diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-02-05 04:52:41 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-02-05 04:52:41 -0800 |
| commit | df0c843c123b91c529fa96ca8639eb4bd87eea01 (patch) | |
| tree | ba0a47566e68936475797854bdd36e0ff35c8b0f | |
| parent | fdaede1529db08249ccb83d711439fe125809a0b (diff) | |
As captured February 5, 2025
80 files changed, 24651 insertions, 12727 deletions
diff --git a/50733-0.txt b/50733-0.txt index 119e878..4748668 100644 --- a/50733-0.txt +++ b/50733-0.txt @@ -1,6244 +1,5856 @@ -The Project Gutenberg EBook of Wij en ons ezeltje, by Amy le Feuvre
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Wij en ons ezeltje
-
-Author: Amy le Feuvre
-
-Translator: Silvanus
-
-Release Date: December 20, 2015 [EBook #50733]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WIJ EN ONS EZELTJE ***
-
-
-
-
-Produced by R.G.P.M. van Giesen
-
-
-
-
-[Illustratie: kaft voorkant]
-
-WIJ EN ONS EZELTJE.
-
-
-
-
-WIJ EN ONS EZELTJE
-Uit het Engelsch van AMY LE FEUVRE
-
-
-DOOR SILVANUS.
-
-
-[Illustratie: logo]
-
-
-
-
-'s-GRAVENHAGE -- D. A. DAAMEN.
-
-
-
-
-
- Inhoudsopgave
-
- HOOFDSTUK I
- HOOFDSTUK II
- HOOFDSTUK III
- HOOFDSTUK IV
- HOOFDSTUK V
- HOOFDSTUK VI
- HOOFDSTUK VII
- HOOFDSTUK VIII
- HOOFDSTUK IX
- HOOFDSTUK X
- HOOFDSTUK XI
- HOOFDSTUK XII
- HOOFDSTUK XIII
- HOOFDSTUK XIV
- HOOFDSTUK XV
- HOOFDSTUK XVI
- HOOFDSTUK XVII
-
-
-
-
-[Illustratie]
-
-HOOFDSTUK I.
-
-
-Natuurlijk zeggen de jongens, dat ik het weer niet klaar zal spelen.
-Maar ik zeg van wel. Moet u weten, we zijn in een dorp beland, waar
-alles vreemd en nieuw is, en daar is dus heel wat van te vertellen.
-Nu zegt Daan wel, dat iedereen, die schrijft, een kwast is; en Alex,
-dat ik alleen over mezelf zal schrijven, maar dat heeft geen nood;
-want er is heel wat belangrijkers te beschrijven, dan mezelf.
-Bovendien, ik ben zelfs niet van plan, alleen op te schrijven, wat
-wij gedaan en gezegd hebben, d'r zijn hier nog zooveel andere
-menschen, waar ik wat van vertellen wil. 't Is wel gemakkelijk,
-besluiten te nemen, maar ze uit te voeren, is moeilijker. Toch zal ik
-het probeeren.
-
-En daarom zal ik maar eens beginnen met te vertellen, dat onze vader
-Jan Hendrik Marjoribanks heet, en dat hij dominee is. Moeder is een
-jaar geleden gestorven; liever schreef ik daar niet over, maar het
-zal wel moeten. Het was toen ook zulk een vreeselijke tijd. Wij waren
-heel arm, want vader was toen nog maar hulpprediker, en moeder kon
-voor hem geen dikke winterjas koopen. Haar wintermantel versneed ze,
-om er een voor mij van te maken, en toen zij op een bitter kouden
-avond uitging om een zieke vrouw te bezoeken, keerde zij huiverend
-van koorts terug; zij kreeg -- ik weet heusch 't woord niet meer,
-maar 't begon met een p. Haar longen waren aangedaan, en er moest een
-verpleegster komen, die heel wat geld kostte; niemand van ons mocht
-haar zien voor den laatsten dag van haar leven, toen ze ons bij zich
-riep om afscheid te nemen. Ik kan daar niet meer over schrijven, het
-maakt mij zoo bedroefd -- wij hielden zoo veel van moeder. Zij zeide
-mij, dat ik trachten moest, haar plaats in te nemen, want ik was haar
-oudste dochter, en ik gevoel zoo, nooit, nooit zal ik het worden,
-want ik ben zoo vergeetachtig en ik haat het naaiwerk. Om de
-eenvoudigste dingen lach ik, iedereen kan me aan 't lachen maken, en
-dat weten ze.
-
-Onze arme vader werd steeds bedrukter, en Mej. Glass, de vrouw van
-onzen dominee, toonde zich een vreeselijke bemoeial. Haar kinderen
-konden wij niet zetten; 't waren lastposten. Eens, toen we weer aan
-'t vechten waren, zeiden ze: Jullie vader moet doen, wat onze vader
-hem zegt, en als hij 't niet doet, wordt hij weggestuurd. Zij schenen
-te denken, dat vader een soort knecht was; wij hebben ze eens goed de
-waarheid gezegd, en daarna hebben we in geen vijf dagen een woord
-tegen elkaar gesproken.
-
-Kort daarna kwam de blijde tijding: vader gaat naar den Rector van
-Warlington, en dat beteekende: hij zou een eigen kerk en een eigen
-huis krijgen. Wij zouden verhuizen!
-
-Een verhuizing is 't mooiste, wat je kunt beleven. Twee keer waren we
-al verhuisd, en we zouden 't elk jaar wel willen. Ditmaal was het
-niet zóó gezellig meer als vroeger, omdat moeder er niet meer was.
-Tante Caroline kwam nu eens kijken.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Nog denk ik met genot terug aan die dagen; den laatsten dag, toen
-onze maaltijd op een kist werd opgediend en overal de grootste herrie
-heerschte, en alle kamers zachtjesaan leeg raakten, vond ik vooral
-verrukkelijk.
-
-Tante Caroline trok mee naar de nieuwe woning, en zij is nu nog bij
-ons. Zij is een eigen zuster van vader, heel vriendelijk en nog al
-druk. Onze overtocht per spoor duurde lang; wij hadden vlak bij
-Londen gewoond, en ons nieuwe huis stond in Lincolnshire. Toen we
-aankwamen, waren we allen van vermoeidheid in slaap gevallen.
-Misschien is het beter, nu eerst wat van onszelf te vertellen, dan
-wat van het huis, en dan mijn eigenlijke verhaal te beginnen.
-
-Daan is de oudste, hij is 13 en Alex 12 jaar. Zij doen altijd alles
-samen, Daan heeft de leiding, en gewoonlijk is Alex het met hem eens,
-nadat hij er eerst flink met hem over getwist heeft. Iedereen vindt
-hen knappe jongens. Ik ook wel, maar als de menschen tegen vader
-zeggen: Wat flinke jongens! Zulke kleine meneertjes al! -- dan schudt
-hij het hoofd. Na hen volg ik. Ik ben de leelijkste van de familie.
-Ik heb roodachtig haar, een bleek gezicht en groenachtig-bruine
-oogen. Heelemaal rood is mijn haar niet; d'r zijn d'r wel rooder. De
-jongens zeggen, dat roodharige menschen altijd leelijk zijn. Meer zal
-ik over mezelf niet zeggen; alleen nog dit eene, dat ik
-boekenschrijfster wil worden, en daarom er nu vast mee begin. Ik heet
-Grietje. Is 't geen vreeselijke naam? Ik heb hem van een oude tante,
-die mijn peettante was. De jongens noemen mij natuurlijk Griet. Je
-kùnt geen schoonheid zijn met zoo'n naam, zei Daan eens tegen me,
-toen ik hem vertelde zoo mooi te willen wezen als ons zusje Lena.
-Neen, zei ik, maar als ik m'n oogen sluit, klinkt Grietje als een
-grimmige oude vrouw met een baard onder d'r kin, en ik vrees, dat ik
-óók zoo zal worden. Ik denk het ook wel, zei Daan, maar je behoeft
-niet leelijker te zijn dan je verkiest. Je bent nu nog niet oud.
-Ziezoo, dat is ten minste één ding om dankbaar voor te wezen: oud
-ben ik nog niet.
-
-Lena is negen jaar, heel lief, en een echte dolle dries. Zij heeft
-prachtig lang haar, dat in blonde golven neerhangt tot op haar
-middel, en blauwe oogen. Onze jongste is Puf, oftewel onze baby. Zijn
-eigenlijke naam is George, maar wij noemen hem Puf, omdat hij zoo
-snel praat, dat hij tusschen de woorden blaast als een stoommachine,
-en omdat hij stapt als een haan. Hij is pas 6 jaar en heeft altijd
-een schortje voor, waar hij 't land aan heeft, en dat tracht los te
-maken, zooveel hij maar kan. Wij hebben het nu met heel veel knoopen
-van achteren vastgemaakt. Hij probeert het zooveel mogelijk vuil te
-maken, maar als hij dientengevolge meer dan één schortje per dag
-noodig heeft, krijgt hij geen suiker in z'n thee, en dat vindt hij
-verschrikkelijk. Hij heeft een kroeskop, dikke wangen, stapt heel
-zwaar en heeft dus heel wat schoenen noodig.
-
-Nu zal ik ons huis gaan beschrijven. 't Is een heerlijk huis, vlak
-bij de kerk, omringd van vele huisjes met rieten daken. Onze poort is
-naast die van de kerk, maar als we naar de kerk gaan, loopen we langs
-een klein nauw paadje tusschen dichte heesters door, en dan komen we
-door een nauw poortje op het kerkhof, vlak tegenover den ingang. Een
-breed pad leidt van onze poort naar de huisdeur; aan dezen kant zijn
-ook de stallen, een koetshuis met zolder en nog twee stallen voor
-paarden. Wij hebben geen paard of rijtuig, maar er zijn daar
-heerlijke plekjes om te spelen. Vóór ons huis is een groot grasveld
-daar staat ook een prieel, en aan de eene zijde een groepje boomen;
-verder nog struikgewas en bessenstruiken.
-
-Achter de keuken zijn twee grasvelden en daarachter loopt de
-spoorlijn; ons huis ligt wat hoog, zoodat de tuin wat afloopt,
-hetgeen heel geschikt is, om den trein te halen, als je wat laat
-bent. Aan de andere zijde van 't huis zijn bloemperken, waarop vaders
-studeerkamer uitziet. Achter de stallen is het werkhok en de
-kippenren, staande tegen een dijkje, dat ons erf van den weg scheidt.
-Ik ben niet heel sterk in beschrijvingen als deze, maar ik hoop, er
-nu voldoende van te hebben gezegd.
-
-In ons benedenhuis hebben we de eetkamer, de zitkamer en vaders
-studeerkamer. Een lange gang leidt naar de keuken. Boven hebben we
-onze leerkamer, dan vaders slaapkamer, die van tante Caroline, en de
-bergkamer. Ook hier weer een lange gang, aan het eind daarvan onze
-slaapkamers en die van de dienstbode. Alex en Daan slapen samen in de
-eene, Lena en ik in de andere kamer. Puf slaapt bij tante Caroline.
-
-In het gansche huis hangt een echt landelijke geur. Beschrijven kan
-ik dien niet, wij hebben altijd in de stad gewoond, maar als ik m'n
-oogen dicht doe, kan ik zeggen, waar ik ben, door den geur.
-
-De eerste weken na onze aankomst waren gezellig. Wij hielpen tante
-Caroline met het plaatsen der meubelen, terwijl vader naar Lemworth
-ging, een naburige stad, om er eenige nieuwe kleeden en enkele
-nieuwe meubelstukken te koopen. Wij klapten in onze handen, toen wij
-ze zagen, maar vader zei: Ach kinderen, hoe zou moeder dit verblijd
-hebben! Toen ging hij naar z'n studeerkamer en sloot de deur, en wij
-werden in eens stil.
-
-Ge hebt gezien, dat we met onze nieuwe woning bijzonder in onze
-nopjes waren; 't was ook alles zoo nieuw voor ons, en we konden
-nauwelijks gelooven, dat dit alles nu voor ons was.
-
-Wij zijn hier begin Juni gekomen, we hebben onophoudelijk aardbeien
-gegeten en morgen is het Juli! Gisteren hadden we onzen eersten
-regendag, en zijn we allemaal in de leerkamer gebleven; we begonnen
-met een praatje over onze lessen. Daan en Alex moeten elken dag 3
-mijlen loopen naar den dominee van het naastbijzijnde dorp; die
-dominee geeft zijn eigen kinderen en enkelen anderen les. Zij blijven
-daar dan eten, en keeren pas op het theeuurtje terug. Lena en ik
-nemen les van tante Caroline; ik geloof, dat tante niet heel secuur
-is, maar zeker weten doe ik 't niet. Zij en tante Marie komen bij
-beurten vaders huishouding waarnemen. Zij wonen dicht bij Londen; van
-tante Marie houden we erg omdat zij vaak spelletjes met ons doet en
-verhaaltjes vertelt; pas in den herfst is het haar beurt om te komen,
-dat duurt dus nog even.
-
-"Ik vind zes mijlen per dag loopen een vervelend baantje," zei Daan,
-en wierp z'n lei driftig op tafel; "wij moesten een fiets hebben, dan
-zou 't makkelijker gaan." "Die zullen we nooit krijgen," zei Alex,
-"zoolang we zoo arm blijven. Als ik ouder word, zal ik gaan sparen,
-voor ik trouwen ga, en dan geef ik ieder van m'n jongens een fiets,
-als ze zes jaar zijn." "Hoe leg je dat aan?" vroeg Daan. "Zeker niet
-door hard te werken."
-
-"Ik ga goud, of diamanten, of petroleum zoeken," zei Alex. "Kan niet
-schelen wat, maar dà t is _je_ manier om geld te verdienen." Toen
-Daan weer: "Maar goud en diamanten spuiten den grond niet uit, als
-jij voorbij komt." "Dat niet, maar ik zal ze onverwacht ontdekken."
-"Ik wou, dat we een klein ponykarretje konden houden," zei ik.
-"Gisteren zag ik er een rijden door ons dorp, met zoo'n aardigen
-pony, bestuurd door een klein meisje in 't blauw en met een witten
-stroohoed op."
-
-"Pony's kosten veel geld," zei Alex. "Een oude ezel zou niet kwaad
-zijn; hij zou ons in een wip naar school brengen."
-
-"Ja," riep ik verheugd uit, "en ik zou iederen morgen met jullie mee
-gaan om hem weer terug te brengen, omdat we hem hier overdag wel eens
-noodig konden hebben, en dan ga ik jullie 's middags weer met hem
-halen."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Daan gooide z'n boek naar mijn hoofd; ik ving het op en wierp het
-terug; 't was goed raak. Gevolg: een geregeld bombardement van
-boeken, totdat tante Caroline in de deur verscheen en ons beval, op
-te houden. Toen begonnen we weer over onzen ezel te denken, en we
-besloten te gaan sparen, om er een te koopen. Wij beloofden elkaar
-plechtig, geen cent meer te zullen uitgeven voor snoepgoed, zoolang
-niet genoeg geld bijeen was, om een ezel te koopen.
-
-"Als we geen karretje kunnen koopen, zullen we hem bij beurten
-berijden," stelde Alex voor. Toen nam Puf het woord:
-
-"Ik ga ook sparen, en dan koop ik een renpaard, dat is heel wat beter
-dan een oude ezel." "Kun jij zes mijlen lang op een paard zitten, jij
-kleine vent?" vroeg Daan. Puf wond zich op: "Een oude ezel weet niet,
-hoe ie loopen moet; en rennen kan ie heelemaal niet, ik hou van
-rennen, en ik wil niet op een ezel zitten, en ik geef mijn geld niet
-voor zoo'n sukkel, en ik...." "Hou op!" riep Daan, "jou kleine
-windhapper, of we zullen je vierkant uit 't raam zetten. Nou, jongens
-hoeveel geld hebben we samen? Ik zal penningmeester zijn; vlug wat!"
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Daan had nog niet uitgesproken, of Lena en ik vlogen al naar ons
-kamertje, om onze beursjes te halen. Lena had 5 1/2 cent, ik 9
-dubbeltjes. Wij gaven dit bedrag aan Daan, die het geld in z'n
-spaarpot deed. Daarna nam hij uit zijn beurs 65 cent, terwijl Alex
-met smart beleed, dat ie geen cent bezat. Toen werd Puf bevolen twee
-centen af te staan, hetgeen hij al huilende deed, en telden we ons
-gezamenlijk bezit: één gulden, 62 1/2 cent. Niet veel, om een ezel
-voor te koopen!
-
-"Wij moeten probeeren, er wat geld bij te verdienen," sloeg ik voor.
-"Dat is nog zoo gek niet," zei Daan, "en ik heb er al over gedacht,
-hoe." "Dat heb ik ook," zei ik snel, "maar ik zeg het je niet, wel de
-volgende week, het is o zoo leuk."
-
-Lena was bezig de kamer rond te hinken; even hield ze stil. "Ik wou
-dat we konden bedelen," zei ze. "Er is geen politie, om ons het te
-beletten." Daan sprak: "Alsof wij in onzen stand konden bedelen!"
-Daan is heel trotsch op "onzen stand". Ik vroeg hem eens, van welken
-stand wij waren. Van den tweeden, zei hij; de groote heeren en dames
-zijn van den eersten; maar ik herinnerde hem, dat moeders grootmoeder
-Mevrouw Louise werd genoemd, en wij dus ook tot den eersten stand
-behoorden. Hij zei toen, dat we van gekruist ras zijn. Ik weet niet,
-wat dat beteekent.
-
-"Misschien zal vader ons een ezel geven, als we hem er om vragen,"
-zei Lena; "hij is nu veel rijker. Ik zal hem er over spreken." Ze
-rende de kamer uit. Vader is dol op Lena; nooit bromt hij op haar,
-als ze op zijn studeerkamer komt. Wij wachtten in spanning; ze kwam
-met een lang gezicht terug. "Vader zegt, dat de verhuizing zooveel
-geld heeft gekost, dat hij nauwelijks al z'n rekeningen kan betalen."
-"'t Is ook veel aardiger als wij zelf den ezel kunnen koopen," zei
-Daan. Opeens riep Alex: "Ik heb een eenig plan, om geld te
-verdienen." "Dan hebben we nu drie plannen," merkte Daan op; "laten
-we elkaar daar nu niets van vertellen, dan komen we vandaag over een
-maand hier weer bij elkaar,' en tellen we onze verdiensten. Lena, jij
-moet nog een plannetje verzinnen, om geld te verdienen." Zij schudde
-lachend het hoofd: "Ja, ik weet al wat, en ik vertel het ook aan geen
-mensch."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-De vergadering werd besloten met een harddraverij om de tafel, totdat
-tante Caroline weer verscheen, om ons het te verbieden. Toen Puf dien
-avond naar bed ging, vroeg ie aan vader, of God soms ook geld had.
-Puf doet altijd van die wonderlijke vragen, en vader geeft hem altoos
-ernstig antwoord, hij zal hem nooit uitlachen.
-
-"God is heel rijk, is 't niet vader?"
-
-"Alle dingen in hemel en op aarde zijn van Hem," antwoordde vader.
-
-Puf ging heel gelukkig naar bed, maar eerst stak hij zijn hoofd nog
-even bij ons door de deur; "ik heb een heel mooi plan," zei hij. En
-wij lachten allemaal, omdat wij wel konden gissen, wat het was.
-
-------
-
-
-
-
-[Illustratie]
-
-HOOFDSTUK II
-
-
-Wij hebben twee weken vacantie, voor wij aan de lessen beginnen, en
-dan duurt het nog maar enkele weken, en wij hebben weer vacantie, de
-groote zomervacantie, die einde Juli begint.
-
-Ik verlang er naar te beginnen met mijn plan om geld te verdienen, en
-ik denk er vandaag maar een aanvang mee te maken. Ik wou er eerst
-niets van zeggen, maar ik heb toch vader eerst maar verlof gevraagd,
-en hem gezegd, dat hij er niets van aan de anderen moet zeggen. Lena
-kan nooit een geheim bewaren; vanmorgen al, toen ze nog in bed lag,
-wilde ze mij al vertellen, wat ze doen ging, maar ik stopte mijn
-vingers in mijn ooren, zoodat ze kon zien, dat ik het toch niet
-hooren wou. Ik geloof stellig, dat we ons geheim niet lang zullen
-bewaren; dat spelen we nooit klaar. Was het nu nog één geheim, maar
-'t zijn er vijf, en die houden we onmogelijk stil.
-
-Vandaag is 't Zaterdag. Tante Caroline houdt elken Zaterdagavond een
-huisgodsdienst voor den Zondag, en daar gaan we allen heen. Dat
-geschiedt in onze mooie oude kerk; tante Caroline bespeelt dan het
-orgel, en wij vormen het koor; Daan noemt het een gekras van belang.
-
-Nu is er een oude man, die als voorzanger dienst doet, en de
-antwoorden opzegt, als niemand ze weet. Hij heeft een foei-leelijke
-stem, en zingt altijd een heel eind achter. Hij heet Nathan Porter.
-Verleden Zaterdag zei Daan tegen hem: "Kijk es, u moet niet zoo hard
-zingen, wij kunnen 't best af. Ik denk, dat u wel vermoeid zult zijn
-van 't zingen. Waarom gaat u niet midden in de kerk zitten, met een
-kussen in uw rug?" De oude man was beleedigd en stampte met zijn stok
-op den vloer: "Jongetje, ik ben hier spijkervast huisraad; jelui
-doortrekkend volk gaat voorbij als het gras. Ik ben hier al veertig
-jaar voorzanger, en nog niemand heeft mij ooit van hier willen jagen.
-Ik zing hier al van dat ik knaap was, en ik zal zingen blijven, tot
-dat ik naar het koor hierboven ga, en dan zal ik dáár zingen." Daan
-voelde zich terechtgezet, en zei geen woord meer.
-
-Ook een kreupele jonge kleermaker, en de onderwijzeres, en vier
-schoolkinderen doen aan den kerkdienst mee. Ik houd erg van de
-kooroefeningen, maar de jongens niet. Zij hadden vanmiddag liever
-gecricket in 't veld. Vreeselijk verhit kwamen zij aanhollen, toen 't
-tegen 4 uur liep, en in de grootste haast werden de handen
-gewasschen. De kerk was koel, na het voortdurend gejakker in 't land.
-
-In de kerk is één geschilderd raam; de andere ramen zijn gewoon, en
-je kunt de wuivende boomkruinen, en de blauwe lucht er door zien. Het
-maakt je aan 't droomen, als je dat ziet, terwijl je zit te zingen.
-Soms vergeet ik waar ik ben, en dan stooten de jongens mij aan en
-fluisteren: "Word wakker, Griet, kijk, een wesp!" Zij weten wel, hoe
-bang ik voor wespen ben; en dan schreeuw ik bijna luid van angst, en
-zie, dat er niets is. Het is heel moeilijk, je altijd goed te houden
-als er jongens bij zijn; zij maken je aan 't lachen en doen je 't
-geduld verliezen. En ik wil me juist in de kerk zoo graag goed
-houden, vooral als het een mooie dag is, en alles zoo rustig en stil
-om ons heen. Als ik dan de gouden vlammen zie bij zonsondergang, en
-de blauwe luchten en de rose wolken, dan komt er een lichte huivering
-over me, en ik fluister in mezelf: "O God, maak mij goed! Maak mij
-goed!"
-
-Daan en Alex zingen heel aardig; hun zang klinkt in de kerk als ....
-ja, ik zou haast zeggen als een klok, maar er is nog een lieflijker
-geluid: als ge met uw natgemaakte vingers langs den rand van een glas
-wrijft! Vader zegt, dat ik ook geen slechte stem heb, maar 't haalt
-toch niet bij die van de jongens. Moeder kon prachtig zingen -- maar
-ik zal over haar niet spreken, dat maakt me maar droevig -- en dan
-word ik boos op de jongens. Ik verwonder mij er vaak over, waarom het
-nu zoo verkeerd is, om te schreien. Ik denk, omdat het te
-kinderachtig is. Daan is altoos boos, als er een van ons schreit. Hij
-zegt, dat het fijnste volk van de wereld de Amerikaansche Indianen
-zijn; die lachen nog, terwijl ze onthoofd worden.
-
-Maar ik huil om de minste aanleiding; dan komen de tranen me in de
-oogen en ik kà n ze niet tegenhouden. Zelfs de stemmen der jongens
-bij de kooroefeningen maken me al bedroefd. Ik wou, dat ik een
-Amerikaansche Indiaan was.
-
-Toen de kerkdienst afgeloopen was, bleef ik met tante Caroline nog
-even in de kerk, om de zangboeken op te bergen, en toen kwam vader de
-kerk binnen. Hij zag er opgewekt uit, liep naar een graftombe dicht
-bij den preekstoel, en riep mij bij zich. In den grafsteen was de
-figuur van een ridder gebeiteld; wij vinden het altijd zoo jammer dat
-zijn neus kapot is, want het bederft z'n gansche gelaat. Maar vader
-wees mij op eenige woorden, gegrift aan het voeteneind. "Grietje,"
-zei vader, "dat zijn nu de woorden, welke ik ook op mijn graf zou
-wenschen, tenminste, als ik er naar geleefd heb. Lees ze mij eens
-voor, kind." Ik las ze, hoewel ik ze niet begreep: "Semper fidelis,
-semper paratus."
-
-"Altijd getrouw, altijd bereid," zei vader; "niet soms, Grietje. Hoe
-weinigen van ons kunnen dat "semper" voor onze deugden plaatsen!"
-
-Ik begrijp vader niet altijd, maar ik zei niets, totdat de zon scheen
-door het beschilderde kerkraam, en blauwe en roode stralen over den
-ridder wierp. Toen glimlachte ik.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"O, vader, wat is het toch een lief kerkje, en is u nu niet blijde,
-dat dit alles aan u behoort? Het is toch allemaal van u, is 't niet?"
-
-Hij schudde zijn hoofd.
-
-"Het is niet mijn kerk, Grietje, maar die van mijn Meester."
-
-"Jawel, dat weet ik wel," zei ik langzaam.
-
-Toen zei vader op zachten toon, alsof hij tot zichzelf sprak in
-plaats van tot mij: "Slechts rentmeester. En -- van den rentmeester
-wordt getrouwheid vereischt, semper fidelis."
-
-Tante Caroline kwam bij ons. "'t Is theetijd, Grietje, kom, mee naar
-binnen." Ik ging heen, spijtig, dat ik het heerlijk-koele kerkgebouw
-alweer moest verlaten. Ik wou, dat we altoos buiten eten en drinken
-konden. Thee is zomers zoo heet. Ik ging de eetkamer binnen. De
-jaloezieën waren neer; de pas binnengebrachte theepot stoomde nog.
-Alex was bezig met de vliegen te verdrijven van onze boterhammen;
-Daan leerde Puf op z'n hoofd loopen, en Lena was nergens te zien.
-
-Ik zou ze net gaan zoeken, toen ze de kamer binnenholde. Heur haar
-hing los, haar gezicht was erg verhit en haar schortje vuil als roet.
-Ze danste de kamer door en zong zoo hard als ze kon: "Hoerah! Ik heb
-het gedaan!" Toen stond ze plotseling stil en liet een kwartje zien.
-"Mijn eerste winst," riep ze uit; "ik ben jelui allemaal voor!"
-
-Ik ging naar haar toe en zei: "Ik weet wat je hebt gedaan, ik kan 't
-aan je ruiken." "Zeg het nu maar niet! Vang 'm, meneer de
-penningmeester! Ik ga me wasschen." Zij huppelde de kamer uit, Puf
-keek me ernstig aan.
-
-"Zij heeft suikergoed in de keuken gemaakt." De jongens begonnen te
-lachen.
-
-"Makkelijk genoeg, haar geheim uit te visschen, maar ik zou wel es
-willen weten, wie er haar geld voor geeft," zei Daan. Ik antwoordde:
-"Misschien vader of tante Caroline. Maar laten we daar nu niet naar
-raden, totdat ze 't ons zelf vertelt. Dat zou niet in den vorm zijn."
-"In den vorm" is een woord van Daan; hij zegt het heel veel.
-
-"Het is niet in den vorm, een kwast te wezen," zei hij.
-
-"DÃ t weet ik evengoed als jij."
-
-"Dan ben je 't niet, Griet!"
-
-Toen kwam tante Caroline binnen, en wij eindigden ons getwist.
-
-Toen tante Caroline goed en wel gezeten was, schonk ze thee voor ons
-in; daar verscheen Lena, blinkend van frischheid, nu ze zich eens
-terdege had gewasschen. Maar nog was haar gezicht opgezet, zoodat
-tante uitriep: "Kind, wat zie je er uit!" Ze leek ook wel wat op een
-gekookte kreeft. "Ik heb zoo hard gewerkt," zeide ze; "ik zou voor
-geen duizend gulden kok willen wezen!"
-
-Vervolgens kwam vader binnen; hij drinkt altijd gelijk met ons thee;
-maar zijn eigenlijk avondeten gebruikt hij nooit vóór 8 uur; dan
-eet hij met tante Caroline samen. Geen van ons had veel trek in thee;
-ze was zoo heet, en er was alleen brood met boter, niet eens bisquit,
-geen jam en geen aardbeien. Natuurlijk hebben we die lekkernijen niet
-iederen avond.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Na het theedrinken gingen de jongens den tuin in, terwijl ik tante
-Caroline hielp met het klaarleggen van al onze Zondagsche kleeren, en
-het verstellen van eenig ondergoed. We hebben slechts twee
-dienstboden, de keukenmeid en Emma; die kunnen dus het verstellen van
-ons goed er niet bij hebben. Emma helpt Puf bij z'n bad, waarbij hij
-danst en springt en soms over z'n hoofd buitelt in 't water, onder
-veel geschreeuw en drukte. Lena is trotsch op haar verdiende kwartje.
-Ik kan vóór Dinsdag a.s. niets verdienen, maar dan zal het ook raak
-zijn. En nu moet ik met schrijven eindigen, want ik ga naar bed.
-
-Lena kwam juist naar me toe en zei: "Griet, raad eens, hoe ik dat
-kwartje heb verdiend." Ik zei haar, dat het een geheim moest blijven.
-"Jawel," zei ze, "maar jij kunt toch wel een geheim bewaren, is 't
-niet?" "Ik weet, dat je je borstplaat hebt verkocht, maar ik weet
-niet, aan wie. Misschien aan Emma, zij is dol op zoet goed." "Emma!
-Alsof ik van haar een kwartje zou aanpakken! Neen, niemand hier in
-huis gaf het mij, maar een heel voornaam persoon." Dit maakte mij
-nieuwsgierig, doch ik wou het haar niet laten merken. "Vader wil niet
-hebben, dat je je suikergoed aan vreemden verkoopt," zei ik. "'t Is
-geen vreemdeling," en toen, fluisterend aan mijn oor: "mejuffrouw
-Ribbon. Zeg het niet tegen de jongens."
-
-Ik schrok. Mej. Ribbon is een beste vriendin van ons, hoewel we haar
-nog niet lang kennen. Zij is eigenares van den dorpswinkel, en is
-heel dik en heel vriendelijk. Zij heeft een grooten zoon, die dikke
-vrienden is met Emma. Hij heeft een paar dichtregels geschilderd
-buiten de winkeldeur, een heel aardig versje:
-
-
- Wie hier eens komt, die komt terug,
- Hij wordt geholpen goed en vlug.
-
-
-Mejuffrouw Ribbon heeft van alles in haar winkel. Alex ging naar haar
-toe, en vroeg een Braziliaanschen postzegel, hij verzamelt
-postzegels. Zij zei, dat ze hem binnen een week zou hebben, er waren
-postzegels besteld. Wij geloofden haar niet, doch op een Dinsdag, als
-het marktdag te Lemworth is, stuurde ze haar zoon naar een grooten
-boekwinkel daar, en hij kwam terug, niet alleen met een
-Braziliaanschen postzegel, maar ook met vele andere, zoodat Alex
-langen tijd keuze had. Later ging Daan er heen en vroeg naar een
-witte muis. Zij ging naar de stad en bracht er een voor hem mee; ik
-zei hem, dat ze een gewone muis had gevangen en die wit geverfd had.
-Maar hij geloofde het niet; 't eenige lastige was, dat zij er meer
-geld voor vroeg, dan hij bezat. Later merkten we, dat Tom, zoo heet
-de zoon van juffrouw Ribbon, een groote menagerie in den tuin had:
-duiven, kanarievogels, honden, katten enz.
-
-In juffrouw Ribbon's winkel hangt zoo'n heerlijke geur. Van alles
-ruik je er; Daan zegt, dat het een mengsel is van zeep, uien, stroop
-en koffie. Ik vind het meer een mengsel van zwavel, spek, appels, en
-kaas. Alex vindt het meer ruiken naar suiker, kool, vet en leer.
-Altoos helpt juffrouw Ribbon met een vriendelijken glimlach haar
-klanten, nooit verliest ze haar hoofd bij de zoo verschillende
-boodschappen. Deze moet pepermunt hebben, die worst, een ander zes el
-katoen, weer een ander een kookpan, kopjes en schoteltjes, dan weer
-touw, veters, inkt, huismiddeltjes, rapen, bisquit, te veel om op te
-noemen; altoos weet ze het precies te vinden. Ik zei haar eens, dat
-winkel houden mij een heel zenuwachtig werkje leek, want je krijgt
-zooveel menschen, die zelf niet weten, wat ze moeten hebben. "Niets
-erg," zei ze, "ik weet beter wat ze noodig hebben, dan zij zelf."
-Daaruit blijkt, dat ze een knappe vrouw is.
-
-"Kocht juffrouw Ribbon je borstplaat?" vroeg ik aan Lena. "Ja, ik gaf
-het haar, en vroeg, of ze 't niet kon gebruiken; ik vertelde haar,
-dat ik wat geld moest verdienen. Dat vond ze heel lief; ze kocht het
-van me en beloofde Woensdag nog meer van me te zullen koopen."
-
-Ik werd een beetje jaloersch. Wij hebben van jongsaf altoos zelf onze
-borstplaat gemaakt. Lena heeft het van mij geleerd. Natuurlijk was
-het slim van haar, om er aan te denken, het te gaan verkoopen; maar
-toen juffrouw Ribbon het eenmaal wilde koopen, was er voor haar geen
-kunst meer aan. En als ik er nu aan denk, wat mijn plannen zijn ....
-maar ik zeg er niets van, want de jongens mochten dit dagboek eens in
-handen krijgen.
-
-"Ik weet niet, of tante Caroline wel goed vindt, dat jij alle boter
-en suiker daarvoor gebruikt," zei ik een beetje gemelijk.
-
-"O, dat maakt de keukenmeid wel in orde, zij heeft al gezegd, dat zij
-er voor zorgen zou. Van elke 25 centen, die ik verdien, geef ik er
-haar vijf en zij kan er meer boter voor koopen, dan zij noodig
-heeft!"
-
-"Ik geloof er niets van, dat zij jou elken dag in de keuken wil
-hebben," zei ik.
-
-"Dat zal ook niet elken dag gebeuren, maar de keukenmeid heeft
-gezegd, dat zij, zoo dikwijls als ik het maken wil, me zal helpen."
-
-Ik wist, dat dit waar was, want Lena speelt het met iedereen klaar
-door haar mooipraterij. Ik begrijp niet, hoe ik zoo verkeerd kwam,
-maar 't was nu eenmaal zoo, en toen werd ik nijdig op mij zelf, dat
-ik zoo nijdig was, en werd dus nog nijdiger. Lena was zóó akelig
-met zichzelf ingenomen, dat zij d'r mond er niet over kon houden.
-
-"Niemand van jelui is nog begonnen met wat te verdienen," zei ze, "ik
-ben jelui allemaal voor."
-
-"Ga toch naar bed," schoot ik uit, "je bent zoo lastig en druk, dat
-ik niet eens rustig kan schrijven."
-
-Zij liep de kamer uit en schold mij uit voor zeurkous. Ik zal ook
-maar naar bed gaan; toch ben ik een beetje huiverig om zoo boos in te
-slapen. Wij hebben eens een verhaal gehoord van een jongen, die z'n
-zuster niet wou vergeven, voor zij ging slapen; maar zij werd niet
-weer wakker: zij stierf van hartzeer.
-
-Ik ben blij, dat 't morgen Zondag is; dan kan niemand van ons geld
-verdienen, en dus behoeven we elkaar daarover dan ook niet in 't haar
-te vliegen. Daar houd ik trouwens toch niet van; wij hebben allen
-noodig, dat we vrede met elkaar houden.
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK III.
-
-
-Een gansche week lang heb ik niets geschreven, dus mag ik nu wel eens
-spoedig aan 't werk. 'k Zal eerst maar eens wat vertellen van
-verleden Zondag.
-
-Bij het ontbijt krijgen we Zondagsmorgens allemaal een gekookt ei;
-dat is het eerste pleizier van den dag, ongerekend nog het genot der
-Zondagsche kleeren. Lena en ik zijn dol op witte jurken, en daar we
-nu juist uit den rouw zijn, kunnen we ze mooi dragen. Ook onze hoeden
-zijn wit, met witte linten. Lena lijkt Zondags wel een engel; als ze
-vleugels had, zou ze er bepaald een wezen. En het dragen van
-Zondagsche kleeren stemt je ook zoo opgewekt.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-We moeten Zondags heel vlug ontbijten, omdat tante Caroline naar de
-Zondagsschool moet. Nog vóór kerktijd is ze terug, om met ons ter
-kerk te gaan. Verleden Zondag was het verschrikkelijk warm, en de
-brandende zonnestralen door de groote kerkramen maakten het
-daarbinnen benauwd. Leuk was het, toen de zon het kale hoofd van een
-boer ging plagen; hij sloeg met z'n zakdoek over z'n hoofd, als zaten
-er vliegen, eindelijk spreidde hij z'n zakdoek geheel over z'n hoofd
-uit, en had toen zóó 'n koddig voorkomen, dat ik 'n vreeselijken
-toer had, om niet in lachen uit te barsten. Ten slotte kon ik het
-niet meer uithouden, en proestte het zóó hard uit, dat vader
-ophield met preeken en mij strak aankeek. Wat had ik het toen te
-kwaad; m'n oogen stonden vol tranen, en ik kon het toch heusch niet
-helpen, ik had alles gedaan om niet te lachen. Eindelijk ging vader
-weer voort, en luisterde ik met aandacht naar hem. Want vader preekt
-heel mooi, altijd vertelt hij wat nieuws uit den bijbel.
-
-Hij begon met de geschiedenis van den hoofdman over honderd, en sprak
-daarbij over deze woorden: "Ik zeg tot dezen: ga, en hij gaat, en tot
-genen: kom, en hij komt, en tot een anderen: doe dit, en hij doet
-het." Vader zei, dat dit het voorbeeld was voor een goeden
-dienstknecht. En toen zei hij, dat Jezus Christus ook tot ons die
-drie woorden spreekt, maar dan in deze volgorde: Kom, ga, doe. Zoo is
-ons Christelijk leven. Wij moeten komen, vóór wij kunnen gaan, om
-te doen. Wij moeten komen, en onszelf als dienstknechten van Jezus
-opgeven, opdat Hij onze zonden vergeve en ons tot Zijn eigendom make;
-en wij moeten gaan, om anderen van Hem te spreken, eerst onze
-vrienden, en dan hen, die Jezus niet kennen. Sommigen moeten daarvoor
-ver van huis, en vader vertelde hierbij van de zendelingen; anderen
-moeten in hun eigen omgeving doen, wat Jezus hen geboden heeft.
-
-Elk woord van de preek heb ik begrepen, en zelfs de jongens zaten te
-luisteren, omdat vader het een preek over soldaten noemde, en de
-jongens zijn dol op soldaten.
-
-Toen we uit de kerk kwamen, was ik heel stil. De jongens vroegen, of
-ik aan 't tobben was over mijn geheim, maar ik zei hun van niet.
-
-Na het middageten gingen we allen naar het veld, om er de vragen en
-antwoorden uit onzen catechismus te leeren. Tante Caroline ging weer
-naar de Zondagsschool, maar vader kwam naar ons toe, ging in een
-gemakkelijken stoel onder de olmen zitten, en overhoorde ons de
-geleerde vragen. Toen dat afgeloopen was, gingen de jongens weg, en
-Lena ook, maar ik bleef, want ik hoopte, dat vader nog wat over zijn
-preek zou zeggen. Hij deed het al dadelijk; hij legde zijn hand op
-m'n schouder, en vroeg: "Heb je naar de preek geluisterd, Grietje?"
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Ja, vader." "En welke van de drie bevelen heb je nu gehoorzaamd? Ben
-je op weg, om een van Christus' trouwe volgsters te worden?" Ik
-antwoordde beschroomd: "Ik denk _komen_." Vader zei niets. En ik
-vervolgde: "Maar ik begreep niet goed het _gaan_. Ik kan toch niet
-de geheele wereld doorgaan, en het Evangelie brengen!" Vader sprak:
-"Ik heb gehoord, dat tante je gevraagd heeft, of je haar niet kunt
-helpen in de Zondagsschool; ik dacht, je zoudt daarheen kunnen gaan."
-"Maar vader," riep ik uit, met verbaasde oogen hem aanstarende, "daar
-ben ik toch veel te jong voor; de jongens zouden zeggen, dat ik dan
-nog verwaander was dan ooit, ze noemen me nu al altoos verwaand."
-
-"De vraag is maar, waar je 't meeste om geeft: het bevel van Jezus of
-de jongens." Ik liet mijn hoofd hangen; toen opeens viel ik uit: "Een
-kwast te heeten, is niet in den vorm." Vader lachte luid. En ik
-voegde er haastig aan toe: "Ik vind zelf, dat zulk werk voor mij te
-verwaand zou staan." "Heel wel," zei vader, "ik zal er niets meer
-over zeggen."
-
-Ik voelde mij ver van gelukkig. Net kwam Puf aan en klom op vaders
-knie; ik ging weg, liep naar de leerkamer en nam een boek uit onze
-"Zondagsche" verzameling. Ik las door tot theetijd. Werkelijk, ik
-kà n nog geen klas onderwijzen. Ik zou niet weten, wat ik zeggen
-moest; bovendien, de kinderen kijken je zoo aan, en Daan zou me maar
-uitlachen.
-
-Na de thee gingen we naar de avondkerk, maar ik was al bang, niet
-veel aandacht voor de preek te zullen hebben. En toen wij den
-avondzang gingen zingen, voelde ik de tranen opkomen, omdat ik wist,
-dat ik een lauw hart heb.
-
-Ik was maar wat blij, toen 't weer Maandag was, omdat ik dan heel wat
-te doen had voor onze vergadering op Dinsdag. Alex vroeg vader bij
-het ontbijt, of hij den ganschen dag mee uit hooien mocht met
-Cummins, dat is de boer, die vaders land verzorgt. Als Cummins hem
-mee hebben wou, vond vader 't goed.
-
-Ik beneed Alex, omdat ik er ook zoo van houd, om mee uit hooien te
-gaan. "Je maakt er een mooi lui dagje van, terwijl je zorgen moest om
-je plan uit te voeren," zei ik hem. "Sluit je op, ouwe Griet!" riep
-hij, en rende lachend weg. Daan keek hem een oogenblik na, alsof hij
-ook mee wou. "Ik ga hard aan 't werk," zei hij, "mijn plan is rijp om
-vandaag uit te werken."
-
-"Morgen zal 't mijne rijp zijn," zei ik, en ging den tuin in, om met
-den ouden Baldwin te praten. Dat is onze tuinman. Vroeger hadden we
-geen tuinman, eenvoudig, omdat we geen tuin hadden. Het is een
-alleraardigste oude man, maar hij wil van niemand bevelen hooren,
-zelfs niet van vader.
-
-"De tuin is mijn werk," zei hij eens tot vader, "en preeken maken is
-uw werk, en het is niet goed ze door elkaar te halen. U is er op
-berekend om te preeken, ik om te tuinieren, en zoo weten we zelf onze
-zaken het best."
-
-Altijd is hij gereed voor een praatje, en het spijt mij daarom
-eigenlijk een beetje, dat ik hem iets van mijn plan heb verteld. Nu
-weten vader en hij er allebei iets van; maar dat moet toch ook wel,
-want anders kan ik het niet uitvoeren.
-
-Tegen etenstijd zei tante Caroline tegen me: "Griet, je moet eens
-even soep brengen naar een arme vrouw, die een halve mijl buiten het
-dorp woont. Je kunt Puf meenemen, een wandeling zal hem goed doen."
-
-"Och tante," riep ik teleurgesteld uit, "moet ik nu vanmiddag uit, ik
-wou zoo graag wat in den tuin gewerkt hebben."
-
-"Ik heb gemerkt, Grietje, als ik je wat vraag voor mij te doen, dat
-je dan altijd wat anders hebt te doen. Zoo vreeslijk is dat toch
-niet, even een halve mijl te loopen, om soep bij een arme vrouw te
-brengen! Ik kan zelf niet gaan, want ik heb met je vader nog een en
-ander te bespreken."
-
-Ik trok een lip, en toen dacht ik in eens: dat kon nu wel dat "gaan"
-zijn, waarvan vader sprak. In elk geval was 't prettiger dan het
-onderwijzen in de Zondagsschool. Ik trachtte dus opgeruimd te kijken,
-ging Puf halen, en begaf mij met hem op weg. Lena kwam net het hek
-uit en riep juichend: "Hoera! Ik ga nog meer borstplaat maken! Ik zal
-'t van jelui allemaal winnen, wat zijn jelui ook voor langzame
-kinderen!" Terwijl ze dit zei, wond ze zich zóó op, dat ze van het
-hekje, waarop ze was gaan staan, plat op den grond viel.
-
-"Hoogmoed komt voor den val," riep ik haar na, terwijl ze overeind
-krabbelde en haar elleboog wreef. Toen rende ik met Puf weg.
-
-Hij was natuurlijk weer druk als twee. "Ik wil de volgende week het
-ezeltje naar de wei brengen," zei hij, "en ik wil er den eersten keer
-op rijden."
-
-"Wanneer komt het dan?" vroeg ik hem.
-
-Hij keek even voor zich, en zei toen: "Ik heb al gezegd, dat het een
-mooie ezel moet wezen, niet zooals ze die aan 't strand hebben, maar
-een met blauwe oogen en die niet bijt. Ik verwacht hem binnen 5
-dagen."
-
-Ik moest lachen; hij keek zoo ernstig en babbelde maar weer verder:
-"Het zal de beste ezel van de heele wereld wezen, omdat ik den
-rijksten man van de wereld gevraagd heb, hem te geven." "Ik vind, dat
-je niet zoo oneerbiedig over God spreken mag, Puf." "Ik heb niet
-gezegd, wien ik bedoelde, stoute meid, je hebt mijn geheim geraden."
-Puf stond het huilen nader dan 't lachen, en midden op den weg
-stilstaande riep hij: "'t Kan me ook niet schelen, ik vertel het aan
-niemand anders!" Toen begon ik hem maar een verhaal te vertellen, om
-zijn aandacht af te leiden.
-
-Het was een lange warme wandeling naar juffrouw Tapson; 't leek mij
-meer een mijl dan een halve mijl, maar ten slotte kwamen we er dan
-toch! 't Was een aardig klein huisje met een tuintje, vlak aan den
-weg. De deur stond open, ik liep dus binnen, en zag daar een man,
-bezig met het vuur op te poken.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Soep voor moeder?" vroeg hij, terwijl hij zich omdraaide en van mij
-gehoord had, wat ik kwam doen. "Ik ben er zoo dankbaar voor. Boven
-ligt ze te bed met pijnlijke rheumatiek, en ik verzorg haar zoo goed
-als ik kan. 's Morgens moet ik naar Lemworth, en pas 's avonds 7 uur
-kom ik weer in 't dorp terug." Hij had inmiddels het pannetje van me
-aangenomen en keek er in. "Daar is genoeg in voor vandaag en morgen,"
-zei hij. "Vriendelijk bedankt hoor kind. Wil je niet even naar boven
-gaan, om moeder te groeten? Ze houdt zoo van gezelligheid."
-
-Ik klom de nauwe trap op, en Puf stommelde achter mij aan. Ik ben
-gewoonlijk bang voor zieke menschen, maar van deze oude vrouw hield
-ik. Een helder mutsje had ze op en ze lag onder een lappendeken. Haar
-gansche gezicht helderde op, toen ze ons zag komen. Zij zei, dat ze
-al van ons gehoord had, en of ik nu dat meisje was met het mooie
-haar? Ik lachte terwijl ik mijn roode lokken naar achteren schudde,
-en vertelde haar, dat dat Lena was. Toen begon Puf met haar te
-praten, en natuurlijk vertelde hij haar ook van het ezeltje. Daar was
-hij nu eenmaal vol van.
-
-"Puf begrijpt nog niet, wat bidden is," legde ik haar uit. "Hij
-denkt, dat hij zeker alles krijgt, waar hij God om vraagt. Hij vraagt
-b.v. om z'n speelgoed heel te maken, maar gewoonlijk doe ik het maar,
-anders gaat hij nog rekenen op wonderen."
-
-"Och lieve kind," zei juffrouw Tapson, "de Heere hoort gaarne het
-gebed der kinderen! 't Is net als met mijn Bob; wat die vroeg, kon ik
-niet half geven, toch luisterde ik geduldig naar al zijn wenschen.
-Maar bid, bid gerust; veel gebed maakt je ziel sterk, en zoo ben je
-ons ouderen nog ten voorbeeld."
-
-Puf begreep er niets van. Hij liep wat heen en weer, en ging toen de
-trap af. Ik keek hem na, en zag, dat Bob Tapson met hem spelen wilde.
-En toen heb ik juffrouw Tapson mijn geheim verteld; ik gevoelde, dat
-ik het nu toch aan iemand moest vertellen, en zoo stortte ik mijn
-hart voor haar uit. Zij luisterde met ingehouden adem, en beloofde
-mij, dat haar zoon voor mij zou uitzien, en een plekje in z'n kar
-voor mij zou openlaten.
-
-Ziedaar het geheim! Vader had mij aangeraden, om uit onzen tuin
-bloemen en groenten te verzamelen, die te Lemworth ter markt te
-brengen, en ze daar te verkoopen. Met den trein er heen gaan, was
-veel te duur, en daarom had ik gevraagd, op Baldwins groentenkar te
-mogen meerijden. Maar die gaat 's morgens om 8 uur al heen, en komt
-'s avonds 7 uur pas terug, en ik ben dus bang, dat tante, als ze er
-achter komt, het mij zal verhinderen.
-
-Ik wandelde met Puf naar huis terug en gevoelde mij verdrietig. Als
-ik ging, zou ik het ontbijt moeten missen, want voor 8 uur ontbijten
-we nooit. Ik kon wel gemakkelijk zoo vroeg weg gaan, maar zouden ze
-dan thuis niet denken, dat me wat overkomen was? Maar dan kon ik toch
-een briefje voor vader achterlaten, en hem vragen, er niets van te
-zeggen!
-
-Ik leefde weer op, en zoodra we thuis waren, holde ik den tuin in, om
-mijn mand te gaan inpakken. Toen we kwamen theedrinken, vertelde
-tante ons, dat vader verzocht was, om in een naburig dorp een
-begrafenis te gaan bijwonen, omdat de predikant daar uit was. "En hij
-zal daar den nacht overblijven," voegde zij er bij. "Hij zal niet
-voor morgenavond terugkomen, want morgenochtend is er ook nog een
-huwelijk te bevestigen."
-
-Zoo zou dus mijn brief aan vader weinig geven. Ik zat leelijk in de
-war, en peinsde, wat ik doen moest. 't Beste leek mij toe, dan maar
-voor tante Caroline een briefje achter te laten. Ik schreef nu, voor
-ik naar bed ging, dit briefje:
-
-
- Lieve tante Caroline,
-
- Als ik den ganschen dag weg blijf, dan is er niets met mij gebeurd.
- En vanavond om 7 uur zal ik thuiskomen, het dient om mijn plan uit
- te voeren, dat echter een geheim is.
-
- Uw liefhebbende nicht Grietje.
-
- P. S. Het is geen verkeerde zaak, maar een goede.
-
-
-Tante Caroline zei, voordat we naar bed gingen, dat zij vandaag
-nauwelijks een van ons gezien had, en dat zij hoopte, dat wij geen
-van allen verkeerde dingen in 't schild voerden. Alex werd zoo rood
-als een pioen, en zei, dat hij vreeselijk moe was, en Daan zag er
-moedeloos uit, als had hij al z'n geld verloren.
-
-"Ik heb hard genoeg gewerkt, om 10 kwartjes te verdienen," zei hij,
-"en ik durf zeggen, dat ik dat al lang gedaan heb."
-
-"Kinderen," zei tante, "ik houd niet van al dat gepraat over geld.
-Het schijnt, dat jelui aan niets anders denkt tegenwoordig. Het staat
-zoo onkinderlijk!"
-
-"Maar het is om een ezel te krijgen," riepen we allen uit. Toen zei
-tante Caroline niets meer. En wij gingen naar bed; ik vol van de
-plannen voor morgen.
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK IV.
-
-
-Den volgenden morgen was ik al om 4 uur wakker; den ganschen nacht
-had ik gedroomd van juist voor m'n neus vertrekkende treinen, en van
-al de moeite, die ik hebben zou, om mijn plan voor tante Caroline
-geheim te houden. Ik was dan ook wat blij, toen het eindelijk begon
-te lichten en ik kon opstaan; erg gejaagd kleedde ik mij aan, want
-het was een heerlijk avontuur, en wij houden allen van avonturen.
-
-Overal had ik voor gezorgd. Voor niemand wilde ik weten, waar ik was
-heengegaan, en ik had dus een heel oud katoenen jurkje aangetrokken,
-met een boezelaar er over, denzelfden, dien ik altoos in den tuin
-draag. Mijn haar vlocht ik in een paar dichte vlechten, en daarover
-ging een groote zomermuts, die ook achterhoofd en hals bedekte. Tante
-Caroline vindt dat soort zoo geschikt voor onzen tuinarbeid, maar wij
-houden er niet van, om juist als de dorpskinderen gekleed te gaan.
-
-Heel stil moest ik me aankleeden, om Lena niet wakker te maken;
-eindelijk stond ik gereed, en legde het briefje op Lena's tafel dan
-kon zij het aan tante geven. Voorzichtig sloop ik de trappen af,
-opende de deur en liep op m'n teenen de stoep af. Den vorigen avond
-had Baldwin de groentenmand al in den stal gezet, de eenige kunst was
-nu nog, om ze daar vandaan en het hek door te krijgen.
-
-'t Viel niet mee maar ten slotte gelukte het toch; ik moest ze langs
-den grond sleepen, en angstig keek ik naar boven, of niemand mij zag.
-Buiten het hek liet ik ze staan, want de groentenwagens komen hier
-altoos langs, en toen liep ik zoo vlug ik kon naar het huis van
-juffrouw Tapson. Bob had mij gezegd, dat als ik wat vroeg kwam, ik
-een mooi plaatsje op zijn wagen kon krijgen. Toen ik het huis bereikt
-had, was Bob aan 't schoonmaken van zijn paard. Hij keek verwonderd
-op toen hij me zag, en herkende me niet in mijn groote muts.
-
-"Ik wil niet, dat ze in 't dorp weten, wat ik ga doen," zei ik. "Je
-zult er toch niets van zeggen, wel? Mijn mand staat vlak bij ons hek.
-Ik dacht, je rijdt er toch langs, en dan kunnen wij haar zoo
-meenemen."
-
-"'t Komt in orde, hoor," zei hij hartelijk. "Jij bent een vlug
-vogeltje, heb je al wat gegeten?"
-
-Ik haalde twee dikke boterhammen uit m'n zak, die de keukenmeid mij
-den vorigen avond had gegeven, toen ze dacht dat ik ergen honger had.
-Bob verraste me met een heerlijken kop thee. Toen ging hij naar
-boven, om z'n oude moeder goeden dag te zeggen, en vroeg mij, of ik
-haar ook nog even wilde groeten. Ik ging naar boven, en de oude vrouw
-schudde mij glimlachend de hand. "Je bent een dapper meisje," zei ze,
-"om er zoo op uit te trekken, en ik zal je eens zeggen, wie je wel
-zal willen helpen. Vraag maar naar Marie Dutton, ze is een eigen
-zuster van me en woont twee mijlen van Lemworth. Zij zal je graag
-helpen, en Bob zal je wel bij haar brengen."
-
-"Ik ben nog nooit op een markt geweest," zei ik haar, "Ik ben heel
-blij, dat er iemand is, die mij helpen wil."
-
-En toen gingen we naar beneden, en ik klom op den volgeladen wagen,
-die in den tuin te wachten stond. Die Bob is toch zoo'n goeie jongen:
-hij had een stoof in den wagen gezet, zoodat ik zoo echt gemakkelijk
-kon zitten.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-En daar ging het; mijn hart klopte van blijdschap en spanning. Nog
-drie vrouwen met boodschappen voor Lemworth reden mee; bij ons hek
-zette Bob mijn mand in den wagen; terwijl keek een der vrouwen mij
-aan en vroeg: "Wat is dat voor een kleine meid?" Ik draaide mijn
-hoofd niet om en Bob antwoordde kortaf: "Zij is met mij mee gekomen."
-Verder zei ze niets, want ze praatte zóó druk met de andere
-vrouwen, dat ze mij geheel vergat. Doodstil zat ik op den wagen, die
-zóó langzaam reed als duurde de tocht een jaar. Ik kreeg ten slotte
-kramp in mijn beenen, en werd moe ook. Zoo vroeg ook op geweest! Toen
-wij Lemworth naderden, zat ik al te knikkebollen! Het scheen een heel
-groote stad, en ik voelde me wat beangst toen we naar de markt reden;
-wat een menschen, en wat een drukte! Toen de vrouwen waren
-uitgestapt, en Bob z'n paard had afgespannen, nam hij mijn mand op
-z'n schouder, en zei me, hem te volgen.
-
-De markt was alleraardigst; er waren gansche rijen kuikens en eenden,
-vruchten en bloemen, boter en eieren, en iedereen schreeuwde zoo hard
-als ie kon. En wat waren daar grappige oude boerinnen bij, en
-druk-lachende kinderen, net als op de schilderijen, die ik wel eens
-gezien heb.
-
-Bob trok me mee naar een hoekje, waar een vriendelijke oude vrouw
-zat. Zij leek veel op juffrouw Tapson, maar haar gezicht was heel wat
-dikker. Bob vertelde haar, wie ik was; zij lachte en vroeg mij, haar
-alles van mijn plan te vertellen. Dat deed ik; terwijl pakte zij m'n
-mand uit, en maakte ruimte op een hoek van haar stalletje, om mijn
-koopwaar daar neer te leggen. Ik begon er schik in te krijgen, en had
-wat graag gewild, dat de jongens mij zoo even hadden gezien. En mijn
-bloemruikers waren veel mooier dan alle, die ik zag; ik had ze dan
-ook met zorg gerangschikt.
-
-Maar er kwam maar niemand bij me koopen, en ik begon den moed al te
-verliezen. Nooit zal ik dan ook vergeten, dat de eerste koopster mijn
-bloemen opmerkte en mij vroeg, wat de ruikers per stuk kostten. Ik
-zei: een dubbeltje -- juffrouw Dutton had mij gezegd, dat ik er dat
-voor vragen moest -- en zij kocht zes ruikers van me! Ik had de
-gansche markt wel kunnen ronddansen, zoo blij was ik. Spoedig daarna
-kwamen weer twee dames voorbij. Zij hielden stil, wenkten juffrouw
-Dutton goeden morgen, en vroegen haar, of zij crocussen had. Zij zei
-van niet, maar vertelde hun, dat ik heele mooie had. Zij bekeken de
-mijne, kochten er vier, bovendien nog een bundeltje varens, en
-betaalden er negen stuivers voor. De eene dame zei tot de andere:
-"Wat een schilderachtig tafreeltje, die kleine meid te midden harer
-bloemen! Als de arme menschen hun kinderen altijd zóó kleedden, als
-haar moeder haar kleedt, zouden we onder de lagere klassen niet zulke
-armoedige aankleeding vinden. Zij is een voorbeeld voor haar stand!"
-Ik durfde niet te lachen, toen ik dat hoorde....
-
-Later verkocht ik nog vier koolen, en drie bos wortelen. Toen de
-middag ten einde liep, had ik alles verkocht, wat ik had meegebracht,
-behalve twee koolen en één bloemruiker; die kocht juffrouw Tapson
-van me, zij heeft een groentenwinkeltje en zei dat ze haar wel te pas
-zouden komen.
-
-Ik vergat nog te vertellen, dat ik om 1 uur met juffrouw Dutton naar
-een tentje ging, waar thee werd verkocht en koeken. Ik had honger,
-maar ik had geen zin, van mijn verdiende geld veel uit te geven; ik
-kocht dus alleen een kop thee voor 5 cent en een koek voor 5 cent;
-juffrouw Dutton gaf me een van haar grootste appels er bij.
-
-Toen was het tijd, om naar huis terug te keeren. Ik telde nog even
-mijn geld: ik had één gulden en 25 cents verdiend! Wat was ik blij!
-
-Doch daar kwam Bob Tapson aan, om mij te zeggen, dat hij om 4 uur
-vertrok, en dat de vrouwen reeds lang hun manden gepakt hadden. Het
-speet mij, nu al van de markt te moeten scheiden, maar er was niets
-aan te doen, ik klom op den wagen en ging weer op mijn oude plekje
-zitten. De terugweg scheen eindeloos; er reed een oude man mee, die
-erg naar bier rook en om de flauwste kleinigheden lachte. Ik gevoelde
-mij vreeselijk vermoeid, en viel ten slotte in slaap, zóó vast, dat
-Bob mij bij het hek van de pastorie van den wagen moest zetten.
-
-"Wel, Grietje, heb je een goeden dag gemaakt?"
-
-"Ja," zei ik met slaperige stem, "hoeveel moet ik je betalen?"
-
-"O niets, kind, je nam geen ruimte in beslag; en denk er aan, even
-bij moeder aan te komen en haar alles van vandaag te vertellen. Zij
-zal het zoo graag hooren."
-
-Ik nam afscheid van hem, en bedankte hem hartelijk; vervolgens droeg
-ik mijn leege groentenmand naar den stal, opende de keukendeur en
-stapte heel rustig binnen. Ik was wel een beetje bang voor tante
-Caroline. Lena kwam net de trap afrennen.
-
-"O, jou ondeugende meid! Daar zal wat opzitten! Vader is thuis
-gekomen, en hij is o zoo boos op je. En wat heb je toch uitgevoerd?
-Den heelen dag hebben we er naar gegist, en weet je al, dat ik Daan's
-geheim heb geraden? Zou je het graag willen weten?"
-
-Ik antwoordde slechts: "Ik ben zoo moe; heb je wat thee voor me? Waar
-is tante Caroline?"
-
-"Ze zijn allemaal in den tuin, aan 't bloemen begieten. Toe, Griet,
-lieverd, zeg me nou es, wat je hebt uitgevoerd."
-
-Maar ik wilde 't haar niet zeggen. Ik voelde mij niet prettig door
-die ontvangst, en wou maar rechtuit aan vader gaan zeggen, wat ik
-gedaan had. Ik liep den tuin in. Tante kwam dadelijk op mij af.
-
-"Griet, dat is heel ondeugend van je. Waar ben je toch geweest? En
-wat heb je den ganschen dag uitgevoerd? Je weet toch wel, dat zoo
-verdwijnen zonder iets te zeggen, heel onbehoorlijk is."
-
-"Ik wilde het vader gaan zeggen, het is een geheim," zei ik. Tante
-Caroline kwam altijd weer in haar humeur, als we zeiden, naar vader
-te zullen gaan. Zij riep vader, die juist bezig was den gieter te
-vullen, en ging toen heen, vader en mij alleen latende. Daan zegt,
-dat zij geheel "in den vorm" is, als zij zoo doet.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Vader zette zijn bril op, en keek mij scherp aan.
-
-"Grietje, je hebt tante vandaag heel wat angst berokkend. Ik ben niet
-tevreden over je."
-
-"Hoor u eens, vader. Luister es. Het gaat over de groenten en
-bloemen, waarvan u gezegd had, dat ik ze mocht hebben. Ik ben ze gaan
-verkoopen, om mee te helpen voor het koopen van onzen ezel." En ik
-vertelde hem alles, wat ik vandaag gedaan had. Een keer lachte hij,
-en toen wist ik al, dat mijn straf niet heel zwaar zou wezen. Maar ik
-kreeg toch een lichte straf; vader zei me, dat ik er niet aan mocht
-denken, ooit weer zoo iets te doen. Dat maakte mij zeer verdrietig.
-
-"Neen Grietje, ik wil niet, dat mijn kind daar alleen tusschen al dat
-ruwe volk is, hoe vriendelijk ze ook voor je zijn. Het mag niet. Je
-moeder zou het zeker niet hebben toegestaan. En in elk geval had je
-eerst toestemming moeten vragen. Ik ben bang, dat je vermoed hebt,
-die niet te zullen krijgen. Spreek op en zeg de waarheid."
-
-Ik bloosde sterk. "Ja, ik was bang, dat u me niet zoudt laten gaan,
-maar ik was niet ongehoorzaam, want ik wist het niet zeker."
-
-"Dat was juist verkeerd van je. Doe nooit zoo iets weer. En ga nu
-naar binnen, om wat te eten."
-
-"En mag ik het geld houden?"
-
-"Ja, daar heb ik niets tegen; maar je moet een ander middel zoeken,
-om de groenten aan den man te brengen."
-
-Ik ging naar de eetkamer, tante had de thee klaar. Zij zei niet veel;
-maar voor ik het eten op had, holden de jongens en Lena binnen.
-
-"Nou, zondaar, biecht op! Wat heb je vandaag uitgehaald?"
-
-"Bepaald goede zaken! Wij hebben je brief gezien, 't was een
-prachtstuk!"
-
-"En tante Caroline was zoo bang voor je!"
-
-Ik haalde rustig mijn beurs te voorschijn en legde de zilver- en
-koperstukken op tafel.
-
-"Ziedaar," riep ik uit, "kan één van jelui 't beter?"
-
-"Vijf en twintig stuivers!" schreeuwde Daan, en grabbelde er in om,
-als een oude gierigaard.
-
-"Nou, 't is niet slecht voor een meisje! Vertel ons nu es, hoe je 't
-hebt gedaan gekregen."
-
-"Dat is mijn geheim," zei ik.
-
-Het was mijn overwinningskreet. Maar ik wist: mijn geheim zou niet
-lang geheim blijven. Want eigenlijk wou ik ze 't allemaal zoo graag
-vertellen.
-
-"Zeg," riep Lena, "ik weet wat Daan deze laatste twee dagen heeft
-gedaan. Vraag hem es, hoeveel hij al heeft, Griet!"
-
-Daan grinnikte, en hield mij z'n dichtgeknepen vuist voor. "Ik heb
-vandaag een avontuur gehad," zei hij. En hij toonde ons een halven
-gulden.
-
-Ik stond op en danste de tafel rond. "Het duurt niet lang, of wij
-rollen allemaal met rijksdaalders," riep ik uit. En Alex: "Wacht maar
-tot aan 't einde der week, dan zal ik mijn klein millioen er nog
-bijvoegen."
-
-Toen gingen we allen achter elkaar de tafel rond marcheeren, terwijl
-Daan zong:
-
-
- Een ezel is een heerlijk dier,
- Over een maand dan komt ie hier,
- Lang zal ie leven!
- Lang zal ie leven!
- Ons ezeltje loopt voor ons pleizier!
-
-
-Daan kan altijd gedichten maken, als hij er zin in heeft. Wij waren
-zoo opgetogen, dat we hoe langer hoe sneller gingen dansen, totdat
-het een complete oorlogsdans werd. Ten slotte vielen we allen over
-elkaar heen, en rolden van den lach over den grond. Toen we buiten
-adem weer opstonden, riep ik uit:
-
-"Hoor es, Daan. Als jij jouw avontuur vertelt, dan zal ik het mijne
-vertellen."
-
-"Dames gaan voor," zei hij, met een buiging.
-
-Toen begon ik, vreeselijk gejaagd, mijn wedervaren te vertellen. Ik
-dacht wel, dat het hen zou verbazen, en dat deed het ook. Maar Daan
-en Alex, al zouden ze 't wat graag zelf gedaan hebben, zouden het
-toch niet zeggen. Daan trok een heel voornaam gezicht en zei: "Ik
-geloof niet, dat jij en Lena de zaak goed aanpakken. Dat kan iedereen
-wel, geld maken uit vaders eigendommen. Wel, ik ging z'n studeerkamer
-binnen, haalde er eenige boeken weg, en verkocht ze."
-
-"Maar dat zou heiligschennis zijn," riep ik uit.
-
-"De bloemen en de groenten zijn niet van jou, om ze te verkoopen,"
-zei Daan, "evenmin als de suiker en de boter, die Lena voor haar
-borstplaat gebruikt."
-
-"O, maar vader heeft er ons toestemming voor gegeven!" liepen wij
-beiden luid.
-
-"En ik betaal ook het mijne," zei Lena. "Het is heel wat zwaarder
-werk, in de dompige, heete keuken te wezen, dan op de markt te zitten
-en daar verkoopen, en ook niet half zoo aardig."
-
-"Vader gaf mij toestemming," herhaalde ik, "en dus is de zaak heel
-zuiver."
-
-"Maar kind, wij hebben allemaal recht, om de bloemen te verkoopen,"
-zei Alex.
-
-"Niet waar," zei ik op stelligen toon, "alleen die daar het eerst om
-vroeg! 't Was mijn plan."
-
-"Nou, als jij het dan voor gisteren hebt gevraagd, dan zal ik het
-voor morgen vragen; waarom niet? Ik heb harder gewerkt dan jelui
-allen, de gansche week."
-
-"Maar ik kan er niet mee voortgaan," zei ik verdrietig; "vader heeft
-gezegd, dat ik het niet weer mocht doen."
-
-"Wil je mijn avontuur nu hooren?" vroeg Daan.
-
-"Hij gaat nog dood, als ie niet over z'n eigen plan kan spreken," zei
-Lena boosaardig. Wij zetten ons allen tot luisteren, maar Daan zou
-z'n redevoering niet houden. Juist was hij z'n keel aan 't schrapen,
-toen tante Caroline binnen kwam, en ons naar bed joeg. "Ik zal het
-bewaren tot morgenochtend," zei Daan. En ik was er eigenlijk blij om,
-want ik was zóó slaperig en vermoeid, dat ik al sliep, vóórdat ik
-nog goed en wel onder de dekens lag.
-
---------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK V.
-
-
-Den volgenden dag vertelde Daan ons zijn geheim. Ik zal het maar net
-zoo overschrijven als hij het zei, dat is gemakkelijker. Hij was de
-rivier langs gegaan, om visch te vangen. Hij begon met deze
-bekentenis:
-
-"Den eersten dag trof ik het heel slecht. Daarom ging ik gisteren
-verder de rivier langs. En daar vond ik een heerlijk, rijk beschaduwd
-plekje, waar je de visschen letterlijk zag spartelen van ongeduld, om
-bij je te komen. Zij beten flink toe, en het ging puik! D'r waren ook
-wel kleintjes bij, maar ik had toch in een oogenblik mijn mandje vol.
-Nu kwam het er op aan, ze aan den man te brengen, en ik besloot, op
-mijn terugweg naar huis bij eenige boeren aan te loopen, en te zien,
-of die ze van mij koopen wilden.
-
-Ik vond al spoedig een groote boerderij, en liep er zoo snel mijn
-beenen mij maar dragen konden, heen. Juist was ik het huis genaderd,
-toen ik een ouden heer in een tuinstoel zag zitten, die uit een
-groote pijp dampte. Ik nam mijn pet voor hem af; hij hield mij
-staande en vroeg me, wie ik was.
-
-"Ik ben vischkoopman," zei ik. "Ik zou zeggen, uw keukenmeid zal wel
-wat visch van me willen koopen."
-
-Hij staarde me aan alsof ik een chimpansee was.
-
-"Maak je mand maar es open," zei hij. Met trots toonde ik hem de
-vangst. Weer staarde hij mij aan.
-
-"Waar heb je die visch gevangen? In welk gedeelte van de rivier?"
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Ik legde het hem uit. "Ik heb alleen vandaag maar geluk gehad; ik
-denk, dat ik eerst naar 't verkeerde plekje ben geweest. Voor zestig
-cent laat ik u het gansche zoodje, meneer. Prachtig en frisch, pas
-gevangen!"
-
-Hij lachte. "Wie heeft je tot vischboer aangesteld?"
-
-"Ikzelf. Ik tracht een eerlijk centje te verdienen, om een ezel te
-kunnen koopen." Toen vertelde ik hem ons plan. Hij vond het zóó
-vermakelijk, dat hij dadelijk z'n beurs trok, mij een halven gulden
-gaf en zei: "Daar, breng de visch maar in huis, en breng mij morgen
-weer zoo'n mandje vol."
-
-Ik danste van blijdschap naar de boerderij, en gaf mijn visch af,
-doch aan de deur stond een knecht, die mij ook al vroeg, waar ik die
-visch vandaan had. Ik vertelde het hem. "Het is een geluk, dat Morris
-je niet gesnapt heeft," zei hij; "dat is juist privaat bezit van
-onzen meneer, en hij vervolgt iedereen, die zich op zijn terrein
-waagt."
-
-Ik zei niets, vertrok, en gevoelde mij verre van prettig gestemd. Ik
-begreep nu, waarom die ouwe heer zoo gegrinnikt had, maar ik was niet
-van plan, domme dingen te doen, ging dus naar hem toe en zei hem, dat
-ik hem z'n halven gulden kwam terugbrengen. "Ik heb bemerkt,
-mijnheer, dat het uw eigen visch is," zei ik. "Het spijt mij, dat ik
-op uw eigendom heb gevischt, ik zal het niet weer doen."
-
-"Hier," zei hij, "je houdt wat je hebt verdiend. Wij zullen zien, of
-je daar niet met een vischacte van mij kunt visschen. Het overkomt
-mij niet vaak, dat ik mijn eigen visch kan koopen. Vroeger mocht ik
-ook dolgraag visschen, maar mijn jicht laat het niet meer toe."
-
-"Nu, als u het goedkeurt, dat ik het geld behoud, zal ik het graag
-aannemen. Maar in uw vischwater zal ik niet meer visschen, uw
-opzichter zou mij kunnen betrappen. Ik ben u zeer dankbaar, goeden
-middag, mijnheer!"
-
-Ik nam weer mijn pet af, en ging heen; hij lachte als om een grap,
-maar ik behield den halven gulden.
-
-Toen zei ik: "Maar Daan, dan schijn je toch niet veel beter dan wij
-allen, want jij vangt visch, die niet aan jou toebehoort."
-
-"Ja, maar ik doe het niet meer," zei Daan snel. "Ik ga niet weer naar
-dien ouden heer. Ik zal het mijlen verder wel weer beproeven. Ik
-weet, dat vader op een deel der rivier ook vischrechten heeft."
-
-"Wie is die oude heer?" vroeg ik.
-
-"Hij is de graaf van Benton, hij heet Generaal Walton. Hij vroeg mijn
-naam niet, dat bewijst zijn voornaamheid." "En je zei eerst, dat hij
-vroeg wie je was," zei Alex.
-
-"Jawel, hij bedoelde mijn beroep," zei Daan deftig. "Heeren vragen
-niet iedereen naar hun naam, dat is niet naar den vorm."
-
-"Welnu, nu alle geheimen onthuld zijn, zal ik jelui het mijne
-vertellen," zei Alex. "Ik heb hard gewerkt en meer uitgevoerd, dan
-jelui allemaal samen." Wij lachten hem allen uit. "Goed," zei Alex,
-"vraag het dan maar aan den ouden Cummins. Hij vertelde aan vader,
-welk een drukke week hij voor zich had met het hooien, en dat hij
-één mannetje te kort kwam, en hoe moeilijk het was, hulp te krijgen.
-
-Maandagmorgen vroeg ging ik naar hem toe en zei hem, dat ik werken
-zou als de beste, als ie me maar betaalde; 't slot van de zaak was,
-dat hij me het loon van een halfwas knecht zou geven, nadat ik hem
-verteld had, waarvoor ik het geld noodig had. Zoo ging ik aan den
-arbeid, en Vrijdag krijg ik m'n loon: dan hoopt hij al het hooi
-binnen te hebben."
-
-Wij hadden wel eerbied voor Alex' plan. Maar wij hadden nog meer
-eerbied voor den afstand, die ons scheidde van het oogenblik, dat we
-geld genoeg zouden hebben. Eensklaps dacht ik aan een ander plan, en
-ik ging spoedig naar juffrouw Tapson, om haar meening erover te
-vragen. Mijn doel was, om elken Dinsdag een mand met groenten aan Bob
-mee te geven, en dan juffrouw Dutton ze te laten verkoopen. Juffrouw
-Tapson vond het een heel goed idee; ik ging weer gauw naar huis
-terug, en vroeg vader, of hij het goed vond; hij zei ja, tenminste
-zoolang Baldwin mij kon geven, wat wij uit onzen tuin te missen
-hadden.
-
-Toen waren we allen een beetje uit ons doen; alle geheimen waren nu
-onthuld, en wij houden juist zoo van geheimen. De volgende week
-beginnen de lessen weer.
-
-Niet weinig schrok ik, toen Lena den volgenden middag naar me toe
-kwam gehold en zei: "O, Griet, ik zit vreeselijk in de rats, toe,
-help me!"
-
-Lena komt altijd naar me toe, als ze wat bijzonders heeft uitgehaald,
-en dat doet ze altoos, als ze niets te doen heeft. Zij vertelde me
-nu, dat ze, bij het hek aan 't spelen zijnde, het meisje had zien
-voorbijrijden, dat ik den vorigen dag in het mooie dogkarretje had
-gezien. Het meisje moest in juffrouw Ribbon's winkel wezen, en daar
-ze alleen was, moest ze haar paardje los laten staan. Lena ging er
-heen, en toen, zonder over de gevolgen na te denken -- Lena denkt
-nooit na, als ze iets gaat doen -- sprong zij in het karretje, en
-reed er het dorp mee in.
-
-"Het was alleen maar uit de grap, Grietje," zei ze; "ik wilde binnen
-twee minuten weer terug zijn, en ze zou er niets van hebben gemerkt,
-maar ik gaf het paard een tikje met de zweep, en het ging er van door
-als de wind en ik kon het niet meer tot stilstaan brengen. Toen ik
-dat gewaar werd" -- hier knipte Lena boosaardig met de oogen, -- "had
-ik eerst dol veel schik. Wij vlogen erlangs en toen we te Cross Glen
-kwamen, draaide het paard een groote poort in! Toen werd ik angstig,
-want ik wist, dat onze baron daar woont zooals vader mij verteld
-heeft. Op zoo'n groot heerenhuis, Griet! Zoodra we de plaats waren
-opgereden, hield de pony stil; een huisknecht kwam de stoep af, en
-keek verbaasd rond, toen hij me zag.
-
-"Waar is juffrouw Clara?" vroeg hij.
-
-Ik klom snel uit het karretje, en zei: "Zij was bij ons in den
-winkel, en toen is het paard met mij weggerend." O, wat was ik
-beangst, Griet; ik vloog de laan uit, en verborg mij achter struiken,
-opdat niemand me zien zou. Eindelijk kroop ik te voorschijn, klom
-over een heg, en kwam zoo weer op den landweg terecht. Wat ben ik
-warm en moe!"
-
-"Maar Lena, wat is dat een leelijke streek van je! Waar is het meisje
-nu?"
-
-"Ik weet het niet. Ik denk, dat ze naar huis is gewandeld. Toe Griet,
-ga 's gauw naar juffrouw Ribbon, en vraag het eens even. Ik hoop nog,
-dat ze niet zullen ontdekken, wie het gedaan heeft."
-
-"Ga zelf," zei ik boos. Toen sloeg Lena haar armen om mijn hals.
-"Lieve Grietje, toe, ik houd zoo van je. Hè toe, ga jij nu even!
-Iedereen weet wel, dat jij er geheel buiten staat."
-
-Ik ging, en vond juffrouw Ribbon heelemaal in de war over wat er was
-voorgevallen.
-
-In één adem door vertelde juffrouw Ribbon wat er gebeurd was.
-
-"'t Gebeurt niet vaak, dat er een van de jonge dames van 't Huis in
-mijn winkeltje komt. Ik stond dan ook verplet, toen ik plotseling den
-pony hoorde wegrennen. Net was ik bezig, Clara een ons van Lena's
-borstplaat af te wegen, en ik vertelde haar wie ze gemaakt had, toen
-we eensklaps opschrikten door het wegrijden van 't karretje; beiden
-vlogen we de deur uit, en daar zagen we met ontzetting Lena
-wegrijden, haar lange haar als een gouden wolk om haar hoofd waaiend,
-en met een snelheid als van een automobiel. Houd haar vast! gilde
-Clara, zij rijdt met mijn pony weg!
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Maar je hadt evengoed een locomotief kunnen tegenhouden. Ik trachtte
-toen de jongejuffrouw weer naar binnen te krijgen, om bij mij te
-wachten. Maar zij was zóó geschrokken, en ook zóó boos, dat ze
-stampvoetend van ergernis bleef staan en zei: Mijn moeder zal dat
-borstplaatmeisje wel eens duchtig straffen! Toen ging ze op den weg
-heen en weer loopen. En als nu Mevrouw er van hoort, zal ze nog hier
-komen en mij vragen, waarom ik niet iemand bij 't paard heb gezet, en
-dan zal ze 't me daarvoor ook nog lastig maken. Ik zou voor geen geld
-van de wereld haar willen boos maken, want dit is haar huis en ik ben
-haar huurster!"
-
-"Maar juffrouw Ribbon, wat spijt het me, dat het zoo geloopen is.
-Maar u weet, hoe Lena is. De borstplaat heeft haar eenigen tijd zoet
-gehouden, maar altoos haalt ze wat uit, dat verkeerd is. Denkt u, dat
-de jongejuffrouw goed thuis gekomen is?"
-
-"Hoe zou ik dat weten? Ik hoorde of zag sedert niets van haar."
-
-Vol van allerlei gedachten kwam ik thuis. Voor verklikker te spelen,
-vind ik verschrikkelijk. Dat is een van de dingen, die niet "in den
-vorm" zijn; bluffen en liegen en klikken vind ik slecht. Maar ik wist
-ook, dat vader van deze geschiedenis hooren zou, en er is niets, wat
-hij meer haat, dan dingen te vernemen, die wij hem verzwegen hebben.
-Hij wil, dat we altoos dadelijk onze verkeerdheden vertellen. Ik ging
-dus naar Lena toe, en zei haar, dat ze naar vader moest gaan, en het
-hem vertellen. Zij wou niet, en toen zei ik haar, dat ik zelf zou
-gaan. Toen begon ze natuurlijk weer heel lief te doen. Juist kwam
-vader binnen, toen we druk aan 't twisten waren, wie gaan zou.
-
-"Wat is er aan de hand?" vroeg hij.
-
-"Lena wou u iets vertellen," zei ik en liep daarna vlug de kamer uit.
-Natuurlijk biechtte ze nu op; vader nam haar mee naar de
-studeerkamer, en las haar daar eens flink de les; schreiende kwam ze
-terug. Later heeft ze me verteld, dat vader haar een briefje van
-schuldbekentenis had laten schrijven; zelf had hij er een aan Mevrouw
-geschreven, waarin hij de toedracht der zaak meedeelde. Hij had tegen
-Lena gezegd, dat hij telkens weer zich voor zijn kinderen moest
-schamen, en daarop was Lena gaan schreien. Maar hij had haar gekust,
-voor ze wegging; vader is dol op Lena; hij zegt altoos, dat ze hem
-aan moeder herinnert!
-
-Den daarop volgenden avond, Vrijdag, waren Lena en ik in de badkamer.
-Wij moesten "de groote wasch" doen, altijd een groot vermaak. Wij
-vullen dan de kuip maar half, en wasschen alles, wat we maar machtig
-kunnen worden. Puf hielp ons dapper. Alle kammen en borstels worden
-eerst gewasschen, dan alle poppenkleeren van Lena, zakdoekjes,
-halskraagjes, schortjes, en alles wat er maar vuil in huis te vinden
-is. Puf bracht ons alle artikelen aan; juist had hij een wollen aapje
-in 't bad laten plonsen, en stonden we te schaterlachen om z'n koddig
-gezicht, toen Emma kwam binnenvliegen.
-
-"De jongedames Grietje en Lena moeten dadelijk naar de huiskamer
-gaan; er is visite, en tante heeft gezegd, dat je komen moet!"
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Hè, wat vervelend!" zei ik, "En wie is het, Emma?"
-
-Lena en ik stonden in onzen onderrok, vanwege het geplas met water.
-
-"Het is Mevrouw Londesburg met haar dochtertje."
-
-Lena en ik keken elkaar verschrikt aan.
-
-"Ik ga niet heen," zei Lena, "ik doe het niet."
-
-Maar Emma troonde ons mee naar de slaapkamer, waar we ons
-aankleedden.
-
-"Wij moèten gaan, Lena. O kind, ik wou, dat je 't maar niet gedaan
-hadt. Ik zou wel vriendin met dat meisje willen zijn." "Ik niet
-graag!"
-
-Lena was boos, en zij stond maar steeds heen en weer te wiegen, toen
-Emma trachtte haar het haar met den pas schoongemaakten borstel te
-borstelen. "Ga weg, Emma! Ik zal ze uur aan uur op me laten wachten.
-Ik ben in geen jaren klaar!"
-
-Emma ging boos weg. Toen smeekte ik Lena, om toch anders te doen;
-binnen twee minuten helderde haar gelaat op -- zij is nooit langer
-dan 5 minuten boos -- en was ze bereid, mee naar beneden te gaan.
-
-"Ik zal voorwenden, dat ik van niets afweet," zei ze; "vader is uit,
-en dus kan hij het haar niet zeggen."
-
-Zoo kwamen we de huiskamer binnen; ik was heel wat meer beangst dan
-Lena. Daar zat het meisje; alleraardigst zag ze er uit in haar witte
-zijden jurk en witten hoed. Mevrouw was in druk gesprek met tante
-Caroline. Iedereen in het dorp is bang voor Mevrouw Laura; ik begrijp
-niet waarom; zij keek heelemaal niet streng, en toen ze ons zag,
-barstte ze in een schaterlach uit.
-
-"Wie van jelui heeft me dat aardige briefje geschreven? Ik ben hier
-gekomen, om het je te vergeven, en om je te vragen, of je morgen bij
-mijn dochtertjes komt theedrinken. Wil je komen?"
-
-Lena sloeg niet eens beschaamd de oogen neer.
-
-"Ik ben het, die u vergiffenis woudt schenken," zei ze. Toen gaf
-Mevrouw ons de hand, en wij gaven Clara ook een hand. Zij keek Lena
-heel ernstig aan, maar glimlachte tegen mij.
-
-"Hebben jelui een kinderkamer?" vroeg ze mij.
-
-"Neen, alleen een leskamer; wil je ze eens zien?" Dadelijk ging ze
-met ons mee. Wij gingen zwijgend de trap op; boven gekomen, zei Lena:
-"Wil je ons bad eens zien?"
-
-Zij aarzelde even en zei toen van ja. Wij hadden heelemaal vergeten,
-dat we Puf alleen hadden achtergelaten; toen we de badkamer
-binnengingen vonden we hem bezig met onze oude kat en haar twee
-jongen, die hij in de kuip had gezet, om ze alle drie te wasschen. De
-kleine poesjes waren al bijna verdronken. Vliegens haalden we ze uit
-het water, en in den angst van het oogenblik was alle stugheid
-tusschen Clara en ons geweken, en begon ze al druk over allerlei mee
-te babbelen. Zij vertelde ons, dat ze een tweeling was; haar zusje
-heette Betty. Betty had haar voet verstuikt, en kon nu niet loopen;
-de dokter had gezegd, dat ze heel lang moest blijven liggen. Puf keek
-Clara eens even aan, en zei toen: "Wil je ook niet es wat wasschen?
-Mijn slabbetje is heel erg vuil."
-
-Intusschen was Lena de katten aan 't afdrogen, en toen ze er wat
-toonbaar uitzagen, droegen we ze naar beneden, om ze in de keuken
-verder te laten drogen. Daarna lieten we 't vuile water uit de kuip
-loopen, en deden er weer versch in; Clara vond het zóó verrukkelijk,
-dat zij ook wou wasschen. Wij gaven haar een vuil paardedekje van Puf
-en vertelden haar, terwijl ze ijverig te wasschen stond, hoe we tante
-eens voor den gek hadden gehouden.
-
-Wij waschten toen een roodwollen poppejurkje; dit gaf zóó erg af in
-'t water, dat ik naar beneden vloog, en tante Caroline toeriep: "Kom
-u es gauw boven, Lena bloedt zoo." Tante Caroline liep zoo hard als
-ze kon de trap op, en kwam doodelijk verschrikt bij 't bad. Daar zag
-ze, hoe we haar voor 't lapje hadden gehouden. Clara vond de historie
-allerleukst.
-
-Maar wat was ze nat geworden! Haar jurkje kon je wel uitwringen. Wij
-beproefden haar te drogen, doch toen we beneden kwamen, was tante
-Caroline erg boos, en zelfs Mevrouw Laura keek verstoord. Clara kreeg
-Lena's beste witte jurk aan, die haar heel goed paste; tante zei
-tegen Mevrouw: "Ik verzeker u, dat ik geen oogenblik gerust ben, wat
-er gebeuren zal. Ik kan u niet zeggen, hoe dit me nu weer spijt."
-Maar Clara zei dadelijk: "Och mama, ik vond het zoo heerlijk; ik kan
-me thuis nooit zoo vermaken." Mevrouw Laura glimlachte en sprak: "Ik
-kan me zoo begrijpen, juffrouw, dat u uw handen vol hebt; bij mij
-moeten ze maar niet wasschen, als ze op de thee komen morgen."
-
-Mevrouw en Clara vertrokken nu per rijtuig; Lena en ik kregen droog
-brood bij de thee, omdat we Clara hadden laten wasschen. Ik vind die
-straf niet verdiend. Vader straft ons nooit onverdiend. Tante denkt
-altijd, dat we dan beter zullen opgroeien. Maar wij denken wel eens,
-dat die bijzonder goed opgevoede lui de malste menschen van de wereld
-worden. En daarom zijn we d'r heelemaal niet op gesteld, zoo heel
-best op te groeien.
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VI.
-
-
-In groote spanning zagen Lena en ik de theevisite bij Mevrouw Laura
-tegemoet. Lang voordat tante Caroline het gewild had, waren we al in
-ons beste pakje gestoken. Emma bracht ons weg, en liep onophoudelijk
-druk te praten over het mooie, groote huis van den baron. Ik wou, dat
-ze allen bij ons in de kerk kwamen, maar dat doen ze niet; dichterbij
-hebben ze een kerk, en daar gaan ze heen. Wat zullen de jongens
-jaloersch op ons zijn; ik heb ze maar gezegd, dat er heelemaal geen
-jongens zijn, waarna Daan opmerkte, dat een visite van louter meisjes
-hem te min was.
-
-Lena was gewoon wild; ik waarschuwde haar, dat, als ze wat verkeerds
-uithaalde, ik dadelijk naar huis terug zou keeren, om haar daar te
-laten. Natuurlijk werd ik weer voor verwaandheidje uitgescholden,
-maar dat is minder: Lena was nu niet kalm.
-
-Toen we de groote voordeur naderden, was ze o zoo schuchter, ik denk
-een beetje angstig. Ikzelf eigenlijk ook wel een weinig, toen een
-deftige huisknecht ons in een vestibule liet, die geheel met
-schilderstukken en platen versierd was, en ons vervolgens langs
-eindelooze gangen geleidde, waarna hij een deur opende, en riep: "De
-jongedames van de pastorie!"
-
-Even daarna stonden we in een allerliefste kinderkamer, en kwam Clara
-ons tegemoet om ons te verwelkomen. Zij bracht ons dadelijk bij 't
-venster, waar Betty op een sofa lag. Zij geleek sprekend op Clara,
-alleen haar gezichtje was wat smaller en bleeker. Dan was er in deze
-kamer nog een vriendelijke gouvernante, Miss Tudor.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Onmiddellijk vroeg Lena haar, of ze nog familie was van den koning
-Tudor. Miss scheen het nog al niet kwaad op te vatten; ze lachte
-althans en zei, dat ze vreesde, wel geen koning in de familie te
-zullen hebben.
-
-Toen trok Clara ons mee, en liet ons al haar prachtige poppenkamers
-en ander speelgoed zien. Al spoedig zat Lena op den vloer en
-vermaakte zich met een der poppenkamers. Inmiddels was ik met Betty
-gaan praten.
-
-"Clara heeft me verteld van jelui badkamer en de groote wasch," zei
-ze; "ik wou, dat ik er bij geweest was. Toe, vertel me d'r es wat
-meer van." Ik ging haar nu vertellen van ons ezeltje, en hoe wij
-probeerden het geld te krijgen; ze vond het allerleukst.
-
-Clara kwam naar ons toe: "Zeg, Betty, wij hebben toch zoo'n schik met
-ons poppenhuis; Lena vertelt me allerlei nieuws, hoe ik er mee om
-moet gaan. Wij hebben inbrekers door den schoorsteen laten klimmen,
-en onder het ledikant verborgen, en" -- hier ging ze fluisteren --
-"als Miss meteen uit de kamer gaat, gaan we een brandje voorstellen,
-en dan zijn wij brandweermannen; dan halen we de tuinslang en
-bespuiten het met water."
-
-Betty's oogen schitterden, maar ik moest zien, dat spelletje te
-voorkomen. Ik vertelde haar, dat wij zooiets thuis ook eens gedaan
-hadden. De jongens staken toen een brandenden lucifer onder een van
-de poppenbedden. 't Was o zoo aardig, maar het gansche bed vatte
-vlam, en al onze poppen verbrandden. 't Was wel heel vermakelijk, het
-toen te blusschen, doch net kwam moeder binnen, en wij moesten haar
-beloven, zooiets nooit weer te zullen uithalen. Als we hier zoo'n
-rommel maken, mogen we nooit weer komen.
-
-Lena keek me nijdig aan. "Hè, Griet, wat ben je weer vervelend, je
-houdt nou ook nooit es van een grapje!"
-
-'t Is wel hard, als je voor vervelend wordt gescholden, terwijl je 't
-goed bedoelt; maar ik zei geen woord meer, zoodat Lena al spoedig
-haar zinnen op wat anders zette. 't Duurde niet lang of de
-poppenkamer was veranderd in een kasteel, door soldaten belegerd; de
-poppen werden verondersteld, te worden gevangen genomen en vermoord,
-waarbij Clara en Lena een afgrijselijk geschreeuw aanhieven.
-
-Inmiddels vertelde Betty mij, hoe het voortdurend liggen op de sofa
-haar vermoeide, en hoe zij ernaar verlangde, er af te mogen en de
-kamer rond te huppelen. Vervolgens toonde ze me haar boeken en
-speelden we een leuk spelletje, totdat de thee kwam. Wij waren toen
-al de beste vrinden; Clara zei, dat er in geen mijlen zulke meisjes
-als wij te vinden waren. Wij vroegen haar de namen van al de dominees
-in de buurt, en van al de baronnen, en het bleek, dat zij ze allen
-bij name kende.
-
-Na de thee, toen Miss Tudor de kamer verlaten had, zei Betty tegen
-me: "Ik ben toch zoo blij, dat jelui niet zoo braaf bent. Ik dacht
-altijd, dat kinderen van een dominee zoo heel braaf waren. En als
-jelui dat waart, zou ik niet van je gehouden hebben."
-
-Ik voelde me wat vernederd en zei langzaam: "Zoo. Ja, heel goed ben
-ik niet, maar ik tracht het toch te worden." Zij keek mij aan. "Maar
-het is toch veel grappiger om ondeugend te zijn."
-
-"Dat weet ik niet," antwoordde ik. "Zoolang je 't bent, lijkt het
-heel dapper, maar daarna is het dat lang niet."
-
-"Ik wou, dat er geen "daarna" bestond," zei Betty ongeduldig. "Dat ik
-hier op die vreeselijke sofa lig, is ook een "daarna". Je weet, ik
-heb mijn voet verstuikt, toen ik als een jongen in een boom wou
-klimmen. Miss Tudor riep me, om er uit te komen, maar ik lachte haar
-uit, klom hooger en -- viel."
-
-"Verschrikkelijk," zei ik, en voegde er aan toe, terwijl ik mijn
-wangen voelde gloeien: "Dat is nu precies hetzelfde, wat ik zou
-gedaan hebben. Het is dan zoo akelig gemakkelijk, zoet te wezen."
-
-"Ik houd ervan, flink ondeugend te wezen," sprak Betty met trots.
-
-"Ik wou, dat je vader kende," zei ik. "Hij gunt ons zooveel mogelijk
-pleizier. Vaak zegt hij tegen tante Caroline: Een losse teugel,
-tante, voor mijn jonge wildebrassen, en zoo weinig mogelijk bevelen
-en regelen als 't maar kan. Dat zal ongehoorzaamheid voorkomen."
-
-"Wat een lieve vader!" riep Betty.
-
-En ik ging voort: "Hij zegt, dat als wij Gods geboden gehoorzamen,
-wij ook de zijne zullen opvolgen. Toen ik nog een klein meisje was,
-las ik vaak de Tien Geboden over, en ik dacht, dat ik er nooit één
-van overtrad. Maar nu weet ik beter. Verleden Zondag noemde vader ons
-drie geboden: Kom, ga, doe."
-
-Betty luisterde met aandacht. "Toe, ga voort. Je bent een
-heerlijkerd; 't eene oogenblik brul je van 't lachen en 't andere hou
-je een preek."
-
-Ik vertelde haar nu, zooveel als ik nog wist van vaders preek. "Zoo
-doet een trouwe knecht. In onze kerk ligt een ridder begraven, die
-altoos trouw en altoos bereid was. Vader zegt, dat hij dat ook wil
-wezen, en natuurlijk is hij het ook, en als ik er maar veel om denk,
-tracht ik het ook te wezen."
-
-"Vergeet je het dan zoo gauw?"
-
-"Bijna altoos," antwoordde ik zuchtend.
-
-In dit gesprek werden we gestoord door Lena en Clara. Ze wilden zich
-verkleeden. Wij gingen dus naar Clara's slaapkamer en trokken
-allerlei malle kleeren aan. Daarna keerden we terug naar Betty. Clara
-stelde een oude bedelares voor; Lena moest een Indiaan verbeelden,
-terwijl ik een deftige Amerikaansche dame voorstelde.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Allemaal deden we verhalen aan Betty, en zeiden, uit Engeland te zijn
-gekomen, omdat we gehoord hadden, dat ze zoo rijk en goed was.
-Vervolgens kondigde Lena een Indiaanschen dans aan; zij klauterde op
-de tafel, en tolde als een dolle rond, zoodat Betty tranen van 't
-lachen kreeg.
-
-Toen deze voorstelling was beëindigd, werd ons meegedeeld, dat Emma
-gekomen was, om met ons weer naar huis te gaan. Wij namen afscheid
-van elkaar; Clara en Betty vroegen ons, toch vooral weer te komen.
-Wij vonden het heerlijk, en Lena zei, toen we thuis kwamen: "Nu zie
-je es, hoe goed het was, dat ik er met den pony vandoor ging, want nu
-hebben we beste vriendjes in Clara en Betty." Toen wij thuis kwamen,
-vonden wij de jongens druk bezig met het tellen van hun geld. Daan
-had 65 cent gemaakt voor gevangen visch, die hij bij drie
-verschillende boeren had verkocht, en Alex had f1.80 verdiend bij
-Cummins; deze had hem 30 cent per dag gegeven voor zijn hulp bij 't
-hooien. Met de noodige plechtigheid verklaarde Alex: "'t Is verdiend
-in het zweet des aanschijns; maar het is ook alles, wat ik kan
-verdienen, want er wordt nergens meer gehooid nu. En de volgende week
-moeten we ook weer naar school."
-
-Oversecuur telden we allen ons geld nog eens na; 't was nog lang niet
-genoeg, om er een ezel voor te koopen, maar wij hadden alle hoop, er
-nog heel wat bij te verdienen. Lena kon doorgaan met het maken van
-borstplaat, en ik met het plukken van bloemen, en het zenden van
-groenten naar de markt. Daan kon voortgaan met zijn visscherij.
-Alleen voor Alex moest fluks een ander plan bedacht worden.
-
-"Niet noodig!" zei hij. "Ik heb harder gewerkt dan jelui allemaal
-samen. Ik heb mijn aandeel geleverd."
-
-"Eén gulden en tachtig cents is niet veel," merkte ik op. Alex begon
-korzelig te worden en zei: "'t Zit 'm niet in de hoeveelheid, 't zit
-'m in de waarde. Deze 36 stuivers vertegenwoordigen een zeer zwaren
-arbeid. Wat zou je meer op prijs stellen als verjaarsgeschenk: een
-boek, dat je zoo maar koopt en weer weggeeft, of een boek, waarvoor
-een jaar lang gespaard is, en de krachten van wie het kocht, bijna
-heeft uitgeput?"
-
-Ik was onder den indruk van deze redevoering, maar Daan heelemaal
-niet. "Je bent een lui stuk mensch," zei hij; "ik weet heel goed, dat
-je den halven dag in 't land lag, en frissche dranken kreeg."
-
-Maar Alex meende een week rust noodig te hebben; daarna zou hij een
-nieuw plan aanvatten. "Mijn lichaam is zoo vermoeid, dat ik niet
-denken kan; maar ik beloof je, dat mijn nieuwe plan niet minder
-aardig zal wezen dan dat van jelui."
-
-De Zaterdag met z'n zangoefening in de kerk kwam weer aan. Juist was
-ik aan 't zingen, toen ik ineens dacht aan vaders preek: Semper
-fidelis, semper paratus. Ik dacht erover, wat vader nu wel van mij
-zou wenschen. Maar ik had den moed niet, om het te doen; Daan zou mij
-uitlachen m'n leven lang. Maar toen ik naar bed ging, bad ik tot God,
-of Hij mij zóó moedig wilde maken, dat ik het doen durfde.
-
-Zondagmorgen vond ons allen aan 't ontbijt. Tante Caroline staat
-gewoonlijk al vóór ons van tafel op, omdat ze naar de Zondagsschool
-moet. Ook nu zou ze juist weer heengaan, toen Daan eensklaps
-opsprong, met rood gezicht haastig z'n kopje thee leegslurpte, en
-zei: "Tante, ik ga met u mee naar de school. Ik zal de klasse der
-kleintjes nemen." Tante nam het heel kalm op, maar voor onze ooren
-was het, of het onweerde.
-
-"Ik heb al zoo vaak er op aangedrongen, dat een van jelui me helpen
-zou," zei tante. "De arme kleintjes begrijpen mijn onderwijs aan de
-ouderen nog niet."
-
-Daan ging de kamer uit. Alex sloeg z'n oogen ten hemel, hief z'n
-handen op en riep: "De hemel komt naar beneden!" Lena begon te
-giegelen. "Stel je voor: Daan de kleintjes aan 't onderwijzen! Hij
-weet ze niets anders te zeggen dan "goede vormen"."
-
-Ik gevoelde mij als aan den grond genageld. Als ik dà t geweten had!
-Dat was nu de jongen, van wien ik vreesde, dat hij mij uit zou
-lachen, als ik deed, wat hij nu doet! Ik liep den tuin in, en
-schreide eens goed uit. En o, hoe bewonderde ik Daan nu! Altijd doet
-hij de dingen zoo onverwacht. Nooit praat hij er over, en je zou
-denken, 't kan hem niet schelen ook, maar plotseling komt ie uit z'n
-rust, gaat heen, en doet het. Ik zou zoo graag als hij wezen.
-
-"Wat zal ik een pret hebben over die zuigelinglessen," zei Alex, toen
-we samen naar de kerk gingen. "Neen, dat mag je niet," zei ik, "want
-het is heel goed, wat Daan gaat doen. Verleden Zondag heeft vader er
-nog over gepreekt. Ik had het ook willen doen, maar ik was bang, dat
-jelui me zouden uitlachen. En nu is Daan me vóór geweest. Heusch
-Alex, onder het ontbijt dacht ik elk oogenblik het te zullen zeggen,
-maar zie, ik kwam net te laat."
-
-Alex keek me een beetje scheef aan, maar zei niets; en toen we Daan
-bij het middageten weer zagen, zei geen van ons wat tegen hem; wij
-deden, alsof er niets gebeurd was. Ik bewonder Daan, als hij zoo
-doet, want hij zegt nooit, dat hij iets goed doet. En om elkaar te
-zeggen, dat je iets goed doet, vind ik verkeerd, lijkt me zoo
-verwaand.
-
-En nu moet ik vertellen van Maandagmorgen, en van de groote
-verrassing, welke ons toen te beurt viel. Puf had al telkens gezegd,
-dat hij iederen dag een brief van God verwachtte, met het geld voor
-een ezel erbij. Elken morgen klampte hij den brievenbesteller aan. 't
-Zal den man wel raar in de ooren geklonken hebben, toen Puf hem
-vroeg: "Weet u wel zeker, dat er geen brief voor mij bij is, want ik
-verwacht er een van God; het moet een heele zware brief wezen."
-
-[Illustratie]
-
-Dezen Maandag bracht hij de brieven weer binnen, en toen vader ze
-nakeek, zei deze plotseling: "Is hier een mijnheer George
-Marjoribanks in de kamer?" "Dat ben ik!" riep Puf, en danste in de
-grootste opwinding om de tafel. "Laat mij hem zelf openmaken!" Hij
-kreeg den brief in z'n handjes. "Maak 'm nu maar open," zei vader,
-ook wel 'n beetje nieuwsgierig. Puf maakte hem open: er zaten drie
-postbewijzen in, en een velletje papier, waarop geschreven stond:
-
- "Van grootmoeder. Voor een ezeltje."
-
-En elk van de postbewijzen was f12.-- groot.
-
-Wij konden onze oogen niet gelooven. Grootmoe geeft ons zelden geld
--- alleen op verjaardagen. Ik vermoedde natuurlijk al dadelijk, dat
-tante Caroline haar verteld zal hebben, hoe vurig Puf er om bad. Pufs
-gezicht was een portret waard, toen hem werd uitgelegd, hoe de zaken
-nu stonden. Zijn oogen straalden van blijdschap; hij zette een borst
-op en zei: "Natuurlijk. Ik begrijp heel goed, wat er gebeurd is.
-Vader zegt, dat God geld aan sommige menschen geeft, om er goed voor
-te zorgen. Hij heeft het Zelf te druk gehad, om het te zenden, en
-daarom droeg Hij oma op om het te doen."
-
-"Ik geloof, dat je de waarheid zegt, Puf," sprak vader, terwijl hij
-hem kuste op z'n heerlijken kroeskop. Puf keek met verrukte blikken
-om zich heen. "Mijn plan is het beste geweest van ons allen," juichte
-hij.
-
-Wij waren te verrast, om te spreken. Vader sprak zachtjes: "Want
-derzulken is het Koninkrijk Gods."
-
-Toen, na nog even stilte, barstten we allen uit in een blij gejuich.
-Het ezeltje was zoo goed als gekocht, en we konden zelfs nog wel geld
-over houden. Daan zei al dadelijk, dat dat dan wel kon dienen voor
-een zadel, maar vader zei, dat we voor die 36 gulden en wat we al
-reeds hadden; allicht wel een ezeltje en een tweede-hands wagentje
-konden koopen. Maar vader schat de dingen altijd goedkooper dan ze
-zijn.
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VII.
-
-
-En nu: waar kunnen we een ezel koopen?
-
-Ziedaar de groote vraag, welke ons allen bezig hield, toen we op een
-pufwarmen middag ons hadden neergevleid onder de boomen langs het
-grasveld. Behalve Puf, die nog niet tot bedaren gekomen was en
-telkens opsprong om vlinders na te jagen.
-
-Alex opende de debatten, kriebelde Lena met een grassprietje in haar
-oor en zei: "Je ziet nog wel es veel ezels zoo grazen, maar ik heb er
-tot nu toe nog niet zoo bijzonder op gelet."
-
-"Laten we naar juffrouw Ribbon gaan, en haar vertellen, wat we noodig
-hebben," stelde ik voor, en begon alvast te zingen:
-
-
- Wie hier eens komt, die komt terug,
- Die wordt geholpen, goed en vlug.
-
-
-"Zij zal er een uit haar dierenverzameling halen," zei Daan, "en dan
-zal 't niet veel moois wezen, dat verzeker ik je. Neen, de eenige
-lui, die werkelijk goede ezels hebben, dat zijn de zigeuners, en die
-moeten we vóór alles zien te vinden."
-
-"Hoera!" riep Alex uit, "we gaan een zigeunerkamp bezoeken." En Lena
-voegde erbij: "Juffrouw Ribbon zal ons wel zeggen, waar er een is."
-
-"Wacht es even," zei Daan, "we kunnen het best zelf uitvinden, waar
-ze zitten, evengoed als de politie. Laat mij maar begaan."
-
-"Nou ja, maar we kunnen toch evengoed eerst es bij juffrouw Ribbon
-gaan hooren," meende ik.
-
-Aldus werd besloten; we sprongen allen overeind en draafden naar het
-"dorpsmagazijn". Er stonden juist twee vrouwen af te rekenen, maar
-toen ze ons zagen, gingen ze heen, en spoedig had ons clubje den
-ganschen winkel gevuld, natuurlijk Puf vooraan. O, wat was het er
-snikheet! De vliegen zaten overal op, en juffrouw Ribbon zag er uit,
-alsof ze zoo van een wilde vliegenjacht kwam, natuurlijk kwamen de
-vliegen nu ook nog op haar gezicht af, alsof het met stroop besmeerd
-was. Met haar zakdoek trachtte ze de lastige dieren op 'n afstand te
-houden. Niettemin glimlachte ze, zooals altijd en onder alle
-omstandigheden.
-
-Daan nam eerst het woord en zei alsof het een bestelling gold: "Wij
-wilden een zigeunerkamp hebben." Juffrouw Ribbon keek hem versteld
-aan, maar glimlachte alweer spoedig; zij houdt van een grap, en
-daarom wij ook van haar.
-
-"Hoeveel geld heb je daarvoor beschikbaar? Ze zijn duur, jongeheer
-Daan!"
-
-"O, dat komt later wel terecht, als u er ons maar aan een helpt," zei
-Daan.
-
-"Een zigeunerkamp is een flinke bestelling," zei juffrouw Ribbon
-nadenkend. "Maar je moet me eens wat nader zeggen, wat je bedoelt.
-Hoeveel zigeuners moet je hebben? Of is de bedoeling een kamp
-alleen?"
-
-Wij zagen, hoe ze lachte. Maar Alex zei nog eens uitdrukkelijk: "Dat
-zou nu de eerste keer worden, dat we hier tevergeefs kwamen. Neen,
-juffrouw, we moeten een compleet kamp hebben, met levende zigeuners
-erin."
-
-"Maar groote goedheid, kinderen, ik verkoop alleen dingen, die de
-menschen kunnen koopen. Levende zigeuners zijn niet te koop in dit
-Christelijk land."
-
-Wij begonnen terrein te verliezen, juffrouw Ribbon is ons te knap af.
-Toen zei Daan met potsierlijke verontwaardiging: "Wij zullen het
-onthouden, juffrouw. Wat wij wilden koopen was de inlichting over een
-zigeunerkamp. Maar we zullen u verder niet lastig vallen."
-
-Allen verlieten we den winkel, 't hoofd in den nek als vertoornde
-klanten.
-
-"'t Zal haar wà t spijten, dat ze ons niet heeft geholpen," zei Daan.
-We gingen dadelijk weer naar huis. Daar schreef Daan, op een groot
-vel van vaders preekenpapier, zoo mooi als hij kon:
-
-
- "Onmiddellijk inlichtingen gevraagd
- naar het naastbijgelegen zigeunerkamp.
- Gedurende één week in te zenden
- aan de pastorie.
- Daniël Marjoribanks."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Toen was de vraag: Waar zullen we dien brief brengen? We waren 't er
-allemaal over eens: niet bij juffrouw Ribbon. Daan had een mooi idee.
-Bij den kruisweg, juist aan 't begin van ons dorp, staat een groote
-mijlpaal. Wij namen een beetje lijm mee en gingen er heen. Onderweg
-zei ik tegen Daan: "Je zult er nog een belooning voor moeten geven."
-Daar had hij niet aan gedacht, maar vlug krabbelde hij nog op den
-brief: "De aanbrenger zal goed beloond worden." Zoo hoog als wij
-erbij konden, werd het papier tegen den paal geplakt, en daarna
-keerden we weer naar huis terug. Na de thee ging Daan nog twee keer
-kijken, of de lijm wel goed hield. Den tweeden keer zag hij, dat er
-twee mannen en een jongen bij stonden te lezen. "Ik hield me weg,"
-vertelde hij; "ik kroop achter een heg. Zij schenen er veel belang in
-te stellen."
-
-"Ik geloof, dat we beter gedaan hadden, met naar een ezel te vragen,"
-merkte ik op. Maar de jongens moesten daar niets van hebben. "Dat
-zigeunerkamp is juist de grap!" schreeuwde Daan. "Misschien zijn er
-in Lincolnshire niet eens zigeunerkampen," zei Lena.
-
-Dat hadden we nog niet overdacht. En dus gingen we op nader onderzoek
-uit. Vader werd aangeklampt om ons daar wat meer van te vertellen.
-Hij vertelde ons, dat hij eens zoo'n kamp had bezocht, toen daar een
-man ziek was geworden. Wij vertelden vader echter niet, waarom wij
-onze vraag deden, maar Puf wilde weten, of ze ook jongens en meisjes
-stalen.
-
-Den dag daarna kwam er een jongen aan de achterdeur en vroeg Daan te
-spreken. Gelukkig was hij thuis, want den volgenden dag begonnen de
-lessen weer. Zeer gejaagd kwam Daan aanloopen. De jongen vertelde:
-"Ik heb dien brief gelezen. Boer Brown, aan den weg naar Lemworth,
-laat altijd zigeunertroepen op een stuk land bij z'n boerderij
-uitrusten. In deze maand komen ze gewoonlijk, omdat ze dan naar de
-Lemworthsche kermis gaan, en die is vandaag over een week."
-
-"Sjonge, dat treffen we!" riep Alex. "Hoeveel heb je hem gegeven?"
-
-"Dertig centen. Dat vond ie heel best. Ik zal het natuurlijk uit onze
-ezelkas betalen."
-
-"Ik wou, dat we nu morgen dien ezel maar kochten, dat lange wachten
-is nergens goed voor," vond ik.
-
-Maar de jongens vonden, dat het wel een week uitstel waard was, om
-een echten ezel te kiezen uit een echt zigeunerkamp. En toen begonnen
-de lessen; alle dagen waren de jongens weg. Lena en ik kregen 's
-morgens les van tante Caroline, en Puf verbeeldde zich dat ook maar.
-De middagen hadden we voor onszelf, maar dan was er altijd wel wat
-naar een zieke te brengen, of andere boodschappen.
-
-Op zekeren dag hoorde vader mij brommen, omdat ik zoo graag een nieuw
-leesboek uit de school-bibliotheek wou lezen, en tante me toen een
-boodschap wilde laten doen, terwijl ik pas voor haar was weggeweest.
-Vader schudde zijn hoofd, en zei: "Semper paratus! Grietje, zoo wordt
-je niet een goede dienstmaagd."
-
-"Maar ik ben de meid van tante Caroline niet," flapte ik eruit.
-
-"Ik dacht, dat je een van Christus' dienstmaagden waart," sprak vader
-ernstig. "Jou kleine dagelijksche werkzaamheden zijn de plichten, die
-Hij je oplegt, Je kunt niet Zijn dienst scheiden van den dienst hier
-in huis, het zijn dezelfde plichten. Denk je wel altijd aan Zijn
-bevelen, kind?"
-
-"Ik vergeet het zoo vaak," zuchtte ik.
-
-"Een ontrouwe dienstmaagd is zulk een teleurstelling voor Jezus,"
-sprak vader zacht.
-
-Toen begon ik te schreien. Ik kon er niets aan doen.
-
-"Ik geloof niet vader, dat ik ooit een trouwe, gewillige dienstmaagd
-zal worden."
-
-"Waarom niet? Deze boodschap van je tante was een oproep tot _gaan_,
-nietwaar?"
-
-"Ik denk van wel," fluisterde ik.
-
-"Geloof je zelf, dat je in Christus' dienst bent?" vroeg hij me.
-
-"Ik hoop van wel, vader. Ik wil Hem dienen, omdat Hij voor mij
-gestorven is, en ik heb Hem lief, maar niet zóó, als het moest
-wezen. Ik denk, dat het _komen_, waarover u preekte, heel wat
-gemakkelijker is, dan het _gaan_. En wat het _doen_ betreft, ik heb
-er niet eens over gedacht. En, vader, het spijt me toch zoo, dat ik
-die Zondagsschoolklas niet heb genomen; Daan was me net voor."
-
-"Elken dag, Grietje, moet je zoowel komen als doen. Het eerste wat
-een knecht des morgens doet, is zijn heer om orders vragen. Heb je
-van morgen den Heer om Zijn bevelen gevraagd?"
-
-"Neen vader," zei ik, "ik heb mijn gebed vanmorgen afgeraffeld, omdat
-ik te laat op was."
-
-"O, maar dà t is de oorzaak van je ontrouw. Ik ben in mijns Meesters
-dienst al heel wat jaren meer, dan gij Grietje. Als ik beproef Zijn
-bevelen uit te voeren, zonder Hem steeds te bidden, dan geraak ik
-dadelijk in moeite. Den ganschen dag, en elken dag is het "komen" en
-"gaan"."
-
-Vader ging heen, ik bleef in nadenken verzonken staan, en beloofde
-mijzelf in stilte, dat ik trachten zou, nooit meer te mopperen, al
-werden mij honderd boodschappen per dag opgedragen.
-
-Ons plan, om op de kermis van Lemworth te gaan kijken naar een
-ezeltje, vond vader niet goed. De jongens vroegen hem toen, of we
-Zaterdag een langen dagmarsch mochten gaan maken; we zouden dan ons
-twaalf-uurtje meenemen, en zien, of er ook zigeuners te vinden waren,
-die een ezel voor ons te koop hadden.
-
-Vader vond dit goed, maar zei erbij, dat we slechts inlichtingen
-mochten vragen; het koopen van een ezel moesten we aan hem overlaten.
-
-Wat duurde het lang, voor 't Zaterdag was! Eindelijk was de
-langverwachte dag er, en dadelijk na 't ontbijt gingen we op weg. Puf
-ging te keer als een wanhopige, omdat hij niet mee mocht, en tante
-Caroline trachtte hem met allerlei schoone beloften tot bedaren te
-brengen.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Wij begonnen met twee mijlen te marcheeren langs den kalen, stoffigen
-weg; daarna klommen we over een schutting en gingen dwars over de
-landerijen. Drukke gesprekken en allerlei verhalen maakten de
-wandeling kort. Daan vertelde van een jongen op zijn school, met wien
-hij altoos aan 't vechten is. Hij komt uit Londen, heeft een
-verbeelding, alsof z'n vader hertog is, en ziet met minachting neer
-op "dat gewone volk", zooals hij het noemt.
-
-"Ik vind het niet erg "in den vorm" voor zoo'n heertje om te
-vechten", merkte ik op. Ik houd er van, om Daan met z'n eigen woorden
-te bekampen.
-
-"Ik heb 'm als een worst in mekaar gedraaid," zei Daan. "Ik had er
-zin in, met mijn vuisten er nog eens goed op te beuken. Maar ik laat
-hem nog liever heelemaal links liggen, omdat hij gewone menschen
-minacht."
-
-Lena vroeg: "Zouden we de zigeuners wel thuis vinden? Ze zullen
-allicht naar de kermis te Lemworth zijn." Daar hadden we zoowaar nog
-niet aan gedacht. We hielden even stil, om de zaak te overdenken;
-inmiddels werd de lunch in 't gras gebruikt.
-
-"Alle ezels zullen toch niet naar de kermis zijn," zei ik. "Hebben
-zigeuners wel altijd ezels?" vroeg Lena. "Och, hou toch op en doe
-niet van die malle vragen," zei Daan verstoord.
-
-Na nog een heelen tijd te hebben geloopen, kwamen we bij de boerderij
-van Brown, en daar vonden we tot onze blijdschap een kamp, een vuile
-tent, en een troep kinderen, die er bij speelden. Een zwart-uitziende
-vrouw was bezig met kleeren wasschen in een groote braadpan. Maar
-ezels waren er niet te zien; slechts een oud wit paard liep er te
-grazen.
-
-"Ik vrees, dat ze naar de kermis zijn," fluisterde Alex. "Toe Daan,
-ga es heen en groet die vrouw es."
-
-Daan kan dat altijd heel netjes; de lui op 't dorp mogen hem graag,
-omdat hij zoo netjes z'n pet kan afnemen. Hij ging recht op de vrouw
-af, en groette met z'n stroohoed.
-
-"Morgen juffrouw, mogen wij het genoegen hebben, enkele minuten met u
-te spreken?" Zij trok haar handen uit de braadpan en staarde ons aan,
-of we wilde dieren waren. Daan ging voort: "Ik weet niet wie
-de .... baas van dit kamp is, maar ik zou hem graag over zaken
-spreken."
-
-"Houdt je me voor den mal?" vroeg de vrouw ruw.
-
-"We meenen het allemaal ernstig," zei Daan. "U moet weten, wij willen
-een ezel koopen, en wij meenden, dat u er wel een te koop zoudt
-hebben."
-
-De vrouw lachte, en riep daarna: "Jim! Kom es hier en vertel dien
-jongens es, dat ze aan 't verkeerde adres zijn voor ezels."
-
-Een man, een echte zigeuner, kwam langzaam aanslenteren. Hij droeg
-groote blinkende knoopen aan jas en vest en broek, had een grooten
-geelrooden zakdoek om z'n hals en een zwaren ring aan een der
-vingers.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Wij doen niet in ezels!" zei hij, terwijl hij aan een groote pijp
-trok en ons met loerende oogen bekeek. "Hoeveel heb je er voor over?"
-
-"Dat zal vader wel behandelen," zei Daan met beslistheid. "We moeten
-een goeden, vluggen ezel hebben, een die loopt als de wind, en wij
-wenschen hem Maandagavond na zes uur aan de pastorie te Warlington te
-hebben, om 'm te bezien. Kan ik daarop rekenen?"
-
-Daan doet altijd zaken, als was hij een koopman van zessen klaar.
-Maar wij waren toch allen teleurgesteld, dat wij nu niet één
-ezeltje te zien kregen. Intusschen sloop Lena wat verder het kamp in,
-kwam weer terug en vroeg aan de zwarte vrouw: "Laat mij eens uw
-woning van binnen zien; ik zou ook wel in zoo'n kamp willen wonen."
-
-De vrouw vond het goed en ging ons voor; Alex ging mee, en Daan bleef
-met den man praten. De wagen zag er van binnen wat aardig uit. Aan
-den wand hingen schilderijtjes, platen en helder geschuurde pannen;
-maar lekker rook het er niet. Lena vond het er verrukkelijk en zei:
-"Zeg u es -- we zullen 't aan niemand verklappen -- maar is het waar,
-dat jelui kleine kinderen stelen, of staat dat alleen in de boeken?"
-
-De vrouw moest hardop lachen. "Wou je een tijdje met ons mee op reis,
-juffie?"
-
-"O, dolgraag, maar slechts voor een paar weken, in de vacantie. Ik
-geloof, dat het heerlijk is, gestolen te zijn!" De vrouw schudde haar
-hoofd. "Kinderen geven meer kwelling, dan ze waard zijn; die wij
-hebben, zijn al meer dan genoeg," zei ze.
-
-Lena was geheel uit 't veld geslagen. Alex vroeg haar, of ze wel
-waarzeggen kon. Ze schudde van neen. Maar -- zeiden we haar -- dan
-kun je ook geen echt zigeunerkind wezen.
-
-Toen we den wagen weer verlaten hadden, riep Daan ons. "De zaak is al
-in orde," zei hij; "wij zullen eenige ezels thuis krijgen, om uit te
-kiezen. Overmorgen komen ze; zoolang zullen we moeten wachten."
-
-Alex vroeg hem toen, of hij den zigeuner wilde vragen, dat die ons
-zou verzoeken om op een avond een echt zigeunermaal te komen
-bijwonen.
-
-Daan vroeg het en antwoordde ons, dat we er zelfs aan mochten
-deelnemen, voor twintig cent de man. De man verzocht ons te komen den
-eerstvolgenden Dinsdag, 's avonds om 9 uur. Toen zeiden we hem goeden
-dag, en vertrokken.
-
-Ik weet niet, hoe dat kwam, maar we waren allemaal een beetje
-teleurgesteld. Wij hadden verwacht een prachtigen ezel te zullen
-zien, en met een mooi-gezadeld exemplaar thuis te zullen komen; wij
-hadden gedacht, een groot, dichtbevolkt zigeunerkamp te zullen
-aantreffen, met een waarzegster er bij, met mannen er bij, die ringen
-in hun ooren droegen, die dansten en feest vierden, en een of ander
-gestolen kind, dat achter een boom stond te huilen. Maar van dat
-alles niets; niet één ezel, één kermiswagen maar, geen gestolen
-kind, één man maar en ééne vrouw.
-
-Intusschen vertelde Daan ons, dat de man iemand wist, die ezels
-verkocht, en dat die persoon op de kermis was. Maar hij zou hem wel
-vertellen, wat wij wenschten, en dan zou die koopman ze wel brengen.
-"Ik heb hem den tijd gegeven tot Maandagavond," zei hij deftig, "en
-ik heb er nog een mooi plan bij bedacht. Wij zullen op den mijlpaal
-aan den kruisweg een nieuw briefje plakken, waarop te lezen staat,
-dat iedereen die een ezel te koop heeft, er dienzelfden avond mee aan
-de pastorie moet komen." "Dat wordt een ezelen-revue!" juichte Alex,
-en sprong in 't rond.
-
-Met groot verlangen zagen we Maandagavond tegemoet. Wij houden er erg
-van, iets lang vooraf te weten, dan heb je altijd schik vooruit en je
-wordt niet zwartgallig. Betty en Clara zeggen, dat ze haast altoos
-somber gestemd zijn, daarom heb ik ze gezegd, dat ze vooral veel
-plannetjes moeten maken.
-
-In een tevreden stemming naderden we ons dorp weer. Bij het spreken
-over de avondpartij in 't zigeunerkamp, liet ik Daan merken, dat ik
-vreesde, dat vader ons geen toestemming zou geven, om er heen te
-gaan. "Nu ja," zei hij, "jelui -- Lena en jij -- doen ook beter met
-niet te gaan. Alex en ik wel, omdat vader het ook wel eens gedaan
-heeft; vader zei, dat sommigen van die zigeuners heel nette menschen
-zijn."
-
-"Maar wij zouden toch graag meegaan," zei ik wat ontevreden. "Alles
-wat lekker is, is nog niet verkeerd!"
-
-"Wees toch zoo'n kwast niet," zei Alex. En Lena voegde er nijdig aan
-toe: "Ik ga toch, 't kan me niet schelen, wat ouwe Griet doet; als ik
-er voor gestraft word, heb ik het toch al gehad!"
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VIII.
-
-
-Puf was danig verstoord, toen we zonder ezeltje thuis kwamen.
-Dadelijk na de thee ging Daan het nieuwe briefje aan den mijlpaal
-hechten. Allen gingen we mee en hielpen hem. Hij schreef er op:
-
-"Gevraagd een eerste-klas ezel. Op bezien te zenden Maandagavond 6
-uur aan de pastorie." Erboven schreef hij nog: "Belangrijk en
-spoed-eischend."
-
-Toen dat afgeloopen was, gingen we weer naar huis, en hielp ik tante
-Caroline met opruimen, want het was Zaterdagavond. De zangoefening
-had ze ons ditmaal geschonken, omdat we uit waren geweest; doch voor
-we naar bed gingen, nam ze ons mee naar de piano in de zitkamer, en
-zongen wij de gezangen nog eens, die we voor Zondag moesten kennen.
-Daarna zei tante Caroline tot Daan: "Kom je morgen naar de
-Zondagsschool?" Daan antwoordde erg ruw: "Ja, ik denk 't wel."
-
-Toen zei ik: "Tante, ik wou wel een klas nemen, als u nog een andere
-had."
-
-"Ik denk, Grietje, dat er daarvoor niet genoeg kinderen zijn. Lang
-geleden heb ik het je al gevraagd."
-
-"Wat leer je hun toch, Daan?" vroeg Lena. Maar Daan ging de kamer
-fluitende uit, en zei geen woord. Ik was er ook zeer benieuwd naar,
-wat hij ze leerde, maar toen ik het tante vroeg, zei ze: "'t Is
-jammer, dat jongens altijd denken, dat ze hun gevoelens onder zich
-moeten houden. Hij weet uitnemend de orde te bewaren, leert ze hun
-tekst en versje, en vertelt hun heel aardig een Bijbelsch verhaal."
-Ik zuchtte, want ik wou zoo graag hetzelfde werk doen.
-
-Maandagmiddag kwam Lena naar me toe rennen: "O Griet! ik ben bij
-juffrouw Ribbon geweest, en zij zegt, dat ze een prachtigen ezel
-weet, en dat had ze ons allang kunnen zeggen, als we 't haar maar
-verteld hadden, en we niet naar die zigeuners waren gegaan. Zij zegt,
-dat ie aan een boer behoort, en dat die 'm verkoopen wil.
-
-"Wel," zei ik, "zeg haar, dat ze hem bericht den ezel vanavond
-opzicht te zenden."
-
-"Dat heb ik haar gezegd, maar zij zei dat ze niemand had om hem die
-boodschap te brengen."
-
-"Waar woont hij?"
-
-"Dat weet ik niet."
-
-Ik ging dadelijk naar juffrouw Ribbon, en kwam te weten, waar de boer
-woonde. Het was wel een heel eind, maar ik dacht, als tante Caroline
-me maar even vrij liet, kon ik wel even heengaan. Tante zou juist met
-vader uitgaan. Ze gingen naar een vergadering in Lemworth, en vader
-zou er spreken. Zij vonden goed, dat ik ging, en zeiden meteen, dat
-we met de thee niet op ze behoefden te wachten. Ik vroeg angstig:
-"Maar u zult toch tijdig genoeg terug zijn, vader, om ons ezeltje uit
-te kiezen?" Hij glimlachte: "Ik vrees, dat we zullen moeten
-adverteeren, kind; ik twijfel er aan of je hier wel ezels heen zult
-krijgen."
-
-"Wij verwachten wagenladingen vol!" riep ik uit, en rende heen.
-
-Lena wou meegaan, en samen staken we dus de velden dwarsover. 't
-Rennen hield spoedig op, want het was o zoo warm; wij plukten bladen
-van zuring en varenkruid om ons te verkoelen. Eindelijk waren we aan
-de boerderij. Een prachtige tuin lag vóór de groote boerderij; in
-dien tuin lag een heer in een rieten stoel, en daarbij zat een dame.
-Ik vreesde, dat we verkeerd waren, maar we moesten den tuin door, om
-bij de voordeur te komen. Ik vroeg hun, of daar Mr. Donnyball woonde.
-De dame glimlachte: "Ja zeker, ga maar naar het huis, daar zul je
-zijn vrouw wel vinden. Wij zijn maar logé's."
-
-Ik liep door, maar Lena bleef achter, zij mag graag met vreemde
-menschen praten; ik niet. Ik belde en een boerenmeid kwam voor; zij
-riep dadelijk de boerin, die heel blij was, toen ze hoorde wie ik
-was. Ik herkende haar dadelijk; zij en haar man komen elken
-Zondagmorgen bij ons in de kerk en zitten in de middelste banken.
-
-Zij zei: "Kom binnen, lieve. Jan en ik zeggen altijd tegen mekaar,
-jelui zitten als engelen in het koor, en het is een genot, jelui te
-hooren zingen, en jelui goeje lieve vader preekt als een apostel.
-Kom, ga binnen, dan zal ik je een stuk van mijn eigengebakken koek
-geven, en een glas melk. En wat is nu de boodschap, kind?"
-
-Zij sprak zóó snel, dat ik er geen woord tusschen had kunnen
-krijgen. Toen ik haar het doel van mijn komst verteld had, zei ze:
-
-"Ja, jelui hebt een ezel noodig, hé? Kijk es wij hebben logé's,
-kapitein en mevrouw Rogers. Zij komen uit Londen; zij hebben familie
-te Lincoln. Hij is sedert den oorlog kreupel, en wij dachten, dat
-onze Nell hem heel zacht in een rieten wagentje zou kunnen trekken,
-maar hij ziet het ding niet, of maakt rechtsomkeert, en is niet tot
-kalmte te krijgen. Wij hebben er toen over gedacht, een pony te
-nemen. Mijn mans broer heeft er een; en zoo is het gekomen, dat ik
-tegen juffrouw Ribbon zei, dat we Nell niet wilden houden. Mijn
-kleine jongen reed er altijd op" -- ze begon eensklaps te schreien;
-ik begreep, dat haar kind was overleden en betuigde haar mijn
-deelneming daarover. Vervolgens zette ze mij in een heerlijk koele
-serre, riep Lena ook, en beiden kregen we toen een glas melk en een
-stuk gebak. Ze beloofde, dat de ezel dien avond door een der knechts
-zou gebracht worden. Ik was wat in m'n schik; we wilden nog graag den
-ezel zien, maar men was met 'm naar den molen om meel te malen. We
-namen nu afscheid en bij 't heengaan hielden de heer en mevrouw
-Rogers ons nog aan.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Lena had hun natuurlijk alles al verteld; de kapitein vroeg lachend:
-"Wat geven jelui voor den ouden knol?" Ik vertelde hem, dat we een
-ezelen-revue zouden hebben, en daaruit kiezen zouden.
-
-"O!" riep hij uit, "daar moet ik bij wezen." Lena klapte in de handen
-en liet hem beloven, dat hij komen zou. Maar Mevrouw Rogers was er
-niet voor; hij was niet erg sterk, vertelde zij. Toen zei Lena: "Ik
-zal u een brief sturen, als u 't goed vindt, en daarin van de revue
-vertellen. Tante Caroline laat ons brieven schrijven, om te leeren
-stellen." Mevrouw Rogers vond het heel aardig, en wij vertrokken.
-
-Lena begon te rammelen: "Wat zijn ze lief hé? Ik geloof, dat
-kapitein Rogers vergeten heeft te groeien, hij praat net als de
-jongens; Mevrouw Rogers keek hem onophoudelijk aan, en zei een keer:
-"Charles, breng het kind nu niet in de war." Ik zei, dat ik nooit in
-de war kwam. Toen fluisterde hij: "Als je met je hoofd omlaag slaapt,
-hou je ook op met groeien."
-
-"Hij spreekt net als tante Marie," merkte ik op. "Ik hoop, dat hij
-bij ons zal komen."
-
-"Ik zal hem een brief schrijven en vragen, om toch vooral te komen,"
-zei Lena.
-
-Toen wij thuis kwamen, was het theetijd, en waren de jongens juist
-uit school terug. Zij spotten met ons ezeltje. "Als de ezel van
-juffrouw Ribbon komt, zullen we 'm slaan, waar de anderen bij zijn,"
-dreigden ze. Wij vertelden hun, dat het niet juffrouw Ribbon's, maar
-boer Donnyball's ezel was.
-
-En zoo naderde het met spanning verwachte oogenblik van de
-ezelen-revue.
-
-Toen 't zes uur was, stonden we allen aan 't hek; Puf was op 't
-poortje geklommen, om toch vooral de eerste te wezen, die hen zag
-komen. Wij wachtten, wachtten tot bijna halfzeven, toen Nell kwam
-opdagen. Hij zag er prachtig uit, dik en helder, en met een mooie
-grijze kleur; de jongen, die hem bracht, scheen ook zeer met hem
-ingenomen. Terwijl we ons om den aankomeling verdrongen, kwamen, in
-een stofwolk gehuld, vier leelijke, ruwe beesten aangedraafd,
-begeleid door een man en een jongen. En toen begon de revue.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Ik wenschte, dat vader er nu maar was, maar Daan meende zelf de keuze
-wel te kunnen maken. Nog waren we bezig, van alle kanten het vijftal
-te bekijken, toen een oude vrouw kwam opzetten, ook met een ezel, en
-werkelijk een aardig beest.
-
-Het begon nu vermakelijk te worden; een troep kinderen stond om ons
-heen, en nog meerderen kwamen erbij kijken. Wij hadden nu zes ezels,
-en nog was vader er niet.
-
-De vier magere ezels behoorden aan onzen vriend den zigeuner, en de
-mooie zwarte behoorde aan een vriendin van juffrouw Tapson. Daan deed
-heel gewichtig; hij fluisterde Alex wat in, waarna deze z'n pet in de
-lucht wierp en uit alle macht Hoera! riep. Onmiddellijk daarna nam
-Daan het woord en schreeuwde: "Kijk hier, we moeten een ezel hebben,
-die goed kan loopen, en nu willen we uit deze zes den besten kiezen.
-Daarvoor zullen we een wedstrijd houden; wie van de zes het vlugst
-een afstand van één mijl loopt, is ons."
-
-De dorpskinderen juichten bij het hooren van deze afkondiging, en wij
-niet minder. De man met de vier magere exemplaren keek niet bijzonder
-opgewekt. En hij mopperde: "Ik heb deze puike beestjes 10 mijlen
-moeten laten loopen, om ze hier te brengen, en ik heb er niet op
-gerekend, dat ze nu ook nog een wedstrijd moeten meemaken. En dat op
-zoo'n heeten dag!"
-
-"Wel," zei Daan, die altijd rake opmerkingen heeft, "we zullen ze een
-voorsprong geven. Op den hoogen weg zal de wedloop plaats hebben; tot
-den ouden eik, waar de bliksem is ingeslagen, is het een halve mijl,
-ik heb het opgemeten. Nu zullen we ze tot daar laten rennen; de start
-is bij ons hek."
-
-Vervolgens vroeg hij aan juffrouw Tapson's vriendin, die Rowe heette,
-hoe ver haar ezel had geloopen; 5 mijlen, was het antwoord. Bob
-Tapson had ons briefje aan den mijlpaal gelezen, en toen haar
-gewaarschuwd. Zij was nu met het ezelkarretje hierheen gekomen.
-
-Daan begon nu den wedstrijd te regelen. "Wij moeten jockeys hebben,"
-vond Alex, en voegde er meteen bij: "ik zal den grijzen berijden."
-Toen deed Daan ook maar eerst een keus, en bestemde den zwarten voor
-zich. Dit was de ezel van juffrouw Rowe.
-
-Maar de jongen van boer Donnyball zei, dat hij zelf z'n ezel moest
-berijden, want hij kende z'n eigenaardigheden. Alex koos zich dus een
-van de vier zigeuner-ezels; dan nam de jongen, die erbij was, een
-tweeden van 't viertal, de man wilde dan den derden nemen. Maar Daan
-vond hem daar te zwaar voor. Lena en ik vroegen hem, ook een ezel te
-mogen berijden, maar hij wou 't niet hebben. Hij vond, dat wij
-moesten post vatten bij de start. Twee jongens uit 't dorp bestegen
-toen de twee andere zigeuner-ezels. Zij moesten alle vier zonder
-zadel bereden worden.
-
-Het begon nu te spannen; iedereen wond zich op, en toen we de ezels
-alle op den hoogen weg brachten, en ze daar op een rij plaatsten,
-scheen het heele dorp wel uitgeloopen, om er naar te kijken.
-
-Daan gaf den 10-mijlen-ezels 200 meter voorsprong, dien van juffrouw
-Rowe 100 meter, en de grijze, die maar een mijl geloopen had, vertrok
-bij ons hek. Het kostte heel wat tijd, voordat alles in orde was. Als
-vertreksein vind Daan een pistool heel geschikt, maar we hadden geen
-bruikbaar exemplaar meer; dus werd de tafelbel gekozen. Hiermee liep
-ik tot midden op den weg, en luidde haar toen uit alle macht. De zes
-harddravers zetten zich in beweging, maar ook de gansche troep
-kinderen rende er achter aan, schreeuwend en juichend, dat je hooren
-en zien verging. Lena en ik hadden graag evenzoo gedaan, maar wij
-hadden de wacht bij het eindpunt, en hielden ons dus gereed voor een
-nauwkeurige opname van den tijd der terugkomst.
-
-Een van de bruine ezels wilde niet; hij struikelde over een kuiltje,
-en bleef bewegingloos staan. De man, die hem en z'n 3 makkers
-gebracht had, begon te vloeken en hem te slaan. Lena en ik werden
-beangst, en we vroegen Baldwin, er heen te gaan, en hem te vragen,
-maar op te houden. Natuurlijk waren de keukenmeid en Emma en Baldwin
-ook komen kijken.
-
-Het duurde lang, eer ze terugkwamen, maar eindelijk hoorden we
-juichkreten en zagen we Daan op den zwarten ezel in draf aanrijden.
-Met een galop sprong hij het eindpunt binnen. Van de anderen was nog
-niets te zien. Eindelijk verscheen ook Alex; hij was twee keer
-afgeworpen; hij zei, dat zijn ezel kuren had, en terwijl hij ons
-daarvan vertelde, nam het dier juist weer een sprong, en buitelde
-Alex over z'n kop in een bed brandnetels. Ik kon m'n lachen niet
-houden, hoewel ik het voor Alex jammer vond. Vervolgens verscheen de
-boerenknecht; zijn ezel lag aan den weg, en had hem enkele
-oogenblikken geleden afgeworpen.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-De andere ezels waren geen van alle goed, zij kwamen niet eens tot
-aan den eikeboom, ze stonden koppig op den weg, en wilden niet voort,
-waarop Daan den man te kennen gaf, dat we een loopenden, geen
-stilstaanden ezel moesten hebben. De man was verre van prettig
-gestemd en raasde van belang. Hij wilde voor z'n vergeefsche reis
-betaald worden, en ging naar de herberg om vaders thuiskomst af te
-wachten. Natuurlijk waren we 't allen eens over den winnaar, en
-juffrouw Rowe was wà t in haar schik. Zij prees haar ezel als een
-eerste-klas-harddraver en wilde er haar karretje en het tuig bij
-verkoopen voor een prijsje. Nu kwam het belangrijkste nog: de
-koopsom. Zij zei, dat ze den ezel en het karretje niet meer noodig
-had, omdat ze te Lemworth ging wonen, en daarom zou ze 't ons voor
-een prijsje laten: voor de gansche verzameling vroeg ze 54 gulden. 't
-Scheen goedkoop, maar ... wij hadden het niet! Daan telde onze kas na;
-er was slechts 10 gulden en 20 cent in, en daar kwam dan bij
-grootmoeders 36 gulden. Terwijl we hierover nog aan 't onderhandelen
-waren, kwamen vader en tante Caroline van 't station.
-
-Hoewel vader zeer vermoeid was, kwam hij ons dadelijk helpen. Hij
-deed eenige vragen over den ezel, hoe oud hij was, en hoe lang ze hem
-had gehad, en of ie ook rare kuren had, en hoe snel of ie loopen kon;
-wij vertelden hem dadelijk van den wedstrijd, en toen wilde vader ook
-de andere zien.
-
-Te midden van deze nieuwe drukte riep tante Caroline Lena en mij naar
-binnen, om naar bed te gaan. Toen ze was thuisgekomen, had ze Puf al
-naar bed gestuurd. We moesten dus van al dat moois scheiden, doch
-waren er zeker van, dat vader Andy, den ezel van juffrouw Rowe, zou
-kiezen.
-
-Zoo gebeurde het ook, en Alex kwam ons nog even vertellen, toen we al
-in bed lagen, dat vader ook het karretje gekocht had; wij moesten hem
-ons verdiende geld geven, en hij zou de rest er bijvoegen. Juffrouw
-Rowe had den ezel met toebehooren voor 48 gulden achtergelaten.
-
-Lena en ik waren verschrikkelijk verdrietig, dat we den intocht van
-ons ezeltje in den stal niet konden bijwonen. Den volgenden morgen
-had Baldwin hem al in 't grasveld bij de keuken gelaten. Wij gingen
-naar 'm toe en Lena gaf hem een wortel. Hij kwam dadelijk op ons af,
-en at 'm op. Maar toen we op z'n rug wilden klimmen, sprong ie weg.
-
-Na het ontbijt gingen vader en tante hem bekijken. Vader vond, dat de
-jongens best zelf het karretje konden opschilderen.
-
-Na school gingen we allen, verheugd over onzen nieuwen makker, naar
-den stal, en beproefden het karretje. Het bleek ons alle vijf best te
-kunnen houden.
-
-Daarna gingen we Andy vangen, zetten Puf op z'n rug, en maakten een
-plechtigen rondgang over het grasveld. Vervolgens maakte ieder van
-ons een rijtoer, totdat Andy zóó vermoeid was, dat ie op z'n
-voorknieën ging liggen, zich tuimelen liet, en in 't gras lag te
-rollen.
-
-Wij gingen in huis, en Alex fluisterde mij in: "We gaan morgenavond
-naar 't zigeuner-feestmaal!"
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK IX.
-
-
-Het is zoo angstig, als je met heel je hart het goede wilt doen, en
-je ontdekt dan, dat je toch eigenlijk bezig bent om te doen, wat niet
-goed is. Alle mooie dingen schijnen dan verkeerd te zijn. Dat
-feestmaal bij de zigeuners b.v. leek mij toch wel een der heerlijkste
-zaken, waarvan ik ooit gehoord had. Den volgenden dag na theetijd
-wandelde ik in den tuin rond en overdacht deze dingen. Ik wist heel
-wel, dat ons niet zou worden toegestaan, er heen te gaan, en in elk
-geval ons meisjes niet. Maar wij bleven altoos tot beddegaanstijd in
-den tuin, en het zou dus niet moeilijk vallen, in 't duister te
-ontsnappen. Zoo'n wandeling in 't donker en zoo'n feestmaal in 't
-zigeunerkamp scheen wà t avontuurlijk. En dan de terugtocht bij
-maanlicht!
-
-En toen begon ik over mijzelf te denken. Als ik een trouwe
-dienstmaagd wilde wezen, mocht ik natuurlijk niet gaan naar een
-plaats, waar mijn Meester mij niet wilde hebben en dus moest ik Hem
-daar eerst over vragen. En nu hoop ik, dat ge het niet verwaand zult
-vinden, als ik vertel, dat 'k naar het struikgewas bij de kerk ging
-waar niemand me kon zien. Daar vertelde ik alles aan Jezus, en ik
-vroeg hem, om mij thuis te houden, als het verkeerd was er heen te
-gaan. Toen ik opstond, gevoelde ik met groote zekerheid dat ik niet
-mocht gaan, en ik wist ook, dat ik moest trachten, Lena eraf te
-houden.
-
-Ik ging haar dus zoeken. En ik was allesbehalve op m'n gemak, toen ik
-zag, dat de jongens al den weg op slopen. Ik vloog ze achterna en
-vroeg:
-
-"Gaan jelui?"
-
-"Ja zeker," zei Daan. "Je deedt beter met wat haast te maken, als je
-meewilt."
-
-"Ik ga niet mee," zei ik. "Waar is Lena?"
-
-"Die probeert even braaf te worden als jij," zei Alex mopperend. De
-tranen kwamen mij in de oogen.
-
-"O, ik wou, ik wou dat ik mee mocht!" riep ik uit, en liep toen naar
-huis terug zoo hard als ik kon, want het trof mij, dat ik anders net
-zou doen als Bileam, die wilde doen, wat God hem had verboden. Maar
-ik was blij, dat Lena ten minste ook niet meegegaan was.
-
-In huis ging ik haar overal zoeken, maar ze was nergens te vinden.
-Toen schoot mij te binnen dat ze misschien Andy goedennacht was gaan
-zeggen. Ik ging dus den tuin weer door en vroeg aan Baldwin en Emma
-en de keukenmeid, of ze haar ook gezien hadden. Niemand had haar
-gezien. Terwijl ik nog druk zocht, kwam tante Caroline naar buiten,
-zei me dat het bedtijd was en vroeg, waar Lena zat. Ik vertelde haar,
-dat ik overal naar Lena gezocht had, maar ze nergens kon vinden.
-Tante vond, dat ik dan maar vast naar bed moest gaan, Lena zou dan
-wel volgen. Ik zei vader, die in z'n studeerkamer was, dus
-goedennacht, en ging de trap op. Ik gevoelde mij verdrietig, en begon
-weer te wenschen, dat ik toch nog maar met de jongens was meegegaan.
-En ik herinnerde mij nu ook, hoe Lena gezegd had, dat ze toch zou
-meegaan, hoe ze er ook later voor gestraft zou worden.
-
-Ik lag juist in bed, toen tante Caroline boven kwam. "Griet, waar is
-Lena toch? Emma zegt, dat ze nergens te vinden is, en de jongens,
-waar zitten die?"
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Ik zweeg; het is bij ons niet "in den vorm", te klikken. Dat doen we
-nooit. Maar tante wou me aan den praat hebben. Zij dreigde, vader te
-zullen halen, als ik niet antwoordde. Ik zei toen: "Ik weet, waar de
-jongens zijn, tante, maar ik wil het liever niet zeggen, en ik weet
-niet, of Lena ook met hen mee is." "Maar je moèt zeggen, waar ze
-heen zijn, Griet; het is heel leelijk van ze, om zoo weg te snappen."
-"Ze zullen niets geen verkeerds uithalen, maar het zal wel laat
-worden, eer ze thuis zijn." "Ik zal dadelijk met vader er over
-spreken," zei tante; zij wist wel, dat we nooit van elkaar zouden
-klikken; 't speet mij wel voor haar, want ze zag er zoo bezorgd uit.
-Na eenigen tijd kwam vader boven, en toen ik hem hoorde komen, stopte
-ik m'n hoofd goed onder de dekens en deed alsof ik sliep. Maar dat
-lukte niet best, want hij legde zijn hand op mijn hoofd, en dat is
-als een kus, en dan gevoel ik, dat ik hem alles kan vertellen. "Wel,
-kind, is Lena nog niet boven water? Wat zijn jelui toch lastig. Tante
-is er heelemaal van in de war."
-
-"Het spijt mij vader, maar Lena heeft mij niet gezegd, dat en waar ze
-heenging, en ik heb haar ook niet zien heengaan."
-
-"Weet je, waar de jongens zijn?"
-
-"Ja, vader."
-
-Hij zweeg even, en zei toen: "Je moet me alles zeggen. Ik kan niet
-hebben, dat een van m'n kleintjes zoo laat op den avond de deur uit
-is, zonder dat ik weet, waar ie zit."
-
-Ik vertelde hem nu de geschiedenis, en hij zuchtte. "Het is heel
-ondeugend van ze, en dat zullen ze weten ook. Daan heeft mij zeer
-teleurgesteld."
