diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/51138-0.txt | 4574 | ||||
| -rw-r--r-- | old/51138-0.zip | bin | 69260 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/51138-h.zip | bin | 479605 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/51138-h/51138-h.htm | 7219 | ||||
| -rw-r--r-- | old/51138-h/images/new-cover-tn.jpg | bin | 14167 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/51138-h/images/new-cover.jpg | bin | 63702 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/51138-h/images/p314.jpg | bin | 99568 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/51138-h/images/p328.jpg | bin | 124653 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/51138-h/images/p334.jpg | bin | 92941 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/51138-h/images/rbrace2.png | bin | 236 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/51138-h/images/rbrace3.png | bin | 231 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/old/51138-8.txt | 4574 | ||||
| -rw-r--r-- | old/old/51138-8.zip | bin | 69111 -> 0 bytes |
16 files changed, 17 insertions, 16367 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..673a7fd --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #51138 (https://www.gutenberg.org/ebooks/51138) diff --git a/old/51138-0.txt b/old/51138-0.txt deleted file mode 100644 index a9463a8..0000000 --- a/old/51138-0.txt +++ /dev/null @@ -1,4574 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of De Koopman van Venetië, by William Shakespeare - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - - -Title: De Koopman van Venetië - -Author: William Shakespeare - -Translator: Dr. L.A.J. Burgersdijk - -Release Date: February 6, 2016 [EBook #51138] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - - - -DE KOOPMAN VAN VENETIë. - - -PERSONEN: - - De Doge van Venetië. - De Prins van Marocco, } - De Prins van Arragon, } dingende naar Portia's hand. - Antonio, de koopman van Venetië. - Bassanio, zijn vriend. - Solanio, } - Salarino, } vrienden van Antonio en Bassanio. - Gratiano, } - Lorenzo, minnaar van Jessica. - Shylock, een rijke Jood. - Tubal, een Jood, zijn vriend. - Lancelot Gobbo, Shylocks knecht. - De oude Gobbo, vader van Lancelot. - Leonardo, bediende van Bassanio. - Balthazar, } - Stefano, } bedienden van Portia. - Portia, een rijke erfgename. - Nerissa, haar kamerjuffer. - Jessica, dochter van Shylock. - - Senatoren van Venetië, Beambten van het gerechtshof, een - Gevangenbewaker, Bedienden en verder Gevolg. - - -Het stuk speelt gedeeltelijk te Venetië, gedeeltelijk te Belmont, -het landgoed van Portia. - - - - - - - -EERSTE BEDRIJF. - - -EERSTE TOONEEL. - - -Venetië. Een straat. - -Antonio, Salarino en Solanio komen op. - - -ANTONIO. 'k Weet waarlijk niet, hoe ik zoo somber ben; -Ik ben het moe; gij zegt, dat zijt gij ook; -Maar hoe 't mij aanwoei, hoe ik er aan kwam, -Van welken aard het is, en hoe ontstaan, -Dat is me een raadsel; -Die somberheid maakt mij tot zulk een zwakhoofd, -Dat ik te nauwernood mijzelf herken. - -SALARINO. Uw geest wordt op den oceaan geslingerd, -Waar uw galjoenen, fier het zeil in top, -Als eed'len en grootburgers van de zee, -Door statigheid hun hoogen rang verkonden -En neerzien op de kleine handelsluî, -Die needrig buigend hem begroeten, als -Zij langs hen vliegen met geweven vleug'len. - -SOLANIO. Geloof mij, stond voor mij zoo veel op 't spel, -Het beste deel van mijn gedachten waar' -Ginds met mijn hoop aan 't dwalen. Telkens zou ik -Gras plukken om de windstreek na te gaan, -Op kaarten zien naar reeden, havens, hoofden; -En alles, wat mij onheil kon doen duchten -Voor schepen of voor lading, zou gewis -Mij somber maken. - -SALARINO. Mijn blazen, dat mijn soep bekoelde, joeg -Me een koude koorts op 't lijf, als ik bedacht, -Wat schade op zee een sterke wind kan doen. -Ik zag het zand niet loopen in het uurglas, -Of dacht ook reeds aan ondiepten en banken, -En zag mijn rijken Andries omgeslagen, -Den masttop lager dan de zijde in 't zand, -Als om zijn graf te kussen. Ging ik op -Ter kerke, zou het heilig steengevaart' -Mij fluks niet denken doen aan booze rotsen, -Die, raken zij mijn ranke kiel slechts aan, -Haar specerijen op den vloed verstrooien, -Mijn zijde als mantels spreiden over 't diep, -Kortom, wat pas nog schatten waard was, plotsling -Als niets doen zijn? Is 't denkbaar, dat mijn geest -Dit denken zou, en dan niet zou gaan denken -Hoe zulk een ongeval mij leed zou doen? -Neen, zeg maar niets; ik weet, Antonio -Is somber, wijl hij aan zijn zaken denkt. - -ANTONIO. Geloof mij, neen, want, dank zij mijn geluk, -Ik heb mijn goed niet aan één schip vertrouwd, -Niet aan één plaats, en mijn vermogen hangt -Niet af van 't slagen in een enkel jaar; -Daarom, 't is niet mijn handel, die me ontstemt. - -SALARINO. Nu, dan zijt gij verliefd. - -ANTONIO. Foei, foei! - -SALARINO. Ook niet verliefd? Nu, dan, dan zijt ge treurig, -Wijl gij niet vroolijk zijt, en zóó kondt gij -Ook lachen, springen, zeggend: "ik ben vroolijk, -Wijl ik niet treurig ben." Bij Janus' dubb'len kop, -Natuur brengt soms toch rare snuiters voort: -Die knijpt voortdurend de oogen toe van 't lachen, -Als bij een doedelzak een papegaai; -En de ander heeft zoo'n uitzicht van azijn, -Dat hij door lachen nooit zijn tanden toont, -Al deed een grap ook de' ouden Nestor schaat'ren. - -(Bassanio, Lorenzo en Gratiano komen op.) - -SOLANIO. Ziedaar Bassanio, uw eed'len neef, -Gratiano en Lorenzo; vaar nu wel; -Wij laten u in 't best gezelschap achter. - -SALARINO. 'k Had willen blijven, tot ge monter waart, -Maar thans, nu beter komt, moog' minder wijken. - -ANTONIO. Geloof me, heeren, ik waardeer u hoog, -Maar reken, dat uw zaken thans u roepen, -En gij nu vrijheid vindt om heen te gaan. - -SALARINO. Vaartwel dan, eed'le heeren. - -BASSANIO. Vrienden, zegt, -Wanneer weer eens een prettig samenzijn? -Wij zien elkaar zoo weinig; waartoe dit? - -SALARINO. Als 't u gelegen komt, wij zijn bereid. - - (Salarino en Solanio af.) - -LORENZO. Daar gij Antonio nu gevonden hebt, -Bassanio, willen wij u thans verlaten; -Maar denk op 't etensuur present te zijn. - -BASSANIO. Daar kunt gij vast op reeknen. - -GRATIANO. Gij ziet er niet goed uit, Antonio, -Gij trekt te veel u 's werelds zaken aan; -Wie daar zijn hart op zet, verliest zijn rust. -Geloof me, uw uitzicht is geheel veranderd. - -ANTONIO. Ik acht de wereld, vriend, zooals zij is, -Een speeltooneel, waar elk zijn rol op speelt; -De mijne is somber. - -GRATIANO. Ik speel dan den Nar. -'k Wacht dartlend, lachend, rimplige' ouderdom, -En laat, al drinkend, eer mijn lever schudden, -Dan dat, door ach en wee, mijn hart verkilt. -Waarom, als 't warme bloed nog stroomt, te zitten -Als grootvaârs marm'ren beeld? waartoe te slapen, -Als 't wakenstijd is? en de geelzucht zich -Op 't lijf te kniezen? Neen, Antonio, hoor, -Ik heb u lief en zoo spreekt nu mijn liefde: -Er is een slag van lieden, wier gelaat -Steeds ondoorschijnend is als stilstaand water, -Die eigenzinnig zwijgen altijd door, -Met doel om zich een dunk en roep te geven -Van wijsheid, waardigheid en diepen zin, -Als zeiden zij: "Ik ben 't orakel zelf, -En open ik den mond, dan blaff' geen hond"; -Die daarom slechts den naam van wijzen dragen, -Omdat zij nooit iets zeiden, doch voorwaar -Hun hoorders, als zij spraken, strafbaar maakten, -Wijl deez' hun broeders "dwazen" zouden noemen. -Doch meer hiervan een ander maal; gij, hengel -Dus niet met uw droefgeestigheid als aas -Naar narren-katvisch, dezen wijsheidsschijn. -Kom mee, Lorenzo.--Houd zoolang u goed; -Na 't eten krijgt gij 't einde van mijn toespraak. - -LORENZO. Ja, wij verlaten u tot na den noen; -Ik moet nu wel zoo'n wijze zwijger zijn, -Want Gratiano laat mij nooit aan 't woord. - -GRATIANO. Ja, klamp u vast aan mij twee jaren lang, -Dan kent gij zelfs uw eigen stem niet meer. - -ANTONIO. Vaarwel; op uw vermaan word ik een prater. - -GRATIANO. Zeer goed, want weet, dat zwijgen nooit behaagt, -Dan van gerookte tong en van een schuchtre maagd. - -(Gratiano en Lorenzo af.) - -ANTONIO. Heeft hij daar nu iets ter wereld gezegd? - -BASSANIO. Gratiano praat oneindig veel, dat niets is, meer dan eenig -mensch in geheel Venetië. Zijn verstandige gedachten zijn als twee -tarwekorrels in twee schepels kaf; gij kunt er den geheelen dag naar -zoeken, eer gij ze vindt; en als gij ze hebt, zijn ze de moeite van -'t zoeken niet waard. - -ANTONIO. Hoe 't zij, vertel mij nu, naar welke jonkvrouw -Gij in 't geheim die beêvaart zwoert te doen, -Waarvan gij mij vandaag vertellen zoudt? - -BASSANIO. Antonio, 't is u al te wel bekend, -Hoe zeer ik mijn vermogen heb verspild, -Door vrij wat weidscher, rijker staat te voeren, -Dan mijn gering fortuin verduren kon. -Maar 'k roep geen ach en wee, dat ik moet afzien -Van zulk een glans; mijn groote zorg is nu -Met eer die groote schulden af te doen, -Waarin mijn jeugd, die al te spilziek was, -Mij heeft verstrikt; Antonio, 'k ben aan u -Het meeste schuldig, geld niet slechts, maar liefde; -Diezelfde liefde is mij een borg, dat ik -U oop'ning doen mag van mijn plan, om al -Die schulden, die mij drukken, af te werpen. - -ANTONIO. Ik bid u, vriend Bassanio, deel het mee, -En kan het, even als gijzelf steeds doet, -Voor 't oog der eer bestaan, wees dan verzekerd, -Ikzelf, mijn beurs en al wat ik vermag, -'t Is alles 't uwe, voor uw dienst gereed. - -BASSANIO. Verloor ik in mijn schooltijd soms een pijl, -Dan schoot ik hem een tweeden van die soort, -Denzelfden weg uit, na, gaf beter acht, -Tot waar hij vloog, en, beide wagend, vond ik -Ze beide vaak. Dit kindervoorbeeld past, -Omdat wat volgt, ook louter onschuld is. -Gij gaaft mij veel, en, als een wilde knaap, -Verloor ik wat gij gaaft, maar waagt gij 't nu, -Een tweeden pijl denzelfden weg te schieten, -Den eersten achterna, ik maak mij sterk, -Daar ik zijn vlucht bespiê, ze beî te vinden, -Of breng, wat gij het laatste waagdet, weêr, -En blijf uw dankb're schuldnaar voor het eerste. - -ANTONIO. Gij kent mij toch; wat spilt gij dan uw tijd, -En neemt een kronklende' omweg tot uw vriend; -Gij grieft mij waarlijk dieper, als ge twijfelt, -Of ik voor u het uiterst wel zou doen, -Dan als gij heel mijn have hadt verspild. -Deel dus mij mee, wat gij van mij verlangt, -Wat gij vermeent, dat ik vermag te doen; -Ik ben bereid en daad'lijk; zeg het dus. - -BASSANIO. In Belmont woont een jonkvrouw, rijk in goedren, -In schoonheid rijk, en, rijker nog dan dit, -Ook rijk in deugden; uit haar oogen ving ik -Reeds vroeger lieve stomme tijding op. -Haar naam is Portia; ze is wedergâ -Van Cato's dochter, Brutus' Portia. -De wereld door is reeds haar roem verbreid; -Van 't uiterste eind der aard, van iedre kust, -Brengt iedre wind, om naar haar hand te dingen, -De bloem der jonglingschap. Haar zonnig haar -Golft om haar slapen als een gulden vlies; -En Belmont is een tweede Colchisch strand, -En menig Jason komt om haar te erlangen. -Antonio, vriend, o, had ik slechts de midd'len, -Om waardig mij met een van hen te meten, -Dan mocht ik,--onbedrieglijk spelt mij dit -Mijn hart, mijn ziel,--het hoogste heil verwachten. - -ANTONIO. Gij weet, mijn gansch vermogen is op zee; -Ik heb geen geld en ook geen koopmansgoedren, -Die ik verpanden kan; maar ga, beproef, -Wat in Venetië mijn krediet vermag; -Ik verg er 't uiterst van, om u naar eisch -Voor Portia, naar Belmont, uit te rusten, -Vraag na, waar geld beschikbaar is; ook ik -Doe 'tzelfde, en ben geen oogenblik bezorgd, -Dat men niet gaarne, en op mijn woord, mij borgt. - - (Beiden af.) - - - - -TWEEDE TOONEEL. - - -Belmonte. Een kamer in Portia's huis. - -Portia en Nerissa komen op. - - -PORTIA. Op mijn woord, Nerissa, mijn klein persoontje heeft van deze -groote wereld meer dan genoeg. - -NERISSA. Dat mocht zoo wezen, lieve jonkvrouw, als uw ellende evenzoo -bovenmatig was als thans uw geluk. Maar voor zoover ik zie, zijn -zij, die zich overladen met te veel, al even ziek, als zij, die aan -alles gebrek hebben. Het is daarom geen middelmatig geluk juist in -de middelmaat te zijn; overvloed krijgt vroeger grijze haren, maar -juist van pas leeft langer. - -PORTIA. Goede spreuken, en goed voorgedragen. - -NERISSA. Nog beter zouden zij wezen, als zij goed werden opgevolgd. - -PORTIA. Als doen even gemakkelijk was, als weten, wat goed is te doen, -dan waren kapelletjes kerken, dagloonerswoningen vorstenpaleizen -geworden. Het is een goed geestelijke, die zijn eigen voorschriften -opvolgt; ik kan gemakkelijker aan twintig menschen leeren, wat zij -moeten doen om goed te doen, dan een van de twintig zijn en mijn eigen -lessen opvolgen. Het brein kan wel wetten voor het gestel uitdenken, -maar een vurig bloed springt over een koel voorschrift heen; zulk een -haas is de jongeling Onverstand, dat hij heenwipt over het net van -Goeden Raad, den kreupele. Maar dit redeneeren helpt mij volstrekt -niet bij het kiezen van een man.--O wee, dat woord kiezen! Ik mag niet -kiezen, dien ik zou willen, en niet afwijzen dien ik niet mag lijden; -en zoo is de wil van een levende dochter aan banden gelegd door den -wil van een dooden vader.--Is het niet hard, Nerissa, dat ik niemand -kiezen mag, en ook niemand afwijzen? - -NERISSA. Uw vader was een braaf man, en vrome menschen hebben bij hun -dood goede ingevingen. Daarom zal bij de loterij, die hij uitgedacht -heeft van die drie kastjes van goud, zilver en lood, (waardoor -hij, die in zijn geest kiest, u kiest,) zonder eenigen twijfel door -niemand de echte keus gedaan worden dan door een, die u echte liefde -toedraagt. Maar hoe staat het met de warmte van uw genegenheid jegens -een van de vorstelijke aanbidders, die alreeds gekomen zijn? - -PORTIA. O, wees zoo goed en noem ze op; als gij ze noemt, zal ik ze -u beschrijven; en naar mijn beschrijving moogt ge mijn genegenheid -afmeten. - -NERISSA. Vooreerst dan, de Napelsche prins. - -PORTIA. O, die is inderdaad een veulen, want hij doet niets dan van -zijn paard spreken; en hij vindt het een belangrijk toevoegsel aan -zijn begaafdheden, dat hij het zelf beslaan kan; ik vrees inderdaad, -dat mevrouw zijn moeder valsch spel speelde met een hoefsmid. - -NERISSA. Dan verder de paltsgraaf. - -PORTIA. Die zet altijd een zuur gezicht, alsof hij zeggen wou: -"Ben ik voor u niet goed genoeg, geen nood". Hij hoort vroolijke -kwinkslagen en vertrekt geen spier; ik vrees, dat, als hij oud wordt, -hij de weenende philosoof zal wezen in eigen persoon, daar hij nu in -zijn jeugd al zoo onhebbelijk somber is. Ik was liever getrouwd met -een doodshoofd, zoo met twee gekruiste knoken er onder, dan met een -van die beiden. God beware mij voor alle twee! - -NERISSA. Wat zegt gij dan van den Franschen heer, Monsieur Le Bon? - -PORTIA. God schiep hem, laat hem daarom voor een man doorgaan. Ik weet, -dat het zonde is een spotter te zijn, maar hij! Hij heeft een paard, -beter dan de Napolitaan, een beter slechte gewoonte van zuurkijken -dan de paltsgraaf; hij is iedereen en niemand; als een lijster zingt, -begint hij dadelijk kapriolen te maken; hij zou kunnen vechten met zijn -eigen schaduw. Als ik hèm nam, nam ik vijftig mannen te gelijk. Als -hij mij versmaadde, zou ik het hem vergeven; want al had hij mij lief -tot razend wordens toe, ik zou niets van hem willen weten. - -NERISSA. Wat hebt ge dan te zeggen tegen Faulconbridge, den jongen -Engelschen baron? - -PORTIA. Ge weet, ik zeg niets tegen hem, want hij verstaat mij niet -en ik hem ook niet; hij kent geen Latijn of Fransch noch Italiaansch, -en wat mijn Engelsch betreft, gij kunt gerust voor het gerecht een -eed gaan doen, dat het geen armzaligen duit waard is. Hij is het -afbeeldsel van een knap man, maar, ik bid u, wie kan omgaan met een -stom beeld? En hoe bespottelijk kleedt hij zich! Ik geloof, dat hij -zijn kamizool in Italië, zijn pof broek in Frankrijk, zijn muts in -Duitschland en zijn manieren overal heeft opgedaan. - -NERISSA. Wat denkt ge van zijn buurman, den Schotschen lord? - -PORTIA. Dat hij wezenlijk wel christelijke liefde tot zijn naaste -bezit, want hij borgde laatst een oorveeg van den Engelschman, -en zwoer, dat hij hem dien terug zou betalen, zoodra hij in de -gelegenheid zou wezen; ik denk, dat de Franschman zijn borg werd en -voor den ander onderteekende. - -NERISSA. Hoe bevalt u de jonge Duitscher, de neef van den hertog -van Saksen? - -PORTIA. Afschuwelijk in den morgen, als hij nuchter is, en -allerafschuwelijkst in den middag, als hij beschonken is; als hij -op zijn best is, is hij toch nog altijd iets minder dan een mensch, -en als hij op zijn slechtst is, is hij nauwlijks meer dan een dier; -als het ergste mocht gebeuren, dat gebeuren kan, hoop ik toch, dat -ik wel een uitvlucht zal vinden om hem vrij te loopen. - -NERISSA. Als hij zich mocht aanmelden om te kiezen en het rechte -kastje koos, dan zoudt ge toch weigeren uws vaders uitersten wil te -volbrengen, als gij weigerdet hem te nemen. - -PORTIA. Daarom bid ik u, om het ergste te voorkomen, zet een flinken -roemer Rijnwijn op het verkeerde kastje; want als de duivel er in -was en deze verzoeking van buiten er bij, dan weet ik, dat hij het -zou kiezen. Alles liever, Nerissa, dan met een spons te moeten trouwen. - -NERISSA. Gij behoeft niet beducht te wezen, mejonkvrouw, dat gij -een van deze heeren zult krijgen, want zij hebben mij hun besluit -meegedeeld, en dat is, waarlijk, naar huis te gaan en u niet verder met -hun aanzoek lastig te vallen, tenzij gij op een andere wijze te winnen -waart, dan door de bepaling van uw vader, ten opzichte van de kastjes. - -PORTIA. Al word ik zoo oud als Sibylla, wil ik toch zoo kuisch als -Diana sterven, tenzij ik gewonnen word op de wijze van mijns vaders -uitersten wil. Ik ben blij, dat dit partijtje vrijers zoo verstandig -is, want er is er niet één bij of ik smacht naar zijn afzijn, en ik -bid God, hun een voorspoedige heenreis te verleenen. - -NERISSA. Herinnert gij u niet, mejonkvrouw, uit den tijd dat uw vader -nog leefde, een Venetiaan, die man van studie en krijgsman te gelijk -was, en die hierheen kwam als metgezel van den markies van Montferrat? - -PORTIA. Ja, ja; het was Bassanio;--ik geloof ten minste, dat hij -zoo heette. - -NERISSA. Juist, mejonkvrouw. Van alle mannen, die mijn dwaze oogen -ooit gezien hebben, was hij wel het meest een schoone vrouw waard. - -PORTIA. Hij staat mij nog goed voor, en naar mijn herinnering is uw -lof niet onverdiend.--Wel, wat is er? - -(Een Bediende, komt op.) - -BEDIENDE. Mejonkvrouw, de vreemde heeren vragen naar u om afscheid -te nemen; en zoo even komt daar een voorrijder van een nieuwen, den -prins van Marocco, die het bericht brengt, dat de prins, zijn meester, -nog van avond hier zal zijn. - -PORTIA. Als ik dien nieuwen zoo van ganscher harte welkom kon -heeten, als ik de anderen vaarwel zeg, zou ik verheugd wezen over -zijn aankomst, als hij het binnenste heeft van een heilige en de -huidkleur van een duivel, - - Dan groette ik liever hem als boetgezant, - Dan dat ik hem mijn hand verpand. - -Kom, Nerissa.--Knaap, ga voor, maak voort.-- - - Gaat één vrijer uit de poort, - Dan wordt weer de stap van een ander, die nadert, gehoord. - - - (Allen af.) - - - - -DERDE TOONEEL. - - -Venetië. Een plein. - -Bassanio en Shylock komen op. - - -SHYLOCK. Drieduizend dukaten,--goed! - -BASSANIO. Voor drie maanden, Shylock. - -SHYLOCK. Voor drie maanden--goed! - -BASSANIO. En, zooals ik zeide, Antonio zal er borg voor zijn. - -SHYLOCK. Antonio zal er borg voor zijn,--goed! - -BASSANIO. Kunt gij mij helpen? Wilt ge mij het genoegen doen? Mag ik -uw antwoord weten? - -SHYLOCK. Drieduizend dukaten, voor drie maanden, en Antonio borg. - -BASSANIO. En uw antwoord--? - -SHYLOCK. Antonio is een goed man. - -BASSANIO. Hebt gij ooit eenigszins het tegendeel van hem gehoord? - -SHYLOCK. O, neen, neen, neen, neen;--maar ik meende, toen ik zeide, -dat hij een goed man is, zooals ge wel begrijpt, dat hij er goed voor -is,--hoewel van zijn goed kan men eigenlijk maar bij onderstelling -spreken; hij heeft een galjoen op weg naar Tripoli, een ander naar -Indië, en hij heeft, zooals ik op den Rialto vernam, een derde naar -Mexico, een vierde naar Engeland--en hij heeft nog meer varende -have,--overal verspreid. Maar schepen zijn maar planken en matrozen -zijn maar menschen, en er zijn landratten en waterratten, landdieven -en waterdieven, ik bedoel zeeroovers; en dan heb je nog het gevaar -van water en wind en klippen; maar toch, de man is er wel goed voor; -drieduizend dukaten;--mij dunkt, ik zou zijn borgtocht wel kunnen -aannemen. - -BASSANIO. Daar kunt ge zeker van zijn. - -SHYLOCK. Ik wil er zeker van zijn; en om er zeker van te zijn, wil -ik er mij op bedenken;--zou ik Antonio eens kunnen spreken? - -BASSANIO. Als ge lust hebt, met ons te eten,-- - -SHYLOCK. Nah, om varkensvleesch te ruiken, om te eten van de woning, -waar uw profeet, de Nazarener, den duivel in verbannen heeft? ik -wil met u handelen en wandelen, gaan en staan, koopen en verkoopen, -en zoo voort; maar ik wil niet eten met u, niet drinken met u, niet -bidden met u. Wat nieuws is er op den Rialto?--Wie komt daar aan? - -BASSANIO. Het is signore Antonio. - -(Antonio komt op.) - -SHYLOCK (ter zijde). Hoe lijkt hij een deemoedig tollenaar! -Ik haat hem reeds, dewijl hij Christen is, -En meer nog, wijl, in lage onnoozelheid, -Hij gratis geld leent en de rente drukt, -Die we anders in Venetië konden maken. -Gelukt het me eens, hem bij de heup te pakken, -Dan vier ik de' ouden wrok, dien 'k heb, toch bot; -Hij haat ons heilig volk, en vloekt, juist daar, -Waar alle kooplui plegen saam te komen, -Op mij, mijn zaken en mijn eerlijk winstje; -Dat noemt hij woeker. Zij mijn stam vervloekt, -Als ik 't vergeef! - -BASSANIO. Hé, Shylock, wilt gij hooren? - -SHYLOCK. Ik rekende uit, hoeveel ik wel in kas heb; -Zoo ver ik uit het hoofd het ramen kan, -Kan ik die volle somma van drieduizend -Dukaten zelf niet leev'ren. Maar wat doet dit? -Tubal, een rijk Hebreër van mijn stam, -Zal mij wel helpen.--Maar voor hoeveel maanden -Verlangt gij 't geld?--(Tot Antonio.) Signore, welkom hier; -Wij spraken juist daar van uw edelheid. - -ANTONIO. Shylock, hoewel ik, als ik gelden voorschiet -Of opneem, nimmer winsten neem noch geef, -Wil ik, om thans mijn vriend in nood te helpen, -Met die gewoonte breken.--(Tot Bassanio.) Weet hij reeds, -Hoeveel gij wenscht? - -SHYLOCK. Drieduizend, ja, dukaten. - -ANTONIO. En voor drie maanden. - -SHYLOCK. O, dat vergat ik,--voor drie maanden, ja. -En gij zijt borg, ja goed,--maar hoorde ik wel -Gij neemt of geeft geen intrest, als ge gelden -Voorschiet of opneemt, zegt ge? - -ANTONIO. 'k Doe het nooit. - -SHYLOCK. Toen Jakob nog de schapen Labans weidde,-- -Hij was van onzen vader Abram af -(Door 't schrander overleg van zijne moeder) -De derde patriarch,--jawel, de derde,-- - -ANTONIO. Wat wilt ge zeggen? leende hij op intrest? - -SHYLOCK. Neen, neen; hij nam geen interest, niet wat gij -Zoo intrest noemt; merk op, wat Jakob deed. -Toen tusschen hem en Laban de afspraak was, -Dat al 't geplekte en zwarte van de lamm'ren -Als Jakobs loon zou gelden, en de herfsttijd -Weer de ooien met de rammen samenbracht -En 't wolvee welig aan het paren ging, -Toen nam de ervaren herder popelroeden -En schilde ze met strepen en hij lei ze, -Wanneer de dieren paarden, op de drinkplaats, -Voor de oogen van de ritsige ooien neer, -Die, zoo ontvangend, in den lammertijd -Geplekte jongen wierpen, Jakobs deel. -Zoo nam hij toe in welstand, werd gezegend; -Want winst is zegen, als men 't maar niet steelt. - -ANTONIO. Dan diende Jakob, man, op goed geluk; -Het stond niet in zijn macht dit te bewerken; -Des hemels hand bestuurde en schikte 't zoo. -Meldt dit de schrift om woeker te rechtvaardigen, -Of is uw goud en zilver, ooi en ram? - -SHYLOCK. 'k Weet niet, ik laat het even snel vermeerdren;-- -Maar hoor, Signore. - -ANTONIO. Merk dit op, Bassanio; -De duivel zelf beroept zich op de schrift. -Een boos gemoed, dat heil'ge woorden spreekt, -Is als een fielt met liefelijken lach; -Een schijnschoone appel, maar in 't hart verrot; -O, glanzend schoon is 't uiterlijk der valschheid! - -SHYLOCK. Drieduizend--'t is een goede ronde som! -Drie maand, een verreljaars, laat zien dat maakt-- - -ANTONIO. Nu, Shylock, kunnen we op u reeknen, zeg? - -SHYLOCK. Signore Antonio, meermalen, vaak, -Hebt gij me op den Rialto doorgehaald -Ter zake van mijn leenen en mijn rente; -Ik zeide niets, maar trok de schouders op, -Want dulden is het erfdeel van ons volk. -Gij scholdt mij voor een onbekeerde, een bloedhond, -Gij spuwdet op mijn tabbaard--en dat alles, -Omdat ik weet te hand'len met wat mijn is. -Welnu, thans blijkt het, dat ge mij behoeft, -Zoo is 't; thans komt ge tot mij, en gij zegt: -"Shylock, wij wenschen geld"; en dat zegt gij, -Gij, die mijn baard bespuwdet, met den voet -Mij stiet, zooals ge een vreemden hond zoudt schoppen -Van uwen drempel, thans verlangt gij geld! -Wat moet ik tot u zeggen? moet ik zeggen: -"Heeft een hond geld? Is 't mooglijk, dat een bloedhond -Drieduizend stukken gouds u leent?" Of moet ik -Ten grond toe buigen, en gelijk een schuldnaar -Met fluisterstem, waar needrigheid in suist, -Dus spreken: -"Uw edelheid heeft Woensdag mij bespuwd, -Op dien dag weggeschopt, een ander maal -Mij hond genoemd; voor zooveel vriendelijkheid -Leen ik u zooveel geld?" - -ANTONIO. Ik was in staat u weder zoo te noemen, -U weer te spuwen, met den voet te stooten. -Wilt gij dit geld ons leenen, leen het niet -Als aan uw vrienden,--vriendschap zou geen vrucht -Van dood metaal ooit eischen van zijn vriend,-- -Maar leen 't veeleer uw vijand uit, want blijft -Die in gebreke, des te scherper kunt gij -Het uiterste eischen. - -SHYLOCK. Zie toch, welk een drift! -Ik wilde uw vriend zijn, vriendlijkheid u toonen, -Den smaad vergeten, dien 'k verduren moest, -Het noodige u verschaffen, en voor rente -Geen duit zelfs eischen, maar gij hoort niet eens; -Mijn aanbod is toch vriendlijk. - -ANTONIO. 't Zou vriendlijk zijn. - -SHYLOCK. Ik doe die vriendlijkheid.-- -Ga mee naar den notaris, teeken daar -Uw schuldbrief op uw naam; uit louter scherts, -Opdat gij ziet, dat ik geen winst verlang, -Als gij mij niet op den bepaalden dag, -En daar of daar, die som of die, zooals -Uw schuldbekentnis luiden zal, betaalt, -Zij deze boete vastgesteld, dat ik -Een zuiver pond mag snijden van uw vleesch, -Uit welk deel van uw lichaam ik verkies. - -ANTONIO. Het zij zoo; op mijn woord; ik teeken 't stuk, -En zeg: ook bij een jood is vriendlijkheid. - -BASSANIO. Neen, teeken zulk een borgtocht niet voor mij; -Veel liever blijf ik nog in mijn ellend'. - -ANTONIO. Kom, vriend, geen angst; want ik betaal op tijd. -In minder dan twee maanden, dus een maand -Vóór ik 't behoef, verwacht ik schepen binnen, -In waarde tien-, ja, twintigmaal deez' som. - -SHYLOCK. O vader Abram! hoe de christnen toch, -Omdat zij zelf hardvochtig zijn, van andren -Hetzelfde denken!--'k Bid u, zeg, zou mij, -Als hij eens in gebreke bleef, het innen -Der afgesproken boete voordeel zijn? -Een pondje menschenvleesch, gesneden van -Een man, is niet zoo goed, niet te verhandlen -Als vleesch van rund of schaap. Ik zeide, ik wensch -Zijn gunst, en bied mijn diensten. Neemt hij -Die aan, zeer gaarne; weigert hij, 't zij uit; -Maar smaad mij niet, ik bid u, om mijn goedheid. - -ANTONIO. Shylock, ik ben bereid het stuk te teek'nen. - -SHYLOCK. Gij ziet mij daadlijk weer, bij den notaris; -Geef gij hem op, wat hij te stellen heeft, -Met onze scherts er bij; ik zorg voor 't geld -En pak het in, en 'k moet ook naar mijn huis, -Waarop een dienaar past, die niet te best -Betrouwbaar is, maar spoedig ben ik bij u. - - (Shylock af.) - -ANTONIO. Zoo haast u, goede jood.--Zie, deez' Hebreër -Wordt waarlijk nog een christen; hij wordt goed. - -BASSANIO. 'k Vertrouw geen goedheid van een boos gemoed. - -ANTONIO. Geen zorg; ik heb geen roekloosheid begaan; -Mijn schepen zijn een maand vooruit wel aan. - - (Beiden af.) - - - - - - - -TWEEDE BEDRIJF. - - -EERSTE TOONEEL. - - -Belmont. Een vertrek in Portia's woning. - -Trompetgeschal. De Prins van Marocco met zijn Stoet, Portia, Nerissa -en anderen van haar Gevolg komen op. - - -MAROCCO. Versmaad mij om mijn kleur niet; 't is de donkre -Livrei der helle zon, in wier nabijheid -Ik ben geboren en mijn zetel heb. -Maar koom' de blankste jongling van het noorden, -Waar Febus' gloed de ijskegels nauwlijks smelt, -En om uw min verwond' zich elk van ons, -Tot proef, wiens bloed het roodst is, 't zijn of 't mijn. -'k Verklaar u, jonkvrouw, dit gelaat deed zelfs -Den stoutste sidd'ren; 'k zweer u bij mijn min, -Dat het de fierste maagden van het zuid -Bekoren kon; en 'k ruilde niet mijn kleur, -Dan om, mijn koningin, uw hart te stelen. - -PORTIA. Mijn keuze, prins, wordt niet alleen geleid -Door wat een ijdel meisjeshart begeert; -De loterij, waaraan mijn toekomst hangt, -Ontneemt mij zelfs het recht van eigen keus; -Maar had mijn vader in zijn wijsheid mij -Niet zoo beperkt, en mij niet opgelegd -Slechts hem als echtgenoot te aanvaarden, die -Mij op de wijze wint, die ik u noemde, -Dan ware uw uitzicht, wijdvermaarde prins, -Wel even schoon als dat van eenig ander, -Die vóór u naar mij dong. - -MAROCCO. Reeds hiervoor dank. -Ik bid u dus, geleid mij tot de kastjes, -Om mijn geluk te toetsen. Bij deez' kling,-- -Die aan den Sophi, en een Perzisch prins, -Voor wien de Sultan Soliman driemaal -Het veld moest ruimen, 't leven nam,--ik zou -Den fiersten blik der aard nog overfonklen, -Het kloekste hart der aard nog overtrotsen, -Aan de berin haar zuiglingwelpen nemen, -Den leeuw beschimpen, brullende om een prooi, -Voor uw bezit, signora. Maar helaas! -Als Hercules en Lichas met den teerling -Uitmaken wie het dapperst is, dan doet -Wellicht de zwakste hand den hoogsten worp, -En moet Alcides voor zijn schildknaap wijken; -En zoo kan mij, als blind geluk beslist, -Ontgaan, wat aan een mindren man ten deel valt, -Zoodat ik sterf van smarte. - -PORTIA. Zoo is 't lot! -Beslis dus, dat gij afziet van de keus, -Of zweer vooraf, dat, als gij aav'rechts kiest, -Gij u verbindt om nimmermeer een vrouw -Ten echt te vragen. Overweeg dus wel. - -MAROCCO. Ik zweer het, nimmer! Kom, de keus gewaagd! - -PORTIA. Neen, eerst uw eed voor 't altaar. Na den noen -Beproeft ge uw lot. - -MAROCCO. Gelukstèr, toon uw macht, -Nu 't zaligst heil of diepste ellend' mij wacht! - - (Trompetgeschal. Allen af.) - - - - -TWEEDE TOONEEL. - - -Venetië. Een straat. - -Lancelot Gobbo komt op. - - -LANCELOT. Zeker, mijn geweten zal wel toegeven, dat ik van dezen jood, -mijn meester, wegloop. De booze is mij op de hielen, en verzoekt mij, -en zegt: "Gobbo, Lancelot Gobbo", of "goede Gobbo", of "goede Lancelot -Gobbo, sta op, haal je beenen na je, loop weg". Mijn geweten zegt: -"neen; pas op, brave Lancelot", of, zooals daareven, "brave Lancelot -Gobbo, ga niet op den loop; stamp met je hielen, dat je den brui geeft -van dat wegloopen". Goed, maar de verbenedijde booze drijft mij aan, -mij weg te pakken, en zegt: "Loop" zegt de booze, "voort!" zegt de -booze, "in 's hemels naam; heb een hart in 't lijf", zegt de booze, -"en loop weg". Goed, maar mijn geweten werpt zich om den hals van mijn -hart en zegt op wijzen toon tot mij: "mijn brave vriend Lancelot, -gij zoon van een braaf man",--of liever van een brave vrouw, want, -inderdaad, van mijn vader gesproken, daar was wel een luchtje aan, -hij had zoo zekere neigingen, zoo wat smaak in--, nu, mijn geweten -dan zegt: "Lancelot, blijf", "blijf niet" zegt de booze; "blijf", -zegt mijn geweten. Geweten, zeg ik, uw raad is goed; Booze, zeg ik, -uw raad is ook goed; als ik aan mijn geweten gehoor geef, zou ik -blijven bij den jood, mijn meester, die (God straffe mij, als ik -lieg!) een soort van duivel is: en als ik van den jood wegliep, -zou ik aan den booze gehoor geven, die, met verlof gezegd, de Duivel -zelf is. Want dit is zeker, dat de jood de gevleeschelijkte duivel -is; en, op mijn geweten, mijn geweten is een hard soort van geweten, -dat het mij wil aanraden bij den jood te blijven. De booze geeft mij -den besten vriendenraad; ik wil op den loop gaan, Booze; mijn hielen -zijn tot uw dienst; ik wil op den loop gaan. - -(De oude Gobbo komt op, met een mand.) - -GOBBO. Mosjeu, jonge heer, gij, wees zoo goed en zeg mij, wat is de -weg naar mijnheer den jood zijn huis? - -LANCELOT (ter zijde). Och hemel, daar is mijn echte vleeschelijke -vader; hij heeft meer dan zand, hij heeft kiezel in zijn oogen en -kent mij niet.--Ik wil toch eens wat excrementen met hem nemen. - -GOBBO. Mosjeu, jonge heer, wees zoo goed en zeg me, wat is de weg -naar mijnheer den jood zijn huis? - -LANCELOT. Sla bij den eersten draai rechtsom, maar bij den allereersten -draai linksom; maar onthoud, sla bij den allerallereersten draai -noch rechts noch links om, maar sla dadelijk na een poos kaarsrecht -af naar het huis van den jood. - -GOBBO. Sapperment, dat zal een moeilijke weg wezen om te vinden. Kunt -ge mij zeggen, of zekere Lancelot, die bij hem dient, bij hem dient -of niet? - -LANCELOT. Spreek je van den jongen mosjeu Lancelot?--(Ter zijde). Nu -opgepast, nu leg ik hem het vuur aan de schenen.--Spreek je van den -jongen mosjeu Lancelot? - -GOBBO. Geen mosjeu, heer, maar de zoon van een armen drommel; zijn -vader is, al zeg ik het zelf, een brave doodarme kerel, en, Gode zij -dank, heel welvarend. - -LANCELOT. Wel, laat zijn vader wezen wat hij wil, wij spreken nu van -den jongen mosjeu Lancelot. - -GOBBO. Uw gehoorzame dienaar, en Lancelot kortaf, heer. - -LANCELOT. Maar ik bid je, ergo, oude man, ergo, verzoek ik je, spreek -je van den jongen mosjeu Lancelot? - -GOBBO. Uw edeles dienaar, en Lancelot, heer. - -LANCELOT. Ergo, mosjeu Lancelot; spreek niet van mosjeu Lancelot, -vadertje; want die jonge heer heeft, ten gevolge van de noodlotten -en lotsbeschikkingen en zulke vreemde gezegdens meer, de drie -schikgodinnen en verdere geleerdhedens, het tijdelijke met het eeuwige -verwisseld, of, om het platweg uit te drukken, hij is ter--hemel -gevaren. - -GOBBO. Och, och, God beware! de jongen was zoowaar de staf van mijn -ouderdom, mijn eenige steunpilaar. - -LANCELOT (ter zijde). Zie ik er uit als een knuppel of een tentpaal, -een staf of een pilaar?--Ken je mij niet, vader? - -GOBBO. Ach hemel, ik ken u niet, jonge heer; maar ik bid u, zeg me, -is mijn jongen, (God hebbe zijn ziel!) levend of dood? - -LANCELOT. Ken je mij niet, vader? - -GOBBO. Helaas, mijnheer, ik ben half blind, ik ken u niet. - -LANCELOT. Neen, maar waarlijk, al hadt je je oogen, dan zou het nog -wel kunnen gebeuren, dat je mij niet kende; 't is een wijs vader, die -zijn eigen kind kent. Komaan, oude man, ik zal je van je zoon bericht -geven. (Hij knielt.) Geef mij uw zegen! De waarheid komt altijd aan -het licht; een moord kan niet lang verborgen blijven, wel de zoon -van een vader; maar toch, ten langen leste, komt de waarheid uit. - -GOBBO. Ik bid u, heer, sta op; ik weet zeker, dat gij Lancelot, -mijn jongen, niet zijt. - -LANCELOT. Kom, ik bid je, alle gekheid op een stokje, maar geef -mij je zegen; ik ben Lancelot, je jongen die was, je zoon die is, -je kind dat wezen zal. - -GOBBO. Ik kan niet gelooven, dat gij mijn zoon zijt. - -LANCELOT. Dan weet ik ook niet, wat ik er van denken moet, maar ik -ben Lancelot, bij den jood in dienst, en, dat weet ik zeker, Margriet, -je vrouw, is mijn moeder. - -GOBBO. Ja wezenlijk, ze heet Margriet; en ik wil er op zweren, als -je Lancelot bent, dat je dan mijn eigen vleesch en bloed bent. Maar, -bij God en al zijn heiligen, wat een baard heb je gekregen; je hebt -meer haar gekregen aan je kin, dan Hans, mijn sleeppaard, aan zijn -staart heeft. - -LANCELOT. Dan lijkt het wel, dat Hans zijn staartharen achteruit -groeien; toen ik hem het laatst gezien heb, had hij bepaald meer -haren in zijn staart dan ik nu op mijn gezicht heb. - -GOBBO. Heerejé, wat ben je veranderd! En kun je met je meester nog al -overweg? Ik heb hem een present meegebracht. Hoe sta je tegenwoordig -met elkaar? - -LANCELOT. Zóó, zóó,--; maar voor mijn part, daar ik het er op gezet -heb om van hem weg te loopen, zoo wil ik niet rusten, voor ik een heel -eind achter de hielen heb. Mijn meester is een echte jood; hem een -present brengen! geef hem een strop. Ik ben in zijn dienst verhongerd; -je kunt iederen vinger, dien ik heb, met mijn ribben tellen. Vader, -ik ben blij, dat je gekomen bent; maar geef je present aan zekeren -heer Bassanio, die wezenlijk prachtige nieuwe livreien geeft; als ik -niet bij hem terecht kan komen, wil ik loopen, zoo ver Gods aardbodem -reikt.--O, wat een tref, wat een geluk! daar komt hij aan;--naar hem -toe, vader; want ik ben een jood, als ik nog langer bij den jood blijf. - -(Bassanio komt op, met Leonardo en andere Bedienden.) - -BASSANIO. Zoo kun je het wel doen;--maar je moet er zoo veel spoed -achter zetten, dat het avondmaal op zijn laatst tegen vijf uur gereed -is. Bezorg deze brieven; maak dat de livreien in orde komen en verzoek -Gratiano dadelijk bij mij te komen in mijn huis. - - (Een Bediende gaat heen.) - -LANCELOT. Nu naar hem toe, vader. - -GOBBO. God zegene uwe edelheid. - -BASSANIO. Dank je zeer; wou je iets van mij hebben? - -GOBBO. Hier is mijn zoon, heer, een arme jongen. - -LANCELOT. Niet een arme jongen, heer, maar de knecht van den rijken -jood; en die graag, heer, zooals mijn vader zal spezivizeeren-- - -GOBBO. Hij heeft een groote infectie, heer, om zoo te zeggen, om -bij u-- - -LANCELOT. Inderdaad, heer, het kort en het lang van de zaak is, dat -ik bij den jood in dienst ben, en declinatie heb, zooals mijn vader -zal spezivizeeren-- - -GOBBO. Zijn meester en hij, met verlof van uw edelheid, leven zoo -wat als kat en hond,-- - -LANCELOT. Om kort te gaan, de zuivere waarheid is, heer, dat de jood -mij verongelijkt heeft, en dat maakt, zooals mijn vader, die naar ik -hoop een oud man is, u fructivizeeren zal-- - -GOBBO. Ik heb hier een duivenschoteltje, dat ik aan uw edelheid wensch -te vereeren, en mijn verzoek is,-- - -LANCELOT. Om zoo kort mogelijk te zijn, het verzoek interruppeert -mijzelf, zooals uw edelheid hooren zal van dezen braven ouden man, -die, al zeg ik het zelf, schoon een oud man, toch een arm man en mijn -vader is. - -BASSANIO. Niet beiden te gelijk;--wat wil je? spreek! - -LANCELOT. Bij u in dienst komen, heer. - -GOBBO. Ja, dat is het, dat wij u willen opponeeren, heer. - -BASSANIO. Ik ken u wel; 't verzoek is toegestaan; -Shylock, uw heer, beval vandaag u aan -Voor deez' bevordring, zoo 't bevordring is, -Uit zulk een dienst als van een rijken jood, -Te komen bij een armen edelman. - -LANCELOT. Het oude gezegde, heer, is zeer goed verdeeld tusschen mijn -meester Shylock en u; gij hebt de genade Gods, heer, en hij heeft -vele goederen. - -BASSANIO (tot Lancelot). Zeer juist. (Tot Gobbo.) Ga heen nu, vader -met uw zoon,-- -Neem afscheid van uw vroeg'ren heer en kom -Dan aan mijn huis.--(Tot zijn Bedienden.) Bezorgt hem een livrei, -Wat meer bestrikt dan de andre; let daarop. - -LANCELOT. Kom, vader.--Neen, ik kan geen dienst krijgen; wel neen, -ik heb mijn tongetje niet tot mijn dienst.--Nu, (Hij bekijkt de -binnenvlakte van zijn hand.) als er in Italië iemand zoo'n mooie -handpalm heeft om op de schrift te zweren! of ik ook geluk zal -hebben!--Kijk eens, welk een onnoozel levenslijntje; 't is me daar -een kleinigheidje vrouwen; acht, tien, vijftien vrouwen is nog niets: -elf weduwen en negen jonge dochters is wel een onnoozel inkomen voor -één man; en dan, driemaal bijna te verdrinken, en mijn leven haast -te verliezen aan den rand van een veerenbed;--dat noem ik er genadig -afkomen! Ik moet zeggen, als Fortuin een vrouw is, dan is zij in dà t -opzicht een goeie meid.--Kom, vader; ik zal in een ommezientje klaar -wezen met dat afscheidnemen van den jood. - - (Lancelot en de oude Gobbo af.) - -BASSANIO. Ik bid u, Leonardo, denk hieraan; -En kom, is dit gekocht en alles klaar, -Terstond terug, want al mijn goede vrienden -Onthaal ik dezen avond. Haast u, ga. - -LEONARDO. Ik doe mijn best; gij zult tevreden zijn. - -(Gratiano komt op.) - -GRATIANO. Waar is uw meester? - -LEONARDO. Heer, daar gaat hij juist. - - (Leonardo af.) - -GRATIANO. Signor Bassanio!-- - -BASSANIO. Gratiano! - -GRATIANO. Ik wensch een gunst van u! - -BASSANIO. Ze is toegestaan. - -GRATIANO. Ja, toestaan moet ge; ik moet met u naar Belmont. - -BASSANIO. Wat moet, dat moet; maar hoor dan toch, Gratiano, -Gij zijt te wild, te ruw, te luid van stem; -'t Gaat u goed af, en is volstrekt geen fout -In oogen zooals de onze; maar het wordt, -Waar men u zoo niet kent, al licht te vrij, -Te dol gevonden;--temper, zoo gij kunt, -Met enkle koude drupp'len stemmigheid -Uw dart'len geest; opdat ik, door uw woestheid, -Niet word' miskend, en wat ik wensch en hoop -Niet derven moog'. - -GRATIANO. Gerust maar, vriend Bassanio; -Hul ik mij niet in stemmige eerbaarheid, -Praat ik niet deftig, vloek slechts nu en dan, -En is mijn blik niet zedig, draag ik niet -Een kerkboek in mijn zak, en houd ik niet -Mijn hoed voor de oogen bij 't gebed, en zucht -Ik niet, en zeg ik niet ootmoedig "amen", -Neem ik naar eisch niet iedren vorm in acht, -Als een, die om de gunst van grootmama -Een uitgestreken facie toont, geloof mij -Dan in 't vervolg nooit meer. - -BASSANIO. Wij zullen zien, -Hoe gij u houden zult. - -GRATIANO. Maar, vriendlief, hoor, -Deze avond geldt nog niet, gij moogt mij niet -Verkett'ren om van avond. - -BASSANIO. Zeker niet, -Dat zou wel jammer zijn, ik zou u eer -Verzoeken uitgelaten dol te wezen, -Want onze vrienden willen vroolijkheid. -Doch nu vaarwel; ik heb nog wat te doen. - -GRATIANO. En ik moet naar Lorenzo en de vrienden, -Maar kom met hen van avond goed op tijd. - - - - -DERDE TOONEEL. - - -Aldaar. Een kamer in Shylock's huis. - -Jessica en Lancelot komen op. - - -JESSICA. Het spijt me, dat ge ons huis verlaten gaat; -Het is een hel, en gij, een snaaksche duivel, -Hebt soms de slepende uren mij verkort. -Maar 't ga u goed; neem deez' dukaat van mij; -En, Lanc'lot, hoor; straks ziet ge op 't avondfeest -Als gast van uwen nieuwen heer, Lorenzo; -Geef hem deez' brief, maar doe het in 't geheim; -En nu vaarwel; ik wil niet, dat mijn vader -Ons samen spreken ziet. - -LANCELOT. Atjé!--tranen verlangen mijn tong.--Gij allerliefst -heidinneke, allerzoetst Jodinneke! Als een Christen niet voor schelm -heeft gespeeld en uw hart gestolen, dan weet ik er niets meer van. Maar -atjé, deze bespottelijke druppels verdrinken mijn manlijkheid te -veel; atjé. - - (Lancelot af.) - -JESSICA. Vaarwel, vriend Lancelot.-- -Ach, hoe afschuw'lijk is het toch in mij, -Dat ik mij schaam mijns vaders kind te zijn! -Maar ben ik ook zijn dochter naar den bloede, -Ik ben 't niet naar den geest.--O, mijn Lorenzo, -Geen strijd meer, neen; ik word, blijft gij mij trouw, -Christinne, en met een hart vol liefde uw vrouw. - - (Jessica af.) - - - - -VIERDE TOONEEL. - - -Aldaar. Een straat. - -Gratiano, Lorenzo, Salarino en Solanio komen op. - - -LORENZO. Hoort toe, wij sluipen weg van 't avondmaal, -Vermommen ons bij mij aan huis en zijn -Dan allen in een uur terug. - -GRATIANO. Wij zijn op zulk een feest niet voorbereid. - -SALARINO. Voor fakkeldragers is niet eens gezorgd. - -SOLANIO. 't Moet puik in orde zijn, of 't is niets waard; -En dan zij 't, dunkt mij, liever niet begonnen. - -LORENZO. Het is nog pas vier uur; wij hebben dus -Nog twee uur vóór ons. - -(Lancelot komt op, met een brief.) - - Lanc'lot, zoo! wat nieuws? - -LANCELOT. Als uwe edelheid dezen brief gelieft te openen, zal het -schijnen te verduidelijken. - -LORENZO. Ik ken de hand; ja, 't is een schoone hand, -En blanker dan 't papier, waarop zij schreef, -De schoone hand, die schreef. - -GRATIANO. Een minnebriefje! - -LANCELOT (wil weggaan). Met uw verlof, heer. - -LORENZO. Zeg, waar moet gij heen? - -LANCELOT. Och heer, ik moet mijn ouden meester den Jood gaan intiveeren -om bij mijn nieuwen meester den Christen van avond het nachtmaal te -komen gebruiken. - -LORENZO. Ziedaar, (Hij geeft hem geld.)--en zeg de schoone Jessica, -Dat ze op mij reek'nen kan;--zeg 't heimlijk; ga.-- - - (Lancelot af.) - -Mijn heeren, -Maakt ge alles nu voor 't maskerfeest gereed? -Ik heb al iemand, die mijn fakkel draagt. - -SALARINO. Goed, op mijn woord, ik maak het daad'lijk klaar. - -SOLANIO. Ik ook. - -LORENZO. En komt dan, na een uur zoo wat, -Aan Gratiano's huis; daar vindt ge ons tweeën. - -SALARINO. 't Is goed, wij zullen komen. - - (Salarino en Solanio af.) - -GRATIANO. Die brief was van de schoone Jessica? - -LORENZO. U moet ik alles zeggen: zie, zij schreef, -Hoe ik haar uit haars vaders huis moet schaken; -Hoe ze is voorzien van goud en edelsteenen; -Hoe ze in een page zich verkleeden zal. -Komt ooit de jood, haar vader, in den hemel, -Dan is 't ter wille van zijn dochter slechts; -En waagt ooit rampspoed haren weg te kruisen, -Dan is er niets, dat zulk een doen verschoont, -Dan dat zij 't kind is van een valschen jood.-- -Kom mede, en zie dit onderweg maar in; -Mij draagt de schoone Jessica de fakkel. - - (Beiden af.) - - - - -VIJFDE TOONEEL. - - -Aldaar. De straat voor Shylock's huis. - -Shylock en Lancelot komen op. - - -SHYLOCK. Nu, gij zult zien, met eigen oogen zien, -Hoe anders 't is bij Shylock en Bassanio;-- -Hé, Jessica!--voorwaar, gij zult bij hem -Niet slapen, snorken, telkens kleeren scheuren!-- -Hé, Jessica, nog eens! - -LANCELOT. Hé, Jessica! - -SHYLOCK. Wie zeide u haar te roepen? 'k zei 't u niet. - -LANCELOT. Uwe edelheid heeft mij vroeger altijd gezeid, dat ik nooit -iets kan doen, of het moest mij gezeid worden. - -JESSICA. Wat is 't? Gij hebt geroepen? - -(Jessica komt op.) - -SHYLOCK. 'k Ben uitgevraagd ten eten, Jessica; -Daar zijn mijn sleutels.--Maar waarom zou 'k gaan? -Men vraagt mij niet als vriend, maar om te vleien; -Maar ik, ik ga uit haat, en help den christen -Zijn goed verspillen.--Jessica, mijn kind, -Pas op mijn huis;--ik ga met tegenzin; -Er broeit iets, vrees ik, dat mijn rust verstoort; -Ik heb van nacht van zakken gouds gedroomd. - -LANCELOT. Ik bid u, heer, kom; mijn jonge meester wacht op uw -bezoeking. - -SHYLOCK. Die zal wel gebeuren. - -LANCELOT. En ze hebben saamgezworen,--ik wil niet zeggen, dat gij een -maskerade zult zien, maar als gij er een ziet, dan was het niet voor -niets, dat mijn neus begon te bloeden op den laatsten Paaschmaandag -'s morgens om zes uur, die dat jaar viel op Asschenwoensdag voor vier -jaren in den namiddag. - -SHYLOCK. Wat, zijn daar maskers? Hoor mij, Jessica! -Sluit dan de deur, en als gij tromm'len hoort -En dat gegil van kromgenekte fluiten, -Klim dan niet tot het venster op en steek -Uw hoofd niet op de straat, en kijk niet uit -Naar dat geverfd gelaat van christenzotten; -Maar stop dan de ooren van mijn woning,--'k meen -Mijn vensters,--dicht, opdat mijn eerbaar huis -'t Geraas dier flauwe zotternij niet hoore.-- -Ik zweer bij Jacobs staf, ik heb geen zin -Om buitenshuis van avond feest te vieren; -Toch wil ik gaan.--Gij knaap, ga voor mij uit; -Zeg, dat ik kom. - -LANCELOT. Ik zal vooruitgaan, heer.-- -(Fluisterend tot Jessica.) Maar kijk, meestres, alevel 't venster uit; - Dra passeert een christen goed, - Waard, dat een jodin hem groet. - - (Lancelot af.) - -SHYLOCK. Wat zeide daar die gek, die zone Hagars? - -JESSICA. Hij zeide mij vaarwel en anders niet. - -SHYLOCK. De dwaas is goedig, maar een wolf in 't eten; -Bij 't werk een slak, in 't slapen overdag -Een wilde kat; ik wil geen hommels houden; -En daarom ga hij heen, en ga hij heen -Naar iemand, wien hij den geborgden buidel -Moog' helpen leêgen.--Jessica, naar binnen; -Misschien kom ik zoo daad'lijk wel terug; -Doe wat ik zeide en sluit de deuren goed; - "Een dichte kast, weert meen'gen gast;" -Zoo spreekt een elk, die op zijn zaken past. - - (Shylock af.) - -JESSICA. Vaarwel;--en als Fortuin mij niet bestrijdt, -Ben ik een vader, gij een dochter kwijt. - - (Jessica af.) - - - - -ZESDE TOONEEL. - - -Aldaar. - -Gratiano en Salarino komen op, gemaskerd. - - -GRATIANO. Dit is het afdak, waar Lorenzo ons -Verzocht te wachten. - -SALARINO. 't Uur is haast voorbij. - -GRATIANO. En 't is een wonder, dat hij 't uur verzuimt; -Verliefden zijn meestal de klok vooruit. - -SALARINO. O, tienmaal sneller vliegen Venus' duiven -Om nieuwe liefdebanden te bezeeg'len, -Dan om gezworen trouw gestand te doen. - -GRATIANO. Ja, dat gaat door: wie staat ooit van een feest -Met zooveel eetlust op, als hij ging zitten? -Waar is het paard, dat op zijn lange baan -Terugdraaft met hetzelfde ondoofbre vuur, -Waarmee het steig'rend wegstoof? Ieder ding -Wordt met meer vuur begeerd dan wel genoten. -Ziet, hoe, gelijk een jong en kwistig zwakhoofd, -Het nieuwe jacht daar zee kiest, vlag in top, -Door dartel windgestreel gekust, geliefkoosd! -Hoe keert het weer als de verloren zoon, -De spanten bloot en met gescheurde zeilen, -Verarmd en naakt door 't dartel windgestreel! - -(Lorenzo komt op.) - -SALARINO. Daar komt Lorenzo;--later dus 't vervolg. - -LORENZO. Verschoont mij, lieve vrienden, dat ik toefde; -'k Had veel te doen; dat draag' de schuld, niet ik. -Maar is 't ùw beurt eens om een vrouw te stelen, -Dan wacht ik even lang op u.--Komt hier; -Hier woont mijn jodenvader.--Wie is thuis? - -(Jessica verschijnt aan 't venster, in jongensgewaad.) - -JESSICA. Wie is daar? Zeg 't voor alle zekerheid, -Hoewel ik zweren zou de stem te kennen. - -LORENZO. Lorenzo, en uw liefste. - -JESSICA. Lorenzo, zeker; en mijn liefste, ja; -Want wien heb ik zoo lief? Maar wie, Lorenzo, -Staat voor u in, dat ik u 't liefste ben? - -LORENZO. De hemel en uw hart zijn mijn getuigen. - -JESSICA. Hier, vang dit mandje; 't is de moeite waard. -Goed, dat het nacht is, en ge mij niet ziet; -Want ik ben erg beschaamd in deez' verkleeding; -Maar liefde is blind; verliefden kunnen niet -De vreemde streken zien, die zij bedrijven; -Maar konden zij 't, Cupido zelf zou blozen, -Als hij mij zoo als jongen zag verkleed. - -LORENZO. Kom af, gij moet mijn fakkeldrager zijn. - -JESSICA. Wat! moet ik 't licht doen vallen op mijn schande? -Die is, voorwaar, van zelf reeds veel te licht. -Dit is een post, mijn lief, die openbaart, -En 'k moet verborgen zijn. - -LORENZO. Dat blijft gij, liefste, -Als u 't bevallig pagekleed omhult. -Maar haast u thans; -Of de ons bevriende nacht gaat vluchtling spelen, -En men verwacht ons bij Bassanio's feest. - -JESSICA. Ik ga de kasten sluiten en verguld mij -Met meer dukaten nog, en kom dan fluks. - - (Zij gaat weg van 't venster.) - -GRATIANO. Ze is, bij mijn kap, Godinne, geen Jodinne. - -LORENZO. God straff' me, zoo 'k haar niet oprecht bemin; -Verstandig is ze, als ik er iets van weet; -En schoon is ze, als mijn oog mij niet bedriegt; -En trouw is ze ook, dat heeft ze reeds getoond. -En, zooals ze is, verstandig, schoon en trouw, -Wordt zij mijn teêr en trouw beminde vrouw. - -(Jessica komt op, beneden.) - -LORENZO. Zoo, zijt ge er reeds?--Dan, heeren, voort, met spoed; -Ginds wacht ons al sinds lang de maskerstoet. - - (Hij gaat heen, met Jessica en Salarino.) - -(Antonio komt op.) - -ANTONIO. Wie daar? - -GRATIANO. Signore Antonio? - -ANTONIO. Gratiano, foei! En waar zijn nu al de andren? -'t Is negen uur; de vrienden wachten u.-- -Geen maskerade thans; de wind is om; -Bassanio wil op 't oogenblik aan boord; -Ik zond wel twintig man om u te zoeken. - -GRATIANO. Zeer gaarne, ja; want niets staat meer mij aan, -Dan nog van avond scheep en weg te gaan. - - (Beiden af.) - - - - -ZEVENDE TOONEEL. - - -Belmont. Een zaal in Portia's huis. - -Trompetgeschal. Portia en de Prins van Marocco komen op, beiden -met Gevolg. - - -PORTIA. Goed, schuif den voorhang open en onthul -De kastjes alle voor deez' eed'len prins;-- -(Tot den Prins.) Doe thans uw keus. - -MAROCCO. Van goud het eerste, dat tot opschrift heeft: -"Die mij verkiest, verkrijgt, wat menig man begeert". -Van zilver 't tweede, dat ons dit belooft: -"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient". -Dit derde, zwaar, van lood, met plomp vermaan: -"Die mij verkiest, die wage en geve al wat hij heeft". -Hoe weet ik nu, of ik het rechte kies? - -PORTIA. Slechts één er van bevat mijn beelt'nis, prins; -En kiest ge dat, dan ben ikzelf ook de uwe. - -MAROCCO. Een God bestuur' mijn oordeel dan! Laat zien; -Nog eens wil ik die spreuken overlezen. -Wat zegt dit looden kastje? -"Die mij verkiest, die geve en wage al wat hij heeft". -Die geev'--voor wat? voor lood? hij waag' voor lood? -'t Is taal, die dreigt. En zij, die alles wagen, -Doen dit op hoop van kostelijk gewin; -Een gouden geest bukt niet naar schuim van erts; -En ìk geef niets en waag ook niets, voor lood. -Wat zegt het zilver, met zijn maagdeglans? -"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient". -Zooveel als hij verdient!--Denk na, Marocco, -En weeg uw eigen waarde op de juiste hand; -Waardeert men u, zooals ge uzelven schat, -Genoeg is uw verdienste; schoon, genoeg -Kan ontoereikend wezen voor de jonkvrouw. -Doch, angst te koestren over mijn verdienste, -Waar' zwak, onwaardig twijflen aan mijzelf. -Zooveel als ik verdien!--Nu, 't is de jonkvrouw; -'k Verdien haar door geboorte en door mijn goed'ren, -Door gaven der natuur en door beschaving, -Maar bovenal verdien ik haar door liefde. -Als ik niet verder ging, en dit verkoos?-- -Maar toch, die spreuk van 't goud nog overwogen! -"Die mij verkiest, verkrijgt, wat menig man begeert". -Nu, dat 's de jonkvrouw; iedereen begeert haar, -En iedre hoek der aard brengt pelgrims aan, -Om 't sterflijk, aad'mend heiligbeeld te kussen. -Hyrcanië's wouden, de onafzienbre vlakten -Van 't woest Arabië zijn gebaande wegen -Voor vorsten thans, tot schoone Portia; -Het rijk der waatren, dat met fiere kruinen -Den hemel in 't gelaat spuwt, keert ze niet, -Die zoo vermeet'le vreemden; neen, ze komen, -Als door een beek, tot schoone Portia.-- -Eén van deez' drie omsluit haar hemelsch beeld. -Is 't denkbaar, dat haar lood omsluit?--'t Waar' lastring, -Zoo iets te denken; 't lood is te verachtlijk -Om zelfs in 't donkre graf haar wâ te ompants'ren.-- -Of is 't te denken, dat ze in zilver huist, -Wel tienmaal minder waard dan 't loutre goud? -O zondig denkbeeld! zulk een rijk juweel -Wordt steeds in goud gevat. In Eng'land is -Een munt, van goud, gestempeld met een engel, -Maar daar is 't beeld eens engels bovenop; -Hier ligt een engel, door een gulden bed -Geheel omsloten.--Geef den sleutel mij; -Dit is mijn keus; geluk, wees aan mijn zij! - -PORTIA. Daar, neem hem, prins; en is mijn beeld hierin, -Dan ben ik de uwe. - -(Bij ontsluit het gouden kastje.) - -MAROCCO. O, hel, wat vind ik hier? -Een grijnzend doodshoofd, en in de oogkas ligt -Een opgerold geschrift?--Ik wil het lezen. - "Al wat blinkt, is nog geen goud, - Wis is dit u vaak ontvouwd; - Menig heeft den schijn vertrouwd, - Maar te laat zijn doen berouwd. - Gulden graven zijn gebouwd, - Waar de worm toch huis in houdt. - Waart gij even wijs als stout, - Jong van leên, van oordeel oud, - 't Afscheid hadt ge niet aanschouwd: - Al uw gloed laat Portia koud." - Koud voorwaar en moeite om niet; - Welkom, koude; en gloed, ontvlied!-- -Leef, Portia, wel! Het vonnis doet mij pijn; -'k Verloor; zoo moog' dan kort het afscheid zijn! - - (Marocco af, met zijn Gevolg.) - -PORTIA. O heuglijk eind!--Trek weer den voorhang toe;-- -Dat elk, die hem gelijkt, die keuze doe. - - (Allen af.) - - - - -ACHTSTE TOONEEL. - - -Venetië. Een straat. - -Salarino en Solanio komen op. - - -SALARINO. Ja, vriend, ik zag Bassanio onder zeil; -Gratiano heeft zich met hem ingescheept, -Maar zeker is Lorenzo niet op 't schip. - -SOLANIO. De jood, die hondsvot, tierde, tot de doge -Met hem Bassanio's schip ging onderzoeken. - -SALARINO. Hij kwam te laat; het was reeds onder zeil. -Toen echter kwam den doge dra ter oore, -Dat men Lorenzo en zijn Jessica -Gezien had in een gondel; bovendien -Gaf ook Antonio de verzeek'ring, dat -Zij niet Bassanio op zijn schip verzelden. - -SOLANIO. Nooit hoorde ik zulk een teugellooze woede, -Zoo vreemd, zoo heftig, zoo van 't een op 't ander, -Als van dien jood, dien hond, daar op de straat: -"Mijn dochter!--Mijn dukaten!--O mijn dochter!-- -En met een christen!--O, mijn christ'lijke dukaten!-- -O recht en wet! mijn dochter! mijn dukaten! -Eén zak, twee zak, verzegeld, vol dukaten! -Dubb'le dukaten;--en mijn dochter stal ze! -Juweelen ook, twee steenen, kostbre steenen! -Mijn dochter stal ze!--Rakkers, zoekt die deern! -Mijn steenen heeft ze bij zich, mijn dukaten!" - -SALARINO. De straatjeugd van Venetië schreeuwt hem na:-- -"Zijn steenen, zijn dukaten en zijn dochter!" - -SOLANIO. Als nu Antonio maar op tijd betaalt, -Want anders zal hij 't boeten. - -SALARINO. Ja, zeer juist. -'k Was gistren met een Franschman aan het praten; -Die zeide mij, dat in de nauwe zee, -Die Frankrijk scheidt van Eng'land, er een schip -Vergaan was, rijk bevracht, en hier van daan. -'k Dacht daad'lijk aan Antonio, toen hij 't zeide, -En wenschte in stilte: "zij dat niet van hem!" - -SOLANIO. Gij moet hem toch vertellen, wat ge hoort; -Maar niet te plotsling, want het mocht hem leed doen. - -SALARINO. Er is geen trouwer hart op aard; ik zag -Bassanio's afscheid van Antonio. -Bassanio zeide, dat hij spoed zou maken -Om weêr te keeren; "Doe dat niet", was 't antwoord, -"Verbroddel niet om mij uw zaak, Bassanio. -Neen, laat de tijd haar rijpen. Wat den schuldbrief -Betreft, dien ik den jood geteekend heb, -Die rijz' niet voor uw geest naast uwe liefde; -Wees opgeruimd en wijd al uw gedachten -Aan hoflijkheid en de uiting uwer liefde, -Aan al wat ginds u 't beste passen zal." -Toen reikte hij,--zijn oog schoot vol van tranen,-- -Met afgewend gelaat zijn vriend de hand, -En schudde, met een wonderdiepe ontroering, -Met kracht Bassanio's hand. Zoo scheidden zij. - -SOLANIO. 'k Geloof, is hem de wereld nog iets waard, -Dan is 't om hem. Kom, zoeken wij hem op, -En zij door scherts of boert die somberheid, -Die hem beving, verjaagd. - -SALARINO. Ja, doen wij dat! - - (Beiden af.) - - - - -NEGENDE TOONEEL. - - -Belmont. Een zaal in Portia's woning. - -Nerissa komt op, met een Bediende. - - -NERISSA. Kom, spoedig, spoedig, trek den voorhang weg; -De prins van Arragon heeft de' eed gedaan -En komt zoo daad'lijk zijn geluk beproeven. - -(Trompetgeschal. De Prins van Arragon en Portia komen op, beiden -met Gevolg.) - -PORTIA. Gij ziet, daar staan de kastjes, edel prins; -Verkiest gij dat, waarin mijn beeltnis is, -Dan wordt terstond het huwlijksfeest gevierd; -Maar faalt uw keuze, heer, dan moet gij ook -Terstond en zonder tegenspraak vertrekken. - -ARRAGON. Drie dingen zijn door de' eed mij opgelegd: -Ten eerste, nimmer iemand te openbaren, -Welk kastje ik koos; dan, mocht ik 't rechte kastje -Niet treffen, nimmer in mijn leven meer -De hand van een'ge vrouw te vragen; eind'lijk, -Indien 't geluk me een juiste keus ontzegt, -Hier niet te toeven maar terstond te gaan. - -PORTIA. Hiertoe verplicht zich elk bij eede, die -Voor mijn onwaardig ìk de kans komt wagen. - -ARRAGON. Ik nam het op mij. Thans, Fortuin, vervul -Mijn hartewensch!--Goud, zilver, waardloos lood! -"Die mij verkiest, die geve en wage al wat hij heeft"; -Glans vrij wat schooner, eer ik geef of waag!-- -Wat zegt het gouden kastje? Laat eens zien:-- -"Die mij verkiest, verkrijgt wat menig man begeert." -Wat menig man begeert!--dit menig meent wellicht -De dwaze menigt', die naar schijn slechts kiest, -Niet meer ziet dan het ijdel oog kan leeren, -Niet in het binnenst dringt, maar als de zwaluw -Haar bouw bevestigt aan den buitenwand, -Geheel aan storm en toeval prijsgegeven. -Ik kies niet, neen, wat menig man begeert, -Ik wil mij niet naar lage geesten schikken, -Niet voegen bij den grooten dommen hoop. -Dus thans tot u, gij zilvren schatbewaarder, -Zeg mij het opschrift, dat gij draagt, nog eens: -"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient". -Zeer goed gezegd: want wie durft stout Fortuin -Verschalken, en zich eere stelen, waar -Verdienstes stempel op ontbreekt! Dat niemand -Een onverdiende waardigheid zich eigen'! -O, werden goed'ren, rang en ambten nooit -Op laak'bre wijs verworven; eere steeds -Onwraakbaar, door verdienste alleen, gekocht! -Hoe menig dekte zich, die blootshoofds staat; -Hoe menig, die beveelt, wierd dan de dienaar! -Wat laag gepeupel zou de wan niet schiften -Uit wat het zaad der eere is; hoeveel tarwe -Waar' niet te lezen uit het kaf der tijden, -En weer tot eer te brengen!--Maar, de keuze:-- -"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient." -Ik kies verdienste;--ontsluit mij dit, opdat -Me onthuld zij, hoe 't geluk mij is gezind. - -(Hij ontsluit het zilveren kastje.) - -PORTIA. Te lang gedraald voor dat, wat gij daar vindt. - -ARRAGON. Wat is dit hier? Het beeld eens zots, dat me aangrijnst, -En een geschrift mij reikt? Ik wil het lezen. -Hoe weinig zijt ge aan Portia gelijk! -Hoe weinig aan mijn hoop en mijn verdiensten! -"Die mij verkiest, verkrijgt zooveel als hij verdient." -Verdien ik dan niets beters dan een zotskop? -Is dat mijn loon? Is mijn verdienste zoo? - -PORTIA. Misdoen en rechtspraak gaan niet samen; 't een -Verschilt in aard van 't ander. - -ARRAGON. Wat staat hier? - "Zevenmaal in 't vuur geheet - Werd dit zilver, en gesmeed; - Zevenmaal is hij doorkneed, - Die nooit dwaze keuze deed. - Menig greep een schaduw beet, - Die hem door de handen gleed. - Dwazen zijn er, zoo ik weet, - Als deez' nar, in zilvren kleed. - Kies een meisje, grof of fijn, - Altijd is uw hoofd als 't mijn; - Gaat, laat dit genoeg u zijn." - Grooter nar schijn ik mij toe, - Als ik hier nog toeven doe. - Eénen zotskop bracht ik mee, - En ik ga nu weg met twee.-- - Nu, vaarwel, ik houd mijn eed, - Zal geduldig zijn in 't leed. - - (De Prins van Arragon met Gevolg af.) - -PORTIA. Dat de mot de vlam niet meed! -O, o, die wijze narren! als zij kiezen, -Zijn zij zoo wijs, door wijsheid te verliezen. - -NERISSA. Hoe goed het oude spreekwoord het toch wist! -Wie hangt, wie huwt, wordt door het lot beslist. - -PORTIA. Kom, trek 't gordijn weêr toe, Nerissa. - -(Een Bediende komt op.) - -BEDIENDE. Waar is mijn jonkvrouw? - -PORTIA. Hier; wat wil mijn heer? - -BEDIENDE. Mejonkvrouw, aan de poort is afgestegen -Een jong Venetiaan, om u te melden, -Dat weldra zijn gebieder u begroet; -Hij brengt van deze' u liefdevolle groeten, -Behalve hoff'lijk schoone woorden, gaven -Van hooge waarde; en nimmer zag ik nog -Een liefdeboô, zoo goed zijn boodschap waard; -Want nooit kwam in April een dag zoo schoon, -Om ons den fraaien zomer te voorspellen, -Als deze boô vooraf zijn heer ons meldt. - -PORTIA. Genoeg, ik bid u; ik begin te vreezen, -Dat gij zoo daad'lijk zegt: "hij is mijn broêr:" -Zoo feestlijk zijt ge in 't roemen van zijn lof. -Nerissa, kom; 'k wil zien wie 't is, die zoo -Zijn liefde ons meldt, reeds door zijn liefdeboô. - -NERISSA. Geef, liefdegod, het zij Bassanio! - - (Allen af.) - - - - - - - -DERDE BEDRIJF. - - -EERSTE TOONEEL. - - -Venetië. Een straat. - -Solanio en Salarino komen op. - - -SOLANIO. Nu, wat nieuws is er op den Rialto? - -SALARINO. Ja, het wordt nog maar niet tegengesproken, dat Antonio -een schip met rijke lading in die nauwe doorvaart verloren heeft. De -Goodwins, geloof ik, heet de plaats, een gevaarlijke zandbank en -als noodlottig bekend; er moeten vrij wat wrakken van groote schepen -begraven liggen, als moei Gerucht een eerlijk wijf is, waar men op -aan kan. - -SOLANIO. Ik wou, dat ze in dit geval zoo'n leugenachtige klappei -bleek, als er ooit één gember geknauwd heeft of haar buren heeft -wijsgemaakt, dat ze treurde om den dood van haar derden man. Maar -het is waar,--zonder in wijdloopigheid te vervallen en van den effen -grooten weg van het gesprek af te wijken,--dat de goede Antonio, -die rechtschapen Antonio,--o, had ik een benaming, goed genoeg om -zijn naam gezelschap te houden!-- - -SALARINO. Kom, besluit! - -SOLANIO. Ach, wat zegt gij?--Nu, het eind van 't lied is, hij heeft -een schip verloren. - -SALARINO. Ik wou, dat het zeker ook het eind was van zijn verliezen. - -SOLANIO. Laat ik bijtijds hier "amen" op zeggen, eer de duivel mijn -gebed in den weg loopt, want daar komt hij aan, in de gedaante van -een jood. - -(Shylock komt op.) - -Wel, Shylock, wat nieuws onder de koopluî? - -SHYLOCK. Gij wist, niemand zoo goed, niemand zoo goed als gij, van -de vlucht van mijn dochter. - -SALARINO. Dat is waar; ik van mijn kant wist van den man, die haar -de vleugels voor het wegvliegen gemaakt heeft. - -SOLANIO. En Shylock, van zijn kant, wist dat het vogeltje al wel -vlug was; en dan ligt het bij allen in den aard, dat zij het nest -ontvluchten. - -SHYLOCK. Zij zal er verdoemd voor zijn. - -SALARINO. Ja zeker, als de duivel haar rechter mag wezen. - -SHYLOCK. Mijn eigen vleesch en bloed in opstand! - -SALARINO. O foei, oude kreng, in opstand op jouw jaren! - -SHYLOCK. Ik zeg, mijn dochter in mijn vleesch en bloed. - -SALARINO. Er is meer verschil tusschen jouw vleesch en het hare, dan -tusschen git en ivoor, meer tusschen je beider bloed, dan tusschen -rooden wijn en Rijnschen;--maar zeg ons, heb je ook gehoord, of -Antonio op zee het een of ander verlies heeft geleden of niet. - -SHYLOCK. Dat is ook al weer een kwade zaak voor me; een bankroetier, -een verkwister, die te nauwernood zijn gezicht op den Rialto durft -laten kijken;--een bedelaar, die altijd als een groot heer op de -markt kwam,--laat hem denken aan zijn schuldbrief; hij noemde mij -altoos een woekeraar,--laat hem denken aan zijn schuldbrief; hij -leende altijd geld uit christelijke liefelijkheid,--laat hem denken -aan zijn schuldbrief! - -SOLANIO. Nu, je zult natuurlijk, als hij in gebreke mocht blijven, -zijn vleesch niet nemen; waar kan dat voor dienen? - -SHYLOCK. Om er visch mee te vangen; en als niets anders er mee -gediend is, dan is mijn wraak er mee gediend. Hij heeft mij -beschimpt, mij benadeeld voor een half millioen, gelachen bij -mijn verliezen, gegrijnsd bij mijn winsten, mijn volk gesmaad, -mijn handel gedwarsboomd, mijn vrienden koud, mijn vijanden warm -gemaakt; en waarom toch, waarom?--Omdat ik een jood ben. Heeft een -jood dan geen oogen? Heeft een jood geen handen, geen armen, geen -beenen, geen gevoel, geen begeerten, geen hartstochten? wordt hij -niet gevoed door 'tzelfde voedsel, verwond door dezelfde wapens, -bezocht door dezelfde ziekten, genezen door dezelfde middelen, warm -en koud door denzelfden winter en zomer, als een christen? Als gij -ons een messteek geeft, bloeden wij dan niet? als gij ons vergiftigt, -sterven wij dan niet? en als gij ons beleedigt, zullen wij dan geen -wraak nemen? Als wij in het overige zijn als gij, willen wij ook -daarin u gelijken. Als een christen door een jood beleedigd wordt, -wat is dan zijn deemoedigheid?--wraakzucht. Als een jood door een -christen beleedigd wordt, wat moet, naar christenvoorbeeld, zijn -lijdzaamheid wezen? wel, wraakzucht. Het booze, dat gijlieden mij -leert, dat wil ik doen,--en het zou mij tegenvallen, als ik het niet -nog beter deed dan mijn meesters. - -(Een Bediende komt op.) - -BEDIENDE. Edele Heeren, Antonio, mijn meester, is tehuis en verlangt -u beiden te spreken. - -SALARINO. Wij hebben hem al overal gezocht. - -(Tubal komt op.) - -SOLANIO. Daar komt een ander van dat gebroedsel; een derde is er wel -niet bij te passen, of de duivel zelf moest jood worden. - - (Salarino, Solanio en Bediende af.) - -SHYLOCK. Zoo Tubal, wat voor tijdingen uit Genua? hebt gij mijn -dochter gevonden? - -TUBAL. Ik ben verscheiden keeren geweest, waar van haar gesproken werd, -maar haarzelf heb ik niet kunnen vinden. - -SHYLOCK. Och, och, och, och! Een diamant weg! heeft me toch tweeduizend -dukaten gekost te Frankfort! De vloek is nu pas over ons volk gekomen; -ik heb hem nog nooit gevoeld dan nu; tweeduizend dukaten met dat eene -en dan nog andere kostelijke, kostelijke juweelen! Ik wou, dat mijn -dochter dood voor mij lag en de juweelen in haar oor! ik wou, dat ze -gekist lag aan mijn voeten en de dukaten in haar kist! Geen tijding -van hen?--O, o! en dat zoeken heeft me al ik weet niet hoeveel gekost; -och, schâ op schâ! De dief met zóóveel weg, en dan zóóveel om den dief -te vinden, en geen voldoening nog, geen wraak! en geen ongeluk gebeurt -er, dat niet op mijn hoofd neerkomt, geen zuchten dan die ik slaak, -geen tranen dan die ik vergiet! - -TUBAL. Toch, andere menschen hebben ook ongelukken; Antonio, zooals -ik in Genua hoorde,-- - -SHYLOCK. Wat, wat, wat? ongelukken? ongelukken? - -TUBAL.--heeft een galjoen verloren, dat van Tripoli kwam. - -SHYLOCK. Goddank, Goddank!--Is het waar? is het waar? - -TUBAL. Ik heb eenige matrozen gesproken, die uit de schipbreuk -gered zijn. - -SHYLOCK. Ik dank u, goede Tubal,--goede tijding, goede tijding; -ha! ha!--Waar? In Genua? - -TUBAL. Uw dochter heeft in Genua, naar ik hoorde, op één avond tachtig -dukaten verdaan. - -SHYLOCK. Ge boort een dolk in mijn hart!--nooit zie ik mijn geld terug; -tachtig dukaten zoo in eens! tachtig dukaten! - -TUBAL. Verscheiden schuldeischers van Antonio zijn met me naar Venetië -gereisd; die zeggen, dat het niet anders kan, of hij moet over den -kop gaan. - -SHYLOCK. Dat doet me goed; ik zal hem pijnigen, ik zal hem folteren; -dat doet me goed. - -TUBAL. Een van hen liet me een ring zien, dien hij van uw dochter -gekregen had voor een aap. - -SHYLOCK. O, mijn vloek op haar! ge martelt me, Tubal; het was mijn -turkoois; ik heb hem van Lea gekregen, toen we nog niet getrouwd waren; -ik had hem niet gegeven voor een bosch vol apen. - -TUBAL. Maar met Antonio is het zeker mis. - -SHYLOCK. Ja, dat 's waar, dat 's zeker waar; ga, Tubal, huur een -gerechtsdienaar voor me; bespreek hem een veertien daag vooruit; ik -zal zijn hart hebben, als hij in gebreke blijft; want als hij Venetië -uit is, kan ik zaken doen, zooveel ik verkies; ga, ga, Tubal; we vinden -elkaar weêr in onze synagoge; ga, goede Tubal; in onze synagoge, Tubal! - - (Beiden af.) - - - - -TWEEDE TOONEEL. - - -Belmont. Een zaal in Portia's woning. - -Bassanio, Portia, Gratiano, Nerissa en Gevolg komen op. De kastjes -staan gereed. - - -PORTIA. Ik bid u, wacht nog; toef een dag of twee, -Aleer gij 't waagt; kiest gij verkeerd, dan moet -Ik ook uw bijzijn derven; stel 't nog uit, -Een stem spreekt in mij,--neen, het is geen liefde,-- -Dat ik u niet wil missen, en gij weet -Het zelf wel, dat geen haat deez' raad u geeft; -Maar hoor;--ik wensch, dat gij mij goed begrijpt,-- -Een maagd mag enkel met gedachten spreken,-- -Zoo gaarne hield ik u een maand of twee -Terug, aleer gij 't waagt. Ik kon u wijzen -Welk kastje 't is, maar dan ware ik meineedig,-- -Dat word ik nooit! En zoo kunt gij mij missen, -Doch doet gij dit, dan wekt ge een boozen wensch, -Dat ik meineedig waar geweest. Uw oogen,-- -O, toovermacht!--zij hebben mij gedeeld, -En de eene helft is de uwe, de andre de uwe,-- -De mijne, meende ik, maar het mijne is 't uwe, -En zoo is alles 't uwe. O! booze tijd, -Die eig'naars van hun recht versteekt, en zoo -Is 't uwe niet het uwe.--Faalt uw keus, -Fortuin verdient dan eeuw'ge pijn, niet ik. -Ik spreek te lang, maar 't is slechts om den tijd -Te rekken; 'k win nog tijd en houd u af -Van uwe keus. - -BASSANIO. Laat tot de keus mij toe, -Want thans is 't mij, als lag ik op de pijnbank. - -PORTIA. Wat! op de pijnbank? O, beken mij dan, -Wat hoogverraad zich in uw liefde mengt. - -BASSANIO. Verraad? geen ander dan vreesachtigheid, -Wantrouwen op 't verwerven van uw liefde; -Want eerder leefden vuur en sneeuw in vreê, -Dan dat verraad zich aan mijn liefde paarde. - -PORTIA. Thans ducht ik, dat ge als op de pijnbank spreekt, -Want dan zegt ieder alles wat verlangd wordt. - -BASSANIO. Beloof mij 't leven, en ik zal bekennen. - -PORTIA. Beken en leef. - -BASSANIO. 