenomen
-hebben. Daarom kan ik je rekening niet betalen. Je vergeeft het
-me toch?
-
-Hij scheen werkelijk aangedaan. Hij stak de tang tusschen de
-houtblokken en deed een vuurwerk van vonken opspatten. Renée herinnerde
-zich, dat hij er den laatsten tijd ietwat gejaagd had uitgezien. Maar
-zij kon de verwonderlijke waarheid niet doorgronden.
-
-Saccard was nu zoover gekomen, dat hij dagelijks allerlei kunstgrepen
-te baat moest nemen. Hij woonde in een huis dat twee millioen gekost
-had, hij leefde op een voet alsof hij het jaargeld van een prins trok,
-en op sommige dagen had hij geen duizend francs in kas. Zijn uitgaven
-schenen niet te verminderen. Hij leefde op krediet, onder een troep
-schuldeischers die dagelijks de schandalige winsten opstreken, welke
-hij in zekere zaken maakte.
-
-Terzelfder tijd stortten maatschappijen onder hem ineen, openden zich
-nieuwe, nog diepere afgronden, waarover hij heen sprong, daar hij geen
-kans zag ze te dempen. Hij liep dus over een ondermijnden grond, in
-een gestadige crisis, rekeningen van vijftigduizend francs afdoende
-en het loon van zijn koetsier niet uitbetalende, steeds voortgaande
-met een onverstoorbare koelbloedigheid verteringen te maken, nog
-ijveriger over Parijs zijn leege kas uitstortende, waaruit de gouden
-stroom met zijn onbekende bronnen voort bleef vloeien.
-
-Het was toen een slechte tijd voor de speculatiën. Saccard was een
-waardig zoon van het stadhuis. Hij had de snelle gedaanteverwisseling,
-de koortsachtige zucht naar genietingen, de blinde verkwistingen die
-Parijs had aangetast, meegemaakt. Op dit oogenblik stond hij, evenals
-de stad, voor een ontzettend tekort, dat hij heimelijk moest aanvullen;
-want van verstandige zuinigheid, een kalm burgerlijk leven wilde hij
-niet hooren. Hij behield liever de onnutte weelde en de werkelijke
-ellende van die nieuwe wegen waaruit hij zijn kolossaal fortuin geput
-had, dat 's morgens aangevuld en 's avonds weer verteerd was.
-
-Van de eene avontuurlijke speculatie in de andere gaande, had hij
-nog slechts den vergulden voorgevel van een afwezig kapitaal. In
-dezen tijd van krankzinnige dwaasheid, zette zelfs Parijs niet zijn
-toekomst met meer hartstocht op het spel, of ging halsstarriger voort
-op den weg van dwaasheden en finantiëele bedriegerijen. De likwidatie
-dreigde verschrikkelijk te zijn.
-
-De mooiste speculatiën liepen mis in de handen van Saccard. Hij had,
-zooals hij zei, aanzienlijke verliezen aan de Beurs geleden. Mijnheer
-Toutin-Laroche had bijna het Wijnbouwcrediet doen duikelen in een
-speculatie op de rijzing, die hem plotseling tegengeloopen was;
-gelukkig was de regeering in het geheim tusschenbeide gekomen en had
-de vermaarde hypothecaire leenbank weer overeind geholpen.
-
-Saccard, door die dubbelen schade aan het wankelen gebracht en danig
-doorgehaald door zijn broer den minister, wegens het gevaar dat de
-soliditeit der delegatiebons tegelijk met die van het Wijnbouwcrediet
-geloopen had, was nog minder gelukkig in zijn speculatiën op huizen.
-
-Mignon en Charrier hadden alle betrekkingen met hem afgebroken. Hij
-beschuldigde hen uit nijdigheid, omdat hij bedrogen was uitgekomen met
-de huizen die hij op zijn aandeel in de terreinen had laten zetten,
-terwijl zij, voorzichtiger, het hunne verkochten.
-
-Terwijl zij een fortuin wonnen, bleef hij met huizen zitten, die hij
-dikwijls met verlies van de hand moest doen. Onder anderen verkocht
-hij voor driehonderd duizend francs een hôtel in de rue de Marignan,
-waarop hij nog driehonderd tachtig duizend schuld had.
-
-Hij had er op zijn manier wel wat op gevonden, hij vroeg namelijk
-tienduizend francs voor een appartement dat hoogstens acht duizend
-francs waard was; de verschrikte huurder teekende het contract niet
-eer, voordat de eigenaar er in toegestemd had hem de eerste twee
-jaren huur vrij te schelden; op die manier was het appartement tot
-zijn werkelijken prijs teruggebracht, maar het huurcontract wees een
-bedrag van tienduizend francs per jaar aan, en wanneer Saccard een
-kooper vond en de jaarlijksche opbrengst van dit huis kapitaliseerde,
-kwam hij tot een echte zinsbegoochelende berekening.
-
-Dit bedrog kon hij echter niet op groote schaal toepassen, zijn huizen
-werden niet verhuurd; hij had ze te vroeg gebouwd; de uitgegraven
-terreinen, die ze wijd en zijd omringden, vormden 's winters groote
-modderpoelen, die den toegang bemoeielijkten en ze een groot nadeel
-deden.
-
-Wat hem echter het meest griefde was de geslepenheid van de heeren
-Mignon en Charrier, die het hôtel waarvan hij den bouw had moeten
-staken, op den boulevard Malesherbes, van hem kochten. De aannemers
-hadden eindelijk het verlangen gekregen op hun boulevard te wonen. Daar
-zij hun aandeel in de terreinen met winst verkocht hadden, en de lucht
-kregen van de verlegenheid waarin hun vroegere compagnon verkeerde,
-boden zij hem aan hem af te helpen van het omheinde gedeelte waarbinnen
-het hôtel tot de eerste verdieping was opgetrokken, en waarvan de
-ijzeren binten reeds gelegd waren. Minachtend spraken zij over de
-stevige grondslagen van gehouwen steen, zij noemden het nutteloos
-metselwerk en zeiden, dat zij liever den kalen grond gehad hadden,
-om er naar eigen believen op te bouwen.
-
-Saccard moest tot den verkoop overgaan, zonder rekening te kunnen
-houden met de ruim honderdduizend francs die hij reeds uitgegeven had,
-en wat hem nog nijdiger maakte, was dat de aannemers het terrein niet
-voor tweehonderd vijftig francs den vierkanten meter wilden terugnemen,
-het bedrag dat bij de verdeeling vastgesteld was. Zij dongen vijf en
-twintig francs op den meter af, evenals koopvrouwen in toiletartikelen,
-die niet meer dan vier francs geven voor een voorwerp dat zij een
-dag te voren voor vijf verkocht hebben. Twee dagen later zag Saccard
-met leede oogen, hoe een heel leger metselaars de omheinde ruimte
-binnendrong en voortbouwden op dat "nuttelooze" metselwerk.
-
-Hij speelde zijn rol tegenover Renée des te gemakkelijker, omdat zijn
-zaken werkelijk in de war geraakten. Hij was er de man niet naar uit
-pure waarheidsliefde zijn toestand bloot te leggen.
-
---Maar mijnheer, zei Renée op twijfelenden toon, wanneer ge zoo
-in geldverlegenheid zit, waarom dan voor mij dat halssnoer en die
-haarnaald gekocht, die u naar ik meen vijf en zestigduizend francs
-hebben gekost? Ik heb die sieraden niet noodig, ik zal u moeten
-vragen of ik ze mag verkoopen om de rekening van Worms gedeeltelijk
-af te betalen.
-
---Doe dat toch niet! riep hij verschrikt uit. Als ge morgen niet met
-die sieraden op het ministersbal verschijnt, zou men praatjes gaan
-maken over mijn positie....
-
-Hij was dien morgen heel goedig. Hij begon zelfs te glimlachen en
-met een knipoogje zei hij:
-
---Lieve vriendin, wij speculanten zijn net als de mooie vrouwtjes,
-we hebben onze listen.... Houd alsjeblieft het snoer en de naald,
-om mij een pleizier te doen.
-
-Hij kon haar onmogelijk de ware toedracht van de zaak vertellen,
-die heel aardig, maar wel een beetje gewaagd was.
-
-Na afloop van een souper hadden Saccard en Laure d'Aurigny een verbond
-gesloten. Laure zat tot over de ooren in de schulden, haar eenige
-gedachte was een braven jongen te vinden, die haar wou schaken en
-naar Londen voeren.
-
-Saccard voelde ook den grond onder zijn voeten wegzinken; in de
-engte gedreven, zocht hij naar een redmiddel, waardoor hij zich
-in de oogen van het publiek in goud en bankbiljetten kon baden. In
-den halven roes van het dessert, kwamen het meisje en de speculant
-tot een overeenkomst. Hij dacht die verkooping van diamanten uit,
-die geheel Parijs deed toeloopen, en waarop hij, met veel drukte,
-sieraden voor zijn vrouw kocht.
-
-Met de opbrengst van de verkooping, ongeveer vierhonderdduizend francs,
-stelde hij Laure's schuldeischers tevreden, ofschoon zij hun bijna het
-dubbele schuldig was. Niet onwaarschijnlijk wist hij zelfs een deel
-van zijn vijf en zestigduizend francs terug te krijgen. Toen men zag,
-dat hij den boel van d'Aurigny vereffende, ging hij voor haar minnaar
-door; men dacht dat hij al haar schulden betaalde, dat hij dwaasheden
-voor haar beging. Aller handen strekten zich nu naar hem uit, hij kreeg
-weer krediet, een kolossaal bedrag. En hij werd op de beurs geplaagd,
-om zijn hartstocht, met glimlachjes en zinspelingen die hem streelden.
-
-Intusschen bracht Laure d'Aurigny, die door al die drukte de aandacht
-begon te trekken, en bij wie hij geen enkelen nacht doorbracht, een
-achttal dommeriken in den waan, dat zij Saccard om hunnentwil bedroog.
-
-De gedachte, dat zij de voorkeur kregen boven een schatrijk man, was
-voor hen het grootste lokaas. Binnen een maand had zij twee volledige
-stellen meubels en meer diamanten dan zij verkocht had.
-
-Saccard had de gewoonte aangenomen 's middags na beurstijd zijn sigaar
-bij haar te komen rooken; dikwijls bespeurde hij dan een slip van
-een jas, die haastig achter een deur verdween.
-
-Als zij alleen waren konden zij elkander niet zonder lachen
-aanzien. Hij drukte haar een kus op het voorhoofd, en behandelde haar
-als een slechte meid, die hem door haar schelmerijen in verrukking
-bracht. Hij gaf haar geen cent, eens leende zij hem zelfs geld om een
-speelschuld te betalen. Renée bleef aandringen en wilde de sieraden
-ten minste verpanden, maar haar man bracht haar aan het verstand dat
-dit onmogelijk was, dat geheel Parijs verwachtte haar den volgenden
-dag er mee te zien. De jonge vrouw, die geen raad wist met de rekening
-van Worms, zocht toen een anderen uitweg.
-
---Maar, riep zij plotseling, de zaken marcheeren goed in Charonne,
-niet waar? Onlangs wist ge me nog te vertellen, dat er mooi geld
-zou verdiend worden.... Misschien wil Larsonneau me de honderd
-zesendertigduizend francs wel voorschieten?
-
-Een oogenblik had Saccard de tang laten rusten. Hij nam die weer vlug
-ter hand, bukte, verdween bijna in den schoorsteen, vanwaar de jonge
-vrouw het zachte antwoord hoorde komen:
-
---Ja, ja, Larsonneau zou misschien....
-
-Eindelijk kwam zij uit haarzelve op het punt waar hij haar sedert
-het begin van het gesprek op wenschte te brengen. Al twee jaar lang
-bereidde hij zijn genialen zet ten opzichte van Charonne voor. In geen
-geval wilde zijn vrouw de goederen van tante Elisabeth vervreemden, zij
-had deze plechtig beloofd ze nooit te verkoopen ten einde ze aan haar
-kind na te laten, als zij moeder werd. Tegenover die stijfhoofdigheid
-begon de verbeeldingskracht van den speculant te werken en weldra
-een heel verdichtsel te scheppen.
-
-Hij dacht een kolossaal bedrog uit, waarvan de stad, de staat, zijn
-vrouw en tot zelfs Larsonneau de slachtoffers moesten worden. Hij
-sprak niet meer over den verkoop der terreinen, maar hij jammerde
-iederen dag over de dwaasheid om ze niets op te laten brengen, zich
-tevreden te stellen met een opbrengst van twee percent.
-
-Renée, die altijd in geldverlegenheid zat, verzoende zich eindelijk
-met de gedachte van een speculatie. Hij grondde zijn operatie op de
-zekerheid van een aanstaande onteigening voor het doortrekken van den
-boulevard du Prince-Eugène, waarvan het ontwerp nog niet nauwkeurig
-vastgesteld was. Toen bracht hij zijn oude medeplichtige Larsonneau
-mee, als een compagnon, die met zijn vrouw een overeenkomst sloot op
-de volgende grondslagen: zij bracht de terreinen aan, ter waarde van
-vijfhonderdduizend francs; van zijn kant verbond Larsonneau zich op
-die terreinen voor een gelijke som te bouwen, een café-concertzaal
-met grooten speeltuin, waarin wippen, schommels, kegel en balspel,
-enz. De winsten zouden natuurlijk gedeeld worden, even goed als de
-verliezen. Ingeval een der compagnons zich wenschte terug te trekken,
-kon hij dat doen met opeisching van zijn aandeel, volgens gedane
-schatting.
-
-Renée scheen verbaasd over het hooge bedrag van vijfhonderdduizend
-francs, terwijl de terreinen er hoogstens drie waard waren. Maar
-hij bracht haar aan het verstand dat het een handige zet was om
-Larsonneau later de handen te binden, daar zijn gebouwen nooit zoo'n
-bedrag zouden bereiken.
-
-Larsonneau was een man van de wereld geworden, die nooit zonder
-handschoenen uitging, onberispelijk wit linnengoed droeg en verbazend
-mooie dassen. Om zijn zaken na te gaan, had hij een tilbury, zoo fijn
-als een uurwerk, met hoogen bok, waarop hij zelf mende.
-
-Zijn kantoren in de rue de Rivoli waren een reeks van prachtige
-vertrekken, waar men niet het minste spoor van kantoorboeken
-of papieren vond. Zijn klerken schreven op tafels van ingelegd
-zwartgepolitoerd perenhout, met ornamenten van geciseleerd koper. Hij
-nam den titel aan van onteigeningsagent, een nieuw beroep dat zijn
-ontstaan te danken had aan de werken van Parijs. Zijn relatiën met
-het stadhuis stelden hem in staat den voorgenomen aanleg van nieuwe
-wegen vooruit te weten.
-
-Wanneer hij zich door een opzichter der wegen op de hoogte had doen
-brengen welken weg de boulevard zou volgen, ging hij den bedreigden
-eigenaars zijn diensten aanbieden. Door allerlei middelen wist hij
-de schadevergoeding te doen verhoogen, voordat er een onteigening
-ten algemeenen nutte plaats greep. Zoodra een huiseigenaar zijn
-diensten aanvaardde, nam hij alle kosten voor zijn rekening, maakte
-een platten grond met de omschrijving van het eigendom, schreef een
-memorie, volgde de zaak voor de rechtbank, betaalde een advokaat,
-alles tegen zooveel percent van het verschil tusschen het aanbod der
-stad en de schadeloosstelling door de jury toegekend.
-
-Maar bij dit baantje, waarvoor hij zich tenminste niet behoefde te
-schamen, voegde hij verscheidene andere. Hij leende vooral geld
-uit tegen hoogen intrest. Hij was niet meer de woekeraar van de
-oude school, haveloos en onzindelijk, met oogen wit en stom als
-rijksdaalders, en lippen bleek en samengeperst als de koorden eener
-beurs. Hij glimlachte vriendelijk, was onberispelijk gekleed, en ging
-bij Brébant dejeuneeren met zijn slachtoffer, dien hij met "Beste
-jongen" betitelde en havanna's aan het dessert liet rooken. Met dat
-al was die elegant gekleede Larsonneau een verschrikkelijk heer, die,
-zonder iets van zijn vriendelijkheid te verliezen, op de voldoening
-van een accept zou aangedrongen hebben totdat de schuldenaar zich
-van kant had gemaakt.
-
-Saccard had liever een anderen compagnon gehad, maar hij was nog altijd
-ongerust over den valschen inventaris, dien Larsonneau zorgvuldig
-bewaarde. Hij hoopte nu dat de een of andere omstandigheid hem
-behulpzaam zou zijn om weer in het bezit van dat gevaarlijke stuk
-te geraken.
-
-Larsonneau bouwde het café-concert, licht en ondicht, van planken en
-kalk, met blikken torentjes, waarop hij een laagje roode en gele verf
-liet leggen.
-
-De speeltuinen namen op in de volkrijke buurt van Charonne. Na verloop
-van twee jaar scheen de onderneming goed te gaan, ofschoon de winsten
-in werkelijkheid heel gering waren. Saccard had tot dusver tot zijn
-vrouw nooit anders dan met geestdrift over de toekomst van zoo'n mooi
-idee gesproken.
-
-Toen Renée zag dat haar man geen aanstalten maakte om uit den
-schoorsteen te voorschijn te komen, waar zijn stem hoe langer hoe
-doffer klonk, zei zij:
-
---Ik zal Larsonneau vandaag eens gaan opzoeken. 't Is de eenige uitweg.
-
-Toen liet hij het blok hout los, waarmee hij het te kwaad had.
-
---Dat is al in orde, lieve, antwoordde hij glimlachend. Voorkom ik
-niet al uw wenschen?.... Ik heb Larsonneau gisteren avond gesproken.
-
---En heeft hij je de honderd zes en dertigduizend francs beloofd? vroeg
-zij, in spanning.
-
-Tusschen de twee brandende blokken stapelde hij een aantal gloeiende
-kolen op, heel voorzichtig met de tang de kleinste stukjes houtskool
-aanvattende, en met voldoening ziende hoe het stapeltje, dat hij zoo
-kunstig opbouwde, steeds hooger werd.
-
---O, wat draaft ge door!.... klonk het zachtjes. Honderd zes en
-dertigduizend francs is een groote som.... Larsonneau is een goede
-jongen, maar zijn kas is nog zoo gevuld niet. Hij is ten volle bereid
-je te helpen....
-
-Hij sprak langzamer, knipte met de oogen, bouwde weer een deel van
-het stapeltje op dat ingestort was. Dat spelletje begon de gedachten
-der jonge vrouw in de war te brengen. Zij volgde onwillekeurig de
-bezigheid van haar man, die steeds onhandiger werd. Zij begon hem
-zelfs raad te geven. Niet meer denkende aan Worms, de rekening,
-haar geldgebrek, zei zij:
-
---Maar leg dan toch dat groote stuk onderaan, dan houden de anderen
-van zelf.
-
-Haar man volgde haar raad getrouw op, en sprak onderwijl:
-
---Hij kan maar vijftigduizend francs vinden. 't Is altijd wat, op
-afbetaling.... Maar hij wil de zaak afgescheiden houden van die van
-Charonne. Hij is maar een tusschenpersoon, dat begrijp je wel. Degeen
-die het geld leent, vraagt verbazend hoogen intrest. Hij wil een
-accept van tachtigduizend francs, zes maanden na dato.
-
-En nadat hij een spits stuk houtskool boven op het stapeltje had
-geplaatst, vouwde hij de handen op de tang samen en keek zijn vrouw
-strak aan.
-
---Tachtigduizend francs! riep zij uit, maar dat is diefstal!.... Raadt
-gij mij zoo'n dwaasheid aan?
-
---Neen, zei hij beslist. Maar als ge het geld bepaald noodig hebt,
-verbied ik het je niet.
-
-Hij stond op, alsof hij heen wilde gaan. Maar Renée, in pijnlijke
-onzekerheid, keek beurtelings naar haar man en naar de rekening,
-die hij op den schoorsteen had laten liggen. Zij sloeg haar handen
-tegen haar hoofd en zuchtte:
-
---Ach, die zaken!.... Mijn hoofd loopt om.... Kom, ik zal dat accept
-van tachtigduizend francs maar teekenen. Als ik het niet deed, zou ik
-er heelemaal ziek van worden. Ik weet hoe ik ben, ik zou den heelen
-dag in een verschrikkelijken tweestrijd zijn.... Ik doe de dwaasheden
-dan maar liever dadelijk. Dat geeft me verlichting.
-
-En zij zei dat zij zou schellen om zegelpapier te laten halen. Maar hij
-wilde haar dien dienst zelf bewijzen. Hij had het zegelpapier stellig
-in zijn zak, want hij bleef hoogstens twee minuten weg. Terwijl zij
-aan een tafeltje, dat hij dicht bij den haard geschoven had, zat te
-schrijven, beschouwde hij haar met oogen, die tegelijk verbazing en
-begeerte uitdrukten.
-
-Het was zeer warm in de kamer, die nog geheel vervuld was met de
-geuren van het morgentoilet der jonge vrouw. Al pratende had zij
-de slippen van haar peignoir, waarin zij haar hoofd gewikkeld had,
-laten afglijden, en de blik van haar man, die voor haar stond, gleed
-over haar gebogen hoofd, langs haar goudgele haren, heel diep, tot
-in haar blanken hals en haar borst.
-
-Hij glimlachte zonderling; die vuurgloed die zijn gezicht geblakerd
-had, die dichte kamer waarin de zwoele lucht een geur van liefde
-had behouden, die lichtblonde haren en die blanke huid, die hem met
-een soort van echtelijke minachting tartten, maakten hem nadenkend,
-deden een heimelijke, wellustige berekening in zijn onbeschaamde
-schacheraarsnatuur ontstaan.
-
-Toen zijn vrouw hem het accept overreikte, met verzoek de zaak verder
-af te handelen, nam hij het aan, zonder zijn blikken van haar af
-te wenden.
-
---Je bent verrukkelijk mooi,.... fluisterde hij.
-
-En terwijl zij zich voorover boog om de tafel weg te schuiven, kuste
-hij haar ruw op den hals. Zij stiet een lichten kreet uit. Vervolgens
-stond zij rillend op, met een poging om te lachen; zij moest denken
-aan de kussen van den ander, den vorigen avond. Maar hij had al spijt
-over zijn lompe liefkoozing. Hij verliet haar met een hartelijken
-handdruk en de belofte, dat zij dien eigen avond de vijftigduizend
-francs zou hebben.
-
-Renée bleef den heelen dag voor den haard zitten soezen. In moeielijke
-omstandigheden had zij iets mats, als een creoolsche. Dan veranderde
-al haar luidruchtigheid in loomheid, kouwelijkheid en slaperigheid. Zij
-rilde van kou, zij had behoefte aan den gloed van een brandenden haard,
-een verstikkende hitte die de zweetdruppeltjes op haar voorhoofd deed
-parelen, die haar in verdooving bracht.
-
-In die brandend heete lucht, in dat bad van vlammen, leed zij bijna
-niet meer; haar smart werd als een lichte droom, een vage beklemming,
-maar zoo onbestemd, dat het haar zelfs behagelijk aandeed.
-
-Zoo deed zij tot den avond haar wroeging van den vorigen dag
-insluimeren, in het roode schijnsel van den haard, vlak voor een
-verschrikkelijk vuur, dat de meubelen om haar heen deed kraken en
-haar bijwijlen het bewustzijn van haar bestaan ontnam.
-
-Zij kon denken aan Maxime, als aan een vlammend genot, waarvan de
-stralen haar brandden; zij had zonderlinge droomen, van liefdegenot
-te midden van vlammende houtstapels op witgloeiende bedden gesmaakt.
-
-Céleste ging de kamer in en uit, met haar kalme, onverstoorbare
-dienstbodengezicht. Zij had bevel gekregen niemand binnen te laten;
-zij zond zelfs de onafscheidelijken weg, Adeline d'Espanet en Suzanne
-Haffner, die van een ontbijt terugkwamen, dat zij samen gebruikt hadden
-in een paviljoen dat zij te Saint-Germain gehuurd hadden. Tegen den
-avond echter kwam Céleste haar meesteres zeggen, dat mevrouw Sidonie,
-mijnheers zuster, haar wenschte te spreken. Renée gaf bevel haar
-binnen te laten.
-
-Mevrouw Sidonie kwam gewoonlijk eerst tegen het vallen van den
-avond. Haar broer had van haar gedaan gekregen, dat zij zijden
-japonnen droeg. Maar hoe het kwam wist men niet, al kwam de zijde
-zoo pas uit den winkel, zij scheen nooit nieuw; zij kreukte, verloor
-haar glans, leek een vod. Zij had er ook in toegestemd haar mand niet
-bij de Saccards te brengen. Haar zakken daarentegen puilden uit van
-de papieren. Zij stelde belang in Renée, van wie zij geen redelijke
-klant kon maken, die berustte in de noodwendigheden des levens. Zij
-bezocht haar op geregelde tijden, met den bescheiden glimlach van een
-dokter die den zieke geen schrik wil aanjagen door hem te zeggen wat
-hij eigenlijk mankeert. Zij sprak met meewarigheid over haar kleine
-verdrietelijkheden, als over de pijn van kleine kleuters, die zij
-dadelijk zou genezen, als de jonge vrouw maar wilde.
-
-Deze, die juist behoefte gevoelde om beklaagd te worden, liet haar
-enkel binnenkomen om haar te zeggen, dat zij ondragelijke hoofdpijn
-had.
-
---Zoo, lieve kind, fluisterde mevrouw Sidonie, in de schaduw van de
-kamer voortglijdende, maar 't is hier om te stikken!.... Altijd die
-zenuwhoofdpijnen, nietwaar? Dat is het verdriet. Je vat het leven te
-zwaar op.
-
---Ja, ik heb heel veel zorgen, antwoordde Renée op kwijnenden toon.
-
-De avond begon te vallen. Zij had niet willen hebben dat Céleste
-een lamp aanstak. Het haardvuur alleen wierp een rooden gloed af,
-die haar geheel verlichtte, zooals zij daar achterover lag in haar
-witte morgenjapon, waarvan de kant rose werd. In de schaduw zag men
-slechts een tipje van mevrouw Sidonie's zwarte japon en haar gevouwen
-handen, in grijze katoenen handschoenen gestoken. Haar meewarige stem
-kwam uit de duisternis.
-
---Alweer geldzorgen! zei zij, alsof zij gezegd had: zielsverdriet,
-op een toon vol zachtheid en medelijden.
-
-Renée sloeg de oogen neer en maakte een toestemmend gebaar.
-
---Ach, als mijn broers naar mij wilden luisteren, zouden we allen rijk
-zijn. Maar zij halen de schouders op, wanneer ik over die schuld van
-drie milliard spreek, weet je?.... Toch heb ik goede hoop. Ik ben
-al tien jaar van plan een reis naar Engeland te maken. Ik heb zoo
-weinig tijd!.... Eindelijk heb ik besloten naar Londen te schrijven,
-en ik wacht op antwoord.
-
-En daar de jonge vrouw glimlachte, ging zij voort:
-
---Ik weet dat je ook al ongeloovig bent. Toch zou je heel blij zijn,
-als ik je een dezer dagen een aardig millioentje cadeau gaf.... De
-zaak is doodeenvoudig: een Parijsche bankier heeft het geld aan den
-zoon van den koning van Engeland geleend, en daar de bankier zonder
-natuurlijken erfgenaam gestorven is, kan de Staat de terugbetaling
-van de schuld met intrest op intrest eischen. Ik heb het uitgerekend,
-het is een bedrag van twee milliard negenhonderd drie en veertig
-millioen tweehonderd tienduizend francs.... Wees daar gerust op,
-'t komt stellig los.
-
---Dan moest je maar alvast, zei de jonge vrouw met een zweem van
-spot, honderdduizend francs voor me zien te leenen. Ik kon dan mijn
-kleermaker betalen, die het me heel lastig maakt.
-
---Honderdduizend francs zijn wel te vinden, antwoordde mevrouw Sidonie
-kalmpjes. 't Is maar de vraag wat men er voor over heeft.
-
-Het haardvuur flikkerde op; Renée strekte met nog loomer beweging
-haar beenen uit, zoodat de punt van haar pantoffels onder den zoom van
-haar japon te voorschijn kwam. De makelaarster sloeg haar meewarigen
-toon weer aan.
-
---Arme lieveling, je bent heusch niet verstandig. Ik ken veel
-vrouwen, maar ik heb er nooit een gezien die zich zoo weinig om
-haar gezondheid bekommerde. Daar heb je dat vrouwtje van Michelin,
-die weet hoe ze het moet aanleggen! Ik moet altijd aan jou denken,
-als ik haar zoo gelukkig en welvarend zie.--Weet je dat mijnheer
-de Saffré dol verliefd op haar is en dat hij haar al een kleine
-tienduizend francs aan cadeautjes heeft gegeven? Ik geloof dat het
-haar ideaal is, een buitenplaats te bezitten.
-
-Zij geraakte in vuur en zocht naar haar zak.
-
---Daar heb ik nog een brief van een arm jong vrouwtje. Als we
-licht hadden, zou ik je hem laten lezen.... Verbeeld je dat haar
-man heelemaal niets om haar geeft. Zij had accepten geteekend, en
-was genoodzaakt geld te leenen van een heer dien ik ken. Ik heb met
-heel veel moeite die accepten uit de klauwen der deurwaarders weten
-te redden... Die arme kinderen, geloof jij, dat zij kwaad doen? Ik
-ontvang ze bij mij aan huis, alsof het mijn kinderen waren.
-
---Ken je een geldschieter? vroeg Renée achteloos.
-
---Ik ken er wel tien.... Je bent te goed. Wij vrouwen, niet waar,
-kunnen onder elkaar heel wat dingen bepraten, en omdat je man
-mijn broer is, zal ik hem heusch niet verontschuldigen, dat hij
-die gemeene meiden naloopt en een allerliefst vrouwtje zooals jij,
-in een hoekje van den haard laat verkleumen... Die Laure d'Aurigny
-kost hem schatten van geld. Het zou me niets verwonderen als hij je
-geld geweigerd had. Hij heeft het je stellig geweigerd, niet?.... O,
-wat een slechte man!
-
-Renée luisterde met welbehagen naar die zachte stem, die uit de
-duisternis kwam, als de onbestemde echo van haar eigen gepeinzen. Met
-halfgesloten oogleden in haar fauteuil liggend, wist zij niet meer
-dat mevrouw Sidonie daar was; zij meende te droomen, dat slechte
-gedachten haar met zoeten aandrang kwamen verlokken. De makelaarster
-sprak lang achtereen, met een zacht, eentonig geluid.
-
---Die mevrouw de Lauwerens heeft je leven bedorven. Je hebt me nooit
-willen gelooven. O, als je mij niet gewantrouwd had, dan zou je nu
-niet in een hoekje van je haard behoeven te schreien.... En ik hou
-innig veel van je, schatje. Je hebt een verrukkelijk voetje. Je zult
-om me lachen, maar ik wil je toch vertellen, hoe dwaas ik ben. Wanneer
-ik je in geen drie dagen heb gezien, moet ik absoluut naar je toe om
-je te bewonderen; ja, er ontbreekt mij dan iets; ik voel behoefte me
-te verzadigen aan je mooie haar, je blanke, fijne gezichtje, je dunne
-middel.... Heusch, nog nooit heb ik zoo'n toilet gezien.
-
-Renée moest eindelijk glimlachen. Zelfs haar minnaars waren niet zoo
-warm, zoo opgewonden in hun lof, wanneer zij over haar schoonheid
-spraken. Mevrouw Sidonie zag dien glimlach.
-
---Dat is dus afgesproken, zei zij, haastig opstaande.... Ik praat
-maar steeds door, en ik denk er niet aan, dat ik je hoofdpijn erger
-maak.... Je komt morgen, niet waar? We zullen over het geld praten,
-een geldschieter zoeken.... Hoor je, ik wil je gelukkig zien.
-
-De jonge vrouw, die daar onbewegelijk, als versuft door de warmte zat,
-antwoordde na een kort stilzwijgen, alsof het haar veel inspanning
-kostte te begrijpen wat men om haar heen zeide:
-
---Ja, ik zal komen, dat is afgesproken, we zullen er over praten;
-maar morgen niet.... Worms zal wel tevreden zijn met een gedeelte. Als
-hij me lastig valt, kunnen we verder zien.... Spreek er maar niet
-meer over. Mijn hoofd doet me zeer van al die zaken.
-
-Mevrouw Sidonie scheen erg teleurgesteld. Eerst wou ze weer gaan
-zitten, haar vleiend gepraat hervatten, maar de lustelooze houding van
-Renée deed haar van plan veranderen; zij besloot haar aanval tot later
-uit te stellen. Zij haalde uit haar zak een handvol papieren, waarin
-zij na eenig zoeken, een voorwerp vond, dat in een rose doosje zat.
-
---Ik was eigenlijk gekomen om je een nieuwe zeep aan te bevelen,
-zei zij met haar makelaarsstem. Ik stel veel belang in den uitvinder,
-een alleraardigst jongmensch. De zeep is heel zacht en aangenaam voor
-de huid. Je zult ze, hoop ik, eens probeeren? En ze aan je vriendinnen
-aanbevelen?.... Ik zal het hier neerleggen, op den schoorsteen.
-
-Zij was al aan de deur, toen zij nog eens terugkwam, en in den
-zachtrooden gloed van het haardvuur, met haar wasachtig gezicht, een
-lofrede begon te houden over een elastieken ceintuur, een uitvinding
-die ten doel had het corset te vervangen.
-
---Daar krijg je een keurig rond middeltje in, een echt wespenmiddeltje,
-zei zij.... Ik heb het uit een faillieten boedel. Als je komt,
-kan je de verschillende maten eens aanpassen.--Ik ben al de heele
-week naar allerlei procureurs geweest. Het dossier zit in mijn zak,
-en ik ga nu naar mijn deurwaarder om een laatste hinderpaal uit den
-weg te ruimen. Tot ziens, liefje. Je weet dat ik je verwacht en dat
-ik geen tranen in je mooie oogen wil zien.
-
-Zij sloop de deur uit. Renée hoorde haar niet eens de deur dicht doen.
-
-Zij bleef zitten, voor het kwijnende vuur, haar droom voortzettende,
-het hoofd vol dansende cijfers, in de verte de stemmen van Saccard en
-mevrouw Sidonie hoorende, die haar aanzienlijke sommen boden, op den
-toon van een taxateur die een ameublement bij opbod verkoopt. Zij
-voelde in haar hals den ruwen kus van haar man, en als zij zich
-omkeerde vond zij de makelaarster aan haar voeten, met haar zwarte
-japon, haar week gezicht, hartstochtelijke redevoeringen houdende,
-haar volmaaktheden prijzende, liefdes-rendez-vous afsmeekende, in de
-houding van een minnaar wiens geduld nu uitgeput raakt. Daar moest
-zij om glimlachen.
-
-De warmte werd hoe langer hoe bedwelmender. En de verdooving van de
-jonge vrouw, de grillige droomen die zij had, waren slechts een lichte,
-kunstmatige slaap, waarin zij telkens weer de kamer van den boulevard
-terugzag, met de breede sofa, waar zij op de knieën gevallen was. Zij
-leed in het geheel niet meer. Wanneer zij de oogleden opsloeg, zag
-zij Maxime in den rooden gloed van het haardvuur voorbijgaan.
-
-Den volgenden dag was de mooie mevrouw Saccard op het ministerbal
-uitermate schoon. Worms had de vijftigduizend francs op afrekening
-aangenomen, zij kwam uit de geldverlegenheid te voorschijn als een
-pas herstellende zieke, met een vroolijk lachje.
-
-Toen zij de salons doorschreed, in haar rose satijnen japon met
-langen sleep Louis XIV, met hooge witte kant afgezet, verhief zich
-een gemompel van bewondering, de mannen verdrongen zich om haar
-te zien. En de intieme vrienden bogen, met een bescheiden lachje
-van verstandhouding, hulde brengend aan die mooie schouders, die
-het geheele officiëele Parijs zoo goed kende, die de steunpilaren
-waren van het keizerrijk. Zij had zich met zoo'n minachting voor
-de onbescheiden blikken gedecolleteerd, zij liep zoo kalm en zoo
-lieftallig in haar naaktheid, dat het bijna niet meer onbetamelijk was.
-
-Eugène Rougon, de groote staatsman, die voelde dat deze ontbloote
-boezem nog welsprekender was dan zijn stem in de Kamer, zachter en
-overredender om al het aangename van de tegenwoordige regeering te
-doen genieten en de twijfelaars te overtuigen, ging zijn schoonzuster
-een complimentje maken over haar gelukkige stoutmoedigheid om haar
-keurslijf twee duim dieper te laten uitsnijden.
-
-Bijna het heele Wetgevende lichaam was aanwezig, en de manier waarop de
-afgevaardigden de jonge vrouw aanzagen, gaf den minister gegronde hoop
-op een prachtig succès, als den volgenden dag de netelige kwestie van
-de leeningen der stad Parijs ter tafel zou komen. Het was in zijn oog
-een onmogelijkheid te stemmen tegen zijn gezag, dat in de vruchtbare
-aarde der millioenen een bloem liet groeien als deze Renée, een zoo
-vreemde bloem die op de zinnen werkte, met haar vleesch zoo glanzend
-als zijde, haar naaktheid als van een beeld, een levend genot dat
-een zoeten geur van vermaak achter zich naliet.
-
-Maar wat het heele bal deed fluisteren, dat was het halssnoer met
-de haarnaald. De mannen herkende die sieraden. De vrouwen maakten er
-elkander opmerkzaam op, ter sluiks met een blik. Er werd den heelen
-avond over niets anders gesproken. En de salons, schitterend verlicht
-door de gaskronen, waren gevuld met een flonkerende menigte, als een
-hoop sterren, die in een te nauwen hoek gevallen zijn.
-
-Tegen één uur verdween Saccard. Hij had van het succès zijner vrouw
-genoten als een man, die in een handigen toer geslaagd is. Hij had
-zijn krediet al weer op hechter grondslagen gevestigd. Een dringende
-zaak riep hem naar Laure d'Aurigny, hij verzocht Maxime Renée na
-afloop van het bal naar huis te geleiden.
-
-Maxime bracht den avond heel zedig naast Louise de Mareuil door; zij
-hielden elkander bezig met allerlei kwaad te spreken van de vrouwen
-die voorbij gingen. En als zij een dwaasheid gevonden hadden, die de
-reeds opgenoemde nog overtrof, proestten zij het achter hun zakdoek
-van lachen uit.
-
-Renée moest den jongen man om zijn geleide komen vragen, toen zij de
-salons wilde verlaten. In het rijtuig was zij opgewonden vroolijk, zij
-trilde nog van de bedwelming van het licht, de geuren en de drukte om
-haar heen. Zij scheen de dwaasheid van den boulevard, zooals Maxime het
-noemde, geheel vergeten te hebben. Zij vroeg hem op zonderlingen toon:
-
---Ze is dus erg grappig, die kleine gebochelde Louise?
-
---O, dolgrappig.... antwoordde de jonge man, nog lachend. Je hebt
-zeker wel de hertogin de Sternich gezien, met een gelen vogel in het
-haar?.... Verbeeld je, die Louise beweert, dat het een mechanieke
-vogel is, die klapwiekt en alle uren koekoek! koekoek! tegen den
-armen hertog roept.
-
-Renée vond deze grap van het vroegwijze juffertje heel komiek. Toen
-zij thuis gekomen waren en Maxime afscheid wilde nemen, zei zij:
-
---Kom je niet boven? Céleste heeft zeker een avondmaal klaargemaakt.
-
-Hij ging naar boven, met zijn gewone achteloosheid. Boven gekomen,
-vonden zij geen maaltijd gereed, en Céleste was naar bed. Renée moest
-de kaarsen van een driearmigen kandelaar aansteken. Haar hand beefde
-een beetje.
-
---Die malle meid heeft me zeker weer verkeerd begrepen.... Ik zie
-geen kans me heelemaal alleen uit te kleeden.
-
-Zij ging in haar kleedkamer. Maxime volgde haar heel bedaard, alsof
-hij wat laat bij een vriend gebleven was; hij zocht zijn sigarenkoker
-al om een havanna op te steken, en was juist van plan haar een nieuwe
-grap van Louise te vertellen, die hem net te binnen schoot. Maar
-nauwelijks had zij den kandelaar neergezet, of zij keerde zich om en
-liet zich zwijgend in de armen van den jongen man vallen, haar mond
-op den zijnen drukkend.
-
-De particuliere vertrekken van Renée waren een wonder van kokette
-weelde, een nestje van zijde en kant. Een heel klein boudoir grensde
-aan de slaapkamer. De beide kamers vormden er samen slechts een,
-of wel het boudoir was slechts een voorportaal van de kamer,
-een groote alkoof, met luierstoelen voorzien, zonder deuren, door
-een dubbele portière afgesloten. Beide kamers waren behangen met
-vlaskleurige, doffe zijde, met groote bouquetten rozen, witte seringen
-en boterbloemen. De gordijnen en portières waren van Venetiaansche
-guipure, op een zijden voering van beurtelings grijze en rose banen.
-
-In de slaapkamer werd de aandacht al dadelijk getrokken door den
-witmarmeren schoorsteen, een echt pronkstuk; hij was ingelegd met
-lazuursteen en kostbaar mozaïekwerk, de rozen, witte seringen en
-boterbloemen van het behangsel weergevende.
-
-Een groot grijs en rosekleurig bed, welks houtwerk geheel onzichtbaar
-was door de gecapitonneerde stof, en dat met het hoofdeinde tegen den
-muur stond, vulde de halve kamer met zijn overvloed van draperieën,
-guipures en met bouquetten gebrocheerde zijden gordijnen, die van de
-zoldering tot op het tapijt afhingen. Het leek wel een vrouwenkleed,
-afgerond, uitgesneden, met doffen, strikken en strooken; en dat
-groote gordijn, dat bol stond, als een vrouwenrok, deed denken aan een
-groote minnares, die half in onmacht op de kussens neerzinkt. Onder
-de gordijnen was het een heiligdom, fijn geplooid linnen, sneeuwwitte
-kant, allerlei fijne doorschijnende zaken, die in een geheimzinnig
-halfduister verscholen lagen.
-
-Naast het monumentale bed, welks ruimte deed denken aan een kapel, die
-voor het een of andere feest versierd is, zonken de andere meubelen in
-het niet; lage stoeltjes, een psyché van twee meter hoogte, meubelen
-met een menigte laadjes.
-
-Op den grond lag een blauwgrijs tapijt, met bleeke, half ontbladerde
-rozen bezaaid. En aan weerszijden van het bed, lagen twee groote,
-zwarte berevachten, met rose fluweel omzoomd en met zilveren klauwen,
-wier naar het venster gekeerde koppen met glazen oogen in de ledige
-ruimte staarden.
-
-In die kamer heerschte een zachte harmonie, een gedempte stilte. Geen
-te scherpe toon, geen weerschijn van metaal of helder blinkend
-verguldsel, klonk in den droomerigen zang van het rose en het
-grijs. Het schoorsteengarnituur, de lijst van den spiegel, de pendule,
-de kandelaartjes, waren van oud sèvres-porcelein, dat ternauwernood
-het vergulde koper van het montuur deed zien. Dat garnituur was een
-prachtstuk, vooral de pendule, met haar krans van bolwangige cupido's,
-die neerdaalden en zich over de wijzerplaat heen bogen, als een
-troepje naakte bengels, die spotten met den snellen loop der uren.
-
-Die zachte weelde, die kleuren en voorwerpen, die Renée's oogen
-streelden door hun teerheid en vroolijkheid, brachten daar een
-schemerlicht, het halfduister van een alkoof waarvan men de gordijnen
-heeft dichtgetrokken. Het scheen alsof het bed zich verlengde, of de
-geheele kamer één groot bed was, met haar kleeden, haar berevachten,
-haar gecapitonneerde stoelen, haar gevulde behangsels, die de
-mollige zachtheid van den grond langs de muren tot aan het plafond
-voortzetten. En evenals in een bed, liet de jonge vrouw daar op al die
-zaken den indruk, de warmte, den geur van haar lichaam achter. Wanneer
-men de dubbele portière van het boudoir openschoof, scheen het als
-of men een zijden sprei oplichtte, of men in een groot, nog klamwarm
-bed kwam, waar men op de fijne lakens, de verrukkelijke vormen,
-den sluimer en de droomen van een dertigjarige Parisienne terugvond.
-
-Een aangrenzende kamer, de garderobe, met oud Perzisch sits behangen,
-stond rondom vol kasten van rozenhout, waarin een onmogelijk
-aantal japonnen hingen. Céleste ging heel methodisch te werk; zij
-rangschikte de japonnen naar anciënniteit, nummerde ze, bracht de
-rekenkunst te midden der gele of blauwe grillen van haar meesteres,
-hield de garderobe stemmig als een sacristie en zindelijk als een
-groote paardenstal. Er stond geen enkel meubelstuk in en geen lapje
-stof slingerde er over den vloer; de paneelen der kasten blonken,
-koud en netjes, als de gelakte paneelen van een coupé.
-
-Maar het bewonderenswaardigste van alles, de kamer waarvan geheel
-Parijs den mond vol had, was de toiletkamer. Men zei: "de toiletkamer
-van de mooie mevrouw Saccard," zooals men zei: "De spiegelgalerij
-te Versailles." Dit kabinet bevond zich in een van de torentjes van
-het hôtel, juist boven het goudgele salon. Wanneer men er binnentrad,
-dacht men aan een groote, ronde tent, een feeëntent, door een verliefde
-krijgsheldin, midden in haar droomen, opgericht.
-
-In het midden van het plafond hield een geciseleerd zilveren kroon de
-banen van de tent, die met een bocht naar de muren liepen, vanwaar zij
-recht tot op den vloer neerdaalden. Die banen, dat rijke behangsel,
-waren gemaakt van rose zijde, overtrokken met zeer dun neteldoek, met
-groote plooien op gelijke afstanden; die plooien werden gescheiden
-door een guipure tusschenzetsel, en kunstig ineengedraaide staafjes
-liepen van de kroon langs het behangsel, aan weerszijden van ieder
-tusschenzetsel. Het grijs-rose van de slaapkamer werd hier lichter,
-een wit-rose, een naakt vleesch. En onder dat priëel van kant, onder
-die gordijnen die van het heele plafond niets zichtbaar lieten dan
-een blauwachtige opening in de kroon, waar Chaplin een lachenden
-Amor geschilderd had, die den pijl tot schieten gereed hield, zou
-men zich in een prachtige byouteriedoos gewaand hebben, van groote
-afmetingen, niet meer gemaakt voor den glans van een diamant, maar
-voor de naaktheid eener vrouw.
-
-Het kleed was sneeuwwit, zonder de minste bloemen. Een spiegelkast,
-waarvan de twee paneelen met zilver waren ingelegd; een luierstoel,
-twee poufs, tabouretten van wit satijn, een groote toilettafel met
-rose marmeren blad, waarvan de pooten onder strooken en neteldoek
-en guipure verdwenen, meubelden de kamer. Het kristalwerk van de
-toilettafel, de glazen, de vazen, de waschkom, waren van oud boheemsch
-glas, rose en wit geaderd. Er was nog een andere tafel, met zilver
-ingelegd evenals de spiegelkast, waar de toilet-instrumenten lagen,
-een zonderlinge verzameling, die een aanzienlijk aantal werktuigjes
-bevatte waarvan men het doel niet begreep, rugkrabbers, vijlen van
-allerlei grootte en vorm, rechte en gebogen schaartjes, alle soorten
-van tangetjes en spelden. Ieder van die voorwerpen van zilver en ivoor,
-droeg Renée's naamcijfer.