-
-"Och vader," zei ik, zijn hand grijpende, "als u nog een jongen was,
-dan ben ik er zeker van, dat u het ook zoudt gedaan hebben. Denk u
-eens in: Zij mogen rond een kampvuur zitten en konijnenvleesch eten,
-en dan worden er zigeunerliederen bij gezongen. Wat is daar nu voor
-verkeerds in?"
-
-Vader glimlachte. "Wel Grietje, het zal de jongens geen kwaad doen,
-maar zigeuners zijn geen goede vriendjes voor mijn volkje, en Daan
-had beter moeten weten. En dan, Lena is nog een popje!"
-
-Hij ging naar de deur, knikte mij toe, en zei: "Goed kind." Even
-daarna hoorde ik de huisdeur toeslaan, en ik begreep, dat hij hen
-ging halen. Ik trachtte wakker te blijven, maar 't lukte mij niet, en
-gewoonlijk sliep ik in eens door tot het uur van opstaan. Toen ik
-wakker werd, keek ik allereerst naar Lena's bed, en zag, dat ze er
-weer was. Toen ze wakker werd, zag ze er nog erg slaperig en hangerig
-uit. "Toe, vertel me es gauw," zei ik. "Ben je met de jongens
-meegegaan?"
-
-"Natuurlijk, domme meid. Ik heb je toch gezegd, dat ik het zou doen.
-Ik ben nog vóór hen weggegaan, in geval je mij hadt willen
-tegenhouden; op de stoep bij juffrouw Ribbon wachtte ik ze op." Op
-boosaardigen toon vervolgde Lena: "Daan wou me terugsturen, maar ik
-zei hem, dat ik niet een van z'n Zondagsschoolkinderen was. Maar hij
-vond 't niets prettig, en dreigde, mij niet te zullen helpen, als ik
-achter raakte!"
-
-"Vertel me nu van het feestmaal," drong ik nieuwsgierig aan. "Dat was
-er niet," zei Lena boos. "We hebben heelemaal tevergeefs geloopen, en
-mijn voeten gingen zeer doen. Toen wij er kwamen, was alles donker;
-het gansche kamp was verdwenen, en er was geen mensch meer te zien.
-Maar aan een boom was een briefje gespijkerd, en daar stond met
-vreeselijk slechte letters opgeschreven:
-
-"Zigeuner-feestmaal Eerst den haas vangen, dan braden."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Daan vond het een heel knappen zigeuners streek, maar zij waren met
-dat al heel boos, en ik niet minder."
-
-Wat was ik blij, dat ik niet was meegegaan! Ik had nu niets gemist.
-Maar die blijdschap was weer niet goed, ik had even blij moeten
-wezen, als ze een heerlijken maaltijd hadden genoten. "'t Is wat
-moois," bromde Lena. "Nu krijgen we allemaal straf voor niets. En we
-hebben niet eens den maaltijd gehad." Bij het ontbijt waren de
-jongens o zoo kalm. Vader had hun een flinke bestraffing gegeven, en
-na theetijd mochten ze, evenmin als Lena, in den tuin. Vader straft
-ons heel weinig, maar wij hebben altijd meer verdriet van zijn
-boosheid dan van de straf zelf.
-
-Voordat de jongens naar school gingen, zei Daan tegen me: "Ik
-verwonder me er niet over, dat wel-opgevoede lui zeggen, dat de
-wereld steeds slechter wordt. Dat heb ik nu weer aan de zigeuners
-gezien!" Dat was alles, wat hij ooit nog weer over het mislukte
-zigeuner-feestmaal zei.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-De volgende dagen werden besteed aan het schilderen van het karretje;
-de jongens vonden helgroen de beste kleur. Vervolgens werd
-onderhandeld over den aankoop van een zadel voor Andy. Ook hiervoor
-gingen we weer, ieder op z'n vroegere manier, aan 't verdienen; Daan
-werd weer vischboer, Alex voor ditmaal ook, Lena ging weer borstplaat
-verkoopen, en ik gaf Bob Tapson weer wat groenten en bloemen mee voor
-de markt.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Te midden van al deze bezigheden kwam ons jaarlijksch schoolfeest,
-dat hier meest op een der landerijen of in het park van Mevrouw Laura
-wordt gehouden. Ditmaal ontving Mevrouw Laura de kinderen in haar
-park; wij marcheerden er, allen met vlaggen gewapend heen, en
-onderweg voegden zich ook de kinderen van het naaste dorp er bij,
-zoodat het een groote optocht werd.
-
-Den dag vóór het schoolfeest kwam Daan thuis met een blauw oog en
-een snede er boven. Hij vertelde me, dat hij aan 't vechten was
-geweest met den "wilde", dat is die vuile jongen met z'n dikke
-beenen. Vader ondervroeg Daan terstond, en deze vertelde: "Ik heb hem
-al te lang gespaard, vader. Hij meende alles maar tegen mij te kunnen
-zeggen.
-
-Hij zei b.v., dat in de gevangenis haast allemaal domineeszoontjes
-zitten, omdat hun vaders allen huichelaars zijn. Ik eischte van hem,
-dat ie z'n woorden zou terugnemen, maar hij keek me brutaal aan en
-zei: Jou lieve papa mag de lui van den preekstoel de les lezen, maar
-zijn brave zoon heeft mij niets te vertellen, begrepen? En toen vloog
-ik op 'm los, hij rende weg, pakte een steen op en slingerde dien
-naar mij toe. Dat ie me z'n vuist onder de oogen zou geduwd hebben,
-alla, maar een steen! Wij vlogen allen op 'm aan, en hij vluchtte in
-een der schoollokalen, maar spoedig hadden we hem daar weer uit;
-terwijl de jongens hem stevig vast hielden, heb ik hem een flinke
-aframmeling gegeven. Het was goed, dat ik het deed, en niet een van
-de andere jongens, want ik weet, wanneer ik moet ophouden; als de
-jonge Gray hem te pakken had gekregen, wel ik geloof, dat ie 'm half
-dood had geslagen."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Ja," voegde Alex er bij. "En toen ging ie huilend naar meester, maar
-die zei 'm, dat ie gekregen had, wat ie verdiende."
-
-Vader zei niet veel. Hij verstaat jongens zoo goed. Net voor we naar
-bed gingen, kwam Daan naar me toe, en zei: "Hoor es, Griet, ik wil je
-de kleine Zondagsschoolklas overdoen. Ik kan het niet meer doen. Ik
-kan die kinderen niet verbieden te vechten, als ik het zelf doe.
-Gisteren heb ik in 't dorp nog twee vechtende jongens gescheiden. Het
-was eigenlijk verkeerd zoo op te treden, maar ik dacht aan het
-_gaan_, dat ons geleerd is. En dan dat geval met Lena. Neen, ik kan
-die klas niet meer houden."
-
-"Goed," zei ik, "maar ik vrees, dat ik 't niet veel beter zal maken.
-Mag je nooit iets verkeerds doen, als je aan de Zondagsschool bent?"
-
-"Ik wil geen huichelaar wezen," zei Daan en ging weer weg. Toen vader
-te hooren kwam, dat de klas aan mij was overgedaan, riep vader Daan
-bij zich. "M'n jongen, weet je wel, waarin je verkeerd hebt gedaan?
-Je hebt het paard achter den wagen gespannen; je begon al te gaan nog
-vóór je was gekomen."
-
-Daan kleurde, en zweeg even. Toen: "Hoe bedoelt u dat, vader?"
-
-"Je gelijkt op een burger, die met de soldaten mee wil om te strijden
-en zichzelf als soldaat beschouwt, maar hij heeft zich nooit geoefend
-en kan niet eens de wapenen der soldaten hanteeren en hun gewoonten
-volgen."
-
-Daan zei niets meer; ik zag, dat hij ernstig nadacht. Ik deed
-evenzoo, en ik meen vaders bedoeling te begrijpen. Hij heeft ons wel
-meer gezegd, dat, hoewel hij ons in den doop aan God heeft gewijd, om
-Zijn dienstknechten te worden, de tijd komt, dat we dat ook zelf
-moeten doen. En daarmee moeten we niet wachten, tot we onze
-belijdenis doen. Heb ik nu mijzelve aan den Heer gewijd, dan zal Hij
-me ondersteunen in alles, wat ik noodig heb.
-
-Het lachte Daan niet bijzonder toe, om met z'n blauwe oog aan het
-schoolfeest deel te nemen. Vader zei, dat hij daar blij om moest
-wezen, want als hij thuis bleef, mocht hij met den ezel naar Relton
-rijden. Dat is vijf mijlen van hier, vader had er een boodschap voor
-een boer. Dat leek Daan en om dat te bewijzen, deed hij een sprong in
-de lucht.
-
-Zaterdagmiddag te twee uur gingen we allen, behalve Daan, naar 't
-schoolfeest; zelfs Puf was van de partij. Toen we aan 't Huis kwamen,
-stonden Clara en Betty op 't bordes, en toonden zich zeer verheugd,
-toen ze ons opmerkten tusschen de lange rijen schoolkinderen. Betty
-was nu aardig beter, en kon met behulp van krukken goed vorderen. Wij
-bleven even met ze praten, terwijl de andere kinderen verder trokken.
-
-In het park werden allerlei spelletjes en wedstrijden gehouden,
-waarna we op thee werden onthaald, waarbij heerlijk geboterde koeken
-werden opgediend. Tante had mij opgedragen, goed op Puf te letten,
-want die is nog al gemakkelijk van innemen.
-
-Intusschen hadden we met Clara en Betty een afspraakje gemaakt, dat
-ze met hun ponyrijtuigje bij ons zouden komen. Wij zouden dan onze
-équipage ook voor den dag brengen en er zou weer een wedstrijd
-worden gehouden. Ik denk, dat Andy wel even vlug zal loopen, als hun
-pony.
-
-Terwijl we zoo aan 't praten waren, kwam Mevrouw Rogers op me toe;
-zij nam me even mee, om haar man te groeten, die onder een boom zat
-met verscheidene heeren en dames. Wij hadden 't zóó druk gehad, dat
-Lena geheel vergeten had, haar brief aan den Kapitein te schrijven,
-en deze vroeg dus, of wij al een ezel hadden gekregen. "Wij hoorden
-al, dat de ouwe Nell niet best heeft voldaan," zei hij; "dat
-verwondert me niet."
-
-Ik vertelde hem van de proefritten, van het schilderen van ons
-karretje, en van onzen arbeid om nog een zadel te verdienen. Toen hij
-hoorde, dat de jongens uit visschen gingen, vroeg hij, of ze elken
-morgen versche visch voor z'n ontbijt konden brengen. Ik haalde Alex
-en zei hem, dat ik een goeden afnemer voor hem gevonden had. Toen hij
-vernam, wie, kwam hij dadelijk, en was spoedig druk aan 't praten met
-den Kapitein.
-
-Deze vertelde hem, dat hij vroeger een renpaard hield, maar nu in een
-mandewagentje moest voortsukkelen.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Daar kunt u ook in meedoen," vond Alex.
-
-"Ja," voegde ik er aan toe, "de volgende week hebben we een
-wedstrijd. Betty en Clara komen met hun rijtuigje, en als u nu met uw
-wagentje kwam, dan hebben we al drie deelnemers.
-
-"Het lijkt me wel," zei de Kapitein, "maar jelui hebt toch zoo'n
-breeden weg niet."
-
-"Neen," zei ik, "maar ik dacht om het te doen op een groot veld, en
-dan in de rondte, net als de Romeinen in een ampi... hoe heet zoo'n
-ding ook?"
-
-"Heb je lauwerkransen?"
-
-"Jawel," zei ik opgewonden, "we hebben wel laurierbladeren in den
-tuin, en daar zullen we wel kransen van maken."
-
-"Och Karel, wat praat je toch een nonsens," zei Mevrouw Rogers
-lachend, maar haar oogen stonden droevig. Ik trok een lip, bang, dat
-er nu weer niets van komen zou, en ik vroeg Mevrouw nog eens, ons
-vooral te helpen. Zij antwoordde: "De dokter verbiedt mijn man, te
-loopen, lieve, hij mag geen opwinding hebben."
-
-"Dat is nòg niet erg," zei de Kapitein vroolijk, "dan zal ik de
-keizer wezen, en de lauwerkransen uitreiken."
-
-"We zouden ook een schildpadden-wedstrijd kunnen houden," vond Alex;
-"dat zou voor u nog wel te doen zijn, meneer."
-
-"'t Is het beste, dat jelui maar allemaal hier naar de boerderij
-komen. Boer Donnyball heeft al gehooid, en dus ligt er een groot stuk
-land beschikbaar."
-
-"Dat zou heerlijk zijn," zei ik. "Als u een dag zoudt willen
-vaststellen, dan zal ik er met Betty en Clara over spreken. Zaterdag
-is voor ons de beste dag, dan hebben we vacantie."
-
-"Goed, aanstaanden Zaterdag dan, precies om twee uur."
-
-"Maar de zangoefening dan?" fluisterde Alex me in. "Die missen we
-telkens. Ik wou, dat tante die maar op een anderen dag zette, 't is
-onze eenige vacantiedag."
-
-Alex' opmerking deed me aarzelen. Vader had ons al eens gezegd, dat
-we tegenwoordig aan niets anders dan aan pleizier schenen te denken.
-Maar ik wou toch ook niet graag den wedstrijd afbestellen. Kapitein
-Rogers, onze aarzeling bemerkende, vroeg: "Wanneer begint jelui
-zomervacantie?"
-
-"Den laatsten van deze maand," antwoordde ik, "tenminste voor de
-jongens. Ik denk, dat tante Lena en mij nog wat na-lessen zal geven,
-omdat wij met het verhuizen nog al achterop zijn gekomen."
-
-"Wel, laten we den wedstrijd dan verdagen tot 1 Augustus," stelde de
-Kapitein voor; "dat valt op een Donderdag." "Best, dat zullen we
-doen!"
-
-Ik ging gauw naar Betty en Clara, die het plan heerlijk vonden.
-Thuisgekomen, vertelden we het plan aan Daan, die het ook best vond.
-Lena en ik maakten vervolgens plannen, om ons karretje met bloemen te
-versieren. En zoo zagen we allen met verlangen den eersten Augustus
-tegemoet.
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK X.
-
-
-Ik zag er erg tegen op, om Daan's Zondagsschoolklas te gaan
-onderwijzen, maar tante ried mij aan, om den Bijbel te nemen. Ik las
-de geschiedenis van Samuel over, totdat ik ze van buiten kende, en
-den volgenden morgen ging ik met tante naar het lokaal, mij gelukkig
-voelende in het besef, dat het nu eindelijk aan _gaan_ was
-toegekomen.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Mijn klas bestond uit 4 jongens en 3 meisjes, geen ouder dan 6 jaar.
-Zij riekten erg naar zeep en pomade, en hun gezichten glommen van 't
-wasschen. Een van de jongens, Freddy Salt, kon of wou niet
-stilzitten, en de drie meisjes hadden daar zooveel belangstelling
-voor, dat zij niet eens naar mij luisterden. Eerst probeerde Freddy
-een vlieg te vangen, en toen ie 'm had, werd het diertje van hand tot
-hand doorgegeven. D'r was geen orde in te krijgen, en ik zei
-eindelijk boos tegen 'm: "Freddy, als je niet stil kunt zitten, zal
-ik je als een popje op mijn schoot nemen."
-
-Hij staarde me angstig aan, eindigde met z'n vliegenjacht, en bleef
-verder rustig zitten. Ik vertelde de geschiedenis van Samuel en
-merkte op, dat God van ons allen gehoorzame dienstknechten wil maken.
-Eensklaps zei een jongen, Bertie geheeten: "Ik hoor God nooit roepen,
-als ik in bed lig." "Neen," antwoordde ik, "maar als je iets
-verkeerds van plan bent, dan spreekt Hij in je hart, dat je 't niet
-doen moogt." Ze schenen dit te begrijpen, en toen zei er een: "God
-kan ons niet iets zeggen, Hij is veel te ver weg." Ik vertelde hun
-toen, hoe dichtbij Hij was, en hoe lief Hij ons heeft, zoodat we,
-niet uit vrees voor straf, maar alleen om Hem te believen, ons best
-moeten doen. Maar ik weet niet, of ze 't begrepen; voor hen was de
-eenige reden, om gehoorzaam te zijn, gelegen in de vrees voor straf.
-Hoofdschuddend zei een der meisjes: "Ik heb Jezus altijd lief. Als ik
-zoet ben evengoed als wanneer ik stout ben."
-
-"Je kunt Hem niet liefhebben, als je verkeerd doet," antwoordde ik.
-"Je doet Jezus verdriet aan, als je ongehoorzaam bent." Ze herhaalde:
-"Dan heb ik Hem evengoed lief." Ik gevoelde, dat ik het haar niet
-goed duidelijk had gemaakt.
-
-Toen de les ten einde was, ging ik vermoeid en ook dankbaar, dat ik
-er doorheen was gekomen, naar huis. Na kerktijd vertelde ik vader een
-en ander, en zei hem, dat het verbazend moeilijk was, om kleine
-kinderen te leeren. Hij vroeg mij, wat we besproken hadden, en toen
-ik het hem verteld had, zei hij: "Denk eens aan de gelijkenis, Griet;
-het uitgezaaide zaad komt na vele dagen op. Vertel den kleintjes van
-hun Verlosser, Die voor hen stierf en Die nu zoo dicht nabij hen
-leeft, dat Hij ze elk uur van den dag zal helpen. Als je hart vol is
-van Hem, kind, zal het je gemakkelijk vallen, anderen van Hem te
-vertellen."
-
-"Maar," zei ik, "mijn hart is zoo vol van allerlei andere dingen, en
-ik weet niet, wat ik er aan doen moet."
-
-"Heb je den Heere lief?"
-
-"O, ik hoop van wel, en ik geloof ook van wel, maar ik doe zoo vaak,
-wat verkeerd is."
-
-"Zie niet altoos op jezelf, maar zie op Hem!"
-
-Meer zei vader niet. Met de jongens had ik toen nog een gesprek over
-het trouw blijven ... in het ezelkarretje. 't Was gisteravond, toen
-we na de thee een ritje gingen maken. Daan stuurde en Puf zat naast
-hem op het voorbankje; Lena, Alex en ik waren achterin gekropen.
-'t Was een heerlijke tocht; overal keken de lui ons na om de nieuwe
-équipage van den dominee te zien. Zoodra we buiten de huizen waren,
-begon het gesprek, eerst over Andy.
-
-"Ik zou wel es willen weten, of ie ons nu al kent," zei Lena. "Hij
-zou wel een ezel moeten zijn, als ie dat nu nog niet wist," vond Alex
-en wij lachten dat we schaterden!
-
-"'t Is een ezel," zei ik, "dat is 't 'm juist, als 't een hond was,
-zou ie wel slimmer wezen."
-
-"Ja maar alle honden zijn niet slim," zei Daan.
-
-"Maar ze zijn trouw," merkte ik op. "Je hoort altijd van trouwe
-honden, nooit van trouwe ezels."
-
-"Wat beteekent dat eigenlijk, trouw?" vroeg Lena.
-
-"Ik denk," antwoordde ik, "dat trouw beteekent: altoos dezelfde zijn
-en nimmer veranderen. Houdt je eenmaal van iemand, dan ook voorgoed."
-
-"Een trouw ridder," zei Daan, "is iemand, die nooit z'n vrouw in den
-steek laat, zij is altijd zeker van hem."
-
-"En wat is dan een trouwe dienstknecht?" vroeg Lena. "Iemand, die
-nooit z'n werk in den steek laat," antwoordde Daan.
-
-"Ik geloof niet, dat je trouw kunt zijn zonder lief te hebben,"
-merkte ik op.
-
-"Juist, dat is de zaak," zei Alex. "Als een hond z'n baas niet
-liefheeft, kan hij ook niet trouw zijn. Evenmin kan een dienstbode
-trouw zijn, als ze niet van haar meesteres houdt. Dat moet altoos
-samengaan."
-
-"Semper fidelis," fluisterde ik.
-
-"Doe nou niet, alsof je Latijn kent, Griet; je hebt dat gelezen op de
-graftombe in de kerk."
-
-"Ja, dat is ook zoo. Maar wat is het ook moeilijk, om zóó trouw te
-zijn, en altoos zóó lief te hebben, als die ridder."
-
-"Och," zei Daan, "ik geloof, dat als je werkelijk iemand lief hebt,
-dan doe je dat zonder erbij te denken, net als een hond."
-
-Hier brak Puf eensklaps de debatten af, door met uitgelatenheid af te
-kondigen, dat ie een heerlijken verjaardag tegemoet zag, en dan een
-completen ezel zou krijgen. Want -- zei hij -- van dezen heb ik maar
-een stukje. Waaraan Daan toevoegde:
-
-"Hij heeft er een vijfde van. Maar vertel ons es, Puf Dikkert, wie
-zal je d'r een geven?"
-
-"De Heer," zei Puf, terwijl hij hoogst ernstig keek. "Het zal geheel
-m'n eigen ezel zijn en ik zal 'm zóó voeden, dat ie dikker wordt
-dan ons huis." Op dit oogenblik reden we een oude vrouw voorbij, die
-een bos takken op haar rug meevoerde.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Hé!" riep Daan, "moet je nog ver? Willen wij je vrachtje
-overnemen?"
-
-Zij wou dat wà t graag, en overlaadde ons met dankbetuigingen. Ze
-zei, dat haar hut nog een heel eind verder stond; zij had hout
-gesprokkeld. Daan beloofde haar, dat we den bos bij haar voor de deur
-zouden neerleggen, en toen reden we door.
-
-"Toen ik dien dag, dat jelui naar het schoolfeest waren, naar Relton
-reed," vertelde Daan, "bood ik iedereen, dien ik voorbijreed, een
-plaatsje in de kar aan, en zoo had ik twee oude vrouwen en een jongen
-aan boord, toen ik in 't dorp kwam."
-
-"Dat zullen we nu weer zoo doen," riep Alex geestdriftig uit.
-
-"Ja maar, we hebben geen plaats meer," merkte ik op. "We zitten hier
-als haring in een ton."
-
-"Dan moeten jelui d'r maar uitgaan, en loopen," vond Daan. "Hè, als
-we es een rijtuig tegenkwamen, dat niet meer voort kon, of een
-verongelukte auto met een dame er in, die de handen wrong om redding,
-dà t zou nog es "in den vorm" zijn."
-
-Maar zulke ontmoetingen hadden we niet, en we kwamen zonder eenig
-avontuur thuis. Daar ging ik over denken. Het was heel leuk, om uit
-rijden te gaan in een ezelkarretje, maar daar deed je toch nog maar
-weinig goeds mee. Toen we langs den mijlpaal reden, waaraan we onze
-advertenties geplakt hadden, zei ik: "Hoor es! Als onze vacantie
-begint, moeten we om beurten den ezel sturen. Ik kan dat evengoed als
-jij, Daan. Ik zou zeggen, minstens één keer per week moest ik 'm
-hebben."
-
-"Wel," zei Daan, "d'r zijn zes dagen in een week, den Zondag erbuiten
-gerekend. Als wij nu ieder een dag nemen, blijven er nog twee voor
-vader en tante en Puf." Dat was heel aardig berekend van Daan. En
-Alex voegde erbij: "En dan zullen we de beurten naar ouderdom
-regelen. Daan op Maandag, ik op Dinsdag, Griet op Woensdag en Lena op
-Donderdag."
-
-Het plan werd algemeen toegejuicht.
-
-Inmiddels had ik een plannetje bedacht, dat de jongens niet weten
-mogen. Het is dit. Ik heb een briefje geschreven, en dat wil ik aan
-den mijlpaal plakken; er staat op:
-
-"Iedereen, die zelf of voor anderen vrij vervoer wenscht, vervoege
-zich bij Grietje Marjoribanks, elken Woensdagmorgen aan de pastorie."
-
-Aan Lena vertelde ik het dien avond nog. "Je lijkt wel koetsier te
-willen worden," zei ze, "ik heb liever zelf het genot er van."
-
-"Neen," zei ik, "vader zegt, dat z'n tijd en z'n kracht altoos ter
-beschikking van de gemeenteleden staan. En dat moet Andy nu ook. Hij
-moet een echte gemeente-ezel worden, en dan zal ik 'm zelf besturen."
-
-"Ik zal er eens over denken, wat ik met 'm doen zal," zei Lena. Daar
-heb ik geen al te beste verwachtingen van.
-
-Het scheen wel of de vacantie nooit komen zou. En toen ze eindelijk
-aanbrak, had Daan al menige oefening met Andy achter den rug; 't
-ezeltje was voor 1 Augustus al goed gewend, den weg langs te rennen.
-Men vond, dat het dier bovendien nog op diëet moest, om z'n gewicht
-te verminderen. Nu is 't waar, Andy wordt erg dik, want hij eet den
-ganschen lieven dag maar gras, behalve dan, als ie met ons uit moet.
-
-Maar wat moesten we hem geven? Haver kost veel geld. Lena vond
-bouillon heel geschikt, maar bouillon is ook duur, en zoo is ten
-slotte alles, wat versterkt. Andy loopt uitstekend en heeft geen
-kuren, behalve deze, dat ie zoo nu en dan plotseling stilstaat, om
-dan na een of twee minuten weer door te draven. Ik heb gezegd, dat
-hij dat doet, om even uit te rusten en op krachten te komen. Daan
-meent, dat ie dan even staat te denken. En Alex denkt, dat ie dat
-doet, om ons te toonen, dat ie een eigen wil heeft, en dien op z'n
-tijd wenscht te gebruiken.
-
-Intusschen waren Lena en ik druk bezig met het vlechten van
-laurierkransen en het bijeenzoeken van bloemen om ons karretje te
-versieren.
-
-Den dag voor 1 Augustus waren we van 's morgens vroeg tot 's avonds
-laat in de weer; wij hadden rosetten van fel-roode geraniums gemaakt,
-om die aan Andy's oogkleppen te hechten; dan hadden we varenkruid en
-madeliefjes langs de buitenzijde van het karretje gehangen en verder
-nog slingers van madeliefjes om den disselboom gestrengeld. Baldwin
-wilde niet toestaan, dat we de mooiste bloemen plukten, maar we
-hebben toch, toen hij even weg was, eenige fijne bloempjes om de
-zweep weten te vlechten. Ik heb al zoo vaak mee helpen versieren in
-de kerk, dat ik de goede soorten wel wist te kiezen, tot groote
-tevredenheid dan ook van de jongens, die op dit gebied toch maar
-weinig te vertellen hebben.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Om half één zaten we al aan ons middageten. We kleedden ons allen
-op z'n Zondagsch, en wisten Baldwin nog enkele mooie rozen af te
-bedelen, die we om onze hoeden vlochten. Toen we uitreden, liep het
-halve dorp uit, om ons bloemenrijtuig te zien; ze vonden het allemaal
-even prachtig. Ik hoorde nog, dat een vrouw tegen haar buurvrouw zei:
-"Wat beleven we toch wondere tijden, mensch! Wie had dat nou ooit
-kunnen denken, hè? Altijd bedenken ze maar weer wat nieuws."
-
-Met groot gejuich reden we het dorp door, en toen het veld in, een
-prachtig ruim en effen veld, terzijde waarvan onder een boom Kapitein
-Rogers in z'n mandewagentje al zat te wachten. Toen hij en zijn vrouw
-ons zagen naderen, herkenden ze ons nauwelijks, zóó was ons
-karretje veranderd door de bloemen.
-
-Na vijf minuten kwamen ook Betty en Clara aangereden, en toen zaten
-we al voor de eerste moeilijkheid. Zij dachten er niet aan, Alex als
-koetsier bij zich te nemen, wilden bepaald zelf sturen. Alex was er
-leelijk door in z'n wiek geschoten; gelukkig had kapitein Rogers een
-goeden inval. Hij rees moeilijk uit z'n wagentje op, en liet zich met
-behulp van Mevr. Rogers in z'n badstoel neer; toen zei hij tegen
-Alex, dat hij op de boerderij den pony mocht gaan halen, dien voor
-het wagentje spannen, en dan daarmee deelnemen aan den wedstrijd. Wij
-juichten van blijdschap, want nu hadden we drie mededingers. Er werd
-nu afgesproken, dat Daan en ik in ons karretje zouden plaats nemen,
-Alex en Lena in het mandewagentje van den kapitein -- er was net
-genoeg plaats voor twee -- en Puf wezen we een plaats aan als
-controleur bij het eindpunt. Dat beviel 'm slecht; hij begon hard te
-huilen, en jammerde, dat hij het ezeltje had gekregen, en dat hij er
-mee wilde rijden. Daan zeide hem, dat hij de gansche onderneming in
-de war bracht, maar Puf bleef te keer gaan, en we konden zoo niet
-beginnen. Ik stelde hem ten slotte voor, met Daan te gaan, inplaats
-van mij, want het was toch ook wel hard, hem alleen te laten staan.
-En Daan was dat voorstel al heel welkom, want hij had liever het
-lichte gewicht van Puf, dan mijn gewichtigheid. Mevr. Rogers vroeg
-mij nog, of ik het niet akelig vond, maar ik zei haar van niet, want
-ik kreeg nu de gelegenheid, de drie mededingers bij den eindpaal te
-zien aankomen.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Ik ben niet zoo kinderachtig, om te gaan huilen, als ik niet mee mag
-rijden," zei ik, terwijl ik Pufs tranen van z'n bolle wangen veegde.
-Hij was spoedig weer in z'n hum en klom zoo vlug als ie kon, in ons
-karretje. Betty vond ons wagentje heel lief. Zuchtend zei ze: "Ik
-wou, dat Clara en ik ook zulke aardige ideetjes hadden. Maar als
-jelui d'r niet bij zijn, voelen we ons lang niet zoo pleizierig."
-
-Ik keek naar haar keurig rijtuigje met de blauwe kussens, naar het
-nikkelen beslag van het paardetuig, naar den prachtigen pony, en
-schudde het hoofd. "Jawel," zei ik, "maar wij moeten onze armoede
-achter bloemen verbergen, en dat behoeven jelui niet." Ze lachten
-luid en vonden ook, dat dà t het wel zou wezen.
-
-Kapitein Rogers had den weg bepaald; een boerenknecht had hij hier en
-daar steenen laten opstellen, en toen onze kibbelpartij was
-beëindigd, stelde hij ons op een rij naast elkaar op. Hij had ook
-een echt pistool bij zich, om het vertreksein te geven. 't Was eenig!
-
-Tweemaal moest het veld worden rondgereden, en toen ik bij het
-eindpunt gereed stond, leek het mij nog wel zoo aardig buiten dan in
-de wagentjes. Eerst scheen het, of Betty en Clara 't zouden winnen,
-maar langzamerhand begon Daan ze in te halen, en toen Andy ze achter
-zich liet, gaf ik een schreeuw van vreugde. In de tweede rondte begon
-de pony met het mandewagentje, die eerst een heel eind achter was
-geweest, steeds harder te rennen, en haalde eindelijk Daan in. Maar
-Daan begon Andy zóó onbarmhartig te slaan, dat zij een tijdlang
-gelijkop reden.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Zelfs haalde hij den pony weer in, en ik dacht werkelijk, dat hij 't
-nog zou winnen, toen Andy, dicht bij het eindpunt plotseling
-stilhield, en zóó hardnekkig, dat er geen beweging meer in te
-krijgen was.
-
-Daan schreeuwde en sloeg er op los, maar Andy bleef staan, koppig en
-tot geen toegeven geneigd. 't Was verschrikkelijk, ik schreide haast.
-Al spoedig kwamen Alex en Lena aanrijden, en precies gelijk met Clara
-en Betty reden ze het eindpunt binnen. Zij wonnen dus beiden, en niet
-zoodra hoorde Andy hen hoerah! roepen, of hij zette eensklaps weer
-aan, en draafde naar het eindpunt, maar natuurlijk te laat nu.
-
-Wat waren we boos op 'm! Behalve natuurlijk Alex en Lena, die 't nu
-gewonnen hadden; zij schenen wel heelemaal te vergeten, dat het ook
-hun ezel was, die verloren had. Mevr. Rogers wist niet, wie ze nu den
-lauwerkrans moest geven, en dus stelde de kapitein voor, dat de twee
-pony's nog eens tegen elkaar moesten draven; ditmaal echter maar een
-kleineren afstand. De pony van de boerderij won het nu gemakkelijk.
-En zoo kreeg Lena den lauwerkrans. Ze was er zóó verheerlijkt mee,
-dat ze haar hoed afwierp en den krans op haar hoofd zette.
-
-Na afloop van den wedstrijd zochten we allen een rustig plekje aan de
-rivier, en bepraatten daar nog eens druk de gebeurtenissen van den
-heerlijken middag. Er werd een vuurtje gemaakt, en thee gezet, en
-rondom 't vuurtje gezeten, konden we ons heel wel verbeelden, in een
-zigeunerkamp te zijn aangeland.
-
-Vervolgens werden allerlei spelletjes gedaan, vooral ook die, waarbij
-we konden blijven zitten, omdat Betty nog niet vlug loopen kon. 't
-Speet ons, toen we naar huis moesten. Naast elkaar reden wij, te
-weten Clara en Betty in haar, en wij allen in ons wagentje, naar
-huis.
-
-Eigenlijk waren we allemaal ook nog 'n klein beetje uit ons humeur;
-Clara en Betty, omdat ze 't niet gewonnen hadden; Daan en ik, omdat
-Andy ons door z'n malle kuren had doen verliezen. Kapitein Rogers
-zei, dat je zooiets nu eenmaal van een ezel moet verwachten, daar
-zijn 't ezels voor.
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XI.
-
-
-We zijn deze week begonnen met het op beurten rijden met Andy.
-Afgesproken is, dat we, als het onze beurt is, niet bepaald alleen
-behoeven te gaan, we mogen ook wel anderen meenemen; maar wiens beurt
-het is, die stuurt, daar gaat niets van af.
-
-Maandagmorgen vóór 't ontbijt nog bevestigde ik mijn briefje aan
-den mijlpaal. De jongens wisten er niets van, en bemerkten het pas 's
-middags, toen er enkele menschen naar stonden te kijken; ze kwamen
-naar huis en vroegen mij lachend: "Wou je de menschen op je rug
-dragen, Griet? Dat lijkt wel zoo, want er staat op dat briefje niets
-van Andy."
-
-"Dat is mijn zaak," gaf ik ze terug, "als ze d'r verstand gebruiken,
-zullen ze dat wel snappen." Het hinderde mij, dat ze me alweer
-uitlachten, want ik was zoo echt in m'n schik met het plan van
-personenvervoer per open équipage. Ook vader had mijn briefje
-gelezen, en zei tot me: "Dat vind ik best, Grietje, je lijkt in dat
-opzicht op je moeder. Ik ben er blij om, dat je er iets voor voelt,
-om je genoegens te deelen met hen, die minder gelukkig zijn dan jij."
-
-Daan bleef den heelen dag met Alex weg; zij hadden hun boterhammen
-meegenomen, en kwamen laat thuis. Alex scheen zich bij dien rijtoer
-door de omliggende dorpen zóó ingespannen te hebben, dat hij den
-volgenden dag niet in staat was, zelf goed te sturen. Maar 's middags
-knapte hij op en reed met Lena weg; ik merkte, dat zij wat in 't
-schild voerden. Voor den armen Andy was 't een zware dag. Er stond
-veel wind, en Alex nam twee groote vliegers mee, die Daan en hij den
-vorigen winter gemaakt hadden.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Hij en Lena lieten de touwen geheel vieren en bonden de uiteinden elk
-aan een kant van 't karretje. Zij reden het dorp uit, en trokken de
-vliegers mee, die door den flinken gang mooi hoog stonden. Zoodra ze
-echter een hoek omreden, rukten de vliegers een anderen kant op, dan
-Andy trok. Lena vertelde mij later, dat ze gehoopt had, dat de
-vliegers hen hadden voortgetrokken. Andy deed z'n best ze mee te
-trekken, maar spoedig gaf hij het op, en bleef ineens koppig staan.
-Een half uur lang trachtten ze hem vooruit te krijgen; Alex liet hem
-keeren, en sleurde hem een eindje mee. Toen brak een vliegertouw en
-een vlieger verdween als de wind; de ander kwam in een boom terecht
-en bleef daar vast zitten; Alex klom in den boom, en kreeg hem zoo
-terug. Vrij tijdig kwamen ze weer thuis. Daan vroeg Alex
-belangstellend, waarom of ie zoo dom gedaan had. Hij had gedacht, dat
-Alex de vliegers had willen gebruiken als zeilen op het karretje, dan
-hadden ze dubbel zoo snel gereden. Maar Alex was boos op Andy en
-mopperde: "Ik vind 'm niet half zoo aardig meer als eerst."
-
-"Och kom," zei ik tot hem, "je moet er eerst eens gewoon mee gaan
-rijden. Jij en Daan hebben zoo graag een ezel willen hebben, om je
-naar school te brengen, maar daarvoor heb je hem nog niet één keer
-gebruikt."
-
-Alex keek zuur en zei: "Weet je waarom niet? Dat is het begin van
-Daan's ruzie met Sausaye geweest. Toen Sausaye hoorde, dat wij een
-ezel hadden, ging hij staan dansen en zong een spotliedje op vader.
-Daan liep dadelijk op hem toe; hij hield niet op en kreeg toen een
-opstopper van Daan. En als Daan 't niet had gedurfd, had ik het wel
-even opgeknapt."
-
-Ik keek hem aan en zei: "Was het wel goed om zoo te doen? Sausaye mag
-z'n spotlust botvieren, maar de kinderen van iemand als vader moesten
-dat niet zóó beantwoorden."
-
-"Sta toch niet zoo mal te preeken," zei Alex, en toen ik nog wat
-zeggen wou, stopte hij z'n vingers in z'n ooren en rende weg. Nu
-begrijp ik, waarom de jongens niet met Andy naar school willen
-rijden: ze zijn bang, dat ze uitgelachen zullen worden. Ik denk, dat
-jongens daar banger voor zijn dan meisjes.
-
-De dag van Lena's beurt eindigde niet best. Pas na den middag reed ze
-uit, want we hadden tante Caroline geholpen met pruimen plukken voor
-jam. Zij wil altoos de jam zelf maken. Wij wilden haar allen eerst
-helpen, maar werden vrij moe; Lena werd stekelig, omdat zij niet
-vóór 't middageten met Andy kon wegrijden. "Ik zal zien, dat ik Puf
-mee krijg; ik heb het 'm ook beloofd."
-
-"Zal ik ook meegaan?" vroeg ik.
-
-"Neen, dank je, jij speelt toch maar den baas over mij. Hè, laten
-we die akelige jam toch laten zitten, waarom doet de meid het niet?
-Vader heeft tante geroepen, die zal dus zoo gauw wel niet terug
-zijn."
-
-"Je behoeft niet te wachten," zei ik; "ik zal tante wel helpen; de
-meid moet de provisiekasten schoonmaken."
-
-"Maar 't is veel te laat, om Andy nu nog te halen, 't is wat moois!"
-
-Zij vloog de keuken uit; toen tante terugkwam, was het juist
-etenstijd.
-
-"Ik hoop, dat er nu maar niet meer jam behoeft gemaakt te worden,"
-zei ik. "Ik heb er zoo 'n hekel aan, en het is hier zoo heet."
-
-"Het is heel goed voor kinderen, om te doen, wat ze niet graag doen,"
-zei tante ernstig. "Het leven is je niet alleen gegeven, Grietje, om
-het voor jezelf te hebben."
-
-Ik voelde mij beschaamd, ook omdat wij een groote vacantie hebben, en
-Lena en ik juist deze eerste twee weken niets aan de lessen doen.
-Maar tante ging voort: "Ik vind het ook zoo pleizierig niet, Griet,
-om in een heete keuken jam te maken, maar ik doe het, omdat het
-gedaan moet worden."
-
-Ik antwoordde: "Ik dacht, dat volwassen menschen alles prettig
-vonden. Als zij niet willen, dan doen ze 't niet, niemand, die hen
-beveelt."
-
-"Het plichtsgevoel beveelt hen," zei tante. "Als je grooter wordt,
-zul je soms bemerken, dat je gansche leven bestaat uit dingen,
-waarvan je niet houdt, en die toch gedaan moeten worden."
-
-Dat was wat nieuws voor me. Ik dacht altijd, dat volwassen menschen
-alleen doen, wat ze prettig vinden. Misschien vindt tante Caroline 't
-ook wel niet prettig, om altijd op ons te passen; wellicht zou ze
-veel liever thuis zijn. Ik geloof, dat ik goed zou doen, haar beter
-te helpen. Ik loop altoos weg, om te spelen, als zij wat van mij
-verlangt. Ik denk, dat het bij het _doen_ behoort, om haar beter te
-gaan helpen, en ik zal het ernstig gaan beproeven.
-
-Den ganschen middag speelde ik cricket met de jongens. Zoowat 4 uur
-verscheen Lena, met loshangend haar en angstige blikken. Zij riep
-Daan toe: "Kom gauw, Andy is gewoon woest en ik vrees, dat Puf
-verdrinken zal."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Wij vlogen allemaal met haar mee, terwijl zij, geheel buiten adem,
-haar wedervaren vertelde.
-
-Hortend en stootend kwam het er uit: "Ik wou met hem de sloot
-doorrijden, juist bij de doorwaadbare plaats. Ik stuurde hem het
-water in, maar toen, in plaats van recht door te stappen begon hij
-rond te draaien, zoodat de kar ten slotte tegen een steen terecht
-kwam. Toen was er geen beweging meer in te krijgen; uren lang heb ik
-er mee getobd, en eindelijk ben ik uit de kar geklommen en ben door
-het water gewaad. Ik trok mijn kousen en schoenen uit en beval Puf,
-stil te blijven zitten, totdat ik terug kwam, en nu moeten we gauw
-doorloopen en zien, hem eruit te krijgen."
-
-Verschrikt riep ik uit: "Heb je Puf midden in de sloot laten staan?"
-En Daan vroeg: "Waarom heb je niet dadelijk den eersten den besten
-man, dien je tegenkwam, om hulp gevraagd?" "Ik kwam niemand tegen,"
-zei Lena, "en bovendien was ik veel te bang, dat ze 't aan vader
-zouden zeggen, daarom ben ik dadelijk hierheen gekomen."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Gelukkig was het niet ver weg, maar hoe Lena op 't idee was gekomen,
-om de sloot door te gaan, daar begreep ik niets van. Ik zou het nooit
-gewaagd hebben; had Daan nog pas niet verteld van een man, die daar
-met z'n wagen verdronken was? Toen wij bij de rivier kwamen, was er
-geen spoor van Puf meer te zien. Lena ging vreeselijk te keer en
-jammerde: "Ze zijn allebei verdronken, en ik zal vermoord worden,
-omdat het mijn schuld was!"
-
-Wij gingen een beetje verderop een brug over; Daan begon te gelooven,
-dat Andy weer was doorgeloopen en hier of daar heen gedraafd. Alex en
-hij gingen toen plat op den grond liggen, net als detectives of
-Indianen, om eenig spoor te ontdekken. "De wielen waren natuurlijk
-nat, en moeten dus in het gras een spoor hebben gemaakt," zei Alex en
-keek er heel geleerd bij. "Kijk, hier bij m'n hand is een heel nat
-spoor!"
-
-"Ja, en de grassprietjes zijn plat gereden," voegde Daan eraan toe;
-"nu moeten we dat spoor volgen. Hadden we maar een bloedhond!"
-
-Lena fleurde wat op. Wij volgden het spoor, maar het grasveld was
-niet lang, en we waren spoedig bij een weg aangeland. We begonnen nu
-een soort springpas te maken, dat is een manier van loopen, waarbij
-je nooit moe wordt, omdat het je nooit buiten adem brengt. Maar wij
-zagen, hoe nauwkeurig we ook tuurden, geen wielsporen. We kwamen nu
-aan een hoogen weg, en wisten niet, wat nu te doen, verder of terug.
-Maar daar stond een huisje vlak bij; fluks daarheen gerend, vroegen
-we aan de vrouw, of ze ook een ezelkarretje gezien had met een
-jongetje erin. Zij opende haar huisdeur, en daar zagen we Puf aan
-tafel zitten, kalm aan 't oppeuzelen van een appel! Wat waren wij
-blij! Andy had een plekje op haar grasveld gekregen. Zij vertelde
-ons, dat zij het karretje had zien aankomen, en dat Puf zoo hard als
-ie kon had geschreeuwd: Ho! Ho! Zij was naar buiten gevlogen, had de
-zaak tot staan gebracht, Andy vastgebonden, en Puf, die huilde van
-angst, in huis gehaald en tot bedaren gebracht. Natuurlijk was Andy,
-zoodra Lena verdwenen was, er vandoor gegaan; het was maar een geluk,
-dat Puf stil was blijven zitten.
-
-Wij bedankten de vrouw vriendelijk, haalden Andy uit het grasveld en
-reden tezamen naar huis terug. Vader bromde erg op Lena, dat zij zulk
-een gevaarlijke poging had gewaagd. Zij zal zulke fratsen nu
-voorloopig wel uit haar hoofd laten. Puf deed natuurlijk net, of ie
-het heerlijk had gevonden. "Ik stuurde zelf, en we reden als een
-sneltrein!" "Ja," zei Alex, "en je huilde van geweld!"
-
-"Ik heb alleen gehuild, toen ik die vrouw zag," zei Puf, die nooit
-verlegen is met een antwoord; "ik wist, dat ze ons zou tegenhouden,
-daarom huilde ik."
-
-"Jij mag niet liegen, Puf," kwam ik tusschenbeiden, "dat is niet "in
-den vorm", behalve als je een boosdoener bent."
-
-"Ik was zoo bang met Andy, en als ik bang ben dan huil ik altijd!"
-verdedigde zich Puf. Hij moet altijd 't laatste woord hebben, en ik
-zweeg dus maar.
-
-Toen het mijn dag was, ben ik 's morgens om 10 uur al op rit gegaan.
-Vlak bij ons hek vond ik een heel groot pak, waarop geschreven was:
-"Wil zoo goed zijn, dit te bezorgen bij Mejuffrouw C. Londesburg te
-Cross Clen." Het was heel leelijk en fout geschreven, en ik dacht
-dus, het zal wel van een der dorpsbewoners zijn. Het was een
-verbazend zwaar pak, en ik kon het haast niet in de kar tillen. Maar
-ik was wat blij weer eens op 't Huis te mogen komen, want ik was er
-sinds onzen wedstrijd niet weer geweest. Langzaam reed ik het dorp
-door met mijn zware vracht. Toen juffrouw Ribbon mij zag, kwam ze
-even aan het hek en zei:
-
-"Beste Griet, wil je heusch vrachtrijdster worden? Kijk es, lieve, ik
-heb aan de oude Suze Combe beloofd een zak steenkolen te sturen. Aan
-het station zul je 't vinden; Tom moest al vroeg naar Lincoln en ik
-heb het ook zoo druk, het goeje mensch heeft geen brand meer om haar
-middagmaal gereed te maken."
-
-"Goed, ik zal 't doen, ik zal 't dadelijk gaan halen."
-
-Wat was vrouw Combe blij, toen ze me zag komen. Maar we konden geen
-van beiden de zak uit het karretje krijgen; ze haalde de steenkolen
-er dus bij beetjes uit, en dat kostte heel wat tijd. Terwijl wij nog
-bezig waren, kwamen juist Clara en Betty in haar ponykarretje
-voorbijrijden. Ze keken gek op, toen ik haar vertelde, waaraan ik
-bezig was. "Ik ben vandaag vrachtrijdster," vertelde ik, "en ik heb
-ook een vrachtje voor jelui!"
-
-Dat vonden ze heerlijk. "Voor ons? O, zeg, laat es gauw kijken! Wat
-eenig!" Zoodra vrouw Combe al haar steenkolen eruit had, klommen ze
-op ons karretje en bekeken het pak van alle kanten. Wij maakten het
-open in de kar, want het was ons te zwaar, om het er uit te lichten.
-Toen het papier er af was, vonden we .... een ouden emmer vol
-steenen! Clara was heel boos. En ik begreep dadelijk, dat het een
-grap van de jongens was. Ik trachtte Clara dat aan 't verstand te
-brengen, maar zij zei: "'t Zijn ruwe, leelijke jongens, ik zal 't
-moeder eens vertellen."
-
-Zij sprong weer van de kar af en ging naar Betty, om het haar te
-vertellen. Deze lachte; zij kan beter tegen een grapje dan Clara, en
-ik stelde haar voor, dat ze den jongens ook weer een pak moesten
-zenden. Dat vonden ze beiden best, en beloofden, het per post te
-zullen sturen. Wij haalden de steenen en den emmer uit de kar en
-gooiden ze in een sloot. Ik reed fluks naar ons dorp terug,
-nieuwsgierig of er nog iemand een boodschap voor me zou hebben. En
-zie, daar zag ik kreupele Hanna, die onze kleeren verstelt en ook in
-'t koor zingt; zij stond bij haar hek, en keek naar mij, alsof ze mij
-wat zeggen wou.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Ik hield stil en zei: "Kan ik iets voor je doen, Hanna?"
-
-Zij kleurde en sprak aarzelend: "Ik moet naar boer Luscombe, kind, en
-het is een lange weg voor mij met zoo'n hitte, en nu dacht moeder,
-toen we u zagen aankomen ... en omdat we uw briefje hadden
-gelezen...."
-
-"O, ik begrijp je al," zei ik, "je wou, dat ik je daarheen bracht?
-Stap maar in Hanna, dat zal ik graag doen."
-
-Zij steeg in, en vertelde mij, dat haar been zooveel pijn deed, als
-ze ver moest loopen, maar zij had een japon voor juffrouw Luscombe
-moeten maken, en nu moest die toch weggebracht worden. Ik zei haar,
-dat ik Andy elke week een dag voor mij had, om er boodschappen mee te
-doen voor wie ik wilde. Toen we zoo een tijdje gepraat hadden, zei ik
-tot haar: "Na dezen rit moet ik naar huis, want dan moeten we eten.
-Maar vanmiddag kom ik weer terug. Weet je dan nog iets te doen,
-Hanna?" Zij antwoordde, na even te hebben nagedacht:
-
-"Ik weet niet, Grietje, of je de kleine Annie Steel kent. Zij komt
-uit Londen, en woont bij haar grootmoeder, juffrouw Buston; zij is
-geheel kreupel en kan niet loopen. Omdat ik zelf kreupel ben, spreek
-ik nog al eens met haar, want juffrouw Buston en haar man zijn erg
-streng en lastig voor haar. Zij vinden het een grooten last haar te
-helpen, omdat ze zelf ook haast niets hebben, en dan zit ze daar maar
-troosteloos in dat donker keukentje. Nooit komt ze er uit, ze zit
-zelfs niet eens aan de deur; ze is ook misvormd, heeft een bochel, en
-de oude vrouw schijnt zich te schamen voor zulk een kleindochter. Je
-zoudt het kind in 't paradijs brengen, als je haar eens liet
-meerijden."
-
-"O, prachtig, dat zal ik doen!" riep ik uit. "Maar zou 't rijden haar
-niet te veel schokken?"
-
-"Neen, dat gaat best; als je een paar kussens neemt, en je zet haar
-op den bodem der kar, dan zal 't best gaan."
-
-"Ik zal dadelijk na 't eten haar gaan halen," zei ik verheugd. Toen
-ik thuis kwam, vroegen ze allen, wat ik gedaan had. De jongens
-spraken geen woord over hun grap, en ik natuurlijk ook niet. Tante
-vond het heel mooi van me, dat ik Annie Steel eens liet meerijden.
-Vader ook, maar die waarschuwde ons, dat we Andy door al die drukke
-ritten niet moesten afjakkeren, en Daan zei, terwijl we Andy weer
-inspanden: "Overdrijf nou niet, barmhartige Samaritaansche, anders
-loopt het nog op schade uit."
-
-"Ik doe het alleen, omdat ik ervan houd, en ik zal er mee voortgaan,
-omdat vader gezegd heeft, dat moeder het zou goedgekeurd hebben."
-
-Daan zei niets meer, want Daan hield zoo van moeder, gelijk wij
-allen.
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XII.
-
-
-Toen ik naar juffrouw Buston ging, vond ik haar in den tuin, bezig
-met groentenplukken. Zij was meer verbaasd dan verblijd, toen ik haar
-vertelde wat mijn plan was. En ze zei dan ook eerst, dat ze de kleine
-Annie niet wilde meegeven.
-
-"Ik zou haar nooit hier gehad hebben, als ik geweten had, dat ze zoo
-hulpeloos was. Haar moeder, die reeds op 20-jarigen leeftijd weduwe
-was, stierf plotseling, en Annie moest toen in een weeshuis. Maar
-mijn man wilde daar niet van weten, en ik eigenlijk ook niet. Zoo
-namen we de kleine dan in huis, en sedert is ze er gebleven, totaal
-krachteloos, alsof ze geen ruggegraat heeft. Ze doet zoowat niets
-anders dan in elkaar gedoken zitten huilen. Loopen kan ze geen stap.
-Maar kind, als je er nu bepaald op staat, haar mee te nemen, kom dan
-binnen, dan kunnen we haar samen gemakkelijk genoeg in 't karretje
-tillen."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Ik bond Andy aan den muur vast en ging het huisje binnen. De keuken
-was klein en het rook er duf; in een laag stoeltje zat Annie.
-Werkelijk, ze zag er uit als een afgeleefd oud vrouwtje; alleen het
-haar was nog blond, maar kort geknipt. Toen ik haar meedeelde, wat
-mijn plan was, glimlachte ze zoo hartroerend, dat ik bijna begon te
-weenen. Ze zag er even bleek als haar schortje uit; ze is pas negen
-jaar oud, evenals Lena. Ik had vier kussens en een deken meegebracht
-en maakte het haar zoo gemakkelijk mogelijk; haar Grootmoeder
-plaatste haar zoo in de kussens, dat ze rechtop zitten kon. Bovendien
-zette ze haar nog een katoenen mutsje op, en daarna reden we weg.
-
-Heel langzaam reed ik de laan af, om het schokken te voorkomen. Al
-vrij spoedig begon ze te praten. Eerst had ze doodstil liggen staren
-in de blauwe lucht, terwijl haar mond open en dicht ging als die van
-een visch. Toen ik haar vroeg, waarom ze zoo deed, zei ze: "De lucht,
-juffrouw. Sinds ik bij grootmoe ben, krijg ik haast geen frissche
-lucht. Voordat moeder stierf, zat ik altoos aan 't open venster, maar
-grootmoe doet haar ramen nooit open."
-
-Zij vertelde mij verder, dat zij veel van Hanna hield, en al meer
-begon ze los te komen, er blijkbaar schik in krijgende, allerlei
-prettigs te vertellen.
-
-"Kijk, daar zijn heelemaal geen huizen, wat een leege plek. Dit is nu
-echt buiten zijn. Nooit ben ik hier geweest, voordat ik bij grootmoe
-kwam, en sedert ik er ben, kom ik er nooit uit.
-
-Moeder zei altijd, dat God ook buiten leeft, niet in de stad. Moeder
-hield niets van Londen; zij vond het zoo'n vuile stad; de lucht zie
-je in Londen maar heel zelden en dan nog maar een klein stukje er
-van. O, juffrouw, wat is het hier heerlijk! Die velden, en die boomen
-en die bloemen! Ik heb wel schilderijen gezien, maar die waren niet
-zoo levend als dit alles."
-
-Bij een landhek hield ik stil, om haar konijnen te laten zien, die
-daar aan 't spelen waren, en toen een vlinder op den rand van 't
-karretje kwam zitten, schreeuwde ze 't uit van pleizier.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Maar ze werd al spoedig weer vermoeid van al die ongewone opwinding
-en toen begon ik maar eens te praten. Ik vertelde haar, hoe we aan
-Andy waren gekomen, en toen ik dat verhaal ten einde had, zei ze:
-
-"Luistert God naar alle menschen, juffrouw, of alleen naar rijke lui?
-Ik heb nog niets van Hem gehoord, sinds ik bij grootmoe ben. Moeder
-kreeg altijd bezoek van een wijkzuster, maar daar hield ik niet van;
-ze had altoos zoo'n haast om weer weg te komen, en ze wilde altijd
-maar weer, dat ik naar een gesticht of naar een hospitaal werd
-gezonden."
-
-"Natuurlijk luistert God naar ons allemaal," antwoordde ik, verbaasd
-over zóóveel onwetendheid; "bidt je niet tot Hem?"
-
-Ze wendde haar hoofd af. "Ik was gewoon het "Onze Vader" op te
-zeggen, maar ik ben nu totaal vergeten hoe het is."
-
-"Kun je lezen?" vroeg ik.
-
-Weer schudde ze haar hoofd.
-
-"Ik ben begonnen het te leeren, maar moeder stierf, vóórdat ik
-groote woorden kon lezen, en later heeft niemand het mij geleerd."
-
-"Arm klein schaap," sprak ik met diep medelijden; "wat doe je dan
-toch wel den ganschen dag?"
-
-"Plaatjes kijken en dan naaien, naaien kan ik wel. Ik maak op 't
-oogenblik reepjes voor een lappendeken voor grootmoeder."
-
-"Je moet God gaan bidden," zei ik.
-
-"Waarom?"
-
-"Wel, omdat Hij je liefheeft. Weet je, wie Jezus Christus was?"
-
-"Die aan een kruis is ter dood gebracht? Ja, daar heeft moeder mij
-wel van verteld."
-
-"Weet je, waarom Hij is ter dood gebracht?"
-
-Zij schudde haar hoofd, en sprak: "Het is zoo iets van het redden der
-zondaars en der wereld. Maar ik ben het vergeten. Ik geloof, dat Hij
-zeer vriendelijk en goed was. Het is al eeuwen geleden, dat hij
-gedood werd, is 't niet?"
-
-"Hij is heelemaal niet dood," zei ik, als verstomd door zooveel
-onkunde. "Lieve kind, jij weet nog niet eens zooveel als de kinderen
-uit mijn klas."
-
-Met doffe stem sprak ze: "Er is ook niemand, die me wat leert."
-
-En ik begon maar dadelijk te vertellen, wat Jezus voor haar gedaan
-had. Zij had er totaal geen besef van, dat zij ook zondaar was; maar
-ik geloof toch wel, dat het haar na eenigen tijd duidelijk werd.
-Verwonderd keek ze op, toen ik vertelde, dat Jezus nòg leefde, en
-dat Hij nog machtig is om ons te helpen en ons te leiden, al kunnen
-we Hem niet zien. Zij wist niet, dat het kruis ook voor haar van
-beteekenis was; met open mond en groote oogen hoorde zij alles aan
-wat ik vertelde, en ik wenschte soms, dat een wijzere dan ik haar
-vertellen kon. Meteen moest ik ook op mijn ezeltje letten; af en toe
-hield ik even stil, en plukte wat wilde bloemen en kamperfoelie voor
-haar, om mee naar huis te nemen. Toen ik meende, dat we nu lang
-genoeg gereden hadden, bracht ik haar weer naar huis terug; maar als
-we 't huis naderden, begon ze te schreien en greep mijn hand.
-
-"Zult u terugkomen en mij weer meenemen? Zult u mij niet vergeten?
-Toe, beloof mij, dat u me weer spoedig komt halen!"
-
-"Ik zal probeeren, deze week nog één keer te komen, Annie, en in
-elk geval zal ik hier komen, om je wat te helpen met lezen; misschien
-kan ik dan wel een paar boeken meebrengen." Haar grootmoeder tilde
-haar uit het karretje en scheen nogal in haar schik.
-
-"Nu kind, daar heb je goed aan gedaan, hoor, en 't zal Annie ook goed
-doen. Arm schaap, wat zou het goed voor haar zijn, als God haar maar
-tot Zich nam. Ze zal toch nooit voor iemand ter wereld van nut kunnen
-zijn."
-
-Ik werd boos, maar ik wist niet wat te zeggen. Ik zag, hoe Annie
-huiverde bij het hooren van die zelfzuchtige woorden, en meende maar
-het best te doen, met heen te gaan. Ik nam dus afscheid. "Vaarwel,
-Annie! Ik kom spoedig weer bij je terug."
-
-In draf ging het nu naar huis, en nadat ik Andy had uitgespannen,
-vertelde ik vader dadelijk mijn wedervaren. "Wat spijt het mij," zei
-vader, "dat ik haar niet eerder gevonden heb. Ik ben wel bij juffrouw
-Buxton op bezoek geweest, maar die vertelde mij nooit, dat ze een
-kleinkind in huis had."
-
-"Zij schaamt zich voor het kind," zei ik. "Hanna vertelde mij, dat
-zij denkt, dat een misvormd kind door iedereen wordt gemeden. Is dat
-niet wreed gedacht? Vader, denkt u, dat ik haar zou kunnen leeren
-lezen?"
-
-"Zeker, kind, zeker. Ga zoo vaak als je kunt naar haar toe, maar denk
-er aan om juffrouw Buxton te vragen, of het mag."
-
-Toen ik den jongens en Lena van Annie vertelde, lachten ze niet, en
-Lena was er zelfs mee begaan. Zij haalde een paar oude poppen voor
-den dag, en vroeg mij, die voor Annie mee te nemen.
-
-Bij de thee zei tante Caroline: "Ik geloof, dat Grietje den mooisten
-dag heeft gehad van jullie allemaal!"
-
-"O ja, tante," zei Alex snel, "ik weet wel wat u wilt zeggen: omdat
-zij meer aan anderer genoegen dacht dan aan haar eigen vermaak; maar
-dat doet ze niet uit haarzelf, daar is ze toe aangezet. U moet haar
-niet verwaand maken, ze heeft al genoeg dunk van zichzelf."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Dat is niet waar," zei ik boos.
-
-"Hé, hé, geen getwist nu!"
-
-Zoo komt tante altoos tusschenbeiden en we spraken dus geen woord
-meer over de zaak.
-
-Den volgenden morgen kwam er een groot pakket met de post,
-geadresseerd aan "de Jongeheeren Daan en Alex Marjoribanks". De
-jongens gunden zich geen tijd om het uit te pakken, en scheurden het
-eene na het andere papier eraf, niet bemerkend, dat Lena en ik in ons
-vuistje lachten (ik had het Lena ook verteld). Eindelijk kwam een
-kartonnen doos te voorschijn, en toen ze die openden, vonden ze haar
-vol koolstronken; op den bodem lag een klein briefje, waarop de
-woorden: "Met vriendelijken dank van Betty en Clara."
-
-Inmiddels waren Lena en ik een rondedans om de tafel begonnen,
-waarbij we hen dapper uitlachten. Ze hadden 't ook verdiend, en ik
-vertelde hun, dat hun pakket nooit aan 't Huis bezorgd was. Toen
-waren ze woest van boosheid, en scholden ons uit, dat het een lust
-was.
-
-Ik zei hun nog, dat zij altijd grapjes hadden ten koste van anderen,
-en nooit zichzelf eens vermaken konden. Daan beloofde wraak; maar dat
-doet ie wel meer als ie ten einde raad is, en later is ie 't al lang
-weer vergeten.
-
-Ik ging nu zooveel belang stellen in Annie Steel, dat ik er bijna
-iederen dag heen ging; als ik haar bezocht, had ze een kleur van
-blijdschap, en ze begon er werkelijk wat opgewekter uit te zien.
-Elken Woensdag nam ik haar mee op een rij toer.
-
-Intusschen waren we allen druk bezig met bijverdienen, om een zadel
-voor Andy te kunnen koopen. De jongens verkochten aan kapitein Rogers
-enorme partijen visch. Zij kunnen er gewoon niet tegen hengelen, en
-hij betaalt best. Zelf zend ik weer groenten en bloemen naar de markt
-te Lemworth, waar Bob Tapson ze wel aan den man brengt, en Lena maakt
-weer borstplaat zonder eind. Maar het geld komt heel langzaam bij
-elkaar. Mevrouw Rogers kwam gistermiddag met haar man bij ons
-theedrinken; de kapitein liet ons den spaarpot openen; er was nu
-negen gulden in.
-
-We hadden recht veel schik dien middag. De thee werd buiten
-gedronken, zoodat het veel had van een pic-nic; kapitein Rogers
-spoorde ons aan, het geld wat vlugger te maken, anders zouden we
-nooit aan een zadel toekomen. We vroegen hem, of hij soms een middel
-wist, en hij zei van ja. Het was dit: Hij en zijn vrouw wilden een
-wedstrijd in het boogschieten organiseeren bij hun huis; daarbij
-zouden veel volwassen menschen komen, en nu wilde hij ook een
-wedstrijd houden voor kinderen; de beste schutter zou een prijs
-verdienen van twaalf gulden.
-
-"Jelui hebt dus niet anders te doen, dan dien prijs te winnen,"
-voegde hij er aan toe; "en dan weet ik wel een adres, waar je een
-flink zadel kunt koopen voor een gulden of twintig."
-
-Met gejuich werd het plan ontvangen, het was een eenig denkbeeld.
-Maar wij moesten den kapitein toch vertellen, dat we geen van allen
-konden schieten, en dat we niet met boog en pijl konden omgaan. Hij
-antwoordde, dat hij ons dat wel even leeren zou, dat ging heel vlug;
-we moesten dan maar telkens bij hem komen en oefeningen houden in den
-tuin bij de boerderij.
-
-"En we kunnen ook hier een schijf opstellen en er ons op oefenen,"
-vond Daan. "Ik zal er wel een maken, maar dan hebben we nog geen boog
-en pijlen. Zijn die duur?"
-
-"Dat zullen we aan juffrouw Ribbon vragen," zei Alex. "Maar ik wil
-wedden, dat ze die niet heeft."
-
-"Nee, nee," zei kapitein Rogers, "ik zal jelui enkele van de mijne
-leenen tot na den wedstrijd. Laat es zien: jelui zult er vier noodig
-hebben, is 't niet? Ieder een."
-
-"Ik ook!" riep Puf op dreigenden toon. "Ik wil ook schieten."
-
-Dus beloofde kapitein Rogers vijf bogen te zullen zenden, met een
-bundel pijlen. En Daan stelde hem voor, om moeite te besparen, dat
-hij dadelijk maar even mee zou gaan, om ze te halen, dan konden wij
-zoo spoedig mogelijk beginnen.
-
-"En hoe maakt Andy het tegenwoordig?" vroeg de kapitein.
-
-"Even onberekenbaar als altoos," antwoordde ik. "Soms gaat het heel
-goed, maar dan eensklaps krijgt hij weer z'n oude kuur van stilstaan,
-en geen van ons kan hem dan weer in beweging krijgen. 't Is geen
-trouw dier, en dat zal ie nooit worden ook."
-
-De kapitein lachte hartelijk en trok mij aan een haarlok. "Kom hier,
-oud vrouwtje, en vertel mij es, wat een trouw dier is."
-
-"Dat is er een, waarop je rekenen kunt," hervatte ik; "een dier, dat
-altoos hetzelfde is en waar je op aan kunt. Dat is toch de beteekenis
-van trouw? Gisteren hebben we 't er nog over gehad."
-
-"Ja," zei hij, "dat is een heel juiste omschrijving van trouw. Ik
-denk, dat jij dan ook wel heel trouw zult wezen, Grietje."
-
-"O, ik wou dat ik het was. Maar ik ben het niet. Men is niet volkomen
-trouw, als men het niet altijd en overal is, zooals onze ridder:
-semper fidelis. Ik tracht een trouwe dienstmaagd te wezen, maar
-steeds weer vergeet ik het."
-
-"Wiens dienstmaagd? Ik zou zoo zeggen, Grietje, je bent een trouw
-vriendinnetje."
-
-"Christus' dienstmaagd," was mijn fluisterend antwoord. "Hij is in
-alles de eerste, zooals u weet. Maar daarom zou ik dan ook evengoed
-uw trouw vriendinnetje willen wezen, kapitein."
-
-"Wij zullen een verbond sluiten. Als ik in moeite of verdriet kom, en
-hulp noodig heb, dan weet ik, op wie ik kan rekenen."
-
-De beide jongens gingen met den kapitein mee naar de boerderij, en
-kwamen al spoedig weer thuis, o zoo verheugd met hun pijlen en bogen.
-Reeds hebben we een schijf gemaakt van wit calico, gespannen over een
-met stroo gevulde platte doos. En nu hoop ik maar dat wij den prijs
-zullen halen; wij hebben goede kans, omdat we met z'n vieren zijn.
-Betty en Clara zullen ook gevraagd worden, en nog heel wat kinderen
-meer. Ik geloof, dat kapitein Rogers eigenlijk hoopt, dat wij het
-maar zullen winnen.
-
- * *
- *
-
-Het is eenigen tijd geleden, dat ik in dit boek heb geschreven, want
-ik heb het verschrikkelijk druk gehad. Allereerst dien ik te
-vertellen van onzen hand-boogwedstrijd.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Vanaf het oogenblik, dat de schijf gereed was, hebben we ons druk
-geoefend. Aan het einde van de laan hadden we haar opgehangen, en
-gingen er dan zoo ver mogelijk van af staan, om goed te leeren
-mikken. Die oefeningen waren wel inspannend, maar toch ook verbazend
-prettig. Ik zelf had er zooveel schik in dat ik boos werd, als ik er
-telkens weer werd afgeroepen. Dat kwam zoo.
-
-Emma had haar voet verstuikt, en moest dagen achtereen in bed liggen,
-en toen ze eruit mocht, kon ze nog heel moeilijk loopen. Tante
-Caroline droeg nu aan Lena en mij op, de bedden op te maken, de
-kamers te doen, en zooveel mogelijk in huis te helpen. Het scheen ons
-een uitdaging, want wij wilden zoo graag vóór alles goede schutters
-worden. Ik kà n niet hebben, dat we zulke dingen maar half goed doen.
-Lena ging er vandoor, maar dà t kon ik ook niet doen, en ik hielp dus
-zooveel als ik kon, maar veelal met een nijdig hoofd. Ik geloof, dat
-ik die gansche week niet in m'n humeur ben geweest. Toen het Woensdag
-werd, had ik er niet eens zin in, om Annie te halen voor een rijtoer;
-Betty en Clara kwamen 's middags om met ons te oefenen in 't
-schijfschieten. Toch reed ik met Andy uit, inwendig wenschend, dat ik
-haar maar nooit beloofd had, iedere week te zullen rijden. Maar toen
-ik haar bleek gelaat zag, dat opvroolijkte toen ik aankwam, was ik
-beschaamd. Ik was een half uur te laat, en ze zei:
-
-"Grootmoe heeft al gezegd, dat u niet zoudt komen. Maar ik wist zeker
-dat u komen zoudt. U zult mij nooit alleen laten, wel juffrouw?"
-
-Ik antwoordde slechts: "Ik hoop van nooit!"
-
-Annie was zeer spraakzaam. Ze vertelde, hoe ze nu geregeld bad, en
-ook dankte voor al het goede, dat ze ontving. Zij begreep nu ook iets
-van wat Jezus voor haar aan het kruis geleden had. "O, kon ik maar
-wat voor Hem doen!" riep ze uit.
-
-"Van ons, die nog kinderen zijn, verwacht Hij geen groote dingen,
-Annie. Maar wat wij te doen hebben, dat is zóó te spreken en te
-handelen, alsof Hij altoos bij ons is, in onze kamer en bij ons werk;
-wij zien Hem wel niet, maar toch leeft Hij dicht bij ons. Hij
-glimlacht als we ons best doen, en met droeve oogen staart Hij ons
-aan, als we ongehoorzaam zijn of toornig, zooals ik vandaag."
-
-Het deed mij goed, haar eens te kunnen zeggen, hoe verkeerd ik
-vandaag gehandeld had. En ik voelde mij gelukkig, toen ik weer thuis
-kwam, nog vol van ons gesprek en van het heerlijk gevoel, dat ik had
-na het erkennen van mijn zonden.
-
-Eindelijk kwam dan de groote dag. De tuin bij kapitein Rogers was vol
-volk; ook waren er vier jongens en vijf meisjes, die we geen van
-allen kenden; zij waren met den trein gekomen uit Tenburg en zeven
-mijlen hier vandaan, uit Lincoln. Twee meisjes en drie jongens waren
-ook uit een pastorie.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Naarmate de wedstrijd vorderde werd de pret, maar ook de spanning
-grooter. Toen het mijn beurt was, gevoelde ik mij erg zenuwachtig;
-mijn hand trilde alsof ik de koorts had. Maar het ging gelukkig
-nogal, hoewel ik natuurlijk den prijs niet won, dat wist ik vooruit
-wel. Ik geloof eigenlijk, dat wij er allemaal wel zoo'n beetje op
-rekenden, dat Daan de gelukkige winner zou wezen. Hij stond zoo kalm,
-mikte zoo vast, net een volwassen man. Later zei hij nog, dat ie een
-gevoel had gehad, als ging het om leven of dood.
-
-En toen bleek, dat hij den prijs had verdiend, juichten we allen als
-uitgelatenen. Mevrouw Rogers overhandigde den prijs in een met kralen
-bezette beurs.
-
-Innig verheugd kwamen we thuis, want nu hadden we ook het zadel zelf
-verdiend. En geen onzer behoefde nu ooit meer geld te gaan verdienen.
-
-Het leek te mooi, om waar te wezen.
-
-------
-
-
-
-
-[Illustratie]
-
-HOOFDSTUK XIII
-
-
-En nu heb ik te schrijven over een vreeslijken dag. Onze vacantie was
-bijna om; het zadel voor Andy was juist ontvangen, en allen reden wij
-druk met hem. Hij bleef ons over 't algemeen goed voldoen, en
-galoppeerde soms, dat 't een lust was.
-
-Terwijl wij bezig waren, aan 't ontbijt onze plannen voor den dag te
-bespreken, kwam Emma binnen met een telegram voor vader. Vader krijgt
-vaak telegrammen over spreekbeurten, zoodat wij er weinig notitie van
-namen. Maar eensklaps hoorden we hem een onderdrukten snik geven,
-terwijl hij het telegram aan tante Caroline overgaf. Toen die het
-las, begon ze te weenen, en wij begrepen nu, dat er slechte tijding
-was gekomen. En zoo was het: Grootmoeder was gevaarlijk ziek, en
-vader moest onmiddellijk overkomen.
-
-Tante Caroline riep in haar droefheid: "Zij is stervende, Jan, ik ga
-met je mee."
-
-"Er is geen trein vóór 10.30, dien moeten we hebben." Tante verliet
-haastig de kamer, en vader richtte zich tot ons: "Kinderen, kan ik
-jelui met vertrouwen alleen laten? Het zou voor tante een bittere
-teleurstelling wezen, als ze niet met mij mee kon gaan. Wil jelui je
-best doen, om je goed te gedragen? Daan, jij wordt al een groote
-jongen, en je kent het onderscheid tusschen goed en kwaad. Op jou
-reken ik, terwijl ik weg ben. Grietje, neem jij Lena onder je hoede,
-en laat haar geen verkeerde dingen uithalen. Ik zal even met de
-keukenmeid een en ander bespreken. We moeten geen tijd verliezen."
-
-Wij beloofden, ons goed te zullen gedragen. We waren wel bedroefd om
-grootmoeder, maar we konden ons toch ook niet ontveinzen, dat we wel
-een klein beetje vermaak erin hadden, nu eens alleen te zijn, zonder
-eenig toezicht. Dat was nooit tevoren geschied, en vooral in de
-vacantie is het een heerlijk gevoel, es echt alleen te wezen, en baas
-over jezelf te zijn.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Intusschen ging ik naar boven, om tante te helpen bij het inpakken
-van haar koffertje. Tante was erg in de war; ook de keukenmeid en
-Emma waren zenuwachtig, zoodat ze tante met allerlei vragen en
-opmerkingen nog meer opwonden. Toen alles gereed was, reed Daan de
-bagage in ons ezelkarretje naar het station.
-
-Daar het nu Dinsdag was, beloofde vader, zeker nog vóór Zondag weer
-thuis te zijn. Tante Caroline kuste mij hartelijk bij 't afscheid, en
-zei, dat ze wist, dat ik mijn best zou doen, en ook den anderen tot
-voorbeeld zou wezen, omdat zij mij kende als haar vertrouwde hulp in
-'t huiselijk werk. Ik was zoo blijde met deze lofspraak, dat ik bijna
-schreide, maar ik hield mij goed, sloeg mijn armen om haar hals, en
-kuste haar hartelijk ten afscheid.
-
-Toen Daan van 't station terug was, gingen wij allen naar het priëel
-in den tuin, om te praten over de onverwachte verandering.
-
-"Twee dagen geleden was grootmoe nog zoo best," zei ik; "zij schreef
-nog aan tante Caroline, dat zij pas een rijtoertje gemaakt had. Ik
-wist niet, dat de menschen konden sterven, zonder eerst ziek te
-zijn."
-
-"Maar zij is ziek," merkte Alex op.
-
-"Jawel, maar ze kan toch niet ineens zoo verschrikkelijk ziek zijn,
-wel?"
-
-"Och, zeker wel; dat zie je telkens."
-
-"En wij dan ook?" vroeg Lena angstig. "Daar zou ik heel bang voor
-wezen. Tante zei nog wel, dat ze zeker wist, dat grootmoe al dood
-was."
-
-"In elk geval," zei ik, "zal grootmoe nog heelemaal niet graag willen
-sterven. Maar zij is, evenals de ridder: semper paratus. En dat
-behoor jij ook te wezen, Lena."
-
-"Dat ben ik niet," zei ze. "Ben jij het?"
-
-"O, hou toch op met dien onzin!" riep Alex eensklaps uit. "En wat
-zullen we nu gaan doen met onszelf?"
-
-"Een pic-nic zou heerlijk zijn," stelde ik voor. "In het gras bij de
-rivier."
-
-"En dan moesten we Andy meenemen, dan kan hij eens een flink bad
-krijgen. Hij ziet er zoo verschrikkelijk vuil uit, omdat ie nooit een
-bad krijgt."
-
-Zoo sprak Lena. Als er één ding is, waar die verzot op blijft, dan
-is het water en wasschen.
-
-"En dan zullen we een ketel water koken, dan lijken we net
-zigeuners," vond Alex.
-
-"Goed zoo. Laten we eerst naar de keukenmeid gaan, en zien, of die
-wat rauw vleesch voor ons heeft, dan kunnen we 't zelf braden."
-
-Daan en ik gingen dus naar de keuken en de meid vond het maar wà t
-heerlijk, ons een ganschen dag kwijt te wezen. Zij gaf ons wat
-saucijzen en een braadpan met wat vet erin om ze te braden, verder
-een stukje konijnenvleesch, wat koude aardappelen, appelen, een stuk
-brood, een flesch melk, een beetje suiker, een zakje met zout en een
-zakje met thee. Dan holden we naar de leskamer en haalden er kopjes
-en schoteltjes weg, zoomede een ketel. Vervolgens werd alles in het
-ezelkarretje geladen, en reden we weg, allen zóó opgewonden blij
-met ons mooie pic-nic-plan, dat we al spoedig vergeten waren, dat
-grootmoe stervende was. Zoo nu en dan, als het iemand te binnen
-schoot en ervan sprak, keken we wat sip. Maar dat begon Daan te
-vervelen en hij zei:
-
-"Kijk es hier lui, dat gaat zoo niet langer. Wij willen hopen, dat ze
-nog weer beter zal worden. Dat gebeurt met zoovelen en de dokters
-zeggen altijd: Zoolang er leven is, is er hoop. En daarom moeten we
-zooveel pleizier hebben als we maar kunnen, alsof grootmoe al beter
-werd."
-
-Dat woord deed ons allen weer opleven. Het was ook zooveel prettiger,
-vroolijke gedachten over grootmoeder te hebben, dan sombere. En ik
-vrees, dat wel niemand onzer veel meer aan haar zal gedacht hebben,
-want we waren bij de rivier gekomen, en ons plan nam alle gedachten
-in beslag. Daan zei tegen Lena:
-
-"Hoor eens, als jij wasschen wilt, dan moet je jezelf maar gaan
-wasschen; je handjes staan er goed voor, en dan kun je ook de borden
-en kopjes wasschen. Maar probeer het niet met Andy, want dan zal ik
-je met je hoofd in 't water duwen. Ezels zijn er niet voor, om
-gewasschen te worden."
-
-Lena keek erg knorrig, maar ze is bang voor Daan. De toebereiding van
-onzen maaltijd gaf heel wat pret. Eerst werd er een vuurtje gemaakt,
-daarna de ketel erop gezet, want we moesten allemaal theedrinken.
-Vervolgens werd de braadpan opgezet, gevuld met de saucijzen, de
-koude aardappelen en het stuk konijnenvleesch. Het rook heerlijk!
-Daan en ik waren om beurten de kok; Alex wilde zóó vaak proeven, of
-'t eten al goed was, dat wij bevreesd werden, dat er niet genoeg voor
-ons allen zou wezen. En Lena kwam er telkens zóó dicht bij staan,
-dat ze haar gezicht verschroeide.
-
-Ik geloof niet, dat grooten menschen ons baksel zou gesmaakt hebben,
-omdat het nog al sterk rook; eenmaal zelfs helde de pan zóóver
-over, dat eenige aardappels er uit rolden, maar ze werden niettemin
-met graagte opgegeten. Na het "diner" werd de thee gebruikt, zooals
-we dat nu eenmaal gewoon waren. Vervolgens beproefden wij de appels
-te roosteren, maar dat ging heel lastig en bovendien waren we van 't
-koken al erg vermoeid, zoodat we ze maar rauw hebben opgegeten.
-
-Lena en Puf en ik gingen nu de borden omwasschen en spoelen; ze
-werden weer ingepakt en in 't karretje gelegd, waarna we
-verstoppertje gingen spelen. Vlak bij was een klein bosch, zoodat we
-er heel wat pret mee hadden. Maar toen begon ook de eerste ellende.
-Wij hadden Andy afgetuigd en lieten hem gras eten, maar toen we
-spelen gingen, vergaten we hem geheel, en eensklaps ontdekten we, dat
-ie er vandoor gegaan was.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Dadelijk gingen we allen op zoek, schreeuwden en klapten in onze
-handen, maar er was geen spoor van hem te ontdekken. Toen werden we
-boos op 'm. Lena vond, dat hij zich den dag had moeten herinneren,
-waarop hij met Puf was weggereden. En Alex zei pruttelend: "We zullen
-de rest van den dag wel moeten besteden aan 't zoeken naar dat oude
-beest! Laten we maar naar huis gaan, hij zal zelf wel den weg naar
-huis vinden!"
-
-"Maar we kunnen toch het karretje niet hier laten," zei Daan.
-
-"Span Alex dan maar in, dan zal ik hem wel sturen," zei Lena, terwijl
-ze danste van pret om het plannetje.
-
-De jongens echter hadden er geen ooren naar. Nog een uur lang zochten
-we naar Andy. We waren al drie mijlen van huis, en we wisten niet,
-wat te beginnen. Ten slotte vonden de jongens 't toch maar 't beste,
-om met vereende krachten het karretje naar huis te brengen. Wij
-juichten van pleizier, want dat leek ons bijzonder. Er werd nog lang
-en breed over gepraat, voordat het aan 't vertrek toe was. Op
-voorstel van Daan werd eindelijk besloten, dat Puf in 't karretje zou
-zitten (hij was erg vermoeid), en dat de anderen als vierspan er voor
-zouden trekken. Lena en ik vormden het eerste tweespan, Daan en Alex
-het tweede. Gelukkig hadden we touw bij ons; na nog eens weer
-overlegd en geregeld te hebben, waren we eindelijk gereed, en zette
-de stoet zich in beweging.
-
-"Laten we nu zeggen, dat Puf juist gekozen is als afgevaardigde voor
-het graafschap, en nu hebben we de paarden voor z'n rijtuig
-afgespannen, en trekken nu met hem de stad rond," stelde Daan voor.
-Dat viel in den smaak, luidjuichend riepen we allen: "Leve Puf, de
-vriend der arbeiders!"
-
-Wij wisten wel, hoe dat toeging bij die verkiezingen.
-
-Maar, o wee, wat was dat zwaar trekken met het ezelen-karretje!
-Doodop waren we, toen we het ding eindelijk weer op den weg hadden
-gekregen, en we rustten dan ook al dadelijk even uit. Puf vond het
-natuurlijk heerlijk; voor alle zekerheid hadden we hem de zweep maar
-afgenomen, toen hij, vol verrukking over zijn zegetocht, de zweep ter
-hand had genomen, als waren wij een heusch vierspan. En zie, terwijl
-we even wachtten, daar kwam Mevrouw Laura aan in haar rijtuig met
-twee paarden, vergezeld van Betty en Clara.
-
-"Wij hebben ons ezeltje verloren!" riepen we haar toe. Wij trachtten
-in galop haar voorbij te rijden, want de weg was daar heuvelachtig,
-doch Mevrouw Laura hield ons staande. "O jelui dwaze kinderen," zei
-ze, "wat ben ik blij, dat ik niet op jelui heb te passen."
-
-Wij vonden dat niet erg aardig van haar, omdat wij het heusch niet
-zoo prettig vonden om zoo met ons karretje heuvel op heuvel af te
-moeten sjouwen; maar het moest wel. Daan groette haar nu beleefd,
-door z'n pet af te nemen, en legde haar uit, waarom we zoo deden. Hij
-vroeg haar, of ze Andy ook ergens gezien had; zij beloofde, ons
-dadelijk te zullen boodschappen, als zij hem ergens zag. Betty en
-Clara vonden het zoo leuk, dat ze wilden uitstappen, om met ons samen
-een zesspan te vormen, doch ze hadden hun beste kleeren aan, en daar
-kon dus niet van komen.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Na deze afwisseling gingen we weer welgemoed verder, totdat wij,
-dicht bij ons dorp, aan een vrij steilen heuvel kwamen. Wij stelden
-ons voor, er in een prachtigen galop af te draven en zoo in volle
-vaart ons dorp binnen te rijden. Ik vermoed, dat we het wat al te
-haastig aanlegden, want juist voor dat we weer op gelijken grond
-kwamen, scheen het karretje over te hellen, Daan en Alex konden het
-niet meer houden, Lena struikelde, en voor dat ik goed zien kon, wat
-er gebeurde, lagen wij allen door elkaar in een droge sloot, waarbij
-Puf tekeer ging, alsof ie vermoord werd. De mand tuimelde uit de kar,
-en alle borden, kopjes en schoteltjes waren aan scherven.
-
-Daan was de eerste, die overeind scharrelde. Hij scheen er goed aan
-toe te wezen, was alleen een beetje gekneusd, zooals hij zei. Lena
-had een groote buil op haar voorhoofd, zoo groot wel als een
-kievitsei. Alex had een zijner beenen leelijk bezeerd en zei, dat het
-zeker gebroken was, maar Daan betastte het eens en besliste van niet,
-omdat er nergens een beentje van z'n plaats was. Puf had alleen z'n
-knieën bezeerd, de eene bloedde vrij erg, en ik bond er mijn zakdoek
-om. Ik zelf had mijn elleboog aan een steen gestooten, het deed erg
-zeer, maar anders ook niet.
-
-Nadat we al deze akeligheden overzien hadden, gingen we een oogenblik
-in een haag uitrusten. Maar wijl er niemand kwam opdagen om ons te
-helpen, lieten we ons karretje liggen, nam Daan, Alex op z'n rug en
-zoo marcheerden we als een verslagen vijand ons dorp binnen; Lena's
-jurk was erg gescheurd, en mijn hoed zag zwart van modder. Toen wij
-zoo thuis kwamen, gaf Emma een gil van schrik. Ze was echter spoedig
-weer bekomen, en zei Baldwin, de kar te gaan halen. Alex ging binnen
-op de sofa liggen, waar de keukenmeid z'n been onderzocht. Zij
-meende, dat het wel voldoende zou zijn, als er een koud-waterverband
-werd omgelegd. Het been was wel wat gezwollen, maar er was geen
-sprake van gebroken.
-
-Dat we allemaal weinig opgeruimd waren, laat zich denken, maar het
-was natuurlijk Andy's schuld en niet de onze. Nadat we thee hadden
-gedronken, kwam er een jongen aan de pastorie; hij had Andy gevonden
-in een grasveld, waar ie met een paar veulens aan 't hollen was. Hoe
-hij daar terecht was gekomen, daar begrepen we niets van; hij moèst
-over een heg zijn gesprongen. Wij waren heel blij, dat we 'm weer
-hadden, maar Daan gaf 'm een flink pak slaag. Emma vond, dat het hier
-nu wel een hospitaal geleek, met zooveel gewonden en gekneusden.
-
-En nu wou ik maar, dat ik hier de beschrijving van onze ellende kon
-eindigen, maar het ergste moet nog komen.
-
-Ik zat in den tuin een boek te lezen; Puf was al naar bed, en Lena
-speelde binnen halma met Alex. Plotseling kwam Daan opgewonden naar
-mij toe en riep:
-
-"Zeg, d'r staat een boerderij in brand, een halve mijl van hier! Het
-is de boerderij van Gaythorpe! Ik ga er heen!" "Ik ga mee!" riep ik.
-
-'t Is wel treurig voor wie 't treft, maar we houden allen van brand;
-dag of nacht, altijd gingen we er heen.
-
-Vlug zette ik m'n hoed op, en rende met Daan weg. Al spoedig zagen we
-dikke rookwolken in de verte. Daan vermoedde, dat er hooibergen in
-brand stonden.
-
-Wij holden zoo hard als wij konden door, en toen we er kwamen, bleek
-inderdaad een hooiberg in brand te staan, doch de vlammen waren al
-overgeslagen op de stallen, die vlak aan het huis grensden. Daar er
-geen brandspuit dichterbij te vinden was dan te Lemworth, waren er
-vele menschen bezig met emmers water in de vuurzee te gooien, maar
-dat hielp weinig, en 't stond er dus niet best voor. Daan begon
-dadelijk te helpen bij het redden van de meubelen uit het woonhuis;
-het had een rieten dak, en er was dus weinig kans, dat het gespaard
-zou blijven.
-
-Gelukkig waren de kinderen van den boer al uit het huis, en ook de
-paarden waren al losgesneden, zoodat er geen levende ziel meer in
-huis was. De boer deed al z'n best, om nog te redden, wat er te
-redden was.
-
-Intusschen had een der mannen een ladder tegen het woonhuis gezet, en
-begon nu het riet van het dak weg te snijden; doch de ladder vatte
-plotseling vuur, zoodat de man z'n werk moest opgeven; zóó snel
-schoten de vlammen toe, dat hij z'n handen er nog bij brandde. Ik
-wilde Daan nog helpen met het sjouwen der meubelen, maar hij stond
-het niet toe; dat is geen werk voor dames, vond ie.
-
-Eensklaps hoorde ik een gejank in een schuurtje, wij liepen toe, en
-daar zagen we boven een der vensters een lief klein hondje staan op
-den hooizolder!
-
-"O, het is Fox!" jammerde juffrouw Gaythorpe "ik heb hem opgesloten,
-toen ik de kinderen uitliet!"
-
-"Ik zal hem eruit halen!" riep Daan, en hij vloog het huis binnen en
-de trap op. Nog geen minuut was hij weg, of daar sloeg een vreeslijke
-vlam uit de schuur. Juffrouw Gaythorpe zei, dat zou van een vat
-petroleum zijn. Tegelijkertijd zagen we Daan, die den hond voor zich
-uithield boven het venster.
-
-"Zal ik hem eruit werpen?" riep Daan.
-
-"Kom zelf er gauw uit!" riep de boer. "Het vat met petroleum is
-gesprongen!"
-
-Daan verdween weer. Maar spoedig verscheen hij aan het venster en
-riep: "De trap staat in brand! Ik kan niet naar beneden!"
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Ik stond te trillen op mijn beenen van angst. "Houdt een deken
-gespannen!" schreeuwde Daan. "Ik zal Fox erin gooien. Twee mannen
-spreidden een deken uit, en Fox werd er in opgevangen. Intusschen was
-Gaythorpe de ladder gaan halen, maar die was gebroken en nu te kort,
-om Daan te bereiken. Een andere werd gehaald, die was ook te kort.
-Toen werden ze aan elkaar gebonden. Ik stond doodsangsten uit, maar
-Daan bleef kalm.
-
-"Schiet wat op!" riep hij; "het vuur komt hier al in de kamer!" En
-geen seconde daarna stond hij al in een rookwolk gehuld; het huis
-brandde als papier weg.
-
-"O Daan, Daan!" jammerde ik. "Is er niemand, die hem redden kan?" En
-meteen hoorde ik, dat de ladders al zóó verkoold waren, dat ze niet
-meer te gebruiken waren. En nog verloor Daan den moed niet.
-
-"Werpt me een touw toe!" riep hij nu weer. "Ik moèt hieruit, de
-vloer begint al onder mij te branden." Hij stond nu in de
-vensterbank; men haalde een matras, en vier mannen hielden haar
-gestrekt.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Spring!" riepen ze. "'t Is je eenige kans!"
-
-Een oogenblik aarzelde Daan .... hij keek omlaag .... hij was zoo
-hoog .... nog even gekeken .... daar sprong hij omlaag .... ik deed
-m'n oogen dicht....
-
-Ik vrees, dat hij te wild gesprongen heeft, want ik hoorde een
-vreeslijk gekraak. Nooit zal ik dit ontzettend oogenblik vergeten. De
-menschen gilden van schrik, en toen was het ineens doodstil. Ik vloog
-er heen, maar boer Gaythorpe greep me bij den arm.
-
-"Hier blijven, kind, dat is niet voor je om te zien. Arme, arme
-jongen!" Wat mij nog nooit overkomen was: ik viel in zwijm. En toen
-ik weer bijkwam, was ik in een huisje gebracht, waar een vrouw bezig
-was in mijn neus met verbrande veeren te kietelen. Dadelijk
-herinnerde ik mij alles, en vroeg verschrikt: "Waar is Daan?"
-
-"De dokter is bij hem, lieve. Gelukkig was die net onderweg naar boer
-Turt, waar hij den brand zag en dadelijk naar hier kwam."
-
-"Is hij dood?" vroeg ik schreiend. "O toe, hij kan niet dood wezen!"
-
-"Kom, kind, we willen er 't beste van hopen!"
-
-Ik stond op, en liep zoo snel als ik kon naar buiten, waar ik Baldwin
-vond. Ook de keukenmeid was hier gekomen, en stond handenwringend te
-schreien. Ik ging het huis binnen. Daar kwam de vrouw, die daar
-woonde, op mij af, en op mijn geroep van "Is hij dood?" antwoordde
-ze:
-
-"Och lieve, houd moed, hij heeft gebroken beenen, maar jonge beenen
-genezen spoedig, zeggen de dokters! Kom, binnen twee dagen lacht ie
-alweer! Maar hij mag niet vervoerd worden. Ik ben verpleegster te
-Lemworth geweest, en ik zal hem zoo best verzorgen, als ik kan. Dat
-beloof ik je!"
-
-We bleven nu in de kamer naast die waar Daan lag, op den dokter
-wachten.
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XIV.
-
-
-Dr. Fenning is al oud, hij woont zes mijlen bij ons vandaan.
-Glimlachend kwam hij uit de ziekenkamer, hij bemerkte wel, hoe
-beangst we allen keken. "'t Zal wel gaan," zei hij, "mits hij met
-zorg verpleegd wordt. Maar hij moet volledig rust houden, niemand mag
-hem zien dan juffrouw Blatch. Zij zal hem verzorgen naar mijn
-aanwijzingen."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Och dokter," smeekte ik, "zou ik hem niet even mogen zien, heel even
-maar? Vader is op reis. Is hij erg gewond?" "Het is een geluk, dat
-hij juist op het gras terecht kwam, en het is een wonder, dat hij er
-nog zoo goed aan toe is, als nu. Gewond? Ja, hij heeft een rib
-gebroken en ook een arm is gebroken, verder een leelijke wonde aan
-z'n hoofd, maar hij is nog jong en ik zal het wel met hem klaar
-spelen. Ga jelui maar gerust naar huis, hij is hier goed verzorgd."
-
-Baldwin en de meid wilden nog weer wat aan Dr. Fenning vragen, maar
-hij werd ongeduldig en ging heen, zoodat wij naar huis terugkeerden.
-Lena en Alex wisten nog van niets af, die had ik dus al het droeve
-nieuws te vertellen. Wij besloten, dat ik dadelijk aan vader zou
-schrijven, en hem alles vertellen. Nog vóórdat ik naar bed ging,
-geschiedde dat, zoodat de brief den volgenden morgen nog met de
-eerste post wegkwam.
-
-En toen naar bed. Voor 't eerst van m'n leven verlangde ik naar bed,
-om tot rust te komen na zulk een vreeselijken dag. Van
-oververmoeidheid viel ik dadelijk in slaap; toen ik den volgenden
-morgen wakker werd, was het mij, als lag er een zwaar gewicht op mijn
-hoofd: het was de herinnering aan Daan. Bij het ontbijt kwam er een
-brief van vader; hij schreef, dat grootmoe was gestorven, en dat hij
-niet eerder dan na de begrafenis kon thuiskomen, dat was Zaterdag.
-Lena en ik waren droevig gestemd; we konden maar niet gelooven, dat
-grootmoe werkelijk dood was.
-
-Alex had nog veel last van zijn verwonde been, hetgeen niet opwekkend
-werkte op z'n humeur. Daar er dus thuis weinig aantrekkelijks te
-beleven viel, gingen wij maar weer eens naar juffrouw Blatch, om te
-hooren, hoe het met Daan ging. Zij vertelde ons, dat hij sliep, en
-niet gestoord mocht worden.
-
-"Heeft hij veel pijn?" vroeg ik. "Spreekt hij ook over wat er gebeurd
-is?"
-
-"Hij is niet geheel helder nog, lieve; maar dokter geeft hem wat in,
-om rustig te blijven. Hij zal wel voorspoedig genezen, wees daar maar
-niet bang voor."
-
-"Vader komt niet vóór Zaterdag thuis," vertelde ik haar, met tranen
-in de oogen; "en zonder Daan is het nu thuis zoo eenzaam. Weet u
-zeker, dat hij niet sterven zal, juffrouw?"
-
-"Ik heb er alle hoop op, kindlief. Als de goede God ons helpt, zal 't
-niet aan mij liggen."
-
-"Toe Lena, laten we dan maar naar huis gaan en voor hem bidden; wat
-verkeerd van ons, dat we dat nog niet gedaan hebben!"
-
-Zoo gingen we weer terug. Lena was ongewoon ernstig; thuisgekomen,
-gingen we dadelijk naar onze slaapkamer, knielden voor ons bed neer,
-en baden, dat Daan spoedig mocht genezen. Toen we gebeden hadden,
-gevoelden we ons wel moediger gestemd. We gingen vervolgens naar
-Alex, die nog altoos op de tot bed ingerichte sofa lag. Puf was met
-Andy aan 't rijden in 't grasveld.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Wij vonden Alex erg terneergeslagen. Toen we hem van Daan vertelden,
-zei hij: "Maar ik ben er ook leelijk aan toe, mijn been wordt al
-erger. Ik denk, dat er koudvuur is bijgekomen, het wordt zwart. En
-dan ben ik spoedig evenver heen als Daan, en dan zullen ze mijn been
-afzetten, en kan ik de rest van mijn leven op één been rondhinken."
-
-Wij werden beangst door zijn spreken en vroegen hem, zijn verband
-eens af te doen, dat we zijn been bezien konden. Toen ik het zag,
-riep ik verlicht uit. "O, dat zijn de ontvellingen, dat ziet er
-altoos veel erger uit, dan 't is. Die heb ik ook gehad, op mijn
-armen."
-
-"Ja," riep Lena, "en ik ook, kijk maar op m'n voorhoofd."
-
-"Puh!" zei Alex. "Wat zou nu jelui gebeuzel over die ontvellinkjes
-te maken hebben met mijn been! Had ik den dokter maar laten roepen!
-Die meid denkt, dat ze heel knap is, maar zij maakt nog gehakt van
-me."
-
-Wij konden niet helpen, dat we in den lach schoten, want dat zegt
-Mary altijd tegen tante, als ze niets weet voor 't middagmaal. "We
-zullen d'r maar gehakt van maken, juffrouw." Ze zou ons op die manier
-wel dag aan dag gehakt willen geven, als ze er ten minste vleesch
-voor krijgen kon.
-
-"Het zal mij benieuwen, wat voor pijn Daan heeft," merkte ik op. "Wat
-een verschrikkelijke dag gisteren!"
-
-"En daar was Andy de schuld van," mompelde Alex. "Als hij niet was
-weggeloopen, zou ik mijn been niet bezeerd hebben, en dan was ik met
-jelui naar den brand gegaan."
-
-"En wat dan?" vroeg ik.
-
-"Dan zou ik Daan hebben weerhouden van zijn dwaasheid, om een
-brandend huis binnen te rennen."
-
-"Hij heeft den hond gered," zei ik. "Ik geloof, dat hij daarmee een
-goede en dappere daad verrichtte. Ik zou niet graag in zijn plaats
-zijn geweest, toen hij daar gereed stond, om van boven af te
-springen. O, wat was dat vreeselijk, om te zien. En dan die angst, om
-toch vooral op de matras te springen! En toch stond hij er zoo dapper
-en kalm bij. De lui uit 't dorp noemden hem een echten held!"
-
-Alex zei niets meer. Wij droegen hem naar den tuin, waar hij in 't
-gras kon liggen, en wat met ons babbelen. Wat duurde die dag lang!
-Mary en Emma waren naar juffrouw Blatch gegaan, om naar Daan's
-toestand te informeeren; ze waren vreeselijk lang onder weg, omdat ze
-in 't dorp met iedereen gingen praten over de vreeselijke
-gebeurtenis. Juffrouw Ribbon vond, dat wij vader hadden moeten
-telegrafeeren over Daan; maar later zei ze weer, dat 't toch maar
-beter was, zooals we gedaan hadden want in een telegram kan je niet
-alles goed duidelijk maken.
-
-Tegen den avond kregen we bezoek van Mevr. Rogers. Wat waren we blij,
-dat zij eens kwam kijken. Ik verbeeldde mij zelfs, dat ik er behoefte
-aan had, nu ook eens met groote menschen te praten. Zij wilde ook
-Daan gaarne zien, en bleef wachten, totdat dokter kwam. Ook wilde ze
-aan vader schrijven.
-
-"Jelui moeten allemaal maar eens een heelen dag op de boerderij
-komen," zei ze, "dan kun je mijn man meteen weer eens wat
-opmonteren."
-
-"Maar," merkte ik op, "wij hebben de laatste dagen niet anders gehad
-dan ongelukken; brand en dood en ziekte, zoodat we ons niet erg
-opgewekt gevoelen."
-
-"Jawel kinderen, dat weet ik wel, maar we moeten nu niet alles van
-den zwarten kant bezien. Andy is weer terecht en niemand van jelui is
-levensgevaarlijk gewond bij den tuimel in de droge sloot. En Daan
-wordt alweer beter, en Zaterdag komt je vader weer thuis. Kom, kom!"
-
-"O ik wou, dat u hier kondt komen en blijven, totdat vader weer thuis
-is!" riep ik zuchtend uit.
-
-Maar Mevrouw zei, dat ze den kapitein niet alleen kon laten. We waren
-echt bedroefd, toen ze weer vertrok, maar wij beloofden haar toch,
-den volgenden dag op de boerderij te komen doorbrengen. Zoo
-geschiedde, en we hebben ons best vermaakt.
-
-Intusschen kreeg ik een tweeden brief van vader, en Mary kreeg er ook
-een. Hij schreef, dat hij onmiddellijk naar huis had willen
-terugkeeren, doch dat hij eerst aan den dokter getelegrafeerd had,
-die hem berichtte, dat het niet noodig was, omdat Daan goed
-vooruitging. Verder schreef hij nog, dat hij zoo moeilijk vóór
-grootmoe's begrafenis kon wegkomen, omdat er nog zooveel te bespreken
-en te regelen was. En dan deelde vader ons mee, dat in plaats van
-tante Caroline, tante Marie Zaterdag met hem mee kwam. Dat was een
-blijde tijding voor ons! Tante Marie kan 't best geschiedenissen
-vertellen, beter dan wie ook. Als wij in den winter om 't gezellige
-haardvuur in 't schemerdonker zijn neergezeten, dan begint zij te
-vertellen van den burgeroorlog, die eeuwen geleden werd gevoerd. Zij
-vertelt ons van jongens en meisjes, die hun vaders in donkere kerkers
-opsloten, en waaruit ze dan weer door geheime gangen ontvluchtten. En
-ons hart beeft, en we houden onzen adem in, als ze vertelt van die
-ontvluchtingen, dat de menschen bijna weer werden gegrepen. De tijd
-vliegt om, en eer we 't weten, is 't bedtijd. Het is heerlijk, naar
-tante Marie te luisteren!
-
-Langzaam herstelde Daan; toen vader en tante Marie thuis kwamen, kon
-hij nòg niet vervoerd worden; dat gebeurde pas drie weken later.
-Toen hij thuis kwam, zag hij er nog erg bleek en smalletjes uit; zijn
-arm droeg hij nog in een verband, en hij moest steeds nog in bed
-blijven.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Overdag gingen we veel bij zijn bed zitten, om hem op de een of
-andere manier gezellig bezig te houden. Den eenen keer deden wij
-spelletjes met hem, den anderen keer haalden wij acrobatische toeren
-voor hem uit. Alex beproefde, over een stok te loopen, dien hij
-tusschen twee stoelen gelegd had, of balanceerde een glas op z'n
-neus. De stok brak, en hij maakte een flinken smak. Gewoonlijk was
-Daan bij al deze uitvoeringen best in z'n schik, doch toen ik op een
-Zondagmiddag bij hem kwam zitten, vond ik hem heel ernstig.
-
-Hij had het over mijn Zondagsschoolklas en zei: "Vader had toch wel
-gelijk, Griet, ik was er niet voor geschikt, die kleintjes te leeren.
-Ik had de taak van een dienstknecht op mij genomen, terwijl ik het
-nog niet eens was. Weet je wat ik dacht, toen ik daar in het venster
-stond te wachten op de ladder, en de vlammen reeds om mij heen
-lekten?"
-
-"Neen," antwoordde ik, "ik wist wel, dat je aan iets dacht, je keek
-zoo ernstig en kalm. Hè, laten we daar maar niet meer over praten,
-'t was vreeselijk!"
-
-"Maar ik wou er nu juist zoo graag eens over praten. Het waren de
-woorden van den ridder, die mij door het hoofd vlogen: Semper
-fidelis, semper paratus. En ik gevoelde, toen ik den dood voor mij
-had, dat ik niet paratus, niet bereid was. En bovendien, ik was niet
-fidelis, niet getrouw geweest."
-
-"Maar je keek toch niets bevreesd," merkte ik op. "Ik dacht juist,
-dat je niet zag, hoe dicht het vuur al bij je was."
-
-"Het staat niet dapper, om bang te zijn," zei Daan met z'n oude
-deftigheid; "het is niet in den vorm, om je gevoelens aan iedereen te
-openbaren." En hij vervolgde:
-
-"Maar met dat al zat ik leelijk in de benauwdheid, en daar was reden
-voor, want ik was niet bereid om te sterven. Wat zou jij hebben
-gedaan, Griet?"
-
-"Ik denk, dat ik het uitgegild zou hebben van angst," antwoordde ik.
-"Maar niet voor het sterven zou ik zoo bevreesd zijn geweest, doch
-voor 't vuur. Ik geloof, dat ik -- ik aarzelde even verder te gaan,
-want ik vind het altijd moeilijk over mezelf te spreken -- dat ik
-niet bang voor den dood zou geweest zijn, omdat alles daarna wel weer
-in orde zou gekomen zijn."
-
-"Hoe weet je dat?"
-
-"Dat staat in den Bijbel. Ik denk aan dat hoofdstuk over de schapen,
-en hoe Jezus daarvan zei: Ik geef hun het eeuwige leven, en nimmer
-zullen ze omkomen, en niemand zal ze uit Mijn hand rukken."
-
-"Jawel, maar hoe weet je nu, dat jij een van die schapen bent?"
-
-Aarzelend antwoordde ik: "Hij stierf voor mij, Hij riep mij en ik
-ging tot Hem. Anders kan ik er niet van zeggen." Daan was even stil,
-en sprak toen:
-
-"Ik wil ook zekerheid van mijzelf hebben, voor dat ik dit bed
-verlaat. Ik wil er zekerheid van hebben, dat, als ik plotseling den
-dood ontmoet, ik zoo gerust zal zijn, als kon het mij niets hinderen.
-Een mensch moet geen enkele oorzaak _in_ zich hebben, om bevreesd te
-zijn. Ik zal paratus, bereid zijn om te sterven. Daar wil ik ernstig
-naar streven."
-
-"Vader kan je daarin helpen," zei ik.
-
-Verder spraken we niet over deze zaken, en enkele dagen daarna zei
-Daan tegen me: "Ik heb zekerheid nu. Of beter gezegd, God heeft mij
-die zekerheid gegeven. Ik heb er alle hoop op, dat ik nu nimmer meer
-bevreesd zal zijn voor den dood. En ik hoop ook, dat als ik paratus,
-bereid ben, ik dan ook in staat zal wezen, fidelis, getrouw te zijn."
-
-Ik knikte even, en wij spraken er verder niet meer over. Toen Alex
-weer naar school ging, was Daan nog niet geheel hersteld. Lena en ik
-kregen nu les van tante Marie. Langzaam aan begon het buiten koud en
-nat te worden: de winter naderde, en onze kachels werden weer te
-voorschijn gehaald.
-
-Als we niet buiten konden spelen, speelden we thuis veel
-verstoppertje en dan deed tante Marie ook mee. Ook ging zij wel met
-ons uit rijden in 't ezelkarretje, terwijl ook vader er af en toe al
-eens gebruik van maakte voor huisbezoek. Zoo begon Andy meer en meer
-nuttig te worden; hij bracht pakjes naar 't station, reed iedere week
-met mij en Annie Steel, en deed boodschappen in 't dorp. En eindelijk
-kon ook Daan z'n eersten rijtoer weer maken, waarna hij spoedig ook
-weer naar school ging.
-
-Tante Marie veranderde de kooroefeningen van Zaterdag op Vrijdag, en
-dat vonden we heerlijk. Dan konden we den ganschen Zaterdag uitgaan.
-Regende het op Zaterdag, dan was het een allervervelendste dag. Den
-ganschen dag verveelden we ons dan, en meermalen werd hij besloten
-met een vechtpartij.
-
-Verleden Zaterdag regende het den ganschen dag. Wij sloten ons 's
-morgens op in de leskamer, en bedachten allerlei raars. Alex vond,
-dat Andy nu toch wel eens wat kunstjes mocht leeren; 't moest zoo'n
-soort circusezel worden. Opzitten b.v., en aan een tafel eten, dansen
-op de maat der muziek, pianospelen met z'n hoeven, en meer van dat
-moois.
-
-Wij staken de hoofden bijeen, bespraken fluisterend een plannetje, en
-Alex rende weg. Hij ging kijken of Andy in den stal was gebracht.
-Lena en ik gingen naar boven, naar onze "lorrendoos", dat was een
-doos, waar tante Caroline afgedragen kleeren in bewaarde. Wij vonden
-er een oude slaapmuts in, een lange blauwe jurk en een witten
-omslagdoek. We namen naald en draad, spelden en lint, en gingen weer
-naar beneden, nu naar de eetkamer; de leskamer was te hoog voor den
-ezel.
-
-Tante Marie was uitgegaan, om met vader een zieke vrouw te bezoeken.
-Daan zette de staldeur open, en Lena en ik legden kranten op den
-grond, ingeval Andy vuil zou wezen. Maar Alex had vooraf zijn hoeven
-al geboend, zoodat Andy, met den halster om, in bijzonder goed humeur
-kwam aangestapt. Zoodra hij binnen was, sloten we de deur, om
-ongewenschte bezoekers buiten te laten.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Intusschen had Daan een bos wortels, dien hij van Baldwin had
-gekregen, gereed gelegd voor "de dressuur". De eetkamer leende zich
-daar heel goed voor, want als Andy lastig werd, konden we gauw de
-tuindeuren openen, en dan kon ie daardoor weer z'n stal bereiken.
-"Zie zoo," zei Daan, "laten we nu maar es beginnen!"
-
-Andy kreeg de slaapmuts op z'n kop, de bandjes werden om z'n hals
-vastgebonden en hij keek zoo grappig, dat we 't allen uitbarstten van
-lachen. Vervolgens werd de blauwe jurk om z'n lijf geslagen en flink
-met touwen vastgesjord, en toen kwam 't moeilijkste nog aan. De witte
-omslagdoek werd in vieren geknipt, elk stuk om een zijner pooten
-gewonden en daarna aan de blauwe jurk vastgenaaid zoodat de
-vierpijpige broek niet kon afzakken. Alles ging goed; Andy keek wel
-wat vreemd om zich heen, maar hij bleef rustig.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Totdat Daan wilde beproeven hem te laten opzitten en pootjes geven.
-Daan had een wortel aan een stok gebonden, en hield hem nu heel hoog
-den ezel voor. Maar terwijl wij met alle moeite bezig waren, hem op
-z'n achterpooten te doen zitten, rukte hij zich plotseling los en
-begon de kamer rond te rennen. Onmiddellijk gooiden we de tuindeuren
-open, en hij vloog er uit. Het regende hard, maar Daan en Alex holden
-hem na. En nu had die domme Baldwin het hek open laten staan!
-Natuurlijk rende Andy er door, en holde het dorp in! Daan zei later,
-dat hij haast niet meer had kunnen loopen van 't lachen, zoo koddig
-als Andy er uit zag in z'n galakleed. Enkele menschen, die van hun
-werk kwamen, konden van 't lachen ook al geen hand uitsteken, en zoo
-rende ons ezeltje maar voort.
-
-Toen vader en tante thuis kwamen, vroegen zij ons, waar de jongens
-waren; wij vertelden hun alles, en vader was erg boos. Als Andy weer
-thuis kwam zou hij hem onmiddellijk wegsturen. Tante schudde van 't
-lachen. Kort na 't middageten kwamen de jongens terug; ze waren Andy
-weer kwijt, ze hadden hem niet kunnen vinden. Maar vader zei ernstig:
-"Jelui moet dan maar weer op pad gaan, en net zoo lang zoeken, tot je
-hem vindt. Jelui verdiende, dat ie nooit terugkwam."
-
-Nu, dat leek den jongens wel, om er weer opuit te gaan. Ze bleven nu
-weg tot theetijd, maar .... hadden Andy nog niet ontdekt! Vader zond
-Daan regelrecht naar bed, en vroeg tante, hem wat warms te drinken te
-geven, want hij was na dien brand nog niet geheel de oude.
-
-Het werd nacht en het werd Zondag en het werd Maandag: geen Andy te
-zien. Dien Zondagmorgen was Mevrouw Rogers in de kerk, en wij
-vertelden haar alles. En zij vertelde ons, dat zij spoedig de
-boerderij zouden verlaten, om naar Londen terug te keeren. Wat speet
-ons dat! Wij hielden allen zoo van den kapitein, en gingen zoo vaak
-op de boerderij spelen.
-
-"Heusch, ik weet niet wat wij moeten aanvangen zonder jelui," zei
-Mevrouw. "Wij houden zoo van jelui en van dien armen Andy."
-
-En ik pruilde: "Altijd moet ons wat naars overkomen. Nauwelijks
-hebben we een week, dat er niet wat droevigs geschiedt."
-
-Zij lachte en sprak: "Ik zou er alles voor over hebben, om jelui
-narigheid te besparen."
-
-Toen zij was vertrokken, voelde ik mij droef te moede. Het leelijke
-is, dat de dingen die wij doen, pas verkeerd lijken als ze gedaan
-zijn; ik dacht niet dat het verkeerd was, Andy te dresseeren, maar nu
-blijkt het, want wij hebben hem verloren, door dat te doen.
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XV.
-
-
-Den Maandag daarna plakten we weer een briefje op den mijlpaal,
-waarop deze woorden:
-
-
- "Verloren, verdwaald of gestolen:
- Een zwarte ezel. 't Laatst gezien in blauwe jurk, wit-zwarte
- broek en witte slaapmuts. Luistert naar den naam van
- Andy. Wie hem aan de pastorie te Warlington brengt,
- krijgt een flinke belooning."
-
-
-Vader vond, dat Daan beter gedaan had, met even aan te loopen bij den
-veldwachter, om hem een en ander mee te deelen. Na de lessen ging
-tante Marie met Lena en mij aan den wandel, terwijl we iedereen, dien
-we tegenkwamen vroegen, of hij Andy niet gezien had. Maar niemand
-wist er wat van. Teleurgesteld en weinig hoopvol kwamen we weer
-thuis, en toen de jongens uit school thuis kwamen, ook al uit hun
-humeur, was 't één groote treurpartij.
-
-Nijdig zei Alex: "Als die veldwachter hem niet weet uit te vinden,
-dan gaat z'n hoofd eraf."
-
-"Wat wou hij doen?" vroeg ik.
-
-"Moet je hooren, hij praatte eerst, alsof Andy een meneer was. Hij
-vroeg of ie een ring droeg, of z'n zakdoek geparfumeerd en wie z'n
-barbier was. Toen heeft Daan 'm gezegd, dat dat zijn zaken waren, om
-uit te visschen, en dat hij, als hij den ezel niet vond, geen knip
-voor z'n neus waard was." "Ik vrees," hernam ik beklemd, "dat Andy
-een ongeluk is overkomen; misschien is die jurk wel om z'n nek
-geschoven en heeft ie zich geworgd, misschien is ie wel over die
-lange broekspijpen gestruikeld en in een gracht getuimeld. Ik geloof
-niet meer, dat hij leeft."
-
-"Goed, maar dan is z'n lichaam toch nog ergens te vinden! Zoo klein
-was ie toch niet!"
-
-"Ik vermoed," zei Lena half-huilend, "dat ie zich half dood gejaagd
-heeft, en toen in de struiken gekropen is, om daar te sterven. Arme
-Andy!"
-
-Toen ik een dergelijke veronderstelling maakte, waarbij ik een
-soortgelijk gezicht trok, schoten de jongens in den lach. Maar dat
-duurde niet lang, en spoedig zaten we allemaal weer in zak en asch.
-
-De dagen gingen treurig voorbij. Op een Dinsdag ontmoette ik kapitein
-Rogers, en vertelde hem van onze ellende. "Kom, kom!" riep hij uit,
-"ezels en honden komen altijd weer terug."
-
-"Ja," zei ik, "maar morgen is 't al Woensdag, en dan rekent Annie er
-op, om met hem uit rijden te gaan. Nog niet één keer heb ik haar
-overgeslagen, maar nu weet ik heusch niet, wat ik met haar beginnen
-moet. En als Andy voor altoos weg is, zal zij nooit meer met hem
-kunnen rijden. O, het is verschrikkelijk!" Ik trachtte mijn tranen in
-te houden, maar 't lukte niet.
-
-"Hoor es hier, beste meid," zei kapitein Rogers, "a.s. Maandag
-vertrek ik van hier. Hoe zou je er over denken, je kleine patient in
-mijn rijstoel mede te nemen? Hij rijdt o zoo licht, je zoudt hem zelf
-best kunnen voortduwen. Ik zal hem dan aan jelui huis laten brengen
-en dan kun je elken Woensdag het arme kind erin rondrijden."
-
-Ik deed een sprong van blijdschap en bedankte hem driemaal. "Ik was
-zoo bang, dat ze nu nooit meer naar buiten zou kunnen, en nu kan ik
-haar gaan zeggen, dat ze Maandag weer kan rijden. O, wat vind ik dat
-vriendelijk van u, meneer, maar het spijt me zoo, dat u ons verlaten
-gaat. Wij houden allemaal zoo van u."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Ja kind, het gaat mij evenzoo," zei hij lachend, "en ik hoop, dat je
-mij eens schrijven zult, Grietje, al is 't maar eens in de maand. Of
-kun je niet es een mooi boek schrijven en het mij sturen, als 't
-klaar is? Een dagboek bijvoorbeeld?"
-
-"Nu," antwoordde ik, "ik zal hier spoedig een einde aan maken, en dan
-aan deel II beginnen. Zoudt u 't werkelijk graag eens lezen?"
-
-"Ja, heusch."
-
-"Maar ik vrees," hernam ik spijtig, "dat het een heel treurig slot
-zal worden, want alles gaat tegenwoordig verkeerd. U gaat weg, en
-Andy is weg, en de winter komt, en het doet niets dan regenen. Als we
-veel thuis moeten zitten, vervelen we ons en dan gaan we verkeerde
-dingen bedenken. Zelfs tante Marie speelt tegenwoordig niet zooveel
-meer met ons, zij heeft het te druk met ziekenbezoek."
-
-"Nu, in elk geval houd ik je aan je belofte, om mij je boek te
-zenden, als 't klaar is."
-
-"Ja, dat zal ik doen. En hoort u es, kapitein, zoudt u 't goed
-vinden, als ik uw rijstoel ook nog voor andere doeleinden gebruikte
-dan voor Annie? Ziet u, ik breng soms boodschappen van onze
-dorpsgenooten naar Cross Glen, ik ben dan zoo'n soort
-vrachtrijdster."
-
-"Maar hoe ter wereld kom je dáár nu toch bij?"
-
-"Och, daar houd ik van. Vader zegt, je moet nooit iets beginnen, of
-je moet er een nuttige oorzaak voor hebben. En vindt u dat dan geen
-nuttige zaak?"
-
-"Wat voor oorzaak hadt je daar dan voor?"
-
-Ik wou het hem eerst niet zeggen, maar dat leek me toch weer laf ook,
-en ik antwoordde: "Ik wil graag een dienstmaagd van Jezus Christus
-zijn, Die gezegd heeft: Ga en help uw naasten. Dus dan heb ik te
-gaan. Dat noem ik mijn _gaan_." Kapitein Rogers lachte niet, moedigde
-mij aan, meer ervan te vertellen, en ik vervolgde: "Ik geloof, dat ik
-mijn _gaan_ beter waarneem dan mijn _doen_. Thuis moet ik tante Marie
-helpen, kousen stoppen, enz., en dat gebeurt haast nooit met graagte.
-Heb ik u niet eens verteld van die woorden op de graftombe van den
-ridder in onze kerk: Semper fidelis, semper paratus? Hij was een
-uitnemend dienstknecht, en ik wenschte te zijn als hij."
-
-"Juist," zei de kapitein, terwijl hij mij ernstig aankeek, "en daar
-zul je zeker in slagen. Maar kind, ik moet weg. Vaarwel hoor! Ik zal
-je den rijstoel zenden. En Zaterdag moet jelui allemaal bij mij op
-een afscheidsfeest komen. Ik zal een deftige uitnoodiging zenden."
-
-Verheugd riep ik uit: "Dat 's heerlijk!" Toen ging ik regelrecht naar
-Annie en vertelde haar alles van ons verdwenen ezeltje en van den
-rijstoel. Zij had reeds van Andy's vlucht gehoord, en had ook reeds
-verwacht, dat het rijden nu wel uit zou zijn; maar ik had haar betere
-dingen te beloven. Dien middag bleef ik meteen maar bij haar en gaf
-haar les in 't lezen. Op Zaterdagmorgen gingen we allen op pad om nog
-eens een onderzoekingstocht naar Andy te doen. Puf ging niet mee, om
-niet vermoeid te zijn vóór de partij bij kapitein Rogers. De
-kapitein had ons genoodigd om 3 uur.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Toen we aan den kruisweg kwamen, stelde Daan voor, dat we ieder een
-weg zouden inslaan, en dien zoo ver mogelijk oploopen. Mij leek het
-plan niet goed; Lena zou zoo ver toch niet kunnen loopen. Toen haalde
-Daan een kaart uit z'n zak. "Kijk hier," zei hij, "al die wegen hier
-leiden naar een dorp of stad; als we nu de volgens deze kaart
-dichtsbij gelegen plaats nemen, kunnen we daarheen wandelen." Na een
-langdurige studie op, en breedvoerig debat over de kaart, werd
-besloten, naar de stad Rockwell te loopen, die op 5 mijlen afstands
-was gelegen. Aldus geschiedde.
-
-Al wandelend, bespraken we verdere plannen. Daan vond, dat we nu den
-volgenden Zaterdag weer een andere plaats in een andere richting
-nemen moesten. We zullen zoowat drie mijlen geloopen hebben, toen
-Alex in een heg klom, om eenige braambessen te plukken. Terwijl hij
-daarmee bezig was, gaf hij eensklaps een schreeuw, die ons allen op
-hem deed toeloopen. Daar in de sloot, bijna verborgen onder doode
-takken lag een stuk zwart-wit omslagdoek!
-
-
-[Illustratie]
-
-
-We haalden den lap er dadelijk onderuit, en jawel, het waren de vier
-broekspijpen, nog met mijn garen erin! We keken elkaar verstomd aan,
-niet wetend wat we doen moesten: verheugd zijn of huilen! "Nu hebben
-we eindelijk z'n spoor!" riep Daan uit.
-
-"Laten we dan es even gaan zitten, en overdenken, wat we nu doen
-moeten," stelde ik voor.
-
-"De vraag is: hoe komen die lappen daar," zei Alex.
-
-"Misschien," zei Lena en bibberde van angst, hoewel 't klaarlichte
-dag was, "misschien is ie een moordenaar tegengekomen, die z'n
-kleeren wou hebben, en heeft die hem vermoord en hier ergens
-begraven."
-
-"Ja, en toen zal Andy in z'n laatsten doodstrijd die broekspijpen
-hebben losgescheurd," zei Daan, "en toen is de moordenaar, gekleed in
-blauwe jurk en slaapmuts, heen-gewandeld. Dat is wel een aannemelijke
-voorstelling."
-
-"Ik geloof niet, dat Andy zelf die broekspijpen kon afscheuren,"
-merkte ik op, "daar heb ik ze veel te stevig voor vastgenaaid.
-Bovendien, kijk hier, ze zijn afgesneden."
-
-Daan bekeek het afgesneden stuk met detective-oogen en zei toen
-plechtig: "Ja, dat is ook een verschijnsel, waar we terdege op moeten
-letten. Het is inderdaad het werk van een mes, dat we hier voor ons
-hebben."
-
-"En als er een mes is," besloot Alex, "dan moet er ook een man in 't
-spel zijn."
-
-Waarop ik half-wanhopig uitriep: "Hij is zeker gestolen! Nu moeten we
-'t spoor van den dief uitvinden!" Ik sprong op en wilde dadelijk maar
-weer verder. Doch de jongens hadden er nog geen plan op. Zij
-doorzochten nog eens nauwkeurig de sloot, zij klommen weer over de
-heg, en zie, eensklaps vonden ze een stuk oranjeschil.
-
-"Zie hier," zei Daan, "nu kunnen we er zeker van zijn, dat hier een
-landlooper of zoo geweest is, die Andy heeft meegenomen. Alleen zulke
-lui eten oranje-appels."
-
-Ik was het niet met Daan eens, maar Alex wilde voortmaken en zei:
-"Toe, laten we nu verder gaan. Wij weten nu in elk geval, dat Andy
-hierlangs is gekomen. Ik geloof zeker, als we nu dezen weg volgen
-naar Rockwell we hem nog wel zullen vinden."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Met nieuwen moed gingen we weer op pad. Toen we te Rockwell
-aankwamen, waren we allen vermoeid. Het was een flink dorp, met wel
-tien winkels in de hoofdstraat. We gingen een melksalon binnen en
-dronken limonade; meteen vroegen we aan de vrouw, die ons bediende,
-of er ook iemand in de buurt ezels op na hield. Het scheen een domme
-vrouw; eindelijk begreep ze ons en vertelde, dat de dominee er een
-had, een heel oude; in de 40 jaren, dat ze daar woonde, had ze nooit
-een anderen ezel gezien.
-
-Daar schoten we dus weinig mee op, en we gingen weer verder. Daan
-ontdekte het bureau van politie, waar hij lange onderhandelingen
-voerde met een agent. Deze schreef alles op, wij gaven onze namen en
-adres op en toen ging 't weer verder. Nog niet tevreden, gingen we
-alle vier in verschillende richtingen nog even het dorp door, en
-kwamen na een kwartier weer in den melksalon bijeen. Iedere man,
-vrouw, jongen of meisje, die we tegenkwamen, werd gevraagd, of ze ook
-een zwarten ezel gezien hadden. Ik was eerst wel wat verlegen, om
-iedereen zoo maar aan te spreken, maar ik deed het ten slotte zoo
-beleefd mogelijk: "Och, neem u me niet kwalijk, hebt u soms kort
-geleden een zwarten ezel gezien? Een week geleden hebben we hem
-verloren, en hij is hierlangs gekomen."
-
-Soms keken de lui ons verbaasd aan, soms ook lachten ze hartelijk.
-Eén keer zei een ruwe jongen: "Ja, als je naar huis gaat, en je
-kijkt in den spiegel, dan zul je een zwarten ezel met rood haar
-zien." Dat sloeg op mij, want ik draag na grootmoe's overlijden
-zwarte kleeren. Maar geen onzer kreeg een bevredigend antwoord.
-
-En zoo werd de terugreis weer ondernomen, in een ver van prettige
-stemming. Toen we thuis kwamen en de vier broekspijpen op de tafel
-uitlegden, schoot tante Marie erg in den lach, hetgeen Daan zeer
-verstoord deed opmerken: "Het moge voor u, tante, een blijspel wezen,
-voor ons is het een treurspel." Toen vroeg ze ons vergiffenis voor
-haar lachbui.
-
-Werkelijk, het wàs een treurspel; hoewel we niettemin naar het
-thee-partijtje van kapitein Rogers gingen en er volop pret hadden,
-hing het verlies van Andy ons als een donkere wolk boven het hoofd.
-Of, zooals Alex het uitdrukte: "Het is erger dan de dood, want het is
-een niet-eindige onzekerheid." Bovendien was het verlies dubbel hard,
-omdat we het onszelf te wijten hadden. De arme Andy was altoos
-geduldig en lijdzaam geweest, zoolang we hem hadden. Of wij al elken
-dag met hem reden, hij klaagde nooit. Maar toen we hem gingen
-uitdossen met een slaapmuts en een blauwe jurk, en toen we hem wilden
-doen opzitten en pootjes geven, toen had hij er genoeg van en ging er
-vandoor; ik geloof heusch, dat hij bepaald bedoeld heeft, ons te
-verlaten en nooit terug te keeren.
-
-En nu kwam nog de treurigheid van het vertrek van kapitein en Mevrouw
-Rogers. Van andere groote menschen dan hen hielden we niet. Ik ben
-beslist van plan, den kapitein dit boek te sturen, als het af is; hij
-heeft gezegd, dat hij probeeren wil, het voor mij te laten drukken.
-Maar nu moet ik zien, dat het boek wat vroolijker eindigt, dat hoort
-bij een goed boek. Boeken met een treurig einde vind ik
-verschrikkelijk; als er verteld wordt van kinderen, dan gaat
-gewoonlijk de liefste van hen dood.
-
-En dat is vreemd, want de Bijbel zegt ons, dat het niet zoo
-vreeselijk is om te sterven; het is "verre te verkiezen". En de hemel
-is een heerlijke plaats, onze kerkliederen zingen daarvan. Maar mij
-maakt een verhaal over 't sterven van kinderen altoos verdrietig, tot
-schreiens toe. Ik weet dat nog best uit de dagen, dat Daan ziek was;
-o, als er toen een van ons gestorven was, zelfs al waren we er bereid
-voor geweest, ik had het niet uitgehouden. Ik geloof wel, dat moeder
-blij zou wezen, als ze ons weerzag. Voor hen, die heengaan is het ook
-zoo erg niet, maar voor hen, die achterblijven, is het zoo
-vreeselijk.
-
-Den volgenden Maandag ging ik naar Annie en reed haar in den
-rijstoel. Wij brachten meteen een paar pakjes voor juffrouw Ribbon
-weg, omdat Tom met een zeeren voet te bed lag. Ik kreeg steeds meer
-te doen met Annie; zij scheen veel last van de kou te hebben en ik
-ben er zeker van, dat ze geen kleeren genoeg had; haar grootouders
-zijn ook zoo arm. Ik sprak er met tante Marie over en die opperde het
-denkbeeld, dat Lena en ik een wollen jurk en een dikken rok voor haar
-zouden maken, om die dan als kerstgeschenk te geven. Ik voelde er
-niet heel veel voor, omdat ik niet van zulk werk houd, maar bij de
-gedachte aan Annie joeg ik die leelijke luiheid op de vlucht en
-beloofde tante, er onverwijld aan te zullen beginnen. Tante vond 't
-best, dat we er 's avonds na de thee aan werkten, dan zou ze ons
-komen helpen, en tegelijk geschiedenissen vertellen. Nu, dat leek
-mij, en gelukkig Lena ook; gisteravond zijn we eraan begonnen. Ook de
-jongens zaten erbij; terwijl ze bezig waren met het roosteren van
-kastanjes. "Ik zie niet in, waarom jongens ook niet zouden kunnen
-naaien," zei Lena. "Als ik jongens had, dan liet ik ze hun eigen
-kleeren maken. Waarom moeten dat altijd hun moeders en zusters en
-tantes doen?"
-
-"Als ik meisjes had," zei Alex, die bijzonder van redetwisten houdt,
-"dan zou ik ze de deur uit sturen, om hun eigen brood te verdienen.
-Waarom moeten hun vaders en broeders en ooms ze altijd thuis houden
-voor een oortje?"
-
-"Wel," zei tante, "de wereld is tegenwoordig erg aan 't veranderen.
-Tegenwoordig verdienen meisjes ook al buitenshuis. Maar ik denk, dat
-jelui vader nog van de ouderwetsche leer is, dat wij vrouwen thuis
-behooren te blijven en naaien, terwijl de jongens zich moeten
-bekwamen, om later geld voor ons te verdienen. Maar wat zal ik jelui
-nu eens vertellen?"
-
-"Iets over tooverpaleizen!" vroeg Puf.
-
-"Gevechten en ontvluchtingen," stelden Daan en Alex voor.
-
-"Een prinses in de gevangenis," vroeg Lena.
-
-"Zoudt u ons niet eens kunnen vertellen van dien ridder in onze
-kerk?" vroeg ik.
-
-"Semper fidelis, semper paratus," zei tante Marie nadenkend. "Jawel,
-dat kan wel."
-
-Wij wilden allemaal die geschiedenis wel graag eens hooren. Maar
-tante Marie wilde eerst vijf minuten hebben, om zich te bedenken;
-terwijl rustten Lena en ik even uit van ons naaiwerk. Even liepen we
-naar de kachel, en aten wat van de kastanjes. Heerlijk brandde het
-vuur, en wij gevoelden ons allen zóó prettig en gezellig thuis, dat
-we onwillekeurig weer aan Andy moesten denken, die daar buiten in
-regen en wind liep te dolen, of afgejakkerd werd door een dronken
-landlooper.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Was hij maar weer hier!" zuchtte Lena. "Dat kan niet," zei Alex.
-"Hè, wat is het toch een ellendige zaak. Daar hebben we nu een kar,
-en een zadel, en mooi tuig, en niet eens een ezel, om ze te
-gebruiken."
-
-"God weet, waar ie is," riep Puf eensklaps uit. "Ik verwacht hem
-spoedig hier. God heeft mij vanmorgen gezegd, dat Hij hem de volgende
-week thuis zou sturen, als ik goed oppaste."
-
-Wij lachten niet om Puf. Waarom zou God ook zijn gebedje niet
-verhooren? Ik geloof, dat hij grooter geloof heeft dan wij.
-
-Nadat het kastanje-maal was verorberd, verklaarde tante zich gereed
-om te beginnen. Terwijl ze bezig was met het stoppen van Daan's
-kousen, begon ze het verhaal, dat ik in het volgende hoofdstuk heb
-oververteld.
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XVI
-
-HET VERHAAL VAN ONZEN RIDDER
-
-
-"Lang geleden leefde er een ridder, Sir Roger Dereker geheeten. Reeds
-van zijn veertiende jaar af was hij met z'n koning op het oorlogspad,
-daar hij 's konings page was. Hij was de dapperste der ridders aan 's
-konings hof; vrees scheen hij niet te kennen, en iedereen, die hem
-kende, hield van hem.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Wel was hij dapper en streng, maar jegens vrouwen en kinderen was hij
-de zachtheid zelve; wie hem om hulp vroeg, ging nooit teleurgesteld
-heen.
-
-Hij woonde in een groot kasteel, dicht bij den koning en had een
-jonge vrouw, die hij innig lief had...."
-
-"O tante!" riep ik uit, "dan moet u ons eerst vertellen, hoe hij haar
-kreeg. Toe, dat moet u vooral heelemaal vertellen!"
-
-"Wel, op een bitter-kouden winteravond reed hij, met z'n page bij
-zich, naar huis.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Regen en wind stormden hem tegemoet, en zijn handen waren zóó koud,
-dat hij nauwelijks meer de teugels kon vasthouden; z'n paard, een
-goed dier, kon slechts stapvoets gaan, daar zij door een zeer donker
-bosch reden, dat vol struikgewas stond. Eensklaps hoorde hij een
-gekraak in de struiken achter zich, en geen seconde later verscheen
-voor zijn verbaasde blikken een wit paard, dat als dol voortrende, en
-op welks rug hij de gedaante van een vrouw ontwaarde. Zij was geheel
-gewikkeld in een donkerblauw kleed, en scheen tevergeefs te trachten
-haar paard tot staan te brengen.
-
-"Er achteraan!" riep Roger zijn page toe. "Zij wordt tegen haar wil
-ontvoerd!"
-
-Hij gaf ook z'n eigen paard de sporen, en beiden joegen ze het witte
-paard na, totdat ze aan den rand van het bosch kwamen. Er lag daar
-een groote open vlakte voor hen, en heel in de verte zagen ze de
-lichtjes van 's ridders kasteel. Het paard met de dame was zóó snel
-over de vlakte gerend, dat zij haar pas inhaalden vóór de valdeur
-van 't kasteel. Met schuim bedekt, stond daar het paard stil; de dame
-was buiten adem en uitgeput van inspanning. Sir Roger reed op haar
-toe en begroette haar.
-
-"Mevrouw, het is een verschrikkelijke avond, en u is hier voor mijn
-deur, die altoos open staat voor wie in nood verkeert. Wilt u mij het
-genoegen doen, van mijn gastvrijheid gebruik te maken?"
-
-De dame wikkelde zich dichter in haar rijkleed en sprak zoo zacht
-mogelijk: "Ik ben u zeer dankbaar. Ik ben zeer ver van huis en
-inderdaad in nood. Waar mijn bedienden zijn, ik weet het niet. Men
-vervolgt mij; iemand heeft mijn vader vermoord en ons huis verbrand.
-Ik heb hulp noodig."
-
-Sir Roger blies op zijn hoorn; de valdeur werd opgetrokken en
-nauwelijks waren zij binnengereden, of met vreeselijk geweld beukte
-iemand op de poort, met woedende stem uitroepende: "Die dame behoort
-mij. Zij is mijn beloofde vrouw!"
-
-Sir Roger verwaardigde zich niet, een antwoord te geven. Hij bracht
-zijn bezoekster naar de appartementen van zijn moeder, en zag haar
-niet vóór het avondeten.
-
-Haar vervolger trok na nog eenig gebeuk op de poort onverrichterzake
-af. Toen Sir Roger zijn gast bij het avondeten ontmoette, was hij
-verrast door haar schoonheid.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Zij scheen nog jong en droeg een wit, met goud-borduursel omzoomd
-kleed. Dichte strengen donkerbruin haar golfden om haar bleek gelaat;
-diep-blauwe oogen keken hem aan met een uitdrukking van onschuld en
-reinheid; toen ze hem aankeek, vloog een lichte blos over haar
-wangen. Zwijgend nam ze haar zetel aan tafel in, en toen de maaltijd
-ten einde was, ging hij met haar naar zijn eigen kamer, waar zij hem
-haar geschiedenis vertelde.
-
-Met oogen vol tranen vertelde ze, hoe haar vader gevallen was in een
-gevecht met zijn aartsvijand, Baron Dacre, die haar hand had
-gevraagd, en was afgewezen. Zij vertelde hem, hoe de baron door het
-verraad van een der bedienden den toegang tot hun tuin vond, waar een
-vreeselijk gevecht plaats had. En toen eindelijk ook hun huis in
-vlammen opging, was ze op haar schimmel gevlucht, achtervolgd door
-den baron en z'n handlangers.
-
-Terwijl ze hem dankbaar aankeek, zei ze: "Hoe zal ik u naar waarde
-danken voor wat ge deedt aan een meisje, dat thans wees is, en alleen
-staat."
-
-En het ernstige antwoord van Sir Roger was: "Als u mij het recht
-geeft, u voortaan te blijven beschermen en helpen." Zoo kreeg hij z'n
-bruid."
-
-Wij klapten allen in onze handen van blijdschap, waarna tante
-vervolgde:
-
-"Er kwamen moeilijke tijden voor onzen dapperen ridder. Zijn koning
-was omringd van onbetrouwbare hovelingen. En diezelfde Baron Dacre
-liet hem niet met rust, verzamelde zich ontevreden mannen, en een
-burgeroorlog was 't gevolg.
-
-Op den avond van Sir Roger's huwelijk met Gravin Gwendolina kwam een
-renbode aan zijn poort, om hem tot den oorlog op te roepen. Roger
-scheurde zich los van zijn jonge vrouw, en toen zij even haar
-bekommering daarover uitsprak, zei hij: "Lieve, ik ben aan mijn
-koning verbonden met mijn eerewoord en mannentrouw. Desniettemin
-bemin ik jou evenzeer. Maar ik mag mijn riddereer niet aanranden,
-door hem te verlaten, als hij mijn diensten vraagt."
-
-Zoo reed hij heen, en bleef vier lange maanden weg. Toen keerde hij
-terug, bedekt met wonden, maar ook beladen met roem.
-
-Eenigen tijd leefde hij nu rustig thuis, doch op zekeren dag werd
-zijn kasteel overvallen door Baron Dacre en een troep handlangers,
-tegen wie hij een harden kamp te strijden had, om zijn bezittingen te
-behouden. Middenin het gevecht kwam een renbode op het kasteel door
-de geheime onderaardsche gang, die een mijl lang was en midden in het
-bosch uitkwam. Hij had opdracht van den koning, om Sir Roger tot een
-samenspreking op te roepen. Eén oogenblik aarzelde de dappere Roger;
-hij wist, dat als hij heenging, zijn huis zou verwoest worden. Hij
-keek zijn vrouw angstig aan en sprak: "Lieve, ik moet naar den
-koning, hij laat mij roepen." Zij sprong overeind als door een
-plotseling besluit aangegrepen: "En ik zal met je trouwe dienaren het
-huis verdedigen, totdat je terugkomt."
-
-"Bravo!" schreeuwde Daan ertusschen in.
-
-Sir Roger gespte z'n zwaard aan en vertrok met den renbode door de
-onderaardsche gang. Hij had vooraf aan zijn vrouw gezegd, dat, als
-het haar te benauwd werd, zij daar ook in moest vluchten; aan het
-eind zou zij wel een verblijfplaats vinden, waar zij veilig zijn
-komst kon afwachten.
-
-Bij den koning gekomen, vond hij dezen omringd van zijn edelen,
-sprekende over een belangrijke zaak, waarover de koning ook Roger's
-meening wilde hooren. Sir Roger gaf zijn oordeel over de zaak te
-kennen, en toen de koning zijn oogen opsloeg en naar buiten keek, zag
-hij boven Roger's kasteel zware rookwolken opstijgen. Hij vroeg naar
-de oorzaak ervan; toen rees Roger op en sprak met van aandoening
-trillende stem:
-
-"Sire, dat is mijn kasteel; in mijn afwezigheid heeft mijn vijand het
-verwoest."
-
-"Wist gij dit, voor ge hier kwaamt?"
-
-"Midden in het gevecht kwam uw boodschapper."
-
-"En liet ge toen uw vrouw alleen achter in zoo groot gevaar?"
-
-"Zij zou het zoo goed als zij kon verdedigen, en ik zei haar, te gaan
-vluchten, zoodra haar leven dreigde gevaar te loopen."
-
-"Sir Roger," zei de koning, "dezen avond zal ik nimmer vergeten. Ga
-nu heen, en moge God uw dappere vrouw van den dood hebben gered."
-
-Dadelijk verliet de ridder het paleis, en vond zijn vrouw in den
-geheimen kelder, omgeven van enkele gewonde getrouwen. Doch toen haar
-man haar in zijn armen drukte, zeeg ze als dood terneer. Hij
-ontdekte, dat een pijl haar linkerarm had doorboord, en haar
-ontzettende pijnen had veroorzaakt.
-
-"O tante, laat haar niet sterven," riep ik uit.
-
-Lang duurde het, eer de ridder weer een goed kasteel had, doch de
-koning schonk hem er een, nog grooter dan wat hij bezeten had. Zoo
-gingen de jaren voorbij. Hij had inmiddels een zoontje gekregen, dat
-de vreugde van z'n leven was; ook zijn kind wilde hij eens zien
-dienen in de gelederen van zijn koning.
-
-Toen op zekeren dag Sir Roger met zijn mannen terugkeerde van een
-gevecht in het buitenland, bracht hij de vreeselijke ziekte, zwarte
-pest geheeten, in zijn kasteel over. Eerst werd één bediende ziek,
-toen een tweede, spoedig tastte de ziekte ook zijn gade en zijn
-zoontje aan. De ridder zonk op z'n knieën en smeekte God om
-uitredding.
-
-Juist op dit oogenblik verscheen weer een boodschapper van den
-koning, die hem opdroeg, zijn koning te vergezellen op een veldtocht
-naar een ver land. De ridder liet niet den minsten angst blijken; hij
-verliet vrouw en kind, en pas na twee weken vernam de koning zijn
-toestand. Een harde strijd stond hem te wachten. Sir Roger redde op
-het meest spannende oogenblik des konings leven, en daardoor wist
-hij een dreigende nederlaag om te zetten in een prachtige
-overwinning. Zelf echter werd hij gewond, en toen het gevecht
-geëindigd was, sprak hij tot zijn page:
-
-"Vervoer mij naar huis; mogelijk zijn mijn vrouw en kind nog
-hersteld. Ik zou ze nog zoo gaarne zien, vóór ik sterf."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Men vervoerde hem naar huis, en wonder boven wonder kwam hij er nog
-levend aan. Toen hij de hal binnengedragen werd, waren daar zijn
-vrouw en kind, die hem met open armen verwelkomden. Dank zij een
-ervaren kruidenlezer, waren zij geheel hersteld.
-
-Weken lang lag de arme ridder tusschen leven en dood. Wel werd hij
-eindelijk iets beter, maar zijn gezondheid was voorgoed geschokt en
-zijn kracht was weg. Nog enkele jaren leefde hij gelukkig, en zag
-zijn zoontje opgroeien tot een dapper soldaat.
-
-Toen, op een stormachtiger avond, hoorde hij aan zijn deur kloppen.
-Verouderd en vermagerd als hij was, strompelde hij naar de deur. Het
-was zijn koning! En opgewonden riep hij uit: "Laat mij hem waardig
-ontvangen en de eer geven, die hem toekomt!"
-
-Zijn bedienden trachtten hem uit de koude voorhal terug te dringen,
-maar hij wilde erheen. "Mijn koning! Mijn koning!"
-
-De koning was verraden, en vluchtte nu, om zijn leven te redden. Hij
-wist, dat er één onderdaan was, die hem van harte zou ontvangen, en
-daarom was hij naar Sir Roger gevlucht. Toen de ridder hem in zijn
-goed verwarmde kamer had genoodigd, viel hij zijn koning te voet.
-
-"O, sire! Ik heb wel gedroomd van deze eer, maar nooit had ik durven
-denken, dat ze mij te beurt zou vallen. Wees welkom binnen deze
-woning, die immers de uwe is, wijl ze aan uw nederigen onderdaan
-toebehoort; al wat hij bezit, bezit ook zijn koning!"
-
-Toen de koning zich neerbukte, om zijn trouwen dienaar op te richten,
-zag hij met grooten schrik, dat hij dood was neergezegen. 't Waren
-zijn laatste woorden geweest, en zijn laatste gedachte was een
-gedachte van trouw en aanhankelijkheid voor zijn koninklijken
-meester.
-
-Toen besloot de koning, dat op het wapen der Derekers voor altoos zou
-gegrift staan: "Semper fidelis, semper paratus"."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Toen tante Marie haar verhaal had geëindigd, waren we eenige
-oogenblikken stil. Mijn hart klopte van de inspanning van 't
-luisteren.
-
-Daan en Alex riepen als uit één mond: "Hè, leefden we nog maar in
-die tijden!" Lena schreide en zei: "Arme ridder, de koning had hem
-moeten omarmen en kussen!"
-
-Ik kon geen woord uitbrengen. Tante Marie keek me strak aan en vroeg:
-"Vindt je 't mooi, Griet?"
-
-Ik knikte en zei even later zacht: "Wij moeten evenzoo worden, en ik
-zal het beproeven," "En ik ook," zei Daan, mij ernstig aankijkend.
-Wij begrepen elkaar. Tante Marie zegt nooit iets over de moraal [1]
-van haar geschiedenissen, daarom houden we er zoo van. Dat moeten we
-zelf maar uitmaken. Ik was zóó van het verhaal onder den indruk,
-dat ik mijn werk neerlei, de kamer verliet, en naar m'n slaapkamer
-ging. Daar viel ik op m'n knieën, en sprak tot mijn Koning. En Hem
-bad ik, dat Hij mij, door voor- en tegenspoed heen, een trouwe
-dienstmaagd wilde maken. En ik meende oprecht, wat ik bad.
-
-Ook Daan had tante's verhaal gepakt. Toen ik den volgenden dag --
-Zaterdag -- de kerk binnenging, om vaders toga te halen, die versteld
-moest worden, vond ik tot mijn verbazing Daan geknield liggen bij de
-graftombe van den ridder. Hij sprong op, alsof hij gestoken was, maar
-ik deed net, of ik hem niet bemerkt had. Ik liep op de graftombe toe,
-en beschouwde het beeld van den ridder.
-
-Om maar wat te zeggen, zei ik tot Daan: "Was je bezig om te
-vergelijken, of hij goed lijkt op den ridder van tante Marie?"
-
-Langzaam antwoordde hij: "Ik was bezig een belofte af te leggen."
-Belangstellend vroeg ik hem: "Toe, zeg mij, welke, ik zal het niemand
-vertellen."
-
-Hij wees naar het motto op het schild. "Ik heb beloofd, zoo te zullen
-worden en God zal mij helpen." Dadelijk daarna liep hij de kerk uit.