'k Beken, ik heb u lief; -Ziedaar, wat mijn bekent'nis wezen kan. -O, zaal'ge foltring, als de folteraar -Mij zelve 't antwoord leert voor mijn bevrijding! -Maar thans 't geluk beproefd, de keus gewaagd! - -PORTIA. Welnu dan, 't zij; ik ben in een der kastjes; -Hebt gij mij lief, dan kiest gij 't rechte wel,-- -Nerissa en gij andren, gaat terug.-- -Maar dat muziek bij 't doen der keuze klink'; -Want mist hij 't doel, dan groete, als bij een zwaan, -Muziek zijn stervensstonde; ja, dit beeld -Is waar en juist; mijn oog is dan de stroom, -Zijn vochtig doodsbed. Maar hij kan ook winnen; -En wat is dan muziek? Dan is muziek -Als 't juub'len, waar een opgetogen volk -Zijn pasgekroonden vorst meê groet, of als -De zoete tonen van den morgenstond, -Die in des bruîgoms droomend oor weerklinken, -En hem ten huw'lijk roepen. Ziet, hij treedt, -Niet minder fier, maar liefd'rijker van hart -Dan jonge Alcides, toen hij de eed'le maagd, -Door 't snikkend Troje 't monster toegewijd, -Van zeek'ren dood ging redden; ik ben 't offer; -Die andren ginds zijn de Dardaansche vrouwen, -Ontdaan en weenend saamgestroomd, om de' uitslag -Van 't heldenfeit te zien.--Ga, Hercules! -Leeft gij, dan leef ik;--o, hoe klopt mij 't hart; -Veel meer dan u, die moedig 't noodlot tart. - -(Muziek, terwijl Bassanio bij de kastjes met zichzelf te rade gaat.) - - - LIED. - - EERSTE STEM. - Zegt, van waar de wufte min? - Sluipt zij 't hart of 't hoofd ons in? - Zegt me, wat is haar begin? - Antwoord, antwoord! - - TWEEDE STEM. - 't Oog is 't, dat haar 't leven schenkt, - 't Leven door het zien verlengt, - En haar ook tot sterven wenkt. - Luid haar uit, gij klokgebrom! - Ik begin het: bim, bam, bom! - - KOOR. Bim, bam, bom! - - -BASSANIO. Hoe vaak is 't uiterlijk aan 't wezen vreemd; -Steeds wordt de wereld door vertoon bedrogen. -In 't recht, wat zaak is ooit zoo voos en valsch, -Die niet, door schrandre en gladde tong verfraaid, -Den schijn van 't kwaad bemantelt? In den godsdienst, -Wat vloekb're dwaling, die door vroomheidsschijn -Niet wordt geheiligd, met een tekst gesteund, -En de' onzin niet door schoon vertoon verbergt? -Geen boosheid, die de slimheid mist, om zich -Met de' uiterlijken schijn van deugd te sieren. -Hoe menig lafaard, aan een trap van zand -Gelijk in vastheid, draagt niet om de kin -Den baard van Hercules of fellen Mars, -Al bergt de lever zelfs geen druppel gal? -Hij kiest dit als een merk van dapperheid -Alleen om barsch te schijnen. Ziet, de schoonheid; -Gij vindt die mede bij 't gewicht gekocht; -En bij die 't doet, bewerkt natuur een wonder: -Die weegt het minst, wie 't meeste zich bezwaart; -Die gulden lokken, zich als slangen kronklend, -Die dartlen bij het suizen van den wind -Om wat men schoon gelooft, wie kent ze niet, -Dat er natuur een ander hoofd mee sierde? -De schedel, waar ze op groeiden, rust in 't graf. -Zoo is dan sieraad slechts 't bedrieglijk strand -Van zeeën vol gevaars, de schoone sluier, -Een spookgestalte omhullend, in één woord, -Schijnwaarheid, tooisel van den sluwen tijd, -Om wijzen te verschrikken.--Pronkrig goud, -Gij harde Midaskost, u wil ik niet; -Noch u, gij bleeke, lage slaaf, gereed -Tot iedren dienst; maar u, gij glansloos lood, -Die eerder dreigend spreekt dan iets belooft, -Geen glans of opschrift trekt mij aan als gij; -U kies ik;--dat mijn keuze vreugde zij! - -PORTIA. O, hoe elke andre hartstocht nu in lucht -Verdwijnt, beklemdheid, bange twijfelzucht, -En wanhoop en verbeten jaloezie! -O, liefde! matig uw vervoering en gebiê -Dien stroom van vreugde kalmte; boven 't peil -Verheft zij zich, ik voel 't; o, minder 't heil -Of de overmaat is doodlijk! - -BASSANIO (het looden kastje openend). Wat is dit? -Het beeld van Portia? Wat halfgod kwam -Het scheppen zoo nabij? Beweegt dit oog? -Of schijnt het door het trillen van de mijne -Bewogen? Zie, de lippen oop'nen zich -Voor nectar-adem, die er doorgaat: lieflijk -Moet wezen, wat zoo lieve zusters scheidt! -En 't haar! De schilder weefde, een spin gelijk, -Een gulden net, dat mannenharten vangt, -Als muggen in een spinweb. Maar die oogen, -Kon hij ze zien en schild'ren? Had hij 't een -Gemaald, dan moest het, dunkt mij, beî de zijne -Hem rooven en dus eenig blijven. Maar, -Wat spreek ik? Al mijn lof blijft even ver -Beneden deze schim, als deze schim -De waarheid achterna hinkt.--O, ziehier -'t Geschrift, dat kort begrip van mijn geluk! - -(Hij leest.) - - "Gij, die, niet door schijn verblind, - Alles waagt en 't ware vindt! - Daar ge deze maagd bemint, - Dat ze u nu voor 't leven bind'; - Is haar "ja" u 't zoetst geluid, - Waar uw hoogste heil uit spruit, - Neem haar, ze is uw lieve bruid, - En een kusje zij 't besluit!" - -Wat heerlijk woord!--Vergun, mijn lief, mijn leven,-- -Dit machtigt mij te ontvangen en te geven. - -(Hij kust haar.) - -Maar toch, als een, die in een strijd een prijs -Beoogt, en in het volksgejuich 't bewijs -Te ontvangen meent, dat hij verwinnaar is, -Doch duiz'lend staart en vraagt: "is 't wel gewis? -Geldt mij die kreet, of is dit zinsbedrog?" -Zoo, driewerf schoone jonkvrouw, ziet ge nog -Mij nu onzeker, of 't geluk mij wenkt, -Totdat ge uw liefde, uw woord, uw ring mij schenkt. - -PORTIA. Gij ziet, Bassanio, thans mijn heer, mij voor u, -Zooals ik ben; en schoon ik voor mijzelf -Niet zoo eergierig ben in mijnen wensch, -Dat ik mij veelmaal beter wensch, zou 'k thans -Wel honderdmaal verdubbeld willen zijn, -Wel duizendmaal zoo schoon, tienduizendmaal zoo rijk; -Alleen om in uw schatting hoog te staan, -Wilde ik in deugden, schoonheid, rijkdom, vrienden, -Onschatbaar wezen; maar al wat ik ben, -Is bijna niets; of, om 't in 't kort te zeggen, -Een meisje, zonder kennis of ervaring, -Die zich gelukkig rekent, dat zij niet -Voor leeren te oud is; nog gelukkiger, -Dat zij voor 't leeren niet te stomp zich acht; -Maar meest gelukkig, dat zij geest en hart -Geheel en gaarne uw leiding toevertrouwt, -Als aan haar gâ, haar meester en haar vorst. -Ikzelf en al het mijne is thans uw deel, -Geheel het uwe; 'k was tot nu gebiedster -In huis en hof, meestresse van mijn dienaars, -Vorstinne van mijzelf; en nu, mijn heer, -Dit huis, deez' dienaars en ditzelfde zelf -Zijn de uwe; 'k geef ze u met deez' ring; en zoo -Gij hem verliest of wegschenkt, er van scheidt, -Dan is 't me een teeken, dat uw min vervloog, -En geeft ge mij het recht tot luid beklag. - -BASSANIO. Mejonkvrouw, spraakloos moet ik voor u staan; -Het bloed, dat in mijn aders zwelt, moog' spreken; -Verwarring heerscht in mijn ontroerd gemoed, -Gelijk zich, als een aangebeden vorst -Door schoone taal de schare heeft geboeid, -Een blij gemurmel onder 't volk doet hooren, -Waar iedre klank en elk gebaar, schoon niets, -Tot de uiting samensmelt van loutre vreugd, -Welsprekend zonder spraak;--verlaat deez' ring -Deez' vinger ooit, o dan verliet mij 't leven, -O, zeg dan vrij, Bassanio is niet meer. - -NERISSA. Nu, edel heer en vrouwe, is 't ònze tijd, -Daar wij ons aller wensch zoo schoon vervuld zien, -Te roepen: heil, heil, onze heer en vrouwe! - -GRATIANO. Mijn vriend Bassanio, en gij, schoone jonkvrouw, -Ik wensch u al de vreugd, die gij kunt wenschen, -Want zeker wenscht ge er geene van mij weg; -En is 't bepaald, wanneer uw edelheden -Den echtknoop leggen willen, dan vraag ik, -Dat ik terzelfder tijd mijn huw'lijk sluite. - -BASSANIO. Zorg voor een bruid, en dan van harte gaarne. - -GRATIANO. Ik dank u, heer, gij hebt me een bruid bezorgd. -Mijn oog ziet even vlug als 't uwe rond; -Gij zaagt de jonkvrouw, ik de dienares; -Gij zwoert haar liefde, ik ook, want noodloos uitstel -Vlijt mij al even weinig, heer, als u. -Heel ùw geluk hing van die kastjes af, -Maar ook het mijn', zooals het bleek; want toen -Ik op haar aanhield, buiten adem schier, -En liefde zwoer en zwoer, totdat mijn stem -Er rauw en heesch van werd, werd ik in 't eind -Geloofd, gelaafd door 't jawoord van deez' schoone, -Maar slechts met dit beding, dat uw geluk -Haar jonkvrouw zou veroov'ren. - -PORTIA. Zoo, Nerissa? - -NERISSA. Ja, jonkvrouw, als 't uw bijval mag verwerven. - -BASSANIO. En, Gratiano! kunt gij ernstig zijn? - -GRATIANO. Ja, heer, ik meen 't in ernst. - -BASSANIO. Uw echt verhoog' den luister van ons feest! - -GRATIANO (tot Nerissa). Nu, wij willen met hen om den eersten jongen -wedden, om duizend dukaten. - -NERISSA. En leggen wij dat daad'lijk neer? - -GRATIANO. Neen, neen, daar mogen we eerst ons op beslapen, op mijn -eer.-- -Maar wat! Lorenzo met zijn lief heidinneke? -En dan, mijn oude vriend Solanio? - -(Lorenzo, Jessica en Solanio komen op.) - -BASSANIO. Lorenzo en Solanio, welkom hier; -Wanneer mijn aanzien hier, zoo jeugdig nog, -U welkom heeten mà g.--'t Zij mij vergund, -Dat ik mijn landgenooten, oude vrienden, -Hier, Portia, welkom heet. - -PORTIA. Ik doe 't met u, -Zij zijn mij hartlijk welkom. - -LORENZO. Ik dank uwe edelheid.--Wat mij betreft, -'t Was, heer, mijn doel niet, u hier op te zoeken, -Maar 'k heb op reis Solanio ontmoet, -Die dwong mij zoo, om met hem mee te gaan, -Dat ik niet weigren kon. - -SOLANIO. Zoo deed ik, heer, -En 'k had er reden toe. Signore Antonio -Zendt u zijn groete. - -(Hij geeft Bassanio een brief.) - -BASSANIO. Eer ik den brief ontsluit, -Vertel mij, is hij wèl, mijn waarde vriend? - -SOLANIO. Niet krank, heer, als hij 't in 't gemoed niet is; -Niet wel, als zijne ziele lijdt; zijn brief -Doet u zijn toestand kennen. - -(Bassanio leest den brief.) - -GRATIANO. Breng gij die vreemdlinge ook uw groet, Nerissa, -En heet haar welkom.--Wel, Solanio, -Wat nieuws brengt gij ons van Venetië? Is -Die koopman-vorst, Antonio, welvarend? -O, wis verheugt hij zich in ons geluk; -Wij wonnen hier, als Jasons, 't gulden vlies. - -SOLANIO. O, hadt gij 't vlies, dat hij geteekend heeft! - -PORTIA. Een kwade tijding brengt dat stuk papier, -Daar 't aan Bassanio's wang de kleur ontrooft; -Een dierbre vriend is dood, want om iets anders -Zou toch een man, een man van moed, niet zóó -Ontstellen. Wat? 't wordt erger nog en erger?-- -Bassanio, vriend, ik ben uw wederhelft, -En mij behoort de helft van alles, wat -Die brief u brengt. - -BASSANIO. O, dierbre Portia, -'t Zijn enk'le woorden slechts, maar grievender, -Dan ooit papier bevlekten! Lieve vrouw, -Toen ik het eerst mijn liefde heb beleden, -Zeide ik ronduit, dat heel mijn rijkdom mij -In de aad'ren stroomde: ik was een edelman; -En waarheid sprak ik toen; maar, dierbre vrouw, -Al schatte ik mij op niets, toch blijkt u thans, -Hoe ik een pocher was; want toen ik zeide, -Dat al mijn have niets was, had ik beter -Die minder nog dan niets genoemd; want, waarlijk, -Mijzelf verpandde ik aan een dierbren vriend, -Mijn vriend verpandde ik aan zijn ergsten vijand, -Voor dezen tocht. Zie, jonkvrouw, dezen brief; -'t Papier is als het lichaam van mijn vriend, -En ieder woord is als een open wond, -Waar 't leven uitstroomt.--Doch is 't waar, Solanio, -Is alles dan mislukt, is niets gelukt? -Van Tripoli, van Mexico, van England, -Van Lissabon, van Barbarije en Indië? -Ontging geen schip de klippen, die zoo vaak -Den hand'laar dood'lijk zijn? - -SOLANIO. Geen enkel, heer; -En erger, 't schijnt zelfs, dat, al had hij thans -Het geld in kas tot delging van de schuld -De jood het niet zou willen. 'k Zag nog nooit -Een schepsel, van gedaante toch een mensch, -Zoo wreed, zoo fel op andermans verderf. -Hij vraagt den doge dag en nacht gehoor; -'t Is met de vrijheid van den staat gedaan, -Als hem zijn recht ontzegd wordt. Twintig hand'laars, -De doge zelf, de leden van den raad, -Zij hebben hun welsprekendheid beproefd, -Maar niemand brengt hem af van zijnen eisch; -De schuldbrief spreekt, hij wil zijn recht, de boete. - -JESSICA. Ik hoorde, toen 'k nog bij hem was, hem zweren, -Aan Tubal en aan Chus, zijn landgenooten, -Dat hij Antonio's vleesch nog liever had, -Dan twintigmaal 't bedrag der som, die hij -Te vordren heeft; en, heer, ik weet te goed, -Als wet, gezag en macht het niet verbieden, -Dan heeft Antonio het ergst te duchten. - -PORTIA. Is 't u een dierbre vriend, die zoo in nood is? - -BASSANIO. De dierbaarste, dien 'k heb, de beste mensch, -Een eedle geest, trouwhartig, onvermoeibaar -In 't weldoen, meer dan iemand; en een man, -Wien meer de deugden van Oud-Rome sieren, -Dan eenig man, die in Italië leeft. - -PORTIA. En hoeveel heeft de jood te vordren? - -BASSANIO. Drieduizend stuks dukaten. - -PORTIA. Wat! niet meer? -Geef hem zesduizend, en verscheur den schuldbrief; -Verdubbel dat en verdriedubbel dit, -Eer aan een vriend van zulk een stempel ooit -Een haar gekrenkt wordt door Bassanio's schuld. -Nu eerst onze' echtknoop in de kerk gelegd; -En ijl dan naar Venetië tot uw vriend; -Geen rustig leven aan mijn zijde, aleer -Deze onrust uit uw ziel geweken is. -Ik geef u goud, wel twintigmaal zooveel -Als deze kleine schuld; betaal ze en breng -Uw trouwen vriend hier met u meê. Nerissa -En ik, wij zullen hier als vroeger leven, -Als onbestorven weeuwtjes tevens. Ja, -Ik drijf u op uw huw'lijksdag van hier; -Maar toch een blij gelaat, heet allen welkom, -En neem uw plaats als heer des huizes in; -Koop ik u duur, te duurzamer mijn min. -Doch laat den brief van uwen vriend mij hooren. - -BASSANIO (leest). "Waarde Bassanio, mijn -schepen zijn alle verongelukt; mijn schuldeischers -worden onbarmhartig; mijn vermogen -is geheel versmolten; mijn schuldbrief aan den -jood is vervallen; en daar de betaling er van -mij het leven zal kosten, zoo zijn alle schulden -tusschen u en mij afgedaan, als ik u bij mijn -sterven mag zien; ondertusschen, handel hierin, -zooals gijzelf verkiest; als uwe vriendschap u -niet van zelve tot mij drijft, laat dan ook mijn -brief het niet doen". - -PORTIA. O, liefste, spoed gemaakt en ijlings heen! - -BASSANIO. Ja, ijlen wil ik, daar uw goedheid mij - Tot handlen machtigt; maar, totdat ik keer, -Zal mij geen slaap vertragen; want ik vlij - Vóór ons terugzien niet ter rust mij neer. - - (Allen af.) - - - - -DERDE TOONEEL. - - -Venetië. Een straat. - -Shylock, Solanio, Antonio en een Stokkeknecht komen op. - - -SHYLOCK. Bewaker, let op hem; neen, geen genade!-- -Dit is de zotskap, die geen rente nam! -Bewaker, let op hem! - -ANTONIO. Shylock, een woord! - -SHYLOCK. Ik wil mijn schuldbrief; wraak mijn schuldbrief niet; -Ik eisch,--en zwoer een eed er voor,--mijn schuldbrief. -Gij hebt me een hond genoemd, en hadt geen reden; -Mijd thans, als ik een hond ben, mijn gebit.-- -De doge staat mijn recht mij toe.--Waarom, -Onzinnige bewaker, toch die goedheid, -Op zijn verlangen met hem uit te gaan? - -ANTONIO. Ik bid u, hoor een woord! - -SHYLOCK. Ik wil mijn schuldbrief; wil van u geen woord. -Ik wil mijn schuldbrief; spaar daarom uw woorden. -Gij maakt mij nooit tot zwakken, blinden zot, -Die 't hoofd schudt, zucht, betreurt, en eindlijk toegeeft -Aan christ'nen, die wat plooien. Volg maar niet, -Ik wil geen woorden; 'k wil alleen mijn schuldbrief. - - (Shylock af.) - -SOLANIO. Dit is een hond, zoo wreed en onvermurwbaar, -Als ooit met menschen huisde! - -ANTONIO. Laat hem; nimmer -Zal 'k weer een ijdle bede tot hem richten. -Mijn leven zoekt hij, en ik weet waarom; -Vaak heb ik schuld'naars, die hun nood mij klaagden -En redd'loos schenen, uit zijn greep gered; -Van daar zijn haat. - -SOLANIO. Voorwaar, de doge zal -Hem nooit het innen van de boete toestaan. - -ANTONIO. De doge kan den loop van 't recht niet stuiten; -Want, als hij dit mocht wagen, zou 't vertrouwen -Van vreemden op de onkreukbre wet en 't recht -Van onzen staat geschokt zijn; en bedenk, -Dat hier op 't vrij verkeer van alle volken -De handel rust en welvaart. Ga dus nu; -Mijn rampen en mijn hartzeer doen mij kwijnen, -Zoodat mij nauwlijks een pond vleesch meer rest, -Om morgen hem zijn bloedige' eisch te geven.-- -Bewaker, kom!--God geve, dat Bassanio -Zijn schuld mij kwijten zie, dan is 't mij goed. - - (Allen af.) - - - - -VIERDE TOONEEL. - - -Belmont. Een kamer in Portia's woning. - -Portia, Nerissa, Lorenzo, Jessica en Balthazar komen op. - - -LORENZO. Mejonkvrouw, laat mij 't in uw bijzijn zeggen: -Gij toont een edel, echt en fijn gevoel, -Dat vriendschap godd'lijk is, en dit blinkt uit, -Door zoo het afzijn van uw gâ te dragen. -Maar wist ge, aan wien ge zulk een eer bewijst, -Wat echten edelman gij hulpe zendt, -Aan welk een waren vriend van uw gemaal, -Dan zoudt ge trotscher zijn op wat ge deedt, -Dan 't hart, gewoon om wel te doen, u dringt. - -PORTIA. Nooit heeft mij nog een goede daad berouwd, -En deez' zal 't ook niet doen; want trouwe makkers, -Die samen immer leven en verkeeren, -Wier zielen saam één juk van vriendschap dragen, -Gelijk verdeeld, die moeten wel gelijk zijn -In wezenstrekken, geest en wijs van doen; -Dit doet mij denken, dat Antonio, -De boezemvriend van mijn gemaal, geheel -Als mijn gemaal moet zijn; en is dit zoo, -Hoe luttel zijn dan de offers, die ik bracht, -Om uit den greep van helsche wreedheid 't beeld, -Het spiegelbeeld te slaken van mijn ziele! -Maar dit begint naar eigen lof te zweemen; -En dus genoeg hiervan; hoor nu iets anders.-- -Lorenzo, aan uw hand vertrouw ik toe -'t Beheer en de bezorging van mijn huis, -Totdat mijn gâ terugkomt; want ikzelf -Deed aan den hemel een gelofte, dat -Ik in bespieg'ling en gebed zou leven, -Slechts door Nerissa vergezeld, totdat -Onze echtgenooten zijn teruggekeerd; -Ik neem met haar mijn intrek in een klooster, -Twee mijlen hier van daan. Ik bid u thans, -Dat gij deze opdracht aanneemt, die vertrouwen -Op uwe vriendschap, en noodzaak'lijkheid -Mij geven doen. - -LORENZO. Van ganscher hart, mejonkvrouw, -Gehoorzaam ik uw vriendelijk bevel. - -PORTIA. Ik heb de mijnen reeds er van verwittigd; -Zij zullen u en Jessica erkennen -Als plaatsvervangers van mijn gade en mij. -Zoo vaart dan wel, tot spoedig wederzien. - -LORENZO. Dat u een blij gemoed en heil verzellen! - -JESSICA. Ik wensch u, jonkvrouw, iedre vreugd des harten. - -PORTIA. Ik dank u voor uw bede, en wensch volgaarne -Hetzelfde aan u; vaarwel dus, Jessica. - - (Jessica en Lorenzo af.) - -Nu, Balthazar, -Ik vond u immer nauwgezet en trouw; -Betoon u thans opnieuw zoo; neem deez' brief, -En ijl zoo snel maar menschen moog'lijk is, -Naar Padua; en stel hem zelf aan doctor -Bellario ter hand, mijn eed'len neef; -En, hoor! wat hij van kleed'ren of papieren -U geeft, breng dat met allen denkb'ren spoed -Naar 't veer, waarmeê men van het vaste land -Venetië bereikt; verlies geen tijd -Met vragen, ga; ik ben daar nog vóór u. - -BALTHAZAR. Mejonkvrouw, 'k ga met de' aanbevolen spoed. - - (Balthazar af.) - -PORTIA. Nerissa, kom; ik heb een plan in 't hoofd, -Waarvan gij wel niet droomt, dat we onze mannen, -En vóór ze 't denken, zien. - -NERISSA. En zij ons ook? - -PORTIA. Dat ook, Nerissa, maar in zulk een kleeding, -Dat zij ons voor verheev'ner wezens achten, -Dan vrouwen zijn. Ik wed om wat ge wilt, -Dat, zijn we als jonge mannen uitgedoscht, -Ik wel de knapste van ons tweeën ben, -En ook mijn degen met meer gratie draag, -En als een knaap, die man wordt, spreek, als stak -De baard mij in de keel; twee trippelpassen -In één stap samenneem; van mijn duëls -Gewaag, als een jong pocher; leugens zwets, -Hoe eedle vrouwen naar mijn liefde dongen, -En, daar ik koel bleef, zich verkniezend, stierven; -Ik kon 't niet helpen,--maar heb toch berouw, -En wensch, dat ik ze in 't leven weêr kon roepen;-- -Wel twintig zulke leugens zal ik zwetsen, -Dat ieder zweert: ik ben al wel een jaar -De school ontloopen;--duizend stukjes heb ik -Van zulke bluffers in mijn hoofd en breng ze -Wel aan den man. - -NERISSA. Zóó mannen na te gaan! - -PORTIA. O foei! wat zegt ge daar? -Als dat een looze woordverdraaier hoorde!-- -Maar kom, hen nagereden! Heel mijn plan -Vertel ik u wel in mijn koets; die wacht -Reeds aan de poort. Wij gaan in allerijl -En vord'ren, hoop ik, heden twintig mijl. - - (Beiden af.) - - - - -VIJFDE TOONEEL. - - -Aldaar. Een tuin. - -Lancelot en Jessica komen op. - - -LANCELOT. Ja, waarlijk! want ziet ge, de zonden des vaders worden -bezocht aan de kinderen; daarom, ik verzeker u, ben ik bang voor u. Ik -ben altijd ronduit tegen u geweest, en zoo zeg ik nu ook mijn kompinie -over de zaak; daarom, wees gerust, want waarachtig, ik geloof, dat gij -verdoemd zijt. Daar is nog maar ééne hoop, die u wat goed kan doen; -en dat is maar een soort van basterdhoop. - -JESSICA. En wat is dat dan voor een hoop, zeg? - -LANCELOT. Wel, ge kunt eenigermate hopen, dat ge uws vaders kind niet -zijt, dat gij de dochter niet zijt van den jood. - -JESSICA. Dat zou wezenlijk een soort van basterdhoop zijn; want dan -zouden de zonden van mijn moeder ook aan mij bezocht worden. - -LANCELOT. Waarachtig, dan vrees ik, dat gij verdoemd zijt, zoowel van -vaders- als van moederskant, want als ik zoo Scylla uw vader ontwijk, -verval ik op Charybdis uwe moeder; en zoo zijt ge op alle manieren weg. - -JESSICA. Ik zal behouden worden door mijn man; die heeft me -gechristend. - -LANCELOT. Daar is hij waarachtig niet beter om; er zijn er al genoeg -van ons christenen; net maar zooveel als er met elkaâr het leven -kunnen hebben. Dat tot christenen maken zal de varkens duurder maken; -als wij allemaal varkensvleesch-eters worden, zullen wij binnenkort -voor nog zooveel geld geen reepje spek meer hebben in de pan. - -JESSICA. Ik zal mijn man eens vertellen, Lancelot, wat je zegt; -daar komt hij. - -(Lorenzo komt op.) - -LORENZO. Zoo, Lancelot, ik zal gauw jaloersch op je worden, als je -met mijn vrouw zoo apartjes hebt. - -JESSICA. Nu, je hoeft om ons niet bang te wezen, Lorenzo; 't is -heelemaal mis tusschen Lancelot en mij; hij zegt me ronduit, dat ik -in den hemel op geen genade heb te hopen, omdat ik de dochter van een -jood ben; en hij zegt, dat jij geen goed burger van den staat bent; -want als je joden tot christenen bekeert, drijf je den prijs van het -varkensvleesch in de hoogte. - -LORENZO. Ik zal dat beter bij den staat kunnen verantwoorden, dan jij, -dat jij je zoo met de morin hebt afgegeven; van die smet kun je je -niet blank wasschen, Lancelot. - -LANCELOT. Ze heeft niet zwart afgegeven, heer, maar zij heeft al wel -iets blanks van mij gekregen en is al meer geworden dan zij was. - -LORENZO. Wat kan toch ieder dwaas een woordspeling maken! Het zal, -denk ik, niet lang meer duren, of verstand en geest komen het best -uit door stil te zwijgen, en spraakzaamheid is nog alleen bij de -papegaaien lofwaardig. Ga naar binnen, knaap, en zeg, dat alles klaar -moet zijn voor het eten. - -LANCELOT. Dat is in orde, heer; ze hebben allen een maag. - -LORENZO. Hemelsche goedheid, wat wil je geestig zijn! zeg, dat het -eten klaar moet zijn. - -LANCELOT. Dat is ook in orde, heer; er moet nog maar gedekt worden, -dat is de zaak. - -LORENZO. Wil je dan maar dekken, knaap? - -LANCELOT. Dekken, heer? Zeker niet, ik weet wel, wat me past, heer. - -LORENZO. Nu, het vervolg een anderen keer! Wil je je heelen schat van -geestigheden in eens uitkramen? Ik verzoek je, versta nu eenvoudige -taal op eenvoudige manier. Ga naar je kameraden, laten ze de tafel -dekken, het eten opdoen en wij zullen komen voor het maal. - -LANCELOT. De tafel, heer, die zal opgedaan, en het eten, dat zal -gedekt worden, en uw komst voor het maal, heer, die zal gebeuren, -zooals uw lust en luim het zullen verkiezen. - - (Lancelot af.) - -LORENZO. O heil'ge rede, wat gezocht vernuft! -Wat kent de dwaas woordspelingen bij hoopen -Van buiten! Och, ik ken wel meen'gen dwaas -In hoogren stand, maar even bont van geest, -Die ook de hoofdzaak prijs zou geven voor -Een geestigheid.--Wel, Jessica, hoe is 't? -Mijn hartedief, kom, zeg me uw oordeel eens, -Hoe vindt ge wel Bassanio's gemalin? - -JESSICA. Bewondrenswaard, meer dan ik zeggen kan; -Bassanio mag wel onberisp'lijk zijn -In heel zijn wandel; zulk een zegen is ze, -Dat hij op aarde 't heil des hemels smaakt, -En weet hij 't hier beneden niet te schatten, -Geen toegang tot den hemel ooit verdient. -Ja, hadden ooit twee goden in den hemel -Een weddingschap, en om twee aardsche vrouwen, -En Portia was de een', dan moest bij de ander' -Een toegift zijn, want de arme woeste wereld -Heeft haars gelijke niet. - -LORENZO. Juist zulk een man -Hebt gij in mij, als hij in haar een vrouw. - -JESSICA. Neen, vraag dan eerst, wat ik er wel van denk. - -LORENZO. Terstond, maar laat ons eerst aan tafel gaan. - -JESSICA. Neen, laat mij thans u schatten, nu ik trek heb. - -LORENZO. Neen, 'k bid u, spaar het voor gesprek bij 't maal, -Ik zal 't dan, wat ge ook zegt, met andre dingen -Wel slikken. - -JESSICA. Nu, je krijgt wat op je brood! - - (Beiden af.) - - - - - - - -VIERDE BEDRIJF. - - -EERSTE TOONEEL. - - -Venetië. Een gerechtzaal. - -De Doge, de Senatoren, Antonio, Bassanio, Gratiano, Salarino, Solanio -en anderen komen op. - - -DOGE. Is hier Antonio verschenen? - -ANTONIO. Ik ben bereid, doorluchte heer. - -DOGE. Ik ben in zorg om u; gij hebt te doen -Met een, die harder is dan steen, een onmensen, -Voor medelijden doof, in wien geen vonkje -Erbarmen huist. - -ANTONIO. Ik heb gehoord, uw hoogheid -Gaf zich veel moeite om 't felle van zijn drijven -Te matigen; maar daar hem niets vermurwt, -En 't recht geen middel geeft om voor zijn wrok -Mij te beschermen, stel ik lijdzaamheid -Zijn grimmig streven tegen, en ik wapen -Met kalmte mijn gemoed, om van het zijn' -De volle woede en razernij te dragen. - -DOGE. Ga, zeg den jood, dat hij voor 't hof verschijne. - -SOLANIO. Hij wacht reeds aan de deur; daar komt hij, heer. - -(Shylock komt op.) - -DOGE. Maakt plaats; hij sta daar over onzen stoel.-- -Shylock, de wereld denkt, zooals ook ik, -Gij drijft deez' schijn van uwe boosheid slechts -Tot aan het uur der daad; en dan, dan toont ge -Uw huiv'ring, uw erbarmen, wonderbaarder -Dan deze uw wondre, schijnbre wreedheid is; -Dan zult ge, schoon ge thans uw recht nog eischt, -(Dat pond van dezes armen koopmans vleesch,) -Niet slechts, zoo wacht men, daarvan afzien, maar, -Door menschlijkheid en menschenmin geroerd, -Een deel hem schenken van de schuld, erbarmen -Betoonend om de slagen, die sinds kort -Zoo dicht zijn schouders troffen, zwaar genoeg -Om zelfs een koopman-vorst ten val te brengen, -En meêlij met zijn toestand af te dwingen -Aan koop'ren boezems, harten hard als steen, -Aan stugge Turken en Tataren, die -Nog nooit uit menschlijkheid een dienst bewezen. -Wij allen wachten, Jood, een gunstig antwoord. - -SHYLOCK. Ik deelde uw hoogheid mee, wat ik verlang, -En ik bezwoer bij onzen heil'gen sabbat, -Te vordren, wat mij toekomt door mijn schuldbrief. -Als gij dit weigert, brengt ge van uw stad -De rechten en de vrijheid in gevaar. -Vraagt gij, waarom ik liever zoo'n gewicht -Van krengenvleesch wil hebben, dan drieduizend -Dukaten wil ontvangen; 'k heb geen antwoord -Dan dit: 't is mijn verkiezing. 't Is toch antwoord! -Wat? als mijn huis gekweld is van een rat, -En ik verkies voor 't dooden eens tienduizend -Dukaten te off'ren? Nu, dit is toch antwoord? -Deez' kan het schreeuwen van een big niet lijden, -En die wordt dol, als hij een kat maar ziet, -En die zit, bij den neustoon van de zakpijp, -Op spelden schier; ja, voor- of tegenzin -Beheerscht den geest en dwingt naar luim en lust -Tot liefde of afschuw; nu, ziehier uw antwoord: -Zooals geen grond of reden is te geven, -Dat deez' geen schreeuwend varken velen kan, -En die geen kat, zoo'n noodig, goedig dier, -En die geen zakpijp, maar elk onweerstaanbaar -Genoopt wordt tot het smadelijk bedrijf, -Dat hij, getergd, nu zelf weer andren tergt, -Zoo kan en wil ik ook geen reden geven, -Dan ingevreten haat en bittren wrok, -Dien 'k voor Antonio voel, wat mij mijn recht, -Zelfs met verlies doet eischen. Is dit antwoord? - -BASSANIO. Dit is geen antwoord, schepsel zonder hart, -Dat uw wreedaardig drijven kan verschoonen. - -SHYLOCK. Moet ik dan antwoord geven naar uw zin? - -BASSANIO. Brengt iedereen dà t om, wat hem mishaagt? - -SHYLOCK. Wie haat dan iets, en brengt het niet graag om? - -BASSANIO. Wat ons mishaagt, wekt daad'lijk nog geen haat. - -SHYLOCK. Laat gij u tweemaal bijten door een slang? - -ANTONIO. Bedenk, het is de jood, met wien ge u inlaat; -Ga eerder nog naar 't strand der zee en geef -Den vloed bevel, dat hij in eb verander; -Daag eerder nog den wolf tot een verhoor, -Waarom hij 't ooi deed blaten om het lam; -Verbied veeleer den fieren pijn der bergen, -Te schudden met den hoogen top, te ruischen, -Als hem de storm met vlaag op vlaag bestookt, -Leg eer de hardste taak u op, dan dat -Gij 't hardste, dat bestaat, tracht te verzachten, -Zijn jodenhart; en daarom, 'k smeek het u, -Geen aanbod meer, geen middel meer beproefd, -Maar kort en goed zij de uitspraak nu gedaan, -Mijn lot beslist, en hebb' de jood zijn eisch. - -BASSANIO. Hier zijn dukaten, zes- voor uw drieduizend. - -SHYLOCK. Was ieder der zesduizend stuks dukaten -Zesmaal gedeeld en elk deel een dukaat, -Ik nam ze niet; ik vergde toch mijn schuldbrief. - -DOGE. Hoopt ge op genâ, gij, die er geen bewijst? - -SHYLOCK. Wat vonnis zou ik duchten? 'k Doe geen onrecht. -Gij hebt wel meen'gen duurgekochten slaaf, -Dien gij, gelijk uw ezels, paarden, honden, -Tot slaafsch en laag en smaad'lijk werk gebruikt, -Wijl gij ze kocht.--En als ik tot u zeide: -Laat hen toch vrij en paart hen met uw erven; -Wat zwoegen ze onder vrachten? laat hun bed -Zoo zacht zijn als het uwe; streel hun tong -Met spijzen, fijn als de uwe;--gij zult zeggen: -Die slaven zijn gekocht.--Zoo zeg ik ook: -Zie, dit pond vleesch, dat ik van hem verlang, -'t Is duur gekocht, 't is mijn, en ik wil 't hebben. -Als gij het weigert, spuw ik op uw wet! -Dan heeft hier in Venetië 't recht geen kracht! -Ik wacht op de uitspraak; antwoord! zal ik 't hebben? - -DOGE. Ik ben bevoegd de zitting op te heffen, -Als niet Bellario, een doorkneed geleerde, -Wiens rechtspraak ik in deze heb gevraagd, -Vandaag verschijnt. - -SALARINO. Uw hoogheid, buiten staat -Een bode, die met brieven van den doctor -Daar juist van Padua komt. - -DOGE. Breng ons die brieven; laat den bode komen. - -BASSANIO. Schep moed, Antonio, heb slechts goeden moed! -Eer krijgt de jood mijn vleesch, bloed, beendren, alles, -Eer gij voor mij een druppel bloeds verliest. - -ANTONIO. Ik ben een zieklijk ram der kudde, rijp -Ten dood; het is de zwakste vrucht, die 't eerst -Ter aarde valt; zoo zij 't met mij; gij kunt -Geen beetren dienst mij doen dan deez', Bassanio, -Dat gij blijft leven en mijn grafschrift stelt. - -(Nerissa treedt op, als klerk van een rechtsgeleerde gekleed.) - -DOGE. Komt gij van Padua, van Bellario? - -NERISSA. Van beide, Heer; Bellario groet uw hoogheid. - -(Zij overhandigt een brief.) - -BASSANIO. Wat wet gij daar zoo ijverig uw mes? - -SHYLOCK. Om, wat mij toekomt, uit dien bankroetier te snijden. - -GRATIANO. Gij scherpt niet op uw zool, maar op uw ziel, -Steenharde jood, uw mes; maar geen metaal, -Neen, niet de bijl des beuls heeft half de scherpte -Uws scherpen haats. Geen beê dringt in u door? - -SHYLOCK. Geen enkle, neen, die uw vernuft kan smeden. - -GRATIANO. Vervloekt dan, onverbidbre hond! En zij -Gerechtigheid verklaagd, wijl gij nog leeft! -Gij zoudt mij schier in mijn geloof doen wank'len, -Om mij te scharen bij Pythagoras, -Dat beestenzielen varen in het lichaam -Van menschen; eens bezielde uw hondsche geest -Een wolf; van dien, om menschenmoord gehangen, -Ontvlood, daar aan de galg, de felle ziel, -En voer, toen nog uw ongedoopte moeder -U droeg, in u, in u; want uw begeerten -Zijn wolfsch, bloeddorstig, hongrig en roofgierig. - -SHYLOCK. Tot gij dit zegel wegraast van mijn schuldbrief, -Bederft ge uw longen maar met dat geschreeuw; -Lap uwen geest wat op, jong mensch; zijn staat -Mocht hoop'loos worden.--'k Sta hier voor mijn recht. - -DOGE. Bellario's schrijven hier beveelt aan 't hof -Een jongen, zeer geleerden doctor aan; -Waar is hij? - -NERISSA. Heer, hij wacht nabij deez' zaal -Uw antwoord, of hij toegelaten wordt. - -DOGE. Van heeler hart;--dat drie of vier van u -Hem hoff'lijk de gerechtszaal binnenleiden.-- -Intusschen hoore 't hof Bellario's brief. - -EEN KLERK (leest). "Deze is dienende om uwe -hoogheid te berichten, dat ik bij de ontvangst -van uw brief zeer ziek ben. Maar juist toen -uw bode aankwam, bracht mij een jong doctor -uit Rome, met name Balthazar, een vriendschappelijk -bezoek; ik heb hem bekend gemaakt -met het geding tusschen den Jood en den -koopman Antonio; wij hebben samen vele rechtsgeleerde -werken nageslagen; hij is volkomen -met mijn inzichten bekend, die hij, verbeterd -nog door zijn eigen geleerdheid (die zoo groot -is, dat ik haar niet genoeg roemen kan), op -mijn aandringen overbrengt, om uwe hoogheid -in mijne plaats ten dienste te staan. Ik verzoek -u dringend, laat zijn jeugdige leeftijd geen -oorzaak wezen om hem eerbiedige achting te -doen derven, want nooit zag ik een jong hoofd, -zoo grijs in kennis. Ik reken voor hem met -vertrouwen op een gunstige ontvangst bij uwe -hoogheid; uw toetsing zal zijn lof beter verkondigen, -dan ik het kan doen." - -DOGE. Gij hoort, wat de geleerde man ons schrijft; -En hier, naar 'k denk, verschijnt de jonge doctor. - -(Portia komt op, in het gewaad van een rechtsgeleerde.) - -Uw hand, Heer;--'t is Bellario, die u zendt? - -PORTIA. Zoo is 't, doorluchte heer. - -DOGE. Neem plaats, wees welkom! -Is u 't geding, dat op dit oogenblik -Voor 't hof hier hangende is, alreeds bekend? - -PORTIA. 'k Ben van de zaak volkomen ingelicht.-- -Wie is de koopman hier, waar is de jood? - -DOGE. Antonio, oude Shylock, komt naar voren. - -PORTIA. Uw naam is Shylock? - -SHYLOCK. Shylock is mijn naam. - -PORTIA. Van vreemden aard is de eisch, dien gij hier doet, -Maar in den vorm, zoodat Venetië's wet -Bij 't voeren van 't geding u niet kan wraken.-- -(Tot Antonio.) Gij zijt het, die bedreigd wordt door zijn eisch? - -ANTONIO. Zooals hij zegt. - -PORTIA. En gij erkent den schuldbrief? - -ANTONIO. O ja. - -PORTIA. Dan moet de jood genadig zijn. - -SHYLOCK. Gij zegt, ik moet; wat dwingt me? zeg me, wat? - -PORTIA. Genade wordt verleend, niet afgedwongen; -Zij drupt, als zachte regen, uit den hemel -Op de aarde neer, en dubblen zegen brengt ze, -Zij zegent hem, die geeft, en die ontvangt; -Ze is 't machtigste in den machtigste; ze siert -Den koning op zijn troon meer dan de kroon; -De scepter toon' zijn wereldlijk gezag, -Zij 't zinbeeld zijner macht en majesteit, -Wekke eerbied en ontzag voor 't koningschap, -Maar boven dezen scepter heerscht genade; -Zij heeft haar zetel in der vorsten hart; -Zij is een eigenschap der godheid zelf; -En aardsche macht zweemt meest naar die van God, -Wanneer genade 't recht doortrekt. Daarom, -Beroept ge u, jood, op 't recht, bedenk ook dit, -Dat, naar gerechtigheid, geen onzer ooit -Behouden wordt; wij bidden om genade; -En de eigen bede leert ons, zelf aan and'ren -Genade te oef'nen. Hiermee dring ik aan, -Dat gij de strengheid van uw eisch verzacht; -Want, blijft ge er bij, dan moet Venetië's hof -Zijn vonnis vellen tegen dezen koopman. - -SHYLOCK. Mijn daden op mijn hoofd; ik eisch de wet, -De boete, de voldoening van mijn schuldbrief. - -PORTIA. Is hem 't betalen van het geld onmooglijk? - -BASSANIO. O, neen, hier voor het hof bied ik 't hem aan; -Ja tweemaal zelfs; als dit nog niet genoeg is, -Verbind ik mij het tienmaal te betalen, -'k Verpand mijn handen, hoofd en hart er voor; -Is dit nog niet genoeg, dan blijkt het nu, -Dat boosheid braafheid onderdrukt. En 'k bid u, -Verbuig voor eens nu 't recht door uw gezag; -Om waarlijk recht te doen, pleeg luttel onrecht, -En toom dien boozen duivel in zijn vaart. - -PORTIA. Dit mag niet zijn. Geen macht kan in Venetië -Een wettig vastgestelde wet verwringen; -'t Wierd aangehaald als voorbeeld voor 't vervolg; -En menig misbruik vond, na zulk een voorgang, -Wel ingang in den staat; het mag niet zijn. - -SHYLOCK. Een Daniël, die rechtspreekt! ja, een Daniël!-- -O wijze, jonge rechter, hoe 'k u eer! - -PORTIA. Ik bid u, laat mij eens den schuldbrief zien. - -SHYLOCK. Hier is hij, eed'le doctor, zie, hier is hij. - -PORTIA. Shylock, men biedt u driemaal thans uw geld. - -SHYLOCK. Een eed, een eed, ik zond een eed ten hemel! -En zou ik meineed laden op mijn ziel? -Voor gansch Venetië niet. - -PORTIA. Deez' schuld verviel; -En 't stuk geeft aan den jood het recht, dat hij -Een pond mag eischen van des koopmans vleesch, -'t Moet snijden bij 's mans hart;--maar wees genadig, -Neem driemaal 't geld, en laat mij 't stuk verscheuren. - -SHYLOCK. Als aan zijn letter is voldaan, eer niet. -Het blijkt, dat gij een waardig rechter zijt; -Gij kent de wet, en uw betoog was juist -En bondig; ik bezweer u bij de wet, -Waarvan ge een hechte steunpilaar u toont, -Sla 't vonnis nu; ik zweer toch bij mijn ziel, -Geen menschentong heeft in het minst de macht -Mij te verand'ren; 'k sta hier op mijn schuldbrief. - -ANTONIO. Van ganscher harte smeek ik 't edel hof -Om uitspraak in mijn zaak. - -PORTIA. Welnu, die luidt: -Houd uwen boezem voor zijn mes bereid. - -SHYLOCK. O, edel rechter, wakker jongeling! - -PORTIA. De wet is duid'lijk; zin en woorden slaan -Volkomen op de thans vervallen boete, -Die in dit stuk verschuldigd wordt erkend. - -SHYLOCK. Volkomen waar; o, wijs en eerlijk rechter! -O, hoeveel ouder zijt ge dan gij schijnt! - -PORTIA. Ontbloot alzoo uw boezem. - -SHYLOCK. Ja, zijn borst; -Zoo zegt mijn stuk;--niet waar, hoogedel rechter?-- -Het naast aan 't hart;--staat het niet woord'lijk zoo? - -PORTIA. Zoo is 't. Hebt gij een weegschaal hier, om 't vleesch -Te wegen? - -SHYLOCK. 'k Heb ze bij de hand. - -PORTIA. Zorg voor een wondarts, Shylock, op uw kosten, -Die hem verbind', want anders bloedt hij dood. - -SHYLOCK. Is dat zoo voorgeschreven in den schuldbrief? - -PORTIA. Het staat er niet uitdrukk'lijk, maar wat doet dit? -'t Waar' goed, dat gij uit menschlijkheid het deedt. - -SHYLOCK. Ik kan 't niet vinden, 't staat niet in den schuldbrief. - -PORTIA. Gij koopman, hebt gij ook nog iets te zeggen? - -ANTONIO. Slechts luttel; 'k ben bereid en welgewapend!-- -Geef mij de hand, Bassanio, vaar gij wel! -Het grieve u niet, dat dit voor u mij treft; -Want hierin toont zich 't Noodlot goediger, -Dan 't anders pleegt te doen. Hoe vaak toch laat het -Den bankroetier zijn schatten overleven, -Om met gerimpeld voorhoofd, holstaand oog -Een ouden dag van armoede af te wachten; -Het spaart mij 't slepend leed van zulke ellend! -Breng aan uw eedle ga mijn groeten over, -Meld haar de toedracht van Antonio's sterven, -Hoe ik u liefhad, roem den doode na, -En is 't verhaal gedaan, laat haar beslissen, -Of niet Bassanio eens een vriend bezat. -Treurt gij slechts niet, dat gij een vriend verliest, -Dan treurt hij niet, dat hij uw schuld betaalt; -Want maakt de jood zijn snede diep genoeg, -Dan kwijt ik haar in eens met heel mijn hart. - -BASSANIO. Antonio, vriend, ik heb een vrouw gehuwd, -Die mij zoo dierbaar is als 't leven zelf; -Maar 't leven zelf, mijn vrouw, de gansche wereld, -Zij gelden mij niet hooger dan uw leven; -'k Gaf alles prijs, dit alles offerde ik -Dien duivel daar, om u van hem te ontslaan. - -PORTIA. Uw vrouw betuigde u zeker luttel danks, -Was zij hierbij en hoorde ze uw betuiging. - -GRATIANO. Ik heb een vrouw, die 'k min, ik zweer 't; maar 'k wenschte -Haar in den hemel, kon ze daar een macht -Verbidden, die dien hondschen jood verkneedde. - -NERISSA. 't Is goed, dat gij dit in haar afzijn zegt: -Uw wensch kon licht den vreê van 't huis verstoren. - -SHYLOCK (ter zijde). Zoo zijn de christenmannen;--'k heb een dochter, -Maar had ze wien ook van Barabbas' stam -Tot man genomen, eer nog dan een christen!-- -(Luid.) De tijd verloopt; ik bid u, kom tot de uitspraak. - -PORTIA. Een pond van dezes koopmans vleesch is u; -Het hof erkent dit, en de wet verleent het. - -SHYLOCK. O hoogst rechtvaardig rechter! - -PORTIA. Gij moet dit vleesch hem snijden van de borst; -De wet erkent dit, en het hof verleent het. - -SHYLOCK. Hoogstwijze rechter!--'t Is beslist, bereid u! - -PORTIA. Een oogenblik nog;--neem ook dit in acht:-- -De schuldbrief hier geeft u geen druppel bloeds; -De woorden zijn uitdrukk'lijk: een pond vleesch. -Neem dus uw schuldbrief, neem gij uw pond vleesch; -Maar zoo, bij 't snijden, gij een drup vergiet, -Een enklen druppel christenbloed, dan vallen -Uw land en goedren, naar Venetië's wet, -Den staat Venetië toe. - -GRATIANO. O, eerlijk rechter! jood; een wijze rechter! - -SHYLOCK. Is dat de wet? - -PORTIA. Gij zult de keur zelf zien; -Gij eischtet recht, en, wees verzekerd, recht -Zal u geworden, meer dan gij verlangt. - -GRATIANO. O wijze rechter! jood; een wijze rechter! - -SHYLOCK. 'k Neem 't aanbod aan;--betaal driemaal de schuld, -En dat de christen ga. - -BASSANIO. Hier is het geld. - -PORTIA. Bedaar! Den jood -Zal al zijn recht geworden!--neen, geen haast! -De boete zal hij hebben en niets meer. - -GRATIANO. O, jood, een eerlijk rechter! een wijs rechter! - -PORTIA. Daarom, maak u gereed het vleesch te snijden. -Maar stort geen bloed; en snijd niet min of meer -Dan juist een pond; want neemt ge meer of minder -Dan juist een pond;--al waar' 't ook maar zooveel, -Dat het gewicht te licht wordt of te zwaar, -Een onderdeel zelfs van een twintigste -Van éénen scrupel;--slaat de weegschaal door, -Ja, waar' 't ook slechts de breedte van een haar,-- -Dan sterft ge, en al uw goedren zijn verbeurd. - -GRATIANO. Een tweede Daniël! ja, een Daniël, jood! -Nu, ongedoopte hond, nu hebben we u. - -PORTIA. Wat draalt de jood nog? Neem, wat u verviel. - -SHYLOCK. Geef mij mijn hoofdsom slechts, en laat mij gaan. - -BASSANIO. Ik heb het geld voor u gereed; hier is 't. - -PORTIA. Hij heeft het openlijk voor 't hof versmaad; -Zijn recht slechts zal hij hebben en zijn schuldbrief. - -GRATIANO. Een Daniël, zeg ik weer, een tweede Daniël!-- -Ik dank u, jood, voor 't leeren van dat woord. - -SHYLOCK. Krijg ik dan nu niet eens mijn hoofdsom weer? - -PORTIA. Niets krijgt ge, niets, dan de vervallen boete; -Die moogt ge op lijfsgevaar nu innen, jood. - -SHYLOCK. Dan doe de duivel hem er wel bij varen! -Ik laat me er langer niet mee in. - -PORTIA. Blijf, jood; -Het recht heeft nog iets anders van u te eischen. -De wetten van Venetië stellen vast:-- -Als van een vreemdling te bewijzen is, -Dat hij, 't zij rechtstreeks, 't zij op slinksche wijs, -Een burger naar het leven heeft gestaan, -Dan naast de burger, wiens verderf hij zocht, -De helft van al zijn goedren; de andre helft -Valt aan de schatkist van den staat ten deel; -En 't leven van den schuldige berust -In 's dogen hand, die niemands stem behoeft. -Deze uitspraak, zeg ik, past geheel op u: -'t Is uit uw handling hier voor 't hof gebleken, -Dat gij èn rechtstreeks èn op slinksche wijs -Met overleg het leven hebt bedreigd -Van den verweerder; en de strafbedreiging, -Zoo even aangehaald, is hier van kracht. -Dus kniel, en smeek genade van den doge. - -GRATIANO. Smeek om verlof, dat gij uzelf verhangt; -Want, daar gij al uw goed'ren hebt verbeurd, -Bleef u de waarde zelfs niet van den strik, -En moet de staat dat hangen nog betalen. - -DOGE. Opdat ge in ons een andren geest erkent, -Schenk ik u 't leven, eer gij er om bidt; -Uw halve have is voor Antonio, -En de andre helft is aan den staat vervallen, -Maar deemoed kan dit mindren tot een boete. - -PORTIA. Ja, voor den staat, niet voor Antonio. - -SHYLOCK. Neen, neem mij 't leven ook, schenk dat mij niet; -Gij neemt mijn huis, als gij den steun mij neemt, -Waar heel mijn huis op rust; gij neemt mijn leven, -Als gij de midd'len neemt, waar ik door leef. - -PORTIA. En wat kan ùw genade zijn, Antonio? - -GRATIANO. Een strop voor niet; niets meer, om Gods wil, niets. - -ANTONIO. Behaagt het aan uw hoogheid en aan 't hof, -Die straf van de eene helft hem kwijt te schelden, -Dan is 't mij goed, mits hij mij de andre helft -In bruikleen geven wil,--om na zijn dood -Die weder af te staan aan de' edelman, -Die onlangs hem zijn dochter heeft geschaakt; -En nog twee eischen: dat, voor deze gunst, -Hij van dit oogenblik een christen worde, -Ten andre, dat hij, hier nu, voor het hof, -Al wat hij bij zijn dood bezitten zal, -Zijn zoon Lorenzo en zijn dochter schenke. - -DOGE. Dit zal hij doen, of anders trek ik in -Wat ik reeds van genade heb gerept. - -PORTIA. Zijt gij tevreden, jood? wat is uw antwoord? - -SHYLOCK. Ik ben tevreden. - -PORTIA. Schrijver, stel een schenking. - -SHYLOCK. Ik bid u, sta mij toe van hier te gaan; -Ik ben niet wel; zend mij de schenking na; -Ik zal ze teek'nen. - -DOGE. Ga dan heen, maar teeken. - -GRATIANO. Twee peten zult ge hebben bij uw doop; -Ware ik uw rechter, tien hadt gij er meer, -Om u ter galg te leiden, niet ter doopvont. - - (Shylock af.) - -DOGE. Ik bid u, heer, gebruik het maal bij mij. - -PORTIA. Verschoon me, ik zeg uw hoogheid need'rig dank; -Ik moet deze' avond nog in Padua zijn, -En 't beste is dus, onmidd'lijk af te reizen. - -DOGE. Het spijt me, dat uw tijd het niet gehengt.-- -Antonio, toon u aan den doctor dankbaar, -Want, naar mij dunkt, zijt gij hem veel verplicht. - - (De Doge, Senatoren en Gevolg af.) - -BASSANIO. Hoogedel heer, mijn vriend en ik, wij zijn -Door uwe wijsheid heden vrijgesproken -Van zware boete; en gaarne bieden we u, -Wat aan den jood verschuldigd was, drieduizend -Dukaten, voor uw edel hulpbetoon. - -ANTONIO. En blijven, als uw schuld'naars, bovendien -Tot liefde en weêrdienst eeuwig u verplicht. - -PORTIA. Die weltevreden is, is welbetaald; -Ik ben tevreden, dat ik u bevrijdde, -En reken daardoor reeds mij welbetaald; -Naar grooter loon heb ik nog nooit gestreefd. -Eén bede: ken me, als gij mij weer ontmoet; -Ik wensch u heil, en hiermeê neem ik afscheid. - -BASSANIO. Zoo laten we u niet los, mijn waarde heer; -Neem een gedacht'nis aan, maar als geschenk, -En niet als loon; twee gunsten vraag ik u: -Sla dit niet af, en duid mijn drang niet euvel. - -PORTIA. Gij dringt mij sterk, en daarom geef ik toe. -(Tot Antonio.) Uw handschoen dan; ik draag ze u ter gedacht'nis; -(Tot Bassanio.) En daar gij 't wenscht, neem ik deez' ring van u;-- -Trek niet de hand terug; ik wil niet meer; -En uwe vriendschap mag mij dit niet weig'ren. - -BASSANIO. Die ring, mijn heer,--ach, zulk een kleinigheid; -Ik zou mij schamen, u dien aan te bieden. - -PORTIA. Ik wil niet anders hebben dan dien ring -Hoe 't komt, ik weet niet, maar ik hecht er aan. - -BASSANIO. 't Is om de waarde niet, 't is om den ring; -Den kostbaarste' in Venetië geef ik u, -Dien openbare navraag vinden laat; -Slechts deze' alleen, ik bid u, vraag dien niet. - -PORTIA. Gij biedt, dit zie ik, onbekrompen aan; -Eerst leerdet gij mij beed'len, en nu, dunkt me, -Nu leer ik, hoe men beedlaars antwoord geeft. - -BASSANIO. Deez' ring gaf, waarde heer, mijn vrouw me, en vroeg -Bij 't aandoen mij een eed, dat ik hem nooit -Verkoopen zou, verliezen, weg zou schenken. - -PORTIA. Met zulk een uitvlucht spaart men meen'ge gave. -Maar is uw vrouw geen dwaze vrouw, en weet ze, -Hoe ik dien ring verdiende, wis, zij zal -Niet eeuwig toornig blijven, dat ge aan mij -Hem weggaaft.--Nu, het zij zoo; 't ga u wel. - - (Portia en Nerissa af.) - -ANTONIO. Bassanio, vriend, sta hem den ring toch af; -Dat zijn verdiensten en mijn vriendschap saam -Hier gelden tegen wat uw vrouw gebood. - -BASSANIO. Gratiano, haast u, haal hem in, en geef -Den ring hem nog; en breng hem, zoo ge kunt, -Zelf bij ons, in Antonio's huis;--maak spoed! - - (Gratiano af.) - -Kom, gij en ik, wij gaan daar daad'lijk heen, -En morgen in de vroegte vliegen wij -Naar Belmont samen. Kom, Antonio. - - (Bassanio en Antonio af.) - - - - -TWEEDE TOONEEL. - - -Aldaar. Een straat. - -Portia en Nerissa komen op. - - -PORTIA. Vraag naar de woning van den jood en laat -Dit stuk hem teek'nen. Nog van avond gaan wij; -Zoo zijn we een dag voor onze mannen thuis. -Dit stuk zal aan Lorenzo welkom zijn. - -(Gratiano komt op.) - -GRATIANO. Goed, dat ik u nog inhaal, waarde heer! -Bassanio, die tot beter inzicht kwam, -Zendt U deez' ring door mij en noodigt u -Van middag tot het maal. - -PORTIA. Dit kan niet zijn, -Maar hartlijk dank ik hem voor dezen ring; -En 'k bid u, zeg hem dit. Wees ook zoo goed -Mijn klerk den weg naar Shylocks huis te wijzen. - -GRATIANO. Met veel genoegen. - -NERISSA (tot Portia, luid). Heer, een woord met u;-- -(Zacht.) 'k Wil zien, den ring te krijgen van mijn man, -Dien ik hem zweren deed nooit weg te schenken! - -PORTIA. Dat kunt gij wis; dat zal een zweren zijn, -Dat zij aan mannen slechts hun ringen schonken; -Doch we òverkraaien, òverzweren hen.-- -Maar ga, maak haast; gij weet, waar ik u wacht. - -NERISSA. Kom, waarde heer, wilt gij zijn huis mij wijzen? - - (Allen af.) - - - - - - - -VIJFDE BEDRIJF. - - -EERSTE TOONEEL. - - -Belmont. Een park voor Portia's woning. - -Lorenzo en Jessica komen op. - - -LORENZO. 't Is heldre maan; in zulk een nacht als deze, -Toen zachte lucht de boomen vriendlijk kuste -En nauwlijks ruischen deed,--in zulk een nacht, -Naar 'k denk, steeg Troilus op Troja's wal -En zond zijn ziel haar zuchten naar de tenten -Der Grieken heen, waar ook zijn Cressida -Die nacht te sluim'ren lag. - -JESSICA. In zulk een nacht -Sloop Thisbe, schuchter tripp'lend, op den dauw, -En zag geen leeuw nog, maar alleen zijn schim, -En nam vol angst de vlucht. - -LORENZO. In zulk een nacht -Stond Dido, in haar hand een wilgetak, -Op 't woeste zeestrand, om haar lief te wenken, -Weêr naar Carthago's kust. - -JESSICA. In zulk een nacht -Las zich Medea tooverkruid en maakte -Den ouden Æson jong. - -LORENZO. In zulk een nacht -Verloor de rijke jood zijn Jessica, -Die uit Venetië met een spilziek lief -En heel naar Belmont vlood. - -JESSICA. In zulk een nacht -Zwoer haar Lorenzo, dat hij teêr haar minde, -En stal met meen'gen eed van trouw haar hart, -Doch alle waren valsch. - -LORENZO. In zulk een nacht -Bekladde Jessica, die kleine feeks, -Haar zoetelief, maar hij vergaf het haar. - -JESSICA. Ik zou u óver-nachten, kwam er niemand; -Maar luister, 'k hoor den stap daar van een man. - -(Stefano komt op.) - -LORENZO. Wie komt zoo haastig in de stille nacht? - -STEFANO. Goed volk. - -LORENZO. Goed volk? wat volk? Zeg mij uw naam, goed volk! - -STEFANO. Mijn naam is Stefano; ik breng bericht, -Dat de eedle vrouw voor de' aanvang van den dag -Te Belmont zijn zal; ze is nog op haar tocht -Langs heiligbeelden, waar ze knielt en bidt -Om zegen op haar echt. - -LORENZO. En wie verzelt haar? - -STEFANO. Een heil'ge kluiz'naar en haar kamerjuffer. -Maar zeg me, is de eedle heer nog niet terug? - -LORENZO. Nog niet; we ontvingen zelfs nog geen bericht.-- -Maar laat ons, Jessica, naar binnen gaan -En zorgen, dat de meesteres van 't huis -Nu met een plechtig welkom zij begroet. - -(Lancelot komt op.) - -LANCELOT. Hola, hola, ho, heila, hola, ho! - -LORENZO. Wie roept daar? - -LANCELOT. Hola! hebt gij den heer Lorenzo en mevrouw Lorenzo ook -gezien? Hola! hola! - -LORENZO. Houd op met uw hola, man; hier. - -LANCELOT. Hola! waar? waar? - -LORENZO. Hier. - -LANCELOT. Zeg hem, dat er een postiljon is gekomen, die zijn hoorn -vol goed nieuws heeft; mijn meester zal nog voor zonsopgang hier zijn. - - (Lancelot af.) - -LORENZO. Kom, liefste, binnen dan hun komst verbeid! -Of neen, waartoe naar binnen? 't Is niet noodig, -Vriend Stefano, ik bid u, meld aan allen -In huis, dat de eedle vrouw in aantocht is, -En breng de muzikanten mee naar buiten. - - (Stefano af.) - -Wat slaapt het maanlicht lieflijk op dien heuvel! -Hier zetten we ons, hier drinke ons oor de tonen -Der hemelsche muziek; de vreê der nacht -Stemt met den klank van zoete harmonie. -Kom, Jessica; zie, is het hemelwelf -Niet ingelegd met schijfjes schitt'rend goud? -Geen licht, hoe klein, dat ge daarboven ziet, -Dat op zijn baan niet als een engel zingt, -Bij 't koor der Cherubim met kinderoogen. -Gelijke harmonie is in de zielen -Der menschen, maar zoolang 't verganklijk kleed -Onsterflijkheid omhult, is ze ons onhoorbaar. - -(De Muzikanten komen op.) - -Weest welkom, wekt Diana met een lied; -Dringt met uw klanken door tot uw gebiedster, -En toovert, lieflijk streelend, haar naar huis. - -(Muziek.) - -JESSICA. Ik ben bij lieflijke muziek nooit lustig. - -LORENZO. Dit komt, omdat uw geest haar luistrend volgt; -Want zie maar eens een wilde, dartle kudde, -Of troepje veulens, jong en ongetemd; -Zij springen dol, zij loeien, brieschen luid, -Want dat is de aard en de eisch van 't warme bloed; -Maar nauwlijks hooren ze een trompet, die schalt, -Of treft het ruischen van muziek hun oor, -Gij ziet hen plotsling, luistrend, stil bijeen; -De macht der tonen dwingt dat vlammend oog -Tot kalmen blik. Van daar 't verhaal des dichters, -Dat Orpheus boomen, rotsen, stroomen boeide, -Daar niets zoo stug, zoo hard, zoo woedend is, -Dat niet muziek het voor een tijd verandert. -Heeft iemand in zichzelven geen muziek, -Roert hem de meng'ling niet van zoete tonen, -Die man deugt tot verraad, tot list en roof, -'t Is duister in zijn geest als middernacht, -In zijn gemoed zoo zwart als 't rijk der schimmen;-- -Vertrouw hem nooit!--O, hoor eens die muziek! - -(Portia en Nerissa komen op, nog op een afstand.) - -PORTIA. Dat licht daar, dat wij zien, brandt in de zaal; -Hoe verre licht die kleine kaars! zoo straalt -Een goede daad in deze booze wereld. - -NERISSA. Bij 't maanlicht zagen wij dat kaarslicht niet. - -PORTIA. Zoo doet een grooter glans een mind'ren tanen; -Een plaatsvervanger straalt gelijk een vorst, -Totdat de vorst verschijnt, en dan vervloeit -Zijn praal, zooals een beekje van het land -In 't groote bed der waat'ren. Hoor, muziek! - -NERISSA. 't Is de muziek, mejonkvrouw, van uw huis. - -PORTIA. Niets is er goed, naar 'k zie, dan op zijn tijd; -Mij dunkt, ze klinkt veel schooner dan bij dag. - -NERISSA. De stilte schenkt haar die bekoorlijkheid. - -PORTIA. De leeuwrik zingt niet schooner dan de kraai, -Dan voor een luistrend oor; en 'k denk, dat zelfs -De nachtegaal, zong die bij dag zijn lied, -Als alle ganzen snaat'ren, naar de schatting -Geen beter zanger dan de musch zou zijn. -Hoe menig ding wordt op zijn tijd alleen -Naar waarde en naar volkomenheid geschat!-- -(Tot de Muzikanten.) Nu stil! De maan rust bij Endymion -En sluimere ongestoord! - -(De muziek houdt op.) - -LORENZO. Dit is de stem, -Of ik bedrieg mij zeer, van Portia. - -PORTIA. Hij kent mij, als een blindeman den koekoek, -Aan 't leelijk roepen. - -LORENZO. Welkom, waarde jonkvrouw! - -PORTIA. Wij baden voor het heil van onze mannen, -Dat, hoop ik, is vermeerderd door ons doen. -Zijn ze al terug? - -LORENZO. Tot nu toe niet, mejonkvrouw; -Maar wel kwam hun alreeds een boô vooruit -Om aan te melden. - -PORTIA. Ga in huis, Nerissa. -En geef aan mijn bedienden last, dat ieder -Zich houde, als waren we altijd thuis geweest;-- -Ook gij, Lorenzo;--Jessica, ook gij. - -(Horengeschal.) - -LORENZO. Daar komt uw echtgenoot; het is zijn horen; -Wij klappen niet, mejonkvrouw, wees gerust. - -PORTIA. Deez' nacht is, dunkt me, slechts een kwijnend daglicht; -Zij ziet wat bleeker, maar het is nu dag, -Zooals de dag is bij beloken zon. - -(Bassanio, Antonio en Gratiano komen op, met Gevolg.) - -BASSANIO. Verscheent gij steeds, als ons de zon verlaat, -Dan hadden wij met de Antipoden dag. - -PORTIA. Geve ik u licht, ik zij niet licht van zin; -Die lichtheid maakt een man licht zwaar te moede; -En nimmer zij Bassanio dat door mij; -Verhoede 't God!--Wees welkom thuis, mijn gade! - -BASSANIO. Ik dank u, lieve;--o, heet mijn vriend hier welkom!-- -Dit is Antonio, die voor heel mijn leven -Onlosbaar mij aan zich verbonden heeft. - -PORTIA. Tot elken dank moogt ge u verbonden reek'nen, -Want zwaar verbond hij zich, zoo 'k hoor, voor u. - -ANTONIO. Niet zoo, of hij en ik zijn thans weer vrij. - -PORTIA. Heer, gij zijt hartlijk welkom in ons huis; -Maar 't moet zich anders toonen dan in woorden, -En 'k spaar dus hoff'lijkheid van louter lucht. - -(Gratiano en Nerissa zijn middelerwijl in woordenwisseling geraakt.) - -GRATIANO. Ik zweer u bij de maan daar, dat ge dwaalt; -Ik gaf hem, waarlijk aan des doctors klerk; -En 'k woû, dat hij tot niets werd, die hem heeft, -Daar 't u, melieve, zoo ter harte gaat. - -PORTIA. Wat! reeds een twist? eilieve, zeg waarom? - -GRATIANO. 't Is om een strookje gouds, een kleinen ring, -Dien zij mij gaf; met alledaagsche spreuk, -Zoo van die messenmakerspoëzie -Op klingen: "wees mij trouw, begeef mij niet." - -NERISSA. Wat praat ge van de spreuk of van de waarde? -Gij zwoert me, toen ik hem u gaf, dat gij -Hem dragen zoudt tot in uw stervensuur, -En dat hij met u rusten zou in 't graf; -Gij moest hem reeds, om al uw schriklijke eeden, -Zoo niet om mij, vereeren en bewaren. -Des doctors klerk!--God weet, nooit krijgt die klerk, -Wien gij hem afstondt, haar op zijn gezicht. - -GRATIANO. Ja toch, als hij maar leeft, tot hij een man is. - -NERISSA. Ja, als een vrouw maar leeft, tot zij een man is. - -GRATIANO. Zoo waar ik leef, ik gaf hem aan een jonkman,-- -Een jongen nog, een kriel, een kleinen dreumes, -Niet grooter dan gijzelf, des rechters klerk, -Een snappend kind; die vroeg hem als een fooi; -Het ging me aan 't hart, maar 't was hem niet te weig'ren. - -PORTIA. Ronduit gezegd, het was verkeerd, lichtzinnig, -Die eerste liefdegift zoo weg te werpen, -Die gij met eeden aan uw vinger staakt, -Als pand van trouw er aan had vastgeklonken. -Ik gaf mijn liefste een ring en deed hem zweren, -Nooit zou hij er van scheiden; zie, daar staat hij, -En 'k zweer voor hem, dat hij hem nimmer afstaat, -Nooit van den vinger neemt, neen, voor de schatten -Der gansche wereld niet. Voorwaar, Gratiano, -'t Is liefdloos zoo uw vrouw te grieven; ja, -Gebeurde 't mij, ik ergerde mij dood. - -BASSANIO (ter zijde). Liefst kapte ik mij de hand, en zwoer, dat ik -Den ring verloor, terwijl ik er voor streed. - -GRATIANO. Bassanio stond zijn ring den rechter af, -Die dringend er om vroeg, en waarlijk dubbel -Verdiend had, en toen vroeg de klerk, dat jongske, -Dat druk genoeg geschreven had, den mijnen; -En heer en dienaar wilden maar niets anders -Dan die twee ringen. - -PORTIA. Welken ring stondt ge af, -Mijn gâ? Toch niet, naar 'k hoop, dien ik u gaf? - -BASSANIO. Kon ik een leugen voegen bij 't vergrijp, -Ik zou ontkennen; maar gij ziet, ik heb -Geen ring meer aan mijn vinger, hij is weg. - -PORTIA. En evenzoo ontvlood de trouw uw hart. -Bij God, wij zijn gescheiden, tot gij mij -Den ring weer toont. - -NERISSA. Wij evenzeer, tot ik -Den mijnen weerzie. - -BASSANIO. Dierbre Portia, -Indien gij wist, aan wien ik gaf den ring, -Indien gij wist, voor wien ik gaf den ring, -Erkennen woudt, waarvoor ik gaf den ring, -En hoe ongaarne ik afstond dezen ring, -Daar niets werd aangenomen dan de ring, -Uw gramschap en uw strengheid wierd verzacht. - -PORTIA. Hadt gij erkend de kracht van dezen ring, -Slechts half geschat de geefster van den ring, -Erkend, hoe zelfs uw eer hing aan den ring, -Gij hadt niet kunnen scheiden van den ring. -Wat man had zoo onreedlijk kunnen zijn,-- -Hadt gij uw ring met eenig vuur verdedigd,-- -Zoo onbescheiden, op iets aan te dringen, -Door u als plechtig onderpand geschat? -Nerissa toont mij, wat ik moet gelooven; -Ik sterf er op, een vrouw verkreeg den ring. - -BASSANIO. Neen, op mijn eer, neen, bij mijn zaligheid, -Geen vrouw verkreeg hem, maar een waardig man, -Een doctor, die den ring vroeg, en drieduizend -Dukaten afsloeg; 'k heb den ring geweigerd, -En liet hem ontevreden gaan; en toch, -Hij was het, die mijn dierbren vriend het leven -Gered had. Zeg, wat kon ik doen, geliefde? -Ik was genoopt den ring hem na te zenden; -De plicht der hoff'lijkheid drong mij tot schaamte; -Mijn eer verbood, dat grove ondankbaarheid -Haar zoo besmette. Schenk vergiff'nis, beste! -Gij hadt,--ik zweer 't u bij die heil'ge vonken!-- -Waart gij er bij geweest, mij zelf gevraagd, -Mijn ring aan de' eedlen doctor af te staan. - -PORTIA. Dat toch die doctor nooit mijn huis betrede! -Daar hij het mij zoo lief juweel verkreeg, -Dat gij mij zwoert voor mij steeds te bewaren, -Zoo wil ik niet in gulheid achterstaan, -En niets hem weig'ren van wat ik bezit, -Neen, noch mijn lichaam, noch mijn huwlijksbed; -En kennen zal ik hem, dit weet ik zeker; -Blijf nooit een nacht van huis; bewaak me als Argus; -Doet gij dit niet en laat ge mij alleen, -Dan, op mijn eer, die ik tot nu bewaarde, -Dan is die doctor wis mijn bedgenoot. - -NERISSA. En zoo zijn klerk van mij; bedenk dus wel, -Of gij me aan eigen hoede kunt vertrouwen. - -GRATIANO. Goed; maar ik loer; en krijg ik hem in 't net, -Dan heeft zijn pen voor 't laatst een punt gezet. - -ANTONIO. Ik ben de onzalige oorzaak van deez' twisten. - -PORTIA. Heer, 't grieve u niet; toch zijt ge hartlijk welkom. - -BASSANIO. Portia, vergeef mij deez' gedwongen misstap; -Ten overstaan van al deez' vrienden hier, -Bezweer ik u, en bij uw lieflijke oogen, -Waar ik mijzelf in spiegel,-- - -PORTIA. Fraai bedacht! -Hij ziet zich dubbel in dat tweetal oogen, -Eens in elk oog; zweer bij uw dubbel ik! -Dat is een kostlijke eed! - -BASSANIO. Ik bid u, hoor! -Vergeef 't vergrijp; ik zweer u bij mijn ziel, -Dat ik u nimmermeer een eed verbreek. - -ANTONIO (tot Portia). Eens leende ik lijf en leven voor zijn heil; -Slechts hij, die van uw man zijn ring verkreeg, -Heeft mij gered; opnieuw waag ik gerust -Mijn ziele te verpanden, dat uw gâ -Nooit, wetens willens, meer zijn eed verbreekt. - -PORTIA. Wees gij dus weer zijn borg; geef hem deez' ring, -Hij zorg er beter dan voor de' eersten voor. - -ANTONIO. Bassanio, zweer, dat deze u heilig blijft! - -BASSANIO. Bij God! den eigen ring gaf ik den doctor! - -PORTIA. Vergeef me, ik heb den ring van hem, Bassanio; -De doctor was mijn bedgenoot er door. - -NERISSA. Vergeef ook mij, mijn beste Gratiano, -Zoo was des doctors klerk, die kleine dreumes, -Voor dezen ring de laatste nacht bij mij. - -GRATIANO. Welzoo, 't is of men wegen ging verbeet'ren -Des zomers, als zij best in orde zijn! -Wat! horens reeds, en eer wij die verdienden? - -PORTIA (tot Gratiano). Spreek niet zoo ruw.--(Tot Bassanio.) Gij - staat geheel verbluft; -Hier hebt ge een brief; lees dien maar later door; -Hij komt van Padua, van Bellario; -Daar zult gij zien, dat Portia was de doctor; -Nerissa daar, zijn klerk; Lorenzo hier -Getuig', dat ik terstond nà u vertrok, -Zoo juist terugkom en mijn huis nog niet -Betreden heb.--Antonio, hartlijk welkom, -Ik kan ook u een beter tijding brengen, -Dan gij verwacht; ontzegel dezen brief; -Gij zult vernemen, dat van uw galjoenen -Een drietal, rijk beladen, binnenviel; -Ik zeg u niet, door welk een wonder toeval -Die brief me in handen kwam. - -ANTONIO. Ik sta verstomd. - -BASSANIO. Waart gij de doctor, en ik kende u niet? - -GRATIANO. Waart gij de klerk, die mij mijn vrouw ontvrijde? - -NERISSA. Ja, maar de klerk zal 't zeker nimmer doen, -Tenzij dat hij 't beleeft, dat hij een man wordt. - -BASSANIO. Nu, doctor, wees mijn bedgenoot; 'k vertrouw, -Moet ik er soms op uit, u graag mijn vrouw. - -ANTONIO. Gij, levenschenkster, schenkt mij thans ook leeftocht; -Want hier zie ik bevestigd, dat mijn schepen -In veil'ge haven zijn. - -PORTIA. En gij, Lorenzo! -Mijn klerk heeft ook voor u een goed bericht. - -NERISSA. Ja, en ik geeft hem zonder schrijversloon;-- -Maar overhandig u en Jessica, -Hier thans een schenking van den rijken jood -Van alles, wat hij bij zijn dood bezit. - -LORENZO. Gij, eedle vrouwen, drupt een hongrig volk -Hier manna op hun weg. - -PORTIA. 't Is bijna dag; -En zeker ziet ge op verre na niet in, -Hoe alles zich wel toedroeg. Gaan wij binnen, -En neemt ons, als ge wilt, daar in 't verhoor; -Wij geven u op alles klaar bescheid. - -GRATIANO. Ja, zij dat zoo; en de eerste vraag, die 'k stel, -Nu ik Nerissa mag verhooren, is, -Of zij dat lange waken uit kan staan, -Of, twee uur vóór den dag, ter rust wil gaan; -Maar zeker zou ik, kwam de dag, dan vragen, -Dat hij voor eens zijn dagen will' vertragen. -Hoe 't zij, mijn leven lang zal ik geen ding -Zoo trouw bewaren als Nerissa's ring. - - (Allen af.) - - - - - - - -AANTEEKENINGEN. - - -Van "De Koopman van Venetië" verschenen in 1600 twee van elkander -onafhankelijke uitgaven, de eene bij James Roberts, de andere bij -Thomas Heyes, waarvan de eerste reeds 28 October 1598 in de registers -van het boekhandelaarsgilde werd ingeschreven. Het verschil tusschen -deze uitgaven is niet zeer groot, maar over het algemeen is de eerste -beter te noemen. Toch is in de folio-uitgave van 1623 de tweede, met -eenige wijziging, afgedrukt.--Dat het stuk in 1598 reeds bekend was, -blijkt uit Francis Meres, die het in zijn Palladis Tamia noemt.--Een -deel van Sh.'s werk, en wel het begin van het vijfde bedrijf, is -nagebootst in een stuk Wily beguiled, van een onbekenden schrijver, -dat in een geschrift van 1596 reeds vermeld wordt. Het is mogelijk, -dat "De Koopman van Venetië" zelfs reeds een paar jaar vroeger -geschreven werd; in het dagboek van den schouwburg-directeur Henslowe -wordt op 25 Augustus 1594 gewag gemaakt van een nieuwe Venetiaansche -comedie, die opgevoerd werd op het tooneel te Newington. Toen werd -het tooneel dezer voorstad gemeenschappelijk bespeeld door den troep -van Henslowe en dien, waar Sh. deel van uitmaakte, en het is mogelijk, -dat "De Koopman van Venetië" bedoeld is; de stijl en de versificatie -bevestigen, dat het stuk, zooal niet in 1594, dan toch zeker omstreeks -dezen tijd is geschreven. - -Gelijk in zoovele andere gevallen, heeft de dichter ook in dit stuk -verhalen, die in zijn tijd reeds lang bekend waren, verwerkt, en er -een nieuwe schepping van gemaakt vol kracht en leven. Opmerkelijk is -het na te gaan, hoe hij hier uit zeer ongelijksoortige stoffen een -wonderschoon geheel heeft gevormd. - -Sh. heeft voor dit stuk geput uit een middeleeuwsche, Latijnsche -verzameling van verhalen of sprookjes, getiteld Gesta Romanorum. In -het 99ste hoofdstuk,--dat reeds in 1577 uit deze verzameling door -Robert Robertson in het Engelsch vertaald was,--komt de geschiedenis -der drie kastjes voor. Een koning van Apulië zendt zijn dochter -over zee naar Rome, om met den zoon des keizers te huwen. Zij lijdt -schipbreuk, wordt door een walvisch verslonden, maar uit diens buik -te voorschijn gehaald. De keizer ontvangt haar, verheugd over haar -behoud, zeer vriendelijk, maar wil haar op de proef stellen, of zij -zijn zoon waardig is. Hij laat drie vazen brengen; de eene was van -zuiver goud, uitwendig met kostbare edelgesteenten versierd, maar -gevuld met doodsbeenderen; zij droeg het opschrift: "wie mij kiest, -vindt wat hij verdient". De tweede was van zilver, met aarde en wormen -gevuld, en had tot opschrift: "wie mij kiest, vindt wat zijn natuur -verlangt". De derde was van lood, bevatte kostbare edelgesteenten -en droeg het opschrift: "wie mij kiest, vindt wat God hem heeft -toegekend". De keizer wees de vazen aan het meisje, met de woorden: -"als gij de vaas kiest, welke bevat wat u en anderen nuttig is, -dan zult gij mijn zoon hebben". Het meisje koos na rijp overleg de -looden vaas en trouwde daarop met den zoon des keizers. - -Een ander verhaal uit dezelfde verzameling, getiteld: De Milite -conventionem faciente cum Mercatore, verhaalt van een krijgsman of -ridder, die van een christen-koopman geld borgde, op voorwaarde, dat -hij al zijn vleesch ten behoeve van den koopman zou verbeurd hebben, -als hij niet op tijd betaalde. Toen dit laatste inderdaad het geval -werd en de ridder voor den rechter gedaagd was, komt zijn vrouw, als -man verkleed, mede voor de rechtbank om den koopman te vermurwen, die -echter steeds op zijn recht blijft staan. Daarop drong de vrouw bij den -rechter aan, dat de koopman den ridder wel het vleesch van de beenderen -zou mogen snijden, maar geen droppel bloeds vergieten.--De koopman -wilde nu met de betaling van het geld genoegen nemen, maar dit werd -hem geweigerd; hij ging heen zonder een penning te hebben ontvangen. - -In deze verhalen is er, zooals men ziet, nòch van een jood, nòch -van een vriendschap als die van Antonio voor Bassanio sprake. Deze -twee bijzonderheden vindt men echter terug in een verhaal eener -Italiaansche Novellenverzameling van Giovanni Florentino, onder -den titel Il Pecorone in 1554 in het licht gegeven. Het verhaal is -daar het eerste der vierde afdeeling. Een rijk Venetiaansch koopman, -Ansaldo, voedt een innige vriendschap voor zijn petekind Giannetto, -die, na zijn vader, een Florentijnsch koopman, verlaten te hebben, -door Ansaldo als kind was aangenomen. Aan een fraaie haven woont -de schoone jonkvrouw van Belmonte, welke ieder, die daar landt, -dwingt om de nacht op haar slot door te brengen, maar, zoo hij -zich niet naar eisch gedraagt, en haar genegenheid niet kan winnen, -hem van zijn schip en goederen berooft; wie de proef doorstaat, zal -haar gemaal worden. Giannetto, op reis naar Alexandrië, hoort van de -schoone jonkvrouw, landt bij haar en tracht haar gunst te winnen, maar -te vergeefs; door een zoeten wijn, die hem gereikt wordt, slaapt hij -in. Van schip en goederen beroofd, keert hij naar Venetië terug. Hij -is ondertusschen door de jonkvrouw zoo betooverd, dat hij van zijn -pleegvader een tweede, nog rijker bevracht schip afsmeekt, om naar haar -hand te staan; hij slaapt weder in en keert nog berooider dan de eerste -maal naar Venetië terug. Zijn vaderlijke vriend Ansaldo laat zich door -zijn beden bewegen hem voor de derde maal een schip uit te rusten, -maar moet daartoe van een jood in Mestin 10000 dukaten leenen onder -voorwaarde, dat de schuld op den eerstvolgenden Sint Jan betaald zal -worden, of dat anders de jood het recht zal hebben, een pond vleesch -uit eenig deel van Ansaldo's lichaam te snijden. Giannetto is ditmaal -gelukkiger en huwt de jonkvrouw van Belmonte. Maar in zijn vreugderoes -denkt hij niet aan zijn weldoener, en deze komt hem eerst op Sint Jan -toevallig weer voor den geest. Ondertusschen was Ansaldo reeds in de -macht van den jood en had slechts met moeite eenig uitstel gekregen, -om te wachten of Giannetto ook terugkwam. Deze kwam inderdaad, maar -vond den jood onvermurwbaar. Doch ook de vrouwe van Belmonte kwam, als -rechter vermomd, en zij beslist, nadat de jood honderdduizend dukaten -had afgeslagen, de zaak als bij Sh., dat de jood niet meer en niet -minder dan een pond mocht nemen en geen druppel bloeds moest storten, -zoodat de jood de schuldbekentenis in woede verscheurt; zij slaat de -honderdduizend dukaten, die haar man den gewaanden rechter aanbiedt, -af, maar noopt hem zijn trouwring af te staan; zij zorgt te huis te -zijn vóór haar man met Ansaldo er aankomt en neemt den schijn aan van -recht verstoord te wezen op haar man, die zijn trouwring aan wie weet -welke vrouw zou gegeven hebben, maar zij vertelt weldra, wie voor -rechter gespeeld heeft, en zij leeft verder zeer gelukkig met haar man. - -Ongetwijfeld is dit verhaal van nog ouderen datum. Hoe de geschiedenis -van den woekerjood opgang maakte, kan nog blijken uit een ballade, -waarvan echter moeilijk te beslissen is, of zij ouder of jonger is -dan Sh.'s stuk. Zij bevat enkel de geschiedenis van den koopman en -den jood, met een (echten) rechter, die, op gelijke wijze als Portia, -den jood van zijn vordering doet afzien. - -Men zie nu, wat Sh. uit deze gegevens wist te maken. - -Wil men zich rekenschap geven van de ligging van Belmonte, dan -kan men zich dit zeer wel te Strà denken, waar vele Venetianen hun -landgoederen hadden, en dan kan Balthazar (III. 4. 