-
-Maar de kamer had een heerlijk hoekje, en dat hoekje vooral maakte
-er den grootsten roem van uit. Tegenover het venster openden zich de
-banen der tent en lieten in een lange, ondiepe soort van alkoof een
-badkuip bespeuren, een kom van rose marmer, diep in den vloer, wier
-uitgeschulpte randen gelijk met het kleed kwamen. Men daalde langs
-marmeren treden in de badkuip af. Boven de zilveren kraantjes in den
-vorm van zwanenhalzen, besloeg een spiegel van Venetiaansch glas,
-aan de randen ingesneden en zonder lijst, met matte teekeningen in
-het kristal, de achterzijde van de alkoof.
-
-Iederen morgen nam Renée een bad van enkele minuten. Dat bad vulde
-den geheelen dag de kamer met een vochtige geur van frisch, nat
-vleesch. Soms kwam daar nog een scherpere geur bij, wanneer een
-fleschje ontkurkt was gebleven of een stuk zeep niet was opgeborgen.
-
-De jonge vrouw bleef daar gaarne, bijna geheel naakt, tot twaalf
-uur. Die rose badkuip, die rose tafels en waschkommen, dat neteldoek
-van de zoldering en de muren, waaronder men een rosekleurig bloed
-meende te zien stroomen, nam de rondingen van vleesch, rondingen van
-schouders en boezems aan; en naar gelang van het invallende daglicht,
-leek het op de sneeuwwitte huid van een kind of op de warme huid van
-een vrouw. Het was éen groote naaktheid. Wanneer Renée uit het bad
-kwam, voegde haar blank lichaam slechts een beetje rose bij al dat
-rose vleesch van de kamer.
-
-Maxime hielp Renée ontkleeden. Hij had verstand van die dingen, en
-zijn vlugge vingers rieden waar de spelden zaten, liepen met een
-aangeboren kennis langs haar taille. Hij maakte haar kapsel los,
-borg haar diamanten op, en kapte haar voor den nacht. En daar hij
-bij zijn bezigheden als kamenier grappen en liefkoozingen voegde,
-lachte Renée, terwijl de zijde van haar keurslijf kraakte en haar
-rokken een voor een afgleden. Toen zij zich ontkleed zag, blies zij
-de kaarsen van den kandelaar uit, sloeg haar armen om Maxime en droeg
-hem bijna in haar slaapkamer. Het bad had haar zinnen geheel bedwelmd.
-
-In haar koortsachtige opwinding dacht zij aan den dag van gisteren,
-dien zij aan het hoekje van den haard had doorgebracht, dien dag van
-brandende verdooving, van onbestemde, lachende droomen. Zij hoorde
-nog de droge stemmen van Saccard en mevrouw Sidonie, die met het
-neusgeluid van een deurwaarder getallen riepen. Die lui verveelden
-haar, dreven haar tot de misdaad aan. En zelfs nu, terwijl zij zijn
-lippen zocht, in dat groote donkere bed, zag zij Maxime nog midden in
-den gloed van het haardvuur, met gloeiende blikken naar haar kijkend.
-
-De jonge man ging eerst om zes uur heen. Zij gaf hem den sleutel van
-het poortje, dat in het park Monceau uitkwam, en liet hem plechtig
-belooven dat hij iederen avond terug zou komen. De toiletkamer stond
-in verbinding met het gele salon door een dienstbodentrap in den muur,
-die voor al de kamers in het torentje dienst deed. Uit het salon kwam
-men gemakkelijk in de serre en van daar in het park.
-
-Toen Maxime met het krieken van den dag, buiten in den dichten mist
-kwam, was hij nog een beetje verbluft door zijn fortuintje. Hij nam
-het trouwens aan, met zijn inschikkelijkheid van geslachtloos wezen.
-
---Ik kan het niet helpen, dacht hij, zij wil het.... Ze is verduiveld
-mooi gevormd, en ze had gelijk, ze is tweemaal zoo aardig in bed
-als Sylvia.
-
-Zij hadden de eerste schrede op het hellende vlak, dat naar de
-bloedschande leidde, reeds gezet toen Maxime in zijn versleten
-schooljongenskiel Renée om den hals was gevallen en daarbij haar
-soldatenjas gekreukt had. Van dat oogenblik af was hun omgang een lange
-weg naar het verderf. De zonderlinge opvoeding die de jonge vrouw aan
-het kind gaf; de vertrouwelijkheden die hen tot twee kameraads maakten;
-later, de vroolijke gewaagdheid van hun wederzijdsche bekentenissen;
-dat voortdurende samenzijn vormde eindelijk een zonderlingen band,
-waarin de genoegens der vriendschap bijna vleeschelijke voldoeningen
-werden.
-
-Zij hadden zich al jaren lang aan elkander overgegeven, de
-uiting van dierlijke drift was slechts de crisis van die onbewuste
-liefdeziekte. In de dwaze wereld waarin zij leefden, was hun misslag
-gegroeid als op een vette mest van onreine sappen, hij had zich
-met een zonderlinge verfijning ontwikkeld, te midden van bijzondere
-toestanden van zedelooze uitspattingen.
-
-Toen de groote kales hen zachtjes door de lanen van het Bosch reed,
-en zij elkander onkiesche dingen toefluisterden, uit hun kindsheid
-de onbetamelijkheden ophalende, die zij instinctmatig deden, was dat
-reeds een afwijking, een onbewuste bevrediging van hun begeerten. Zij
-voelden zich eenigermate schuldig, alsof zij elkander aangeraakt
-hadden; en zelfs die erfzonde, dat wellustige, matte gevoel dat hun
-onbetamelijke gesprekken teweeg bracht, prikkelde haar nog aangenamer
-dan werkelijke kussen.
-
-Hun vriendschappelijke omgang werd aldus de langzame gang van twee
-geliefden, die hen noodzakelijkerwijs eenmaal naar het kabinet
-van het café Riche en het groote grijs-rose bed van Renée moest
-leiden. Toen zij zich in elkanders armen bevonden, voelden zij den
-schok van hun misdaad niet. Zij schenen oude gelieven, die in hun
-kussen de herinnering aan vroegere liefkoozingen terugvonden. En
-zij hadden zooveel uren in een nauwe aanraking van hun geheele wezen
-doorgebracht, dat zij onwillekeurig over dat verleden spraken, dat
-vol was van hun onbewuste liefdesbetuigingen.
-
---Weet je nog, dien dag dat ik in Parijs kwam, zei Maxime, droeg je
-een alleraardigst kostuum; en met mijn vinger trok ik een hoek op je
-borst, en ik ried je aan je zoo te decolleteeren dat het in een punt
-uitliep. Ik voelde je huid onder het chemiset, en mijn vinger drukte
-ze een beetje in..... Dat was een heerlijk gevoel.
-
-Renée lachte, en met een kus fluisterde zij:
-
---Je was al een echte deugniet.... Wat hadden we een schik met je bij
-Worms, weet je nog wel? We noemden je "ons mannetje". Ik heb altijd
-gedacht dat de dikke Suzanne alles lijdzaam toegelaten zou hebben,
-als de markiezin haar niet met woedende blikken had nagekeken.
-
---Ja, ja, we hebben heel wat pret gehad,.... antwoordde de jonge
-man. Het portretalbum, niet waar? En dan onze tochtjes door Parijs,
-onze snoeperijen bij den pasteibakker op den boulevard; weet je nog,
-die aardbezietaartjes, waarvan je zooveel hield?.... Ik vergeet nooit
-dien middag, waarop je me dat avontuur van Adeline in het klooster
-vertelde, toen zij brieven schreef aan Suzanne, die zij als man
-onderteekende: Arthur d'Espanet, en waarin zij haar voorstelde haar
-te schaken.
-
-De twee gelieven maakten zich nog vroolijk over die aardige
-geschiedenis, toen ging Maxime met zijn vleiende stem voort:
-
---Toen je me aan het gymnasium met je rijtuig kwam afhalen, zullen
-we er wel grappig uitgezien hebben.... Ik verdween onder je rokken,
-zoo klein was ik.
-
---Ja, ja, stamelde zij, met een trilling van genot, den jongen man naar
-zich toetrekkende, dat was heerlijk, zooals je zegt.... We hielden
-van elkaar zonder het te weten, niet waar? Ik wist het eerder dan
-jij. Toen we eens uit het bosch terugkwamen, streek ik met mijn voet
-langs je been, dat gaf me opeens een schok.... Maar jij merkte niets,
-hè? je dacht niet aan me?
-
---Ja, zeker, antwoordde hij een beetje verlegen. Maar ik wist niet,
-begrijp je.... Ik dorst niet.
-
-Dat was een leugen. De gedachte om Renée te bezitten was nooit
-duidelijk bij hem opgekomen. Hij had haar met al zijn verdorvenheid
-aangeroerd, zonder haar werkelijk te begeeren. Hij had te weinig
-wilskracht voor die poging. Hij nam Renée omdat zij zich aan hem
-opdroeg, en omdat hij in haar bed gleed, zonder het te willen,
-zonder het te voorzien. Toen hij er in gerold was, bleef hij er,
-omdat het er warm was, en omdat hij in alle gaten bleef, waar hij
-in viel. In den beginne werd zijn eigenliefde zelfs gestreeld. Het
-was de eerste getrouwde vrouw die hij bezat. Hij dacht er niet aan,
-dat de echtgenoot zijn vader was.
-
-Maar Renée legde in haar misdaad al den gloed van een verdorven
-hart. Zij was ook op de helling afgegleden, met dit verschil, dat
-zij niet als een krachtelooze klomp vleesch tot het einde toe gerold
-was. De begeerte was te laat in haar ontwaakt om ze nog te bestrijden,
-toen de val onvermijdelijk werd. Die val verscheen haar plotseling,
-als een noodzakelijk gevolg van haar verveling, als een zeldzaam,
-hoogst genot, dat alleen in staat was haar verzadigde zinnen, haar
-gewond hart te doen herleven.
-
-Gedurende dien herfstrit, in het schemerdonker, toen het Bosch
-insluimerde, kwam de gedachte aan de bloedschande onbestemd bij
-haar op, als een kitteling die haar een onbekende rilling over de
-huid liet gaan, en 's avonds, in den halven roes van het diner,
-onder den prikkel der jaloerschheid, nam die gedachte duidelijker
-vormen aan, verhief zich in gloeiende trekken voor haar, te midden
-der brandendwarme serre, tegenover Maxime en Louise.
-
-Toen wilde zij dat kwaad, dat kwaad dat niemand bedrijft, dat haar
-ledig bestaan zou opvullen en haar eindelijk in die hel zou brengen,
-waarvoor zij nog altijd dezelfde vrees had, als toen zij nog een
-klein meisje was.
-
-Den volgenden morgen wilde zij weer niet meer, onder een vreemde
-gewaarwording van wroeging en afgematheid. Het leek haar toe of zij
-reeds gezondigd had, dat het niet zoo heerlijk was als zij gedacht had,
-dat het toch eigenlijk al te schandelijk was.
-
-De crisis moest noodzakelijk komen, uit zichzelve komen, buiten die
-twee wezens om, die kameraads die voorbestemd waren zich op een avond
-te vergissen, zich te paren, terwijl zij dachten elkander de hand te
-drukken. Maar na dien dwazen val, begon zij weer te mijmeren over een
-naamloos genoegen, en toen nam zij Maxime weer in haar armen, benieuwd
-naar hem, benieuwd naar de wreede genietingen van een liefde, die
-zij als een misdaad beschouwde. Haar wil aanvaardde de bloedschande,
-eischte ze, was voornemens er ten einde toe van te genieten, tot aan
-de wroeging, zoo die ooit kwam.
-
-Zij was de handelende, zelfbewuste persoon. Zij beminde met de
-vervoering van een dame der groote wereld, de ongeruste vooroordeelen
-eener burgervrouw, met al den strijd, de vreugde en de walging van
-een vrouw die onder gaat in een minachting voor zichzelve.
-
-Maxime kwam iederen nacht terug. Hij kwam door den tuin, tegen éen
-uur. Meestal wachtte Renée hem in de serre, die hij moest doorgaan om
-in het kleine salon te komen. Zij waren overigens uiterst onbeschaamd,
-zij verborgen zich ternauwernood en vergaten de gewoonste voorzorgen
-van overspeligen. Het is waar, dat dit hoekje van het huis hun
-geheel toebehoorde. Baptiste, de kamerdienaar van den echtgenoot,
-had alleen het recht daar door te dringen, en Baptiste, altijd even
-deftig, verdween zoodra zijn diensten niet meer noodig waren. Maxime
-beweerde zelfs lachend, dat hij zich afzonderde om zijn gedenkschriften
-te schrijven.
-
-Op een avond, toen Maxime juist binnengekomen was, maakte Renée hem er
-door een blik opmerkzaam op hoe plechtstatig Baptiste door het salon
-liep, met een blaker in de hand. De groote kamerdienaar, met zijn
-ministershouding, in het gele licht der waskaars, zette dien avond
-een strenger, deftiger gezicht dan gewoonlijk. Zich vooroverbuigende,
-zagen de gelieven hem de kaars uitblazen en zich naar de stallen
-begeven, waar de paarden en de palfreniers sliepen.
-
---Hij doet de ronde, zei Maxime.
-
-Renée huiverde onwillekeurig. Baptiste maakte haar altijd ongerust. Zij
-beweerde soms dat hij de eenige rechtschapen man uit het heele
-huis was, met zijn koelheid, zijn heldere blikken, die nooit op de
-schouders der vrouwen bleven rusten. Zij begonnen toen een beetje
-voorzichtiger te worden. Zij sloten de deuren van het kleine salon en
-konden zóó rustig genieten van het salon, de serre en de vertrekken
-van Renée. Dat was een heele wereld. Zij genoten er de eerste maanden
-de meest verfijnde, de gezochtste genietingen. Zij brachten hun liefde
-van het groote grijs-roode bed in de slaapkamer naar de rose en witte
-naaktheid van de toiletkamer en naar de symphonie in geel mineur van
-het kleine salon over. Iedere kamer, met haar bijzonderen geur, haar
-behangsel, haar eigen leven, gaf hun een andere teederheid, maakte van
-Renée een andere minnares: zij was delicaat en lief in haar deftig,
-gecapitonneerd bed, in die aristocratische kamer, waarin de liefde
-een zweem van goeden smaak kreeg; onder de vleeschkleurige tent,
-te midden der geuren en de vochtige lucht van de badkuip, vertoonde
-zij zich als een grillig, zinnelijk meisje, zich overgevende bij het
-verlaten van het bad, en zoo had Maxime haar het liefst; en beneden,
-in den helderen zonsopgang van het kleine salon, te midden van dat
-morgenlicht dat haar haren goudgeel deed schijnen, werd zij een godin,
-met haar blonde Diana-hoofd, haar bloote armen die kuische houdingen
-aannamen, haar zuivergevormd lichaam, dat op de causeuses edele lijnen
-van een antieke bevalligheid vertoonde.
-
-Maar er was één plaats waarvoor Maxime bijna bang was, waar Renée hem
-slechts heenbracht in haar booze dagen, wanneer zij behoefte had aan
-een scherper prikkeling. Dan beminden zij in de serre. Daar genoten
-zij de bloedschande.
-
-Op zekeren nacht, in een van die buien, had de jonge vrouw verlangd dat
-haar minnaar een van de zwarte berenhuiden ging halen. Toen waren zij
-op dien inktkleurigen pels gaan liggen, aan den rand van de waterkom,
-in het groote ronde gangpad.
-
-Buiten vroor het geducht, bij een helderen maneschijn. Maxime was
-rillend teruggekomen, met bevroren ooren en vingers. De serre was zoo
-gloeiend warm, dat hij op de berenhuid zijn bewustzijn verloor. De
-overgang van de scherpe koude in de hitte van de serre was zoo groot,
-dat hij een stekende pijn voelde, alsof hij met roeden geslagen werd.
-
-Toen hij weer bijkwam, zag hij Renée, voorovergebogen op de knieën
-liggen, met starende oogen, een dierlijke houding die hem vrees
-aanjoeg. Met hangende haren en ontbloote schouders, leunde zij op
-haar vuisten, met uitgerekten hals, als een groote kat met glimmende
-oogen. Op den rug liggende, zag de jonge man boven de schouders
-van dat mooie verliefde dier dat hem aankeek, dien marmeren sphinx,
-wiens glinsterende dijen door de maan beschenen werden.
-
-Renée had de houding en den glimlach van dat monster met zijn
-vrouwenhoofd; met haar losgemaakte rokken, scheen zij de witte
-zuster van dien zwarten god. Maxime bleef lusteloos. De warmte was
-verstikkend, een drukkende warmte, die niet als een regen van vuur
-uit de lucht neerdaalde, maar die langs den grond bleef hangen,
-als een ongezonde uitwaseming, waarvan een nevel opsteeg, als een
-onweerzwangere wolk. Een warme vochtigheid bedekte de gelieven met
-een dauw van zweetdroppels.
-
-Geruimen tijd bleven zij onbewegelijk en zwijgend in dat bad van
-heete lucht, Maxime krachteloos ter aarde, Renée trillend op haar
-polsen als op buigzame, gespierde kniegewrichten. Door de ruitjes
-van de serre zag men een stukje van het park Monceau, boomgroepen
-met hun zwarte, kale takken, grasperken wit als bevroren meren,
-een geheel dood landschap, waarvan de effen, heldere tinten aan een
-Japansche gravure deden denken. En dat plekje brandend heete aarde,
-dat gloeiend bed waarop de gelieven zich uitstrekten, vertoonde een
-zonderlinge bruising te midden van die stille, koude eenzaamheid.
-
-Het was een nacht van dollen hartstocht. Renée was de man, de vurige,
-handelende wil; Maxime de lijdende. Dat geslachtlooze wezen, die
-knappe blonde jongen die al sinds zijn kinderjaren in zijn manbaarheid
-gekwetst was, werd in de armen van die nieuwsgierige jonge vrouw een
-groot meisje, met zijn gladde ledematen, zijn bevallige tengerheid
-als van een romeinschen knaap. Hij scheen geboren en opgegroeid voor
-een ontaarding van den wellust.
-
-Renée vond genot in haar overheersching, zij boog dat schepsel, wiens
-geslacht nog altijd weifelde, onder haar hartstocht. Hij was voor haar
-een voortdurende verbazing, een verrassende prikkeling der zinnen;
-hij gaf haar een zonderling gevoel van onbehagelijkheid en van sterk
-genot. Zij wist niet meer wat zij er van denken moest; met een gevoel
-van twijfel kwam zij telkens weer terug naar zijn fijne huid, zijn
-gevulden hals, zijn gewillige overgave en zijn bezwijmingen. Dat gaf
-haar eindelijk een volheid van genot. Maxime, die nieuwe aandoeningen
-in haar opwekte, vulde haar opzienwekkende toiletten, haar verbazende
-weelde, haar buitensporige levenswijs aan. Hij schonk haar die overmaat
-van wellust, die zij onbewust begeerd had. Hij was de minnaar, die
-bij de dwaasheden van dien tijd paste.
-
-Die knappe jongeman, wiens tengere vormen door zijn kleeding heen
-uitkwamen, dat mislukte meisje, dat op de boulevards rondwandelde,
-het haar in het midden gescheiden, met een fatterig lachje, werd in
-de handen van Renée een van die verslimmeringen van ontucht, die op
-zekere tijden, in een verrotte maatschappij, het vleesch uitputten
-en den geest krank maken.
-
-In de serre vooral was Renée de man. De hartstochtelijke nacht, dien
-zij daar doorbrachten, werd door verscheidene andere gevolgd. De serre
-beminde, gloeide met hen mee. In de zwoele lucht, bij het zilverwitte
-schijnsel der maan, zagen zij de zonderlinge plantenwereld die hen
-omringde, zich verward bewegen, omhelzingen wisselen. De berenhuid
-besloeg het geheele pad.
-
-Aan hun voeten dampte de waterkom, waar het krioelde van dicht
-ineengeslingerde wortels, terwijl de zachtroode ster der nymphea's
-zich aan de oppervlakte opende, als het keurslijf eener maagd,
-en de tornelia's haar luchtwortels lieten hangen, als het haar van
-onmachtige Nereïden.
-
-Rondom hen verhieven de palmen, de groote Indische bamboes hun toppen
-tot aan het boogvormige dak, waar zij zich voorover bogen en hun
-bladeren dooreen mengden, met de wankelende houding van vermoeide
-gelieven. Meer omlaag waren de varens, de pteriden en alsophila's,
-als groene dames, met haar breede rokken met regelmatige strooken
-gegarneerd, die zwijgend en onbewegelijk aan de kanten van het pad op
-den geliefde wachtten. Daarnaast vormden de roodgevlekte, omgekrulde
-bladeren der begonia's, en de lansvormige witte bladeren der Caladiums
-een reeks van kneuzingen en witte plekken, waaraan de gelieven geen
-naam wisten te geven, waarin zij soms de rondingen van heupen en
-knieën meenden te zien, onder ruwe, bloedige liefkoozingen ter aarde
-geworpen. En de bananen, die bogen onder hun vruchtentrossen, spraken
-hun van de vruchtbaarheid der vette aarde, terwijl de Abyssinische
-euphorbia's, wier stekelige kaarsen zij in de schemering ontwaarden,
-wanstaltig en vol stekelige bulten, hun toeschenen den overvloed van
-levenssappen uit te zweeten.
-
-Maar naarmate hun blikken dieper in de hoeken der serre doordrongen,
-vulde de duisternis zich met een woester ongebondenheid van bladeren
-en stengels; zij konden de fluweelzachte maranta's, de gloxinia's
-met haar paarse kelken, de dracaena's die op de planken stonden,
-niet meer onderscheiden; het was een kring van levende planten,
-die elkander met onverzadelijke liefkoozingen achtervolgden. In de
-vier hoeken, waar de dichte gordijnen der slingerplanten priëelen
-afscheidden, waren de buigzame loten der vanillestruiken, Levantsche
-bessen, quisquallen en bauhinia's de eindelooze armen van onzichtbare
-verliefden, die hun omhelzing wijd uitstrekten, om al die verspreide
-genietingen te omvatten. Die eindelooze armen hingen vermoeid neer,
-strengelden zich krampachtig ineen, zochten elkander, slingerden
-zich ineen, als om zich te paren. Het was de ontzaglijke paring der
-serre, van dat stukje maagdelijk woud, waarin de tropische gewassen
-zoo welig groeiden.
-
-Maxime en Renée voelden zich meegesleept door dien machtigen bruiloft
-der aarde.
-
-Door de berenhuid heen brandde de grond hen in den rug, en van de
-hooge palmen drupte de warmte op hen neer. Het sap dat in de planten
-opsteeg, drong ook in hen door, gaf hun een razende begeerte naar
-onmiddellijken wasdom, naar reusachtige voortbrenging. Zij werden
-ook bevangen door de geslachtsdrift der serre.
-
-In het bleeke maanlicht werd hun geest beneveld, kregen zij vizioenen
-en kwade droomen, waarin zij getuigen waren van het mingenot der palmen
-en der varens; de bladeren kregen vage, dubbelzinnige vormen, waarin
-hun begeerten wellustige beelden meenden te zien; uit de boschjes
-kwamen murmelende, fluisterende geluiden; kwijnende stemmen, zuchten
-van verrukking, onderdrukte kreten van pijn, verwijderd gelach, al wat
-hun eigen kussen verklapt hadden en de echo naar hen terugzond. Soms
-dachten zij dat de grond onder hen trilde, alsof de aarde zelve,
-in de crisis der verzadiging, in wellustige snikken was uitgebarsten.
-
-Ook al hadden zij de oogen gesloten, al hadden de verstikkende warmte
-en het bleeke licht hun geest niet verbasterd, dan zouden toch de
-geuren voldoende zijn geweest om een buitengewone prikkeling op
-hun zenuwen uit te oefenen. De waterkom verspreidde een vochtigen,
-scherpen geur, waarin alle geuren der planten en gewassen vermengd
-waren. Nu en dan zong de vanille met het gekir van een houtduif; dan
-kwamen de ruwe tonen der stanhopea's wier gestreepte monden de sterke,
-scherpe lucht van herstellende zieken uitademden. De orchideeën, in
-haar bloemkorven aan ijzeren kettinkjes, verspreidden haar uitwaseming
-als levende wierookvaten.
-
-Maar de geur die boven alles merkbaar was, de geur waarin al die vage
-zuchten samensmolten, was een menschengeur, een geur van liefde, dien
-Maxime herkende als hij Renée's hals kuste, als hij zijn hoofd in
-haar losse haren begroef. En zij bleven bedwelmd door dien geur van
-een minnende vrouw die in de serre bleef hangen, als in een alkoof,
-waar de aarde vruchten voortbracht.
-
-Gewoonlijk legden de gelieven zich neder onder de tanghinia van
-Madagascar, onder dien vergiftigen struik, waarvan de jonge vrouw
-een blad in den mond had genomen. De witschemerende gestalten der
-beelden in het rond lachten, bij het zien van de enorme paring der
-gewassen. De stijgende maan verplaatste de groepen, bezielde het
-tooneel met haar veranderend licht.
-
-En zij waanden zich duizend mijlen van Parijs verwijderd, ver van
-dat alledaagsche leven van het Bosch en de officiëele salons, in een
-hoekje van een Indisch woud, van een monsterachtigen tempel, waarvan
-de zwartmarmeren sphinx de god werd. Zij voelden zich afglijden naar
-de misdaad, naar de vervloekte liefde, naar een mingenot van wilde
-dieren. Die voortwoekering die hen overal omringde, dat verwarde
-gewemel in de kom, die onkuische naaktheid der bladeren, dat alles
-wierp hen in de Dantische hel van den hartstocht.
-
-In die glazen kooi, waar het gistte en bruiste in een zomersche hitte,
-in de felle koude der Decembermaand, smaakten zij de bloedschande,
-als de misdadige vrucht van een sterk verwarmde aarde, met een stille,
-onuitgesproken vrees voor hun schrikaanjagende ligplaats.
-
-En midden op de zwarte huid vertoonde zich het blanke lichaam van
-Renée, als een neergehurkte groote kat, met uitgestrekten hals en
-gespannen polsspieren, als buigzame, gespierde kniegewrichten. Zij
-was opgezwollen van wellust, en de heldere lijnen van haar schouders
-en lendenen, staken met eene katachtige scherpte af tegen de inktvlek
-die het vacht op het gele zand van het gangpad wierp.
-
-Zij beloerde Maxime, die prooi die onder haar lag, die zich overgaf,
-dien zij geheel bezat. En van tijd tot tijd boog zij zich plotseling
-neer, en kuste hem onstuimig. Dan opende haar mond zich met den
-begeerigen, bloedigen glans van den Chineeschen hibiscus, wiens
-overvloed van groen de geheele muurvlakte besloeg. Zij was niets
-meer dan een gloeiende dochter der serre. Haar kussen bloeiden en
-verwelkten, als de roode bloemen van de groote malve, die hoogstens
-enkele uren duren, en die telkens weer opnieuw verschijnen, als de
-gekneusde, onverzadelijke lippen van een reusachtige Messalina.
-
-
-
-
-
-
-
-V.
-
-
-De kus, dien Saccard zijn vrouw op den hals had gedrukt, bleef hem
-nog lang in de gedachte. Het was al een heele poos geleden, dat
-hij van zijn rechten als echtgenoot gebruik had gemaakt; de breuk
-was gaandeweg ontstaan, geen van beiden was gesteld op een band,
-die hen hinderde. Wanneer hij de slaapkamer van Renée binnentrad,
-moest die echtelijke teederheid als inleiding voor het een of ander
-voordeelig zaakje dienst doen.
-
-De speculatie van Charonne ging goed; toch maakte hij zich nog
-altijd ongerust over den afloop. Larsonneau, met zijn schitterend wit
-linnengoed, lachte soms op een manier, die hem niet aanstond. Hij was
-niets meer dan een tusschenpersoon, een naamleener, dien hij voor
-zijn diensten betaalde met een tiende gedeelte van de te behalen
-winsten. Maar ofschoon de onteigeningsagent geen stuiver in de zaak
-gestoken had en Saccard, na het verstrekken van de benoodigde fondsen
-voor het caféconcert, alle mogelijke voorzorgen genomen had, voelde
-hij toch een duistere vrees, had hij een voorgevoel van de een of
-andere verraderlijke streek. Hij begreep dat zijn medeplichtige
-van plan was hem geld af te persen met dien valschen inventaris,
-dien hij zoo zorgvuldig bewaarde, waaraan hij het dan ook alleen te
-danken had, dat hij in deze zaak betrokken werd. De twee handlangers
-drukten elkander dan ook hartelijk de hand.
-
-Larsonneau noemde Saccard: waarde meester. In den grond van zijn
-hart gevoelde hij een groote bewondering voor dien acrobaat, wiens
-oefeningen op het gespannen koord der speculatie hij met den blik van
-liefhebber volgde. Het denkbeeld om hem te bedotten streelde hem als
-een buitengewoon, pikant genot. Hij overwoog reeds een plannetje,
-maar hij wist nog niet welk gebruik hij van het wapen zou maken
-dat hij in zijn bezit had, waarmee hij vreesde zichzelf te zullen
-kwetsen. Hij voelde zich bovendien aan de genade van zijn oud-collega
-overgeleverd. De terreinen en de gebouwen, die volgens slim opgemaakte
-berekeningen reeds op bijna twee millioen geschat werden, en die nog
-niet het vierde deel van die som waard waren, moesten ten slotte in
-een kolossaal failliet verzwolgen worden, indien de goede fee der
-onteigening ze niet met haar gouden staafje aanraakte.
-
-Volgens de oorspronkelijke plannen die zij hadden kunnen raadplegen,
-zou de nieuwe boulevard, aangelegd om het artilleriepark van Vincennes
-met de Prince-Eugène-kazerne te verbinden en dit park in het hartje
-van Parijs te brengen, een deel van de terreinen wegnemen; maar de
-mogelijkheid bestond ook dat er slechts een klein hoekje van noodig
-was, en dat de vernuftige speculatie van het café-concert door haar
-onvoorzichtigheid zelve mislukken zou. In dat geval zou Larsonneau
-in een neteligen toestand geraken.
-
-Dat gevaar belette echter niet, dat het hem, ondanks de
-ondergeschikte rol die hij noodzakelijkerwijs speelde, zeer verdroot
-dat hij slechts tien percent zou krijgen van een zoo kolossalen
-millioenen-diefstal. Bij die gedachte jeukten hem de vingers, om zich
-ook een deel daarvan toe te eigenen.
-
-Saccard had zelfs niet gewild, dat hij geld aan zijn vrouw zou leenen,
-daar hij er zelf vermaak in vond den draad van dit melodrama, waarin
-zijn voorliefde voor ingewikkelde zaken behagen schiep, in de hand
-te houden.
-
---Neen, neen, vriendlief, zei hij met zijn provençaalsch accent,
-dat hij nog overdreef als hij een grap wilde kruiden, laten we onze
-rekeningen niet in de war brengen.... Jij bent de eenige man in Parijs
-aan wien ik gezworen heb nooit iets schuldig te willen zijn.
-
-Larsonneau gaf hem bedektelijk te verstaan, dat zijn vrouw vreeselijk
-verkwistend was. Hij ried hem aan haar geen cent meer te geven, dan
-zou zij hun onmiddellijk haar aandeel afstaan. Hij had liever met
-Saccard alleen te doen. Hij polste hem soms en ging hij zelfs zoo ver,
-met zijn matte, onverschillige doordraaiersmanieren te zeggen:
-
---Ik moet toch een beetje orde in mijn papieren brengen.... Je vrouw
-maakt me bang, mijn waarde. Ik zou niet graag willen dat zekere
-stukken bij me thuis verzegeld werden.
-
-Saccard was er de man niet naar dergelijke toespelingen geduldig
-te verdragen, vooral niet daar hij wist welk een voorbeeldige,
-angstvallige orde er op het kantoor van het heerschap heerschte. Zijn
-heele slimme, bedrijvige persoontje kwam in opstand tegen de vrees, die
-de groote, opgeschikte woekeraar met zijn gele handschoenen hem wilde
-aanjagen. Het ergste was, dat hij beefde van angst bij de gedachte aan
-een mogelijk schandaal; hij zag zich al meedoogenloos door zijn broer
-verstooten, in België van het een of andere geringe beroep leven. Eens
-werd hij zoo boos, dat hij onbewimpeld voor de zaak uitkwam.
-
---Hoor eens, vriendje, zei hij, je bent een aardige jongen, maar je
-zou verstandig doen als je me dat stuk, je weet wel, teruggaf. Je
-zal zien dat we nog ongenoegen krijgen door dat vod.
-
-De ander hield zich verbaasd, drukte zijn "waarden meester" de handen
-en gaf hem de verzekering van zijn toewijding. Saccard had spijt
-over zijn driftige opwelling. Het was juist omtrent dezen tijd, dat
-hij ernstig over een toenadering met zijn vrouw dacht; hij kon haar
-noodig hebben tegen zijn handlanger en hij bedacht bovendien dat het
-oorkussen zich uitstekend leent tot het behandelen van zaken. De zoen
-in den hals bracht hem op het idee van een geheel nieuwe taktiek.
-
-Hij had trouwens geen haast, hij ging zuinig om met zijn middelen. Hij
-liet den heelen winter voorbij gaan om zijn plan tot rijpheid
-te brengen; zijn aandacht werd overigens in beslag genomen door
-honderderlei zaken, de een al ingewikkelder dan de andere. Het was
-voor hem een verschrikkelijke winter, vol schokken, een verbazende
-veldtocht, waarin hij dagelijks een failliet moest overwinnen. In
-plaats van zijn huishoudelijke uitgaven te bekrimpen, gaf hij het
-eene feest na het andere. Maar terwijl hij er in slaagde aan alle
-moeielijkheden het hoofd te bieden, moest hij Renée verwaarloozen;
-hij bewaarde haar voor zijn laatsten zet; als de operatie van Charonne
-rijp zou zijn. Hij stelde zich tevreden met de ontknooping voor te
-bereiden, door haar geen geld meer te geven dan door tusschenkomst van
-Larsonneau. Wanneer hij over een paar duizend francs kon beschikken
-en zij haar nood klaagde, bracht hij ze haar met de opmerking,
-dat de mannen van Larsonneau een schuldbekentenis van het dubbele
-bedrag eischten.
-
-Dit komediespel amuseerde hem kostelijk, dat voorwendsel van die
-schuldbekentenissen bracht hem in verrukking door het romantische
-tintje dat zij aan de zaak gaven. Zelfs in den tijd van zijn grootste
-verdiensten had hij het jaargeld van zijn vrouw heel ongeregeld
-uitbetaald; nu eens gaf hij haar vorstelijke geschenken of een handvol
-bankbiljetten, dan liet hij haar weer weken lang op een kleinigheid
-wachten.
-
-Nu hij werkelijk in verlegenheid zat, sprak hij over de kosten van
-de huishouding, en behandelde haar als een schuldeischer, wien men
-zijn ondergang niet wil bekennen en dien men door allerlei verzinsels
-tracht te paaien. Zij luisterde nauwelijks naar hem; zij teekende
-alles wat hij haar voorlegde en klaagde alleen maar, dat zij niet
-meer kon teekenen.
-
-Hij had intusschen reeds voor tweehonderdduizend francs aan
-schuldbekentenissen van haar, die hem ternauwernood honderdtienduizend
-francs kostten. Nadat hij ze door Larsonneau, op wiens naam ze gesteld
-waren, had laten endosseeren, gaf hij die schuldbekentenissen op een
-voorzichtige manier af met de bedoeling ze later als een wapen te
-gebruiken. Hij zou nooit in staat geweest zijn dien verschrikkelijken
-winter door te komen, geld met woekerwinst aan zijn vrouw te leenen
-en zijn huishouden op zoo'n weelderigen voet ingericht te houden,
-als hij zijn terrein aan den boulevard Malesherbes niet aan de heeren
-Mignon en Charrier verkocht had, tegen contante betaling, maar met
-een verbazend hooge korting.
-
-Die winter was voor Renée een lang genot. Haar eenige verdriet was haar
-geldgebrek. Maxime kostte haar veel geld; hij behandelde haar altijd
-als stiefmama, overal waar het op betalen aankwam. Maar dit verborgen
-verdriet verhoogde nog haar genot. Zij peinsde op allerlei middelen, om
-het "haar lieven jongen" aan niets te laten ontbreken, en als zij haar
-man had weten over te halen haar een paar duizend francs te bezorgen,
-bracht zij ze met haar minnaar in allerlei kostbare dwaasheden door,
-als twee scholieren die hun eerste uitstapje maken.
-
-Wanneer hun geld op was, bleven zij thuis en genoten van dat groote,
-nieuwe gebouw, met zijn dwaze, onbeschaamde weelde. De vader was
-er nooit. De gelieven bleven meer in het hoekje van den haard
-dan vroeger. Renée had eindelijk de ijzige leegte van die vergulde
-plafonds met een warm genot vervuld. Dat verdachte huis van wereldsch
-vermaak was een kapel geworden, waarin zij op eigen hand een nieuwen
-godsdienst beoefende.
-
-Maxime was niet alleen de gewenschte afleiding, hij was de minnaar
-die paste bij dat hôtel met zijn spiegelruiten zoo groot als die van
-een magazijn, dat van den kelder tot den zolder met beeldhouwwerk
-overladen was; hij bracht leven in dat pleisterwerk, van de twee
-bolwangige Amors die op de binnenplaats een waterstraal uit hun schelp
-lieten vallen, tot op de groote naakte vrouwengestalten, die de balcons
-ondersteunden en midden op de frontons met halmen en appelen speelden;
-door hem werd haar de bestemming duidelijk van de te rijke vestibule,
-den te bekrompen tuin, de schitterend gemeubileerde kamers, waar men
-te veel gemakstoelen en geen enkel voorwerp van kunst vond.
-
-De jonge vrouw, die zich daar doodelijk verveeld had, vermaakte
-zich daar eensklaps, deed alsof zij nu pas het gebruik er van leerde
-kennen. En zij bracht haar liefde niet alleen in haar eigen vertrekken,
-in het gele salon en in de serre, maar in het geheele hôtel. Zij
-begon het zelfs prettig te vinden op de sofa van de rookkamer; zij
-bleef daar soms zitten en zei, dat zij de tabakslucht in die kamer
-heel aangenaam vond.
-
-Zij hield nu twee receptiedagen in plaats van een. Donderdags kwamen
-allerlei kennissen, maar de Maandagavond was alleen voor de intieme
-vriendinnen bestemd. Mannen werden niet toegelaten. Maxime alleen
-woonde die partijtjes in het klein salon bij. Op een avond kwam
-Renée op de wonderlijke gedachte hem als vrouw te verkleeden en als
-een van haar nichtjes voor te stellen. Adeline, Suzanne, barones de
-Meinhold en de andere vriendinnen die aanwezig waren, stonden op en
-groetten met een verwonderden blik dat gezichtje, dat zij meenden
-te kennen. Toen zij het begrepen, lachten zij hartelijk en wilden
-volstrekt niet dat de jonge man zich zou ontkleeden. Zij hielden
-hem bij zich met zijn rokken aan, plaagden hem en leenden zich tot
-allerlei dubbelzinnige aardigheden.
-
-Toen hij de dames door de voordeur uitgelaten had, ging hij het park
-om en kwam door de serre terug. De goede vriendinnen hadden niet den
-minsten argwaan. De gelieven konden niet vertrouwelijker met elkander
-zijn dan zij al waren, toen zij als kameraads met elkaar omgingen. En
-als een bediende soms zag, dat zij elkander wat al te innig omhelsden,
-verbaasde hem dat volstrekt niet, gewoon als hij was aan de aardigheden
-van mevrouw en mijnheer's zoon.
-
-Die onbeperkte vrijheid, die straffeloosheid maakte hen nog
-stoutmoediger. Al grendelden zij 's nachts de deur, overdag zoenden
-ze elkander in alle kamers van het hôtel. Zij verzonnen allerlei
-spelletjes op regenachtige dagen. Maar het grootste genot vond Renée
-er in, een groot vuur aan te leggen en zich vakerig in den gloed
-te koesteren.
-
-Zij spreidde dien winter een bijzondere weelde in haar linnengoed
-ten toon. Zij droeg ontzettend dure hemden en peignoirs, waarvan de
-kanten tusschenzetsels en het batist haar nauwelijks met een witte
-wolk bedekten. En in den rooden gloed van het haardvuur zat zij daar,
-als naakt, de kant en de huid rose gekleurd door de vlammen, die door
-de dunne stof heen haar vleesch verwarmden.
-
-Maxime, aan haar voeten neergehurkt, kuste haar op de knieën,
-zonder zelfs het linnen te voelen, dat de warmte en de kleur van dat
-heerlijk schoone lichaam had. Het daglicht viel als een schemering
-in de kamer van grijze zijde, terwijl Céleste met haar kalmen tred
-achter hen heen en weer ging. Zij was hun medeplichtige geworden als
-iets dat vanzelf sprak. Op een morgen vond zij ze samen in bed, zonder
-iets van haar ijskoude dienstboden-kalmte te verliezen. Ze ontzagen
-zich niet meer voor haar, zij kwam op alle uren van den dag binnen,
-zonder dat het geluid van hun kussen haar het hoofd deed omwenden. Ze
-rekenden er op, dat zij hen bij het minste onraad zou waarschuwen. Ze
-kochten haar stilzwijgen niet; het was een zuinig, oppassend meisje,
-dat er geen minnaar op nahield, voor zoover men wist.
-
-Intusschen leidde Renée geen kloosterleven. Zij ging veel in
-gezelschappen en voerde Maxime in haar gevolg mee, als een blonde
-page in het zwart; zij genoot nu zelfs meer dan vroeger. Het seizoen
-was voor haar éen lange triomf. Nog nooit was haar verbeeldingskracht
-zoo vindingrijk geweest in het uitdenken van toiletten en kapsels. Bij
-deze gelegenheid waagde zij die fameuze struikkleurige satijnen japon
-te dragen, waarop een heele hertenjacht was geborduurd, met de daarbij
-behoorende attributen, kruithorens, jachthorens, messen met breede
-lemmeten. Toen bracht zij ook de antieke kapsels in de mode, die
-Maxime voor haar moest nateekenen in het pas geopende museum Campana.
-
-Zij begon er jonger uit te zien, ze was nu in de volheid van haar
-woelige schoonheid. De bloedschande bracht een gloed in haar, die haar
-oogen deed glanzen en haar lach voller en warmer deed klinken. Haar
-binocle getuigde van grooten overmoed, op den top van haar neus,
-en zij keek de andere vrouwen, haar goede vriendinnen, die praalden
-met afschuwelijke ondeugden, met het voorkomen van een snoever en
-een glimlach aan, alsof ze zeggen wou: "Ik heb mijn misdaad."
-
-Maxime vond die gezelschappen allervervelendst. Hij vond het "chic"
-te beweren dat hij zich daar verveelde, want eigenlijk amuseerde hij
-zich nergens. Op de Tuileriën, bij de ministers, overal verdween hij
-in Renée's rokken. Maar zoodra het zekere uitstapjes gold, was hij
-weer nummer één. Renée wenschte het kabinet op den boulevard nog eens
-te zien, en de breede sofa deed haar glimlachen. Verder bracht hij
-haar zoowat overal heen, bij de lichte meisjes, naar het Opera-bal,
-de avant-scènes van kleine theaters, naar alle verdachte plaatsen
-waar zij in het genot van hun incognito de onbeschaamde ondeugd van
-nabij konden gadeslaan.
-
-Wanneer zij heimelijk in het hôtel terugkeerden, vielen zij doodmoe
-in elkanders armen in slaap, den roes van het ontuchtig Parijs
-uitslapend, terwijl de brokstukken van dartele liedjes hun nog in de
-ooren gonsden. Den volgenden dag bootste Maxime de acteurs na en Renée
-trachtte aan de piano van het kleine salon de schorre stem en de losse
-heupbewegingen van Blanche Muller, in haar rol van la Belle Hélène,
-na te volgen. De muzieklessen, die zij in het klooster gekregen had,
-dienden haar nog slechts om de coupletten der nieuwste kluchten te
-verknoeien. Zij had een afschuw van ernstige liederen. Maxime deelde
-haar minachting voor de duitsche muziek, en hij meende verplicht
-te zijn de Tannhäuser uit te fluiten, uit overtuiging, en ook om de
-dartele liedjes van zijn stiefmoeder te verdedigen.
-
-Een van de grootste genoegens was het schaatsenrijden; dat was dien
-winter bijzonder in de mode, omdat de keizer een der eersten was
-geweest die den vijver in het Bois de Bologne geprobeerd had. Renée
-bestelde bij Worms een compleet Poolsch costuum, van fluweel met bont;
-Maxime moest slappe laarzen en een muts van vossenbont hebben.
-
-Zij kwamen in het Bosch, bij een vinnige kou die hun neus en ooren
-prikkelde, alsof de wind hun fijn zand in het gezicht geblazen
-had. Dat gevoel van kou vonden zij prettig. Het Bosch was geheel
-grijs, met smalle strookjes sneeuw, die langs de takken op fijne
-guipure geleken. En onder den bleeken hemel, boven den doffen,
-bevroren vijver vertoonden alleen de denneboomen van het eiland,
-aan den rand van den horizon, hun theatrale draperieën, waarin de
-sneeuw ook lange kantwerken vlocht.
-
-Zij gleden pijlsnel voort in de ijzige lucht, als zwaluwen die in
-haar snelle vlucht den grond schijnen aan te raken. Eene hand op
-den rug en de andere op elkanders schouders, reden zij rechtop,
-met een glimlach op de lippen, zij aan zij, de baan op en af, in
-de wijde ruimte die door dubbele touwen afgebakend was. Boven in
-de groote laan, stonden de toeschouwers hen aan te gapen. Nu en dan
-kwamen zij zich warmen aan de gloeiende vuurpotten aan den kant. En
-dan reden zij weer voort. Zij sloegen flink uit, met breede slagen,
-terwijl hun oogen traanden van genot en van kou.
-
-Toen de lente kwam, dacht Renée aan haar oude idylle. Zij verlangde
-dat Maxime bij maneschijn een wandeling met haar in het park Monceau
-zou doen. Zij gingen in de grot en vlijden zich neer op het gras,
-voor de zuilengang. Maar toen zij haar verlangen te kennen gaf
-een poosje rond te roeien op den vijver, bemerkten zij dat de boot
-die men van uit het hôtel aan het einde eener laan vastgelegd zag,
-geen riemen bevatte. Die haalde men zeker 's avonds weg. Dat was
-een ontgoocheling. Bovendien voelden de gelieven zich niet op hun
-gemak in die donkere gedeelten van het park. Zij zouden graag gezien
-hebben dat er een venetiaansch feest gegeven werd, met roode ballons
-en een muziektent. Zij zagen het liever overdag, op den middag, en
-dan gingen zij dikwijls aan het raam staan, om de équipages te zien,
-die de mooie bocht van de groote laan omreden. Zij hadden schik in
-dat bekoorlijke hoekje van het moderne Parijs, in die liefelijke,
-nette natuur, die grasperken als banen fluweel, met bloemkorven en
-uitgelezen heesters bezet, en met prachtige witte rozen omzoomd.