-Ik was besloten, niet bij hem achter te blijven. Weer knielde ik
-neer, gelijk den vorigen avond, en in weinige woorden deed ik een
-belofte gelijk de zijne. Toen stond ik op en ging welgemoed heen; ik
-voelde mij als tot alles bekwaam.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Inmiddels begonnen de toebereidselen voor het Kerstfeest. Elken dag
-nog hoopten wij wat van Andy te zullen hooren, maar er kwam geen
-tijding en we bleven hem zeer missen. Vader meende zeker, dat hij was
-gestolen. Toen wij op zekeren avond bij elkaar zaten -- Lena en ik
-bezig aan kleeren voor Annie, en de jongens met het maken van
-Kerstkaarten -- teekende Alex een ezel op een zijner kaarten en zoo
-kwam het gesprek al spoedig op Andy.
-
-Alex begon: "Het zou mij niets verwonderen, als die zigeuners weer
-hier geweest zijn en hem gestolen hebben. Juffrouw Ribbon vertelde
-mij, dat er tegen Kerstmis nog een soort markt te Lemworth is, en als
-we daar nu eens heen gingen, wie weet of we Andy er nog niet zouden
-vinden."
-
-"Zoo dwaas zijn ze niet," vond Daan. "Ze zullen er dan heusch niet
-mee in de buurt komen. Als ze hem gestolen hebben, is ie natuurlijk
-allang weer verkocht."
-
-"Weet je, wie ik denk, dat hem gestolen heeft?" vroeg ik. "Niet die
-zigeuners, maar die man met de vuile ezels, die zoo vreeselijk
-vloekte bij de keuring. Van Bob Tapson heb ik gehoord, dat hij
-iederen zomer naar een badplaats gaat, hier niet ver vandaan, en daar
-de ezels verhuurt."
-
-De jongens schenen voor deze voorstelling veel oor te hebben. "Dan
-moeten we dat heerschap zien te vinden. Waar woont ie?" Ik
-antwoordde: "Ergens aan de andere zijde van Lemworth. Vraag maar aan
-Bob, die weet het wel."
-
-Er werd een plan gemaakt, hoe we zouden handelen. "Ik vermoed," zei
-Daan, "dat, als Andy daar al is, de schurk hem met een andere kleur
-zal hebben geverfd, en hoe zullen we hem dan herkennen? Natuurlijk
-zal hij volhouden, dat het _zijn_ ezel is."
-
-Wij bedachten, of Andy geen bijzondere kenteekenen had, en
-herinnerden ons, dat in zijn eene oor een klein spleetje zat.
-
-"Ik hoop, dat dà t bewijs genoeg zal zijn," hernam Daan. "Anders
-zullen we 't nog door een rechter moeten laten uitmaken."
-
-"Andy is zoo dom," voegde Alex er aan toe. "Als hij z'n naam hoort,
-zal ie heusch niet opkijken. Hij zal even hard naar den dief als naar
-ons loopen, als hij geroepen wordt."
-
-Daan vervolgde: "En misschien moeten we wel een lang proces ervoor
-voeren, dat ons hoopen geld kost. Het zal 'De ezel-zaak' heeten, en
-de bladen zullen er kolommen vol van hebben."
-
-Bij dat denkbeeld schaterde Lena van 't lachen. En ik trachtte zijn
-gedachten wat te kalmeeren: "Als je nu rustig kon uitvinden, waar
-Andy is, en je wist dan zeker, dat ie 't was, kun je hem dan niet
-terug stelen? Dat zou toch niet verkeerd zijn, wel?"
-
-"Nee, natuurlijk niet. We konden hem 's nachts ontvoeren. Maar als ie
-dan maar mee wil!" zei Daan.
-
-"Och kom, dat zal wel lukken. In elk geval, we kunnen 't probeeren!"
-moedigde Alex aan.
-
-En zoo dachten we er ten slotte allemaal over.
-
-
-[1] beteekenis, strekking ten goede.
-
-------
-
-
-
-
-HOOFDSTUK XVII.
-
-
-Ik begin nu te gelooven, dat dit mijn laatste hoofdstuk wordt.
-Misschien schrijf ik een volgend jaar weer een boek, maar dit moet
-naar Kapitein Rogers. Ik heb nu nog te verhalen vanaf den dag, dat we
-over Andy aan 't spreken waren.
-
-Nog vóór het ontbijt was Daan naar Bob Tapson gegaan, en kwam hij
-terug met het adres van den vermeenden roover. Vader scheen niet erg
-hoopvol gestemd, toen we hem ernaar vroegen. Hij stond den jongens
-echter toe, dat zij den eersten den besten vacantiedag met den trein
-naar Lemworth mochten gaan. De man woonde 3 mijlen van Lemworth
-verwijderd. Lena en ik wilden ook graag mee, maar dat verbood vader.
-Den 20sten December begon de vacantie. En dus gingen zij den
-volgenden morgen dadelijk naar Lemworth. Ten afscheid riep ik ze toe:
-"Denk erom, we willen je niet terug zien, dan met Andy!"
-
-Het was een drukke week nu; tante Caroline zou de Kerstdagen bij ons
-komen doorbrengen. Ik denk, dat tante Marie dan ook blijft, en dat
-zou allerprettigst wezen; tante Caroline zorgt dan voor de
-huishouding en tante Marie voor ons.
-
-Lena en ik moesten helpen bij 't halen van de pitten uit de rozijnen
-voor de Kerstpudding, verder moesten we pakjes thee en suiker maken
-voor eenige van vaders oudste gemeenteleden en dan nog hadden we
-allerlei versieringen te maken voor den grooten Kerstboom, die in de
-school wordt opgericht voor alle schoolkinderen.
-
-We hadden 't met al deze dingen zóó druk, dat we nauwelijks den
-tijd hadden, om onze eigen geschenken gereed te maken. En het was
-toch sinds jaren onze gewoonte, om elkaar met het Kerstfeest
-cadeautjes te geven. Nooit koopen we die, dat is juist het aardige.
-Dezen keer zullen Lena en ik een omslag maken voor vaders
-preekbundel; hij wordt van zwart fluweel, met zwart zijden strooken
-afgezet. Lena maakt het omslag en ik borduur in goud-kleurige zijde
-vaders voorletters er in; tante Marie heeft ze voor mij geteekend.
-
-Voor tante Marie maak ik een nachtzak, terwijl Lena voor haar
-waschtafel onderlegkleedjes maakt. Voor Puf vlechten we roode teugels
-met bellen er aan; voor Alex overtrek ik een kartonnen doos voor z'n
-postzegels met sterk, mooi gekleurd linnen, zoodat de doos lang goed
-blijft; Lena maakt voor hem een portretlijstje met denneappels er in;
-worden ze in de lijst gezet, dan gaat dat met zegellak, dat dadelijk
-stolt, zoodat ze goed vast zitten; een beetje vernis er over, en 't
-lijkt prachtig!
-
-Mijn geschenk aan Daan blijft een zwaar geheim, zelfs Lena mag het
-niet weten.
-
-Dit alles neemt veel tijd in beslag, en als ik dan gestoord werd, was
-ik erg boos. Maar ik trachtte toch telkens mij weer te herinneren,
-dat het 's Konings bevel was, om anderen te helpen. En dan gevoelde
-ik weer duidelijker, dat het er niet op aan kwam, hoe vaak ik
-gestoord werd, omdat Hij het is, die mij noodig had.
-
-Den ganschen morgen konden Lena en ik ongestoord aan onze geschenken
-doorwerken. Na het middagmaal nam tante Marie ons en Puf mee naar het
-bosch, waar wij klimop en mos bijeenzamelden voor de versiering der
-kerk. Het was er zoo stil en rustig, maar erg koud.
-
-Vóór 't theedrinken waren we weer thuis en werkten we weer door aan
-onze geschenken. Het werd inmiddels 8 uur, half 9, 9 uur, doch geen
-jongens te zien! En 8 uur kwam de laatste trein aan! Lena en ik
-moesten naar bed. Tante Marie zei, dat ze heelemaal niet angstig was,
-maar vader wel. Natuurlijk dachten Lena en ik, dat hun iets overkomen
-was. Lena meende, dat de man ze vermoord zou hebben en hun lijken
-onder den grond gestopt. Ik veronderstelde, dat ze Andy gevonden
-hadden, en dat de man toen naar den dichtstbijzijnden politiepost was
-gegaan, om te zeggen, dat de jongens den ezel gestolen hadden. En dan
-zouden ze niet worden geloofd, en in de gevangenis komen, totdat ze
-bewezen hadden, dat Andy hun eigendom was. 't Kon ook wezen, dacht
-Lena, dat ze de jongens ergens hadden opgesloten, om zich met Andy
-uit de voeten te maken. Wij spraken zoo druk over al die
-mogelijkheden, dat we ten slotte van vermoeidheid in slaap vielen.
-
-Toen wij den volgenden morgen van Emma hoorden, dat de jongens nòg
-niet terug waren, werden wij zeer beangst en opgewonden. Vader en
-tante Marie keken bij 't ontbijt ook erg somber; vader zei: "Ik had
-ze niet moeten laten gaan; ik moet zelf maar even naar Lemworth
-gaan." En tante Marie voegde eraan toe: "We zullen nog wachten tot
-vanavond. Ik geloof zeker, dat ze den trein gemist hebben, en nu tot
-vanmorgen ergens geslapen hebben."
-
-Lena en ik, we wisten niet, wat te beginnen. Ontelbare keeren liepen
-we naar 't hek, en keken den weg op, of ze nog niet kwamen. En zie,
-toen we juist weer in huis waren gegaan, en aan onze cadeautjes
-begonnen, daar kwamen ze binnenvallen. Wat waren we blij! Lena danste
-de kamer rond en riep: "Wij dachten, dat jelui vermoord waren!" En ik
-vroeg ademloos: "Waar is Andy?" "Raad maar!" zei Daan kalm. Wij
-werden weer angstig, omdat de jongens zoo ernstig keken. En toen zei
-Daan plechtig:
-
-"In den stal beneden!"
-
-Wij juichten van blijdschap en renden naar beneden, om hem te zien;
-ook vader en tante Marie kwamen aangeloopen, zelfs Emma en de
-keukenmeid. Puf vonden we al in den stal, zijn armen geslagen om
-Andy's nek, en den ezel kussende, als deed hij het tante Marie.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Wij konden haast niet gelooven, dat het Andy was. Hij zag er zoo
-vuil, vermagerd en vermoeid uit. Even keek hij ons aan en vrat toen
-weer verder van het hooi, dat Baldwin hem gebracht had. Dat is het
-akeligste van ezels; ze schijnen zoo kalm en onverschillig. Hij
-begreep niets van onze blijdschap. Ik had gewild, dat ie met ons had
-rondgedanst, om te bewijzen, hoe blij hij was met zijn thuiskomst.
-
-Met allerlei vragen overstroomden wij de jongens. "Wie had 'm? Waar
-vond jelui hem? Hoe ben je naar hier gekomen? Waar hebben jelui
-geslapen? Waarom ben jelui gisteren niet thuis gekomen?" Doch vader
-bedaarde ons een beetje; hij was even blij als wij, maar de jongens
-hadden fermen honger. Zoo gingen we dus met hen naar de eetkamer,
-waar ze ons onder een stevig ontbijt hun wedervaren vertelden.
-
-"Wij hebben toch zulke groote avonturen gehad!" zei Alex; "het was
-wel goed, als je alles in je dagboek opschreef, Griet, want het is
-grappig genoeg, om het later nog eens te lezen."
-
-
-[Illustratie]
-
-
-"Ik zal beginnen bij 't begin," zei Daan, en begon.
-
-"Wij kwamen veilig te Lemworth aan, en gingen van daar uit loopend
-naar het huis van Jem Harvey, zoo heet de kerel. Het was een heel
-eind, en zeker wel langer dan 3 mijlen. Aan de grens der
-gemeenteweide vonden we een soort schuur, waaromheen ezels liepen te
-grazen. We overlegden nog eens rustig, hoe we doen zouden, en gingen
-toen aan den slag."
-
-"Net alsof wij roovers waren, die op dieren af sluipen," viel Alex
-Daan in de rede. "Wij kropen voort in de schaduw van een heg, en
-konden toen al de ezels overzien, zonder dat iemand ons bemerkte."
-
-Daan vervolgde weer: "Wij telden 5 ezels, maar Andy was er niet bij;
-maar natuurlijk dachten wij, dat hij ergens was opgesloten. Wij
-moesten dus eerst de schuren en hokken onderzoeken, en dat was
-verbazend moeilijk, want toen we wat dichterbij kwamen, zagen we een
-man, die daar stond hout te hakken."
-
-"Maar ten slotte hadden we ons plan toch gereed," viel Alex weer in.
-"Vertel jij nou verder, Daan, maar niet zoo langzaam."
-
-"Met flinke stappen gingen we op hem af.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Goeden middag! zei ik. We zijn gekomen, om met u over zaken te
-spreken. Onderwijl nam Alex hem eens goed op. Hij keek ons
-achterdochtig aan en zei toen, dat we hem dat al eens meer gezegd
-hadden. Ik zei: Wij hebben onzen ezel verloren, en komen nu eens
-hier, om te zien of we van u een anderen kunnen koopen. Hij
-antwoordde: Maar mijn ezels zijn niet goed genoeg voor jelui
-bleekneuzen. En hij lachte daarbij zoo akelig, dat ik dadelijk
-vermoedde, dat hij er meer van wist. Misschien hebt u toch nog wel
-een paar mooie beesten, zeiden we; toen klopte hij z'n pijp uit en
-ging met ons een der stallen binnen. Ik zal misschien nog wel wat
-goeds voor jelui hebben, een aardig beest, loopt als de wind, en
-behaalde een prijs te Lincoln.
-
-Hij schuifelde het schuurtje binnen, en zie, daar stond een kleine
-grijze ezel. Wij keken scherp rond...."
-
-"Ik zag hem het eerst," viel Alex uit. "Met mijn scherpziende
-detective-oogen had ik hem onmiddellijk herkend." Daan ging voort,
-als had hij Alex niet gehoord: "In den hoek hing aan een spijker
-Andy's blauwe kleed."
-
-Wij waren allen onder den indruk van de spannende oogenblikken, en
-tante Marie was zóó meegesleept, dat ze gejaagd vroeg: "En wat
-zeiden jelui?"
-
-"Eerst zeiden we niets, we deden, alsof we niets gemerkt hadden,
-praatten over den grijzen ezel, en zeiden, dat we bevreesd waren, dat
-ie te klein voor ons zou wezen. Och, wat keek die man leelijk, hij
-grijnsde ons aan en stonk naar den drank. Ik gaf Alex een knipoogje,
-zich stil te houden; toen wij overal goed hadden rond gekeken, zoodat
-we goed wisten, dat Andy nergens kon verborgen worden, vertrokken we.
-Maar terwijl we wegliepen begon ik eensklaps tegen den kerel uit te
-varen:
-
-"Waar haal jij dat blauwe kleed in je schuur vandaan? En wie heeft
-den zwart-witten omslagdoek in stukken gesneden? En denk nu maar
-niet, dat wij zulke melkmuilen zijn, want wij gaan regelrecht naar de
-politie, en die zullen we je hier op je dak sturen. Eén kans is er,
-om je te redden: onmiddellijk Andy losmaken, hem brengen op de markt
-te Lemworth, en hem daar vastbinden aan een lantaarnpaal. Wij geven
-je den tijd tot 4 uur namiddag, en we beloven je tot zoolang te
-zullen geduld hebben. Is ie er om 4 uur niet, dan sturen we je
-dadelijk de politie, en dan ben je er gloeiend bij."
-
-Natuurlijk was ie woedend. Hij raasde en vloekte, en zei, dat ie dat
-blauwe kleed aan den weg had gevonden, en dat hij ons zou aanklagen
-wegens laster. Wij vertelden hem, dat dat alles tevergeefsch zou
-zijn, want alle veldwachters in den omtrek wisten al van onzen
-verdwenen ezel en het blauwe kleed.
-
-Daarna verlieten we hem, en liepen zoo vlug mogelijk naar Lemworth."
-
-"Toe laat mij nu ook eens vertellen," zei Alex, die zich nooit rustig
-kan houden, als een ander vertelt. Daan hield zich stil, en Alex
-vertelde verder:
-
-"Toen we te Lemworth terug waren, hebben we eerst broodjes met melk
-genomen, en vervolgens onze plannen verder besproken. Natuurlijk was
-het dom geweest, om dien kerel te zeggen, dat wij hem tot 4 uur
-ongemoeid zouden laten, want in dien tusschentijd kon ie al lang
-ontvlucht wezen. Maar nu komt het mooiste nog aan.
-
-Nadat we gegeten hadden gingen we, vermoeid door het
-straat-slenteren, een buitenweg op. Ongeveer een mijl waren we dien
-opgeloopen, toen we plotseling een jongen zagen, die in een droge
-sloot getuimeld was en te keer ging als een mager varken. 't Was een
-echte landlooper, en eerst zei ik: Kom, laten we maar doorloopen.
-Maar dat vonden we toch ook weer al te hard; als hij eens gewond was!
-We gingen dus naar hem toe en vroegen wat hem scheelde. Hij toonde
-ons zijn been, dat leelijk verwond was. Uit zijn verhaal echter
-konden we totaal niet wijs worden. Hij zei, dat z'n baas hem
-afgeranseld had, en toen was hij van de kar gevallen; hij was er nog
-suf van in z'n hoofd. Hij had z'n been een beetje verbonden, maar het
-had vreeselijk gebloed, wij namen dus onze zakdoeken en verbonden hem
-wat steviger, waarna we zeiden, hem naar huis te zullen brengen. Waar
-hij woonde? Bij m'n baas! zei ie. Maar waar die woonde wilde hij niet
-zeggen, want hij wou nooit meer naar 'm terug. Toen zeiden we, dat we
-hem naar 't hospitaal zouden brengen, daar kon z'n been goed worden
-nagekeken. Dat leek hem goed toe, maar om hem te dragen, dat was geen
-grapje. Daan zei tegen me: Wat is het jammer, dat we Andy niet bij
-ons hebben. Toen de jongen dit hoorde, spitste hij plotseling de
-ooren, keek ons verwonderd aan, en in 't volgende oogenblik hadden we
-elkaar herkend. Het was de jongen van Jem Harvey. We zeiden tot hem:
-"Wees maar niet bevreesd. Wij zijn op jou niet boos, omdat jelui
-onzen ezel gestolen hebt. Maar je baas zal er voor boeten. Wij hebben
-alles al ontdekt."
-
-Hij keek verschrikt op. "O, ik wist wel, dat er iets niet in den haak
-was!"
-
-"Waar heb je onzen ezel 't laatst gezien?" vroeg Daan. Toen vertelde
-hij ons alles. Zij waren Andy tegen gekomen toen hij langs den weg
-rende; de baas had hem opgevangen en vastgebonden. Zoo moest Andy
-achter hun wagen aan loopen, tot ze aan een groot bosch kwamen. Toen
-het donker was, werden Andy's kleeren afgetrokken, en zoo gingen ze
-met hem naar huis. Den volgenden dag moest de jongen hem naar een
-stal te Taunerton brengen. Daar moest een kooper voor hem gezocht
-worden. De jongen vertelde ons tegelijk, welk een hondenleven hij bij
-dien baas had gehad, en dat hij daarom was weggeloopen. Hij was wees,
-en Jem had volstrekt geen rechten op hem.
-
-Wat waren we nu in spanning, om Andy terug te krijgen! Maar die
-jongen moest eerst naar 't hospitaal. Wij vernamen, dat Taunerton 5
-mijlen daar vandaan was, te ver dus om nu nog te gaan loopen.
-Gelukkig was er een bakkerswagen, die er heen moest, en de bakker
-stond ons toe, mee te rijden. Wij vertelden hem al ons wedervaren.
-Hij kende den man, dien we zochten. Het was een messenslijper en
-tinnegieter; hij leefde met een vrouw, zoo mogelijk nog slechter dan
-hij. "Maar jelui moet er niet heengaan," zei de bakker, "het zijn
-gevaarlijke lui."
-
-"Het was bijna donker, toen we te Taunerton aankwamen en toen schoot
-ons met schrik te binnen, dat we den laatsten trein zouden missen,
-maar wij konden toch ook niet teruggaan, nu we zoo vlak bij Andy
-waren. Ga jij nou maar weer verder, Daan."
-
-Daan vervolgde dadelijk: "Wij waren bang, dat Jem Andy ergens zou
-verstopt hebben, maar het moest nu gewaagd worden. De bakker wees ons
-het huis. Gelukkig was het goed donker nu, want wij waren vast
-besloten, Andy weg te halen, zoodra we hem zagen.
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Wij slopen naar het huisje, toen den tuin rond, en zie, daar in een
-vervallen schuurtje met een half gebroken deur, stond Andy! Ik kan
-jelui zeggen, dat we geen oogenblik verloren lieten gaan! We sneden
-z'n halster door, en trokken hem uit den stal. Daar kwam de kerel
-aan! Maar 't was te laat! We hoorden hem nog schreeuwen: Houdt den
-dief! Maar beiden hadden we ons op Andy's rug geslingerd, en als
-dollen renden we naar het dorp terug!
-
-
-[Illustratie]
-
-
-Al spoedig draafden een half dozijn lui achter ons aan, die
-schreeuwden als Indianen. Toen we een flink eind buiten hun bereik
-waren, hielden we wat in, totdat we nog betrekkelijk vroeg te
-Lemworth aankwamen. Wij waren zóó bang, dat Jem ons nog zou
-opmerken, dat we er niet durfden blijven, en dus maar verder reden;
-voor den trein was het nu toch te laat.
-
-Wij reden en liepen om beurten. We waren hongerig en vermoeid, en ook
-Andy begon den kop te laten hangen. Eensklaps hield hij midden op den
-weg stil en wilde niet verder. Wat moesten we beginnen? En vlak voor
-ons kwam een auto aangerend. Wij schreeuwden hard, en zij stopten.
-Wie denk je dat er in zat?"
-
-"Mevrouw Laura!" raadde ik.
-
-"Mis! Generaal Walton, die altijd visch van ons kocht. Hij herkende
-mij, en vroeg wat we uitvoerden. Ik vertelde het hem; hij was o zoo
-vriendelijk. Hij liet z'n knecht uitstijgen en wij mochten in de auto
-zitten. Hij zou ons naar zijn huis rijden, waar wij den nacht konden
-doorbrengen. Zijn knecht droeg hij op, Andy mee te brengen. Verder
-werd er niet gepraat, en wij hadden een heerlijk autotochtje."
-
-"Maar dat had je ons toch wel even kunnen seinen," zei vader. "Dacht
-je dan niet, dat wij in angst zouden zitten?"
-
-"Zeker wel, vader. Generaal Walton zond dadelijk zijn knecht naar
-hier."
-
-"Dien heb ik niet gezien," zei vader.
-
-"Toe, vertel nu verder, wat jelui deden," drong ik aan.
-
-Daan vervolgde: "Wij kregen een heerlijk middagmaal, en wij vertelden
-hem al onze avonturen. Hij heeft ons allen te eten gevraagd op
-Nieuwjaarsavond!"
-
-Dat gaf blijdschap! "En toen zijn we vanmorgen dadelijk na 't ontbijt
-op Andy's rug naar huis gereden, maar hij is bepaald niet goed, want
-telkens hield hij weer stil, en daarom zijn we zoo laat."
-
-Hun verhaal was ten einde. Ik had het spannend gevonden, maar Lena
-had het mooier gevonden, als de jongens waren opgesloten of ongeveer
-vermoord geworden.
-
-En nu wij allen gelukkig zijn met Andy's terugkomst, lijkt het mij
-het beste toe, mijn verhaal hier te eindigen. Alles is nu goed
-afgeloopen en ook ons Kerstfeest was allerprettigst. Het zou te lang
-duren, ook daarvan nog alles te vertellen.
-
-Eén ding moet ik echter nog zeggen. Mijn geschenk aan Daan was het
-motto van den ridder in geschilderde letters, blauw, rood en goud. Op
-den eersten Kerstdag riep Daan mij in zijn kamer en toonde mij, waar
-hij het had opgehangen: juist tegenover zijn bed.
-
-"Het is mooi, Grietje," zei hij. "Het is goed, aan iemands goede
-wenschen herinnerd te worden."
-
-"Ja," zei ik, "en het is ook _mijn_ wensch, Daan. Ik denk, dat de
-oude ridder weinig vermoed zal hebben, dat zijn motto nog zóó zou
-voortleven. 't Is een woord van groote waarde."
-
-"Niet van zoo groote waarde, als vader's preek," zei Daan. "Maar het
-komt er mee overeen. _Komen_ -- _gaan_ -- _doen!_ Nooit zal ik het
-vergeten!"
-
-Terwijl mijn hart klopte van aandoening, zei ik: "En ik geloof, Daan,
-dat, als wij deze bevelen getrouw opvolgen, onze Koning eens tot ons
-zeggen zal, wat de koning zei in het verhaal van tante Marie:
-
-
- SEMPER FIDELIS, SEMPER PARATUS.
-
-
-
- EINDE.
-
-
-
-
- [Transcriber's Notes:
-
- Dit boek bevat een aantal zetfouten.
- De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd:
-
- [en zie toen van ja.] -> [en zei toen van ja.]
- [Allex vroeg haar,] -> [Alex vroeg haar,]
- [omdat ze zelf ook haast niet hebben] ->
- [omdat ze zelf ook haast niets hebben]
- [Toen het Woendag] -> [Toen het Woensdag]
- [beloofde tante, er overwijld] ->
- [beloofde tante, er onverwijld]
- [al ik goed oppaste.] -> [als ik goed oppaste.]
- [dat hij nauwlijks meer] -> [dat hij nauwelijks meer]
-
- Een inhoudsopgave is toegevoegd.
- Enkele leestekens zijn toegevoegd maar verder niet vermeld.
- ]
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Wij en ons ezeltje, by Amy le Feuvre
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WIJ EN ONS EZELTJE ***
-
-***** This file should be named 50733-0.txt or 50733-0.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/0/7/3/50733/
-
-Produced by R.G.P.M. van Giesen
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 50733 *** + +[Illustratie: kaft voorkant] + +WIJ EN ONS EZELTJE. + + + + +WIJ EN ONS EZELTJE +Uit het Engelsch van AMY LE FEUVRE + + +DOOR SILVANUS. + + +[Illustratie: logo] + + + + +'s-GRAVENHAGE -- D. A. DAAMEN. + + + + + + Inhoudsopgave + + HOOFDSTUK I + HOOFDSTUK II + HOOFDSTUK III + HOOFDSTUK IV + HOOFDSTUK V + HOOFDSTUK VI + HOOFDSTUK VII + HOOFDSTUK VIII + HOOFDSTUK IX + HOOFDSTUK X + HOOFDSTUK XI + HOOFDSTUK XII + HOOFDSTUK XIII + HOOFDSTUK XIV + HOOFDSTUK XV + HOOFDSTUK XVI + HOOFDSTUK XVII + + + + +[Illustratie] + +HOOFDSTUK I. + + +Natuurlijk zeggen de jongens, dat ik het weer niet klaar zal spelen. +Maar ik zeg van wel. Moet u weten, we zijn in een dorp beland, waar +alles vreemd en nieuw is, en daar is dus heel wat van te vertellen. +Nu zegt Daan wel, dat iedereen, die schrijft, een kwast is; en Alex, +dat ik alleen over mezelf zal schrijven, maar dat heeft geen nood; +want er is heel wat belangrijkers te beschrijven, dan mezelf. +Bovendien, ik ben zelfs niet van plan, alleen op te schrijven, wat +wij gedaan en gezegd hebben, d'r zijn hier nog zooveel andere +menschen, waar ik wat van vertellen wil. 't Is wel gemakkelijk, +besluiten te nemen, maar ze uit te voeren, is moeilijker. Toch zal ik +het probeeren. + +En daarom zal ik maar eens beginnen met te vertellen, dat onze vader +Jan Hendrik Marjoribanks heet, en dat hij dominee is. Moeder is een +jaar geleden gestorven; liever schreef ik daar niet over, maar het +zal wel moeten. Het was toen ook zulk een vreeselijke tijd. Wij waren +heel arm, want vader was toen nog maar hulpprediker, en moeder kon +voor hem geen dikke winterjas koopen. Haar wintermantel versneed ze, +om er een voor mij van te maken, en toen zij op een bitter kouden +avond uitging om een zieke vrouw te bezoeken, keerde zij huiverend +van koorts terug; zij kreeg -- ik weet heusch 't woord niet meer, +maar 't begon met een p. Haar longen waren aangedaan, en er moest een +verpleegster komen, die heel wat geld kostte; niemand van ons mocht +haar zien voor den laatsten dag van haar leven, toen ze ons bij zich +riep om afscheid te nemen. Ik kan daar niet meer over schrijven, het +maakt mij zoo bedroefd -- wij hielden zoo veel van moeder. Zij zeide +mij, dat ik trachten moest, haar plaats in te nemen, want ik was haar +oudste dochter, en ik gevoel zoo, nooit, nooit zal ik het worden, +want ik ben zoo vergeetachtig en ik haat het naaiwerk. Om de +eenvoudigste dingen lach ik, iedereen kan me aan 't lachen maken, en +dat weten ze. + +Onze arme vader werd steeds bedrukter, en Mej. Glass, de vrouw van +onzen dominee, toonde zich een vreeselijke bemoeial. Haar kinderen +konden wij niet zetten; 't waren lastposten. Eens, toen we weer aan +'t vechten waren, zeiden ze: Jullie vader moet doen, wat onze vader +hem zegt, en als hij 't niet doet, wordt hij weggestuurd. Zij schenen +te denken, dat vader een soort knecht was; wij hebben ze eens goed de +waarheid gezegd, en daarna hebben we in geen vijf dagen een woord +tegen elkaar gesproken. + +Kort daarna kwam de blijde tijding: vader gaat naar den Rector van +Warlington, en dat beteekende: hij zou een eigen kerk en een eigen +huis krijgen. Wij zouden verhuizen! + +Een verhuizing is 't mooiste, wat je kunt beleven. Twee keer waren we +al verhuisd, en we zouden 't elk jaar wel willen. Ditmaal was het +niet zóó gezellig meer als vroeger, omdat moeder er niet meer was. +Tante Caroline kwam nu eens kijken. + + +[Illustratie] + + +Nog denk ik met genot terug aan die dagen; den laatsten dag, toen +onze maaltijd op een kist werd opgediend en overal de grootste herrie +heerschte, en alle kamers zachtjesaan leeg raakten, vond ik vooral +verrukkelijk. + +Tante Caroline trok mee naar de nieuwe woning, en zij is nu nog bij +ons. Zij is een eigen zuster van vader, heel vriendelijk en nog al +druk. Onze overtocht per spoor duurde lang; wij hadden vlak bij +Londen gewoond, en ons nieuwe huis stond in Lincolnshire. Toen we +aankwamen, waren we allen van vermoeidheid in slaap gevallen. +Misschien is het beter, nu eerst wat van onszelf te vertellen, dan +wat van het huis, en dan mijn eigenlijke verhaal te beginnen. + +Daan is de oudste, hij is 13 en Alex 12 jaar. Zij doen altijd alles +samen, Daan heeft de leiding, en gewoonlijk is Alex het met hem eens, +nadat hij er eerst flink met hem over getwist heeft. Iedereen vindt +hen knappe jongens. Ik ook wel, maar als de menschen tegen vader +zeggen: Wat flinke jongens! Zulke kleine meneertjes al! -- dan schudt +hij het hoofd. Na hen volg ik. Ik ben de leelijkste van de familie. +Ik heb roodachtig haar, een bleek gezicht en groenachtig-bruine +oogen. Heelemaal rood is mijn haar niet; d'r zijn d'r wel rooder. De +jongens zeggen, dat roodharige menschen altijd leelijk zijn. Meer zal +ik over mezelf niet zeggen; alleen nog dit eene, dat ik +boekenschrijfster wil worden, en daarom er nu vast mee begin. Ik heet +Grietje. Is 't geen vreeselijke naam? Ik heb hem van een oude tante, +die mijn peettante was. De jongens noemen mij natuurlijk Griet. Je +kùnt geen schoonheid zijn met zoo'n naam, zei Daan eens tegen me, +toen ik hem vertelde zoo mooi te willen wezen als ons zusje Lena. +Neen, zei ik, maar als ik m'n oogen sluit, klinkt Grietje als een +grimmige oude vrouw met een baard onder d'r kin, en ik vrees, dat ik +óók zoo zal worden. Ik denk het ook wel, zei Daan, maar je behoeft +niet leelijker te zijn dan je verkiest. Je bent nu nog niet oud. +Ziezoo, dat is ten minste één ding om dankbaar voor te wezen: oud +ben ik nog niet. + +Lena is negen jaar, heel lief, en een echte dolle dries. Zij heeft +prachtig lang haar, dat in blonde golven neerhangt tot op haar +middel, en blauwe oogen. Onze jongste is Puf, oftewel onze baby. Zijn +eigenlijke naam is George, maar wij noemen hem Puf, omdat hij zoo +snel praat, dat hij tusschen de woorden blaast als een stoommachine, +en omdat hij stapt als een haan. Hij is pas 6 jaar en heeft altijd +een schortje voor, waar hij 't land aan heeft, en dat tracht los te +maken, zooveel hij maar kan. Wij hebben het nu met heel veel knoopen +van achteren vastgemaakt. Hij probeert het zooveel mogelijk vuil te +maken, maar als hij dientengevolge meer dan één schortje per dag +noodig heeft, krijgt hij geen suiker in z'n thee, en dat vindt hij +verschrikkelijk. Hij heeft een kroeskop, dikke wangen, stapt heel +zwaar en heeft dus heel wat schoenen noodig. + +Nu zal ik ons huis gaan beschrijven. 't Is een heerlijk huis, vlak +bij de kerk, omringd van vele huisjes met rieten daken. Onze poort is +naast die van de kerk, maar als we naar de kerk gaan, loopen we langs +een klein nauw paadje tusschen dichte heesters door, en dan komen we +door een nauw poortje op het kerkhof, vlak tegenover den ingang. Een +breed pad leidt van onze poort naar de huisdeur; aan dezen kant zijn +ook de stallen, een koetshuis met zolder en nog twee stallen voor +paarden. Wij hebben geen paard of rijtuig, maar er zijn daar +heerlijke plekjes om te spelen. Vóór ons huis is een groot grasveld +daar staat ook een prieel, en aan de eene zijde een groepje boomen; +verder nog struikgewas en bessenstruiken. + +Achter de keuken zijn twee grasvelden en daarachter loopt de +spoorlijn; ons huis ligt wat hoog, zoodat de tuin wat afloopt, +hetgeen heel geschikt is, om den trein te halen, als je wat laat +bent. Aan de andere zijde van 't huis zijn bloemperken, waarop vaders +studeerkamer uitziet. Achter de stallen is het werkhok en de +kippenren, staande tegen een dijkje, dat ons erf van den weg scheidt. +Ik ben niet heel sterk in beschrijvingen als deze, maar ik hoop, er +nu voldoende van te hebben gezegd. + +In ons benedenhuis hebben we de eetkamer, de zitkamer en vaders +studeerkamer. Een lange gang leidt naar de keuken. Boven hebben we +onze leerkamer, dan vaders slaapkamer, die van tante Caroline, en de +bergkamer. Ook hier weer een lange gang, aan het eind daarvan onze +slaapkamers en die van de dienstbode. Alex en Daan slapen samen in de +eene, Lena en ik in de andere kamer. Puf slaapt bij tante Caroline. + +In het gansche huis hangt een echt landelijke geur. Beschrijven kan +ik dien niet, wij hebben altijd in de stad gewoond, maar als ik m'n +oogen dicht doe, kan ik zeggen, waar ik ben, door den geur. + +De eerste weken na onze aankomst waren gezellig. Wij hielpen tante +Caroline met het plaatsen der meubelen, terwijl vader naar Lemworth +ging, een naburige stad, om er eenige nieuwe kleeden en enkele +nieuwe meubelstukken te koopen. Wij klapten in onze handen, toen wij +ze zagen, maar vader zei: Ach kinderen, hoe zou moeder dit verblijd +hebben! Toen ging hij naar z'n studeerkamer en sloot de deur, en wij +werden in eens stil. + +Ge hebt gezien, dat we met onze nieuwe woning bijzonder in onze +nopjes waren; 't was ook alles zoo nieuw voor ons, en we konden +nauwelijks gelooven, dat dit alles nu voor ons was. + +Wij zijn hier begin Juni gekomen, we hebben onophoudelijk aardbeien +gegeten en morgen is het Juli! Gisteren hadden we onzen eersten +regendag, en zijn we allemaal in de leerkamer gebleven; we begonnen +met een praatje over onze lessen. Daan en Alex moeten elken dag 3 +mijlen loopen naar den dominee van het naastbijzijnde dorp; die +dominee geeft zijn eigen kinderen en enkelen anderen les. Zij blijven +daar dan eten, en keeren pas op het theeuurtje terug. Lena en ik +nemen les van tante Caroline; ik geloof, dat tante niet heel secuur +is, maar zeker weten doe ik 't niet. Zij en tante Marie komen bij +beurten vaders huishouding waarnemen. Zij wonen dicht bij Londen; van +tante Marie houden we erg omdat zij vaak spelletjes met ons doet en +verhaaltjes vertelt; pas in den herfst is het haar beurt om te komen, +dat duurt dus nog even. + +"Ik vind zes mijlen per dag loopen een vervelend baantje," zei Daan, +en wierp z'n lei driftig op tafel; "wij moesten een fiets hebben, dan +zou 't makkelijker gaan." "Die zullen we nooit krijgen," zei Alex, +"zoolang we zoo arm blijven. Als ik ouder word, zal ik gaan sparen, +voor ik trouwen ga, en dan geef ik ieder van m'n jongens een fiets, +als ze zes jaar zijn." "Hoe leg je dat aan?" vroeg Daan. "Zeker niet +door hard te werken." + +"Ik ga goud, of diamanten, of petroleum zoeken," zei Alex. "Kan niet +schelen wat, maar dà t is _je_ manier om geld te verdienen." Toen +Daan weer: "Maar goud en diamanten spuiten den grond niet uit, als +jij voorbij komt." "Dat niet, maar ik zal ze onverwacht ontdekken." +"Ik wou, dat we een klein ponykarretje konden houden," zei ik. +"Gisteren zag ik er een rijden door ons dorp, met zoo'n aardigen +pony, bestuurd door een klein meisje in 't blauw en met een witten +stroohoed op." + +"Pony's kosten veel geld," zei Alex. "Een oude ezel zou niet kwaad +zijn; hij zou ons in een wip naar school brengen." + +"Ja," riep ik verheugd uit, "en ik zou iederen morgen met jullie mee +gaan om hem weer terug te brengen, omdat we hem hier overdag wel eens +noodig konden hebben, en dan ga ik jullie 's middags weer met hem +halen." + + +[Illustratie] + + +Daan gooide z'n boek naar mijn hoofd; ik ving het op en wierp het +terug; 't was goed raak. Gevolg: een geregeld bombardement van +boeken, totdat tante Caroline in de deur verscheen en ons beval, op +te houden. Toen begonnen we weer over onzen ezel te denken, en we +besloten te gaan sparen, om er een te koopen. Wij beloofden elkaar +plechtig, geen cent meer te zullen uitgeven voor snoepgoed, zoolang +niet genoeg geld bijeen was, om een ezel te koopen. + +"Als we geen karretje kunnen koopen, zullen we hem bij beurten +berijden," stelde Alex voor. Toen nam Puf het woord: + +"Ik ga ook sparen, en dan koop ik een renpaard, dat is heel wat beter +dan een oude ezel." "Kun jij zes mijlen lang op een paard zitten, jij +kleine vent?" vroeg Daan. Puf wond zich op: "Een oude ezel weet niet, +hoe ie loopen moet; en rennen kan ie heelemaal niet, ik hou van +rennen, en ik wil niet op een ezel zitten, en ik geef mijn geld niet +voor zoo'n sukkel, en ik...." "Hou op!" riep Daan, "jou kleine +windhapper, of we zullen je vierkant uit 't raam zetten. Nou, jongens +hoeveel geld hebben we samen? Ik zal penningmeester zijn; vlug wat!" + + +[Illustratie] + + +Daan had nog niet uitgesproken, of Lena en ik vlogen al naar ons +kamertje, om onze beursjes te halen. Lena had 5 1/2 cent, ik 9 +dubbeltjes. Wij gaven dit bedrag aan Daan, die het geld in z'n +spaarpot deed. Daarna nam hij uit zijn beurs 65 cent, terwijl Alex +met smart beleed, dat ie geen cent bezat. Toen werd Puf bevolen twee +centen af te staan, hetgeen hij al huilende deed, en telden we ons +gezamenlijk bezit: één gulden, 62 1/2 cent. Niet veel, om een ezel +voor te koopen! + +"Wij moeten probeeren, er wat geld bij te verdienen," sloeg ik voor. +"Dat is nog zoo gek niet," zei Daan, "en ik heb er al over gedacht, +hoe." "Dat heb ik ook," zei ik snel, "maar ik zeg het je niet, wel de +volgende week, het is o zoo leuk." + +Lena was bezig de kamer rond te hinken; even hield ze stil. "Ik wou +dat we konden bedelen," zei ze. "Er is geen politie, om ons het te +beletten." Daan sprak: "Alsof wij in onzen stand konden bedelen!" +Daan is heel trotsch op "onzen stand". Ik vroeg hem eens, van welken +stand wij waren. Van den tweeden, zei hij; de groote heeren en dames +zijn van den eersten; maar ik herinnerde hem, dat moeders grootmoeder +Mevrouw Louise werd genoemd, en wij dus ook tot den eersten stand +behoorden. Hij zei toen, dat we van gekruist ras zijn. Ik weet niet, +wat dat beteekent. + +"Misschien zal vader ons een ezel geven, als we hem er om vragen," +zei Lena; "hij is nu veel rijker. Ik zal hem er over spreken." Ze +rende de kamer uit. Vader is dol op Lena; nooit bromt hij op haar, +als ze op zijn studeerkamer komt. Wij wachtten in spanning; ze kwam +met een lang gezicht terug. "Vader zegt, dat de verhuizing zooveel +geld heeft gekost, dat hij nauwelijks al z'n rekeningen kan betalen." +"'t Is ook veel aardiger als wij zelf den ezel kunnen koopen," zei +Daan. Opeens riep Alex: "Ik heb een eenig plan, om geld te +verdienen." "Dan hebben we nu drie plannen," merkte Daan op; "laten +we elkaar daar nu niets van vertellen, dan komen we vandaag over een +maand hier weer bij elkaar,' en tellen we onze verdiensten. Lena, jij +moet nog een plannetje verzinnen, om geld te verdienen." Zij schudde +lachend het hoofd: "Ja, ik weet al wat, en ik vertel het ook aan geen +mensch." + + +[Illustratie] + + +De vergadering werd besloten met een harddraverij om de tafel, totdat +tante Caroline weer verscheen, om ons het te verbieden. Toen Puf dien +avond naar bed ging, vroeg ie aan vader, of God soms ook geld had. +Puf doet altijd van die wonderlijke vragen, en vader geeft hem altoos +ernstig antwoord, hij zal hem nooit uitlachen. + +"God is heel rijk, is 't niet vader?" + +"Alle dingen in hemel en op aarde zijn van Hem," antwoordde vader. + +Puf ging heel gelukkig naar bed, maar eerst stak hij zijn hoofd nog +even bij ons door de deur; "ik heb een heel mooi plan," zei hij. En +wij lachten allemaal, omdat wij wel konden gissen, wat het was. + +------ + + + + +[Illustratie] + +HOOFDSTUK II + + +Wij hebben twee weken vacantie, voor wij aan de lessen beginnen, en +dan duurt het nog maar enkele weken, en wij hebben weer vacantie, de +groote zomervacantie, die einde Juli begint. + +Ik verlang er naar te beginnen met mijn plan om geld te verdienen, en +ik denk er vandaag maar een aanvang mee te maken. Ik wou er eerst +niets van zeggen, maar ik heb toch vader eerst maar verlof gevraagd, +en hem gezegd, dat hij er niets van aan de anderen moet zeggen. Lena +kan nooit een geheim bewaren; vanmorgen al, toen ze nog in bed lag, +wilde ze mij al vertellen, wat ze doen ging, maar ik stopte mijn +vingers in mijn ooren, zoodat ze kon zien, dat ik het toch niet +hooren wou. Ik geloof stellig, dat we ons geheim niet lang zullen +bewaren; dat spelen we nooit klaar. Was het nu nog één geheim, maar +'t zijn er vijf, en die houden we onmogelijk stil. + +Vandaag is 't Zaterdag. Tante Caroline houdt elken Zaterdagavond een +huisgodsdienst voor den Zondag, en daar gaan we allen heen. Dat +geschiedt in onze mooie oude kerk; tante Caroline bespeelt dan het +orgel, en wij vormen het koor; Daan noemt het een gekras van belang. + +Nu is er een oude man, die als voorzanger dienst doet, en de +antwoorden opzegt, als niemand ze weet. Hij heeft een foei-leelijke +stem, en zingt altijd een heel eind achter. Hij heet Nathan Porter. +Verleden Zaterdag zei Daan tegen hem: "Kijk es, u moet niet zoo hard +zingen, wij kunnen 't best af. Ik denk, dat u wel vermoeid zult zijn +van 't zingen. Waarom gaat u niet midden in de kerk zitten, met een +kussen in uw rug?" De oude man was beleedigd en stampte met zijn stok +op den vloer: "Jongetje, ik ben hier spijkervast huisraad; jelui +doortrekkend volk gaat voorbij als het gras. Ik ben hier al veertig +jaar voorzanger, en nog niemand heeft mij ooit van hier willen jagen. +Ik zing hier al van dat ik knaap was, en ik zal zingen blijven, tot +dat ik naar het koor hierboven ga, en dan zal ik dáár zingen." Daan +voelde zich terechtgezet, en zei geen woord meer. + +Ook een kreupele jonge kleermaker, en de onderwijzeres, en vier +schoolkinderen doen aan den kerkdienst mee. Ik houd erg van de +kooroefeningen, maar de jongens niet. Zij hadden vanmiddag liever +gecricket in 't veld. Vreeselijk verhit kwamen zij aanhollen, toen 't +tegen 4 uur liep, en in de grootste haast werden de handen +gewasschen. De kerk was koel, na het voortdurend gejakker in 't land. + +In de kerk is één geschilderd raam; de andere ramen zijn gewoon, en +je kunt de wuivende boomkruinen, en de blauwe lucht er door zien. Het +maakt je aan 't droomen, als je dat ziet, terwijl je zit te zingen. +Soms vergeet ik waar ik ben, en dan stooten de jongens mij aan en +fluisteren: "Word wakker, Griet, kijk, een wesp!" Zij weten wel, hoe +bang ik voor wespen ben; en dan schreeuw ik bijna luid van angst, en +zie, dat er niets is. Het is heel moeilijk, je altijd goed te houden +als er jongens bij zijn; zij maken je aan 't lachen en doen je 't +geduld verliezen. En ik wil me juist in de kerk zoo graag goed +houden, vooral als het een mooie dag is, en alles zoo rustig en stil +om ons heen. Als ik dan de gouden vlammen zie bij zonsondergang, en +de blauwe luchten en de rose wolken, dan komt er een lichte huivering +over me, en ik fluister in mezelf: "O God, maak mij goed! Maak mij +goed!" + +Daan en Alex zingen heel aardig; hun zang klinkt in de kerk als .... +ja, ik zou haast zeggen als een klok, maar er is nog een lieflijker +geluid: als ge met uw natgemaakte vingers langs den rand van een glas +wrijft! Vader zegt, dat ik ook geen slechte stem heb, maar 't haalt +toch niet bij die van de jongens. Moeder kon prachtig zingen -- maar +ik zal over haar niet spreken, dat maakt me maar droevig -- en dan +word ik boos op de jongens. Ik verwonder mij er vaak over, waarom het +nu zoo verkeerd is, om te schreien. Ik denk, omdat het te +kinderachtig is. Daan is altoos boos, als er een van ons schreit. Hij +zegt, dat het fijnste volk van de wereld de Amerikaansche Indianen +zijn; die lachen nog, terwijl ze onthoofd worden. + +Maar ik huil om de minste aanleiding; dan komen de tranen me in de +oogen en ik kà n ze niet tegenhouden. Zelfs de stemmen der jongens +bij de kooroefeningen maken me al bedroefd. Ik wou, dat ik een +Amerikaansche Indiaan was. + +Toen de kerkdienst afgeloopen was, bleef ik met tante Caroline nog +even in de kerk, om de zangboeken op te bergen, en toen kwam vader de +kerk binnen. Hij zag er opgewekt uit, liep naar een graftombe dicht +bij den preekstoel, en riep mij bij zich. In den grafsteen was de +figuur van een ridder gebeiteld; wij vinden het altijd zoo jammer dat +zijn neus kapot is, want het bederft z'n gansche gelaat. Maar vader +wees mij op eenige woorden, gegrift aan het voeteneind. "Grietje," +zei vader, "dat zijn nu de woorden, welke ik ook op mijn graf zou +wenschen, tenminste, als ik er naar geleefd heb. Lees ze mij eens +voor, kind." Ik las ze, hoewel ik ze niet begreep: "Semper fidelis, +semper paratus." + +"Altijd getrouw, altijd bereid," zei vader; "niet soms, Grietje. Hoe +weinigen van ons kunnen dat "semper" voor onze deugden plaatsen!" + +Ik begrijp vader niet altijd, maar ik zei niets, totdat de zon scheen +door het beschilderde kerkraam, en blauwe en roode stralen over den +ridder wierp. Toen glimlachte ik. + + +[Illustratie] + + +"O, vader, wat is het toch een lief kerkje, en is u nu niet blijde, +dat dit alles aan u behoort? Het is toch allemaal van u, is 't niet?" + +Hij schudde zijn hoofd. + +"Het is niet mijn kerk, Grietje, maar die van mijn Meester." + +"Jawel, dat weet ik wel," zei ik langzaam. + +Toen zei vader op zachten toon, alsof hij tot zichzelf sprak in +plaats van tot mij: "Slechts rentmeester. En -- van den rentmeester +wordt getrouwheid vereischt, semper fidelis." + +Tante Caroline kwam bij ons. "'t Is theetijd, Grietje, kom, mee naar +binnen." Ik ging heen, spijtig, dat ik het heerlijk-koele kerkgebouw +alweer moest verlaten. Ik wou, dat we altoos buiten eten en drinken +konden. Thee is zomers zoo heet. Ik ging de eetkamer binnen. De +jaloezieën waren neer; de pas binnengebrachte theepot stoomde nog. +Alex was bezig met de vliegen te verdrijven van onze boterhammen; +Daan leerde Puf op z'n hoofd loopen, en Lena was nergens te zien. + +Ik zou ze net gaan zoeken, toen ze de kamer binnenholde. Heur haar +hing los, haar gezicht was erg verhit en haar schortje vuil als roet. +Ze danste de kamer door en zong zoo hard als ze kon: "Hoerah! Ik heb +het gedaan!" Toen stond ze plotseling stil en liet een kwartje zien. +"Mijn eerste winst," riep ze uit; "ik ben jelui allemaal voor!" + +Ik ging naar haar toe en zei: "Ik weet wat je hebt gedaan, ik kan 't +aan je ruiken." "Zeg het nu maar niet! Vang 'm, meneer de +penningmeester! Ik ga me wasschen." Zij huppelde de kamer uit, Puf +keek me ernstig aan. + +"Zij heeft suikergoed in de keuken gemaakt." De jongens begonnen te +lachen. + +"Makkelijk genoeg, haar geheim uit te visschen, maar ik zou wel es +willen weten, wie er haar geld voor geeft," zei Daan. Ik antwoordde: +"Misschien vader of tante Caroline. Maar laten we daar nu niet naar +raden, totdat ze 't ons zelf vertelt. Dat zou niet in den vorm zijn." +"In den vorm" is een woord van Daan; hij zegt het heel veel. + +"Het is niet in den vorm, een kwast te wezen," zei hij. + +"Dà t weet ik evengoed als jij." + +"Dan ben je 't niet, Griet!" + +Toen kwam tante Caroline binnen, en wij eindigden ons getwist. + +Toen tante Caroline goed en wel gezeten was, schonk ze thee voor ons +in; daar verscheen Lena, blinkend van frischheid, nu ze zich eens +terdege had gewasschen. Maar nog was haar gezicht opgezet, zoodat +tante uitriep: "Kind, wat zie je er uit!" Ze leek ook wel wat op een +gekookte kreeft. "Ik heb zoo hard gewerkt," zeide ze; "ik zou voor +geen duizend gulden kok willen wezen!" + +Vervolgens kwam vader binnen; hij drinkt altijd gelijk met ons thee; +maar zijn eigenlijk avondeten gebruikt hij nooit vóór 8 uur; dan +eet hij met tante Caroline samen. Geen van ons had veel trek in thee; +ze was zoo heet, en er was alleen brood met boter, niet eens bisquit, +geen jam en geen aardbeien. Natuurlijk hebben we die lekkernijen niet +iederen avond. + + +[Illustratie] + + +Na het theedrinken gingen de jongens den tuin in, terwijl ik tante +Caroline hielp met het klaarleggen van al onze Zondagsche kleeren, en +het verstellen van eenig ondergoed. We hebben slechts twee +dienstboden, de keukenmeid en Emma; die kunnen dus het verstellen van +ons goed er niet bij hebben. Emma helpt Puf bij z'n bad, waarbij hij +danst en springt en soms over z'n hoofd buitelt in 't water, onder +veel geschreeuw en drukte. Lena is trotsch op haar verdiende kwartje. +Ik kan vóór Dinsdag a.s. niets verdienen, maar dan zal het ook raak +zijn. En nu moet ik met schrijven eindigen, want ik ga naar bed. + +Lena kwam juist naar me toe en zei: "Griet, raad eens, hoe ik dat +kwartje heb verdiend." Ik zei haar, dat het een geheim moest blijven. +"Jawel," zei ze, "maar jij kunt toch wel een geheim bewaren, is 't +niet?" "Ik weet, dat je je borstplaat hebt verkocht, maar ik weet +niet, aan wie. Misschien aan Emma, zij is dol op zoet goed." "Emma! +Alsof ik van haar een kwartje zou aanpakken! Neen, niemand hier in +huis gaf het mij, maar een heel voornaam persoon." Dit maakte mij +nieuwsgierig, doch ik wou het haar niet laten merken. "Vader wil niet +hebben, dat je je suikergoed aan vreemden verkoopt," zei ik. "'t Is +geen vreemdeling," en toen, fluisterend aan mijn oor: "mejuffrouw +Ribbon. Zeg het niet tegen de jongens." + +Ik schrok. Mej. Ribbon is een beste vriendin van ons, hoewel we haar +nog niet lang kennen. Zij is eigenares van den dorpswinkel, en is +heel dik en heel vriendelijk. Zij heeft een grooten zoon, die dikke +vrienden is met Emma. Hij heeft een paar dichtregels geschilderd +buiten de winkeldeur, een heel aardig versje: + + + Wie hier eens komt, die komt terug, + Hij wordt geholpen goed en vlug. + + +Mejuffrouw Ribbon heeft van alles in haar winkel. Alex ging naar haar +toe, en vroeg een Braziliaanschen postzegel, hij verzamelt +postzegels. Zij zei, dat ze hem binnen een week zou hebben, er waren +postzegels besteld. Wij geloofden haar niet, doch op een Dinsdag, als +het marktdag te Lemworth is, stuurde ze haar zoon naar een grooten +boekwinkel daar, en hij kwam terug, niet alleen met een +Braziliaanschen postzegel, maar ook met vele andere, zoodat Alex +langen tijd keuze had. Later ging Daan er heen en vroeg naar een +witte muis. Zij ging naar de stad en bracht er een voor hem mee; ik +zei hem, dat ze een gewone muis had gevangen en die wit geverfd had. +Maar hij geloofde het niet; 't eenige lastige was, dat zij er meer +geld voor vroeg, dan hij bezat. Later merkten we, dat Tom, zoo heet +de zoon van juffrouw Ribbon, een groote menagerie in den tuin had: +duiven, kanarievogels, honden, katten enz. + +In juffrouw Ribbon's winkel hangt zoo'n heerlijke geur. Van alles +ruik je er; Daan zegt, dat het een mengsel is van zeep, uien, stroop +en koffie. Ik vind het meer een mengsel van zwavel, spek, appels, en +kaas. Alex vindt het meer ruiken naar suiker, kool, vet en leer. +Altoos helpt juffrouw Ribbon met een vriendelijken glimlach haar +klanten, nooit verliest ze haar hoofd bij de zoo verschillende +boodschappen. Deze moet pepermunt hebben, die worst, een ander zes el +katoen, weer een ander een kookpan, kopjes en schoteltjes, dan weer +touw, veters, inkt, huismiddeltjes, rapen, bisquit, te veel om op te +noemen; altoos weet ze het precies te vinden. Ik zei haar eens, dat +winkel houden mij een heel zenuwachtig werkje leek, want je krijgt +zooveel menschen, die zelf niet weten, wat ze moeten hebben. "Niets +erg," zei ze, "ik weet beter wat ze noodig hebben, dan zij zelf." +Daaruit blijkt, dat ze een knappe vrouw is. + +"Kocht juffrouw Ribbon je borstplaat?" vroeg ik aan Lena. "Ja, ik gaf +het haar, en vroeg, of ze 't niet kon gebruiken; ik vertelde haar, +dat ik wat geld moest verdienen. Dat vond ze heel lief; ze kocht het +van me en beloofde Woensdag nog meer van me te zullen koopen." + +Ik werd een beetje jaloersch. Wij hebben van jongsaf altoos zelf onze +borstplaat gemaakt. Lena heeft het van mij geleerd. Natuurlijk was +het slim van haar, om er aan te denken, het te gaan verkoopen; maar +toen juffrouw Ribbon het eenmaal wilde koopen, was er voor haar geen +kunst meer aan. En als ik er nu aan denk, wat mijn plannen zijn .... +maar ik zeg er niets van, want de jongens mochten dit dagboek eens in +handen krijgen. + +"Ik weet niet, of tante Caroline wel goed vindt, dat jij alle boter +en suiker daarvoor gebruikt," zei ik een beetje gemelijk. + +"O, dat maakt de keukenmeid wel in orde, zij heeft al gezegd, dat zij +er voor zorgen zou. Van elke 25 centen, die ik verdien, geef ik er +haar vijf en zij kan er meer boter voor koopen, dan zij noodig +heeft!" + +"Ik geloof er niets van, dat zij jou elken dag in de keuken wil +hebben," zei ik. + +"Dat zal ook niet elken dag gebeuren, maar de keukenmeid heeft +gezegd, dat zij, zoo dikwijls als ik het maken wil, me zal helpen." + +Ik wist, dat dit waar was, want Lena speelt het met iedereen klaar +door haar mooipraterij. Ik begrijp niet, hoe ik zoo verkeerd kwam, +maar 't was nu eenmaal zoo, en toen werd ik nijdig op mij zelf, dat +ik zoo nijdig was, en werd dus nog nijdiger. Lena was zóó akelig +met zichzelf ingenomen, dat zij d'r mond er niet over kon houden. + +"Niemand van jelui is nog begonnen met wat te verdienen," zei ze, "ik +ben jelui allemaal voor." + +"Ga toch naar bed," schoot ik uit, "je bent zoo lastig en druk, dat +ik niet eens rustig kan schrijven." + +Zij liep de kamer uit en schold mij uit voor zeurkous. Ik zal ook +maar naar bed gaan; toch ben ik een beetje huiverig om zoo boos in te +slapen. Wij hebben eens een verhaal gehoord van een jongen, die z'n +zuster niet wou vergeven, voor zij ging slapen; maar zij werd niet +weer wakker: zij stierf van hartzeer. + +Ik ben blij, dat 't morgen Zondag is; dan kan niemand van ons geld +verdienen, en dus behoeven we elkaar daarover dan ook niet in 't haar +te vliegen. Daar houd ik trouwens toch niet van; wij hebben allen +noodig, dat we vrede met elkaar houden. + +------ + + + + +HOOFDSTUK III. + + +Een gansche week lang heb ik niets geschreven, dus mag ik nu wel eens +spoedig aan 't werk. 'k Zal eerst maar eens wat vertellen van +verleden Zondag. + +Bij het ontbijt krijgen we Zondagsmorgens allemaal een gekookt ei; +dat is het eerste pleizier van den dag, ongerekend nog het genot der +Zondagsche kleeren. Lena en ik zijn dol op witte jurken, en daar we +nu juist uit den rouw zijn, kunnen we ze mooi dragen. Ook onze hoeden +zijn wit, met witte linten. Lena lijkt Zondags wel een engel; als ze +vleugels had, zou ze er bepaald een wezen. En het dragen van +Zondagsche kleeren stemt je ook zoo opgewekt. + + +[Illustratie] + + +We moeten Zondags heel vlug ontbijten, omdat tante Caroline naar de +Zondagsschool moet. Nog vóór kerktijd is ze terug, om met ons ter +kerk te gaan. Verleden Zondag was het verschrikkelijk warm, en de +brandende zonnestralen door de groote kerkramen maakten het +daarbinnen benauwd. Leuk was het, toen de zon het kale hoofd van een +boer ging plagen; hij sloeg met z'n zakdoek over z'n hoofd, als zaten +er vliegen, eindelijk spreidde hij z'n zakdoek geheel over z'n hoofd +uit, en had toen zóó 'n koddig voorkomen, dat ik 'n vreeselijken +toer had, om niet in lachen uit te barsten. Ten slotte kon ik het +niet meer uithouden, en proestte het zóó hard uit, dat vader +ophield met preeken en mij strak aankeek. Wat had ik het toen te +kwaad; m'n oogen stonden vol tranen, en ik kon het toch heusch niet +helpen, ik had alles gedaan om niet te lachen. Eindelijk ging vader +weer voort, en luisterde ik met aandacht naar hem. Want vader preekt +heel mooi, altijd vertelt hij wat nieuws uit den bijbel. + +Hij begon met de geschiedenis van den hoofdman over honderd, en sprak +daarbij over deze woorden: "Ik zeg tot dezen: ga, en hij gaat, en tot +genen: kom, en hij komt, en tot een anderen: doe dit, en hij doet +het." Vader zei, dat dit het voorbeeld was voor een goeden +dienstknecht. En toen zei hij, dat Jezus Christus ook tot ons die +drie woorden spreekt, maar dan in deze volgorde: Kom, ga, doe. Zoo is +ons Christelijk leven. Wij moeten komen, vóór wij kunnen gaan, om +te doen. Wij moeten komen, en onszelf als dienstknechten van Jezus +opgeven, opdat Hij onze zonden vergeve en ons tot Zijn eigendom make; +en wij moeten gaan, om anderen van Hem te spreken, eerst onze +vrienden, en dan hen, die Jezus niet kennen. Sommigen moeten daarvoor +ver van huis, en vader vertelde hierbij van de zendelingen; anderen +moeten in hun eigen omgeving doen, wat Jezus hen geboden heeft. + +Elk woord van de preek heb ik begrepen, en zelfs de jongens zaten te +luisteren, omdat vader het een preek over soldaten noemde, en de +jongens zijn dol op soldaten. + +Toen we uit de kerk kwamen, was ik heel stil. De jongens vroegen, of +ik aan 't tobben was over mijn geheim, maar ik zei hun van niet. + +Na het middageten gingen we allen naar het veld, om er de vragen en +antwoorden uit onzen catechismus te leeren. Tante Caroline ging weer +naar de Zondagsschool, maar vader kwam naar ons toe, ging in een +gemakkelijken stoel onder de olmen zitten, en overhoorde ons de +geleerde vragen. Toen dat afgeloopen was, gingen de jongens weg, en +Lena ook, maar ik bleef, want ik hoopte, dat vader nog wat over zijn +preek zou zeggen. Hij deed het al dadelijk; hij legde zijn hand op +m'n schouder, en vroeg: "Heb je naar de preek geluisterd, Grietje?" + + +[Illustratie] + + +"Ja, vader." "En welke van de drie bevelen heb je nu gehoorzaamd? Ben +je op weg, om een van Christus' trouwe volgsters te worden?" Ik +antwoordde beschroomd: "Ik denk _komen_." Vader zei niets. En ik +vervolgde: "Maar ik begreep niet goed het _gaan_. Ik kan toch niet +de geheele wereld doorgaan, en het Evangelie brengen!" Vader sprak: +"Ik heb gehoord, dat tante je gevraagd heeft, of je haar niet kunt +helpen in de Zondagsschool; ik dacht, je zoudt daarheen kunnen gaan." +"Maar vader," riep ik uit, met verbaasde oogen hem aanstarende, "daar +ben ik toch veel te jong voor; de jongens zouden zeggen, dat ik dan +nog verwaander was dan ooit, ze noemen me nu al altoos verwaand." + +"De vraag is maar, waar je 't meeste om geeft: het bevel van Jezus of +de jongens." Ik liet mijn hoofd hangen; toen opeens viel ik uit: "Een +kwast te heeten, is niet in den vorm." Vader lachte luid. En ik +voegde er haastig aan toe: "Ik vind zelf, dat zulk werk voor mij te +verwaand zou staan." "Heel wel," zei vader, "ik zal er niets meer +over zeggen." + +Ik voelde mij ver van gelukkig. Net kwam Puf aan en klom op vaders +knie; ik ging weg, liep naar de leerkamer en nam een boek uit onze +"Zondagsche" verzameling. Ik las door tot theetijd. Werkelijk, ik +kà n nog geen klas onderwijzen. Ik zou niet weten, wat ik zeggen +moest; bovendien, de kinderen kijken je zoo aan, en Daan zou me maar +uitlachen. + +Na de thee gingen we naar de avondkerk, maar ik was al bang, niet +veel aandacht voor de preek te zullen hebben. En toen wij den +avondzang gingen zingen, voelde ik de tranen opkomen, omdat ik wist, +dat ik een lauw hart heb. + +Ik was maar wat blij, toen 't weer Maandag was, omdat ik dan heel wat +te doen had voor onze vergadering op Dinsdag. Alex vroeg vader bij +het ontbijt, of hij den ganschen dag mee uit hooien mocht met +Cummins, dat is de boer, die vaders land verzorgt. Als Cummins hem +mee hebben wou, vond vader 't goed. + +Ik beneed Alex, omdat ik er ook zoo van houd, om mee uit hooien te +gaan. "Je maakt er een mooi lui dagje van, terwijl je zorgen moest om +je plan uit te voeren," zei ik hem. "Sluit je op, ouwe Griet!" riep +hij, en rende lachend weg. Daan keek hem een oogenblik na, alsof hij +ook mee wou. "Ik ga hard aan 't werk," zei hij, "mijn plan is rijp om +vandaag uit te werken." + +"Morgen zal 't mijne rijp zijn," zei ik, en ging den tuin in, om met +den ouden Baldwin te praten. Dat is onze tuinman. Vroeger hadden we +geen tuinman, eenvoudig, omdat we geen tuin hadden. Het is een +alleraardigste oude man, maar hij wil van niemand bevelen hooren, +zelfs niet van vader. + +"De tuin is mijn werk," zei hij eens tot vader, "en preeken maken is +uw werk, en het is niet goed ze door elkaar te halen. U is er op +berekend om te preeken, ik om te tuinieren, en zoo weten we zelf onze +zaken het best." + +Altijd is hij gereed voor een praatje, en het spijt mij daarom +eigenlijk een beetje, dat ik hem iets van mijn plan heb verteld. Nu +weten vader en hij er allebei iets van; maar dat moet toch ook wel, +want anders kan ik het niet uitvoeren. + +Tegen etenstijd zei tante Caroline tegen me: "Griet, je moet eens +even soep brengen naar een arme vrouw, die een halve mijl buiten het +dorp woont. Je kunt Puf meenemen, een wandeling zal hem goed doen." + +"Och tante," riep ik teleurgesteld uit, "moet ik nu vanmiddag uit, ik +wou zoo graag wat in den tuin gewerkt hebben." + +"Ik heb gemerkt, Grietje, als ik je wat vraag voor mij te doen, dat +je dan altijd wat anders hebt te doen. Zoo vreeslijk is dat toch +niet, even een halve mijl te loopen, om soep bij een arme vrouw te +brengen! Ik kan zelf niet gaan, want ik heb met je vader nog een en +ander te bespreken." + +Ik trok een lip, en toen dacht ik in eens: dat kon nu wel dat "gaan" +zijn, waarvan vader sprak. In elk geval was 't prettiger dan het +onderwijzen in de Zondagsschool. Ik trachtte dus opgeruimd te kijken, +ging Puf halen, en begaf mij met hem op weg. Lena kwam net het hek +uit en riep juichend: "Hoera! Ik ga nog meer borstplaat maken! Ik zal +'t van jelui allemaal winnen, wat zijn jelui ook voor langzame +kinderen!" Terwijl ze dit zei, wond ze zich zóó op, dat ze van het +hekje, waarop ze was gaan staan, plat op den grond viel. + +"Hoogmoed komt voor den val," riep ik haar na, terwijl ze overeind +krabbelde en haar elleboog wreef. Toen rende ik met Puf weg. + +Hij was natuurlijk weer druk als twee. "Ik wil de volgende week het +ezeltje naar de wei brengen," zei hij, "en ik wil er den eersten keer +op rijden." + +"Wanneer komt het dan?" vroeg ik hem. + +Hij keek even voor zich, en zei toen: "Ik heb al gezegd, dat het een +mooie ezel moet wezen, niet zooals ze die aan 't strand hebben, maar +een met blauwe oogen en die niet bijt. Ik verwacht hem binnen 5 +dagen." + +Ik moest lachen; hij keek zoo ernstig en babbelde maar weer verder: +"Het zal de beste ezel van de heele wereld wezen, omdat ik den +rijksten man van de wereld gevraagd heb, hem te geven." "Ik vind, dat +je niet zoo oneerbiedig over God spreken mag, Puf." "Ik heb niet +gezegd, wien ik bedoelde, stoute meid, je hebt mijn geheim geraden." +Puf stond het huilen nader dan 't lachen, en midden op den weg +stilstaande riep hij: "'t Kan me ook niet schelen, ik vertel het aan +niemand anders!" Toen begon ik hem maar een verhaal te vertellen, om +zijn aandacht af te leiden. + +Het was een lange warme wandeling naar juffrouw Tapson; 't leek mij +meer een mijl dan een halve mijl, maar ten slotte kwamen we er dan +toch! 't Was een aardig klein huisje met een tuintje, vlak aan den +weg. De deur stond open, ik liep dus binnen, en zag daar een man, +bezig met het vuur op te poken. + + +[Illustratie] + + +"Soep voor moeder?" vroeg hij, terwijl hij zich omdraaide en van mij +gehoord had, wat ik kwam doen. "Ik ben er zoo dankbaar voor. Boven +ligt ze te bed met pijnlijke rheumatiek, en ik verzorg haar zoo goed +als ik kan. 's Morgens moet ik naar Lemworth, en pas 's avonds 7 uur +kom ik weer in 't dorp terug." Hij had inmiddels het pannetje van me +aangenomen en keek er in. "Daar is genoeg in voor vandaag en morgen," +zei hij. "Vriendelijk bedankt hoor kind. Wil je niet even naar boven +gaan, om moeder te groeten? Ze houdt zoo van gezelligheid." + +Ik klom de nauwe trap op, en Puf stommelde achter mij aan. Ik ben +gewoonlijk bang voor zieke menschen, maar van deze oude vrouw hield +ik. Een helder mutsje had ze op en ze lag onder een lappendeken. Haar +gansche gezicht helderde op, toen ze ons zag komen. Zij zei, dat ze +al van ons gehoord had, en of ik nu dat meisje was met het mooie +haar? Ik lachte terwijl ik mijn roode lokken naar achteren schudde, +en vertelde haar, dat dat Lena was. Toen begon Puf met haar te +praten, en natuurlijk vertelde hij haar ook van het ezeltje. Daar was +hij nu eenmaal vol van. + +"Puf begrijpt nog niet, wat bidden is," legde ik haar uit. "Hij +denkt, dat hij zeker alles krijgt, waar hij God om vraagt. Hij vraagt +b.v. om z'n speelgoed heel te maken, maar gewoonlijk doe ik het maar, +anders gaat hij nog rekenen op wonderen." + +"Och lieve kind," zei juffrouw Tapson, "de Heere hoort gaarne het +gebed der kinderen! 't Is net als met mijn Bob; wat die vroeg, kon ik +niet half geven, toch luisterde ik geduldig naar al zijn wenschen. +Maar bid, bid gerust; veel gebed maakt je ziel sterk, en zoo ben je +ons ouderen nog ten voorbeeld." + +Puf begreep er niets van. Hij liep wat heen en weer, en ging toen de +trap af. Ik keek hem na, en zag, dat Bob Tapson met hem spelen wilde. +En toen heb ik juffrouw Tapson mijn geheim verteld; ik gevoelde, dat +ik het nu toch aan iemand moest vertellen, en zoo stortte ik mijn +hart voor haar uit. Zij luisterde met ingehouden adem, en beloofde +mij, dat haar zoon voor mij zou uitzien, en een plekje in z'n kar +voor mij zou openlaten. + +Ziedaar het geheim! Vader had mij aangeraden, om uit onzen tuin +bloemen en groenten te verzamelen, die te Lemworth ter markt te +brengen, en ze daar te verkoopen. Met den trein er heen gaan, was +veel te duur, en daarom had ik gevraagd, op Baldwins groentenkar te +mogen meerijden. Maar die gaat 's morgens om 8 uur al heen, en komt +'s avonds 7 uur pas terug, en ik ben dus bang, dat tante, als ze er +achter komt, het mij zal verhinderen. + +Ik wandelde met Puf naar huis terug en gevoelde mij verdrietig. Als +ik ging, zou ik het ontbijt moeten missen, want voor 8 uur ontbijten +we nooit. Ik kon wel gemakkelijk zoo vroeg weg gaan, maar zouden ze +dan thuis niet denken, dat me wat overkomen was? Maar dan kon ik toch +een briefje voor vader achterlaten, en hem vragen, er niets van te +zeggen! + +Ik leefde weer op, en zoodra we thuis waren, holde ik den tuin in, om +mijn mand te gaan inpakken. Toen we kwamen theedrinken, vertelde +tante ons, dat vader verzocht was, om in een naburig dorp een +begrafenis te gaan bijwonen, omdat de predikant daar uit was. "En hij +zal daar den nacht overblijven," voegde zij er bij. "Hij zal niet +voor morgenavond terugkomen, want morgenochtend is er ook nog een +huwelijk te bevestigen." + +Zoo zou dus mijn brief aan vader weinig geven. Ik zat leelijk in de +war, en peinsde, wat ik doen moest. 't Beste leek mij toe, dan maar +voor tante Caroline een briefje achter te laten. Ik schreef nu, voor +ik naar bed ging, dit briefje: + + + Lieve tante Caroline, + + Als ik den ganschen dag weg blijf, dan is er niets met mij gebeurd. + En vanavond om 7 uur zal ik thuiskomen, het dient om mijn plan uit + te voeren, dat echter een geheim is. + + Uw liefhebbende nicht Grietje. + + P. S. Het is geen verkeerde zaak, maar een goede. + + +Tante Caroline zei, voordat we naar bed gingen, dat zij vandaag +nauwelijks een van ons gezien had, en dat zij hoopte, dat wij geen +van allen verkeerde dingen in 't schild voerden. Alex werd zoo rood +als een pioen, en zei, dat hij vreeselijk moe was, en Daan zag er +moedeloos uit, als had hij al z'n geld verloren. + +"Ik heb hard genoeg gewerkt, om 10 kwartjes te verdienen," zei hij, +"en ik durf zeggen, dat ik dat al lang gedaan heb." + +"Kinderen," zei tante, "ik houd niet van al dat gepraat over geld. +Het schijnt, dat jelui aan niets anders denkt tegenwoordig. Het staat +zoo onkinderlijk!" + +"Maar het is om een ezel te krijgen," riepen we allen uit. Toen zei +tante Caroline niets meer. En wij gingen naar bed; ik vol van de +plannen voor morgen. + +------ + + + + +HOOFDSTUK IV. + + +Den volgenden morgen was ik al om 4 uur wakker; den ganschen nacht +had ik gedroomd van juist voor m'n neus vertrekkende treinen, en van +al de moeite, die ik hebben zou, om mijn plan voor tante Caroline +geheim te houden. Ik was dan ook wat blij, toen het eindelijk begon +te lichten en ik kon opstaan; erg gejaagd kleedde ik mij aan, want +het was een heerlijk avontuur, en wij houden allen van avonturen. + +Overal had ik voor gezorgd. Voor niemand wilde ik weten, waar ik was +heengegaan, en ik had dus een heel oud katoenen jurkje aangetrokken, +met een boezelaar er over, denzelfden, dien ik altoos in den tuin +draag. Mijn haar vlocht ik in een paar dichte vlechten, en daarover +ging een groote zomermuts, die ook achterhoofd en hals bedekte. Tante +Caroline vindt dat soort zoo geschikt voor onzen tuinarbeid, maar wij +houden er niet van, om juist als de dorpskinderen gekleed te gaan. + +Heel stil moest ik me aankleeden, om Lena niet wakker te maken; +eindelijk stond ik gereed, en legde het briefje op Lena's tafel dan +kon zij het aan tante geven. Voorzichtig sloop ik de trappen af, +opende de deur en liep op m'n teenen de stoep af. Den vorigen avond +had Baldwin de groentenmand al in den stal gezet, de eenige kunst was +nu nog, om ze daar vandaan en het hek door te krijgen. + +'t Viel niet mee maar ten slotte gelukte het toch; ik moest ze langs +den grond sleepen, en angstig keek ik naar boven, of niemand mij zag. +Buiten het hek liet ik ze staan, want de groentenwagens komen hier +altoos langs, en toen liep ik zoo vlug ik kon naar het huis van +juffrouw Tapson. Bob had mij gezegd, dat als ik wat vroeg kwam, ik +een mooi plaatsje op zijn wagen kon krijgen. Toen ik het huis bereikt +had, was Bob aan 't schoonmaken van zijn paard. Hij keek verwonderd +op toen hij me zag, en herkende me niet in mijn groote muts. + +"Ik wil niet, dat ze in 't dorp weten, wat ik ga doen," zei ik. "Je +zult er toch niets van zeggen, wel? Mijn mand staat vlak bij ons hek. +Ik dacht, je rijdt er toch langs, en dan kunnen wij haar zoo +meenemen." + +"'t Komt in orde, hoor," zei hij hartelijk. "Jij bent een vlug +vogeltje, heb je al wat gegeten?" + +Ik haalde twee dikke boterhammen uit m'n zak, die de keukenmeid mij +den vorigen avond had gegeven, toen ze dacht dat ik ergen honger had. +Bob verraste me met een heerlijken kop thee. Toen ging hij naar +boven, om z'n oude moeder goeden dag te zeggen, en vroeg mij, of ik +haar ook nog even wilde groeten. Ik ging naar boven, en de oude vrouw +schudde mij glimlachend de hand. "Je bent een dapper meisje," zei ze, +"om er zoo op uit te trekken, en ik zal je eens zeggen, wie je wel +zal willen helpen. Vraag maar naar Marie Dutton, ze is een eigen +zuster van me en woont twee mijlen van Lemworth. Zij zal je graag +helpen, en Bob zal je wel bij haar brengen." + +"Ik ben nog nooit op een markt geweest," zei ik haar, "Ik ben heel +blij, dat er iemand is, die mij helpen wil." + +En toen gingen we naar beneden, en ik klom op den volgeladen wagen, +die in den tuin te wachten stond. Die Bob is toch zoo'n goeie jongen: +hij had een stoof in den wagen gezet, zoodat ik zoo echt gemakkelijk +kon zitten. + + +[Illustratie] + + +En daar ging het; mijn hart klopte van blijdschap en spanning. Nog +drie vrouwen met boodschappen voor Lemworth reden mee; bij ons hek +zette Bob mijn mand in den wagen; terwijl keek een der vrouwen mij +aan en vroeg: "Wat is dat voor een kleine meid?" Ik draaide mijn +hoofd niet om en Bob antwoordde kortaf: "Zij is met mij mee gekomen." +Verder zei ze niets, want ze praatte zóó druk met de andere +vrouwen, dat ze mij geheel vergat. Doodstil zat ik op den wagen, die +zóó langzaam reed als duurde de tocht een jaar. Ik kreeg ten slotte +kramp in mijn beenen, en werd moe ook. Zoo vroeg ook op geweest! Toen +wij Lemworth naderden, zat ik al te knikkebollen! Het scheen een heel +groote stad, en ik voelde me wat beangst toen we naar de markt reden; +wat een menschen, en wat een drukte! Toen de vrouwen waren +uitgestapt, en Bob z'n paard had afgespannen, nam hij mijn mand op +z'n schouder, en zei me, hem te volgen. + +De markt was alleraardigst; er waren gansche rijen kuikens en eenden, +vruchten en bloemen, boter en eieren, en iedereen schreeuwde zoo hard +als ie kon. En wat waren daar grappige oude boerinnen bij, en +druk-lachende kinderen, net als op de schilderijen, die ik wel eens +gezien heb. + +Bob trok me mee naar een hoekje, waar een vriendelijke oude vrouw +zat. Zij leek veel op juffrouw Tapson, maar haar gezicht was heel wat +dikker. Bob vertelde haar, wie ik was; zij lachte en vroeg mij, haar +alles van mijn plan te vertellen. Dat deed ik; terwijl pakte zij m'n +mand uit, en maakte ruimte op een hoek van haar stalletje, om mijn +koopwaar daar neer te leggen. Ik begon er schik in te krijgen, en had +wat graag gewild, dat de jongens mij zoo even hadden gezien. En mijn +bloemruikers waren veel mooier dan alle, die ik zag; ik had ze dan +ook met zorg gerangschikt. + +Maar er kwam maar niemand bij me koopen, en ik begon den moed al te +verliezen. Nooit zal ik dan ook vergeten, dat de eerste koopster mijn +bloemen opmerkte en mij vroeg, wat de ruikers per stuk kostten. Ik +zei: een dubbeltje -- juffrouw Dutton had mij gezegd, dat ik er dat +voor vragen moest -- en zij kocht zes ruikers van me! Ik had de +gansche markt wel kunnen ronddansen, zoo blij was ik. Spoedig daarna +kwamen weer twee dames voorbij. Zij hielden stil, wenkten juffrouw +Dutton goeden morgen, en vroegen haar, of zij crocussen had. Zij zei +van niet, maar vertelde hun, dat ik heele mooie had. Zij bekeken de +mijne, kochten er vier, bovendien nog een bundeltje varens, en +betaalden er negen stuivers voor. De eene dame zei tot de andere: +"Wat een schilderachtig tafreeltje, die kleine meid te midden harer +bloemen! Als de arme menschen hun kinderen altijd zóó kleedden, als +haar moeder haar kleedt, zouden we onder de lagere klassen niet zulke +armoedige aankleeding vinden. Zij is een voorbeeld voor haar stand!" +Ik durfde niet te lachen, toen ik dat hoorde.... + +Later verkocht ik nog vier koolen, en drie bos wortelen. Toen de +middag ten einde liep, had ik alles verkocht, wat ik had meegebracht, +behalve twee koolen en één bloemruiker; die kocht juffrouw Tapson +van me, zij heeft een groentenwinkeltje en zei dat ze haar wel te pas +zouden komen. + +Ik vergat nog te vertellen, dat ik om 1 uur met juffrouw Dutton naar +een tentje ging, waar thee werd verkocht en koeken. Ik had honger, +maar ik had geen zin, van mijn verdiende geld veel uit te geven; ik +kocht dus alleen een kop thee voor 5 cent en een koek voor 5 cent; +juffrouw Dutton gaf me een van haar grootste appels er bij. + +Toen was het tijd, om naar huis terug te keeren. Ik telde nog even +mijn geld: ik had één gulden en 25 cents verdiend! Wat was ik blij! + +Doch daar kwam Bob Tapson aan, om mij te zeggen, dat hij om 4 uur +vertrok, en dat de vrouwen reeds lang hun manden gepakt hadden. Het +speet mij, nu al van de markt te moeten scheiden, maar er was niets +aan te doen, ik klom op den wagen en ging weer op mijn oude plekje +zitten. De terugweg scheen eindeloos; er reed een oude man mee, die +erg naar bier rook en om de flauwste kleinigheden lachte. Ik gevoelde +mij vreeselijk vermoeid, en viel ten slotte in slaap, zóó vast, dat +Bob mij bij het hek van de pastorie van den wagen moest zetten. + +"Wel, Grietje, heb je een goeden dag gemaakt?" + +"Ja," zei ik met slaperige stem, "hoeveel moet ik je betalen?" + +"O niets, kind, je nam geen ruimte in beslag; en denk er aan, even +bij moeder aan te komen en haar alles van vandaag te vertellen. Zij +zal het zoo graag hooren." + +Ik nam afscheid van hem, en bedankte hem hartelijk; vervolgens droeg +ik mijn leege groentenmand naar den stal, opende de keukendeur en +stapte heel rustig binnen. Ik was wel een beetje bang voor tante +Caroline. Lena kwam net de trap afrennen. + +"O, jou ondeugende meid! Daar zal wat opzitten! Vader is thuis +gekomen, en hij is o zoo boos op je. En wat heb je toch uitgevoerd? +Den heelen dag hebben we er naar gegist, en weet je al, dat ik Daan's +geheim heb geraden? Zou je het graag willen weten?" + +Ik antwoordde slechts: "Ik ben zoo moe; heb je wat thee voor me? Waar +is tante Caroline?" + +"Ze zijn allemaal in den tuin, aan 't bloemen begieten. Toe, Griet, +lieverd, zeg me nou es, wat je hebt uitgevoerd." + +Maar ik wilde 't haar niet zeggen. Ik voelde mij niet prettig door +die ontvangst, en wou maar rechtuit aan vader gaan zeggen, wat ik +gedaan had. Ik liep den tuin in. Tante kwam dadelijk op mij af. + +"Griet, dat is heel ondeugend van je. Waar ben je toch geweest? En +wat heb je den ganschen dag uitgevoerd? Je weet toch wel, dat zoo +verdwijnen zonder iets te zeggen, heel onbehoorlijk is." + +"Ik wilde het vader gaan zeggen, het is een geheim," zei ik. Tante +Caroline kwam altijd weer in haar humeur, als we zeiden, naar vader +te zullen gaan. Zij riep vader, die juist bezig was den gieter te +vullen, en ging toen heen, vader en mij alleen latende. Daan zegt, +dat zij geheel "in den vorm" is, als zij zoo doet. + + +[Illustratie] + + +Vader zette zijn bril op, en keek mij scherp aan. + +"Grietje, je hebt tante vandaag heel wat angst berokkend. Ik ben niet +tevreden over je." + +"Hoor u eens, vader. Luister es. Het gaat over de groenten en +bloemen, waarvan u gezegd had, dat ik ze mocht hebben. Ik ben ze gaan +verkoopen, om mee te helpen voor het koopen van onzen ezel." En ik +vertelde hem alles, wat ik vandaag gedaan had. Een keer lachte hij, +en toen wist ik al, dat mijn straf niet heel zwaar zou wezen. Maar ik +kreeg toch een lichte straf; vader zei me, dat ik er niet aan mocht +denken, ooit weer zoo iets te doen. Dat maakte mij zeer verdrietig. + +"Neen Grietje, ik wil niet, dat mijn kind daar alleen tusschen al dat +ruwe volk is, hoe vriendelijk ze ook voor je zijn. Het mag niet. Je +moeder zou het zeker niet hebben toegestaan. En in elk geval had je +eerst toestemming moeten vragen. Ik ben bang, dat je vermoed hebt, +die niet te zullen krijgen. Spreek op en zeg de waarheid." + +Ik bloosde sterk. "Ja, ik was bang, dat u me niet zoudt laten gaan, +maar ik was niet ongehoorzaam, want ik wist het niet zeker." + +"Dat was juist verkeerd van je. Doe nooit zoo iets weer. En ga nu +naar binnen, om wat te eten." + +"En mag ik het geld houden?" + +"Ja, daar heb ik niets tegen; maar je moet een ander middel zoeken, +om de groenten aan den man te brengen." + +Ik ging naar de eetkamer, tante had de thee klaar. Zij zei niet veel; +maar voor ik het eten op had, holden de jongens en Lena binnen. + +"Nou, zondaar, biecht op! Wat heb je vandaag uitgehaald?" + +"Bepaald goede zaken! Wij hebben je brief gezien, 't was een +prachtstuk!" + +"En tante Caroline was zoo bang voor je!" + +Ik haalde rustig mijn beurs te voorschijn en legde de zilver- en +koperstukken op tafel. + +"Ziedaar," riep ik uit, "kan één van jelui 't beter?" + +"Vijf en twintig stuivers!" schreeuwde Daan, en grabbelde er in om, +als een oude gierigaard. + +"Nou, 't is niet slecht voor een meisje! Vertel ons nu es, hoe je 't +hebt gedaan gekregen." + +"Dat is mijn geheim," zei ik. + +Het was mijn overwinningskreet. Maar ik wist: mijn geheim zou niet +lang geheim blijven. Want eigenlijk wou ik ze 't allemaal zoo graag +vertellen. + +"Zeg," riep Lena, "ik weet wat Daan deze laatste twee dagen heeft +gedaan. Vraag hem es, hoeveel hij al heeft, Griet!" + +Daan grinnikte, en hield mij z'n dichtgeknepen vuist voor. "Ik heb +vandaag een avontuur gehad," zei hij. En hij toonde ons een halven +gulden. + +Ik stond op en danste de tafel rond. "Het duurt niet lang, of wij +rollen allemaal met rijksdaalders," riep ik uit. En Alex: "Wacht maar +tot aan 't einde der week, dan zal ik mijn klein millioen er nog +bijvoegen." + +Toen gingen we allen achter elkaar de tafel rond marcheeren, terwijl +Daan zong: + + + Een ezel is een heerlijk dier, + Over een maand dan komt ie hier, + Lang zal ie leven! + Lang zal ie leven! + Ons ezeltje loopt voor ons pleizier! + + +Daan kan altijd gedichten maken, als hij er zin in heeft. Wij waren +zoo opgetogen, dat we hoe langer hoe sneller gingen dansen, totdat +het een complete oorlogsdans werd. Ten slotte vielen we allen over +elkaar heen, en rolden van den lach over den grond. Toen we buiten +adem weer opstonden, riep ik uit: + +"Hoor es, Daan. Als jij jouw avontuur vertelt, dan zal ik het mijne +vertellen." + +"Dames gaan voor," zei hij, met een buiging. + +Toen begon ik, vreeselijk gejaagd, mijn wedervaren te vertellen. Ik +dacht wel, dat het hen zou verbazen, en dat deed het ook. Maar Daan +en Alex, al zouden ze 't wat graag zelf gedaan hebben, zouden het +toch niet zeggen. Daan trok een heel voornaam gezicht en zei: "Ik +geloof niet, dat jij en Lena de zaak goed aanpakken. Dat kan iedereen +wel, geld maken uit vaders eigendommen. Wel, ik ging z'n studeerkamer +binnen, haalde er eenige boeken weg, en verkocht ze." + +"Maar dat zou heiligschennis zijn," riep ik uit. + +"De bloemen en de groenten zijn niet van jou, om ze te verkoopen," +zei Daan, "evenmin als de suiker en de boter, die Lena voor haar +borstplaat gebruikt." + +"O, maar vader heeft er ons toestemming voor gegeven!" liepen wij +beiden luid. + +"En ik betaal ook het mijne," zei Lena. "Het is heel wat zwaarder +werk, in de dompige, heete keuken te wezen, dan op de markt te zitten +en daar verkoopen, en ook niet half zoo aardig." + +"Vader gaf mij toestemming," herhaalde ik, "en dus is de zaak heel +zuiver." + +"Maar kind, wij hebben allemaal recht, om de bloemen te verkoopen," +zei Alex. + +"Niet waar," zei ik op stelligen toon, "alleen die daar het eerst om +vroeg! 't Was mijn plan." + +"Nou, als jij het dan voor gisteren hebt gevraagd, dan zal ik het +voor morgen vragen; waarom niet? Ik heb harder gewerkt dan jelui +allen, de gansche week." + +"Maar ik kan er niet mee voortgaan," zei ik verdrietig; "vader heeft +gezegd, dat ik het niet weer mocht doen." + +"Wil je mijn avontuur nu hooren?" vroeg Daan. + +"Hij gaat nog dood, als ie niet over z'n eigen plan kan spreken," zei +Lena boosaardig. Wij zetten ons allen tot luisteren, maar Daan zou +z'n redevoering niet houden. Juist was hij z'n keel aan 't schrapen, +toen tante Caroline binnen kwam, en ons naar bed joeg. "Ik zal het +bewaren tot morgenochtend," zei Daan. En ik was er eigenlijk blij om, +want ik was zóó slaperig en vermoeid, dat ik al sliep, vóórdat ik +nog goed en wel onder de dekens lag. + +-------- + + + + +HOOFDSTUK V. + + +Den volgenden dag vertelde Daan ons zijn geheim. Ik zal het maar net +zoo overschrijven als hij het zei, dat is gemakkelijker. Hij was de +rivier langs gegaan, om visch te vangen. Hij begon met deze +bekentenis: + +"Den eersten dag trof ik het heel slecht. Daarom ging ik gisteren +verder de rivier langs. En daar vond ik een heerlijk, rijk beschaduwd +plekje, waar je de visschen letterlijk zag spartelen van ongeduld, om +bij je te komen. Zij beten flink toe, en het ging puik! D'r waren ook +wel kleintjes bij, maar ik had toch in een oogenblik mijn mandje vol. +Nu kwam het er op aan, ze aan den man te brengen, en ik besloot, op +mijn terugweg naar huis bij eenige boeren aan te loopen, en te zien, +of die ze van mij koopen wilden. + +Ik vond al spoedig een groote boerderij, en liep er zoo snel mijn +beenen mij maar dragen konden, heen. Juist was ik het huis genaderd, +toen ik een ouden heer in een tuinstoel zag zitten, die uit een +groote pijp dampte. Ik nam mijn pet voor hem af; hij hield mij +staande en vroeg me, wie ik was. + +"Ik ben vischkoopman," zei ik. "Ik zou zeggen, uw keukenmeid zal wel +wat visch van me willen koopen." + +Hij staarde me aan alsof ik een chimpansee was. + +"Maak je mand maar es open," zei hij. Met trots toonde ik hem de +vangst. Weer staarde hij mij aan. + +"Waar heb je die visch gevangen? In welk gedeelte van de rivier?" + + +[Illustratie] + + +Ik legde het hem uit. "Ik heb alleen vandaag maar geluk gehad; ik +denk, dat ik eerst naar 't verkeerde plekje ben geweest. Voor zestig +cent laat ik u het gansche zoodje, meneer. Prachtig en frisch, pas +gevangen!" + +Hij lachte. "Wie heeft je tot vischboer aangesteld?" + +"Ikzelf. Ik tracht een eerlijk centje te verdienen, om een ezel te +kunnen koopen." Toen vertelde ik hem ons plan. Hij vond het zóó +vermakelijk, dat hij dadelijk z'n beurs trok, mij een halven gulden +gaf en zei: "Daar, breng de visch maar in huis, en breng mij morgen +weer zoo'n mandje vol." + +Ik danste van blijdschap naar de boerderij, en gaf mijn visch af, +doch aan de deur stond een knecht, die mij ook al vroeg, waar ik die +visch vandaan had. Ik vertelde het hem. "Het is een geluk, dat Morris +je niet gesnapt heeft," zei hij; "dat is juist privaat bezit van +onzen meneer, en hij vervolgt iedereen, die zich op zijn terrein +waagt." + +Ik zei niets, vertrok, en gevoelde mij verre van prettig gestemd. Ik +begreep nu, waarom die ouwe heer zoo gegrinnikt had, maar ik was niet +van plan, domme dingen te doen, ging dus naar hem toe en zei hem, dat +ik hem z'n halven gulden kwam terugbrengen. "Ik heb bemerkt, +mijnheer, dat het uw eigen visch is," zei ik. "Het spijt mij, dat ik +op uw eigendom heb gevischt, ik zal het niet weer doen." + +"Hier," zei hij, "je houdt wat je hebt verdiend. Wij zullen zien, of +je daar niet met een vischacte van mij kunt visschen. Het overkomt +mij niet vaak, dat ik mijn eigen visch kan koopen. Vroeger mocht ik +ook dolgraag visschen, maar mijn jicht laat het niet meer toe." + +"Nu, als u het goedkeurt, dat ik het geld behoud, zal ik het graag +aannemen. Maar in uw vischwater zal ik niet meer visschen, uw +opzichter zou mij kunnen betrappen. Ik ben u zeer dankbaar, goeden +middag, mijnheer!" + +Ik nam weer mijn pet af, en ging heen; hij lachte als om een grap, +maar ik behield den halven gulden. + +Toen zei ik: "Maar Daan, dan schijn je toch niet veel beter dan wij +allen, want jij vangt visch, die niet aan jou toebehoort." + +"Ja, maar ik doe het niet meer," zei Daan snel. "Ik ga niet weer naar +dien ouden heer. Ik zal het mijlen verder wel weer beproeven. Ik +weet, dat vader op een deel der rivier ook vischrechten heeft." + +"Wie is die oude heer?" vroeg ik. + +"Hij is de graaf van Benton, hij heet Generaal Walton. Hij vroeg mijn +naam niet, dat bewijst zijn voornaamheid." "En je zei eerst, dat hij +vroeg wie je was," zei Alex. + +"Jawel, hij bedoelde mijn beroep," zei Daan deftig. "Heeren vragen +niet iedereen naar hun naam, dat is niet naar den vorm." + +"Welnu, nu alle geheimen onthuld zijn, zal ik jelui het mijne +vertellen," zei Alex. "Ik heb hard gewerkt en meer uitgevoerd, dan +jelui allemaal samen." Wij lachten hem allen uit. "Goed," zei Alex, +"vraag het dan maar aan den ouden Cummins. Hij vertelde aan vader, +welk een drukke week hij voor zich had met het hooien, en dat hij +één mannetje te kort kwam, en hoe moeilijk het was, hulp te krijgen. + +Maandagmorgen vroeg ging ik naar hem toe en zei hem, dat ik werken +zou als de beste, als ie me maar betaalde; 't slot van de zaak was, +dat hij me het loon van een halfwas knecht zou geven, nadat ik hem +verteld had, waarvoor ik het geld noodig had. Zoo ging ik aan den +arbeid, en Vrijdag krijg ik m'n loon: dan hoopt hij al het hooi +binnen te hebben." + +Wij hadden wel eerbied voor Alex' plan. Maar wij hadden nog meer +eerbied voor den afstand, die ons scheidde van het oogenblik, dat we +geld genoeg zouden hebben. Eensklaps dacht ik aan een ander plan, en +ik ging spoedig naar juffrouw Tapson, om haar meening erover te +vragen. Mijn doel was, om elken Dinsdag een mand met groenten aan Bob +mee te geven, en dan juffrouw Dutton ze te laten verkoopen. Juffrouw +Tapson vond het een heel goed idee; ik ging weer gauw naar huis +terug, en vroeg vader, of hij het goed vond; hij zei ja, tenminste +zoolang Baldwin mij kon geven, wat wij uit onzen tuin te missen +hadden. + +Toen waren we allen een beetje uit ons doen; alle geheimen waren nu +onthuld, en wij houden juist zoo van geheimen. De volgende week +beginnen de lessen weer. + +Niet weinig schrok ik, toen Lena den volgenden middag naar me toe +kwam gehold en zei: "O, Griet, ik zit vreeselijk in de rats, toe, +help me!" + +Lena komt altijd naar me toe, als ze wat bijzonders heeft uitgehaald, +en dat doet ze altoos, als ze niets te doen heeft. Zij vertelde me +nu, dat ze, bij het hek aan 't spelen zijnde, het meisje had zien +voorbijrijden, dat ik den vorigen dag in het mooie dogkarretje had +gezien. Het meisje moest in juffrouw Ribbon's winkel wezen, en daar +ze alleen was, moest ze haar paardje los laten staan. Lena ging er +heen, en toen, zonder over de gevolgen na te denken -- Lena denkt +nooit na, als ze iets gaat doen -- sprong zij in het karretje, en +reed er het dorp mee in. + +"Het was alleen maar uit de grap, Grietje," zei ze; "ik wilde binnen +twee minuten weer terug zijn, en ze zou er niets van hebben gemerkt, +maar ik gaf het paard een tikje met de zweep, en het ging er van door +als de wind en ik kon het niet meer tot stilstaan brengen. Toen ik +dat gewaar werd" -- hier knipte Lena boosaardig met de oogen, -- "had +ik eerst dol veel schik. Wij vlogen erlangs en toen we te Cross Glen +kwamen, draaide het paard een groote poort in! Toen werd ik angstig, +want ik wist, dat onze baron daar woont zooals vader mij verteld +heeft. Op zoo'n groot heerenhuis, Griet! Zoodra we de plaats waren +opgereden, hield de pony stil; een huisknecht kwam de stoep af, en +keek verbaasd rond, toen hij me zag. + +"Waar is juffrouw Clara?" vroeg hij. + +Ik klom snel uit het karretje, en zei: "Zij was bij ons in den +winkel, en toen is het paard met mij weggerend." O, wat was ik +beangst, Griet; ik vloog de laan uit, en verborg mij achter struiken, +opdat niemand me zien zou. Eindelijk kroop ik te voorschijn, klom +over een heg, en kwam zoo weer op den landweg terecht. Wat ben ik +warm en moe!" + +"Maar Lena, wat is dat een leelijke streek van je! Waar is het meisje +nu?" + +"Ik weet het niet. Ik denk, dat ze naar huis is gewandeld. Toe Griet, +ga 's gauw naar juffrouw Ribbon, en vraag het eens even. Ik hoop nog, +dat ze niet zullen ontdekken, wie het gedaan heeft." + +"Ga zelf," zei ik boos. Toen sloeg Lena haar armen om mijn hals. +"Lieve Grietje, toe, ik houd zoo van je. Hè toe, ga jij nu even! +Iedereen weet wel, dat jij er geheel buiten staat." + +Ik ging, en vond juffrouw Ribbon heelemaal in de war over wat er was +voorgevallen. + +In één adem door vertelde juffrouw Ribbon wat er gebeurd was. + +"'t Gebeurt niet vaak, dat er een van de jonge dames van 't Huis in +mijn winkeltje komt. Ik stond dan ook verplet, toen ik plotseling den +pony hoorde wegrennen. Net was ik bezig, Clara een ons van Lena's +borstplaat af te wegen, en ik vertelde haar wie ze gemaakt had, toen +we eensklaps opschrikten door het wegrijden van 't karretje; beiden +vlogen we de deur uit, en daar zagen we met ontzetting Lena +wegrijden, haar lange haar als een gouden wolk om haar hoofd waaiend, +en met een snelheid als van een automobiel. Houd haar vast! gilde +Clara, zij rijdt met mijn pony weg! + + +[Illustratie] + + +Maar je hadt evengoed een locomotief kunnen tegenhouden. Ik trachtte +toen de jongejuffrouw weer naar binnen te krijgen, om bij mij te +wachten. Maar zij was zóó geschrokken, en ook zóó boos, dat ze +stampvoetend van ergernis bleef staan en zei: Mijn moeder zal dat +borstplaatmeisje wel eens duchtig straffen! Toen ging ze op den weg +heen en weer loopen. En als nu Mevrouw er van hoort, zal ze nog hier +komen en mij vragen, waarom ik niet iemand bij 't paard heb gezet, en +dan zal ze 't me daarvoor ook nog lastig maken. Ik zou voor geen geld +van de wereld haar willen boos maken, want dit is haar huis en ik ben +haar huurster!" + +"Maar juffrouw Ribbon, wat spijt het me, dat het zoo geloopen is. +Maar u weet, hoe Lena is. De borstplaat heeft haar eenigen tijd zoet +gehouden, maar altoos haalt ze wat uit, dat verkeerd is. Denkt u, dat +de jongejuffrouw goed thuis gekomen is?" + +"Hoe zou ik dat weten? Ik hoorde of zag sedert niets van haar." + +Vol van allerlei gedachten kwam ik thuis. Voor verklikker te spelen, +vind ik verschrikkelijk. Dat is een van de dingen, die niet "in den +vorm" zijn; bluffen en liegen en klikken vind ik slecht. Maar ik wist +ook, dat vader van deze geschiedenis hooren zou, en er is niets, wat +hij meer haat, dan dingen te vernemen, die wij hem verzwegen hebben. +Hij wil, dat we altoos dadelijk onze verkeerdheden vertellen. Ik ging +dus naar Lena toe, en zei haar, dat ze naar vader moest gaan, en het +hem vertellen. Zij wou niet, en toen zei ik haar, dat ik zelf zou +gaan. Toen begon ze natuurlijk weer heel lief te doen. Juist kwam +vader binnen, toen we druk aan 't twisten waren, wie gaan zou. + +"Wat is er aan de hand?" vroeg hij. + +"Lena wou u iets vertellen," zei ik en liep daarna vlug de kamer uit. +Natuurlijk biechtte ze nu op; vader nam haar mee naar de +studeerkamer, en las haar daar eens flink de les; schreiende kwam ze +terug. Later heeft ze me verteld, dat vader haar een briefje van +schuldbekentenis had laten schrijven; zelf had hij er een aan Mevrouw +geschreven, waarin hij de toedracht der zaak meedeelde. Hij had tegen +Lena gezegd, dat hij telkens weer zich voor zijn kinderen moest +schamen, en daarop was Lena gaan schreien. Maar hij had haar gekust, +voor ze wegging; vader is dol op Lena; hij zegt altoos, dat ze hem +aan moeder herinnert! + +Den daarop volgenden avond, Vrijdag, waren Lena en ik in de badkamer. +Wij moesten "de groote wasch" doen, altijd een groot vermaak. Wij +vullen dan de kuip maar half, en wasschen alles, wat we maar machtig +kunnen worden. Puf hielp ons dapper. Alle kammen en borstels worden +eerst gewasschen, dan alle poppenkleeren van Lena, zakdoekjes, +halskraagjes, schortjes, en alles wat er maar vuil in huis te vinden +is. Puf bracht ons alle artikelen aan; juist had hij een wollen aapje +in 't bad laten plonsen, en stonden we te schaterlachen om z'n koddig +gezicht, toen Emma kwam binnenvliegen. + +"De jongedames Grietje en Lena moeten dadelijk naar de huiskamer +gaan; er is visite, en tante heeft gezegd, dat je komen moet!" + + +[Illustratie] + + +"Hè, wat vervelend!" zei ik, "En wie is het, Emma?" + +Lena en ik stonden in onzen onderrok, vanwege het geplas met water. + +"Het is Mevrouw Londesburg met haar dochtertje." + +Lena en ik keken elkaar verschrikt aan. + +"Ik ga niet heen," zei Lena, "ik doe het niet." + +Maar Emma troonde ons mee naar de slaapkamer, waar we ons +aankleedden. + +"Wij moèten gaan, Lena. O kind, ik wou, dat je 't maar niet gedaan +hadt. Ik zou wel vriendin met dat meisje willen zijn." "Ik niet +graag!" + +Lena was boos, en zij stond maar steeds heen en weer te wiegen, toen +Emma trachtte haar het haar met den pas schoongemaakten borstel te +borstelen. "Ga weg, Emma! Ik zal ze uur aan uur op me laten wachten. +Ik ben in geen jaren klaar!" + +Emma ging boos weg. Toen smeekte ik Lena, om toch anders te doen; +binnen twee minuten helderde haar gelaat op -- zij is nooit langer +dan 5 minuten boos -- en was ze bereid, mee naar beneden te gaan. + +"Ik zal voorwenden, dat ik van niets afweet," zei ze; "vader is uit, +en dus kan hij het haar niet zeggen." + +Zoo kwamen we de huiskamer binnen; ik was heel wat meer beangst dan +Lena. Daar zat het meisje; alleraardigst zag ze er uit in haar witte +zijden jurk en witten hoed. Mevrouw was in druk gesprek met tante +Caroline. Iedereen in het dorp is bang voor Mevrouw Laura; ik begrijp +niet waarom; zij keek heelemaal niet streng, en toen ze ons zag, +barstte ze in een schaterlach uit. + +"Wie van jelui heeft me dat aardige briefje geschreven? Ik ben hier +gekomen, om het je te vergeven, en om je te vragen, of je morgen bij +mijn dochtertjes komt theedrinken. Wil je komen?" + +Lena sloeg niet eens beschaamd de oogen neer. + +"Ik ben het, die u vergiffenis woudt schenken," zei ze. Toen gaf +Mevrouw ons de hand, en wij gaven Clara ook een hand. Zij keek Lena +heel ernstig aan, maar glimlachte tegen mij. + +"Hebben jelui een kinderkamer?" vroeg ze mij. + +"Neen, alleen een leskamer; wil je ze eens zien?" Dadelijk ging ze +met ons mee. Wij gingen zwijgend de trap op; boven gekomen, zei Lena: +"Wil je ons bad eens zien?" + +Zij aarzelde even en zei toen van ja. Wij hadden heelemaal vergeten, +dat we Puf alleen hadden achtergelaten; toen we de badkamer +binnengingen vonden we hem bezig met onze oude kat en haar twee +jongen, die hij in de kuip had gezet, om ze alle drie te wasschen. De +kleine poesjes waren al bijna verdronken. Vliegens haalden we ze uit +het water, en in den angst van het oogenblik was alle stugheid +tusschen Clara en ons geweken, en begon ze al druk over allerlei mee +te babbelen. Zij vertelde ons, dat ze een tweeling was; haar zusje +heette Betty. Betty had haar voet verstuikt, en kon nu niet loopen; +de dokter had gezegd, dat ze heel lang moest blijven liggen. Puf keek +Clara eens even aan, en zei toen: "Wil je ook niet es wat wasschen? +Mijn slabbetje is heel erg vuil." + +Intusschen was Lena de katten aan 't afdrogen, en toen ze er wat +toonbaar uitzagen, droegen we ze naar beneden, om ze in de keuken +verder te laten drogen. Daarna lieten we 't vuile water uit de kuip +loopen, en deden er weer versch in; Clara vond het zóó verrukkelijk, +dat zij ook wou wasschen. Wij gaven haar een vuil paardedekje van Puf +en vertelden haar, terwijl ze ijverig te wasschen stond, hoe we tante +eens voor den gek hadden gehouden. + +Wij waschten toen een roodwollen poppejurkje; dit gaf zóó erg af in +'t water, dat ik naar beneden vloog, en tante Caroline toeriep: "Kom +u es gauw boven, Lena bloedt zoo." Tante Caroline liep zoo hard als +ze kon de trap op, en kwam doodelijk verschrikt bij 't bad. Daar zag +ze, hoe we haar voor 't lapje hadden gehouden. Clara vond de historie +allerleukst. + +Maar wat was ze nat geworden! Haar jurkje kon je wel uitwringen. Wij +beproefden haar te drogen, doch toen we beneden kwamen, was tante +Caroline erg boos, en zelfs Mevrouw Laura keek verstoord. Clara kreeg +Lena's beste witte jurk aan, die haar heel goed paste; tante zei +tegen Mevrouw: "Ik verzeker u, dat ik geen oogenblik gerust ben, wat +er gebeuren zal. Ik kan u niet zeggen, hoe dit me nu weer spijt." +Maar Clara zei dadelijk: "Och mama, ik vond het zoo heerlijk; ik kan +me thuis nooit zoo vermaken." Mevrouw Laura glimlachte en sprak: "Ik +kan me zoo begrijpen, juffrouw, dat u uw handen vol hebt; bij mij +moeten ze maar niet wasschen, als ze op de thee komen morgen." + +Mevrouw en Clara vertrokken nu per rijtuig; Lena en ik kregen droog +brood bij de thee, omdat we Clara hadden laten wasschen. Ik vind die +straf niet verdiend. Vader straft ons nooit onverdiend. Tante denkt +altijd, dat we dan beter zullen opgroeien. Maar wij denken wel eens, +dat die bijzonder goed opgevoede lui de malste menschen van de wereld +worden. En daarom zijn we d'r heelemaal niet op gesteld, zoo heel +best op te groeien. + +------ + + + + +HOOFDSTUK VI. + + +In groote spanning zagen Lena en ik de theevisite bij Mevrouw Laura +tegemoet. Lang voordat tante Caroline het gewild had, waren we al in +ons beste pakje gestoken. Emma bracht ons weg, en liep onophoudelijk +druk te praten over het mooie, groote huis van den baron. Ik wou, dat +ze allen bij ons in de kerk kwamen, maar dat doen ze niet; dichterbij +hebben ze een kerk, en daar gaan ze heen. Wat zullen de jongens +jaloersch op ons zijn; ik heb ze maar gezegd, dat er heelemaal geen +jongens zijn, waarna Daan opmerkte, dat een visite van louter meisjes +hem te min was. + +Lena was gewoon wild; ik waarschuwde haar, dat, als ze wat verkeerds +uithaalde, ik dadelijk naar huis terug zou keeren, om haar daar te +laten. Natuurlijk werd ik weer voor verwaandheidje uitgescholden, +maar dat is minder: Lena was nu niet kalm. + +Toen we de groote voordeur naderden, was ze o zoo schuchter, ik denk +een beetje angstig. Ikzelf eigenlijk ook wel een weinig, toen een +deftige huisknecht ons in een vestibule liet, die geheel met +schilderstukken en platen versierd was, en ons vervolgens langs +eindelooze gangen geleidde, waarna hij een deur opende, en riep: "De +jongedames van de pastorie!" + +Even daarna stonden we in een allerliefste kinderkamer, en kwam Clara +ons tegemoet om ons te verwelkomen. Zij bracht ons dadelijk bij 't +venster, waar Betty op een sofa lag. Zij geleek sprekend op Clara, +alleen haar gezichtje was wat smaller en bleeker. Dan was er in deze +kamer nog een vriendelijke gouvernante, Miss Tudor. + + +[Illustratie] + + +Onmiddellijk vroeg Lena haar, of ze nog familie was van den koning +Tudor. Miss scheen het nog al niet kwaad op te vatten; ze lachte +althans en zei, dat ze vreesde, wel geen koning in de familie te +zullen hebben. + +Toen trok Clara ons mee, en liet ons al haar prachtige poppenkamers +en ander speelgoed zien. Al spoedig zat Lena op den vloer en +vermaakte zich met een der poppenkamers. Inmiddels was ik met Betty +gaan praten. + +"Clara heeft me verteld van jelui badkamer en de groote wasch," zei +ze; "ik wou, dat ik er bij geweest was. Toe, vertel me d'r es wat +meer van." Ik ging haar nu vertellen van ons ezeltje, en hoe wij +probeerden het geld te krijgen; ze vond het allerleukst. + +Clara kwam naar ons toe: "Zeg, Betty, wij hebben toch zoo'n schik met +ons poppenhuis; Lena vertelt me allerlei nieuws, hoe ik er mee om +moet gaan. Wij hebben inbrekers door den schoorsteen laten klimmen, +en onder het ledikant verborgen, en" -- hier ging ze fluisteren -- +"als Miss meteen uit de kamer gaat, gaan we een brandje voorstellen, +en dan zijn wij brandweermannen; dan halen we de tuinslang en +bespuiten het met water." + +Betty's oogen schitterden, maar ik moest zien, dat spelletje te +voorkomen. Ik vertelde haar, dat wij zooiets thuis ook eens gedaan +hadden. De jongens staken toen een brandenden lucifer onder een van +de poppenbedden. 't Was o zoo aardig, maar het gansche bed vatte +vlam, en al onze poppen verbrandden. 't Was wel heel vermakelijk, het +toen te blusschen, doch net kwam moeder binnen, en wij moesten haar +beloven, zooiets nooit weer te zullen uithalen. Als we hier zoo'n +rommel maken, mogen we nooit weer komen. + +Lena keek me nijdig aan. "Hè, Griet, wat ben je weer vervelend, je +houdt nou ook nooit es van een grapje!" + +'t Is wel hard, als je voor vervelend wordt gescholden, terwijl je 't +goed bedoelt; maar ik zei geen woord meer, zoodat Lena al spoedig +haar zinnen op wat anders zette. 't Duurde niet lang of de +poppenkamer was veranderd in een kasteel, door soldaten belegerd; de +poppen werden verondersteld, te worden gevangen genomen en vermoord, +waarbij Clara en Lena een afgrijselijk geschreeuw aanhieven. + +Inmiddels vertelde Betty mij, hoe het voortdurend liggen op de sofa +haar vermoeide, en hoe zij ernaar verlangde, er af te mogen en de +kamer rond te huppelen. Vervolgens toonde ze me haar boeken en +speelden we een leuk spelletje, totdat de thee kwam. Wij waren toen +al de beste vrinden; Clara zei, dat er in geen mijlen zulke meisjes +als wij te vinden waren. Wij vroegen haar de namen van al de dominees +in de buurt, en van al de baronnen, en het bleek, dat zij ze allen +bij name kende. + +Na de thee, toen Miss Tudor de kamer verlaten had, zei Betty tegen +me: "Ik ben toch zoo blij, dat jelui niet zoo braaf bent. Ik dacht +altijd, dat kinderen van een dominee zoo heel braaf waren. En als +jelui dat waart, zou ik niet van je gehouden hebben." + +Ik voelde me wat vernederd en zei langzaam: "Zoo. Ja, heel goed ben +ik niet, maar ik tracht het toch te worden." Zij keek mij aan. "Maar +het is toch veel grappiger om ondeugend te zijn." + +"Dat weet ik niet," antwoordde ik. "Zoolang je 't bent, lijkt het +heel dapper, maar daarna is het dat lang niet." + +"Ik wou, dat er geen "daarna" bestond," zei Betty ongeduldig. "Dat ik +hier op die vreeselijke sofa lig, is ook een "daarna". Je weet, ik +heb mijn voet verstuikt, toen ik als een jongen in een boom wou +klimmen. Miss Tudor riep me, om er uit te komen, maar ik lachte haar +uit, klom hooger en -- viel." + +"Verschrikkelijk," zei ik, en voegde er aan toe, terwijl ik mijn +wangen voelde gloeien: "Dat is nu precies hetzelfde, wat ik zou +gedaan hebben. Het is dan zoo akelig gemakkelijk, zoet te wezen." + +"Ik houd ervan, flink ondeugend te wezen," sprak Betty met trots. + +"Ik wou, dat je vader kende," zei ik. "Hij gunt ons zooveel mogelijk +pleizier. Vaak zegt hij tegen tante Caroline: Een losse teugel, +tante, voor mijn jonge wildebrassen, en zoo weinig mogelijk bevelen +en regelen als 't maar kan. Dat zal ongehoorzaamheid voorkomen." + +"Wat een lieve vader!" riep Betty. + +En ik ging voort: "Hij zegt, dat als wij Gods geboden gehoorzamen, +wij ook de zijne zullen opvolgen. Toen ik nog een klein meisje was, +las ik vaak de Tien Geboden over, en ik dacht, dat ik er nooit één +van overtrad. Maar nu weet ik beter. Verleden Zondag noemde vader ons +drie geboden: Kom, ga, doe." + +Betty luisterde met aandacht. "Toe, ga voort. Je bent een +heerlijkerd; 't eene oogenblik brul je van 't lachen en 't andere hou +je een preek." + +Ik vertelde haar nu, zooveel als ik nog wist van vaders preek. "Zoo +doet een trouwe knecht. In onze kerk ligt een ridder begraven, die +altoos trouw en altoos bereid was. Vader zegt, dat hij dat ook wil +wezen, en natuurlijk is hij het ook, en als ik er maar veel om denk, +tracht ik het ook te wezen." + +"Vergeet je het dan zoo gauw?" + +"Bijna altoos," antwoordde ik zuchtend. + +In dit gesprek werden we gestoord door Lena en Clara. Ze wilden zich +verkleeden. Wij gingen dus naar Clara's slaapkamer en trokken +allerlei malle kleeren aan. Daarna keerden we terug naar Betty. Clara +stelde een oude bedelares voor; Lena moest een Indiaan verbeelden, +terwijl ik een deftige Amerikaansche dame voorstelde. + + +[Illustratie] + + +Allemaal deden we verhalen aan Betty, en zeiden, uit Engeland te zijn +gekomen, omdat we gehoord hadden, dat ze zoo rijk en goed was. +Vervolgens kondigde Lena een Indiaanschen dans aan; zij klauterde op +de tafel, en tolde als een dolle rond, zoodat Betty tranen van 't +lachen kreeg. + +Toen deze voorstelling was beëindigd, werd ons meegedeeld, dat Emma +gekomen was, om met ons weer naar huis te gaan. Wij namen afscheid +van elkaar; Clara en Betty vroegen ons, toch vooral weer te komen. +Wij vonden het heerlijk, en Lena zei, toen we thuis kwamen: "Nu zie +je es, hoe goed het was, dat ik er met den pony vandoor ging, want nu +hebben we beste vriendjes in Clara en Betty." Toen wij thuis kwamen, +vonden wij de jongens druk bezig met het tellen van hun geld. Daan +had 65 cent gemaakt voor gevangen visch, die hij bij drie +verschillende boeren had verkocht, en Alex had f1.80 verdiend bij +Cummins; deze had hem 30 cent per dag gegeven voor zijn hulp bij 't +hooien. Met de noodige plechtigheid verklaarde Alex: "'t Is verdiend +in het zweet des aanschijns; maar het is ook alles, wat ik kan +verdienen, want er wordt nergens meer gehooid nu. En de volgende week +moeten we ook weer naar school." + +Oversecuur telden we allen ons geld nog eens na; 't was nog lang niet +genoeg, om er een ezel voor te koopen, maar wij hadden alle hoop, er +nog heel wat bij te verdienen. Lena kon doorgaan met het maken van +borstplaat, en ik met het plukken van bloemen, en het zenden van +groenten naar de markt. Daan kon voortgaan met zijn visscherij. +Alleen voor Alex moest fluks een ander plan bedacht worden. + +"Niet noodig!" zei hij. "Ik heb harder gewerkt dan jelui allemaal +samen. Ik heb mijn aandeel geleverd." + +"Eén gulden en tachtig cents is niet veel," merkte ik op. Alex begon +korzelig te worden en zei: "'t Zit 'm niet in de hoeveelheid, 't zit +'m in de waarde. Deze 36 stuivers vertegenwoordigen een zeer zwaren +arbeid. Wat zou je meer op prijs stellen als verjaarsgeschenk: een +boek, dat je zoo maar koopt en weer weggeeft, of een boek, waarvoor +een jaar lang gespaard is, en de krachten van wie het kocht, bijna +heeft uitgeput?" + +Ik was onder den indruk van deze redevoering, maar Daan heelemaal +niet. "Je bent een lui stuk mensch," zei hij; "ik weet heel goed, dat +je den halven dag in 't land lag, en frissche dranken kreeg." + +Maar Alex meende een week rust noodig te hebben; daarna zou hij een +nieuw plan aanvatten. "Mijn lichaam is zoo vermoeid, dat ik niet +denken kan; maar ik beloof je, dat mijn nieuwe plan niet minder +aardig zal wezen dan dat van jelui." + +De Zaterdag met z'n zangoefening in de kerk kwam weer aan. Juist was +ik aan 't zingen, toen ik ineens dacht aan vaders preek: Semper +fidelis, semper paratus. Ik dacht erover, wat vader nu wel van mij +zou wenschen. Maar ik had den moed niet, om het te doen; Daan zou mij +uitlachen m'n leven lang. Maar toen ik naar bed ging, bad ik tot God, +of Hij mij zóó moedig wilde maken, dat ik het doen durfde. + +Zondagmorgen vond ons allen aan 't ontbijt. Tante Caroline staat +gewoonlijk al vóór ons van tafel op, omdat ze naar de Zondagsschool +moet. Ook nu zou ze juist weer heengaan, toen Daan eensklaps +opsprong, met rood gezicht haastig z'n kopje thee leegslurpte, en +zei: "Tante, ik ga met u mee naar de school. Ik zal de klasse der +kleintjes nemen." Tante nam het heel kalm op, maar voor onze ooren +was het, of het onweerde. + +"Ik heb al zoo vaak er op aangedrongen, dat een van jelui me helpen +zou," zei tante. "De arme kleintjes begrijpen mijn onderwijs aan de +ouderen nog niet." + +Daan ging de kamer uit. Alex sloeg z'n oogen ten hemel, hief z'n +handen op en riep: "De hemel komt naar beneden!" Lena begon te +giegelen. "Stel je voor: Daan de kleintjes aan 't onderwijzen! Hij +weet ze niets anders te zeggen dan "goede vormen"." + +Ik gevoelde mij als aan den grond genageld. Als ik dà t geweten had! +Dat was nu de jongen, van wien ik vreesde, dat hij mij uit zou +lachen, als ik deed, wat hij nu doet! Ik liep den tuin in, en +schreide eens goed uit. En o, hoe bewonderde ik Daan nu! Altijd doet +hij de dingen zoo onverwacht. Nooit praat hij er over, en je zou +denken, 't kan hem niet schelen ook, maar plotseling komt ie uit z'n +rust, gaat heen, en doet het. Ik zou zoo graag als hij wezen. + +"Wat zal ik een pret hebben over die zuigelinglessen," zei Alex, toen +we samen naar de kerk gingen. "Neen, dat mag je niet," zei ik, "want +het is heel goed, wat Daan gaat doen. Verleden Zondag heeft vader er +nog over gepreekt. Ik had het ook willen doen, maar ik was bang, dat +jelui me zouden uitlachen. En nu is Daan me vóór geweest. Heusch +Alex, onder het ontbijt dacht ik elk oogenblik het te zullen zeggen, +maar zie, ik kwam net te laat." + +Alex keek me een beetje scheef aan, maar zei niets; en toen we Daan +bij het middageten weer zagen, zei geen van ons wat tegen hem; wij +deden, alsof er niets gebeurd was. Ik bewonder Daan, als hij zoo +doet, want hij zegt nooit, dat hij iets goed doet. En om elkaar te +zeggen, dat je iets goed doet, vind ik verkeerd, lijkt me zoo +verwaand. + +En nu moet ik vertellen van Maandagmorgen, en van de groote +verrassing, welke ons toen te beurt viel. Puf had al telkens gezegd, +dat hij iederen dag een brief van God verwachtte, met het geld voor +een ezel erbij. Elken morgen klampte hij den brievenbesteller aan. 't +Zal den man wel raar in de ooren geklonken hebben, toen Puf hem +vroeg: "Weet u wel zeker, dat er geen brief voor mij bij is, want ik +verwacht er een van God; het moet een heele zware brief wezen." + +[Illustratie] + +Dezen Maandag bracht hij de brieven weer binnen, en toen vader ze +nakeek, zei deze plotseling: "Is hier een mijnheer George +Marjoribanks in de kamer?" "Dat ben ik!" riep Puf, en danste in de +grootste opwinding om de tafel. "Laat mij hem zelf openmaken!" Hij +kreeg den brief in z'n handjes. "Maak 'm nu maar open," zei vader, +ook wel 'n beetje nieuwsgierig. Puf maakte hem open: er zaten drie +postbewijzen in, en een velletje papier, waarop geschreven stond: + + "Van grootmoeder. Voor een ezeltje." + +En elk van de postbewijzen was f12.-- groot. + +Wij konden onze oogen niet gelooven. Grootmoe geeft ons zelden geld +-- alleen op verjaardagen. Ik vermoedde natuurlijk al dadelijk, dat +tante Caroline haar verteld zal hebben, hoe vurig Puf er om bad. Pufs +gezicht was een portret waard, toen hem werd uitgelegd, hoe de zaken +nu stonden. Zijn oogen straalden van blijdschap; hij zette een borst +op en zei: "Natuurlijk. Ik begrijp heel goed, wat er gebeurd is. +Vader zegt, dat God geld aan sommige menschen geeft, om er goed voor +te zorgen. Hij heeft het Zelf te druk gehad, om het te zenden, en +daarom droeg Hij oma op om het te doen." + +"Ik geloof, dat je de waarheid zegt, Puf," sprak vader, terwijl hij +hem kuste op z'n heerlijken kroeskop. Puf keek met verrukte blikken +om zich heen. "Mijn plan is het beste geweest van ons allen," juichte +hij. + +Wij waren te verrast, om te spreken. Vader sprak zachtjes: "Want +derzulken is het Koninkrijk Gods." + +Toen, na nog even stilte, barstten we allen uit in een blij gejuich. +Het ezeltje was zoo goed als gekocht, en we konden zelfs nog wel geld +over houden. Daan zei al dadelijk, dat dat dan wel kon dienen voor +een zadel, maar vader zei, dat we voor die 36 gulden en wat we al +reeds hadden; allicht wel een ezeltje en een tweede-hands wagentje +konden koopen. Maar vader schat de dingen altijd goedkooper dan ze +zijn. + +------ + + + + +HOOFDSTUK VII. + + +En nu: waar kunnen we een ezel koopen? + +Ziedaar de groote vraag, welke ons allen bezig hield, toen we op een +pufwarmen middag ons hadden neergevleid onder de boomen langs het +grasveld. Behalve Puf, die nog niet tot bedaren gekomen was en +telkens opsprong om vlinders na te jagen. + +Alex opende de debatten, kriebelde Lena met een grassprietje in haar +oor en zei: "Je ziet nog wel es veel ezels zoo grazen, maar ik heb er +tot nu toe nog niet zoo bijzonder op gelet." + +"Laten we naar juffrouw Ribbon gaan, en haar vertellen, wat we noodig +hebben," stelde ik voor, en begon alvast te zingen: + + + Wie hier eens komt, die komt terug, + Die wordt geholpen, goed en vlug. + + +"Zij zal er een uit haar dierenverzameling halen," zei Daan, "en dan +zal 't niet veel moois wezen, dat verzeker ik je. Neen, de eenige +lui, die werkelijk goede ezels hebben, dat zijn de zigeuners, en die +moeten we vóór alles zien te vinden." + +"Hoera!" riep Alex uit, "we gaan een zigeunerkamp bezoeken." En Lena +voegde erbij: "Juffrouw Ribbon zal ons wel zeggen, waar er een is." + +"Wacht es even," zei Daan, "we kunnen het best zelf uitvinden, waar +ze zitten, evengoed als de politie. Laat mij maar begaan." + +"Nou ja, maar we kunnen toch evengoed eerst es bij juffrouw Ribbon +gaan hooren," meende ik. + +Aldus werd besloten; we sprongen allen overeind en draafden naar het +"dorpsmagazijn". Er stonden juist twee vrouwen af te rekenen, maar +toen ze ons zagen, gingen ze heen, en spoedig had ons clubje den +ganschen winkel gevuld, natuurlijk Puf vooraan. O, wat was het er +snikheet! De vliegen zaten overal op, en juffrouw Ribbon zag er uit, +alsof ze zoo van een wilde vliegenjacht kwam, natuurlijk kwamen de +vliegen nu ook nog op haar gezicht af, alsof het met stroop besmeerd +was. Met haar zakdoek trachtte ze de lastige dieren op 'n afstand te +houden. Niettemin glimlachte ze, zooals altijd en onder alle +omstandigheden. + +Daan nam eerst het woord en zei alsof het een bestelling gold: "Wij +wilden een zigeunerkamp hebben." Juffrouw Ribbon keek hem versteld +aan, maar glimlachte alweer spoedig; zij houdt van een grap, en +daarom wij ook van haar. + +"Hoeveel geld heb je daarvoor beschikbaar? Ze zijn duur, jongeheer +Daan!" + +"O, dat komt later wel terecht, als u er ons maar aan een helpt," zei +Daan. + +"Een zigeunerkamp is een flinke bestelling," zei juffrouw Ribbon +nadenkend. "Maar je moet me eens wat nader zeggen, wat je bedoelt. +Hoeveel zigeuners moet je hebben? Of is de bedoeling een kamp +alleen?" + +Wij zagen, hoe ze lachte. Maar Alex zei nog eens uitdrukkelijk: "Dat +zou nu de eerste keer worden, dat we hier tevergeefs kwamen. Neen, +juffrouw, we moeten een compleet kamp hebben, met levende zigeuners +erin." + +"Maar groote goedheid, kinderen, ik verkoop alleen dingen, die de +menschen kunnen koopen. Levende zigeuners zijn niet te koop in dit +Christelijk land." + +Wij begonnen terrein te verliezen, juffrouw Ribbon is ons te knap af. +Toen zei Daan met potsierlijke verontwaardiging: "Wij zullen het +onthouden, juffrouw. Wat wij wilden koopen was de inlichting over een +zigeunerkamp. Maar we zullen u verder niet lastig vallen." + +Allen verlieten we den winkel, 't hoofd in den nek als vertoornde +klanten. + +"'t Zal haar wà t spijten, dat ze ons niet heeft geholpen," zei Daan. +We gingen dadelijk weer naar huis. Daar schreef Daan, op een groot +vel van vaders preekenpapier, zoo mooi als hij kon: + + + "Onmiddellijk inlichtingen gevraagd + naar het naastbijgelegen zigeunerkamp. + Gedurende één week in te zenden + aan de pastorie. + Daniël Marjoribanks." + + +[Illustratie] + + +Toen was de vraag: Waar zullen we dien brief brengen? We waren 't er +allemaal over eens: niet bij juffrouw Ribbon. Daan had een mooi idee. +Bij den kruisweg, juist aan 't begin van ons dorp, staat een groote +mijlpaal. Wij namen een beetje lijm mee en gingen er heen. Onderweg +zei ik tegen Daan: "Je zult er nog een belooning voor moeten geven." +Daar had hij niet aan gedacht, maar vlug krabbelde hij nog op den +brief: "De aanbrenger zal goed beloond worden." Zoo hoog als wij +erbij konden, werd het papier tegen den paal geplakt, en daarna +keerden we weer naar huis terug. Na de thee ging Daan nog twee keer +kijken, of de lijm wel goed hield. Den tweeden keer zag hij, dat er +twee mannen en een jongen bij stonden te lezen. "Ik hield me weg," +vertelde hij; "ik kroop achter een heg. Zij schenen er veel belang in +te stellen." + +"Ik geloof, dat we beter gedaan hadden, met naar een ezel te vragen," +merkte ik op. Maar de jongens moesten daar niets van hebben. "Dat +zigeunerkamp is juist de grap!" schreeuwde Daan. "Misschien zijn er +in Lincolnshire niet eens zigeunerkampen," zei Lena. + +Dat hadden we nog niet overdacht. En dus gingen we op nader onderzoek +uit. Vader werd aangeklampt om ons daar wat meer van te vertellen. +Hij vertelde ons, dat hij eens zoo'n kamp had bezocht, toen daar een +man ziek was geworden. Wij vertelden vader echter niet, waarom wij +onze vraag deden, maar Puf wilde weten, of ze ook jongens en meisjes +stalen. + +Den dag daarna kwam er een jongen aan de achterdeur en vroeg Daan te +spreken. Gelukkig was hij thuis, want den volgenden dag begonnen de +lessen weer. Zeer gejaagd kwam Daan aanloopen. De jongen vertelde: +"Ik heb dien brief gelezen. Boer Brown, aan den weg naar Lemworth, +laat altijd zigeunertroepen op een stuk land bij z'n boerderij +uitrusten. In deze maand komen ze gewoonlijk, omdat ze dan naar de +Lemworthsche kermis gaan, en die is vandaag over een week." + +"Sjonge, dat treffen we!" riep Alex. "Hoeveel heb je hem gegeven?" + +"Dertig centen. Dat vond ie heel best. Ik zal het natuurlijk uit onze +ezelkas betalen." + +"Ik wou, dat we nu morgen dien ezel maar kochten, dat lange wachten +is nergens goed voor," vond ik. + +Maar de jongens vonden, dat het wel een week uitstel waard was, om +een echten ezel te kiezen uit een echt zigeunerkamp. En toen begonnen +de lessen; alle dagen waren de jongens weg. Lena en ik kregen 's +morgens les van tante Caroline, en Puf verbeeldde zich dat ook maar. +De middagen hadden we voor onszelf, maar dan was er altijd wel wat +naar een zieke te brengen, of andere boodschappen. + +Op zekeren dag hoorde vader mij brommen, omdat ik zoo graag een nieuw +leesboek uit de school-bibliotheek wou lezen, en tante me toen een +boodschap wilde laten doen, terwijl ik pas voor haar was weggeweest. +Vader schudde zijn hoofd, en zei: "Semper paratus! Grietje, zoo wordt +je niet een goede dienstmaagd." + +"Maar ik ben de meid van tante Caroline niet," flapte ik eruit. + +"Ik dacht, dat je een van Christus' dienstmaagden waart," sprak vader +ernstig. "Jou kleine dagelijksche werkzaamheden zijn de plichten, die +Hij je oplegt, Je kunt niet Zijn dienst scheiden van den dienst hier +in huis, het zijn dezelfde plichten. Denk je wel altijd aan Zijn +bevelen, kind?" + +"Ik vergeet het zoo vaak," zuchtte ik. + +"Een ontrouwe dienstmaagd is zulk een teleurstelling voor Jezus," +sprak vader zacht. + +Toen begon ik te schreien. Ik kon er niets aan doen. + +"Ik geloof niet vader, dat ik ooit een trouwe, gewillige dienstmaagd +zal worden." + +"Waarom niet? Deze boodschap van je tante was een oproep tot _gaan_, +nietwaar?" + +"Ik denk van wel," fluisterde ik. + +"Geloof je zelf, dat je in Christus' dienst bent?" vroeg hij me. + +"Ik hoop van wel, vader. Ik wil Hem dienen, omdat Hij voor mij +gestorven is, en ik heb Hem lief, maar niet zóó, als het moest +wezen. Ik denk, dat het _komen_, waarover u preekte, heel wat +gemakkelijker is, dan het _gaan_. En wat het _doen_ betreft, ik heb +er niet eens over gedacht. En, vader, het spijt me toch zoo, dat ik +die Zondagsschoolklas niet heb genomen; Daan was me net voor." + +"Elken dag, Grietje, moet je zoowel komen als doen. Het eerste wat +een knecht des morgens doet, is zijn heer om orders vragen. Heb je +van morgen den Heer om Zijn bevelen gevraagd?" + +"Neen vader," zei ik, "ik heb mijn gebed vanmorgen afgeraffeld, omdat +ik te laat op was." + +"O, maar dà t is de oorzaak van je ontrouw. Ik ben in mijns Meesters +dienst al heel wat jaren meer, dan gij Grietje. Als ik beproef Zijn +bevelen uit te voeren, zonder Hem steeds te bidden, dan geraak ik +dadelijk in moeite. Den ganschen dag, en elken dag is het "komen" en +"gaan"." + +Vader ging heen, ik bleef in nadenken verzonken staan, en beloofde +mijzelf in stilte, dat ik trachten zou, nooit meer te mopperen, al +werden mij honderd boodschappen per dag opgedragen. + +Ons plan, om op de kermis van Lemworth te gaan kijken naar een +ezeltje, vond vader niet goed. De jongens vroegen hem toen, of we +Zaterdag een langen dagmarsch mochten gaan maken; we zouden dan ons +twaalf-uurtje meenemen, en zien, of er ook zigeuners te vinden waren, +die een ezel voor ons te koop hadden. + +Vader vond dit goed, maar zei erbij, dat we slechts inlichtingen +mochten vragen; het koopen van een ezel moesten we aan hem overlaten. + +Wat duurde het lang, voor 't Zaterdag was! Eindelijk was de +langverwachte dag er, en dadelijk na 't ontbijt gingen we op weg. Puf +ging te keer als een wanhopige, omdat hij niet mee mocht, en tante +Caroline trachtte hem met allerlei schoone beloften tot bedaren te +brengen. + + +[Illustratie] + + +Wij begonnen met twee mijlen te marcheeren langs den kalen, stoffigen +weg; daarna klommen we over een schutting en gingen dwars over de +landerijen. Drukke gesprekken en allerlei verhalen maakten de +wandeling kort. Daan vertelde van een jongen op zijn school, met wien +hij altoos aan 't vechten is. Hij komt uit Londen, heeft een +verbeelding, alsof z'n vader hertog is, en ziet met minachting neer +op "dat gewone volk", zooals hij het noemt. + +"Ik vind het niet erg "in den vorm" voor zoo'n heertje om te +vechten", merkte ik op. Ik houd er van, om Daan met z'n eigen woorden +te bekampen. + +"Ik heb 'm als een worst in mekaar gedraaid," zei Daan. "Ik had er +zin in, met mijn vuisten er nog eens goed op te beuken. Maar ik laat +hem nog liever heelemaal links liggen, omdat hij gewone menschen +minacht." + +Lena vroeg: "Zouden we de zigeuners wel thuis vinden? Ze zullen +allicht naar de kermis te Lemworth zijn." Daar hadden we zoowaar nog +niet aan gedacht. We hielden even stil, om de zaak te overdenken; +inmiddels werd de lunch in 't gras gebruikt. + +"Alle ezels zullen toch niet naar de kermis zijn," zei ik. "Hebben +zigeuners wel altijd ezels?" vroeg Lena. "Och, hou toch op en doe +niet van die malle vragen," zei Daan verstoord. + +Na nog een heelen tijd te hebben geloopen, kwamen we bij de boerderij +van Brown, en daar vonden we tot onze blijdschap een kamp, een vuile +tent, en een troep kinderen, die er bij speelden. Een zwart-uitziende +vrouw was bezig met kleeren wasschen in een groote braadpan. Maar +ezels waren er niet te zien; slechts een oud wit paard liep er te +grazen. + +"Ik vrees, dat ze naar de kermis zijn," fluisterde Alex. "Toe Daan, +ga es heen en groet die vrouw es." + +Daan kan dat altijd heel netjes; de lui op 't dorp mogen hem graag, +omdat hij zoo netjes z'n pet kan afnemen. Hij ging recht op de vrouw +af, en groette met z'n stroohoed. + +"Morgen juffrouw, mogen wij het genoegen hebben, enkele minuten met u +te spreken?" Zij trok haar handen uit de braadpan en staarde ons aan, +of we wilde dieren waren. Daan ging voort: "Ik weet niet wie +de .... baas van dit kamp is, maar ik zou hem graag over zaken +spreken." + +"Houdt je me voor den mal?" vroeg de vrouw ruw. + +"We meenen het allemaal ernstig," zei Daan. "U moet weten, wij willen +een ezel koopen, en wij meenden, dat u er wel een te koop zoudt +hebben." + +De vrouw lachte, en riep daarna: "Jim! Kom es hier en vertel dien +jongens es, dat ze aan 't verkeerde adres zijn voor ezels." + +Een man, een echte zigeuner, kwam langzaam aanslenteren. Hij droeg +groote blinkende knoopen aan jas en vest en broek, had een grooten +geelrooden zakdoek om z'n hals en een zwaren ring aan een der +vingers. + + +[Illustratie] + + +"Wij doen niet in ezels!" zei hij, terwijl hij aan een groote pijp +trok en ons met loerende oogen bekeek. "Hoeveel heb je er voor over?" + +"Dat zal vader wel behandelen," zei Daan met beslistheid. "We moeten +een goeden, vluggen ezel hebben, een die loopt als de wind, en wij +wenschen hem Maandagavond na zes uur aan de pastorie te Warlington te +hebben, om 'm te bezien. Kan ik daarop rekenen?" + +Daan doet altijd zaken, als was hij een koopman van zessen klaar. +Maar wij waren toch allen teleurgesteld, dat wij nu niet één +ezeltje te zien kregen. Intusschen sloop Lena wat verder het kamp in, +kwam weer terug en vroeg aan de zwarte vrouw: "Laat mij eens uw +woning van binnen zien; ik zou ook wel in zoo'n kamp willen wonen." + +De vrouw vond het goed en ging ons voor; Alex ging mee, en Daan bleef +met den man praten. De wagen zag er van binnen wat aardig uit. Aan +den wand hingen schilderijtjes, platen en helder geschuurde pannen; +maar lekker rook het er niet. Lena vond het er verrukkelijk en zei: +"Zeg u es -- we zullen 't aan niemand verklappen -- maar is het waar, +dat jelui kleine kinderen stelen, of staat dat alleen in de boeken?" + +De vrouw moest hardop lachen. "Wou je een tijdje met ons mee op reis, +juffie?" + +"O, dolgraag, maar slechts voor een paar weken, in de vacantie. Ik +geloof, dat het heerlijk is, gestolen te zijn!" De vrouw schudde haar +hoofd. "Kinderen geven meer kwelling, dan ze waard zijn; die wij +hebben, zijn al meer dan genoeg," zei ze. + +Lena was geheel uit 't veld geslagen. Alex vroeg haar, of ze wel +waarzeggen kon. Ze schudde van neen. Maar -- zeiden we haar -- dan +kun je ook geen echt zigeunerkind wezen. + +Toen we den wagen weer verlaten hadden, riep Daan ons. "De zaak is al +in orde," zei hij; "wij zullen eenige ezels thuis krijgen, om uit te +kiezen. Overmorgen komen ze; zoolang zullen we moeten wachten." + +Alex vroeg hem toen, of hij den zigeuner wilde vragen, dat die ons +zou verzoeken om op een avond een echt zigeunermaal te komen +bijwonen. + +Daan vroeg het en antwoordde ons, dat we er zelfs aan mochten +deelnemen, voor twintig cent de man. De man verzocht ons te komen den +eerstvolgenden Dinsdag, 's avonds om 9 uur. Toen zeiden we hem goeden +dag, en vertrokken. + +Ik weet niet, hoe dat kwam, maar we waren allemaal een beetje +teleurgesteld. Wij hadden verwacht een prachtigen ezel te zullen +zien, en met een mooi-gezadeld exemplaar thuis te zullen komen; wij +hadden gedacht, een groot, dichtbevolkt zigeunerkamp te zullen +aantreffen, met een waarzegster er bij, met mannen er bij, die ringen +in hun ooren droegen, die dansten en feest vierden, en een of ander +gestolen kind, dat achter een boom stond te huilen. Maar van dat +alles niets; niet één ezel, één kermiswagen maar, geen gestolen +kind, één man maar en ééne vrouw. + +Intusschen vertelde Daan ons, dat de man iemand wist, die ezels +verkocht, en dat die persoon op de kermis was. Maar hij zou hem wel +vertellen, wat wij wenschten, en dan zou die koopman ze wel brengen. +"Ik heb hem den tijd gegeven tot Maandagavond," zei hij deftig, "en +ik heb er nog een mooi plan bij bedacht. Wij zullen op den mijlpaal +aan den kruisweg een nieuw briefje plakken, waarop te lezen staat, +dat iedereen die een ezel te koop heeft, er dienzelfden avond mee aan +de pastorie moet komen." "Dat wordt een ezelen-revue!" juichte Alex, +en sprong in 't rond. + +Met groot verlangen zagen we Maandagavond tegemoet. Wij houden er erg +van, iets lang vooraf te weten, dan heb je altijd schik vooruit en je +wordt niet zwartgallig. Betty en Clara zeggen, dat ze haast altoos +somber gestemd zijn, daarom heb ik ze gezegd, dat ze vooral veel +plannetjes moeten maken. + +In een tevreden stemming naderden we ons dorp weer. Bij het spreken +over de avondpartij in 't zigeunerkamp, liet ik Daan merken, dat ik +vreesde, dat vader ons geen toestemming zou geven, om er heen te +gaan. "Nu ja," zei hij, "jelui -- Lena en jij -- doen ook beter met +niet te gaan. Alex en ik wel, omdat vader het ook wel eens gedaan +heeft; vader zei, dat sommigen van die zigeuners heel nette menschen +zijn." + +"Maar wij zouden toch graag meegaan," zei ik wat ontevreden. "Alles +wat lekker is, is nog niet verkeerd!" + +"Wees toch zoo'n kwast niet," zei Alex. En Lena voegde er nijdig aan +toe: "Ik ga toch, 't kan me niet schelen, wat ouwe Griet doet; als ik +er voor gestraft word, heb ik het toch al gehad!" + +------ + + + + +HOOFDSTUK VIII. + + +Puf was danig verstoord, toen we zonder ezeltje thuis kwamen. +Dadelijk na de thee ging Daan het nieuwe briefje aan den mijlpaal +hechten. Allen gingen we mee en hielpen hem. Hij schreef er op: + +"Gevraagd een eerste-klas ezel. Op bezien te zenden Maandagavond 6 +uur aan de pastorie." Erboven schreef hij nog: "Belangrijk en +spoed-eischend." + +Toen dat afgeloopen was, gingen we weer naar huis, en hielp ik tante +Caroline met opruimen, want het was Zaterdagavond. De zangoefening +had ze ons ditmaal geschonken, omdat we uit waren geweest; doch voor +we naar bed gingen, nam ze ons mee naar de piano in de zitkamer, en +zongen wij de gezangen nog eens, die we voor Zondag moesten kennen. +Daarna zei tante Caroline tot Daan: "Kom je morgen naar de +Zondagsschool?" Daan antwoordde erg ruw: "Ja, ik denk 't wel." + +Toen zei ik: "Tante, ik wou wel een klas nemen, als u nog een andere +had." + +"Ik denk, Grietje, dat er daarvoor niet genoeg kinderen zijn. Lang +geleden heb ik het je al gevraagd." + +"Wat leer je hun toch, Daan?" vroeg Lena. Maar Daan ging de kamer +fluitende uit, en zei geen woord. Ik was er ook zeer benieuwd naar, +wat hij ze leerde, maar toen ik het tante vroeg, zei ze: "'t Is +jammer, dat jongens altijd denken, dat ze hun gevoelens onder zich +moeten houden. Hij weet uitnemend de orde te bewaren, leert ze hun +tekst en versje, en vertelt hun heel aardig een Bijbelsch verhaal." +Ik zuchtte, want ik wou zoo graag hetzelfde werk doen. + +Maandagmiddag kwam Lena naar me toe rennen: "O Griet! ik ben bij +juffrouw Ribbon geweest, en zij zegt, dat ze een prachtigen ezel +weet, en dat had ze ons allang kunnen zeggen, als we 't haar maar +verteld hadden, en we niet naar die zigeuners waren gegaan. Zij zegt, +dat ie aan een boer behoort, en dat die 'm verkoopen wil. + +"Wel," zei ik, "zeg haar, dat ze hem bericht den ezel vanavond +opzicht te zenden." + +"Dat heb ik haar gezegd, maar zij zei dat ze niemand had om hem die +boodschap te brengen." + +"Waar woont hij?" + +"Dat weet ik niet." + +Ik ging dadelijk naar juffrouw Ribbon, en kwam te weten, waar de boer +woonde. Het was wel een heel eind, maar ik dacht, als tante Caroline +me maar even vrij liet, kon ik wel even heengaan. Tante zou juist met +vader uitgaan. Ze gingen naar een vergadering in Lemworth, en vader +zou er spreken. Zij vonden goed, dat ik ging, en zeiden meteen, dat +we met de thee niet op ze behoefden te wachten. Ik vroeg angstig: +"Maar u zult toch tijdig genoeg terug zijn, vader, om ons ezeltje uit +te kiezen?" Hij glimlachte: "Ik vrees, dat we zullen moeten +adverteeren, kind; ik twijfel er aan of je hier wel ezels heen zult +krijgen." + +"Wij verwachten wagenladingen vol!" riep ik uit, en rende heen. + +Lena wou meegaan, en samen staken we dus de velden dwarsover. 't +Rennen hield spoedig op, want het was o zoo warm; wij plukten bladen +van zuring en varenkruid om ons te verkoelen. Eindelijk waren we aan +de boerderij. Een prachtige tuin lag vóór de groote boerderij; in +dien tuin lag een heer in een rieten stoel, en daarbij zat een dame. +Ik vreesde, dat we verkeerd waren, maar we moesten den tuin door, om +bij de voordeur te komen. Ik vroeg hun, of daar Mr. Donnyball woonde. +De dame glimlachte: "Ja zeker, ga maar naar het huis, daar zul je +zijn vrouw wel vinden. Wij zijn maar logé's." + +Ik liep door, maar Lena bleef achter, zij mag graag met vreemde +menschen praten; ik niet. Ik belde en een boerenmeid kwam voor; zij +riep dadelijk de boerin, die heel blij was, toen ze hoorde wie ik +was. Ik herkende haar dadelijk; zij en haar man komen elken +Zondagmorgen bij ons in de kerk en zitten in de middelste banken. + +Zij zei: "Kom binnen, lieve. Jan en ik zeggen altijd tegen mekaar, +jelui zitten als engelen in het koor, en het is een genot, jelui te +hooren zingen, en jelui goeje lieve vader preekt als een apostel. +Kom, ga binnen, dan zal ik je een stuk van mijn eigengebakken koek +geven, en een glas melk. En wat is nu de boodschap, kind?" + +Zij sprak zóó snel, dat ik er geen woord tusschen had kunnen +krijgen. Toen ik haar het doel van mijn komst verteld had, zei ze: + +"Ja, jelui hebt een ezel noodig, hé? Kijk es wij hebben logé's, +kapitein en mevrouw Rogers. Zij komen uit Londen; zij hebben familie +te Lincoln. Hij is sedert den oorlog kreupel, en wij dachten, dat +onze Nell hem heel zacht in een rieten wagentje zou kunnen trekken, +maar hij ziet het ding niet, of maakt rechtsomkeert, en is niet tot +kalmte te krijgen. Wij hebben er toen over gedacht, een pony te +nemen. Mijn mans broer heeft er een; en zoo is het gekomen, dat ik +tegen juffrouw Ribbon zei, dat we Nell niet wilden houden. Mijn +kleine jongen reed er altijd op" -- ze begon eensklaps te schreien; +ik begreep, dat haar kind was overleden en betuigde haar mijn +deelneming daarover. Vervolgens zette ze mij in een heerlijk koele +serre, riep Lena ook, en beiden kregen we toen een glas melk en een +stuk gebak. Ze beloofde, dat de ezel dien avond door een der knechts +zou gebracht worden. Ik was wat in m'n schik; we wilden nog graag den +ezel zien, maar men was met 'm naar den molen om meel te malen. We +namen nu afscheid en bij 't heengaan hielden de heer en mevrouw +Rogers ons nog aan. + + +[Illustratie] + + +Lena had hun natuurlijk alles al verteld; de kapitein vroeg lachend: +"Wat geven jelui voor den ouden knol?" Ik vertelde hem, dat we een +ezelen-revue zouden hebben, en daaruit kiezen zouden. + +"O!" riep hij uit, "daar moet ik bij wezen." Lena klapte in de handen +en liet hem beloven, dat hij komen zou. Maar Mevrouw Rogers was er +niet voor; hij was niet erg sterk, vertelde zij. Toen zei Lena: "Ik +zal u een brief sturen, als u 't goed vindt, en daarin van de revue +vertellen. Tante Caroline laat ons brieven schrijven, om te leeren +stellen." Mevrouw Rogers vond het heel aardig, en wij vertrokken. + +Lena begon te rammelen: "Wat zijn ze lief hé? Ik geloof, dat +kapitein Rogers vergeten heeft te groeien, hij praat net als de +jongens; Mevrouw Rogers keek hem onophoudelijk aan, en zei een keer: +"Charles, breng het kind nu niet in de war." Ik zei, dat ik nooit in +de war kwam. Toen fluisterde hij: "Als je met je hoofd omlaag slaapt, +hou je ook op met groeien." + +"Hij spreekt net als tante Marie," merkte ik op. "Ik hoop, dat hij +bij ons zal komen." + +"Ik zal hem een brief schrijven en vragen, om toch vooral te komen," +zei Lena. + +Toen wij thuis kwamen, was het theetijd, en waren de jongens juist +uit school terug. Zij spotten met ons ezeltje. "Als de ezel van +juffrouw Ribbon komt, zullen we 'm slaan, waar de anderen bij zijn," +dreigden ze. Wij vertelden hun, dat het niet juffrouw Ribbon's, maar +boer Donnyball's ezel was. + +En zoo naderde het met spanning verwachte oogenblik van de +ezelen-revue. + +Toen 't zes uur was, stonden we allen aan 't hek; Puf was op 't +poortje geklommen, om toch vooral de eerste te wezen, die hen zag +komen. Wij wachtten, wachtten tot bijna halfzeven, toen Nell kwam +opdagen. Hij zag er prachtig uit, dik en helder, en met een mooie +grijze kleur; de jongen, die hem bracht, scheen ook zeer met hem +ingenomen. Terwijl we ons om den aankomeling verdrongen, kwamen, in +een stofwolk gehuld, vier leelijke, ruwe beesten aangedraafd, +begeleid door een man en een jongen. En toen begon de revue. + + +[Illustratie] + + +Ik wenschte, dat vader er nu maar was, maar Daan meende zelf de keuze +wel te kunnen maken. Nog waren we bezig, van alle kanten het vijftal +te bekijken, toen een oude vrouw kwam opzetten, ook met een ezel, en +werkelijk een aardig beest. + +Het begon nu vermakelijk te worden; een troep kinderen stond om ons +heen, en nog meerderen kwamen erbij kijken. Wij hadden nu zes ezels, +en nog was vader er niet. + +De vier magere ezels behoorden aan onzen vriend den zigeuner, en de +mooie zwarte behoorde aan een vriendin van juffrouw Tapson. Daan deed +heel gewichtig; hij fluisterde Alex wat in, waarna deze z'n pet in de +lucht wierp en uit alle macht Hoera! riep. Onmiddellijk daarna nam +Daan het woord en schreeuwde: "Kijk hier, we moeten een ezel hebben, +die goed kan loopen, en nu willen we uit deze zes den besten kiezen. +Daarvoor zullen we een wedstrijd houden; wie van de zes het vlugst +een afstand van één mijl loopt, is ons." + +De dorpskinderen juichten bij het hooren van deze afkondiging, en wij +niet minder. De man met de vier magere exemplaren keek niet bijzonder +opgewekt. En hij mopperde: "Ik heb deze puike beestjes 10 mijlen +moeten laten loopen, om ze hier te brengen, en ik heb er niet op +gerekend, dat ze nu ook nog een wedstrijd moeten meemaken. En dat op +zoo'n heeten dag!" + +"Wel," zei Daan, die altijd rake opmerkingen heeft, "we zullen ze een +voorsprong geven. Op den hoogen weg zal de wedloop plaats hebben; tot +den ouden eik, waar de bliksem is ingeslagen, is het een halve mijl, +ik heb het opgemeten. Nu zullen we ze tot daar laten rennen; de start +is bij ons hek." + +Vervolgens vroeg hij aan juffrouw Tapson's vriendin, die Rowe heette, +hoe ver haar ezel had geloopen; 5 mijlen, was het antwoord. Bob +Tapson had ons briefje aan den mijlpaal gelezen, en toen haar +gewaarschuwd. Zij was nu met het ezelkarretje hierheen gekomen. + +Daan begon nu den wedstrijd te regelen. "Wij moeten jockeys hebben," +vond Alex, en voegde er meteen bij: "ik zal den grijzen berijden." +Toen deed Daan ook maar eerst een keus, en bestemde den zwarten voor +zich. Dit was de ezel van juffrouw Rowe. + +Maar de jongen van boer Donnyball zei, dat hij zelf z'n ezel moest +berijden, want hij kende z'n eigenaardigheden. Alex koos zich dus een +van de vier zigeuner-ezels; dan nam de jongen, die erbij was, een +tweeden van 't viertal, de man wilde dan den derden nemen. Maar Daan +vond hem daar te zwaar voor. Lena en ik vroegen hem, ook een ezel te +mogen berijden, maar hij wou 't niet hebben. Hij vond, dat wij +moesten post vatten bij de start. Twee jongens uit 't dorp bestegen +toen de twee andere zigeuner-ezels. Zij moesten alle vier zonder +zadel bereden worden. + +Het begon nu te spannen; iedereen wond zich op, en toen we de ezels +alle op den hoogen weg brachten, en ze daar op een rij plaatsten, +scheen het heele dorp wel uitgeloopen, om er naar te kijken. + +Daan gaf den 10-mijlen-ezels 200 meter voorsprong, dien van juffrouw +Rowe 100 meter, en de grijze, die maar een mijl geloopen had, vertrok +bij ons hek. Het kostte heel wat tijd, voordat alles in orde was. Als +vertreksein vind Daan een pistool heel geschikt, maar we hadden geen +bruikbaar exemplaar meer; dus werd de tafelbel gekozen. Hiermee liep +ik tot midden op den weg, en luidde haar toen uit alle macht. De zes +harddravers zetten zich in beweging, maar ook de gansche troep +kinderen rende er achter aan, schreeuwend en juichend, dat je hooren +en zien verging. Lena en ik hadden graag evenzoo gedaan, maar wij +hadden de wacht bij het eindpunt, en hielden ons dus gereed voor een +nauwkeurige opname van den tijd der terugkomst. + +Een van de bruine ezels wilde niet; hij struikelde over een kuiltje, +en bleef bewegingloos staan. De man, die hem en z'n 3 makkers +gebracht had, begon te vloeken en hem te slaan. Lena en ik werden +beangst, en we vroegen Baldwin, er heen te gaan, en hem te vragen, +maar op te houden. Natuurlijk waren de keukenmeid en Emma en Baldwin +ook komen kijken. + +Het duurde lang, eer ze terugkwamen, maar eindelijk hoorden we +juichkreten en zagen we Daan op den zwarten ezel in draf aanrijden. +Met een galop sprong hij het eindpunt binnen. Van de anderen was nog +niets te zien. Eindelijk verscheen ook Alex; hij was twee keer +afgeworpen; hij zei, dat zijn ezel kuren had, en terwijl hij ons +daarvan vertelde, nam het dier juist weer een sprong, en buitelde +Alex over z'n kop in een bed brandnetels. Ik kon m'n lachen niet +houden, hoewel ik het voor Alex jammer vond. Vervolgens verscheen de +boerenknecht; zijn ezel lag aan den weg, en had hem enkele +oogenblikken geleden afgeworpen. + + +[Illustratie] + + +De andere ezels waren geen van alle goed, zij kwamen niet eens tot +aan den eikeboom, ze stonden koppig op den weg, en wilden niet voort, +waarop Daan den man te kennen gaf, dat we een loopenden, geen +stilstaanden ezel moesten hebben. De man was verre van prettig +gestemd en raasde van belang. Hij wilde voor z'n vergeefsche reis +betaald worden, en ging naar de herberg om vaders thuiskomst af te +wachten. Natuurlijk waren we 't allen eens over den winnaar, en +juffrouw Rowe was wà t in haar schik. Zij prees haar ezel als een +eerste-klas-harddraver en wilde er haar karretje en het tuig bij +verkoopen voor een prijsje. Nu kwam het belangrijkste nog: de +koopsom. Zij zei, dat ze den ezel en het karretje niet meer noodig +had, omdat ze te Lemworth ging wonen, en daarom zou ze 't ons voor +een prijsje laten: voor de gansche verzameling vroeg ze 54 gulden. 