53) Portia zeer -goed aan het gewone veer (tragetto), dat ten tijde van Sh. te Fusino -aan de monding der Brenta was, inhalen. - -Over enkele namen nog een enkel woord. Shylock is zeker van -Semietischen oorsprong, misschien verbasterd van Sjelah (I Mos. X. 24), -dat pijl beteekent [1]. Tubal en Chus (zie blz. 313, III. 2. 28) -vindt men I Mos. X. 2 en 6; Jessica zal wel Jiskah zijn (I Mos. XI, -29), wat uitkijkster beteekent, vergelijk IIde Bedrijf, 5. 33. De -naam Gobbo komt in Venetië meer voor; op de Isola del Rialto is een -steenen figuur, die Gobbo di Rialto heet. - - - -I. 1. 98. Hun hoorders strafbaar maakten. Toespeling op Mattheus V. 22; -"Wie tot zijn broeder zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door -het helsche vuur." - -I. 2. 43. Die is inderdaad een veulen. Colt beteekent in het Engelsch -zoowel een veulen als een jonge losbol. - -I. 2. 48. Dan verder de paltsgraaf. Johnson vermoedt hier een -toespeling op een Poolschen paltsgraaf, Albertus a Lasco, die in -het jaar 1583 in Londen groot opzien wekte, maar zich weldra wegens -schulden uit de voeten maakte. - -I. 2. 88. Dat de Franschman zijn borg werd. Warburton vindt hier een -toespeling op de veelvuldige beloften van hulp, die de Franschen -aan de Schotten gaven bij de twisten der laatstgenoemden met de -Engelschen.--Vermeldenswaard is, dat eenige regels vroeger, waar -gesproken wordt van "den Schotschen lord", de folio van 1623 heeft -"den anderen lord", omdat na de troonsbestijging van Jacobus I zulke -aardigheden op de Schotten niet toegelaten werden; de quarto's hebben -hier de ware lezing. - -I. 3. 20. Zooals ik op den Rialto vernam. Onder Rialto is de plaats te -verstaan, die als beurs diende. Een tijdgenoot van Sh. beschrijft die -als een groot gebouw met open galerijen, waar de kooplieden tweemaal -daags samenkwamen, 's morgens tusschen 11 en 12 en 's namiddags -tusschen 5 en 6 uren. - -I. 3. 45. De rente in Venetië. Een Engelsch schrijver over Italië -(1561) zegt, dat de joden in Venetië zeer rijk werden, daar de gewone -rente, die zij bij het uitleenen van geld wisten te maken, vijftien -ten honderd 's jaars bedroeg. - -II. 1. 1. Om mijn kleur. In de oude uitgaven worden kleur en kostuum -aangegeven: Enter Morochus a tawny Moor, all in white, and three or -four followers accordingly. - -II. 1. 25. Den Sophi van Perzië vermeldt Sh. ook in het blijspel -Driekoningenavond een paar keer; Lichas, reg. 32, de ongelukkige -dienaar van Hercules (Alcides), die aan zijn meester het noodlottig -gewaad overbracht, dat hem duldelooze pijnen veroorzaakte, en die -daarom door zijn meester in zee geslingerd werd, wordt ook genoemd -in Antonius en Cleopatra, IV. 12. 45. - -II. 3. 2. Het is een hel, en gij, een snaaksche duivel enz. Aan Jessica -scheen haars vaders huis een hel toe en Lancelot was er de grappige -duivel in. Op het oud-Engelsch tooneel speelde de duivel dikwijls de -rol van den grappenmaker, zie blz. 15. - -II. 7. 56. De gouden munt, engel genoemd, wordt door Sh. meermalen -genoemd, b.v. Koning Jan, III. 3. 8. Zij was 10 shilling waard (f6.-). - -II. 9. 28. Als de zwaluw. De huiszwaluw, in het Engelsch martlet -(Hirundo urbica), maakt haar nest aan de buitenzijde van gebouwen; -meestal vindt men er verscheidene dicht bijeen, zooals Sh. uitvoeriger -in Macbeth I. 6. 4. beschrijft. Sh. wist, welke soort hij koos; de -boerenzwaluw (Hirundo rustica) nestelt binnenshuis, b.v. in stallen, -of, in onbewoonde streken, in rotsholten enz. - -III. 1. 4. De Goodwins, gevaarlijke ondiepten nabij den mond van de -Theems, worden ook vermeld in Koning Jan, V. 3. 11.--Dat oude vrouwen -gaarne gember knauwen reg. 10 (to knap is: in kleine stukjes bijten), -wordt ook vermeld in Maat voor Maat, IV. 3. 8. - -III. 1. 126. Het was mijn turkoois. Aan dezen edelsteen werd -bijzondere kracht toegeschreven; hij werd lichter of donkerder naar -den gezondheidstoestand van den bezitter, beschermde dien voor gevaren, -verzekerde de eendracht tusschen man en vrouw. - -III. 1. 131. Huur een gerechtsdienaar, die Antonio in hechtenis -zou moeten nemen en hem overal vergezellen, opdat hij niet -ontsnapte. Shylock heeft hem wel eerst over veertien dagen noodig, -maar wil hem nu alvast bespreken. - -III. 2. 55. Jonge Alcides. Portia vergelijkt zich met Hesione, de -dochter van den Trojaanschen koning Laomedon, die door haar vader -aan een zeemonster was prijsgegeven, maar door Hercules bevrijd -werd. Dardanen = Trojanen. - -III. 2. 63. Zegt, van waar de wufte min. In 't Engelsch fancy, -een vluchtige, wufte, niet diepgaande min of verliefdheid, wel te -onderscheiden van love, echte liefde. Portia laat hier uitdrukkelijk -zingen, dat de fancy zich door 't oog laat leiden en kortstondig is. De -love moet dus anders doen en zal duurzaam wezen. Portia zegt dus wel -degelijk tot Bassanio, dat hij zich niet door den schijn moet laten -verlokken, met andere woorden, liefst het looden kastje kiezen. Het -verwondert mij, deze opmerking nog nergens te hebben aangetroffen. Dat -Portia inderdaad een duidelijken wenk geeft, blijkt nog beter uit het -oorspronkelijke; de vertaling vermocht hier niet het Engelsch geheel -terug te geven: - - - Tell me, where is fancy bred, - Or in the heart, or in the head? - How begot, how nourished? - Reply, reply. - It is engendered in the eyes, - With gazing fed; and fancy dies - In the cradle, when it lies. - Let us all ring fancy's knell: - I'll begin it,--Ding, dong, bell. - - -III. 2. 86. Al bergt de lever zelfs geen droppel gal. In het Engelsch -wordt van een melkwitte lever gesproken, die voor een blijk van -lafheid geldt. In den volgenden regel wordt de baard eigenlijk een -uitgroeisel van dapperheid, valour's excrement geheeten.--De gulden -lokken worden meermalen door Sh. vermeld. Zij waren zeer in de mode, -ongetwijfeld omdat Koningin Elizabeth roodachtig haar had. Zoo zegt -Sh. b.v. in zijn 68ste sonnet: - - - "Zoo is hij ons een beeld uit beter dagen, - Toen schoonheid leefde en stierf als bloemen thans, - Aleer zij waagde een basterdschild te dragen, - En 't voorhoofd schittren deed met valschen glans;" - - -Dit ziet op het blanketten, de valsche lokken volgen: - - - "Eer gouden lokken, aan het graf geroofd, - Van dooden afgemaaid, een tweede leven, - Een valsch, begonnen op een tweede hoofd, - Eer schoonheids dood aan andren schoon moest geven." - - -Men zie hierover ook het Kostelick Mal van onzen Huygens, in 1622 te -Londen voltooid. - -III. 4. 52. Breng, dat.... naar 't veer, waarmee men.... Venetië -bereikt. Bring them.... Unto the traject, to the common ferry, which -trades to Venice. Traiect (voor het zeker bedorven tranect gesteld) -is geen zeer gewoon Engelsch woord, en wordt daarom verklaard; het -is het Italiaansche tragetto. - -III. 4. 78. Zoo mannen na te gaan. In 't Engelsch is de woordspeling -eenigszins anders; er staat: shall we turn to men = tot mannen worden -en = ons naar de mannen wenden. - -IV. 1. 49. En die zit, bij den neustoon van de zakpijp, Op spelden -schier. In het oorspronkelijke: And others, when the bagpipe sings i' -the nose, Cannot contain their urine. - -IV. 1. 199. Dat, naar gerechtigheid, geen onzer ooit Behouden -wordt. Diezelfde toespeling op het Christelijk geloof vindt men in Maat -voor Maat, II. 2. 73. Het vervolg doelt blijkbaar op het Onze Vader. - -IV. 1. 247. De wet is duid'lijk; zin en woorden slaan Volkomen op -de thans vervallen boete. De redeneeringen van den jeugdigen Daniël -zijn recht aardig gevonden en bereiken het doel volkomen, maar mogen -wel eens nader bekeken worden. Een echt jurist, zou, dunkt mij, -de schuldbekentenis ipso jure nul en nietig hebben verklaard, omdat -zij een onzedelijke bepaling bevatte. Maar erkende de rechter haar -als geldig, dan mocht de jood snijden, en dan was het een slinksche, -sluwe streek, hem het storten van bloed te verbieden, want dit was -onvermijdelijk bij de toepassing van het recht tot snijden, dat door -de schuldbekentenis was toegestaan. Verder: mocht de jood ook al -niet meer dan een pond snijden, het minder nemen kon toch niet wel -strafbaar zijn. De Romeinsche wetten der XII tafelen waren juister; -bij het in stukken snijden (in partes secare) van schuldenaars wordt -opgemerkt, dat het op iets meer of iets minder niet aankomt: si plus -minusve secuerit, sine fraude esto. Heeft dus Sh. dit niet bedacht, -toen hij uit zijn bronnen deze tragische episode in zijn blijspel -invlocht? Nog één vraag komt bij ons op. Bezigt hij het ontfutselen, -onmiddellijk na de gerechtsscène, der huwelijksringen door Portia en -Nerissa, aan haar mannen, om in het vijfde bedrijf zijn toeschouwers na -de geweldige spanning, waarin zij verkeerden, weder in de stemming van -het blijspel terug te brengen? De wijze, waarop in den tegenwoordigen -tijd de rol van Shylock wordt opgevat, moge dit doen denken, maar er -is inderdaad alle reden om aan te nemen, dat deze opvatting niet de -ware is, dat de dichter en zijn tijdgenooten in de gerechtsscène een -tooneel zagen, dat werkelijk geheel in een blijspel paste. - -Sh.'s tijdgenoot en vriend, de groote tooneelspeler Burbage, die Sh.'s -bedoelingen ongetwijfeld juist teruggaf, vatte, zooals bekend is, -de rol van Shylock inderdaad als een comische rol op, doste zich uit -en stelde den jood voor op een wijze, die het voor den toeschouwer -werkelijk zeer vermakelijk maakte, dat Shylock op het oogenblik, -dat hij zeker van zijn wraak dacht te zijn, er van verstoken werd; -dat dit door louter sophismen geschiedde, maakte de zaak des te -kostelijker. Zien wij, hoe Sh. den jood inderdaad gemeene trekken -leende, deed wenschen, dat zijn dochter aan zijn voeten gekist lag, -hem zijn mes op zijn schoenzool deed aanzetten, dan worden wij -overtuigd, dat deze opvatting de ware is, dan zal de spanning bij -de gerechtsscène nooit tot een tragische hoogte stijgen, want wij -weten vooraf, dat de jood, hoe dan ook, bedrogen zal uitkomen, dan -zijn de gronden van den baardeloozen rechter, hoe sophistisch ook, -inderdaad volkomen passend, eenvoudig omdat zij tot het doel voeren, -dan vragen wij niet, of ooit in Venetië de rechtspraak zoo aan een -vreemden rechtsgeleerde werd overgegeven, dan is de vroolijkheid, -opgewekt door Shylocks en Gratiano's vermelding van den wijzen -Daniël en door Bassanio's en Gratiano's wenschen, dat zij met hun -vrouwen Antonio's vrijheid konden koopen, volkomen op haar plaats, -dan rillen wij niet bij de gedachte, dat de jood in zijn woede -kan toestooten, dan is geen schrille tegenstelling tusschen het -gerechtstooneel en het vervolg. De dichter behoeft niet plotseling -tot het blijspel terug te keeren, want hij is er nooit van afgeweken; -dat hij er iets huiveringwekkends ingebracht heeft, was alleen om -later de vroolijkheid nog te verhoogen, zooals,--de opmerking is van -Rümelin in zijn Shakespeare Studien--Sinterklaas en zijn knecht in -de kinderkamer treden, om na een oogenblik van spanning den jubel -des te grooter te maken. - -Inderdaad, letten we op de plaats, dien in Sh.'s tijd de joden in de -maatschappij innamen, dan beseffen wij, dat de jood Shylock zeker niet -als tragisch personage bedoeld kan zijn en dat alleen de bijzonderheid, -dat Shakespeare, in onpartijdigheid zijn tijdgenooten ver vooruit, -hem redeneeringen in den mond legt, waarvan wij de juistheid moeten -toestemmen en die zijn woede verklaarbaar maken, er velen toe gebracht -heeft, om hoogtragischen pathos daar te vinden, waar wij nog midden -in het blijspel zijn. - -Eindelijk zij nog opgemerkt, dat alleen in een stuk, waarin tot vermaak -van het publiek, de jood bedrogen moet uitkomen, de eisch kan gesteld -worden, dat de jood, tot straf van zijn aanslag op Antonio, zich den -doop moet laten toedienen. Een jood gruwt bij die gedachte, daarom -werd deze boete aan Shylock niet gespaard; in een blijspel, dat zoo -veel sprookjesachtigs heeft, kunnen wij ons dit zeer goed voorstellen, -maar wanneer wij de gerechtsscène als een tooneel beschouwen, dat -ons door tragischen ernst diep in de ziel moet grijpen, moet ons die -eisch voorkomen als een profanatie van wat in veler oogen heilig is. - -IV. 1. 399. Tien hadt gij er meer. Twaalf gezworenen, die het schuldig -zouden uitspreken. - -V. 1. 1. In zulk een nacht. Deze wisseling van gezegden, telkens met -"In zulk een nacht" beginnende, is het, die in het stuk Wily beguiled -is nagebootst; zie blz. 343. De verliefdheid van Troilus op Cressida -was algemeen bekend, al ware 't slechts uit Chaucer's Troilus and -Creseide. Een wilgetak of wilgekrans was het teeken eener verlaten -geliefde; zie Koning Hendrik VI, derde deel, III. 3. 228. Othello, -IV. 3. 42; daarom klimt ook Ophelia op een wilg, Hamlet, IV. 4. 167. De -geschiedenis van Medea vindt men reeds in Gower's Confessio Amantis. - -V. 1. 220. Heil'ge vonken. In 't oorspronkelijke staat: kaarsen, -candles of the night, evenals in Romeo and Julia, III. 5. 9. - - - - - - - -AANTEEKENING - - -[1] Anders kan het veeleer samenhangen met het Joodsch-Arameesche -sjelaq, verbrand worden, dat een enkele maal ook voor snijden gebruikt -wordt; dan zou Shylock beteekenen: hij, die snijdt. - - - - - - -End of Project Gutenberg's De Koopman van Venetië, by William Shakespeare - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË *** - -***** This file should be named 51138-0.txt or 51138-0.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/1/1/3/51138/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License (available with this file or online at -http://gutenberg.org/license). - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at -http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at -809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email -business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact -information can be found at the Foundation's web site and official -page at http://pglaf.org - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit http://pglaf.org - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: http://pglaf.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - http://www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
\ No newline at end of file diff --git a/old/51138-0.zip b/old/51138-0.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 11dfa4e..0000000 --- a/old/51138-0.zip +++ /dev/null diff --git a/old/51138-h.zip b/old/51138-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index d2ead47..0000000 --- a/old/51138-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/51138-h/51138-h.htm b/old/51138-h/51138-h.htm deleted file mode 100644 index 5534991..0000000 --- a/old/51138-h/51138-h.htm +++ /dev/null @@ -1,7219 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" -"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<html lang="nl"> -<head> -<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=utf-8"> -<title>De Koopman van Venetië</title> - -<style type="text/css"> - -body { -font-family: "Times New Roman", Times, serif; -font-size: 100%; -line-height: 1.2em; -text-align: left; -} -.div0 { -padding-top: 5.6em; -} -.div1 { -padding-top: 4.8em; -} -.div2 { -padding-top: 3.6em; -} -.div3, .div4, .div5 { -padding-top: 2.4em; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -line-height: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -line-height: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -line-height: 1.2em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument -{ -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -padding-top: 2.4em; -padding-bottom: 1.6em; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -.pagenum { -display: inline; -font-size: 70%; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.abbr { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -height: 1px; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -width: 45%; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5em; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -line-height: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -line-height: 1em; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.40em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.71em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0em 0.05em 0 0; -padding: 0px; -line-height: 0.8em; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -line-height: 1.2em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.advertisment { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -a.noteref, a.pseudonoteref { -font-size: 80%; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .label, .par.footnote .label { -float: left; -width: 2em; -height: 12pt; -display: block; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -line-height: 1.2em; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0%; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0%; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.indextoc { -text-align: center; -} -.transcribernote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.correctiontable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTop, .figBottom { -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -.lgouter { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -display: table; -} -.lg { -text-align: left; -padding: .5em 0% .5em 0%; -} -.lg h4, .lgouter h4 { -font-weight: normal; -} -.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum { -color: #777; -font-size: 90%; -left: 16%; -margin: 0; -position: absolute; -text-align: center; -text-indent: 0; -top: auto; -width: 1.75em; -} -p.line, .par.line { -margin: 0 0% 0 0%; -} -span.hemistich { -color: white; -} -.versenum { -font-weight: bold; -} -.speaker { -font-weight: bold; -margin-bottom: 0.4em; -} -.sp .line { -margin: 0 10%; -text-align: left; -} -.castlist, .castitem { -list-style-type: none; -} -.castGroupTable { -border-collapse: collapse; -} -.castGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.castGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: "Times New Roman", Times, serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -.titlePage { -color: #001FA4; -font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4 { -color: #001FA4; -font-family: Verdana, Arial, Helvetica, sans-serif; -} -p.byline { -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum, -.stage { -color: #001FA4; -} -.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteref:hover { -color: red; -} -p.dropcap:first-letter { -color: #001FA4; -font-weight: bold; -} -sub, sup { -line-height: 0; -}.pagenum, .linenum { -speak: none; -} -</style> - -<style type="text/css"> -div.sp .par { -margin: 0px 10%; -} -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.xd21e141width -{ -width:480px; -} -.xd21e285 -{ -margin-top:2ex; -} -.xd21e1231width -{ -width:452px; -} -.xd21e2796 -{ -text-indent:4em; -} -.xd21e2839 -{ -text-indent:2em; -} -.xd21e3349 -{ -text-indent:6em; -} -.xd21e4391 -{ -text-indent:8em; -} -.xd21e4751width -{ -width:431px; -} -.xd21e6383width -{ -width:720px; -} -.xd21e8966 -{ -font-style:italic; -} -</style> -</head> -<body> - - -<pre> - -The Project Gutenberg EBook of De Koopman van Venetië, by William Shakespeare - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - - -Title: De Koopman van Venetië - -Author: William Shakespeare - -Translator: Dr. L.A.J. Burgersdijk - -Release Date: February 6, 2016 [EBook #51138] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - -</pre> - -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divBody"> -<p class="par first"></p> -<div class="figure xd21e141width"><img src="images/new-cover.jpg" alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div> -<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd21e145" href="#xd21e145" -name="xd21e145">310</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="kvv" class="div0 play"> -<h2 class="main">De Koopman van Venetië.</h2> -<ul class="castlist"> -<li class="castlist"> -<h4>Personen:</h4> -</li> -<li class="castitem">De Doge van Venetië.</li> -<li class="castlist"> -<table class="castGroupTable"> -<tr> -<td>De Prins van Marocco,</td> -<td rowspan="2" class="castGroupBrace"><img src="images/rbrace2.png" -alt="}" width="12" height="40"></td> -<td rowspan="2"><span>dingende naar Portia’s hand.</span></td> -</tr> -<tr> -<td>De Prins van Arragon,</td> -</tr> -</table> -</li> -<li class="castitem"><span class="sc">Antonio</span>, de koopman van -Venetië.</li> -<li class="castitem"><span class="sc">Bassanio</span>, zijn -vriend.</li> -<li class="castlist"> -<table class="castGroupTable"> -<tr> -<td><span class="sc">Solanio</span>,</td> -<td rowspan="3" class="castGroupBrace"><img src="images/rbrace3.png" -alt="}" width="14" height="45"></td> -<td rowspan="3"><span>vrienden van Antonio en Bassanio.</span></td> -</tr> -<tr> -<td><span class="sc">Salarino</span>,</td> -</tr> -<tr> -<td><span class="sc">Gratiano</span>,</td> -</tr> -</table> -</li> -<li class="castitem"><span class="sc">Lorenzo</span>, minnaar van -Jessica.</li> -<li class="castitem"><span class="sc">Shylock</span>, een rijke -Jood.</li> -<li class="castitem"><span class="sc">Tubal</span>, een Jood, zijn -vriend.</li> -<li class="castitem"><span class="sc">Lancelot Gobbo</span>, Shylocks -knecht.</li> -<li class="castitem">De oude <span class="sc">Gobbo</span>, vader van -Lancelot.</li> -<li class="castitem"><span class="sc">Leonardo</span>, bediende van -Bassanio.</li> -<li class="castlist"> -<table class="castGroupTable"> -<tr> -<td><span class="sc">Balthazar</span>,</td> -<td rowspan="2" class="castGroupBrace"><img src="images/rbrace2.png" -alt="}" width="12" height="40"></td> -<td rowspan="2"><span>bedienden van Portia<span class="corr" id="xd21e252" title="Bron: ,">.</span></span></td> -</tr> -<tr> -<td><span class="sc">Stefano</span>,</td> -</tr> -</table> -</li> -<li class="castitem"><span class="sc">Portia</span>, een rijke -erfgename.</li> -<li class="castitem"><span class="sc">Nerissa</span>, haar -kamerjuffer.</li> -<li class="castitem"><span class="sc">Jessica</span>, dochter van -Shylock.</li> -<li class="castitem xd21e285">Senatoren van Venetië, Beambten van -het gerechtshof, een Gevangenbewaker, Bedienden en verder Gevolg.</li> -</ul> -<p class="par first">Het stuk speelt gedeeltelijk te Venetië, -gedeeltelijk te Belmont, het landgoed van Portia.</p> -<div id="kvv.i" class="div1 act"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">Eerste Bedrijf.</h2> -<div id="kvv.i.1" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Eerste Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een -straat.</i></p> -<p class="stage"><span class="sc">Antonio</span>, <span class="sc">Salarino</span> <i>en</i> <span class="sc">Solanio</span> <i>komen -op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">’k Weet waarlijk niet, hoe ik zoo somber ben;</p> -<p class="line">Ik ben het moe; gij zegt, dat zijt gij ook;</p> -<p class="line">Maar hoe ’t mij aanwoei, hoe ik er aan kwam,</p> -<p class="line">Van welken aard het is, en hoe ontstaan,</p> -<p class="line">Dat is me een raadsel;</p> -<p class="line">Die somberheid maakt mij tot zulk een zwakhoofd,</p> -<p class="line">Dat ik te nauwernood mijzelf herken.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">Uw geest wordt op den oceaan geslingerd,</p> -<p class="line">Waar uw galjoenen, fier het zeil in top,</p> -<p class="line">Als eed’len en grootburgers van de zee,</p> -<p class="line">Door statigheid hun hoogen rang verkonden</p> -<p class="line">En neerzien op de kleine handelsluî,</p> -<p class="line">Die needrig buigend hem begroeten, als</p> -<p class="line">Zij langs hen vliegen met geweven vleug’len.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">Geloof mij, stond voor mij zoo veel op ’t -spel,</p> -<p class="line">Het beste deel van mijn gedachten waar’</p> -<p class="line">Ginds met mijn hoop aan ’t dwalen. Telkens zou -ik</p> -<p class="line">Gras plukken om de windstreek na te gaan,</p> -<p class="line">Op kaarten zien naar reeden, havens, hoofden;</p> -<p class="line">En alles, wat mij onheil kon doen duchten</p> -<p class="line">Voor schepen of voor lading, zou gewis</p> -<p class="line">Mij somber maken.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">Mijn blazen, dat mijn soep bekoelde, joeg</p> -<p class="line">Me een koude koorts op ’t lijf, als ik -bedacht,</p> -<p class="line">Wat schade op zee een sterke wind kan doen.</p> -<p class="line">Ik zag het zand niet loopen in het uurglas,<span class="pagenum">[<a id="xd21e396" href="#xd21e396" name="xd21e396">311</a>]</span></p> -<p class="line">Of dacht ook reeds aan ondiepten en banken,</p> -<p class="line">En zag mijn rijken Andries omgeslagen,</p> -<p class="line">Den masttop lager dan de zijde in ’t zand,</p> -<p class="line">Als om zijn graf te kussen. Ging ik op</p> -<p class="line">Ter kerke, zou het heilig steengevaart’</p> -<p class="line">Mij fluks niet denken doen aan booze rotsen,</p> -<p class="line">Die, raken zij mijn ranke kiel slechts aan,</p> -<p class="line">Haar specerijen op den vloed verstrooien,</p> -<p class="line">Mijn zijde als mantels spreiden over ’t diep,</p> -<p class="line">Kortom, wat pas nog schatten waard was, plotsling</p> -<p class="line">Als niets doen zijn? Is ’t denkbaar, dat mijn -geest</p> -<p class="line">Dit denken zou, en dan niet zou gaan denken</p> -<p class="line">Hoe zulk een ongeval mij leed zou doen?</p> -<p class="line">Neen, zeg maar niets; ik weet, Antonio</p> -<p class="line">Is somber, wijl hij aan zijn zaken denkt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Geloof mij, neen, want, dank zij mijn geluk,</p> -<p class="line">Ik heb mijn goed niet aan één schip -vertrouwd,</p> -<p class="line">Niet aan één plaats, en mijn vermogen -hangt</p> -<p class="line">Niet af van ’t slagen in een enkel jaar;</p> -<p class="line">Daarom, ’t is niet mijn handel, die me -ontstemt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">Nu, dan zijt gij verliefd.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Nu, dan zijt gij -verliefd.</span> Foei, foei!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">Ook niet verliefd? Nu, dan, dan zijt ge treurig,</p> -<p class="line">Wijl gij niet vroolijk zijt, en zóó kondt -gij</p> -<p class="line">Ook lachen, springen, zeggend: „ik ben -vroolijk,</p> -<p class="line">Wijl ik niet treurig ben.” Bij Janus’ -dubb’len kop,</p> -<p class="line">Natuur brengt soms toch rare snuiters voort:</p> -<p class="line">Die knijpt voortdurend de oogen toe van ’t -lachen,</p> -<p class="line">Als bij een doedelzak een papegaai; <span class="lineNum">53</span></p> -<p class="line">En de ander heeft zoo’n uitzicht van azijn,</p> -<p class="line">Dat hij door lachen nooit zijn tanden toont,</p> -<p class="line">Al deed een grap ook de’ ouden Nestor -schaat’ren.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Bassanio</span>, <span class="sc">Lorenzo</span> <i>en</i> <span class="sc">Gratiano</span> <i>komen -op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">Ziedaar Bassanio, uw eed’len neef,</p> -<p class="line">Gratiano en Lorenzo; vaar nu wel;</p> -<p class="line">Wij laten u in ’t best gezelschap achter.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">’k Had willen blijven, tot ge monter waart,</p> -<p class="line">Maar thans, nu beter komt, moog’ minder -wijken.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Geloof me, heeren, ik waardeer u hoog,</p> -<p class="line">Maar reken, dat uw zaken thans u roepen,</p> -<p class="line">En gij nu vrijheid vindt om heen te gaan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">Vaartwel dan, eed’le heeren.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Vaartwel dan, eed’le -heeren.</span> Vrienden, zegt,</p> -<p class="line">Wanneer weer eens een prettig samenzijn?</p> -<p class="line">Wij zien elkaar zoo weinig; waartoe dit?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">Als ’t u gelegen komt, wij zijn bereid.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Salarino</span> <i>en</i> -<span class="sc">Solanio</span> <i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Daar gij Antonio nu gevonden hebt,</p> -<p class="line">Bassanio, willen wij u thans verlaten;</p> -<p class="line">Maar denk op ’t etensuur present te zijn.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Daar kunt gij vast op reeknen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Gij ziet er niet goed uit, Antonio,</p> -<p class="line">Gij trekt te veel u ’s werelds zaken aan;</p> -<p class="line">Wie daar zijn hart op zet, verliest zijn rust.</p> -<p class="line">Geloof me, uw uitzicht is geheel veranderd.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Ik acht de wereld, vriend, zooals zij is,</p> -<p class="line">Een speeltooneel, waar elk zijn rol op speelt;</p> -<p class="line">De mijne is somber.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">De mijne is somber.</span> Ik -speel dan den Nar.</p> -<p class="line">’k Wacht dartlend, lachend, rimplige’ -ouderdom,</p> -<p class="line">En laat, al drinkend, eer mijn lever schudden,</p> -<p class="line">Dan dat, door ach en wee, mijn hart verkilt.</p> -<p class="line">Waarom, als ’t warme bloed nog stroomt, te -zitten</p> -<p class="line">Als grootvaârs marm’ren beeld? waartoe te -slapen,</p> -<p class="line">Als ’t wakenstijd is? en de geelzucht zich</p> -<p class="line">Op ’t lijf te kniezen? Neen, Antonio, hoor,</p> -<p class="line">Ik heb u lief en zoo spreekt nu mijn liefde:</p> -<p class="line">Er is een slag van lieden, wier gelaat</p> -<p class="line">Steeds ondoorschijnend is als stilstaand water,</p> -<p class="line">Die eigenzinnig zwijgen altijd door,</p> -<p class="line">Met doel om zich een dunk en roep te geven</p> -<p class="line">Van wijsheid, waardigheid en diepen zin,</p> -<p class="line">Als zeiden zij: „Ik ben ’t orakel zelf, -<span class="lineNum">93</span></p> -<p class="line">En open ik den mond, dan blaff’ geen -hond”;</p> -<p class="line">Die daarom slechts den naam van wijzen dragen,</p> -<p class="line">Omdat zij nooit iets zeiden, doch voorwaar</p> -<p id="kvv.i.1.98" class="line">Hun hoorders, als zij spraken, -strafbaar maakten,</p> -<p class="line">Wijl deez’ hun broeders „dwazen” -zouden noemen.</p> -<p class="line">Doch meer hiervan een ander maal; gij, hengel</p> -<p class="line">Dus niet met uw droefgeestigheid als aas</p> -<p class="line">Naar narren-katvisch, dezen wijsheidsschijn.</p> -<p class="line">Kom mee, Lorenzo.—Houd zoolang u goed;</p> -<p class="line">Na ’t eten krijgt gij ’t einde van mijn -toespraak.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Ja, wij verlaten u tot na den noen;</p> -<p class="line">Ik moet nu wel zoo’n wijze zwijger zijn,</p> -<p class="line">Want Gratiano laat mij nooit aan ’t woord.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Ja, klamp u vast aan mij twee jaren lang,</p> -<p class="line">Dan kent gij zelfs uw eigen stem niet meer.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Vaarwel; op uw vermaan word ik een prater.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Zeer goed, want weet, dat zwijgen nooit behaagt,</p> -<p class="line">Dan van gerookte tong en van een schuchtre maagd.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Gratiano</span> <i>en</i> -<span class="sc">Lorenzo</span> <i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Heeft hij daar nu iets ter wereld gezegd?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">Gratiano praat oneindig veel, dat niets is, meer dan -eenig mensch in geheel Venetië. Zijn verstandige gedachten zijn -als twee tarwekorrels in twee schepels kaf; gij kunt er den geheelen -dag naar zoeken, eer gij ze vindt; en als gij ze hebt, zijn ze de -moeite van ’t zoeken niet waard.</p> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e696" href="#xd21e696" name="xd21e696">312</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Hoe ’t zij, vertel mij nu, naar welke -jonkvrouw</p> -<p class="line">Gij in ’t geheim die beêvaart zwoert te -doen,</p> -<p class="line">Waarvan gij mij vandaag vertellen zoudt?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Antonio, ’t is u al te wel bekend,</p> -<p class="line">Hoe zeer ik mijn vermogen heb verspild,</p> -<p class="line">Door vrij wat weidscher, rijker staat te voeren,</p> -<p class="line">Dan mijn gering fortuin verduren kon.</p> -<p class="line">Maar ’k roep geen ach en wee, dat ik moet -afzien</p> -<p class="line">Van zulk een glans; mijn groote zorg is nu</p> -<p class="line">Met eer die groote schulden af te doen,</p> -<p class="line">Waarin mijn jeugd, die al te spilziek was,</p> -<p class="line">Mij heeft verstrikt; Antonio, ’k ben aan u</p> -<p class="line">Het meeste schuldig, geld niet slechts, maar -liefde;</p> -<p class="line">Diezelfde liefde is mij een borg, dat ik</p> -<p class="line">U oop’ning doen mag van mijn plan, om al</p> -<p class="line">Die schulden, die mij drukken, af te werpen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Ik bid u, vriend Bassanio, deel het mee,</p> -<p class="line">En kan het, even als gijzelf steeds doet,</p> -<p class="line">Voor ’t oog der eer bestaan, wees dan -verzekerd,</p> -<p class="line">Ikzelf, mijn beurs en al wat ik vermag,</p> -<p class="line">’t Is alles ’t uwe, voor uw dienst gereed. -<span class="lineNum">139</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Verloor ik in mijn schooltijd soms een pijl,</p> -<p class="line">Dan schoot ik hem een tweeden van die soort,</p> -<p class="line">Denzelfden weg uit, na, gaf beter acht,</p> -<p class="line">Tot waar hij vloog, en, beide wagend, vond ik</p> -<p class="line">Ze beide vaak. Dit kindervoorbeeld past,</p> -<p class="line">Omdat wat volgt, ook louter onschuld is.</p> -<p class="line">Gij gaaft mij veel, en, als een wilde knaap,</p> -<p class="line">Verloor ik wat gij gaaft, maar waagt gij ’t -nu,</p> -<p class="line">Een tweeden pijl denzelfden weg te schieten,</p> -<p class="line">Den eersten achterna, ik maak mij sterk,</p> -<p class="line">Daar ik zijn vlucht bespiê, ze beî te -vinden,</p> -<p class="line">Of breng, wat gij het laatste waagdet, weêr,</p> -<p class="line">En blijf uw dankb’re schuldnaar voor het -eerste.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Gij kent mij toch; wat spilt gij dan uw tijd,</p> -<p class="line">En neemt een kronklende’ omweg tot uw vriend;</p> -<p class="line">Gij grieft mij waarlijk dieper, als ge twijfelt,</p> -<p class="line">Of ik voor u het uiterst wel zou doen,</p> -<p class="line">Dan als gij heel mijn have hadt verspild.</p> -<p class="line">Deel dus mij mee, wat gij van mij verlangt,</p> -<p class="line">Wat gij vermeent, dat ik vermag te doen;</p> -<p class="line">Ik ben bereid en daad’lijk; zeg het dus.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">In Belmont woont een jonkvrouw, rijk in goedren,</p> -<p class="line">In schoonheid rijk, en, rijker nog dan dit,</p> -<p class="line">Ook rijk in deugden; uit haar oogen ving ik</p> -<p class="line">Reeds vroeger lieve stomme tijding op.</p> -<p class="line">Haar naam is Portia; ze is wedergâ</p> -<p class="line">Van Cato’s dochter, Brutus’ Portia.</p> -<p class="line">De wereld door is reeds haar roem verbreid;</p> -<p class="line">Van ’t uiterste eind der aard, van iedre -kust,</p> -<p class="line">Brengt iedre wind, om naar haar hand te dingen,</p> -<p class="line">De bloem der jonglingschap. Haar zonnig haar</p> -<p class="line">Golft om haar slapen als een gulden vlies;</p> -<p class="line">En Belmont is een tweede Colchisch strand,</p> -<p class="line">En menig Jason komt om haar te erlangen.</p> -<p class="line">Antonio, vriend, o, had ik slechts de -midd’len,</p> -<p class="line">Om waardig mij met een van hen te meten,</p> -<p class="line">Dan mocht ik,—onbedrieglijk spelt mij dit</p> -<p class="line">Mijn hart, mijn ziel,—het hoogste heil -verwachten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Gij weet, mijn gansch vermogen is op zee;</p> -<p class="line">Ik heb geen geld en ook geen koopmansgoedren,</p> -<p class="line">Die ik verpanden kan; maar ga, beproef,</p> -<p class="line">Wat in Venetië mijn krediet vermag;</p> -<p class="line">Ik verg er ’t uiterst van, om u naar eisch</p> -<p class="line">Voor Portia, naar Belmont, uit te rusten,</p> -<p class="line">Vraag na, waar geld beschikbaar is; ook ik</p> -<p class="line">Doe ’tzelfde, en ben geen oogenblik bezorgd,</p> -<p class="line">Dat men niet gaarne, en op mijn woord, mij borgt.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.i.2" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Tweede Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Belmonte.</span> <i>Een kamer in</i> -<span class="sc">Portia’s</span> <i>huis</i>.</p> -<p class="stage"><span class="sc">Portia</span> <i>en</i> <span class="sc">Nerissa</span> <i>komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Op mijn woord, Nerissa, mijn klein persoontje heeft van -deze groote wereld meer dan genoeg.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Dat mocht zoo wezen, lieve jonkvrouw, als uw ellende -evenzoo bovenmatig was als thans uw geluk. Maar voor zoover ik zie, -zijn zij, die zich overladen met te veel, al even ziek, als zij, die -aan alles gebrek hebben. Het is daarom geen middelmatig geluk juist in -de middelmaat te zijn; overvloed krijgt vroeger grijze haren, maar -juist van pas leeft langer.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Goede spreuken, en goed voorgedragen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Nog beter zouden zij wezen, als zij goed werden -opgevolgd.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Als doen even gemakkelijk was, als weten, wat goed is te -doen, dan waren kapelletjes kerken, dagloonerswoningen vorstenpaleizen -geworden. Het is een goed geestelijke, die zijn eigen voorschriften -opvolgt; ik kan gemakkelijker aan twintig menschen leeren, wat zij -moeten doen om goed te doen, dan een van de twintig zijn en mijn eigen -lessen opvolgen. Het brein kan wel wetten voor het gestel uitdenken, -maar een vurig bloed springt over een koel voorschrift heen; zulk een -haas is de jongeling Onverstand, dat hij heenwipt over het net van -Goeden Raad, den kreupele. Maar dit redeneeren helpt mij volstrekt niet -bij het kiezen van een man.—O wee, dat woord kiezen! Ik mag niet -kiezen, dien ik zou willen, en niet afwijzen dien ik niet mag lijden; -en zoo is de wil van een levende <span class="pagenum">[<a id="xd21e919" href="#xd21e919" name="xd21e919">313</a>]</span>dochter aan -banden gelegd door den wil van een dooden vader.—Is het niet -hard, Nerissa, dat ik niemand kiezen mag, en ook niemand afwijzen?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Uw vader was een braaf man, en vrome menschen hebben bij -hun dood goede ingevingen. Daarom zal bij de loterij, die hij -uitgedacht heeft van die drie kastjes van goud, zilver en lood, -(waardoor hij, die in zijn geest kiest, u kiest,) zonder eenigen -twijfel door niemand de echte keus gedaan worden dan door een, die u -echte liefde toedraagt. Maar hoe staat het met de warmte van uw -genegenheid jegens een van de vorstelijke aanbidders, die alreeds -gekomen zijn?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">O, wees zoo goed en noem ze op; als gij ze noemt, zal ik -ze u beschrijven; en naar mijn beschrijving moogt ge mijn genegenheid -afmeten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Vooreerst dan, de Napelsche prins.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p id="kvv.i.2.43" class="par">O, die is inderdaad een veulen, want hij -doet niets dan van zijn paard spreken; en hij vindt het een belangrijk -toevoegsel aan zijn begaafdheden, dat hij het zelf beslaan kan; ik -vrees inderdaad, dat mevrouw zijn moeder valsch spel speelde met een -hoefsmid.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p id="kvv.i.2.48" class="par">Dan verder de paltsgraaf. <span class="lineNum">49</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Die zet altijd een zuur gezicht, alsof hij zeggen wou: -„Ben ik voor u niet goed genoeg, geen nood”. Hij hoort -vroolijke kwinkslagen en vertrekt geen spier; ik vrees, dat, als hij -oud wordt, hij de weenende philosoof zal wezen in eigen persoon, daar -hij nu in zijn jeugd al zoo onhebbelijk somber is. Ik was liever -getrouwd met een doodshoofd, zoo met twee gekruiste knoken er onder, -dan met een van die beiden. God beware mij voor alle twee!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Wat zegt gij dan van den Franschen heer, Monsieur Le -Bon?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">God schiep hem, laat hem daarom voor een man doorgaan. -Ik weet, dat het zonde is een spotter te zijn, maar hij! Hij heeft een -paard, beter dan de Napolitaan, een beter slechte gewoonte van -zuurkijken dan de paltsgraaf; hij is iedereen en niemand; als een -lijster zingt, begint hij dadelijk kapriolen te maken; hij zou kunnen -vechten met zijn eigen schaduw. Als ik hèm nam, nam ik vijftig -mannen te gelijk. Als hij mij versmaadde, zou ik het hem vergeven; want -al had hij mij lief tot razend wordens toe, ik zou niets van hem willen -weten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Wat hebt ge dan te zeggen tegen Faulconbridge, den -jongen Engelschen baron?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Ge weet, ik zeg niets tegen hem, want hij verstaat mij -niet en ik hem ook niet; hij kent geen Latijn of Fransch noch -Italiaansch, en wat mijn Engelsch betreft, gij kunt gerust voor het -gerecht een eed gaan doen, dat het geen armzaligen duit waard is. Hij -is het afbeeldsel van een knap man, maar, ik bid u, wie kan omgaan met -een stom beeld? En hoe bespottelijk kleedt hij zich! Ik geloof, dat hij -zijn kamizool in Italië, zijn pof broek in Frankrijk, zijn muts in -Duitschland en zijn manieren overal heeft opgedaan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Wat denkt ge van zijn buurman, den Schotschen lord?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Dat hij wezenlijk wel christelijke liefde tot zijn -naaste bezit, want hij borgde laatst een oorveeg van den Engelschman, -en zwoer, dat hij hem dien terug zou betalen, zoodra hij in de -gelegenheid zou wezen; ik denk, <a id="kvv.i.2.88" name="kvv.i.2.88"></a>dat de Franschman zijn borg werd en voor den ander -onderteekende.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Hoe bevalt u de jonge Duitscher, de neef van den hertog -van Saksen? <span class="lineNum">91</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Afschuwelijk in den morgen, als hij nuchter is, en -allerafschuwelijkst in den middag, als hij beschonken is; als hij op -zijn best is, is hij toch nog altijd iets minder dan een mensch, en als -hij op zijn slechtst is, is hij nauwlijks meer dan een dier; als het -ergste mocht gebeuren, dat gebeuren kan, hoop ik toch, dat ik wel een -uitvlucht zal vinden om hem vrij te loopen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Als hij zich mocht aanmelden om te kiezen en het rechte -kastje koos, dan zoudt ge toch weigeren uws vaders uitersten wil te -volbrengen, als gij weigerdet hem te nemen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Daarom bid ik u, om het ergste te voorkomen, zet een -flinken roemer Rijnwijn op het verkeerde kastje; want als de duivel er -in was en deze verzoeking van buiten er bij, dan weet ik, dat hij het -zou kiezen. Alles liever, Nerissa, dan met een spons te moeten -trouwen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Gij behoeft niet beducht te wezen, mejonkvrouw, dat gij -een van deze heeren zult krijgen, want zij hebben mij hun besluit -meegedeeld, en dat is, waarlijk, naar huis te gaan en u niet verder met -hun aanzoek lastig te vallen, tenzij gij op een andere wijze te winnen -waart, dan door de bepaling van uw vader, ten opzichte van de -kastjes.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Al word ik zoo oud als Sibylla, wil ik toch zoo kuisch -als Diana sterven, tenzij ik gewonnen word op de wijze van mijns vaders -uitersten wil. Ik ben blij, dat dit partijtje vrijers zoo verstandig -is, want er is er niet één bij <span class="pagenum">[<a id="xd21e1019" href="#xd21e1019" name="xd21e1019">314</a>]</span>of ik smacht naar zijn afzijn, en ik bid -God, hun een voorspoedige heenreis te verleenen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Herinnert gij u niet, mejonkvrouw, uit den tijd dat uw -vader nog leefde, een Venetiaan, die man van studie en krijgsman te -gelijk was, en die hierheen kwam als metgezel van den markies van -Montferrat?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Ja, ja; het was Bassanio;—ik geloof ten minste, -dat hij zoo heette.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Juist, mejonkvrouw. Van alle mannen, die mijn dwaze -oogen ooit gezien hebben, was hij wel het meest een schoone vrouw -waard.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Hij staat mij nog goed voor, en naar mijn herinnering is -uw lof niet onverdiend.—Wel, wat is er?</p> -</div> -<p class="stage">(<i>Een Bediende, komt op.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bediende.</p> -<p class="par">Mejonkvrouw, de vreemde heeren vragen naar u om afscheid -te nemen; en zoo even komt daar een voorrijder van een nieuwen, den -prins van Marocco, die het bericht brengt, dat de prins, zijn meester, -nog van avond hier zal zijn. <span class="lineNum">139</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Als ik dien nieuwen zoo van ganscher harte welkom kon -heeten, als ik de anderen vaarwel zeg, zou ik verheugd wezen over zijn -aankomst, als hij het binnenste heeft van een heilige en de huidkleur -van een duivel,</p> -<div class="lg"> -<p class="line">Dan groette ik liever hem als boetgezant,</p> -<p class="line">Dan dat ik hem mijn hand verpand.</p> -</div> -<p class="par first">Kom, Nerissa.—Knaap, ga voor, maak -voort.—</p> -<div class="lg"> -<p class="line">Gaat één vrijer uit de poort,</p> -<p class="line">Dan wordt weer de stap van een ander, die nadert, -gehoord.</p> -</div> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.i.3" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Derde Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een -plein.</i></p> -<p class="stage"><span class="sc">Bassanio</span> <i>en</i> -<span class="sc">Shylock</span> <i>komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Drieduizend dukaten,—goed!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">Voor drie maanden, Shylock.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Voor drie maanden—goed!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">En, zooals ik zeide, Antonio zal er borg voor zijn.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Antonio zal er borg voor zijn,—goed!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">Kunt gij mij helpen? Wilt ge mij het genoegen doen? Mag -ik uw antwoord weten?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Drieduizend dukaten, voor drie maanden, en Antonio -borg.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">En uw antwoord—?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Antonio is een goed man.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">Hebt gij ooit eenigszins het tegendeel van hem -gehoord?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">O, neen, neen, neen, neen;—maar ik meende, toen ik -zeide, dat hij een goed man is, zooals ge wel begrijpt, dat hij er goed -voor is,—hoewel van zijn goed kan men eigenlijk maar bij -onderstelling spreken; hij heeft een galjoen op weg naar Tripoli, een -ander naar Indië, en hij heeft, <a id="kvv.i.3.20" name="kvv.i.3.20"></a>zooals ik op den Rialto vernam, een derde naar Mexico, -een vierde naar Engeland—en hij heeft nog meer varende -have,—overal verspreid. Maar schepen zijn maar planken en -matrozen zijn maar menschen, en er zijn landratten en waterratten, -landdieven en waterdieven, ik bedoel zeeroovers; en dan heb je nog het -gevaar van water en wind en klippen; maar toch, de man is er wel goed -voor; drieduizend dukaten;—mij dunkt, ik zou zijn borgtocht wel -kunnen aannemen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">Daar kunt ge zeker van zijn.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Ik wil er zeker van zijn; en om er zeker van te zijn, -wil ik er mij op bedenken;—zou ik Antonio eens kunnen spreken? -<span class="lineNum">32</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">Als ge lust hebt, met ons te eten,—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Nah, om varkensvleesch te ruiken, om te eten van de -woning, waar uw profeet, de Nazarener, den duivel in verbannen heeft? -ik wil met u handelen en wandelen, gaan en staan, koopen en verkoopen, -en zoo voort; maar ik wil niet eten met u, niet drinken met u, niet -bidden met u. Wat nieuws is er op den Rialto?—Wie komt daar -aan?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">Het is signore Antonio.</p> -<p class="stage">(<span class="sc">Antonio</span> <i>komt op</i>.)</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Hoe -lijkt hij een deemoedig tollenaar!</p> -<p class="line">Ik haat hem reeds, dewijl hij Christen is,</p> -<p class="line">En meer nog, wijl, in lage onnoozelheid,</p> -<p id="kvv.i.3.45" class="line">Hij gratis geld leent en de rente -drukt,</p> -<p class="line">Die we anders in Venetië konden maken.</p> -<p class="line">Gelukt het me eens, hem bij de heup te pakken,</p> -<p class="line">Dan vier ik de’ ouden wrok, dien ’k heb, -toch bot;</p> -<p class="line">Hij haat ons heilig volk, en vloekt, juist daar,</p> -<p class="line">Waar alle kooplui plegen saam te komen,</p> -<p class="line">Op mij, mijn zaken en mijn eerlijk winstje;</p> -<p class="line">Dat noemt hij woeker. Zij mijn stam vervloekt,</p> -<p class="line">Als ik ’t vergeef!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Als ik ’t vergeef!</span> -Hé, Shylock, wilt gij hooren?</p> -</div> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="par"></p> -<div class="figure xd21e1231width"><img src="images/p314.jpg" alt="De koopman van Venetië, Eerste Bedrijf, Derde Tooneel." width="452" height="720"> -<p class="figureHead"><span class="ex">De koopman van -Venetië</span>, Eerste Bedrijf, Derde Tooneel.</p> -</div> -<p class="par"></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Ik rekende uit, hoeveel ik wel in kas heb;</p> -<p class="line">Zoo ver ik uit het hoofd het ramen kan,<span class="pagenum">[<a id="xd21e1245" href="#xd21e1245" name="xd21e1245">315</a>]</span></p> -<p class="line">Kan ik die volle somma van drieduizend</p> -<p class="line">Dukaten zelf niet leev’ren. Maar wat doet -dit?</p> -<p class="line">Tubal, een rijk Hebreër van mijn stam,</p> -<p class="line">Zal mij wel helpen.—Maar voor hoeveel maanden</p> -<p class="line">Verlangt gij ’t geld?—<span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Antonio</span>.)</span> Signore, -welkom hier;</p> -<p class="line">Wij spraken juist daar van uw edelheid.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Shylock, hoewel ik, als ik gelden voorschiet</p> -<p class="line">Of opneem, nimmer winsten neem noch geef,</p> -<p class="line">Wil ik, om thans mijn vriend in nood te helpen,</p> -<p class="line">Met die gewoonte breken.—<span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Bassanio</span>.)</span> Weet hij -reeds,</p> -<p class="line">Hoeveel gij wenscht?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Hoeveel gij wenscht?</span> -Drieduizend, ja, dukaten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">En voor drie maanden.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">O, dat vergat ik,—voor drie maanden, ja.</p> -<p class="line">En gij zijt borg, ja goed,—maar hoorde ik wel</p> -<p class="line">Gij neemt of geeft geen intrest, als ge gelden</p> -<p class="line">Voorschiet of opneemt, zegt ge? <span class="lineNum">71</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Voorschiet of opneemt, zegt -ge?</span> ’k Doe het nooit.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Toen Jakob nog de schapen Labans weidde,—</p> -<p class="line">Hij was van onzen vader Abram af</p> -<p class="line">(Door ’t schrander overleg van zijne moeder)</p> -<p class="line">De derde patriarch,—jawel, de derde,—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Wat wilt ge zeggen? leende hij op intrest?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Neen, neen; hij nam geen interest, niet wat gij</p> -<p class="line">Zoo intrest noemt; merk op, wat Jakob deed.</p> -<p class="line">Toen tusschen hem en Laban de afspraak was,</p> -<p class="line">Dat al ’t geplekte en zwarte van de -lamm’ren</p> -<p class="line">Als Jakobs loon zou gelden, en de herfsttijd</p> -<p class="line">Weer de ooien met de rammen samenbracht</p> -<p class="line">En ’t wolvee welig aan het paren ging,</p> -<p class="line">Toen nam de ervaren herder popelroeden</p> -<p class="line">En schilde ze met strepen en hij lei ze,</p> -<p class="line">Wanneer de dieren paarden, op de drinkplaats,</p> -<p class="line">Voor de oogen van de ritsige ooien neer,</p> -<p class="line">Die, zoo ontvangend, in den lammertijd</p> -<p class="line">Geplekte jongen wierpen, Jakobs deel.</p> -<p class="line">Zoo nam hij toe in welstand, werd gezegend;</p> -<p class="line">Want winst is zegen, als men ’t maar niet -steelt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Dan diende Jakob, man, op goed geluk;</p> -<p class="line">Het stond niet in zijn macht dit te bewerken;</p> -<p class="line">Des hemels hand bestuurde en schikte ’t zoo.</p> -<p class="line">Meldt dit de schrift om woeker te rechtvaardigen,</p> -<p class="line">Of is uw goud en zilver, ooi en ram?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">’k Weet niet, ik laat het even snel -vermeerdren;—</p> -<p class="line">Maar hoor, Signore.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Maar hoor, Signore.</span> Merk -dit op, Bassanio;</p> -<p class="line">De duivel zelf beroept zich op de schrift.</p> -<p class="line">Een boos gemoed, dat heil’ge woorden spreekt,</p> -<p class="line">Is als een fielt met liefelijken lach;</p> -<p class="line">Een schijnschoone appel, maar in ’t hart -verrot;</p> -<p class="line">O, glanzend schoon is ’t uiterlijk der -valschheid!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Drieduizend—’t is een goede ronde som!</p> -<p class="line">Drie maand, een verreljaars, laat zien dat -maakt—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Nu, Shylock, kunnen we op u reeknen, zeg?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Signore Antonio, meermalen, vaak,</p> -<p class="line">Hebt gij me op den Rialto doorgehaald</p> -<p class="line">Ter zake van mijn leenen en mijn rente;</p> -<p class="line">Ik zeide niets, maar trok de schouders op,</p> -<p class="line">Want dulden is het erfdeel van ons volk.</p> -<p class="line">Gij scholdt mij voor een onbekeerde, een bloedhond,</p> -<p class="line">Gij spuwdet op mijn tabbaard—en dat alles,</p> -<p class="line">Omdat ik weet te hand’len met wat mijn is.</p> -<p class="line">Welnu, thans blijkt het, dat ge mij behoeft,</p> -<p class="line">Zoo is ’t; thans komt ge tot mij, en gij -zegt:</p> -<p class="line">„Shylock, wij wenschen geld”; en dat zegt -gij,</p> -<p class="line">Gij, die mijn baard bespuwdet, met den voet</p> -<p class="line">Mij stiet, zooals ge een vreemden hond zoudt -schoppen</p> -<p class="line">Van uwen drempel, thans verlangt gij geld!</p> -<p class="line">Wat moet ik tot u zeggen? moet ik zeggen:</p> -<p class="line">„Heeft een hond geld? Is ’t mooglijk, dat -een bloedhond <span class="lineNum">122</span></p> -<p class="line">Drieduizend stukken gouds u leent?” Of moet -ik</p> -<p class="line">Ten grond toe buigen, en gelijk een schuldnaar</p> -<p class="line">Met fluisterstem, waar needrigheid in suist,</p> -<p class="line">Dus spreken:</p> -<p class="line">„Uw edelheid heeft Woensdag mij bespuwd,</p> -<p class="line">Op dien dag weggeschopt, een ander maal</p> -<p class="line">Mij hond genoemd; voor zooveel vriendelijkheid</p> -<p class="line">Leen ik u zooveel geld?”</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Ik was in staat u weder zoo te noemen,</p> -<p class="line">U weer te spuwen, met den voet te stooten.</p> -<p class="line">Wilt gij dit geld ons leenen, leen het niet</p> -<p class="line">Als aan uw vrienden,—vriendschap zou geen -vrucht</p> -<p class="line">Van dood metaal ooit eischen van zijn -vriend,—</p> -<p class="line">Maar leen ’t veeleer uw vijand uit, want -blijft</p> -<p class="line">Die in gebreke, des te scherper kunt gij</p> -<p class="line">Het uiterste eischen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Het uiterste eischen.</span> -Zie toch, welk een drift!</p> -<p class="line">Ik wilde uw vriend zijn, vriendlijkheid u toonen,</p> -<p class="line">Den smaad vergeten, dien ’k verduren moest,</p> -<p class="line">Het noodige u verschaffen, en voor rente</p> -<p class="line">Geen duit zelfs eischen, maar gij hoort niet eens;</p> -<p class="line">Mijn aanbod is toch vriendlijk.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">’t Zou vriendlijk zijn.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">’t Zou vriendlijk -zijn.</span> Ik doe die vriendlijkheid.—</p> -<p class="line">Ga mee naar den notaris, teeken daar</p> -<p class="line">Uw schuldbrief op uw naam; uit louter -scherts,<span class="pagenum">[<a id="xd21e1518" href="#xd21e1518" -name="xd21e1518">316</a>]</span></p> -<p class="line">Opdat gij ziet, dat ik geen winst verlang,</p> -<p class="line">Als gij mij niet op den bepaalden dag,</p> -<p class="line">En daar of daar, die som of die, zooals</p> -<p class="line">Uw schuldbekentnis luiden zal, betaalt,</p> -<p class="line">Zij deze boete vastgesteld, dat ik</p> -<p class="line">Een zuiver pond mag snijden van uw vleesch,</p> -<p class="line">Uit welk deel van uw lichaam ik verkies.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Het zij zoo; op mijn woord; ik teeken ’t -stuk,</p> -<p class="line">En zeg: ook bij een jood is vriendlijkheid.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Neen, teeken zulk een borgtocht niet voor mij;</p> -<p class="line">Veel liever blijf ik nog in mijn ellend’.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Kom, vriend, geen angst; want ik betaal op tijd.</p> -<p class="line">In minder dan twee maanden, dus een maand</p> -<p class="line">Vóór ik ’t behoef, verwacht ik -schepen binnen,</p> -<p class="line">In waarde tien-, ja, twintigmaal deez’ som.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">O vader Abram! hoe de christnen toch,</p> -<p class="line">Omdat zij zelf hardvochtig zijn, van andren</p> -<p class="line">Hetzelfde denken!—’k Bid u, zeg, zou -mij,</p> -<p class="line">Als hij eens in gebreke bleef, het innen</p> -<p class="line">Der afgesproken boete voordeel zijn?</p> -<p class="line">Een pondje menschenvleesch, gesneden van</p> -<p class="line">Een man, is niet zoo goed, niet te verhandlen</p> -<p class="line">Als vleesch van rund of schaap. Ik zeide, ik wensch</p> -<p class="line">Zijn gunst, en bied mijn diensten. Neemt hij</p> -<p class="line">Die aan, zeer gaarne; weigert hij, ’t zij -uit;</p> -<p class="line">Maar smaad mij niet, ik bid u, om mijn goedheid.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Shylock, ik ben bereid het stuk te teek’nen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Gij ziet mij daadlijk weer, bij den notaris;</p> -<p class="line">Geef gij hem op, wat hij te stellen heeft,</p> -<p class="line">Met onze scherts er bij; ik zorg voor ’t geld</p> -<p class="line">En pak het in, en ’k moet ook naar mijn huis,</p> -<p class="line">Waarop een dienaar past, die niet te best</p> -<p class="line">Betrouwbaar is, maar spoedig ben ik bij u.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Shylock</span> -<i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Zoo haast u, goede jood.—Zie, deez’ -Hebreër</p> -<p class="line">Wordt waarlijk nog een christen; hij wordt goed.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">’k Vertrouw geen goedheid van een boos -gemoed.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Geen zorg; ik heb geen roekloosheid begaan;</p> -<p class="line">Mijn schepen zijn een maand vooruit wel aan.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div id="kvv.ii" class="div1 act"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">Tweede Bedrijf.</h2> -<div id="kvv.ii.1" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Eerste Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Belmont.</span> <i>Een vertrek in</i> -<span class="sc">Portia’s</span> <i>woning</i>.</p> -<p class="stage"><i>Trompetgeschal. De Prins van Marocco met zijn -Stoet</i>, <span class="sc">Portia</span>, <span class="sc">Nerissa</span> <i>en anderen van haar Gevolg komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Marocco.</p> -<p id="kvv.ii.1.1" class="line">Versmaad mij om mijn kleur niet; -’t is de donkre</p> -<p class="line">Livrei der helle zon, in wier nabijheid</p> -<p class="line">Ik ben geboren en mijn zetel heb.</p> -<p class="line">Maar koom’ de blankste jongling van het -noorden,</p> -<p class="line">Waar Febus’ gloed de ijskegels nauwlijks -smelt,</p> -<p class="line">En om uw min verwond’ zich elk van ons,</p> -<p class="line">Tot proef, wiens bloed het roodst is, ’t zijn of -’t mijn.</p> -<p class="line">’k Verklaar u, jonkvrouw, dit gelaat deed -zelfs</p> -<p class="line">Den stoutste sidd’ren; ’k zweer u bij mijn -min,</p> -<p class="line">Dat het de fierste maagden van het zuid</p> -<p class="line">Bekoren kon; en ’k ruilde niet mijn kleur,</p> -<p class="line">Dan om, mijn koningin, uw hart te stelen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Mijn keuze, prins, wordt niet alleen geleid</p> -<p class="line">Door wat een ijdel meisjeshart begeert;</p> -<p class="line">De loterij, waaraan mijn toekomst hangt,</p> -<p class="line">Ontneemt mij zelfs het recht van eigen keus;</p> -<p class="line">Maar had mijn vader in zijn wijsheid mij</p> -<p class="line">Niet zoo beperkt, en mij niet opgelegd</p> -<p class="line">Slechts hem als echtgenoot te aanvaarden, die</p> -<p class="line">Mij op de wijze wint, die ik u noemde,</p> -<p class="line">Dan ware uw uitzicht, wijdvermaarde prins,</p> -<p class="line">Wel even schoon als dat van eenig ander,</p> -<p class="line">Die vóór u naar mij dong. <span class="lineNum">22</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Marocco.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Die vóór u naar -mij dong.</span> Reeds hiervoor dank.</p> -<p class="line">Ik bid u dus, geleid mij tot de kastjes,</p> -<p class="line">Om mijn geluk te toetsen. Bij deez’ -kling,—</p> -<p id="kvv.ii.1.25" class="line">Die aan den Sophi, en een Perzisch -prins,</p> -<p class="line">Voor wien de Sultan Soliman driemaal</p> -<p class="line">Het veld moest ruimen, ’t leven nam,—ik -zou</p> -<p class="line">Den fiersten blik der aard nog overfonklen,</p> -<p class="line">Het kloekste hart der aard nog overtrotsen,</p> -<p class="line">Aan de berin haar zuiglingwelpen nemen,</p> -<p class="line">Den leeuw beschimpen, brullende om een prooi,</p> -<p class="line">Voor uw bezit, signora. Maar helaas!</p> -<p class="line">Als Hercules en Lichas met den teerling</p> -<p class="line">Uitmaken wie het dapperst is, dan doet</p> -<p class="line">Wellicht de zwakste hand den hoogsten worp,</p> -<p class="line">En moet Alcides voor zijn schildknaap wijken;</p> -<p class="line">En zoo kan mij, als blind geluk beslist,<span class="pagenum">[<a id="xd21e1761" href="#xd21e1761" name="xd21e1761">317</a>]</span></p> -<p class="line">Ontgaan, wat aan een mindren man ten deel valt,</p> -<p class="line">Zoodat ik sterf van smarte.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Zoodat ik sterf van -smarte.</span> Zoo is ’t lot!</p> -<p class="line">Beslis dus, dat gij afziet van de keus,</p> -<p class="line">Of zweer vooraf, dat, als gij aav’rechts -kiest,</p> -<p class="line">Gij u verbindt om nimmermeer een vrouw</p> -<p class="line">Ten echt te vragen. Overweeg dus wel.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Marocco.</p> -<p class="line">Ik zweer het, nimmer! Kom, de keus gewaagd!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Neen, eerst uw eed voor ’t altaar. Na den -noen</p> -<p class="line">Beproeft ge uw lot.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Marocco.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Beproeft ge uw lot.</span> -Gelukstèr, toon uw macht,</p> -<p class="line">Nu ’t zaligst heil of diepste ellend’ mij -wacht!</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Trompetgeschal. Allen af.</i>)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.ii.2" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Tweede Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een -straat.</i></p> -<p class="stage"><span class="sc">Lancelot Gobbo</span> <i>komt -op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Zeker, mijn geweten zal wel toegeven, dat ik van dezen -jood, mijn meester, wegloop. De booze is mij op de hielen, en verzoekt -mij, en zegt: „Gobbo, Lancelot Gobbo”, of „goede -Gobbo”, of <span class="corr" id="xd21e1824" title="Niet in bron">„</span>goede Lancelot Gobbo, sta op, haal je -beenen na je, loop weg”. Mijn geweten zegt: „neen; pas op, -brave Lancelot”, of, zooals daareven, „brave Lancelot -Gobbo, ga niet op den loop; stamp met je hielen, dat je den brui geeft -van dat wegloopen”. Goed, maar de verbenedijde booze drijft mij -aan, mij weg te pakken, en zegt: „Loop” zegt de booze, -„voort!” zegt de booze, „in ’s hemels naam; heb -een hart in ’t lijf”, zegt de booze, „en loop -weg”. Goed, maar mijn geweten werpt zich om den hals van mijn -hart en zegt op wijzen toon tot mij: „mijn brave vriend Lancelot, -gij zoon van een braaf man”,—of liever van een brave vrouw, -want, inderdaad, van mijn vader gesproken, daar was wel een luchtje -aan, hij had zoo zekere neigingen, zoo wat smaak in—, nu, mijn -geweten dan zegt: „Lancelot, blijf”, „blijf -niet” zegt de booze; „blijf”, zegt mijn geweten. -Geweten, zeg ik, uw raad is goed; Booze, zeg ik, uw raad is ook goed; -als ik aan mijn geweten gehoor geef, zou ik blijven bij den jood, mijn -meester, die (God straffe mij, als ik lieg!) een soort van duivel is: -en als ik van den jood wegliep, zou ik aan den booze gehoor geven, die, -met verlof gezegd, de Duivel zelf is. Want dit is zeker, dat de jood de -gevleeschelijkte duivel is; en, op mijn geweten, mijn geweten is een -hard soort van geweten, dat het mij wil aanraden bij den jood te -blijven. De booze geeft mij den besten vriendenraad; ik wil op den loop -gaan, Booze; mijn hielen zijn tot uw dienst; ik wil op den loop -gaan.</p> -</div> -<p class="stage">(<i>De oude</i> <span class="sc">Gobbo</span> <i>komt -op, met een mand</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Mosjeu, jonge heer, gij, wees zoo goed en zeg mij, wat -is de weg naar mijnheer den jood zijn huis?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot</p> -<p class="par"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Och -hemel, daar is mijn echte vleeschelijke vader; hij heeft meer dan zand, -hij heeft kiezel in zijn oogen en kent mij niet.—Ik wil toch eens -wat excrementen met hem nemen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Mosjeu, jonge heer, wees zoo goed en zeg me, wat is de -weg naar mijnheer den jood zijn huis?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Sla bij den eersten draai rechtsom, maar bij den -allereersten draai linksom; maar onthoud, sla bij den allerallereersten -draai noch rechts noch links om, maar sla dadelijk na een poos -kaarsrecht af naar het huis van den jood.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Sapperment, dat zal een moeilijke weg wezen om te -vinden. Kunt ge mij zeggen, of zekere Lancelot, die bij hem dient, bij -hem dient of niet? <span class="lineNum">49</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Spreek je van den jongen mosjeu -Lancelot?—<span class="stage">(<i>Ter zijde</i>).</span> Nu -opgepast, nu leg ik hem het vuur aan de schenen.—Spreek je van -den jongen mosjeu Lancelot?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Geen mosjeu, heer, maar de zoon van een armen drommel; -zijn vader is, al zeg ik het zelf, een brave doodarme kerel, en, Gode -zij dank, heel welvarend.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Wel, laat zijn vader wezen wat hij wil, wij spreken nu -van den jongen mosjeu Lancelot.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Uw gehoorzame dienaar, en Lancelot kortaf, heer.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Maar ik bid je, <i>ergo</i>, oude man, <i>ergo</i>, -verzoek ik je, spreek je van den jongen mosjeu Lancelot?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Uw edeles dienaar, en Lancelot, heer.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par"><i>Ergo</i>, mosjeu Lancelot; spreek niet van mosjeu -Lancelot, vadertje; want die jonge heer heeft, ten gevolge van de -noodlotten en lotsbeschikkingen en zulke vreemde gezegdens meer, de -drie schikgodinnen en verdere geleerdhedens, het tijdelijke met het -eeuwige verwisseld, of, om het platweg uit te drukken, hij is -ter—hemel gevaren.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Och, och, God beware! de jongen was zoowaar de staf van -mijn ouderdom, mijn eenige steunpilaar.</p> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e1925" href="#xd21e1925" name="xd21e1925">318</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot</p> -<p class="par"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Zie ik er -uit als een knuppel of een tentpaal, een staf of een pilaar?—Ken -je mij niet, vader?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Ach hemel, ik ken u niet, jonge heer; maar ik bid u, zeg -me, is mijn jongen, (God hebbe zijn ziel!) levend of dood?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Ken je mij niet, vader?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Helaas, mijnheer, ik ben half blind, ik ken u niet.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Neen, maar waarlijk, al hadt je je oogen, dan zou het -nog wel kunnen gebeuren, dat je mij niet kende; ’t is een wijs -vader, die zijn eigen kind kent. Komaan, oude man, ik zal je van je -zoon bericht geven. <span class="stage">(<i>Hij knielt.</i>)</span> -Geef mij uw zegen! De waarheid komt altijd aan het licht; een moord kan -niet lang verborgen blijven, wel de zoon van een vader; maar toch, ten -langen leste, komt de waarheid uit.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Ik bid u, heer, sta op; ik weet zeker, dat gij Lancelot, -mijn jongen, niet zijt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Kom, ik bid je, alle gekheid op een stokje, maar geef -mij je zegen; ik ben Lancelot, je jongen die was, je zoon die is, je -kind dat wezen zal. <span class="lineNum">91</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Ik kan niet gelooven, dat gij mijn zoon zijt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Dan weet ik ook niet, wat ik er van denken moet, maar ik -ben Lancelot, bij den jood in dienst, en, dat weet ik zeker, Margriet, -je vrouw, is mijn moeder.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Ja wezenlijk, ze heet Margriet; en ik wil er op zweren, -als je Lancelot bent, dat je dan mijn eigen vleesch en bloed bent. -Maar, bij God en al zijn heiligen, wat een baard heb je gekregen; je -hebt meer haar gekregen aan je kin, dan Hans, mijn sleeppaard, aan zijn -staart heeft.