-
-De rijtuigen kruisten elkander daar even talrijk als op de boulevards,
-de wandelaarsters lieten haar japonnen slepen, alsof zij nog op
-de tapijten van haar salons liepen. En door het gebladerte heen,
-critiseerden zij de toiletten, maakten zij elkander opmerkzaam op
-de mooie paarden, werd hun oog aangenaam gestreeld door de zachte
-kleuren van dien grooten tuin. Hier en daar schitterde een puntje van
-het vergulde hek tusschen de boomen, eenden zwommen achter elkander in
-den vijver voorbij, het nieuwe bruggetje in renaissance-stijl stak wit
-af tegen het groen, terwijl moeders, op gele stoelen aan weerszijden
-van de groote laan, al pratende de jongens en meisjes vergaten, die
-elkaar lief aankeken, hun gezicht vertrekkende als vroegwijze kinderen.
-
-De gelieven hielden van het nieuwe Parijs. Dikwijls reden zij de stad
-door, of maakten een omweg om sommige boulevards over te rijden,
-waarvoor zij een persoonlijke voorkeur voelden. Opgetogen staarden
-zij naar die hooge huizen met hun groote gebeeldhouwde deuren, met
-balcons er boven, waar uithangborden of de namen der firma's met
-groote gouden letters schitterden.
-
-Onder het rijden volgde hun blik met welgevallen de grijze randen van
-de trottoirs, breed en eindeloos, met hun banken, hun bontkleurige
-zuilen, hun spichtige boomen. Die heldere opening, die tot aan den
-horizon doorliep, zich steeds vernauwende om ten slotte uit te loopen
-in het blauwend verschiet, die onafgebroken dubbele reeks van groote
-magazijnen, waar de bedienden glimlachend de klanten hielpen, die
-bedrijvige, gonzende menschenmenigte, dat alles gaf hun langzamerhand
-een gevoel van volkomen bevrediging.
-
-Zij schepten zelfs behagen in de waterstralen der sproeispuiten,
-die zich als een witte rook voor hun paarden uitspreidden, als een
-fijne regen onder de wielen van het rijtuig neervielen, waar zij den
-grond glanzig maakten en lichte stofwolkjes deden opstuiven.
-
-Zij reden voort langs dien rechten, eindeloozen weg, zacht als een
-tapijt, dien men alleen had aangelegd om hun de donkere steegjes te
-besparen. Iedere boulevard werd een toegangsweg naar hun hôtel.
-
-De zon scheen lachend op de nieuwe gevels, deed de vensters schitteren,
-straalde op de schermen der winkels en koffiehuizen en verwarmde
-het asphalt onder de haastige schreden der menigte. En als zij thuis
-kwamen, met een vermoeid hoofd van al dat geroezemoes, vermeiden zij
-zich in het park Monceau, dat als een smal tuinbed om een bloemstuk,
-het nieuwe Parijs, paste, en nu zijn weelde ten toon spreidde in de
-eerste zoele lentedagen.
-
-Door de mode gedwongen Parijs te verlaten, gingen zij naar een zeebad,
-tegen hun zin in en aan het zeestrand nog denkende aan de trottoirs
-van de boulevards. Hun liefde zelfs begon daar te kwijnen. Het was
-een kasbloem, die behoefte had aan het groote grijs en rose bed,
-de vleeschkleurige kleedkamer, het gouden morgenlicht van het kleine
-salon.
-
-Sedert zij 's avonds alleen waren, tegenover de zee, hadden zij
-elkander niets meer te zeggen. Zij probeerde haar liedjes van
-het théâtre des Variétés te zingen bij een oude piano, die in een
-hoekje van de kamer stond te zieltogen; maar de zeewinden hadden
-het instrument zoo vochtig gemaakt, dat het niets dan naargeestige
-geluiden voortbracht. La Belle Hélène klonk er spookachtig somber op.
-
-Om zich te troosten, bracht de jonge vrouw de badgasten in verbazing
-door haar opzichtige toiletten. Al die dames wachtten daar geeuwend
-den winter af, wanhopige pogingen doende om een badkostuum te vinden
-dat haar niet al te leelijk maakte.
-
-Geen enkele maal kon Renée Maxime overhalen, een bad te nemen. Hij
-was doodsbang voor het water, hij werd al bleek als de opkomende vloed
-zijn laarzen nat maakte, en hij zou zich voor geen geld ter wereld aan
-den rand van een steilen oever gewaagd hebben; hij ontweek de kuilen
-en maakte lange omwegen om een eenigszins steile kust te vermijden.
-
-Saccard kwam een enkelen keer naar de kinderen kijken. Hij zat diep
-in de zorgen, zei hij.
-
-Eerst tegen October, toen zij alle drie weer in Parijs bijeen waren,
-dacht hij ernstig over een toenadering na. De zaak van Charonne werd
-nu rijp. Zijn onbeschaamd plan stond hem klaar voor den geest. Hij
-wilde Renée met hetzelfde spelletje vangen, dat hij met een lichtekooi
-gespeeld zou hebben. Haar behoeften werden steeds grooter, en uit een
-gevoel van trots, deed zij eerst in den uitersten nood een beroep
-op haar man. Deze nam zich voor om van haar eerste verzoek gebruik
-te maken om galant te zijn en in haar vreugde over de betaling van
-een groote schuld betrekkingen, sedert lang verbroken, opnieuw aan
-te knoopen.
-
-Vreeselijke moeielijkheden wachtten Renée en Maxime te
-Parijs. Verscheidene schuldbekentenissen aan Larsonneau waren
-vervallen; maar daar Saccard ze natuurlijk onder de berusting van den
-deurwaarder liet, bekommerde de jonge vrouw zich daar weinig om. Zij
-stond heel wat meer angst uit om haar schuld bij Worms, die nu tot
-bijna tweehonderdduizend francs gestegen was. De kleermaker vorderde
-een gedeeltelijke afbetaling, met de bedreiging dat hij niets meer
-op krediet zou leveren. Zij werd huiverig bij de gedachte aan het
-schandaal van een proces, en vooral aan een conflict met den beroemden
-kleermaker. Dan had zij ook zakgeld noodig. Zij zouden zich doodelijk
-vervelen, zij en Maxime, als zij niet dagelijks een paar tientjes te
-verteren hadden.
-
-Die arme jongen zat op zwart zaad, sinds hij tevergeefs de laadjes
-van zijn vader doorsnuffelde. Zijn trouw en voorbeeldig gedrag
-gedurende de laatste zeven of acht maanden, stond in nauw verband
-met de ledigheid van zijn beurs. Hij had niet altijd twintig francs
-om de een of andere straatloopster te soupeeren te vragen. Hij ging
-dan ook maar kalmpjes naar huis.
-
-Bij hun uitstapjes gaf de jonge vrouw hem haar beurs, als hij moest
-betalen in de restauraties, op de bals of in de kleine theaters. Zij
-behandelde hem nog altijd moederlijk, en bij den pasteibakker, waar
-zij bijna iederen middag oesterpasteitjes gingen eten, nam zij met
-haar gehandschoende vingers het geld zelf uit haar beurs. Dikwijls
-vond hij 's morgens met blijde verrassing een paar goudstukken in
-zijn vestzakje, die zij er in gestopt had, als een moeder die den
-zak van een schooljongen vult.
-
-En dat heerlijke leventje van allerhande pretjes zou een einde moeten
-nemen! Maar zij werden nog door een ernstiger vrees beangst. Sylvia's
-juwelier, aan wien Maxime tienduizend francs schuldig was, begon boos
-te worden en sprak er al van hem te laten gijzelen, naar Clichy te
-laten brengen. Op de wissels, die hij in handen had, waren zooveel
-protestkosten gekomen, dat de schuld met drie of vierduizend francs
-vermeerderd was.
-
-Saccard verklaarde beslist dat hij hem niet helpen kon. Als zijn zoon
-in Clichy zat, zou dat de aandacht op hem vestigen, en als hij hem
-loskocht, zou die vaderlijke mildheid druk besproken worden.
-
-Renée was wanhopig, ze zag haar lieven jongen in de gevangenis, maar
-dan in een vunzig hok, op vochtig stroo liggend. Op een avond deed
-zij hem in allen ernst het voorstel haar kamer niet meer te verlaten,
-er buiten iemands weten te blijven wonen, om tegen de handlangers
-van den deurwaarder beveiligd te zijn. Dan bezwoer zij weer dat zij
-het geld zou vinden. Zij sprak geen enkele maal over de oorzaak van
-de schuld, over die Sylvia, die haar liefde aan de spiegels van de
-restauratiekamers toevertrouwde.
-
-Zij had zoowat vijftigduizend francs noodig: vijftien duizend voor
-Maxime, dertig duizend voor Worms en vijf duizend francs zakgeld. Daar
-konden zij twee volle weken gelukkig mee zijn. Zij toog dus aan
-het werk.
-
-Haar eerste gedachte was, de vijftigduizend francs aan haar man te
-vragen. Dat besluit nam zij slechts met tegenzin. De laatste malen
-dat hij haar kamer binnengetreden was om haar geld te brengen, had
-hij haar opnieuw in den hals gekust, terwijl hij haar handen in de
-zijne genomen en lieve woordjes gezegd had. Vrouwen hebben een fijn
-gevoel om de oogmerken der mannen in zulke zaken te raden. Zij hield
-zich dan ook voorbereid op een eisch van zijn kant, een stilzwijgende
-voorwaarde, die glimlachend bedongen en toegestaan wordt. Toen zij hem
-dan ook de vijftig duizend francs vroeg, opperde hij veel bezwaren;
-hij zei dat Larsonneau die som nooit zou leenen, dat hij zelf nog te
-slecht bij kas was. Daarop van toon veranderende, alsof hij door een
-plotselinge aandoening werd bevangen:
-
---Ik kan je niets weigeren, fluisterde hij. Ik zal de heele stad
-afloopen, mijn uiterste best doen. Ik wil je tevreden zien, lieve.
-
-En zijn mond bij haar oor buigende, kuste hij haar haren, en zei met
-trillende stem:
-
---Ik zal ze je morgen avond brengen, op je kamer.... zonder
-schuldbekentenis. Maar zij haastte zich te zeggen dat er geen haast
-bij was, dat zij hem dien last niet wilde bezorgen. Saccard, die zijn
-heele hart in dat gevaarlijke "zonder schuldbekentenis" gelegd had,
-dat hem tot zijn spijt uit den mond gevallen was, deed net alsof hij
-niet bemerkte dat hij een onaangename weigering had gekregen. Hij
-stond op en zei:
-
---Nu dan, zooals je wilt.... Ik zal het geld voor je zien te krijgen
-als het oogenblik gunstig is. Larsonneau heeft er niets mee te maken,
-begrijp je. Ik wil het je cadeau doen.
-
-Hij glimlachte goedig. Zij bleef in een wanhopige stemming alleen. Zij
-gevoelde dat zij het beetje zielsrust dat zij overhad zou verliezen,
-als zij zich aan haar man overgaf. Haar laatste trots stelde zij
-er in met den vader getrouwd, maar alleen de vrouw van den zoon te
-zijn. Wanneer Maxime haar wat koel toescheen, trachtte zij dikwijls
-hem dien toestand met duidelijke toespelingen aan het verstand te
-brengen; maar de jonge man, dien zij verwacht had na die mededeeling
-voor haar te zien neerknielen, bleef volmaakt onverschillig; hij dacht
-zeker dat zij hem wilde geruststellen over de mogelijkheid van een
-ontmoeting tusschen hem en zijn vader, in de kamer van grijze zijde.
-
-Zoodra Saccard heengegaan was, kleedde zij zich haastig aan en liet
-inspannen. Onderwijl zij in haar coupé naar l'île Saint-Louis reed,
-bedacht zij op welke wijze zij haar vader om de vijftigduizend francs
-zou vragen. Zij ging op dit plotseling opgekomen denkbeeld door,
-zonder het voor en tegen te overwegen; in haar binnenste voelde zij
-zich den moed ontzinken, schrikte zij terug voor een dergelijken stap.
-
-Toen zij er aankwam, voelde zij zich beklemd door de ijzige koude
-van de binnenplaats met haar doodsche, kloosterachtige vochtigheid;
-de lust bekroop haar weer terug te keeren, terwijl zij de breede
-steenen trap opging, waarop haar kleine laarsjes met hooge hakken
-hard weerklonken. In haar haast was zij zoo dwaas geweest een zijden
-kostuum te kiezen met lange strooken van witte kant, versierd met
-satijnen strikken; de ceintuur was geplooid als een sjerp. Dat toilet,
-waarbij zij een toque met groote witte voile had opgezet, vormde
-zoo'n zonderling contrast met de doodsche eentonigheid van de trap,
-dat zij zelf begreep welk een vreemde figuur zij maakte. Zij beefde
-toen zij de groote, stijve kamers doorging, waar de halfverbleekte
-personen op de behangsels verbaasd schenen over dien vloed van rokken,
-die daar hun halfduistere eenzaamheid door ruischten.
-
-Zij vond haar vader in een salon dat op de binnenplaats uitzag, waar
-hij gewoonlijk verblijf hield. Hij zat te lezen in een groot boek,
-dat op een lezenaar ter hoogte van de armen van zijn leuningstoel
-lag. Voor een der vensters zat tante Elisabeth op lange houten pennen
-te breien; de stilte van de kamer werd alleen verstoord door het
-getiktak dier pennen.
-
-Renée ging verlegen zitten, zij kon zich niet verroeren of ze
-verstoorde den ernst, die in de hooge kamer heerschte, door het
-ritselen van haar zijden kostuum. Haar witte kanten vormden een
-schelle tegenstelling met het zwarte fond van de stoffeering en de
-oude meubelen.
-
-Mijnheer Béraud du Châtel liet de handen op den rand van den lessenaar
-rusten en keek haar aan. Tante Elisabeth sprak over het aanstaande
-huwelijk van Christine, die met den zoon van een schatrijken procureur
-ging trouwen; het meisje was met een oude dienstbode uit om naar
-een leverancier te gaan; en de goede tante praatte heel alleen,
-op haar kalmen toon, zonder haar breiwerk in den steek te laten,
-over huishoudelijke zaken, terwijl zij Renée boven haar bril uit
-glimlachend aanzag.
-
-Maar de jonge vrouw geraakte hoe langer hoe meer in verwarring. De
-stilte van het hôtel drukte haar neer, en zij had er veel voor over
-gehad als haar kanten zwart geweest waren. De blik van haar vader
-bracht haar zoo van streek, dat zij het bespottelijk vond dat Worms
-zulke groote strikken had uitgedacht.
-
---Wat zie je er mooi uit, kindlief! zei eensklaps tante Elisabeth,
-die nog niet eens op de strooken van haar nicht gelet had.
-
-Zij liet haar breinaalden rusten, schoof haar bril recht, om beter
-te kunnen zien. Mijnheer Béraud du Châtel glimlachte effen.
-
---'t Is een beetje wit, zei hij. 't Moet lastig loopen zijn met zoo'n
-kostuum op straat.
-
---Maar vader, men gaat niet te voet uit! riep Renée uit, die aanstonds
-spijt had over die openhartigheid.
-
-De grijsaard wilde antwoorden, maar hij stond op, richtte zich in zijn
-volle lengte op en begon langzaam heen en weer te loopen, zonder zijn
-dochter verder aan te zien.
-
-Deze bleef bleek van aandoening. Telkens als zij zichzelve moed
-insprak en een aanloopje zocht om over het geld te beginnen, voelde
-zij een steek in haar hart.
-
---We zien u niet meer, vader, zei zij zachtjes.
-
---O, antwoordde de tante, zonder haar broer den tijd te laten om den
-mond te openen, je vader gaat haast niet uit, een enkelen keer eens
-naar den Plantentuin. En dan moet ik hem er nog toe aansporen! Hij
-beweert dat hij verdwaald raakt in Parijs, dat de stad niet meer voor
-hem geschikt is.... Beknor hem maar eens goed!
-
---Mijn man zou het zoo prettig vinden als u van tijd tot tijd eens
-op onze Donderdagen kwam, ging de jonge vrouw voort.
-
-Mijnheer Béraud du Châtel zette zwijgend zijn wandeling voort. Toen
-zei hij op kalmen toon:
-
---Je moet je man bedanken. 't Schijnt een ijverig mensch te zijn en
-ik hoop voor jou dat hij eerlijke zaken drijft. Maar wij hebben niet
-dezelfde ideeën, en ik voel me niet op mijn gemak in je mooie huis
-in het park Monceau.
-
-Tante Elisabeth scheen niet voldaan met dit antwoord.
-
---Wat zijn de mannen toch akelig met hun politiek, zei zij
-opgeruimd. Wil je de waarheid weten? Je vader is woedend op jelui
-omdat je naar de Tuilerieën gaat.
-
-Maar de grijsaard haalde de schouders op, als om te kennen te geven
-dat zijn ontevredenheid uit ernstiger oorzaken voortkwam. Hij hervatte
-zijn wandeling met een nadenkend gezicht. Renée zweeg een oogenblik
-stil, terwijl de vraag om de vijftigduizend francs haar op de lippen
-brandde. Toen overviel haar weer dat lafhartige gevoel, zij omhelsde
-haar vader en ging heen.
-
-Tante Elisabeth wilde haar tot aan de trap vergezellen. Terwijl zij
-de kamers doorgingen, praatte zij met haar oude vrouwenstemmetje voort:
-
---Je bent gelukkig, lief kind. Het doet me genoegen je zoo mooi en
-welvarend te zien, want als je huwelijk eens verkeerd was uitgevallen,
-dan zou ik mezelve de schuld gegeven hebben, weet je.... Je man houdt
-toch van je, je hebt toch immers alles wat je noodig hebt, niet waar?
-
---Welzeker, antwoordde Renée, die trachtte te glimlachen, ofschoon
-haar hart brak.
-
-Haar tante hield haar nog even terug, terwijl zij de hand al op de
-leuning had.
-
---Zie je, ik ben maar voor één ding bang, en dat is dat je geluk je
-te zorgeloos maakt. Wees voorzichtig, en verkoop vooral niets.... Als
-je eens een kind mocht krijgen, dan zou je er een klein fortuin voor
-gereed hebben liggen.
-
-Toen Renée in haar coupé zat, slaakte zij een zucht van verlichting. De
-koude zweetdruppels stonden haar op het voorhoofd; zij veegde ze af,
-en dacht aan de ijzige vochtigheid van het hôtel Béraud. Maar toen
-de coupé langs de zonnige kade St. Paul reed, dacht zij weer aan de
-vijftigduizend francs, en al haar verdriet kwam weer terug. Wat was zij
-lafhartig geweest, zij die voor stoutmoedig doorging. En toch gold het
-hier Maxime, zijn vrijheid, hun beider vreugde! En te midden van de
-bittere verwijtingen die zij zich zelf deed, kwam er plotseling een
-gedachte in haar op, die haar wanhoop ten top voerde: zij had over
-de vijftigduizend francs moeten spreken met haar tante Elisabeth,
-op de trap. Waar had zij haar gedachten toch gehad? De goede vrouw
-zou haar misschien de som geleend hebben, of haar ten minste geholpen
-hebben. Zij boog zich al voorover om haar koetsier te bevelen naar de
-rue Saint-Louis en l'Ile terug te keeren, toen de gestalte van haar
-vader haar weer voor den geest kwam, zooals hij daar langzaam in het
-plechtige halfduister van het groote salon op een neer liep. Zij zou
-nooit den moed vinden om die kamer weer binnen te gaan. Wat moest
-zij zeggen om dat tweede bezoek te verklaren? En eigenlijk gezegd
-had zij nog niet eens moed genoeg om met tante Elisabeth over die
-zaak te spreken. Zij beval haar koetsier dan ook haar naar de rue du
-Faubourg-Poisonnière te rijden.
-
-Mevrouw Sidonie uitte een kreet van blijde verrassing, toen zij haar
-door de winkeldeur zag binnenkomen. Zij was daar toevallig nog, maar
-zij stond op het punt naar den kantonrechter te gaan, waar zij een
-cliënte dagvaardde. Maar zij zou niet verschijnen, een anderen dag
-gaan; ze was veel te blij dat haar schoonzuster zoo lief was haar
-eindelijk eens te bezoeken.
-
-Renée glimlachte, een beetje verlegen. Mevrouw Sidonie wilde volstrekt
-niet dat zij beneden zou blijven; zij moest mee naar boven, langs de
-kleine trap, nadat de koperen kruk van de winkeldeur was afgenomen. Wel
-twintigmaal op een dag werd die kruk, die slechts met een spijker
-vast zat, van de deur genomen.
-
---Ziezoo, lieveling, zei zij, terwijl ze Renée een luierstoel
-toeschoof, nu kunnen we een gezellig praatje houden.... Verbeeld je,
-dat treft ook toevallig dat je komt. Ik zou juist van avond naar jou
-toe gekomen zijn.
-
-Renée, die de kamer kende, kreeg er het onaangename gevoel, dat een
-wandelaar ondervindt die in een geliefde streek een groep boomen
-geveld ziet.
-
---Zoo, zei zij eindelijk, je hebt het bed een andere plaats gegeven,
-niet waar?
-
---Ja, antwoordde de koopvrouw in kanten bedaard, een van mijn klanten
-vindt dat het beter tegenover den schoorsteen staat. Ze heeft me ook
-aangeraden roode gordijnen te nemen.
-
---Dat dacht ik ook al, de gordijnen hadden een andere kleur.... Erg
-algemeen, dat rood. Zij nam haar binocle en bekeek de kamer, die de
-weelde van een hôtel garni vertoonde. Op den schoorsteen zag zij lange
-haarspelden, die zeker niet van den dunnen chignon van mevrouw Sidonie
-afkomstig waren. Op de plaats, waar het bed vroeger stond, was het
-behang afgeschaafd, verkleurd en vuil geworden door de matrassen. De
-makelaarster had wel getracht die plek te verbergen achter de ruggen
-van twee leuningstoelen, maar die ruggen waren wat laag, en Renée's
-oog bleef rusten op die afgesleten streep.
-
---Had je me iets te vertellen? vroeg zij eindelijk.
-
---Ja, dat is een heele geschiedenis, zei Mevrouw Sidonie, de handen
-vouwende, met het gezicht van een smulster die gaat opnoemen wat zij
-gegeten heeft. Verbeeld je dat mijnheer Saffré op de mooie mevrouw
-Saccard verliefd is.... Ja, op jou, lieveling.
-
-Zij maakte zelfs geen beweging van koketterie.
-
---Och kom, zei zij, en je zei dat hij zoo ingenomen was met mevrouw
-Michelin.
-
---O, dat is heelemaal uit.... Ik kan je er het bewijs van leveren,
-als je daarop staat.... je weet dus niet dat de kleine Michelin in den
-smaak van baron Gouraud is gevallen? 't Is onbegrijpelijk. Ieder die
-den baron kent, staat er verbaasd over.... En weet je dat ze bezig
-is het Legioen van eer voor haar man te krijgen?.... Nu, dat is een
-flinke. Zij durft,.... zij heeft niemand noodig om haar zaakjes op
-te knappen.
-
-Zij zei dat met een spijtige bewondering.
-
---Maar om op mijnheer Saffré terug te komen. Hij moet je ontmoet
-hebben op een tooneelspelers-bal, heelemaal onkenbaar in een domino,
-en hij beschuldigt zich zelfs dat hij je een beetje al te vrij te
-soupeeren heeft gevraagd.... is dat waar?
-
-De jonge vrouw keek verrast op.
-
---Volkomen waar, beaamde ze; maar wie heeft hem verteld....?
-
---Hij beweert dat hij je later herkende, toen je niet meer in het salon
-was, en dat hij je aan den arm van Maxime heeft zien weggaan.... Sinds
-dien tijd is hij smoorlijk op je verliefd. Hij is bij me geweest om
-me te smeeken, of hij je zijn excuses mocht maken.
-
---Welnu, zeg hem dat ik het hem vergeef, viel Renée haar achteloos
-in de rede.
-
-En toen, al haar angst weer voelende opkomen:
-
---Ach, mijn goede Sidonie, ik ben zoo in verlegenheid. Ik moet
-morgenochtend noodzakelijk vijftigduizend francs hebben. Ik was
-gekomen om daarover met je spreken. Je kent immers geldschieters,
-heb je me gezegd?
-
-De makelaarster, die gekrenkt was door de plotseling afbreking van
-haar geschiedenis, liet haar een poosje op het antwoord wachten.
-
---Ja, zeker, maar ik raad je eerst bij je vrienden rond te
-kijken.... Ik zou wel weten wat ik deed, als ik in jouw plaats
-was.... Ik zou me doodeenvoudig tot mijnheer de Saffré wenden.
-
-Renée glimlachte pijnlijk.
-
---Maar, hernam zij, dat zou niet passend zijn, je zegt immers dat
-hij zoo verliefd is.
-
-De oude vrouw keek haar strak aan; daarop nam haar gezicht allengs
-een glimlachenden trek van teedere meewarigheid aan.
-
---Arme lieveling, fluisterde zij, je hebt gehuild; ontken het maar
-niet, ik zie het aan je oogen. Wees toch flink, neem het leven zooals
-het is.... Kom, laat mij dat bewuste zaakje maar in orde brengen.
-
-Renée stond op; ze kneep haar vingers ineen, zoodat haar handschoenen
-kraakten. Zij bleef staan, aan een wreeden, inwendigen strijd, ten
-prooi. Zij opende den mond, om het aan te nemen wellicht, toen een
-zacht gebel in de aangrenzende kamer gehoord werd. Mevrouw Sidonie
-verliet haastig de kamer, en door de half geopende deur werd een
-dubbele rij piano's zichtbaar. De jonge vrouw hoorde vervolgens den
-stap van een man en het gedempte geluid van een op fluisterenden
-toon gevoerd gesprek. Werktuigelijk beschouwde zij de geelachtige
-streep, die de matrassen tegen den muur gemaakt hadden. Die streep
-hinderde haar.
-
-Alles vergetende, Maxime, de vijftigduizend francs, mijnheer de
-Saffré, kwam zij peinzend voor het bed terug: dat bed stond veel
-beter op zijn vroegere plaats; er waren toch vrouwen, die heelemaal
-geen smaak hadden; als men te bed lag, moest men het licht in de oogen
-hebben. En heel vaag doemde weer in haar herinnering het beeld van den
-onbekende van de kade Saint-Paul op, haar roman in twee rendez-vous,
-dat toevallige liefdesgenot, dat zij daar, op die andere plaats,
-gesmaakt had. Er was niets meer van over dan die afgesleten plek op
-het behangsel. De kamer gaf haar een onbehagelijk gevoel, zij werd
-ongeduldig door dat gegons van stemmen, dat niet ophield, in de
-kamer daarnaast.
-
-Toen mevrouw Sidonie terugkwam, de deur behoedzaam openende en weer
-sluitende, wenkte zij herhaaldelijk met haar vingertoppen, om Renée
-te beduiden, dat zij zachtjes moest spreken. Toen fluisterde zij haar
-aan het oor:
-
---Dat is een heel avontuur, mijnheer de Saffré is daar.
-
---Je hebt hem toch niet gezegd dat ik hier ben, vroeg de jonge vrouw
-ongerust.
-
-De makelaarster scheen verbaasd en antwoordde naïef:
-
---Welzeker. Hij wacht tot dat hij binnen kan komen. Natuurlijk heb
-ik hem niet over de vijftigduizend francs gesproken.
-
-Renée had zich doodsbleek opgericht, 't was haar of zij een zweepslag
-ontving. Een onuitsprekelijk gevoel van trots kwam eensklaps in
-haar boven. Die krakende mannenlaars, die in haar oor hoe langer hoe
-onbeschaamder klonk, maakte haar wanhopig.
-
---Ik ga heen, zei zij kortaf. Doe de deur open.
-
-Mevrouw Sidonie trachtte te glimlachen.
-
---Stel je nu zoo kinderachtig niet aan. Ik kan niet met dien man
-blijven zitten, nu ik hem eenmaal heb gezegd dat jij hier bent. Je
-brengt me heusch in ongelegenheid.
-
-Maar de jonge vrouw was de trap reeds af. Zij herhaalde voor de
-gesloten winkeldeur:
-
---Doe open, doe open.
-
-De kantenverkoopster had de gewoonte de koperen kruk in haar zak te
-steken. Ze wou nog onderhandelen. Maar eindelijk zelf boos wordende,
-en in haar grijze oogen de ongevoelige scherpheid van haar waren aard
-toonende, riep zij uit:
-
---Maar wat moet ik dien man dan zeggen?
-
---Dat ik niet te koop ben, antwoordde Renée, die met den eenen voet
-al op het trottoir stond. En zij meende mevrouw Sidonie, die met een
-bons de deur sloot, te hooren mompelen: Loop heen, domme gans! Dat
-zal ik je betaald zetten.
-
---Bij God! dacht ze terwijl ze weer insteeg, dan heb ik nog liever
-mijn man.
-
-Zij keerde regelrecht naar haar hôtel terug. Dien avond zei zij
-tot Maxime, dat hij niet moest komen; zij was lijdend en had rust
-noodig. En den volgenden morgen, toen zij hem de vijftien duizend
-francs voor Sylvia's juwelier ter hand stelde, werd zij verlegen
-onder zijn verrassing en zijn vragen. Haar man, beweerde zij, had een
-voordeelig zaakje gedaan. Maar van dien dag aan, werd zij grilliger,
-zij verzette dikwijls de uren van samenkomst met den jongen man en
-menigmaal wachtte zij hem in de serre op om hem weg te zenden. Hij
-bekommerde zich weinig om die wispelturigheid; het lag in zijn
-aard zich gewillig te schikken naar de luimen der vrouwen. Wat hem
-meer verveelde, dat waren de zedepreeken waarop haar verliefde buien
-dikwijls uitliepen. Zij werd heel treurig; soms stonden haar oogen vol
-tranen. Zij liet hem midden in zijn refrein van "le beau jeune homme"
-van la Belle-Hélène ophouden, speelde de geestelijke liederen van de
-kostschool en vroeg haar minnaar of hij niet geloofde dat het kwaad
-vroeg of laat gestraft wordt.
-
---Ze wordt bepaald oud, dacht hij. Op zijn hoogst kan ze nog een jaar
-of twee aardig zijn.
-
-Om de waarheid te zeggen, leed zij vreeselijk. Nu zou ze Maxime liever
-met mijnheer de Saffré bedrogen hebben. Bij mevrouw Sidonie was haar
-gevoel in opstand gekomen, had zij toegegeven aan een instinctmatige
-fierheid, aan een afschuw van dien onkieschen koop. Maar de volgende
-dagen, toen zij de kwellingen van haar overspel verduurde, gingen
-al die betere gevoelens in haar ten onder, en ze voelde zich zoo
-verachtelijk, dat ze zich aan den eersten den besten man, die de
-deur van de kamer met de piano's had opengeduwd, zou overgegeven
-hebben. Indien tot dusverre de gedachte aan haar man met een
-zweem van wellustigen afschuw in dien bloedschendigen omgang bij
-haar was opgekomen, nu kwam de man zelf, met een lompheid die haar
-heerlijkste gewaarwordingen in onduldbare smarten veranderde. Zij,
-die zoo spitsvondig een fijner glimp aan haar misdaad wilde geven,
-die zoo gaarne droomde van een goddelijk paradijs, waar de goden hun
-liefde met elkander deelen, zij daalde af tot de gemeene ontucht,
-tot een liefde door twee mannen gedeeld.
-
-Te vergeefs beproefde zij een genot te vinden in haar eerloosheid. Haar
-lippen waren nog warm van Saccard's kussen, als zij ze Maxime
-weer bood. Haar nieuwsgierigheid wilde tot op het diepst van dien
-verboden wellust doordringen, zij ging zelfs die twee liefkoozingen
-dooreenmengen, zij trachtte den zoon in de omhelzingen van den vader
-terug te vinden. En nog meer gekwetst en ontsteld kwam zij terug van
-die reis naar het onbekende van het kwaad, van die helsche duisternis
-waarin zij haar dubbelen minnaar dooreenmengde, met een angst die
-haar genot verstikte.
-
-Zij hield dat lijden voor zich, verdubbelde het door haar koortsachtige
-verbeelding. Zij was liever gestorven, dan dat zij Maxime de waarheid
-bekend had. Eensdeels uit vrees, dat de jonge man haar vol walging
-zou verlaten; maar vooral uit een zoo stellige overtuiging van het
-monsterachtige van haar zonde en van haar eeuwige verdoemenis, dat
-zij liever geheel naakt het park van Monceau had doorgeloopen dan
-haar schande fluisterend te belijden.
-
-Met dat al bleef zij het dwaashoofd, dat Parijs door zijn
-buitensporigheden in verbazing bracht. Zij werd zenuwachtig vroolijk,
-zij had grillige invallen, waarover de kranten schreven, haar bij
-haar voorletters aanduidende. In dien tijd was het ook, dat zij in
-allen ernst op de pistool wilde duelleeren met hertogin de Sternich,
-die moedwillig, zei zij, een glas punch over haar japon had gestort;
-haar schoonbroer, de minister, moest zich boos maken om haar van
-haar voornemen af te doen zien. Een andermaal, wedde zij met mevrouw
-de Lauwerens dat zij de baan van Longchamps binnen tien minuten zou
-rondloopen, en zij werd alleen weerhouden door een moeielijkheid met
-het kostuum. Zelfs Maxime begon zich ongerust te maken over dat hoofd,
-waarin steeds grooter dwaasheden opkwamen, en waarin hij 's nachts,
-op het hoofdkussen, al het rumoer van een op vermaken beluste stad
-meende te hooren.
-
-Op een avond gingen zij samen naar het Théâtre-Italien. Zij
-hadden niet eens de aanplakbiljetten gelezen. Ze wilden een groote
-Italiaansche tragédienne, Ristori, gaan zien, die toen een grooten
-toeloop had; de mode dwong hen dus notitie van haar te nemen. Men
-gaf Phèdre. Hij herinnerde zich de geschiedenis uit zijn klassieke
-studiën, zij kende Italiaansch genoeg om het stuk te volgen. Het
-drama bracht een bijzondere ontroering bij hen teweeg, in die
-vreemde taal, waarvan de welluidende klanken hun soms een eenvoudige
-orkestbegeleiding toeschenen, die het gebarenspel der tooneelspelers
-moest aanvullen. Hippolyte was een lang, bleek jongmensch, die zeer
-middelmatig speelde; hij zei zijn rol op een huilerigen toon.
-
---Wat een sukkel! mompelde Maxime.
-
-Maar Ristori, met haar breede schouders die schokten van het snikken,
-met haar tragisch gelaat en haar gevulde armen, bracht Renée in groote
-ontroering. Phèdre was uit het bloed van Pasiphaë en zij vroeg zich
-af uit welk bloed zij kon gesproten zijn, zij, de bloedschendster
-van den nieuweren tijd. Van het heele stuk zag zij niets anders dan
-die groote vrouw, die de misdaad van de oudheid op de planken bracht.
-
-In het eerste bedrijf, als Phèdre aan Oenone haar misdadige liefde
-belijdt; in het tweede, als zij zich vol hartstocht aan Hippolyte
-verklaart; en later, in het vierde, als de terugkeer van Thésée haar
-terneer drukt en zij zich in den hoogsten graad van sombere razernij
-vervloekt, vulde zij de zaal met zoo'n kreet van woesten hartstocht,
-met zoo'n begeerte naar bovenmenschelijken wellust, dat de jonge
-vrouw iedere rilling van haar begeerten en van haar wroeging langs
-haar lichaam voelde gaan.
-
---Wacht, fluisterde Maxime haar in het oor, nu komt het verhaal van
-Théramène. Die oude man is goed gegrimeerd!
-
-En hij sprak op hollen toon:
-
-
- A peine nous sortions des portes de Trézène,
- Il était sur son char....
-
-
-Maar toen de oude sprak, keek en luisterde Renée niet langer. De
-lichtkroon verblindde haar, een verstikkende warmte kwam tot haar van
-al die bleeke, naar het tooneel gekeerde gezichten. De monoloog ging
-voort, zonder einde. Zij was in de serre, onder het heete gebladerte,
-en zij droomde dat haar man binnentrad, haar verraste in de armen
-van zijn zoon. Zij leed vreeselijk, zij verloor het bewustzijn, toen
-het doodsgereutel van Phèdre, berouwvol stervende in de krampachtige
-stuiptrekkingen van het vergif, haar de oogen weer deed openen.
-
-Het scherm viel. Zou zij eenmaal den moed hebben zich te
-vergiftigen? Hoe nietig en schandelijk was haar drama, vergeleken bij
-dien epos der oudheid! En terwijl Maxime haar de sortie onder de kin
-knoopte, hoorde zij nog die ruwe stem van Ristori achter zich brommen,
-waarop het zacht gemurmel van Oenone antwoordde.
-
-In de coupé voerde de jonge man alleen het woord; hij vond
-het treurspel over het algemeen onuitstaanbaar vervelend, hij
-hoorde liever een kluchtspel. Maar Phèdre, daar had hij belang in
-gesteld, omdat.... En hij drukte Renée de hand, om zijn gedachte te
-voltooien. Toen kwam er plotseling een grappig denkbeeld in hem op,
-en hij kon de verzoeking niet weerstaan een aardigheid te zeggen:
-
---Ik had toch gelijk, zei hij, dat ik niet te dicht bij de zee wou
-komen, in Trouville.
-
-Renée, in een smartelijk gepeins verzonken, gaf geen antwoord. Hij
-moest zijn gezegde herhalen.
-
---Waarom? vroeg ze verwonderd, niet begrijpende wat hij bedoelde.
-
---Wel, het monster....
-
-En hij grinnikte. Die aardigheid deed haar van afgrijzen
-verstijven. Alles begon in haar hoofd dooreen te warrelen. Ristori was
-nu niets meer dan een groote beweegbare pop, die haar peplum omhoog
-sloeg en haar tong tegen het publiek uitstak, evenals Blanche Muller,
-in het derde bedrijf van la Belle Hélène. Théramène danste den cancan
-en Hippolyte at confiturentaartjes en stak zijn vingers in zijn neus.
-
-Wanneer een heviger wroeging Renée deed huiveren, begon haar trots zich
-weer te verzetten. Waarin bestond toch eigenlijk haar misdaad en waarom
-zou zij gebloosd hebben? Bewoog zij zich niet dagelijks te midden van
-nog grooter schandelijkheden? Kwam zij niet bij de ministers, aan het
-hof, kortom overal, in nauwe aanraking met ongelukkigen zooals zij,
-die millioenen op hun bloote lichaam hadden, en die men knielend
-aanbad? En zij dacht aan de schandelijke vriendschap van Adeline
-d'Espanet en Suzanne Haffner, waarover soms geglimlacht werd op de
-receptiedagen van de keizerin. Zij dacht aan den handel van mevrouw de
-Lauwerens, die door de echtgenooten geprezen werd om haar goed gedrag,
-haar orde en haar stiptheid in het betalen van haar leveranciers.
-
-Zij noemde bij zichzelve mevrouw Daste, mevrouw Teissière, barones
-de Meinhold, die schepsels die haar weelde door haar minnaars lieten
-betalen, en die in de groote wereld genoteerd stonden als de koers
-der fondsen aan de Beurs.
-
-Mevrouw de Guende was zoo dom en zoo welgevormd, dat zij drie
-hoofdofficieren tegelijk tot minnaars had, zoodat zij ze door hun
-uniform niet van elkander onderscheiden kon, wat die duivelsche Louise
-deed zeggen, dat zij ze dwong om eerst in hun hemd te gaan staan,
-anders wist ze niet tot wien van de drie ze sprak. Gravin Vanska kon
-terugdenken aan haar zingen op straat, aan de trottoirs waarop men
-beweerde haar gezien te hebben, in een katoenen stofje, loerend als
-een wolvin.
-
-Al die vrouwen hadden haar schande, haar zegevierend ten toon gespreide
-wondeplek. Maar boven allen troonde hertogin de Sternich, leelijk,
-oud en afgeleefd, die er op roemen kon een nacht in het keizerlijk
-bed te hebben doorgebracht; dat was de officiëele ondeugd, het gaf
-haar als het ware een majesteit van de ontucht en een oppergezag over
-den troep doorluchtige lichtekooien.
-
-Toen gewende de bloedschendster zich aan haar misdaad, als aan een
-staatsiekleed, waarvan de stijfheid haar eerst gehinderd had. Zij
-volgde den tijdgeest, zij kleedde en ontkleedde zich naar het voorbeeld
-der anderen. Zij begon eindelijk te gelooven dat zij te midden van
-een wereld leefde, die boven de gewone begrippen van zedelijkheid
-verheven was, waarin de zinnen zich meer verfijnden en ontwikkelden,
-waar men zich in zijn naaktheid mocht vertoonen ten genoegen van den
-geheelen Olympus.
-
-Het kwaad werd een weelde, een in de haren gestoken bloem, een op
-het voorhoofd gehechte diamant. En voor haar geestesoog verrees weer,
-als een rechtvaardiging en een verlossing, het beeld van den keizer,
-aan den arm van den generaal, die daar voortschreed tusschen de beide
-rijen nijgende schouders.
-
-Er was éen man, die haar ongerustheid gaande hield, dat was Baptiste,
-de kamerdienaar van haar man. Sedert Saccard zich galant toonde, scheen
-die bleeke, statige knecht om haar heen te loopen, met de plechtigheid
-van een zwijgend verwijt. Hij keek haar niet aan, zijn koele blikken
-gleden over haar heen, met de kuische schaamte van een kerkedienaar,
-die zijn blik niet wil bezoedelen met het haar van een zondares. Zij
-verbeeldde zich dat hij alles wist, zij zou zijn stilzwijgen gekocht
-hebben, als zij gedurfd had.
-
-Toen voelde zij zich niet op haar gemak, zij kreeg een gevoel van
-eerbied, als zij Baptiste ontmoette; zij zei bij zichzelf dat alle
-braafheid uit haar omgeving geweken was en zich verborgen had onder
-de zwarte jas van den lakei.
-
-Eens vroeg zij aan Céleste:
-
---Maakt Baptiste wel eens grapjes in de dienstbodenkamers? Weet je
-ook een avontuurtje van hem, houdt hij er geen meisje op na?
-
---O, neen, antwoordde het kamermeisje.
-
---Hij heeft je toch zeker wel eens het hof gemaakt?
-
---Welneen, hij kijkt de vrouwen nooit aan. We zien hem
-ternauwernood.... Hij is altijd bij mijnheer of in de stallen.... Hij
-zegt dat hij veel van paarden houdt.
-
-Renée ergerde zich over die braafheid, zij bleef aanhouden, het
-zou haar liever geweest zijn als zij haar bedienden had kunnen
-verachten. Ofschoon zij Céleste wel genegen was, zou zij met genoegen
-vernomen hebben, dat zij er minnaars op nahield.
-
---Maar jij, Céleste, vind jij Baptiste geen knappen jongen?
-
---Ik, mevrouw! riep het kamermeisje uit, met een verbaasd gezicht
-alsof zij iets bovennatuurlijks had gehoord, ik denk over heel wat
-anders. Ik wil niets van een man weten. Ik heb mijn eigen plan,
-dat zult u later wel zien. Ik ben zoo dom niet, hoor!
-
-Meer kon Renée niet uit haar krijgen.
-
-Haar zorgen vermeerderden intusschen. Haar rumoerig leven, haar
-dolzinnige vermaken, ontmoetten talrijke hinderpalen, die zij moest
-overkomen, en waaraan zij zich soms kwetste. Zoo stelde Louise de
-Mareuil zich op zekeren dag tusschen haar en Maxime. Zij was niet
-jaloersch op "de bochel", zooals zij haar minachtend noemde; zij wist
-dat de dokters haar opgegeven hadden en zij kon niet gelooven dat
-Maxime ooit zoo'n leelijkerd zou trouwen, al bracht zij een millioen
-mee. In haar zedelijken val, had zij een burgerlijke naïefheid behouden
-ten opzichte van de menschen die zij liefhad; terwijl zij zichzelve
-verachtte, geloofde zij graag dat zij boven haar verheven en zeer
-achtenswaardig waren. Maar terwijl zij de mogelijkheid van een huwelijk
-verwierp, dat haar een schandelijke ontuchtigheid en een diefstal zou
-toegeschenen hebben, leed zij toch onder den vertrouwelijken omgang
-van de jongelieden. Wanneer zij tot Maxime over Louise sprak, lachte
-hij genoegelijk, hij vertelde haar de grappen van het meisje en zei:
-
---Ze noemt me haar mannetje, weet je, die ondeugd.
-
-En hij sprak er zoo luchthartig, zoo onbevangen over, dat zij hem
-niet aan het verstand durfde brengen, dat die ondeugd zeventien jaar
-oud was, en dat hun handenspelletjes, hun zucht om in de salons
-de donkerste hoekjes op te zoeken om de gasten te bespotten, haar
-verdrietig maakten, haar mooiste avonden bedierven.
-
-Een gebeurtenis gaf den toestand een zonderling karakter. Renée
-had dikwijls behoefte aan een opzienbarende uiting van haar
-stoutmoedigheid. Zij trok Maxime met zich achter een gordijn of achter
-een deur en zoende hem op gevaar af van gezien te worden.
-
-Op een Donderdagavond, toen het gele salon vol gasten was, kwam zij
-op het idee Maxime van Louise weg te roepen; zij ging hem tegemoet,
-van uit de serre waar zij stond, en zoende hem plotseling op den
-mond, tusschen twee heesters in, denkende dat zij niet gezien kon
-worden. Maar Louise was Maxime gevolgd. Toen de gelieven opkeken,
-zagen zij haar een paar passen verder staan, met een zonderling
-lachje naar hen kijken, zonder eenige verlegenheid of verbazing,
-met het kalme vriendschappelijke uiterlijk van een deelgenoot in de
-ondeugd, wijs genoeg om zoo'n kus te begrijpen en te smaken.
-
-Dien dag was Maxime werkelijk ontsteld, Renée daarentegen toonde zich
-onverschillig, zelfs vroolijk. Nu was het uit. De bochel zou haar nu
-niet meer haar minnaar ontnemen. Zij dacht:
-
-"Ik had het opzettelijk moeten doen. Zij weet nu dat haar "mannetje"
-mij toebehoort." Maxime werd gerustgesteld toen hij Louise even
-lachend en grappig terugvond als eerst. Hij vond haar "een flinke,
-goede meid." En dat was alles.
-
-Renée had wel reden om zich ongerust te maken. Saccard dacht den
-laatsten tijd ernstig over het huwelijk van zijn zoon met mejuffrouw
-de Mareuil. Daar zat een millioen aan vast, dat hij niet wilde laten
-glippen, vast van plan als hij was dat geld later in handen te zien
-te krijgen. Tegen het begin van den winter was Louise drie weken
-bedlegerig geweest; hij was zoo bang dat zij zou sterven voordat het
-huwelijk tot stand was gekomen, dat hij besloot de kinderen dadelijk
-te laten trouwen. Hij vond ze wel wat jong; maar de dokters vreesden
-de maand Maart voor de borstlijderes.