't +Scheen goedkoop, maar ... wij hadden het niet! Daan telde onze kas na; +er was slechts 10 gulden en 20 cent in, en daar kwam dan bij +grootmoeders 36 gulden. Terwijl we hierover nog aan 't onderhandelen +waren, kwamen vader en tante Caroline van 't station. + +Hoewel vader zeer vermoeid was, kwam hij ons dadelijk helpen. Hij +deed eenige vragen over den ezel, hoe oud hij was, en hoe lang ze hem +had gehad, en of ie ook rare kuren had, en hoe snel of ie loopen kon; +wij vertelden hem dadelijk van den wedstrijd, en toen wilde vader ook +de andere zien. + +Te midden van deze nieuwe drukte riep tante Caroline Lena en mij naar +binnen, om naar bed te gaan. Toen ze was thuisgekomen, had ze Puf al +naar bed gestuurd. We moesten dus van al dat moois scheiden, doch +waren er zeker van, dat vader Andy, den ezel van juffrouw Rowe, zou +kiezen. + +Zoo gebeurde het ook, en Alex kwam ons nog even vertellen, toen we al +in bed lagen, dat vader ook het karretje gekocht had; wij moesten hem +ons verdiende geld geven, en hij zou de rest er bijvoegen. Juffrouw +Rowe had den ezel met toebehooren voor 48 gulden achtergelaten. + +Lena en ik waren verschrikkelijk verdrietig, dat we den intocht van +ons ezeltje in den stal niet konden bijwonen. Den volgenden morgen +had Baldwin hem al in 't grasveld bij de keuken gelaten. Wij gingen +naar 'm toe en Lena gaf hem een wortel. Hij kwam dadelijk op ons af, +en at 'm op. Maar toen we op z'n rug wilden klimmen, sprong ie weg. + +Na het ontbijt gingen vader en tante hem bekijken. Vader vond, dat de +jongens best zelf het karretje konden opschilderen. + +Na school gingen we allen, verheugd over onzen nieuwen makker, naar +den stal, en beproefden het karretje. Het bleek ons alle vijf best te +kunnen houden. + +Daarna gingen we Andy vangen, zetten Puf op z'n rug, en maakten een +plechtigen rondgang over het grasveld. Vervolgens maakte ieder van +ons een rijtoer, totdat Andy zóó vermoeid was, dat ie op z'n +voorknieën ging liggen, zich tuimelen liet, en in 't gras lag te +rollen. + +Wij gingen in huis, en Alex fluisterde mij in: "We gaan morgenavond +naar 't zigeuner-feestmaal!" + +------ + + + + +HOOFDSTUK IX. + + +Het is zoo angstig, als je met heel je hart het goede wilt doen, en +je ontdekt dan, dat je toch eigenlijk bezig bent om te doen, wat niet +goed is. Alle mooie dingen schijnen dan verkeerd te zijn. Dat +feestmaal bij de zigeuners b.v. leek mij toch wel een der heerlijkste +zaken, waarvan ik ooit gehoord had. Den volgenden dag na theetijd +wandelde ik in den tuin rond en overdacht deze dingen. Ik wist heel +wel, dat ons niet zou worden toegestaan, er heen te gaan, en in elk +geval ons meisjes niet. Maar wij bleven altoos tot beddegaanstijd in +den tuin, en het zou dus niet moeilijk vallen, in 't duister te +ontsnappen. Zoo'n wandeling in 't donker en zoo'n feestmaal in 't +zigeunerkamp scheen wà t avontuurlijk. En dan de terugtocht bij +maanlicht! + +En toen begon ik over mijzelf te denken. Als ik een trouwe +dienstmaagd wilde wezen, mocht ik natuurlijk niet gaan naar een +plaats, waar mijn Meester mij niet wilde hebben en dus moest ik Hem +daar eerst over vragen. En nu hoop ik, dat ge het niet verwaand zult +vinden, als ik vertel, dat 'k naar het struikgewas bij de kerk ging +waar niemand me kon zien. Daar vertelde ik alles aan Jezus, en ik +vroeg hem, om mij thuis te houden, als het verkeerd was er heen te +gaan. Toen ik opstond, gevoelde ik met groote zekerheid dat ik niet +mocht gaan, en ik wist ook, dat ik moest trachten, Lena eraf te +houden. + +Ik ging haar dus zoeken. En ik was allesbehalve op m'n gemak, toen ik +zag, dat de jongens al den weg op slopen. Ik vloog ze achterna en +vroeg: + +"Gaan jelui?" + +"Ja zeker," zei Daan. "Je deedt beter met wat haast te maken, als je +meewilt." + +"Ik ga niet mee," zei ik. "Waar is Lena?" + +"Die probeert even braaf te worden als jij," zei Alex mopperend. De +tranen kwamen mij in de oogen. + +"O, ik wou, ik wou dat ik mee mocht!" riep ik uit, en liep toen naar +huis terug zoo hard als ik kon, want het trof mij, dat ik anders net +zou doen als Bileam, die wilde doen, wat God hem had verboden. Maar +ik was blij, dat Lena ten minste ook niet meegegaan was. + +In huis ging ik haar overal zoeken, maar ze was nergens te vinden. +Toen schoot mij te binnen dat ze misschien Andy goedennacht was gaan +zeggen. Ik ging dus den tuin weer door en vroeg aan Baldwin en Emma +en de keukenmeid, of ze haar ook gezien hadden. Niemand had haar +gezien. Terwijl ik nog druk zocht, kwam tante Caroline naar buiten, +zei me dat het bedtijd was en vroeg, waar Lena zat. Ik vertelde haar, +dat ik overal naar Lena gezocht had, maar ze nergens kon vinden. +Tante vond, dat ik dan maar vast naar bed moest gaan, Lena zou dan +wel volgen. Ik zei vader, die in z'n studeerkamer was, dus +goedennacht, en ging de trap op. Ik gevoelde mij verdrietig, en begon +weer te wenschen, dat ik toch nog maar met de jongens was meegegaan. +En ik herinnerde mij nu ook, hoe Lena gezegd had, dat ze toch zou +meegaan, hoe ze er ook later voor gestraft zou worden. + +Ik lag juist in bed, toen tante Caroline boven kwam. "Griet, waar is +Lena toch? Emma zegt, dat ze nergens te vinden is, en de jongens, +waar zitten die?" + + +[Illustratie] + + +Ik zweeg; het is bij ons niet "in den vorm", te klikken. Dat doen we +nooit. Maar tante wou me aan den praat hebben. Zij dreigde, vader te +zullen halen, als ik niet antwoordde. Ik zei toen: "Ik weet, waar de +jongens zijn, tante, maar ik wil het liever niet zeggen, en ik weet +niet, of Lena ook met hen mee is." "Maar je moèt zeggen, waar ze +heen zijn, Griet; het is heel leelijk van ze, om zoo weg te snappen." +"Ze zullen niets geen verkeerds uithalen, maar het zal wel laat +worden, eer ze thuis zijn." "Ik zal dadelijk met vader er over +spreken," zei tante; zij wist wel, dat we nooit van elkaar zouden +klikken; 't speet mij wel voor haar, want ze zag er zoo bezorgd uit. +Na eenigen tijd kwam vader boven, en toen ik hem hoorde komen, stopte +ik m'n hoofd goed onder de dekens en deed alsof ik sliep. Maar dat +lukte niet best, want hij legde zijn hand op mijn hoofd, en dat is +als een kus, en dan gevoel ik, dat ik hem alles kan vertellen. "Wel, +kind, is Lena nog niet boven water? Wat zijn jelui toch lastig. Tante +is er heelemaal van in de war." + +"Het spijt mij vader, maar Lena heeft mij niet gezegd, dat en waar ze +heenging, en ik heb haar ook niet zien heengaan." + +"Weet je, waar de jongens zijn?" + +"Ja, vader." + +Hij zweeg even, en zei toen: "Je moet me alles zeggen. Ik kan niet +hebben, dat een van m'n kleintjes zoo laat op den avond de deur uit +is, zonder dat ik weet, waar ie zit." + +Ik vertelde hem nu de geschiedenis, en hij zuchtte. "Het is heel +ondeugend van ze, en dat zullen ze weten ook. Daan heeft mij zeer +teleurgesteld." + +"Och vader," zei ik, zijn hand grijpende, "als u nog een jongen was, +dan ben ik er zeker van, dat u het ook zoudt gedaan hebben. Denk u +eens in: Zij mogen rond een kampvuur zitten en konijnenvleesch eten, +en dan worden er zigeunerliederen bij gezongen. Wat is daar nu voor +verkeerds in?" + +Vader glimlachte. "Wel Grietje, het zal de jongens geen kwaad doen, +maar zigeuners zijn geen goede vriendjes voor mijn volkje, en Daan +had beter moeten weten. En dan, Lena is nog een popje!" + +Hij ging naar de deur, knikte mij toe, en zei: "Goed kind." Even +daarna hoorde ik de huisdeur toeslaan, en ik begreep, dat hij hen +ging halen. Ik trachtte wakker te blijven, maar 't lukte mij niet, en +gewoonlijk sliep ik in eens door tot het uur van opstaan. Toen ik +wakker werd, keek ik allereerst naar Lena's bed, en zag, dat ze er +weer was. Toen ze wakker werd, zag ze er nog erg slaperig en hangerig +uit. "Toe, vertel me es gauw," zei ik. "Ben je met de jongens +meegegaan?" + +"Natuurlijk, domme meid. Ik heb je toch gezegd, dat ik het zou doen. +Ik ben nog vóór hen weggegaan, in geval je mij hadt willen +tegenhouden; op de stoep bij juffrouw Ribbon wachtte ik ze op." Op +boosaardigen toon vervolgde Lena: "Daan wou me terugsturen, maar ik +zei hem, dat ik niet een van z'n Zondagsschoolkinderen was. Maar hij +vond 't niets prettig, en dreigde, mij niet te zullen helpen, als ik +achter raakte!" + +"Vertel me nu van het feestmaal," drong ik nieuwsgierig aan. "Dat was +er niet," zei Lena boos. "We hebben heelemaal tevergeefs geloopen, en +mijn voeten gingen zeer doen. Toen wij er kwamen, was alles donker; +het gansche kamp was verdwenen, en er was geen mensch meer te zien. +Maar aan een boom was een briefje gespijkerd, en daar stond met +vreeselijk slechte letters opgeschreven: + +"Zigeuner-feestmaal Eerst den haas vangen, dan braden." + + +[Illustratie] + + +Daan vond het een heel knappen zigeuners streek, maar zij waren met +dat al heel boos, en ik niet minder." + +Wat was ik blij, dat ik niet was meegegaan! Ik had nu niets gemist. +Maar die blijdschap was weer niet goed, ik had even blij moeten +wezen, als ze een heerlijken maaltijd hadden genoten. "'t Is wat +moois," bromde Lena. "Nu krijgen we allemaal straf voor niets. En we +hebben niet eens den maaltijd gehad." Bij het ontbijt waren de +jongens o zoo kalm. Vader had hun een flinke bestraffing gegeven, en +na theetijd mochten ze, evenmin als Lena, in den tuin. Vader straft +ons heel weinig, maar wij hebben altijd meer verdriet van zijn +boosheid dan van de straf zelf. + +Voordat de jongens naar school gingen, zei Daan tegen me: "Ik +verwonder me er niet over, dat wel-opgevoede lui zeggen, dat de +wereld steeds slechter wordt. Dat heb ik nu weer aan de zigeuners +gezien!" Dat was alles, wat hij ooit nog weer over het mislukte +zigeuner-feestmaal zei. + + +[Illustratie] + + +De volgende dagen werden besteed aan het schilderen van het karretje; +de jongens vonden helgroen de beste kleur. Vervolgens werd +onderhandeld over den aankoop van een zadel voor Andy. Ook hiervoor +gingen we weer, ieder op z'n vroegere manier, aan 't verdienen; Daan +werd weer vischboer, Alex voor ditmaal ook, Lena ging weer borstplaat +verkoopen, en ik gaf Bob Tapson weer wat groenten en bloemen mee voor +de markt. + + +[Illustratie] + + +Te midden van al deze bezigheden kwam ons jaarlijksch schoolfeest, +dat hier meest op een der landerijen of in het park van Mevrouw Laura +wordt gehouden. Ditmaal ontving Mevrouw Laura de kinderen in haar +park; wij marcheerden er, allen met vlaggen gewapend heen, en +onderweg voegden zich ook de kinderen van het naaste dorp er bij, +zoodat het een groote optocht werd. + +Den dag vóór het schoolfeest kwam Daan thuis met een blauw oog en +een snede er boven. Hij vertelde me, dat hij aan 't vechten was +geweest met den "wilde", dat is die vuile jongen met z'n dikke +beenen. Vader ondervroeg Daan terstond, en deze vertelde: "Ik heb hem +al te lang gespaard, vader. Hij meende alles maar tegen mij te kunnen +zeggen. + +Hij zei b.v., dat in de gevangenis haast allemaal domineeszoontjes +zitten, omdat hun vaders allen huichelaars zijn. Ik eischte van hem, +dat ie z'n woorden zou terugnemen, maar hij keek me brutaal aan en +zei: Jou lieve papa mag de lui van den preekstoel de les lezen, maar +zijn brave zoon heeft mij niets te vertellen, begrepen? En toen vloog +ik op 'm los, hij rende weg, pakte een steen op en slingerde dien +naar mij toe. Dat ie me z'n vuist onder de oogen zou geduwd hebben, +alla, maar een steen! Wij vlogen allen op 'm aan, en hij vluchtte in +een der schoollokalen, maar spoedig hadden we hem daar weer uit; +terwijl de jongens hem stevig vast hielden, heb ik hem een flinke +aframmeling gegeven. Het was goed, dat ik het deed, en niet een van +de andere jongens, want ik weet, wanneer ik moet ophouden; als de +jonge Gray hem te pakken had gekregen, wel ik geloof, dat ie 'm half +dood had geslagen." + + +[Illustratie] + + +"Ja," voegde Alex er bij. "En toen ging ie huilend naar meester, maar +die zei 'm, dat ie gekregen had, wat ie verdiende." + +Vader zei niet veel. Hij verstaat jongens zoo goed. Net voor we naar +bed gingen, kwam Daan naar me toe, en zei: "Hoor es, Griet, ik wil je +de kleine Zondagsschoolklas overdoen. Ik kan het niet meer doen. Ik +kan die kinderen niet verbieden te vechten, als ik het zelf doe. +Gisteren heb ik in 't dorp nog twee vechtende jongens gescheiden. Het +was eigenlijk verkeerd zoo op te treden, maar ik dacht aan het +_gaan_, dat ons geleerd is. En dan dat geval met Lena. Neen, ik kan +die klas niet meer houden." + +"Goed," zei ik, "maar ik vrees, dat ik 't niet veel beter zal maken. +Mag je nooit iets verkeerds doen, als je aan de Zondagsschool bent?" + +"Ik wil geen huichelaar wezen," zei Daan en ging weer weg. Toen vader +te hooren kwam, dat de klas aan mij was overgedaan, riep vader Daan +bij zich. "M'n jongen, weet je wel, waarin je verkeerd hebt gedaan? +Je hebt het paard achter den wagen gespannen; je begon al te gaan nog +vóór je was gekomen." + +Daan kleurde, en zweeg even. Toen: "Hoe bedoelt u dat, vader?" + +"Je gelijkt op een burger, die met de soldaten mee wil om te strijden +en zichzelf als soldaat beschouwt, maar hij heeft zich nooit geoefend +en kan niet eens de wapenen der soldaten hanteeren en hun gewoonten +volgen." + +Daan zei niets meer; ik zag, dat hij ernstig nadacht. Ik deed +evenzoo, en ik meen vaders bedoeling te begrijpen. Hij heeft ons wel +meer gezegd, dat, hoewel hij ons in den doop aan God heeft gewijd, om +Zijn dienstknechten te worden, de tijd komt, dat we dat ook zelf +moeten doen. En daarmee moeten we niet wachten, tot we onze +belijdenis doen. Heb ik nu mijzelve aan den Heer gewijd, dan zal Hij +me ondersteunen in alles, wat ik noodig heb. + +Het lachte Daan niet bijzonder toe, om met z'n blauwe oog aan het +schoolfeest deel te nemen. Vader zei, dat hij daar blij om moest +wezen, want als hij thuis bleef, mocht hij met den ezel naar Relton +rijden. Dat is vijf mijlen van hier, vader had er een boodschap voor +een boer. Dat leek Daan en om dat te bewijzen, deed hij een sprong in +de lucht. + +Zaterdagmiddag te twee uur gingen we allen, behalve Daan, naar 't +schoolfeest; zelfs Puf was van de partij. Toen we aan 't Huis kwamen, +stonden Clara en Betty op 't bordes, en toonden zich zeer verheugd, +toen ze ons opmerkten tusschen de lange rijen schoolkinderen. Betty +was nu aardig beter, en kon met behulp van krukken goed vorderen. Wij +bleven even met ze praten, terwijl de andere kinderen verder trokken. + +In het park werden allerlei spelletjes en wedstrijden gehouden, +waarna we op thee werden onthaald, waarbij heerlijk geboterde koeken +werden opgediend. Tante had mij opgedragen, goed op Puf te letten, +want die is nog al gemakkelijk van innemen. + +Intusschen hadden we met Clara en Betty een afspraakje gemaakt, dat +ze met hun ponyrijtuigje bij ons zouden komen. Wij zouden dan onze +équipage ook voor den dag brengen en er zou weer een wedstrijd +worden gehouden. Ik denk, dat Andy wel even vlug zal loopen, als hun +pony. + +Terwijl we zoo aan 't praten waren, kwam Mevrouw Rogers op me toe; +zij nam me even mee, om haar man te groeten, die onder een boom zat +met verscheidene heeren en dames. Wij hadden 't zóó druk gehad, dat +Lena geheel vergeten had, haar brief aan den Kapitein te schrijven, +en deze vroeg dus, of wij al een ezel hadden gekregen. "Wij hoorden +al, dat de ouwe Nell niet best heeft voldaan," zei hij; "dat +verwondert me niet." + +Ik vertelde hem van de proefritten, van het schilderen van ons +karretje, en van onzen arbeid om nog een zadel te verdienen. Toen hij +hoorde, dat de jongens uit visschen gingen, vroeg hij, of ze elken +morgen versche visch voor z'n ontbijt konden brengen. Ik haalde Alex +en zei hem, dat ik een goeden afnemer voor hem gevonden had. Toen hij +vernam, wie, kwam hij dadelijk, en was spoedig druk aan 't praten met +den Kapitein. + +Deze vertelde hem, dat hij vroeger een renpaard hield, maar nu in een +mandewagentje moest voortsukkelen. + + +[Illustratie] + + +"Daar kunt u ook in meedoen," vond Alex. + +"Ja," voegde ik er aan toe, "de volgende week hebben we een +wedstrijd. Betty en Clara komen met hun rijtuigje, en als u nu met uw +wagentje kwam, dan hebben we al drie deelnemers. + +"Het lijkt me wel," zei de Kapitein, "maar jelui hebt toch zoo'n +breeden weg niet." + +"Neen," zei ik, "maar ik dacht om het te doen op een groot veld, en +dan in de rondte, net als de Romeinen in een ampi... hoe heet zoo'n +ding ook?" + +"Heb je lauwerkransen?" + +"Jawel," zei ik opgewonden, "we hebben wel laurierbladeren in den +tuin, en daar zullen we wel kransen van maken." + +"Och Karel, wat praat je toch een nonsens," zei Mevrouw Rogers +lachend, maar haar oogen stonden droevig. Ik trok een lip, bang, dat +er nu weer niets van komen zou, en ik vroeg Mevrouw nog eens, ons +vooral te helpen. Zij antwoordde: "De dokter verbiedt mijn man, te +loopen, lieve, hij mag geen opwinding hebben." + +"Dat is nòg niet erg," zei de Kapitein vroolijk, "dan zal ik de +keizer wezen, en de lauwerkransen uitreiken." + +"We zouden ook een schildpadden-wedstrijd kunnen houden," vond Alex; +"dat zou voor u nog wel te doen zijn, meneer." + +"'t Is het beste, dat jelui maar allemaal hier naar de boerderij +komen. Boer Donnyball heeft al gehooid, en dus ligt er een groot stuk +land beschikbaar." + +"Dat zou heerlijk zijn," zei ik. "Als u een dag zoudt willen +vaststellen, dan zal ik er met Betty en Clara over spreken. Zaterdag +is voor ons de beste dag, dan hebben we vacantie." + +"Goed, aanstaanden Zaterdag dan, precies om twee uur." + +"Maar de zangoefening dan?" fluisterde Alex me in. "Die missen we +telkens. Ik wou, dat tante die maar op een anderen dag zette, 't is +onze eenige vacantiedag." + +Alex' opmerking deed me aarzelen. Vader had ons al eens gezegd, dat +we tegenwoordig aan niets anders dan aan pleizier schenen te denken. +Maar ik wou toch ook niet graag den wedstrijd afbestellen. Kapitein +Rogers, onze aarzeling bemerkende, vroeg: "Wanneer begint jelui +zomervacantie?" + +"Den laatsten van deze maand," antwoordde ik, "tenminste voor de +jongens. Ik denk, dat tante Lena en mij nog wat na-lessen zal geven, +omdat wij met het verhuizen nog al achterop zijn gekomen." + +"Wel, laten we den wedstrijd dan verdagen tot 1 Augustus," stelde de +Kapitein voor; "dat valt op een Donderdag." "Best, dat zullen we +doen!" + +Ik ging gauw naar Betty en Clara, die het plan heerlijk vonden. +Thuisgekomen, vertelden we het plan aan Daan, die het ook best vond. +Lena en ik maakten vervolgens plannen, om ons karretje met bloemen te +versieren. En zoo zagen we allen met verlangen den eersten Augustus +tegemoet. + +------ + + + + +HOOFDSTUK X. + + +Ik zag er erg tegen op, om Daan's Zondagsschoolklas te gaan +onderwijzen, maar tante ried mij aan, om den Bijbel te nemen. Ik las +de geschiedenis van Samuel over, totdat ik ze van buiten kende, en +den volgenden morgen ging ik met tante naar het lokaal, mij gelukkig +voelende in het besef, dat het nu eindelijk aan _gaan_ was +toegekomen. + + +[Illustratie] + + +Mijn klas bestond uit 4 jongens en 3 meisjes, geen ouder dan 6 jaar. +Zij riekten erg naar zeep en pomade, en hun gezichten glommen van 't +wasschen. Een van de jongens, Freddy Salt, kon of wou niet +stilzitten, en de drie meisjes hadden daar zooveel belangstelling +voor, dat zij niet eens naar mij luisterden. Eerst probeerde Freddy +een vlieg te vangen, en toen ie 'm had, werd het diertje van hand tot +hand doorgegeven. D'r was geen orde in te krijgen, en ik zei +eindelijk boos tegen 'm: "Freddy, als je niet stil kunt zitten, zal +ik je als een popje op mijn schoot nemen." + +Hij staarde me angstig aan, eindigde met z'n vliegenjacht, en bleef +verder rustig zitten. Ik vertelde de geschiedenis van Samuel en +merkte op, dat God van ons allen gehoorzame dienstknechten wil maken. +Eensklaps zei een jongen, Bertie geheeten: "Ik hoor God nooit roepen, +als ik in bed lig." "Neen," antwoordde ik, "maar als je iets +verkeerds van plan bent, dan spreekt Hij in je hart, dat je 't niet +doen moogt." Ze schenen dit te begrijpen, en toen zei er een: "God +kan ons niet iets zeggen, Hij is veel te ver weg." Ik vertelde hun +toen, hoe dichtbij Hij was, en hoe lief Hij ons heeft, zoodat we, +niet uit vrees voor straf, maar alleen om Hem te believen, ons best +moeten doen. Maar ik weet niet, of ze 't begrepen; voor hen was de +eenige reden, om gehoorzaam te zijn, gelegen in de vrees voor straf. +Hoofdschuddend zei een der meisjes: "Ik heb Jezus altijd lief. Als ik +zoet ben evengoed als wanneer ik stout ben." + +"Je kunt Hem niet liefhebben, als je verkeerd doet," antwoordde ik. +"Je doet Jezus verdriet aan, als je ongehoorzaam bent." Ze herhaalde: +"Dan heb ik Hem evengoed lief." Ik gevoelde, dat ik het haar niet +goed duidelijk had gemaakt. + +Toen de les ten einde was, ging ik vermoeid en ook dankbaar, dat ik +er doorheen was gekomen, naar huis. Na kerktijd vertelde ik vader een +en ander, en zei hem, dat het verbazend moeilijk was, om kleine +kinderen te leeren. Hij vroeg mij, wat we besproken hadden, en toen +ik het hem verteld had, zei hij: "Denk eens aan de gelijkenis, Griet; +het uitgezaaide zaad komt na vele dagen op. Vertel den kleintjes van +hun Verlosser, Die voor hen stierf en Die nu zoo dicht nabij hen +leeft, dat Hij ze elk uur van den dag zal helpen. Als je hart vol is +van Hem, kind, zal het je gemakkelijk vallen, anderen van Hem te +vertellen." + +"Maar," zei ik, "mijn hart is zoo vol van allerlei andere dingen, en +ik weet niet, wat ik er aan doen moet." + +"Heb je den Heere lief?" + +"O, ik hoop van wel, en ik geloof ook van wel, maar ik doe zoo vaak, +wat verkeerd is." + +"Zie niet altoos op jezelf, maar zie op Hem!" + +Meer zei vader niet. Met de jongens had ik toen nog een gesprek over +het trouw blijven ... in het ezelkarretje. 't Was gisteravond, toen +we na de thee een ritje gingen maken. Daan stuurde en Puf zat naast +hem op het voorbankje; Lena, Alex en ik waren achterin gekropen. +'t Was een heerlijke tocht; overal keken de lui ons na om de nieuwe +équipage van den dominee te zien. Zoodra we buiten de huizen waren, +begon het gesprek, eerst over Andy. + +"Ik zou wel es willen weten, of ie ons nu al kent," zei Lena. "Hij +zou wel een ezel moeten zijn, als ie dat nu nog niet wist," vond Alex +en wij lachten dat we schaterden! + +"'t Is een ezel," zei ik, "dat is 't 'm juist, als 't een hond was, +zou ie wel slimmer wezen." + +"Ja maar alle honden zijn niet slim," zei Daan. + +"Maar ze zijn trouw," merkte ik op. "Je hoort altijd van trouwe +honden, nooit van trouwe ezels." + +"Wat beteekent dat eigenlijk, trouw?" vroeg Lena. + +"Ik denk," antwoordde ik, "dat trouw beteekent: altoos dezelfde zijn +en nimmer veranderen. Houdt je eenmaal van iemand, dan ook voorgoed." + +"Een trouw ridder," zei Daan, "is iemand, die nooit z'n vrouw in den +steek laat, zij is altijd zeker van hem." + +"En wat is dan een trouwe dienstknecht?" vroeg Lena. "Iemand, die +nooit z'n werk in den steek laat," antwoordde Daan. + +"Ik geloof niet, dat je trouw kunt zijn zonder lief te hebben," +merkte ik op. + +"Juist, dat is de zaak," zei Alex. "Als een hond z'n baas niet +liefheeft, kan hij ook niet trouw zijn. Evenmin kan een dienstbode +trouw zijn, als ze niet van haar meesteres houdt. Dat moet altoos +samengaan." + +"Semper fidelis," fluisterde ik. + +"Doe nou niet, alsof je Latijn kent, Griet; je hebt dat gelezen op de +graftombe in de kerk." + +"Ja, dat is ook zoo. Maar wat is het ook moeilijk, om zóó trouw te +zijn, en altoos zóó lief te hebben, als die ridder." + +"Och," zei Daan, "ik geloof, dat als je werkelijk iemand lief hebt, +dan doe je dat zonder erbij te denken, net als een hond." + +Hier brak Puf eensklaps de debatten af, door met uitgelatenheid af te +kondigen, dat ie een heerlijken verjaardag tegemoet zag, en dan een +completen ezel zou krijgen. Want -- zei hij -- van dezen heb ik maar +een stukje. Waaraan Daan toevoegde: + +"Hij heeft er een vijfde van. Maar vertel ons es, Puf Dikkert, wie +zal je d'r een geven?" + +"De Heer," zei Puf, terwijl hij hoogst ernstig keek. "Het zal geheel +m'n eigen ezel zijn en ik zal 'm zóó voeden, dat ie dikker wordt +dan ons huis." Op dit oogenblik reden we een oude vrouw voorbij, die +een bos takken op haar rug meevoerde. + + +[Illustratie] + + +"Hé!" riep Daan, "moet je nog ver? Willen wij je vrachtje +overnemen?" + +Zij wou dat wà t graag, en overlaadde ons met dankbetuigingen. Ze +zei, dat haar hut nog een heel eind verder stond; zij had hout +gesprokkeld. Daan beloofde haar, dat we den bos bij haar voor de deur +zouden neerleggen, en toen reden we door. + +"Toen ik dien dag, dat jelui naar het schoolfeest waren, naar Relton +reed," vertelde Daan, "bood ik iedereen, dien ik voorbijreed, een +plaatsje in de kar aan, en zoo had ik twee oude vrouwen en een jongen +aan boord, toen ik in 't dorp kwam." + +"Dat zullen we nu weer zoo doen," riep Alex geestdriftig uit. + +"Ja maar, we hebben geen plaats meer," merkte ik op. "We zitten hier +als haring in een ton." + +"Dan moeten jelui d'r maar uitgaan, en loopen," vond Daan. "Hè, als +we es een rijtuig tegenkwamen, dat niet meer voort kon, of een +verongelukte auto met een dame er in, die de handen wrong om redding, +dà t zou nog es "in den vorm" zijn." + +Maar zulke ontmoetingen hadden we niet, en we kwamen zonder eenig +avontuur thuis. Daar ging ik over denken. Het was heel leuk, om uit +rijden te gaan in een ezelkarretje, maar daar deed je toch nog maar +weinig goeds mee. Toen we langs den mijlpaal reden, waaraan we onze +advertenties geplakt hadden, zei ik: "Hoor es! Als onze vacantie +begint, moeten we om beurten den ezel sturen. Ik kan dat evengoed als +jij, Daan. Ik zou zeggen, minstens één keer per week moest ik 'm +hebben." + +"Wel," zei Daan, "d'r zijn zes dagen in een week, den Zondag erbuiten +gerekend. Als wij nu ieder een dag nemen, blijven er nog twee voor +vader en tante en Puf." Dat was heel aardig berekend van Daan. En +Alex voegde erbij: "En dan zullen we de beurten naar ouderdom +regelen. Daan op Maandag, ik op Dinsdag, Griet op Woensdag en Lena op +Donderdag." + +Het plan werd algemeen toegejuicht. + +Inmiddels had ik een plannetje bedacht, dat de jongens niet weten +mogen. Het is dit. Ik heb een briefje geschreven, en dat wil ik aan +den mijlpaal plakken; er staat op: + +"Iedereen, die zelf of voor anderen vrij vervoer wenscht, vervoege +zich bij Grietje Marjoribanks, elken Woensdagmorgen aan de pastorie." + +Aan Lena vertelde ik het dien avond nog. "Je lijkt wel koetsier te +willen worden," zei ze, "ik heb liever zelf het genot er van." + +"Neen," zei ik, "vader zegt, dat z'n tijd en z'n kracht altoos ter +beschikking van de gemeenteleden staan. En dat moet Andy nu ook. Hij +moet een echte gemeente-ezel worden, en dan zal ik 'm zelf besturen." + +"Ik zal er eens over denken, wat ik met 'm doen zal," zei Lena. Daar +heb ik geen al te beste verwachtingen van. + +Het scheen wel of de vacantie nooit komen zou. En toen ze eindelijk +aanbrak, had Daan al menige oefening met Andy achter den rug; 't +ezeltje was voor 1 Augustus al goed gewend, den weg langs te rennen. +Men vond, dat het dier bovendien nog op diëet moest, om z'n gewicht +te verminderen. Nu is 't waar, Andy wordt erg dik, want hij eet den +ganschen lieven dag maar gras, behalve dan, als ie met ons uit moet. + +Maar wat moesten we hem geven? Haver kost veel geld. Lena vond +bouillon heel geschikt, maar bouillon is ook duur, en zoo is ten +slotte alles, wat versterkt. Andy loopt uitstekend en heeft geen +kuren, behalve deze, dat ie zoo nu en dan plotseling stilstaat, om +dan na een of twee minuten weer door te draven. Ik heb gezegd, dat +hij dat doet, om even uit te rusten en op krachten te komen. Daan +meent, dat ie dan even staat te denken. En Alex denkt, dat ie dat +doet, om ons te toonen, dat ie een eigen wil heeft, en dien op z'n +tijd wenscht te gebruiken. + +Intusschen waren Lena en ik druk bezig met het vlechten van +laurierkransen en het bijeenzoeken van bloemen om ons karretje te +versieren. + +Den dag voor 1 Augustus waren we van 's morgens vroeg tot 's avonds +laat in de weer; wij hadden rosetten van fel-roode geraniums gemaakt, +om die aan Andy's oogkleppen te hechten; dan hadden we varenkruid en +madeliefjes langs de buitenzijde van het karretje gehangen en verder +nog slingers van madeliefjes om den disselboom gestrengeld. Baldwin +wilde niet toestaan, dat we de mooiste bloemen plukten, maar we +hebben toch, toen hij even weg was, eenige fijne bloempjes om de +zweep weten te vlechten. Ik heb al zoo vaak mee helpen versieren in +de kerk, dat ik de goede soorten wel wist te kiezen, tot groote +tevredenheid dan ook van de jongens, die op dit gebied toch maar +weinig te vertellen hebben. + + +[Illustratie] + + +Om half één zaten we al aan ons middageten. We kleedden ons allen +op z'n Zondagsch, en wisten Baldwin nog enkele mooie rozen af te +bedelen, die we om onze hoeden vlochten. Toen we uitreden, liep het +halve dorp uit, om ons bloemenrijtuig te zien; ze vonden het allemaal +even prachtig. Ik hoorde nog, dat een vrouw tegen haar buurvrouw zei: +"Wat beleven we toch wondere tijden, mensch! Wie had dat nou ooit +kunnen denken, hè? Altijd bedenken ze maar weer wat nieuws." + +Met groot gejuich reden we het dorp door, en toen het veld in, een +prachtig ruim en effen veld, terzijde waarvan onder een boom Kapitein +Rogers in z'n mandewagentje al zat te wachten. Toen hij en zijn vrouw +ons zagen naderen, herkenden ze ons nauwelijks, zóó was ons +karretje veranderd door de bloemen. + +Na vijf minuten kwamen ook Betty en Clara aangereden, en toen zaten +we al voor de eerste moeilijkheid. Zij dachten er niet aan, Alex als +koetsier bij zich te nemen, wilden bepaald zelf sturen. Alex was er +leelijk door in z'n wiek geschoten; gelukkig had kapitein Rogers een +goeden inval. Hij rees moeilijk uit z'n wagentje op, en liet zich met +behulp van Mevr. Rogers in z'n badstoel neer; toen zei hij tegen +Alex, dat hij op de boerderij den pony mocht gaan halen, dien voor +het wagentje spannen, en dan daarmee deelnemen aan den wedstrijd. Wij +juichten van blijdschap, want nu hadden we drie mededingers. Er werd +nu afgesproken, dat Daan en ik in ons karretje zouden plaats nemen, +Alex en Lena in het mandewagentje van den kapitein -- er was net +genoeg plaats voor twee -- en Puf wezen we een plaats aan als +controleur bij het eindpunt. Dat beviel 'm slecht; hij begon hard te +huilen, en jammerde, dat hij het ezeltje had gekregen, en dat hij er +mee wilde rijden. Daan zeide hem, dat hij de gansche onderneming in +de war bracht, maar Puf bleef te keer gaan, en we konden zoo niet +beginnen. Ik stelde hem ten slotte voor, met Daan te gaan, inplaats +van mij, want het was toch ook wel hard, hem alleen te laten staan. +En Daan was dat voorstel al heel welkom, want hij had liever het +lichte gewicht van Puf, dan mijn gewichtigheid. Mevr. Rogers vroeg +mij nog, of ik het niet akelig vond, maar ik zei haar van niet, want +ik kreeg nu de gelegenheid, de drie mededingers bij den eindpaal te +zien aankomen. + + +[Illustratie] + + +"Ik ben niet zoo kinderachtig, om te gaan huilen, als ik niet mee mag +rijden," zei ik, terwijl ik Pufs tranen van z'n bolle wangen veegde. +Hij was spoedig weer in z'n hum en klom zoo vlug als ie kon, in ons +karretje. Betty vond ons wagentje heel lief. Zuchtend zei ze: "Ik +wou, dat Clara en ik ook zulke aardige ideetjes hadden. Maar als +jelui d'r niet bij zijn, voelen we ons lang niet zoo pleizierig." + +Ik keek naar haar keurig rijtuigje met de blauwe kussens, naar het +nikkelen beslag van het paardetuig, naar den prachtigen pony, en +schudde het hoofd. "Jawel," zei ik, "maar wij moeten onze armoede +achter bloemen verbergen, en dat behoeven jelui niet." Ze lachten +luid en vonden ook, dat dà t het wel zou wezen. + +Kapitein Rogers had den weg bepaald; een boerenknecht had hij hier en +daar steenen laten opstellen, en toen onze kibbelpartij was +beëindigd, stelde hij ons op een rij naast elkaar op. Hij had ook +een echt pistool bij zich, om het vertreksein te geven. 't Was eenig! + +Tweemaal moest het veld worden rondgereden, en toen ik bij het +eindpunt gereed stond, leek het mij nog wel zoo aardig buiten dan in +de wagentjes. Eerst scheen het, of Betty en Clara 't zouden winnen, +maar langzamerhand begon Daan ze in te halen, en toen Andy ze achter +zich liet, gaf ik een schreeuw van vreugde. In de tweede rondte begon +de pony met het mandewagentje, die eerst een heel eind achter was +geweest, steeds harder te rennen, en haalde eindelijk Daan in. Maar +Daan begon Andy zóó onbarmhartig te slaan, dat zij een tijdlang +gelijkop reden. + + +[Illustratie] + + +Zelfs haalde hij den pony weer in, en ik dacht werkelijk, dat hij 't +nog zou winnen, toen Andy, dicht bij het eindpunt plotseling +stilhield, en zóó hardnekkig, dat er geen beweging meer in te +krijgen was. + +Daan schreeuwde en sloeg er op los, maar Andy bleef staan, koppig en +tot geen toegeven geneigd. 't Was verschrikkelijk, ik schreide haast. +Al spoedig kwamen Alex en Lena aanrijden, en precies gelijk met Clara +en Betty reden ze het eindpunt binnen. Zij wonnen dus beiden, en niet +zoodra hoorde Andy hen hoerah! roepen, of hij zette eensklaps weer +aan, en draafde naar het eindpunt, maar natuurlijk te laat nu. + +Wat waren we boos op 'm! Behalve natuurlijk Alex en Lena, die 't nu +gewonnen hadden; zij schenen wel heelemaal te vergeten, dat het ook +hun ezel was, die verloren had. Mevr. Rogers wist niet, wie ze nu den +lauwerkrans moest geven, en dus stelde de kapitein voor, dat de twee +pony's nog eens tegen elkaar moesten draven; ditmaal echter maar een +kleineren afstand. De pony van de boerderij won het nu gemakkelijk. +En zoo kreeg Lena den lauwerkrans. Ze was er zóó verheerlijkt mee, +dat ze haar hoed afwierp en den krans op haar hoofd zette. + +Na afloop van den wedstrijd zochten we allen een rustig plekje aan de +rivier, en bepraatten daar nog eens druk de gebeurtenissen van den +heerlijken middag. Er werd een vuurtje gemaakt, en thee gezet, en +rondom 't vuurtje gezeten, konden we ons heel wel verbeelden, in een +zigeunerkamp te zijn aangeland. + +Vervolgens werden allerlei spelletjes gedaan, vooral ook die, waarbij +we konden blijven zitten, omdat Betty nog niet vlug loopen kon. 't +Speet ons, toen we naar huis moesten. Naast elkaar reden wij, te +weten Clara en Betty in haar, en wij allen in ons wagentje, naar +huis. + +Eigenlijk waren we allemaal ook nog 'n klein beetje uit ons humeur; +Clara en Betty, omdat ze 't niet gewonnen hadden; Daan en ik, omdat +Andy ons door z'n malle kuren had doen verliezen. Kapitein Rogers +zei, dat je zooiets nu eenmaal van een ezel moet verwachten, daar +zijn 't ezels voor. + +------ + + + + +HOOFDSTUK XI. + + +We zijn deze week begonnen met het op beurten rijden met Andy. +Afgesproken is, dat we, als het onze beurt is, niet bepaald alleen +behoeven te gaan, we mogen ook wel anderen meenemen; maar wiens beurt +het is, die stuurt, daar gaat niets van af. + +Maandagmorgen vóór 't ontbijt nog bevestigde ik mijn briefje aan +den mijlpaal. De jongens wisten er niets van, en bemerkten het pas 's +middags, toen er enkele menschen naar stonden te kijken; ze kwamen +naar huis en vroegen mij lachend: "Wou je de menschen op je rug +dragen, Griet? Dat lijkt wel zoo, want er staat op dat briefje niets +van Andy." + +"Dat is mijn zaak," gaf ik ze terug, "als ze d'r verstand gebruiken, +zullen ze dat wel snappen." Het hinderde mij, dat ze me alweer +uitlachten, want ik was zoo echt in m'n schik met het plan van +personenvervoer per open équipage. Ook vader had mijn briefje +gelezen, en zei tot me: "Dat vind ik best, Grietje, je lijkt in dat +opzicht op je moeder. Ik ben er blij om, dat je er iets voor voelt, +om je genoegens te deelen met hen, die minder gelukkig zijn dan jij." + +Daan bleef den heelen dag met Alex weg; zij hadden hun boterhammen +meegenomen, en kwamen laat thuis. Alex scheen zich bij dien rijtoer +door de omliggende dorpen zóó ingespannen te hebben, dat hij den +volgenden dag niet in staat was, zelf goed te sturen. Maar 's middags +knapte hij op en reed met Lena weg; ik merkte, dat zij wat in 't +schild voerden. Voor den armen Andy was 't een zware dag. Er stond +veel wind, en Alex nam twee groote vliegers mee, die Daan en hij den +vorigen winter gemaakt hadden. + + +[Illustratie] + + +Hij en Lena lieten de touwen geheel vieren en bonden de uiteinden elk +aan een kant van 't karretje. Zij reden het dorp uit, en trokken de +vliegers mee, die door den flinken gang mooi hoog stonden. Zoodra ze +echter een hoek omreden, rukten de vliegers een anderen kant op, dan +Andy trok. Lena vertelde mij later, dat ze gehoopt had, dat de +vliegers hen hadden voortgetrokken. Andy deed z'n best ze mee te +trekken, maar spoedig gaf hij het op, en bleef ineens koppig staan. +Een half uur lang trachtten ze hem vooruit te krijgen; Alex liet hem +keeren, en sleurde hem een eindje mee. Toen brak een vliegertouw en +een vlieger verdween als de wind; de ander kwam in een boom terecht +en bleef daar vast zitten; Alex klom in den boom, en kreeg hem zoo +terug. Vrij tijdig kwamen ze weer thuis. Daan vroeg Alex +belangstellend, waarom of ie zoo dom gedaan had. Hij had gedacht, dat +Alex de vliegers had willen gebruiken als zeilen op het karretje, dan +hadden ze dubbel zoo snel gereden. Maar Alex was boos op Andy en +mopperde: "Ik vind 'm niet half zoo aardig meer als eerst." + +"Och kom," zei ik tot hem, "je moet er eerst eens gewoon mee gaan +rijden. Jij en Daan hebben zoo graag een ezel willen hebben, om je +naar school te brengen, maar daarvoor heb je hem nog niet één keer +gebruikt." + +Alex keek zuur en zei: "Weet je waarom niet? Dat is het begin van +Daan's ruzie met Sausaye geweest. Toen Sausaye hoorde, dat wij een +ezel hadden, ging hij staan dansen en zong een spotliedje op vader. +Daan liep dadelijk op hem toe; hij hield niet op en kreeg toen een +opstopper van Daan. En als Daan 't niet had gedurfd, had ik het wel +even opgeknapt." + +Ik keek hem aan en zei: "Was het wel goed om zoo te doen? Sausaye mag +z'n spotlust botvieren, maar de kinderen van iemand als vader moesten +dat niet zóó beantwoorden." + +"Sta toch niet zoo mal te preeken," zei Alex, en toen ik nog wat +zeggen wou, stopte hij z'n vingers in z'n ooren en rende weg. Nu +begrijp ik, waarom de jongens niet met Andy naar school willen +rijden: ze zijn bang, dat ze uitgelachen zullen worden. Ik denk, dat +jongens daar banger voor zijn dan meisjes. + +De dag van Lena's beurt eindigde niet best. Pas na den middag reed ze +uit, want we hadden tante Caroline geholpen met pruimen plukken voor +jam. Zij wil altoos de jam zelf maken. Wij wilden haar allen eerst +helpen, maar werden vrij moe; Lena werd stekelig, omdat zij niet +vóór 't middageten met Andy kon wegrijden. "Ik zal zien, dat ik Puf +mee krijg; ik heb het 'm ook beloofd." + +"Zal ik ook meegaan?" vroeg ik. + +"Neen, dank je, jij speelt toch maar den baas over mij. Hè, laten +we die akelige jam toch laten zitten, waarom doet de meid het niet? +Vader heeft tante geroepen, die zal dus zoo gauw wel niet terug +zijn." + +"Je behoeft niet te wachten," zei ik; "ik zal tante wel helpen; de +meid moet de provisiekasten schoonmaken." + +"Maar 't is veel te laat, om Andy nu nog te halen, 't is wat moois!" + +Zij vloog de keuken uit; toen tante terugkwam, was het juist +etenstijd. + +"Ik hoop, dat er nu maar niet meer jam behoeft gemaakt te worden," +zei ik. "Ik heb er zoo 'n hekel aan, en het is hier zoo heet." + +"Het is heel goed voor kinderen, om te doen, wat ze niet graag doen," +zei tante ernstig. "Het leven is je niet alleen gegeven, Grietje, om +het voor jezelf te hebben." + +Ik voelde mij beschaamd, ook omdat wij een groote vacantie hebben, en +Lena en ik juist deze eerste twee weken niets aan de lessen doen. +Maar tante ging voort: "Ik vind het ook zoo pleizierig niet, Griet, +om in een heete keuken jam te maken, maar ik doe het, omdat het +gedaan moet worden." + +Ik antwoordde: "Ik dacht, dat volwassen menschen alles prettig +vonden. Als zij niet willen, dan doen ze 't niet, niemand, die hen +beveelt." + +"Het plichtsgevoel beveelt hen," zei tante. "Als je grooter wordt, +zul je soms bemerken, dat je gansche leven bestaat uit dingen, +waarvan je niet houdt, en die toch gedaan moeten worden." + +Dat was wat nieuws voor me. Ik dacht altijd, dat volwassen menschen +alleen doen, wat ze prettig vinden. Misschien vindt tante Caroline 't +ook wel niet prettig, om altijd op ons te passen; wellicht zou ze +veel liever thuis zijn. Ik geloof, dat ik goed zou doen, haar beter +te helpen. Ik loop altoos weg, om te spelen, als zij wat van mij +verlangt. Ik denk, dat het bij het _doen_ behoort, om haar beter te +gaan helpen, en ik zal het ernstig gaan beproeven. + +Den ganschen middag speelde ik cricket met de jongens. Zoowat 4 uur +verscheen Lena, met loshangend haar en angstige blikken. Zij riep +Daan toe: "Kom gauw, Andy is gewoon woest en ik vrees, dat Puf +verdrinken zal." + + +[Illustratie] + + +Wij vlogen allemaal met haar mee, terwijl zij, geheel buiten adem, +haar wedervaren vertelde. + +Hortend en stootend kwam het er uit: "Ik wou met hem de sloot +doorrijden, juist bij de doorwaadbare plaats. Ik stuurde hem het +water in, maar toen, in plaats van recht door te stappen begon hij +rond te draaien, zoodat de kar ten slotte tegen een steen terecht +kwam. Toen was er geen beweging meer in te krijgen; uren lang heb ik +er mee getobd, en eindelijk ben ik uit de kar geklommen en ben door +het water gewaad. Ik trok mijn kousen en schoenen uit en beval Puf, +stil te blijven zitten, totdat ik terug kwam, en nu moeten we gauw +doorloopen en zien, hem eruit te krijgen." + +Verschrikt riep ik uit: "Heb je Puf midden in de sloot laten staan?" +En Daan vroeg: "Waarom heb je niet dadelijk den eersten den besten +man, dien je tegenkwam, om hulp gevraagd?" "Ik kwam niemand tegen," +zei Lena, "en bovendien was ik veel te bang, dat ze 't aan vader +zouden zeggen, daarom ben ik dadelijk hierheen gekomen." + + +[Illustratie] + + +Gelukkig was het niet ver weg, maar hoe Lena op 't idee was gekomen, +om de sloot door te gaan, daar begreep ik niets van. Ik zou het nooit +gewaagd hebben; had Daan nog pas niet verteld van een man, die daar +met z'n wagen verdronken was? Toen wij bij de rivier kwamen, was er +geen spoor van Puf meer te zien. Lena ging vreeselijk te keer en +jammerde: "Ze zijn allebei verdronken, en ik zal vermoord worden, +omdat het mijn schuld was!" + +Wij gingen een beetje verderop een brug over; Daan begon te gelooven, +dat Andy weer was doorgeloopen en hier of daar heen gedraafd. Alex en +hij gingen toen plat op den grond liggen, net als detectives of +Indianen, om eenig spoor te ontdekken. "De wielen waren natuurlijk +nat, en moeten dus in het gras een spoor hebben gemaakt," zei Alex en +keek er heel geleerd bij. "Kijk, hier bij m'n hand is een heel nat +spoor!" + +"Ja, en de grassprietjes zijn plat gereden," voegde Daan eraan toe; +"nu moeten we dat spoor volgen. Hadden we maar een bloedhond!" + +Lena fleurde wat op. Wij volgden het spoor, maar het grasveld was +niet lang, en we waren spoedig bij een weg aangeland. We begonnen nu +een soort springpas te maken, dat is een manier van loopen, waarbij +je nooit moe wordt, omdat het je nooit buiten adem brengt. Maar wij +zagen, hoe nauwkeurig we ook tuurden, geen wielsporen. We kwamen nu +aan een hoogen weg, en wisten niet, wat nu te doen, verder of terug. +Maar daar stond een huisje vlak bij; fluks daarheen gerend, vroegen +we aan de vrouw, of ze ook een ezelkarretje gezien had met een +jongetje erin. Zij opende haar huisdeur, en daar zagen we Puf aan +tafel zitten, kalm aan 't oppeuzelen van een appel! Wat waren wij +blij! Andy had een plekje op haar grasveld gekregen. Zij vertelde +ons, dat zij het karretje had zien aankomen, en dat Puf zoo hard als +ie kon had geschreeuwd: Ho! Ho! Zij was naar buiten gevlogen, had de +zaak tot staan gebracht, Andy vastgebonden, en Puf, die huilde van +angst, in huis gehaald en tot bedaren gebracht. Natuurlijk was Andy, +zoodra Lena verdwenen was, er vandoor gegaan; het was maar een geluk, +dat Puf stil was blijven zitten. + +Wij bedankten de vrouw vriendelijk, haalden Andy uit het grasveld en +reden tezamen naar huis terug. Vader bromde erg op Lena, dat zij zulk +een gevaarlijke poging had gewaagd. Zij zal zulke fratsen nu +voorloopig wel uit haar hoofd laten. Puf deed natuurlijk net, of ie +het heerlijk had gevonden. "Ik stuurde zelf, en we reden als een +sneltrein!" "Ja," zei Alex, "en je huilde van geweld!" + +"Ik heb alleen gehuild, toen ik die vrouw zag," zei Puf, die nooit +verlegen is met een antwoord; "ik wist, dat ze ons zou tegenhouden, +daarom huilde ik." + +"Jij mag niet liegen, Puf," kwam ik tusschenbeiden, "dat is niet "in +den vorm", behalve als je een boosdoener bent." + +"Ik was zoo bang met Andy, en als ik bang ben dan huil ik altijd!" +verdedigde zich Puf. Hij moet altijd 't laatste woord hebben, en ik +zweeg dus maar. + +Toen het mijn dag was, ben ik 's morgens om 10 uur al op rit gegaan. +Vlak bij ons hek vond ik een heel groot pak, waarop geschreven was: +"Wil zoo goed zijn, dit te bezorgen bij Mejuffrouw C. Londesburg te +Cross Clen." Het was heel leelijk en fout geschreven, en ik dacht +dus, het zal wel van een der dorpsbewoners zijn. Het was een +verbazend zwaar pak, en ik kon het haast niet in de kar tillen. Maar +ik was wat blij weer eens op 't Huis te mogen komen, want ik was er +sinds onzen wedstrijd niet weer geweest. Langzaam reed ik het dorp +door met mijn zware vracht. Toen juffrouw Ribbon mij zag, kwam ze +even aan het hek en zei: + +"Beste Griet, wil je heusch vrachtrijdster worden? Kijk es, lieve, ik +heb aan de oude Suze Combe beloofd een zak steenkolen te sturen. Aan +het station zul je 't vinden; Tom moest al vroeg naar Lincoln en ik +heb het ook zoo druk, het goeje mensch heeft geen brand meer om haar +middagmaal gereed te maken." + +"Goed, ik zal 't doen, ik zal 't dadelijk gaan halen." + +Wat was vrouw Combe blij, toen ze me zag komen. Maar we konden geen +van beiden de zak uit het karretje krijgen; ze haalde de steenkolen +er dus bij beetjes uit, en dat kostte heel wat tijd. Terwijl wij nog +bezig waren, kwamen juist Clara en Betty in haar ponykarretje +voorbijrijden. Ze keken gek op, toen ik haar vertelde, waaraan ik +bezig was. "Ik ben vandaag vrachtrijdster," vertelde ik, "en ik heb +ook een vrachtje voor jelui!" + +Dat vonden ze heerlijk. "Voor ons? O, zeg, laat es gauw kijken! Wat +eenig!" Zoodra vrouw Combe al haar steenkolen eruit had, klommen ze +op ons karretje en bekeken het pak van alle kanten. Wij maakten het +open in de kar, want het was ons te zwaar, om het er uit te lichten. +Toen het papier er af was, vonden we .... een ouden emmer vol +steenen! Clara was heel boos. En ik begreep dadelijk, dat het een +grap van de jongens was. Ik trachtte Clara dat aan 't verstand te +brengen, maar zij zei: "'t Zijn ruwe, leelijke jongens, ik zal 't +moeder eens vertellen." + +Zij sprong weer van de kar af en ging naar Betty, om het haar te +vertellen. Deze lachte; zij kan beter tegen een grapje dan Clara, en +ik stelde haar voor, dat ze den jongens ook weer een pak moesten +zenden. Dat vonden ze beiden best, en beloofden, het per post te +zullen sturen. Wij haalden de steenen en den emmer uit de kar en +gooiden ze in een sloot. Ik reed fluks naar ons dorp terug, +nieuwsgierig of er nog iemand een boodschap voor me zou hebben. En +zie, daar zag ik kreupele Hanna, die onze kleeren verstelt en ook in +'t koor zingt; zij stond bij haar hek, en keek naar mij, alsof ze mij +wat zeggen wou. + + +[Illustratie] + + +Ik hield stil en zei: "Kan ik iets voor je doen, Hanna?" + +Zij kleurde en sprak aarzelend: "Ik moet naar boer Luscombe, kind, en +het is een lange weg voor mij met zoo'n hitte, en nu dacht moeder, +toen we u zagen aankomen ... en omdat we uw briefje hadden +gelezen...." + +"O, ik begrijp je al," zei ik, "je wou, dat ik je daarheen bracht? +Stap maar in Hanna, dat zal ik graag doen." + +Zij steeg in, en vertelde mij, dat haar been zooveel pijn deed, als +ze ver moest loopen, maar zij had een japon voor juffrouw Luscombe +moeten maken, en nu moest die toch weggebracht worden. Ik zei haar, +dat ik Andy elke week een dag voor mij had, om er boodschappen mee te +doen voor wie ik wilde. Toen we zoo een tijdje gepraat hadden, zei ik +tot haar: "Na dezen rit moet ik naar huis, want dan moeten we eten. +Maar vanmiddag kom ik weer terug. Weet je dan nog iets te doen, +Hanna?" Zij antwoordde, na even te hebben nagedacht: + +"Ik weet niet, Grietje, of je de kleine Annie Steel kent. Zij komt +uit Londen, en woont bij haar grootmoeder, juffrouw Buston; zij is +geheel kreupel en kan niet loopen. Omdat ik zelf kreupel ben, spreek +ik nog al eens met haar, want juffrouw Buston en haar man zijn erg +streng en lastig voor haar. Zij vinden het een grooten last haar te +helpen, omdat ze zelf ook haast niets hebben, en dan zit ze daar maar +troosteloos in dat donker keukentje. Nooit komt ze er uit, ze zit +zelfs niet eens aan de deur; ze is ook misvormd, heeft een bochel, en +de oude vrouw schijnt zich te schamen voor zulk een kleindochter. Je +zoudt het kind in 't paradijs brengen, als je haar eens liet +meerijden." + +"O, prachtig, dat zal ik doen!" riep ik uit. "Maar zou 't rijden haar +niet te veel schokken?" + +"Neen, dat gaat best; als je een paar kussens neemt, en je zet haar +op den bodem der kar, dan zal 't best gaan." + +"Ik zal dadelijk na 't eten haar gaan halen," zei ik verheugd. Toen +ik thuis kwam, vroegen ze allen, wat ik gedaan had. De jongens +spraken geen woord over hun grap, en ik natuurlijk ook niet. Tante +vond het heel mooi van me, dat ik Annie Steel eens liet meerijden. +Vader ook, maar die waarschuwde ons, dat we Andy door al die drukke +ritten niet moesten afjakkeren, en Daan zei, terwijl we Andy weer +inspanden: "Overdrijf nou niet, barmhartige Samaritaansche, anders +loopt het nog op schade uit." + +"Ik doe het alleen, omdat ik ervan houd, en ik zal er mee voortgaan, +omdat vader gezegd heeft, dat moeder het zou goedgekeurd hebben." + +Daan zei niets meer, want Daan hield zoo van moeder, gelijk wij +allen. + +------ + + + + +HOOFDSTUK XII. + + +Toen ik naar juffrouw Buston ging, vond ik haar in den tuin, bezig +met groentenplukken. Zij was meer verbaasd dan verblijd, toen ik haar +vertelde wat mijn plan was. En ze zei dan ook eerst, dat ze de kleine +Annie niet wilde meegeven. + +"Ik zou haar nooit hier gehad hebben, als ik geweten had, dat ze zoo +hulpeloos was. Haar moeder, die reeds op 20-jarigen leeftijd weduwe +was, stierf plotseling, en Annie moest toen in een weeshuis. Maar +mijn man wilde daar niet van weten, en ik eigenlijk ook niet. Zoo +namen we de kleine dan in huis, en sedert is ze er gebleven, totaal +krachteloos, alsof ze geen ruggegraat heeft. Ze doet zoowat niets +anders dan in elkaar gedoken zitten huilen. Loopen kan ze geen stap. +Maar kind, als je er nu bepaald op staat, haar mee te nemen, kom dan +binnen, dan kunnen we haar samen gemakkelijk genoeg in 't karretje +tillen." + + +[Illustratie] + + +Ik bond Andy aan den muur vast en ging het huisje binnen. De keuken +was klein en het rook er duf; in een laag stoeltje zat Annie. +Werkelijk, ze zag er uit als een afgeleefd oud vrouwtje; alleen het +haar was nog blond, maar kort geknipt. Toen ik haar meedeelde, wat +mijn plan was, glimlachte ze zoo hartroerend, dat ik bijna begon te +weenen. Ze zag er even bleek als haar schortje uit; ze is pas negen +jaar oud, evenals Lena. Ik had vier kussens en een deken meegebracht +en maakte het haar zoo gemakkelijk mogelijk; haar Grootmoeder +plaatste haar zoo in de kussens, dat ze rechtop zitten kon. Bovendien +zette ze haar nog een katoenen mutsje op, en daarna reden we weg. + +Heel langzaam reed ik de laan af, om het schokken te voorkomen. Al +vrij spoedig begon ze te praten. Eerst had ze doodstil liggen staren +in de blauwe lucht, terwijl haar mond open en dicht ging als die van +een visch. Toen ik haar vroeg, waarom ze zoo deed, zei ze: "De lucht, +juffrouw. Sinds ik bij grootmoe ben, krijg ik haast geen frissche +lucht. Voordat moeder stierf, zat ik altoos aan 't open venster, maar +grootmoe doet haar ramen nooit open." + +Zij vertelde mij verder, dat zij veel van Hanna hield, en al meer +begon ze los te komen, er blijkbaar schik in krijgende, allerlei +prettigs te vertellen. + +"Kijk, daar zijn heelemaal geen huizen, wat een leege plek. Dit is nu +echt buiten zijn. Nooit ben ik hier geweest, voordat ik bij grootmoe +kwam, en sedert ik er ben, kom ik er nooit uit. + +Moeder zei altijd, dat God ook buiten leeft, niet in de stad. Moeder +hield niets van Londen; zij vond het zoo'n vuile stad; de lucht zie +je in Londen maar heel zelden en dan nog maar een klein stukje er +van. O, juffrouw, wat is het hier heerlijk! Die velden, en die boomen +en die bloemen! Ik heb wel schilderijen gezien, maar die waren niet +zoo levend als dit alles." + +Bij een landhek hield ik stil, om haar konijnen te laten zien, die +daar aan 't spelen waren, en toen een vlinder op den rand van 't +karretje kwam zitten, schreeuwde ze 't uit van pleizier. + + +[Illustratie] + + +Maar ze werd al spoedig weer vermoeid van al die ongewone opwinding +en toen begon ik maar eens te praten. Ik vertelde haar, hoe we aan +Andy waren gekomen, en toen ik dat verhaal ten einde had, zei ze: + +"Luistert God naar alle menschen, juffrouw, of alleen naar rijke lui? +Ik heb nog niets van Hem gehoord, sinds ik bij grootmoe ben. Moeder +kreeg altijd bezoek van een wijkzuster, maar daar hield ik niet van; +ze had altoos zoo'n haast om weer weg te komen, en ze wilde altijd +maar weer, dat ik naar een gesticht of naar een hospitaal werd +gezonden." + +"Natuurlijk luistert God naar ons allemaal," antwoordde ik, verbaasd +over zóóveel onwetendheid; "bidt je niet tot Hem?" + +Ze wendde haar hoofd af. "Ik was gewoon het "Onze Vader" op te +zeggen, maar ik ben nu totaal vergeten hoe het is." + +"Kun je lezen?" vroeg ik. + +Weer schudde ze haar hoofd. + +"Ik ben begonnen het te leeren, maar moeder stierf, vóórdat ik +groote woorden kon lezen, en later heeft niemand het mij geleerd." + +"Arm klein schaap," sprak ik met diep medelijden; "wat doe je dan +toch wel den ganschen dag?" + +"Plaatjes kijken en dan naaien, naaien kan ik wel. Ik maak op 't +oogenblik reepjes voor een lappendeken voor grootmoeder." + +"Je moet God gaan bidden," zei ik. + +"Waarom?" + +"Wel, omdat Hij je liefheeft. Weet je, wie Jezus Christus was?" + +"Die aan een kruis is ter dood gebracht? Ja, daar heeft moeder mij +wel van verteld." + +"Weet je, waarom Hij is ter dood gebracht?" + +Zij schudde haar hoofd, en sprak: "Het is zoo iets van het redden der +zondaars en der wereld. Maar ik ben het vergeten. Ik geloof, dat Hij +zeer vriendelijk en goed was. Het is al eeuwen geleden, dat hij +gedood werd, is 't niet?" + +"Hij is heelemaal niet dood," zei ik, als verstomd door zooveel +onkunde. "Lieve kind, jij weet nog niet eens zooveel als de kinderen +uit mijn klas." + +Met doffe stem sprak ze: "Er is ook niemand, die me wat leert." + +En ik begon maar dadelijk te vertellen, wat Jezus voor haar gedaan +had. Zij had er totaal geen besef van, dat zij ook zondaar was; maar +ik geloof toch wel, dat het haar na eenigen tijd duidelijk werd. +Verwonderd keek ze op, toen ik vertelde, dat Jezus nòg leefde, en +dat Hij nog machtig is om ons te helpen en ons te leiden, al kunnen +we Hem niet zien. Zij wist niet, dat het kruis ook voor haar van +beteekenis was; met open mond en groote oogen hoorde zij alles aan +wat ik vertelde, en ik wenschte soms, dat een wijzere dan ik haar +vertellen kon. Meteen moest ik ook op mijn ezeltje letten; af en toe +hield ik even stil, en plukte wat wilde bloemen en kamperfoelie voor +haar, om mee naar huis te nemen. Toen ik meende, dat we nu lang +genoeg gereden hadden, bracht ik haar weer naar huis terug; maar als +we 't huis naderden, begon ze te schreien en greep mijn hand. + +"Zult u terugkomen en mij weer meenemen? Zult u mij niet vergeten? +Toe, beloof mij, dat u me weer spoedig komt halen!" + +"Ik zal probeeren, deze week nog één keer te komen, Annie, en in +elk geval zal ik hier komen, om je wat te helpen met lezen; misschien +kan ik dan wel een paar boeken meebrengen." Haar grootmoeder tilde +haar uit het karretje en scheen nogal in haar schik. + +"Nu kind, daar heb je goed aan gedaan, hoor, en 't zal Annie ook goed +doen. Arm schaap, wat zou het goed voor haar zijn, als God haar maar +tot Zich nam. Ze zal toch nooit voor iemand ter wereld van nut kunnen +zijn." + +Ik werd boos, maar ik wist niet wat te zeggen. Ik zag, hoe Annie +huiverde bij het hooren van die zelfzuchtige woorden, en meende maar +het best te doen, met heen te gaan. Ik nam dus afscheid. "Vaarwel, +Annie! Ik kom spoedig weer bij je terug." + +In draf ging het nu naar huis, en nadat ik Andy had uitgespannen, +vertelde ik vader dadelijk mijn wedervaren. "Wat spijt het mij," zei +vader, "dat ik haar niet eerder gevonden heb. Ik ben wel bij juffrouw +Buxton op bezoek geweest, maar die vertelde mij nooit, dat ze een +kleinkind in huis had." + +"Zij schaamt zich voor het kind," zei ik. "Hanna vertelde mij, dat +zij denkt, dat een misvormd kind door iedereen wordt gemeden. Is dat +niet wreed gedacht? Vader, denkt u, dat ik haar zou kunnen leeren +lezen?" + +"Zeker, kind, zeker. Ga zoo vaak als je kunt naar haar toe, maar denk +er aan om juffrouw Buxton te vragen, of het mag." + +Toen ik den jongens en Lena van Annie vertelde, lachten ze niet, en +Lena was er zelfs mee begaan. Zij haalde een paar oude poppen voor +den dag, en vroeg mij, die voor Annie mee te nemen. + +Bij de thee zei tante Caroline: "Ik geloof, dat Grietje den mooisten +dag heeft gehad van jullie allemaal!" + +"O ja, tante," zei Alex snel, "ik weet wel wat u wilt zeggen: omdat +zij meer aan anderer genoegen dacht dan aan haar eigen vermaak; maar +dat doet ze niet uit haarzelf, daar is ze toe aangezet. U moet haar +niet verwaand maken, ze heeft al genoeg dunk van zichzelf." + + +[Illustratie] + + +"Dat is niet waar," zei ik boos. + +"Hé, hé, geen getwist nu!" + +Zoo komt tante altoos tusschenbeiden en we spraken dus geen woord +meer over de zaak. + +Den volgenden morgen kwam er een groot pakket met de post, +geadresseerd aan "de Jongeheeren Daan en Alex Marjoribanks". De +jongens gunden zich geen tijd om het uit te pakken, en scheurden het +eene na het andere papier eraf, niet bemerkend, dat Lena en ik in ons +vuistje lachten (ik had het Lena ook verteld). Eindelijk kwam een +kartonnen doos te voorschijn, en toen ze die openden, vonden ze haar +vol koolstronken; op den bodem lag een klein briefje, waarop de +woorden: "Met vriendelijken dank van Betty en Clara." + +Inmiddels waren Lena en ik een rondedans om de tafel begonnen, +waarbij we hen dapper uitlachten. Ze hadden 't ook verdiend, en ik +vertelde hun, dat hun pakket nooit aan 't Huis bezorgd was. Toen +waren ze woest van boosheid, en scholden ons uit, dat het een lust +was. + +Ik zei hun nog, dat zij altijd grapjes hadden ten koste van anderen, +en nooit zichzelf eens vermaken konden. Daan beloofde wraak; maar dat +doet ie wel meer als ie ten einde raad is, en later is ie 't al lang +weer vergeten. + +Ik ging nu zooveel belang stellen in Annie Steel, dat ik er bijna +iederen dag heen ging; als ik haar bezocht, had ze een kleur van +blijdschap, en ze begon er werkelijk wat opgewekter uit te zien. +Elken Woensdag nam ik haar mee op een rij toer. + +Intusschen waren we allen druk bezig met bijverdienen, om een zadel +voor Andy te kunnen koopen. De jongens verkochten aan kapitein Rogers +enorme partijen visch. Zij kunnen er gewoon niet tegen hengelen, en +hij betaalt best. Zelf zend ik weer groenten en bloemen naar de markt +te Lemworth, waar Bob Tapson ze wel aan den man brengt, en Lena maakt +weer borstplaat zonder eind. Maar het geld komt heel langzaam bij +elkaar. Mevrouw Rogers kwam gistermiddag met haar man bij ons +theedrinken; de kapitein liet ons den spaarpot openen; er was nu +negen gulden in. + +We hadden recht veel schik dien middag. De thee werd buiten +gedronken, zoodat het veel had van een pic-nic; kapitein Rogers +spoorde ons aan, het geld wat vlugger te maken, anders zouden we +nooit aan een zadel toekomen. We vroegen hem, of hij soms een middel +wist, en hij zei van ja. Het was dit: Hij en zijn vrouw wilden een +wedstrijd in het boogschieten organiseeren bij hun huis; daarbij +zouden veel volwassen menschen komen, en nu wilde hij ook een +wedstrijd houden voor kinderen; de beste schutter zou een prijs +verdienen van twaalf gulden. + +"Jelui hebt dus niet anders te doen, dan dien prijs te winnen," +voegde hij er aan toe; "en dan weet ik wel een adres, waar je een +flink zadel kunt koopen voor een gulden of twintig." + +Met gejuich werd het plan ontvangen, het was een eenig denkbeeld. +Maar wij moesten den kapitein toch vertellen, dat we geen van allen +konden schieten, en dat we niet met boog en pijl konden omgaan. Hij +antwoordde, dat hij ons dat wel even leeren zou, dat ging heel vlug; +we moesten dan maar telkens bij hem komen en oefeningen houden in den +tuin bij de boerderij. + +"En we kunnen ook hier een schijf opstellen en er ons op oefenen," +vond Daan. "Ik zal er wel een maken, maar dan hebben we nog geen boog +en pijlen. Zijn die duur?" + +"Dat zullen we aan juffrouw Ribbon vragen," zei Alex. "Maar ik wil +wedden, dat ze die niet heeft." + +"Nee, nee," zei kapitein Rogers, "ik zal jelui enkele van de mijne +leenen tot na den wedstrijd. Laat es zien: jelui zult er vier noodig +hebben, is 't niet? Ieder een." + +"Ik ook!" riep Puf op dreigenden toon. "Ik wil ook schieten." + +Dus beloofde kapitein Rogers vijf bogen te zullen zenden, met een +bundel pijlen. En Daan stelde hem voor, om moeite te besparen, dat +hij dadelijk maar even mee zou gaan, om ze te halen, dan konden wij +zoo spoedig mogelijk beginnen. + +"En hoe maakt Andy het tegenwoordig?" vroeg de kapitein. + +"Even onberekenbaar als altoos," antwoordde ik. "Soms gaat het heel +goed, maar dan eensklaps krijgt hij weer z'n oude kuur van stilstaan, +en geen van ons kan hem dan weer in beweging krijgen. 't Is geen +trouw dier, en dat zal ie nooit worden ook." + +De kapitein lachte hartelijk en trok mij aan een haarlok. "Kom hier, +oud vrouwtje, en vertel mij es, wat een trouw dier is." + +"Dat is er een, waarop je rekenen kunt," hervatte ik; "een dier, dat +altoos hetzelfde is en waar je op aan kunt. Dat is toch de beteekenis +van trouw? Gisteren hebben we 't er nog over gehad." + +"Ja," zei hij, "dat is een heel juiste omschrijving van trouw. Ik +denk, dat jij dan ook wel heel trouw zult wezen, Grietje." + +"O, ik wou dat ik het was. Maar ik ben het niet. Men is niet volkomen +trouw, als men het niet altijd en overal is, zooals onze ridder: +semper fidelis. Ik tracht een trouwe dienstmaagd te wezen, maar +steeds weer vergeet ik het." + +"Wiens dienstmaagd? Ik zou zoo zeggen, Grietje, je bent een trouw +vriendinnetje." + +"Christus' dienstmaagd," was mijn fluisterend antwoord. "Hij is in +alles de eerste, zooals u weet. Maar daarom zou ik dan ook evengoed +uw trouw vriendinnetje willen wezen, kapitein." + +"Wij zullen een verbond sluiten. Als ik in moeite of verdriet kom, en +hulp noodig heb, dan weet ik, op wie ik kan rekenen." + +De beide jongens gingen met den kapitein mee naar de boerderij, en +kwamen al spoedig weer thuis, o zoo verheugd met hun pijlen en bogen. +Reeds hebben we een schijf gemaakt van wit calico, gespannen over een +met stroo gevulde platte doos. En nu hoop ik maar dat wij den prijs +zullen halen; wij hebben goede kans, omdat we met z'n vieren zijn. +Betty en Clara zullen ook gevraagd worden, en nog heel wat kinderen +meer. Ik geloof, dat kapitein Rogers eigenlijk hoopt, dat wij het +maar zullen winnen. + + * * + * + +Het is eenigen tijd geleden, dat ik in dit boek heb geschreven, want +ik heb het verschrikkelijk druk gehad. Allereerst dien ik te +vertellen van onzen hand-boogwedstrijd. + + +[Illustratie] + + +Vanaf het oogenblik, dat de schijf gereed was, hebben we ons druk +geoefend. Aan het einde van de laan hadden we haar opgehangen, en +gingen er dan zoo ver mogelijk van af staan, om goed te leeren +mikken. Die oefeningen waren wel inspannend, maar toch ook verbazend +prettig. Ik zelf had er zooveel schik in dat ik boos werd, als ik er +telkens weer werd afgeroepen. Dat kwam zoo. + +Emma had haar voet verstuikt, en moest dagen achtereen in bed liggen, +en toen ze eruit mocht, kon ze nog heel moeilijk loopen. Tante +Caroline droeg nu aan Lena en mij op, de bedden op te maken, de +kamers te doen, en zooveel mogelijk in huis te helpen. Het scheen ons +een uitdaging, want wij wilden zoo graag vóór alles goede schutters +worden. Ik kà n niet hebben, dat we zulke dingen maar half goed doen. +Lena ging er vandoor, maar dà t kon ik ook niet doen, en ik hielp dus +zooveel als ik kon, maar veelal met een nijdig hoofd. Ik geloof, dat +ik die gansche week niet in m'n humeur ben geweest. Toen het Woensdag +werd, had ik er niet eens zin in, om Annie te halen voor een rijtoer; +Betty en Clara kwamen 's middags om met ons te oefenen in 't +schijfschieten. Toch reed ik met Andy uit, inwendig wenschend, dat ik +haar maar nooit beloofd had, iedere week te zullen rijden. Maar toen +ik haar bleek gelaat zag, dat opvroolijkte toen ik aankwam, was ik +beschaamd. Ik was een half uur te laat, en ze zei: + +"Grootmoe heeft al gezegd, dat u niet zoudt komen. Maar ik wist zeker +dat u komen zoudt. U zult mij nooit alleen laten, wel juffrouw?" + +Ik antwoordde slechts: "Ik hoop van nooit!" + +Annie was zeer spraakzaam. Ze vertelde, hoe ze nu geregeld bad, en +ook dankte voor al het goede, dat ze ontving. Zij begreep nu ook iets +van wat Jezus voor haar aan het kruis geleden had. "O, kon ik maar +wat voor Hem doen!" riep ze uit. + +"Van ons, die nog kinderen zijn, verwacht Hij geen groote dingen, +Annie. Maar wat wij te doen hebben, dat is zóó te spreken en te +handelen, alsof Hij altoos bij ons is, in onze kamer en bij ons werk; +wij zien Hem wel niet, maar toch leeft Hij dicht bij ons. Hij +glimlacht als we ons best doen, en met droeve oogen staart Hij ons +aan, als we ongehoorzaam zijn of toornig, zooals ik vandaag." + +Het deed mij goed, haar eens te kunnen zeggen, hoe verkeerd ik +vandaag gehandeld had. En ik voelde mij gelukkig, toen ik weer thuis +kwam, nog vol van ons gesprek en van het heerlijk gevoel, dat ik had +na het erkennen van mijn zonden. + +Eindelijk kwam dan de groote dag. De tuin bij kapitein Rogers was vol +volk; ook waren er vier jongens en vijf meisjes, die we geen van +allen kenden; zij waren met den trein gekomen uit Tenburg en zeven +mijlen hier vandaan, uit Lincoln. Twee meisjes en drie jongens waren +ook uit een pastorie. + + +[Illustratie] + + +Naarmate de wedstrijd vorderde werd de pret, maar ook de spanning +grooter. Toen het mijn beurt was, gevoelde ik mij erg zenuwachtig; +mijn hand trilde alsof ik de koorts had. Maar het ging gelukkig +nogal, hoewel ik natuurlijk den prijs niet won, dat wist ik vooruit +wel. Ik geloof eigenlijk, dat wij er allemaal wel zoo'n beetje op +rekenden, dat Daan de gelukkige winner zou wezen. Hij stond zoo kalm, +mikte zoo vast, net een volwassen man. Later zei hij nog, dat ie een +gevoel had gehad, als ging het om leven of dood. + +En toen bleek, dat hij den prijs had verdiend, juichten we allen als +uitgelatenen. Mevrouw Rogers overhandigde den prijs in een met kralen +bezette beurs. + +Innig verheugd kwamen we thuis, want nu hadden we ook het zadel zelf +verdiend. En geen onzer behoefde nu ooit meer geld te gaan verdienen. + +Het leek te mooi, om waar te wezen. + +------ + + + + +[Illustratie] + +HOOFDSTUK XIII + + +En nu heb ik te schrijven over een vreeslijken dag. Onze vacantie was +bijna om; het zadel voor Andy was juist ontvangen, en allen reden wij +druk met hem. Hij bleef ons over 't algemeen goed voldoen, en +galoppeerde soms, dat 't een lust was. + +Terwijl wij bezig waren, aan 't ontbijt onze plannen voor den dag te +bespreken, kwam Emma binnen met een telegram voor vader. Vader krijgt +vaak telegrammen over spreekbeurten, zoodat wij er weinig notitie van +namen. Maar eensklaps hoorden we hem een onderdrukten snik geven, +terwijl hij het telegram aan tante Caroline overgaf. Toen die het +las, begon ze te weenen, en wij begrepen nu, dat er slechte tijding +was gekomen. En zoo was het: Grootmoeder was gevaarlijk ziek, en +vader moest onmiddellijk overkomen. + +Tante Caroline riep in haar droefheid: "Zij is stervende, Jan, ik ga +met je mee." + +"Er is geen trein vóór 10.30, dien moeten we hebben." Tante verliet +haastig de kamer, en vader richtte zich tot ons: "Kinderen, kan ik +jelui met vertrouwen alleen laten? Het zou voor tante een bittere +teleurstelling wezen, als ze niet met mij mee kon gaan. Wil jelui je +best doen, om je goed te gedragen? Daan, jij wordt al een groote +jongen, en je kent het onderscheid tusschen goed en kwaad. Op jou +reken ik, terwijl ik weg ben. Grietje, neem jij Lena onder je hoede, +en laat haar geen verkeerde dingen uithalen. Ik zal even met de +keukenmeid een en ander bespreken. We moeten geen tijd verliezen." + +Wij beloofden, ons goed te zullen gedragen. We waren wel bedroefd om +grootmoeder, maar we konden ons toch ook niet ontveinzen, dat we wel +een klein beetje vermaak erin hadden, nu eens alleen te zijn, zonder +eenig toezicht. Dat was nooit tevoren geschied, en vooral in de +vacantie is het een heerlijk gevoel, es echt alleen te wezen, en baas +over jezelf te zijn. + + +[Illustratie] + + +Intusschen ging ik naar boven, om tante te helpen bij het inpakken +van haar koffertje. Tante was erg in de war; ook de keukenmeid en +Emma waren zenuwachtig, zoodat ze tante met allerlei vragen en +opmerkingen nog meer opwonden. Toen alles gereed was, reed Daan de +bagage in ons ezelkarretje naar het station. + +Daar het nu Dinsdag was, beloofde vader, zeker nog vóór Zondag weer +thuis te zijn. Tante Caroline kuste mij hartelijk bij 't afscheid, en +zei, dat ze wist, dat ik mijn best zou doen, en ook den anderen tot +voorbeeld zou wezen, omdat zij mij kende als haar vertrouwde hulp in +'t huiselijk werk. Ik was zoo blijde met deze lofspraak, dat ik bijna +schreide, maar ik hield mij goed, sloeg mijn armen om haar hals, en +kuste haar hartelijk ten afscheid. + +Toen Daan van 't station terug was, gingen wij allen naar het priëel +in den tuin, om te praten over de onverwachte verandering. + +"Twee dagen geleden was grootmoe nog zoo best," zei ik; "zij schreef +nog aan tante Caroline, dat zij pas een rijtoertje gemaakt had. Ik +wist niet, dat de menschen konden sterven, zonder eerst ziek te +zijn." + +"Maar zij is ziek," merkte Alex op. + +"Jawel, maar ze kan toch niet ineens zoo verschrikkelijk ziek zijn, +wel?" + +"Och, zeker wel; dat zie je telkens." + +"En wij dan ook?" vroeg Lena angstig. "Daar zou ik heel bang voor +wezen. Tante zei nog wel, dat ze zeker wist, dat grootmoe al dood +was." + +"In elk geval," zei ik, "zal grootmoe nog heelemaal niet graag willen +sterven. Maar zij is, evenals de ridder: semper paratus. En dat +behoor jij ook te wezen, Lena." + +"Dat ben ik niet," zei ze. "Ben jij het?" + +"O, hou toch op met dien onzin!" riep Alex eensklaps uit. "En wat +zullen we nu gaan doen met onszelf?" + +"Een pic-nic zou heerlijk zijn," stelde ik voor. "In het gras bij de +rivier." + +"En dan moesten we Andy meenemen, dan kan hij eens een flink bad +krijgen. Hij ziet er zoo verschrikkelijk vuil uit, omdat ie nooit een +bad krijgt." + +Zoo sprak Lena. Als er één ding is, waar die verzot op blijft, dan +is het water en wasschen. + +"En dan zullen we een ketel water koken, dan lijken we net +zigeuners," vond Alex. + +"Goed zoo. Laten we eerst naar de keukenmeid gaan, en zien, of die +wat rauw vleesch voor ons heeft, dan kunnen we 't zelf braden." + +Daan en ik gingen dus naar de keuken en de meid vond het maar wà t +heerlijk, ons een ganschen dag kwijt te wezen. Zij gaf ons wat +saucijzen en een braadpan met wat vet erin om ze te braden, verder +een stukje konijnenvleesch, wat koude aardappelen, appelen, een stuk +brood, een flesch melk, een beetje suiker, een zakje met zout en een +zakje met thee. Dan holden we naar de leskamer en haalden er kopjes +en schoteltjes weg, zoomede een ketel. Vervolgens werd alles in het +ezelkarretje geladen, en reden we weg, allen zóó opgewonden blij +met ons mooie pic-nic-plan, dat we al spoedig vergeten waren, dat +grootmoe stervende was. Zoo nu en dan, als het iemand te binnen +schoot en ervan sprak, keken we wat sip. Maar dat begon Daan te +vervelen en hij zei: + +"Kijk es hier lui, dat gaat zoo niet langer. Wij willen hopen, dat ze +nog weer beter zal worden. Dat gebeurt met zoovelen en de dokters +zeggen altijd: Zoolang er leven is, is er hoop. En daarom moeten we +zooveel pleizier hebben als we maar kunnen, alsof grootmoe al beter +werd." + +Dat woord deed ons allen weer opleven. Het was ook zooveel prettiger, +vroolijke gedachten over grootmoeder te hebben, dan sombere. En ik +vrees, dat wel niemand onzer veel meer aan haar zal gedacht hebben, +want we waren bij de rivier gekomen, en ons plan nam alle gedachten +in beslag. Daan zei tegen Lena: + +"Hoor eens, als jij wasschen wilt, dan moet je jezelf maar gaan +wasschen; je handjes staan er goed voor, en dan kun je ook de borden +en kopjes wasschen. Maar probeer het niet met Andy, want dan zal ik +je met je hoofd in 't water duwen. Ezels zijn er niet voor, om +gewasschen te worden." + +Lena keek erg knorrig, maar ze is bang voor Daan. De toebereiding van +onzen maaltijd gaf heel wat pret. Eerst werd er een vuurtje gemaakt, +daarna de ketel erop gezet, want we moesten allemaal theedrinken. +Vervolgens werd de braadpan opgezet, gevuld met de saucijzen, de +koude aardappelen en het stuk konijnenvleesch. Het rook heerlijk! +Daan en ik waren om beurten de kok; Alex wilde zóó vaak proeven, of +'t eten al goed was, dat wij bevreesd werden, dat er niet genoeg voor +ons allen zou wezen. En Lena kwam er telkens zóó dicht bij staan, +dat ze haar gezicht verschroeide. + +Ik geloof niet, dat grooten menschen ons baksel zou gesmaakt hebben, +omdat het nog al sterk rook; eenmaal zelfs helde de pan zóóver +over, dat eenige aardappels er uit rolden, maar ze werden niettemin +met graagte opgegeten. Na het "diner" werd de thee gebruikt, zooals +we dat nu eenmaal gewoon waren. Vervolgens beproefden wij de appels +te roosteren, maar dat ging heel lastig en bovendien waren we van 't +koken al erg vermoeid, zoodat we ze maar rauw hebben opgegeten. + +Lena en Puf en ik gingen nu de borden omwasschen en spoelen; ze +werden weer ingepakt en in 't karretje gelegd, waarna we +verstoppertje gingen spelen. Vlak bij was een klein bosch, zoodat we +er heel wat pret mee hadden. Maar toen begon ook de eerste ellende. +Wij hadden Andy afgetuigd en lieten hem gras eten, maar toen we +spelen gingen, vergaten we hem geheel, en eensklaps ontdekten we, dat +ie er vandoor gegaan was. + + +[Illustratie] + + +Dadelijk gingen we allen op zoek, schreeuwden en klapten in onze +handen, maar er was geen spoor van hem te ontdekken. Toen werden we +boos op 'm. Lena vond, dat hij zich den dag had moeten herinneren, +waarop hij met Puf was weggereden. En Alex zei pruttelend: "We zullen +de rest van den dag wel moeten besteden aan 't zoeken naar dat oude +beest! Laten we maar naar huis gaan, hij zal zelf wel den weg naar +huis vinden!" + +"Maar we kunnen toch het karretje niet hier laten," zei Daan. + +"Span Alex dan maar in, dan zal ik hem wel sturen," zei Lena, terwijl +ze danste van pret om het plannetje. + +De jongens echter hadden er geen ooren naar. Nog een uur lang zochten +we naar Andy. We waren al drie mijlen van huis, en we wisten niet, +wat te beginnen. Ten slotte vonden de jongens 't toch maar 't beste, +om met vereende krachten het karretje naar huis te brengen. Wij +juichten van pleizier, want dat leek ons bijzonder. Er werd nog lang +en breed over gepraat, voordat het aan 't vertrek toe was. Op +voorstel van Daan werd eindelijk besloten, dat Puf in 't karretje zou +zitten (hij was erg vermoeid), en dat de anderen als vierspan er voor +zouden trekken. Lena en ik vormden het eerste tweespan, Daan en Alex +het tweede. Gelukkig hadden we touw bij ons; na nog eens weer +overlegd en geregeld te hebben, waren we eindelijk gereed, en zette +de stoet zich in beweging. + +"Laten we nu zeggen, dat Puf juist gekozen is als afgevaardigde voor +het graafschap, en nu hebben we de paarden voor z'n rijtuig +afgespannen, en trekken nu met hem de stad rond," stelde Daan voor. +Dat viel in den smaak, luidjuichend riepen we allen: "Leve Puf, de +vriend der arbeiders!" + +Wij wisten wel, hoe dat toeging bij die verkiezingen. + +Maar, o wee, wat was dat zwaar trekken met het ezelen-karretje! +Doodop waren we, toen we het ding eindelijk weer op den weg hadden +gekregen, en we rustten dan ook al dadelijk even uit. Puf vond het +natuurlijk heerlijk; voor alle zekerheid hadden we hem de zweep maar +afgenomen, toen hij, vol verrukking over zijn zegetocht, de zweep ter +hand had genomen, als waren wij een heusch vierspan. En zie, terwijl +we even wachtten, daar kwam Mevrouw Laura aan in haar rijtuig met +twee paarden, vergezeld van Betty en Clara. + +"Wij hebben ons ezeltje verloren!" riepen we haar toe. Wij trachtten +in galop haar voorbij te rijden, want de weg was daar heuvelachtig, +doch Mevrouw Laura hield ons staande. "O jelui dwaze kinderen," zei +ze, "wat ben ik blij, dat ik niet op jelui heb te passen." + +Wij vonden dat niet erg aardig van haar, omdat wij het heusch niet +zoo prettig vonden om zoo met ons karretje heuvel op heuvel af te +moeten sjouwen; maar het moest wel. Daan groette haar nu beleefd, +door z'n pet af te nemen, en legde haar uit, waarom we zoo deden. Hij +vroeg haar, of ze Andy ook ergens gezien had; zij beloofde, ons +dadelijk te zullen boodschappen, als zij hem ergens zag. Betty en +Clara vonden het zoo leuk, dat ze wilden uitstappen, om met ons samen +een zesspan te vormen, doch ze hadden hun beste kleeren aan, en daar +kon dus niet van komen. + + +[Illustratie] + + +Na deze afwisseling gingen we weer welgemoed verder, totdat wij, +dicht bij ons dorp, aan een vrij steilen heuvel kwamen. Wij stelden +ons voor, er in een prachtigen galop af te draven en zoo in volle +vaart ons dorp binnen te rijden. Ik vermoed, dat we het wat al te +haastig aanlegden, want juist voor dat we weer op gelijken grond +kwamen, scheen het karretje over te hellen, Daan en Alex konden het +niet meer houden, Lena struikelde, en voor dat ik goed zien kon, wat +er gebeurde, lagen wij allen door elkaar in een droge sloot, waarbij +Puf tekeer ging, alsof ie vermoord werd. De mand tuimelde uit de kar, +en alle borden, kopjes en schoteltjes waren aan scherven. + +Daan was de eerste, die overeind scharrelde. Hij scheen er goed aan +toe te wezen, was alleen een beetje gekneusd, zooals hij zei. Lena +had een groote buil op haar voorhoofd, zoo groot wel als een +kievitsei. Alex had een zijner beenen leelijk bezeerd en zei, dat het +zeker gebroken was, maar Daan betastte het eens en besliste van niet, +omdat er nergens een beentje van z'n plaats was. Puf had alleen z'n +knieën bezeerd, de eene bloedde vrij erg, en ik bond er mijn zakdoek +om. Ik zelf had mijn elleboog aan een steen gestooten, het deed erg +zeer, maar anders ook niet. + +Nadat we al deze akeligheden overzien hadden, gingen we een oogenblik +in een haag uitrusten. Maar wijl er niemand kwam opdagen om ons te +helpen, lieten we ons karretje liggen, nam Daan, Alex op z'n rug en +zoo marcheerden we als een verslagen vijand ons dorp binnen; Lena's +jurk was erg gescheurd, en mijn hoed zag zwart van modder. Toen wij +zoo thuis kwamen, gaf Emma een gil van schrik. Ze was echter spoedig +weer bekomen, en zei Baldwin, de kar te gaan halen. Alex ging binnen +op de sofa liggen, waar de keukenmeid z'n been onderzocht. Zij +meende, dat het wel voldoende zou zijn, als er een koud-waterverband +werd omgelegd. Het been was wel wat gezwollen, maar er was geen +sprake van gebroken. + +Dat we allemaal weinig opgeruimd waren, laat zich denken, maar het +was natuurlijk Andy's schuld en niet de onze. Nadat we thee hadden +gedronken, kwam er een jongen aan de pastorie; hij had Andy gevonden +in een grasveld, waar ie met een paar veulens aan 't hollen was. Hoe +hij daar terecht was gekomen, daar begrepen we niets van; hij moèst +over een heg zijn gesprongen. Wij waren heel blij, dat we 'm weer +hadden, maar Daan gaf 'm een flink pak slaag. Emma vond, dat het hier +nu wel een hospitaal geleek, met zooveel gewonden en gekneusden. + +En nu wou ik maar, dat ik hier de beschrijving van onze ellende kon +eindigen, maar het ergste moet nog komen. + +Ik zat in den tuin een boek te lezen; Puf was al naar bed, en Lena +speelde binnen halma met Alex. Plotseling kwam Daan opgewonden naar +mij toe en riep: + +"Zeg, d'r staat een boerderij in brand, een halve mijl van hier! Het +is de boerderij van Gaythorpe! Ik ga er heen!" "Ik ga mee!" riep ik. + +'t Is wel treurig voor wie 't treft, maar we houden allen van brand; +dag of nacht, altijd gingen we er heen. + +Vlug zette ik m'n hoed op, en rende met Daan weg. Al spoedig zagen we +dikke rookwolken in de verte. Daan vermoedde, dat er hooibergen in +brand stonden. + +Wij holden zoo hard als wij konden door, en toen we er kwamen, bleek +inderdaad een hooiberg in brand te staan, doch de vlammen waren al +overgeslagen op de stallen, die vlak aan het huis grensden. Daar er +geen brandspuit dichterbij te vinden was dan te Lemworth, waren er +vele menschen bezig met emmers water in de vuurzee te gooien, maar +dat hielp weinig, en 't stond er dus niet best voor. Daan begon +dadelijk te helpen bij het redden van de meubelen uit het woonhuis; +het had een rieten dak, en er was dus weinig kans, dat het gespaard +zou blijven. + +Gelukkig waren de kinderen van den boer al uit het huis, en ook de +paarden waren al losgesneden, zoodat er geen levende ziel meer in +huis was. De boer deed al z'n best, om nog te redden, wat er te +redden was. + +Intusschen had een der mannen een ladder tegen het woonhuis gezet, en +begon nu het riet van het dak weg te snijden; doch de ladder vatte +plotseling vuur, zoodat de man z'n werk moest opgeven; zóó snel +schoten de vlammen toe, dat hij z'n handen er nog bij brandde. Ik +wilde Daan nog helpen met het sjouwen der meubelen, maar hij stond +het niet toe; dat is geen werk voor dames, vond ie. + +Eensklaps hoorde ik een gejank in een schuurtje, wij liepen toe, en +daar zagen we boven een der vensters een lief klein hondje staan op +den hooizolder! + +"O, het is Fox!" jammerde juffrouw Gaythorpe "ik heb hem opgesloten, +toen ik de kinderen uitliet!" + +"Ik zal hem eruit halen!" riep Daan, en hij vloog het huis binnen en +de trap op. Nog geen minuut was hij weg, of daar sloeg een vreeslijke +vlam uit de schuur. Juffrouw Gaythorpe zei, dat zou van een vat +petroleum zijn. Tegelijkertijd zagen we Daan, die den hond voor zich +uithield boven het venster. + +"Zal ik hem eruit werpen?" riep Daan. + +"Kom zelf er gauw uit!" riep de boer. "Het vat met petroleum is +gesprongen!" + +Daan verdween weer. Maar spoedig verscheen hij aan het venster en +riep: "De trap staat in brand! Ik kan niet naar beneden!" + + +[Illustratie] + + +Ik stond te trillen op mijn beenen van angst. "Houdt een deken +gespannen!" schreeuwde Daan. "Ik zal Fox erin gooien. Twee mannen +spreidden een deken uit, en Fox werd er in opgevangen. Intusschen was +Gaythorpe de ladder gaan halen, maar die was gebroken en nu te kort, +om Daan te bereiken. Een andere werd gehaald, die was ook te kort. +Toen werden ze aan elkaar gebonden. Ik stond doodsangsten uit, maar +Daan bleef kalm. + +"Schiet wat op!" riep hij; "het vuur komt hier al in de kamer!" En +geen seconde daarna stond hij al in een rookwolk gehuld; het huis +brandde als papier weg. + +"O Daan, Daan!" jammerde ik. "Is er niemand, die hem redden kan?" En +meteen hoorde ik, dat de ladders al zóó verkoold waren, dat ze niet +meer te gebruiken waren. En nog verloor Daan den moed niet. + +"Werpt me een touw toe!" riep hij nu weer. "Ik moèt hieruit, de +vloer begint al onder mij te branden." Hij stond nu in de +vensterbank; men haalde een matras, en vier mannen hielden haar +gestrekt. + + +[Illustratie] + + +"Spring!" riepen ze. "'t Is je eenige kans!" + +Een oogenblik aarzelde Daan .... hij keek omlaag .... hij was zoo +hoog .... nog even gekeken .... daar sprong hij omlaag .... ik deed +m'n oogen dicht.... + +Ik vrees, dat hij te wild gesprongen heeft, want ik hoorde een +vreeslijk gekraak. Nooit zal ik dit ontzettend oogenblik vergeten. De +menschen gilden van schrik, en toen was het ineens doodstil. Ik vloog +er heen, maar boer Gaythorpe greep me bij den arm. + +"Hier blijven, kind, dat is niet voor je om te zien. Arme, arme +jongen!" Wat mij nog nooit overkomen was: ik viel in zwijm. En toen +ik weer bijkwam, was ik in een huisje gebracht, waar een vrouw bezig +was in mijn neus met verbrande veeren te kietelen. Dadelijk +herinnerde ik mij alles, en vroeg verschrikt: "Waar is Daan?" + +"De dokter is bij hem, lieve. Gelukkig was die net onderweg naar boer +Turt, waar hij den brand zag en dadelijk naar hier kwam." + +"Is hij dood?" vroeg ik schreiend. "O toe, hij kan niet dood wezen!" + +"Kom, kind, we willen er 't beste van hopen!" + +Ik stond op, en liep zoo snel als ik kon naar buiten, waar ik Baldwin +vond. Ook de keukenmeid was hier gekomen, en stond handenwringend te +schreien. Ik ging het huis binnen. Daar kwam de vrouw, die daar +woonde, op mij af, en op mijn geroep van "Is hij dood?" antwoordde +ze: + +"Och lieve, houd moed, hij heeft gebroken beenen, maar jonge beenen +genezen spoedig, zeggen de dokters! Kom, binnen twee dagen lacht ie +alweer! Maar hij mag niet vervoerd worden. Ik ben verpleegster te +Lemworth geweest, en ik zal hem zoo best verzorgen, als ik kan. Dat +beloof ik je!" + +We bleven nu in de kamer naast die waar Daan lag, op den dokter +wachten. + +------ + + + + +HOOFDSTUK XIV. + + +Dr. Fenning is al oud, hij woont zes mijlen bij ons vandaan. +Glimlachend kwam hij uit de ziekenkamer, hij bemerkte wel, hoe +beangst we allen keken. "'t Zal wel gaan," zei hij, "mits hij met +zorg verpleegd wordt. Maar hij moet volledig rust houden, niemand mag +hem zien dan juffrouw Blatch. Zij zal hem verzorgen naar mijn +aanwijzingen." + + +[Illustratie] + + +"Och dokter," smeekte ik, "zou ik hem niet even mogen zien, heel even +maar? Vader is op reis. Is hij erg gewond?" "Het is een geluk, dat +hij juist op het gras terecht kwam, en het is een wonder, dat hij er +nog zoo goed aan toe is, als nu. Gewond? Ja, hij heeft een rib +gebroken en ook een arm is gebroken, verder een leelijke wonde aan +z'n hoofd, maar hij is nog jong en ik zal het wel met hem klaar +spelen. Ga jelui maar gerust naar huis, hij is hier goed verzorgd." + +Baldwin en de meid wilden nog weer wat aan Dr. Fenning vragen, maar +hij werd ongeduldig en ging heen, zoodat wij naar huis terugkeerden. +Lena en Alex wisten nog van niets af, die had ik dus al het droeve +nieuws te vertellen. Wij besloten, dat ik dadelijk aan vader zou +schrijven, en hem alles vertellen. Nog vóórdat ik naar bed ging, +geschiedde dat, zoodat de brief den volgenden morgen nog met de +eerste post wegkwam. + +En toen naar bed. Voor 't eerst van m'n leven verlangde ik naar bed, +om tot rust te komen na zulk een vreeselijken dag. Van +oververmoeidheid viel ik dadelijk in slaap; toen ik den volgenden +morgen wakker werd, was het mij, als lag er een zwaar gewicht op mijn +hoofd: het was de herinnering aan Daan. Bij het ontbijt kwam er een +brief van vader; hij schreef, dat grootmoe was gestorven, en dat hij +niet eerder dan na de begrafenis kon thuiskomen, dat was Zaterdag. +Lena en ik waren droevig gestemd; we konden maar niet gelooven, dat +grootmoe werkelijk dood was. + +Alex had nog veel last van zijn verwonde been, hetgeen niet opwekkend +werkte op z'n humeur. Daar er dus thuis weinig aantrekkelijks te +beleven viel, gingen wij maar weer eens naar juffrouw Blatch, om te +hooren, hoe het met Daan ging. Zij vertelde ons, dat hij sliep, en +niet gestoord mocht worden. + +"Heeft hij veel pijn?" vroeg ik. "Spreekt hij ook over wat er gebeurd +is?" + +"Hij is niet geheel helder nog, lieve; maar dokter geeft hem wat in, +om rustig te blijven. Hij zal wel voorspoedig genezen, wees daar maar +niet bang voor." + +"Vader komt niet vóór Zaterdag thuis," vertelde ik haar, met tranen +in de oogen; "en zonder Daan is het nu thuis zoo eenzaam. Weet u +zeker, dat hij niet sterven zal, juffrouw?" + +"Ik heb er alle hoop op, kindlief. Als de goede God ons helpt, zal 't +niet aan mij liggen." + +"Toe Lena, laten we dan maar naar huis gaan en voor hem bidden; wat +verkeerd van ons, dat we dat nog niet gedaan hebben!" + +Zoo gingen we weer terug. Lena was ongewoon ernstig; thuisgekomen, +gingen we dadelijk naar onze slaapkamer, knielden voor ons bed neer, +en baden, dat Daan spoedig mocht genezen. Toen we gebeden hadden, +gevoelden we ons wel moediger gestemd. We gingen vervolgens naar +Alex, die nog altoos op de tot bed ingerichte sofa lag. Puf was met +Andy aan 't rijden in 't grasveld. + + +[Illustratie] + + +Wij vonden Alex erg terneergeslagen. Toen we hem van Daan vertelden, +zei hij: "Maar ik ben er ook leelijk aan toe, mijn been wordt al +erger. Ik denk, dat er koudvuur is bijgekomen, het wordt zwart. En +dan ben ik spoedig evenver heen als Daan, en dan zullen ze mijn been +afzetten, en kan ik de rest van mijn leven op één been rondhinken." + +Wij werden beangst door zijn spreken en vroegen hem, zijn verband +eens af te doen, dat we zijn been bezien konden. Toen ik het zag, +riep ik verlicht uit. "O, dat zijn de ontvellingen, dat ziet er +altoos veel erger uit, dan 't is. Die heb ik ook gehad, op mijn +armen." + +"Ja," riep Lena, "en ik ook, kijk maar op m'n voorhoofd." + +"Puh!" zei Alex. "Wat zou nu jelui gebeuzel over die ontvellinkjes +te maken hebben met mijn been! Had ik den dokter maar laten roepen! +Die meid denkt, dat ze heel knap is, maar zij maakt nog gehakt van +me." + +Wij konden niet helpen, dat we in den lach schoten, want dat zegt +Mary altijd tegen tante, als ze niets weet voor 't middagmaal. "We +zullen d'r maar gehakt van maken, juffrouw." Ze zou ons op die manier +wel dag aan dag gehakt willen geven, als ze er ten minste vleesch +voor krijgen kon. + +"Het zal mij benieuwen, wat voor pijn Daan heeft," merkte ik op. "Wat +een verschrikkelijke dag gisteren!" + +"En daar was Andy de schuld van," mompelde Alex. "Als hij niet was +weggeloopen, zou ik mijn been niet bezeerd hebben, en dan was ik met +jelui naar den brand gegaan." + +"En wat dan?" vroeg ik. + +"Dan zou ik Daan hebben weerhouden van zijn dwaasheid, om een +brandend huis binnen te rennen." + +"Hij heeft den hond gered," zei ik. "Ik geloof, dat hij daarmee een +goede en dappere daad verrichtte. Ik zou niet graag in zijn plaats +zijn geweest, toen hij daar gereed stond, om van boven af te +springen. O, wat was dat vreeselijk, om te zien. En dan die angst, om +toch vooral op de matras te springen! En toch stond hij er zoo dapper +en kalm bij. De lui uit 't dorp noemden hem een echten held!" + +Alex zei niets meer. Wij droegen hem naar den tuin, waar hij in 't +gras kon liggen, en wat met ons babbelen. Wat duurde die dag lang! +Mary en Emma waren naar juffrouw Blatch gegaan, om naar Daan's +toestand te informeeren; ze waren vreeselijk lang onder weg, omdat ze +in 't dorp met iedereen gingen praten over de vreeselijke +gebeurtenis. Juffrouw Ribbon vond, dat wij vader hadden moeten +telegrafeeren over Daan; maar later zei ze weer, dat 't toch maar +beter was, zooals we gedaan hadden want in een telegram kan je niet +alles goed duidelijk maken. + +Tegen den avond kregen we bezoek van Mevr. Rogers. Wat waren we blij, +dat zij eens kwam kijken. Ik verbeeldde mij zelfs, dat ik er behoefte +aan had, nu ook eens met groote menschen te praten. Zij wilde ook +Daan gaarne zien, en bleef wachten, totdat dokter kwam. Ook wilde ze +aan vader schrijven. + +"Jelui moeten allemaal maar eens een heelen dag op de boerderij +komen," zei ze, "dan kun je mijn man meteen weer eens wat +opmonteren." + +"Maar," merkte ik op, "wij hebben de laatste dagen niet anders gehad +dan ongelukken; brand en dood en ziekte, zoodat we ons niet erg +opgewekt gevoelen." + +"Jawel kinderen, dat weet ik wel, maar we moeten nu niet alles van +den zwarten kant bezien. Andy is weer terecht en niemand van jelui is +levensgevaarlijk gewond bij den tuimel in de droge sloot. En Daan +wordt alweer beter, en Zaterdag komt je vader weer thuis. Kom, kom!" + +"O ik wou, dat u hier kondt komen en blijven, totdat vader weer thuis +is!" riep ik zuchtend uit. + +Maar Mevrouw zei, dat ze den kapitein niet alleen kon laten. We waren +echt bedroefd, toen ze weer vertrok, maar wij beloofden haar toch, +den volgenden dag op de boerderij te komen doorbrengen. Zoo +geschiedde, en we hebben ons best vermaakt. + +Intusschen kreeg ik een tweeden brief van vader, en Mary kreeg er ook +een. Hij schreef, dat hij onmiddellijk naar huis had willen +terugkeeren, doch dat hij eerst aan den dokter getelegrafeerd had, +die hem berichtte, dat het niet noodig was, omdat Daan goed +vooruitging. Verder schreef hij nog, dat hij zoo moeilijk vóór +grootmoe's begrafenis kon wegkomen, omdat er nog zooveel te bespreken +en te regelen was. En dan deelde vader ons mee, dat in plaats van +tante Caroline, tante Marie Zaterdag met hem mee kwam. Dat was een +blijde tijding voor ons! Tante Marie kan 't best geschiedenissen +vertellen, beter dan wie ook. Als wij in den winter om 't gezellige +haardvuur in 't schemerdonker zijn neergezeten, dan begint zij te +vertellen van den burgeroorlog, die eeuwen geleden werd gevoerd. Zij +vertelt ons van jongens en meisjes, die hun vaders in donkere kerkers +opsloten, en waaruit ze dan weer door geheime gangen ontvluchtten. En +ons hart beeft, en we houden onzen adem in, als ze vertelt van die +ontvluchtingen, dat de menschen bijna weer werden gegrepen. De tijd +vliegt om, en eer we 't weten, is 't bedtijd. Het is heerlijk, naar +tante Marie te luisteren! + +Langzaam herstelde Daan; toen vader en tante Marie thuis kwamen, kon +hij nòg niet vervoerd worden; dat gebeurde pas drie weken later. +Toen hij thuis kwam, zag hij er nog erg bleek en smalletjes uit; zijn +arm droeg hij nog in een verband, en hij moest steeds nog in bed +blijven. + + +[Illustratie] + + +Overdag gingen we veel bij zijn bed zitten, om hem op de een of +andere manier gezellig bezig te houden. Den eenen keer deden wij +spelletjes met hem, den anderen keer haalden wij acrobatische toeren +voor hem uit. Alex beproefde, over een stok te loopen, dien hij +tusschen twee stoelen gelegd had, of balanceerde een glas op z'n +neus. De stok brak, en hij maakte een flinken smak. Gewoonlijk was +Daan bij al deze uitvoeringen best in z'n schik, doch toen ik op een +Zondagmiddag bij hem kwam zitten, vond ik hem heel ernstig. + +Hij had het over mijn Zondagsschoolklas en zei: "Vader had toch wel +gelijk, Griet, ik was er niet voor geschikt, die kleintjes te leeren. +Ik had de taak van een dienstknecht op mij genomen, terwijl ik het +nog niet eens was. Weet je wat ik dacht, toen ik daar in het venster +stond te wachten op de ladder, en de vlammen reeds om mij heen +lekten?" + +"Neen," antwoordde ik, "ik wist wel, dat je aan iets dacht, je keek +zoo ernstig en kalm. Hè, laten we daar maar niet meer over praten, +'t was vreeselijk!" + +"Maar ik wou er nu juist zoo graag eens over praten. Het waren de +woorden van den ridder, die mij door het hoofd vlogen: Semper +fidelis, semper paratus. En ik gevoelde, toen ik den dood voor mij +had, dat ik niet paratus, niet bereid was. En bovendien, ik was niet +fidelis, niet getrouw geweest." + +"Maar je keek toch niets bevreesd," merkte ik op. "Ik dacht juist, +dat je niet zag, hoe dicht het vuur al bij je was." + +"Het staat niet dapper, om bang te zijn," zei Daan met z'n oude +deftigheid; "het is niet in den vorm, om je gevoelens aan iedereen te +openbaren." En hij vervolgde: + +"Maar met dat al zat ik leelijk in de benauwdheid, en daar was reden +voor, want ik was niet bereid om te sterven. Wat zou jij hebben +gedaan, Griet?" + +"Ik denk, dat ik het uitgegild zou hebben van angst," antwoordde ik. +"Maar niet voor het sterven zou ik zoo bevreesd zijn geweest, doch +voor 't vuur. Ik geloof, dat ik -- ik aarzelde even verder te gaan, +want ik vind het altijd moeilijk over mezelf te spreken -- dat ik +niet bang voor den dood zou geweest zijn, omdat alles daarna wel weer +in orde zou gekomen zijn." + +"Hoe weet je dat?" + +"Dat staat in den Bijbel. Ik denk aan dat hoofdstuk over de schapen, +en hoe Jezus daarvan zei: Ik geef hun het eeuwige leven, en nimmer +zullen ze omkomen, en niemand zal ze uit Mijn hand rukken." + +"Jawel, maar hoe weet je nu, dat jij een van die schapen bent?" + +Aarzelend antwoordde ik: "Hij stierf voor mij, Hij riep mij en ik +ging tot Hem. Anders kan ik er niet van zeggen." Daan was even stil, +en sprak toen: + +"Ik wil ook zekerheid van mijzelf hebben, voor dat ik dit bed +verlaat. Ik wil er zekerheid van hebben, dat, als ik plotseling den +dood ontmoet, ik zoo gerust zal zijn, als kon het mij niets hinderen. +Een mensch moet geen enkele oorzaak _in_ zich hebben, om bevreesd te +zijn. Ik zal paratus, bereid zijn om te sterven. Daar wil ik ernstig +naar streven." + +"Vader kan je daarin helpen," zei ik. + +Verder spraken we niet over deze zaken, en enkele dagen daarna zei +Daan tegen me: "Ik heb zekerheid nu. Of beter gezegd, God heeft mij +die zekerheid gegeven. Ik heb er alle hoop op, dat ik nu nimmer meer +bevreesd zal zijn voor den dood. En ik hoop ook, dat als ik paratus, +bereid ben, ik dan ook in staat zal wezen, fidelis, getrouw te zijn." + +Ik knikte even, en wij spraken er verder niet meer over. Toen Alex +weer naar school ging, was Daan nog niet geheel hersteld. Lena en ik +kregen nu les van tante Marie. Langzaam aan begon het buiten koud en +nat te worden: de winter naderde, en onze kachels werden weer te +voorschijn gehaald. + +Als we niet buiten konden spelen, speelden we thuis veel +verstoppertje en dan deed tante Marie ook mee. Ook ging zij wel met +ons uit rijden in 't ezelkarretje, terwijl ook vader er af en toe al +eens gebruik van maakte voor huisbezoek. Zoo begon Andy meer en meer +nuttig te worden; hij bracht pakjes naar 't station, reed iedere week +met mij en Annie Steel, en deed boodschappen in 't dorp. En eindelijk +kon ook Daan z'n eersten rijtoer weer maken, waarna hij spoedig ook +weer naar school ging. + +Tante Marie veranderde de kooroefeningen van Zaterdag op Vrijdag, en +dat vonden we heerlijk. Dan konden we den ganschen Zaterdag uitgaan. +Regende het op Zaterdag, dan was het een allervervelendste dag. Den +ganschen dag verveelden we ons dan, en meermalen werd hij besloten +met een vechtpartij. + +Verleden Zaterdag regende het den ganschen dag. Wij sloten ons 's +morgens op in de leskamer, en bedachten allerlei raars. Alex vond, +dat Andy nu toch wel eens wat kunstjes mocht leeren; 't moest zoo'n +soort circusezel worden. Opzitten b.v., en aan een tafel eten, dansen +op de maat der muziek, pianospelen met z'n hoeven, en meer van dat +moois. + +Wij staken de hoofden bijeen, bespraken fluisterend een plannetje, en +Alex rende weg. Hij ging kijken of Andy in den stal was gebracht. +Lena en ik gingen naar boven, naar onze "lorrendoos", dat was een +doos, waar tante Caroline afgedragen kleeren in bewaarde. Wij vonden +er een oude slaapmuts in, een lange blauwe jurk en een witten +omslagdoek. We namen naald en draad, spelden en lint, en gingen weer +naar beneden, nu naar de eetkamer; de leskamer was te hoog voor den +ezel. + +Tante Marie was uitgegaan, om met vader een zieke vrouw te bezoeken. +Daan zette de staldeur open, en Lena en ik legden kranten op den +grond, ingeval Andy vuil zou wezen. Maar Alex had vooraf zijn hoeven +al geboend, zoodat Andy, met den halster om, in bijzonder goed humeur +kwam aangestapt. Zoodra hij binnen was, sloten we de deur, om +ongewenschte bezoekers buiten te laten. + + +[Illustratie] + + +Intusschen had Daan een bos wortels, dien hij van Baldwin had +gekregen, gereed gelegd voor "de dressuur". De eetkamer leende zich +daar heel goed voor, want als Andy lastig werd, konden we gauw de +tuindeuren openen, en dan kon ie daardoor weer z'n stal bereiken. +"Zie zoo," zei Daan, "laten we nu maar es beginnen!" + +Andy kreeg de slaapmuts op z'n kop, de bandjes werden om z'n hals +vastgebonden en hij keek zoo grappig, dat we 't allen uitbarstten van +lachen. Vervolgens werd de blauwe jurk om z'n lijf geslagen en flink +met touwen vastgesjord, en toen kwam 't moeilijkste nog aan. De witte +omslagdoek werd in vieren geknipt, elk stuk om een zijner pooten +gewonden en daarna aan de blauwe jurk vastgenaaid zoodat de +vierpijpige broek niet kon afzakken. Alles ging goed; Andy keek wel +wat vreemd om zich heen, maar hij bleef rustig. + + +[Illustratie] + + +Totdat Daan wilde beproeven hem te laten opzitten en pootjes geven. +Daan had een wortel aan een stok gebonden, en hield hem nu heel hoog +den ezel voor. Maar terwijl wij met alle moeite bezig waren, hem op +z'n achterpooten te doen zitten, rukte hij zich plotseling los en +begon de kamer rond te rennen. Onmiddellijk gooiden we de tuindeuren +open, en hij vloog er uit. Het regende hard, maar Daan en Alex holden +hem na. En nu had die domme Baldwin het hek open laten staan! +Natuurlijk rende Andy er door, en holde het dorp in! Daan zei later, +dat hij haast niet meer had kunnen loopen van 't lachen, zoo koddig +als Andy er uit zag in z'n galakleed. Enkele menschen, die van hun +werk kwamen, konden van 't lachen ook al geen hand uitsteken, en zoo +rende ons ezeltje maar voort. + +Toen vader en tante thuis kwamen, vroegen zij ons, waar de jongens +waren; wij vertelden hun alles, en vader was erg boos. Als Andy weer +thuis kwam zou hij hem onmiddellijk wegsturen. Tante schudde van 't +lachen. Kort na 't middageten kwamen de jongens terug; ze waren Andy +weer kwijt, ze hadden hem niet kunnen vinden. Maar vader zei ernstig: +"Jelui moet dan maar weer op pad gaan, en net zoo lang zoeken, tot je +hem vindt. Jelui verdiende, dat ie nooit terugkwam." + +Nu, dat leek den jongens wel, om er weer opuit te gaan. Ze bleven nu +weg tot theetijd, maar .... hadden Andy nog niet ontdekt! Vader zond +Daan regelrecht naar bed, en vroeg tante, hem wat warms te drinken te +geven, want hij was na dien brand nog niet geheel de oude. + +Het werd nacht en het werd Zondag en het werd Maandag: geen Andy te +zien. Dien Zondagmorgen was Mevrouw Rogers in de kerk, en wij +vertelden haar alles. En zij vertelde ons, dat zij spoedig de +boerderij zouden verlaten, om naar Londen terug te keeren. Wat speet +ons dat! Wij hielden allen zoo van den kapitein, en gingen zoo vaak +op de boerderij spelen. + +"Heusch, ik weet niet wat wij moeten aanvangen zonder jelui," zei +Mevrouw. "Wij houden zoo van jelui en van dien armen Andy." + +En ik pruilde: "Altijd moet ons wat naars overkomen. Nauwelijks +hebben we een week, dat er niet wat droevigs geschiedt." + +Zij lachte en sprak: "Ik zou er alles voor over hebben, om jelui +narigheid te besparen." + +Toen zij was vertrokken, voelde ik mij droef te moede. Het leelijke +is, dat de dingen die wij doen, pas verkeerd lijken als ze gedaan +zijn; ik dacht niet dat het verkeerd was, Andy te dresseeren, maar nu +blijkt het, want wij hebben hem verloren, door dat te doen. + +------ + + + + +HOOFDSTUK XV. + + +Den Maandag daarna plakten we weer een briefje op den mijlpaal, +waarop deze woorden: + + + "Verloren, verdwaald of gestolen: + Een zwarte ezel. 't Laatst gezien in blauwe jurk, wit-zwarte + broek en witte slaapmuts. Luistert naar den naam van + Andy. Wie hem aan de pastorie te Warlington brengt, + krijgt een flinke belooning." + + +Vader vond, dat Daan beter gedaan had, met even aan te loopen bij den +veldwachter, om hem een en ander mee te deelen. Na de lessen ging +tante Marie met Lena en mij aan den wandel, terwijl we iedereen, dien +we tegenkwamen vroegen, of hij Andy niet gezien had. Maar niemand +wist er wat van. Teleurgesteld en weinig hoopvol kwamen we weer +thuis, en toen de jongens uit school thuis kwamen, ook al uit hun +humeur, was 't één groote treurpartij. + +Nijdig zei Alex: "Als die veldwachter hem niet weet uit te vinden, +dan gaat z'n hoofd eraf." + +"Wat wou hij doen?" vroeg ik. + +"Moet je hooren, hij praatte eerst, alsof Andy een meneer was. Hij +vroeg of ie een ring droeg, of z'n zakdoek geparfumeerd en wie z'n +barbier was. Toen heeft Daan 'm gezegd, dat dat zijn zaken waren, om +uit te visschen, en dat hij, als hij den ezel niet vond, geen knip +voor z'n neus waard was." "Ik vrees," hernam ik beklemd, "dat Andy +een ongeluk is overkomen; misschien is die jurk wel om z'n nek +geschoven en heeft ie zich geworgd, misschien is ie wel over die +lange broekspijpen gestruikeld en in een gracht getuimeld. Ik geloof +niet meer, dat hij leeft." + +"Goed, maar dan is z'n lichaam toch nog ergens te vinden! Zoo klein +was ie toch niet!" + +"Ik vermoed," zei Lena half-huilend, "dat ie zich half dood gejaagd +heeft, en toen in de struiken gekropen is, om daar te sterven. Arme +Andy!" + +Toen ik een dergelijke veronderstelling maakte, waarbij ik een +soortgelijk gezicht trok, schoten de jongens in den lach. Maar dat +duurde niet lang, en spoedig zaten we allemaal weer in zak en asch. + +De dagen gingen treurig voorbij. Op een Dinsdag ontmoette ik kapitein +Rogers, en vertelde hem van onze ellende. "Kom, kom!" riep hij uit, +"ezels en honden komen altijd weer terug." + +"Ja," zei ik, "maar morgen is 't al Woensdag, en dan rekent Annie er +op, om met hem uit rijden te gaan. Nog niet één keer heb ik haar +overgeslagen, maar nu weet ik heusch niet, wat ik met haar beginnen +moet. En als Andy voor altoos weg is, zal zij nooit meer met hem +kunnen rijden. O, het is verschrikkelijk!" Ik trachtte mijn tranen in +te houden, maar 't lukte niet. + +"Hoor es hier, beste meid," zei kapitein Rogers, "a.s. Maandag +vertrek ik van hier. Hoe zou je er over denken, je kleine patient in +mijn rijstoel mede te nemen? Hij rijdt o zoo licht, je zoudt hem zelf +best kunnen voortduwen. Ik zal hem dan aan jelui huis laten brengen +en dan kun je elken Woensdag het arme kind erin rondrijden." + +Ik deed een sprong van blijdschap en bedankte hem driemaal. "Ik was +zoo bang, dat ze nu nooit meer naar buiten zou kunnen, en nu kan ik +haar gaan zeggen, dat ze Maandag weer kan rijden. O, wat vind ik dat +vriendelijk van u, meneer, maar het spijt me zoo, dat u ons verlaten +gaat. Wij houden allemaal zoo van u." + + +[Illustratie] + + +"Ja kind, het gaat mij evenzoo," zei hij lachend, "en ik hoop, dat je +mij eens schrijven zult, Grietje, al is 't maar eens in de maand. Of +kun je niet es een mooi boek schrijven en het mij sturen, als 't +klaar is? Een dagboek bijvoorbeeld?" + +"Nu," antwoordde ik, "ik zal hier spoedig een einde aan maken, en dan +aan deel II beginnen. Zoudt u 't werkelijk graag eens lezen?" + +"Ja, heusch." + +"Maar ik vrees," hernam ik spijtig, "dat het een heel treurig slot +zal worden, want alles gaat tegenwoordig verkeerd. U gaat weg, en +Andy is weg, en de winter komt, en het doet niets dan regenen. Als we +veel thuis moeten zitten, vervelen we ons en dan gaan we verkeerde +dingen bedenken. Zelfs tante Marie speelt tegenwoordig niet zooveel +meer met ons, zij heeft het te druk met ziekenbezoek." + +"Nu, in elk geval houd ik je aan je belofte, om mij je boek te +zenden, als 't klaar is." + +"Ja, dat zal ik doen. En hoort u es, kapitein, zoudt u 't goed +vinden, als ik uw rijstoel ook nog voor andere doeleinden gebruikte +dan voor Annie? Ziet u, ik breng soms boodschappen van onze +dorpsgenooten naar Cross Glen, ik ben dan zoo'n soort +vrachtrijdster." + +"Maar hoe ter wereld kom je dáár nu toch bij?" + +"Och, daar houd ik van. Vader zegt, je moet nooit iets beginnen, of +je moet er een nuttige oorzaak voor hebben. En vindt u dat dan geen +nuttige zaak?" + +"Wat voor oorzaak hadt je daar dan voor?" + +Ik wou het hem eerst niet zeggen, maar dat leek me toch weer laf ook, +en ik antwoordde: "Ik wil graag een dienstmaagd van Jezus Christus +zijn, Die gezegd heeft: Ga en help uw naasten. Dus dan heb ik te +gaan. Dat noem ik mijn _gaan_." Kapitein Rogers lachte niet, moedigde +mij aan, meer ervan te vertellen, en ik vervolgde: "Ik geloof, dat ik +mijn _gaan_ beter waarneem dan mijn _doen_. Thuis moet ik tante Marie +helpen, kousen stoppen, enz., en dat gebeurt haast nooit met graagte. +Heb ik u niet eens verteld van die woorden op de graftombe van den +ridder in onze kerk: Semper fidelis, semper paratus? Hij was een +uitnemend dienstknecht, en ik wenschte te zijn als hij." + +"Juist," zei de kapitein, terwijl hij mij ernstig aankeek, "en daar +zul je zeker in slagen. Maar kind, ik moet weg. Vaarwel hoor! Ik zal +je den rijstoel zenden. En Zaterdag moet jelui allemaal bij mij op +een afscheidsfeest komen. Ik zal een deftige uitnoodiging zenden." + +Verheugd riep ik uit: "Dat 's heerlijk!" Toen ging ik regelrecht naar +Annie en vertelde haar alles van ons verdwenen ezeltje en van den +rijstoel. Zij had reeds van Andy's vlucht gehoord, en had ook reeds +verwacht, dat het rijden nu wel uit zou zijn; maar ik had haar betere +dingen te beloven. Dien middag bleef ik meteen maar bij haar en gaf +haar les in 't lezen. Op Zaterdagmorgen gingen we allen op pad om nog +eens een onderzoekingstocht naar Andy te doen. Puf ging niet mee, om +niet vermoeid te zijn vóór de partij bij kapitein Rogers. De +kapitein had ons genoodigd om 3 uur. + + +[Illustratie] + + +Toen we aan den kruisweg kwamen, stelde Daan voor, dat we ieder een +weg zouden inslaan, en dien zoo ver mogelijk oploopen. Mij leek het +plan niet goed; Lena zou zoo ver toch niet kunnen loopen. Toen haalde +Daan een kaart uit z'n zak. "Kijk hier," zei hij, "al die wegen hier +leiden naar een dorp of stad; als we nu de volgens deze kaart +dichtsbij gelegen plaats nemen, kunnen we daarheen wandelen." Na een +langdurige studie op, en breedvoerig debat over de kaart, werd +besloten, naar de stad Rockwell te loopen, die op 5 mijlen afstands +was gelegen. Aldus geschiedde. + +Al wandelend, bespraken we verdere plannen. Daan vond, dat we nu den +volgenden Zaterdag weer een andere plaats in een andere richting +nemen moesten. We zullen zoowat drie mijlen geloopen hebben, toen +Alex in een heg klom, om eenige braambessen te plukken. Terwijl hij +daarmee bezig was, gaf hij eensklaps een schreeuw, die ons allen op +hem deed toeloopen. Daar in de sloot, bijna verborgen onder doode +takken lag een stuk zwart-wit omslagdoek! + + +[Illustratie] + + +We haalden den lap er dadelijk onderuit, en jawel, het waren de vier +broekspijpen, nog met mijn garen erin! We keken elkaar verstomd aan, +niet wetend wat we doen moesten: verheugd zijn of huilen! "Nu hebben +we eindelijk z'n spoor!" riep Daan uit. + +"Laten we dan es even gaan zitten, en overdenken, wat we nu doen +moeten," stelde ik voor. + +"De vraag is: hoe komen die lappen daar," zei Alex. + +"Misschien," zei Lena en bibberde van angst, hoewel 't klaarlichte +dag was, "misschien is ie een moordenaar tegengekomen, die z'n +kleeren wou hebben, en heeft die hem vermoord en hier ergens +begraven." + +"Ja, en toen zal Andy in z'n laatsten doodstrijd die broekspijpen +hebben losgescheurd," zei Daan, "en toen is de moordenaar, gekleed in +blauwe jurk en slaapmuts, heen-gewandeld. Dat is wel een aannemelijke +voorstelling." + +"Ik geloof niet, dat Andy zelf die broekspijpen kon afscheuren," +merkte ik op, "daar heb ik ze veel te stevig voor vastgenaaid. +Bovendien, kijk hier, ze zijn afgesneden." + +Daan bekeek het afgesneden stuk met detective-oogen en zei toen +plechtig: "Ja, dat is ook een verschijnsel, waar we terdege op moeten +letten. Het is inderdaad het werk van een mes, dat we hier voor ons +hebben." + +"En als er een mes is," besloot Alex, "dan moet er ook een man in 't +spel zijn." + +Waarop ik half-wanhopig uitriep: "Hij is zeker gestolen! Nu moeten we +'t spoor van den dief uitvinden!" Ik sprong op en wilde dadelijk maar +weer verder. Doch de jongens hadden er nog geen plan op. Zij +doorzochten nog eens nauwkeurig de sloot, zij klommen weer over de +heg, en zie, eensklaps vonden ze een stuk oranjeschil. + +"Zie hier," zei Daan, "nu kunnen we er zeker van zijn, dat hier een +landlooper of zoo geweest is, die Andy heeft meegenomen. Alleen zulke +lui eten oranje-appels." + +Ik was het niet met Daan eens, maar Alex wilde voortmaken en zei: +"Toe, laten we nu verder gaan. Wij weten nu in elk geval, dat Andy +hierlangs is gekomen. Ik geloof zeker, als we nu dezen weg volgen +naar Rockwell we hem nog wel zullen vinden." + + +[Illustratie] + + +Met nieuwen moed gingen we weer op pad. Toen we te Rockwell +aankwamen, waren we allen vermoeid. Het was een flink dorp, met wel +tien winkels in de hoofdstraat. We gingen een melksalon binnen en +dronken limonade; meteen vroegen we aan de vrouw, die ons bediende, +of er ook iemand in de buurt ezels op na hield. Het scheen een domme +vrouw; eindelijk begreep ze ons en vertelde, dat de dominee er een +had, een heel oude; in de 40 jaren, dat ze daar woonde, had ze nooit +een anderen ezel gezien. + +Daar schoten we dus weinig mee op, en we gingen weer verder. Daan +ontdekte het bureau van politie, waar hij lange onderhandelingen +voerde met een agent. Deze schreef alles op, wij gaven onze namen en +adres op en toen ging 't weer verder. Nog niet tevreden, gingen we +alle vier in verschillende richtingen nog even het dorp door, en +kwamen na een kwartier weer in den melksalon bijeen. Iedere man, +vrouw, jongen of meisje, die we tegenkwamen, werd gevraagd, of ze ook +een zwarten ezel gezien hadden. Ik was eerst wel wat verlegen, om +iedereen zoo maar aan te spreken, maar ik deed het ten slotte zoo +beleefd mogelijk: "Och, neem u me niet kwalijk, hebt u soms kort +geleden een zwarten ezel gezien? Een week geleden hebben we hem +verloren, en hij is hierlangs gekomen." + +Soms keken de lui ons verbaasd aan, soms ook lachten ze hartelijk. +Eén keer zei een ruwe jongen: "Ja, als je naar huis gaat, en je +kijkt in den spiegel, dan zul je een zwarten ezel met rood haar +zien." Dat sloeg op mij, want ik draag na grootmoe's overlijden +zwarte kleeren. Maar geen onzer kreeg een bevredigend antwoord. + +En zoo werd de terugreis weer ondernomen, in een ver van prettige +stemming. Toen we thuis kwamen en de vier broekspijpen op de tafel +uitlegden, schoot tante Marie erg in den lach, hetgeen Daan zeer +verstoord deed opmerken: "Het moge voor u, tante, een blijspel wezen, +voor ons is het een treurspel." Toen vroeg ze ons vergiffenis voor +haar lachbui. + +Werkelijk, het wàs een treurspel; hoewel we niettemin naar het +thee-partijtje van kapitein Rogers gingen en er volop pret hadden, +hing het verlies van Andy ons als een donkere wolk boven het hoofd. +Of, zooals Alex het uitdrukte: "Het is erger dan de dood, want het is +een niet-eindige onzekerheid." Bovendien was het verlies dubbel hard, +omdat we het onszelf te wijten hadden. De arme Andy was altoos +geduldig en lijdzaam geweest, zoolang we hem hadden. Of wij al elken +dag met hem reden, hij klaagde nooit. Maar toen we hem gingen +uitdossen met een slaapmuts en een blauwe jurk, en toen we hem wilden +doen opzitten en pootjes geven, toen had hij er genoeg van en ging er +vandoor; ik geloof heusch, dat hij bepaald bedoeld heeft, ons te +verlaten en nooit terug te keeren. + +En nu kwam nog de treurigheid van het vertrek van kapitein en Mevrouw +Rogers. Van andere groote menschen dan hen hielden we niet. Ik ben +beslist van plan, den kapitein dit boek te sturen, als het af is; hij +heeft gezegd, dat hij probeeren wil, het voor mij te laten drukken. +Maar nu moet ik zien, dat het boek wat vroolijker eindigt, dat hoort +bij een goed boek. Boeken met een treurig einde vind ik +verschrikkelijk; als er verteld wordt van kinderen, dan gaat +gewoonlijk de liefste van hen dood. + +En dat is vreemd, want de Bijbel zegt ons, dat het niet zoo +vreeselijk is om te sterven; het is "verre te verkiezen". En de hemel +is een heerlijke plaats, onze kerkliederen zingen daarvan. Maar mij +maakt een verhaal over 't sterven van kinderen altoos verdrietig, tot +schreiens toe. Ik weet dat nog best uit de dagen, dat Daan ziek was; +o, als er toen een van ons gestorven was, zelfs al waren we er bereid +voor geweest, ik had het niet uitgehouden. Ik geloof wel, dat moeder +blij zou wezen, als ze ons weerzag. Voor hen, die heengaan is het ook +zoo erg niet, maar voor hen, die achterblijven, is het zoo +vreeselijk. + +Den volgenden Maandag ging ik naar Annie en reed haar in den +rijstoel. Wij brachten meteen een paar pakjes voor juffrouw Ribbon +weg, omdat Tom met een zeeren voet te bed lag. Ik kreeg steeds meer +te doen met Annie; zij scheen veel last van de kou te hebben en ik +ben er zeker van, dat ze geen kleeren genoeg had; haar grootouders +zijn ook zoo arm. Ik sprak er met tante Marie over en die opperde het +denkbeeld, dat Lena en ik een wollen jurk en een dikken rok voor haar +zouden maken, om die dan als kerstgeschenk te geven. Ik voelde er +niet heel veel voor, omdat ik niet van zulk werk houd, maar bij de +gedachte aan Annie joeg ik die leelijke luiheid op de vlucht en +beloofde tante, er onverwijld aan te zullen beginnen. Tante vond 't +best, dat we er 's avonds na de thee aan werkten, dan zou ze ons +komen helpen, en tegelijk geschiedenissen vertellen. Nu, dat leek +mij, en gelukkig Lena ook; gisteravond zijn we eraan begonnen. Ook de +jongens zaten erbij; terwijl ze bezig waren met het roosteren van +kastanjes. "Ik zie niet in, waarom jongens ook niet zouden kunnen +naaien," zei Lena. "Als ik jongens had, dan liet ik ze hun eigen +kleeren maken. Waarom moeten dat altijd hun moeders en zusters en +tantes doen?" + +"Als ik meisjes had," zei Alex, die bijzonder van redetwisten houdt, +"dan zou ik ze de deur uit sturen, om hun eigen brood te verdienen. +Waarom moeten hun vaders en broeders en ooms ze altijd thuis houden +voor een oortje?" + +"Wel," zei tante, "de wereld is tegenwoordig erg aan 't veranderen. +Tegenwoordig verdienen meisjes ook al buitenshuis. Maar ik denk, dat +jelui vader nog van de ouderwetsche leer is, dat wij vrouwen thuis +behooren te blijven en naaien, terwijl de jongens zich moeten +bekwamen, om later geld voor ons te verdienen. Maar wat zal ik jelui +nu eens vertellen?" + +"Iets over tooverpaleizen!" vroeg Puf. + +"Gevechten en ontvluchtingen," stelden Daan en Alex voor. + +"Een prinses in de gevangenis," vroeg Lena. + +"Zoudt u ons niet eens kunnen vertellen van dien ridder in onze +kerk?" vroeg ik. + +"Semper fidelis, semper paratus," zei tante Marie nadenkend. "Jawel, +dat kan wel." + +Wij wilden allemaal die geschiedenis wel graag eens hooren. Maar +tante Marie wilde eerst vijf minuten hebben, om zich te bedenken; +terwijl rustten Lena en ik even uit van ons naaiwerk. Even liepen we +naar de kachel, en aten wat van de kastanjes. Heerlijk brandde het +vuur, en wij gevoelden ons allen zóó prettig en gezellig thuis, dat +we onwillekeurig weer aan Andy moesten denken, die daar buiten in +regen en wind liep te dolen, of afgejakkerd werd door een dronken +landlooper. + + +[Illustratie] + + +"Was hij maar weer hier!" zuchtte Lena. "Dat kan niet," zei Alex. +"Hè, wat is het toch een ellendige zaak. Daar hebben we nu een kar, +en een zadel, en mooi tuig, en niet eens een ezel, om ze te +gebruiken." + +"God weet, waar ie is," riep Puf eensklaps uit. "Ik verwacht hem +spoedig hier. God heeft mij vanmorgen gezegd, dat Hij hem de volgende +week thuis zou sturen, als ik goed oppaste." + +Wij lachten niet om Puf. Waarom zou God ook zijn gebedje niet +verhooren? Ik geloof, dat hij grooter geloof heeft dan wij. + +Nadat het kastanje-maal was verorberd, verklaarde tante zich gereed +om te beginnen. Terwijl ze bezig was met het stoppen van Daan's +kousen, begon ze het verhaal, dat ik in het volgende hoofdstuk heb +oververteld. + +------ + + + + +HOOFDSTUK XVI + +HET VERHAAL VAN ONZEN RIDDER + + +"Lang geleden leefde er een ridder, Sir Roger Dereker geheeten. Reeds +van zijn veertiende jaar af was hij met z'n koning op het oorlogspad, +daar hij 's konings page was. Hij was de dapperste der ridders aan 's +konings hof; vrees scheen hij niet te kennen, en iedereen, die hem +kende, hield van hem. + + +[Illustratie] + + +Wel was hij dapper en streng, maar jegens vrouwen en kinderen was hij +de zachtheid zelve; wie hem om hulp vroeg, ging nooit teleurgesteld +heen. + +Hij woonde in een groot kasteel, dicht bij den koning en had een +jonge vrouw, die hij innig lief had...." + +"O tante!" riep ik uit, "dan moet u ons eerst vertellen, hoe hij haar +kreeg. Toe, dat moet u vooral heelemaal vertellen!" + +"Wel, op een bitter-kouden winteravond reed hij, met z'n page bij +zich, naar huis. + + +[Illustratie] + + +Regen en wind stormden hem tegemoet, en zijn handen waren zóó koud, +dat hij nauwelijks meer de teugels kon vasthouden; z'n paard, een +goed dier, kon slechts stapvoets gaan, daar zij door een zeer donker +bosch reden, dat vol struikgewas stond. Eensklaps hoorde hij een +gekraak in de struiken achter zich, en geen seconde later verscheen +voor zijn verbaasde blikken een wit paard, dat als dol voortrende, en +op welks rug hij de gedaante van een vrouw ontwaarde. Zij was geheel +gewikkeld in een donkerblauw kleed, en scheen tevergeefs te trachten +haar paard tot staan te brengen. + +"Er achteraan!" riep Roger zijn page toe. "Zij wordt tegen haar wil +ontvoerd!" + +Hij gaf ook z'n eigen paard de sporen, en beiden joegen ze het witte +paard na, totdat ze aan den rand van het bosch kwamen. Er lag daar +een groote open vlakte voor hen, en heel in de verte zagen ze de +lichtjes van 's ridders kasteel. Het paard met de dame was zóó snel +over de vlakte gerend, dat zij haar pas inhaalden vóór de valdeur +van 't kasteel. Met schuim bedekt, stond daar het paard stil; de dame +was buiten adem en uitgeput van inspanning. Sir Roger reed op haar +toe en begroette haar. + +"Mevrouw, het is een verschrikkelijke avond, en u is hier voor mijn +deur, die altoos open staat voor wie in nood verkeert. Wilt u mij het +genoegen doen, van mijn gastvrijheid gebruik te maken?" + +De dame wikkelde zich dichter in haar rijkleed en sprak zoo zacht +mogelijk: "Ik ben u zeer dankbaar. Ik ben zeer ver van huis en +inderdaad in nood. Waar mijn bedienden zijn, ik weet het niet. Men +vervolgt mij; iemand heeft mijn vader vermoord en ons huis verbrand. +Ik heb hulp noodig." + +Sir Roger blies op zijn hoorn; de valdeur werd opgetrokken en +nauwelijks waren zij binnengereden, of met vreeselijk geweld beukte +iemand op de poort, met woedende stem uitroepende: "Die dame behoort +mij. Zij is mijn beloofde vrouw!" + +Sir Roger verwaardigde zich niet, een antwoord te geven. Hij bracht +zijn bezoekster naar de appartementen van zijn moeder, en zag haar +niet vóór het avondeten. + +Haar vervolger trok na nog eenig gebeuk op de poort onverrichterzake +af. Toen Sir Roger zijn gast bij het avondeten ontmoette, was hij +verrast door haar schoonheid. + + +[Illustratie] + + +Zij scheen nog jong en droeg een wit, met goud-borduursel omzoomd +kleed. Dichte strengen donkerbruin haar golfden om haar bleek gelaat; +diep-blauwe oogen keken hem aan met een uitdrukking van onschuld en +reinheid; toen ze hem aankeek, vloog een lichte blos over haar +wangen. Zwijgend nam ze haar zetel aan tafel in, en toen de maaltijd +ten einde was, ging hij met haar naar zijn eigen kamer, waar zij hem +haar geschiedenis vertelde. + +Met oogen vol tranen vertelde ze, hoe haar vader gevallen was in een +gevecht met zijn aartsvijand, Baron Dacre, die haar hand had +gevraagd, en was afgewezen. Zij vertelde hem, hoe de baron door het +verraad van een der bedienden den toegang tot hun tuin vond, waar een +vreeselijk gevecht plaats had. En toen eindelijk ook hun huis in +vlammen opging, was ze op haar schimmel gevlucht, achtervolgd door +den baron en z'n handlangers. + +Terwijl ze hem dankbaar aankeek, zei ze: "Hoe zal ik u naar waarde +danken voor wat ge deedt aan een meisje, dat thans wees is, en alleen +staat." + +En het ernstige antwoord van Sir Roger was: "Als u mij het recht +geeft, u voortaan te blijven beschermen en helpen." Zoo kreeg hij z'n +bruid." + +Wij klapten allen in onze handen van blijdschap, waarna tante +vervolgde: + +"Er kwamen moeilijke tijden voor onzen dapperen ridder. Zijn koning +was omringd van onbetrouwbare hovelingen. En diezelfde Baron Dacre +liet hem niet met rust, verzamelde zich ontevreden mannen, en een +burgeroorlog was 't gevolg. + +Op den avond van Sir Roger's huwelijk met Gravin Gwendolina kwam een +renbode aan zijn poort, om hem tot den oorlog op te roepen. Roger +scheurde zich los van zijn jonge vrouw, en toen zij even haar +bekommering daarover uitsprak, zei hij: "Lieve, ik ben aan mijn +koning verbonden met mijn eerewoord en mannentrouw. Desniettemin +bemin ik jou evenzeer. Maar ik mag mijn riddereer niet aanranden, +door hem te verlaten, als hij mijn diensten vraagt." + +Zoo reed hij heen, en bleef vier lange maanden weg. Toen keerde hij +terug, bedekt met wonden, maar ook beladen met roem. + +Eenigen tijd leefde hij nu rustig thuis, doch op zekeren dag werd +zijn kasteel overvallen door Baron Dacre en een troep handlangers, +tegen wie hij een harden kamp te strijden had, om zijn bezittingen te +behouden. Middenin het gevecht kwam een renbode op het kasteel door +de geheime onderaardsche gang, die een mijl lang was en midden in het +bosch uitkwam. Hij had opdracht van den koning, om Sir Roger tot een +samenspreking op te roepen. Eén oogenblik aarzelde de dappere Roger; +hij wist, dat als hij heenging, zijn huis zou verwoest worden. Hij +keek zijn vrouw angstig aan en sprak: "Lieve, ik moet naar den +koning, hij laat mij roepen." Zij sprong overeind als door een +plotseling besluit aangegrepen: "En ik zal met je trouwe dienaren het +huis verdedigen, totdat je terugkomt." + +"Bravo!" schreeuwde Daan ertusschen in. + +Sir Roger gespte z'n zwaard aan en vertrok met den renbode door de +onderaardsche gang. Hij had vooraf aan zijn vrouw gezegd, dat, als +het haar te benauwd werd, zij daar ook in moest vluchten; aan het +eind zou zij wel een verblijfplaats vinden, waar zij veilig zijn +komst kon afwachten. + +Bij den koning gekomen, vond hij dezen omringd van zijn edelen, +sprekende over een belangrijke zaak, waarover de koning ook Roger's +meening wilde hooren. Sir Roger gaf zijn oordeel over de zaak te +kennen, en toen de koning zijn oogen opsloeg en naar buiten keek, zag +hij boven Roger's kasteel zware rookwolken opstijgen. Hij vroeg naar +de oorzaak ervan; toen rees Roger op en sprak met van aandoening +trillende stem: + +"Sire, dat is mijn kasteel; in mijn afwezigheid heeft mijn vijand het +verwoest." + +"Wist gij dit, voor ge hier kwaamt?" + +"Midden in het gevecht kwam uw boodschapper." + +"En liet ge toen uw vrouw alleen achter in zoo groot gevaar?" + +"Zij zou het zoo goed als zij kon verdedigen, en ik zei haar, te gaan +vluchten, zoodra haar leven dreigde gevaar te loopen." + +"Sir Roger," zei de koning, "dezen avond zal ik nimmer vergeten. Ga +nu heen, en moge God uw dappere vrouw van den dood hebben gered." + +Dadelijk verliet de ridder het paleis, en vond zijn vrouw in den +geheimen kelder, omgeven van enkele gewonde getrouwen. Doch toen haar +man haar in zijn armen drukte, zeeg ze als dood terneer. Hij +ontdekte, dat een pijl haar linkerarm had doorboord, en haar +ontzettende pijnen had veroorzaakt. + +"O tante, laat haar niet sterven," riep ik uit. + +Lang duurde het, eer de ridder weer een goed kasteel had, doch de +koning schonk hem er een, nog grooter dan wat hij bezeten had. Zoo +gingen de jaren voorbij. Hij had inmiddels een zoontje gekregen, dat +de vreugde van z'n leven was; ook zijn kind wilde hij eens zien +dienen in de gelederen van zijn koning. + +Toen op zekeren dag Sir Roger met zijn mannen terugkeerde van een +gevecht in het buitenland, bracht hij de vreeselijke ziekte, zwarte +pest geheeten, in zijn kasteel over. Eerst werd één bediende ziek, +toen een tweede, spoedig tastte de ziekte ook zijn gade en zijn +zoontje aan. De ridder zonk op z'n knieën en smeekte God om +uitredding. + +Juist op dit oogenblik verscheen weer een boodschapper van den +koning, die hem opdroeg, zijn koning te vergezellen op een veldtocht +naar een ver land. De ridder liet niet den minsten angst blijken; hij +verliet vrouw en kind, en pas na twee weken vernam de koning zijn +toestand. Een harde strijd stond hem te wachten. Sir Roger redde op +het meest spannende oogenblik des konings leven, en daardoor wist +hij een dreigende nederlaag om te zetten in een prachtige +overwinning. Zelf echter werd hij gewond, en toen het gevecht +geëindigd was, sprak hij tot zijn page: + +"Vervoer mij naar huis; mogelijk zijn mijn vrouw en kind nog +hersteld. Ik zou ze nog zoo gaarne zien, vóór ik sterf." + + +[Illustratie] + + +Men vervoerde hem naar huis, en wonder boven wonder kwam hij er nog +levend aan. Toen hij de hal binnengedragen werd, waren daar zijn +vrouw en kind, die hem met open armen verwelkomden. Dank zij een +ervaren kruidenlezer, waren zij geheel hersteld. + +Weken lang lag de arme ridder tusschen leven en dood. Wel werd hij +eindelijk iets beter, maar zijn gezondheid was voorgoed geschokt en +zijn kracht was weg. Nog enkele jaren leefde hij gelukkig, en zag +zijn zoontje opgroeien tot een dapper soldaat. + +Toen, op een stormachtiger avond, hoorde hij aan zijn deur kloppen. +Verouderd en vermagerd als hij was, strompelde hij naar de deur. Het +was zijn koning! En opgewonden riep hij uit: "Laat mij hem waardig +ontvangen en de eer geven, die hem toekomt!" + +Zijn bedienden trachtten hem uit de koude voorhal terug te dringen, +maar hij wilde erheen. "Mijn koning! Mijn koning!" + +De koning was verraden, en vluchtte nu, om zijn leven te redden. Hij +wist, dat er één onderdaan was, die hem van harte zou ontvangen, en +daarom was hij naar Sir Roger gevlucht. Toen de ridder hem in zijn +goed verwarmde kamer had genoodigd, viel hij zijn koning te voet. + +"O, sire! Ik heb wel gedroomd van deze eer, maar nooit had ik durven +denken, dat ze mij te beurt zou vallen. Wees welkom binnen deze +woning, die immers de uwe is, wijl ze aan uw nederigen onderdaan +toebehoort; al wat hij bezit, bezit ook zijn koning!" + +Toen de koning zich neerbukte, om zijn trouwen dienaar op te richten, +zag hij met grooten schrik, dat hij dood was neergezegen. 't Waren +zijn laatste woorden geweest, en zijn laatste gedachte was een +gedachte van trouw en aanhankelijkheid voor zijn koninklijken +meester. + +Toen besloot de koning, dat op het wapen der Derekers voor altoos zou +gegrift staan: "Semper fidelis, semper paratus"." + + +[Illustratie] + + +Toen tante Marie haar verhaal had geëindigd, waren we eenige +oogenblikken stil. Mijn hart klopte van de inspanning van 't +luisteren. + +Daan en Alex riepen als uit één mond: "Hè, leefden we nog maar in +die tijden!" Lena schreide en zei: "Arme ridder, de koning had hem +moeten omarmen en kussen!" + +Ik kon geen woord uitbrengen. Tante Marie keek me strak aan en vroeg: +"Vindt je 't mooi, Griet?" + +Ik knikte en zei even later zacht: "Wij moeten evenzoo worden, en ik +zal het beproeven," "En ik ook," zei Daan, mij ernstig aankijkend. +Wij begrepen elkaar. Tante Marie zegt nooit iets over de moraal [1] +van haar geschiedenissen, daarom houden we er zoo van. Dat moeten we +zelf maar uitmaken. Ik was zóó van het verhaal onder den indruk, +dat ik mijn werk neerlei, de kamer verliet, en naar m'n slaapkamer +ging. Daar viel ik op m'n knieën, en sprak tot mijn Koning. En Hem +bad ik, dat Hij mij, door voor- en tegenspoed heen, een trouwe +dienstmaagd wilde maken. En ik meende oprecht, wat ik bad. + +Ook Daan had tante's verhaal gepakt. Toen ik den volgenden dag -- +Zaterdag -- de kerk binnenging, om vaders toga te halen, die versteld +moest worden, vond ik tot mijn verbazing Daan geknield liggen bij de +graftombe van den ridder. Hij sprong op, alsof hij gestoken was, maar +ik deed net, of ik hem niet bemerkt had. Ik liep op de graftombe toe, +en beschouwde het beeld van den ridder. + +Om maar wat te zeggen, zei ik tot Daan: "Was je bezig om te +vergelijken, of hij goed lijkt op den ridder van tante Marie?" + +Langzaam antwoordde hij: "Ik was bezig een belofte af te leggen." +Belangstellend vroeg ik hem: "Toe, zeg mij, welke, ik zal het niemand +vertellen." + +Hij wees naar het motto op het schild. "Ik heb beloofd, zoo te zullen +worden en God zal mij helpen." Dadelijk daarna liep hij de kerk uit. +Ik was besloten, niet bij hem achter te blijven. Weer knielde ik +neer, gelijk den vorigen avond, en in weinige woorden deed ik een +belofte gelijk de zijne. Toen stond ik op en ging welgemoed heen; ik +voelde mij als tot alles bekwaam. + + +[Illustratie] + + +Inmiddels begonnen de toebereidselen voor het Kerstfeest. Elken dag +nog hoopten wij wat van Andy te zullen hooren, maar er kwam geen +tijding en we bleven hem zeer missen. Vader meende zeker, dat hij was +gestolen. Toen wij op zekeren avond bij elkaar zaten -- Lena en ik +bezig aan kleeren voor Annie, en de jongens met het maken van +Kerstkaarten -- teekende Alex een ezel op een zijner kaarten en zoo +kwam het gesprek al spoedig op Andy. + +Alex begon: "Het zou mij niets verwonderen, als die zigeuners weer +hier geweest zijn en hem gestolen hebben. Juffrouw Ribbon vertelde +mij, dat er tegen Kerstmis nog een soort markt te Lemworth is, en als +we daar nu eens heen gingen, wie weet of we Andy er nog niet zouden +vinden." + +"Zoo dwaas zijn ze niet," vond Daan. "Ze zullen er dan heusch niet +mee in de buurt komen. Als ze hem gestolen hebben, is ie natuurlijk +allang weer verkocht." + +"Weet je, wie ik denk, dat hem gestolen heeft?" vroeg ik. "Niet die +zigeuners, maar die man met de vuile ezels, die zoo vreeselijk +vloekte bij de keuring. Van Bob Tapson heb ik gehoord, dat hij +iederen zomer naar een badplaats gaat, hier niet ver vandaan, en daar +de ezels verhuurt." + +De jongens schenen voor deze voorstelling veel oor te hebben. "Dan +moeten we dat heerschap zien te vinden. Waar woont ie?" Ik +antwoordde: "Ergens aan de andere zijde van Lemworth. Vraag maar aan +Bob, die weet het wel." + +Er werd een plan gemaakt, hoe we zouden handelen. "Ik vermoed," zei +Daan, "dat, als Andy daar al is, de schurk hem met een andere kleur +zal hebben geverfd, en hoe zullen we hem dan herkennen? Natuurlijk +zal hij volhouden, dat het _zijn_ ezel is." + +Wij bedachten, of Andy geen bijzondere kenteekenen had, en +herinnerden ons, dat in zijn eene oor een klein spleetje zat. + +"Ik hoop, dat dà t bewijs genoeg zal zijn," hernam Daan. "Anders +zullen we 't nog door een rechter moeten laten uitmaken." + +"Andy is zoo dom," voegde Alex er aan toe. "Als hij z'n naam hoort, +zal ie heusch niet opkijken. Hij zal even hard naar den dief als naar +ons loopen, als hij geroepen wordt." + +Daan vervolgde: "En misschien moeten we wel een lang proces ervoor +voeren, dat ons hoopen geld kost. Het zal 'De ezel-zaak' heeten, en +de bladen zullen er kolommen vol van hebben." + +Bij dat denkbeeld schaterde Lena van 't lachen. En ik trachtte zijn +gedachten wat te kalmeeren: "Als je nu rustig kon uitvinden, waar +Andy is, en je wist dan zeker, dat ie 't was, kun je hem dan niet +terug stelen? Dat zou toch niet verkeerd zijn, wel?" + +"Nee, natuurlijk niet. We konden hem 's nachts ontvoeren. Maar als ie +dan maar mee wil!" zei Daan. + +"Och kom, dat zal wel lukken. In elk geval, we kunnen 't probeeren!" +moedigde Alex aan. + +En zoo dachten we er ten slotte allemaal over. + + +[1] beteekenis, strekking ten goede. + +------ + + + + +HOOFDSTUK XVII. + + +Ik begin nu te gelooven, dat dit mijn laatste hoofdstuk wordt. +Misschien schrijf ik een volgend jaar weer een boek, maar dit moet +naar Kapitein Rogers. Ik heb nu nog te verhalen vanaf den dag, dat we +over Andy aan 't spreken waren. + +Nog vóór het ontbijt was Daan naar Bob Tapson gegaan, en kwam hij +terug met het adres van den vermeenden roover. Vader scheen niet erg +hoopvol gestemd, toen we hem ernaar vroegen. Hij stond den jongens +echter toe, dat zij den eersten den besten vacantiedag met den trein +naar Lemworth mochten gaan. De man woonde 3 mijlen van Lemworth +verwijderd. Lena en ik wilden ook graag mee, maar dat verbood vader. +Den 20sten December begon de vacantie. En dus gingen zij den +volgenden morgen dadelijk naar Lemworth. Ten afscheid riep ik ze toe: +"Denk erom, we willen je niet terug zien, dan met Andy!" + +Het was een drukke week nu; tante Caroline zou de Kerstdagen bij ons +komen doorbrengen. Ik denk, dat tante Marie dan ook blijft, en dat +zou allerprettigst wezen; tante Caroline zorgt dan voor de +huishouding en tante Marie voor ons. + +Lena en ik moesten helpen bij 't halen van de pitten uit de rozijnen +voor de Kerstpudding, verder moesten we pakjes thee en suiker maken +voor eenige van vaders oudste gemeenteleden en dan nog hadden we +allerlei versieringen te maken voor den grooten Kerstboom, die in de +school wordt opgericht voor alle schoolkinderen. + +We hadden 't met al deze dingen zóó druk, dat we nauwelijks den +tijd hadden, om onze eigen geschenken gereed te maken. En het was +toch sinds jaren onze gewoonte, om elkaar met het Kerstfeest +cadeautjes te geven. Nooit koopen we die, dat is juist het aardige. +Dezen keer zullen Lena en ik een omslag maken voor vaders +preekbundel; hij wordt van zwart fluweel, met zwart zijden strooken +afgezet. Lena maakt het omslag en ik borduur in goud-kleurige zijde +vaders voorletters er in; tante Marie heeft ze voor mij geteekend. + +Voor tante Marie maak ik een nachtzak, terwijl Lena voor haar +waschtafel onderlegkleedjes maakt. Voor Puf vlechten we roode teugels +met bellen er aan; voor Alex overtrek ik een kartonnen doos voor z'n +postzegels met sterk, mooi gekleurd linnen, zoodat de doos lang goed +blijft; Lena maakt voor hem een portretlijstje met denneappels er in; +worden ze in de lijst gezet, dan gaat dat met zegellak, dat dadelijk +stolt, zoodat ze goed vast zitten; een beetje vernis er over, en 't +lijkt prachtig! + +Mijn geschenk aan Daan blijft een zwaar geheim, zelfs Lena mag het +niet weten. + +Dit alles neemt veel tijd in beslag, en als ik dan gestoord werd, was +ik erg boos. Maar ik trachtte toch telkens mij weer te herinneren, +dat het 's Konings bevel was, om anderen te helpen. En dan gevoelde +ik weer duidelijker, dat het er niet op aan kwam, hoe vaak ik +gestoord werd, omdat Hij het is, die mij noodig had. + +Den ganschen morgen konden Lena en ik ongestoord aan onze geschenken +doorwerken. Na het middagmaal nam tante Marie ons en Puf mee naar het +bosch, waar wij klimop en mos bijeenzamelden voor de versiering der +kerk. Het was er zoo stil en rustig, maar erg koud. + +Vóór 't theedrinken waren we weer thuis en werkten we weer door aan +onze geschenken. Het werd inmiddels 8 uur, half 9, 9 uur, doch geen +jongens te zien! En 8 uur kwam de laatste trein aan! Lena en ik +moesten naar bed. Tante Marie zei, dat ze heelemaal niet angstig was, +maar vader wel. Natuurlijk dachten Lena en ik, dat hun iets overkomen +was. Lena meende, dat de man ze vermoord zou hebben en hun lijken +onder den grond gestopt. Ik veronderstelde, dat ze Andy gevonden +hadden, en dat de man toen naar den dichtstbijzijnden politiepost was +gegaan, om te zeggen, dat de jongens den ezel gestolen hadden. En dan +zouden ze niet worden geloofd, en in de gevangenis komen, totdat ze +bewezen hadden, dat Andy hun eigendom was. 't Kon ook wezen, dacht +Lena, dat ze de jongens ergens hadden opgesloten, om zich met Andy +uit de voeten te maken. Wij spraken zoo druk over al die +mogelijkheden, dat we ten slotte van vermoeidheid in slaap vielen. + +Toen wij den volgenden morgen van Emma hoorden, dat de jongens nòg +niet terug waren, werden wij zeer beangst en opgewonden. Vader en +tante Marie keken bij 't ontbijt ook erg somber; vader zei: "Ik had +ze niet moeten laten gaan; ik moet zelf maar even naar Lemworth +gaan." En tante Marie voegde eraan toe: "We zullen nog wachten tot +vanavond. Ik geloof zeker, dat ze den trein gemist hebben, en nu tot +vanmorgen ergens geslapen hebben." + +Lena en ik, we wisten niet, wat te beginnen. Ontelbare keeren liepen +we naar 't hek, en keken den weg op, of ze nog niet kwamen. En zie, +toen we juist weer in huis waren gegaan, en aan onze cadeautjes +begonnen, daar kwamen ze binnenvallen. Wat waren we blij! Lena danste +de kamer rond en riep: "Wij dachten, dat jelui vermoord waren!" En ik +vroeg ademloos: "Waar is Andy?" "Raad maar!" zei Daan kalm. Wij +werden weer angstig, omdat de jongens zoo ernstig keken. En toen zei +Daan plechtig: + +"In den stal beneden!" + +Wij juichten van blijdschap en renden naar beneden, om hem te zien; +ook vader en tante Marie kwamen aangeloopen, zelfs Emma en de +keukenmeid. Puf vonden we al in den stal, zijn armen geslagen om +Andy's nek, en den ezel kussende, als deed hij het tante Marie. + + +[Illustratie] + + +Wij konden haast niet gelooven, dat het Andy was. Hij zag er zoo +vuil, vermagerd en vermoeid uit. Even keek hij ons aan en vrat toen +weer verder van het hooi, dat Baldwin hem gebracht had. Dat is het +akeligste van ezels; ze schijnen zoo kalm en onverschillig. Hij +begreep niets van onze blijdschap. Ik had gewild, dat ie met ons had +rondgedanst, om te bewijzen, hoe blij hij was met zijn thuiskomst. + +Met allerlei vragen overstroomden wij de jongens. "Wie had 'm? Waar +vond jelui hem? Hoe ben je naar hier gekomen? Waar hebben jelui +geslapen? Waarom ben jelui gisteren niet thuis gekomen?" Doch vader +bedaarde ons een beetje; hij was even blij als wij, maar de jongens +hadden fermen honger. Zoo gingen we dus met hen naar de eetkamer, +waar ze ons onder een stevig ontbijt hun wedervaren vertelden. + +"Wij hebben toch zulke groote avonturen gehad!" zei Alex; "het was +wel goed, als je alles in je dagboek opschreef, Griet, want het is +grappig genoeg, om het later nog eens te lezen." + + +[Illustratie] + + +"Ik zal beginnen bij 't begin," zei Daan, en begon. + +"Wij kwamen veilig te Lemworth aan, en gingen van daar uit loopend +naar het huis van Jem Harvey, zoo heet de kerel. Het was een heel +eind, en zeker wel langer dan 3 mijlen. Aan de grens der +gemeenteweide vonden we een soort schuur, waaromheen ezels liepen te +grazen. We overlegden nog eens rustig, hoe we doen zouden, en gingen +toen aan den slag." + +"Net alsof wij roovers waren, die op dieren af sluipen," viel Alex +Daan in de rede. "Wij kropen voort in de schaduw van een heg, en +konden toen al de ezels overzien, zonder dat iemand ons bemerkte." + +Daan vervolgde weer: "Wij telden 5 ezels, maar Andy was er niet bij; +maar natuurlijk dachten wij, dat hij ergens was opgesloten. Wij +moesten dus eerst de schuren en hokken onderzoeken, en dat was +verbazend moeilijk, want toen we wat dichterbij kwamen, zagen we een +man, die daar stond hout te hakken." + +"Maar ten slotte hadden we ons plan toch gereed," viel Alex weer in. +"Vertel jij nou verder, Daan, maar niet zoo langzaam." + +"Met flinke stappen gingen we op hem af. + + +[Illustratie] + + +Goeden middag! zei ik. We zijn gekomen, om met u over zaken te +spreken. Onderwijl nam Alex hem eens goed op. Hij keek ons +achterdochtig aan en zei toen, dat we hem dat al eens meer gezegd +hadden. Ik zei: Wij hebben onzen ezel verloren, en komen nu eens +hier, om te zien of we van u een anderen kunnen koopen. Hij +antwoordde: Maar mijn ezels zijn niet goed genoeg voor jelui +bleekneuzen. En hij lachte daarbij zoo akelig, dat ik dadelijk +vermoedde, dat hij er meer van wist. Misschien hebt u toch nog wel +een paar mooie beesten, zeiden we; toen klopte hij z'n pijp uit en +ging met ons een der stallen binnen. Ik zal misschien nog wel wat +goeds voor jelui hebben, een aardig beest, loopt als de wind, en +behaalde een prijs te Lincoln. + +Hij schuifelde het schuurtje binnen, en zie, daar stond een kleine +grijze ezel. Wij keken scherp rond...." + +"Ik zag hem het eerst," viel Alex uit. "Met mijn scherpziende +detective-oogen had ik hem onmiddellijk herkend." Daan ging voort, +als had hij Alex niet gehoord: "In den hoek hing aan een spijker +Andy's blauwe kleed." + +Wij waren allen onder den indruk van de spannende oogenblikken, en +tante Marie was zóó meegesleept, dat ze gejaagd vroeg: "En wat +zeiden jelui?" + +"Eerst zeiden we niets, we deden, alsof we niets gemerkt hadden, +praatten over den grijzen ezel, en zeiden, dat we bevreesd waren, dat +ie te klein voor ons zou wezen. Och, wat keek die man leelijk, hij +grijnsde ons aan en stonk naar den drank. Ik gaf Alex een knipoogje, +zich stil te houden; toen wij overal goed hadden rond gekeken, zoodat +we goed wisten, dat Andy nergens kon verborgen worden, vertrokken we. +Maar terwijl we wegliepen begon ik eensklaps tegen den kerel uit te +varen: + +"Waar haal jij dat blauwe kleed in je schuur vandaan? En wie heeft +den zwart-witten omslagdoek in stukken gesneden? En denk nu maar +niet, dat wij zulke melkmuilen zijn, want wij gaan regelrecht naar de +politie, en die zullen we je hier op je dak sturen. Eén kans is er, +om je te redden: onmiddellijk Andy losmaken, hem brengen op de markt +te Lemworth, en hem daar vastbinden aan een lantaarnpaal. Wij geven +je den tijd tot 4 uur namiddag, en we beloven je tot zoolang te +zullen geduld hebben. Is ie er om 4 uur niet, dan sturen we je +dadelijk de politie, en dan ben je er gloeiend bij." + +Natuurlijk was ie woedend. Hij raasde en vloekte, en zei, dat ie dat +blauwe kleed aan den weg had gevonden, en dat hij ons zou aanklagen +wegens laster. Wij vertelden hem, dat dat alles tevergeefsch zou +zijn, want alle veldwachters in den omtrek wisten al van onzen +verdwenen ezel en het blauwe kleed. + +Daarna verlieten we hem, en liepen zoo vlug mogelijk naar Lemworth." + +"Toe laat mij nu ook eens vertellen," zei Alex, die zich nooit rustig +kan houden, als een ander vertelt. Daan hield zich stil, en Alex +vertelde verder: + +"Toen we te Lemworth terug waren, hebben we eerst broodjes met melk +genomen, en vervolgens onze plannen verder besproken. Natuurlijk was +het dom geweest, om dien kerel te zeggen, dat wij hem tot 4 uur +ongemoeid zouden laten, want in dien tusschentijd kon ie al lang +ontvlucht wezen. Maar nu komt het mooiste nog aan. + +Nadat we gegeten hadden gingen we, vermoeid door het +straat-slenteren, een buitenweg op. Ongeveer een mijl waren we dien +opgeloopen, toen we plotseling een jongen zagen, die in een droge +sloot getuimeld was en te keer ging als een mager varken. 't Was een +echte landlooper, en eerst zei ik: Kom, laten we maar doorloopen. +Maar dat vonden we toch ook weer al te hard; als hij eens gewond was! +We gingen dus naar hem toe en vroegen wat hem scheelde. Hij toonde +ons zijn been, dat leelijk verwond was. Uit zijn verhaal echter +konden we totaal niet wijs worden. Hij zei, dat z'n baas hem +afgeranseld had, en toen was hij van de kar gevallen; hij was er nog +suf van in z'n hoofd. Hij had z'n been een beetje verbonden, maar het +had vreeselijk gebloed, wij namen dus onze zakdoeken en verbonden hem +wat steviger, waarna we zeiden, hem naar huis te zullen brengen. Waar +hij woonde? Bij m'n baas! zei ie. Maar waar die woonde wilde hij niet +zeggen, want hij wou nooit meer naar 'm terug. Toen zeiden we, dat we +hem naar 't hospitaal zouden brengen, daar kon z'n been goed worden +nagekeken. Dat leek hem goed toe, maar om hem te dragen, dat was geen +grapje. Daan zei tegen me: Wat is het jammer, dat we Andy niet bij +ons hebben. Toen de jongen dit hoorde, spitste hij plotseling de +ooren, keek ons verwonderd aan, en in 't volgende oogenblik hadden we +elkaar herkend. Het was de jongen van Jem Harvey. We zeiden tot hem: +"Wees maar niet bevreesd. Wij zijn op jou niet boos, omdat jelui +onzen ezel gestolen hebt. Maar je baas zal er voor boeten. Wij hebben +alles al ontdekt." + +Hij keek verschrikt op. "O, ik wist wel, dat er iets niet in den haak +was!" + +"Waar heb je onzen ezel 't laatst gezien?" vroeg Daan. Toen vertelde +hij ons alles. Zij waren Andy tegen gekomen toen hij langs den weg +rende; de baas had hem opgevangen en vastgebonden. Zoo moest Andy +achter hun wagen aan loopen, tot ze aan een groot bosch kwamen. Toen +het donker was, werden Andy's kleeren afgetrokken, en zoo gingen ze +met hem naar huis. Den volgenden dag moest de jongen hem naar een +stal te Taunerton brengen. Daar moest een kooper voor hem gezocht +worden. De jongen vertelde ons tegelijk, welk een hondenleven hij bij +dien baas had gehad, en dat hij daarom was weggeloopen. Hij was wees, +en Jem had volstrekt geen rechten op hem. + +Wat waren we nu in spanning, om Andy terug te krijgen! Maar die +jongen moest eerst naar 't hospitaal. Wij vernamen, dat Taunerton 5 +mijlen daar vandaan was, te ver dus om nu nog te gaan loopen. +Gelukkig was er een bakkerswagen, die er heen moest, en de bakker +stond ons toe, mee te rijden. Wij vertelden hem al ons wedervaren. +Hij kende den man, dien we zochten. Het was een messenslijper en +tinnegieter; hij leefde met een vrouw, zoo mogelijk nog slechter dan +hij. "Maar jelui moet er niet heengaan," zei de bakker, "het zijn +gevaarlijke lui." + +"Het was bijna donker, toen we te Taunerton aankwamen en toen schoot +ons met schrik te binnen, dat we den laatsten trein zouden missen, +maar wij konden toch ook niet teruggaan, nu we zoo vlak bij Andy +waren. Ga jij nou maar weer verder, Daan." + +Daan vervolgde dadelijk: "Wij waren bang, dat Jem Andy ergens zou +verstopt hebben, maar het moest nu gewaagd worden. De bakker wees ons +het huis. Gelukkig was het goed donker nu, want wij waren vast +besloten, Andy weg te halen, zoodra we hem zagen. + + +[Illustratie] + + +Wij slopen naar het huisje, toen den tuin rond, en zie, daar in een +vervallen schuurtje met een half gebroken deur, stond Andy! Ik kan +jelui zeggen, dat we geen oogenblik verloren lieten gaan! We sneden +z'n halster door, en trokken hem uit den stal. Daar kwam de kerel +aan! Maar 't was te laat! We hoorden hem nog schreeuwen: Houdt den +dief! Maar beiden hadden we ons op Andy's rug geslingerd, en als +dollen renden we naar het dorp terug! + + +[Illustratie] + + +Al spoedig draafden een half dozijn lui achter ons aan, die +schreeuwden als Indianen. Toen we een flink eind buiten hun bereik +waren, hielden we wat in, totdat we nog betrekkelijk vroeg te +Lemworth aankwamen. Wij waren zóó bang, dat Jem ons nog zou +opmerken, dat we er niet durfden blijven, en dus maar verder reden; +voor den trein was het nu toch te laat. + +Wij reden en liepen om beurten. We waren hongerig en vermoeid, en ook +Andy begon den kop te laten hangen. Eensklaps hield hij midden op den +weg stil en wilde niet verder. Wat moesten we beginnen? En vlak voor +ons kwam een auto aangerend. Wij schreeuwden hard, en zij stopten. +Wie denk je dat er in zat?" + +"Mevrouw Laura!" raadde ik. + +"Mis! Generaal Walton, die altijd visch van ons kocht. Hij herkende +mij, en vroeg wat we uitvoerden. Ik vertelde het hem; hij was o zoo +vriendelijk. Hij liet z'n knecht uitstijgen en wij mochten in de auto +zitten. Hij zou ons naar zijn huis rijden, waar wij den nacht konden +doorbrengen. Zijn knecht droeg hij op, Andy mee te brengen. Verder +werd er niet gepraat, en wij hadden een heerlijk autotochtje." + +"Maar dat had je ons toch wel even kunnen seinen," zei vader. "Dacht +je dan niet, dat wij in angst zouden zitten?" + +"Zeker wel, vader. Generaal Walton zond dadelijk zijn knecht naar +hier." + +"Dien heb ik niet gezien," zei vader. + +"Toe, vertel nu verder, wat jelui deden," drong ik aan. + +Daan vervolgde: "Wij kregen een heerlijk middagmaal, en wij vertelden +hem al onze avonturen. Hij heeft ons allen te eten gevraagd op +Nieuwjaarsavond!" + +Dat gaf blijdschap! "En toen zijn we vanmorgen dadelijk na 't ontbijt +op Andy's rug naar huis gereden, maar hij is bepaald niet goed, want +telkens hield hij weer stil, en daarom zijn we zoo laat." + +Hun verhaal was ten einde. Ik had het spannend gevonden, maar Lena +had het mooier gevonden, als de jongens waren opgesloten of ongeveer +vermoord geworden. + +En nu wij allen gelukkig zijn met Andy's terugkomst, lijkt het mij +het beste toe, mijn verhaal hier te eindigen. Alles is nu goed +afgeloopen en ook ons Kerstfeest was allerprettigst. Het zou te lang +duren, ook daarvan nog alles te vertellen. + +Eén ding moet ik echter nog zeggen. Mijn geschenk aan Daan was het +motto van den ridder in geschilderde letters, blauw, rood en goud. Op +den eersten Kerstdag riep Daan mij in zijn kamer en toonde mij, waar +hij het had opgehangen: juist tegenover zijn bed. + +"Het is mooi, Grietje," zei hij. "Het is goed, aan iemands goede +wenschen herinnerd te worden." + +"Ja," zei ik, "en het is ook _mijn_ wensch, Daan. Ik denk, dat de +oude ridder weinig vermoed zal hebben, dat zijn motto nog zóó zou +voortleven. 't Is een woord van groote waarde." + +"Niet van zoo groote waarde, als vader's preek," zei Daan. "Maar het +komt er mee overeen. _Komen_ -- _gaan_ -- _doen!_ Nooit zal ik het +vergeten!" + +Terwijl mijn hart klopte van aandoening, zei ik: "En ik geloof, Daan, +dat, als wij deze bevelen getrouw opvolgen, onze Koning eens tot ons +zeggen zal, wat de koning zei in het verhaal van tante Marie: + + + SEMPER FIDELIS, SEMPER PARATUS. + + + + EINDE. + + + + + [Transcriber's Notes: + + Dit boek bevat een aantal zetfouten. + De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd: + + [en zie toen van ja.] -> [en zei toen van ja.] + [Allex vroeg haar,] -> [Alex vroeg haar,] + [omdat ze zelf ook haast niet hebben] -> + [omdat ze zelf ook haast niets hebben] + [Toen het Woendag] -> [Toen het Woensdag] + [beloofde tante, er overwijld] -> + [beloofde tante, er onverwijld] + [al ik goed oppaste.] -> [als ik goed oppaste.] + [dat hij nauwlijks meer] -> [dat hij nauwelijks meer] + + Een inhoudsopgave is toegevoegd. + Enkele leestekens zijn toegevoegd maar verder niet vermeld. + ] + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Wij en ons ezeltje, by Amy le Feuvre + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 50733 *** diff --git a/50733-h/50733-h.htm b/50733-h/50733-h.htm index f2c2e91..6f9085c 100644 --- a/50733-h/50733-h.htm +++ b/50733-h/50733-h.htm @@ -1,6483 +1,6068 @@ -<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN">
-<html>
-<head>
- <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
- <title>WIJ EN ONS EZELTJE</title>
-
- <style type="text/css">
-
- BODY {margin-left: 10%; margin-right: 10%}
-
- p {text-indent: 2%}
-
- .p_no_indent {display: block;
- margin-top: 0.5em;
- margin-bottom: 0.5em;
- margin-left: 0;
- margin-right: 0;}
-
- sup {
- vertical-align: super;
- font-size: 50%;
- }
-
- sub {
- vertical-align: sub;
- font-size: 50%;
- }
-
- body {margin-left: 10%; margin-right: 10%;}
-
- .standard {font-size: 100%; font-weight: normal;}
-
- .indent02 {margin-left: 2%; margin-right: 10%;}
- .indent10 {margin-left: 10%; margin-right: 10%;}
- .indent20 {margin-left: 20%; margin-right: 10%;}
- .indent30 {margin-left: 30%; margin-right: 10%;}
- .indent50 {margin-left: 50%; margin-right: 10%;}
- .indent60 {margin-left: 60%; margin-right: 10%;}
-
- .fontsize80 {font-size: 80%;}
- .fontsize60 {font-size: 60%;}
- .fontsize133 {font-size: 133%;}
-
- /* for big and small caps on one line. Usable as class in a 'span' tag around text or in the 'p'/tag */
- .smallcaps {font-variant: small-caps;}
-
- /* use for Transribers Notes and such */
- .notebox {margin-left: 10%; margin-right: 10%; margin-top: 5%; margin-bottom: 5%; padding: 1em; border: solid black 1px;}
-
- </style>
-
-
-</head>
-<body>
-
-
-<pre>
-
-The Project Gutenberg EBook of Wij en ons ezeltje, by Amy le Feuvre
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Wij en ons ezeltje
-
-Author: Amy le Feuvre
-
-Translator: Silvanus
-
-Release Date: December 20, 2015 [EBook #50733]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WIJ EN ONS EZELTJE ***
-
-
-
-
-Produced by R.G.P.M. van Giesen
-
-
-
-
-
-</pre>
-
-
-<a name="cover"></a>
-<center><img src="images/01_cover.jpg" alt="[Illustratie: kaft voorkant" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"></center>
-<center>[Illustratie: kaft voorkant]</center>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<center><h2>WIJ EN ONS EZELTJE.</h2></center>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-
-<center>
-<h1>WIJ EN ONS EZELTJE</h1>
-<h3>Uit het Engelsch van AMY LE FEUVRE</h3>
-</center>
-
-<center>
-<h3><span class="fontsize80">DOOR</span> SILVANUS.</h3>
-</center>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<center>
-<a name="02_logo"></a>
-<img src="images/02_logo.jpg" alt="[Illustratie: logo]" style="width:100%; height:auto; max-width:77px;">
-</center>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<center>'s-GRAVENHAGE — D. A. DAAMEN.</center>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<h3 align="center">Inhoudsopgave</h3>
-<hr width="25%" align="center">
-<table align="center" width="80%" summary="contents">
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">I. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter01">HOOFDSTUK I</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">II. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter02">HOOFDSTUK II</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">III. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter03">HOOFDSTUK III</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">IV. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter04">HOOFDSTUK IV</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">V. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter05">HOOFDSTUK V</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">VI. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter06">HOOFDSTUK VI</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">VII. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter07">HOOFDSTUK VII</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">VIII. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter08">HOOFDSTUK VIII</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">IX. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter09">HOOFDSTUK IX</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">X. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter10">HOOFDSTUK X</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">XI. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter11">HOOFDSTUK XI</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">XII. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter12">HOOFDSTUK XII</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">XIII. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter13">HOOFDSTUK XIII</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">XIV. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter14">HOOFDSTUK XIV</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">XV. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter15">HOOFDSTUK XV</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">XVI. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter16">HOOFDSTUK XVI</a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">XVII. </td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter17">HOOFDSTUK XVII</a></td>
-</tr>
-</tbody></table>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter01"></a>
-<center><img src="images/03_hoofdstuk1.jpg" alt="[Illustratie]"style="width:100%; height:auto; max-width:414px;"></center>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK I</h3>
-
-<p>Natuurlijk zeggen de jongens, dat ik het weer niet klaar zal spelen.