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Dan lijkt het wel, dat Hans zijn staartharen achteruit -groeien; toen ik hem het laatst gezien heb, had hij bepaald meer haren -in zijn staart dan ik nu op mijn gezicht heb.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Heerejé, wat ben je veranderd! En kun je met je -meester nog al overweg? Ik heb hem een present meegebracht. Hoe sta je -tegenwoordig met elkaar?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Zóó, zóó,—; maar voor -mijn part, daar ik het er op gezet heb om van hem weg te loopen, zoo -wil ik niet rusten, voor ik een heel eind achter de hielen heb. Mijn -meester is een echte jood; hem een present brengen! geef hem een strop. -Ik ben in zijn dienst verhongerd; je kunt iederen vinger, dien ik heb, -met mijn ribben tellen. Vader, ik ben blij, dat je gekomen bent; maar -geef je present aan zekeren heer Bassanio, die wezenlijk prachtige -nieuwe livreien geeft; als ik niet bij hem terecht kan komen, wil ik -loopen, zoo ver Gods aardbodem reikt.—O, wat een tref, wat een -geluk! daar komt hij aan;—naar hem toe, vader; want ik ben een -jood, als ik nog langer bij den jood blijf.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Bassanio</span> <i>komt op, met</i> -<span class="sc">Leonardo</span> <i>en andere Bedienden</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">Zoo kun je het wel doen;—maar je moet er zoo veel -spoed achter zetten, dat het avondmaal op zijn laatst tegen vijf uur -gereed is. Bezorg deze brieven; maak dat de livreien in orde komen en -verzoek Gratiano dadelijk bij mij te komen in mijn huis.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Een Bediende gaat heen.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Nu naar hem toe, vader.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">God zegene uwe edelheid.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">Dank je zeer; wou je iets van mij hebben?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Hier is mijn zoon, heer, een arme jongen. <span class="lineNum">129</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Niet een arme jongen, heer, maar de knecht van den -rijken jood; en die graag, heer, zooals mijn vader zal -spezivizeeren—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Hij heeft een groote infectie, heer, om zoo te zeggen, -om bij u—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Inderdaad, heer, het kort en het lang van de zaak is, -dat ik bij den jood in dienst ben, en declinatie heb, zooals mijn vader -zal spezivizeeren—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Zijn meester en hij, met verlof van uw edelheid, leven -zoo wat als kat en hond,—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Om kort te gaan, de zuivere waarheid is, heer, dat de -jood mij verongelijkt heeft, en dat maakt, zooals mijn vader, die naar -ik hoop een oud man is, u fructivizeeren zal—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Ik heb hier een duivenschoteltje, dat ik aan uw edelheid -wensch te vereeren, en mijn verzoek is,—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Om zoo kort mogelijk te zijn, het verzoek interruppeert -mijzelf, zooals uw edelheid hooren zal van dezen braven ouden man, die, -al zeg ik het zelf, schoon een oud man, toch een arm man en mijn vader -is.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">Niet beiden te gelijk;—wat wil je? spreek!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Bij u in dienst komen, heer.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gobbo.</p> -<p class="par">Ja, dat is het, dat wij u willen opponeeren, heer.</p> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e2103" href="#xd21e2103" name="xd21e2103">319</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Ik ken u wel; ’t verzoek is toegestaan;</p> -<p class="line">Shylock, uw heer, beval vandaag u aan</p> -<p class="line">Voor deez’ bevordring, zoo ’t bevordring -is,</p> -<p class="line">Uit zulk een dienst als van een rijken jood,</p> -<p class="line">Te komen bij een armen edelman.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Het oude gezegde, heer, is zeer goed verdeeld tusschen -mijn meester Shylock en u; gij hebt de genade Gods, heer, en hij heeft -vele goederen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>tot</i> <span class="sc">Lancelot</span>).</span> Zeer juist. <span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Gobbo</span>.)</span> Ga heen nu, -vader met uw zoon,—</p> -<p class="line">Neem afscheid van uw vroeg’ren heer en kom</p> -<p class="line">Dan aan mijn huis.—<span class="stage">(<i>Tot -zijn Bedienden.</i>)</span> Bezorgt hem een livrei,</p> -<p class="line">Wat meer bestrikt dan de andre; let daarop.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Kom, vader.—Neen, ik kan geen dienst krijgen; wel -neen, ik heb mijn tongetje niet tot mijn dienst.—Nu, <span class="stage">(<i>Hij bekijkt de binnenvlakte van zijn hand.</i>)</span> als -er in Italië iemand zoo’n mooie handpalm heeft om op de -schrift te zweren! of ik ook geluk zal hebben!—Kijk eens, welk -een onnoozel levenslijntje; ’t is me daar een kleinigheidje -vrouwen; acht, tien, vijftien vrouwen is nog niets: elf weduwen en -negen jonge dochters is wel een onnoozel inkomen voor één -man; en dan, driemaal bijna te verdrinken, en mijn leven haast te -verliezen aan den rand van een veerenbed;—dat noem ik er genadig -afkomen! Ik moet zeggen, als Fortuin een vrouw is, dan is zij in -dàt opzicht een goeie meid.—Kom, vader; ik zal in een -ommezientje klaar wezen met dat afscheidnemen van den jood.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lancelot</span> <i>en de -oude</i> <span class="sc">Gobbo</span> <i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Ik bid u, Leonardo, denk hieraan;</p> -<p class="line">En kom, is dit gekocht en alles klaar, <span class="lineNum">179</span></p> -<p class="line">Terstond terug, want al mijn goede vrienden</p> -<p class="line">Onthaal ik dezen avond. Haast u, ga.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Leonardo.</p> -<p class="line">Ik doe mijn best; gij zult tevreden zijn.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Gratiano</span> <i>komt op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Waar is uw meester?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Leonardo.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Waar is uw meester?</span> -Heer, daar gaat hij juist.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Leonardo</span> -<i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Signor Bassanio!—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Signor Bassanio!—</span> -Gratiano!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Ik wensch een gunst van u!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker"><span class="corr" id="xd21e2243" title="Bron: Bassiano">Bassanio</span>.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Ik wensch een gunst van -u!</span> Ze is toegestaan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Ja, toestaan moet ge; ik moet met u naar Belmont.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Wat moet, dat moet; maar hoor dan toch, Gratiano,</p> -<p class="line">Gij zijt te wild, te ruw, te luid van stem;</p> -<p class="line">’t Gaat u goed af, en is volstrekt geen fout</p> -<p class="line">In oogen zooals de onze; maar het wordt,</p> -<p class="line">Waar men u zoo niet kent, al licht te vrij,</p> -<p class="line">Te dol gevonden;—temper, zoo gij kunt,</p> -<p class="line">Met enkle koude drupp’len stemmigheid</p> -<p class="line">Uw dart’len geest; opdat ik, door uw -woestheid,</p> -<p class="line">Niet word’ miskend, en wat ik wensch en hoop</p> -<p class="line">Niet derven moog’.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Niet derven moog’.</span> -Gerust maar, vriend Bassanio;</p> -<p class="line">Hul ik mij niet in stemmige eerbaarheid,</p> -<p class="line">Praat ik niet deftig, vloek slechts nu en dan,</p> -<p class="line">En is mijn blik niet zedig, draag ik niet</p> -<p class="line">Een kerkboek in mijn zak, en houd ik niet</p> -<p class="line">Mijn hoed voor de oogen bij ’t gebed, en -zucht</p> -<p class="line">Ik niet, en zeg ik niet ootmoedig -„amen”,</p> -<p class="line">Neem ik naar eisch niet iedren vorm in acht,</p> -<p class="line">Als een, die om de gunst van grootmama</p> -<p class="line">Een uitgestreken facie toont, geloof mij</p> -<p class="line">Dan in ’t vervolg nooit meer.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Dan in ’t vervolg nooit -meer.</span> Wij zullen zien,</p> -<p class="line">Hoe gij u houden zult.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Hoe gij u houden zult.</span> -Maar, vriendlief, hoor,</p> -<p class="line">Deze avond geldt nog niet, gij moogt mij niet</p> -<p class="line">Verkett’ren om van avond.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Verkett’ren om van -avond.</span> Zeker niet,</p> -<p class="line">Dat zou wel jammer zijn, ik zou u eer</p> -<p class="line">Verzoeken uitgelaten dol te wezen,</p> -<p class="line">Want onze vrienden willen vroolijkheid.</p> -<p class="line">Doch nu vaarwel; ik heb nog wat te doen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">En ik moet naar Lorenzo en de vrienden,</p> -<p class="line">Maar kom met hen van avond goed op tijd.</p> -</div> -</div> -</div> -<div id="kvv.ii.3" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Derde Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>Een kamer in</i> -<span class="sc">Shylock’s</span> <i>huis</i>.</p> -<p class="stage"><span class="sc">Jessica</span> <i>en</i> <span class="sc">Lancelot</span> <i>komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Het spijt me, dat ge ons huis verlaten gaat;</p> -<p id="kvv.ii.3.2" class="line">Het is een hel, en gij, een snaaksche -duivel,</p> -<p class="line">Hebt soms de slepende uren mij verkort.</p> -<p class="line">Maar ’t ga u goed; neem deez’ dukaat van -mij;</p> -<p class="line">En, Lanc’lot, hoor; straks ziet ge op ’t -avondfeest</p> -<p class="line">Als gast van uwen nieuwen heer, Lorenzo;</p> -<p class="line">Geef hem deez’ brief, maar doe het in ’t -geheim;</p> -<p class="line">En nu vaarwel; ik wil niet, dat mijn vader</p> -<p class="line">Ons samen spreken ziet.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Atjé!—tranen verlangen mijn tong.—Gij -allerliefst heidinneke, allerzoetst Jodinneke! Als een Christen niet -voor schelm heeft gespeeld en uw hart gestolen, dan weet ik er niets -meer van. Maar atjé, deze bespottelijke druppels verdrinken mijn -manlijkheid te veel; atjé.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lancelot</span> -<i>af</i>.)</p> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e2402" href="#xd21e2402" name="xd21e2402">320</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Vaarwel, vriend Lancelot.—</p> -<p class="line">Ach, hoe afschuw’lijk is het toch in mij,</p> -<p class="line">Dat ik mij schaam mijns vaders kind te zijn!</p> -<p class="line">Maar ben ik ook zijn dochter naar den bloede,</p> -<p class="line">Ik ben ’t niet naar den geest.—O, mijn -Lorenzo,</p> -<p class="line">Geen strijd meer, neen; ik word, blijft gij mij -trouw,</p> -<p class="line">Christinne, en met een hart vol liefde uw vrouw.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Jessica</span> -<i>af</i>.)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.ii.4" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Vierde Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>Een straat.</i></p> -<p class="stage"><span class="sc">Gratiano</span>, <span class="sc">Lorenzo</span>, <span class="sc">Salarino</span> <i>en</i> -<span class="sc">Solanio</span> <i>komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Hoort toe, wij sluipen weg van ’t avondmaal,</p> -<p class="line">Vermommen ons bij mij aan huis en zijn</p> -<p class="line">Dan allen in een uur terug.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Wij zijn op zulk een feest niet voorbereid.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">Voor fakkeldragers is niet eens gezorgd.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">’t Moet puik in orde zijn, of ’t is niets -waard;</p> -<p class="line">En dan zij ’t, dunkt mij, liever niet -begonnen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Het is nog pas vier uur; wij hebben dus</p> -<p class="line">Nog twee uur vóór ons. <span class="lineNum">9</span></p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Lancelot</span> <i>komt op, met een -brief</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="line"><span class="hemistich">Nog twee uur vóór -ons.</span> Lanc’lot, zoo! wat nieuws?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Als uwe edelheid dezen brief gelieft te openen, zal het -schijnen te verduidelijken.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Ik ken de hand; ja, ’t is een schoone hand,</p> -<p class="line">En blanker dan ’t papier, waarop zij schreef,</p> -<p class="line">De schoone hand, die schreef.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">De schoone hand, die -schreef.</span> Een minnebriefje!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>wil weggaan</i>).</span> Met uw -verlof, heer.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Zeg, waar moet gij heen?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Och heer, ik moet mijn ouden meester den Jood gaan -intiveeren om bij mijn nieuwen meester den Christen van avond het -nachtmaal te komen gebruiken.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Ziedaar, <span class="stage">(<i>Hij geeft hem -geld.</i>)</span>—en zeg de schoone Jessica,</p> -<p class="line">Dat ze op mij reek’nen kan;—zeg ’t -heimlijk; ga.—</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lancelot</span> -<i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="line">Mijn heeren,</p> -<p class="line">Maakt ge alles nu voor ’t maskerfeest gereed?</p> -<p class="line">Ik heb al iemand, die mijn fakkel draagt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">Goed, op mijn woord, ik maak het daad’lijk -klaar.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">Ik ook.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">En komt dan, na een uur zoo wat,</p> -<p class="line">Aan Gratiano’s huis; daar vindt ge ons -tweeën.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">’t Is goed, wij zullen komen.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Salarino</span> <i>en</i> -<span class="sc">Solanio</span> <i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Die brief was van de schoone Jessica?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">U moet ik alles zeggen: zie, zij schreef,</p> -<p class="line">Hoe ik haar uit haars vaders huis moet schaken;</p> -<p class="line">Hoe ze is voorzien van goud en edelsteenen;</p> -<p class="line">Hoe ze in een page zich verkleeden zal.</p> -<p class="line">Komt ooit de jood, haar vader, in den hemel,</p> -<p class="line">Dan is ’t ter wille van zijn dochter slechts;</p> -<p class="line">En waagt ooit rampspoed haren weg te kruisen,</p> -<p class="line">Dan is er niets, dat zulk een doen verschoont,</p> -<p class="line">Dan dat zij ’t kind is van een valschen -jood.—</p> -<p class="line">Kom mede, en zie dit onderweg maar in;</p> -<p class="line">Mij draagt de schoone Jessica de fakkel.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.ii.5" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Vijfde Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>De straat voor</i> -<span class="sc">Shylock’s</span> <i>huis</i>.</p> -<p class="stage"><span class="sc">Shylock</span> <i>en</i> <span class="sc">Lancelot</span> <i>komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Nu, gij zult zien, met eigen oogen zien,</p> -<p class="line">Hoe anders ’t is bij Shylock en -Bassanio;—</p> -<p class="line">Hé, Jessica!—voorwaar, gij zult bij -hem</p> -<p class="line">Niet slapen, snorken, telkens kleeren -scheuren!—</p> -<p class="line">Hé, Jessica, nog eens!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Hé, Jessica, nog -eens!</span> Hé, Jessica!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Wie zeide u haar te roepen? ’k zei ’t u -niet.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Uwe edelheid heeft mij vroeger altijd gezeid, dat ik -nooit iets kan doen, of het moest mij gezeid worden.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Wat is ’t? Gij hebt geroepen? <span class="lineNum">10</span></p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Jessica</span> <i>komt op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">’k Ben uitgevraagd ten eten, Jessica;</p> -<p class="line">Daar zijn mijn sleutels.—Maar waarom zou ’k -gaan?</p> -<p class="line">Men vraagt mij niet als vriend, maar om te vleien;</p> -<p class="line">Maar ik, ik ga uit haat, en help den christen</p> -<p class="line">Zijn goed verspillen.—Jessica, mijn kind,</p> -<p class="line">Pas op mijn huis;—ik ga met tegenzin;</p> -<p class="line">Er broeit iets, vrees ik, dat mijn rust verstoort;</p> -<p class="line">Ik heb van nacht van zakken gouds gedroomd.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Ik bid u, heer, kom; mijn jonge meester wacht op uw -bezoeking.</p> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e2740" href="#xd21e2740" name="xd21e2740">321</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Die zal wel gebeuren.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">En ze hebben saamgezworen,—ik wil niet zeggen, dat -gij een maskerade zult zien, maar als gij er een ziet, dan was het niet -voor niets, dat mijn neus begon te bloeden op den laatsten -Paaschmaandag ’s morgens om zes uur, die dat jaar viel op -Asschenwoensdag voor vier jaren in den namiddag.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Wat, zijn daar maskers? Hoor mij, Jessica!</p> -<p class="line">Sluit dan de deur, en als gij tromm’len hoort</p> -<p class="line">En dat gegil van kromgenekte fluiten,</p> -<p class="line">Klim dan niet tot het venster op en steek</p> -<p id="kvv.ii.5.33" class="line">Uw hoofd niet op de straat, en kijk -niet uit</p> -<p class="line">Naar dat geverfd gelaat van christenzotten;</p> -<p class="line">Maar stop dan de ooren van mijn woning,—’k -meen</p> -<p class="line">Mijn vensters,—dicht, opdat mijn eerbaar huis</p> -<p class="line">’t Geraas dier flauwe zotternij niet -hoore.—</p> -<p class="line">Ik zweer bij Jacobs staf, ik heb geen zin</p> -<p class="line">Om buitenshuis van avond feest te vieren;</p> -<p class="line">Toch wil ik gaan.—Gij knaap, ga voor mij uit;</p> -<p class="line">Zeg, dat ik kom.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Zeg, dat ik kom.</span> Ik zal -vooruitgaan, heer.—</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>Fluisterend tot</i> -<span class="sc">Jessica</span>.)</span> Maar kijk, meestres, alevel -’t venster uit;</p> -<p class="line xd21e2796">Dra passeert een christen goed,</p> -<p class="line xd21e2796">Waard, dat een jodin hem groet.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lancelot</span> -<i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Wat zeide daar die gek, die zone Hagars? <span class="lineNum">43</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="par">Hij zeide mij vaarwel en anders niet.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">De dwaas is goedig, maar een wolf in ’t eten;</p> -<p class="line">Bij ’t werk een slak, in ’t slapen -overdag</p> -<p class="line">Een wilde kat; ik wil geen hommels houden;</p> -<p class="line">En daarom ga hij heen, en ga hij heen</p> -<p class="line">Naar iemand, wien hij den geborgden buidel</p> -<p class="line">Moog’ helpen leêgen.—Jessica, naar -binnen;</p> -<p class="line">Misschien kom ik zoo daad’lijk wel terug;</p> -<p class="line">Doe wat ik zeide en sluit de deuren goed;</p> -<p class="line xd21e2839">„Een dichte kast, weert meen’gen -gast;”</p> -<p class="line">Zoo spreekt een elk, die op zijn zaken past.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Shylock</span> -<i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="par">Vaarwel;—en als Fortuin mij niet bestrijdt,</p> -<p class="par">Ben ik een vader, gij een dochter kwijt.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Jessica</span> -<i>af</i>.)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.ii.6" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Zesde Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span></p> -<p class="stage"><span class="sc">Gratiano</span> <i>en</i> -<span class="sc">Salarino</span> <i>komen op, gemaskerd</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Dit is het afdak, waar Lorenzo ons</p> -<p class="line">Verzocht te wachten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Verzocht te wachten.</span> -’t Uur is haast voorbij.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">En ’t is een wonder, dat hij ’t uur -verzuimt;</p> -<p class="line">Verliefden zijn meestal de klok vooruit.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">O, tienmaal sneller vliegen Venus’ duiven</p> -<p class="line">Om nieuwe liefdebanden te bezeeg’len,</p> -<p class="line">Dan om gezworen trouw gestand te doen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Ja, dat gaat door: wie staat ooit van een feest</p> -<p class="line">Met zooveel eetlust op, als hij ging zitten?</p> -<p class="line">Waar is het paard, dat op zijn lange baan</p> -<p class="line">Terugdraaft met hetzelfde ondoofbre vuur,</p> -<p class="line">Waarmee het steig’rend wegstoof? Ieder ding</p> -<p class="line">Wordt met meer vuur begeerd dan wel genoten.</p> -<p class="line">Ziet, hoe, gelijk een jong en kwistig zwakhoofd,</p> -<p class="line">Het nieuwe jacht daar zee kiest, vlag in top,</p> -<p class="line">Door dartel windgestreel gekust, geliefkoosd!</p> -<p class="line">Hoe keert het weer als de verloren zoon,</p> -<p class="line">De spanten bloot en met gescheurde zeilen,</p> -<p class="line">Verarmd en naakt door ’t dartel windgestreel!</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Lorenzo</span> <i>komt op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">Daar komt Lorenzo;—later dus ’t vervolg. -<span class="lineNum">20</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Verschoont mij, lieve vrienden, dat ik toefde;</p> -<p class="line">’k Had veel te doen; dat draag’ de schuld, -niet ik.</p> -<p class="line">Maar is ’t ùw beurt eens om een vrouw te -stelen,</p> -<p class="line">Dan wacht ik even lang op u.—Komt hier;</p> -<p class="line">Hier woont mijn jodenvader.—Wie is thuis?</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Jessica</span> <i>verschijnt aan -’t venster, in jongensgewaad</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Wie is daar? Zeg ’t voor alle zekerheid,</p> -<p class="line">Hoewel ik zweren zou de stem te kennen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Lorenzo, en uw liefste.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Lorenzo, zeker; en mijn liefste, ja;</p> -<p class="line">Want wien heb ik zoo lief? Maar wie, Lorenzo,</p> -<p class="line">Staat voor u in, dat ik u ’t liefste ben?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">De hemel en uw hart zijn mijn getuigen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Hier, vang dit mandje; ’t is de moeite waard.</p> -<p class="line">Goed, dat het nacht is, en ge mij niet ziet;</p> -<p class="line">Want ik ben erg beschaamd in deez’ -verkleeding;</p> -<p class="line">Maar liefde is blind; verliefden kunnen niet</p> -<p class="line">De vreemde streken zien, die zij bedrijven;</p> -<p class="line">Maar konden zij ’t, Cupido zelf zou blozen,</p> -<p class="line">Als hij mij zoo als jongen zag verkleed.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Kom af, gij moet mijn fakkeldrager zijn.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Wat! moet ik ’t licht doen vallen op mijn -schande?</p> -<p class="line">Die is, voorwaar, van zelf reeds veel te licht.</p> -<p class="line">Dit is een post, mijn lief, die openbaart,</p> -<p class="line">En ’k moet verborgen zijn.</p> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e3038" href="#xd21e3038" name="xd21e3038">322</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">En ’k moet verborgen -zijn.</span> Dat blijft gij, liefste,</p> -<p class="line">Als u ’t bevallig pagekleed omhult.</p> -<p class="line">Maar haast u thans;</p> -<p class="line">Of de ons bevriende nacht gaat vluchtling spelen,</p> -<p class="line">En men verwacht ons bij Bassanio’s feest.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Ik ga de kasten sluiten en verguld mij</p> -<p class="line">Met meer dukaten nog, en kom dan fluks.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Zij gaat weg van ’t -venster.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Ze is, bij mijn kap, Godinne, geen Jodinne.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">God straff’ me, zoo ’k haar niet oprecht -bemin;</p> -<p class="line">Verstandig is ze, als ik er iets van weet;</p> -<p class="line">En schoon is ze, als mijn oog mij niet bedriegt;</p> -<p class="line">En trouw is ze ook, dat heeft ze reeds getoond.</p> -<p class="line">En, zooals ze is, verstandig, schoon en trouw,</p> -<p class="line">Wordt zij mijn teêr en trouw beminde vrouw.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Jessica</span> <i>komt op, -beneden</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Zoo, zijt ge er reeds?—Dan, heeren, voort, met -spoed;</p> -<p class="line">Ginds wacht ons al sinds lang de maskerstoet.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Hij gaat heen, met</i> <span class="sc">Jessica</span> <i>en</i> <span class="sc">Salarino</span>.)</p> -<p class="stage">(<span class="sc">Antonio</span> <i>komt op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Wie daar?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Wie daar?</span> Signore -Antonio?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Gratiano, foei! En waar zijn nu al de andren?</p> -<p class="line">’t Is negen uur; de vrienden wachten -u.—</p> -<p class="line">Geen maskerade thans; de wind is om;</p> -<p class="line">Bassanio wil op ’t oogenblik aan boord;</p> -<p class="line">Ik zond wel twintig man om u te zoeken.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Zeer gaarne, ja; want niets staat meer mij aan,</p> -<p class="line">Dan nog van avond scheep en weg te gaan.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.ii.7" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Zevende Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Belmont.</span> <i>Een zaal in</i> -<span class="sc">Portia’s</span> <i>huis</i>.</p> -<p class="stage"><i>Trompetgeschal.</i> <span class="sc">Portia</span> -<i>en de Prins van Marocco komen op, beiden met Gevolg</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Goed, schuif den voorhang open en onthul</p> -<p class="line">De kastjes alle voor deez’ eed’len -prins;—</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot den Prins.</i>)</span> Doe -thans uw keus.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Marocco.</p> -<p class="line">Van goud het eerste, dat tot opschrift heeft:</p> -<p class="line">„Die mij verkiest, verkrijgt, wat menig man -begeert”.</p> -<p class="line">Van zilver ’t tweede, dat ons dit belooft:</p> -<p class="line">„Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij -verdient”.</p> -<p class="line">Dit derde, zwaar, van lood, met plomp vermaan:</p> -<p class="line">„Die mij verkiest, die wage en geve al wat hij -heeft”.</p> -<p class="line">Hoe weet ik nu, of ik het rechte kies?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Slechts één er van bevat mijn -beelt’nis, prins;</p> -<p class="line">En kiest ge dat, dan ben ikzelf ook de uwe.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Marocco.</p> -<p class="line">Een God bestuur’ mijn oordeel dan! Laat zien;</p> -<p class="line">Nog eens wil ik die spreuken overlezen.</p> -<p class="line">Wat zegt dit looden kastje?</p> -<p class="line">„Die mij verkiest, die geve en wage al wat hij -heeft”.</p> -<p class="line">Die geev’—voor wat? voor lood? hij -waag’ voor lood?</p> -<p class="line">’t Is taal, die dreigt. En zij, die alles -wagen,</p> -<p class="line">Doen dit op hoop van kostelijk gewin;</p> -<p class="line">Een gouden geest bukt niet naar schuim van erts;</p> -<p class="line">En ìk geef niets en waag ook niets, voor -lood.</p> -<p class="line">Wat zegt het zilver, met zijn maagdeglans?</p> -<p class="line">„Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij -verdient”.</p> -<p class="line">Zooveel als hij verdient!—Denk na, Marocco,</p> -<p class="line">En weeg uw eigen waarde op de juiste hand;</p> -<p class="line">Waardeert men u, zooals ge uzelven schat,</p> -<p class="line">Genoeg is uw verdienste; schoon, genoeg</p> -<p class="line">Kan ontoereikend wezen voor de jonkvrouw.</p> -<p class="line">Doch, angst te koestren over mijn verdienste,</p> -<p class="line">Waar’ zwak, onwaardig twijflen aan mijzelf.</p> -<p class="line">Zooveel als ik verdien!—Nu, ’t is de -jonkvrouw;</p> -<p class="line">’k Verdien haar door geboorte en door mijn -goed’ren, <span class="lineNum">32</span></p> -<p class="line">Door gaven der natuur en door beschaving,</p> -<p class="line">Maar bovenal verdien ik haar door liefde.</p> -<p class="line">Als ik niet verder ging, en dit verkoos?—</p> -<p class="line">Maar toch, die spreuk van ’t goud nog -overwogen!</p> -<p class="line">„Die mij verkiest, verkrijgt, wat menig man -begeert”.</p> -<p class="line">Nu, dat ’s de jonkvrouw; iedereen begeert -haar,</p> -<p class="line">En iedre hoek der aard brengt pelgrims aan,</p> -<p class="line">Om ’t sterflijk, aad’mend heiligbeeld te -kussen.</p> -<p class="line">Hyrcanië’s wouden, de onafzienbre -vlakten</p> -<p class="line">Van ’t woest Arabië zijn gebaande wegen</p> -<p class="line">Voor vorsten thans, tot schoone Portia;</p> -<p class="line">Het rijk der waatren, dat met fiere kruinen</p> -<p class="line">Den hemel in ’t gelaat spuwt, keert ze niet,</p> -<p class="line">Die zoo vermeet’le vreemden; neen, ze komen,</p> -<p class="line">Als door een beek, tot schoone Portia.—</p> -<p class="line">Eén van deez’ drie omsluit haar hemelsch -beeld.</p> -<p class="line">Is ’t denkbaar, dat haar lood -omsluit?—’t Waar’ lastring,</p> -<p class="line">Zoo iets te denken; ’t lood is te verachtlijk</p> -<p class="line">Om zelfs in ’t donkre graf haar wâ te -ompants’ren.—</p> -<p class="line">Of is ’t te denken, dat ze in zilver huist,</p> -<p class="line">Wel tienmaal minder waard dan ’t loutre goud?</p> -<p class="line">O zondig denkbeeld! zulk een rijk juweel</p> -<p class="line">Wordt steeds in goud gevat. In Eng’land is</p> -<p id="kvv.ii.7.56" class="line">Een munt, van goud, gestempeld met een -engel,</p> -<p class="line">Maar daar is ’t beeld eens engels bovenop;</p> -<p class="line">Hier ligt een engel, door een gulden bed</p> -<p class="line">Geheel omsloten.—Geef den sleutel mij;</p> -<p class="line">Dit is mijn keus; geluk, wees aan mijn zij!</p> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e3327" href="#xd21e3327" name="xd21e3327">323</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Daar, neem hem, prins; en is mijn beeld hierin,</p> -<p class="line">Dan ben ik de uwe.</p> -</div> -<p class="stage">(<i>Bij ontsluit het gouden kastje.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Marocco.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Dan ben ik de uwe.</span> O, -hel, wat vind ik hier?</p> -<p class="line">Een grijnzend doodshoofd, en in de oogkas ligt</p> -<p class="line">Een opgerold geschrift?—Ik wil het lezen.</p> -<p class="line xd21e3349">„Al wat blinkt, is nog geen goud,</p> -<p class="line xd21e3349">Wis is dit u vaak ontvouwd;</p> -<p class="line xd21e3349">Menig heeft den schijn vertrouwd,</p> -<p class="line xd21e3349">Maar te laat zijn doen berouwd.</p> -<p class="line xd21e3349">Gulden graven zijn gebouwd,</p> -<p class="line xd21e3349">Waar de worm toch huis in houdt.</p> -<p class="line xd21e3349">Waart gij even wijs als stout,</p> -<p class="line xd21e3349">Jong van leên, van oordeel oud,</p> -<p class="line xd21e3349">’t Afscheid hadt ge niet -aanschouwd:</p> -<p class="line xd21e3349">Al uw gloed laat Portia koud.”</p> -<p class="line xd21e2796">Koud voorwaar en moeite om niet;</p> -<p class="line xd21e2796">Welkom, koude; en gloed, ontvlied!—</p> -<p class="line">Leef, Portia, wel! Het vonnis doet mij pijn;</p> -<p class="line">’k Verloor; zoo moog’ dan kort het afscheid -zijn!</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Marocco af, met zijn Gevolg.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">O heuglijk eind!—Trek weer den voorhang -toe;—</p> -<p class="line">Dat elk, die hem gelijkt, die keuze doe.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.ii.8" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Achtste Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een -straat.</i></p> -<p class="stage"><span class="sc">Salarino</span> <i>en</i> -<span class="sc">Solanio</span> <i>komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">Ja, vriend, ik zag Bassanio onder zeil;</p> -<p class="line">Gratiano heeft zich met hem ingescheept,</p> -<p class="line">Maar zeker is Lorenzo niet op ’t schip.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">De jood, die hondsvot, tierde, tot de doge</p> -<p class="line">Met hem Bassanio’s schip ging onderzoeken.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">Hij kwam te laat; het was reeds onder zeil.</p> -<p class="line">Toen echter kwam den doge dra ter oore,</p> -<p class="line">Dat men Lorenzo en zijn Jessica</p> -<p class="line">Gezien had in een gondel; bovendien</p> -<p class="line">Gaf ook Antonio de verzeek’ring, dat</p> -<p class="line">Zij niet Bassanio op zijn schip verzelden.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">Nooit hoorde ik zulk een teugellooze woede,</p> -<p class="line">Zoo vreemd, zoo heftig, zoo van ’t een op -’t ander,</p> -<p class="line">Als van dien jood, dien hond, daar op de straat:</p> -<p class="line">„Mijn dochter!—Mijn dukaten!—O mijn -dochter!—</p> -<p class="line">En met een christen!—O, mijn christ’lijke -dukaten!—</p> -<p class="line">O recht en wet! mijn dochter! mijn dukaten!</p> -<p class="line">Eén zak, twee zak, verzegeld, vol dukaten!</p> -<p class="line">Dubb’le dukaten;—en mijn dochter stal -ze!</p> -<p class="line">Juweelen ook, twee steenen, kostbre steenen!</p> -<p class="line">Mijn dochter stal ze!—Rakkers, zoekt die -deern!</p> -<p class="line">Mijn steenen heeft ze bij zich, mijn -dukaten!”</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">De straatjeugd van Venetië schreeuwt hem -na:—</p> -<p class="line">„Zijn steenen, zijn dukaten en zijn -dochter!”</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">Als nu Antonio maar op tijd betaalt,</p> -<p class="line">Want anders zal hij ’t boeten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Want anders zal hij ’t -boeten.</span> Ja, zeer juist.</p> -<p class="line">’k Was gistren met een Franschman aan het -praten;</p> -<p class="line">Die zeide mij, dat in de nauwe zee,</p> -<p class="line">Die Frankrijk scheidt van Eng’land, er een -schip</p> -<p class="line">Vergaan was, rijk bevracht, en hier van daan.</p> -<p class="line">’k Dacht daad’lijk aan Antonio, toen hij -’t zeide,</p> -<p class="line">En wenschte in stilte: „zij dat niet van -hem!”</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">Gij moet hem toch vertellen, wat ge hoort;</p> -<p class="line">Maar niet te plotsling, want het mocht hem leed -doen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line">Er is geen trouwer hart op aard; ik zag</p> -<p class="line">Bassanio’s afscheid van Antonio. <span class="lineNum">36</span></p> -<p class="line">Bassanio zeide, dat hij spoed zou maken</p> -<p class="line">Om weêr te keeren; „Doe dat niet”, -was ’t antwoord,</p> -<p class="line">„Verbroddel niet om mij uw zaak, Bassanio.</p> -<p class="line">Neen, laat de tijd haar rijpen. Wat den schuldbrief</p> -<p class="line">Betreft, dien ik den jood geteekend heb,</p> -<p class="line">Die rijz’ niet voor uw geest naast uwe -liefde;</p> -<p class="line">Wees opgeruimd en wijd al uw gedachten</p> -<p class="line">Aan hoflijkheid en de uiting uwer liefde,</p> -<p class="line">Aan al wat ginds u ’t beste passen -zal.”</p> -<p class="line">Toen reikte hij,—zijn oog schoot vol van -tranen,—</p> -<p class="line">Met afgewend gelaat zijn vriend de hand,</p> -<p class="line">En schudde, met een wonderdiepe ontroering,</p> -<p class="line">Met kracht Bassanio’s hand. Zoo scheidden -zij.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">’k Geloof, is hem de wereld nog iets waard,</p> -<p class="line">Dan is ’t om hem. Kom, zoeken wij hem op,</p> -<p class="line">En zij door scherts of boert die somberheid,</p> -<p class="line">Die hem beving, verjaagd.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Die hem beving, -verjaagd.</span> Ja, doen wij dat!</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.ii.9" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Negende Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Belmont.</span> <i>Een zaal in</i> -<span class="sc">Portia’s</span> <i>woning</i>.</p> -<p class="stage"><span class="sc">Nerissa</span> <i>komt op, met een -Bediende</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">Kom, spoedig, spoedig, trek den voorhang weg;</p> -<p class="line">De prins van Arragon heeft de’ eed gedaan</p> -<p class="line">En komt zoo daad’lijk zijn geluk beproeven.</p> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e3603" href="#xd21e3603" name="xd21e3603">324</a>]</span></p> -<p class="stage">(<i>Trompetgeschal. De Prins van Arragon en</i> -<span class="sc">Portia</span> <i>komen op, beiden met Gevolg</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Gij ziet, daar staan de kastjes, edel prins;</p> -<p class="line">Verkiest gij dat, waarin mijn beeltnis is,</p> -<p class="line">Dan wordt terstond het huwlijksfeest gevierd;</p> -<p class="line">Maar faalt uw keuze, heer, dan moet gij ook</p> -<p class="line">Terstond en zonder tegenspraak vertrekken.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Arragon.</p> -<p class="line">Drie dingen zijn door de’ eed mij opgelegd:</p> -<p class="line">Ten eerste, nimmer iemand te openbaren,</p> -<p class="line">Welk kastje ik koos; dan, mocht ik ’t rechte -kastje</p> -<p class="line">Niet treffen, nimmer in mijn leven meer</p> -<p class="line">De hand van een’ge vrouw te vragen; -eind’lijk,</p> -<p class="line">Indien ’t geluk me een juiste keus ontzegt,</p> -<p class="line">Hier niet te toeven maar terstond te gaan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Hiertoe verplicht zich elk bij eede, die</p> -<p class="line">Voor mijn onwaardig ìk de kans komt wagen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Arragon.</p> -<p class="line">Ik nam het op mij. Thans, Fortuin, vervul</p> -<p class="line">Mijn hartewensch!—Goud, zilver, waardloos -lood!</p> -<p class="line">„Die mij verkiest, die geve en wage al wat hij -heeft”;</p> -<p class="line">Glans vrij wat schooner, eer ik geef of -waag!—</p> -<p class="line">Wat zegt het gouden kastje? Laat eens zien:—</p> -<p class="line">„Die mij verkiest, verkrijgt wat menig man -begeert.” <span class="lineNum">24</span></p> -<p class="line">Wat menig man begeert!—dit menig meent -wellicht</p> -<p class="line">De dwaze menigt’, die naar schijn slechts -kiest,</p> -<p class="line">Niet meer ziet dan het ijdel oog kan leeren,</p> -<p id="kvv.ii.9.28" class="line">Niet in het binnenst dringt, maar als -de zwaluw</p> -<p class="line">Haar bouw bevestigt aan den buitenwand,</p> -<p class="line">Geheel aan storm en toeval prijsgegeven.</p> -<p class="line">Ik kies niet, neen, wat menig man begeert,</p> -<p class="line">Ik wil mij niet naar lage geesten schikken,</p> -<p class="line">Niet voegen bij den grooten dommen hoop.</p> -<p class="line">Dus thans tot u, gij zilvren schatbewaarder,</p> -<p class="line">Zeg mij het opschrift, dat gij draagt, nog eens:</p> -<p class="line">„Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij -verdient”.</p> -<p class="line">Zeer goed gezegd: want wie durft stout Fortuin</p> -<p class="line">Verschalken, en zich eere stelen, waar</p> -<p class="line">Verdienstes stempel op ontbreekt! Dat niemand</p> -<p class="line">Een onverdiende waardigheid zich eigen’!</p> -<p class="line">O, werden goed’ren, rang en ambten nooit</p> -<p class="line">Op laak’bre wijs verworven; eere steeds</p> -<p class="line">Onwraakbaar, door verdienste alleen, gekocht!</p> -<p class="line">Hoe menig dekte zich, die blootshoofds staat;</p> -<p class="line">Hoe menig, die beveelt, wierd dan de dienaar!</p> -<p class="line">Wat laag gepeupel zou de wan niet schiften</p> -<p class="line">Uit wat het zaad der eere is; hoeveel tarwe</p> -<p class="line">Waar’ niet te lezen uit het kaf der tijden,</p> -<p class="line">En weer tot eer te brengen!—Maar, de -keuze:—</p> -<p class="line">„Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij -verdient.”</p> -<p class="line">Ik kies verdienste;—ontsluit mij dit, opdat</p> -<p class="line">Me onthuld zij, hoe ’t geluk mij is gezind.</p> -</div> -<p class="stage">(<i>Hij ontsluit het zilveren kastje.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="par">Te lang gedraald voor dat, wat gij daar vindt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Arragon.</p> -<p class="line">Wat is dit hier? Het beeld eens zots, dat me -aangrijnst,</p> -<p class="line">En een geschrift mij reikt? Ik wil het lezen.</p> -<p class="line">Hoe weinig zijt ge aan Portia gelijk!</p> -<p class="line">Hoe weinig aan mijn hoop en mijn verdiensten!</p> -<p class="line">„Die mij verkiest, verkrijgt zooveel als hij -verdient.”</p> -<p class="line">Verdien ik dan niets beters dan een zotskop?</p> -<p class="line">Is dat mijn loon? Is mijn verdienste zoo?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Misdoen en rechtspraak gaan niet samen; ’t -een</p> -<p class="line">Verschilt in aard van ’t ander.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Arragon.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Verschilt in aard van ’t -ander.</span> Wat staat hier?</p> -<p class="line xd21e3349">„Zevenmaal in ’t vuur geheet</p> -<p class="line xd21e3349">Werd dit zilver, en gesmeed;</p> -<p class="line xd21e3349">Zevenmaal is hij doorkneed,</p> -<p class="line xd21e3349">Die nooit dwaze keuze deed.</p> -<p class="line xd21e3349">Menig greep een schaduw beet,</p> -<p class="line xd21e3349">Die hem door de handen gleed.</p> -<p class="line xd21e3349">Dwazen zijn er, zoo ik weet,</p> -<p class="line xd21e3349">Als deez’ nar, in zilvren kleed. -<span class="lineNum">69</span></p> -<p class="line xd21e3349">Kies een meisje, grof of fijn,</p> -<p class="line xd21e3349">Altijd is uw hoofd als ’t mijn;</p> -<p class="line xd21e3349">Gaat, laat dit genoeg u zijn.”</p> -<p class="line xd21e3349">Grooter nar schijn ik mij toe,</p> -<p class="line xd21e3349">Als ik hier nog toeven doe.</p> -<p class="line xd21e3349">Eénen zotskop bracht ik mee,</p> -<p class="line xd21e3349">En ik ga nu weg met twee.—</p> -<p class="line xd21e3349">Nu, vaarwel, ik houd mijn eed,</p> -<p class="line xd21e3349">Zal geduldig zijn in ’t leed.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>De Prins van Arragon met Gevolg -af.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Dat de mot de vlam niet meed!</p> -<p class="line">O, o, die wijze narren! als zij kiezen,</p> -<p class="line">Zijn zij zoo wijs, door wijsheid te verliezen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">Hoe goed het oude spreekwoord het toch wist!</p> -<p class="line">Wie hangt, wie huwt, wordt door het lot beslist.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Kom, trek ’t gordijn weêr toe, Nerissa.</p> -</div> -<p class="stage">(<i>Een Bediende komt op.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bediende.</p> -<p class="line">Waar is mijn jonkvrouw?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Waar is mijn jonkvrouw?</span> -Hier; wat wil mijn heer?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bediende.</p> -<p class="line">Mejonkvrouw, aan de poort is afgestegen</p> -<p class="line">Een jong Venetiaan, om u te melden,</p> -<p class="line">Dat weldra zijn gebieder u begroet;</p> -<p class="line">Hij brengt van deze’ u liefdevolle groeten,</p> -<p class="line">Behalve hoff’lijk schoone woorden, gaven</p> -<p class="line">Van hooge waarde; en nimmer zag ik nog</p> -<p class="line">Een liefdeboô, zoo goed zijn boodschap -waard;<span class="pagenum">[<a id="xd21e3865" href="#xd21e3865" name="xd21e3865">325</a>]</span></p> -<p class="line">Want nooit kwam in April een dag zoo schoon,</p> -<p class="line">Om ons den fraaien zomer te voorspellen,</p> -<p class="line">Als deze boô vooraf zijn heer ons meldt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Genoeg, ik bid u; ik begin te vreezen,</p> -<p class="line">Dat gij zoo daad’lijk zegt: „hij is mijn -broêr:”</p> -<p class="line">Zoo feestlijk zijt ge in ’t roemen van zijn -lof.</p> -<p class="line">Nerissa, kom; ’k wil zien wie ’t is, die -zoo</p> -<p class="line">Zijn liefde ons meldt, reeds door zijn -liefdeboô.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">Geef, liefdegod, het zij Bassanio!</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div id="kvv.iii" class="div1 act"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">Derde Bedrijf.</h2> -<div id="kvv.iii.1" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Eerste Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een -straat.</i></p> -<p class="stage"><span class="sc">Solanio</span> <i>en</i> <span class="sc">Salarino</span> <i>komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="par">Nu, wat nieuws is er op den Rialto?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="par">Ja, het wordt nog maar niet tegengesproken, dat Antonio -een schip met rijke lading in die nauwe doorvaart verloren heeft. -<a id="kvv.iii.1.4" name="kvv.iii.1.4"></a>De Goodwins, geloof ik, heet -de plaats, een gevaarlijke zandbank en als noodlottig bekend; er moeten -vrij wat wrakken van groote schepen begraven liggen, als moei Gerucht -een eerlijk wijf is, waar men op aan kan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="par">Ik wou, dat ze in dit geval zoo’n leugenachtige -klappei bleek, als er ooit één gember geknauwd heeft of -haar buren heeft wijsgemaakt, dat ze treurde om den dood van haar -derden man. Maar het is waar,—zonder in wijdloopigheid te -vervallen en van den effen grooten weg van het gesprek af te -wijken,—dat de goede Antonio, die rechtschapen Antonio,—o, -had ik een benaming, goed genoeg om zijn naam gezelschap te -houden!—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="par">Kom, besluit! <span class="lineNum">17</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="par">Ach, wat zegt gij?—Nu, het eind van ’t lied -is, hij heeft een schip verloren.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="par">Ik wou, dat het zeker ook het eind was van zijn -verliezen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="par">Laat ik bijtijds hier „amen” op zeggen, eer -de duivel mijn gebed in den weg loopt, want daar komt hij aan, in de -gedaante van een jood.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Shylock</span> <i>komt op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="par first">Wel, Shylock, wat nieuws onder de -koopluî?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Gij wist, niemand zoo goed, niemand zoo goed als gij, -van de vlucht van mijn dochter.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="par">Dat is waar; ik van mijn kant wist van den man, die haar -de vleugels voor het wegvliegen gemaakt heeft.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="par">En Shylock, van zijn kant, wist dat het vogeltje al wel -vlug was; en dan ligt het bij allen in den aard, dat zij het nest -ontvluchten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Zij zal er verdoemd voor zijn.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="par">Ja zeker, als de duivel haar rechter mag wezen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Mijn eigen vleesch en bloed in opstand!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="par">O foei, oude kreng, in opstand op jouw jaren!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Ik zeg, mijn dochter in mijn vleesch en bloed. -<span class="lineNum">40</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="par">Er is meer verschil tusschen jouw vleesch en het hare, -dan tusschen git en ivoor, meer tusschen je beider bloed, dan tusschen -rooden wijn en Rijnschen;—maar zeg ons, heb je ook gehoord, of -Antonio op zee het een of ander verlies heeft geleden of niet.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Dat is ook al weer een kwade zaak voor me; een -bankroetier, een verkwister, die te nauwernood zijn gezicht op den -Rialto durft laten kijken;—een bedelaar, die altijd als een groot -heer op de markt kwam,—laat hem denken aan zijn schuldbrief; hij -noemde mij altoos een woekeraar,—laat hem denken aan zijn -schuldbrief; hij leende altijd geld uit christelijke -liefelijkheid,—laat hem denken aan zijn schuldbrief!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="par">Nu, je zult natuurlijk, als hij in gebreke mocht -blijven, zijn vleesch niet nemen; waar kan dat voor dienen?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Om er visch mee te vangen; en als niets anders er mee -gediend is, dan is mijn wraak er mee gediend. Hij heeft mij beschimpt, -mij benadeeld voor een half millioen, gelachen bij mijn verliezen, -gegrijnsd bij mijn winsten, mijn volk gesmaad, mijn handel -gedwarsboomd, mijn vrienden koud, mijn vijanden warm gemaakt; en waarom -toch, waarom?—Omdat ik een jood ben. Heeft een jood dan geen -oogen? Heeft een jood geen handen, geen armen, geen beenen, geen -gevoel, geen begeerten, geen hartstochten? wordt hij niet gevoed door -’tzelfde voedsel, verwond door dezelfde wapens, bezocht door -dezelfde ziekten, genezen door dezelfde middelen, warm <span class="pagenum">[<a id="xd21e4034" href="#xd21e4034" name="xd21e4034">326</a>]</span>en koud door denzelfden winter en zomer, als -een christen? Als gij ons een messteek geeft, bloeden wij dan niet? als -gij ons vergiftigt, sterven wij dan niet? en als gij ons beleedigt, -zullen wij dan geen wraak nemen? Als wij in het overige zijn als gij, -willen wij ook daarin u gelijken. Als een christen door een jood -beleedigd wordt, wat is dan zijn deemoedigheid?—wraakzucht. Als -een jood door een christen beleedigd wordt, wat moet, naar -christenvoorbeeld, zijn lijdzaamheid wezen? wel, wraakzucht. Het booze, -dat gijlieden mij leert, dat wil ik doen,—en het zou mij -tegenvallen, als ik het niet nog beter deed dan mijn meesters.</p> -</div> -<p class="stage">(<i>Een Bediende komt op.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bediende.</p> -<p class="par">Edele Heeren, Antonio, mijn meester, is tehuis en -verlangt u beiden te spreken.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="par">Wij hebben hem al overal gezocht.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Tubal</span> <i>komt op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="par">Daar komt een ander van dat gebroedsel; een derde is er -wel niet bij te passen, of de duivel zelf moest jood worden.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Salarino</span>, -<span class="sc">Solanio</span> <i>en Bediende af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Zoo Tubal, wat voor tijdingen uit Genua? hebt gij mijn -dochter gevonden?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Tubal.</p> -<p class="par">Ik ben verscheiden keeren geweest, waar van haar -gesproken werd, maar haarzelf heb ik niet kunnen vinden. <span class="lineNum">86</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Och, och, och, och! Een diamant weg! heeft me toch -tweeduizend dukaten gekost te Frankfort! De vloek is nu pas over ons -volk gekomen; ik heb hem nog nooit gevoeld dan nu; tweeduizend dukaten -met dat eene en dan nog andere kostelijke, kostelijke juweelen! Ik wou, -dat mijn dochter dood voor mij lag en de juweelen in haar oor! ik wou, -dat ze gekist lag aan mijn voeten en de dukaten in haar kist! Geen -tijding van hen?—O, o! en dat zoeken heeft me al ik weet niet -hoeveel gekost; och, schâ op schâ! De dief met -zóóveel weg, en dan zóóveel om den dief te -vinden, en geen voldoening nog, geen wraak! en geen ongeluk gebeurt er, -dat niet op mijn hoofd neerkomt, geen zuchten dan die ik slaak, geen -tranen dan die ik vergiet!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Tubal.</p> -<p class="par">Toch, andere menschen hebben ook ongelukken; Antonio, -zooals ik in Genua hoorde,—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Wat, wat, wat? ongelukken? ongelukken?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Tubal.</p> -<p class="par">—heeft een galjoen verloren, dat van Tripoli -kwam.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Goddank, Goddank!—Is het waar? is het waar?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Tubal.</p> -<p class="par">Ik heb eenige matrozen gesproken, die uit de schipbreuk -gered zijn.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Ik dank u, goede Tubal,—goede tijding, goede -tijding; ha! ha!—Waar? In Genua?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Tubal.</p> -<p class="par">Uw dochter heeft in Genua, naar ik hoorde, op -één avond tachtig dukaten verdaan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Ge boort een dolk in mijn hart!—nooit zie ik mijn -geld terug; tachtig dukaten zoo in eens! tachtig dukaten!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Tubal.</p> -<p class="par">Verscheiden schuldeischers van Antonio zijn met me naar -Venetië gereisd; die zeggen, dat het niet anders kan, of hij moet -over den kop gaan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Dat doet me goed; ik zal hem pijnigen, ik zal hem -folteren; dat doet me goed.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Tubal.</p> -<p class="par">Een van hen liet me een ring zien, dien hij van uw -dochter gekregen had voor een aap. <span class="lineNum">124</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">O, mijn vloek op haar! ge martelt me, Tubal; <a id="kvv.iii.1.126" name="kvv.iii.1.126"></a>het was mijn turkoois; ik heb -hem van Lea gekregen, toen we nog niet getrouwd waren; ik had hem niet -gegeven voor een bosch vol apen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Tubal.</p> -<p class="par">Maar met Antonio is het zeker mis.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="par">Ja, dat ’s waar, dat ’s zeker waar; ga, -Tubal, <a id="kvv.iii.1.131" name="kvv.iii.1.131"></a>huur een -gerechtsdienaar voor me; bespreek hem een veertien daag vooruit; ik zal -zijn hart hebben, als hij in gebreke blijft; want als hij Venetië -uit is, kan ik zaken doen, zooveel ik verkies; ga, ga, Tubal; we vinden -elkaar weêr in onze synagoge; ga, goede Tubal; in onze synagoge, -Tubal!</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.iii.2" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Tweede Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Belmont.</span> <i>Een zaal in</i> -<span class="sc">Portia’s</span> <i>woning</i>.</p> -<p class="stage"><span class="sc">Bassanio</span>, <span class="sc">Portia</span>, <span class="sc">Gratiano</span>, <span class="sc">Nerissa</span> <i>en Gevolg komen op. De kastjes staan -gereed.</i></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Ik bid u, wacht nog; toef een dag of twee,</p> -<p class="line">Aleer gij ’t waagt; kiest gij verkeerd, dan -moet</p> -<p class="line">Ik ook uw bijzijn derven; stel ’t nog uit,</p> -<p class="line">Een stem spreekt in mij,—neen, het is geen -liefde,—</p> -<p class="line">Dat ik u niet wil missen, en gij weet</p> -<p class="line">Het zelf wel, dat geen haat deez’ raad u -geeft;</p> -<p class="line">Maar hoor;—ik wensch, dat gij mij goed -begrijpt,—</p> -<p class="line">Een maagd mag enkel met gedachten spreken,—</p> -<p class="line">Zoo gaarne hield ik u een maand of twee</p> -<p class="line">Terug, aleer gij ’t waagt. Ik kon u wijzen</p> -<p class="line">Welk kastje ’t is, maar dan ware ik -meineedig,—<span class="pagenum">[<a id="xd21e4232" href="#xd21e4232" name="xd21e4232">327</a>]</span></p> -<p class="line">Dat word ik nooit! En zoo kunt gij mij missen,</p> -<p class="line">Doch doet gij dit, dan wekt ge een boozen wensch,</p> -<p class="line">Dat ik meineedig waar geweest. Uw oogen,—</p> -<p class="line">O, toovermacht!—zij hebben mij gedeeld,</p> -<p class="line">En de eene helft is de uwe, de andre de uwe,—</p> -<p class="line">De mijne, meende ik, maar het mijne is ’t -uwe,</p> -<p class="line">En zoo is alles ’t uwe. O! booze tijd,</p> -<p class="line">Die eig’naars van hun recht versteekt, en zoo</p> -<p class="line">Is ’t uwe niet het uwe.—Faalt uw keus,</p> -<p class="line">Fortuin verdient dan eeuw’ge pijn, niet ik.</p> -<p class="line">Ik spreek te lang, maar ’t is slechts om den -tijd</p> -<p class="line">Te rekken; ’k win nog tijd en houd u af</p> -<p class="line">Van uwe keus.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Laat tot de keus mij toe,</p> -<p class="line">Want thans is ’t mij, als lag ik op de -pijnbank.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Wat! op de pijnbank? O, beken mij dan,</p> -<p class="line">Wat hoogverraad zich in uw liefde mengt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p id="kvv.iii.2.28" class="line">Verraad? geen ander dan -vreesachtigheid,</p> -<p class="line">Wantrouwen op ’t verwerven van uw liefde;</p> -<p class="line">Want eerder leefden vuur en sneeuw in vreê,</p> -<p class="line">Dan dat verraad zich aan mijn liefde paarde.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Thans ducht ik, dat ge als op de pijnbank spreekt,</p> -<p class="line">Want dan zegt ieder alles wat verlangd wordt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Beloof mij ’t leven, en ik zal bekennen. -<span class="lineNum">34</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Beken en leef.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Beken en leef.</span> ’k -Beken, ik heb u lief;</p> -<p class="line">Ziedaar, wat mijn bekent’nis wezen kan.</p> -<p class="line">O, zaal’ge foltring, als de folteraar</p> -<p class="line">Mij zelve ’t antwoord leert voor mijn -bevrijding!</p> -<p class="line">Maar thans ’t geluk beproefd, de keus -gewaagd!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Welnu dan, ’t zij; ik ben in een der kastjes;</p> -<p class="line">Hebt gij mij lief, dan kiest gij ’t rechte -wel,—</p> -<p class="line">Nerissa en gij andren, gaat terug.—</p> -<p class="line">Maar dat muziek bij ’t doen der keuze -klink’;</p> -<p class="line">Want mist hij ’t doel, dan groete, als bij een -zwaan,</p> -<p class="line">Muziek zijn stervensstonde; ja, dit beeld</p> -<p class="line">Is waar en juist; mijn oog is dan de stroom,</p> -<p class="line">Zijn vochtig doodsbed. Maar hij kan ook winnen;</p> -<p class="line">En wat is dan muziek? Dan is muziek</p> -<p class="line">Als ’t juub’len, waar een opgetogen -volk</p> -<p class="line">Zijn pasgekroonden vorst meê groet, of als</p> -<p class="line">De zoete tonen van den morgenstond,</p> -<p class="line">Die in des bruîgoms droomend oor weerklinken,</p> -<p class="line">En hem ten huw’lijk roepen. Ziet, hij treedt,</p> -<p class="line">Niet minder fier, maar liefd’rijker van hart</p> -<p id="kvv.iii.2.55" class="line">Dan jonge Alcides, toen hij de -eed’le maagd,</p> -<p class="line">Door ’t snikkend Troje ’t monster -toegewijd,</p> -<p class="line">Van zeek’ren dood ging redden; ik ben ’t -offer;</p> -<p class="line">Die andren ginds zijn de Dardaansche vrouwen,</p> -<p class="line">Ontdaan en weenend saamgestroomd, om de’ -uitslag</p> -<p class="line">Van ’t heldenfeit te zien.—Ga, -Hercules!</p> -<p class="line">Leeft gij, dan leef ik;—o, hoe klopt mij ’t -hart;</p> -<p class="line">Veel meer dan u, die moedig ’t noodlot tart.</p> -</div> -<p class="stage">(<i>Muziek, terwijl</i> <span class="sc">Bassanio</span> <i>bij de kastjes met zichzelf te rade -gaat</i>.)</p> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="par">LIED.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Eerste stem.</p> -<p id="kvv.iii.2.63" class="line xd21e2796">Zegt, van waar de wufte -min?</p> -<p class="line xd21e2796">Sluipt zij ’t hart of ’t hoofd -ons in?</p> -<p class="line xd21e2796">Zegt me, wat is haar begin?</p> -<p class="line xd21e4391">Antwoord, antwoord!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Tweede stem.</p> -<p class="line xd21e2796">’t Oog is ’t, dat haar ’t -leven schenkt,</p> -<p class="line xd21e2796">’t Leven door het zien verlengt,</p> -<p class="line xd21e2796">En haar ook tot sterven wenkt.</p> -<p class="line xd21e4391">Luid haar uit, gij klokgebrom!</p> -<p class="line xd21e4391">Ik begin het: bim, bam, bom!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Koor.</p> -<p class="line xd21e4391">Bim, bam, bom!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Hoe vaak is ’t uiterlijk aan ’t wezen -vreemd;</p> -<p class="line">Steeds wordt de wereld door vertoon bedrogen.</p> -<p class="line">In ’t recht, wat zaak is ooit zoo voos en -valsch,</p> -<p class="line">Die niet, door schrandre en gladde tong verfraaid,</p> -<p class="line">Den schijn van ’t kwaad bemantelt? In den -godsdienst, <span class="lineNum">77</span></p> -<p class="line">Wat vloekb’re dwaling, die door -vroomheidsschijn</p> -<p class="line">Niet wordt geheiligd, met een tekst gesteund,</p> -<p class="line">En de’ onzin niet door schoon vertoon -verbergt?</p> -<p class="line">Geen boosheid, die de slimheid mist, om zich</p> -<p class="line">Met de’ uiterlijken schijn van deugd te -sieren.</p> -<p class="line">Hoe menig lafaard, aan een trap van zand</p> -<p class="line">Gelijk in vastheid, draagt niet om de kin</p> -<p class="line">Den baard van Hercules of fellen Mars,</p> -<p id="kvv.iii.2.86" class="line">Al bergt de lever zelfs geen druppel -gal?</p> -<p class="line">Hij kiest dit als een merk van dapperheid</p> -<p class="line">Alleen om barsch te schijnen. Ziet, de schoonheid;</p> -<p class="line">Gij vindt die mede bij ’t gewicht gekocht;</p> -<p class="line">En bij die ’t doet, bewerkt natuur een -wonder:</p> -<p class="line">Die weegt het minst, wie ’t meeste zich -bezwaart;</p> -<p class="line">Die gulden lokken, zich als slangen kronklend,</p> -<p class="line">Die dartlen bij het suizen van den wind</p> -<p class="line">Om wat men schoon gelooft, wie kent ze niet,</p> -<p class="line">Dat er natuur een ander hoofd mee sierde?</p> -<p class="line">De schedel, waar ze op groeiden, rust in ’t -graf.</p> -<p class="line">Zoo is dan sieraad slechts ’t bedrieglijk -strand</p> -<p class="line">Van zeeën vol gevaars, de schoone sluier,</p> -<p class="line">Een spookgestalte omhullend, in één -woord,</p> -<p class="line">Schijnwaarheid, tooisel van den sluwen tijd,</p> -<p class="line">Om wijzen te verschrikken.—Pronkrig goud,</p> -<p class="line">Gij harde Midaskost, u wil ik niet;</p> -<p class="line">Noch u, gij bleeke, lage slaaf, gereed</p> -<p class="line">Tot iedren dienst; maar u, gij glansloos lood,</p> -<p class="line">Die eerder dreigend spreekt dan iets belooft,</p> -<p class="line">Geen glans of opschrift trekt mij aan als gij;</p> -<p class="line">U kies ik;—dat mijn keuze vreugde zij!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">O, hoe elke andre hartstocht nu in lucht</p> -<p class="line">Verdwijnt, beklemdheid, bange twijfelzucht,</p> -<p class="line">En wanhoop en verbeten jaloezie!<span class="pagenum">[<a id="xd21e4498" href="#xd21e4498" name="xd21e4498">328</a>]</span></p> -<p class="line">O, liefde! matig uw vervoering en gebiê</p> -<p class="line">Dien stroom van vreugde kalmte; boven ’t peil</p> -<p class="line">Verheft zij zich, ik voel ’t; o, minder ’t -heil</p> -<p class="line">Of de overmaat is doodlijk!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>het looden kastje -openend</i>).</span> Wat is dit?</p> -<p class="line">Het beeld van Portia? Wat halfgod kwam</p> -<p class="line">Het scheppen zoo nabij? Beweegt dit oog?</p> -<p class="line">Of schijnt het door het trillen van de mijne</p> -<p class="line">Bewogen? Zie, de lippen oop’nen zich</p> -<p class="line">Voor nectar-adem, die er doorgaat: lieflijk</p> -<p class="line">Moet wezen, wat zoo lieve zusters scheidt!</p> -<p class="line">En ’t haar! De schilder weefde, een spin -gelijk,</p> -<p class="line">Een gulden net, dat mannenharten vangt,</p> -<p class="line">Als muggen in een spinweb. Maar die oogen,</p> -<p class="line">Kon hij ze zien en schild’ren? Had hij ’t -een</p> -<p class="line">Gemaald, dan moest het, dunkt mij, beî de -zijne</p> -<p class="line">Hem rooven en dus eenig blijven. Maar,</p> -<p class="line">Wat spreek ik? Al mijn lof blijft even ver</p> -<p class="line">Beneden deze schim, als deze schim</p> -<p class="line">De waarheid achterna hinkt.—O, ziehier</p> -<p class="line">’t Geschrift, dat kort begrip van mijn geluk!</p> -</div> -<p class="stage">(<i>Hij leest.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="line xd21e2796">„Gij, die, niet door schijn -verblind,</p> -<p class="line xd21e2796">Alles waagt en ’t ware vindt!</p> -<p class="line xd21e2796">Daar ge deze maagd bemint,</p> -<p class="line xd21e2796">Dat ze u nu voor ’t leven -bind’;</p> -<p class="line xd21e2796">Is haar „ja” u ’t zoetst -geluid,</p> -<p class="line xd21e2796">Waar uw hoogste heil uit spruit,</p> -<p class="line xd21e2796">Neem haar, ze is uw lieve bruid,</p> -<p class="line xd21e2796">En een kusje zij ’t besluit!” -<span class="lineNum">139</span></p> -<p class="line">Wat heerlijk woord!—Vergun, mijn lief, mijn -leven,—</p> -<p class="line">Dit machtigt mij te ontvangen en te geven.</p> -</div> -<p class="stage">(<i>Hij kust haar.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="line">Maar toch, als een, die in een strijd een prijs</p> -<p class="line">Beoogt, en in het volksgejuich ’t bewijs</p> -<p class="line">Te ontvangen meent, dat hij verwinnaar is,</p> -<p class="line">Doch duiz’lend staart en vraagt: „is -’t wel gewis?</p> -<p class="line">Geldt mij die kreet, of is dit zinsbedrog?”</p> -<p class="line">Zoo, driewerf schoone jonkvrouw, ziet ge nog</p> -<p class="line">Mij nu onzeker, of ’t geluk mij wenkt,</p> -<p class="line">Totdat ge uw liefde, uw woord, uw ring mij schenkt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Gij ziet, Bassanio, thans mijn heer, mij voor u,</p> -<p class="line">Zooals ik ben; en schoon ik voor mijzelf</p> -<p class="line">Niet zoo eergierig ben in mijnen wensch,</p> -<p class="line">Dat ik mij veelmaal beter wensch, zou ’k -thans</p> -<p class="line">Wel honderdmaal verdubbeld willen zijn,</p> -<p class="line">Wel duizendmaal zoo schoon, tienduizendmaal zoo -rijk;</p> -<p class="line">Alleen om in uw schatting hoog te staan,</p> -<p class="line">Wilde ik in deugden, schoonheid, rijkdom, vrienden,</p> -<p class="line">Onschatbaar wezen; maar al wat ik ben,</p> -<p class="line">Is bijna niets; of, om ’t in ’t kort te -zeggen,</p> -<p class="line">Een meisje, zonder kennis of ervaring,</p> -<p class="line">Die zich gelukkig rekent, dat zij niet</p> -<p class="line">Voor leeren te oud is; nog gelukkiger,</p> -<p class="line">Dat zij voor ’t leeren niet te stomp zich -acht;</p> -<p class="line">Maar meest gelukkig, dat zij geest en hart</p> -<p class="line">Geheel en gaarne uw leiding toevertrouwt,</p> -<p class="line">Als aan haar gâ, haar meester en haar vorst.</p> -<p class="line">Ikzelf en al het mijne is thans uw deel,</p> -<p class="line">Geheel het uwe; ’k was tot nu gebiedster</p> -<p class="line">In huis en hof, meestresse van mijn dienaars,</p> -<p class="line">Vorstinne van mijzelf; en nu, mijn heer,</p> -<p class="line">Dit huis, deez’ dienaars en ditzelfde zelf</p> -<p class="line">Zijn de uwe; ’k geef ze u met deez’ ring; -en zoo</p> -<p class="line">Gij hem verliest of wegschenkt, er van scheidt,</p> -<p class="line">Dan is ’t me een teeken, dat uw min vervloog,</p> -<p class="line">En geeft ge mij het recht tot luid beklag.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Mejonkvrouw, spraakloos moet ik voor u staan;</p> -<p class="line">Het bloed, dat in mijn aders zwelt, moog’ -spreken;</p> -<p class="line">Verwarring heerscht in mijn ontroerd gemoed,</p> -<p class="line">Gelijk zich, als een aangebeden vorst</p> -<p class="line">Door schoone taal de schare heeft geboeid,</p> -<p class="line">Een blij gemurmel onder ’t volk doet hooren,</p> -<p class="line">Waar iedre klank en elk gebaar, schoon niets,</p> -<p class="line">Tot de uiting samensmelt van loutre vreugd,</p> -<p class="line">Welsprekend zonder spraak;—verlaat deez’ -ring</p> -<p class="line">Deez’ vinger ooit, o dan verliet mij ’t -leven,</p> -<p class="line">O, zeg dan vrij, Bassanio is niet meer. <span class="lineNum">187</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">Nu, edel heer en vrouwe, is ’t ònze -tijd,</p> -<p class="line">Daar wij ons aller wensch zoo schoon vervuld zien,</p> -<p class="line">Te roepen: heil, heil, onze heer en vrouwe!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Mijn vriend Bassanio, en gij, schoone jonkvrouw,</p> -<p class="line">Ik wensch u al de vreugd, die gij kunt wenschen,</p> -<p class="line">Want zeker wenscht ge er geene van mij weg;</p> -<p class="line">En is ’t bepaald, wanneer uw edelheden</p> -<p class="line">Den echtknoop leggen willen, dan vraag ik,</p> -<p class="line">Dat ik terzelfder tijd mijn huw’lijk sluite.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Zorg voor een bruid, en dan van harte gaarne.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Ik dank u, heer, gij hebt me een bruid bezorgd.</p> -<p class="line">Mijn oog ziet even vlug als ’t uwe rond;</p> -<p class="line">Gij zaagt de jonkvrouw, ik de dienares;</p> -<p class="line">Gij zwoert haar liefde, ik ook, want noodloos -uitstel</p> -<p class="line">Vlijt mij al even weinig, heer, als u.</p> -<p class="line">Heel ùw geluk hing van die kastjes af,</p> -<p class="line">Maar ook het mijn’, zooals het bleek; want -toen</p> -<p class="line">Ik op haar aanhield, buiten adem schier,</p> -<p class="line">En liefde zwoer en zwoer, totdat mijn stem</p> -<p class="line">Er rauw en heesch van werd, werd ik in ’t -eind</p> -<p class="line">Geloofd, gelaafd door ’t jawoord van deez’ -schoone,</p> -<p class="line">Maar slechts met dit beding, dat uw geluk</p> -<p class="line">Haar jonkvrouw zou veroov’ren.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Haar jonkvrouw zou -veroov’ren.