summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/51138-0.txt4574
-rw-r--r--old/51138-0.zipbin69260 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/51138-h.zipbin479605 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/51138-h/51138-h.htm7219
-rw-r--r--old/51138-h/images/new-cover-tn.jpgbin14167 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/51138-h/images/new-cover.jpgbin63702 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/51138-h/images/p314.jpgbin99568 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/51138-h/images/p328.jpgbin124653 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/51138-h/images/p334.jpgbin92941 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/51138-h/images/rbrace2.pngbin236 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/51138-h/images/rbrace3.pngbin231 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/old/51138-8.txt4574
-rw-r--r--old/old/51138-8.zipbin69111 -> 0 bytes
16 files changed, 17 insertions, 16367 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..673a7fd
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #51138 (https://www.gutenberg.org/ebooks/51138)
diff --git a/old/51138-0.txt b/old/51138-0.txt
deleted file mode 100644
index a9463a8..0000000
--- a/old/51138-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,4574 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of De Koopman van Venetië, by William Shakespeare
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-
-Title: De Koopman van Venetië
-
-Author: William Shakespeare
-
-Translator: Dr. L.A.J. Burgersdijk
-
-Release Date: February 6, 2016 [EBook #51138]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE KOOPMAN VAN VENETIë.
-
-
-PERSONEN:
-
- De Doge van Venetië.
- De Prins van Marocco, }
- De Prins van Arragon, } dingende naar Portia's hand.
- Antonio, de koopman van Venetië.
- Bassanio, zijn vriend.
- Solanio, }
- Salarino, } vrienden van Antonio en Bassanio.
- Gratiano, }
- Lorenzo, minnaar van Jessica.
- Shylock, een rijke Jood.
- Tubal, een Jood, zijn vriend.
- Lancelot Gobbo, Shylocks knecht.
- De oude Gobbo, vader van Lancelot.
- Leonardo, bediende van Bassanio.
- Balthazar, }
- Stefano, } bedienden van Portia.
- Portia, een rijke erfgename.
- Nerissa, haar kamerjuffer.
- Jessica, dochter van Shylock.
-
- Senatoren van Venetië, Beambten van het gerechtshof, een
- Gevangenbewaker, Bedienden en verder Gevolg.
-
-
-Het stuk speelt gedeeltelijk te Venetië, gedeeltelijk te Belmont,
-het landgoed van Portia.
-
-
-
-
-
-
-
-EERSTE BEDRIJF.
-
-
-EERSTE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een straat.
-
-Antonio, Salarino en Solanio komen op.
-
-
-ANTONIO. 'k Weet waarlijk niet, hoe ik zoo somber ben;
-Ik ben het moe; gij zegt, dat zijt gij ook;
-Maar hoe 't mij aanwoei, hoe ik er aan kwam,
-Van welken aard het is, en hoe ontstaan,
-Dat is me een raadsel;
-Die somberheid maakt mij tot zulk een zwakhoofd,
-Dat ik te nauwernood mijzelf herken.
-
-SALARINO. Uw geest wordt op den oceaan geslingerd,
-Waar uw galjoenen, fier het zeil in top,
-Als eed'len en grootburgers van de zee,
-Door statigheid hun hoogen rang verkonden
-En neerzien op de kleine handelsluî,
-Die needrig buigend hem begroeten, als
-Zij langs hen vliegen met geweven vleug'len.
-
-SOLANIO. Geloof mij, stond voor mij zoo veel op 't spel,
-Het beste deel van mijn gedachten waar'
-Ginds met mijn hoop aan 't dwalen. Telkens zou ik
-Gras plukken om de windstreek na te gaan,
-Op kaarten zien naar reeden, havens, hoofden;
-En alles, wat mij onheil kon doen duchten
-Voor schepen of voor lading, zou gewis
-Mij somber maken.
-
-SALARINO. Mijn blazen, dat mijn soep bekoelde, joeg
-Me een koude koorts op 't lijf, als ik bedacht,
-Wat schade op zee een sterke wind kan doen.
-Ik zag het zand niet loopen in het uurglas,
-Of dacht ook reeds aan ondiepten en banken,
-En zag mijn rijken Andries omgeslagen,
-Den masttop lager dan de zijde in 't zand,
-Als om zijn graf te kussen. Ging ik op
-Ter kerke, zou het heilig steengevaart'
-Mij fluks niet denken doen aan booze rotsen,
-Die, raken zij mijn ranke kiel slechts aan,
-Haar specerijen op den vloed verstrooien,
-Mijn zijde als mantels spreiden over 't diep,
-Kortom, wat pas nog schatten waard was, plotsling
-Als niets doen zijn? Is 't denkbaar, dat mijn geest
-Dit denken zou, en dan niet zou gaan denken
-Hoe zulk een ongeval mij leed zou doen?
-Neen, zeg maar niets; ik weet, Antonio
-Is somber, wijl hij aan zijn zaken denkt.
-
-ANTONIO. Geloof mij, neen, want, dank zij mijn geluk,
-Ik heb mijn goed niet aan één schip vertrouwd,
-Niet aan één plaats, en mijn vermogen hangt
-Niet af van 't slagen in een enkel jaar;
-Daarom, 't is niet mijn handel, die me ontstemt.
-
-SALARINO. Nu, dan zijt gij verliefd.
-
-ANTONIO. Foei, foei!
-
-SALARINO. Ook niet verliefd? Nu, dan, dan zijt ge treurig,
-Wijl gij niet vroolijk zijt, en zóó kondt gij
-Ook lachen, springen, zeggend: "ik ben vroolijk,
-Wijl ik niet treurig ben." Bij Janus' dubb'len kop,
-Natuur brengt soms toch rare snuiters voort:
-Die knijpt voortdurend de oogen toe van 't lachen,
-Als bij een doedelzak een papegaai;
-En de ander heeft zoo'n uitzicht van azijn,
-Dat hij door lachen nooit zijn tanden toont,
-Al deed een grap ook de' ouden Nestor schaat'ren.
-
-(Bassanio, Lorenzo en Gratiano komen op.)
-
-SOLANIO. Ziedaar Bassanio, uw eed'len neef,
-Gratiano en Lorenzo; vaar nu wel;
-Wij laten u in 't best gezelschap achter.
-
-SALARINO. 'k Had willen blijven, tot ge monter waart,
-Maar thans, nu beter komt, moog' minder wijken.
-
-ANTONIO. Geloof me, heeren, ik waardeer u hoog,
-Maar reken, dat uw zaken thans u roepen,
-En gij nu vrijheid vindt om heen te gaan.
-
-SALARINO. Vaartwel dan, eed'le heeren.
-
-BASSANIO. Vrienden, zegt,
-Wanneer weer eens een prettig samenzijn?
-Wij zien elkaar zoo weinig; waartoe dit?
-
-SALARINO. Als 't u gelegen komt, wij zijn bereid.
-
- (Salarino en Solanio af.)
-
-LORENZO. Daar gij Antonio nu gevonden hebt,
-Bassanio, willen wij u thans verlaten;
-Maar denk op 't etensuur present te zijn.
-
-BASSANIO. Daar kunt gij vast op reeknen.
-
-GRATIANO. Gij ziet er niet goed uit, Antonio,
-Gij trekt te veel u 's werelds zaken aan;
-Wie daar zijn hart op zet, verliest zijn rust.
-Geloof me, uw uitzicht is geheel veranderd.
-
-ANTONIO. Ik acht de wereld, vriend, zooals zij is,
-Een speeltooneel, waar elk zijn rol op speelt;
-De mijne is somber.
-
-GRATIANO. Ik speel dan den Nar.
-'k Wacht dartlend, lachend, rimplige' ouderdom,
-En laat, al drinkend, eer mijn lever schudden,
-Dan dat, door ach en wee, mijn hart verkilt.
-Waarom, als 't warme bloed nog stroomt, te zitten
-Als grootvaârs marm'ren beeld? waartoe te slapen,
-Als 't wakenstijd is? en de geelzucht zich
-Op 't lijf te kniezen? Neen, Antonio, hoor,
-Ik heb u lief en zoo spreekt nu mijn liefde:
-Er is een slag van lieden, wier gelaat
-Steeds ondoorschijnend is als stilstaand water,
-Die eigenzinnig zwijgen altijd door,
-Met doel om zich een dunk en roep te geven
-Van wijsheid, waardigheid en diepen zin,
-Als zeiden zij: "Ik ben 't orakel zelf,
-En open ik den mond, dan blaff' geen hond";
-Die daarom slechts den naam van wijzen dragen,
-Omdat zij nooit iets zeiden, doch voorwaar
-Hun hoorders, als zij spraken, strafbaar maakten,
-Wijl deez' hun broeders "dwazen" zouden noemen.
-Doch meer hiervan een ander maal; gij, hengel
-Dus niet met uw droefgeestigheid als aas
-Naar narren-katvisch, dezen wijsheidsschijn.
-Kom mee, Lorenzo.--Houd zoolang u goed;
-Na 't eten krijgt gij 't einde van mijn toespraak.
-
-LORENZO. Ja, wij verlaten u tot na den noen;
-Ik moet nu wel zoo'n wijze zwijger zijn,
-Want Gratiano laat mij nooit aan 't woord.
-
-GRATIANO. Ja, klamp u vast aan mij twee jaren lang,
-Dan kent gij zelfs uw eigen stem niet meer.
-
-ANTONIO. Vaarwel; op uw vermaan word ik een prater.
-
-GRATIANO. Zeer goed, want weet, dat zwijgen nooit behaagt,
-Dan van gerookte tong en van een schuchtre maagd.
-
-(Gratiano en Lorenzo af.)
-
-ANTONIO. Heeft hij daar nu iets ter wereld gezegd?
-
-BASSANIO. Gratiano praat oneindig veel, dat niets is, meer dan eenig
-mensch in geheel Venetië. Zijn verstandige gedachten zijn als twee
-tarwekorrels in twee schepels kaf; gij kunt er den geheelen dag naar
-zoeken, eer gij ze vindt; en als gij ze hebt, zijn ze de moeite van
-'t zoeken niet waard.
-
-ANTONIO. Hoe 't zij, vertel mij nu, naar welke jonkvrouw
-Gij in 't geheim die beêvaart zwoert te doen,
-Waarvan gij mij vandaag vertellen zoudt?
-
-BASSANIO. Antonio, 't is u al te wel bekend,
-Hoe zeer ik mijn vermogen heb verspild,
-Door vrij wat weidscher, rijker staat te voeren,
-Dan mijn gering fortuin verduren kon.
-Maar 'k roep geen ach en wee, dat ik moet afzien
-Van zulk een glans; mijn groote zorg is nu
-Met eer die groote schulden af te doen,
-Waarin mijn jeugd, die al te spilziek was,
-Mij heeft verstrikt; Antonio, 'k ben aan u
-Het meeste schuldig, geld niet slechts, maar liefde;
-Diezelfde liefde is mij een borg, dat ik
-U oop'ning doen mag van mijn plan, om al
-Die schulden, die mij drukken, af te werpen.
-
-ANTONIO. Ik bid u, vriend Bassanio, deel het mee,
-En kan het, even als gijzelf steeds doet,
-Voor 't oog der eer bestaan, wees dan verzekerd,
-Ikzelf, mijn beurs en al wat ik vermag,
-'t Is alles 't uwe, voor uw dienst gereed.
-
-BASSANIO. Verloor ik in mijn schooltijd soms een pijl,
-Dan schoot ik hem een tweeden van die soort,
-Denzelfden weg uit, na, gaf beter acht,
-Tot waar hij vloog, en, beide wagend, vond ik
-Ze beide vaak. Dit kindervoorbeeld past,
-Omdat wat volgt, ook louter onschuld is.
-Gij gaaft mij veel, en, als een wilde knaap,
-Verloor ik wat gij gaaft, maar waagt gij 't nu,
-Een tweeden pijl denzelfden weg te schieten,
-Den eersten achterna, ik maak mij sterk,
-Daar ik zijn vlucht bespiê, ze beî te vinden,
-Of breng, wat gij het laatste waagdet, weêr,
-En blijf uw dankb're schuldnaar voor het eerste.
-
-ANTONIO. Gij kent mij toch; wat spilt gij dan uw tijd,
-En neemt een kronklende' omweg tot uw vriend;
-Gij grieft mij waarlijk dieper, als ge twijfelt,
-Of ik voor u het uiterst wel zou doen,
-Dan als gij heel mijn have hadt verspild.
-Deel dus mij mee, wat gij van mij verlangt,
-Wat gij vermeent, dat ik vermag te doen;
-Ik ben bereid en daad'lijk; zeg het dus.
-
-BASSANIO. In Belmont woont een jonkvrouw, rijk in goedren,
-In schoonheid rijk, en, rijker nog dan dit,
-Ook rijk in deugden; uit haar oogen ving ik
-Reeds vroeger lieve stomme tijding op.
-Haar naam is Portia; ze is wedergâ
-Van Cato's dochter, Brutus' Portia.
-De wereld door is reeds haar roem verbreid;
-Van 't uiterste eind der aard, van iedre kust,
-Brengt iedre wind, om naar haar hand te dingen,
-De bloem der jonglingschap. Haar zonnig haar
-Golft om haar slapen als een gulden vlies;
-En Belmont is een tweede Colchisch strand,
-En menig Jason komt om haar te erlangen.
-Antonio, vriend, o, had ik slechts de midd'len,
-Om waardig mij met een van hen te meten,
-Dan mocht ik,--onbedrieglijk spelt mij dit
-Mijn hart, mijn ziel,--het hoogste heil verwachten.
-
-ANTONIO. Gij weet, mijn gansch vermogen is op zee;
-Ik heb geen geld en ook geen koopmansgoedren,
-Die ik verpanden kan; maar ga, beproef,
-Wat in Venetië mijn krediet vermag;
-Ik verg er 't uiterst van, om u naar eisch
-Voor Portia, naar Belmont, uit te rusten,
-Vraag na, waar geld beschikbaar is; ook ik
-Doe 'tzelfde, en ben geen oogenblik bezorgd,
-Dat men niet gaarne, en op mijn woord, mij borgt.
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-TWEEDE TOONEEL.
-
-
-Belmonte. Een kamer in Portia's huis.
-
-Portia en Nerissa komen op.
-
-
-PORTIA. Op mijn woord, Nerissa, mijn klein persoontje heeft van deze
-groote wereld meer dan genoeg.
-
-NERISSA. Dat mocht zoo wezen, lieve jonkvrouw, als uw ellende evenzoo
-bovenmatig was als thans uw geluk. Maar voor zoover ik zie, zijn
-zij, die zich overladen met te veel, al even ziek, als zij, die aan
-alles gebrek hebben. Het is daarom geen middelmatig geluk juist in
-de middelmaat te zijn; overvloed krijgt vroeger grijze haren, maar
-juist van pas leeft langer.
-
-PORTIA. Goede spreuken, en goed voorgedragen.
-
-NERISSA. Nog beter zouden zij wezen, als zij goed werden opgevolgd.
-
-PORTIA. Als doen even gemakkelijk was, als weten, wat goed is te doen,
-dan waren kapelletjes kerken, dagloonerswoningen vorstenpaleizen
-geworden. Het is een goed geestelijke, die zijn eigen voorschriften
-opvolgt; ik kan gemakkelijker aan twintig menschen leeren, wat zij
-moeten doen om goed te doen, dan een van de twintig zijn en mijn eigen
-lessen opvolgen. Het brein kan wel wetten voor het gestel uitdenken,
-maar een vurig bloed springt over een koel voorschrift heen; zulk een
-haas is de jongeling Onverstand, dat hij heenwipt over het net van
-Goeden Raad, den kreupele. Maar dit redeneeren helpt mij volstrekt
-niet bij het kiezen van een man.--O wee, dat woord kiezen! Ik mag niet
-kiezen, dien ik zou willen, en niet afwijzen dien ik niet mag lijden;
-en zoo is de wil van een levende dochter aan banden gelegd door den
-wil van een dooden vader.--Is het niet hard, Nerissa, dat ik niemand
-kiezen mag, en ook niemand afwijzen?
-
-NERISSA. Uw vader was een braaf man, en vrome menschen hebben bij hun
-dood goede ingevingen. Daarom zal bij de loterij, die hij uitgedacht
-heeft van die drie kastjes van goud, zilver en lood, (waardoor
-hij, die in zijn geest kiest, u kiest,) zonder eenigen twijfel door
-niemand de echte keus gedaan worden dan door een, die u echte liefde
-toedraagt. Maar hoe staat het met de warmte van uw genegenheid jegens
-een van de vorstelijke aanbidders, die alreeds gekomen zijn?
-
-PORTIA. O, wees zoo goed en noem ze op; als gij ze noemt, zal ik ze
-u beschrijven; en naar mijn beschrijving moogt ge mijn genegenheid
-afmeten.
-
-NERISSA. Vooreerst dan, de Napelsche prins.
-
-PORTIA. O, die is inderdaad een veulen, want hij doet niets dan van
-zijn paard spreken; en hij vindt het een belangrijk toevoegsel aan
-zijn begaafdheden, dat hij het zelf beslaan kan; ik vrees inderdaad,
-dat mevrouw zijn moeder valsch spel speelde met een hoefsmid.
-
-NERISSA. Dan verder de paltsgraaf.
-
-PORTIA. Die zet altijd een zuur gezicht, alsof hij zeggen wou:
-"Ben ik voor u niet goed genoeg, geen nood". Hij hoort vroolijke
-kwinkslagen en vertrekt geen spier; ik vrees, dat, als hij oud wordt,
-hij de weenende philosoof zal wezen in eigen persoon, daar hij nu in
-zijn jeugd al zoo onhebbelijk somber is. Ik was liever getrouwd met
-een doodshoofd, zoo met twee gekruiste knoken er onder, dan met een
-van die beiden. God beware mij voor alle twee!
-
-NERISSA. Wat zegt gij dan van den Franschen heer, Monsieur Le Bon?
-
-PORTIA. God schiep hem, laat hem daarom voor een man doorgaan. Ik weet,
-dat het zonde is een spotter te zijn, maar hij! Hij heeft een paard,
-beter dan de Napolitaan, een beter slechte gewoonte van zuurkijken
-dan de paltsgraaf; hij is iedereen en niemand; als een lijster zingt,
-begint hij dadelijk kapriolen te maken; hij zou kunnen vechten met zijn
-eigen schaduw. Als ik hèm nam, nam ik vijftig mannen te gelijk. Als
-hij mij versmaadde, zou ik het hem vergeven; want al had hij mij lief
-tot razend wordens toe, ik zou niets van hem willen weten.
-
-NERISSA. Wat hebt ge dan te zeggen tegen Faulconbridge, den jongen
-Engelschen baron?
-
-PORTIA. Ge weet, ik zeg niets tegen hem, want hij verstaat mij niet
-en ik hem ook niet; hij kent geen Latijn of Fransch noch Italiaansch,
-en wat mijn Engelsch betreft, gij kunt gerust voor het gerecht een
-eed gaan doen, dat het geen armzaligen duit waard is. Hij is het
-afbeeldsel van een knap man, maar, ik bid u, wie kan omgaan met een
-stom beeld? En hoe bespottelijk kleedt hij zich! Ik geloof, dat hij
-zijn kamizool in Italië, zijn pof broek in Frankrijk, zijn muts in
-Duitschland en zijn manieren overal heeft opgedaan.
-
-NERISSA. Wat denkt ge van zijn buurman, den Schotschen lord?
-
-PORTIA. Dat hij wezenlijk wel christelijke liefde tot zijn naaste
-bezit, want hij borgde laatst een oorveeg van den Engelschman,
-en zwoer, dat hij hem dien terug zou betalen, zoodra hij in de
-gelegenheid zou wezen; ik denk, dat de Franschman zijn borg werd en
-voor den ander onderteekende.
-
-NERISSA. Hoe bevalt u de jonge Duitscher, de neef van den hertog
-van Saksen?
-
-PORTIA. Afschuwelijk in den morgen, als hij nuchter is, en
-allerafschuwelijkst in den middag, als hij beschonken is; als hij
-op zijn best is, is hij toch nog altijd iets minder dan een mensch,
-en als hij op zijn slechtst is, is hij nauwlijks meer dan een dier;
-als het ergste mocht gebeuren, dat gebeuren kan, hoop ik toch, dat
-ik wel een uitvlucht zal vinden om hem vrij te loopen.
-
-NERISSA. Als hij zich mocht aanmelden om te kiezen en het rechte
-kastje koos, dan zoudt ge toch weigeren uws vaders uitersten wil te
-volbrengen, als gij weigerdet hem te nemen.
-
-PORTIA. Daarom bid ik u, om het ergste te voorkomen, zet een flinken
-roemer Rijnwijn op het verkeerde kastje; want als de duivel er in
-was en deze verzoeking van buiten er bij, dan weet ik, dat hij het
-zou kiezen. Alles liever, Nerissa, dan met een spons te moeten trouwen.
-
-NERISSA. Gij behoeft niet beducht te wezen, mejonkvrouw, dat gij
-een van deze heeren zult krijgen, want zij hebben mij hun besluit
-meegedeeld, en dat is, waarlijk, naar huis te gaan en u niet verder met
-hun aanzoek lastig te vallen, tenzij gij op een andere wijze te winnen
-waart, dan door de bepaling van uw vader, ten opzichte van de kastjes.
-
-PORTIA. Al word ik zoo oud als Sibylla, wil ik toch zoo kuisch als
-Diana sterven, tenzij ik gewonnen word op de wijze van mijns vaders
-uitersten wil. Ik ben blij, dat dit partijtje vrijers zoo verstandig
-is, want er is er niet één bij of ik smacht naar zijn afzijn, en ik
-bid God, hun een voorspoedige heenreis te verleenen.
-
-NERISSA. Herinnert gij u niet, mejonkvrouw, uit den tijd dat uw vader
-nog leefde, een Venetiaan, die man van studie en krijgsman te gelijk
-was, en die hierheen kwam als metgezel van den markies van Montferrat?
-
-PORTIA. Ja, ja; het was Bassanio;--ik geloof ten minste, dat hij
-zoo heette.
-
-NERISSA. Juist, mejonkvrouw. Van alle mannen, die mijn dwaze oogen
-ooit gezien hebben, was hij wel het meest een schoone vrouw waard.
-
-PORTIA. Hij staat mij nog goed voor, en naar mijn herinnering is uw
-lof niet onverdiend.--Wel, wat is er?
-
-(Een Bediende, komt op.)
-
-BEDIENDE. Mejonkvrouw, de vreemde heeren vragen naar u om afscheid
-te nemen; en zoo even komt daar een voorrijder van een nieuwen, den
-prins van Marocco, die het bericht brengt, dat de prins, zijn meester,
-nog van avond hier zal zijn.
-
-PORTIA. Als ik dien nieuwen zoo van ganscher harte welkom kon
-heeten, als ik de anderen vaarwel zeg, zou ik verheugd wezen over
-zijn aankomst, als hij het binnenste heeft van een heilige en de
-huidkleur van een duivel,
-
- Dan groette ik liever hem als boetgezant,
- Dan dat ik hem mijn hand verpand.
-
-Kom, Nerissa.--Knaap, ga voor, maak voort.--
-
- Gaat één vrijer uit de poort,
- Dan wordt weer de stap van een ander, die nadert, gehoord.
-
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-DERDE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een plein.
-
-Bassanio en Shylock komen op.
-
-
-SHYLOCK. Drieduizend dukaten,--goed!
-
-BASSANIO. Voor drie maanden, Shylock.
-
-SHYLOCK. Voor drie maanden--goed!
-
-BASSANIO. En, zooals ik zeide, Antonio zal er borg voor zijn.
-
-SHYLOCK. Antonio zal er borg voor zijn,--goed!
-
-BASSANIO. Kunt gij mij helpen? Wilt ge mij het genoegen doen? Mag ik
-uw antwoord weten?
-
-SHYLOCK. Drieduizend dukaten, voor drie maanden, en Antonio borg.
-
-BASSANIO. En uw antwoord--?
-
-SHYLOCK. Antonio is een goed man.
-
-BASSANIO. Hebt gij ooit eenigszins het tegendeel van hem gehoord?
-
-SHYLOCK. O, neen, neen, neen, neen;--maar ik meende, toen ik zeide,
-dat hij een goed man is, zooals ge wel begrijpt, dat hij er goed voor
-is,--hoewel van zijn goed kan men eigenlijk maar bij onderstelling
-spreken; hij heeft een galjoen op weg naar Tripoli, een ander naar
-Indië, en hij heeft, zooals ik op den Rialto vernam, een derde naar
-Mexico, een vierde naar Engeland--en hij heeft nog meer varende
-have,--overal verspreid. Maar schepen zijn maar planken en matrozen
-zijn maar menschen, en er zijn landratten en waterratten, landdieven
-en waterdieven, ik bedoel zeeroovers; en dan heb je nog het gevaar
-van water en wind en klippen; maar toch, de man is er wel goed voor;
-drieduizend dukaten;--mij dunkt, ik zou zijn borgtocht wel kunnen
-aannemen.
-
-BASSANIO. Daar kunt ge zeker van zijn.
-
-SHYLOCK. Ik wil er zeker van zijn; en om er zeker van te zijn, wil
-ik er mij op bedenken;--zou ik Antonio eens kunnen spreken?
-
-BASSANIO. Als ge lust hebt, met ons te eten,--
-
-SHYLOCK. Nah, om varkensvleesch te ruiken, om te eten van de woning,
-waar uw profeet, de Nazarener, den duivel in verbannen heeft? ik
-wil met u handelen en wandelen, gaan en staan, koopen en verkoopen,
-en zoo voort; maar ik wil niet eten met u, niet drinken met u, niet
-bidden met u. Wat nieuws is er op den Rialto?--Wie komt daar aan?
-
-BASSANIO. Het is signore Antonio.
-
-(Antonio komt op.)
-
-SHYLOCK (ter zijde). Hoe lijkt hij een deemoedig tollenaar!
-Ik haat hem reeds, dewijl hij Christen is,
-En meer nog, wijl, in lage onnoozelheid,
-Hij gratis geld leent en de rente drukt,
-Die we anders in Venetië konden maken.
-Gelukt het me eens, hem bij de heup te pakken,
-Dan vier ik de' ouden wrok, dien 'k heb, toch bot;
-Hij haat ons heilig volk, en vloekt, juist daar,
-Waar alle kooplui plegen saam te komen,
-Op mij, mijn zaken en mijn eerlijk winstje;
-Dat noemt hij woeker. Zij mijn stam vervloekt,
-Als ik 't vergeef!
-
-BASSANIO. Hé, Shylock, wilt gij hooren?
-
-SHYLOCK. Ik rekende uit, hoeveel ik wel in kas heb;
-Zoo ver ik uit het hoofd het ramen kan,
-Kan ik die volle somma van drieduizend
-Dukaten zelf niet leev'ren. Maar wat doet dit?
-Tubal, een rijk Hebreër van mijn stam,
-Zal mij wel helpen.--Maar voor hoeveel maanden
-Verlangt gij 't geld?--(Tot Antonio.) Signore, welkom hier;
-Wij spraken juist daar van uw edelheid.
-
-ANTONIO. Shylock, hoewel ik, als ik gelden voorschiet
-Of opneem, nimmer winsten neem noch geef,
-Wil ik, om thans mijn vriend in nood te helpen,
-Met die gewoonte breken.--(Tot Bassanio.) Weet hij reeds,
-Hoeveel gij wenscht?
-
-SHYLOCK. Drieduizend, ja, dukaten.
-
-ANTONIO. En voor drie maanden.
-
-SHYLOCK. O, dat vergat ik,--voor drie maanden, ja.
-En gij zijt borg, ja goed,--maar hoorde ik wel
-Gij neemt of geeft geen intrest, als ge gelden
-Voorschiet of opneemt, zegt ge?
-
-ANTONIO. 'k Doe het nooit.
-
-SHYLOCK. Toen Jakob nog de schapen Labans weidde,--
-Hij was van onzen vader Abram af
-(Door 't schrander overleg van zijne moeder)
-De derde patriarch,--jawel, de derde,--
-
-ANTONIO. Wat wilt ge zeggen? leende hij op intrest?
-
-SHYLOCK. Neen, neen; hij nam geen interest, niet wat gij
-Zoo intrest noemt; merk op, wat Jakob deed.
-Toen tusschen hem en Laban de afspraak was,
-Dat al 't geplekte en zwarte van de lamm'ren
-Als Jakobs loon zou gelden, en de herfsttijd
-Weer de ooien met de rammen samenbracht
-En 't wolvee welig aan het paren ging,
-Toen nam de ervaren herder popelroeden
-En schilde ze met strepen en hij lei ze,
-Wanneer de dieren paarden, op de drinkplaats,
-Voor de oogen van de ritsige ooien neer,
-Die, zoo ontvangend, in den lammertijd
-Geplekte jongen wierpen, Jakobs deel.
-Zoo nam hij toe in welstand, werd gezegend;
-Want winst is zegen, als men 't maar niet steelt.
-
-ANTONIO. Dan diende Jakob, man, op goed geluk;
-Het stond niet in zijn macht dit te bewerken;
-Des hemels hand bestuurde en schikte 't zoo.
-Meldt dit de schrift om woeker te rechtvaardigen,
-Of is uw goud en zilver, ooi en ram?
-
-SHYLOCK. 'k Weet niet, ik laat het even snel vermeerdren;--
-Maar hoor, Signore.
-
-ANTONIO. Merk dit op, Bassanio;
-De duivel zelf beroept zich op de schrift.
-Een boos gemoed, dat heil'ge woorden spreekt,
-Is als een fielt met liefelijken lach;
-Een schijnschoone appel, maar in 't hart verrot;
-O, glanzend schoon is 't uiterlijk der valschheid!
-
-SHYLOCK. Drieduizend--'t is een goede ronde som!
-Drie maand, een verreljaars, laat zien dat maakt--
-
-ANTONIO. Nu, Shylock, kunnen we op u reeknen, zeg?
-
-SHYLOCK. Signore Antonio, meermalen, vaak,
-Hebt gij me op den Rialto doorgehaald
-Ter zake van mijn leenen en mijn rente;
-Ik zeide niets, maar trok de schouders op,
-Want dulden is het erfdeel van ons volk.
-Gij scholdt mij voor een onbekeerde, een bloedhond,
-Gij spuwdet op mijn tabbaard--en dat alles,
-Omdat ik weet te hand'len met wat mijn is.
-Welnu, thans blijkt het, dat ge mij behoeft,
-Zoo is 't; thans komt ge tot mij, en gij zegt:
-"Shylock, wij wenschen geld"; en dat zegt gij,
-Gij, die mijn baard bespuwdet, met den voet
-Mij stiet, zooals ge een vreemden hond zoudt schoppen
-Van uwen drempel, thans verlangt gij geld!
-Wat moet ik tot u zeggen? moet ik zeggen:
-"Heeft een hond geld? Is 't mooglijk, dat een bloedhond
-Drieduizend stukken gouds u leent?" Of moet ik
-Ten grond toe buigen, en gelijk een schuldnaar
-Met fluisterstem, waar needrigheid in suist,
-Dus spreken:
-"Uw edelheid heeft Woensdag mij bespuwd,
-Op dien dag weggeschopt, een ander maal
-Mij hond genoemd; voor zooveel vriendelijkheid
-Leen ik u zooveel geld?"
-
-ANTONIO. Ik was in staat u weder zoo te noemen,
-U weer te spuwen, met den voet te stooten.
-Wilt gij dit geld ons leenen, leen het niet
-Als aan uw vrienden,--vriendschap zou geen vrucht
-Van dood metaal ooit eischen van zijn vriend,--
-Maar leen 't veeleer uw vijand uit, want blijft
-Die in gebreke, des te scherper kunt gij
-Het uiterste eischen.
-
-SHYLOCK. Zie toch, welk een drift!
-Ik wilde uw vriend zijn, vriendlijkheid u toonen,
-Den smaad vergeten, dien 'k verduren moest,
-Het noodige u verschaffen, en voor rente
-Geen duit zelfs eischen, maar gij hoort niet eens;
-Mijn aanbod is toch vriendlijk.
-
-ANTONIO. 't Zou vriendlijk zijn.
-
-SHYLOCK. Ik doe die vriendlijkheid.--
-Ga mee naar den notaris, teeken daar
-Uw schuldbrief op uw naam; uit louter scherts,
-Opdat gij ziet, dat ik geen winst verlang,
-Als gij mij niet op den bepaalden dag,
-En daar of daar, die som of die, zooals
-Uw schuldbekentnis luiden zal, betaalt,
-Zij deze boete vastgesteld, dat ik
-Een zuiver pond mag snijden van uw vleesch,
-Uit welk deel van uw lichaam ik verkies.
-
-ANTONIO. Het zij zoo; op mijn woord; ik teeken 't stuk,
-En zeg: ook bij een jood is vriendlijkheid.
-
-BASSANIO. Neen, teeken zulk een borgtocht niet voor mij;
-Veel liever blijf ik nog in mijn ellend'.
-
-ANTONIO. Kom, vriend, geen angst; want ik betaal op tijd.
-In minder dan twee maanden, dus een maand
-Vóór ik 't behoef, verwacht ik schepen binnen,
-In waarde tien-, ja, twintigmaal deez' som.
-
-SHYLOCK. O vader Abram! hoe de christnen toch,
-Omdat zij zelf hardvochtig zijn, van andren
-Hetzelfde denken!--'k Bid u, zeg, zou mij,
-Als hij eens in gebreke bleef, het innen
-Der afgesproken boete voordeel zijn?
-Een pondje menschenvleesch, gesneden van
-Een man, is niet zoo goed, niet te verhandlen
-Als vleesch van rund of schaap. Ik zeide, ik wensch
-Zijn gunst, en bied mijn diensten. Neemt hij
-Die aan, zeer gaarne; weigert hij, 't zij uit;
-Maar smaad mij niet, ik bid u, om mijn goedheid.
-
-ANTONIO. Shylock, ik ben bereid het stuk te teek'nen.
-
-SHYLOCK. Gij ziet mij daadlijk weer, bij den notaris;
-Geef gij hem op, wat hij te stellen heeft,
-Met onze scherts er bij; ik zorg voor 't geld
-En pak het in, en 'k moet ook naar mijn huis,
-Waarop een dienaar past, die niet te best
-Betrouwbaar is, maar spoedig ben ik bij u.
-
- (Shylock af.)
-
-ANTONIO. Zoo haast u, goede jood.--Zie, deez' Hebreër
-Wordt waarlijk nog een christen; hij wordt goed.
-
-BASSANIO. 'k Vertrouw geen goedheid van een boos gemoed.
-
-ANTONIO. Geen zorg; ik heb geen roekloosheid begaan;
-Mijn schepen zijn een maand vooruit wel aan.
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE BEDRIJF.
-
-
-EERSTE TOONEEL.
-
-
-Belmont. Een vertrek in Portia's woning.
-
-Trompetgeschal. De Prins van Marocco met zijn Stoet, Portia, Nerissa
-en anderen van haar Gevolg komen op.
-
-
-MAROCCO. Versmaad mij om mijn kleur niet; 't is de donkre
-Livrei der helle zon, in wier nabijheid
-Ik ben geboren en mijn zetel heb.
-Maar koom' de blankste jongling van het noorden,
-Waar Febus' gloed de ijskegels nauwlijks smelt,
-En om uw min verwond' zich elk van ons,
-Tot proef, wiens bloed het roodst is, 't zijn of 't mijn.
-'k Verklaar u, jonkvrouw, dit gelaat deed zelfs
-Den stoutste sidd'ren; 'k zweer u bij mijn min,
-Dat het de fierste maagden van het zuid
-Bekoren kon; en 'k ruilde niet mijn kleur,
-Dan om, mijn koningin, uw hart te stelen.
-
-PORTIA. Mijn keuze, prins, wordt niet alleen geleid
-Door wat een ijdel meisjeshart begeert;
-De loterij, waaraan mijn toekomst hangt,
-Ontneemt mij zelfs het recht van eigen keus;
-Maar had mijn vader in zijn wijsheid mij
-Niet zoo beperkt, en mij niet opgelegd
-Slechts hem als echtgenoot te aanvaarden, die
-Mij op de wijze wint, die ik u noemde,
-Dan ware uw uitzicht, wijdvermaarde prins,
-Wel even schoon als dat van eenig ander,
-Die vóór u naar mij dong.
-
-MAROCCO. Reeds hiervoor dank.
-Ik bid u dus, geleid mij tot de kastjes,
-Om mijn geluk te toetsen. Bij deez' kling,--
-Die aan den Sophi, en een Perzisch prins,
-Voor wien de Sultan Soliman driemaal
-Het veld moest ruimen, 't leven nam,--ik zou
-Den fiersten blik der aard nog overfonklen,
-Het kloekste hart der aard nog overtrotsen,
-Aan de berin haar zuiglingwelpen nemen,
-Den leeuw beschimpen, brullende om een prooi,
-Voor uw bezit, signora. Maar helaas!
-Als Hercules en Lichas met den teerling
-Uitmaken wie het dapperst is, dan doet
-Wellicht de zwakste hand den hoogsten worp,
-En moet Alcides voor zijn schildknaap wijken;
-En zoo kan mij, als blind geluk beslist,
-Ontgaan, wat aan een mindren man ten deel valt,
-Zoodat ik sterf van smarte.
-
-PORTIA. Zoo is 't lot!
-Beslis dus, dat gij afziet van de keus,
-Of zweer vooraf, dat, als gij aav'rechts kiest,
-Gij u verbindt om nimmermeer een vrouw
-Ten echt te vragen. Overweeg dus wel.
-
-MAROCCO. Ik zweer het, nimmer! Kom, de keus gewaagd!
-
-PORTIA. Neen, eerst uw eed voor 't altaar. Na den noen
-Beproeft ge uw lot.
-
-MAROCCO. Gelukstèr, toon uw macht,
-Nu 't zaligst heil of diepste ellend' mij wacht!
-
- (Trompetgeschal. Allen af.)
-
-
-
-
-TWEEDE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een straat.
-
-Lancelot Gobbo komt op.
-
-
-LANCELOT. Zeker, mijn geweten zal wel toegeven, dat ik van dezen jood,
-mijn meester, wegloop. De booze is mij op de hielen, en verzoekt mij,
-en zegt: "Gobbo, Lancelot Gobbo", of "goede Gobbo", of "goede Lancelot
-Gobbo, sta op, haal je beenen na je, loop weg". Mijn geweten zegt:
-"neen; pas op, brave Lancelot", of, zooals daareven, "brave Lancelot
-Gobbo, ga niet op den loop; stamp met je hielen, dat je den brui geeft
-van dat wegloopen". Goed, maar de verbenedijde booze drijft mij aan,
-mij weg te pakken, en zegt: "Loop" zegt de booze, "voort!" zegt de
-booze, "in 's hemels naam; heb een hart in 't lijf", zegt de booze,
-"en loop weg". Goed, maar mijn geweten werpt zich om den hals van mijn
-hart en zegt op wijzen toon tot mij: "mijn brave vriend Lancelot,
-gij zoon van een braaf man",--of liever van een brave vrouw, want,
-inderdaad, van mijn vader gesproken, daar was wel een luchtje aan,
-hij had zoo zekere neigingen, zoo wat smaak in--, nu, mijn geweten
-dan zegt: "Lancelot, blijf", "blijf niet" zegt de booze; "blijf",
-zegt mijn geweten. Geweten, zeg ik, uw raad is goed; Booze, zeg ik,
-uw raad is ook goed; als ik aan mijn geweten gehoor geef, zou ik
-blijven bij den jood, mijn meester, die (God straffe mij, als ik
-lieg!) een soort van duivel is: en als ik van den jood wegliep,
-zou ik aan den booze gehoor geven, die, met verlof gezegd, de Duivel
-zelf is. Want dit is zeker, dat de jood de gevleeschelijkte duivel
-is; en, op mijn geweten, mijn geweten is een hard soort van geweten,
-dat het mij wil aanraden bij den jood te blijven. De booze geeft mij
-den besten vriendenraad; ik wil op den loop gaan, Booze; mijn hielen
-zijn tot uw dienst; ik wil op den loop gaan.
-
-(De oude Gobbo komt op, met een mand.)
-
-GOBBO. Mosjeu, jonge heer, gij, wees zoo goed en zeg mij, wat is de
-weg naar mijnheer den jood zijn huis?
-
-LANCELOT (ter zijde). Och hemel, daar is mijn echte vleeschelijke
-vader; hij heeft meer dan zand, hij heeft kiezel in zijn oogen en
-kent mij niet.--Ik wil toch eens wat excrementen met hem nemen.
-
-GOBBO. Mosjeu, jonge heer, wees zoo goed en zeg me, wat is de weg
-naar mijnheer den jood zijn huis?
-
-LANCELOT. Sla bij den eersten draai rechtsom, maar bij den allereersten
-draai linksom; maar onthoud, sla bij den allerallereersten draai
-noch rechts noch links om, maar sla dadelijk na een poos kaarsrecht
-af naar het huis van den jood.
-
-GOBBO. Sapperment, dat zal een moeilijke weg wezen om te vinden. Kunt
-ge mij zeggen, of zekere Lancelot, die bij hem dient, bij hem dient
-of niet?
-
-LANCELOT. Spreek je van den jongen mosjeu Lancelot?--(Ter zijde). Nu
-opgepast, nu leg ik hem het vuur aan de schenen.--Spreek je van den
-jongen mosjeu Lancelot?
-
-GOBBO. Geen mosjeu, heer, maar de zoon van een armen drommel; zijn
-vader is, al zeg ik het zelf, een brave doodarme kerel, en, Gode zij
-dank, heel welvarend.
-
-LANCELOT. Wel, laat zijn vader wezen wat hij wil, wij spreken nu van
-den jongen mosjeu Lancelot.
-
-GOBBO. Uw gehoorzame dienaar, en Lancelot kortaf, heer.
-
-LANCELOT. Maar ik bid je, ergo, oude man, ergo, verzoek ik je, spreek
-je van den jongen mosjeu Lancelot?
-
-GOBBO. Uw edeles dienaar, en Lancelot, heer.
-
-LANCELOT. Ergo, mosjeu Lancelot; spreek niet van mosjeu Lancelot,
-vadertje; want die jonge heer heeft, ten gevolge van de noodlotten
-en lotsbeschikkingen en zulke vreemde gezegdens meer, de drie
-schikgodinnen en verdere geleerdhedens, het tijdelijke met het eeuwige
-verwisseld, of, om het platweg uit te drukken, hij is ter--hemel
-gevaren.
-
-GOBBO. Och, och, God beware! de jongen was zoowaar de staf van mijn
-ouderdom, mijn eenige steunpilaar.
-
-LANCELOT (ter zijde). Zie ik er uit als een knuppel of een tentpaal,
-een staf of een pilaar?--Ken je mij niet, vader?
-
-GOBBO. Ach hemel, ik ken u niet, jonge heer; maar ik bid u, zeg me,
-is mijn jongen, (God hebbe zijn ziel!) levend of dood?
-
-LANCELOT. Ken je mij niet, vader?
-
-GOBBO. Helaas, mijnheer, ik ben half blind, ik ken u niet.
-
-LANCELOT. Neen, maar waarlijk, al hadt je je oogen, dan zou het nog
-wel kunnen gebeuren, dat je mij niet kende; 't is een wijs vader, die
-zijn eigen kind kent. Komaan, oude man, ik zal je van je zoon bericht
-geven. (Hij knielt.) Geef mij uw zegen! De waarheid komt altijd aan
-het licht; een moord kan niet lang verborgen blijven, wel de zoon
-van een vader; maar toch, ten langen leste, komt de waarheid uit.
-
-GOBBO. Ik bid u, heer, sta op; ik weet zeker, dat gij Lancelot,
-mijn jongen, niet zijt.
-
-LANCELOT. Kom, ik bid je, alle gekheid op een stokje, maar geef
-mij je zegen; ik ben Lancelot, je jongen die was, je zoon die is,
-je kind dat wezen zal.
-
-GOBBO. Ik kan niet gelooven, dat gij mijn zoon zijt.
-
-LANCELOT. Dan weet ik ook niet, wat ik er van denken moet, maar ik
-ben Lancelot, bij den jood in dienst, en, dat weet ik zeker, Margriet,
-je vrouw, is mijn moeder.
-
-GOBBO. Ja wezenlijk, ze heet Margriet; en ik wil er op zweren, als
-je Lancelot bent, dat je dan mijn eigen vleesch en bloed bent. Maar,
-bij God en al zijn heiligen, wat een baard heb je gekregen; je hebt
-meer haar gekregen aan je kin, dan Hans, mijn sleeppaard, aan zijn
-staart heeft.
-
-LANCELOT. Dan lijkt het wel, dat Hans zijn staartharen achteruit
-groeien; toen ik hem het laatst gezien heb, had hij bepaald meer
-haren in zijn staart dan ik nu op mijn gezicht heb.
-
-GOBBO. Heerejé, wat ben je veranderd! En kun je met je meester nog al
-overweg? Ik heb hem een present meegebracht. Hoe sta je tegenwoordig
-met elkaar?
-
-LANCELOT. Zóó, zóó,--; maar voor mijn part, daar ik het er op gezet
-heb om van hem weg te loopen, zoo wil ik niet rusten, voor ik een heel
-eind achter de hielen heb. Mijn meester is een echte jood; hem een
-present brengen! geef hem een strop. Ik ben in zijn dienst verhongerd;
-je kunt iederen vinger, dien ik heb, met mijn ribben tellen. Vader,
-ik ben blij, dat je gekomen bent; maar geef je present aan zekeren
-heer Bassanio, die wezenlijk prachtige nieuwe livreien geeft; als ik
-niet bij hem terecht kan komen, wil ik loopen, zoo ver Gods aardbodem
-reikt.--O, wat een tref, wat een geluk! daar komt hij aan;--naar hem
-toe, vader; want ik ben een jood, als ik nog langer bij den jood blijf.
-
-(Bassanio komt op, met Leonardo en andere Bedienden.)
-
-BASSANIO. Zoo kun je het wel doen;--maar je moet er zoo veel spoed
-achter zetten, dat het avondmaal op zijn laatst tegen vijf uur gereed
-is. Bezorg deze brieven; maak dat de livreien in orde komen en verzoek
-Gratiano dadelijk bij mij te komen in mijn huis.
-
- (Een Bediende gaat heen.)
-
-LANCELOT. Nu naar hem toe, vader.
-
-GOBBO. God zegene uwe edelheid.
-
-BASSANIO. Dank je zeer; wou je iets van mij hebben?
-
-GOBBO. Hier is mijn zoon, heer, een arme jongen.
-
-LANCELOT. Niet een arme jongen, heer, maar de knecht van den rijken
-jood; en die graag, heer, zooals mijn vader zal spezivizeeren--
-
-GOBBO. Hij heeft een groote infectie, heer, om zoo te zeggen, om
-bij u--
-
-LANCELOT. Inderdaad, heer, het kort en het lang van de zaak is, dat
-ik bij den jood in dienst ben, en declinatie heb, zooals mijn vader
-zal spezivizeeren--
-
-GOBBO. Zijn meester en hij, met verlof van uw edelheid, leven zoo
-wat als kat en hond,--
-
-LANCELOT. Om kort te gaan, de zuivere waarheid is, heer, dat de jood
-mij verongelijkt heeft, en dat maakt, zooals mijn vader, die naar ik
-hoop een oud man is, u fructivizeeren zal--
-
-GOBBO. Ik heb hier een duivenschoteltje, dat ik aan uw edelheid wensch
-te vereeren, en mijn verzoek is,--
-
-LANCELOT. Om zoo kort mogelijk te zijn, het verzoek interruppeert
-mijzelf, zooals uw edelheid hooren zal van dezen braven ouden man,
-die, al zeg ik het zelf, schoon een oud man, toch een arm man en mijn
-vader is.
-
-BASSANIO. Niet beiden te gelijk;--wat wil je? spreek!
-
-LANCELOT. Bij u in dienst komen, heer.
-
-GOBBO. Ja, dat is het, dat wij u willen opponeeren, heer.
-
-BASSANIO. Ik ken u wel; 't verzoek is toegestaan;
-Shylock, uw heer, beval vandaag u aan
-Voor deez' bevordring, zoo 't bevordring is,
-Uit zulk een dienst als van een rijken jood,
-Te komen bij een armen edelman.
-
-LANCELOT. Het oude gezegde, heer, is zeer goed verdeeld tusschen mijn
-meester Shylock en u; gij hebt de genade Gods, heer, en hij heeft
-vele goederen.
-
-BASSANIO (tot Lancelot). Zeer juist. (Tot Gobbo.) Ga heen nu, vader
-met uw zoon,--
-Neem afscheid van uw vroeg'ren heer en kom
-Dan aan mijn huis.--(Tot zijn Bedienden.) Bezorgt hem een livrei,
-Wat meer bestrikt dan de andre; let daarop.
-
-LANCELOT. Kom, vader.--Neen, ik kan geen dienst krijgen; wel neen,
-ik heb mijn tongetje niet tot mijn dienst.--Nu, (Hij bekijkt de
-binnenvlakte van zijn hand.) als er in Italië iemand zoo'n mooie
-handpalm heeft om op de schrift te zweren! of ik ook geluk zal
-hebben!--Kijk eens, welk een onnoozel levenslijntje; 't is me daar
-een kleinigheidje vrouwen; acht, tien, vijftien vrouwen is nog niets:
-elf weduwen en negen jonge dochters is wel een onnoozel inkomen voor
-één man; en dan, driemaal bijna te verdrinken, en mijn leven haast
-te verliezen aan den rand van een veerenbed;--dat noem ik er genadig
-afkomen! Ik moet zeggen, als Fortuin een vrouw is, dan is zij in dàt
-opzicht een goeie meid.--Kom, vader; ik zal in een ommezientje klaar
-wezen met dat afscheidnemen van den jood.
-
- (Lancelot en de oude Gobbo af.)
-
-BASSANIO. Ik bid u, Leonardo, denk hieraan;
-En kom, is dit gekocht en alles klaar,
-Terstond terug, want al mijn goede vrienden
-Onthaal ik dezen avond. Haast u, ga.
-
-LEONARDO. Ik doe mijn best; gij zult tevreden zijn.
-
-(Gratiano komt op.)
-
-GRATIANO. Waar is uw meester?
-
-LEONARDO. Heer, daar gaat hij juist.
-
- (Leonardo af.)
-
-GRATIANO. Signor Bassanio!--
-
-BASSANIO. Gratiano!
-
-GRATIANO. Ik wensch een gunst van u!
-
-BASSANIO. Ze is toegestaan.
-
-GRATIANO. Ja, toestaan moet ge; ik moet met u naar Belmont.
-
-BASSANIO. Wat moet, dat moet; maar hoor dan toch, Gratiano,
-Gij zijt te wild, te ruw, te luid van stem;
-'t Gaat u goed af, en is volstrekt geen fout
-In oogen zooals de onze; maar het wordt,
-Waar men u zoo niet kent, al licht te vrij,
-Te dol gevonden;--temper, zoo gij kunt,
-Met enkle koude drupp'len stemmigheid
-Uw dart'len geest; opdat ik, door uw woestheid,
-Niet word' miskend, en wat ik wensch en hoop
-Niet derven moog'.
-
-GRATIANO. Gerust maar, vriend Bassanio;
-Hul ik mij niet in stemmige eerbaarheid,
-Praat ik niet deftig, vloek slechts nu en dan,
-En is mijn blik niet zedig, draag ik niet
-Een kerkboek in mijn zak, en houd ik niet
-Mijn hoed voor de oogen bij 't gebed, en zucht
-Ik niet, en zeg ik niet ootmoedig "amen",
-Neem ik naar eisch niet iedren vorm in acht,
-Als een, die om de gunst van grootmama
-Een uitgestreken facie toont, geloof mij
-Dan in 't vervolg nooit meer.
-
-BASSANIO. Wij zullen zien,
-Hoe gij u houden zult.
-
-GRATIANO. Maar, vriendlief, hoor,
-Deze avond geldt nog niet, gij moogt mij niet
-Verkett'ren om van avond.
-
-BASSANIO. Zeker niet,
-Dat zou wel jammer zijn, ik zou u eer
-Verzoeken uitgelaten dol te wezen,
-Want onze vrienden willen vroolijkheid.
-Doch nu vaarwel; ik heb nog wat te doen.
-
-GRATIANO. En ik moet naar Lorenzo en de vrienden,
-Maar kom met hen van avond goed op tijd.
-
-
-
-
-DERDE TOONEEL.
-
-
-Aldaar. Een kamer in Shylock's huis.
-
-Jessica en Lancelot komen op.
-
-
-JESSICA. Het spijt me, dat ge ons huis verlaten gaat;
-Het is een hel, en gij, een snaaksche duivel,
-Hebt soms de slepende uren mij verkort.
-Maar 't ga u goed; neem deez' dukaat van mij;
-En, Lanc'lot, hoor; straks ziet ge op 't avondfeest
-Als gast van uwen nieuwen heer, Lorenzo;
-Geef hem deez' brief, maar doe het in 't geheim;
-En nu vaarwel; ik wil niet, dat mijn vader
-Ons samen spreken ziet.
-
-LANCELOT. Atjé!--tranen verlangen mijn tong.--Gij allerliefst
-heidinneke, allerzoetst Jodinneke! Als een Christen niet voor schelm
-heeft gespeeld en uw hart gestolen, dan weet ik er niets meer van. Maar
-atjé, deze bespottelijke druppels verdrinken mijn manlijkheid te
-veel; atjé.
-
- (Lancelot af.)
-
-JESSICA. Vaarwel, vriend Lancelot.--
-Ach, hoe afschuw'lijk is het toch in mij,
-Dat ik mij schaam mijns vaders kind te zijn!
-Maar ben ik ook zijn dochter naar den bloede,
-Ik ben 't niet naar den geest.--O, mijn Lorenzo,
-Geen strijd meer, neen; ik word, blijft gij mij trouw,
-Christinne, en met een hart vol liefde uw vrouw.
-
- (Jessica af.)
-
-
-
-
-VIERDE TOONEEL.
-
-
-Aldaar. Een straat.
-
-Gratiano, Lorenzo, Salarino en Solanio komen op.
-
-
-LORENZO. Hoort toe, wij sluipen weg van 't avondmaal,
-Vermommen ons bij mij aan huis en zijn
-Dan allen in een uur terug.
-
-GRATIANO. Wij zijn op zulk een feest niet voorbereid.
-
-SALARINO. Voor fakkeldragers is niet eens gezorgd.
-
-SOLANIO. 't Moet puik in orde zijn, of 't is niets waard;
-En dan zij 't, dunkt mij, liever niet begonnen.
-
-LORENZO. Het is nog pas vier uur; wij hebben dus
-Nog twee uur vóór ons.
-
-(Lancelot komt op, met een brief.)
-
- Lanc'lot, zoo! wat nieuws?
-
-LANCELOT. Als uwe edelheid dezen brief gelieft te openen, zal het
-schijnen te verduidelijken.
-
-LORENZO. Ik ken de hand; ja, 't is een schoone hand,
-En blanker dan 't papier, waarop zij schreef,
-De schoone hand, die schreef.
-
-GRATIANO. Een minnebriefje!
-
-LANCELOT (wil weggaan). Met uw verlof, heer.
-
-LORENZO. Zeg, waar moet gij heen?
-
-LANCELOT. Och heer, ik moet mijn ouden meester den Jood gaan intiveeren
-om bij mijn nieuwen meester den Christen van avond het nachtmaal te
-komen gebruiken.
-
-LORENZO. Ziedaar, (Hij geeft hem geld.)--en zeg de schoone Jessica,
-Dat ze op mij reek'nen kan;--zeg 't heimlijk; ga.--
-
- (Lancelot af.)
-
-Mijn heeren,
-Maakt ge alles nu voor 't maskerfeest gereed?
-Ik heb al iemand, die mijn fakkel draagt.
-
-SALARINO. Goed, op mijn woord, ik maak het daad'lijk klaar.
-
-SOLANIO. Ik ook.
-
-LORENZO. En komt dan, na een uur zoo wat,
-Aan Gratiano's huis; daar vindt ge ons tweeën.
-
-SALARINO. 't Is goed, wij zullen komen.
-
- (Salarino en Solanio af.)
-
-GRATIANO. Die brief was van de schoone Jessica?
-
-LORENZO. U moet ik alles zeggen: zie, zij schreef,
-Hoe ik haar uit haars vaders huis moet schaken;
-Hoe ze is voorzien van goud en edelsteenen;
-Hoe ze in een page zich verkleeden zal.
-Komt ooit de jood, haar vader, in den hemel,
-Dan is 't ter wille van zijn dochter slechts;
-En waagt ooit rampspoed haren weg te kruisen,
-Dan is er niets, dat zulk een doen verschoont,
-Dan dat zij 't kind is van een valschen jood.--
-Kom mede, en zie dit onderweg maar in;
-Mij draagt de schoone Jessica de fakkel.
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-VIJFDE TOONEEL.
-
-
-Aldaar. De straat voor Shylock's huis.
-
-Shylock en Lancelot komen op.
-
-
-SHYLOCK. Nu, gij zult zien, met eigen oogen zien,
-Hoe anders 't is bij Shylock en Bassanio;--
-Hé, Jessica!--voorwaar, gij zult bij hem
-Niet slapen, snorken, telkens kleeren scheuren!--
-Hé, Jessica, nog eens!
-
-LANCELOT. Hé, Jessica!
-
-SHYLOCK. Wie zeide u haar te roepen? 'k zei 't u niet.
-
-LANCELOT. Uwe edelheid heeft mij vroeger altijd gezeid, dat ik nooit
-iets kan doen, of het moest mij gezeid worden.
-
-JESSICA. Wat is 't? Gij hebt geroepen?
-
-(Jessica komt op.)
-
-SHYLOCK. 'k Ben uitgevraagd ten eten, Jessica;
-Daar zijn mijn sleutels.--Maar waarom zou 'k gaan?
-Men vraagt mij niet als vriend, maar om te vleien;
-Maar ik, ik ga uit haat, en help den christen
-Zijn goed verspillen.--Jessica, mijn kind,
-Pas op mijn huis;--ik ga met tegenzin;
-Er broeit iets, vrees ik, dat mijn rust verstoort;
-Ik heb van nacht van zakken gouds gedroomd.
-
-LANCELOT. Ik bid u, heer, kom; mijn jonge meester wacht op uw
-bezoeking.
-
-SHYLOCK. Die zal wel gebeuren.
-
-LANCELOT. En ze hebben saamgezworen,--ik wil niet zeggen, dat gij een
-maskerade zult zien, maar als gij er een ziet, dan was het niet voor
-niets, dat mijn neus begon te bloeden op den laatsten Paaschmaandag
-'s morgens om zes uur, die dat jaar viel op Asschenwoensdag voor vier
-jaren in den namiddag.
-
-SHYLOCK. Wat, zijn daar maskers? Hoor mij, Jessica!
-Sluit dan de deur, en als gij tromm'len hoort
-En dat gegil van kromgenekte fluiten,
-Klim dan niet tot het venster op en steek
-Uw hoofd niet op de straat, en kijk niet uit
-Naar dat geverfd gelaat van christenzotten;
-Maar stop dan de ooren van mijn woning,--'k meen
-Mijn vensters,--dicht, opdat mijn eerbaar huis
-'t Geraas dier flauwe zotternij niet hoore.--
-Ik zweer bij Jacobs staf, ik heb geen zin
-Om buitenshuis van avond feest te vieren;
-Toch wil ik gaan.--Gij knaap, ga voor mij uit;
-Zeg, dat ik kom.
-
-LANCELOT. Ik zal vooruitgaan, heer.--
-(Fluisterend tot Jessica.) Maar kijk, meestres, alevel 't venster uit;
- Dra passeert een christen goed,
- Waard, dat een jodin hem groet.
-
- (Lancelot af.)
-
-SHYLOCK. Wat zeide daar die gek, die zone Hagars?
-
-JESSICA. Hij zeide mij vaarwel en anders niet.
-
-SHYLOCK. De dwaas is goedig, maar een wolf in 't eten;
-Bij 't werk een slak, in 't slapen overdag
-Een wilde kat; ik wil geen hommels houden;
-En daarom ga hij heen, en ga hij heen
-Naar iemand, wien hij den geborgden buidel
-Moog' helpen leêgen.--Jessica, naar binnen;
-Misschien kom ik zoo daad'lijk wel terug;
-Doe wat ik zeide en sluit de deuren goed;
- "Een dichte kast, weert meen'gen gast;"
-Zoo spreekt een elk, die op zijn zaken past.
-
- (Shylock af.)
-
-JESSICA. Vaarwel;--en als Fortuin mij niet bestrijdt,
-Ben ik een vader, gij een dochter kwijt.
-
- (Jessica af.)
-
-
-
-
-ZESDE TOONEEL.
-
-
-Aldaar.
-
-Gratiano en Salarino komen op, gemaskerd.
-
-
-GRATIANO. Dit is het afdak, waar Lorenzo ons
-Verzocht te wachten.
-
-SALARINO. 't Uur is haast voorbij.
-
-GRATIANO. En 't is een wonder, dat hij 't uur verzuimt;
-Verliefden zijn meestal de klok vooruit.
-
-SALARINO. O, tienmaal sneller vliegen Venus' duiven
-Om nieuwe liefdebanden te bezeeg'len,
-Dan om gezworen trouw gestand te doen.
-
-GRATIANO. Ja, dat gaat door: wie staat ooit van een feest
-Met zooveel eetlust op, als hij ging zitten?
-Waar is het paard, dat op zijn lange baan
-Terugdraaft met hetzelfde ondoofbre vuur,
-Waarmee het steig'rend wegstoof? Ieder ding
-Wordt met meer vuur begeerd dan wel genoten.
-Ziet, hoe, gelijk een jong en kwistig zwakhoofd,
-Het nieuwe jacht daar zee kiest, vlag in top,
-Door dartel windgestreel gekust, geliefkoosd!
-Hoe keert het weer als de verloren zoon,
-De spanten bloot en met gescheurde zeilen,
-Verarmd en naakt door 't dartel windgestreel!
-
-(Lorenzo komt op.)
-
-SALARINO. Daar komt Lorenzo;--later dus 't vervolg.
-
-LORENZO. Verschoont mij, lieve vrienden, dat ik toefde;
-'k Had veel te doen; dat draag' de schuld, niet ik.
-Maar is 't ùw beurt eens om een vrouw te stelen,
-Dan wacht ik even lang op u.--Komt hier;
-Hier woont mijn jodenvader.--Wie is thuis?
-
-(Jessica verschijnt aan 't venster, in jongensgewaad.)
-
-JESSICA. Wie is daar? Zeg 't voor alle zekerheid,
-Hoewel ik zweren zou de stem te kennen.
-
-LORENZO. Lorenzo, en uw liefste.
-
-JESSICA. Lorenzo, zeker; en mijn liefste, ja;
-Want wien heb ik zoo lief? Maar wie, Lorenzo,
-Staat voor u in, dat ik u 't liefste ben?
-
-LORENZO. De hemel en uw hart zijn mijn getuigen.
-
-JESSICA. Hier, vang dit mandje; 't is de moeite waard.
-Goed, dat het nacht is, en ge mij niet ziet;
-Want ik ben erg beschaamd in deez' verkleeding;
-Maar liefde is blind; verliefden kunnen niet
-De vreemde streken zien, die zij bedrijven;
-Maar konden zij 't, Cupido zelf zou blozen,
-Als hij mij zoo als jongen zag verkleed.
-
-LORENZO. Kom af, gij moet mijn fakkeldrager zijn.
-
-JESSICA. Wat! moet ik 't licht doen vallen op mijn schande?
-Die is, voorwaar, van zelf reeds veel te licht.
-Dit is een post, mijn lief, die openbaart,
-En 'k moet verborgen zijn.
-
-LORENZO. Dat blijft gij, liefste,
-Als u 't bevallig pagekleed omhult.
-Maar haast u thans;
-Of de ons bevriende nacht gaat vluchtling spelen,
-En men verwacht ons bij Bassanio's feest.
-
-JESSICA. Ik ga de kasten sluiten en verguld mij
-Met meer dukaten nog, en kom dan fluks.
-
- (Zij gaat weg van 't venster.)
-
-GRATIANO. Ze is, bij mijn kap, Godinne, geen Jodinne.
-
-LORENZO. God straff' me, zoo 'k haar niet oprecht bemin;
-Verstandig is ze, als ik er iets van weet;
-En schoon is ze, als mijn oog mij niet bedriegt;
-En trouw is ze ook, dat heeft ze reeds getoond.
-En, zooals ze is, verstandig, schoon en trouw,
-Wordt zij mijn teêr en trouw beminde vrouw.
-
-(Jessica komt op, beneden.)
-
-LORENZO. Zoo, zijt ge er reeds?--Dan, heeren, voort, met spoed;
-Ginds wacht ons al sinds lang de maskerstoet.
-
- (Hij gaat heen, met Jessica en Salarino.)
-
-(Antonio komt op.)
-
-ANTONIO. Wie daar?
-
-GRATIANO. Signore Antonio?
-
-ANTONIO. Gratiano, foei! En waar zijn nu al de andren?
-'t Is negen uur; de vrienden wachten u.--
-Geen maskerade thans; de wind is om;
-Bassanio wil op 't oogenblik aan boord;
-Ik zond wel twintig man om u te zoeken.
-
-GRATIANO. Zeer gaarne, ja; want niets staat meer mij aan,
-Dan nog van avond scheep en weg te gaan.
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-ZEVENDE TOONEEL.
-
-
-Belmont. Een zaal in Portia's huis.
-
-Trompetgeschal. Portia en de Prins van Marocco komen op, beiden
-met Gevolg.
-
-
-PORTIA. Goed, schuif den voorhang open en onthul
-De kastjes alle voor deez' eed'len prins;--
-(Tot den Prins.) Doe thans uw keus.
-
-MAROCCO. Van goud het eerste, dat tot opschrift heeft:
-"Die mij verkiest, verkrijgt, wat menig man begeert".
-Van zilver 't tweede, dat ons dit belooft:
-"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient".
-Dit derde, zwaar, van lood, met plomp vermaan:
-"Die mij verkiest, die wage en geve al wat hij heeft".
-Hoe weet ik nu, of ik het rechte kies?
-
-PORTIA. Slechts één er van bevat mijn beelt'nis, prins;
-En kiest ge dat, dan ben ikzelf ook de uwe.
-
-MAROCCO. Een God bestuur' mijn oordeel dan! Laat zien;
-Nog eens wil ik die spreuken overlezen.
-Wat zegt dit looden kastje?
-"Die mij verkiest, die geve en wage al wat hij heeft".
-Die geev'--voor wat? voor lood? hij waag' voor lood?
-'t Is taal, die dreigt. En zij, die alles wagen,
-Doen dit op hoop van kostelijk gewin;
-Een gouden geest bukt niet naar schuim van erts;
-En ìk geef niets en waag ook niets, voor lood.
-Wat zegt het zilver, met zijn maagdeglans?
-"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient".
-Zooveel als hij verdient!--Denk na, Marocco,
-En weeg uw eigen waarde op de juiste hand;
-Waardeert men u, zooals ge uzelven schat,
-Genoeg is uw verdienste; schoon, genoeg
-Kan ontoereikend wezen voor de jonkvrouw.
-Doch, angst te koestren over mijn verdienste,
-Waar' zwak, onwaardig twijflen aan mijzelf.
-Zooveel als ik verdien!--Nu, 't is de jonkvrouw;
-'k Verdien haar door geboorte en door mijn goed'ren,
-Door gaven der natuur en door beschaving,
-Maar bovenal verdien ik haar door liefde.
-Als ik niet verder ging, en dit verkoos?--
-Maar toch, die spreuk van 't goud nog overwogen!
-"Die mij verkiest, verkrijgt, wat menig man begeert".
-Nu, dat 's de jonkvrouw; iedereen begeert haar,
-En iedre hoek der aard brengt pelgrims aan,
-Om 't sterflijk, aad'mend heiligbeeld te kussen.
-Hyrcanië's wouden, de onafzienbre vlakten
-Van 't woest Arabië zijn gebaande wegen
-Voor vorsten thans, tot schoone Portia;
-Het rijk der waatren, dat met fiere kruinen
-Den hemel in 't gelaat spuwt, keert ze niet,
-Die zoo vermeet'le vreemden; neen, ze komen,
-Als door een beek, tot schoone Portia.--
-Eén van deez' drie omsluit haar hemelsch beeld.
-Is 't denkbaar, dat haar lood omsluit?--'t Waar' lastring,
-Zoo iets te denken; 't lood is te verachtlijk
-Om zelfs in 't donkre graf haar wâ te ompants'ren.--
-Of is 't te denken, dat ze in zilver huist,
-Wel tienmaal minder waard dan 't loutre goud?
-O zondig denkbeeld! zulk een rijk juweel
-Wordt steeds in goud gevat. In Eng'land is
-Een munt, van goud, gestempeld met een engel,
-Maar daar is 't beeld eens engels bovenop;
-Hier ligt een engel, door een gulden bed
-Geheel omsloten.--Geef den sleutel mij;
-Dit is mijn keus; geluk, wees aan mijn zij!
-
-PORTIA. Daar, neem hem, prins; en is mijn beeld hierin,
-Dan ben ik de uwe.
-
-(Bij ontsluit het gouden kastje.)
-
-MAROCCO. O, hel, wat vind ik hier?
-Een grijnzend doodshoofd, en in de oogkas ligt
-Een opgerold geschrift?--Ik wil het lezen.
- "Al wat blinkt, is nog geen goud,
- Wis is dit u vaak ontvouwd;
- Menig heeft den schijn vertrouwd,
- Maar te laat zijn doen berouwd.
- Gulden graven zijn gebouwd,
- Waar de worm toch huis in houdt.
- Waart gij even wijs als stout,
- Jong van leên, van oordeel oud,
- 't Afscheid hadt ge niet aanschouwd:
- Al uw gloed laat Portia koud."
- Koud voorwaar en moeite om niet;
- Welkom, koude; en gloed, ontvlied!--
-Leef, Portia, wel! Het vonnis doet mij pijn;
-'k Verloor; zoo moog' dan kort het afscheid zijn!
-
- (Marocco af, met zijn Gevolg.)
-
-PORTIA. O heuglijk eind!--Trek weer den voorhang toe;--
-Dat elk, die hem gelijkt, die keuze doe.
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-ACHTSTE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een straat.
-
-Salarino en Solanio komen op.
-
-
-SALARINO. Ja, vriend, ik zag Bassanio onder zeil;
-Gratiano heeft zich met hem ingescheept,
-Maar zeker is Lorenzo niet op 't schip.
-
-SOLANIO. De jood, die hondsvot, tierde, tot de doge
-Met hem Bassanio's schip ging onderzoeken.
-
-SALARINO. Hij kwam te laat; het was reeds onder zeil.
-Toen echter kwam den doge dra ter oore,
-Dat men Lorenzo en zijn Jessica
-Gezien had in een gondel; bovendien
-Gaf ook Antonio de verzeek'ring, dat
-Zij niet Bassanio op zijn schip verzelden.
-
-SOLANIO. Nooit hoorde ik zulk een teugellooze woede,
-Zoo vreemd, zoo heftig, zoo van 't een op 't ander,
-Als van dien jood, dien hond, daar op de straat:
-"Mijn dochter!--Mijn dukaten!--O mijn dochter!--
-En met een christen!--O, mijn christ'lijke dukaten!--
-O recht en wet! mijn dochter! mijn dukaten!
-Eén zak, twee zak, verzegeld, vol dukaten!
-Dubb'le dukaten;--en mijn dochter stal ze!
-Juweelen ook, twee steenen, kostbre steenen!
-Mijn dochter stal ze!--Rakkers, zoekt die deern!
-Mijn steenen heeft ze bij zich, mijn dukaten!"
-
-SALARINO. De straatjeugd van Venetië schreeuwt hem na:--
-"Zijn steenen, zijn dukaten en zijn dochter!"
-
-SOLANIO. Als nu Antonio maar op tijd betaalt,
-Want anders zal hij 't boeten.
-
-SALARINO. Ja, zeer juist.
-'k Was gistren met een Franschman aan het praten;
-Die zeide mij, dat in de nauwe zee,
-Die Frankrijk scheidt van Eng'land, er een schip
-Vergaan was, rijk bevracht, en hier van daan.
-'k Dacht daad'lijk aan Antonio, toen hij 't zeide,
-En wenschte in stilte: "zij dat niet van hem!"
-
-SOLANIO. Gij moet hem toch vertellen, wat ge hoort;
-Maar niet te plotsling, want het mocht hem leed doen.
-
-SALARINO. Er is geen trouwer hart op aard; ik zag
-Bassanio's afscheid van Antonio.
-Bassanio zeide, dat hij spoed zou maken
-Om weêr te keeren; "Doe dat niet", was 't antwoord,
-"Verbroddel niet om mij uw zaak, Bassanio.
-Neen, laat de tijd haar rijpen. Wat den schuldbrief
-Betreft, dien ik den jood geteekend heb,
-Die rijz' niet voor uw geest naast uwe liefde;
-Wees opgeruimd en wijd al uw gedachten
-Aan hoflijkheid en de uiting uwer liefde,
-Aan al wat ginds u 't beste passen zal."
-Toen reikte hij,--zijn oog schoot vol van tranen,--
-Met afgewend gelaat zijn vriend de hand,
-En schudde, met een wonderdiepe ontroering,
-Met kracht Bassanio's hand. Zoo scheidden zij.
-
-SOLANIO. 'k Geloof, is hem de wereld nog iets waard,
-Dan is 't om hem. Kom, zoeken wij hem op,
-En zij door scherts of boert die somberheid,
-Die hem beving, verjaagd.
-
-SALARINO. Ja, doen wij dat!
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-NEGENDE TOONEEL.
-
-
-Belmont. Een zaal in Portia's woning.
-
-Nerissa komt op, met een Bediende.
-
-
-NERISSA. Kom, spoedig, spoedig, trek den voorhang weg;
-De prins van Arragon heeft de' eed gedaan
-En komt zoo daad'lijk zijn geluk beproeven.
-
-(Trompetgeschal. De Prins van Arragon en Portia komen op, beiden
-met Gevolg.)
-
-PORTIA. Gij ziet, daar staan de kastjes, edel prins;
-Verkiest gij dat, waarin mijn beeltnis is,
-Dan wordt terstond het huwlijksfeest gevierd;
-Maar faalt uw keuze, heer, dan moet gij ook
-Terstond en zonder tegenspraak vertrekken.
-
-ARRAGON. Drie dingen zijn door de' eed mij opgelegd:
-Ten eerste, nimmer iemand te openbaren,
-Welk kastje ik koos; dan, mocht ik 't rechte kastje
-Niet treffen, nimmer in mijn leven meer
-De hand van een'ge vrouw te vragen; eind'lijk,
-Indien 't geluk me een juiste keus ontzegt,
-Hier niet te toeven maar terstond te gaan.
-
-PORTIA. Hiertoe verplicht zich elk bij eede, die
-Voor mijn onwaardig ìk de kans komt wagen.
-
-ARRAGON. Ik nam het op mij. Thans, Fortuin, vervul
-Mijn hartewensch!--Goud, zilver, waardloos lood!
-"Die mij verkiest, die geve en wage al wat hij heeft";
-Glans vrij wat schooner, eer ik geef of waag!--
-Wat zegt het gouden kastje? Laat eens zien:--
-"Die mij verkiest, verkrijgt wat menig man begeert."
-Wat menig man begeert!--dit menig meent wellicht
-De dwaze menigt', die naar schijn slechts kiest,
-Niet meer ziet dan het ijdel oog kan leeren,
-Niet in het binnenst dringt, maar als de zwaluw
-Haar bouw bevestigt aan den buitenwand,
-Geheel aan storm en toeval prijsgegeven.
-Ik kies niet, neen, wat menig man begeert,
-Ik wil mij niet naar lage geesten schikken,
-Niet voegen bij den grooten dommen hoop.
-Dus thans tot u, gij zilvren schatbewaarder,
-Zeg mij het opschrift, dat gij draagt, nog eens:
-"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient".
-Zeer goed gezegd: want wie durft stout Fortuin
-Verschalken, en zich eere stelen, waar
-Verdienstes stempel op ontbreekt! Dat niemand
-Een onverdiende waardigheid zich eigen'!
-O, werden goed'ren, rang en ambten nooit
-Op laak'bre wijs verworven; eere steeds
-Onwraakbaar, door verdienste alleen, gekocht!
-Hoe menig dekte zich, die blootshoofds staat;
-Hoe menig, die beveelt, wierd dan de dienaar!
-Wat laag gepeupel zou de wan niet schiften
-Uit wat het zaad der eere is; hoeveel tarwe
-Waar' niet te lezen uit het kaf der tijden,
-En weer tot eer te brengen!--Maar, de keuze:--
-"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient."
-Ik kies verdienste;--ontsluit mij dit, opdat
-Me onthuld zij, hoe 't geluk mij is gezind.
-
-(Hij ontsluit het zilveren kastje.)
-
-PORTIA. Te lang gedraald voor dat, wat gij daar vindt.
-
-ARRAGON. Wat is dit hier? Het beeld eens zots, dat me aangrijnst,
-En een geschrift mij reikt? Ik wil het lezen.
-Hoe weinig zijt ge aan Portia gelijk!
-Hoe weinig aan mijn hoop en mijn verdiensten!
-"Die mij verkiest, verkrijgt zooveel als hij verdient."
-Verdien ik dan niets beters dan een zotskop?
-Is dat mijn loon? Is mijn verdienste zoo?
-
-PORTIA. Misdoen en rechtspraak gaan niet samen; 't een
-Verschilt in aard van 't ander.
-
-ARRAGON. Wat staat hier?
- "Zevenmaal in 't vuur geheet
- Werd dit zilver, en gesmeed;
- Zevenmaal is hij doorkneed,
- Die nooit dwaze keuze deed.
- Menig greep een schaduw beet,
- Die hem door de handen gleed.
- Dwazen zijn er, zoo ik weet,
- Als deez' nar, in zilvren kleed.
- Kies een meisje, grof of fijn,
- Altijd is uw hoofd als 't mijn;
- Gaat, laat dit genoeg u zijn."
- Grooter nar schijn ik mij toe,
- Als ik hier nog toeven doe.
- Eénen zotskop bracht ik mee,
- En ik ga nu weg met twee.--
- Nu, vaarwel, ik houd mijn eed,
- Zal geduldig zijn in 't leed.
-
- (De Prins van Arragon met Gevolg af.)
-
-PORTIA. Dat de mot de vlam niet meed!
-O, o, die wijze narren! als zij kiezen,
-Zijn zij zoo wijs, door wijsheid te verliezen.
-
-NERISSA. Hoe goed het oude spreekwoord het toch wist!
-Wie hangt, wie huwt, wordt door het lot beslist.
-
-PORTIA. Kom, trek 't gordijn weêr toe, Nerissa.
-
-(Een Bediende komt op.)
-
-BEDIENDE. Waar is mijn jonkvrouw?
-
-PORTIA. Hier; wat wil mijn heer?
-
-BEDIENDE. Mejonkvrouw, aan de poort is afgestegen
-Een jong Venetiaan, om u te melden,
-Dat weldra zijn gebieder u begroet;
-Hij brengt van deze' u liefdevolle groeten,
-Behalve hoff'lijk schoone woorden, gaven
-Van hooge waarde; en nimmer zag ik nog
-Een liefdeboô, zoo goed zijn boodschap waard;
-Want nooit kwam in April een dag zoo schoon,
-Om ons den fraaien zomer te voorspellen,
-Als deze boô vooraf zijn heer ons meldt.
-
-PORTIA. Genoeg, ik bid u; ik begin te vreezen,
-Dat gij zoo daad'lijk zegt: "hij is mijn broêr:"
-Zoo feestlijk zijt ge in 't roemen van zijn lof.
-Nerissa, kom; 'k wil zien wie 't is, die zoo
-Zijn liefde ons meldt, reeds door zijn liefdeboô.
-
-NERISSA. Geef, liefdegod, het zij Bassanio!
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE BEDRIJF.
-
-
-EERSTE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een straat.
-
-Solanio en Salarino komen op.
-
-
-SOLANIO. Nu, wat nieuws is er op den Rialto?
-
-SALARINO. Ja, het wordt nog maar niet tegengesproken, dat Antonio
-een schip met rijke lading in die nauwe doorvaart verloren heeft. De
-Goodwins, geloof ik, heet de plaats, een gevaarlijke zandbank en
-als noodlottig bekend; er moeten vrij wat wrakken van groote schepen
-begraven liggen, als moei Gerucht een eerlijk wijf is, waar men op
-aan kan.
-
-SOLANIO. Ik wou, dat ze in dit geval zoo'n leugenachtige klappei
-bleek, als er ooit één gember geknauwd heeft of haar buren heeft
-wijsgemaakt, dat ze treurde om den dood van haar derden man. Maar
-het is waar,--zonder in wijdloopigheid te vervallen en van den effen
-grooten weg van het gesprek af te wijken,--dat de goede Antonio,
-die rechtschapen Antonio,--o, had ik een benaming, goed genoeg om
-zijn naam gezelschap te houden!--
-
-SALARINO. Kom, besluit!
-
-SOLANIO. Ach, wat zegt gij?--Nu, het eind van 't lied is, hij heeft
-een schip verloren.
-
-SALARINO. Ik wou, dat het zeker ook het eind was van zijn verliezen.
-
-SOLANIO. Laat ik bijtijds hier "amen" op zeggen, eer de duivel mijn
-gebed in den weg loopt, want daar komt hij aan, in de gedaante van
-een jood.
-
-(Shylock komt op.)
-
-Wel, Shylock, wat nieuws onder de koopluî?
-
-SHYLOCK. Gij wist, niemand zoo goed, niemand zoo goed als gij, van
-de vlucht van mijn dochter.
-
-SALARINO. Dat is waar; ik van mijn kant wist van den man, die haar
-de vleugels voor het wegvliegen gemaakt heeft.
-
-SOLANIO. En Shylock, van zijn kant, wist dat het vogeltje al wel
-vlug was; en dan ligt het bij allen in den aard, dat zij het nest
-ontvluchten.
-
-SHYLOCK. Zij zal er verdoemd voor zijn.
-
-SALARINO. Ja zeker, als de duivel haar rechter mag wezen.
-
-SHYLOCK. Mijn eigen vleesch en bloed in opstand!
-
-SALARINO. O foei, oude kreng, in opstand op jouw jaren!
-
-SHYLOCK. Ik zeg, mijn dochter in mijn vleesch en bloed.
-
-SALARINO. Er is meer verschil tusschen jouw vleesch en het hare, dan
-tusschen git en ivoor, meer tusschen je beider bloed, dan tusschen
-rooden wijn en Rijnschen;--maar zeg ons, heb je ook gehoord, of
-Antonio op zee het een of ander verlies heeft geleden of niet.
-
-SHYLOCK. Dat is ook al weer een kwade zaak voor me; een bankroetier,
-een verkwister, die te nauwernood zijn gezicht op den Rialto durft
-laten kijken;--een bedelaar, die altijd als een groot heer op de
-markt kwam,--laat hem denken aan zijn schuldbrief; hij noemde mij
-altoos een woekeraar,--laat hem denken aan zijn schuldbrief; hij
-leende altijd geld uit christelijke liefelijkheid,--laat hem denken
-aan zijn schuldbrief!
-
-SOLANIO. Nu, je zult natuurlijk, als hij in gebreke mocht blijven,
-zijn vleesch niet nemen; waar kan dat voor dienen?