-Maar ik zeg van wel. Moet u weten, we zijn in een dorp beland, waar
-alles vreemd en nieuw is, en daar is dus heel wat van te vertellen.
-Nu zegt Daan wel, dat iedereen, die schrijft, een kwast is; en Alex,
-dat ik alleen over mezelf zal schrijven, maar dat heeft geen nood;
-want er is heel wat belangrijkers te beschrijven, dan mezelf.
-Bovendien, ik ben zelfs niet van plan, alleen op te schrijven, wat
-wij gedaan en gezegd hebben, d'r zijn hier nog zooveel andere
-menschen, waar ik wat van vertellen wil. 't Is wel gemakkelijk,
-besluiten te nemen, maar ze uit te voeren, is moeilijker. Toch zal ik
-het probeeren.</p>
-
-<p>En daarom zal ik maar eens beginnen met te vertellen, dat onze vader
-Jan Hendrik Marjoribanks heet, en dat hij dominee is. Moeder is een
-jaar geleden gestorven; liever schreef ik daar niet over, maar het
-zal wel moeten. Het was toen ook zulk een vreeselijke tijd. Wij waren
-heel arm, want vader was toen nog maar hulpprediker, en moeder kon
-voor hem geen dikke winterjas koopen. Haar wintermantel versneed ze,
-om er een voor mij van te maken, en toen zij op een bitter kouden
-avond uitging om een zieke vrouw te bezoeken, keerde zij huiverend
-van koorts terug; zij kreeg — ik weet heusch 't woord niet meer,
-maar 't begon met een p. Haar longen waren aangedaan, en er moest een
-verpleegster komen, die heel wat geld kostte; niemand van ons mocht
-haar zien voor den laatsten dag van haar leven, toen ze ons bij zich
-riep om afscheid te nemen. Ik kan daar niet meer over schrijven, het
-maakt mij zoo bedroefd — wij hielden zoo veel van moeder. Zij zeide
-mij, dat ik trachten moest, haar plaats in te nemen, want ik was haar
-oudste dochter, en ik gevoel zoo, nooit, nooit zal ik het worden,
-want ik ben zoo vergeetachtig en ik haat het naaiwerk. Om de
-eenvoudigste dingen lach ik, iedereen kan me aan 't lachen maken, en
-dat weten ze.</p>
-
-<p>Onze arme vader werd steeds bedrukter, en Mej. Glass, de vrouw van
-onzen dominee, toonde zich een vreeselijke bemoeial. Haar kinderen
-konden wij niet zetten; 't waren lastposten. Eens, toen we weer aan
-'t vechten waren, zeiden ze: Jullie vader moet doen, wat onze vader
-hem zegt, en als hij 't niet doet, wordt hij weggestuurd. Zij schenen
-te denken, dat vader een soort knecht was; wij hebben ze eens goed de
-waarheid gezegd, en daarna hebben we in geen vijf dagen een woord
-tegen elkaar gesproken.</p>
-
-<p>Kort daarna kwam de blijde tijding: vader gaat naar den Rector van
-Warlington, en dat beteekende: hij zou een eigen kerk en een eigen
-huis krijgen. Wij zouden verhuizen!</p>
-
-<p>Een verhuizing is 't mooiste, wat je kunt beleven. Twee keer waren we
-al verhuisd, en we zouden 't elk jaar wel willen. Ditmaal was het
-niet zóó gezellig meer als vroeger, omdat moeder er niet meer was.
-Tante Caroline kwam nu eens kijken.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/04_maaltijd.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:252px;"></center>
-<br>
-
-<p>Nog denk ik met genot terug aan die dagen; den laatsten dag, toen
-onze maaltijd op een kist werd opgediend en overal de grootste herrie
-heerschte, en alle kamers zachtjesaan leeg raakten, vond ik vooral
-verrukkelijk.</p>
-
-<p>Tante Caroline trok mee naar de nieuwe woning, en zij is nu nog bij
-ons. Zij is een eigen zuster van vader, heel vriendelijk en nog al
-druk. Onze overtocht per spoor duurde lang; wij hadden vlak bij
-Londen gewoond, en ons nieuwe huis stond in Lincolnshire. Toen we
-aankwamen, waren we allen van vermoeidheid in slaap gevallen.
-Misschien is het beter, nu eerst wat van onszelf te vertellen, dan
-wat van het huis, en dan mijn eigenlijke verhaal te beginnen.</p>
-
-<p>Daan is de oudste, hij is 13 en Alex 12 jaar. Zij doen altijd alles
-samen, Daan heeft de leiding, en gewoonlijk is Alex het met hem eens,
-nadat hij er eerst flink met hem over getwist heeft. Iedereen vindt
-hen knappe jongens. Ik ook wel, maar als de menschen tegen vader
-zeggen: Wat flinke jongens! Zulke kleine meneertjes al! — dan schudt
-hij het hoofd. Na hen volg ik. Ik ben de leelijkste van de familie.
-Ik heb roodachtig haar, een bleek gezicht en groenachtig-bruine
-oogen. Heelemaal rood is mijn haar niet; d'r zijn d'r wel rooder. De
-jongens zeggen, dat roodharige menschen altijd leelijk zijn. Meer zal
-ik over mezelf niet zeggen; alleen nog dit eene, dat ik
-boekenschrijfster wil worden, en daarom er nu vast mee begin. Ik heet
-Grietje. Is 't geen vreeselijke naam? Ik heb hem van een oude tante,
-die mijn peettante was. De jongens noemen mij natuurlijk Griet. Je
-kùnt geen schoonheid zijn met zoo'n naam, zei Daan eens tegen me,
-toen ik hem vertelde zoo mooi te willen wezen als ons zusje Lena.
-Neen, zei ik, maar als ik m'n oogen sluit, klinkt Grietje als een
-grimmige oude vrouw met een baard onder d'r kin, en ik vrees, dat ik
-óók zoo zal worden. Ik denk het ook wel, zei Daan, maar je behoeft
-niet leelijker te zijn dan je verkiest. Je bent nu nog niet oud.
-Ziezoo, dat is ten minste één ding om dankbaar voor te wezen: oud
-ben ik nog niet.</p>
-
-<p>Lena is negen jaar, heel lief, en een echte dolle dries. Zij heeft
-prachtig lang haar, dat in blonde golven neerhangt tot op haar
-middel, en blauwe oogen. Onze jongste is Puf, oftewel onze baby. Zijn
-eigenlijke naam is George, maar wij noemen hem Puf, omdat hij zoo
-snel praat, dat hij tusschen de woorden blaast als een stoommachine,
-en omdat hij stapt als een haan. Hij is pas 6 jaar en heeft altijd
-een schortje voor, waar hij 't land aan heeft, en dat tracht los te
-maken, zooveel hij maar kan. Wij hebben het nu met heel veel knoopen
-van achteren vastgemaakt. Hij probeert het zooveel mogelijk vuil te
-maken, maar als hij dientengevolge meer dan één schortje per dag
-noodig heeft, krijgt hij geen suiker in z'n thee, en dat vindt hij
-verschrikkelijk. Hij heeft een kroeskop, dikke wangen, stapt heel
-zwaar en heeft dus heel wat schoenen noodig.</p>
-
-<p>Nu zal ik ons huis gaan beschrijven. 't Is een heerlijk huis, vlak
-bij de kerk, omringd van vele huisjes met rieten daken. Onze poort is
-naast die van de kerk, maar als we naar de kerk gaan, loopen we langs
-een klein nauw paadje tusschen dichte heesters door, en dan komen we
-door een nauw poortje op het kerkhof, vlak tegenover den ingang. Een
-breed pad leidt van onze poort naar de huisdeur; aan dezen kant zijn
-ook de stallen, een koetshuis met zolder en nog twee stallen voor
-paarden. Wij hebben geen paard of rijtuig, maar er zijn daar
-heerlijke plekjes om te spelen. Vóór ons huis is een groot grasveld
-daar staat ook een prieel, en aan de eene zijde een groepje boomen;
-verder nog struikgewas en bessenstruiken.</p>
-
-<p>Achter de keuken zijn twee grasvelden en daarachter loopt de
-spoorlijn; ons huis ligt wat hoog, zoodat de tuin wat afloopt,
-hetgeen heel geschikt is, om den trein te halen, als je wat laat
-bent. Aan de andere zijde van 't huis zijn bloemperken, waarop vaders
-studeerkamer uitziet. Achter de stallen is het werkhok en de
-kippenren, staande tegen een dijkje, dat ons erf van den weg scheidt.
-Ik ben niet heel sterk in beschrijvingen als deze, maar ik hoop, er
-nu voldoende van te hebben gezegd.</p>
-
-<p>In ons benedenhuis hebben we de eetkamer, de zitkamer en vaders
-studeerkamer. Een lange gang leidt naar de keuken. Boven hebben we
-onze leerkamer, dan vaders slaapkamer, die van tante Caroline, en de
-bergkamer. Ook hier weer een lange gang, aan het eind daarvan onze
-slaapkamers en die van de dienstbode. Alex en Daan slapen samen in de
-eene, Lena en ik in de andere kamer. Puf slaapt bij tante Caroline.</p>
-
-<p>In het gansche huis hangt een echt landelijke geur. Beschrijven kan
-ik dien niet, wij hebben altijd in de stad gewoond, maar als ik m'n
-oogen dicht doe, kan ik zeggen, waar ik ben, door den geur.</p>
-
-<p>De eerste weken na onze aankomst waren gezellig. Wij hielpen tante
-Caroline met het plaatsen der meubelen, terwijl vader naar Lemworth
-ging, een naburige stad, om er eenige nieuwe kleeden en enkele
-nieuwe meubelstukken te koopen. Wij klapten in onze handen, toen wij
-ze zagen, maar vader zei: Ach kinderen, hoe zou moeder dit verblijd
-hebben! Toen ging hij naar z'n studeerkamer en sloot de deur, en wij
-werden in eens stil.</p>
-
-<p>Ge hebt gezien, dat we met onze nieuwe woning bijzonder in onze
-nopjes waren; 't was ook alles zoo nieuw voor ons, en we konden
-nauwelijks gelooven, dat dit alles nu voor ons was.</p>
-
-<p>Wij zijn hier begin Juni gekomen, we hebben onophoudelijk aardbeien
-gegeten en morgen is het Juli! Gisteren hadden we onzen eersten
-regendag, en zijn we allemaal in de leerkamer gebleven; we begonnen
-met een praatje over onze lessen. Daan en Alex moeten elken dag 3
-mijlen loopen naar den dominee van het naastbijzijnde dorp; die
-dominee geeft zijn eigen kinderen en enkelen anderen les. Zij blijven
-daar dan eten, en keeren pas op het theeuurtje terug. Lena en ik
-nemen les van tante Caroline; ik geloof, dat tante niet heel secuur
-is, maar zeker weten doe ik 't niet. Zij en tante Marie komen bij
-beurten vaders huishouding waarnemen. Zij wonen dicht bij Londen; van
-tante Marie houden we erg omdat zij vaak spelletjes met ons doet en
-verhaaltjes vertelt; pas in den herfst is het haar beurt om te komen,
-dat duurt dus nog even.</p>
-
-<p>"Ik vind zes mijlen per dag loopen een vervelend baantje," zei Daan,
-en wierp z'n lei driftig op tafel; "wij moesten een fiets hebben, dan
-zou 't makkelijker gaan." "Die zullen we nooit krijgen," zei Alex,
-"zoolang we zoo arm blijven. Als ik ouder word, zal ik gaan sparen,
-voor ik trouwen ga, en dan geef ik ieder van m'n jongens een fiets,
-als ze zes jaar zijn." "Hoe leg je dat aan?" vroeg Daan. "Zeker niet
-door hard te werken."</p>
-
-<p>"Ik ga goud, of diamanten, of petroleum zoeken," zei Alex. "Kan niet
-schelen wat, maar dàt is <i>je</i> manier om geld te verdienen." Toen
-Daan weer: "Maar goud en diamanten spuiten den grond niet uit, als
-jij voorbij komt." "Dat niet, maar ik zal ze onverwacht ontdekken."
-"Ik wou, dat we een klein ponykarretje konden houden," zei ik.
-"Gisteren zag ik er een rijden door ons dorp, met zoo'n aardigen
-pony, bestuurd door een klein meisje in 't blauw en met een witten
-stroohoed op."</p>
-
-<p>"Pony's kosten veel geld," zei Alex. "Een oude ezel zou niet kwaad
-zijn; hij zou ons in een wip naar school brengen."</p>
-
-<p>"Ja," riep ik verheugd uit, "en ik zou iederen morgen met jullie mee
-gaan om hem weer terug te brengen, omdat we hem hier overdag wel eens
-noodig konden hebben, en dan ga ik jullie 's middags weer met hem
-halen."</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/05_boek.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:279px;"></center>
-<br>
-
-<p>Daan gooide z'n boek naar mijn hoofd; ik ving het op en wierp het
-terug; 't was goed raak. Gevolg: een geregeld bombardement van
-boeken, totdat tante Caroline in de deur verscheen en ons beval, op
-te houden. Toen begonnen we weer over onzen ezel te denken, en we
-besloten te gaan sparen, om er een te koopen. Wij beloofden elkaar
-plechtig, geen cent meer te zullen uitgeven voor snoepgoed, zoolang
-niet genoeg geld bijeen was, om een ezel te koopen.</p>
-
-<p>"Als we geen karretje kunnen koopen, zullen we hem bij beurten
-berijden," stelde Alex voor. Toen nam Puf het woord:</p>
-
-<p>"Ik ga ook sparen, en dan koop ik een renpaard, dat is heel wat beter
-dan een oude ezel." "Kun jij zes mijlen lang op een paard zitten, jij
-kleine vent?" vroeg Daan. Puf wond zich op: "Een oude ezel weet niet,
-hoe ie loopen moet; en rennen kan ie heelemaal niet, ik hou van
-rennen, en ik wil niet op een ezel zitten, en ik geef mijn geld niet
-voor zoo'n sukkel, en ik...." "Hou op!" riep Daan, "jou kleine
-windhapper, of we zullen je vierkant uit 't raam zetten. Nou, jongens
-hoeveel geld hebben we samen? Ik zal penningmeester zijn; vlug wat!"</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/06_spaarpot.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:219px;"></center>
-<br>
-
-<p>Daan had nog niet uitgesproken, of Lena en ik vlogen al naar ons
-kamertje, om onze beursjes te halen. Lena had 5 ½ cent, ik 9
-dubbeltjes. Wij gaven dit bedrag aan Daan, die het geld in z'n
-spaarpot deed. Daarna nam hij uit zijn beurs 65 cent, terwijl Alex
-met smart beleed, dat ie geen cent bezat. Toen werd Puf bevolen twee
-centen af te staan, hetgeen hij al huilende deed, en telden we ons
-gezamenlijk bezit: één gulden, 62 ½ cent. Niet veel, om een ezel
-voor te koopen!</p>
-
-<p>"Wij moeten probeeren, er wat geld bij te verdienen," sloeg ik voor.
-"Dat is nog zoo gek niet," zei Daan, "en ik heb er al over gedacht,
-hoe." "Dat heb ik ook," zei ik snel, "maar ik zeg het je niet, wel de
-volgende week, het is o zoo leuk."</p>
-
-<p>Lena was bezig de kamer rond te hinken; even hield ze stil. "Ik wou
-dat we konden bedelen," zei ze. "Er is geen politie, om ons het te
-beletten." Daan sprak: "Alsof wij in onzen stand konden bedelen!"
-Daan is heel trotsch op "onzen stand". Ik vroeg hem eens, van welken
-stand wij waren. Van den tweeden, zei hij; de groote heeren en dames
-zijn van den eersten; maar ik herinnerde hem, dat moeders grootmoeder
-Mevrouw Louise werd genoemd, en wij dus ook tot den eersten stand
-behoorden. Hij zei toen, dat we van gekruist ras zijn. Ik weet niet,
-wat dat beteekent.</p>
-
-<p>"Misschien zal vader ons een ezel geven, als we hem er om vragen,"
-zei Lena; "hij is nu veel rijker. Ik zal hem er over spreken." Ze
-rende de kamer uit. Vader is dol op Lena; nooit bromt hij op haar,
-als ze op zijn studeerkamer komt. Wij wachtten in spanning; ze kwam
-met een lang gezicht terug. "Vader zegt, dat de verhuizing zooveel
-geld heeft gekost, dat hij nauwelijks al z'n rekeningen kan betalen."
-"'t Is ook veel aardiger als wij zelf den ezel kunnen koopen," zei
-Daan. Opeens riep Alex: "Ik heb een eenig plan, om geld te
-verdienen." "Dan hebben we nu drie plannen," merkte Daan op; "laten
-we elkaar daar nu niets van vertellen, dan komen we vandaag over een
-maand hier weer bij elkaar,' en tellen we onze verdiensten. Lena, jij
-moet nog een plannetje verzinnen, om geld te verdienen." Zij schudde
-lachend het hoofd: "Ja, ik weet al wat, en ik vertel het ook aan geen
-mensch."</p>
-
-<br>
-<center><img align="left" src="images/07_puf.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:286px;"></center>
-<br>
-
-<p>De vergadering werd besloten met een harddraverij om de tafel, totdat
-tante Caroline weer verscheen, om ons het te verbieden. Toen Puf dien
-avond naar bed ging, vroeg ie aan vader, of God soms ook geld had.
-Puf doet altijd van die wonderlijke vragen, en vader geeft hem altoos
-ernstig antwoord, hij zal hem nooit uitlachen.</p>
-
-<p>"God is heel rijk, is 't niet vader?"</p>
-
-<p>"Alle dingen in hemel en op aarde zijn van Hem," antwoordde vader.</p>
-
-<p>Puf ging heel gelukkig naar bed, maar eerst stak hij zijn hoofd nog
-even bij ons door de deur; "ik heb een heel mooi plan," zei hij. En
-wij lachten allemaal, omdat wij wel konden gissen, wat het was.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter02"></a>
-<center><img src="images/08_hoofdstuk2.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:465px;"></center>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK II</h3>
-
-<p>Wij hebben twee weken vacantie, voor wij aan de lessen beginnen, en
-dan duurt het nog maar enkele weken, en wij hebben weer vacantie, de
-groote zomervacantie, die einde Juli begint.</p>
-
-<p>Ik verlang er naar te beginnen met mijn plan om geld te verdienen, en
-ik denk er vandaag maar een aanvang mee te maken. Ik wou er eerst
-niets van zeggen, maar ik heb toch vader eerst maar verlof gevraagd,
-en hem gezegd, dat hij er niets van aan de anderen moet zeggen. Lena
-kan nooit een geheim bewaren; vanmorgen al, toen ze nog in bed lag,
-wilde ze mij al vertellen, wat ze doen ging, maar ik stopte mijn
-vingers in mijn ooren, zoodat ze kon zien, dat ik het toch niet
-hooren wou. Ik geloof stellig, dat we ons geheim niet lang zullen
-bewaren; dat spelen we nooit klaar. Was het nu nog één geheim, maar
-'t zijn er vijf, en die houden we onmogelijk stil.</p>
-
-<p>Vandaag is 't Zaterdag. Tante Caroline houdt elken Zaterdagavond een
-huisgodsdienst voor den Zondag, en daar gaan we allen heen. Dat
-geschiedt in onze mooie oude kerk; tante Caroline bespeelt dan het
-orgel, en wij vormen het koor; Daan noemt het een gekras van belang.</p>
-
-<p>Nu is er een oude man, die als voorzanger dienst doet, en de
-antwoorden opzegt, als niemand ze weet. Hij heeft een foei-leelijke
-stem, en zingt altijd een heel eind achter. Hij heet Nathan Porter.
-Verleden Zaterdag zei Daan tegen hem: "Kijk es, u moet niet zoo hard
-zingen, wij kunnen 't best af. Ik denk, dat u wel vermoeid zult zijn
-van 't zingen. Waarom gaat u niet midden in de kerk zitten, met een
-kussen in uw rug?" De oude man was beleedigd en stampte met zijn stok
-op den vloer: "Jongetje, ik ben hier spijkervast huisraad; jelui
-doortrekkend volk gaat voorbij als het gras. Ik ben hier al veertig
-jaar voorzanger, en nog niemand heeft mij ooit van hier willen jagen.
-Ik zing hier al van dat ik knaap was, en ik zal zingen blijven, tot
-dat ik naar het koor hierboven ga, en dan zal ik dáár zingen." Daan
-voelde zich terechtgezet, en zei geen woord meer.</p>
-
-<p>Ook een kreupele jonge kleermaker, en de onderwijzeres, en vier
-schoolkinderen doen aan den kerkdienst mee. Ik houd erg van de
-kooroefeningen, maar de jongens niet. Zij hadden vanmiddag liever
-gecricket in 't veld. Vreeselijk verhit kwamen zij aanhollen, toen 't
-tegen 4 uur liep, en in de grootste haast werden de handen
-gewasschen. De kerk was koel, na het voortdurend gejakker in 't land.</p>
-
-<p>In de kerk is één geschilderd raam; de andere ramen zijn gewoon, en
-je kunt de wuivende boomkruinen, en de blauwe lucht er door zien. Het
-maakt je aan 't droomen, als je dat ziet, terwijl je zit te zingen.
-Soms vergeet ik waar ik ben, en dan stooten de jongens mij aan en
-fluisteren: "Word wakker, Griet, kijk, een wesp!" Zij weten wel, hoe
-bang ik voor wespen ben; en dan schreeuw ik bijna luid van angst, en
-zie, dat er niets is. Het is heel moeilijk, je altijd goed te houden
-als er jongens bij zijn; zij maken je aan 't lachen en doen je 't
-geduld verliezen. En ik wil me juist in de kerk zoo graag goed
-houden, vooral als het een mooie dag is, en alles zoo rustig en stil
-om ons heen. Als ik dan de gouden vlammen zie bij zonsondergang, en
-de blauwe luchten en de rose wolken, dan komt er een lichte huivering
-over me, en ik fluister in mezelf: "O God, maak mij goed! Maak mij
-goed!"</p>
-
-<p>Daan en Alex zingen heel aardig; hun zang klinkt in de kerk als ....
-ja, ik zou haast zeggen als een klok, maar er is nog een lieflijker
-geluid: als ge met uw natgemaakte vingers langs den rand van een glas
-wrijft! Vader zegt, dat ik ook geen slechte stem heb, maar 't haalt
-toch niet bij die van de jongens. Moeder kon prachtig zingen — maar
-ik zal over haar niet spreken, dat maakt me maar droevig — en dan
-word ik boos op de jongens. Ik verwonder mij er vaak over, waarom het
-nu zoo verkeerd is, om te schreien. Ik denk, omdat het te
-kinderachtig is. Daan is altoos boos, als er een van ons schreit. Hij
-zegt, dat het fijnste volk van de wereld de Amerikaansche Indianen
-zijn; die lachen nog, terwijl ze onthoofd worden.</p>
-
-<p>Maar ik huil om de minste aanleiding; dan komen de tranen me in de
-oogen en ik kàn ze niet tegenhouden. Zelfs de stemmen der jongens
-bij de kooroefeningen maken me al bedroefd. Ik wou, dat ik een
-Amerikaansche Indiaan was.</p>
-
-<p>Toen de kerkdienst afgeloopen was, bleef ik met tante Caroline nog
-even in de kerk, om de zangboeken op te bergen, en toen kwam vader de
-kerk binnen. Hij zag er opgewekt uit, liep naar een graftombe dicht
-bij den preekstoel, en riep mij bij zich. In den grafsteen was de
-figuur van een ridder gebeiteld; wij vinden het altijd zoo jammer dat
-zijn neus kapot is, want het bederft z'n gansche gelaat. Maar vader
-wees mij op eenige woorden, gegrift aan het voeteneind. "Grietje,"
-zei vader, "dat zijn nu de woorden, welke ik ook op mijn graf zou
-wenschen, tenminste, als ik er naar geleefd heb. Lees ze mij eens
-voor, kind." Ik las ze, hoewel ik ze niet begreep: "Semper fidelis,
-semper paratus."</p>
-
-<p>"Altijd getrouw, altijd bereid," zei vader; "niet soms, Grietje. Hoe
-weinigen van ons kunnen dat "semper" voor onze deugden plaatsen!"</p>
-
-<p>Ik begrijp vader niet altijd, maar ik zei niets, totdat de zon scheen
-door het beschilderde kerkraam, en blauwe en roode stralen over den
-ridder wierp. Toen glimlachte ik.</p>
-
-<br>
-<center><img align="left" src="images/09_preek.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:463px;"></center>
-<br>
-
-<p>"O, vader, wat is het toch een lief kerkje, en is u nu niet blijde,
-dat dit alles aan u behoort? Het is toch allemaal van u, is 't niet?"</p>
-
-<p>Hij schudde zijn hoofd.</p>
-
-<p>"Het is niet mijn kerk, Grietje, maar die van mijn Meester."</p>
-
-<p>"Jawel, dat weet ik wel," zei ik langzaam.</p>
-
-<p>Toen zei vader op zachten toon, alsof hij tot zichzelf sprak in
-plaats van tot mij: "Slechts rentmeester. En — van den rentmeester
-wordt getrouwheid vereischt, semper fidelis."</p>
-
-<p>Tante Caroline kwam bij ons. "'t Is theetijd, Grietje, kom, mee naar
-binnen." Ik ging heen, spijtig, dat ik het heerlijk-koele kerkgebouw
-alweer moest verlaten. Ik wou, dat we altoos buiten eten en drinken
-konden. Thee is zomers zoo heet. Ik ging de eetkamer binnen. De
-jaloezieën waren neer; de pas binnengebrachte theepot stoomde nog.
-Alex was bezig met de vliegen te verdrijven van onze boterhammen;
-Daan leerde Puf op z'n hoofd loopen, en Lena was nergens te zien.</p>
-
-<p>Ik zou ze net gaan zoeken, toen ze de kamer binnenholde. Heur haar
-hing los, haar gezicht was erg verhit en haar schortje vuil als roet.
-Ze danste de kamer door en zong zoo hard als ze kon: "Hoerah! Ik heb
-het gedaan!" Toen stond ze plotseling stil en liet een kwartje zien.
-"Mijn eerste winst," riep ze uit; "ik ben jelui allemaal voor!"</p>
-
-<p>Ik ging naar haar toe en zei: "Ik weet wat je hebt gedaan, ik kan 't
-aan je ruiken." "Zeg het nu maar niet! Vang 'm, meneer de
-penningmeester! Ik ga me wasschen." Zij huppelde de kamer uit, Puf
-keek me ernstig aan.</p>
-
-<p>"Zij heeft suikergoed in de keuken gemaakt." De jongens begonnen te
-lachen.</p>
-
-<p>"Makkelijk genoeg, haar geheim uit te visschen, maar ik zou wel es
-willen weten, wie er haar geld voor geeft," zei Daan. Ik antwoordde:
-"Misschien vader of tante Caroline. Maar laten we daar nu niet naar
-raden, totdat ze 't ons zelf vertelt. Dat zou niet in den vorm zijn."
-"In den vorm" is een woord van Daan; hij zegt het heel veel.</p>
-
-<p>"Het is niet in den vorm, een kwast te wezen," zei hij.</p>
-
-<p>"Dàt weet ik evengoed als jij."</p>
-
-<p>"Dan ben je 't niet, Griet!"</p>
-
-<p>Toen kwam tante Caroline binnen, en wij eindigden ons getwist.</p>
-
-<p>Toen tante Caroline goed en wel gezeten was, schonk ze thee voor ons
-in; daar verscheen Lena, blinkend van frischheid, nu ze zich eens
-terdege had gewasschen. Maar nog was haar gezicht opgezet, zoodat
-tante uitriep: "Kind, wat zie je er uit!" Ze leek ook wel wat op een
-gekookte kreeft. "Ik heb zoo hard gewerkt," zeide ze; "ik zou voor
-geen duizend gulden kok willen wezen!"</p>
-
-<p>Vervolgens kwam vader binnen; hij drinkt altijd gelijk met ons thee;
-maar zijn eigenlijk avondeten gebruikt hij nooit vóór 8 uur; dan
-eet hij met tante Caroline samen. Geen van ons had veel trek in thee;
-ze was zoo heet, en er was alleen brood met boter, niet eens bisquit,
-geen jam en geen aardbeien. Natuurlijk hebben we die lekkernijen niet
-iederen avond.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/10_bad.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:269px;"></center>
-<br>
-
-<p>Na het theedrinken gingen de jongens den tuin in, terwijl ik tante
-Caroline hielp met het klaarleggen van al onze Zondagsche kleeren, en
-het verstellen van eenig ondergoed. We hebben slechts twee
-dienstboden, de keukenmeid en Emma; die kunnen dus het verstellen van
-ons goed er niet bij hebben. Emma helpt Puf bij z'n bad, waarbij hij
-danst en springt en soms over z'n hoofd buitelt in 't water, onder
-veel geschreeuw en drukte. Lena is trotsch op haar verdiende kwartje.
-Ik kan vóór Dinsdag a.s. niets verdienen, maar dan zal het ook raak
-zijn. En nu moet ik met schrijven eindigen, want ik ga naar bed.</p>
-
-<p>Lena kwam juist naar me toe en zei: "Griet, raad eens, hoe ik dat
-kwartje heb verdiend." Ik zei haar, dat het een geheim moest blijven.
-"Jawel," zei ze, "maar jij kunt toch wel een geheim bewaren, is 't
-niet?" "Ik weet, dat je je borstplaat hebt verkocht, maar ik weet
-niet, aan wie. Misschien aan Emma, zij is dol op zoet goed." "Emma!
-Alsof ik van haar een kwartje zou aanpakken! Neen, niemand hier in
-huis gaf het mij, maar een heel voornaam persoon." Dit maakte mij
-nieuwsgierig, doch ik wou het haar niet laten merken. "Vader wil niet
-hebben, dat je je suikergoed aan vreemden verkoopt," zei ik. "'t Is
-geen vreemdeling," en toen, fluisterend aan mijn oor: "mejuffrouw
-Ribbon. Zeg het niet tegen de jongens."</p>
-
-<p>Ik schrok. Mej. Ribbon is een beste vriendin van ons, hoewel we haar
-nog niet lang kennen. Zij is eigenares van den dorpswinkel, en is
-heel dik en heel vriendelijk. Zij heeft een grooten zoon, die dikke
-vrienden is met Emma. Hij heeft een paar dichtregels geschilderd
-buiten de winkeldeur, een heel aardig versje:</p>
-
-<pre class="indent10">
- Wie hier eens komt, die komt terug,
- Hij wordt geholpen goed en vlug.
-</pre>
-
-<p>Mejuffrouw Ribbon heeft van alles in haar winkel. Alex ging naar haar
-toe, en vroeg een Braziliaanschen postzegel, hij verzamelt
-postzegels. Zij zei, dat ze hem binnen een week zou hebben, er waren
-postzegels besteld. Wij geloofden haar niet, doch op een Dinsdag, als
-het marktdag te Lemworth is, stuurde ze haar zoon naar een grooten
-boekwinkel daar, en hij kwam terug, niet alleen met een
-Braziliaanschen postzegel, maar ook met vele andere, zoodat Alex
-langen tijd keuze had. Later ging Daan er heen en vroeg naar een
-witte muis. Zij ging naar de stad en bracht er een voor hem mee; ik
-zei hem, dat ze een gewone muis had gevangen en die wit geverfd had.
-Maar hij geloofde het niet; 't eenige lastige was, dat zij er meer
-geld voor vroeg, dan hij bezat. Later merkten we, dat Tom, zoo heet
-de zoon van juffrouw Ribbon, een groote menagerie in den tuin had:
-duiven, kanarievogels, honden, katten enz.</p>
-
-<p>In juffrouw Ribbon's winkel hangt zoo'n heerlijke geur. Van alles
-ruik je er; Daan zegt, dat het een mengsel is van zeep, uien, stroop
-en koffie. Ik vind het meer een mengsel van zwavel, spek, appels, en
-kaas. Alex vindt het meer ruiken naar suiker, kool, vet en leer.
-Altoos helpt juffrouw Ribbon met een vriendelijken glimlach haar
-klanten, nooit verliest ze haar hoofd bij de zoo verschillende
-boodschappen. Deze moet pepermunt hebben, die worst, een ander zes el
-katoen, weer een ander een kookpan, kopjes en schoteltjes, dan weer
-touw, veters, inkt, huismiddeltjes, rapen, bisquit, te veel om op te
-noemen; altoos weet ze het precies te vinden. Ik zei haar eens, dat
-winkel houden mij een heel zenuwachtig werkje leek, want je krijgt
-zooveel menschen, die zelf niet weten, wat ze moeten hebben. "Niets
-erg," zei ze, "ik weet beter wat ze noodig hebben, dan zij zelf."
-Daaruit blijkt, dat ze een knappe vrouw is.</p>
-
-<p>"Kocht juffrouw Ribbon je borstplaat?" vroeg ik aan Lena. "Ja, ik gaf
-het haar, en vroeg, of ze 't niet kon gebruiken; ik vertelde haar,
-dat ik wat geld moest verdienen. Dat vond ze heel lief; ze kocht het
-van me en beloofde Woensdag nog meer van me te zullen koopen."</p>
-
-<p>Ik werd een beetje jaloersch. Wij hebben van jongsaf altoos zelf onze
-borstplaat gemaakt. Lena heeft het van mij geleerd. Natuurlijk was
-het slim van haar, om er aan te denken, het te gaan verkoopen; maar
-toen juffrouw Ribbon het eenmaal wilde koopen, was er voor haar geen
-kunst meer aan. En als ik er nu aan denk, wat mijn plannen zijn ....
-maar ik zeg er niets van, want de jongens mochten dit dagboek eens in
-handen krijgen.</p>
-
-<p>"Ik weet niet, of tante Caroline wel goed vindt, dat jij alle boter
-en suiker daarvoor gebruikt," zei ik een beetje gemelijk.</p>
-
-<p>"O, dat maakt de keukenmeid wel in orde, zij heeft al gezegd, dat zij
-er voor zorgen zou. Van elke 25 centen, die ik verdien, geef ik er
-haar vijf en zij kan er meer boter voor koopen, dan zij noodig
-heeft!"</p>
-
-<p>"Ik geloof er niets van, dat zij jou elken dag in de keuken wil
-hebben," zei ik.</p>
-
-<p>"Dat zal ook niet elken dag gebeuren, maar de keukenmeid heeft
-gezegd, dat zij, zoo dikwijls als ik het maken wil, me zal helpen."</p>
-
-<p>Ik wist, dat dit waar was, want Lena speelt het met iedereen klaar
-door haar mooipraterij. Ik begrijp niet, hoe ik zoo verkeerd kwam,
-maar 't was nu eenmaal zoo, en toen werd ik nijdig op mij zelf, dat
-ik zoo nijdig was, en werd dus nog nijdiger. Lena was zóó akelig
-met zichzelf ingenomen, dat zij d'r mond er niet over kon houden.</p>
-
-<p>"Niemand van jelui is nog begonnen met wat te verdienen," zei ze, "ik
-ben jelui allemaal voor."</p>
-
-<p>"Ga toch naar bed," schoot ik uit, "je bent zoo lastig en druk, dat
-ik niet eens rustig kan schrijven."</p>
-
-<p>Zij liep de kamer uit en schold mij uit voor zeurkous. Ik zal ook
-maar naar bed gaan; toch ben ik een beetje huiverig om zoo boos in te
-slapen. Wij hebben eens een verhaal gehoord van een jongen, die z'n
-zuster niet wou vergeven, voor zij ging slapen; maar zij werd niet
-weer wakker: zij stierf van hartzeer.</p>
-
-<p>Ik ben blij, dat 't morgen Zondag is; dan kan niemand van ons geld
-verdienen, en dus behoeven we elkaar daarover dan ook niet in 't haar
-te vliegen. Daar houd ik trouwens toch niet van; wij hebben allen
-noodig, dat we vrede met elkaar houden.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter03"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK III</h3>
-
-<p>Een gansche week lang heb ik niets geschreven, dus mag ik nu wel eens
-spoedig aan 't werk. 'k Zal eerst maar eens wat vertellen van
-verleden Zondag.</p>
-
-<p>Bij het ontbijt krijgen we Zondagsmorgens allemaal een gekookt ei;
-dat is het eerste pleizier van den dag, ongerekend nog het genot der
-Zondagsche kleeren. Lena en ik zijn dol op witte jurken, en daar we
-nu juist uit den rouw zijn, kunnen we ze mooi dragen. Ook onze hoeden
-zijn wit, met witte linten. Lena lijkt Zondags wel een engel; als ze
-vleugels had, zou ze er bepaald een wezen. En het dragen van
-Zondagsche kleeren stemt je ook zoo opgewekt.</p>
-
-<br>
-<center><img align="left" src="images/11_kaal.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:197px;"></center>
-<br>
-
-<p>We moeten Zondags heel vlug ontbijten, omdat tante Caroline naar de
-Zondagsschool moet. Nog vóór kerktijd is ze terug, om met ons ter
-kerk te gaan. Verleden Zondag was het verschrikkelijk warm, en de
-brandende zonnestralen door de groote kerkramen maakten het
-daarbinnen benauwd. Leuk was het, toen de zon het kale hoofd van een
-boer ging plagen; hij sloeg met z'n zakdoek over z'n hoofd, als zaten
-er vliegen, eindelijk spreidde hij z'n zakdoek geheel over z'n hoofd
-uit, en had toen zóó 'n koddig voorkomen, dat ik 'n vreeselijken
-toer had, om niet in lachen uit te barsten. Ten slotte kon ik het
-niet meer uithouden, en proestte het zóó hard uit, dat vader
-ophield met preeken en mij strak aankeek. Wat had ik het toen te
-kwaad; m'n oogen stonden vol tranen, en ik kon het toch heusch niet
-helpen, ik had alles gedaan om niet te lachen. Eindelijk ging vader
-weer voort, en luisterde ik met aandacht naar hem. Want vader preekt
-heel mooi, altijd vertelt hij wat nieuws uit den bijbel.</p>
-
-<p>Hij begon met de geschiedenis van den hoofdman over honderd, en sprak
-daarbij over deze woorden: "Ik zeg tot dezen: ga, en hij gaat, en tot
-genen: kom, en hij komt, en tot een anderen: doe dit, en hij doet
-het." Vader zei, dat dit het voorbeeld was voor een goeden
-dienstknecht. En toen zei hij, dat Jezus Christus ook tot ons die
-drie woorden spreekt, maar dan in deze volgorde: Kom, ga, doe. Zoo is
-ons Christelijk leven. Wij moeten komen, vóór wij kunnen gaan, om
-te doen. Wij moeten komen, en onszelf als dienstknechten van Jezus
-opgeven, opdat Hij onze zonden vergeve en ons tot Zijn eigendom make;
-en wij moeten gaan, om anderen van Hem te spreken, eerst onze
-vrienden, en dan hen, die Jezus niet kennen. Sommigen moeten daarvoor
-ver van huis, en vader vertelde hierbij van de zendelingen; anderen
-moeten in hun eigen omgeving doen, wat Jezus hen geboden heeft.</p>
-
-<p>Elk woord van de preek heb ik begrepen, en zelfs de jongens zaten te
-luisteren, omdat vader het een preek over soldaten noemde, en de
-jongens zijn dol op soldaten.</p>
-
-<p>Toen we uit de kerk kwamen, was ik heel stil. De jongens vroegen, of
-ik aan 't tobben was over mijn geheim, maar ik zei hun van niet.</p>
-
-<p>Na het middageten gingen we allen naar het veld, om er de vragen en
-antwoorden uit onzen catechismus te leeren. Tante Caroline ging weer
-naar de Zondagsschool, maar vader kwam naar ons toe, ging in een
-gemakkelijken stoel onder de olmen zitten, en overhoorde ons de
-geleerde vragen. Toen dat afgeloopen was, gingen de jongens weg, en
-Lena ook, maar ik bleef, want ik hoopte, dat vader nog wat over zijn
-preek zou zeggen. Hij deed het al dadelijk; hij legde zijn hand op
-m'n schouder, en vroeg: "Heb je naar de preek geluisterd, Grietje?"</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/12_vragen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:421px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Ja, vader." "En welke van de drie bevelen heb je nu gehoorzaamd? Ben
-je op weg, om een van Christus' trouwe volgsters te worden?" Ik
-antwoordde beschroomd: "Ik denk <i>komen</i>." Vader zei niets. En ik
-vervolgde: "Maar ik begreep niet goed het <i>gaan</i>. Ik kan toch niet
-de geheele wereld doorgaan, en het Evangelie brengen!" Vader sprak:
-"Ik heb gehoord, dat tante je gevraagd heeft, of je haar niet kunt
-helpen in de Zondagsschool; ik dacht, je zoudt daarheen kunnen gaan."
-"Maar vader," riep ik uit, met verbaasde oogen hem aanstarende, "daar
-ben ik toch veel te jong voor; de jongens zouden zeggen, dat ik dan
-nog verwaander was dan ooit, ze noemen me nu al altoos verwaand."</p>
-
-<p>"De vraag is maar, waar je 't meeste om geeft: het bevel van Jezus of
-de jongens." Ik liet mijn hoofd hangen; toen opeens viel ik uit: "Een
-kwast te heeten, is niet in den vorm." Vader lachte luid. En ik
-voegde er haastig aan toe: "Ik vind zelf, dat zulk werk voor mij te
-verwaand zou staan." "Heel wel," zei vader, "ik zal er niets meer
-over zeggen."</p>
-
-<p>Ik voelde mij ver van gelukkig. Net kwam Puf aan en klom op vaders
-knie; ik ging weg, liep naar de leerkamer en nam een boek uit onze
-"Zondagsche" verzameling. Ik las door tot theetijd. Werkelijk, ik
-kàn nog geen klas onderwijzen. Ik zou niet weten, wat ik zeggen
-moest; bovendien, de kinderen kijken je zoo aan, en Daan zou me maar
-uitlachen.</p>
-
-<p>Na de thee gingen we naar de avondkerk, maar ik was al bang, niet
-veel aandacht voor de preek te zullen hebben. En toen wij den
-avondzang gingen zingen, voelde ik de tranen opkomen, omdat ik wist,
-dat ik een lauw hart heb.</p>
-
-<p>Ik was maar wat blij, toen 't weer Maandag was, omdat ik dan heel wat
-te doen had voor onze vergadering op Dinsdag. Alex vroeg vader bij
-het ontbijt, of hij den ganschen dag mee uit hooien mocht met
-Cummins, dat is de boer, die vaders land verzorgt. Als Cummins hem
-mee hebben wou, vond vader 't goed.</p>
-
-<p>Ik beneed Alex, omdat ik er ook zoo van houd, om mee uit hooien te
-gaan. "Je maakt er een mooi lui dagje van, terwijl je zorgen moest om
-je plan uit te voeren," zei ik hem. "Sluit je op, ouwe Griet!" riep
-hij, en rende lachend weg. Daan keek hem een oogenblik na, alsof hij
-ook mee wou. "Ik ga hard aan 't werk," zei hij, "mijn plan is rijp om
-vandaag uit te werken."</p>
-
-<p>"Morgen zal 't mijne rijp zijn," zei ik, en ging den tuin in, om met
-den ouden Baldwin te praten. Dat is onze tuinman. Vroeger hadden we
-geen tuinman, eenvoudig, omdat we geen tuin hadden. Het is een
-alleraardigste oude man, maar hij wil van niemand bevelen hooren,
-zelfs niet van vader.</p>
-
-<p>"De tuin is mijn werk," zei hij eens tot vader, "en preeken maken is
-uw werk, en het is niet goed ze door elkaar te halen. U is er op
-berekend om te preeken, ik om te tuinieren, en zoo weten we zelf onze
-zaken het best."</p>
-
-<p>Altijd is hij gereed voor een praatje, en het spijt mij daarom
-eigenlijk een beetje, dat ik hem iets van mijn plan heb verteld. Nu
-weten vader en hij er allebei iets van; maar dat moet toch ook wel,
-want anders kan ik het niet uitvoeren.</p>
-
-<p>Tegen etenstijd zei tante Caroline tegen me: "Griet, je moet eens
-even soep brengen naar een arme vrouw, die een halve mijl buiten het
-dorp woont. Je kunt Puf meenemen, een wandeling zal hem goed doen."</p>
-
-<p>"Och tante," riep ik teleurgesteld uit, "moet ik nu vanmiddag uit, ik
-wou zoo graag wat in den tuin gewerkt hebben."</p>
-
-<p>"Ik heb gemerkt, Grietje, als ik je wat vraag voor mij te doen, dat
-je dan altijd wat anders hebt te doen. Zoo vreeslijk is dat toch
-niet, even een halve mijl te loopen, om soep bij een arme vrouw te
-brengen! Ik kan zelf niet gaan, want ik heb met je vader nog een en
-ander te bespreken."</p>
-
-<p>Ik trok een lip, en toen dacht ik in eens: dat kon nu wel dat "gaan"
-zijn, waarvan vader sprak. In elk geval was 't prettiger dan het
-onderwijzen in de Zondagsschool. Ik trachtte dus opgeruimd te kijken,
-ging Puf halen, en begaf mij met hem op weg. Lena kwam net het hek
-uit en riep juichend: "Hoera! Ik ga nog meer borstplaat maken! Ik zal
-'t van jelui allemaal winnen, wat zijn jelui ook voor langzame
-kinderen!" Terwijl ze dit zei, wond ze zich zóó op, dat ze van het
-hekje, waarop ze was gaan staan, plat op den grond viel.</p>
-
-<p>"Hoogmoed komt voor den val," riep ik haar na, terwijl ze overeind
-krabbelde en haar elleboog wreef. Toen rende ik met Puf weg.</p>
-
-<p>Hij was natuurlijk weer druk als twee. "Ik wil de volgende week het
-ezeltje naar de wei brengen," zei hij, "en ik wil er den eersten keer
-op rijden."</p>
-
-<p>"Wanneer komt het dan?" vroeg ik hem.</p>
-
-<p>Hij keek even voor zich, en zei toen: "Ik heb al gezegd, dat het een
-mooie ezel moet wezen, niet zooals ze die aan 't strand hebben, maar
-een met blauwe oogen en die niet bijt. Ik verwacht hem binnen 5
-dagen."</p>
-
-<p>Ik moest lachen; hij keek zoo ernstig en babbelde maar weer verder:
-"Het zal de beste ezel van de heele wereld wezen, omdat ik den
-rijksten man van de wereld gevraagd heb, hem te geven." "Ik vind, dat
-je niet zoo oneerbiedig over God spreken mag, Puf." "Ik heb niet
-gezegd, wien ik bedoelde, stoute meid, je hebt mijn geheim geraden."
-Puf stond het huilen nader dan 't lachen, en midden op den weg
-stilstaande riep hij: "'t Kan me ook niet schelen, ik vertel het aan
-niemand anders!" Toen begon ik hem maar een verhaal te vertellen, om
-zijn aandacht af te leiden.</p>
-
-<p>Het was een lange warme wandeling naar juffrouw Tapson; 't leek mij
-meer een mijl dan een halve mijl, maar ten slotte kwamen we er dan
-toch! 't Was een aardig klein huisje met een tuintje, vlak aan den
-weg. De deur stond open, ik liep dus binnen, en zag daar een man,
-bezig met het vuur op te poken.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/13_soep.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:417px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Soep voor moeder?" vroeg hij, terwijl hij zich omdraaide en van mij
-gehoord had, wat ik kwam doen. "Ik ben er zoo dankbaar voor. Boven
-ligt ze te bed met pijnlijke rheumatiek, en ik verzorg haar zoo goed
-als ik kan. 's Morgens moet ik naar Lemworth, en pas 's avonds 7 uur
-kom ik weer in 't dorp terug." Hij had inmiddels het pannetje van me
-aangenomen en keek er in. "Daar is genoeg in voor vandaag en morgen,"
-zei hij. "Vriendelijk bedankt hoor kind. Wil je niet even naar boven
-gaan, om moeder te groeten? Ze houdt zoo van gezelligheid."</p>
-
-<p>Ik klom de nauwe trap op, en Puf stommelde achter mij aan. Ik ben
-gewoonlijk bang voor zieke menschen, maar van deze oude vrouw hield
-ik. Een helder mutsje had ze op en ze lag onder een lappendeken. Haar
-gansche gezicht helderde op, toen ze ons zag komen. Zij zei, dat ze
-al van ons gehoord had, en of ik nu dat meisje was met het mooie
-haar? Ik lachte terwijl ik mijn roode lokken naar achteren schudde,
-en vertelde haar, dat dat Lena was. Toen begon Puf met haar te
-praten, en natuurlijk vertelde hij haar ook van het ezeltje. Daar was
-hij nu eenmaal vol van.</p>
-
-<p>"Puf begrijpt nog niet, wat bidden is," legde ik haar uit. "Hij
-denkt, dat hij zeker alles krijgt, waar hij God om vraagt. Hij vraagt
-b.v. om z'n speelgoed heel te maken, maar gewoonlijk doe ik het maar,
-anders gaat hij nog rekenen op wonderen."</p>
-
-<p>"Och lieve kind," zei juffrouw Tapson, "de Heere hoort gaarne het
-gebed der kinderen! 't Is net als met mijn Bob; wat die vroeg, kon ik
-niet half geven, toch luisterde ik geduldig naar al zijn wenschen.
-Maar bid, bid gerust; veel gebed maakt je ziel sterk, en zoo ben je
-ons ouderen nog ten voorbeeld."</p>
-
-<p>Puf begreep er niets van. Hij liep wat heen en weer, en ging toen de
-trap af. Ik keek hem na, en zag, dat Bob Tapson met hem spelen wilde.
-En toen heb ik juffrouw Tapson mijn geheim verteld; ik gevoelde, dat
-ik het nu toch aan iemand moest vertellen, en zoo stortte ik mijn
-hart voor haar uit. Zij luisterde met ingehouden adem, en beloofde
-mij, dat haar zoon voor mij zou uitzien, en een plekje in z'n kar
-voor mij zou openlaten.</p>
-
-<p>Ziedaar het geheim! Vader had mij aangeraden, om uit onzen tuin
-bloemen en groenten te verzamelen, die te Lemworth ter markt te
-brengen, en ze daar te verkoopen. Met den trein er heen gaan, was
-veel te duur, en daarom had ik gevraagd, op Baldwins groentenkar te
-mogen meerijden. Maar die gaat 's morgens om 8 uur al heen, en komt
-'s avonds 7 uur pas terug, en ik ben dus bang, dat tante, als ze er
-achter komt, het mij zal verhinderen.</p>
-
-<p>Ik wandelde met Puf naar huis terug en gevoelde mij verdrietig. Als
-ik ging, zou ik het ontbijt moeten missen, want voor 8 uur ontbijten
-we nooit. Ik kon wel gemakkelijk zoo vroeg weg gaan, maar zouden ze
-dan thuis niet denken, dat me wat overkomen was? Maar dan kon ik toch
-een briefje voor vader achterlaten, en hem vragen, er niets van te
-zeggen!</p>
-
-<p>Ik leefde weer op, en zoodra we thuis waren, holde ik den tuin in, om
-mijn mand te gaan inpakken. Toen we kwamen theedrinken, vertelde
-tante ons, dat vader verzocht was, om in een naburig dorp een
-begrafenis te gaan bijwonen, omdat de predikant daar uit was. "En hij
-zal daar den nacht overblijven," voegde zij er bij. "Hij zal niet
-voor morgenavond terugkomen, want morgenochtend is er ook nog een
-huwelijk te bevestigen."</p>
-
-<p>Zoo zou dus mijn brief aan vader weinig geven. Ik zat leelijk in de
-war, en peinsde, wat ik doen moest. 't Beste leek mij toe, dan maar
-voor tante Caroline een briefje achter te laten. Ik schreef nu, voor
-ik naar bed ging, dit briefje:</p>
-
-<div class="indent10">
-Lieve tante Caroline,
-<br>
-<br>
-Als ik den ganschen dag weg blijf, dan is er niets met mij gebeurd.
-En vanavond om 7 uur zal ik thuiskomen, het dient om mijn plan uit
-te voeren, dat echter een geheim is.
-<br>
-<span style="float: right;">Uw liefhebbende nicht Grietje.</span>
-<br>
-<br>P. S. Het is geen verkeerde zaak, maar een goede.
-</div>
-
-<p>Tante Caroline zei, voordat we naar bed gingen, dat zij vandaag
-nauwelijks een van ons gezien had, en dat zij hoopte, dat wij geen
-van allen verkeerde dingen in 't schild voerden. Alex werd zoo rood
-als een pioen, en zei, dat hij vreeselijk moe was, en Daan zag er
-moedeloos uit, als had hij al z'n geld verloren.</p>
-
-<p>"Ik heb hard genoeg gewerkt, om 10 kwartjes te verdienen," zei hij,
-"en ik durf zeggen, dat ik dat al lang gedaan heb."</p>
-
-<p>"Kinderen," zei tante, "ik houd niet van al dat gepraat over geld.
-Het schijnt, dat jelui aan niets anders denkt tegenwoordig. Het staat
-zoo onkinderlijk!"</p>
-
-<p>"Maar het is om een ezel te krijgen," riepen we allen uit. Toen zei
-tante Caroline niets meer. En wij gingen naar bed; ik vol van de
-plannen voor morgen.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter04"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK IV.</h3>
-
-<p>Den volgenden morgen was ik al om 4 uur wakker; den ganschen nacht
-had ik gedroomd van juist voor m'n neus vertrekkende treinen, en van
-al de moeite, die ik hebben zou, om mijn plan voor tante Caroline
-geheim te houden. Ik was dan ook wat blij, toen het eindelijk begon
-te lichten en ik kon opstaan; erg gejaagd kleedde ik mij aan, want
-het was een heerlijk avontuur, en wij houden allen van avonturen.</p>
-
-<p>Overal had ik voor gezorgd. Voor niemand wilde ik weten, waar ik was
-heengegaan, en ik had dus een heel oud katoenen jurkje aangetrokken,
-met een boezelaar er over, denzelfden, dien ik altoos in den tuin
-draag. Mijn haar vlocht ik in een paar dichte vlechten, en daarover
-ging een groote zomermuts, die ook achterhoofd en hals bedekte. Tante
-Caroline vindt dat soort zoo geschikt voor onzen tuinarbeid, maar wij
-houden er niet van, om juist als de dorpskinderen gekleed te gaan.</p>
-
-<p>Heel stil moest ik me aankleeden, om Lena niet wakker te maken;
-eindelijk stond ik gereed, en legde het briefje op Lena's tafel dan
-kon zij het aan tante geven. Voorzichtig sloop ik de trappen af,
-opende de deur en liep op m'n teenen de stoep af. Den vorigen avond
-had Baldwin de groentenmand al in den stal gezet, de eenige kunst was
-nu nog, om ze daar vandaan en het hek door te krijgen.</p>
-
-<p>'t Viel niet mee maar ten slotte gelukte het toch; ik moest ze langs
-den grond sleepen, en angstig keek ik naar boven, of niemand mij zag.
-Buiten het hek liet ik ze staan, want de groentenwagens komen hier
-altoos langs, en toen liep ik zoo vlug ik kon naar het huis van
-juffrouw Tapson. Bob had mij gezegd, dat als ik wat vroeg kwam, ik
-een mooi plaatsje op zijn wagen kon krijgen. Toen ik het huis bereikt
-had, was Bob aan 't schoonmaken van zijn paard. Hij keek verwonderd
-op toen hij me zag, en herkende me niet in mijn groote muts.</p>
-
-<p>"Ik wil niet, dat ze in 't dorp weten, wat ik ga doen," zei ik. "Je
-zult er toch niets van zeggen, wel? Mijn mand staat vlak bij ons hek.
-Ik dacht, je rijdt er toch langs, en dan kunnen wij haar zoo
-meenemen."</p>
-
-<p>"'t Komt in orde, hoor," zei hij hartelijk. "Jij bent een vlug
-vogeltje, heb je al wat gegeten?"</p>
-
-<p>Ik haalde twee dikke boterhammen uit m'n zak, die de keukenmeid mij
-den vorigen avond had gegeven, toen ze dacht dat ik ergen honger had.
-Bob verraste me met een heerlijken kop thee. Toen ging hij naar
-boven, om z'n oude moeder goeden dag te zeggen, en vroeg mij, of ik
-haar ook nog even wilde groeten. Ik ging naar boven, en de oude vrouw
-schudde mij glimlachend de hand. "Je bent een dapper meisje," zei ze,
-"om er zoo op uit te trekken, en ik zal je eens zeggen, wie je wel
-zal willen helpen. Vraag maar naar Marie Dutton, ze is een eigen
-zuster van me en woont twee mijlen van Lemworth. Zij zal je graag
-helpen, en Bob zal je wel bij haar brengen."</p>
-
-<p>"Ik ben nog nooit op een markt geweest," zei ik haar, "Ik ben heel
-blij, dat er iemand is, die mij helpen wil."</p>
-
-<p>En toen gingen we naar beneden, en ik klom op den volgeladen wagen,
-die in den tuin te wachten stond. Die Bob is toch zoo'n goeie jongen:
-hij had een stoof in den wagen gezet, zoodat ik zoo echt gemakkelijk
-kon zitten.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/14_wagen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:425px;"></center>
-<br>
-
-<p>
-En daar ging het; mijn hart klopte van blijdschap en spanning. Nog
-drie vrouwen met boodschappen voor Lemworth reden mee; bij ons hek
-zette Bob mijn mand in den wagen; terwijl keek een der vrouwen mij
-aan en vroeg: "Wat is dat voor een kleine meid?" Ik draaide mijn
-hoofd niet om en Bob antwoordde kortaf: "Zij is met mij mee gekomen."
-Verder zei ze niets, want ze praatte zóó druk met de andere
-vrouwen, dat ze mij geheel vergat. Doodstil zat ik op den wagen, die
-zóó langzaam reed als duurde de tocht een jaar. Ik kreeg ten slotte
-kramp in mijn beenen, en werd moe ook. Zoo vroeg ook op geweest! Toen
-wij Lemworth naderden, zat ik al te knikkebollen! Het scheen een heel
-groote stad, en ik voelde me wat beangst toen we naar de markt reden;
-wat een menschen, en wat een drukte! Toen de vrouwen waren
-uitgestapt, en Bob z'n paard had afgespannen, nam hij mijn mand op
-z'n schouder, en zei me, hem te volgen.</p>
-
-<p>De markt was alleraardigst; er waren gansche rijen kuikens en eenden,
-vruchten en bloemen, boter en eieren, en iedereen schreeuwde zoo hard
-als ie kon. En wat waren daar grappige oude boerinnen bij, en
-druk-lachende kinderen, net als op de schilderijen, die ik wel eens
-gezien heb.</p>
-
-<p>Bob trok me mee naar een hoekje, waar een vriendelijke oude vrouw
-zat. Zij leek veel op juffrouw Tapson, maar haar gezicht was heel wat
-dikker. Bob vertelde haar, wie ik was; zij lachte en vroeg mij, haar
-alles van mijn plan te vertellen. Dat deed ik; terwijl pakte zij m'n
-mand uit, en maakte ruimte op een hoek van haar stalletje, om mijn
-koopwaar daar neer te leggen. Ik begon er schik in te krijgen, en had
-wat graag gewild, dat de jongens mij zoo even hadden gezien. En mijn
-bloemruikers waren veel mooier dan alle, die ik zag; ik had ze dan
-ook met zorg gerangschikt.</p>
-
-<p>Maar er kwam maar niemand bij me koopen, en ik begon den moed al te
-verliezen. Nooit zal ik dan ook vergeten, dat de eerste koopster mijn
-bloemen opmerkte en mij vroeg, wat de ruikers per stuk kostten. Ik
-zei: een dubbeltje — juffrouw Dutton had mij gezegd, dat ik er dat
-voor vragen moest — en zij kocht zes ruikers van me! Ik had de
-gansche markt wel kunnen ronddansen, zoo blij was ik. Spoedig daarna
-kwamen weer twee dames voorbij. Zij hielden stil, wenkten juffrouw
-Dutton goeden morgen, en vroegen haar, of zij crocussen had. Zij zei
-van niet, maar vertelde hun, dat ik heele mooie had. Zij bekeken de
-mijne, kochten er vier, bovendien nog een bundeltje varens, en
-betaalden er negen stuivers voor. De eene dame zei tot de andere:
-"Wat een schilderachtig tafreeltje, die kleine meid te midden harer
-bloemen! Als de arme menschen hun kinderen altijd zóó kleedden, als
-haar moeder haar kleedt, zouden we onder de lagere klassen niet zulke
-armoedige aankleeding vinden. Zij is een voorbeeld voor haar stand!"
-Ik durfde niet te lachen, toen ik dat hoorde....</p>
-
-<p>Later verkocht ik nog vier koolen, en drie bos wortelen. Toen de
-middag ten einde liep, had ik alles verkocht, wat ik had meegebracht,
-behalve twee koolen en één bloemruiker; die kocht juffrouw Tapson
-van me, zij heeft een groentenwinkeltje en zei dat ze haar wel te pas
-zouden komen.</p>
-
-<p>Ik vergat nog te vertellen, dat ik om 1 uur met juffrouw Dutton naar
-een tentje ging, waar thee werd verkocht en koeken. Ik had honger,
-maar ik had geen zin, van mijn verdiende geld veel uit te geven; ik
-kocht dus alleen een kop thee voor 5 cent en een koek voor 5 cent;
-juffrouw Dutton gaf me een van haar grootste appels er bij.</p>
-
-<p>Toen was het tijd, om naar huis terug te keeren. Ik telde nog even
-mijn geld: ik had één gulden en 25 cents verdiend! Wat was ik blij!</p>
-
-<p>Doch daar kwam Bob Tapson aan, om mij te zeggen, dat hij om 4 uur
-vertrok, en dat de vrouwen reeds lang hun manden gepakt hadden. Het
-speet mij, nu al van de markt te moeten scheiden, maar er was niets
-aan te doen, ik klom op den wagen en ging weer op mijn oude plekje
-zitten. De terugweg scheen eindeloos; er reed een oude man mee, die
-erg naar bier rook en om de flauwste kleinigheden lachte. Ik gevoelde
-mij vreeselijk vermoeid, en viel ten slotte in slaap, zóó vast, dat
-Bob mij bij het hek van de pastorie van den wagen moest zetten.</p>
-
-<p>"Wel, Grietje, heb je een goeden dag gemaakt?"</p>
-
-<p>"Ja," zei ik met slaperige stem, "hoeveel moet ik je betalen?"</p>
-
-<p>"O niets, kind, je nam geen ruimte in beslag; en denk er aan, even
-bij moeder aan te komen en haar alles van vandaag te vertellen. Zij
-zal het zoo graag hooren."</p>
-
-<p>Ik nam afscheid van hem, en bedankte hem hartelijk; vervolgens droeg
-ik mijn leege groentenmand naar den stal, opende de keukendeur en
-stapte heel rustig binnen. Ik was wel een beetje bang voor tante
-Caroline. Lena kwam net de trap afrennen.</p>
-
-<p>"O, jou ondeugende meid! Daar zal wat opzitten! Vader is thuis
-gekomen, en hij is o zoo boos op je. En wat heb je toch uitgevoerd?
-Den heelen dag hebben we er naar gegist, en weet je al, dat ik Daan's
-geheim heb geraden? Zou je het graag willen weten?"</p>
-
-<p>Ik antwoordde slechts: "Ik ben zoo moe; heb je wat thee voor me? Waar
-is tante Caroline?"</p>
-
-<p>"Ze zijn allemaal in den tuin, aan 't bloemen begieten. Toe, Griet,
-lieverd, zeg me nou es, wat je hebt uitgevoerd."</p>
-
-<p>Maar ik wilde 't haar niet zeggen. Ik voelde mij niet prettig door
-die ontvangst, en wou maar rechtuit aan vader gaan zeggen, wat ik
-gedaan had. Ik liep den tuin in. Tante kwam dadelijk op mij af.</p>
-
-<p>"Griet, dat is heel ondeugend van je. Waar ben je toch geweest? En
-wat heb je den ganschen dag uitgevoerd? Je weet toch wel, dat zoo
-verdwijnen zonder iets te zeggen, heel onbehoorlijk is."</p>
-
-<p>"Ik wilde het vader gaan zeggen, het is een geheim," zei ik. Tante
-Caroline kwam altijd weer in haar humeur, als we zeiden, naar vader
-te zullen gaan. Zij riep vader, die juist bezig was den gieter te
-vullen, en ging toen heen, vader en mij alleen latende. Daan zegt,
-dat zij geheel "in den vorm" is, als zij zoo doet.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/15_bril.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:253px;"></center>
-<br>
-
-<p>Vader zette zijn bril op, en keek mij scherp aan.</p>
-
-<p>"Grietje, je hebt tante vandaag heel wat angst berokkend. Ik ben niet
-tevreden over je."</p>
-
-<p>"Hoor u eens, vader. Luister es. Het gaat over de groenten en
-bloemen, waarvan u gezegd had, dat ik ze mocht hebben. Ik ben ze gaan
-verkoopen, om mee te helpen voor het koopen van onzen ezel." En ik
-vertelde hem alles, wat ik vandaag gedaan had. Een keer lachte hij,
-en toen wist ik al, dat mijn straf niet heel zwaar zou wezen. Maar ik
-kreeg toch een lichte straf; vader zei me, dat ik er niet aan mocht
-denken, ooit weer zoo iets te doen. Dat maakte mij zeer verdrietig.</p>
-
-<p>"Neen Grietje, ik wil niet, dat mijn kind daar alleen tusschen al dat
-ruwe volk is, hoe vriendelijk ze ook voor je zijn. Het mag niet. Je
-moeder zou het zeker niet hebben toegestaan. En in elk geval had je
-eerst toestemming moeten vragen. Ik ben bang, dat je vermoed hebt,
-die niet te zullen krijgen. Spreek op en zeg de waarheid."</p>
-
-<p>Ik bloosde sterk. "Ja, ik was bang, dat u me niet zoudt laten gaan,
-maar ik was niet ongehoorzaam, want ik wist het niet zeker."</p>
-
-<p>"Dat was juist verkeerd van je. Doe nooit zoo iets weer. En ga nu
-naar binnen, om wat te eten."</p>
-
-<p>"En mag ik het geld houden?"</p>
-
-<p>"Ja, daar heb ik niets tegen; maar je moet een ander middel zoeken,
-om de groenten aan den man te brengen."</p>
-
-<p>Ik ging naar de eetkamer, tante had de thee klaar. Zij zei niet veel;
-maar voor ik het eten op had, holden de jongens en Lena binnen.</p>
-
-<p>"Nou, zondaar, biecht op! Wat heb je vandaag uitgehaald?"</p>
-
-<p>"Bepaald goede zaken! Wij hebben je brief gezien, 't was een
-prachtstuk!"</p>
-
-<p>"En tante Caroline was zoo bang voor je!"</p>
-
-<p>Ik haalde rustig mijn beurs te voorschijn en legde de zilver- en
-koperstukken op tafel.</p>
-
-<p>"Ziedaar," riep ik uit, "kan één van jelui 't beter?"</p>
-
-<p>"Vijf en twintig stuivers!" schreeuwde Daan, en grabbelde er in om,
-als een oude gierigaard.</p>
-
-<p>"Nou, 't is niet slecht voor een meisje! Vertel ons nu es, hoe je 't
-hebt gedaan gekregen."</p>
-
-<p>"Dat is mijn geheim," zei ik.</p>
-
-<p>Het was mijn overwinningskreet. Maar ik wist: mijn geheim zou niet
-lang geheim blijven. Want eigenlijk wou ik ze 't allemaal zoo graag
-vertellen.</p>
-
-<p>"Zeg," riep Lena, "ik weet wat Daan deze laatste twee dagen heeft
-gedaan. Vraag hem es, hoeveel hij al heeft, Griet!"</p>
-
-<p>Daan grinnikte, en hield mij z'n dichtgeknepen vuist voor. "Ik heb
-vandaag een avontuur gehad," zei hij. En hij toonde ons een halven
-gulden.</p>
-
-<p>Ik stond op en danste de tafel rond. "Het duurt niet lang, of wij
-rollen allemaal met rijksdaalders," riep ik uit. En Alex: "Wacht maar
-tot aan 't einde der week, dan zal ik mijn klein millioen er nog
-bijvoegen."</p>
-
-<p>Toen gingen we allen achter elkaar de tafel rond marcheeren, terwijl
-Daan zong:</p>
-
-<pre class="indent10">
- Een ezel is een heerlijk dier,
- Over een maand dan komt ie hier,
- Lang zal ie leven!
- Lang zal ie leven!
- Ons ezeltje loopt voor ons pleizier!
-</pre>
-
-<p>Daan kan altijd gedichten maken, als hij er zin in heeft. Wij waren
-zoo opgetogen, dat we hoe langer hoe sneller gingen dansen, totdat
-het een complete oorlogsdans werd. Ten slotte vielen we allen over
-elkaar heen, en rolden van den lach over den grond. Toen we buiten
-adem weer opstonden, riep ik uit:</p>
-
-<p>"Hoor es, Daan. Als jij jouw avontuur vertelt, dan zal ik het mijne
-vertellen."</p>
-
-<p>"Dames gaan voor," zei hij, met een buiging.</p>
-
-<p>Toen begon ik, vreeselijk gejaagd, mijn wedervaren te vertellen. Ik
-dacht wel, dat het hen zou verbazen, en dat deed het ook. Maar Daan
-en Alex, al zouden ze 't wat graag zelf gedaan hebben, zouden het
-toch niet zeggen. Daan trok een heel voornaam gezicht en zei: "Ik
-geloof niet, dat jij en Lena de zaak goed aanpakken. Dat kan iedereen
-wel, geld maken uit vaders eigendommen. Wel, ik ging z'n studeerkamer
-binnen, haalde er eenige boeken weg, en verkocht ze."</p>
-
-<p>"Maar dat zou heiligschennis zijn," riep ik uit.</p>
-
-<p>"De bloemen en de groenten zijn niet van jou, om ze te verkoopen,"
-zei Daan, "evenmin als de suiker en de boter, die Lena voor haar
-borstplaat gebruikt."</p>
-
-<p>"O, maar vader heeft er ons toestemming voor gegeven!" liepen wij
-beiden luid.</p>
-
-<p>"En ik betaal ook het mijne," zei Lena. "Het is heel wat zwaarder
-werk, in de dompige, heete keuken te wezen, dan op de markt te zitten
-en daar verkoopen, en ook niet half zoo aardig."</p>
-
-<p>"Vader gaf mij toestemming," herhaalde ik, "en dus is de zaak heel
-zuiver."</p>
-
-<p>"Maar kind, wij hebben allemaal recht, om de bloemen te verkoopen,"
-zei Alex.</p>
-
-<p>"Niet waar," zei ik op stelligen toon, "alleen die daar het eerst om
-vroeg! 't Was mijn plan."</p>
-
-<p>"Nou, als jij het dan voor gisteren hebt gevraagd, dan zal ik het
-voor morgen vragen; waarom niet? Ik heb harder gewerkt dan jelui
-allen, de gansche week."</p>
-
-<p>"Maar ik kan er niet mee voortgaan," zei ik verdrietig; "vader heeft
-gezegd, dat ik het niet weer mocht doen."</p>
-
-<p>"Wil je mijn avontuur nu hooren?" vroeg Daan.</p>
-
-<p>"Hij gaat nog dood, als ie niet over z'n eigen plan kan spreken," zei
-Lena boosaardig. Wij zetten ons allen tot luisteren, maar Daan zou
-z'n redevoering niet houden. Juist was hij z'n keel aan 't schrapen,
-toen tante Caroline binnen kwam, en ons naar bed joeg. "Ik zal het
-bewaren tot morgenochtend," zei Daan. En ik was er eigenlijk blij om,
-want ik was zóó slaperig en vermoeid, dat ik al sliep, vóórdat ik
-nog goed en wel onder de dekens lag.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter05"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK V.</h3>
-
-<p>Den volgenden dag vertelde Daan ons zijn geheim. Ik zal het maar net
-zoo overschrijven als hij het zei, dat is gemakkelijker. Hij was de
-rivier langs gegaan, om visch te vangen. Hij begon met deze
-bekentenis:</p>
-
-<p>"Den eersten dag trof ik het heel slecht. Daarom ging ik gisteren
-verder de rivier langs. En daar vond ik een heerlijk, rijk beschaduwd
-plekje, waar je de visschen letterlijk zag spartelen van ongeduld, om
-bij je te komen. Zij beten flink toe, en het ging puik! D'r waren ook
-wel kleintjes bij, maar ik had toch in een oogenblik mijn mandje vol.
-Nu kwam het er op aan, ze aan den man te brengen, en ik besloot, op
-mijn terugweg naar huis bij eenige boeren aan te loopen, en te zien,
-of die ze van mij koopen wilden.</p>
-
-<p>Ik vond al spoedig een groote boerderij, en liep er zoo snel mijn
-beenen mij maar dragen konden, heen. Juist was ik het huis genaderd,
-toen ik een ouden heer in een tuinstoel zag zitten, die uit een
-groote pijp dampte. Ik nam mijn pet voor hem af; hij hield mij
-staande en vroeg me, wie ik was.</p>
-
-<p>"Ik ben vischkoopman," zei ik. "Ik zou zeggen, uw keukenmeid zal wel
-wat visch van me willen koopen."</p>
-
-<p>Hij staarde me aan alsof ik een chimpansee was.</p>
-
-<p>"Maak je mand maar es open," zei hij. Met trots toonde ik hem de
-vangst. Weer staarde hij mij aan.</p>
-
-<p>"Waar heb je die visch gevangen? In welk gedeelte van de rivier?"</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/16_vissen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:413px;"></center>
-<br>
-
-<p>
-Ik legde het hem uit. "Ik heb alleen vandaag maar geluk gehad; ik
-denk, dat ik eerst naar 't verkeerde plekje ben geweest. Voor zestig
-cent laat ik u het gansche zoodje, meneer. Prachtig en frisch, pas
-gevangen!"</p>
-
-<p>Hij lachte. "Wie heeft je tot vischboer aangesteld?"</p>
-
-<p>"Ikzelf. Ik tracht een eerlijk centje te verdienen, om een ezel te
-kunnen koopen." Toen vertelde ik hem ons plan. Hij vond het zóó
-vermakelijk, dat hij dadelijk z'n beurs trok, mij een halven gulden
-gaf en zei: "Daar, breng de visch maar in huis, en breng mij morgen
-weer zoo'n mandje vol."</p>
-
-<p>Ik danste van blijdschap naar de boerderij, en gaf mijn visch af,
-doch aan de deur stond een knecht, die mij ook al vroeg, waar ik die
-visch vandaan had. Ik vertelde het hem. "Het is een geluk, dat Morris
-je niet gesnapt heeft," zei hij; "dat is juist privaat bezit van
-onzen meneer, en hij vervolgt iedereen, die zich op zijn terrein
-waagt."</p>
-
-<p>Ik zei niets, vertrok, en gevoelde mij verre van prettig gestemd. Ik
-begreep nu, waarom die ouwe heer zoo gegrinnikt had, maar ik was niet
-van plan, domme dingen te doen, ging dus naar hem toe en zei hem, dat
-ik hem z'n halven gulden kwam terugbrengen. "Ik heb bemerkt,
-mijnheer, dat het uw eigen visch is," zei ik. "Het spijt mij, dat ik
-op uw eigendom heb gevischt, ik zal het niet weer doen."</p>
-
-<p>"Hier," zei hij, "je houdt wat je hebt verdiend. Wij zullen zien, of
-je daar niet met een vischacte van mij kunt visschen. Het overkomt
-mij niet vaak, dat ik mijn eigen visch kan koopen. Vroeger mocht ik
-ook dolgraag visschen, maar mijn jicht laat het niet meer toe."</p>
-
-<p>"Nu, als u het goedkeurt, dat ik het geld behoud, zal ik het graag
-aannemen. Maar in uw vischwater zal ik niet meer visschen, uw
-opzichter zou mij kunnen betrappen. Ik ben u zeer dankbaar, goeden
-middag, mijnheer!"</p>
-
-<p>Ik nam weer mijn pet af, en ging heen; hij lachte als om een grap,
-maar ik behield den halven gulden.</p>
-
-<p>Toen zei ik: "Maar Daan, dan schijn je toch niet veel beter dan wij
-allen, want jij vangt visch, die niet aan jou toebehoort."</p>
-
-<p>"Ja, maar ik doe het niet meer," zei Daan snel. "Ik ga niet weer naar
-dien ouden heer. Ik zal het mijlen verder wel weer beproeven. Ik
-weet, dat vader op een deel der rivier ook vischrechten heeft."</p>
-
-<p>"Wie is die oude heer?" vroeg ik.</p>
-
-<p>"Hij is de graaf van Benton, hij heet Generaal Walton. Hij vroeg mijn
-naam niet, dat bewijst zijn voornaamheid." "En je zei eerst, dat hij
-vroeg wie je was," zei Alex.</p>
-
-<p>"Jawel, hij bedoelde mijn beroep," zei Daan deftig. "Heeren vragen
-niet iedereen naar hun naam, dat is niet naar den vorm."</p>
-
-<p>"Welnu, nu alle geheimen onthuld zijn, zal ik jelui het mijne
-vertellen," zei Alex. "Ik heb hard gewerkt en meer uitgevoerd, dan
-jelui allemaal samen." Wij lachten hem allen uit. "Goed," zei Alex,
-"vraag het dan maar aan den ouden Cummins. Hij vertelde aan vader,
-welk een drukke week hij voor zich had met het hooien, en dat hij
-één mannetje te kort kwam, en hoe moeilijk het was, hulp te krijgen.</p>
-
-<p>Maandagmorgen vroeg ging ik naar hem toe en zei hem, dat ik werken
-zou als de beste, als ie me maar betaalde; 't slot van de zaak was,
-dat hij me het loon van een halfwas knecht zou geven, nadat ik hem
-verteld had, waarvoor ik het geld noodig had. Zoo ging ik aan den
-arbeid, en Vrijdag krijg ik m'n loon: dan hoopt hij al het hooi
-binnen te hebben."</p>
-
-<p>Wij hadden wel eerbied voor Alex' plan. Maar wij hadden nog meer
-eerbied voor den afstand, die ons scheidde van het oogenblik, dat we
-geld genoeg zouden hebben. Eensklaps dacht ik aan een ander plan, en
-ik ging spoedig naar juffrouw Tapson, om haar meening erover te
-vragen. Mijn doel was, om elken Dinsdag een mand met groenten aan Bob
-mee te geven, en dan juffrouw Dutton ze te laten verkoopen. Juffrouw
-Tapson vond het een heel goed idee; ik ging weer gauw naar huis
-terug, en vroeg vader, of hij het goed vond; hij zei ja, tenminste
-zoolang Baldwin mij kon geven, wat wij uit onzen tuin te missen
-hadden.</p>
-
-<p>Toen waren we allen een beetje uit ons doen; alle geheimen waren nu
-onthuld, en wij houden juist zoo van geheimen. De volgende week
-beginnen de lessen weer.</p>
-
-<p>Niet weinig schrok ik, toen Lena den volgenden middag naar me toe
-kwam gehold en zei: "O, Griet, ik zit vreeselijk in de rats, toe,
-help me!"</p>
-
-<p>Lena komt altijd naar me toe, als ze wat bijzonders heeft uitgehaald,
-en dat doet ze altoos, als ze niets te doen heeft. Zij vertelde me
-nu, dat ze, bij het hek aan 't spelen zijnde, het meisje had zien
-voorbijrijden, dat ik den vorigen dag in het mooie dogkarretje had
-gezien. Het meisje moest in juffrouw Ribbon's winkel wezen, en daar
-ze alleen was, moest ze haar paardje los laten staan. Lena ging er
-heen, en toen, zonder over de gevolgen na te denken — Lena denkt
-nooit na, als ze iets gaat doen — sprong zij in het karretje, en
-reed er het dorp mee in.</p>
-
-<p>"Het was alleen maar uit de grap, Grietje," zei ze; "ik wilde binnen
-twee minuten weer terug zijn, en ze zou er niets van hebben gemerkt,
-maar ik gaf het paard een tikje met de zweep, en het ging er van door
-als de wind en ik kon het niet meer tot stilstaan brengen. Toen ik
-dat gewaar werd" — hier knipte Lena boosaardig met de oogen, — "had
-ik eerst dol veel schik. Wij vlogen erlangs en toen we te Cross Glen
-kwamen, draaide het paard een groote poort in! Toen werd ik angstig,
-want ik wist, dat onze baron daar woont zooals vader mij verteld
-heeft. Op zoo'n groot heerenhuis, Griet! Zoodra we de plaats waren
-opgereden, hield de pony stil; een huisknecht kwam de stoep af, en
-keek verbaasd rond, toen hij me zag.</p>
-
-<p>"Waar is juffrouw Clara?" vroeg hij.</p>
-
-<p>Ik klom snel uit het karretje, en zei: "Zij was bij ons in den
-winkel, en toen is het paard met mij weggerend." O, wat was ik
-beangst, Griet; ik vloog de laan uit, en verborg mij achter struiken,
-opdat niemand me zien zou. Eindelijk kroop ik te voorschijn, klom
-over een heg, en kwam zoo weer op den landweg terecht. Wat ben ik
-warm en moe!"</p>
-
-<p>"Maar Lena, wat is dat een leelijke streek van je! Waar is het meisje
-nu?"</p>
-
-<p>"Ik weet het niet. Ik denk, dat ze naar huis is gewandeld. Toe Griet,
-ga 's gauw naar juffrouw Ribbon, en vraag het eens even. Ik hoop nog,
-dat ze niet zullen ontdekken, wie het gedaan heeft."</p>
-
-<p>"Ga zelf," zei ik boos. Toen sloeg Lena haar armen om mijn hals.
-"Lieve Grietje, toe, ik houd zoo van je. Hè toe, ga jij nu even!
-Iedereen weet wel, dat jij er geheel buiten staat."</p>
-
-<p>Ik ging, en vond juffrouw Ribbon heelemaal in de war over wat er was
-voorgevallen.</p>
-
-<p>In één adem door vertelde juffrouw Ribbon wat er gebeurd was.</p>
-
-<p>"'t Gebeurt niet vaak, dat er een van de jonge dames van 't Huis in
-mijn winkeltje komt. Ik stond dan ook verplet, toen ik plotseling den
-pony hoorde wegrennen. Net was ik bezig, Clara een ons van Lena's
-borstplaat af te wegen, en ik vertelde haar wie ze gemaakt had, toen
-we eensklaps opschrikten door het wegrijden van 't karretje; beiden
-vlogen we de deur uit, en daar zagen we met ontzetting Lena
-wegrijden, haar lange haar als een gouden wolk om haar hoofd waaiend,
-en met een snelheid als van een automobiel. Houd haar vast! gilde
-Clara, zij rijdt met mijn pony weg!</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/17_locomotief.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:312px;"></center>
-<br>
-
-<p>Maar je hadt evengoed een locomotief kunnen tegenhouden. Ik trachtte
-toen de jongejuffrouw weer naar binnen te krijgen, om bij mij te
-wachten. Maar zij was zóó geschrokken, en ook zóó boos, dat ze
-stampvoetend van ergernis bleef staan en zei: Mijn moeder zal dat
-borstplaatmeisje wel eens duchtig straffen! Toen ging ze op den weg
-heen en weer loopen. En als nu Mevrouw er van hoort, zal ze nog hier
-komen en mij vragen, waarom ik niet iemand bij 't paard heb gezet, en
-dan zal ze 't me daarvoor ook nog lastig maken. Ik zou voor geen geld
-van de wereld haar willen boos maken, want dit is haar huis en ik ben
-haar huurster!"</p>
-
-<p>"Maar juffrouw Ribbon, wat spijt het me, dat het zoo geloopen is.
-Maar u weet, hoe Lena is. De borstplaat heeft haar eenigen tijd zoet
-gehouden, maar altoos haalt ze wat uit, dat verkeerd is. Denkt u, dat
-de jongejuffrouw goed thuis gekomen is?"</p>
-
-<p>"Hoe zou ik dat weten? Ik hoorde of zag sedert niets van haar."</p>
-
-<p>Vol van allerlei gedachten kwam ik thuis. Voor verklikker te spelen,
-vind ik verschrikkelijk. Dat is een van de dingen, die niet "in den
-vorm" zijn; bluffen en liegen en klikken vind ik slecht. Maar ik wist
-ook, dat vader van deze geschiedenis hooren zou, en er is niets, wat
-hij meer haat, dan dingen te vernemen, die wij hem verzwegen hebben.
-Hij wil, dat we altoos dadelijk onze verkeerdheden vertellen. Ik ging
-dus naar Lena toe, en zei haar, dat ze naar vader moest gaan, en het
-hem vertellen. Zij wou niet, en toen zei ik haar, dat ik zelf zou
-gaan. Toen begon ze natuurlijk weer heel lief te doen. Juist kwam
-vader binnen, toen we druk aan 't twisten waren, wie gaan zou.</p>
-
-<p>"Wat is er aan de hand?" vroeg hij.</p>
-
-<p>"Lena wou u iets vertellen," zei ik en liep daarna vlug de kamer uit.
-Natuurlijk biechtte ze nu op; vader nam haar mee naar de
-studeerkamer, en las haar daar eens flink de les; schreiende kwam ze
-terug. Later heeft ze me verteld, dat vader haar een briefje van
-schuldbekentenis had laten schrijven; zelf had hij er een aan Mevrouw
-geschreven, waarin hij de toedracht der zaak meedeelde. Hij had tegen
-Lena gezegd, dat hij telkens weer zich voor zijn kinderen moest
-schamen, en daarop was Lena gaan schreien. Maar hij had haar gekust,
-voor ze wegging; vader is dol op Lena; hij zegt altoos, dat ze hem
-aan moeder herinnert!</p>
-
-<p>Den daarop volgenden avond, Vrijdag, waren Lena en ik in de badkamer.
-Wij moesten "de groote wasch" doen, altijd een groot vermaak. Wij
-vullen dan de kuip maar half, en wasschen alles, wat we maar machtig
-kunnen worden. Puf hielp ons dapper. Alle kammen en borstels worden
-eerst gewasschen, dan alle poppenkleeren van Lena, zakdoekjes,
-halskraagjes, schortjes, en alles wat er maar vuil in huis te vinden
-is. Puf bracht ons alle artikelen aan; juist had hij een wollen aapje
-in 't bad laten plonsen, en stonden we te schaterlachen om z'n koddig
-gezicht, toen Emma kwam binnenvliegen.</p>
-
-<p>"De jongedames Grietje en Lena moeten dadelijk naar de huiskamer
-gaan; er is visite, en tante heeft gezegd, dat je komen moet!"</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/18_badkamer.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:228px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Hè, wat vervelend!" zei ik, "En wie is het, Emma?"</p>
-
-<p>Lena en ik stonden in onzen onderrok, vanwege het geplas met water.</p>
-
-<p>"Het is Mevrouw Londesburg met haar dochtertje."</p>
-
-<p>Lena en ik keken elkaar verschrikt aan.</p>
-
-<p>"Ik ga niet heen," zei Lena, "ik doe het niet."</p>
-
-<p>Maar Emma troonde ons mee naar de slaapkamer, waar we ons
-aankleedden.</p>
-
-<p>"Wij moèten gaan, Lena. O kind, ik wou, dat je 't maar niet gedaan
-hadt. Ik zou wel vriendin met dat meisje willen zijn." "Ik niet
-graag!"</p>
-
-<p>Lena was boos, en zij stond maar steeds heen en weer te wiegen, toen
-Emma trachtte haar het haar met den pas schoongemaakten borstel te
-borstelen. "Ga weg, Emma! Ik zal ze uur aan uur op me laten wachten.
-Ik ben in geen jaren klaar!"</p>
-
-<p>Emma ging boos weg. Toen smeekte ik Lena, om toch anders te doen;
-binnen twee minuten helderde haar gelaat op — zij is nooit langer
-dan 5 minuten boos — en was ze bereid, mee naar beneden te gaan.</p>
-
-<p>"Ik zal voorwenden, dat ik van niets afweet," zei ze; "vader is uit,
-en dus kan hij het haar niet zeggen."</p>
-
-<p>Zoo kwamen we de huiskamer binnen; ik was heel wat meer beangst dan
-Lena. Daar zat het meisje; alleraardigst zag ze er uit in haar witte
-zijden jurk en witten hoed. Mevrouw was in druk gesprek met tante
-Caroline. Iedereen in het dorp is bang voor Mevrouw Laura; ik begrijp
-niet waarom; zij keek heelemaal niet streng, en toen ze ons zag,
-barstte ze in een schaterlach uit.</p>
-
-<p>"Wie van jelui heeft me dat aardige briefje geschreven? Ik ben hier
-gekomen, om het je te vergeven, en om je te vragen, of je morgen bij
-mijn dochtertjes komt theedrinken. Wil je komen?"</p>
-
-<p>Lena sloeg niet eens beschaamd de oogen neer.</p>
-
-<p>"Ik ben het, die u vergiffenis woudt schenken," zei ze. Toen gaf
-Mevrouw ons de hand, en wij gaven Clara ook een hand. Zij keek Lena
-heel ernstig aan, maar glimlachte tegen mij.</p>
-
-<p>"Hebben jelui een kinderkamer?" vroeg ze mij.</p>
-
-<p>"Neen, alleen een leskamer; wil je ze eens zien?" Dadelijk ging ze
-met ons mee. Wij gingen zwijgend de trap op; boven gekomen, zei Lena:
-"Wil je ons bad eens zien?"</p>
-
-<p>Zij aarzelde even en zei toen van ja. Wij hadden heelemaal vergeten,
-dat we Puf alleen hadden achtergelaten; toen we de badkamer
-binnengingen vonden we hem bezig met onze oude kat en haar twee
-jongen, die hij in de kuip had gezet, om ze alle drie te wasschen. De
-kleine poesjes waren al bijna verdronken. Vliegens haalden we ze uit
-het water, en in den angst van het oogenblik was alle stugheid
-tusschen Clara en ons geweken, en begon ze al druk over allerlei mee
-te babbelen. Zij vertelde ons, dat ze een tweeling was; haar zusje
-heette Betty. Betty had haar voet verstuikt, en kon nu niet loopen;
-de dokter had gezegd, dat ze heel lang moest blijven liggen. Puf keek
-Clara eens even aan, en zei toen: "Wil je ook niet es wat wasschen?
-Mijn slabbetje is heel erg vuil."</p>
-
-<p>Intusschen was Lena de katten aan 't afdrogen, en toen ze er wat
-toonbaar uitzagen, droegen we ze naar beneden, om ze in de keuken
-verder te laten drogen. Daarna lieten we 't vuile water uit de kuip
-loopen, en deden er weer versch in; Clara vond het zóó verrukkelijk,
-dat zij ook wou wasschen. Wij gaven haar een vuil paardedekje van Puf
-en vertelden haar, terwijl ze ijverig te wasschen stond, hoe we tante
-eens voor den gek hadden gehouden.</p>
-
-<p>Wij waschten toen een roodwollen poppejurkje; dit gaf zóó erg af in
-'t water, dat ik naar beneden vloog, en tante Caroline toeriep: "Kom
-u es gauw boven, Lena bloedt zoo." Tante Caroline liep zoo hard als
-ze kon de trap op, en kwam doodelijk verschrikt bij 't bad. Daar zag
-ze, hoe we haar voor 't lapje hadden gehouden. Clara vond de historie
-allerleukst.</p>
-
-<p>Maar wat was ze nat geworden! Haar jurkje kon je wel uitwringen. Wij
-beproefden haar te drogen, doch toen we beneden kwamen, was tante
-Caroline erg boos, en zelfs Mevrouw Laura keek verstoord. Clara kreeg
-Lena's beste witte jurk aan, die haar heel goed paste; tante zei
-tegen Mevrouw: "Ik verzeker u, dat ik geen oogenblik gerust ben, wat
-er gebeuren zal. Ik kan u niet zeggen, hoe dit me nu weer spijt."
-Maar Clara zei dadelijk: "Och mama, ik vond het zoo heerlijk; ik kan
-me thuis nooit zoo vermaken." Mevrouw Laura glimlachte en sprak: "Ik
-kan me zoo begrijpen, juffrouw, dat u uw handen vol hebt; bij mij
-moeten ze maar niet wasschen, als ze op de thee komen morgen."</p>
-
-<p>Mevrouw en Clara vertrokken nu per rijtuig; Lena en ik kregen droog
-brood bij de thee, omdat we Clara hadden laten wasschen. Ik vind die
-straf niet verdiend. Vader straft ons nooit onverdiend. Tante denkt
-altijd, dat we dan beter zullen opgroeien. Maar wij denken wel eens,
-dat die bijzonder goed opgevoede lui de malste menschen van de wereld
-worden. En daarom zijn we d'r heelemaal niet op gesteld, zoo heel
-best op te groeien.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter06"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK VI.</h3>
-
-<p>In groote spanning zagen Lena en ik de theevisite bij Mevrouw Laura
-tegemoet. Lang voordat tante Caroline het gewild had, waren we al in
-ons beste pakje gestoken. Emma bracht ons weg, en liep onophoudelijk
-druk te praten over het mooie, groote huis van den baron. Ik wou, dat
-ze allen bij ons in de kerk kwamen, maar dat doen ze niet; dichterbij
-hebben ze een kerk, en daar gaan ze heen. Wat zullen de jongens
-jaloersch op ons zijn; ik heb ze maar gezegd, dat er heelemaal geen
-jongens zijn, waarna Daan opmerkte, dat een visite van louter meisjes
-hem te min was.</p>
-
-<p>Lena was gewoon wild; ik waarschuwde haar, dat, als ze wat verkeerds
-uithaalde, ik dadelijk naar huis terug zou keeren, om haar daar te
-laten. Natuurlijk werd ik weer voor verwaandheidje uitgescholden,
-maar dat is minder: Lena was nu niet kalm.</p>
-
-<p>Toen we de groote voordeur naderden, was ze o zoo schuchter, ik denk
-een beetje angstig. Ikzelf eigenlijk ook wel een weinig, toen een
-deftige huisknecht ons in een vestibule liet, die geheel met
-schilderstukken en platen versierd was, en ons vervolgens langs
-eindelooze gangen geleidde, waarna hij een deur opende, en riep: "De
-jongedames van de pastorie!"</p>
-
-<p>Even daarna stonden we in een allerliefste kinderkamer, en kwam Clara
-ons tegemoet om ons te verwelkomen. Zij bracht ons dadelijk bij 't
-venster, waar Betty op een sofa lag. Zij geleek sprekend op Clara,
-alleen haar gezichtje was wat smaller en bleeker. Dan was er in deze
-kamer nog een vriendelijke gouvernante, Miss Tudor.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/19_gouvernante.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:424px;"></center>
-<br>
-
-<p>Onmiddellijk vroeg Lena haar, of ze nog familie was van den koning
-Tudor. Miss scheen het nog al niet kwaad op te vatten; ze lachte
-althans en zei, dat ze vreesde, wel geen koning in de familie te
-zullen hebben.</p>
-
-<p>Toen trok Clara ons mee, en liet ons al haar prachtige poppenkamers
-en ander speelgoed zien. Al spoedig zat Lena op den vloer en
-vermaakte zich met een der poppenkamers. Inmiddels was ik met Betty
-gaan praten.</p>
-
-<p>"Clara heeft me verteld van jelui badkamer en de groote wasch," zei
-ze; "ik wou, dat ik er bij geweest was. Toe, vertel me d'r es wat
-meer van." Ik ging haar nu vertellen van ons ezeltje, en hoe wij
-probeerden het geld te krijgen; ze vond het allerleukst.</p>
-
-<p>Clara kwam naar ons toe: "Zeg, Betty, wij hebben toch zoo'n schik met
-ons poppenhuis; Lena vertelt me allerlei nieuws, hoe ik er mee om
-moet gaan. Wij hebben inbrekers door den schoorsteen laten klimmen,
-en onder het ledikant verborgen, en" — hier ging ze fluisteren —
-"als Miss meteen uit de kamer gaat, gaan we een brandje voorstellen,
-en dan zijn wij brandweermannen; dan halen we de tuinslang en
-bespuiten het met water."</p>
-
-<p>Betty's oogen schitterden, maar ik moest zien, dat spelletje te
-voorkomen. Ik vertelde haar, dat wij zooiets thuis ook eens gedaan
-hadden. De jongens staken toen een brandenden lucifer onder een van
-de poppenbedden. 't Was o zoo aardig, maar het gansche bed vatte
-vlam, en al onze poppen verbrandden. 't Was wel heel vermakelijk, het
-toen te blusschen, doch net kwam moeder binnen, en wij moesten haar
-beloven, zooiets nooit weer te zullen uithalen. Als we hier zoo'n
-rommel maken, mogen we nooit weer komen.</p>
-
-<p>Lena keek me nijdig aan. "Hè, Griet, wat ben je weer vervelend, je
-houdt nou ook nooit es van een grapje!"</p>
-
-<p>'t Is wel hard, als je voor vervelend wordt gescholden, terwijl je 't
-goed bedoelt; maar ik zei geen woord meer, zoodat Lena al spoedig
-haar zinnen op wat anders zette. 't Duurde niet lang of de
-poppenkamer was veranderd in een kasteel, door soldaten belegerd; de
-poppen werden verondersteld, te worden gevangen genomen en vermoord,
-waarbij Clara en Lena een afgrijselijk geschreeuw aanhieven.</p>
-
-<p>Inmiddels vertelde Betty mij, hoe het voortdurend liggen op de sofa
-haar vermoeide, en hoe zij ernaar verlangde, er af te mogen en de
-kamer rond te huppelen. Vervolgens toonde ze me haar boeken en
-speelden we een leuk spelletje, totdat de thee kwam. Wij waren toen
-al de beste vrinden; Clara zei, dat er in geen mijlen zulke meisjes
-als wij te vinden waren. Wij vroegen haar de namen van al de dominees
-in de buurt, en van al de baronnen, en het bleek, dat zij ze allen
-bij name kende.</p>
-
-<p>Na de thee, toen Miss Tudor de kamer verlaten had, zei Betty tegen
-me: "Ik ben toch zoo blij, dat jelui niet zoo braaf bent. Ik dacht
-altijd, dat kinderen van een dominee zoo heel braaf waren. En als
-jelui dat waart, zou ik niet van je gehouden hebben."</p>
-
-<p>Ik voelde me wat vernederd en zei langzaam: "Zoo. Ja, heel goed ben
-ik niet, maar ik tracht het toch te worden." Zij keek mij aan. "Maar
-het is toch veel grappiger om ondeugend te zijn."</p>
-
-<p>"Dat weet ik niet," antwoordde ik. "Zoolang je 't bent, lijkt het
-heel dapper, maar daarna is het dat lang niet."</p>
-
-<p>"Ik wou, dat er geen "daarna" bestond," zei Betty ongeduldig. "Dat ik
-hier op die vreeselijke sofa lig, is ook een "daarna". Je weet, ik
-heb mijn voet verstuikt, toen ik als een jongen in een boom wou
-klimmen. Miss Tudor riep me, om er uit te komen, maar ik lachte haar
-uit, klom hooger en — viel."</p>
-
-<p>"Verschrikkelijk," zei ik, en voegde er aan toe, terwijl ik mijn
-wangen voelde gloeien: "Dat is nu precies hetzelfde, wat ik zou
-gedaan hebben. Het is dan zoo akelig gemakkelijk, zoet te wezen."</p>
-
-<p>"Ik houd ervan, flink ondeugend te wezen," sprak Betty met trots.</p>
-
-<p>"Ik wou, dat je vader kende," zei ik. "Hij gunt ons zooveel mogelijk
-pleizier. Vaak zegt hij tegen tante Caroline: Een losse teugel,
-tante, voor mijn jonge wildebrassen, en zoo weinig mogelijk bevelen
-en regelen als 't maar kan. Dat zal ongehoorzaamheid voorkomen."</p>
-
-<p>"Wat een lieve vader!" riep Betty.</p>
-
-<p>En ik ging voort: "Hij zegt, dat als wij Gods geboden gehoorzamen,
-wij ook de zijne zullen opvolgen. Toen ik nog een klein meisje was,
-las ik vaak de Tien Geboden over, en ik dacht, dat ik er nooit één
-van overtrad. Maar nu weet ik beter. Verleden Zondag noemde vader ons
-drie geboden: Kom, ga, doe."</p>
-
-<p>Betty luisterde met aandacht. "Toe, ga voort. Je bent een
-heerlijkerd; 't eene oogenblik brul je van 't lachen en 't andere hou
-je een preek."</p>
-
-<p>Ik vertelde haar nu, zooveel als ik nog wist van vaders preek. "Zoo
-doet een trouwe knecht. In onze kerk ligt een ridder begraven, die
-altoos trouw en altoos bereid was. Vader zegt, dat hij dat ook wil
-wezen, en natuurlijk is hij het ook, en als ik er maar veel om denk,
-tracht ik het ook te wezen."</p>
-
-<p>"Vergeet je het dan zoo gauw?"</p>
-
-<p>"Bijna altoos," antwoordde ik zuchtend.</p>
-
-<p>In dit gesprek werden we gestoord door Lena en Clara. Ze wilden zich
-verkleeden. Wij gingen dus naar Clara's slaapkamer en trokken
-allerlei malle kleeren aan. Daarna keerden we terug naar Betty. Clara
-stelde een oude bedelares voor; Lena moest een Indiaan verbeelden,
-terwijl ik een deftige Amerikaansche dame voorstelde.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/20_dame.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:409px;"></center>
-<br>
-
-<p>Allemaal deden we verhalen aan Betty, en zeiden, uit Engeland te zijn
-gekomen, omdat we gehoord hadden, dat ze zoo rijk en goed was.
-Vervolgens kondigde Lena een Indiaanschen dans aan; zij klauterde op
-de tafel, en tolde als een dolle rond, zoodat Betty tranen van 't
-lachen kreeg.</p>
-
-<p>Toen deze voorstelling was beëindigd, werd ons meegedeeld, dat Emma
-gekomen was, om met ons weer naar huis te gaan. Wij namen afscheid
-van elkaar; Clara en Betty vroegen ons, toch vooral weer te komen.
-Wij vonden het heerlijk, en Lena zei, toen we thuis kwamen: "Nu zie
-je es, hoe goed het was, dat ik er met den pony vandoor ging, want nu
-hebben we beste vriendjes in Clara en Betty." Toen wij thuis kwamen,
-vonden wij de jongens druk bezig met het tellen van hun geld. Daan
-had 65 cent gemaakt voor gevangen visch, die hij bij drie
-verschillende boeren had verkocht, en Alex had f1.80 verdiend bij
-Cummins; deze had hem 30 cent per dag gegeven voor zijn hulp bij 't
-hooien. Met de noodige plechtigheid verklaarde Alex: "'t Is verdiend
-in het zweet des aanschijns; maar het is ook alles, wat ik kan
-verdienen, want er wordt nergens meer gehooid nu. En de volgende week
-moeten we ook weer naar school."</p>
-
-<p>Oversecuur telden we allen ons geld nog eens na; 't was nog lang niet
-genoeg, om er een ezel voor te koopen, maar wij hadden alle hoop, er
-nog heel wat bij te verdienen. Lena kon doorgaan met het maken van
-borstplaat, en ik met het plukken van bloemen, en het zenden van
-groenten naar de markt. Daan kon voortgaan met zijn visscherij.
-Alleen voor Alex moest fluks een ander plan bedacht worden.</p>
-
-<p>"Niet noodig!" zei hij. "Ik heb harder gewerkt dan jelui allemaal
-samen. Ik heb mijn aandeel geleverd."</p>
-
-<p>"Eén gulden en tachtig cents is niet veel," merkte ik op. Alex begon
-korzelig te worden en zei: "'t Zit 'm niet in de hoeveelheid, 't zit
-'m in de waarde. Deze 36 stuivers vertegenwoordigen een zeer zwaren
-arbeid. Wat zou je meer op prijs stellen als verjaarsgeschenk: een
-boek, dat je zoo maar koopt en weer weggeeft, of een boek, waarvoor
-een jaar lang gespaard is, en de krachten van wie het kocht, bijna
-heeft uitgeput?"</p>
-
-<p>Ik was onder den indruk van deze redevoering, maar Daan heelemaal
-niet. "Je bent een lui stuk mensch," zei hij; "ik weet heel goed, dat
-je den halven dag in 't land lag, en frissche dranken kreeg."</p>
-
-<p>Maar Alex meende een week rust noodig te hebben; daarna zou hij een
-nieuw plan aanvatten. "Mijn lichaam is zoo vermoeid, dat ik niet
-denken kan; maar ik beloof je, dat mijn nieuwe plan niet minder
-aardig zal wezen dan dat van jelui."</p>
-
-<p>De Zaterdag met z'n zangoefening in de kerk kwam weer aan. Juist was
-ik aan 't zingen, toen ik ineens dacht aan vaders preek: Semper
-fidelis, semper paratus. Ik dacht erover, wat vader nu wel van mij
-zou wenschen. Maar ik had den moed niet, om het te doen; Daan zou mij
-uitlachen m'n leven lang. Maar toen ik naar bed ging, bad ik tot God,
-of Hij mij zóó moedig wilde maken, dat ik het doen durfde.</p>
-
-<p>Zondagmorgen vond ons allen aan 't ontbijt. Tante Caroline staat
-gewoonlijk al vóór ons van tafel op, omdat ze naar de Zondagsschool
-moet. Ook nu zou ze juist weer heengaan, toen Daan eensklaps
-opsprong, met rood gezicht haastig z'n kopje thee leegslurpte, en
-zei: "Tante, ik ga met u mee naar de school. Ik zal de klasse der
-kleintjes nemen." Tante nam het heel kalm op, maar voor onze ooren
-was het, of het onweerde.</p>
-
-<p>"Ik heb al zoo vaak er op aangedrongen, dat een van jelui me helpen
-zou," zei tante. "De arme kleintjes begrijpen mijn onderwijs aan de
-ouderen nog niet."</p>
-
-<p>Daan ging de kamer uit. Alex sloeg z'n oogen ten hemel, hief z'n
-handen op en riep: "De hemel komt naar beneden!" Lena begon te
-giegelen. "Stel je voor: Daan de kleintjes aan 't onderwijzen! Hij
-weet ze niets anders te zeggen dan "goede vormen"."</p>
-
-
-<p>Ik gevoelde mij als aan den grond genageld. Als ik dàt geweten had!