</span> Zoo, Nerissa?</p> -</div> -<p class="par"></p> -<div class="figure xd21e4751width"><img src="images/p328.jpg" alt="De koopman van Venetië, Derde Bedrijf, Tweede Tooneel." width="431" height="720"> -<p class="figureHead"><span class="ex">De koopman van -Venetië</span>, Derde Bedrijf, Tweede Tooneel.</p> -</div> -<p class="par"><span class="pagenum">[<a id="xd21e4757" href="#xd21e4757" name="xd21e4757">329</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">Ja, jonkvrouw, als ’t uw bijval mag verwerven.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">En, Gratiano! kunt gij ernstig zijn?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="par">Ja, heer, ik meen ’t in ernst.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="par">Uw echt verhoog’ den luister van ons feest!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano</p> -<p class="par"><span class="stage">(<i>tot</i> <span class="sc">Nerissa</span>).</span> Nu, wij willen met hen om den eersten -jongen wedden, om duizend dukaten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="par">En leggen wij dat daad’lijk neer?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Neen, neen, daar mogen we eerst ons op beslapen, op -mijn eer.—</p> -<p class="line">Maar wat! Lorenzo met zijn lief heidinneke?</p> -<p class="line">En dan, mijn oude vriend Solanio?</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Lorenzo</span>, <span class="sc">Jessica</span> <i>en</i> <span class="sc">Solanio</span> <i>komen -op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Lorenzo en Solanio, welkom hier;</p> -<p class="line">Wanneer mijn aanzien hier, zoo jeugdig nog,</p> -<p class="line">U welkom heeten màg.—’t Zij mij -vergund,</p> -<p class="line">Dat ik mijn landgenooten, oude vrienden,</p> -<p class="line">Hier, Portia, welkom heet.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Hier, Portia, welkom -heet.</span> Ik doe ’t met u,</p> -<p class="line">Zij zijn mij hartlijk welkom. <span class="lineNum">228</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Ik dank uwe edelheid.—Wat mij betreft,</p> -<p class="line">’t Was, heer, mijn doel niet, u hier op te -zoeken,</p> -<p class="line">Maar ’k heb op reis Solanio ontmoet,</p> -<p class="line">Die dwong mij zoo, om met hem mee te gaan,</p> -<p class="line">Dat ik niet weigren kon.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Dat ik niet weigren kon.</span> -Zoo deed ik, heer,</p> -<p class="line">En ’k had er reden toe. Signore Antonio</p> -<p class="line">Zendt u zijn groete.</p> -</div> -<p class="stage">(<i>Hij geeft</i> <span class="sc">Bassanio</span> -<i>een brief</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Zendt u zijn groete.</span> Eer -ik den brief ontsluit,</p> -<p class="line">Vertel mij, is hij wèl, mijn waarde vriend?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">Niet krank, heer, als hij ’t in ’t gemoed -niet is;</p> -<p class="line">Niet wel, als zijne ziele lijdt; zijn brief</p> -<p class="line">Doet u zijn toestand kennen.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Bassanio</span> <i>leest den -brief</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Breng gij die vreemdlinge ook uw groet, Nerissa,</p> -<p class="line">En heet haar welkom.—Wel, Solanio,</p> -<p class="line">Wat nieuws brengt gij ons van Venetië? Is</p> -<p class="line">Die koopman-vorst, Antonio, welvarend?</p> -<p class="line">O, wis verheugt hij zich in ons geluk;</p> -<p class="line">Wij wonnen hier, als Jasons, ’t gulden vlies.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">O, hadt gij ’t vlies, dat hij geteekend -heeft!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Een kwade tijding brengt dat stuk papier,</p> -<p class="line">Daar ’t aan Bassanio’s wang de kleur -ontrooft;</p> -<p class="line">Een dierbre vriend is dood, want om iets anders</p> -<p class="line">Zou toch een man, een man van moed, niet -zóó</p> -<p class="line">Ontstellen. Wat? ’t wordt erger nog en -erger?—</p> -<p class="line">Bassanio, vriend, ik ben uw wederhelft,</p> -<p class="line">En mij behoort de helft van alles, wat</p> -<p class="line">Die brief u brengt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Die brief u brengt.</span> O, -dierbre Portia,</p> -<p class="line">’t Zijn enk’le woorden slechts, maar -grievender,</p> -<p class="line">Dan ooit papier bevlekten! Lieve vrouw,</p> -<p class="line">Toen ik het eerst mijn liefde heb beleden,</p> -<p class="line">Zeide ik ronduit, dat heel mijn rijkdom mij</p> -<p class="line">In de aad’ren stroomde: ik was een edelman;</p> -<p class="line">En waarheid sprak ik toen; maar, dierbre vrouw,</p> -<p class="line">Al schatte ik mij op niets, toch blijkt u thans,</p> -<p class="line">Hoe ik een pocher was; want toen ik zeide,</p> -<p class="line">Dat al mijn have niets was, had ik beter</p> -<p class="line">Die minder nog dan niets genoemd; want, waarlijk,</p> -<p class="line">Mijzelf verpandde ik aan een dierbren vriend,</p> -<p class="line">Mijn vriend verpandde ik aan zijn ergsten vijand,</p> -<p class="line">Voor dezen tocht. Zie, jonkvrouw, dezen brief;</p> -<p class="line">’t Papier is als het lichaam van mijn vriend,</p> -<p class="line">En ieder woord is als een open wond,</p> -<p class="line">Waar ’t leven uitstroomt.—Doch is ’t -waar, Solanio,</p> -<p class="line">Is alles dan mislukt, is niets gelukt?</p> -<p class="line">Van Tripoli, van Mexico, van England,</p> -<p class="line">Van Lissabon, van Barbarije en Indië?</p> -<p class="line">Ontging geen schip de klippen, die zoo vaak</p> -<p class="line">Den hand’laar dood’lijk zijn? <span class="lineNum">274</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Den hand’laar -dood’lijk zijn?</span> Geen enkel, heer;</p> -<p class="line">En erger, ’t schijnt zelfs, dat, al had hij -thans</p> -<p class="line">Het geld in kas tot delging van de schuld</p> -<p class="line">De jood het niet zou willen. ’k Zag nog nooit</p> -<p class="line">Een schepsel, van gedaante toch een mensch,</p> -<p class="line">Zoo wreed, zoo fel op andermans verderf.</p> -<p class="line">Hij vraagt den doge dag en nacht gehoor;</p> -<p class="line">’t Is met de vrijheid van den staat gedaan,</p> -<p class="line">Als hem zijn recht ontzegd wordt. Twintig -hand’laars,</p> -<p class="line">De doge zelf, de leden van den raad,</p> -<p class="line">Zij hebben hun welsprekendheid beproefd,</p> -<p class="line">Maar niemand brengt hem af van zijnen eisch;</p> -<p class="line">De schuldbrief spreekt, hij wil zijn recht, de -boete.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Ik hoorde, toen ’k nog bij hem was, hem -zweren,</p> -<p class="line">Aan Tubal en aan Chus, zijn landgenooten,</p> -<p class="line">Dat hij Antonio’s vleesch nog liever had,</p> -<p class="line">Dan twintigmaal ’t bedrag der som, die hij</p> -<p class="line">Te vordren heeft; en, heer, ik weet te goed,</p> -<p class="line">Als wet, gezag en macht het niet verbieden,</p> -<p class="line">Dan heeft Antonio het ergst te duchten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Is ’t u een dierbre vriend, die zoo in nood -is?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">De dierbaarste, dien ’k heb, de beste mensch,</p> -<p class="line">Een eedle geest, trouwhartig, onvermoeibaar<span class="pagenum">[<a id="xd21e5053" href="#xd21e5053" name="xd21e5053">330</a>]</span></p> -<p class="line">In ’t weldoen, meer dan iemand; en een man,</p> -<p class="line">Wien meer de deugden van Oud-Rome sieren,</p> -<p class="line">Dan eenig man, die in Italië leeft.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">En hoeveel heeft de jood te vordren?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Drieduizend stuks dukaten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Drieduizend stuks -dukaten.</span> Wat! niet meer?</p> -<p class="line">Geef hem zesduizend, en verscheur den schuldbrief;</p> -<p class="line">Verdubbel dat en verdriedubbel dit,</p> -<p class="line">Eer aan een vriend van zulk een stempel ooit</p> -<p class="line">Een haar gekrenkt wordt door Bassanio’s -schuld.</p> -<p class="line">Nu eerst onze’ echtknoop in de kerk gelegd;</p> -<p class="line">En ijl dan naar Venetië tot uw vriend;</p> -<p class="line">Geen rustig leven aan mijn zijde, aleer</p> -<p class="line">Deze onrust uit uw ziel geweken is.</p> -<p class="line">Ik geef u goud, wel twintigmaal zooveel</p> -<p class="line">Als deze kleine schuld; betaal ze en breng</p> -<p class="line">Uw trouwen vriend hier met u meê. Nerissa</p> -<p class="line">En ik, wij zullen hier als vroeger leven,</p> -<p class="line">Als onbestorven weeuwtjes tevens. Ja,</p> -<p class="line">Ik drijf u op uw huw’lijksdag van hier;</p> -<p class="line">Maar toch een blij gelaat, heet allen welkom,</p> -<p class="line">En neem uw plaats als heer des huizes in;</p> -<p class="line">Koop ik u duur, te duurzamer mijn min. <span class="lineNum">315</span></p> -<p class="line">Doch laat den brief van uwen vriend mij hooren.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>leest</i>).</span> -„Waarde Bassanio, mijn</p> -<p class="line">schepen zijn alle verongelukt; mijn schuldeischers</p> -<p class="line">worden onbarmhartig; mijn vermogen</p> -<p class="line">is geheel versmolten; mijn schuldbrief aan den</p> -<p class="line">jood is vervallen; en daar de betaling er van</p> -<p class="line">mij het leven zal kosten, zoo zijn alle schulden</p> -<p class="line">tusschen u en mij afgedaan, als ik u bij mijn</p> -<p class="line">sterven mag zien; ondertusschen, handel hierin,</p> -<p class="line">zooals gijzelf verkiest; als uwe vriendschap u</p> -<p class="line">niet van zelve tot mij drijft, laat dan ook mijn</p> -<p class="line">brief het niet doen”.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">O, liefste, spoed gemaakt en ijlings heen!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Ja, ijlen wil ik, daar uw goedheid mij</p> -<p class="line xd21e2796">Tot handlen machtigt; maar, totdat ik -keer,</p> -<p class="line">Zal mij geen slaap vertragen; want ik vlij</p> -<p class="line xd21e2796">Vóór ons terugzien niet ter -rust mij neer.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.iii.3" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Derde Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een -straat.</i></p> -<p class="stage"><span class="sc">Shylock</span>, <span class="sc">Solanio</span>, <span class="sc">Antonio</span> <i>en een -Stokkeknecht komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Bewaker, let op hem; neen, geen genade!—</p> -<p class="line">Dit is de zotskap, die geen rente nam!</p> -<p class="line">Bewaker, let op hem!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Bewaker, let op hem!</span> -Shylock, een woord!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Ik wil mijn schuldbrief; wraak mijn schuldbrief -niet;</p> -<p class="line">Ik eisch,—en zwoer een eed er voor,—mijn -schuldbrief.</p> -<p class="line">Gij hebt me een hond genoemd, en hadt geen reden;</p> -<p class="line">Mijd thans, als ik een hond ben, mijn gebit.—</p> -<p class="line">De doge staat mijn recht mij toe.—Waarom,</p> -<p class="line">Onzinnige bewaker, toch die goedheid,</p> -<p class="line">Op zijn verlangen met hem uit te gaan?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Ik bid u, hoor een woord!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Ik wil mijn schuldbrief; wil van u geen woord.</p> -<p class="line">Ik wil mijn schuldbrief; spaar daarom uw woorden.</p> -<p class="line">Gij maakt mij nooit tot zwakken, blinden zot,</p> -<p class="line">Die ’t hoofd schudt, zucht, betreurt, en eindlijk -toegeeft</p> -<p class="line">Aan christ’nen, die wat plooien. Volg maar -niet,</p> -<p class="line">Ik wil geen woorden; ’k wil alleen mijn -schuldbrief.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Shylock</span> -<i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">Dit is een hond, zoo wreed en onvermurwbaar,</p> -<p class="line">Als ooit met menschen huisde! <span class="lineNum">19</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Als ooit met menschen -huisde!</span> Laat hem; nimmer</p> -<p class="line">Zal ’k weer een ijdle bede tot hem richten.</p> -<p class="line">Mijn leven zoekt hij, en ik weet waarom;</p> -<p class="line">Vaak heb ik schuld’naars, die hun nood mij -klaagden</p> -<p class="line">En redd’loos schenen, uit zijn greep gered;</p> -<p class="line">Van daar zijn haat.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Van daar zijn haat.</span> -Voorwaar, de doge zal</p> -<p class="line">Hem nooit het innen van de boete toestaan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">De doge kan den loop van ’t recht niet -stuiten;</p> -<p class="line">Want, als hij dit mocht wagen, zou ’t -vertrouwen</p> -<p class="line">Van vreemden op de onkreukbre wet en ’t recht</p> -<p class="line">Van onzen staat geschokt zijn; en bedenk,</p> -<p class="line">Dat hier op ’t vrij verkeer van alle volken</p> -<p class="line">De handel rust en welvaart. Ga dus nu;</p> -<p class="line">Mijn rampen en mijn hartzeer doen mij kwijnen,</p> -<p class="line">Zoodat mij nauwlijks een pond vleesch meer rest,</p> -<p class="line">Om morgen hem zijn bloedige’ eisch te -geven.—</p> -<p class="line">Bewaker, kom!—God geve, dat Bassanio</p> -<p class="line">Zijn schuld mij kwijten zie, dan is ’t mij -goed.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.iii.4" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Vierde Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Belmont.</span> <i>Een kamer in</i> -<span class="sc">Portia’s</span> <i>woning</i>.</p> -<p class="stage"><span class="sc">Portia</span>, <span class="sc">Nerissa</span>, <span class="sc">Lorenzo</span>, <span class="sc">Jessica</span> <i>en</i> <span class="sc">Balthazar</span> -<i>komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Mejonkvrouw, laat mij ’t in uw bijzijn -zeggen:</p> -<p class="line">Gij toont een edel, echt en fijn gevoel,<span class="pagenum">[<a id="xd21e5356" href="#xd21e5356" name="xd21e5356">331</a>]</span></p> -<p class="line">Dat vriendschap godd’lijk is, en dit blinkt -uit,</p> -<p class="line">Door zoo het afzijn van uw gâ te dragen.</p> -<p class="line">Maar wist ge, aan wien ge zulk een eer bewijst,</p> -<p class="line">Wat echten edelman gij hulpe zendt,</p> -<p class="line">Aan welk een waren vriend van uw gemaal,</p> -<p class="line">Dan zoudt ge trotscher zijn op wat ge deedt,</p> -<p class="line">Dan ’t hart, gewoon om wel te doen, u dringt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Nooit heeft mij nog een goede daad berouwd,</p> -<p class="line">En deez’ zal ’t ook niet doen; want trouwe -makkers,</p> -<p class="line">Die samen immer leven en verkeeren,</p> -<p class="line">Wier zielen saam één juk van vriendschap -dragen,</p> -<p class="line">Gelijk verdeeld, die moeten wel gelijk zijn</p> -<p class="line">In wezenstrekken, geest en wijs van doen;</p> -<p class="line">Dit doet mij denken, dat Antonio,</p> -<p class="line">De boezemvriend van mijn gemaal, geheel</p> -<p class="line">Als mijn gemaal moet zijn; en is dit zoo,</p> -<p class="line">Hoe luttel zijn dan de offers, die ik bracht,</p> -<p class="line">Om uit den greep van helsche wreedheid ’t -beeld,</p> -<p class="line">Het spiegelbeeld te slaken van mijn ziele!</p> -<p class="line">Maar dit begint naar eigen lof te zweemen;</p> -<p class="line">En dus genoeg hiervan; hoor nu iets anders.—</p> -<p class="line">Lorenzo, aan uw hand vertrouw ik toe <span class="lineNum">24</span></p> -<p class="line">’t Beheer en de bezorging van mijn huis,</p> -<p class="line">Totdat mijn gâ terugkomt; want ikzelf</p> -<p class="line">Deed aan den hemel een gelofte, dat</p> -<p class="line">Ik in bespieg’ling en gebed zou leven,</p> -<p class="line">Slechts door Nerissa vergezeld, totdat</p> -<p class="line">Onze echtgenooten zijn teruggekeerd;</p> -<p class="line">Ik neem met haar mijn intrek in een klooster,</p> -<p class="line">Twee mijlen hier van daan. Ik bid u thans,</p> -<p class="line">Dat gij deze opdracht aanneemt, die vertrouwen</p> -<p class="line">Op uwe vriendschap, en noodzaak’lijkheid</p> -<p class="line">Mij geven doen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Mij geven doen.</span> Van -ganscher hart, mejonkvrouw,</p> -<p class="line">Gehoorzaam ik uw vriendelijk bevel.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Ik heb de mijnen reeds er van verwittigd;</p> -<p class="line">Zij zullen u en Jessica erkennen</p> -<p class="line">Als plaatsvervangers van mijn gade en mij.</p> -<p class="line">Zoo vaart dan wel, tot spoedig wederzien.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Dat u een blij gemoed en heil verzellen!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Ik wensch u, jonkvrouw, iedre vreugd des harten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Ik dank u voor uw bede, en wensch volgaarne</p> -<p class="line">Hetzelfde aan u; vaarwel dus, Jessica.</p> -</div> -<p class="stage alignright"><span class="corr" id="xd21e5466" title="Bron: ((">(</span><span class="sc">Jessica</span> <i>en</i> -<span class="sc">Lorenzo</span> <i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="line">Nu, Balthazar,</p> -<p class="line">Ik vond u immer nauwgezet en trouw;</p> -<p class="line">Betoon u thans opnieuw zoo; neem deez’ brief,</p> -<p class="line">En ijl zoo snel maar menschen moog’lijk is,</p> -<p class="line">Naar Padua; en stel hem zelf aan doctor</p> -<p class="line">Bellario ter hand, mijn eed’len neef;</p> -<p class="line">En, hoor! wat hij van kleed’ren of papieren</p> -<p class="line">U geeft, breng dat met allen <span class="corr" id="xd21e5498" title="Bron: denkbren">denkb’ren</span> spoed</p> -<p id="kvv.iii.4.52" class="line">Naar ’t veer, waarmeê men -van het vaste land</p> -<p id="kvv.iii.4.53" class="line">Venetië bereikt; verlies geen -tijd</p> -<p class="line">Met vragen, ga; ik ben daar nog vóór -u.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Balthazar.</p> -<p class="line">Mejonkvrouw, ’k ga met de’ aanbevolen -spoed.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Balthazar</span> -<i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Nerissa, kom; ik heb een plan in ’t hoofd,</p> -<p class="line">Waarvan gij wel niet droomt, dat we onze mannen,</p> -<p class="line">En vóór ze ’t denken, zien.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">En vóór ze -’t denken, zien.</span> En zij ons ook?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Dat ook, Nerissa, maar in zulk een kleeding,</p> -<p class="line">Dat zij ons voor verheev’ner wezens achten,</p> -<p class="line">Dan vrouwen zijn. Ik wed om wat ge wilt,</p> -<p class="line">Dat, zijn we als jonge mannen uitgedoscht,</p> -<p class="line">Ik wel de knapste van ons tweeën ben,</p> -<p class="line">En ook mijn degen met meer gratie draag,</p> -<p class="line">En als een knaap, die man wordt, spreek, als stak -<span class="lineNum">66</span></p> -<p class="line">De baard mij in de keel; twee trippelpassen</p> -<p class="line">In één stap samenneem; van mijn -duëls</p> -<p class="line">Gewaag, als een jong pocher; leugens zwets,</p> -<p class="line">Hoe eedle vrouwen naar mijn liefde dongen,</p> -<p class="line">En, daar ik koel bleef, zich verkniezend, stierven;</p> -<p class="line">Ik kon ’t niet helpen,—maar heb toch -berouw,</p> -<p class="line">En wensch, dat ik ze in ’t leven weêr kon -roepen;—</p> -<p class="line">Wel twintig zulke leugens zal ik zwetsen,</p> -<p class="line">Dat ieder zweert: ik ben al wel een jaar</p> -<p class="line">De school ontloopen;—duizend stukjes heb ik</p> -<p class="line">Van zulke bluffers in mijn hoofd en breng ze</p> -<p class="line">Wel aan den man.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p id="kvv.iii.4.78" class="line"><span class="hemistich">Wel aan den -man.</span> Zóó mannen na te gaan!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">O foei! wat zegt ge daar?</p> -<p class="line">Als dat een looze woordverdraaier hoorde!—</p> -<p class="line">Maar kom, hen nagereden! Heel mijn plan</p> -<p class="line">Vertel ik u wel in mijn koets; die wacht</p> -<p class="line">Reeds aan de poort. Wij gaan in allerijl</p> -<p class="line">En vord’ren, hoop ik, heden twintig mijl.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.iii.5" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Vijfde Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>Een tuin.</i></p> -<p class="stage"><span class="sc">Lancelot</span> <i>en</i> -<span class="sc">Jessica</span> <i>komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Ja, waarlijk! want ziet ge, de zonden des vaders worden -bezocht aan de kinderen; daarom, ik verzeker u, ben ik bang voor u. Ik -ben altijd ronduit tegen u geweest, en zoo zeg ik nu ook mijn kompinie -over de zaak; <span class="pagenum">[<a id="xd21e5630" href="#xd21e5630" name="xd21e5630">332</a>]</span>daarom, wees gerust, want -waarachtig, ik geloof, dat gij verdoemd zijt. Daar is nog maar -ééne hoop, die u wat goed kan doen; en dat is maar een -soort van basterdhoop.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="par">En wat is dat dan voor een hoop, zeg?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Wel, ge kunt eenigermate hopen, dat ge uws vaders kind -niet zijt, dat gij de dochter niet zijt van den jood.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="par">Dat zou wezenlijk een soort van basterdhoop zijn; want -dan zouden de zonden van mijn moeder ook aan mij bezocht worden.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Waarachtig, dan vrees ik, dat gij verdoemd zijt, zoowel -van vaders- als van moederskant, want als ik zoo Scylla uw vader -ontwijk, verval ik op Charybdis uwe moeder; en zoo zijt ge op alle -manieren weg.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="par">Ik zal behouden worden door mijn man; die heeft me -gechristend.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Daar is hij waarachtig niet beter om; er zijn er al -genoeg van ons christenen; net maar zooveel als er met elkaâr het -leven kunnen hebben. Dat tot christenen maken zal de varkens duurder -maken; als wij allemaal varkensvleesch-eters worden, zullen wij -binnenkort voor nog zooveel geld geen reepje spek meer hebben in de -pan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="par">Ik zal mijn man eens vertellen, Lancelot, wat je zegt; -daar komt hij. <span class="lineNum">30</span></p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Lorenzo</span> <i>komt op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="par">Zoo, Lancelot, ik zal gauw jaloersch op je worden, als -je met mijn vrouw zoo apartjes hebt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="par">Nu, je hoeft om ons niet bang te wezen, Lorenzo; -’t is heelemaal mis tusschen Lancelot en mij; hij zegt me -ronduit, dat ik in den hemel op geen genade heb te hopen, omdat ik de -dochter van een jood ben; en hij zegt, dat jij geen goed burger van den -staat bent; want als je joden tot christenen bekeert, drijf je den -prijs van het varkensvleesch in de hoogte.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="par">Ik zal dat beter bij den staat kunnen verantwoorden, dan -jij, dat jij je zoo met de morin hebt afgegeven; van die smet kun je je -niet blank wasschen, Lancelot.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Ze heeft niet zwart afgegeven, heer, maar zij heeft al -wel iets blanks van mij gekregen en is al meer geworden dan zij -was.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="par">Wat kan toch ieder dwaas een woordspeling maken! Het -zal, denk ik, niet lang meer duren, of verstand en geest komen het best -uit door stil te zwijgen, en spraakzaamheid is nog alleen bij de -papegaaien lofwaardig. Ga naar binnen, knaap, en zeg, dat alles klaar -moet zijn voor het eten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Dat is in orde, heer; ze hebben allen een maag.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="par">Hemelsche goedheid, wat wil je geestig zijn! zeg, dat -het eten klaar moet zijn.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Dat is ook in orde, heer; er moet nog maar gedekt -worden, dat is de zaak.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="par">Wil je dan maar dekken, knaap?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Dekken, heer? Zeker niet, ik weet wel, wat me past, -heer.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="par">Nu, het vervolg een anderen keer! Wil je je heelen schat -van geestigheden in eens uitkramen? Ik verzoek je, versta nu eenvoudige -taal op eenvoudige manier. Ga naar je kameraden, laten ze de tafel -dekken, het eten opdoen en wij zullen komen voor het maal.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">De tafel, heer, die zal opgedaan, en het eten, dat zal -gedekt worden, en uw komst voor het maal, heer, die zal gebeuren, -zooals uw lust en luim het zullen verkiezen.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lancelot</span> -<i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">O heil’ge rede, wat gezocht vernuft!</p> -<p class="line">Wat kent de dwaas woordspelingen bij hoopen</p> -<p class="line">Van buiten! Och, ik ken wel meen’gen dwaas</p> -<p class="line">In hoogren stand, maar even bont van geest,</p> -<p class="line">Die ook de hoofdzaak prijs zou geven voor</p> -<p class="line">Een geestigheid.—Wel, Jessica, hoe is -’t?</p> -<p class="line">Mijn hartedief, kom, zeg me uw oordeel eens,</p> -<p class="line">Hoe vindt ge wel Bassanio’s gemalin? <span class="lineNum">77</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Bewondrenswaard, meer dan ik zeggen kan;</p> -<p class="line">Bassanio mag wel onberisp’lijk zijn</p> -<p class="line">In heel zijn wandel; zulk een zegen is ze,</p> -<p class="line">Dat hij op aarde ’t heil des hemels smaakt,</p> -<p class="line">En weet hij ’t hier beneden niet te schatten,</p> -<p class="line">Geen toegang tot den hemel ooit verdient.</p> -<p class="line">Ja, hadden ooit twee goden in den hemel</p> -<p class="line">Een weddingschap, en om twee aardsche vrouwen,</p> -<p class="line">En Portia was de een’, dan moest bij de -ander’</p> -<p class="line">Een toegift zijn, want de arme woeste wereld</p> -<p class="line">Heeft haars gelijke niet.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Heeft haars gelijke -niet.</span> Juist zulk een man</p> -<p class="line">Hebt gij in mij, als hij in haar een vrouw.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Neen, vraag dan eerst, wat ik er wel van denk.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Terstond, maar laat ons eerst aan tafel gaan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Neen, laat mij thans u schatten, nu ik trek heb.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Neen, ’k bid u, spaar het voor gesprek bij -’t maal,</p> -<p class="line">Ik zal ’t dan, wat ge ook zegt, met andre -dingen</p> -<p class="line">Wel slikken.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Wel slikken.</span> Nu, je -krijgt wat op je brood!</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Beiden af.</i>)</p> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e5836" href="#xd21e5836" name="xd21e5836">333</a>]</span></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div id="kvv.iv" class="div1 act"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">Vierde Bedrijf.</h2> -<div id="kvv.iv.1" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Eerste Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Venetië.</span> <i>Een -gerechtzaal.</i></p> -<p class="stage"><i>De Doge</i>, <i>de Senatoren</i>, <span class="sc">Antonio</span>, <span class="sc">Bassanio</span>, <span class="sc">Gratiano</span>, <span class="sc">Salarino</span>, <span class="sc">Solanio</span> <i>en anderen komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Is hier Antonio verschenen?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Ik ben bereid, doorluchte heer.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Ik ben in zorg om u; gij hebt te doen</p> -<p class="line">Met een, die harder is dan steen, een onmensen,</p> -<p class="line">Voor medelijden doof, in wien geen vonkje</p> -<p class="line">Erbarmen huist.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Erbarmen huist.</span> Ik heb -gehoord, uw hoogheid</p> -<p class="line">Gaf zich veel moeite om ’t felle van zijn -drijven</p> -<p class="line">Te matigen; maar daar hem niets vermurwt,</p> -<p class="line">En ’t recht geen middel geeft om voor zijn -wrok</p> -<p class="line">Mij te beschermen, stel ik lijdzaamheid</p> -<p class="line">Zijn grimmig streven tegen, en ik wapen</p> -<p class="line">Met kalmte mijn gemoed, om van het zijn’</p> -<p class="line">De volle woede en razernij te dragen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Ga, zeg den jood, dat hij voor ’t hof -verschijne.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Solanio.</p> -<p class="line">Hij wacht reeds aan de deur; daar komt hij, heer. -<span class="lineNum">15</span></p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Shylock</span> <i>komt op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Maakt plaats; hij sta daar over onzen stoel.—</p> -<p class="line">Shylock, de wereld denkt, zooals ook ik,</p> -<p class="line">Gij drijft deez’ schijn van uwe boosheid -slechts</p> -<p class="line">Tot aan het uur der daad; en dan, dan toont ge</p> -<p class="line">Uw huiv’ring, uw erbarmen, wonderbaarder</p> -<p class="line">Dan deze uw wondre, schijnbre wreedheid is;</p> -<p class="line">Dan zult ge, schoon ge thans uw recht nog eischt,</p> -<p class="line">(Dat pond van dezes armen koopmans vleesch,)</p> -<p class="line">Niet slechts, zoo wacht men, daarvan afzien, maar,</p> -<p class="line">Door menschlijkheid en menschenmin geroerd,</p> -<p class="line">Een deel hem schenken van de schuld, erbarmen</p> -<p class="line">Betoonend om de slagen, die sinds kort</p> -<p class="line">Zoo dicht zijn schouders troffen, zwaar genoeg</p> -<p class="line">Om zelfs een koopman-vorst ten val te brengen,</p> -<p class="line">En meêlij met zijn toestand af te dwingen</p> -<p class="line">Aan koop’ren boezems, harten hard als steen,</p> -<p class="line">Aan stugge Turken en Tataren, die</p> -<p class="line">Nog nooit uit menschlijkheid een dienst bewezen.</p> -<p class="line">Wij allen wachten, Jood, een gunstig antwoord.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Ik deelde uw hoogheid mee, wat ik verlang,</p> -<p class="line">En ik bezwoer bij onzen heil’gen sabbat,</p> -<p class="line">Te vordren, wat mij toekomt door mijn schuldbrief.</p> -<p class="line">Als gij dit weigert, brengt ge van uw stad</p> -<p class="line">De rechten en de vrijheid in gevaar. <span class="lineNum">39</span></p> -<p class="line">Vraagt gij, waarom ik liever zoo’n gewicht</p> -<p class="line">Van krengenvleesch wil hebben, dan drieduizend</p> -<p class="line">Dukaten wil ontvangen; ’k heb geen antwoord</p> -<p class="line">Dan dit: ’t is mijn verkiezing. ’t Is toch -antwoord!</p> -<p class="line">Wat? als mijn huis gekweld is van een rat,</p> -<p class="line">En ik verkies voor ’t dooden eens tienduizend</p> -<p class="line">Dukaten te off’ren? Nu, dit is toch antwoord?</p> -<p class="line">Deez’ kan het schreeuwen van een big niet -lijden,</p> -<p class="line">En die wordt dol, als hij een kat maar ziet,</p> -<p id="kvv.iv.1.49" class="line">En die zit, bij den neustoon van de -zakpijp,</p> -<p class="line">Op spelden schier; ja, voor- of tegenzin</p> -<p class="line">Beheerscht den geest en dwingt naar luim en lust</p> -<p class="line">Tot liefde of afschuw; nu, ziehier uw antwoord:</p> -<p class="line">Zooals geen grond of reden is te geven,</p> -<p class="line">Dat deez’ geen schreeuwend varken velen kan,</p> -<p class="line">En die geen kat, zoo’n noodig, goedig dier,</p> -<p class="line">En die geen zakpijp, maar elk onweerstaanbaar</p> -<p class="line">Genoopt wordt tot het smadelijk bedrijf,</p> -<p class="line">Dat hij, getergd, nu zelf weer andren tergt,</p> -<p class="line">Zoo kan en wil ik ook geen reden geven,</p> -<p class="line">Dan ingevreten haat en bittren wrok,</p> -<p class="line">Dien ’k voor Antonio <span class="corr" id="xd21e6039" title="Bron: voed">voel</span>, wat mij mijn recht,</p> -<p class="line">Zelfs met verlies doet eischen. Is dit antwoord?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Dit is geen antwoord, schepsel zonder hart,</p> -<p class="line">Dat uw wreedaardig drijven kan verschoonen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Moet ik dan antwoord geven naar uw zin? <span class="lineNum">65</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Brengt iedereen dàt om, wat hem mishaagt?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Wie haat dan iets, en brengt het niet graag om?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Wat ons mishaagt, wekt daad’lijk nog geen -haat.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Laat gij u tweemaal bijten door een slang?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Bedenk, het is de jood, met wien ge u inlaat;</p> -<p class="line">Ga eerder nog naar ’t strand der zee en geef</p> -<p class="line">Den vloed bevel, dat hij in eb verander;</p> -<p class="line">Daag eerder nog den wolf tot een verhoor,</p> -<p class="line">Waarom hij ’t ooi deed blaten om het lam;</p> -<p class="line">Verbied veeleer den fieren pijn der bergen,</p> -<p class="line">Te schudden met den hoogen top, te ruischen,</p> -<p class="line">Als hem de storm met vlaag op vlaag bestookt,</p> -<p class="line">Leg eer de hardste taak u op, dan dat</p> -<p class="line">Gij ’t hardste, dat bestaat, tracht te -verzachten,</p> -<p class="line">Zijn jodenhart; en daarom, ’k smeek het -u,<span class="pagenum">[<a id="xd21e6104" href="#xd21e6104" name="xd21e6104">334</a>]</span></p> -<p class="line">Geen aanbod meer, geen middel meer beproefd,</p> -<p class="line">Maar kort en goed zij de uitspraak nu gedaan,</p> -<p class="line">Mijn lot beslist, en hebb’ de jood zijn -eisch.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Hier zijn dukaten, zes- voor uw drieduizend.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Was ieder der zesduizend stuks dukaten</p> -<p class="line">Zesmaal gedeeld en elk deel een dukaat,</p> -<p class="line">Ik nam ze niet; ik vergde toch mijn schuldbrief.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Hoopt ge op genâ, gij, die er geen bewijst?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Wat vonnis zou ik duchten? ’k Doe geen -onrecht.</p> -<p class="line">Gij hebt wel meen’gen duurgekochten slaaf,</p> -<p class="line">Dien gij, gelijk uw ezels, paarden, honden,</p> -<p class="line">Tot slaafsch en laag en smaad’lijk werk -gebruikt,</p> -<p class="line">Wijl gij ze kocht.—En als ik tot u zeide:</p> -<p class="line">Laat hen toch vrij en paart hen met uw erven;</p> -<p class="line">Wat zwoegen ze onder vrachten? laat hun bed</p> -<p class="line">Zoo zacht zijn als het uwe; streel hun tong</p> -<p class="line">Met spijzen, fijn als de uwe;—gij zult -zeggen:</p> -<p class="line">Die slaven zijn gekocht.—Zoo zeg ik ook:</p> -<p class="line">Zie, dit pond vleesch, dat ik van hem verlang,</p> -<p class="line">’t Is duur gekocht, ’t is mijn, en ik wil -’t hebben.</p> -<p class="line">Als gij het weigert, spuw ik op uw wet!</p> -<p class="line">Dan heeft hier in Venetië ’t recht geen -kracht!</p> -<p class="line">Ik wacht op de uitspraak; antwoord! zal ik ’t -hebben? <span class="lineNum">103</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Ik ben bevoegd de zitting op te heffen,</p> -<p class="line">Als niet Bellario, een doorkneed geleerde,</p> -<p class="line">Wiens rechtspraak ik in deze heb gevraagd,</p> -<p class="line">Vandaag verschijnt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Salarino.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Vandaag verschijnt.</span> Uw -hoogheid, buiten staat</p> -<p class="line">Een bode, die met brieven van den doctor</p> -<p class="line">Daar juist van Padua komt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Breng ons die brieven; laat den bode komen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Schep moed, Antonio, heb slechts goeden moed!</p> -<p class="line">Eer krijgt de jood mijn vleesch, bloed, beendren, -alles,</p> -<p class="line">Eer gij voor mij een druppel bloeds verliest.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Ik ben een zieklijk ram der kudde, rijp</p> -<p class="line">Ten dood; het is de zwakste vrucht, die ’t -eerst</p> -<p class="line">Ter aarde valt; zoo zij ’t met mij; gij kunt</p> -<p class="line">Geen beetren dienst mij doen dan deez’, -Bassanio,</p> -<p class="line">Dat gij blijft leven en mijn grafschrift stelt.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Nerissa</span> <i>treedt op, als -klerk van een rechtsgeleerde gekleed</i>.<span class="corr" id="xd21e6222" title="Niet in bron">)</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Komt gij van Padua, van Bellario?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">Van beide, Heer; Bellario groet uw hoogheid.</p> -</div> -<p class="stage">(<i>Zij overhandigt een brief.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Wat wet gij daar zoo ijverig uw mes?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Om, wat mij toekomt, uit dien bankroetier te -snijden.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Gij scherpt niet op uw zool, maar op uw ziel,</p> -<p class="line">Steenharde jood, uw mes; maar geen metaal,</p> -<p class="line">Neen, niet de bijl des beuls heeft half de scherpte</p> -<p class="line">Uws scherpen haats. Geen beê dringt in u -door?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Geen enkle, neen, die uw vernuft kan smeden.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Vervloekt dan, onverbidbre hond! En zij</p> -<p class="line">Gerechtigheid verklaagd, wijl gij nog leeft!</p> -<p class="line">Gij zoudt mij schier in mijn geloof doen -wank’len,</p> -<p class="line">Om mij te scharen bij Pythagoras,</p> -<p class="line">Dat beestenzielen varen in het lichaam</p> -<p class="line">Van menschen; eens bezielde uw hondsche geest</p> -<p class="line">Een wolf; van dien, om menschenmoord gehangen,</p> -<p class="line">Ontvlood, daar aan de galg, de felle ziel,</p> -<p class="line">En voer, toen nog uw ongedoopte moeder</p> -<p class="line">U droeg, in u, in u; want uw begeerten</p> -<p class="line">Zijn wolfsch, bloeddorstig, hongrig en roofgierig.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Tot gij dit zegel wegraast van mijn schuldbrief, -<span class="lineNum">139</span></p> -<p class="line">Bederft ge uw longen maar met dat geschreeuw;</p> -<p class="line">Lap uwen geest wat op, jong mensch; zijn staat</p> -<p class="line">Mocht hoop’loos worden.—’k Sta hier -voor mijn recht.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Bellario’s schrijven hier beveelt aan ’t -hof</p> -<p class="line">Een jongen, zeer geleerden doctor aan;</p> -<p class="line">Waar is hij?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Waar is hij?</span> Heer, hij -wacht nabij deez’ zaal</p> -<p class="line">Uw antwoord, of hij toegelaten wordt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Van heeler hart;—dat drie of vier van u</p> -<p class="line">Hem hoff’lijk de gerechtszaal -binnenleiden.—</p> -<p class="line">Intusschen hoore ’t hof Bellario’s -brief.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Een Klerk</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>leest</i>).</span> „Deze -is dienende om uwe</p> -<p class="line">hoogheid te berichten, dat ik bij de ontvangst</p> -<p class="line">van uw brief zeer ziek ben. Maar juist toen</p> -<p class="line">uw bode aankwam, bracht mij een jong doctor</p> -<p class="line">uit Rome, met name Balthazar, een vriendschappelijk</p> -<p class="line">bezoek; ik heb hem bekend gemaakt</p> -<p class="line">met het geding tusschen den Jood en den</p> -<p class="line">koopman Antonio; wij hebben samen vele -rechtsgeleerde</p> -<p class="line">werken nageslagen; hij is volkomen</p> -<p class="line">met mijn inzichten bekend, die hij, verbeterd</p> -<p class="line">nog door zijn eigen geleerdheid (die zoo groot</p> -<p class="line">is, dat ik haar niet genoeg roemen kan), op</p> -<p class="line">mijn aandringen overbrengt, om uwe hoogheid</p> -<p class="line">in mijne plaats ten dienste te staan. Ik verzoek</p> -<p class="line">u dringend, laat zijn jeugdige leeftijd geen</p> -<p class="line">oorzaak wezen om hem eerbiedige achting te</p> -<p class="line">doen derven, want nooit zag ik een jong -hoofd,<span class="pagenum">[<a id="xd21e6373" href="#xd21e6373" name="xd21e6373">335</a>]</span></p> -<p class="line">zoo grijs in kennis. Ik reken voor hem met</p> -<p class="line">vertrouwen op een gunstige ontvangst bij uwe</p> -<p class="line">hoogheid; uw toetsing zal zijn lof beter -verkondigen,</p> -<p class="line">dan ik het kan doen.”</p> -</div> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="par"></p> -<div class="figure xd21e6383width"><img src="images/p334.jpg" alt="De koopman van Venetië, Vierde Bedrijf, Eerste Tooneel." width="720" height="466"> -<p class="figureHead"><span class="ex">De koopman van -Venetië</span>, Vierde Bedrijf, Eerste Tooneel.</p> -</div> -<p class="par"></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Gij hoort, wat de geleerde man ons schrijft;</p> -<p class="line">En hier, naar ’k denk, verschijnt de jonge -doctor.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Portia</span> <i>komt op, in het -gewaad van een rechtsgeleerde</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="line">Uw hand, Heer;—’t is Bellario, die u -zendt?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Zoo is ’t, doorluchte heer.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Zoo is ’t, doorluchte -heer.</span> Neem plaats, wees welkom!</p> -<p class="line">Is u ’t geding, dat op dit oogenblik</p> -<p class="line">Voor ’t hof hier hangende is, alreeds bekend?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">’k Ben van de zaak volkomen ingelicht.—</p> -<p class="line">Wie is de koopman hier, waar is de jood?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Antonio, oude Shylock, komt naar voren.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Uw naam is Shylock?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Uw naam is Shylock?</span> -Shylock is mijn naam.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Van vreemden aard is de eisch, dien gij hier doet,</p> -<p class="line">Maar in den vorm, zoodat Venetië’s wet</p> -<p class="line">Bij ’t voeren van ’t geding u niet kan -wraken.—</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Antonio</span>.)</span> Gij zijt het, die bedreigd wordt door zijn -eisch? <span class="lineNum">180</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Zooals hij zegt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Zooals hij zegt.</span> En gij -erkent den schuldbrief?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">O ja.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">O ja.</span> Dan moet de jood -genadig zijn.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Gij zegt, ik moet; wat dwingt me? zeg me, wat?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Genade wordt verleend, niet afgedwongen;</p> -<p class="line">Zij drupt, als zachte regen, uit den hemel</p> -<p class="line">Op de aarde neer, en dubblen zegen brengt ze,</p> -<p class="line">Zij zegent hem, die geeft, en die ontvangt;</p> -<p class="line">Ze is ’t machtigste in den machtigste; ze -siert</p> -<p class="line">Den koning op zijn troon meer dan de kroon;</p> -<p class="line">De scepter toon’ zijn wereldlijk gezag,</p> -<p class="line">Zij ’t zinbeeld zijner macht en majesteit,</p> -<p class="line">Wekke eerbied en ontzag voor ’t koningschap,</p> -<p class="line">Maar boven dezen scepter heerscht genade;</p> -<p class="line">Zij heeft haar zetel in der vorsten hart;</p> -<p class="line">Zij is een eigenschap der godheid zelf;</p> -<p class="line">En aardsche macht zweemt meest naar die van God,</p> -<p class="line">Wanneer genade ’t recht doortrekt. Daarom,</p> -<p class="line">Beroept ge u, jood, op ’t recht, bedenk ook -dit,</p> -<p id="kvv.iv.1.199" class="line">Dat, naar gerechtigheid, geen onzer -ooit</p> -<p class="line">Behouden wordt; wij bidden om genade;</p> -<p class="line">En de eigen bede leert ons, zelf aan and’ren</p> -<p class="line">Genade te oef’nen. Hiermee dring ik aan,</p> -<p class="line">Dat gij de strengheid van uw eisch verzacht;</p> -<p class="line">Want, blijft ge er bij, dan moet Venetië’s -hof</p> -<p class="line">Zijn vonnis vellen tegen dezen koopman.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Mijn daden op mijn hoofd; ik eisch de wet,</p> -<p class="line">De boete, de voldoening van mijn schuldbrief.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Is hem ’t betalen van het geld onmooglijk?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">O, neen, hier voor het hof bied ik ’t hem -aan;</p> -<p class="line">Ja tweemaal zelfs; als dit nog niet genoeg is,</p> -<p class="line">Verbind ik mij het tienmaal te betalen,</p> -<p class="line">’k Verpand mijn handen, hoofd en hart er -voor;</p> -<p class="line">Is dit nog niet genoeg, dan blijkt het nu,</p> -<p class="line">Dat boosheid braafheid onderdrukt. En ’k bid -u,</p> -<p class="line">Verbuig voor eens nu ’t recht door uw gezag;</p> -<p class="line">Om waarlijk recht te doen, pleeg luttel onrecht,</p> -<p class="line">En toom dien boozen duivel in zijn vaart.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Dit mag niet zijn. Geen macht kan in Venetië</p> -<p class="line">Een wettig vastgestelde wet verwringen;</p> -<p class="line">’t Wierd aangehaald als voorbeeld voor ’t -vervolg;</p> -<p class="line">En menig misbruik vond, na zulk een voorgang,</p> -<p class="line">Wel ingang in den staat; het mag niet zijn.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Een Daniël, die rechtspreekt! ja, een -Daniël!—</p> -<p class="line">O wijze, jonge rechter, hoe ’k u eer! -<span class="lineNum">224</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Ik bid u, laat mij eens den schuldbrief zien.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Hier is hij, eed’le doctor, zie, hier is hij.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Shylock, men biedt u driemaal thans uw geld.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Een eed, een eed, ik zond een eed ten hemel!</p> -<p class="line">En zou ik meineed laden op mijn ziel?</p> -<p class="line">Voor gansch Venetië niet.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Voor gansch Venetië -niet.</span> Deez’ schuld verviel;</p> -<p class="line">En ’t stuk geeft aan den jood het recht, dat -hij</p> -<p class="line">Een pond mag eischen van des koopmans vleesch,</p> -<p class="line">’t Moet snijden bij ’s mans -hart;—maar wees genadig,</p> -<p class="line">Neem driemaal ’t geld, en laat mij ’t stuk -verscheuren.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Als aan zijn letter is voldaan, eer niet.</p> -<p class="line">Het blijkt, dat gij een waardig rechter zijt;</p> -<p class="line">Gij kent de wet, en uw betoog was juist</p> -<p class="line">En bondig; ik bezweer u bij de wet,</p> -<p class="line">Waarvan ge een hechte steunpilaar u toont,</p> -<p class="line">Sla ’t vonnis nu; ik zweer toch bij mijn -ziel,</p> -<p class="line">Geen menschentong heeft in het minst de macht</p> -<p class="line">Mij te verand’ren; ’k sta hier op mijn -schuldbrief.</p> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e6652" href="#xd21e6652" name="xd21e6652">336</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Van ganscher harte smeek ik ’t edel hof</p> -<p class="line">Om uitspraak in mijn zaak.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Om uitspraak in mijn -zaak.</span> Welnu, die luidt:</p> -<p class="line">Houd uwen boezem voor zijn mes bereid.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">O, edel rechter, wakker jongeling!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p id="kvv.iv.1.247" class="line">De wet is duid’lijk; zin en -woorden slaan</p> -<p class="line">Volkomen op de thans vervallen boete,</p> -<p class="line">Die in dit stuk verschuldigd wordt erkend.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Volkomen waar; o, wijs en eerlijk rechter!</p> -<p class="line">O, hoeveel ouder zijt ge dan gij schijnt!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Ontbloot alzoo uw boezem.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Ontbloot alzoo uw -boezem.</span> Ja, zijn borst;</p> -<p class="line">Zoo zegt mijn stuk;—niet waar, hoogedel -rechter?—</p> -<p class="line">Het naast aan ’t hart;—staat het niet -woord’lijk zoo?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Zoo is ’t. Hebt gij een weegschaal hier, om -’t vleesch</p> -<p class="line">Te wegen?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">’k Heb ze bij de hand.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Zorg voor een wondarts, Shylock, op uw kosten,</p> -<p class="line">Die hem verbind’, want anders bloedt hij -dood.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Is dat zoo voorgeschreven in den schuldbrief? -<span class="lineNum">259</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Het staat er niet uitdrukk’lijk, maar wat doet -dit?</p> -<p class="line">’t Waar’ goed, dat gij uit menschlijkheid -het deedt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Ik kan ’t niet vinden, ’t staat niet in den -schuldbrief.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Gij koopman, hebt gij ook nog iets te zeggen?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Slechts luttel; ’k ben bereid en -welgewapend!—</p> -<p class="line">Geef mij de hand, Bassanio, vaar gij wel!</p> -<p class="line">Het grieve u niet, dat dit voor u mij treft;</p> -<p class="line">Want hierin toont zich ’t Noodlot goediger,</p> -<p class="line">Dan ’t anders pleegt te doen. Hoe vaak toch laat -het</p> -<p class="line">Den bankroetier zijn schatten overleven,</p> -<p class="line">Om met gerimpeld voorhoofd, holstaand oog</p> -<p class="line">Een ouden dag van armoede af te wachten;</p> -<p class="line">Het spaart mij ’t slepend leed van zulke -ellend!</p> -<p class="line">Breng aan uw eedle ga mijn groeten over,</p> -<p class="line">Meld haar de toedracht van Antonio’s sterven,</p> -<p class="line">Hoe ik u liefhad, roem den doode na,</p> -<p class="line">En is ’t verhaal gedaan, laat haar beslissen,</p> -<p class="line">Of niet Bassanio eens een vriend bezat.</p> -<p class="line">Treurt gij slechts niet, dat gij een vriend -verliest,</p> -<p class="line">Dan treurt hij niet, dat hij uw schuld betaalt;</p> -<p class="line">Want maakt de jood zijn snede diep genoeg,</p> -<p class="line">Dan kwijt ik haar in eens met heel mijn hart.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Antonio, vriend, ik heb een vrouw gehuwd,</p> -<p class="line">Die mij zoo dierbaar is als ’t leven zelf;</p> -<p class="line">Maar ’t leven zelf, mijn vrouw, de gansche -wereld,</p> -<p class="line">Zij gelden mij niet hooger dan uw leven;</p> -<p class="line">’k Gaf alles prijs, dit alles offerde ik</p> -<p class="line">Dien duivel daar, om u van hem te ontslaan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Uw vrouw betuigde u zeker luttel danks,</p> -<p class="line">Was zij hierbij en hoorde ze uw betuiging.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Ik heb een vrouw, die ’k min, ik zweer ’t; -maar ’k wenschte</p> -<p class="line">Haar in den hemel, kon ze daar een macht</p> -<p class="line">Verbidden, die dien hondschen jood verkneedde.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">’t Is goed, dat gij dit in haar afzijn zegt:</p> -<p class="line">Uw wensch kon licht den vreê van ’t huis -verstoren.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Zoo zijn -de christenmannen;—’k heb een dochter,</p> -<p class="line">Maar had ze wien ook van Barabbas’ stam</p> -<p class="line">Tot man genomen, eer nog dan een christen!—</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>Luid.</i>)</span> De tijd -verloopt; ik bid u, kom tot de uitspraak. <span class="lineNum">298</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Een pond van dezes koopmans vleesch is u;</p> -<p class="line">Het hof erkent dit, en de wet verleent het.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">O hoogst rechtvaardig rechter!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Gij moet dit vleesch hem snijden van de borst;</p> -<p class="line">De wet erkent dit, en het hof verleent het.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Hoogstwijze rechter!—’t Is beslist, bereid -u!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Een oogenblik nog;—neem ook dit in -acht:—</p> -<p class="line">De schuldbrief hier geeft u geen druppel bloeds;</p> -<p class="line">De woorden zijn uitdrukk’lijk: een pond -vleesch.</p> -<p class="line">Neem dus uw schuldbrief, neem gij uw pond vleesch;</p> -<p class="line">Maar zoo, bij ’t snijden, gij een drup -vergiet,</p> -<p class="line">Een enklen druppel christenbloed, dan vallen</p> -<p class="line">Uw land en goedren, naar Venetië’s wet,</p> -<p class="line">Den staat Venetië toe.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">O, eerlijk rechter! jood; een wijze rechter!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Is dat de wet?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Is dat de wet?</span> Gij zult -de keur zelf zien;</p> -<p class="line">Gij eischtet recht, en, wees verzekerd, recht</p> -<p class="line">Zal u geworden, meer dan gij verlangt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">O wijze rechter! jood; een wijze rechter!</p> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e6916" href="#xd21e6916" name="xd21e6916">337</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">’k Neem ’t aanbod aan;—betaal -driemaal de schuld,</p> -<p class="line">En dat de christen ga.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">En dat de christen ga.</span> -Hier is het geld.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Bedaar! Den jood</p> -<p class="line">Zal al zijn recht geworden!—neen, geen haast!</p> -<p class="line">De boete zal hij hebben en niets meer.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">O, jood, een eerlijk rechter! een wijs rechter!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Daarom, maak u gereed het vleesch te snijden.</p> -<p class="line">Maar stort geen bloed; en snijd niet min of meer</p> -<p class="line">Dan juist een pond; want neemt ge meer of minder</p> -<p class="line">Dan juist een pond;—al waar’ ’t ook -maar zooveel,</p> -<p class="line">Dat het gewicht te licht wordt of te zwaar,</p> -<p class="line">Een onderdeel zelfs van een twintigste</p> -<p class="line">Van éénen scrupel;—slaat de -weegschaal door,</p> -<p class="line">Ja, waar’ ’t ook slechts de breedte van een -haar,—</p> -<p class="line">Dan sterft ge, en al uw goedren zijn verbeurd.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Een tweede Daniël! ja, een Daniël, jood!</p> -<p class="line">Nu, ongedoopte hond, nu hebben we u.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Wat draalt de jood nog? Neem, wat u verviel. -<span class="lineNum">335</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Geef mij mijn hoofdsom slechts, en laat mij gaan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Ik heb het geld voor u gereed; hier is ’t.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Hij heeft het openlijk voor ’t hof versmaad;</p> -<p class="line">Zijn recht slechts zal hij hebben en zijn -schuldbrief.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Een Daniël, zeg ik weer, een tweede -Daniël!—</p> -<p class="line">Ik dank u, jood, voor ’t leeren van dat -woord.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Krijg ik dan nu niet eens mijn hoofdsom weer?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Niets krijgt ge, niets, dan de vervallen boete;</p> -<p class="line">Die moogt ge op lijfsgevaar nu innen, jood.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Dan doe de duivel hem er wel bij varen!</p> -<p class="line">Ik laat me er langer niet mee in.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Ik laat me er langer niet mee -in.</span> Blijf, jood;</p> -<p class="line">Het recht heeft nog iets anders van u te eischen.</p> -<p class="line">De wetten van Venetië stellen vast:—</p> -<p class="line">Als van een vreemdling te bewijzen is,</p> -<p class="line">Dat hij, ’t zij rechtstreeks, ’t zij op -slinksche wijs,</p> -<p class="line">Een burger naar het leven heeft gestaan,</p> -<p class="line">Dan naast de burger, wiens verderf hij zocht,</p> -<p class="line">De helft van al zijn goedren; de andre helft</p> -<p class="line">Valt aan de schatkist van den staat ten deel;</p> -<p class="line">En ’t leven van den schuldige berust</p> -<p class="line">In ’s dogen hand, die niemands stem behoeft.</p> -<p class="line">Deze uitspraak, zeg ik, past geheel op u:</p> -<p class="line">’t Is uit uw handling hier voor ’t hof -gebleken,</p> -<p class="line">Dat gij èn rechtstreeks èn op slinksche -wijs</p> -<p class="line">Met overleg het leven hebt bedreigd</p> -<p class="line">Van den verweerder; en de strafbedreiging,</p> -<p class="line">Zoo even aangehaald, is hier van kracht.</p> -<p class="line">Dus kniel, en smeek genade van den doge.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Smeek om verlof, dat gij uzelf verhangt;</p> -<p class="line">Want, daar gij al uw goed’ren hebt verbeurd,</p> -<p class="line">Bleef u de waarde zelfs niet van den strik,</p> -<p class="line">En moet de staat dat hangen nog betalen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Opdat ge in ons een andren geest erkent,</p> -<p class="line">Schenk ik u ’t leven, eer gij er om bidt;</p> -<p class="line">Uw halve have is voor Antonio,</p> -<p class="line">En de andre helft is aan den staat vervallen,</p> -<p class="line">Maar deemoed kan dit mindren tot een boete.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Ja, voor den staat, niet voor Antonio.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Neen, neem mij ’t leven ook, schenk dat mij -niet;</p> -<p class="line">Gij neemt mijn huis, als gij den steun mij neemt,</p> -<p class="line">Waar heel mijn huis op rust; gij neemt mijn leven,</p> -<p class="line">Als gij de midd’len neemt, waar ik door leef.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">En wat kan ùw genade zijn, Antonio?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Een strop voor niet; niets meer, om Gods wil, niets. -<span class="lineNum">379</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Behaagt het aan uw hoogheid en aan ’t hof,</p> -<p class="line">Die straf van de eene helft hem kwijt te schelden,</p> -<p class="line">Dan is ’t mij goed, mits hij mij de andre -helft</p> -<p class="line">In bruikleen geven wil,—om na zijn dood</p> -<p class="line">Die weder af te staan aan de’ edelman,</p> -<p class="line">Die onlangs hem zijn dochter heeft geschaakt;</p> -<p class="line">En nog twee eischen: dat, voor deze gunst,</p> -<p class="line">Hij van dit oogenblik een christen worde,</p> -<p class="line">Ten andre, dat hij, hier nu, voor het hof,</p> -<p class="line">Al wat hij bij zijn dood bezitten zal,</p> -<p class="line">Zijn zoon Lorenzo en zijn dochter schenke.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Dit zal hij doen, of anders trek ik in</p> -<p class="line">Wat ik reeds van genade heb gerept.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Zijt gij tevreden, jood? wat is uw antwoord?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Ik ben tevreden.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Ik ben tevreden.</span> -Schrijver, stel een schenking.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Shylock.</p> -<p class="line">Ik bid u, sta mij toe van hier te gaan;</p> -<p class="line">Ik ben niet wel; zend mij de schenking na;</p> -<p class="line">Ik zal ze teek’nen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Ik zal ze -teek’nen.</span> Ga dan heen, maar teeken.</p> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e7177" href="#xd21e7177" name="xd21e7177">338</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Twee peten zult ge hebben bij uw doop;</p> -<p id="kvv.iv.1.399" class="line">Ware ik uw rechter, tien hadt gij er -meer,</p> -<p class="line">Om u ter galg te leiden, niet ter doopvont.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Shylock</span> -<i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Ik bid u, heer, gebruik het maal bij mij.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Verschoon me, ik zeg uw hoogheid need’rig -dank;</p> -<p class="line">Ik moet deze’ avond nog in Padua zijn,</p> -<p class="line">En ’t beste is dus, onmidd’lijk af te -reizen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Doge.</p> -<p class="line">Het spijt me, dat uw tijd het niet gehengt.—</p> -<p class="line">Antonio, toon u aan den doctor dankbaar,</p> -<p class="line">Want, naar mij dunkt, zijt gij hem veel verplicht.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>De Doge, Senatoren en Gevolg -af.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Hoogedel heer, mijn vriend en ik, wij zijn</p> -<p class="line">Door uwe wijsheid heden vrijgesproken</p> -<p class="line">Van zware boete; en gaarne bieden we u,</p> -<p class="line">Wat aan den jood verschuldigd was, drieduizend</p> -<p class="line">Dukaten, voor uw edel hulpbetoon. <span class="lineNum">412</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">En blijven, als uw schuld’naars, bovendien</p> -<p class="line">Tot liefde en weêrdienst eeuwig u verplicht.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Die weltevreden is, is welbetaald;</p> -<p class="line">Ik ben tevreden, dat ik u bevrijdde,</p> -<p class="line">En reken daardoor reeds mij welbetaald;</p> -<p class="line">Naar grooter loon heb ik nog nooit gestreefd.</p> -<p class="line">Eén bede: ken me, als gij mij weer ontmoet;</p> -<p class="line">Ik wensch u heil, en hiermeê neem ik -afscheid.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Zoo laten we u niet los, mijn waarde heer;</p> -<p class="line">Neem een gedacht’nis aan, maar als geschenk,</p> -<p class="line">En niet als loon; twee gunsten vraag ik u:</p> -<p class="line">Sla dit niet af, en duid mijn drang niet euvel.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Gij dringt mij sterk, en daarom geef ik toe.</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Antonio</span>.)</span> Uw handschoen dan; ik draag ze u ter -gedacht’nis;</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Bassanio</span>.)</span> En daar gij ’t wenscht, neem ik -deez’ ring van u;—</p> -<p class="line">Trek niet de hand terug; ik wil niet meer;</p> -<p class="line">En uwe vriendschap mag mij dit niet weig’ren.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Die ring, mijn heer,—ach, zulk een -kleinigheid;</p> -<p class="line">Ik zou mij schamen, u dien aan te bieden.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Ik wil niet anders hebben dan dien ring</p> -<p class="line">Hoe ’t komt, ik weet niet, maar ik hecht er -aan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">’t Is om de waarde niet, <span class="corr" id="xd21e7321" title="Niet in bron">’</span>t is om den ring;</p> -<p class="line">Den kostbaarste’ in Venetië geef ik u,</p> -<p class="line">Dien openbare navraag vinden laat;</p> -<p class="line">Slechts deze’ alleen, ik bid u, vraag dien -niet.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Gij biedt, dit zie ik, onbekrompen aan;</p> -<p class="line">Eerst leerdet gij mij beed’len, en nu, dunkt -me,</p> -<p class="line">Nu leer ik, hoe men beedlaars antwoord geeft.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Deez’ ring gaf, waarde heer, mijn vrouw me, en -vroeg</p> -<p class="line">Bij ’t aandoen mij een eed, dat ik hem nooit</p> -<p class="line">Verkoopen zou, verliezen, weg zou schenken.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Met zulk een uitvlucht spaart men meen’ge -gave.</p> -<p class="line">Maar is uw vrouw geen dwaze vrouw, en weet ze,</p> -<p class="line">Hoe ik dien ring verdiende, wis, zij zal</p> -<p class="line">Niet eeuwig toornig blijven, dat ge aan mij</p> -<p class="line">Hem weggaaft.—Nu, het zij zoo; ’t ga u -wel.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Portia</span> <i>en</i> -<span class="sc">Nerissa</span> <i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Bassanio, vriend, sta hem den ring toch af; -<span class="lineNum">449</span></p> -<p class="line">Dat zijn verdiensten en mijn vriendschap saam</p> -<p class="line">Hier gelden tegen wat uw vrouw gebood.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Gratiano, haast u, haal hem in, en geef</p> -<p class="line">Den ring hem nog; en breng hem, zoo ge kunt,</p> -<p class="line">Zelf bij ons, in Antonio’s huis;—maak -spoed!</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Gratiano</span> -<i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="line">Kom, gij en ik, wij gaan daar daad’lijk heen,</p> -<p class="line">En morgen in de vroegte vliegen wij</p> -<p class="line">Naar Belmont samen. Kom, Antonio.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Bassanio</span> <i>en</i> -<span class="sc">Antonio</span> <i>af</i>.)</p> -</div> -</div> -<div id="kvv.iv.2" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Tweede Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Aldaar.</span> <i>Een straat.</i></p> -<p class="stage"><span class="sc">Portia</span> <i>en</i> <span class="sc">Nerissa</span> <i>komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Vraag naar de woning van den jood en laat</p> -<p class="line">Dit stuk hem teek’nen. Nog van avond gaan -wij;</p> -<p class="line">Zoo zijn we een dag voor onze mannen thuis.</p> -<p class="line">Dit stuk zal aan Lorenzo welkom zijn.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Gratiano</span> <i>komt op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Goed, dat ik u nog inhaal, waarde heer!</p> -<p class="line">Bassanio, die tot beter inzicht kwam,</p> -<p class="line">Zendt U deez’ ring door mij en noodigt u</p> -<p class="line">Van middag tot het maal.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Van middag tot het maal.</span> -Dit kan niet zijn,</p> -<p class="line">Maar hartlijk dank ik hem voor dezen ring;<span class="pagenum">[<a id="xd21e7483" href="#xd21e7483" name="xd21e7483">339</a>]</span></p> -<p class="line">En ’k bid u, zeg hem dit. Wees ook zoo goed</p> -<p class="line">Mijn klerk den weg naar Shylocks huis te wijzen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Met veel genoegen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>tot</i> <span class="sc">Portia</span>, <i>luid</i>).</span> Heer, een woord met -u;—</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>Zacht.</i>)</span> ’k Wil -zien, den ring te krijgen van mijn man,</p> -<p class="line">Dien ik hem zweren deed nooit weg te schenken!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Dat kunt gij wis; dat zal een zweren zijn,</p> -<p class="line">Dat zij aan mannen slechts hun ringen schonken;</p> -<p class="line">Doch we òverkraaien, òverzweren -hen.—</p> -<p class="line">Maar ga, maak haast; gij weet, waar ik u wacht.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">Kom, waarde heer, wilt gij zijn huis mij wijzen?</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div id="kvv.v" class="div1 act"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">Vijfde Bedrijf.</h2> -<div id="kvv.v.1" class="div2 scene"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h3 class="main">Eerste Tooneel.</h3> -<p class="stage"><span class="ex">Belmont.</span> <i>Een park voor</i> -<span class="sc">Portia’s</span> <i>woning</i>.</p> -<p class="stage"><span class="sc">Lorenzo</span> <i>en</i> <span class="sc">Jessica</span> <i>komen op</i>.</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p id="kvv.v.1.1" class="line">’t Is heldre maan; in zulk een -nacht als deze,</p> -<p class="line">Toen zachte lucht de boomen vriendlijk kuste</p> -<p class="line">En nauwlijks ruischen deed,—in zulk een -nacht,</p> -<p class="line">Naar ’k denk, steeg Troilus op Troja’s -wal</p> -<p class="line">En zond zijn ziel haar zuchten naar de tenten</p> -<p class="line">Der Grieken heen, waar ook zijn Cressida</p> -<p class="line">Die nacht te sluim’ren lag.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Die nacht te sluim’ren -lag.</span> In zulk een nacht</p> -<p class="line">Sloop Thisbe, schuchter tripp’lend, op den -dauw,</p> -<p class="line">En zag geen leeuw nog, maar alleen zijn schim,</p> -<p class="line">En nam vol angst de vlucht.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">En nam vol angst de -vlucht.</span> In zulk een nacht</p> -<p class="line">Stond Dido, in haar hand een wilgetak,</p> -<p class="line">Op ’t woeste zeestrand, om haar lief te -wenken,</p> -<p class="line">Weêr naar Carthago’s kust.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Weêr naar -Carthago’s kust.</span> In zulk een nacht</p> -<p class="line">Las zich Medea tooverkruid en maakte</p> -<p class="line">Den ouden Æson jong.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Den ouden Æson -jong.</span> In zulk een nacht</p> -<p class="line">Verloor de rijke jood zijn Jessica,</p> -<p class="line">Die uit Venetië met een spilziek lief</p> -<p class="line">En heel naar Belmont vlood. <span class="lineNum">17</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">En heel naar Belmont -vlood.</span> In zulk een nacht</p> -<p class="line">Zwoer haar Lorenzo, dat hij teêr haar minde,</p> -<p class="line">En stal met meen’gen eed van trouw haar hart,</p> -<p class="line">Doch alle waren valsch.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Doch alle waren valsch.</span> -In zulk een nacht</p> -<p class="line">Bekladde Jessica, die kleine feeks,</p> -<p class="line">Haar zoetelief, maar hij vergaf het haar.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Ik zou u óver-nachten, kwam er niemand;</p> -<p class="line">Maar luister, ’k hoor den stap daar van een -man.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Stefano</span> <i>komt op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Wie komt zoo haastig in de stille nacht?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Stefano.</p> -<p class="line">Goed volk.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Goed volk? wat volk? Zeg mij uw naam, goed volk!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Stefano.