-
-SHYLOCK. Om er visch mee te vangen; en als niets anders er mee
-gediend is, dan is mijn wraak er mee gediend. Hij heeft mij
-beschimpt, mij benadeeld voor een half millioen, gelachen bij
-mijn verliezen, gegrijnsd bij mijn winsten, mijn volk gesmaad,
-mijn handel gedwarsboomd, mijn vrienden koud, mijn vijanden warm
-gemaakt; en waarom toch, waarom?--Omdat ik een jood ben. Heeft een
-jood dan geen oogen? Heeft een jood geen handen, geen armen, geen
-beenen, geen gevoel, geen begeerten, geen hartstochten? wordt hij
-niet gevoed door 'tzelfde voedsel, verwond door dezelfde wapens,
-bezocht door dezelfde ziekten, genezen door dezelfde middelen, warm
-en koud door denzelfden winter en zomer, als een christen? Als gij
-ons een messteek geeft, bloeden wij dan niet? als gij ons vergiftigt,
-sterven wij dan niet? en als gij ons beleedigt, zullen wij dan geen
-wraak nemen? Als wij in het overige zijn als gij, willen wij ook
-daarin u gelijken. Als een christen door een jood beleedigd wordt,
-wat is dan zijn deemoedigheid?--wraakzucht. Als een jood door een
-christen beleedigd wordt, wat moet, naar christenvoorbeeld, zijn
-lijdzaamheid wezen? wel, wraakzucht. Het booze, dat gijlieden mij
-leert, dat wil ik doen,--en het zou mij tegenvallen, als ik het niet
-nog beter deed dan mijn meesters.
-
-(Een Bediende komt op.)
-
-BEDIENDE. Edele Heeren, Antonio, mijn meester, is tehuis en verlangt
-u beiden te spreken.
-
-SALARINO. Wij hebben hem al overal gezocht.
-
-(Tubal komt op.)
-
-SOLANIO. Daar komt een ander van dat gebroedsel; een derde is er wel
-niet bij te passen, of de duivel zelf moest jood worden.
-
- (Salarino, Solanio en Bediende af.)
-
-SHYLOCK. Zoo Tubal, wat voor tijdingen uit Genua? hebt gij mijn
-dochter gevonden?
-
-TUBAL. Ik ben verscheiden keeren geweest, waar van haar gesproken werd,
-maar haarzelf heb ik niet kunnen vinden.
-
-SHYLOCK. Och, och, och, och! Een diamant weg! heeft me toch tweeduizend
-dukaten gekost te Frankfort! De vloek is nu pas over ons volk gekomen;
-ik heb hem nog nooit gevoeld dan nu; tweeduizend dukaten met dat eene
-en dan nog andere kostelijke, kostelijke juweelen! Ik wou, dat mijn
-dochter dood voor mij lag en de juweelen in haar oor! ik wou, dat ze
-gekist lag aan mijn voeten en de dukaten in haar kist! Geen tijding
-van hen?--O, o! en dat zoeken heeft me al ik weet niet hoeveel gekost;
-och, schâ op schâ! De dief met zóóveel weg, en dan zóóveel om den dief
-te vinden, en geen voldoening nog, geen wraak! en geen ongeluk gebeurt
-er, dat niet op mijn hoofd neerkomt, geen zuchten dan die ik slaak,
-geen tranen dan die ik vergiet!
-
-TUBAL. Toch, andere menschen hebben ook ongelukken; Antonio, zooals
-ik in Genua hoorde,--
-
-SHYLOCK. Wat, wat, wat? ongelukken? ongelukken?
-
-TUBAL.--heeft een galjoen verloren, dat van Tripoli kwam.
-
-SHYLOCK. Goddank, Goddank!--Is het waar? is het waar?
-
-TUBAL. Ik heb eenige matrozen gesproken, die uit de schipbreuk
-gered zijn.
-
-SHYLOCK. Ik dank u, goede Tubal,--goede tijding, goede tijding;
-ha! ha!--Waar? In Genua?
-
-TUBAL. Uw dochter heeft in Genua, naar ik hoorde, op één avond tachtig
-dukaten verdaan.
-
-SHYLOCK. Ge boort een dolk in mijn hart!--nooit zie ik mijn geld terug;
-tachtig dukaten zoo in eens! tachtig dukaten!
-
-TUBAL. Verscheiden schuldeischers van Antonio zijn met me naar Venetië
-gereisd; die zeggen, dat het niet anders kan, of hij moet over den
-kop gaan.
-
-SHYLOCK. Dat doet me goed; ik zal hem pijnigen, ik zal hem folteren;
-dat doet me goed.
-
-TUBAL. Een van hen liet me een ring zien, dien hij van uw dochter
-gekregen had voor een aap.
-
-SHYLOCK. O, mijn vloek op haar! ge martelt me, Tubal; het was mijn
-turkoois; ik heb hem van Lea gekregen, toen we nog niet getrouwd waren;
-ik had hem niet gegeven voor een bosch vol apen.
-
-TUBAL. Maar met Antonio is het zeker mis.
-
-SHYLOCK. Ja, dat 's waar, dat 's zeker waar; ga, Tubal, huur een
-gerechtsdienaar voor me; bespreek hem een veertien daag vooruit; ik
-zal zijn hart hebben, als hij in gebreke blijft; want als hij Venetië
-uit is, kan ik zaken doen, zooveel ik verkies; ga, ga, Tubal; we vinden
-elkaar weêr in onze synagoge; ga, goede Tubal; in onze synagoge, Tubal!
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-TWEEDE TOONEEL.
-
-
-Belmont. Een zaal in Portia's woning.
-
-Bassanio, Portia, Gratiano, Nerissa en Gevolg komen op. De kastjes
-staan gereed.
-
-
-PORTIA. Ik bid u, wacht nog; toef een dag of twee,
-Aleer gij 't waagt; kiest gij verkeerd, dan moet
-Ik ook uw bijzijn derven; stel 't nog uit,
-Een stem spreekt in mij,--neen, het is geen liefde,--
-Dat ik u niet wil missen, en gij weet
-Het zelf wel, dat geen haat deez' raad u geeft;
-Maar hoor;--ik wensch, dat gij mij goed begrijpt,--
-Een maagd mag enkel met gedachten spreken,--
-Zoo gaarne hield ik u een maand of twee
-Terug, aleer gij 't waagt. Ik kon u wijzen
-Welk kastje 't is, maar dan ware ik meineedig,--
-Dat word ik nooit! En zoo kunt gij mij missen,
-Doch doet gij dit, dan wekt ge een boozen wensch,
-Dat ik meineedig waar geweest. Uw oogen,--
-O, toovermacht!--zij hebben mij gedeeld,
-En de eene helft is de uwe, de andre de uwe,--
-De mijne, meende ik, maar het mijne is 't uwe,
-En zoo is alles 't uwe. O! booze tijd,
-Die eig'naars van hun recht versteekt, en zoo
-Is 't uwe niet het uwe.--Faalt uw keus,
-Fortuin verdient dan eeuw'ge pijn, niet ik.
-Ik spreek te lang, maar 't is slechts om den tijd
-Te rekken; 'k win nog tijd en houd u af
-Van uwe keus.
-
-BASSANIO. Laat tot de keus mij toe,
-Want thans is 't mij, als lag ik op de pijnbank.
-
-PORTIA. Wat! op de pijnbank? O, beken mij dan,
-Wat hoogverraad zich in uw liefde mengt.
-
-BASSANIO. Verraad? geen ander dan vreesachtigheid,
-Wantrouwen op 't verwerven van uw liefde;
-Want eerder leefden vuur en sneeuw in vreê,
-Dan dat verraad zich aan mijn liefde paarde.
-
-PORTIA. Thans ducht ik, dat ge als op de pijnbank spreekt,
-Want dan zegt ieder alles wat verlangd wordt.
-
-BASSANIO. Beloof mij 't leven, en ik zal bekennen.
-
-PORTIA. Beken en leef.
-
-BASSANIO. 'k Beken, ik heb u lief;
-Ziedaar, wat mijn bekent'nis wezen kan.
-O, zaal'ge foltring, als de folteraar
-Mij zelve 't antwoord leert voor mijn bevrijding!
-Maar thans 't geluk beproefd, de keus gewaagd!
-
-PORTIA. Welnu dan, 't zij; ik ben in een der kastjes;
-Hebt gij mij lief, dan kiest gij 't rechte wel,--
-Nerissa en gij andren, gaat terug.--
-Maar dat muziek bij 't doen der keuze klink';
-Want mist hij 't doel, dan groete, als bij een zwaan,
-Muziek zijn stervensstonde; ja, dit beeld
-Is waar en juist; mijn oog is dan de stroom,
-Zijn vochtig doodsbed. Maar hij kan ook winnen;
-En wat is dan muziek? Dan is muziek
-Als 't juub'len, waar een opgetogen volk
-Zijn pasgekroonden vorst meê groet, of als
-De zoete tonen van den morgenstond,
-Die in des bruîgoms droomend oor weerklinken,
-En hem ten huw'lijk roepen. Ziet, hij treedt,
-Niet minder fier, maar liefd'rijker van hart
-Dan jonge Alcides, toen hij de eed'le maagd,
-Door 't snikkend Troje 't monster toegewijd,
-Van zeek'ren dood ging redden; ik ben 't offer;
-Die andren ginds zijn de Dardaansche vrouwen,
-Ontdaan en weenend saamgestroomd, om de' uitslag
-Van 't heldenfeit te zien.--Ga, Hercules!
-Leeft gij, dan leef ik;--o, hoe klopt mij 't hart;
-Veel meer dan u, die moedig 't noodlot tart.
-
-(Muziek, terwijl Bassanio bij de kastjes met zichzelf te rade gaat.)
-
-
- LIED.
-
- EERSTE STEM.
- Zegt, van waar de wufte min?
- Sluipt zij 't hart of 't hoofd ons in?
- Zegt me, wat is haar begin?
- Antwoord, antwoord!
-
- TWEEDE STEM.
- 't Oog is 't, dat haar 't leven schenkt,
- 't Leven door het zien verlengt,
- En haar ook tot sterven wenkt.
- Luid haar uit, gij klokgebrom!
- Ik begin het: bim, bam, bom!
-
- KOOR. Bim, bam, bom!
-
-
-BASSANIO. Hoe vaak is 't uiterlijk aan 't wezen vreemd;
-Steeds wordt de wereld door vertoon bedrogen.
-In 't recht, wat zaak is ooit zoo voos en valsch,
-Die niet, door schrandre en gladde tong verfraaid,
-Den schijn van 't kwaad bemantelt? In den godsdienst,
-Wat vloekb're dwaling, die door vroomheidsschijn
-Niet wordt geheiligd, met een tekst gesteund,
-En de' onzin niet door schoon vertoon verbergt?
-Geen boosheid, die de slimheid mist, om zich
-Met de' uiterlijken schijn van deugd te sieren.
-Hoe menig lafaard, aan een trap van zand
-Gelijk in vastheid, draagt niet om de kin
-Den baard van Hercules of fellen Mars,
-Al bergt de lever zelfs geen druppel gal?
-Hij kiest dit als een merk van dapperheid
-Alleen om barsch te schijnen. Ziet, de schoonheid;
-Gij vindt die mede bij 't gewicht gekocht;
-En bij die 't doet, bewerkt natuur een wonder:
-Die weegt het minst, wie 't meeste zich bezwaart;
-Die gulden lokken, zich als slangen kronklend,
-Die dartlen bij het suizen van den wind
-Om wat men schoon gelooft, wie kent ze niet,
-Dat er natuur een ander hoofd mee sierde?
-De schedel, waar ze op groeiden, rust in 't graf.
-Zoo is dan sieraad slechts 't bedrieglijk strand
-Van zeeën vol gevaars, de schoone sluier,
-Een spookgestalte omhullend, in één woord,
-Schijnwaarheid, tooisel van den sluwen tijd,
-Om wijzen te verschrikken.--Pronkrig goud,
-Gij harde Midaskost, u wil ik niet;
-Noch u, gij bleeke, lage slaaf, gereed
-Tot iedren dienst; maar u, gij glansloos lood,
-Die eerder dreigend spreekt dan iets belooft,
-Geen glans of opschrift trekt mij aan als gij;
-U kies ik;--dat mijn keuze vreugde zij!
-
-PORTIA. O, hoe elke andre hartstocht nu in lucht
-Verdwijnt, beklemdheid, bange twijfelzucht,
-En wanhoop en verbeten jaloezie!
-O, liefde! matig uw vervoering en gebiê
-Dien stroom van vreugde kalmte; boven 't peil
-Verheft zij zich, ik voel 't; o, minder 't heil
-Of de overmaat is doodlijk!
-
-BASSANIO (het looden kastje openend). Wat is dit?
-Het beeld van Portia? Wat halfgod kwam
-Het scheppen zoo nabij? Beweegt dit oog?
-Of schijnt het door het trillen van de mijne
-Bewogen? Zie, de lippen oop'nen zich
-Voor nectar-adem, die er doorgaat: lieflijk
-Moet wezen, wat zoo lieve zusters scheidt!
-En 't haar! De schilder weefde, een spin gelijk,
-Een gulden net, dat mannenharten vangt,
-Als muggen in een spinweb. Maar die oogen,
-Kon hij ze zien en schild'ren? Had hij 't een
-Gemaald, dan moest het, dunkt mij, beî de zijne
-Hem rooven en dus eenig blijven. Maar,
-Wat spreek ik? Al mijn lof blijft even ver
-Beneden deze schim, als deze schim
-De waarheid achterna hinkt.--O, ziehier
-'t Geschrift, dat kort begrip van mijn geluk!
-
-(Hij leest.)
-
- "Gij, die, niet door schijn verblind,
- Alles waagt en 't ware vindt!
- Daar ge deze maagd bemint,
- Dat ze u nu voor 't leven bind';
- Is haar "ja" u 't zoetst geluid,
- Waar uw hoogste heil uit spruit,
- Neem haar, ze is uw lieve bruid,
- En een kusje zij 't besluit!"
-
-Wat heerlijk woord!--Vergun, mijn lief, mijn leven,--
-Dit machtigt mij te ontvangen en te geven.
-
-(Hij kust haar.)
-
-Maar toch, als een, die in een strijd een prijs
-Beoogt, en in het volksgejuich 't bewijs
-Te ontvangen meent, dat hij verwinnaar is,
-Doch duiz'lend staart en vraagt: "is 't wel gewis?
-Geldt mij die kreet, of is dit zinsbedrog?"
-Zoo, driewerf schoone jonkvrouw, ziet ge nog
-Mij nu onzeker, of 't geluk mij wenkt,
-Totdat ge uw liefde, uw woord, uw ring mij schenkt.
-
-PORTIA. Gij ziet, Bassanio, thans mijn heer, mij voor u,
-Zooals ik ben; en schoon ik voor mijzelf
-Niet zoo eergierig ben in mijnen wensch,
-Dat ik mij veelmaal beter wensch, zou 'k thans
-Wel honderdmaal verdubbeld willen zijn,
-Wel duizendmaal zoo schoon, tienduizendmaal zoo rijk;
-Alleen om in uw schatting hoog te staan,
-Wilde ik in deugden, schoonheid, rijkdom, vrienden,
-Onschatbaar wezen; maar al wat ik ben,
-Is bijna niets; of, om 't in 't kort te zeggen,
-Een meisje, zonder kennis of ervaring,
-Die zich gelukkig rekent, dat zij niet
-Voor leeren te oud is; nog gelukkiger,
-Dat zij voor 't leeren niet te stomp zich acht;
-Maar meest gelukkig, dat zij geest en hart
-Geheel en gaarne uw leiding toevertrouwt,
-Als aan haar gâ, haar meester en haar vorst.
-Ikzelf en al het mijne is thans uw deel,
-Geheel het uwe; 'k was tot nu gebiedster
-In huis en hof, meestresse van mijn dienaars,
-Vorstinne van mijzelf; en nu, mijn heer,
-Dit huis, deez' dienaars en ditzelfde zelf
-Zijn de uwe; 'k geef ze u met deez' ring; en zoo
-Gij hem verliest of wegschenkt, er van scheidt,
-Dan is 't me een teeken, dat uw min vervloog,
-En geeft ge mij het recht tot luid beklag.
-
-BASSANIO. Mejonkvrouw, spraakloos moet ik voor u staan;
-Het bloed, dat in mijn aders zwelt, moog' spreken;
-Verwarring heerscht in mijn ontroerd gemoed,
-Gelijk zich, als een aangebeden vorst
-Door schoone taal de schare heeft geboeid,
-Een blij gemurmel onder 't volk doet hooren,
-Waar iedre klank en elk gebaar, schoon niets,
-Tot de uiting samensmelt van loutre vreugd,
-Welsprekend zonder spraak;--verlaat deez' ring
-Deez' vinger ooit, o dan verliet mij 't leven,
-O, zeg dan vrij, Bassanio is niet meer.
-
-NERISSA. Nu, edel heer en vrouwe, is 't ònze tijd,
-Daar wij ons aller wensch zoo schoon vervuld zien,
-Te roepen: heil, heil, onze heer en vrouwe!
-
-GRATIANO. Mijn vriend Bassanio, en gij, schoone jonkvrouw,
-Ik wensch u al de vreugd, die gij kunt wenschen,
-Want zeker wenscht ge er geene van mij weg;
-En is 't bepaald, wanneer uw edelheden
-Den echtknoop leggen willen, dan vraag ik,
-Dat ik terzelfder tijd mijn huw'lijk sluite.
-
-BASSANIO. Zorg voor een bruid, en dan van harte gaarne.
-
-GRATIANO. Ik dank u, heer, gij hebt me een bruid bezorgd.
-Mijn oog ziet even vlug als 't uwe rond;
-Gij zaagt de jonkvrouw, ik de dienares;
-Gij zwoert haar liefde, ik ook, want noodloos uitstel
-Vlijt mij al even weinig, heer, als u.
-Heel ùw geluk hing van die kastjes af,
-Maar ook het mijn', zooals het bleek; want toen
-Ik op haar aanhield, buiten adem schier,
-En liefde zwoer en zwoer, totdat mijn stem
-Er rauw en heesch van werd, werd ik in 't eind
-Geloofd, gelaafd door 't jawoord van deez' schoone,
-Maar slechts met dit beding, dat uw geluk
-Haar jonkvrouw zou veroov'ren.
-
-PORTIA. Zoo, Nerissa?
-
-NERISSA. Ja, jonkvrouw, als 't uw bijval mag verwerven.
-
-BASSANIO. En, Gratiano! kunt gij ernstig zijn?
-
-GRATIANO. Ja, heer, ik meen 't in ernst.
-
-BASSANIO. Uw echt verhoog' den luister van ons feest!
-
-GRATIANO (tot Nerissa). Nu, wij willen met hen om den eersten jongen
-wedden, om duizend dukaten.
-
-NERISSA. En leggen wij dat daad'lijk neer?
-
-GRATIANO. Neen, neen, daar mogen we eerst ons op beslapen, op mijn
-eer.--
-Maar wat! Lorenzo met zijn lief heidinneke?
-En dan, mijn oude vriend Solanio?
-
-(Lorenzo, Jessica en Solanio komen op.)
-
-BASSANIO. Lorenzo en Solanio, welkom hier;
-Wanneer mijn aanzien hier, zoo jeugdig nog,
-U welkom heeten màg.--'t Zij mij vergund,
-Dat ik mijn landgenooten, oude vrienden,
-Hier, Portia, welkom heet.
-
-PORTIA. Ik doe 't met u,
-Zij zijn mij hartlijk welkom.
-
-LORENZO. Ik dank uwe edelheid.--Wat mij betreft,
-'t Was, heer, mijn doel niet, u hier op te zoeken,
-Maar 'k heb op reis Solanio ontmoet,
-Die dwong mij zoo, om met hem mee te gaan,
-Dat ik niet weigren kon.
-
-SOLANIO. Zoo deed ik, heer,
-En 'k had er reden toe. Signore Antonio
-Zendt u zijn groete.
-
-(Hij geeft Bassanio een brief.)
-
-BASSANIO. Eer ik den brief ontsluit,
-Vertel mij, is hij wèl, mijn waarde vriend?
-
-SOLANIO. Niet krank, heer, als hij 't in 't gemoed niet is;
-Niet wel, als zijne ziele lijdt; zijn brief
-Doet u zijn toestand kennen.
-
-(Bassanio leest den brief.)
-
-GRATIANO. Breng gij die vreemdlinge ook uw groet, Nerissa,
-En heet haar welkom.--Wel, Solanio,
-Wat nieuws brengt gij ons van Venetië? Is
-Die koopman-vorst, Antonio, welvarend?
-O, wis verheugt hij zich in ons geluk;
-Wij wonnen hier, als Jasons, 't gulden vlies.
-
-SOLANIO. O, hadt gij 't vlies, dat hij geteekend heeft!
-
-PORTIA. Een kwade tijding brengt dat stuk papier,
-Daar 't aan Bassanio's wang de kleur ontrooft;
-Een dierbre vriend is dood, want om iets anders
-Zou toch een man, een man van moed, niet zóó
-Ontstellen. Wat? 't wordt erger nog en erger?--
-Bassanio, vriend, ik ben uw wederhelft,
-En mij behoort de helft van alles, wat
-Die brief u brengt.
-
-BASSANIO. O, dierbre Portia,
-'t Zijn enk'le woorden slechts, maar grievender,
-Dan ooit papier bevlekten! Lieve vrouw,
-Toen ik het eerst mijn liefde heb beleden,
-Zeide ik ronduit, dat heel mijn rijkdom mij
-In de aad'ren stroomde: ik was een edelman;
-En waarheid sprak ik toen; maar, dierbre vrouw,
-Al schatte ik mij op niets, toch blijkt u thans,
-Hoe ik een pocher was; want toen ik zeide,
-Dat al mijn have niets was, had ik beter
-Die minder nog dan niets genoemd; want, waarlijk,
-Mijzelf verpandde ik aan een dierbren vriend,
-Mijn vriend verpandde ik aan zijn ergsten vijand,
-Voor dezen tocht. Zie, jonkvrouw, dezen brief;
-'t Papier is als het lichaam van mijn vriend,
-En ieder woord is als een open wond,
-Waar 't leven uitstroomt.--Doch is 't waar, Solanio,
-Is alles dan mislukt, is niets gelukt?
-Van Tripoli, van Mexico, van England,
-Van Lissabon, van Barbarije en Indië?
-Ontging geen schip de klippen, die zoo vaak
-Den hand'laar dood'lijk zijn?
-
-SOLANIO. Geen enkel, heer;
-En erger, 't schijnt zelfs, dat, al had hij thans
-Het geld in kas tot delging van de schuld
-De jood het niet zou willen. 'k Zag nog nooit
-Een schepsel, van gedaante toch een mensch,
-Zoo wreed, zoo fel op andermans verderf.
-Hij vraagt den doge dag en nacht gehoor;
-'t Is met de vrijheid van den staat gedaan,
-Als hem zijn recht ontzegd wordt. Twintig hand'laars,
-De doge zelf, de leden van den raad,
-Zij hebben hun welsprekendheid beproefd,
-Maar niemand brengt hem af van zijnen eisch;
-De schuldbrief spreekt, hij wil zijn recht, de boete.
-
-JESSICA. Ik hoorde, toen 'k nog bij hem was, hem zweren,
-Aan Tubal en aan Chus, zijn landgenooten,
-Dat hij Antonio's vleesch nog liever had,
-Dan twintigmaal 't bedrag der som, die hij
-Te vordren heeft; en, heer, ik weet te goed,
-Als wet, gezag en macht het niet verbieden,
-Dan heeft Antonio het ergst te duchten.
-
-PORTIA. Is 't u een dierbre vriend, die zoo in nood is?
-
-BASSANIO. De dierbaarste, dien 'k heb, de beste mensch,
-Een eedle geest, trouwhartig, onvermoeibaar
-In 't weldoen, meer dan iemand; en een man,
-Wien meer de deugden van Oud-Rome sieren,
-Dan eenig man, die in Italië leeft.
-
-PORTIA. En hoeveel heeft de jood te vordren?
-
-BASSANIO. Drieduizend stuks dukaten.
-
-PORTIA. Wat! niet meer?
-Geef hem zesduizend, en verscheur den schuldbrief;
-Verdubbel dat en verdriedubbel dit,
-Eer aan een vriend van zulk een stempel ooit
-Een haar gekrenkt wordt door Bassanio's schuld.
-Nu eerst onze' echtknoop in de kerk gelegd;
-En ijl dan naar Venetië tot uw vriend;
-Geen rustig leven aan mijn zijde, aleer
-Deze onrust uit uw ziel geweken is.
-Ik geef u goud, wel twintigmaal zooveel
-Als deze kleine schuld; betaal ze en breng
-Uw trouwen vriend hier met u meê. Nerissa
-En ik, wij zullen hier als vroeger leven,
-Als onbestorven weeuwtjes tevens. Ja,
-Ik drijf u op uw huw'lijksdag van hier;
-Maar toch een blij gelaat, heet allen welkom,
-En neem uw plaats als heer des huizes in;
-Koop ik u duur, te duurzamer mijn min.
-Doch laat den brief van uwen vriend mij hooren.
-
-BASSANIO (leest). "Waarde Bassanio, mijn
-schepen zijn alle verongelukt; mijn schuldeischers
-worden onbarmhartig; mijn vermogen
-is geheel versmolten; mijn schuldbrief aan den
-jood is vervallen; en daar de betaling er van
-mij het leven zal kosten, zoo zijn alle schulden
-tusschen u en mij afgedaan, als ik u bij mijn
-sterven mag zien; ondertusschen, handel hierin,
-zooals gijzelf verkiest; als uwe vriendschap u
-niet van zelve tot mij drijft, laat dan ook mijn
-brief het niet doen".
-
-PORTIA. O, liefste, spoed gemaakt en ijlings heen!
-
-BASSANIO. Ja, ijlen wil ik, daar uw goedheid mij
- Tot handlen machtigt; maar, totdat ik keer,
-Zal mij geen slaap vertragen; want ik vlij
- Vóór ons terugzien niet ter rust mij neer.
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-DERDE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een straat.
-
-Shylock, Solanio, Antonio en een Stokkeknecht komen op.
-
-
-SHYLOCK. Bewaker, let op hem; neen, geen genade!--
-Dit is de zotskap, die geen rente nam!
-Bewaker, let op hem!
-
-ANTONIO. Shylock, een woord!
-
-SHYLOCK. Ik wil mijn schuldbrief; wraak mijn schuldbrief niet;
-Ik eisch,--en zwoer een eed er voor,--mijn schuldbrief.
-Gij hebt me een hond genoemd, en hadt geen reden;
-Mijd thans, als ik een hond ben, mijn gebit.--
-De doge staat mijn recht mij toe.--Waarom,
-Onzinnige bewaker, toch die goedheid,
-Op zijn verlangen met hem uit te gaan?
-
-ANTONIO. Ik bid u, hoor een woord!
-
-SHYLOCK. Ik wil mijn schuldbrief; wil van u geen woord.
-Ik wil mijn schuldbrief; spaar daarom uw woorden.
-Gij maakt mij nooit tot zwakken, blinden zot,
-Die 't hoofd schudt, zucht, betreurt, en eindlijk toegeeft
-Aan christ'nen, die wat plooien. Volg maar niet,
-Ik wil geen woorden; 'k wil alleen mijn schuldbrief.
-
- (Shylock af.)
-
-SOLANIO. Dit is een hond, zoo wreed en onvermurwbaar,
-Als ooit met menschen huisde!
-
-ANTONIO. Laat hem; nimmer
-Zal 'k weer een ijdle bede tot hem richten.
-Mijn leven zoekt hij, en ik weet waarom;
-Vaak heb ik schuld'naars, die hun nood mij klaagden
-En redd'loos schenen, uit zijn greep gered;
-Van daar zijn haat.
-
-SOLANIO. Voorwaar, de doge zal
-Hem nooit het innen van de boete toestaan.
-
-ANTONIO. De doge kan den loop van 't recht niet stuiten;
-Want, als hij dit mocht wagen, zou 't vertrouwen
-Van vreemden op de onkreukbre wet en 't recht
-Van onzen staat geschokt zijn; en bedenk,
-Dat hier op 't vrij verkeer van alle volken
-De handel rust en welvaart. Ga dus nu;
-Mijn rampen en mijn hartzeer doen mij kwijnen,
-Zoodat mij nauwlijks een pond vleesch meer rest,
-Om morgen hem zijn bloedige' eisch te geven.--
-Bewaker, kom!--God geve, dat Bassanio
-Zijn schuld mij kwijten zie, dan is 't mij goed.
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-VIERDE TOONEEL.
-
-
-Belmont. Een kamer in Portia's woning.
-
-Portia, Nerissa, Lorenzo, Jessica en Balthazar komen op.
-
-
-LORENZO. Mejonkvrouw, laat mij 't in uw bijzijn zeggen:
-Gij toont een edel, echt en fijn gevoel,
-Dat vriendschap godd'lijk is, en dit blinkt uit,
-Door zoo het afzijn van uw gâ te dragen.
-Maar wist ge, aan wien ge zulk een eer bewijst,
-Wat echten edelman gij hulpe zendt,
-Aan welk een waren vriend van uw gemaal,
-Dan zoudt ge trotscher zijn op wat ge deedt,
-Dan 't hart, gewoon om wel te doen, u dringt.
-
-PORTIA. Nooit heeft mij nog een goede daad berouwd,
-En deez' zal 't ook niet doen; want trouwe makkers,
-Die samen immer leven en verkeeren,
-Wier zielen saam één juk van vriendschap dragen,
-Gelijk verdeeld, die moeten wel gelijk zijn
-In wezenstrekken, geest en wijs van doen;
-Dit doet mij denken, dat Antonio,
-De boezemvriend van mijn gemaal, geheel
-Als mijn gemaal moet zijn; en is dit zoo,
-Hoe luttel zijn dan de offers, die ik bracht,
-Om uit den greep van helsche wreedheid 't beeld,
-Het spiegelbeeld te slaken van mijn ziele!
-Maar dit begint naar eigen lof te zweemen;
-En dus genoeg hiervan; hoor nu iets anders.--
-Lorenzo, aan uw hand vertrouw ik toe
-'t Beheer en de bezorging van mijn huis,
-Totdat mijn gâ terugkomt; want ikzelf
-Deed aan den hemel een gelofte, dat
-Ik in bespieg'ling en gebed zou leven,
-Slechts door Nerissa vergezeld, totdat
-Onze echtgenooten zijn teruggekeerd;
-Ik neem met haar mijn intrek in een klooster,
-Twee mijlen hier van daan. Ik bid u thans,
-Dat gij deze opdracht aanneemt, die vertrouwen
-Op uwe vriendschap, en noodzaak'lijkheid
-Mij geven doen.
-
-LORENZO. Van ganscher hart, mejonkvrouw,
-Gehoorzaam ik uw vriendelijk bevel.
-
-PORTIA. Ik heb de mijnen reeds er van verwittigd;
-Zij zullen u en Jessica erkennen
-Als plaatsvervangers van mijn gade en mij.
-Zoo vaart dan wel, tot spoedig wederzien.
-
-LORENZO. Dat u een blij gemoed en heil verzellen!
-
-JESSICA. Ik wensch u, jonkvrouw, iedre vreugd des harten.
-
-PORTIA. Ik dank u voor uw bede, en wensch volgaarne
-Hetzelfde aan u; vaarwel dus, Jessica.
-
- (Jessica en Lorenzo af.)
-
-Nu, Balthazar,
-Ik vond u immer nauwgezet en trouw;
-Betoon u thans opnieuw zoo; neem deez' brief,
-En ijl zoo snel maar menschen moog'lijk is,
-Naar Padua; en stel hem zelf aan doctor
-Bellario ter hand, mijn eed'len neef;
-En, hoor! wat hij van kleed'ren of papieren
-U geeft, breng dat met allen denkb'ren spoed
-Naar 't veer, waarmeê men van het vaste land
-Venetië bereikt; verlies geen tijd
-Met vragen, ga; ik ben daar nog vóór u.
-
-BALTHAZAR. Mejonkvrouw, 'k ga met de' aanbevolen spoed.
-
- (Balthazar af.)
-
-PORTIA. Nerissa, kom; ik heb een plan in 't hoofd,
-Waarvan gij wel niet droomt, dat we onze mannen,
-En vóór ze 't denken, zien.
-
-NERISSA. En zij ons ook?
-
-PORTIA. Dat ook, Nerissa, maar in zulk een kleeding,
-Dat zij ons voor verheev'ner wezens achten,
-Dan vrouwen zijn. Ik wed om wat ge wilt,
-Dat, zijn we als jonge mannen uitgedoscht,
-Ik wel de knapste van ons tweeën ben,
-En ook mijn degen met meer gratie draag,
-En als een knaap, die man wordt, spreek, als stak
-De baard mij in de keel; twee trippelpassen
-In één stap samenneem; van mijn duëls
-Gewaag, als een jong pocher; leugens zwets,
-Hoe eedle vrouwen naar mijn liefde dongen,
-En, daar ik koel bleef, zich verkniezend, stierven;
-Ik kon 't niet helpen,--maar heb toch berouw,
-En wensch, dat ik ze in 't leven weêr kon roepen;--
-Wel twintig zulke leugens zal ik zwetsen,
-Dat ieder zweert: ik ben al wel een jaar
-De school ontloopen;--duizend stukjes heb ik
-Van zulke bluffers in mijn hoofd en breng ze
-Wel aan den man.
-
-NERISSA. Zóó mannen na te gaan!
-
-PORTIA. O foei! wat zegt ge daar?
-Als dat een looze woordverdraaier hoorde!--
-Maar kom, hen nagereden! Heel mijn plan
-Vertel ik u wel in mijn koets; die wacht
-Reeds aan de poort. Wij gaan in allerijl
-En vord'ren, hoop ik, heden twintig mijl.
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-VIJFDE TOONEEL.
-
-
-Aldaar. Een tuin.
-
-Lancelot en Jessica komen op.
-
-
-LANCELOT. Ja, waarlijk! want ziet ge, de zonden des vaders worden
-bezocht aan de kinderen; daarom, ik verzeker u, ben ik bang voor u. Ik
-ben altijd ronduit tegen u geweest, en zoo zeg ik nu ook mijn kompinie
-over de zaak; daarom, wees gerust, want waarachtig, ik geloof, dat gij
-verdoemd zijt. Daar is nog maar ééne hoop, die u wat goed kan doen;
-en dat is maar een soort van basterdhoop.
-
-JESSICA. En wat is dat dan voor een hoop, zeg?
-
-LANCELOT. Wel, ge kunt eenigermate hopen, dat ge uws vaders kind niet
-zijt, dat gij de dochter niet zijt van den jood.
-
-JESSICA. Dat zou wezenlijk een soort van basterdhoop zijn; want dan
-zouden de zonden van mijn moeder ook aan mij bezocht worden.
-
-LANCELOT. Waarachtig, dan vrees ik, dat gij verdoemd zijt, zoowel van
-vaders- als van moederskant, want als ik zoo Scylla uw vader ontwijk,
-verval ik op Charybdis uwe moeder; en zoo zijt ge op alle manieren weg.
-
-JESSICA. Ik zal behouden worden door mijn man; die heeft me
-gechristend.
-
-LANCELOT. Daar is hij waarachtig niet beter om; er zijn er al genoeg
-van ons christenen; net maar zooveel als er met elkaâr het leven
-kunnen hebben. Dat tot christenen maken zal de varkens duurder maken;
-als wij allemaal varkensvleesch-eters worden, zullen wij binnenkort
-voor nog zooveel geld geen reepje spek meer hebben in de pan.
-
-JESSICA. Ik zal mijn man eens vertellen, Lancelot, wat je zegt;
-daar komt hij.
-
-(Lorenzo komt op.)
-
-LORENZO. Zoo, Lancelot, ik zal gauw jaloersch op je worden, als je
-met mijn vrouw zoo apartjes hebt.
-
-JESSICA. Nu, je hoeft om ons niet bang te wezen, Lorenzo; 't is
-heelemaal mis tusschen Lancelot en mij; hij zegt me ronduit, dat ik
-in den hemel op geen genade heb te hopen, omdat ik de dochter van een
-jood ben; en hij zegt, dat jij geen goed burger van den staat bent;
-want als je joden tot christenen bekeert, drijf je den prijs van het
-varkensvleesch in de hoogte.
-
-LORENZO. Ik zal dat beter bij den staat kunnen verantwoorden, dan jij,
-dat jij je zoo met de morin hebt afgegeven; van die smet kun je je
-niet blank wasschen, Lancelot.
-
-LANCELOT. Ze heeft niet zwart afgegeven, heer, maar zij heeft al wel
-iets blanks van mij gekregen en is al meer geworden dan zij was.
-
-LORENZO. Wat kan toch ieder dwaas een woordspeling maken! Het zal,
-denk ik, niet lang meer duren, of verstand en geest komen het best
-uit door stil te zwijgen, en spraakzaamheid is nog alleen bij de
-papegaaien lofwaardig. Ga naar binnen, knaap, en zeg, dat alles klaar
-moet zijn voor het eten.
-
-LANCELOT. Dat is in orde, heer; ze hebben allen een maag.
-
-LORENZO. Hemelsche goedheid, wat wil je geestig zijn! zeg, dat het
-eten klaar moet zijn.
-
-LANCELOT. Dat is ook in orde, heer; er moet nog maar gedekt worden,
-dat is de zaak.
-
-LORENZO. Wil je dan maar dekken, knaap?
-
-LANCELOT. Dekken, heer? Zeker niet, ik weet wel, wat me past, heer.
-
-LORENZO. Nu, het vervolg een anderen keer! Wil je je heelen schat van
-geestigheden in eens uitkramen? Ik verzoek je, versta nu eenvoudige
-taal op eenvoudige manier. Ga naar je kameraden, laten ze de tafel
-dekken, het eten opdoen en wij zullen komen voor het maal.
-
-LANCELOT. De tafel, heer, die zal opgedaan, en het eten, dat zal
-gedekt worden, en uw komst voor het maal, heer, die zal gebeuren,
-zooals uw lust en luim het zullen verkiezen.
-
- (Lancelot af.)
-
-LORENZO. O heil'ge rede, wat gezocht vernuft!
-Wat kent de dwaas woordspelingen bij hoopen
-Van buiten! Och, ik ken wel meen'gen dwaas
-In hoogren stand, maar even bont van geest,
-Die ook de hoofdzaak prijs zou geven voor
-Een geestigheid.--Wel, Jessica, hoe is 't?
-Mijn hartedief, kom, zeg me uw oordeel eens,
-Hoe vindt ge wel Bassanio's gemalin?
-
-JESSICA. Bewondrenswaard, meer dan ik zeggen kan;
-Bassanio mag wel onberisp'lijk zijn
-In heel zijn wandel; zulk een zegen is ze,
-Dat hij op aarde 't heil des hemels smaakt,
-En weet hij 't hier beneden niet te schatten,
-Geen toegang tot den hemel ooit verdient.
-Ja, hadden ooit twee goden in den hemel
-Een weddingschap, en om twee aardsche vrouwen,
-En Portia was de een', dan moest bij de ander'
-Een toegift zijn, want de arme woeste wereld
-Heeft haars gelijke niet.
-
-LORENZO. Juist zulk een man
-Hebt gij in mij, als hij in haar een vrouw.
-
-JESSICA. Neen, vraag dan eerst, wat ik er wel van denk.
-
-LORENZO. Terstond, maar laat ons eerst aan tafel gaan.
-
-JESSICA. Neen, laat mij thans u schatten, nu ik trek heb.
-
-LORENZO. Neen, 'k bid u, spaar het voor gesprek bij 't maal,
-Ik zal 't dan, wat ge ook zegt, met andre dingen
-Wel slikken.
-
-JESSICA. Nu, je krijgt wat op je brood!
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE BEDRIJF.
-
-
-EERSTE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een gerechtzaal.
-
-De Doge, de Senatoren, Antonio, Bassanio, Gratiano, Salarino, Solanio
-en anderen komen op.
-
-
-DOGE. Is hier Antonio verschenen?
-
-ANTONIO. Ik ben bereid, doorluchte heer.
-
-DOGE. Ik ben in zorg om u; gij hebt te doen
-Met een, die harder is dan steen, een onmensen,
-Voor medelijden doof, in wien geen vonkje
-Erbarmen huist.
-
-ANTONIO. Ik heb gehoord, uw hoogheid
-Gaf zich veel moeite om 't felle van zijn drijven
-Te matigen; maar daar hem niets vermurwt,
-En 't recht geen middel geeft om voor zijn wrok
-Mij te beschermen, stel ik lijdzaamheid
-Zijn grimmig streven tegen, en ik wapen
-Met kalmte mijn gemoed, om van het zijn'
-De volle woede en razernij te dragen.
-
-DOGE. Ga, zeg den jood, dat hij voor 't hof verschijne.
-
-SOLANIO. Hij wacht reeds aan de deur; daar komt hij, heer.
-
-(Shylock komt op.)
-
-DOGE. Maakt plaats; hij sta daar over onzen stoel.--
-Shylock, de wereld denkt, zooals ook ik,
-Gij drijft deez' schijn van uwe boosheid slechts
-Tot aan het uur der daad; en dan, dan toont ge
-Uw huiv'ring, uw erbarmen, wonderbaarder
-Dan deze uw wondre, schijnbre wreedheid is;
-Dan zult ge, schoon ge thans uw recht nog eischt,
-(Dat pond van dezes armen koopmans vleesch,)
-Niet slechts, zoo wacht men, daarvan afzien, maar,
-Door menschlijkheid en menschenmin geroerd,
-Een deel hem schenken van de schuld, erbarmen
-Betoonend om de slagen, die sinds kort
-Zoo dicht zijn schouders troffen, zwaar genoeg
-Om zelfs een koopman-vorst ten val te brengen,
-En meêlij met zijn toestand af te dwingen
-Aan koop'ren boezems, harten hard als steen,
-Aan stugge Turken en Tataren, die
-Nog nooit uit menschlijkheid een dienst bewezen.
-Wij allen wachten, Jood, een gunstig antwoord.
-
-SHYLOCK. Ik deelde uw hoogheid mee, wat ik verlang,
-En ik bezwoer bij onzen heil'gen sabbat,
-Te vordren, wat mij toekomt door mijn schuldbrief.
-Als gij dit weigert, brengt ge van uw stad
-De rechten en de vrijheid in gevaar.
-Vraagt gij, waarom ik liever zoo'n gewicht
-Van krengenvleesch wil hebben, dan drieduizend
-Dukaten wil ontvangen; 'k heb geen antwoord
-Dan dit: 't is mijn verkiezing. 't Is toch antwoord!
-Wat? als mijn huis gekweld is van een rat,
-En ik verkies voor 't dooden eens tienduizend
-Dukaten te off'ren? Nu, dit is toch antwoord?
-Deez' kan het schreeuwen van een big niet lijden,
-En die wordt dol, als hij een kat maar ziet,
-En die zit, bij den neustoon van de zakpijp,
-Op spelden schier; ja, voor- of tegenzin
-Beheerscht den geest en dwingt naar luim en lust
-Tot liefde of afschuw; nu, ziehier uw antwoord:
-Zooals geen grond of reden is te geven,
-Dat deez' geen schreeuwend varken velen kan,
-En die geen kat, zoo'n noodig, goedig dier,
-En die geen zakpijp, maar elk onweerstaanbaar
-Genoopt wordt tot het smadelijk bedrijf,
-Dat hij, getergd, nu zelf weer andren tergt,
-Zoo kan en wil ik ook geen reden geven,
-Dan ingevreten haat en bittren wrok,
-Dien 'k voor Antonio voel, wat mij mijn recht,
-Zelfs met verlies doet eischen. Is dit antwoord?
-
-BASSANIO. Dit is geen antwoord, schepsel zonder hart,
-Dat uw wreedaardig drijven kan verschoonen.
-
-SHYLOCK. Moet ik dan antwoord geven naar uw zin?
-
-BASSANIO. Brengt iedereen dàt om, wat hem mishaagt?
-
-SHYLOCK. Wie haat dan iets, en brengt het niet graag om?
-
-BASSANIO. Wat ons mishaagt, wekt daad'lijk nog geen haat.
-
-SHYLOCK. Laat gij u tweemaal bijten door een slang?
-
-ANTONIO. Bedenk, het is de jood, met wien ge u inlaat;
-Ga eerder nog naar 't strand der zee en geef
-Den vloed bevel, dat hij in eb verander;
-Daag eerder nog den wolf tot een verhoor,
-Waarom hij 't ooi deed blaten om het lam;
-Verbied veeleer den fieren pijn der bergen,
-Te schudden met den hoogen top, te ruischen,
-Als hem de storm met vlaag op vlaag bestookt,
-Leg eer de hardste taak u op, dan dat
-Gij 't hardste, dat bestaat, tracht te verzachten,
-Zijn jodenhart; en daarom, 'k smeek het u,
-Geen aanbod meer, geen middel meer beproefd,
-Maar kort en goed zij de uitspraak nu gedaan,
-Mijn lot beslist, en hebb' de jood zijn eisch.
-
-BASSANIO. Hier zijn dukaten, zes- voor uw drieduizend.
-
-SHYLOCK. Was ieder der zesduizend stuks dukaten
-Zesmaal gedeeld en elk deel een dukaat,
-Ik nam ze niet; ik vergde toch mijn schuldbrief.
-
-DOGE. Hoopt ge op genâ, gij, die er geen bewijst?
-
-SHYLOCK. Wat vonnis zou ik duchten? 'k Doe geen onrecht.
-Gij hebt wel meen'gen duurgekochten slaaf,
-Dien gij, gelijk uw ezels, paarden, honden,
-Tot slaafsch en laag en smaad'lijk werk gebruikt,
-Wijl gij ze kocht.--En als ik tot u zeide:
-Laat hen toch vrij en paart hen met uw erven;
-Wat zwoegen ze onder vrachten? laat hun bed
-Zoo zacht zijn als het uwe; streel hun tong
-Met spijzen, fijn als de uwe;--gij zult zeggen:
-Die slaven zijn gekocht.--Zoo zeg ik ook:
-Zie, dit pond vleesch, dat ik van hem verlang,
-'t Is duur gekocht, 't is mijn, en ik wil 't hebben.
-Als gij het weigert, spuw ik op uw wet!
-Dan heeft hier in Venetië 't recht geen kracht!
-Ik wacht op de uitspraak; antwoord! zal ik 't hebben?
-
-DOGE. Ik ben bevoegd de zitting op te heffen,
-Als niet Bellario, een doorkneed geleerde,
-Wiens rechtspraak ik in deze heb gevraagd,
-Vandaag verschijnt.
-
-SALARINO. Uw hoogheid, buiten staat
-Een bode, die met brieven van den doctor
-Daar juist van Padua komt.
-
-DOGE. Breng ons die brieven; laat den bode komen.
-
-BASSANIO. Schep moed, Antonio, heb slechts goeden moed!
-Eer krijgt de jood mijn vleesch, bloed, beendren, alles,
-Eer gij voor mij een druppel bloeds verliest.
-
-ANTONIO. Ik ben een zieklijk ram der kudde, rijp
-Ten dood; het is de zwakste vrucht, die 't eerst
-Ter aarde valt; zoo zij 't met mij; gij kunt
-Geen beetren dienst mij doen dan deez', Bassanio,
-Dat gij blijft leven en mijn grafschrift stelt.
-
-(Nerissa treedt op, als klerk van een rechtsgeleerde gekleed.)
-
-DOGE. Komt gij van Padua, van Bellario?
-
-NERISSA. Van beide, Heer; Bellario groet uw hoogheid.
-
-(Zij overhandigt een brief.)
-
-BASSANIO. Wat wet gij daar zoo ijverig uw mes?
-
-SHYLOCK. Om, wat mij toekomt, uit dien bankroetier te snijden.
-
-GRATIANO. Gij scherpt niet op uw zool, maar op uw ziel,
-Steenharde jood, uw mes; maar geen metaal,
-Neen, niet de bijl des beuls heeft half de scherpte
-Uws scherpen haats. Geen beê dringt in u door?
-
-SHYLOCK. Geen enkle, neen, die uw vernuft kan smeden.
-
-GRATIANO. Vervloekt dan, onverbidbre hond! En zij
-Gerechtigheid verklaagd, wijl gij nog leeft!
-Gij zoudt mij schier in mijn geloof doen wank'len,
-Om mij te scharen bij Pythagoras,
-Dat beestenzielen varen in het lichaam
-Van menschen; eens bezielde uw hondsche geest
-Een wolf; van dien, om menschenmoord gehangen,
-Ontvlood, daar aan de galg, de felle ziel,
-En voer, toen nog uw ongedoopte moeder
-U droeg, in u, in u; want uw begeerten
-Zijn wolfsch, bloeddorstig, hongrig en roofgierig.
-
-SHYLOCK. Tot gij dit zegel wegraast van mijn schuldbrief,
-Bederft ge uw longen maar met dat geschreeuw;
-Lap uwen geest wat op, jong mensch; zijn staat
-Mocht hoop'loos worden.--'k Sta hier voor mijn recht.
-
-DOGE. Bellario's schrijven hier beveelt aan 't hof
-Een jongen, zeer geleerden doctor aan;
-Waar is hij?
-
-NERISSA. Heer, hij wacht nabij deez' zaal
-Uw antwoord, of hij toegelaten wordt.
-
-DOGE. Van heeler hart;--dat drie of vier van u
-Hem hoff'lijk de gerechtszaal binnenleiden.--
-Intusschen hoore 't hof Bellario's brief.
-
-EEN KLERK (leest). "Deze is dienende om uwe
-hoogheid te berichten, dat ik bij de ontvangst
-van uw brief zeer ziek ben. Maar juist toen
-uw bode aankwam, bracht mij een jong doctor
-uit Rome, met name Balthazar, een vriendschappelijk
-bezoek; ik heb hem bekend gemaakt
-met het geding tusschen den Jood en den
-koopman Antonio; wij hebben samen vele rechtsgeleerde
-werken nageslagen; hij is volkomen
-met mijn inzichten bekend, die hij, verbeterd
-nog door zijn eigen geleerdheid (die zoo groot
-is, dat ik haar niet genoeg roemen kan), op
-mijn aandringen overbrengt, om uwe hoogheid
-in mijne plaats ten dienste te staan. Ik verzoek
-u dringend, laat zijn jeugdige leeftijd geen
-oorzaak wezen om hem eerbiedige achting te
-doen derven, want nooit zag ik een jong hoofd,
-zoo grijs in kennis. Ik reken voor hem met
-vertrouwen op een gunstige ontvangst bij uwe
-hoogheid; uw toetsing zal zijn lof beter verkondigen,
-dan ik het kan doen."
-
-DOGE. Gij hoort, wat de geleerde man ons schrijft;
-En hier, naar 'k denk, verschijnt de jonge doctor.
-
-(Portia komt op, in het gewaad van een rechtsgeleerde.)
-
-Uw hand, Heer;--'t is Bellario, die u zendt?
-
-PORTIA. Zoo is 't, doorluchte heer.
-
-DOGE. Neem plaats, wees welkom!
-Is u 't geding, dat op dit oogenblik
-Voor 't hof hier hangende is, alreeds bekend?
-
-PORTIA. 'k Ben van de zaak volkomen ingelicht.--
-Wie is de koopman hier, waar is de jood?
-
-DOGE. Antonio, oude Shylock, komt naar voren.
-
-PORTIA. Uw naam is Shylock?
-
-SHYLOCK. Shylock is mijn naam.
-
-PORTIA. Van vreemden aard is de eisch, dien gij hier doet,
-Maar in den vorm, zoodat Venetië's wet
-Bij 't voeren van 't geding u niet kan wraken.--
-(Tot Antonio.) Gij zijt het, die bedreigd wordt door zijn eisch?
-
-ANTONIO. Zooals hij zegt.
-
-PORTIA. En gij erkent den schuldbrief?
-
-ANTONIO. O ja.
-
-PORTIA. Dan moet de jood genadig zijn.
-
-SHYLOCK. Gij zegt, ik moet; wat dwingt me? zeg me, wat?
-
-PORTIA. Genade wordt verleend, niet afgedwongen;
-Zij drupt, als zachte regen, uit den hemel
-Op de aarde neer, en dubblen zegen brengt ze,
-Zij zegent hem, die geeft, en die ontvangt;
-Ze is 't machtigste in den machtigste; ze siert
-Den koning op zijn troon meer dan de kroon;
-De scepter toon' zijn wereldlijk gezag,
-Zij 't zinbeeld zijner macht en majesteit,
-Wekke eerbied en ontzag voor 't koningschap,
-Maar boven dezen scepter heerscht genade;
-Zij heeft haar zetel in der vorsten hart;
-Zij is een eigenschap der godheid zelf;
-En aardsche macht zweemt meest naar die van God,
-Wanneer genade 't recht doortrekt. Daarom,
-Beroept ge u, jood, op 't recht, bedenk ook dit,
-Dat, naar gerechtigheid, geen onzer ooit
-Behouden wordt; wij bidden om genade;
-En de eigen bede leert ons, zelf aan and'ren
-Genade te oef'nen. Hiermee dring ik aan,
-Dat gij de strengheid van uw eisch verzacht;
-Want, blijft ge er bij, dan moet Venetië's hof
-Zijn vonnis vellen tegen dezen koopman.
-
-SHYLOCK. Mijn daden op mijn hoofd; ik eisch de wet,
-De boete, de voldoening van mijn schuldbrief.
-
-PORTIA. Is hem 't betalen van het geld onmooglijk?
-
-BASSANIO. O, neen, hier voor het hof bied ik 't hem aan;
-Ja tweemaal zelfs; als dit nog niet genoeg is,
-Verbind ik mij het tienmaal te betalen,
-'k Verpand mijn handen, hoofd en hart er voor;
-Is dit nog niet genoeg, dan blijkt het nu,
-Dat boosheid braafheid onderdrukt. En 'k bid u,
-Verbuig voor eens nu 't recht door uw gezag;
-Om waarlijk recht te doen, pleeg luttel onrecht,
-En toom dien boozen duivel in zijn vaart.
-
-PORTIA. Dit mag niet zijn. Geen macht kan in Venetië
-Een wettig vastgestelde wet verwringen;
-'t Wierd aangehaald als voorbeeld voor 't vervolg;
-En menig misbruik vond, na zulk een voorgang,
-Wel ingang in den staat; het mag niet zijn.
-
-SHYLOCK. Een Daniël, die rechtspreekt! ja, een Daniël!--
-O wijze, jonge rechter, hoe 'k u eer!
-
-PORTIA. Ik bid u, laat mij eens den schuldbrief zien.
-
-SHYLOCK. Hier is hij, eed'le doctor, zie, hier is hij.
-
-PORTIA. Shylock, men biedt u driemaal thans uw geld.
-
-SHYLOCK. Een eed, een eed, ik zond een eed ten hemel!
-En zou ik meineed laden op mijn ziel?
-Voor gansch Venetië niet.
-
-PORTIA. Deez' schuld verviel;
-En 't stuk geeft aan den jood het recht, dat hij
-Een pond mag eischen van des koopmans vleesch,
-'t Moet snijden bij 's mans hart;--maar wees genadig,
-Neem driemaal 't geld, en laat mij 't stuk verscheuren.
-
-SHYLOCK. Als aan zijn letter is voldaan, eer niet.
-Het blijkt, dat gij een waardig rechter zijt;
-Gij kent de wet, en uw betoog was juist
-En bondig; ik bezweer u bij de wet,
-Waarvan ge een hechte steunpilaar u toont,
-Sla 't vonnis nu; ik zweer toch bij mijn ziel,
-Geen menschentong heeft in het minst de macht
-Mij te verand'ren; 'k sta hier op mijn schuldbrief.
-
-ANTONIO. Van ganscher harte smeek ik 't edel hof
-Om uitspraak in mijn zaak.
-
-PORTIA. Welnu, die luidt:
-Houd uwen boezem voor zijn mes bereid.
-
-SHYLOCK. O, edel rechter, wakker jongeling!
-
-PORTIA. De wet is duid'lijk; zin en woorden slaan
-Volkomen op de thans vervallen boete,
-Die in dit stuk verschuldigd wordt erkend.
-
-SHYLOCK. Volkomen waar; o, wijs en eerlijk rechter!
-O, hoeveel ouder zijt ge dan gij schijnt!
-
-PORTIA. Ontbloot alzoo uw boezem.
-
-SHYLOCK. Ja, zijn borst;
-Zoo zegt mijn stuk;--niet waar, hoogedel rechter?--
-Het naast aan 't hart;--staat het niet woord'lijk zoo?
-
-PORTIA. Zoo is 't. Hebt gij een weegschaal hier, om 't vleesch
-Te wegen?
-
-SHYLOCK. 'k Heb ze bij de hand.
-
-PORTIA. Zorg voor een wondarts, Shylock, op uw kosten,
-Die hem verbind', want anders bloedt hij dood.
-
-SHYLOCK. Is dat zoo voorgeschreven in den schuldbrief?
-
-PORTIA. Het staat er niet uitdrukk'lijk, maar wat doet dit?
-'t Waar' goed, dat gij uit menschlijkheid het deedt.
-
-SHYLOCK. Ik kan 't niet vinden, 't staat niet in den schuldbrief.
-
-PORTIA. Gij koopman, hebt gij ook nog iets te zeggen?
-
-ANTONIO. Slechts luttel; 'k ben bereid en welgewapend!--
-Geef mij de hand, Bassanio, vaar gij wel!
-Het grieve u niet, dat dit voor u mij treft;
-Want hierin toont zich 't Noodlot goediger,
-Dan 't anders pleegt te doen. Hoe vaak toch laat het
-Den bankroetier zijn schatten overleven,
-Om met gerimpeld voorhoofd, holstaand oog
-Een ouden dag van armoede af te wachten;
-Het spaart mij 't slepend leed van zulke ellend!
-Breng aan uw eedle ga mijn groeten over,
-Meld haar de toedracht van Antonio's sterven,
-Hoe ik u liefhad, roem den doode na,
-En is 't verhaal gedaan, laat haar beslissen,
-Of niet Bassanio eens een vriend bezat.
-Treurt gij slechts niet, dat gij een vriend verliest,
-Dan treurt hij niet, dat hij uw schuld betaalt;
-Want maakt de jood zijn snede diep genoeg,
-Dan kwijt ik haar in eens met heel mijn hart.
-
-BASSANIO. Antonio, vriend, ik heb een vrouw gehuwd,
-Die mij zoo dierbaar is als 't leven zelf;
-Maar 't leven zelf, mijn vrouw, de gansche wereld,
-Zij gelden mij niet hooger dan uw leven;
-'k Gaf alles prijs, dit alles offerde ik
-Dien duivel daar, om u van hem te ontslaan.
-
-PORTIA. Uw vrouw betuigde u zeker luttel danks,
-Was zij hierbij en hoorde ze uw betuiging.
-
-GRATIANO. Ik heb een vrouw, die 'k min, ik zweer 't; maar 'k wenschte
-Haar in den hemel, kon ze daar een macht
-Verbidden, die dien hondschen jood verkneedde.
-
-NERISSA. 't Is goed, dat gij dit in haar afzijn zegt:
-Uw wensch kon licht den vreê van 't huis verstoren.
-
-SHYLOCK (ter zijde). Zoo zijn de christenmannen;--'k heb een dochter,
-Maar had ze wien ook van Barabbas' stam
-Tot man genomen, eer nog dan een christen!--
-(Luid.) De tijd verloopt; ik bid u, kom tot de uitspraak.
-
-PORTIA. Een pond van dezes koopmans vleesch is u;
-Het hof erkent dit, en de wet verleent het.
-
-SHYLOCK. O hoogst rechtvaardig rechter!
-
-PORTIA. Gij moet dit vleesch hem snijden van de borst;
-De wet erkent dit, en het hof verleent het.
-
-SHYLOCK. Hoogstwijze rechter!--'t Is beslist, bereid u!
-
-PORTIA. Een oogenblik nog;--neem ook dit in acht:--
-De schuldbrief hier geeft u geen druppel bloeds;
-De woorden zijn uitdrukk'lijk: een pond vleesch.
-Neem dus uw schuldbrief, neem gij uw pond vleesch;
-Maar zoo, bij 't snijden, gij een drup vergiet,
-Een enklen druppel christenbloed, dan vallen
-Uw land en goedren, naar Venetië's wet,
-Den staat Venetië toe.
-
-GRATIANO. O, eerlijk rechter! jood; een wijze rechter!
-
-SHYLOCK. Is dat de wet?
-
-PORTIA. Gij zult de keur zelf zien;
-Gij eischtet recht, en, wees verzekerd, recht
-Zal u geworden, meer dan gij verlangt.
-
-GRATIANO. O wijze rechter! jood; een wijze rechter!
-
-SHYLOCK. 'k Neem 't aanbod aan;--betaal driemaal de schuld,
-En dat de christen ga.
-
-BASSANIO. Hier is het geld.
-
-PORTIA. Bedaar! Den jood
-Zal al zijn recht geworden!--neen, geen haast!
-De boete zal hij hebben en niets meer.
-
-GRATIANO. O, jood, een eerlijk rechter! een wijs rechter!
-
-PORTIA. Daarom, maak u gereed het vleesch te snijden.
-Maar stort geen bloed; en snijd niet min of meer
-Dan juist een pond; want neemt ge meer of minder
-Dan juist een pond;--al waar' 't ook maar zooveel,
-Dat het gewicht te licht wordt of te zwaar,
-Een onderdeel zelfs van een twintigste
-Van éénen scrupel;--slaat de weegschaal door,
-Ja, waar' 't ook slechts de breedte van een haar,--
-Dan sterft ge, en al uw goedren zijn verbeurd.
-
-GRATIANO. Een tweede Daniël! ja, een Daniël, jood!
-Nu, ongedoopte hond, nu hebben we u.
-
-PORTIA. Wat draalt de jood nog? Neem, wat u verviel.
-
-SHYLOCK. Geef mij mijn hoofdsom slechts, en laat mij gaan.
-
-BASSANIO. Ik heb het geld voor u gereed; hier is 't.
-
-PORTIA. Hij heeft het openlijk voor 't hof versmaad;
-Zijn recht slechts zal hij hebben en zijn schuldbrief.
-
-GRATIANO. Een Daniël, zeg ik weer, een tweede Daniël!--
-Ik dank u, jood, voor 't leeren van dat woord.
-
-SHYLOCK. Krijg ik dan nu niet eens mijn hoofdsom weer?
-
-PORTIA. Niets krijgt ge, niets, dan de vervallen boete;
-Die moogt ge op lijfsgevaar nu innen, jood.
-
-SHYLOCK. Dan doe de duivel hem er wel bij varen!
-Ik laat me er langer niet mee in.
-
-PORTIA. Blijf, jood;
-Het recht heeft nog iets anders van u te eischen.
-De wetten van Venetië stellen vast:--
-Als van een vreemdling te bewijzen is,
-Dat hij, 't zij rechtstreeks, 't zij op slinksche wijs,
-Een burger naar het leven heeft gestaan,
-Dan naast de burger, wiens verderf hij zocht,
-De helft van al zijn goedren; de andre helft
-Valt aan de schatkist van den staat ten deel;
-En 't leven van den schuldige berust
-In 's dogen hand, die niemands stem behoeft.
-Deze uitspraak, zeg ik, past geheel op u:
-'t Is uit uw handling hier voor 't hof gebleken,
-Dat gij èn rechtstreeks èn op slinksche wijs
-Met overleg het leven hebt bedreigd
-Van den verweerder; en de strafbedreiging,
-Zoo even aangehaald, is hier van kracht.
-Dus kniel, en smeek genade van den doge.
-
-GRATIANO. Smeek om verlof, dat gij uzelf verhangt;
-Want, daar gij al uw goed'ren hebt verbeurd,
-Bleef u de waarde zelfs niet van den strik,
-En moet de staat dat hangen nog betalen.
-
-DOGE. Opdat ge in ons een andren geest erkent,
-Schenk ik u 't leven, eer gij er om bidt;
-Uw halve have is voor Antonio,
-En de andre helft is aan den staat vervallen,
-Maar deemoed kan dit mindren tot een boete.
-
-PORTIA. Ja, voor den staat, niet voor Antonio.
-
-SHYLOCK. Neen, neem mij 't leven ook, schenk dat mij niet;
-Gij neemt mijn huis, als gij den steun mij neemt,
-Waar heel mijn huis op rust; gij neemt mijn leven,
-Als gij de midd'len neemt, waar ik door leef.
-
-PORTIA. En wat kan ùw genade zijn, Antonio?
-
-GRATIANO. Een strop voor niet; niets meer, om Gods wil, niets.
-
-ANTONIO. Behaagt het aan uw hoogheid en aan 't hof,
-Die straf van de eene helft hem kwijt te schelden,
-Dan is 't mij goed, mits hij mij de andre helft
-In bruikleen geven wil,--om na zijn dood
-Die weder af te staan aan de' edelman,
-Die onlangs hem zijn dochter heeft geschaakt;
-En nog twee eischen: dat, voor deze gunst,
-Hij van dit oogenblik een christen worde,
-Ten andre, dat hij, hier nu, voor het hof,
-Al wat hij bij zijn dood bezitten zal,
-Zijn zoon Lorenzo en zijn dochter schenke.
-
-DOGE. Dit zal hij doen, of anders trek ik in
-Wat ik reeds van genade heb gerept.
-
-PORTIA. Zijt gij tevreden, jood? wat is uw antwoord?
-
-SHYLOCK. Ik ben tevreden.
-
-PORTIA. Schrijver, stel een schenking.
-
-SHYLOCK. Ik bid u, sta mij toe van hier te gaan;
-Ik ben niet wel; zend mij de schenking na;
-Ik zal ze teek'nen.
-
-DOGE. Ga dan heen, maar teeken.
-
-GRATIANO. Twee peten zult ge hebben bij uw doop;
-Ware ik uw rechter, tien hadt gij er meer,
-Om u ter galg te leiden, niet ter doopvont.
-
- (Shylock af.)
-
-DOGE. Ik bid u, heer, gebruik het maal bij mij.
-
-PORTIA. Verschoon me, ik zeg uw hoogheid need'rig dank;
-Ik moet deze' avond nog in Padua zijn,
-En 't beste is dus, onmidd'lijk af te reizen.
-
-DOGE. Het spijt me, dat uw tijd het niet gehengt.--
-Antonio, toon u aan den doctor dankbaar,
-Want, naar mij dunkt, zijt gij hem veel verplicht.
-
- (De Doge, Senatoren en Gevolg af.)
-
-BASSANIO. Hoogedel heer, mijn vriend en ik, wij zijn
-Door uwe wijsheid heden vrijgesproken
-Van zware boete; en gaarne bieden we u,
-Wat aan den jood verschuldigd was, drieduizend
-Dukaten, voor uw edel hulpbetoon.
-
-ANTONIO. En blijven, als uw schuld'naars, bovendien
-Tot liefde en weêrdienst eeuwig u verplicht.
-
-PORTIA. Die weltevreden is, is welbetaald;
-Ik ben tevreden, dat ik u bevrijdde,
-En reken daardoor reeds mij welbetaald;
-Naar grooter loon heb ik nog nooit gestreefd.
-Eén bede: ken me, als gij mij weer ontmoet;
-Ik wensch u heil, en hiermeê neem ik afscheid.
-
-BASSANIO. Zoo laten we u niet los, mijn waarde heer;
-Neem een gedacht'nis aan, maar als geschenk,
-En niet als loon; twee gunsten vraag ik u:
-Sla dit niet af, en duid mijn drang niet euvel.
-
-PORTIA. Gij dringt mij sterk, en daarom geef ik toe.
-(Tot Antonio.) Uw handschoen dan; ik draag ze u ter gedacht'nis;
-(Tot Bassanio.) En daar gij 't wenscht, neem ik deez' ring van u;--
-Trek niet de hand terug; ik wil niet meer;
-En uwe vriendschap mag mij dit niet weig'ren.
-
-BASSANIO. Die ring, mijn heer,--ach, zulk een kleinigheid;
-Ik zou mij schamen, u dien aan te bieden.
-
-PORTIA. Ik wil niet anders hebben dan dien ring
-Hoe 't komt, ik weet niet, maar ik hecht er aan.
-
-BASSANIO. 't Is om de waarde niet, 't is om den ring;
-Den kostbaarste' in Venetië geef ik u,
-Dien openbare navraag vinden laat;
-Slechts deze' alleen, ik bid u, vraag dien niet.
-
-PORTIA. Gij biedt, dit zie ik, onbekrompen aan;
-Eerst leerdet gij mij beed'len, en nu, dunkt me,
-Nu leer ik, hoe men beedlaars antwoord geeft.
-
-BASSANIO. Deez' ring gaf, waarde heer, mijn vrouw me, en vroeg
-Bij 't aandoen mij een eed, dat ik hem nooit
-Verkoopen zou, verliezen, weg zou schenken.
-
-PORTIA. Met zulk een uitvlucht spaart men meen'ge gave.
-Maar is uw vrouw geen dwaze vrouw, en weet ze,
-Hoe ik dien ring verdiende, wis, zij zal
-Niet eeuwig toornig blijven, dat ge aan mij
-Hem weggaaft.--Nu, het zij zoo; 't ga u wel.
-
- (Portia en Nerissa af.)
-
-ANTONIO. Bassanio, vriend, sta hem den ring toch af;
-Dat zijn verdiensten en mijn vriendschap saam
-Hier gelden tegen wat uw vrouw gebood.
-
-BASSANIO. Gratiano, haast u, haal hem in, en geef
-Den ring hem nog; en breng hem, zoo ge kunt,
-Zelf bij ons, in Antonio's huis;--maak spoed!
-
- (Gratiano af.)
-
-Kom, gij en ik, wij gaan daar daad'lijk heen,
-En morgen in de vroegte vliegen wij
-Naar Belmont samen. Kom, Antonio.
-
- (Bassanio en Antonio af.)
-
-
-
-
-TWEEDE TOONEEL.
-
-
-Aldaar. Een straat.
-
-Portia en Nerissa komen op.
-
-
-PORTIA. Vraag naar de woning van den jood en laat
-Dit stuk hem teek'nen. Nog van avond gaan wij;
-Zoo zijn we een dag voor onze mannen thuis.
-Dit stuk zal aan Lorenzo welkom zijn.
-
-(Gratiano komt op.)
-
-GRATIANO. Goed, dat ik u nog inhaal, waarde heer!
-Bassanio, die tot beter inzicht kwam,
-Zendt U deez' ring door mij en noodigt u
-Van middag tot het maal.
-
-PORTIA. Dit kan niet zijn,
-Maar hartlijk dank ik hem voor dezen ring;
-En 'k bid u, zeg hem dit. Wees ook zoo goed
-Mijn klerk den weg naar Shylocks huis te wijzen.
-
-GRATIANO. Met veel genoegen.
-
-NERISSA (tot Portia, luid). Heer, een woord met u;--
-(Zacht.) 'k Wil zien, den ring te krijgen van mijn man,
-Dien ik hem zweren deed nooit weg te schenken!
-
-PORTIA. Dat kunt gij wis; dat zal een zweren zijn,
-Dat zij aan mannen slechts hun ringen schonken;
-Doch we òverkraaien, òverzweren hen.--
-Maar ga, maak haast; gij weet, waar ik u wacht.
-
-NERISSA. Kom, waarde heer, wilt gij zijn huis mij wijzen?
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE BEDRIJF.
-
-
-EERSTE TOONEEL.
-
-
-Belmont. Een park voor Portia's woning.
-
-Lorenzo en Jessica komen op.
-
-
-LORENZO. 't Is heldre maan; in zulk een nacht als deze,
-Toen zachte lucht de boomen vriendlijk kuste
-En nauwlijks ruischen deed,--in zulk een nacht,
-Naar 'k denk, steeg Troilus op Troja's wal
-En zond zijn ziel haar zuchten naar de tenten
-Der Grieken heen, waar ook zijn Cressida
-Die nacht te sluim'ren lag.
-
-JESSICA. In zulk een nacht
-Sloop Thisbe, schuchter tripp'lend, op den dauw,
-En zag geen leeuw nog, maar alleen zijn schim,
-En nam vol angst de vlucht.
-
-LORENZO. In zulk een nacht
-Stond Dido, in haar hand een wilgetak,
-Op 't woeste zeestrand, om haar lief te wenken,
-Weêr naar Carthago's kust.
-
-JESSICA. In zulk een nacht
-Las zich Medea tooverkruid en maakte
-Den ouden Æson jong.
-
-LORENZO. In zulk een nacht
-Verloor de rijke jood zijn Jessica,
-Die uit Venetië met een spilziek lief
-En heel naar Belmont vlood.
-
-JESSICA. In zulk een nacht
-Zwoer haar Lorenzo, dat hij teêr haar minde,
-En stal met meen'gen eed van trouw haar hart,
-Doch alle waren valsch.
-
-LORENZO. In zulk een nacht
-Bekladde Jessica, die kleine feeks,
-Haar zoetelief, maar hij vergaf het haar.
-
-JESSICA. Ik zou u óver-nachten, kwam er niemand;
-Maar luister, 'k hoor den stap daar van een man.
-
-(Stefano komt op.)
-
-LORENZO. Wie komt zoo haastig in de stille nacht?
-
-STEFANO. Goed volk.
-
-LORENZO. Goed volk? wat volk? Zeg mij uw naam, goed volk!
-
-STEFANO. Mijn naam is Stefano; ik breng bericht,
-Dat de eedle vrouw voor de' aanvang van den dag
-Te Belmont zijn zal; ze is nog op haar tocht
-Langs heiligbeelden, waar ze knielt en bidt
-Om zegen op haar echt.
-
-LORENZO. En wie verzelt haar?
-
-STEFANO. Een heil'ge kluiz'naar en haar kamerjuffer.
-Maar zeg me, is de eedle heer nog niet terug?
-
-LORENZO. Nog niet; we ontvingen zelfs nog geen bericht.--
-Maar laat ons, Jessica, naar binnen gaan
-En zorgen, dat de meesteres van 't huis
-Nu met een plechtig welkom zij begroet.
-
-(Lancelot komt op.)
-
-LANCELOT. Hola, hola, ho, heila, hola, ho!
-
-LORENZO. Wie roept daar?
-
-LANCELOT. Hola! hebt gij den heer Lorenzo en mevrouw Lorenzo ook
-gezien? Hola! hola!
-
-LORENZO. Houd op met uw hola, man; hier.
-
-LANCELOT. Hola! waar? waar?
-
-LORENZO. Hier.
-
-LANCELOT. Zeg hem, dat er een postiljon is gekomen, die zijn hoorn
-vol goed nieuws heeft; mijn meester zal nog voor zonsopgang hier zijn.
-
- (Lancelot af.)
-
-LORENZO. Kom, liefste, binnen dan hun komst verbeid!
-Of neen, waartoe naar binnen? 't Is niet noodig,
-Vriend Stefano, ik bid u, meld aan allen
-In huis, dat de eedle vrouw in aantocht is,
-En breng de muzikanten mee naar buiten.
-
- (Stefano af.)
-
-Wat slaapt het maanlicht lieflijk op dien heuvel!
-Hier zetten we ons, hier drinke ons oor de tonen
-Der hemelsche muziek; de vreê der nacht
-Stemt met den klank van zoete harmonie.
-Kom, Jessica; zie, is het hemelwelf
-Niet ingelegd met schijfjes schitt'rend goud?
-Geen licht, hoe klein, dat ge daarboven ziet,
-Dat op zijn baan niet als een engel zingt,
-Bij 't koor der Cherubim met kinderoogen.
-Gelijke harmonie is in de zielen
-Der menschen, maar zoolang 't verganklijk kleed
-Onsterflijkheid omhult, is ze ons onhoorbaar.
-
-(De Muzikanten komen op.)
-
-Weest welkom, wekt Diana met een lied;
-Dringt met uw klanken door tot uw gebiedster,
-En toovert, lieflijk streelend, haar naar huis.
-
-(Muziek.)
-
-JESSICA. Ik ben bij lieflijke muziek nooit lustig.
-
-LORENZO. Dit komt, omdat uw geest haar luistrend volgt;
-Want zie maar eens een wilde, dartle kudde,
-Of troepje veulens, jong en ongetemd;
-Zij springen dol, zij loeien, brieschen luid,
-Want dat is de aard en de eisch van 't warme bloed;
-Maar nauwlijks hooren ze een trompet, die schalt,
-Of treft het ruischen van muziek hun oor,
-Gij ziet hen plotsling, luistrend, stil bijeen;
-De macht der tonen dwingt dat vlammend oog
-Tot kalmen blik. Van daar 't verhaal des dichters,
-Dat Orpheus boomen, rotsen, stroomen boeide,
-Daar niets zoo stug, zoo hard, zoo woedend is,
-Dat niet muziek het voor een tijd verandert.
-Heeft iemand in zichzelven geen muziek,
-Roert hem de meng'ling niet van zoete tonen,
-Die man deugt tot verraad, tot list en roof,
-'t Is duister in zijn geest als middernacht,
-In zijn gemoed zoo zwart als 't rijk der schimmen;--
-Vertrouw hem nooit!--O, hoor eens die muziek!
-
-(Portia en Nerissa komen op, nog op een afstand.)
-
-PORTIA. Dat licht daar, dat wij zien, brandt in de zaal;
-Hoe verre licht die kleine kaars! zoo straalt
-Een goede daad in deze booze wereld.
-
-NERISSA. Bij 't maanlicht zagen wij dat kaarslicht niet.
-
-PORTIA. Zoo doet een grooter glans een mind'ren tanen;
-Een plaatsvervanger straalt gelijk een vorst,
-Totdat de vorst verschijnt, en dan vervloeit
-Zijn praal, zooals een beekje van het land
-In 't groote bed der waat'ren. Hoor, muziek!
-
-NERISSA. 't Is de muziek, mejonkvrouw, van uw huis.
-
-PORTIA. Niets is er goed, naar 'k zie, dan op zijn tijd;
-Mij dunkt, ze klinkt veel schooner dan bij dag.
-
-NERISSA. De stilte schenkt haar die bekoorlijkheid.
-
-PORTIA. De leeuwrik zingt niet schooner dan de kraai,
-Dan voor een luistrend oor; en 'k denk, dat zelfs
-De nachtegaal, zong die bij dag zijn lied,
-Als alle ganzen snaat'ren, naar de schatting
-Geen beter zanger dan de musch zou zijn.
-Hoe menig ding wordt op zijn tijd alleen
-Naar waarde en naar volkomenheid geschat!--
-(Tot de Muzikanten.) Nu stil! De maan rust bij Endymion
-En sluimere ongestoord!
-
-(De muziek houdt op.)
-
-LORENZO. Dit is de stem,
-Of ik bedrieg mij zeer, van Portia.
-
-PORTIA. Hij kent mij, als een blindeman den koekoek,
-Aan 't leelijk roepen.
-
-LORENZO. Welkom, waarde jonkvrouw!
-
-PORTIA. Wij baden voor het heil van onze mannen,
-Dat, hoop ik, is vermeerderd door ons doen.
-Zijn ze al terug?
-
-LORENZO. Tot nu toe niet, mejonkvrouw;
-Maar wel kwam hun alreeds een boô vooruit
-Om aan te melden.
-
-PORTIA. Ga in huis, Nerissa.
-En geef aan mijn bedienden last, dat ieder
-Zich houde, als waren we altijd thuis geweest;--
-Ook gij, Lorenzo;--Jessica, ook gij.
-
-(Horengeschal.)
-
-LORENZO. Daar komt uw echtgenoot; het is zijn horen;
-Wij klappen niet, mejonkvrouw, wees gerust.
-
-PORTIA. Deez' nacht is, dunkt me, slechts een kwijnend daglicht;
-Zij ziet wat bleeker, maar het is nu dag,
-Zooals de dag is bij beloken zon.
-
-(Bassanio, Antonio en Gratiano komen op, met Gevolg.)
-
-BASSANIO. Verscheent gij steeds, als ons de zon verlaat,
-Dan hadden wij met de Antipoden dag.
-
-PORTIA. Geve ik u licht, ik zij niet licht van zin;
-Die lichtheid maakt een man licht zwaar te moede;
-En nimmer zij Bassanio dat door mij;
-Verhoede 't God!--Wees welkom thuis, mijn gade!
-
-BASSANIO. Ik dank u, lieve;--o, heet mijn vriend hier welkom!--
-Dit is Antonio, die voor heel mijn leven
-Onlosbaar mij aan zich verbonden heeft.
-
-PORTIA. Tot elken dank moogt ge u verbonden reek'nen,
-Want zwaar verbond hij zich, zoo 'k hoor, voor u.
-
-ANTONIO. Niet zoo, of hij en ik zijn thans weer vrij.
-
-PORTIA. Heer, gij zijt hartlijk welkom in ons huis;
-Maar 't moet zich anders toonen dan in woorden,
-En 'k spaar dus hoff'lijkheid van louter lucht.
-
-(Gratiano en Nerissa zijn middelerwijl in woordenwisseling geraakt.)
-
-GRATIANO. Ik zweer u bij de maan daar, dat ge dwaalt;
-Ik gaf hem, waarlijk aan des doctors klerk;
-En 'k woû, dat hij tot niets werd, die hem heeft,
-Daar 't u, melieve, zoo ter harte gaat.
-
-PORTIA. Wat! reeds een twist? eilieve, zeg waarom?
-
-GRATIANO. 't Is om een strookje gouds, een kleinen ring,
-Dien zij mij gaf; met alledaagsche spreuk,
-Zoo van die messenmakerspoëzie
-Op klingen: "wees mij trouw, begeef mij niet."
-
-NERISSA. Wat praat ge van de spreuk of van de waarde?
-Gij zwoert me, toen ik hem u gaf, dat gij
-Hem dragen zoudt tot in uw stervensuur,
-En dat hij met u rusten zou in 't graf;
-Gij moest hem reeds, om al uw schriklijke eeden,
-Zoo niet om mij, vereeren en bewaren.
-Des doctors klerk!--God weet, nooit krijgt die klerk,
-Wien gij hem afstondt, haar op zijn gezicht.
-
-GRATIANO. Ja toch, als hij maar leeft, tot hij een man is.
-
-NERISSA. Ja, als een vrouw maar leeft, tot zij een man is.
-
-GRATIANO. Zoo waar ik leef, ik gaf hem aan een jonkman,--
-Een jongen nog, een kriel, een kleinen dreumes,
-Niet grooter dan gijzelf, des rechters klerk,
-Een snappend kind; die vroeg hem als een fooi;
-Het ging me aan 't hart, maar 't was hem niet te weig'ren.
-
-PORTIA. Ronduit gezegd, het was verkeerd, lichtzinnig,
-Die eerste liefdegift zoo weg te werpen,
-Die gij met eeden aan uw vinger staakt,
-Als pand van trouw er aan had vastgeklonken.
-Ik gaf mijn liefste een ring en deed hem zweren,
-Nooit zou hij er van scheiden; zie, daar staat hij,
-En 'k zweer voor hem, dat hij hem nimmer afstaat,
-Nooit van den vinger neemt, neen, voor de schatten
-Der gansche wereld niet. Voorwaar, Gratiano,
-'t Is liefdloos zoo uw vrouw te grieven; ja,
-Gebeurde 't mij, ik ergerde mij dood.
-
-BASSANIO (ter zijde). Liefst kapte ik mij de hand, en zwoer, dat ik
-Den ring verloor, terwijl ik er voor streed.
-
-GRATIANO. Bassanio stond zijn ring den rechter af,
-Die dringend er om vroeg, en waarlijk dubbel
-Verdiend had, en toen vroeg de klerk, dat jongske,
-Dat druk genoeg geschreven had, den mijnen;
-En heer en dienaar wilden maar niets anders
-Dan die twee ringen.