-Dat was nu de jongen, van wien ik vreesde, dat hij mij uit zou
-lachen, als ik deed, wat hij nu doet! Ik liep den tuin in, en
-schreide eens goed uit. En o, hoe bewonderde ik Daan nu! Altijd doet
-hij de dingen zoo onverwacht. Nooit praat hij er over, en je zou
-denken, 't kan hem niet schelen ook, maar plotseling komt ie uit z'n
-rust, gaat heen, en doet het. Ik zou zoo graag als hij wezen.</p>
-
-<p>"Wat zal ik een pret hebben over die zuigelinglessen," zei Alex, toen
-we samen naar de kerk gingen. "Neen, dat mag je niet," zei ik, "want
-het is heel goed, wat Daan gaat doen. Verleden Zondag heeft vader er
-nog over gepreekt. Ik had het ook willen doen, maar ik was bang, dat
-jelui me zouden uitlachen. En nu is Daan me vóór geweest. Heusch
-Alex, onder het ontbijt dacht ik elk oogenblik het te zullen zeggen,
-maar zie, ik kwam net te laat."</p>
-
-<p>Alex keek me een beetje scheef aan, maar zei niets; en toen we Daan
-bij het middageten weer zagen, zei geen van ons wat tegen hem; wij
-deden, alsof er niets gebeurd was. Ik bewonder Daan, als hij zoo
-doet, want hij zegt nooit, dat hij iets goed doet. En om elkaar te
-zeggen, dat je iets goed doet, vind ik verkeerd, lijkt me zoo
-verwaand.</p>
-
-<p>En nu moet ik vertellen van Maandagmorgen, en van de groote
-verrassing, welke ons toen te beurt viel. Puf had al telkens gezegd,
-dat hij iederen dag een brief van God verwachtte, met het geld voor
-een ezel erbij. Elken morgen klampte hij den brievenbesteller aan. 't
-Zal den man wel raar in de ooren geklonken hebben, toen Puf hem
-vroeg: "Weet u wel zeker, dat er geen brief voor mij bij is, want ik
-verwacht er een van God; het moet een heele zware brief wezen."</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/21_brief.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:189px;"></center>
-<br>
-
-<p>Dezen Maandag bracht hij de brieven weer binnen, en toen vader ze
-nakeek, zei deze plotseling: "Is hier een mijnheer George
-Marjoribanks in de kamer?" "Dat ben ik!" riep Puf, en danste in de
-grootste opwinding om de tafel. "Laat mij hem zelf openmaken!" Hij
-kreeg den brief in z'n handjes. "Maak 'm nu maar open," zei vader,
-ook wel 'n beetje nieuwsgierig. Puf maakte hem open: er zaten drie
-postbewijzen in, en een velletje papier, waarop geschreven stond:</p>
-
-<pre class="indent10">"Van grootmoeder. Voor een ezeltje."</pre>
-
-<p>En elk van de postbewijzen was f12.— groot.</p>
-
-<p>Wij konden onze oogen niet gelooven. Grootmoe geeft ons zelden geld
-— alleen op verjaardagen. Ik vermoedde natuurlijk al dadelijk, dat
-tante Caroline haar verteld zal hebben, hoe vurig Puf er om bad. Pufs
-gezicht was een portret waard, toen hem werd uitgelegd, hoe de zaken
-nu stonden. Zijn oogen straalden van blijdschap; hij zette een borst
-op en zei: "Natuurlijk. Ik begrijp heel goed, wat er gebeurd is.
-Vader zegt, dat God geld aan sommige menschen geeft, om er goed voor
-te zorgen. Hij heeft het Zelf te druk gehad, om het te zenden, en
-daarom droeg Hij oma op om het te doen."</p>
-
-<p>"Ik geloof, dat je de waarheid zegt, Puf," sprak vader, terwijl hij
-hem kuste op z'n heerlijken kroeskop. Puf keek met verrukte blikken
-om zich heen. "Mijn plan is het beste geweest van ons allen," juichte
-hij.</p>
-
-<p>Wij waren te verrast, om te spreken. Vader sprak zachtjes: "Want
-derzulken is het Koninkrijk Gods."</p>
-
-<p>Toen, na nog even stilte, barstten we allen uit in een blij gejuich.
-Het ezeltje was zoo goed als gekocht, en we konden zelfs nog wel geld
-over houden. Daan zei al dadelijk, dat dat dan wel kon dienen voor
-een zadel, maar vader zei, dat we voor die 36 gulden en wat we al
-reeds hadden; allicht wel een ezeltje en een tweede-hands wagentje
-konden koopen. Maar vader schat de dingen altijd goedkooper dan ze
-zijn.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter07"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK VII.</h3>
-
-<p>En nu: waar kunnen we een ezel koopen?</p>
-
-<p>Ziedaar de groote vraag, welke ons allen bezig hield, toen we op een
-pufwarmen middag ons hadden neergevleid onder de boomen langs het
-grasveld. Behalve Puf, die nog niet tot bedaren gekomen was en
-telkens opsprong om vlinders na te jagen.</p>
-
-<p>Alex opende de debatten, kriebelde Lena met een grassprietje in haar
-oor en zei: "Je ziet nog wel es veel ezels zoo grazen, maar ik heb er
-tot nu toe nog niet zoo bijzonder op gelet."</p>
-
-<p>"Laten we naar juffrouw Ribbon gaan, en haar vertellen, wat we noodig
-hebben," stelde ik voor, en begon alvast te zingen:</p>
-
-<pre class="indent10">
- Wie hier eens komt, die komt terug,
- Die wordt geholpen, goed en vlug.
-</pre>
-
-<p>"Zij zal er een uit haar dierenverzameling halen," zei Daan, "en dan
-zal 't niet veel moois wezen, dat verzeker ik je. Neen, de eenige
-lui, die werkelijk goede ezels hebben, dat zijn de zigeuners, en die
-moeten we vóór alles zien te vinden."</p>
-
-<p>"Hoera!" riep Alex uit, "we gaan een zigeunerkamp bezoeken." En Lena
-voegde erbij: "Juffrouw Ribbon zal ons wel zeggen, waar er een is."</p>
-
-<p>"Wacht es even," zei Daan, "we kunnen het best zelf uitvinden, waar
-ze zitten, evengoed als de politie. Laat mij maar begaan."</p>
-
-<p>"Nou ja, maar we kunnen toch evengoed eerst es bij juffrouw Ribbon
-gaan hooren," meende ik.</p>
-
-<p>Aldus werd besloten; we sprongen allen overeind en draafden naar het
-"dorpsmagazijn". Er stonden juist twee vrouwen af te rekenen, maar
-toen ze ons zagen, gingen ze heen, en spoedig had ons clubje den
-ganschen winkel gevuld, natuurlijk Puf vooraan. O, wat was het er
-snikheet! De vliegen zaten overal op, en juffrouw Ribbon zag er uit,
-alsof ze zoo van een wilde vliegenjacht kwam, natuurlijk kwamen de
-vliegen nu ook nog op haar gezicht af, alsof het met stroop besmeerd
-was. Met haar zakdoek trachtte ze de lastige dieren op 'n afstand te
-houden. Niettemin glimlachte ze, zooals altijd en onder alle
-omstandigheden.</p>
-
-<p>Daan nam eerst het woord en zei alsof het een bestelling gold: "Wij
-wilden een zigeunerkamp hebben." Juffrouw Ribbon keek hem versteld
-aan, maar glimlachte alweer spoedig; zij houdt van een grap, en
-daarom wij ook van haar.</p>
-
-<p>"Hoeveel geld heb je daarvoor beschikbaar? Ze zijn duur, jongeheer
-Daan!"</p>
-
-<p>"O, dat komt later wel terecht, als u er ons maar aan een helpt," zei
-Daan.</p>
-
-<p>"Een zigeunerkamp is een flinke bestelling," zei juffrouw Ribbon
-nadenkend. "Maar je moet me eens wat nader zeggen, wat je bedoelt.
-Hoeveel zigeuners moet je hebben? Of is de bedoeling een kamp
-alleen?"</p>
-
-<p>Wij zagen, hoe ze lachte. Maar Alex zei nog eens uitdrukkelijk: "Dat
-zou nu de eerste keer worden, dat we hier tevergeefs kwamen. Neen,
-juffrouw, we moeten een compleet kamp hebben, met levende zigeuners
-erin."</p>
-
-<p>"Maar groote goedheid, kinderen, ik verkoop alleen dingen, die de
-menschen kunnen koopen. Levende zigeuners zijn niet te koop in dit
-Christelijk land."</p>
-
-<p>Wij begonnen terrein te verliezen, juffrouw Ribbon is ons te knap af.
-Toen zei Daan met potsierlijke verontwaardiging: "Wij zullen het
-onthouden, juffrouw. Wat wij wilden koopen was de inlichting over een
-zigeunerkamp. Maar we zullen u verder niet lastig vallen."</p>
-
-<p>Allen verlieten we den winkel, 't hoofd in den nek als vertoornde
-klanten.</p>
-
-<p>"'t Zal haar wàt spijten, dat ze ons niet heeft geholpen," zei Daan.
-We gingen dadelijk weer naar huis. Daar schreef Daan, op een groot
-vel van vaders preekenpapier, zoo mooi als hij kon:</p>
-
-<pre class="indent10">
- "Onmiddellijk inlichtingen gevraagd
- naar het naastbijgelegen zigeunerkamp.
- Gedurende één week in te zenden
- aan de pastorie.
-<span style="float: right;">Daniël Marjoribanks."</span>
-</pre>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/22_mijlpaal.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:235px;"></center>
-<br>
-
-<p>Toen was de vraag: Waar zullen we dien brief brengen? We waren 't er
-allemaal over eens: niet bij juffrouw Ribbon. Daan had een mooi idee.
-Bij den kruisweg, juist aan 't begin van ons dorp, staat een groote
-mijlpaal. Wij namen een beetje lijm mee en gingen er heen. Onderweg
-zei ik tegen Daan: "Je zult er nog een belooning voor moeten geven."
-Daar had hij niet aan gedacht, maar vlug krabbelde hij nog op den
-brief: "De aanbrenger zal goed beloond worden." Zoo hoog als wij
-erbij konden, werd het papier tegen den paal geplakt, en daarna
-keerden we weer naar huis terug. Na de thee ging Daan nog twee keer
-kijken, of de lijm wel goed hield. Den tweeden keer zag hij, dat er
-twee mannen en een jongen bij stonden te lezen. "Ik hield me weg,"
-vertelde hij; "ik kroop achter een heg. Zij schenen er veel belang in
-te stellen."</p>
-
-<p>"Ik geloof, dat we beter gedaan hadden, met naar een ezel te vragen,"
-merkte ik op. Maar de jongens moesten daar niets van hebben. "Dat
-zigeunerkamp is juist de grap!" schreeuwde Daan. "Misschien zijn er
-in Lincolnshire niet eens zigeunerkampen," zei Lena.</p>
-
-<p>Dat hadden we nog niet overdacht. En dus gingen we op nader onderzoek
-uit. Vader werd aangeklampt om ons daar wat meer van te vertellen.
-Hij vertelde ons, dat hij eens zoo'n kamp had bezocht, toen daar een
-man ziek was geworden. Wij vertelden vader echter niet, waarom wij
-onze vraag deden, maar Puf wilde weten, of ze ook jongens en meisjes
-stalen.</p>
-
-<p>Den dag daarna kwam er een jongen aan de achterdeur en vroeg Daan te
-spreken. Gelukkig was hij thuis, want den volgenden dag begonnen de
-lessen weer. Zeer gejaagd kwam Daan aanloopen. De jongen vertelde:
-"Ik heb dien brief gelezen. Boer Brown, aan den weg naar Lemworth,
-laat altijd zigeunertroepen op een stuk land bij z'n boerderij
-uitrusten. In deze maand komen ze gewoonlijk, omdat ze dan naar de
-Lemworthsche kermis gaan, en die is vandaag over een week."</p>
-
-<p>"Sjonge, dat treffen we!" riep Alex. "Hoeveel heb je hem gegeven?"</p>
-
-<p>"Dertig centen. Dat vond ie heel best. Ik zal het natuurlijk uit onze
-ezelkas betalen."</p>
-
-<p>"Ik wou, dat we nu morgen dien ezel maar kochten, dat lange wachten
-is nergens goed voor," vond ik.</p>
-
-<p>Maar de jongens vonden, dat het wel een week uitstel waard was, om
-een echten ezel te kiezen uit een echt zigeunerkamp. En toen begonnen
-de lessen; alle dagen waren de jongens weg. Lena en ik kregen 's
-morgens les van tante Caroline, en Puf verbeeldde zich dat ook maar.
-De middagen hadden we voor onszelf, maar dan was er altijd wel wat
-naar een zieke te brengen, of andere boodschappen.</p>
-
-<p>Op zekeren dag hoorde vader mij brommen, omdat ik zoo graag een nieuw
-leesboek uit de school-bibliotheek wou lezen, en tante me toen een
-boodschap wilde laten doen, terwijl ik pas voor haar was weggeweest.
-Vader schudde zijn hoofd, en zei: "Semper paratus! Grietje, zoo wordt
-je niet een goede dienstmaagd."</p>
-
-<p>"Maar ik ben de meid van tante Caroline niet," flapte ik eruit.</p>
-
-<p>"Ik dacht, dat je een van Christus' dienstmaagden waart," sprak vader
-ernstig. "Jou kleine dagelijksche werkzaamheden zijn de plichten, die
-Hij je oplegt, Je kunt niet Zijn dienst scheiden van den dienst hier
-in huis, het zijn dezelfde plichten. Denk je wel altijd aan Zijn
-bevelen, kind?"</p>
-
-<p>"Ik vergeet het zoo vaak," zuchtte ik.</p>
-
-<p>"Een ontrouwe dienstmaagd is zulk een teleurstelling voor Jezus,"
-sprak vader zacht.</p>
-
-<p>Toen begon ik te schreien. Ik kon er niets aan doen.</p>
-
-<p>"Ik geloof niet vader, dat ik ooit een trouwe, gewillige dienstmaagd
-zal worden."</p>
-
-<p>"Waarom niet? Deze boodschap van je tante was een oproep tot <i>gaan</i>,
-nietwaar?"</p>
-
-<p>"Ik denk van wel," fluisterde ik.</p>
-
-<p>"Geloof je zelf, dat je in Christus' dienst bent?" vroeg hij me.</p>
-
-<p>"Ik hoop van wel, vader. Ik wil Hem dienen, omdat Hij voor mij
-gestorven is, en ik heb Hem lief, maar niet zóó, als het moest
-wezen. Ik denk, dat het <i>komen</i>, waarover u preekte, heel wat
-gemakkelijker is, dan het <i>gaan</i>. En wat het <i>doen</i> betreft, ik heb er
-niet eens over gedacht. En, vader, het spijt me toch zoo, dat ik die
-Zondagsschoolklas niet heb genomen; Daan was me net voor."</p>
-
-<p>"Elken dag, Grietje, moet je zoowel komen als doen. Het eerste wat
-een knecht des morgens doet, is zijn heer om orders vragen. Heb je
-van morgen den Heer om Zijn bevelen gevraagd?"</p>
-
-<p>"Neen vader," zei ik, "ik heb mijn gebed vanmorgen afgeraffeld, omdat
-ik te laat op was."</p>
-
-<p>"O, maar dàt is de oorzaak van je ontrouw. Ik ben in mijns Meesters
-dienst al heel wat jaren meer, dan gij Grietje. Als ik beproef Zijn
-bevelen uit te voeren, zonder Hem steeds te bidden, dan geraak ik
-dadelijk in moeite. Den ganschen dag, en elken dag is het "komen" en
-"gaan"."</p>
-
-<p>Vader ging heen, ik bleef in nadenken verzonken staan, en beloofde
-mijzelf in stilte, dat ik trachten zou, nooit meer te mopperen, al
-werden mij honderd boodschappen per dag opgedragen.</p>
-
-<p>Ons plan, om op de kermis van Lemworth te gaan kijken naar een
-ezeltje, vond vader niet goed. De jongens vroegen hem toen, of we
-Zaterdag een langen dagmarsch mochten gaan maken; we zouden dan ons
-twaalf-uurtje meenemen, en zien, of er ook zigeuners te vinden waren,
-die een ezel voor ons te koop hadden.</p>
-
-<p>Vader vond dit goed, maar zei erbij, dat we slechts inlichtingen
-mochten vragen; het koopen van een ezel moesten we aan hem overlaten.</p>
-
-<p>Wat duurde het lang, voor 't Zaterdag was! Eindelijk was de
-langverwachte dag er, en dadelijk na 't ontbijt gingen we op weg. Puf
-ging te keer als een wanhopige, omdat hij niet mee mocht, en tante
-Caroline trachtte hem met allerlei schoone beloften tot bedaren te
-brengen.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/23_schutting.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:465px;"></center>
-<br>
-
-<p>Wij begonnen met twee mijlen te marcheeren langs den kalen, stoffigen
-weg; daarna klommen we over een schutting en gingen dwars over de
-landerijen. Drukke gesprekken en allerlei verhalen maakten de
-wandeling kort. Daan vertelde van een jongen op zijn school, met wien
-hij altoos aan 't vechten is. Hij komt uit Londen, heeft een
-verbeelding, alsof z'n vader hertog is, en ziet met minachting neer
-op "dat gewone volk", zooals hij het noemt.</p>
-
-<p>"Ik vind het niet erg "in den vorm" voor zoo'n heertje om te
-vechten", merkte ik op. Ik houd er van, om Daan met z'n eigen woorden
-te bekampen.</p>
-
-<p>"Ik heb 'm als een worst in mekaar gedraaid," zei Daan. "Ik had er
-zin in, met mijn vuisten er nog eens goed op te beuken. Maar ik laat
-hem nog liever heelemaal links liggen, omdat hij gewone menschen
-minacht."</p>
-
-<p>Lena vroeg: "Zouden we de zigeuners wel thuis vinden? Ze zullen
-allicht naar de kermis te Lemworth zijn." Daar hadden we zoowaar nog
-niet aan gedacht. We hielden even stil, om de zaak te overdenken;
-inmiddels werd de lunch in 't gras gebruikt.</p>
-
-<p>"Alle ezels zullen toch niet naar de kermis zijn," zei ik. "Hebben
-zigeuners wel altijd ezels?" vroeg Lena. "Och, hou toch op en doe
-niet van die malle vragen," zei Daan verstoord.</p>
-
-<p>Na nog een heelen tijd te hebben geloopen, kwamen we bij de boerderij
-van Brown, en daar vonden we tot onze blijdschap een kamp, een vuile
-tent, en een troep kinderen, die er bij speelden. Een zwart-uitziende
-vrouw was bezig met kleeren wasschen in een groote braadpan. Maar
-ezels waren er niet te zien; slechts een oud wit paard liep er te
-grazen.</p>
-
-<p>"Ik vrees, dat ze naar de kermis zijn," fluisterde Alex. "Toe Daan,
-ga es heen en groet die vrouw es."</p>
-
-<p>Daan kan dat altijd heel netjes; de lui op 't dorp mogen hem graag,
-omdat hij zoo netjes z'n pet kan afnemen. Hij ging recht op de vrouw
-af, en groette met z'n stroohoed.</p>
-
-<p>"Morgen juffrouw, mogen wij het genoegen hebben, enkele minuten met u
-te spreken?" Zij trok haar handen uit de braadpan en staarde ons aan,
-of we wilde dieren waren. Daan ging voort: "Ik weet niet wie
-de .... baas van dit kamp is, maar ik zou hem graag over zaken
-spreken."</p>
-
-<p>"Houdt je me voor den mal?" vroeg de vrouw ruw.</p>
-
-<p>"We meenen het allemaal ernstig," zei Daan. "U moet weten, wij willen
-een ezel koopen, en wij meenden, dat u er wel een te koop zoudt
-hebben."</p>
-
-<p>De vrouw lachte, en riep daarna: "Jim! Kom es hier en vertel dien
-jongens es, dat ze aan 't verkeerde adres zijn voor ezels."</p>
-
-<p>Een man, een echte zigeuner, kwam langzaam aanslenteren. Hij droeg
-groote blinkende knoopen aan jas en vest en broek, had een grooten
-geelrooden zakdoek om z'n hals en een zwaren ring aan een der
-vingers.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/24_zigeuner.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:456px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Wij doen niet in ezels!" zei hij, terwijl hij aan een groote pijp
-trok en ons met loerende oogen bekeek. "Hoeveel heb je er voor over?"</p>
-
-<p>"Dat zal vader wel behandelen," zei Daan met beslistheid. "We moeten
-een goeden, vluggen ezel hebben, een die loopt als de wind, en wij
-wenschen hem Maandagavond na zes uur aan de pastorie te Warlington te
-hebben, om 'm te bezien. Kan ik daarop rekenen?"</p>
-
-<p>Daan doet altijd zaken, als was hij een koopman van zessen klaar.
-Maar wij waren toch allen teleurgesteld, dat wij nu niet één
-ezeltje te zien kregen. Intusschen sloop Lena wat verder het kamp in,
-kwam weer terug en vroeg aan de zwarte vrouw: "Laat mij eens uw
-woning van binnen zien; ik zou ook wel in zoo'n kamp willen wonen."</p>
-
-<p>De vrouw vond het goed en ging ons voor; Alex ging mee, en Daan bleef
-met den man praten. De wagen zag er van binnen wat aardig uit. Aan
-den wand hingen schilderijtjes, platen en helder geschuurde pannen;
-maar lekker rook het er niet. Lena vond het er verrukkelijk en zei:
-"Zeg u es — we zullen 't aan niemand verklappen — maar is het waar,
-dat jelui kleine kinderen stelen, of staat dat alleen in de boeken?"</p>
-
-<p>De vrouw moest hardop lachen. "Wou je een tijdje met ons mee op reis,
-juffie?"</p>
-
-<p>"O, dolgraag, maar slechts voor een paar weken, in de vacantie. Ik
-geloof, dat het heerlijk is, gestolen te zijn!" De vrouw schudde haar
-hoofd. "Kinderen geven meer kwelling, dan ze waard zijn; die wij
-hebben, zijn al meer dan genoeg," zei ze.</p>
-
-<p>Lena was geheel uit 't veld geslagen. Alex vroeg haar, of ze wel
-waarzeggen kon. Ze schudde van neen. Maar — zeiden we haar — dan
-kun je ook geen echt zigeunerkind wezen.</p>
-
-<p>Toen we den wagen weer verlaten hadden, riep Daan ons. "De zaak is al
-in orde," zei hij; "wij zullen eenige ezels thuis krijgen, om uit te
-kiezen. Overmorgen komen ze; zoolang zullen we moeten wachten."</p>
-
-<p>Alex vroeg hem toen, of hij den zigeuner wilde vragen, dat die ons
-zou verzoeken om op een avond een echt zigeunermaal te komen
-bijwonen.</p>
-
-<p>Daan vroeg het en antwoordde ons, dat we er zelfs aan mochten
-deelnemen, voor twintig cent de man. De man verzocht ons te komen den
-eerstvolgenden Dinsdag, 's avonds om 9 uur. Toen zeiden we hem goeden
-dag, en vertrokken.</p>
-
-<p>Ik weet niet, hoe dat kwam, maar we waren allemaal een beetje
-teleurgesteld. Wij hadden verwacht een prachtigen ezel te zullen
-zien, en met een mooi-gezadeld exemplaar thuis te zullen komen; wij
-hadden gedacht, een groot, dichtbevolkt zigeunerkamp te zullen
-aantreffen, met een waarzegster er bij, met mannen er bij, die ringen
-in hun ooren droegen, die dansten en feest vierden, en een of ander
-gestolen kind, dat achter een boom stond te huilen. Maar van dat
-alles niets; niet één ezel, één kermiswagen maar, geen gestolen
-kind, één man maar en ééne vrouw.</p>
-
-<p>Intusschen vertelde Daan ons, dat de man iemand wist, die ezels
-verkocht, en dat die persoon op de kermis was. Maar hij zou hem wel
-vertellen, wat wij wenschten, en dan zou die koopman ze wel brengen.
-"Ik heb hem den tijd gegeven tot Maandagavond," zei hij deftig, "en
-ik heb er nog een mooi plan bij bedacht. Wij zullen op den mijlpaal
-aan den kruisweg een nieuw briefje plakken, waarop te lezen staat,
-dat iedereen die een ezel te koop heeft, er dienzelfden avond mee aan
-de pastorie moet komen." "Dat wordt een ezelen-revue!" juichte Alex,
-en sprong in 't rond.</p>
-
-<p>Met groot verlangen zagen we Maandagavond tegemoet. Wij houden er erg
-van, iets lang vooraf te weten, dan heb je altijd schik vooruit en je
-wordt niet zwartgallig. Betty en Clara zeggen, dat ze haast altoos
-somber gestemd zijn, daarom heb ik ze gezegd, dat ze vooral veel
-plannetjes moeten maken.</p>
-
-<p>In een tevreden stemming naderden we ons dorp weer. Bij het spreken
-over de avondpartij in 't zigeunerkamp, liet ik Daan merken, dat ik
-vreesde, dat vader ons geen toestemming zou geven, om er heen te
-gaan. "Nu ja," zei hij, "jelui — Lena en jij — doen ook beter met
-niet te gaan. Alex en ik wel, omdat vader het ook wel eens gedaan
-heeft; vader zei, dat sommigen van die zigeuners heel nette menschen
-zijn."</p>
-
-<p>"Maar wij zouden toch graag meegaan," zei ik wat ontevreden. "Alles
-wat lekker is, is nog niet verkeerd!"</p>
-
-<p>"Wees toch zoo'n kwast niet," zei Alex. En Lena voegde er nijdig aan
-toe: "Ik ga toch, 't kan me niet schelen, wat ouwe Griet doet; als ik
-er voor gestraft word, heb ik het toch al gehad!"</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter08"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK VIII.</h3>
-
-<p>Puf was danig verstoord, toen we zonder ezeltje thuis kwamen.
-Dadelijk na de thee ging Daan het nieuwe briefje aan den mijlpaal
-hechten. Allen gingen we mee en hielpen hem. Hij schreef er op:</p>
-
-<p>"Gevraagd een eerste-klas ezel. Op bezien te zenden Maandagavond 6
-uur aan de pastorie." Erboven schreef hij nog: "Belangrijk en
-spoed-eischend."</p>
-
-<p>Toen dat afgeloopen was, gingen we weer naar huis, en hielp ik tante
-Caroline met opruimen, want het was Zaterdagavond. De zangoefening
-had ze ons ditmaal geschonken, omdat we uit waren geweest; doch voor
-we naar bed gingen, nam ze ons mee naar de piano in de zitkamer, en
-zongen wij de gezangen nog eens, die we voor Zondag moesten kennen.
-Daarna zei tante Caroline tot Daan: "Kom je morgen naar de
-Zondagsschool?" Daan antwoordde erg ruw: "Ja, ik denk 't wel."</p>
-
-<p>Toen zei ik: "Tante, ik wou wel een klas nemen, als u nog een andere
-had."</p>
-
-<p>"Ik denk, Grietje, dat er daarvoor niet genoeg kinderen zijn. Lang
-geleden heb ik het je al gevraagd."</p>
-
-<p>"Wat leer je hun toch, Daan?" vroeg Lena. Maar Daan ging de kamer
-fluitende uit, en zei geen woord. Ik was er ook zeer benieuwd naar,
-wat hij ze leerde, maar toen ik het tante vroeg, zei ze: "'t Is
-jammer, dat jongens altijd denken, dat ze hun gevoelens onder zich
-moeten houden. Hij weet uitnemend de orde te bewaren, leert ze hun
-tekst en versje, en vertelt hun heel aardig een Bijbelsch verhaal."
-Ik zuchtte, want ik wou zoo graag hetzelfde werk doen.</p>
-
-<p>Maandagmiddag kwam Lena naar me toe rennen: "O Griet! ik ben bij
-juffrouw Ribbon geweest, en zij zegt, dat ze een prachtigen ezel
-weet, en dat had ze ons allang kunnen zeggen, als we 't haar maar
-verteld hadden, en we niet naar die zigeuners waren gegaan. Zij zegt,
-dat ie aan een boer behoort, en dat die 'm verkoopen wil.</p>
-
-<p>"Wel," zei ik, "zeg haar, dat ze hem bericht den ezel vanavond
-opzicht te zenden."</p>
-
-<p>"Dat heb ik haar gezegd, maar zij zei dat ze niemand had om hem die
-boodschap te brengen."</p>
-
-<p>"Waar woont hij?"</p>
-
-<p>"Dat weet ik niet."</p>
-
-<p>Ik ging dadelijk naar juffrouw Ribbon, en kwam te weten, waar de boer
-woonde. Het was wel een heel eind, maar ik dacht, als tante Caroline
-me maar even vrij liet, kon ik wel even heengaan. Tante zou juist met
-vader uitgaan. Ze gingen naar een vergadering in Lemworth, en vader
-zou er spreken. Zij vonden goed, dat ik ging, en zeiden meteen, dat
-we met de thee niet op ze behoefden te wachten. Ik vroeg angstig:
-"Maar u zult toch tijdig genoeg terug zijn, vader, om ons ezeltje uit
-te kiezen?" Hij glimlachte: "Ik vrees, dat we zullen moeten
-adverteeren, kind; ik twijfel er aan of je hier wel ezels heen zult
-krijgen."</p>
-
-<p>"Wij verwachten wagenladingen vol!" riep ik uit, en rende heen.</p>
-
-<p>Lena wou meegaan, en samen staken we dus de velden dwarsover. 't
-Rennen hield spoedig op, want het was o zoo warm; wij plukten bladen
-van zuring en varenkruid om ons te verkoelen. Eindelijk waren we aan
-de boerderij. Een prachtige tuin lag vóór de groote boerderij; in
-dien tuin lag een heer in een rieten stoel, en daarbij zat een dame.
-Ik vreesde, dat we verkeerd waren, maar we moesten den tuin door, om
-bij de voordeur te komen. Ik vroeg hun, of daar Mr. Donnyball woonde.
-De dame glimlachte: "Ja zeker, ga maar naar het huis, daar zul je
-zijn vrouw wel vinden. Wij zijn maar logé's."</p>
-
-<p>Ik liep door, maar Lena bleef achter, zij mag graag met vreemde
-menschen praten; ik niet. Ik belde en een boerenmeid kwam voor; zij
-riep dadelijk de boerin, die heel blij was, toen ze hoorde wie ik
-was. Ik herkende haar dadelijk; zij en haar man komen elken
-Zondagmorgen bij ons in de kerk en zitten in de middelste banken.</p>
-
-<p>Zij zei: "Kom binnen, lieve. Jan en ik zeggen altijd tegen mekaar,
-jelui zitten als engelen in het koor, en het is een genot, jelui te
-hooren zingen, en jelui goeje lieve vader preekt als een apostel.
-Kom, ga binnen, dan zal ik je een stuk van mijn eigengebakken koek
-geven, en een glas melk. En wat is nu de boodschap, kind?"</p>
-
-<p>Zij sprak zóó snel, dat ik er geen woord tusschen had kunnen
-krijgen. Toen ik haar het doel van mijn komst verteld had, zei ze:</p>
-
-<p>"Ja, jelui hebt een ezel noodig, hé? Kijk es wij hebben logé's,
-kapitein en mevrouw Rogers. Zij komen uit Londen; zij hebben familie
-te Lincoln. Hij is sedert den oorlog kreupel, en wij dachten, dat
-onze Nell hem heel zacht in een rieten wagentje zou kunnen trekken,
-maar hij ziet het ding niet, of maakt rechtsomkeert, en is niet tot
-kalmte te krijgen. Wij hebben er toen over gedacht, een pony te
-nemen. Mijn mans broer heeft er een; en zoo is het gekomen, dat ik
-tegen juffrouw Ribbon zei, dat we Nell niet wilden houden. Mijn
-kleine jongen reed er altijd op" — ze begon eensklaps te schreien;
-ik begreep, dat haar kind was overleden en betuigde haar mijn
-deelneming daarover. Vervolgens zette ze mij in een heerlijk koele
-serre, riep Lena ook, en beiden kregen we toen een glas melk en een
-stuk gebak. Ze beloofde, dat de ezel dien avond door een der knechts
-zou gebracht worden. Ik was wat in m'n schik; we wilden nog graag den
-ezel zien, maar men was met 'm naar den molen om meel te malen. We
-namen nu afscheid en bij 't heengaan hielden de heer en mevrouw
-Rogers ons nog aan.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/25_stoel.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:456px;"></center>
-<br>
-
-<p>Lena had hun natuurlijk alles al verteld; de kapitein vroeg lachend:
-"Wat geven jelui voor den ouden knol?" Ik vertelde hem, dat we een
-ezelen-revue zouden hebben, en daaruit kiezen zouden.</p>
-
-<p>"O!" riep hij uit, "daar moet ik bij wezen." Lena klapte in de handen
-en liet hem beloven, dat hij komen zou. Maar Mevrouw Rogers was er
-niet voor; hij was niet erg sterk, vertelde zij. Toen zei Lena: "Ik
-zal u een brief sturen, als u 't goed vindt, en daarin van de revue
-vertellen. Tante Caroline laat ons brieven schrijven, om te leeren
-stellen." Mevrouw Rogers vond het heel aardig, en wij vertrokken.</p>
-
-<p>Lena begon te rammelen: "Wat zijn ze lief hé? Ik geloof, dat
-kapitein Rogers vergeten heeft te groeien, hij praat net als de
-jongens; Mevrouw Rogers keek hem onophoudelijk aan, en zei een keer:
-"Charles, breng het kind nu niet in de war." Ik zei, dat ik nooit in
-de war kwam. Toen fluisterde hij: "Als je met je hoofd omlaag slaapt,
-hou je ook op met groeien."</p>
-
-<p>"Hij spreekt net als tante Marie," merkte ik op. "Ik hoop, dat hij
-bij ons zal komen."</p>
-
-<p>"Ik zal hem een brief schrijven en vragen, om toch vooral te komen,"
-zei Lena.</p>
-
-<p>Toen wij thuis kwamen, was het theetijd, en waren de jongens juist
-uit school terug. Zij spotten met ons ezeltje. "Als de ezel van
-juffrouw Ribbon komt, zullen we 'm slaan, waar de anderen bij zijn,"
-dreigden ze. Wij vertelden hun, dat het niet juffrouw Ribbon's, maar
-boer Donnyball's ezel was.</p>
-
-<p>En zoo naderde het met spanning verwachte oogenblik van de
-ezelen-revue.</p>
-
-<p>Toen 't zes uur was, stonden we allen aan 't hek; Puf was op 't
-poortje geklommen, om toch vooral de eerste te wezen, die hen zag
-komen. Wij wachtten, wachtten tot bijna halfzeven, toen Nell kwam
-opdagen. Hij zag er prachtig uit, dik en helder, en met een mooie
-grijze kleur; de jongen, die hem bracht, scheen ook zeer met hem
-ingenomen. Terwijl we ons om den aankomeling verdrongen, kwamen, in
-een stofwolk gehuld, vier leelijke, ruwe beesten aangedraafd,
-begeleid door een man en een jongen. En toen begon de revue.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/26_ezels.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:463px;"></center>
-<br>
-
-<p>Ik wenschte, dat vader er nu maar was, maar Daan meende zelf de keuze
-wel te kunnen maken. Nog waren we bezig, van alle kanten het vijftal
-te bekijken, toen een oude vrouw kwam opzetten, ook met een ezel, en
-werkelijk een aardig beest.</p>
-
-<p>Het begon nu vermakelijk te worden; een troep kinderen stond om ons
-heen, en nog meerderen kwamen erbij kijken. Wij hadden nu zes ezels,
-en nog was vader er niet.</p>
-
-<p>De vier magere ezels behoorden aan onzen vriend den zigeuner, en de
-mooie zwarte behoorde aan een vriendin van juffrouw Tapson. Daan deed
-heel gewichtig; hij fluisterde Alex wat in, waarna deze z'n pet in de
-lucht wierp en uit alle macht Hoera! riep. Onmiddellijk daarna nam
-Daan het woord en schreeuwde: "Kijk hier, we moeten een ezel hebben,
-die goed kan loopen, en nu willen we uit deze zes den besten kiezen.
-Daarvoor zullen we een wedstrijd houden; wie van de zes het vlugst
-een afstand van één mijl loopt, is ons."</p>
-
-<p>De dorpskinderen juichten bij het hooren van deze afkondiging, en wij
-niet minder. De man met de vier magere exemplaren keek niet bijzonder
-opgewekt. En hij mopperde: "Ik heb deze puike beestjes 10 mijlen
-moeten laten loopen, om ze hier te brengen, en ik heb er niet op
-gerekend, dat ze nu ook nog een wedstrijd moeten meemaken. En dat op
-zoo'n heeten dag!"</p>
-
-<p>"Wel," zei Daan, die altijd rake opmerkingen heeft, "we zullen ze een
-voorsprong geven. Op den hoogen weg zal de wedloop plaats hebben; tot
-den ouden eik, waar de bliksem is ingeslagen, is het een halve mijl,
-ik heb het opgemeten. Nu zullen we ze tot daar laten rennen; de start
-is bij ons hek."</p>
-
-<p>Vervolgens vroeg hij aan juffrouw Tapson's vriendin, die Rowe heette,
-hoe ver haar ezel had geloopen; 5 mijlen, was het antwoord. Bob
-Tapson had ons briefje aan den mijlpaal gelezen, en toen haar
-gewaarschuwd. Zij was nu met het ezelkarretje hierheen gekomen.</p>
-
-<p>Daan begon nu den wedstrijd te regelen. "Wij moeten jockeys hebben,"
-vond Alex, en voegde er meteen bij: "ik zal den grijzen berijden."
-Toen deed Daan ook maar eerst een keus, en bestemde den zwarten voor
-zich. Dit was de ezel van juffrouw Rowe.</p>
-
-<p>Maar de jongen van boer Donnyball zei, dat hij zelf z'n ezel moest
-berijden, want hij kende z'n eigenaardigheden. Alex koos zich dus een
-van de vier zigeuner-ezels; dan nam de jongen, die erbij was, een
-tweeden van 't viertal, de man wilde dan den derden nemen. Maar Daan
-vond hem daar te zwaar voor. Lena en ik vroegen hem, ook een ezel te
-mogen berijden, maar hij wou 't niet hebben. Hij vond, dat wij
-moesten post vatten bij de start. Twee jongens uit 't dorp bestegen
-toen de twee andere zigeuner-ezels. Zij moesten alle vier zonder
-zadel bereden worden.</p>
-
-<p>Het begon nu te spannen; iedereen wond zich op, en toen we de ezels
-alle op den hoogen weg brachten, en ze daar op een rij plaatsten,
-scheen het heele dorp wel uitgeloopen, om er naar te kijken.</p>
-
-<p>Daan gaf den 10-mijlen-ezels 200 meter voorsprong, dien van juffrouw
-Rowe 100 meter, en de grijze, die maar een mijl geloopen had, vertrok
-bij ons hek. Het kostte heel wat tijd, voordat alles in orde was. Als
-vertreksein vind Daan een pistool heel geschikt, maar we hadden geen
-bruikbaar exemplaar meer; dus werd de tafelbel gekozen. Hiermee liep
-ik tot midden op den weg, en luidde haar toen uit alle macht. De zes
-harddravers zetten zich in beweging, maar ook de gansche troep
-kinderen rende er achter aan, schreeuwend en juichend, dat je hooren
-en zien verging. Lena en ik hadden graag evenzoo gedaan, maar wij
-hadden de wacht bij het eindpunt, en hielden ons dus gereed voor een
-nauwkeurige opname van den tijd der terugkomst.</p>
-
-<p>Een van de bruine ezels wilde niet; hij struikelde over een kuiltje,
-en bleef bewegingloos staan. De man, die hem en z'n 3 makkers
-gebracht had, begon te vloeken en hem te slaan. Lena en ik werden
-beangst, en we vroegen Baldwin, er heen te gaan, en hem te vragen,
-maar op te houden. Natuurlijk waren de keukenmeid en Emma en Baldwin
-ook komen kijken.</p>
-
-<p>Het duurde lang, eer ze terugkwamen, maar eindelijk hoorden we
-juichkreten en zagen we Daan op den zwarten ezel in draf aanrijden.
-Met een galop sprong hij het eindpunt binnen. Van de anderen was nog
-niets te zien. Eindelijk verscheen ook Alex; hij was twee keer
-afgeworpen; hij zei, dat zijn ezel kuren had, en terwijl hij ons
-daarvan vertelde, nam het dier juist weer een sprong, en buitelde
-Alex over z'n kop in een bed brandnetels. Ik kon m'n lachen niet
-houden, hoewel ik het voor Alex jammer vond. Vervolgens verscheen de
-boerenknecht; zijn ezel lag aan den weg, en had hem enkele
-oogenblikken geleden afgeworpen.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/27_afgeworpen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:411px;"></center>
-<br>
-
-<p>De andere ezels waren geen van alle goed, zij kwamen niet eens tot
-aan den eikeboom, ze stonden koppig op den weg, en wilden niet voort,
-waarop Daan den man te kennen gaf, dat we een loopenden, geen
-stilstaanden ezel moesten hebben. De man was verre van prettig
-gestemd en raasde van belang. Hij wilde voor z'n vergeefsche reis
-betaald worden, en ging naar de herberg om vaders thuiskomst af te
-wachten. Natuurlijk waren we 't allen eens over den winnaar, en
-juffrouw Rowe was wàt in haar schik. Zij prees haar ezel als een
-eerste-klas-harddraver en wilde er haar karretje en het tuig bij
-verkoopen voor een prijsje. Nu kwam het belangrijkste nog: de
-koopsom. Zij zei, dat ze den ezel en het karretje niet meer noodig
-had, omdat ze te Lemworth ging wonen, en daarom zou ze 't ons voor
-een prijsje laten: voor de gansche verzameling vroeg ze 54 gulden. 't
-Scheen goedkoop, maar ... wij hadden het niet! Daan telde onze kas na;
-er was slechts 10 gulden en 20 cent in, en daar kwam dan bij
-grootmoeders 36 gulden. Terwijl we hierover nog aan 't onderhandelen
-waren, kwamen vader en tante Caroline van 't station.</p>
-
-<p>Hoewel vader zeer vermoeid was, kwam hij ons dadelijk helpen. Hij
-deed eenige vragen over den ezel, hoe oud hij was, en hoe lang ze hem
-had gehad, en of ie ook rare kuren had, en hoe snel of ie loopen kon;
-wij vertelden hem dadelijk van den wedstrijd, en toen wilde vader ook
-de andere zien.</p>
-
-<p>Te midden van deze nieuwe drukte riep tante Caroline Lena en mij naar
-binnen, om naar bed te gaan. Toen ze was thuisgekomen, had ze Puf al
-naar bed gestuurd. We moesten dus van al dat moois scheiden, doch
-waren er zeker van, dat vader Andy, den ezel van juffrouw Rowe, zou
-kiezen.</p>
-
-<p>Zoo gebeurde het ook, en Alex kwam ons nog even vertellen, toen we al
-in bed lagen, dat vader ook het karretje gekocht had; wij moesten hem
-ons verdiende geld geven, en hij zou de rest er bijvoegen. Juffrouw
-Rowe had den ezel met toebehooren voor 48 gulden achtergelaten.</p>
-
-<p>Lena en ik waren verschrikkelijk verdrietig, dat we den intocht van
-ons ezeltje in den stal niet konden bijwonen. Den volgenden morgen
-had Baldwin hem al in 't grasveld bij de keuken gelaten. Wij gingen
-naar 'm toe en Lena gaf hem een wortel. Hij kwam dadelijk op ons af,
-en at 'm op. Maar toen we op z'n rug wilden klimmen, sprong ie weg.</p>
-
-<p>Na het ontbijt gingen vader en tante hem bekijken. Vader vond, dat de
-jongens best zelf het karretje konden opschilderen.</p>
-
-<p>Na school gingen we allen, verheugd over onzen nieuwen makker, naar
-den stal, en beproefden het karretje. Het bleek ons alle vijf best te
-kunnen houden.</p>
-
-<p>Daarna gingen we Andy vangen, zetten Puf op z'n rug, en maakten een
-plechtigen rondgang over het grasveld. Vervolgens maakte ieder van
-ons een rijtoer, totdat Andy zóó vermoeid was, dat ie op z'n
-voorknieën ging liggen, zich tuimelen liet, en in 't gras lag te
-rollen.</p>
-
-<p>Wij gingen in huis, en Alex fluisterde mij in: "We gaan morgenavond
-naar 't zigeuner-feestmaal!"</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter09"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK IX.</h3>
-
-<p>Het is zoo angstig, als je met heel je hart het goede wilt doen, en
-je ontdekt dan, dat je toch eigenlijk bezig bent om te doen, wat niet
-goed is. Alle mooie dingen schijnen dan verkeerd te zijn. Dat
-feestmaal bij de zigeuners b.v. leek mij toch wel een der heerlijkste
-zaken, waarvan ik ooit gehoord had. Den volgenden dag na theetijd
-wandelde ik in den tuin rond en overdacht deze dingen. Ik wist heel
-wel, dat ons niet zou worden toegestaan, er heen te gaan, en in elk
-geval ons meisjes niet. Maar wij bleven altoos tot beddegaanstijd in
-den tuin, en het zou dus niet moeilijk vallen, in 't duister te
-ontsnappen. Zoo'n wandeling in 't donker en zoo'n feestmaal in 't
-zigeunerkamp scheen wàt avontuurlijk. En dan de terugtocht bij
-maanlicht!</p>
-
-<p>En toen begon ik over mijzelf te denken. Als ik een trouwe
-dienstmaagd wilde wezen, mocht ik natuurlijk niet gaan naar een
-plaats, waar mijn Meester mij niet wilde hebben en dus moest ik Hem
-daar eerst over vragen. En nu hoop ik, dat ge het niet verwaand zult
-vinden, als ik vertel, dat 'k naar het struikgewas bij de kerk ging
-waar niemand me kon zien. Daar vertelde ik alles aan Jezus, en ik
-vroeg hem, om mij thuis te houden, als het verkeerd was er heen te
-gaan. Toen ik opstond, gevoelde ik met groote zekerheid dat ik niet
-mocht gaan, en ik wist ook, dat ik moest trachten, Lena eraf te
-houden.</p>
-
-<p>Ik ging haar dus zoeken. En ik was allesbehalve op m'n gemak, toen ik
-zag, dat de jongens al den weg op slopen. Ik vloog ze achterna en
-vroeg:</p>
-
-<p>"Gaan jelui?"</p>
-
-<p>"Ja zeker," zei Daan. "Je deedt beter met wat haast te maken, als je
-meewilt."</p>
-
-<p>"Ik ga niet mee," zei ik. "Waar is Lena?"</p>
-
-<p>"Die probeert even braaf te worden als jij," zei Alex mopperend. De
-tranen kwamen mij in de oogen.</p>
-
-<p>"O, ik wou, ik wou dat ik mee mocht!" riep ik uit, en liep toen naar
-huis terug zoo hard als ik kon, want het trof mij, dat ik anders net
-zou doen als Bileam, die wilde doen, wat God hem had verboden. Maar
-ik was blij, dat Lena ten minste ook niet meegegaan was.</p>
-
-<p>In huis ging ik haar overal zoeken, maar ze was nergens te vinden.
-Toen schoot mij te binnen dat ze misschien Andy goedennacht was gaan
-zeggen. Ik ging dus den tuin weer door en vroeg aan Baldwin en Emma
-en de keukenmeid, of ze haar ook gezien hadden. Niemand had haar
-gezien. Terwijl ik nog druk zocht, kwam tante Caroline naar buiten,
-zei me dat het bedtijd was en vroeg, waar Lena zat. Ik vertelde haar,
-dat ik overal naar Lena gezocht had, maar ze nergens kon vinden.
-Tante vond, dat ik dan maar vast naar bed moest gaan, Lena zou dan
-wel volgen. Ik zei vader, die in z'n studeerkamer was, dus
-goedennacht, en ging de trap op. Ik gevoelde mij verdrietig, en begon
-weer te wenschen, dat ik toch nog maar met de jongens was meegegaan.
-En ik herinnerde mij nu ook, hoe Lena gezegd had, dat ze toch zou
-meegaan, hoe ze er ook later voor gestraft zou worden.</p>
-
-<p>Ik lag juist in bed, toen tante Caroline boven kwam. "Griet, waar is
-Lena toch? Emma zegt, dat ze nergens te vinden is, en de jongens,
-waar zitten die?"</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/28_klikken.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:426px;"></center>
-<br>
-
-<p>Ik zweeg; het is bij ons niet "in den vorm", te klikken. Dat doen we
-nooit. Maar tante wou me aan den praat hebben. Zij dreigde, vader te
-zullen halen, als ik niet antwoordde. Ik zei toen: "Ik weet, waar de
-jongens zijn, tante, maar ik wil het liever niet zeggen, en ik weet
-niet, of Lena ook met hen mee is." "Maar je moèt zeggen, waar ze
-heen zijn, Griet; het is heel leelijk van ze, om zoo weg te snappen."
-"Ze zullen niets geen verkeerds uithalen, maar het zal wel laat
-worden, eer ze thuis zijn." "Ik zal dadelijk met vader er over
-spreken," zei tante; zij wist wel, dat we nooit van elkaar zouden
-klikken; 't speet mij wel voor haar, want ze zag er zoo bezorgd uit.
-Na eenigen tijd kwam vader boven, en toen ik hem hoorde komen, stopte
-ik m'n hoofd goed onder de dekens en deed alsof ik sliep. Maar dat
-lukte niet best, want hij legde zijn hand op mijn hoofd, en dat is
-als een kus, en dan gevoel ik, dat ik hem alles kan vertellen. "Wel,
-kind, is Lena nog niet boven water? Wat zijn jelui toch lastig. Tante
-is er heelemaal van in de war."</p>
-
-<p>"Het spijt mij vader, maar Lena heeft mij niet gezegd, dat en waar ze
-heenging, en ik heb haar ook niet zien heengaan."</p>
-
-<p>"Weet je, waar de jongens zijn?"</p>
-
-<p>"Ja, vader."</p>
-
-<p>Hij zweeg even, en zei toen: "Je moet me alles zeggen. Ik kan niet
-hebben, dat een van m'n kleintjes zoo laat op den avond de deur uit
-is, zonder dat ik weet, waar ie zit."</p>
-
-<p>Ik vertelde hem nu de geschiedenis, en hij zuchtte. "Het is heel
-ondeugend van ze, en dat zullen ze weten ook. Daan heeft mij zeer
-teleurgesteld."</p>
-
-<p>"Och vader," zei ik, zijn hand grijpende, "als u nog een jongen was,
-dan ben ik er zeker van, dat u het ook zoudt gedaan hebben. Denk u
-eens in: Zij mogen rond een kampvuur zitten en konijnenvleesch eten,
-en dan worden er zigeunerliederen bij gezongen. Wat is daar nu voor
-verkeerds in?"</p>
-
-<p>Vader glimlachte. "Wel Grietje, het zal de jongens geen kwaad doen,
-maar zigeuners zijn geen goede vriendjes voor mijn volkje, en Daan
-had beter moeten weten. En dan, Lena is nog een popje!"</p>
-
-<p>Hij ging naar de deur, knikte mij toe, en zei: "Goed kind." Even
-daarna hoorde ik de huisdeur toeslaan, en ik begreep, dat hij hen
-ging halen. Ik trachtte wakker te blijven, maar 't lukte mij niet, en
-gewoonlijk sliep ik in eens door tot het uur van opstaan. Toen ik
-wakker werd, keek ik allereerst naar Lena's bed, en zag, dat ze er
-weer was. Toen ze wakker werd, zag ze er nog erg slaperig en hangerig
-uit. "Toe, vertel me es gauw," zei ik. "Ben je met de jongens
-meegegaan?"</p>
-
-<p>"Natuurlijk, domme meid. Ik heb je toch gezegd, dat ik het zou doen.
-Ik ben nog vóór hen weggegaan, in geval je mij hadt willen
-tegenhouden; op de stoep bij juffrouw Ribbon wachtte ik ze op." Op
-boosaardigen toon vervolgde Lena: "Daan wou me terugsturen, maar ik
-zei hem, dat ik niet een van z'n Zondagsschoolkinderen was. Maar hij
-vond 't niets prettig, en dreigde, mij niet te zullen helpen, als ik
-achter raakte!"</p>
-
-<p>"Vertel me nu van het feestmaal," drong ik nieuwsgierig aan. "Dat was
-er niet," zei Lena boos. "We hebben heelemaal tevergeefs geloopen, en
-mijn voeten gingen zeer doen. Toen wij er kwamen, was alles donker;
-het gansche kamp was verdwenen, en er was geen mensch meer te zien.
-Maar aan een boom was een briefje gespijkerd, en daar stond met
-vreeselijk slechte letters opgeschreven:</p>
-
-<p>"Zigeuner-feestmaal Eerst den haas vangen, dan braden."</p>
-
-<br>
-<center><img align="left" src="images/29_gespijkerd.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:248px;"></center>
-<br>
-
-<p>Daan vond het een heel knappen zigeuners streek, maar zij waren met
-dat al heel boos, en ik niet minder."</p>
-
-<p>Wat was ik blij, dat ik niet was meegegaan! Ik had nu niets gemist.
-Maar die blijdschap was weer niet goed, ik had even blij moeten
-wezen, als ze een heerlijken maaltijd hadden genoten. "'t Is wat
-moois," bromde Lena. "Nu krijgen we allemaal straf voor niets. En we
-hebben niet eens den maaltijd gehad." Bij het ontbijt waren de
-jongens o zoo kalm. Vader had hun een flinke bestraffing gegeven, en
-na theetijd mochten ze, evenmin als Lena, in den tuin. Vader straft
-ons heel weinig, maar wij hebben altijd meer verdriet van zijn
-boosheid dan van de straf zelf.</p>
-
-<p>Voordat de jongens naar school gingen, zei Daan tegen me: "Ik
-verwonder me er niet over, dat wel-opgevoede lui zeggen, dat de
-wereld steeds slechter wordt. Dat heb ik nu weer aan de zigeuners
-gezien!" Dat was alles, wat hij ooit nog weer over het mislukte
-zigeuner-feestmaal zei.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/30_schilderen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:429px;"></center>
-<br>
-
-<p>De volgende dagen werden besteed aan het schilderen van het karretje;
-de jongens vonden helgroen de beste kleur. Vervolgens werd
-onderhandeld over den aankoop van een zadel voor Andy. Ook hiervoor
-gingen we weer, ieder op z'n vroegere manier, aan 't verdienen; Daan
-werd weer vischboer, Alex voor ditmaal ook, Lena ging weer borstplaat
-verkoopen, en ik gaf Bob Tapson weer wat groenten en bloemen mee voor
-de markt.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/31_marcheren.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:424px;"></center>
-<br>
-
-<p>Te midden van al deze bezigheden kwam ons jaarlijksch schoolfeest,
-dat hier meest op een der landerijen of in het park van Mevrouw Laura
-wordt gehouden. Ditmaal ontving Mevrouw Laura de kinderen in haar
-park; wij marcheerden er, allen met vlaggen gewapend heen, en
-onderweg voegden zich ook de kinderen van het naaste dorp er bij,
-zoodat het een groote optocht werd.</p>
-
-<p>Den dag vóór het schoolfeest kwam Daan thuis met een blauw oog en
-een snede er boven. Hij vertelde me, dat hij aan 't vechten was
-geweest met den "wilde", dat is die vuile jongen met z'n dikke
-beenen. Vader ondervroeg Daan terstond, en deze vertelde: "Ik heb hem
-al te lang gespaard, vader. Hij meende alles maar tegen mij te kunnen
-zeggen.</p>
-
-<p>Hij zei b.v., dat in de gevangenis haast allemaal domineeszoontjes
-zitten, omdat hun vaders allen huichelaars zijn. Ik eischte van hem,
-dat ie z'n woorden zou terugnemen, maar hij keek me brutaal aan en
-zei: Jou lieve papa mag de lui van den preekstoel de les lezen, maar
-zijn brave zoon heeft mij niets te vertellen, begrepen? En toen vloog
-ik op 'm los, hij rende weg, pakte een steen op en slingerde dien
-naar mij toe. Dat ie me z'n vuist onder de oogen zou geduwd hebben,
-alla, maar een steen! Wij vlogen allen op 'm aan, en hij vluchtte in
-een der schoollokalen, maar spoedig hadden we hem daar weer uit;
-terwijl de jongens hem stevig vast hielden, heb ik hem een flinke
-aframmeling gegeven. Het was goed, dat ik het deed, en niet een van
-de andere jongens, want ik weet, wanneer ik moet ophouden; als de
-jonge Gray hem te pakken had gekregen, wel ik geloof, dat ie 'm half
-dood had geslagen."</p>
-
-<br>
-<center><img align="left" src="images/32_aframmeling.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:188px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Ja," voegde Alex er bij. "En toen ging ie huilend naar meester, maar
-die zei 'm, dat ie gekregen had, wat ie verdiende."</p>
-
-<p>Vader zei niet veel. Hij verstaat jongens zoo goed. Net voor we naar
-bed gingen, kwam Daan naar me toe, en zei: "Hoor es, Griet, ik wil je
-de kleine Zondagsschoolklas overdoen. Ik kan het niet meer doen. Ik
-kan die kinderen niet verbieden te vechten, als ik het zelf doe.
-Gisteren heb ik in 't dorp nog twee vechtende jongens gescheiden. Het
-was eigenlijk verkeerd zoo op te treden, maar ik dacht aan het
-<i>gaan</i>, dat ons geleerd is. En dan dat geval met Lena. Neen, ik kan
-die klas niet meer houden."</p>
-
-<p>"Goed," zei ik, "maar ik vrees, dat ik 't niet veel beter zal maken.
-Mag je nooit iets verkeerds doen, als je aan de Zondagsschool bent?"</p>
-
-<p>"Ik wil geen huichelaar wezen," zei Daan en ging weer weg. Toen vader
-te hooren kwam, dat de klas aan mij was overgedaan, riep vader Daan
-bij zich. "M'n jongen, weet je wel, waarin je verkeerd hebt gedaan?
-Je hebt het paard achter den wagen gespannen; je begon al te gaan nog
-vóór je was gekomen."</p>
-
-<p>Daan kleurde, en zweeg even. Toen: "Hoe bedoelt u dat, vader?"</p>
-
-<p>"Je gelijkt op een burger, die met de soldaten mee wil om te strijden
-en zichzelf als soldaat beschouwt, maar hij heeft zich nooit geoefend
-en kan niet eens de wapenen der soldaten hanteeren en hun gewoonten
-volgen."</p>
-
-<p>Daan zei niets meer; ik zag, dat hij ernstig nadacht. Ik deed
-evenzoo, en ik meen vaders bedoeling te begrijpen. Hij heeft ons wel
-meer gezegd, dat, hoewel hij ons in den doop aan God heeft gewijd, om
-Zijn dienstknechten te worden, de tijd komt, dat we dat ook zelf
-moeten doen. En daarmee moeten we niet wachten, tot we onze
-belijdenis doen. Heb ik nu mijzelve aan den Heer gewijd, dan zal Hij
-me ondersteunen in alles, wat ik noodig heb.</p>
-
-<p>Het lachte Daan niet bijzonder toe, om met z'n blauwe oog aan het
-schoolfeest deel te nemen. Vader zei, dat hij daar blij om moest
-wezen, want als hij thuis bleef, mocht hij met den ezel naar Relton
-rijden. Dat is vijf mijlen van hier, vader had er een boodschap voor
-een boer. Dat leek Daan en om dat te bewijzen, deed hij een sprong in
-de lucht.</p>
-
-<p>Zaterdagmiddag te twee uur gingen we allen, behalve Daan, naar 't
-schoolfeest; zelfs Puf was van de partij. Toen we aan 't Huis kwamen,
-stonden Clara en Betty op 't bordes, en toonden zich zeer verheugd,
-toen ze ons opmerkten tusschen de lange rijen schoolkinderen. Betty
-was nu aardig beter, en kon met behulp van krukken goed vorderen. Wij
-bleven even met ze praten, terwijl de andere kinderen verder trokken.</p>
-
-<p>In het park werden allerlei spelletjes en wedstrijden gehouden,
-waarna we op thee werden onthaald, waarbij heerlijk geboterde koeken
-werden opgediend. Tante had mij opgedragen, goed op Puf te letten,
-want die is nog al gemakkelijk van innemen.</p>
-
-<p>Intusschen hadden we met Clara en Betty een afspraakje gemaakt, dat
-ze met hun ponyrijtuigje bij ons zouden komen. Wij zouden dan onze
-équipage ook voor den dag brengen en er zou weer een wedstrijd
-worden gehouden. Ik denk, dat Andy wel even vlug zal loopen, als hun
-pony.</p>
-
-<p>Terwijl we zoo aan 't praten waren, kwam Mevrouw Rogers op me toe;
-zij nam me even mee, om haar man te groeten, die onder een boom zat
-met verscheidene heeren en dames. Wij hadden 't zóó druk gehad, dat
-Lena geheel vergeten had, haar brief aan den Kapitein te schrijven,
-en deze vroeg dus, of wij al een ezel hadden gekregen. "Wij hoorden
-al, dat de ouwe Nell niet best heeft voldaan," zei hij; "dat
-verwondert me niet."</p>
-
-<p>Ik vertelde hem van de proefritten, van het schilderen van ons
-karretje, en van onzen arbeid om nog een zadel te verdienen. Toen hij
-hoorde, dat de jongens uit visschen gingen, vroeg hij, of ze elken
-morgen versche visch voor z'n ontbijt konden brengen. Ik haalde Alex
-en zei hem, dat ik een goeden afnemer voor hem gevonden had. Toen hij
-vernam, wie, kwam hij dadelijk, en was spoedig druk aan 't praten met
-den Kapitein.</p>
-
-<p>Deze vertelde hem, dat hij vroeger een renpaard hield, maar nu in een
-mandewagentje moest voortsukkelen.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/33_afnemer.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:429px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Daar kunt u ook in meedoen," vond Alex.</p>
-
-<p>"Ja," voegde ik er aan toe, "de volgende week hebben we een
-wedstrijd. Betty en Clara komen met hun rijtuigje, en als u nu met uw
-wagentje kwam, dan hebben we al drie deelnemers.</p>
-
-<p>"Het lijkt me wel," zei de Kapitein, "maar jelui hebt toch zoo'n
-breeden weg niet."</p>
-
-<p>"Neen," zei ik, "maar ik dacht om het te doen op een groot veld, en
-dan in de rondte, net als de Romeinen in een ampi... hoe heet zoo'n
-ding ook?"</p>
-
-<p>"Heb je lauwerkransen?"</p>
-
-<p>"Jawel," zei ik opgewonden, "we hebben wel laurierbladeren in den
-tuin, en daar zullen we wel kransen van maken."</p>
-
-<p>"Och Karel, wat praat je toch een nonsens," zei Mevrouw Rogers
-lachend, maar haar oogen stonden droevig. Ik trok een lip, bang, dat
-er nu weer niets van komen zou, en ik vroeg Mevrouw nog eens, ons
-vooral te helpen. Zij antwoordde: "De dokter verbiedt mijn man, te
-loopen, lieve, hij mag geen opwinding hebben."</p>
-
-<p>"Dat is nòg niet erg," zei de Kapitein vroolijk, "dan zal ik de
-keizer wezen, en de lauwerkransen uitreiken."</p>
-
-<p>"We zouden ook een schildpadden-wedstrijd kunnen houden," vond Alex;
-"dat zou voor u nog wel te doen zijn, meneer."</p>
-
-<p>"'t Is het beste, dat jelui maar allemaal hier naar de boerderij
-komen. Boer Donnyball heeft al gehooid, en dus ligt er een groot stuk
-land beschikbaar."</p>
-
-<p>"Dat zou heerlijk zijn," zei ik. "Als u een dag zoudt willen
-vaststellen, dan zal ik er met Betty en Clara over spreken. Zaterdag
-is voor ons de beste dag, dan hebben we vacantie."</p>
-
-<p>"Goed, aanstaanden Zaterdag dan, precies om twee uur."</p>
-
-<p>"Maar de zangoefening dan?" fluisterde Alex me in. "Die missen we
-telkens. Ik wou, dat tante die maar op een anderen dag zette, 't is
-onze eenige vacantiedag."</p>
-
-<p>Alex' opmerking deed me aarzelen. Vader had ons al eens gezegd, dat
-we tegenwoordig aan niets anders dan aan pleizier schenen te denken.
-Maar ik wou toch ook niet graag den wedstrijd afbestellen. Kapitein
-Rogers, onze aarzeling bemerkende, vroeg: "Wanneer begint jelui
-zomervacantie?"</p>
-
-<p>"Den laatsten van deze maand," antwoordde ik, "tenminste voor de
-jongens. Ik denk, dat tante Lena en mij nog wat na-lessen zal geven,
-omdat wij met het verhuizen nog al achterop zijn gekomen."</p>
-
-<p>"Wel, laten we den wedstrijd dan verdagen tot 1 Augustus," stelde de
-Kapitein voor; "dat valt op een Donderdag." "Best, dat zullen we
-doen!"</p>
-
-<p>Ik ging gauw naar Betty en Clara, die het plan heerlijk vonden.
-Thuisgekomen, vertelden we het plan aan Daan, die het ook best vond.
-Lena en ik maakten vervolgens plannen, om ons karretje met bloemen te
-versieren. En zoo zagen we allen met verlangen den eersten Augustus
-tegemoet.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter10"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK X.</h3>
-
-<p>Ik zag er erg tegen op, om Daan's Zondagsschoolklas te gaan
-onderwijzen, maar tante ried mij aan, om den Bijbel te nemen. Ik las
-de geschiedenis van Samuel over, totdat ik ze van buiten kende, en
-den volgenden morgen ging ik met tante naar het lokaal, mij gelukkig
-voelende in het besef, dat het nu eindelijk aan <i>gaan</i> was toegekomen.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/34_samuel.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:236px;"></center>
-<br>
-
-<p>Mijn klas bestond uit 4 jongens en 3 meisjes, geen ouder dan 6 jaar.
-Zij riekten erg naar zeep en pomade, en hun gezichten glommen van 't
-wasschen. Een van de jongens, Freddy Salt, kon of wou niet
-stilzitten, en de drie meisjes hadden daar zooveel belangstelling
-voor, dat zij niet eens naar mij luisterden. Eerst probeerde Freddy
-een vlieg te vangen, en toen ie 'm had, werd het diertje van hand tot
-hand doorgegeven. D'r was geen orde in te krijgen, en ik zei
-eindelijk boos tegen 'm: "Freddy, als je niet stil kunt zitten, zal
-ik je als een popje op mijn schoot nemen."</p>
-
-<p>Hij staarde me angstig aan, eindigde met z'n vliegenjacht, en bleef
-verder rustig zitten. Ik vertelde de geschiedenis van Samuel en
-merkte op, dat God van ons allen gehoorzame dienstknechten wil maken.
-Eensklaps zei een jongen, Bertie geheeten: "Ik hoor God nooit roepen,
-als ik in bed lig." "Neen," antwoordde ik, "maar als je iets
-verkeerds van plan bent, dan spreekt Hij in je hart, dat je 't niet
-doen moogt." Ze schenen dit te begrijpen, en toen zei er een: "God
-kan ons niet iets zeggen, Hij is veel te ver weg." Ik vertelde hun
-toen, hoe dichtbij Hij was, en hoe lief Hij ons heeft, zoodat we,
-niet uit vrees voor straf, maar alleen om Hem te believen, ons best
-moeten doen. Maar ik weet niet, of ze 't begrepen; voor hen was de
-eenige reden, om gehoorzaam te zijn, gelegen in de vrees voor straf.
-Hoofdschuddend zei een der meisjes: "Ik heb Jezus altijd lief. Als ik
-zoet ben evengoed als wanneer ik stout ben."</p>
-
-<p>"Je kunt Hem niet liefhebben, als je verkeerd doet," antwoordde ik.
-"Je doet Jezus verdriet aan, als je ongehoorzaam bent." Ze herhaalde:
-"Dan heb ik Hem evengoed lief." Ik gevoelde, dat ik het haar niet
-goed duidelijk had gemaakt.</p>
-
-<p>Toen de les ten einde was, ging ik vermoeid en ook dankbaar, dat ik
-er doorheen was gekomen, naar huis. Na kerktijd vertelde ik vader een
-en ander, en zei hem, dat het verbazend moeilijk was, om kleine
-kinderen te leeren. Hij vroeg mij, wat we besproken hadden, en toen
-ik het hem verteld had, zei hij: "Denk eens aan de gelijkenis, Griet;
-het uitgezaaide zaad komt na vele dagen op. Vertel den kleintjes van
-hun Verlosser, Die voor hen stierf en Die nu zoo dicht nabij hen
-leeft, dat Hij ze elk uur van den dag zal helpen. Als je hart vol is
-van Hem, kind, zal het je gemakkelijk vallen, anderen van Hem te
-vertellen."</p>
-
-<p>"Maar," zei ik, "mijn hart is zoo vol van allerlei andere dingen, en
-ik weet niet, wat ik er aan doen moet."</p>
-
-<p>"Heb je den Heere lief?"</p>
-
-<p>"O, ik hoop van wel, en ik geloof ook van wel, maar ik doe zoo vaak,
-wat verkeerd is."</p>
-
-<p>"Zie niet altoos op jezelf, maar zie op Hem!"</p>
-
-<p>Meer zei vader niet. Met de jongens had ik toen nog een gesprek over
-het trouw blijven ... in het ezelkarretje. 't Was gisteravond, toen we
-na de thee een ritje gingen maken. Daan stuurde en Puf zat naast hem
-op het voorbankje; Lena, Alex en ik waren achterin gekropen. 't Was
-een heerlijke tocht; overal keken de lui ons na om de nieuwe
-équipage van den dominee te zien. Zoodra we buiten de huizen waren,
-begon het gesprek, eerst over Andy.</p>
-
-<p>"Ik zou wel es willen weten, of ie ons nu al kent," zei Lena. "Hij
-zou wel een ezel moeten zijn, als ie dat nu nog niet wist," vond Alex
-en wij lachten dat we schaterden!</p>
-
-<p>"'t Is een ezel," zei ik, "dat is 't 'm juist, als 't een hond was,
-zou ie wel slimmer wezen."</p>
-
-<p>"Ja maar alle honden zijn niet slim," zei Daan.</p>
-
-<p>"Maar ze zijn trouw," merkte ik op. "Je hoort altijd van trouwe
-honden, nooit van trouwe ezels."</p>
-
-<p>"Wat beteekent dat eigenlijk, trouw?" vroeg Lena.</p>
-
-<p>"Ik denk," antwoordde ik, "dat trouw beteekent: altoos dezelfde zijn
-en nimmer veranderen. Houdt je eenmaal van iemand, dan ook voorgoed."</p>
-
-<p>"Een trouw ridder," zei Daan, "is iemand, die nooit z'n vrouw in den
-steek laat, zij is altijd zeker van hem."</p>
-
-<p>"En wat is dan een trouwe dienstknecht?" vroeg Lena. "Iemand, die
-nooit z'n werk in den steek laat," antwoordde Daan.</p>
-
-<p>"Ik geloof niet, dat je trouw kunt zijn zonder lief te hebben,"
-merkte ik op.</p>
-
-<p>"Juist, dat is de zaak," zei Alex. "Als een hond z'n baas niet
-liefheeft, kan hij ook niet trouw zijn. Evenmin kan een dienstbode
-trouw zijn, als ze niet van haar meesteres houdt. Dat moet altoos
-samengaan."</p>
-
-<p>"Semper fidelis," fluisterde ik.</p>
-
-<p>"Doe nou niet, alsof je Latijn kent, Griet; je hebt dat gelezen op de
-graftombe in de kerk."</p>
-
-<p>"Ja, dat is ook zoo. Maar wat is het ook moeilijk, om zóó trouw te
-zijn, en altoos zóó lief te hebben, als die ridder."</p>
-
-<p>"Och," zei Daan, "ik geloof, dat als je werkelijk iemand lief hebt,
-dan doe je dat zonder erbij te denken, net als een hond."</p>
-
-<p>Hier brak Puf eensklaps de debatten af, door met uitgelatenheid af te
-kondigen, dat ie een heerlijken verjaardag tegemoet zag, en dan een
-completen ezel zou krijgen. Want — zei hij — van dezen heb ik maar
-een stukje. Waaraan Daan toevoegde:</p>
-
-<p>"Hij heeft er een vijfde van. Maar vertel ons es, Puf Dikkert, wie
-zal je d'r een geven?"</p>
-
-<p>"De Heer," zei Puf, terwijl hij hoogst ernstig keek. "Het zal geheel
-m'n eigen ezel zijn en ik zal 'm zóó voeden, dat ie dikker wordt
-dan ons huis." Op dit oogenblik reden we een oude vrouw voorbij, die
-een bos takken op haar rug meevoerde.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/35_vrachtje.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:234px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Hé!" riep Daan, "moet je nog ver? Willen wij je vrachtje
-overnemen?"</p>
-
-<p>Zij wou dat wàt graag, en overlaadde ons met dankbetuigingen. Ze
-zei, dat haar hut nog een heel eind verder stond; zij had hout
-gesprokkeld. Daan beloofde haar, dat we den bos bij haar voor de deur
-zouden neerleggen, en toen reden we door.</p>
-
-<p>"Toen ik dien dag, dat jelui naar het schoolfeest waren, naar Relton
-reed," vertelde Daan, "bood ik iedereen, dien ik voorbijreed, een
-plaatsje in de kar aan, en zoo had ik twee oude vrouwen en een jongen
-aan boord, toen ik in 't dorp kwam."</p>
-
-<p>"Dat zullen we nu weer zoo doen," riep Alex geestdriftig uit.</p>
-
-<p>"Ja maar, we hebben geen plaats meer," merkte ik op. "We zitten hier
-als haring in een ton."</p>
-
-<p>"Dan moeten jelui d'r maar uitgaan, en loopen," vond Daan. "Hè, als
-we es een rijtuig tegenkwamen, dat niet meer voort kon, of een
-verongelukte auto met een dame er in, die de handen wrong om redding,
-dàt zou nog es "in den vorm" zijn."</p>
-
-<p>Maar zulke ontmoetingen hadden we niet, en we kwamen zonder eenig
-avontuur thuis. Daar ging ik over denken. Het was heel leuk, om uit
-rijden te gaan in een ezelkarretje, maar daar deed je toch nog maar
-weinig goeds mee. Toen we langs den mijlpaal reden, waaraan we onze
-advertenties geplakt hadden, zei ik: "Hoor es! Als onze vacantie
-begint, moeten we om beurten den ezel sturen. Ik kan dat evengoed als
-jij, Daan. Ik zou zeggen, minstens één keer per week moest ik 'm
-hebben."</p>
-
-<p>"Wel," zei Daan, "d'r zijn zes dagen in een week, den Zondag erbuiten
-gerekend. Als wij nu ieder een dag nemen, blijven er nog twee voor
-vader en tante en Puf." Dat was heel aardig berekend van Daan. En
-Alex voegde erbij: "En dan zullen we de beurten naar ouderdom
-regelen. Daan op Maandag, ik op Dinsdag, Griet op Woensdag en Lena op
-Donderdag."</p>
-
-<p>Het plan werd algemeen toegejuicht.</p>
-
-<p>Inmiddels had ik een plannetje bedacht, dat de jongens niet weten
-mogen. Het is dit. Ik heb een briefje geschreven, en dat wil ik aan
-den mijlpaal plakken; er staat op:</p>
-
-<p>"Iedereen, die zelf of voor anderen vrij vervoer wenscht, vervoege
-zich bij Grietje Marjoribanks, elken Woensdagmorgen aan de pastorie."</p>
-
-<p>Aan Lena vertelde ik het dien avond nog. "Je lijkt wel koetsier te
-willen worden," zei ze, "ik heb liever zelf het genot er van."</p>
-
-<p>"Neen," zei ik, "vader zegt, dat z'n tijd en z'n kracht altoos ter
-beschikking van de gemeenteleden staan. En dat moet Andy nu ook. Hij
-moet een echte gemeente-ezel worden, en dan zal ik 'm zelf besturen."</p>
-
-<p>"Ik zal er eens over denken, wat ik met 'm doen zal," zei Lena. Daar
-heb ik geen al te beste verwachtingen van.</p>
-
-<p>Het scheen wel of de vacantie nooit komen zou. En toen ze eindelijk
-aanbrak, had Daan al menige oefening met Andy achter den rug; 't
-ezeltje was voor 1 Augustus al goed gewend, den weg langs te rennen.
-Men vond, dat het dier bovendien nog op diëet moest, om z'n gewicht
-te verminderen. Nu is 't waar, Andy wordt erg dik, want hij eet den
-ganschen lieven dag maar gras, behalve dan, als ie met ons uit moet.</p>
-
-<p>Maar wat moesten we hem geven? Haver kost veel geld. Lena vond
-bouillon heel geschikt, maar bouillon is ook duur, en zoo is ten
-slotte alles, wat versterkt. Andy loopt uitstekend en heeft geen
-kuren, behalve deze, dat ie zoo nu en dan plotseling stilstaat, om
-dan na een of twee minuten weer door te draven. Ik heb gezegd, dat
-hij dat doet, om even uit te rusten en op krachten te komen. Daan
-meent, dat ie dan even staat te denken. En Alex denkt, dat ie dat
-doet, om ons te toonen, dat ie een eigen wil heeft, en dien op z'n
-tijd wenscht te gebruiken.</p>
-
-<p>Intusschen waren Lena en ik druk bezig met het vlechten van
-laurierkransen en het bijeenzoeken van bloemen om ons karretje te
-versieren.</p>
-
-<p>Den dag voor 1 Augustus waren we van 's morgens vroeg tot 's avonds
-laat in de weer; wij hadden rosetten van fel-roode geraniums gemaakt,
-om die aan Andy's oogkleppen te hechten; dan hadden we varenkruid en
-madeliefjes langs de buitenzijde van het karretje gehangen en verder
-nog slingers van madeliefjes om den disselboom gestrengeld. Baldwin
-wilde niet toestaan, dat we de mooiste bloemen plukten, maar we
-hebben toch, toen hij even weg was, eenige fijne bloempjes om de
-zweep weten te vlechten. Ik heb al zoo vaak mee helpen versieren in
-de kerk, dat ik de goede soorten wel wist te kiezen, tot groote
-tevredenheid dan ook van de jongens, die op dit gebied toch maar
-weinig te vertellen hebben.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/36_bloemenrijtuig.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:282px;"></center>
-<br>
-
-<p>Om half één zaten we al aan ons middageten. We kleedden ons allen
-op z'n Zondagsch, en wisten Baldwin nog enkele mooie rozen af te
-bedelen, die we om onze hoeden vlochten. Toen we uitreden, liep het
-halve dorp uit, om ons bloemenrijtuig te zien; ze vonden het allemaal
-even prachtig. Ik hoorde nog, dat een vrouw tegen haar buurvrouw zei:
-"Wat beleven we toch wondere tijden, mensch! Wie had dat nou ooit
-kunnen denken, hè? Altijd bedenken ze maar weer wat nieuws."</p>
-
-<p>Met groot gejuich reden we het dorp door, en toen het veld in, een
-prachtig ruim en effen veld, terzijde waarvan onder een boom Kapitein
-Rogers in z'n mandewagentje al zat te wachten. Toen hij en zijn vrouw
-ons zagen naderen, herkenden ze ons nauwelijks, zóó was ons
-karretje veranderd door de bloemen.</p>
-
-<p>Na vijf minuten kwamen ook Betty en Clara aangereden, en toen zaten
-we al voor de eerste moeilijkheid. Zij dachten er niet aan, Alex als
-koetsier bij zich te nemen, wilden bepaald zelf sturen. Alex was er
-leelijk door in z'n wiek geschoten; gelukkig had kapitein Rogers een
-goeden inval. Hij rees moeilijk uit z'n wagentje op, en liet zich met
-behulp van Mevr. Rogers in z'n badstoel neer; toen zei hij tegen
-Alex, dat hij op de boerderij den pony mocht gaan halen, dien voor
-het wagentje spannen, en dan daarmee deelnemen aan den wedstrijd. Wij
-juichten van blijdschap, want nu hadden we drie mededingers. Er werd
-nu afgesproken, dat Daan en ik in ons karretje zouden plaats nemen,
-Alex en Lena in het mandewagentje van den kapitein — er was net
-genoeg plaats voor twee — en Puf wezen we een plaats aan als
-controleur bij het eindpunt. Dat beviel 'm slecht; hij begon hard te
-huilen, en jammerde, dat hij het ezeltje had gekregen, en dat hij er
-mee wilde rijden. Daan zeide hem, dat hij de gansche onderneming in
-de war bracht, maar Puf bleef te keer gaan, en we konden zoo niet
-beginnen. Ik stelde hem ten slotte voor, met Daan te gaan, inplaats
-van mij, want het was toch ook wel hard, hem alleen te laten staan.
-En Daan was dat voorstel al heel welkom, want hij had liever het
-lichte gewicht van Puf, dan mijn gewichtigheid. Mevr. Rogers vroeg
-mij nog, of ik het niet akelig vond, maar ik zei haar van niet, want
-ik kreeg nu de gelegenheid, de drie mededingers bij den eindpaal te
-zien aankomen.</p>
-
-<br>
-<center><img align="left" src="images/37_eindpaal.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:146px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Ik ben niet zoo kinderachtig, om te gaan huilen, als ik niet mee mag
-rijden," zei ik, terwijl ik Pufs tranen van z'n bolle wangen veegde.
-Hij was spoedig weer in z'n hum en klom zoo vlug als ie kon, in ons
-karretje. Betty vond ons wagentje heel lief. Zuchtend zei ze: "Ik
-wou, dat Clara en ik ook zulke aardige ideetjes hadden. Maar als
-jelui d'r niet bij zijn, voelen we ons lang niet zoo pleizierig."</p>
-
-<p>Ik keek naar haar keurig rijtuigje met de blauwe kussens, naar het
-nikkelen beslag van het paardetuig, naar den prachtigen pony, en
-schudde het hoofd. "Jawel," zei ik, "maar wij moeten onze armoede
-achter bloemen verbergen, en dat behoeven jelui niet." Ze lachten
-luid en vonden ook, dat dàt het wel zou wezen.</p>
-
-<p>Kapitein Rogers had den weg bepaald; een boerenknecht had hij hier en
-daar steenen laten opstellen, en toen onze kibbelpartij was
-beëindigd, stelde hij ons op een rij naast elkaar op. Hij had ook
-een echt pistool bij zich, om het vertreksein te geven. 't Was eenig!</p>
-
-<p>Tweemaal moest het veld worden rondgereden, en toen ik bij het
-eindpunt gereed stond, leek het mij nog wel zoo aardig buiten dan in
-de wagentjes. Eerst scheen het, of Betty en Clara 't zouden winnen,
-maar langzamerhand begon Daan ze in te halen, en toen Andy ze achter
-zich liet, gaf ik een schreeuw van vreugde. In de tweede rondte begon
-de pony met het mandewagentje, die eerst een heel eind achter was
-geweest, steeds harder te rennen, en haalde eindelijk Daan in. Maar
-Daan begon Andy zóó onbarmhartig te slaan, dat zij een tijdlang
-gelijkop reden.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/38_wedstrijd.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:446px;"></center>
-<br>
-
-<p>Zelfs haalde hij den pony weer in, en ik dacht werkelijk, dat hij 't
-nog zou winnen, toen Andy, dicht bij het eindpunt plotseling
-stilhield, en zóó hardnekkig, dat er geen beweging meer in te
-krijgen was.</p>
-
-<p>Daan schreeuwde en sloeg er op los, maar Andy bleef staan, koppig en
-tot geen toegeven geneigd. 't Was verschrikkelijk, ik schreide haast.
-Al spoedig kwamen Alex en Lena aanrijden, en precies gelijk met Clara
-en Betty reden ze het eindpunt binnen. Zij wonnen dus beiden, en niet
-zoodra hoorde Andy hen hoerah! roepen, of hij zette eensklaps weer
-aan, en draafde naar het eindpunt, maar natuurlijk te laat nu.</p>
-
-<p>Wat waren we boos op 'm! Behalve natuurlijk Alex en Lena, die 't nu
-gewonnen hadden; zij schenen wel heelemaal te vergeten, dat het ook
-hun ezel was, die verloren had. Mevr. Rogers wist niet, wie ze nu den
-lauwerkrans moest geven, en dus stelde de kapitein voor, dat de twee
-pony's nog eens tegen elkaar moesten draven; ditmaal echter maar een
-kleineren afstand. De pony van de boerderij won het nu gemakkelijk.
-En zoo kreeg Lena den lauwerkrans. Ze was er zóó verheerlijkt mee,
-dat ze haar hoed afwierp en den krans op haar hoofd zette.</p>
-
-<p>Na afloop van den wedstrijd zochten we allen een rustig plekje aan de
-rivier, en bepraatten daar nog eens druk de gebeurtenissen van den
-heerlijken middag. Er werd een vuurtje gemaakt, en thee gezet, en
-rondom 't vuurtje gezeten, konden we ons heel wel verbeelden, in een
-zigeunerkamp te zijn aangeland.</p>
-
-<p>Vervolgens werden allerlei spelletjes gedaan, vooral ook die, waarbij
-we konden blijven zitten, omdat Betty nog niet vlug loopen kon. 't
-Speet ons, toen we naar huis moesten. Naast elkaar reden wij, te
-weten Clara en Betty in haar, en wij allen in ons wagentje, naar
-huis.</p>
-
-<p>Eigenlijk waren we allemaal ook nog 'n klein beetje uit ons humeur;
-Clara en Betty, omdat ze 't niet gewonnen hadden; Daan en ik, omdat
-Andy ons door z'n malle kuren had doen verliezen. Kapitein Rogers
-zei, dat je zooiets nu eenmaal van een ezel moet verwachten, daar
-zijn 't ezels voor.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter11"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK XI.</h3>
-
-<p>We zijn deze week begonnen met het op beurten rijden met Andy.
-Afgesproken is, dat we, als het onze beurt is, niet bepaald alleen
-behoeven te gaan, we mogen ook wel anderen meenemen; maar wiens beurt
-het is, die stuurt, daar gaat niets van af.</p>
-
-<p>Maandagmorgen vóór 't ontbijt nog bevestigde ik mijn briefje aan
-den mijlpaal. De jongens wisten er niets van, en bemerkten het pas 's
-middags, toen er enkele menschen naar stonden te kijken; ze kwamen
-naar huis en vroegen mij lachend: "Wou je de menschen op je rug
-dragen, Griet? Dat lijkt wel zoo, want er staat op dat briefje niets
-van Andy."</p>
-
-<p>"Dat is mijn zaak," gaf ik ze terug, "als ze d'r verstand gebruiken,
-zullen ze dat wel snappen." Het hinderde mij, dat ze me alweer
-uitlachten, want ik was zoo echt in m'n schik met het plan van
-personenvervoer per open équipage. Ook vader had mijn briefje
-gelezen, en zei tot me: "Dat vind ik best, Grietje, je lijkt in dat
-opzicht op je moeder. Ik ben er blij om, dat je er iets voor voelt,
-om je genoegens te deelen met hen, die minder gelukkig zijn dan jij."</p>
-
-<p>Daan bleef den heelen dag met Alex weg; zij hadden hun boterhammen
-meegenomen, en kwamen laat thuis. Alex scheen zich bij dien rijtoer
-door de omliggende dorpen zóó ingespannen te hebben, dat hij den
-volgenden dag niet in staat was, zelf goed te sturen. Maar 's middags
-knapte hij op en reed met Lena weg; ik merkte, dat zij wat in 't
-schild voerden. Voor den armen Andy was 't een zware dag. Er stond
-veel wind, en Alex nam twee groote vliegers mee, die Daan en hij den
-vorigen winter gemaakt hadden.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/39_vliegers.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:223px;"></center>
-<br>
-
-<p>Hij en Lena lieten de touwen geheel vieren en bonden de uiteinden elk
-aan een kant van 't karretje. Zij reden het dorp uit, en trokken de
-vliegers mee, die door den flinken gang mooi hoog stonden. Zoodra ze
-echter een hoek omreden, rukten de vliegers een anderen kant op, dan
-Andy trok. Lena vertelde mij later, dat ze gehoopt had, dat de
-vliegers hen hadden voortgetrokken. Andy deed z'n best ze mee te
-trekken, maar spoedig gaf hij het op, en bleef ineens koppig staan.
-Een half uur lang trachtten ze hem vooruit te krijgen; Alex liet hem
-keeren, en sleurde hem een eindje mee. Toen brak een vliegertouw en
-een vlieger verdween als de wind; de ander kwam in een boom terecht
-en bleef daar vast zitten; Alex klom in den boom, en kreeg hem zoo
-terug. Vrij tijdig kwamen ze weer thuis. Daan vroeg Alex
-belangstellend, waarom of ie zoo dom gedaan had. Hij had gedacht, dat
-Alex de vliegers had willen gebruiken als zeilen op het karretje, dan
-hadden ze dubbel zoo snel gereden. Maar Alex was boos op Andy en
-mopperde: "Ik vind 'm niet half zoo aardig meer als eerst."</p>
-
-<p>"Och kom," zei ik tot hem, "je moet er eerst eens gewoon mee gaan
-rijden. Jij en Daan hebben zoo graag een ezel willen hebben, om je
-naar school te brengen, maar daarvoor heb je hem nog niet één keer
-gebruikt."</p>
-
-<p>Alex keek zuur en zei: "Weet je waarom niet? Dat is het begin van
-Daan's ruzie met Sausaye geweest. Toen Sausaye hoorde, dat wij een
-ezel hadden, ging hij staan dansen en zong een spotliedje op vader.
-Daan liep dadelijk op hem toe; hij hield niet op en kreeg toen een
-opstopper van Daan. En als Daan 't niet had gedurfd, had ik het wel
-even opgeknapt."</p>
-
-<p>Ik keek hem aan en zei: "Was het wel goed om zoo te doen? Sausaye mag
-z'n spotlust botvieren, maar de kinderen van iemand als vader moesten
-dat niet zóó beantwoorden."</p>
-
-<p>"Sta toch niet zoo mal te preeken," zei Alex, en toen ik nog wat
-zeggen wou, stopte hij z'n vingers in z'n ooren en rende weg. Nu
-begrijp ik, waarom de jongens niet met Andy naar school willen
-rijden: ze zijn bang, dat ze uitgelachen zullen worden. Ik denk, dat
-jongens daar banger voor zijn dan meisjes.</p>
-
-<p>De dag van Lena's beurt eindigde niet best. Pas na den middag reed ze
-uit, want we hadden tante Caroline geholpen met pruimen plukken voor
-jam. Zij wil altoos de jam zelf maken. Wij wilden haar allen eerst
-helpen, maar werden vrij moe; Lena werd stekelig, omdat zij niet
-vóór 't middageten met Andy kon wegrijden. "Ik zal zien, dat ik Puf
-mee krijg; ik heb het 'm ook beloofd."</p>
-
-<p>"Zal ik ook meegaan?" vroeg ik.</p>
-
-<p>"Neen, dank je, jij speelt toch maar den baas over mij. Hè, laten
-we die akelige jam toch laten zitten, waarom doet de meid het niet?
-Vader heeft tante geroepen, die zal dus zoo gauw wel niet terug
-zijn."</p>
-
-<p>"Je behoeft niet te wachten," zei ik; "ik zal tante wel helpen; de
-meid moet de provisiekasten schoonmaken."</p>
-
-<p>"Maar 't is veel te laat, om Andy nu nog te halen, 't is wat moois!"</p>
-
-<p>Zij vloog de keuken uit; toen tante terugkwam, was het juist
-etenstijd.</p>
-
-<p>"Ik hoop, dat er nu maar niet meer jam behoeft gemaakt te worden,"
-zei ik. "Ik heb er zoo 'n hekel aan, en het is hier zoo heet."</p>
-
-<p>"Het is heel goed voor kinderen, om te doen, wat ze niet graag doen,"
-zei tante ernstig. "Het leven is je niet alleen gegeven, Grietje, om
-het voor jezelf te hebben."</p>
-
-<p>Ik voelde mij beschaamd, ook omdat wij een groote vacantie hebben, en
-Lena en ik juist deze eerste twee weken niets aan de lessen doen.
-Maar tante ging voort: "Ik vind het ook zoo pleizierig niet, Griet,
-om in een heete keuken jam te maken, maar ik doe het, omdat het
-gedaan moet worden."</p>
-
-<p>Ik antwoordde: "Ik dacht, dat volwassen menschen alles prettig
-vonden. Als zij niet willen, dan doen ze 't niet, niemand, die hen
-beveelt."</p>
-
-<p>"Het plichtsgevoel beveelt hen," zei tante. "Als je grooter wordt,
-zul je soms bemerken, dat je gansche leven bestaat uit dingen,
-waarvan je niet houdt, en die toch gedaan moeten worden."</p>
-
-<p>Dat was wat nieuws voor me. Ik dacht altijd, dat volwassen menschen
-alleen doen, wat ze prettig vinden. Misschien vindt tante Caroline 't
-ook wel niet prettig, om altijd op ons te passen; wellicht zou ze
-veel liever thuis zijn. Ik geloof, dat ik goed zou doen, haar beter
-te helpen. Ik loop altoos weg, om te spelen, als zij wat van mij
-verlangt. Ik denk, dat het bij het <i>doen</i> behoort, om haar beter te
-gaan helpen, en ik zal het ernstig gaan beproeven.</p>
-
-<p>Den ganschen middag speelde ik cricket met de jongens. Zoowat 4 uur
-verscheen Lena, met loshangend haar en angstige blikken. Zij riep
-Daan toe: "Kom gauw, Andy is gewoon woest en ik vrees, dat Puf
-verdrinken zal."</p>
-
-<br>
-<center><img align="left" src="images/40_cricket.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:263px;"></center>
-<br>
-
-<p>Wij vlogen allemaal met haar mee, terwijl zij, geheel buiten adem,
-haar wedervaren vertelde.</p>
-
-<p>Hortend en stootend kwam het er uit: "Ik wou met hem de sloot
-doorrijden, juist bij de doorwaadbare plaats. Ik stuurde hem het
-water in, maar toen, in plaats van recht door te stappen begon hij
-rond te draaien, zoodat de kar ten slotte tegen een steen terecht
-kwam. Toen was er geen beweging meer in te krijgen; uren lang heb ik
-er mee getobd, en eindelijk ben ik uit de kar geklommen en ben door
-het water gewaad. Ik trok mijn kousen en schoenen uit en beval Puf,
-stil te blijven zitten, totdat ik terug kwam, en nu moeten we gauw
-doorloopen en zien, hem eruit te krijgen."</p>
-
-<p>Verschrikt riep ik uit: "Heb je Puf midden in de sloot laten staan?"
-En Daan vroeg: "Waarom heb je niet dadelijk den eersten den besten
-man, dien je tegenkwam, om hulp gevraagd?" "Ik kwam niemand tegen,"
-zei Lena, "en bovendien was ik veel te bang, dat ze 't aan vader
-zouden zeggen, daarom ben ik dadelijk hierheen gekomen."</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/41_sloot.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:436px;"></center>
-<br>
-
-<p>Gelukkig was het niet ver weg, maar hoe Lena op 't idee was gekomen,
-om de sloot door te gaan, daar begreep ik niets van. Ik zou het nooit
-gewaagd hebben; had Daan nog pas niet verteld van een man, die daar
-met z'n wagen verdronken was? Toen wij bij de rivier kwamen, was er
-geen spoor van Puf meer te zien. Lena ging vreeselijk te keer en
-jammerde: "Ze zijn allebei verdronken, en ik zal vermoord worden,
-omdat het mijn schuld was!"</p>
-
-<p>Wij gingen een beetje verderop een brug over; Daan begon te gelooven,
-dat Andy weer was doorgeloopen en hier of daar heen gedraafd. Alex en
-hij gingen toen plat op den grond liggen, net als detectives of
-Indianen, om eenig spoor te ontdekken. "De wielen waren natuurlijk
-nat, en moeten dus in het gras een spoor hebben gemaakt," zei Alex en
-keek er heel geleerd bij. "Kijk, hier bij m'n hand is een heel nat
-spoor!"</p>
-
-<p>"Ja, en de grassprietjes zijn plat gereden," voegde Daan eraan toe;
-"nu moeten we dat spoor volgen. Hadden we maar een bloedhond!"</p>
-
-<p>Lena fleurde wat op. Wij volgden het spoor, maar het grasveld was
-niet lang, en we waren spoedig bij een weg aangeland. We begonnen nu
-een soort springpas te maken, dat is een manier van loopen, waarbij
-je nooit moe wordt, omdat het je nooit buiten adem brengt. Maar wij
-zagen, hoe nauwkeurig we ook tuurden, geen wielsporen. We kwamen nu
-aan een hoogen weg, en wisten niet, wat nu te doen, verder of terug.
-Maar daar stond een huisje vlak bij; fluks daarheen gerend, vroegen
-we aan de vrouw, of ze ook een ezelkarretje gezien had met een
-jongetje erin. Zij opende haar huisdeur, en daar zagen we Puf aan
-tafel zitten, kalm aan 't oppeuzelen van een appel! Wat waren wij
-blij! Andy had een plekje op haar grasveld gekregen. Zij vertelde
-ons, dat zij het karretje had zien aankomen, en dat Puf zoo hard als
-ie kon had geschreeuwd: Ho! Ho! Zij was naar buiten gevlogen, had de
-zaak tot staan gebracht, Andy vastgebonden, en Puf, die huilde van
-angst, in huis gehaald en tot bedaren gebracht. Natuurlijk was Andy,
-zoodra Lena verdwenen was, er vandoor gegaan; het was maar een geluk,
-dat Puf stil was blijven zitten.</p>
-
-<p>Wij bedankten de vrouw vriendelijk, haalden Andy uit het grasveld en
-reden tezamen naar huis terug. Vader bromde erg op Lena, dat zij zulk
-een gevaarlijke poging had gewaagd. Zij zal zulke fratsen nu
-voorloopig wel uit haar hoofd laten. Puf deed natuurlijk net, of ie
-het heerlijk had gevonden. "Ik stuurde zelf, en we reden als een
-sneltrein!" "Ja," zei Alex, "en je huilde van geweld!"</p>
-
-<p>"Ik heb alleen gehuild, toen ik die vrouw zag," zei Puf, die nooit
-verlegen is met een antwoord; "ik wist, dat ze ons zou tegenhouden,
-daarom huilde ik."</p>
-
-<p>"Jij mag niet liegen, Puf," kwam ik tusschenbeiden, "dat is niet "in
-den vorm", behalve als je een boosdoener bent."</p>
-
-<p>"Ik was zoo bang met Andy, en als ik bang ben dan huil ik altijd!"
-verdedigde zich Puf. Hij moet altijd 't laatste woord hebben, en ik
-zweeg dus maar.</p>
-
-<p>Toen het mijn dag was, ben ik 's morgens om 10 uur al op rit gegaan.
-Vlak bij ons hek vond ik een heel groot pak, waarop geschreven was:
-"Wil zoo goed zijn, dit te bezorgen bij Mejuffrouw C. Londesburg te
-Cross Clen." Het was heel leelijk en fout geschreven, en ik dacht
-dus, het zal wel van een der dorpsbewoners zijn. Het was een
-verbazend zwaar pak, en ik kon het haast niet in de kar tillen. Maar
-ik was wat blij weer eens op 't Huis te mogen komen, want ik was er
-sinds onzen wedstrijd niet weer geweest. Langzaam reed ik het dorp
-door met mijn zware vracht. Toen juffrouw Ribbon mij zag, kwam ze
-even aan het hek en zei:</p>
-
-<p>"Beste Griet, wil je heusch vrachtrijdster worden? Kijk es, lieve, ik
-heb aan de oude Suze Combe beloofd een zak steenkolen te sturen. Aan
-het station zul je 't vinden; Tom moest al vroeg naar Lincoln en ik
-heb het ook zoo druk, het goeje mensch heeft geen brand meer om haar
-middagmaal gereed te maken."</p>
-
-<p>"Goed, ik zal 't doen, ik zal 't dadelijk gaan halen."</p>
-
-<p>Wat was vrouw Combe blij, toen ze me zag komen. Maar we konden geen
-van beiden de zak uit het karretje krijgen; ze haalde de steenkolen
-er dus bij beetjes uit, en dat kostte heel wat tijd. Terwijl wij nog
-bezig waren, kwamen juist Clara en Betty in haar ponykarretje
-voorbijrijden. Ze keken gek op, toen ik haar vertelde, waaraan ik
-bezig was. "Ik ben vandaag vrachtrijdster," vertelde ik, "en ik heb
-ook een vrachtje voor jelui!"</p>
-
-<p>Dat vonden ze heerlijk. "Voor ons? O, zeg, laat es gauw kijken! Wat
-eenig!" Zoodra vrouw Combe al haar steenkolen eruit had, klommen ze
-op ons karretje en bekeken het pak van alle kanten. Wij maakten het
-open in de kar, want het was ons te zwaar, om het er uit te lichten.
-Toen het papier er af was, vonden we .... een ouden emmer vol
-steenen! Clara was heel boos. En ik begreep dadelijk, dat het een
-grap van de jongens was. Ik trachtte Clara dat aan 't verstand te
-brengen, maar zij zei: "'t Zijn ruwe, leelijke jongens, ik zal 't
-moeder eens vertellen."</p>
-
-<p>Zij sprong weer van de kar af en ging naar Betty, om het haar te
-vertellen. Deze lachte; zij kan beter tegen een grapje dan Clara, en
-ik stelde haar voor, dat ze den jongens ook weer een pak moesten
-zenden. Dat vonden ze beiden best, en beloofden, het per post te
-zullen sturen. Wij haalden de steenen en den emmer uit de kar en
-gooiden ze in een sloot. Ik reed fluks naar ons dorp terug,
-nieuwsgierig of er nog iemand een boodschap voor me zou hebben. En
-zie, daar zag ik kreupele Hanna, die onze kleeren verstelt en ook in
-'t koor zingt; zij stond bij haar hek, en keek naar mij, alsof ze mij
-wat zeggen wou.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/42_kreupel.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:415px;"></center>
-<br>
-
-<p>Ik hield stil en zei: "Kan ik iets voor je doen, Hanna?"</p>
-
-<p>Zij kleurde en sprak aarzelend: "Ik moet naar boer Luscombe, kind, en
-het is een lange weg voor mij met zoo'n hitte, en nu dacht moeder,
-toen we u zagen aankomen ... en omdat we uw briefje hadden
-gelezen...."</p>
-
-<p>"O, ik begrijp je al," zei ik, "je wou, dat ik je daarheen bracht?
-Stap maar in Hanna, dat zal ik graag doen."</p>
-
-<p>Zij steeg in, en vertelde mij, dat haar been zooveel pijn deed, als
-ze ver moest loopen, maar zij had een japon voor juffrouw Luscombe
-moeten maken, en nu moest die toch weggebracht worden. Ik zei haar,
-dat ik Andy elke week een dag voor mij had, om er boodschappen mee te
-doen voor wie ik wilde. Toen we zoo een tijdje gepraat hadden, zei ik
-tot haar: "Na dezen rit moet ik naar huis, want dan moeten we eten.
-Maar vanmiddag kom ik weer terug. Weet je dan nog iets te doen,
-Hanna?" Zij antwoordde, na even te hebben nagedacht:</p>
-
-<p>"Ik weet niet, Grietje, of je de kleine Annie Steel kent. Zij komt
-uit Londen, en woont bij haar grootmoeder, juffrouw Buston; zij is
-geheel kreupel en kan niet loopen. Omdat ik zelf kreupel ben, spreek
-ik nog al eens met haar, want juffrouw Buston en haar man zijn erg
-streng en lastig voor haar. Zij vinden het een grooten last haar te
-helpen, omdat ze zelf ook haast niets hebben, en dan zit ze daar maar
-troosteloos in dat donker keukentje. Nooit komt ze er uit, ze zit
-zelfs niet eens aan de deur; ze is ook misvormd, heeft een bochel, en
-de oude vrouw schijnt zich te schamen voor zulk een kleindochter. Je
-zoudt het kind in 't paradijs brengen, als je haar eens liet
-meerijden."</p>
-
-<p>"O, prachtig, dat zal ik doen!" riep ik uit. "Maar zou 't rijden haar
-niet te veel schokken?"</p>
-
-<p>"Neen, dat gaat best; als je een paar kussens neemt, en je zet haar
-op den bodem der kar, dan zal 't best gaan."</p>
-
-<p>"Ik zal dadelijk na 't eten haar gaan halen," zei ik verheugd. Toen
-ik thuis kwam, vroegen ze allen, wat ik gedaan had. De jongens
-spraken geen woord over hun grap, en ik natuurlijk ook niet. Tante
-vond het heel mooi van me, dat ik Annie Steel eens liet meerijden.
-Vader ook, maar die waarschuwde ons, dat we Andy door al die drukke
-ritten niet moesten afjakkeren, en Daan zei, terwijl we Andy weer
-inspanden: "Overdrijf nou niet, barmhartige Samaritaansche, anders
-loopt het nog op schade uit."</p>
-
-<p>"Ik doe het alleen, omdat ik ervan houd, en ik zal er mee voortgaan,
-omdat vader gezegd heeft, dat moeder het zou goedgekeurd hebben."</p>
-
-<p>Daan zei niets meer, want Daan hield zoo van moeder, gelijk wij
-allen.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter12"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK XII.</h3>
-
-<p>Toen ik naar juffrouw Buston ging, vond ik haar in den tuin, bezig
-met groentenplukken. Zij was meer verbaasd dan verblijd, toen ik haar
-vertelde wat mijn plan was. En ze zei dan ook eerst, dat ze de kleine
-Annie niet wilde meegeven.</p>
-
-<p>"Ik zou haar nooit hier gehad hebben, als ik geweten had, dat ze zoo
-hulpeloos was. Haar moeder, die reeds op 20-jarigen leeftijd weduwe
-was, stierf plotseling, en Annie moest toen in een weeshuis. Maar
-mijn man wilde daar niet van weten, en ik eigenlijk ook niet. Zoo
-namen we de kleine dan in huis, en sedert is ze er gebleven, totaal
-krachteloos, alsof ze geen ruggegraat heeft. Ze doet zoowat niets
-anders dan in elkaar gedoken zitten huilen. Loopen kan ze geen stap.
-Maar kind, als je er nu bepaald op staat, haar mee te nemen, kom dan
-binnen, dan kunnen we haar samen gemakkelijk genoeg in 't karretje
-tillen."</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/43_krachteloos.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:287px;"></center>
-<br>
-
-<p>Ik bond Andy aan den muur vast en ging het huisje binnen. De keuken
-was klein en het rook er duf; in een laag stoeltje zat Annie.
-Werkelijk, ze zag er uit als een afgeleefd oud vrouwtje; alleen het
-haar was nog blond, maar kort geknipt. Toen ik haar meedeelde, wat
-mijn plan was, glimlachte ze zoo hartroerend, dat ik bijna begon te
-weenen. Ze zag er even bleek als haar schortje uit; ze is pas negen
-jaar oud, evenals Lena. Ik had vier kussens en een deken meegebracht
-en maakte het haar zoo gemakkelijk mogelijk; haar Grootmoeder
-plaatste haar zoo in de kussens, dat ze rechtop zitten kon. Bovendien
-zette ze haar nog een katoenen mutsje op, en daarna reden we weg.</p>
-
-<p>Heel langzaam reed ik de laan af, om het schokken te voorkomen. Al
-vrij spoedig begon ze te praten. Eerst had ze doodstil liggen staren
-in de blauwe lucht, terwijl haar mond open en dicht ging als die van
-een visch. Toen ik haar vroeg, waarom ze zoo deed, zei ze: "De lucht,
-juffrouw. Sinds ik bij grootmoe ben, krijg ik haast geen frissche
-lucht. Voordat moeder stierf, zat ik altoos aan 't open venster, maar
-grootmoe doet haar ramen nooit open."</p>
-
-<p>Zij vertelde mij verder, dat zij veel van Hanna hield, en al meer
-begon ze los te komen, er blijkbaar schik in krijgende, allerlei
-prettigs te vertellen.</p>
-
-<p>"Kijk, daar zijn heelemaal geen huizen, wat een leege plek. Dit is nu
-echt buiten zijn. Nooit ben ik hier geweest, voordat ik bij grootmoe
-kwam, en sedert ik er ben, kom ik er nooit uit.</p>
-
-<p>Moeder zei altijd, dat God ook buiten leeft, niet in de stad. Moeder
-hield niets van Londen; zij vond het zoo'n vuile stad; de lucht zie
-je in Londen maar heel zelden en dan nog maar een klein stukje er
-van. O, juffrouw, wat is het hier heerlijk! Die velden, en die boomen
-en die bloemen! Ik heb wel schilderijen gezien, maar die waren niet
-zoo levend als dit alles."</p>
-
-<p>Bij een landhek hield ik stil, om haar konijnen te laten zien, die
-daar aan 't spelen waren, en toen een vlinder op den rand van 't
-karretje kwam zitten, schreeuwde ze 't uit van pleizier.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/44_landhek.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:228px;"></center>
-<br>
-
-<p>Maar ze werd al spoedig weer vermoeid van al die ongewone opwinding
-en toen begon ik maar eens te praten. Ik vertelde haar, hoe we aan
-Andy waren gekomen, en toen ik dat verhaal ten einde had, zei ze:</p>
-
-<p>"Luistert God naar alle menschen, juffrouw, of alleen naar rijke lui?
-Ik heb nog niets van Hem gehoord, sinds ik bij grootmoe ben. Moeder
-kreeg altijd bezoek van een wijkzuster, maar daar hield ik niet van;
-ze had altoos zoo'n haast om weer weg te komen, en ze wilde altijd
-maar weer, dat ik naar een gesticht of naar een hospitaal werd
-gezonden."</p>
-
-<p>"Natuurlijk luistert God naar ons allemaal," antwoordde ik, verbaasd
-over zóóveel onwetendheid; "bidt je niet tot Hem?"</p>
-
-<p>Ze wendde haar hoofd af. "Ik was gewoon het "Onze Vader" op te
-zeggen, maar ik ben nu totaal vergeten hoe het is."</p>
-
-<p>"Kun je lezen?" vroeg ik.</p>
-
-<p>Weer schudde ze haar hoofd.</p>
-
-<p>"Ik ben begonnen het te leeren, maar moeder stierf, vóórdat ik
-groote woorden kon lezen, en later heeft niemand het mij geleerd."</p>
-
-<p>"Arm klein schaap," sprak ik met diep medelijden; "wat doe je dan
-toch wel den ganschen dag?"</p>
-
-<p>"Plaatjes kijken en dan naaien, naaien kan ik wel. Ik maak op 't
-oogenblik reepjes voor een lappendeken voor grootmoeder."</p>
-
-<p>"Je moet God gaan bidden," zei ik.</p>
-
-<p>"Waarom?"</p>
-
-<p>"Wel, omdat Hij je liefheeft. Weet je, wie Jezus Christus was?"</p>
-
-<p>"Die aan een kruis is ter dood gebracht? Ja, daar heeft moeder mij
-wel van verteld."</p>
-
-<p>"Weet je, waarom Hij is ter dood gebracht?"</p>
-
-<p>Zij schudde haar hoofd, en sprak: "Het is zoo iets van het redden der
-zondaars en der wereld. Maar ik ben het vergeten. Ik geloof, dat Hij
-zeer vriendelijk en goed was. Het is al eeuwen geleden, dat hij
-gedood werd, is 't niet?"</p>
-
-<p>"Hij is heelemaal niet dood," zei ik, als verstomd door zooveel
-onkunde. "Lieve kind, jij weet nog niet eens zooveel als de kinderen
-uit mijn klas."</p>
-
-<p>Met doffe stem sprak ze: "Er is ook niemand, die me wat leert."</p>
-
-<p>En ik begon maar dadelijk te vertellen, wat Jezus voor haar gedaan
-had. Zij had er totaal geen besef van, dat zij ook zondaar was; maar
-ik geloof toch wel, dat het haar na eenigen tijd duidelijk werd.
-Verwonderd keek ze op, toen ik vertelde, dat Jezus nòg leefde, en
-dat Hij nog machtig is om ons te helpen en ons te leiden, al kunnen
-we Hem niet zien. Zij wist niet, dat het kruis ook voor haar van
-beteekenis was; met open mond en groote oogen hoorde zij alles aan
-wat ik vertelde, en ik wenschte soms, dat een wijzere dan ik haar
-vertellen kon. Meteen moest ik ook op mijn ezeltje letten; af en toe
-hield ik even stil, en plukte wat wilde bloemen en kamperfoelie voor
-haar, om mee naar huis te nemen. Toen ik meende, dat we nu lang
-genoeg gereden hadden, bracht ik haar weer naar huis terug; maar als
-we 't huis naderden, begon ze te schreien en greep mijn hand.</p>
-
-<p>"Zult u terugkomen en mij weer meenemen? Zult u mij niet vergeten?
-Toe, beloof mij, dat u me weer spoedig komt halen!"</p>
-
-<p>"Ik zal probeeren, deze week nog één keer te komen, Annie, en in
-elk geval zal ik hier komen, om je wat te helpen met lezen; misschien
-kan ik dan wel een paar boeken meebrengen." Haar grootmoeder tilde
-haar uit het karretje en scheen nogal in haar schik.</p>
-
-<p>"Nu kind, daar heb je goed aan gedaan, hoor, en 't zal Annie ook goed
-doen. Arm schaap, wat zou het goed voor haar zijn, als God haar maar
-tot Zich nam. Ze zal toch nooit voor iemand ter wereld van nut kunnen
-zijn."</p>
-
-<p>Ik werd boos, maar ik wist niet wat te zeggen. Ik zag, hoe Annie
-huiverde bij het hooren van die zelfzuchtige woorden, en meende maar
-het best te doen, met heen te gaan. Ik nam dus afscheid. "Vaarwel,
-Annie! Ik kom spoedig weer bij je terug."</p>
-
-<p>In draf ging het nu naar huis, en nadat ik Andy had uitgespannen,
-vertelde ik vader dadelijk mijn wedervaren. "Wat spijt het mij," zei
-vader, "dat ik haar niet eerder gevonden heb. Ik ben wel bij juffrouw
-Buxton op bezoek geweest, maar die vertelde mij nooit, dat ze een
-kleinkind in huis had."</p>
-
-<p>"Zij schaamt zich voor het kind," zei ik. "Hanna vertelde mij, dat
-zij denkt, dat een misvormd kind door iedereen wordt gemeden. Is dat
-niet wreed gedacht? Vader, denkt u, dat ik haar zou kunnen leeren
-lezen?"</p>
-
-<p>"Zeker, kind, zeker. Ga zoo vaak als je kunt naar haar toe, maar denk
-er aan om juffrouw Buxton te vragen, of het mag."</p>
-
-<p>Toen ik den jongens en Lena van Annie vertelde, lachten ze niet, en
-Lena was er zelfs mee begaan. Zij haalde een paar oude poppen voor
-den dag, en vroeg mij, die voor Annie mee te nemen.</p>
-
-<p>Bij de thee zei tante Caroline: "Ik geloof, dat Grietje den mooisten
-dag heeft gehad van jullie allemaal!"</p>
-
-<p>"O ja, tante," zei Alex snel, "ik weet wel wat u wilt zeggen: omdat
-zij meer aan anderer genoegen dacht dan aan haar eigen vermaak; maar
-dat doet ze niet uit haarzelf, daar is ze toe aangezet. U moet haar
-niet verwaand maken, ze heeft al genoeg dunk van zichzelf."</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/45_pakket.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:260px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Dat is niet waar," zei ik boos.</p>
-
-<p>"Hé, hé, geen getwist nu!"</p>
-
-<p>Zoo komt tante altoos tusschenbeiden en we spraken dus geen woord
-meer over de zaak.</p>
-
-<p>Den volgenden morgen kwam er een groot pakket met de post,
-geadresseerd aan "de Jongeheeren Daan en Alex Marjoribanks". De
-jongens gunden zich geen tijd om het uit te pakken, en scheurden het
-eene na het andere papier eraf, niet bemerkend, dat Lena en ik in ons
-vuistje lachten (ik had het Lena ook verteld). Eindelijk kwam een
-kartonnen doos te voorschijn, en toen ze die openden, vonden ze haar
-vol koolstronken; op den bodem lag een klein briefje, waarop de
-woorden: "Met vriendelijken dank van Betty en Clara."</p>
-
-<p>Inmiddels waren Lena en ik een rondedans om de tafel begonnen,
-waarbij we hen dapper uitlachten. Ze hadden 't ook verdiend, en ik
-vertelde hun, dat hun pakket nooit aan 't Huis bezorgd was. Toen
-waren ze woest van boosheid, en scholden ons uit, dat het een lust
-was.</p>
-
-<p>Ik zei hun nog, dat zij altijd grapjes hadden ten koste van anderen,
-en nooit zichzelf eens vermaken konden. Daan beloofde wraak; maar dat
-doet ie wel meer als ie ten einde raad is, en later is ie 't al lang
-weer vergeten.</p>
-
-<p>Ik ging nu zooveel belang stellen in Annie Steel, dat ik er bijna
-iederen dag heen ging; als ik haar bezocht, had ze een kleur van
-blijdschap, en ze begon er werkelijk wat opgewekter uit te zien.
-Elken Woensdag nam ik haar mee op een rij toer.</p>
-
-<p>Intusschen waren we allen druk bezig met bijverdienen, om een zadel
-voor Andy te kunnen koopen. De jongens verkochten aan kapitein Rogers
-enorme partijen visch. Zij kunnen er gewoon niet tegen hengelen, en
-hij betaalt best. Zelf zend ik weer groenten en bloemen naar de markt
-te Lemworth, waar Bob Tapson ze wel aan den man brengt, en Lena maakt
-weer borstplaat zonder eind. Maar het geld komt heel langzaam bij
-elkaar. Mevrouw Rogers kwam gistermiddag met haar man bij ons
-theedrinken; de kapitein liet ons den spaarpot openen; er was nu
-negen gulden in.</p>
-
-<p>We hadden recht veel schik dien middag. De thee werd buiten
-gedronken, zoodat het veel had van een pic-nic; kapitein Rogers
-spoorde ons aan, het geld wat vlugger te maken, anders zouden we
-nooit aan een zadel toekomen. We vroegen hem, of hij soms een middel
-wist, en hij zei van ja. Het was dit: Hij en zijn vrouw wilden een
-wedstrijd in het boogschieten organiseeren bij hun huis; daarbij
-zouden veel volwassen menschen komen, en nu wilde hij ook een
-wedstrijd houden voor kinderen; de beste schutter zou een prijs
-verdienen van twaalf gulden.</p>
-
-<p>"Jelui hebt dus niet anders te doen, dan dien prijs te winnen,"
-voegde hij er aan toe; "en dan weet ik wel een adres, waar je een
-flink zadel kunt koopen voor een gulden of twintig."</p>
-
-<p>Met gejuich werd het plan ontvangen, het was een eenig denkbeeld.
-Maar wij moesten den kapitein toch vertellen, dat we geen van allen
-konden schieten, en dat we niet met boog en pijl konden omgaan. Hij
-antwoordde, dat hij ons dat wel even leeren zou, dat ging heel vlug;
-we moesten dan maar telkens bij hem komen en oefeningen houden in den
-tuin bij de boerderij.</p>
-
-<p>"En we kunnen ook hier een schijf opstellen en er ons op oefenen,"
-vond Daan. "Ik zal er wel een maken, maar dan hebben we nog geen boog
-en pijlen. Zijn die duur?"</p>
-
-<p>"Dat zullen we aan juffrouw Ribbon vragen," zei Alex. "Maar ik wil
-wedden, dat ze die niet heeft."</p>
-
-<p>"Nee, nee," zei kapitein Rogers, "ik zal jelui enkele van de mijne
-leenen tot na den wedstrijd. Laat es zien: jelui zult er vier noodig
-hebben, is 't niet? Ieder een."</p>
-
-<p>"Ik ook!" riep Puf op dreigenden toon. "Ik wil ook schieten."</p>
-
-<p>Dus beloofde kapitein Rogers vijf bogen te zullen zenden, met een
-bundel pijlen. En Daan stelde hem voor, om moeite te besparen, dat
-hij dadelijk maar even mee zou gaan, om ze te halen, dan konden wij
-zoo spoedig mogelijk beginnen.</p>
-
-<p>"En hoe maakt Andy het tegenwoordig?" vroeg de kapitein.</p>
-
-<p>"Even onberekenbaar als altoos," antwoordde ik. "Soms gaat het heel
-goed, maar dan eensklaps krijgt hij weer z'n oude kuur van stilstaan,
-en geen van ons kan hem dan weer in beweging krijgen. 't Is geen
-trouw dier, en dat zal ie nooit worden ook."</p>
-
-<p>De kapitein lachte hartelijk en trok mij aan een haarlok. "Kom hier,
-oud vrouwtje, en vertel mij es, wat een trouw dier is."</p>
-
-<p>"Dat is er een, waarop je rekenen kunt," hervatte ik; "een dier, dat
-altoos hetzelfde is en waar je op aan kunt. Dat is toch de beteekenis
-van trouw? Gisteren hebben we 't er nog over gehad."</p>
-
-<p>"Ja," zei hij, "dat is een heel juiste omschrijving van trouw. Ik
-denk, dat jij dan ook wel heel trouw zult wezen, Grietje."</p>
-
-<p>"O, ik wou dat ik het was. Maar ik ben het niet. Men is niet volkomen
-trouw, als men het niet altijd en overal is, zooals onze ridder:
-semper fidelis. Ik tracht een trouwe dienstmaagd te wezen, maar
-steeds weer vergeet ik het."</p>
-
-<p>"Wiens dienstmaagd? Ik zou zoo zeggen, Grietje, je bent een trouw
-vriendinnetje."</p>
-
-<p>"Christus' dienstmaagd," was mijn fluisterend antwoord. "Hij is in
-alles de eerste, zooals u weet. Maar daarom zou ik dan ook evengoed
-uw trouw vriendinnetje willen wezen, kapitein."</p>
-
-<p>"Wij zullen een verbond sluiten. Als ik in moeite of verdriet kom, en
-hulp noodig heb, dan weet ik, op wie ik kan rekenen."</p>
-
-<p>De beide jongens gingen met den kapitein mee naar de boerderij, en
-kwamen al spoedig weer thuis, o zoo verheugd met hun pijlen en bogen.
-Reeds hebben we een schijf gemaakt van wit calico, gespannen over een
-met stroo gevulde platte doos. En nu hoop ik maar dat wij den prijs
-zullen halen; wij hebben goede kans, omdat we met z'n vieren zijn.
-Betty en Clara zullen ook gevraagd worden, en nog heel wat kinderen
-meer. Ik geloof, dat kapitein Rogers eigenlijk hoopt, dat wij het
-maar zullen winnen.</p>
-
-<pre> * *
- *
-</pre>
-
-<p>Het is eenigen tijd geleden, dat ik in dit boek heb geschreven, want
-ik heb het verschrikkelijk druk gehad. Allereerst dien ik te
-vertellen van onzen hand-boogwedstrijd.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/46_schietschijf.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:127px;"></center>
-<br>
-
-<p>Vanaf het oogenblik, dat de schijf gereed was, hebben we ons druk
-geoefend. Aan het einde van de laan hadden we haar opgehangen, en
-gingen er dan zoo ver mogelijk van af staan, om goed te leeren
-mikken. Die oefeningen waren wel inspannend, maar toch ook verbazend
-prettig. Ik zelf had er zooveel schik in dat ik boos werd, als ik er
-telkens weer werd afgeroepen. Dat kwam zoo.</p>
-
-<p>Emma had haar voet verstuikt, en moest dagen achtereen in bed liggen,
-en toen ze eruit mocht, kon ze nog heel moeilijk loopen. Tante
-Caroline droeg nu aan Lena en mij op, de bedden op te maken, de
-kamers te doen, en zooveel mogelijk in huis te helpen. Het scheen ons
-een uitdaging, want wij wilden zoo graag vóór alles goede schutters
-worden. Ik kàn niet hebben, dat we zulke dingen maar half goed doen.
-Lena ging er vandoor, maar dàt kon ik ook niet doen, en ik hielp dus
-zooveel als ik kon, maar veelal met een nijdig hoofd. Ik geloof, dat
-ik die gansche week niet in m'n humeur ben geweest. Toen het Woensdag
-werd, had ik er niet eens zin in, om Annie te halen voor een rijtoer;
-Betty en Clara kwamen 's middags om met ons te oefenen in 't
-schijfschieten. Toch reed ik met Andy uit, inwendig wenschend, dat ik
-haar maar nooit beloofd had, iedere week te zullen rijden. Maar toen
-ik haar bleek gelaat zag, dat opvroolijkte toen ik aankwam, was ik
-beschaamd. Ik was een half uur te laat, en ze zei:</p>
-
-<p>"Grootmoe heeft al gezegd, dat u niet zoudt komen. Maar ik wist zeker
-dat u komen zoudt. U zult mij nooit alleen laten, wel juffrouw?"</p>
-
-<p>Ik antwoordde slechts: "Ik hoop van nooit!"</p>
-
-<p>Annie was zeer spraakzaam. Ze vertelde, hoe ze nu geregeld bad, en
-ook dankte voor al het goede, dat ze ontving. Zij begreep nu ook iets
-van wat Jezus voor haar aan het kruis geleden had. "O, kon ik maar
-wat voor Hem doen!" riep ze uit.</p>
-
-<p>"Van ons, die nog kinderen zijn, verwacht Hij geen groote dingen,
-Annie. Maar wat wij te doen hebben, dat is zóó te spreken en te
-handelen, alsof Hij altoos bij ons is, in onze kamer en bij ons werk;
-wij zien Hem wel niet, maar toch leeft Hij dicht bij ons. Hij
-glimlacht als we ons best doen, en met droeve oogen staart Hij ons
-aan, als we ongehoorzaam zijn of toornig, zooals ik vandaag."</p>
-
-<p>Het deed mij goed, haar eens te kunnen zeggen, hoe verkeerd ik
-vandaag gehandeld had. En ik voelde mij gelukkig, toen ik weer thuis
-kwam, nog vol van ons gesprek en van het heerlijk gevoel, dat ik had
-na het erkennen van mijn zonden.</p>
-
-<p>Eindelijk kwam dan de groote dag. De tuin bij kapitein Rogers was vol
-volk; ook waren er vier jongens en vijf meisjes, die we geen van
-allen kenden; zij waren met den trein gekomen uit Tenburg en zeven
-mijlen hier vandaan, uit Lincoln. Twee meisjes en drie jongens waren
-ook uit een pastorie.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/47_boogschieten.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:464px;"></center>
-<br>
-
-<p>Naarmate de wedstrijd vorderde werd de pret, maar ook de spanning
-grooter. Toen het mijn beurt was, gevoelde ik mij erg zenuwachtig;
-mijn hand trilde alsof ik de koorts had. Maar het ging gelukkig
-nogal, hoewel ik natuurlijk den prijs niet won, dat wist ik vooruit
-wel. Ik geloof eigenlijk, dat wij er allemaal wel zoo'n beetje op
-rekenden, dat Daan de gelukkige winner zou wezen. Hij stond zoo kalm,
-mikte zoo vast, net een volwassen man. Later zei hij nog, dat ie een
-gevoel had gehad, als ging het om leven of dood.</p>
-
-<p>En toen bleek, dat hij den prijs had verdiend, juichten we allen als
-uitgelatenen. Mevrouw Rogers overhandigde den prijs in een met kralen
-bezette beurs.</p>
-
-<p>Innig verheugd kwamen we thuis, want nu hadden we ook het zadel zelf
-verdiend. En geen onzer behoefde nu ooit meer geld te gaan verdienen.</p>
-
-<p>Het leek te mooi, om waar te wezen.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter13"></a>
-<center><img src="images/48_hoofdstuk13.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:236px;"></center>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK XIII</h3>
-
-<p>En nu heb ik te schrijven over een vreeslijken dag. Onze vacantie was
-bijna om; het zadel voor Andy was juist ontvangen, en allen reden wij
-druk met hem. Hij bleef ons over 't algemeen goed voldoen, en
-galoppeerde soms, dat 't een lust was.</p>
-
-<p>Terwijl wij bezig waren, aan 't ontbijt onze plannen voor den dag te
-bespreken, kwam Emma binnen met een telegram voor vader. Vader krijgt
-vaak telegrammen over spreekbeurten, zoodat wij er weinig notitie van
-namen. Maar eensklaps hoorden we hem een onderdrukten snik geven,
-terwijl hij het telegram aan tante Caroline overgaf. Toen die het
-las, begon ze te weenen, en wij begrepen nu, dat er slechte tijding
-was gekomen. En zoo was het: Grootmoeder was gevaarlijk ziek, en
-vader moest onmiddellijk overkomen.</p>
-
-<p>Tante Caroline riep in haar droefheid: "Zij is stervende, Jan, ik ga
-met je mee."</p>
-
-<p>"Er is geen trein vóór 10.30, dien moeten we hebben." Tante verliet
-haastig de kamer, en vader richtte zich tot ons: "Kinderen, kan ik
-jelui met vertrouwen alleen laten? Het zou voor tante een bittere
-teleurstelling wezen, als ze niet met mij mee kon gaan. Wil jelui je
-best doen, om je goed te gedragen? Daan, jij wordt al een groote
-jongen, en je kent het onderscheid tusschen goed en kwaad. Op jou
-reken ik, terwijl ik weg ben. Grietje, neem jij Lena onder je hoede,
-en laat haar geen verkeerde dingen uithalen. Ik zal even met de
-keukenmeid een en ander bespreken. We moeten geen tijd verliezen."</p>
-
-<p>Wij beloofden, ons goed te zullen gedragen. We waren wel bedroefd om
-grootmoeder, maar we konden ons toch ook niet ontveinzen, dat we wel
-een klein beetje vermaak erin hadden, nu eens alleen te zijn, zonder
-eenig toezicht. Dat was nooit tevoren geschied, en vooral in de
-vacantie is het een heerlijk gevoel, es echt alleen te wezen, en baas
-over jezelf te zijn.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/49_inpakken.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:419px;"></center>
-<br>
-
-<p>Intusschen ging ik naar boven, om tante te helpen bij het inpakken
-van haar koffertje. Tante was erg in de war; ook de keukenmeid en
-Emma waren zenuwachtig, zoodat ze tante met allerlei vragen en
-opmerkingen nog meer opwonden. Toen alles gereed was, reed Daan de
-bagage in ons ezelkarretje naar het station.</p>
-
-<p>Daar het nu Dinsdag was, beloofde vader, zeker nog vóór Zondag weer
-thuis te zijn. Tante Caroline kuste mij hartelijk bij 't afscheid, en
-zei, dat ze wist, dat ik mijn best zou doen, en ook den anderen tot
-voorbeeld zou wezen, omdat zij mij kende als haar vertrouwde hulp in
-'t huiselijk werk. Ik was zoo blijde met deze lofspraak, dat ik bijna
-schreide, maar ik hield mij goed, sloeg mijn armen om haar hals, en
-kuste haar hartelijk ten afscheid.</p>
-
-<p>Toen Daan van 't station terug was, gingen wij allen naar het priëel
-in den tuin, om te praten over de onverwachte verandering.</p>
-
-<p>"Twee dagen geleden was grootmoe nog zoo best," zei ik; "zij schreef
-nog aan tante Caroline, dat zij pas een rijtoertje gemaakt had. Ik
-wist niet, dat de menschen konden sterven, zonder eerst ziek te
-zijn."</p>
-
-<p>"Maar zij is ziek," merkte Alex op.</p>
-
-<p>"Jawel, maar ze kan toch niet ineens zoo verschrikkelijk ziek zijn,
-wel?"</p>
-
-<p>"Och, zeker wel; dat zie je telkens."</p>
-
-<p>"En wij dan ook?" vroeg Lena angstig. "Daar zou ik heel bang voor
-wezen. Tante zei nog wel, dat ze zeker wist, dat grootmoe al dood
-was."</p>
-
-<p>"In elk geval," zei ik, "zal grootmoe nog heelemaal niet graag willen
-sterven. Maar zij is, evenals de ridder: semper paratus. En dat
-behoor jij ook te wezen, Lena."</p>
-
-<p>"Dat ben ik niet," zei ze. "Ben jij het?"</p>
-
-<p>"O, hou toch op met dien onzin!" riep Alex eensklaps uit. "En wat
-zullen we nu gaan doen met onszelf?"</p>
-
-<p>"Een pic-nic zou heerlijk zijn," stelde ik voor. "In het gras bij de
-rivier."</p>
-
-<p>"En dan moesten we Andy meenemen, dan kan hij eens een flink bad
-krijgen. Hij ziet er zoo verschrikkelijk vuil uit, omdat ie nooit een
-bad krijgt."</p>
-
-<p>Zoo sprak Lena. Als er één ding is, waar die verzot op blijft, dan
-is het water en wasschen.</p>
-
-<p>"En dan zullen we een ketel water koken, dan lijken we net
-zigeuners," vond Alex.</p>
-
-<p>"Goed zoo. Laten we eerst naar de keukenmeid gaan, en zien, of die
-wat rauw vleesch voor ons heeft, dan kunnen we 't zelf braden."</p>
-
-<p>Daan en ik gingen dus naar de keuken en de meid vond het maar wàt
-heerlijk, ons een ganschen dag kwijt te wezen. Zij gaf ons wat
-saucijzen en een braadpan met wat vet erin om ze te braden, verder
-een stukje konijnenvleesch, wat koude aardappelen, appelen, een stuk
-brood, een flesch melk, een beetje suiker, een zakje met zout en een
-zakje met thee. Dan holden we naar de leskamer en haalden er kopjes
-en schoteltjes weg, zoomede een ketel. Vervolgens werd alles in het
-ezelkarretje geladen, en reden we weg, allen zóó opgewonden blij
-met ons mooie pic-nic-plan, dat we al spoedig vergeten waren, dat
-grootmoe stervende was. Zoo nu en dan, als het iemand te binnen
-schoot en ervan sprak, keken we wat sip. Maar dat begon Daan te
-vervelen en hij zei:</p>
-
-<p>"Kijk es hier lui, dat gaat zoo niet langer. Wij willen hopen, dat ze
-nog weer beter zal worden. Dat gebeurt met zoovelen en de dokters
-zeggen altijd: Zoolang er leven is, is er hoop. En daarom moeten we
-zooveel pleizier hebben als we maar kunnen, alsof grootmoe al beter
-werd."</p>
-
-<p>Dat woord deed ons allen weer opleven. Het was ook zooveel prettiger,
-vroolijke gedachten over grootmoeder te hebben, dan sombere. En ik
-vrees, dat wel niemand onzer veel meer aan haar zal gedacht hebben,
-want we waren bij de rivier gekomen, en ons plan nam alle gedachten
-in beslag. Daan zei tegen Lena:</p>
-
-<p>"Hoor eens, als jij wasschen wilt, dan moet je jezelf maar gaan
-wasschen; je handjes staan er goed voor, en dan kun je ook de borden
-en kopjes wasschen. Maar probeer het niet met Andy, want dan zal ik
-je met je hoofd in 't water duwen. Ezels zijn er niet voor, om
-gewasschen te worden."</p>
-
-<p>Lena keek erg knorrig, maar ze is bang voor Daan. De toebereiding van
-onzen maaltijd gaf heel wat pret. Eerst werd er een vuurtje gemaakt,
-daarna de ketel erop gezet, want we moesten allemaal theedrinken.
-Vervolgens werd de braadpan opgezet, gevuld met de saucijzen, de
-koude aardappelen en het stuk konijnenvleesch. Het rook heerlijk!
-Daan en ik waren om beurten de kok; Alex wilde zóó vaak proeven, of
-'t eten al goed was, dat wij bevreesd werden, dat er niet genoeg voor
-ons allen zou wezen. En Lena kwam er telkens zóó dicht bij staan,
-dat ze haar gezicht verschroeide.</p>
-
-<p>Ik geloof niet, dat grooten menschen ons baksel zou gesmaakt hebben,
-omdat het nog al sterk rook; eenmaal zelfs helde de pan zóóver
-over, dat eenige aardappels er uit rolden, maar ze werden niettemin
-met graagte opgegeten. Na het "diner" werd de thee gebruikt, zooals
-we dat nu eenmaal gewoon waren. Vervolgens beproefden wij de appels
-te roosteren, maar dat ging heel lastig en bovendien waren we van 't
-koken al erg vermoeid, zoodat we ze maar rauw hebben opgegeten.</p>
-
-<p>Lena en Puf en ik gingen nu de borden omwasschen en spoelen; ze
-werden weer ingepakt en in 't karretje gelegd, waarna we
-verstoppertje gingen spelen. Vlak bij was een klein bosch, zoodat we
-er heel wat pret mee hadden. Maar toen begon ook de eerste ellende.
-Wij hadden Andy afgetuigd en lieten hem gras eten, maar toen we
-spelen gingen, vergaten we hem geheel, en eensklaps ontdekten we, dat
-ie er vandoor gegaan was.</p>
-
-<br>
-<center><img align="left" src="images/50_weggelopen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:282px;"></center>
-<br>
-
-<p>Dadelijk gingen we allen op zoek, schreeuwden en klapten in onze
-handen, maar er was geen spoor van hem te ontdekken. Toen werden we
-boos op 'm. Lena vond, dat hij zich den dag had moeten herinneren,
-waarop hij met Puf was weggereden. En Alex zei pruttelend: "We zullen
-de rest van den dag wel moeten besteden aan 't zoeken naar dat oude
-beest! Laten we maar naar huis gaan, hij zal zelf wel den weg naar
-huis vinden!"</p>
-
-<p>"Maar we kunnen toch het karretje niet hier laten," zei Daan.</p>
-
-<p>"Span Alex dan maar in, dan zal ik hem wel sturen," zei Lena, terwijl
-ze danste van pret om het plannetje.</p>
-
-<p>De jongens echter hadden er geen ooren naar. Nog een uur lang zochten
-we naar Andy. We waren al drie mijlen van huis, en we wisten niet,
-wat te beginnen. Ten slotte vonden de jongens 't toch maar 't beste,
-om met vereende krachten het karretje naar huis te brengen. Wij
-juichten van pleizier, want dat leek ons bijzonder. Er werd nog lang
-en breed over gepraat, voordat het aan 't vertrek toe was. Op
-voorstel van Daan werd eindelijk besloten, dat Puf in 't karretje zou
-zitten (hij was erg vermoeid), en dat de anderen als vierspan er voor
-zouden trekken. Lena en ik vormden het eerste tweespan, Daan en Alex
-het tweede. Gelukkig hadden we touw bij ons; na nog eens weer
-overlegd en geregeld te hebben, waren we eindelijk gereed, en zette
-de stoet zich in beweging.</p>
-
-<p>"Laten we nu zeggen, dat Puf juist gekozen is als afgevaardigde voor
-het graafschap, en nu hebben we de paarden voor z'n rijtuig
-afgespannen, en trekken nu met hem de stad rond," stelde Daan voor.
-Dat viel in den smaak, luidjuichend riepen we allen: "Leve Puf, de
-vriend der arbeiders!"</p>
-
-<p>Wij wisten wel, hoe dat toeging bij die verkiezingen.</p>
-
-<p>Maar, o wee, wat was dat zwaar trekken met het ezelen-karretje!
-Doodop waren we, toen we het ding eindelijk weer op den weg hadden
-gekregen, en we rustten dan ook al dadelijk even uit. Puf vond het
-natuurlijk heerlijk; voor alle zekerheid hadden we hem de zweep maar
-afgenomen, toen hij, vol verrukking over zijn zegetocht, de zweep ter
-hand had genomen, als waren wij een heusch vierspan. En zie, terwijl
-we even wachtten, daar kwam Mevrouw Laura aan in haar rijtuig met
-twee paarden, vergezeld van Betty en Clara.</p>
-
-<p>"Wij hebben ons ezeltje verloren!" riepen we haar toe. Wij trachtten
-in galop haar voorbij te rijden, want de weg was daar heuvelachtig,
-doch Mevrouw Laura hield ons staande. "O jelui dwaze kinderen," zei
-ze, "wat ben ik blij, dat ik niet op jelui heb te passen."</p>
-
-<p>Wij vonden dat niet erg aardig van haar, omdat wij het heusch niet
-zoo prettig vonden om zoo met ons karretje heuvel op heuvel af te
-moeten sjouwen; maar het moest wel. Daan groette haar nu beleefd,
-door z'n pet af te nemen, en legde haar uit, waarom we zoo deden. Hij
-vroeg haar, of ze Andy ook ergens gezien had; zij beloofde, ons
-dadelijk te zullen boodschappen, als zij hem ergens zag. Betty en
-Clara vonden het zoo leuk, dat ze wilden uitstappen, om met ons samen
-een zesspan te vormen, doch ze hadden hun beste kleeren aan, en daar
-kon dus niet van komen.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/51_omgevallen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:456px;"></center>
-<br>
-
-<p>Na deze afwisseling gingen we weer welgemoed verder, totdat wij,
-dicht bij ons dorp, aan een vrij steilen heuvel kwamen. Wij stelden
-ons voor, er in een prachtigen galop af te draven en zoo in volle
-vaart ons dorp binnen te rijden. Ik vermoed, dat we het wat al te
-haastig aanlegden, want juist voor dat we weer op gelijken grond
-kwamen, scheen het karretje over te hellen, Daan en Alex konden het
-niet meer houden, Lena struikelde, en voor dat ik goed zien kon, wat
-er gebeurde, lagen wij allen door elkaar in een droge sloot, waarbij
-Puf tekeer ging, alsof ie vermoord werd. De mand tuimelde uit de kar,
-en alle borden, kopjes en schoteltjes waren aan scherven.</p>
-
-<p>Daan was de eerste, die overeind scharrelde. Hij scheen er goed aan
-toe te wezen, was alleen een beetje gekneusd, zooals hij zei. Lena
-had een groote buil op haar voorhoofd, zoo groot wel als een
-kievitsei. Alex had een zijner beenen leelijk bezeerd en zei, dat het
-zeker gebroken was, maar Daan betastte het eens en besliste van niet,
-omdat er nergens een beentje van z'n plaats was. Puf had alleen z'n
-knieën bezeerd, de eene bloedde vrij erg, en ik bond er mijn zakdoek
-om. Ik zelf had mijn elleboog aan een steen gestooten, het deed erg
-zeer, maar anders ook niet.</p>
-
-<p>Nadat we al deze akeligheden overzien hadden, gingen we een oogenblik
-in een haag uitrusten. Maar wijl er niemand kwam opdagen om ons te
-helpen, lieten we ons karretje liggen, nam Daan, Alex op z'n rug en
-zoo marcheerden we als een verslagen vijand ons dorp binnen; Lena's
-jurk was erg gescheurd, en mijn hoed zag zwart van modder. Toen wij
-zoo thuis kwamen, gaf Emma een gil van schrik. Ze was echter spoedig
-weer bekomen, en zei Baldwin, de kar te gaan halen. Alex ging binnen
-op de sofa liggen, waar de keukenmeid z'n been onderzocht. Zij
-meende, dat het wel voldoende zou zijn, als er een koud-waterverband
-werd omgelegd. Het been was wel wat gezwollen, maar er was geen
-sprake van gebroken.</p>
-
-<p>Dat we allemaal weinig opgeruimd waren, laat zich denken, maar het
-was natuurlijk Andy's schuld en niet de onze. Nadat we thee hadden
-gedronken, kwam er een jongen aan de pastorie; hij had Andy gevonden
-in een grasveld, waar ie met een paar veulens aan 't hollen was. Hoe
-hij daar terecht was gekomen, daar begrepen we niets van; hij moèst
-over een heg zijn gesprongen. Wij waren heel blij, dat we 'm weer
-hadden, maar Daan gaf 'm een flink pak slaag. Emma vond, dat het hier
-nu wel een hospitaal geleek, met zooveel gewonden en gekneusden.</p>
-
-<p>En nu wou ik maar, dat ik hier de beschrijving van onze ellende kon
-eindigen, maar het ergste moet nog komen.</p>
-
-<p>Ik zat in den tuin een boek te lezen; Puf was al naar bed, en Lena
-speelde binnen halma met Alex. Plotseling kwam Daan opgewonden naar
-mij toe en riep:</p>
-
-<p>"Zeg, d'r staat een boerderij in brand, een halve mijl van hier! Het
-is de boerderij van Gaythorpe! Ik ga er heen!" "Ik ga mee!" riep ik.</p>
-
-<p>'t Is wel treurig voor wie 't treft, maar we houden allen van brand;
-dag of nacht, altijd gingen we er heen.</p>
-
-<p>Vlug zette ik m'n hoed op, en rende met Daan weg. Al spoedig zagen we
-dikke rookwolken in de verte. Daan vermoedde, dat er hooibergen in
-brand stonden.</p>
-
-<p>Wij holden zoo hard als wij konden door, en toen we er kwamen, bleek
-inderdaad een hooiberg in brand te staan, doch de vlammen waren al
-overgeslagen op de stallen, die vlak aan het huis grensden. Daar er
-geen brandspuit dichterbij te vinden was dan te Lemworth, waren er
-vele menschen bezig met emmers water in de vuurzee te gooien, maar
-dat hielp weinig, en 't stond er dus niet best voor. Daan begon
-dadelijk te helpen bij het redden van de meubelen uit het woonhuis;
-het had een rieten dak, en er was dus weinig kans, dat het gespaard
-zou blijven.</p>
-
-<p>Gelukkig waren de kinderen van den boer al uit het huis, en ook de
-paarden waren al losgesneden, zoodat er geen levende ziel meer in
-huis was. De boer deed al z'n best, om nog te redden, wat er te
-redden was.</p>
-
-<p>Intusschen had een der mannen een ladder tegen het woonhuis gezet, en
-begon nu het riet van het dak weg te snijden; doch de ladder vatte
-plotseling vuur, zoodat de man z'n werk moest opgeven; zóó snel
-schoten de vlammen toe, dat hij z'n handen er nog bij brandde. Ik
-wilde Daan nog helpen met het sjouwen der meubelen, maar hij stond
-het niet toe; dat is geen werk voor dames, vond ie.</p>
-
-<p>Eensklaps hoorde ik een gejank in een schuurtje, wij liepen toe, en
-daar zagen we boven een der vensters een lief klein hondje staan op
-den hooizolder!</p>
-
-<p>"O, het is Fox!" jammerde juffrouw Gaythorpe "ik heb hem opgesloten,
-toen ik de kinderen uitliet!"</p>
-
-<p>"Ik zal hem eruit halen!" riep Daan, en hij vloog het huis binnen en
-de trap op. Nog geen minuut was hij weg, of daar sloeg een vreeslijke
-vlam uit de schuur. Juffrouw Gaythorpe zei, dat zou van een vat
-petroleum zijn. Tegelijkertijd zagen we Daan, die den hond voor zich
-uithield boven het venster.</p>
-
-<p>"Zal ik hem eruit werpen?" riep Daan.</p>
-
-<p>"Kom zelf er gauw uit!" riep de boer. "Het vat met petroleum is
-gesprongen!"</p>
-
-<p>Daan verdween weer. Maar spoedig verscheen hij aan het venster en
-riep: "De trap staat in brand! Ik kan niet naar beneden!"</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/52_afgesneden.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:267px;"></center>
-<br>
-
-<p>Ik stond te trillen op mijn beenen van angst. "Houdt een deken
-gespannen!" schreeuwde Daan. "Ik zal Fox erin gooien. Twee mannen
-spreidden een deken uit, en Fox werd er in opgevangen. Intusschen was
-Gaythorpe de ladder gaan halen, maar die was gebroken en nu te kort,
-om Daan te bereiken. Een andere werd gehaald, die was ook te kort.
-Toen werden ze aan elkaar gebonden. Ik stond doodsangsten uit, maar
-Daan bleef kalm.</p>
-
-<p>"Schiet wat op!" riep hij; "het vuur komt hier al in de kamer!" En
-geen seconde daarna stond hij al in een rookwolk gehuld; het huis
-brandde als papier weg.</p>
-
-<p>"O Daan, Daan!" jammerde ik. "Is er niemand, die hem redden kan?" En
-meteen hoorde ik, dat de ladders al zóó verkoold waren, dat ze niet
-meer te gebruiken waren. En nog verloor Daan den moed niet.</p>
-
-<p>"Werpt me een touw toe!" riep hij nu weer. "Ik moèt hieruit, de
-vloer begint al onder mij te branden." Hij stond nu in de
-vensterbank; men haalde een matras, en vier mannen hielden haar
-gestrekt.</p>
-
-<p>"Spring!" riepen ze. "'t Is je eenige kans!"</p>
-
-<p>Een oogenblik aarzelde Daan .... hij keek omlaag .... hij was zoo
-hoog .... nog even gekeken .... daar sprong hij omlaag .... ik deed
-m'n oogen dicht....</p>
-
-<p>Ik vrees, dat hij te wild gesprongen heeft, want ik hoorde een
-vreeslijk gekraak. Nooit zal ik dit ontzettend oogenblik vergeten. De
-menschen gilden van schrik, en toen was het ineens doodstil. Ik vloog
-er heen, maar boer Gaythorpe greep me bij den arm.</p>
-
-<p>"Hier blijven, kind, dat is niet voor je om te zien. Arme, arme
-jongen!" Wat mij nog nooit overkomen was: ik viel in zwijm. En toen
-ik weer bijkwam, was ik in een huisje gebracht, waar een vrouw bezig
-was in mijn neus met verbrande veeren te kietelen. Dadelijk
-herinnerde ik mij alles, en vroeg verschrikt: "Waar is Daan?"</p>
-
-<p>"De dokter is bij hem, lieve. Gelukkig was die net onderweg naar boer
-Turt, waar hij den brand zag en dadelijk naar hier kwam."</p>
-
-<p>"Is hij dood?" vroeg ik schreiend. "O toe, hij kan niet dood wezen!"</p>
-
-<p>"Kom, kind, we willen er 't beste van hopen!"</p>
-
-<p>Ik stond op, en liep zoo snel als ik kon naar buiten, waar ik Baldwin
-vond. Ook de keukenmeid was hier gekomen, en stond handenwringend te
-schreien. Ik ging het huis binnen. Daar kwam de vrouw, die daar
-woonde, op mij af, en op mijn geroep van "Is hij dood?" antwoordde
-ze:</p>
-
-<p>"Och lieve, houd moed, hij heeft gebroken beenen, maar jonge beenen
-genezen spoedig, zeggen de dokters! Kom, binnen twee dagen lacht ie
-alweer! Maar hij mag niet vervoerd worden. Ik ben verpleegster te
-Lemworth geweest, en ik zal hem zoo best verzorgen, als ik kan. Dat
-beloof ik je!"</p>
-
-<p>We bleven nu in de kamer naast die waar Daan lag, op den dokter
-wachten.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter14"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK XIV.</h3>
-
-<p>Dr. Fenning is al oud, hij woont zes mijlen bij ons vandaan.