</p> -<p class="line">Mijn naam is Stefano; ik breng bericht,</p> -<p class="line">Dat de eedle vrouw voor de’ aanvang van den -dag</p> -<p class="line">Te Belmont zijn zal; ze is nog op haar tocht</p> -<p class="line">Langs heiligbeelden, waar ze knielt en bidt</p> -<p class="line">Om zegen op haar echt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Om zegen op haar echt.</span> -En wie verzelt haar?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Stefano.</p> -<p class="line">Een heil’ge kluiz’naar en haar -kamerjuffer.</p> -<p class="line">Maar zeg me, is de eedle heer nog niet terug?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Nog niet; we ontvingen zelfs nog geen -bericht.—</p> -<p class="line">Maar laat ons, Jessica, naar binnen gaan</p> -<p class="line">En zorgen, dat de meesteres van ’t huis</p> -<p class="line">Nu met een plechtig welkom zij begroet. <span class="lineNum">38</span></p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Lancelot</span> <i>komt op</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Hola, hola, ho, heila, hola, ho!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="par">Wie roept daar?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Hola! hebt gij den heer Lorenzo en mevrouw Lorenzo ook -gezien? Hola! hola!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="par">Houd op met uw hola, man; hier.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Hola! waar? waar?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="par">Hier.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lancelot.</p> -<p class="par">Zeg hem, dat er een postiljon is gekomen, die zijn -<span class="corr" id="xd21e7766" title="Bron: horen">hoorn</span> vol -goed nieuws heeft; mijn meester zal nog voor zonsopgang hier zijn.</p> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Lancelot</span> -<i>af</i>.)</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Kom, liefste, binnen dan hun komst verbeid!</p> -<p class="line">Of neen, waartoe naar binnen? ’t Is niet -noodig,</p> -<p class="line">Vriend Stefano, ik bid u, meld aan allen</p> -<p class="line">In huis, dat de eedle vrouw in aantocht is,</p> -<p class="line">En breng de muzikanten mee naar buiten.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<span class="sc">Stefano</span> -<i>af</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="line">Wat slaapt het maanlicht lieflijk op dien -heuvel!<span class="pagenum">[<a id="xd21e7802" href="#xd21e7802" name="xd21e7802">340</a>]</span></p> -<p class="line">Hier zetten we ons, hier drinke ons oor de tonen</p> -<p class="line">Der hemelsche muziek; de vreê der nacht</p> -<p class="line">Stemt met den klank van zoete harmonie.</p> -<p class="line">Kom, Jessica; zie, is het hemelwelf</p> -<p class="line">Niet ingelegd met schijfjes schitt’rend goud?</p> -<p class="line">Geen licht, hoe klein, dat ge daarboven ziet,</p> -<p class="line">Dat op zijn baan niet als een engel zingt,</p> -<p class="line">Bij ’t koor der Cherubim met kinderoogen.</p> -<p class="line">Gelijke harmonie is in de zielen</p> -<p class="line">Der menschen, maar zoolang ’t verganklijk -kleed</p> -<p class="line">Onsterflijkheid omhult, is ze ons onhoorbaar.</p> -</div> -<p class="stage">(<i>De Muzikanten komen op.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="line">Weest welkom, wekt Diana met een lied;</p> -<p class="line">Dringt met uw klanken door tot uw gebiedster,</p> -<p class="line">En toovert, lieflijk streelend, haar naar huis.</p> -</div> -<p class="stage">(<i>Muziek.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Jessica.</p> -<p class="line">Ik ben bij lieflijke muziek nooit lustig.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Dit komt, omdat uw geest haar luistrend volgt;</p> -<p class="line">Want zie maar eens een wilde, dartle kudde,</p> -<p class="line">Of troepje veulens, jong en ongetemd;</p> -<p class="line">Zij springen dol, zij loeien, brieschen luid,</p> -<p class="line">Want dat is de aard en de eisch van ’t warme -bloed; <span class="lineNum">74</span></p> -<p class="line">Maar nauwlijks hooren ze een trompet, die schalt,</p> -<p class="line">Of treft het ruischen van muziek hun oor,</p> -<p class="line">Gij ziet hen plotsling, luistrend, stil bijeen;</p> -<p class="line">De macht der tonen dwingt dat vlammend oog</p> -<p class="line">Tot kalmen blik. Van daar ’t verhaal des -dichters,</p> -<p class="line">Dat Orpheus boomen, rotsen, stroomen boeide,</p> -<p class="line">Daar niets zoo stug, zoo hard, zoo woedend is,</p> -<p class="line">Dat niet muziek het voor een tijd verandert.</p> -<p class="line">Heeft iemand in zichzelven geen muziek,</p> -<p class="line">Roert hem de meng’ling niet van zoete tonen,</p> -<p class="line">Die man deugt tot verraad, tot list en roof,</p> -<p class="line">’t Is duister in zijn geest als middernacht,</p> -<p class="line">In zijn gemoed zoo zwart als ’t rijk der -schimmen;—</p> -<p class="line">Vertrouw hem nooit!—O, hoor eens die muziek!</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Portia</span> <i>en</i> <span class="sc">Nerissa</span> <i>komen op, nog op een afstand</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Dat licht daar, dat wij zien, brandt in de zaal;</p> -<p class="line">Hoe verre licht die kleine kaars! zoo straalt</p> -<p class="line">Een goede daad in deze booze wereld.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">Bij ’t maanlicht zagen wij dat kaarslicht -niet.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Zoo doet een grooter glans een mind’ren -tanen;</p> -<p class="line">Een plaatsvervanger straalt gelijk een vorst,</p> -<p class="line">Totdat de vorst verschijnt, en dan vervloeit</p> -<p class="line">Zijn praal, zooals een beekje van het land</p> -<p class="line">In ’t groote bed der waat’ren. Hoor, -muziek!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">’t Is de muziek, mejonkvrouw, van uw huis.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Niets is er goed, naar ’k zie, dan op zijn -tijd;</p> -<p class="line">Mij dunkt, ze klinkt veel schooner dan bij dag.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">De stilte schenkt haar die bekoorlijkheid.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">De leeuwrik zingt niet schooner dan de kraai,</p> -<p class="line">Dan voor een luistrend oor; en ’k denk, dat -zelfs</p> -<p class="line">De nachtegaal, zong die bij dag zijn lied,</p> -<p class="line">Als alle ganzen snaat’ren, naar de schatting</p> -<p class="line">Geen beter zanger dan de musch zou zijn.</p> -<p class="line">Hoe menig ding wordt op zijn tijd alleen</p> -<p class="line">Naar waarde en naar volkomenheid geschat!—</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>Tot de Muzikanten.</i>)</span> -Nu stil! De maan rust bij Endymion</p> -<p class="line">En sluimere ongestoord!</p> -</div> -<p class="stage">(<i>De muziek houdt op.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">En sluimere ongestoord!</span> -Dit is de stem,</p> -<p class="line">Of ik bedrieg mij zeer, van Portia. <span class="lineNum">111</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Hij kent mij, als een blindeman den koekoek,</p> -<p class="line">Aan ’t leelijk roepen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Aan ’t leelijk -roepen.</span> Welkom, waarde jonkvrouw!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Wij baden voor het heil van onze mannen,</p> -<p class="line">Dat, hoop ik, is vermeerderd door ons doen.</p> -<p class="line">Zijn ze al terug?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Zijn ze al terug?</span> Tot nu -toe niet, mejonkvrouw;</p> -<p class="line">Maar wel kwam hun alreeds een boô vooruit</p> -<p class="line">Om aan te melden.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Om aan te melden.</span> Ga in -huis, Nerissa.</p> -<p class="line">En geef aan mijn bedienden last, dat ieder</p> -<p class="line">Zich houde, als waren we altijd thuis -geweest;—</p> -<p class="line">Ook gij, Lorenzo;—Jessica, ook gij.</p> -</div> -<p class="stage">(<i>Horengeschal.</i>)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Daar komt uw echtgenoot; het is zijn horen;</p> -<p class="line">Wij klappen niet, mejonkvrouw, wees gerust.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Deez’ nacht is, dunkt me, slechts een kwijnend -daglicht;</p> -<p class="line">Zij ziet wat bleeker, maar het is nu dag,</p> -<p class="line">Zooals de dag is bij beloken zon.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Bassanio</span>, <span class="sc">Antonio</span> <i>en</i> <span class="sc">Gratiano</span> <i>komen -op, met Gevolg</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Verscheent gij steeds, als ons de zon verlaat,</p> -<p class="line">Dan hadden wij met de Antipoden dag.</p> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e8079" href="#xd21e8079" name="xd21e8079">341</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Geve ik u licht, ik zij niet licht van zin;</p> -<p class="line">Die lichtheid maakt een man licht zwaar te moede;</p> -<p class="line">En nimmer zij Bassanio dat door mij;</p> -<p class="line">Verhoede ’t God!—Wees welkom thuis, mijn -gade!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Ik dank u, lieve;—o, heet mijn vriend hier -welkom!—</p> -<p class="line">Dit is Antonio, die voor heel mijn leven</p> -<p class="line">Onlosbaar mij aan zich verbonden heeft.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Tot elken dank moogt ge u verbonden reek’nen,</p> -<p class="line">Want zwaar verbond hij zich, zoo ’k hoor, voor -u.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Niet zoo, of hij en ik zijn thans weer vrij.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Heer, gij zijt hartlijk welkom in ons huis;</p> -<p class="line">Maar ’t moet zich anders toonen dan in -woorden,</p> -<p class="line">En ’k spaar dus hoff’lijkheid van louter -lucht.</p> -</div> -<p class="stage">(<span class="sc">Gratiano</span> <i>en</i> -<span class="sc">Nerissa</span> <i>zijn middelerwijl in -woordenwisseling geraakt</i>.)</p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Ik zweer u bij de maan daar, dat ge dwaalt;</p> -<p class="line">Ik gaf hem, waarlijk aan des doctors klerk;</p> -<p class="line">En ’k woû, dat hij tot niets werd, die hem -heeft,</p> -<p class="line">Daar ’t u, melieve, zoo ter harte gaat.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Wat! reeds een twist? eilieve, zeg waarom? <span class="lineNum">146</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">’t Is om een strookje gouds, een kleinen -ring,</p> -<p class="line">Dien zij mij gaf; met alledaagsche spreuk,</p> -<p class="line">Zoo van die messenmakerspoëzie</p> -<p class="line">Op klingen: „wees mij trouw, begeef mij -niet.”</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">Wat praat ge van de spreuk of van de waarde?</p> -<p class="line">Gij zwoert me, toen ik hem u gaf, dat gij</p> -<p class="line">Hem dragen zoudt tot in uw stervensuur,</p> -<p class="line">En dat hij met u rusten zou in ’t graf;</p> -<p class="line">Gij moest hem reeds, om al uw schriklijke eeden,</p> -<p class="line">Zoo niet om mij, vereeren en bewaren.</p> -<p class="line">Des doctors klerk!—God weet, nooit krijgt die -klerk,</p> -<p class="line">Wien gij hem afstondt, haar op zijn gezicht.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Ja toch, als hij maar leeft, tot hij een man is.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">Ja, als een vrouw maar leeft, tot zij een man is.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Zoo waar ik leef, ik gaf hem aan een -jonkman,—</p> -<p class="line">Een jongen nog, een kriel, een kleinen dreumes,</p> -<p class="line">Niet grooter dan gijzelf, des rechters klerk,</p> -<p class="line">Een snappend kind; die vroeg hem als een fooi;</p> -<p class="line">Het ging me aan ’t hart, maar ’t was hem -niet te weig’ren.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Ronduit gezegd, het was verkeerd, lichtzinnig,</p> -<p class="line">Die eerste liefdegift zoo weg te werpen,</p> -<p class="line">Die gij met eeden aan uw vinger staakt,</p> -<p class="line">Als pand van trouw er aan had vastgeklonken.</p> -<p class="line">Ik gaf mijn liefste een ring en deed hem zweren,</p> -<p class="line">Nooit zou hij er van scheiden; zie, daar staat hij,</p> -<p class="line">En ’k zweer voor hem, dat hij hem nimmer -afstaat,</p> -<p class="line">Nooit van den vinger neemt, neen, voor de schatten</p> -<p class="line">Der gansche wereld niet. Voorwaar, Gratiano,</p> -<p class="line">’t Is liefdloos zoo uw vrouw te grieven; ja,</p> -<p class="line">Gebeurde ’t mij, ik ergerde mij dood.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>ter zijde</i>).</span> Liefst -kapte ik mij de hand, en zwoer, dat ik</p> -<p class="line">Den ring verloor, terwijl ik er voor streed.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Bassanio stond zijn ring den rechter af,</p> -<p class="line">Die dringend er om vroeg, en waarlijk dubbel</p> -<p class="line">Verdiend had, en toen vroeg de klerk, dat jongske,</p> -<p class="line">Dat druk genoeg geschreven had, den mijnen;</p> -<p class="line">En heer en dienaar wilden maar niets anders</p> -<p class="line">Dan die twee ringen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Dan die twee ringen.</span> -Welken ring stondt ge af,</p> -<p class="line">Mijn gâ? Toch niet, naar ’k hoop, dien ik u -gaf?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Kon ik een leugen voegen bij ’t vergrijp,</p> -<p class="line">Ik zou ontkennen; maar gij ziet, ik heb</p> -<p class="line">Geen ring meer aan mijn vinger, hij is weg. -<span class="lineNum">188</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">En evenzoo ontvlood de trouw uw hart.</p> -<p class="line">Bij God, wij zijn gescheiden, tot gij mij</p> -<p class="line">Den ring weer toont.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Den ring weer toont.</span> Wij -evenzeer, tot ik</p> -<p class="line">Den mijnen weerzie.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Den mijnen weerzie.</span> -Dierbre Portia,</p> -<p class="line">Indien gij wist, aan wien ik gaf den ring,</p> -<p class="line">Indien gij wist, voor wien ik gaf den ring,</p> -<p class="line">Erkennen woudt, waarvoor ik gaf den ring,</p> -<p class="line">En hoe ongaarne ik afstond dezen ring,</p> -<p class="line">Daar niets werd aangenomen dan de ring,</p> -<p class="line">Uw gramschap en uw strengheid wierd verzacht.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Hadt gij erkend de kracht van dezen ring,</p> -<p class="line">Slechts half geschat de geefster van den ring,</p> -<p class="line">Erkend, hoe zelfs uw eer hing aan den ring,</p> -<p class="line">Gij hadt niet kunnen scheiden van den ring.</p> -<p class="line">Wat man had zoo onreedlijk kunnen zijn,—</p> -<p class="line">Hadt gij uw ring met eenig vuur verdedigd,—</p> -<p class="line">Zoo onbescheiden, op iets aan te dringen,</p> -<p class="line">Door u als plechtig onderpand geschat?</p> -<p class="line">Nerissa toont mij, wat ik moet gelooven;</p> -<p class="line">Ik sterf er op, een vrouw verkreeg den ring.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Neen, op mijn eer, neen, bij mijn zaligheid,</p> -<p class="line">Geen vrouw verkreeg hem, maar een waardig -man,<span class="pagenum">[<a id="xd21e8342" href="#xd21e8342" name="xd21e8342">342</a>]</span></p> -<p class="line">Een doctor, die den ring vroeg, en drieduizend</p> -<p class="line">Dukaten afsloeg; ’k heb den ring geweigerd,</p> -<p class="line">En liet hem ontevreden gaan; en toch,</p> -<p class="line">Hij was het, die mijn dierbren vriend het leven</p> -<p class="line">Gered had. Zeg, wat kon ik doen, geliefde?</p> -<p class="line">Ik was genoopt den ring hem na te zenden;</p> -<p class="line">De plicht der hoff’lijkheid drong mij tot -schaamte;</p> -<p class="line">Mijn eer verbood, dat grove ondankbaarheid</p> -<p class="line">Haar zoo besmette. Schenk vergiff’nis, beste!</p> -<p id="kvv.v.1.220" class="line">Gij hadt,—ik zweer ’t u -bij die heil’ge vonken!—</p> -<p class="line">Waart gij er bij geweest, mij zelf gevraagd,</p> -<p class="line">Mijn ring aan de’ eedlen doctor af te staan.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Dat toch die doctor nooit mijn huis betrede!</p> -<p class="line">Daar hij het mij zoo lief juweel verkreeg,</p> -<p class="line">Dat gij mij zwoert voor mij steeds te bewaren,</p> -<p class="line">Zoo wil ik niet in gulheid achterstaan,</p> -<p class="line">En niets hem weig’ren van wat ik bezit,</p> -<p class="line">Neen, noch mijn lichaam, noch mijn huwlijksbed;</p> -<p class="line">En kennen zal ik hem, dit weet ik zeker;</p> -<p class="line">Blijf nooit een nacht van huis; bewaak me als -Argus;</p> -<p class="line">Doet gij dit niet en laat ge mij alleen,</p> -<p class="line">Dan, op mijn eer, die ik tot nu bewaarde,</p> -<p class="line">Dan is die doctor wis mijn bedgenoot. <span class="lineNum">233</span></p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">En zoo zijn klerk van mij; bedenk dus wel,</p> -<p class="line">Of gij me aan eigen hoede kunt vertrouwen.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Goed; maar ik loer; en krijg ik hem in ’t -net,</p> -<p class="line">Dan heeft zijn pen voor ’t laatst een punt -gezet.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Ik ben de onzalige oorzaak van deez’ twisten.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Heer, ’t grieve u niet; toch zijt ge hartlijk -welkom.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Portia, vergeef mij deez’ gedwongen misstap;</p> -<p class="line">Ten overstaan van al deez’ vrienden hier,</p> -<p class="line">Bezweer ik u, en bij uw lieflijke oogen,</p> -<p class="line">Waar ik mijzelf in spiegel,—</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Waar ik mijzelf in -spiegel,—</span> Fraai bedacht!</p> -<p class="line">Hij ziet zich dubbel in dat tweetal oogen,</p> -<p class="line">Eens in elk oog; zweer bij uw dubbel ik!</p> -<p class="line">Dat is een kostlijke eed!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Dat is een kostlijke -eed!</span> Ik bid u, hoor!</p> -<p class="line">Vergeef ’t vergrijp; ik zweer u bij mijn -ziel,</p> -<p class="line">Dat ik u nimmermeer een eed verbreek.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>tot</i> <span class="sc">Portia</span>).</span> Eens leende ik lijf en leven voor zijn -heil;</p> -<p class="line">Slechts hij, die van uw man zijn ring verkreeg,</p> -<p class="line">Heeft mij gered; opnieuw waag ik gerust</p> -<p class="line">Mijn ziele te verpanden, dat uw gâ</p> -<p class="line">Nooit, wetens willens, meer zijn eed verbreekt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Wees gij dus weer zijn borg; geef hem deez’ -ring,</p> -<p class="line">Hij zorg er beter dan voor de’ eersten voor.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Bassanio, zweer, dat deze u heilig blijft!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Bij God! den eigen ring gaf ik den doctor!</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line">Vergeef me, ik heb den ring van hem, Bassanio;</p> -<p class="line">De doctor was mijn bedgenoot er door.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">Vergeef ook mij, mijn beste Gratiano,</p> -<p class="line">Zoo was des doctors klerk, die kleine dreumes,</p> -<p class="line">Voor dezen ring de laatste nacht bij mij.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Welzoo, ’t is of men wegen ging -verbeet’ren</p> -<p class="line">Des zomers, als zij best in orde zijn!</p> -<p class="line">Wat! horens reeds, en eer wij die verdienden?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia</p> -<p class="line"><span class="stage">(<i>tot</i> <span class="sc">Gratiano</span>).</span> Spreek niet zoo ruw.—<span class="stage">(<i>Tot</i> <span class="sc">Bassanio</span>.)</span> Gij staat -geheel verbluft;</p> -<p class="line">Hier hebt ge een brief; lees dien maar later door; -<span class="lineNum">267</span></p> -<p class="line">Hij komt van Padua, van Bellario;</p> -<p class="line">Daar zult gij zien, dat Portia was de doctor;</p> -<p class="line">Nerissa daar, zijn klerk; Lorenzo hier</p> -<p class="line">Getuig’, dat ik terstond nà u vertrok,</p> -<p class="line">Zoo juist terugkom en mijn huis nog niet</p> -<p class="line">Betreden heb.—Antonio, hartlijk welkom,</p> -<p class="line">Ik kan ook u een beter tijding brengen,</p> -<p class="line">Dan gij verwacht; ontzegel dezen brief;</p> -<p class="line">Gij zult vernemen, dat van uw galjoenen</p> -<p class="line">Een drietal, rijk beladen, binnenviel;</p> -<p class="line">Ik zeg u niet, door welk een wonder toeval</p> -<p class="line">Die brief me in handen kwam.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Die brief me in handen -kwam.</span> Ik sta verstomd.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Waart gij de doctor, en ik kende u niet?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Waart gij de klerk, die mij mijn vrouw ontvrijde?</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">Ja, maar de klerk zal ’t zeker nimmer doen,</p> -<p class="line">Tenzij dat hij ’t beleeft, dat hij een man -wordt.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Bassanio.</p> -<p class="line">Nu, doctor, wees mijn bedgenoot; ’k vertrouw,</p> -<p class="line">Moet ik er soms op uit, u graag mijn vrouw.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Antonio.</p> -<p class="line">Gij, levenschenkster, schenkt mij thans ook -leeftocht;</p> -<p class="line">Want hier zie ik bevestigd, dat mijn schepen</p> -<p class="line">In veil’ge haven zijn.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">In veil’ge haven -zijn.</span> En gij, Lorenzo!</p> -<p class="line">Mijn klerk heeft ook voor u een goed bericht.</p> -</div> -<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e8612" href="#xd21e8612" name="xd21e8612">343</a>]</span></p> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Nerissa.</p> -<p class="line">Ja, en ik geeft hem zonder schrijversloon;—</p> -<p class="line">Maar overhandig u en Jessica,</p> -<p class="line">Hier thans een schenking van den rijken jood</p> -<p class="line">Van alles, wat hij bij zijn dood bezit.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Lorenzo.</p> -<p class="line">Gij, eedle vrouwen, drupt een hongrig volk</p> -<p class="line">Hier manna op hun weg.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Portia.</p> -<p class="line"><span class="hemistich">Hier manna op hun weg.</span> -’t Is bijna dag;</p> -<p class="line">En zeker ziet ge op verre na niet in,</p> -<p class="line">Hoe alles zich wel toedroeg. Gaan wij binnen,</p> -<p class="line">En neemt ons, als ge wilt, daar in ’t -verhoor;</p> -<p class="line">Wij geven u op alles klaar bescheid.</p> -</div> -<div class="sp"> -<p class="speaker">Gratiano.</p> -<p class="line">Ja, zij dat zoo; en de eerste vraag, die ’k -stel,</p> -<p class="line">Nu ik Nerissa mag verhooren, is,</p> -<p class="line">Of zij dat lange waken uit kan staan,</p> -<p class="line">Of, twee uur vóór den dag, ter rust wil -gaan;</p> -<p class="line">Maar zeker zou ik, kwam de dag, dan vragen,</p> -<p class="line">Dat hij voor eens zijn dagen will’ vertragen.</p> -<p class="line">Hoe ’t zij, mijn leven lang zal ik geen ding</p> -<p class="line">Zoo trouw bewaren als Nerissa’s ring.</p> -</div> -<p class="stage alignright">(<i>Allen af.</i>)</p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div id="kvv.notes" class="div1 chapter"><span class="pagenum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span> -<div class="divHead"> -<h2 class="main">Aanteekeningen.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="par first">Van „De Koopman van Venetië” -verschenen in 1600 twee van elkander onafhankelijke uitgaven, de eene -bij <i>James Roberts</i>, de andere bij <i>Thomas Heyes</i>, waarvan de -eerste reeds 28 October 1598 in de registers van het -boekhandelaarsgilde werd ingeschreven. Het verschil tusschen deze -uitgaven is niet zeer groot, maar over het algemeen is de eerste beter -te noemen. Toch is in de folio-uitgave van 1623 de tweede, met eenige -wijziging, afgedrukt.—Dat het stuk in 1598 reeds bekend was, -blijkt uit Francis Meres, die het in zijn <i>Palladis Tamia</i> -noemt.—Een deel van Sh.’s werk, en wel het begin van het -vijfde bedrijf, is nagebootst in een stuk <i lang="en">Wily -beguiled</i>, van een onbekenden schrijver, dat in een geschrift van -1596 reeds vermeld wordt. Het is mogelijk, dat „De Koopman van -Venetië” zelfs reeds een paar jaar vroeger geschreven werd; -in het dagboek van den schouwburg-directeur Henslowe wordt op 25 -Augustus 1594 gewag gemaakt van een nieuwe Venetiaansche comedie, die -opgevoerd werd op het tooneel te Newington. Toen werd het tooneel dezer -voorstad gemeenschappelijk bespeeld door den troep van Henslowe en -dien, waar Sh. deel van uitmaakte, en het is mogelijk, dat „De -Koopman van Venetië” bedoeld is; de stijl en de versificatie -bevestigen, dat het stuk, zooal niet in 1594, dan toch zeker omstreeks -dezen tijd is geschreven.</p> -<p class="par">Gelijk in zoovele andere gevallen, heeft de dichter ook -in dit stuk verhalen, die in zijn tijd reeds lang bekend waren, -verwerkt, en er een nieuwe schepping van gemaakt vol kracht en leven. -Opmerkelijk is het na te gaan, hoe hij hier uit zeer ongelijksoortige -stoffen een wonderschoon geheel heeft gevormd.</p> -<p class="par">Sh. heeft voor dit stuk geput uit een middeleeuwsche, -Latijnsche verzameling van verhalen of sprookjes, getiteld <i lang="la">Gesta Romanorum</i>. In het 99<sup>ste</sup> hoofdstuk,—dat -reeds in 1577 uit deze verzameling door Robert Robertson in het -Engelsch vertaald was,—komt de geschiedenis der drie kastjes -voor. Een koning van Apulië zendt zijn dochter over zee naar Rome, -om met den zoon des keizers te huwen. Zij lijdt schipbreuk, wordt door -een walvisch verslonden, maar uit diens buik te voorschijn gehaald. De -keizer ontvangt haar, verheugd over haar behoud, zeer vriendelijk, maar -wil haar op de proef stellen, of zij zijn zoon waardig is. Hij laat -drie vazen brengen; de eene was van zuiver goud, uitwendig met kostbare -edelgesteenten versierd, maar gevuld met doodsbeenderen; zij droeg het -opschrift: „wie mij kiest, vindt wat hij verdient”. De -tweede was van zilver, met aarde en wormen gevuld, en had tot -opschrift: „wie mij kiest, vindt wat zijn natuur verlangt”. -De derde was van lood, bevatte kostbare edelgesteenten en droeg het -opschrift: „wie mij kiest, vindt wat God hem heeft -toegekend”. De keizer wees de vazen aan het meisje, met de -woorden: „als gij de vaas kiest, welke bevat wat u en anderen -nuttig is, dan zult gij mijn zoon hebben”. Het meisje koos na -rijp overleg de looden vaas en trouwde daarop met den zoon des -keizers.</p> -<p class="par">Een ander verhaal uit dezelfde verzameling, getiteld: -<i lang="la">De Milite conventionem faciente cum Mercatore</i>, -verhaalt van een krijgsman of ridder, die van een christen-koopman geld -borgde, op voorwaarde, dat hij al zijn vleesch ten behoeve van den -koopman zou verbeurd hebben, als hij niet op tijd betaalde. Toen dit -laatste inderdaad het geval werd en de ridder voor den rechter gedaagd -was, komt zijn vrouw, als man verkleed, mede voor de rechtbank om den -koopman te vermurwen, die echter steeds op zijn recht blijft staan. -Daarop drong de vrouw bij den rechter aan, dat de koopman den ridder -<span class="pagenum">[<a id="xd21e8700" href="#xd21e8700" name="xd21e8700">344</a>]</span>wel het vleesch van de beenderen zou mogen -snijden, maar geen droppel bloeds vergieten.—De koopman wilde nu -met de betaling van het geld genoegen nemen, maar dit werd hem -geweigerd; hij ging heen zonder een penning te hebben ontvangen.</p> -<p class="par">In deze verhalen is er, zooals men ziet, nòch van -een jood, nòch van een vriendschap als die van Antonio voor -Bassanio sprake. Deze twee bijzonderheden vindt men echter terug in een -verhaal eener Italiaansche Novellenverzameling van Giovanni Florentino, -onder den titel <i lang="it">Il Pecorone</i> in 1554 in het licht -gegeven. Het verhaal is daar het eerste der vierde afdeeling. Een rijk -Venetiaansch koopman, Ansaldo, voedt een innige vriendschap voor zijn -petekind Giannetto, die, na zijn vader, een Florentijnsch koopman, -verlaten te hebben, door Ansaldo als kind was aangenomen. Aan een -fraaie haven woont de schoone jonkvrouw van Belmonte, welke ieder, die -daar landt, dwingt om de nacht op haar slot door te brengen, maar, zoo -hij zich niet naar eisch gedraagt, en haar genegenheid niet kan winnen, -hem van zijn schip en goederen berooft; wie de proef doorstaat, zal -haar gemaal worden. Giannetto, op reis naar Alexandrië, hoort van -de schoone jonkvrouw, landt bij haar en tracht haar gunst te winnen, -maar te vergeefs; door een zoeten wijn, die hem gereikt wordt, slaapt -hij in. Van schip en goederen beroofd, keert hij naar Venetië -terug. Hij is ondertusschen door de jonkvrouw zoo betooverd, dat hij -van zijn pleegvader een tweede, nog rijker bevracht schip afsmeekt, om -naar haar hand te staan; hij slaapt weder in en keert nog berooider dan -de eerste maal naar Venetië terug. Zijn vaderlijke vriend Ansaldo -laat zich door zijn beden bewegen hem voor de derde maal een schip uit -te rusten, maar moet daartoe van een jood in Mestin 10000 dukaten -leenen onder voorwaarde, dat de schuld op den eerstvolgenden Sint Jan -betaald zal worden, of dat anders de jood het recht zal hebben, een -pond vleesch uit eenig deel van Ansaldo’s lichaam te snijden. -Giannetto is ditmaal gelukkiger en huwt de jonkvrouw van Belmonte. Maar -in zijn vreugderoes denkt hij niet aan zijn weldoener, en deze komt hem -eerst op Sint Jan toevallig weer voor den geest. Ondertusschen was -Ansaldo reeds in de macht van den jood en had slechts met moeite eenig -uitstel gekregen, om te wachten of Giannetto ook terugkwam. Deze kwam -inderdaad, maar vond den jood onvermurwbaar. Doch ook de vrouwe van -Belmonte kwam, als rechter vermomd, en zij beslist, nadat de jood -honderdduizend dukaten had afgeslagen, de zaak als bij Sh., dat de jood -niet meer en niet minder dan een pond mocht nemen en geen druppel -bloeds moest storten, zoodat de jood de schuldbekentenis in woede -verscheurt; zij slaat de honderdduizend dukaten, die haar man den -gewaanden rechter aanbiedt, af, maar noopt hem zijn trouwring af te -staan; zij zorgt te huis te zijn vóór haar man met -Ansaldo er aankomt en neemt den schijn aan van recht verstoord te wezen -op haar man, die zijn trouwring aan wie weet welke vrouw zou gegeven -hebben, maar zij vertelt weldra, wie voor rechter gespeeld heeft, en -zij leeft verder zeer gelukkig met haar man.</p> -<p class="par">Ongetwijfeld is dit verhaal van nog ouderen datum. Hoe -de geschiedenis van den woekerjood opgang maakte, kan nog blijken uit -een ballade, waarvan echter moeilijk te beslissen is, of zij ouder of -jonger is dan Sh.’s stuk. Zij bevat enkel de geschiedenis van den -koopman en den jood, met een (echten) rechter, die, op gelijke wijze -als Portia, den jood van zijn vordering doet afzien.</p> -<p class="par">Men zie nu, wat Sh. uit deze gegevens wist te maken.</p> -<p class="par">Wil men zich rekenschap geven van de ligging van -Belmonte, dan kan men zich dit zeer wel te Strà denken, waar -vele Venetianen hun landgoederen hadden, en dan kan Balthazar (<a href="#kvv.iii.4.53">III. 4. 53</a>) Portia zeer goed aan het gewone veer -(<i lang="it">tragetto</i>), dat ten tijde van Sh. te Fusino aan de -monding der Brenta was, inhalen.</p> -<p class="par">Over enkele namen nog een enkel woord. <i>Shylock</i> is -zeker van Semietischen oorsprong, misschien verbasterd van Sjelah -(<a class="biblink xd21e41" title="Link naar geciteerde plaats in de Bijbel" href="https://www.biblegateway.com/passage/?search=gen%2010:24&version=HTB">I -Mos. X. 24</a>), dat <i>pijl</i> beteekent<a class="noteref" id="xd21e8730src" href="#xd21e8730" name="xd21e8730src">1</a>. -<i>Tubal</i> en <i>Chus</i> (zie blz. 313, <a href="#kvv.iii.2.28">III. -2. 28</a>) vindt men <a class="biblink xd21e41" title="Link naar geciteerde plaats in de Bijbel" href="https://www.biblegateway.com/passage/?search=gen%2010:2-6&version=HTB"> -I Mos. X. 2 en 6</a>; <i>Jessica</i> zal wel Jiskah zijn (<a class="biblink xd21e41" title="Link naar geciteerde plaats in de Bijbel" -href="https://www.biblegateway.com/passage/?search=gen%2011:29&version=HTB">I -Mos. XI, 29</a>), wat <i>uitkijkster</i> beteekent, vergelijk <a href="#kvv.ii.5.33">II<sup>de</sup> Bedrijf, 5. 33</a>. De naam <i>Gobbo</i> -komt in Venetië meer voor; op de Isola del Rialto is een steenen -figuur, die Gobbo di Rialto heet.</p> -<hr class="tb"> -<p class="par"></p> -<p class="par"><a href="#kvv.i.1.98">I. 1. 98.</a> <span class="ex">Hun -hoorders strafbaar maakten.</span> Toespeling op <a class="biblink xd21e41" title="Link naar geciteerde plaats in de Bijbel" -href="https://www.biblegateway.com/passage/?search=mat%205:22&version=HTB"> -Mattheus V. 22</a>; „Wie tot zijn broeder zegt: Gij dwaas! die -zal strafbaar zijn door het helsche vuur.”</p> -<p class="par"><a href="#kvv.i.2.43">I. 2. 43.</a> <span class="ex">Die -is inderdaad een veulen.</span> <i lang="en">Colt</i> beteekent in het -Engelsch zoowel een <i>veulen</i> als een <i>jonge losbol</i>.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.i.2.48">I. 2. 48.</a> <span class="ex">Dan -verder de paltsgraaf.</span> Johnson vermoedt hier een toespeling op -een Poolschen paltsgraaf, Albertus a Lasco, die in het jaar 1583 in -Londen groot opzien wekte, <span class="pagenum">[<a id="xd21e8814" -href="#xd21e8814" name="xd21e8814">345</a>]</span>maar zich weldra -wegens schulden uit de voeten maakte.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.i.2.88">I. 2. 88.</a> <span class="ex">Dat -de Franschman zijn borg werd.</span> Warburton vindt hier een -toespeling op de veelvuldige beloften van hulp, die de Franschen aan de -Schotten gaven bij de twisten der laatstgenoemden met de -Engelschen.—Vermeldenswaard is, dat eenige regels vroeger, waar -gesproken wordt van „den Schotschen lord”, de folio van -1623 heeft „den anderen lord”, omdat na de troonsbestijging -van Jacobus I zulke aardigheden op de Schotten niet toegelaten werden; -de quarto’s hebben hier de ware lezing.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.i.3.20">I. 3. 20.</a> <span class="ex">Zooals ik op den Rialto vernam.</span> Onder Rialto is de plaats -te verstaan, die als beurs diende. Een tijdgenoot van Sh. beschrijft -die als een groot gebouw met open galerijen, waar de kooplieden -tweemaal daags samenkwamen, ’s morgens tusschen 11 en 12 en -’s namiddags tusschen 5 en 6 uren.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.i.3.45">I. 3. 45.</a> <span class="ex">De -rente in Venetië.</span> Een Engelsch schrijver over Italië -(1561) zegt, dat de joden in Venetië zeer rijk werden, daar de -gewone rente, die zij bij het uitleenen van geld wisten te maken, -vijftien ten honderd ’s jaars bedroeg.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.ii.1.1">II. 1. 1.</a> <span class="ex">Om -mijn kleur.</span> In de oude uitgaven worden kleur en kostuum -aangegeven: <i lang="en">Enter Morochus a tawny Moor, all in white, and -three or four followers accordingly.</i></p> -<p class="par"><a href="#kvv.ii.1.25">II. 1. 25.</a> <span class="ex">Den Sophi</span> van Perzië vermeldt Sh. ook in het blijspel -<i>Driekoningenavond</i> een paar keer; <span class="ex">Lichas</span>, -reg. 32, de ongelukkige dienaar van Hercules (Alcides), die aan zijn -meester het noodlottig gewaad overbracht, dat hem duldelooze pijnen -veroorzaakte, en die daarom door zijn meester in zee geslingerd werd, -wordt ook genoemd in <i>Antonius en Cleopatra</i>, IV. 12. 45.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.ii.3.2">II. 3. 2.</a> <span class="ex">Het -is een hel, en gij, een snaaksche duivel</span> enz. Aan Jessica scheen -haars vaders huis een hel toe en Lancelot was er de grappige duivel in. -Op het oud-Engelsch tooneel speelde de duivel dikwijls de rol van den -grappenmaker, zie blz. 15.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.ii.7.56">II. 7. 56.</a> <span class="ex">De gouden munt</span>, <i>engel</i> genoemd, wordt door Sh. -meermalen genoemd, b.v. <i>Koning Jan</i>, III. 3. 8. Zij was 10 -shilling waard (ƒ6.–).</p> -<p class="par"><a href="#kvv.ii.9.28">II. 9. 28.</a> <span class="ex">Als de zwaluw.</span> De <i>huiszwaluw</i>, in het Engelsch -<i>martlet</i> (<i>Hirundo urbica</i>), maakt haar nest aan de -buitenzijde van gebouwen; meestal vindt men er verscheidene dicht -bijeen, zooals Sh. uitvoeriger in <i>Macbeth</i> I. 6. 4. beschrijft. -Sh. wist, welke soort hij koos; de <i>boerenzwaluw</i> (<i>Hirundo -rustica</i>) nestelt binnenshuis, b.v. in stallen, of, in onbewoonde -streken, in rotsholten enz.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.iii.1.4">III. 1. 4.</a> <span class="ex">De Goodwins</span>, gevaarlijke ondiepten nabij den mond van de -Theems, worden ook vermeld in <i>Koning Jan</i>, V. 3. 11.—Dat -oude vrouwen gaarne gember knauwen reg. 10 (<i>to knap</i> is: in -kleine stukjes bijten), wordt ook vermeld in <i>Maat voor Maat</i>, IV. -3. 8.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.iii.1.126">III. 1. 126.</a> <span class="ex">Het was mijn turkoois.</span> Aan dezen edelsteen werd bijzondere -kracht toegeschreven; hij werd lichter of donkerder naar den -gezondheidstoestand van den bezitter, beschermde dien voor gevaren, -verzekerde de eendracht tusschen man en vrouw.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.iii.1.131">III. 1. 131.</a> <span class="ex">Huur een gerechtsdienaar</span>, die Antonio in hechtenis zou -moeten nemen en hem overal vergezellen, opdat hij niet ontsnapte. -Shylock heeft hem wel eerst over veertien dagen noodig, maar wil hem nu -alvast bespreken.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.iii.2.55">III. 2. 55.</a> <span class="ex">Jonge Alcides.</span> Portia vergelijkt zich met Hesione, de -dochter van den Trojaanschen koning Laomedon, die door haar vader aan -een zeemonster was prijsgegeven, maar door Hercules bevrijd werd. -Dardanen = Trojanen.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.iii.2.63">III. 2. 63.</a> <span class="ex">Zegt, van waar de wufte min.</span> In ’t Engelsch <i lang="en">fancy</i>, een vluchtige, wufte, niet diepgaande min of -verliefdheid, wel te onderscheiden van <i lang="en">love</i>, echte -liefde. Portia laat hier uitdrukkelijk zingen, dat de <i lang="en">fancy</i> zich door ’t oog laat leiden en kortstondig is. De -<i lang="en">love</i> moet dus anders doen en zal duurzaam wezen. -Portia zegt dus wel degelijk tot Bassanio, dat hij zich niet door den -schijn moet laten verlokken, met andere woorden, liefst het looden -kastje kiezen. Het verwondert mij, deze opmerking nog nergens te hebben -aangetroffen. Dat Portia inderdaad een duidelijken wenk geeft, blijkt -nog beter uit het oorspronkelijke; de vertaling vermocht hier niet het -Engelsch geheel terug te geven:</p> -<div lang="en" class="lgouter xd21e8966"> -<p class="line">Tell me, where is fancy bred,</p> -<p class="line">Or in the heart, or in the head?</p> -<p class="line">How begot, how nourished?</p> -<p class="line xd21e3349">Reply, reply.</p> -<p class="line">It is engendered in the eyes,</p> -<p class="line">With gazing fed; and fancy dies</p> -<p class="line">In the cradle, when it lies.</p> -<p class="line">Let us all ring fancy’s knell:</p> -<p class="line">I’ll begin it,—Ding, dong, bell.</p> -</div> -<p class="par first"><a href="#kvv.iii.2.86">III. 2. 86.</a> -<span class="ex">Al bergt de lever zelfs geen droppel gal.</span> In -het Engelsch wordt van een melkwitte lever gesproken, die voor een -blijk van lafheid geldt. In den volgenden regel wordt de baard -eigenlijk een uitgroeisel van dapperheid, <i lang="en">valour’s -excrement</i> geheeten.—De <i>gulden lokken</i> worden meermalen -door Sh. vermeld. Zij waren zeer in de mode, ongetwijfeld omdat -Koningin Elizabeth roodachtig haar had. Zoo zegt Sh. b.v. in zijn -68<sup>ste</sup> <i>sonnet</i>: <span class="pagenum">[<a id="xd21e9005" href="#xd21e9005" name="xd21e9005">346</a>]</span></p> -<div class="lgouter"> -<p class="line">„Zoo is hij ons een beeld uit beter dagen,</p> -<p class="line">Toen schoonheid leefde en stierf als bloemen thans,</p> -<p class="line">Aleer zij waagde een basterdschild te dragen,</p> -<p class="line">En ’t voorhoofd schittren deed met valschen -glans;”</p> -</div> -<p class="par first">Dit ziet op het blanketten, de valsche lokken -volgen:</p> -<div class="lgouter"> -<p class="line">„Eer gouden lokken, aan het graf geroofd,</p> -<p class="line">Van dooden afgemaaid, een tweede leven,</p> -<p class="line">Een valsch, begonnen op een tweede hoofd,</p> -<p class="line">Eer schoonheids dood aan andren schoon moest -geven.”</p> -</div> -<p class="par first">Men zie hierover ook het <i>Kostelick Mal</i> van -onzen Huygens, in 1622 te Londen voltooid.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.iii.4.52">III. 4. 52.</a> <span class="ex">Breng, dat.... naar ’t veer, waarmee men.... Venetië -bereikt.</span> <i lang="en">Bring them.... Unto the traject, to the -common ferry, which trades to Venice.</i> <i>Traiect</i> (voor het -zeker bedorven <i>tranect</i> gesteld) is geen zeer gewoon Engelsch -woord, en wordt daarom verklaard; het is het Italiaansche <i lang="it">tragetto</i>.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.iii.4.78">III. 4. 78.</a> <span class="ex">Zoo mannen na te gaan.</span> In ’t Engelsch is de -woordspeling eenigszins anders; er staat: <i lang="en">shall we turn to -men</i> = tot mannen worden en = ons naar de mannen wenden.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.iv.1.49">IV. 1. 49.</a> <span class="ex">En die zit, bij den neustoon van de zakpijp, Op spelden -schier.</span> In het oorspronkelijke: <i lang="en">And others, when -the bagpipe sings i’ the nose, Cannot contain their -urine.</i></p> -<p class="par"><a href="#kvv.iv.1.199">IV. 1. 199.</a> <span class="ex">Dat, naar gerechtigheid, geen onzer ooit Behouden wordt.</span> -Diezelfde toespeling op het Christelijk geloof vindt men in <i>Maat -voor Maat</i>, II. 2. 73. Het vervolg doelt blijkbaar op het Onze -Vader.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.iv.1.247">IV. 1. 247.</a> <span class="ex">De wet is duid’lijk; zin en woorden slaan Volkomen op de -thans vervallen boete.</span> De redeneeringen van den jeugdigen -Daniël zijn recht aardig gevonden en bereiken het doel volkomen, -maar mogen wel eens nader bekeken worden. Een echt jurist, zou, dunkt -mij, de schuldbekentenis ipso jure nul en nietig hebben verklaard, -omdat zij een onzedelijke bepaling bevatte. Maar erkende de rechter -haar als geldig, dan mocht de jood snijden, en dan was het een -slinksche, sluwe streek, hem het storten van bloed te verbieden, want -dit was onvermijdelijk bij de toepassing van het recht tot snijden, dat -door de schuldbekentenis was toegestaan. Verder: mocht de jood ook al -niet meer dan een pond snijden, het minder nemen kon toch niet wel -strafbaar zijn. De Romeinsche wetten der XII tafelen waren juister; bij -het in stukken snijden (<i lang="la">in partes secare</i>) van -schuldenaars wordt opgemerkt, dat het op iets meer of iets minder niet -aankomt: <i lang="la">si plus minusve secuerit, sine fraude esto</i>. -Heeft dus Sh. dit niet bedacht, toen hij uit zijn bronnen deze -tragische episode in zijn blijspel invlocht? Nog één -vraag komt bij ons op. Bezigt hij het ontfutselen, onmiddellijk na de -gerechtsscène, der huwelijksringen door Portia en Nerissa, aan -haar mannen, om in het vijfde bedrijf zijn toeschouwers na de geweldige -spanning, waarin zij verkeerden, weder in de stemming van het blijspel -terug te brengen? De wijze, waarop in den tegenwoordigen tijd de rol -van Shylock wordt opgevat, moge dit doen denken, maar er is inderdaad -alle reden om aan te nemen, dat deze opvatting niet de ware is, dat de -dichter en zijn tijdgenooten in de gerechtsscène een tooneel -zagen, dat werkelijk geheel in een blijspel paste.</p> -<p class="par">Sh.’s tijdgenoot en vriend, de groote -tooneelspeler Burbage, die Sh.’s bedoelingen ongetwijfeld juist -teruggaf, vatte, zooals bekend is, de rol van Shylock inderdaad als een -comische rol op, doste zich uit en stelde den jood voor op een wijze, -die het voor den toeschouwer werkelijk zeer vermakelijk maakte, dat -Shylock op het oogenblik, dat hij zeker van zijn wraak dacht te zijn, -er van verstoken werd; dat dit door louter sophismen geschiedde, maakte -de zaak des te kostelijker. Zien wij, hoe Sh. den jood inderdaad -gemeene trekken leende, deed wenschen, dat zijn dochter aan zijn voeten -gekist lag, hem zijn mes op zijn schoenzool deed aanzetten, dan worden -wij overtuigd, dat deze opvatting de ware is, dan zal de spanning bij -de gerechtsscène nooit tot een tragische hoogte stijgen, want -wij weten vooraf, dat de jood, hoe dan ook, bedrogen zal uitkomen, dan -zijn de gronden van den baardeloozen rechter, hoe sophistisch ook, -inderdaad volkomen passend, eenvoudig omdat zij tot het doel voeren, -dan vragen wij niet, of ooit in Venetië de rechtspraak zoo aan een -vreemden rechtsgeleerde werd overgegeven, dan is de vroolijkheid, -opgewekt door Shylocks en Gratiano’s vermelding van den wijzen -Daniël en door Bassanio’s en Gratiano’s wenschen, dat -zij met hun vrouwen Antonio’s vrijheid konden koopen, volkomen op -haar plaats, dan rillen wij niet bij de gedachte, dat de jood in zijn -woede kan toestooten, dan is geen schrille tegenstelling tusschen het -gerechtstooneel en het vervolg. De dichter behoeft niet plotseling tot -het blijspel terug te keeren, want hij is er nooit van afgeweken; dat -hij er iets huiveringwekkends ingebracht heeft, was alleen om later de -vroolijkheid nog te verhoogen, zooals,—de opmerking is van -Rümelin in zijn <i lang="de">Shakespeare -Studien</i>—Sinterklaas en zijn knecht in de kinderkamer treden, -om na een oogenblik van spanning den jubel des te grooter te maken.</p> -<p class="par">Inderdaad, letten we op de plaats, dien in Sh.’s -tijd de joden in de maatschappij innamen, <span class="pagenum">[<a id="xd21e9101" href="#xd21e9101" name="xd21e9101">347</a>]</span>dan -beseffen wij, dat de jood Shylock zeker niet als tragisch personage -bedoeld kan zijn en dat alleen de bijzonderheid, dat Shakespeare, in -onpartijdigheid zijn tijdgenooten ver vooruit, hem redeneeringen in den -mond legt, waarvan wij de juistheid moeten toestemmen en die zijn woede -verklaarbaar maken, er velen toe gebracht heeft, om hoogtragischen -pathos daar te vinden, waar wij nog midden in het blijspel zijn.</p> -<p class="par">Eindelijk zij nog opgemerkt, dat alleen in een stuk, -waarin tot vermaak van het publiek, de jood bedrogen moet uitkomen, de -eisch kan gesteld worden, dat de jood, tot straf van zijn aanslag op -Antonio, zich den doop moet laten toedienen. Een jood gruwt bij die -gedachte, daarom werd deze boete aan Shylock niet gespaard; in een -blijspel, dat zoo veel sprookjesachtigs heeft, kunnen wij ons dit zeer -goed voorstellen, maar wanneer wij de gerechtsscène als een -tooneel beschouwen, dat ons door tragischen ernst diep in de ziel moet -grijpen, moet ons die eisch voorkomen als een profanatie van wat in -veler oogen heilig is.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.iv.1.399">IV. 1. 399.</a> <span class="ex">Tien hadt gij er meer.</span> Twaalf gezworenen, die het schuldig -zouden uitspreken.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.v.1.1">V. 1. 1.</a> <span class="ex">In -zulk een nacht.</span> Deze wisseling van gezegden, telkens met -„In zulk een nacht” beginnende, is het, die in het stuk -<i lang="en">Wily beguiled</i> is nagebootst; zie blz. 343. De -verliefdheid van <i>Troilus</i> op <i>Cressida</i> was algemeen bekend, -al ware ’t slechts uit <span class="sc">Chaucer’s</span> -<i lang="en">Troilus and Creseide</i>. Een wilgetak of wilgekrans was -het teeken eener verlaten geliefde; zie <i>Koning</i> <span class="sc">Hendrik</span> VI, derde deel, III. 3. 228. <i>Othello</i>, IV. 3. -42; daarom klimt ook Ophelia op een wilg, <i>Hamlet</i>, IV. 4. 167. De -geschiedenis van <i>Medea</i> vindt men reeds in <span class="sc">Gower’s</span> <i lang="la">Confessio Amantis</i>.</p> -<p class="par"><a href="#kvv.v.1.220">V. 1. 220.</a> <span class="ex">Heil’ge vonken.</span> In ’t oorspronkelijke staat: -<i>kaarsen</i>, <i lang="en">candles of the night</i>, evenals in -<i lang="en">Romeo and Julia</i>, III. 5. 9.</p> -</div> -<div class="footnotes"> -<hr class="fnsep"> -<p class="par footnote"><span class="label"><a class="noteref" id="xd21e8730" href="#xd21e8730src" name="xd21e8730">1</a></span> Anders -kan het veeleer samenhangen met het Joodsch-Arameesche sjelaq, -<i>verbrand worden</i>, dat een enkele maal ook voor <i>snijden</i> -gebruikt wordt; dan zou <i>Shylock</i> beteekenen: <i>hij, die -snijdt</i><span class="corr" id="xd21e8743" title="Niet in bron">.</span> <a class="fnarrow" href="#xd21e8730src">↑</a></p> -</div> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="div1" id="toc"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table> -<tr> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="7"><a href="#kvv">De Koopman van -Venetië.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv">310</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">I.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#kvv.i">Eerste -Bedrijf.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.i">310</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">1.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.i.1">Eerste -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.i.1">310</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">2.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.i.2">Tweede -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.i.2">312</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">3.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.i.3">Derde -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.i.3">314</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">II.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#kvv.ii">Tweede -Bedrijf.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii">316</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">1.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.1">Eerste -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.1">316</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">2.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.2">Tweede -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.2">317</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">3.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.3">Derde -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.3">319</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">4.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.4">Vierde -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.4">320</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">5.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.5">Vijfde -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.5">320</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">6.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.6">Zesde -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.6">321</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">7.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.7">Zevende -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.7">322</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">8.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.8">Achtste -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.8">323</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">9.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.ii.9">Negende -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.ii.9">323</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">III.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#kvv.iii">Derde -Bedrijf.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iii">325</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">1.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iii.1">Eerste -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iii.1">325</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">2.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iii.2">Tweede -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iii.2">326</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">3.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iii.3">Derde -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iii.3">330</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">4.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iii.4">Vierde -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iii.4">330</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">5.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iii.5">Vijfde -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iii.5">331</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">IV.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#kvv.iv">Vierde -Bedrijf.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iv">333</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">1.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iv.1">Eerste -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iv.1">333</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">2.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.iv.2">Tweede -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.iv.2">338</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum">V.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#kvv.v">Vijfde -Bedrijf.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.v">339</a></td> -</tr> -<tr> -<td colspan="2"></td> -<td class="tocDivNum">1.</td> -<td class="tocDivTitle" colspan="5"><a href="#kvv.v.1">Eerste -Tooneel.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.v.1">339</a></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td class="tocDivNum"></td> -<td class="tocDivTitle" colspan="6"><a href="#kvv.notes">Aanteekeningen.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#kvv.notes">343</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="transcribernote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctiontable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e252">310</a></td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1824">317</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">„</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e2243">319</a></td> -<td class="width40 bottom">Bassiano</td> -<td class="width40 bottom">Bassanio</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e5466">331</a></td> -<td class="width40 bottom">((</td> -<td class="width40 bottom">(</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e5498">331</a></td> -<td class="width40 bottom">denkbren</td> -<td class="width40 bottom">denkb’ren</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e6039">333</a></td> -<td class="width40 bottom">voed</td> -<td class="width40 bottom">voel</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e6222">334</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">)</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e7321">338</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">’</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e7766">339</a></td> -<td class="width40 bottom">horen</td> -<td class="width40 bottom">hoorn</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e8743">344</a></td> -<td class="width40 bottom">[<i>Niet in bron</i>]</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> - - - - - - - -<pre> - - - - - -End of Project Gutenberg's De Koopman van Venetië, by William Shakespeare - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË *** - -***** This file should be named 51138-h.htm or 51138-h.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/1/1/3/51138/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License (available with this file or online at -http://gutenberg.org/license). - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at -http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at -809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email -business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact -information can be found at the Foundation's web site and official -page at http://pglaf.org - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit http://pglaf.org - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: http://pglaf.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - http://www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - - -</pre> - -</body> -</html> diff --git a/old/51138-h/images/new-cover-tn.jpg b/old/51138-h/images/new-cover-tn.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index cae6cbe..0000000 --- a/old/51138-h/images/new-cover-tn.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/51138-h/images/new-cover.jpg b/old/51138-h/images/new-cover.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8b73095..0000000 --- a/old/51138-h/images/new-cover.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/51138-h/images/p314.jpg b/old/51138-h/images/p314.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 14146e6..0000000 --- a/old/51138-h/images/p314.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/51138-h/images/p328.jpg b/old/51138-h/images/p328.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4f6f0f7..0000000 --- a/old/51138-h/images/p328.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/51138-h/images/p334.jpg b/old/51138-h/images/p334.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 991aef3..0000000 --- a/old/51138-h/images/p334.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/51138-h/images/rbrace2.png b/old/51138-h/images/rbrace2.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 569bc08..0000000 --- a/old/51138-h/images/rbrace2.png +++ /dev/null diff --git a/old/51138-h/images/rbrace3.png b/old/51138-h/images/rbrace3.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 52fac72..0000000 --- a/old/51138-h/images/rbrace3.png +++ /dev/null diff --git a/old/old/51138-8.txt b/old/old/51138-8.txt deleted file mode 100644 index 318dc80..0000000 --- a/old/old/51138-8.txt +++ /dev/null @@ -1,4574 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of De Koopman van Venetië, by William Shakespeare - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - - -Title: De Koopman van Venetië - -Author: William Shakespeare - -Translator: Dr. L.A.J. Burgersdijk - -Release Date: February 6, 2016 [EBook #51138] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - - - -DE KOOPMAN VAN VENETIë. - - -PERSONEN: - - De Doge van Venetië. - De Prins van Marocco, } - De Prins van Arragon, } dingende naar Portia's hand. - Antonio, de koopman van Venetië. - Bassanio, zijn vriend. - Solanio, } - Salarino, } vrienden van Antonio en Bassanio. - Gratiano, } - Lorenzo, minnaar van Jessica. - Shylock, een rijke Jood. - Tubal, een Jood, zijn vriend. - Lancelot Gobbo, Shylocks knecht. - De oude Gobbo, vader van Lancelot. - Leonardo, bediende van Bassanio. - Balthazar, } - Stefano, } bedienden van Portia. - Portia, een rijke erfgename. - Nerissa, haar kamerjuffer. - Jessica, dochter van Shylock. - - Senatoren van Venetië, Beambten van het gerechtshof, een - Gevangenbewaker, Bedienden en verder Gevolg. - - -Het stuk speelt gedeeltelijk te Venetië, gedeeltelijk te Belmont, -het landgoed van Portia. - - - - - - - -EERSTE BEDRIJF. - - -EERSTE TOONEEL. - - -Venetië. Een straat. - -Antonio, Salarino en Solanio komen op. - - -ANTONIO. 'k Weet waarlijk niet, hoe ik zoo somber ben; -Ik ben het moe; gij zegt, dat zijt gij ook; -Maar hoe 't mij aanwoei, hoe ik er aan kwam, -Van welken aard het is, en hoe ontstaan, -Dat is me een raadsel; -Die somberheid maakt mij tot zulk een zwakhoofd, -Dat ik te nauwernood mijzelf herken. - -SALARINO. Uw geest wordt op den oceaan geslingerd, -Waar uw galjoenen, fier het zeil in top, -Als eed'len en grootburgers van de zee, -Door statigheid hun hoogen rang verkonden -En neerzien op de kleine handelsluî, -Die needrig buigend hem begroeten, als -Zij langs hen vliegen met geweven vleug'len. - -SOLANIO. Geloof mij, stond voor mij zoo veel op 't spel, -Het beste deel van mijn gedachten waar' -Ginds met mijn hoop aan 't dwalen. Telkens zou ik -Gras plukken om de windstreek na te gaan, -Op kaarten zien naar reeden, havens, hoofden; -En alles, wat mij onheil kon doen duchten -Voor schepen of voor lading, zou gewis -Mij somber maken. - -SALARINO. Mijn blazen, dat mijn soep bekoelde, joeg -Me een koude koorts op 't lijf, als ik bedacht, -Wat schade op zee een sterke wind kan doen. -Ik zag het zand niet loopen in het uurglas, -Of dacht ook reeds aan ondiepten en banken, -En zag mijn rijken Andries omgeslagen, -Den masttop lager dan de zijde in 't zand, -Als om zijn graf te kussen. Ging ik op -Ter kerke, zou het heilig steengevaart' -Mij fluks niet denken doen aan booze rotsen, -Die, raken zij mijn ranke kiel slechts aan, -Haar specerijen op den vloed verstrooien, -Mijn zijde als mantels spreiden over 't diep, -Kortom, wat pas nog schatten waard was, plotsling -Als niets doen zijn? Is 't denkbaar, dat mijn geest -Dit denken zou, en dan niet zou gaan denken -Hoe zulk een ongeval mij leed zou doen? -Neen, zeg maar niets; ik weet, Antonio -Is somber, wijl hij aan zijn zaken denkt. - -ANTONIO. Geloof mij, neen, want, dank zij mijn geluk, -Ik heb mijn goed niet aan één schip vertrouwd, -Niet aan één plaats, en mijn vermogen hangt -Niet af van 't slagen in een enkel jaar; -Daarom, 't is niet mijn handel, die me ontstemt. - -SALARINO. Nu, dan zijt gij verliefd. - -ANTONIO. Foei, foei! - -SALARINO. Ook niet verliefd? Nu, dan, dan zijt ge treurig, -Wijl gij niet vroolijk zijt, en zóó kondt gij -Ook lachen, springen, zeggend: "ik ben vroolijk, -Wijl ik niet treurig ben." Bij Janus' dubb'len kop, -Natuur brengt soms toch rare snuiters voort: -Die knijpt voortdurend de oogen toe van 't lachen, -Als bij een doedelzak een papegaai; -En de ander heeft zoo'n uitzicht van azijn, -Dat hij door lachen nooit zijn tanden toont, -Al deed een grap ook de' ouden Nestor schaat'ren. - -(Bassanio, Lorenzo en Gratiano komen op.) - -SOLANIO. Ziedaar Bassanio, uw eed'len neef, -Gratiano en Lorenzo; vaar nu wel; -Wij laten u in 't best gezelschap achter. - -SALARINO. 'k Had willen blijven, tot ge monter waart, -Maar thans, nu beter komt, moog' minder wijken. - -ANTONIO. Geloof me, heeren, ik waardeer u hoog, -Maar reken, dat uw zaken thans u roepen, -En gij nu vrijheid vindt om heen te gaan. - -SALARINO. Vaartwel dan, eed'le heeren. - -BASSANIO. Vrienden, zegt, -Wanneer weer eens een prettig samenzijn? -Wij zien elkaar zoo weinig; waartoe dit? - -SALARINO. Als 't u gelegen komt, wij zijn bereid. - - (Salarino en Solanio af.) - -LORENZO. Daar gij Antonio nu gevonden hebt, -Bassanio, willen wij u thans verlaten; -Maar denk op 't etensuur present te zijn. - -BASSANIO. Daar kunt gij vast op reeknen. - -GRATIANO. Gij ziet er niet goed uit, Antonio, -Gij trekt te veel u 's werelds zaken aan; -Wie daar zijn hart op zet, verliest zijn rust. -Geloof me, uw uitzicht is geheel veranderd. - -ANTONIO. Ik acht de wereld, vriend, zooals zij is, -Een speeltooneel, waar elk zijn rol op speelt; -De mijne is somber. - -GRATIANO. Ik speel dan den Nar. -'k Wacht dartlend, lachend, rimplige' ouderdom, -En laat, al drinkend, eer mijn lever schudden, -Dan dat, door ach en wee, mijn hart verkilt. -Waarom, als 't warme bloed nog stroomt, te zitten -Als grootvaârs marm'ren beeld? waartoe te slapen, -Als 't wakenstijd is? en de geelzucht zich -Op 't lijf te kniezen? Neen, Antonio, hoor, -Ik heb u lief en zoo spreekt nu mijn liefde: -Er is een slag van lieden, wier gelaat -Steeds ondoorschijnend is als stilstaand water, -Die eigenzinnig zwijgen altijd door, -Met doel om zich een dunk en roep te geven -Van wijsheid, waardigheid en diepen zin, -Als zeiden zij: "Ik ben 't orakel zelf, -En open ik den mond, dan blaff' geen hond"; -Die daarom slechts den naam van wijzen dragen, -Omdat zij nooit iets zeiden, doch voorwaar -Hun hoorders, als zij spraken, strafbaar maakten, -Wijl deez' hun broeders "dwazen" zouden noemen. -Doch meer hiervan een ander maal; gij, hengel -Dus niet met uw droefgeestigheid als aas -Naar narren-katvisch, dezen wijsheidsschijn. -Kom mee, Lorenzo.--Houd zoolang u goed; -Na 't eten krijgt gij 't einde van mijn toespraak. - -LORENZO. Ja, wij verlaten u tot na den noen; -Ik moet nu wel zoo'n wijze zwijger zijn, -Want Gratiano laat mij nooit aan 't woord. - -GRATIANO. Ja, klamp u vast aan mij twee jaren lang, -Dan kent gij zelfs uw eigen stem niet meer. - -ANTONIO. Vaarwel; op uw vermaan word ik een prater. - -GRATIANO. Zeer goed, want weet, dat zwijgen nooit behaagt, -Dan van gerookte tong en van een schuchtre maagd. - -(Gratiano en Lorenzo af.) - -ANTONIO. Heeft hij daar nu iets ter wereld gezegd? - -BASSANIO. Gratiano praat oneindig veel, dat niets is, meer dan eenig -mensch in geheel Venetië. Zijn verstandige gedachten zijn als twee -tarwekorrels in twee schepels kaf; gij kunt er den geheelen dag naar -zoeken, eer gij ze vindt; en als gij ze hebt, zijn ze de moeite van -'t zoeken niet waard. - -ANTONIO. Hoe 't zij, vertel mij nu, naar welke jonkvrouw -Gij in 't geheim die beêvaart zwoert te doen, -Waarvan gij mij vandaag vertellen zoudt? - -BASSANIO. Antonio, 't is u al te wel bekend, -Hoe zeer ik mijn vermogen heb verspild, -Door vrij wat weidscher, rijker staat te voeren, -Dan mijn gering fortuin verduren kon. -Maar 'k roep geen ach en wee, dat ik moet afzien -Van zulk een glans; mijn groote zorg is nu -Met eer die groote schulden af te doen, -Waarin mijn jeugd, die al te spilziek was, -Mij heeft verstrikt; Antonio, 'k ben aan u -Het meeste schuldig, geld niet slechts, maar liefde; -Diezelfde liefde is mij een borg, dat ik -U oop'ning doen mag van mijn plan, om al -Die schulden, die mij drukken, af te werpen. - -ANTONIO. Ik bid u, vriend Bassanio, deel het mee, -En kan het, even als gijzelf steeds doet, -Voor 't oog der eer bestaan, wees dan verzekerd, -Ikzelf, mijn beurs en al wat ik vermag, -'t Is alles 't uwe, voor uw dienst gereed. - -BASSANIO. Verloor ik in mijn schooltijd soms een pijl, -Dan schoot ik hem een tweeden van die soort, -Denzelfden weg uit, na, gaf beter acht, -Tot waar hij vloog, en, beide wagend, vond ik -Ze beide vaak. Dit kindervoorbeeld past, -Omdat wat volgt, ook louter onschuld is. -Gij gaaft mij veel, en, als een wilde knaap, -Verloor ik wat gij gaaft, maar waagt gij 't nu, -Een tweeden pijl denzelfden weg te schieten, -Den eersten achterna, ik maak mij sterk, -Daar ik zijn vlucht bespiê, ze beî te vinden, -Of breng, wat gij het laatste waagdet, weêr, -En blijf uw dankb're schuldnaar voor het eerste. - -ANTONIO. Gij kent mij toch; wat spilt gij dan uw tijd, -En neemt een kronklende' omweg tot uw vriend; -Gij grieft mij waarlijk dieper, als ge twijfelt, -Of ik voor u het uiterst wel zou doen, -Dan als gij heel mijn have hadt verspild. -Deel dus mij mee, wat gij van mij verlangt, -Wat gij vermeent, dat ik vermag te doen; -Ik ben bereid en daad'lijk; zeg het dus. - -BASSANIO. In Belmont woont een jonkvrouw, rijk in goedren, -In schoonheid rijk, en, rijker nog dan dit, -Ook rijk in deugden; uit haar oogen ving ik -Reeds vroeger lieve stomme tijding op. -Haar naam is Portia; ze is wedergâ -Van Cato's dochter, Brutus' Portia. -De wereld door is reeds haar roem verbreid; -Van 't uiterste eind der aard, van iedre kust, -Brengt iedre wind, om naar haar hand te dingen, -De bloem der jonglingschap. Haar zonnig haar -Golft om haar slapen als een gulden vlies; -En Belmont is een tweede Colchisch strand, -En menig Jason komt om haar te erlangen. -Antonio, vriend, o, had ik slechts de midd'len, -Om waardig mij met een van hen te meten, -Dan mocht ik,--onbedrieglijk spelt mij dit -Mijn hart, mijn ziel,--het hoogste heil verwachten. - -ANTONIO. Gij weet, mijn gansch vermogen is op zee; -Ik heb geen geld en ook geen koopmansgoedren, -Die ik verpanden kan; maar ga, beproef, -Wat in Venetië mijn krediet vermag; -Ik verg er 't uiterst van, om u naar eisch -Voor Portia, naar Belmont, uit te rusten, -Vraag na, waar geld beschikbaar is; ook ik -Doe 'tzelfde, en ben geen oogenblik bezorgd, -Dat men niet gaarne, en op mijn woord, mij borgt. - - (Beiden af.) - - - - -TWEEDE TOONEEL. - - -Belmonte. Een kamer in Portia's huis. - -Portia en Nerissa komen op. - - -PORTIA. Op mijn woord, Nerissa, mijn klein persoontje heeft van deze -groote wereld meer dan genoeg. - -NERISSA. Dat mocht zoo wezen, lieve jonkvrouw, als uw ellende evenzoo -bovenmatig was als thans uw geluk. Maar voor zoover ik zie, zijn -zij, die zich overladen met te veel, al even ziek, als zij, die aan -alles gebrek hebben. Het is daarom geen middelmatig geluk juist in -de middelmaat te zijn; overvloed krijgt vroeger grijze haren, maar -juist van pas leeft langer. - -PORTIA. Goede spreuken, en goed voorgedragen. - -NERISSA. Nog beter zouden zij wezen, als zij goed werden opgevolgd. - -PORTIA. Als doen even gemakkelijk was, als weten, wat goed is te doen, -dan waren kapelletjes kerken, dagloonerswoningen vorstenpaleizen -geworden. Het is een goed geestelijke, die zijn eigen voorschriften -opvolgt; ik kan gemakkelijker aan twintig menschen leeren, wat zij -moeten doen om goed te doen, dan een van de twintig zijn en mijn eigen -lessen opvolgen. Het brein kan wel wetten voor het gestel uitdenken, -maar een vurig bloed springt over een koel voorschrift heen; zulk een -haas is de jongeling Onverstand, dat hij heenwipt over het net van -Goeden Raad, den kreupele. Maar dit redeneeren helpt mij volstrekt -niet bij het kiezen van een man.--O wee, dat woord kiezen! Ik mag niet -kiezen, dien ik zou willen, en niet afwijzen dien ik niet mag lijden; -en zoo is de wil van een levende dochter aan banden gelegd door den -wil van een dooden vader.