-
-PORTIA. Welken ring stondt ge af,
-Mijn gâ? Toch niet, naar 'k hoop, dien ik u gaf?
-
-BASSANIO. Kon ik een leugen voegen bij 't vergrijp,
-Ik zou ontkennen; maar gij ziet, ik heb
-Geen ring meer aan mijn vinger, hij is weg.
-
-PORTIA. En evenzoo ontvlood de trouw uw hart.
-Bij God, wij zijn gescheiden, tot gij mij
-Den ring weer toont.
-
-NERISSA. Wij evenzeer, tot ik
-Den mijnen weerzie.
-
-BASSANIO. Dierbre Portia,
-Indien gij wist, aan wien ik gaf den ring,
-Indien gij wist, voor wien ik gaf den ring,
-Erkennen woudt, waarvoor ik gaf den ring,
-En hoe ongaarne ik afstond dezen ring,
-Daar niets werd aangenomen dan de ring,
-Uw gramschap en uw strengheid wierd verzacht.
-
-PORTIA. Hadt gij erkend de kracht van dezen ring,
-Slechts half geschat de geefster van den ring,
-Erkend, hoe zelfs uw eer hing aan den ring,
-Gij hadt niet kunnen scheiden van den ring.
-Wat man had zoo onreedlijk kunnen zijn,--
-Hadt gij uw ring met eenig vuur verdedigd,--
-Zoo onbescheiden, op iets aan te dringen,
-Door u als plechtig onderpand geschat?
-Nerissa toont mij, wat ik moet gelooven;
-Ik sterf er op, een vrouw verkreeg den ring.
-
-BASSANIO. Neen, op mijn eer, neen, bij mijn zaligheid,
-Geen vrouw verkreeg hem, maar een waardig man,
-Een doctor, die den ring vroeg, en drieduizend
-Dukaten afsloeg; 'k heb den ring geweigerd,
-En liet hem ontevreden gaan; en toch,
-Hij was het, die mijn dierbren vriend het leven
-Gered had. Zeg, wat kon ik doen, geliefde?
-Ik was genoopt den ring hem na te zenden;
-De plicht der hoff'lijkheid drong mij tot schaamte;
-Mijn eer verbood, dat grove ondankbaarheid
-Haar zoo besmette. Schenk vergiff'nis, beste!
-Gij hadt,--ik zweer 't u bij die heil'ge vonken!--
-Waart gij er bij geweest, mij zelf gevraagd,
-Mijn ring aan de' eedlen doctor af te staan.
-
-PORTIA. Dat toch die doctor nooit mijn huis betrede!
-Daar hij het mij zoo lief juweel verkreeg,
-Dat gij mij zwoert voor mij steeds te bewaren,
-Zoo wil ik niet in gulheid achterstaan,
-En niets hem weig'ren van wat ik bezit,
-Neen, noch mijn lichaam, noch mijn huwlijksbed;
-En kennen zal ik hem, dit weet ik zeker;
-Blijf nooit een nacht van huis; bewaak me als Argus;
-Doet gij dit niet en laat ge mij alleen,
-Dan, op mijn eer, die ik tot nu bewaarde,
-Dan is die doctor wis mijn bedgenoot.
-
-NERISSA. En zoo zijn klerk van mij; bedenk dus wel,
-Of gij me aan eigen hoede kunt vertrouwen.
-
-GRATIANO. Goed; maar ik loer; en krijg ik hem in 't net,
-Dan heeft zijn pen voor 't laatst een punt gezet.
-
-ANTONIO. Ik ben de onzalige oorzaak van deez' twisten.
-
-PORTIA. Heer, 't grieve u niet; toch zijt ge hartlijk welkom.
-
-BASSANIO. Portia, vergeef mij deez' gedwongen misstap;
-Ten overstaan van al deez' vrienden hier,
-Bezweer ik u, en bij uw lieflijke oogen,
-Waar ik mijzelf in spiegel,--
-
-PORTIA. Fraai bedacht!
-Hij ziet zich dubbel in dat tweetal oogen,
-Eens in elk oog; zweer bij uw dubbel ik!
-Dat is een kostlijke eed!
-
-BASSANIO. Ik bid u, hoor!
-Vergeef 't vergrijp; ik zweer u bij mijn ziel,
-Dat ik u nimmermeer een eed verbreek.
-
-ANTONIO (tot Portia). Eens leende ik lijf en leven voor zijn heil;
-Slechts hij, die van uw man zijn ring verkreeg,
-Heeft mij gered; opnieuw waag ik gerust
-Mijn ziele te verpanden, dat uw gâ
-Nooit, wetens willens, meer zijn eed verbreekt.
-
-PORTIA. Wees gij dus weer zijn borg; geef hem deez' ring,
-Hij zorg er beter dan voor de' eersten voor.
-
-ANTONIO. Bassanio, zweer, dat deze u heilig blijft!
-
-BASSANIO. Bij God! den eigen ring gaf ik den doctor!
-
-PORTIA. Vergeef me, ik heb den ring van hem, Bassanio;
-De doctor was mijn bedgenoot er door.
-
-NERISSA. Vergeef ook mij, mijn beste Gratiano,
-Zoo was des doctors klerk, die kleine dreumes,
-Voor dezen ring de laatste nacht bij mij.
-
-GRATIANO. Welzoo, 't is of men wegen ging verbeet'ren
-Des zomers, als zij best in orde zijn!
-Wat! horens reeds, en eer wij die verdienden?
-
-PORTIA (tot Gratiano). Spreek niet zoo ruw.--(Tot Bassanio.) Gij
- staat geheel verbluft;
-Hier hebt ge een brief; lees dien maar later door;
-Hij komt van Padua, van Bellario;
-Daar zult gij zien, dat Portia was de doctor;
-Nerissa daar, zijn klerk; Lorenzo hier
-Getuig', dat ik terstond nà u vertrok,
-Zoo juist terugkom en mijn huis nog niet
-Betreden heb.--Antonio, hartlijk welkom,
-Ik kan ook u een beter tijding brengen,
-Dan gij verwacht; ontzegel dezen brief;
-Gij zult vernemen, dat van uw galjoenen
-Een drietal, rijk beladen, binnenviel;
-Ik zeg u niet, door welk een wonder toeval
-Die brief me in handen kwam.
-
-ANTONIO. Ik sta verstomd.
-
-BASSANIO. Waart gij de doctor, en ik kende u niet?
-
-GRATIANO. Waart gij de klerk, die mij mijn vrouw ontvrijde?
-
-NERISSA. Ja, maar de klerk zal 't zeker nimmer doen,
-Tenzij dat hij 't beleeft, dat hij een man wordt.
-
-BASSANIO. Nu, doctor, wees mijn bedgenoot; 'k vertrouw,
-Moet ik er soms op uit, u graag mijn vrouw.
-
-ANTONIO. Gij, levenschenkster, schenkt mij thans ook leeftocht;
-Want hier zie ik bevestigd, dat mijn schepen
-In veil'ge haven zijn.
-
-PORTIA. En gij, Lorenzo!
-Mijn klerk heeft ook voor u een goed bericht.
-
-NERISSA. Ja, en ik geeft hem zonder schrijversloon;--
-Maar overhandig u en Jessica,
-Hier thans een schenking van den rijken jood
-Van alles, wat hij bij zijn dood bezit.
-
-LORENZO. Gij, eedle vrouwen, drupt een hongrig volk
-Hier manna op hun weg.
-
-PORTIA. 't Is bijna dag;
-En zeker ziet ge op verre na niet in,
-Hoe alles zich wel toedroeg. Gaan wij binnen,
-En neemt ons, als ge wilt, daar in 't verhoor;
-Wij geven u op alles klaar bescheid.
-
-GRATIANO. Ja, zij dat zoo; en de eerste vraag, die 'k stel,
-Nu ik Nerissa mag verhooren, is,
-Of zij dat lange waken uit kan staan,
-Of, twee uur vóór den dag, ter rust wil gaan;
-Maar zeker zou ik, kwam de dag, dan vragen,
-Dat hij voor eens zijn dagen will' vertragen.
-Hoe 't zij, mijn leven lang zal ik geen ding
-Zoo trouw bewaren als Nerissa's ring.
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN.
-
-
-Van "De Koopman van Venetië" verschenen in 1600 twee van elkander
-onafhankelijke uitgaven, de eene bij James Roberts, de andere bij
-Thomas Heyes, waarvan de eerste reeds 28 October 1598 in de registers
-van het boekhandelaarsgilde werd ingeschreven. Het verschil tusschen
-deze uitgaven is niet zeer groot, maar over het algemeen is de eerste
-beter te noemen. Toch is in de folio-uitgave van 1623 de tweede, met
-eenige wijziging, afgedrukt.--Dat het stuk in 1598 reeds bekend was,
-blijkt uit Francis Meres, die het in zijn Palladis Tamia noemt.--Een
-deel van Sh.'s werk, en wel het begin van het vijfde bedrijf, is
-nagebootst in een stuk Wily beguiled, van een onbekenden schrijver,
-dat in een geschrift van 1596 reeds vermeld wordt. Het is mogelijk,
-dat "De Koopman van Venetië" zelfs reeds een paar jaar vroeger
-geschreven werd; in het dagboek van den schouwburg-directeur Henslowe
-wordt op 25 Augustus 1594 gewag gemaakt van een nieuwe Venetiaansche
-comedie, die opgevoerd werd op het tooneel te Newington. Toen werd
-het tooneel dezer voorstad gemeenschappelijk bespeeld door den troep
-van Henslowe en dien, waar Sh. deel van uitmaakte, en het is mogelijk,
-dat "De Koopman van Venetië" bedoeld is; de stijl en de versificatie
-bevestigen, dat het stuk, zooal niet in 1594, dan toch zeker omstreeks
-dezen tijd is geschreven.
-
-Gelijk in zoovele andere gevallen, heeft de dichter ook in dit stuk
-verhalen, die in zijn tijd reeds lang bekend waren, verwerkt, en er
-een nieuwe schepping van gemaakt vol kracht en leven. Opmerkelijk is
-het na te gaan, hoe hij hier uit zeer ongelijksoortige stoffen een
-wonderschoon geheel heeft gevormd.
-
-Sh. heeft voor dit stuk geput uit een middeleeuwsche, Latijnsche
-verzameling van verhalen of sprookjes, getiteld Gesta Romanorum. In
-het 99ste hoofdstuk,--dat reeds in 1577 uit deze verzameling door
-Robert Robertson in het Engelsch vertaald was,--komt de geschiedenis
-der drie kastjes voor. Een koning van Apulië zendt zijn dochter
-over zee naar Rome, om met den zoon des keizers te huwen. Zij lijdt
-schipbreuk, wordt door een walvisch verslonden, maar uit diens buik
-te voorschijn gehaald. De keizer ontvangt haar, verheugd over haar
-behoud, zeer vriendelijk, maar wil haar op de proef stellen, of zij
-zijn zoon waardig is. Hij laat drie vazen brengen; de eene was van
-zuiver goud, uitwendig met kostbare edelgesteenten versierd, maar
-gevuld met doodsbeenderen; zij droeg het opschrift: "wie mij kiest,
-vindt wat hij verdient". De tweede was van zilver, met aarde en wormen
-gevuld, en had tot opschrift: "wie mij kiest, vindt wat zijn natuur
-verlangt". De derde was van lood, bevatte kostbare edelgesteenten
-en droeg het opschrift: "wie mij kiest, vindt wat God hem heeft
-toegekend". De keizer wees de vazen aan het meisje, met de woorden:
-"als gij de vaas kiest, welke bevat wat u en anderen nuttig is,
-dan zult gij mijn zoon hebben". Het meisje koos na rijp overleg de
-looden vaas en trouwde daarop met den zoon des keizers.
-
-Een ander verhaal uit dezelfde verzameling, getiteld: De Milite
-conventionem faciente cum Mercatore, verhaalt van een krijgsman of
-ridder, die van een christen-koopman geld borgde, op voorwaarde, dat
-hij al zijn vleesch ten behoeve van den koopman zou verbeurd hebben,
-als hij niet op tijd betaalde. Toen dit laatste inderdaad het geval
-werd en de ridder voor den rechter gedaagd was, komt zijn vrouw, als
-man verkleed, mede voor de rechtbank om den koopman te vermurwen, die
-echter steeds op zijn recht blijft staan. Daarop drong de vrouw bij den
-rechter aan, dat de koopman den ridder wel het vleesch van de beenderen
-zou mogen snijden, maar geen droppel bloeds vergieten.--De koopman
-wilde nu met de betaling van het geld genoegen nemen, maar dit werd
-hem geweigerd; hij ging heen zonder een penning te hebben ontvangen.
-
-In deze verhalen is er, zooals men ziet, nòch van een jood, nòch
-van een vriendschap als die van Antonio voor Bassanio sprake. Deze
-twee bijzonderheden vindt men echter terug in een verhaal eener
-Italiaansche Novellenverzameling van Giovanni Florentino, onder
-den titel Il Pecorone in 1554 in het licht gegeven. Het verhaal is
-daar het eerste der vierde afdeeling. Een rijk Venetiaansch koopman,
-Ansaldo, voedt een innige vriendschap voor zijn petekind Giannetto,
-die, na zijn vader, een Florentijnsch koopman, verlaten te hebben,
-door Ansaldo als kind was aangenomen. Aan een fraaie haven woont
-de schoone jonkvrouw van Belmonte, welke ieder, die daar landt,
-dwingt om de nacht op haar slot door te brengen, maar, zoo hij
-zich niet naar eisch gedraagt, en haar genegenheid niet kan winnen,
-hem van zijn schip en goederen berooft; wie de proef doorstaat, zal
-haar gemaal worden. Giannetto, op reis naar Alexandrië, hoort van de
-schoone jonkvrouw, landt bij haar en tracht haar gunst te winnen, maar
-te vergeefs; door een zoeten wijn, die hem gereikt wordt, slaapt hij
-in. Van schip en goederen beroofd, keert hij naar Venetië terug. Hij
-is ondertusschen door de jonkvrouw zoo betooverd, dat hij van zijn
-pleegvader een tweede, nog rijker bevracht schip afsmeekt, om naar haar
-hand te staan; hij slaapt weder in en keert nog berooider dan de eerste
-maal naar Venetië terug. Zijn vaderlijke vriend Ansaldo laat zich door
-zijn beden bewegen hem voor de derde maal een schip uit te rusten,
-maar moet daartoe van een jood in Mestin 10000 dukaten leenen onder
-voorwaarde, dat de schuld op den eerstvolgenden Sint Jan betaald zal
-worden, of dat anders de jood het recht zal hebben, een pond vleesch
-uit eenig deel van Ansaldo's lichaam te snijden. Giannetto is ditmaal
-gelukkiger en huwt de jonkvrouw van Belmonte. Maar in zijn vreugderoes
-denkt hij niet aan zijn weldoener, en deze komt hem eerst op Sint Jan
-toevallig weer voor den geest. Ondertusschen was Ansaldo reeds in de
-macht van den jood en had slechts met moeite eenig uitstel gekregen,
-om te wachten of Giannetto ook terugkwam. Deze kwam inderdaad, maar
-vond den jood onvermurwbaar. Doch ook de vrouwe van Belmonte kwam, als
-rechter vermomd, en zij beslist, nadat de jood honderdduizend dukaten
-had afgeslagen, de zaak als bij Sh., dat de jood niet meer en niet
-minder dan een pond mocht nemen en geen druppel bloeds moest storten,
-zoodat de jood de schuldbekentenis in woede verscheurt; zij slaat de
-honderdduizend dukaten, die haar man den gewaanden rechter aanbiedt,
-af, maar noopt hem zijn trouwring af te staan; zij zorgt te huis te
-zijn vóór haar man met Ansaldo er aankomt en neemt den schijn aan van
-recht verstoord te wezen op haar man, die zijn trouwring aan wie weet
-welke vrouw zou gegeven hebben, maar zij vertelt weldra, wie voor
-rechter gespeeld heeft, en zij leeft verder zeer gelukkig met haar man.
-
-Ongetwijfeld is dit verhaal van nog ouderen datum. Hoe de geschiedenis
-van den woekerjood opgang maakte, kan nog blijken uit een ballade,
-waarvan echter moeilijk te beslissen is, of zij ouder of jonger is
-dan Sh.'s stuk. Zij bevat enkel de geschiedenis van den koopman en
-den jood, met een (echten) rechter, die, op gelijke wijze als Portia,
-den jood van zijn vordering doet afzien.
-
-Men zie nu, wat Sh. uit deze gegevens wist te maken.
-
-Wil men zich rekenschap geven van de ligging van Belmonte, dan
-kan men zich dit zeer wel te Strà denken, waar vele Venetianen hun
-landgoederen hadden, en dan kan Balthazar (III. 4. 53) Portia zeer
-goed aan het gewone veer (tragetto), dat ten tijde van Sh. te Fusino
-aan de monding der Brenta was, inhalen.
-
-Over enkele namen nog een enkel woord. Shylock is zeker van
-Semietischen oorsprong, misschien verbasterd van Sjelah (I Mos. X. 24),
-dat pijl beteekent [1]. Tubal en Chus (zie blz. 313, III. 2. 28)
-vindt men I Mos. X. 2 en 6; Jessica zal wel Jiskah zijn (I Mos. XI,
-29), wat uitkijkster beteekent, vergelijk IIde Bedrijf, 5. 33. De
-naam Gobbo komt in Venetië meer voor; op de Isola del Rialto is een
-steenen figuur, die Gobbo di Rialto heet.
-
-
-
-I. 1. 98. Hun hoorders strafbaar maakten. Toespeling op Mattheus V. 22;
-"Wie tot zijn broeder zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door
-het helsche vuur."
-
-I. 2. 43. Die is inderdaad een veulen. Colt beteekent in het Engelsch
-zoowel een veulen als een jonge losbol.
-
-I. 2. 48. Dan verder de paltsgraaf. Johnson vermoedt hier een
-toespeling op een Poolschen paltsgraaf, Albertus a Lasco, die in
-het jaar 1583 in Londen groot opzien wekte, maar zich weldra wegens
-schulden uit de voeten maakte.
-
-I. 2. 88. Dat de Franschman zijn borg werd. Warburton vindt hier een
-toespeling op de veelvuldige beloften van hulp, die de Franschen
-aan de Schotten gaven bij de twisten der laatstgenoemden met de
-Engelschen.--Vermeldenswaard is, dat eenige regels vroeger, waar
-gesproken wordt van "den Schotschen lord", de folio van 1623 heeft
-"den anderen lord", omdat na de troonsbestijging van Jacobus I zulke
-aardigheden op de Schotten niet toegelaten werden; de quarto's hebben
-hier de ware lezing.
-
-I. 3. 20. Zooals ik op den Rialto vernam. Onder Rialto is de plaats te
-verstaan, die als beurs diende. Een tijdgenoot van Sh. beschrijft die
-als een groot gebouw met open galerijen, waar de kooplieden tweemaal
-daags samenkwamen, 's morgens tusschen 11 en 12 en 's namiddags
-tusschen 5 en 6 uren.
-
-I. 3. 45. De rente in Venetië. Een Engelsch schrijver over Italië
-(1561) zegt, dat de joden in Venetië zeer rijk werden, daar de gewone
-rente, die zij bij het uitleenen van geld wisten te maken, vijftien
-ten honderd 's jaars bedroeg.
-
-II. 1. 1. Om mijn kleur. In de oude uitgaven worden kleur en kostuum
-aangegeven: Enter Morochus a tawny Moor, all in white, and three or
-four followers accordingly.
-
-II. 1. 25. Den Sophi van Perzië vermeldt Sh. ook in het blijspel
-Driekoningenavond een paar keer; Lichas, reg. 32, de ongelukkige
-dienaar van Hercules (Alcides), die aan zijn meester het noodlottig
-gewaad overbracht, dat hem duldelooze pijnen veroorzaakte, en die
-daarom door zijn meester in zee geslingerd werd, wordt ook genoemd
-in Antonius en Cleopatra, IV. 12. 45.
-
-II. 3. 2. Het is een hel, en gij, een snaaksche duivel enz. Aan Jessica
-scheen haars vaders huis een hel toe en Lancelot was er de grappige
-duivel in. Op het oud-Engelsch tooneel speelde de duivel dikwijls de
-rol van den grappenmaker, zie blz. 15.
-
-II. 7. 56. De gouden munt, engel genoemd, wordt door Sh. meermalen
-genoemd, b.v. Koning Jan, III. 3. 8. Zij was 10 shilling waard (f6.-).
-
-II. 9. 28. Als de zwaluw. De huiszwaluw, in het Engelsch martlet
-(Hirundo urbica), maakt haar nest aan de buitenzijde van gebouwen;
-meestal vindt men er verscheidene dicht bijeen, zooals Sh. uitvoeriger
-in Macbeth I. 6. 4. beschrijft. Sh. wist, welke soort hij koos; de
-boerenzwaluw (Hirundo rustica) nestelt binnenshuis, b.v. in stallen,
-of, in onbewoonde streken, in rotsholten enz.
-
-III. 1. 4. De Goodwins, gevaarlijke ondiepten nabij den mond van de
-Theems, worden ook vermeld in Koning Jan, V. 3. 11.--Dat oude vrouwen
-gaarne gember knauwen reg. 10 (to knap is: in kleine stukjes bijten),
-wordt ook vermeld in Maat voor Maat, IV. 3. 8.
-
-III. 1. 126. Het was mijn turkoois. Aan dezen edelsteen werd
-bijzondere kracht toegeschreven; hij werd lichter of donkerder naar
-den gezondheidstoestand van den bezitter, beschermde dien voor gevaren,
-verzekerde de eendracht tusschen man en vrouw.
-
-III. 1. 131. Huur een gerechtsdienaar, die Antonio in hechtenis
-zou moeten nemen en hem overal vergezellen, opdat hij niet
-ontsnapte. Shylock heeft hem wel eerst over veertien dagen noodig,
-maar wil hem nu alvast bespreken.
-
-III. 2. 55. Jonge Alcides. Portia vergelijkt zich met Hesione, de
-dochter van den Trojaanschen koning Laomedon, die door haar vader
-aan een zeemonster was prijsgegeven, maar door Hercules bevrijd
-werd. Dardanen = Trojanen.
-
-III. 2. 63. Zegt, van waar de wufte min. In 't Engelsch fancy,
-een vluchtige, wufte, niet diepgaande min of verliefdheid, wel te
-onderscheiden van love, echte liefde. Portia laat hier uitdrukkelijk
-zingen, dat de fancy zich door 't oog laat leiden en kortstondig is. De
-love moet dus anders doen en zal duurzaam wezen. Portia zegt dus wel
-degelijk tot Bassanio, dat hij zich niet door den schijn moet laten
-verlokken, met andere woorden, liefst het looden kastje kiezen. Het
-verwondert mij, deze opmerking nog nergens te hebben aangetroffen. Dat
-Portia inderdaad een duidelijken wenk geeft, blijkt nog beter uit het
-oorspronkelijke; de vertaling vermocht hier niet het Engelsch geheel
-terug te geven:
-
-
- Tell me, where is fancy bred,
- Or in the heart, or in the head?
- How begot, how nourished?
- Reply, reply.
- It is engendered in the eyes,
- With gazing fed; and fancy dies
- In the cradle, when it lies.
- Let us all ring fancy's knell:
- I'll begin it,--Ding, dong, bell.
-
-
-III. 2. 86. Al bergt de lever zelfs geen droppel gal. In het Engelsch
-wordt van een melkwitte lever gesproken, die voor een blijk van
-lafheid geldt. In den volgenden regel wordt de baard eigenlijk een
-uitgroeisel van dapperheid, valour's excrement geheeten.--De gulden
-lokken worden meermalen door Sh. vermeld. Zij waren zeer in de mode,
-ongetwijfeld omdat Koningin Elizabeth roodachtig haar had. Zoo zegt
-Sh. b.v. in zijn 68ste sonnet:
-
-
- "Zoo is hij ons een beeld uit beter dagen,
- Toen schoonheid leefde en stierf als bloemen thans,
- Aleer zij waagde een basterdschild te dragen,
- En 't voorhoofd schittren deed met valschen glans;"
-
-
-Dit ziet op het blanketten, de valsche lokken volgen:
-
-
- "Eer gouden lokken, aan het graf geroofd,
- Van dooden afgemaaid, een tweede leven,
- Een valsch, begonnen op een tweede hoofd,
- Eer schoonheids dood aan andren schoon moest geven."
-
-
-Men zie hierover ook het Kostelick Mal van onzen Huygens, in 1622 te
-Londen voltooid.
-
-III. 4. 52. Breng, dat.... naar 't veer, waarmee men.... Venetië
-bereikt. Bring them.... Unto the traject, to the common ferry, which
-trades to Venice. Traiect (voor het zeker bedorven tranect gesteld)
-is geen zeer gewoon Engelsch woord, en wordt daarom verklaard; het
-is het Italiaansche tragetto.
-
-III. 4. 78. Zoo mannen na te gaan. In 't Engelsch is de woordspeling
-eenigszins anders; er staat: shall we turn to men = tot mannen worden
-en = ons naar de mannen wenden.
-
-IV. 1. 49. En die zit, bij den neustoon van de zakpijp, Op spelden
-schier. In het oorspronkelijke: And others, when the bagpipe sings i'
-the nose, Cannot contain their urine.
-
-IV. 1. 199. Dat, naar gerechtigheid, geen onzer ooit Behouden
-wordt. Diezelfde toespeling op het Christelijk geloof vindt men in Maat
-voor Maat, II. 2. 73. Het vervolg doelt blijkbaar op het Onze Vader.
-
-IV. 1. 247. De wet is duid'lijk; zin en woorden slaan Volkomen op
-de thans vervallen boete. De redeneeringen van den jeugdigen Daniël
-zijn recht aardig gevonden en bereiken het doel volkomen, maar mogen
-wel eens nader bekeken worden. Een echt jurist, zou, dunkt mij,
-de schuldbekentenis ipso jure nul en nietig hebben verklaard, omdat
-zij een onzedelijke bepaling bevatte. Maar erkende de rechter haar
-als geldig, dan mocht de jood snijden, en dan was het een slinksche,
-sluwe streek, hem het storten van bloed te verbieden, want dit was
-onvermijdelijk bij de toepassing van het recht tot snijden, dat door
-de schuldbekentenis was toegestaan. Verder: mocht de jood ook al
-niet meer dan een pond snijden, het minder nemen kon toch niet wel
-strafbaar zijn. De Romeinsche wetten der XII tafelen waren juister;
-bij het in stukken snijden (in partes secare) van schuldenaars wordt
-opgemerkt, dat het op iets meer of iets minder niet aankomt: si plus
-minusve secuerit, sine fraude esto. Heeft dus Sh. dit niet bedacht,
-toen hij uit zijn bronnen deze tragische episode in zijn blijspel
-invlocht? Nog één vraag komt bij ons op. Bezigt hij het ontfutselen,
-onmiddellijk na de gerechtsscène, der huwelijksringen door Portia en
-Nerissa, aan haar mannen, om in het vijfde bedrijf zijn toeschouwers na
-de geweldige spanning, waarin zij verkeerden, weder in de stemming van
-het blijspel terug te brengen? De wijze, waarop in den tegenwoordigen
-tijd de rol van Shylock wordt opgevat, moge dit doen denken, maar er
-is inderdaad alle reden om aan te nemen, dat deze opvatting niet de
-ware is, dat de dichter en zijn tijdgenooten in de gerechtsscène een
-tooneel zagen, dat werkelijk geheel in een blijspel paste.
-
-Sh.'s tijdgenoot en vriend, de groote tooneelspeler Burbage, die Sh.'s
-bedoelingen ongetwijfeld juist teruggaf, vatte, zooals bekend is,
-de rol van Shylock inderdaad als een comische rol op, doste zich uit
-en stelde den jood voor op een wijze, die het voor den toeschouwer
-werkelijk zeer vermakelijk maakte, dat Shylock op het oogenblik,
-dat hij zeker van zijn wraak dacht te zijn, er van verstoken werd;
-dat dit door louter sophismen geschiedde, maakte de zaak des te
-kostelijker. Zien wij, hoe Sh. den jood inderdaad gemeene trekken
-leende, deed wenschen, dat zijn dochter aan zijn voeten gekist lag,
-hem zijn mes op zijn schoenzool deed aanzetten, dan worden wij
-overtuigd, dat deze opvatting de ware is, dan zal de spanning bij
-de gerechtsscène nooit tot een tragische hoogte stijgen, want wij
-weten vooraf, dat de jood, hoe dan ook, bedrogen zal uitkomen, dan
-zijn de gronden van den baardeloozen rechter, hoe sophistisch ook,
-inderdaad volkomen passend, eenvoudig omdat zij tot het doel voeren,
-dan vragen wij niet, of ooit in Venetië de rechtspraak zoo aan een
-vreemden rechtsgeleerde werd overgegeven, dan is de vroolijkheid,
-opgewekt door Shylocks en Gratiano's vermelding van den wijzen
-Daniël en door Bassanio's en Gratiano's wenschen, dat zij met hun
-vrouwen Antonio's vrijheid konden koopen, volkomen op haar plaats,
-dan rillen wij niet bij de gedachte, dat de jood in zijn woede
-kan toestooten, dan is geen schrille tegenstelling tusschen het
-gerechtstooneel en het vervolg. De dichter behoeft niet plotseling
-tot het blijspel terug te keeren, want hij is er nooit van afgeweken;
-dat hij er iets huiveringwekkends ingebracht heeft, was alleen om
-later de vroolijkheid nog te verhoogen, zooals,--de opmerking is van
-Rümelin in zijn Shakespeare Studien--Sinterklaas en zijn knecht in
-de kinderkamer treden, om na een oogenblik van spanning den jubel
-des te grooter te maken.
-
-Inderdaad, letten we op de plaats, dien in Sh.'s tijd de joden in de
-maatschappij innamen, dan beseffen wij, dat de jood Shylock zeker niet
-als tragisch personage bedoeld kan zijn en dat alleen de bijzonderheid,
-dat Shakespeare, in onpartijdigheid zijn tijdgenooten ver vooruit,
-hem redeneeringen in den mond legt, waarvan wij de juistheid moeten
-toestemmen en die zijn woede verklaarbaar maken, er velen toe gebracht
-heeft, om hoogtragischen pathos daar te vinden, waar wij nog midden
-in het blijspel zijn.
-
-Eindelijk zij nog opgemerkt, dat alleen in een stuk, waarin tot vermaak
-van het publiek, de jood bedrogen moet uitkomen, de eisch kan gesteld
-worden, dat de jood, tot straf van zijn aanslag op Antonio, zich den
-doop moet laten toedienen. Een jood gruwt bij die gedachte, daarom
-werd deze boete aan Shylock niet gespaard; in een blijspel, dat zoo
-veel sprookjesachtigs heeft, kunnen wij ons dit zeer goed voorstellen,
-maar wanneer wij de gerechtsscène als een tooneel beschouwen, dat
-ons door tragischen ernst diep in de ziel moet grijpen, moet ons die
-eisch voorkomen als een profanatie van wat in veler oogen heilig is.
-
-IV. 1. 399. Tien hadt gij er meer. Twaalf gezworenen, die het schuldig
-zouden uitspreken.
-
-V. 1. 1. In zulk een nacht. Deze wisseling van gezegden, telkens met
-"In zulk een nacht" beginnende, is het, die in het stuk Wily beguiled
-is nagebootst; zie blz. 343. De verliefdheid van Troilus op Cressida
-was algemeen bekend, al ware 't slechts uit Chaucer's Troilus and
-Creseide. Een wilgetak of wilgekrans was het teeken eener verlaten
-geliefde; zie Koning Hendrik VI, derde deel, III. 3. 228. Othello,
-IV. 3. 42; daarom klimt ook Ophelia op een wilg, Hamlet, IV. 4. 167. De
-geschiedenis van Medea vindt men reeds in Gower's Confessio Amantis.
-
-V. 1. 220. Heil'ge vonken. In 't oorspronkelijke staat: kaarsen,
-candles of the night, evenals in Romeo and Julia, III. 5. 9.
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENING
-
-
-[1] Anders kan het veeleer samenhangen met het Joodsch-Arameesche
-sjelaq, verbrand worden, dat een enkele maal ook voor snijden gebruikt
-wordt; dan zou Shylock beteekenen: hij, die snijdt.
-
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's De Koopman van Venetië, by William Shakespeare
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË ***
-
-***** This file should be named 51138-0.txt or 51138-0.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/1/1/3/51138/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License (available with this file or online at
-http://gutenberg.org/license).
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
-http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at
-809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
-business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
-information can be found at the Foundation's web site and official
-page at http://pglaf.org
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit http://pglaf.org
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- http://www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. \ No newline at end of file
diff --git a/old/51138-0.zip b/old/51138-0.zip
deleted file mode 100644
index 11dfa4e..0000000
--- a/old/51138-0.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/51138-h.zip b/old/51138-h.zip
deleted file mode 100644
index d2ead47..0000000
--- a/old/51138-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/51138-h/51138-h.htm b/old/51138-h/51138-h.htm
deleted file mode 100644
index 5534991..0000000
--- a/old/51138-h/51138-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,7219 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
-"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=utf-8">
-<title>De Koopman van Venetië</title>
-
-<style type="text/css">
-
-body {
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-font-size: 100%;
-line-height: 1.2em;
-text-align: left;
-}
-.div0 {
-padding-top: 5.6em;
-}
-.div1 {
-padding-top: 4.8em;
-}
-.div2 {
-padding-top: 3.6em;
-}
-.div3, .div4, .div5 {
-padding-top: 2.4em;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-line-height: 1.2em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument
-{
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-padding-top: 2.4em;
-padding-bottom: 1.6em;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-.pagenum {
-display: inline;
-font-size: 70%;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.abbr {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-height: 1px;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-width: 45%;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5em;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-line-height: 1em;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.40em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.71em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0em 0.05em 0 0;
-padding: 0px;
-line-height: 0.8em;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-line-height: 1.2em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.advertisment {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-a.noteref, a.pseudonoteref {
-font-size: 80%;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .label, .par.footnote .label {
-float: left;
-width: 2em;
-height: 12pt;
-display: block;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-line-height: 1.2em;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0%;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0%;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.indextoc {
-text-align: center;
-}
-.transcribernote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.correctiontable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTop, .figBottom {
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-.lgouter {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-display: table;
-}
-.lg {
-text-align: left;
-padding: .5em 0% .5em 0%;
-}
-.lg h4, .lgouter h4 {
-font-weight: normal;
-}
-.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum {
-color: #777;
-font-size: 90%;
-left: 16%;
-margin: 0;
-position: absolute;
-text-align: center;
-text-indent: 0;
-top: auto;
-width: 1.75em;
-}
-p.line, .par.line {
-margin: 0 0% 0 0%;
-}
-span.hemistich {
-color: white;
-}
-.versenum {
-font-weight: bold;
-}
-.speaker {
-font-weight: bold;
-margin-bottom: 0.4em;
-}
-.sp .line {
-margin: 0 10%;
-text-align: left;
-}
-.castlist, .castitem {
-list-style-type: none;
-}
-.castGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-}
-.castGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.castGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: "Times New Roman", Times, serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-.titlePage {
-color: #001FA4;
-font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 {
-color: #001FA4;
-font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif;
-}
-p.byline {
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum,
-.stage {
-color: #001FA4;
-}
-.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteref:hover {
-color: red;
-}
-p.dropcap:first-letter {
-color: #001FA4;
-font-weight: bold;
-}
-sub, sup {
-line-height: 0;
-}.pagenum, .linenum {
-speak: none;
-}
-</style>
-
-<style type="text/css">
-div.sp .par {
-margin: 0px 10%;
-}
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.xd21e141width
-{
-width:480px;
-}
-.xd21e285
-{
-margin-top:2ex;
-}
-.xd21e1231width
-{
-width:452px;
-}
-.xd21e2796
-{
-text-indent:4em;
-}
-.xd21e2839
-{
-text-indent:2em;
-}
-.xd21e3349
-{
-text-indent:6em;
-}
-.xd21e4391
-{
-text-indent:8em;
-}
-.xd21e4751width
-{
-width:431px;
-}
-.xd21e6383width
-{
-width:720px;
-}
-.xd21e8966
-{
-font-style:italic;
-}
-</style>
-</head>
-<body>
-
-
-<pre>
-
-The Project Gutenberg EBook of De Koopman van Venetië, by William Shakespeare
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-
-Title: De Koopman van Venetië
-
-Author: William Shakespeare
-
-Translator: Dr. L.A.J. Burgersdijk
-
-Release Date: February 6, 2016 [EBook #51138]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-</pre>
-
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divBody">
-<p class="par first"></p>
-<div class="figure xd21e141width"><img src="images/new-cover.jpg" alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div>
-<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd21e145" href="#xd21e145"
-name="xd21e145">310</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="kvv" class="div0 play">
-<h2 class="main">De Koopman van Venetië.</h2>
-<ul class="castlist">
-<li class="castlist">
-<h4>Personen:</h4>
-</li>
-<li class="castitem">De Doge van Venetië.</li>
-<li class="castlist">
-<table class="castGroupTable">
-<tr>
-<td>De Prins van Marocco,</td>
-<td rowspan="2" class="castGroupBrace"><img src="images/rbrace2.png"
-alt="}" width="12" height="40"></td>
-<td rowspan="2"><span>dingende naar Portia&rsquo;s hand.</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td>De Prins van Arragon,</td>
-</tr>
-</table>
-</li>
-<li class="castitem"><span class="sc">Antonio</span>, de koopman van
-Venetië.</li>
-<li class="castitem"><span class="sc">Bassanio</span>, zijn
-vriend.</li>
-<li class="castlist">
-<table class="castGroupTable">
-<tr>
-<td><span class="sc">Solanio</span>,</td>
-<td rowspan="3" class="castGroupBrace"><img src="images/rbrace3.png"
-alt="}" width="14" height="45"></td>
-<td rowspan="3"><span>vrienden van Antonio en Bassanio.</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><span class="sc">Salarino</span>,</td>
-</tr>
-<tr>
-<td><span class="sc">Gratiano</span>,</td>
-</tr>
-</table>
-</li>
-<li class="castitem"><span class="sc">Lorenzo</span>, minnaar van
-Jessica.</li>
-<li class="castitem"><span class="sc">Shylock</span>, een rijke
-Jood.</li>
-<li class="castitem"><span class="sc">Tubal</span>, een Jood, zijn
-vriend.</li>
-<li class="castitem"><span class="sc">Lancelot Gobbo</span>, Shylocks
-knecht.</li>
-<li class="castitem">De oude <span class="sc">Gobbo</span>, vader van
-Lancelot.</li>
-<li class="castitem"><span class="sc">Leonardo</span>, bediende van
-Bassanio.</li>
-<li class="castlist">
-<table class="castGroupTable">
-<tr>
-<td><span class="sc">Balthazar</span>,</td>
-<td rowspan="2" class="castGroupBrace"><img src="images/rbrace2.png"
-alt="}" width="12" height="40"></td>
-<td rowspan="2"><span>bedienden van Portia<span class="corr" id="xd21e252" title="Bron: ,">.</span></span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><span class="sc">Stefano</span>,</td>
-</tr>
-</table>
-</li>
-<li class="castitem"><span class="sc">Portia</span>, een rijke
-erfgename.</li>
-<li class="castitem"><span class="sc">Nerissa</span>, haar
-kamerjuffer.</li>
-<li class="castitem"><span class="sc">Jessica</span>, dochter van
-Shylock.</li>
-<li class="castitem xd21e285">Senatoren van Venetië, Beambten van
-het gerechtshof, een Gevangenbewaker, Bedienden en verder Gevolg.</li>
-</ul>
-<p class="par first">Het stuk speelt gedeeltelijk te Venetië,
-gedeeltelijk te Belmont, het landgoed van Portia.</p>
-<div id="kvv.i" class="div1 act"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">Eerste Bedrijf.</h2>
-<div id="kvv.i.1" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Eerste Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een
-straat.</i></p>
-<p class="stage"><span class="sc">Antonio</span>, <span class="sc">Salarino</span> <i>en</i> <span class="sc">Solanio</span> <i>komen
-op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Weet waarlijk niet, hoe ik zoo somber ben;</p>
-<p class="line">Ik ben het moe; gij zegt, dat zijt gij ook;</p>
-<p class="line">Maar hoe &rsquo;t mij aanwoei, hoe ik er aan kwam,</p>
-<p class="line">Van welken aard het is, en hoe ontstaan,</p>
-<p class="line">Dat is me een raadsel;</p>
-<p class="line">Die somberheid maakt mij tot zulk een zwakhoofd,</p>
-<p class="line">Dat ik te nauwernood mijzelf herken.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">Uw geest wordt op den oceaan geslingerd,</p>
-<p class="line">Waar uw galjoenen, fier het zeil in top,</p>
-<p class="line">Als eed&rsquo;len en grootburgers van de zee,</p>
-<p class="line">Door statigheid hun hoogen rang verkonden</p>
-<p class="line">En neerzien op de kleine handelslu&icirc;,</p>
-<p class="line">Die needrig buigend hem begroeten, als</p>
-<p class="line">Zij langs hen vliegen met geweven vleug&rsquo;len.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">Geloof mij, stond voor mij zoo veel op &rsquo;t
-spel,</p>
-<p class="line">Het beste deel van mijn gedachten waar&rsquo;</p>
-<p class="line">Ginds met mijn hoop aan &rsquo;t dwalen. Telkens zou
-ik</p>
-<p class="line">Gras plukken om de windstreek na te gaan,</p>
-<p class="line">Op kaarten zien naar reeden, havens, hoofden;</p>
-<p class="line">En alles, wat mij onheil kon doen duchten</p>
-<p class="line">Voor schepen of voor lading, zou gewis</p>
-<p class="line">Mij somber maken.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">Mijn blazen, dat mijn soep bekoelde, joeg</p>
-<p class="line">Me een koude koorts op &rsquo;t lijf, als ik
-bedacht,</p>
-<p class="line">Wat schade op zee een sterke wind kan doen.</p>
-<p class="line">Ik zag het zand niet loopen in het uurglas,<span class="pagenum">[<a id="xd21e396" href="#xd21e396" name="xd21e396">311</a>]</span></p>
-<p class="line">Of dacht ook reeds aan ondiepten en banken,</p>
-<p class="line">En zag mijn rijken Andries omgeslagen,</p>
-<p class="line">Den masttop lager dan de zijde in &rsquo;t zand,</p>
-<p class="line">Als om zijn graf te kussen. Ging ik op</p>
-<p class="line">Ter kerke, zou het heilig steengevaart&rsquo;</p>
-<p class="line">Mij fluks niet denken doen aan booze rotsen,</p>
-<p class="line">Die, raken zij mijn ranke kiel slechts aan,</p>
-<p class="line">Haar specerijen op den vloed verstrooien,</p>
-<p class="line">Mijn zijde als mantels spreiden over &rsquo;t diep,</p>
-<p class="line">Kortom, wat pas nog schatten waard was, plotsling</p>
-<p class="line">Als niets doen zijn? Is &rsquo;t denkbaar, dat mijn
-geest</p>
-<p class="line">Dit denken zou, en dan niet zou gaan denken</p>
-<p class="line">Hoe zulk een ongeval mij leed zou doen?</p>
-<p class="line">Neen, zeg maar niets; ik weet, Antonio</p>
-<p class="line">Is somber, wijl hij aan zijn zaken denkt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Geloof mij, neen, want, dank zij mijn geluk,</p>
-<p class="line">Ik heb mijn goed niet aan &eacute;&eacute;n schip
-vertrouwd,</p>
-<p class="line">Niet aan &eacute;&eacute;n plaats, en mijn vermogen
-hangt</p>
-<p class="line">Niet af van &rsquo;t slagen in een enkel jaar;</p>
-<p class="line">Daarom, &rsquo;t is niet mijn handel, die me
-ontstemt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">Nu, dan zijt gij verliefd.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Nu, dan zijt gij
-verliefd.</span> Foei, foei!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">Ook niet verliefd? Nu, dan, dan zijt ge treurig,</p>
-<p class="line">Wijl gij niet vroolijk zijt, en z&oacute;&oacute; kondt
-gij</p>
-<p class="line">Ook lachen, springen, zeggend: &bdquo;ik ben
-vroolijk,</p>
-<p class="line">Wijl ik niet treurig ben.&rdquo; Bij Janus&rsquo;
-dubb&rsquo;len kop,</p>
-<p class="line">Natuur brengt soms toch rare snuiters voort:</p>
-<p class="line">Die knijpt voortdurend de oogen toe van &rsquo;t
-lachen,</p>
-<p class="line">Als bij een doedelzak een papegaai; <span class="lineNum">53</span></p>
-<p class="line">En de ander heeft zoo&rsquo;n uitzicht van azijn,</p>
-<p class="line">Dat hij door lachen nooit zijn tanden toont,</p>
-<p class="line">Al deed een grap ook de&rsquo; ouden Nestor
-schaat&rsquo;ren.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Bassanio</span>, <span class="sc">Lorenzo</span> <i>en</i> <span class="sc">Gratiano</span> <i>komen
-op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">Ziedaar Bassanio, uw eed&rsquo;len neef,</p>
-<p class="line">Gratiano en Lorenzo; vaar nu wel;</p>
-<p class="line">Wij laten u in &rsquo;t best gezelschap achter.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Had willen blijven, tot ge monter waart,</p>
-<p class="line">Maar thans, nu beter komt, moog&rsquo; minder
-wijken.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Geloof me, heeren, ik waardeer u hoog,</p>
-<p class="line">Maar reken, dat uw zaken thans u roepen,</p>
-<p class="line">En gij nu vrijheid vindt om heen te gaan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">Vaartwel dan, eed&rsquo;le heeren.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Vaartwel dan, eed&rsquo;le
-heeren.</span> Vrienden, zegt,</p>
-<p class="line">Wanneer weer eens een prettig samenzijn?</p>
-<p class="line">Wij zien elkaar zoo weinig; waartoe dit?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">Als &rsquo;t u gelegen komt, wij zijn bereid.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Salarino</span> <i>en</i>
-<span class="sc">Solanio</span> <i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Daar gij Antonio nu gevonden hebt,</p>
-<p class="line">Bassanio, willen wij u thans verlaten;</p>
-<p class="line">Maar denk op &rsquo;t etensuur present te zijn.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Daar kunt gij vast op reeknen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Gij ziet er niet goed uit, Antonio,</p>
-<p class="line">Gij trekt te veel u &rsquo;s werelds zaken aan;</p>
-<p class="line">Wie daar zijn hart op zet, verliest zijn rust.</p>
-<p class="line">Geloof me, uw uitzicht is geheel veranderd.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Ik acht de wereld, vriend, zooals zij is,</p>
-<p class="line">Een speeltooneel, waar elk zijn rol op speelt;</p>
-<p class="line">De mijne is somber.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">De mijne is somber.</span> Ik
-speel dan den Nar.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Wacht dartlend, lachend, rimplige&rsquo;
-ouderdom,</p>
-<p class="line">En laat, al drinkend, eer mijn lever schudden,</p>
-<p class="line">Dan dat, door ach en wee, mijn hart verkilt.</p>
-<p class="line">Waarom, als &rsquo;t warme bloed nog stroomt, te
-zitten</p>
-<p class="line">Als grootva&acirc;rs marm&rsquo;ren beeld? waartoe te
-slapen,</p>
-<p class="line">Als &rsquo;t wakenstijd is? en de geelzucht zich</p>
-<p class="line">Op &rsquo;t lijf te kniezen? Neen, Antonio, hoor,</p>
-<p class="line">Ik heb u lief en zoo spreekt nu mijn liefde:</p>
-<p class="line">Er is een slag van lieden, wier gelaat</p>
-<p class="line">Steeds ondoorschijnend is als stilstaand water,</p>
-<p class="line">Die eigenzinnig zwijgen altijd door,</p>
-<p class="line">Met doel om zich een dunk en roep te geven</p>
-<p class="line">Van wijsheid, waardigheid en diepen zin,</p>
-<p class="line">Als zeiden zij: &bdquo;Ik ben &rsquo;t orakel zelf,
-<span class="lineNum">93</span></p>
-<p class="line">En open ik den mond, dan blaff&rsquo; geen
-hond&rdquo;;</p>
-<p class="line">Die daarom slechts den naam van wijzen dragen,</p>
-<p class="line">Omdat zij nooit iets zeiden, doch voorwaar</p>
-<p id="kvv.i.1.98" class="line">Hun hoorders, als zij spraken,
-strafbaar maakten,</p>
-<p class="line">Wijl deez&rsquo; hun broeders &bdquo;dwazen&rdquo;
-zouden noemen.</p>
-<p class="line">Doch meer hiervan een ander maal; gij, hengel</p>
-<p class="line">Dus niet met uw droefgeestigheid als aas</p>
-<p class="line">Naar narren-katvisch, dezen wijsheidsschijn.</p>
-<p class="line">Kom mee, Lorenzo.&mdash;Houd zoolang u goed;</p>
-<p class="line">Na &rsquo;t eten krijgt gij &rsquo;t einde van mijn
-toespraak.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Ja, wij verlaten u tot na den noen;</p>
-<p class="line">Ik moet nu wel zoo&rsquo;n wijze zwijger zijn,</p>
-<p class="line">Want Gratiano laat mij nooit aan &rsquo;t woord.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Ja, klamp u vast aan mij twee jaren lang,</p>
-<p class="line">Dan kent gij zelfs uw eigen stem niet meer.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Vaarwel; op uw vermaan word ik een prater.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Zeer goed, want weet, dat zwijgen nooit behaagt,</p>
-<p class="line">Dan van gerookte tong en van een schuchtre maagd.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Gratiano</span> <i>en</i>
-<span class="sc">Lorenzo</span> <i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Heeft hij daar nu iets ter wereld gezegd?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">Gratiano praat oneindig veel, dat niets is, meer dan
-eenig mensch in geheel Venetië. Zijn verstandige gedachten zijn
-als twee tarwekorrels in twee schepels kaf; gij kunt er den geheelen
-dag naar zoeken, eer gij ze vindt; en als gij ze hebt, zijn ze de
-moeite van &rsquo;t zoeken niet waard.</p>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e696" href="#xd21e696" name="xd21e696">312</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Hoe &rsquo;t zij, vertel mij nu, naar welke
-jonkvrouw</p>
-<p class="line">Gij in &rsquo;t geheim die be&ecirc;vaart zwoert te
-doen,</p>
-<p class="line">Waarvan gij mij vandaag vertellen zoudt?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Antonio, &rsquo;t is u al te wel bekend,</p>
-<p class="line">Hoe zeer ik mijn vermogen heb verspild,</p>
-<p class="line">Door vrij wat weidscher, rijker staat te voeren,</p>
-<p class="line">Dan mijn gering fortuin verduren kon.</p>
-<p class="line">Maar &rsquo;k roep geen ach en wee, dat ik moet
-afzien</p>
-<p class="line">Van zulk een glans; mijn groote zorg is nu</p>
-<p class="line">Met eer die groote schulden af te doen,</p>
-<p class="line">Waarin mijn jeugd, die al te spilziek was,</p>
-<p class="line">Mij heeft verstrikt; Antonio, &rsquo;k ben aan u</p>
-<p class="line">Het meeste schuldig, geld niet slechts, maar
-liefde;</p>
-<p class="line">Diezelfde liefde is mij een borg, dat ik</p>
-<p class="line">U oop&rsquo;ning doen mag van mijn plan, om al</p>
-<p class="line">Die schulden, die mij drukken, af te werpen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Ik bid u, vriend Bassanio, deel het mee,</p>
-<p class="line">En kan het, even als gijzelf steeds doet,</p>
-<p class="line">Voor &rsquo;t oog der eer bestaan, wees dan
-verzekerd,</p>
-<p class="line">Ikzelf, mijn beurs en al wat ik vermag,</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is alles &rsquo;t uwe, voor uw dienst gereed.
-<span class="lineNum">139</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Verloor ik in mijn schooltijd soms een pijl,</p>
-<p class="line">Dan schoot ik hem een tweeden van die soort,</p>
-<p class="line">Denzelfden weg uit, na, gaf beter acht,</p>
-<p class="line">Tot waar hij vloog, en, beide wagend, vond ik</p>
-<p class="line">Ze beide vaak. Dit kindervoorbeeld past,</p>
-<p class="line">Omdat wat volgt, ook louter onschuld is.</p>
-<p class="line">Gij gaaft mij veel, en, als een wilde knaap,</p>
-<p class="line">Verloor ik wat gij gaaft, maar waagt gij &rsquo;t
-nu,</p>
-<p class="line">Een tweeden pijl denzelfden weg te schieten,</p>
-<p class="line">Den eersten achterna, ik maak mij sterk,</p>
-<p class="line">Daar ik zijn vlucht bespi&ecirc;, ze be&icirc; te
-vinden,</p>
-<p class="line">Of breng, wat gij het laatste waagdet, we&ecirc;r,</p>
-<p class="line">En blijf uw dankb&rsquo;re schuldnaar voor het
-eerste.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Gij kent mij toch; wat spilt gij dan uw tijd,</p>
-<p class="line">En neemt een kronklende&rsquo; omweg tot uw vriend;</p>
-<p class="line">Gij grieft mij waarlijk dieper, als ge twijfelt,</p>
-<p class="line">Of ik voor u het uiterst wel zou doen,</p>
-<p class="line">Dan als gij heel mijn have hadt verspild.</p>
-<p class="line">Deel dus mij mee, wat gij van mij verlangt,</p>
-<p class="line">Wat gij vermeent, dat ik vermag te doen;</p>
-<p class="line">Ik ben bereid en daad&rsquo;lijk; zeg het dus.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">In Belmont woont een jonkvrouw, rijk in goedren,</p>
-<p class="line">In schoonheid rijk, en, rijker nog dan dit,</p>
-<p class="line">Ook rijk in deugden; uit haar oogen ving ik</p>
-<p class="line">Reeds vroeger lieve stomme tijding op.</p>
-<p class="line">Haar naam is Portia; ze is wederg&acirc;</p>
-<p class="line">Van Cato&rsquo;s dochter, Brutus&rsquo; Portia.</p>
-<p class="line">De wereld door is reeds haar roem verbreid;</p>
-<p class="line">Van &rsquo;t uiterste eind der aard, van iedre
-kust,</p>
-<p class="line">Brengt iedre wind, om naar haar hand te dingen,</p>
-<p class="line">De bloem der jonglingschap. Haar zonnig haar</p>
-<p class="line">Golft om haar slapen als een gulden vlies;</p>
-<p class="line">En Belmont is een tweede Colchisch strand,</p>
-<p class="line">En menig Jason komt om haar te erlangen.</p>
-<p class="line">Antonio, vriend, o, had ik slechts de
-midd&rsquo;len,</p>
-<p class="line">Om waardig mij met een van hen te meten,</p>
-<p class="line">Dan mocht ik,&mdash;onbedrieglijk spelt mij dit</p>
-<p class="line">Mijn hart, mijn ziel,&mdash;het hoogste heil
-verwachten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Gij weet, mijn gansch vermogen is op zee;</p>
-<p class="line">Ik heb geen geld en ook geen koopmansgoedren,</p>
-<p class="line">Die ik verpanden kan; maar ga, beproef,</p>
-<p class="line">Wat in Venetië mijn krediet vermag;</p>
-<p class="line">Ik verg er &rsquo;t uiterst van, om u naar eisch</p>
-<p class="line">Voor Portia, naar Belmont, uit te rusten,</p>
-<p class="line">Vraag na, waar geld beschikbaar is; ook ik</p>
-<p class="line">Doe &rsquo;tzelfde, en ben geen oogenblik bezorgd,</p>
-<p class="line">Dat men niet gaarne, en op mijn woord, mij borgt.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.i.2" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Tweede Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Belmonte.</span> <i>Een kamer in</i>
-<span class="sc">Portia&rsquo;s</span> <i>huis</i>.</p>
-<p class="stage"><span class="sc">Portia</span> <i>en</i> <span class="sc">Nerissa</span> <i>komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Op mijn woord, Nerissa, mijn klein persoontje heeft van
-deze groote wereld meer dan genoeg.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Dat mocht zoo wezen, lieve jonkvrouw, als uw ellende
-evenzoo bovenmatig was als thans uw geluk. Maar voor zoover ik zie,
-zijn zij, die zich overladen met te veel, al even ziek, als zij, die
-aan alles gebrek hebben. Het is daarom geen middelmatig geluk juist in
-de middelmaat te zijn; overvloed krijgt vroeger grijze haren, maar
-juist van pas leeft langer.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Goede spreuken, en goed voorgedragen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Nog beter zouden zij wezen, als zij goed werden
-opgevolgd.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Als doen even gemakkelijk was, als weten, wat goed is te
-doen, dan waren kapelletjes kerken, dagloonerswoningen vorstenpaleizen
-geworden. Het is een goed geestelijke, die zijn eigen voorschriften
-opvolgt; ik kan gemakkelijker aan twintig menschen leeren, wat zij
-moeten doen om goed te doen, dan een van de twintig zijn en mijn eigen
-lessen opvolgen. Het brein kan wel wetten voor het gestel uitdenken,
-maar een vurig bloed springt over een koel voorschrift heen; zulk een
-haas is de jongeling Onverstand, dat hij heenwipt over het net van
-Goeden Raad, den kreupele. Maar dit redeneeren helpt mij volstrekt niet
-bij het kiezen van een man.&mdash;O wee, dat woord kiezen! Ik mag niet
-kiezen, dien ik zou willen, en niet afwijzen dien ik niet mag lijden;
-en zoo is de wil van een levende <span class="pagenum">[<a id="xd21e919" href="#xd21e919" name="xd21e919">313</a>]</span>dochter aan
-banden gelegd door den wil van een dooden vader.&mdash;Is het niet
-hard, Nerissa, dat ik niemand kiezen mag, en ook niemand afwijzen?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Uw vader was een braaf man, en vrome menschen hebben bij
-hun dood goede ingevingen. Daarom zal bij de loterij, die hij
-uitgedacht heeft van die drie kastjes van goud, zilver en lood,
-(waardoor hij, die in zijn geest kiest, u kiest,) zonder eenigen
-twijfel door niemand de echte keus gedaan worden dan door een, die u
-echte liefde toedraagt. Maar hoe staat het met de warmte van uw
-genegenheid jegens een van de vorstelijke aanbidders, die alreeds
-gekomen zijn?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">O, wees zoo goed en noem ze op; als gij ze noemt, zal ik
-ze u beschrijven; en naar mijn beschrijving moogt ge mijn genegenheid
-afmeten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Vooreerst dan, de Napelsche prins.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p id="kvv.i.2.43" class="par">O, die is inderdaad een veulen, want hij
-doet niets dan van zijn paard spreken; en hij vindt het een belangrijk
-toevoegsel aan zijn begaafdheden, dat hij het zelf beslaan kan; ik
-vrees inderdaad, dat mevrouw zijn moeder valsch spel speelde met een
-hoefsmid.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p id="kvv.i.2.48" class="par">Dan verder de paltsgraaf. <span class="lineNum">49</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Die zet altijd een zuur gezicht, alsof hij zeggen wou:
-&bdquo;Ben ik voor u niet goed genoeg, geen nood&rdquo;. Hij hoort
-vroolijke kwinkslagen en vertrekt geen spier; ik vrees, dat, als hij
-oud wordt, hij de weenende philosoof zal wezen in eigen persoon, daar
-hij nu in zijn jeugd al zoo onhebbelijk somber is. Ik was liever
-getrouwd met een doodshoofd, zoo met twee gekruiste knoken er onder,
-dan met een van die beiden. God beware mij voor alle twee!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Wat zegt gij dan van den Franschen heer, Monsieur Le
-Bon?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">God schiep hem, laat hem daarom voor een man doorgaan.
-Ik weet, dat het zonde is een spotter te zijn, maar hij! Hij heeft een
-paard, beter dan de Napolitaan, een beter slechte gewoonte van
-zuurkijken dan de paltsgraaf; hij is iedereen en niemand; als een
-lijster zingt, begint hij dadelijk kapriolen te maken; hij zou kunnen
-vechten met zijn eigen schaduw. Als ik h&egrave;m nam, nam ik vijftig
-mannen te gelijk. Als hij mij versmaadde, zou ik het hem vergeven; want
-al had hij mij lief tot razend wordens toe, ik zou niets van hem willen
-weten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Wat hebt ge dan te zeggen tegen Faulconbridge, den
-jongen Engelschen baron?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Ge weet, ik zeg niets tegen hem, want hij verstaat mij
-niet en ik hem ook niet; hij kent geen Latijn of Fransch noch
-Italiaansch, en wat mijn Engelsch betreft, gij kunt gerust voor het
-gerecht een eed gaan doen, dat het geen armzaligen duit waard is. Hij
-is het afbeeldsel van een knap man, maar, ik bid u, wie kan omgaan met
-een stom beeld? En hoe bespottelijk kleedt hij zich! Ik geloof, dat hij
-zijn kamizool in Italië, zijn pof broek in Frankrijk, zijn muts in
-Duitschland en zijn manieren overal heeft opgedaan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Wat denkt ge van zijn buurman, den Schotschen lord?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Dat hij wezenlijk wel christelijke liefde tot zijn
-naaste bezit, want hij borgde laatst een oorveeg van den Engelschman,
-en zwoer, dat hij hem dien terug zou betalen, zoodra hij in de
-gelegenheid zou wezen; ik denk, <a id="kvv.i.2.88" name="kvv.i.2.88"></a>dat de Franschman zijn borg werd en voor den ander
-onderteekende.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Hoe bevalt u de jonge Duitscher, de neef van den hertog
-van Saksen? <span class="lineNum">91</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Afschuwelijk in den morgen, als hij nuchter is, en
-allerafschuwelijkst in den middag, als hij beschonken is; als hij op
-zijn best is, is hij toch nog altijd iets minder dan een mensch, en als
-hij op zijn slechtst is, is hij nauwlijks meer dan een dier; als het
-ergste mocht gebeuren, dat gebeuren kan, hoop ik toch, dat ik wel een
-uitvlucht zal vinden om hem vrij te loopen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Als hij zich mocht aanmelden om te kiezen en het rechte
-kastje koos, dan zoudt ge toch weigeren uws vaders uitersten wil te
-volbrengen, als gij weigerdet hem te nemen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Daarom bid ik u, om het ergste te voorkomen, zet een
-flinken roemer Rijnwijn op het verkeerde kastje; want als de duivel er
-in was en deze verzoeking van buiten er bij, dan weet ik, dat hij het
-zou kiezen. Alles liever, Nerissa, dan met een spons te moeten
-trouwen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Gij behoeft niet beducht te wezen, mejonkvrouw, dat gij
-een van deze heeren zult krijgen, want zij hebben mij hun besluit
-meegedeeld, en dat is, waarlijk, naar huis te gaan en u niet verder met
-hun aanzoek lastig te vallen, tenzij gij op een andere wijze te winnen
-waart, dan door de bepaling van uw vader, ten opzichte van de
-kastjes.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Al word ik zoo oud als Sibylla, wil ik toch zoo kuisch
-als Diana sterven, tenzij ik gewonnen word op de wijze van mijns vaders
-uitersten wil. Ik ben blij, dat dit partijtje vrijers zoo verstandig
-is, want er is er niet &eacute;&eacute;n bij <span class="pagenum">[<a id="xd21e1019" href="#xd21e1019" name="xd21e1019">314</a>]</span>of ik smacht naar zijn afzijn, en ik bid
-God, hun een voorspoedige heenreis te verleenen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Herinnert gij u niet, mejonkvrouw, uit den tijd dat uw
-vader nog leefde, een Venetiaan, die man van studie en krijgsman te
-gelijk was, en die hierheen kwam als metgezel van den markies van
-Montferrat?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Ja, ja; het was Bassanio;&mdash;ik geloof ten minste,
-dat hij zoo heette.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Juist, mejonkvrouw. Van alle mannen, die mijn dwaze
-oogen ooit gezien hebben, was hij wel het meest een schoone vrouw
-waard.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Hij staat mij nog goed voor, en naar mijn herinnering is
-uw lof niet onverdiend.&mdash;Wel, wat is er?</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>Een Bediende, komt op.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bediende.</p>
-<p class="par">Mejonkvrouw, de vreemde heeren vragen naar u om afscheid
-te nemen; en zoo even komt daar een voorrijder van een nieuwen, den
-prins van Marocco, die het bericht brengt, dat de prins, zijn meester,
-nog van avond hier zal zijn. <span class="lineNum">139</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Als ik dien nieuwen zoo van ganscher harte welkom kon
-heeten, als ik de anderen vaarwel zeg, zou ik verheugd wezen over zijn
-aankomst, als hij het binnenste heeft van een heilige en de huidkleur
-van een duivel,</p>
-<div class="lg">
-<p class="line">Dan groette ik liever hem als boetgezant,</p>
-<p class="line">Dan dat ik hem mijn hand verpand.</p>
-</div>
-<p class="par first">Kom, Nerissa.&mdash;Knaap, ga voor, maak
-voort.&mdash;</p>
-<div class="lg">
-<p class="line">Gaat &eacute;&eacute;n vrijer uit de poort,</p>
-<p class="line">Dan wordt weer de stap van een ander, die nadert,
-gehoord.</p>
-</div>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.i.3" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Derde Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een
-plein.</i></p>
-<p class="stage"><span class="sc">Bassanio</span> <i>en</i>
-<span class="sc">Shylock</span> <i>komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Drieduizend dukaten,&mdash;goed!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">Voor drie maanden, Shylock.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Voor drie maanden&mdash;goed!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">En, zooals ik zeide, Antonio zal er borg voor zijn.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Antonio zal er borg voor zijn,&mdash;goed!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">Kunt gij mij helpen? Wilt ge mij het genoegen doen? Mag
-ik uw antwoord weten?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Drieduizend dukaten, voor drie maanden, en Antonio
-borg.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">En uw antwoord&mdash;?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Antonio is een goed man.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">Hebt gij ooit eenigszins het tegendeel van hem
-gehoord?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">O, neen, neen, neen, neen;&mdash;maar ik meende, toen ik
-zeide, dat hij een goed man is, zooals ge wel begrijpt, dat hij er goed
-voor is,&mdash;hoewel van zijn goed kan men eigenlijk maar bij
-onderstelling spreken; hij heeft een galjoen op weg naar Tripoli, een
-ander naar Indië, en hij heeft, <a id="kvv.i.3.20" name="kvv.i.3.20"></a>zooals ik op den Rialto vernam, een derde naar Mexico,
-een vierde naar Engeland&mdash;en hij heeft nog meer varende
-have,&mdash;overal verspreid. Maar schepen zijn maar planken en
-matrozen zijn maar menschen, en er zijn landratten en waterratten,
-landdieven en waterdieven, ik bedoel zeeroovers; en dan heb je nog het
-gevaar van water en wind en klippen; maar toch, de man is er wel goed
-voor; drieduizend dukaten;&mdash;mij dunkt, ik zou zijn borgtocht wel
-kunnen aannemen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">Daar kunt ge zeker van zijn.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Ik wil er zeker van zijn; en om er zeker van te zijn,
-wil ik er mij op bedenken;&mdash;zou ik Antonio eens kunnen spreken?
-<span class="lineNum">32</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">Als ge lust hebt, met ons te eten,&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Nah, om varkensvleesch te ruiken, om te eten van de
-woning, waar uw profeet, de Nazarener, den duivel in verbannen heeft?
-ik wil met u handelen en wandelen, gaan en staan, koopen en verkoopen,
-en zoo voort; maar ik wil niet eten met u, niet drinken met u, niet
-bidden met u. Wat nieuws is er op den Rialto?&mdash;Wie komt daar
-aan?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">Het is signore Antonio.</p>
-<p class="stage">(<span class="sc">Antonio</span> <i>komt op</i>.)</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Hoe
-lijkt hij een deemoedig tollenaar!</p>
-<p class="line">Ik haat hem reeds, dewijl hij Christen is,</p>
-<p class="line">En meer nog, wijl, in lage onnoozelheid,</p>
-<p id="kvv.i.3.45" class="line">Hij gratis geld leent en de rente
-drukt,</p>
-<p class="line">Die we anders in Venetië konden maken.</p>
-<p class="line">Gelukt het me eens, hem bij de heup te pakken,</p>
-<p class="line">Dan vier ik de&rsquo; ouden wrok, dien &rsquo;k heb,
-toch bot;</p>
-<p class="line">Hij haat ons heilig volk, en vloekt, juist daar,</p>
-<p class="line">Waar alle kooplui plegen saam te komen,</p>
-<p class="line">Op mij, mijn zaken en mijn eerlijk winstje;</p>
-<p class="line">Dat noemt hij woeker. Zij mijn stam vervloekt,</p>
-<p class="line">Als ik &rsquo;t vergeef!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Als ik &rsquo;t vergeef!</span>
-H&eacute;, Shylock, wilt gij hooren?</p>
-</div>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par"></p>
-<div class="figure xd21e1231width"><img src="images/p314.jpg" alt="De koopman van Venetië, Eerste Bedrijf, Derde Tooneel." width="452" height="720">
-<p class="figureHead"><span class="ex">De koopman van
-Venetië</span>, Eerste Bedrijf, Derde Tooneel.</p>
-</div>
-<p class="par"></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Ik rekende uit, hoeveel ik wel in kas heb;</p>
-<p class="line">Zoo ver ik uit het hoofd het ramen kan,<span class="pagenum">[<a id="xd21e1245" href="#xd21e1245" name="xd21e1245">315</a>]</span></p>
-<p class="line">Kan ik die volle somma van drieduizend</p>
-<p class="line">Dukaten zelf niet leev&rsquo;ren. Maar wat doet
-dit?</p>
-<p class="line">Tubal, een rijk Hebreër van mijn stam,</p>
-<p class="line">Zal mij wel helpen.&mdash;Maar voor hoeveel maanden</p>
-<p class="line">Verlangt gij &rsquo;t geld?&mdash;<span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Antonio</span>.)</span> Signore,
-welkom hier;</p>
-<p class="line">Wij spraken juist daar van uw edelheid.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Shylock, hoewel ik, als ik gelden voorschiet</p>
-<p class="line">Of opneem, nimmer winsten neem noch geef,</p>
-<p class="line">Wil ik, om thans mijn vriend in nood te helpen,</p>
-<p class="line">Met die gewoonte breken.&mdash;<span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Bassanio</span>.)</span> Weet hij
-reeds,</p>
-<p class="line">Hoeveel gij wenscht?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Hoeveel gij wenscht?</span>
-Drieduizend, ja, dukaten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">En voor drie maanden.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">O, dat vergat ik,&mdash;voor drie maanden, ja.</p>
-<p class="line">En gij zijt borg, ja goed,&mdash;maar hoorde ik wel</p>
-<p class="line">Gij neemt of geeft geen intrest, als ge gelden</p>
-<p class="line">Voorschiet of opneemt, zegt ge? <span class="lineNum">71</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Voorschiet of opneemt, zegt
-ge?</span> &rsquo;k Doe het nooit.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Toen Jakob nog de schapen Labans weidde,&mdash;</p>
-<p class="line">Hij was van onzen vader Abram af</p>
-<p class="line">(Door &rsquo;t schrander overleg van zijne moeder)</p>
-<p class="line">De derde patriarch,&mdash;jawel, de derde,&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Wat wilt ge zeggen? leende hij op intrest?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Neen, neen; hij nam geen interest, niet wat gij</p>
-<p class="line">Zoo intrest noemt; merk op, wat Jakob deed.</p>
-<p class="line">Toen tusschen hem en Laban de afspraak was,</p>
-<p class="line">Dat al &rsquo;t geplekte en zwarte van de
-lamm&rsquo;ren</p>
-<p class="line">Als Jakobs loon zou gelden, en de herfsttijd</p>
-<p class="line">Weer de ooien met de rammen samenbracht</p>
-<p class="line">En &rsquo;t wolvee welig aan het paren ging,</p>
-<p class="line">Toen nam de ervaren herder popelroeden</p>
-<p class="line">En schilde ze met strepen en hij lei ze,</p>
-<p class="line">Wanneer de dieren paarden, op de drinkplaats,</p>
-<p class="line">Voor de oogen van de ritsige ooien neer,</p>
-<p class="line">Die, zoo ontvangend, in den lammertijd</p>
-<p class="line">Geplekte jongen wierpen, Jakobs deel.</p>
-<p class="line">Zoo nam hij toe in welstand, werd gezegend;</p>
-<p class="line">Want winst is zegen, als men &rsquo;t maar niet
-steelt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Dan diende Jakob, man, op goed geluk;</p>
-<p class="line">Het stond niet in zijn macht dit te bewerken;</p>
-<p class="line">Des hemels hand bestuurde en schikte &rsquo;t zoo.</p>
-<p class="line">Meldt dit de schrift om woeker te rechtvaardigen,</p>
-<p class="line">Of is uw goud en zilver, ooi en ram?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Weet niet, ik laat het even snel
-vermeerdren;&mdash;</p>
-<p class="line">Maar hoor, Signore.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Maar hoor, Signore.</span> Merk
-dit op, Bassanio;</p>
-<p class="line">De duivel zelf beroept zich op de schrift.</p>
-<p class="line">Een boos gemoed, dat heil&rsquo;ge woorden spreekt,</p>
-<p class="line">Is als een fielt met liefelijken lach;</p>
-<p class="line">Een schijnschoone appel, maar in &rsquo;t hart
-verrot;</p>
-<p class="line">O, glanzend schoon is &rsquo;t uiterlijk der
-valschheid!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Drieduizend&mdash;&rsquo;t is een goede ronde som!</p>
-<p class="line">Drie maand, een verreljaars, laat zien dat
-maakt&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Nu, Shylock, kunnen we op u reeknen, zeg?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Signore Antonio, meermalen, vaak,</p>
-<p class="line">Hebt gij me op den Rialto doorgehaald</p>
-<p class="line">Ter zake van mijn leenen en mijn rente;</p>
-<p class="line">Ik zeide niets, maar trok de schouders op,</p>
-<p class="line">Want dulden is het erfdeel van ons volk.</p>
-<p class="line">Gij scholdt mij voor een onbekeerde, een bloedhond,</p>
-<p class="line">Gij spuwdet op mijn tabbaard&mdash;en dat alles,</p>
-<p class="line">Omdat ik weet te hand&rsquo;len met wat mijn is.</p>
-<p class="line">Welnu, thans blijkt het, dat ge mij behoeft,</p>
-<p class="line">Zoo is &rsquo;t; thans komt ge tot mij, en gij
-zegt:</p>
-<p class="line">&bdquo;Shylock, wij wenschen geld&rdquo;; en dat zegt
-gij,</p>
-<p class="line">Gij, die mijn baard bespuwdet, met den voet</p>
-<p class="line">Mij stiet, zooals ge een vreemden hond zoudt
-schoppen</p>
-<p class="line">Van uwen drempel, thans verlangt gij geld!</p>
-<p class="line">Wat moet ik tot u zeggen? moet ik zeggen:</p>
-<p class="line">&bdquo;Heeft een hond geld? Is &rsquo;t mooglijk, dat
-een bloedhond <span class="lineNum">122</span></p>
-<p class="line">Drieduizend stukken gouds u leent?&rdquo; Of moet
-ik</p>
-<p class="line">Ten grond toe buigen, en gelijk een schuldnaar</p>
-<p class="line">Met fluisterstem, waar needrigheid in suist,</p>
-<p class="line">Dus spreken:</p>
-<p class="line">&bdquo;Uw edelheid heeft Woensdag mij bespuwd,</p>
-<p class="line">Op dien dag weggeschopt, een ander maal</p>
-<p class="line">Mij hond genoemd; voor zooveel vriendelijkheid</p>
-<p class="line">Leen ik u zooveel geld?&rdquo;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Ik was in staat u weder zoo te noemen,</p>
-<p class="line">U weer te spuwen, met den voet te stooten.</p>
-<p class="line">Wilt gij dit geld ons leenen, leen het niet</p>
-<p class="line">Als aan uw vrienden,&mdash;vriendschap zou geen
-vrucht</p>
-<p class="line">Van dood metaal ooit eischen van zijn
-vriend,&mdash;</p>
-<p class="line">Maar leen &rsquo;t veeleer uw vijand uit, want
-blijft</p>
-<p class="line">Die in gebreke, des te scherper kunt gij</p>
-<p class="line">Het uiterste eischen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Het uiterste eischen.</span>
-Zie toch, welk een drift!</p>
-<p class="line">Ik wilde uw vriend zijn, vriendlijkheid u toonen,</p>
-<p class="line">Den smaad vergeten, dien &rsquo;k verduren moest,</p>
-<p class="line">Het noodige u verschaffen, en voor rente</p>
-<p class="line">Geen duit zelfs eischen, maar gij hoort niet eens;</p>
-<p class="line">Mijn aanbod is toch vriendlijk.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">&rsquo;t Zou vriendlijk zijn.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">&rsquo;t Zou vriendlijk
-zijn.</span> Ik doe die vriendlijkheid.&mdash;</p>
-<p class="line">Ga mee naar den notaris, teeken daar</p>
-<p class="line">Uw schuldbrief op uw naam; uit louter
-scherts,<span class="pagenum">[<a id="xd21e1518" href="#xd21e1518"
-name="xd21e1518">316</a>]</span></p>
-<p class="line">Opdat gij ziet, dat ik geen winst verlang,</p>
-<p class="line">Als gij mij niet op den bepaalden dag,</p>
-<p class="line">En daar of daar, die som of die, zooals</p>
-<p class="line">Uw schuldbekentnis luiden zal, betaalt,</p>
-<p class="line">Zij deze boete vastgesteld, dat ik</p>
-<p class="line">Een zuiver pond mag snijden van uw vleesch,</p>
-<p class="line">Uit welk deel van uw lichaam ik verkies.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Het zij zoo; op mijn woord; ik teeken &rsquo;t
-stuk,</p>
-<p class="line">En zeg: ook bij een jood is vriendlijkheid.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Neen, teeken zulk een borgtocht niet voor mij;</p>
-<p class="line">Veel liever blijf ik nog in mijn ellend&rsquo;.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Kom, vriend, geen angst; want ik betaal op tijd.</p>
-<p class="line">In minder dan twee maanden, dus een maand</p>
-<p class="line">V&oacute;&oacute;r ik &rsquo;t behoef, verwacht ik
-schepen binnen,</p>
-<p class="line">In waarde tien-, ja, twintigmaal deez&rsquo; som.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">O vader Abram! hoe de christnen toch,</p>
-<p class="line">Omdat zij zelf hardvochtig zijn, van andren</p>
-<p class="line">Hetzelfde denken!&mdash;&rsquo;k Bid u, zeg, zou
-mij,</p>
-<p class="line">Als hij eens in gebreke bleef, het innen</p>
-<p class="line">Der afgesproken boete voordeel zijn?</p>
-<p class="line">Een pondje menschenvleesch, gesneden van</p>
-<p class="line">Een man, is niet zoo goed, niet te verhandlen</p>
-<p class="line">Als vleesch van rund of schaap. Ik zeide, ik wensch</p>
-<p class="line">Zijn gunst, en bied mijn diensten. Neemt hij</p>
-<p class="line">Die aan, zeer gaarne; weigert hij, &rsquo;t zij
-uit;</p>
-<p class="line">Maar smaad mij niet, ik bid u, om mijn goedheid.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Shylock, ik ben bereid het stuk te teek&rsquo;nen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Gij ziet mij daadlijk weer, bij den notaris;</p>
-<p class="line">Geef gij hem op, wat hij te stellen heeft,</p>
-<p class="line">Met onze scherts er bij; ik zorg voor &rsquo;t geld</p>
-<p class="line">En pak het in, en &rsquo;k moet ook naar mijn huis,</p>
-<p class="line">Waarop een dienaar past, die niet te best</p>
-<p class="line">Betrouwbaar is, maar spoedig ben ik bij u.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Shylock</span>
-<i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Zoo haast u, goede jood.&mdash;Zie, deez&rsquo;
-Hebreër</p>
-<p class="line">Wordt waarlijk nog een christen; hij wordt goed.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Vertrouw geen goedheid van een boos
-gemoed.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Geen zorg; ik heb geen roekloosheid begaan;</p>
-<p class="line">Mijn schepen zijn een maand vooruit wel aan.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.ii" class="div1 act"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">Tweede Bedrijf.</h2>
-<div id="kvv.ii.1" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Eerste Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Belmont.</span> <i>Een vertrek in</i>
-<span class="sc">Portia&rsquo;s</span> <i>woning</i>.</p>
-<p class="stage"><i>Trompetgeschal. De Prins van Marocco met zijn
-Stoet</i>, <span class="sc">Portia</span>, <span class="sc">Nerissa</span> <i>en anderen van haar Gevolg komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Marocco.</p>
-<p id="kvv.ii.1.1" class="line">Versmaad mij om mijn kleur niet;
-&rsquo;t is de donkre</p>
-<p class="line">Livrei der helle zon, in wier nabijheid</p>
-<p class="line">Ik ben geboren en mijn zetel heb.</p>
-<p class="line">Maar koom&rsquo; de blankste jongling van het
-noorden,</p>
-<p class="line">Waar Febus&rsquo; gloed de ijskegels nauwlijks
-smelt,</p>
-<p class="line">En om uw min verwond&rsquo; zich elk van ons,</p>
-<p class="line">Tot proef, wiens bloed het roodst is, &rsquo;t zijn of
-&rsquo;t mijn.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Verklaar u, jonkvrouw, dit gelaat deed
-zelfs</p>
-<p class="line">Den stoutste sidd&rsquo;ren; &rsquo;k zweer u bij mijn
-min,</p>
-<p class="line">Dat het de fierste maagden van het zuid</p>
-<p class="line">Bekoren kon; en &rsquo;k ruilde niet mijn kleur,</p>
-<p class="line">Dan om, mijn koningin, uw hart te stelen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Mijn keuze, prins, wordt niet alleen geleid</p>
-<p class="line">Door wat een ijdel meisjeshart begeert;</p>
-<p class="line">De loterij, waaraan mijn toekomst hangt,</p>
-<p class="line">Ontneemt mij zelfs het recht van eigen keus;</p>
-<p class="line">Maar had mijn vader in zijn wijsheid mij</p>
-<p class="line">Niet zoo beperkt, en mij niet opgelegd</p>
-<p class="line">Slechts hem als echtgenoot te aanvaarden, die</p>
-<p class="line">Mij op de wijze wint, die ik u noemde,</p>
-<p class="line">Dan ware uw uitzicht, wijdvermaarde prins,</p>
-<p class="line">Wel even schoon als dat van eenig ander,</p>
-<p class="line">Die v&oacute;&oacute;r u naar mij dong. <span class="lineNum">22</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Marocco.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Die v&oacute;&oacute;r u naar
-mij dong.</span> Reeds hiervoor dank.</p>
-<p class="line">Ik bid u dus, geleid mij tot de kastjes,</p>
-<p class="line">Om mijn geluk te toetsen. Bij deez&rsquo;
-kling,&mdash;</p>
-<p id="kvv.ii.1.25" class="line">Die aan den Sophi, en een Perzisch
-prins,</p>
-<p class="line">Voor wien de Sultan Soliman driemaal</p>
-<p class="line">Het veld moest ruimen, &rsquo;t leven nam,&mdash;ik
-zou</p>
-<p class="line">Den fiersten blik der aard nog overfonklen,</p>
-<p class="line">Het kloekste hart der aard nog overtrotsen,</p>
-<p class="line">Aan de berin haar zuiglingwelpen nemen,</p>
-<p class="line">Den leeuw beschimpen, brullende om een prooi,</p>
-<p class="line">Voor uw bezit, signora. Maar helaas!</p>
-<p class="line">Als Hercules en Lichas met den teerling</p>
-<p class="line">Uitmaken wie het dapperst is, dan doet</p>
-<p class="line">Wellicht de zwakste hand den hoogsten worp,</p>
-<p class="line">En moet Alcides voor zijn schildknaap wijken;</p>
-<p class="line">En zoo kan mij, als blind geluk beslist,<span class="pagenum">[<a id="xd21e1761" href="#xd21e1761" name="xd21e1761">317</a>]</span></p>
-<p class="line">Ontgaan, wat aan een mindren man ten deel valt,</p>
-<p class="line">Zoodat ik sterf van smarte.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Zoodat ik sterf van
-smarte.</span> Zoo is &rsquo;t lot!</p>
-<p class="line">Beslis dus, dat gij afziet van de keus,</p>
-<p class="line">Of zweer vooraf, dat, als gij aav&rsquo;rechts
-kiest,</p>
-<p class="line">Gij u verbindt om nimmermeer een vrouw</p>
-<p class="line">Ten echt te vragen. Overweeg dus wel.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Marocco.</p>
-<p class="line">Ik zweer het, nimmer! Kom, de keus gewaagd!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Neen, eerst uw eed voor &rsquo;t altaar. Na den
-noen</p>
-<p class="line">Beproeft ge uw lot.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Marocco.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Beproeft ge uw lot.</span>
-Gelukst&egrave;r, toon uw macht,</p>
-<p class="line">Nu &rsquo;t zaligst heil of diepste ellend&rsquo; mij
-wacht!</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Trompetgeschal. Allen af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.ii.2" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Tweede Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een
-straat.</i></p>
-<p class="stage"><span class="sc">Lancelot Gobbo</span> <i>komt
-op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Zeker, mijn geweten zal wel toegeven, dat ik van dezen
-jood, mijn meester, wegloop. De booze is mij op de hielen, en verzoekt
-mij, en zegt: &bdquo;Gobbo, Lancelot Gobbo&rdquo;, of &bdquo;goede
-Gobbo&rdquo;, of <span class="corr" id="xd21e1824" title="Niet in bron">&bdquo;</span>goede Lancelot Gobbo, sta op, haal je
-beenen na je, loop weg&rdquo;. Mijn geweten zegt: &bdquo;neen; pas op,
-brave Lancelot&rdquo;, of, zooals daareven, &bdquo;brave Lancelot
-Gobbo, ga niet op den loop; stamp met je hielen, dat je den brui geeft
-van dat wegloopen&rdquo;. Goed, maar de verbenedijde booze drijft mij
-aan, mij weg te pakken, en zegt: &bdquo;Loop&rdquo; zegt de booze,
-&bdquo;voort!&rdquo; zegt de booze, &bdquo;in &rsquo;s hemels naam; heb
-een hart in &rsquo;t lijf&rdquo;, zegt de booze, &bdquo;en loop
-weg&rdquo;. Goed, maar mijn geweten werpt zich om den hals van mijn
-hart en zegt op wijzen toon tot mij: &bdquo;mijn brave vriend Lancelot,
-gij zoon van een braaf man&rdquo;,&mdash;of liever van een brave vrouw,
-want, inderdaad, van mijn vader gesproken, daar was wel een luchtje
-aan, hij had zoo zekere neigingen, zoo wat smaak in&mdash;, nu, mijn
-geweten dan zegt: &bdquo;Lancelot, blijf&rdquo;, &bdquo;blijf
-niet&rdquo; zegt de booze; &bdquo;blijf&rdquo;, zegt mijn geweten.