-Glimlachend kwam hij uit de ziekenkamer, hij bemerkte wel, hoe
-beangst we allen keken. "'t Zal wel gaan," zei hij, "mits hij met
-zorg verpleegd wordt. Maar hij moet volledig rust houden, niemand mag
-hem zien dan juffrouw Blatch. Zij zal hem verzorgen naar mijn
-aanwijzingen."</p>
-
-<br>
-<center><img align="left" src="images/53_dokter.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:134px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Och dokter," smeekte ik, "zou ik hem niet even mogen zien, heel even
-maar? Vader is op reis. Is hij erg gewond?" "Het is een geluk, dat
-hij juist op het gras terecht kwam, en het is een wonder, dat hij er
-nog zoo goed aan toe is, als nu. Gewond? Ja, hij heeft een rib
-gebroken en ook een arm is gebroken, verder een leelijke wonde aan
-z'n hoofd, maar hij is nog jong en ik zal het wel met hem klaar
-spelen. Ga jelui maar gerust naar huis, hij is hier goed verzorgd."</p>
-
-<p>Baldwin en de meid wilden nog weer wat aan Dr. Fenning vragen, maar
-hij werd ongeduldig en ging heen, zoodat wij naar huis terugkeerden.
-Lena en Alex wisten nog van niets af, die had ik dus al het droeve
-nieuws te vertellen. Wij besloten, dat ik dadelijk aan vader zou
-schrijven, en hem alles vertellen. Nog vóórdat ik naar bed ging,
-geschiedde dat, zoodat de brief den volgenden morgen nog met de
-eerste post wegkwam.</p>
-
-<p>En toen naar bed. Voor 't eerst van m'n leven verlangde ik naar bed,
-om tot rust te komen na zulk een vreeselijken dag. Van
-oververmoeidheid viel ik dadelijk in slaap; toen ik den volgenden
-morgen wakker werd, was het mij, als lag er een zwaar gewicht op mijn
-hoofd: het was de herinnering aan Daan. Bij het ontbijt kwam er een
-brief van vader; hij schreef, dat grootmoe was gestorven, en dat hij
-niet eerder dan na de begrafenis kon thuiskomen, dat was Zaterdag.
-Lena en ik waren droevig gestemd; we konden maar niet gelooven, dat
-grootmoe werkelijk dood was.</p>
-
-<p>Alex had nog veel last van zijn verwonde been, hetgeen niet opwekkend
-werkte op z'n humeur. Daar er dus thuis weinig aantrekkelijks te
-beleven viel, gingen wij maar weer eens naar juffrouw Blatch, om te
-hooren, hoe het met Daan ging. Zij vertelde ons, dat hij sliep, en
-niet gestoord mocht worden.</p>
-
-<p>"Heeft hij veel pijn?" vroeg ik. "Spreekt hij ook over wat er gebeurd
-is?"</p>
-
-<p>"Hij is niet geheel helder nog, lieve; maar dokter geeft hem wat in,
-om rustig te blijven. Hij zal wel voorspoedig genezen, wees daar maar
-niet bang voor."</p>
-
-<p>"Vader komt niet vóór Zaterdag thuis," vertelde ik haar, met tranen
-in de oogen; "en zonder Daan is het nu thuis zoo eenzaam. Weet u
-zeker, dat hij niet sterven zal, juffrouw?"</p>
-
-<p>"Ik heb er alle hoop op, kindlief. Als de goede God ons helpt, zal 't
-niet aan mij liggen."</p>
-
-<p>"Toe Lena, laten we dan maar naar huis gaan en voor hem bidden; wat
-verkeerd van ons, dat we dat nog niet gedaan hebben!"</p>
-
-<p>Zoo gingen we weer terug. Lena was ongewoon ernstig; thuisgekomen,
-gingen we dadelijk naar onze slaapkamer, knielden voor ons bed neer,
-en baden, dat Daan spoedig mocht genezen. Toen we gebeden hadden,
-gevoelden we ons wel moediger gestemd. We gingen vervolgens naar
-Alex, die nog altoos op de tot bed ingerichte sofa lag. Puf was met
-Andy aan 't rijden in 't grasveld.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/54_sofa.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:265px;"></center>
-<br>
-
-<p>Wij vonden Alex erg terneergeslagen. Toen we hem van Daan vertelden,
-zei hij: "Maar ik ben er ook leelijk aan toe, mijn been wordt al
-erger. Ik denk, dat er koudvuur is bijgekomen, het wordt zwart. En
-dan ben ik spoedig evenver heen als Daan, en dan zullen ze mijn been
-afzetten, en kan ik de rest van mijn leven op één been rondhinken."</p>
-
-<p>Wij werden beangst door zijn spreken en vroegen hem, zijn verband
-eens af te doen, dat we zijn been bezien konden. Toen ik het zag,
-riep ik verlicht uit. "O, dat zijn de ontvellingen, dat ziet er
-altoos veel erger uit, dan 't is. Die heb ik ook gehad, op mijn
-armen."</p>
-
-<p>"Ja," riep Lena, "en ik ook, kijk maar op m'n voorhoofd."</p>
-
-<p>"Puh!" zei Alex. "Wat zou nu jelui gebeuzel over die ontvellinkjes
-te maken hebben met mijn been! Had ik den dokter maar laten roepen!
-Die meid denkt, dat ze heel knap is, maar zij maakt nog gehakt van
-me."</p>
-
-<p>Wij konden niet helpen, dat we in den lach schoten, want dat zegt
-Mary altijd tegen tante, als ze niets weet voor 't middagmaal. "We
-zullen d'r maar gehakt van maken, juffrouw." Ze zou ons op die manier
-wel dag aan dag gehakt willen geven, als ze er ten minste vleesch
-voor krijgen kon.</p>
-
-<p>"Het zal mij benieuwen, wat voor pijn Daan heeft," merkte ik op. "Wat
-een verschrikkelijke dag gisteren!"</p>
-
-<p>"En daar was Andy de schuld van," mompelde Alex. "Als hij niet was
-weggeloopen, zou ik mijn been niet bezeerd hebben, en dan was ik met
-jelui naar den brand gegaan."</p>
-
-<p>"En wat dan?" vroeg ik.</p>
-
-<p>"Dan zou ik Daan hebben weerhouden van zijn dwaasheid, om een
-brandend huis binnen te rennen."</p>
-
-<p>"Hij heeft den hond gered," zei ik. "Ik geloof, dat hij daarmee een
-goede en dappere daad verrichtte. Ik zou niet graag in zijn plaats
-zijn geweest, toen hij daar gereed stond, om van boven af te
-springen. O, wat was dat vreeselijk, om te zien. En dan die angst, om
-toch vooral op de matras te springen! En toch stond hij er zoo dapper
-en kalm bij. De lui uit 't dorp noemden hem een echten held!"</p>
-
-<p>Alex zei niets meer. Wij droegen hem naar den tuin, waar hij in 't
-gras kon liggen, en wat met ons babbelen. Wat duurde die dag lang!
-Mary en Emma waren naar juffrouw Blatch gegaan, om naar Daan's
-toestand te informeeren; ze waren vreeselijk lang onder weg, omdat ze
-in 't dorp met iedereen gingen praten over de vreeselijke
-gebeurtenis. Juffrouw Ribbon vond, dat wij vader hadden moeten
-telegrafeeren over Daan; maar later zei ze weer, dat 't toch maar
-beter was, zooals we gedaan hadden want in een telegram kan je niet
-alles goed duidelijk maken.</p>
-
-<p>Tegen den avond kregen we bezoek van Mevr. Rogers. Wat waren we blij,
-dat zij eens kwam kijken. Ik verbeeldde mij zelfs, dat ik er behoefte
-aan had, nu ook eens met groote menschen te praten. Zij wilde ook
-Daan gaarne zien, en bleef wachten, totdat dokter kwam. Ook wilde ze
-aan vader schrijven.</p>
-
-<p>"Jelui moeten allemaal maar eens een heelen dag op de boerderij
-komen," zei ze, "dan kun je mijn man meteen weer eens wat
-opmonteren."</p>
-
-<p>"Maar," merkte ik op, "wij hebben de laatste dagen niet anders gehad
-dan ongelukken; brand en dood en ziekte, zoodat we ons niet erg
-opgewekt gevoelen."</p>
-
-<p>"Jawel kinderen, dat weet ik wel, maar we moeten nu niet alles van
-den zwarten kant bezien. Andy is weer terecht en niemand van jelui is
-levensgevaarlijk gewond bij den tuimel in de droge sloot. En Daan
-wordt alweer beter, en Zaterdag komt je vader weer thuis. Kom, kom!"</p>
-
-<p>"O ik wou, dat u hier kondt komen en blijven, totdat vader weer thuis
-is!" riep ik zuchtend uit.</p>
-
-<p>Maar Mevrouw zei, dat ze den kapitein niet alleen kon laten. We waren
-echt bedroefd, toen ze weer vertrok, maar wij beloofden haar toch,
-den volgenden dag op de boerderij te komen doorbrengen. Zoo
-geschiedde, en we hebben ons best vermaakt.</p>
-
-<p>Intusschen kreeg ik een tweeden brief van vader, en Mary kreeg er ook
-een. Hij schreef, dat hij onmiddellijk naar huis had willen
-terugkeeren, doch dat hij eerst aan den dokter getelegrafeerd had,
-die hem berichtte, dat het niet noodig was, omdat Daan goed
-vooruitging. Verder schreef hij nog, dat hij zoo moeilijk vóór
-grootmoe's begrafenis kon wegkomen, omdat er nog zooveel te bespreken
-en te regelen was. En dan deelde vader ons mee, dat in plaats van
-tante Caroline, tante Marie Zaterdag met hem mee kwam. Dat was een
-blijde tijding voor ons! Tante Marie kan 't best geschiedenissen
-vertellen, beter dan wie ook. Als wij in den winter om 't gezellige
-haardvuur in 't schemerdonker zijn neergezeten, dan begint zij te
-vertellen van den burgeroorlog, die eeuwen geleden werd gevoerd. Zij
-vertelt ons van jongens en meisjes, die hun vaders in donkere kerkers
-opsloten, en waaruit ze dan weer door geheime gangen ontvluchtten. En
-ons hart beeft, en we houden onzen adem in, als ze vertelt van die
-ontvluchtingen, dat de menschen bijna weer werden gegrepen. De tijd
-vliegt om, en eer we 't weten, is 't bedtijd. Het is heerlijk, naar
-tante Marie te luisteren!</p>
-
-<p>Langzaam herstelde Daan; toen vader en tante Marie thuis kwamen, kon
-hij nòg niet vervoerd worden; dat gebeurde pas drie weken later.
-Toen hij thuis kwam, zag hij er nog erg bleek en smalletjes uit; zijn
-arm droeg hij nog in een verband, en hij moest steeds nog in bed
-blijven.</p>
-
-<br>
-<center><img align="left" src="images/55_herstellend.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:213px;"></center>
-<br>
-
-<p>Overdag gingen we veel bij zijn bed zitten, om hem op de een of
-andere manier gezellig bezig te houden. Den eenen keer deden wij
-spelletjes met hem, den anderen keer haalden wij acrobatische toeren
-voor hem uit. Alex beproefde, over een stok te loopen, dien hij
-tusschen twee stoelen gelegd had, of balanceerde een glas op z'n
-neus. De stok brak, en hij maakte een flinken smak. Gewoonlijk was
-Daan bij al deze uitvoeringen best in z'n schik, doch toen ik op een
-Zondagmiddag bij hem kwam zitten, vond ik hem heel ernstig.</p>
-
-<p>Hij had het over mijn Zondagsschoolklas en zei: "Vader had toch wel
-gelijk, Griet, ik was er niet voor geschikt, die kleintjes te leeren.
-Ik had de taak van een dienstknecht op mij genomen, terwijl ik het
-nog niet eens was. Weet je wat ik dacht, toen ik daar in het venster
-stond te wachten op de ladder, en de vlammen reeds om mij heen
-lekten?"</p>
-
-<p>"Neen," antwoordde ik, "ik wist wel, dat je aan iets dacht, je keek
-zoo ernstig en kalm. Hè, laten we daar maar niet meer over praten,
-'t was vreeselijk!"</p>
-
-<p>"Maar ik wou er nu juist zoo graag eens over praten. Het waren de
-woorden van den ridder, die mij door het hoofd vlogen: Semper
-fidelis, semper paratus. En ik gevoelde, toen ik den dood voor mij
-had, dat ik niet paratus, niet bereid was. En bovendien, ik was niet
-fidelis, niet getrouw geweest."</p>
-
-<p>"Maar je keek toch niets bevreesd," merkte ik op. "Ik dacht juist,
-dat je niet zag, hoe dicht het vuur al bij je was."</p>
-
-<p>"Het staat niet dapper, om bang te zijn," zei Daan met z'n oude
-deftigheid; "het is niet in den vorm, om je gevoelens aan iedereen te
-openbaren." En hij vervolgde:</p>
-
-<p>"Maar met dat al zat ik leelijk in de benauwdheid, en daar was reden
-voor, want ik was niet bereid om te sterven. Wat zou jij hebben
-gedaan, Griet?"</p>
-
-<p>"Ik denk, dat ik het uitgegild zou hebben van angst," antwoordde ik.
-"Maar niet voor het sterven zou ik zoo bevreesd zijn geweest, doch
-voor 't vuur. Ik geloof, dat ik — ik aarzelde even verder te gaan,
-want ik vind het altijd moeilijk over mezelf te spreken — dat ik
-niet bang voor den dood zou geweest zijn, omdat alles daarna wel weer
-in orde zou gekomen zijn."</p>
-
-<p>"Hoe weet je dat?"</p>
-
-<p>"Dat staat in den Bijbel. Ik denk aan dat hoofdstuk over de schapen,
-en hoe Jezus daarvan zei: Ik geef hun het eeuwige leven, en nimmer
-zullen ze omkomen, en niemand zal ze uit Mijn hand rukken."</p>
-
-<p>"Jawel, maar hoe weet je nu, dat jij een van die schapen bent?"</p>
-
-<p>Aarzelend antwoordde ik: "Hij stierf voor mij, Hij riep mij en ik
-ging tot Hem. Anders kan ik er niet van zeggen." Daan was even stil,
-en sprak toen:</p>
-
-<p>"Ik wil ook zekerheid van mijzelf hebben, voor dat ik dit bed
-verlaat. Ik wil er zekerheid van hebben, dat, als ik plotseling den
-dood ontmoet, ik zoo gerust zal zijn, als kon het mij niets hinderen.
-Een mensch moet geen enkele oorzaak <i>in</i> zich hebben, om bevreesd te
-zijn. Ik zal paratus, bereid zijn om te sterven. Daar wil ik ernstig
-naar streven."</p>
-
-<p>"Vader kan je daarin helpen," zei ik.</p>
-
-<p>Verder spraken we niet over deze zaken, en enkele dagen daarna zei
-Daan tegen me: "Ik heb zekerheid nu. Of beter gezegd, God heeft mij
-die zekerheid gegeven. Ik heb er alle hoop op, dat ik nu nimmer meer
-bevreesd zal zijn voor den dood. En ik hoop ook, dat als ik paratus,
-bereid ben, ik dan ook in staat zal wezen, fidelis, getrouw te zijn."</p>
-
-<p>Ik knikte even, en wij spraken er verder niet meer over. Toen Alex
-weer naar school ging, was Daan nog niet geheel hersteld. Lena en ik
-kregen nu les van tante Marie. Langzaam aan begon het buiten koud en
-nat te worden: de winter naderde, en onze kachels werden weer te
-voorschijn gehaald.</p>
-
-<p>Als we niet buiten konden spelen, speelden we thuis veel
-verstoppertje en dan deed tante Marie ook mee. Ook ging zij wel met
-ons uit rijden in 't ezelkarretje, terwijl ook vader er af en toe al
-eens gebruik van maakte voor huisbezoek. Zoo begon Andy meer en meer
-nuttig te worden; hij bracht pakjes naar 't station, reed iedere week
-met mij en Annie Steel, en deed boodschappen in 't dorp. En eindelijk
-kon ook Daan z'n eersten rijtoer weer maken, waarna hij spoedig ook
-weer naar school ging.</p>
-
-<p>Tante Marie veranderde de kooroefeningen van Zaterdag op Vrijdag, en
-dat vonden we heerlijk. Dan konden we den ganschen Zaterdag uitgaan.
-Regende het op Zaterdag, dan was het een allervervelendste dag. Den
-ganschen dag verveelden we ons dan, en meermalen werd hij besloten
-met een vechtpartij.</p>
-
-<p>Verleden Zaterdag regende het den ganschen dag. Wij sloten ons 's
-morgens op in de leskamer, en bedachten allerlei raars. Alex vond,
-dat Andy nu toch wel eens wat kunstjes mocht leeren; 't moest zoo'n
-soort circusezel worden. Opzitten b.v., en aan een tafel eten, dansen
-op de maat der muziek, pianospelen met z'n hoeven, en meer van dat
-moois.</p>
-
-<p>Wij staken de hoofden bijeen, bespraken fluisterend een plannetje, en
-Alex rende weg. Hij ging kijken of Andy in den stal was gebracht.
-Lena en ik gingen naar boven, naar onze "lorrendoos", dat was een
-doos, waar tante Caroline afgedragen kleeren in bewaarde. Wij vonden
-er een oude slaapmuts in, een lange blauwe jurk en een witten
-omslagdoek. We namen naald en draad, spelden en lint, en gingen weer
-naar beneden, nu naar de eetkamer; de leskamer was te hoog voor den
-ezel.</p>
-
-<p>Tante Marie was uitgegaan, om met vader een zieke vrouw te bezoeken.
-Daan zette de staldeur open, en Lena en ik legden kranten op den
-grond, ingeval Andy vuil zou wezen. Maar Alex had vooraf zijn hoeven
-al geboend, zoodat Andy, met den halster om, in bijzonder goed humeur
-kwam aangestapt. Zoodra hij binnen was, sloten we de deur, om
-ongewenschte bezoekers buiten te laten.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/56_halster.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:408px;"></center>
-<br>
-
-<p>Intusschen had Daan een bos wortels, dien hij van Baldwin had
-gekregen, gereed gelegd voor "de dressuur". De eetkamer leende zich
-daar heel goed voor, want als Andy lastig werd, konden we gauw de
-tuindeuren openen, en dan kon ie daardoor weer z'n stal bereiken.
-"Zie zoo," zei Daan, "laten we nu maar es beginnen!"</p>
-
-<p>Andy kreeg de slaapmuts op z'n kop, de bandjes werden om z'n hals
-vastgebonden en hij keek zoo grappig, dat we 't allen uitbarstten van
-lachen. Vervolgens werd de blauwe jurk om z'n lijf geslagen en flink
-met touwen vastgesjord, en toen kwam 't moeilijkste nog aan. De witte
-omslagdoek werd in vieren geknipt, elk stuk om een zijner pooten
-gewonden en daarna aan de blauwe jurk vastgenaaid zoodat de
-vierpijpige broek niet kon afzakken. Alles ging goed; Andy keek wel
-wat vreemd om zich heen, maar hij bleef rustig.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/57_slaapmuts.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:470px;"></center>
-<br>
-
-<p>Totdat Daan wilde beproeven hem te laten opzitten en pootjes geven.
-Daan had een wortel aan een stok gebonden, en hield hem nu heel hoog
-den ezel voor. Maar terwijl wij met alle moeite bezig waren, hem op
-z'n achterpooten te doen zitten, rukte hij zich plotseling los en
-begon de kamer rond te rennen. Onmiddellijk gooiden we de tuindeuren
-open, en hij vloog er uit. Het regende hard, maar Daan en Alex holden
-hem na. En nu had die domme Baldwin het hek open laten staan!
-Natuurlijk rende Andy er door, en holde het dorp in! Daan zei later,
-dat hij haast niet meer had kunnen loopen van 't lachen, zoo koddig
-als Andy er uit zag in z'n galakleed. Enkele menschen, die van hun
-werk kwamen, konden van 't lachen ook al geen hand uitsteken, en zoo
-rende ons ezeltje maar voort.</p>
-
-<p>Toen vader en tante thuis kwamen, vroegen zij ons, waar de jongens
-waren; wij vertelden hun alles, en vader was erg boos. Als Andy weer
-thuis kwam zou hij hem onmiddellijk wegsturen. Tante schudde van 't
-lachen. Kort na 't middageten kwamen de jongens terug; ze waren Andy
-weer kwijt, ze hadden hem niet kunnen vinden. Maar vader zei ernstig:
-"Jelui moet dan maar weer op pad gaan, en net zoo lang zoeken, tot je
-hem vindt. Jelui verdiende, dat ie nooit terugkwam."</p>
-
-<p>Nu, dat leek den jongens wel, om er weer opuit te gaan. Ze bleven nu
-weg tot theetijd, maar .... hadden Andy nog niet ontdekt! Vader zond
-Daan regelrecht naar bed, en vroeg tante, hem wat warms te drinken te
-geven, want hij was na dien brand nog niet geheel de oude.</p>
-
-<p>Het werd nacht en het werd Zondag en het werd Maandag: geen Andy te
-zien. Dien Zondagmorgen was Mevrouw Rogers in de kerk, en wij
-vertelden haar alles. En zij vertelde ons, dat zij spoedig de
-boerderij zouden verlaten, om naar Londen terug te keeren. Wat speet
-ons dat! Wij hielden allen zoo van den kapitein, en gingen zoo vaak
-op de boerderij spelen.</p>
-
-<p>"Heusch, ik weet niet wat wij moeten aanvangen zonder jelui," zei
-Mevrouw. "Wij houden zoo van jelui en van dien armen Andy."</p>
-
-<p>En ik pruilde: "Altijd moet ons wat naars overkomen. Nauwelijks
-hebben we een week, dat er niet wat droevigs geschiedt."</p>
-
-<p>Zij lachte en sprak: "Ik zou er alles voor over hebben, om jelui
-narigheid te besparen."</p>
-
-<p>Toen zij was vertrokken, voelde ik mij droef te moede. Het leelijke
-is, dat de dingen die wij doen, pas verkeerd lijken als ze gedaan
-zijn; ik dacht niet dat het verkeerd was, Andy te dresseeren, maar nu
-blijkt het, want wij hebben hem verloren, door dat te doen.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter15"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK XV.</h3>
-
-<p>Den Maandag daarna plakten we weer een briefje op den mijlpaal,
-waarop deze woorden:</p>
-
-<center>
-<div class="indent10">
-"Verloren, verdwaald of gestolen:
-<br>
-Een zwarte ezel. 't Laatst gezien in blauwe jurk, wit-zwarte
-broek en witte slaapmuts. Luistert naar den naam van
-Andy. Wie hem aan de pastorie te Warlington brengt,
-krijgt een flinke belooning."
-</div>
-</center>
-
-<p>Vader vond, dat Daan beter gedaan had, met even aan te loopen bij den
-veldwachter, om hem een en ander mee te deelen. Na de lessen ging
-tante Marie met Lena en mij aan den wandel, terwijl we iedereen, dien
-we tegenkwamen vroegen, of hij Andy niet gezien had. Maar niemand
-wist er wat van. Teleurgesteld en weinig hoopvol kwamen we weer
-thuis, en toen de jongens uit school thuis kwamen, ook al uit hun
-humeur, was 't één groote treurpartij.</p>
-
-<p>Nijdig zei Alex: "Als die veldwachter hem niet weet uit te vinden,
-dan gaat z'n hoofd eraf."</p>
-
-<p>"Wat wou hij doen?" vroeg ik.</p>
-
-<p>"Moet je hooren, hij praatte eerst, alsof Andy een meneer was. Hij
-vroeg of ie een ring droeg, of z'n zakdoek geparfumeerd en wie z'n
-barbier was. Toen heeft Daan 'm gezegd, dat dat zijn zaken waren, om
-uit te visschen, en dat hij, als hij den ezel niet vond, geen knip
-voor z'n neus waard was." "Ik vrees," hernam ik beklemd, "dat Andy
-een ongeluk is overkomen; misschien is die jurk wel om z'n nek
-geschoven en heeft ie zich geworgd, misschien is ie wel over die
-lange broekspijpen gestruikeld en in een gracht getuimeld. Ik geloof
-niet meer, dat hij leeft."</p>
-
-<p>"Goed, maar dan is z'n lichaam toch nog ergens te vinden! Zoo klein
-was ie toch niet!"</p>
-
-<p>"Ik vermoed," zei Lena half-huilend, "dat ie zich half dood gejaagd
-heeft, en toen in de struiken gekropen is, om daar te sterven. Arme
-Andy!"</p>
-
-<p>Toen ik een dergelijke veronderstelling maakte, waarbij ik een
-soortgelijk gezicht trok, schoten de jongens in den lach. Maar dat
-duurde niet lang, en spoedig zaten we allemaal weer in zak en asch.</p>
-
-<p>De dagen gingen treurig voorbij. Op een Dinsdag ontmoette ik kapitein
-Rogers, en vertelde hem van onze ellende. "Kom, kom!" riep hij uit,
-"ezels en honden komen altijd weer terug."</p>
-
-<p>"Ja," zei ik, "maar morgen is 't al Woensdag, en dan rekent Annie er
-op, om met hem uit rijden te gaan. Nog niet één keer heb ik haar
-overgeslagen, maar nu weet ik heusch niet, wat ik met haar beginnen
-moet. En als Andy voor altoos weg is, zal zij nooit meer met hem
-kunnen rijden. O, het is verschrikkelijk!" Ik trachtte mijn tranen in
-te houden, maar 't lukte niet.</p>
-
-<p>"Hoor es hier, beste meid," zei kapitein Rogers, "a.s. Maandag
-vertrek ik van hier. Hoe zou je er over denken, je kleine patient in
-mijn rijstoel mede te nemen? Hij rijdt o zoo licht, je zoudt hem zelf
-best kunnen voortduwen. Ik zal hem dan aan jelui huis laten brengen
-en dan kun je elken Woensdag het arme kind erin rondrijden."</p>
-
-<p>Ik deed een sprong van blijdschap en bedankte hem driemaal. "Ik was
-zoo bang, dat ze nu nooit meer naar buiten zou kunnen, en nu kan ik
-haar gaan zeggen, dat ze Maandag weer kan rijden. O, wat vind ik dat
-vriendelijk van u, meneer, maar het spijt me zoo, dat u ons verlaten
-gaat. Wij houden allemaal zoo van u."</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/58_afscheid.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:298px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Ja kind, het gaat mij evenzoo," zei hij lachend, "en ik hoop, dat je
-mij eens schrijven zult, Grietje, al is 't maar eens in de maand. Of
-kun je niet es een mooi boek schrijven en het mij sturen, als 't
-klaar is? Een dagboek bijvoorbeeld?"</p>
-
-<p>"Nu," antwoordde ik, "ik zal hier spoedig een einde aan maken, en dan
-aan deel II beginnen. Zoudt u 't werkelijk graag eens lezen?"</p>
-
-<p>"Ja, heusch."</p>
-
-<p>"Maar ik vrees," hernam ik spijtig, "dat het een heel treurig slot
-zal worden, want alles gaat tegenwoordig verkeerd. U gaat weg, en
-Andy is weg, en de winter komt, en het doet niets dan regenen. Als we
-veel thuis moeten zitten, vervelen we ons en dan gaan we verkeerde
-dingen bedenken. Zelfs tante Marie speelt tegenwoordig niet zooveel
-meer met ons, zij heeft het te druk met ziekenbezoek."</p>
-
-<p>"Nu, in elk geval houd ik je aan je belofte, om mij je boek te
-zenden, als 't klaar is."</p>
-
-<p>"Ja, dat zal ik doen. En hoort u es, kapitein, zoudt u 't goed
-vinden, als ik uw rijstoel ook nog voor andere doeleinden gebruikte
-dan voor Annie? Ziet u, ik breng soms boodschappen van onze
-dorpsgenooten naar Cross Glen, ik ben dan zoo'n soort
-vrachtrijdster."</p>
-
-<p>"Maar hoe ter wereld kom je dáár nu toch bij?"</p>
-
-<p>"Och, daar houd ik van. Vader zegt, je moet nooit iets beginnen, of
-je moet er een nuttige oorzaak voor hebben. En vindt u dat dan geen
-nuttige zaak?"</p>
-
-<p>"Wat voor oorzaak hadt je daar dan voor?"</p>
-
-<p>Ik wou het hem eerst niet zeggen, maar dat leek me toch weer laf ook,
-en ik antwoordde: "Ik wil graag een dienstmaagd van Jezus Christus
-zijn, Die gezegd heeft: Ga en help uw naasten. Dus dan heb ik te
-gaan. Dat noem ik mijn <i>gaan</i>." Kapitein Rogers lachte niet, moedigde
-mij aan, meer ervan te vertellen, en ik vervolgde: "Ik geloof, dat ik
-mijn <i>gaan</i> beter waarneem dan mijn <i>doen</i>. Thuis moet ik tante Marie
-helpen, kousen stoppen, enz., en dat gebeurt haast nooit met graagte.
-Heb ik u niet eens verteld van die woorden op de graftombe van den
-ridder in onze kerk: Semper fidelis, semper paratus? Hij was een
-uitnemend dienstknecht, en ik wenschte te zijn als hij."</p>
-
-<p>"Juist," zei de kapitein, terwijl hij mij ernstig aankeek, "en daar
-zul je zeker in slagen. Maar kind, ik moet weg. Vaarwel hoor! Ik zal
-je den rijstoel zenden. En Zaterdag moet jelui allemaal bij mij op
-een afscheidsfeest komen. Ik zal een deftige uitnoodiging zenden."</p>
-
-<p>Verheugd riep ik uit: "Dat 's heerlijk!" Toen ging ik regelrecht naar
-Annie en vertelde haar alles van ons verdwenen ezeltje en van den
-rijstoel. Zij had reeds van Andy's vlucht gehoord, en had ook reeds
-verwacht, dat het rijden nu wel uit zou zijn; maar ik had haar betere
-dingen te beloven. Dien middag bleef ik meteen maar bij haar en gaf
-haar les in 't lezen. Op Zaterdagmorgen gingen we allen op pad om nog
-eens een onderzoekingstocht naar Andy te doen. Puf ging niet mee, om
-niet vermoeid te zijn vóór de partij bij kapitein Rogers. De
-kapitein had ons genoodigd om 3 uur.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/59_kruisweg.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:423px;"></center>
-<br>
-
-<p>Toen we aan den kruisweg kwamen, stelde Daan voor, dat we ieder een
-weg zouden inslaan, en dien zoo ver mogelijk oploopen. Mij leek het
-plan niet goed; Lena zou zoo ver toch niet kunnen loopen. Toen haalde
-Daan een kaart uit z'n zak. "Kijk hier," zei hij, "al die wegen hier
-leiden naar een dorp of stad; als we nu de volgens deze kaart
-dichtsbij gelegen plaats nemen, kunnen we daarheen wandelen." Na een
-langdurige studie op, en breedvoerig debat over de kaart, werd
-besloten, naar de stad Rockwell te loopen, die op 5 mijlen afstands
-was gelegen. Aldus geschiedde.</p>
-
-<p>Al wandelend, bespraken we verdere plannen. Daan vond, dat we nu den
-volgenden Zaterdag weer een andere plaats in een andere richting
-nemen moesten. We zullen zoowat drie mijlen geloopen hebben, toen
-Alex in een heg klom, om eenige braambessen te plukken. Terwijl hij
-daarmee bezig was, gaf hij eensklaps een schreeuw, die ons allen op
-hem deed toeloopen. Daar in de sloot, bijna verborgen onder doode
-takken lag een stuk zwart-wit omslagdoek!</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/60_braambessen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:422px;"></center>
-<br>
-
-<p>We haalden den lap er dadelijk onderuit, en jawel, het waren de vier
-broekspijpen, nog met mijn garen erin! We keken elkaar verstomd aan,
-niet wetend wat we doen moesten: verheugd zijn of huilen! "Nu hebben
-we eindelijk z'n spoor!" riep Daan uit.</p>
-
-<p>"Laten we dan es even gaan zitten, en overdenken, wat we nu doen
-moeten," stelde ik voor.</p>
-
-<p>"De vraag is: hoe komen die lappen daar," zei Alex.</p>
-
-<p>"Misschien," zei Lena en bibberde van angst, hoewel 't klaarlichte
-dag was, "misschien is ie een moordenaar tegengekomen, die z'n
-kleeren wou hebben, en heeft die hem vermoord en hier ergens
-begraven."</p>
-
-<p>"Ja, en toen zal Andy in z'n laatsten doodstrijd die broekspijpen
-hebben losgescheurd," zei Daan, "en toen is de moordenaar, gekleed in
-blauwe jurk en slaapmuts, heen-gewandeld. Dat is wel een aannemelijke
-voorstelling."</p>
-
-<p>"Ik geloof niet, dat Andy zelf die broekspijpen kon afscheuren,"
-merkte ik op, "daar heb ik ze veel te stevig voor vastgenaaid.
-Bovendien, kijk hier, ze zijn afgesneden."</p>
-
-<p>Daan bekeek het afgesneden stuk met detective-oogen en zei toen
-plechtig: "Ja, dat is ook een verschijnsel, waar we terdege op moeten
-letten. Het is inderdaad het werk van een mes, dat we hier voor ons
-hebben."</p>
-
-<p>"En als er een mes is," besloot Alex, "dan moet er ook een man in 't
-spel zijn."</p>
-
-<p>Waarop ik half-wanhopig uitriep: "Hij is zeker gestolen! Nu moeten we
-'t spoor van den dief uitvinden!" Ik sprong op en wilde dadelijk maar
-weer verder. Doch de jongens hadden er nog geen plan op. Zij
-doorzochten nog eens nauwkeurig de sloot, zij klommen weer over de
-heg, en zie, eensklaps vonden ze een stuk oranjeschil.</p>
-
-<p>"Zie hier," zei Daan, "nu kunnen we er zeker van zijn, dat hier een
-landlooper of zoo geweest is, die Andy heeft meegenomen. Alleen zulke
-lui eten oranje-appels."</p>
-
-<p>Ik was het niet met Daan eens, maar Alex wilde voortmaken en zei:
-"Toe, laten we nu verder gaan. Wij weten nu in elk geval, dat Andy
-hierlangs is gekomen. Ik geloof zeker, als we nu dezen weg volgen
-naar Rockwell we hem nog wel zullen vinden."</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/61_vermoeid.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:228px;"></center>
-<br>
-
-<p>Met nieuwen moed gingen we weer op pad. Toen we te Rockwell
-aankwamen, waren we allen vermoeid. Het was een flink dorp, met wel
-tien winkels in de hoofdstraat. We gingen een melksalon binnen en
-dronken limonade; meteen vroegen we aan de vrouw, die ons bediende,
-of er ook iemand in de buurt ezels op na hield. Het scheen een domme
-vrouw; eindelijk begreep ze ons en vertelde, dat de dominee er een
-had, een heel oude; in de 40 jaren, dat ze daar woonde, had ze nooit
-een anderen ezel gezien.</p>
-
-<p>Daar schoten we dus weinig mee op, en we gingen weer verder. Daan
-ontdekte het bureau van politie, waar hij lange onderhandelingen
-voerde met een agent. Deze schreef alles op, wij gaven onze namen en
-adres op en toen ging 't weer verder. Nog niet tevreden, gingen we
-alle vier in verschillende richtingen nog even het dorp door, en
-kwamen na een kwartier weer in den melksalon bijeen. Iedere man,
-vrouw, jongen of meisje, die we tegenkwamen, werd gevraagd, of ze ook
-een zwarten ezel gezien hadden. Ik was eerst wel wat verlegen, om
-iedereen zoo maar aan te spreken, maar ik deed het ten slotte zoo
-beleefd mogelijk: "Och, neem u me niet kwalijk, hebt u soms kort
-geleden een zwarten ezel gezien? Een week geleden hebben we hem
-verloren, en hij is hierlangs gekomen."</p>
-
-<p>Soms keken de lui ons verbaasd aan, soms ook lachten ze hartelijk.
-Eén keer zei een ruwe jongen: "Ja, als je naar huis gaat, en je
-kijkt in den spiegel, dan zul je een zwarten ezel met rood haar
-zien." Dat sloeg op mij, want ik draag na grootmoe's overlijden
-zwarte kleeren. Maar geen onzer kreeg een bevredigend antwoord.</p>
-
-<p>En zoo werd de terugreis weer ondernomen, in een ver van prettige
-stemming. Toen we thuis kwamen en de vier broekspijpen op de tafel
-uitlegden, schoot tante Marie erg in den lach, hetgeen Daan zeer
-verstoord deed opmerken: "Het moge voor u, tante, een blijspel wezen,
-voor ons is het een treurspel." Toen vroeg ze ons vergiffenis voor
-haar lachbui.</p>
-
-<p>Werkelijk, het wàs een treurspel; hoewel we niettemin naar het
-thee-partijtje van kapitein Rogers gingen en er volop pret hadden,
-hing het verlies van Andy ons als een donkere wolk boven het hoofd.
-Of, zooals Alex het uitdrukte: "Het is erger dan de dood, want het is
-een niet-eindige onzekerheid." Bovendien was het verlies dubbel hard,
-omdat we het onszelf te wijten hadden. De arme Andy was altoos
-geduldig en lijdzaam geweest, zoolang we hem hadden. Of wij al elken
-dag met hem reden, hij klaagde nooit. Maar toen we hem gingen
-uitdossen met een slaapmuts en een blauwe jurk, en toen we hem wilden
-doen opzitten en pootjes geven, toen had hij er genoeg van en ging er
-vandoor; ik geloof heusch, dat hij bepaald bedoeld heeft, ons te
-verlaten en nooit terug te keeren.</p>
-
-<p>En nu kwam nog de treurigheid van het vertrek van kapitein en Mevrouw
-Rogers. Van andere groote menschen dan hen hielden we niet. Ik ben
-beslist van plan, den kapitein dit boek te sturen, als het af is; hij
-heeft gezegd, dat hij probeeren wil, het voor mij te laten drukken.
-Maar nu moet ik zien, dat het boek wat vroolijker eindigt, dat hoort
-bij een goed boek. Boeken met een treurig einde vind ik
-verschrikkelijk; als er verteld wordt van kinderen, dan gaat
-gewoonlijk de liefste van hen dood.</p>
-
-<p>En dat is vreemd, want de Bijbel zegt ons, dat het niet zoo
-vreeselijk is om te sterven; het is "verre te verkiezen". En de hemel
-is een heerlijke plaats, onze kerkliederen zingen daarvan. Maar mij
-maakt een verhaal over 't sterven van kinderen altoos verdrietig, tot
-schreiens toe. Ik weet dat nog best uit de dagen, dat Daan ziek was;
-o, als er toen een van ons gestorven was, zelfs al waren we er bereid
-voor geweest, ik had het niet uitgehouden. Ik geloof wel, dat moeder
-blij zou wezen, als ze ons weerzag. Voor hen, die heengaan is het ook
-zoo erg niet, maar voor hen, die achterblijven, is het zoo
-vreeselijk.</p>
-
-<p>Den volgenden Maandag ging ik naar Annie en reed haar in den
-rijstoel. Wij brachten meteen een paar pakjes voor juffrouw Ribbon
-weg, omdat Tom met een zeeren voet te bed lag. Ik kreeg steeds meer
-te doen met Annie; zij scheen veel last van de kou te hebben en ik
-ben er zeker van, dat ze geen kleeren genoeg had; haar grootouders
-zijn ook zoo arm. Ik sprak er met tante Marie over en die opperde het
-denkbeeld, dat Lena en ik een wollen jurk en een dikken rok voor haar
-zouden maken, om die dan als kerstgeschenk te geven. Ik voelde er
-niet heel veel voor, omdat ik niet van zulk werk houd, maar bij de
-gedachte aan Annie joeg ik die leelijke luiheid op de vlucht en
-beloofde tante, er onverwijld aan te zullen beginnen. Tante vond 't
-best, dat we er 's avonds na de thee aan werkten, dan zou ze ons
-komen helpen, en tegelijk geschiedenissen vertellen. Nu, dat leek
-mij, en gelukkig Lena ook; gisteravond zijn we eraan begonnen. Ook de
-jongens zaten erbij; terwijl ze bezig waren met het roosteren van
-kastanjes. "Ik zie niet in, waarom jongens ook niet zouden kunnen
-naaien," zei Lena. "Als ik jongens had, dan liet ik ze hun eigen
-kleeren maken. Waarom moeten dat altijd hun moeders en zusters en
-tantes doen?"</p>
-
-<p>"Als ik meisjes had," zei Alex, die bijzonder van redetwisten houdt,
-"dan zou ik ze de deur uit sturen, om hun eigen brood te verdienen.
-Waarom moeten hun vaders en broeders en ooms ze altijd thuis houden
-voor een oortje?"</p>
-
-<p>"Wel," zei tante, "de wereld is tegenwoordig erg aan 't veranderen.
-Tegenwoordig verdienen meisjes ook al buitenshuis. Maar ik denk, dat
-jelui vader nog van de ouderwetsche leer is, dat wij vrouwen thuis
-behooren te blijven en naaien, terwijl de jongens zich moeten
-bekwamen, om later geld voor ons te verdienen. Maar wat zal ik jelui
-nu eens vertellen?"</p>
-
-<p>"Iets over tooverpaleizen!" vroeg Puf.</p>
-
-<p>"Gevechten en ontvluchtingen," stelden Daan en Alex voor.</p>
-
-<p>"Een prinses in de gevangenis," vroeg Lena.</p>
-
-<p>"Zoudt u ons niet eens kunnen vertellen van dien ridder in onze
-kerk?" vroeg ik.</p>
-
-<p>"Semper fidelis, semper paratus," zei tante Marie nadenkend. "Jawel,
-dat kan wel."</p>
-
-<p>Wij wilden allemaal die geschiedenis wel graag eens hooren. Maar
-tante Marie wilde eerst vijf minuten hebben, om zich te bedenken;
-terwijl rustten Lena en ik even uit van ons naaiwerk. Even liepen we
-naar de kachel, en aten wat van de kastanjes. Heerlijk brandde het
-vuur, en wij gevoelden ons allen zóó prettig en gezellig thuis, dat
-we onwillekeurig weer aan Andy moesten denken, die daar buiten in
-regen en wind liep te dolen, of afgejakkerd werd door een dronken
-landlooper.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/62_gezellig.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:429px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Was hij maar weer hier!" zuchtte Lena. "Dat kan niet," zei Alex.
-"Hè, wat is het toch een ellendige zaak. Daar hebben we nu een kar,
-en een zadel, en mooi tuig, en niet eens een ezel, om ze te
-gebruiken."</p>
-
-<p>"God weet, waar ie is," riep Puf eensklaps uit. "Ik verwacht hem
-spoedig hier. God heeft mij vanmorgen gezegd, dat Hij hem de volgende
-week thuis zou sturen, als ik goed oppaste."</p>
-
-<p>Wij lachten niet om Puf. Waarom zou God ook zijn gebedje niet
-verhooren? Ik geloof, dat hij grooter geloof heeft dan wij.</p>
-
-<p>Nadat het kastanje-maal was verorberd, verklaarde tante zich gereed
-om te beginnen. Terwijl ze bezig was met het stoppen van Daan's
-kousen, begon ze het verhaal, dat ik in het volgende hoofdstuk heb
-oververteld.</p>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter16"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK XVI</h3>
-
-<center>HET VERHAAL VAN ONZEN RIDDER</center>
-<br>
-<p>"Lang geleden leefde er een ridder, Sir Roger Dereker geheeten. Reeds
-van zijn veertiende jaar af was hij met z'n koning op het oorlogspad,
-daar hij 's konings page was. Hij was de dapperste der ridders aan 's
-konings hof; vrees scheen hij niet te kennen, en iedereen, die hem
-kende, hield van hem.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/63_ridder.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:454px;"></center>
-<br>
-
-<p>Wel was hij dapper en streng, maar jegens vrouwen en kinderen was hij
-de zachtheid zelve; wie hem om hulp vroeg, ging nooit teleurgesteld
-heen.</p>
-
-<p>Hij woonde in een groot kasteel, dicht bij den koning en had een
-jonge vrouw, die hij innig lief had...."</p>
-
-<p>"O tante!" riep ik uit, "dan moet u ons eerst vertellen, hoe hij haar
-kreeg. Toe, dat moet u vooral heelemaal vertellen!"</p>
-
-<p>"Wel, op een bitter-kouden winteravond reed hij, met z'n page bij
-zich, naar huis.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/64_koud.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:417px;"></center>
-<br>
-
-<p>Regen en wind stormden hem tegemoet, en zijn handen waren zóó koud,
-dat hij nauwelijks meer de teugels kon vasthouden; z'n paard, een
-goed dier, kon slechts stapvoets gaan, daar zij door een zeer donker
-bosch reden, dat vol struikgewas stond. Eensklaps hoorde hij een
-gekraak in de struiken achter zich, en geen seconde later verscheen
-voor zijn verbaasde blikken een wit paard, dat als dol voortrende, en
-op welks rug hij de gedaante van een vrouw ontwaarde. Zij was geheel
-gewikkeld in een donkerblauw kleed, en scheen tevergeefs te trachten
-haar paard tot staan te brengen.</p>
-
-<p>"Er achteraan!" riep Roger zijn page toe. "Zij wordt tegen haar wil
-ontvoerd!"</p>
-
-<p>Hij gaf ook z'n eigen paard de sporen, en beiden joegen ze het witte
-paard na, totdat ze aan den rand van het bosch kwamen. Er lag daar
-een groote open vlakte voor hen, en heel in de verte zagen ze de
-lichtjes van 's ridders kasteel. Het paard met de dame was zóó snel
-over de vlakte gerend, dat zij haar pas inhaalden vóór de valdeur
-van 't kasteel. Met schuim bedekt, stond daar het paard stil; de dame
-was buiten adem en uitgeput van inspanning. Sir Roger reed op haar
-toe en begroette haar.</p>
-
-<p>"Mevrouw, het is een verschrikkelijke avond, en u is hier voor mijn
-deur, die altoos open staat voor wie in nood verkeert. Wilt u mij het
-genoegen doen, van mijn gastvrijheid gebruik te maken?"</p>
-
-<p>De dame wikkelde zich dichter in haar rijkleed en sprak zoo zacht
-mogelijk: "Ik ben u zeer dankbaar. Ik ben zeer ver van huis en
-inderdaad in nood. Waar mijn bedienden zijn, ik weet het niet. Men
-vervolgt mij; iemand heeft mijn vader vermoord en ons huis verbrand.
-Ik heb hulp noodig."</p>
-
-<p>Sir Roger blies op zijn hoorn; de valdeur werd opgetrokken en
-nauwelijks waren zij binnengereden, of met vreeselijk geweld beukte
-iemand op de poort, met woedende stem uitroepende: "Die dame behoort
-mij. Zij is mijn beloofde vrouw!"</p>
-
-<p>Sir Roger verwaardigde zich niet, een antwoord te geven. Hij bracht
-zijn bezoekster naar de appartementen van zijn moeder, en zag haar
-niet vóór het avondeten.</p>
-
-<p>Haar vervolger trok na nog eenig gebeuk op de poort onverrichterzake
-af. Toen Sir Roger zijn gast bij het avondeten ontmoette, was hij
-verrast door haar schoonheid.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/65_schoonheid.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:433px;"></center>
-<br>
-
-<p>Zij scheen nog jong en droeg een wit, met goud-borduursel omzoomd
-kleed. Dichte strengen donkerbruin haar golfden om haar bleek gelaat;
-diep-blauwe oogen keken hem aan met een uitdrukking van onschuld en
-reinheid; toen ze hem aankeek, vloog een lichte blos over haar
-wangen. Zwijgend nam ze haar zetel aan tafel in, en toen de maaltijd
-ten einde was, ging hij met haar naar zijn eigen kamer, waar zij hem
-haar geschiedenis vertelde.</p>
-
-<p>Met oogen vol tranen vertelde ze, hoe haar vader gevallen was in een
-gevecht met zijn aartsvijand, Baron Dacre, die haar hand had
-gevraagd, en was afgewezen. Zij vertelde hem, hoe de baron door het
-verraad van een der bedienden den toegang tot hun tuin vond, waar een
-vreeselijk gevecht plaats had. En toen eindelijk ook hun huis in
-vlammen opging, was ze op haar schimmel gevlucht, achtervolgd door
-den baron en z'n handlangers.</p>
-
-<p>Terwijl ze hem dankbaar aankeek, zei ze: "Hoe zal ik u naar waarde
-danken voor wat ge deedt aan een meisje, dat thans wees is, en alleen
-staat."</p>
-
-<p>En het ernstige antwoord van Sir Roger was: "Als u mij het recht
-geeft, u voortaan te blijven beschermen en helpen." Zoo kreeg hij z'n
-bruid."</p>
-
-<p>Wij klapten allen in onze handen van blijdschap, waarna tante
-vervolgde:</p>
-
-<p>"Er kwamen moeilijke tijden voor onzen dapperen ridder. Zijn koning
-was omringd van onbetrouwbare hovelingen. En diezelfde Baron Dacre
-liet hem niet met rust, verzamelde zich ontevreden mannen, en een
-burgeroorlog was 't gevolg.</p>
-
-<p>Op den avond van Sir Roger's huwelijk met Gravin Gwendolina kwam een
-renbode aan zijn poort, om hem tot den oorlog op te roepen. Roger
-scheurde zich los van zijn jonge vrouw, en toen zij even haar
-bekommering daarover uitsprak, zei hij: "Lieve, ik ben aan mijn
-koning verbonden met mijn eerewoord en mannentrouw. Desniettemin
-bemin ik jou evenzeer. Maar ik mag mijn riddereer niet aanranden,
-door hem te verlaten, als hij mijn diensten vraagt."</p>
-
-<p>Zoo reed hij heen, en bleef vier lange maanden weg. Toen keerde hij
-terug, bedekt met wonden, maar ook beladen met roem.</p>
-
-<p>Eenigen tijd leefde hij nu rustig thuis, doch op zekeren dag werd
-zijn kasteel overvallen door Baron Dacre en een troep handlangers,
-tegen wie hij een harden kamp te strijden had, om zijn bezittingen te
-behouden. Middenin het gevecht kwam een renbode op het kasteel door
-de geheime onderaardsche gang, die een mijl lang was en midden in het
-bosch uitkwam. Hij had opdracht van den koning, om Sir Roger tot een
-samenspreking op te roepen. Eén oogenblik aarzelde de dappere Roger;
-hij wist, dat als hij heenging, zijn huis zou verwoest worden. Hij
-keek zijn vrouw angstig aan en sprak: "Lieve, ik moet naar den
-koning, hij laat mij roepen." Zij sprong overeind als door een
-plotseling besluit aangegrepen: "En ik zal met je trouwe dienaren het
-huis verdedigen, totdat je terugkomt."</p>
-
-<p>"Bravo!" schreeuwde Daan ertusschen in.</p>
-
-<p>Sir Roger gespte z'n zwaard aan en vertrok met den renbode door de
-onderaardsche gang. Hij had vooraf aan zijn vrouw gezegd, dat, als
-het haar te benauwd werd, zij daar ook in moest vluchten; aan het
-eind zou zij wel een verblijfplaats vinden, waar zij veilig zijn
-komst kon afwachten.</p>
-
-<p>Bij den koning gekomen, vond hij dezen omringd van zijn edelen,
-sprekende over een belangrijke zaak, waarover de koning ook Roger's
-meening wilde hooren. Sir Roger gaf zijn oordeel over de zaak te
-kennen, en toen de koning zijn oogen opsloeg en naar buiten keek, zag
-hij boven Roger's kasteel zware rookwolken opstijgen. Hij vroeg naar
-de oorzaak ervan; toen rees Roger op en sprak met van aandoening
-trillende stem:</p>
-
-<p>"Sire, dat is mijn kasteel; in mijn afwezigheid heeft mijn vijand het
-verwoest."</p>
-
-<p>"Wist gij dit, voor ge hier kwaamt?"</p>
-
-<p>"Midden in het gevecht kwam uw boodschapper."</p>
-
-<p>"En liet ge toen uw vrouw alleen achter in zoo groot gevaar?"</p>
-
-<p>"Zij zou het zoo goed als zij kon verdedigen, en ik zei haar, te gaan
-vluchten, zoodra haar leven dreigde gevaar te loopen."</p>
-
-<p>"Sir Roger," zei de koning, "dezen avond zal ik nimmer vergeten. Ga
-nu heen, en moge God uw dappere vrouw van den dood hebben gered."</p>
-
-<p>Dadelijk verliet de ridder het paleis, en vond zijn vrouw in den
-geheimen kelder, omgeven van enkele gewonde getrouwen. Doch toen haar
-man haar in zijn armen drukte, zeeg ze als dood terneer. Hij
-ontdekte, dat een pijl haar linkerarm had doorboord, en haar
-ontzettende pijnen had veroorzaakt.</p>
-
-<p>"O tante, laat haar niet sterven," riep ik uit.</p>
-
-<p>Lang duurde het, eer de ridder weer een goed kasteel had, doch de
-koning schonk hem er een, nog grooter dan wat hij bezeten had. Zoo
-gingen de jaren voorbij. Hij had inmiddels een zoontje gekregen, dat
-de vreugde van z'n leven was; ook zijn kind wilde hij eens zien
-dienen in de gelederen van zijn koning.</p>
-
-<p>Toen op zekeren dag Sir Roger met zijn mannen terugkeerde van een
-gevecht in het buitenland, bracht hij de vreeselijke ziekte, zwarte
-pest geheeten, in zijn kasteel over. Eerst werd één bediende ziek,
-toen een tweede, spoedig tastte de ziekte ook zijn gade en zijn
-zoontje aan. De ridder zonk op z'n knieën en smeekte God om
-uitredding.</p>
-
-<p>Juist op dit oogenblik verscheen weer een boodschapper van den
-koning, die hem opdroeg, zijn koning te vergezellen op een veldtocht
-naar een ver land. De ridder liet niet den minsten angst blijken; hij
-verliet vrouw en kind, en pas na twee weken vernam de koning zijn
-toestand. Een harde strijd stond hem te wachten. Sir Roger redde op
-het meest spannende oogenblik des konings leven, en daardoor wist
-hij een dreigende nederlaag om te zetten in een prachtige
-overwinning. Zelf echter werd hij gewond, en toen het gevecht
-geëindigd was, sprak hij tot zijn page:</p>
-
-<p>"Vervoer mij naar huis; mogelijk zijn mijn vrouw en kind nog
-hersteld. Ik zou ze nog zoo gaarne zien, vóór ik sterf."</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/66_strijd.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:415px;"></center>
-<br>
-
-<p>Men vervoerde hem naar huis, en wonder boven wonder kwam hij er nog
-levend aan. Toen hij de hal binnengedragen werd, waren daar zijn
-vrouw en kind, die hem met open armen verwelkomden. Dank zij een
-ervaren kruidenlezer, waren zij geheel hersteld.</p>
-
-<p>Weken lang lag de arme ridder tusschen leven en dood. Wel werd hij
-eindelijk iets beter, maar zijn gezondheid was voorgoed geschokt en
-zijn kracht was weg. Nog enkele jaren leefde hij gelukkig, en zag
-zijn zoontje opgroeien tot een dapper soldaat.</p>
-
-<p>Toen, op een stormachtiger avond, hoorde hij aan zijn deur kloppen.
-Verouderd en vermagerd als hij was, strompelde hij naar de deur. Het
-was zijn koning! En opgewonden riep hij uit: "Laat mij hem waardig
-ontvangen en de eer geven, die hem toekomt!"</p>
-
-<p>Zijn bedienden trachtten hem uit de koude voorhal terug te dringen,
-maar hij wilde erheen. "Mijn koning! Mijn koning!"</p>
-
-<p>De koning was verraden, en vluchtte nu, om zijn leven te redden. Hij
-wist, dat er één onderdaan was, die hem van harte zou ontvangen, en
-daarom was hij naar Sir Roger gevlucht. Toen de ridder hem in zijn
-goed verwarmde kamer had genoodigd, viel hij zijn koning te voet.</p>
-
-<p>"O, sire! Ik heb wel gedroomd van deze eer, maar nooit had ik durven
-denken, dat ze mij te beurt zou vallen. Wees welkom binnen deze
-woning, die immers de uwe is, wijl ze aan uw nederigen onderdaan
-toebehoort; al wat hij bezit, bezit ook zijn koning!"</p>
-
-<p>Toen de koning zich neerbukte, om zijn trouwen dienaar op te richten,
-zag hij met grooten schrik, dat hij dood was neergezegen. 't Waren
-zijn laatste woorden geweest, en zijn laatste gedachte was een
-gedachte van trouw en aanhankelijkheid voor zijn koninklijken
-meester.</p>
-
-<p>Toen besloot de koning, dat op het wapen der Derekers voor altoos zou
-gegrift staan: "Semper fidelis, semper paratus"."</p>
-
-<br>
-<center><img align="left" src="images/67_fidelis.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:114px;"></center>
-<br>
-
-<p>Toen tante Marie haar verhaal had geëindigd, waren we eenige
-oogenblikken stil. Mijn hart klopte van de inspanning van 't
-luisteren.</p>
-
-<p>Daan en Alex riepen als uit één mond: "Hè, leefden we nog maar in
-die tijden!" Lena schreide en zei: "Arme ridder, de koning had hem
-moeten omarmen en kussen!"</p>
-
-<p>Ik kon geen woord uitbrengen. Tante Marie keek me strak aan en vroeg:
-"Vindt je 't mooi, Griet?"</p>
-
-<p>Ik knikte en zei even later zacht: "Wij moeten evenzoo worden, en ik
-zal het beproeven," "En ik ook," zei Daan, mij ernstig aankijkend.
-Wij begrepen elkaar. Tante Marie zegt nooit iets over de moraal <sup>[1]</sup>
-van haar geschiedenissen, daarom houden we er zoo van. Dat moeten we
-zelf maar uitmaken. Ik was zóó van het verhaal onder den indruk,
-dat ik mijn werk neerlei, de kamer verliet, en naar m'n slaapkamer
-ging. Daar viel ik op m'n knieën, en sprak tot mijn Koning. En Hem
-bad ik, dat Hij mij, door voor- en tegenspoed heen, een trouwe
-dienstmaagd wilde maken. En ik meende oprecht, wat ik bad.</p>
-
-<p>Ook Daan had tante's verhaal gepakt. Toen ik den volgenden dag —
-Zaterdag — de kerk binnenging, om vaders toga te halen, die versteld
-moest worden, vond ik tot mijn verbazing Daan geknield liggen bij de
-graftombe van den ridder. Hij sprong op, alsof hij gestoken was, maar
-ik deed net, of ik hem niet bemerkt had. Ik liep op de graftombe toe,
-en beschouwde het beeld van den ridder.</p>
-
-<p>Om maar wat te zeggen, zei ik tot Daan: "Was je bezig om te
-vergelijken, of hij goed lijkt op den ridder van tante Marie?"</p>
-
-<p>Langzaam antwoordde hij: "Ik was bezig een belofte af te leggen."
-Belangstellend vroeg ik hem: "Toe, zeg mij, welke, ik zal het niemand
-vertellen."</p>
-
-<p>Hij wees naar het motto op het schild. "Ik heb beloofd, zoo te zullen
-worden en God zal mij helpen." Dadelijk daarna liep hij de kerk uit.
-Ik was besloten, niet bij hem achter te blijven. Weer knielde ik
-neer, gelijk den vorigen avond, en in weinige woorden deed ik een
-belofte gelijk de zijne. Toen stond ik op en ging welgemoed heen; ik
-voelde mij als tot alles bekwaam.</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/68_geknield.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:428px;"></center>
-<br>
-
-<p>Inmiddels begonnen de toebereidselen voor het Kerstfeest. Elken dag
-nog hoopten wij wat van Andy te zullen hooren, maar er kwam geen
-tijding en we bleven hem zeer missen. Vader meende zeker, dat hij was
-gestolen. Toen wij op zekeren avond bij elkaar zaten — Lena en ik
-bezig aan kleeren voor Annie, en de jongens met het maken van
-Kerstkaarten — teekende Alex een ezel op een zijner kaarten en zoo
-kwam het gesprek al spoedig op Andy.</p>
-
-<p>Alex begon: "Het zou mij niets verwonderen, als die zigeuners weer
-hier geweest zijn en hem gestolen hebben. Juffrouw Ribbon vertelde
-mij, dat er tegen Kerstmis nog een soort markt te Lemworth is, en als
-we daar nu eens heen gingen, wie weet of we Andy er nog niet zouden
-vinden."</p>
-
-<p>"Zoo dwaas zijn ze niet," vond Daan. "Ze zullen er dan heusch niet
-mee in de buurt komen. Als ze hem gestolen hebben, is ie natuurlijk
-allang weer verkocht."</p>
-
-<p>"Weet je, wie ik denk, dat hem gestolen heeft?" vroeg ik. "Niet die
-zigeuners, maar die man met de vuile ezels, die zoo vreeselijk
-vloekte bij de keuring. Van Bob Tapson heb ik gehoord, dat hij
-iederen zomer naar een badplaats gaat, hier niet ver vandaan, en daar
-de ezels verhuurt."</p>
-
-<p>De jongens schenen voor deze voorstelling veel oor te hebben. "Dan
-moeten we dat heerschap zien te vinden. Waar woont ie?" Ik
-antwoordde: "Ergens aan de andere zijde van Lemworth. Vraag maar aan
-Bob, die weet het wel."</p>
-
-<p>Er werd een plan gemaakt, hoe we zouden handelen. "Ik vermoed," zei
-Daan, "dat, als Andy daar al is, de schurk hem met een andere kleur
-zal hebben geverfd, en hoe zullen we hem dan herkennen? Natuurlijk
-zal hij volhouden, dat het <i>zijn</i> ezel is."</p>
-
-<p>Wij bedachten, of Andy geen bijzondere kenteekenen had, en
-herinnerden ons, dat in zijn eene oor een klein spleetje zat.</p>
-
-<p>"Ik hoop, dat dàt bewijs genoeg zal zijn," hernam Daan. "Anders
-zullen we 't nog door een rechter moeten laten uitmaken."</p>
-
-<p>"Andy is zoo dom," voegde Alex er aan toe. "Als hij z'n naam hoort,
-zal ie heusch niet opkijken. Hij zal even hard naar den dief als naar
-ons loopen, als hij geroepen wordt."</p>
-
-<p>Daan vervolgde: "En misschien moeten we wel een lang proces ervoor
-voeren, dat ons hoopen geld kost. Het zal 'De ezel-zaak' heeten, en
-de bladen zullen er kolommen vol van hebben."</p>
-
-<p>Bij dat denkbeeld schaterde Lena van 't lachen. En ik trachtte zijn
-gedachten wat te kalmeeren: "Als je nu rustig kon uitvinden, waar
-Andy is, en je wist dan zeker, dat ie 't was, kun je hem dan niet
-terug stelen? Dat zou toch niet verkeerd zijn, wel?"</p>
-
-<p>"Nee, natuurlijk niet. We konden hem 's nachts ontvoeren. Maar als ie
-dan maar mee wil!" zei Daan.</p>
-
-<p>"Och kom, dat zal wel lukken. In elk geval, we kunnen 't probeeren!"
-moedigde Alex aan.</p>
-
-<p>En zoo dachten we er ten slotte allemaal over.</p>
-
-<br>
-<div class="fontsize80">
-[1] beteekenis, strekking ten goede.
-</div>
-
-<br>
-<br>
-<hr width="25%" align="center">
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-<a name="chapter17"></a>
-<h3 align="center">HOOFDSTUK XVII.</h3>
-
-<p>Ik begin nu te gelooven, dat dit mijn laatste hoofdstuk wordt.
-Misschien schrijf ik een volgend jaar weer een boek, maar dit moet
-naar Kapitein Rogers. Ik heb nu nog te verhalen vanaf den dag, dat we
-over Andy aan 't spreken waren.</p>
-
-<p>Nog vóór het ontbijt was Daan naar Bob Tapson gegaan, en kwam hij
-terug met het adres van den vermeenden roover. Vader scheen niet erg
-hoopvol gestemd, toen we hem ernaar vroegen. Hij stond den jongens
-echter toe, dat zij den eersten den besten vacantiedag met den trein
-naar Lemworth mochten gaan. De man woonde 3 mijlen van Lemworth
-verwijderd. Lena en ik wilden ook graag mee, maar dat verbood vader.
-Den 20sten December begon de vacantie. En dus gingen zij den
-volgenden morgen dadelijk naar Lemworth. Ten afscheid riep ik ze toe:
-"Denk erom, we willen je niet terug zien, dan met Andy!"</p>
-
-<p>Het was een drukke week nu; tante Caroline zou de Kerstdagen bij ons
-komen doorbrengen. Ik denk, dat tante Marie dan ook blijft, en dat
-zou allerprettigst wezen; tante Caroline zorgt dan voor de
-huishouding en tante Marie voor ons.</p>
-
-<p>Lena en ik moesten helpen bij 't halen van de pitten uit de rozijnen
-voor de Kerstpudding, verder moesten we pakjes thee en suiker maken
-voor eenige van vaders oudste gemeenteleden en dan nog hadden we
-allerlei versieringen te maken voor den grooten Kerstboom, die in de
-school wordt opgericht voor alle schoolkinderen.</p>
-
-<p>We hadden 't met al deze dingen zóó druk, dat we nauwelijks den
-tijd hadden, om onze eigen geschenken gereed te maken. En het was
-toch sinds jaren onze gewoonte, om elkaar met het Kerstfeest
-cadeautjes te geven. Nooit koopen we die, dat is juist het aardige.
-Dezen keer zullen Lena en ik een omslag maken voor vaders
-preekbundel; hij wordt van zwart fluweel, met zwart zijden strooken
-afgezet. Lena maakt het omslag en ik borduur in goud-kleurige zijde
-vaders voorletters er in; tante Marie heeft ze voor mij geteekend.</p>
-
-<p>Voor tante Marie maak ik een nachtzak, terwijl Lena voor haar
-waschtafel onderlegkleedjes maakt. Voor Puf vlechten we roode teugels
-met bellen er aan; voor Alex overtrek ik een kartonnen doos voor z'n
-postzegels met sterk, mooi gekleurd linnen, zoodat de doos lang goed
-blijft; Lena maakt voor hem een portretlijstje met denneappels er in;
-worden ze in de lijst gezet, dan gaat dat met zegellak, dat dadelijk
-stolt, zoodat ze goed vast zitten; een beetje vernis er over, en 't
-lijkt prachtig!</p>
-
-<p>Mijn geschenk aan Daan blijft een zwaar geheim, zelfs Lena mag het
-niet weten.</p>
-
-<p>Dit alles neemt veel tijd in beslag, en als ik dan gestoord werd, was
-ik erg boos. Maar ik trachtte toch telkens mij weer te herinneren,
-dat het 's Konings bevel was, om anderen te helpen. En dan gevoelde
-ik weer duidelijker, dat het er niet op aan kwam, hoe vaak ik
-gestoord werd, omdat Hij het is, die mij noodig had.</p>
-
-<p>Den ganschen morgen konden Lena en ik ongestoord aan onze geschenken
-doorwerken. Na het middagmaal nam tante Marie ons en Puf mee naar het
-bosch, waar wij klimop en mos bijeenzamelden voor de versiering der
-kerk. Het was er zoo stil en rustig, maar erg koud.</p>
-
-<p>Vóór 't theedrinken waren we weer thuis en werkten we weer door aan
-onze geschenken. Het werd inmiddels 8 uur, half 9, 9 uur, doch geen
-jongens te zien! En 8 uur kwam de laatste trein aan! Lena en ik
-moesten naar bed. Tante Marie zei, dat ze heelemaal niet angstig was,
-maar vader wel. Natuurlijk dachten Lena en ik, dat hun iets overkomen
-was. Lena meende, dat de man ze vermoord zou hebben en hun lijken
-onder den grond gestopt. Ik veronderstelde, dat ze Andy gevonden
-hadden, en dat de man toen naar den dichtstbijzijnden politiepost was
-gegaan, om te zeggen, dat de jongens den ezel gestolen hadden. En dan
-zouden ze niet worden geloofd, en in de gevangenis komen, totdat ze
-bewezen hadden, dat Andy hun eigendom was. 't Kon ook wezen, dacht
-Lena, dat ze de jongens ergens hadden opgesloten, om zich met Andy
-uit de voeten te maken. Wij spraken zoo druk over al die
-mogelijkheden, dat we ten slotte van vermoeidheid in slaap vielen.</p>
-
-<p>Toen wij den volgenden morgen van Emma hoorden, dat de jongens nòg
-niet terug waren, werden wij zeer beangst en opgewonden. Vader en
-tante Marie keken bij 't ontbijt ook erg somber; vader zei: "Ik had
-ze niet moeten laten gaan; ik moet zelf maar even naar Lemworth
-gaan." En tante Marie voegde eraan toe: "We zullen nog wachten tot
-vanavond. Ik geloof zeker, dat ze den trein gemist hebben, en nu tot
-vanmorgen ergens geslapen hebben."</p>
-
-<p>Lena en ik, we wisten niet, wat te beginnen. Ontelbare keeren liepen
-we naar 't hek, en keken den weg op, of ze nog niet kwamen. En zie,
-toen we juist weer in huis waren gegaan, en aan onze cadeautjes
-begonnen, daar kwamen ze binnenvallen. Wat waren we blij! Lena danste
-de kamer rond en riep: "Wij dachten, dat jelui vermoord waren!" En ik
-vroeg ademloos: "Waar is Andy?" "Raad maar!" zei Daan kalm. Wij
-werden weer angstig, omdat de jongens zoo ernstig keken. En toen zei
-Daan plechtig:</p>
-
-<p>"In den stal beneden!"</p>
-
-<p>Wij juichten van blijdschap en renden naar beneden, om hem te zien;
-ook vader en tante Marie kwamen aangeloopen, zelfs Emma en de
-keukenmeid. Puf vonden we al in den stal, zijn armen geslagen om
-Andy's nek, en den ezel kussende, als deed hij het tante Marie.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/69_blijdschap.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:266px;"></center>
-<br>
-
-<p>Wij konden haast niet gelooven, dat het Andy was. Hij zag er zoo
-vuil, vermagerd en vermoeid uit. Even keek hij ons aan en vrat toen
-weer verder van het hooi, dat Baldwin hem gebracht had. Dat is het
-akeligste van ezels; ze schijnen zoo kalm en onverschillig. Hij
-begreep niets van onze blijdschap. Ik had gewild, dat ie met ons had
-rondgedanst, om te bewijzen, hoe blij hij was met zijn thuiskomst.</p>
-
-<p>Met allerlei vragen overstroomden wij de jongens. "Wie had 'm? Waar
-vond jelui hem? Hoe ben je naar hier gekomen? Waar hebben jelui
-geslapen? Waarom ben jelui gisteren niet thuis gekomen?" Doch vader
-bedaarde ons een beetje; hij was even blij als wij, maar de jongens
-hadden fermen honger. Zoo gingen we dus met hen naar de eetkamer,
-waar ze ons onder een stevig ontbijt hun wedervaren vertelden.</p>
-
-<p>"Wij hebben toch zulke groote avonturen gehad!" zei Alex; "het was
-wel goed, als je alles in je dagboek opschreef, Griet, want het is
-grappig genoeg, om het later nog eens te lezen."</p>
-
-<br>
-<center><img src="images/70_dagboek.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:429px;"></center>
-<br>
-
-<p>"Ik zal beginnen bij 't begin," zei Daan, en begon.</p>
-
-<p>"Wij kwamen veilig te Lemworth aan, en gingen van daar uit loopend
-naar het huis van Jem Harvey, zoo heet de kerel. Het was een heel
-eind, en zeker wel langer dan 3 mijlen. Aan de grens der
-gemeenteweide vonden we een soort schuur, waaromheen ezels liepen te
-grazen. We overlegden nog eens rustig, hoe we doen zouden, en gingen
-toen aan den slag."</p>
-
-<p>"Net alsof wij roovers waren, die op dieren af sluipen," viel Alex
-Daan in de rede. "Wij kropen voort in de schaduw van een heg, en
-konden toen al de ezels overzien, zonder dat iemand ons bemerkte."</p>
-
-<p>Daan vervolgde weer: "Wij telden 5 ezels, maar Andy was er niet bij;
-maar natuurlijk dachten wij, dat hij ergens was opgesloten. Wij
-moesten dus eerst de schuren en hokken onderzoeken, en dat was
-verbazend moeilijk, want toen we wat dichterbij kwamen, zagen we een
-man, die daar stond hout te hakken."</p>
-
-<p>"Maar ten slotte hadden we ons plan toch gereed," viel Alex weer in.
-"Vertel jij nou verder, Daan, maar niet zoo langzaam."</p>
-
-<p>"Met flinke stappen gingen we op hem af.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/71_flink.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:276px;"></center>
-<br>
-
-<p>Goeden middag! zei ik. We zijn gekomen, om met u over zaken te
-spreken. Onderwijl nam Alex hem eens goed op. Hij keek ons
-achterdochtig aan en zei toen, dat we hem dat al eens meer gezegd
-hadden. Ik zei: Wij hebben onzen ezel verloren, en komen nu eens
-hier, om te zien of we van u een anderen kunnen koopen. Hij
-antwoordde: Maar mijn ezels zijn niet goed genoeg voor jelui
-bleekneuzen. En hij lachte daarbij zoo akelig, dat ik dadelijk
-vermoedde, dat hij er meer van wist. Misschien hebt u toch nog wel
-een paar mooie beesten, zeiden we; toen klopte hij z'n pijp uit en
-ging met ons een der stallen binnen. Ik zal misschien nog wel wat
-goeds voor jelui hebben, een aardig beest, loopt als de wind, en
-behaalde een prijs te Lincoln.</p>
-
-<p>Hij schuifelde het schuurtje binnen, en zie, daar stond een kleine
-grijze ezel. Wij keken scherp rond...."</p>
-
-<p>"Ik zag hem het eerst," viel Alex uit. "Met mijn scherpziende
-detective-oogen had ik hem onmiddellijk herkend." Daan ging voort,
-als had hij Alex niet gehoord: "In den hoek hing aan een spijker
-Andy's blauwe kleed."</p>
-
-<p>Wij waren allen onder den indruk van de spannende oogenblikken, en
-tante Marie was zóó meegesleept, dat ze gejaagd vroeg: "En wat
-zeiden jelui?"</p>
-
-<p>"Eerst zeiden we niets, we deden, alsof we niets gemerkt hadden,
-praatten over den grijzen ezel, en zeiden, dat we bevreesd waren, dat
-ie te klein voor ons zou wezen. Och, wat keek die man leelijk, hij
-grijnsde ons aan en stonk naar den drank. Ik gaf Alex een knipoogje,
-zich stil te houden; toen wij overal goed hadden rond gekeken, zoodat
-we goed wisten, dat Andy nergens kon verborgen worden, vertrokken we.
-Maar terwijl we wegliepen begon ik eensklaps tegen den kerel uit te
-varen:</p>
-
-<p>"Waar haal jij dat blauwe kleed in je schuur vandaan? En wie heeft
-den zwart-witten omslagdoek in stukken gesneden? En denk nu maar
-niet, dat wij zulke melkmuilen zijn, want wij gaan regelrecht naar de
-politie, en die zullen we je hier op je dak sturen. Eén kans is er,
-om je te redden: onmiddellijk Andy losmaken, hem brengen op de markt
-te Lemworth, en hem daar vastbinden aan een lantaarnpaal. Wij geven
-je den tijd tot 4 uur namiddag, en we beloven je tot zoolang te
-zullen geduld hebben. Is ie er om 4 uur niet, dan sturen we je
-dadelijk de politie, en dan ben je er gloeiend bij."</p>
-
-<p>Natuurlijk was ie woedend. Hij raasde en vloekte, en zei, dat ie dat
-blauwe kleed aan den weg had gevonden, en dat hij ons zou aanklagen
-wegens laster. Wij vertelden hem, dat dat alles tevergeefsch zou
-zijn, want alle veldwachters in den omtrek wisten al van onzen
-verdwenen ezel en het blauwe kleed.</p>
-
-<p>Daarna verlieten we hem, en liepen zoo vlug mogelijk naar Lemworth."</p>
-
-<p>"Toe laat mij nu ook eens vertellen," zei Alex, die zich nooit rustig
-kan houden, als een ander vertelt. Daan hield zich stil, en Alex
-vertelde verder:</p>
-
-<p>"Toen we te Lemworth terug waren, hebben we eerst broodjes met melk
-genomen, en vervolgens onze plannen verder besproken. Natuurlijk was
-het dom geweest, om dien kerel te zeggen, dat wij hem tot 4 uur
-ongemoeid zouden laten, want in dien tusschentijd kon ie al lang
-ontvlucht wezen. Maar nu komt het mooiste nog aan.</p>
-
-<p>Nadat we gegeten hadden gingen we, vermoeid door het
-straat-slenteren, een buitenweg op. Ongeveer een mijl waren we dien
-opgeloopen, toen we plotseling een jongen zagen, die in een droge
-sloot getuimeld was en te keer ging als een mager varken. 't Was een
-echte landlooper, en eerst zei ik: Kom, laten we maar doorloopen.
-Maar dat vonden we toch ook weer al te hard; als hij eens gewond was!
-We gingen dus naar hem toe en vroegen wat hem scheelde. Hij toonde
-ons zijn been, dat leelijk verwond was. Uit zijn verhaal echter
-konden we totaal niet wijs worden. Hij zei, dat z'n baas hem
-afgeranseld had, en toen was hij van de kar gevallen; hij was er nog
-suf van in z'n hoofd. Hij had z'n been een beetje verbonden, maar het
-had vreeselijk gebloed, wij namen dus onze zakdoeken en verbonden hem
-wat steviger, waarna we zeiden, hem naar huis te zullen brengen. Waar
-hij woonde? Bij m'n baas! zei ie. Maar waar die woonde wilde hij niet
-zeggen, want hij wou nooit meer naar 'm terug. Toen zeiden we, dat we
-hem naar 't hospitaal zouden brengen, daar kon z'n been goed worden
-nagekeken. Dat leek hem goed toe, maar om hem te dragen, dat was geen
-grapje. Daan zei tegen me: Wat is het jammer, dat we Andy niet bij
-ons hebben. Toen de jongen dit hoorde, spitste hij plotseling de
-ooren, keek ons verwonderd aan, en in 't volgende oogenblik hadden we
-elkaar herkend. Het was de jongen van Jem Harvey. We zeiden tot hem:
-"Wees maar niet bevreesd. Wij zijn op jou niet boos, omdat jelui
-onzen ezel gestolen hebt. Maar je baas zal er voor boeten. Wij hebben
-alles al ontdekt."</p>
-
-<p>Hij keek verschrikt op. "O, ik wist wel, dat er iets niet in den haak
-was!"</p>
-
-<p>"Waar heb je onzen ezel 't laatst gezien?" vroeg Daan. Toen vertelde
-hij ons alles. Zij waren Andy tegen gekomen toen hij langs den weg
-rende; de baas had hem opgevangen en vastgebonden. Zoo moest Andy
-achter hun wagen aan loopen, tot ze aan een groot bosch kwamen. Toen
-het donker was, werden Andy's kleeren afgetrokken, en zoo gingen ze
-met hem naar huis. Den volgenden dag moest de jongen hem naar een
-stal te Taunerton brengen. Daar moest een kooper voor hem gezocht
-worden. De jongen vertelde ons tegelijk, welk een hondenleven hij bij
-dien baas had gehad, en dat hij daarom was weggeloopen. Hij was wees,
-en Jem had volstrekt geen rechten op hem.</p>
-
-<p>Wat waren we nu in spanning, om Andy terug te krijgen! Maar die
-jongen moest eerst naar 't hospitaal. Wij vernamen, dat Taunerton 5
-mijlen daar vandaan was, te ver dus om nu nog te gaan loopen.
-Gelukkig was er een bakkerswagen, die er heen moest, en de bakker
-stond ons toe, mee te rijden. Wij vertelden hem al ons wedervaren.
-Hij kende den man, dien we zochten. Het was een messenslijper en
-tinnegieter; hij leefde met een vrouw, zoo mogelijk nog slechter dan
-hij. "Maar jelui moet er niet heengaan," zei de bakker, "het zijn
-gevaarlijke lui."</p>
-
-<p>"Het was bijna donker, toen we te Taunerton aankwamen en toen schoot
-ons met schrik te binnen, dat we den laatsten trein zouden missen,
-maar wij konden toch ook niet teruggaan, nu we zoo vlak bij Andy
-waren. Ga jij nou maar weer verder, Daan."</p>
-
-<p>Daan vervolgde dadelijk: "Wij waren bang, dat Jem Andy ergens zou
-verstopt hebben, maar het moest nu gewaagd worden. De bakker wees ons
-het huis. Gelukkig was het goed donker nu, want wij waren vast
-besloten, Andy weg te halen, zoodra we hem zagen.</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/72_sluipend.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:259px;"></center>
-<br>
-
-<p>Wij slopen naar het huisje, toen den tuin rond, en zie, daar in een
-vervallen schuurtje met een half gebroken deur, stond Andy! Ik kan
-jelui zeggen, dat we geen oogenblik verloren lieten gaan! We sneden
-z'n halster door, en trokken hem uit den stal. Daar kwam de kerel
-aan! Maar 't was te laat! We hoorden hem nog schreeuwen: Houdt den
-dief! Maar beiden hadden we ons op Andy's rug geslingerd, en als
-dollen renden we naar het dorp terug!</p>
-
-<br>
-<center><img align="right" src="images/73_rennend.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:253px;"></center>
-<br>
-
-<p>Al spoedig draafden een half dozijn lui achter ons aan, die
-schreeuwden als Indianen. Toen we een flink eind buiten hun bereik
-waren, hielden we wat in, totdat we nog betrekkelijk vroeg te
-Lemworth aankwamen. Wij waren zóó bang, dat Jem ons nog zou
-opmerken, dat we er niet durfden blijven, en dus maar verder reden;
-voor den trein was het nu toch te laat.</p>
-
-<p>Wij reden en liepen om beurten. We waren hongerig en vermoeid, en ook
-Andy begon den kop te laten hangen. Eensklaps hield hij midden op den
-weg stil en wilde niet verder. Wat moesten we beginnen? En vlak voor
-ons kwam een auto aangerend. Wij schreeuwden hard, en zij stopten.
-Wie denk je dat er in zat?"</p>
-
-<p>"Mevrouw Laura!" raadde ik.</p>
-
-<p>"Mis! Generaal Walton, die altijd visch van ons kocht. Hij herkende
-mij, en vroeg wat we uitvoerden. Ik vertelde het hem; hij was o zoo
-vriendelijk. Hij liet z'n knecht uitstijgen en wij mochten in de auto
-zitten. Hij zou ons naar zijn huis rijden, waar wij den nacht konden
-doorbrengen. Zijn knecht droeg hij op, Andy mee te brengen. Verder
-werd er niet gepraat, en wij hadden een heerlijk autotochtje."</p>
-
-<p>"Maar dat had je ons toch wel even kunnen seinen," zei vader. "Dacht
-je dan niet, dat wij in angst zouden zitten?"</p>
-
-<p>"Zeker wel, vader. Generaal Walton zond dadelijk zijn knecht naar
-hier."</p>
-
-<p>"Dien heb ik niet gezien," zei vader.</p>
-
-<p>"Toe, vertel nu verder, wat jelui deden," drong ik aan.</p>
-
-<p>Daan vervolgde: "Wij kregen een heerlijk middagmaal, en wij vertelden
-hem al onze avonturen. Hij heeft ons allen te eten gevraagd op
-Nieuwjaarsavond!"</p>
-
-<p>Dat gaf blijdschap! "En toen zijn we vanmorgen dadelijk na 't ontbijt
-op Andy's rug naar huis gereden, maar hij is bepaald niet goed, want
-telkens hield hij weer stil, en daarom zijn we zoo laat."</p>
-
-<p>Hun verhaal was ten einde. Ik had het spannend gevonden, maar Lena
-had het mooier gevonden, als de jongens waren opgesloten of ongeveer
-vermoord geworden.</p>
-
-<p>En nu wij allen gelukkig zijn met Andy's terugkomst, lijkt het mij
-het beste toe, mijn verhaal hier te eindigen. Alles is nu goed
-afgeloopen en ook ons Kerstfeest was allerprettigst. Het zou te lang
-duren, ook daarvan nog alles te vertellen.</p>
-
-<p>Eén ding moet ik echter nog zeggen. Mijn geschenk aan Daan was het
-motto van den ridder in geschilderde letters, blauw, rood en goud. Op
-den eersten Kerstdag riep Daan mij in zijn kamer en toonde mij, waar
-hij het had opgehangen: juist tegenover zijn bed.</p>
-
-<p>"Het is mooi, Grietje," zei hij. "Het is goed, aan iemands goede
-wenschen herinnerd te worden."</p>
-
-<p>"Ja," zei ik, "en het is ook <i>mijn</i> wensch, Daan. Ik denk, dat de
-oude ridder weinig vermoed zal hebben, dat zijn motto nog zóó zou
-voortleven. 't Is een woord van groote waarde."</p>
-
-<p>"Niet van zoo groote waarde, als vader's preek," zei Daan. "Maar het
-komt er mee overeen. <i>Komen</i> — <i>gaan</i> — <i>doen!</i> Nooit zal ik het
-vergeten!"</p>
-
-<p>Terwijl mijn hart klopte van aandoening, zei ik: "En ik geloof, Daan,
-dat, als wij deze bevelen getrouw opvolgen, onze Koning eens tot ons
-zeggen zal, wat de koning zei in het verhaal van tante Marie:</p>
-
-<br>
-<center class="smallcaps">Semper Fidelis, Semper Paratus.</center>
-<br>
-<br>
-<br>
-<center>EINDE.</center>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<div class="notebox fontsize80">
-Transcriber's Notes:
-<br>
-<div class="indent02">
-<br> Dit boek bevat een aantal zetfouten.
-<br> De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd:
-<br>
-<br> [en zie toen van ja.] —> [en zei toen van ja.]
-<br> [Allex vroeg haar,] —> [Alex vroeg haar,]
-<br> [omdat ze zelf ook haast niet hebben] —>
-<br> [omdat ze zelf ook haast niets hebben]
-<br> [Toen het Woendag] —> [Toen het Woensdag]
-<br> [beloofde tante, er overwijld] —>
-<br> [beloofde tante, er onverwijld]
-<br> [al ik goed oppaste.] —> [als ik goed oppaste.]
-<br> [dat hij nauwlijks meer] —> [dat hij nauwelijks meer]
-<br>
-<br> Een inhoudsopgave is toegevoegd.
-<br> Enkele leestekens zijn toegevoegd maar verder niet vermeld.
-</div>
-<br>
-</div>
-
-
-
-
-
-
-
-
-<pre>
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Wij en ons ezeltje, by Amy le Feuvre
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WIJ EN ONS EZELTJE ***
-
-***** This file should be named 50733-h.htm or 50733-h.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/0/7/3/50733/
-
-Produced by R.G.P.M. van Giesen
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
-
-
-</pre>
-
-</body>
-</html>
+<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"> +<html> +<head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=UTF-8"> + <title>WIJ EN ONS EZELTJE</title> + + <style type="text/css"> + + BODY {margin-left: 10%; margin-right: 10%} + + p {text-indent: 2%} + + .p_no_indent {display: block; + margin-top: 0.5em; + margin-bottom: 0.5em; + margin-left: 0; + margin-right: 0;} + + sup { + vertical-align: super; + font-size: 50%; + } + + sub { + vertical-align: sub; + font-size: 50%; + } + + body {margin-left: 10%; margin-right: 10%;} + + .standard {font-size: 100%; font-weight: normal;} + + .indent02 {margin-left: 2%; margin-right: 10%;} + .indent10 {margin-left: 10%; margin-right: 10%;} + .indent20 {margin-left: 20%; margin-right: 10%;} + .indent30 {margin-left: 30%; margin-right: 10%;} + .indent50 {margin-left: 50%; margin-right: 10%;} + .indent60 {margin-left: 60%; margin-right: 10%;} + + .fontsize80 {font-size: 80%;} + .fontsize60 {font-size: 60%;} + .fontsize133 {font-size: 133%;} + + /* for big and small caps on one line. Usable as class in a 'span' tag around text or in the 'p'/tag */ + .smallcaps {font-variant: small-caps;} + + /* use for Transribers Notes and such */ + .notebox {margin-left: 10%; margin-right: 10%; margin-top: 5%; margin-bottom: 5%; padding: 1em; border: solid black 1px;} + + </style> + + +</head> +<body> +<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 50733 ***</div> + +<a name="cover"></a> +<center><img src="images/01_cover.jpg" alt="[Illustratie: kaft voorkant" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"></center> +<center>[Illustratie: kaft voorkant]</center> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<center><h2>WIJ EN ONS EZELTJE.</h2></center> +<br> +<br> +<br> +<br> + + +<center> +<h1>WIJ EN ONS EZELTJE</h1> +<h3>Uit het Engelsch van AMY LE FEUVRE</h3> +</center> + +<center> +<h3><span class="fontsize80">DOOR</span> SILVANUS.</h3> +</center> +<br> +<br> +<br> + +<center> +<a name="02_logo"></a> +<img src="images/02_logo.jpg" alt="[Illustratie: logo]" style="width:100%; height:auto; max-width:77px;"> +</center> + +<br> +<br> +<br> + +<center>'s-GRAVENHAGE — D. A. DAAMEN.</center> + +<br> +<br> +<br> +<h3 align="center">Inhoudsopgave</h3> +<hr width="25%" align="center"> +<table align="center" width="80%" summary="contents"> + +<tr> +<td align="right" valign="top">I. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter01">HOOFDSTUK I</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">II. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter02">HOOFDSTUK II</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">III. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter03">HOOFDSTUK III</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">IV. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter04">HOOFDSTUK IV</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">V. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter05">HOOFDSTUK V</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">VI. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter06">HOOFDSTUK VI</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">VII. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter07">HOOFDSTUK VII</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">VIII. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter08">HOOFDSTUK VIII</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">IX. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter09">HOOFDSTUK IX</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">X. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter10">HOOFDSTUK X</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XI. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter11">HOOFDSTUK XI</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XII. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter12">HOOFDSTUK XII</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XIII. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter13">HOOFDSTUK XIII</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XIV. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter14">HOOFDSTUK XIV</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XV. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter15">HOOFDSTUK XV</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XVI. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter16">HOOFDSTUK XVI</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XVII. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter17">HOOFDSTUK XVII</a></td> +</tr> +</tbody></table> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter01"></a> +<center><img src="images/03_hoofdstuk1.jpg" alt="[Illustratie]"style="width:100%; height:auto; max-width:414px;"></center> +<h3 align="center">HOOFDSTUK I</h3> + +<p>Natuurlijk zeggen de jongens, dat ik het weer niet klaar zal spelen. +Maar ik zeg van wel. Moet u weten, we zijn in een dorp beland, waar +alles vreemd en nieuw is, en daar is dus heel wat van te vertellen. +Nu zegt Daan wel, dat iedereen, die schrijft, een kwast is; en Alex, +dat ik alleen over mezelf zal schrijven, maar dat heeft geen nood; +want er is heel wat belangrijkers te beschrijven, dan mezelf. +Bovendien, ik ben zelfs niet van plan, alleen op te schrijven, wat +wij gedaan en gezegd hebben, d'r zijn hier nog zooveel andere +menschen, waar ik wat van vertellen wil. 't Is wel gemakkelijk, +besluiten te nemen, maar ze uit te voeren, is moeilijker. Toch zal ik +het probeeren.</p> + +<p>En daarom zal ik maar eens beginnen met te vertellen, dat onze vader +Jan Hendrik Marjoribanks heet, en dat hij dominee is. Moeder is een +jaar geleden gestorven; liever schreef ik daar niet over, maar het +zal wel moeten. Het was toen ook zulk een vreeselijke tijd. Wij waren +heel arm, want vader was toen nog maar hulpprediker, en moeder kon +voor hem geen dikke winterjas koopen. Haar wintermantel versneed ze, +om er een voor mij van te maken, en toen zij op een bitter kouden +avond uitging om een zieke vrouw te bezoeken, keerde zij huiverend +van koorts terug; zij kreeg — ik weet heusch 't woord niet meer, +maar 't begon met een p. Haar longen waren aangedaan, en er moest een +verpleegster komen, die heel wat geld kostte; niemand van ons mocht +haar zien voor den laatsten dag van haar leven, toen ze ons bij zich +riep om afscheid te nemen. Ik kan daar niet meer over schrijven, het +maakt mij zoo bedroefd — wij hielden zoo veel van moeder. Zij zeide +mij, dat ik trachten moest, haar plaats in te nemen, want ik was haar +oudste dochter, en ik gevoel zoo, nooit, nooit zal ik het worden, +want ik ben zoo vergeetachtig en ik haat het naaiwerk. Om de +eenvoudigste dingen lach ik, iedereen kan me aan 't lachen maken, en +dat weten ze.</p> + +<p>Onze arme vader werd steeds bedrukter, en Mej. Glass, de vrouw van +onzen dominee, toonde zich een vreeselijke bemoeial. Haar kinderen +konden wij niet zetten; 't waren lastposten. Eens, toen we weer aan +'t vechten waren, zeiden ze: Jullie vader moet doen, wat onze vader +hem zegt, en als hij 't niet doet, wordt hij weggestuurd. Zij schenen +te denken, dat vader een soort knecht was; wij hebben ze eens goed de +waarheid gezegd, en daarna hebben we in geen vijf dagen een woord +tegen elkaar gesproken.</p> + +<p>Kort daarna kwam de blijde tijding: vader gaat naar den Rector van +Warlington, en dat beteekende: hij zou een eigen kerk en een eigen +huis krijgen. Wij zouden verhuizen!</p> + +<p>Een verhuizing is 't mooiste, wat je kunt beleven. Twee keer waren we +al verhuisd, en we zouden 't elk jaar wel willen. Ditmaal was het +niet zóó gezellig meer als vroeger, omdat moeder er niet meer was. +Tante Caroline kwam nu eens kijken.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/04_maaltijd.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:252px;"></center> +<br> + +<p>Nog denk ik met genot terug aan die dagen; den laatsten dag, toen +onze maaltijd op een kist werd opgediend en overal de grootste herrie +heerschte, en alle kamers zachtjesaan leeg raakten, vond ik vooral +verrukkelijk.</p> + +<p>Tante Caroline trok mee naar de nieuwe woning, en zij is nu nog bij +ons. Zij is een eigen zuster van vader, heel vriendelijk en nog al +druk. Onze overtocht per spoor duurde lang; wij hadden vlak bij +Londen gewoond, en ons nieuwe huis stond in Lincolnshire. Toen we +aankwamen, waren we allen van vermoeidheid in slaap gevallen. +Misschien is het beter, nu eerst wat van onszelf te vertellen, dan +wat van het huis, en dan mijn eigenlijke verhaal te beginnen.</p> + +<p>Daan is de oudste, hij is 13 en Alex 12 jaar. Zij doen altijd alles +samen, Daan heeft de leiding, en gewoonlijk is Alex het met hem eens, +nadat hij er eerst flink met hem over getwist heeft. Iedereen vindt +hen knappe jongens. Ik ook wel, maar als de menschen tegen vader +zeggen: Wat flinke jongens! Zulke kleine meneertjes al! — dan schudt +hij het hoofd. Na hen volg ik. Ik ben de leelijkste van de familie. +Ik heb roodachtig haar, een bleek gezicht en groenachtig-bruine +oogen. Heelemaal rood is mijn haar niet; d'r zijn d'r wel rooder. De +jongens zeggen, dat roodharige menschen altijd leelijk zijn. Meer zal +ik over mezelf niet zeggen; alleen nog dit eene, dat ik +boekenschrijfster wil worden, en daarom er nu vast mee begin. Ik heet +Grietje. Is 't geen vreeselijke naam? Ik heb hem van een oude tante, +die mijn peettante was. De jongens noemen mij natuurlijk Griet. Je +kùnt geen schoonheid zijn met zoo'n naam, zei Daan eens tegen me, +toen ik hem vertelde zoo mooi te willen wezen als ons zusje Lena. +Neen, zei ik, maar als ik m'n oogen sluit, klinkt Grietje als een +grimmige oude vrouw met een baard onder d'r kin, en ik vrees, dat ik +óók zoo zal worden. Ik denk het ook wel, zei Daan, maar je behoeft +niet leelijker te zijn dan je verkiest. Je bent nu nog niet oud. +Ziezoo, dat is ten minste één ding om dankbaar voor te wezen: oud +ben ik nog niet.</p> + +<p>Lena is negen jaar, heel lief, en een echte dolle dries. Zij heeft +prachtig lang haar, dat in blonde golven neerhangt tot op haar +middel, en blauwe oogen. Onze jongste is Puf, oftewel onze baby. Zijn +eigenlijke naam is George, maar wij noemen hem Puf, omdat hij zoo +snel praat, dat hij tusschen de woorden blaast als een stoommachine, +en omdat hij stapt als een haan. Hij is pas 6 jaar en heeft altijd +een schortje voor, waar hij 't land aan heeft, en dat tracht los te +maken, zooveel hij maar kan. Wij hebben het nu met heel veel knoopen +van achteren vastgemaakt. Hij probeert het zooveel mogelijk vuil te +maken, maar als hij dientengevolge meer dan één schortje per dag +noodig heeft, krijgt hij geen suiker in z'n thee, en dat vindt hij +verschrikkelijk. Hij heeft een kroeskop, dikke wangen, stapt heel +zwaar en heeft dus heel wat schoenen noodig.</p> + +<p>Nu zal ik ons huis gaan beschrijven. 't Is een heerlijk huis, vlak +bij de kerk, omringd van vele huisjes met rieten daken. Onze poort is +naast die van de kerk, maar als we naar de kerk gaan, loopen we langs +een klein nauw paadje tusschen dichte heesters door, en dan komen we +door een nauw poortje op het kerkhof, vlak tegenover den ingang. Een +breed pad leidt van onze poort naar de huisdeur; aan dezen kant zijn +ook de stallen, een koetshuis met zolder en nog twee stallen voor +paarden. Wij hebben geen paard of rijtuig, maar er zijn daar +heerlijke plekjes om te spelen. Vóór ons huis is een groot grasveld +daar staat ook een prieel, en aan de eene zijde een groepje boomen; +verder nog struikgewas en bessenstruiken.</p> + +<p>Achter de keuken zijn twee grasvelden en daarachter loopt de +spoorlijn; ons huis ligt wat hoog, zoodat de tuin wat afloopt, +hetgeen heel geschikt is, om den trein te halen, als je wat laat +bent. Aan de andere zijde van 't huis zijn bloemperken, waarop vaders +studeerkamer uitziet. Achter de stallen is het werkhok en de +kippenren, staande tegen een dijkje, dat ons erf van den weg scheidt. +Ik ben niet heel sterk in beschrijvingen als deze, maar ik hoop, er +nu voldoende van te hebben gezegd.</p> + +<p>In ons benedenhuis hebben we de eetkamer, de zitkamer en vaders +studeerkamer. Een lange gang leidt naar de keuken. Boven hebben we +onze leerkamer, dan vaders slaapkamer, die van tante Caroline, en de +bergkamer. Ook hier weer een lange gang, aan het eind daarvan onze +slaapkamers en die van de dienstbode. Alex en Daan slapen samen in de +eene, Lena en ik in de andere kamer. Puf slaapt bij tante Caroline.</p> + +<p>In het gansche huis hangt een echt landelijke geur. Beschrijven kan +ik dien niet, wij hebben altijd in de stad gewoond, maar als ik m'n +oogen dicht doe, kan ik zeggen, waar ik ben, door den geur.</p> + +<p>De eerste weken na onze aankomst waren gezellig. Wij hielpen tante +Caroline met het plaatsen der meubelen, terwijl vader naar Lemworth +ging, een naburige stad, om er eenige nieuwe kleeden en enkele +nieuwe meubelstukken te koopen. Wij klapten in onze handen, toen wij +ze zagen, maar vader zei: Ach kinderen, hoe zou moeder dit verblijd +hebben! Toen ging hij naar z'n studeerkamer en sloot de deur, en wij +werden in eens stil.</p> + +<p>Ge hebt gezien, dat we met onze nieuwe woning bijzonder in onze +nopjes waren; 't was ook alles zoo nieuw voor ons, en we konden +nauwelijks gelooven, dat dit alles nu voor ons was.</p> + +<p>Wij zijn hier begin Juni gekomen, we hebben onophoudelijk aardbeien +gegeten en morgen is het Juli! Gisteren hadden we onzen eersten +regendag, en zijn we allemaal in de leerkamer gebleven; we begonnen +met een praatje over onze lessen. Daan en Alex moeten elken dag 3 +mijlen loopen naar den dominee van het naastbijzijnde dorp; die +dominee geeft zijn eigen kinderen en enkelen anderen les. Zij blijven +daar dan eten, en keeren pas op het theeuurtje terug. Lena en ik +nemen les van tante Caroline; ik geloof, dat tante niet heel secuur +is, maar zeker weten doe ik 't niet. Zij en tante Marie komen bij +beurten vaders huishouding waarnemen. Zij wonen dicht bij Londen; van +tante Marie houden we erg omdat zij vaak spelletjes met ons doet en +verhaaltjes vertelt; pas in den herfst is het haar beurt om te komen, +dat duurt dus nog even.</p> + +<p>"Ik vind zes mijlen per dag loopen een vervelend baantje," zei Daan, +en wierp z'n lei driftig op tafel; "wij moesten een fiets hebben, dan +zou 't makkelijker gaan." "Die zullen we nooit krijgen," zei Alex, +"zoolang we zoo arm blijven. Als ik ouder word, zal ik gaan sparen, +voor ik trouwen ga, en dan geef ik ieder van m'n jongens een fiets, +als ze zes jaar zijn." "Hoe leg je dat aan?" vroeg Daan. "Zeker niet +door hard te werken."</p> + +<p>"Ik ga goud, of diamanten, of petroleum zoeken," zei Alex. "Kan niet +schelen wat, maar dà t is <i>je</i> manier om geld te verdienen." Toen +Daan weer: "Maar goud en diamanten spuiten den grond niet uit, als +jij voorbij komt." "Dat niet, maar ik zal ze onverwacht ontdekken." +"Ik wou, dat we een klein ponykarretje konden houden," zei ik. +"Gisteren zag ik er een rijden door ons dorp, met zoo'n aardigen +pony, bestuurd door een klein meisje in 't blauw en met een witten +stroohoed op."</p> + +<p>"Pony's kosten veel geld," zei Alex. "Een oude ezel zou niet kwaad +zijn; hij zou ons in een wip naar school brengen."</p> + +<p>"Ja," riep ik verheugd uit, "en ik zou iederen morgen met jullie mee +gaan om hem weer terug te brengen, omdat we hem hier overdag wel eens +noodig konden hebben, en dan ga ik jullie 's middags weer met hem +halen."</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/05_boek.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:279px;"></center> +<br> + +<p>Daan gooide z'n boek naar mijn hoofd; ik ving het op en wierp het +terug; 't was goed raak. Gevolg: een geregeld bombardement van +boeken, totdat tante Caroline in de deur verscheen en ons beval, op +te houden. Toen begonnen we weer over onzen ezel te denken, en we +besloten te gaan sparen, om er een te koopen. Wij beloofden elkaar +plechtig, geen cent meer te zullen uitgeven voor snoepgoed, zoolang +niet genoeg geld bijeen was, om een ezel te koopen.</p> + +<p>"Als we geen karretje kunnen koopen, zullen we hem bij beurten +berijden," stelde Alex voor. Toen nam Puf het woord:</p> + +<p>"Ik ga ook sparen, en dan koop ik een renpaard, dat is heel wat beter +dan een oude ezel." "Kun jij zes mijlen lang op een paard zitten, jij +kleine vent?" vroeg Daan. Puf wond zich op: "Een oude ezel weet niet, +hoe ie loopen moet; en rennen kan ie heelemaal niet, ik hou van +rennen, en ik wil niet op een ezel zitten, en ik geef mijn geld niet +voor zoo'n sukkel, en ik...." "Hou op!" riep Daan, "jou kleine +windhapper, of we zullen je vierkant uit 't raam zetten. Nou, jongens +hoeveel geld hebben we samen? Ik zal penningmeester zijn; vlug wat!"</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/06_spaarpot.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:219px;"></center> +<br> + +<p>Daan had nog niet uitgesproken, of Lena en ik vlogen al naar ons +kamertje, om onze beursjes te halen. Lena had 5 ½ cent, ik 9 +dubbeltjes. Wij gaven dit bedrag aan Daan, die het geld in z'n +spaarpot deed. Daarna nam hij uit zijn beurs 65 cent, terwijl Alex +met smart beleed, dat ie geen cent bezat. Toen werd Puf bevolen twee +centen af te staan, hetgeen hij al huilende deed, en telden we ons +gezamenlijk bezit: één gulden, 62 ½ cent. Niet veel, om een ezel +voor te koopen!</p> + +<p>"Wij moeten probeeren, er wat geld bij te verdienen," sloeg ik voor. +"Dat is nog zoo gek niet," zei Daan, "en ik heb er al over gedacht, +hoe." "Dat heb ik ook," zei ik snel, "maar ik zeg het je niet, wel de +volgende week, het is o zoo leuk."</p> + +<p>Lena was bezig de kamer rond te hinken; even hield ze stil. "Ik wou +dat we konden bedelen," zei ze. "Er is geen politie, om ons het te +beletten." Daan sprak: "Alsof wij in onzen stand konden bedelen!" +Daan is heel trotsch op "onzen stand". Ik vroeg hem eens, van welken +stand wij waren. Van den tweeden, zei hij; de groote heeren en dames +zijn van den eersten; maar ik herinnerde hem, dat moeders grootmoeder +Mevrouw Louise werd genoemd, en wij dus ook tot den eersten stand +behoorden. Hij zei toen, dat we van gekruist ras zijn. Ik weet niet, +wat dat beteekent.</p> + +<p>"Misschien zal vader ons een ezel geven, als we hem er om vragen," +zei Lena; "hij is nu veel rijker. Ik zal hem er over spreken." Ze +rende de kamer uit. Vader is dol op Lena; nooit bromt hij op haar, +als ze op zijn studeerkamer komt. Wij wachtten in spanning; ze kwam +met een lang gezicht terug. "Vader zegt, dat de verhuizing zooveel +geld heeft gekost, dat hij nauwelijks al z'n rekeningen kan betalen." +"'t Is ook veel aardiger als wij zelf den ezel kunnen koopen," zei +Daan. Opeens riep Alex: "Ik heb een eenig plan, om geld te +verdienen." "Dan hebben we nu drie plannen," merkte Daan op; "laten +we elkaar daar nu niets van vertellen, dan komen we vandaag over een +maand hier weer bij elkaar,' en tellen we onze verdiensten. Lena, jij +moet nog een plannetje verzinnen, om geld te verdienen." Zij schudde +lachend het hoofd: "Ja, ik weet al wat, en ik vertel het ook aan geen +mensch."</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/07_puf.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:286px;"></center> +<br> + +<p>De vergadering werd besloten met een harddraverij om de tafel, totdat +tante Caroline weer verscheen, om ons het te verbieden. Toen Puf dien +avond naar bed ging, vroeg ie aan vader, of God soms ook geld had. +Puf doet altijd van die wonderlijke vragen, en vader geeft hem altoos +ernstig antwoord, hij zal hem nooit uitlachen.</p> + +<p>"God is heel rijk, is 't niet vader?"</p> + +<p>"Alle dingen in hemel en op aarde zijn van Hem," antwoordde vader.</p> + +<p>Puf ging heel gelukkig naar bed, maar eerst stak hij zijn hoofd nog +even bij ons door de deur; "ik heb een heel mooi plan," zei hij. En +wij lachten allemaal, omdat wij wel konden gissen, wat het was.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter02"></a> +<center><img src="images/08_hoofdstuk2.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:465px;"></center> +<h3 align="center">HOOFDSTUK II</h3> + +<p>Wij hebben twee weken vacantie, voor wij aan de lessen beginnen, en +dan duurt het nog maar enkele weken, en wij hebben weer vacantie, de +groote zomervacantie, die einde Juli begint.</p> + +<p>Ik verlang er naar te beginnen met mijn plan om geld te verdienen, en +ik denk er vandaag maar een aanvang mee te maken. Ik wou er eerst +niets van zeggen, maar ik heb toch vader eerst maar verlof gevraagd, +en hem gezegd, dat hij er niets van aan de anderen moet zeggen. Lena +kan nooit een geheim bewaren; vanmorgen al, toen ze nog in bed lag, +wilde ze mij al vertellen, wat ze doen ging, maar ik stopte mijn +vingers in mijn ooren, zoodat ze kon zien, dat ik het toch niet +hooren wou. Ik geloof stellig, dat we ons geheim niet lang zullen +bewaren; dat spelen we nooit klaar. Was het nu nog één geheim, maar +'t zijn er vijf, en die houden we onmogelijk stil.</p> + +<p>Vandaag is 't Zaterdag. Tante Caroline houdt elken Zaterdagavond een +huisgodsdienst voor den Zondag, en daar gaan we allen heen. Dat +geschiedt in onze mooie oude kerk; tante Caroline bespeelt dan het +orgel, en wij vormen het koor; Daan noemt het een gekras van belang.</p> + +<p>Nu is er een oude man, die als voorzanger dienst doet, en de +antwoorden opzegt, als niemand ze weet. Hij heeft een foei-leelijke +stem, en zingt altijd een heel eind achter. Hij heet Nathan Porter. +Verleden Zaterdag zei Daan tegen hem: "Kijk es, u moet niet zoo hard +zingen, wij kunnen 't best af. Ik denk, dat u wel vermoeid zult zijn +van 't zingen. Waarom gaat u niet midden in de kerk zitten, met een +kussen in uw rug?" De oude man was beleedigd en stampte met zijn stok +op den vloer: "Jongetje, ik ben hier spijkervast huisraad; jelui +doortrekkend volk gaat voorbij als het gras. Ik ben hier al veertig +jaar voorzanger, en nog niemand heeft mij ooit van hier willen jagen. +Ik zing hier al van dat ik knaap was, en ik zal zingen blijven, tot +dat ik naar het koor hierboven ga, en dan zal ik dáár zingen." Daan +voelde zich terechtgezet, en zei geen woord meer.</p> + +<p>Ook een kreupele jonge kleermaker, en de onderwijzeres, en vier +schoolkinderen doen aan den kerkdienst mee. Ik houd erg van de +kooroefeningen, maar de jongens niet. Zij hadden vanmiddag liever +gecricket in 't veld. Vreeselijk verhit kwamen zij aanhollen, toen 't +tegen 4 uur liep, en in de grootste haast werden de handen +gewasschen. De kerk was koel, na het voortdurend gejakker in 't land.</p> + +<p>In de kerk is één geschilderd raam; de andere ramen zijn gewoon, en +je kunt de wuivende boomkruinen, en de blauwe lucht er door zien. Het +maakt je aan 't droomen, als je dat ziet, terwijl je zit te zingen. +Soms vergeet ik waar ik ben, en dan stooten de jongens mij aan en +fluisteren: "Word wakker, Griet, kijk, een wesp!" Zij weten wel, hoe +bang ik voor wespen ben; en dan schreeuw ik bijna luid van angst, en +zie, dat er niets is. Het is heel moeilijk, je altijd goed te houden +als er jongens bij zijn; zij maken je aan 't lachen en doen je 't +geduld verliezen. En ik wil me juist in de kerk zoo graag goed +houden, vooral als het een mooie dag is, en alles zoo rustig en stil +om ons heen. Als ik dan de gouden vlammen zie bij zonsondergang, en +de blauwe luchten en de rose wolken, dan komt er een lichte huivering +over me, en ik fluister in mezelf: "O God, maak mij goed! Maak mij +goed!"</p> + +<p>Daan en Alex zingen heel aardig; hun zang klinkt in de kerk als .... +ja, ik zou haast zeggen als een klok, maar er is nog een lieflijker +geluid: als ge met uw natgemaakte vingers langs den rand van een glas +wrijft! Vader zegt, dat ik ook geen slechte stem heb, maar 't haalt +toch niet bij die van de jongens. Moeder kon prachtig zingen — maar +ik zal over haar niet spreken, dat maakt me maar droevig — en dan +word ik boos op de jongens. Ik verwonder mij er vaak over, waarom het +nu zoo verkeerd is, om te schreien. Ik denk, omdat het te +kinderachtig is. Daan is altoos boos, als er een van ons schreit. Hij +zegt, dat het fijnste volk van de wereld de Amerikaansche Indianen +zijn; die lachen nog, terwijl ze onthoofd worden.</p> + +<p>Maar ik huil om de minste aanleiding; dan komen de tranen me in de +oogen en ik kà n ze niet tegenhouden. Zelfs de stemmen der jongens +bij de kooroefeningen maken me al bedroefd. Ik wou, dat ik een +Amerikaansche Indiaan was.</p> + +<p>Toen de kerkdienst afgeloopen was, bleef ik met tante Caroline nog +even in de kerk, om de zangboeken op te bergen, en toen kwam vader de +kerk binnen. Hij zag er opgewekt uit, liep naar een graftombe dicht +bij den preekstoel, en riep mij bij zich. In den grafsteen was de +figuur van een ridder gebeiteld; wij vinden het altijd zoo jammer dat +zijn neus kapot is, want het bederft z'n gansche gelaat. Maar vader +wees mij op eenige woorden, gegrift aan het voeteneind. "Grietje," +zei vader, "dat zijn nu de woorden, welke ik ook op mijn graf zou +wenschen, tenminste, als ik er naar geleefd heb. Lees ze mij eens +voor, kind." Ik las ze, hoewel ik ze niet begreep: "Semper fidelis, +semper paratus."</p> + +<p>"Altijd getrouw, altijd bereid," zei vader; "niet soms, Grietje. Hoe +weinigen van ons kunnen dat "semper" voor onze deugden plaatsen!"</p> + +<p>Ik begrijp vader niet altijd, maar ik zei niets, totdat de zon scheen +door het beschilderde kerkraam, en blauwe en roode stralen over den +ridder wierp. Toen glimlachte ik.</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/09_preek.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:463px;"></center> +<br> + +<p>"O, vader, wat is het toch een lief kerkje, en is u nu niet blijde, +dat dit alles aan u behoort? Het is toch allemaal van u, is 't niet?"</p> + +<p>Hij schudde zijn hoofd.</p> + +<p>"Het is niet mijn kerk, Grietje, maar die van mijn Meester."</p> + +<p>"Jawel, dat weet ik wel," zei ik langzaam.</p> + +<p>Toen zei vader op zachten toon, alsof hij tot zichzelf sprak in +plaats van tot mij: "Slechts rentmeester. En — van den rentmeester +wordt getrouwheid vereischt, semper fidelis."</p> + +<p>Tante Caroline kwam bij ons. "'t Is theetijd, Grietje, kom, mee naar +binnen." Ik ging heen, spijtig, dat ik het heerlijk-koele kerkgebouw +alweer moest verlaten. Ik wou, dat we altoos buiten eten en drinken +konden. Thee is zomers zoo heet. Ik ging de eetkamer binnen. De +jaloezieën waren neer; de pas binnengebrachte theepot stoomde nog. +Alex was bezig met de vliegen te verdrijven van onze boterhammen; +Daan leerde Puf op z'n hoofd loopen, en Lena was nergens te zien.</p> + +<p>Ik zou ze net gaan zoeken, toen ze de kamer binnenholde. Heur haar +hing los, haar gezicht was erg verhit en haar schortje vuil als roet. +Ze danste de kamer door en zong zoo hard als ze kon: "Hoerah! Ik heb +het gedaan!" Toen stond ze plotseling stil en liet een kwartje zien. +"Mijn eerste winst," riep ze uit; "ik ben jelui allemaal voor!"</p> + +<p>Ik ging naar haar toe en zei: "Ik weet wat je hebt gedaan, ik kan 't +aan je ruiken." "Zeg het nu maar niet! Vang 'm, meneer de +penningmeester! Ik ga me wasschen." Zij huppelde de kamer uit, Puf +keek me ernstig aan.</p> + +<p>"Zij heeft suikergoed in de keuken gemaakt." De jongens begonnen te +lachen.</p> + +<p>"Makkelijk genoeg, haar geheim uit te visschen, maar ik zou wel es +willen weten, wie er haar geld voor geeft," zei Daan. Ik antwoordde: +"Misschien vader of tante Caroline. Maar laten we daar nu niet naar +raden, totdat ze 't ons zelf vertelt. Dat zou niet in den vorm zijn." +"In den vorm" is een woord van Daan; hij zegt het heel veel.</p> + +<p>"Het is niet in den vorm, een kwast te wezen," zei hij.</p> + +<p>"Dà t weet ik evengoed als jij."</p> + +<p>"Dan ben je 't niet, Griet!"</p> + +<p>Toen kwam tante Caroline binnen, en wij eindigden ons getwist.</p> + +<p>Toen tante Caroline goed en wel gezeten was, schonk ze thee voor ons +in; daar verscheen Lena, blinkend van frischheid, nu ze zich eens +terdege had gewasschen. Maar nog was haar gezicht opgezet, zoodat +tante uitriep: "Kind, wat zie je er uit!" Ze leek ook wel wat op een +gekookte kreeft. "Ik heb zoo hard gewerkt," zeide ze; "ik zou voor +geen duizend gulden kok willen wezen!"</p> + +<p>Vervolgens kwam vader binnen; hij drinkt altijd gelijk met ons thee; +maar zijn eigenlijk avondeten gebruikt hij nooit vóór 8 uur; dan +eet hij met tante Caroline samen. Geen van ons had veel trek in thee; +ze was zoo heet, en er was alleen brood met boter, niet eens bisquit, +geen jam en geen aardbeien. Natuurlijk hebben we die lekkernijen niet +iederen avond.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/10_bad.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:269px;"></center> +<br> + +<p>Na het theedrinken gingen de jongens den tuin in, terwijl ik tante +Caroline hielp met het klaarleggen van al onze Zondagsche kleeren, en +het verstellen van eenig ondergoed. We hebben slechts twee +dienstboden, de keukenmeid en Emma; die kunnen dus het verstellen van +ons goed er niet bij hebben. Emma helpt Puf bij z'n bad, waarbij hij +danst en springt en soms over z'n hoofd buitelt in 't water, onder +veel geschreeuw en drukte. Lena is trotsch op haar verdiende kwartje. +Ik kan vóór Dinsdag a.s. niets verdienen, maar dan zal het ook raak +zijn. En nu moet ik met schrijven eindigen, want ik ga naar bed.</p> + +<p>Lena kwam juist naar me toe en zei: "Griet, raad eens, hoe ik dat +kwartje heb verdiend." Ik zei haar, dat het een geheim moest blijven. +"Jawel," zei ze, "maar jij kunt toch wel een geheim bewaren, is 't +niet?" "Ik weet, dat je je borstplaat hebt verkocht, maar ik weet +niet, aan wie. Misschien aan Emma, zij is dol op zoet goed." "Emma! +Alsof ik van haar een kwartje zou aanpakken! Neen, niemand hier in +huis gaf het mij, maar een heel voornaam persoon." Dit maakte mij +nieuwsgierig, doch ik wou het haar niet laten merken. "Vader wil niet +hebben, dat je je suikergoed aan vreemden verkoopt," zei ik. "'t Is +geen vreemdeling," en toen, fluisterend aan mijn oor: "mejuffrouw +Ribbon. Zeg het niet tegen de jongens."</p> + +<p>Ik schrok. Mej. Ribbon is een beste vriendin van ons, hoewel we haar +nog niet lang kennen. Zij is eigenares van den dorpswinkel, en is +heel dik en heel vriendelijk. Zij heeft een grooten zoon, die dikke +vrienden is met Emma. Hij heeft een paar dichtregels geschilderd +buiten de winkeldeur, een heel aardig versje:</p> + +<pre class="indent10"> + Wie hier eens komt, die komt terug, + Hij wordt geholpen goed en vlug. +</pre> + +<p>Mejuffrouw Ribbon heeft van alles in haar winkel. Alex ging naar haar +toe, en vroeg een Braziliaanschen postzegel, hij verzamelt +postzegels. Zij zei, dat ze hem binnen een week zou hebben, er waren +postzegels besteld. Wij geloofden haar niet, doch op een Dinsdag, als +het marktdag te Lemworth is, stuurde ze haar zoon naar een grooten +boekwinkel daar, en hij kwam terug, niet alleen met een +Braziliaanschen postzegel, maar ook met vele andere, zoodat Alex +langen tijd keuze had. Later ging Daan er heen en vroeg naar een +witte muis. Zij ging naar de stad en bracht er een voor hem mee; ik +zei hem, dat ze een gewone muis had gevangen en die wit geverfd had. +Maar hij geloofde het niet; 't eenige lastige was, dat zij er meer +geld voor vroeg, dan hij bezat. Later merkten we, dat Tom, zoo heet +de zoon van juffrouw Ribbon, een groote menagerie in den tuin had: +duiven, kanarievogels, honden, katten enz.</p> + +<p>In juffrouw Ribbon's winkel hangt zoo'n heerlijke geur. Van alles +ruik je er; Daan zegt, dat het een mengsel is van zeep, uien, stroop +en koffie. Ik vind het meer een mengsel van zwavel, spek, appels, en +kaas. Alex vindt het meer ruiken naar suiker, kool, vet en leer. +Altoos helpt juffrouw Ribbon met een vriendelijken glimlach haar +klanten, nooit verliest ze haar hoofd bij de zoo verschillende +boodschappen. Deze moet pepermunt hebben, die worst, een ander zes el +katoen, weer een ander een kookpan, kopjes en schoteltjes, dan weer +touw, veters, inkt, huismiddeltjes, rapen, bisquit, te veel om op te +noemen; altoos weet ze het precies te vinden. Ik zei haar eens, dat +winkel houden mij een heel zenuwachtig werkje leek, want je krijgt +zooveel menschen, die zelf niet weten, wat ze moeten hebben. "Niets +erg," zei ze, "ik weet beter wat ze noodig hebben, dan zij zelf." +Daaruit blijkt, dat ze een knappe vrouw is.</p> + +<p>"Kocht juffrouw Ribbon je borstplaat?" vroeg ik aan Lena. "Ja, ik gaf +het haar, en vroeg, of ze 't niet kon gebruiken; ik vertelde haar, +dat ik wat geld moest verdienen. Dat vond ze heel lief; ze kocht het +van me en beloofde Woensdag nog meer van me te zullen koopen."</p> + +<p>Ik werd een beetje jaloersch. Wij hebben van jongsaf altoos zelf onze +borstplaat gemaakt. Lena heeft het van mij geleerd. Natuurlijk was +het slim van haar, om er aan te denken, het te gaan verkoopen; maar +toen juffrouw Ribbon het eenmaal wilde koopen, was er voor haar geen +kunst meer aan. En als ik er nu aan denk, wat mijn plannen zijn .... +maar ik zeg er niets van, want de jongens mochten dit dagboek eens in +handen krijgen.</p> + +<p>"Ik weet niet, of tante Caroline wel goed vindt, dat jij alle boter +en suiker daarvoor gebruikt," zei ik een beetje gemelijk.</p> + +<p>"O, dat maakt de keukenmeid wel in orde, zij heeft al gezegd, dat zij +er voor zorgen zou. Van elke 25 centen, die ik verdien, geef ik er +haar vijf en zij kan er meer boter voor koopen, dan zij noodig +heeft!"</p> + +<p>"Ik geloof er niets van, dat zij jou elken dag in de keuken wil +hebben," zei ik.</p> + +<p>"Dat zal ook niet elken dag gebeuren, maar de keukenmeid heeft +gezegd, dat zij, zoo dikwijls als ik het maken wil, me zal helpen."</p> + +<p>Ik wist, dat dit waar was, want Lena speelt het met iedereen klaar +door haar mooipraterij. Ik begrijp niet, hoe ik zoo verkeerd kwam, +maar 't was nu eenmaal zoo, en toen werd ik nijdig op mij zelf, dat +ik zoo nijdig was, en werd dus nog nijdiger. Lena was zóó akelig +met zichzelf ingenomen, dat zij d'r mond er niet over kon houden.</p> + +<p>"Niemand van jelui is nog begonnen met wat te verdienen," zei ze, "ik +ben jelui allemaal voor."</p> + +<p>"Ga toch naar bed," schoot ik uit, "je bent zoo lastig en druk, dat +ik niet eens rustig kan schrijven."</p> + +<p>Zij liep de kamer uit en schold mij uit voor zeurkous. Ik zal ook +maar naar bed gaan; toch ben ik een beetje huiverig om zoo boos in te +slapen. Wij hebben eens een verhaal gehoord van een jongen, die z'n +zuster niet wou vergeven, voor zij ging slapen; maar zij werd niet +weer wakker: zij stierf van hartzeer.</p> + +<p>Ik ben blij, dat 't morgen Zondag is; dan kan niemand van ons geld +verdienen, en dus behoeven we elkaar daarover dan ook niet in 't haar +te vliegen. Daar houd ik trouwens toch niet van; wij hebben allen +noodig, dat we vrede met elkaar houden.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter03"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK III</h3> + +<p>Een gansche week lang heb ik niets geschreven, dus mag ik nu wel eens +spoedig aan 't werk. 'k Zal eerst maar eens wat vertellen van +verleden Zondag.</p> + +<p>Bij het ontbijt krijgen we Zondagsmorgens allemaal een gekookt ei; +dat is het eerste pleizier van den dag, ongerekend nog het genot der +Zondagsche kleeren. Lena en ik zijn dol op witte jurken, en daar we +nu juist uit den rouw zijn, kunnen we ze mooi dragen. Ook onze hoeden +zijn wit, met witte linten. Lena lijkt Zondags wel een engel; als ze +vleugels had, zou ze er bepaald een wezen. En het dragen van +Zondagsche kleeren stemt je ook zoo opgewekt.</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/11_kaal.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:197px;"></center> +<br> + +<p>We moeten Zondags heel vlug ontbijten, omdat tante Caroline naar de +Zondagsschool moet. Nog vóór kerktijd is ze terug, om met ons ter +kerk te gaan. Verleden Zondag was het verschrikkelijk warm, en de +brandende zonnestralen door de groote kerkramen maakten het +daarbinnen benauwd. Leuk was het, toen de zon het kale hoofd van een +boer ging plagen; hij sloeg met z'n zakdoek over z'n hoofd, als zaten +er vliegen, eindelijk spreidde hij z'n zakdoek geheel over z'n hoofd +uit, en had toen zóó 'n koddig voorkomen, dat ik 'n vreeselijken +toer had, om niet in lachen uit te barsten. Ten slotte kon ik het +niet meer uithouden, en proestte het zóó hard uit, dat vader +ophield met preeken en mij strak aankeek. Wat had ik het toen te +kwaad; m'n oogen stonden vol tranen, en ik kon het toch heusch niet +helpen, ik had alles gedaan om niet te lachen. Eindelijk ging vader +weer voort, en luisterde ik met aandacht naar hem. Want vader preekt +heel mooi, altijd vertelt hij wat nieuws uit den bijbel.</p> + +<p>Hij begon met de geschiedenis van den hoofdman over honderd, en sprak +daarbij over deze woorden: "Ik zeg tot dezen: ga, en hij gaat, en tot +genen: kom, en hij komt, en tot een anderen: doe dit, en hij doet +het." Vader zei, dat dit het voorbeeld was voor een goeden +dienstknecht. En toen zei hij, dat Jezus Christus ook tot ons die +drie woorden spreekt, maar dan in deze volgorde: Kom, ga, doe. Zoo is +ons Christelijk leven. Wij moeten komen, vóór wij kunnen gaan, om +te doen. Wij moeten komen, en onszelf als dienstknechten van Jezus +opgeven, opdat Hij onze zonden vergeve en ons tot Zijn eigendom make; +en wij moeten gaan, om anderen van Hem te spreken, eerst onze +vrienden, en dan hen, die Jezus niet kennen. Sommigen moeten daarvoor +ver van huis, en vader vertelde hierbij van de zendelingen; anderen +moeten in hun eigen omgeving doen, wat Jezus hen geboden heeft.</p> + +<p>Elk woord van de preek heb ik begrepen, en zelfs de jongens zaten te +luisteren, omdat vader het een preek over soldaten noemde, en de +jongens zijn dol op soldaten.</p> + +<p>Toen we uit de kerk kwamen, was ik heel stil. De jongens vroegen, of +ik aan 't tobben was over mijn geheim, maar ik zei hun van niet.</p> + +<p>Na het middageten gingen we allen naar het veld, om er de vragen en +antwoorden uit onzen catechismus te leeren. Tante Caroline ging weer +naar de Zondagsschool, maar vader kwam naar ons toe, ging in een +gemakkelijken stoel onder de olmen zitten, en overhoorde ons de +geleerde vragen. Toen dat afgeloopen was, gingen de jongens weg, en +Lena ook, maar ik bleef, want ik hoopte, dat vader nog wat over zijn +preek zou zeggen. Hij deed het al dadelijk; hij legde zijn hand op +m'n schouder, en vroeg: "Heb je naar de preek geluisterd, Grietje?"</p> + +<br> +<center><img src="images/12_vragen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:421px;"></center> +<br> + +<p>"Ja, vader." "En welke van de drie bevelen heb je nu gehoorzaamd? Ben +je op weg, om een van Christus' trouwe volgsters te worden?" Ik +antwoordde beschroomd: "Ik denk <i>komen</i>." Vader zei niets. En ik +vervolgde: "Maar ik begreep niet goed het <i>gaan</i>. Ik kan toch niet +de geheele wereld doorgaan, en het Evangelie brengen!" Vader sprak: +"Ik heb gehoord, dat tante je gevraagd heeft, of je haar niet kunt +helpen in de Zondagsschool; ik dacht, je zoudt daarheen kunnen gaan." +"Maar vader," riep ik uit, met verbaasde oogen hem aanstarende, "daar +ben ik toch veel te jong voor; de jongens zouden zeggen, dat ik dan +nog verwaander was dan ooit, ze noemen me nu al altoos verwaand."</p> + +<p>"De vraag is maar, waar je 't meeste om geeft: het bevel van Jezus of +de jongens." Ik liet mijn hoofd hangen; toen opeens viel ik uit: "Een +kwast te heeten, is niet in den vorm." Vader lachte luid. En ik +voegde er haastig aan toe: "Ik vind zelf, dat zulk werk voor mij te +verwaand zou staan." "Heel wel," zei vader, "ik zal er niets meer +over zeggen."</p> + +<p>Ik voelde mij ver van gelukkig. Net kwam Puf aan en klom op vaders +knie; ik ging weg, liep naar de leerkamer en nam een boek uit onze +"Zondagsche" verzameling. Ik las door tot theetijd. Werkelijk, ik +kà n nog geen klas onderwijzen. Ik zou niet weten, wat ik zeggen +moest; bovendien, de kinderen kijken je zoo aan, en Daan zou me maar +uitlachen.</p> + +<p>Na de thee gingen we naar de avondkerk, maar ik was al bang, niet +veel aandacht voor de preek te zullen hebben. En toen wij den +avondzang gingen zingen, voelde ik de tranen opkomen, omdat ik wist, +dat ik een lauw hart heb.</p> + +<p>Ik was maar wat blij, toen 't weer Maandag was, omdat ik dan heel wat +te doen had voor onze vergadering op Dinsdag. Alex vroeg vader bij +het ontbijt, of hij den ganschen dag mee uit hooien mocht met +Cummins, dat is de boer, die vaders land verzorgt. Als Cummins hem +mee hebben wou, vond vader 't goed.</p> + +<p>Ik beneed Alex, omdat ik er ook zoo van houd, om mee uit hooien te +gaan. "Je maakt er een mooi lui dagje van, terwijl je zorgen moest om +je plan uit te voeren," zei ik hem. "Sluit je op, ouwe Griet!" riep +hij, en rende lachend weg. Daan keek hem een oogenblik na, alsof hij +ook mee wou. "Ik ga hard aan 't werk," zei hij, "mijn plan is rijp om +vandaag uit te werken."</p> + +<p>"Morgen zal 't mijne rijp zijn," zei ik, en ging den tuin in, om met +den ouden Baldwin te praten. Dat is onze tuinman. Vroeger hadden we +geen tuinman, eenvoudig, omdat we geen tuin hadden. Het is een +alleraardigste oude man, maar hij wil van niemand bevelen hooren, +zelfs niet van vader.</p> + +<p>"De tuin is mijn werk," zei hij eens tot vader, "en preeken maken is +uw werk, en het is niet goed ze door elkaar te halen. U is er op +berekend om te preeken, ik om te tuinieren, en zoo weten we zelf onze +zaken het best."</p> + +<p>Altijd is hij gereed voor een praatje, en het spijt mij daarom +eigenlijk een beetje, dat ik hem iets van mijn plan heb verteld. Nu +weten vader en hij er allebei iets van; maar dat moet toch ook wel, +want anders kan ik het niet uitvoeren.</p> + +<p>Tegen etenstijd zei tante Caroline tegen me: "Griet, je moet eens +even soep brengen naar een arme vrouw, die een halve mijl buiten het +dorp woont. Je kunt Puf meenemen, een wandeling zal hem goed doen."</p> + +<p>"Och tante," riep ik teleurgesteld uit, "moet ik nu vanmiddag uit, ik +wou zoo graag wat in den tuin gewerkt hebben."</p> + +<p>"Ik heb gemerkt, Grietje, als ik je wat vraag voor mij te doen, dat +je dan altijd wat anders hebt te doen. Zoo vreeslijk is dat toch +niet, even een halve mijl te loopen, om soep bij een arme vrouw te +brengen! Ik kan zelf niet gaan, want ik heb met je vader nog een en +ander te bespreken."</p> + +<p>Ik trok een lip, en toen dacht ik in eens: dat kon nu wel dat "gaan" +zijn, waarvan vader sprak. In elk geval was 't prettiger dan het +onderwijzen in de Zondagsschool. Ik trachtte dus opgeruimd te kijken, +ging Puf halen, en begaf mij met hem op weg. Lena kwam net het hek +uit en riep juichend: "Hoera! Ik ga nog meer borstplaat maken! Ik zal +'t van jelui allemaal winnen, wat zijn jelui ook voor langzame +kinderen!" Terwijl ze dit zei, wond ze zich zóó op, dat ze van het +hekje, waarop ze was gaan staan, plat op den grond viel.</p> + +<p>"Hoogmoed komt voor den val," riep ik haar na, terwijl ze overeind +krabbelde en haar elleboog wreef. Toen rende ik met Puf weg.</p> + +<p>Hij was natuurlijk weer druk als twee. "Ik wil de volgende week het +ezeltje naar de wei brengen," zei hij, "en ik wil er den eersten keer +op rijden."</p> + +<p>"Wanneer komt het dan?" vroeg ik hem.</p> + +<p>Hij keek even voor zich, en zei toen: "Ik heb al gezegd, dat het een +mooie ezel moet wezen, niet zooals ze die aan 't strand hebben, maar +een met blauwe oogen en die niet bijt. Ik verwacht hem binnen 5 +dagen."</p> + +<p>Ik moest lachen; hij keek zoo ernstig en babbelde maar weer verder: +"Het zal de beste ezel van de heele wereld wezen, omdat ik den +rijksten man van de wereld gevraagd heb, hem te geven." "Ik vind, dat +je niet zoo oneerbiedig over God spreken mag, Puf." "Ik heb niet +gezegd, wien ik bedoelde, stoute meid, je hebt mijn geheim geraden." +Puf stond het huilen nader dan 't lachen, en midden op den weg +stilstaande riep hij: "'t Kan me ook niet schelen, ik vertel het aan +niemand anders!" Toen begon ik hem maar een verhaal te vertellen, om +zijn aandacht af te leiden.</p> + +<p>Het was een lange warme wandeling naar juffrouw Tapson; 't leek mij +meer een mijl dan een halve mijl, maar ten slotte kwamen we er dan +toch! 't Was een aardig klein huisje met een tuintje, vlak aan den +weg. De deur stond open, ik liep dus binnen, en zag daar een man, +bezig met het vuur op te poken.</p> + +<br> +<center><img src="images/13_soep.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:417px;"></center> +<br> + +<p>"Soep voor moeder?" vroeg hij, terwijl hij zich omdraaide en van mij +gehoord had, wat ik kwam doen. "Ik ben er zoo dankbaar voor. Boven +ligt ze te bed met pijnlijke rheumatiek, en ik verzorg haar zoo goed +als ik kan. 's Morgens moet ik naar Lemworth, en pas 's avonds 7 uur +kom ik weer in 't dorp terug." Hij had inmiddels het pannetje van me +aangenomen en keek er in. "Daar is genoeg in voor vandaag en morgen," +zei hij. "Vriendelijk bedankt hoor kind. Wil je niet even naar boven +gaan, om moeder te groeten? Ze houdt zoo van gezelligheid."</p> + +<p>Ik klom de nauwe trap op, en Puf stommelde achter mij aan. Ik ben +gewoonlijk bang voor zieke menschen, maar van deze oude vrouw hield +ik. Een helder mutsje had ze op en ze lag onder een lappendeken. Haar +gansche gezicht helderde op, toen ze ons zag komen. Zij zei, dat ze +al van ons gehoord had, en of ik nu dat meisje was met het mooie +haar? Ik lachte terwijl ik mijn roode lokken naar achteren schudde, +en vertelde haar, dat dat Lena was. Toen begon Puf met haar te +praten, en natuurlijk vertelde hij haar ook van het ezeltje. Daar was +hij nu eenmaal vol van.</p> + +<p>"Puf begrijpt nog niet, wat bidden is," legde ik haar uit. "Hij +denkt, dat hij zeker alles krijgt, waar hij God om vraagt. Hij vraagt +b.v. om z'n speelgoed heel te maken, maar gewoonlijk doe ik het maar, +anders gaat hij nog rekenen op wonderen."</p> + +<p>"Och lieve kind," zei juffrouw Tapson, "de Heere hoort gaarne het +gebed der kinderen! 't Is net als met mijn Bob; wat die vroeg, kon ik +niet half geven, toch luisterde ik geduldig naar al zijn wenschen. +Maar bid, bid gerust; veel gebed maakt je ziel sterk, en zoo ben je +ons ouderen nog ten voorbeeld."</p> + +<p>Puf begreep er niets van. Hij liep wat heen en weer, en ging toen de +trap af. Ik keek hem na, en zag, dat Bob Tapson met hem spelen wilde. +En toen heb ik juffrouw Tapson mijn geheim verteld; ik gevoelde, dat +ik het nu toch aan iemand moest vertellen, en zoo stortte ik mijn +hart voor haar uit. Zij luisterde met ingehouden adem, en beloofde +mij, dat haar zoon voor mij zou uitzien, en een plekje in z'n kar +voor mij zou openlaten.</p> + +<p>Ziedaar het geheim! Vader had mij aangeraden, om uit onzen tuin +bloemen en groenten te verzamelen, die te Lemworth ter markt te +brengen, en ze daar te verkoopen. Met den trein er heen gaan, was +veel te duur, en daarom had ik gevraagd, op Baldwins groentenkar te +mogen meerijden. Maar die gaat 's morgens om 8 uur al heen, en komt +'s avonds 7 uur pas terug, en ik ben dus bang, dat tante, als ze er +achter komt, het mij zal verhinderen.</p> + +<p>Ik wandelde met Puf naar huis terug en gevoelde mij verdrietig. Als +ik ging, zou ik het ontbijt moeten missen, want voor 8 uur ontbijten +we nooit. Ik kon wel gemakkelijk zoo vroeg weg gaan, maar zouden ze +dan thuis niet denken, dat me wat overkomen was? Maar dan kon ik toch +een briefje voor vader achterlaten, en hem vragen, er niets van te +zeggen!</p> + +<p>Ik leefde weer op, en zoodra we thuis waren, holde ik den tuin in, om +mijn mand te gaan inpakken. Toen we kwamen theedrinken, vertelde +tante ons, dat vader verzocht was, om in een naburig dorp een +begrafenis te gaan bijwonen, omdat de predikant daar uit was. "En hij +zal daar den nacht overblijven," voegde zij er bij. "Hij zal niet +voor morgenavond terugkomen, want morgenochtend is er ook nog een +huwelijk te bevestigen."</p> + +<p>Zoo zou dus mijn brief aan vader weinig geven. Ik zat leelijk in de +war, en peinsde, wat ik doen moest. 't Beste leek mij toe, dan maar +voor tante Caroline een briefje achter te laten. Ik schreef nu, voor +ik naar bed ging, dit briefje:</p> + +<div class="indent10"> +Lieve tante Caroline, +<br> +<br> +Als ik den ganschen dag weg blijf, dan is er niets met mij gebeurd. +En vanavond om 7 uur zal ik thuiskomen, het dient om mijn plan uit +te voeren, dat echter een geheim is. +<br> +<span style="float: right;">Uw liefhebbende nicht Grietje.</span> +<br> +<br>P. S. Het is geen verkeerde zaak, maar een goede. +</div> + +<p>Tante Caroline zei, voordat we naar bed gingen, dat zij vandaag +nauwelijks een van ons gezien had, en dat zij hoopte, dat wij geen +van allen verkeerde dingen in 't schild voerden. Alex werd zoo rood +als een pioen, en zei, dat hij vreeselijk moe was, en Daan zag er +moedeloos uit, als had hij al z'n geld verloren.</p> + +<p>"Ik heb hard genoeg gewerkt, om 10 kwartjes te verdienen," zei hij, +"en ik durf zeggen, dat ik dat al lang gedaan heb."</p> + +<p>"Kinderen," zei tante, "ik houd niet van al dat gepraat over geld. +Het schijnt, dat jelui aan niets anders denkt tegenwoordig. Het staat +zoo onkinderlijk!"</p> + +<p>"Maar het is om een ezel te krijgen," riepen we allen uit. Toen zei +tante Caroline niets meer. En wij gingen naar bed; ik vol van de +plannen voor morgen.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter04"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK IV.</h3> + +<p>Den volgenden morgen was ik al om 4 uur wakker; den ganschen nacht +had ik gedroomd van juist voor m'n neus vertrekkende treinen, en van +al de moeite, die ik hebben zou, om mijn plan voor tante Caroline +geheim te houden. Ik was dan ook wat blij, toen het eindelijk begon +te lichten en ik kon opstaan; erg gejaagd kleedde ik mij aan, want +het was een heerlijk avontuur, en wij houden allen van avonturen.</p> + +<p>Overal had ik voor gezorgd. Voor niemand wilde ik weten, waar ik was +heengegaan, en ik had dus een heel oud katoenen jurkje aangetrokken, +met een boezelaar er over, denzelfden, dien ik altoos in den tuin +draag. Mijn haar vlocht ik in een paar dichte vlechten, en daarover +ging een groote zomermuts, die ook achterhoofd en hals bedekte. Tante +Caroline vindt dat soort zoo geschikt voor onzen tuinarbeid, maar wij +houden er niet van, om juist als de dorpskinderen gekleed te gaan.</p> + +<p>Heel stil moest ik me aankleeden, om Lena niet wakker te maken; +eindelijk stond ik gereed, en legde het briefje op Lena's tafel dan +kon zij het aan tante geven. Voorzichtig sloop ik de trappen af, +opende de deur en liep op m'n teenen de stoep af. Den vorigen avond +had Baldwin de groentenmand al in den stal gezet, de eenige kunst was +nu nog, om ze daar vandaan en het hek door te krijgen.</p> + +<p>'t Viel niet mee maar ten slotte gelukte het toch; ik moest ze langs +den grond sleepen, en angstig keek ik naar boven, of niemand mij zag. +Buiten het hek liet ik ze staan, want de groentenwagens komen hier +altoos langs, en toen liep ik zoo vlug ik kon naar het huis van +juffrouw Tapson. Bob had mij gezegd, dat als ik wat vroeg kwam, ik +een mooi plaatsje op zijn wagen kon krijgen. Toen ik het huis bereikt +had, was Bob aan 't schoonmaken van zijn paard. Hij keek verwonderd +op toen hij me zag, en herkende me niet in mijn groote muts.</p> + +<p>"Ik wil niet, dat ze in 't dorp weten, wat ik ga doen," zei ik. "Je +zult er toch niets van zeggen, wel? Mijn mand staat vlak bij ons hek. +Ik dacht, je rijdt er toch langs, en dan kunnen wij haar zoo +meenemen."</p> + +<p>"'t Komt in orde, hoor," zei hij hartelijk. "Jij bent een vlug +vogeltje, heb je al wat gegeten?"</p> + +<p>Ik haalde twee dikke boterhammen uit m'n zak, die de keukenmeid mij +den vorigen avond had gegeven, toen ze dacht dat ik ergen honger had. +Bob verraste me met een heerlijken kop thee. Toen ging hij naar +boven, om z'n oude moeder goeden dag te zeggen, en vroeg mij, of ik +haar ook nog even wilde groeten. Ik ging naar boven, en de oude vrouw +schudde mij glimlachend de hand. "Je bent een dapper meisje," zei ze, +"om er zoo op uit te trekken, en ik zal je eens zeggen, wie je wel +zal willen helpen. Vraag maar naar Marie Dutton, ze is een eigen +zuster van me en woont twee mijlen van Lemworth. Zij zal je graag +helpen, en Bob zal je wel bij haar brengen."</p> + +<p>"Ik ben nog nooit op een markt geweest," zei ik haar, "Ik ben heel +blij, dat er iemand is, die mij helpen wil."</p> + +<p>En toen gingen we naar beneden, en ik klom op den volgeladen wagen, +die in den tuin te wachten stond. Die Bob is toch zoo'n goeie jongen: +hij had een stoof in den wagen gezet, zoodat ik zoo echt gemakkelijk +kon zitten.</p> + +<br> +<center><img src="images/14_wagen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:425px;"></center> +<br> + +<p> +En daar ging het; mijn hart klopte van blijdschap en spanning. Nog +drie vrouwen met boodschappen voor Lemworth reden mee; bij ons hek +zette Bob mijn mand in den wagen; terwijl keek een der vrouwen mij +aan en vroeg: "Wat is dat voor een kleine meid?" Ik draaide mijn +hoofd niet om en Bob antwoordde kortaf: "Zij is met mij mee gekomen." +Verder zei ze niets, want ze praatte zóó druk met de andere +vrouwen, dat ze mij geheel vergat. Doodstil zat ik op den wagen, die +zóó langzaam reed als duurde de tocht een jaar. Ik kreeg ten slotte +kramp in mijn beenen, en werd moe ook. Zoo vroeg ook op geweest! Toen +wij Lemworth naderden, zat ik al te knikkebollen! Het scheen een heel +groote stad, en ik voelde me wat beangst toen we naar de markt reden; +wat een menschen, en wat een drukte! Toen de vrouwen waren +uitgestapt, en Bob z'n paard had afgespannen, nam hij mijn mand op +z'n schouder, en zei me, hem te volgen.</p> + +<p>De markt was alleraardigst; er waren gansche rijen kuikens en eenden, +vruchten en bloemen, boter en eieren, en iedereen schreeuwde zoo hard +als ie kon. En wat waren daar grappige oude boerinnen bij, en +druk-lachende kinderen, net als op de schilderijen, die ik wel eens +gezien heb.</p> + +<p>Bob trok me mee naar een hoekje, waar een vriendelijke oude vrouw +zat. Zij leek veel op juffrouw Tapson, maar haar gezicht was heel wat +dikker. Bob vertelde haar, wie ik was; zij lachte en vroeg mij, haar +alles van mijn plan te vertellen. Dat deed ik; terwijl pakte zij m'n +mand uit, en maakte ruimte op een hoek van haar stalletje, om mijn +koopwaar daar neer te leggen. Ik begon er schik in te krijgen, en had +wat graag gewild, dat de jongens mij zoo even hadden gezien. En mijn +bloemruikers waren veel mooier dan alle, die ik zag; ik had ze dan +ook met zorg gerangschikt.</p> + +<p>Maar er kwam maar niemand bij me koopen, en ik begon den moed al te +verliezen. Nooit zal ik dan ook vergeten, dat de eerste koopster mijn +bloemen opmerkte en mij vroeg, wat de ruikers per stuk kostten. Ik +zei: een dubbeltje — juffrouw Dutton had mij gezegd, dat ik er dat +voor vragen moest — en zij kocht zes ruikers van me! Ik had de +gansche markt wel kunnen ronddansen, zoo blij was ik. Spoedig daarna +kwamen weer twee dames voorbij. Zij hielden stil, wenkten juffrouw +Dutton goeden morgen, en vroegen haar, of zij crocussen had. Zij zei +van niet, maar vertelde hun, dat ik heele mooie had. Zij bekeken de +mijne, kochten er vier, bovendien nog een bundeltje varens, en +betaalden er negen stuivers voor. De eene dame zei tot de andere: +"Wat een schilderachtig tafreeltje, die kleine meid te midden harer +bloemen! Als de arme menschen hun kinderen altijd zóó kleedden, als +haar moeder haar kleedt, zouden we onder de lagere klassen niet zulke +armoedige aankleeding vinden. Zij is een voorbeeld voor haar stand!" +Ik durfde niet te lachen, toen ik dat hoorde....</p> + +<p>Later verkocht ik nog vier koolen, en drie bos wortelen. Toen de +middag ten einde liep, had ik alles verkocht, wat ik had meegebracht, +behalve twee koolen en één bloemruiker; die kocht juffrouw Tapson +van me, zij heeft een groentenwinkeltje en zei dat ze haar wel te pas +zouden komen.</p> + +<p>Ik vergat nog te vertellen, dat ik om 1 uur met juffrouw Dutton naar +een tentje ging, waar thee werd verkocht en koeken. Ik had honger, +maar ik had geen zin, van mijn verdiende geld veel uit te geven; ik +kocht dus alleen een kop thee voor 5 cent en een koek voor 5 cent; +juffrouw Dutton gaf me een van haar grootste appels er bij.</p> + +<p>Toen was het tijd, om naar huis terug te keeren. Ik telde nog even +mijn geld: ik had één gulden en 25 cents verdiend! Wat was ik blij!</p> + +<p>Doch daar kwam Bob Tapson aan, om mij te zeggen, dat hij om 4 uur +vertrok, en dat de vrouwen reeds lang hun manden gepakt hadden. Het +speet mij, nu al van de markt te moeten scheiden, maar er was niets +aan te doen, ik klom op den wagen en ging weer op mijn oude plekje +zitten. De terugweg scheen eindeloos; er reed een oude man mee, die +erg naar bier rook en om de flauwste kleinigheden lachte. Ik gevoelde +mij vreeselijk vermoeid, en viel ten slotte in slaap, zóó vast, dat +Bob mij bij het hek van de pastorie van den wagen moest zetten.</p> + +<p>"Wel, Grietje, heb je een goeden dag gemaakt?"