--Is het niet hard, Nerissa, dat ik niemand -kiezen mag, en ook niemand afwijzen? - -NERISSA. Uw vader was een braaf man, en vrome menschen hebben bij hun -dood goede ingevingen. Daarom zal bij de loterij, die hij uitgedacht -heeft van die drie kastjes van goud, zilver en lood, (waardoor -hij, die in zijn geest kiest, u kiest,) zonder eenigen twijfel door -niemand de echte keus gedaan worden dan door een, die u echte liefde -toedraagt. Maar hoe staat het met de warmte van uw genegenheid jegens -een van de vorstelijke aanbidders, die alreeds gekomen zijn? - -PORTIA. O, wees zoo goed en noem ze op; als gij ze noemt, zal ik ze -u beschrijven; en naar mijn beschrijving moogt ge mijn genegenheid -afmeten. - -NERISSA. Vooreerst dan, de Napelsche prins. - -PORTIA. O, die is inderdaad een veulen, want hij doet niets dan van -zijn paard spreken; en hij vindt het een belangrijk toevoegsel aan -zijn begaafdheden, dat hij het zelf beslaan kan; ik vrees inderdaad, -dat mevrouw zijn moeder valsch spel speelde met een hoefsmid. - -NERISSA. Dan verder de paltsgraaf. - -PORTIA. Die zet altijd een zuur gezicht, alsof hij zeggen wou: -"Ben ik voor u niet goed genoeg, geen nood". Hij hoort vroolijke -kwinkslagen en vertrekt geen spier; ik vrees, dat, als hij oud wordt, -hij de weenende philosoof zal wezen in eigen persoon, daar hij nu in -zijn jeugd al zoo onhebbelijk somber is. Ik was liever getrouwd met -een doodshoofd, zoo met twee gekruiste knoken er onder, dan met een -van die beiden. God beware mij voor alle twee! - -NERISSA. Wat zegt gij dan van den Franschen heer, Monsieur Le Bon? - -PORTIA. God schiep hem, laat hem daarom voor een man doorgaan. Ik weet, -dat het zonde is een spotter te zijn, maar hij! Hij heeft een paard, -beter dan de Napolitaan, een beter slechte gewoonte van zuurkijken -dan de paltsgraaf; hij is iedereen en niemand; als een lijster zingt, -begint hij dadelijk kapriolen te maken; hij zou kunnen vechten met zijn -eigen schaduw. Als ik hèm nam, nam ik vijftig mannen te gelijk. Als -hij mij versmaadde, zou ik het hem vergeven; want al had hij mij lief -tot razend wordens toe, ik zou niets van hem willen weten. - -NERISSA. Wat hebt ge dan te zeggen tegen Faulconbridge, den jongen -Engelschen baron? - -PORTIA. Ge weet, ik zeg niets tegen hem, want hij verstaat mij niet -en ik hem ook niet; hij kent geen Latijn of Fransch noch Italiaansch, -en wat mijn Engelsch betreft, gij kunt gerust voor het gerecht een -eed gaan doen, dat het geen armzaligen duit waard is. Hij is het -afbeeldsel van een knap man, maar, ik bid u, wie kan omgaan met een -stom beeld? En hoe bespottelijk kleedt hij zich! Ik geloof, dat hij -zijn kamizool in Italië, zijn pof broek in Frankrijk, zijn muts in -Duitschland en zijn manieren overal heeft opgedaan. - -NERISSA. Wat denkt ge van zijn buurman, den Schotschen lord? - -PORTIA. Dat hij wezenlijk wel christelijke liefde tot zijn naaste -bezit, want hij borgde laatst een oorveeg van den Engelschman, -en zwoer, dat hij hem dien terug zou betalen, zoodra hij in de -gelegenheid zou wezen; ik denk, dat de Franschman zijn borg werd en -voor den ander onderteekende. - -NERISSA. Hoe bevalt u de jonge Duitscher, de neef van den hertog -van Saksen? - -PORTIA. Afschuwelijk in den morgen, als hij nuchter is, en -allerafschuwelijkst in den middag, als hij beschonken is; als hij -op zijn best is, is hij toch nog altijd iets minder dan een mensch, -en als hij op zijn slechtst is, is hij nauwlijks meer dan een dier; -als het ergste mocht gebeuren, dat gebeuren kan, hoop ik toch, dat -ik wel een uitvlucht zal vinden om hem vrij te loopen. - -NERISSA. Als hij zich mocht aanmelden om te kiezen en het rechte -kastje koos, dan zoudt ge toch weigeren uws vaders uitersten wil te -volbrengen, als gij weigerdet hem te nemen. - -PORTIA. Daarom bid ik u, om het ergste te voorkomen, zet een flinken -roemer Rijnwijn op het verkeerde kastje; want als de duivel er in -was en deze verzoeking van buiten er bij, dan weet ik, dat hij het -zou kiezen. Alles liever, Nerissa, dan met een spons te moeten trouwen. - -NERISSA. Gij behoeft niet beducht te wezen, mejonkvrouw, dat gij -een van deze heeren zult krijgen, want zij hebben mij hun besluit -meegedeeld, en dat is, waarlijk, naar huis te gaan en u niet verder met -hun aanzoek lastig te vallen, tenzij gij op een andere wijze te winnen -waart, dan door de bepaling van uw vader, ten opzichte van de kastjes. - -PORTIA. Al word ik zoo oud als Sibylla, wil ik toch zoo kuisch als -Diana sterven, tenzij ik gewonnen word op de wijze van mijns vaders -uitersten wil. Ik ben blij, dat dit partijtje vrijers zoo verstandig -is, want er is er niet één bij of ik smacht naar zijn afzijn, en ik -bid God, hun een voorspoedige heenreis te verleenen. - -NERISSA. Herinnert gij u niet, mejonkvrouw, uit den tijd dat uw vader -nog leefde, een Venetiaan, die man van studie en krijgsman te gelijk -was, en die hierheen kwam als metgezel van den markies van Montferrat? - -PORTIA. Ja, ja; het was Bassanio;--ik geloof ten minste, dat hij -zoo heette. - -NERISSA. Juist, mejonkvrouw. Van alle mannen, die mijn dwaze oogen -ooit gezien hebben, was hij wel het meest een schoone vrouw waard. - -PORTIA. Hij staat mij nog goed voor, en naar mijn herinnering is uw -lof niet onverdiend.--Wel, wat is er? - -(Een Bediende, komt op.) - -BEDIENDE. Mejonkvrouw, de vreemde heeren vragen naar u om afscheid -te nemen; en zoo even komt daar een voorrijder van een nieuwen, den -prins van Marocco, die het bericht brengt, dat de prins, zijn meester, -nog van avond hier zal zijn. - -PORTIA. Als ik dien nieuwen zoo van ganscher harte welkom kon -heeten, als ik de anderen vaarwel zeg, zou ik verheugd wezen over -zijn aankomst, als hij het binnenste heeft van een heilige en de -huidkleur van een duivel, - - Dan groette ik liever hem als boetgezant, - Dan dat ik hem mijn hand verpand. - -Kom, Nerissa.--Knaap, ga voor, maak voort.-- - - Gaat één vrijer uit de poort, - Dan wordt weer de stap van een ander, die nadert, gehoord. - - - (Allen af.) - - - - -DERDE TOONEEL. - - -Venetië. Een plein. - -Bassanio en Shylock komen op. - - -SHYLOCK. Drieduizend dukaten,--goed! - -BASSANIO. Voor drie maanden, Shylock. - -SHYLOCK. Voor drie maanden--goed! - -BASSANIO. En, zooals ik zeide, Antonio zal er borg voor zijn. - -SHYLOCK. Antonio zal er borg voor zijn,--goed! - -BASSANIO. Kunt gij mij helpen? Wilt ge mij het genoegen doen? Mag ik -uw antwoord weten? - -SHYLOCK. Drieduizend dukaten, voor drie maanden, en Antonio borg. - -BASSANIO. En uw antwoord--? - -SHYLOCK. Antonio is een goed man. - -BASSANIO. Hebt gij ooit eenigszins het tegendeel van hem gehoord? - -SHYLOCK. O, neen, neen, neen, neen;--maar ik meende, toen ik zeide, -dat hij een goed man is, zooals ge wel begrijpt, dat hij er goed voor -is,--hoewel van zijn goed kan men eigenlijk maar bij onderstelling -spreken; hij heeft een galjoen op weg naar Tripoli, een ander naar -Indië, en hij heeft, zooals ik op den Rialto vernam, een derde naar -Mexico, een vierde naar Engeland--en hij heeft nog meer varende -have,--overal verspreid. Maar schepen zijn maar planken en matrozen -zijn maar menschen, en er zijn landratten en waterratten, landdieven -en waterdieven, ik bedoel zeeroovers; en dan heb je nog het gevaar -van water en wind en klippen; maar toch, de man is er wel goed voor; -drieduizend dukaten;--mij dunkt, ik zou zijn borgtocht wel kunnen -aannemen. - -BASSANIO. Daar kunt ge zeker van zijn. - -SHYLOCK. Ik wil er zeker van zijn; en om er zeker van te zijn, wil -ik er mij op bedenken;--zou ik Antonio eens kunnen spreken? - -BASSANIO. Als ge lust hebt, met ons te eten,-- - -SHYLOCK. Nah, om varkensvleesch te ruiken, om te eten van de woning, -waar uw profeet, de Nazarener, den duivel in verbannen heeft? ik -wil met u handelen en wandelen, gaan en staan, koopen en verkoopen, -en zoo voort; maar ik wil niet eten met u, niet drinken met u, niet -bidden met u. Wat nieuws is er op den Rialto?--Wie komt daar aan? - -BASSANIO. Het is signore Antonio. - -(Antonio komt op.) - -SHYLOCK (ter zijde). Hoe lijkt hij een deemoedig tollenaar! -Ik haat hem reeds, dewijl hij Christen is, -En meer nog, wijl, in lage onnoozelheid, -Hij gratis geld leent en de rente drukt, -Die we anders in Venetië konden maken. -Gelukt het me eens, hem bij de heup te pakken, -Dan vier ik de' ouden wrok, dien 'k heb, toch bot; -Hij haat ons heilig volk, en vloekt, juist daar, -Waar alle kooplui plegen saam te komen, -Op mij, mijn zaken en mijn eerlijk winstje; -Dat noemt hij woeker. Zij mijn stam vervloekt, -Als ik 't vergeef! - -BASSANIO. Hé, Shylock, wilt gij hooren? - -SHYLOCK. Ik rekende uit, hoeveel ik wel in kas heb; -Zoo ver ik uit het hoofd het ramen kan, -Kan ik die volle somma van drieduizend -Dukaten zelf niet leev'ren. Maar wat doet dit? -Tubal, een rijk Hebreër van mijn stam, -Zal mij wel helpen.--Maar voor hoeveel maanden -Verlangt gij 't geld?--(Tot Antonio.) Signore, welkom hier; -Wij spraken juist daar van uw edelheid. - -ANTONIO. Shylock, hoewel ik, als ik gelden voorschiet -Of opneem, nimmer winsten neem noch geef, -Wil ik, om thans mijn vriend in nood te helpen, -Met die gewoonte breken.--(Tot Bassanio.) Weet hij reeds, -Hoeveel gij wenscht? - -SHYLOCK. Drieduizend, ja, dukaten. - -ANTONIO. En voor drie maanden. - -SHYLOCK. O, dat vergat ik,--voor drie maanden, ja. -En gij zijt borg, ja goed,--maar hoorde ik wel -Gij neemt of geeft geen intrest, als ge gelden -Voorschiet of opneemt, zegt ge? - -ANTONIO. 'k Doe het nooit. - -SHYLOCK. Toen Jakob nog de schapen Labans weidde,-- -Hij was van onzen vader Abram af -(Door 't schrander overleg van zijne moeder) -De derde patriarch,--jawel, de derde,-- - -ANTONIO. Wat wilt ge zeggen? leende hij op intrest? - -SHYLOCK. Neen, neen; hij nam geen interest, niet wat gij -Zoo intrest noemt; merk op, wat Jakob deed. -Toen tusschen hem en Laban de afspraak was, -Dat al 't geplekte en zwarte van de lamm'ren -Als Jakobs loon zou gelden, en de herfsttijd -Weer de ooien met de rammen samenbracht -En 't wolvee welig aan het paren ging, -Toen nam de ervaren herder popelroeden -En schilde ze met strepen en hij lei ze, -Wanneer de dieren paarden, op de drinkplaats, -Voor de oogen van de ritsige ooien neer, -Die, zoo ontvangend, in den lammertijd -Geplekte jongen wierpen, Jakobs deel. -Zoo nam hij toe in welstand, werd gezegend; -Want winst is zegen, als men 't maar niet steelt. - -ANTONIO. Dan diende Jakob, man, op goed geluk; -Het stond niet in zijn macht dit te bewerken; -Des hemels hand bestuurde en schikte 't zoo. -Meldt dit de schrift om woeker te rechtvaardigen, -Of is uw goud en zilver, ooi en ram? - -SHYLOCK. 'k Weet niet, ik laat het even snel vermeerdren;-- -Maar hoor, Signore. - -ANTONIO. Merk dit op, Bassanio; -De duivel zelf beroept zich op de schrift. -Een boos gemoed, dat heil'ge woorden spreekt, -Is als een fielt met liefelijken lach; -Een schijnschoone appel, maar in 't hart verrot; -O, glanzend schoon is 't uiterlijk der valschheid! - -SHYLOCK. Drieduizend--'t is een goede ronde som! -Drie maand, een verreljaars, laat zien dat maakt-- - -ANTONIO. Nu, Shylock, kunnen we op u reeknen, zeg? - -SHYLOCK. Signore Antonio, meermalen, vaak, -Hebt gij me op den Rialto doorgehaald -Ter zake van mijn leenen en mijn rente; -Ik zeide niets, maar trok de schouders op, -Want dulden is het erfdeel van ons volk. -Gij scholdt mij voor een onbekeerde, een bloedhond, -Gij spuwdet op mijn tabbaard--en dat alles, -Omdat ik weet te hand'len met wat mijn is. -Welnu, thans blijkt het, dat ge mij behoeft, -Zoo is 't; thans komt ge tot mij, en gij zegt: -"Shylock, wij wenschen geld"; en dat zegt gij, -Gij, die mijn baard bespuwdet, met den voet -Mij stiet, zooals ge een vreemden hond zoudt schoppen -Van uwen drempel, thans verlangt gij geld! -Wat moet ik tot u zeggen? moet ik zeggen: -"Heeft een hond geld? Is 't mooglijk, dat een bloedhond -Drieduizend stukken gouds u leent?" Of moet ik -Ten grond toe buigen, en gelijk een schuldnaar -Met fluisterstem, waar needrigheid in suist, -Dus spreken: -"Uw edelheid heeft Woensdag mij bespuwd, -Op dien dag weggeschopt, een ander maal -Mij hond genoemd; voor zooveel vriendelijkheid -Leen ik u zooveel geld?" - -ANTONIO. Ik was in staat u weder zoo te noemen, -U weer te spuwen, met den voet te stooten. -Wilt gij dit geld ons leenen, leen het niet -Als aan uw vrienden,--vriendschap zou geen vrucht -Van dood metaal ooit eischen van zijn vriend,-- -Maar leen 't veeleer uw vijand uit, want blijft -Die in gebreke, des te scherper kunt gij -Het uiterste eischen. - -SHYLOCK. Zie toch, welk een drift! -Ik wilde uw vriend zijn, vriendlijkheid u toonen, -Den smaad vergeten, dien 'k verduren moest, -Het noodige u verschaffen, en voor rente -Geen duit zelfs eischen, maar gij hoort niet eens; -Mijn aanbod is toch vriendlijk. - -ANTONIO. 't Zou vriendlijk zijn. - -SHYLOCK. Ik doe die vriendlijkheid.-- -Ga mee naar den notaris, teeken daar -Uw schuldbrief op uw naam; uit louter scherts, -Opdat gij ziet, dat ik geen winst verlang, -Als gij mij niet op den bepaalden dag, -En daar of daar, die som of die, zooals -Uw schuldbekentnis luiden zal, betaalt, -Zij deze boete vastgesteld, dat ik -Een zuiver pond mag snijden van uw vleesch, -Uit welk deel van uw lichaam ik verkies. - -ANTONIO. Het zij zoo; op mijn woord; ik teeken 't stuk, -En zeg: ook bij een jood is vriendlijkheid. - -BASSANIO. Neen, teeken zulk een borgtocht niet voor mij; -Veel liever blijf ik nog in mijn ellend'. - -ANTONIO. Kom, vriend, geen angst; want ik betaal op tijd. -In minder dan twee maanden, dus een maand -Vóór ik 't behoef, verwacht ik schepen binnen, -In waarde tien-, ja, twintigmaal deez' som. - -SHYLOCK. O vader Abram! hoe de christnen toch, -Omdat zij zelf hardvochtig zijn, van andren -Hetzelfde denken!--'k Bid u, zeg, zou mij, -Als hij eens in gebreke bleef, het innen -Der afgesproken boete voordeel zijn? -Een pondje menschenvleesch, gesneden van -Een man, is niet zoo goed, niet te verhandlen -Als vleesch van rund of schaap. Ik zeide, ik wensch -Zijn gunst, en bied mijn diensten. Neemt hij -Die aan, zeer gaarne; weigert hij, 't zij uit; -Maar smaad mij niet, ik bid u, om mijn goedheid. - -ANTONIO. Shylock, ik ben bereid het stuk te teek'nen. - -SHYLOCK. Gij ziet mij daadlijk weer, bij den notaris; -Geef gij hem op, wat hij te stellen heeft, -Met onze scherts er bij; ik zorg voor 't geld -En pak het in, en 'k moet ook naar mijn huis, -Waarop een dienaar past, die niet te best -Betrouwbaar is, maar spoedig ben ik bij u. - - (Shylock af.) - -ANTONIO. Zoo haast u, goede jood.--Zie, deez' Hebreër -Wordt waarlijk nog een christen; hij wordt goed. - -BASSANIO. 'k Vertrouw geen goedheid van een boos gemoed. - -ANTONIO. Geen zorg; ik heb geen roekloosheid begaan; -Mijn schepen zijn een maand vooruit wel aan. - - (Beiden af.) - - - - - - - -TWEEDE BEDRIJF. - - -EERSTE TOONEEL. - - -Belmont. Een vertrek in Portia's woning. - -Trompetgeschal. De Prins van Marocco met zijn Stoet, Portia, Nerissa -en anderen van haar Gevolg komen op. - - -MAROCCO. Versmaad mij om mijn kleur niet; 't is de donkre -Livrei der helle zon, in wier nabijheid -Ik ben geboren en mijn zetel heb. -Maar koom' de blankste jongling van het noorden, -Waar Febus' gloed de ijskegels nauwlijks smelt, -En om uw min verwond' zich elk van ons, -Tot proef, wiens bloed het roodst is, 't zijn of 't mijn. -'k Verklaar u, jonkvrouw, dit gelaat deed zelfs -Den stoutste sidd'ren; 'k zweer u bij mijn min, -Dat het de fierste maagden van het zuid -Bekoren kon; en 'k ruilde niet mijn kleur, -Dan om, mijn koningin, uw hart te stelen. - -PORTIA. Mijn keuze, prins, wordt niet alleen geleid -Door wat een ijdel meisjeshart begeert; -De loterij, waaraan mijn toekomst hangt, -Ontneemt mij zelfs het recht van eigen keus; -Maar had mijn vader in zijn wijsheid mij -Niet zoo beperkt, en mij niet opgelegd -Slechts hem als echtgenoot te aanvaarden, die -Mij op de wijze wint, die ik u noemde, -Dan ware uw uitzicht, wijdvermaarde prins, -Wel even schoon als dat van eenig ander, -Die vóór u naar mij dong. - -MAROCCO. Reeds hiervoor dank. -Ik bid u dus, geleid mij tot de kastjes, -Om mijn geluk te toetsen. Bij deez' kling,-- -Die aan den Sophi, en een Perzisch prins, -Voor wien de Sultan Soliman driemaal -Het veld moest ruimen, 't leven nam,--ik zou -Den fiersten blik der aard nog overfonklen, -Het kloekste hart der aard nog overtrotsen, -Aan de berin haar zuiglingwelpen nemen, -Den leeuw beschimpen, brullende om een prooi, -Voor uw bezit, signora. Maar helaas! -Als Hercules en Lichas met den teerling -Uitmaken wie het dapperst is, dan doet -Wellicht de zwakste hand den hoogsten worp, -En moet Alcides voor zijn schildknaap wijken; -En zoo kan mij, als blind geluk beslist, -Ontgaan, wat aan een mindren man ten deel valt, -Zoodat ik sterf van smarte. - -PORTIA. Zoo is 't lot! -Beslis dus, dat gij afziet van de keus, -Of zweer vooraf, dat, als gij aav'rechts kiest, -Gij u verbindt om nimmermeer een vrouw -Ten echt te vragen. Overweeg dus wel. - -MAROCCO. Ik zweer het, nimmer! Kom, de keus gewaagd! - -PORTIA. Neen, eerst uw eed voor 't altaar. Na den noen -Beproeft ge uw lot. - -MAROCCO. Gelukstèr, toon uw macht, -Nu 't zaligst heil of diepste ellend' mij wacht! - - (Trompetgeschal. Allen af.) - - - - -TWEEDE TOONEEL. - - -Venetië. Een straat. - -Lancelot Gobbo komt op. - - -LANCELOT. Zeker, mijn geweten zal wel toegeven, dat ik van dezen jood, -mijn meester, wegloop. De booze is mij op de hielen, en verzoekt mij, -en zegt: "Gobbo, Lancelot Gobbo", of "goede Gobbo", of "goede Lancelot -Gobbo, sta op, haal je beenen na je, loop weg". Mijn geweten zegt: -"neen; pas op, brave Lancelot", of, zooals daareven, "brave Lancelot -Gobbo, ga niet op den loop; stamp met je hielen, dat je den brui geeft -van dat wegloopen". Goed, maar de verbenedijde booze drijft mij aan, -mij weg te pakken, en zegt: "Loop" zegt de booze, "voort!" zegt de -booze, "in 's hemels naam; heb een hart in 't lijf", zegt de booze, -"en loop weg". Goed, maar mijn geweten werpt zich om den hals van mijn -hart en zegt op wijzen toon tot mij: "mijn brave vriend Lancelot, -gij zoon van een braaf man",--of liever van een brave vrouw, want, -inderdaad, van mijn vader gesproken, daar was wel een luchtje aan, -hij had zoo zekere neigingen, zoo wat smaak in--, nu, mijn geweten -dan zegt: "Lancelot, blijf", "blijf niet" zegt de booze; "blijf", -zegt mijn geweten. Geweten, zeg ik, uw raad is goed; Booze, zeg ik, -uw raad is ook goed; als ik aan mijn geweten gehoor geef, zou ik -blijven bij den jood, mijn meester, die (God straffe mij, als ik -lieg!) een soort van duivel is: en als ik van den jood wegliep, -zou ik aan den booze gehoor geven, die, met verlof gezegd, de Duivel -zelf is. Want dit is zeker, dat de jood de gevleeschelijkte duivel -is; en, op mijn geweten, mijn geweten is een hard soort van geweten, -dat het mij wil aanraden bij den jood te blijven. De booze geeft mij -den besten vriendenraad; ik wil op den loop gaan, Booze; mijn hielen -zijn tot uw dienst; ik wil op den loop gaan. - -(De oude Gobbo komt op, met een mand.) - -GOBBO. Mosjeu, jonge heer, gij, wees zoo goed en zeg mij, wat is de -weg naar mijnheer den jood zijn huis? - -LANCELOT (ter zijde). Och hemel, daar is mijn echte vleeschelijke -vader; hij heeft meer dan zand, hij heeft kiezel in zijn oogen en -kent mij niet.--Ik wil toch eens wat excrementen met hem nemen. - -GOBBO. Mosjeu, jonge heer, wees zoo goed en zeg me, wat is de weg -naar mijnheer den jood zijn huis? - -LANCELOT. Sla bij den eersten draai rechtsom, maar bij den allereersten -draai linksom; maar onthoud, sla bij den allerallereersten draai -noch rechts noch links om, maar sla dadelijk na een poos kaarsrecht -af naar het huis van den jood. - -GOBBO. Sapperment, dat zal een moeilijke weg wezen om te vinden. Kunt -ge mij zeggen, of zekere Lancelot, die bij hem dient, bij hem dient -of niet? - -LANCELOT. Spreek je van den jongen mosjeu Lancelot?--(Ter zijde). Nu -opgepast, nu leg ik hem het vuur aan de schenen.--Spreek je van den -jongen mosjeu Lancelot? - -GOBBO. Geen mosjeu, heer, maar de zoon van een armen drommel; zijn -vader is, al zeg ik het zelf, een brave doodarme kerel, en, Gode zij -dank, heel welvarend. - -LANCELOT. Wel, laat zijn vader wezen wat hij wil, wij spreken nu van -den jongen mosjeu Lancelot. - -GOBBO. Uw gehoorzame dienaar, en Lancelot kortaf, heer. - -LANCELOT. Maar ik bid je, ergo, oude man, ergo, verzoek ik je, spreek -je van den jongen mosjeu Lancelot? - -GOBBO. Uw edeles dienaar, en Lancelot, heer. - -LANCELOT. Ergo, mosjeu Lancelot; spreek niet van mosjeu Lancelot, -vadertje; want die jonge heer heeft, ten gevolge van de noodlotten -en lotsbeschikkingen en zulke vreemde gezegdens meer, de drie -schikgodinnen en verdere geleerdhedens, het tijdelijke met het eeuwige -verwisseld, of, om het platweg uit te drukken, hij is ter--hemel -gevaren. - -GOBBO. Och, och, God beware! de jongen was zoowaar de staf van mijn -ouderdom, mijn eenige steunpilaar. - -LANCELOT (ter zijde). Zie ik er uit als een knuppel of een tentpaal, -een staf of een pilaar?--Ken je mij niet, vader? - -GOBBO. Ach hemel, ik ken u niet, jonge heer; maar ik bid u, zeg me, -is mijn jongen, (God hebbe zijn ziel!) levend of dood? - -LANCELOT. Ken je mij niet, vader? - -GOBBO. Helaas, mijnheer, ik ben half blind, ik ken u niet. - -LANCELOT. Neen, maar waarlijk, al hadt je je oogen, dan zou het nog -wel kunnen gebeuren, dat je mij niet kende; 't is een wijs vader, die -zijn eigen kind kent. Komaan, oude man, ik zal je van je zoon bericht -geven. (Hij knielt.) Geef mij uw zegen! De waarheid komt altijd aan -het licht; een moord kan niet lang verborgen blijven, wel de zoon -van een vader; maar toch, ten langen leste, komt de waarheid uit. - -GOBBO. Ik bid u, heer, sta op; ik weet zeker, dat gij Lancelot, -mijn jongen, niet zijt. - -LANCELOT. Kom, ik bid je, alle gekheid op een stokje, maar geef -mij je zegen; ik ben Lancelot, je jongen die was, je zoon die is, -je kind dat wezen zal. - -GOBBO. Ik kan niet gelooven, dat gij mijn zoon zijt. - -LANCELOT. Dan weet ik ook niet, wat ik er van denken moet, maar ik -ben Lancelot, bij den jood in dienst, en, dat weet ik zeker, Margriet, -je vrouw, is mijn moeder. - -GOBBO. Ja wezenlijk, ze heet Margriet; en ik wil er op zweren, als -je Lancelot bent, dat je dan mijn eigen vleesch en bloed bent. Maar, -bij God en al zijn heiligen, wat een baard heb je gekregen; je hebt -meer haar gekregen aan je kin, dan Hans, mijn sleeppaard, aan zijn -staart heeft. - -LANCELOT. Dan lijkt het wel, dat Hans zijn staartharen achteruit -groeien; toen ik hem het laatst gezien heb, had hij bepaald meer -haren in zijn staart dan ik nu op mijn gezicht heb. - -GOBBO. Heerejé, wat ben je veranderd! En kun je met je meester nog al -overweg? Ik heb hem een present meegebracht. Hoe sta je tegenwoordig -met elkaar? - -LANCELOT. Zóó, zóó,--; maar voor mijn part, daar ik het er op gezet -heb om van hem weg te loopen, zoo wil ik niet rusten, voor ik een heel -eind achter de hielen heb. Mijn meester is een echte jood; hem een -present brengen! geef hem een strop. Ik ben in zijn dienst verhongerd; -je kunt iederen vinger, dien ik heb, met mijn ribben tellen. Vader, -ik ben blij, dat je gekomen bent; maar geef je present aan zekeren -heer Bassanio, die wezenlijk prachtige nieuwe livreien geeft; als ik -niet bij hem terecht kan komen, wil ik loopen, zoo ver Gods aardbodem -reikt.--O, wat een tref, wat een geluk! daar komt hij aan;--naar hem -toe, vader; want ik ben een jood, als ik nog langer bij den jood blijf. - -(Bassanio komt op, met Leonardo en andere Bedienden.) - -BASSANIO. Zoo kun je het wel doen;--maar je moet er zoo veel spoed -achter zetten, dat het avondmaal op zijn laatst tegen vijf uur gereed -is. Bezorg deze brieven; maak dat de livreien in orde komen en verzoek -Gratiano dadelijk bij mij te komen in mijn huis. - - (Een Bediende gaat heen.) - -LANCELOT. Nu naar hem toe, vader. - -GOBBO. God zegene uwe edelheid. - -BASSANIO. Dank je zeer; wou je iets van mij hebben? - -GOBBO. Hier is mijn zoon, heer, een arme jongen. - -LANCELOT. Niet een arme jongen, heer, maar de knecht van den rijken -jood; en die graag, heer, zooals mijn vader zal spezivizeeren-- - -GOBBO. Hij heeft een groote infectie, heer, om zoo te zeggen, om -bij u-- - -LANCELOT. Inderdaad, heer, het kort en het lang van de zaak is, dat -ik bij den jood in dienst ben, en declinatie heb, zooals mijn vader -zal spezivizeeren-- - -GOBBO. Zijn meester en hij, met verlof van uw edelheid, leven zoo -wat als kat en hond,-- - -LANCELOT. Om kort te gaan, de zuivere waarheid is, heer, dat de jood -mij verongelijkt heeft, en dat maakt, zooals mijn vader, die naar ik -hoop een oud man is, u fructivizeeren zal-- - -GOBBO. Ik heb hier een duivenschoteltje, dat ik aan uw edelheid wensch -te vereeren, en mijn verzoek is,-- - -LANCELOT. Om zoo kort mogelijk te zijn, het verzoek interruppeert -mijzelf, zooals uw edelheid hooren zal van dezen braven ouden man, -die, al zeg ik het zelf, schoon een oud man, toch een arm man en mijn -vader is. - -BASSANIO. Niet beiden te gelijk;--wat wil je? spreek! - -LANCELOT. Bij u in dienst komen, heer. - -GOBBO. Ja, dat is het, dat wij u willen opponeeren, heer. - -BASSANIO. Ik ken u wel; 't verzoek is toegestaan; -Shylock, uw heer, beval vandaag u aan -Voor deez' bevordring, zoo 't bevordring is, -Uit zulk een dienst als van een rijken jood, -Te komen bij een armen edelman. - -LANCELOT. Het oude gezegde, heer, is zeer goed verdeeld tusschen mijn -meester Shylock en u; gij hebt de genade Gods, heer, en hij heeft -vele goederen. - -BASSANIO (tot Lancelot). Zeer juist. (Tot Gobbo.) Ga heen nu, vader -met uw zoon,-- -Neem afscheid van uw vroeg'ren heer en kom -Dan aan mijn huis.--(Tot zijn Bedienden.) Bezorgt hem een livrei, -Wat meer bestrikt dan de andre; let daarop. - -LANCELOT. Kom, vader.--Neen, ik kan geen dienst krijgen; wel neen, -ik heb mijn tongetje niet tot mijn dienst.--Nu, (Hij bekijkt de -binnenvlakte van zijn hand.) als er in Italië iemand zoo'n mooie -handpalm heeft om op de schrift te zweren! of ik ook geluk zal -hebben!--Kijk eens, welk een onnoozel levenslijntje; 't is me daar -een kleinigheidje vrouwen; acht, tien, vijftien vrouwen is nog niets: -elf weduwen en negen jonge dochters is wel een onnoozel inkomen voor -één man; en dan, driemaal bijna te verdrinken, en mijn leven haast -te verliezen aan den rand van een veerenbed;--dat noem ik er genadig -afkomen! Ik moet zeggen, als Fortuin een vrouw is, dan is zij in dàt -opzicht een goeie meid.--Kom, vader; ik zal in een ommezientje klaar -wezen met dat afscheidnemen van den jood. - - (Lancelot en de oude Gobbo af.) - -BASSANIO. Ik bid u, Leonardo, denk hieraan; -En kom, is dit gekocht en alles klaar, -Terstond terug, want al mijn goede vrienden -Onthaal ik dezen avond. Haast u, ga. - -LEONARDO. Ik doe mijn best; gij zult tevreden zijn. - -(Gratiano komt op.) - -GRATIANO. Waar is uw meester? - -LEONARDO. Heer, daar gaat hij juist. - - (Leonardo af.) - -GRATIANO. Signor Bassanio!-- - -BASSANIO. Gratiano! - -GRATIANO. Ik wensch een gunst van u! - -BASSANIO. Ze is toegestaan. - -GRATIANO. Ja, toestaan moet ge; ik moet met u naar Belmont. - -BASSANIO. Wat moet, dat moet; maar hoor dan toch, Gratiano, -Gij zijt te wild, te ruw, te luid van stem; -'t Gaat u goed af, en is volstrekt geen fout -In oogen zooals de onze; maar het wordt, -Waar men u zoo niet kent, al licht te vrij, -Te dol gevonden;--temper, zoo gij kunt, -Met enkle koude drupp'len stemmigheid -Uw dart'len geest; opdat ik, door uw woestheid, -Niet word' miskend, en wat ik wensch en hoop -Niet derven moog'. - -GRATIANO. Gerust maar, vriend Bassanio; -Hul ik mij niet in stemmige eerbaarheid, -Praat ik niet deftig, vloek slechts nu en dan, -En is mijn blik niet zedig, draag ik niet -Een kerkboek in mijn zak, en houd ik niet -Mijn hoed voor de oogen bij 't gebed, en zucht -Ik niet, en zeg ik niet ootmoedig "amen", -Neem ik naar eisch niet iedren vorm in acht, -Als een, die om de gunst van grootmama -Een uitgestreken facie toont, geloof mij -Dan in 't vervolg nooit meer. - -BASSANIO. Wij zullen zien, -Hoe gij u houden zult. - -GRATIANO. Maar, vriendlief, hoor, -Deze avond geldt nog niet, gij moogt mij niet -Verkett'ren om van avond. - -BASSANIO. Zeker niet, -Dat zou wel jammer zijn, ik zou u eer -Verzoeken uitgelaten dol te wezen, -Want onze vrienden willen vroolijkheid. -Doch nu vaarwel; ik heb nog wat te doen. - -GRATIANO. En ik moet naar Lorenzo en de vrienden, -Maar kom met hen van avond goed op tijd. - - - - -DERDE TOONEEL. - - -Aldaar. Een kamer in Shylock's huis. - -Jessica en Lancelot komen op. - - -JESSICA. Het spijt me, dat ge ons huis verlaten gaat; -Het is een hel, en gij, een snaaksche duivel, -Hebt soms de slepende uren mij verkort. -Maar 't ga u goed; neem deez' dukaat van mij; -En, Lanc'lot, hoor; straks ziet ge op 't avondfeest -Als gast van uwen nieuwen heer, Lorenzo; -Geef hem deez' brief, maar doe het in 't geheim; -En nu vaarwel; ik wil niet, dat mijn vader -Ons samen spreken ziet. - -LANCELOT. Atjé!--tranen verlangen mijn tong.--Gij allerliefst -heidinneke, allerzoetst Jodinneke! Als een Christen niet voor schelm -heeft gespeeld en uw hart gestolen, dan weet ik er niets meer van. Maar -atjé, deze bespottelijke druppels verdrinken mijn manlijkheid te -veel; atjé. - - (Lancelot af.) - -JESSICA. Vaarwel, vriend Lancelot.-- -Ach, hoe afschuw'lijk is het toch in mij, -Dat ik mij schaam mijns vaders kind te zijn! -Maar ben ik ook zijn dochter naar den bloede, -Ik ben 't niet naar den geest.--O, mijn Lorenzo, -Geen strijd meer, neen; ik word, blijft gij mij trouw, -Christinne, en met een hart vol liefde uw vrouw. - - (Jessica af.) - - - - -VIERDE TOONEEL. - - -Aldaar. Een straat. - -Gratiano, Lorenzo, Salarino en Solanio komen op. - - -LORENZO. Hoort toe, wij sluipen weg van 't avondmaal, -Vermommen ons bij mij aan huis en zijn -Dan allen in een uur terug. - -GRATIANO. Wij zijn op zulk een feest niet voorbereid. - -SALARINO. Voor fakkeldragers is niet eens gezorgd. - -SOLANIO. 't Moet puik in orde zijn, of 't is niets waard; -En dan zij 't, dunkt mij, liever niet begonnen. - -LORENZO. Het is nog pas vier uur; wij hebben dus -Nog twee uur vóór ons. - -(Lancelot komt op, met een brief.) - - Lanc'lot, zoo! wat nieuws? - -LANCELOT. Als uwe edelheid dezen brief gelieft te openen, zal het -schijnen te verduidelijken. - -LORENZO. Ik ken de hand; ja, 't is een schoone hand, -En blanker dan 't papier, waarop zij schreef, -De schoone hand, die schreef. - -GRATIANO. Een minnebriefje! - -LANCELOT (wil weggaan). Met uw verlof, heer. - -LORENZO. Zeg, waar moet gij heen? - -LANCELOT. Och heer, ik moet mijn ouden meester den Jood gaan intiveeren -om bij mijn nieuwen meester den Christen van avond het nachtmaal te -komen gebruiken. - -LORENZO. Ziedaar, (Hij geeft hem geld.)--en zeg de schoone Jessica, -Dat ze op mij reek'nen kan;--zeg 't heimlijk; ga.-- - - (Lancelot af.) - -Mijn heeren, -Maakt ge alles nu voor 't maskerfeest gereed? -Ik heb al iemand, die mijn fakkel draagt. - -SALARINO. Goed, op mijn woord, ik maak het daad'lijk klaar. - -SOLANIO. Ik ook. - -LORENZO. En komt dan, na een uur zoo wat, -Aan Gratiano's huis; daar vindt ge ons tweeën. - -SALARINO. 't Is goed, wij zullen komen. - - (Salarino en Solanio af.) - -GRATIANO. Die brief was van de schoone Jessica? - -LORENZO. U moet ik alles zeggen: zie, zij schreef, -Hoe ik haar uit haars vaders huis moet schaken; -Hoe ze is voorzien van goud en edelsteenen; -Hoe ze in een page zich verkleeden zal. -Komt ooit de jood, haar vader, in den hemel, -Dan is 't ter wille van zijn dochter slechts; -En waagt ooit rampspoed haren weg te kruisen, -Dan is er niets, dat zulk een doen verschoont, -Dan dat zij 't kind is van een valschen jood.-- -Kom mede, en zie dit onderweg maar in; -Mij draagt de schoone Jessica de fakkel. - - (Beiden af.) - - - - -VIJFDE TOONEEL. - - -Aldaar. De straat voor Shylock's huis. - -Shylock en Lancelot komen op. - - -SHYLOCK. Nu, gij zult zien, met eigen oogen zien, -Hoe anders 't is bij Shylock en Bassanio;-- -Hé, Jessica!--voorwaar, gij zult bij hem -Niet slapen, snorken, telkens kleeren scheuren!-- -Hé, Jessica, nog eens! - -LANCELOT. Hé, Jessica! - -SHYLOCK. Wie zeide u haar te roepen? 'k zei 't u niet. - -LANCELOT. Uwe edelheid heeft mij vroeger altijd gezeid, dat ik nooit -iets kan doen, of het moest mij gezeid worden. - -JESSICA. Wat is 't? Gij hebt geroepen? - -(Jessica komt op.) - -SHYLOCK. 'k Ben uitgevraagd ten eten, Jessica; -Daar zijn mijn sleutels.--Maar waarom zou 'k gaan? -Men vraagt mij niet als vriend, maar om te vleien; -Maar ik, ik ga uit haat, en help den christen -Zijn goed verspillen.--Jessica, mijn kind, -Pas op mijn huis;--ik ga met tegenzin; -Er broeit iets, vrees ik, dat mijn rust verstoort; -Ik heb van nacht van zakken gouds gedroomd. - -LANCELOT. Ik bid u, heer, kom; mijn jonge meester wacht op uw -bezoeking. - -SHYLOCK. Die zal wel gebeuren. - -LANCELOT. En ze hebben saamgezworen,--ik wil niet zeggen, dat gij een -maskerade zult zien, maar als gij er een ziet, dan was het niet voor -niets, dat mijn neus begon te bloeden op den laatsten Paaschmaandag -'s morgens om zes uur, die dat jaar viel op Asschenwoensdag voor vier -jaren in den namiddag. - -SHYLOCK. Wat, zijn daar maskers? Hoor mij, Jessica! -Sluit dan de deur, en als gij tromm'len hoort -En dat gegil van kromgenekte fluiten, -Klim dan niet tot het venster op en steek -Uw hoofd niet op de straat, en kijk niet uit -Naar dat geverfd gelaat van christenzotten; -Maar stop dan de ooren van mijn woning,--'k meen -Mijn vensters,--dicht, opdat mijn eerbaar huis -'t Geraas dier flauwe zotternij niet hoore.-- -Ik zweer bij Jacobs staf, ik heb geen zin -Om buitenshuis van avond feest te vieren; -Toch wil ik gaan.--Gij knaap, ga voor mij uit; -Zeg, dat ik kom. - -LANCELOT. Ik zal vooruitgaan, heer.-- -(Fluisterend tot Jessica.) Maar kijk, meestres, alevel 't venster uit; - Dra passeert een christen goed, - Waard, dat een jodin hem groet. - - (Lancelot af.) - -SHYLOCK. Wat zeide daar die gek, die zone Hagars? - -JESSICA. Hij zeide mij vaarwel en anders niet. - -SHYLOCK. De dwaas is goedig, maar een wolf in 't eten; -Bij 't werk een slak, in 't slapen overdag -Een wilde kat; ik wil geen hommels houden; -En daarom ga hij heen, en ga hij heen -Naar iemand, wien hij den geborgden buidel -Moog' helpen leêgen.--Jessica, naar binnen; -Misschien kom ik zoo daad'lijk wel terug; -Doe wat ik zeide en sluit de deuren goed; - "Een dichte kast, weert meen'gen gast;" -Zoo spreekt een elk, die op zijn zaken past. - - (Shylock af.) - -JESSICA. Vaarwel;--en als Fortuin mij niet bestrijdt, -Ben ik een vader, gij een dochter kwijt. - - (Jessica af.) - - - - -ZESDE TOONEEL. - - -Aldaar. - -Gratiano en Salarino komen op, gemaskerd. - - -GRATIANO. Dit is het afdak, waar Lorenzo ons -Verzocht te wachten. - -SALARINO. 't Uur is haast voorbij. - -GRATIANO. En 't is een wonder, dat hij 't uur verzuimt; -Verliefden zijn meestal de klok vooruit. - -SALARINO. O, tienmaal sneller vliegen Venus' duiven -Om nieuwe liefdebanden te bezeeg'len, -Dan om gezworen trouw gestand te doen. - -GRATIANO. Ja, dat gaat door: wie staat ooit van een feest -Met zooveel eetlust op, als hij ging zitten? -Waar is het paard, dat op zijn lange baan -Terugdraaft met hetzelfde ondoofbre vuur, -Waarmee het steig'rend wegstoof? Ieder ding -Wordt met meer vuur begeerd dan wel genoten. -Ziet, hoe, gelijk een jong en kwistig zwakhoofd, -Het nieuwe jacht daar zee kiest, vlag in top, -Door dartel windgestreel gekust, geliefkoosd! -Hoe keert het weer als de verloren zoon, -De spanten bloot en met gescheurde zeilen, -Verarmd en naakt door 't dartel windgestreel! - -(Lorenzo komt op.) - -SALARINO. Daar komt Lorenzo;--later dus 't vervolg. - -LORENZO. Verschoont mij, lieve vrienden, dat ik toefde; -'k Had veel te doen; dat draag' de schuld, niet ik. -Maar is 't ùw beurt eens om een vrouw te stelen, -Dan wacht ik even lang op u.--Komt hier; -Hier woont mijn jodenvader.--Wie is thuis? - -(Jessica verschijnt aan 't venster, in jongensgewaad.) - -JESSICA. Wie is daar? Zeg 't voor alle zekerheid, -Hoewel ik zweren zou de stem te kennen. - -LORENZO. Lorenzo, en uw liefste. - -JESSICA. Lorenzo, zeker; en mijn liefste, ja; -Want wien heb ik zoo lief? Maar wie, Lorenzo, -Staat voor u in, dat ik u 't liefste ben? - -LORENZO. De hemel en uw hart zijn mijn getuigen. - -JESSICA. Hier, vang dit mandje; 't is de moeite waard. -Goed, dat het nacht is, en ge mij niet ziet; -Want ik ben erg beschaamd in deez' verkleeding; -Maar liefde is blind; verliefden kunnen niet -De vreemde streken zien, die zij bedrijven; -Maar konden zij 't, Cupido zelf zou blozen, -Als hij mij zoo als jongen zag verkleed. - -LORENZO. Kom af, gij moet mijn fakkeldrager zijn. - -JESSICA. Wat! moet ik 't licht doen vallen op mijn schande? -Die is, voorwaar, van zelf reeds veel te licht. -Dit is een post, mijn lief, die openbaart, -En 'k moet verborgen zijn. - -LORENZO. Dat blijft gij, liefste, -Als u 't bevallig pagekleed omhult. -Maar haast u thans; -Of de ons bevriende nacht gaat vluchtling spelen, -En men verwacht ons bij Bassanio's feest. - -JESSICA. Ik ga de kasten sluiten en verguld mij -Met meer dukaten nog, en kom dan fluks. - - (Zij gaat weg van 't venster.) - -GRATIANO. Ze is, bij mijn kap, Godinne, geen Jodinne. - -LORENZO. God straff' me, zoo 'k haar niet oprecht bemin; -Verstandig is ze, als ik er iets van weet; -En schoon is ze, als mijn oog mij niet bedriegt; -En trouw is ze ook, dat heeft ze reeds getoond. -En, zooals ze is, verstandig, schoon en trouw, -Wordt zij mijn teêr en trouw beminde vrouw. - -(Jessica komt op, beneden.) - -LORENZO. Zoo, zijt ge er reeds?--Dan, heeren, voort, met spoed; -Ginds wacht ons al sinds lang de maskerstoet. - - (Hij gaat heen, met Jessica en Salarino.) - -(Antonio komt op.) - -ANTONIO. Wie daar? - -GRATIANO. Signore Antonio? - -ANTONIO. Gratiano, foei! En waar zijn nu al de andren? -'t Is negen uur; de vrienden wachten u.-- -Geen maskerade thans; de wind is om; -Bassanio wil op 't oogenblik aan boord; -Ik zond wel twintig man om u te zoeken. - -GRATIANO. Zeer gaarne, ja; want niets staat meer mij aan, -Dan nog van avond scheep en weg te gaan. - - (Beiden af.) - - - - -ZEVENDE TOONEEL. - - -Belmont. Een zaal in Portia's huis. - -Trompetgeschal. Portia en de Prins van Marocco komen op, beiden -met Gevolg. - - -PORTIA. Goed, schuif den voorhang open en onthul -De kastjes alle voor deez' eed'len prins;-- -(Tot den Prins.) Doe thans uw keus. - -MAROCCO. Van goud het eerste, dat tot opschrift heeft: -"Die mij verkiest, verkrijgt, wat menig man begeert". -Van zilver 't tweede, dat ons dit belooft: -"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient". -Dit derde, zwaar, van lood, met plomp vermaan: -"Die mij verkiest, die wage en geve al wat hij heeft". -Hoe weet ik nu, of ik het rechte kies? - -PORTIA. Slechts één er van bevat mijn beelt'nis, prins; -En kiest ge dat, dan ben ikzelf ook de uwe. - -MAROCCO. Een God bestuur' mijn oordeel dan! Laat zien; -Nog eens wil ik die spreuken overlezen. -Wat zegt dit looden kastje? -"Die mij verkiest, die geve en wage al wat hij heeft". -Die geev'--voor wat? voor lood? hij waag' voor lood? -'t Is taal, die dreigt. En zij, die alles wagen, -Doen dit op hoop van kostelijk gewin; -Een gouden geest bukt niet naar schuim van erts; -En ìk geef niets en waag ook niets, voor lood. -Wat zegt het zilver, met zijn maagdeglans? -"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient". -Zooveel als hij verdient!--Denk na, Marocco, -En weeg uw eigen waarde op de juiste hand; -Waardeert men u, zooals ge uzelven schat, -Genoeg is uw verdienste; schoon, genoeg -Kan ontoereikend wezen voor de jonkvrouw. -Doch, angst te koestren over mijn verdienste, -Waar' zwak, onwaardig twijflen aan mijzelf. -Zooveel als ik verdien!--Nu, 't is de jonkvrouw; -'k Verdien haar door geboorte en door mijn goed'ren, -Door gaven der natuur en door beschaving, -Maar bovenal verdien ik haar door liefde. -Als ik niet verder ging, en dit verkoos?-- -Maar toch, die spreuk van 't goud nog overwogen! -"Die mij verkiest, verkrijgt, wat menig man begeert". -Nu, dat 's de jonkvrouw; iedereen begeert haar, -En iedre hoek der aard brengt pelgrims aan, -Om 't sterflijk, aad'mend heiligbeeld te kussen. -Hyrcanië's wouden, de onafzienbre vlakten -Van 't woest Arabië zijn gebaande wegen -Voor vorsten thans, tot schoone Portia; -Het rijk der waatren, dat met fiere kruinen -Den hemel in 't gelaat spuwt, keert ze niet, -Die zoo vermeet'le vreemden; neen, ze komen, -Als door een beek, tot schoone Portia.-- -Eén van deez' drie omsluit haar hemelsch beeld. -Is 't denkbaar, dat haar lood omsluit?--'t Waar' lastring, -Zoo iets te denken; 't lood is te verachtlijk -Om zelfs in 't donkre graf haar wâ te ompants'ren.-- -Of is 't te denken, dat ze in zilver huist, -Wel tienmaal minder waard dan 't loutre goud? -O zondig denkbeeld! zulk een rijk juweel -Wordt steeds in goud gevat. In Eng'land is -Een munt, van goud, gestempeld met een engel, -Maar daar is 't beeld eens engels bovenop; -Hier ligt een engel, door een gulden bed -Geheel omsloten.--Geef den sleutel mij; -Dit is mijn keus; geluk, wees aan mijn zij! - -PORTIA. Daar, neem hem, prins; en is mijn beeld hierin, -Dan ben ik de uwe. - -(Bij ontsluit het gouden kastje.) - -MAROCCO. O, hel, wat vind ik hier? -Een grijnzend doodshoofd, en in de oogkas ligt -Een opgerold geschrift?--Ik wil het lezen. - "Al wat blinkt, is nog geen goud, - Wis is dit u vaak ontvouwd; - Menig heeft den schijn vertrouwd, - Maar te laat zijn doen berouwd. - Gulden graven zijn gebouwd, - Waar de worm toch huis in houdt. - Waart gij even wijs als stout, - Jong van leên, van oordeel oud, - 't Afscheid hadt ge niet aanschouwd: - Al uw gloed laat Portia koud." - Koud voorwaar en moeite om niet; - Welkom, koude; en gloed, ontvlied!-- -Leef, Portia, wel! Het vonnis doet mij pijn; -'k Verloor; zoo moog' dan kort het afscheid zijn! - - (Marocco af, met zijn Gevolg.) - -PORTIA. O heuglijk eind!--Trek weer den voorhang toe;-- -Dat elk, die hem gelijkt, die keuze doe. - - (Allen af.) - - - - -ACHTSTE TOONEEL. - - -Venetië. Een straat. - -Salarino en Solanio komen op. - - -SALARINO. Ja, vriend, ik zag Bassanio onder zeil; -Gratiano heeft zich met hem ingescheept, -Maar zeker is Lorenzo niet op 't schip. - -SOLANIO. De jood, die hondsvot, tierde, tot de doge -Met hem Bassanio's schip ging onderzoeken. - -SALARINO. Hij kwam te laat; het was reeds onder zeil. -Toen echter kwam den doge dra ter oore, -Dat men Lorenzo en zijn Jessica -Gezien had in een gondel; bovendien -Gaf ook Antonio de verzeek'ring, dat -Zij niet Bassanio op zijn schip verzelden. - -SOLANIO. Nooit hoorde ik zulk een teugellooze woede, -Zoo vreemd, zoo heftig, zoo van 't een op 't ander, -Als van dien jood, dien hond, daar op de straat: -"Mijn dochter!--Mijn dukaten!--O mijn dochter!-- -En met een christen!--O, mijn christ'lijke dukaten!-- -O recht en wet! mijn dochter! mijn dukaten! -Eén zak, twee zak, verzegeld, vol dukaten! -Dubb'le dukaten;--en mijn dochter stal ze! -Juweelen ook, twee steenen, kostbre steenen! -Mijn dochter stal ze!--Rakkers, zoekt die deern! -Mijn steenen heeft ze bij zich, mijn dukaten!" - -SALARINO. De straatjeugd van Venetië schreeuwt hem na:-- -"Zijn steenen, zijn dukaten en zijn dochter!" - -SOLANIO. Als nu Antonio maar op tijd betaalt, -Want anders zal hij 't boeten. - -SALARINO. Ja, zeer juist. -'k Was gistren met een Franschman aan het praten; -Die zeide mij, dat in de nauwe zee, -Die Frankrijk scheidt van Eng'land, er een schip -Vergaan was, rijk bevracht, en hier van daan. -'k Dacht daad'lijk aan Antonio, toen hij 't zeide, -En wenschte in stilte: "zij dat niet van hem!" - -SOLANIO. Gij moet hem toch vertellen, wat ge hoort; -Maar niet te plotsling, want het mocht hem leed doen. - -SALARINO. Er is geen trouwer hart op aard; ik zag -Bassanio's afscheid van Antonio. -Bassanio zeide, dat hij spoed zou maken -Om weêr te keeren; "Doe dat niet", was 't antwoord, -"Verbroddel niet om mij uw zaak, Bassanio. -Neen, laat de tijd haar rijpen. Wat den schuldbrief -Betreft, dien ik den jood geteekend heb, -Die rijz' niet voor uw geest naast uwe liefde; -Wees opgeruimd en wijd al uw gedachten -Aan hoflijkheid en de uiting uwer liefde, -Aan al wat ginds u 't beste passen zal." -Toen reikte hij,--zijn oog schoot vol van tranen,-- -Met afgewend gelaat zijn vriend de hand, -En schudde, met een wonderdiepe ontroering, -Met kracht Bassanio's hand. Zoo scheidden zij. - -SOLANIO. 'k Geloof, is hem de wereld nog iets waard, -Dan is 't om hem. Kom, zoeken wij hem op, -En zij door scherts of boert die somberheid, -Die hem beving, verjaagd. - -SALARINO. Ja, doen wij dat! - - (Beiden af.) - - - - -NEGENDE TOONEEL. - - -Belmont. Een zaal in Portia's woning. - -Nerissa komt op, met een Bediende. - - -NERISSA. Kom, spoedig, spoedig, trek den voorhang weg; -De prins van Arragon heeft de' eed gedaan -En komt zoo daad'lijk zijn geluk beproeven. - -(Trompetgeschal. De Prins van Arragon en Portia komen op, beiden -met Gevolg.) - -PORTIA. Gij ziet, daar staan de kastjes, edel prins; -Verkiest gij dat, waarin mijn beeltnis is, -Dan wordt terstond het huwlijksfeest gevierd; -Maar faalt uw keuze, heer, dan moet gij ook -Terstond en zonder tegenspraak vertrekken. - -ARRAGON. Drie dingen zijn door de' eed mij opgelegd: -Ten eerste, nimmer iemand te openbaren, -Welk kastje ik koos; dan, mocht ik 't rechte kastje -Niet treffen, nimmer in mijn leven meer -De hand van een'ge vrouw te vragen; eind'lijk, -Indien 't geluk me een juiste keus ontzegt, -Hier niet te toeven maar terstond te gaan. - -PORTIA. Hiertoe verplicht zich elk bij eede, die -Voor mijn onwaardig ìk de kans komt wagen. - -ARRAGON. Ik nam het op mij. Thans, Fortuin, vervul -Mijn hartewensch!--Goud, zilver, waardloos lood! -"Die mij verkiest, die geve en wage al wat hij heeft"; -Glans vrij wat schooner, eer ik geef of waag!-- -Wat zegt het gouden kastje? Laat eens zien:-- -"Die mij verkiest, verkrijgt wat menig man begeert." -Wat menig man begeert!--dit menig meent wellicht -De dwaze menigt', die naar schijn slechts kiest, -Niet meer ziet dan het ijdel oog kan leeren, -Niet in het binnenst dringt, maar als de zwaluw -Haar bouw bevestigt aan den buitenwand, -Geheel aan storm en toeval prijsgegeven. -Ik kies niet, neen, wat menig man begeert, -Ik wil mij niet naar lage geesten schikken, -Niet voegen bij den grooten dommen hoop. -Dus thans tot u, gij zilvren schatbewaarder, -Zeg mij het opschrift, dat gij draagt, nog eens: -"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient". -Zeer goed gezegd: want wie durft stout Fortuin -Verschalken, en zich eere stelen, waar -Verdienstes stempel op ontbreekt! Dat niemand -Een onverdiende waardigheid zich eigen'! -O, werden goed'ren, rang en ambten nooit -Op laak'bre wijs verworven; eere steeds -Onwraakbaar, door verdienste alleen, gekocht! -Hoe menig dekte zich, die blootshoofds staat; -Hoe menig, die beveelt, wierd dan de dienaar! -Wat laag gepeupel zou de wan niet schiften -Uit wat het zaad der eere is; hoeveel tarwe -Waar' niet te lezen uit het kaf der tijden, -En weer tot eer te brengen!--Maar, de keuze:-- -"Die mij verkiest, erlangt zooveel als hij verdient." -Ik kies verdienste;--ontsluit mij dit, opdat -Me onthuld zij, hoe 't geluk mij is gezind. - -(Hij ontsluit het zilveren kastje.) - -PORTIA. Te lang gedraald voor dat, wat gij daar vindt. - -ARRAGON. Wat is dit hier? Het beeld eens zots, dat me aangrijnst, -En een geschrift mij reikt? Ik wil het lezen. -Hoe weinig zijt ge aan Portia gelijk! -Hoe weinig aan mijn hoop en mijn verdiensten! -"Die mij verkiest, verkrijgt zooveel als hij verdient." -Verdien ik dan niets beters dan een zotskop? -Is dat mijn loon? Is mijn verdienste zoo? - -PORTIA. Misdoen en rechtspraak gaan niet samen; 't een -Verschilt in aard van 't ander. - -ARRAGON. Wat staat hier? - "Zevenmaal in 't vuur geheet - Werd dit zilver, en gesmeed; - Zevenmaal is hij doorkneed, - Die nooit dwaze keuze deed. - Menig greep een schaduw beet, - Die hem door de handen gleed. - Dwazen zijn er, zoo ik weet, - Als deez' nar, in zilvren kleed. - Kies een meisje, grof of fijn, - Altijd is uw hoofd als 't mijn; - Gaat, laat dit genoeg u zijn." - Grooter nar schijn ik mij toe, - Als ik hier nog toeven doe. - Eénen zotskop bracht ik mee, - En ik ga nu weg met twee.-- - Nu, vaarwel, ik houd mijn eed, - Zal geduldig zijn in 't leed. - - (De Prins van Arragon met Gevolg af.) - -PORTIA. Dat de mot de vlam niet meed! -O, o, die wijze narren! als zij kiezen, -Zijn zij zoo wijs, door wijsheid te verliezen. - -NERISSA. Hoe goed het oude spreekwoord het toch wist! -Wie hangt, wie huwt, wordt door het lot beslist. - -PORTIA. Kom, trek 't gordijn weêr toe, Nerissa. - -(Een Bediende komt op.) - -BEDIENDE. Waar is mijn jonkvrouw? - -PORTIA. Hier; wat wil mijn heer? - -BEDIENDE. Mejonkvrouw, aan de poort is afgestegen -Een jong Venetiaan, om u te melden, -Dat weldra zijn gebieder u begroet; -Hij brengt van deze' u liefdevolle groeten, -Behalve hoff'lijk schoone woorden, gaven -Van hooge waarde; en nimmer zag ik nog -Een liefdeboô, zoo goed zijn boodschap waard; -Want nooit kwam in April een dag zoo schoon, -Om ons den fraaien zomer te voorspellen, -Als deze boô vooraf zijn heer ons meldt. - -PORTIA. Genoeg, ik bid u; ik begin te vreezen, -Dat gij zoo daad'lijk zegt: "hij is mijn broêr:" -Zoo feestlijk zijt ge in 't roemen van zijn lof. -Nerissa, kom; 'k wil zien wie 't is, die zoo -Zijn liefde ons meldt, reeds door zijn liefdeboô. - -NERISSA. Geef, liefdegod, het zij Bassanio! - - (Allen af.) - - - - - - - -DERDE BEDRIJF. - - -EERSTE TOONEEL. - - -Venetië. Een straat. - -Solanio en Salarino komen op. - - -SOLANIO. Nu, wat nieuws is er op den Rialto? - -SALARINO. Ja, het wordt nog maar niet tegengesproken, dat Antonio -een schip met rijke lading in die nauwe doorvaart verloren heeft. De -Goodwins, geloof ik, heet de plaats, een gevaarlijke zandbank en -als noodlottig bekend; er moeten vrij wat wrakken van groote schepen -begraven liggen, als moei Gerucht een eerlijk wijf is, waar men op -aan kan. - -SOLANIO. Ik wou, dat ze in dit geval zoo'n leugenachtige klappei -bleek, als er ooit één gember geknauwd heeft of haar buren heeft -wijsgemaakt, dat ze treurde om den dood van haar derden man. Maar -het is waar,--zonder in wijdloopigheid te vervallen en van den effen -grooten weg van het gesprek af te wijken,--dat de goede Antonio, -die rechtschapen Antonio,--o, had ik een benaming, goed genoeg om -zijn naam gezelschap te houden!-- - -SALARINO. Kom, besluit! - -SOLANIO. Ach, wat zegt gij?--Nu, het eind van 't lied is, hij heeft -een schip verloren. - -SALARINO. Ik wou, dat het zeker ook het eind was van zijn verliezen. - -SOLANIO. Laat ik bijtijds hier "amen" op zeggen, eer de duivel mijn -gebed in den weg loopt, want daar komt hij aan, in de gedaante van -een jood. - -(Shylock komt op.) - -Wel, Shylock, wat nieuws onder de koopluî? - -SHYLOCK. Gij wist, niemand zoo goed, niemand zoo goed als gij, van -de vlucht van mijn dochter. - -SALARINO. Dat is waar; ik van mijn kant wist van den man, die haar -de vleugels voor het wegvliegen gemaakt heeft. - -SOLANIO. En Shylock, van zijn kant, wist dat het vogeltje al wel -vlug was; en dan ligt het bij allen in den aard, dat zij het nest -ontvluchten. - -SHYLOCK. Zij zal er verdoemd voor zijn. - -SALARINO. Ja zeker, als de duivel haar rechter mag wezen. - -SHYLOCK. Mijn eigen vleesch en bloed in opstand! - -SALARINO. O foei, oude kreng, in opstand op jouw jaren! - -SHYLOCK. Ik zeg, mijn dochter in mijn vleesch en bloed. - -SALARINO. Er is meer verschil tusschen jouw vleesch en het hare, dan -tusschen git en ivoor, meer tusschen je beider bloed, dan tusschen -rooden wijn en Rijnschen;--maar zeg ons, heb je ook gehoord, of -Antonio op zee het een of ander verlies heeft geleden of niet. - -SHYLOCK. Dat is ook al weer een kwade zaak voor me; een bankroetier, -een verkwister, die te nauwernood zijn gezicht op den Rialto durft -laten kijken;--een bedelaar, die altijd als een groot heer op de -markt kwam,--laat hem denken aan zijn schuldbrief; hij noemde mij -altoos een woekeraar,--laat hem denken aan zijn schuldbrief; hij -leende altijd geld uit christelijke liefelijkheid,--laat hem denken -aan zijn schuldbrief! - -SOLANIO. Nu, je zult natuurlijk, als hij in gebreke mocht blijven, -zijn vleesch niet nemen; waar kan dat voor dienen? - -SHYLOCK. Om er visch mee te vangen; en als niets anders er mee -gediend is, dan is mijn wraak er mee gediend. Hij heeft mij -beschimpt, mij benadeeld voor een half millioen, gelachen bij -mijn verliezen, gegrijnsd bij mijn winsten, mijn volk gesmaad, -mijn handel gedwarsboomd, mijn vrienden koud, mijn vijanden warm -gemaakt; en waarom toch, waarom?--Omdat ik een jood ben. Heeft een -jood dan geen oogen? Heeft een jood geen handen, geen armen, geen -beenen, geen gevoel, geen begeerten, geen hartstochten? wordt hij -niet gevoed door 'tzelfde voedsel, verwond door dezelfde wapens, -bezocht door dezelfde ziekten, genezen door dezelfde middelen, warm -en koud door denzelfden winter en zomer, als een christen? Als gij -ons een messteek geeft, bloeden wij dan niet? als gij ons vergiftigt, -sterven wij dan niet? en als gij ons beleedigt, zullen wij dan geen -wraak nemen? Als wij in het overige zijn als gij, willen wij ook -daarin u gelijken. Als een christen door een jood beleedigd wordt, -wat is dan zijn deemoedigheid?--wraakzucht. Als een jood door een -christen beleedigd wordt, wat moet, naar christenvoorbeeld, zijn -lijdzaamheid wezen? wel, wraakzucht. Het booze, dat gijlieden mij -leert, dat wil ik doen,--en het zou mij tegenvallen, als ik het niet -nog beter deed dan mijn meesters. - -(Een Bediende komt op.) - -BEDIENDE. Edele Heeren, Antonio, mijn meester, is tehuis en verlangt -u beiden te spreken. - -SALARINO. Wij hebben hem al overal gezocht. - -(Tubal komt op.) - -SOLANIO. Daar komt een ander van dat gebroedsel; een derde is er wel -niet bij te passen, of de duivel zelf moest jood worden. - - (Salarino, Solanio en Bediende af.) - -SHYLOCK. Zoo Tubal, wat voor tijdingen uit Genua? hebt gij mijn -dochter gevonden? - -TUBAL. Ik ben verscheiden keeren geweest, waar van haar gesproken werd, -maar haarzelf heb ik niet kunnen vinden. - -SHYLOCK. Och, och, och, och! Een diamant weg! heeft me toch tweeduizend -dukaten gekost te Frankfort! De vloek is nu pas over ons volk gekomen; -ik heb hem nog nooit gevoeld dan nu; tweeduizend dukaten met dat eene -en dan nog andere kostelijke, kostelijke juweelen! Ik wou, dat mijn -dochter dood voor mij lag en de juweelen in haar oor! ik wou, dat ze -gekist lag aan mijn voeten en de dukaten in haar kist! Geen tijding -van hen?--O, o! en dat zoeken heeft me al ik weet niet hoeveel gekost; -och, schâ op schâ! De dief met zóóveel weg, en dan zóóveel om den dief -te vinden, en geen voldoening nog, geen wraak! en geen ongeluk gebeurt -er, dat niet op mijn hoofd neerkomt, geen zuchten dan die ik slaak, -geen tranen dan die ik vergiet! - -TUBAL. Toch, andere menschen hebben ook ongelukken; Antonio, zooals -ik in Genua hoorde,-- - -SHYLOCK. Wat, wat, wat? ongelukken? ongelukken? - -TUBAL.--heeft een galjoen verloren, dat van Tripoli kwam. - -SHYLOCK. Goddank, Goddank!--Is het waar? is het waar? - -TUBAL. Ik heb eenige matrozen gesproken, die uit de schipbreuk -gered zijn. - -SHYLOCK. Ik dank u, goede Tubal,--goede tijding, goede tijding; -ha! ha!--Waar? In Genua? - -TUBAL. Uw dochter heeft in Genua, naar ik hoorde, op één avond tachtig -dukaten verdaan. - -SHYLOCK. Ge boort een dolk in mijn hart!--nooit zie ik mijn geld terug; -tachtig dukaten zoo in eens! tachtig dukaten! - -TUBAL. Verscheiden schuldeischers van Antonio zijn met me naar Venetië -gereisd; die zeggen, dat het niet anders kan, of hij moet over den -kop gaan. - -SHYLOCK. Dat doet me goed; ik zal hem pijnigen, ik zal hem folteren; -dat doet me goed. - -TUBAL. Een van hen liet me een ring zien, dien hij van uw dochter -gekregen had voor een aap. - -SHYLOCK. O, mijn vloek op haar! ge martelt me, Tubal; het was mijn -turkoois; ik heb hem van Lea gekregen, toen we nog niet getrouwd waren; -ik had hem niet gegeven voor een bosch vol apen. - -TUBAL. Maar met Antonio is het zeker mis. - -SHYLOCK. Ja, dat 's waar, dat 's zeker waar; ga, Tubal, huur een -gerechtsdienaar voor me; bespreek hem een veertien daag vooruit; ik -zal zijn hart hebben, als hij in gebreke blijft; want als hij Venetië -uit is, kan ik zaken doen, zooveel ik verkies; ga, ga, Tubal; we vinden -elkaar weêr in onze synagoge; ga, goede Tubal; in onze synagoge, Tubal! - - (Beiden af.) - - - - -TWEEDE TOONEEL. - - -Belmont. Een zaal in Portia's woning. - -Bassanio, Portia, Gratiano, Nerissa en Gevolg komen op. De kastjes -staan gereed. - - -PORTIA. Ik bid u, wacht nog; toef een dag of twee, -Aleer gij 't waagt; kiest gij verkeerd, dan moet -Ik ook uw bijzijn derven; stel 't nog uit, -Een stem spreekt in mij,--neen, het is geen liefde,-- -Dat ik u niet wil missen, en gij weet -Het zelf wel, dat geen haat deez' raad u geeft; -Maar hoor;--ik wensch, dat gij mij goed begrijpt,-- -Een maagd mag enkel met gedachten spreken,-- -Zoo gaarne hield ik u een maand of twee -Terug, aleer gij 't waagt. Ik kon u wijzen -Welk kastje 't is, maar dan ware ik meineedig,-- -Dat word ik nooit! En zoo kunt gij mij missen, -Doch doet gij dit, dan wekt ge een boozen wensch, -Dat ik meineedig waar geweest. Uw oogen,-- -O, toovermacht!--zij hebben mij gedeeld, -En de eene helft is de uwe, de andre de uwe,-- -De mijne, meende ik, maar het mijne is 't uwe, -En zoo is alles 't uwe. O! booze tijd, -Die eig'naars van hun recht versteekt, en zoo -Is 't uwe niet het uwe.--Faalt uw keus, -Fortuin verdient dan eeuw'ge pijn, niet ik. -Ik spreek te lang, maar 't is slechts om den tijd -Te rekken; 'k win nog tijd en houd u af -Van uwe keus. - -BASSANIO. Laat tot de keus mij toe, -Want thans is 't mij, als lag ik op de pijnbank. - -PORTIA. Wat! op de pijnbank? O, beken mij dan, -Wat hoogverraad zich in uw liefde mengt. - -BASSANIO. Verraad? geen ander dan vreesachtigheid, -Wantrouwen op 't verwerven van uw liefde; -Want eerder leefden vuur en sneeuw in vreê, -Dan dat verraad zich aan mijn liefde paarde. - -PORTIA. Thans ducht ik, dat ge als op de pijnbank spreekt, -Want dan zegt ieder alles wat verlangd wordt. - -BASSANIO. Beloof mij 't leven, en ik zal bekennen. - -PORTIA. Beken en leef. - -BASSANIO. 'k Beken, ik heb u lief; -Ziedaar, wat mijn bekent'nis wezen kan. -O, zaal'ge foltring, als de folteraar -Mij zelve 't antwoord leert voor mijn bevrijding! -Maar thans 't geluk beproefd, de keus gewaagd! - -PORTIA. Welnu dan, 't zij; ik ben in een der kastjes; -Hebt gij mij lief, dan kiest gij 't rechte wel,-- -Nerissa en gij andren, gaat terug.-- -Maar dat muziek bij 't doen der keuze klink'; -Want mist hij 't doel, dan groete, als bij een zwaan, -Muziek zijn stervensstonde; ja, dit beeld -Is waar en juist; mijn oog is dan de stroom, -Zijn vochtig doodsbed. Maar hij kan ook winnen; -En wat is dan muziek? Dan is muziek -Als 't juub'len, waar een opgetogen volk -Zijn pasgekroonden vorst meê groet, of als -De zoete tonen van den morgenstond, -Die in des bruîgoms droomend oor weerklinken, -En hem ten huw'lijk roepen. Ziet, hij treedt, -Niet minder fier, maar liefd'rijker van hart -Dan jonge Alcides, toen hij de eed'le maagd, -Door 't snikkend Troje 't monster toegewijd, -Van zeek'ren dood ging redden; ik ben 't offer; -Die andren ginds zijn de Dardaansche vrouwen, -Ontdaan en weenend saamgestroomd, om de' uitslag -Van 't heldenfeit te zien.--Ga, Hercules! -Leeft gij, dan leef ik;--o, hoe klopt mij 't hart; -Veel meer dan u, die moedig 't noodlot tart. - -(Muziek, terwijl Bassanio bij de kastjes met zichzelf te rade gaat.) - - - LIED. - - EERSTE STEM. - Zegt, van waar de wufte min? - Sluipt zij 't hart of 't hoofd ons in? - Zegt me, wat is haar begin? - Antwoord, antwoord! - - TWEEDE STEM. - 't Oog is 't, dat haar 't leven schenkt, - 't Leven door het zien verlengt, - En haar ook tot sterven wenkt. - Luid haar uit, gij klokgebrom! - Ik begin het: bim, bam, bom! - - KOOR. Bim, bam, bom! - - -BASSANIO. Hoe vaak is 't uiterlijk aan 't wezen vreemd; -Steeds wordt de wereld door vertoon bedrogen. -In 't recht, wat zaak is ooit zoo voos en valsch, -Die niet, door schrandre en gladde tong verfraaid, -Den schijn van 't kwaad bemantelt? In den godsdienst, -Wat vloekb're dwaling, die door vroomheidsschijn -Niet wordt geheiligd, met een tekst gesteund, -En de' onzin niet door schoon vertoon verbergt? -Geen boosheid, die de slimheid mist, om zich -Met de' uiterlijken schijn van deugd te sieren. -Hoe menig lafaard, aan een trap van zand -Gelijk in vastheid, draagt niet om de kin -Den baard van Hercules of fellen Mars, -Al bergt de lever zelfs geen druppel gal? -Hij kiest dit als een merk van dapperheid -Alleen om barsch te schijnen. Ziet, de schoonheid; -Gij vindt die mede bij 't gewicht gekocht; -En bij die 't doet, bewerkt natuur een wonder: -Die weegt het minst, wie 't meeste zich bezwaart; -Die gulden lokken, zich als slangen kronklend, -Die dartlen bij het suizen van den wind -Om wat men schoon gelooft, wie kent ze niet, -Dat er natuur een ander hoofd mee sierde? -De schedel, waar ze op groeiden, rust in 't graf. -Zoo is dan sieraad slechts 't bedrieglijk strand -Van zeeën vol gevaars, de schoone sluier, -Een spookgestalte omhullend, in één woord, -Schijnwaarheid, tooisel van den sluwen tijd, -Om wijzen te verschrikken.--Pronkrig goud, -Gij harde Midaskost, u wil ik niet; -Noch u, gij bleeke, lage slaaf, gereed -Tot iedren dienst; maar u, gij glansloos lood, -Die eerder dreigend spreekt dan iets belooft, -Geen glans of opschrift trekt mij aan als gij; -U kies ik;--dat mijn keuze vreugde zij! - -PORTIA. O, hoe elke andre hartstocht nu in lucht -Verdwijnt, beklemdheid, bange twijfelzucht, -En wanhoop en verbeten jaloezie! -O, liefde! matig uw vervoering en gebiê -Dien stroom van vreugde kalmte; boven 't peil -Verheft zij zich, ik voel 't; o, minder 't heil -Of de overmaat is doodlijk! - -BASSANIO (het looden kastje openend). Wat is dit? -Het beeld van Portia? Wat halfgod kwam -Het scheppen zoo nabij? Beweegt dit oog? -Of schijnt het door het trillen van de mijne -Bewogen? Zie, de lippen oop'nen zich -Voor nectar-adem, die er doorgaat: lieflijk -Moet wezen, wat zoo lieve zusters scheidt! -En 't haar! De schilder weefde, een spin gelijk, -Een gulden net, dat mannenharten vangt, -Als muggen in een spinweb. Maar die oogen, -Kon hij ze zien en schild'ren? Had hij 't een -Gemaald, dan moest het, dunkt mij, beî de zijne -Hem rooven en dus eenig blijven. Maar, -Wat spreek ik? Al mijn lof blijft even ver -Beneden deze schim, als deze schim -De waarheid achterna hinkt.--O, ziehier -'t Geschrift, dat kort begrip van mijn geluk! - -(Hij leest.) - - "Gij, die, niet door schijn verblind, - Alles waagt en 't ware vindt! - Daar ge deze maagd bemint, - Dat ze u nu voor 't leven bind'; - Is haar "ja" u 't zoetst geluid, - Waar uw hoogste heil uit spruit, - Neem haar, ze is uw lieve bruid, - En een kusje zij 't besluit!" - -Wat heerlijk woord!--Vergun, mijn lief, mijn leven,-- -Dit machtigt mij te ontvangen en te geven. - -(Hij kust haar.) - -Maar toch, als een, die in een strijd een prijs -Beoogt, en in het volksgejuich 't bewijs -Te ontvangen meent, dat hij verwinnaar is, -Doch duiz'lend staart en vraagt: "is 't wel gewis? -Geldt mij die kreet, of is dit zinsbedrog?" -Zoo, driewerf schoone jonkvrouw, ziet ge nog -Mij nu onzeker, of 't geluk mij wenkt, -Totdat ge uw liefde, uw woord, uw ring mij schenkt. - -PORTIA. Gij ziet, Bassanio, thans mijn heer, mij voor u, -Zooals ik ben; en schoon ik voor mijzelf -Niet zoo eergierig ben in mijnen wensch, -Dat ik mij veelmaal beter wensch, zou 'k thans -Wel honderdmaal verdubbeld willen zijn, -Wel duizendmaal zoo schoon, tienduizendmaal zoo rijk; -Alleen om in uw schatting hoog te staan, -Wilde ik in deugden, schoonheid, rijkdom, vrienden, -Onschatbaar wezen; maar al wat ik ben, -Is bijna niets; of, om 't in 't kort te zeggen, -Een meisje, zonder kennis of ervaring, -Die zich gelukkig rekent, dat zij niet -Voor leeren te oud is; nog gelukkiger, -Dat zij voor 't leeren niet te stomp zich acht; -Maar meest gelukkig, dat zij geest en hart -Geheel en gaarne uw leiding toevertrouwt, -Als aan haar gâ, haar meester en haar vorst. -Ikzelf en al het mijne is thans uw deel, -Geheel het uwe; 'k was tot nu gebiedster -In huis en hof, meestresse van mijn dienaars, -Vorstinne van mijzelf; en nu, mijn heer, -Dit huis, deez' dienaars en ditzelfde zelf -Zijn de uwe; 'k geef ze u met deez' ring; en zoo -Gij hem verliest of wegschenkt, er van scheidt, -Dan is 't me een teeken, dat uw min vervloog, -En geeft ge mij het recht tot luid beklag. - -BASSANIO. Mejonkvrouw, spraakloos moet ik voor u staan; -Het bloed, dat in mijn aders zwelt, moog' spreken; -Verwarring heerscht in mijn ontroerd gemoed, -Gelijk zich, als een aangebeden vorst -Door schoone taal de schare heeft geboeid, -Een blij gemurmel onder 't volk doet hooren, -Waar iedre klank en elk gebaar, schoon niets, -Tot de uiting samensmelt van loutre vreugd, -Welsprekend zonder spraak;--verlaat deez' ring -Deez' vinger ooit, o dan verliet mij 't leven, -O, zeg dan vrij, Bassanio is niet meer. - -NERISSA. Nu, edel heer en vrouwe, is 't ònze tijd, -Daar wij ons aller wensch zoo schoon vervuld zien, -Te roepen: heil, heil, onze heer en vrouwe! - -GRATIANO. Mijn vriend Bassanio, en gij, schoone jonkvrouw, -Ik wensch u al de vreugd, die gij kunt wenschen, -Want zeker wenscht ge er geene van mij weg; -En is 't bepaald, wanneer uw edelheden -Den echtknoop leggen willen, dan vraag ik, -Dat ik terzelfder tijd mijn huw'lijk sluite. - -BASSANIO. Zorg voor een bruid, en dan van harte gaarne. - -GRATIANO. Ik dank u, heer, gij hebt me een bruid bezorgd. -Mijn oog ziet even vlug als 't uwe rond; -Gij zaagt de jonkvrouw, ik de dienares; -Gij zwoert haar liefde, ik ook, want noodloos uitstel -Vlijt mij al even weinig, heer, als u. -Heel ùw geluk hing van die kastjes af, -Maar ook het mijn', zooals het bleek; want toen -Ik op haar aanhield, buiten adem schier, -En liefde zwoer en zwoer, totdat mijn stem -Er rauw en heesch van werd, werd ik in 't eind -Geloofd, gelaafd door 't jawoord van deez' schoone, -Maar slechts met dit beding, dat uw geluk -Haar jonkvrouw zou veroov'ren. - -PORTIA. Zoo, Nerissa? - -NERISSA. Ja, jonkvrouw, als 't uw bijval mag verwerven. - -BASSANIO. En, Gratiano! kunt gij ernstig zijn? - -GRATIANO. Ja, heer, ik meen 't in ernst. - -BASSANIO. Uw echt verhoog' den luister van ons feest! - -GRATIANO (tot Nerissa). Nu, wij willen met hen om den eersten jongen -wedden, om duizend dukaten. - -NERISSA. En leggen wij dat daad'lijk neer? - -GRATIANO. Neen, neen, daar mogen we eerst ons op beslapen, op mijn -eer.-- -Maar wat! Lorenzo met zijn lief heidinneke? -En dan, mijn oude vriend Solanio? - -(Lorenzo, Jessica en Solanio komen op.) - -BASSANIO. Lorenzo en Solanio, welkom hier; -Wanneer mijn aanzien hier, zoo jeugdig nog, -U welkom heeten màg.--'t Zij mij vergund, -Dat ik mijn landgenooten, oude vrienden, -Hier, Portia, welkom heet. - -PORTIA. Ik doe 't met u, -Zij zijn mij hartlijk welkom. - -LORENZO. Ik dank uwe edelheid.--Wat mij betreft, -'t Was, heer, mijn doel niet, u hier op te zoeken, -Maar 'k heb op reis Solanio ontmoet, -Die dwong mij zoo, om met hem mee te gaan, -Dat ik niet weigren kon. - -SOLANIO. Zoo deed ik, heer, -En 'k had er reden toe. Signore Antonio -Zendt u zijn groete. - -(Hij geeft Bassanio een brief.) - -BASSANIO. Eer ik den brief ontsluit, -Vertel mij, is hij wèl, mijn waarde vriend? - -SOLANIO. Niet krank, heer, als hij 't in 't gemoed niet is; -Niet wel, als zijne ziele lijdt; zijn brief -Doet u zijn toestand kennen. - -(Bassanio leest den brief.) - -GRATIANO. Breng gij die vreemdlinge ook uw groet, Nerissa, -En heet haar welkom.--Wel, Solanio, -Wat nieuws brengt gij ons van Venetië? Is -Die koopman-vorst, Antonio, welvarend? -O, wis verheugt hij zich in ons geluk; -Wij wonnen hier, als Jasons, 't gulden vlies. - -SOLANIO. O, hadt gij 't vlies, dat hij geteekend heeft! - -PORTIA. Een kwade tijding brengt dat stuk papier, -Daar 't aan Bassanio's wang de kleur ontrooft; -Een dierbre vriend is dood, want om iets anders -Zou toch een man, een man van moed, niet zóó -Ontstellen. Wat? 't wordt erger nog en erger?-- -Bassanio, vriend, ik ben uw wederhelft, -En mij behoort de helft van alles, wat -Die brief u brengt. - -BASSANIO. O, dierbre Portia, -'t Zijn enk'le woorden slechts, maar grievender, -Dan ooit papier bevlekten! Lieve vrouw, -Toen ik het eerst mijn liefde heb beleden, -Zeide ik ronduit, dat heel mijn rijkdom mij -In de aad'ren stroomde: ik was een edelman; -En waarheid sprak ik toen; maar, dierbre vrouw, -Al schatte ik mij op niets, toch blijkt u thans, -Hoe ik een pocher was; want toen ik zeide, -Dat al mijn have niets was, had ik beter -Die minder nog dan niets genoemd; want, waarlijk, -Mijzelf verpandde ik aan een dierbren vriend, -Mijn vriend verpandde ik aan zijn ergsten vijand, -Voor dezen tocht. Zie, jonkvrouw, dezen brief; -'t Papier is als het lichaam van mijn vriend, -En ieder woord is als een open wond, -Waar 't leven uitstroomt.--Doch is 't waar, Solanio, -Is alles dan mislukt, is niets gelukt? -Van Tripoli, van Mexico, van England, -Van Lissabon, van Barbarije en Indië? -Ontging geen schip de klippen, die zoo vaak -Den hand'laar dood'lijk zijn? - -SOLANIO. Geen enkel, heer; -En erger, 't schijnt zelfs, dat, al had hij thans -Het geld in kas tot delging van de schuld -De jood het niet zou willen. 'k Zag nog nooit -Een schepsel, van gedaante toch een mensch, -Zoo wreed, zoo fel op andermans verderf. -Hij vraagt den doge dag en nacht gehoor; -'t Is met de vrijheid van den staat gedaan, -Als hem zijn recht ontzegd wordt. Twintig hand'laars, -De doge zelf, de leden van den raad, -Zij hebben hun welsprekendheid beproefd, -Maar niemand brengt hem af van zijnen eisch; -De schuldbrief spreekt, hij wil zijn recht, de boete. - -JESSICA. Ik hoorde, toen 'k nog bij hem was, hem zweren, -Aan Tubal en aan Chus, zijn landgenooten, -Dat hij Antonio's vleesch nog liever had, -Dan twintigmaal 't bedrag der som, die hij -Te vordren heeft; en, heer, ik weet te goed, -Als wet, gezag en macht het niet verbieden, -Dan heeft Antonio het ergst te duchten. - -PORTIA. Is 't u een dierbre vriend, die zoo in nood is? - -BASSANIO. De dierbaarste, dien 'k heb, de beste mensch, -Een eedle geest, trouwhartig, onvermoeibaar -In 't weldoen, meer dan iemand; en een man, -Wien meer de deugden van Oud-Rome sieren, -Dan eenig man, die in Italië leeft. - -PORTIA. En hoeveel heeft de jood te vordren? - -BASSANIO. Drieduizend stuks dukaten. - -PORTIA. Wat! niet meer? -Geef hem zesduizend, en verscheur den schuldbrief; -Verdubbel dat en verdriedubbel dit, -Eer aan een vriend van zulk een stempel ooit -Een haar gekrenkt wordt door Bassanio's schuld. -Nu eerst onze' echtknoop in de kerk gelegd; -En ijl dan naar Venetië tot uw vriend; -Geen rustig leven aan mijn zijde, aleer -Deze onrust uit uw ziel geweken is. -Ik geef u goud, wel twintigmaal zooveel -Als deze kleine schuld; betaal ze en breng -Uw trouwen vriend hier met u meê. Nerissa -En ik, wij zullen hier als vroeger leven, -Als onbestorven weeuwtjes tevens. Ja, -Ik drijf u op uw huw'lijksdag van hier; -Maar toch een blij gelaat, heet allen welkom, -En neem uw plaats als heer des huizes in; -Koop ik u duur, te duurzamer mijn min. -Doch laat den brief van uwen vriend mij hooren. - -BASSANIO (leest). "Waarde Bassanio, mijn -schepen zijn alle verongelukt; mijn schuldeischers -worden onbarmhartig; mijn vermogen -is geheel versmolten; mijn schuldbrief aan den -jood is vervallen; en daar de betaling er van -mij het leven zal kosten, zoo zijn alle schulden -tusschen u en mij afgedaan, als ik u bij mijn -sterven mag zien; ondertusschen, handel hierin, -zooals gijzelf verkiest; als uwe vriendschap u -niet van zelve tot mij drijft, laat dan ook mijn -brief het niet doen". - -PORTIA. O, liefste, spoed gemaakt en ijlings heen! - -BASSANIO. Ja, ijlen wil ik, daar uw goedheid mij - Tot handlen machtigt; maar, totdat ik keer, -Zal mij geen slaap vertragen; want ik vlij - Vóór ons terugzien niet ter rust mij neer. - - (Allen af.) - - - - -DERDE TOONEEL. - - -Venetië. Een straat. - -Shylock, Solanio, Antonio en een Stokkeknecht komen op. - - -SHYLOCK. Bewaker, let op hem; neen, geen genade!