-Geweten, zeg ik, uw raad is goed; Booze, zeg ik, uw raad is ook goed;
-als ik aan mijn geweten gehoor geef, zou ik blijven bij den jood, mijn
-meester, die (God straffe mij, als ik lieg!) een soort van duivel is:
-en als ik van den jood wegliep, zou ik aan den booze gehoor geven, die,
-met verlof gezegd, de Duivel zelf is. Want dit is zeker, dat de jood de
-gevleeschelijkte duivel is; en, op mijn geweten, mijn geweten is een
-hard soort van geweten, dat het mij wil aanraden bij den jood te
-blijven. De booze geeft mij den besten vriendenraad; ik wil op den loop
-gaan, Booze; mijn hielen zijn tot uw dienst; ik wil op den loop
-gaan.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>De oude</i> <span class="sc">Gobbo</span> <i>komt
-op, met een mand</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Mosjeu, jonge heer, gij, wees zoo goed en zeg mij, wat
-is de weg naar mijnheer den jood zijn huis?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot</p>
-<p class="par"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Och
-hemel, daar is mijn echte vleeschelijke vader; hij heeft meer dan zand,
-hij heeft kiezel in zijn oogen en kent mij niet.&mdash;Ik wil toch eens
-wat excrementen met hem nemen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Mosjeu, jonge heer, wees zoo goed en zeg me, wat is de
-weg naar mijnheer den jood zijn huis?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Sla bij den eersten draai rechtsom, maar bij den
-allereersten draai linksom; maar onthoud, sla bij den allerallereersten
-draai noch rechts noch links om, maar sla dadelijk na een poos
-kaarsrecht af naar het huis van den jood.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Sapperment, dat zal een moeilijke weg wezen om te
-vinden. Kunt ge mij zeggen, of zekere Lancelot, die bij hem dient, bij
-hem dient of niet? <span class="lineNum">49</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Spreek je van den jongen mosjeu
-Lancelot?&mdash;<span class="stage">(<i>Ter zijde</i>).</span> Nu
-opgepast, nu leg ik hem het vuur aan de schenen.&mdash;Spreek je van
-den jongen mosjeu Lancelot?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Geen mosjeu, heer, maar de zoon van een armen drommel;
-zijn vader is, al zeg ik het zelf, een brave doodarme kerel, en, Gode
-zij dank, heel welvarend.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Wel, laat zijn vader wezen wat hij wil, wij spreken nu
-van den jongen mosjeu Lancelot.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Uw gehoorzame dienaar, en Lancelot kortaf, heer.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Maar ik bid je, <i>ergo</i>, oude man, <i>ergo</i>,
-verzoek ik je, spreek je van den jongen mosjeu Lancelot?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Uw edeles dienaar, en Lancelot, heer.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par"><i>Ergo</i>, mosjeu Lancelot; spreek niet van mosjeu
-Lancelot, vadertje; want die jonge heer heeft, ten gevolge van de
-noodlotten en lotsbeschikkingen en zulke vreemde gezegdens meer, de
-drie schikgodinnen en verdere geleerdhedens, het tijdelijke met het
-eeuwige verwisseld, of, om het platweg uit te drukken, hij is
-ter&mdash;hemel gevaren.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Och, och, God beware! de jongen was zoowaar de staf van
-mijn ouderdom, mijn eenige steunpilaar.</p>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e1925" href="#xd21e1925" name="xd21e1925">318</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot</p>
-<p class="par"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Zie ik er
-uit als een knuppel of een tentpaal, een staf of een pilaar?&mdash;Ken
-je mij niet, vader?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Ach hemel, ik ken u niet, jonge heer; maar ik bid u, zeg
-me, is mijn jongen, (God hebbe zijn ziel!) levend of dood?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Ken je mij niet, vader?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Helaas, mijnheer, ik ben half blind, ik ken u niet.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Neen, maar waarlijk, al hadt je je oogen, dan zou het
-nog wel kunnen gebeuren, dat je mij niet kende; &rsquo;t is een wijs
-vader, die zijn eigen kind kent. Komaan, oude man, ik zal je van je
-zoon bericht geven. <span class="stage">(<i>Hij knielt.</i>)</span>
-Geef mij uw zegen! De waarheid komt altijd aan het licht; een moord kan
-niet lang verborgen blijven, wel de zoon van een vader; maar toch, ten
-langen leste, komt de waarheid uit.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Ik bid u, heer, sta op; ik weet zeker, dat gij Lancelot,
-mijn jongen, niet zijt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Kom, ik bid je, alle gekheid op een stokje, maar geef
-mij je zegen; ik ben Lancelot, je jongen die was, je zoon die is, je
-kind dat wezen zal. <span class="lineNum">91</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Ik kan niet gelooven, dat gij mijn zoon zijt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Dan weet ik ook niet, wat ik er van denken moet, maar ik
-ben Lancelot, bij den jood in dienst, en, dat weet ik zeker, Margriet,
-je vrouw, is mijn moeder.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Ja wezenlijk, ze heet Margriet; en ik wil er op zweren,
-als je Lancelot bent, dat je dan mijn eigen vleesch en bloed bent.
-Maar, bij God en al zijn heiligen, wat een baard heb je gekregen; je
-hebt meer haar gekregen aan je kin, dan Hans, mijn sleeppaard, aan zijn
-staart heeft.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Dan lijkt het wel, dat Hans zijn staartharen achteruit
-groeien; toen ik hem het laatst gezien heb, had hij bepaald meer haren
-in zijn staart dan ik nu op mijn gezicht heb.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Heerej&eacute;, wat ben je veranderd! En kun je met je
-meester nog al overweg? Ik heb hem een present meegebracht. Hoe sta je
-tegenwoordig met elkaar?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Z&oacute;&oacute;, z&oacute;&oacute;,&mdash;; maar voor
-mijn part, daar ik het er op gezet heb om van hem weg te loopen, zoo
-wil ik niet rusten, voor ik een heel eind achter de hielen heb. Mijn
-meester is een echte jood; hem een present brengen! geef hem een strop.
-Ik ben in zijn dienst verhongerd; je kunt iederen vinger, dien ik heb,
-met mijn ribben tellen. Vader, ik ben blij, dat je gekomen bent; maar
-geef je present aan zekeren heer Bassanio, die wezenlijk prachtige
-nieuwe livreien geeft; als ik niet bij hem terecht kan komen, wil ik
-loopen, zoo ver Gods aardbodem reikt.&mdash;O, wat een tref, wat een
-geluk! daar komt hij aan;&mdash;naar hem toe, vader; want ik ben een
-jood, als ik nog langer bij den jood blijf.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Bassanio</span> <i>komt op, met</i>
-<span class="sc">Leonardo</span> <i>en andere Bedienden</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">Zoo kun je het wel doen;&mdash;maar je moet er zoo veel
-spoed achter zetten, dat het avondmaal op zijn laatst tegen vijf uur
-gereed is. Bezorg deze brieven; maak dat de livreien in orde komen en
-verzoek Gratiano dadelijk bij mij te komen in mijn huis.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Een Bediende gaat heen.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Nu naar hem toe, vader.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">God zegene uwe edelheid.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">Dank je zeer; wou je iets van mij hebben?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Hier is mijn zoon, heer, een arme jongen. <span class="lineNum">129</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Niet een arme jongen, heer, maar de knecht van den
-rijken jood; en die graag, heer, zooals mijn vader zal
-spezivizeeren&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Hij heeft een groote infectie, heer, om zoo te zeggen,
-om bij u&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Inderdaad, heer, het kort en het lang van de zaak is,
-dat ik bij den jood in dienst ben, en declinatie heb, zooals mijn vader
-zal spezivizeeren&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Zijn meester en hij, met verlof van uw edelheid, leven
-zoo wat als kat en hond,&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Om kort te gaan, de zuivere waarheid is, heer, dat de
-jood mij verongelijkt heeft, en dat maakt, zooals mijn vader, die naar
-ik hoop een oud man is, u fructivizeeren zal&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Ik heb hier een duivenschoteltje, dat ik aan uw edelheid
-wensch te vereeren, en mijn verzoek is,&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Om zoo kort mogelijk te zijn, het verzoek interruppeert
-mijzelf, zooals uw edelheid hooren zal van dezen braven ouden man, die,
-al zeg ik het zelf, schoon een oud man, toch een arm man en mijn vader
-is.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">Niet beiden te gelijk;&mdash;wat wil je? spreek!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Bij u in dienst komen, heer.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gobbo.</p>
-<p class="par">Ja, dat is het, dat wij u willen opponeeren, heer.</p>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e2103" href="#xd21e2103" name="xd21e2103">319</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Ik ken u wel; &rsquo;t verzoek is toegestaan;</p>
-<p class="line">Shylock, uw heer, beval vandaag u aan</p>
-<p class="line">Voor deez&rsquo; bevordring, zoo &rsquo;t bevordring
-is,</p>
-<p class="line">Uit zulk een dienst als van een rijken jood,</p>
-<p class="line">Te komen bij een armen edelman.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Het oude gezegde, heer, is zeer goed verdeeld tusschen
-mijn meester Shylock en u; gij hebt de genade Gods, heer, en hij heeft
-vele goederen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>tot</i> <span class="sc">Lancelot</span>).</span> Zeer juist. <span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Gobbo</span>.)</span> Ga heen nu,
-vader met uw zoon,&mdash;</p>
-<p class="line">Neem afscheid van uw vroeg&rsquo;ren heer en kom</p>
-<p class="line">Dan aan mijn huis.&mdash;<span class="stage">(<i>Tot
-zijn Bedienden.</i>)</span> Bezorgt hem een livrei,</p>
-<p class="line">Wat meer bestrikt dan de andre; let daarop.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Kom, vader.&mdash;Neen, ik kan geen dienst krijgen; wel
-neen, ik heb mijn tongetje niet tot mijn dienst.&mdash;Nu, <span class="stage">(<i>Hij bekijkt de binnenvlakte van zijn hand.</i>)</span> als
-er in Italië iemand zoo&rsquo;n mooie handpalm heeft om op de
-schrift te zweren! of ik ook geluk zal hebben!&mdash;Kijk eens, welk
-een onnoozel levenslijntje; &rsquo;t is me daar een kleinigheidje
-vrouwen; acht, tien, vijftien vrouwen is nog niets: elf weduwen en
-negen jonge dochters is wel een onnoozel inkomen voor &eacute;&eacute;n
-man; en dan, driemaal bijna te verdrinken, en mijn leven haast te
-verliezen aan den rand van een veerenbed;&mdash;dat noem ik er genadig
-afkomen! Ik moet zeggen, als Fortuin een vrouw is, dan is zij in
-d&agrave;t opzicht een goeie meid.&mdash;Kom, vader; ik zal in een
-ommezientje klaar wezen met dat afscheidnemen van den jood.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lancelot</span> <i>en de
-oude</i> <span class="sc">Gobbo</span> <i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Ik bid u, Leonardo, denk hieraan;</p>
-<p class="line">En kom, is dit gekocht en alles klaar, <span class="lineNum">179</span></p>
-<p class="line">Terstond terug, want al mijn goede vrienden</p>
-<p class="line">Onthaal ik dezen avond. Haast u, ga.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Leonardo.</p>
-<p class="line">Ik doe mijn best; gij zult tevreden zijn.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Gratiano</span> <i>komt op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Waar is uw meester?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Leonardo.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Waar is uw meester?</span>
-Heer, daar gaat hij juist.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Leonardo</span>
-<i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Signor Bassanio!&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Signor Bassanio!&mdash;</span>
-Gratiano!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Ik wensch een gunst van u!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker"><span class="corr" id="xd21e2243" title="Bron: Bassiano">Bassanio</span>.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Ik wensch een gunst van
-u!</span> Ze is toegestaan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Ja, toestaan moet ge; ik moet met u naar Belmont.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Wat moet, dat moet; maar hoor dan toch, Gratiano,</p>
-<p class="line">Gij zijt te wild, te ruw, te luid van stem;</p>
-<p class="line">&rsquo;t Gaat u goed af, en is volstrekt geen fout</p>
-<p class="line">In oogen zooals de onze; maar het wordt,</p>
-<p class="line">Waar men u zoo niet kent, al licht te vrij,</p>
-<p class="line">Te dol gevonden;&mdash;temper, zoo gij kunt,</p>
-<p class="line">Met enkle koude drupp&rsquo;len stemmigheid</p>
-<p class="line">Uw dart&rsquo;len geest; opdat ik, door uw
-woestheid,</p>
-<p class="line">Niet word&rsquo; miskend, en wat ik wensch en hoop</p>
-<p class="line">Niet derven moog&rsquo;.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Niet derven moog&rsquo;.</span>
-Gerust maar, vriend Bassanio;</p>
-<p class="line">Hul ik mij niet in stemmige eerbaarheid,</p>
-<p class="line">Praat ik niet deftig, vloek slechts nu en dan,</p>
-<p class="line">En is mijn blik niet zedig, draag ik niet</p>
-<p class="line">Een kerkboek in mijn zak, en houd ik niet</p>
-<p class="line">Mijn hoed voor de oogen bij &rsquo;t gebed, en
-zucht</p>
-<p class="line">Ik niet, en zeg ik niet ootmoedig
-&bdquo;amen&rdquo;,</p>
-<p class="line">Neem ik naar eisch niet iedren vorm in acht,</p>
-<p class="line">Als een, die om de gunst van grootmama</p>
-<p class="line">Een uitgestreken facie toont, geloof mij</p>
-<p class="line">Dan in &rsquo;t vervolg nooit meer.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Dan in &rsquo;t vervolg nooit
-meer.</span> Wij zullen zien,</p>
-<p class="line">Hoe gij u houden zult.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Hoe gij u houden zult.</span>
-Maar, vriendlief, hoor,</p>
-<p class="line">Deze avond geldt nog niet, gij moogt mij niet</p>
-<p class="line">Verkett&rsquo;ren om van avond.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Verkett&rsquo;ren om van
-avond.</span> Zeker niet,</p>
-<p class="line">Dat zou wel jammer zijn, ik zou u eer</p>
-<p class="line">Verzoeken uitgelaten dol te wezen,</p>
-<p class="line">Want onze vrienden willen vroolijkheid.</p>
-<p class="line">Doch nu vaarwel; ik heb nog wat te doen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">En ik moet naar Lorenzo en de vrienden,</p>
-<p class="line">Maar kom met hen van avond goed op tijd.</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.ii.3" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Derde Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>Een kamer in</i>
-<span class="sc">Shylock&rsquo;s</span> <i>huis</i>.</p>
-<p class="stage"><span class="sc">Jessica</span> <i>en</i> <span class="sc">Lancelot</span> <i>komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Het spijt me, dat ge ons huis verlaten gaat;</p>
-<p id="kvv.ii.3.2" class="line">Het is een hel, en gij, een snaaksche
-duivel,</p>
-<p class="line">Hebt soms de slepende uren mij verkort.</p>
-<p class="line">Maar &rsquo;t ga u goed; neem deez&rsquo; dukaat van
-mij;</p>
-<p class="line">En, Lanc&rsquo;lot, hoor; straks ziet ge op &rsquo;t
-avondfeest</p>
-<p class="line">Als gast van uwen nieuwen heer, Lorenzo;</p>
-<p class="line">Geef hem deez&rsquo; brief, maar doe het in &rsquo;t
-geheim;</p>
-<p class="line">En nu vaarwel; ik wil niet, dat mijn vader</p>
-<p class="line">Ons samen spreken ziet.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Atj&eacute;!&mdash;tranen verlangen mijn tong.&mdash;Gij
-allerliefst heidinneke, allerzoetst Jodinneke! Als een Christen niet
-voor schelm heeft gespeeld en uw hart gestolen, dan weet ik er niets
-meer van. Maar atj&eacute;, deze bespottelijke druppels verdrinken mijn
-manlijkheid te veel; atj&eacute;.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lancelot</span>
-<i>af</i>.)</p>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e2402" href="#xd21e2402" name="xd21e2402">320</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Vaarwel, vriend Lancelot.&mdash;</p>
-<p class="line">Ach, hoe afschuw&rsquo;lijk is het toch in mij,</p>
-<p class="line">Dat ik mij schaam mijns vaders kind te zijn!</p>
-<p class="line">Maar ben ik ook zijn dochter naar den bloede,</p>
-<p class="line">Ik ben &rsquo;t niet naar den geest.&mdash;O, mijn
-Lorenzo,</p>
-<p class="line">Geen strijd meer, neen; ik word, blijft gij mij
-trouw,</p>
-<p class="line">Christinne, en met een hart vol liefde uw vrouw.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Jessica</span>
-<i>af</i>.)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.ii.4" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Vierde Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>Een straat.</i></p>
-<p class="stage"><span class="sc">Gratiano</span>, <span class="sc">Lorenzo</span>, <span class="sc">Salarino</span> <i>en</i>
-<span class="sc">Solanio</span> <i>komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Hoort toe, wij sluipen weg van &rsquo;t avondmaal,</p>
-<p class="line">Vermommen ons bij mij aan huis en zijn</p>
-<p class="line">Dan allen in een uur terug.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Wij zijn op zulk een feest niet voorbereid.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">Voor fakkeldragers is niet eens gezorgd.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">&rsquo;t Moet puik in orde zijn, of &rsquo;t is niets
-waard;</p>
-<p class="line">En dan zij &rsquo;t, dunkt mij, liever niet
-begonnen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Het is nog pas vier uur; wij hebben dus</p>
-<p class="line">Nog twee uur v&oacute;&oacute;r ons. <span class="lineNum">9</span></p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Lancelot</span> <i>komt op, met een
-brief</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="line"><span class="hemistich">Nog twee uur v&oacute;&oacute;r
-ons.</span> Lanc&rsquo;lot, zoo! wat nieuws?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Als uwe edelheid dezen brief gelieft te openen, zal het
-schijnen te verduidelijken.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Ik ken de hand; ja, &rsquo;t is een schoone hand,</p>
-<p class="line">En blanker dan &rsquo;t papier, waarop zij schreef,</p>
-<p class="line">De schoone hand, die schreef.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">De schoone hand, die
-schreef.</span> Een minnebriefje!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>wil weggaan</i>).</span> Met uw
-verlof, heer.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Zeg, waar moet gij heen?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Och heer, ik moet mijn ouden meester den Jood gaan
-intiveeren om bij mijn nieuwen meester den Christen van avond het
-nachtmaal te komen gebruiken.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Ziedaar, <span class="stage">(<i>Hij geeft hem
-geld.</i>)</span>&mdash;en zeg de schoone Jessica,</p>
-<p class="line">Dat ze op mij reek&rsquo;nen kan;&mdash;zeg &rsquo;t
-heimlijk; ga.&mdash;</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lancelot</span>
-<i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="line">Mijn heeren,</p>
-<p class="line">Maakt ge alles nu voor &rsquo;t maskerfeest gereed?</p>
-<p class="line">Ik heb al iemand, die mijn fakkel draagt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">Goed, op mijn woord, ik maak het daad&rsquo;lijk
-klaar.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">Ik ook.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">En komt dan, na een uur zoo wat,</p>
-<p class="line">Aan Gratiano&rsquo;s huis; daar vindt ge ons
-tweeën.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is goed, wij zullen komen.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Salarino</span> <i>en</i>
-<span class="sc">Solanio</span> <i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Die brief was van de schoone Jessica?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">U moet ik alles zeggen: zie, zij schreef,</p>
-<p class="line">Hoe ik haar uit haars vaders huis moet schaken;</p>
-<p class="line">Hoe ze is voorzien van goud en edelsteenen;</p>
-<p class="line">Hoe ze in een page zich verkleeden zal.</p>
-<p class="line">Komt ooit de jood, haar vader, in den hemel,</p>
-<p class="line">Dan is &rsquo;t ter wille van zijn dochter slechts;</p>
-<p class="line">En waagt ooit rampspoed haren weg te kruisen,</p>
-<p class="line">Dan is er niets, dat zulk een doen verschoont,</p>
-<p class="line">Dan dat zij &rsquo;t kind is van een valschen
-jood.&mdash;</p>
-<p class="line">Kom mede, en zie dit onderweg maar in;</p>
-<p class="line">Mij draagt de schoone Jessica de fakkel.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.ii.5" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Vijfde Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>De straat voor</i>
-<span class="sc">Shylock&rsquo;s</span> <i>huis</i>.</p>
-<p class="stage"><span class="sc">Shylock</span> <i>en</i> <span class="sc">Lancelot</span> <i>komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Nu, gij zult zien, met eigen oogen zien,</p>
-<p class="line">Hoe anders &rsquo;t is bij Shylock en
-Bassanio;&mdash;</p>
-<p class="line">H&eacute;, Jessica!&mdash;voorwaar, gij zult bij
-hem</p>
-<p class="line">Niet slapen, snorken, telkens kleeren
-scheuren!&mdash;</p>
-<p class="line">H&eacute;, Jessica, nog eens!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">H&eacute;, Jessica, nog
-eens!</span> H&eacute;, Jessica!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Wie zeide u haar te roepen? &rsquo;k zei &rsquo;t u
-niet.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Uwe edelheid heeft mij vroeger altijd gezeid, dat ik
-nooit iets kan doen, of het moest mij gezeid worden.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Wat is &rsquo;t? Gij hebt geroepen? <span class="lineNum">10</span></p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Jessica</span> <i>komt op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Ben uitgevraagd ten eten, Jessica;</p>
-<p class="line">Daar zijn mijn sleutels.&mdash;Maar waarom zou &rsquo;k
-gaan?</p>
-<p class="line">Men vraagt mij niet als vriend, maar om te vleien;</p>
-<p class="line">Maar ik, ik ga uit haat, en help den christen</p>
-<p class="line">Zijn goed verspillen.&mdash;Jessica, mijn kind,</p>
-<p class="line">Pas op mijn huis;&mdash;ik ga met tegenzin;</p>
-<p class="line">Er broeit iets, vrees ik, dat mijn rust verstoort;</p>
-<p class="line">Ik heb van nacht van zakken gouds gedroomd.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Ik bid u, heer, kom; mijn jonge meester wacht op uw
-bezoeking.</p>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e2740" href="#xd21e2740" name="xd21e2740">321</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Die zal wel gebeuren.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">En ze hebben saamgezworen,&mdash;ik wil niet zeggen, dat
-gij een maskerade zult zien, maar als gij er een ziet, dan was het niet
-voor niets, dat mijn neus begon te bloeden op den laatsten
-Paaschmaandag &rsquo;s morgens om zes uur, die dat jaar viel op
-Asschenwoensdag voor vier jaren in den namiddag.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Wat, zijn daar maskers? Hoor mij, Jessica!</p>
-<p class="line">Sluit dan de deur, en als gij tromm&rsquo;len hoort</p>
-<p class="line">En dat gegil van kromgenekte fluiten,</p>
-<p class="line">Klim dan niet tot het venster op en steek</p>
-<p id="kvv.ii.5.33" class="line">Uw hoofd niet op de straat, en kijk
-niet uit</p>
-<p class="line">Naar dat geverfd gelaat van christenzotten;</p>
-<p class="line">Maar stop dan de ooren van mijn woning,&mdash;&rsquo;k
-meen</p>
-<p class="line">Mijn vensters,&mdash;dicht, opdat mijn eerbaar huis</p>
-<p class="line">&rsquo;t Geraas dier flauwe zotternij niet
-hoore.&mdash;</p>
-<p class="line">Ik zweer bij Jacobs staf, ik heb geen zin</p>
-<p class="line">Om buitenshuis van avond feest te vieren;</p>
-<p class="line">Toch wil ik gaan.&mdash;Gij knaap, ga voor mij uit;</p>
-<p class="line">Zeg, dat ik kom.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Zeg, dat ik kom.</span> Ik zal
-vooruitgaan, heer.&mdash;</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>Fluisterend tot</i>
-<span class="sc">Jessica</span>.)</span> Maar kijk, meestres, alevel
-&rsquo;t venster uit;</p>
-<p class="line xd21e2796">Dra passeert een christen goed,</p>
-<p class="line xd21e2796">Waard, dat een jodin hem groet.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lancelot</span>
-<i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Wat zeide daar die gek, die zone Hagars? <span class="lineNum">43</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="par">Hij zeide mij vaarwel en anders niet.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">De dwaas is goedig, maar een wolf in &rsquo;t eten;</p>
-<p class="line">Bij &rsquo;t werk een slak, in &rsquo;t slapen
-overdag</p>
-<p class="line">Een wilde kat; ik wil geen hommels houden;</p>
-<p class="line">En daarom ga hij heen, en ga hij heen</p>
-<p class="line">Naar iemand, wien hij den geborgden buidel</p>
-<p class="line">Moog&rsquo; helpen le&ecirc;gen.&mdash;Jessica, naar
-binnen;</p>
-<p class="line">Misschien kom ik zoo daad&rsquo;lijk wel terug;</p>
-<p class="line">Doe wat ik zeide en sluit de deuren goed;</p>
-<p class="line xd21e2839">&bdquo;Een dichte kast, weert meen&rsquo;gen
-gast;&rdquo;</p>
-<p class="line">Zoo spreekt een elk, die op zijn zaken past.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Shylock</span>
-<i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="par">Vaarwel;&mdash;en als Fortuin mij niet bestrijdt,</p>
-<p class="par">Ben ik een vader, gij een dochter kwijt.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Jessica</span>
-<i>af</i>.)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.ii.6" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Zesde Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span></p>
-<p class="stage"><span class="sc">Gratiano</span> <i>en</i>
-<span class="sc">Salarino</span> <i>komen op, gemaskerd</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Dit is het afdak, waar Lorenzo ons</p>
-<p class="line">Verzocht te wachten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Verzocht te wachten.</span>
-&rsquo;t Uur is haast voorbij.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">En &rsquo;t is een wonder, dat hij &rsquo;t uur
-verzuimt;</p>
-<p class="line">Verliefden zijn meestal de klok vooruit.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">O, tienmaal sneller vliegen Venus&rsquo; duiven</p>
-<p class="line">Om nieuwe liefdebanden te bezeeg&rsquo;len,</p>
-<p class="line">Dan om gezworen trouw gestand te doen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Ja, dat gaat door: wie staat ooit van een feest</p>
-<p class="line">Met zooveel eetlust op, als hij ging zitten?</p>
-<p class="line">Waar is het paard, dat op zijn lange baan</p>
-<p class="line">Terugdraaft met hetzelfde ondoofbre vuur,</p>
-<p class="line">Waarmee het steig&rsquo;rend wegstoof? Ieder ding</p>
-<p class="line">Wordt met meer vuur begeerd dan wel genoten.</p>
-<p class="line">Ziet, hoe, gelijk een jong en kwistig zwakhoofd,</p>
-<p class="line">Het nieuwe jacht daar zee kiest, vlag in top,</p>
-<p class="line">Door dartel windgestreel gekust, geliefkoosd!</p>
-<p class="line">Hoe keert het weer als de verloren zoon,</p>
-<p class="line">De spanten bloot en met gescheurde zeilen,</p>
-<p class="line">Verarmd en naakt door &rsquo;t dartel windgestreel!</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Lorenzo</span> <i>komt op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">Daar komt Lorenzo;&mdash;later dus &rsquo;t vervolg.
-<span class="lineNum">20</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Verschoont mij, lieve vrienden, dat ik toefde;</p>
-<p class="line">&rsquo;k Had veel te doen; dat draag&rsquo; de schuld,
-niet ik.</p>
-<p class="line">Maar is &rsquo;t &ugrave;w beurt eens om een vrouw te
-stelen,</p>
-<p class="line">Dan wacht ik even lang op u.&mdash;Komt hier;</p>
-<p class="line">Hier woont mijn jodenvader.&mdash;Wie is thuis?</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Jessica</span> <i>verschijnt aan
-&rsquo;t venster, in jongensgewaad</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Wie is daar? Zeg &rsquo;t voor alle zekerheid,</p>
-<p class="line">Hoewel ik zweren zou de stem te kennen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Lorenzo, en uw liefste.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Lorenzo, zeker; en mijn liefste, ja;</p>
-<p class="line">Want wien heb ik zoo lief? Maar wie, Lorenzo,</p>
-<p class="line">Staat voor u in, dat ik u &rsquo;t liefste ben?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">De hemel en uw hart zijn mijn getuigen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Hier, vang dit mandje; &rsquo;t is de moeite waard.</p>
-<p class="line">Goed, dat het nacht is, en ge mij niet ziet;</p>
-<p class="line">Want ik ben erg beschaamd in deez&rsquo;
-verkleeding;</p>
-<p class="line">Maar liefde is blind; verliefden kunnen niet</p>
-<p class="line">De vreemde streken zien, die zij bedrijven;</p>
-<p class="line">Maar konden zij &rsquo;t, Cupido zelf zou blozen,</p>
-<p class="line">Als hij mij zoo als jongen zag verkleed.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Kom af, gij moet mijn fakkeldrager zijn.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Wat! moet ik &rsquo;t licht doen vallen op mijn
-schande?</p>
-<p class="line">Die is, voorwaar, van zelf reeds veel te licht.</p>
-<p class="line">Dit is een post, mijn lief, die openbaart,</p>
-<p class="line">En &rsquo;k moet verborgen zijn.</p>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e3038" href="#xd21e3038" name="xd21e3038">322</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">En &rsquo;k moet verborgen
-zijn.</span> Dat blijft gij, liefste,</p>
-<p class="line">Als u &rsquo;t bevallig pagekleed omhult.</p>
-<p class="line">Maar haast u thans;</p>
-<p class="line">Of de ons bevriende nacht gaat vluchtling spelen,</p>
-<p class="line">En men verwacht ons bij Bassanio&rsquo;s feest.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Ik ga de kasten sluiten en verguld mij</p>
-<p class="line">Met meer dukaten nog, en kom dan fluks.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Zij gaat weg van &rsquo;t
-venster.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Ze is, bij mijn kap, Godinne, geen Jodinne.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">God straff&rsquo; me, zoo &rsquo;k haar niet oprecht
-bemin;</p>
-<p class="line">Verstandig is ze, als ik er iets van weet;</p>
-<p class="line">En schoon is ze, als mijn oog mij niet bedriegt;</p>
-<p class="line">En trouw is ze ook, dat heeft ze reeds getoond.</p>
-<p class="line">En, zooals ze is, verstandig, schoon en trouw,</p>
-<p class="line">Wordt zij mijn te&ecirc;r en trouw beminde vrouw.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Jessica</span> <i>komt op,
-beneden</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Zoo, zijt ge er reeds?&mdash;Dan, heeren, voort, met
-spoed;</p>
-<p class="line">Ginds wacht ons al sinds lang de maskerstoet.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Hij gaat heen, met</i> <span class="sc">Jessica</span> <i>en</i> <span class="sc">Salarino</span>.)</p>
-<p class="stage">(<span class="sc">Antonio</span> <i>komt op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Wie daar?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Wie daar?</span> Signore
-Antonio?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Gratiano, foei! En waar zijn nu al de andren?</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is negen uur; de vrienden wachten
-u.&mdash;</p>
-<p class="line">Geen maskerade thans; de wind is om;</p>
-<p class="line">Bassanio wil op &rsquo;t oogenblik aan boord;</p>
-<p class="line">Ik zond wel twintig man om u te zoeken.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Zeer gaarne, ja; want niets staat meer mij aan,</p>
-<p class="line">Dan nog van avond scheep en weg te gaan.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.ii.7" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Zevende Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Belmont.</span> <i>Een zaal in</i>
-<span class="sc">Portia&rsquo;s</span> <i>huis</i>.</p>
-<p class="stage"><i>Trompetgeschal.</i> <span class="sc">Portia</span>
-<i>en de Prins van Marocco komen op, beiden met Gevolg</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Goed, schuif den voorhang open en onthul</p>
-<p class="line">De kastjes alle voor deez&rsquo; eed&rsquo;len
-prins;&mdash;</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot den Prins.</i>)</span> Doe
-thans uw keus.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Marocco.</p>
-<p class="line">Van goud het eerste, dat tot opschrift heeft:</p>
-<p class="line">&bdquo;Die mij verkiest, verkrijgt, wat menig man
-begeert&rdquo;.</p>
-<p class="line">Van zilver &rsquo;t tweede, dat ons dit belooft:</p>
-<p class="line">&bdquo;Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij
-verdient&rdquo;.</p>
-<p class="line">Dit derde, zwaar, van lood, met plomp vermaan:</p>
-<p class="line">&bdquo;Die mij verkiest, die wage en geve al wat hij
-heeft&rdquo;.</p>
-<p class="line">Hoe weet ik nu, of ik het rechte kies?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Slechts &eacute;&eacute;n er van bevat mijn
-beelt&rsquo;nis, prins;</p>
-<p class="line">En kiest ge dat, dan ben ikzelf ook de uwe.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Marocco.</p>
-<p class="line">Een God bestuur&rsquo; mijn oordeel dan! Laat zien;</p>
-<p class="line">Nog eens wil ik die spreuken overlezen.</p>
-<p class="line">Wat zegt dit looden kastje?</p>
-<p class="line">&bdquo;Die mij verkiest, die geve en wage al wat hij
-heeft&rdquo;.</p>
-<p class="line">Die geev&rsquo;&mdash;voor wat? voor lood? hij
-waag&rsquo; voor lood?</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is taal, die dreigt. En zij, die alles
-wagen,</p>
-<p class="line">Doen dit op hoop van kostelijk gewin;</p>
-<p class="line">Een gouden geest bukt niet naar schuim van erts;</p>
-<p class="line">En &igrave;k geef niets en waag ook niets, voor
-lood.</p>
-<p class="line">Wat zegt het zilver, met zijn maagdeglans?</p>
-<p class="line">&bdquo;Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij
-verdient&rdquo;.</p>
-<p class="line">Zooveel als hij verdient!&mdash;Denk na, Marocco,</p>
-<p class="line">En weeg uw eigen waarde op de juiste hand;</p>
-<p class="line">Waardeert men u, zooals ge uzelven schat,</p>
-<p class="line">Genoeg is uw verdienste; schoon, genoeg</p>
-<p class="line">Kan ontoereikend wezen voor de jonkvrouw.</p>
-<p class="line">Doch, angst te koestren over mijn verdienste,</p>
-<p class="line">Waar&rsquo; zwak, onwaardig twijflen aan mijzelf.</p>
-<p class="line">Zooveel als ik verdien!&mdash;Nu, &rsquo;t is de
-jonkvrouw;</p>
-<p class="line">&rsquo;k Verdien haar door geboorte en door mijn
-goed&rsquo;ren, <span class="lineNum">32</span></p>
-<p class="line">Door gaven der natuur en door beschaving,</p>
-<p class="line">Maar bovenal verdien ik haar door liefde.</p>
-<p class="line">Als ik niet verder ging, en dit verkoos?&mdash;</p>
-<p class="line">Maar toch, die spreuk van &rsquo;t goud nog
-overwogen!</p>
-<p class="line">&bdquo;Die mij verkiest, verkrijgt, wat menig man
-begeert&rdquo;.</p>
-<p class="line">Nu, dat &rsquo;s de jonkvrouw; iedereen begeert
-haar,</p>
-<p class="line">En iedre hoek der aard brengt pelgrims aan,</p>
-<p class="line">Om &rsquo;t sterflijk, aad&rsquo;mend heiligbeeld te
-kussen.</p>
-<p class="line">Hyrcanië&rsquo;s wouden, de onafzienbre
-vlakten</p>
-<p class="line">Van &rsquo;t woest Arabië zijn gebaande wegen</p>
-<p class="line">Voor vorsten thans, tot schoone Portia;</p>
-<p class="line">Het rijk der waatren, dat met fiere kruinen</p>
-<p class="line">Den hemel in &rsquo;t gelaat spuwt, keert ze niet,</p>
-<p class="line">Die zoo vermeet&rsquo;le vreemden; neen, ze komen,</p>
-<p class="line">Als door een beek, tot schoone Portia.&mdash;</p>
-<p class="line">E&eacute;n van deez&rsquo; drie omsluit haar hemelsch
-beeld.</p>
-<p class="line">Is &rsquo;t denkbaar, dat haar lood
-omsluit?&mdash;&rsquo;t Waar&rsquo; lastring,</p>
-<p class="line">Zoo iets te denken; &rsquo;t lood is te verachtlijk</p>
-<p class="line">Om zelfs in &rsquo;t donkre graf haar w&acirc; te
-ompants&rsquo;ren.&mdash;</p>
-<p class="line">Of is &rsquo;t te denken, dat ze in zilver huist,</p>
-<p class="line">Wel tienmaal minder waard dan &rsquo;t loutre goud?</p>
-<p class="line">O zondig denkbeeld! zulk een rijk juweel</p>
-<p class="line">Wordt steeds in goud gevat. In Eng&rsquo;land is</p>
-<p id="kvv.ii.7.56" class="line">Een munt, van goud, gestempeld met een
-engel,</p>
-<p class="line">Maar daar is &rsquo;t beeld eens engels bovenop;</p>
-<p class="line">Hier ligt een engel, door een gulden bed</p>
-<p class="line">Geheel omsloten.&mdash;Geef den sleutel mij;</p>
-<p class="line">Dit is mijn keus; geluk, wees aan mijn zij!</p>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e3327" href="#xd21e3327" name="xd21e3327">323</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Daar, neem hem, prins; en is mijn beeld hierin,</p>
-<p class="line">Dan ben ik de uwe.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>Bij ontsluit het gouden kastje.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Marocco.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Dan ben ik de uwe.</span> O,
-hel, wat vind ik hier?</p>
-<p class="line">Een grijnzend doodshoofd, en in de oogkas ligt</p>
-<p class="line">Een opgerold geschrift?&mdash;Ik wil het lezen.</p>
-<p class="line xd21e3349">&bdquo;Al wat blinkt, is nog geen goud,</p>
-<p class="line xd21e3349">Wis is dit u vaak ontvouwd;</p>
-<p class="line xd21e3349">Menig heeft den schijn vertrouwd,</p>
-<p class="line xd21e3349">Maar te laat zijn doen berouwd.</p>
-<p class="line xd21e3349">Gulden graven zijn gebouwd,</p>
-<p class="line xd21e3349">Waar de worm toch huis in houdt.</p>
-<p class="line xd21e3349">Waart gij even wijs als stout,</p>
-<p class="line xd21e3349">Jong van le&ecirc;n, van oordeel oud,</p>
-<p class="line xd21e3349">&rsquo;t Afscheid hadt ge niet
-aanschouwd:</p>
-<p class="line xd21e3349">Al uw gloed laat Portia koud.&rdquo;</p>
-<p class="line xd21e2796">Koud voorwaar en moeite om niet;</p>
-<p class="line xd21e2796">Welkom, koude; en gloed, ontvlied!&mdash;</p>
-<p class="line">Leef, Portia, wel! Het vonnis doet mij pijn;</p>
-<p class="line">&rsquo;k Verloor; zoo moog&rsquo; dan kort het afscheid
-zijn!</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Marocco af, met zijn Gevolg.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">O heuglijk eind!&mdash;Trek weer den voorhang
-toe;&mdash;</p>
-<p class="line">Dat elk, die hem gelijkt, die keuze doe.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.ii.8" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Achtste Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een
-straat.</i></p>
-<p class="stage"><span class="sc">Salarino</span> <i>en</i>
-<span class="sc">Solanio</span> <i>komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">Ja, vriend, ik zag Bassanio onder zeil;</p>
-<p class="line">Gratiano heeft zich met hem ingescheept,</p>
-<p class="line">Maar zeker is Lorenzo niet op &rsquo;t schip.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">De jood, die hondsvot, tierde, tot de doge</p>
-<p class="line">Met hem Bassanio&rsquo;s schip ging onderzoeken.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">Hij kwam te laat; het was reeds onder zeil.</p>
-<p class="line">Toen echter kwam den doge dra ter oore,</p>
-<p class="line">Dat men Lorenzo en zijn Jessica</p>
-<p class="line">Gezien had in een gondel; bovendien</p>
-<p class="line">Gaf ook Antonio de verzeek&rsquo;ring, dat</p>
-<p class="line">Zij niet Bassanio op zijn schip verzelden.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">Nooit hoorde ik zulk een teugellooze woede,</p>
-<p class="line">Zoo vreemd, zoo heftig, zoo van &rsquo;t een op
-&rsquo;t ander,</p>
-<p class="line">Als van dien jood, dien hond, daar op de straat:</p>
-<p class="line">&bdquo;Mijn dochter!&mdash;Mijn dukaten!&mdash;O mijn
-dochter!&mdash;</p>
-<p class="line">En met een christen!&mdash;O, mijn christ&rsquo;lijke
-dukaten!&mdash;</p>
-<p class="line">O recht en wet! mijn dochter! mijn dukaten!</p>
-<p class="line">E&eacute;n zak, twee zak, verzegeld, vol dukaten!</p>
-<p class="line">Dubb&rsquo;le dukaten;&mdash;en mijn dochter stal
-ze!</p>
-<p class="line">Juweelen ook, twee steenen, kostbre steenen!</p>
-<p class="line">Mijn dochter stal ze!&mdash;Rakkers, zoekt die
-deern!</p>
-<p class="line">Mijn steenen heeft ze bij zich, mijn
-dukaten!&rdquo;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">De straatjeugd van Venetië schreeuwt hem
-na:&mdash;</p>
-<p class="line">&bdquo;Zijn steenen, zijn dukaten en zijn
-dochter!&rdquo;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">Als nu Antonio maar op tijd betaalt,</p>
-<p class="line">Want anders zal hij &rsquo;t boeten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Want anders zal hij &rsquo;t
-boeten.</span> Ja, zeer juist.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Was gistren met een Franschman aan het
-praten;</p>
-<p class="line">Die zeide mij, dat in de nauwe zee,</p>
-<p class="line">Die Frankrijk scheidt van Eng&rsquo;land, er een
-schip</p>
-<p class="line">Vergaan was, rijk bevracht, en hier van daan.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Dacht daad&rsquo;lijk aan Antonio, toen hij
-&rsquo;t zeide,</p>
-<p class="line">En wenschte in stilte: &bdquo;zij dat niet van
-hem!&rdquo;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">Gij moet hem toch vertellen, wat ge hoort;</p>
-<p class="line">Maar niet te plotsling, want het mocht hem leed
-doen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line">Er is geen trouwer hart op aard; ik zag</p>
-<p class="line">Bassanio&rsquo;s afscheid van Antonio. <span class="lineNum">36</span></p>
-<p class="line">Bassanio zeide, dat hij spoed zou maken</p>
-<p class="line">Om we&ecirc;r te keeren; &bdquo;Doe dat niet&rdquo;,
-was &rsquo;t antwoord,</p>
-<p class="line">&bdquo;Verbroddel niet om mij uw zaak, Bassanio.</p>
-<p class="line">Neen, laat de tijd haar rijpen. Wat den schuldbrief</p>
-<p class="line">Betreft, dien ik den jood geteekend heb,</p>
-<p class="line">Die rijz&rsquo; niet voor uw geest naast uwe
-liefde;</p>
-<p class="line">Wees opgeruimd en wijd al uw gedachten</p>
-<p class="line">Aan hoflijkheid en de uiting uwer liefde,</p>
-<p class="line">Aan al wat ginds u &rsquo;t beste passen
-zal.&rdquo;</p>
-<p class="line">Toen reikte hij,&mdash;zijn oog schoot vol van
-tranen,&mdash;</p>
-<p class="line">Met afgewend gelaat zijn vriend de hand,</p>
-<p class="line">En schudde, met een wonderdiepe ontroering,</p>
-<p class="line">Met kracht Bassanio&rsquo;s hand. Zoo scheidden
-zij.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Geloof, is hem de wereld nog iets waard,</p>
-<p class="line">Dan is &rsquo;t om hem. Kom, zoeken wij hem op,</p>
-<p class="line">En zij door scherts of boert die somberheid,</p>
-<p class="line">Die hem beving, verjaagd.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Die hem beving,
-verjaagd.</span> Ja, doen wij dat!</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.ii.9" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Negende Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Belmont.</span> <i>Een zaal in</i>
-<span class="sc">Portia&rsquo;s</span> <i>woning</i>.</p>
-<p class="stage"><span class="sc">Nerissa</span> <i>komt op, met een
-Bediende</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">Kom, spoedig, spoedig, trek den voorhang weg;</p>
-<p class="line">De prins van Arragon heeft de&rsquo; eed gedaan</p>
-<p class="line">En komt zoo daad&rsquo;lijk zijn geluk beproeven.</p>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e3603" href="#xd21e3603" name="xd21e3603">324</a>]</span></p>
-<p class="stage">(<i>Trompetgeschal. De Prins van Arragon en</i>
-<span class="sc">Portia</span> <i>komen op, beiden met Gevolg</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Gij ziet, daar staan de kastjes, edel prins;</p>
-<p class="line">Verkiest gij dat, waarin mijn beeltnis is,</p>
-<p class="line">Dan wordt terstond het huwlijksfeest gevierd;</p>
-<p class="line">Maar faalt uw keuze, heer, dan moet gij ook</p>
-<p class="line">Terstond en zonder tegenspraak vertrekken.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Arragon.</p>
-<p class="line">Drie dingen zijn door de&rsquo; eed mij opgelegd:</p>
-<p class="line">Ten eerste, nimmer iemand te openbaren,</p>
-<p class="line">Welk kastje ik koos; dan, mocht ik &rsquo;t rechte
-kastje</p>
-<p class="line">Niet treffen, nimmer in mijn leven meer</p>
-<p class="line">De hand van een&rsquo;ge vrouw te vragen;
-eind&rsquo;lijk,</p>
-<p class="line">Indien &rsquo;t geluk me een juiste keus ontzegt,</p>
-<p class="line">Hier niet te toeven maar terstond te gaan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Hiertoe verplicht zich elk bij eede, die</p>
-<p class="line">Voor mijn onwaardig &igrave;k de kans komt wagen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Arragon.</p>
-<p class="line">Ik nam het op mij. Thans, Fortuin, vervul</p>
-<p class="line">Mijn hartewensch!&mdash;Goud, zilver, waardloos
-lood!</p>
-<p class="line">&bdquo;Die mij verkiest, die geve en wage al wat hij
-heeft&rdquo;;</p>
-<p class="line">Glans vrij wat schooner, eer ik geef of
-waag!&mdash;</p>
-<p class="line">Wat zegt het gouden kastje? Laat eens zien:&mdash;</p>
-<p class="line">&bdquo;Die mij verkiest, verkrijgt wat menig man
-begeert.&rdquo; <span class="lineNum">24</span></p>
-<p class="line">Wat menig man begeert!&mdash;dit menig meent
-wellicht</p>
-<p class="line">De dwaze menigt&rsquo;, die naar schijn slechts
-kiest,</p>
-<p class="line">Niet meer ziet dan het ijdel oog kan leeren,</p>
-<p id="kvv.ii.9.28" class="line">Niet in het binnenst dringt, maar als
-de zwaluw</p>
-<p class="line">Haar bouw bevestigt aan den buitenwand,</p>
-<p class="line">Geheel aan storm en toeval prijsgegeven.</p>
-<p class="line">Ik kies niet, neen, wat menig man begeert,</p>
-<p class="line">Ik wil mij niet naar lage geesten schikken,</p>
-<p class="line">Niet voegen bij den grooten dommen hoop.</p>
-<p class="line">Dus thans tot u, gij zilvren schatbewaarder,</p>
-<p class="line">Zeg mij het opschrift, dat gij draagt, nog eens:</p>
-<p class="line">&bdquo;Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij
-verdient&rdquo;.</p>
-<p class="line">Zeer goed gezegd: want wie durft stout Fortuin</p>
-<p class="line">Verschalken, en zich eere stelen, waar</p>
-<p class="line">Verdienstes stempel op ontbreekt! Dat niemand</p>
-<p class="line">Een onverdiende waardigheid zich eigen&rsquo;!</p>
-<p class="line">O, werden goed&rsquo;ren, rang en ambten nooit</p>
-<p class="line">Op laak&rsquo;bre wijs verworven; eere steeds</p>
-<p class="line">Onwraakbaar, door verdienste alleen, gekocht!</p>
-<p class="line">Hoe menig dekte zich, die blootshoofds staat;</p>
-<p class="line">Hoe menig, die beveelt, wierd dan de dienaar!</p>
-<p class="line">Wat laag gepeupel zou de wan niet schiften</p>
-<p class="line">Uit wat het zaad der eere is; hoeveel tarwe</p>
-<p class="line">Waar&rsquo; niet te lezen uit het kaf der tijden,</p>
-<p class="line">En weer tot eer te brengen!&mdash;Maar, de
-keuze:&mdash;</p>
-<p class="line">&bdquo;Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij
-verdient.&rdquo;</p>
-<p class="line">Ik kies verdienste;&mdash;ontsluit mij dit, opdat</p>
-<p class="line">Me onthuld zij, hoe &rsquo;t geluk mij is gezind.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>Hij ontsluit het zilveren kastje.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="par">Te lang gedraald voor dat, wat gij daar vindt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Arragon.</p>
-<p class="line">Wat is dit hier? Het beeld eens zots, dat me
-aangrijnst,</p>
-<p class="line">En een geschrift mij reikt? Ik wil het lezen.</p>
-<p class="line">Hoe weinig zijt ge aan Portia gelijk!</p>
-<p class="line">Hoe weinig aan mijn hoop en mijn verdiensten!</p>
-<p class="line">&bdquo;Die mij verkiest, verkrijgt zooveel als hij
-verdient.&rdquo;</p>
-<p class="line">Verdien ik dan niets beters dan een zotskop?</p>
-<p class="line">Is dat mijn loon? Is mijn verdienste zoo?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Misdoen en rechtspraak gaan niet samen; &rsquo;t
-een</p>
-<p class="line">Verschilt in aard van &rsquo;t ander.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Arragon.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Verschilt in aard van &rsquo;t
-ander.</span> Wat staat hier?</p>
-<p class="line xd21e3349">&bdquo;Zevenmaal in &rsquo;t vuur geheet</p>
-<p class="line xd21e3349">Werd dit zilver, en gesmeed;</p>
-<p class="line xd21e3349">Zevenmaal is hij doorkneed,</p>
-<p class="line xd21e3349">Die nooit dwaze keuze deed.</p>
-<p class="line xd21e3349">Menig greep een schaduw beet,</p>
-<p class="line xd21e3349">Die hem door de handen gleed.</p>
-<p class="line xd21e3349">Dwazen zijn er, zoo ik weet,</p>
-<p class="line xd21e3349">Als deez&rsquo; nar, in zilvren kleed.
-<span class="lineNum">69</span></p>
-<p class="line xd21e3349">Kies een meisje, grof of fijn,</p>
-<p class="line xd21e3349">Altijd is uw hoofd als &rsquo;t mijn;</p>
-<p class="line xd21e3349">Gaat, laat dit genoeg u zijn.&rdquo;</p>
-<p class="line xd21e3349">Grooter nar schijn ik mij toe,</p>
-<p class="line xd21e3349">Als ik hier nog toeven doe.</p>
-<p class="line xd21e3349">E&eacute;nen zotskop bracht ik mee,</p>
-<p class="line xd21e3349">En ik ga nu weg met twee.&mdash;</p>
-<p class="line xd21e3349">Nu, vaarwel, ik houd mijn eed,</p>
-<p class="line xd21e3349">Zal geduldig zijn in &rsquo;t leed.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>De Prins van Arragon met Gevolg
-af.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Dat de mot de vlam niet meed!</p>
-<p class="line">O, o, die wijze narren! als zij kiezen,</p>
-<p class="line">Zijn zij zoo wijs, door wijsheid te verliezen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">Hoe goed het oude spreekwoord het toch wist!</p>
-<p class="line">Wie hangt, wie huwt, wordt door het lot beslist.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Kom, trek &rsquo;t gordijn we&ecirc;r toe, Nerissa.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>Een Bediende komt op.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bediende.</p>
-<p class="line">Waar is mijn jonkvrouw?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Waar is mijn jonkvrouw?</span>
-Hier; wat wil mijn heer?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bediende.</p>
-<p class="line">Mejonkvrouw, aan de poort is afgestegen</p>
-<p class="line">Een jong Venetiaan, om u te melden,</p>
-<p class="line">Dat weldra zijn gebieder u begroet;</p>
-<p class="line">Hij brengt van deze&rsquo; u liefdevolle groeten,</p>
-<p class="line">Behalve hoff&rsquo;lijk schoone woorden, gaven</p>
-<p class="line">Van hooge waarde; en nimmer zag ik nog</p>
-<p class="line">Een liefdebo&ocirc;, zoo goed zijn boodschap
-waard;<span class="pagenum">[<a id="xd21e3865" href="#xd21e3865" name="xd21e3865">325</a>]</span></p>
-<p class="line">Want nooit kwam in April een dag zoo schoon,</p>
-<p class="line">Om ons den fraaien zomer te voorspellen,</p>
-<p class="line">Als deze bo&ocirc; vooraf zijn heer ons meldt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Genoeg, ik bid u; ik begin te vreezen,</p>
-<p class="line">Dat gij zoo daad&rsquo;lijk zegt: &bdquo;hij is mijn
-bro&ecirc;r:&rdquo;</p>
-<p class="line">Zoo feestlijk zijt ge in &rsquo;t roemen van zijn
-lof.</p>
-<p class="line">Nerissa, kom; &rsquo;k wil zien wie &rsquo;t is, die
-zoo</p>
-<p class="line">Zijn liefde ons meldt, reeds door zijn
-liefdebo&ocirc;.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">Geef, liefdegod, het zij Bassanio!</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.iii" class="div1 act"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">Derde Bedrijf.</h2>
-<div id="kvv.iii.1" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Eerste Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een
-straat.</i></p>
-<p class="stage"><span class="sc">Solanio</span> <i>en</i> <span class="sc">Salarino</span> <i>komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="par">Nu, wat nieuws is er op den Rialto?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="par">Ja, het wordt nog maar niet tegengesproken, dat Antonio
-een schip met rijke lading in die nauwe doorvaart verloren heeft.
-<a id="kvv.iii.1.4" name="kvv.iii.1.4"></a>De Goodwins, geloof ik, heet
-de plaats, een gevaarlijke zandbank en als noodlottig bekend; er moeten
-vrij wat wrakken van groote schepen begraven liggen, als moei Gerucht
-een eerlijk wijf is, waar men op aan kan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="par">Ik wou, dat ze in dit geval zoo&rsquo;n leugenachtige
-klappei bleek, als er ooit &eacute;&eacute;n gember geknauwd heeft of
-haar buren heeft wijsgemaakt, dat ze treurde om den dood van haar
-derden man. Maar het is waar,&mdash;zonder in wijdloopigheid te
-vervallen en van den effen grooten weg van het gesprek af te
-wijken,&mdash;dat de goede Antonio, die rechtschapen Antonio,&mdash;o,
-had ik een benaming, goed genoeg om zijn naam gezelschap te
-houden!&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="par">Kom, besluit! <span class="lineNum">17</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="par">Ach, wat zegt gij?&mdash;Nu, het eind van &rsquo;t lied
-is, hij heeft een schip verloren.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="par">Ik wou, dat het zeker ook het eind was van zijn
-verliezen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="par">Laat ik bijtijds hier &bdquo;amen&rdquo; op zeggen, eer
-de duivel mijn gebed in den weg loopt, want daar komt hij aan, in de
-gedaante van een jood.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Shylock</span> <i>komt op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="par first">Wel, Shylock, wat nieuws onder de
-kooplu&icirc;?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Gij wist, niemand zoo goed, niemand zoo goed als gij,
-van de vlucht van mijn dochter.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="par">Dat is waar; ik van mijn kant wist van den man, die haar
-de vleugels voor het wegvliegen gemaakt heeft.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="par">En Shylock, van zijn kant, wist dat het vogeltje al wel
-vlug was; en dan ligt het bij allen in den aard, dat zij het nest
-ontvluchten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Zij zal er verdoemd voor zijn.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="par">Ja zeker, als de duivel haar rechter mag wezen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Mijn eigen vleesch en bloed in opstand!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="par">O foei, oude kreng, in opstand op jouw jaren!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Ik zeg, mijn dochter in mijn vleesch en bloed.
-<span class="lineNum">40</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="par">Er is meer verschil tusschen jouw vleesch en het hare,
-dan tusschen git en ivoor, meer tusschen je beider bloed, dan tusschen
-rooden wijn en Rijnschen;&mdash;maar zeg ons, heb je ook gehoord, of
-Antonio op zee het een of ander verlies heeft geleden of niet.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Dat is ook al weer een kwade zaak voor me; een
-bankroetier, een verkwister, die te nauwernood zijn gezicht op den
-Rialto durft laten kijken;&mdash;een bedelaar, die altijd als een groot
-heer op de markt kwam,&mdash;laat hem denken aan zijn schuldbrief; hij
-noemde mij altoos een woekeraar,&mdash;laat hem denken aan zijn
-schuldbrief; hij leende altijd geld uit christelijke
-liefelijkheid,&mdash;laat hem denken aan zijn schuldbrief!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="par">Nu, je zult natuurlijk, als hij in gebreke mocht
-blijven, zijn vleesch niet nemen; waar kan dat voor dienen?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Om er visch mee te vangen; en als niets anders er mee
-gediend is, dan is mijn wraak er mee gediend. Hij heeft mij beschimpt,
-mij benadeeld voor een half millioen, gelachen bij mijn verliezen,
-gegrijnsd bij mijn winsten, mijn volk gesmaad, mijn handel
-gedwarsboomd, mijn vrienden koud, mijn vijanden warm gemaakt; en waarom
-toch, waarom?&mdash;Omdat ik een jood ben. Heeft een jood dan geen
-oogen? Heeft een jood geen handen, geen armen, geen beenen, geen
-gevoel, geen begeerten, geen hartstochten? wordt hij niet gevoed door
-&rsquo;tzelfde voedsel, verwond door dezelfde wapens, bezocht door
-dezelfde ziekten, genezen door dezelfde middelen, warm <span class="pagenum">[<a id="xd21e4034" href="#xd21e4034" name="xd21e4034">326</a>]</span>en koud door denzelfden winter en zomer, als
-een christen? Als gij ons een messteek geeft, bloeden wij dan niet? als
-gij ons vergiftigt, sterven wij dan niet? en als gij ons beleedigt,
-zullen wij dan geen wraak nemen? Als wij in het overige zijn als gij,
-willen wij ook daarin u gelijken. Als een christen door een jood
-beleedigd wordt, wat is dan zijn deemoedigheid?&mdash;wraakzucht. Als
-een jood door een christen beleedigd wordt, wat moet, naar
-christenvoorbeeld, zijn lijdzaamheid wezen? wel, wraakzucht. Het booze,
-dat gijlieden mij leert, dat wil ik doen,&mdash;en het zou mij
-tegenvallen, als ik het niet nog beter deed dan mijn meesters.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>Een Bediende komt op.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bediende.</p>
-<p class="par">Edele Heeren, Antonio, mijn meester, is tehuis en
-verlangt u beiden te spreken.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="par">Wij hebben hem al overal gezocht.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Tubal</span> <i>komt op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="par">Daar komt een ander van dat gebroedsel; een derde is er
-wel niet bij te passen, of de duivel zelf moest jood worden.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Salarino</span>,
-<span class="sc">Solanio</span> <i>en Bediende af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Zoo Tubal, wat voor tijdingen uit Genua? hebt gij mijn
-dochter gevonden?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Tubal.</p>
-<p class="par">Ik ben verscheiden keeren geweest, waar van haar
-gesproken werd, maar haarzelf heb ik niet kunnen vinden. <span class="lineNum">86</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Och, och, och, och! Een diamant weg! heeft me toch
-tweeduizend dukaten gekost te Frankfort! De vloek is nu pas over ons
-volk gekomen; ik heb hem nog nooit gevoeld dan nu; tweeduizend dukaten
-met dat eene en dan nog andere kostelijke, kostelijke juweelen! Ik wou,
-dat mijn dochter dood voor mij lag en de juweelen in haar oor! ik wou,
-dat ze gekist lag aan mijn voeten en de dukaten in haar kist! Geen
-tijding van hen?&mdash;O, o! en dat zoeken heeft me al ik weet niet
-hoeveel gekost; och, sch&acirc; op sch&acirc;! De dief met
-z&oacute;&oacute;veel weg, en dan z&oacute;&oacute;veel om den dief te
-vinden, en geen voldoening nog, geen wraak! en geen ongeluk gebeurt er,
-dat niet op mijn hoofd neerkomt, geen zuchten dan die ik slaak, geen
-tranen dan die ik vergiet!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Tubal.</p>
-<p class="par">Toch, andere menschen hebben ook ongelukken; Antonio,
-zooals ik in Genua hoorde,&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Wat, wat, wat? ongelukken? ongelukken?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Tubal.</p>
-<p class="par">&mdash;heeft een galjoen verloren, dat van Tripoli
-kwam.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Goddank, Goddank!&mdash;Is het waar? is het waar?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Tubal.</p>
-<p class="par">Ik heb eenige matrozen gesproken, die uit de schipbreuk
-gered zijn.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Ik dank u, goede Tubal,&mdash;goede tijding, goede
-tijding; ha! ha!&mdash;Waar? In Genua?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Tubal.</p>
-<p class="par">Uw dochter heeft in Genua, naar ik hoorde, op
-&eacute;&eacute;n avond tachtig dukaten verdaan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Ge boort een dolk in mijn hart!&mdash;nooit zie ik mijn
-geld terug; tachtig dukaten zoo in eens! tachtig dukaten!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Tubal.</p>
-<p class="par">Verscheiden schuldeischers van Antonio zijn met me naar
-Venetië gereisd; die zeggen, dat het niet anders kan, of hij moet
-over den kop gaan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Dat doet me goed; ik zal hem pijnigen, ik zal hem
-folteren; dat doet me goed.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Tubal.</p>
-<p class="par">Een van hen liet me een ring zien, dien hij van uw
-dochter gekregen had voor een aap. <span class="lineNum">124</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">O, mijn vloek op haar! ge martelt me, Tubal; <a id="kvv.iii.1.126" name="kvv.iii.1.126"></a>het was mijn turkoois; ik heb
-hem van Lea gekregen, toen we nog niet getrouwd waren; ik had hem niet
-gegeven voor een bosch vol apen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Tubal.</p>
-<p class="par">Maar met Antonio is het zeker mis.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="par">Ja, dat &rsquo;s waar, dat &rsquo;s zeker waar; ga,
-Tubal, <a id="kvv.iii.1.131" name="kvv.iii.1.131"></a>huur een
-gerechtsdienaar voor me; bespreek hem een veertien daag vooruit; ik zal
-zijn hart hebben, als hij in gebreke blijft; want als hij Venetië
-uit is, kan ik zaken doen, zooveel ik verkies; ga, ga, Tubal; we vinden
-elkaar we&ecirc;r in onze synagoge; ga, goede Tubal; in onze synagoge,
-Tubal!</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.iii.2" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Tweede Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Belmont.</span> <i>Een zaal in</i>
-<span class="sc">Portia&rsquo;s</span> <i>woning</i>.</p>
-<p class="stage"><span class="sc">Bassanio</span>, <span class="sc">Portia</span>, <span class="sc">Gratiano</span>, <span class="sc">Nerissa</span> <i>en Gevolg komen op. De kastjes staan
-gereed.</i></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Ik bid u, wacht nog; toef een dag of twee,</p>
-<p class="line">Aleer gij &rsquo;t waagt; kiest gij verkeerd, dan
-moet</p>
-<p class="line">Ik ook uw bijzijn derven; stel &rsquo;t nog uit,</p>
-<p class="line">Een stem spreekt in mij,&mdash;neen, het is geen
-liefde,&mdash;</p>
-<p class="line">Dat ik u niet wil missen, en gij weet</p>
-<p class="line">Het zelf wel, dat geen haat deez&rsquo; raad u
-geeft;</p>
-<p class="line">Maar hoor;&mdash;ik wensch, dat gij mij goed
-begrijpt,&mdash;</p>
-<p class="line">Een maagd mag enkel met gedachten spreken,&mdash;</p>
-<p class="line">Zoo gaarne hield ik u een maand of twee</p>
-<p class="line">Terug, aleer gij &rsquo;t waagt. Ik kon u wijzen</p>
-<p class="line">Welk kastje &rsquo;t is, maar dan ware ik
-meineedig,&mdash;<span class="pagenum">[<a id="xd21e4232" href="#xd21e4232" name="xd21e4232">327</a>]</span></p>
-<p class="line">Dat word ik nooit! En zoo kunt gij mij missen,</p>
-<p class="line">Doch doet gij dit, dan wekt ge een boozen wensch,</p>
-<p class="line">Dat ik meineedig waar geweest. Uw oogen,&mdash;</p>
-<p class="line">O, toovermacht!&mdash;zij hebben mij gedeeld,</p>
-<p class="line">En de eene helft is de uwe, de andre de uwe,&mdash;</p>
-<p class="line">De mijne, meende ik, maar het mijne is &rsquo;t
-uwe,</p>
-<p class="line">En zoo is alles &rsquo;t uwe. O! booze tijd,</p>
-<p class="line">Die eig&rsquo;naars van hun recht versteekt, en zoo</p>
-<p class="line">Is &rsquo;t uwe niet het uwe.&mdash;Faalt uw keus,</p>
-<p class="line">Fortuin verdient dan eeuw&rsquo;ge pijn, niet ik.</p>
-<p class="line">Ik spreek te lang, maar &rsquo;t is slechts om den
-tijd</p>
-<p class="line">Te rekken; &rsquo;k win nog tijd en houd u af</p>
-<p class="line">Van uwe keus.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Laat tot de keus mij toe,</p>
-<p class="line">Want thans is &rsquo;t mij, als lag ik op de
-pijnbank.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Wat! op de pijnbank? O, beken mij dan,</p>
-<p class="line">Wat hoogverraad zich in uw liefde mengt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p id="kvv.iii.2.28" class="line">Verraad? geen ander dan
-vreesachtigheid,</p>
-<p class="line">Wantrouwen op &rsquo;t verwerven van uw liefde;</p>
-<p class="line">Want eerder leefden vuur en sneeuw in vre&ecirc;,</p>
-<p class="line">Dan dat verraad zich aan mijn liefde paarde.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Thans ducht ik, dat ge als op de pijnbank spreekt,</p>
-<p class="line">Want dan zegt ieder alles wat verlangd wordt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Beloof mij &rsquo;t leven, en ik zal bekennen.