-
-Mijnheer de Mareuil bevond zich ook in een netelige positie. Bij
-de laatste verkiezing was hij er eindelijk in geslaagd zich tot
-afgevaardigde te doen benoemen. Maar het Wetgevend lichaam had zijn
-verkiezing, die een schandaal was voor de herziene regeering, nietig
-verklaard. Die verkiezing was een heel boertig heldendicht, waarvan
-de dagbladen een maand lang leefden.
-
-Mijnheer Hupel de la Noue, de prefect van het departement, had
-zoo krachtig geijverd, dat de andere candidaten niet eens met hun
-verkiezingsprogramma voor den dag konden komen of hun strooibiljetten
-konden verspreiden. Op zijn raad, overdekte mijnheer de Mareuil
-het kiesdistrict met tafels, waaraan de boeren een week lang aten
-en dronken. Hij beloofde bovendien een spoorweg, den bouw van een
-brug en drie kerken, en zond op den vooravond der verkiezing aan de
-invloedrijkste kiezers twee groote portretten van den keizer en de
-keizerin, achter glas en in een vergulde lijst. Dat geschenk had een
-uitbundig succès, hij werd met een verpletterende meerderheid gekozen.
-
-Maar toen de Kamer, door het schaterend gelach van heel Frankrijk, zich
-genoodzaakt zag mijnheer de Mareuil naar zijn kiezers terug te zenden,
-werd de minister vreeselijk boos op den prefect en den ongelukkigen
-candidaat, die het wel wat al te "kras" hadden aangelegd. Hij
-zinspeelde er zelfs op, dat hij de officiëele candidatuur op een
-anderen naam zou stellen.
-
-Mijnheer de Mareuil kreeg den schrik op het lijf, hij had
-driehonderdduizend francs in het departement uitgegeven, hij bezat er
-groote eigendommen, waar hij zich verveelde, en die hij met verlies
-zou moeten verkoopen. Hij kwam dan ook zijn collega smeeken zijn broer
-tevreden te stellen, door hem uit zijn naam een verkiezing te beloven,
-waarop niets aan te merken viel.
-
-Bij die gelegenheid bracht Saccard het huwelijk van de kinderen weer
-ter sprake, dat nu definitief werd vastgesteld.
-
-Toen Maxime er over gepolst werd, was hij met de zaak verlegen. Louise
-vond hij aardig, en de bruidschat lokte hem nog meer. Hij zei
-ja, en vond al de datums goed die Saccard opnoemde, om zich
-de onaangenaamheden van een discussie te besparen. Maar in zijn
-binnenste moest hij zich bekennen, dat de zaken ongelukkig genoeg
-niet zoo gemakkelijk zouden geschikt worden. Renée zou het nooit
-willen hebben; zij zou huilen, tegen hem uitvaren, zij was in staat
-een groot schandaal te verwekken om Parijs in verbazing te brengen. 't
-Was heel onaangenaam. Nu joeg zij hem vrees aan. Zij bewaakte hem met
-onheilspellende blikken, zij oefende zoo'n despotische macht over hem
-uit, dat hij meende haar nagels in zijn schouder te voelen dringen,
-als zij haar blank handje daarop lei. Haar woelige drukte ontaardde
-in barschen drift, en er klonk een valsche toon, als van een gebroken
-snaar, in haar lachen. Hij begon zich werkelijk bevreesd te maken,
-dat zij op een goeden nacht in zijn armen gek zou worden. Bij haar
-verrieden de wroeging, de vrees voor ontdekking, de wreede genietingen
-van het overspel, zich niet zooals bij de andere vrouwen, door
-tranen en neerslachtigheid, maar door een grooter buitensporigheid,
-door een onwederstaanbaarder behoefte aan luidruchtigheid. En in haar
-aangroeiende ontsteltenis, begon men een gereutel te hooren, het van
-streek geraken van het raderwerk van deze wonderschoone machine.
-
-Maxime wachtte lijdelijk op een gelegenheid, die hem van deze
-hinderlijke maîtresse zou bevrijden. Hij zei weer, dat zij een
-dwaasheid begaan hadden. Mocht hun vriendschappelijke verhouding
-eerst aan hun liefdesbetrekking een genot te meer hebben gevoegd,
-nu verhinderde deze hem met haar te breken, zooals hij zeker met
-een andere vrouw gedaan zou hebben. Hij zou weggebleven zijn; dat
-was zijn manier om een einde aan zijn liaisons te maken, om allen
-last, alle onaangenaamheid te vermijden. Maar hij deinsde terug voor
-een schandaal, en hij gaf zich zelfs nog gaarne over aan Renée's
-liefkoozingen; zij was zoo moederlijk zorgzaam, ze betaalde voor hem,
-zij redde hem uit de verlegenheid, als de een of andere schuldeischer
-ongeduldig werd. Dan kwam de gedachte aan Louise, met haar bruidschat
-van een millioen, weer in hem op; zoodat hij zelfs onder de kussen
-van de jonge vrouw, bij zichzelf zei, dat alles heel goed en mooi was,
-maar dat hij er niet verder mee kwam, dat er toch een einde aan diende
-te komen.
-
-Op zekeren avond was Maxime zoo gauw geplunderd bij een dame, waar men
-dikwijls tot het aanbreken van den dag speelde, dat hij een van die
-wanhopige buien kreeg van een speler, wiens zakken ledig zijn. Hij
-had alles ter wereld willen geven om nog een paar goudstukken op de
-tafel te kunnen werpen. Hij greep zijn hoed en met den werktuigelijken
-tred van een man, die door een idée fixe wordt voortgedreven, begaf
-hij zich naar het park Monceau, opende het kleine hek en bevond zich
-in de serre.
-
-Het was al na twaalven. Renée had hem dien avond verboden te
-komen. Wanneer zij hem nu weigerde te ontvangen, gaf zij zelfs geen
-reden meer op en hij dacht er alleen aan hoe hij zich dien vrijen
-dag ten nutte zou maken.
-
-Hij dacht eerst aan het verbod van de jonge vrouw, toen hij voor de
-glazen deur van de serre stond, die gesloten was. Gewoonlijk draaide
-Renée, als zij hem verwachtte, de spanjolet van die deur neer.
-
---Bah, dacht hij, het venster van de kleedkamer verlicht ziende,
-ik zal fluiten, dan komt zij naar beneden. Ik zal haar niet lang
-ophouden; als ze een paar tientjes heeft, ga ik al dadelijk weg.
-
-En hij floot zachtjes. Hij gaf dikwijls zoo'n signaal om zijn komst
-aan te kondigen. Maar dezen keer floot hij verscheidene keeren te
-vergeefs. Hij floot wat harder, hij had het nu eenmaal in zijn hoofd
-gezet om wat te leen te krijgen. Eindelijk zag hij, dat de glazen
-deur heel behoedzaam geopend werd, ofschoon hij niet het minste geluid
-van voetstappen gehoord had.
-
-In het schemerlicht van de serre verscheen Renée, met losse vlechten,
-half gekleed, alsof zij zich juist te bed wou begeven. Zij had bloote
-voeten. Zij duwde hem naar een der priëelen, de trappen afgaande en
-over het zand der gangpaden loopende, zonder dat zij, naar het scheen,
-de koude of de ruwe hardheid van den grond voelde.
-
---Hoe dom om zoo hard te fluiten, fluisterde zij met ingehouden
-toorn. Ik had je gezegd dat je niet moest komen. Wat wil je van
-me hebben?
-
---Laten we naar boven gaan, zei Maxime verbaasd over die ontvangst. Ik
-zal het je boven vertellen. Je zult kou vatten.
-
-Maar toen hij een stap vooruit deed, hield zij hem tegen, en toen
-merkte hij op dat zij vreeselijk bleek zag. Een stomme vertwijfeling
-boog haar ter neder. Haar onderkleeren, de kanten van haar linnengoed,
-hingen slap langs haar sidderend lichaam.
-
-Hij keek haar met stijgende verbazing aan.
-
---Wat scheelt je toch? Ben je ziek?
-
-En instinctmatig hief hij het hoofd op en keek door de ruiten van
-de serre naar het venster van haar toiletkamer, waar hij licht had
-zien branden.
-
---Maar je hebt een man bij je, zei hij eensklaps.
-
---Neen, neen, 't is niet waar, stotterde zij, smeekend, ontsteld.
-
---Kom, kom, ik zie zijn schaduw.
-
-Toen bleven zij een oogenblik tegenover elkander staan, niet wetende
-wat zij elkander zeggen zouden. Renée klappertandde van angst, zij
-had een gevoel alsof men emmers ijskoud water over haar bloote voeten
-leeggoot. Maxime was nijdiger dan hij mogelijk geacht had; maar hij
-bleef zichzelf genoeg meester om na te denken, om bij zichzelf te
-zeggen, dat het een mooie gelegenheid was om met haar te breken.
-
---Je wilt me toch niet wijsmaken dat Céleste een jas draagt, ging hij
-voort. Als de ruiten van de serre niet zoo dik waren, zou ik den man
-misschien herkennen.
-
-Zij duwde hem nog dieper onder het dichte gebladerte; en met gevouwen
-handen smeekte zij steeds angstiger:
-
---Ik bid je, Maxime....
-
-Maar de plaagzucht van den jongen man was ontwaakt, een woeste
-plaagzucht, die zich zocht te wreken. Hij was te zwak om zijn boosheid
-door toorn lucht te geven. Van spijt kneep hij de lippen dicht opeen;
-en in plaats van haar te slaan, zooals hij eerst had willen doen,
-hernam hij op scherpen, kwetsenden toon:
-
---Had het me maar gezegd, dan had ik je niet lastig komen
-vallen.... Dat komt dagelijks voor, dat men niet meer van elkander
-houdt. Ik begon er zelf ook al genoeg van te krijgen. Kom, word maar
-niet ongeduldig. Ik zal je naar boven laten gaan, maar niet voordat
-je me den naam van dien man genoemd hebt....
-
---Nooit! fluisterde de jonge vrouw, met een door tranen verstikte stem.
-
---'t Is niet om hem uit te dagen, alleen om te weten.... Zijn naam,
-zeg ik je, en ik ga heen.
-
-Hij had haar bij de polsen gevat en keek haar aan, met zijn
-kwaadaardigen lach. En zij verweerde zich, vol ontzetting; zij wilde
-den mond niet meer openen, opdat de naam waarnaar hij vroeg, haar
-niet zou ontsnappen.
-
---We zullen leven maken, daar schiet je niet mee op. Waarom ben je
-bang? Zijn we geen goede vrienden? Ik wil weten wie mij vervangt,
-dat is mijn recht.... Wacht, ik zal je te hulp komen. 't Is zeker
-mijnheer de Mussy, die je door zijn verdriet heeft weten te treffen.
-
-Zij antwoordde niet. Zij boog het hoofd onder zoo'n verhoor.
-
---Mijnheer de Mussy is 't niet?.... Dan de hertog de Rozan? Ook al
-niet?.... Misschien de graaf de Chibray? Evenmin?
-
-Hij hield op en dacht na.
-
---Ik zie niemand.... 't Is mijn vader toch niet, na al wat je me
-gezegd hebt....
-
-Renée trilde, alsof zij zich brandde, en dof klonk het terug:
-
---Neen, je weet wel dat hij niet meer komt. Ik zou het niet willen,
-'t zou laag zijn.
-
---Wie dan?
-
-En hij drukte haar polsen nog krachtiger. De arme vrouw bood nog
-eenigen tijd weerstand.
-
---O, Maxime, als je wist!.... Ik kan je toch niet zeggen....
-
-Daarop, overwonnen, vernietigd, en met schrik naar het verlichte
-venster ziende;
-
---'t Is mijnheer de Saffré, fluisterde zij heel zachtjes.
-
-Maxime, die pleizier had in zijn wreed spel, verbleekte voor die
-bekentenis, die hij met zooveel aandrang had uitgelokt. Hij werd
-verbitterd door de onverwachte smart, die de naam van dien man hem
-veroorzaakte. Hij duwde heftig Renée's polsen terug, kwam een stap
-nader en siste tusschen zijn opeengeklemde tanden.
-
---Weet je wat je bent, een....!
-
-Hij noemde het woord. En hij keerde zich om, toen zij snikkend op
-hem toeliep, hem in haar armen nam, teedere woordjes fluisterde,
-vergiffenis vroeg, hem bezwoer dat zij zielsveel van hem hield,
-en dat zij hem den volgenden dag alles zou uitleggen.
-
-Maar hij maakte zich los, sloot driftig de serredeur met de woorden:
-
---Neen, 't is uit, ik heb er meer dan genoeg van.
-
-Zij bleef als verplet staan. Zij zag hem den tuin doorgaan. Het
-scheen haar alsof de boomen van de serre om haar heen draaiden. Toen
-sleepte zij langzaam haar bloote voeten over het zand der gangpaden
-voort, ze ging de trappen weer op, de huid gemarmerd door de koude,
-nog tragischer in de wanorde van haar kanten.
-
-Boven, antwoordde zij op de vragen van haar man, die op haar wachtte,
-dat haar op eens de plek te binnen was geschoten waar een notitieboekje
-kon gevallen zijn, dat zij den heelen dag gemist had. En toen zij te
-bed lag, kwam de gedachte plotseling bij haar op, en vervulde haar
-met een groote wanhoop, dat zij aan Maxime had moeten zeggen dat zijn
-vader, met haar thuis gekomen, haar op haar kamer gevolgd was om haar
-over een geldkwestie te spreken.
-
-Den volgenden dag besloot Saccard de ontknooping van de zaak Charonne
-te bespoedigen. Zijn vrouw behoorde hem geheel toe; hij voelde, hoe
-lijdzaam zij zich aan zijn handen overgaf. Aan den anderen kant zou de
-richting van den boulevard du Prince-Eugène weldra vastgesteld worden;
-Renée moest geplunderd worden voordat de aanstaande onteigening bekend
-gemaakt werd.
-
-Saccard toonde in die heele zaak de toewijding van een kunstenaar;
-hij zag zijn plan met devotie rijpen, hij spande zijne netten met het
-fijn overleg van een jager, die er een eer in stelt het wild netjes
-te vangen. Het was bij hem eenvoudig de voldoening van een behendig
-speler, van een man die een bijzonder genot in een gestolen winst
-vindt; hij wou de terreinen voor een appel en een ei hebben, terwijl
-hij zijn vrouw, in de vreugde over zijn zegepraal, honderdduizend
-francs aan juweelen gaf. De eenvoudigste operaties werden ingewikkeld,
-zoodra hij er de hand in had; hij wond zich op, en zou zijn vader
-geslagen hebben om een geschil over een rijksdaalder. En daarna deelde
-hij het goud met kwistige hand uit.
-
-Maar voordat hij Renée tot den afstand van haar eigendomsrecht
-bewoog, was hij zoo voorzichtig Larsonneau te gaan polsen over diens
-waarschijnlijke plannen om hem geld af te persen. Zijn instinct
-redde hem bij deze gelegenheid. De onteigeningsagent had van zijn
-kant gedacht, dat de vrucht rijp genoeg was om ze te plukken. Toen
-Saccard het kantoor in de rue de Rivoli binnentrad, vond hij zijn
-compagnon erg ontdaan en teekenen van de grootste wanhoop gevende.
-
---Ach, beste vriend, zei Larsonneau, zijn handen grijpende, wij zijn
-verloren. Ik wou juist bij u aanloopen om samen te overleggen, hoe
-wij uit die ongelegenheid kunnen geraken....
-
-Terwijl hij zijn handen wrong en een snik voor den dag bracht, merkte
-Saccard op, dat hij bezig was brieven te onderteekenen, en dat de
-handteekeningen bijzonder vast waren. Hij keek hem kalm aan en zei:
-
---Bah, wat is er dan gebeurd?
-
-Maar de ander antwoordde niet dadelijk; hij was in zijn armstoel
-neergevallen, voor zijn bureau, en zat daar, met de ellebogen op
-het vloeiboek en het voorhoofd in de handen, heftig het hoofd te
-schudden. Eindelijk zei hij met gesmoorde stem:
-
---Ze hebben het register gestolen, je weet wel....
-
-En hij vertelde dat een van zijn klerken, een schurk die goed was
-voor de galeien, hem een aantal papieren ontfutseld had, waaronder ook
-het bewuste register. Het ergste was, dat de dief begrepen had, welk
-voordeel hij van dat stuk kon trekken, en dat hij er honderdduizend
-francs voor wou hebben.
-
-Saccard overlegde bij zichzelf. Het fabeltje leek hem wat al te
-lomp uitgedacht. Klaarblijkelijk gaf Larsonneau er weinig om, of
-hij geloofd werd. Hij zocht eenvoudig een voorwendsel om hem te doen
-begrijpen dat hij honderdduizend francs in de zaak-Charonne verlangde,
-en op die voorwaarde zou hij zelfs de gevaarlijke papieren, die hij
-in handen had, teruggeven.
-
-De koop kwam Saccard toch wel wat kostbaar voor. Hij zou zijn
-oud-collega met plezier zijn aandeel gegund hebben, maar die valstrik,
-die ijdelheid om hem te willen foppen, maakten hem boos. Toch was
-hij een beetje ongerust; hij kende den sinjeur en hij achtte hem
-best in staat de papieren bij zijn broer den minister te brengen,
-die ongetwijfeld betalen zou om alle opspraak te vermijden.
-
---Verduiveld! mompelde hij, ook plaats nemende, dat is een leelijke
-geschiedenis.... En is die schurk ook te spreken?
-
---Ik zal hem laten halen, zei Larsonneau. Hij woont vlak bij, rue
-Jean Lantier.
-
-Er waren nog geen tien minuten verloopen, of een klein, loensch
-jongmensch, met vaalblond haar en een gezicht vol sproeten, trad zacht
-de kamer binnen. Hij had een vreeselijk kale, zwarte jas aan, die hem
-veel te groot was. Hij bleef op eerbiedigen afstand staan, Saccard met
-een schuinschen blik aanziende. Larsonneau, die hem Baptistin noemde,
-nam hem een verhoor af, waarop hij met ja en neen antwoordde, zonder
-in het minst van streek te geraken; met de grootste onverschilligheid
-luisterde hij naar de namen "dief, oplichter, schavuit", waarmee zijn
-patroon iedere vraag vergezeld liet gaan.
-
-Saccard bewonderde de koelbloedigheid van dien ongelukkige. Op een
-gegeven oogenblik sprong de onteigeningsagent van zijn zetel op om
-hem een slag te geven; en hij vergenoegde zich met een stap achteruit
-te treden, terwijl zijn loensch oog nog onderdaniger keek.
-
---'t Is goed, laat hem met rust, zei de financier. Dus, mijnheer,
-u vraagt honderdduizend francs in ruil voor de papieren?
-
---Ja, honderdduizend francs, antwoordde de jonge man.
-
-En hij ging heen. Larsonneau scheen niet tot bedaren te kunnen komen.
-
---Wat een schobbejak, hè! stamelde hij. Heb je zijn valsche blikken
-gezien?.... Die snaken zien er zoo verlegen uit en zij zouden iemand
-voor twintig francs vermoorden.
-
-Maar Saccard viel hem in de rede met de opmerking:
-
---Kom, kom, zoo verschrikkelijk is hij niet. Ik geloof dat we wel
-tot een schikking kunnen komen.... Ik kwam voor een veel leelijker
-geval.... Je hadt gelijk, dat je mijn vrouw niet vertrouwde, mijn
-waarde. Verbeeld je, dat ze haar eigendomsrecht aan mijnheer Haffner
-verkoopen wil. Ze heeft geld noodig, zegt ze. Ze is er zeker toe
-aangespoord door haar vriendin Suzanne.
-
-De ander hield plotseling op met zijn wanhopige manieren; hij luisterde
-toe, een beetje bleek, en schikte zijn das recht, die in zijn drift
-verschoven was.
-
---Die afstand, ging Saccard voort, slaat onzen verwachtingen den bodem
-in. Als mijnheer Haffner uw medecompagnon wordt, komen niet alleen
-onze voordeelen in gevaar, maar ik ben erg bang dat wij ons in een heel
-onaangename positie zullen bevinden tegenover dien angstvalligen man,
-die de rekeningen zal willen napluizen.
-
-De onteigeningsagent begon driftig heen en weer te loopen, met zijn
-krakende verlakte laarzen.
-
---Zie nu eens, mompelde hij, in welk een toestand men geraakt als men
-den menschen een dienst bewijst!.... Maar, mijn waarde, in uw plaats
-zou ik mijn vrouw beletten zoo'n dwaasheid uit te halen. Ik zou haar
-liever slaan.
-
---Ach, vriendlief!.... zei de financier met een fijn lachje. Ik heb
-al even weinig macht over mijn vrouw als gij over dien schavuit van
-een Baptistin schijnt te hebben.
-
-Larsonneau bleef midden in zijn wandeling voor Saccard staan, die maar
-steeds glimlachte, en hem veelbeteekenend aankeek. Daarop begon hij
-weer op en neer te loopen, maar nu met langzamen, afgemeten tred. Hij
-ging voor een spiegel staan, schikte zijn das recht, hervatte zijn
-wandeling, met zijn gewone elegantie. En plotseling riep hij:
-
---Baptistin!
-
-De schele jonge man trad binnen, maar door een andere deur. Hij was
-nu zonder hoed, en hij draaide een pen tusschen zijn vingers.
-
---Ga het register halen, gebood Larsonneau hem.
-
-En toen Baptistin weg was, sprak hij over het geld dat hij hebben
-moest.
-
---Doet het om mijnentwil, zei hij ten slotte ronduit.
-
-Toen stemde Saccard er in toe dertigduizend francs te geven op
-de aanstaande winsten van de zaak Charonne. Hij vond dat hij nog
-goedkoop uit de gehandschoende handen van den woekeraar kwam. Deze
-liet de promesse op zijn naam stellen; hij speelde zijn komediespel
-tot het einde toe door en zei dat hij rekening zou houden met de
-dertig duizend francs voor den jongen man.
-
-Met een lach van verlichting verbrandde Saccard het register blad
-voor blad in het haardvuur. Toen dat afgeloopen was, nam hij met een
-krachtigen handdruk afscheid van Larsonneau.
-
---Ge gaat van avond naar Laure, nietwaar?.... Wacht me daar. Ik zal
-alles met mijn vrouw in orde brengen, dan kunnen we onze laatste
-regeling treffen.
-
-Laure d'Aurigny, die dikwijls verhuisde, woonde toen heel ruim op
-den boulevard Haussmann, tegenover de Chapelle expiatoire. Evenals de
-dames van de groote wereld hield zij iedere week haar ontvangdag. Op
-die manier kwamen de mannen, die haar anders éen voor éen bezochten,
-allen tegelijk bij haar.
-
-Aristide Saccard was Dinsdagsavonds in zijn schik, hij was de erkende
-minnaar; hij draaide met een lachje het hoofd om, als de gastvrouw
-hem achter zijn rug verried en een afspraakje voor dien avond met
-een van de gasten maakte. Wanneer hij tot het laatst gebleven was,
-stak hij nog een sigaar op, praatte over zaken, maakte een grapje over
-den heer die in de straat stond te blauwbekken, totdat hij wegging;
-en daarop met een tikje op Laure's wang en een "lieve kind," ging
-hij kalmpjes de eene deur uit, terwijl de heer een andere in ging.
-
-Het geheim verbond dat Saccard's crediet versterkt en Laure d'Aurigny
-twee ameublementen in éen maand verschaft had, amuseerde hen nog
-kostelijk. Maar Laure wenschte een einde aan de komedie te maken. Die
-ontknooping, vooruit vastgesteld, zou bestaan in een openlijke breuk,
-ten gerieve van den een of anderen domoor, die het recht om door
-geheel Parijs als de officiëele minnaar erkend te worden, duur zou
-moeten betalen. De domoor was al gevonden. De hertog de Rozan, die
-het moede werd de vrouwen uit zijn stand te vergeefs te vervelen,
-kreeg op eens lust den naam van losbol te verwerven, om zoo doende
-zijn onbeduidende figuur wat meer te doen uitkomen.
-
-Hij kwam geregeld op de Dinsdagen van Laure, die hij bepaald veroverd
-had door zijn onnoozelheid. Ongelukkig hing hij, ofschoon reeds
-vijfendertig jaar, nog van zijn moeder af, zoodat hij hoogstens over
-een tiental goudstukken tegelijk kon beschikken. Als Laure zich des
-avonds verwaardigde de tien louis van hem af te nemen, met een klagende
-stem over de honderdduizend francs sprekende die zij noodig zou hebben,
-zuchtte hij en beloofde haar die som, zoodra hij zijn eigen meester
-zou zijn.
-
-Toen kwam zij op het denkbeeld hem in kennis te brengen met Larsonneau,
-een van haar huisvrienden. De twee mannen gingen samen bij Tortoni
-dejeuneeren; aan het dessert vertelde Larsonneau zijn liefdesavonturen
-met een bekoorlijke Spaansche en wist er terloops bij uit te doen
-komen, dat hij geldschieters kende; maar hij raadde Rozan dringend
-aan uit hun handen te blijven. Ondanks die waarschuwing, wist Rozan
-zijn goeden vriend de belofte af te persen, dat hij zich met zijn
-zaakje zou bezig houden. Deze hield er zich zoo goed mee bezig, dat
-hij den eigen avond, waarop Saccard hem bij Laure bescheiden had,
-het geld zou meebrengen.
-
-Toen Larsonneau kwam, bevonden zich in het groote wit met goud salon
-van Laure slechts vijf of zes vrouwen, die zijn handen grepen en hem
-met onstuimige teederheid om den hals vielen.
-
-Ze noemden hem die "groote Lar!", een liefkoozende afkorting die
-Laure verzonnen had. En hij, met een lief stemmetje:
-
---Ho, ho, poesjes, je zult mijn hoed plat duwen.
-
-Ze werden kalmer en gingen dicht om hem heen zitten, terwijl hij
-ze vertelde, hoe Sylvia zich den vorigen avond, toen hij met haar
-gesoupeerd had, een indigestie gegeten had. Toen haalde hij een
-bonbondoos uit zijn zak te voorschijn en bood de dames pralines
-aan. Maar Laure kwam juist uit haar slaapkamer en voordat een paar
-binnentredende heeren haar konden groeten, trok zij Larsonneau met
-zich mee naar een boudoir, dat door een dubbele portière van het
-salon gescheiden was.
-
---Heb je het geld? vroeg zij hem, toen zij alleen waren.
-
-Zij was heel vertrouwelijk met hem, bij zulke gelegenheden. Larsonneau
-antwoordde niet, maar knikte vroolijk van ja, terwijl hij op den
-binnenzak van zijn jas sloeg.
-
---O, die groote Lar! fluisterde de jonge vrouw opgetogen.
-
-Zij nam hem om het middel en gaf hem een zoen.
-
---Wacht even, zei zij, ik wil die lapjes dadelijk hebben.... Rozan
-is in mijn kamer; ik ga hem halen.
-
-Maar hij hield haar tegen, en op zijn beurt een kus op haar schouders
-drukkende:
-
---Je weet toch welk commissieloon ik bedongen heb?
-
---Natuurlijk, domoor, dat is immers afgesproken.
-
-Zij kwam terug met Rozan. Larsonneau was onberispelijker gekleed dan
-de hertog, zijn handschoenen pasten beter en zijn das was met meer
-kunst gestrikt. Zij reikten elkander achteloos de vingertoppen en
-spraken over de wedrennen van twee dagen geleden, waarbij het paard
-van een hunner vrienden verloren had. Laure stampvoette van ongeduld.
-
---Kom, daarover een anderen keer, lieveling, zei zij tot Rozan. De
-groote Lar heeft het geld, weet je.
-
-Larsonneau hield zich alsof het hem opeens te binnen schoot.
-
---O ja, dat is waar, zei hij, ik heb het geld.... Maar je hadt
-beter gedaan naar me te luisteren, mijn waarde! Verbeeld je, dat die
-afzetters me vijftig percent gevraagd hebben!.... Ik heb het natuurlijk
-toch aangenomen, je hadt me gezegd dat het er niet op aan kwam....
-
-Laure d'Aurigny had in den loop van den dag gezegeld papier laten
-halen. Maar toen er sprake was van pen en inkt, keek zij de twee mannen
-ontsteld aan; zulke dingen waren bij haar niet te vinden. Zij wou
-naar de keuken gaan, toen Larsonneau uit den zelfden zak, waaruit de
-bonbondoos te voorschijn was gekomen, twee prachtige voorwerpen voor
-den dag haalde, een zilveren penhouder, dien hij kon uitschroeven,
-en een inktkoker, staal met ebbenhout, keurig fijn afgewerkt. En toen
-Rozan plaats nam, zei hij:
-
---Zet de schuldbekentenissen maar op mijn naam. Je begrijpt dat ik
-je niet wou compromiteeren. We zullen het samen wel vinden.... Zes
-wissels elk van vijf en twintigduizend francs, niet waar?
-
-Laure telde op een hoek van de tafel de "lapjes". Rozan kreeg ze niet
-eens te zien.
-
-Toen hij geteekend had en het hoofd ophief, waren zij in Laure's zak
-verdwenen. Maar zij kwam naar hem toe en zoende hem op beide wangen,
-wat hij heerlijk scheen te vinden. Larsonneau stond heel wijsgierig
-naar ze te kijken, terwijl hij de zes schuldbekentenissen opvouwde,
-en inktkoker en penhouder in zijn zak stak.
-
-De jonge vrouw hing nog aan Rozan's hals, toen Aristide Saccard een
-tip van de portière oplichtte.
-
---Geneer je niet, zei hij lachend.
-
-De hertog kreeg een kleur. Maar Laure kwam den financier de hand
-schudden, terwijl zij een oogknipje met hem wisselde. Zij was in
-de wolken.
-
---'t Is gebeurd, mijn waarde, zei zij, ik had je gewaarschuwd. Je
-bent er toch niet boos om?
-
-Saccard haalde met een goedig gezicht de schouders op. Hij schoof
-de gordijnen terzijde en plaats makende voor Laure en den hertog,
-riep hij met de krijschende stem van een deurwaarder:
-
---Mijnheer de hertog, mevrouw de hertogin!
-
-Die aardigheid had een uitbundig succès. Den volgenden dag stond zij
-in de bladen, die Laure d'Aurigny zonder plichtplegingen bij haar
-naam noemden en de twee heeren heel doorzichtig met hun voorletters
-aanduidden. De breuk tusschen Aristide Saccard en de dikke Laure
-baarde nog meer opzien dan hun gewaande liefdesbetrekking.
-
-Intusschen had Saccard het gordijn weer laten vallen, te midden van
-de vroolijkheid, die zijn grap in het salon had teweeg gebracht.
-
---Wat een moed, hè! zei hij, zich tot Larsonneau wendend. Ze is zoo
-slim!.... Jij deugniet, hebt er zeker een aardig voordeeltje bij. Wat
-krijg je er voor?
-
-Maar deze verdedigde zich glimlachend, terwijl hij zijn manchetten,
-die opgeschoven waren, naar beneden trok. Hij ging dicht bij de deur
-naast Saccard zitten.
-
---'t Is maar gekheid, ik wil je de biecht niet afnemen, wat
-drommel! Maar laten we nu eens ernstig praten. Ik heb van avond een
-langdurig gesprek met mijn vrouw gehad.... Alles is in orde.
-
---Zij stemt dus toe om haar aandeel af te staan? vroeg Larsonneau.
-
---Ja; maar dat heeft moeite gekost.... Vrouwen zijn zoo koppig! Je
-weet, de mijne had haar oude tante beloofd niets te verkoopen. Dat
-waren bezwaren zonder eind.... Gelukkig had ik mijn praatje klaar,
-waardoor alles beslist is.
-
-Hij stond op om een sigaar aan de kaars aan te steken, die Laure op de
-tafel had laten staan, en zich daarop weer neervlijend op de causeuse,
-vervolgde hij:
-
---Ik heb mijn vrouw gezegd, dat je heelemaal geruïneerd bent.... Je
-hebt op de beurs gespeeld, je geld met meisjes doorgebracht, in
-allerlei slechte speculaties gescharreld; kortom je bent op het punt
-om failliet te gaan.... Ik heb haar zelfs te verstaan gegeven, dat
-ik aan je eerlijkheid twijfelde.... Toen heb ik haar uitgelegd, dat
-de zaak-Charonne in jouw ondergang meegesleept werd, en dat het maar
-het verstandigst zou zijn het voorstel aan te nemen, dat je me gedaan
-hadt om haar vrij te maken, door namelijk haar aandeel te koopen,
-al was het maar voor een appel en een ei.
-
---Dat is niet veel bijzonders, mompelde de onteigeningsagent. En denk
-je soms dat je vrouw zulke leugens gelooven zal?
-
-Saccard glimlachte, hij was in een mededeelzame bui.
-
---Je bent erg onnoozel, vriendlief, hernam hij. 't Doet er weinig toe,
-wat je vertelt, maar het hoe, de toon en de gebaren, daar komt het
-op aan. Roep Rozan eens en ik wed met je, dat ik hem overtuig dat
-het klaarlichte dag is. En mijn vrouw is al niet veel verstandiger
-dan Rozan. Ik heb haar afgronden laten zien. Zij heeft zelfs geen
-vermoeden van de aanstaande onteigening. Toen zij verwonderd was,
-dat je er in jouw rampzaligen toestand nog aan denken kon zwaardere
-lasten op je te nemen, heb ik haar gezegd, dat zij je zeker in den weg
-zat om je schuldeischers een leelijken streek te spelen.... Enfin,
-ik heb haar de zaak aangeraden als het eenige middel om niet in
-eindelooze processen gewikkeld te worden, en ten minste nog eenig
-geld uit de terreinen te trekken.
-
-Larsonneau bleef de geschiedenis een beetje grof vinden. Hij hield er
-een minder dramatische methode op na; al zijn operaties verwikkelden
-en ontknoopten zich sierlijk, als een salonstukje.
-
---Ik zou wat anders verzonnen hebben, zei hij. Enfin, ieder zijn
-manier.... Er blijft ons dus niets over dan te betalen.
-
---Daarover, antwoordde Saccard, wou ik me juist met je verstaan....
-
-Morgen zal ik de akte van afstand aan mijn vrouw brengen, dan heeft
-zij die alleen bij je te laten bezorgen om den overeengekomen prijs
-te ontvangen. Ik zou liever een onderhoud vermijden.
-
-Hij had inderdaad nooit willen hebben, dat Larsonneau op een
-vertrouwelijken voet met hen zou verkeeren. Hij inviteerde hem nooit,
-en bracht hem alleen bij Renée als het hoog noodig was dat de twee
-compagnons elkaar ontmoetten; dat was drie keeren gebeurd. Bijna
-altijd handelde hij als gevolmachtigde van zijn vrouw, daar hij het
-onnoodig vond dat hij alles van zijn zaken zou afweten.
-
-Hij opende zijn portefeuille, en zei:
-
---Hier zijn tweehonderdduizend francs aan wissels, door mijn
-vrouw geteekend; die geef je haar in betaling, en dan voeg je er
-honderdduizend francs bij, die ik je morgen ochtend zal brengen.... 't
-Is een heele aderlating voor me. Dat zaakje kost me verbazend veel.
-
---Maar, merkte de onteigeningsagent op, dat maakt pas
-driehonderdduizend francs.... Is dat het bedrag van de kwitantie?
-
---Een kwitantie van driehonderdduizend francs! hernam Saccard lachend,
-dat kan je begrijpen, daar zouden we later mooi mee uitkomen:
-Volgens onze inventarissen, moet het eigendom nu geschat worden op
-twee millioen vijfhonderdduizend francs. De kwitantie moet natuurlijk
-de helft lager zijn.
-
---Dan zal je vrouw nooit willen teekenen.
-
---Wel ja! Ik zeg je dat alles in orde is. Wat drommel! ik heb haar
-gezegd dat dit een eerste voorwaarde is. Je zet ons het mes op de keel
-met je failliet, begrijp je? En daarbij heb ik net gedaan of ik aan je
-eerlijkheid twijfelde en je beschuldigd dat je je schuldeischers wou
-beetnemen.... Denk je dat mijn vrouw iets van al die dingen begrijpt?
-
-Larsonneau schudde het hoofd en mompelde:
-
---Je had toch iets eenvoudigers kunnen verzinnen.
-
---Maar mijn verhaal is zoo eenvoudig mogelijk! zei Saccard in
-de grootste verbazing. Waar zie je toch voor den drommel iets
-ingewikkelds in?
-
-Hij had zelf geen begrip van het ongeloofelijke aantal kunstgrepen
-die hij bij de gewoonste zaak gebruikte. Hij was werkelijk in zijn
-schik met dat sprookje, dat hij Renée op de mouw had gespeld; wat
-hem het meest verrukte, dat was de onbeschaamdheid van den leugen,
-de opeenstapeling van onmogelijkheden, de verbazende ingewikkeldheid
-van de intrige. Hij had de terreinen al lang in zijn bezit gehad,
-als hij dat heele drama niet verzonnen had; maar het zou hem minder
-genot verschaft hebben, als hij ze gemakkelijk had kunnen krijgen.
-
-Hij stond op, en Larsonneau bij den arm nemende, ging hij met hem
-naar het salon.
-
---Je hebt me begrepen, niet waar? Volg maar getrouw mijn aanwijzingen
-en je zult me later toejuichen.... Zeg eens, waarde vriend, je moest
-liever geen gele handschoenen dragen, dat bederft je hand.
-
-De onteigeningsagent glimlachte even en antwoordde:
-
---O, handschoenen zijn zoo kwaad niet; men kan alles aanraken zonder
-zich vuil te maken.
-
-Toen zij het salon binnen kwamen, was Saccard verbaasd en ietwat
-ongerust, toen hij Maxime aan de andere zijde van het portière
-vond. De jonge man zat op een causeuse naast een blonde dame, die
-hem met eentonige stem een lange geschiedenis vertelde, de hare zeker.
-
-Hij had inderdaad het gesprek van zijn vader en Larsonneau gehoord. De
-medeplichtigen schenen hem een paar onverschrokken knapen toe. Nog
-geërgerd over Renée's verraad, smaakte hij een laffe vreugde bij het
-hooren van den diefstal, waarvan zij het slachtoffer zou worden. Dat
-wreekte hem een beetje. Zijn vader kwam hem met een argwanend gezicht
-de hand drukken; maar Maxime fluisterde hem in het oor, terwijl hij
-op de blonde dame wees:
-
---Ze ziet er niet kwaad uit, hè? Ik wil van avond eens "werk van
-haar maken."
-
-Toen deed Saccard zich heel galant voor. Laure d'Aurigny kwam even
-bij hen; zij beklaagde zich dat Maxime haar ternauwernood eenmaal
-per maand bezocht. Maar hij gaf voor dat hij het heel druk had gehad,
-wat iedereen deed lachen. Hij voegde er bij, dat hij voortaan altijd
-zou komen.
-
---Ik heb een treurspel geschreven, zei hij, en ik heb eerst gisteren
-de vijfde akte gevonden. Ik ben van plan bij alle mooie vrouwen van
-Parijs te komen uitrusten.
-
-Hij lachte; hij had schik in zijn toespelingen, die hij alleen
-begrijpen kon.
-
-Intusschen bleef er niemand in het salon over dan Rozan en
-Larsonneau. De Saccards stonden op, evenals de blonde dame, die in
-het huis woonde. Toen ging Laure naar den hertog en sprak zachtjes
-met hem. Hij scheen verbaasd en teleurgesteld. Toen zij zag dat hij
-geen aanstalten maakte om op te staan, zei zij halfluid:
-
---Neen, heusch, vanavond niet. Ik heb zoo'n hoofdpijn! Morgen, dat
-beloof ik je.
-
-Rozan moest gehoorzamen. Laure wachtte totdat hij op het portaal was,
-om Larsonneau snel in het oor te fluisteren:
-
---Ik houd mijn woord, hè, groote Lar.... stop hem in zijn rijtuig.
-
-Toen de blonde dame afscheid van de heeren nam, om naar haar kamer
-op de bovenste verdieping te gaan, was Saccard verwonderd dat Maxime
-haar niet volgde.
-
---Nu? vroeg hij.
-
---Och neen, antwoordde de jonge man. Ik heb me bedacht.
-
-Toen kwam hij op een idee, dat hij heel grappig vond:
-
---Ik sta je mijn plaats af, als je wilt. Haast je, ze heeft haar deur
-nog niet gesloten.
-
-Maar de vader haalde zachtjes de schouders op en zei:
-
---Dank je, ik heb op 't oogenblik wat beters, mijn jongen.
-
-De vier mannen gingen naar beneden. Op straat gekomen, wilde de hertog
-bepaald dat Larsonneau met hem in het rijtuig mee zou gaan; zijn moeder
-woonde in het Marais; dan zou hij den onteigeningsagent aan zijn huis
-in de rue de Rivoli afzetten. Deze weigerde, sloot zelf het portier
-en riep den koetsier toe dat hij kon wegrijden. En hij bleef op het
-trottoir van den boulevard Haussmann met de twee anderen staan praten.
-
---Ach, die arme Rozan! zei Saccard, die op eens alles begreep.
-
-Larsonneau bezwoer van neen, dat hij niets gaf om die dingen, dat
-hij een praktisch man was. En daar de twee anderen bleven schertsen
-en het een vinnige koude was, riep hij eindelijk uit:
-
---Nu, mij wel, ik bel aan!.... Je bent erg indiscrete lui.
-
---Goeden nacht! riep Maxime hem achterna, toen de deur weer dicht ging.
-
-En zijn vader een arm gevende, liep hij met hem den boulevard op. Het
-was een van die heldere, vriezende nachten, wanneer het zoo aangenaam
-is op den harden grond, in de koude lucht te loopen. Saccard zei
-dat Larsonneau verkeerd deed, dat hij enkel een kameraad voor Laure
-moest zijn. Dat was zijn uitgangspunt om tot de verklaring te komen
-dat de liefde voor zulke meisjes werkelijk slecht was. Hij hing
-den zedenmeester uit, hij vond verwonderlijk wijze uitspraken en
-raadgevingen.
-
---Zie je, zei hij tot zijn zoon, dat is goed voor een tijd, mijn
-jongen. Men boet er zijn gezondheid bij in en het ware geluk smaakt
-men toch niet. Je weet dat ik niet zulke ouderwetsche ideeën heb. Maar
-ik heb er toch genoeg van; ik ga kalmer leven.
-
-Maxime grinnikte; hij hield zijn vader staande, beschouwde hem in
-het maanlicht en verklaarde dat hij er nog goed uitzag.
-
-Maar Saccard werd nog ernstiger.
-
---Spot zooveel je wilt. Maar ik zeg je nog eens, dat er niets boven
-het huwelijk gaat om een man te conserveeren en gelukkig te maken.
-
-Toen sprak hij hem over Louise. En hij liep langzamer, om de zaak af te
-handelen, zei hij, nu zij er toch over praatten. De zaak was al geheel
-in orde. Hij vertelde hem zelfs dat hij met mijnheer de Mareuil den
-datum van de onderteekening van het contract had vastgesteld op den
-Zondag, die volgde op den Donderdag van halfvasten. Dien Donderdag
-zou er een groote soirée in het hôtel van het park Monceau zijn,
-en bij die gelegenheid zou het huwelijk openlijk bekend gemaakt worden.
-
-Maxime vond dit alles heel goed. Hij was van Renée bevrijd, hij
-zag geen enkelen hinderpaal meer, hij gaf zich over aan zijn vader,
-zooals hij zich aan zijn stiefmoeder had overgegeven.
-
---Nu goed, dat is afgesproken, zei hij. Maar spreek er niet tegen Renée
-over. Haar vriendinnen zouden me voor den gek houden, me plagen, en ik
-heb liever dat ze de zaak pas tegelijk met de anderen te weten komen.
-
-Saccard beloofde hem te zwijgen. Toen zij vervolgens op de hoogte
-van den boulevard Malesherbes kwamen, gaf hij hem nogmaals een schat
-van goede raadgevingen. Hij leerde hem hoe hij het moest aanleggen
-om zijn huis tot een paradijs te maken.
-
---En vóor alles, breek nooit met je vrouw. Dat is een
-domheid. Een vrouw met wie je niet meer omgaat, kost je ontzettend
-veel.... Eerstens, moet je het een of andere meisje betalen,
-nietwaar? Dan zijn de uitgaven in huis veel grooter: daar heb je het
-toilet, de bijzondere genoegens van mevrouw, de goede vriendinnen,
-den duivel en zijn trawanten.
-
-Hij was in een bijzonder deugdzame bui. Het succès van de zaak Charonne
-stemde hem idyllisch teeder.
-
---Ik, ging hij voort, was geboren om gelukkig en vergeten in het een of
-ander dorpje te leven, te midden van mijn gezin.... Men kent me niet,
-jongenlief.... Ik lijk zoo ongedurig, zoo rusteloos, hè? Niets daarvan,
-ik zou dolgraag bij mijn vrouw blijven, ik zou graag mijn zaken in
-den steek laten voor een bescheiden inkomen, waarvan ik in Plassans
-zou kunnen leven.... Je wordt nu rijk, richt je nu met Louise een
-gezellige woning in, waar je als twee tortelduifjes kunt leven. Dat
-is zoo'n genot! Ik kom jelui eens opzoeken. Dat zal me goed doen.
-
-De tranen verstikten op het eind zijn stem. Intusschen waren zij
-voor het hek van het hôtel gekomen, en zij bleven nog staan praten,
-op het trottoir.
-
-Op die hoogten van Parijs woei er een stevig windje. Geen enkel
-geluid verstoorde de stilte van den helderen winternacht. Maxime,
-verbaasd over de gemoedelijke bui van zijn vader, had al een poosje
-een vraag op de lippen.
-
---Maar u, zei hij eindelijk, mij dunkt....
-
---Wat!
-
---Met uw vrouw!
-
-Saccard haalde de schouders op.
-
---Juist. Ik was een dwaas. Daarom kan ik uit ondervinding
-spreken.... Maar we zijn weer bij elkaar. Al een kleine zes weken. Ik
-ga 's avonds weer naar haar toe, als ik niet te laat thuis kom. Maar
-vandaag moet mijn arme schatje het maar buiten me stellen; ik moet
-den heelen nacht doorwerken. Ze is toch zoo mooi gevormd!....
-
-En hij hield Maxime, die hem de hand toestak, terug en ging zachter,
-op vertrouwelijken toon voort:
-
---Je weet, de taille van Blanche Muller, nu, zoo iets, maar tienmaal
-leniger. En die heupen! die zijn zoo fijn, zoo mooi van lijnen....
-
-En tot afscheid zei hij tot den jongen man die heenging:
-
---Jij bent net als ik, je bent goedhartig, je vrouw zal gelukkig
-zijn.... Tot ziens, mijn jongen.
-
-Toen Maxime zich eindelijk van zijn vader bevrijd zag, liep hij met
-rassche schreden het park om. Wat hij daar vernomen had, verbaasde
-hem zoozeer, dat hij een onweerstaanbare behoefte gevoelde om Renée
-te zien. Hij wou haar vergiffenis vragen voor zijn ruw gedrag, van
-haar weten waarom zij gelogen had door hem mijnheer Saffré te noemen,
-en hooren hoe haar man zoo verliefd op haar was geraakt. Maar dat
-alles heel vaag; het eenige stellige was de wensch een sigaar bij
-haar te komen rooken en hun vriendschappelijke verhouding weer te
-hernieuwen. Als zij goed gemutst was, wou hij haar zelfs zijn aanstaand
-huwelijk aankondigen, om haar te doen inzien dat hun liefde voor altijd
-dood en begraven was. Toen hij het poortje geopend had, waarvan hij
-gelukkig den sleutel bewaard had, maakte hij bij zichzelf de opmerking,
-dat zijn bezoek, na alles wat zijn vader hem in vertrouwen verteld had,
-noodzakelijk en volstrekt niet onbehoorlijk was.