-- -Dit is de zotskap, die geen rente nam! -Bewaker, let op hem! - -ANTONIO. Shylock, een woord! - -SHYLOCK. Ik wil mijn schuldbrief; wraak mijn schuldbrief niet; -Ik eisch,--en zwoer een eed er voor,--mijn schuldbrief. -Gij hebt me een hond genoemd, en hadt geen reden; -Mijd thans, als ik een hond ben, mijn gebit.-- -De doge staat mijn recht mij toe.--Waarom, -Onzinnige bewaker, toch die goedheid, -Op zijn verlangen met hem uit te gaan? - -ANTONIO. Ik bid u, hoor een woord! - -SHYLOCK. Ik wil mijn schuldbrief; wil van u geen woord. -Ik wil mijn schuldbrief; spaar daarom uw woorden. -Gij maakt mij nooit tot zwakken, blinden zot, -Die 't hoofd schudt, zucht, betreurt, en eindlijk toegeeft -Aan christ'nen, die wat plooien. Volg maar niet, -Ik wil geen woorden; 'k wil alleen mijn schuldbrief. - - (Shylock af.) - -SOLANIO. Dit is een hond, zoo wreed en onvermurwbaar, -Als ooit met menschen huisde! - -ANTONIO. Laat hem; nimmer -Zal 'k weer een ijdle bede tot hem richten. -Mijn leven zoekt hij, en ik weet waarom; -Vaak heb ik schuld'naars, die hun nood mij klaagden -En redd'loos schenen, uit zijn greep gered; -Van daar zijn haat. - -SOLANIO. Voorwaar, de doge zal -Hem nooit het innen van de boete toestaan. - -ANTONIO. De doge kan den loop van 't recht niet stuiten; -Want, als hij dit mocht wagen, zou 't vertrouwen -Van vreemden op de onkreukbre wet en 't recht -Van onzen staat geschokt zijn; en bedenk, -Dat hier op 't vrij verkeer van alle volken -De handel rust en welvaart. Ga dus nu; -Mijn rampen en mijn hartzeer doen mij kwijnen, -Zoodat mij nauwlijks een pond vleesch meer rest, -Om morgen hem zijn bloedige' eisch te geven.-- -Bewaker, kom!--God geve, dat Bassanio -Zijn schuld mij kwijten zie, dan is 't mij goed. - - (Allen af.) - - - - -VIERDE TOONEEL. - - -Belmont. Een kamer in Portia's woning. - -Portia, Nerissa, Lorenzo, Jessica en Balthazar komen op. - - -LORENZO. Mejonkvrouw, laat mij 't in uw bijzijn zeggen: -Gij toont een edel, echt en fijn gevoel, -Dat vriendschap godd'lijk is, en dit blinkt uit, -Door zoo het afzijn van uw gâ te dragen. -Maar wist ge, aan wien ge zulk een eer bewijst, -Wat echten edelman gij hulpe zendt, -Aan welk een waren vriend van uw gemaal, -Dan zoudt ge trotscher zijn op wat ge deedt, -Dan 't hart, gewoon om wel te doen, u dringt. - -PORTIA. Nooit heeft mij nog een goede daad berouwd, -En deez' zal 't ook niet doen; want trouwe makkers, -Die samen immer leven en verkeeren, -Wier zielen saam één juk van vriendschap dragen, -Gelijk verdeeld, die moeten wel gelijk zijn -In wezenstrekken, geest en wijs van doen; -Dit doet mij denken, dat Antonio, -De boezemvriend van mijn gemaal, geheel -Als mijn gemaal moet zijn; en is dit zoo, -Hoe luttel zijn dan de offers, die ik bracht, -Om uit den greep van helsche wreedheid 't beeld, -Het spiegelbeeld te slaken van mijn ziele! -Maar dit begint naar eigen lof te zweemen; -En dus genoeg hiervan; hoor nu iets anders.-- -Lorenzo, aan uw hand vertrouw ik toe -'t Beheer en de bezorging van mijn huis, -Totdat mijn gâ terugkomt; want ikzelf -Deed aan den hemel een gelofte, dat -Ik in bespieg'ling en gebed zou leven, -Slechts door Nerissa vergezeld, totdat -Onze echtgenooten zijn teruggekeerd; -Ik neem met haar mijn intrek in een klooster, -Twee mijlen hier van daan. Ik bid u thans, -Dat gij deze opdracht aanneemt, die vertrouwen -Op uwe vriendschap, en noodzaak'lijkheid -Mij geven doen. - -LORENZO. Van ganscher hart, mejonkvrouw, -Gehoorzaam ik uw vriendelijk bevel. - -PORTIA. Ik heb de mijnen reeds er van verwittigd; -Zij zullen u en Jessica erkennen -Als plaatsvervangers van mijn gade en mij. -Zoo vaart dan wel, tot spoedig wederzien. - -LORENZO. Dat u een blij gemoed en heil verzellen! - -JESSICA. Ik wensch u, jonkvrouw, iedre vreugd des harten. - -PORTIA. Ik dank u voor uw bede, en wensch volgaarne -Hetzelfde aan u; vaarwel dus, Jessica. - - (Jessica en Lorenzo af.) - -Nu, Balthazar, -Ik vond u immer nauwgezet en trouw; -Betoon u thans opnieuw zoo; neem deez' brief, -En ijl zoo snel maar menschen moog'lijk is, -Naar Padua; en stel hem zelf aan doctor -Bellario ter hand, mijn eed'len neef; -En, hoor! wat hij van kleed'ren of papieren -U geeft, breng dat met allen denkb'ren spoed -Naar 't veer, waarmeê men van het vaste land -Venetië bereikt; verlies geen tijd -Met vragen, ga; ik ben daar nog vóór u. - -BALTHAZAR. Mejonkvrouw, 'k ga met de' aanbevolen spoed. - - (Balthazar af.) - -PORTIA. Nerissa, kom; ik heb een plan in 't hoofd, -Waarvan gij wel niet droomt, dat we onze mannen, -En vóór ze 't denken, zien. - -NERISSA. En zij ons ook? - -PORTIA. Dat ook, Nerissa, maar in zulk een kleeding, -Dat zij ons voor verheev'ner wezens achten, -Dan vrouwen zijn. Ik wed om wat ge wilt, -Dat, zijn we als jonge mannen uitgedoscht, -Ik wel de knapste van ons tweeën ben, -En ook mijn degen met meer gratie draag, -En als een knaap, die man wordt, spreek, als stak -De baard mij in de keel; twee trippelpassen -In één stap samenneem; van mijn duëls -Gewaag, als een jong pocher; leugens zwets, -Hoe eedle vrouwen naar mijn liefde dongen, -En, daar ik koel bleef, zich verkniezend, stierven; -Ik kon 't niet helpen,--maar heb toch berouw, -En wensch, dat ik ze in 't leven weêr kon roepen;-- -Wel twintig zulke leugens zal ik zwetsen, -Dat ieder zweert: ik ben al wel een jaar -De school ontloopen;--duizend stukjes heb ik -Van zulke bluffers in mijn hoofd en breng ze -Wel aan den man. - -NERISSA. Zóó mannen na te gaan! - -PORTIA. O foei! wat zegt ge daar? -Als dat een looze woordverdraaier hoorde!-- -Maar kom, hen nagereden! Heel mijn plan -Vertel ik u wel in mijn koets; die wacht -Reeds aan de poort. Wij gaan in allerijl -En vord'ren, hoop ik, heden twintig mijl. - - (Beiden af.) - - - - -VIJFDE TOONEEL. - - -Aldaar. Een tuin. - -Lancelot en Jessica komen op. - - -LANCELOT. Ja, waarlijk! want ziet ge, de zonden des vaders worden -bezocht aan de kinderen; daarom, ik verzeker u, ben ik bang voor u. Ik -ben altijd ronduit tegen u geweest, en zoo zeg ik nu ook mijn kompinie -over de zaak; daarom, wees gerust, want waarachtig, ik geloof, dat gij -verdoemd zijt. Daar is nog maar ééne hoop, die u wat goed kan doen; -en dat is maar een soort van basterdhoop. - -JESSICA. En wat is dat dan voor een hoop, zeg? - -LANCELOT. Wel, ge kunt eenigermate hopen, dat ge uws vaders kind niet -zijt, dat gij de dochter niet zijt van den jood. - -JESSICA. Dat zou wezenlijk een soort van basterdhoop zijn; want dan -zouden de zonden van mijn moeder ook aan mij bezocht worden. - -LANCELOT. Waarachtig, dan vrees ik, dat gij verdoemd zijt, zoowel van -vaders- als van moederskant, want als ik zoo Scylla uw vader ontwijk, -verval ik op Charybdis uwe moeder; en zoo zijt ge op alle manieren weg. - -JESSICA. Ik zal behouden worden door mijn man; die heeft me -gechristend. - -LANCELOT. Daar is hij waarachtig niet beter om; er zijn er al genoeg -van ons christenen; net maar zooveel als er met elkaâr het leven -kunnen hebben. Dat tot christenen maken zal de varkens duurder maken; -als wij allemaal varkensvleesch-eters worden, zullen wij binnenkort -voor nog zooveel geld geen reepje spek meer hebben in de pan. - -JESSICA. Ik zal mijn man eens vertellen, Lancelot, wat je zegt; -daar komt hij. - -(Lorenzo komt op.) - -LORENZO. Zoo, Lancelot, ik zal gauw jaloersch op je worden, als je -met mijn vrouw zoo apartjes hebt. - -JESSICA. Nu, je hoeft om ons niet bang te wezen, Lorenzo; 't is -heelemaal mis tusschen Lancelot en mij; hij zegt me ronduit, dat ik -in den hemel op geen genade heb te hopen, omdat ik de dochter van een -jood ben; en hij zegt, dat jij geen goed burger van den staat bent; -want als je joden tot christenen bekeert, drijf je den prijs van het -varkensvleesch in de hoogte. - -LORENZO. Ik zal dat beter bij den staat kunnen verantwoorden, dan jij, -dat jij je zoo met de morin hebt afgegeven; van die smet kun je je -niet blank wasschen, Lancelot. - -LANCELOT. Ze heeft niet zwart afgegeven, heer, maar zij heeft al wel -iets blanks van mij gekregen en is al meer geworden dan zij was. - -LORENZO. Wat kan toch ieder dwaas een woordspeling maken! Het zal, -denk ik, niet lang meer duren, of verstand en geest komen het best -uit door stil te zwijgen, en spraakzaamheid is nog alleen bij de -papegaaien lofwaardig. Ga naar binnen, knaap, en zeg, dat alles klaar -moet zijn voor het eten. - -LANCELOT. Dat is in orde, heer; ze hebben allen een maag. - -LORENZO. Hemelsche goedheid, wat wil je geestig zijn! zeg, dat het -eten klaar moet zijn. - -LANCELOT. Dat is ook in orde, heer; er moet nog maar gedekt worden, -dat is de zaak. - -LORENZO. Wil je dan maar dekken, knaap? - -LANCELOT. Dekken, heer? Zeker niet, ik weet wel, wat me past, heer. - -LORENZO. Nu, het vervolg een anderen keer! Wil je je heelen schat van -geestigheden in eens uitkramen? Ik verzoek je, versta nu eenvoudige -taal op eenvoudige manier. Ga naar je kameraden, laten ze de tafel -dekken, het eten opdoen en wij zullen komen voor het maal. - -LANCELOT. De tafel, heer, die zal opgedaan, en het eten, dat zal -gedekt worden, en uw komst voor het maal, heer, die zal gebeuren, -zooals uw lust en luim het zullen verkiezen. - - (Lancelot af.) - -LORENZO. O heil'ge rede, wat gezocht vernuft! -Wat kent de dwaas woordspelingen bij hoopen -Van buiten! Och, ik ken wel meen'gen dwaas -In hoogren stand, maar even bont van geest, -Die ook de hoofdzaak prijs zou geven voor -Een geestigheid.--Wel, Jessica, hoe is 't? -Mijn hartedief, kom, zeg me uw oordeel eens, -Hoe vindt ge wel Bassanio's gemalin? - -JESSICA. Bewondrenswaard, meer dan ik zeggen kan; -Bassanio mag wel onberisp'lijk zijn -In heel zijn wandel; zulk een zegen is ze, -Dat hij op aarde 't heil des hemels smaakt, -En weet hij 't hier beneden niet te schatten, -Geen toegang tot den hemel ooit verdient. -Ja, hadden ooit twee goden in den hemel -Een weddingschap, en om twee aardsche vrouwen, -En Portia was de een', dan moest bij de ander' -Een toegift zijn, want de arme woeste wereld -Heeft haars gelijke niet. - -LORENZO. Juist zulk een man -Hebt gij in mij, als hij in haar een vrouw. - -JESSICA. Neen, vraag dan eerst, wat ik er wel van denk. - -LORENZO. Terstond, maar laat ons eerst aan tafel gaan. - -JESSICA. Neen, laat mij thans u schatten, nu ik trek heb. - -LORENZO. Neen, 'k bid u, spaar het voor gesprek bij 't maal, -Ik zal 't dan, wat ge ook zegt, met andre dingen -Wel slikken. - -JESSICA. Nu, je krijgt wat op je brood! - - (Beiden af.) - - - - - - - -VIERDE BEDRIJF. - - -EERSTE TOONEEL. - - -Venetië. Een gerechtzaal. - -De Doge, de Senatoren, Antonio, Bassanio, Gratiano, Salarino, Solanio -en anderen komen op. - - -DOGE. Is hier Antonio verschenen? - -ANTONIO. Ik ben bereid, doorluchte heer. - -DOGE. Ik ben in zorg om u; gij hebt te doen -Met een, die harder is dan steen, een onmensen, -Voor medelijden doof, in wien geen vonkje -Erbarmen huist. - -ANTONIO. Ik heb gehoord, uw hoogheid -Gaf zich veel moeite om 't felle van zijn drijven -Te matigen; maar daar hem niets vermurwt, -En 't recht geen middel geeft om voor zijn wrok -Mij te beschermen, stel ik lijdzaamheid -Zijn grimmig streven tegen, en ik wapen -Met kalmte mijn gemoed, om van het zijn' -De volle woede en razernij te dragen. - -DOGE. Ga, zeg den jood, dat hij voor 't hof verschijne. - -SOLANIO. Hij wacht reeds aan de deur; daar komt hij, heer. - -(Shylock komt op.) - -DOGE. Maakt plaats; hij sta daar over onzen stoel.-- -Shylock, de wereld denkt, zooals ook ik, -Gij drijft deez' schijn van uwe boosheid slechts -Tot aan het uur der daad; en dan, dan toont ge -Uw huiv'ring, uw erbarmen, wonderbaarder -Dan deze uw wondre, schijnbre wreedheid is; -Dan zult ge, schoon ge thans uw recht nog eischt, -(Dat pond van dezes armen koopmans vleesch,) -Niet slechts, zoo wacht men, daarvan afzien, maar, -Door menschlijkheid en menschenmin geroerd, -Een deel hem schenken van de schuld, erbarmen -Betoonend om de slagen, die sinds kort -Zoo dicht zijn schouders troffen, zwaar genoeg -Om zelfs een koopman-vorst ten val te brengen, -En meêlij met zijn toestand af te dwingen -Aan koop'ren boezems, harten hard als steen, -Aan stugge Turken en Tataren, die -Nog nooit uit menschlijkheid een dienst bewezen. -Wij allen wachten, Jood, een gunstig antwoord. - -SHYLOCK. Ik deelde uw hoogheid mee, wat ik verlang, -En ik bezwoer bij onzen heil'gen sabbat, -Te vordren, wat mij toekomt door mijn schuldbrief. -Als gij dit weigert, brengt ge van uw stad -De rechten en de vrijheid in gevaar. -Vraagt gij, waarom ik liever zoo'n gewicht -Van krengenvleesch wil hebben, dan drieduizend -Dukaten wil ontvangen; 'k heb geen antwoord -Dan dit: 't is mijn verkiezing. 't Is toch antwoord! -Wat? als mijn huis gekweld is van een rat, -En ik verkies voor 't dooden eens tienduizend -Dukaten te off'ren? Nu, dit is toch antwoord? -Deez' kan het schreeuwen van een big niet lijden, -En die wordt dol, als hij een kat maar ziet, -En die zit, bij den neustoon van de zakpijp, -Op spelden schier; ja, voor- of tegenzin -Beheerscht den geest en dwingt naar luim en lust -Tot liefde of afschuw; nu, ziehier uw antwoord: -Zooals geen grond of reden is te geven, -Dat deez' geen schreeuwend varken velen kan, -En die geen kat, zoo'n noodig, goedig dier, -En die geen zakpijp, maar elk onweerstaanbaar -Genoopt wordt tot het smadelijk bedrijf, -Dat hij, getergd, nu zelf weer andren tergt, -Zoo kan en wil ik ook geen reden geven, -Dan ingevreten haat en bittren wrok, -Dien 'k voor Antonio voel, wat mij mijn recht, -Zelfs met verlies doet eischen. Is dit antwoord? - -BASSANIO. Dit is geen antwoord, schepsel zonder hart, -Dat uw wreedaardig drijven kan verschoonen. - -SHYLOCK. Moet ik dan antwoord geven naar uw zin? - -BASSANIO. Brengt iedereen dàt om, wat hem mishaagt? - -SHYLOCK. Wie haat dan iets, en brengt het niet graag om? - -BASSANIO. Wat ons mishaagt, wekt daad'lijk nog geen haat. - -SHYLOCK. Laat gij u tweemaal bijten door een slang? - -ANTONIO. Bedenk, het is de jood, met wien ge u inlaat; -Ga eerder nog naar 't strand der zee en geef -Den vloed bevel, dat hij in eb verander; -Daag eerder nog den wolf tot een verhoor, -Waarom hij 't ooi deed blaten om het lam; -Verbied veeleer den fieren pijn der bergen, -Te schudden met den hoogen top, te ruischen, -Als hem de storm met vlaag op vlaag bestookt, -Leg eer de hardste taak u op, dan dat -Gij 't hardste, dat bestaat, tracht te verzachten, -Zijn jodenhart; en daarom, 'k smeek het u, -Geen aanbod meer, geen middel meer beproefd, -Maar kort en goed zij de uitspraak nu gedaan, -Mijn lot beslist, en hebb' de jood zijn eisch. - -BASSANIO. Hier zijn dukaten, zes- voor uw drieduizend. - -SHYLOCK. Was ieder der zesduizend stuks dukaten -Zesmaal gedeeld en elk deel een dukaat, -Ik nam ze niet; ik vergde toch mijn schuldbrief. - -DOGE. Hoopt ge op genâ, gij, die er geen bewijst? - -SHYLOCK. Wat vonnis zou ik duchten? 'k Doe geen onrecht. -Gij hebt wel meen'gen duurgekochten slaaf, -Dien gij, gelijk uw ezels, paarden, honden, -Tot slaafsch en laag en smaad'lijk werk gebruikt, -Wijl gij ze kocht.--En als ik tot u zeide: -Laat hen toch vrij en paart hen met uw erven; -Wat zwoegen ze onder vrachten? laat hun bed -Zoo zacht zijn als het uwe; streel hun tong -Met spijzen, fijn als de uwe;--gij zult zeggen: -Die slaven zijn gekocht.--Zoo zeg ik ook: -Zie, dit pond vleesch, dat ik van hem verlang, -'t Is duur gekocht, 't is mijn, en ik wil 't hebben. -Als gij het weigert, spuw ik op uw wet! -Dan heeft hier in Venetië 't recht geen kracht! -Ik wacht op de uitspraak; antwoord! zal ik 't hebben? - -DOGE. Ik ben bevoegd de zitting op te heffen, -Als niet Bellario, een doorkneed geleerde, -Wiens rechtspraak ik in deze heb gevraagd, -Vandaag verschijnt. - -SALARINO. Uw hoogheid, buiten staat -Een bode, die met brieven van den doctor -Daar juist van Padua komt. - -DOGE. Breng ons die brieven; laat den bode komen. - -BASSANIO. Schep moed, Antonio, heb slechts goeden moed! -Eer krijgt de jood mijn vleesch, bloed, beendren, alles, -Eer gij voor mij een druppel bloeds verliest. - -ANTONIO. Ik ben een zieklijk ram der kudde, rijp -Ten dood; het is de zwakste vrucht, die 't eerst -Ter aarde valt; zoo zij 't met mij; gij kunt -Geen beetren dienst mij doen dan deez', Bassanio, -Dat gij blijft leven en mijn grafschrift stelt. - -(Nerissa treedt op, als klerk van een rechtsgeleerde gekleed.) - -DOGE. Komt gij van Padua, van Bellario? - -NERISSA. Van beide, Heer; Bellario groet uw hoogheid. - -(Zij overhandigt een brief.) - -BASSANIO. Wat wet gij daar zoo ijverig uw mes? - -SHYLOCK. Om, wat mij toekomt, uit dien bankroetier te snijden. - -GRATIANO. Gij scherpt niet op uw zool, maar op uw ziel, -Steenharde jood, uw mes; maar geen metaal, -Neen, niet de bijl des beuls heeft half de scherpte -Uws scherpen haats. Geen beê dringt in u door? - -SHYLOCK. Geen enkle, neen, die uw vernuft kan smeden. - -GRATIANO. Vervloekt dan, onverbidbre hond! En zij -Gerechtigheid verklaagd, wijl gij nog leeft! -Gij zoudt mij schier in mijn geloof doen wank'len, -Om mij te scharen bij Pythagoras, -Dat beestenzielen varen in het lichaam -Van menschen; eens bezielde uw hondsche geest -Een wolf; van dien, om menschenmoord gehangen, -Ontvlood, daar aan de galg, de felle ziel, -En voer, toen nog uw ongedoopte moeder -U droeg, in u, in u; want uw begeerten -Zijn wolfsch, bloeddorstig, hongrig en roofgierig. - -SHYLOCK. Tot gij dit zegel wegraast van mijn schuldbrief, -Bederft ge uw longen maar met dat geschreeuw; -Lap uwen geest wat op, jong mensch; zijn staat -Mocht hoop'loos worden.--'k Sta hier voor mijn recht. - -DOGE. Bellario's schrijven hier beveelt aan 't hof -Een jongen, zeer geleerden doctor aan; -Waar is hij? - -NERISSA. Heer, hij wacht nabij deez' zaal -Uw antwoord, of hij toegelaten wordt. - -DOGE. Van heeler hart;--dat drie of vier van u -Hem hoff'lijk de gerechtszaal binnenleiden.-- -Intusschen hoore 't hof Bellario's brief. - -EEN KLERK (leest). "Deze is dienende om uwe -hoogheid te berichten, dat ik bij de ontvangst -van uw brief zeer ziek ben. Maar juist toen -uw bode aankwam, bracht mij een jong doctor -uit Rome, met name Balthazar, een vriendschappelijk -bezoek; ik heb hem bekend gemaakt -met het geding tusschen den Jood en den -koopman Antonio; wij hebben samen vele rechtsgeleerde -werken nageslagen; hij is volkomen -met mijn inzichten bekend, die hij, verbeterd -nog door zijn eigen geleerdheid (die zoo groot -is, dat ik haar niet genoeg roemen kan), op -mijn aandringen overbrengt, om uwe hoogheid -in mijne plaats ten dienste te staan. Ik verzoek -u dringend, laat zijn jeugdige leeftijd geen -oorzaak wezen om hem eerbiedige achting te -doen derven, want nooit zag ik een jong hoofd, -zoo grijs in kennis. Ik reken voor hem met -vertrouwen op een gunstige ontvangst bij uwe -hoogheid; uw toetsing zal zijn lof beter verkondigen, -dan ik het kan doen." - -DOGE. Gij hoort, wat de geleerde man ons schrijft; -En hier, naar 'k denk, verschijnt de jonge doctor. - -(Portia komt op, in het gewaad van een rechtsgeleerde.) - -Uw hand, Heer;--'t is Bellario, die u zendt? - -PORTIA. Zoo is 't, doorluchte heer. - -DOGE. Neem plaats, wees welkom! -Is u 't geding, dat op dit oogenblik -Voor 't hof hier hangende is, alreeds bekend? - -PORTIA. 'k Ben van de zaak volkomen ingelicht.-- -Wie is de koopman hier, waar is de jood? - -DOGE. Antonio, oude Shylock, komt naar voren. - -PORTIA. Uw naam is Shylock? - -SHYLOCK. Shylock is mijn naam. - -PORTIA. Van vreemden aard is de eisch, dien gij hier doet, -Maar in den vorm, zoodat Venetië's wet -Bij 't voeren van 't geding u niet kan wraken.-- -(Tot Antonio.) Gij zijt het, die bedreigd wordt door zijn eisch? - -ANTONIO. Zooals hij zegt. - -PORTIA. En gij erkent den schuldbrief? - -ANTONIO. O ja. - -PORTIA. Dan moet de jood genadig zijn. - -SHYLOCK. Gij zegt, ik moet; wat dwingt me? zeg me, wat? - -PORTIA. Genade wordt verleend, niet afgedwongen; -Zij drupt, als zachte regen, uit den hemel -Op de aarde neer, en dubblen zegen brengt ze, -Zij zegent hem, die geeft, en die ontvangt; -Ze is 't machtigste in den machtigste; ze siert -Den koning op zijn troon meer dan de kroon; -De scepter toon' zijn wereldlijk gezag, -Zij 't zinbeeld zijner macht en majesteit, -Wekke eerbied en ontzag voor 't koningschap, -Maar boven dezen scepter heerscht genade; -Zij heeft haar zetel in der vorsten hart; -Zij is een eigenschap der godheid zelf; -En aardsche macht zweemt meest naar die van God, -Wanneer genade 't recht doortrekt. Daarom, -Beroept ge u, jood, op 't recht, bedenk ook dit, -Dat, naar gerechtigheid, geen onzer ooit -Behouden wordt; wij bidden om genade; -En de eigen bede leert ons, zelf aan and'ren -Genade te oef'nen. Hiermee dring ik aan, -Dat gij de strengheid van uw eisch verzacht; -Want, blijft ge er bij, dan moet Venetië's hof -Zijn vonnis vellen tegen dezen koopman. - -SHYLOCK. Mijn daden op mijn hoofd; ik eisch de wet, -De boete, de voldoening van mijn schuldbrief. - -PORTIA. Is hem 't betalen van het geld onmooglijk? - -BASSANIO. O, neen, hier voor het hof bied ik 't hem aan; -Ja tweemaal zelfs; als dit nog niet genoeg is, -Verbind ik mij het tienmaal te betalen, -'k Verpand mijn handen, hoofd en hart er voor; -Is dit nog niet genoeg, dan blijkt het nu, -Dat boosheid braafheid onderdrukt. En 'k bid u, -Verbuig voor eens nu 't recht door uw gezag; -Om waarlijk recht te doen, pleeg luttel onrecht, -En toom dien boozen duivel in zijn vaart. - -PORTIA. Dit mag niet zijn. Geen macht kan in Venetië -Een wettig vastgestelde wet verwringen; -'t Wierd aangehaald als voorbeeld voor 't vervolg; -En menig misbruik vond, na zulk een voorgang, -Wel ingang in den staat; het mag niet zijn. - -SHYLOCK. Een Daniël, die rechtspreekt! ja, een Daniël!-- -O wijze, jonge rechter, hoe 'k u eer! - -PORTIA. Ik bid u, laat mij eens den schuldbrief zien. - -SHYLOCK. Hier is hij, eed'le doctor, zie, hier is hij. - -PORTIA. Shylock, men biedt u driemaal thans uw geld. - -SHYLOCK. Een eed, een eed, ik zond een eed ten hemel! -En zou ik meineed laden op mijn ziel? -Voor gansch Venetië niet. - -PORTIA. Deez' schuld verviel; -En 't stuk geeft aan den jood het recht, dat hij -Een pond mag eischen van des koopmans vleesch, -'t Moet snijden bij 's mans hart;--maar wees genadig, -Neem driemaal 't geld, en laat mij 't stuk verscheuren. - -SHYLOCK. Als aan zijn letter is voldaan, eer niet. -Het blijkt, dat gij een waardig rechter zijt; -Gij kent de wet, en uw betoog was juist -En bondig; ik bezweer u bij de wet, -Waarvan ge een hechte steunpilaar u toont, -Sla 't vonnis nu; ik zweer toch bij mijn ziel, -Geen menschentong heeft in het minst de macht -Mij te verand'ren; 'k sta hier op mijn schuldbrief. - -ANTONIO. Van ganscher harte smeek ik 't edel hof -Om uitspraak in mijn zaak. - -PORTIA. Welnu, die luidt: -Houd uwen boezem voor zijn mes bereid. - -SHYLOCK. O, edel rechter, wakker jongeling! - -PORTIA. De wet is duid'lijk; zin en woorden slaan -Volkomen op de thans vervallen boete, -Die in dit stuk verschuldigd wordt erkend. - -SHYLOCK. Volkomen waar; o, wijs en eerlijk rechter! -O, hoeveel ouder zijt ge dan gij schijnt! - -PORTIA. Ontbloot alzoo uw boezem. - -SHYLOCK. Ja, zijn borst; -Zoo zegt mijn stuk;--niet waar, hoogedel rechter?-- -Het naast aan 't hart;--staat het niet woord'lijk zoo? - -PORTIA. Zoo is 't. Hebt gij een weegschaal hier, om 't vleesch -Te wegen? - -SHYLOCK. 'k Heb ze bij de hand. - -PORTIA. Zorg voor een wondarts, Shylock, op uw kosten, -Die hem verbind', want anders bloedt hij dood. - -SHYLOCK. Is dat zoo voorgeschreven in den schuldbrief? - -PORTIA. Het staat er niet uitdrukk'lijk, maar wat doet dit? -'t Waar' goed, dat gij uit menschlijkheid het deedt. - -SHYLOCK. Ik kan 't niet vinden, 't staat niet in den schuldbrief. - -PORTIA. Gij koopman, hebt gij ook nog iets te zeggen? - -ANTONIO. Slechts luttel; 'k ben bereid en welgewapend!-- -Geef mij de hand, Bassanio, vaar gij wel! -Het grieve u niet, dat dit voor u mij treft; -Want hierin toont zich 't Noodlot goediger, -Dan 't anders pleegt te doen. Hoe vaak toch laat het -Den bankroetier zijn schatten overleven, -Om met gerimpeld voorhoofd, holstaand oog -Een ouden dag van armoede af te wachten; -Het spaart mij 't slepend leed van zulke ellend! -Breng aan uw eedle ga mijn groeten over, -Meld haar de toedracht van Antonio's sterven, -Hoe ik u liefhad, roem den doode na, -En is 't verhaal gedaan, laat haar beslissen, -Of niet Bassanio eens een vriend bezat. -Treurt gij slechts niet, dat gij een vriend verliest, -Dan treurt hij niet, dat hij uw schuld betaalt; -Want maakt de jood zijn snede diep genoeg, -Dan kwijt ik haar in eens met heel mijn hart. - -BASSANIO. Antonio, vriend, ik heb een vrouw gehuwd, -Die mij zoo dierbaar is als 't leven zelf; -Maar 't leven zelf, mijn vrouw, de gansche wereld, -Zij gelden mij niet hooger dan uw leven; -'k Gaf alles prijs, dit alles offerde ik -Dien duivel daar, om u van hem te ontslaan. - -PORTIA. Uw vrouw betuigde u zeker luttel danks, -Was zij hierbij en hoorde ze uw betuiging. - -GRATIANO. Ik heb een vrouw, die 'k min, ik zweer 't; maar 'k wenschte -Haar in den hemel, kon ze daar een macht -Verbidden, die dien hondschen jood verkneedde. - -NERISSA. 't Is goed, dat gij dit in haar afzijn zegt: -Uw wensch kon licht den vreê van 't huis verstoren. - -SHYLOCK (ter zijde). Zoo zijn de christenmannen;--'k heb een dochter, -Maar had ze wien ook van Barabbas' stam -Tot man genomen, eer nog dan een christen!-- -(Luid.) De tijd verloopt; ik bid u, kom tot de uitspraak. - -PORTIA. Een pond van dezes koopmans vleesch is u; -Het hof erkent dit, en de wet verleent het. - -SHYLOCK. O hoogst rechtvaardig rechter! - -PORTIA. Gij moet dit vleesch hem snijden van de borst; -De wet erkent dit, en het hof verleent het. - -SHYLOCK. Hoogstwijze rechter!--'t Is beslist, bereid u! - -PORTIA. Een oogenblik nog;--neem ook dit in acht:-- -De schuldbrief hier geeft u geen druppel bloeds; -De woorden zijn uitdrukk'lijk: een pond vleesch. -Neem dus uw schuldbrief, neem gij uw pond vleesch; -Maar zoo, bij 't snijden, gij een drup vergiet, -Een enklen druppel christenbloed, dan vallen -Uw land en goedren, naar Venetië's wet, -Den staat Venetië toe. - -GRATIANO. O, eerlijk rechter! jood; een wijze rechter! - -SHYLOCK. Is dat de wet? - -PORTIA. Gij zult de keur zelf zien; -Gij eischtet recht, en, wees verzekerd, recht -Zal u geworden, meer dan gij verlangt. - -GRATIANO. O wijze rechter! jood; een wijze rechter! - -SHYLOCK. 'k Neem 't aanbod aan;--betaal driemaal de schuld, -En dat de christen ga. - -BASSANIO. Hier is het geld. - -PORTIA. Bedaar! Den jood -Zal al zijn recht geworden!--neen, geen haast! -De boete zal hij hebben en niets meer. - -GRATIANO. O, jood, een eerlijk rechter! een wijs rechter! - -PORTIA. Daarom, maak u gereed het vleesch te snijden. -Maar stort geen bloed; en snijd niet min of meer -Dan juist een pond; want neemt ge meer of minder -Dan juist een pond;--al waar' 't ook maar zooveel, -Dat het gewicht te licht wordt of te zwaar, -Een onderdeel zelfs van een twintigste -Van éénen scrupel;--slaat de weegschaal door, -Ja, waar' 't ook slechts de breedte van een haar,-- -Dan sterft ge, en al uw goedren zijn verbeurd. - -GRATIANO. Een tweede Daniël! ja, een Daniël, jood! -Nu, ongedoopte hond, nu hebben we u. - -PORTIA. Wat draalt de jood nog? Neem, wat u verviel. - -SHYLOCK. Geef mij mijn hoofdsom slechts, en laat mij gaan. - -BASSANIO. Ik heb het geld voor u gereed; hier is 't. - -PORTIA. Hij heeft het openlijk voor 't hof versmaad; -Zijn recht slechts zal hij hebben en zijn schuldbrief. - -GRATIANO. Een Daniël, zeg ik weer, een tweede Daniël!-- -Ik dank u, jood, voor 't leeren van dat woord. - -SHYLOCK. Krijg ik dan nu niet eens mijn hoofdsom weer? - -PORTIA. Niets krijgt ge, niets, dan de vervallen boete; -Die moogt ge op lijfsgevaar nu innen, jood. - -SHYLOCK. Dan doe de duivel hem er wel bij varen! -Ik laat me er langer niet mee in. - -PORTIA. Blijf, jood; -Het recht heeft nog iets anders van u te eischen. -De wetten van Venetië stellen vast:-- -Als van een vreemdling te bewijzen is, -Dat hij, 't zij rechtstreeks, 't zij op slinksche wijs, -Een burger naar het leven heeft gestaan, -Dan naast de burger, wiens verderf hij zocht, -De helft van al zijn goedren; de andre helft -Valt aan de schatkist van den staat ten deel; -En 't leven van den schuldige berust -In 's dogen hand, die niemands stem behoeft. -Deze uitspraak, zeg ik, past geheel op u: -'t Is uit uw handling hier voor 't hof gebleken, -Dat gij èn rechtstreeks èn op slinksche wijs -Met overleg het leven hebt bedreigd -Van den verweerder; en de strafbedreiging, -Zoo even aangehaald, is hier van kracht. -Dus kniel, en smeek genade van den doge. - -GRATIANO. Smeek om verlof, dat gij uzelf verhangt; -Want, daar gij al uw goed'ren hebt verbeurd, -Bleef u de waarde zelfs niet van den strik, -En moet de staat dat hangen nog betalen. - -DOGE. Opdat ge in ons een andren geest erkent, -Schenk ik u 't leven, eer gij er om bidt; -Uw halve have is voor Antonio, -En de andre helft is aan den staat vervallen, -Maar deemoed kan dit mindren tot een boete. - -PORTIA. Ja, voor den staat, niet voor Antonio. - -SHYLOCK. Neen, neem mij 't leven ook, schenk dat mij niet; -Gij neemt mijn huis, als gij den steun mij neemt, -Waar heel mijn huis op rust; gij neemt mijn leven, -Als gij de midd'len neemt, waar ik door leef. - -PORTIA. En wat kan ùw genade zijn, Antonio? - -GRATIANO. Een strop voor niet; niets meer, om Gods wil, niets. - -ANTONIO. Behaagt het aan uw hoogheid en aan 't hof, -Die straf van de eene helft hem kwijt te schelden, -Dan is 't mij goed, mits hij mij de andre helft -In bruikleen geven wil,--om na zijn dood -Die weder af te staan aan de' edelman, -Die onlangs hem zijn dochter heeft geschaakt; -En nog twee eischen: dat, voor deze gunst, -Hij van dit oogenblik een christen worde, -Ten andre, dat hij, hier nu, voor het hof, -Al wat hij bij zijn dood bezitten zal, -Zijn zoon Lorenzo en zijn dochter schenke. - -DOGE. Dit zal hij doen, of anders trek ik in -Wat ik reeds van genade heb gerept. - -PORTIA. Zijt gij tevreden, jood? wat is uw antwoord? - -SHYLOCK. Ik ben tevreden. - -PORTIA. Schrijver, stel een schenking. - -SHYLOCK. Ik bid u, sta mij toe van hier te gaan; -Ik ben niet wel; zend mij de schenking na; -Ik zal ze teek'nen. - -DOGE. Ga dan heen, maar teeken. - -GRATIANO. Twee peten zult ge hebben bij uw doop; -Ware ik uw rechter, tien hadt gij er meer, -Om u ter galg te leiden, niet ter doopvont. - - (Shylock af.) - -DOGE. Ik bid u, heer, gebruik het maal bij mij. - -PORTIA. Verschoon me, ik zeg uw hoogheid need'rig dank; -Ik moet deze' avond nog in Padua zijn, -En 't beste is dus, onmidd'lijk af te reizen. - -DOGE. Het spijt me, dat uw tijd het niet gehengt.-- -Antonio, toon u aan den doctor dankbaar, -Want, naar mij dunkt, zijt gij hem veel verplicht. - - (De Doge, Senatoren en Gevolg af.) - -BASSANIO. Hoogedel heer, mijn vriend en ik, wij zijn -Door uwe wijsheid heden vrijgesproken -Van zware boete; en gaarne bieden we u, -Wat aan den jood verschuldigd was, drieduizend -Dukaten, voor uw edel hulpbetoon. - -ANTONIO. En blijven, als uw schuld'naars, bovendien -Tot liefde en weêrdienst eeuwig u verplicht. - -PORTIA. Die weltevreden is, is welbetaald; -Ik ben tevreden, dat ik u bevrijdde, -En reken daardoor reeds mij welbetaald; -Naar grooter loon heb ik nog nooit gestreefd. -Eén bede: ken me, als gij mij weer ontmoet; -Ik wensch u heil, en hiermeê neem ik afscheid. - -BASSANIO. Zoo laten we u niet los, mijn waarde heer; -Neem een gedacht'nis aan, maar als geschenk, -En niet als loon; twee gunsten vraag ik u: -Sla dit niet af, en duid mijn drang niet euvel. - -PORTIA. Gij dringt mij sterk, en daarom geef ik toe. -(Tot Antonio.) Uw handschoen dan; ik draag ze u ter gedacht'nis; -(Tot Bassanio.) En daar gij 't wenscht, neem ik deez' ring van u;-- -Trek niet de hand terug; ik wil niet meer; -En uwe vriendschap mag mij dit niet weig'ren. - -BASSANIO. Die ring, mijn heer,--ach, zulk een kleinigheid; -Ik zou mij schamen, u dien aan te bieden. - -PORTIA. Ik wil niet anders hebben dan dien ring -Hoe 't komt, ik weet niet, maar ik hecht er aan. - -BASSANIO. 't Is om de waarde niet, 't is om den ring; -Den kostbaarste' in Venetië geef ik u, -Dien openbare navraag vinden laat; -Slechts deze' alleen, ik bid u, vraag dien niet. - -PORTIA. Gij biedt, dit zie ik, onbekrompen aan; -Eerst leerdet gij mij beed'len, en nu, dunkt me, -Nu leer ik, hoe men beedlaars antwoord geeft. - -BASSANIO. Deez' ring gaf, waarde heer, mijn vrouw me, en vroeg -Bij 't aandoen mij een eed, dat ik hem nooit -Verkoopen zou, verliezen, weg zou schenken. - -PORTIA. Met zulk een uitvlucht spaart men meen'ge gave. -Maar is uw vrouw geen dwaze vrouw, en weet ze, -Hoe ik dien ring verdiende, wis, zij zal -Niet eeuwig toornig blijven, dat ge aan mij -Hem weggaaft.--Nu, het zij zoo; 't ga u wel. - - (Portia en Nerissa af.) - -ANTONIO. Bassanio, vriend, sta hem den ring toch af; -Dat zijn verdiensten en mijn vriendschap saam -Hier gelden tegen wat uw vrouw gebood. - -BASSANIO. Gratiano, haast u, haal hem in, en geef -Den ring hem nog; en breng hem, zoo ge kunt, -Zelf bij ons, in Antonio's huis;--maak spoed! - - (Gratiano af.) - -Kom, gij en ik, wij gaan daar daad'lijk heen, -En morgen in de vroegte vliegen wij -Naar Belmont samen. Kom, Antonio. - - (Bassanio en Antonio af.) - - - - -TWEEDE TOONEEL. - - -Aldaar. Een straat. - -Portia en Nerissa komen op. - - -PORTIA. Vraag naar de woning van den jood en laat -Dit stuk hem teek'nen. Nog van avond gaan wij; -Zoo zijn we een dag voor onze mannen thuis. -Dit stuk zal aan Lorenzo welkom zijn. - -(Gratiano komt op.) - -GRATIANO. Goed, dat ik u nog inhaal, waarde heer! -Bassanio, die tot beter inzicht kwam, -Zendt U deez' ring door mij en noodigt u -Van middag tot het maal. - -PORTIA. Dit kan niet zijn, -Maar hartlijk dank ik hem voor dezen ring; -En 'k bid u, zeg hem dit. Wees ook zoo goed -Mijn klerk den weg naar Shylocks huis te wijzen. - -GRATIANO. Met veel genoegen. - -NERISSA (tot Portia, luid). Heer, een woord met u;-- -(Zacht.) 'k Wil zien, den ring te krijgen van mijn man, -Dien ik hem zweren deed nooit weg te schenken! - -PORTIA. Dat kunt gij wis; dat zal een zweren zijn, -Dat zij aan mannen slechts hun ringen schonken; -Doch we òverkraaien, òverzweren hen.-- -Maar ga, maak haast; gij weet, waar ik u wacht. - -NERISSA. Kom, waarde heer, wilt gij zijn huis mij wijzen? - - (Allen af.) - - - - - - - -VIJFDE BEDRIJF. - - -EERSTE TOONEEL. - - -Belmont. Een park voor Portia's woning. - -Lorenzo en Jessica komen op. - - -LORENZO. 't Is heldre maan; in zulk een nacht als deze, -Toen zachte lucht de boomen vriendlijk kuste -En nauwlijks ruischen deed,--in zulk een nacht, -Naar 'k denk, steeg Troilus op Troja's wal -En zond zijn ziel haar zuchten naar de tenten -Der Grieken heen, waar ook zijn Cressida -Die nacht te sluim'ren lag. - -JESSICA. In zulk een nacht -Sloop Thisbe, schuchter tripp'lend, op den dauw, -En zag geen leeuw nog, maar alleen zijn schim, -En nam vol angst de vlucht. - -LORENZO. In zulk een nacht -Stond Dido, in haar hand een wilgetak, -Op 't woeste zeestrand, om haar lief te wenken, -Weêr naar Carthago's kust. - -JESSICA. In zulk een nacht -Las zich Medea tooverkruid en maakte -Den ouden Æson jong. - -LORENZO. In zulk een nacht -Verloor de rijke jood zijn Jessica, -Die uit Venetië met een spilziek lief -En heel naar Belmont vlood. - -JESSICA. In zulk een nacht -Zwoer haar Lorenzo, dat hij teêr haar minde, -En stal met meen'gen eed van trouw haar hart, -Doch alle waren valsch. - -LORENZO. In zulk een nacht -Bekladde Jessica, die kleine feeks, -Haar zoetelief, maar hij vergaf het haar. - -JESSICA. Ik zou u óver-nachten, kwam er niemand; -Maar luister, 'k hoor den stap daar van een man. - -(Stefano komt op.) - -LORENZO. Wie komt zoo haastig in de stille nacht? - -STEFANO. Goed volk. - -LORENZO. Goed volk? wat volk? Zeg mij uw naam, goed volk! - -STEFANO. Mijn naam is Stefano; ik breng bericht, -Dat de eedle vrouw voor de' aanvang van den dag -Te Belmont zijn zal; ze is nog op haar tocht -Langs heiligbeelden, waar ze knielt en bidt -Om zegen op haar echt. - -LORENZO. En wie verzelt haar? - -STEFANO. Een heil'ge kluiz'naar en haar kamerjuffer. -Maar zeg me, is de eedle heer nog niet terug? - -LORENZO. Nog niet; we ontvingen zelfs nog geen bericht.-- -Maar laat ons, Jessica, naar binnen gaan -En zorgen, dat de meesteres van 't huis -Nu met een plechtig welkom zij begroet. - -(Lancelot komt op.) - -LANCELOT. Hola, hola, ho, heila, hola, ho! - -LORENZO. Wie roept daar? - -LANCELOT. Hola! hebt gij den heer Lorenzo en mevrouw Lorenzo ook -gezien? Hola! hola! - -LORENZO. Houd op met uw hola, man; hier. - -LANCELOT. Hola! waar? waar? - -LORENZO. Hier. - -LANCELOT. Zeg hem, dat er een postiljon is gekomen, die zijn hoorn -vol goed nieuws heeft; mijn meester zal nog voor zonsopgang hier zijn. - - (Lancelot af.) - -LORENZO. Kom, liefste, binnen dan hun komst verbeid! -Of neen, waartoe naar binnen? 't Is niet noodig, -Vriend Stefano, ik bid u, meld aan allen -In huis, dat de eedle vrouw in aantocht is, -En breng de muzikanten mee naar buiten. - - (Stefano af.) - -Wat slaapt het maanlicht lieflijk op dien heuvel! -Hier zetten we ons, hier drinke ons oor de tonen -Der hemelsche muziek; de vreê der nacht -Stemt met den klank van zoete harmonie. -Kom, Jessica; zie, is het hemelwelf -Niet ingelegd met schijfjes schitt'rend goud? -Geen licht, hoe klein, dat ge daarboven ziet, -Dat op zijn baan niet als een engel zingt, -Bij 't koor der Cherubim met kinderoogen. -Gelijke harmonie is in de zielen -Der menschen, maar zoolang 't verganklijk kleed -Onsterflijkheid omhult, is ze ons onhoorbaar. - -(De Muzikanten komen op.) - -Weest welkom, wekt Diana met een lied; -Dringt met uw klanken door tot uw gebiedster, -En toovert, lieflijk streelend, haar naar huis. - -(Muziek.) - -JESSICA. Ik ben bij lieflijke muziek nooit lustig. - -LORENZO. Dit komt, omdat uw geest haar luistrend volgt; -Want zie maar eens een wilde, dartle kudde, -Of troepje veulens, jong en ongetemd; -Zij springen dol, zij loeien, brieschen luid, -Want dat is de aard en de eisch van 't warme bloed; -Maar nauwlijks hooren ze een trompet, die schalt, -Of treft het ruischen van muziek hun oor, -Gij ziet hen plotsling, luistrend, stil bijeen; -De macht der tonen dwingt dat vlammend oog -Tot kalmen blik. Van daar 't verhaal des dichters, -Dat Orpheus boomen, rotsen, stroomen boeide, -Daar niets zoo stug, zoo hard, zoo woedend is, -Dat niet muziek het voor een tijd verandert. -Heeft iemand in zichzelven geen muziek, -Roert hem de meng'ling niet van zoete tonen, -Die man deugt tot verraad, tot list en roof, -'t Is duister in zijn geest als middernacht, -In zijn gemoed zoo zwart als 't rijk der schimmen;-- -Vertrouw hem nooit!--O, hoor eens die muziek! - -(Portia en Nerissa komen op, nog op een afstand.) - -PORTIA. Dat licht daar, dat wij zien, brandt in de zaal; -Hoe verre licht die kleine kaars! zoo straalt -Een goede daad in deze booze wereld. - -NERISSA. Bij 't maanlicht zagen wij dat kaarslicht niet. - -PORTIA. Zoo doet een grooter glans een mind'ren tanen; -Een plaatsvervanger straalt gelijk een vorst, -Totdat de vorst verschijnt, en dan vervloeit -Zijn praal, zooals een beekje van het land -In 't groote bed der waat'ren. Hoor, muziek! - -NERISSA. 't Is de muziek, mejonkvrouw, van uw huis. - -PORTIA. Niets is er goed, naar 'k zie, dan op zijn tijd; -Mij dunkt, ze klinkt veel schooner dan bij dag. - -NERISSA. De stilte schenkt haar die bekoorlijkheid. - -PORTIA. De leeuwrik zingt niet schooner dan de kraai, -Dan voor een luistrend oor; en 'k denk, dat zelfs -De nachtegaal, zong die bij dag zijn lied, -Als alle ganzen snaat'ren, naar de schatting -Geen beter zanger dan de musch zou zijn. -Hoe menig ding wordt op zijn tijd alleen -Naar waarde en naar volkomenheid geschat!-- -(Tot de Muzikanten.) Nu stil! De maan rust bij Endymion -En sluimere ongestoord! - -(De muziek houdt op.) - -LORENZO. Dit is de stem, -Of ik bedrieg mij zeer, van Portia. - -PORTIA. Hij kent mij, als een blindeman den koekoek, -Aan 't leelijk roepen. - -LORENZO. Welkom, waarde jonkvrouw! - -PORTIA. Wij baden voor het heil van onze mannen, -Dat, hoop ik, is vermeerderd door ons doen. -Zijn ze al terug? - -LORENZO. Tot nu toe niet, mejonkvrouw; -Maar wel kwam hun alreeds een boô vooruit -Om aan te melden. - -PORTIA. Ga in huis, Nerissa. -En geef aan mijn bedienden last, dat ieder -Zich houde, als waren we altijd thuis geweest;-- -Ook gij, Lorenzo;--Jessica, ook gij. - -(Horengeschal.) - -LORENZO. Daar komt uw echtgenoot; het is zijn horen; -Wij klappen niet, mejonkvrouw, wees gerust. - -PORTIA. Deez' nacht is, dunkt me, slechts een kwijnend daglicht; -Zij ziet wat bleeker, maar het is nu dag, -Zooals de dag is bij beloken zon. - -(Bassanio, Antonio en Gratiano komen op, met Gevolg.) - -BASSANIO. Verscheent gij steeds, als ons de zon verlaat, -Dan hadden wij met de Antipoden dag. - -PORTIA. Geve ik u licht, ik zij niet licht van zin; -Die lichtheid maakt een man licht zwaar te moede; -En nimmer zij Bassanio dat door mij; -Verhoede 't God!--Wees welkom thuis, mijn gade! - -BASSANIO. Ik dank u, lieve;--o, heet mijn vriend hier welkom!-- -Dit is Antonio, die voor heel mijn leven -Onlosbaar mij aan zich verbonden heeft. - -PORTIA. Tot elken dank moogt ge u verbonden reek'nen, -Want zwaar verbond hij zich, zoo 'k hoor, voor u. - -ANTONIO. Niet zoo, of hij en ik zijn thans weer vrij. - -PORTIA. Heer, gij zijt hartlijk welkom in ons huis; -Maar 't moet zich anders toonen dan in woorden, -En 'k spaar dus hoff'lijkheid van louter lucht. - -(Gratiano en Nerissa zijn middelerwijl in woordenwisseling geraakt.) - -GRATIANO. Ik zweer u bij de maan daar, dat ge dwaalt; -Ik gaf hem, waarlijk aan des doctors klerk; -En 'k woû, dat hij tot niets werd, die hem heeft, -Daar 't u, melieve, zoo ter harte gaat. - -PORTIA. Wat! reeds een twist? eilieve, zeg waarom? - -GRATIANO. 't Is om een strookje gouds, een kleinen ring, -Dien zij mij gaf; met alledaagsche spreuk, -Zoo van die messenmakerspoëzie -Op klingen: "wees mij trouw, begeef mij niet." - -NERISSA. Wat praat ge van de spreuk of van de waarde? -Gij zwoert me, toen ik hem u gaf, dat gij -Hem dragen zoudt tot in uw stervensuur, -En dat hij met u rusten zou in 't graf; -Gij moest hem reeds, om al uw schriklijke eeden, -Zoo niet om mij, vereeren en bewaren. -Des doctors klerk!--God weet, nooit krijgt die klerk, -Wien gij hem afstondt, haar op zijn gezicht. - -GRATIANO. Ja toch, als hij maar leeft, tot hij een man is. - -NERISSA. Ja, als een vrouw maar leeft, tot zij een man is. - -GRATIANO. Zoo waar ik leef, ik gaf hem aan een jonkman,-- -Een jongen nog, een kriel, een kleinen dreumes, -Niet grooter dan gijzelf, des rechters klerk, -Een snappend kind; die vroeg hem als een fooi; -Het ging me aan 't hart, maar 't was hem niet te weig'ren. - -PORTIA. Ronduit gezegd, het was verkeerd, lichtzinnig, -Die eerste liefdegift zoo weg te werpen, -Die gij met eeden aan uw vinger staakt, -Als pand van trouw er aan had vastgeklonken. -Ik gaf mijn liefste een ring en deed hem zweren, -Nooit zou hij er van scheiden; zie, daar staat hij, -En 'k zweer voor hem, dat hij hem nimmer afstaat, -Nooit van den vinger neemt, neen, voor de schatten -Der gansche wereld niet. Voorwaar, Gratiano, -'t Is liefdloos zoo uw vrouw te grieven; ja, -Gebeurde 't mij, ik ergerde mij dood. - -BASSANIO (ter zijde). Liefst kapte ik mij de hand, en zwoer, dat ik -Den ring verloor, terwijl ik er voor streed. - -GRATIANO. Bassanio stond zijn ring den rechter af, -Die dringend er om vroeg, en waarlijk dubbel -Verdiend had, en toen vroeg de klerk, dat jongske, -Dat druk genoeg geschreven had, den mijnen; -En heer en dienaar wilden maar niets anders -Dan die twee ringen. - -PORTIA. Welken ring stondt ge af, -Mijn gâ? Toch niet, naar 'k hoop, dien ik u gaf? - -BASSANIO. Kon ik een leugen voegen bij 't vergrijp, -Ik zou ontkennen; maar gij ziet, ik heb -Geen ring meer aan mijn vinger, hij is weg. - -PORTIA. En evenzoo ontvlood de trouw uw hart. -Bij God, wij zijn gescheiden, tot gij mij -Den ring weer toont. - -NERISSA. Wij evenzeer, tot ik -Den mijnen weerzie. - -BASSANIO. Dierbre Portia, -Indien gij wist, aan wien ik gaf den ring, -Indien gij wist, voor wien ik gaf den ring, -Erkennen woudt, waarvoor ik gaf den ring, -En hoe ongaarne ik afstond dezen ring, -Daar niets werd aangenomen dan de ring, -Uw gramschap en uw strengheid wierd verzacht. - -PORTIA. Hadt gij erkend de kracht van dezen ring, -Slechts half geschat de geefster van den ring, -Erkend, hoe zelfs uw eer hing aan den ring, -Gij hadt niet kunnen scheiden van den ring. -Wat man had zoo onreedlijk kunnen zijn,-- -Hadt gij uw ring met eenig vuur verdedigd,-- -Zoo onbescheiden, op iets aan te dringen, -Door u als plechtig onderpand geschat? -Nerissa toont mij, wat ik moet gelooven; -Ik sterf er op, een vrouw verkreeg den ring. - -BASSANIO. Neen, op mijn eer, neen, bij mijn zaligheid, -Geen vrouw verkreeg hem, maar een waardig man, -Een doctor, die den ring vroeg, en drieduizend -Dukaten afsloeg; 'k heb den ring geweigerd, -En liet hem ontevreden gaan; en toch, -Hij was het, die mijn dierbren vriend het leven -Gered had. Zeg, wat kon ik doen, geliefde? -Ik was genoopt den ring hem na te zenden; -De plicht der hoff'lijkheid drong mij tot schaamte; -Mijn eer verbood, dat grove ondankbaarheid -Haar zoo besmette. Schenk vergiff'nis, beste! -Gij hadt,--ik zweer 't u bij die heil'ge vonken!-- -Waart gij er bij geweest, mij zelf gevraagd, -Mijn ring aan de' eedlen doctor af te staan. - -PORTIA. Dat toch die doctor nooit mijn huis betrede! -Daar hij het mij zoo lief juweel verkreeg, -Dat gij mij zwoert voor mij steeds te bewaren, -Zoo wil ik niet in gulheid achterstaan, -En niets hem weig'ren van wat ik bezit, -Neen, noch mijn lichaam, noch mijn huwlijksbed; -En kennen zal ik hem, dit weet ik zeker; -Blijf nooit een nacht van huis; bewaak me als Argus; -Doet gij dit niet en laat ge mij alleen, -Dan, op mijn eer, die ik tot nu bewaarde, -Dan is die doctor wis mijn bedgenoot. - -NERISSA. En zoo zijn klerk van mij; bedenk dus wel, -Of gij me aan eigen hoede kunt vertrouwen. - -GRATIANO. Goed; maar ik loer; en krijg ik hem in 't net, -Dan heeft zijn pen voor 't laatst een punt gezet. - -ANTONIO. Ik ben de onzalige oorzaak van deez' twisten. - -PORTIA. Heer, 't grieve u niet; toch zijt ge hartlijk welkom. - -BASSANIO. Portia, vergeef mij deez' gedwongen misstap; -Ten overstaan van al deez' vrienden hier, -Bezweer ik u, en bij uw lieflijke oogen, -Waar ik mijzelf in spiegel,-- - -PORTIA. Fraai bedacht! -Hij ziet zich dubbel in dat tweetal oogen, -Eens in elk oog; zweer bij uw dubbel ik! -Dat is een kostlijke eed! - -BASSANIO. Ik bid u, hoor! -Vergeef 't vergrijp; ik zweer u bij mijn ziel, -Dat ik u nimmermeer een eed verbreek. - -ANTONIO (tot Portia). Eens leende ik lijf en leven voor zijn heil; -Slechts hij, die van uw man zijn ring verkreeg, -Heeft mij gered; opnieuw waag ik gerust -Mijn ziele te verpanden, dat uw gâ -Nooit, wetens willens, meer zijn eed verbreekt. - -PORTIA. Wees gij dus weer zijn borg; geef hem deez' ring, -Hij zorg er beter dan voor de' eersten voor. - -ANTONIO. Bassanio, zweer, dat deze u heilig blijft! - -BASSANIO. Bij God! den eigen ring gaf ik den doctor! - -PORTIA. Vergeef me, ik heb den ring van hem, Bassanio; -De doctor was mijn bedgenoot er door. - -NERISSA. Vergeef ook mij, mijn beste Gratiano, -Zoo was des doctors klerk, die kleine dreumes, -Voor dezen ring de laatste nacht bij mij. - -GRATIANO. Welzoo, 't is of men wegen ging verbeet'ren -Des zomers, als zij best in orde zijn! -Wat! horens reeds, en eer wij die verdienden? - -PORTIA (tot Gratiano). Spreek niet zoo ruw.--(Tot Bassanio.) Gij - staat geheel verbluft; -Hier hebt ge een brief; lees dien maar later door; -Hij komt van Padua, van Bellario; -Daar zult gij zien, dat Portia was de doctor; -Nerissa daar, zijn klerk; Lorenzo hier -Getuig', dat ik terstond nà u vertrok, -Zoo juist terugkom en mijn huis nog niet -Betreden heb.--Antonio, hartlijk welkom, -Ik kan ook u een beter tijding brengen, -Dan gij verwacht; ontzegel dezen brief; -Gij zult vernemen, dat van uw galjoenen -Een drietal, rijk beladen, binnenviel; -Ik zeg u niet, door welk een wonder toeval -Die brief me in handen kwam. - -ANTONIO. Ik sta verstomd. - -BASSANIO. Waart gij de doctor, en ik kende u niet? - -GRATIANO. Waart gij de klerk, die mij mijn vrouw ontvrijde? - -NERISSA. Ja, maar de klerk zal 't zeker nimmer doen, -Tenzij dat hij 't beleeft, dat hij een man wordt. - -BASSANIO. Nu, doctor, wees mijn bedgenoot; 'k vertrouw, -Moet ik er soms op uit, u graag mijn vrouw. - -ANTONIO. Gij, levenschenkster, schenkt mij thans ook leeftocht; -Want hier zie ik bevestigd, dat mijn schepen -In veil'ge haven zijn. - -PORTIA. En gij, Lorenzo! -Mijn klerk heeft ook voor u een goed bericht. - -NERISSA. Ja, en ik geeft hem zonder schrijversloon;-- -Maar overhandig u en Jessica, -Hier thans een schenking van den rijken jood -Van alles, wat hij bij zijn dood bezit. - -LORENZO. Gij, eedle vrouwen, drupt een hongrig volk -Hier manna op hun weg. - -PORTIA. 't Is bijna dag; -En zeker ziet ge op verre na niet in, -Hoe alles zich wel toedroeg. Gaan wij binnen, -En neemt ons, als ge wilt, daar in 't verhoor; -Wij geven u op alles klaar bescheid. - -GRATIANO. Ja, zij dat zoo; en de eerste vraag, die 'k stel, -Nu ik Nerissa mag verhooren, is, -Of zij dat lange waken uit kan staan, -Of, twee uur vóór den dag, ter rust wil gaan; -Maar zeker zou ik, kwam de dag, dan vragen, -Dat hij voor eens zijn dagen will' vertragen. -Hoe 't zij, mijn leven lang zal ik geen ding -Zoo trouw bewaren als Nerissa's ring. - - (Allen af.) - - - - - - - -AANTEEKENINGEN. - - -Van "De Koopman van Venetië" verschenen in 1600 twee van elkander -onafhankelijke uitgaven, de eene bij James Roberts, de andere bij -Thomas Heyes, waarvan de eerste reeds 28 October 1598 in de registers -van het boekhandelaarsgilde werd ingeschreven. Het verschil tusschen -deze uitgaven is niet zeer groot, maar over het algemeen is de eerste -beter te noemen. Toch is in de folio-uitgave van 1623 de tweede, met -eenige wijziging, afgedrukt.--Dat het stuk in 1598 reeds bekend was, -blijkt uit Francis Meres, die het in zijn Palladis Tamia noemt.--Een -deel van Sh.'s werk, en wel het begin van het vijfde bedrijf, is -nagebootst in een stuk Wily beguiled, van een onbekenden schrijver, -dat in een geschrift van 1596 reeds vermeld wordt. Het is mogelijk, -dat "De Koopman van Venetië" zelfs reeds een paar jaar vroeger -geschreven werd; in het dagboek van den schouwburg-directeur Henslowe -wordt op 25 Augustus 1594 gewag gemaakt van een nieuwe Venetiaansche -comedie, die opgevoerd werd op het tooneel te Newington. Toen werd -het tooneel dezer voorstad gemeenschappelijk bespeeld door den troep -van Henslowe en dien, waar Sh. deel van uitmaakte, en het is mogelijk, -dat "De Koopman van Venetië" bedoeld is; de stijl en de versificatie -bevestigen, dat het stuk, zooal niet in 1594, dan toch zeker omstreeks -dezen tijd is geschreven. - -Gelijk in zoovele andere gevallen, heeft de dichter ook in dit stuk -verhalen, die in zijn tijd reeds lang bekend waren, verwerkt, en er -een nieuwe schepping van gemaakt vol kracht en leven. Opmerkelijk is -het na te gaan, hoe hij hier uit zeer ongelijksoortige stoffen een -wonderschoon geheel heeft gevormd. - -Sh. heeft voor dit stuk geput uit een middeleeuwsche, Latijnsche -verzameling van verhalen of sprookjes, getiteld Gesta Romanorum. In -het 99ste hoofdstuk,--dat reeds in 1577 uit deze verzameling door -Robert Robertson in het Engelsch vertaald was,--komt de geschiedenis -der drie kastjes voor. Een koning van Apulië zendt zijn dochter -over zee naar Rome, om met den zoon des keizers te huwen. Zij lijdt -schipbreuk, wordt door een walvisch verslonden, maar uit diens buik -te voorschijn gehaald. De keizer ontvangt haar, verheugd over haar -behoud, zeer vriendelijk, maar wil haar op de proef stellen, of zij -zijn zoon waardig is. Hij laat drie vazen brengen; de eene was van -zuiver goud, uitwendig met kostbare edelgesteenten versierd, maar -gevuld met doodsbeenderen; zij droeg het opschrift: "wie mij kiest, -vindt wat hij verdient". De tweede was van zilver, met aarde en wormen -gevuld, en had tot opschrift: "wie mij kiest, vindt wat zijn natuur -verlangt". De derde was van lood, bevatte kostbare edelgesteenten -en droeg het opschrift: "wie mij kiest, vindt wat God hem heeft -toegekend". De keizer wees de vazen aan het meisje, met de woorden: -"als gij de vaas kiest, welke bevat wat u en anderen nuttig is, -dan zult gij mijn zoon hebben". Het meisje koos na rijp overleg de -looden vaas en trouwde daarop met den zoon des keizers. - -Een ander verhaal uit dezelfde verzameling, getiteld: De Milite -conventionem faciente cum Mercatore, verhaalt van een krijgsman of -ridder, die van een christen-koopman geld borgde, op voorwaarde, dat -hij al zijn vleesch ten behoeve van den koopman zou verbeurd hebben, -als hij niet op tijd betaalde. Toen dit laatste inderdaad het geval -werd en de ridder voor den rechter gedaagd was, komt zijn vrouw, als -man verkleed, mede voor de rechtbank om den koopman te vermurwen, die -echter steeds op zijn recht blijft staan. Daarop drong de vrouw bij den -rechter aan, dat de koopman den ridder wel het vleesch van de beenderen -zou mogen snijden, maar geen droppel bloeds vergieten.--De koopman -wilde nu met de betaling van het geld genoegen nemen, maar dit werd -hem geweigerd; hij ging heen zonder een penning te hebben ontvangen. - -In deze verhalen is er, zooals men ziet, nòch van een jood, nòch -van een vriendschap als die van Antonio voor Bassanio sprake. Deze -twee bijzonderheden vindt men echter terug in een verhaal eener -Italiaansche Novellenverzameling van Giovanni Florentino, onder -den titel Il Pecorone in 1554 in het licht gegeven. Het verhaal is -daar het eerste der vierde afdeeling. Een rijk Venetiaansch koopman, -Ansaldo, voedt een innige vriendschap voor zijn petekind Giannetto, -die, na zijn vader, een Florentijnsch koopman, verlaten te hebben, -door Ansaldo als kind was aangenomen. Aan een fraaie haven woont -de schoone jonkvrouw van Belmonte, welke ieder, die daar landt, -dwingt om de nacht op haar slot door te brengen, maar, zoo hij -zich niet naar eisch gedraagt, en haar genegenheid niet kan winnen, -hem van zijn schip en goederen berooft; wie de proef doorstaat, zal -haar gemaal worden. Giannetto, op reis naar Alexandrië, hoort van de -schoone jonkvrouw, landt bij haar en tracht haar gunst te winnen, maar -te vergeefs; door een zoeten wijn, die hem gereikt wordt, slaapt hij -in. Van schip en goederen beroofd, keert hij naar Venetië terug. Hij -is ondertusschen door de jonkvrouw zoo betooverd, dat hij van zijn -pleegvader een tweede, nog rijker bevracht schip afsmeekt, om naar haar -hand te staan; hij slaapt weder in en keert nog berooider dan de eerste -maal naar Venetië terug. Zijn vaderlijke vriend Ansaldo laat zich door -zijn beden bewegen hem voor de derde maal een schip uit te rusten, -maar moet daartoe van een jood in Mestin 10000 dukaten leenen onder -voorwaarde, dat de schuld op den eerstvolgenden Sint Jan betaald zal -worden, of dat anders de jood het recht zal hebben, een pond vleesch -uit eenig deel van Ansaldo's lichaam te snijden. Giannetto is ditmaal -gelukkiger en huwt de jonkvrouw van Belmonte. Maar in zijn vreugderoes -denkt hij niet aan zijn weldoener, en deze komt hem eerst op Sint Jan -toevallig weer voor den geest. Ondertusschen was Ansaldo reeds in de -macht van den jood en had slechts met moeite eenig uitstel gekregen, -om te wachten of Giannetto ook terugkwam. Deze kwam inderdaad, maar -vond den jood onvermurwbaar. Doch ook de vrouwe van Belmonte kwam, als -rechter vermomd, en zij beslist, nadat de jood honderdduizend dukaten -had afgeslagen, de zaak als bij Sh., dat de jood niet meer en niet -minder dan een pond mocht nemen en geen druppel bloeds moest storten, -zoodat de jood de schuldbekentenis in woede verscheurt; zij slaat de -honderdduizend dukaten, die haar man den gewaanden rechter aanbiedt, -af, maar noopt hem zijn trouwring af te staan; zij zorgt te huis te -zijn vóór haar man met Ansaldo er aankomt en neemt den schijn aan van -recht verstoord te wezen op haar man, die zijn trouwring aan wie weet -welke vrouw zou gegeven hebben, maar zij vertelt weldra, wie voor -rechter gespeeld heeft, en zij leeft verder zeer gelukkig met haar man. - -Ongetwijfeld is dit verhaal van nog ouderen datum. Hoe de geschiedenis -van den woekerjood opgang maakte, kan nog blijken uit een ballade, -waarvan echter moeilijk te beslissen is, of zij ouder of jonger is -dan Sh.'s stuk. Zij bevat enkel de geschiedenis van den koopman en -den jood, met een (echten) rechter, die, op gelijke wijze als Portia, -den jood van zijn vordering doet afzien. - -Men zie nu, wat Sh. uit deze gegevens wist te maken. - -Wil men zich rekenschap geven van de ligging van Belmonte, dan -kan men zich dit zeer wel te Strà denken, waar vele Venetianen hun -landgoederen hadden, en dan kan Balthazar (III. 4. 53) Portia zeer -goed aan het gewone veer (tragetto), dat ten tijde van Sh. te Fusino -aan de monding der Brenta was, inhalen. - -Over enkele namen nog een enkel woord. Shylock is zeker van -Semietischen oorsprong, misschien verbasterd van Sjelah (I Mos. X. 24), -dat pijl beteekent [1]. Tubal en Chus (zie blz. 313, III. 2. 28) -vindt men I Mos. X. 2 en 6; Jessica zal wel Jiskah zijn (I Mos. XI, -29), wat uitkijkster beteekent, vergelijk IIde Bedrijf, 5. 33. De -naam Gobbo komt in Venetië meer voor; op de Isola del Rialto is een -steenen figuur, die Gobbo di Rialto heet. - - - -I. 1. 98. Hun hoorders strafbaar maakten. Toespeling op Mattheus V. 22; -"Wie tot zijn broeder zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door -het helsche vuur." - -I. 2. 43. Die is inderdaad een veulen. Colt beteekent in het Engelsch -zoowel een veulen als een jonge losbol. - -I. 2. 48. Dan verder de paltsgraaf. Johnson vermoedt hier een -toespeling op een Poolschen paltsgraaf, Albertus a Lasco, die in -het jaar 1583 in Londen groot opzien wekte, maar zich weldra wegens -schulden uit de voeten maakte. - -I. 2. 88. Dat de Franschman zijn borg werd. Warburton vindt hier een -toespeling op de veelvuldige beloften van hulp, die de Franschen -aan de Schotten gaven bij de twisten der laatstgenoemden met de -Engelschen.--Vermeldenswaard is, dat eenige regels vroeger, waar -gesproken wordt van "den Schotschen lord", de folio van 1623 heeft -"den anderen lord", omdat na de troonsbestijging van Jacobus I zulke -aardigheden op de Schotten niet toegelaten werden; de quarto's hebben -hier de ware lezing. - -I. 3. 20. Zooals ik op den Rialto vernam. Onder Rialto is de plaats te -verstaan, die als beurs diende. Een tijdgenoot van Sh. beschrijft die -als een groot gebouw met open galerijen, waar de kooplieden tweemaal -daags samenkwamen, 's morgens tusschen 11 en 12 en 's namiddags -tusschen 5 en 6 uren. - -I. 3. 45. De rente in Venetië. Een Engelsch schrijver over Italië -(1561) zegt, dat de joden in Venetië zeer rijk werden, daar de gewone -rente, die zij bij het uitleenen van geld wisten te maken, vijftien -ten honderd 's jaars bedroeg. - -II. 1. 1. Om mijn kleur. In de oude uitgaven worden kleur en kostuum -aangegeven: Enter Morochus a tawny Moor, all in white, and three or -four followers accordingly. - -II. 1. 25. Den Sophi van Perzië vermeldt Sh. ook in het blijspel -Driekoningenavond een paar keer; Lichas, reg. 32, de ongelukkige -dienaar van Hercules (Alcides), die aan zijn meester het noodlottig -gewaad overbracht, dat hem duldelooze pijnen veroorzaakte, en die -daarom door zijn meester in zee geslingerd werd, wordt ook genoemd -in Antonius en Cleopatra, IV. 12. 45. - -II. 3. 2. Het is een hel, en gij, een snaaksche duivel enz. Aan Jessica -scheen haars vaders huis een hel toe en Lancelot was er de grappige -duivel in. Op het oud-Engelsch tooneel speelde de duivel dikwijls de -rol van den grappenmaker, zie blz. 15. - -II. 7. 56. De gouden munt, engel genoemd, wordt door Sh. meermalen -genoemd, b.v. Koning Jan, III. 3. 8. Zij was 10 shilling waard (f6.-). - -II. 9. 28. Als de zwaluw. De huiszwaluw, in het Engelsch martlet -(Hirundo urbica), maakt haar nest aan de buitenzijde van gebouwen; -meestal vindt men er verscheidene dicht bijeen, zooals Sh. uitvoeriger -in Macbeth I. 6. 4. beschrijft. Sh. wist, welke soort hij koos; de -boerenzwaluw (Hirundo rustica) nestelt binnenshuis, b.v. in stallen, -of, in onbewoonde streken, in rotsholten enz. - -III. 1. 4. De Goodwins, gevaarlijke ondiepten nabij den mond van de -Theems, worden ook vermeld in Koning Jan, V. 3. 11.--Dat oude vrouwen -gaarne gember knauwen reg. 10 (to knap is: in kleine stukjes bijten), -wordt ook vermeld in Maat voor Maat, IV. 3. 8. - -III. 1. 126. Het was mijn turkoois. Aan dezen edelsteen werd -bijzondere kracht toegeschreven; hij werd lichter of donkerder naar -den gezondheidstoestand van den bezitter, beschermde dien voor gevaren, -verzekerde de eendracht tusschen man en vrouw. - -III. 1. 131. Huur een gerechtsdienaar, die Antonio in hechtenis -zou moeten nemen en hem overal vergezellen, opdat hij niet -ontsnapte. Shylock heeft hem wel eerst over veertien dagen noodig, -maar wil hem nu alvast bespreken. - -III. 2. 55. Jonge Alcides. Portia vergelijkt zich met Hesione, de -dochter van den Trojaanschen koning Laomedon, die door haar vader -aan een zeemonster was prijsgegeven, maar door Hercules bevrijd -werd. Dardanen = Trojanen. - -III. 2. 63. Zegt, van waar de wufte min. In 't Engelsch fancy, -een vluchtige, wufte, niet diepgaande min of verliefdheid, wel te -onderscheiden van love, echte liefde. Portia laat hier uitdrukkelijk -zingen, dat de fancy zich door 't oog laat leiden en kortstondig is. De -love moet dus anders doen en zal duurzaam wezen. Portia zegt dus wel -degelijk tot Bassanio, dat hij zich niet door den schijn moet laten -verlokken, met andere woorden, liefst het looden kastje kiezen. Het -verwondert mij, deze opmerking nog nergens te hebben aangetroffen. Dat -Portia inderdaad een duidelijken wenk geeft, blijkt nog beter uit het -oorspronkelijke; de vertaling vermocht hier niet het Engelsch geheel -terug te geven: - - - Tell me, where is fancy bred, - Or in the heart, or in the head? - How begot, how nourished? - Reply, reply. - It is engendered in the eyes, - With gazing fed; and fancy dies - In the cradle, when it lies. - Let us all ring fancy's knell: - I'll begin it,--Ding, dong, bell. - - -III. 2. 86. Al bergt de lever zelfs geen droppel gal. In het Engelsch -wordt van een melkwitte lever gesproken, die voor een blijk van -lafheid geldt. In den volgenden regel wordt de baard eigenlijk een -uitgroeisel van dapperheid, valour's excrement geheeten.--De gulden -lokken worden meermalen door Sh. vermeld. Zij waren zeer in de mode, -ongetwijfeld omdat Koningin Elizabeth roodachtig haar had. Zoo zegt -Sh. b.v. in zijn 68ste sonnet: - - - "Zoo is hij ons een beeld uit beter dagen, - Toen schoonheid leefde en stierf als bloemen thans, - Aleer zij waagde een basterdschild te dragen, - En 't voorhoofd schittren deed met valschen glans;" - - -Dit ziet op het blanketten, de valsche lokken volgen: - - - "Eer gouden lokken, aan het graf geroofd, - Van dooden afgemaaid, een tweede leven, - Een valsch, begonnen op een tweede hoofd, - Eer schoonheids dood aan andren schoon moest geven." - - -Men zie hierover ook het Kostelick Mal van onzen Huygens, in 1622 te -Londen voltooid. - -III. 4. 52. Breng, dat.... naar 't veer, waarmee men.... Venetië -bereikt. Bring them.... Unto the traject, to the common ferry, which -trades to Venice. Traiect (voor het zeker bedorven tranect gesteld) -is geen zeer gewoon Engelsch woord, en wordt daarom verklaard; het -is het Italiaansche tragetto. - -III. 4. 78. Zoo mannen na te gaan. In 't Engelsch is de woordspeling -eenigszins anders; er staat: shall we turn to men = tot mannen worden -en = ons naar de mannen wenden. - -IV. 1. 49. En die zit, bij den neustoon van de zakpijp, Op spelden -schier. In het oorspronkelijke: And others, when the bagpipe sings i' -the nose, Cannot contain their urine. - -IV. 1. 199. Dat, naar gerechtigheid, geen onzer ooit Behouden -wordt. Diezelfde toespeling op het Christelijk geloof vindt men in Maat -voor Maat, II. 2. 73. Het vervolg doelt blijkbaar op het Onze Vader. - -IV. 1. 247. De wet is duid'lijk; zin en woorden slaan Volkomen op -de thans vervallen boete. De redeneeringen van den jeugdigen Daniël -zijn recht aardig gevonden en bereiken het doel volkomen, maar mogen -wel eens nader bekeken worden. Een echt jurist, zou, dunkt mij, -de schuldbekentenis ipso jure nul en nietig hebben verklaard, omdat -zij een onzedelijke bepaling bevatte. Maar erkende de rechter haar -als geldig, dan mocht de jood snijden, en dan was het een slinksche, -sluwe streek, hem het storten van bloed te verbieden, want dit was -onvermijdelijk bij de toepassing van het recht tot snijden, dat door -de schuldbekentenis was toegestaan. Verder: mocht de jood ook al -niet meer dan een pond snijden, het minder nemen kon toch niet wel -strafbaar zijn. De Romeinsche wetten der XII tafelen waren juister; -bij het in stukken snijden (in partes secare) van schuldenaars wordt -opgemerkt, dat het op iets meer of iets minder niet aankomt: si plus -minusve secuerit, sine fraude esto. Heeft dus Sh. dit niet bedacht, -toen hij uit zijn bronnen deze tragische episode in zijn blijspel -invlocht? Nog één vraag komt bij ons op. Bezigt hij het ontfutselen, -onmiddellijk na de gerechtsscène, der huwelijksringen door Portia en -Nerissa, aan haar mannen, om in het vijfde bedrijf zijn toeschouwers na -de geweldige spanning, waarin zij verkeerden, weder in de stemming van -het blijspel terug te brengen? De wijze, waarop in den tegenwoordigen -tijd de rol van Shylock wordt opgevat, moge dit doen denken, maar er -is inderdaad alle reden om aan te nemen, dat deze opvatting niet de -ware is, dat de dichter en zijn tijdgenooten in de gerechtsscène een -tooneel zagen, dat werkelijk geheel in een blijspel paste. - -Sh.'s tijdgenoot en vriend, de groote tooneelspeler Burbage, die Sh.'s -bedoelingen ongetwijfeld juist teruggaf, vatte, zooals bekend is, -de rol van Shylock inderdaad als een comische rol op, doste zich uit -en stelde den jood voor op een wijze, die het voor den toeschouwer -werkelijk zeer vermakelijk maakte, dat Shylock op het oogenblik, -dat hij zeker van zijn wraak dacht te zijn, er van verstoken werd; -dat dit door louter sophismen geschiedde, maakte de zaak des te -kostelijker. Zien wij, hoe Sh. den jood inderdaad gemeene trekken -leende, deed wenschen, dat zijn dochter aan zijn voeten gekist lag, -hem zijn mes op zijn schoenzool deed aanzetten, dan worden wij -overtuigd, dat deze opvatting de ware is, dan zal de spanning bij -de gerechtsscène nooit tot een tragische hoogte stijgen, want wij -weten vooraf, dat de jood, hoe dan ook, bedrogen zal uitkomen, dan -zijn de gronden van den baardeloozen rechter, hoe sophistisch ook, -inderdaad volkomen passend, eenvoudig omdat zij tot het doel voeren, -dan vragen wij niet, of ooit in Venetië de rechtspraak zoo aan een -vreemden rechtsgeleerde werd overgegeven, dan is de vroolijkheid, -opgewekt door Shylocks en Gratiano's vermelding van den wijzen -Daniël en door Bassanio's en Gratiano's wenschen, dat zij met hun -vrouwen Antonio's vrijheid konden koopen, volkomen op haar plaats, -dan rillen wij niet bij de gedachte, dat de jood in zijn woede -kan toestooten, dan is geen schrille tegenstelling tusschen het -gerechtstooneel en het vervolg. De dichter behoeft niet plotseling -tot het blijspel terug te keeren, want hij is er nooit van afgeweken; -dat hij er iets huiveringwekkends ingebracht heeft, was alleen om -later de vroolijkheid nog te verhoogen, zooals,--de opmerking is van -Rümelin in zijn Shakespeare Studien--Sinterklaas en zijn knecht in -de kinderkamer treden, om na een oogenblik van spanning den jubel -des te grooter te maken. - -Inderdaad, letten we op de plaats, dien in Sh.'s tijd de joden in de -maatschappij innamen, dan beseffen wij, dat de jood Shylock zeker niet -als tragisch personage bedoeld kan zijn en dat alleen de bijzonderheid, -dat Shakespeare, in onpartijdigheid zijn tijdgenooten ver vooruit, -hem redeneeringen in den mond legt, waarvan wij de juistheid moeten -toestemmen en die zijn woede verklaarbaar maken, er velen toe gebracht -heeft, om hoogtragischen pathos daar te vinden, waar wij nog midden -in het blijspel zijn. - -Eindelijk zij nog opgemerkt, dat alleen in een stuk, waarin tot vermaak -van het publiek, de jood bedrogen moet uitkomen, de eisch kan gesteld -worden, dat de jood, tot straf van zijn aanslag op Antonio, zich den -doop moet laten toedienen. Een jood gruwt bij die gedachte, daarom -werd deze boete aan Shylock niet gespaard; in een blijspel, dat zoo -veel sprookjesachtigs heeft, kunnen wij ons dit zeer goed voorstellen, -maar wanneer wij de gerechtsscène als een tooneel beschouwen, dat -ons door tragischen ernst diep in de ziel moet grijpen, moet ons die -eisch voorkomen als een profanatie van wat in veler oogen heilig is. - -IV. 1. 399. Tien hadt gij er meer. Twaalf gezworenen, die het schuldig -zouden uitspreken. - -V. 1. 1. In zulk een nacht. Deze wisseling van gezegden, telkens met -"In zulk een nacht" beginnende, is het, die in het stuk Wily beguiled -is nagebootst; zie blz. 343. De verliefdheid van Troilus op Cressida -was algemeen bekend, al ware 't slechts uit Chaucer's Troilus and -Creseide. Een wilgetak of wilgekrans was het teeken eener verlaten -geliefde; zie Koning Hendrik VI, derde deel, III. 3. 228. Othello, -IV. 3. 42; daarom klimt ook Ophelia op een wilg, Hamlet, IV. 4. 167. De -geschiedenis van Medea vindt men reeds in Gower's Confessio Amantis. - -V. 1. 220. Heil'ge vonken. In 't oorspronkelijke staat: kaarsen, -candles of the night, evenals in Romeo and Julia, III. 5. 9. - - - - - - - -AANTEEKENING - - -[1] Anders kan het veeleer samenhangen met het Joodsch-Arameesche -sjelaq, verbrand worden, dat een enkele maal ook voor snijden gebruikt -wordt; dan zou Shylock beteekenen: hij, die snijdt. - - - - - - -End of Project Gutenberg's De Koopman van Venetië, by William Shakespeare - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE KOOPMAN VAN VENETIË *** - -***** This file should be named 51138-8.txt or 51138-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/5/1/1/3/51138/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License (available with this file or online at -http://gutenberg.org/license). - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at -http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at -809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email -business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact -information can be found at the Foundation's web site and official -page at http://pglaf.org - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit http://pglaf.org - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: http://pglaf.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - http://www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/old/51138-8.zip b/old/old/51138-8.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 6a93bc0..0000000 --- a/old/old/51138-8.zip +++ /dev/null |