-<span class="lineNum">34</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Beken en leef.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Beken en leef.</span> &rsquo;k
-Beken, ik heb u lief;</p>
-<p class="line">Ziedaar, wat mijn bekent&rsquo;nis wezen kan.</p>
-<p class="line">O, zaal&rsquo;ge foltring, als de folteraar</p>
-<p class="line">Mij zelve &rsquo;t antwoord leert voor mijn
-bevrijding!</p>
-<p class="line">Maar thans &rsquo;t geluk beproefd, de keus
-gewaagd!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Welnu dan, &rsquo;t zij; ik ben in een der kastjes;</p>
-<p class="line">Hebt gij mij lief, dan kiest gij &rsquo;t rechte
-wel,&mdash;</p>
-<p class="line">Nerissa en gij andren, gaat terug.&mdash;</p>
-<p class="line">Maar dat muziek bij &rsquo;t doen der keuze
-klink&rsquo;;</p>
-<p class="line">Want mist hij &rsquo;t doel, dan groete, als bij een
-zwaan,</p>
-<p class="line">Muziek zijn stervensstonde; ja, dit beeld</p>
-<p class="line">Is waar en juist; mijn oog is dan de stroom,</p>
-<p class="line">Zijn vochtig doodsbed. Maar hij kan ook winnen;</p>
-<p class="line">En wat is dan muziek? Dan is muziek</p>
-<p class="line">Als &rsquo;t juub&rsquo;len, waar een opgetogen
-volk</p>
-<p class="line">Zijn pasgekroonden vorst me&ecirc; groet, of als</p>
-<p class="line">De zoete tonen van den morgenstond,</p>
-<p class="line">Die in des bru&icirc;goms droomend oor weerklinken,</p>
-<p class="line">En hem ten huw&rsquo;lijk roepen. Ziet, hij treedt,</p>
-<p class="line">Niet minder fier, maar liefd&rsquo;rijker van hart</p>
-<p id="kvv.iii.2.55" class="line">Dan jonge Alcides, toen hij de
-eed&rsquo;le maagd,</p>
-<p class="line">Door &rsquo;t snikkend Troje &rsquo;t monster
-toegewijd,</p>
-<p class="line">Van zeek&rsquo;ren dood ging redden; ik ben &rsquo;t
-offer;</p>
-<p class="line">Die andren ginds zijn de Dardaansche vrouwen,</p>
-<p class="line">Ontdaan en weenend saamgestroomd, om de&rsquo;
-uitslag</p>
-<p class="line">Van &rsquo;t heldenfeit te zien.&mdash;Ga,
-Hercules!</p>
-<p class="line">Leeft gij, dan leef ik;&mdash;o, hoe klopt mij &rsquo;t
-hart;</p>
-<p class="line">Veel meer dan u, die moedig &rsquo;t noodlot tart.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>Muziek, terwijl</i> <span class="sc">Bassanio</span> <i>bij de kastjes met zichzelf te rade
-gaat</i>.)</p>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par">LIED.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Eerste stem.</p>
-<p id="kvv.iii.2.63" class="line xd21e2796">Zegt, van waar de wufte
-min?</p>
-<p class="line xd21e2796">Sluipt zij &rsquo;t hart of &rsquo;t hoofd
-ons in?</p>
-<p class="line xd21e2796">Zegt me, wat is haar begin?</p>
-<p class="line xd21e4391">Antwoord, antwoord!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Tweede stem.</p>
-<p class="line xd21e2796">&rsquo;t Oog is &rsquo;t, dat haar &rsquo;t
-leven schenkt,</p>
-<p class="line xd21e2796">&rsquo;t Leven door het zien verlengt,</p>
-<p class="line xd21e2796">En haar ook tot sterven wenkt.</p>
-<p class="line xd21e4391">Luid haar uit, gij klokgebrom!</p>
-<p class="line xd21e4391">Ik begin het: bim, bam, bom!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Koor.</p>
-<p class="line xd21e4391">Bim, bam, bom!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Hoe vaak is &rsquo;t uiterlijk aan &rsquo;t wezen
-vreemd;</p>
-<p class="line">Steeds wordt de wereld door vertoon bedrogen.</p>
-<p class="line">In &rsquo;t recht, wat zaak is ooit zoo voos en
-valsch,</p>
-<p class="line">Die niet, door schrandre en gladde tong verfraaid,</p>
-<p class="line">Den schijn van &rsquo;t kwaad bemantelt? In den
-godsdienst, <span class="lineNum">77</span></p>
-<p class="line">Wat vloekb&rsquo;re dwaling, die door
-vroomheidsschijn</p>
-<p class="line">Niet wordt geheiligd, met een tekst gesteund,</p>
-<p class="line">En de&rsquo; onzin niet door schoon vertoon
-verbergt?</p>
-<p class="line">Geen boosheid, die de slimheid mist, om zich</p>
-<p class="line">Met de&rsquo; uiterlijken schijn van deugd te
-sieren.</p>
-<p class="line">Hoe menig lafaard, aan een trap van zand</p>
-<p class="line">Gelijk in vastheid, draagt niet om de kin</p>
-<p class="line">Den baard van Hercules of fellen Mars,</p>
-<p id="kvv.iii.2.86" class="line">Al bergt de lever zelfs geen druppel
-gal?</p>
-<p class="line">Hij kiest dit als een merk van dapperheid</p>
-<p class="line">Alleen om barsch te schijnen. Ziet, de schoonheid;</p>
-<p class="line">Gij vindt die mede bij &rsquo;t gewicht gekocht;</p>
-<p class="line">En bij die &rsquo;t doet, bewerkt natuur een
-wonder:</p>
-<p class="line">Die weegt het minst, wie &rsquo;t meeste zich
-bezwaart;</p>
-<p class="line">Die gulden lokken, zich als slangen kronklend,</p>
-<p class="line">Die dartlen bij het suizen van den wind</p>
-<p class="line">Om wat men schoon gelooft, wie kent ze niet,</p>
-<p class="line">Dat er natuur een ander hoofd mee sierde?</p>
-<p class="line">De schedel, waar ze op groeiden, rust in &rsquo;t
-graf.</p>
-<p class="line">Zoo is dan sieraad slechts &rsquo;t bedrieglijk
-strand</p>
-<p class="line">Van zeeën vol gevaars, de schoone sluier,</p>
-<p class="line">Een spookgestalte omhullend, in &eacute;&eacute;n
-woord,</p>
-<p class="line">Schijnwaarheid, tooisel van den sluwen tijd,</p>
-<p class="line">Om wijzen te verschrikken.&mdash;Pronkrig goud,</p>
-<p class="line">Gij harde Midaskost, u wil ik niet;</p>
-<p class="line">Noch u, gij bleeke, lage slaaf, gereed</p>
-<p class="line">Tot iedren dienst; maar u, gij glansloos lood,</p>
-<p class="line">Die eerder dreigend spreekt dan iets belooft,</p>
-<p class="line">Geen glans of opschrift trekt mij aan als gij;</p>
-<p class="line">U kies ik;&mdash;dat mijn keuze vreugde zij!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">O, hoe elke andre hartstocht nu in lucht</p>
-<p class="line">Verdwijnt, beklemdheid, bange twijfelzucht,</p>
-<p class="line">En wanhoop en verbeten jaloezie!<span class="pagenum">[<a id="xd21e4498" href="#xd21e4498" name="xd21e4498">328</a>]</span></p>
-<p class="line">O, liefde! matig uw vervoering en gebi&ecirc;</p>
-<p class="line">Dien stroom van vreugde kalmte; boven &rsquo;t peil</p>
-<p class="line">Verheft zij zich, ik voel &rsquo;t; o, minder &rsquo;t
-heil</p>
-<p class="line">Of de overmaat is doodlijk!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>het looden kastje
-openend</i>).</span> Wat is dit?</p>
-<p class="line">Het beeld van Portia? Wat halfgod kwam</p>
-<p class="line">Het scheppen zoo nabij? Beweegt dit oog?</p>
-<p class="line">Of schijnt het door het trillen van de mijne</p>
-<p class="line">Bewogen? Zie, de lippen oop&rsquo;nen zich</p>
-<p class="line">Voor nectar-adem, die er doorgaat: lieflijk</p>
-<p class="line">Moet wezen, wat zoo lieve zusters scheidt!</p>
-<p class="line">En &rsquo;t haar! De schilder weefde, een spin
-gelijk,</p>
-<p class="line">Een gulden net, dat mannenharten vangt,</p>
-<p class="line">Als muggen in een spinweb. Maar die oogen,</p>
-<p class="line">Kon hij ze zien en schild&rsquo;ren? Had hij &rsquo;t
-een</p>
-<p class="line">Gemaald, dan moest het, dunkt mij, be&icirc; de
-zijne</p>
-<p class="line">Hem rooven en dus eenig blijven. Maar,</p>
-<p class="line">Wat spreek ik? Al mijn lof blijft even ver</p>
-<p class="line">Beneden deze schim, als deze schim</p>
-<p class="line">De waarheid achterna hinkt.&mdash;O, ziehier</p>
-<p class="line">&rsquo;t Geschrift, dat kort begrip van mijn geluk!</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>Hij leest.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="line xd21e2796">&bdquo;Gij, die, niet door schijn
-verblind,</p>
-<p class="line xd21e2796">Alles waagt en &rsquo;t ware vindt!</p>
-<p class="line xd21e2796">Daar ge deze maagd bemint,</p>
-<p class="line xd21e2796">Dat ze u nu voor &rsquo;t leven
-bind&rsquo;;</p>
-<p class="line xd21e2796">Is haar &bdquo;ja&rdquo; u &rsquo;t zoetst
-geluid,</p>
-<p class="line xd21e2796">Waar uw hoogste heil uit spruit,</p>
-<p class="line xd21e2796">Neem haar, ze is uw lieve bruid,</p>
-<p class="line xd21e2796">En een kusje zij &rsquo;t besluit!&rdquo;
-<span class="lineNum">139</span></p>
-<p class="line">Wat heerlijk woord!&mdash;Vergun, mijn lief, mijn
-leven,&mdash;</p>
-<p class="line">Dit machtigt mij te ontvangen en te geven.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>Hij kust haar.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="line">Maar toch, als een, die in een strijd een prijs</p>
-<p class="line">Beoogt, en in het volksgejuich &rsquo;t bewijs</p>
-<p class="line">Te ontvangen meent, dat hij verwinnaar is,</p>
-<p class="line">Doch duiz&rsquo;lend staart en vraagt: &bdquo;is
-&rsquo;t wel gewis?</p>
-<p class="line">Geldt mij die kreet, of is dit zinsbedrog?&rdquo;</p>
-<p class="line">Zoo, driewerf schoone jonkvrouw, ziet ge nog</p>
-<p class="line">Mij nu onzeker, of &rsquo;t geluk mij wenkt,</p>
-<p class="line">Totdat ge uw liefde, uw woord, uw ring mij schenkt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Gij ziet, Bassanio, thans mijn heer, mij voor u,</p>
-<p class="line">Zooals ik ben; en schoon ik voor mijzelf</p>
-<p class="line">Niet zoo eergierig ben in mijnen wensch,</p>
-<p class="line">Dat ik mij veelmaal beter wensch, zou &rsquo;k
-thans</p>
-<p class="line">Wel honderdmaal verdubbeld willen zijn,</p>
-<p class="line">Wel duizendmaal zoo schoon, tienduizendmaal zoo
-rijk;</p>
-<p class="line">Alleen om in uw schatting hoog te staan,</p>
-<p class="line">Wilde ik in deugden, schoonheid, rijkdom, vrienden,</p>
-<p class="line">Onschatbaar wezen; maar al wat ik ben,</p>
-<p class="line">Is bijna niets; of, om &rsquo;t in &rsquo;t kort te
-zeggen,</p>
-<p class="line">Een meisje, zonder kennis of ervaring,</p>
-<p class="line">Die zich gelukkig rekent, dat zij niet</p>
-<p class="line">Voor leeren te oud is; nog gelukkiger,</p>
-<p class="line">Dat zij voor &rsquo;t leeren niet te stomp zich
-acht;</p>
-<p class="line">Maar meest gelukkig, dat zij geest en hart</p>
-<p class="line">Geheel en gaarne uw leiding toevertrouwt,</p>
-<p class="line">Als aan haar g&acirc;, haar meester en haar vorst.</p>
-<p class="line">Ikzelf en al het mijne is thans uw deel,</p>
-<p class="line">Geheel het uwe; &rsquo;k was tot nu gebiedster</p>
-<p class="line">In huis en hof, meestresse van mijn dienaars,</p>
-<p class="line">Vorstinne van mijzelf; en nu, mijn heer,</p>
-<p class="line">Dit huis, deez&rsquo; dienaars en ditzelfde zelf</p>
-<p class="line">Zijn de uwe; &rsquo;k geef ze u met deez&rsquo; ring;
-en zoo</p>
-<p class="line">Gij hem verliest of wegschenkt, er van scheidt,</p>
-<p class="line">Dan is &rsquo;t me een teeken, dat uw min vervloog,</p>
-<p class="line">En geeft ge mij het recht tot luid beklag.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Mejonkvrouw, spraakloos moet ik voor u staan;</p>
-<p class="line">Het bloed, dat in mijn aders zwelt, moog&rsquo;
-spreken;</p>
-<p class="line">Verwarring heerscht in mijn ontroerd gemoed,</p>
-<p class="line">Gelijk zich, als een aangebeden vorst</p>
-<p class="line">Door schoone taal de schare heeft geboeid,</p>
-<p class="line">Een blij gemurmel onder &rsquo;t volk doet hooren,</p>
-<p class="line">Waar iedre klank en elk gebaar, schoon niets,</p>
-<p class="line">Tot de uiting samensmelt van loutre vreugd,</p>
-<p class="line">Welsprekend zonder spraak;&mdash;verlaat deez&rsquo;
-ring</p>
-<p class="line">Deez&rsquo; vinger ooit, o dan verliet mij &rsquo;t
-leven,</p>
-<p class="line">O, zeg dan vrij, Bassanio is niet meer. <span class="lineNum">187</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">Nu, edel heer en vrouwe, is &rsquo;t &ograve;nze
-tijd,</p>
-<p class="line">Daar wij ons aller wensch zoo schoon vervuld zien,</p>
-<p class="line">Te roepen: heil, heil, onze heer en vrouwe!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Mijn vriend Bassanio, en gij, schoone jonkvrouw,</p>
-<p class="line">Ik wensch u al de vreugd, die gij kunt wenschen,</p>
-<p class="line">Want zeker wenscht ge er geene van mij weg;</p>
-<p class="line">En is &rsquo;t bepaald, wanneer uw edelheden</p>
-<p class="line">Den echtknoop leggen willen, dan vraag ik,</p>
-<p class="line">Dat ik terzelfder tijd mijn huw&rsquo;lijk sluite.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Zorg voor een bruid, en dan van harte gaarne.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Ik dank u, heer, gij hebt me een bruid bezorgd.</p>
-<p class="line">Mijn oog ziet even vlug als &rsquo;t uwe rond;</p>
-<p class="line">Gij zaagt de jonkvrouw, ik de dienares;</p>
-<p class="line">Gij zwoert haar liefde, ik ook, want noodloos
-uitstel</p>
-<p class="line">Vlijt mij al even weinig, heer, als u.</p>
-<p class="line">Heel &ugrave;w geluk hing van die kastjes af,</p>
-<p class="line">Maar ook het mijn&rsquo;, zooals het bleek; want
-toen</p>
-<p class="line">Ik op haar aanhield, buiten adem schier,</p>
-<p class="line">En liefde zwoer en zwoer, totdat mijn stem</p>
-<p class="line">Er rauw en heesch van werd, werd ik in &rsquo;t
-eind</p>
-<p class="line">Geloofd, gelaafd door &rsquo;t jawoord van deez&rsquo;
-schoone,</p>
-<p class="line">Maar slechts met dit beding, dat uw geluk</p>
-<p class="line">Haar jonkvrouw zou veroov&rsquo;ren.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Haar jonkvrouw zou
-veroov&rsquo;ren.</span> Zoo, Nerissa?</p>
-</div>
-<p class="par"></p>
-<div class="figure xd21e4751width"><img src="images/p328.jpg" alt="De koopman van Venetië, Derde Bedrijf, Tweede Tooneel." width="431" height="720">
-<p class="figureHead"><span class="ex">De koopman van
-Venetië</span>, Derde Bedrijf, Tweede Tooneel.</p>
-</div>
-<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd21e4757" href="#xd21e4757" name="xd21e4757">329</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">Ja, jonkvrouw, als &rsquo;t uw bijval mag verwerven.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">En, Gratiano! kunt gij ernstig zijn?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="par">Ja, heer, ik meen &rsquo;t in ernst.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="par">Uw echt verhoog&rsquo; den luister van ons feest!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano</p>
-<p class="par"><span class="stage">(<i>tot</i> <span class="sc">Nerissa</span>).</span> Nu, wij willen met hen om den eersten
-jongen wedden, om duizend dukaten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="par">En leggen wij dat daad&rsquo;lijk neer?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Neen, neen, daar mogen we eerst ons op beslapen, op
-mijn eer.&mdash;</p>
-<p class="line">Maar wat! Lorenzo met zijn lief heidinneke?</p>
-<p class="line">En dan, mijn oude vriend Solanio?</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Lorenzo</span>, <span class="sc">Jessica</span> <i>en</i> <span class="sc">Solanio</span> <i>komen
-op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Lorenzo en Solanio, welkom hier;</p>
-<p class="line">Wanneer mijn aanzien hier, zoo jeugdig nog,</p>
-<p class="line">U welkom heeten m&agrave;g.&mdash;&rsquo;t Zij mij
-vergund,</p>
-<p class="line">Dat ik mijn landgenooten, oude vrienden,</p>
-<p class="line">Hier, Portia, welkom heet.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Hier, Portia, welkom
-heet.</span> Ik doe &rsquo;t met u,</p>
-<p class="line">Zij zijn mij hartlijk welkom. <span class="lineNum">228</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Ik dank uwe edelheid.&mdash;Wat mij betreft,</p>
-<p class="line">&rsquo;t Was, heer, mijn doel niet, u hier op te
-zoeken,</p>
-<p class="line">Maar &rsquo;k heb op reis Solanio ontmoet,</p>
-<p class="line">Die dwong mij zoo, om met hem mee te gaan,</p>
-<p class="line">Dat ik niet weigren kon.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Dat ik niet weigren kon.</span>
-Zoo deed ik, heer,</p>
-<p class="line">En &rsquo;k had er reden toe. Signore Antonio</p>
-<p class="line">Zendt u zijn groete.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>Hij geeft</i> <span class="sc">Bassanio</span>
-<i>een brief</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Zendt u zijn groete.</span> Eer
-ik den brief ontsluit,</p>
-<p class="line">Vertel mij, is hij w&egrave;l, mijn waarde vriend?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">Niet krank, heer, als hij &rsquo;t in &rsquo;t gemoed
-niet is;</p>
-<p class="line">Niet wel, als zijne ziele lijdt; zijn brief</p>
-<p class="line">Doet u zijn toestand kennen.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Bassanio</span> <i>leest den
-brief</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Breng gij die vreemdlinge ook uw groet, Nerissa,</p>
-<p class="line">En heet haar welkom.&mdash;Wel, Solanio,</p>
-<p class="line">Wat nieuws brengt gij ons van Venetië? Is</p>
-<p class="line">Die koopman-vorst, Antonio, welvarend?</p>
-<p class="line">O, wis verheugt hij zich in ons geluk;</p>
-<p class="line">Wij wonnen hier, als Jasons, &rsquo;t gulden vlies.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">O, hadt gij &rsquo;t vlies, dat hij geteekend
-heeft!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Een kwade tijding brengt dat stuk papier,</p>
-<p class="line">Daar &rsquo;t aan Bassanio&rsquo;s wang de kleur
-ontrooft;</p>
-<p class="line">Een dierbre vriend is dood, want om iets anders</p>
-<p class="line">Zou toch een man, een man van moed, niet
-z&oacute;&oacute;</p>
-<p class="line">Ontstellen. Wat? &rsquo;t wordt erger nog en
-erger?&mdash;</p>
-<p class="line">Bassanio, vriend, ik ben uw wederhelft,</p>
-<p class="line">En mij behoort de helft van alles, wat</p>
-<p class="line">Die brief u brengt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Die brief u brengt.</span> O,
-dierbre Portia,</p>
-<p class="line">&rsquo;t Zijn enk&rsquo;le woorden slechts, maar
-grievender,</p>
-<p class="line">Dan ooit papier bevlekten! Lieve vrouw,</p>
-<p class="line">Toen ik het eerst mijn liefde heb beleden,</p>
-<p class="line">Zeide ik ronduit, dat heel mijn rijkdom mij</p>
-<p class="line">In de aad&rsquo;ren stroomde: ik was een edelman;</p>
-<p class="line">En waarheid sprak ik toen; maar, dierbre vrouw,</p>
-<p class="line">Al schatte ik mij op niets, toch blijkt u thans,</p>
-<p class="line">Hoe ik een pocher was; want toen ik zeide,</p>
-<p class="line">Dat al mijn have niets was, had ik beter</p>
-<p class="line">Die minder nog dan niets genoemd; want, waarlijk,</p>
-<p class="line">Mijzelf verpandde ik aan een dierbren vriend,</p>
-<p class="line">Mijn vriend verpandde ik aan zijn ergsten vijand,</p>
-<p class="line">Voor dezen tocht. Zie, jonkvrouw, dezen brief;</p>
-<p class="line">&rsquo;t Papier is als het lichaam van mijn vriend,</p>
-<p class="line">En ieder woord is als een open wond,</p>
-<p class="line">Waar &rsquo;t leven uitstroomt.&mdash;Doch is &rsquo;t
-waar, Solanio,</p>
-<p class="line">Is alles dan mislukt, is niets gelukt?</p>
-<p class="line">Van Tripoli, van Mexico, van England,</p>
-<p class="line">Van Lissabon, van Barbarije en Indië?</p>
-<p class="line">Ontging geen schip de klippen, die zoo vaak</p>
-<p class="line">Den hand&rsquo;laar dood&rsquo;lijk zijn? <span class="lineNum">274</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Den hand&rsquo;laar
-dood&rsquo;lijk zijn?</span> Geen enkel, heer;</p>
-<p class="line">En erger, &rsquo;t schijnt zelfs, dat, al had hij
-thans</p>
-<p class="line">Het geld in kas tot delging van de schuld</p>
-<p class="line">De jood het niet zou willen. &rsquo;k Zag nog nooit</p>
-<p class="line">Een schepsel, van gedaante toch een mensch,</p>
-<p class="line">Zoo wreed, zoo fel op andermans verderf.</p>
-<p class="line">Hij vraagt den doge dag en nacht gehoor;</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is met de vrijheid van den staat gedaan,</p>
-<p class="line">Als hem zijn recht ontzegd wordt. Twintig
-hand&rsquo;laars,</p>
-<p class="line">De doge zelf, de leden van den raad,</p>
-<p class="line">Zij hebben hun welsprekendheid beproefd,</p>
-<p class="line">Maar niemand brengt hem af van zijnen eisch;</p>
-<p class="line">De schuldbrief spreekt, hij wil zijn recht, de
-boete.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Ik hoorde, toen &rsquo;k nog bij hem was, hem
-zweren,</p>
-<p class="line">Aan Tubal en aan Chus, zijn landgenooten,</p>
-<p class="line">Dat hij Antonio&rsquo;s vleesch nog liever had,</p>
-<p class="line">Dan twintigmaal &rsquo;t bedrag der som, die hij</p>
-<p class="line">Te vordren heeft; en, heer, ik weet te goed,</p>
-<p class="line">Als wet, gezag en macht het niet verbieden,</p>
-<p class="line">Dan heeft Antonio het ergst te duchten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Is &rsquo;t u een dierbre vriend, die zoo in nood
-is?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">De dierbaarste, dien &rsquo;k heb, de beste mensch,</p>
-<p class="line">Een eedle geest, trouwhartig, onvermoeibaar<span class="pagenum">[<a id="xd21e5053" href="#xd21e5053" name="xd21e5053">330</a>]</span></p>
-<p class="line">In &rsquo;t weldoen, meer dan iemand; en een man,</p>
-<p class="line">Wien meer de deugden van Oud-Rome sieren,</p>
-<p class="line">Dan eenig man, die in Italië leeft.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">En hoeveel heeft de jood te vordren?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Drieduizend stuks dukaten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Drieduizend stuks
-dukaten.</span> Wat! niet meer?</p>
-<p class="line">Geef hem zesduizend, en verscheur den schuldbrief;</p>
-<p class="line">Verdubbel dat en verdriedubbel dit,</p>
-<p class="line">Eer aan een vriend van zulk een stempel ooit</p>
-<p class="line">Een haar gekrenkt wordt door Bassanio&rsquo;s
-schuld.</p>
-<p class="line">Nu eerst onze&rsquo; echtknoop in de kerk gelegd;</p>
-<p class="line">En ijl dan naar Venetië tot uw vriend;</p>
-<p class="line">Geen rustig leven aan mijn zijde, aleer</p>
-<p class="line">Deze onrust uit uw ziel geweken is.</p>
-<p class="line">Ik geef u goud, wel twintigmaal zooveel</p>
-<p class="line">Als deze kleine schuld; betaal ze en breng</p>
-<p class="line">Uw trouwen vriend hier met u me&ecirc;. Nerissa</p>
-<p class="line">En ik, wij zullen hier als vroeger leven,</p>
-<p class="line">Als onbestorven weeuwtjes tevens. Ja,</p>
-<p class="line">Ik drijf u op uw huw&rsquo;lijksdag van hier;</p>
-<p class="line">Maar toch een blij gelaat, heet allen welkom,</p>
-<p class="line">En neem uw plaats als heer des huizes in;</p>
-<p class="line">Koop ik u duur, te duurzamer mijn min. <span class="lineNum">315</span></p>
-<p class="line">Doch laat den brief van uwen vriend mij hooren.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>leest</i>).</span>
-&bdquo;Waarde Bassanio, mijn</p>
-<p class="line">schepen zijn alle verongelukt; mijn schuldeischers</p>
-<p class="line">worden onbarmhartig; mijn vermogen</p>
-<p class="line">is geheel versmolten; mijn schuldbrief aan den</p>
-<p class="line">jood is vervallen; en daar de betaling er van</p>
-<p class="line">mij het leven zal kosten, zoo zijn alle schulden</p>
-<p class="line">tusschen u en mij afgedaan, als ik u bij mijn</p>
-<p class="line">sterven mag zien; ondertusschen, handel hierin,</p>
-<p class="line">zooals gijzelf verkiest; als uwe vriendschap u</p>
-<p class="line">niet van zelve tot mij drijft, laat dan ook mijn</p>
-<p class="line">brief het niet doen&rdquo;.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">O, liefste, spoed gemaakt en ijlings heen!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Ja, ijlen wil ik, daar uw goedheid mij</p>
-<p class="line xd21e2796">Tot handlen machtigt; maar, totdat ik
-keer,</p>
-<p class="line">Zal mij geen slaap vertragen; want ik vlij</p>
-<p class="line xd21e2796">V&oacute;&oacute;r ons terugzien niet ter
-rust mij neer.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.iii.3" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Derde Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een
-straat.</i></p>
-<p class="stage"><span class="sc">Shylock</span>, <span class="sc">Solanio</span>, <span class="sc">Antonio</span> <i>en een
-Stokkeknecht komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Bewaker, let op hem; neen, geen genade!&mdash;</p>
-<p class="line">Dit is de zotskap, die geen rente nam!</p>
-<p class="line">Bewaker, let op hem!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Bewaker, let op hem!</span>
-Shylock, een woord!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Ik wil mijn schuldbrief; wraak mijn schuldbrief
-niet;</p>
-<p class="line">Ik eisch,&mdash;en zwoer een eed er voor,&mdash;mijn
-schuldbrief.</p>
-<p class="line">Gij hebt me een hond genoemd, en hadt geen reden;</p>
-<p class="line">Mijd thans, als ik een hond ben, mijn gebit.&mdash;</p>
-<p class="line">De doge staat mijn recht mij toe.&mdash;Waarom,</p>
-<p class="line">Onzinnige bewaker, toch die goedheid,</p>
-<p class="line">Op zijn verlangen met hem uit te gaan?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Ik bid u, hoor een woord!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Ik wil mijn schuldbrief; wil van u geen woord.</p>
-<p class="line">Ik wil mijn schuldbrief; spaar daarom uw woorden.</p>
-<p class="line">Gij maakt mij nooit tot zwakken, blinden zot,</p>
-<p class="line">Die &rsquo;t hoofd schudt, zucht, betreurt, en eindlijk
-toegeeft</p>
-<p class="line">Aan christ&rsquo;nen, die wat plooien. Volg maar
-niet,</p>
-<p class="line">Ik wil geen woorden; &rsquo;k wil alleen mijn
-schuldbrief.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Shylock</span>
-<i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">Dit is een hond, zoo wreed en onvermurwbaar,</p>
-<p class="line">Als ooit met menschen huisde! <span class="lineNum">19</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Als ooit met menschen
-huisde!</span> Laat hem; nimmer</p>
-<p class="line">Zal &rsquo;k weer een ijdle bede tot hem richten.</p>
-<p class="line">Mijn leven zoekt hij, en ik weet waarom;</p>
-<p class="line">Vaak heb ik schuld&rsquo;naars, die hun nood mij
-klaagden</p>
-<p class="line">En redd&rsquo;loos schenen, uit zijn greep gered;</p>
-<p class="line">Van daar zijn haat.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Van daar zijn haat.</span>
-Voorwaar, de doge zal</p>
-<p class="line">Hem nooit het innen van de boete toestaan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">De doge kan den loop van &rsquo;t recht niet
-stuiten;</p>
-<p class="line">Want, als hij dit mocht wagen, zou &rsquo;t
-vertrouwen</p>
-<p class="line">Van vreemden op de onkreukbre wet en &rsquo;t recht</p>
-<p class="line">Van onzen staat geschokt zijn; en bedenk,</p>
-<p class="line">Dat hier op &rsquo;t vrij verkeer van alle volken</p>
-<p class="line">De handel rust en welvaart. Ga dus nu;</p>
-<p class="line">Mijn rampen en mijn hartzeer doen mij kwijnen,</p>
-<p class="line">Zoodat mij nauwlijks een pond vleesch meer rest,</p>
-<p class="line">Om morgen hem zijn bloedige&rsquo; eisch te
-geven.&mdash;</p>
-<p class="line">Bewaker, kom!&mdash;God geve, dat Bassanio</p>
-<p class="line">Zijn schuld mij kwijten zie, dan is &rsquo;t mij
-goed.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.iii.4" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Vierde Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Belmont.</span> <i>Een kamer in</i>
-<span class="sc">Portia&rsquo;s</span> <i>woning</i>.</p>
-<p class="stage"><span class="sc">Portia</span>, <span class="sc">Nerissa</span>, <span class="sc">Lorenzo</span>, <span class="sc">Jessica</span> <i>en</i> <span class="sc">Balthazar</span>
-<i>komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Mejonkvrouw, laat mij &rsquo;t in uw bijzijn
-zeggen:</p>
-<p class="line">Gij toont een edel, echt en fijn gevoel,<span class="pagenum">[<a id="xd21e5356" href="#xd21e5356" name="xd21e5356">331</a>]</span></p>
-<p class="line">Dat vriendschap godd&rsquo;lijk is, en dit blinkt
-uit,</p>
-<p class="line">Door zoo het afzijn van uw g&acirc; te dragen.</p>
-<p class="line">Maar wist ge, aan wien ge zulk een eer bewijst,</p>
-<p class="line">Wat echten edelman gij hulpe zendt,</p>
-<p class="line">Aan welk een waren vriend van uw gemaal,</p>
-<p class="line">Dan zoudt ge trotscher zijn op wat ge deedt,</p>
-<p class="line">Dan &rsquo;t hart, gewoon om wel te doen, u dringt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Nooit heeft mij nog een goede daad berouwd,</p>
-<p class="line">En deez&rsquo; zal &rsquo;t ook niet doen; want trouwe
-makkers,</p>
-<p class="line">Die samen immer leven en verkeeren,</p>
-<p class="line">Wier zielen saam &eacute;&eacute;n juk van vriendschap
-dragen,</p>
-<p class="line">Gelijk verdeeld, die moeten wel gelijk zijn</p>
-<p class="line">In wezenstrekken, geest en wijs van doen;</p>
-<p class="line">Dit doet mij denken, dat Antonio,</p>
-<p class="line">De boezemvriend van mijn gemaal, geheel</p>
-<p class="line">Als mijn gemaal moet zijn; en is dit zoo,</p>
-<p class="line">Hoe luttel zijn dan de offers, die ik bracht,</p>
-<p class="line">Om uit den greep van helsche wreedheid &rsquo;t
-beeld,</p>
-<p class="line">Het spiegelbeeld te slaken van mijn ziele!</p>
-<p class="line">Maar dit begint naar eigen lof te zweemen;</p>
-<p class="line">En dus genoeg hiervan; hoor nu iets anders.&mdash;</p>
-<p class="line">Lorenzo, aan uw hand vertrouw ik toe <span class="lineNum">24</span></p>
-<p class="line">&rsquo;t Beheer en de bezorging van mijn huis,</p>
-<p class="line">Totdat mijn g&acirc; terugkomt; want ikzelf</p>
-<p class="line">Deed aan den hemel een gelofte, dat</p>
-<p class="line">Ik in bespieg&rsquo;ling en gebed zou leven,</p>
-<p class="line">Slechts door Nerissa vergezeld, totdat</p>
-<p class="line">Onze echtgenooten zijn teruggekeerd;</p>
-<p class="line">Ik neem met haar mijn intrek in een klooster,</p>
-<p class="line">Twee mijlen hier van daan. Ik bid u thans,</p>
-<p class="line">Dat gij deze opdracht aanneemt, die vertrouwen</p>
-<p class="line">Op uwe vriendschap, en noodzaak&rsquo;lijkheid</p>
-<p class="line">Mij geven doen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Mij geven doen.</span> Van
-ganscher hart, mejonkvrouw,</p>
-<p class="line">Gehoorzaam ik uw vriendelijk bevel.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Ik heb de mijnen reeds er van verwittigd;</p>
-<p class="line">Zij zullen u en Jessica erkennen</p>
-<p class="line">Als plaatsvervangers van mijn gade en mij.</p>
-<p class="line">Zoo vaart dan wel, tot spoedig wederzien.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Dat u een blij gemoed en heil verzellen!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Ik wensch u, jonkvrouw, iedre vreugd des harten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Ik dank u voor uw bede, en wensch volgaarne</p>
-<p class="line">Hetzelfde aan u; vaarwel dus, Jessica.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright"><span class="corr" id="xd21e5466" title="Bron: ((">(</span><span class="sc">Jessica</span> <i>en</i>
-<span class="sc">Lorenzo</span> <i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="line">Nu, Balthazar,</p>
-<p class="line">Ik vond u immer nauwgezet en trouw;</p>
-<p class="line">Betoon u thans opnieuw zoo; neem deez&rsquo; brief,</p>
-<p class="line">En ijl zoo snel maar menschen moog&rsquo;lijk is,</p>
-<p class="line">Naar Padua; en stel hem zelf aan doctor</p>
-<p class="line">Bellario ter hand, mijn eed&rsquo;len neef;</p>
-<p class="line">En, hoor! wat hij van kleed&rsquo;ren of papieren</p>
-<p class="line">U geeft, breng dat met allen <span class="corr" id="xd21e5498" title="Bron: denkbren">denkb&rsquo;ren</span> spoed</p>
-<p id="kvv.iii.4.52" class="line">Naar &rsquo;t veer, waarme&ecirc; men
-van het vaste land</p>
-<p id="kvv.iii.4.53" class="line">Venetië bereikt; verlies geen
-tijd</p>
-<p class="line">Met vragen, ga; ik ben daar nog v&oacute;&oacute;r
-u.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Balthazar.</p>
-<p class="line">Mejonkvrouw, &rsquo;k ga met de&rsquo; aanbevolen
-spoed.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Balthazar</span>
-<i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Nerissa, kom; ik heb een plan in &rsquo;t hoofd,</p>
-<p class="line">Waarvan gij wel niet droomt, dat we onze mannen,</p>
-<p class="line">En v&oacute;&oacute;r ze &rsquo;t denken, zien.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">En v&oacute;&oacute;r ze
-&rsquo;t denken, zien.</span> En zij ons ook?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Dat ook, Nerissa, maar in zulk een kleeding,</p>
-<p class="line">Dat zij ons voor verheev&rsquo;ner wezens achten,</p>
-<p class="line">Dan vrouwen zijn. Ik wed om wat ge wilt,</p>
-<p class="line">Dat, zijn we als jonge mannen uitgedoscht,</p>
-<p class="line">Ik wel de knapste van ons tweeën ben,</p>
-<p class="line">En ook mijn degen met meer gratie draag,</p>
-<p class="line">En als een knaap, die man wordt, spreek, als stak
-<span class="lineNum">66</span></p>
-<p class="line">De baard mij in de keel; twee trippelpassen</p>
-<p class="line">In &eacute;&eacute;n stap samenneem; van mijn
-duëls</p>
-<p class="line">Gewaag, als een jong pocher; leugens zwets,</p>
-<p class="line">Hoe eedle vrouwen naar mijn liefde dongen,</p>
-<p class="line">En, daar ik koel bleef, zich verkniezend, stierven;</p>
-<p class="line">Ik kon &rsquo;t niet helpen,&mdash;maar heb toch
-berouw,</p>
-<p class="line">En wensch, dat ik ze in &rsquo;t leven we&ecirc;r kon
-roepen;&mdash;</p>
-<p class="line">Wel twintig zulke leugens zal ik zwetsen,</p>
-<p class="line">Dat ieder zweert: ik ben al wel een jaar</p>
-<p class="line">De school ontloopen;&mdash;duizend stukjes heb ik</p>
-<p class="line">Van zulke bluffers in mijn hoofd en breng ze</p>
-<p class="line">Wel aan den man.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p id="kvv.iii.4.78" class="line"><span class="hemistich">Wel aan den
-man.</span> Z&oacute;&oacute; mannen na te gaan!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">O foei! wat zegt ge daar?</p>
-<p class="line">Als dat een looze woordverdraaier hoorde!&mdash;</p>
-<p class="line">Maar kom, hen nagereden! Heel mijn plan</p>
-<p class="line">Vertel ik u wel in mijn koets; die wacht</p>
-<p class="line">Reeds aan de poort. Wij gaan in allerijl</p>
-<p class="line">En vord&rsquo;ren, hoop ik, heden twintig mijl.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.iii.5" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Vijfde Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>Een tuin.</i></p>
-<p class="stage"><span class="sc">Lancelot</span> <i>en</i>
-<span class="sc">Jessica</span> <i>komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Ja, waarlijk! want ziet ge, de zonden des vaders worden
-bezocht aan de kinderen; daarom, ik verzeker u, ben ik bang voor u. Ik
-ben altijd ronduit tegen u geweest, en zoo zeg ik nu ook mijn kompinie
-over de zaak; <span class="pagenum">[<a id="xd21e5630" href="#xd21e5630" name="xd21e5630">332</a>]</span>daarom, wees gerust, want
-waarachtig, ik geloof, dat gij verdoemd zijt. Daar is nog maar
-&eacute;&eacute;ne hoop, die u wat goed kan doen; en dat is maar een
-soort van basterdhoop.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="par">En wat is dat dan voor een hoop, zeg?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Wel, ge kunt eenigermate hopen, dat ge uws vaders kind
-niet zijt, dat gij de dochter niet zijt van den jood.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="par">Dat zou wezenlijk een soort van basterdhoop zijn; want
-dan zouden de zonden van mijn moeder ook aan mij bezocht worden.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Waarachtig, dan vrees ik, dat gij verdoemd zijt, zoowel
-van vaders- als van moederskant, want als ik zoo Scylla uw vader
-ontwijk, verval ik op Charybdis uwe moeder; en zoo zijt ge op alle
-manieren weg.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="par">Ik zal behouden worden door mijn man; die heeft me
-gechristend.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Daar is hij waarachtig niet beter om; er zijn er al
-genoeg van ons christenen; net maar zooveel als er met elka&acirc;r het
-leven kunnen hebben. Dat tot christenen maken zal de varkens duurder
-maken; als wij allemaal varkensvleesch-eters worden, zullen wij
-binnenkort voor nog zooveel geld geen reepje spek meer hebben in de
-pan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="par">Ik zal mijn man eens vertellen, Lancelot, wat je zegt;
-daar komt hij. <span class="lineNum">30</span></p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Lorenzo</span> <i>komt op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="par">Zoo, Lancelot, ik zal gauw jaloersch op je worden, als
-je met mijn vrouw zoo apartjes hebt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="par">Nu, je hoeft om ons niet bang te wezen, Lorenzo;
-&rsquo;t is heelemaal mis tusschen Lancelot en mij; hij zegt me
-ronduit, dat ik in den hemel op geen genade heb te hopen, omdat ik de
-dochter van een jood ben; en hij zegt, dat jij geen goed burger van den
-staat bent; want als je joden tot christenen bekeert, drijf je den
-prijs van het varkensvleesch in de hoogte.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="par">Ik zal dat beter bij den staat kunnen verantwoorden, dan
-jij, dat jij je zoo met de morin hebt afgegeven; van die smet kun je je
-niet blank wasschen, Lancelot.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Ze heeft niet zwart afgegeven, heer, maar zij heeft al
-wel iets blanks van mij gekregen en is al meer geworden dan zij
-was.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="par">Wat kan toch ieder dwaas een woordspeling maken! Het
-zal, denk ik, niet lang meer duren, of verstand en geest komen het best
-uit door stil te zwijgen, en spraakzaamheid is nog alleen bij de
-papegaaien lofwaardig. Ga naar binnen, knaap, en zeg, dat alles klaar
-moet zijn voor het eten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Dat is in orde, heer; ze hebben allen een maag.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="par">Hemelsche goedheid, wat wil je geestig zijn! zeg, dat
-het eten klaar moet zijn.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Dat is ook in orde, heer; er moet nog maar gedekt
-worden, dat is de zaak.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="par">Wil je dan maar dekken, knaap?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Dekken, heer? Zeker niet, ik weet wel, wat me past,
-heer.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="par">Nu, het vervolg een anderen keer! Wil je je heelen schat
-van geestigheden in eens uitkramen? Ik verzoek je, versta nu eenvoudige
-taal op eenvoudige manier. Ga naar je kameraden, laten ze de tafel
-dekken, het eten opdoen en wij zullen komen voor het maal.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">De tafel, heer, die zal opgedaan, en het eten, dat zal
-gedekt worden, en uw komst voor het maal, heer, die zal gebeuren,
-zooals uw lust en luim het zullen verkiezen.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lancelot</span>
-<i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">O heil&rsquo;ge rede, wat gezocht vernuft!</p>
-<p class="line">Wat kent de dwaas woordspelingen bij hoopen</p>
-<p class="line">Van buiten! Och, ik ken wel meen&rsquo;gen dwaas</p>
-<p class="line">In hoogren stand, maar even bont van geest,</p>
-<p class="line">Die ook de hoofdzaak prijs zou geven voor</p>
-<p class="line">Een geestigheid.&mdash;Wel, Jessica, hoe is
-&rsquo;t?</p>
-<p class="line">Mijn hartedief, kom, zeg me uw oordeel eens,</p>
-<p class="line">Hoe vindt ge wel Bassanio&rsquo;s gemalin? <span class="lineNum">77</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Bewondrenswaard, meer dan ik zeggen kan;</p>
-<p class="line">Bassanio mag wel onberisp&rsquo;lijk zijn</p>
-<p class="line">In heel zijn wandel; zulk een zegen is ze,</p>
-<p class="line">Dat hij op aarde &rsquo;t heil des hemels smaakt,</p>
-<p class="line">En weet hij &rsquo;t hier beneden niet te schatten,</p>
-<p class="line">Geen toegang tot den hemel ooit verdient.</p>
-<p class="line">Ja, hadden ooit twee goden in den hemel</p>
-<p class="line">Een weddingschap, en om twee aardsche vrouwen,</p>
-<p class="line">En Portia was de een&rsquo;, dan moest bij de
-ander&rsquo;</p>
-<p class="line">Een toegift zijn, want de arme woeste wereld</p>
-<p class="line">Heeft haars gelijke niet.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Heeft haars gelijke
-niet.</span> Juist zulk een man</p>
-<p class="line">Hebt gij in mij, als hij in haar een vrouw.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Neen, vraag dan eerst, wat ik er wel van denk.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Terstond, maar laat ons eerst aan tafel gaan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Neen, laat mij thans u schatten, nu ik trek heb.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Neen, &rsquo;k bid u, spaar het voor gesprek bij
-&rsquo;t maal,</p>
-<p class="line">Ik zal &rsquo;t dan, wat ge ook zegt, met andre
-dingen</p>
-<p class="line">Wel slikken.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Wel slikken.</span> Nu, je
-krijgt wat op je brood!</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e5836" href="#xd21e5836" name="xd21e5836">333</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.iv" class="div1 act"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">Vierde Bedrijf.</h2>
-<div id="kvv.iv.1" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Eerste Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een
-gerechtzaal.</i></p>
-<p class="stage"><i>De Doge</i>, <i>de Senatoren</i>, <span class="sc">Antonio</span>, <span class="sc">Bassanio</span>, <span class="sc">Gratiano</span>, <span class="sc">Salarino</span>, <span class="sc">Solanio</span> <i>en anderen komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Is hier Antonio verschenen?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Ik ben bereid, doorluchte heer.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Ik ben in zorg om u; gij hebt te doen</p>
-<p class="line">Met een, die harder is dan steen, een onmensen,</p>
-<p class="line">Voor medelijden doof, in wien geen vonkje</p>
-<p class="line">Erbarmen huist.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Erbarmen huist.</span> Ik heb
-gehoord, uw hoogheid</p>
-<p class="line">Gaf zich veel moeite om &rsquo;t felle van zijn
-drijven</p>
-<p class="line">Te matigen; maar daar hem niets vermurwt,</p>
-<p class="line">En &rsquo;t recht geen middel geeft om voor zijn
-wrok</p>
-<p class="line">Mij te beschermen, stel ik lijdzaamheid</p>
-<p class="line">Zijn grimmig streven tegen, en ik wapen</p>
-<p class="line">Met kalmte mijn gemoed, om van het zijn&rsquo;</p>
-<p class="line">De volle woede en razernij te dragen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Ga, zeg den jood, dat hij voor &rsquo;t hof
-verschijne.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Solanio.</p>
-<p class="line">Hij wacht reeds aan de deur; daar komt hij, heer.
-<span class="lineNum">15</span></p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Shylock</span> <i>komt op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Maakt plaats; hij sta daar over onzen stoel.&mdash;</p>
-<p class="line">Shylock, de wereld denkt, zooals ook ik,</p>
-<p class="line">Gij drijft deez&rsquo; schijn van uwe boosheid
-slechts</p>
-<p class="line">Tot aan het uur der daad; en dan, dan toont ge</p>
-<p class="line">Uw huiv&rsquo;ring, uw erbarmen, wonderbaarder</p>
-<p class="line">Dan deze uw wondre, schijnbre wreedheid is;</p>
-<p class="line">Dan zult ge, schoon ge thans uw recht nog eischt,</p>
-<p class="line">(Dat pond van dezes armen koopmans vleesch,)</p>
-<p class="line">Niet slechts, zoo wacht men, daarvan afzien, maar,</p>
-<p class="line">Door menschlijkheid en menschenmin geroerd,</p>
-<p class="line">Een deel hem schenken van de schuld, erbarmen</p>
-<p class="line">Betoonend om de slagen, die sinds kort</p>
-<p class="line">Zoo dicht zijn schouders troffen, zwaar genoeg</p>
-<p class="line">Om zelfs een koopman-vorst ten val te brengen,</p>
-<p class="line">En me&ecirc;lij met zijn toestand af te dwingen</p>
-<p class="line">Aan koop&rsquo;ren boezems, harten hard als steen,</p>
-<p class="line">Aan stugge Turken en Tataren, die</p>
-<p class="line">Nog nooit uit menschlijkheid een dienst bewezen.</p>
-<p class="line">Wij allen wachten, Jood, een gunstig antwoord.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Ik deelde uw hoogheid mee, wat ik verlang,</p>
-<p class="line">En ik bezwoer bij onzen heil&rsquo;gen sabbat,</p>
-<p class="line">Te vordren, wat mij toekomt door mijn schuldbrief.</p>
-<p class="line">Als gij dit weigert, brengt ge van uw stad</p>
-<p class="line">De rechten en de vrijheid in gevaar. <span class="lineNum">39</span></p>
-<p class="line">Vraagt gij, waarom ik liever zoo&rsquo;n gewicht</p>
-<p class="line">Van krengenvleesch wil hebben, dan drieduizend</p>
-<p class="line">Dukaten wil ontvangen; &rsquo;k heb geen antwoord</p>
-<p class="line">Dan dit: &rsquo;t is mijn verkiezing. &rsquo;t Is toch
-antwoord!</p>
-<p class="line">Wat? als mijn huis gekweld is van een rat,</p>
-<p class="line">En ik verkies voor &rsquo;t dooden eens tienduizend</p>
-<p class="line">Dukaten te off&rsquo;ren? Nu, dit is toch antwoord?</p>
-<p class="line">Deez&rsquo; kan het schreeuwen van een big niet
-lijden,</p>
-<p class="line">En die wordt dol, als hij een kat maar ziet,</p>
-<p id="kvv.iv.1.49" class="line">En die zit, bij den neustoon van de
-zakpijp,</p>
-<p class="line">Op spelden schier; ja, voor- of tegenzin</p>
-<p class="line">Beheerscht den geest en dwingt naar luim en lust</p>
-<p class="line">Tot liefde of afschuw; nu, ziehier uw antwoord:</p>
-<p class="line">Zooals geen grond of reden is te geven,</p>
-<p class="line">Dat deez&rsquo; geen schreeuwend varken velen kan,</p>
-<p class="line">En die geen kat, zoo&rsquo;n noodig, goedig dier,</p>
-<p class="line">En die geen zakpijp, maar elk onweerstaanbaar</p>
-<p class="line">Genoopt wordt tot het smadelijk bedrijf,</p>
-<p class="line">Dat hij, getergd, nu zelf weer andren tergt,</p>
-<p class="line">Zoo kan en wil ik ook geen reden geven,</p>
-<p class="line">Dan ingevreten haat en bittren wrok,</p>
-<p class="line">Dien &rsquo;k voor Antonio <span class="corr" id="xd21e6039" title="Bron: voed">voel</span>, wat mij mijn recht,</p>
-<p class="line">Zelfs met verlies doet eischen. Is dit antwoord?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Dit is geen antwoord, schepsel zonder hart,</p>
-<p class="line">Dat uw wreedaardig drijven kan verschoonen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Moet ik dan antwoord geven naar uw zin? <span class="lineNum">65</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Brengt iedereen d&agrave;t om, wat hem mishaagt?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Wie haat dan iets, en brengt het niet graag om?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Wat ons mishaagt, wekt daad&rsquo;lijk nog geen
-haat.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Laat gij u tweemaal bijten door een slang?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Bedenk, het is de jood, met wien ge u inlaat;</p>
-<p class="line">Ga eerder nog naar &rsquo;t strand der zee en geef</p>
-<p class="line">Den vloed bevel, dat hij in eb verander;</p>
-<p class="line">Daag eerder nog den wolf tot een verhoor,</p>
-<p class="line">Waarom hij &rsquo;t ooi deed blaten om het lam;</p>
-<p class="line">Verbied veeleer den fieren pijn der bergen,</p>
-<p class="line">Te schudden met den hoogen top, te ruischen,</p>
-<p class="line">Als hem de storm met vlaag op vlaag bestookt,</p>
-<p class="line">Leg eer de hardste taak u op, dan dat</p>
-<p class="line">Gij &rsquo;t hardste, dat bestaat, tracht te
-verzachten,</p>
-<p class="line">Zijn jodenhart; en daarom, &rsquo;k smeek het
-u,<span class="pagenum">[<a id="xd21e6104" href="#xd21e6104" name="xd21e6104">334</a>]</span></p>
-<p class="line">Geen aanbod meer, geen middel meer beproefd,</p>
-<p class="line">Maar kort en goed zij de uitspraak nu gedaan,</p>
-<p class="line">Mijn lot beslist, en hebb&rsquo; de jood zijn
-eisch.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Hier zijn dukaten, zes- voor uw drieduizend.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Was ieder der zesduizend stuks dukaten</p>
-<p class="line">Zesmaal gedeeld en elk deel een dukaat,</p>
-<p class="line">Ik nam ze niet; ik vergde toch mijn schuldbrief.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Hoopt ge op gen&acirc;, gij, die er geen bewijst?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Wat vonnis zou ik duchten? &rsquo;k Doe geen
-onrecht.</p>
-<p class="line">Gij hebt wel meen&rsquo;gen duurgekochten slaaf,</p>
-<p class="line">Dien gij, gelijk uw ezels, paarden, honden,</p>
-<p class="line">Tot slaafsch en laag en smaad&rsquo;lijk werk
-gebruikt,</p>
-<p class="line">Wijl gij ze kocht.&mdash;En als ik tot u zeide:</p>
-<p class="line">Laat hen toch vrij en paart hen met uw erven;</p>
-<p class="line">Wat zwoegen ze onder vrachten? laat hun bed</p>
-<p class="line">Zoo zacht zijn als het uwe; streel hun tong</p>
-<p class="line">Met spijzen, fijn als de uwe;&mdash;gij zult
-zeggen:</p>
-<p class="line">Die slaven zijn gekocht.&mdash;Zoo zeg ik ook:</p>
-<p class="line">Zie, dit pond vleesch, dat ik van hem verlang,</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is duur gekocht, &rsquo;t is mijn, en ik wil
-&rsquo;t hebben.</p>
-<p class="line">Als gij het weigert, spuw ik op uw wet!</p>
-<p class="line">Dan heeft hier in Venetië &rsquo;t recht geen
-kracht!</p>
-<p class="line">Ik wacht op de uitspraak; antwoord! zal ik &rsquo;t
-hebben? <span class="lineNum">103</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Ik ben bevoegd de zitting op te heffen,</p>
-<p class="line">Als niet Bellario, een doorkneed geleerde,</p>
-<p class="line">Wiens rechtspraak ik in deze heb gevraagd,</p>
-<p class="line">Vandaag verschijnt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Salarino.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Vandaag verschijnt.</span> Uw
-hoogheid, buiten staat</p>
-<p class="line">Een bode, die met brieven van den doctor</p>
-<p class="line">Daar juist van Padua komt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Breng ons die brieven; laat den bode komen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Schep moed, Antonio, heb slechts goeden moed!</p>
-<p class="line">Eer krijgt de jood mijn vleesch, bloed, beendren,
-alles,</p>
-<p class="line">Eer gij voor mij een druppel bloeds verliest.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Ik ben een zieklijk ram der kudde, rijp</p>
-<p class="line">Ten dood; het is de zwakste vrucht, die &rsquo;t
-eerst</p>
-<p class="line">Ter aarde valt; zoo zij &rsquo;t met mij; gij kunt</p>
-<p class="line">Geen beetren dienst mij doen dan deez&rsquo;,
-Bassanio,</p>
-<p class="line">Dat gij blijft leven en mijn grafschrift stelt.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Nerissa</span> <i>treedt op, als
-klerk van een rechtsgeleerde gekleed</i>.<span class="corr" id="xd21e6222" title="Niet in bron">)</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Komt gij van Padua, van Bellario?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">Van beide, Heer; Bellario groet uw hoogheid.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>Zij overhandigt een brief.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Wat wet gij daar zoo ijverig uw mes?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Om, wat mij toekomt, uit dien bankroetier te
-snijden.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Gij scherpt niet op uw zool, maar op uw ziel,</p>
-<p class="line">Steenharde jood, uw mes; maar geen metaal,</p>
-<p class="line">Neen, niet de bijl des beuls heeft half de scherpte</p>
-<p class="line">Uws scherpen haats. Geen be&ecirc; dringt in u
-door?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Geen enkle, neen, die uw vernuft kan smeden.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Vervloekt dan, onverbidbre hond! En zij</p>
-<p class="line">Gerechtigheid verklaagd, wijl gij nog leeft!</p>
-<p class="line">Gij zoudt mij schier in mijn geloof doen
-wank&rsquo;len,</p>
-<p class="line">Om mij te scharen bij Pythagoras,</p>
-<p class="line">Dat beestenzielen varen in het lichaam</p>
-<p class="line">Van menschen; eens bezielde uw hondsche geest</p>
-<p class="line">Een wolf; van dien, om menschenmoord gehangen,</p>
-<p class="line">Ontvlood, daar aan de galg, de felle ziel,</p>
-<p class="line">En voer, toen nog uw ongedoopte moeder</p>
-<p class="line">U droeg, in u, in u; want uw begeerten</p>
-<p class="line">Zijn wolfsch, bloeddorstig, hongrig en roofgierig.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Tot gij dit zegel wegraast van mijn schuldbrief,
-<span class="lineNum">139</span></p>
-<p class="line">Bederft ge uw longen maar met dat geschreeuw;</p>
-<p class="line">Lap uwen geest wat op, jong mensch; zijn staat</p>
-<p class="line">Mocht hoop&rsquo;loos worden.&mdash;&rsquo;k Sta hier
-voor mijn recht.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Bellario&rsquo;s schrijven hier beveelt aan &rsquo;t
-hof</p>
-<p class="line">Een jongen, zeer geleerden doctor aan;</p>
-<p class="line">Waar is hij?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Waar is hij?</span> Heer, hij
-wacht nabij deez&rsquo; zaal</p>
-<p class="line">Uw antwoord, of hij toegelaten wordt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Van heeler hart;&mdash;dat drie of vier van u</p>
-<p class="line">Hem hoff&rsquo;lijk de gerechtszaal
-binnenleiden.&mdash;</p>
-<p class="line">Intusschen hoore &rsquo;t hof Bellario&rsquo;s
-brief.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Een Klerk</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>leest</i>).</span> &bdquo;Deze
-is dienende om uwe</p>
-<p class="line">hoogheid te berichten, dat ik bij de ontvangst</p>
-<p class="line">van uw brief zeer ziek ben. Maar juist toen</p>
-<p class="line">uw bode aankwam, bracht mij een jong doctor</p>
-<p class="line">uit Rome, met name Balthazar, een vriendschappelijk</p>
-<p class="line">bezoek; ik heb hem bekend gemaakt</p>
-<p class="line">met het geding tusschen den Jood en den</p>
-<p class="line">koopman Antonio; wij hebben samen vele
-rechtsgeleerde</p>
-<p class="line">werken nageslagen; hij is volkomen</p>
-<p class="line">met mijn inzichten bekend, die hij, verbeterd</p>
-<p class="line">nog door zijn eigen geleerdheid (die zoo groot</p>
-<p class="line">is, dat ik haar niet genoeg roemen kan), op</p>
-<p class="line">mijn aandringen overbrengt, om uwe hoogheid</p>
-<p class="line">in mijne plaats ten dienste te staan. Ik verzoek</p>
-<p class="line">u dringend, laat zijn jeugdige leeftijd geen</p>
-<p class="line">oorzaak wezen om hem eerbiedige achting te</p>
-<p class="line">doen derven, want nooit zag ik een jong
-hoofd,<span class="pagenum">[<a id="xd21e6373" href="#xd21e6373" name="xd21e6373">335</a>]</span></p>
-<p class="line">zoo grijs in kennis. Ik reken voor hem met</p>
-<p class="line">vertrouwen op een gunstige ontvangst bij uwe</p>
-<p class="line">hoogheid; uw toetsing zal zijn lof beter
-verkondigen,</p>
-<p class="line">dan ik het kan doen.&rdquo;</p>
-</div>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par"></p>
-<div class="figure xd21e6383width"><img src="images/p334.jpg" alt="De koopman van Venetië, Vierde Bedrijf, Eerste Tooneel." width="720" height="466">
-<p class="figureHead"><span class="ex">De koopman van
-Venetië</span>, Vierde Bedrijf, Eerste Tooneel.</p>
-</div>
-<p class="par"></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Gij hoort, wat de geleerde man ons schrijft;</p>
-<p class="line">En hier, naar &rsquo;k denk, verschijnt de jonge
-doctor.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Portia</span> <i>komt op, in het
-gewaad van een rechtsgeleerde</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="line">Uw hand, Heer;&mdash;&rsquo;t is Bellario, die u
-zendt?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Zoo is &rsquo;t, doorluchte heer.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Zoo is &rsquo;t, doorluchte
-heer.</span> Neem plaats, wees welkom!</p>
-<p class="line">Is u &rsquo;t geding, dat op dit oogenblik</p>
-<p class="line">Voor &rsquo;t hof hier hangende is, alreeds bekend?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Ben van de zaak volkomen ingelicht.&mdash;</p>
-<p class="line">Wie is de koopman hier, waar is de jood?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Antonio, oude Shylock, komt naar voren.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Uw naam is Shylock?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Uw naam is Shylock?</span>
-Shylock is mijn naam.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Van vreemden aard is de eisch, dien gij hier doet,</p>
-<p class="line">Maar in den vorm, zoodat Venetië&rsquo;s wet</p>
-<p class="line">Bij &rsquo;t voeren van &rsquo;t geding u niet kan
-wraken.&mdash;</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Antonio</span>.)</span> Gij zijt het, die bedreigd wordt door zijn
-eisch? <span class="lineNum">180</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Zooals hij zegt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Zooals hij zegt.</span> En gij
-erkent den schuldbrief?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">O ja.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">O ja.</span> Dan moet de jood
-genadig zijn.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Gij zegt, ik moet; wat dwingt me? zeg me, wat?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Genade wordt verleend, niet afgedwongen;</p>
-<p class="line">Zij drupt, als zachte regen, uit den hemel</p>
-<p class="line">Op de aarde neer, en dubblen zegen brengt ze,</p>
-<p class="line">Zij zegent hem, die geeft, en die ontvangt;</p>
-<p class="line">Ze is &rsquo;t machtigste in den machtigste; ze
-siert</p>
-<p class="line">Den koning op zijn troon meer dan de kroon;</p>
-<p class="line">De scepter toon&rsquo; zijn wereldlijk gezag,</p>
-<p class="line">Zij &rsquo;t zinbeeld zijner macht en majesteit,</p>
-<p class="line">Wekke eerbied en ontzag voor &rsquo;t koningschap,</p>
-<p class="line">Maar boven dezen scepter heerscht genade;</p>
-<p class="line">Zij heeft haar zetel in der vorsten hart;</p>
-<p class="line">Zij is een eigenschap der godheid zelf;</p>
-<p class="line">En aardsche macht zweemt meest naar die van God,</p>
-<p class="line">Wanneer genade &rsquo;t recht doortrekt. Daarom,</p>
-<p class="line">Beroept ge u, jood, op &rsquo;t recht, bedenk ook
-dit,</p>
-<p id="kvv.iv.1.199" class="line">Dat, naar gerechtigheid, geen onzer
-ooit</p>
-<p class="line">Behouden wordt; wij bidden om genade;</p>
-<p class="line">En de eigen bede leert ons, zelf aan and&rsquo;ren</p>
-<p class="line">Genade te oef&rsquo;nen. Hiermee dring ik aan,</p>
-<p class="line">Dat gij de strengheid van uw eisch verzacht;</p>
-<p class="line">Want, blijft ge er bij, dan moet Venetië&rsquo;s
-hof</p>
-<p class="line">Zijn vonnis vellen tegen dezen koopman.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Mijn daden op mijn hoofd; ik eisch de wet,</p>
-<p class="line">De boete, de voldoening van mijn schuldbrief.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Is hem &rsquo;t betalen van het geld onmooglijk?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">O, neen, hier voor het hof bied ik &rsquo;t hem
-aan;</p>
-<p class="line">Ja tweemaal zelfs; als dit nog niet genoeg is,</p>
-<p class="line">Verbind ik mij het tienmaal te betalen,</p>
-<p class="line">&rsquo;k Verpand mijn handen, hoofd en hart er
-voor;</p>
-<p class="line">Is dit nog niet genoeg, dan blijkt het nu,</p>
-<p class="line">Dat boosheid braafheid onderdrukt. En &rsquo;k bid
-u,</p>
-<p class="line">Verbuig voor eens nu &rsquo;t recht door uw gezag;</p>
-<p class="line">Om waarlijk recht te doen, pleeg luttel onrecht,</p>
-<p class="line">En toom dien boozen duivel in zijn vaart.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Dit mag niet zijn. Geen macht kan in Venetië</p>
-<p class="line">Een wettig vastgestelde wet verwringen;</p>
-<p class="line">&rsquo;t Wierd aangehaald als voorbeeld voor &rsquo;t
-vervolg;</p>
-<p class="line">En menig misbruik vond, na zulk een voorgang,</p>
-<p class="line">Wel ingang in den staat; het mag niet zijn.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Een Daniël, die rechtspreekt! ja, een
-Daniël!&mdash;</p>
-<p class="line">O wijze, jonge rechter, hoe &rsquo;k u eer!
-<span class="lineNum">224</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Ik bid u, laat mij eens den schuldbrief zien.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Hier is hij, eed&rsquo;le doctor, zie, hier is hij.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Shylock, men biedt u driemaal thans uw geld.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Een eed, een eed, ik zond een eed ten hemel!</p>
-<p class="line">En zou ik meineed laden op mijn ziel?</p>
-<p class="line">Voor gansch Venetië niet.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Voor gansch Venetië
-niet.</span> Deez&rsquo; schuld verviel;</p>
-<p class="line">En &rsquo;t stuk geeft aan den jood het recht, dat
-hij</p>
-<p class="line">Een pond mag eischen van des koopmans vleesch,</p>
-<p class="line">&rsquo;t Moet snijden bij &rsquo;s mans
-hart;&mdash;maar wees genadig,</p>
-<p class="line">Neem driemaal &rsquo;t geld, en laat mij &rsquo;t stuk
-verscheuren.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Als aan zijn letter is voldaan, eer niet.</p>
-<p class="line">Het blijkt, dat gij een waardig rechter zijt;</p>
-<p class="line">Gij kent de wet, en uw betoog was juist</p>
-<p class="line">En bondig; ik bezweer u bij de wet,</p>
-<p class="line">Waarvan ge een hechte steunpilaar u toont,</p>
-<p class="line">Sla &rsquo;t vonnis nu; ik zweer toch bij mijn
-ziel,</p>
-<p class="line">Geen menschentong heeft in het minst de macht</p>
-<p class="line">Mij te verand&rsquo;ren; &rsquo;k sta hier op mijn
-schuldbrief.</p>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e6652" href="#xd21e6652" name="xd21e6652">336</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Van ganscher harte smeek ik &rsquo;t edel hof</p>
-<p class="line">Om uitspraak in mijn zaak.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Om uitspraak in mijn
-zaak.</span> Welnu, die luidt:</p>
-<p class="line">Houd uwen boezem voor zijn mes bereid.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">O, edel rechter, wakker jongeling!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p id="kvv.iv.1.247" class="line">De wet is duid&rsquo;lijk; zin en
-woorden slaan</p>
-<p class="line">Volkomen op de thans vervallen boete,</p>
-<p class="line">Die in dit stuk verschuldigd wordt erkend.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Volkomen waar; o, wijs en eerlijk rechter!</p>
-<p class="line">O, hoeveel ouder zijt ge dan gij schijnt!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Ontbloot alzoo uw boezem.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Ontbloot alzoo uw
-boezem.</span> Ja, zijn borst;</p>
-<p class="line">Zoo zegt mijn stuk;&mdash;niet waar, hoogedel
-rechter?&mdash;</p>
-<p class="line">Het naast aan &rsquo;t hart;&mdash;staat het niet
-woord&rsquo;lijk zoo?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Zoo is &rsquo;t. Hebt gij een weegschaal hier, om
-&rsquo;t vleesch</p>
-<p class="line">Te wegen?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Heb ze bij de hand.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Zorg voor een wondarts, Shylock, op uw kosten,</p>
-<p class="line">Die hem verbind&rsquo;, want anders bloedt hij
-dood.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Is dat zoo voorgeschreven in den schuldbrief?
-<span class="lineNum">259</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Het staat er niet uitdrukk&rsquo;lijk, maar wat doet
-dit?</p>
-<p class="line">&rsquo;t Waar&rsquo; goed, dat gij uit menschlijkheid
-het deedt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Ik kan &rsquo;t niet vinden, &rsquo;t staat niet in den
-schuldbrief.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Gij koopman, hebt gij ook nog iets te zeggen?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Slechts luttel; &rsquo;k ben bereid en
-welgewapend!&mdash;</p>
-<p class="line">Geef mij de hand, Bassanio, vaar gij wel!</p>
-<p class="line">Het grieve u niet, dat dit voor u mij treft;</p>
-<p class="line">Want hierin toont zich &rsquo;t Noodlot goediger,</p>
-<p class="line">Dan &rsquo;t anders pleegt te doen. Hoe vaak toch laat
-het</p>
-<p class="line">Den bankroetier zijn schatten overleven,</p>
-<p class="line">Om met gerimpeld voorhoofd, holstaand oog</p>
-<p class="line">Een ouden dag van armoede af te wachten;</p>
-<p class="line">Het spaart mij &rsquo;t slepend leed van zulke
-ellend!</p>
-<p class="line">Breng aan uw eedle ga mijn groeten over,</p>
-<p class="line">Meld haar de toedracht van Antonio&rsquo;s sterven,</p>
-<p class="line">Hoe ik u liefhad, roem den doode na,</p>
-<p class="line">En is &rsquo;t verhaal gedaan, laat haar beslissen,</p>
-<p class="line">Of niet Bassanio eens een vriend bezat.</p>
-<p class="line">Treurt gij slechts niet, dat gij een vriend
-verliest,</p>
-<p class="line">Dan treurt hij niet, dat hij uw schuld betaalt;</p>
-<p class="line">Want maakt de jood zijn snede diep genoeg,</p>
-<p class="line">Dan kwijt ik haar in eens met heel mijn hart.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Antonio, vriend, ik heb een vrouw gehuwd,</p>
-<p class="line">Die mij zoo dierbaar is als &rsquo;t leven zelf;</p>
-<p class="line">Maar &rsquo;t leven zelf, mijn vrouw, de gansche
-wereld,</p>
-<p class="line">Zij gelden mij niet hooger dan uw leven;</p>
-<p class="line">&rsquo;k Gaf alles prijs, dit alles offerde ik</p>
-<p class="line">Dien duivel daar, om u van hem te ontslaan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Uw vrouw betuigde u zeker luttel danks,</p>
-<p class="line">Was zij hierbij en hoorde ze uw betuiging.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Ik heb een vrouw, die &rsquo;k min, ik zweer &rsquo;t;
-maar &rsquo;k wenschte</p>
-<p class="line">Haar in den hemel, kon ze daar een macht</p>
-<p class="line">Verbidden, die dien hondschen jood verkneedde.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is goed, dat gij dit in haar afzijn zegt:</p>
-<p class="line">Uw wensch kon licht den vre&ecirc; van &rsquo;t huis
-verstoren.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Zoo zijn
-de christenmannen;&mdash;&rsquo;k heb een dochter,</p>
-<p class="line">Maar had ze wien ook van Barabbas&rsquo; stam</p>
-<p class="line">Tot man genomen, eer nog dan een christen!&mdash;</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>Luid.</i>)</span> De tijd
-verloopt; ik bid u, kom tot de uitspraak. <span class="lineNum">298</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Een pond van dezes koopmans vleesch is u;</p>
-<p class="line">Het hof erkent dit, en de wet verleent het.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">O hoogst rechtvaardig rechter!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Gij moet dit vleesch hem snijden van de borst;</p>
-<p class="line">De wet erkent dit, en het hof verleent het.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Hoogstwijze rechter!&mdash;&rsquo;t Is beslist, bereid
-u!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Een oogenblik nog;&mdash;neem ook dit in
-acht:&mdash;</p>
-<p class="line">De schuldbrief hier geeft u geen druppel bloeds;</p>
-<p class="line">De woorden zijn uitdrukk&rsquo;lijk: een pond
-vleesch.</p>
-<p class="line">Neem dus uw schuldbrief, neem gij uw pond vleesch;</p>
-<p class="line">Maar zoo, bij &rsquo;t snijden, gij een drup
-vergiet,</p>
-<p class="line">Een enklen druppel christenbloed, dan vallen</p>
-<p class="line">Uw land en goedren, naar Venetië&rsquo;s wet,</p>
-<p class="line">Den staat Venetië toe.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">O, eerlijk rechter! jood; een wijze rechter!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Is dat de wet?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Is dat de wet?</span> Gij zult
-de keur zelf zien;</p>
-<p class="line">Gij eischtet recht, en, wees verzekerd, recht</p>
-<p class="line">Zal u geworden, meer dan gij verlangt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">O wijze rechter! jood; een wijze rechter!</p>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e6916" href="#xd21e6916" name="xd21e6916">337</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">&rsquo;k Neem &rsquo;t aanbod aan;&mdash;betaal
-driemaal de schuld,</p>
-<p class="line">En dat de christen ga.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">En dat de christen ga.</span>
-Hier is het geld.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Bedaar! Den jood</p>
-<p class="line">Zal al zijn recht geworden!&mdash;neen, geen haast!</p>
-<p class="line">De boete zal hij hebben en niets meer.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">O, jood, een eerlijk rechter! een wijs rechter!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Daarom, maak u gereed het vleesch te snijden.</p>
-<p class="line">Maar stort geen bloed; en snijd niet min of meer</p>
-<p class="line">Dan juist een pond; want neemt ge meer of minder</p>
-<p class="line">Dan juist een pond;&mdash;al waar&rsquo; &rsquo;t ook
-maar zooveel,</p>
-<p class="line">Dat het gewicht te licht wordt of te zwaar,</p>
-<p class="line">Een onderdeel zelfs van een twintigste</p>
-<p class="line">Van &eacute;&eacute;nen scrupel;&mdash;slaat de
-weegschaal door,</p>
-<p class="line">Ja, waar&rsquo; &rsquo;t ook slechts de breedte van een
-haar,&mdash;</p>
-<p class="line">Dan sterft ge, en al uw goedren zijn verbeurd.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Een tweede Daniël! ja, een Daniël, jood!</p>
-<p class="line">Nu, ongedoopte hond, nu hebben we u.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Wat draalt de jood nog? Neem, wat u verviel.
-<span class="lineNum">335</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Geef mij mijn hoofdsom slechts, en laat mij gaan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Ik heb het geld voor u gereed; hier is &rsquo;t.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Hij heeft het openlijk voor &rsquo;t hof versmaad;</p>
-<p class="line">Zijn recht slechts zal hij hebben en zijn
-schuldbrief.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Een Daniël, zeg ik weer, een tweede
-Daniël!&mdash;</p>
-<p class="line">Ik dank u, jood, voor &rsquo;t leeren van dat
-woord.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Krijg ik dan nu niet eens mijn hoofdsom weer?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Niets krijgt ge, niets, dan de vervallen boete;</p>
-<p class="line">Die moogt ge op lijfsgevaar nu innen, jood.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Dan doe de duivel hem er wel bij varen!</p>
-<p class="line">Ik laat me er langer niet mee in.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Ik laat me er langer niet mee
-in.</span> Blijf, jood;</p>
-<p class="line">Het recht heeft nog iets anders van u te eischen.</p>
-<p class="line">De wetten van Venetië stellen vast:&mdash;</p>
-<p class="line">Als van een vreemdling te bewijzen is,</p>
-<p class="line">Dat hij, &rsquo;t zij rechtstreeks, &rsquo;t zij op
-slinksche wijs,</p>
-<p class="line">Een burger naar het leven heeft gestaan,</p>
-<p class="line">Dan naast de burger, wiens verderf hij zocht,</p>
-<p class="line">De helft van al zijn goedren; de andre helft</p>
-<p class="line">Valt aan de schatkist van den staat ten deel;</p>
-<p class="line">En &rsquo;t leven van den schuldige berust</p>
-<p class="line">In &rsquo;s dogen hand, die niemands stem behoeft.</p>
-<p class="line">Deze uitspraak, zeg ik, past geheel op u:</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is uit uw handling hier voor &rsquo;t hof
-gebleken,</p>
-<p class="line">Dat gij &egrave;n rechtstreeks &egrave;n op slinksche
-wijs</p>
-<p class="line">Met overleg het leven hebt bedreigd</p>
-<p class="line">Van den verweerder; en de strafbedreiging,</p>
-<p class="line">Zoo even aangehaald, is hier van kracht.</p>
-<p class="line">Dus kniel, en smeek genade van den doge.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Smeek om verlof, dat gij uzelf verhangt;</p>
-<p class="line">Want, daar gij al uw goed&rsquo;ren hebt verbeurd,</p>
-<p class="line">Bleef u de waarde zelfs niet van den strik,</p>
-<p class="line">En moet de staat dat hangen nog betalen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Opdat ge in ons een andren geest erkent,</p>
-<p class="line">Schenk ik u &rsquo;t leven, eer gij er om bidt;</p>
-<p class="line">Uw halve have is voor Antonio,</p>
-<p class="line">En de andre helft is aan den staat vervallen,</p>
-<p class="line">Maar deemoed kan dit mindren tot een boete.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Ja, voor den staat, niet voor Antonio.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Neen, neem mij &rsquo;t leven ook, schenk dat mij
-niet;</p>
-<p class="line">Gij neemt mijn huis, als gij den steun mij neemt,</p>
-<p class="line">Waar heel mijn huis op rust; gij neemt mijn leven,</p>
-<p class="line">Als gij de midd&rsquo;len neemt, waar ik door leef.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">En wat kan &ugrave;w genade zijn, Antonio?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Een strop voor niet; niets meer, om Gods wil, niets.
-<span class="lineNum">379</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Behaagt het aan uw hoogheid en aan &rsquo;t hof,</p>
-<p class="line">Die straf van de eene helft hem kwijt te schelden,</p>
-<p class="line">Dan is &rsquo;t mij goed, mits hij mij de andre
-helft</p>
-<p class="line">In bruikleen geven wil,&mdash;om na zijn dood</p>
-<p class="line">Die weder af te staan aan de&rsquo; edelman,</p>
-<p class="line">Die onlangs hem zijn dochter heeft geschaakt;</p>
-<p class="line">En nog twee eischen: dat, voor deze gunst,</p>
-<p class="line">Hij van dit oogenblik een christen worde,</p>
-<p class="line">Ten andre, dat hij, hier nu, voor het hof,</p>
-<p class="line">Al wat hij bij zijn dood bezitten zal,</p>
-<p class="line">Zijn zoon Lorenzo en zijn dochter schenke.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Dit zal hij doen, of anders trek ik in</p>
-<p class="line">Wat ik reeds van genade heb gerept.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Zijt gij tevreden, jood? wat is uw antwoord?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Ik ben tevreden.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Ik ben tevreden.</span>
-Schrijver, stel een schenking.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Shylock.</p>
-<p class="line">Ik bid u, sta mij toe van hier te gaan;</p>
-<p class="line">Ik ben niet wel; zend mij de schenking na;</p>
-<p class="line">Ik zal ze teek&rsquo;nen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Ik zal ze
-teek&rsquo;nen.</span> Ga dan heen, maar teeken.</p>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e7177" href="#xd21e7177" name="xd21e7177">338</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Twee peten zult ge hebben bij uw doop;</p>
-<p id="kvv.iv.1.399" class="line">Ware ik uw rechter, tien hadt gij er
-meer,</p>
-<p class="line">Om u ter galg te leiden, niet ter doopvont.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Shylock</span>
-<i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Ik bid u, heer, gebruik het maal bij mij.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Verschoon me, ik zeg uw hoogheid need&rsquo;rig
-dank;</p>
-<p class="line">Ik moet deze&rsquo; avond nog in Padua zijn,</p>
-<p class="line">En &rsquo;t beste is dus, onmidd&rsquo;lijk af te
-reizen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Doge.</p>
-<p class="line">Het spijt me, dat uw tijd het niet gehengt.&mdash;</p>
-<p class="line">Antonio, toon u aan den doctor dankbaar,</p>
-<p class="line">Want, naar mij dunkt, zijt gij hem veel verplicht.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>De Doge, Senatoren en Gevolg
-af.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Hoogedel heer, mijn vriend en ik, wij zijn</p>
-<p class="line">Door uwe wijsheid heden vrijgesproken</p>
-<p class="line">Van zware boete; en gaarne bieden we u,</p>
-<p class="line">Wat aan den jood verschuldigd was, drieduizend</p>
-<p class="line">Dukaten, voor uw edel hulpbetoon. <span class="lineNum">412</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">En blijven, als uw schuld&rsquo;naars, bovendien</p>
-<p class="line">Tot liefde en we&ecirc;rdienst eeuwig u verplicht.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Die weltevreden is, is welbetaald;</p>
-<p class="line">Ik ben tevreden, dat ik u bevrijdde,</p>
-<p class="line">En reken daardoor reeds mij welbetaald;</p>
-<p class="line">Naar grooter loon heb ik nog nooit gestreefd.</p>
-<p class="line">E&eacute;n bede: ken me, als gij mij weer ontmoet;</p>
-<p class="line">Ik wensch u heil, en hierme&ecirc; neem ik
-afscheid.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Zoo laten we u niet los, mijn waarde heer;</p>
-<p class="line">Neem een gedacht&rsquo;nis aan, maar als geschenk,</p>
-<p class="line">En niet als loon; twee gunsten vraag ik u:</p>
-<p class="line">Sla dit niet af, en duid mijn drang niet euvel.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Gij dringt mij sterk, en daarom geef ik toe.</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Antonio</span>.)</span> Uw handschoen dan; ik draag ze u ter
-gedacht&rsquo;nis;</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Bassanio</span>.)</span> En daar gij &rsquo;t wenscht, neem ik
-deez&rsquo; ring van u;&mdash;</p>
-<p class="line">Trek niet de hand terug; ik wil niet meer;</p>
-<p class="line">En uwe vriendschap mag mij dit niet weig&rsquo;ren.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Die ring, mijn heer,&mdash;ach, zulk een
-kleinigheid;</p>
-<p class="line">Ik zou mij schamen, u dien aan te bieden.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Ik wil niet anders hebben dan dien ring</p>
-<p class="line">Hoe &rsquo;t komt, ik weet niet, maar ik hecht er
-aan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is om de waarde niet, <span class="corr" id="xd21e7321" title="Niet in bron">&rsquo;</span>t is om den ring;</p>
-<p class="line">Den kostbaarste&rsquo; in Venetië geef ik u,</p>
-<p class="line">Dien openbare navraag vinden laat;</p>
-<p class="line">Slechts deze&rsquo; alleen, ik bid u, vraag dien
-niet.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Gij biedt, dit zie ik, onbekrompen aan;</p>
-<p class="line">Eerst leerdet gij mij beed&rsquo;len, en nu, dunkt
-me,</p>
-<p class="line">Nu leer ik, hoe men beedlaars antwoord geeft.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Deez&rsquo; ring gaf, waarde heer, mijn vrouw me, en
-vroeg</p>
-<p class="line">Bij &rsquo;t aandoen mij een eed, dat ik hem nooit</p>
-<p class="line">Verkoopen zou, verliezen, weg zou schenken.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Met zulk een uitvlucht spaart men meen&rsquo;ge
-gave.</p>
-<p class="line">Maar is uw vrouw geen dwaze vrouw, en weet ze,</p>
-<p class="line">Hoe ik dien ring verdiende, wis, zij zal</p>
-<p class="line">Niet eeuwig toornig blijven, dat ge aan mij</p>
-<p class="line">Hem weggaaft.&mdash;Nu, het zij zoo; &rsquo;t ga u
-wel.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Portia</span> <i>en</i>
-<span class="sc">Nerissa</span> <i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Bassanio, vriend, sta hem den ring toch af;
-<span class="lineNum">449</span></p>
-<p class="line">Dat zijn verdiensten en mijn vriendschap saam</p>
-<p class="line">Hier gelden tegen wat uw vrouw gebood.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Gratiano, haast u, haal hem in, en geef</p>
-<p class="line">Den ring hem nog; en breng hem, zoo ge kunt,</p>
-<p class="line">Zelf bij ons, in Antonio&rsquo;s huis;&mdash;maak
-spoed!</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Gratiano</span>
-<i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="line">Kom, gij en ik, wij gaan daar daad&rsquo;lijk heen,</p>
-<p class="line">En morgen in de vroegte vliegen wij</p>
-<p class="line">Naar Belmont samen. Kom, Antonio.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Bassanio</span> <i>en</i>
-<span class="sc">Antonio</span> <i>af</i>.)</p>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.iv.2" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Tweede Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>Een straat.</i></p>
-<p class="stage"><span class="sc">Portia</span> <i>en</i> <span class="sc">Nerissa</span> <i>komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Vraag naar de woning van den jood en laat</p>
-<p class="line">Dit stuk hem teek&rsquo;nen. Nog van avond gaan
-wij;</p>
-<p class="line">Zoo zijn we een dag voor onze mannen thuis.</p>
-<p class="line">Dit stuk zal aan Lorenzo welkom zijn.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Gratiano</span> <i>komt op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Goed, dat ik u nog inhaal, waarde heer!</p>
-<p class="line">Bassanio, die tot beter inzicht kwam,</p>
-<p class="line">Zendt U deez&rsquo; ring door mij en noodigt u</p>
-<p class="line">Van middag tot het maal.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Van middag tot het maal.</span>
-Dit kan niet zijn,</p>
-<p class="line">Maar hartlijk dank ik hem voor dezen ring;<span class="pagenum">[<a id="xd21e7483" href="#xd21e7483" name="xd21e7483">339</a>]</span></p>
-<p class="line">En &rsquo;k bid u, zeg hem dit. Wees ook zoo goed</p>
-<p class="line">Mijn klerk den weg naar Shylocks huis te wijzen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Met veel genoegen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>tot</i> <span class="sc">Portia</span>, <i>luid</i>).</span> Heer, een woord met
-u;&mdash;</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>Zacht.</i>)</span> &rsquo;k Wil
-zien, den ring te krijgen van mijn man,</p>
-<p class="line">Dien ik hem zweren deed nooit weg te schenken!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Dat kunt gij wis; dat zal een zweren zijn,</p>
-<p class="line">Dat zij aan mannen slechts hun ringen schonken;</p>
-<p class="line">Doch we &ograve;verkraaien, &ograve;verzweren
-hen.&mdash;</p>
-<p class="line">Maar ga, maak haast; gij weet, waar ik u wacht.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">Kom, waarde heer, wilt gij zijn huis mij wijzen?</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.v" class="div1 act"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">Vijfde Bedrijf.</h2>
-<div id="kvv.v.1" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h3 class="main">Eerste Tooneel.</h3>
-<p class="stage"><span class="ex">Belmont.</span> <i>Een park voor</i>
-<span class="sc">Portia&rsquo;s</span> <i>woning</i>.</p>
-<p class="stage"><span class="sc">Lorenzo</span> <i>en</i> <span class="sc">Jessica</span> <i>komen op</i>.</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p id="kvv.v.1.1" class="line">&rsquo;t Is heldre maan; in zulk een
-nacht als deze,</p>
-<p class="line">Toen zachte lucht de boomen vriendlijk kuste</p>
-<p class="line">En nauwlijks ruischen deed,&mdash;in zulk een
-nacht,</p>
-<p class="line">Naar &rsquo;k denk, steeg Troilus op Troja&rsquo;s
-wal</p>
-<p class="line">En zond zijn ziel haar zuchten naar de tenten</p>
-<p class="line">Der Grieken heen, waar ook zijn Cressida</p>
-<p class="line">Die nacht te sluim&rsquo;ren lag.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Die nacht te sluim&rsquo;ren
-lag.</span> In zulk een nacht</p>
-<p class="line">Sloop Thisbe, schuchter tripp&rsquo;lend, op den
-dauw,</p>
-<p class="line">En zag geen leeuw nog, maar alleen zijn schim,</p>
-<p class="line">En nam vol angst de vlucht.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">En nam vol angst de
-vlucht.</span> In zulk een nacht</p>
-<p class="line">Stond Dido, in haar hand een wilgetak,</p>
-<p class="line">Op &rsquo;t woeste zeestrand, om haar lief te
-wenken,</p>
-<p class="line">We&ecirc;r naar Carthago&rsquo;s kust.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">We&ecirc;r naar
-Carthago&rsquo;s kust.</span> In zulk een nacht</p>
-<p class="line">Las zich Medea tooverkruid en maakte</p>
-<p class="line">Den ouden &AElig;son jong.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Den ouden &AElig;son
-jong.</span> In zulk een nacht</p>
-<p class="line">Verloor de rijke jood zijn Jessica,</p>
-<p class="line">Die uit Venetië met een spilziek lief</p>
-<p class="line">En heel naar Belmont vlood. <span class="lineNum">17</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">En heel naar Belmont
-vlood.</span> In zulk een nacht</p>
-<p class="line">Zwoer haar Lorenzo, dat hij te&ecirc;r haar minde,</p>
-<p class="line">En stal met meen&rsquo;gen eed van trouw haar hart,</p>
-<p class="line">Doch alle waren valsch.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Doch alle waren valsch.</span>
-In zulk een nacht</p>
-<p class="line">Bekladde Jessica, die kleine feeks,</p>
-<p class="line">Haar zoetelief, maar hij vergaf het haar.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Ik zou u &oacute;ver-nachten, kwam er niemand;</p>
-<p class="line">Maar luister, &rsquo;k hoor den stap daar van een
-man.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Stefano</span> <i>komt op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Wie komt zoo haastig in de stille nacht?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Stefano.</p>
-<p class="line">Goed volk.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Goed volk? wat volk? Zeg mij uw naam, goed volk!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Stefano.</p>
-<p class="line">Mijn naam is Stefano; ik breng bericht,</p>
-<p class="line">Dat de eedle vrouw voor de&rsquo; aanvang van den
-dag</p>
-<p class="line">Te Belmont zijn zal; ze is nog op haar tocht</p>
-<p class="line">Langs heiligbeelden, waar ze knielt en bidt</p>
-<p class="line">Om zegen op haar echt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Om zegen op haar echt.</span>
-En wie verzelt haar?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Stefano.</p>
-<p class="line">Een heil&rsquo;ge kluiz&rsquo;naar en haar
-kamerjuffer.</p>
-<p class="line">Maar zeg me, is de eedle heer nog niet terug?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Nog niet; we ontvingen zelfs nog geen
-bericht.&mdash;</p>
-<p class="line">Maar laat ons, Jessica, naar binnen gaan</p>
-<p class="line">En zorgen, dat de meesteres van &rsquo;t huis</p>
-<p class="line">Nu met een plechtig welkom zij begroet. <span class="lineNum">38</span></p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Lancelot</span> <i>komt op</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Hola, hola, ho, heila, hola, ho!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="par">Wie roept daar?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Hola! hebt gij den heer Lorenzo en mevrouw Lorenzo ook
-gezien? Hola! hola!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="par">Houd op met uw hola, man; hier.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Hola! waar? waar?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="par">Hier.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lancelot.</p>
-<p class="par">Zeg hem, dat er een postiljon is gekomen, die zijn
-<span class="corr" id="xd21e7766" title="Bron: horen">hoorn</span> vol
-goed nieuws heeft; mijn meester zal nog voor zonsopgang hier zijn.</p>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lancelot</span>
-<i>af</i>.)</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Kom, liefste, binnen dan hun komst verbeid!</p>
-<p class="line">Of neen, waartoe naar binnen? &rsquo;t Is niet
-noodig,</p>
-<p class="line">Vriend Stefano, ik bid u, meld aan allen</p>
-<p class="line">In huis, dat de eedle vrouw in aantocht is,</p>
-<p class="line">En breng de muzikanten mee naar buiten.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<span class="sc">Stefano</span>
-<i>af</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="line">Wat slaapt het maanlicht lieflijk op dien
-heuvel!<span class="pagenum">[<a id="xd21e7802" href="#xd21e7802" name="xd21e7802">340</a>]</span></p>
-<p class="line">Hier zetten we ons, hier drinke ons oor de tonen</p>
-<p class="line">Der hemelsche muziek; de vre&ecirc; der nacht</p>
-<p class="line">Stemt met den klank van zoete harmonie.</p>
-<p class="line">Kom, Jessica; zie, is het hemelwelf</p>
-<p class="line">Niet ingelegd met schijfjes schitt&rsquo;rend goud?</p>
-<p class="line">Geen licht, hoe klein, dat ge daarboven ziet,</p>
-<p class="line">Dat op zijn baan niet als een engel zingt,</p>
-<p class="line">Bij &rsquo;t koor der Cherubim met kinderoogen.</p>
-<p class="line">Gelijke harmonie is in de zielen</p>
-<p class="line">Der menschen, maar zoolang &rsquo;t verganklijk
-kleed</p>
-<p class="line">Onsterflijkheid omhult, is ze ons onhoorbaar.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>De Muzikanten komen op.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="line">Weest welkom, wekt Diana met een lied;</p>
-<p class="line">Dringt met uw klanken door tot uw gebiedster,</p>
-<p class="line">En toovert, lieflijk streelend, haar naar huis.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>Muziek.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Jessica.</p>
-<p class="line">Ik ben bij lieflijke muziek nooit lustig.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Dit komt, omdat uw geest haar luistrend volgt;</p>
-<p class="line">Want zie maar eens een wilde, dartle kudde,</p>
-<p class="line">Of troepje veulens, jong en ongetemd;</p>
-<p class="line">Zij springen dol, zij loeien, brieschen luid,</p>
-<p class="line">Want dat is de aard en de eisch van &rsquo;t warme
-bloed; <span class="lineNum">74</span></p>
-<p class="line">Maar nauwlijks hooren ze een trompet, die schalt,</p>
-<p class="line">Of treft het ruischen van muziek hun oor,</p>
-<p class="line">Gij ziet hen plotsling, luistrend, stil bijeen;</p>
-<p class="line">De macht der tonen dwingt dat vlammend oog</p>
-<p class="line">Tot kalmen blik. Van daar &rsquo;t verhaal des
-dichters,</p>
-<p class="line">Dat Orpheus boomen, rotsen, stroomen boeide,</p>
-<p class="line">Daar niets zoo stug, zoo hard, zoo woedend is,</p>
-<p class="line">Dat niet muziek het voor een tijd verandert.</p>
-<p class="line">Heeft iemand in zichzelven geen muziek,</p>
-<p class="line">Roert hem de meng&rsquo;ling niet van zoete tonen,</p>
-<p class="line">Die man deugt tot verraad, tot list en roof,</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is duister in zijn geest als middernacht,</p>
-<p class="line">In zijn gemoed zoo zwart als &rsquo;t rijk der
-schimmen;&mdash;</p>
-<p class="line">Vertrouw hem nooit!&mdash;O, hoor eens die muziek!</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Portia</span> <i>en</i> <span class="sc">Nerissa</span> <i>komen op, nog op een afstand</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Dat licht daar, dat wij zien, brandt in de zaal;</p>
-<p class="line">Hoe verre licht die kleine kaars! zoo straalt</p>
-<p class="line">Een goede daad in deze booze wereld.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">Bij &rsquo;t maanlicht zagen wij dat kaarslicht
-niet.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Zoo doet een grooter glans een mind&rsquo;ren
-tanen;</p>
-<p class="line">Een plaatsvervanger straalt gelijk een vorst,</p>
-<p class="line">Totdat de vorst verschijnt, en dan vervloeit</p>
-<p class="line">Zijn praal, zooals een beekje van het land</p>
-<p class="line">In &rsquo;t groote bed der waat&rsquo;ren. Hoor,
-muziek!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is de muziek, mejonkvrouw, van uw huis.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Niets is er goed, naar &rsquo;k zie, dan op zijn
-tijd;</p>
-<p class="line">Mij dunkt, ze klinkt veel schooner dan bij dag.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">De stilte schenkt haar die bekoorlijkheid.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">De leeuwrik zingt niet schooner dan de kraai,</p>
-<p class="line">Dan voor een luistrend oor; en &rsquo;k denk, dat
-zelfs</p>
-<p class="line">De nachtegaal, zong die bij dag zijn lied,</p>
-<p class="line">Als alle ganzen snaat&rsquo;ren, naar de schatting</p>
-<p class="line">Geen beter zanger dan de musch zou zijn.</p>
-<p class="line">Hoe menig ding wordt op zijn tijd alleen</p>
-<p class="line">Naar waarde en naar volkomenheid geschat!&mdash;</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot de Muzikanten.</i>)</span>
-Nu stil! De maan rust bij Endymion</p>
-<p class="line">En sluimere ongestoord!</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>De muziek houdt op.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">En sluimere ongestoord!</span>
-Dit is de stem,</p>
-<p class="line">Of ik bedrieg mij zeer, van Portia. <span class="lineNum">111</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Hij kent mij, als een blindeman den koekoek,</p>
-<p class="line">Aan &rsquo;t leelijk roepen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Aan &rsquo;t leelijk
-roepen.</span> Welkom, waarde jonkvrouw!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Wij baden voor het heil van onze mannen,</p>
-<p class="line">Dat, hoop ik, is vermeerderd door ons doen.</p>
-<p class="line">Zijn ze al terug?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Zijn ze al terug?</span> Tot nu
-toe niet, mejonkvrouw;</p>
-<p class="line">Maar wel kwam hun alreeds een bo&ocirc; vooruit</p>
-<p class="line">Om aan te melden.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Om aan te melden.</span> Ga in
-huis, Nerissa.</p>
-<p class="line">En geef aan mijn bedienden last, dat ieder</p>
-<p class="line">Zich houde, als waren we altijd thuis
-geweest;&mdash;</p>
-<p class="line">Ook gij, Lorenzo;&mdash;Jessica, ook gij.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<i>Horengeschal.</i>)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Daar komt uw echtgenoot; het is zijn horen;</p>
-<p class="line">Wij klappen niet, mejonkvrouw, wees gerust.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Deez&rsquo; nacht is, dunkt me, slechts een kwijnend
-daglicht;</p>
-<p class="line">Zij ziet wat bleeker, maar het is nu dag,</p>
-<p class="line">Zooals de dag is bij beloken zon.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Bassanio</span>, <span class="sc">Antonio</span> <i>en</i> <span class="sc">Gratiano</span> <i>komen
-op, met Gevolg</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Verscheent gij steeds, als ons de zon verlaat,</p>
-<p class="line">Dan hadden wij met de Antipoden dag.</p>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e8079" href="#xd21e8079" name="xd21e8079">341</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Geve ik u licht, ik zij niet licht van zin;</p>
-<p class="line">Die lichtheid maakt een man licht zwaar te moede;</p>
-<p class="line">En nimmer zij Bassanio dat door mij;</p>
-<p class="line">Verhoede &rsquo;t God!&mdash;Wees welkom thuis, mijn
-gade!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Ik dank u, lieve;&mdash;o, heet mijn vriend hier
-welkom!&mdash;</p>
-<p class="line">Dit is Antonio, die voor heel mijn leven</p>
-<p class="line">Onlosbaar mij aan zich verbonden heeft.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Tot elken dank moogt ge u verbonden reek&rsquo;nen,</p>
-<p class="line">Want zwaar verbond hij zich, zoo &rsquo;k hoor, voor
-u.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Niet zoo, of hij en ik zijn thans weer vrij.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Heer, gij zijt hartlijk welkom in ons huis;</p>
-<p class="line">Maar &rsquo;t moet zich anders toonen dan in
-woorden,</p>
-<p class="line">En &rsquo;k spaar dus hoff&rsquo;lijkheid van louter
-lucht.</p>
-</div>
-<p class="stage">(<span class="sc">Gratiano</span> <i>en</i>
-<span class="sc">Nerissa</span> <i>zijn middelerwijl in
-woordenwisseling geraakt</i>.)</p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Ik zweer u bij de maan daar, dat ge dwaalt;</p>
-<p class="line">Ik gaf hem, waarlijk aan des doctors klerk;</p>
-<p class="line">En &rsquo;k wo&ucirc;, dat hij tot niets werd, die hem
-heeft,</p>
-<p class="line">Daar &rsquo;t u, melieve, zoo ter harte gaat.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Wat! reeds een twist? eilieve, zeg waarom? <span class="lineNum">146</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is om een strookje gouds, een kleinen
-ring,</p>
-<p class="line">Dien zij mij gaf; met alledaagsche spreuk,</p>
-<p class="line">Zoo van die messenmakerspoëzie</p>
-<p class="line">Op klingen: &bdquo;wees mij trouw, begeef mij
-niet.&rdquo;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">Wat praat ge van de spreuk of van de waarde?</p>
-<p class="line">Gij zwoert me, toen ik hem u gaf, dat gij</p>
-<p class="line">Hem dragen zoudt tot in uw stervensuur,</p>
-<p class="line">En dat hij met u rusten zou in &rsquo;t graf;</p>
-<p class="line">Gij moest hem reeds, om al uw schriklijke eeden,</p>
-<p class="line">Zoo niet om mij, vereeren en bewaren.</p>
-<p class="line">Des doctors klerk!&mdash;God weet, nooit krijgt die
-klerk,</p>
-<p class="line">Wien gij hem afstondt, haar op zijn gezicht.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Ja toch, als hij maar leeft, tot hij een man is.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">Ja, als een vrouw maar leeft, tot zij een man is.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Zoo waar ik leef, ik gaf hem aan een
-jonkman,&mdash;</p>
-<p class="line">Een jongen nog, een kriel, een kleinen dreumes,</p>
-<p class="line">Niet grooter dan gijzelf, des rechters klerk,</p>
-<p class="line">Een snappend kind; die vroeg hem als een fooi;</p>
-<p class="line">Het ging me aan &rsquo;t hart, maar &rsquo;t was hem
-niet te weig&rsquo;ren.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Ronduit gezegd, het was verkeerd, lichtzinnig,</p>
-<p class="line">Die eerste liefdegift zoo weg te werpen,</p>
-<p class="line">Die gij met eeden aan uw vinger staakt,</p>
-<p class="line">Als pand van trouw er aan had vastgeklonken.</p>
-<p class="line">Ik gaf mijn liefste een ring en deed hem zweren,</p>
-<p class="line">Nooit zou hij er van scheiden; zie, daar staat hij,</p>
-<p class="line">En &rsquo;k zweer voor hem, dat hij hem nimmer
-afstaat,</p>
-<p class="line">Nooit van den vinger neemt, neen, voor de schatten</p>
-<p class="line">Der gansche wereld niet. Voorwaar, Gratiano,</p>
-<p class="line">&rsquo;t Is liefdloos zoo uw vrouw te grieven; ja,</p>
-<p class="line">Gebeurde &rsquo;t mij, ik ergerde mij dood.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Liefst
-kapte ik mij de hand, en zwoer, dat ik</p>
-<p class="line">Den ring verloor, terwijl ik er voor streed.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Bassanio stond zijn ring den rechter af,</p>
-<p class="line">Die dringend er om vroeg, en waarlijk dubbel</p>
-<p class="line">Verdiend had, en toen vroeg de klerk, dat jongske,</p>
-<p class="line">Dat druk genoeg geschreven had, den mijnen;</p>
-<p class="line">En heer en dienaar wilden maar niets anders</p>
-<p class="line">Dan die twee ringen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Dan die twee ringen.</span>
-Welken ring stondt ge af,</p>
-<p class="line">Mijn g&acirc;? Toch niet, naar &rsquo;k hoop, dien ik u
-gaf?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Kon ik een leugen voegen bij &rsquo;t vergrijp,</p>
-<p class="line">Ik zou ontkennen; maar gij ziet, ik heb</p>
-<p class="line">Geen ring meer aan mijn vinger, hij is weg.