-
-In de serre floot hij, evenals den vorigen avond, maar hij wachtte
-niet.
-
-Renée kwam de glazen deur van het kleine salon open doen, en ging hem
-zwijgend voor, naar boven. Ze was juist thuis gekomen van een bal
-op het Stadhuis. Ze had haar balkostuum nog aan: een witte tullen
-japon met groote plooien en vol satijnen strikken; de basques van
-het satijnen lijf waren gegarneerd met een kantwerk van witte gitten,
-die in het licht der kandelabers blauw en rose geaderd schenen.
-
-Toen Maxime haar boven aanzag, werd hij getroffen door haar bleekheid,
-door de diepe ontroering die haar het spreken belette. Zij verwachtte
-hem niet, zij beefde over al haar leden, toen zij hem daar, zooals
-gewoonlijk, zag komen, kalm, met zijn aanhalige manieren. Céleste kwam
-uit de kleedkamer terug, waar zij een nachthemd was gaan halen, en de
-gelieven bleven het stilzwijgen bewaren, totdat het meisje weg zou
-gaan. Het was anders hun gewoonte niet zich voor haar in te houden;
-maar zij voelden nu een zekeren schroom, om te uiten wat hun op de
-lippen lag.
-
-Renée wilde dat Céleste haar in de slaapkamer zou ontkleeden, omdat
-daar een flink vuur brandde. Het kamermeisje maakte de spelden los,
-en deed haar kleeren een voor een uit, zonder zich te haasten. En
-Maxime, dien dit verdroot, nam werktuigelijk het hemd, dat naast
-hem op een stoel lag, en warmde het voor het vuur, voorover gebogen,
-de armen wijd uitgestrekt. Hij was gewoon, in hun gelukkige dagen,
-Renée dien kleinen dienst te bewijzen. Zij werd verteederd, toen zij
-hem het hemd voorzichtig voor het vuur zag houden. En toen Céleste
-er geen eind aan scheen te maken, vroeg hij:
-
---Heb je veel plezier op het bal gehad?
-
---O neen, je weet, 't is altijd hetzelfde, antwoordde zij. Veel te
-veel menschen, een echte warboel.
-
-Hij keerde het hemd om, dat aan de eene zij warm was.
-
---Wat voor kostuum had Adeline?
-
---Een mauve japon, tamelijk leelijk idee.... Ze is klein, en ze is
-verzot op strooken.
-
-Ze spraken over de andere vrouwen. Nu brandde Maxime zijn vingers
-aan het hemd.
-
---Pas op, het zal schroeien, zei Renée met een moederlijke streeling
-in haar stem.
-
-Céleste nam het hemd van den jongen man over. Hij stond op, ging
-het groote grijs-rose bed bekijken, bleef verdiept in de beschouwing
-van een der bouquetten op het behangsel, om het hoofd af te kunnen
-wenden, om Renée's ontbloote borsten niet te zien. Dat deed hij
-instinctmatig. Hij geloofde zich haar minnaar niet meer, hij had het
-recht niet meer iets te zien. Toen haalde hij een sigaar voor den
-dag en stak ze aan.
-
-Renée had hem toegestaan bij haar te rooken. Eindelijk ging Céleste
-heen; zij liet de jonge vrouw bij het haardvuur achter, geheel wit
-in haar nachtgewaad.
-
-Maxime liep nog een poosje zwijgend heen en weer met een schuinschen
-blik naar Renée, die weer scheen te beven. En voor den schoorsteen
-staan blijvende, met zijn sigaar in den mond, vroeg hij op driftigen
-toon:
-
---Waarom heb je me niet gezegd dat het mijn vader was, die je gisteren
-avond bij je had?
-
-Zij hief het hoofd op, de oogen wijd opengesperd, met een blik van
-naamlooze ontzetting; toen steeg er een purperen gloed naar haar
-wangen, en door schaamte als vernietigd, verborg zij het gelaat in
-haar handen en stamelde:
-
---Weet je dat! Weet je dat?....
-
-Zij herstelde zich, trachtte te liegen.
-
---'t Is niet waar.... wie heeft het je verteld?
-
-Maxime haalde de schouders op.
-
---Wel, vader zelf, hij vond je zoo mooi gevormd en hij prees je heupen.
-
-Er klonk eenige spijt uit zijn woorden. Maar hij begon weer op en
-neer te loopen, terwijl hij tusschen twee trekjes aan zijn sigaar op
-een vriendelijk beknorrenden toon zei:
-
---Ik begrijp je waarachtig niet. Je bent een zonderlinge vrouw. 't Is
-je eigen schuld als ik gisteren wat ruw ben geweest. Had je me gezegd
-dat mijn vader bij je was, dan was ik bedaard heengegaan, vat je? Ik
-heb geen recht--Maar nu ga je ons mijnheer de Saffré opnoemen!
-
-Zij snikte, met de handen voor het gelaat. Hij kwam naderbij, knielde
-voor haar neer, trok haar handen met geweld weg.
-
---Komaan, zeg me nu eens waarom je mijnheer de Saffré hebt genoemd!
-
-En zij antwoordde zachtjes, tusschen haar tranen in, met afgewend
-gelaat:
-
---Ik dacht dat je me verlaten zou, als je wist dat je vader....
-
-Hij stond op, nam zijn sigaar weer van den schoorsteen en mompelde
-niets dan:
-
---Jij bent ook een rare!....
-
-Zij huilde niet meer. De vlammen van den schoorsteen en de gloed van
-haar wangen droogden haar tranen. De verwondering Maxime zoo kalm te
-zien tegenover een bekentenis die zij meende dat hem ontzetten moest,
-deed haar haar schaamte vergeten. Zij zag hem loopen, zij hoorde hem
-spreken, als in een droom. Hij herhaalde haar, zonder zijn sigaar uit
-den mond te nemen, dat zij onverstandig was, dat het heel natuurlijk
-was dat zij gemeenschap met haar man had, dat hij er niet aan dacht
-om zich daarover boos te maken. Maar voor een minnaar uitkomen dien
-men niet heeft! En daarop kwam hij telkens terug, als iets dat hij
-niet begrijpen kon, dat hem werkelijk onnatuurlijk voorkwam. Hij
-sprak van die "dwaze inbeeldingen" van vrouwen.
-
---Je bent niet goed bij 't hoofd, lieve kind, je mag wel oppassen.
-
-Eindelijk vroeg hij nieuwsgierig:
-
---Maar waarom juist mijnheer de Saffré en geen ander?
-
---Hij maakt me het hof, zei Renée.
-
-Maxime hield een onbeschoft antwoord terug; hij wou zeggen dat zij
-zeker gedacht had dat zij een maand ouder was, toen zij mijnheer de
-Saffré als haar minnaar noemde. Alleen een onaangename lach verried
-zijn boos opzet, en zijn sigaar in het vuur werpende, kwam hij
-aan den anderen kant van den schoorsteen zitten. Daar begon hij te
-redeneeren, hij gaf Renée als zijn meening te kennen, dat zij goede
-vrienden moesten blijven. Renée's strakke gezicht maakte hem toch een
-beetje ongerust; hij durfde haar zijn huwelijk niet aankondigen. Zij
-beschouwde hem aandachtig, de oogen nog gezwollen van het schreien.
-
-Zij vond hem nietig, bekrompen, verachtelijk, en toch hield zij van
-hem, met dezelfde liefde die zij voor haar kanten had. Hij zag er
-knap uit onder het licht van den kandelaar, die naast hem op den rand
-van den schoorsteen stond. Terwijl hij het hoofd achterover hield,
-wierp het kaarslicht een gouden glans over zijn haren, gleed langs
-zijn gelaat, over het lichte dons van zijn wangen, met een bekoorlijke
-blondheid.
-
---'t Wordt tijd dat ik heenga, zei hij meer dan eens.
-
-Hij was stellig van plan niet te blijven. Renée zou het trouwens niet
-gewild hebben.
-
-Alle twee dachten en zeiden het: zij waren nog slechts twee
-vrienden. En toen hij eindelijk de jonge vrouw de hand gedrukt had en
-op het punt stond de kamer te verlaten, hield zij hem nog een oogenblik
-terug en sprak hem over zijn vader. Zij hield een heele lofrede op hem.
-
---Ik had te veel berouw, zie je. Ik ben blij dat het zoo gegaan
-is.... Je kent je vader niet; ik stond verbaasd over zijn goedheid,
-zijn belangeloosheid. De arme man zit op het oogenblik zoo in zorgen.
-
-Maxime keek zwijgend naar de punten van zijn laarzen. Zij praatte
-voort.
-
---Zoolang hij niet in deze kamer kwam, was het mij om het even. Maar
-later.... Toen ik hem hier zag komen, zoo hartelijk, om me wat geld
-te brengen dat hij met de grootste moeite overal vandaan had moeten
-halen, zich zonder klagen voor mij ruïneerde, toen werd ik er ziek
-van.... Als je wist hoe zorgvuldig hij mijn belangen behartigd heeft!
-
-De jonge man kwam langzaam naar den schoorsteen terug en leunde er
-met den rug tegen. Hij scheen te weifelen; zijn mond nam langzamerhand
-een lachende uitdrukking aan.
-
---Ja, mompelde hij, mijn vader is heel knap in het behartigen van
-iemands belangen.
-
-De toon van dat gezegde verwonderde Renée. Zij keek hem aan, en hij,
-als om zich te verdedigen:
-
---O, ik weet niets.... Ik zeg alleen dat mijn vader een knappe man is.
-
---Je zou er verkeerd aan doen als je kwaad van hem sprak, hernam
-zij. Je beoordeelt hem naar den schijn.... Als ik je al zijn
-beslommeringen noemde, als ik je zei wat hij mij vanavond nog in
-vertrouwen vertelde, dan zou je eens zien hoe men zich in hem vergist,
-als men denkt dat hij aan geld gehecht was.
-
-Maxime kon een schouderophalen niet bedwingen. Hij viel zijn
-stiefmoeder in de rede, met een ironisch lachje.
-
---Nu, ik ken hem, ik ken hem al te goed.... Hij heeft je zeker wat
-moois verteld. Laat eens hooren.
-
-Die schertsende toon kwetste haar. Toen werd zij nog uitbundiger in
-haar lof, zij vond haar man nu heelemaal groot, zij sprak over de
-zaak Charonne, over die knoeierij waarvan zij niets begrepen had,
-als over een ramp waarin Saccard's schranderheid en goedheid haar
-voor het eerst duidelijk werden. Zij voegde er bij dat zij de akte van
-afstand den volgenden dag zou teekenen, en dat zij, als dat werkelijk
-een ramp was, dien ramp aanvaardde als een straf voor haar misslagen.
-
-Maxime liet haar, met een spotlach en een schuinschen blik, ten einde
-toe uitpraten, toen zei hij halfluid:
-
---Ja, ja, zoo is het....
-
-En luider, met de hand op Renée's schouder:
-
---Lieve kind, ik dank je, maar ik wist er alles van.... Je bent een
-goede ziel.
-
-Hij maakte weer een beweging om heen te gaan. Hij brandde van
-begeerte om alles te vertellen. Ze had hem wanhopig gemaakt met haar
-loftuitingen op haar man, en hij vergat zijn voornemen om niet te
-spreken, om alle onaangenaamheden te voorkomen.
-
---Wat bedoel je toch? vroeg zij.
-
---Wel, wat drommel, dat mijn vader je aardig beetneemt.... Ik heb
-met je te doen, heusch; je bent toch nog erg onnoozel!
-
-En hij vertelde haar wat hij bij Laura gehoord had, laf en
-geniepig als hij was, met een geheime vreugde over al die laagheden
-uitweidende. Hij had een gevoel alsof hij zich wreekte over een
-beleediging, hem aangedaan. Zijn meisjesaard deed hem met genot bij
-die aanklacht verwijlen, bij dat wreede gebabbel, achter een deur
-afgeluisterd. Hij bespaarde Renée niets, noch het geld dat haar man
-haar met woekerwinst geleend had, noch dat wat hij van haar dacht te
-stelen, met belachelijke verzinsels, bakersprookjes.
-
-De jonge vrouw hoorde hem aan, doodsbleek, met opeengeklemde
-lippen. Voor den schoorsteen staande, liet zij het hoofd een weinig
-zinken, staarde zij in het vuur. Haar nachtgewaad, dat hemd dat Maxime
-gewarmd had, ging open en liet haar blanke vormen zien, onbewegelijk
-als een standbeeld.
-
---Ik zeg je dat alles, besloot de jonge man, om je niet zoo dwaas
-te laten schijnen.... Maar je moet er mijn vader geen verwijt
-van maken. Hij is zoo kwaad niet. Hij heeft zijn gebreken, als
-iedereen.... Tot morgen, niet waar?
-
-Hij ging naar de deur. Renée hield hem met een heftig gebaar terug.
-
---Blijf! riep zij gebiedend.
-
-En hem naar zich toe trekkend, hem bijna op haar schoot nemend,
-voor het vuur, kuste ze hem op de lippen, en zei:
-
---Neen maar, het zou al te dwaas zijn ons nu nog te geneeren.... Weet
-je dan niet, dat ik sinds gisteren, sinds het oogenblik dat je hebt
-willen breken, bijna zinneloos ben. Ik ben heelemaal van streek. Van
-avond, op het bal, had ik een nevel voor mijn oogen. Dat komt
-omdat ik niet meer buiten je kan. Als jij weggaat, is het met mij
-gedaan.... Lach niet, ik zeg wat ik voel.
-
-Zij keek hem met oneindige teederheid aan, alsof zij hem in lang niet
-gezien had.
-
---Ja, je hebt het bij het rechte eind, ik was onnoozel, je vader zou
-me alles wijs gemaakt hebben. Wat wist ik van al die dingen. Terwijl
-hij me zijn geschiedenis stond te vertellen, hoorde ik niets dan
-een hevig gegons, en ik was zoo verslagen, dat hij me had kunnen
-laten neerknielen, als hij gewild had, om me zijn papieren te laten
-teekenen. En ik verbeeldde me dat ik berouw had!.... Heusch, zoo dom
-was ik nog!....
-
-Zij barstte in een schaterlach uit, haar oogen glinsterden als die
-van een krankzinnige. Zij ging voort, terwijl zij haar minnaar dichter
-tegen zich aandrukte:
-
---Doen wij dan kwaad! Wij hebben elkaar lief, wij amuseeren ons op onze
-manier. Dat doet iedereen, niet waar?.... Zie je vader, die geneert
-zich ook niet. Hij houdt van geld en hij neemt het waar hij het krijgen
-kan. Hij heeft gelijk, dat maakt het mij gemakkelijk. In de eerste
-plaats, teeken ik niets, en verder kom jij iederen avond terug. Ik
-was bang dat je niet meer zou willen, je weet wel, om hetgeen ik je
-gezegd heb.... Maar nu je dat toch niet schelen kan.... Ik sluit mijn
-deur trouwens toch voor hem, dat begrijp je nu wel.
-
-Zij stond op en stak het nachtlichtje aan. Maxime weifelde, hij
-was wanhopig. Hij zag wat een dwaasheid hij begaan had, hij verweet
-zichzelf dat hij te veel gepraat had. Hoe kon hij nu zijn huwelijk
-bekend maken! Het was zijn eigen schuld, zij waren van elkander af, hij
-had niet noodig gehad naar boven te gaan, en vooral niet de bewijzen
-te komen leveren dat haar man haar plukte. Hij wist zelf niet meer
-aan welken aandrang hij had toegegeven, en dat maakte hem nog boozer
-op zichzelf. Maar, al mocht hij een oogenblik het plan gehad hebben
-om heen te gaan, het zien van Renée die haar pantoffels uitdeed,
-maakte hem daartoe te laf. Hij werd bang. Hij bleef.
-
-Den volgenden dag kwam Saccard bij zijn vrouw om haar de akte te laten
-teekenen, maar zij antwoordde bedaard dat daar niets van kwam, dat
-zij zich bedacht had. Overigens zinspeelde zij nergens op; zij had
-zich stellig voorgenomen te zwijgen, om zich geen onaangenaamheden
-op den hals te halen, en haar op nieuw opluikende liefde in vrede te
-genieten. De zaak Charonne mocht loopen zoo zij wilde, haar weigering
-om te teekenen was maar een wraakneming; het overige kon haar niets
-schelen.
-
-Saccard was bijna driftig geworden. Zijn heele droom vervloog. Zijn
-andere zaken gingen hoe langer hoe slechter. Hij had al zijn middelen
-uitgeput, als door een wonder hield hij het hoofd nog boven; dien
-eigen morgen had hij niet eens de rekening van zijn bakker kunnen
-betalen. Dat verhinderde hem echter niet tegen den Donderdag van
-halfvasten een schitterend feest voor te bereiden.
-
-Tegenover Renée's weigering voelde hij den woesten toorn van een
-krachtig man, die door de gril van een kind in zijn werk gestuit
-wordt. Met het bewijs van afstand in zijn zak, kon hij wel geld los
-krijgen, in afwachting van de schadeloosstelling. Toen hij vervolgens
-een beetje tot bedaren kwam en helder na kon denken, verwonderde
-hem die plotselinge ommekeer van zijn vrouw, zij was ongetwijfeld
-opgestookt. Hij kreeg er de lucht van, dat er een minnaar in het
-spel was. Dat voorgevoel was zoo sterk, dat hij naar zijn zuster liep
-om haar te ondervragen, van haar te hooren of zij niets van Renée's
-verborgen leven wist.
-
-Sidonie toonde zich zeer bitter. Zij vergaf haar schoonzuster de
-beleediging niet, die zij haar had aangedaan door haar weigering om
-mijnheer de Saffré te ontmoeten. Toen zij dan ook uit de vragen van
-haar broer begreep, dat deze zijn vrouw beschuldigde er een minnaar
-op na te houden, riep zij uit dat ze er zeker van was. En zij bood
-zich uit eigen beweging aan om de "duifjes" te bespieden. Dat snibbige
-nufje zou eens zien met wie zij te doen had.
-
-Het was Saccard's gewoonte niet onaangename waarheden uit te lokken,
-zijn belang alleen dwong hem de oogen, die hij wijselijk gesloten
-hield, te openen. Hij nam het aanbod van zijn zuster aan.
-
---Wees daar maar gerust op, ik kom alles te weten, zei zij op
-meewarigen toon. Ach, arme broer, Angèle zou je nooit verraden
-hebben. Zoo'n goede, edelmoedige man! Die Parijsche poppen hebben
-geen hart.... En ik heb haar nog voortdurend goeden raad gegeven!
-
-
-
-
-
-
-
-VI.
-
-
-Er was gemaskerd bal bij de Saccards, den Donderdag van halfvasten. De
-groote aantrekkelijkheid was het dichtstuk "Amours du beau Narcisse
-et de la Nymphe Echo", in drie tafereelen, dat door de dames opgevoerd
-zou worden.
-
-De schrijver van dit stuk, mijnheer Hupel de la Noue, reisde al meer
-dan een maand van zijn prefectuur naar het hôtel in het park Monceau,
-ten einde de repetities te leiden en zijn raad te geven over de
-kostuums. Hij had eerst gedacht zijn werk in verzen te schrijven,
-maar later had hij besloten tot tableaux vivants; dat was edeler,
-zei hij, dichter bij het antiek mooi.
-
-De dames konden er niet meer van slapen. Er waren er bij, die tot
-driemaal toe van kostuum veranderden. Er werden eindelooze besprekingen
-gehouden, met den prefect als voorzitter. Men was het al dadelijk
-oneens over de rol van Narcissus. Zou zij door een vrouw of door een
-man voorgesteld worden? Eindelijk werd er op aandringen van Renée
-beslist, dat die rol aan Maxime zou toevertrouwd worden, maar hij
-zou de eenige man zijn, en mevrouw de Lauwerens zei bovendien dat zij
-er nooit in toegestemd had, als "de kleine Maxime niet op een heusch
-meisje geleek". Renée zou de nimf Echo zijn.
-
-De kwestie van de kostuums bood meer zwarigheid aan. Maxime was een
-flinke hulp voor den prefect, die doodmoe was, te midden van negen
-vrouwen, wier dwaze verzinsels de zuivere lijnen van zijn ontwerp
-ernstig in gevaar brachten. Als hij naar ze geluisterd had, zou zijn
-Olympia zich geblanket hebben.
-
-Mevrouw d'Espanet wilde met alle geweld een sleepjapon hebben om
-haar tamelijk groote voeten te verbergen, terwijl mevrouw Haffner
-zich met een dierenhuid wou tooien. Mijnheer Hupel de la Noue stond
-op zijn stuk; hij werd zelfs boos; hij zei met overtuiging, dat hij
-afgezien had van de verzen om zijn dichtstuk te schrijven "met kunstig
-saamgevoegde stoffen en uitgezochte mooie standen".
-
---Het ensemble, dames, herhaalde hij bij elken nieuwen eisch, gij
-vergeet het ensemble!.... Ik kan toch niet het heele werk opofferen
-aan de strooken die u mij vraagt.
-
-De beraadslagingen werden in het gele salon gehouden. Men bracht er
-heele namiddagen zoek om den vorm van een rok vast te stellen. Worms
-werd verscheidene malen ontboden. Eindelijk was alles geregeld, de
-kostuums waren vastgesteld, de standen geleerd, en mijnheer Hupel
-de la Noue verklaarde zich voldaan. De verkiezing van mijnheer de
-Mareuil had hem minder moeite veroorzaakt.
-
-Les Amours du beau Narcisse et de la nymphe Echo zouden om elf uur
-beginnen. Om half elf was het groote salon al vol, en daar er bal na
-was, zaten de dames in groot toilet op fauteuils in een halven cirkel
-voor het geïmproviseerde tooneel, een verhevenheid die door twee breede
-roodfluweelen gordijnen met gouden franje, langs roeden schuivende,
-verborgen was. De heeren stonden achter de stoelen of liepen heen en
-weer. De behangers hadden om tien uur de laatste spijkers ingeslagen.
-
-De estrade verhief zich aan het einde van het salon en besloeg
-een geheelen zijkant van deze lange galerij. Men kwam op het
-tooneel door de rookkamer, die als foyer voor de artisten was
-ingericht. Bovendien hadden de dames op de eerste verdieping de
-beschikking over verscheidene kamers, waar een stoet van kameniers
-de toiletten voor de verschillende tableaux in gereedheid brachten.
-
-Het was half twaalf, en de gordijnen bleven gesloten. Een luid
-gegons van stemmen klonk in het salon. De rijen fauteuils boden het
-verwonderlijkste mengelmoes van markiezinnen, slotvrouwen, melkmeisjes,
-Spaansche vrouwen, herderinnen en sultanes; terwijl de dichte massa
-zwarte jassen een groote zwarte vlek vormde, naast die lichte stofjes
-en bloote schouders, flonkerend van edelgesteenten. De dames alleen
-waren verkleed. Het was al warm. De drie gaskronen brachten gloed in
-den overvloed van goud in het salon.
-
-Eindelijk zag men mijnheer Hupel de la Noue door een opening komen,
-die links van het tooneel was aangebracht. Van acht uur af was hij
-al bezig de dames te helpen. Zijn jas had op de linkermouw drie
-witte strepen van vingers, een dameshandje dat daarop gelegd was,
-na een greep in de poudre de riz doos. Maar de prefect had wel aan
-iets anders te denken! Zijn oogen puilden uit, zijn gezicht was bleek
-en opgezet. Hij scheen niemand te zien. En naar Saccard toegaande,
-dien hij herkende te midden van een groepje deftige heeren, zei
-hij halfluid:
-
---Sakkerloot, uw vrouw is haar bladeren-ceintuur kwijt.... Dat ziet
-er mooi uit!
-
-Hij vloekte, hij zou de lui hebben kunnen slaan. Vervolgens zonder
-antwoord af te wachten, zonder naar iets te zien, keerde hij zich om,
-dook weg onder de draperieën en verdween. De dames glimlachten om
-die zonderlinge verschijning.
-
-De groep te midden waarvan Saccard zich bevond, had zich achter de
-laatste rij stoelen gevormd. Men had zelfs een stoel uit die rij
-gehaald voor baron Gouraud, wiens beenen begonnen te zwellen. Daar
-bevond zich mijnheer Toutin-Laroche, die door den keizer tot lid van
-den Senaat benoemd was, mijnheer de Mareuil, wiens tweede verkiezing de
-Kamer bekrachtigd had; mijnheer Michelin, den vorigen dag gedecoreerd,
-en een beetje achteraf Mignon en Charrier, van wie de één met een
-grooten diamant in zijn das prijkte, terwijl de ander er een, nog
-grooter, aan zijn vinger had.
-
-De heeren praatten. Saccard verliet ze een oogenblik om op
-fluisterenden toon een woordje te wisselen met zijn zuster, die juist
-binnengekomen was en tusschen Louise de Mareuil en mevrouw Michelin
-plaats had genomen.
-
-Mevrouw Sidonie was als toovenares verkleed; Louise droeg heel kranig
-het kostuum van een page, dat haar nu heelemaal op een jongen deed
-lijken, de kleine Michelin, als Oostersche danseres, glimlachte lief
-onder haar met gouddraad gestikten sluier.
-
---Weet je iets? vroeg Saccard zachtjes aan zijn zuster.
-
---Neen, nog niets, antwoordde zij. Maar haar minnaar moet hier
-zijn.... Ik zal ze van avond wel snappen, daar kan je op rekenen.
-
---Je waarschuwt me toch dadelijk, niet waar?
-
-En Saccard wendde zich naar rechts en naar links, maakte Louise
-en mevrouw Michelin een complimentje. Hij vergeleek de een bij een
-houri van Mahomed, de andere bij een lieveling van Henri III. Zijn
-provençaalsch accent scheen heel zijn schrale persoontje te doen
-zingen van verrukking.
-
-Toen hij weer bij de groep deftige heeren kwam, nam mijnheer de Mareuil
-hem ter zijde en sprak hem over het huwelijk van hun kinderen. Er was
-niets aan veranderd, den volgenden Zondag zou het contract geteekend
-worden.
-
---Uitstekend, zei Saccard. Ik ben zelfs van plan het huwelijk van
-avond aan onze vrienden bekend te maken, als gij er geen bezwaar
-tegen hebt.... Ik wacht er mee op mijn broer den minister, die nu
-beloofd heeft te komen.
-
-De nieuwbakken afgevaardigde was verrukt. Intusschen verhief mijnheer
-Toutin-Laroche zijn stem, alsof hij aan de diepste verontwaardiging
-ten prooi was.
-
---Ja, heeren, zei hij tot mijnheer Michelin en de twee aannemers die
-naderbij kwamen, ik was zoo goedhartig geweest mijn naam aan zoo'n
-zaak te verbinden.
-
-En toen Saccard en Mareuil zich weer bij hem voegden, ging hij voort:
-
---Ik vertelde aan de heeren dat ongelukkige geval met de Société
-générale des ports du Maroc, je weet wel, Saccard?
-
-Deze hield zich goed. De bewuste maatschappij was met een vreeselijk
-schandaal ineengestort. Al te nieuwsgierige aandeelhouders hadden
-willen weten hoe het stond met de vestiging van die beroemde
-handelsstations aan de kust der Middellandsche zee, en een gerechtelijk
-onderzoek had aangetoond dat de havens van Marokko slechts bestonden
-op de kaarten van de ingenieurs, heel mooie kaarten, die in de
-kantoren der Maatschappij aan den muur hingen. Sedert dat oogenblik
-schreeuwde mijnheer Toutin-Laroche nog harder dan de aandeelhouders;
-hij was verontwaardigd en eischte dat men hem zijn onbevlekten naam
-zou teruggeven. En hij maakte zoo'n misbaar, dat het gouvernement,
-om dien nuttigen man tot bedaren te brengen en hem in de publieke
-opinie te rehabiliteeren, besloot hem senaatslid te maken. En zoo
-vischte hij den lang begeerden zetel op, in een zaak die hem bijna
-op de bank der beschuldigden had gebracht.
-
---Ge zijt wel vriendelijk u daarover te bekommeren, zei Saccard. Ge
-kunt wijzen op uw groot werk, het Wijnbouwcrediet, dat zegevierend
-uit alle moeielijkheden te voorschijn is getreden.
-
---Ja, mompelde de Mareuil, dat zegt alles.
-
-Het Wijnbouwcrediet was inderdaad in groote moeielijkheden geraakt,
-die zorgvuldig verborgen gehouden werden. Een minister die erg veel
-op had met deze finantiëele instelling, die de stad Parijs in haar
-macht had, had een speculatie op de rijzing uitgevonden, waarvan
-mijnheer Toutin-Laroche zich uitstekend had weten te bedienen. Niets
-was hem zoo welgevallig als loftuitingen op den voorspoed van het
-Wijnbouwcrediet. Hij lokte ze meestal uit. Hij dankte mijnheer de
-Mareuil met een blik, en zich naar baron Gouraud overbuigende, op
-wiens fauteuil hij vertrouwelijk leunde, vroeg hij hem:
-
---Hoe gaat het? Hebt u het niet te warm?
-
-De baron bromde iets onverstaanbaars.
-
---Hij vermindert met den dag, zei mijnheer Toutin-Laroche zachtjes,
-zich tot de andere heeren wendend.
-
-Mijnheer Michelin glimlachte, kneep van tijd tot tijd de oogleden
-halfdicht, om zijn roode lintje te zien. Mignon en Charrier, die
-stevig op hun groote voeten stonden, schenen zich veel meer thuis
-te voelen in hun gekleede jas, sinds zij briljanten droegen. Het
-was intusschen middernacht geworden, de gasten werden ongeduldig;
-zij durfden wel niet mopperen, maar de waaiers gingen zenuwachtig op
-en neer, en de gesprekken werden luider.
-
-Eindelijk verscheen mijnheer Hupel de la Noue weer. Hij had al éen
-schouder door de nauwe opening, toen hij mevrouw d'Espanet eindelijk de
-verhevenheid op zag komen; de dames, die reeds op haar plaats waren
-voor het eerste tableau, wachtten alleen nog op haar. De prefect
-keerde zich om en met zijn rug naar de toeschouwers wisselde hij een
-paar woorden met de markiezin, die achter de gordijnen stond. Terwijl
-hij haar met de vingertoppen zijn groeten toezond, zei hij zachtjes:
-
---Mijn compliment, markiezin. Uw kostuum is prachtig.
-
---En dat er onder zit is nog veel mooier! antwoordde de jonge vrouw
-leukweg, terwijl zij hem in zijn gezicht uitlachte, zoo komisch vond
-zij hem, zooals hij daar in die draperieën gehuld stond.
-
-Het gewaagde van die scherts verblufte den galanten mijnheer Hupel
-de la Noue een oogenblik, maar hij herstelde zich en hoe meer hij
-over de aardigheid nadacht, hoe meer hij er van genoot.
-
---Aardig, alleraardigst! fluisterde hij met een verrukt gezicht.
-
-Hij liet het gordijn weer vallen en kwam zich bij het groepje deftige
-mannen voegen; hij wilde van zijn werk genieten. Hij was nu niet meer
-de ontstelde man, die het bladerenceintuur van de nimf Echo zocht. Hij
-straalde van genot, en veegde zich puffend het voorhoofd af. Hij had
-nog altijd het witte handje op de mouw van zijn jas, bovendien zat
-er een roode vlek op den duim van zijn rechterhandschoen; hij had
-dien vinger zeker in de poederdoos van een der dames gestoken. Hij
-glimlachte, wuifde zich wat koelte toe, en stotterde:
-
---Ze is aanbiddelijk, verrukkelijk, verbazend.
-
---Wie? vroeg Saccard.
-
---De markiezin. Verbeeld u, zooeven zegt ze....
-
-En hij vertelde den kwinkslag. Men vond hem heel geestig. De heeren
-vertelden hem verder. Zelfs de waardige mijnheer Haffner, die juist
-aankwam, schonk er zijn bijval aan. Intusschen begon een piano,
-die ergens buiten het gezicht stond, een wals te spelen. Nu werd het
-opeens doodstil. In de eindelooze opeenvolging van grillige loopjes
-kwam telkens weer een zoetklinkend thema op het klavier omhoog en
-ging verloren in de trillende tonen van den nachtegaal, dan vielen
-de basstemmen weer in, langzamer. Het was een wals, die den wellust
-opwekte.
-
-De dames bogen het hoofd ietwat voorover en luisterden glimlachend
-toe. Maar de vroolijkheid van mijnheer Hupel de la Noue was plotseling
-verdwenen. Hij keek bezorgd naar de rood fluweelen gordijnen en zei bij
-zich zelf dat hij mevrouw d'Espanet haar plaats had moeten aanwijzen,
-even goed als aan de andere dames.
-
-De gordijnen werden langzaam opengeschoven, de piano hervatte zachtjes
-den zinnelijken wals. Een gemurmel verhief zich door de heele zaal. De
-dames bogen zich voorover, de heeren rekten de halzen uit, terwijl de
-bewondering zich hier en daar uitte in een te hardop gesproken woord,
-een onwillekeurigen zucht, een onderdrukt gelach. Dat duurde vijf
-volle minuten, onder de schitterende verlichting van de drie gaskronen.
-
-Gerustgesteld glimlachte mijnheer Hupel de la Noue gelukzalig. Hij
-kon geen weerstand bieden aan de verzoeking om tot degenen, die hem
-omringden, te zeggen wat hij al een maand lang zeide:
-
---Ik had er eerst over gedacht er verzen van te maken.... Maar zoo
-is het edeler van opvatting, niet waar?
-
-Terwijl de wals in een eindelooze wiegeling voortklonk, gaf hij
-nadere verklaringen. Mignon en Charrier waren naderbij gekomen en
-luisterden aandachtig.
-
---Gij kent het onderwerp, niet waar? De schoone Narcissus, zoon van
-den stroomgod Cephisos en de nimf Liriope, versmaadt de liefde van de
-nimf Echo.... Echo behoorde tot het gevolg van Juno, die zij door haar
-gesprekken bezig hield, terwijl Jupiter de aarde rondwandelde.... Echo,
-dochter van de lucht en van de aarde, zooals gij weet....
-
-En hij geraakte in verrukking voor de poëzie van de fabel. Toen ging
-hij op vertrouwelijken toon voort:
-
---Ik meende mijn verbeelding vrij spel te mogen laten.... De nimf
-Echo leidt den schoonen Narcissus naar Venus, in een zeegrot, opdat de
-godin hem in liefde doet ontgloeien. Maar de godin blijft onmachtig. De
-jonge man toont door zijn houding dat hij niet getroffen is.
-
-De verklaring was niet overbodig, want weinig toeschouwers in het
-salon begrepen de juiste beteekenis der groepen. Toen de prefect
-zijn personen halfluid had opgenoemd, werd de bewondering nog
-grooter. Mignon en Charrier zetten groote oogen op. Zij hadden er
-niets van begrepen.
-
-Op de estrade, tusschen de roodfluweelen gordijnen, was een grot
-aangebracht. Het decor bestond uit zijde met groote plooien gevouwen,
-beschilderd met schelpdieren, visschen en zeeplanten. De golvende
-vloer, die als een heuveltje oprees, was met dezelfde zijde bedekt,
-waarop de décorateur een fijn zand had geschilderd, bezaaid met parelen
-en zilveren lovertjes. Het was een verblijf voor een godin. Op den top
-van het heuveltje stond mevrouw de Lauwerens, als Venus; eenigszins
-gezet, haar rose tricot met de waardigheid van een hertogin van den
-Olymp dragende, had zij haar rol als vorstin der liefde opgevat met
-groote, gestrenge en verslindende oogen. Achter haar zag men het
-schalksche gelaat, de vleugels en den pijlkoker van Cupido, die door
-het glimlachende mevrouwtje Daste werd voorgesteld.
-
-Vervolgens hielden aan de eene zijde van het heuveltje, de drie
-Gratiën, de dames de Guende, Teissière en de Meinhold, geheel in
-neteldoek, elkander lachend omstrengeld, als in de beroemde groep
-van Pradier; terwijl aan de andere zijde de markiezin d'Espanet en
-mevrouw Haffner, in denzelfden stroom van kant gehuld, met de armen om
-elkanders middel, en de haren dooreengestrengeld een gewaagd hoekje in
-het tableau vormden, een herinnering aan Lesbos, die mijnheer Hupel
-de la Noue een beetje zachter, alleen voor de heeren, verklaarde,
-zeggende dat hij daarmede de macht van Venus had willen aantoonen.
-
-Onder aan den heuvel, stelde gravin Vanska den Wellust voor; zij
-strekte zich uit, in een laatste krampachtige trekking, de oogen
-kwijnend en halfgeopend, als afgemat; zij had haar zwarte haren
-losgemaakt, en door de met gele vlammen gestreepte tunica zag men
-stukjes van haar donkere huid.
-
-De kleuren der kostuums, van den sneeuwwitten sluier van Venus tot
-het donkerrood der tunica van den Wellust, vormden een zachten
-overgang, de overheerschende kleur was rose en vleeschkleur. En
-onder den electrischen stralenbundel, die heel vernuftig door een
-der tuinvensters op het tooneel gericht werd, vloeiden het gaas,
-de kant, al die lichte, doorzichtige stoffen zoo goed ineen met de
-schouders en de tricots, dat al dat rose en wit leven kreeg en men
-zich afvroeg of de dames hun liefde voor de plastische waarheid niet
-zoover gedreven hadden om zich geheel te ontkleeden.
-
-Dat was slechts de apotheose; het drama werd op den voorgrond
-vertoond. Links strekte Renée, de nimf Echo, haar armen naar de groote
-godin uit, het hoofd half naar Narcissus gewend met een smeekenden
-blik, als om hem uit te noodigen Venus aan te zien, wat op zich zelf
-al voldoende is om in een hartstochtelijke liefde te ontbranden; maar
-Narcissus, die ter rechterzijde stond, maakte een weigerend gebaar,
-hij bedekte de oogen met de hand en bleef even koel.
-
-De kostuums van deze twee personen hadden mijnheer Hupel de la Noue
-heel wat hoofdbreken gekost. Narcissus, als de halfgod der bosschen,
-droeg een ideaal jagerskostuum: groenachtig tricot, kort nauwsluitend
-mouwvest en een eiketakje in het haar. De kleeding van de nimf Echo was
-alleen reeds een heele allegorie; zij had iets van de groote boomen
-en van de hooge bergen, van de weergalmende plaatsen waar de stemmen
-der aarde en der lucht elkaar beantwoorden; zij stelde de rots voor
-door het witte satijn van den rok, het kreupelhout door de bladeren
-van het ceintuur, den wolkenloozen hemel door het blauwe gaas van
-het keurslijf.
-
-En de groepen stonden onbewegelijk stil, de zinnelijke toon van den
-Olymp klonk in de oogverblinding van den breeden straalbundel, terwijl
-de piano haar klagenden liefdezang, door diepe zuchten afgebroken,
-voortzette.
-
-Men vond algemeen dat Maxime prachtig gevormd was. Bij zijn weigerend
-gebaar, kwam zijn linkerheup fraai uit en trok zeer de aandacht. Maar
-men was eenstemmig in zijn lof over de gelaatsuitdrukking van
-Renée. Volgens mijnheer Hupel de la Noue, was zij "de smart over
-de onbevredigde begeerte". Zij had een scherpen glimlach, die zich
-nederig trachtte voor te doen, zij beloerde haar prooi, in haar stomme
-smeekbede lag iets van een uitgehongerde wolvin, die haar tanden maar
-half verbergt.
-
-Het eerste tableau slaagde goed, behalve dat die dwaze Adeline zich
-bewoog en ternauwernood een onweerstaanbare lachbui bedwong. De
-gordijnen werden weer dichtgeschoven en de piano zweeg.
-
-Toen applaudisseerde men bescheiden en de gesprekken werden hervat.
-
-Een ademtocht van liefde, van bedwongen begeerte, was neergedaald
-van al dat naakt op de estrade, en streek door de zaal, waar de dames
-nog kwijnender achterover leunden in haar stoelen, terwijl de heeren
-elkander glimlachend hun opmerkingen toefluisterden.
-
-Het was een gefluister als in een slaapkamer, een halve stilte van
-een beschaafd gezelschap, een verlangen naar zingenot ternauwernood
-aangeduid door een trilling der lippen; en in de zwijgende blikken, die
-elkander te midden van die verrukking ontmoetten, werd met een brutale
-vrijmoedigheid liefde geboden en met een oogwenk die liefde aanvaard.
-
-Er kwam geen einde aan de loftuitingen op de volmaaktheden der
-dames. Haar kostuums werden bijna even belangrijk geacht als haar
-schouders. Toen Mignon en Charrier mijnheer Hupel de la Noue wilden
-ondervragen, zagen zij hem tot hun verbazing niet meer naast zich;
-hij was al weer achter de estrade weggedoken.
-
---Zooals ik u zooeven vertelde, lieve, zei mevrouw Sidonie, haar
-gesprek vervolgende, dat door het eerste tableau was afgebroken,
-had ik een brief uit Londen gekregen, over die zaak van de drie
-milliarden, weet u.... De persoon dien ik met het onderzoek belast heb,
-schrijft me dat hij het ontvangbewijs van den bankier meent gevonden
-te hebben. Engeland zou betaald hebben.... Ik ben er den heelen dag
-door van streek geweest.
-
-Ze was werkelijk geler dan gewoonlijk, in haar met sterren bezaaide
-toovenareskostuum. En daar mevrouw Michelin niet naar haar luisterde,
-ging zij op zachter toon voort, mompelende dat Engeland onmogelijk
-betaald kon hebben, en dat ze bepaald zelf naar Londen moest gaan.
-
---Het kostuum van Narcissus was mooi, vond u niet? vroeg Louise aan
-mevrouw Michelin.
-
-Deze glimlachte. Zij keek naar baron Gouraud, die heelemaal
-opgevroolijkt scheen in zijn fauteuil. Mevrouw Sidonie, de richting
-van haar blik volgende, boog zich naar haar over en fluisterde haar
-in het oor, om niet door het meisje gehoord te worden:
-
---Heb je het nog van hem gedaan gekregen?
-
---Ja, antwoordde de jonge vrouw, kwijnend, haar rol van Oostersche
-danseres uitmuntend spelend. Ik heb het huis van Louveciennes
-gekozen, en de eigendomsbewijzen heb ik van zijn zaakgelastigde
-gekregen.... Maar we zijn kwaad met elkaar, ik zie hem niet meer.
-
-Louise had een bijzonder fijn gehoor voor de dingen, die zij niet
-hooren mocht. Zij keek naar baron Gouraud met de vrijpostigheid die
-bij haar kostuum als page paste, en zei kalmpjes tot mevrouw Michelin:
-
---Vindt u den baron niet afschuwelijk leelijk?
-
-En met een schaterlach ging zij voort:
-
---Zeg, hij had de rol van Narcissus moeten hebben. Hij zou kostelijk
-zijn in een appelgroen tricot!
-
-Het oude senaatslid was inderdaad wat opgefleurd door het zien van
-Venus en dat wellustige plekje van den Olymp. Hij keek met opgetogen
-blikken rond en draaide zich half om ten einde Saccard een complimentje
-te maken.
-
-In de rumoerige drukte van de zaal bleef het groepje ernstige mannen
-over zaken en over de politiek spreken. Mijnheer Haffner vertelde,
-dat hij benoemd was tot president van een jury, die belast was met de
-regeling der schadevergoedingen. Toen kwam het gesprek als van zelf
-op de werken van Parijs, op den boulevard du Prince-Eugène, waarover
-men ernstig onder het publiek begon te spreken. Saccard greep deze
-gelegenheid aan, sprak van iemand dien hij kende, een eigenaar, dien
-men nu zeker wel zou onteigenen. En hij keek de heeren strak aan. De
-baron knikte zachtjes met het hoofd; mijnheer Toutin-Laroche ging
-verder, hij verklaarde dat er niets onaangenamers was dan onteigend
-te worden; mijnheer Michelin beaamde dit en keek schuins naar zijn
-decoratie.
-
-De schadevergoedingen kunnen nooit te hoog zijn, besloot mijnheer de
-Mareuil heel wijs, om Saccard te believen.
-
-Zij hadden elkaar begrepen. Maar Mignon en Charrier droegen hun eigen
-zaken voor. Zij waren van plan binnen kort uit de zaken te treden
-en zich in Langres te vestigen, zeiden zij, maar dan toch in Parijs
-een pied-à-terre te houden. De heeren moesten onwillekeurig lachen,
-toen zij vertelden, dat zij hun prachtig hôtel op den boulevard
-Malesherbes zoo mooi gevonden hadden, toen het af was, dat zij den
-lust niet hadden kunnen weerstaan om het te verkoopen. Zij hadden zich
-zeker getroost met hun briljanten. Saccard lachte ietwat gedwongen;
-zijn vroegere compagnons hadden enorme winsten behaald in een zaak,
-waarbij hij de rol van slachtoffer gespeeld had. En daar de pauze
-wat lang duurde, werd het gesprek der ernstige mannen afgebroken door
-loftuitingen op den hals van Venus en de kleeding van de nimf Echo.
-
-Na een groot halfuur kwam mijnheer Hupel de la Noue weer te
-voorschijn. Hij was geheel verdiept in zijn succès, en de wanorde
-van zijn kleeding was er niet beter op geworden. Toen hij naar zijn
-plaats ging, ontmoette hij mijnheer de Mussy. Hij drukte hem in het
-voorbijgaan de hand, toen keerde hij zich weer om, om hem te vragen:
-
---Heb je dat aardige gezegde van de markiezin al gehoord?
-
-En hij vertelde het hem, zonder zijn antwoord af te wachten. Hij
-drong er hoe langer hoe dieper in door, hij gaf er commentaren bij,
-hij vond het ten slotte heerlijk naïef. En dat er onder zit is nog
-veel mooier! Die kreet kwam uit het hart voort.
-
-Maar mijnheer de Mussy dacht er anders over. Hij vond de uitdrukking
-onbetamelijk. Hij was attaché geworden bij het Engelsche gezantschap,
-en de minister had hem gezegd dat een onberispelijke houding een
-eerste vereischte was. Hij weigerde den cotillon te leiden, hij werd
-ernstiger en sprak niet meer over zijn liefde voor Renée, die hij
-deftig groette wanneer hij haar ontmoette.
-
-Mijnheer Hupel de la Noue voegde zich weer bij het groepje dat zich
-achter den fauteuil van den baron gevormd had, toen de piano een
-triomfmarsch aanhief. Krachtig aangeslagen akkoorden leidden een breede
-melodie in, waarin nu en dan de klank van metaal weerklonk. Na iedere
-phrase werd de rythmus in hooger tonen hervat. Het klonk krachtig
-en vroolijk.
-
---U zult zien, mompelde mijnheer Hupel de la Noue; ik heb de
-dichterlijke vrijheid misschien wat te ver gedreven; maar ik geloof
-dat ik het er nog al goed afgebracht heb.... De nimf Echo, ziende
-dat Venus geen macht heeft over den schoonen Narcissus, brengt hem
-bij Plutus, den god van den rijkdom en de edele metalen.... Na de
-verlokking van het vleesch, de verzoeking van het goud.