-<span class="lineNum">188</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">En evenzoo ontvlood de trouw uw hart.</p>
-<p class="line">Bij God, wij zijn gescheiden, tot gij mij</p>
-<p class="line">Den ring weer toont.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Den ring weer toont.</span> Wij
-evenzeer, tot ik</p>
-<p class="line">Den mijnen weerzie.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Den mijnen weerzie.</span>
-Dierbre Portia,</p>
-<p class="line">Indien gij wist, aan wien ik gaf den ring,</p>
-<p class="line">Indien gij wist, voor wien ik gaf den ring,</p>
-<p class="line">Erkennen woudt, waarvoor ik gaf den ring,</p>
-<p class="line">En hoe ongaarne ik afstond dezen ring,</p>
-<p class="line">Daar niets werd aangenomen dan de ring,</p>
-<p class="line">Uw gramschap en uw strengheid wierd verzacht.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Hadt gij erkend de kracht van dezen ring,</p>
-<p class="line">Slechts half geschat de geefster van den ring,</p>
-<p class="line">Erkend, hoe zelfs uw eer hing aan den ring,</p>
-<p class="line">Gij hadt niet kunnen scheiden van den ring.</p>
-<p class="line">Wat man had zoo onreedlijk kunnen zijn,&mdash;</p>
-<p class="line">Hadt gij uw ring met eenig vuur verdedigd,&mdash;</p>
-<p class="line">Zoo onbescheiden, op iets aan te dringen,</p>
-<p class="line">Door u als plechtig onderpand geschat?</p>
-<p class="line">Nerissa toont mij, wat ik moet gelooven;</p>
-<p class="line">Ik sterf er op, een vrouw verkreeg den ring.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Neen, op mijn eer, neen, bij mijn zaligheid,</p>
-<p class="line">Geen vrouw verkreeg hem, maar een waardig
-man,<span class="pagenum">[<a id="xd21e8342" href="#xd21e8342" name="xd21e8342">342</a>]</span></p>
-<p class="line">Een doctor, die den ring vroeg, en drieduizend</p>
-<p class="line">Dukaten afsloeg; &rsquo;k heb den ring geweigerd,</p>
-<p class="line">En liet hem ontevreden gaan; en toch,</p>
-<p class="line">Hij was het, die mijn dierbren vriend het leven</p>
-<p class="line">Gered had. Zeg, wat kon ik doen, geliefde?</p>
-<p class="line">Ik was genoopt den ring hem na te zenden;</p>
-<p class="line">De plicht der hoff&rsquo;lijkheid drong mij tot
-schaamte;</p>
-<p class="line">Mijn eer verbood, dat grove ondankbaarheid</p>
-<p class="line">Haar zoo besmette. Schenk vergiff&rsquo;nis, beste!</p>
-<p id="kvv.v.1.220" class="line">Gij hadt,&mdash;ik zweer &rsquo;t u
-bij die heil&rsquo;ge vonken!&mdash;</p>
-<p class="line">Waart gij er bij geweest, mij zelf gevraagd,</p>
-<p class="line">Mijn ring aan de&rsquo; eedlen doctor af te staan.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Dat toch die doctor nooit mijn huis betrede!</p>
-<p class="line">Daar hij het mij zoo lief juweel verkreeg,</p>
-<p class="line">Dat gij mij zwoert voor mij steeds te bewaren,</p>
-<p class="line">Zoo wil ik niet in gulheid achterstaan,</p>
-<p class="line">En niets hem weig&rsquo;ren van wat ik bezit,</p>
-<p class="line">Neen, noch mijn lichaam, noch mijn huwlijksbed;</p>
-<p class="line">En kennen zal ik hem, dit weet ik zeker;</p>
-<p class="line">Blijf nooit een nacht van huis; bewaak me als
-Argus;</p>
-<p class="line">Doet gij dit niet en laat ge mij alleen,</p>
-<p class="line">Dan, op mijn eer, die ik tot nu bewaarde,</p>
-<p class="line">Dan is die doctor wis mijn bedgenoot. <span class="lineNum">233</span></p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">En zoo zijn klerk van mij; bedenk dus wel,</p>
-<p class="line">Of gij me aan eigen hoede kunt vertrouwen.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Goed; maar ik loer; en krijg ik hem in &rsquo;t
-net,</p>
-<p class="line">Dan heeft zijn pen voor &rsquo;t laatst een punt
-gezet.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Ik ben de onzalige oorzaak van deez&rsquo; twisten.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Heer, &rsquo;t grieve u niet; toch zijt ge hartlijk
-welkom.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Portia, vergeef mij deez&rsquo; gedwongen misstap;</p>
-<p class="line">Ten overstaan van al deez&rsquo; vrienden hier,</p>
-<p class="line">Bezweer ik u, en bij uw lieflijke oogen,</p>
-<p class="line">Waar ik mijzelf in spiegel,&mdash;</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Waar ik mijzelf in
-spiegel,&mdash;</span> Fraai bedacht!</p>
-<p class="line">Hij ziet zich dubbel in dat tweetal oogen,</p>
-<p class="line">Eens in elk oog; zweer bij uw dubbel ik!</p>
-<p class="line">Dat is een kostlijke eed!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Dat is een kostlijke
-eed!</span> Ik bid u, hoor!</p>
-<p class="line">Vergeef &rsquo;t vergrijp; ik zweer u bij mijn
-ziel,</p>
-<p class="line">Dat ik u nimmermeer een eed verbreek.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>tot</i> <span class="sc">Portia</span>).</span> Eens leende ik lijf en leven voor zijn
-heil;</p>
-<p class="line">Slechts hij, die van uw man zijn ring verkreeg,</p>
-<p class="line">Heeft mij gered; opnieuw waag ik gerust</p>
-<p class="line">Mijn ziele te verpanden, dat uw g&acirc;</p>
-<p class="line">Nooit, wetens willens, meer zijn eed verbreekt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Wees gij dus weer zijn borg; geef hem deez&rsquo;
-ring,</p>
-<p class="line">Hij zorg er beter dan voor de&rsquo; eersten voor.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Bassanio, zweer, dat deze u heilig blijft!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Bij God! den eigen ring gaf ik den doctor!</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line">Vergeef me, ik heb den ring van hem, Bassanio;</p>
-<p class="line">De doctor was mijn bedgenoot er door.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">Vergeef ook mij, mijn beste Gratiano,</p>
-<p class="line">Zoo was des doctors klerk, die kleine dreumes,</p>
-<p class="line">Voor dezen ring de laatste nacht bij mij.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Welzoo, &rsquo;t is of men wegen ging
-verbeet&rsquo;ren</p>
-<p class="line">Des zomers, als zij best in orde zijn!</p>
-<p class="line">Wat! horens reeds, en eer wij die verdienden?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia</p>
-<p class="line"><span class="stage">(<i>tot</i> <span class="sc">Gratiano</span>).</span> Spreek niet zoo ruw.&mdash;<span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Bassanio</span>.)</span> Gij staat
-geheel verbluft;</p>
-<p class="line">Hier hebt ge een brief; lees dien maar later door;
-<span class="lineNum">267</span></p>
-<p class="line">Hij komt van Padua, van Bellario;</p>
-<p class="line">Daar zult gij zien, dat Portia was de doctor;</p>
-<p class="line">Nerissa daar, zijn klerk; Lorenzo hier</p>
-<p class="line">Getuig&rsquo;, dat ik terstond n&agrave; u vertrok,</p>
-<p class="line">Zoo juist terugkom en mijn huis nog niet</p>
-<p class="line">Betreden heb.&mdash;Antonio, hartlijk welkom,</p>
-<p class="line">Ik kan ook u een beter tijding brengen,</p>
-<p class="line">Dan gij verwacht; ontzegel dezen brief;</p>
-<p class="line">Gij zult vernemen, dat van uw galjoenen</p>
-<p class="line">Een drietal, rijk beladen, binnenviel;</p>
-<p class="line">Ik zeg u niet, door welk een wonder toeval</p>
-<p class="line">Die brief me in handen kwam.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Die brief me in handen
-kwam.</span> Ik sta verstomd.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Waart gij de doctor, en ik kende u niet?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Waart gij de klerk, die mij mijn vrouw ontvrijde?</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">Ja, maar de klerk zal &rsquo;t zeker nimmer doen,</p>
-<p class="line">Tenzij dat hij &rsquo;t beleeft, dat hij een man
-wordt.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Bassanio.</p>
-<p class="line">Nu, doctor, wees mijn bedgenoot; &rsquo;k vertrouw,</p>
-<p class="line">Moet ik er soms op uit, u graag mijn vrouw.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Antonio.</p>
-<p class="line">Gij, levenschenkster, schenkt mij thans ook
-leeftocht;</p>
-<p class="line">Want hier zie ik bevestigd, dat mijn schepen</p>
-<p class="line">In veil&rsquo;ge haven zijn.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">In veil&rsquo;ge haven
-zijn.</span> En gij, Lorenzo!</p>
-<p class="line">Mijn klerk heeft ook voor u een goed bericht.</p>
-</div>
-<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e8612" href="#xd21e8612" name="xd21e8612">343</a>]</span></p>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Nerissa.</p>
-<p class="line">Ja, en ik geeft hem zonder schrijversloon;&mdash;</p>
-<p class="line">Maar overhandig u en Jessica,</p>
-<p class="line">Hier thans een schenking van den rijken jood</p>
-<p class="line">Van alles, wat hij bij zijn dood bezit.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Lorenzo.</p>
-<p class="line">Gij, eedle vrouwen, drupt een hongrig volk</p>
-<p class="line">Hier manna op hun weg.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Portia.</p>
-<p class="line"><span class="hemistich">Hier manna op hun weg.</span>
-&rsquo;t Is bijna dag;</p>
-<p class="line">En zeker ziet ge op verre na niet in,</p>
-<p class="line">Hoe alles zich wel toedroeg. Gaan wij binnen,</p>
-<p class="line">En neemt ons, als ge wilt, daar in &rsquo;t
-verhoor;</p>
-<p class="line">Wij geven u op alles klaar bescheid.</p>
-</div>
-<div class="sp">
-<p class="speaker">Gratiano.</p>
-<p class="line">Ja, zij dat zoo; en de eerste vraag, die &rsquo;k
-stel,</p>
-<p class="line">Nu ik Nerissa mag verhooren, is,</p>
-<p class="line">Of zij dat lange waken uit kan staan,</p>
-<p class="line">Of, twee uur v&oacute;&oacute;r den dag, ter rust wil
-gaan;</p>
-<p class="line">Maar zeker zou ik, kwam de dag, dan vragen,</p>
-<p class="line">Dat hij voor eens zijn dagen will&rsquo; vertragen.</p>
-<p class="line">Hoe &rsquo;t zij, mijn leven lang zal ik geen ding</p>
-<p class="line">Zoo trouw bewaren als Nerissa&rsquo;s ring.</p>
-</div>
-<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="kvv.notes" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span>
-<div class="divHead">
-<h2 class="main">Aanteekeningen.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="par first">Van &bdquo;De Koopman van Venetië&rdquo;
-verschenen in 1600 twee van elkander onafhankelijke uitgaven, de eene
-bij <i>James Roberts</i>, de andere bij <i>Thomas Heyes</i>, waarvan de
-eerste reeds 28 October 1598 in de registers van het
-boekhandelaarsgilde werd ingeschreven. Het verschil tusschen deze
-uitgaven is niet zeer groot, maar over het algemeen is de eerste beter
-te noemen. Toch is in de folio-uitgave van 1623 de tweede, met eenige
-wijziging, afgedrukt.&mdash;Dat het stuk in 1598 reeds bekend was,
-blijkt uit Francis Meres, die het in zijn <i>Palladis Tamia</i>
-noemt.&mdash;Een deel van Sh.&rsquo;s werk, en wel het begin van het
-vijfde bedrijf, is nagebootst in een stuk <i lang="en">Wily
-beguiled</i>, van een onbekenden schrijver, dat in een geschrift van
-1596 reeds vermeld wordt. Het is mogelijk, dat &bdquo;De Koopman van
-Venetië&rdquo; zelfs reeds een paar jaar vroeger geschreven werd;
-in het dagboek van den schouwburg-directeur Henslowe wordt op 25
-Augustus 1594 gewag gemaakt van een nieuwe Venetiaansche comedie, die
-opgevoerd werd op het tooneel te Newington. Toen werd het tooneel dezer
-voorstad gemeenschappelijk bespeeld door den troep van Henslowe en
-dien, waar Sh. deel van uitmaakte, en het is mogelijk, dat &bdquo;De
-Koopman van Venetië&rdquo; bedoeld is; de stijl en de versificatie
-bevestigen, dat het stuk, zooal niet in 1594, dan toch zeker omstreeks
-dezen tijd is geschreven.</p>
-<p class="par">Gelijk in zoovele andere gevallen, heeft de dichter ook
-in dit stuk verhalen, die in zijn tijd reeds lang bekend waren,
-verwerkt, en er een nieuwe schepping van gemaakt vol kracht en leven.
-Opmerkelijk is het na te gaan, hoe hij hier uit zeer ongelijksoortige
-stoffen een wonderschoon geheel heeft gevormd.</p>
-<p class="par">Sh. heeft voor dit stuk geput uit een middeleeuwsche,
-Latijnsche verzameling van verhalen of sprookjes, getiteld <i lang="la">Gesta Romanorum</i>. In het 99<sup>ste</sup> hoofdstuk,&mdash;dat
-reeds in 1577 uit deze verzameling door Robert Robertson in het
-Engelsch vertaald was,&mdash;komt de geschiedenis der drie kastjes
-voor. Een koning van Apulië zendt zijn dochter over zee naar Rome,
-om met den zoon des keizers te huwen. Zij lijdt schipbreuk, wordt door
-een walvisch verslonden, maar uit diens buik te voorschijn gehaald. De
-keizer ontvangt haar, verheugd over haar behoud, zeer vriendelijk, maar
-wil haar op de proef stellen, of zij zijn zoon waardig is. Hij laat
-drie vazen brengen; de eene was van zuiver goud, uitwendig met kostbare
-edelgesteenten versierd, maar gevuld met doodsbeenderen; zij droeg het
-opschrift: &bdquo;wie mij kiest, vindt wat hij verdient&rdquo;. De
-tweede was van zilver, met aarde en wormen gevuld, en had tot
-opschrift: &bdquo;wie mij kiest, vindt wat zijn natuur verlangt&rdquo;.
-De derde was van lood, bevatte kostbare edelgesteenten en droeg het
-opschrift: &bdquo;wie mij kiest, vindt wat God hem heeft
-toegekend&rdquo;. De keizer wees de vazen aan het meisje, met de
-woorden: &bdquo;als gij de vaas kiest, welke bevat wat u en anderen
-nuttig is, dan zult gij mijn zoon hebben&rdquo;. Het meisje koos na
-rijp overleg de looden vaas en trouwde daarop met den zoon des
-keizers.</p>
-<p class="par">Een ander verhaal uit dezelfde verzameling, getiteld:
-<i lang="la">De Milite conventionem faciente cum Mercatore</i>,
-verhaalt van een krijgsman of ridder, die van een christen-koopman geld
-borgde, op voorwaarde, dat hij al zijn vleesch ten behoeve van den
-koopman zou verbeurd hebben, als hij niet op tijd betaalde. Toen dit
-laatste inderdaad het geval werd en de ridder voor den rechter gedaagd
-was, komt zijn vrouw, als man verkleed, mede voor de rechtbank om den
-koopman te vermurwen, die echter steeds op zijn recht blijft staan.
-Daarop drong de vrouw bij den rechter aan, dat de koopman den ridder
-<span class="pagenum">[<a id="xd21e8700" href="#xd21e8700" name="xd21e8700">344</a>]</span>wel het vleesch van de beenderen zou mogen
-snijden, maar geen droppel bloeds vergieten.&mdash;De koopman wilde nu
-met de betaling van het geld genoegen nemen, maar dit werd hem
-geweigerd; hij ging heen zonder een penning te hebben ontvangen.</p>
-<p class="par">In deze verhalen is er, zooals men ziet, n&ograve;ch van
-een jood, n&ograve;ch van een vriendschap als die van Antonio voor
-Bassanio sprake. Deze twee bijzonderheden vindt men echter terug in een
-verhaal eener Italiaansche Novellenverzameling van Giovanni Florentino,
-onder den titel <i lang="it">Il Pecorone</i> in 1554 in het licht
-gegeven. Het verhaal is daar het eerste der vierde afdeeling. Een rijk
-Venetiaansch koopman, Ansaldo, voedt een innige vriendschap voor zijn
-petekind Giannetto, die, na zijn vader, een Florentijnsch koopman,
-verlaten te hebben, door Ansaldo als kind was aangenomen. Aan een
-fraaie haven woont de schoone jonkvrouw van Belmonte, welke ieder, die
-daar landt, dwingt om de nacht op haar slot door te brengen, maar, zoo
-hij zich niet naar eisch gedraagt, en haar genegenheid niet kan winnen,
-hem van zijn schip en goederen berooft; wie de proef doorstaat, zal
-haar gemaal worden. Giannetto, op reis naar Alexandrië, hoort van
-de schoone jonkvrouw, landt bij haar en tracht haar gunst te winnen,
-maar te vergeefs; door een zoeten wijn, die hem gereikt wordt, slaapt
-hij in. Van schip en goederen beroofd, keert hij naar Venetië
-terug. Hij is ondertusschen door de jonkvrouw zoo betooverd, dat hij
-van zijn pleegvader een tweede, nog rijker bevracht schip afsmeekt, om
-naar haar hand te staan; hij slaapt weder in en keert nog berooider dan
-de eerste maal naar Venetië terug. Zijn vaderlijke vriend Ansaldo
-laat zich door zijn beden bewegen hem voor de derde maal een schip uit
-te rusten, maar moet daartoe van een jood in Mestin 10000 dukaten
-leenen onder voorwaarde, dat de schuld op den eerstvolgenden Sint Jan
-betaald zal worden, of dat anders de jood het recht zal hebben, een
-pond vleesch uit eenig deel van Ansaldo&rsquo;s lichaam te snijden.
-Giannetto is ditmaal gelukkiger en huwt de jonkvrouw van Belmonte. Maar
-in zijn vreugderoes denkt hij niet aan zijn weldoener, en deze komt hem
-eerst op Sint Jan toevallig weer voor den geest. Ondertusschen was
-Ansaldo reeds in de macht van den jood en had slechts met moeite eenig
-uitstel gekregen, om te wachten of Giannetto ook terugkwam. Deze kwam
-inderdaad, maar vond den jood onvermurwbaar. Doch ook de vrouwe van
-Belmonte kwam, als rechter vermomd, en zij beslist, nadat de jood
-honderdduizend dukaten had afgeslagen, de zaak als bij Sh., dat de jood
-niet meer en niet minder dan een pond mocht nemen en geen druppel
-bloeds moest storten, zoodat de jood de schuldbekentenis in woede
-verscheurt; zij slaat de honderdduizend dukaten, die haar man den
-gewaanden rechter aanbiedt, af, maar noopt hem zijn trouwring af te
-staan; zij zorgt te huis te zijn v&oacute;&oacute;r haar man met
-Ansaldo er aankomt en neemt den schijn aan van recht verstoord te wezen
-op haar man, die zijn trouwring aan wie weet welke vrouw zou gegeven
-hebben, maar zij vertelt weldra, wie voor rechter gespeeld heeft, en
-zij leeft verder zeer gelukkig met haar man.</p>
-<p class="par">Ongetwijfeld is dit verhaal van nog ouderen datum. Hoe
-de geschiedenis van den woekerjood opgang maakte, kan nog blijken uit
-een ballade, waarvan echter moeilijk te beslissen is, of zij ouder of
-jonger is dan Sh.&rsquo;s stuk. Zij bevat enkel de geschiedenis van den
-koopman en den jood, met een (echten) rechter, die, op gelijke wijze
-als Portia, den jood van zijn vordering doet afzien.</p>
-<p class="par">Men zie nu, wat Sh. uit deze gegevens wist te maken.</p>
-<p class="par">Wil men zich rekenschap geven van de ligging van
-Belmonte, dan kan men zich dit zeer wel te Str&agrave; denken, waar
-vele Venetianen hun landgoederen hadden, en dan kan Balthazar (<a href="#kvv.iii.4.53">III. 4. 53</a>) Portia zeer goed aan het gewone veer
-(<i lang="it">tragetto</i>), dat ten tijde van Sh. te Fusino aan de
-monding der Brenta was, inhalen.</p>
-<p class="par">Over enkele namen nog een enkel woord. <i>Shylock</i> is
-zeker van Semietischen oorsprong, misschien verbasterd van Sjelah
-(<a class="biblink xd21e41" title="Link naar geciteerde plaats in de Bijbel" href="https://www.biblegateway.com/passage/?search=gen%2010:24&amp;version=HTB">I
-Mos. X. 24</a>), dat <i>pijl</i> beteekent<a class="noteref" id="xd21e8730src" href="#xd21e8730" name="xd21e8730src">1</a>.
-<i>Tubal</i> en <i>Chus</i> (zie blz. 313, <a href="#kvv.iii.2.28">III.
-2. 28</a>) vindt men <a class="biblink xd21e41" title="Link naar geciteerde plaats in de Bijbel" href="https://www.biblegateway.com/passage/?search=gen%2010:2-6&amp;version=HTB">
-I Mos. X. 2 en 6</a>; <i>Jessica</i> zal wel Jiskah zijn (<a class="biblink xd21e41" title="Link naar geciteerde plaats in de Bijbel"
-href="https://www.biblegateway.com/passage/?search=gen%2011:29&amp;version=HTB">I
-Mos. XI, 29</a>), wat <i>uitkijkster</i> beteekent, vergelijk <a href="#kvv.ii.5.33">II<sup>de</sup> Bedrijf, 5. 33</a>. De naam <i>Gobbo</i>
-komt in Venetië meer voor; op de Isola del Rialto is een steenen
-figuur, die Gobbo di Rialto heet.</p>
-<hr class="tb">
-<p class="par"></p>
-<p class="par"><a href="#kvv.i.1.98">I. 1. 98.</a> <span class="ex">Hun
-hoorders strafbaar maakten.</span> Toespeling op <a class="biblink xd21e41" title="Link naar geciteerde plaats in de Bijbel"
-href="https://www.biblegateway.com/passage/?search=mat%205:22&amp;version=HTB">
-Mattheus V. 22</a>; &bdquo;Wie tot zijn broeder zegt: Gij dwaas! die
-zal strafbaar zijn door het helsche vuur.&rdquo;</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.i.2.43">I. 2. 43.</a> <span class="ex">Die
-is inderdaad een veulen.</span> <i lang="en">Colt</i> beteekent in het
-Engelsch zoowel een <i>veulen</i> als een <i>jonge losbol</i>.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.i.2.48">I. 2. 48.</a> <span class="ex">Dan
-verder de paltsgraaf.</span> Johnson vermoedt hier een toespeling op
-een Poolschen paltsgraaf, Albertus a Lasco, die in het jaar 1583 in
-Londen groot opzien wekte, <span class="pagenum">[<a id="xd21e8814"
-href="#xd21e8814" name="xd21e8814">345</a>]</span>maar zich weldra
-wegens schulden uit de voeten maakte.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.i.2.88">I. 2. 88.</a> <span class="ex">Dat
-de Franschman zijn borg werd.</span> Warburton vindt hier een
-toespeling op de veelvuldige beloften van hulp, die de Franschen aan de
-Schotten gaven bij de twisten der laatstgenoemden met de
-Engelschen.&mdash;Vermeldenswaard is, dat eenige regels vroeger, waar
-gesproken wordt van &bdquo;den Schotschen lord&rdquo;, de folio van
-1623 heeft &bdquo;den anderen lord&rdquo;, omdat na de troonsbestijging
-van Jacobus I zulke aardigheden op de Schotten niet toegelaten werden;
-de quarto&rsquo;s hebben hier de ware lezing.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.i.3.20">I. 3. 20.</a> <span class="ex">Zooals ik op den Rialto vernam.</span> Onder Rialto is de plaats
-te verstaan, die als beurs diende. Een tijdgenoot van Sh. beschrijft
-die als een groot gebouw met open galerijen, waar de kooplieden
-tweemaal daags samenkwamen, &rsquo;s morgens tusschen 11 en 12 en
-&rsquo;s namiddags tusschen 5 en 6 uren.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.i.3.45">I. 3. 45.</a> <span class="ex">De
-rente in Venetië.</span> Een Engelsch schrijver over Italië
-(1561) zegt, dat de joden in Venetië zeer rijk werden, daar de
-gewone rente, die zij bij het uitleenen van geld wisten te maken,
-vijftien ten honderd &rsquo;s jaars bedroeg.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.ii.1.1">II. 1. 1.</a> <span class="ex">Om
-mijn kleur.</span> In de oude uitgaven worden kleur en kostuum
-aangegeven: <i lang="en">Enter Morochus a tawny Moor, all in white, and
-three or four followers accordingly.</i></p>
-<p class="par"><a href="#kvv.ii.1.25">II. 1. 25.</a> <span class="ex">Den Sophi</span> van Perzië vermeldt Sh. ook in het blijspel
-<i>Driekoningenavond</i> een paar keer; <span class="ex">Lichas</span>,
-reg. 32, de ongelukkige dienaar van Hercules (Alcides), die aan zijn
-meester het noodlottig gewaad overbracht, dat hem duldelooze pijnen
-veroorzaakte, en die daarom door zijn meester in zee geslingerd werd,
-wordt ook genoemd in <i>Antonius en Cleopatra</i>, IV. 12. 45.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.ii.3.2">II. 3. 2.</a> <span class="ex">Het
-is een hel, en gij, een snaaksche duivel</span> enz. Aan Jessica scheen
-haars vaders huis een hel toe en Lancelot was er de grappige duivel in.
-Op het oud-Engelsch tooneel speelde de duivel dikwijls de rol van den
-grappenmaker, zie blz. 15.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.ii.7.56">II. 7. 56.</a> <span class="ex">De gouden munt</span>, <i>engel</i> genoemd, wordt door Sh.
-meermalen genoemd, b.v. <i>Koning Jan</i>, III. 3. 8. Zij was 10
-shilling waard (&fnof;6.&ndash;).</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.ii.9.28">II. 9. 28.</a> <span class="ex">Als de zwaluw.</span> De <i>huiszwaluw</i>, in het Engelsch
-<i>martlet</i> (<i>Hirundo urbica</i>), maakt haar nest aan de
-buitenzijde van gebouwen; meestal vindt men er verscheidene dicht
-bijeen, zooals Sh. uitvoeriger in <i>Macbeth</i> I. 6. 4. beschrijft.
-Sh. wist, welke soort hij koos; de <i>boerenzwaluw</i> (<i>Hirundo
-rustica</i>) nestelt binnenshuis, b.v. in stallen, of, in onbewoonde
-streken, in rotsholten enz.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.iii.1.4">III. 1. 4.</a> <span class="ex">De Goodwins</span>, gevaarlijke ondiepten nabij den mond van de
-Theems, worden ook vermeld in <i>Koning Jan</i>, V. 3. 11.&mdash;Dat
-oude vrouwen gaarne gember knauwen reg. 10 (<i>to knap</i> is: in
-kleine stukjes bijten), wordt ook vermeld in <i>Maat voor Maat</i>, IV.
-3. 8.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.iii.1.126">III. 1. 126.</a> <span class="ex">Het was mijn turkoois.</span> Aan dezen edelsteen werd bijzondere
-kracht toegeschreven; hij werd lichter of donkerder naar den
-gezondheidstoestand van den bezitter, beschermde dien voor gevaren,
-verzekerde de eendracht tusschen man en vrouw.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.iii.1.131">III. 1. 131.</a> <span class="ex">Huur een gerechtsdienaar</span>, die Antonio in hechtenis zou
-moeten nemen en hem overal vergezellen, opdat hij niet ontsnapte.
-Shylock heeft hem wel eerst over veertien dagen noodig, maar wil hem nu
-alvast bespreken.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.iii.2.55">III. 2. 55.</a> <span class="ex">Jonge Alcides.</span> Portia vergelijkt zich met Hesione, de
-dochter van den Trojaanschen koning Laomedon, die door haar vader aan
-een zeemonster was prijsgegeven, maar door Hercules bevrijd werd.
-Dardanen = Trojanen.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.iii.2.63">III. 2. 63.</a> <span class="ex">Zegt, van waar de wufte min.</span> In &rsquo;t Engelsch <i lang="en">fancy</i>, een vluchtige, wufte, niet diepgaande min of
-verliefdheid, wel te onderscheiden van <i lang="en">love</i>, echte
-liefde. Portia laat hier uitdrukkelijk zingen, dat de <i lang="en">fancy</i> zich door &rsquo;t oog laat leiden en kortstondig is. De
-<i lang="en">love</i> moet dus anders doen en zal duurzaam wezen.
-Portia zegt dus wel degelijk tot Bassanio, dat hij zich niet door den
-schijn moet laten verlokken, met andere woorden, liefst het looden
-kastje kiezen. Het verwondert mij, deze opmerking nog nergens te hebben
-aangetroffen. Dat Portia inderdaad een duidelijken wenk geeft, blijkt
-nog beter uit het oorspronkelijke; de vertaling vermocht hier niet het
-Engelsch geheel terug te geven:</p>
-<div lang="en" class="lgouter xd21e8966">
-<p class="line">Tell me, where is fancy bred,</p>
-<p class="line">Or in the heart, or in the head?</p>
-<p class="line">How begot, how nourished?</p>
-<p class="line xd21e3349">Reply, reply.</p>
-<p class="line">It is engendered in the eyes,</p>
-<p class="line">With gazing fed; and fancy dies</p>
-<p class="line">In the cradle, when it lies.</p>
-<p class="line">Let us all ring fancy&rsquo;s knell:</p>
-<p class="line">I&rsquo;ll begin it,&mdash;Ding, dong, bell.</p>
-</div>
-<p class="par first"><a href="#kvv.iii.2.86">III. 2. 86.</a>
-<span class="ex">Al bergt de lever zelfs geen droppel gal.</span> In
-het Engelsch wordt van een melkwitte lever gesproken, die voor een
-blijk van lafheid geldt. In den volgenden regel wordt de baard
-eigenlijk een uitgroeisel van dapperheid, <i lang="en">valour&rsquo;s
-excrement</i> geheeten.&mdash;De <i>gulden lokken</i> worden meermalen
-door Sh. vermeld. Zij waren zeer in de mode, ongetwijfeld omdat
-Koningin Elizabeth roodachtig haar had. Zoo zegt Sh. b.v. in zijn
-68<sup>ste</sup> <i>sonnet</i>: <span class="pagenum">[<a id="xd21e9005" href="#xd21e9005" name="xd21e9005">346</a>]</span></p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">&bdquo;Zoo is hij ons een beeld uit beter dagen,</p>
-<p class="line">Toen schoonheid leefde en stierf als bloemen thans,</p>
-<p class="line">Aleer zij waagde een basterdschild te dragen,</p>
-<p class="line">En &rsquo;t voorhoofd schittren deed met valschen
-glans;&rdquo;</p>
-</div>
-<p class="par first">Dit ziet op het blanketten, de valsche lokken
-volgen:</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">&bdquo;Eer gouden lokken, aan het graf geroofd,</p>
-<p class="line">Van dooden afgemaaid, een tweede leven,</p>
-<p class="line">Een valsch, begonnen op een tweede hoofd,</p>
-<p class="line">Eer schoonheids dood aan andren schoon moest
-geven.&rdquo;</p>
-</div>
-<p class="par first">Men zie hierover ook het <i>Kostelick Mal</i> van
-onzen Huygens, in 1622 te Londen voltooid.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.iii.4.52">III. 4. 52.</a> <span class="ex">Breng, dat.... naar &rsquo;t veer, waarmee men.... Venetië
-bereikt.</span> <i lang="en">Bring them.... Unto the traject, to the
-common ferry, which trades to Venice.</i> <i>Traiect</i> (voor het
-zeker bedorven <i>tranect</i> gesteld) is geen zeer gewoon Engelsch
-woord, en wordt daarom verklaard; het is het Italiaansche <i lang="it">tragetto</i>.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.iii.4.78">III. 4. 78.</a> <span class="ex">Zoo mannen na te gaan.</span> In &rsquo;t Engelsch is de
-woordspeling eenigszins anders; er staat: <i lang="en">shall we turn to
-men</i> = tot mannen worden en = ons naar de mannen wenden.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.iv.1.49">IV. 1. 49.</a> <span class="ex">En die zit, bij den neustoon van de zakpijp, Op spelden
-schier.</span> In het oorspronkelijke: <i lang="en">And others, when
-the bagpipe sings i&rsquo; the nose, Cannot contain their
-urine.</i></p>
-<p class="par"><a href="#kvv.iv.1.199">IV. 1. 199.</a> <span class="ex">Dat, naar gerechtigheid, geen onzer ooit Behouden wordt.</span>
-Diezelfde toespeling op het Christelijk geloof vindt men in <i>Maat
-voor Maat</i>, II. 2. 73. Het vervolg doelt blijkbaar op het Onze
-Vader.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.iv.1.247">IV. 1. 247.</a> <span class="ex">De wet is duid&rsquo;lijk; zin en woorden slaan Volkomen op de
-thans vervallen boete.</span> De redeneeringen van den jeugdigen
-Daniël zijn recht aardig gevonden en bereiken het doel volkomen,
-maar mogen wel eens nader bekeken worden. Een echt jurist, zou, dunkt
-mij, de schuldbekentenis ipso jure nul en nietig hebben verklaard,
-omdat zij een onzedelijke bepaling bevatte. Maar erkende de rechter
-haar als geldig, dan mocht de jood snijden, en dan was het een
-slinksche, sluwe streek, hem het storten van bloed te verbieden, want
-dit was onvermijdelijk bij de toepassing van het recht tot snijden, dat
-door de schuldbekentenis was toegestaan. Verder: mocht de jood ook al
-niet meer dan een pond snijden, het minder nemen kon toch niet wel
-strafbaar zijn. De Romeinsche wetten der XII tafelen waren juister; bij
-het in stukken snijden (<i lang="la">in partes secare</i>) van
-schuldenaars wordt opgemerkt, dat het op iets meer of iets minder niet
-aankomt: <i lang="la">si plus minusve secuerit, sine fraude esto</i>.
-Heeft dus Sh. dit niet bedacht, toen hij uit zijn bronnen deze
-tragische episode in zijn blijspel invlocht? Nog &eacute;&eacute;n
-vraag komt bij ons op. Bezigt hij het ontfutselen, onmiddellijk na de
-gerechtssc&egrave;ne, der huwelijksringen door Portia en Nerissa, aan
-haar mannen, om in het vijfde bedrijf zijn toeschouwers na de geweldige
-spanning, waarin zij verkeerden, weder in de stemming van het blijspel
-terug te brengen? De wijze, waarop in den tegenwoordigen tijd de rol
-van Shylock wordt opgevat, moge dit doen denken, maar er is inderdaad
-alle reden om aan te nemen, dat deze opvatting niet de ware is, dat de
-dichter en zijn tijdgenooten in de gerechtssc&egrave;ne een tooneel
-zagen, dat werkelijk geheel in een blijspel paste.</p>
-<p class="par">Sh.&rsquo;s tijdgenoot en vriend, de groote
-tooneelspeler Burbage, die Sh.&rsquo;s bedoelingen ongetwijfeld juist
-teruggaf, vatte, zooals bekend is, de rol van Shylock inderdaad als een
-comische rol op, doste zich uit en stelde den jood voor op een wijze,
-die het voor den toeschouwer werkelijk zeer vermakelijk maakte, dat
-Shylock op het oogenblik, dat hij zeker van zijn wraak dacht te zijn,
-er van verstoken werd; dat dit door louter sophismen geschiedde, maakte
-de zaak des te kostelijker. Zien wij, hoe Sh. den jood inderdaad
-gemeene trekken leende, deed wenschen, dat zijn dochter aan zijn voeten
-gekist lag, hem zijn mes op zijn schoenzool deed aanzetten, dan worden
-wij overtuigd, dat deze opvatting de ware is, dan zal de spanning bij
-de gerechtssc&egrave;ne nooit tot een tragische hoogte stijgen, want
-wij weten vooraf, dat de jood, hoe dan ook, bedrogen zal uitkomen, dan
-zijn de gronden van den baardeloozen rechter, hoe sophistisch ook,
-inderdaad volkomen passend, eenvoudig omdat zij tot het doel voeren,
-dan vragen wij niet, of ooit in Venetië de rechtspraak zoo aan een
-vreemden rechtsgeleerde werd overgegeven, dan is de vroolijkheid,
-opgewekt door Shylocks en Gratiano&rsquo;s vermelding van den wijzen
-Daniël en door Bassanio&rsquo;s en Gratiano&rsquo;s wenschen, dat
-zij met hun vrouwen Antonio&rsquo;s vrijheid konden koopen, volkomen op
-haar plaats, dan rillen wij niet bij de gedachte, dat de jood in zijn
-woede kan toestooten, dan is geen schrille tegenstelling tusschen het
-gerechtstooneel en het vervolg. De dichter behoeft niet plotseling tot
-het blijspel terug te keeren, want hij is er nooit van afgeweken; dat
-hij er iets huiveringwekkends ingebracht heeft, was alleen om later de
-vroolijkheid nog te verhoogen, zooals,&mdash;de opmerking is van
-R&uuml;melin in zijn <i lang="de">Shakespeare
-Studien</i>&mdash;Sinterklaas en zijn knecht in de kinderkamer treden,
-om na een oogenblik van spanning den jubel des te grooter te maken.</p>
-<p class="par">Inderdaad, letten we op de plaats, dien in Sh.&rsquo;s
-tijd de joden in de maatschappij innamen, <span class="pagenum">[<a id="xd21e9101" href="#xd21e9101" name="xd21e9101">347</a>]</span>dan
-beseffen wij, dat de jood Shylock zeker niet als tragisch personage
-bedoeld kan zijn en dat alleen de bijzonderheid, dat Shakespeare, in
-onpartijdigheid zijn tijdgenooten ver vooruit, hem redeneeringen in den
-mond legt, waarvan wij de juistheid moeten toestemmen en die zijn woede
-verklaarbaar maken, er velen toe gebracht heeft, om hoogtragischen
-pathos daar te vinden, waar wij nog midden in het blijspel zijn.</p>
-<p class="par">Eindelijk zij nog opgemerkt, dat alleen in een stuk,
-waarin tot vermaak van het publiek, de jood bedrogen moet uitkomen, de
-eisch kan gesteld worden, dat de jood, tot straf van zijn aanslag op
-Antonio, zich den doop moet laten toedienen. Een jood gruwt bij die
-gedachte, daarom werd deze boete aan Shylock niet gespaard; in een
-blijspel, dat zoo veel sprookjesachtigs heeft, kunnen wij ons dit zeer
-goed voorstellen, maar wanneer wij de gerechtssc&egrave;ne als een
-tooneel beschouwen, dat ons door tragischen ernst diep in de ziel moet
-grijpen, moet ons die eisch voorkomen als een profanatie van wat in
-veler oogen heilig is.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.iv.1.399">IV. 1. 399.</a> <span class="ex">Tien hadt gij er meer.</span> Twaalf gezworenen, die het schuldig
-zouden uitspreken.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.v.1.1">V. 1. 1.</a> <span class="ex">In
-zulk een nacht.</span> Deze wisseling van gezegden, telkens met
-&bdquo;In zulk een nacht&rdquo; beginnende, is het, die in het stuk
-<i lang="en">Wily beguiled</i> is nagebootst; zie blz. 343. De
-verliefdheid van <i>Troilus</i> op <i>Cressida</i> was algemeen bekend,
-al ware &rsquo;t slechts uit <span class="sc">Chaucer&rsquo;s</span>
-<i lang="en">Troilus and Creseide</i>. Een wilgetak of wilgekrans was
-het teeken eener verlaten geliefde; zie <i>Koning</i> <span class="sc">Hendrik</span> VI, derde deel, III. 3. 228. <i>Othello</i>, IV. 3.
-42; daarom klimt ook Ophelia op een wilg, <i>Hamlet</i>, IV. 4. 167. De
-geschiedenis van <i>Medea</i> vindt men reeds in <span class="sc">Gower&rsquo;s</span> <i lang="la">Confessio Amantis</i>.</p>
-<p class="par"><a href="#kvv.v.1.220">V. 1. 220.</a> <span class="ex">Heil&rsquo;ge vonken.</span> In &rsquo;t oorspronkelijke staat:
-<i>kaarsen</i>, <i lang="en">candles of the night</i>, evenals in
-<i lang="en">Romeo and Julia</i>, III. 5. 9.</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd21e8730" href="#xd21e8730src" name="xd21e8730">1</a></span> Anders
-kan het veeleer samenhangen met het Joodsch-Arameesche sjelaq,
-<i>verbrand worden</i>, dat een enkele maal ook voor <i>snijden</i>
-gebruikt wordt; dan zou <i>Shylock</i> beteekenen: <i>hij, die
-snijdt</i><span class="corr" id="xd21e8743" title="Niet in bron">.</span>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd21e8730src">&uarr;</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1" id="toc">
-<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
-<table>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#kvv">De Koopman van
-Venetië.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv">310</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">I.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#kvv.i">Eerste
-Bedrijf.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.i">310</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">1.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.i.1">Eerste
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.i.1">310</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">2.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.i.2">Tweede
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.i.2">312</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">3.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.i.3">Derde
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.i.3">314</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">II.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#kvv.ii">Tweede
-Bedrijf.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii">316</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">1.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.1">Eerste
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.1">316</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">2.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.2">Tweede
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.2">317</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">3.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.3">Derde
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.3">319</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">4.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.4">Vierde
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.4">320</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">5.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.5">Vijfde
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.5">320</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">6.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.6">Zesde
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.6">321</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">7.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.7">Zevende
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.7">322</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">8.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.8">Achtste
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.8">323</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">9.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.9">Negende
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.9">323</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">III.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#kvv.iii">Derde
-Bedrijf.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iii">325</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">1.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iii.1">Eerste
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iii.1">325</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">2.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iii.2">Tweede
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iii.2">326</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">3.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iii.3">Derde
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iii.3">330</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">4.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iii.4">Vierde
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iii.4">330</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">5.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iii.5">Vijfde
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iii.5">331</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">IV.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#kvv.iv">Vierde
-Bedrijf.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iv">333</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">1.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iv.1">Eerste
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iv.1">333</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">2.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iv.2">Tweede
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iv.2">338</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum">V.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#kvv.v">Vijfde
-Bedrijf.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.v">339</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td colspan="2"></td>
-<td class="tocDivNum">1.</td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.v.1">Eerste
-Tooneel.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.v.1">339</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td></td>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#kvv.notes">Aanteekeningen.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.notes">343</a></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="transcribernote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctiontable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e252">310</a></td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1824">317</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">&bdquo;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e2243">319</a></td>
-<td class="width40 bottom">Bassiano</td>
-<td class="width40 bottom">Bassanio</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e5466">331</a></td>
-<td class="width40 bottom">((</td>
-<td class="width40 bottom">(</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e5498">331</a></td>
-<td class="width40 bottom">denkbren</td>
-<td class="width40 bottom">denkb&rsquo;ren</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e6039">333</a></td>
-<td class="width40 bottom">voed</td>
-<td class="width40 bottom">voel</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e6222">334</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">)</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e7321">338</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">&rsquo;</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e7766">339</a></td>
-<td class="width40 bottom">horen</td>
-<td class="width40 bottom">hoorn</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e8743">344</a></td>
-<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-
-
-
-
-
-
-
-<pre>
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's De Koopman van Venetië, by William Shakespeare
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË ***
-
-***** This file should be named 51138-h.htm or 51138-h.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/1/1/3/51138/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License (available with this file or online at
-http://gutenberg.org/license).
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
-http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at
-809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
-business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
-information can be found at the Foundation's web site and official
-page at http://pglaf.org
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit http://pglaf.org
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- http://www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
-
-</pre>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/51138-h/images/new-cover-tn.jpg b/old/51138-h/images/new-cover-tn.jpg
deleted file mode 100644
index cae6cbe..0000000
--- a/old/51138-h/images/new-cover-tn.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/51138-h/images/new-cover.jpg b/old/51138-h/images/new-cover.jpg
deleted file mode 100644
index 8b73095..0000000
--- a/old/51138-h/images/new-cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/51138-h/images/p314.jpg b/old/51138-h/images/p314.jpg
deleted file mode 100644
index 14146e6..0000000
--- a/old/51138-h/images/p314.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/51138-h/images/p328.jpg b/old/51138-h/images/p328.jpg
deleted file mode 100644
index 4f6f0f7..0000000
--- a/old/51138-h/images/p328.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/51138-h/images/p334.jpg b/old/51138-h/images/p334.jpg
deleted file mode 100644
index 991aef3..0000000
--- a/old/51138-h/images/p334.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/51138-h/images/rbrace2.png b/old/51138-h/images/rbrace2.png
deleted file mode 100644
index 569bc08..0000000
--- a/old/51138-h/images/rbrace2.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/51138-h/images/rbrace3.png b/old/51138-h/images/rbrace3.png
deleted file mode 100644
index 52fac72..0000000
--- a/old/51138-h/images/rbrace3.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/old/51138-8.txt b/old/old/51138-8.txt
deleted file mode 100644
index 318dc80..0000000
--- a/old/old/51138-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,4574 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of De Koopman van Venetië, by William Shakespeare
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-
-Title: De Koopman van Venetië
-
-Author: William Shakespeare
-
-Translator: Dr. L.A.J. Burgersdijk
-
-Release Date: February 6, 2016 [EBook #51138]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE KOOPMAN VAN VENETIë.
-
-
-PERSONEN:
-
- De Doge van Venetië.
- De Prins van Marocco, }
- De Prins van Arragon, } dingende naar Portia's hand.
- Antonio, de koopman van Venetië.
- Bassanio, zijn vriend.
- Solanio, }
- Salarino, } vrienden van Antonio en Bassanio.
- Gratiano, }
- Lorenzo, minnaar van Jessica.
- Shylock, een rijke Jood.
- Tubal, een Jood, zijn vriend.
- Lancelot Gobbo, Shylocks knecht.
- De oude Gobbo, vader van Lancelot.
- Leonardo, bediende van Bassanio.
- Balthazar, }
- Stefano, } bedienden van Portia.
- Portia, een rijke erfgename.
- Nerissa, haar kamerjuffer.
- Jessica, dochter van Shylock.
-
- Senatoren van Venetië, Beambten van het gerechtshof, een
- Gevangenbewaker, Bedienden en verder Gevolg.
-
-
-Het stuk speelt gedeeltelijk te Venetië, gedeeltelijk te Belmont,
-het landgoed van Portia.
-
-
-
-
-
-
-
-EERSTE BEDRIJF.
-
-
-EERSTE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een straat.
-
-Antonio, Salarino en Solanio komen op.
-
-
-ANTONIO. 'k Weet waarlijk niet, hoe ik zoo somber ben;
-Ik ben het moe; gij zegt, dat zijt gij ook;
-Maar hoe 't mij aanwoei, hoe ik er aan kwam,
-Van welken aard het is, en hoe ontstaan,
-Dat is me een raadsel;
-Die somberheid maakt mij tot zulk een zwakhoofd,
-Dat ik te nauwernood mijzelf herken.
-
-SALARINO. Uw geest wordt op den oceaan geslingerd,
-Waar uw galjoenen, fier het zeil in top,
-Als eed'len en grootburgers van de zee,
-Door statigheid hun hoogen rang verkonden
-En neerzien op de kleine handelsluî,
-Die needrig buigend hem begroeten, als
-Zij langs hen vliegen met geweven vleug'len.
-
-SOLANIO. Geloof mij, stond voor mij zoo veel op 't spel,
-Het beste deel van mijn gedachten waar'
-Ginds met mijn hoop aan 't dwalen. Telkens zou ik
-Gras plukken om de windstreek na te gaan,
-Op kaarten zien naar reeden, havens, hoofden;
-En alles, wat mij onheil kon doen duchten
-Voor schepen of voor lading, zou gewis
-Mij somber maken.
-
-SALARINO. Mijn blazen, dat mijn soep bekoelde, joeg
-Me een koude koorts op 't lijf, als ik bedacht,
-Wat schade op zee een sterke wind kan doen.
-Ik zag het zand niet loopen in het uurglas,
-Of dacht ook reeds aan ondiepten en banken,
-En zag mijn rijken Andries omgeslagen,
-Den masttop lager dan de zijde in 't zand,
-Als om zijn graf te kussen. Ging ik op
-Ter kerke, zou het heilig steengevaart'
-Mij fluks niet denken doen aan booze rotsen,
-Die, raken zij mijn ranke kiel slechts aan,
-Haar specerijen op den vloed verstrooien,
-Mijn zijde als mantels spreiden over 't diep,
-Kortom, wat pas nog schatten waard was, plotsling
-Als niets doen zijn? Is 't denkbaar, dat mijn geest
-Dit denken zou, en dan niet zou gaan denken
-Hoe zulk een ongeval mij leed zou doen?
-Neen, zeg maar niets; ik weet, Antonio
-Is somber, wijl hij aan zijn zaken denkt.
-
-ANTONIO. Geloof mij, neen, want, dank zij mijn geluk,
-Ik heb mijn goed niet aan één schip vertrouwd,
-Niet aan één plaats, en mijn vermogen hangt
-Niet af van 't slagen in een enkel jaar;
-Daarom, 't is niet mijn handel, die me ontstemt.
-
-SALARINO. Nu, dan zijt gij verliefd.
-
-ANTONIO. Foei, foei!
-
-SALARINO. Ook niet verliefd? Nu, dan, dan zijt ge treurig,
-Wijl gij niet vroolijk zijt, en zóó kondt gij
-Ook lachen, springen, zeggend: "ik ben vroolijk,
-Wijl ik niet treurig ben." Bij Janus' dubb'len kop,
-Natuur brengt soms toch rare snuiters voort:
-Die knijpt voortdurend de oogen toe van 't lachen,
-Als bij een doedelzak een papegaai;
-En de ander heeft zoo'n uitzicht van azijn,
-Dat hij door lachen nooit zijn tanden toont,
-Al deed een grap ook de' ouden Nestor schaat'ren.
-
-(Bassanio, Lorenzo en Gratiano komen op.)
-
-SOLANIO. Ziedaar Bassanio, uw eed'len neef,
-Gratiano en Lorenzo; vaar nu wel;
-Wij laten u in 't best gezelschap achter.
-
-SALARINO. 'k Had willen blijven, tot ge monter waart,
-Maar thans, nu beter komt, moog' minder wijken.
-
-ANTONIO. Geloof me, heeren, ik waardeer u hoog,
-Maar reken, dat uw zaken thans u roepen,
-En gij nu vrijheid vindt om heen te gaan.
-
-SALARINO. Vaartwel dan, eed'le heeren.
-
-BASSANIO. Vrienden, zegt,
-Wanneer weer eens een prettig samenzijn?
-Wij zien elkaar zoo weinig; waartoe dit?
-
-SALARINO. Als 't u gelegen komt, wij zijn bereid.
-
- (Salarino en Solanio af.)
-
-LORENZO. Daar gij Antonio nu gevonden hebt,
-Bassanio, willen wij u thans verlaten;
-Maar denk op 't etensuur present te zijn.
-
-BASSANIO. Daar kunt gij vast op reeknen.
-
-GRATIANO. Gij ziet er niet goed uit, Antonio,
-Gij trekt te veel u 's werelds zaken aan;
-Wie daar zijn hart op zet, verliest zijn rust.
-Geloof me, uw uitzicht is geheel veranderd.
-
-ANTONIO. Ik acht de wereld, vriend, zooals zij is,
-Een speeltooneel, waar elk zijn rol op speelt;
-De mijne is somber.
-
-GRATIANO. Ik speel dan den Nar.
-'k Wacht dartlend, lachend, rimplige' ouderdom,
-En laat, al drinkend, eer mijn lever schudden,
-Dan dat, door ach en wee, mijn hart verkilt.
-Waarom, als 't warme bloed nog stroomt, te zitten
-Als grootvaârs marm'ren beeld? waartoe te slapen,
-Als 't wakenstijd is? en de geelzucht zich
-Op 't lijf te kniezen? Neen, Antonio, hoor,
-Ik heb u lief en zoo spreekt nu mijn liefde:
-Er is een slag van lieden, wier gelaat
-Steeds ondoorschijnend is als stilstaand water,
-Die eigenzinnig zwijgen altijd door,
-Met doel om zich een dunk en roep te geven
-Van wijsheid, waardigheid en diepen zin,
-Als zeiden zij: "Ik ben 't orakel zelf,
-En open ik den mond, dan blaff' geen hond";
-Die daarom slechts den naam van wijzen dragen,
-Omdat zij nooit iets zeiden, doch voorwaar
-Hun hoorders, als zij spraken, strafbaar maakten,
-Wijl deez' hun broeders "dwazen" zouden noemen.
-Doch meer hiervan een ander maal; gij, hengel
-Dus niet met uw droefgeestigheid als aas
-Naar narren-katvisch, dezen wijsheidsschijn.
-Kom mee, Lorenzo.--Houd zoolang u goed;
-Na 't eten krijgt gij 't einde van mijn toespraak.
-
-LORENZO. Ja, wij verlaten u tot na den noen;
-Ik moet nu wel zoo'n wijze zwijger zijn,
-Want Gratiano laat mij nooit aan 't woord.
-
-GRATIANO. Ja, klamp u vast aan mij twee jaren lang,
-Dan kent gij zelfs uw eigen stem niet meer.
-
-ANTONIO. Vaarwel; op uw vermaan word ik een prater.
-
-GRATIANO. Zeer goed, want weet, dat zwijgen nooit behaagt,
-Dan van gerookte tong en van een schuchtre maagd.
-
-(Gratiano en Lorenzo af.)
-
-ANTONIO. Heeft hij daar nu iets ter wereld gezegd?
-
-BASSANIO. Gratiano praat oneindig veel, dat niets is, meer dan eenig
-mensch in geheel Venetië. Zijn verstandige gedachten zijn als twee
-tarwekorrels in twee schepels kaf; gij kunt er den geheelen dag naar
-zoeken, eer gij ze vindt; en als gij ze hebt, zijn ze de moeite van
-'t zoeken niet waard.
-
-ANTONIO. Hoe 't zij, vertel mij nu, naar welke jonkvrouw
-Gij in 't geheim die beêvaart zwoert te doen,
-Waarvan gij mij vandaag vertellen zoudt?
-
-BASSANIO. Antonio, 't is u al te wel bekend,
-Hoe zeer ik mijn vermogen heb verspild,
-Door vrij wat weidscher, rijker staat te voeren,
-Dan mijn gering fortuin verduren kon.
-Maar 'k roep geen ach en wee, dat ik moet afzien
-Van zulk een glans; mijn groote zorg is nu
-Met eer die groote schulden af te doen,
-Waarin mijn jeugd, die al te spilziek was,
-Mij heeft verstrikt; Antonio, 'k ben aan u
-Het meeste schuldig, geld niet slechts, maar liefde;
-Diezelfde liefde is mij een borg, dat ik
-U oop'ning doen mag van mijn plan, om al
-Die schulden, die mij drukken, af te werpen.
-
-ANTONIO. Ik bid u, vriend Bassanio, deel het mee,
-En kan het, even als gijzelf steeds doet,
-Voor 't oog der eer bestaan, wees dan verzekerd,
-Ikzelf, mijn beurs en al wat ik vermag,
-'t Is alles 't uwe, voor uw dienst gereed.
-
-BASSANIO. Verloor ik in mijn schooltijd soms een pijl,
-Dan schoot ik hem een tweeden van die soort,
-Denzelfden weg uit, na, gaf beter acht,
-Tot waar hij vloog, en, beide wagend, vond ik
-Ze beide vaak. Dit kindervoorbeeld past,
-Omdat wat volgt, ook louter onschuld is.
-Gij gaaft mij veel, en, als een wilde knaap,
-Verloor ik wat gij gaaft, maar waagt gij 't nu,
-Een tweeden pijl denzelfden weg te schieten,
-Den eersten achterna, ik maak mij sterk,
-Daar ik zijn vlucht bespiê, ze beî te vinden,
-Of breng, wat gij het laatste waagdet, weêr,
-En blijf uw dankb're schuldnaar voor het eerste.
-
-ANTONIO. Gij kent mij toch; wat spilt gij dan uw tijd,
-En neemt een kronklende' omweg tot uw vriend;
-Gij grieft mij waarlijk dieper, als ge twijfelt,
-Of ik voor u het uiterst wel zou doen,
-Dan als gij heel mijn have hadt verspild.
-Deel dus mij mee, wat gij van mij verlangt,
-Wat gij vermeent, dat ik vermag te doen;
-Ik ben bereid en daad'lijk; zeg het dus.
-
-BASSANIO. In Belmont woont een jonkvrouw, rijk in goedren,
-In schoonheid rijk, en, rijker nog dan dit,
-Ook rijk in deugden; uit haar oogen ving ik
-Reeds vroeger lieve stomme tijding op.
-Haar naam is Portia; ze is wedergâ
-Van Cato's dochter, Brutus' Portia.
-De wereld door is reeds haar roem verbreid;
-Van 't uiterste eind der aard, van iedre kust,
-Brengt iedre wind, om naar haar hand te dingen,
-De bloem der jonglingschap. Haar zonnig haar
-Golft om haar slapen als een gulden vlies;
-En Belmont is een tweede Colchisch strand,
-En menig Jason komt om haar te erlangen.
-Antonio, vriend, o, had ik slechts de midd'len,
-Om waardig mij met een van hen te meten,
-Dan mocht ik,--onbedrieglijk spelt mij dit
-Mijn hart, mijn ziel,--het hoogste heil verwachten.
-
-ANTONIO. Gij weet, mijn gansch vermogen is op zee;
-Ik heb geen geld en ook geen koopmansgoedren,
-Die ik verpanden kan; maar ga, beproef,
-Wat in Venetië mijn krediet vermag;
-Ik verg er 't uiterst van, om u naar eisch
-Voor Portia, naar Belmont, uit te rusten,
-Vraag na, waar geld beschikbaar is; ook ik
-Doe 'tzelfde, en ben geen oogenblik bezorgd,
-Dat men niet gaarne, en op mijn woord, mij borgt.
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-TWEEDE TOONEEL.
-
-
-Belmonte. Een kamer in Portia's huis.
-
-Portia en Nerissa komen op.
-
-
-PORTIA. Op mijn woord, Nerissa, mijn klein persoontje heeft van deze
-groote wereld meer dan genoeg.
-
-NERISSA. Dat mocht zoo wezen, lieve jonkvrouw, als uw ellende evenzoo
-bovenmatig was als thans uw geluk. Maar voor zoover ik zie, zijn
-zij, die zich overladen met te veel, al even ziek, als zij, die aan
-alles gebrek hebben. Het is daarom geen middelmatig geluk juist in
-de middelmaat te zijn; overvloed krijgt vroeger grijze haren, maar
-juist van pas leeft langer.
-
-PORTIA. Goede spreuken, en goed voorgedragen.
-
-NERISSA. Nog beter zouden zij wezen, als zij goed werden opgevolgd.
-
-PORTIA. Als doen even gemakkelijk was, als weten, wat goed is te doen,
-dan waren kapelletjes kerken, dagloonerswoningen vorstenpaleizen
-geworden. Het is een goed geestelijke, die zijn eigen voorschriften
-opvolgt; ik kan gemakkelijker aan twintig menschen leeren, wat zij
-moeten doen om goed te doen, dan een van de twintig zijn en mijn eigen
-lessen opvolgen. Het brein kan wel wetten voor het gestel uitdenken,
-maar een vurig bloed springt over een koel voorschrift heen; zulk een
-haas is de jongeling Onverstand, dat hij heenwipt over het net van
-Goeden Raad, den kreupele. Maar dit redeneeren helpt mij volstrekt
-niet bij het kiezen van een man.--O wee, dat woord kiezen! Ik mag niet
-kiezen, dien ik zou willen, en niet afwijzen dien ik niet mag lijden;
-en zoo is de wil van een levende dochter aan banden gelegd door den
-wil van een dooden vader.--Is het niet hard, Nerissa, dat ik niemand
-kiezen mag, en ook niemand afwijzen?
-
-NERISSA. Uw vader was een braaf man, en vrome menschen hebben bij hun
-dood goede ingevingen. Daarom zal bij de loterij, die hij uitgedacht
-heeft van die drie kastjes van goud, zilver en lood, (waardoor
-hij, die in zijn geest kiest, u kiest,) zonder eenigen twijfel door
-niemand de echte keus gedaan worden dan door een, die u echte liefde
-toedraagt. Maar hoe staat het met de warmte van uw genegenheid jegens
-een van de vorstelijke aanbidders, die alreeds gekomen zijn?
-
-PORTIA. O, wees zoo goed en noem ze op; als gij ze noemt, zal ik ze
-u beschrijven; en naar mijn beschrijving moogt ge mijn genegenheid
-afmeten.
-
-NERISSA. Vooreerst dan, de Napelsche prins.
-
-PORTIA. O, die is inderdaad een veulen, want hij doet niets dan van
-zijn paard spreken; en hij vindt het een belangrijk toevoegsel aan
-zijn begaafdheden, dat hij het zelf beslaan kan; ik vrees inderdaad,
-dat mevrouw zijn moeder valsch spel speelde met een hoefsmid.
-
-NERISSA. Dan verder de paltsgraaf.
-
-PORTIA. Die zet altijd een zuur gezicht, alsof hij zeggen wou:
-"Ben ik voor u niet goed genoeg, geen nood". Hij hoort vroolijke
-kwinkslagen en vertrekt geen spier; ik vrees, dat, als hij oud wordt,
-hij de weenende philosoof zal wezen in eigen persoon, daar hij nu in
-zijn jeugd al zoo onhebbelijk somber is. Ik was liever getrouwd met
-een doodshoofd, zoo met twee gekruiste knoken er onder, dan met een
-van die beiden. God beware mij voor alle twee!
-
-NERISSA. Wat zegt gij dan van den Franschen heer, Monsieur Le Bon?
-
-PORTIA. God schiep hem, laat hem daarom voor een man doorgaan. Ik weet,
-dat het zonde is een spotter te zijn, maar hij! Hij heeft een paard,
-beter dan de Napolitaan, een beter slechte gewoonte van zuurkijken
-dan de paltsgraaf; hij is iedereen en niemand; als een lijster zingt,
-begint hij dadelijk kapriolen te maken; hij zou kunnen vechten met zijn
-eigen schaduw. Als ik hèm nam, nam ik vijftig mannen te gelijk. Als
-hij mij versmaadde, zou ik het hem vergeven; want al had hij mij lief
-tot razend wordens toe, ik zou niets van hem willen weten.
-
-NERISSA. Wat hebt ge dan te zeggen tegen Faulconbridge, den jongen
-Engelschen baron?
-
-PORTIA. Ge weet, ik zeg niets tegen hem, want hij verstaat mij niet
-en ik hem ook niet; hij kent geen Latijn of Fransch noch Italiaansch,
-en wat mijn Engelsch betreft, gij kunt gerust voor het gerecht een
-eed gaan doen, dat het geen armzaligen duit waard is. Hij is het
-afbeeldsel van een knap man, maar, ik bid u, wie kan omgaan met een
-stom beeld? En hoe bespottelijk kleedt hij zich! Ik geloof, dat hij
-zijn kamizool in Italië, zijn pof broek in Frankrijk, zijn muts in
-Duitschland en zijn manieren overal heeft opgedaan.
-
-NERISSA. Wat denkt ge van zijn buurman, den Schotschen lord?
-
-PORTIA. Dat hij wezenlijk wel christelijke liefde tot zijn naaste
-bezit, want hij borgde laatst een oorveeg van den Engelschman,
-en zwoer, dat hij hem dien terug zou betalen, zoodra hij in de
-gelegenheid zou wezen; ik denk, dat de Franschman zijn borg werd en
-voor den ander onderteekende.
-
-NERISSA. Hoe bevalt u de jonge Duitscher, de neef van den hertog
-van Saksen?
-
-PORTIA. Afschuwelijk in den morgen, als hij nuchter is, en
-allerafschuwelijkst in den middag, als hij beschonken is; als hij
-op zijn best is, is hij toch nog altijd iets minder dan een mensch,
-en als hij op zijn slechtst is, is hij nauwlijks meer dan een dier;
-als het ergste mocht gebeuren, dat gebeuren kan, hoop ik toch, dat
-ik wel een uitvlucht zal vinden om hem vrij te loopen.
-
-NERISSA. Als hij zich mocht aanmelden om te kiezen en het rechte
-kastje koos, dan zoudt ge toch weigeren uws vaders uitersten wil te
-volbrengen, als gij weigerdet hem te nemen.
-
-PORTIA. Daarom bid ik u, om het ergste te voorkomen, zet een flinken
-roemer Rijnwijn op het verkeerde kastje; want als de duivel er in
-was en deze verzoeking van buiten er bij, dan weet ik, dat hij het
-zou kiezen. Alles liever, Nerissa, dan met een spons te moeten trouwen.
-
-NERISSA. Gij behoeft niet beducht te wezen, mejonkvrouw, dat gij
-een van deze heeren zult krijgen, want zij hebben mij hun besluit
-meegedeeld, en dat is, waarlijk, naar huis te gaan en u niet verder met
-hun aanzoek lastig te vallen, tenzij gij op een andere wijze te winnen
-waart, dan door de bepaling van uw vader, ten opzichte van de kastjes.
-
-PORTIA. Al word ik zoo oud als Sibylla, wil ik toch zoo kuisch als
-Diana sterven, tenzij ik gewonnen word op de wijze van mijns vaders
-uitersten wil. Ik ben blij, dat dit partijtje vrijers zoo verstandig
-is, want er is er niet één bij of ik smacht naar zijn afzijn, en ik
-bid God, hun een voorspoedige heenreis te verleenen.
-
-NERISSA. Herinnert gij u niet, mejonkvrouw, uit den tijd dat uw vader
-nog leefde, een Venetiaan, die man van studie en krijgsman te gelijk
-was, en die hierheen kwam als metgezel van den markies van Montferrat?
-
-PORTIA. Ja, ja; het was Bassanio;--ik geloof ten minste, dat hij
-zoo heette.
-
-NERISSA. Juist, mejonkvrouw. Van alle mannen, die mijn dwaze oogen
-ooit gezien hebben, was hij wel het meest een schoone vrouw waard.
-
-PORTIA. Hij staat mij nog goed voor, en naar mijn herinnering is uw
-lof niet onverdiend.--Wel, wat is er?
-
-(Een Bediende, komt op.)
-
-BEDIENDE. Mejonkvrouw, de vreemde heeren vragen naar u om afscheid
-te nemen; en zoo even komt daar een voorrijder van een nieuwen, den
-prins van Marocco, die het bericht brengt, dat de prins, zijn meester,
-nog van avond hier zal zijn.
-
-PORTIA. Als ik dien nieuwen zoo van ganscher harte welkom kon
-heeten, als ik de anderen vaarwel zeg, zou ik verheugd wezen over
-zijn aankomst, als hij het binnenste heeft van een heilige en de
-huidkleur van een duivel,
-
- Dan groette ik liever hem als boetgezant,
- Dan dat ik hem mijn hand verpand.
-
-Kom, Nerissa.--Knaap, ga voor, maak voort.--
-
- Gaat één vrijer uit de poort,
- Dan wordt weer de stap van een ander, die nadert, gehoord.
-
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-DERDE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een plein.
-
-Bassanio en Shylock komen op.
-
-
-SHYLOCK. Drieduizend dukaten,--goed!
-
-BASSANIO. Voor drie maanden, Shylock.
-
-SHYLOCK. Voor drie maanden--goed!
-
-BASSANIO. En, zooals ik zeide, Antonio zal er borg voor zijn.
-
-SHYLOCK. Antonio zal er borg voor zijn,--goed!
-
-BASSANIO. Kunt gij mij helpen? Wilt ge mij het genoegen doen? Mag ik
-uw antwoord weten?
-
-SHYLOCK. Drieduizend dukaten, voor drie maanden, en Antonio borg.
-
-BASSANIO. En uw antwoord--?
-
-SHYLOCK. Antonio is een goed man.
-
-BASSANIO. Hebt gij ooit eenigszins het tegendeel van hem gehoord?
-
-SHYLOCK. O, neen, neen, neen, neen;--maar ik meende, toen ik zeide,
-dat hij een goed man is, zooals ge wel begrijpt, dat hij er goed voor
-is,--hoewel van zijn goed kan men eigenlijk maar bij onderstelling
-spreken; hij heeft een galjoen op weg naar Tripoli, een ander naar
-Indië, en hij heeft, zooals ik op den Rialto vernam, een derde naar
-Mexico, een vierde naar Engeland--en hij heeft nog meer varende
-have,--overal verspreid. Maar schepen zijn maar planken en matrozen
-zijn maar menschen, en er zijn landratten en waterratten, landdieven
-en waterdieven, ik bedoel zeeroovers; en dan heb je nog het gevaar
-van water en wind en klippen; maar toch, de man is er wel goed voor;
-drieduizend dukaten;--mij dunkt, ik zou zijn borgtocht wel kunnen
-aannemen.
-
-BASSANIO. Daar kunt ge zeker van zijn.
-
-SHYLOCK. Ik wil er zeker van zijn; en om er zeker van te zijn, wil
-ik er mij op bedenken;--zou ik Antonio eens kunnen spreken?
-
-BASSANIO. Als ge lust hebt, met ons te eten,--
-
-SHYLOCK. Nah, om varkensvleesch te ruiken, om te eten van de woning,
-waar uw profeet, de Nazarener, den duivel in verbannen heeft? ik
-wil met u handelen en wandelen, gaan en staan, koopen en verkoopen,
-en zoo voort; maar ik wil niet eten met u, niet drinken met u, niet
-bidden met u. Wat nieuws is er op den Rialto?--Wie komt daar aan?
-
-BASSANIO. Het is signore Antonio.
-
-(Antonio komt op.)
-
-SHYLOCK (ter zijde). Hoe lijkt hij een deemoedig tollenaar!
-Ik haat hem reeds, dewijl hij Christen is,
-En meer nog, wijl, in lage onnoozelheid,
-Hij gratis geld leent en de rente drukt,
-Die we anders in Venetië konden maken.
-Gelukt het me eens, hem bij de heup te pakken,
-Dan vier ik de' ouden wrok, dien 'k heb, toch bot;
-Hij haat ons heilig volk, en vloekt, juist daar,
-Waar alle kooplui plegen saam te komen,
-Op mij, mijn zaken en mijn eerlijk winstje;
-Dat noemt hij woeker. Zij mijn stam vervloekt,
-Als ik 't vergeef!
-
-BASSANIO. Hé, Shylock, wilt gij hooren?
-
-SHYLOCK. Ik rekende uit, hoeveel ik wel in kas heb;
-Zoo ver ik uit het hoofd het ramen kan,
-Kan ik die volle somma van drieduizend
-Dukaten zelf niet leev'ren. Maar wat doet dit?
-Tubal, een rijk Hebreër van mijn stam,
-Zal mij wel helpen.--Maar voor hoeveel maanden
-Verlangt gij 't geld?--(Tot Antonio.) Signore, welkom hier;
-Wij spraken juist daar van uw edelheid.
-
-ANTONIO. Shylock, hoewel ik, als ik gelden voorschiet
-Of opneem, nimmer winsten neem noch geef,
-Wil ik, om thans mijn vriend in nood te helpen,
-Met die gewoonte breken.--(Tot Bassanio.) Weet hij reeds,
-Hoeveel gij wenscht?
-
-SHYLOCK. Drieduizend, ja, dukaten.
-
-ANTONIO. En voor drie maanden.
-
-SHYLOCK. O, dat vergat ik,--voor drie maanden, ja.
-En gij zijt borg, ja goed,--maar hoorde ik wel
-Gij neemt of geeft geen intrest, als ge gelden
-Voorschiet of opneemt, zegt ge?
-
-ANTONIO. 'k Doe het nooit.
-
-SHYLOCK. Toen Jakob nog de schapen Labans weidde,--
-Hij was van onzen vader Abram af
-(Door 't schrander overleg van zijne moeder)
-De derde patriarch,--jawel, de derde,--
-
-ANTONIO. Wat wilt ge zeggen? leende hij op intrest?
-
-SHYLOCK. Neen, neen; hij nam geen interest, niet wat gij
-Zoo intrest noemt; merk op, wat Jakob deed.
-Toen tusschen hem en Laban de afspraak was,
-Dat al 't geplekte en zwarte van de lamm'ren
-Als Jakobs loon zou gelden, en de herfsttijd
-Weer de ooien met de rammen samenbracht
-En 't wolvee welig aan het paren ging,
-Toen nam de ervaren herder popelroeden
-En schilde ze met strepen en hij lei ze,
-Wanneer de dieren paarden, op de drinkplaats,
-Voor de oogen van de ritsige ooien neer,
-Die, zoo ontvangend, in den lammertijd
-Geplekte jongen wierpen, Jakobs deel.
-Zoo nam hij toe in welstand, werd gezegend;
-Want winst is zegen, als men 't maar niet steelt.
-
-ANTONIO. Dan diende Jakob, man, op goed geluk;
-Het stond niet in zijn macht dit te bewerken;
-Des hemels hand bestuurde en schikte 't zoo.
-Meldt dit de schrift om woeker te rechtvaardigen,
-Of is uw goud en zilver, ooi en ram?
-
-SHYLOCK. 'k Weet niet, ik laat het even snel vermeerdren;--
-Maar hoor, Signore.
-
-ANTONIO. Merk dit op, Bassanio;
-De duivel zelf beroept zich op de schrift.
-Een boos gemoed, dat heil'ge woorden spreekt,
-Is als een fielt met liefelijken lach;
-Een schijnschoone appel, maar in 't hart verrot;
-O, glanzend schoon is 't uiterlijk der valschheid!
-
-SHYLOCK. Drieduizend--'t is een goede ronde som!
-Drie maand, een verreljaars, laat zien dat maakt--
-
-ANTONIO. Nu, Shylock, kunnen we op u reeknen, zeg?
-
-SHYLOCK. Signore Antonio, meermalen, vaak,
-Hebt gij me op den Rialto doorgehaald
-Ter zake van mijn leenen en mijn rente;
-Ik zeide niets, maar trok de schouders op,
-Want dulden is het erfdeel van ons volk.
-Gij scholdt mij voor een onbekeerde, een bloedhond,
-Gij spuwdet op mijn tabbaard--en dat alles,
-Omdat ik weet te hand'len met wat mijn is.
-Welnu, thans blijkt het, dat ge mij behoeft,
-Zoo is 't; thans komt ge tot mij, en gij zegt:
-"Shylock, wij wenschen geld"; en dat zegt gij,
-Gij, die mijn baard bespuwdet, met den voet
-Mij stiet, zooals ge een vreemden hond zoudt schoppen
-Van uwen drempel, thans verlangt gij geld!
-Wat moet ik tot u zeggen? moet ik zeggen:
-"Heeft een hond geld? Is 't mooglijk, dat een bloedhond
-Drieduizend stukken gouds u leent?" Of moet ik
-Ten grond toe buigen, en gelijk een schuldnaar
-Met fluisterstem, waar needrigheid in suist,
-Dus spreken:
-"Uw edelheid heeft Woensdag mij bespuwd,
-Op dien dag weggeschopt, een ander maal
-Mij hond genoemd; voor zooveel vriendelijkheid
-Leen ik u zooveel geld?"
-
-ANTONIO. Ik was in staat u weder zoo te noemen,
-U weer te spuwen, met den voet te stooten.
-Wilt gij dit geld ons leenen, leen het niet
-Als aan uw vrienden,--vriendschap zou geen vrucht
-Van dood metaal ooit eischen van zijn vriend,--
-Maar leen 't veeleer uw vijand uit, want blijft
-Die in gebreke, des te scherper kunt gij
-Het uiterste eischen.
-
-SHYLOCK. Zie toch, welk een drift!
-Ik wilde uw vriend zijn, vriendlijkheid u toonen,
-Den smaad vergeten, dien 'k verduren moest,
-Het noodige u verschaffen, en voor rente
-Geen duit zelfs eischen, maar gij hoort niet eens;
-Mijn aanbod is toch vriendlijk.
-
-ANTONIO. 't Zou vriendlijk zijn.
-
-SHYLOCK. Ik doe die vriendlijkheid.--
-Ga mee naar den notaris, teeken daar
-Uw schuldbrief op uw naam; uit louter scherts,
-Opdat gij ziet, dat ik geen winst verlang,
-Als gij mij niet op den bepaalden dag,
-En daar of daar, die som of die, zooals
-Uw schuldbekentnis luiden zal, betaalt,
-Zij deze boete vastgesteld, dat ik
-Een zuiver pond mag snijden van uw vleesch,
-Uit welk deel van uw lichaam ik verkies.
-
-ANTONIO. Het zij zoo; op mijn woord; ik teeken 't stuk,
-En zeg: ook bij een jood is vriendlijkheid.
-
-BASSANIO. Neen, teeken zulk een borgtocht niet voor mij;
-Veel liever blijf ik nog in mijn ellend'.
-
-ANTONIO. Kom, vriend, geen angst; want ik betaal op tijd.