-
---Dat is klassiek, antwoordde de heer Toutin-Laroche droogweg, met een
-vriendelijk lachje. U is op de hoogte van uw tijd, mijnheer de prefect.
-
-De gordijnen gingen open, de piano speelde harder. Het was
-oogverblindend. Het electrische licht viel op een schitterende pracht,
-waarin de toeschouwers eerst niets dan een vuurgloed zagen, waarin
-goudstaven en kostbare steenen schenen te smelten. Een tweede grot
-werd zichtbaar; ditmaal was het echter niet het frissche verblijf van
-Venus, bespoeld door een vloed die op een met paarlen bezaaid fijn zand
-wegvloeide. Deze grot was waarschijnlijk te vinden in het binnenste der
-aarde, in een diepe, heete aardlaag, een spleet van de hel der oudheid,
-een scheur in een mijn van smeltende metalen, door Plutus bewoond.
-
-De zijden stof, die de rots voorstelde, vertoonde breede aderen van
-metaal, beddingen die als het ware de aderen van de oude wereld waren,
-de onmetelijke rijkdommen en het eeuwige leven van den aardbodem met
-zich voerende. Op den grond, hier had mijnheer Hupel de la Noue zich
-aan een anachronisme gewaagd, lag het bezaaid met twintigfrancsstukken,
-die hier en daar heele stapels vormden.
-
-Boven dien stapel goud, zat mevrouw de Guende als een vrouwelijke
-Plutus, een Plutus die hals en boezem vertoonde in de groote
-metaalbladen van zijn kostuum. Om den god groepeerden zich, in staande
-of halfliggende houding, tot een tros vereenigd, of afzonderlijk
-bloeiende, de tooverachtige bloemen van deze grot, waar de kalifen
-der Duizend en een Nacht hun schatkist geledigd hadden.
-
-Het waren mevrouw Haffner als het Goud, met een stijf, schitterend
-bisschopskleed, mevrouw d'Espanet als het Zilver, glinsterend als het
-maanlicht; mevrouw de Lauwerens als Saffier, in een warmblauw kostuum,
-en naast haar de kleine mevrouw Daste, een glimlachende Turkoois,
-zacht blauwend; daarop kwamen de Smaragd, mevrouw de Meinhold, en
-de Topaas, mevrouw Teissière; ietwat lager, leende mevrouw Vanska
-haar donkeren gloed aan het Koraal, uitgestrekt, de armen opgeheven
-en beladen met roode hangers, als een wonderschoone poliep, die
-vrouwenvleesch vertoonde in de rose gapingen van een parelmoerschelp.
-
-De dames hadden ieder halskettingen, armbanden, geheele parures,
-van de edelgesteenten die zij voorstelden. De aandacht viel vooral
-op de origineele versierselen van de dames d'Espanet en Haffner,
-uitsluitend van nieuwe goud- en zilverstukjes.
-
-Op den voorgrond bleef het drama eender, de nimf Echo bracht den
-schoonen Narcissus in verzoeking, doch deze maakte weer een weigerend
-gebaar. En de oogen der toeschouwers rustten met verrukking op die
-gapende opening in de gloeiende ingewanden der aarde, dien stapel
-goud waarop zich de rijkdom der wereld wentelde.
-
-Dit tweede tableau had nog meer bijval dan het eerste. Het bleek een
-bijzonder vernuftig denkbeeld te zijn. Dat gewaagde anachronisme van
-de twintigfrancsstukken, die stroom uit een moderne geldkist in een
-hoekje van de grieksche mythologie uitgegoten, streelde de verbeelding
-van de dames en de geldmannen die daar aanwezig waren. "Wat een
-goudstukken! wat een geld!" klonk het met glimlachjes en rillingen van
-genot door de gansche zaal; en het leed geen twijfel of al die dames
-en al die heeren koesterden den vurigen wensch om al dat heerlijks
-voor zich alleen, in een kelder, te hebben.
-
---Engeland heeft betaald, dat zijn uw milliarden, fluisterde Louise
-mevrouw Sidonie ondeugend in het oor.
-
-En mevrouw Michelin, die in begeerige verrukking den mond half
-open hield, schoof haar Oosterschen sluier ter zijde en keek met
-schitterende oogen naar het goud, terwijl de ernstige heeren een
-onmacht nabij waren. Mijnheer Toutin-Laroche fluisterde met een
-opgetogen blik iets tot den baron, die gele vlekken in zijn gezicht
-vertoonde. Maar Mignon en Charrier, minder bescheiden, zeiden met
-een lompe naïefheid:
-
---Sakkerloot! Daar ligt genoeg om Parijs af te breken en weer op
-te bouwen.
-
-Saccard begreep de diepzinnigheid van dit gezegde; hij begon te
-gelooven dat Mignon en Charrier de lui voor den gek hielden, met hun
-voorgewende onnoozelheid.
-
-Toen de gordijnen weer dicht gingen en de piano de triomfmarsch
-besloot met een groot geweld van op elkander geworpen noten, als
-de laatste scheppenvol goudstukken, barstten de toejuichingen los,
-levendiger en aanhoudender dan de eerste maal.
-
-Intusschen was de minister, vergezeld van zijn secretaris, mijnheer
-de Saffré, aan de deur van het salon verschenen.
-
-Saccard, die al ongeduldig op de komst van zijn broer gewacht had,
-wilde hem gauw te gemoet gaan. Maar hij wenkte hem toe te blijven
-waar hij was. En hij kwam zachtjes naar het groepje ernstige mannen
-toe. Toen de gordijnen dicht waren en men hem bemerkte, liep er een
-gefluister door de zaal, alle hoofden keerden zich om; de minister
-woog op tegen het succès van les Amours du beau Narcisse et de la
-nymphe Echo.
-
---U is een dichter, mijnheer de prefect, zei hij glimlachend tot
-mijnheer Hupel de la Noue. U hebt vroeger een dichtbundel uitgegeven,
-les Volubilis, geloof ik?.... Ik zie dat de beslommeringen der
-administratie uw verbeelding niet uitgeput hebben.
-
-De prefect gevoelde het stekelige van dit compliment. De plotselinge
-aanwezigheid van zijn chef bracht hem nog meer van zijn stuk,
-doordat toen hij een vluchtigen blik op zijn toilet wierp, om te
-zien of er niets aan ontbrak, hij op de mouw van zijn jas het witte
-handje ontdekte, dat hij niet durfde afvegen. Hij boog en stotterde
-een paar woorden.
-
---Waarlijk, ging de minister voort, tot mijnheer Toutin-Laroche,
-baron Gouraud en al de andere heeren die daar stonden, al dat goud
-was een wondermooi schouwspel. We zouden groote dingen doen, als
-mijnheer Hupel de la Noue geld voor ons sloeg.
-
-Dit was, in de taal van een minister, hetzelfde als wat Mignon en
-Charrier gezegd hadden. Toen maakten mijnheer Toutin-Laroche en de
-anderen hem het hof, zij weidden uit over het laatste gezegde van den
-minister: het keizerrijk had al wonderen gewrocht; aan goud ontbrak
-het niet, dank het beleid der regeering, nog nooit had Frankrijk
-zoo'n mooie positie tegenover Europa ingenomen, en de heeren werden
-eindelijk zoo kruiperig, dat de minister zelf het gesprek op iets
-anders bracht. Hij hoorde hen aan, met opgericht hoofd, de mondhoeken
-ietwat opgetrokken, wat zijn dik, bleek, zorgvuldig geschoren gelaat
-een trek van twijfel en glimlachende minachting gaf.
-
-Saccard deed intusschen zijn best om het gesprek daarheen te leiden,
-dat hij met de aankondiging van Maxime's huwelijk voor den dag kon
-komen. Hij deed alsof hij bijzonder vertrouwelijk met zijn broer was,
-en deze liet het zich aanleunen; hij wilde zijn broer dien dienst
-wel bewijzen. Hij was werkelijk de meerdere, met zijn helderen blik,
-zijn zichtbare minachting voor kleinzielige schelmerijen, zijn breede
-schouders, die met éen beweging al die menschen omver hadden kunnen
-werpen.
-
-Toen het huwelijk eindelijk ter sprake kwam, betoonde hij zich heel
-innemend, hij gaf te kennen dat hij zijn huwelijksgeschenk al gereed
-had. Hij doelde op Maxime's benoeming tot auditeur bij den Raad van
-State. Hij herhaalde zijn broer zelfs tot tweemaal toe, met een air
-van goedigheid:
-
---Zeg vooral aan je zoon, dat ik zijn getuige wil zijn.
-
-Mijnheer de Mareuil kreeg een kleur van blijdschap. Men feliciteerde
-Saccard. Mijnheer Toutin-Laroche bood zich aan als tweeden
-getuige. Daarop kwam het gesprek plotseling op de echtscheiding. Een
-lid van de oppositie had den "treurigen moed" gehad, zei mijnheer
-Haffner, die schande der maatschappij te verdedigen. En allen
-protesteerden. Hun zedigheid vond treffende argumenten. Mijnheer
-Michelin glimlachte bescheiden tegen den minister, terwijl Mignon
-en Charrier met verwondering opmerkten dat de kraag van zijn jas
-versleten was.
-
-Al dien tijd bleef mijnheer Hupel de la Noue verlegen tegen den
-fauteuil van baron Gouraud geleund, die zich vergenoegd had met den
-minister een stilzwijgenden handdruk te wisselen. De dichter durfde
-zich niet van zijn plaats bewegen. Een onbeschrijfelijk gevoel,
-de vrees om belachelijk te schijnen, de angst om bij zijn chef uit
-de gunst te geraken, hielden hem terug, ofschoon hij van begeerte
-brandde om de dames haar plaats op de estrade aan te wijzen, voor
-het laatste tableau. Hij zocht naar een goed gekozen woord om weer
-in de gunst te komen. Hij was hoe langer hoe meer met zijn figuur
-verlegen, toen hij mijnheer de Saffré bemerkte; hij nam hem bij den
-arm en klampte zich aan hem vast. De jonge man trad juist binnen,
-hij was dus nog een versch slachtoffer.
-
---Kent u den kwinkslag van de markiezin al? vroeg de prefect hem.
-
-Maar hij was zoo in de war, dat hij de zaak niet eens meer pikant
-kon voorstellen. Hij raakte in den knoei.
-
---Ik zei haar: "U hebt een bekoorlijk kostuum" en zij antwoordde:....
-
---Dat er onder zit is nog veel mooier, voltooide mijnheer de Saffré
-bedaard. Dat is al oud, mijn waarde, heel oud.
-
-Mijnheer Hupel de la Noue keek hem verslagen aan. Het gezegde was oud,
-en hij was nog al van plan om het naïeve van dien kreet des harten
-goed in het licht te stellen.
-
---Oud, oud als de wereld, herhaalde de secretaris. Mevrouw d'Espanet
-heeft het al tweemaal op de Tuilerieën gezegd.
-
-Dat was de genadeslag. De prefect bekommerde zich niet meer om den
-minister, niet om de geheele zaal. Hij begaf zich naar de estrade,
-toen de piano een treurig voorspel aanhief, met weemoedige trillers;
-daarop klonken de klagende tonen breeder en voller, en de gordijnen
-werden opengeschoven.
-
-Mijnheer Hupel de la Noue, die reeds half verdwenen was, kwam het
-salon weer binnen, toen hij de ringen hoorde schuiven. Hij was bleek,
-scheen wanhopig, hij moest zich geweld aandoen om de dames geen standje
-te maken. Zij hadden haar plaats heel alleen ingenomen! Zeker die
-kleine d'Espanet, die het komplotje gesmeed had om gauw van kostuum
-te verwisselen en het buiten hem te stellen. Het leek nergens naar,
-het deugde heelemaal niet!
-
-Hij kwam weer terug, binnensmonds prevelend. Hij keek over de estrade,
-haalde zijn schouders op en mopperde:
-
---De nimf Echo komt te dicht bij den kant.... En dat been van den
-mooien Narcissus, daar zit niets edels in....
-
-Mignon en Charrier, naderbij gekomen om de "verklaring" te hooren,
-waagden het hem te vragen "wat de jonge man en dat meisje daar op den
-grond deden." Maar hij gaf geen antwoord, hij weigerde zijn dichtstuk
-uit te leggen, en toen de aannemers aandrongen, klonk het nijdig:
-
---Wel, het kan me niets meer schelen, als de dames buiten mij om haar
-plaatsen innemen!
-
-De piano liet weeke, snikkende tonen hooren. Op het tooneel zag
-men een open plek in een bosch, die door het electrische licht in
-een zonnig licht gebaad werd. Het was een ideaal plekje, met blauwe
-boomen, groote gele en roode bloemen, die bijna even hoog opschoten
-als de eikeboomen. Daar, op een heuveltje van graszoden zaten Venus en
-Plutus naast elkaar, omstuwd door nimfen, die uit de naaste struiken
-waren toegesneld om hen tot escorte te dienen. Daar waren de dochters
-der boomen, de dochters der bronnen, die der bergen, alle lachende,
-naakte godinnen van het woud. En de god en de godin zegevierden,
-zij straften de koelheid van den hoogmoedige die hen geminacht had,
-terwijl de groep der nimfen nieuwsgierig toezag, met een heilige vrees,
-naar de wraak van den Olymp, op den voorgrond. Daar vond het drama
-zijn ontknooping. De schoone Narcissus lag aan den rand van een beek,
-die van den achtergrond kwam, en bekeek zich in den waterspiegel; men
-had zelfs de waarheid zoo ver gedreven, dat men werkelijk spiegelglas
-op den bodem der beek had neergelegd.
-
-Het was echter niet meer de jonge man, die in vrijheid door de bosschen
-zwierf; de dood verraste hem te midden van de opgetogen bewondering
-voor zijn eigen beeld; de dood maakte hem machteloos en Venus met
-haar uitgestrekten vinger, als de godin der apotheose, bracht over
-hem de noodlottige betoovering. Hij werd een bloem. Zijn ledematen
-werden groen, rekten zich uit en zijn nauwsluitend kostuum van groen
-satijn, de buigzame stengel, de lichtgebogen beenen verzonken in de
-aarde, vatten wortel, terwijl de romp, met breede witsatijnen banen
-versierd, tot een verwonderlijk fraaie bloemkroon ontlook. Het blonde
-haar van Maxime verhoogde de illusie, bracht met zijn lange krullen,
-gele stampers te midden der witte bloembladeren.
-
-En de groote ontluikende bloem, met nog menschelijke vormen, boog het
-hoofd naar de bron, met omfloersden blik, het gelaat glimlachend in
-een wellustige verrukking, alsof de schoone Narcissus eindelijk in den
-dood de begeerten bevredigd had, die hij voor zichzelf gekoesterd had.
-
-Een paar schreden verder, stierf eveneens de nimf Echo; zij stierf aan
-onbevredigden hartstocht: zij voelde haar brandende leden langzamerhand
-bevriezen en hard worden als de grond waarop zij lag. Zij werd geen
-gewone rots, met mos begroeid, maar wit marmer, door haar schouders
-en haar armen, door haar sneeuwwit kleed, waarvan de bladerengordel
-en de blauwe sjerp waren afgegleden. Ineengezonken in het satijn van
-haar rok, die zich in breede plooien vouwde, als een blok marmer,
-lag zij achterover; het eenige dat nog leefde in dat marmeren beeld,
-waren haar vrouwenoogen, glinsterende oogen, gericht op de waterbloem,
-die zich smachtend over den waterspiegel heenboog. En het scheen reeds
-of alle liefdeklanken uit het bosch, de lang aangehouden stemmen
-van het kreupelhout, de geheimzinnige trillingen der bladeren, de
-diepe zuchten der groote eiken, kwamen aangolven tegen het marmeren
-vleesch van de nimf Echo, wier hart, nog steeds bloedend in het blok,
-een langen weerklank gaf, de minste klachten van de Aarde en de Lucht
-in de verte herhalend.
-
---Wat hebben ze dien armen Maxime toegetakeld, fluisterde Louise. En
-mevrouw Saccard, die lijkt wel dood.
-
---Zij is begraven onder de poudre de riz, zei mevrouw Michelin.
-
-Andere weinig welwillende opmerkingen werden gemaakt. Het derde tableau
-had niet het onbetwiste succès van de beide eerste. Toch had juist
-die tragische ontknooping mijnheer Hupel de la Noue in geestdrift
-gebracht voor zijn eigen talent. Hij bewonderde zich daarin, als zijn
-Narcissus in zijn spiegelglas. Hij had er een aantal dichterlijke en
-wijsgeerige strekkingen in neergelegd.
-
-Toen de gordijnen voor de laatste maal waren dichtgeschoven en de
-toeschouwers als welopgevoede lui geapplaudisseerd hadden, had hij een
-vreeselijke spijt dat hij aan zijn boosheid toegegeven en de laatste
-bladzijde van zijn dichtstuk niet uitgelegd had. Hij wou toen aan
-de omstanders de verklaring geven van de bekoorlijke, grootsche of
-eenvoudigweg guitige dingen, die de schoone Narcissus en de nimf Echo
-voorstelden, en hij poogde zelfs te zeggen wat Venus en Plutus daar
-in dat open plekje deden; maar de heeren en dames, wier praktische
-geest de grot van het vleesch en die van het goud begrepen had, hadden
-weinig lust om zich te verdiepen in de mythologische complicaties van
-den prefect. Mignon en Charrier, die bepaald alles wilden begrijpen,
-waren de eenigen die hem er naar vroegen. Hij maakte zich van hen
-meester, hij hield ze, in een vensternis, bijna twee uur aan de praat
-met zijn Metamorphosen van Ovidius.
-
-Intusschen nam de minister afscheid. Hij maakte zijn verontschuldiging
-dat hij onmogelijk kon wachten op de mooie mevrouw Saccard, om haar
-zijn compliment te maken over de volmaakte gratie van de nimf Echo. Hij
-had drie of vier maal de zaal rondgewandeld aan den arm van zijn broer,
-de dames groetende en enkele handdrukken wisselend. Nog nooit had hij
-zich zoo voor Saccard gecompromitteerd. Deze straalde van genoegen,
-toen zijn broer bij het heengaan hardop zei:
-
---Ik verwacht je morgenochtend. Kom bij me ontbijten.
-
-Het bal zou een aanvang nemen. De bedienden hadden de fauteuils
-der dames langs de muren geplaatst. Het groote salon spreidde nu,
-van het gele salonnetje tot aan het tooneel, zijn naakte tapijt uit,
-welks groote purperen bloemen zich openden, onder het licht van de
-kristallen kronen. De warmte nam toe, de roode behangsels bruinden met
-hun weerschijn het goud van de meubels en het plafond. Men wachtte
-met de opening van het bal totdat de dames, Echo, Venus, Plutus en
-de anderen, van kostuum verwisseld hadden.
-
-Mevrouw d'Espanet en mevrouw Haffner verschenen het eerst. Zij hadden
-haar kostuum van het tweede tableau weer aangedaan; de een was het
-Goud, de andere het Zilver. Men vormde een kring om ze en feliciteerde
-ze; en zij vertelden haar emoties.
-
---Ik was bijna in lachen uitgebarsten, zei de markiezin, toen ik van
-verre den grooten neus van mijnheer Toutin-Laroche zag, die me aankeek!
-
---Ik geloof dat ik een stijven nek heb, merkte de blonde Suzanna. Als
-het een minuut langer geduurd had, zou ik mijn hoofd weer gewoon
-gehouden hebben, zoo'n pijn deed mijn nek.
-
-Mijnheer Hupel de la Noue, die nog steeds in de vensternis stond,
-wierp ongeruste blikken op het groepje dat zich om de twee vrouwen
-geschaard had; hij was bang dat men hem zou uitlachen. De andere
-nimfen kwamen achtereenvolgens binnen; allen hadden haar kostuum met de
-edelgesteenten; gravin Vanska had een uitbundig succès als Koraal, toen
-men de vernuftige bijzonderheden van haar kostuum van nabij kon zien.
-
-Daarop kwam Maxime binnen, onberispelijk in zijn zwarte jas met een
-glimlach op het gezicht; dadelijk werd hij door een heelen stoet
-dames omringd, waarvan hij het middelpunt uitmaakte; men plaagde
-hem met zijn rol van bloem, zijn voorliefde voor spiegels; hij,
-zonder eenige verlegenheid, ging voort met glimlachen, antwoordde
-op de plagerijen, bekende dat hij zich zelf aanbiddelijk vond en
-dat hij genoeg ondervinding van de vrouwen had, om zichzelf boven
-haar te verkiezen. Men lachte nog harder, het troepje groeide aan,
-besloeg het geheele midden van het salon, terwijl de jonge man,
-als verzonken tusschen die menigte van schouders, dien chaos van
-schitterende kostuums, zijn geur van monsterachtige liefde, zijn
-verdorven zachtheid van blanke bloem behield.
-
-Maar toen Renée eindelijk beneden kwam, ontstond er eenige stilte. Zij
-had een nieuw kostuum aangedaan, van zoo'n origineele bevalligheid
-en zoo'n vrijmoedigheid, dat de heeren en dames, die toch gewoon
-waren aan de buitensporige luimen van de jonge vrouw, een beweging
-van verrassing niet konden onderdrukken.
-
-Zij was gekleed als een inboorlinge van Otaheite. Dat kostuum schijnt
-zoo primitief mogelijk te zijn; een zachtgekleurd tricot omsloot haar
-van de voeten tot de borst, haar schouders en armen bloot latende; en
-over dat tricot een eenvoudige neteldoeksche blouse, kort en met twee
-strooken voorzien om de heupen een beetje te verbergen. In het haar,
-een krans veldbloemen; om de enkels en de polsen, gouden ringen. Anders
-niets. Zij was naakt.
-
-Het tricot had de lenigheid van vleesch, onder de dunne blouse;
-de zuivere lijn van die naaktheid liet zich volgen, van de knieën
-tot de oksels een weinig uitgewischt door de strooken, maar bij de
-minste beweging weer verschijnende, en zich scherper afteekenende
-tusschen de openingen der kanten. Het was een aanbiddelijke wilde,
-een woest zinnelijk meisje, ternauwernood verborgen in een witte wolk,
-een dichten nevel, waarin haar geheele lichaam zich liet raden.
-
-Renée naderde met vluggen tred, en roodgekleurde wangen. Céleste
-had het eerste tricot laten bersten; gelukkig had de jonge vrouw,
-dat geval voorziende, haar voorzorgen genomen.
-
-Dat gescheurde tricot had haar opgehouden. Zij scheen zich weinig om
-haar triomf te bekommeren. Haar handen brandden, haar oogen schitterden
-van koorts. Toch glimlachte zij nog en beantwoordde zij met een enkel
-woord de heeren, die haar staande hielden en haar een complimentje
-maakten over haar edele houdingen in de tableaux vivants.
-
-Verbaasd en verrukt over de doorschijnendheid van haar neteldoeksche
-blouse, bleven de heeren haar nastaren. Toen zij aan de groep vrouwen
-gekomen was, die Maxime omringden, wekte haar verschijning uitroepen
-van verrassing; de markiezin bekeek haar van het hoofd tot de voeten
-en fluisterde met een teederen blik:
-
---Ze is heerlijk gevormd.
-
-Mevrouw Michelin, wier Oostersch kostuum vreeselijk stijf werd
-naast dezen eenvoudigen sluier, beet zich op de lippen, terwijl
-mevrouw Sidonie, in haar zwarte japon van toovenares, haar in het
-oor fluisterde:
-
---Onbetamelijker kan het al niet, vind je wel, lieve?
-
---Neen maar, zei de mooie brunette, wat zou mijnheer Michelin boos
-worden, als ik me zoo ontkleedde!
-
---En hij zou gelijk hebben ook, besloot de makelaarster.
-
-Het groepje ernstige mannen scheen die meening niet toegedaan. Zij
-genoten van verre. Mijnheer Michelin, dien zijn vrouw er zoo te onpas
-bij noemde, geraakte in extase, om den heer Toutin-Laroche en baron
-Gouraud te believen, die Renée's kostuum verrukkelijk vonden.
-
-Saccard ontving heel wat complimentjes over de prachtige vormen van
-zijn vrouw. Hij boog en toonde zich zeer getroffen. De soirée had hem
-redenen tot groote tevredenheid gegeven, en zonder een bezorgdheid
-die nu en dan in zijn oogen te lezen was, als hij een snellen blik
-op zijn zuster richtte, zou hij volmaakt gelukkig geschenen zijn.
-
---Zeg, ze had ons nog nooit zooveel laten zien, zei Louise gekscherend
-aan Maxime's oor, met een oogknipje naar Renée.
-
-Onmiddellijk daarop verbeterde zij haar gezegde, met een
-onbeschrijfelijken glimlach:
-
---Aan mij, ten minste.
-
-De jonge man keek haar aan, ongerust, maar zij lachte grappig, als
-een schooljongen die schik heeft in een ietwat ongepaste grap.
-
-Het bal werd geopend. Men had op het tooneel van de tableaux vivants
-een klein orkest geplaatst, waarin de koperen instrumenten de overhand
-hadden, en de trompetten en horens galmden er lustig op los in het
-ideale woud met zijn blauwe boomen. Men begon met een quadrille: Ah! il
-a des bottes, il a des bottes, Bastien!, die toen op geen enkel bal
-mocht ontbreken. De dames dansten. Polka's, walsen, mazurka's wisselden
-de quadrilles af. De draaiende paren dansten de lange galerij op en
-af, springende bij de stooten van het koper, zich wiegelend op de maat
-der violen. De kostuums der vrouwen, uit alle landen en alle tijden,
-krioelden dooreen als een mengelmoes van levende stoffen. Na al die
-kleuren in een schijnbaar ordelooze mengeling te hebben meegevoerd,
-bracht de rythmus bij zekere streken van den strijkstok dezelfde
-satijnen tunica, hetzelfde blauwfluweelen keurslijf naast dezelfde
-zwarte jas terug. Dan weer een streek op de viool, een horengeschal,
-en de paren werden weer voortgedreven, trokken achtereenvolgens de
-zaal rond, met de schommelende beweging van een bootje dat stroomaf
-drijft, onder een windvlaag die het van den wal heeft losgerukt.
-
-Steeds door, zonder einde, uren lang. Somtijds, tusschen twee dansen,
-naderde een dame een venster, om wat frissche lucht in te ademen,
-een paartje rustte uit op een causeuse van het kleine gele salon,
-of daalde in de serre af, langzaam de paden rondwandelend. Onder de
-lianenpriëelen, in de zoele duisternis, waarheen de forto's van de
-horens nog hun weg vonden, in de quadrilles Ohé! les p'tits agneaux,
-en J'ai un pied qui r'mue, waar men niets zag dan den rand van een
-vrouwenrok, hoorde men kwijnende lachjes.
-
-Toen men de deur van de eetzaal opende, die in een buffet herschapen
-was, met aanrechttafels langs de muren en een lange tafel met koude
-vleeschspijzen beladen, in het midden, ontstond er een ontzettend
-gedrang. Een lange knappe man, die zoo beschroomd was geweest om
-zijn hoed in de hand te houden, werd zoo krachtig tegen den muur
-geduwd, dat de ongelukkige hoed met een doffen knal barstte. Dat gaf
-gelach. Men wierp zich op de pasteitjes en het getruffeerde gevogelte,
-terwijl men elkander lompweg met de ellebogen in de zijden stiet.
-
-Het leek wel een plundering; de handen ontmoetten elkaar tusschen
-de vleeschspijzen, en de bedienden wisten niet wien zij het eerst
-zouden bedienen, te midden van dien troep welopgevoede menschen, wier
-uitgestrekte armen slechts de vrees uitdrukten, dat zij te laat zouden
-komen en de schotels leeg zouden vinden. Een oude heer werd boos,
-omdat er geen bordeaux was en de champagne hem belette in te slapen.
-
---Kalm, heeren, kalm, zei Baptiste met zijn deftige stem. Er is
-voor iedereen.
-
-Maar men luisterde niet naar hem. De eetzaal was vol, en buiten
-de deur rekten de zwartgerokte heeren ongerust den hals uit. Voor
-de aanrechttafels hielden groepjes stand, snel etende, elkander
-verdringende. Velen verslonden zonder te drinken, daar zij geen glas
-konden bemachtigen. Anderen daarentegen dronken, en maakten vergeefsche
-jacht op een stuk brood.
-
---Hoor eens, zei mijnheer Hupel de la Noue, door Mignon en Charrier,
-die genoeg van de mythologie hadden, naar het buffet meegetroond, we
-krijgen niets, als we mekaar niet een handje helpen.... Op de Tuileriën
-is het nog erger, ik heb daar eenige ondervinding opgedaan.... Belast
-gij u met den wijn, ik zal voor het vleesch zorgen.
-
-De prefect loerde op een bout. Hij strekte juist bijtijds den arm
-uit, door een gaping tusschen de schouders, en nam hem bedaard weg,
-nadat hij zijn zakken met broodjes had volgestopt. De aannemers
-kwamen op hun beurt, Mignon met een flesch en Charrier met twee
-flesschen champagne. Zij hadden echter slechts twee glazen kunnen
-vinden; zij zeiden dat het niet hinderde, dat zij uit éen glas zouden
-drinken. En de heeren soupeerden aan een hoekje van een bloementafel,
-aan het einde der zaal. Zij trokken niet eens hun handschoenen uit,
-terwijl zij de sneedjes vleesch tusschen hun broodjes legden en de
-flesschen onder hun arm hielden. Met vollen mond stonden zij te praten,
-de kin van hun vest afhoudend, opdat de sap op het kleed zou vallen.
-
-Charrier, die zijn wijn eerder op had dan zijn brood, vroeg aan een
-bediende of hij geen glas champagne kon krijgen.
-
---U moet wachten, mijnheer, antwoordde de bediende toornig, door de
-drukte overstuur, vergetende dat hij niet in de keuken was. Er zijn
-al driehonderd flesschen leeg gedronken.
-
-Intusschen hoorde men bij vlagen de tonen van de muziek. Men danste
-een polka, de Baisers, zeer gewild op de publieke bals, waarbij ieder
-danser den rythmus moest aangeven door zijn dame te kussen.
-
-Mevrouw d'Espanet verscheen aan de deur der eetzaal, hoog blozend,
-het kapsel een weinig verward; zij liet met een bevallige matheid
-haar lang zilveren kleed slepen. Men ging ternauwernood op zij;
-met de ellebogen moest zij zich een weg banen. Zij liep de tafel
-rond, aarzelend, met een pruilenden trek om den mond. Toen kwam zij
-regelrecht op mijnheer Hupel de la Noue aan, die juist gedaan had en
-zijn mond met zijn zakdoek afveegde.
-
---Mijnheer, zoudt u zoo vriendelijk willen zijn, zei ze met haar
-beminnelijksten glimlach, naar een stoel voor mij om te zien? Ik ben
-al te vergeefs de heele tafel om geweest....
-
-De prefect koesterde een wrok tegen de markiezin, maar in zijn
-voorkomendheid voor de dames aarzelde hij niet; hij zocht en vond
-een stoel, liet mevrouw d'Espanet daarop plaats nemen en bleef achter
-haar staan om haar te bedienen. Zij wilde niet anders dan garnalen met
-wat boter en een half glaasje champagne. Zij at met kieskeurigheid,
-te midden van de gulzigheid der mannen.
-
-De tafel en de stoelen waren uitsluitend voor de dames bestemd. Maar
-men maakte altijd een uitzondering ten gunste van baron Gouraud. Daar
-zat hij vierkant op zijn stoel, voor een stuk pastei, waarvan hij de
-korst langzaam tusschen zijn kaken fijn maalde.
-
-De markiezin wist den prefect weer voor zich in te nemen door de
-opmerking, dat zij nooit de aandoening zou vergeten, die zij in
-het artistieke les Amours des beau Narcisse et de la nymphe Echo
-gevoeld had. Zij legde hem ook uit waarom men niet op hem gewacht
-had, op een manier die hem volkomen troostte: toen de dames vernamen
-dat de minister er was, hadden zij het gepast gevonden om de pauze
-te bekorten. Zij verzocht hem daarop naar mevrouw Haffner te gaan,
-die met mijnheer Simpson danste, een lomp mensch, zei zij, op wien
-zij het niet begrepen had. En toen Suzanne er was, keek zij mijnheer
-Hupel de la Noue niet meer aan.
-
-Saccard, gevolgd door de heeren Toutin-Laroche, de Mareuil en Haffner,
-had bezit genomen van een aanrechttafel. Daar de middelste tafel vol
-was en mijnheer de Saffré voorbijging met mevrouw Michelin aan den
-arm, hield hij ze staande en wilde hij, dat de mooie brunette met
-hen zou meeëten. Zij knabbelde lachend een paar pasteitjes op, haar
-heldere oogen naar de vijf mannen om haar heen opslaande. Zij bogen
-zich naar haar over, raakten haar met goud geborduurden sluier aan,
-drongen haar tusschen de aanrechttafels, waartegen zij ten slotte
-ging aanleunen, gebakjes aannemend uit ieders handen, heel lief en
-heel vleiend, met de verliefde gedweeheid van een slavin tusschen
-haar meesters. Mijnheer Michelin stond heel alleen, aan het andere
-eind der kamer, een schaaltje ganzenleverpastei te verorberen, dat
-hij had weten te bemachtigen.
-
-Intusschen trad mevrouw Sidonie, die al bij de eerste streken op de
-viool in de balzaal rondloerde, de eetzaal binnen en riep Saccard
-met een oogwenk.
-
---Ze danst niet, zei zij zachtjes. Ze schijnt ongerust. Ik geloof
-dat zij wat in haar schild voert.... Maar ik heb den jonker nog niet
-kunnen ontdekken.... Ik ga even wat gebruiken en dan ga ik dadelijk
-weer op mijn post.
-
-En zij nuttigde staande, als een man, een eendeboutje, dat zij zich
-liet brengen door mijnheer Michelin, die zijn schaaltje leeg had. Zij
-schonk zich een champagneglas vol malaga in, en na zich de lippen met
-de vingers te hebben afgeveegd, keerde zij naar de balzaal terug. Het
-leek wel of de sleep van haar toovenaressenkleed reeds al het stof
-van de kleeden opgegaard had.
-
-In de zaal was de animo niet groot meer, het orkest hijgde naar adem,
-toen een geroep: "de cotillon! de cotillon!" de dansers en het koper
-weer deed opleven. Er kwamen paren uit alle boschjes van de serre;
-de groote zaal werd even vol als bij de eerste quadrille, en in de
-opgewekte menigte werden levendige gesprekken gevoerd. Het was de
-laatste opflikkering van het bal. De mannen die niet dansten, keken van
-uit hun plaats aan de vensters naar het babbelend groepje, dat steeds
-aangroeide in het midden der zaal, terwijl de eters aan het buffet,
-zonder een beet te verliezen, het hoofd vooruit staken om te zien.
-
---Mijnheer de Mussy wil niet, zei een dame. Hij verzekert, dat hij
-den cotillon niet meer leiden wil.... Kom, mijnheer de Mussy, nog
-maar één keertje. Doe het om onzentwil.
-
-Maar de jonge attaché bleef in zijn stijve houding volharden. Het
-was werkelijk onmogelijk, hij had het zich stellig voorgenomen. Dat
-gaf een teleurstelling. Maxime weigerde ook, hij zei dat hij doodmoe
-was. Mijnheer Hupel de la Noue durfde zich niet aanbieden: hij daalde
-slechts tot de dichtkunst af. Daar een dame van mijnheer Simpson
-gesproken had, legde men haar het zwijgen op: mijnheer Simpson was
-de zonderlingste leider van een cotillon dien men bedenken kon; hij
-had allerlei fantastische en ondeugende invallen; in een salon waar
-men de onvoorzichtigheid begaan had hem te kiezen, vertelde men dat
-hij de dames genoodzaakt had over stoelen te springen, en dat een van
-zijn liefste figuren was, iedereen op handen en voeten de kamer rond
-te laten loopen.
-
---Is mijnheer de Saffré al weg? vroeg een kinderstem.
-
-Hij stond juist op het punt te vertrekken; hij nam afscheid van mevrouw
-Saccard, met wie hij op den besten voet stond, sinds zij niets van
-hem wilde weten. Die beminnelijke scepticus had een bewondering voor
-de grillen van anderen. Men bracht hem in zegepraal uit de vestibule
-terug. Hij verweerde zich, zei glimlachend dat men hem compromitteerde,
-dat hij een ernstig man was. Eindelijk, voor al die witte handjes,
-die zich smeekend naar hem uitstrekten:
-
---Nu dan, zei hij, neemt uw plaatsen in.... Maar ik zeg u vooruit,
-dat ik een slaafsche navolger van de oude school ben. Ik heb voor
-geen oortje verbeeldingskracht.
-
-De paren namen rondom in de zaal op alle stoelen plaats die men
-bijeen kon brengen; jongelui gingen zelfs de ijzeren stoelen uit de
-serre halen.
-
-Het was een monstercotillon. Mijnheer de Saffré, die het peinzende
-uiterlijk van een dienstdoend priester had, koos tot dame barones
-Vanska, met wier Koraal-kostuum hij ingenomen scheen. Toen iedereen op
-zijn plaats was, wierp hij een onderzoekenden blik op dien kring van
-rokken, ieder door een zwarte japon geflankeerd. Hij gaf het orkest
-een wenk en de trompetten schalden.
-
-Renée had geweigerd aan den cotillon deel te nemen. Zij was opgewonden
-vroolijk, al van den aanvang van het bal af; zij danste bijna niet,
-stond dan bij dit groepje, dan weer bij dat, en kon nergens rust
-vinden. Haar vriendinnen merkten haar zonderling gedrag op. In den
-loop van den avond had zij zelfs van haar voornemen gesproken om een
-luchtreisje te maken met een beroemden luchtreiziger, over wien geheel
-Parijs sprak.
-
-Toen de cotillon begon, vond zij het vervelend dat zij niet meer
-ongehinderd rond kon wandelen; zij bleef aan de deur der vestibule
-staan, wisselde een handdruk met verschillende heeren en praatte
-met de intieme vrienden van haar man. Baron Gouraud, die in zijn
-bonte pelsjas door een bediende werd weggeleid, vond nog een laatste
-complimentje over haar Otaheitekostuum.
-
-Intusschen drukte mijnheer Toutin-Laroche zijn vriend Saccard de hand.
-
---Maxime rekent op u, zei laatstgenoemde.
-
---Zeker, zeker, antwoordde de nieuwbakken senator.
-
-En zich tot Renée wendende:
-
---Mevrouw, ik heb u nog niet gefeliciteerd.... Die beste jongen is
-dus geborgen.
-
-En daar zij verbaasd glimlachte, merkte Saccard op:
-
---Mijn vrouw weet het nog niet.... Wij hebben van avond het huwelijk
-van mejuffrouw de Mareuil en Maxime vastgesteld.
-
-Zij bleef glimlachen, maakte een nijging voor mijnheer Toutin-Laroche,
-die bij het afscheid nemen zeide:
-
---Ge teekent het contract Zondag, niet waar? Ik ga naar Nevers voor
-een mijnzaak, maar ik ben voor dien tijd terug.
-
-Zij bleef een oogenblik alleen, midden in de vestibule. Zij glimlachte
-niet meer, en hoe meer zij nadacht over hetgeen zij zooeven gehoord
-had, des te huiveriger werd zij. Zij keek naar de rood fluweelen
-behangsels, de zeldzame planten, de majolicapotten, met een starenden
-blik. Vervolgens zei zij hardop:
-
---Ik moet hem spreken.
-
-En zij keerde in het salon terug. Maar zij moest aan den ingang blijven
-staan. Een figuur van den cotillon versperde den doortocht. Het orkest
-speelde zachtjes een wals. De dames hielden elkander bij de hand
-en vormden een kring, een van die rondedansen van kleine meisjes,
-die Giroflé girofla zingen; zij draaiden zoo snel mogelijk rond,
-elkander bij den arm trekkend, lachend en glijdend.
-
-In het midden had een cavalier--dat was de ondeugende heer Simpson--een
-lange rose sjerp in de hand; hij hief ze omhoog als een visscher,
-die een kruisnet uitwerpt; maar hij haastte zich niet, hij vond het
-bepaald aardig de dames te laten ronddraaien, ze moe te maken. Zij
-hijgden en smeekten om genade. Toen wierp hij de sjerp zóo behendig,
-dat zij zich om de schouders van mevrouw d'Espanet en mevrouw Haffner
-slingerde, die naast elkander draaiden.
-
-Dat was een aardigheid van den Amerikaan. Hij wilde toen met de twee
-dames tegelijk dansen, en hij had ze al beide om de taille gevat,
-de eene links en de andere rechts, toen mijnheer de Saffré met zijn
-gestrenge stem als koning van den cotillon zei:
-
---Men danst niet met twee dames.
-
-Maar mijnheer Simpson wilde de beide tailles niet loslaten. Adeline
-en Suzanne wierpen zich lachend in zijn armen achterover. Men sprak
-zijn oordeel uit, de dames werden boos, het werd een heel tumult,
-en de heeren aan de vensternissen vroegen zich af hoe mijnheer de
-Saffré zich uit dat netelige geval zou redden. Hij scheen inderdaad
-een oogenblik in verlegenheid; hij zocht een geestigheid om de lachers
-op zijn hand te krijgen. Plotseling kreeg hij een inval; glimlachend
-nam hij mevrouw d'Espanet en mevrouw Haffner ieder bij een hand,
-fluisterde ze een vraag in het oor, ontving beider antwoord en zich
-vervolgens tot mijnheer Simpson wendende:
-
---Plukt u de verbena of plukt u de maagdepalm?
-
-Mijnheer Simpson, wat dwaas, zei, dat hij de verbena plukte. Toen
-gaf mijnheer de Saffré hem de markiezin, met de woorden:
-
---Hier is de verbena.
-
-Men applaudisseerde bescheiden. Het werd heel aardig gevonden. Mijnheer
-de Saffré was een leider van een cotillon "die overal raad op wist,"
-verklaarden de dames. Intusschen had het orkest den wals hervat en
-mijnheer Simpson leidde zijn dame, na met haar de zaal rond te hebben
-gewalst, naar haar plaats terug.
-
-Renée kon doorgaan. Zij had zich tot bloedens toe op de lippen gebeten,
-voor al die "dwaasheden". Ze vond die mannen en vrouwen onnoozel, om
-sjerpen te slingeren en bloemennamen aan te nemen. Haar ooren suisden,
-een driftig ongeduld gaf haar plotseling den lust om zich met het hoofd
-vooruit een weg te banen. Zij doorliep haastig het salon, de paren
-die zich naar hun zitplaatsen begaven, tegen het lijf loopend. Zij
-ging regelrecht naar de serre. Zij had noch Louise noch Maxime onder
-de dansers gezien; zij zei tot zichzelf dat ze daar moesten zijn,
-in het een of andere hoekje onder het gebladerte, gedreven door
-dat instinct van guitigheid en grappigheid, dat hun de verborgen
-hoekjes deed opzoeken, zoodra zij zich ergens samen bevonden. Maar
-zij doorzocht tevergeefs de halfduistere serre. Alleen zag zij diep
-in een der priëelen een lang jongmensch, dat eerbiedig de handen van
-de kleine mevrouw Daste kuste en fluisterde:
-
---Mevrouw de Lauwerens had het me wel gezegd: u is een engel!
-
-Die verklaring in haar eigen huis, in haar serre, stuitte haar. Mevrouw
-de Lauwerens had haar handel wel ergens anders kunnen drijven! Het
-zou Renée verlichting gegeven hebben, als zij al die luidruchtige
-menschen uit haar kamers had kunnen jagen. Voor het bassin staande,
-keek zij naar het water, zich afvragende waar Louise en Maxime zich
-konden verbergen.
-
-Het orkest speelde nog steeds den wals, welks langzame wiegeling haar
-het hart deed draaien. 't Was onuitstaanbaar, men kon niet eens in
-zijn eigen huis nadenken. Zij was geheel de kluts kwijt. Zij vergat
-dat de jongelui nog niet getrouwd waren, en zij zei bij zichzelf dat
-het heel eenvoudig was, dat zij naar bed waren gegaan. Toen dacht
-zij aan de eetzaal, zij ging haastig de trap van de serre op. Maar
-aan de deur van het groote salon, werd ze weer tegengehouden door
-een figuur van den cotillon.
-
---Het zijn de "zwarte stippen," dames, zei mijnheer de Saffré
-galant. Dat is een uitvinding van mezelf en u hebt er de primeur van.
-
-Men lachte hartelijk. De mannen verklaarden de toespeling aan de
-jonge vrouwen. De keizer had een rede gehouden, waarin hij aan den
-politieken gezichtseinder de aanwezigheid van zekere "zwarte stippen"
-geconstateerd had. Die zwarte stippen hadden opgang gemaakt, men
-wist eigenlijk niet waarom. Het Parijsch vernuft had zich van die
-uitdrukking meester gemaakt; al een week lang werden die zwarte
-stippen overal bij te pas gebracht.
-
-Mijnheer de Saffré plaatste de heeren aan het eene einde van
-het salon, met den rug naar de dames, die aan het andere einde
-stonden. Toen kommandeerde hij de heeren de panden van hun jassen
-over het hoofd te slaan. Dit bevel werd opgevolgd te midden van een
-uitgelaten vroolijkheid. Gebocheld, de schouders samengedrongen, de
-jas niet verder dan tot de heupen reikend, waren de heeren inderdaad
-afschuwelijk.
-
---Lacht niet, dames, riep mijnheer de Saffré met komischen ernst;
-of ik laat u uw kanten op het hoofd leggen.
-
-De vroolijkheid verdubbelde. En hij maakte een krachtig gebruik van
-zijn gezag tegenover enkele heeren, die hun nek niet wilden verbergen.
-
---Gij zijt de "zwarte stippen," zei hij; verbergt uw hoofd, laat niets
-dan uw rug zien, de dames moeten enkel zwart zien.... En nu moet gij
-loopen en u dooreen mengen, zoodat men u niet uit elkander kennen kan.
-
-De vroolijkheid steeg ten top. De "zwarte stippen" liepen heen en
-weer, op hun spichtige beenen, wiegelend als raven zonder kop. Men zag
-het hemd van een der heeren, met een stukje van de bretel. De dames
-stikten bijna van het lachen; mijnheer de Saffré beval haar toen de
-"zwarte stippen" te gaan zoeken. Zij schoten voort als een vlucht jonge
-patrijzen, met een groot geruisch van japonnen. En aan het einde van
-haar loop greep ieder den cavalier die onder haar bereik kwam. Het was
-een onbeschrijfelijke verwarring. En de geïmproviseerde paren walsten
-achtereenvolgens de zaal rond, met de volle muziek van het orkest.
-
-Renée stond tegen den muur geleund. Bleek, met opeengeklemde lippen,
-keek zij toe. Een oude heer kwam haar galant vragen waarom zij niet
-danste. Ze moest glimlachen, een vriendelijk antwoord geven. Zij glipte
-door de paren en trad de eetzaal binnen. Het vertrek was ledig. Te
-midden van de geplunderde tafels, de flesschen en borden, die overal
-verspreid stonden, zaten Maxime en Louise kalm te soupeeren aan een
-hoekje van de tafel, naast elkaar, op een servet dat zij uitgespreid
-hadden. Zij schenen op hun gemak, zij lachten, in die wanorde, die
-vuile glazen, die vette borden, die nog warme overblijfselen van
-de gulzigheid der wit gehandschoende gasten. Zij hadden alleen de
-kruimels om zich heen weggeveegd. Baptiste wandelde deftig de tafel
-om, zonder de kamer, waar een troep wolven scheen huisgehouden te
-hebben, met een blik te verwaardigen; hij wachtte op de bedienden om
-een beetje orde op de aanrechttafels te laten aanbrengen.
-
-Maxime had nog een tamelijk souper bij elkander gekregen. Louise was
-dol op noga-pistaches, waarvan een vol bord boven op een buffet was
-blijven staan. Zij hadden drie aangesproken champagne-flesschen voor
-zich staan.
-
---Papa is misschien al weg, zei het meisje.
-
---Des te beter! antwoordde Maxime, dan breng ik u thuis. En daar
-zij lachte:
-
---Je weet, dat men het er bepaald op gezet heeft dat ik met je
-trouw. 't Is geen grapje meer, 't is ernst.... Wat zullen we doen
-als we getrouwd zijn?
-
---Wel, natuurlijk wat alle anderen doen!
-
-Die aardigheid was haar ontvallen; zij hernam dan ook gauw, als om
-ze in te trekken:
-
---We zullen naar Italië gaan. Dat zal goed zijn voor mijn borst. Ik
-ben erg ziek.... Ach, mijn arme Maxime, wat krijg je een grappig
-vrouwtje! Ik ben zoo mager als een sprinkhaan.
-
-Zij glimlachte, met een zweem van droefheid, in haar pagekostuum. Een
-droge kuch bracht een rooden gloed op haar wangen.
-
---Dat komt van de noga, zei zij. Thuis mag ik het niet eten.... Geef
-me het bord even aan, ik zal de rest in mijn zak steken.
-
-En zij maakte juist het bord leeg, toen Renée binnentrad. Zij trad
-regelrecht op Maxime toe, terwijl zij zich geweld aandeed om niet te
-vloeken, die gebochelde niet te slaan, die daar met haar minnaar aan
-tafel zat.
-
---Ik moet je spreken, bracht zij stamelend uit.
-
-Hij aarzelde, door vrees bevangen, terugdeinzende voor een onderhoud
-met haar alleen.
-
---Jou alleen, dadelijk, herhaalde Renée.
-
---Ga maar, Maxime, zei Louise met haar onverklaarbaren blik. Zie
-meteen mijn vader te vinden. Ik raak hem op iedere soirée kwijt.
-
-Hij stond op, hij probeerde de jonge vrouw in het midden der eetzaal
-tegen te houden, haar te vragen of er zoo'n haast bij was. Maar zij
-siste tusschen haar opeengesloten tanden:
-
---Volg me, of ik zeg alles ten aanhoore van iedereen!
-
-Hij werd doodsbleek en volgde haar gedwee als een hond, die met de
-zweep gedreigd wordt. Zij meende te zien dat Baptiste haar aankeek;
-maar op dat oogenblik bekommerde zij zich weinig om de heldere blikken
-van dien dienaar!
-
-Bij de deur hield de cotillon haar ten derden male terug.
-
---Wacht even, mompelde zij. Die ezels weten van geen ophouden.
-
-En zij vatte zijn hand, dat hij niet zou trachten te ontsnappen.
-
-Mijnheer de Saffré plaatste den hertog de Rozan met den rug tegen
-den muur, in een hoek van het salon, naast de deur der eetzaal. Hij
-stelde een dame voor hem, vervolgens een heer dos à dos met de dame,
-daarop een andere dame voor den heer, en zoo het eene paar na het
-andere, als een lange slang. Daar echter dames, druk in gesprek,
-achterbleven, riep hij:
-
---Komt, dames, op uw plaatsen voor de "colonnes".
-
-Zij kwamen, de "colonnes" werden gevormd. De ongepastheid die er in
-stak, zich zoo tusschen twee mannen gedrongen te voelen, tegen den
-rug van den een geleund en de borst van den ander vóór zich, maakte
-de dames bijzonder vroolijk.
-
-De punten der boezems raakten de opslagen der jassen, de beenen der
-cavaliers verdwenen in de japonnen der danseressen, en wanneer de
-plotselinge vroolijkheid een hoofd deed buigen, was de snor die er
-voor stond genoodzaakt op zij te gaan, om het niet tot een kus te
-laten komen.
-
-Op een gegeven oogenblik gaf een grappenmaker een licht duwtje; de rij
-drong dichter op elkaar, de jassen gingen nog dieper in de rokken;
-men hoorde gilletjes en gelach, een lachen zonder eind. Men hoorde
-barones Meinhold zeggen: "Maar mijnheer, u laat me stikken, druk
-niet zoo hard!" wat zoo grappig klonk, zoo'n uitbundige vroolijkheid
-verwekte, dat de "colonnes", schokkend wankelden, tegen elkander
-stieten, op elkander leunden om niet te vallen.
-
-Mijnheer de Saffré stond met opgeheven handen, gereed om te
-klappen. Toen klapte hij. Op dit teeken keerde ieder zich plotseling
-om. De paren, die tegenover elkander stonden, vatten elkander om het
-middel en de rij loste zich op in een reeks dansende paren. Alleen
-de arme hertog de Rozan kwam bij het omkeeren met den neus tegen den
-muur te staan. Hij werd braaf uitgelachen.
-
---Kom, zei Renée tot Maxime.
-
-Het orkest speelde nog steeds den wals. Die weeke muziek,
-wier eentonige rythmus ten laatste vervelend werd, verdubbelde
-de verbittering der jonge vrouw. Zij bereikte het kleine salon,
-Maxime bij de hand houdende, en hem de trap opduwende, die naar de
-kleedkamer leidde.
-
---Naar boven, beval zij hem.
-
-Zij volgde hem. Op dit oogenblik kwam mevrouw Sidonie, die den heelen
-avond om haar schoonzuster heen gedribbeld had, niet weinig verbaasd
-over die onophoudelijke tochten door de verschillende kamers, juist
-de stoep van de serre op. Zij zag nog even de beenen van een man,
-die de donkere trap opging.
-
-Een flauwe glimlach verscheen op haar wasachtig gelaat, en haar
-toovenaresjapon opnemende om vlugger te kunnen loopen, ging zij haar
-broer opzoeken, bracht daarbij een figuur van den cotillon in de war
-en vroeg alle bedienden die zij tegenkwam, waar mijnheer Saccard
-kon zijn. Zij vond hem eindelijk met mijnheer de Mareuil, in een
-kamer naast de eetzaal, die voor deze gelegenheid tot rookkamer
-was ingericht. De beide vaders bespraken de huwelijksgift en het
-contract. Maar toen zijn zuster hem iets in het oor gefluisterd had,
-stond Saccard op, verontschuldigde zich en verdween.
-
-Boven was de kleedkamer in de grootste wanorde. Op de stoelen lag het
-kostuum van de nimf Echo, de gescheurde tricot, eindjes verkreukte
-kant, linnengoed op een hoop neergeworpen, alles wat een vrouw, die
-haast heeft, achter zich laat. De ivoren en zilveren instrumentjes
-lagen zoowat overal, borstels en vijlen waren op het kleed gevallen;
-de nog natte handdoeken, de stukken zeep op het marmeren blad, de
-flacons die ontkurkt waren blijven staan, dat alles bracht in die
-vleeschkleurige kamer een sterken, doordringenden geur.
-
-Om het blanketsel van armen en schouders te verwijderen, had de
-jonge vrouw zich na de tableaux-vivants in de rose marmeren badkuip
-gebaad. Op het afgekoelde water dreven plekken, die alle kleuren van
-den regenboog vertoonden.
-
-Maxime trapte op een corset, viel bijna, trachtte te lachen. Maar
-hij huiverde voor de harde trekken van Renée. Zij kwam op hem af,
-gaf hem een duw en zei nauw hoorbaar:
-
---Dus ga je met die bochel trouwen?
-
---Ik denk er niet aan, stotterde hij. Wie heeft je dat verteld?
-
---Lieg maar niet, dat is niet noodig....
-
-Hij kwam in opstand. Zij maakte hem angstig, hij wou er een eind
-aan maken.
-
---Nu ja dan, ik ga met haar trouwen. Wat zou dat?.... Ben ik mijn
-eigen meester niet?
-
-Zij kwam naar hem toe, met ietwat gebogen hoofd, en hem met een
-kwaadaardigen lach bij de polsen grijpend:
-
---Meester? jij de meester?!.... Je weet wel anders. Ik ben de
-meester. Ik zou je armen kunnen breken, als ik kwaad wou; je hebt
-niet meer kracht dan een meisje.
-
-En daar hij tegenspartelde, wrong zij zijn armen met de zenuwachtige
-heftigheid van haar toorn. Hij slaakte een lichten kreet. Toen liet
-zij hem los, en hernam:
-
---Laten we maar niet gaan vechten, zie je; ik zou de sterkste zijn.
-
-Hij zag nog bleek, met de schaamte over die pijn die hij aan zijn
-polsen voelde. Hij volgde haar met den blik, terwijl zij heen en weer
-liep. Zij zette de stoelen op hun plaats, dacht intusschen na over
-een plan dat al in haar hoofd was opgekomen, toen haar man haar het
-huwelijk had bekend gemaakt.
-
---Ik zal je hier opsluiten, zei zij eindelijk, met het aanbreken van
-den dag gaan we naar Havre.
-
-Hij werd nog bleeker van angst en verbazing.
-
---Maar dat is razernij! riep hij uit. We kunnen niet samen weggaan. Je
-weet niet meer wat je zegt....
-
---Wel mogelijk. In ieder geval ben jij met je vader daar de schuld
-van.... Ik heb behoefte aan je en ik neem je.
-
-Een roode gloed schitterde in haar oogen. Zich vlak voor Maxime
-plaatsende, zoodat haar adem zijn gezicht verhitte, ging zij voort:
-
---Wat zou ik dan moeten beginnen, als je met die bochel trouwde? Je
-zou me uitlachen, ik zou misschien genoodzaakt zijn dien slungel van
-een Mussy weer te nemen, die nog niet in staat was me de voeten warm
-te maken.
-
-Wanneer men gedaan heeft wat wij gedaan hebben, blijft men bij
-elkander. Bovendien, 't is eenvoudig genoeg, ik verveel me als jij er
-niet bent, en daar ik heenga, neem ik je mee.... Je kan aan Céleste
-opgeven, wat ze van je kamers moet halen.
-
-De ongelukkige strekte smeekend de handen uit:
-
---Kom, Renéelief, bega nu geen dwaasheden. Kom tot je zelve.... Denk
-eens aan het schandaal.
-
---Ik geef wat om dat schandaal! Als je weigert, ga ik naar het salon
-en ik roep hardop dat ik bij je geslapen heb en dat je nu lafhartig
-genoeg bent om met de bochel te trouwen.
-
-Hij liet het hoofd zinken, hoorde haar aan, gaf reeds toe, dien wil
-aanvaardende die zich zoo ruw aan hem opdrong.
-
---We zullen naar Havre gaan, hernam zij zachter, zich verlustigende
-in haar droombeeld, en dan steken we naar Engeland over. Niemand zal
-ons daar vervelen. Als we nog niet ver genoeg zijn, gaan we naar
-Amerika. Ik heb het toch altijd koud, voor mij zal het goed zijn
-daar. Ik heb dikwijls de creoolschen benijd.... Maar hoe meer zij
-haar plan uitwerkte, des te benauwder werd Maxime. Parijs verlaten,
-zoo ver weggaan met een vrouw die bepaald gek was, een geschiedenis
-achter zich laten, waarvan de schandelijke zijde hem voor altijd
-verbannen zou! 't Was alsof een afgrijselijke nachtmerrie hem den
-adem benam. Hij zocht wanhopig naar een middel om uit die kleedkamer
-te komen, dat rose verblijf van een krankzinnige. Eindelijk had hij
-iets gevonden.
-
---Ik heb immers geen geld, zei hij zachtmoedig, om haar niet kwaad
-te maken. Als je me opsluit, ben ik niet in de gelegenheid om het me
-te verschaffen.
-
---Ik heb het wel, antwoordde zij zegevierend. Ik heb honderdduizend
-francs. Alles komt op die manier in orde....
-
-Zij nam uit haar spiegelkast de akte van afstand die haar man
-achtergelaten had, in de flauwe hoop dat zij zich bedenken zou. Zij
-bracht het papier naar de toilettafel, dwong Maxime haar pen en inkt
-te geven uit de slaapkamer, en de stukken zeep ter zijde schuivende,
-teekende zij.
-
---Ziedaar, zei zij, de dwaasheid is begaan. Als ik bestolen ben, is
-het met mijn eigen wil.... We zullen bij Larsonneau aangaan, voordat
-we naar het station gaan.... Nu, jongenlief, ga ik je opsluiten,
-dan pakken we ons weg door den tuin, als ik eerst al die menschen
-het huis uitgezet heb. We behoeven niet eens koffers mee te nemen.
-
-Zij werd weer vroolijk. Die inval bracht haar in verrukking. Het was
-het toppunt van buitensporigheid, een einde dat haar in die heete
-koortscrisis, bijzonder origineel toescheen. Zij kwam Maxime omarmen
-en fluisterde:
-
---Ik heb je zooeven pijn gedaan, arme lieveling! Maar je weigerde
-ook....
-
-Je zult eens zien hoe heerlijk het zal zijn. Denk je dat je bochel
-net zooveel van je zou houden als ik? Het is geen vrouw; die kleine
-baviaan....
-
-Zij lachte, trok hem naar zich toe, kuste hem op de lippen, toen een
-gedruis hen het hoofd deed omwenden. Saccard stond op den drempel
-van de deur.
-
-Er ontstond een pijnlijke stilte. Langzaam maakte Renée haar armen
-van Maxime's hals los; zij boog het hoofd niet, maar bleef haar man
-aanstaren als een doode, met haar groote oogen; terwijl de jonge man,
-als verpletterd, wankelde, met gebogen hoofd, nu hij den steun van
-haar omhelzing niet meer voelde.
-
-Saccard, als door den bliksem getroffen, bij dien ontzettenden slag
-die eindelijk den man en den vader in hem wakker riep, bleef daar
-staan, doodsbleek, hen verterende door den gloed, die uit zijn oogen
-straalde. In de vochtige, geurige lucht der kamer, vlamden drie kaarsen
-hoog op, met een rechte vlam, onbewegelijk als een heete traan. Het
-eenige geluid dat de verschrikkelijke stilte verbrak, was de muziek,
-die bij vlagen de nauwe trap opsteeg; de wals, met zijn slangachtig
-gekronkel, rolde zich ineen, sliep in op het sneeuwwit tapijt, te
-midden van het gescheurde tricot en de rokken, die op den grond lagen.
-
-Toen trad de echtgenoot nader. De behoefte aan een daad van geweld
-deed de aderen van zijn gelaat opzwellen, hij balde zijn vuisten om
-de schuldigen neer te vellen. De drift barstte in dat bewegelijke
-mannetje uit met den knal van een geweerschot. Hij vertoonde een half
-gesmoorden grijnslach, en steeds nader komende:
-
---Je maakte haar je huwelijk bekend, niet waar?
-
-Maxime trad een stap achteruit, zocht een steun tegen den muur:
-
---Luister, stamelde hij, zij....
-
-Hij was op het punt haar lafhartig te beschuldigen, de schuld van
-de misdaad op haar te werpen, te zeggen dat zij hem wilde schaken,
-zich te verdedigen met de onderworpenheid en den angst van een kind,
-dat op een ondeugendheid betrapt wordt. Maar hij had er de kracht
-niet toe, de woorden bleven hem in de keel steken. Renée bleef als
-een standbeeld staan, in uitdagende houding. Toen wierp Saccard, als
-om een wapen te zoeken, een blik om zich heen. En op een hoek van de
-toilettafel, midden tusschen de kammen en nagelschuiers, bemerkte hij
-de akte, waarvan het zegelpapier geel afstak tegen het marmer. Hij
-keek naar de akte, keek naar de schuldigen. Zich voorover buigende,
-zag hij dat de akte geteekend was. Zijn oogen gingen van den geopenden
-inktkoker naar de nog vochtige pen, die naast den kandelaar lag. Hij
-bleef in gedachten voor die handteekening staan.
-
-De stilte werd nog drukkender, de vlammen der kaarsen werden langer,
-de wals wiegde zich nog weeker, langs de behangsels. Saccard haalde
-bijna onmerkbaar de schouders op. Hij keek zijn vrouw en zijn zoon
-doordringend aan, als om op hun gelaat de verklaring te lezen die hij
-niet vond. Toen vouwde hij langzaam de akte dicht, en stak ze in zijn
-jaszak. Zijn gelaat was doodsbleek geworden.
-
---Je hebt er goed aan gedaan het te teekenen, lieve, zei hij
-zachtzinnig tot zijn vrouw.... Dat is honderdduizend francs die je
-verdiend hebt. Van avond zal ik je het geld brengen.
-
-Hij glimlachte bijna, alleen zijn handen beefden een beetje. Hij deed
-een paar stappen, en ging voort:
-
---'t Is hier om te stikken. Wat een idee om een van jelui grappen in
-dit dampbad te komen uithalen!....
-
-En zich tot Maxime wendende, die het hoofd weer opgericht had,
-verbaasd over de kalme stem van zijn vader:
-
---Kom, ga je mee! hernam hij. Ik had je naar boven zien gaan, ik zocht
-je dat je afscheid kon nemen van mijnheer de Mareuil en zijn dochter.
-
-De twee mannen gingen naar beneden, samen pratende. Renée bleef alleen
-staan, in het midden van de toiletkamer, starende naar de gapende
-opening van de kleine trap, waarin zij de schouders van vader en zoon
-had zien verdwijnen. Zij kon haar oogen niet van die opening afwenden.
-
-Hoe? Zij waren bedaard, vriendschappelijk heengegaan! Die twee
-mannen hadden elkander niet verpletterd! Zij luisterde scherp toe,
-of niet een afschuwelijke worsteling de beide lichamen van de trap
-deed rollen. Niets. In die zwoele duisternis, niets dan het geluid
-van dansen, éen lang gewiegel. Zij meende in de verte, het lachen van
-de markiezin, de heldere stem van mijnheer de Saffré te hooren. Het
-drama was dus geëindigd? Haar misdaad, de kussen in het groote grijs
-met rose bed, de woeste nachten in de serre, die geheele vervloekte
-liefde, die als brandend vuur maanden lang door haar aderen had
-gewoeld, eindigde dus zóo plat, zóo onedel! Haar man wist alles en
-sloeg haar zelfs niet. En de stilte om haar heen, die stilte waarin
-de oneindige wals doorklonk, jaagde haar grooter schrik aan dan een
-moord. Zij was bang voor die vreedzaamheid, bang voor dat zachtkleurig,
-bescheiden kabinet, vervuld met een geur van liefde.
-
-Zij zag zichzelf in de hooge spiegelkast. Zij naderde, verbaasd zich
-te zien, haar man vergetende, Maxime vergetend, haar geest gericht
-op ééne gedachte, op die vreemde vrouw die zij voor zich had. De
-krankzinnigheid kwam op. Haar lichtblonde haar, aan de slapen en
-den nek opgestreken, scheen haar een naaktheid, een oneerbaarheid
-toe. De rimpel in haar voorhoofd groefde zich zoo diep, dat hij een
-donkere streep boven haar oogen trok, de smalle, blauwachtige striem
-van een zweepslag. Wie had haar zoo geteekend? Haar echtgenoot had
-toch niet de hand tegen haar opgeheven! En verwonderd keek zij naar
-haar bleeke lippen, naar haar bijziende oogen waaruit alle glans
-geweken was. Wat was zij oud! Zij boog het hoofd, en toen zij zich
-in haar tricot, in haar dunne gazen blouse zag, beschouwde zij zich,
-met neergeslagen oogen, en een plotselingen blos van schaamte.
-
-Wie had haar ontkleed? Wat deed zij in die onvoegzame kleeding van een
-losbandige, die zich tot den buik ontbloot? Zij wist het niet meer. Zij
-keek naar de ronding van haar dijen door het tricot nauw omsloten,
-haar heupen wier buigzame lijnen zij onder het gaas kon volgen,
-haar laag ontblooten boezem; en zij schaamde zich voor zichzelve,
-en een verachting voor haar eigen lichaam vervulde haar met een
-mokkenden toorn tegen hen die haar zoo achterlieten, met niets dan
-gouden ringen aan haar enkels en haar polsen, om haar huid te bedekken.
-
-Toen, met het idée fixe van een geest die aan zichzelven wanhoopt,
-zich afvragende wat zij daar deed, geheel naakt, voor den spiegel,
-zag zij zich, met een plotselingen terugblik op haar jeugd, als
-zevenjarig meisje in de doodsche deftigheid van het hôtel Béraud. Zij
-herinnerde zich een dag, waarop tante Elisabeth ze had aangekleed,
-haar en Christine in grijze wollen jurkjes met roode ruitjes. Het was
-Kerstfeest. Wat waren zij blij met haar twee eendere jurkjes. Tante
-verwende ze, zij gaf ze zelfs ieder een armbandje en een bloedkoralen
-halssnoer. De mouwen waren lang, het lijfje kwam tot aan de kin,
-de sieraden prijkten op de stof, en dat vonden ze heel mooi.
-
-Renée herinnerde zich nog, dat haar vader er bij was, dat een weemoedig
-lachje over zijn vermoeide trekken gleed. Dien dag hadden zij en
-haar zuster in de kinderkamer als groote menschen rondgedrenteld,
-zonder te spelen, om zich niet vuil te maken. Later, bij de dames
-der Visitatie, hadden haar schoolmakkertjes haar uitgelachen om haar
-hansworstenkostuum, dat haar over haar handen hing en boven haar
-ooren uitstak. Ze had onder schooltijd zitten huilen. In het speeluur
-had zij, om niet langer geplaagd te worden, de mouwen omgeslagen en
-het halsboordje naar binnen gekeerd. En het bloedkoralen snoer en de
-armband schenen haar mooier toe om den blooten hals en den pols. Was
-zij van dien dag aan begonnen zich te ontkleeden?
-
-Haar gansche leven kwam haar voor den geest. Zij doorleefde weer haar
-lange afdwaling, dat rumoerig leven van verkwisting en zingenot,
-dat zich langzamerhand van haar had meester gemaakt, dat in haar
-opgestegen was tot aan de knieën, tot den buik, toen tot de lippen,
-en dat zij nu als een stortvloed over haar hoofd voelde gaan, zoodat
-het daarbinnen klopte en bonsde.
-
-Het was als een bedorven sap; het had haar leden afgemat, uitwassen
-van schandelijke hartstochten in haar hart en ziekelijke dierlijke
-neigingen in haar hoofd doen opkomen. Dat sap had haar voetzool
-opgenomen uit het kleed van haar rijtuig, uit nog andere kleeden,
-uit al die zijde en al dat fluweel, waarop zij sedert haar huwelijk
-liep. De voetstappen van anderen hadden die gifkiemen daar zeker
-achtergelaten, die kiemen die zich nu in haar bloed ontwikkeld hadden,
-die haar aderen nu door haar lichaam verspreidden.
-
-Zij herinnerde zich haar kindsheid nog goed. Toen zij klein was, was
-zij alleen maar nieuwsgierig. Naderhand zelfs, na die verkrachting
-die haar tot het kwaad had gedreven, wilde zij zooveel schande
-niet. Stellig zou ze beter zijn geworden, als ze bij tante Elisabeth
-was blijven breien. En zij hoorde het regelmatige tiktak van tante's
-breinaalden, terwijl zij in den spiegel staarde om in die vreedzame
-toekomst te lezen die haar ontgaan was. Maar zij zag slechts haar
-rose dijen, haar rose heupen, die vreemde vrouw van rose zijde die
-voor haar stond, en wier huid van fijne, dicht ineengeweven stof,
-gemaakt scheen voor de liefde van hansworsten en poppen. Zoover was
-het met haar gekomen, dat zij niets meer was dan een groote pop,
-uit wier gescheurde borst slechts een straaltje zemelen ontsnapt.
-
-Toen, tegenover die gruwelen van haar leven, verhief zich een stem
-in haar binnenste; het bloed van haar vader, dat burgerlijke bloed,
-dat haar niet met rust liet in de uren van crisis, kwam tegen haar in
-opstand. Zij, die altijd met vrees en beving aan de hel had gedacht,
-zij had moeten blijven in de sombere gestrengheid van het hôtel
-Béraud. Wie had haar toch naakt gemaakt?
-
-En in de blauwachtige schemering van den spiegel waande zij de
-gelaatstrekken van Saccard en Maxime te zien opdoemen. Saccard,
-donker van uiterlijk, grijnslachend, met een kleur als van ijzer,
-een lach als een nijptang, op zijn spichtige beenen. Die man was een
-wil. Sedert tien jaren zag zij hem in de smidse, in den gloed van
-het gloeiend metaal, met verzengde huid, hijgend, steeds kloppend,
-hamers hanteerend, twintigmaal te zwaar voor zijn armen, op gevaar
-af zichzelf te verpletteren.
-
-Nu begreep zij hem; hij scheen haar grooter toe door die
-bovenmenschelijke inspanning, door die bovenmatige schelmerij, dat idée
-fixe om zich onmiddellijk een onmetelijk fortuin te verschaffen. Zij
-herinnerde zich, hoe hij over de hindernissen heensprong, in de modder
-rolde, zich niet eens den tijd gunde om zich af te wisschen, ten einde
-er vóor den bepaalden tijd te wezen; hoe hij zich zelfs niet onderweg
-ophield om te genieten, maar zijn goudstukken al loopende opkauwde.
-
-Daarop verscheen het blonde, knappe hoofd van Maxime achter den lompen
-schouder van zijn vader; hij vertoonde zijn helderen meisjeslach,
-zijn ledige, veile deernenoogen die hij nooit neersloeg, zijn
-scheiding midden op het voorhoofd, waardoor de witte hoofdhuid
-te voorschijn kwam. Hij bespotte Saccard, hij vond hem burgerlijk,
-zooveel moeite te doen om geld te winnen, dat hij verteerde, met zijn
-beminnelijke luiheid. Hij liet zich onderhouden. Zijn lange, slappe
-handen getuigden van zijn ondeugden. Zijn onthaard lichaam nam de
-afgematte houding van een verzadigde vrouw aan. In heel dat slappe,
-weeke wezen, waarin de ondeugd stroomde met de zachtheid van een lauw
-water, schitterde geen sprankje nieuwsgierigheid naar het kwaad. Hij
-was het lijdzame werktuig.
-
-En Renée, die twee verschijningen in de schemering van den spiegel
-ziende opdoemen, deinsde een stap terug, zij zag dat Saccard haar als
-inzet bij zijn spel, als bedrijfskapitaal bij zijn zaken had gebruikt
-en dat Maxime er bij was geweest om de goudstukken op te rapen, die
-uit den zak van den speculant gegleden waren. Zij was zooveel als
-een wisselbrief in de portefeuille van haar man; hij drong haar tot
-die kostuums van éen nacht, die minnaars van éen seizoen; hij wrong
-haar in de vlammen van zijn smeedoven, gebruikte haar als een edel
-metaal, om het ijzer met zijn handen te vergulden. Gaandeweg had de
-vader haar dwaas en ellendig genoeg gemaakt voor de kussen van den
-zoon. Indien Maxime het verarmde bloed van Saccard was, voelde zij
-zich het voortbrengsel, de wormstekige vrucht van die twee mannen,
-de eerloosheid die zij tusschen elkander gegraven hadden en waarin
-zij zich beurtelings wentelden.
-
-Nu wist zij het. Die lieden hadden haar naakt gemaakt. Saccard had het
-keurslijf losgehaakt en Maxime had den rok laten afglijden. En met hun
-beiden hadden zij het hemd afgerukt. Nu had ze niets meer om het lijf,
-dan een paar gouden banden, als een slavin. Ze keken haar zooeven aan,
-ze zeiden niet: "Je bent naakt".
-
-De zoon beefde als een lafaard, rilde bij de gedachte zijn misdaad
-tot het einde toe te volvoeren, weigerde haar te volgen in haar
-hartstocht. De vader, in plaats van haar te dooden, had haar bestolen;
-die man strafte de lui door hun zakken te plunderen; een handteekening
-viel als een zonnestraal op zijn woeste drift en uit wraak nam hij de
-handteekening mee. Toen had zij hun schouders in de duisternis zien
-verdwijnen. Geen bloed op het tapijt, geen kreet, geen klacht. Het
-waren laaghartigen. Zij hadden haar uitgekleed.
-
-En ze zei bij zichzelf dat zij één enkele maal de toekomst voorzien
-had, dien dag waarop, voor de fluisterende schaduwen van het park
-Monceau, de gedachte dat haar man haar, met schande overdekt, eens
-krankzinnig zou maken, als een schrikbeeld tusschen haar onstuimige
-begeerten was opgerezen. Ach! wat deed dat arme hoofd haar zeer! Hoe
-diep gevoelde zij, in dit oogenblik, de valschheid van dien waan, die
-haar deed gelooven dat zij in gelukzalige gewesten van goddelijke,
-straffelooze genietingen leefde! Zij had geleefd in het land der
-schande, en zij was gekastijd door de uitputting van haar geheele
-lichaam, door den dood van haar reeds zieltogenden geest. Zij schreide,
-dat zij niet geluisterd had naar die luide stemmen der boomen.
-
-Haar naaktheid verbitterde haar. Zij wendde het hoofd om, keek om
-zich heen. In de kleedkamer heerschte nog steeds die muskuslucht, die
-warme stilte, waarin de walsdeuntjes doordrongen als de wegstervende
-kringen op een watervlak. Dat gedempte gelach van verwijderd genot
-kwam tot haar als een ondragelijke spotternij. Zij stopte zich de
-ooren toe om niets meer te hooren. Toen viel haar oog op de weelde
-van de kamer. Zij keek omhoog naar de rose tent, naar de zilveren
-kroon die een bolwangigen Amor liet zien, met den pijl op den boog;
-zij beschouwde de meubels, het marmer van de toilettafel, vol potjes
-en gereedschappen, die zij niet herkende; zij ging naar de badkuip,
-nog vol water; zij stiet met den voet tegen de stoffen, die op het wit
-satijn der fauteuils waren neergeworpen, het kostuum der nimf Echo,
-de rokken, de handschoenen die waren blijven liggen. En al die dingen
-spraken haar van schande: het kleed van de nimf Echo sprak haar van
-dat spel, dat zij had willen spelen, om het eigenaardige genot zich
-openlijk aan Maxime te kunnen aanbieden; de badkuip wasemde den
-geur van haar lichaam uit; het water waarin zij zich gebaad had,
-verspreidde door de kamer haar koorts van zieke vrouw; de tafel met
-hare zeepen en oliën, de meubels, met hun zachte rondingen als bedden,
-spraken haar lompweg over haar vleesch, over haar liefde, over al die
-onreinheden die zij wilde vergeten. Zij kwam weer terug naar het midden
-van de kamer, purperrood, niet meer wetende waar zij dien alkoofgeur
-zou ontvluchten, die weelde die zich met de schaamteloosheid van
-een lichtekooi ten toon stelde, al dat rose liet zien. De kamer was
-naakt, evenals zijzelf; de rose badkuip, de rose huid der behangsels,
-het rose marmer van de twee tafels kregen leven, rekten zich uit,
-rolden zich ineen, omringden haar met zoo'n bandeloosheid van levende
-wellustigheden, dat zij de oogen sloot, het hoofd deemoedig boog
-onder het kantwerk van het plafond en de muren, dat haar verpletterde.
-
-Maar, door haar gesloten oogleden heen, zag zij weer de vleeschkleur
-van de kleedkamer, en zij zag bovendien het zachte grijs van de
-slaapkamer, het zachte geel van het kleine salon, het harde groen
-van de serre, al die medeplichtige weelde. Daar hadden haar voeten de
-slechte sappen in zich opgenomen. Op een matras, in een zolderkamertje,
-zou zij met Maxime niet geslapen hebben. Dat zou al te onwaardig
-geweest zijn. De zijde had haar misdaad koket gemaakt. En de verzoeking
-kwam in haar op die kanten af te rukken, op die zijde te spuwen,
-haar groot bed stuk te trappen, haar weelde in een goot te sleepen,
-waar ze even versleten en bezoedeld uit zou komen als zij zelf.
-
-Toen zij de oogen weer opende, trad zij op den spiegel toe, bekeek
-zich nog eens nauwlettend. Ze was uitgeleefd. Zij zag zich reeds
-dood. Haar geheele gelaat zei haar, dat de stoornis in haar brein
-nu volkomen was. Maxime, die laatste verdorvenheid van haar zinnen,
-had zijn werk voltooid, haar lichaam uitgeput, haar geest van streek
-gebracht. Zij zou geen vreugde meer smaken, voor haar geen hoop op
-een beter ontwaken. Bij die gedachte ontstak zij weer in een woesten
-toorn. En in een laatste crisis van begeerte, kwam het denkbeeld in
-haar op haar prooi weer te omvatten, te zieltogen in de armen van
-Maxime, hem met zich mee te voeren. Louise kon niet met hem trouwen;
-Louise wist wel dat hij niet van haar was; zij had immers gezien hoe
-zij elkander de lippen boden. Toen wierp zij een bonten kraag over
-haar schouders, om niet geheel ontkleed de balzaal door te gaan. Zij
-ging naar beneden.
-
-In het kleine salon stond zij eensklaps voor mevrouw Sidonie. Deze
-had zich, om van het drama te genieten, weer op de stoep van de serre
-geposteerd. Maar zij begreep er niets meer van, toen Saccard weer
-met Maxime te voorschijn kwam, en ruw op haar fluisterende vragen
-antwoordde, dat zij droomde, dat er volstrekt niets was. Toen vermoedde
-zij de waarheid. Haar geel gezicht werd bleek, dàt vond zij al heel
-sterk. En zachtjes kwam zij haar oor tegen de trapdeur leggen, in de
-hoop dat zij Renée boven zou hooren schreien. Toen de jonge vrouw de
-deur opende, sloeg deze haast tegen haar schoonzuster aan.
-
---Je bespiedt me! zei Renée toornig.
-
-Maar mevrouw Sidonie antwoordde met een fiere minachting:
-
---Denk je dat ik me met jouw vuiligheden bemoei?
-
-En haar toovenarescostuum weer opnemende, ging zij statig heen,
-met de opmerking:
-
---'t Is mijn schuld niet, kleine, als je in de klem geraakt.... Maar
-ik ben niet haatdragend, hoor! En weet wel, dat je in mij een tweede
-moeder zou gevonden hebben en nog kan vinden. Je kan bij me komen,
-zoodra je maar wil.
-
-Renée hoorde haar niet eens aan. Zij trad het groote salon binnen,
-ging midden door een ingewikkeld cotillon-figuur, zonder te letten
-op de verbazing die haar bonten kraag teweeg bracht. In het midden
-der zaal waren groepjes dames en heeren, die met vaandeltjes wuifden,
-terwijl de aangename stem van mijnheer de Saffré zei:
-
---Komaan, dames "la Guerre du Mexique".... De dames die het
-struikgewas voorstellen, moeten haar rokken wijd uitspreiden en op
-den grond blijven zitten.... Nu draaien de heeren om het struikgewas
-heen.... Wanneer ik vervolgens in de handen klap, danst iedere heer
-met zijn heester.
-
-Hij klapte in de handen. De trompetten schalden, de wals liet
-weer zijn paren door de zaal zweven. De figuur had weinig succès
-gehad. Twee dames waren in haar rokken verward op den grond blijven
-zitten. Mevrouw Daste verklaarde dat zij de "Guerre du Mexique"
-daarom alleen vermakelijk vond, omdat zij bij het neerhurken haar
-japon kon laten opbollen, evenals toen zij op de kostschool was.
-
-In de vestibule vond Renée Louise en haar vader, die door Saccard en
-Maxime uitgeleide werden gedaan. Baron Gouraud was vertrokken. Mevrouw
-Sidonie ging heen met Mignon en Charrier, terwijl mijnheer Hupel de la
-Noue mevrouw Michelin begeleidde, bescheidenlijk gevolgd door haar man.
-
-De prefect had het overige van den avond besteed met het hof te
-maken aan de mooie brunette. Hij had haar juist weten over te halen
-een van de zomermaanden in zijn standplaats te komen doorbrengen,
-waar men oudheden zag, "die de moeite waard waren."
-
-Louise, die stilletjes de noga opknabbelde die zij in haar zak had,
-kreeg een hoestbui toen zij juist afscheid namen.
-
---Stop je maar goed in, zei de vader.
-
-En Maxime haastte zich den band van haar capuchon dichter toe te
-halen. Zij hief de kin op en liet zich warm instoppen. Maar toen
-mevrouw Saccard verscheen, kwam mijnheer de Mareuil terug, om afscheid
-van haar te nemen.
-
-Zij bleven allen nog een oogenblikje praten. Zij gaf een verklaring
-van haar bleekheid en haar huiveringen, zij had zich koud gevoeld
-en was naar boven gegaan om dien kraag om te slaan. En zij loerde op
-het oogenblik dat zij zachtjes met Louise kon spreken, die haar met
-haar kalme nieuwsgierigheid aankeek. Terwijl de mannen elkander de
-hand drukten, fluisterde zij:
-
---Je trouwt toch niet met hem, hè? 't Is niet mogelijk. Je weet wel....
-
-Maar het meisje liet haar niet uitspreken, en zich uitrekkende,
-fluisterde zij haar in het oor:
-
---Wees maar niet bang, ik neem hem mee.... 't Hindert niets, hoor,
-we gaan immers toch naar Italië.
-
-En zij glimlachte, met haar flauwen glimlach van verdorven
-sphinx. Renée kon geen antwoord vinden. Zij begreep er niets van,
-ze dacht dat de bochel haar voor den gek hield. Toen de Mareuils
-eindelijk heengingen, onder een herhaald: "Tot Zondag!", keek zij
-haar man aan, en zij keek Maxime aan, met haar oogen vol ontzetting,
-en ze zoo kalm en bedaard ziende, sloeg zij de handen voor het gelaat
-en vluchtte heen, achter in de serre.
-
-De gangpaden waren verlaten. Het was stil onder het dichte gebladerte;
-op de loome watervlakte van de kom ontloken langzaam twee knoppen
-van de nymphea. Renée had willen huilen; maar die vochtige warmte,
-die sterke geur dien zij herkende, kneep haar de keel dicht, verstikte
-haar wanhoop. Zij keek omlaag naar den rand van de kom, naar dat plekje
-geel zand, waar zij den vorigen winter de berenhuid uitspreidde. En
-toen zij het hoofd ophief, zag zij nog een figuur van den cotillon,
-achter in de zaal, door de twee opengelaten deuren.
-
-Het was een oorverdoovend geraas, een verwarde mengeling waarin zij
-eerst niets anders onderscheidde dan fladderende japonnen en zwarte
-beenen, die trappelden en draaiden. De stem van mijnheer de Saffré
-riep: "Changement de dames! Changement de dames!" En de paren gingen
-in een fijne gele stofwolk voorbij; iedere heer, na drie of vier malen
-rondgewalst te hebben, wierp zijn dame in de armen van zijn buurman,
-die hem de zijne toewierp. Barones de Meinhold, in haar Smaragdkostuum,
-viel uit de handen van graaf de Chibray in die van mijnheer Simpson;
-hij ving haar op goed geluk op, bij een schouder, terwijl de toppen van
-zijn handschoen onder haar keurslijf gleden. Gravin Vanska, vuurrood,
-haar koralen hangers doende klinken, sprong uit de armen van mijnheer
-de Saffré in die van den hertog de Rozan, dien zij omklemd hield en
-noodzaakte vijf maten met haar rond te springen, om vervolgens aan
-de heup van mijnheer Simpson te hangen, die de Smaragd aan den leider
-van den cotillon had toegeworpen. En mevrouw Teissière, mevrouw Daste,
-mevrouw de Lauwerens, glinsterden als levende edelgesteenten, met het
-bleeke blond van den Topaas, het zachte blauw van den Turkoois, het
-diepe blauw van den Saffier; zij gaven zich een oogenblik over, bogen
-zich onder den gestrekten pols van een danser, dansten dan weer voort,
-kwamen in een nieuwe omhelzing terecht, werden achtereenvolgens door
-al de mannen in het salon in de armen gedrukt. Intusschen had mevrouw
-d'Espanet, voor het orkest staande, mevrouw Haffner in het voorbijgaan
-opgevangen, walste met haar, en wilde haar niet loslaten. Het Goud
-en het Zilver dansten verliefd samen.
-
-Renée begreep toen dat gefladder van rokken, dat geschuifel van
-voeten. Zij bevond zich op een lager standpunt, zij zag die razernij
-van de voeten, die mengeling van verlakte laarzen en witte enkels. Soms
-scheen het haar toe of een windvlaag al die rokken weg zou voeren. Die
-naakte schouders, die bloote armen, de fladderende losse haren,
-opgevangen, toegeworpen en weer opgevangen, aan het eind van die
-galerij, waar de wals van het orkest als razend werd, waar het roode
-behangsel bezwijmde in de laatste koortsige opgewondenheid van het
-bal, schenen haar toe als het woelig beeld van haar eigen leven,
-haar naaktheden, haar uitspattingen.
-
-En zij voelde zoo'n vlijmende smart, bij de gedachte dat Maxime,
-om de bochel in zijn armen te nemen, haar daar geworpen had, op die
-plek waar zij elkander bemind hadden, dat zij lust gevoelde om een tak
-van de tanghinia die haar langs de wang streek, af te rukken en tot
-op het hout toe op te kauwen. Maar zij was lafhartig, zij bleef voor
-den struik, rillend onder haar bonten kraag, dien haar armen dicht
-over haar schouders trokken, met een gebaar van angstige schaamte.
-
-
-
-
-
-
-
-VII.
-
-
-Drie maanden later, op een van die triestige lentemorgens die het
-duistere licht en de morsige vochtigheid van den winter in Parijs
-terugbrengen, stapte Aristide Saccard op het plein du Château-d'Eau
-uit een rijtuig, en begaf zich met vier andere heeren naar de gaping
-van afgebroken huizen, waar de toekomstige boulevard du Prince-Eugène
-doorheen zou loopen. Het was een commissie van onderzoek, die door de
-jury voor de schadeloosstellingen was uitgezonden om zekere perceelen
-te schatten, wier eigenaars zich niet tot een minnelijke schikking
-met de stad lieten vinden.
-
-Saccard speelde weer zijn spelletje van de rue de la Pépinière. Om den
-naam van zijn vrouw geheel te doen verdwijnen, bedacht hij een verkoop
-van de terreinen en het café-concert. Larsonneau gaf alles over aan
-een zoogenaamden schuldeischer. De verkoopakte wees het kolossale
-bedrag van drie millioen aan. Dat bedrag was zoo buitensporig hoog,
-dat de commissie van het stadhuis, toen de onteigeningsagent uit naam
-van den denkbeeldigen eigenaar den koopprijs als schadevergoeding
-eischte, niet meer dan twee millioen vijfhonderdduizend francs wilde
-geven, niettegenstaande mijnheer Michelin in het geheim gewerkt had
-en mijnheer Toutin-Laroche en baron Gouraud er voor gepleit hadden.
-
-Saccard was op die weigering voorbereid; hij sloeg het aanbod af,
-en liet de zaak voor de jury komen, waarvan hij juist deel uitmaakte
-met mijnheer de Mareuil, door een toeval dat hij zeker wel in de hand
-gewerkt had. Zoo kwam het, dat hij met vier van zijn kollega's een
-onderzoek moest instellen op zijn eigen terreinen.
-
-Mijnheer de Mareuil vergezelde hem. Van de drie andere juryleden was
-de éen een dokter, die zijn sigaar rookte zonder zich eenigszins te
-bekommeren om het puin waarover hij heen stapte, en de beide anderen
-waren industriëelen, waarvan de een, nu fabrikant van chirurgische
-instrumenten, vroeger als scharenslijper langs de straten had geloopen.
-
-De weg, dien de heeren insloegen, was vreeselijk morsig. Het had
-den heelen nacht geregend. De doorweekte grond werd een modderpoel,
-tusschen de omvergehaalde huizen, op dien weg die in de weeke aarde
-getrokken was, waar de wipkarren tot aan de naven inzakten. Aan
-weerszijden waren stukken half geslechte muren blijven staan; hooge
-gebouwen vertoonden hun bleeke ingewanden, leege trapmantels en
-gapende kamers, die als gebroken laden van een leelijk, oud meubelstuk
-boven elkander hingen. Niets was zoo treurig om aan te zien als de
-behangsels van die kamers, gele of blauwe vierkante stukken, die in
-flarden neerhingen, vijf en zes verdiepingen hoog, tot onder de daken,
-armoedige kamertjes aanduidende, nauwe hokjes, binnen wier grenzen
-misschien een geheel menschelijk bestaan was beperkt gebleven.
-
-Langs de kale muren stegen de doodsche zwarte strepen van de
-schoorsteenen omhoog, twee naast elkander, met hoekige ombuigingen. Een
-vergeten weerhaan knarste boven een dak, terwijl half losgeraakte goten
-als lompen neerhingen. En de weg ging midden door die puinhoopen,
-als een bres door een kanon geschoten; hij was nog bijna niet te
-herkennen, zooals hij daar nog half onder puin, aardhoopen en diepe
-waterplassen bedolven, zich uitstrekte onder den grauwen hemel,
-in het sombere grijs van de opstuivende kalk, en als met rouwranden
-omgeven door de zwarte strepen der schoorsteenen.
-
-Die heeren, met hun glimmende laarzen, hun overjassen en hooge
-hoeden, maakten een zonderling figuur in dien vuilgelen modderpoel,
-waar slechts vaalbleeke werklui, tot op den rug bespatte paarden
-voorbijgingen, voor karren waarvan het hout onder een dikke korst
-van stof verdween.
-
-Zij liepen achter elkander, sprongen van steen tot steen, vermeden de
-modderpoelen, zakten er ook soms tot aan de enkels in en schudden dan
-met een vloek het slijk van hun laarzen. Saccard had hun voorgesteld
-de rue de Charonne te nemen, wat hun die wandeling door den drassigen
-grond bespaard zou hebben; maar zij hadden ongelukkig verscheidene
-huizen op de lange lijn van den boulevard te bezichtigen; daarbij
-kwam een beetje nieuwsgierigheid, zoodat zij maar besloten midden
-door de in gang zijnde werken te gaan.
-
-Zij vonden het trouwens erg belangwekkend. Soms hielden zij zich
-een oogenblik in evenwicht op een brok kalk, diep in een wagenspoor,
-hieven het hoofd op, riepen elkander toe om de aandacht te vestigen
-op een gapenden vloer, een schoorsteenpijp hoog in de lucht, een
-bint die op een naburig dak gevallen was. Dat stukje verwoeste stad,
-zoo vlak bij de rue du Temple, vonden zij bijzonder grappig.
-
---'t Is inderdaad opmerkelijk, zei mijnheer de Mareuil. Kijk eens,
-Saccard, die keuken daar, omhoog; er hangt nog een oude pan boven
-het fornuis.... Ik zie haar duidelijk.
-
-Maar de dokter stond met zijn sigaar in den mond, voor een afgebroken
-huis, waarvan alleen de kamers gelijkvloers overbleven, gevuld met het
-puin van de bovenverdiepingen. Een enkel stuk muur stond nog overeind
-in dien puinhoop; om hem met één ruk omver te halen, had men er een
-touw om gebonden, waaraan een dertigtal werklieden trokken.