-In minder dan twee maanden, dus een maand
-Vóór ik 't behoef, verwacht ik schepen binnen,
-In waarde tien-, ja, twintigmaal deez' som.
-
-SHYLOCK. O vader Abram! hoe de christnen toch,
-Omdat zij zelf hardvochtig zijn, van andren
-Hetzelfde denken!--'k Bid u, zeg, zou mij,
-Als hij eens in gebreke bleef, het innen
-Der afgesproken boete voordeel zijn?
-Een pondje menschenvleesch, gesneden van
-Een man, is niet zoo goed, niet te verhandlen
-Als vleesch van rund of schaap. Ik zeide, ik wensch
-Zijn gunst, en bied mijn diensten. Neemt hij
-Die aan, zeer gaarne; weigert hij, 't zij uit;
-Maar smaad mij niet, ik bid u, om mijn goedheid.
-
-ANTONIO. Shylock, ik ben bereid het stuk te teek'nen.
-
-SHYLOCK. Gij ziet mij daadlijk weer, bij den notaris;
-Geef gij hem op, wat hij te stellen heeft,
-Met onze scherts er bij; ik zorg voor 't geld
-En pak het in, en 'k moet ook naar mijn huis,
-Waarop een dienaar past, die niet te best
-Betrouwbaar is, maar spoedig ben ik bij u.
-
- (Shylock af.)
-
-ANTONIO. Zoo haast u, goede jood.--Zie, deez' Hebreër
-Wordt waarlijk nog een christen; hij wordt goed.
-
-BASSANIO. 'k Vertrouw geen goedheid van een boos gemoed.
-
-ANTONIO. Geen zorg; ik heb geen roekloosheid begaan;
-Mijn schepen zijn een maand vooruit wel aan.
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE BEDRIJF.
-
-
-EERSTE TOONEEL.
-
-
-Belmont. Een vertrek in Portia's woning.
-
-Trompetgeschal. De Prins van Marocco met zijn Stoet, Portia, Nerissa
-en anderen van haar Gevolg komen op.
-
-
-MAROCCO. Versmaad mij om mijn kleur niet; 't is de donkre
-Livrei der helle zon, in wier nabijheid
-Ik ben geboren en mijn zetel heb.
-Maar koom' de blankste jongling van het noorden,
-Waar Febus' gloed de ijskegels nauwlijks smelt,
-En om uw min verwond' zich elk van ons,
-Tot proef, wiens bloed het roodst is, 't zijn of 't mijn.
-'k Verklaar u, jonkvrouw, dit gelaat deed zelfs
-Den stoutste sidd'ren; 'k zweer u bij mijn min,
-Dat het de fierste maagden van het zuid
-Bekoren kon; en 'k ruilde niet mijn kleur,
-Dan om, mijn koningin, uw hart te stelen.
-
-PORTIA. Mijn keuze, prins, wordt niet alleen geleid
-Door wat een ijdel meisjeshart begeert;
-De loterij, waaraan mijn toekomst hangt,
-Ontneemt mij zelfs het recht van eigen keus;
-Maar had mijn vader in zijn wijsheid mij
-Niet zoo beperkt, en mij niet opgelegd
-Slechts hem als echtgenoot te aanvaarden, die
-Mij op de wijze wint, die ik u noemde,
-Dan ware uw uitzicht, wijdvermaarde prins,
-Wel even schoon als dat van eenig ander,
-Die vóór u naar mij dong.
-
-MAROCCO. Reeds hiervoor dank.
-Ik bid u dus, geleid mij tot de kastjes,
-Om mijn geluk te toetsen. Bij deez' kling,--
-Die aan den Sophi, en een Perzisch prins,
-Voor wien de Sultan Soliman driemaal
-Het veld moest ruimen, 't leven nam,--ik zou
-Den fiersten blik der aard nog overfonklen,
-Het kloekste hart der aard nog overtrotsen,
-Aan de berin haar zuiglingwelpen nemen,
-Den leeuw beschimpen, brullende om een prooi,
-Voor uw bezit, signora. Maar helaas!
-Als Hercules en Lichas met den teerling
-Uitmaken wie het dapperst is, dan doet
-Wellicht de zwakste hand den hoogsten worp,
-En moet Alcides voor zijn schildknaap wijken;
-En zoo kan mij, als blind geluk beslist,
-Ontgaan, wat aan een mindren man ten deel valt,
-Zoodat ik sterf van smarte.
-
-PORTIA. Zoo is 't lot!
-Beslis dus, dat gij afziet van de keus,
-Of zweer vooraf, dat, als gij aav'rechts kiest,
-Gij u verbindt om nimmermeer een vrouw
-Ten echt te vragen. Overweeg dus wel.
-
-MAROCCO. Ik zweer het, nimmer! Kom, de keus gewaagd!
-
-PORTIA. Neen, eerst uw eed voor 't altaar. Na den noen
-Beproeft ge uw lot.
-
-MAROCCO. Gelukstèr, toon uw macht,
-Nu 't zaligst heil of diepste ellend' mij wacht!
-
- (Trompetgeschal. Allen af.)
-
-
-
-
-TWEEDE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een straat.
-
-Lancelot Gobbo komt op.
-
-
-LANCELOT. Zeker, mijn geweten zal wel toegeven, dat ik van dezen jood,
-mijn meester, wegloop. De booze is mij op de hielen, en verzoekt mij,
-en zegt: "Gobbo, Lancelot Gobbo", of "goede Gobbo", of "goede Lancelot
-Gobbo, sta op, haal je beenen na je, loop weg". Mijn geweten zegt:
-"neen; pas op, brave Lancelot", of, zooals daareven, "brave Lancelot
-Gobbo, ga niet op den loop; stamp met je hielen, dat je den brui geeft
-van dat wegloopen". Goed, maar de verbenedijde booze drijft mij aan,
-mij weg te pakken, en zegt: "Loop" zegt de booze, "voort!" zegt de
-booze, "in 's hemels naam; heb een hart in 't lijf", zegt de booze,
-"en loop weg". Goed, maar mijn geweten werpt zich om den hals van mijn
-hart en zegt op wijzen toon tot mij: "mijn brave vriend Lancelot,
-gij zoon van een braaf man",--of liever van een brave vrouw, want,
-inderdaad, van mijn vader gesproken, daar was wel een luchtje aan,
-hij had zoo zekere neigingen, zoo wat smaak in--, nu, mijn geweten
-dan zegt: "Lancelot, blijf", "blijf niet" zegt de booze; "blijf",
-zegt mijn geweten. Geweten, zeg ik, uw raad is goed; Booze, zeg ik,
-uw raad is ook goed; als ik aan mijn geweten gehoor geef, zou ik
-blijven bij den jood, mijn meester, die (God straffe mij, als ik
-lieg!) een soort van duivel is: en als ik van den jood wegliep,
-zou ik aan den booze gehoor geven, die, met verlof gezegd, de Duivel
-zelf is. Want dit is zeker, dat de jood de gevleeschelijkte duivel
-is; en, op mijn geweten, mijn geweten is een hard soort van geweten,
-dat het mij wil aanraden bij den jood te blijven. De booze geeft mij
-den besten vriendenraad; ik wil op den loop gaan, Booze; mijn hielen
-zijn tot uw dienst; ik wil op den loop gaan.
-
-(De oude Gobbo komt op, met een mand.)
-
-GOBBO. Mosjeu, jonge heer, gij, wees zoo goed en zeg mij, wat is de
-weg naar mijnheer den jood zijn huis?
-
-LANCELOT (ter zijde). Och hemel, daar is mijn echte vleeschelijke
-vader; hij heeft meer dan zand, hij heeft kiezel in zijn oogen en
-kent mij niet.--Ik wil toch eens wat excrementen met hem nemen.
-
-GOBBO. Mosjeu, jonge heer, wees zoo goed en zeg me, wat is de weg
-naar mijnheer den jood zijn huis?
-
-LANCELOT. Sla bij den eersten draai rechtsom, maar bij den allereersten
-draai linksom; maar onthoud, sla bij den allerallereersten draai
-noch rechts noch links om, maar sla dadelijk na een poos kaarsrecht
-af naar het huis van den jood.
-
-GOBBO. Sapperment, dat zal een moeilijke weg wezen om te vinden. Kunt
-ge mij zeggen, of zekere Lancelot, die bij hem dient, bij hem dient
-of niet?
-
-LANCELOT. Spreek je van den jongen mosjeu Lancelot?--(Ter zijde). Nu
-opgepast, nu leg ik hem het vuur aan de schenen.--Spreek je van den
-jongen mosjeu Lancelot?
-
-GOBBO. Geen mosjeu, heer, maar de zoon van een armen drommel; zijn
-vader is, al zeg ik het zelf, een brave doodarme kerel, en, Gode zij
-dank, heel welvarend.
-
-LANCELOT. Wel, laat zijn vader wezen wat hij wil, wij spreken nu van
-den jongen mosjeu Lancelot.
-
-GOBBO. Uw gehoorzame dienaar, en Lancelot kortaf, heer.
-
-LANCELOT. Maar ik bid je, ergo, oude man, ergo, verzoek ik je, spreek
-je van den jongen mosjeu Lancelot?
-
-GOBBO. Uw edeles dienaar, en Lancelot, heer.
-
-LANCELOT. Ergo, mosjeu Lancelot; spreek niet van mosjeu Lancelot,
-vadertje; want die jonge heer heeft, ten gevolge van de noodlotten
-en lotsbeschikkingen en zulke vreemde gezegdens meer, de drie
-schikgodinnen en verdere geleerdhedens, het tijdelijke met het eeuwige
-verwisseld, of, om het platweg uit te drukken, hij is ter--hemel
-gevaren.
-
-GOBBO. Och, och, God beware! de jongen was zoowaar de staf van mijn
-ouderdom, mijn eenige steunpilaar.
-
-LANCELOT (ter zijde). Zie ik er uit als een knuppel of een tentpaal,
-een staf of een pilaar?--Ken je mij niet, vader?
-
-GOBBO. Ach hemel, ik ken u niet, jonge heer; maar ik bid u, zeg me,
-is mijn jongen, (God hebbe zijn ziel!) levend of dood?
-
-LANCELOT. Ken je mij niet, vader?
-
-GOBBO. Helaas, mijnheer, ik ben half blind, ik ken u niet.
-
-LANCELOT. Neen, maar waarlijk, al hadt je je oogen, dan zou het nog
-wel kunnen gebeuren, dat je mij niet kende; 't is een wijs vader, die
-zijn eigen kind kent. Komaan, oude man, ik zal je van je zoon bericht
-geven. (Hij knielt.) Geef mij uw zegen! De waarheid komt altijd aan
-het licht; een moord kan niet lang verborgen blijven, wel de zoon
-van een vader; maar toch, ten langen leste, komt de waarheid uit.
-
-GOBBO. Ik bid u, heer, sta op; ik weet zeker, dat gij Lancelot,
-mijn jongen, niet zijt.
-
-LANCELOT. Kom, ik bid je, alle gekheid op een stokje, maar geef
-mij je zegen; ik ben Lancelot, je jongen die was, je zoon die is,
-je kind dat wezen zal.
-
-GOBBO. Ik kan niet gelooven, dat gij mijn zoon zijt.
-
-LANCELOT. Dan weet ik ook niet, wat ik er van denken moet, maar ik
-ben Lancelot, bij den jood in dienst, en, dat weet ik zeker, Margriet,
-je vrouw, is mijn moeder.
-
-GOBBO. Ja wezenlijk, ze heet Margriet; en ik wil er op zweren, als
-je Lancelot bent, dat je dan mijn eigen vleesch en bloed bent. Maar,
-bij God en al zijn heiligen, wat een baard heb je gekregen; je hebt
-meer haar gekregen aan je kin, dan Hans, mijn sleeppaard, aan zijn
-staart heeft.
-
-LANCELOT. Dan lijkt het wel, dat Hans zijn staartharen achteruit
-groeien; toen ik hem het laatst gezien heb, had hij bepaald meer
-haren in zijn staart dan ik nu op mijn gezicht heb.
-
-GOBBO. Heerejé, wat ben je veranderd! En kun je met je meester nog al
-overweg? Ik heb hem een present meegebracht. Hoe sta je tegenwoordig
-met elkaar?
-
-LANCELOT. Zóó, zóó,--; maar voor mijn part, daar ik het er op gezet
-heb om van hem weg te loopen, zoo wil ik niet rusten, voor ik een heel
-eind achter de hielen heb. Mijn meester is een echte jood; hem een
-present brengen! geef hem een strop. Ik ben in zijn dienst verhongerd;
-je kunt iederen vinger, dien ik heb, met mijn ribben tellen. Vader,
-ik ben blij, dat je gekomen bent; maar geef je present aan zekeren
-heer Bassanio, die wezenlijk prachtige nieuwe livreien geeft; als ik
-niet bij hem terecht kan komen, wil ik loopen, zoo ver Gods aardbodem
-reikt.--O, wat een tref, wat een geluk! daar komt hij aan;--naar hem
-toe, vader; want ik ben een jood, als ik nog langer bij den jood blijf.
-
-(Bassanio komt op, met Leonardo en andere Bedienden.)
-
-BASSANIO. Zoo kun je het wel doen;--maar je moet er zoo veel spoed
-achter zetten, dat het avondmaal op zijn laatst tegen vijf uur gereed
-is. Bezorg deze brieven; maak dat de livreien in orde komen en verzoek
-Gratiano dadelijk bij mij te komen in mijn huis.
-
- (Een Bediende gaat heen.)
-
-LANCELOT. Nu naar hem toe, vader.
-
-GOBBO. God zegene uwe edelheid.
-
-BASSANIO. Dank je zeer; wou je iets van mij hebben?
-
-GOBBO. Hier is mijn zoon, heer, een arme jongen.
-
-LANCELOT. Niet een arme jongen, heer, maar de knecht van den rijken
-jood; en die graag, heer, zooals mijn vader zal spezivizeeren--
-
-GOBBO. Hij heeft een groote infectie, heer, om zoo te zeggen, om
-bij u--
-
-LANCELOT. Inderdaad, heer, het kort en het lang van de zaak is, dat
-ik bij den jood in dienst ben, en declinatie heb, zooals mijn vader
-zal spezivizeeren--
-
-GOBBO. Zijn meester en hij, met verlof van uw edelheid, leven zoo
-wat als kat en hond,--
-
-LANCELOT. Om kort te gaan, de zuivere waarheid is, heer, dat de jood
-mij verongelijkt heeft, en dat maakt, zooals mijn vader, die naar ik
-hoop een oud man is, u fructivizeeren zal--
-
-GOBBO. Ik heb hier een duivenschoteltje, dat ik aan uw edelheid wensch
-te vereeren, en mijn verzoek is,--
-
-LANCELOT. Om zoo kort mogelijk te zijn, het verzoek interruppeert
-mijzelf, zooals uw edelheid hooren zal van dezen braven ouden man,
-die, al zeg ik het zelf, schoon een oud man, toch een arm man en mijn
-vader is.
-
-BASSANIO. Niet beiden te gelijk;--wat wil je? spreek!
-
-LANCELOT. Bij u in dienst komen, heer.
-
-GOBBO. Ja, dat is het, dat wij u willen opponeeren, heer.
-
-BASSANIO. Ik ken u wel; 't verzoek is toegestaan;
-Shylock, uw heer, beval vandaag u aan
-Voor deez' bevordring, zoo 't bevordring is,
-Uit zulk een dienst als van een rijken jood,
-Te komen bij een armen edelman.
-
-LANCELOT. Het oude gezegde, heer, is zeer goed verdeeld tusschen mijn
-meester Shylock en u; gij hebt de genade Gods, heer, en hij heeft
-vele goederen.
-
-BASSANIO (tot Lancelot). Zeer juist. (Tot Gobbo.) Ga heen nu, vader
-met uw zoon,--
-Neem afscheid van uw vroeg'ren heer en kom
-Dan aan mijn huis.--(Tot zijn Bedienden.) Bezorgt hem een livrei,
-Wat meer bestrikt dan de andre; let daarop.
-
-LANCELOT. Kom, vader.--Neen, ik kan geen dienst krijgen; wel neen,
-ik heb mijn tongetje niet tot mijn dienst.--Nu, (Hij bekijkt de
-binnenvlakte van zijn hand.) als er in Italië iemand zoo'n mooie
-handpalm heeft om op de schrift te zweren! of ik ook geluk zal
-hebben!--Kijk eens, welk een onnoozel levenslijntje; 't is me daar
-een kleinigheidje vrouwen; acht, tien, vijftien vrouwen is nog niets:
-elf weduwen en negen jonge dochters is wel een onnoozel inkomen voor
-één man; en dan, driemaal bijna te verdrinken, en mijn leven haast
-te verliezen aan den rand van een veerenbed;--dat noem ik er genadig
-afkomen! Ik moet zeggen, als Fortuin een vrouw is, dan is zij in dàt
-opzicht een goeie meid.--Kom, vader; ik zal in een ommezientje klaar
-wezen met dat afscheidnemen van den jood.
-
- (Lancelot en de oude Gobbo af.)
-
-BASSANIO. Ik bid u, Leonardo, denk hieraan;
-En kom, is dit gekocht en alles klaar,
-Terstond terug, want al mijn goede vrienden
-Onthaal ik dezen avond. Haast u, ga.
-
-LEONARDO. Ik doe mijn best; gij zult tevreden zijn.
-
-(Gratiano komt op.)
-
-GRATIANO. Waar is uw meester?
-
-LEONARDO. Heer, daar gaat hij juist.
-
- (Leonardo af.)
-
-GRATIANO. Signor Bassanio!--
-
-BASSANIO. Gratiano!
-
-GRATIANO. Ik wensch een gunst van u!
-
-BASSANIO. Ze is toegestaan.
-
-GRATIANO. Ja, toestaan moet ge; ik moet met u naar Belmont.
-
-BASSANIO. Wat moet, dat moet; maar hoor dan toch, Gratiano,
-Gij zijt te wild, te ruw, te luid van stem;
-'t Gaat u goed af, en is volstrekt geen fout
-In oogen zooals de onze; maar het wordt,
-Waar men u zoo niet kent, al licht te vrij,
-Te dol gevonden;--temper, zoo gij kunt,
-Met enkle koude drupp'len stemmigheid
-Uw dart'len geest; opdat ik, door uw woestheid,
-Niet word' miskend, en wat ik wensch en hoop
-Niet derven moog'.
-
-GRATIANO. Gerust maar, vriend Bassanio;
-Hul ik mij niet in stemmige eerbaarheid,
-Praat ik niet deftig, vloek slechts nu en dan,
-En is mijn blik niet zedig, draag ik niet
-Een kerkboek in mijn zak, en houd ik niet
-Mijn hoed voor de oogen bij 't gebed, en zucht
-Ik niet, en zeg ik niet ootmoedig "amen",
-Neem ik naar eisch niet iedren vorm in acht,
-Als een, die om de gunst van grootmama
-Een uitgestreken facie toont, geloof mij
-Dan in 't vervolg nooit meer.
-
-BASSANIO. Wij zullen zien,
-Hoe gij u houden zult.
-
-GRATIANO. Maar, vriendlief, hoor,
-Deze avond geldt nog niet, gij moogt mij niet
-Verkett'ren om van avond.
-
-BASSANIO. Zeker niet,
-Dat zou wel jammer zijn, ik zou u eer
-Verzoeken uitgelaten dol te wezen,
-Want onze vrienden willen vroolijkheid.
-Doch nu vaarwel; ik heb nog wat te doen.
-
-GRATIANO. En ik moet naar Lorenzo en de vrienden,
-Maar kom met hen van avond goed op tijd.
-
-
-
-
-DERDE TOONEEL.
-
-
-Aldaar. Een kamer in Shylock's huis.
-
-Jessica en Lancelot komen op.
-
-
-JESSICA. Het spijt me, dat ge ons huis verlaten gaat;
-Het is een hel, en gij, een snaaksche duivel,
-Hebt soms de slepende uren mij verkort.
-Maar 't ga u goed; neem deez' dukaat van mij;
-En, Lanc'lot, hoor; straks ziet ge op 't avondfeest
-Als gast van uwen nieuwen heer, Lorenzo;
-Geef hem deez' brief, maar doe het in 't geheim;
-En nu vaarwel; ik wil niet, dat mijn vader
-Ons samen spreken ziet.
-
-LANCELOT. Atjé!--tranen verlangen mijn tong.--Gij allerliefst
-heidinneke, allerzoetst Jodinneke! Als een Christen niet voor schelm
-heeft gespeeld en uw hart gestolen, dan weet ik er niets meer van. Maar
-atjé, deze bespottelijke druppels verdrinken mijn manlijkheid te
-veel; atjé.
-
- (Lancelot af.)
-
-JESSICA. Vaarwel, vriend Lancelot.--
-Ach, hoe afschuw'lijk is het toch in mij,
-Dat ik mij schaam mijns vaders kind te zijn!
-Maar ben ik ook zijn dochter naar den bloede,
-Ik ben 't niet naar den geest.--O, mijn Lorenzo,
-Geen strijd meer, neen; ik word, blijft gij mij trouw,
-Christinne, en met een hart vol liefde uw vrouw.
-
- (Jessica af.)
-
-
-
-
-VIERDE TOONEEL.
-
-
-Aldaar. Een straat.
-
-Gratiano, Lorenzo, Salarino en Solanio komen op.
-
-
-LORENZO. Hoort toe, wij sluipen weg van 't avondmaal,
-Vermommen ons bij mij aan huis en zijn
-Dan allen in een uur terug.
-
-GRATIANO. Wij zijn op zulk een feest niet voorbereid.
-
-SALARINO. Voor fakkeldragers is niet eens gezorgd.
-
-SOLANIO. 't Moet puik in orde zijn, of 't is niets waard;
-En dan zij 't, dunkt mij, liever niet begonnen.
-
-LORENZO. Het is nog pas vier uur; wij hebben dus
-Nog twee uur vóór ons.
-
-(Lancelot komt op, met een brief.)
-
- Lanc'lot, zoo! wat nieuws?
-
-LANCELOT. Als uwe edelheid dezen brief gelieft te openen, zal het
-schijnen te verduidelijken.
-
-LORENZO. Ik ken de hand; ja, 't is een schoone hand,
-En blanker dan 't papier, waarop zij schreef,
-De schoone hand, die schreef.
-
-GRATIANO. Een minnebriefje!
-
-LANCELOT (wil weggaan). Met uw verlof, heer.
-
-LORENZO. Zeg, waar moet gij heen?
-
-LANCELOT. Och heer, ik moet mijn ouden meester den Jood gaan intiveeren
-om bij mijn nieuwen meester den Christen van avond het nachtmaal te
-komen gebruiken.
-
-LORENZO. Ziedaar, (Hij geeft hem geld.)--en zeg de schoone Jessica,
-Dat ze op mij reek'nen kan;--zeg 't heimlijk; ga.--
-
- (Lancelot af.)
-
-Mijn heeren,
-Maakt ge alles nu voor 't maskerfeest gereed?
-Ik heb al iemand, die mijn fakkel draagt.
-
-SALARINO. Goed, op mijn woord, ik maak het daad'lijk klaar.
-
-SOLANIO. Ik ook.
-
-LORENZO. En komt dan, na een uur zoo wat,
-Aan Gratiano's huis; daar vindt ge ons tweeën.
-
-SALARINO. 't Is goed, wij zullen komen.
-
- (Salarino en Solanio af.)
-
-GRATIANO. Die brief was van de schoone Jessica?
-
-LORENZO. U moet ik alles zeggen: zie, zij schreef,
-Hoe ik haar uit haars vaders huis moet schaken;
-Hoe ze is voorzien van goud en edelsteenen;
-Hoe ze in een page zich verkleeden zal.
-Komt ooit de jood, haar vader, in den hemel,
-Dan is 't ter wille van zijn dochter slechts;
-En waagt ooit rampspoed haren weg te kruisen,
-Dan is er niets, dat zulk een doen verschoont,
-Dan dat zij 't kind is van een valschen jood.--
-Kom mede, en zie dit onderweg maar in;
-Mij draagt de schoone Jessica de fakkel.
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-VIJFDE TOONEEL.
-
-
-Aldaar. De straat voor Shylock's huis.
-
-Shylock en Lancelot komen op.
-
-
-SHYLOCK. Nu, gij zult zien, met eigen oogen zien,
-Hoe anders 't is bij Shylock en Bassanio;--
-Hé, Jessica!--voorwaar, gij zult bij hem
-Niet slapen, snorken, telkens kleeren scheuren!--
-Hé, Jessica, nog eens!
-
-LANCELOT. Hé, Jessica!
-
-SHYLOCK. Wie zeide u haar te roepen? 'k zei 't u niet.
-
-LANCELOT. Uwe edelheid heeft mij vroeger altijd gezeid, dat ik nooit
-iets kan doen, of het moest mij gezeid worden.
-
-JESSICA. Wat is 't? Gij hebt geroepen?
-
-(Jessica komt op.)
-
-SHYLOCK. 'k Ben uitgevraagd ten eten, Jessica;
-Daar zijn mijn sleutels.--Maar waarom zou 'k gaan?
-Men vraagt mij niet als vriend, maar om te vleien;
-Maar ik, ik ga uit haat, en help den christen
-Zijn goed verspillen.--Jessica, mijn kind,
-Pas op mijn huis;--ik ga met tegenzin;
-Er broeit iets, vrees ik, dat mijn rust verstoort;
-Ik heb van nacht van zakken gouds gedroomd.
-
-LANCELOT. Ik bid u, heer, kom; mijn jonge meester wacht op uw
-bezoeking.
-
-SHYLOCK. Die zal wel gebeuren.
-
-LANCELOT. En ze hebben saamgezworen,--ik wil niet zeggen, dat gij een
-maskerade zult zien, maar als gij er een ziet, dan was het niet voor
-niets, dat mijn neus begon te bloeden op den laatsten Paaschmaandag
-'s morgens om zes uur, die dat jaar viel op Asschenwoensdag voor vier
-jaren in den namiddag.
-
-SHYLOCK. Wat, zijn daar maskers? Hoor mij, Jessica!
-Sluit dan de deur, en als gij tromm'len hoort
-En dat gegil van kromgenekte fluiten,
-Klim dan niet tot het venster op en steek
-Uw hoofd niet op de straat, en kijk niet uit
-Naar dat geverfd gelaat van christenzotten;
-Maar stop dan de ooren van mijn woning,--'k meen
-Mijn vensters,--dicht, opdat mijn eerbaar huis
-'t Geraas dier flauwe zotternij niet hoore.--
-Ik zweer bij Jacobs staf, ik heb geen zin
-Om buitenshuis van avond feest te vieren;
-Toch wil ik gaan.--Gij knaap, ga voor mij uit;
-Zeg, dat ik kom.
-
-LANCELOT. Ik zal vooruitgaan, heer.--
-(Fluisterend tot Jessica.) Maar kijk, meestres, alevel 't venster uit;
- Dra passeert een christen goed,
- Waard, dat een jodin hem groet.
-
- (Lancelot af.)
-
-SHYLOCK. Wat zeide daar die gek, die zone Hagars?
-
-JESSICA. Hij zeide mij vaarwel en anders niet.
-
-SHYLOCK. De dwaas is goedig, maar een wolf in 't eten;
-Bij 't werk een slak, in 't slapen overdag
-Een wilde kat; ik wil geen hommels houden;
-En daarom ga hij heen, en ga hij heen
-Naar iemand, wien hij den geborgden buidel
-Moog' helpen leêgen.--Jessica, naar binnen;
-Misschien kom ik zoo daad'lijk wel terug;
-Doe wat ik zeide en sluit de deuren goed;
- "Een dichte kast, weert meen'gen gast;"
-Zoo spreekt een elk, die op zijn zaken past.
-
- (Shylock af.)
-
-JESSICA. Vaarwel;--en als Fortuin mij niet bestrijdt,
-Ben ik een vader, gij een dochter kwijt.
-
- (Jessica af.)
-
-
-
-
-ZESDE TOONEEL.
-
-
-Aldaar.
-
-Gratiano en Salarino komen op, gemaskerd.
-
-
-GRATIANO. Dit is het afdak, waar Lorenzo ons
-Verzocht te wachten.
-
-SALARINO. 't Uur is haast voorbij.
-
-GRATIANO. En 't is een wonder, dat hij 't uur verzuimt;
-Verliefden zijn meestal de klok vooruit.
-
-SALARINO. O, tienmaal sneller vliegen Venus' duiven
-Om nieuwe liefdebanden te bezeeg'len,
-Dan om gezworen trouw gestand te doen.
-
-GRATIANO. Ja, dat gaat door: wie staat ooit van een feest
-Met zooveel eetlust op, als hij ging zitten?
-Waar is het paard, dat op zijn lange baan
-Terugdraaft met hetzelfde ondoofbre vuur,
-Waarmee het steig'rend wegstoof? Ieder ding
-Wordt met meer vuur begeerd dan wel genoten.
-Ziet, hoe, gelijk een jong en kwistig zwakhoofd,
-Het nieuwe jacht daar zee kiest, vlag in top,
-Door dartel windgestreel gekust, geliefkoosd!
-Hoe keert het weer als de verloren zoon,
-De spanten bloot en met gescheurde zeilen,
-Verarmd en naakt door 't dartel windgestreel!
-
-(Lorenzo komt op.)
-
-SALARINO. Daar komt Lorenzo;--later dus 't vervolg.
-
-LORENZO. Verschoont mij, lieve vrienden, dat ik toefde;
-'k Had veel te doen; dat draag' de schuld, niet ik.
-Maar is 't ùw beurt eens om een vrouw te stelen,
-Dan wacht ik even lang op u.--Komt hier;
-Hier woont mijn jodenvader.--Wie is thuis?
-
-(Jessica verschijnt aan 't venster, in jongensgewaad.)
-
-JESSICA. Wie is daar? Zeg 't voor alle zekerheid,
-Hoewel ik zweren zou de stem te kennen.
-
-LORENZO. Lorenzo, en uw liefste.
-
-JESSICA. Lorenzo, zeker; en mijn liefste, ja;
-Want wien heb ik zoo lief? Maar wie, Lorenzo,
-Staat voor u in, dat ik u 't liefste ben?
-
-LORENZO. De hemel en uw hart zijn mijn getuigen.
-
-JESSICA. Hier, vang dit mandje; 't is de moeite waard.
-Goed, dat het nacht is, en ge mij niet ziet;
-Want ik ben erg beschaamd in deez' verkleeding;
-Maar liefde is blind; verliefden kunnen niet
-De vreemde streken zien, die zij bedrijven;
-Maar konden zij 't, Cupido zelf zou blozen,
-Als hij mij zoo als jongen zag verkleed.
-
-LORENZO. Kom af, gij moet mijn fakkeldrager zijn.
-
-JESSICA. Wat! moet ik 't licht doen vallen op mijn schande?
-Die is, voorwaar, van zelf reeds veel te licht.
-Dit is een post, mijn lief, die openbaart,
-En 'k moet verborgen zijn.
-
-LORENZO. Dat blijft gij, liefste,
-Als u 't bevallig pagekleed omhult.
-Maar haast u thans;
-Of de ons bevriende nacht gaat vluchtling spelen,
-En men verwacht ons bij Bassanio's feest.
-
-JESSICA. Ik ga de kasten sluiten en verguld mij
-Met meer dukaten nog, en kom dan fluks.
-
- (Zij gaat weg van 't venster.)
-
-GRATIANO. Ze is, bij mijn kap, Godinne, geen Jodinne.
-
-LORENZO. God straff' me, zoo 'k haar niet oprecht bemin;
-Verstandig is ze, als ik er iets van weet;
-En schoon is ze, als mijn oog mij niet bedriegt;
-En trouw is ze ook, dat heeft ze reeds getoond.
-En, zooals ze is, verstandig, schoon en trouw,
-Wordt zij mijn teêr en trouw beminde vrouw.
-
-(Jessica komt op, beneden.)
-
-LORENZO. Zoo, zijt ge er reeds?--Dan, heeren, voort, met spoed;
-Ginds wacht ons al sinds lang de maskerstoet.
-
- (Hij gaat heen, met Jessica en Salarino.)
-
-(Antonio komt op.)
-
-ANTONIO. Wie daar?
-
-GRATIANO. Signore Antonio?
-
-ANTONIO. Gratiano, foei! En waar zijn nu al de andren?
-'t Is negen uur; de vrienden wachten u.--
-Geen maskerade thans; de wind is om;
-Bassanio wil op 't oogenblik aan boord;
-Ik zond wel twintig man om u te zoeken.
-
-GRATIANO. Zeer gaarne, ja; want niets staat meer mij aan,
-Dan nog van avond scheep en weg te gaan.
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-ZEVENDE TOONEEL.
-
-
-Belmont. Een zaal in Portia's huis.
-
-Trompetgeschal. Portia en de Prins van Marocco komen op, beiden
-met Gevolg.
-
-
-PORTIA. Goed, schuif den voorhang open en onthul
-De kastjes alle voor deez' eed'len prins;--
-(Tot den Prins.) Doe thans uw keus.
-
-MAROCCO. Van goud het eerste, dat tot opschrift heeft:
-"Die mij verkiest, verkrijgt, wat menig man begeert".
-Van zilver 't tweede, dat ons dit belooft:
-"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient".
-Dit derde, zwaar, van lood, met plomp vermaan:
-"Die mij verkiest, die wage en geve al wat hij heeft".
-Hoe weet ik nu, of ik het rechte kies?
-
-PORTIA. Slechts één er van bevat mijn beelt'nis, prins;
-En kiest ge dat, dan ben ikzelf ook de uwe.
-
-MAROCCO. Een God bestuur' mijn oordeel dan! Laat zien;
-Nog eens wil ik die spreuken overlezen.
-Wat zegt dit looden kastje?
-"Die mij verkiest, die geve en wage al wat hij heeft".
-Die geev'--voor wat? voor lood? hij waag' voor lood?
-'t Is taal, die dreigt. En zij, die alles wagen,
-Doen dit op hoop van kostelijk gewin;
-Een gouden geest bukt niet naar schuim van erts;
-En ìk geef niets en waag ook niets, voor lood.
-Wat zegt het zilver, met zijn maagdeglans?
-"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient".
-Zooveel als hij verdient!--Denk na, Marocco,
-En weeg uw eigen waarde op de juiste hand;
-Waardeert men u, zooals ge uzelven schat,
-Genoeg is uw verdienste; schoon, genoeg
-Kan ontoereikend wezen voor de jonkvrouw.
-Doch, angst te koestren over mijn verdienste,
-Waar' zwak, onwaardig twijflen aan mijzelf.
-Zooveel als ik verdien!--Nu, 't is de jonkvrouw;
-'k Verdien haar door geboorte en door mijn goed'ren,
-Door gaven der natuur en door beschaving,
-Maar bovenal verdien ik haar door liefde.
-Als ik niet verder ging, en dit verkoos?--
-Maar toch, die spreuk van 't goud nog overwogen!
-"Die mij verkiest, verkrijgt, wat menig man begeert".
-Nu, dat 's de jonkvrouw; iedereen begeert haar,
-En iedre hoek der aard brengt pelgrims aan,
-Om 't sterflijk, aad'mend heiligbeeld te kussen.
-Hyrcanië's wouden, de onafzienbre vlakten
-Van 't woest Arabië zijn gebaande wegen
-Voor vorsten thans, tot schoone Portia;
-Het rijk der waatren, dat met fiere kruinen
-Den hemel in 't gelaat spuwt, keert ze niet,
-Die zoo vermeet'le vreemden; neen, ze komen,
-Als door een beek, tot schoone Portia.--
-Eén van deez' drie omsluit haar hemelsch beeld.
-Is 't denkbaar, dat haar lood omsluit?--'t Waar' lastring,
-Zoo iets te denken; 't lood is te verachtlijk
-Om zelfs in 't donkre graf haar wâ te ompants'ren.--
-Of is 't te denken, dat ze in zilver huist,
-Wel tienmaal minder waard dan 't loutre goud?
-O zondig denkbeeld! zulk een rijk juweel
-Wordt steeds in goud gevat. In Eng'land is
-Een munt, van goud, gestempeld met een engel,
-Maar daar is 't beeld eens engels bovenop;
-Hier ligt een engel, door een gulden bed
-Geheel omsloten.--Geef den sleutel mij;
-Dit is mijn keus; geluk, wees aan mijn zij!
-
-PORTIA. Daar, neem hem, prins; en is mijn beeld hierin,
-Dan ben ik de uwe.
-
-(Bij ontsluit het gouden kastje.)
-
-MAROCCO. O, hel, wat vind ik hier?
-Een grijnzend doodshoofd, en in de oogkas ligt
-Een opgerold geschrift?--Ik wil het lezen.
- "Al wat blinkt, is nog geen goud,
- Wis is dit u vaak ontvouwd;
- Menig heeft den schijn vertrouwd,
- Maar te laat zijn doen berouwd.
- Gulden graven zijn gebouwd,
- Waar de worm toch huis in houdt.
- Waart gij even wijs als stout,
- Jong van leên, van oordeel oud,
- 't Afscheid hadt ge niet aanschouwd:
- Al uw gloed laat Portia koud."
- Koud voorwaar en moeite om niet;
- Welkom, koude; en gloed, ontvlied!--
-Leef, Portia, wel! Het vonnis doet mij pijn;
-'k Verloor; zoo moog' dan kort het afscheid zijn!
-
- (Marocco af, met zijn Gevolg.)
-
-PORTIA. O heuglijk eind!--Trek weer den voorhang toe;--
-Dat elk, die hem gelijkt, die keuze doe.
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-ACHTSTE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een straat.
-
-Salarino en Solanio komen op.
-
-
-SALARINO. Ja, vriend, ik zag Bassanio onder zeil;
-Gratiano heeft zich met hem ingescheept,
-Maar zeker is Lorenzo niet op 't schip.
-
-SOLANIO. De jood, die hondsvot, tierde, tot de doge
-Met hem Bassanio's schip ging onderzoeken.
-
-SALARINO. Hij kwam te laat; het was reeds onder zeil.
-Toen echter kwam den doge dra ter oore,
-Dat men Lorenzo en zijn Jessica
-Gezien had in een gondel; bovendien
-Gaf ook Antonio de verzeek'ring, dat
-Zij niet Bassanio op zijn schip verzelden.
-
-SOLANIO. Nooit hoorde ik zulk een teugellooze woede,
-Zoo vreemd, zoo heftig, zoo van 't een op 't ander,
-Als van dien jood, dien hond, daar op de straat:
-"Mijn dochter!--Mijn dukaten!--O mijn dochter!--
-En met een christen!--O, mijn christ'lijke dukaten!--
-O recht en wet! mijn dochter! mijn dukaten!
-Eén zak, twee zak, verzegeld, vol dukaten!
-Dubb'le dukaten;--en mijn dochter stal ze!
-Juweelen ook, twee steenen, kostbre steenen!
-Mijn dochter stal ze!--Rakkers, zoekt die deern!
-Mijn steenen heeft ze bij zich, mijn dukaten!"
-
-SALARINO. De straatjeugd van Venetië schreeuwt hem na:--
-"Zijn steenen, zijn dukaten en zijn dochter!"
-
-SOLANIO. Als nu Antonio maar op tijd betaalt,
-Want anders zal hij 't boeten.
-
-SALARINO. Ja, zeer juist.
-'k Was gistren met een Franschman aan het praten;
-Die zeide mij, dat in de nauwe zee,
-Die Frankrijk scheidt van Eng'land, er een schip
-Vergaan was, rijk bevracht, en hier van daan.
-'k Dacht daad'lijk aan Antonio, toen hij 't zeide,
-En wenschte in stilte: "zij dat niet van hem!"
-
-SOLANIO. Gij moet hem toch vertellen, wat ge hoort;
-Maar niet te plotsling, want het mocht hem leed doen.
-
-SALARINO. Er is geen trouwer hart op aard; ik zag
-Bassanio's afscheid van Antonio.
-Bassanio zeide, dat hij spoed zou maken
-Om weêr te keeren; "Doe dat niet", was 't antwoord,
-"Verbroddel niet om mij uw zaak, Bassanio.
-Neen, laat de tijd haar rijpen. Wat den schuldbrief
-Betreft, dien ik den jood geteekend heb,
-Die rijz' niet voor uw geest naast uwe liefde;
-Wees opgeruimd en wijd al uw gedachten
-Aan hoflijkheid en de uiting uwer liefde,
-Aan al wat ginds u 't beste passen zal."
-Toen reikte hij,--zijn oog schoot vol van tranen,--
-Met afgewend gelaat zijn vriend de hand,
-En schudde, met een wonderdiepe ontroering,
-Met kracht Bassanio's hand. Zoo scheidden zij.
-
-SOLANIO. 'k Geloof, is hem de wereld nog iets waard,
-Dan is 't om hem. Kom, zoeken wij hem op,
-En zij door scherts of boert die somberheid,
-Die hem beving, verjaagd.
-
-SALARINO. Ja, doen wij dat!
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-NEGENDE TOONEEL.
-
-
-Belmont. Een zaal in Portia's woning.
-
-Nerissa komt op, met een Bediende.
-
-
-NERISSA. Kom, spoedig, spoedig, trek den voorhang weg;
-De prins van Arragon heeft de' eed gedaan
-En komt zoo daad'lijk zijn geluk beproeven.
-
-(Trompetgeschal. De Prins van Arragon en Portia komen op, beiden
-met Gevolg.)
-
-PORTIA. Gij ziet, daar staan de kastjes, edel prins;
-Verkiest gij dat, waarin mijn beeltnis is,
-Dan wordt terstond het huwlijksfeest gevierd;
-Maar faalt uw keuze, heer, dan moet gij ook
-Terstond en zonder tegenspraak vertrekken.
-
-ARRAGON. Drie dingen zijn door de' eed mij opgelegd:
-Ten eerste, nimmer iemand te openbaren,
-Welk kastje ik koos; dan, mocht ik 't rechte kastje
-Niet treffen, nimmer in mijn leven meer
-De hand van een'ge vrouw te vragen; eind'lijk,
-Indien 't geluk me een juiste keus ontzegt,
-Hier niet te toeven maar terstond te gaan.
-
-PORTIA. Hiertoe verplicht zich elk bij eede, die
-Voor mijn onwaardig ìk de kans komt wagen.
-
-ARRAGON. Ik nam het op mij. Thans, Fortuin, vervul
-Mijn hartewensch!--Goud, zilver, waardloos lood!
-"Die mij verkiest, die geve en wage al wat hij heeft";
-Glans vrij wat schooner, eer ik geef of waag!--
-Wat zegt het gouden kastje? Laat eens zien:--
-"Die mij verkiest, verkrijgt wat menig man begeert."
-Wat menig man begeert!--dit menig meent wellicht
-De dwaze menigt', die naar schijn slechts kiest,
-Niet meer ziet dan het ijdel oog kan leeren,
-Niet in het binnenst dringt, maar als de zwaluw
-Haar bouw bevestigt aan den buitenwand,
-Geheel aan storm en toeval prijsgegeven.
-Ik kies niet, neen, wat menig man begeert,
-Ik wil mij niet naar lage geesten schikken,
-Niet voegen bij den grooten dommen hoop.
-Dus thans tot u, gij zilvren schatbewaarder,
-Zeg mij het opschrift, dat gij draagt, nog eens:
-"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient".
-Zeer goed gezegd: want wie durft stout Fortuin
-Verschalken, en zich eere stelen, waar
-Verdienstes stempel op ontbreekt! Dat niemand
-Een onverdiende waardigheid zich eigen'!
-O, werden goed'ren, rang en ambten nooit
-Op laak'bre wijs verworven; eere steeds
-Onwraakbaar, door verdienste alleen, gekocht!
-Hoe menig dekte zich, die blootshoofds staat;
-Hoe menig, die beveelt, wierd dan de dienaar!
-Wat laag gepeupel zou de wan niet schiften
-Uit wat het zaad der eere is; hoeveel tarwe
-Waar' niet te lezen uit het kaf der tijden,
-En weer tot eer te brengen!--Maar, de keuze:--
-"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient."
-Ik kies verdienste;--ontsluit mij dit, opdat
-Me onthuld zij, hoe 't geluk mij is gezind.
-
-(Hij ontsluit het zilveren kastje.)
-
-PORTIA. Te lang gedraald voor dat, wat gij daar vindt.
-
-ARRAGON. Wat is dit hier? Het beeld eens zots, dat me aangrijnst,
-En een geschrift mij reikt? Ik wil het lezen.
-Hoe weinig zijt ge aan Portia gelijk!
-Hoe weinig aan mijn hoop en mijn verdiensten!
-"Die mij verkiest, verkrijgt zooveel als hij verdient."
-Verdien ik dan niets beters dan een zotskop?
-Is dat mijn loon? Is mijn verdienste zoo?
-
-PORTIA. Misdoen en rechtspraak gaan niet samen; 't een
-Verschilt in aard van 't ander.
-
-ARRAGON. Wat staat hier?
- "Zevenmaal in 't vuur geheet
- Werd dit zilver, en gesmeed;
- Zevenmaal is hij doorkneed,
- Die nooit dwaze keuze deed.
- Menig greep een schaduw beet,
- Die hem door de handen gleed.
- Dwazen zijn er, zoo ik weet,
- Als deez' nar, in zilvren kleed.
- Kies een meisje, grof of fijn,
- Altijd is uw hoofd als 't mijn;
- Gaat, laat dit genoeg u zijn."
- Grooter nar schijn ik mij toe,
- Als ik hier nog toeven doe.
- Eénen zotskop bracht ik mee,
- En ik ga nu weg met twee.--
- Nu, vaarwel, ik houd mijn eed,
- Zal geduldig zijn in 't leed.
-
- (De Prins van Arragon met Gevolg af.)
-
-PORTIA. Dat de mot de vlam niet meed!
-O, o, die wijze narren! als zij kiezen,
-Zijn zij zoo wijs, door wijsheid te verliezen.
-
-NERISSA. Hoe goed het oude spreekwoord het toch wist!
-Wie hangt, wie huwt, wordt door het lot beslist.
-
-PORTIA. Kom, trek 't gordijn weêr toe, Nerissa.
-
-(Een Bediende komt op.)
-
-BEDIENDE. Waar is mijn jonkvrouw?
-
-PORTIA. Hier; wat wil mijn heer?
-
-BEDIENDE. Mejonkvrouw, aan de poort is afgestegen
-Een jong Venetiaan, om u te melden,
-Dat weldra zijn gebieder u begroet;
-Hij brengt van deze' u liefdevolle groeten,
-Behalve hoff'lijk schoone woorden, gaven
-Van hooge waarde; en nimmer zag ik nog
-Een liefdeboô, zoo goed zijn boodschap waard;
-Want nooit kwam in April een dag zoo schoon,
-Om ons den fraaien zomer te voorspellen,
-Als deze boô vooraf zijn heer ons meldt.
-
-PORTIA. Genoeg, ik bid u; ik begin te vreezen,
-Dat gij zoo daad'lijk zegt: "hij is mijn broêr:"
-Zoo feestlijk zijt ge in 't roemen van zijn lof.
-Nerissa, kom; 'k wil zien wie 't is, die zoo
-Zijn liefde ons meldt, reeds door zijn liefdeboô.
-
-NERISSA. Geef, liefdegod, het zij Bassanio!
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE BEDRIJF.
-
-
-EERSTE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een straat.
-
-Solanio en Salarino komen op.
-
-
-SOLANIO. Nu, wat nieuws is er op den Rialto?
-
-SALARINO. Ja, het wordt nog maar niet tegengesproken, dat Antonio
-een schip met rijke lading in die nauwe doorvaart verloren heeft. De
-Goodwins, geloof ik, heet de plaats, een gevaarlijke zandbank en
-als noodlottig bekend; er moeten vrij wat wrakken van groote schepen
-begraven liggen, als moei Gerucht een eerlijk wijf is, waar men op
-aan kan.
-
-SOLANIO. Ik wou, dat ze in dit geval zoo'n leugenachtige klappei
-bleek, als er ooit één gember geknauwd heeft of haar buren heeft
-wijsgemaakt, dat ze treurde om den dood van haar derden man. Maar
-het is waar,--zonder in wijdloopigheid te vervallen en van den effen
-grooten weg van het gesprek af te wijken,--dat de goede Antonio,
-die rechtschapen Antonio,--o, had ik een benaming, goed genoeg om
-zijn naam gezelschap te houden!--
-
-SALARINO. Kom, besluit!
-
-SOLANIO. Ach, wat zegt gij?--Nu, het eind van 't lied is, hij heeft
-een schip verloren.
-
-SALARINO. Ik wou, dat het zeker ook het eind was van zijn verliezen.
-
-SOLANIO. Laat ik bijtijds hier "amen" op zeggen, eer de duivel mijn
-gebed in den weg loopt, want daar komt hij aan, in de gedaante van
-een jood.
-
-(Shylock komt op.)
-
-Wel, Shylock, wat nieuws onder de koopluî?
-
-SHYLOCK. Gij wist, niemand zoo goed, niemand zoo goed als gij, van
-de vlucht van mijn dochter.
-
-SALARINO. Dat is waar; ik van mijn kant wist van den man, die haar
-de vleugels voor het wegvliegen gemaakt heeft.
-
-SOLANIO. En Shylock, van zijn kant, wist dat het vogeltje al wel
-vlug was; en dan ligt het bij allen in den aard, dat zij het nest
-ontvluchten.
-
-SHYLOCK. Zij zal er verdoemd voor zijn.
-
-SALARINO. Ja zeker, als de duivel haar rechter mag wezen.
-
-SHYLOCK. Mijn eigen vleesch en bloed in opstand!
-
-SALARINO. O foei, oude kreng, in opstand op jouw jaren!
-
-SHYLOCK. Ik zeg, mijn dochter in mijn vleesch en bloed.
-
-SALARINO. Er is meer verschil tusschen jouw vleesch en het hare, dan
-tusschen git en ivoor, meer tusschen je beider bloed, dan tusschen
-rooden wijn en Rijnschen;--maar zeg ons, heb je ook gehoord, of
-Antonio op zee het een of ander verlies heeft geleden of niet.
-
-SHYLOCK. Dat is ook al weer een kwade zaak voor me; een bankroetier,
-een verkwister, die te nauwernood zijn gezicht op den Rialto durft
-laten kijken;--een bedelaar, die altijd als een groot heer op de
-markt kwam,--laat hem denken aan zijn schuldbrief; hij noemde mij
-altoos een woekeraar,--laat hem denken aan zijn schuldbrief; hij
-leende altijd geld uit christelijke liefelijkheid,--laat hem denken
-aan zijn schuldbrief!
-
-SOLANIO. Nu, je zult natuurlijk, als hij in gebreke mocht blijven,
-zijn vleesch niet nemen; waar kan dat voor dienen?
-
-SHYLOCK. Om er visch mee te vangen; en als niets anders er mee
-gediend is, dan is mijn wraak er mee gediend. Hij heeft mij
-beschimpt, mij benadeeld voor een half millioen, gelachen bij
-mijn verliezen, gegrijnsd bij mijn winsten, mijn volk gesmaad,
-mijn handel gedwarsboomd, mijn vrienden koud, mijn vijanden warm
-gemaakt; en waarom toch, waarom?--Omdat ik een jood ben. Heeft een
-jood dan geen oogen? Heeft een jood geen handen, geen armen, geen
-beenen, geen gevoel, geen begeerten, geen hartstochten? wordt hij
-niet gevoed door 'tzelfde voedsel, verwond door dezelfde wapens,
-bezocht door dezelfde ziekten, genezen door dezelfde middelen, warm
-en koud door denzelfden winter en zomer, als een christen? Als gij
-ons een messteek geeft, bloeden wij dan niet? als gij ons vergiftigt,
-sterven wij dan niet? en als gij ons beleedigt, zullen wij dan geen
-wraak nemen? Als wij in het overige zijn als gij, willen wij ook
-daarin u gelijken. Als een christen door een jood beleedigd wordt,
-wat is dan zijn deemoedigheid?--wraakzucht. Als een jood door een
-christen beleedigd wordt, wat moet, naar christenvoorbeeld, zijn
-lijdzaamheid wezen? wel, wraakzucht. Het booze, dat gijlieden mij
-leert, dat wil ik doen,--en het zou mij tegenvallen, als ik het niet
-nog beter deed dan mijn meesters.
-
-(Een Bediende komt op.)
-
-BEDIENDE. Edele Heeren, Antonio, mijn meester, is tehuis en verlangt
-u beiden te spreken.
-
-SALARINO. Wij hebben hem al overal gezocht.
-
-(Tubal komt op.)
-
-SOLANIO. Daar komt een ander van dat gebroedsel; een derde is er wel
-niet bij te passen, of de duivel zelf moest jood worden.
-
- (Salarino, Solanio en Bediende af.)
-
-SHYLOCK. Zoo Tubal, wat voor tijdingen uit Genua? hebt gij mijn
-dochter gevonden?
-
-TUBAL. Ik ben verscheiden keeren geweest, waar van haar gesproken werd,
-maar haarzelf heb ik niet kunnen vinden.
-
-SHYLOCK. Och, och, och, och! Een diamant weg! heeft me toch tweeduizend
-dukaten gekost te Frankfort! De vloek is nu pas over ons volk gekomen;
-ik heb hem nog nooit gevoeld dan nu; tweeduizend dukaten met dat eene
-en dan nog andere kostelijke, kostelijke juweelen! Ik wou, dat mijn
-dochter dood voor mij lag en de juweelen in haar oor! ik wou, dat ze
-gekist lag aan mijn voeten en de dukaten in haar kist! Geen tijding
-van hen?--O, o! en dat zoeken heeft me al ik weet niet hoeveel gekost;
-och, schâ op schâ! De dief met zóóveel weg, en dan zóóveel om den dief
-te vinden, en geen voldoening nog, geen wraak! en geen ongeluk gebeurt
-er, dat niet op mijn hoofd neerkomt, geen zuchten dan die ik slaak,
-geen tranen dan die ik vergiet!
-
-TUBAL. Toch, andere menschen hebben ook ongelukken; Antonio, zooals
-ik in Genua hoorde,--
-
-SHYLOCK. Wat, wat, wat? ongelukken? ongelukken?
-
-TUBAL.--heeft een galjoen verloren, dat van Tripoli kwam.
-
-SHYLOCK. Goddank, Goddank!--Is het waar? is het waar?
-
-TUBAL. Ik heb eenige matrozen gesproken, die uit de schipbreuk
-gered zijn.
-
-SHYLOCK. Ik dank u, goede Tubal,--goede tijding, goede tijding;
-ha! ha!--Waar? In Genua?
-
-TUBAL. Uw dochter heeft in Genua, naar ik hoorde, op één avond tachtig
-dukaten verdaan.
-
-SHYLOCK. Ge boort een dolk in mijn hart!--nooit zie ik mijn geld terug;
-tachtig dukaten zoo in eens! tachtig dukaten!
-
-TUBAL. Verscheiden schuldeischers van Antonio zijn met me naar Venetië
-gereisd; die zeggen, dat het niet anders kan, of hij moet over den
-kop gaan.
-
-SHYLOCK. Dat doet me goed; ik zal hem pijnigen, ik zal hem folteren;
-dat doet me goed.
-
-TUBAL. Een van hen liet me een ring zien, dien hij van uw dochter
-gekregen had voor een aap.
-
-SHYLOCK. O, mijn vloek op haar! ge martelt me, Tubal; het was mijn
-turkoois; ik heb hem van Lea gekregen, toen we nog niet getrouwd waren;
-ik had hem niet gegeven voor een bosch vol apen.
-
-TUBAL. Maar met Antonio is het zeker mis.
-
-SHYLOCK. Ja, dat 's waar, dat 's zeker waar; ga, Tubal, huur een
-gerechtsdienaar voor me; bespreek hem een veertien daag vooruit; ik
-zal zijn hart hebben, als hij in gebreke blijft; want als hij Venetië
-uit is, kan ik zaken doen, zooveel ik verkies; ga, ga, Tubal; we vinden
-elkaar weêr in onze synagoge; ga, goede Tubal; in onze synagoge, Tubal!
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-TWEEDE TOONEEL.
-
-
-Belmont. Een zaal in Portia's woning.
-
-Bassanio, Portia, Gratiano, Nerissa en Gevolg komen op. De kastjes
-staan gereed.
-
-
-PORTIA. Ik bid u, wacht nog; toef een dag of twee,
-Aleer gij 't waagt; kiest gij verkeerd, dan moet
-Ik ook uw bijzijn derven; stel 't nog uit,
-Een stem spreekt in mij,--neen, het is geen liefde,--
-Dat ik u niet wil missen, en gij weet
-Het zelf wel, dat geen haat deez' raad u geeft;
-Maar hoor;--ik wensch, dat gij mij goed begrijpt,--
-Een maagd mag enkel met gedachten spreken,--
-Zoo gaarne hield ik u een maand of twee
-Terug, aleer gij 't waagt. Ik kon u wijzen
-Welk kastje 't is, maar dan ware ik meineedig,--
-Dat word ik nooit! En zoo kunt gij mij missen,
-Doch doet gij dit, dan wekt ge een boozen wensch,
-Dat ik meineedig waar geweest. Uw oogen,--
-O, toovermacht!--zij hebben mij gedeeld,
-En de eene helft is de uwe, de andre de uwe,--
-De mijne, meende ik, maar het mijne is 't uwe,
-En zoo is alles 't uwe. O! booze tijd,
-Die eig'naars van hun recht versteekt, en zoo
-Is 't uwe niet het uwe.--Faalt uw keus,
-Fortuin verdient dan eeuw'ge pijn, niet ik.
-Ik spreek te lang, maar 't is slechts om den tijd
-Te rekken; 'k win nog tijd en houd u af
-Van uwe keus.
-
-BASSANIO. Laat tot de keus mij toe,
-Want thans is 't mij, als lag ik op de pijnbank.
-
-PORTIA. Wat! op de pijnbank? O, beken mij dan,
-Wat hoogverraad zich in uw liefde mengt.
-
-BASSANIO. Verraad? geen ander dan vreesachtigheid,
-Wantrouwen op 't verwerven van uw liefde;
-Want eerder leefden vuur en sneeuw in vreê,
-Dan dat verraad zich aan mijn liefde paarde.
-
-PORTIA. Thans ducht ik, dat ge als op de pijnbank spreekt,
-Want dan zegt ieder alles wat verlangd wordt.
-
-BASSANIO. Beloof mij 't leven, en ik zal bekennen.
-
-PORTIA. Beken en leef.
-
-BASSANIO. 'k Beken, ik heb u lief;
-Ziedaar, wat mijn bekent'nis wezen kan.
-O, zaal'ge foltring, als de folteraar
-Mij zelve 't antwoord leert voor mijn bevrijding!
-Maar thans 't geluk beproefd, de keus gewaagd!
-
-PORTIA. Welnu dan, 't zij; ik ben in een der kastjes;
-Hebt gij mij lief, dan kiest gij 't rechte wel,--
-Nerissa en gij andren, gaat terug.--
-Maar dat muziek bij 't doen der keuze klink';
-Want mist hij 't doel, dan groete, als bij een zwaan,
-Muziek zijn stervensstonde; ja, dit beeld
-Is waar en juist; mijn oog is dan de stroom,
-Zijn vochtig doodsbed. Maar hij kan ook winnen;
-En wat is dan muziek? Dan is muziek
-Als 't juub'len, waar een opgetogen volk
-Zijn pasgekroonden vorst meê groet, of als
-De zoete tonen van den morgenstond,
-Die in des bruîgoms droomend oor weerklinken,
-En hem ten huw'lijk roepen. Ziet, hij treedt,
-Niet minder fier, maar liefd'rijker van hart
-Dan jonge Alcides, toen hij de eed'le maagd,
-Door 't snikkend Troje 't monster toegewijd,
-Van zeek'ren dood ging redden; ik ben 't offer;
-Die andren ginds zijn de Dardaansche vrouwen,
-Ontdaan en weenend saamgestroomd, om de' uitslag
-Van 't heldenfeit te zien.--Ga, Hercules!
-Leeft gij, dan leef ik;--o, hoe klopt mij 't hart;
-Veel meer dan u, die moedig 't noodlot tart.
-
-(Muziek, terwijl Bassanio bij de kastjes met zichzelf te rade gaat.)
-
-
- LIED.
-
- EERSTE STEM.
- Zegt, van waar de wufte min?
- Sluipt zij 't hart of 't hoofd ons in?
- Zegt me, wat is haar begin?
- Antwoord, antwoord!
-
- TWEEDE STEM.
- 't Oog is 't, dat haar 't leven schenkt,
- 't Leven door het zien verlengt,
- En haar ook tot sterven wenkt.
- Luid haar uit, gij klokgebrom!
- Ik begin het: bim, bam, bom!
-
- KOOR. Bim, bam, bom!
-
-
-BASSANIO. Hoe vaak is 't uiterlijk aan 't wezen vreemd;
-Steeds wordt de wereld door vertoon bedrogen.
-In 't recht, wat zaak is ooit zoo voos en valsch,
-Die niet, door schrandre en gladde tong verfraaid,
-Den schijn van 't kwaad bemantelt? In den godsdienst,
-Wat vloekb're dwaling, die door vroomheidsschijn
-Niet wordt geheiligd, met een tekst gesteund,
-En de' onzin niet door schoon vertoon verbergt?
-Geen boosheid, die de slimheid mist, om zich
-Met de' uiterlijken schijn van deugd te sieren.
-Hoe menig lafaard, aan een trap van zand
-Gelijk in vastheid, draagt niet om de kin
-Den baard van Hercules of fellen Mars,
-Al bergt de lever zelfs geen druppel gal?
-Hij kiest dit als een merk van dapperheid
-Alleen om barsch te schijnen. Ziet, de schoonheid;
-Gij vindt die mede bij 't gewicht gekocht;
-En bij die 't doet, bewerkt natuur een wonder:
-Die weegt het minst, wie 't meeste zich bezwaart;
-Die gulden lokken, zich als slangen kronklend,
-Die dartlen bij het suizen van den wind
-Om wat men schoon gelooft, wie kent ze niet,
-Dat er natuur een ander hoofd mee sierde?
-De schedel, waar ze op groeiden, rust in 't graf.
-Zoo is dan sieraad slechts 't bedrieglijk strand
-Van zeeën vol gevaars, de schoone sluier,
-Een spookgestalte omhullend, in één woord,
-Schijnwaarheid, tooisel van den sluwen tijd,
-Om wijzen te verschrikken.--Pronkrig goud,
-Gij harde Midaskost, u wil ik niet;
-Noch u, gij bleeke, lage slaaf, gereed
-Tot iedren dienst; maar u, gij glansloos lood,
-Die eerder dreigend spreekt dan iets belooft,
-Geen glans of opschrift trekt mij aan als gij;
-U kies ik;--dat mijn keuze vreugde zij!
-
-PORTIA. O, hoe elke andre hartstocht nu in lucht
-Verdwijnt, beklemdheid, bange twijfelzucht,
-En wanhoop en verbeten jaloezie!
-O, liefde! matig uw vervoering en gebiê
-Dien stroom van vreugde kalmte; boven 't peil
-Verheft zij zich, ik voel 't; o, minder 't heil
-Of de overmaat is doodlijk!
-
-BASSANIO (het looden kastje openend). Wat is dit?
-Het beeld van Portia? Wat halfgod kwam
-Het scheppen zoo nabij? Beweegt dit oog?
-Of schijnt het door het trillen van de mijne
-Bewogen? Zie, de lippen oop'nen zich
-Voor nectar-adem, die er doorgaat: lieflijk
-Moet wezen, wat zoo lieve zusters scheidt!
-En 't haar! De schilder weefde, een spin gelijk,
-Een gulden net, dat mannenharten vangt,
-Als muggen in een spinweb. Maar die oogen,
-Kon hij ze zien en schild'ren? Had hij 't een
-Gemaald, dan moest het, dunkt mij, beî de zijne
-Hem rooven en dus eenig blijven. Maar,
-Wat spreek ik? Al mijn lof blijft even ver
-Beneden deze schim, als deze schim
-De waarheid achterna hinkt.--O, ziehier
-'t Geschrift, dat kort begrip van mijn geluk!
-
-(Hij leest.)
-
- "Gij, die, niet door schijn verblind,
- Alles waagt en 't ware vindt!
- Daar ge deze maagd bemint,
- Dat ze u nu voor 't leven bind';
- Is haar "ja" u 't zoetst geluid,
- Waar uw hoogste heil uit spruit,
- Neem haar, ze is uw lieve bruid,
- En een kusje zij 't besluit!"
-
-Wat heerlijk woord!--Vergun, mijn lief, mijn leven,--
-Dit machtigt mij te ontvangen en te geven.
-
-(Hij kust haar.)
-
-Maar toch, als een, die in een strijd een prijs
-Beoogt, en in het volksgejuich 't bewijs
-Te ontvangen meent, dat hij verwinnaar is,
-Doch duiz'lend staart en vraagt: "is 't wel gewis?
-Geldt mij die kreet, of is dit zinsbedrog?"
-Zoo, driewerf schoone jonkvrouw, ziet ge nog
-Mij nu onzeker, of 't geluk mij wenkt,
-Totdat ge uw liefde, uw woord, uw ring mij schenkt.
-
-PORTIA. Gij ziet, Bassanio, thans mijn heer, mij voor u,
-Zooals ik ben; en schoon ik voor mijzelf
-Niet zoo eergierig ben in mijnen wensch,
-Dat ik mij veelmaal beter wensch, zou 'k thans
-Wel honderdmaal verdubbeld willen zijn,
-Wel duizendmaal zoo schoon, tienduizendmaal zoo rijk;
-Alleen om in uw schatting hoog te staan,
-Wilde ik in deugden, schoonheid, rijkdom, vrienden,
-Onschatbaar wezen; maar al wat ik ben,
-Is bijna niets; of, om 't in 't kort te zeggen,
-Een meisje, zonder kennis of ervaring,
-Die zich gelukkig rekent, dat zij niet
-Voor leeren te oud is; nog gelukkiger,
-Dat zij voor 't leeren niet te stomp zich acht;
-Maar meest gelukkig, dat zij geest en hart
-Geheel en gaarne uw leiding toevertrouwt,
-Als aan haar gâ, haar meester en haar vorst.
-Ikzelf en al het mijne is thans uw deel,
-Geheel het uwe; 'k was tot nu gebiedster
-In huis en hof, meestresse van mijn dienaars,
-Vorstinne van mijzelf; en nu, mijn heer,
-Dit huis, deez' dienaars en ditzelfde zelf
-Zijn de uwe; 'k geef ze u met deez' ring; en zoo
-Gij hem verliest of wegschenkt, er van scheidt,
-Dan is 't me een teeken, dat uw min vervloog,
-En geeft ge mij het recht tot luid beklag.
-
-BASSANIO. Mejonkvrouw, spraakloos moet ik voor u staan;
-Het bloed, dat in mijn aders zwelt, moog' spreken;
-Verwarring heerscht in mijn ontroerd gemoed,
-Gelijk zich, als een aangebeden vorst
-Door schoone taal de schare heeft geboeid,
-Een blij gemurmel onder 't volk doet hooren,
-Waar iedre klank en elk gebaar, schoon niets,
-Tot de uiting samensmelt van loutre vreugd,
-Welsprekend zonder spraak;--verlaat deez' ring
-Deez' vinger ooit, o dan verliet mij 't leven,
-O, zeg dan vrij, Bassanio is niet meer.
-
-NERISSA. Nu, edel heer en vrouwe, is 't ònze tijd,
-Daar wij ons aller wensch zoo schoon vervuld zien,
-Te roepen: heil, heil, onze heer en vrouwe!
-
-GRATIANO. Mijn vriend Bassanio, en gij, schoone jonkvrouw,
-Ik wensch u al de vreugd, die gij kunt wenschen,
-Want zeker wenscht ge er geene van mij weg;
-En is 't bepaald, wanneer uw edelheden
-Den echtknoop leggen willen, dan vraag ik,
-Dat ik terzelfder tijd mijn huw'lijk sluite.
-
-BASSANIO. Zorg voor een bruid, en dan van harte gaarne.
-
-GRATIANO. Ik dank u, heer, gij hebt me een bruid bezorgd.
-Mijn oog ziet even vlug als 't uwe rond;
-Gij zaagt de jonkvrouw, ik de dienares;
-Gij zwoert haar liefde, ik ook, want noodloos uitstel
-Vlijt mij al even weinig, heer, als u.
-Heel ùw geluk hing van die kastjes af,
-Maar ook het mijn', zooals het bleek; want toen
-Ik op haar aanhield, buiten adem schier,
-En liefde zwoer en zwoer, totdat mijn stem
-Er rauw en heesch van werd, werd ik in 't eind
-Geloofd, gelaafd door 't jawoord van deez' schoone,
-Maar slechts met dit beding, dat uw geluk
-Haar jonkvrouw zou veroov'ren.
-
-PORTIA. Zoo, Nerissa?
-
-NERISSA. Ja, jonkvrouw, als 't uw bijval mag verwerven.
-
-BASSANIO. En, Gratiano! kunt gij ernstig zijn?
-
-GRATIANO. Ja, heer, ik meen 't in ernst.
-
-BASSANIO. Uw echt verhoog' den luister van ons feest!
-
-GRATIANO (tot Nerissa). Nu, wij willen met hen om den eersten jongen
-wedden, om duizend dukaten.
-
-NERISSA. En leggen wij dat daad'lijk neer?
-
-GRATIANO. Neen, neen, daar mogen we eerst ons op beslapen, op mijn
-eer.--
-Maar wat! Lorenzo met zijn lief heidinneke?
-En dan, mijn oude vriend Solanio?
-
-(Lorenzo, Jessica en Solanio komen op.)
-
-BASSANIO. Lorenzo en Solanio, welkom hier;
-Wanneer mijn aanzien hier, zoo jeugdig nog,
-U welkom heeten màg.--'t Zij mij vergund,
-Dat ik mijn landgenooten, oude vrienden,
-Hier, Portia, welkom heet.
-
-PORTIA. Ik doe 't met u,
-Zij zijn mij hartlijk welkom.
-
-LORENZO. Ik dank uwe edelheid.--Wat mij betreft,
-'t Was, heer, mijn doel niet, u hier op te zoeken,
-Maar 'k heb op reis Solanio ontmoet,
-Die dwong mij zoo, om met hem mee te gaan,
-Dat ik niet weigren kon.
-
-SOLANIO. Zoo deed ik, heer,
-En 'k had er reden toe. Signore Antonio
-Zendt u zijn groete.
-
-(Hij geeft Bassanio een brief.)
-
-BASSANIO. Eer ik den brief ontsluit,
-Vertel mij, is hij wèl, mijn waarde vriend?
-
-SOLANIO. Niet krank, heer, als hij 't in 't gemoed niet is;
-Niet wel, als zijne ziele lijdt; zijn brief
-Doet u zijn toestand kennen.
-
-(Bassanio leest den brief.)
-
-GRATIANO. Breng gij die vreemdlinge ook uw groet, Nerissa,
-En heet haar welkom.--Wel, Solanio,
-Wat nieuws brengt gij ons van Venetië? Is
-Die koopman-vorst, Antonio, welvarend?
-O, wis verheugt hij zich in ons geluk;
-Wij wonnen hier, als Jasons, 't gulden vlies.
-
-SOLANIO. O, hadt gij 't vlies, dat hij geteekend heeft!
-
-PORTIA. Een kwade tijding brengt dat stuk papier,
-Daar 't aan Bassanio's wang de kleur ontrooft;
-Een dierbre vriend is dood, want om iets anders
-Zou toch een man, een man van moed, niet zóó
-Ontstellen. Wat? 't wordt erger nog en erger?--
-Bassanio, vriend, ik ben uw wederhelft,
-En mij behoort de helft van alles, wat
-Die brief u brengt.
-
-BASSANIO. O, dierbre Portia,
-'t Zijn enk'le woorden slechts, maar grievender,
-Dan ooit papier bevlekten! Lieve vrouw,
-Toen ik het eerst mijn liefde heb beleden,
-Zeide ik ronduit, dat heel mijn rijkdom mij
-In de aad'ren stroomde: ik was een edelman;
-En waarheid sprak ik toen; maar, dierbre vrouw,
-Al schatte ik mij op niets, toch blijkt u thans,
-Hoe ik een pocher was; want toen ik zeide,
-Dat al mijn have niets was, had ik beter
-Die minder nog dan niets genoemd; want, waarlijk,
-Mijzelf verpandde ik aan een dierbren vriend,
-Mijn vriend verpandde ik aan zijn ergsten vijand,
-Voor dezen tocht. Zie, jonkvrouw, dezen brief;
-'t Papier is als het lichaam van mijn vriend,
-En ieder woord is als een open wond,
-Waar 't leven uitstroomt.--Doch is 't waar, Solanio,
-Is alles dan mislukt, is niets gelukt?
-Van Tripoli, van Mexico, van England,
-Van Lissabon, van Barbarije en Indië?
-Ontging geen schip de klippen, die zoo vaak
-Den hand'laar dood'lijk zijn?
-
-SOLANIO. Geen enkel, heer;
-En erger, 't schijnt zelfs, dat, al had hij thans
-Het geld in kas tot delging van de schuld
-De jood het niet zou willen. 'k Zag nog nooit
-Een schepsel, van gedaante toch een mensch,
-Zoo wreed, zoo fel op andermans verderf.
-Hij vraagt den doge dag en nacht gehoor;
-'t Is met de vrijheid van den staat gedaan,
-Als hem zijn recht ontzegd wordt. Twintig hand'laars,
-De doge zelf, de leden van den raad,
-Zij hebben hun welsprekendheid beproefd,
-Maar niemand brengt hem af van zijnen eisch;
-De schuldbrief spreekt, hij wil zijn recht, de boete.
-
-JESSICA. Ik hoorde, toen 'k nog bij hem was, hem zweren,
-Aan Tubal en aan Chus, zijn landgenooten,
-Dat hij Antonio's vleesch nog liever had,
-Dan twintigmaal 't bedrag der som, die hij
-Te vordren heeft; en, heer, ik weet te goed,
-Als wet, gezag en macht het niet verbieden,
-Dan heeft Antonio het ergst te duchten.
-
-PORTIA. Is 't u een dierbre vriend, die zoo in nood is?
-
-BASSANIO. De dierbaarste, dien 'k heb, de beste mensch,
-Een eedle geest, trouwhartig, onvermoeibaar
-In 't weldoen, meer dan iemand; en een man,
-Wien meer de deugden van Oud-Rome sieren,
-Dan eenig man, die in Italië leeft.
-
-PORTIA. En hoeveel heeft de jood te vordren?
-
-BASSANIO. Drieduizend stuks dukaten.
-
-PORTIA. Wat! niet meer?
-Geef hem zesduizend, en verscheur den schuldbrief;
-Verdubbel dat en verdriedubbel dit,
-Eer aan een vriend van zulk een stempel ooit
-Een haar gekrenkt wordt door Bassanio's schuld.
-Nu eerst onze' echtknoop in de kerk gelegd;
-En ijl dan naar Venetië tot uw vriend;
-Geen rustig leven aan mijn zijde, aleer
-Deze onrust uit uw ziel geweken is.
-Ik geef u goud, wel twintigmaal zooveel
-Als deze kleine schuld; betaal ze en breng
-Uw trouwen vriend hier met u meê. Nerissa
-En ik, wij zullen hier als vroeger leven,
-Als onbestorven weeuwtjes tevens. Ja,
-Ik drijf u op uw huw'lijksdag van hier;
-Maar toch een blij gelaat, heet allen welkom,
-En neem uw plaats als heer des huizes in;
-Koop ik u duur, te duurzamer mijn min.
-Doch laat den brief van uwen vriend mij hooren.
-
-BASSANIO (leest). "Waarde Bassanio, mijn
-schepen zijn alle verongelukt; mijn schuldeischers
-worden onbarmhartig; mijn vermogen
-is geheel versmolten; mijn schuldbrief aan den
-jood is vervallen; en daar de betaling er van
-mij het leven zal kosten, zoo zijn alle schulden
-tusschen u en mij afgedaan, als ik u bij mijn
-sterven mag zien; ondertusschen, handel hierin,
-zooals gijzelf verkiest; als uwe vriendschap u
-niet van zelve tot mij drijft, laat dan ook mijn
-brief het niet doen".
-
-PORTIA. O, liefste, spoed gemaakt en ijlings heen!
-
-BASSANIO. Ja, ijlen wil ik, daar uw goedheid mij
- Tot handlen machtigt; maar, totdat ik keer,
-Zal mij geen slaap vertragen; want ik vlij
- Vóór ons terugzien niet ter rust mij neer.
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-DERDE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een straat.
-
-Shylock, Solanio, Antonio en een Stokkeknecht komen op.
-
-
-SHYLOCK. Bewaker, let op hem; neen, geen genade!--
-Dit is de zotskap, die geen rente nam!
-Bewaker, let op hem!
-
-ANTONIO. Shylock, een woord!
-
-SHYLOCK. Ik wil mijn schuldbrief; wraak mijn schuldbrief niet;
-Ik eisch,--en zwoer een eed er voor,--mijn schuldbrief.
-Gij hebt me een hond genoemd, en hadt geen reden;
-Mijd thans, als ik een hond ben, mijn gebit.--
-De doge staat mijn recht mij toe.--Waarom,
-Onzinnige bewaker, toch die goedheid,
-Op zijn verlangen met hem uit te gaan?
-
-ANTONIO. Ik bid u, hoor een woord!
-
-SHYLOCK. Ik wil mijn schuldbrief; wil van u geen woord.
-Ik wil mijn schuldbrief; spaar daarom uw woorden.
-Gij maakt mij nooit tot zwakken, blinden zot,
-Die 't hoofd schudt, zucht, betreurt, en eindlijk toegeeft
-Aan christ'nen, die wat plooien. Volg maar niet,
-Ik wil geen woorden; 'k wil alleen mijn schuldbrief.
-
- (Shylock af.)
-
-SOLANIO. Dit is een hond, zoo wreed en onvermurwbaar,
-Als ooit met menschen huisde!
-
-ANTONIO. Laat hem; nimmer
-Zal 'k weer een ijdle bede tot hem richten.
-Mijn leven zoekt hij, en ik weet waarom;
-Vaak heb ik schuld'naars, die hun nood mij klaagden
-En redd'loos schenen, uit zijn greep gered;
-Van daar zijn haat.
-
-SOLANIO. Voorwaar, de doge zal
-Hem nooit het innen van de boete toestaan.
-
-ANTONIO. De doge kan den loop van 't recht niet stuiten;
-Want, als hij dit mocht wagen, zou 't vertrouwen
-Van vreemden op de onkreukbre wet en 't recht
-Van onzen staat geschokt zijn; en bedenk,
-Dat hier op 't vrij verkeer van alle volken
-De handel rust en welvaart. Ga dus nu;
-Mijn rampen en mijn hartzeer doen mij kwijnen,
-Zoodat mij nauwlijks een pond vleesch meer rest,
-Om morgen hem zijn bloedige' eisch te geven.--
-Bewaker, kom!--God geve, dat Bassanio
-Zijn schuld mij kwijten zie, dan is 't mij goed.
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-VIERDE TOONEEL.
-
-
-Belmont. Een kamer in Portia's woning.
-
-Portia, Nerissa, Lorenzo, Jessica en Balthazar komen op.
-
-
-LORENZO. Mejonkvrouw, laat mij 't in uw bijzijn zeggen:
-Gij toont een edel, echt en fijn gevoel,
-Dat vriendschap godd'lijk is, en dit blinkt uit,
-Door zoo het afzijn van uw gâ te dragen.
-Maar wist ge, aan wien ge zulk een eer bewijst,
-Wat echten edelman gij hulpe zendt,
-Aan welk een waren vriend van uw gemaal,
-Dan zoudt ge trotscher zijn op wat ge deedt,
-Dan 't hart, gewoon om wel te doen, u dringt.
-
-PORTIA. Nooit heeft mij nog een goede daad berouwd,
-En deez' zal 't ook niet doen; want trouwe makkers,
-Die samen immer leven en verkeeren,
-Wier zielen saam één juk van vriendschap dragen,
-Gelijk verdeeld, die moeten wel gelijk zijn
-In wezenstrekken, geest en wijs van doen;
-Dit doet mij denken, dat Antonio,
-De boezemvriend van mijn gemaal, geheel
-Als mijn gemaal moet zijn; en is dit zoo,
-Hoe luttel zijn dan de offers, die ik bracht,
-Om uit den greep van helsche wreedheid 't beeld,
-Het spiegelbeeld te slaken van mijn ziele!
-Maar dit begint naar eigen lof te zweemen;
-En dus genoeg hiervan; hoor nu iets anders.--
-Lorenzo, aan uw hand vertrouw ik toe
-'t Beheer en de bezorging van mijn huis,
-Totdat mijn gâ terugkomt; want ikzelf
-Deed aan den hemel een gelofte, dat
-Ik in bespieg'ling en gebed zou leven,
-Slechts door Nerissa vergezeld, totdat
-Onze echtgenooten zijn teruggekeerd;
-Ik neem met haar mijn intrek in een klooster,
-Twee mijlen hier van daan. Ik bid u thans,
-Dat gij deze opdracht aanneemt, die vertrouwen
-Op uwe vriendschap, en noodzaak'lijkheid
-Mij geven doen.
-
-LORENZO. Van ganscher hart, mejonkvrouw,
-Gehoorzaam ik uw vriendelijk bevel.
-
-PORTIA. Ik heb de mijnen reeds er van verwittigd;
-Zij zullen u en Jessica erkennen
-Als plaatsvervangers van mijn gade en mij.
-Zoo vaart dan wel, tot spoedig wederzien.
-
-LORENZO. Dat u een blij gemoed en heil verzellen!
-
-JESSICA. Ik wensch u, jonkvrouw, iedre vreugd des harten.
-
-PORTIA. Ik dank u voor uw bede, en wensch volgaarne
-Hetzelfde aan u; vaarwel dus, Jessica.
-
- (Jessica en Lorenzo af.)
-
-Nu, Balthazar,
-Ik vond u immer nauwgezet en trouw;
-Betoon u thans opnieuw zoo; neem deez' brief,
-En ijl zoo snel maar menschen moog'lijk is,
-Naar Padua; en stel hem zelf aan doctor
-Bellario ter hand, mijn eed'len neef;
-En, hoor! wat hij van kleed'ren of papieren
-U geeft, breng dat met allen denkb'ren spoed
-Naar 't veer, waarmeê men van het vaste land
-Venetië bereikt; verlies geen tijd
-Met vragen, ga; ik ben daar nog vóór u.
-
-BALTHAZAR. Mejonkvrouw, 'k ga met de' aanbevolen spoed.
-
- (Balthazar af.)
-
-PORTIA. Nerissa, kom; ik heb een plan in 't hoofd,
-Waarvan gij wel niet droomt, dat we onze mannen,
-En vóór ze 't denken, zien.
-
-NERISSA. En zij ons ook?
-
-PORTIA. Dat ook, Nerissa, maar in zulk een kleeding,
-Dat zij ons voor verheev'ner wezens achten,
-Dan vrouwen zijn. Ik wed om wat ge wilt,
-Dat, zijn we als jonge mannen uitgedoscht,
-Ik wel de knapste van ons tweeën ben,
-En ook mijn degen met meer gratie draag,
-En als een knaap, die man wordt, spreek, als stak
-De baard mij in de keel; twee trippelpassen
-In één stap samenneem; van mijn duëls
-Gewaag, als een jong pocher; leugens zwets,
-Hoe eedle vrouwen naar mijn liefde dongen,
-En, daar ik koel bleef, zich verkniezend, stierven;
-Ik kon 't niet helpen,--maar heb toch berouw,
-En wensch, dat ik ze in 't leven weêr kon roepen;--
-Wel twintig zulke leugens zal ik zwetsen,
-Dat ieder zweert: ik ben al wel een jaar
-De school ontloopen;--duizend stukjes heb ik
-Van zulke bluffers in mijn hoofd en breng ze
-Wel aan den man.