-
---Ze krijgen hem niet om, mompelde de dokter. Ze trekken te veel
-naar links.
-
-De vier anderen waren op hun schreden teruggekeerd om den muur te
-zien vallen. En alle vijf wachtten met een rilling van genot het
-oogenblik af, dat hij zou vallen. De werklieden, het touw vierende
-en dan plotseling eenparig rukkende, riepen: Ohé! hisse!
-
---Ze krijgen hem niet om, herhaalde de dokter.
-
-En na een paar seconden van spanning:
-
---Hij beweegt, hij beweegt, riep een der industriëelen vroolijk.
-
-En toen de muur eindelijk bezweek, met een donderend geraas neerplofte,
-een wolk van kalkstof omhoog jagende, keken de heeren elkander
-glimlachend aan. Ze waren verrukt. Hun jassen werden met een fijn
-stof bedekt, dat hun armen en schouders wit maakte.
-
-Nu kwam het gesprek op de werklieden, terwijl zij behoedzaam tusschen
-de plassen doorstapten. Er waren er niet veel, die deugden. Het waren
-allemaal luiaards, verkwisters, en nog koppig bovendien, op niets
-anders uit dan op den ondergang van de patroons. Mijnheer de Mareuil,
-die met een huivering naar twee arme drommels keek, die schrijlings op
-een dakpunt gezeten, een muur met houweelslagen sloopten, gaf als zijn
-opinie te kennen, dat die lui toch heel wat moed toonden. De anderen
-bleven op nieuw stilstaan en hieven de oogen op naar die sloopers,
-die zich in evenwicht hielden en intusschen uit alle macht er op
-los hamerden; zij stieten de steenen met den voet weg en zagen ze
-kalmpjes beneden in stukken vallen; als hun houweel uitgegleden was,
-zou de kracht van hun armbeweging reeds in staat geweest zijn hen
-van hun plaats te doen aftuimelen.
-
---Bah, zei de dokter, zijn sigaar weer naar den mond brengende. Niets
-dan gewoonte. 't Is vee.
-
-Intusschen waren zij aan een der huizen genaderd, die zij zien
-moesten. Ze deden hun werk in een kwartier af en hervatten hun
-wandeling. Langzamerhand waren zij minder bang voor de modder geworden;
-zij hadden nu de hoop opgegeven hun schoenen droog te houden en stapten
-nu midden door de plassen. Toen zij de rue Ménilmontant voorbij waren,
-werd een der industriëelen, de gewezen scharenslijper, onrustig. Hij
-keek aandachtig naar de bouwvallen om hem heen, hij herkende de wijk
-niet meer. Hij zei dat hij dertig jaar geleden, toen hij pas in Parijs
-kwam, dien kant uit gewoond had en dat hij het plekje graag terug
-zou vinden. Hij liet zijn oogen overal gaan, toen hij midden op den
-weg bleef stilstaan voor een huis, dat door het houweel der sloopers
-reeds in tweeën gehakt was. Hij beschouwde aandachtig de deur, de
-vensters. Toen wees hij naar een hoekje van dat huis, hoog in de lucht:
-
---Daar is het, riep hij, ik herken het!
-
---Wat dan? vroeg de dokter.
-
---Wel, mijn kamer! Daar is ze.
-
-Het was op de vijfde verdieping, een kamertje dat vroeger op de
-binnenplaats moest uitgezien hebben. Een geopende muur vertoonde het,
-naakt en kaal, reeds aan éen zijde doorgetrokken, met zijn behangsel
-met groote gele takken waarvan een halfafgescheurd stuk in den wind
-klapperde. Men zag er nog de holte van een kast die met blauw papier
-beplakt was. En daarnaast het gat van een kachel, waarin nog een eind
-pijp stak.
-
-De oude werkman werd aangedaan.
-
---Ik heb er vijf jaren doorgebracht, sprak hij bewogen, 't ging niet
-voorspoedig in dien tijd, maar ik was nog jong.... Ge ziet die kast,
-daar heb ik driehonderd francs in opgespaard, stuiver bij stuiver. En
-dat gat van de kachel, ik herinner me nog den dag waarop ik het
-gemaakt heb. De kamer had geen schoorsteen, het was er bitter koud,
-te meer daar we niet dikwijls met ons tweeën waren.
-
---Komaan, viel de dokter hem schertsend in de rede, wij vragen u geen
-vertrouwelijke mededeelingen. Ge hebt natuurlijk evengoed dwaasheden
-uitgehaald als ieder ander.
-
---Ja, dat 's waar, ging de brave man goedsmoeds voort. Ik herinner me
-nog een strijkster van den overkant.... Ziet u, het bed was rechts,
-dicht bij het raam.... Ach! mijn arme kamertje, wat hebben ze het
-vernield.
-
-Hij was werkelijk zeer bedroefd.
-
---Kom, kom, zei Saccard, dat kan geen kwaad dat men die oude
-barakken omverhaalt. Men bouwt er mooie hardsteenen huizen voor in
-de plaats.... Zoudt ge nog in zoo'n krot willen kruipen? Terwijl ge
-heel goed op den nieuwen boulevard zoudt kunnen wonen.
-
---Dat is waar, antwoordde de fabrikant opnieuw, geheel getroost.
-
-De commissie van onderzoek bezichtigde nog twee huizen. De dokter bleef
-aan de deur staan, met de sigaar in den mond in de lucht kijkende.
-
-Toen zij in de rue des Amandiers kwamen, werden de huizen zeldzamer;
-zij liepen nu meestal langs open stukken grond, waarop hier en daar
-een half ingestort huis. Saccard scheen vroolijk gestemd door die
-wandeling tusschen puinhoopen. Hij herinnerde zich het diner, dat
-hij lang geleden met zijn eerste vrouw op de buttes Montmartre had
-gebruikt, en het stond hem nog levendig voor den geest hoe hij met
-het scherp van zijn hand de sneê gemaakt had, die Parijs kerfde van
-de place du Château d'Eau naar de Barrière du Trône. De vervulling
-van die profetie bracht hem in verrukking. Hij volgde de insnijding
-met de heimelijke vreugde van een ontwerper, alsof hijzelf de eerste
-houweelslagen had gegeven, met zijn ijzeren vingers. En hij sprong
-over de plassen, met de gedachte dat daar drie millioen onder het
-puin op hem wachtten, aan het eind van dien stroom van vette modder.
-
-Intusschen kregen de heeren den indruk, dat zij buiten op het
-land waren. De weg liep midden door tuinen, waarvan de muren waren
-neergehaald. Er waren groote boschjes seringen in den knop. Het groen
-was jong en frisch. Elk tuintje was als een priëel omspannen door het
-gebladerte van de heesters, met een vijvertje, een miniatuur waterval,
-stukjes muur waarop oogbedriegers waren geschilderd, priëeltjes of het
-blauwachtige verschiet van een landschap. De woningen die afzonderlijk
-stonden en niet dadelijk in het oog vielen, geleken op Italiaansche
-paviljoens, of op Grieksche tempeltjes, het mos knaagde aan den voet
-der gepleisterde pilaren, terwijl het onkruid de kalk der frontons
-losgemaakt had.
-
---Dat zijn de kleine huisjes, zei de dokter, met een hoofdknikje.
-
-Maar daar hij zag dat de heeren hem niet begrepen, legde hij hun uit
-dat de markiezen onder Lodewijk XV schuilplaatsen hadden voor hun
-fijne partijtjes. Dat was zoo de mode. En hij hernam:
-
---Men noemde dat de kleine huisjes. Deze wijk was er vol van. Daar
-zijn fraaie dingen gebeurd, daar kunt ge op aan!
-
-De commissie van onderzoek was heel oplettend geworden. De twee
-industriëelen keken glimlachend, met glinsterende oogen, vol
-belangstelling naar die tuinen en tuinhuisjes, waarop zij vóór de
-uitlegging van hun collega geen blik geslagen hadden.
-
-Een grot trok vooral hun aandacht. Maar toen de dokter, een huisje
-ziende dat al gedeeltelijk gesloopt was, zei dat hij het huisje van
-graaf de Savigny herkende, dat vermaard was door de zwelgpartijen van
-dien edelman, verliet de heele commissie den boulevard om de ruïne te
-bezichtigen. Zij klommen op de afbraak, kwamen door de vensters in de
-kamers gelijkvloers; en daar de werklieden aan het schaften waren,
-konden zij alles op hun gemak opnemen. Zij bleven er een groot half
-uur, de rozetten van de plafonds bekijkende, het schilderwerk boven
-de deuren, het gekunstelde lijstwerk van die pleisterkalk, die door
-den tijd geel was geworden. De dokter bouwde het huis weer op.
-
---Ziet ge, zei hij, die zaal moet de feestzaal geweest zijn. Daar, in
-dien inham van den muur, heeft zeker een kolossale divan gestaan. Kijk,
-ik ben er zelfs zeker van dat er een spiegel boven hing; daar heb je
-de duimen nog... O, die schelmen wisten van het leven te genieten!
-
-Ze zouden die oude steenen, die hun nieuwsgierigheid prikkelden,
-niet zoo spoedig verlaten hebben, als Aristide Saccard, ongeduldig
-wordende, hun niet lachend toegevoegd had:
-
---Of u al zoekt, heeren, de dames zijn er toch niet meer. Laten we
-maar aan onze zaken gaan.
-
-Maar voor dat hij heenging, klom de dokter op een schoorsteen om
-heel voorzichtig met een houweelslag een geschilderd Amorkopje los
-te maken, dat hij vervolgens in den zak van zijn overjas stak. Ze
-kwamen eindelijk aan het doel van hun tocht. De oude terreinen
-van mevrouw Aubertot waren zeer uitgestrekt; het café-concert en
-de tuin besloegen er slechts de helft van, de rest was bezaaid met
-onaanzienlijke huizen. De nieuwe boulevard nam dat groote parallelogram
-overdwars, waardoor Saccard ten minste op dat punt gerustgesteld was;
-hij had langen tijd gedacht dat het café-concert alleen zou afgesneden
-worden. Larsonneau had hij dan ook aanbevolen hooge eischen te stellen,
-daar de strooken grond die de stad langs den weg van de onteigende
-perceelen over zou houden, minstens vijfmaal zooveel waard zouden
-worden.
-
-Hij dreigde de stad reeds, gebruik te zullen maken van een nieuwe
-verordening, die de eigenaars machtigde slechts dien grond af te staan,
-die strikt noodig was voor werken ten algemeenen nutte.
-
-De heeren werden ontvangen door den onteigeningsagent. Hij leidde
-hen rond in den tuin, liet hen het café-concert bezichtigen, toonde
-hun een heel groot dossier. Maar de twee industriëelen waren weer
-naar beneden gegaan, vergezeld van den dokter, hem nog altijd vragen
-doende over dat huisje van graaf de Savigny, dat zij niet uit hun
-gedachten konden zetten. Zij luisterden met open mond, alle drie
-tegen een wip geleund; hij vertelde hun van mevrouw de Pompadour en
-de liefdeshistories van Lodewijk XV, terwijl mijnheer de Mareuil en
-Saccard het onderzoek alleen voortzetten.
-
---Ziezoo, dat is klaar, zei de laatste, in den tuin
-terugkomende. Indien u het goed vindt, heeren, zal ik mij met de
-samenstelling van het rapport belasten.
-
-De instrumentenfabrikant luisterde niet eens. Hij was geheel verdiept
-in het regentschap.
-
---Wat een vreemde tijden waren dat toch, mompelde hij.
-
-Daarop namen zij een rijtuig in de rue de Charonne, en keerden tot aan
-de knieën beslijkt naar huis terug, zeer voldaan over hun uitstapje. In
-het rijtuig liep het gesprek over de politiek, zij zeiden dat de keizer
-grootsche dingen tot stand bracht. Zoo iets als zij daar pas gezien
-hadden, was nog nooit aanschouwd. Die lange, kaarsrechte straat zou
-een prachtig gezicht opleveren, als zij volgebouwd was.
-
-Saccard stelde het rapport op en de jury stond drie millioen toe. De
-speculant zat deerlijk in den nood, hij had geen maand langer kunnen
-wachten. Dat geld redde hem van den ondergang, ja, in zekeren zin uit
-de handen van het gerecht. Hij betaalde vijfhonderd duizend francs af
-op het millioen dat hij aan zijn behanger en zijn aannemer schuldig
-was voor het hôtel in het park Monceau.
-
-Hij stopte nog andere gaatjes, waagde zich in nieuwe maatschappijen,
-verdoofde Parijs door het geraas van die werkelijke goudstukken,
-die hij met stapels op de planken van zijn ijzeren brandkast wierp.
-
-De gouden stroom had eindelijk bronnen. Maar met dat al was het
-nog geen solied fortuin, geen onafgebroken, door dijken beschermde
-stroom. Saccard zoo pas uit een crisis gered, vond zich armzalig met
-het overschotje van zijn drie millioen; hij zei heel naïef dat hij
-nog te arm was, dat hij nog niet kon ophouden. En weldra kraakte de
-grond opnieuw onder zijn voeten.
-
-Larsonneau had zich zoo uitstekend van zijn opdracht in de
-zaak-Charonne gekweten, dat Saccard, na een korte aarzeling,
-de eerlijkheid zoo ver dreef dat hij hem de tien procent en zijn
-afgedwongen dertig duizend francs gaf. De onteigeningsagent opende toen
-een bankiershuis. Als zijn medeplichtige hem gemelijk verweet rijker
-te zijn dan hij, antwoordde de fat met zijn gele handschoenen lachend:
-
---Ja, ziet u, waarde meester, u hebt er slag van goudstukken te laten
-regenen, maar niet om ze op te rapen.
-
-Mevrouw Sidonie maakte gebruik van het buitenkansje van haar broer
-om tienduizend francs van hem te leenen, waarmee zij twee maanden
-in Londen ging doorbrengen. Zij kwam geheel berooid terug. Men heeft
-nooit te weten kunnen komen, waar de tienduizend francs gebleven zijn.
-
---Daar gaat wat geld aan weg, antwoordde zij als men haar
-ondervroeg. Ik heb alle bibliotheken doorgesnuffeld. Ik had drie
-secretarissen voor mijn nasporingen noodig.
-
-En toen men haar vroeg of zij eindelijk zekere gegevens betreffende
-haar drie milliard had, glimlachte zij eerst met een geheimzinnig
-gezicht, en fluisterde toen:
-
---Je gelooft er toch allemaal niets van.... Ik heb niets gevonden,
-maar dat hindert niet. Je zult het toch nog beleven.
-
-Toch was het geen verloren tijd geweest, dien zij in Engeland had
-doorgebracht. Haar broer de minister had haar tegelijk met een kiesche
-opdracht belast. Toen zij terugkwam, kreeg ze groote bestellingen
-van het ministerie.
-
-'t Was of ze herleefde. Zij belastte zich met alle denkbare leverantiën
-aan de regeering. Zij leverde levensmiddelen en wapenen voor de
-troepen, meubelen voor de regeeringsgebouwen, brandhout voor de
-ministeries en de museums. Het geld dat zij verdiende kon haar niet
-doen besluiten afstand te doen van haar eeuwige zwarte japonnen, en
-ze hield haar meewarige, gele gezicht. Saccard begreep toen, dat zij
-het wel degelijk geweest was, die hij vroeger heimelijk uit zijn broer
-Eugène's huis had zien sluipen. Ze had zeker al jaren lang in geheime
-betrekking met hem gestaan, voor zaken, die niemand ter wereld kende.
-
-Te midden van al die belangen, al die vurige begeerten die nooit
-verzadigd werden, kwijnde Renée weg. Tante Elisabeth was gestorven;
-haar zuster was getrouwd en had het hôtel Béraud verlaten, waar
-haar vader alleen stond, in de stemmige plechtigheid van de groote
-kamers. Zij bracht in éen seizoen de erfenis van haar tante door. Zij
-speelde nu. Ze had een salon gevonden waar de dames tot drie uur
-'s nachts bleven zitten en soms honderdduizend francs in één nacht
-verspeelden. Zij had haar troost in den drank willen zoeken, maar
-zij kon niet, zij had er een onoverwinnelijken afkeer van. Sinds zij
-weer alleen was, overgeleverd aan dien vloed van wereldsche vermaken,
-gaf zij er zich geheel aan over, niet meer wetend waarmee zij haar
-tijd zou dooden.
-
-Zij probeerde van alles, niets wekte haar belangstelling op, in die
-oneindige verveling, die zoo zwaar op haar drukte. Zij werd oud,
-blauwe kringen vertoonden zich om haar oogen, haar neus werd smaller,
-haar pruilende lip vertrok zich plotseling, zonder reden, tot een
-lach. Zij was een uitgeleefde vrouw.
-
-Toen Maxime met Louise getrouwd was en de jongelui naar Italië
-vertrokken waren, maalde zij niet meer om haar minnaar, zij scheen
-hem zelfs geheel te vergeten. En toen Maxime zes maanden later alleen
-terugkwam, daar hij de "bochel" op het kerkhof van een stadje in
-Lombardije begraven had, toonde zij zelfs haat jegens hem. Zij dacht
-aan Phèdre, zij herinnerde zich zeker die misdadige liefde, waarover
-zij Ristori had hooren snikken.
-
-Om toen den jongen man niet meer bij zich aan huis te zien, om voor
-altijd een afgrond van schande tusschen den vader en den zoon te
-graven, dwong zij haar man van de bloedschande kennis te nemen; zij
-vertelde hem dat Maxime op dien dag, toen hij haar met hem verrast had,
-haar al lang achtervolgde, dat hij haar trachtte te onteeren.
-
-Saccard vond het verschrikkelijk vervelend dat zij hem met alle
-geweld de oogen wilde openen. Hij moest kwaad worden op zijn zoon,
-allen omgang met hem staken.
-
-De jonge weduwnaar, rijk door den bruidschat zijner vrouw, ging als
-vrijgezel in een klein hôtel op de avenue de l'Impératrice wonen. Hij
-had voor zijn benoeming tot auditeur bedankt en leefde nu geheel voor
-de wedrennen.
-
-Renée genoot hiermee een van haar laatste voldoeningen. Zij wreekte
-zich, zij slingerde dien twee mannen de schande, die zij over haar
-gebracht hadden, in het gelaat; zij zei bij zichzelf, dat zij ze nu
-niet meer, als kameraads, gearmd zou zien loopen, haar ten spot.
-
-Nadat al haar liefde versmaad was, kwam er een oogenblik waarop Renée
-niemand meer had om lief te hebben dan haar kamermeisje. Langzamerhand
-had zij een moederlijke genegenheid voor haar opgevat. Misschien dat
-dit meisje, al wat er om haar heen was overgebleven van haar liefde
-voor Maxime, haar herinnerde aan die uren van genot die voor altijd
-verloren waren.
-
-Misschien ook was zij enkel getroffen door de trouw van die dienstbode,
-dat brave meisje dat bij alle wederwaardigheden even kalm en zorgzaam
-bleef. Zij was haar dankbaar, bij haar zelfverwijt, dat zij getuige
-was geweest van haar schande, zonder haar vol walging te verlaten;
-zij stelde zich een heel leven van onthouding, van zelfverloochening
-voor, om tot het begrip te kunnen komen van de kalmte van dat meisje,
-haar eerbiedige toewijding, tegenover haar schandelijke liefde. En
-Renée voelde zich te gelukkiger door die toewijding, omdat zij wist dat
-het meisje eerlijk en zuinig was, geen minnaars en geen ondeugden had.
-
-In haar buien van neerslachtigheid was zij gewoon te zeggen:
-
---Gij, mijn kind, zult mij de oogen sluiten.
-
-Céleste antwoordde niet, maar lachte geheimzinnig. Op een morgen,
-kwam zij heel kalm vertellen dat zij heenging, dat zij naar haar dorp
-terugkeerde. Renée begon eensklaps te beven alsof haar een groot
-ongeluk overkwam. Zij verzette zich tegen haar besluit, deed haar
-honderd vragen. Waarom liet zij haar in den steek, terwijl zij het
-toch zoo goed samen konden vinden? Zij bood haar zelfs het dubbele
-van haar loon.
-
-Maar het kamermeisje knikte op al haar vriendelijke woorden van neen,
-kalm en halsstarrig.
-
---Ziet u, mevrouw, antwoordde zij eindelijk, al zoudt u me al de
-schatten van de wereld aanbieden, dan zou ik geen week langer bij u
-blijven. U kent me nog niet!.... Het is nu al acht jaar dat ik bij u
-ben, niet waar? Nu, van den eersten dag af heb ik bij mezelf gezegd:
-"Zoodra ik vijfduizend francs bij elkaar heb, ga ik naar huis terug;
-ik koop het huis van Lagache, en ik leid een gelukkig leventje...." Dat
-heb ik me zoo voorgenomen, begrijpt u? En ik heb de vijfduizend francs
-sedert gisteren, toen u me mijn loon uitbetaalde, bij elkaar.
-
-Het werd Renée koud om het hart. Zij zag Céleste achter haar en
-Maxime omgaan, terwijl zij elkander kusten, en zij zag haar met haar
-onverschilligheid, denkend aan haar vijfduizend francs. Toch trachtte
-zij haar nog terug te houden, terugschrikkend voor de verlatenheid
-waarin zij zou moeten leven, in weerwil van dat alles dat koppige
-wezen bij zich te houden, aan welks toewijding zij geloofd had en
-dat slechts een egoïst bleek te zijn. De ander glimlachte, schudde
-maar steeds het hoofd en mompelde:
-
---Neen, neen, 't is niet mogelijk. Al was het mijn moeder, dan zou ik
-nog weigeren.... Ik zal twee koeien koopen. Misschien ga ik een zaakje
-in manufacturen beginnen.... Het is heel aardig bij ons. U moet me eens
-komen opzoeken. 't Is dicht bij Caen. Ik zal het adres achterlaten.
-
-Toen drong Renée niet verder aan. Zij weende heete tranen toen zij
-alleen was.
-
-Den volgenden dag wilde zij,--een gril van een zieke,--Céleste in
-haar eigen coupé naar de gare de l'Ouest brengen. Zij gaf haar een
-van haar reisdekens en nog een geschenk in geld, zorgde voor haar
-als een moeder, wier dochter een lange reis gaat ondernemen. In het
-rijtuig keek zij haar met vochtige oogen aan. Céleste babbelde druk,
-gaf haar blijdschap te kennen dat zij wegging. Toen, moed vattende,
-stortte zij haar hart uit, gaf zij haar meesteres raad.
-
---Ik zou het leven anders opgevat hebben, mevrouw. Ik heb zoo dikwijls
-bij mijzelf gezegd, als ik u met mijnheer Maxime samen vond: "Hoe
-is het mogelijk, dat men zoo gek is op de mannen!" Dat loopt altijd
-verkeerd af. Ik heb nooit van ze willen weten!
-
-En lachend leunde zij achterover in een hoekje van het rijtuig.
-
---Mijn geld was naar de maan geweest! ging zij voort, en nu zou ik
-mijn oogen blind kunnen schreien. Zoodra ik een man zag, nam ik dan
-ook een bezemsteel.... Ik heb u dat nooit durven zeggen. Trouwens,
-het ging me ook niet aan. U was vrij in uw doen en laten, en ik had
-enkel maar te zorgen dat ik eerlijk mijn geld verdiende.
-
-Aan het station wilde Renée voor haar betalen en nam een kaartje
-eerste klasse. Daar zij nog tijd over hadden, bleef zij een oogenblik
-bij haar, drukte haar de handen, en zei:
-
---En neem je maar goed in acht, zorg dat je geen kou vat, beste
-Céleste!
-
-Deze liet zich vertroetelen. Zij bleef opgewekt glimlachen, terwijl
-haar meesteres haar tranen niet kon inhouden. Renée sprak nog eens
-over het verleden. En plotseling riep Céleste uit:
-
---Dat had ik haast vergeten: ik heb u die historie van Baptiste,
-mijnheers kamerdienaar, niet verteld.... Ze hebben het u zeker niet
-willen zeggen....
-
-De jonge vrouw bekende dat zij er werkelijk niets van wist.
-
---Nu dan, u herinnert u nog wel zijn waardige houding, zijn
-minachtende blikken, u had het er dikwijls zelf wel over. Dat was
-alles komediespel.... Hij mocht de vrouwen niet, hij kwam nooit
-in de dienstbodenkamer als wij er waren; ja,--ik kan het nu wel
-zeggen,--hij beweerde dat het walgelijk in het salon was, met al
-die laag uitgesneden japonnen. Ik geloof het graag, dat hij niet van
-vrouwen hield.
-
-En zij boog zich naar Renée's oor; zij deed haar blozen, terwijl zij
-zelf haar eerbare kalmte behield.
-
---Toen de nieuwe staljongen, ging zij voort, alles aan mijnheer had
-verteld, jaagde mijnheer Baptiste liever weg dan dat hij hem aan de
-justitie overleverde. Het schijnt dat die gemeene dingen jarenlang in
-de stallen gebeurden. En die groote lummel deed nog al of hij zooveel
-van paarden hield. Van de palfreniers hield hij.
-
-Het gelui van de bel bracht haar tot zwijgen. Zij nam haastig de acht
-of tien pakjes op, die zij bij zich had willen houden. Ze liet zich
-omhelzen. Daarop ging zij heen, zonder zich om te keeren.
-
-Renée bleef in het station totdat het fluitje van de locomotief zich
-deed hooren. En toen de trein uit het gezicht was, was zij wanhopig,
-wist ze niet meer wat ze beginnen moest; de dagen schenen haar
-nu eindeloos, leeg als die groote wachtkamer, waar zij alleen was
-achtergebleven. Zij steeg weer in haar rijtuig, zij beval den koetsier
-naar het hôtel terug te keeren. Maar onderweg bedacht zij zich,
-zij was bang voor haar kamer, voor de verveling die haar wachtte;
-ze had niet eens den moed om van toilet te gaan verwisselen, voor
-haar dagelijksch rijtoertje. Zij voelde behoefte aan zonneschijn,
-aan levendigheid. Zij beval den koetsier naar het Bosch te rijden.
-
-Het was vier uur. Het Bosch ontwaakte uit de drukkende
-middaghitte. Langs de avenue de l'Impératrice vlogen stofwolken op;
-in de verte zag men de uitgestrekte groene vlakten, begrensd door de
-heuvels van Saint-Cloud en Suresnes, waarboven de grauwe Mont-Valérien
-troonde. De zon stond hoog boven den horizon en vulde de gapingen
-tusschen het gebladerte met een gouden stof, zette de hooge takken in
-gloed, veranderde die zee van bladeren in een zee van licht. Maar,
-achter de fortificaties, in de laan die naar het meer leidt, was de
-grond pas besproeid; de rijtuigen rolden over de bruine aarde als
-over een wollen tapijt, terwijl de frissche geur van de bevochtigde
-aarde omhoog steeg.
-
-Aan weerszijden van de laan verhieven de boompjes van het hakhout
-hun jonge stammetjes tusschen het struikgewas, zich verliezende in
-een groenachtig waas, hier en daar door zonnige plekjes verlicht;
-en naarmate men dichter bij het meer kwam, werden de stoelen op de
-trottoirs talrijker; geheele families zaten daar kalm en zwijgend
-naar de eindelooze opeenvolging van rijtuigen te kijken. Verderop,
-bij den kruisweg voor het meer, was het oogverblindend, de schuine
-stralen der zon maakten van de ronde watervlakte een grooten spiegel
-van gepolijst zilver, die het stralende beeld van het gesternte des
-daags weerkaatste. De oogen knipten, men onderscheidde links, dicht bij
-den oever, nog slechts de donkere vlek van de pleizierboot. De parasols
-in de rijtuigen bogen zich met een zachte, gelijkmatige beweging, naar
-die flikkering en rezen eerst omhoog in de laan, langs de watervlakte,
-die van den hoogen oever gezien, een metaalzwarte kleur aannam, met
-goudbruine strepen geaderd. Rechts, schaarden de boschjes naaldboomen
-hun zuilengangen op een rij, teere, rechtopgaande stammen, wier zacht
-violet rood gekleurd werd door den gloed der zon; links strekten de
-grasperken zich uit, in een bad van licht, als smaragden velden,
-tot aan het op kantwerk gelijkende hek der poort de la Muette. En
-dichter bij den waterval, terwijl aan de eene zijde de schemering van
-het hakhout weer begon, verhieven de eilanden, aan de overzij van den
-vijver, zich in de blauwe lucht, met hun zonnige oevers, de krachtige
-schaduwen van hun dennen, aan wier voet het Zwitsersch huisje een
-stuk kinderspeelgoed geleek, in een hoekje van een maagdelijk woud
-verdwaald. Het geheele bosch trilde en lachte onder de zon.
-
-Renée schaamde zich over haar coupé, haar donkerbruin zijden kostuum,
-op dien heerlijken dag. Achter in het rijtuig gedoken, keek zij
-door de open portierramen naar die strooming van licht op het water
-en op het groen. Bij de bochten der lanen bemerkte zij de reeks
-wielen, die draaiden als gouden sterren, in een lange streep van
-verblindenden glans. De verniste paneelen, de flikkeringen van het
-koper en het staal, de heldere kleuren der toiletten, gingen heen in
-den regelmatigen draf der paarden, vormden tegen den achtergrond van
-het Bosch een breede, bewegende streep, een uit den hemel gevallen
-straal, zich verlengende en de krommingen van den rijweg volgende. En
-in dien straal zag de jonge vrouw, terwijl zij met de oogen knipte,
-den blonden chignon van een vrouw, den zwarten rug van een lakei,
-de witte manen van een paard. De gewaterde rondingen der parasols
-spiegelden als metalen manen.
-
-Toen, in dat volle daglicht, die zonnige vlakten, dacht zij aan
-de fijne asch van de schemering, die zij eens op een avond op
-de verwelkende bladeren had zien neerdalen. Maxime vergezelde
-haar. Het was in den tijd toen de begeerte naar den knaap in haar
-ontwaakte. En zij zag weer de grasvlakten, door de avondlucht bedauwd,
-het schemerende hakhout, de eenzame lanen.
-
-De rijtuigen reden met een droevig geratel langs de ledige stoelen,
-terwijl heden het rollen der wielen, het draven der paarden, klonken
-als een vreugdegeschal. Daarop kwamen al haar rijtoertjes door het
-Bosch haar voor den geest. Zij had er in geleefd. Maxime was daar,
-naast haar, op het kussen van haar rijtuig, groot geworden. Het
-was hun tuin. De regen verraste hen daar, de zon bracht ze daar
-terug, de duisternis verjoeg ze niet altijd. Zij reden daar rond bij
-iedere weersgesteldheid, zij smaakten er de lusten en de lasten van
-hun leven. In de ledigheid van haar leven, in de neerslachtigheid
-over Céleste's vertrek, schonken die herinneringen haar een bitter
-genot. Haar hart zei: nooit, nooit meer! En het werd haar koud om
-het hart, toen zij zich dat winterlandschap voor den geest riep,
-dien dofbevroren vijver, waarop zij schaatsen gereden hadden; de
-hemel was roetkleurig, de sneeuw haakte witte kant op de boomen,
-de scherpe wind joeg hun een fijn zand in de oogen en den mond.
-
-Intusschen had zij links, op het ruiterpad, den hertog de Rozan,
-de heeren de Mussy en de Saffré herkend. Larsonneau had de moeder
-van den hertog den dood aangedaan, toen hij haar op den vervaldag,
-de accepten van haar zoon tot een bedrag van honderd vijftig duizend
-francs presenteerde, en de hertog verteerde zijn tweede halve millioen
-met Blanche Muller, nadat hij de eerste vijfhonderd duizend francs
-in de handen van Laure d'Aurigny had gelaten. Mijnheer de Mussy, van
-het Engelsche gezantschap naar het Italiaansche overgegaan, was weer
-galant geworden; hij leidde den cotillon met nieuwe bevalligheid. Wat
-mijnheer de Saffré aangaat, hij bleef de beminnelijkste scepticus
-en najager van wereldsche vermaken. Renée zag hem juist toen hij
-zijn paard naar het portier van gravin Vanska wendde, op wie hij,
-naar men zei, dol verliefd was sedert den dag waarop hij haar bij de
-Saccards als Koraal gezien had.
-
-Al de dames waren daar bijeen: de hertogin de Sternich, in haar eeuwige
-huit-ressorts; mevrouw de Lauwerens, met barones de Meinhold en de
-kleine mevrouw Daste, in een landauer; mevrouw Teissière en mevrouw de
-Guende, in een victoria. Midden tusschen die dames, pronkten Sylvia
-en Laure d'Aurigny, op de kussens van een prachtige kales. Mevrouw
-Michelin zelfs ging voorbij, ietwat weggedoken in een coupé; de
-mooie brunette was een bezoek gaan brengen aan mijnheer Hupel de la
-Noue's hoofdplaats; en bij haar terugkomst had men haar in het Bosch
-gezien in die coupé, waarbij zij weldra een open rijtuig hoopte te
-bezitten. Renée bemerkte ook de markiezin d'Espanet en mevrouw Haffner,
-de onafscheidelijken, naast elkander onder haar parasols verborgen,
-teeder lachend elkander in de oogen blikkend.
-
-Toen reden de heeren voorbij: mijnheer de Chibray in een mail;
-mijnheer Simpson in een dogcart; de heeren Mignon en Charrier, meer
-tuk op winst dan ooit, ondanks hun wensch om spoedig uit de zaken te
-treden, in een coupé die zij aan het eind eener laan lieten staan,
-om een eindweegs te voet te gaan; mijnheer de Mareuil, nog in den
-rouw over zijn dochter, rondziende of hij niet gegroet zou worden om
-zijn eerste interruptie, den dag te voren, in het Wetgevend lichaam,
-zijn politiek gewicht rond latende rijden in het rijtuig van mijnheer
-Toutin-Laroche die nogmaals het Wijnbouwcrediet gered had, nadat hij
-het op den rand van zijn ondergang had gebracht, en die door zijn
-lidmaatschap van den Senaat nog magerder en aanzienlijker werd.
-
-En om dien stoet te sluiten, als allerhoogste majesteit, lag baron
-Gouraud log in de zon, op de dubbele kussens waarmee zijn rijtuig
-opgevuld was. Renée kreeg een gevoel van walging, toen zij Baptiste
-met zijn bleek gezicht en zijn plechtig voorkomen naast den koetsier
-zag zitten. De groote lakei was bij den baron in dienst getreden.
-
-Het hakhout gleed nog steeds langs den weg, het water van den
-vijver vertoonde alle kleuren van den regenboog onder de schuiner
-vallende stralen, de rijtuigen vormden nog hun streep van dansende
-schijnsels. En de jonge vrouw, zelf meegesleept door dat genot, kreeg
-een vaag inzicht in die begeerten die daar in het volle zonlicht
-voortrolden. Zij voelde geen verontwaardiging tegen die najagers van
-geld en goed. Maar zij haatte ze, om hun vreugde, om dien triomf,
-die hen aan haar vertoonde in het gouden stof van den hemel.
-
-Zij glimlachten vol eigenwaan; de vrouwen stelden zich ten toon,
-blank en vet; de mannen keken vroolijk en opgewekt, als gelukkige
-minnaars. En zij vond in haar ledig hart slechts afgematheid, stille
-afgunst. Was zij dan beter dan de anderen, dat zij zoo gebogen
-ging onder de vermaken? Of waren de anderen gelukkig te prijzen,
-dat zij sterker lendenen hadden dan zij? Zij wist het niet, zij
-wenschte nieuwe begeerten om een nieuw leven te beginnen, toen zij,
-het hoofd omwendende, naast haar op het trottoir langs het hakhout, een
-schouwspel zag, dat haar gekweld gemoed den laatsten slag toebracht.
-
-Saccard en Maxime liepen drentelend, arm in arm. De vader had den
-zoon waarschijnlijk een bezoek gebracht, en beiden waren al pratend
-de avenue de l'Impératrice afgeloopen, tot aan den vijver.
-
---Begrijp je, herhaalde Saccard, je bent een domoor.... Iemand die
-zooveel geld heeft als jij, laat het niet renteloos liggen. Er valt
-honderd percent te verdienen in de zaak die ik bedoel. Je geld is
-veilig belegd. Je weet toch wel dat ik jou niet wil beetnemen!
-
-Maar de jonge man scheen ontstemd over dat aandringen. Hij keek naar
-de rijtuigen en glimlachte fatterig.
-
---Kijk daar eens, dat vrouwtje in het paars, zei hij eensklaps. Dat
-is een waschvrouw, die door dien vlegel van een Mussy in de mode
-is gebracht.
-
-Ze keken naar de vrouw in het paars. Daarop haalde Saccard een sigaar
-uit zijn zak, en zei tot Maxime, die rookte:
-
---Geef me wat vuur.
-
-Ze bleven een oogenblik stilstaan, de gezichten vlak bij elkaar. Toen
-de sigaar aan was:
-
---Zie je, ging de vader voort, den arm van zijn zoon dicht in
-den zijnen drukkend, je zou een ezel zijn, als je niet naar me
-luisterde. 't Is toch afgesproken, hè? Breng je me morgen de
-honderdduizend francs?
-
---U weet wel dat ik niet meer bij u aan huis kom, antwoordde Maxime,
-met saamgeknepen lippen.
-
---Kom, gekheid! Daar moet eens een eind aan komen!
-
-En terwijl zij zwijgend voortliepen en Renée, een onmacht nabij, haar
-hoofd in de kussens van de coupé begroef om niet gezien te worden,
-ontstond er eensklaps een rumoer, dat zich steeds duidelijker langs
-den stoet der rijtuigen vernemen liet. Op de trottoirs bleven de
-voetgangers stilstaan, zij keerden zich om en keken met open mond
-naar iets dat in aantocht was.
-
-Een sneller geratel van wielen werd gehoord, de équipages weken
-eerbiedig ter zijde, er verschenen twee pikeurs in het groen, met ronde
-mutsjes, waarop gouden eikels dansten. Zij draafden, voorovergebogen,
-op hun groote bruine paarden. Achter hen een ledige ruimte. En daarop
-verscheen de keizer. Hij zat in een landauer, alleen op een bank. Hij
-was in het zwart, de jas tot aan de kin toegeknoopt; hij droeg een
-hoogen zijden hoed, licht ingebogen en glimmend. Tegenover hem, op het
-andere bankje, zaten twee heeren, onberispelijk gekleed, zooals dat op
-de Tuileriën gaarne gezien werd; zij zaten heel ernstig, met de handen
-op de knieën, met het zwijgende uiterlijk van twee bruiloftsgasten,
-die door een nieuwsgierige menigte rijden.
-
-Renée vond den keizer verouderd. De mond opende zich slapper onder
-den grooten, met was opgestreken snorbaard. De oogleden vielen zoo
-zwaar neer, dat zij de doffe oogen, wier geelgrijs nog troebeler was,
-half bedekten. De neus alleen teekende zijn been scherp af in het
-nietszeggende gelaat.
-
-Terwijl de dames in de rijtuigen bescheiden glimlachten, wezen de
-voetgangers elkander den vorst aan.
-
-Een dikke man beweerde, dat de heer, die links met zijn rug naar den
-koetsier zat, de keizer was. Eenige handen grepen naar den hoed om
-te groeten. Maar Saccard, die zijn hoed al afgenomen had nog voordat
-de pikeurs voorbij waren, wachtte totdat het keizerlijk rijtuig vlak
-tegenover hem was, en toen riep hij met zijn forsche provençaalsche
-stem:
-
---Leve de keizer!
-
-De keizer keerde zich verrast om, herkende ongetwijfeld den
-enthousiast, beantwoordde glimlachend zijn groet. En alles verdween
-in de zon, de équipages sloten zich weer aaneen, Renée zag nog slechts
-boven de manen der paarden, tusschen de ruggen der lakeien, de groene
-mutsjes van de pikeurs, waarboven de gouden eikels op en neer dansten.
-
-Zij bleef een oogenblik met wijdgeopende oogen voor zich uit staren,
-vol van die verschijning, die haar aan een ander uur van haar
-leven herinnerde. Het kwam haar voor, alsof de keizer door zich in
-de file van rijtuigen te mengen, er den laatsten straal die er nog
-aan ontbrak, aan gegeven had, of hij een beteekenis had gegeven aan
-dien zegenpralenden stoet. Nu was het een glorie. Al die wielen,
-al die gedecoreerde mannen, al die vrouwen die zich daar smachtend
-ten toon stelden, gingen heen in de schittering en het geratel van
-den keizerlijken landauer.
-
-Dit gevoel werd zoo scherp en zoo pijnlijk, dat de jonge vrouw een
-onweerstaanbaren aandrang gevoelde om te ontsnappen aan dien triomf,
-aan dien kreet van Saccard, die haar nog in het oor klonk, aan dit
-gezicht van vader en zoon, arm in arm en pratend drentelende. Zij
-dacht na, met de handen op de borst, als brandde daar een inwendig
-vuur, en met een plotselinge hoop op verlichting, op heilzame koelte,
-boog zij zich over naar den koetsier:
-
---Naar het hôtel Béraud!
-
-De binnenplaats had haar kloosterachtige koelheid. Renée liep de
-gewelfde gangen door, gelukkig door de vochtige lucht die haar op
-de schouders viel. Zij naderde den groenbemosten bak, aan de randen
-glad afgesleten, zij keek naar den half uitgewischten leeuwenkop,
-met den half geopenden muil, die een waterstraal door een ijzeren
-buis spoot. Hoe vaak hadden zij en Christine dien kop tusschen hun
-kinderarmen omvat, om zich vooroverbuigende den ijskouden waterstraal
-te bereiken, dien zij zoo graag over hun handjes voelden stroomen.
-
-Toen ging zij de groote, stille trap op; zij bemerkte haar vader achter
-in de reeks groote vertrekken; hij richtte zijn hooge gestalte op,
-hij verdween langzaam in de schaduw van de oude woning, van die
-ongenaakbare afzondering waarin hij zich sedert den dood zijner
-zuster teruggetrokken had; en zij dacht aan de mannen in het Bosch,
-aan dien anderen grijsaard, aan baron Gouraud, die zijn stoel in de
-zon liet voortrollen, op kussens gezeten. Zij klom nog hooger, zij
-ging door de gangen, de dienstboden trap op, zij deed de reis naar de
-kinderkamer. Toen zij heel boven aankwam, vond zij den sleutel op zijn
-gewone plaats aan den spijker, een grooten verroesten sleutel, waarom
-de spinnen hun web gemaakt hadden. Het slot knarste droevig. Wat was
-de kinderkamer ongezellig. Het ging haar aan het hart, dat zij zoo
-leeg, zoo somber, zoo stil was. Zij sloot de deur van de volière die
-open was blijven staan, met de onbestemde gedachte dat de vreugden
-van haar jeugd zeker door die deur ontvloden waren.
-
-Voor de bloemenbakken, die nog gevuld waren met een harde, gebarsten
-aarde, als droog slijk, bleef zij stilstaan, brak zij met haar
-vingers een rhododendronstammetje door: dat geraamte van een plant,
-uitgemergeld en wit van de stof, was alles wat er overbleef van haar
-levende bloemen. En de mat, de mat zelfs, verkleurd, afgeknaagd door de
-ratten, strekte zich uit met de droefgeestigheid van een doodskleed,
-dat al sinds jaren op de beloofde doode wacht. In een hoek, te midden
-van die stomme wanhoop, die verlatenheid waarover de stilte weende,
-vond zij een van haar oude poppen terug; al de zemelen waren er door
-een opening uitgeloopen, en de porseleinen kop bleef glimlachen met
-zijn geschilderde lipjes, boven dat slappe lichaam, dat uitgeput
-scheen door poppendwaasheden.
-
-Renée voelde zich beklemd in die bedorven lucht van haar eerste
-jeugd. Zij opende het venster, zij genoot van het ruime uitzicht. Daar
-was niets vuil geworden. Zij vond de eeuwige vreugde, de eeuwige
-jeugd der frissche lucht weer.
-
-Achter haar ging de zon onder; zij zag de laatste stralen dier
-ondergaande zon, die met oneindige teederheid dat welbekende
-stadsgedeelte geel kleurde. Het was als het ware het laatste lied
-van den dag, een vroolijk refrein, dat langzaam boven alles wegstierf.
-
-Beneden glansde het paalwerk in een vaalrooden gloed, terwijl op de
-brug van Constantine het zwarte kantwerk van haar ijzeren kabels afstak
-tegen het wit van de bogen. Verder, rechts, vormde het lommer van de
-Halle aux vins en van den Plantentuin een groote plas van bemost,
-stilstaand water, welks groene oppervlakte met den neveligen hemel
-samensmolt.
-
-Links, stonden nog op de kaden Henri IV en de Râpée dezelfde
-huizenrijen die de meisjes daar twintig jaren geleden gezien hadden,
-met dezelfde bruine vlekken van schuren, dezelfde roodachtige
-fabrieksschoorsteenen. En boven de boomen, verscheen haar plotseling,
-als een oude vriend, het leien dak van de Salpétrière, blauwgetint
-door de scheidende zon.
-
-Maar wat haar tot kalmte bracht, haar borst een weldadige koelte
-schonk, dat waren de lange grijze rivieroevers, dat was vooral de
-Seine, de reusachtige, die zij van uit het ver verschiet recht op
-haar zag aankomen, als in die gelukkige tijden, toen zij bang was
-dat zij haar zou zien zwellen om tot haar venster op te stijgen.
-
-Zij herinnerde zich haar beider teederheid voor de rivier, haar liefde
-voor dien grooten stroom, haar huivering voor dat ruischende water,
-dat zich uitbreidde tot een meer aan haar voeten, dat zich achter
-haar, om haar heen, in twee armen splitste, die zij niet meer zagen,
-waarvan zij de groote, reine liefkoozing nog voelden.
-
-Zij waren toen al koket, en zij zeiden op heldere, zonnige dagen,
-dat de Seine haar mooi groen zijden kleed, met witvlammende moesjes
-had aangedaan, en de stroomingen, waar het water krulde, versierden
-het kleed met satijnen ruches, terwijl in de verte, over den gordel
-der bruggen, lichtplekken zonkleurige stoffen uitspreidden.
-
-En Renée hief de oogen op en keek naar het onmetelijke hemelgewelf,
-waarvan het zachtblauw zich allengs verloor in de avondschemering. Zij
-dacht aan de medeplichtige stad, aan de schitterend verlichte avonden
-op de boulevards, aan de warme namiddagen in het Bosch, aan de grauwe
-dagen van de groote nieuwe hôtels.
-
-Toen zij daarop het hoofd boog, en den vreedzamen horizon van
-haar kindsheid terugzag, dat burgerlijke, nijvere hoekje der stad,
-waar zij zich een vredig leven gedroomd had, steeg er een laatste
-bitterheid naar haar lippen. Met saamgevouwen handen, snikte zij in
-den vallenden nacht.
-
-Den volgenden winter, toen Renée aan een acute hersenontsteking
-stierf, betaalde haar vader haar schulden. De rekening van Worms
-bedroeg tweehonderd zevenenvijftig duizend francs.
-
-
-
- EINDE.
-
-
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Jacht naar Fortuin, by Emile Zola
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK JACHT NAAR FORTUIN ***
-
-***** This file should be named 53933-8.txt or 53933-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/3/9/3/53933/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-