-
-NERISSA. Zóó mannen na te gaan!
-
-PORTIA. O foei! wat zegt ge daar?
-Als dat een looze woordverdraaier hoorde!--
-Maar kom, hen nagereden! Heel mijn plan
-Vertel ik u wel in mijn koets; die wacht
-Reeds aan de poort. Wij gaan in allerijl
-En vord'ren, hoop ik, heden twintig mijl.
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-VIJFDE TOONEEL.
-
-
-Aldaar. Een tuin.
-
-Lancelot en Jessica komen op.
-
-
-LANCELOT. Ja, waarlijk! want ziet ge, de zonden des vaders worden
-bezocht aan de kinderen; daarom, ik verzeker u, ben ik bang voor u. Ik
-ben altijd ronduit tegen u geweest, en zoo zeg ik nu ook mijn kompinie
-over de zaak; daarom, wees gerust, want waarachtig, ik geloof, dat gij
-verdoemd zijt. Daar is nog maar ééne hoop, die u wat goed kan doen;
-en dat is maar een soort van basterdhoop.
-
-JESSICA. En wat is dat dan voor een hoop, zeg?
-
-LANCELOT. Wel, ge kunt eenigermate hopen, dat ge uws vaders kind niet
-zijt, dat gij de dochter niet zijt van den jood.
-
-JESSICA. Dat zou wezenlijk een soort van basterdhoop zijn; want dan
-zouden de zonden van mijn moeder ook aan mij bezocht worden.
-
-LANCELOT. Waarachtig, dan vrees ik, dat gij verdoemd zijt, zoowel van
-vaders- als van moederskant, want als ik zoo Scylla uw vader ontwijk,
-verval ik op Charybdis uwe moeder; en zoo zijt ge op alle manieren weg.
-
-JESSICA. Ik zal behouden worden door mijn man; die heeft me
-gechristend.
-
-LANCELOT. Daar is hij waarachtig niet beter om; er zijn er al genoeg
-van ons christenen; net maar zooveel als er met elkaâr het leven
-kunnen hebben. Dat tot christenen maken zal de varkens duurder maken;
-als wij allemaal varkensvleesch-eters worden, zullen wij binnenkort
-voor nog zooveel geld geen reepje spek meer hebben in de pan.
-
-JESSICA. Ik zal mijn man eens vertellen, Lancelot, wat je zegt;
-daar komt hij.
-
-(Lorenzo komt op.)
-
-LORENZO. Zoo, Lancelot, ik zal gauw jaloersch op je worden, als je
-met mijn vrouw zoo apartjes hebt.
-
-JESSICA. Nu, je hoeft om ons niet bang te wezen, Lorenzo; 't is
-heelemaal mis tusschen Lancelot en mij; hij zegt me ronduit, dat ik
-in den hemel op geen genade heb te hopen, omdat ik de dochter van een
-jood ben; en hij zegt, dat jij geen goed burger van den staat bent;
-want als je joden tot christenen bekeert, drijf je den prijs van het
-varkensvleesch in de hoogte.
-
-LORENZO. Ik zal dat beter bij den staat kunnen verantwoorden, dan jij,
-dat jij je zoo met de morin hebt afgegeven; van die smet kun je je
-niet blank wasschen, Lancelot.
-
-LANCELOT. Ze heeft niet zwart afgegeven, heer, maar zij heeft al wel
-iets blanks van mij gekregen en is al meer geworden dan zij was.
-
-LORENZO. Wat kan toch ieder dwaas een woordspeling maken! Het zal,
-denk ik, niet lang meer duren, of verstand en geest komen het best
-uit door stil te zwijgen, en spraakzaamheid is nog alleen bij de
-papegaaien lofwaardig. Ga naar binnen, knaap, en zeg, dat alles klaar
-moet zijn voor het eten.
-
-LANCELOT. Dat is in orde, heer; ze hebben allen een maag.
-
-LORENZO. Hemelsche goedheid, wat wil je geestig zijn! zeg, dat het
-eten klaar moet zijn.
-
-LANCELOT. Dat is ook in orde, heer; er moet nog maar gedekt worden,
-dat is de zaak.
-
-LORENZO. Wil je dan maar dekken, knaap?
-
-LANCELOT. Dekken, heer? Zeker niet, ik weet wel, wat me past, heer.
-
-LORENZO. Nu, het vervolg een anderen keer! Wil je je heelen schat van
-geestigheden in eens uitkramen? Ik verzoek je, versta nu eenvoudige
-taal op eenvoudige manier. Ga naar je kameraden, laten ze de tafel
-dekken, het eten opdoen en wij zullen komen voor het maal.
-
-LANCELOT. De tafel, heer, die zal opgedaan, en het eten, dat zal
-gedekt worden, en uw komst voor het maal, heer, die zal gebeuren,
-zooals uw lust en luim het zullen verkiezen.
-
- (Lancelot af.)
-
-LORENZO. O heil'ge rede, wat gezocht vernuft!
-Wat kent de dwaas woordspelingen bij hoopen
-Van buiten! Och, ik ken wel meen'gen dwaas
-In hoogren stand, maar even bont van geest,
-Die ook de hoofdzaak prijs zou geven voor
-Een geestigheid.--Wel, Jessica, hoe is 't?
-Mijn hartedief, kom, zeg me uw oordeel eens,
-Hoe vindt ge wel Bassanio's gemalin?
-
-JESSICA. Bewondrenswaard, meer dan ik zeggen kan;
-Bassanio mag wel onberisp'lijk zijn
-In heel zijn wandel; zulk een zegen is ze,
-Dat hij op aarde 't heil des hemels smaakt,
-En weet hij 't hier beneden niet te schatten,
-Geen toegang tot den hemel ooit verdient.
-Ja, hadden ooit twee goden in den hemel
-Een weddingschap, en om twee aardsche vrouwen,
-En Portia was de een', dan moest bij de ander'
-Een toegift zijn, want de arme woeste wereld
-Heeft haars gelijke niet.
-
-LORENZO. Juist zulk een man
-Hebt gij in mij, als hij in haar een vrouw.
-
-JESSICA. Neen, vraag dan eerst, wat ik er wel van denk.
-
-LORENZO. Terstond, maar laat ons eerst aan tafel gaan.
-
-JESSICA. Neen, laat mij thans u schatten, nu ik trek heb.
-
-LORENZO. Neen, 'k bid u, spaar het voor gesprek bij 't maal,
-Ik zal 't dan, wat ge ook zegt, met andre dingen
-Wel slikken.
-
-JESSICA. Nu, je krijgt wat op je brood!
-
- (Beiden af.)
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE BEDRIJF.
-
-
-EERSTE TOONEEL.
-
-
-Venetië. Een gerechtzaal.
-
-De Doge, de Senatoren, Antonio, Bassanio, Gratiano, Salarino, Solanio
-en anderen komen op.
-
-
-DOGE. Is hier Antonio verschenen?
-
-ANTONIO. Ik ben bereid, doorluchte heer.
-
-DOGE. Ik ben in zorg om u; gij hebt te doen
-Met een, die harder is dan steen, een onmensen,
-Voor medelijden doof, in wien geen vonkje
-Erbarmen huist.
-
-ANTONIO. Ik heb gehoord, uw hoogheid
-Gaf zich veel moeite om 't felle van zijn drijven
-Te matigen; maar daar hem niets vermurwt,
-En 't recht geen middel geeft om voor zijn wrok
-Mij te beschermen, stel ik lijdzaamheid
-Zijn grimmig streven tegen, en ik wapen
-Met kalmte mijn gemoed, om van het zijn'
-De volle woede en razernij te dragen.
-
-DOGE. Ga, zeg den jood, dat hij voor 't hof verschijne.
-
-SOLANIO. Hij wacht reeds aan de deur; daar komt hij, heer.
-
-(Shylock komt op.)
-
-DOGE. Maakt plaats; hij sta daar over onzen stoel.--
-Shylock, de wereld denkt, zooals ook ik,
-Gij drijft deez' schijn van uwe boosheid slechts
-Tot aan het uur der daad; en dan, dan toont ge
-Uw huiv'ring, uw erbarmen, wonderbaarder
-Dan deze uw wondre, schijnbre wreedheid is;
-Dan zult ge, schoon ge thans uw recht nog eischt,
-(Dat pond van dezes armen koopmans vleesch,)
-Niet slechts, zoo wacht men, daarvan afzien, maar,
-Door menschlijkheid en menschenmin geroerd,
-Een deel hem schenken van de schuld, erbarmen
-Betoonend om de slagen, die sinds kort
-Zoo dicht zijn schouders troffen, zwaar genoeg
-Om zelfs een koopman-vorst ten val te brengen,
-En meêlij met zijn toestand af te dwingen
-Aan koop'ren boezems, harten hard als steen,
-Aan stugge Turken en Tataren, die
-Nog nooit uit menschlijkheid een dienst bewezen.
-Wij allen wachten, Jood, een gunstig antwoord.
-
-SHYLOCK. Ik deelde uw hoogheid mee, wat ik verlang,
-En ik bezwoer bij onzen heil'gen sabbat,
-Te vordren, wat mij toekomt door mijn schuldbrief.
-Als gij dit weigert, brengt ge van uw stad
-De rechten en de vrijheid in gevaar.
-Vraagt gij, waarom ik liever zoo'n gewicht
-Van krengenvleesch wil hebben, dan drieduizend
-Dukaten wil ontvangen; 'k heb geen antwoord
-Dan dit: 't is mijn verkiezing. 't Is toch antwoord!
-Wat? als mijn huis gekweld is van een rat,
-En ik verkies voor 't dooden eens tienduizend
-Dukaten te off'ren? Nu, dit is toch antwoord?
-Deez' kan het schreeuwen van een big niet lijden,
-En die wordt dol, als hij een kat maar ziet,
-En die zit, bij den neustoon van de zakpijp,
-Op spelden schier; ja, voor- of tegenzin
-Beheerscht den geest en dwingt naar luim en lust
-Tot liefde of afschuw; nu, ziehier uw antwoord:
-Zooals geen grond of reden is te geven,
-Dat deez' geen schreeuwend varken velen kan,
-En die geen kat, zoo'n noodig, goedig dier,
-En die geen zakpijp, maar elk onweerstaanbaar
-Genoopt wordt tot het smadelijk bedrijf,
-Dat hij, getergd, nu zelf weer andren tergt,
-Zoo kan en wil ik ook geen reden geven,
-Dan ingevreten haat en bittren wrok,
-Dien 'k voor Antonio voel, wat mij mijn recht,
-Zelfs met verlies doet eischen. Is dit antwoord?
-
-BASSANIO. Dit is geen antwoord, schepsel zonder hart,
-Dat uw wreedaardig drijven kan verschoonen.
-
-SHYLOCK. Moet ik dan antwoord geven naar uw zin?
-
-BASSANIO. Brengt iedereen dàt om, wat hem mishaagt?
-
-SHYLOCK. Wie haat dan iets, en brengt het niet graag om?
-
-BASSANIO. Wat ons mishaagt, wekt daad'lijk nog geen haat.
-
-SHYLOCK. Laat gij u tweemaal bijten door een slang?
-
-ANTONIO. Bedenk, het is de jood, met wien ge u inlaat;
-Ga eerder nog naar 't strand der zee en geef
-Den vloed bevel, dat hij in eb verander;
-Daag eerder nog den wolf tot een verhoor,
-Waarom hij 't ooi deed blaten om het lam;
-Verbied veeleer den fieren pijn der bergen,
-Te schudden met den hoogen top, te ruischen,
-Als hem de storm met vlaag op vlaag bestookt,
-Leg eer de hardste taak u op, dan dat
-Gij 't hardste, dat bestaat, tracht te verzachten,
-Zijn jodenhart; en daarom, 'k smeek het u,
-Geen aanbod meer, geen middel meer beproefd,
-Maar kort en goed zij de uitspraak nu gedaan,
-Mijn lot beslist, en hebb' de jood zijn eisch.
-
-BASSANIO. Hier zijn dukaten, zes- voor uw drieduizend.
-
-SHYLOCK. Was ieder der zesduizend stuks dukaten
-Zesmaal gedeeld en elk deel een dukaat,
-Ik nam ze niet; ik vergde toch mijn schuldbrief.
-
-DOGE. Hoopt ge op genâ, gij, die er geen bewijst?
-
-SHYLOCK. Wat vonnis zou ik duchten? 'k Doe geen onrecht.
-Gij hebt wel meen'gen duurgekochten slaaf,
-Dien gij, gelijk uw ezels, paarden, honden,
-Tot slaafsch en laag en smaad'lijk werk gebruikt,
-Wijl gij ze kocht.--En als ik tot u zeide:
-Laat hen toch vrij en paart hen met uw erven;
-Wat zwoegen ze onder vrachten? laat hun bed
-Zoo zacht zijn als het uwe; streel hun tong
-Met spijzen, fijn als de uwe;--gij zult zeggen:
-Die slaven zijn gekocht.--Zoo zeg ik ook:
-Zie, dit pond vleesch, dat ik van hem verlang,
-'t Is duur gekocht, 't is mijn, en ik wil 't hebben.
-Als gij het weigert, spuw ik op uw wet!
-Dan heeft hier in Venetië 't recht geen kracht!
-Ik wacht op de uitspraak; antwoord! zal ik 't hebben?
-
-DOGE. Ik ben bevoegd de zitting op te heffen,
-Als niet Bellario, een doorkneed geleerde,
-Wiens rechtspraak ik in deze heb gevraagd,
-Vandaag verschijnt.
-
-SALARINO. Uw hoogheid, buiten staat
-Een bode, die met brieven van den doctor
-Daar juist van Padua komt.
-
-DOGE. Breng ons die brieven; laat den bode komen.
-
-BASSANIO. Schep moed, Antonio, heb slechts goeden moed!
-Eer krijgt de jood mijn vleesch, bloed, beendren, alles,
-Eer gij voor mij een druppel bloeds verliest.
-
-ANTONIO. Ik ben een zieklijk ram der kudde, rijp
-Ten dood; het is de zwakste vrucht, die 't eerst
-Ter aarde valt; zoo zij 't met mij; gij kunt
-Geen beetren dienst mij doen dan deez', Bassanio,
-Dat gij blijft leven en mijn grafschrift stelt.
-
-(Nerissa treedt op, als klerk van een rechtsgeleerde gekleed.)
-
-DOGE. Komt gij van Padua, van Bellario?
-
-NERISSA. Van beide, Heer; Bellario groet uw hoogheid.
-
-(Zij overhandigt een brief.)
-
-BASSANIO. Wat wet gij daar zoo ijverig uw mes?
-
-SHYLOCK. Om, wat mij toekomt, uit dien bankroetier te snijden.
-
-GRATIANO. Gij scherpt niet op uw zool, maar op uw ziel,
-Steenharde jood, uw mes; maar geen metaal,
-Neen, niet de bijl des beuls heeft half de scherpte
-Uws scherpen haats. Geen beê dringt in u door?
-
-SHYLOCK. Geen enkle, neen, die uw vernuft kan smeden.
-
-GRATIANO. Vervloekt dan, onverbidbre hond! En zij
-Gerechtigheid verklaagd, wijl gij nog leeft!
-Gij zoudt mij schier in mijn geloof doen wank'len,
-Om mij te scharen bij Pythagoras,
-Dat beestenzielen varen in het lichaam
-Van menschen; eens bezielde uw hondsche geest
-Een wolf; van dien, om menschenmoord gehangen,
-Ontvlood, daar aan de galg, de felle ziel,
-En voer, toen nog uw ongedoopte moeder
-U droeg, in u, in u; want uw begeerten
-Zijn wolfsch, bloeddorstig, hongrig en roofgierig.
-
-SHYLOCK. Tot gij dit zegel wegraast van mijn schuldbrief,
-Bederft ge uw longen maar met dat geschreeuw;
-Lap uwen geest wat op, jong mensch; zijn staat
-Mocht hoop'loos worden.--'k Sta hier voor mijn recht.
-
-DOGE. Bellario's schrijven hier beveelt aan 't hof
-Een jongen, zeer geleerden doctor aan;
-Waar is hij?
-
-NERISSA. Heer, hij wacht nabij deez' zaal
-Uw antwoord, of hij toegelaten wordt.
-
-DOGE. Van heeler hart;--dat drie of vier van u
-Hem hoff'lijk de gerechtszaal binnenleiden.--
-Intusschen hoore 't hof Bellario's brief.
-
-EEN KLERK (leest). "Deze is dienende om uwe
-hoogheid te berichten, dat ik bij de ontvangst
-van uw brief zeer ziek ben. Maar juist toen
-uw bode aankwam, bracht mij een jong doctor
-uit Rome, met name Balthazar, een vriendschappelijk
-bezoek; ik heb hem bekend gemaakt
-met het geding tusschen den Jood en den
-koopman Antonio; wij hebben samen vele rechtsgeleerde
-werken nageslagen; hij is volkomen
-met mijn inzichten bekend, die hij, verbeterd
-nog door zijn eigen geleerdheid (die zoo groot
-is, dat ik haar niet genoeg roemen kan), op
-mijn aandringen overbrengt, om uwe hoogheid
-in mijne plaats ten dienste te staan. Ik verzoek
-u dringend, laat zijn jeugdige leeftijd geen
-oorzaak wezen om hem eerbiedige achting te
-doen derven, want nooit zag ik een jong hoofd,
-zoo grijs in kennis. Ik reken voor hem met
-vertrouwen op een gunstige ontvangst bij uwe
-hoogheid; uw toetsing zal zijn lof beter verkondigen,
-dan ik het kan doen."
-
-DOGE. Gij hoort, wat de geleerde man ons schrijft;
-En hier, naar 'k denk, verschijnt de jonge doctor.
-
-(Portia komt op, in het gewaad van een rechtsgeleerde.)
-
-Uw hand, Heer;--'t is Bellario, die u zendt?
-
-PORTIA. Zoo is 't, doorluchte heer.
-
-DOGE. Neem plaats, wees welkom!
-Is u 't geding, dat op dit oogenblik
-Voor 't hof hier hangende is, alreeds bekend?
-
-PORTIA. 'k Ben van de zaak volkomen ingelicht.--
-Wie is de koopman hier, waar is de jood?
-
-DOGE. Antonio, oude Shylock, komt naar voren.
-
-PORTIA. Uw naam is Shylock?
-
-SHYLOCK. Shylock is mijn naam.
-
-PORTIA. Van vreemden aard is de eisch, dien gij hier doet,
-Maar in den vorm, zoodat Venetië's wet
-Bij 't voeren van 't geding u niet kan wraken.--
-(Tot Antonio.) Gij zijt het, die bedreigd wordt door zijn eisch?
-
-ANTONIO. Zooals hij zegt.
-
-PORTIA. En gij erkent den schuldbrief?
-
-ANTONIO. O ja.
-
-PORTIA. Dan moet de jood genadig zijn.
-
-SHYLOCK. Gij zegt, ik moet; wat dwingt me? zeg me, wat?
-
-PORTIA. Genade wordt verleend, niet afgedwongen;
-Zij drupt, als zachte regen, uit den hemel
-Op de aarde neer, en dubblen zegen brengt ze,
-Zij zegent hem, die geeft, en die ontvangt;
-Ze is 't machtigste in den machtigste; ze siert
-Den koning op zijn troon meer dan de kroon;
-De scepter toon' zijn wereldlijk gezag,
-Zij 't zinbeeld zijner macht en majesteit,
-Wekke eerbied en ontzag voor 't koningschap,
-Maar boven dezen scepter heerscht genade;
-Zij heeft haar zetel in der vorsten hart;
-Zij is een eigenschap der godheid zelf;
-En aardsche macht zweemt meest naar die van God,
-Wanneer genade 't recht doortrekt. Daarom,
-Beroept ge u, jood, op 't recht, bedenk ook dit,
-Dat, naar gerechtigheid, geen onzer ooit
-Behouden wordt; wij bidden om genade;
-En de eigen bede leert ons, zelf aan and'ren
-Genade te oef'nen. Hiermee dring ik aan,
-Dat gij de strengheid van uw eisch verzacht;
-Want, blijft ge er bij, dan moet Venetië's hof
-Zijn vonnis vellen tegen dezen koopman.
-
-SHYLOCK. Mijn daden op mijn hoofd; ik eisch de wet,
-De boete, de voldoening van mijn schuldbrief.
-
-PORTIA. Is hem 't betalen van het geld onmooglijk?
-
-BASSANIO. O, neen, hier voor het hof bied ik 't hem aan;
-Ja tweemaal zelfs; als dit nog niet genoeg is,
-Verbind ik mij het tienmaal te betalen,
-'k Verpand mijn handen, hoofd en hart er voor;
-Is dit nog niet genoeg, dan blijkt het nu,
-Dat boosheid braafheid onderdrukt. En 'k bid u,
-Verbuig voor eens nu 't recht door uw gezag;
-Om waarlijk recht te doen, pleeg luttel onrecht,
-En toom dien boozen duivel in zijn vaart.
-
-PORTIA. Dit mag niet zijn. Geen macht kan in Venetië
-Een wettig vastgestelde wet verwringen;
-'t Wierd aangehaald als voorbeeld voor 't vervolg;
-En menig misbruik vond, na zulk een voorgang,
-Wel ingang in den staat; het mag niet zijn.
-
-SHYLOCK. Een Daniël, die rechtspreekt! ja, een Daniël!--
-O wijze, jonge rechter, hoe 'k u eer!
-
-PORTIA. Ik bid u, laat mij eens den schuldbrief zien.
-
-SHYLOCK. Hier is hij, eed'le doctor, zie, hier is hij.
-
-PORTIA. Shylock, men biedt u driemaal thans uw geld.
-
-SHYLOCK. Een eed, een eed, ik zond een eed ten hemel!
-En zou ik meineed laden op mijn ziel?
-Voor gansch Venetië niet.
-
-PORTIA. Deez' schuld verviel;
-En 't stuk geeft aan den jood het recht, dat hij
-Een pond mag eischen van des koopmans vleesch,
-'t Moet snijden bij 's mans hart;--maar wees genadig,
-Neem driemaal 't geld, en laat mij 't stuk verscheuren.
-
-SHYLOCK. Als aan zijn letter is voldaan, eer niet.
-Het blijkt, dat gij een waardig rechter zijt;
-Gij kent de wet, en uw betoog was juist
-En bondig; ik bezweer u bij de wet,
-Waarvan ge een hechte steunpilaar u toont,
-Sla 't vonnis nu; ik zweer toch bij mijn ziel,
-Geen menschentong heeft in het minst de macht
-Mij te verand'ren; 'k sta hier op mijn schuldbrief.
-
-ANTONIO. Van ganscher harte smeek ik 't edel hof
-Om uitspraak in mijn zaak.
-
-PORTIA. Welnu, die luidt:
-Houd uwen boezem voor zijn mes bereid.
-
-SHYLOCK. O, edel rechter, wakker jongeling!
-
-PORTIA. De wet is duid'lijk; zin en woorden slaan
-Volkomen op de thans vervallen boete,
-Die in dit stuk verschuldigd wordt erkend.
-
-SHYLOCK. Volkomen waar; o, wijs en eerlijk rechter!
-O, hoeveel ouder zijt ge dan gij schijnt!
-
-PORTIA. Ontbloot alzoo uw boezem.
-
-SHYLOCK. Ja, zijn borst;
-Zoo zegt mijn stuk;--niet waar, hoogedel rechter?--
-Het naast aan 't hart;--staat het niet woord'lijk zoo?
-
-PORTIA. Zoo is 't. Hebt gij een weegschaal hier, om 't vleesch
-Te wegen?
-
-SHYLOCK. 'k Heb ze bij de hand.
-
-PORTIA. Zorg voor een wondarts, Shylock, op uw kosten,
-Die hem verbind', want anders bloedt hij dood.
-
-SHYLOCK. Is dat zoo voorgeschreven in den schuldbrief?
-
-PORTIA. Het staat er niet uitdrukk'lijk, maar wat doet dit?
-'t Waar' goed, dat gij uit menschlijkheid het deedt.
-
-SHYLOCK. Ik kan 't niet vinden, 't staat niet in den schuldbrief.
-
-PORTIA. Gij koopman, hebt gij ook nog iets te zeggen?
-
-ANTONIO. Slechts luttel; 'k ben bereid en welgewapend!--
-Geef mij de hand, Bassanio, vaar gij wel!
-Het grieve u niet, dat dit voor u mij treft;
-Want hierin toont zich 't Noodlot goediger,
-Dan 't anders pleegt te doen. Hoe vaak toch laat het
-Den bankroetier zijn schatten overleven,
-Om met gerimpeld voorhoofd, holstaand oog
-Een ouden dag van armoede af te wachten;
-Het spaart mij 't slepend leed van zulke ellend!
-Breng aan uw eedle ga mijn groeten over,
-Meld haar de toedracht van Antonio's sterven,
-Hoe ik u liefhad, roem den doode na,
-En is 't verhaal gedaan, laat haar beslissen,
-Of niet Bassanio eens een vriend bezat.
-Treurt gij slechts niet, dat gij een vriend verliest,
-Dan treurt hij niet, dat hij uw schuld betaalt;
-Want maakt de jood zijn snede diep genoeg,
-Dan kwijt ik haar in eens met heel mijn hart.
-
-BASSANIO. Antonio, vriend, ik heb een vrouw gehuwd,
-Die mij zoo dierbaar is als 't leven zelf;
-Maar 't leven zelf, mijn vrouw, de gansche wereld,
-Zij gelden mij niet hooger dan uw leven;
-'k Gaf alles prijs, dit alles offerde ik
-Dien duivel daar, om u van hem te ontslaan.
-
-PORTIA. Uw vrouw betuigde u zeker luttel danks,
-Was zij hierbij en hoorde ze uw betuiging.
-
-GRATIANO. Ik heb een vrouw, die 'k min, ik zweer 't; maar 'k wenschte
-Haar in den hemel, kon ze daar een macht
-Verbidden, die dien hondschen jood verkneedde.
-
-NERISSA. 't Is goed, dat gij dit in haar afzijn zegt:
-Uw wensch kon licht den vreê van 't huis verstoren.
-
-SHYLOCK (ter zijde). Zoo zijn de christenmannen;--'k heb een dochter,
-Maar had ze wien ook van Barabbas' stam
-Tot man genomen, eer nog dan een christen!--
-(Luid.) De tijd verloopt; ik bid u, kom tot de uitspraak.
-
-PORTIA. Een pond van dezes koopmans vleesch is u;
-Het hof erkent dit, en de wet verleent het.
-
-SHYLOCK. O hoogst rechtvaardig rechter!
-
-PORTIA. Gij moet dit vleesch hem snijden van de borst;
-De wet erkent dit, en het hof verleent het.
-
-SHYLOCK. Hoogstwijze rechter!--'t Is beslist, bereid u!
-
-PORTIA. Een oogenblik nog;--neem ook dit in acht:--
-De schuldbrief hier geeft u geen druppel bloeds;
-De woorden zijn uitdrukk'lijk: een pond vleesch.
-Neem dus uw schuldbrief, neem gij uw pond vleesch;
-Maar zoo, bij 't snijden, gij een drup vergiet,
-Een enklen druppel christenbloed, dan vallen
-Uw land en goedren, naar Venetië's wet,
-Den staat Venetië toe.
-
-GRATIANO. O, eerlijk rechter! jood; een wijze rechter!
-
-SHYLOCK. Is dat de wet?
-
-PORTIA. Gij zult de keur zelf zien;
-Gij eischtet recht, en, wees verzekerd, recht
-Zal u geworden, meer dan gij verlangt.
-
-GRATIANO. O wijze rechter! jood; een wijze rechter!
-
-SHYLOCK. 'k Neem 't aanbod aan;--betaal driemaal de schuld,
-En dat de christen ga.
-
-BASSANIO. Hier is het geld.
-
-PORTIA. Bedaar! Den jood
-Zal al zijn recht geworden!--neen, geen haast!
-De boete zal hij hebben en niets meer.
-
-GRATIANO. O, jood, een eerlijk rechter! een wijs rechter!
-
-PORTIA. Daarom, maak u gereed het vleesch te snijden.
-Maar stort geen bloed; en snijd niet min of meer
-Dan juist een pond; want neemt ge meer of minder
-Dan juist een pond;--al waar' 't ook maar zooveel,
-Dat het gewicht te licht wordt of te zwaar,
-Een onderdeel zelfs van een twintigste
-Van éénen scrupel;--slaat de weegschaal door,
-Ja, waar' 't ook slechts de breedte van een haar,--
-Dan sterft ge, en al uw goedren zijn verbeurd.
-
-GRATIANO. Een tweede Daniël! ja, een Daniël, jood!
-Nu, ongedoopte hond, nu hebben we u.
-
-PORTIA. Wat draalt de jood nog? Neem, wat u verviel.
-
-SHYLOCK. Geef mij mijn hoofdsom slechts, en laat mij gaan.
-
-BASSANIO. Ik heb het geld voor u gereed; hier is 't.
-
-PORTIA. Hij heeft het openlijk voor 't hof versmaad;
-Zijn recht slechts zal hij hebben en zijn schuldbrief.
-
-GRATIANO. Een Daniël, zeg ik weer, een tweede Daniël!--
-Ik dank u, jood, voor 't leeren van dat woord.
-
-SHYLOCK. Krijg ik dan nu niet eens mijn hoofdsom weer?
-
-PORTIA. Niets krijgt ge, niets, dan de vervallen boete;
-Die moogt ge op lijfsgevaar nu innen, jood.
-
-SHYLOCK. Dan doe de duivel hem er wel bij varen!
-Ik laat me er langer niet mee in.
-
-PORTIA. Blijf, jood;
-Het recht heeft nog iets anders van u te eischen.
-De wetten van Venetië stellen vast:--
-Als van een vreemdling te bewijzen is,
-Dat hij, 't zij rechtstreeks, 't zij op slinksche wijs,
-Een burger naar het leven heeft gestaan,
-Dan naast de burger, wiens verderf hij zocht,
-De helft van al zijn goedren; de andre helft
-Valt aan de schatkist van den staat ten deel;
-En 't leven van den schuldige berust
-In 's dogen hand, die niemands stem behoeft.
-Deze uitspraak, zeg ik, past geheel op u:
-'t Is uit uw handling hier voor 't hof gebleken,
-Dat gij èn rechtstreeks èn op slinksche wijs
-Met overleg het leven hebt bedreigd
-Van den verweerder; en de strafbedreiging,
-Zoo even aangehaald, is hier van kracht.
-Dus kniel, en smeek genade van den doge.
-
-GRATIANO. Smeek om verlof, dat gij uzelf verhangt;
-Want, daar gij al uw goed'ren hebt verbeurd,
-Bleef u de waarde zelfs niet van den strik,
-En moet de staat dat hangen nog betalen.
-
-DOGE. Opdat ge in ons een andren geest erkent,
-Schenk ik u 't leven, eer gij er om bidt;
-Uw halve have is voor Antonio,
-En de andre helft is aan den staat vervallen,
-Maar deemoed kan dit mindren tot een boete.
-
-PORTIA. Ja, voor den staat, niet voor Antonio.
-
-SHYLOCK. Neen, neem mij 't leven ook, schenk dat mij niet;
-Gij neemt mijn huis, als gij den steun mij neemt,
-Waar heel mijn huis op rust; gij neemt mijn leven,
-Als gij de midd'len neemt, waar ik door leef.
-
-PORTIA. En wat kan ùw genade zijn, Antonio?
-
-GRATIANO. Een strop voor niet; niets meer, om Gods wil, niets.
-
-ANTONIO. Behaagt het aan uw hoogheid en aan 't hof,
-Die straf van de eene helft hem kwijt te schelden,
-Dan is 't mij goed, mits hij mij de andre helft
-In bruikleen geven wil,--om na zijn dood
-Die weder af te staan aan de' edelman,
-Die onlangs hem zijn dochter heeft geschaakt;
-En nog twee eischen: dat, voor deze gunst,
-Hij van dit oogenblik een christen worde,
-Ten andre, dat hij, hier nu, voor het hof,
-Al wat hij bij zijn dood bezitten zal,
-Zijn zoon Lorenzo en zijn dochter schenke.
-
-DOGE. Dit zal hij doen, of anders trek ik in
-Wat ik reeds van genade heb gerept.
-
-PORTIA. Zijt gij tevreden, jood? wat is uw antwoord?
-
-SHYLOCK. Ik ben tevreden.
-
-PORTIA. Schrijver, stel een schenking.
-
-SHYLOCK. Ik bid u, sta mij toe van hier te gaan;
-Ik ben niet wel; zend mij de schenking na;
-Ik zal ze teek'nen.
-
-DOGE. Ga dan heen, maar teeken.
-
-GRATIANO. Twee peten zult ge hebben bij uw doop;
-Ware ik uw rechter, tien hadt gij er meer,
-Om u ter galg te leiden, niet ter doopvont.
-
- (Shylock af.)
-
-DOGE. Ik bid u, heer, gebruik het maal bij mij.
-
-PORTIA. Verschoon me, ik zeg uw hoogheid need'rig dank;
-Ik moet deze' avond nog in Padua zijn,
-En 't beste is dus, onmidd'lijk af te reizen.
-
-DOGE. Het spijt me, dat uw tijd het niet gehengt.--
-Antonio, toon u aan den doctor dankbaar,
-Want, naar mij dunkt, zijt gij hem veel verplicht.
-
- (De Doge, Senatoren en Gevolg af.)
-
-BASSANIO. Hoogedel heer, mijn vriend en ik, wij zijn
-Door uwe wijsheid heden vrijgesproken
-Van zware boete; en gaarne bieden we u,
-Wat aan den jood verschuldigd was, drieduizend
-Dukaten, voor uw edel hulpbetoon.
-
-ANTONIO. En blijven, als uw schuld'naars, bovendien
-Tot liefde en weêrdienst eeuwig u verplicht.
-
-PORTIA. Die weltevreden is, is welbetaald;
-Ik ben tevreden, dat ik u bevrijdde,
-En reken daardoor reeds mij welbetaald;
-Naar grooter loon heb ik nog nooit gestreefd.
-Eén bede: ken me, als gij mij weer ontmoet;
-Ik wensch u heil, en hiermeê neem ik afscheid.
-
-BASSANIO. Zoo laten we u niet los, mijn waarde heer;
-Neem een gedacht'nis aan, maar als geschenk,
-En niet als loon; twee gunsten vraag ik u:
-Sla dit niet af, en duid mijn drang niet euvel.
-
-PORTIA. Gij dringt mij sterk, en daarom geef ik toe.
-(Tot Antonio.) Uw handschoen dan; ik draag ze u ter gedacht'nis;
-(Tot Bassanio.) En daar gij 't wenscht, neem ik deez' ring van u;--
-Trek niet de hand terug; ik wil niet meer;
-En uwe vriendschap mag mij dit niet weig'ren.
-
-BASSANIO. Die ring, mijn heer,--ach, zulk een kleinigheid;
-Ik zou mij schamen, u dien aan te bieden.
-
-PORTIA. Ik wil niet anders hebben dan dien ring
-Hoe 't komt, ik weet niet, maar ik hecht er aan.
-
-BASSANIO. 't Is om de waarde niet, 't is om den ring;
-Den kostbaarste' in Venetië geef ik u,
-Dien openbare navraag vinden laat;
-Slechts deze' alleen, ik bid u, vraag dien niet.
-
-PORTIA. Gij biedt, dit zie ik, onbekrompen aan;
-Eerst leerdet gij mij beed'len, en nu, dunkt me,
-Nu leer ik, hoe men beedlaars antwoord geeft.
-
-BASSANIO. Deez' ring gaf, waarde heer, mijn vrouw me, en vroeg
-Bij 't aandoen mij een eed, dat ik hem nooit
-Verkoopen zou, verliezen, weg zou schenken.
-
-PORTIA. Met zulk een uitvlucht spaart men meen'ge gave.
-Maar is uw vrouw geen dwaze vrouw, en weet ze,
-Hoe ik dien ring verdiende, wis, zij zal
-Niet eeuwig toornig blijven, dat ge aan mij
-Hem weggaaft.--Nu, het zij zoo; 't ga u wel.
-
- (Portia en Nerissa af.)
-
-ANTONIO. Bassanio, vriend, sta hem den ring toch af;
-Dat zijn verdiensten en mijn vriendschap saam
-Hier gelden tegen wat uw vrouw gebood.
-
-BASSANIO. Gratiano, haast u, haal hem in, en geef
-Den ring hem nog; en breng hem, zoo ge kunt,
-Zelf bij ons, in Antonio's huis;--maak spoed!
-
- (Gratiano af.)
-
-Kom, gij en ik, wij gaan daar daad'lijk heen,
-En morgen in de vroegte vliegen wij
-Naar Belmont samen. Kom, Antonio.
-
- (Bassanio en Antonio af.)
-
-
-
-
-TWEEDE TOONEEL.
-
-
-Aldaar. Een straat.
-
-Portia en Nerissa komen op.
-
-
-PORTIA. Vraag naar de woning van den jood en laat
-Dit stuk hem teek'nen. Nog van avond gaan wij;
-Zoo zijn we een dag voor onze mannen thuis.
-Dit stuk zal aan Lorenzo welkom zijn.
-
-(Gratiano komt op.)
-
-GRATIANO. Goed, dat ik u nog inhaal, waarde heer!
-Bassanio, die tot beter inzicht kwam,
-Zendt U deez' ring door mij en noodigt u
-Van middag tot het maal.
-
-PORTIA. Dit kan niet zijn,
-Maar hartlijk dank ik hem voor dezen ring;
-En 'k bid u, zeg hem dit. Wees ook zoo goed
-Mijn klerk den weg naar Shylocks huis te wijzen.
-
-GRATIANO. Met veel genoegen.
-
-NERISSA (tot Portia, luid). Heer, een woord met u;--
-(Zacht.) 'k Wil zien, den ring te krijgen van mijn man,
-Dien ik hem zweren deed nooit weg te schenken!
-
-PORTIA. Dat kunt gij wis; dat zal een zweren zijn,
-Dat zij aan mannen slechts hun ringen schonken;
-Doch we òverkraaien, òverzweren hen.--
-Maar ga, maak haast; gij weet, waar ik u wacht.
-
-NERISSA. Kom, waarde heer, wilt gij zijn huis mij wijzen?
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE BEDRIJF.
-
-
-EERSTE TOONEEL.
-
-
-Belmont. Een park voor Portia's woning.
-
-Lorenzo en Jessica komen op.
-
-
-LORENZO. 't Is heldre maan; in zulk een nacht als deze,
-Toen zachte lucht de boomen vriendlijk kuste
-En nauwlijks ruischen deed,--in zulk een nacht,
-Naar 'k denk, steeg Troilus op Troja's wal
-En zond zijn ziel haar zuchten naar de tenten
-Der Grieken heen, waar ook zijn Cressida
-Die nacht te sluim'ren lag.
-
-JESSICA. In zulk een nacht
-Sloop Thisbe, schuchter tripp'lend, op den dauw,
-En zag geen leeuw nog, maar alleen zijn schim,
-En nam vol angst de vlucht.
-
-LORENZO. In zulk een nacht
-Stond Dido, in haar hand een wilgetak,
-Op 't woeste zeestrand, om haar lief te wenken,
-Weêr naar Carthago's kust.
-
-JESSICA. In zulk een nacht
-Las zich Medea tooverkruid en maakte
-Den ouden Æson jong.
-
-LORENZO. In zulk een nacht
-Verloor de rijke jood zijn Jessica,
-Die uit Venetië met een spilziek lief
-En heel naar Belmont vlood.
-
-JESSICA. In zulk een nacht
-Zwoer haar Lorenzo, dat hij teêr haar minde,
-En stal met meen'gen eed van trouw haar hart,
-Doch alle waren valsch.
-
-LORENZO. In zulk een nacht
-Bekladde Jessica, die kleine feeks,
-Haar zoetelief, maar hij vergaf het haar.
-
-JESSICA. Ik zou u óver-nachten, kwam er niemand;
-Maar luister, 'k hoor den stap daar van een man.
-
-(Stefano komt op.)
-
-LORENZO. Wie komt zoo haastig in de stille nacht?
-
-STEFANO. Goed volk.
-
-LORENZO. Goed volk? wat volk? Zeg mij uw naam, goed volk!
-
-STEFANO. Mijn naam is Stefano; ik breng bericht,
-Dat de eedle vrouw voor de' aanvang van den dag
-Te Belmont zijn zal; ze is nog op haar tocht
-Langs heiligbeelden, waar ze knielt en bidt
-Om zegen op haar echt.
-
-LORENZO. En wie verzelt haar?
-
-STEFANO. Een heil'ge kluiz'naar en haar kamerjuffer.
-Maar zeg me, is de eedle heer nog niet terug?
-
-LORENZO. Nog niet; we ontvingen zelfs nog geen bericht.--
-Maar laat ons, Jessica, naar binnen gaan
-En zorgen, dat de meesteres van 't huis
-Nu met een plechtig welkom zij begroet.
-
-(Lancelot komt op.)
-
-LANCELOT. Hola, hola, ho, heila, hola, ho!
-
-LORENZO. Wie roept daar?
-
-LANCELOT. Hola! hebt gij den heer Lorenzo en mevrouw Lorenzo ook
-gezien? Hola! hola!
-
-LORENZO. Houd op met uw hola, man; hier.
-
-LANCELOT. Hola! waar? waar?
-
-LORENZO. Hier.
-
-LANCELOT. Zeg hem, dat er een postiljon is gekomen, die zijn hoorn
-vol goed nieuws heeft; mijn meester zal nog voor zonsopgang hier zijn.
-
- (Lancelot af.)
-
-LORENZO. Kom, liefste, binnen dan hun komst verbeid!
-Of neen, waartoe naar binnen? 't Is niet noodig,
-Vriend Stefano, ik bid u, meld aan allen
-In huis, dat de eedle vrouw in aantocht is,
-En breng de muzikanten mee naar buiten.
-
- (Stefano af.)
-
-Wat slaapt het maanlicht lieflijk op dien heuvel!
-Hier zetten we ons, hier drinke ons oor de tonen
-Der hemelsche muziek; de vreê der nacht
-Stemt met den klank van zoete harmonie.
-Kom, Jessica; zie, is het hemelwelf
-Niet ingelegd met schijfjes schitt'rend goud?
-Geen licht, hoe klein, dat ge daarboven ziet,
-Dat op zijn baan niet als een engel zingt,
-Bij 't koor der Cherubim met kinderoogen.
-Gelijke harmonie is in de zielen
-Der menschen, maar zoolang 't verganklijk kleed
-Onsterflijkheid omhult, is ze ons onhoorbaar.
-
-(De Muzikanten komen op.)
-
-Weest welkom, wekt Diana met een lied;
-Dringt met uw klanken door tot uw gebiedster,
-En toovert, lieflijk streelend, haar naar huis.
-
-(Muziek.)
-
-JESSICA. Ik ben bij lieflijke muziek nooit lustig.
-
-LORENZO. Dit komt, omdat uw geest haar luistrend volgt;
-Want zie maar eens een wilde, dartle kudde,
-Of troepje veulens, jong en ongetemd;
-Zij springen dol, zij loeien, brieschen luid,
-Want dat is de aard en de eisch van 't warme bloed;
-Maar nauwlijks hooren ze een trompet, die schalt,
-Of treft het ruischen van muziek hun oor,
-Gij ziet hen plotsling, luistrend, stil bijeen;
-De macht der tonen dwingt dat vlammend oog
-Tot kalmen blik. Van daar 't verhaal des dichters,
-Dat Orpheus boomen, rotsen, stroomen boeide,
-Daar niets zoo stug, zoo hard, zoo woedend is,
-Dat niet muziek het voor een tijd verandert.
-Heeft iemand in zichzelven geen muziek,
-Roert hem de meng'ling niet van zoete tonen,
-Die man deugt tot verraad, tot list en roof,
-'t Is duister in zijn geest als middernacht,
-In zijn gemoed zoo zwart als 't rijk der schimmen;--
-Vertrouw hem nooit!--O, hoor eens die muziek!
-
-(Portia en Nerissa komen op, nog op een afstand.)
-
-PORTIA. Dat licht daar, dat wij zien, brandt in de zaal;
-Hoe verre licht die kleine kaars! zoo straalt
-Een goede daad in deze booze wereld.
-
-NERISSA. Bij 't maanlicht zagen wij dat kaarslicht niet.
-
-PORTIA. Zoo doet een grooter glans een mind'ren tanen;
-Een plaatsvervanger straalt gelijk een vorst,
-Totdat de vorst verschijnt, en dan vervloeit
-Zijn praal, zooals een beekje van het land
-In 't groote bed der waat'ren. Hoor, muziek!
-
-NERISSA. 't Is de muziek, mejonkvrouw, van uw huis.
-
-PORTIA. Niets is er goed, naar 'k zie, dan op zijn tijd;
-Mij dunkt, ze klinkt veel schooner dan bij dag.
-
-NERISSA. De stilte schenkt haar die bekoorlijkheid.
-
-PORTIA. De leeuwrik zingt niet schooner dan de kraai,
-Dan voor een luistrend oor; en 'k denk, dat zelfs
-De nachtegaal, zong die bij dag zijn lied,
-Als alle ganzen snaat'ren, naar de schatting
-Geen beter zanger dan de musch zou zijn.
-Hoe menig ding wordt op zijn tijd alleen
-Naar waarde en naar volkomenheid geschat!--
-(Tot de Muzikanten.) Nu stil! De maan rust bij Endymion
-En sluimere ongestoord!
-
-(De muziek houdt op.)
-
-LORENZO. Dit is de stem,
-Of ik bedrieg mij zeer, van Portia.
-
-PORTIA. Hij kent mij, als een blindeman den koekoek,
-Aan 't leelijk roepen.
-
-LORENZO. Welkom, waarde jonkvrouw!
-
-PORTIA. Wij baden voor het heil van onze mannen,
-Dat, hoop ik, is vermeerderd door ons doen.
-Zijn ze al terug?
-
-LORENZO. Tot nu toe niet, mejonkvrouw;
-Maar wel kwam hun alreeds een boô vooruit
-Om aan te melden.
-
-PORTIA. Ga in huis, Nerissa.
-En geef aan mijn bedienden last, dat ieder
-Zich houde, als waren we altijd thuis geweest;--
-Ook gij, Lorenzo;--Jessica, ook gij.
-
-(Horengeschal.)
-
-LORENZO. Daar komt uw echtgenoot; het is zijn horen;
-Wij klappen niet, mejonkvrouw, wees gerust.
-
-PORTIA. Deez' nacht is, dunkt me, slechts een kwijnend daglicht;
-Zij ziet wat bleeker, maar het is nu dag,
-Zooals de dag is bij beloken zon.
-
-(Bassanio, Antonio en Gratiano komen op, met Gevolg.)
-
-BASSANIO. Verscheent gij steeds, als ons de zon verlaat,
-Dan hadden wij met de Antipoden dag.
-
-PORTIA. Geve ik u licht, ik zij niet licht van zin;
-Die lichtheid maakt een man licht zwaar te moede;
-En nimmer zij Bassanio dat door mij;
-Verhoede 't God!--Wees welkom thuis, mijn gade!
-
-BASSANIO. Ik dank u, lieve;--o, heet mijn vriend hier welkom!--
-Dit is Antonio, die voor heel mijn leven
-Onlosbaar mij aan zich verbonden heeft.
-
-PORTIA. Tot elken dank moogt ge u verbonden reek'nen,
-Want zwaar verbond hij zich, zoo 'k hoor, voor u.
-
-ANTONIO. Niet zoo, of hij en ik zijn thans weer vrij.
-
-PORTIA. Heer, gij zijt hartlijk welkom in ons huis;
-Maar 't moet zich anders toonen dan in woorden,
-En 'k spaar dus hoff'lijkheid van louter lucht.
-
-(Gratiano en Nerissa zijn middelerwijl in woordenwisseling geraakt.)
-
-GRATIANO. Ik zweer u bij de maan daar, dat ge dwaalt;
-Ik gaf hem, waarlijk aan des doctors klerk;
-En 'k woû, dat hij tot niets werd, die hem heeft,
-Daar 't u, melieve, zoo ter harte gaat.
-
-PORTIA. Wat! reeds een twist? eilieve, zeg waarom?
-
-GRATIANO. 't Is om een strookje gouds, een kleinen ring,
-Dien zij mij gaf; met alledaagsche spreuk,
-Zoo van die messenmakerspoëzie
-Op klingen: "wees mij trouw, begeef mij niet."
-
-NERISSA. Wat praat ge van de spreuk of van de waarde?
-Gij zwoert me, toen ik hem u gaf, dat gij
-Hem dragen zoudt tot in uw stervensuur,
-En dat hij met u rusten zou in 't graf;
-Gij moest hem reeds, om al uw schriklijke eeden,
-Zoo niet om mij, vereeren en bewaren.
-Des doctors klerk!--God weet, nooit krijgt die klerk,
-Wien gij hem afstondt, haar op zijn gezicht.
-
-GRATIANO. Ja toch, als hij maar leeft, tot hij een man is.
-
-NERISSA. Ja, als een vrouw maar leeft, tot zij een man is.
-
-GRATIANO. Zoo waar ik leef, ik gaf hem aan een jonkman,--
-Een jongen nog, een kriel, een kleinen dreumes,
-Niet grooter dan gijzelf, des rechters klerk,
-Een snappend kind; die vroeg hem als een fooi;
-Het ging me aan 't hart, maar 't was hem niet te weig'ren.
-
-PORTIA. Ronduit gezegd, het was verkeerd, lichtzinnig,
-Die eerste liefdegift zoo weg te werpen,
-Die gij met eeden aan uw vinger staakt,
-Als pand van trouw er aan had vastgeklonken.
-Ik gaf mijn liefste een ring en deed hem zweren,
-Nooit zou hij er van scheiden; zie, daar staat hij,
-En 'k zweer voor hem, dat hij hem nimmer afstaat,
-Nooit van den vinger neemt, neen, voor de schatten
-Der gansche wereld niet. Voorwaar, Gratiano,
-'t Is liefdloos zoo uw vrouw te grieven; ja,
-Gebeurde 't mij, ik ergerde mij dood.
-
-BASSANIO (ter zijde). Liefst kapte ik mij de hand, en zwoer, dat ik
-Den ring verloor, terwijl ik er voor streed.
-
-GRATIANO. Bassanio stond zijn ring den rechter af,
-Die dringend er om vroeg, en waarlijk dubbel
-Verdiend had, en toen vroeg de klerk, dat jongske,
-Dat druk genoeg geschreven had, den mijnen;
-En heer en dienaar wilden maar niets anders
-Dan die twee ringen.
-
-PORTIA. Welken ring stondt ge af,
-Mijn gâ? Toch niet, naar 'k hoop, dien ik u gaf?
-
-BASSANIO. Kon ik een leugen voegen bij 't vergrijp,
-Ik zou ontkennen; maar gij ziet, ik heb
-Geen ring meer aan mijn vinger, hij is weg.
-
-PORTIA. En evenzoo ontvlood de trouw uw hart.
-Bij God, wij zijn gescheiden, tot gij mij
-Den ring weer toont.
-
-NERISSA. Wij evenzeer, tot ik
-Den mijnen weerzie.
-
-BASSANIO. Dierbre Portia,
-Indien gij wist, aan wien ik gaf den ring,
-Indien gij wist, voor wien ik gaf den ring,
-Erkennen woudt, waarvoor ik gaf den ring,
-En hoe ongaarne ik afstond dezen ring,
-Daar niets werd aangenomen dan de ring,
-Uw gramschap en uw strengheid wierd verzacht.
-
-PORTIA. Hadt gij erkend de kracht van dezen ring,
-Slechts half geschat de geefster van den ring,
-Erkend, hoe zelfs uw eer hing aan den ring,
-Gij hadt niet kunnen scheiden van den ring.
-Wat man had zoo onreedlijk kunnen zijn,--
-Hadt gij uw ring met eenig vuur verdedigd,--
-Zoo onbescheiden, op iets aan te dringen,
-Door u als plechtig onderpand geschat?
-Nerissa toont mij, wat ik moet gelooven;
-Ik sterf er op, een vrouw verkreeg den ring.
-
-BASSANIO. Neen, op mijn eer, neen, bij mijn zaligheid,
-Geen vrouw verkreeg hem, maar een waardig man,
-Een doctor, die den ring vroeg, en drieduizend
-Dukaten afsloeg; 'k heb den ring geweigerd,
-En liet hem ontevreden gaan; en toch,
-Hij was het, die mijn dierbren vriend het leven
-Gered had. Zeg, wat kon ik doen, geliefde?
-Ik was genoopt den ring hem na te zenden;
-De plicht der hoff'lijkheid drong mij tot schaamte;
-Mijn eer verbood, dat grove ondankbaarheid
-Haar zoo besmette. Schenk vergiff'nis, beste!
-Gij hadt,--ik zweer 't u bij die heil'ge vonken!--
-Waart gij er bij geweest, mij zelf gevraagd,
-Mijn ring aan de' eedlen doctor af te staan.
-
-PORTIA. Dat toch die doctor nooit mijn huis betrede!
-Daar hij het mij zoo lief juweel verkreeg,
-Dat gij mij zwoert voor mij steeds te bewaren,
-Zoo wil ik niet in gulheid achterstaan,
-En niets hem weig'ren van wat ik bezit,
-Neen, noch mijn lichaam, noch mijn huwlijksbed;
-En kennen zal ik hem, dit weet ik zeker;
-Blijf nooit een nacht van huis; bewaak me als Argus;
-Doet gij dit niet en laat ge mij alleen,
-Dan, op mijn eer, die ik tot nu bewaarde,
-Dan is die doctor wis mijn bedgenoot.
-
-NERISSA. En zoo zijn klerk van mij; bedenk dus wel,
-Of gij me aan eigen hoede kunt vertrouwen.
-
-GRATIANO. Goed; maar ik loer; en krijg ik hem in 't net,
-Dan heeft zijn pen voor 't laatst een punt gezet.
-
-ANTONIO. Ik ben de onzalige oorzaak van deez' twisten.
-
-PORTIA. Heer, 't grieve u niet; toch zijt ge hartlijk welkom.
-
-BASSANIO. Portia, vergeef mij deez' gedwongen misstap;
-Ten overstaan van al deez' vrienden hier,
-Bezweer ik u, en bij uw lieflijke oogen,
-Waar ik mijzelf in spiegel,--
-
-PORTIA. Fraai bedacht!
-Hij ziet zich dubbel in dat tweetal oogen,
-Eens in elk oog; zweer bij uw dubbel ik!
-Dat is een kostlijke eed!
-
-BASSANIO. Ik bid u, hoor!
-Vergeef 't vergrijp; ik zweer u bij mijn ziel,
-Dat ik u nimmermeer een eed verbreek.
-
-ANTONIO (tot Portia). Eens leende ik lijf en leven voor zijn heil;
-Slechts hij, die van uw man zijn ring verkreeg,
-Heeft mij gered; opnieuw waag ik gerust
-Mijn ziele te verpanden, dat uw gâ
-Nooit, wetens willens, meer zijn eed verbreekt.
-
-PORTIA. Wees gij dus weer zijn borg; geef hem deez' ring,
-Hij zorg er beter dan voor de' eersten voor.
-
-ANTONIO. Bassanio, zweer, dat deze u heilig blijft!
-
-BASSANIO. Bij God! den eigen ring gaf ik den doctor!
-
-PORTIA. Vergeef me, ik heb den ring van hem, Bassanio;
-De doctor was mijn bedgenoot er door.
-
-NERISSA. Vergeef ook mij, mijn beste Gratiano,
-Zoo was des doctors klerk, die kleine dreumes,
-Voor dezen ring de laatste nacht bij mij.
-
-GRATIANO. Welzoo, 't is of men wegen ging verbeet'ren
-Des zomers, als zij best in orde zijn!
-Wat! horens reeds, en eer wij die verdienden?
-
-PORTIA (tot Gratiano). Spreek niet zoo ruw.--(Tot Bassanio.) Gij
- staat geheel verbluft;
-Hier hebt ge een brief; lees dien maar later door;
-Hij komt van Padua, van Bellario;
-Daar zult gij zien, dat Portia was de doctor;
-Nerissa daar, zijn klerk; Lorenzo hier
-Getuig', dat ik terstond nà u vertrok,
-Zoo juist terugkom en mijn huis nog niet
-Betreden heb.--Antonio, hartlijk welkom,
-Ik kan ook u een beter tijding brengen,
-Dan gij verwacht; ontzegel dezen brief;
-Gij zult vernemen, dat van uw galjoenen
-Een drietal, rijk beladen, binnenviel;
-Ik zeg u niet, door welk een wonder toeval
-Die brief me in handen kwam.
-
-ANTONIO. Ik sta verstomd.
-
-BASSANIO. Waart gij de doctor, en ik kende u niet?
-
-GRATIANO. Waart gij de klerk, die mij mijn vrouw ontvrijde?
-
-NERISSA. Ja, maar de klerk zal 't zeker nimmer doen,
-Tenzij dat hij 't beleeft, dat hij een man wordt.
-
-BASSANIO. Nu, doctor, wees mijn bedgenoot; 'k vertrouw,
-Moet ik er soms op uit, u graag mijn vrouw.
-
-ANTONIO. Gij, levenschenkster, schenkt mij thans ook leeftocht;
-Want hier zie ik bevestigd, dat mijn schepen
-In veil'ge haven zijn.
-
-PORTIA. En gij, Lorenzo!
-Mijn klerk heeft ook voor u een goed bericht.
-
-NERISSA. Ja, en ik geeft hem zonder schrijversloon;--
-Maar overhandig u en Jessica,
-Hier thans een schenking van den rijken jood
-Van alles, wat hij bij zijn dood bezit.
-
-LORENZO. Gij, eedle vrouwen, drupt een hongrig volk
-Hier manna op hun weg.
-
-PORTIA. 't Is bijna dag;
-En zeker ziet ge op verre na niet in,
-Hoe alles zich wel toedroeg. Gaan wij binnen,
-En neemt ons, als ge wilt, daar in 't verhoor;
-Wij geven u op alles klaar bescheid.
-
-GRATIANO. Ja, zij dat zoo; en de eerste vraag, die 'k stel,
-Nu ik Nerissa mag verhooren, is,
-Of zij dat lange waken uit kan staan,
-Of, twee uur vóór den dag, ter rust wil gaan;
-Maar zeker zou ik, kwam de dag, dan vragen,
-Dat hij voor eens zijn dagen will' vertragen.
-Hoe 't zij, mijn leven lang zal ik geen ding
-Zoo trouw bewaren als Nerissa's ring.
-
- (Allen af.)
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN.
-
-
-Van "De Koopman van Venetië" verschenen in 1600 twee van elkander
-onafhankelijke uitgaven, de eene bij James Roberts, de andere bij
-Thomas Heyes, waarvan de eerste reeds 28 October 1598 in de registers
-van het boekhandelaarsgilde werd ingeschreven. Het verschil tusschen
-deze uitgaven is niet zeer groot, maar over het algemeen is de eerste
-beter te noemen. Toch is in de folio-uitgave van 1623 de tweede, met
-eenige wijziging, afgedrukt.--Dat het stuk in 1598 reeds bekend was,
-blijkt uit Francis Meres, die het in zijn Palladis Tamia noemt.--Een
-deel van Sh.'s werk, en wel het begin van het vijfde bedrijf, is
-nagebootst in een stuk Wily beguiled, van een onbekenden schrijver,
-dat in een geschrift van 1596 reeds vermeld wordt. Het is mogelijk,
-dat "De Koopman van Venetië" zelfs reeds een paar jaar vroeger
-geschreven werd; in het dagboek van den schouwburg-directeur Henslowe
-wordt op 25 Augustus 1594 gewag gemaakt van een nieuwe Venetiaansche
-comedie, die opgevoerd werd op het tooneel te Newington. Toen werd
-het tooneel dezer voorstad gemeenschappelijk bespeeld door den troep
-van Henslowe en dien, waar Sh. deel van uitmaakte, en het is mogelijk,
-dat "De Koopman van Venetië" bedoeld is; de stijl en de versificatie
-bevestigen, dat het stuk, zooal niet in 1594, dan toch zeker omstreeks
-dezen tijd is geschreven.
-
-Gelijk in zoovele andere gevallen, heeft de dichter ook in dit stuk
-verhalen, die in zijn tijd reeds lang bekend waren, verwerkt, en er
-een nieuwe schepping van gemaakt vol kracht en leven. Opmerkelijk is
-het na te gaan, hoe hij hier uit zeer ongelijksoortige stoffen een
-wonderschoon geheel heeft gevormd.
-
-Sh. heeft voor dit stuk geput uit een middeleeuwsche, Latijnsche
-verzameling van verhalen of sprookjes, getiteld Gesta Romanorum. In
-het 99ste hoofdstuk,--dat reeds in 1577 uit deze verzameling door
-Robert Robertson in het Engelsch vertaald was,--komt de geschiedenis
-der drie kastjes voor. Een koning van Apulië zendt zijn dochter
-over zee naar Rome, om met den zoon des keizers te huwen. Zij lijdt
-schipbreuk, wordt door een walvisch verslonden, maar uit diens buik
-te voorschijn gehaald. De keizer ontvangt haar, verheugd over haar
-behoud, zeer vriendelijk, maar wil haar op de proef stellen, of zij
-zijn zoon waardig is. Hij laat drie vazen brengen; de eene was van
-zuiver goud, uitwendig met kostbare edelgesteenten versierd, maar
-gevuld met doodsbeenderen; zij droeg het opschrift: "wie mij kiest,
-vindt wat hij verdient". De tweede was van zilver, met aarde en wormen
-gevuld, en had tot opschrift: "wie mij kiest, vindt wat zijn natuur
-verlangt". De derde was van lood, bevatte kostbare edelgesteenten
-en droeg het opschrift: "wie mij kiest, vindt wat God hem heeft
-toegekend". De keizer wees de vazen aan het meisje, met de woorden:
-"als gij de vaas kiest, welke bevat wat u en anderen nuttig is,
-dan zult gij mijn zoon hebben". Het meisje koos na rijp overleg de
-looden vaas en trouwde daarop met den zoon des keizers.
-
-Een ander verhaal uit dezelfde verzameling, getiteld: De Milite
-conventionem faciente cum Mercatore, verhaalt van een krijgsman of
-ridder, die van een christen-koopman geld borgde, op voorwaarde, dat
-hij al zijn vleesch ten behoeve van den koopman zou verbeurd hebben,
-als hij niet op tijd betaalde. Toen dit laatste inderdaad het geval
-werd en de ridder voor den rechter gedaagd was, komt zijn vrouw, als
-man verkleed, mede voor de rechtbank om den koopman te vermurwen, die
-echter steeds op zijn recht blijft staan. Daarop drong de vrouw bij den
-rechter aan, dat de koopman den ridder wel het vleesch van de beenderen
-zou mogen snijden, maar geen droppel bloeds vergieten.--De koopman
-wilde nu met de betaling van het geld genoegen nemen, maar dit werd
-hem geweigerd; hij ging heen zonder een penning te hebben ontvangen.
-
-In deze verhalen is er, zooals men ziet, nòch van een jood, nòch
-van een vriendschap als die van Antonio voor Bassanio sprake. Deze
-twee bijzonderheden vindt men echter terug in een verhaal eener
-Italiaansche Novellenverzameling van Giovanni Florentino, onder
-den titel Il Pecorone in 1554 in het licht gegeven. Het verhaal is
-daar het eerste der vierde afdeeling. Een rijk Venetiaansch koopman,
-Ansaldo, voedt een innige vriendschap voor zijn petekind Giannetto,
-die, na zijn vader, een Florentijnsch koopman, verlaten te hebben,
-door Ansaldo als kind was aangenomen. Aan een fraaie haven woont
-de schoone jonkvrouw van Belmonte, welke ieder, die daar landt,
-dwingt om de nacht op haar slot door te brengen, maar, zoo hij
-zich niet naar eisch gedraagt, en haar genegenheid niet kan winnen,
-hem van zijn schip en goederen berooft; wie de proef doorstaat, zal
-haar gemaal worden. Giannetto, op reis naar Alexandrië, hoort van de
-schoone jonkvrouw, landt bij haar en tracht haar gunst te winnen, maar
-te vergeefs; door een zoeten wijn, die hem gereikt wordt, slaapt hij
-in. Van schip en goederen beroofd, keert hij naar Venetië terug. Hij
-is ondertusschen door de jonkvrouw zoo betooverd, dat hij van zijn
-pleegvader een tweede, nog rijker bevracht schip afsmeekt, om naar haar
-hand te staan; hij slaapt weder in en keert nog berooider dan de eerste
-maal naar Venetië terug. Zijn vaderlijke vriend Ansaldo laat zich door
-zijn beden bewegen hem voor de derde maal een schip uit te rusten,
-maar moet daartoe van een jood in Mestin 10000 dukaten leenen onder
-voorwaarde, dat de schuld op den eerstvolgenden Sint Jan betaald zal
-worden, of dat anders de jood het recht zal hebben, een pond vleesch
-uit eenig deel van Ansaldo's lichaam te snijden. Giannetto is ditmaal
-gelukkiger en huwt de jonkvrouw van Belmonte. Maar in zijn vreugderoes
-denkt hij niet aan zijn weldoener, en deze komt hem eerst op Sint Jan
-toevallig weer voor den geest. Ondertusschen was Ansaldo reeds in de
-macht van den jood en had slechts met moeite eenig uitstel gekregen,
-om te wachten of Giannetto ook terugkwam. Deze kwam inderdaad, maar
-vond den jood onvermurwbaar. Doch ook de vrouwe van Belmonte kwam, als
-rechter vermomd, en zij beslist, nadat de jood honderdduizend dukaten
-had afgeslagen, de zaak als bij Sh., dat de jood niet meer en niet
-minder dan een pond mocht nemen en geen druppel bloeds moest storten,
-zoodat de jood de schuldbekentenis in woede verscheurt; zij slaat de
-honderdduizend dukaten, die haar man den gewaanden rechter aanbiedt,
-af, maar noopt hem zijn trouwring af te staan; zij zorgt te huis te
-zijn vóór haar man met Ansaldo er aankomt en neemt den schijn aan van
-recht verstoord te wezen op haar man, die zijn trouwring aan wie weet
-welke vrouw zou gegeven hebben, maar zij vertelt weldra, wie voor
-rechter gespeeld heeft, en zij leeft verder zeer gelukkig met haar man.
-
-Ongetwijfeld is dit verhaal van nog ouderen datum. Hoe de geschiedenis
-van den woekerjood opgang maakte, kan nog blijken uit een ballade,
-waarvan echter moeilijk te beslissen is, of zij ouder of jonger is
-dan Sh.'s stuk. Zij bevat enkel de geschiedenis van den koopman en
-den jood, met een (echten) rechter, die, op gelijke wijze als Portia,
-den jood van zijn vordering doet afzien.
-
-Men zie nu, wat Sh. uit deze gegevens wist te maken.
-
-Wil men zich rekenschap geven van de ligging van Belmonte, dan
-kan men zich dit zeer wel te Strà denken, waar vele Venetianen hun
-landgoederen hadden, en dan kan Balthazar (III. 4. 53) Portia zeer
-goed aan het gewone veer (tragetto), dat ten tijde van Sh. te Fusino
-aan de monding der Brenta was, inhalen.
-
-Over enkele namen nog een enkel woord. Shylock is zeker van
-Semietischen oorsprong, misschien verbasterd van Sjelah (I Mos. X. 24),
-dat pijl beteekent [1]. Tubal en Chus (zie blz. 313, III. 2. 28)
-vindt men I Mos. X. 2 en 6; Jessica zal wel Jiskah zijn (I Mos. XI,
-29), wat uitkijkster beteekent, vergelijk IIde Bedrijf, 5. 33. De
-naam Gobbo komt in Venetië meer voor; op de Isola del Rialto is een
-steenen figuur, die Gobbo di Rialto heet.
-
-
-
-I. 1. 98. Hun hoorders strafbaar maakten. Toespeling op Mattheus V. 22;
-"Wie tot zijn broeder zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door
-het helsche vuur."
-
-I. 2. 43. Die is inderdaad een veulen. Colt beteekent in het Engelsch
-zoowel een veulen als een jonge losbol.
-
-I. 2. 48. Dan verder de paltsgraaf. Johnson vermoedt hier een
-toespeling op een Poolschen paltsgraaf, Albertus a Lasco, die in
-het jaar 1583 in Londen groot opzien wekte, maar zich weldra wegens
-schulden uit de voeten maakte.
-
-I. 2. 88. Dat de Franschman zijn borg werd. Warburton vindt hier een
-toespeling op de veelvuldige beloften van hulp, die de Franschen
-aan de Schotten gaven bij de twisten der laatstgenoemden met de
-Engelschen.--Vermeldenswaard is, dat eenige regels vroeger, waar
-gesproken wordt van "den Schotschen lord", de folio van 1623 heeft
-"den anderen lord", omdat na de troonsbestijging van Jacobus I zulke
-aardigheden op de Schotten niet toegelaten werden; de quarto's hebben
-hier de ware lezing.
-
-I. 3. 20. Zooals ik op den Rialto vernam. Onder Rialto is de plaats te
-verstaan, die als beurs diende. Een tijdgenoot van Sh. beschrijft die
-als een groot gebouw met open galerijen, waar de kooplieden tweemaal
-daags samenkwamen, 's morgens tusschen 11 en 12 en 's namiddags
-tusschen 5 en 6 uren.
-
-I. 3. 45. De rente in Venetië. Een Engelsch schrijver over Italië
-(1561) zegt, dat de joden in Venetië zeer rijk werden, daar de gewone
-rente, die zij bij het uitleenen van geld wisten te maken, vijftien
-ten honderd 's jaars bedroeg.
-
-II. 1. 1. Om mijn kleur. In de oude uitgaven worden kleur en kostuum
-aangegeven: Enter Morochus a tawny Moor, all in white, and three or
-four followers accordingly.
-
-II. 1. 25. Den Sophi van Perzië vermeldt Sh. ook in het blijspel
-Driekoningenavond een paar keer; Lichas, reg. 32, de ongelukkige
-dienaar van Hercules (Alcides), die aan zijn meester het noodlottig
-gewaad overbracht, dat hem duldelooze pijnen veroorzaakte, en die
-daarom door zijn meester in zee geslingerd werd, wordt ook genoemd
-in Antonius en Cleopatra, IV. 12. 45.
-
-II. 3. 2. Het is een hel, en gij, een snaaksche duivel enz. Aan Jessica
-scheen haars vaders huis een hel toe en Lancelot was er de grappige
-duivel in. Op het oud-Engelsch tooneel speelde de duivel dikwijls de
-rol van den grappenmaker, zie blz. 15.
-
-II. 7. 56. De gouden munt, engel genoemd, wordt door Sh. meermalen
-genoemd, b.v. Koning Jan, III. 3. 8. Zij was 10 shilling waard (f6.-).
-
-II. 9. 28. Als de zwaluw. De huiszwaluw, in het Engelsch martlet
-(Hirundo urbica), maakt haar nest aan de buitenzijde van gebouwen;
-meestal vindt men er verscheidene dicht bijeen, zooals Sh. uitvoeriger
-in Macbeth I. 6. 4. beschrijft. Sh. wist, welke soort hij koos; de
-boerenzwaluw (Hirundo rustica) nestelt binnenshuis, b.v. in stallen,
-of, in onbewoonde streken, in rotsholten enz.
-
-III. 1. 4. De Goodwins, gevaarlijke ondiepten nabij den mond van de
-Theems, worden ook vermeld in Koning Jan, V. 3. 11.--Dat oude vrouwen
-gaarne gember knauwen reg. 10 (to knap is: in kleine stukjes bijten),
-wordt ook vermeld in Maat voor Maat, IV. 3. 8.
-
-III. 1. 126. Het was mijn turkoois. Aan dezen edelsteen werd
-bijzondere kracht toegeschreven; hij werd lichter of donkerder naar
-den gezondheidstoestand van den bezitter, beschermde dien voor gevaren,
-verzekerde de eendracht tusschen man en vrouw.
-
-III. 1. 131. Huur een gerechtsdienaar, die Antonio in hechtenis
-zou moeten nemen en hem overal vergezellen, opdat hij niet
-ontsnapte. Shylock heeft hem wel eerst over veertien dagen noodig,
-maar wil hem nu alvast bespreken.
-
-III. 2. 55. Jonge Alcides. Portia vergelijkt zich met Hesione, de
-dochter van den Trojaanschen koning Laomedon, die door haar vader
-aan een zeemonster was prijsgegeven, maar door Hercules bevrijd
-werd. Dardanen = Trojanen.
-
-III. 2. 63. Zegt, van waar de wufte min. In 't Engelsch fancy,
-een vluchtige, wufte, niet diepgaande min of verliefdheid, wel te
-onderscheiden van love, echte liefde. Portia laat hier uitdrukkelijk
-zingen, dat de fancy zich door 't oog laat leiden en kortstondig is. De
-love moet dus anders doen en zal duurzaam wezen. Portia zegt dus wel
-degelijk tot Bassanio, dat hij zich niet door den schijn moet laten
-verlokken, met andere woorden, liefst het looden kastje kiezen. Het
-verwondert mij, deze opmerking nog nergens te hebben aangetroffen. Dat
-Portia inderdaad een duidelijken wenk geeft, blijkt nog beter uit het
-oorspronkelijke; de vertaling vermocht hier niet het Engelsch geheel
-terug te geven:
-
-
- Tell me, where is fancy bred,
- Or in the heart, or in the head?
- How begot, how nourished?
- Reply, reply.
- It is engendered in the eyes,
- With gazing fed; and fancy dies
- In the cradle, when it lies.
- Let us all ring fancy's knell:
- I'll begin it,--Ding, dong, bell.
-
-
-III. 2. 86. Al bergt de lever zelfs geen droppel gal. In het Engelsch
-wordt van een melkwitte lever gesproken, die voor een blijk van
-lafheid geldt. In den volgenden regel wordt de baard eigenlijk een
-uitgroeisel van dapperheid, valour's excrement geheeten.--De gulden
-lokken worden meermalen door Sh. vermeld. Zij waren zeer in de mode,
-ongetwijfeld omdat Koningin Elizabeth roodachtig haar had. Zoo zegt
-Sh. b.v. in zijn 68ste sonnet:
-
-
- "Zoo is hij ons een beeld uit beter dagen,
- Toen schoonheid leefde en stierf als bloemen thans,
- Aleer zij waagde een basterdschild te dragen,
- En 't voorhoofd schittren deed met valschen glans;"
-
-
-Dit ziet op het blanketten, de valsche lokken volgen:
-
-
- "Eer gouden lokken, aan het graf geroofd,
- Van dooden afgemaaid, een tweede leven,
- Een valsch, begonnen op een tweede hoofd,
- Eer schoonheids dood aan andren schoon moest geven."
-
-
-Men zie hierover ook het Kostelick Mal van onzen Huygens, in 1622 te
-Londen voltooid.
-
-III. 4. 52. Breng, dat.... naar 't veer, waarmee men.... Venetië
-bereikt. Bring them.... Unto the traject, to the common ferry, which
-trades to Venice. Traiect (voor het zeker bedorven tranect gesteld)
-is geen zeer gewoon Engelsch woord, en wordt daarom verklaard; het
-is het Italiaansche tragetto.
-
-III. 4. 78. Zoo mannen na te gaan. In 't Engelsch is de woordspeling
-eenigszins anders; er staat: shall we turn to men = tot mannen worden
-en = ons naar de mannen wenden.
-
-IV. 1. 49. En die zit, bij den neustoon van de zakpijp, Op spelden
-schier. In het oorspronkelijke: And others, when the bagpipe sings i'
-the nose, Cannot contain their urine.
-
-IV. 1. 199. Dat, naar gerechtigheid, geen onzer ooit Behouden
-wordt. Diezelfde toespeling op het Christelijk geloof vindt men in Maat
-voor Maat, II. 2. 73. Het vervolg doelt blijkbaar op het Onze Vader.
-
-IV. 1. 247. De wet is duid'lijk; zin en woorden slaan Volkomen op
-de thans vervallen boete. De redeneeringen van den jeugdigen Daniël
-zijn recht aardig gevonden en bereiken het doel volkomen, maar mogen
-wel eens nader bekeken worden. Een echt jurist, zou, dunkt mij,
-de schuldbekentenis ipso jure nul en nietig hebben verklaard, omdat
-zij een onzedelijke bepaling bevatte. Maar erkende de rechter haar
-als geldig, dan mocht de jood snijden, en dan was het een slinksche,
-sluwe streek, hem het storten van bloed te verbieden, want dit was
-onvermijdelijk bij de toepassing van het recht tot snijden, dat door
-de schuldbekentenis was toegestaan. Verder: mocht de jood ook al
-niet meer dan een pond snijden, het minder nemen kon toch niet wel
-strafbaar zijn. De Romeinsche wetten der XII tafelen waren juister;
-bij het in stukken snijden (in partes secare) van schuldenaars wordt
-opgemerkt, dat het op iets meer of iets minder niet aankomt: si plus
-minusve secuerit, sine fraude esto. Heeft dus Sh. dit niet bedacht,
-toen hij uit zijn bronnen deze tragische episode in zijn blijspel
-invlocht? Nog één vraag komt bij ons op. Bezigt hij het ontfutselen,
-onmiddellijk na de gerechtsscène, der huwelijksringen door Portia en
-Nerissa, aan haar mannen, om in het vijfde bedrijf zijn toeschouwers na
-de geweldige spanning, waarin zij verkeerden, weder in de stemming van
-het blijspel terug te brengen? De wijze, waarop in den tegenwoordigen
-tijd de rol van Shylock wordt opgevat, moge dit doen denken, maar er
-is inderdaad alle reden om aan te nemen, dat deze opvatting niet de
-ware is, dat de dichter en zijn tijdgenooten in de gerechtsscène een
-tooneel zagen, dat werkelijk geheel in een blijspel paste.
-
-Sh.'s tijdgenoot en vriend, de groote tooneelspeler Burbage, die Sh.'s
-bedoelingen ongetwijfeld juist teruggaf, vatte, zooals bekend is,
-de rol van Shylock inderdaad als een comische rol op, doste zich uit
-en stelde den jood voor op een wijze, die het voor den toeschouwer
-werkelijk zeer vermakelijk maakte, dat Shylock op het oogenblik,
-dat hij zeker van zijn wraak dacht te zijn, er van verstoken werd;
-dat dit door louter sophismen geschiedde, maakte de zaak des te
-kostelijker. Zien wij, hoe Sh. den jood inderdaad gemeene trekken
-leende, deed wenschen, dat zijn dochter aan zijn voeten gekist lag,
-hem zijn mes op zijn schoenzool deed aanzetten, dan worden wij
-overtuigd, dat deze opvatting de ware is, dan zal de spanning bij
-de gerechtsscène nooit tot een tragische hoogte stijgen, want wij
-weten vooraf, dat de jood, hoe dan ook, bedrogen zal uitkomen, dan
-zijn de gronden van den baardeloozen rechter, hoe sophistisch ook,
-inderdaad volkomen passend, eenvoudig omdat zij tot het doel voeren,
-dan vragen wij niet, of ooit in Venetië de rechtspraak zoo aan een
-vreemden rechtsgeleerde werd overgegeven, dan is de vroolijkheid,
-opgewekt door Shylocks en Gratiano's vermelding van den wijzen
-Daniël en door Bassanio's en Gratiano's wenschen, dat zij met hun
-vrouwen Antonio's vrijheid konden koopen, volkomen op haar plaats,
-dan rillen wij niet bij de gedachte, dat de jood in zijn woede
-kan toestooten, dan is geen schrille tegenstelling tusschen het
-gerechtstooneel en het vervolg. De dichter behoeft niet plotseling
-tot het blijspel terug te keeren, want hij is er nooit van afgeweken;
-dat hij er iets huiveringwekkends ingebracht heeft, was alleen om
-later de vroolijkheid nog te verhoogen, zooals,--de opmerking is van
-Rümelin in zijn Shakespeare Studien--Sinterklaas en zijn knecht in
-de kinderkamer treden, om na een oogenblik van spanning den jubel
-des te grooter te maken.
-
-Inderdaad, letten we op de plaats, dien in Sh.'s tijd de joden in de
-maatschappij innamen, dan beseffen wij, dat de jood Shylock zeker niet
-als tragisch personage bedoeld kan zijn en dat alleen de bijzonderheid,
-dat Shakespeare, in onpartijdigheid zijn tijdgenooten ver vooruit,
-hem redeneeringen in den mond legt, waarvan wij de juistheid moeten
-toestemmen en die zijn woede verklaarbaar maken, er velen toe gebracht
-heeft, om hoogtragischen pathos daar te vinden, waar wij nog midden
-in het blijspel zijn.
-
-Eindelijk zij nog opgemerkt, dat alleen in een stuk, waarin tot vermaak
-van het publiek, de jood bedrogen moet uitkomen, de eisch kan gesteld
-worden, dat de jood, tot straf van zijn aanslag op Antonio, zich den
-doop moet laten toedienen. Een jood gruwt bij die gedachte, daarom
-werd deze boete aan Shylock niet gespaard; in een blijspel, dat zoo
-veel sprookjesachtigs heeft, kunnen wij ons dit zeer goed voorstellen,
-maar wanneer wij de gerechtsscène als een tooneel beschouwen, dat
-ons door tragischen ernst diep in de ziel moet grijpen, moet ons die
-eisch voorkomen als een profanatie van wat in veler oogen heilig is.
-
-IV. 1. 399. Tien hadt gij er meer. Twaalf gezworenen, die het schuldig
-zouden uitspreken.
-
-V. 1. 1. In zulk een nacht. Deze wisseling van gezegden, telkens met
-"In zulk een nacht" beginnende, is het, die in het stuk Wily beguiled
-is nagebootst; zie blz. 343. De verliefdheid van Troilus op Cressida
-was algemeen bekend, al ware 't slechts uit Chaucer's Troilus and
-Creseide. Een wilgetak of wilgekrans was het teeken eener verlaten
-geliefde; zie Koning Hendrik VI, derde deel, III. 3. 228. Othello,
-IV. 3. 42; daarom klimt ook Ophelia op een wilg, Hamlet, IV. 4. 167. De
-geschiedenis van Medea vindt men reeds in Gower's Confessio Amantis.
-
-V. 1. 220. Heil'ge vonken. In 't oorspronkelijke staat: kaarsen,
-candles of the night, evenals in Romeo and Julia, III. 5. 9.
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENING
-
-
-[1] Anders kan het veeleer samenhangen met het Joodsch-Arameesche
-sjelaq, verbrand worden, dat een enkele maal ook voor snijden gebruikt
-wordt; dan zou Shylock beteekenen: hij, die snijdt.
-
-
-
-
-
-
-End of Project Gutenberg's De Koopman van Venetië, by William Shakespeare
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË ***
-
-***** This file should be named 51138-8.txt or 51138-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/1/1/3/51138/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License (available with this file or online at
-http://gutenberg.org/license).
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
-http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at
-809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
-business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
-information can be found at the Foundation's web site and official
-page at http://pglaf.org
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit http://pglaf.org
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- http://www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/old/51138-8.zip b/old/old/51138-8.zip
deleted file mode 100644
index 6a93bc0..0000000
--- a/old/old/51138-8.zip
+++ /dev/null
Binary files differ