</p> + +<p>"Ja," zei ik met slaperige stem, "hoeveel moet ik je betalen?"</p> + +<p>"O niets, kind, je nam geen ruimte in beslag; en denk er aan, even +bij moeder aan te komen en haar alles van vandaag te vertellen. Zij +zal het zoo graag hooren."</p> + +<p>Ik nam afscheid van hem, en bedankte hem hartelijk; vervolgens droeg +ik mijn leege groentenmand naar den stal, opende de keukendeur en +stapte heel rustig binnen. Ik was wel een beetje bang voor tante +Caroline. Lena kwam net de trap afrennen.</p> + +<p>"O, jou ondeugende meid! Daar zal wat opzitten! Vader is thuis +gekomen, en hij is o zoo boos op je. En wat heb je toch uitgevoerd? +Den heelen dag hebben we er naar gegist, en weet je al, dat ik Daan's +geheim heb geraden? Zou je het graag willen weten?"</p> + +<p>Ik antwoordde slechts: "Ik ben zoo moe; heb je wat thee voor me? Waar +is tante Caroline?"</p> + +<p>"Ze zijn allemaal in den tuin, aan 't bloemen begieten. Toe, Griet, +lieverd, zeg me nou es, wat je hebt uitgevoerd."</p> + +<p>Maar ik wilde 't haar niet zeggen. Ik voelde mij niet prettig door +die ontvangst, en wou maar rechtuit aan vader gaan zeggen, wat ik +gedaan had. Ik liep den tuin in. Tante kwam dadelijk op mij af.</p> + +<p>"Griet, dat is heel ondeugend van je. Waar ben je toch geweest? En +wat heb je den ganschen dag uitgevoerd? Je weet toch wel, dat zoo +verdwijnen zonder iets te zeggen, heel onbehoorlijk is."</p> + +<p>"Ik wilde het vader gaan zeggen, het is een geheim," zei ik. Tante +Caroline kwam altijd weer in haar humeur, als we zeiden, naar vader +te zullen gaan. Zij riep vader, die juist bezig was den gieter te +vullen, en ging toen heen, vader en mij alleen latende. Daan zegt, +dat zij geheel "in den vorm" is, als zij zoo doet.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/15_bril.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:253px;"></center> +<br> + +<p>Vader zette zijn bril op, en keek mij scherp aan.</p> + +<p>"Grietje, je hebt tante vandaag heel wat angst berokkend. Ik ben niet +tevreden over je."</p> + +<p>"Hoor u eens, vader. Luister es. Het gaat over de groenten en +bloemen, waarvan u gezegd had, dat ik ze mocht hebben. Ik ben ze gaan +verkoopen, om mee te helpen voor het koopen van onzen ezel." En ik +vertelde hem alles, wat ik vandaag gedaan had. Een keer lachte hij, +en toen wist ik al, dat mijn straf niet heel zwaar zou wezen. Maar ik +kreeg toch een lichte straf; vader zei me, dat ik er niet aan mocht +denken, ooit weer zoo iets te doen. Dat maakte mij zeer verdrietig.</p> + +<p>"Neen Grietje, ik wil niet, dat mijn kind daar alleen tusschen al dat +ruwe volk is, hoe vriendelijk ze ook voor je zijn. Het mag niet. Je +moeder zou het zeker niet hebben toegestaan. En in elk geval had je +eerst toestemming moeten vragen. Ik ben bang, dat je vermoed hebt, +die niet te zullen krijgen. Spreek op en zeg de waarheid."</p> + +<p>Ik bloosde sterk. "Ja, ik was bang, dat u me niet zoudt laten gaan, +maar ik was niet ongehoorzaam, want ik wist het niet zeker."</p> + +<p>"Dat was juist verkeerd van je. Doe nooit zoo iets weer. En ga nu +naar binnen, om wat te eten."</p> + +<p>"En mag ik het geld houden?"</p> + +<p>"Ja, daar heb ik niets tegen; maar je moet een ander middel zoeken, +om de groenten aan den man te brengen."</p> + +<p>Ik ging naar de eetkamer, tante had de thee klaar. Zij zei niet veel; +maar voor ik het eten op had, holden de jongens en Lena binnen.</p> + +<p>"Nou, zondaar, biecht op! Wat heb je vandaag uitgehaald?"</p> + +<p>"Bepaald goede zaken! Wij hebben je brief gezien, 't was een +prachtstuk!"</p> + +<p>"En tante Caroline was zoo bang voor je!"</p> + +<p>Ik haalde rustig mijn beurs te voorschijn en legde de zilver- en +koperstukken op tafel.</p> + +<p>"Ziedaar," riep ik uit, "kan één van jelui 't beter?"</p> + +<p>"Vijf en twintig stuivers!" schreeuwde Daan, en grabbelde er in om, +als een oude gierigaard.</p> + +<p>"Nou, 't is niet slecht voor een meisje! Vertel ons nu es, hoe je 't +hebt gedaan gekregen."</p> + +<p>"Dat is mijn geheim," zei ik.</p> + +<p>Het was mijn overwinningskreet. Maar ik wist: mijn geheim zou niet +lang geheim blijven. Want eigenlijk wou ik ze 't allemaal zoo graag +vertellen.</p> + +<p>"Zeg," riep Lena, "ik weet wat Daan deze laatste twee dagen heeft +gedaan. Vraag hem es, hoeveel hij al heeft, Griet!"</p> + +<p>Daan grinnikte, en hield mij z'n dichtgeknepen vuist voor. "Ik heb +vandaag een avontuur gehad," zei hij. En hij toonde ons een halven +gulden.</p> + +<p>Ik stond op en danste de tafel rond. "Het duurt niet lang, of wij +rollen allemaal met rijksdaalders," riep ik uit. En Alex: "Wacht maar +tot aan 't einde der week, dan zal ik mijn klein millioen er nog +bijvoegen."</p> + +<p>Toen gingen we allen achter elkaar de tafel rond marcheeren, terwijl +Daan zong:</p> + +<pre class="indent10"> + Een ezel is een heerlijk dier, + Over een maand dan komt ie hier, + Lang zal ie leven! + Lang zal ie leven! + Ons ezeltje loopt voor ons pleizier! +</pre> + +<p>Daan kan altijd gedichten maken, als hij er zin in heeft. Wij waren +zoo opgetogen, dat we hoe langer hoe sneller gingen dansen, totdat +het een complete oorlogsdans werd. Ten slotte vielen we allen over +elkaar heen, en rolden van den lach over den grond. Toen we buiten +adem weer opstonden, riep ik uit:</p> + +<p>"Hoor es, Daan. Als jij jouw avontuur vertelt, dan zal ik het mijne +vertellen."</p> + +<p>"Dames gaan voor," zei hij, met een buiging.</p> + +<p>Toen begon ik, vreeselijk gejaagd, mijn wedervaren te vertellen. Ik +dacht wel, dat het hen zou verbazen, en dat deed het ook. Maar Daan +en Alex, al zouden ze 't wat graag zelf gedaan hebben, zouden het +toch niet zeggen. Daan trok een heel voornaam gezicht en zei: "Ik +geloof niet, dat jij en Lena de zaak goed aanpakken. Dat kan iedereen +wel, geld maken uit vaders eigendommen. Wel, ik ging z'n studeerkamer +binnen, haalde er eenige boeken weg, en verkocht ze."</p> + +<p>"Maar dat zou heiligschennis zijn," riep ik uit.</p> + +<p>"De bloemen en de groenten zijn niet van jou, om ze te verkoopen," +zei Daan, "evenmin als de suiker en de boter, die Lena voor haar +borstplaat gebruikt."</p> + +<p>"O, maar vader heeft er ons toestemming voor gegeven!" liepen wij +beiden luid.</p> + +<p>"En ik betaal ook het mijne," zei Lena. "Het is heel wat zwaarder +werk, in de dompige, heete keuken te wezen, dan op de markt te zitten +en daar verkoopen, en ook niet half zoo aardig."</p> + +<p>"Vader gaf mij toestemming," herhaalde ik, "en dus is de zaak heel +zuiver."</p> + +<p>"Maar kind, wij hebben allemaal recht, om de bloemen te verkoopen," +zei Alex.</p> + +<p>"Niet waar," zei ik op stelligen toon, "alleen die daar het eerst om +vroeg! 't Was mijn plan."</p> + +<p>"Nou, als jij het dan voor gisteren hebt gevraagd, dan zal ik het +voor morgen vragen; waarom niet? Ik heb harder gewerkt dan jelui +allen, de gansche week."</p> + +<p>"Maar ik kan er niet mee voortgaan," zei ik verdrietig; "vader heeft +gezegd, dat ik het niet weer mocht doen."</p> + +<p>"Wil je mijn avontuur nu hooren?" vroeg Daan.</p> + +<p>"Hij gaat nog dood, als ie niet over z'n eigen plan kan spreken," zei +Lena boosaardig. Wij zetten ons allen tot luisteren, maar Daan zou +z'n redevoering niet houden. Juist was hij z'n keel aan 't schrapen, +toen tante Caroline binnen kwam, en ons naar bed joeg. "Ik zal het +bewaren tot morgenochtend," zei Daan. En ik was er eigenlijk blij om, +want ik was zóó slaperig en vermoeid, dat ik al sliep, vóórdat ik +nog goed en wel onder de dekens lag.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter05"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK V.</h3> + +<p>Den volgenden dag vertelde Daan ons zijn geheim. Ik zal het maar net +zoo overschrijven als hij het zei, dat is gemakkelijker. Hij was de +rivier langs gegaan, om visch te vangen. Hij begon met deze +bekentenis:</p> + +<p>"Den eersten dag trof ik het heel slecht. Daarom ging ik gisteren +verder de rivier langs. En daar vond ik een heerlijk, rijk beschaduwd +plekje, waar je de visschen letterlijk zag spartelen van ongeduld, om +bij je te komen. Zij beten flink toe, en het ging puik! D'r waren ook +wel kleintjes bij, maar ik had toch in een oogenblik mijn mandje vol. +Nu kwam het er op aan, ze aan den man te brengen, en ik besloot, op +mijn terugweg naar huis bij eenige boeren aan te loopen, en te zien, +of die ze van mij koopen wilden.</p> + +<p>Ik vond al spoedig een groote boerderij, en liep er zoo snel mijn +beenen mij maar dragen konden, heen. Juist was ik het huis genaderd, +toen ik een ouden heer in een tuinstoel zag zitten, die uit een +groote pijp dampte. Ik nam mijn pet voor hem af; hij hield mij +staande en vroeg me, wie ik was.</p> + +<p>"Ik ben vischkoopman," zei ik. "Ik zou zeggen, uw keukenmeid zal wel +wat visch van me willen koopen."</p> + +<p>Hij staarde me aan alsof ik een chimpansee was.</p> + +<p>"Maak je mand maar es open," zei hij. Met trots toonde ik hem de +vangst. Weer staarde hij mij aan.</p> + +<p>"Waar heb je die visch gevangen? In welk gedeelte van de rivier?"</p> + +<br> +<center><img src="images/16_vissen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:413px;"></center> +<br> + +<p> +Ik legde het hem uit. "Ik heb alleen vandaag maar geluk gehad; ik +denk, dat ik eerst naar 't verkeerde plekje ben geweest. Voor zestig +cent laat ik u het gansche zoodje, meneer. Prachtig en frisch, pas +gevangen!"</p> + +<p>Hij lachte. "Wie heeft je tot vischboer aangesteld?"</p> + +<p>"Ikzelf. Ik tracht een eerlijk centje te verdienen, om een ezel te +kunnen koopen." Toen vertelde ik hem ons plan. Hij vond het zóó +vermakelijk, dat hij dadelijk z'n beurs trok, mij een halven gulden +gaf en zei: "Daar, breng de visch maar in huis, en breng mij morgen +weer zoo'n mandje vol."</p> + +<p>Ik danste van blijdschap naar de boerderij, en gaf mijn visch af, +doch aan de deur stond een knecht, die mij ook al vroeg, waar ik die +visch vandaan had. Ik vertelde het hem. "Het is een geluk, dat Morris +je niet gesnapt heeft," zei hij; "dat is juist privaat bezit van +onzen meneer, en hij vervolgt iedereen, die zich op zijn terrein +waagt."</p> + +<p>Ik zei niets, vertrok, en gevoelde mij verre van prettig gestemd. Ik +begreep nu, waarom die ouwe heer zoo gegrinnikt had, maar ik was niet +van plan, domme dingen te doen, ging dus naar hem toe en zei hem, dat +ik hem z'n halven gulden kwam terugbrengen. "Ik heb bemerkt, +mijnheer, dat het uw eigen visch is," zei ik. "Het spijt mij, dat ik +op uw eigendom heb gevischt, ik zal het niet weer doen."</p> + +<p>"Hier," zei hij, "je houdt wat je hebt verdiend. Wij zullen zien, of +je daar niet met een vischacte van mij kunt visschen. Het overkomt +mij niet vaak, dat ik mijn eigen visch kan koopen. Vroeger mocht ik +ook dolgraag visschen, maar mijn jicht laat het niet meer toe."</p> + +<p>"Nu, als u het goedkeurt, dat ik het geld behoud, zal ik het graag +aannemen. Maar in uw vischwater zal ik niet meer visschen, uw +opzichter zou mij kunnen betrappen. Ik ben u zeer dankbaar, goeden +middag, mijnheer!"</p> + +<p>Ik nam weer mijn pet af, en ging heen; hij lachte als om een grap, +maar ik behield den halven gulden.</p> + +<p>Toen zei ik: "Maar Daan, dan schijn je toch niet veel beter dan wij +allen, want jij vangt visch, die niet aan jou toebehoort."</p> + +<p>"Ja, maar ik doe het niet meer," zei Daan snel. "Ik ga niet weer naar +dien ouden heer. Ik zal het mijlen verder wel weer beproeven. Ik +weet, dat vader op een deel der rivier ook vischrechten heeft."</p> + +<p>"Wie is die oude heer?" vroeg ik.</p> + +<p>"Hij is de graaf van Benton, hij heet Generaal Walton. Hij vroeg mijn +naam niet, dat bewijst zijn voornaamheid." "En je zei eerst, dat hij +vroeg wie je was," zei Alex.</p> + +<p>"Jawel, hij bedoelde mijn beroep," zei Daan deftig. "Heeren vragen +niet iedereen naar hun naam, dat is niet naar den vorm."</p> + +<p>"Welnu, nu alle geheimen onthuld zijn, zal ik jelui het mijne +vertellen," zei Alex. "Ik heb hard gewerkt en meer uitgevoerd, dan +jelui allemaal samen." Wij lachten hem allen uit. "Goed," zei Alex, +"vraag het dan maar aan den ouden Cummins. Hij vertelde aan vader, +welk een drukke week hij voor zich had met het hooien, en dat hij +één mannetje te kort kwam, en hoe moeilijk het was, hulp te krijgen.</p> + +<p>Maandagmorgen vroeg ging ik naar hem toe en zei hem, dat ik werken +zou als de beste, als ie me maar betaalde; 't slot van de zaak was, +dat hij me het loon van een halfwas knecht zou geven, nadat ik hem +verteld had, waarvoor ik het geld noodig had. Zoo ging ik aan den +arbeid, en Vrijdag krijg ik m'n loon: dan hoopt hij al het hooi +binnen te hebben."</p> + +<p>Wij hadden wel eerbied voor Alex' plan. Maar wij hadden nog meer +eerbied voor den afstand, die ons scheidde van het oogenblik, dat we +geld genoeg zouden hebben. Eensklaps dacht ik aan een ander plan, en +ik ging spoedig naar juffrouw Tapson, om haar meening erover te +vragen. Mijn doel was, om elken Dinsdag een mand met groenten aan Bob +mee te geven, en dan juffrouw Dutton ze te laten verkoopen. Juffrouw +Tapson vond het een heel goed idee; ik ging weer gauw naar huis +terug, en vroeg vader, of hij het goed vond; hij zei ja, tenminste +zoolang Baldwin mij kon geven, wat wij uit onzen tuin te missen +hadden.</p> + +<p>Toen waren we allen een beetje uit ons doen; alle geheimen waren nu +onthuld, en wij houden juist zoo van geheimen. De volgende week +beginnen de lessen weer.</p> + +<p>Niet weinig schrok ik, toen Lena den volgenden middag naar me toe +kwam gehold en zei: "O, Griet, ik zit vreeselijk in de rats, toe, +help me!"</p> + +<p>Lena komt altijd naar me toe, als ze wat bijzonders heeft uitgehaald, +en dat doet ze altoos, als ze niets te doen heeft. Zij vertelde me +nu, dat ze, bij het hek aan 't spelen zijnde, het meisje had zien +voorbijrijden, dat ik den vorigen dag in het mooie dogkarretje had +gezien. Het meisje moest in juffrouw Ribbon's winkel wezen, en daar +ze alleen was, moest ze haar paardje los laten staan. Lena ging er +heen, en toen, zonder over de gevolgen na te denken — Lena denkt +nooit na, als ze iets gaat doen — sprong zij in het karretje, en +reed er het dorp mee in.</p> + +<p>"Het was alleen maar uit de grap, Grietje," zei ze; "ik wilde binnen +twee minuten weer terug zijn, en ze zou er niets van hebben gemerkt, +maar ik gaf het paard een tikje met de zweep, en het ging er van door +als de wind en ik kon het niet meer tot stilstaan brengen. Toen ik +dat gewaar werd" — hier knipte Lena boosaardig met de oogen, — "had +ik eerst dol veel schik. Wij vlogen erlangs en toen we te Cross Glen +kwamen, draaide het paard een groote poort in! Toen werd ik angstig, +want ik wist, dat onze baron daar woont zooals vader mij verteld +heeft. Op zoo'n groot heerenhuis, Griet! Zoodra we de plaats waren +opgereden, hield de pony stil; een huisknecht kwam de stoep af, en +keek verbaasd rond, toen hij me zag.</p> + +<p>"Waar is juffrouw Clara?" vroeg hij.</p> + +<p>Ik klom snel uit het karretje, en zei: "Zij was bij ons in den +winkel, en toen is het paard met mij weggerend." O, wat was ik +beangst, Griet; ik vloog de laan uit, en verborg mij achter struiken, +opdat niemand me zien zou. Eindelijk kroop ik te voorschijn, klom +over een heg, en kwam zoo weer op den landweg terecht. Wat ben ik +warm en moe!"</p> + +<p>"Maar Lena, wat is dat een leelijke streek van je! Waar is het meisje +nu?"</p> + +<p>"Ik weet het niet. Ik denk, dat ze naar huis is gewandeld. Toe Griet, +ga 's gauw naar juffrouw Ribbon, en vraag het eens even. Ik hoop nog, +dat ze niet zullen ontdekken, wie het gedaan heeft."</p> + +<p>"Ga zelf," zei ik boos. Toen sloeg Lena haar armen om mijn hals. +"Lieve Grietje, toe, ik houd zoo van je. Hè toe, ga jij nu even! +Iedereen weet wel, dat jij er geheel buiten staat."</p> + +<p>Ik ging, en vond juffrouw Ribbon heelemaal in de war over wat er was +voorgevallen.</p> + +<p>In één adem door vertelde juffrouw Ribbon wat er gebeurd was.</p> + +<p>"'t Gebeurt niet vaak, dat er een van de jonge dames van 't Huis in +mijn winkeltje komt. Ik stond dan ook verplet, toen ik plotseling den +pony hoorde wegrennen. Net was ik bezig, Clara een ons van Lena's +borstplaat af te wegen, en ik vertelde haar wie ze gemaakt had, toen +we eensklaps opschrikten door het wegrijden van 't karretje; beiden +vlogen we de deur uit, en daar zagen we met ontzetting Lena +wegrijden, haar lange haar als een gouden wolk om haar hoofd waaiend, +en met een snelheid als van een automobiel. Houd haar vast! gilde +Clara, zij rijdt met mijn pony weg!</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/17_locomotief.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:312px;"></center> +<br> + +<p>Maar je hadt evengoed een locomotief kunnen tegenhouden. Ik trachtte +toen de jongejuffrouw weer naar binnen te krijgen, om bij mij te +wachten. Maar zij was zóó geschrokken, en ook zóó boos, dat ze +stampvoetend van ergernis bleef staan en zei: Mijn moeder zal dat +borstplaatmeisje wel eens duchtig straffen! Toen ging ze op den weg +heen en weer loopen. En als nu Mevrouw er van hoort, zal ze nog hier +komen en mij vragen, waarom ik niet iemand bij 't paard heb gezet, en +dan zal ze 't me daarvoor ook nog lastig maken. Ik zou voor geen geld +van de wereld haar willen boos maken, want dit is haar huis en ik ben +haar huurster!"</p> + +<p>"Maar juffrouw Ribbon, wat spijt het me, dat het zoo geloopen is. +Maar u weet, hoe Lena is. De borstplaat heeft haar eenigen tijd zoet +gehouden, maar altoos haalt ze wat uit, dat verkeerd is. Denkt u, dat +de jongejuffrouw goed thuis gekomen is?"</p> + +<p>"Hoe zou ik dat weten? Ik hoorde of zag sedert niets van haar."</p> + +<p>Vol van allerlei gedachten kwam ik thuis. Voor verklikker te spelen, +vind ik verschrikkelijk. Dat is een van de dingen, die niet "in den +vorm" zijn; bluffen en liegen en klikken vind ik slecht. Maar ik wist +ook, dat vader van deze geschiedenis hooren zou, en er is niets, wat +hij meer haat, dan dingen te vernemen, die wij hem verzwegen hebben. +Hij wil, dat we altoos dadelijk onze verkeerdheden vertellen. Ik ging +dus naar Lena toe, en zei haar, dat ze naar vader moest gaan, en het +hem vertellen. Zij wou niet, en toen zei ik haar, dat ik zelf zou +gaan. Toen begon ze natuurlijk weer heel lief te doen. Juist kwam +vader binnen, toen we druk aan 't twisten waren, wie gaan zou.</p> + +<p>"Wat is er aan de hand?" vroeg hij.</p> + +<p>"Lena wou u iets vertellen," zei ik en liep daarna vlug de kamer uit. +Natuurlijk biechtte ze nu op; vader nam haar mee naar de +studeerkamer, en las haar daar eens flink de les; schreiende kwam ze +terug. Later heeft ze me verteld, dat vader haar een briefje van +schuldbekentenis had laten schrijven; zelf had hij er een aan Mevrouw +geschreven, waarin hij de toedracht der zaak meedeelde. Hij had tegen +Lena gezegd, dat hij telkens weer zich voor zijn kinderen moest +schamen, en daarop was Lena gaan schreien. Maar hij had haar gekust, +voor ze wegging; vader is dol op Lena; hij zegt altoos, dat ze hem +aan moeder herinnert!</p> + +<p>Den daarop volgenden avond, Vrijdag, waren Lena en ik in de badkamer. +Wij moesten "de groote wasch" doen, altijd een groot vermaak. Wij +vullen dan de kuip maar half, en wasschen alles, wat we maar machtig +kunnen worden. Puf hielp ons dapper. Alle kammen en borstels worden +eerst gewasschen, dan alle poppenkleeren van Lena, zakdoekjes, +halskraagjes, schortjes, en alles wat er maar vuil in huis te vinden +is. Puf bracht ons alle artikelen aan; juist had hij een wollen aapje +in 't bad laten plonsen, en stonden we te schaterlachen om z'n koddig +gezicht, toen Emma kwam binnenvliegen.</p> + +<p>"De jongedames Grietje en Lena moeten dadelijk naar de huiskamer +gaan; er is visite, en tante heeft gezegd, dat je komen moet!"</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/18_badkamer.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:228px;"></center> +<br> + +<p>"Hè, wat vervelend!" zei ik, "En wie is het, Emma?"</p> + +<p>Lena en ik stonden in onzen onderrok, vanwege het geplas met water.</p> + +<p>"Het is Mevrouw Londesburg met haar dochtertje."</p> + +<p>Lena en ik keken elkaar verschrikt aan.</p> + +<p>"Ik ga niet heen," zei Lena, "ik doe het niet."</p> + +<p>Maar Emma troonde ons mee naar de slaapkamer, waar we ons +aankleedden.</p> + +<p>"Wij moèten gaan, Lena. O kind, ik wou, dat je 't maar niet gedaan +hadt. Ik zou wel vriendin met dat meisje willen zijn." "Ik niet +graag!"</p> + +<p>Lena was boos, en zij stond maar steeds heen en weer te wiegen, toen +Emma trachtte haar het haar met den pas schoongemaakten borstel te +borstelen. "Ga weg, Emma! Ik zal ze uur aan uur op me laten wachten. +Ik ben in geen jaren klaar!"</p> + +<p>Emma ging boos weg. Toen smeekte ik Lena, om toch anders te doen; +binnen twee minuten helderde haar gelaat op — zij is nooit langer +dan 5 minuten boos — en was ze bereid, mee naar beneden te gaan.</p> + +<p>"Ik zal voorwenden, dat ik van niets afweet," zei ze; "vader is uit, +en dus kan hij het haar niet zeggen."</p> + +<p>Zoo kwamen we de huiskamer binnen; ik was heel wat meer beangst dan +Lena. Daar zat het meisje; alleraardigst zag ze er uit in haar witte +zijden jurk en witten hoed. Mevrouw was in druk gesprek met tante +Caroline. Iedereen in het dorp is bang voor Mevrouw Laura; ik begrijp +niet waarom; zij keek heelemaal niet streng, en toen ze ons zag, +barstte ze in een schaterlach uit.</p> + +<p>"Wie van jelui heeft me dat aardige briefje geschreven? Ik ben hier +gekomen, om het je te vergeven, en om je te vragen, of je morgen bij +mijn dochtertjes komt theedrinken. Wil je komen?"</p> + +<p>Lena sloeg niet eens beschaamd de oogen neer.</p> + +<p>"Ik ben het, die u vergiffenis woudt schenken," zei ze. Toen gaf +Mevrouw ons de hand, en wij gaven Clara ook een hand. Zij keek Lena +heel ernstig aan, maar glimlachte tegen mij.</p> + +<p>"Hebben jelui een kinderkamer?" vroeg ze mij.</p> + +<p>"Neen, alleen een leskamer; wil je ze eens zien?" Dadelijk ging ze +met ons mee. Wij gingen zwijgend de trap op; boven gekomen, zei Lena: +"Wil je ons bad eens zien?"</p> + +<p>Zij aarzelde even en zei toen van ja. Wij hadden heelemaal vergeten, +dat we Puf alleen hadden achtergelaten; toen we de badkamer +binnengingen vonden we hem bezig met onze oude kat en haar twee +jongen, die hij in de kuip had gezet, om ze alle drie te wasschen. De +kleine poesjes waren al bijna verdronken. Vliegens haalden we ze uit +het water, en in den angst van het oogenblik was alle stugheid +tusschen Clara en ons geweken, en begon ze al druk over allerlei mee +te babbelen. Zij vertelde ons, dat ze een tweeling was; haar zusje +heette Betty. Betty had haar voet verstuikt, en kon nu niet loopen; +de dokter had gezegd, dat ze heel lang moest blijven liggen. Puf keek +Clara eens even aan, en zei toen: "Wil je ook niet es wat wasschen? +Mijn slabbetje is heel erg vuil."</p> + +<p>Intusschen was Lena de katten aan 't afdrogen, en toen ze er wat +toonbaar uitzagen, droegen we ze naar beneden, om ze in de keuken +verder te laten drogen. Daarna lieten we 't vuile water uit de kuip +loopen, en deden er weer versch in; Clara vond het zóó verrukkelijk, +dat zij ook wou wasschen. Wij gaven haar een vuil paardedekje van Puf +en vertelden haar, terwijl ze ijverig te wasschen stond, hoe we tante +eens voor den gek hadden gehouden.</p> + +<p>Wij waschten toen een roodwollen poppejurkje; dit gaf zóó erg af in +'t water, dat ik naar beneden vloog, en tante Caroline toeriep: "Kom +u es gauw boven, Lena bloedt zoo." Tante Caroline liep zoo hard als +ze kon de trap op, en kwam doodelijk verschrikt bij 't bad. Daar zag +ze, hoe we haar voor 't lapje hadden gehouden. Clara vond de historie +allerleukst.</p> + +<p>Maar wat was ze nat geworden! Haar jurkje kon je wel uitwringen. Wij +beproefden haar te drogen, doch toen we beneden kwamen, was tante +Caroline erg boos, en zelfs Mevrouw Laura keek verstoord. Clara kreeg +Lena's beste witte jurk aan, die haar heel goed paste; tante zei +tegen Mevrouw: "Ik verzeker u, dat ik geen oogenblik gerust ben, wat +er gebeuren zal. Ik kan u niet zeggen, hoe dit me nu weer spijt." +Maar Clara zei dadelijk: "Och mama, ik vond het zoo heerlijk; ik kan +me thuis nooit zoo vermaken." Mevrouw Laura glimlachte en sprak: "Ik +kan me zoo begrijpen, juffrouw, dat u uw handen vol hebt; bij mij +moeten ze maar niet wasschen, als ze op de thee komen morgen."</p> + +<p>Mevrouw en Clara vertrokken nu per rijtuig; Lena en ik kregen droog +brood bij de thee, omdat we Clara hadden laten wasschen. Ik vind die +straf niet verdiend. Vader straft ons nooit onverdiend. Tante denkt +altijd, dat we dan beter zullen opgroeien. Maar wij denken wel eens, +dat die bijzonder goed opgevoede lui de malste menschen van de wereld +worden. En daarom zijn we d'r heelemaal niet op gesteld, zoo heel +best op te groeien.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter06"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK VI.</h3> + +<p>In groote spanning zagen Lena en ik de theevisite bij Mevrouw Laura +tegemoet. Lang voordat tante Caroline het gewild had, waren we al in +ons beste pakje gestoken. Emma bracht ons weg, en liep onophoudelijk +druk te praten over het mooie, groote huis van den baron. Ik wou, dat +ze allen bij ons in de kerk kwamen, maar dat doen ze niet; dichterbij +hebben ze een kerk, en daar gaan ze heen. Wat zullen de jongens +jaloersch op ons zijn; ik heb ze maar gezegd, dat er heelemaal geen +jongens zijn, waarna Daan opmerkte, dat een visite van louter meisjes +hem te min was.</p> + +<p>Lena was gewoon wild; ik waarschuwde haar, dat, als ze wat verkeerds +uithaalde, ik dadelijk naar huis terug zou keeren, om haar daar te +laten. Natuurlijk werd ik weer voor verwaandheidje uitgescholden, +maar dat is minder: Lena was nu niet kalm.</p> + +<p>Toen we de groote voordeur naderden, was ze o zoo schuchter, ik denk +een beetje angstig. Ikzelf eigenlijk ook wel een weinig, toen een +deftige huisknecht ons in een vestibule liet, die geheel met +schilderstukken en platen versierd was, en ons vervolgens langs +eindelooze gangen geleidde, waarna hij een deur opende, en riep: "De +jongedames van de pastorie!"</p> + +<p>Even daarna stonden we in een allerliefste kinderkamer, en kwam Clara +ons tegemoet om ons te verwelkomen. Zij bracht ons dadelijk bij 't +venster, waar Betty op een sofa lag. Zij geleek sprekend op Clara, +alleen haar gezichtje was wat smaller en bleeker. Dan was er in deze +kamer nog een vriendelijke gouvernante, Miss Tudor.</p> + +<br> +<center><img src="images/19_gouvernante.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:424px;"></center> +<br> + +<p>Onmiddellijk vroeg Lena haar, of ze nog familie was van den koning +Tudor. Miss scheen het nog al niet kwaad op te vatten; ze lachte +althans en zei, dat ze vreesde, wel geen koning in de familie te +zullen hebben.</p> + +<p>Toen trok Clara ons mee, en liet ons al haar prachtige poppenkamers +en ander speelgoed zien. Al spoedig zat Lena op den vloer en +vermaakte zich met een der poppenkamers. Inmiddels was ik met Betty +gaan praten.</p> + +<p>"Clara heeft me verteld van jelui badkamer en de groote wasch," zei +ze; "ik wou, dat ik er bij geweest was. Toe, vertel me d'r es wat +meer van." Ik ging haar nu vertellen van ons ezeltje, en hoe wij +probeerden het geld te krijgen; ze vond het allerleukst.</p> + +<p>Clara kwam naar ons toe: "Zeg, Betty, wij hebben toch zoo'n schik met +ons poppenhuis; Lena vertelt me allerlei nieuws, hoe ik er mee om +moet gaan. Wij hebben inbrekers door den schoorsteen laten klimmen, +en onder het ledikant verborgen, en" — hier ging ze fluisteren — +"als Miss meteen uit de kamer gaat, gaan we een brandje voorstellen, +en dan zijn wij brandweermannen; dan halen we de tuinslang en +bespuiten het met water."</p> + +<p>Betty's oogen schitterden, maar ik moest zien, dat spelletje te +voorkomen. Ik vertelde haar, dat wij zooiets thuis ook eens gedaan +hadden. De jongens staken toen een brandenden lucifer onder een van +de poppenbedden. 't Was o zoo aardig, maar het gansche bed vatte +vlam, en al onze poppen verbrandden. 't Was wel heel vermakelijk, het +toen te blusschen, doch net kwam moeder binnen, en wij moesten haar +beloven, zooiets nooit weer te zullen uithalen. Als we hier zoo'n +rommel maken, mogen we nooit weer komen.</p> + +<p>Lena keek me nijdig aan. "Hè, Griet, wat ben je weer vervelend, je +houdt nou ook nooit es van een grapje!"</p> + +<p>'t Is wel hard, als je voor vervelend wordt gescholden, terwijl je 't +goed bedoelt; maar ik zei geen woord meer, zoodat Lena al spoedig +haar zinnen op wat anders zette. 't Duurde niet lang of de +poppenkamer was veranderd in een kasteel, door soldaten belegerd; de +poppen werden verondersteld, te worden gevangen genomen en vermoord, +waarbij Clara en Lena een afgrijselijk geschreeuw aanhieven.</p> + +<p>Inmiddels vertelde Betty mij, hoe het voortdurend liggen op de sofa +haar vermoeide, en hoe zij ernaar verlangde, er af te mogen en de +kamer rond te huppelen. Vervolgens toonde ze me haar boeken en +speelden we een leuk spelletje, totdat de thee kwam. Wij waren toen +al de beste vrinden; Clara zei, dat er in geen mijlen zulke meisjes +als wij te vinden waren. Wij vroegen haar de namen van al de dominees +in de buurt, en van al de baronnen, en het bleek, dat zij ze allen +bij name kende.</p> + +<p>Na de thee, toen Miss Tudor de kamer verlaten had, zei Betty tegen +me: "Ik ben toch zoo blij, dat jelui niet zoo braaf bent. Ik dacht +altijd, dat kinderen van een dominee zoo heel braaf waren. En als +jelui dat waart, zou ik niet van je gehouden hebben."</p> + +<p>Ik voelde me wat vernederd en zei langzaam: "Zoo. Ja, heel goed ben +ik niet, maar ik tracht het toch te worden." Zij keek mij aan. "Maar +het is toch veel grappiger om ondeugend te zijn."</p> + +<p>"Dat weet ik niet," antwoordde ik. "Zoolang je 't bent, lijkt het +heel dapper, maar daarna is het dat lang niet."</p> + +<p>"Ik wou, dat er geen "daarna" bestond," zei Betty ongeduldig. "Dat ik +hier op die vreeselijke sofa lig, is ook een "daarna". Je weet, ik +heb mijn voet verstuikt, toen ik als een jongen in een boom wou +klimmen. Miss Tudor riep me, om er uit te komen, maar ik lachte haar +uit, klom hooger en — viel."</p> + +<p>"Verschrikkelijk," zei ik, en voegde er aan toe, terwijl ik mijn +wangen voelde gloeien: "Dat is nu precies hetzelfde, wat ik zou +gedaan hebben. Het is dan zoo akelig gemakkelijk, zoet te wezen."</p> + +<p>"Ik houd ervan, flink ondeugend te wezen," sprak Betty met trots.</p> + +<p>"Ik wou, dat je vader kende," zei ik. "Hij gunt ons zooveel mogelijk +pleizier. Vaak zegt hij tegen tante Caroline: Een losse teugel, +tante, voor mijn jonge wildebrassen, en zoo weinig mogelijk bevelen +en regelen als 't maar kan. Dat zal ongehoorzaamheid voorkomen."</p> + +<p>"Wat een lieve vader!" riep Betty.</p> + +<p>En ik ging voort: "Hij zegt, dat als wij Gods geboden gehoorzamen, +wij ook de zijne zullen opvolgen. Toen ik nog een klein meisje was, +las ik vaak de Tien Geboden over, en ik dacht, dat ik er nooit één +van overtrad. Maar nu weet ik beter. Verleden Zondag noemde vader ons +drie geboden: Kom, ga, doe."</p> + +<p>Betty luisterde met aandacht. "Toe, ga voort. Je bent een +heerlijkerd; 't eene oogenblik brul je van 't lachen en 't andere hou +je een preek."</p> + +<p>Ik vertelde haar nu, zooveel als ik nog wist van vaders preek. "Zoo +doet een trouwe knecht. In onze kerk ligt een ridder begraven, die +altoos trouw en altoos bereid was. Vader zegt, dat hij dat ook wil +wezen, en natuurlijk is hij het ook, en als ik er maar veel om denk, +tracht ik het ook te wezen."</p> + +<p>"Vergeet je het dan zoo gauw?"</p> + +<p>"Bijna altoos," antwoordde ik zuchtend.</p> + +<p>In dit gesprek werden we gestoord door Lena en Clara. Ze wilden zich +verkleeden. Wij gingen dus naar Clara's slaapkamer en trokken +allerlei malle kleeren aan. Daarna keerden we terug naar Betty. Clara +stelde een oude bedelares voor; Lena moest een Indiaan verbeelden, +terwijl ik een deftige Amerikaansche dame voorstelde.</p> + +<br> +<center><img src="images/20_dame.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:409px;"></center> +<br> + +<p>Allemaal deden we verhalen aan Betty, en zeiden, uit Engeland te zijn +gekomen, omdat we gehoord hadden, dat ze zoo rijk en goed was. +Vervolgens kondigde Lena een Indiaanschen dans aan; zij klauterde op +de tafel, en tolde als een dolle rond, zoodat Betty tranen van 't +lachen kreeg.</p> + +<p>Toen deze voorstelling was beëindigd, werd ons meegedeeld, dat Emma +gekomen was, om met ons weer naar huis te gaan. Wij namen afscheid +van elkaar; Clara en Betty vroegen ons, toch vooral weer te komen. +Wij vonden het heerlijk, en Lena zei, toen we thuis kwamen: "Nu zie +je es, hoe goed het was, dat ik er met den pony vandoor ging, want nu +hebben we beste vriendjes in Clara en Betty." Toen wij thuis kwamen, +vonden wij de jongens druk bezig met het tellen van hun geld. Daan +had 65 cent gemaakt voor gevangen visch, die hij bij drie +verschillende boeren had verkocht, en Alex had f1.80 verdiend bij +Cummins; deze had hem 30 cent per dag gegeven voor zijn hulp bij 't +hooien. Met de noodige plechtigheid verklaarde Alex: "'t Is verdiend +in het zweet des aanschijns; maar het is ook alles, wat ik kan +verdienen, want er wordt nergens meer gehooid nu. En de volgende week +moeten we ook weer naar school."</p> + +<p>Oversecuur telden we allen ons geld nog eens na; 't was nog lang niet +genoeg, om er een ezel voor te koopen, maar wij hadden alle hoop, er +nog heel wat bij te verdienen. Lena kon doorgaan met het maken van +borstplaat, en ik met het plukken van bloemen, en het zenden van +groenten naar de markt. Daan kon voortgaan met zijn visscherij. +Alleen voor Alex moest fluks een ander plan bedacht worden.</p> + +<p>"Niet noodig!" zei hij. "Ik heb harder gewerkt dan jelui allemaal +samen. Ik heb mijn aandeel geleverd."</p> + +<p>"Eén gulden en tachtig cents is niet veel," merkte ik op. Alex begon +korzelig te worden en zei: "'t Zit 'm niet in de hoeveelheid, 't zit +'m in de waarde. Deze 36 stuivers vertegenwoordigen een zeer zwaren +arbeid. Wat zou je meer op prijs stellen als verjaarsgeschenk: een +boek, dat je zoo maar koopt en weer weggeeft, of een boek, waarvoor +een jaar lang gespaard is, en de krachten van wie het kocht, bijna +heeft uitgeput?"</p> + +<p>Ik was onder den indruk van deze redevoering, maar Daan heelemaal +niet. "Je bent een lui stuk mensch," zei hij; "ik weet heel goed, dat +je den halven dag in 't land lag, en frissche dranken kreeg."</p> + +<p>Maar Alex meende een week rust noodig te hebben; daarna zou hij een +nieuw plan aanvatten. "Mijn lichaam is zoo vermoeid, dat ik niet +denken kan; maar ik beloof je, dat mijn nieuwe plan niet minder +aardig zal wezen dan dat van jelui."</p> + +<p>De Zaterdag met z'n zangoefening in de kerk kwam weer aan. Juist was +ik aan 't zingen, toen ik ineens dacht aan vaders preek: Semper +fidelis, semper paratus. Ik dacht erover, wat vader nu wel van mij +zou wenschen. Maar ik had den moed niet, om het te doen; Daan zou mij +uitlachen m'n leven lang. Maar toen ik naar bed ging, bad ik tot God, +of Hij mij zóó moedig wilde maken, dat ik het doen durfde.</p> + +<p>Zondagmorgen vond ons allen aan 't ontbijt. Tante Caroline staat +gewoonlijk al vóór ons van tafel op, omdat ze naar de Zondagsschool +moet. Ook nu zou ze juist weer heengaan, toen Daan eensklaps +opsprong, met rood gezicht haastig z'n kopje thee leegslurpte, en +zei: "Tante, ik ga met u mee naar de school. Ik zal de klasse der +kleintjes nemen." Tante nam het heel kalm op, maar voor onze ooren +was het, of het onweerde.</p> + +<p>"Ik heb al zoo vaak er op aangedrongen, dat een van jelui me helpen +zou," zei tante. "De arme kleintjes begrijpen mijn onderwijs aan de +ouderen nog niet."</p> + +<p>Daan ging de kamer uit. Alex sloeg z'n oogen ten hemel, hief z'n +handen op en riep: "De hemel komt naar beneden!" Lena begon te +giegelen. "Stel je voor: Daan de kleintjes aan 't onderwijzen! Hij +weet ze niets anders te zeggen dan "goede vormen"."</p> + + +<p>Ik gevoelde mij als aan den grond genageld. Als ik dà t geweten had! +Dat was nu de jongen, van wien ik vreesde, dat hij mij uit zou +lachen, als ik deed, wat hij nu doet! Ik liep den tuin in, en +schreide eens goed uit. En o, hoe bewonderde ik Daan nu! Altijd doet +hij de dingen zoo onverwacht. Nooit praat hij er over, en je zou +denken, 't kan hem niet schelen ook, maar plotseling komt ie uit z'n +rust, gaat heen, en doet het. Ik zou zoo graag als hij wezen.</p> + +<p>"Wat zal ik een pret hebben over die zuigelinglessen," zei Alex, toen +we samen naar de kerk gingen. "Neen, dat mag je niet," zei ik, "want +het is heel goed, wat Daan gaat doen. Verleden Zondag heeft vader er +nog over gepreekt. Ik had het ook willen doen, maar ik was bang, dat +jelui me zouden uitlachen. En nu is Daan me vóór geweest. Heusch +Alex, onder het ontbijt dacht ik elk oogenblik het te zullen zeggen, +maar zie, ik kwam net te laat."</p> + +<p>Alex keek me een beetje scheef aan, maar zei niets; en toen we Daan +bij het middageten weer zagen, zei geen van ons wat tegen hem; wij +deden, alsof er niets gebeurd was. Ik bewonder Daan, als hij zoo +doet, want hij zegt nooit, dat hij iets goed doet. En om elkaar te +zeggen, dat je iets goed doet, vind ik verkeerd, lijkt me zoo +verwaand.</p> + +<p>En nu moet ik vertellen van Maandagmorgen, en van de groote +verrassing, welke ons toen te beurt viel. Puf had al telkens gezegd, +dat hij iederen dag een brief van God verwachtte, met het geld voor +een ezel erbij. Elken morgen klampte hij den brievenbesteller aan. 't +Zal den man wel raar in de ooren geklonken hebben, toen Puf hem +vroeg: "Weet u wel zeker, dat er geen brief voor mij bij is, want ik +verwacht er een van God; het moet een heele zware brief wezen."</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/21_brief.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:189px;"></center> +<br> + +<p>Dezen Maandag bracht hij de brieven weer binnen, en toen vader ze +nakeek, zei deze plotseling: "Is hier een mijnheer George +Marjoribanks in de kamer?" "Dat ben ik!" riep Puf, en danste in de +grootste opwinding om de tafel. "Laat mij hem zelf openmaken!" Hij +kreeg den brief in z'n handjes. "Maak 'm nu maar open," zei vader, +ook wel 'n beetje nieuwsgierig. Puf maakte hem open: er zaten drie +postbewijzen in, en een velletje papier, waarop geschreven stond:</p> + +<pre class="indent10">"Van grootmoeder. Voor een ezeltje."</pre> + +<p>En elk van de postbewijzen was f12.— groot.</p> + +<p>Wij konden onze oogen niet gelooven. Grootmoe geeft ons zelden geld +— alleen op verjaardagen. Ik vermoedde natuurlijk al dadelijk, dat +tante Caroline haar verteld zal hebben, hoe vurig Puf er om bad. Pufs +gezicht was een portret waard, toen hem werd uitgelegd, hoe de zaken +nu stonden. Zijn oogen straalden van blijdschap; hij zette een borst +op en zei: "Natuurlijk. Ik begrijp heel goed, wat er gebeurd is. +Vader zegt, dat God geld aan sommige menschen geeft, om er goed voor +te zorgen. Hij heeft het Zelf te druk gehad, om het te zenden, en +daarom droeg Hij oma op om het te doen."</p> + +<p>"Ik geloof, dat je de waarheid zegt, Puf," sprak vader, terwijl hij +hem kuste op z'n heerlijken kroeskop. Puf keek met verrukte blikken +om zich heen. "Mijn plan is het beste geweest van ons allen," juichte +hij.</p> + +<p>Wij waren te verrast, om te spreken. Vader sprak zachtjes: "Want +derzulken is het Koninkrijk Gods."</p> + +<p>Toen, na nog even stilte, barstten we allen uit in een blij gejuich. +Het ezeltje was zoo goed als gekocht, en we konden zelfs nog wel geld +over houden. Daan zei al dadelijk, dat dat dan wel kon dienen voor +een zadel, maar vader zei, dat we voor die 36 gulden en wat we al +reeds hadden; allicht wel een ezeltje en een tweede-hands wagentje +konden koopen. Maar vader schat de dingen altijd goedkooper dan ze +zijn.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter07"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK VII.</h3> + +<p>En nu: waar kunnen we een ezel koopen?</p> + +<p>Ziedaar de groote vraag, welke ons allen bezig hield, toen we op een +pufwarmen middag ons hadden neergevleid onder de boomen langs het +grasveld. Behalve Puf, die nog niet tot bedaren gekomen was en +telkens opsprong om vlinders na te jagen.</p> + +<p>Alex opende de debatten, kriebelde Lena met een grassprietje in haar +oor en zei: "Je ziet nog wel es veel ezels zoo grazen, maar ik heb er +tot nu toe nog niet zoo bijzonder op gelet."</p> + +<p>"Laten we naar juffrouw Ribbon gaan, en haar vertellen, wat we noodig +hebben," stelde ik voor, en begon alvast te zingen:</p> + +<pre class="indent10"> + Wie hier eens komt, die komt terug, + Die wordt geholpen, goed en vlug. +</pre> + +<p>"Zij zal er een uit haar dierenverzameling halen," zei Daan, "en dan +zal 't niet veel moois wezen, dat verzeker ik je. Neen, de eenige +lui, die werkelijk goede ezels hebben, dat zijn de zigeuners, en die +moeten we vóór alles zien te vinden."</p> + +<p>"Hoera!" riep Alex uit, "we gaan een zigeunerkamp bezoeken." En Lena +voegde erbij: "Juffrouw Ribbon zal ons wel zeggen, waar er een is."</p> + +<p>"Wacht es even," zei Daan, "we kunnen het best zelf uitvinden, waar +ze zitten, evengoed als de politie. Laat mij maar begaan."</p> + +<p>"Nou ja, maar we kunnen toch evengoed eerst es bij juffrouw Ribbon +gaan hooren," meende ik.</p> + +<p>Aldus werd besloten; we sprongen allen overeind en draafden naar het +"dorpsmagazijn". Er stonden juist twee vrouwen af te rekenen, maar +toen ze ons zagen, gingen ze heen, en spoedig had ons clubje den +ganschen winkel gevuld, natuurlijk Puf vooraan. O, wat was het er +snikheet! De vliegen zaten overal op, en juffrouw Ribbon zag er uit, +alsof ze zoo van een wilde vliegenjacht kwam, natuurlijk kwamen de +vliegen nu ook nog op haar gezicht af, alsof het met stroop besmeerd +was. Met haar zakdoek trachtte ze de lastige dieren op 'n afstand te +houden. Niettemin glimlachte ze, zooals altijd en onder alle +omstandigheden.</p> + +<p>Daan nam eerst het woord en zei alsof het een bestelling gold: "Wij +wilden een zigeunerkamp hebben." Juffrouw Ribbon keek hem versteld +aan, maar glimlachte alweer spoedig; zij houdt van een grap, en +daarom wij ook van haar.</p> + +<p>"Hoeveel geld heb je daarvoor beschikbaar? Ze zijn duur, jongeheer +Daan!"</p> + +<p>"O, dat komt later wel terecht, als u er ons maar aan een helpt," zei +Daan.</p> + +<p>"Een zigeunerkamp is een flinke bestelling," zei juffrouw Ribbon +nadenkend. "Maar je moet me eens wat nader zeggen, wat je bedoelt. +Hoeveel zigeuners moet je hebben? Of is de bedoeling een kamp +alleen?"</p> + +<p>Wij zagen, hoe ze lachte. Maar Alex zei nog eens uitdrukkelijk: "Dat +zou nu de eerste keer worden, dat we hier tevergeefs kwamen. Neen, +juffrouw, we moeten een compleet kamp hebben, met levende zigeuners +erin."</p> + +<p>"Maar groote goedheid, kinderen, ik verkoop alleen dingen, die de +menschen kunnen koopen. Levende zigeuners zijn niet te koop in dit +Christelijk land."</p> + +<p>Wij begonnen terrein te verliezen, juffrouw Ribbon is ons te knap af. +Toen zei Daan met potsierlijke verontwaardiging: "Wij zullen het +onthouden, juffrouw. Wat wij wilden koopen was de inlichting over een +zigeunerkamp. Maar we zullen u verder niet lastig vallen."</p> + +<p>Allen verlieten we den winkel, 't hoofd in den nek als vertoornde +klanten.</p> + +<p>"'t Zal haar wà t spijten, dat ze ons niet heeft geholpen," zei Daan. +We gingen dadelijk weer naar huis. Daar schreef Daan, op een groot +vel van vaders preekenpapier, zoo mooi als hij kon:</p> + +<pre class="indent10"> + "Onmiddellijk inlichtingen gevraagd + naar het naastbijgelegen zigeunerkamp. + Gedurende één week in te zenden + aan de pastorie. +<span style="float: right;">Daniël Marjoribanks."</span> +</pre> + +<br> +<center><img align="right" src="images/22_mijlpaal.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:235px;"></center> +<br> + +<p>Toen was de vraag: Waar zullen we dien brief brengen? We waren 't er +allemaal over eens: niet bij juffrouw Ribbon. Daan had een mooi idee. +Bij den kruisweg, juist aan 't begin van ons dorp, staat een groote +mijlpaal. Wij namen een beetje lijm mee en gingen er heen. Onderweg +zei ik tegen Daan: "Je zult er nog een belooning voor moeten geven." +Daar had hij niet aan gedacht, maar vlug krabbelde hij nog op den +brief: "De aanbrenger zal goed beloond worden." Zoo hoog als wij +erbij konden, werd het papier tegen den paal geplakt, en daarna +keerden we weer naar huis terug. Na de thee ging Daan nog twee keer +kijken, of de lijm wel goed hield. Den tweeden keer zag hij, dat er +twee mannen en een jongen bij stonden te lezen. "Ik hield me weg," +vertelde hij; "ik kroop achter een heg. Zij schenen er veel belang in +te stellen."</p> + +<p>"Ik geloof, dat we beter gedaan hadden, met naar een ezel te vragen," +merkte ik op. Maar de jongens moesten daar niets van hebben. "Dat +zigeunerkamp is juist de grap!" schreeuwde Daan. "Misschien zijn er +in Lincolnshire niet eens zigeunerkampen," zei Lena.</p> + +<p>Dat hadden we nog niet overdacht. En dus gingen we op nader onderzoek +uit. Vader werd aangeklampt om ons daar wat meer van te vertellen. +Hij vertelde ons, dat hij eens zoo'n kamp had bezocht, toen daar een +man ziek was geworden. Wij vertelden vader echter niet, waarom wij +onze vraag deden, maar Puf wilde weten, of ze ook jongens en meisjes +stalen.</p> + +<p>Den dag daarna kwam er een jongen aan de achterdeur en vroeg Daan te +spreken. Gelukkig was hij thuis, want den volgenden dag begonnen de +lessen weer. Zeer gejaagd kwam Daan aanloopen. De jongen vertelde: +"Ik heb dien brief gelezen. Boer Brown, aan den weg naar Lemworth, +laat altijd zigeunertroepen op een stuk land bij z'n boerderij +uitrusten. In deze maand komen ze gewoonlijk, omdat ze dan naar de +Lemworthsche kermis gaan, en die is vandaag over een week."</p> + +<p>"Sjonge, dat treffen we!" riep Alex. "Hoeveel heb je hem gegeven?"</p> + +<p>"Dertig centen. Dat vond ie heel best. Ik zal het natuurlijk uit onze +ezelkas betalen."</p> + +<p>"Ik wou, dat we nu morgen dien ezel maar kochten, dat lange wachten +is nergens goed voor," vond ik.</p> + +<p>Maar de jongens vonden, dat het wel een week uitstel waard was, om +een echten ezel te kiezen uit een echt zigeunerkamp. En toen begonnen +de lessen; alle dagen waren de jongens weg. Lena en ik kregen 's +morgens les van tante Caroline, en Puf verbeeldde zich dat ook maar. +De middagen hadden we voor onszelf, maar dan was er altijd wel wat +naar een zieke te brengen, of andere boodschappen.</p> + +<p>Op zekeren dag hoorde vader mij brommen, omdat ik zoo graag een nieuw +leesboek uit de school-bibliotheek wou lezen, en tante me toen een +boodschap wilde laten doen, terwijl ik pas voor haar was weggeweest. +Vader schudde zijn hoofd, en zei: "Semper paratus! Grietje, zoo wordt +je niet een goede dienstmaagd."</p> + +<p>"Maar ik ben de meid van tante Caroline niet," flapte ik eruit.</p> + +<p>"Ik dacht, dat je een van Christus' dienstmaagden waart," sprak vader +ernstig. "Jou kleine dagelijksche werkzaamheden zijn de plichten, die +Hij je oplegt, Je kunt niet Zijn dienst scheiden van den dienst hier +in huis, het zijn dezelfde plichten. Denk je wel altijd aan Zijn +bevelen, kind?"</p> + +<p>"Ik vergeet het zoo vaak," zuchtte ik.</p> + +<p>"Een ontrouwe dienstmaagd is zulk een teleurstelling voor Jezus," +sprak vader zacht.</p> + +<p>Toen begon ik te schreien. Ik kon er niets aan doen.</p> + +<p>"Ik geloof niet vader, dat ik ooit een trouwe, gewillige dienstmaagd +zal worden."</p> + +<p>"Waarom niet? Deze boodschap van je tante was een oproep tot <i>gaan</i>, +nietwaar?"</p> + +<p>"Ik denk van wel," fluisterde ik.</p> + +<p>"Geloof je zelf, dat je in Christus' dienst bent?" vroeg hij me.</p> + +<p>"Ik hoop van wel, vader. Ik wil Hem dienen, omdat Hij voor mij +gestorven is, en ik heb Hem lief, maar niet zóó, als het moest +wezen. Ik denk, dat het <i>komen</i>, waarover u preekte, heel wat +gemakkelijker is, dan het <i>gaan</i>. En wat het <i>doen</i> betreft, ik heb er +niet eens over gedacht. En, vader, het spijt me toch zoo, dat ik die +Zondagsschoolklas niet heb genomen; Daan was me net voor."</p> + +<p>"Elken dag, Grietje, moet je zoowel komen als doen. Het eerste wat +een knecht des morgens doet, is zijn heer om orders vragen. Heb je +van morgen den Heer om Zijn bevelen gevraagd?"</p> + +<p>"Neen vader," zei ik, "ik heb mijn gebed vanmorgen afgeraffeld, omdat +ik te laat op was."</p> + +<p>"O, maar dà t is de oorzaak van je ontrouw. Ik ben in mijns Meesters +dienst al heel wat jaren meer, dan gij Grietje. Als ik beproef Zijn +bevelen uit te voeren, zonder Hem steeds te bidden, dan geraak ik +dadelijk in moeite. Den ganschen dag, en elken dag is het "komen" en +"gaan"."</p> + +<p>Vader ging heen, ik bleef in nadenken verzonken staan, en beloofde +mijzelf in stilte, dat ik trachten zou, nooit meer te mopperen, al +werden mij honderd boodschappen per dag opgedragen.</p> + +<p>Ons plan, om op de kermis van Lemworth te gaan kijken naar een +ezeltje, vond vader niet goed. De jongens vroegen hem toen, of we +Zaterdag een langen dagmarsch mochten gaan maken; we zouden dan ons +twaalf-uurtje meenemen, en zien, of er ook zigeuners te vinden waren, +die een ezel voor ons te koop hadden.</p> + +<p>Vader vond dit goed, maar zei erbij, dat we slechts inlichtingen +mochten vragen; het koopen van een ezel moesten we aan hem overlaten.</p> + +<p>Wat duurde het lang, voor 't Zaterdag was! Eindelijk was de +langverwachte dag er, en dadelijk na 't ontbijt gingen we op weg. Puf +ging te keer als een wanhopige, omdat hij niet mee mocht, en tante +Caroline trachtte hem met allerlei schoone beloften tot bedaren te +brengen.</p> + +<br> +<center><img src="images/23_schutting.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:465px;"></center> +<br> + +<p>Wij begonnen met twee mijlen te marcheeren langs den kalen, stoffigen +weg; daarna klommen we over een schutting en gingen dwars over de +landerijen. Drukke gesprekken en allerlei verhalen maakten de +wandeling kort. Daan vertelde van een jongen op zijn school, met wien +hij altoos aan 't vechten is. Hij komt uit Londen, heeft een +verbeelding, alsof z'n vader hertog is, en ziet met minachting neer +op "dat gewone volk", zooals hij het noemt.</p> + +<p>"Ik vind het niet erg "in den vorm" voor zoo'n heertje om te +vechten", merkte ik op. Ik houd er van, om Daan met z'n eigen woorden +te bekampen.</p> + +<p>"Ik heb 'm als een worst in mekaar gedraaid," zei Daan. "Ik had er +zin in, met mijn vuisten er nog eens goed op te beuken. Maar ik laat +hem nog liever heelemaal links liggen, omdat hij gewone menschen +minacht."</p> + +<p>Lena vroeg: "Zouden we de zigeuners wel thuis vinden? Ze zullen +allicht naar de kermis te Lemworth zijn." Daar hadden we zoowaar nog +niet aan gedacht. We hielden even stil, om de zaak te overdenken; +inmiddels werd de lunch in 't gras gebruikt.</p> + +<p>"Alle ezels zullen toch niet naar de kermis zijn," zei ik. "Hebben +zigeuners wel altijd ezels?" vroeg Lena. "Och, hou toch op en doe +niet van die malle vragen," zei Daan verstoord.</p> + +<p>Na nog een heelen tijd te hebben geloopen, kwamen we bij de boerderij +van Brown, en daar vonden we tot onze blijdschap een kamp, een vuile +tent, en een troep kinderen, die er bij speelden. Een zwart-uitziende +vrouw was bezig met kleeren wasschen in een groote braadpan. Maar +ezels waren er niet te zien; slechts een oud wit paard liep er te +grazen.</p> + +<p>"Ik vrees, dat ze naar de kermis zijn," fluisterde Alex. "Toe Daan, +ga es heen en groet die vrouw es."</p> + +<p>Daan kan dat altijd heel netjes; de lui op 't dorp mogen hem graag, +omdat hij zoo netjes z'n pet kan afnemen. Hij ging recht op de vrouw +af, en groette met z'n stroohoed.</p> + +<p>"Morgen juffrouw, mogen wij het genoegen hebben, enkele minuten met u +te spreken?" Zij trok haar handen uit de braadpan en staarde ons aan, +of we wilde dieren waren. Daan ging voort: "Ik weet niet wie +de .... baas van dit kamp is, maar ik zou hem graag over zaken +spreken."</p> + +<p>"Houdt je me voor den mal?" vroeg de vrouw ruw.</p> + +<p>"We meenen het allemaal ernstig," zei Daan. "U moet weten, wij willen +een ezel koopen, en wij meenden, dat u er wel een te koop zoudt +hebben."</p> + +<p>De vrouw lachte, en riep daarna: "Jim! Kom es hier en vertel dien +jongens es, dat ze aan 't verkeerde adres zijn voor ezels."</p> + +<p>Een man, een echte zigeuner, kwam langzaam aanslenteren. Hij droeg +groote blinkende knoopen aan jas en vest en broek, had een grooten +geelrooden zakdoek om z'n hals en een zwaren ring aan een der +vingers.</p> + +<br> +<center><img src="images/24_zigeuner.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:456px;"></center> +<br> + +<p>"Wij doen niet in ezels!" zei hij, terwijl hij aan een groote pijp +trok en ons met loerende oogen bekeek. "Hoeveel heb je er voor over?"</p> + +<p>"Dat zal vader wel behandelen," zei Daan met beslistheid. "We moeten +een goeden, vluggen ezel hebben, een die loopt als de wind, en wij +wenschen hem Maandagavond na zes uur aan de pastorie te Warlington te +hebben, om 'm te bezien. Kan ik daarop rekenen?"</p> + +<p>Daan doet altijd zaken, als was hij een koopman van zessen klaar. +Maar wij waren toch allen teleurgesteld, dat wij nu niet één +ezeltje te zien kregen. Intusschen sloop Lena wat verder het kamp in, +kwam weer terug en vroeg aan de zwarte vrouw: "Laat mij eens uw +woning van binnen zien; ik zou ook wel in zoo'n kamp willen wonen."</p> + +<p>De vrouw vond het goed en ging ons voor; Alex ging mee, en Daan bleef +met den man praten. De wagen zag er van binnen wat aardig uit. Aan +den wand hingen schilderijtjes, platen en helder geschuurde pannen; +maar lekker rook het er niet. Lena vond het er verrukkelijk en zei: +"Zeg u es — we zullen 't aan niemand verklappen — maar is het waar, +dat jelui kleine kinderen stelen, of staat dat alleen in de boeken?"</p> + +<p>De vrouw moest hardop lachen. "Wou je een tijdje met ons mee op reis, +juffie?"</p> + +<p>"O, dolgraag, maar slechts voor een paar weken, in de vacantie. Ik +geloof, dat het heerlijk is, gestolen te zijn!" De vrouw schudde haar +hoofd. "Kinderen geven meer kwelling, dan ze waard zijn; die wij +hebben, zijn al meer dan genoeg," zei ze.</p> + +<p>Lena was geheel uit 't veld geslagen. Alex vroeg haar, of ze wel +waarzeggen kon. Ze schudde van neen. Maar — zeiden we haar — dan +kun je ook geen echt zigeunerkind wezen.</p> + +<p>Toen we den wagen weer verlaten hadden, riep Daan ons. "De zaak is al +in orde," zei hij; "wij zullen eenige ezels thuis krijgen, om uit te +kiezen. Overmorgen komen ze; zoolang zullen we moeten wachten."</p> + +<p>Alex vroeg hem toen, of hij den zigeuner wilde vragen, dat die ons +zou verzoeken om op een avond een echt zigeunermaal te komen +bijwonen.</p> + +<p>Daan vroeg het en antwoordde ons, dat we er zelfs aan mochten +deelnemen, voor twintig cent de man. De man verzocht ons te komen den +eerstvolgenden Dinsdag, 's avonds om 9 uur. Toen zeiden we hem goeden +dag, en vertrokken.</p> + +<p>Ik weet niet, hoe dat kwam, maar we waren allemaal een beetje +teleurgesteld. Wij hadden verwacht een prachtigen ezel te zullen +zien, en met een mooi-gezadeld exemplaar thuis te zullen komen; wij +hadden gedacht, een groot, dichtbevolkt zigeunerkamp te zullen +aantreffen, met een waarzegster er bij, met mannen er bij, die ringen +in hun ooren droegen, die dansten en feest vierden, en een of ander +gestolen kind, dat achter een boom stond te huilen. Maar van dat +alles niets; niet één ezel, één kermiswagen maar, geen gestolen +kind, één man maar en ééne vrouw.</p> + +<p>Intusschen vertelde Daan ons, dat de man iemand wist, die ezels +verkocht, en dat die persoon op de kermis was. Maar hij zou hem wel +vertellen, wat wij wenschten, en dan zou die koopman ze wel brengen. +"Ik heb hem den tijd gegeven tot Maandagavond," zei hij deftig, "en +ik heb er nog een mooi plan bij bedacht. Wij zullen op den mijlpaal +aan den kruisweg een nieuw briefje plakken, waarop te lezen staat, +dat iedereen die een ezel te koop heeft, er dienzelfden avond mee aan +de pastorie moet komen." "Dat wordt een ezelen-revue!" juichte Alex, +en sprong in 't rond.</p> + +<p>Met groot verlangen zagen we Maandagavond tegemoet. Wij houden er erg +van, iets lang vooraf te weten, dan heb je altijd schik vooruit en je +wordt niet zwartgallig. Betty en Clara zeggen, dat ze haast altoos +somber gestemd zijn, daarom heb ik ze gezegd, dat ze vooral veel +plannetjes moeten maken.</p> + +<p>In een tevreden stemming naderden we ons dorp weer. Bij het spreken +over de avondpartij in 't zigeunerkamp, liet ik Daan merken, dat ik +vreesde, dat vader ons geen toestemming zou geven, om er heen te +gaan. "Nu ja," zei hij, "jelui — Lena en jij — doen ook beter met +niet te gaan. Alex en ik wel, omdat vader het ook wel eens gedaan +heeft; vader zei, dat sommigen van die zigeuners heel nette menschen +zijn."</p> + +<p>"Maar wij zouden toch graag meegaan," zei ik wat ontevreden. "Alles +wat lekker is, is nog niet verkeerd!"</p> + +<p>"Wees toch zoo'n kwast niet," zei Alex. En Lena voegde er nijdig aan +toe: "Ik ga toch, 't kan me niet schelen, wat ouwe Griet doet; als ik +er voor gestraft word, heb ik het toch al gehad!"</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter08"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK VIII.</h3> + +<p>Puf was danig verstoord, toen we zonder ezeltje thuis kwamen. +Dadelijk na de thee ging Daan het nieuwe briefje aan den mijlpaal +hechten. Allen gingen we mee en hielpen hem. Hij schreef er op:</p> + +<p>"Gevraagd een eerste-klas ezel. Op bezien te zenden Maandagavond 6 +uur aan de pastorie." Erboven schreef hij nog: "Belangrijk en +spoed-eischend."</p> + +<p>Toen dat afgeloopen was, gingen we weer naar huis, en hielp ik tante +Caroline met opruimen, want het was Zaterdagavond. De zangoefening +had ze ons ditmaal geschonken, omdat we uit waren geweest; doch voor +we naar bed gingen, nam ze ons mee naar de piano in de zitkamer, en +zongen wij de gezangen nog eens, die we voor Zondag moesten kennen. +Daarna zei tante Caroline tot Daan: "Kom je morgen naar de +Zondagsschool?" Daan antwoordde erg ruw: "Ja, ik denk 't wel."</p> + +<p>Toen zei ik: "Tante, ik wou wel een klas nemen, als u nog een andere +had."</p> + +<p>"Ik denk, Grietje, dat er daarvoor niet genoeg kinderen zijn. Lang +geleden heb ik het je al gevraagd."</p> + +<p>"Wat leer je hun toch, Daan?" vroeg Lena. Maar Daan ging de kamer +fluitende uit, en zei geen woord. Ik was er ook zeer benieuwd naar, +wat hij ze leerde, maar toen ik het tante vroeg, zei ze: "'t Is +jammer, dat jongens altijd denken, dat ze hun gevoelens onder zich +moeten houden. Hij weet uitnemend de orde te bewaren, leert ze hun +tekst en versje, en vertelt hun heel aardig een Bijbelsch verhaal." +Ik zuchtte, want ik wou zoo graag hetzelfde werk doen.</p> + +<p>Maandagmiddag kwam Lena naar me toe rennen: "O Griet! ik ben bij +juffrouw Ribbon geweest, en zij zegt, dat ze een prachtigen ezel +weet, en dat had ze ons allang kunnen zeggen, als we 't haar maar +verteld hadden, en we niet naar die zigeuners waren gegaan. Zij zegt, +dat ie aan een boer behoort, en dat die 'm verkoopen wil.</p> + +<p>"Wel," zei ik, "zeg haar, dat ze hem bericht den ezel vanavond +opzicht te zenden."</p> + +<p>"Dat heb ik haar gezegd, maar zij zei dat ze niemand had om hem die +boodschap te brengen."</p> + +<p>"Waar woont hij?"</p> + +<p>"Dat weet ik niet."</p> + +<p>Ik ging dadelijk naar juffrouw Ribbon, en kwam te weten, waar de boer +woonde. Het was wel een heel eind, maar ik dacht, als tante Caroline +me maar even vrij liet, kon ik wel even heengaan. Tante zou juist met +vader uitgaan. Ze gingen naar een vergadering in Lemworth, en vader +zou er spreken. Zij vonden goed, dat ik ging, en zeiden meteen, dat +we met de thee niet op ze behoefden te wachten. Ik vroeg angstig: +"Maar u zult toch tijdig genoeg terug zijn, vader, om ons ezeltje uit +te kiezen?" Hij glimlachte: "Ik vrees, dat we zullen moeten +adverteeren, kind; ik twijfel er aan of je hier wel ezels heen zult +krijgen."</p> + +<p>"Wij verwachten wagenladingen vol!" riep ik uit, en rende heen.</p> + +<p>Lena wou meegaan, en samen staken we dus de velden dwarsover. 't +Rennen hield spoedig op, want het was o zoo warm; wij plukten bladen +van zuring en varenkruid om ons te verkoelen. Eindelijk waren we aan +de boerderij. Een prachtige tuin lag vóór de groote boerderij; in +dien tuin lag een heer in een rieten stoel, en daarbij zat een dame. +Ik vreesde, dat we verkeerd waren, maar we moesten den tuin door, om +bij de voordeur te komen. Ik vroeg hun, of daar Mr. Donnyball woonde. +De dame glimlachte: "Ja zeker, ga maar naar het huis, daar zul je +zijn vrouw wel vinden. Wij zijn maar logé's."</p> + +<p>Ik liep door, maar Lena bleef achter, zij mag graag met vreemde +menschen praten; ik niet. Ik belde en een boerenmeid kwam voor; zij +riep dadelijk de boerin, die heel blij was, toen ze hoorde wie ik +was. Ik herkende haar dadelijk; zij en haar man komen elken +Zondagmorgen bij ons in de kerk en zitten in de middelste banken.</p> + +<p>Zij zei: "Kom binnen, lieve. Jan en ik zeggen altijd tegen mekaar, +jelui zitten als engelen in het koor, en het is een genot, jelui te +hooren zingen, en jelui goeje lieve vader preekt als een apostel. +Kom, ga binnen, dan zal ik je een stuk van mijn eigengebakken koek +geven, en een glas melk. En wat is nu de boodschap, kind?"</p> + +<p>Zij sprak zóó snel, dat ik er geen woord tusschen had kunnen +krijgen. Toen ik haar het doel van mijn komst verteld had, zei ze:</p> + +<p>"Ja, jelui hebt een ezel noodig, hé? Kijk es wij hebben logé's, +kapitein en mevrouw Rogers. Zij komen uit Londen; zij hebben familie +te Lincoln. Hij is sedert den oorlog kreupel, en wij dachten, dat +onze Nell hem heel zacht in een rieten wagentje zou kunnen trekken, +maar hij ziet het ding niet, of maakt rechtsomkeert, en is niet tot +kalmte te krijgen. Wij hebben er toen over gedacht, een pony te +nemen. Mijn mans broer heeft er een; en zoo is het gekomen, dat ik +tegen juffrouw Ribbon zei, dat we Nell niet wilden houden. Mijn +kleine jongen reed er altijd op" — ze begon eensklaps te schreien; +ik begreep, dat haar kind was overleden en betuigde haar mijn +deelneming daarover. Vervolgens zette ze mij in een heerlijk koele +serre, riep Lena ook, en beiden kregen we toen een glas melk en een +stuk gebak. Ze beloofde, dat de ezel dien avond door een der knechts +zou gebracht worden. Ik was wat in m'n schik; we wilden nog graag den +ezel zien, maar men was met 'm naar den molen om meel te malen. We +namen nu afscheid en bij 't heengaan hielden de heer en mevrouw +Rogers ons nog aan.</p> + +<br> +<center><img src="images/25_stoel.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:456px;"></center> +<br> + +<p>Lena had hun natuurlijk alles al verteld; de kapitein vroeg lachend: +"Wat geven jelui voor den ouden knol?" Ik vertelde hem, dat we een +ezelen-revue zouden hebben, en daaruit kiezen zouden.</p> + +<p>"O!" riep hij uit, "daar moet ik bij wezen." Lena klapte in de handen +en liet hem beloven, dat hij komen zou. Maar Mevrouw Rogers was er +niet voor; hij was niet erg sterk, vertelde zij. Toen zei Lena: "Ik +zal u een brief sturen, als u 't goed vindt, en daarin van de revue +vertellen. Tante Caroline laat ons brieven schrijven, om te leeren +stellen." Mevrouw Rogers vond het heel aardig, en wij vertrokken.</p> + +<p>Lena begon te rammelen: "Wat zijn ze lief hé? Ik geloof, dat +kapitein Rogers vergeten heeft te groeien, hij praat net als de +jongens; Mevrouw Rogers keek hem onophoudelijk aan, en zei een keer: +"Charles, breng het kind nu niet in de war." Ik zei, dat ik nooit in +de war kwam. Toen fluisterde hij: "Als je met je hoofd omlaag slaapt, +hou je ook op met groeien."</p> + +<p>"Hij spreekt net als tante Marie," merkte ik op. "Ik hoop, dat hij +bij ons zal komen."</p> + +<p>"Ik zal hem een brief schrijven en vragen, om toch vooral te komen," +zei Lena.</p> + +<p>Toen wij thuis kwamen, was het theetijd, en waren de jongens juist +uit school terug. Zij spotten met ons ezeltje. "Als de ezel van +juffrouw Ribbon komt, zullen we 'm slaan, waar de anderen bij zijn," +dreigden ze. Wij vertelden hun, dat het niet juffrouw Ribbon's, maar +boer Donnyball's ezel was.</p> + +<p>En zoo naderde het met spanning verwachte oogenblik van de +ezelen-revue.</p> + +<p>Toen 't zes uur was, stonden we allen aan 't hek; Puf was op 't +poortje geklommen, om toch vooral de eerste te wezen, die hen zag +komen. Wij wachtten, wachtten tot bijna halfzeven, toen Nell kwam +opdagen. Hij zag er prachtig uit, dik en helder, en met een mooie +grijze kleur; de jongen, die hem bracht, scheen ook zeer met hem +ingenomen. Terwijl we ons om den aankomeling verdrongen, kwamen, in +een stofwolk gehuld, vier leelijke, ruwe beesten aangedraafd, +begeleid door een man en een jongen. En toen begon de revue.</p> + +<br> +<center><img src="images/26_ezels.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:463px;"></center> +<br> + +<p>Ik wenschte, dat vader er nu maar was, maar Daan meende zelf de keuze +wel te kunnen maken. Nog waren we bezig, van alle kanten het vijftal +te bekijken, toen een oude vrouw kwam opzetten, ook met een ezel, en +werkelijk een aardig beest.</p> + +<p>Het begon nu vermakelijk te worden; een troep kinderen stond om ons +heen, en nog meerderen kwamen erbij kijken. Wij hadden nu zes ezels, +en nog was vader er niet.</p> + +<p>De vier magere ezels behoorden aan onzen vriend den zigeuner, en de +mooie zwarte behoorde aan een vriendin van juffrouw Tapson. Daan deed +heel gewichtig; hij fluisterde Alex wat in, waarna deze z'n pet in de +lucht wierp en uit alle macht Hoera! riep. Onmiddellijk daarna nam +Daan het woord en schreeuwde: "Kijk hier, we moeten een ezel hebben, +die goed kan loopen, en nu willen we uit deze zes den besten kiezen. +Daarvoor zullen we een wedstrijd houden; wie van de zes het vlugst +een afstand van één mijl loopt, is ons."</p> + +<p>De dorpskinderen juichten bij het hooren van deze afkondiging, en wij +niet minder. De man met de vier magere exemplaren keek niet bijzonder +opgewekt. En hij mopperde: "Ik heb deze puike beestjes 10 mijlen +moeten laten loopen, om ze hier te brengen, en ik heb er niet op +gerekend, dat ze nu ook nog een wedstrijd moeten meemaken. En dat op +zoo'n heeten dag!"</p> + +<p>"Wel," zei Daan, die altijd rake opmerkingen heeft, "we zullen ze een +voorsprong geven. Op den hoogen weg zal de wedloop plaats hebben; tot +den ouden eik, waar de bliksem is ingeslagen, is het een halve mijl, +ik heb het opgemeten. Nu zullen we ze tot daar laten rennen; de start +is bij ons hek."</p> + +<p>Vervolgens vroeg hij aan juffrouw Tapson's vriendin, die Rowe heette, +hoe ver haar ezel had geloopen; 5 mijlen, was het antwoord. Bob +Tapson had ons briefje aan den mijlpaal gelezen, en toen haar +gewaarschuwd. Zij was nu met het ezelkarretje hierheen gekomen.</p> + +<p>Daan begon nu den wedstrijd te regelen. "Wij moeten jockeys hebben," +vond Alex, en voegde er meteen bij: "ik zal den grijzen berijden." +Toen deed Daan ook maar eerst een keus, en bestemde den zwarten voor +zich. Dit was de ezel van juffrouw Rowe.</p> + +<p>Maar de jongen van boer Donnyball zei, dat hij zelf z'n ezel moest +berijden, want hij kende z'n eigenaardigheden. Alex koos zich dus een +van de vier zigeuner-ezels; dan nam de jongen, die erbij was, een +tweeden van 't viertal, de man wilde dan den derden nemen. Maar Daan +vond hem daar te zwaar voor. Lena en ik vroegen hem, ook een ezel te +mogen berijden, maar hij wou 't niet hebben. Hij vond, dat wij +moesten post vatten bij de start. Twee jongens uit 't dorp bestegen +toen de twee andere zigeuner-ezels. Zij moesten alle vier zonder +zadel bereden worden.</p> + +<p>Het begon nu te spannen; iedereen wond zich op, en toen we de ezels +alle op den hoogen weg brachten, en ze daar op een rij plaatsten, +scheen het heele dorp wel uitgeloopen, om er naar te kijken.</p> + +<p>Daan gaf den 10-mijlen-ezels 200 meter voorsprong, dien van juffrouw +Rowe 100 meter, en de grijze, die maar een mijl geloopen had, vertrok +bij ons hek. Het kostte heel wat tijd, voordat alles in orde was. Als +vertreksein vind Daan een pistool heel geschikt, maar we hadden geen +bruikbaar exemplaar meer; dus werd de tafelbel gekozen. Hiermee liep +ik tot midden op den weg, en luidde haar toen uit alle macht. De zes +harddravers zetten zich in beweging, maar ook de gansche troep +kinderen rende er achter aan, schreeuwend en juichend, dat je hooren +en zien verging. Lena en ik hadden graag evenzoo gedaan, maar wij +hadden de wacht bij het eindpunt, en hielden ons dus gereed voor een +nauwkeurige opname van den tijd der terugkomst.</p> + +<p>Een van de bruine ezels wilde niet; hij struikelde over een kuiltje, +en bleef bewegingloos staan. De man, die hem en z'n 3 makkers +gebracht had, begon te vloeken en hem te slaan. Lena en ik werden +beangst, en we vroegen Baldwin, er heen te gaan, en hem te vragen, +maar op te houden. Natuurlijk waren de keukenmeid en Emma en Baldwin +ook komen kijken.</p> + +<p>Het duurde lang, eer ze terugkwamen, maar eindelijk hoorden we +juichkreten en zagen we Daan op den zwarten ezel in draf aanrijden. +Met een galop sprong hij het eindpunt binnen. Van de anderen was nog +niets te zien. Eindelijk verscheen ook Alex; hij was twee keer +afgeworpen; hij zei, dat zijn ezel kuren had, en terwijl hij ons +daarvan vertelde, nam het dier juist weer een sprong, en buitelde +Alex over z'n kop in een bed brandnetels. Ik kon m'n lachen niet +houden, hoewel ik het voor Alex jammer vond. Vervolgens verscheen de +boerenknecht; zijn ezel lag aan den weg, en had hem enkele +oogenblikken geleden afgeworpen.</p> + +<br> +<center><img src="images/27_afgeworpen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:411px;"></center> +<br> + +<p>De andere ezels waren geen van alle goed, zij kwamen niet eens tot +aan den eikeboom, ze stonden koppig op den weg, en wilden niet voort, +waarop Daan den man te kennen gaf, dat we een loopenden, geen +stilstaanden ezel moesten hebben. De man was verre van prettig +gestemd en raasde van belang. Hij wilde voor z'n vergeefsche reis +betaald worden, en ging naar de herberg om vaders thuiskomst af te +wachten. Natuurlijk waren we 't allen eens over den winnaar, en +juffrouw Rowe was wà t in haar schik. Zij prees haar ezel als een +eerste-klas-harddraver en wilde er haar karretje en het tuig bij +verkoopen voor een prijsje. Nu kwam het belangrijkste nog: de +koopsom. Zij zei, dat ze den ezel en het karretje niet meer noodig +had, omdat ze te Lemworth ging wonen, en daarom zou ze 't ons voor +een prijsje laten: voor de gansche verzameling vroeg ze 54 gulden. 't +Scheen goedkoop, maar ... wij hadden het niet! Daan telde onze kas na; +er was slechts 10 gulden en 20 cent in, en daar kwam dan bij +grootmoeders 36 gulden. Terwijl we hierover nog aan 't onderhandelen +waren, kwamen vader en tante Caroline van 't station.</p> + +<p>Hoewel vader zeer vermoeid was, kwam hij ons dadelijk helpen. Hij +deed eenige vragen over den ezel, hoe oud hij was, en hoe lang ze hem +had gehad, en of ie ook rare kuren had, en hoe snel of ie loopen kon; +wij vertelden hem dadelijk van den wedstrijd, en toen wilde vader ook +de andere zien.</p> + +<p>Te midden van deze nieuwe drukte riep tante Caroline Lena en mij naar +binnen, om naar bed te gaan. Toen ze was thuisgekomen, had ze Puf al +naar bed gestuurd. We moesten dus van al dat moois scheiden, doch +waren er zeker van, dat vader Andy, den ezel van juffrouw Rowe, zou +kiezen.</p> + +<p>Zoo gebeurde het ook, en Alex kwam ons nog even vertellen, toen we al +in bed lagen, dat vader ook het karretje gekocht had; wij moesten hem +ons verdiende geld geven, en hij zou de rest er bijvoegen. Juffrouw +Rowe had den ezel met toebehooren voor 48 gulden achtergelaten.</p> + +<p>Lena en ik waren verschrikkelijk verdrietig, dat we den intocht van +ons ezeltje in den stal niet konden bijwonen. Den volgenden morgen +had Baldwin hem al in 't grasveld bij de keuken gelaten. Wij gingen +naar 'm toe en Lena gaf hem een wortel. Hij kwam dadelijk op ons af, +en at 'm op. Maar toen we op z'n rug wilden klimmen, sprong ie weg.</p> + +<p>Na het ontbijt gingen vader en tante hem bekijken. Vader vond, dat de +jongens best zelf het karretje konden opschilderen.</p> + +<p>Na school gingen we allen, verheugd over onzen nieuwen makker, naar +den stal, en beproefden het karretje. Het bleek ons alle vijf best te +kunnen houden.</p> + +<p>Daarna gingen we Andy vangen, zetten Puf op z'n rug, en maakten een +plechtigen rondgang over het grasveld. Vervolgens maakte ieder van +ons een rijtoer, totdat Andy zóó vermoeid was, dat ie op z'n +voorknieën ging liggen, zich tuimelen liet, en in 't gras lag te +rollen.</p> + +<p>Wij gingen in huis, en Alex fluisterde mij in: "We gaan morgenavond +naar 't zigeuner-feestmaal!"</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter09"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK IX.</h3> + +<p>Het is zoo angstig, als je met heel je hart het goede wilt doen, en +je ontdekt dan, dat je toch eigenlijk bezig bent om te doen, wat niet +goed is. Alle mooie dingen schijnen dan verkeerd te zijn. Dat +feestmaal bij de zigeuners b.v. leek mij toch wel een der heerlijkste +zaken, waarvan ik ooit gehoord had. Den volgenden dag na theetijd +wandelde ik in den tuin rond en overdacht deze dingen. Ik wist heel +wel, dat ons niet zou worden toegestaan, er heen te gaan, en in elk +geval ons meisjes niet. Maar wij bleven altoos tot beddegaanstijd in +den tuin, en het zou dus niet moeilijk vallen, in 't duister te +ontsnappen. Zoo'n wandeling in 't donker en zoo'n feestmaal in 't +zigeunerkamp scheen wà t avontuurlijk. En dan de terugtocht bij +maanlicht!</p> + +<p>En toen begon ik over mijzelf te denken. Als ik een trouwe +dienstmaagd wilde wezen, mocht ik natuurlijk niet gaan naar een +plaats, waar mijn Meester mij niet wilde hebben en dus moest ik Hem +daar eerst over vragen. En nu hoop ik, dat ge het niet verwaand zult +vinden, als ik vertel, dat 'k naar het struikgewas bij de kerk ging +waar niemand me kon zien. Daar vertelde ik alles aan Jezus, en ik +vroeg hem, om mij thuis te houden, als het verkeerd was er heen te +gaan. Toen ik opstond, gevoelde ik met groote zekerheid dat ik niet +mocht gaan, en ik wist ook, dat ik moest trachten, Lena eraf te +houden.</p> + +<p>Ik ging haar dus zoeken. En ik was allesbehalve op m'n gemak, toen ik +zag, dat de jongens al den weg op slopen. Ik vloog ze achterna en +vroeg:</p> + +<p>"Gaan jelui?"</p> + +<p>"Ja zeker," zei Daan. "Je deedt beter met wat haast te maken, als je +meewilt."</p> + +<p>"Ik ga niet mee," zei ik. "Waar is Lena?"</p> + +<p>"Die probeert even braaf te worden als jij," zei Alex mopperend. De +tranen kwamen mij in de oogen.</p> + +<p>"O, ik wou, ik wou dat ik mee mocht!" riep ik uit, en liep toen naar +huis terug zoo hard als ik kon, want het trof mij, dat ik anders net +zou doen als Bileam, die wilde doen, wat God hem had verboden. Maar +ik was blij, dat Lena ten minste ook niet meegegaan was.</p> + +<p>In huis ging ik haar overal zoeken, maar ze was nergens te vinden. +Toen schoot mij te binnen dat ze misschien Andy goedennacht was gaan +zeggen. Ik ging dus den tuin weer door en vroeg aan Baldwin en Emma +en de keukenmeid, of ze haar ook gezien hadden. Niemand had haar +gezien. Terwijl ik nog druk zocht, kwam tante Caroline naar buiten, +zei me dat het bedtijd was en vroeg, waar Lena zat. Ik vertelde haar, +dat ik overal naar Lena gezocht had, maar ze nergens kon vinden. +Tante vond, dat ik dan maar vast naar bed moest gaan, Lena zou dan +wel volgen. Ik zei vader, die in z'n studeerkamer was, dus +goedennacht, en ging de trap op. Ik gevoelde mij verdrietig, en begon +weer te wenschen, dat ik toch nog maar met de jongens was meegegaan. +En ik herinnerde mij nu ook, hoe Lena gezegd had, dat ze toch zou +meegaan, hoe ze er ook later voor gestraft zou worden.</p> + +<p>Ik lag juist in bed, toen tante Caroline boven kwam. "Griet, waar is +Lena toch? Emma zegt, dat ze nergens te vinden is, en de jongens, +waar zitten die?"</p> + +<br> +<center><img src="images/28_klikken.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:426px;"></center> +<br> + +<p>Ik zweeg; het is bij ons niet "in den vorm", te klikken. Dat doen we +nooit. Maar tante wou me aan den praat hebben. Zij dreigde, vader te +zullen halen, als ik niet antwoordde. Ik zei toen: "Ik weet, waar de +jongens zijn, tante, maar ik wil het liever niet zeggen, en ik weet +niet, of Lena ook met hen mee is." "Maar je moèt zeggen, waar ze +heen zijn, Griet; het is heel leelijk van ze, om zoo weg te snappen." +"Ze zullen niets geen verkeerds uithalen, maar het zal wel laat +worden, eer ze thuis zijn." "Ik zal dadelijk met vader er over +spreken," zei tante; zij wist wel, dat we nooit van elkaar zouden +klikken; 't speet mij wel voor haar, want ze zag er zoo bezorgd uit. +Na eenigen tijd kwam vader boven, en toen ik hem hoorde komen, stopte +ik m'n hoofd goed onder de dekens en deed alsof ik sliep. Maar dat +lukte niet best, want hij legde zijn hand op mijn hoofd, en dat is +als een kus, en dan gevoel ik, dat ik hem alles kan vertellen. "Wel, +kind, is Lena nog niet boven water? Wat zijn jelui toch lastig. Tante +is er heelemaal van in de war."</p> + +<p>"Het spijt mij vader, maar Lena heeft mij niet gezegd, dat en waar ze +heenging, en ik heb haar ook niet zien heengaan."</p> + +<p>"Weet je, waar de jongens zijn?"</p> + +<p>"Ja, vader."</p> + +<p>Hij zweeg even, en zei toen: "Je moet me alles zeggen. Ik kan niet +hebben, dat een van m'n kleintjes zoo laat op den avond de deur uit +is, zonder dat ik weet, waar ie zit."</p> + +<p>Ik vertelde hem nu de geschiedenis, en hij zuchtte. "Het is heel +ondeugend van ze, en dat zullen ze weten ook. Daan heeft mij zeer +teleurgesteld."</p> + +<p>"Och vader," zei ik, zijn hand grijpende, "als u nog een jongen was, +dan ben ik er zeker van, dat u het ook zoudt gedaan hebben. Denk u +eens in: Zij mogen rond een kampvuur zitten en konijnenvleesch eten, +en dan worden er zigeunerliederen bij gezongen. Wat is daar nu voor +verkeerds in?"</p> + +<p>Vader glimlachte. "Wel Grietje, het zal de jongens geen kwaad doen, +maar zigeuners zijn geen goede vriendjes voor mijn volkje, en Daan +had beter moeten weten. En dan, Lena is nog een popje!"</p> + +<p>Hij ging naar de deur, knikte mij toe, en zei: "Goed kind." Even +daarna hoorde ik de huisdeur toeslaan, en ik begreep, dat hij hen +ging halen. Ik trachtte wakker te blijven, maar 't lukte mij niet, en +gewoonlijk sliep ik in eens door tot het uur van opstaan. Toen ik +wakker werd, keek ik allereerst naar Lena's bed, en zag, dat ze er +weer was. Toen ze wakker werd, zag ze er nog erg slaperig en hangerig +uit. "Toe, vertel me es gauw," zei ik. "Ben je met de jongens +meegegaan?"</p> + +<p>"Natuurlijk, domme meid. Ik heb je toch gezegd, dat ik het zou doen. +Ik ben nog vóór hen weggegaan, in geval je mij hadt willen +tegenhouden; op de stoep bij juffrouw Ribbon wachtte ik ze op." Op +boosaardigen toon vervolgde Lena: "Daan wou me terugsturen, maar ik +zei hem, dat ik niet een van z'n Zondagsschoolkinderen was. Maar hij +vond 't niets prettig, en dreigde, mij niet te zullen helpen, als ik +achter raakte!"</p> + +<p>"Vertel me nu van het feestmaal," drong ik nieuwsgierig aan. "Dat was +er niet," zei Lena boos. "We hebben heelemaal tevergeefs geloopen, en +mijn voeten gingen zeer doen. Toen wij er kwamen, was alles donker; +het gansche kamp was verdwenen, en er was geen mensch meer te zien. +Maar aan een boom was een briefje gespijkerd, en daar stond met +vreeselijk slechte letters opgeschreven:</p> + +<p>"Zigeuner-feestmaal Eerst den haas vangen, dan braden."</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/29_gespijkerd.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:248px;"></center> +<br> + +<p>Daan vond het een heel knappen zigeuners streek, maar zij waren met +dat al heel boos, en ik niet minder."</p> + +<p>Wat was ik blij, dat ik niet was meegegaan! Ik had nu niets gemist. +Maar die blijdschap was weer niet goed, ik had even blij moeten +wezen, als ze een heerlijken maaltijd hadden genoten. "'t Is wat +moois," bromde Lena. "Nu krijgen we allemaal straf voor niets. En we +hebben niet eens den maaltijd gehad." Bij het ontbijt waren de +jongens o zoo kalm. Vader had hun een flinke bestraffing gegeven, en +na theetijd mochten ze, evenmin als Lena, in den tuin. Vader straft +ons heel weinig, maar wij hebben altijd meer verdriet van zijn +boosheid dan van de straf zelf.</p> + +<p>Voordat de jongens naar school gingen, zei Daan tegen me: "Ik +verwonder me er niet over, dat wel-opgevoede lui zeggen, dat de +wereld steeds slechter wordt. Dat heb ik nu weer aan de zigeuners +gezien!" Dat was alles, wat hij ooit nog weer over het mislukte +zigeuner-feestmaal zei.</p> + +<br> +<center><img src="images/30_schilderen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:429px;"></center> +<br> + +<p>De volgende dagen werden besteed aan het schilderen van het karretje; +de jongens vonden helgroen de beste kleur. Vervolgens werd +onderhandeld over den aankoop van een zadel voor Andy. Ook hiervoor +gingen we weer, ieder op z'n vroegere manier, aan 't verdienen; Daan +werd weer vischboer, Alex voor ditmaal ook, Lena ging weer borstplaat +verkoopen, en ik gaf Bob Tapson weer wat groenten en bloemen mee voor +de markt.</p> + +<br> +<center><img src="images/31_marcheren.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:424px;"></center> +<br> + +<p>Te midden van al deze bezigheden kwam ons jaarlijksch schoolfeest, +dat hier meest op een der landerijen of in het park van Mevrouw Laura +wordt gehouden. Ditmaal ontving Mevrouw Laura de kinderen in haar +park; wij marcheerden er, allen met vlaggen gewapend heen, en +onderweg voegden zich ook de kinderen van het naaste dorp er bij, +zoodat het een groote optocht werd.</p> + +<p>Den dag vóór het schoolfeest kwam Daan thuis met een blauw oog en +een snede er boven. Hij vertelde me, dat hij aan 't vechten was +geweest met den "wilde", dat is die vuile jongen met z'n dikke +beenen. Vader ondervroeg Daan terstond, en deze vertelde: "Ik heb hem +al te lang gespaard, vader. Hij meende alles maar tegen mij te kunnen +zeggen.</p> + +<p>Hij zei b.v., dat in de gevangenis haast allemaal domineeszoontjes +zitten, omdat hun vaders allen huichelaars zijn. Ik eischte van hem, +dat ie z'n woorden zou terugnemen, maar hij keek me brutaal aan en +zei: Jou lieve papa mag de lui van den preekstoel de les lezen, maar +zijn brave zoon heeft mij niets te vertellen, begrepen? En toen vloog +ik op 'm los, hij rende weg, pakte een steen op en slingerde dien +naar mij toe. Dat ie me z'n vuist onder de oogen zou geduwd hebben, +alla, maar een steen! Wij vlogen allen op 'm aan, en hij vluchtte in +een der schoollokalen, maar spoedig hadden we hem daar weer uit; +terwijl de jongens hem stevig vast hielden, heb ik hem een flinke +aframmeling gegeven. Het was goed, dat ik het deed, en niet een van +de andere jongens, want ik weet, wanneer ik moet ophouden; als de +jonge Gray hem te pakken had gekregen, wel ik geloof, dat ie 'm half +dood had geslagen."</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/32_aframmeling.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:188px;"></center> +<br> + +<p>"Ja," voegde Alex er bij. "En toen ging ie huilend naar meester, maar +die zei 'm, dat ie gekregen had, wat ie verdiende."</p> + +<p>Vader zei niet veel. Hij verstaat jongens zoo goed. Net voor we naar +bed gingen, kwam Daan naar me toe, en zei: "Hoor es, Griet, ik wil je +de kleine Zondagsschoolklas overdoen. Ik kan het niet meer doen. Ik +kan die kinderen niet verbieden te vechten, als ik het zelf doe. +Gisteren heb ik in 't dorp nog twee vechtende jongens gescheiden. Het +was eigenlijk verkeerd zoo op te treden, maar ik dacht aan het +<i>gaan</i>, dat ons geleerd is. En dan dat geval met Lena. Neen, ik kan +die klas niet meer houden."</p> + +<p>"Goed," zei ik, "maar ik vrees, dat ik 't niet veel beter zal maken. +Mag je nooit iets verkeerds doen, als je aan de Zondagsschool bent?"</p> + +<p>"Ik wil geen huichelaar wezen," zei Daan en ging weer weg. Toen vader +te hooren kwam, dat de klas aan mij was overgedaan, riep vader Daan +bij zich. "M'n jongen, weet je wel, waarin je verkeerd hebt gedaan? +Je hebt het paard achter den wagen gespannen; je begon al te gaan nog +vóór je was gekomen."</p> + +<p>Daan kleurde, en zweeg even. Toen: "Hoe bedoelt u dat, vader?"</p> + +<p>"Je gelijkt op een burger, die met de soldaten mee wil om te strijden +en zichzelf als soldaat beschouwt, maar hij heeft zich nooit geoefend +en kan niet eens de wapenen der soldaten hanteeren en hun gewoonten +volgen."</p> + +<p>Daan zei niets meer; ik zag, dat hij ernstig nadacht. Ik deed +evenzoo, en ik meen vaders bedoeling te begrijpen. Hij heeft ons wel +meer gezegd, dat, hoewel hij ons in den doop aan God heeft gewijd, om +Zijn dienstknechten te worden, de tijd komt, dat we dat ook zelf +moeten doen. En daarmee moeten we niet wachten, tot we onze +belijdenis doen. Heb ik nu mijzelve aan den Heer gewijd, dan zal Hij +me ondersteunen in alles, wat ik noodig heb.</p> + +<p>Het lachte Daan niet bijzonder toe, om met z'n blauwe oog aan het +schoolfeest deel te nemen. Vader zei, dat hij daar blij om moest +wezen, want als hij thuis bleef, mocht hij met den ezel naar Relton +rijden. Dat is vijf mijlen van hier, vader had er een boodschap voor +een boer. Dat leek Daan en om dat te bewijzen, deed hij een sprong in +de lucht.</p> + +<p>Zaterdagmiddag te twee uur gingen we allen, behalve Daan, naar 't +schoolfeest; zelfs Puf was van de partij. Toen we aan 't Huis kwamen, +stonden Clara en Betty op 't bordes, en toonden zich zeer verheugd, +toen ze ons opmerkten tusschen de lange rijen schoolkinderen. Betty +was nu aardig beter, en kon met behulp van krukken goed vorderen. Wij +bleven even met ze praten, terwijl de andere kinderen verder trokken.</p> + +<p>In het park werden allerlei spelletjes en wedstrijden gehouden, +waarna we op thee werden onthaald, waarbij heerlijk geboterde koeken +werden opgediend. Tante had mij opgedragen, goed op Puf te letten, +want die is nog al gemakkelijk van innemen.</p> + +<p>Intusschen hadden we met Clara en Betty een afspraakje gemaakt, dat +ze met hun ponyrijtuigje bij ons zouden komen. Wij zouden dan onze +équipage ook voor den dag brengen en er zou weer een wedstrijd +worden gehouden. Ik denk, dat Andy wel even vlug zal loopen, als hun +pony.</p> + +<p>Terwijl we zoo aan 't praten waren, kwam Mevrouw Rogers op me toe; +zij nam me even mee, om haar man te groeten, die onder een boom zat +met verscheidene heeren en dames. Wij hadden 't zóó druk gehad, dat +Lena geheel vergeten had, haar brief aan den Kapitein te schrijven, +en deze vroeg dus, of wij al een ezel hadden gekregen. "Wij hoorden +al, dat de ouwe Nell niet best heeft voldaan," zei hij; "dat +verwondert me niet."</p> + +<p>Ik vertelde hem van de proefritten, van het schilderen van ons +karretje, en van onzen arbeid om nog een zadel te verdienen. Toen hij +hoorde, dat de jongens uit visschen gingen, vroeg hij, of ze elken +morgen versche visch voor z'n ontbijt konden brengen. Ik haalde Alex +en zei hem, dat ik een goeden afnemer voor hem gevonden had. Toen hij +vernam, wie, kwam hij dadelijk, en was spoedig druk aan 't praten met +den Kapitein.</p> + +<p>Deze vertelde hem, dat hij vroeger een renpaard hield, maar nu in een +mandewagentje moest voortsukkelen.</p> + +<br> +<center><img src="images/33_afnemer.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:429px;"></center> +<br> + +<p>"Daar kunt u ook in meedoen," vond Alex.</p> + +<p>"Ja," voegde ik er aan toe, "de volgende week hebben we een +wedstrijd. Betty en Clara komen met hun rijtuigje, en als u nu met uw +wagentje kwam, dan hebben we al drie deelnemers.</p> + +<p>"Het lijkt me wel," zei de Kapitein, "maar jelui hebt toch zoo'n +breeden weg niet."</p> + +<p>"Neen," zei ik, "maar ik dacht om het te doen op een groot veld, en +dan in de rondte, net als de Romeinen in een ampi... hoe heet zoo'n +ding ook?"</p> + +<p>"Heb je lauwerkransen?"</p> + +<p>"Jawel," zei ik opgewonden, "we hebben wel laurierbladeren in den +tuin, en daar zullen we wel kransen van maken."</p> + +<p>"Och Karel, wat praat je toch een nonsens," zei Mevrouw Rogers +lachend, maar haar oogen stonden droevig. Ik trok een lip, bang, dat +er nu weer niets van komen zou, en ik vroeg Mevrouw nog eens, ons +vooral te helpen. Zij antwoordde: "De dokter verbiedt mijn man, te +loopen, lieve, hij mag geen opwinding hebben."</p> + +<p>"Dat is nòg niet erg," zei de Kapitein vroolijk, "dan zal ik de +keizer wezen, en de lauwerkransen uitreiken."</p> + +<p>"We zouden ook een schildpadden-wedstrijd kunnen houden," vond Alex; +"dat zou voor u nog wel te doen zijn, meneer."</p> + +<p>"'t Is het beste, dat jelui maar allemaal hier naar de boerderij +komen. Boer Donnyball heeft al gehooid, en dus ligt er een groot stuk +land beschikbaar."</p> + +<p>"Dat zou heerlijk zijn," zei ik. "Als u een dag zoudt willen +vaststellen, dan zal ik er met Betty en Clara over spreken. Zaterdag +is voor ons de beste dag, dan hebben we vacantie."</p> + +<p>"Goed, aanstaanden Zaterdag dan, precies om twee uur."</p> + +<p>"Maar de zangoefening dan?" fluisterde Alex me in. "Die missen we +telkens. Ik wou, dat tante die maar op een anderen dag zette, 't is +onze eenige vacantiedag."</p> + +<p>Alex' opmerking deed me aarzelen. Vader had ons al eens gezegd, dat +we tegenwoordig aan niets anders dan aan pleizier schenen te denken. +Maar ik wou toch ook niet graag den wedstrijd afbestellen. Kapitein +Rogers, onze aarzeling bemerkende, vroeg: "Wanneer begint jelui +zomervacantie?"</p> + +<p>"Den laatsten van deze maand," antwoordde ik, "tenminste voor de +jongens. Ik denk, dat tante Lena en mij nog wat na-lessen zal geven, +omdat wij met het verhuizen nog al achterop zijn gekomen."</p> + +<p>"Wel, laten we den wedstrijd dan verdagen tot 1 Augustus," stelde de +Kapitein voor; "dat valt op een Donderdag." "Best, dat zullen we +doen!"</p> + +<p>Ik ging gauw naar Betty en Clara, die het plan heerlijk vonden. +Thuisgekomen, vertelden we het plan aan Daan, die het ook best vond. +Lena en ik maakten vervolgens plannen, om ons karretje met bloemen te +versieren. En zoo zagen we allen met verlangen den eersten Augustus +tegemoet.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter10"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK X.</h3> + +<p>Ik zag er erg tegen op, om Daan's Zondagsschoolklas te gaan +onderwijzen, maar tante ried mij aan, om den Bijbel te nemen. Ik las +de geschiedenis van Samuel over, totdat ik ze van buiten kende, en +den volgenden morgen ging ik met tante naar het lokaal, mij gelukkig +voelende in het besef, dat het nu eindelijk aan <i>gaan</i> was toegekomen.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/34_samuel.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:236px;"></center> +<br> + +<p>Mijn klas bestond uit 4 jongens en 3 meisjes, geen ouder dan 6 jaar. +Zij riekten erg naar zeep en pomade, en hun gezichten glommen van 't +wasschen. Een van de jongens, Freddy Salt, kon of wou niet +stilzitten, en de drie meisjes hadden daar zooveel belangstelling +voor, dat zij niet eens naar mij luisterden. Eerst probeerde Freddy +een vlieg te vangen, en toen ie 'm had, werd het diertje van hand tot +hand doorgegeven. D'r was geen orde in te krijgen, en ik zei +eindelijk boos tegen 'm: "Freddy, als je niet stil kunt zitten, zal +ik je als een popje op mijn schoot nemen."</p> + +<p>Hij staarde me angstig aan, eindigde met z'n vliegenjacht, en bleef +verder rustig zitten. Ik vertelde de geschiedenis van Samuel en +merkte op, dat God van ons allen gehoorzame dienstknechten wil maken. +Eensklaps zei een jongen, Bertie geheeten: "Ik hoor God nooit roepen, +als ik in bed lig." "Neen," antwoordde ik, "maar als je iets +verkeerds van plan bent, dan spreekt Hij in je hart, dat je 't niet +doen moogt." Ze schenen dit te begrijpen, en toen zei er een: "God +kan ons niet iets zeggen, Hij is veel te ver weg." Ik vertelde hun +toen, hoe dichtbij Hij was, en hoe lief Hij ons heeft, zoodat we, +niet uit vrees voor straf, maar alleen om Hem te believen, ons best +moeten doen. Maar ik weet niet, of ze 't begrepen; voor hen was de +eenige reden, om gehoorzaam te zijn, gelegen in de vrees voor straf. +Hoofdschuddend zei een der meisjes: "Ik heb Jezus altijd lief. Als ik +zoet ben evengoed als wanneer ik stout ben."</p> + +<p>"Je kunt Hem niet liefhebben, als je verkeerd doet," antwoordde ik. +"Je doet Jezus verdriet aan, als je ongehoorzaam bent." Ze herhaalde: +"Dan heb ik Hem evengoed lief." Ik gevoelde, dat ik het haar niet +goed duidelijk had gemaakt.</p> + +<p>Toen de les ten einde was, ging ik vermoeid en ook dankbaar, dat ik +er doorheen was gekomen, naar huis. Na kerktijd vertelde ik vader een +en ander, en zei hem, dat het verbazend moeilijk was, om kleine +kinderen te leeren. Hij vroeg mij, wat we besproken hadden, en toen +ik het hem verteld had, zei hij: "Denk eens aan de gelijkenis, Griet; +het uitgezaaide zaad komt na vele dagen op. Vertel den kleintjes van +hun Verlosser, Die voor hen stierf en Die nu zoo dicht nabij hen +leeft, dat Hij ze elk uur van den dag zal helpen. Als je hart vol is +van Hem, kind, zal het je gemakkelijk vallen, anderen van Hem te +vertellen."</p> + +<p>"Maar," zei ik, "mijn hart is zoo vol van allerlei andere dingen, en +ik weet niet, wat ik er aan doen moet."</p> + +<p>"Heb je den Heere lief?"</p> + +<p>"O, ik hoop van wel, en ik geloof ook van wel, maar ik doe zoo vaak, +wat verkeerd is."</p> + +<p>"Zie niet altoos op jezelf, maar zie op Hem!"</p> + +<p>Meer zei vader niet. Met de jongens had ik toen nog een gesprek over +het trouw blijven ... in het ezelkarretje. 't Was gisteravond, toen we +na de thee een ritje gingen maken. Daan stuurde en Puf zat naast hem +op het voorbankje; Lena, Alex en ik waren achterin gekropen. 't Was +een heerlijke tocht; overal keken de lui ons na om de nieuwe +équipage van den dominee te zien. Zoodra we buiten de huizen waren, +begon het gesprek, eerst over Andy.</p> + +<p>"Ik zou wel es willen weten, of ie ons nu al kent," zei Lena. "Hij +zou wel een ezel moeten zijn, als ie dat nu nog niet wist," vond Alex +en wij lachten dat we schaterden!</p> + +<p>"'t Is een ezel," zei ik, "dat is 't 'm juist, als 't een hond was, +zou ie wel slimmer wezen."</p> + +<p>"Ja maar alle honden zijn niet slim," zei Daan.</p> + +<p>"Maar ze zijn trouw," merkte ik op. "Je hoort altijd van trouwe +honden, nooit van trouwe ezels."</p> + +<p>"Wat beteekent dat eigenlijk, trouw?" vroeg Lena.</p> + +<p>"Ik denk," antwoordde ik, "dat trouw beteekent: altoos dezelfde zijn +en nimmer veranderen. Houdt je eenmaal van iemand, dan ook voorgoed."</p> + +<p>"Een trouw ridder," zei Daan, "is iemand, die nooit z'n vrouw in den +steek laat, zij is altijd zeker van hem."</p> + +<p>"En wat is dan een trouwe dienstknecht?" vroeg Lena. "Iemand, die +nooit z'n werk in den steek laat," antwoordde Daan.</p> + +<p>"Ik geloof niet, dat je trouw kunt zijn zonder lief te hebben," +merkte ik op.</p> + +<p>"Juist, dat is de zaak," zei Alex. "Als een hond z'n baas niet +liefheeft, kan hij ook niet trouw zijn. Evenmin kan een dienstbode +trouw zijn, als ze niet van haar meesteres houdt. Dat moet altoos +samengaan."</p> + +<p>"Semper fidelis," fluisterde ik.</p> + +<p>"Doe nou niet, alsof je Latijn kent, Griet; je hebt dat gelezen op de +graftombe in de kerk."</p> + +<p>"Ja, dat is ook zoo. Maar wat is het ook moeilijk, om zóó trouw te +zijn, en altoos zóó lief te hebben, als die ridder."</p> + +<p>"Och," zei Daan, "ik geloof, dat als je werkelijk iemand lief hebt, +dan doe je dat zonder erbij te denken, net als een hond."</p> + +<p>Hier brak Puf eensklaps de debatten af, door met uitgelatenheid af te +kondigen, dat ie een heerlijken verjaardag tegemoet zag, en dan een +completen ezel zou krijgen. Want — zei hij — van dezen heb ik maar +een stukje. Waaraan Daan toevoegde:</p> + +<p>"Hij heeft er een vijfde van. Maar vertel ons es, Puf Dikkert, wie +zal je d'r een geven?"</p> + +<p>"De Heer," zei Puf, terwijl hij hoogst ernstig keek. "Het zal geheel +m'n eigen ezel zijn en ik zal 'm zóó voeden, dat ie dikker wordt +dan ons huis." Op dit oogenblik reden we een oude vrouw voorbij, die +een bos takken op haar rug meevoerde.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/35_vrachtje.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:234px;"></center> +<br> + +<p>"Hé!" riep Daan, "moet je nog ver? Willen wij je vrachtje +overnemen?"</p> + +<p>Zij wou dat wà t graag, en overlaadde ons met dankbetuigingen. Ze +zei, dat haar hut nog een heel eind verder stond; zij had hout +gesprokkeld. Daan beloofde haar, dat we den bos bij haar voor de deur +zouden neerleggen, en toen reden we door.</p> + +<p>"Toen ik dien dag, dat jelui naar het schoolfeest waren, naar Relton +reed," vertelde Daan, "bood ik iedereen, dien ik voorbijreed, een +plaatsje in de kar aan, en zoo had ik twee oude vrouwen en een jongen +aan boord, toen ik in 't dorp kwam."</p> + +<p>"Dat zullen we nu weer zoo doen," riep Alex geestdriftig uit.</p> + +<p>"Ja maar, we hebben geen plaats meer," merkte ik op. "We zitten hier +als haring in een ton."</p> + +<p>"Dan moeten jelui d'r maar uitgaan, en loopen," vond Daan. "Hè, als +we es een rijtuig tegenkwamen, dat niet meer voort kon, of een +verongelukte auto met een dame er in, die de handen wrong om redding, +dà t zou nog es "in den vorm" zijn."</p> + +<p>Maar zulke ontmoetingen hadden we niet, en we kwamen zonder eenig +avontuur thuis. Daar ging ik over denken. Het was heel leuk, om uit +rijden te gaan in een ezelkarretje, maar daar deed je toch nog maar +weinig goeds mee. Toen we langs den mijlpaal reden, waaraan we onze +advertenties geplakt hadden, zei ik: "Hoor es! Als onze vacantie +begint, moeten we om beurten den ezel sturen. Ik kan dat evengoed als +jij, Daan. Ik zou zeggen, minstens één keer per week moest ik 'm +hebben."</p> + +<p>"Wel," zei Daan, "d'r zijn zes dagen in een week, den Zondag erbuiten +gerekend. Als wij nu ieder een dag nemen, blijven er nog twee voor +vader en tante en Puf." Dat was heel aardig berekend van Daan. En +Alex voegde erbij: "En dan zullen we de beurten naar ouderdom +regelen. Daan op Maandag, ik op Dinsdag, Griet op Woensdag en Lena op +Donderdag."</p> + +<p>Het plan werd algemeen toegejuicht.</p> + +<p>Inmiddels had ik een plannetje bedacht, dat de jongens niet weten +mogen. Het is dit. Ik heb een briefje geschreven, en dat wil ik aan +den mijlpaal plakken; er staat op:</p> + +<p>"Iedereen, die zelf of voor anderen vrij vervoer wenscht, vervoege +zich bij Grietje Marjoribanks, elken Woensdagmorgen aan de pastorie."</p> + +<p>Aan Lena vertelde ik het dien avond nog. "Je lijkt wel koetsier te +willen worden," zei ze, "ik heb liever zelf het genot er van."</p> + +<p>"Neen," zei ik, "vader zegt, dat z'n tijd en z'n kracht altoos ter +beschikking van de gemeenteleden staan. En dat moet Andy nu ook. Hij +moet een echte gemeente-ezel worden, en dan zal ik 'm zelf besturen."</p> + +<p>"Ik zal er eens over denken, wat ik met 'm doen zal," zei Lena. Daar +heb ik geen al te beste verwachtingen van.</p> + +<p>Het scheen wel of de vacantie nooit komen zou. En toen ze eindelijk +aanbrak, had Daan al menige oefening met Andy achter den rug; 't +ezeltje was voor 1 Augustus al goed gewend, den weg langs te rennen. +Men vond, dat het dier bovendien nog op diëet moest, om z'n gewicht +te verminderen. Nu is 't waar, Andy wordt erg dik, want hij eet den +ganschen lieven dag maar gras, behalve dan, als ie met ons uit moet.</p> + +<p>Maar wat moesten we hem geven? Haver kost veel geld. Lena vond +bouillon heel geschikt, maar bouillon is ook duur, en zoo is ten +slotte alles, wat versterkt. Andy loopt uitstekend en heeft geen +kuren, behalve deze, dat ie zoo nu en dan plotseling stilstaat, om +dan na een of twee minuten weer door te draven. Ik heb gezegd, dat +hij dat doet, om even uit te rusten en op krachten te komen. Daan +meent, dat ie dan even staat te denken. En Alex denkt, dat ie dat +doet, om ons te toonen, dat ie een eigen wil heeft, en dien op z'n +tijd wenscht te gebruiken.</p> + +<p>Intusschen waren Lena en ik druk bezig met het vlechten van +laurierkransen en het bijeenzoeken van bloemen om ons karretje te +versieren.</p> + +<p>Den dag voor 1 Augustus waren we van 's morgens vroeg tot 's avonds +laat in de weer; wij hadden rosetten van fel-roode geraniums gemaakt, +om die aan Andy's oogkleppen te hechten; dan hadden we varenkruid en +madeliefjes langs de buitenzijde van het karretje gehangen en verder +nog slingers van madeliefjes om den disselboom gestrengeld. Baldwin +wilde niet toestaan, dat we de mooiste bloemen plukten, maar we +hebben toch, toen hij even weg was, eenige fijne bloempjes om de +zweep weten te vlechten. Ik heb al zoo vaak mee helpen versieren in +de kerk, dat ik de goede soorten wel wist te kiezen, tot groote +tevredenheid dan ook van de jongens, die op dit gebied toch maar +weinig te vertellen hebben.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/36_bloemenrijtuig.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:282px;"></center> +<br> + +<p>Om half één zaten we al aan ons middageten. We kleedden ons allen +op z'n Zondagsch, en wisten Baldwin nog enkele mooie rozen af te +bedelen, die we om onze hoeden vlochten. Toen we uitreden, liep het +halve dorp uit, om ons bloemenrijtuig te zien; ze vonden het allemaal +even prachtig. Ik hoorde nog, dat een vrouw tegen haar buurvrouw zei: +"Wat beleven we toch wondere tijden, mensch! Wie had dat nou ooit +kunnen denken, hè? Altijd bedenken ze maar weer wat nieuws."</p> + +<p>Met groot gejuich reden we het dorp door, en toen het veld in, een +prachtig ruim en effen veld, terzijde waarvan onder een boom Kapitein +Rogers in z'n mandewagentje al zat te wachten. Toen hij en zijn vrouw +ons zagen naderen, herkenden ze ons nauwelijks, zóó was ons +karretje veranderd door de bloemen.</p> + +<p>Na vijf minuten kwamen ook Betty en Clara aangereden, en toen zaten +we al voor de eerste moeilijkheid. Zij dachten er niet aan, Alex als +koetsier bij zich te nemen, wilden bepaald zelf sturen. Alex was er +leelijk door in z'n wiek geschoten; gelukkig had kapitein Rogers een +goeden inval. Hij rees moeilijk uit z'n wagentje op, en liet zich met +behulp van Mevr. Rogers in z'n badstoel neer; toen zei hij tegen +Alex, dat hij op de boerderij den pony mocht gaan halen, dien voor +het wagentje spannen, en dan daarmee deelnemen aan den wedstrijd. Wij +juichten van blijdschap, want nu hadden we drie mededingers. Er werd +nu afgesproken, dat Daan en ik in ons karretje zouden plaats nemen, +Alex en Lena in het mandewagentje van den kapitein — er was net +genoeg plaats voor twee — en Puf wezen we een plaats aan als +controleur bij het eindpunt. Dat beviel 'm slecht; hij begon hard te +huilen, en jammerde, dat hij het ezeltje had gekregen, en dat hij er +mee wilde rijden. Daan zeide hem, dat hij de gansche onderneming in +de war bracht, maar Puf bleef te keer gaan, en we konden zoo niet +beginnen. Ik stelde hem ten slotte voor, met Daan te gaan, inplaats +van mij, want het was toch ook wel hard, hem alleen te laten staan. +En Daan was dat voorstel al heel welkom, want hij had liever het +lichte gewicht van Puf, dan mijn gewichtigheid. Mevr. Rogers vroeg +mij nog, of ik het niet akelig vond, maar ik zei haar van niet, want +ik kreeg nu de gelegenheid, de drie mededingers bij den eindpaal te +zien aankomen.</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/37_eindpaal.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:146px;"></center> +<br> + +<p>"Ik ben niet zoo kinderachtig, om te gaan huilen, als ik niet mee mag +rijden," zei ik, terwijl ik Pufs tranen van z'n bolle wangen veegde. +Hij was spoedig weer in z'n hum en klom zoo vlug als ie kon, in ons +karretje. Betty vond ons wagentje heel lief. Zuchtend zei ze: "Ik +wou, dat Clara en ik ook zulke aardige ideetjes hadden. Maar als +jelui d'r niet bij zijn, voelen we ons lang niet zoo pleizierig."</p> + +<p>Ik keek naar haar keurig rijtuigje met de blauwe kussens, naar het +nikkelen beslag van het paardetuig, naar den prachtigen pony, en +schudde het hoofd. "Jawel," zei ik, "maar wij moeten onze armoede +achter bloemen verbergen, en dat behoeven jelui niet." Ze lachten +luid en vonden ook, dat dà t het wel zou wezen.</p> + +<p>Kapitein Rogers had den weg bepaald; een boerenknecht had hij hier en +daar steenen laten opstellen, en toen onze kibbelpartij was +beëindigd, stelde hij ons op een rij naast elkaar op. Hij had ook +een echt pistool bij zich, om het vertreksein te geven. 't Was eenig!</p> + +<p>Tweemaal moest het veld worden rondgereden, en toen ik bij het +eindpunt gereed stond, leek het mij nog wel zoo aardig buiten dan in +de wagentjes. Eerst scheen het, of Betty en Clara 't zouden winnen, +maar langzamerhand begon Daan ze in te halen, en toen Andy ze achter +zich liet, gaf ik een schreeuw van vreugde. In de tweede rondte begon +de pony met het mandewagentje, die eerst een heel eind achter was +geweest, steeds harder te rennen, en haalde eindelijk Daan in. Maar +Daan begon Andy zóó onbarmhartig te slaan, dat zij een tijdlang +gelijkop reden.</p> + +<br> +<center><img src="images/38_wedstrijd.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:446px;"></center> +<br> + +<p>Zelfs haalde hij den pony weer in, en ik dacht werkelijk, dat hij 't +nog zou winnen, toen Andy, dicht bij het eindpunt plotseling +stilhield, en zóó hardnekkig, dat er geen beweging meer in te +krijgen was.</p> + +<p>Daan schreeuwde en sloeg er op los, maar Andy bleef staan, koppig en +tot geen toegeven geneigd. 't Was verschrikkelijk, ik schreide haast. +Al spoedig kwamen Alex en Lena aanrijden, en precies gelijk met Clara +en Betty reden ze het eindpunt binnen. Zij wonnen dus beiden, en niet +zoodra hoorde Andy hen hoerah! roepen, of hij zette eensklaps weer +aan, en draafde naar het eindpunt, maar natuurlijk te laat nu.</p> + +<p>Wat waren we boos op 'm! Behalve natuurlijk Alex en Lena, die 't nu +gewonnen hadden; zij schenen wel heelemaal te vergeten, dat het ook +hun ezel was, die verloren had. Mevr. Rogers wist niet, wie ze nu den +lauwerkrans moest geven, en dus stelde de kapitein voor, dat de twee +pony's nog eens tegen elkaar moesten draven; ditmaal echter maar een +kleineren afstand. De pony van de boerderij won het nu gemakkelijk. +En zoo kreeg Lena den lauwerkrans. Ze was er zóó verheerlijkt mee, +dat ze haar hoed afwierp en den krans op haar hoofd zette.</p> + +<p>Na afloop van den wedstrijd zochten we allen een rustig plekje aan de +rivier, en bepraatten daar nog eens druk de gebeurtenissen van den +heerlijken middag. Er werd een vuurtje gemaakt, en thee gezet, en +rondom 't vuurtje gezeten, konden we ons heel wel verbeelden, in een +zigeunerkamp te zijn aangeland.</p> + +<p>Vervolgens werden allerlei spelletjes gedaan, vooral ook die, waarbij +we konden blijven zitten, omdat Betty nog niet vlug loopen kon. 't +Speet ons, toen we naar huis moesten. Naast elkaar reden wij, te +weten Clara en Betty in haar, en wij allen in ons wagentje, naar +huis.</p> + +<p>Eigenlijk waren we allemaal ook nog 'n klein beetje uit ons humeur; +Clara en Betty, omdat ze 't niet gewonnen hadden; Daan en ik, omdat +Andy ons door z'n malle kuren had doen verliezen. Kapitein Rogers +zei, dat je zooiets nu eenmaal van een ezel moet verwachten, daar +zijn 't ezels voor.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter11"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XI.</h3> + +<p>We zijn deze week begonnen met het op beurten rijden met Andy. +Afgesproken is, dat we, als het onze beurt is, niet bepaald alleen +behoeven te gaan, we mogen ook wel anderen meenemen; maar wiens beurt +het is, die stuurt, daar gaat niets van af.</p> + +<p>Maandagmorgen vóór 't ontbijt nog bevestigde ik mijn briefje aan +den mijlpaal. De jongens wisten er niets van, en bemerkten het pas 's +middags, toen er enkele menschen naar stonden te kijken; ze kwamen +naar huis en vroegen mij lachend: "Wou je de menschen op je rug +dragen, Griet? Dat lijkt wel zoo, want er staat op dat briefje niets +van Andy."</p> + +<p>"Dat is mijn zaak," gaf ik ze terug, "als ze d'r verstand gebruiken, +zullen ze dat wel snappen." Het hinderde mij, dat ze me alweer +uitlachten, want ik was zoo echt in m'n schik met het plan van +personenvervoer per open équipage. Ook vader had mijn briefje +gelezen, en zei tot me: "Dat vind ik best, Grietje, je lijkt in dat +opzicht op je moeder. Ik ben er blij om, dat je er iets voor voelt, +om je genoegens te deelen met hen, die minder gelukkig zijn dan jij."</p> + +<p>Daan bleef den heelen dag met Alex weg; zij hadden hun boterhammen +meegenomen, en kwamen laat thuis. Alex scheen zich bij dien rijtoer +door de omliggende dorpen zóó ingespannen te hebben, dat hij den +volgenden dag niet in staat was, zelf goed te sturen. Maar 's middags +knapte hij op en reed met Lena weg; ik merkte, dat zij wat in 't +schild voerden. Voor den armen Andy was 't een zware dag. Er stond +veel wind, en Alex nam twee groote vliegers mee, die Daan en hij den +vorigen winter gemaakt hadden.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/39_vliegers.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:223px;"></center> +<br> + +<p>Hij en Lena lieten de touwen geheel vieren en bonden de uiteinden elk +aan een kant van 't karretje. Zij reden het dorp uit, en trokken de +vliegers mee, die door den flinken gang mooi hoog stonden. Zoodra ze +echter een hoek omreden, rukten de vliegers een anderen kant op, dan +Andy trok. Lena vertelde mij later, dat ze gehoopt had, dat de +vliegers hen hadden voortgetrokken. Andy deed z'n best ze mee te +trekken, maar spoedig gaf hij het op, en bleef ineens koppig staan. +Een half uur lang trachtten ze hem vooruit te krijgen; Alex liet hem +keeren, en sleurde hem een eindje mee. Toen brak een vliegertouw en +een vlieger verdween als de wind; de ander kwam in een boom terecht +en bleef daar vast zitten; Alex klom in den boom, en kreeg hem zoo +terug. Vrij tijdig kwamen ze weer thuis. Daan vroeg Alex +belangstellend, waarom of ie zoo dom gedaan had. Hij had gedacht, dat +Alex de vliegers had willen gebruiken als zeilen op het karretje, dan +hadden ze dubbel zoo snel gereden. Maar Alex was boos op Andy en +mopperde: "Ik vind 'm niet half zoo aardig meer als eerst."</p> + +<p>"Och kom," zei ik tot hem, "je moet er eerst eens gewoon mee gaan +rijden. Jij en Daan hebben zoo graag een ezel willen hebben, om je +naar school te brengen, maar daarvoor heb je hem nog niet één keer +gebruikt."</p> + +<p>Alex keek zuur en zei: "Weet je waarom niet? Dat is het begin van +Daan's ruzie met Sausaye geweest. Toen Sausaye hoorde, dat wij een +ezel hadden, ging hij staan dansen en zong een spotliedje op vader. +Daan liep dadelijk op hem toe; hij hield niet op en kreeg toen een +opstopper van Daan. En als Daan 't niet had gedurfd, had ik het wel +even opgeknapt."</p> + +<p>Ik keek hem aan en zei: "Was het wel goed om zoo te doen? Sausaye mag +z'n spotlust botvieren, maar de kinderen van iemand als vader moesten +dat niet zóó beantwoorden."</p> + +<p>"Sta toch niet zoo mal te preeken," zei Alex, en toen ik nog wat +zeggen wou, stopte hij z'n vingers in z'n ooren en rende weg. Nu +begrijp ik, waarom de jongens niet met Andy naar school willen +rijden: ze zijn bang, dat ze uitgelachen zullen worden. Ik denk, dat +jongens daar banger voor zijn dan meisjes.</p> + +<p>De dag van Lena's beurt eindigde niet best. Pas na den middag reed ze +uit, want we hadden tante Caroline geholpen met pruimen plukken voor +jam. Zij wil altoos de jam zelf maken. Wij wilden haar allen eerst +helpen, maar werden vrij moe; Lena werd stekelig, omdat zij niet +vóór 't middageten met Andy kon wegrijden. "Ik zal zien, dat ik Puf +mee krijg; ik heb het 'm ook beloofd."</p> + +<p>"Zal ik ook meegaan?" vroeg ik.</p> + +<p>"Neen, dank je, jij speelt toch maar den baas over mij. Hè, laten +we die akelige jam toch laten zitten, waarom doet de meid het niet? +Vader heeft tante geroepen, die zal dus zoo gauw wel niet terug +zijn."</p> + +<p>"Je behoeft niet te wachten," zei ik; "ik zal tante wel helpen; de +meid moet de provisiekasten schoonmaken."</p> + +<p>"Maar 't is veel te laat, om Andy nu nog te halen, 't is wat moois!"</p> + +<p>Zij vloog de keuken uit; toen tante terugkwam, was het juist +etenstijd.</p> + +<p>"Ik hoop, dat er nu maar niet meer jam behoeft gemaakt te worden," +zei ik. "Ik heb er zoo 'n hekel aan, en het is hier zoo heet."</p> + +<p>"Het is heel goed voor kinderen, om te doen, wat ze niet graag doen," +zei tante ernstig. "Het leven is je niet alleen gegeven, Grietje, om +het voor jezelf te hebben."</p> + +<p>Ik voelde mij beschaamd, ook omdat wij een groote vacantie hebben, en +Lena en ik juist deze eerste twee weken niets aan de lessen doen. +Maar tante ging voort: "Ik vind het ook zoo pleizierig niet, Griet, +om in een heete keuken jam te maken, maar ik doe het, omdat het +gedaan moet worden."</p> + +<p>Ik antwoordde: "Ik dacht, dat volwassen menschen alles prettig +vonden. Als zij niet willen, dan doen ze 't niet, niemand, die hen +beveelt."</p> + +<p>"Het plichtsgevoel beveelt hen," zei tante. "Als je grooter wordt, +zul je soms bemerken, dat je gansche leven bestaat uit dingen, +waarvan je niet houdt, en die toch gedaan moeten worden."</p> + +<p>Dat was wat nieuws voor me. Ik dacht altijd, dat volwassen menschen +alleen doen, wat ze prettig vinden. Misschien vindt tante Caroline 't +ook wel niet prettig, om altijd op ons te passen; wellicht zou ze +veel liever thuis zijn. Ik geloof, dat ik goed zou doen, haar beter +te helpen. Ik loop altoos weg, om te spelen, als zij wat van mij +verlangt. Ik denk, dat het bij het <i>doen</i> behoort, om haar beter te +gaan helpen, en ik zal het ernstig gaan beproeven.</p> + +<p>Den ganschen middag speelde ik cricket met de jongens. Zoowat 4 uur +verscheen Lena, met loshangend haar en angstige blikken. Zij riep +Daan toe: "Kom gauw, Andy is gewoon woest en ik vrees, dat Puf +verdrinken zal."</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/40_cricket.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:263px;"></center> +<br> + +<p>Wij vlogen allemaal met haar mee, terwijl zij, geheel buiten adem, +haar wedervaren vertelde.</p> + +<p>Hortend en stootend kwam het er uit: "Ik wou met hem de sloot +doorrijden, juist bij de doorwaadbare plaats. Ik stuurde hem het +water in, maar toen, in plaats van recht door te stappen begon hij +rond te draaien, zoodat de kar ten slotte tegen een steen terecht +kwam. Toen was er geen beweging meer in te krijgen; uren lang heb ik +er mee getobd, en eindelijk ben ik uit de kar geklommen en ben door +het water gewaad. Ik trok mijn kousen en schoenen uit en beval Puf, +stil te blijven zitten, totdat ik terug kwam, en nu moeten we gauw +doorloopen en zien, hem eruit te krijgen."</p> + +<p>Verschrikt riep ik uit: "Heb je Puf midden in de sloot laten staan?" +En Daan vroeg: "Waarom heb je niet dadelijk den eersten den besten +man, dien je tegenkwam, om hulp gevraagd?" "Ik kwam niemand tegen," +zei Lena, "en bovendien was ik veel te bang, dat ze 't aan vader +zouden zeggen, daarom ben ik dadelijk hierheen gekomen."</p> + +<br> +<center><img src="images/41_sloot.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:436px;"></center> +<br> + +<p>Gelukkig was het niet ver weg, maar hoe Lena op 't idee was gekomen, +om de sloot door te gaan, daar begreep ik niets van. Ik zou het nooit +gewaagd hebben; had Daan nog pas niet verteld van een man, die daar +met z'n wagen verdronken was? Toen wij bij de rivier kwamen, was er +geen spoor van Puf meer te zien. Lena ging vreeselijk te keer en +jammerde: "Ze zijn allebei verdronken, en ik zal vermoord worden, +omdat het mijn schuld was!"</p> + +<p>Wij gingen een beetje verderop een brug over; Daan begon te gelooven, +dat Andy weer was doorgeloopen en hier of daar heen gedraafd. Alex en +hij gingen toen plat op den grond liggen, net als detectives of +Indianen, om eenig spoor te ontdekken. "De wielen waren natuurlijk +nat, en moeten dus in het gras een spoor hebben gemaakt," zei Alex en +keek er heel geleerd bij. "Kijk, hier bij m'n hand is een heel nat +spoor!"</p> + +<p>"Ja, en de grassprietjes zijn plat gereden," voegde Daan eraan toe; +"nu moeten we dat spoor volgen. Hadden we maar een bloedhond!"</p> + +<p>Lena fleurde wat op. Wij volgden het spoor, maar het grasveld was +niet lang, en we waren spoedig bij een weg aangeland. We begonnen nu +een soort springpas te maken, dat is een manier van loopen, waarbij +je nooit moe wordt, omdat het je nooit buiten adem brengt. Maar wij +zagen, hoe nauwkeurig we ook tuurden, geen wielsporen. We kwamen nu +aan een hoogen weg, en wisten niet, wat nu te doen, verder of terug. +Maar daar stond een huisje vlak bij; fluks daarheen gerend, vroegen +we aan de vrouw, of ze ook een ezelkarretje gezien had met een +jongetje erin. Zij opende haar huisdeur, en daar zagen we Puf aan +tafel zitten, kalm aan 't oppeuzelen van een appel! Wat waren wij +blij! Andy had een plekje op haar grasveld gekregen. Zij vertelde +ons, dat zij het karretje had zien aankomen, en dat Puf zoo hard als +ie kon had geschreeuwd: Ho! Ho! Zij was naar buiten gevlogen, had de +zaak tot staan gebracht, Andy vastgebonden, en Puf, die huilde van +angst, in huis gehaald en tot bedaren gebracht. Natuurlijk was Andy, +zoodra Lena verdwenen was, er vandoor gegaan; het was maar een geluk, +dat Puf stil was blijven zitten.</p> + +<p>Wij bedankten de vrouw vriendelijk, haalden Andy uit het grasveld en +reden tezamen naar huis terug. Vader bromde erg op Lena, dat zij zulk +een gevaarlijke poging had gewaagd. Zij zal zulke fratsen nu +voorloopig wel uit haar hoofd laten. Puf deed natuurlijk net, of ie +het heerlijk had gevonden. "Ik stuurde zelf, en we reden als een +sneltrein!" "Ja," zei Alex, "en je huilde van geweld!"</p> + +<p>"Ik heb alleen gehuild, toen ik die vrouw zag," zei Puf, die nooit +verlegen is met een antwoord; "ik wist, dat ze ons zou tegenhouden, +daarom huilde ik."</p> + +<p>"Jij mag niet liegen, Puf," kwam ik tusschenbeiden, "dat is niet "in +den vorm", behalve als je een boosdoener bent."</p> + +<p>"Ik was zoo bang met Andy, en als ik bang ben dan huil ik altijd!" +verdedigde zich Puf. Hij moet altijd 't laatste woord hebben, en ik +zweeg dus maar.</p> + +<p>Toen het mijn dag was, ben ik 's morgens om 10 uur al op rit gegaan. +Vlak bij ons hek vond ik een heel groot pak, waarop geschreven was: +"Wil zoo goed zijn, dit te bezorgen bij Mejuffrouw C. Londesburg te +Cross Clen." Het was heel leelijk en fout geschreven, en ik dacht +dus, het zal wel van een der dorpsbewoners zijn. Het was een +verbazend zwaar pak, en ik kon het haast niet in de kar tillen. Maar +ik was wat blij weer eens op 't Huis te mogen komen, want ik was er +sinds onzen wedstrijd niet weer geweest. Langzaam reed ik het dorp +door met mijn zware vracht. Toen juffrouw Ribbon mij zag, kwam ze +even aan het hek en zei:</p> + +<p>"Beste Griet, wil je heusch vrachtrijdster worden? Kijk es, lieve, ik +heb aan de oude Suze Combe beloofd een zak steenkolen te sturen. Aan +het station zul je 't vinden; Tom moest al vroeg naar Lincoln en ik +heb het ook zoo druk, het goeje mensch heeft geen brand meer om haar +middagmaal gereed te maken."</p> + +<p>"Goed, ik zal 't doen, ik zal 't dadelijk gaan halen."</p> + +<p>Wat was vrouw Combe blij, toen ze me zag komen. Maar we konden geen +van beiden de zak uit het karretje krijgen; ze haalde de steenkolen +er dus bij beetjes uit, en dat kostte heel wat tijd. Terwijl wij nog +bezig waren, kwamen juist Clara en Betty in haar ponykarretje +voorbijrijden. Ze keken gek op, toen ik haar vertelde, waaraan ik +bezig was. "Ik ben vandaag vrachtrijdster," vertelde ik, "en ik heb +ook een vrachtje voor jelui!"</p> + +<p>Dat vonden ze heerlijk. "Voor ons? O, zeg, laat es gauw kijken! Wat +eenig!" Zoodra vrouw Combe al haar steenkolen eruit had, klommen ze +op ons karretje en bekeken het pak van alle kanten. Wij maakten het +open in de kar, want het was ons te zwaar, om het er uit te lichten. +Toen het papier er af was, vonden we .... een ouden emmer vol +steenen! Clara was heel boos. En ik begreep dadelijk, dat het een +grap van de jongens was. Ik trachtte Clara dat aan 't verstand te +brengen, maar zij zei: "'t Zijn ruwe, leelijke jongens, ik zal 't +moeder eens vertellen."</p> + +<p>Zij sprong weer van de kar af en ging naar Betty, om het haar te +vertellen. Deze lachte; zij kan beter tegen een grapje dan Clara, en +ik stelde haar voor, dat ze den jongens ook weer een pak moesten +zenden. Dat vonden ze beiden best, en beloofden, het per post te +zullen sturen. Wij haalden de steenen en den emmer uit de kar en +gooiden ze in een sloot. Ik reed fluks naar ons dorp terug, +nieuwsgierig of er nog iemand een boodschap voor me zou hebben. En +zie, daar zag ik kreupele Hanna, die onze kleeren verstelt en ook in +'t koor zingt; zij stond bij haar hek, en keek naar mij, alsof ze mij +wat zeggen wou.</p> + +<br> +<center><img src="images/42_kreupel.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:415px;"></center> +<br> + +<p>Ik hield stil en zei: "Kan ik iets voor je doen, Hanna?"</p> + +<p>Zij kleurde en sprak aarzelend: "Ik moet naar boer Luscombe, kind, en +het is een lange weg voor mij met zoo'n hitte, en nu dacht moeder, +toen we u zagen aankomen ... en omdat we uw briefje hadden +gelezen...."</p> + +<p>"O, ik begrijp je al," zei ik, "je wou, dat ik je daarheen bracht? +Stap maar in Hanna, dat zal ik graag doen."</p> + +<p>Zij steeg in, en vertelde mij, dat haar been zooveel pijn deed, als +ze ver moest loopen, maar zij had een japon voor juffrouw Luscombe +moeten maken, en nu moest die toch weggebracht worden. Ik zei haar, +dat ik Andy elke week een dag voor mij had, om er boodschappen mee te +doen voor wie ik wilde. Toen we zoo een tijdje gepraat hadden, zei ik +tot haar: "Na dezen rit moet ik naar huis, want dan moeten we eten. +Maar vanmiddag kom ik weer terug. Weet je dan nog iets te doen, +Hanna?" Zij antwoordde, na even te hebben nagedacht:</p> + +<p>"Ik weet niet, Grietje, of je de kleine Annie Steel kent. Zij komt +uit Londen, en woont bij haar grootmoeder, juffrouw Buston; zij is +geheel kreupel en kan niet loopen. Omdat ik zelf kreupel ben, spreek +ik nog al eens met haar, want juffrouw Buston en haar man zijn erg +streng en lastig voor haar. Zij vinden het een grooten last haar te +helpen, omdat ze zelf ook haast niets hebben, en dan zit ze daar maar +troosteloos in dat donker keukentje. Nooit komt ze er uit, ze zit +zelfs niet eens aan de deur; ze is ook misvormd, heeft een bochel, en +de oude vrouw schijnt zich te schamen voor zulk een kleindochter. Je +zoudt het kind in 't paradijs brengen, als je haar eens liet +meerijden."</p> + +<p>"O, prachtig, dat zal ik doen!" riep ik uit. "Maar zou 't rijden haar +niet te veel schokken?"</p> + +<p>"Neen, dat gaat best; als je een paar kussens neemt, en je zet haar +op den bodem der kar, dan zal 't best gaan."</p> + +<p>"Ik zal dadelijk na 't eten haar gaan halen," zei ik verheugd. Toen +ik thuis kwam, vroegen ze allen, wat ik gedaan had. De jongens +spraken geen woord over hun grap, en ik natuurlijk ook niet. Tante +vond het heel mooi van me, dat ik Annie Steel eens liet meerijden. +Vader ook, maar die waarschuwde ons, dat we Andy door al die drukke +ritten niet moesten afjakkeren, en Daan zei, terwijl we Andy weer +inspanden: "Overdrijf nou niet, barmhartige Samaritaansche, anders +loopt het nog op schade uit."</p> + +<p>"Ik doe het alleen, omdat ik ervan houd, en ik zal er mee voortgaan, +omdat vader gezegd heeft, dat moeder het zou goedgekeurd hebben."</p> + +<p>Daan zei niets meer, want Daan hield zoo van moeder, gelijk wij +allen.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter12"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XII.</h3> + +<p>Toen ik naar juffrouw Buston ging, vond ik haar in den tuin, bezig +met groentenplukken. Zij was meer verbaasd dan verblijd, toen ik haar +vertelde wat mijn plan was. En ze zei dan ook eerst, dat ze de kleine +Annie niet wilde meegeven.</p> + +<p>"Ik zou haar nooit hier gehad hebben, als ik geweten had, dat ze zoo +hulpeloos was. Haar moeder, die reeds op 20-jarigen leeftijd weduwe +was, stierf plotseling, en Annie moest toen in een weeshuis. Maar +mijn man wilde daar niet van weten, en ik eigenlijk ook niet. Zoo +namen we de kleine dan in huis, en sedert is ze er gebleven, totaal +krachteloos, alsof ze geen ruggegraat heeft. Ze doet zoowat niets +anders dan in elkaar gedoken zitten huilen. Loopen kan ze geen stap. +Maar kind, als je er nu bepaald op staat, haar mee te nemen, kom dan +binnen, dan kunnen we haar samen gemakkelijk genoeg in 't karretje +tillen."</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/43_krachteloos.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:287px;"></center> +<br> + +<p>Ik bond Andy aan den muur vast en ging het huisje binnen. De keuken +was klein en het rook er duf; in een laag stoeltje zat Annie. +Werkelijk, ze zag er uit als een afgeleefd oud vrouwtje; alleen het +haar was nog blond, maar kort geknipt. Toen ik haar meedeelde, wat +mijn plan was, glimlachte ze zoo hartroerend, dat ik bijna begon te +weenen. Ze zag er even bleek als haar schortje uit; ze is pas negen +jaar oud, evenals Lena. Ik had vier kussens en een deken meegebracht +en maakte het haar zoo gemakkelijk mogelijk; haar Grootmoeder +plaatste haar zoo in de kussens, dat ze rechtop zitten kon. Bovendien +zette ze haar nog een katoenen mutsje op, en daarna reden we weg.</p> + +<p>Heel langzaam reed ik de laan af, om het schokken te voorkomen. Al +vrij spoedig begon ze te praten. Eerst had ze doodstil liggen staren +in de blauwe lucht, terwijl haar mond open en dicht ging als die van +een visch. Toen ik haar vroeg, waarom ze zoo deed, zei ze: "De lucht, +juffrouw. Sinds ik bij grootmoe ben, krijg ik haast geen frissche +lucht. Voordat moeder stierf, zat ik altoos aan 't open venster, maar +grootmoe doet haar ramen nooit open."</p> + +<p>Zij vertelde mij verder, dat zij veel van Hanna hield, en al meer +begon ze los te komen, er blijkbaar schik in krijgende, allerlei +prettigs te vertellen.</p> + +<p>"Kijk, daar zijn heelemaal geen huizen, wat een leege plek. Dit is nu +echt buiten zijn. Nooit ben ik hier geweest, voordat ik bij grootmoe +kwam, en sedert ik er ben, kom ik er nooit uit.</p> + +<p>Moeder zei altijd, dat God ook buiten leeft, niet in de stad. Moeder +hield niets van Londen; zij vond het zoo'n vuile stad; de lucht zie +je in Londen maar heel zelden en dan nog maar een klein stukje er +van. O, juffrouw, wat is het hier heerlijk! Die velden, en die boomen +en die bloemen! Ik heb wel schilderijen gezien, maar die waren niet +zoo levend als dit alles."</p> + +<p>Bij een landhek hield ik stil, om haar konijnen te laten zien, die +daar aan 't spelen waren, en toen een vlinder op den rand van 't +karretje kwam zitten, schreeuwde ze 't uit van pleizier.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/44_landhek.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:228px;"></center> +<br> + +<p>Maar ze werd al spoedig weer vermoeid van al die ongewone opwinding +en toen begon ik maar eens te praten. Ik vertelde haar, hoe we aan +Andy waren gekomen, en toen ik dat verhaal ten einde had, zei ze:</p> + +<p>"Luistert God naar alle menschen, juffrouw, of alleen naar rijke lui? +Ik heb nog niets van Hem gehoord, sinds ik bij grootmoe ben. Moeder +kreeg altijd bezoek van een wijkzuster, maar daar hield ik niet van; +ze had altoos zoo'n haast om weer weg te komen, en ze wilde altijd +maar weer, dat ik naar een gesticht of naar een hospitaal werd +gezonden."</p> + +<p>"Natuurlijk luistert God naar ons allemaal," antwoordde ik, verbaasd +over zóóveel onwetendheid; "bidt je niet tot Hem?"</p> + +<p>Ze wendde haar hoofd af. "Ik was gewoon het "Onze Vader" op te +zeggen, maar ik ben nu totaal vergeten hoe het is."</p> + +<p>"Kun je lezen?" vroeg ik.</p> + +<p>Weer schudde ze haar hoofd.</p> + +<p>"Ik ben begonnen het te leeren, maar moeder stierf, vóórdat ik +groote woorden kon lezen, en later heeft niemand het mij geleerd."</p> + +<p>"Arm klein schaap," sprak ik met diep medelijden; "wat doe je dan +toch wel den ganschen dag?"</p> + +<p>"Plaatjes kijken en dan naaien, naaien kan ik wel. Ik maak op 't +oogenblik reepjes voor een lappendeken voor grootmoeder."</p> + +<p>"Je moet God gaan bidden," zei ik.</p> + +<p>"Waarom?"</p> + +<p>"Wel, omdat Hij je liefheeft. Weet je, wie Jezus Christus was?"</p> + +<p>"Die aan een kruis is ter dood gebracht? Ja, daar heeft moeder mij +wel van verteld."</p> + +<p>"Weet je, waarom Hij is ter dood gebracht?"</p> + +<p>Zij schudde haar hoofd, en sprak: "Het is zoo iets van het redden der +zondaars en der wereld. Maar ik ben het vergeten. Ik geloof, dat Hij +zeer vriendelijk en goed was. Het is al eeuwen geleden, dat hij +gedood werd, is 't niet?"</p> + +<p>"Hij is heelemaal niet dood," zei ik, als verstomd door zooveel +onkunde. "Lieve kind, jij weet nog niet eens zooveel als de kinderen +uit mijn klas."</p> + +<p>Met doffe stem sprak ze: "Er is ook niemand, die me wat leert."</p> + +<p>En ik begon maar dadelijk te vertellen, wat Jezus voor haar gedaan +had. Zij had er totaal geen besef van, dat zij ook zondaar was; maar +ik geloof toch wel, dat het haar na eenigen tijd duidelijk werd. +Verwonderd keek ze op, toen ik vertelde, dat Jezus nòg leefde, en +dat Hij nog machtig is om ons te helpen en ons te leiden, al kunnen +we Hem niet zien. Zij wist niet, dat het kruis ook voor haar van +beteekenis was; met open mond en groote oogen hoorde zij alles aan +wat ik vertelde, en ik wenschte soms, dat een wijzere dan ik haar +vertellen kon. Meteen moest ik ook op mijn ezeltje letten; af en toe +hield ik even stil, en plukte wat wilde bloemen en kamperfoelie voor +haar, om mee naar huis te nemen. Toen ik meende, dat we nu lang +genoeg gereden hadden, bracht ik haar weer naar huis terug; maar als +we 't huis naderden, begon ze te schreien en greep mijn hand.</p> + +<p>"Zult u terugkomen en mij weer meenemen? Zult u mij niet vergeten? +Toe, beloof mij, dat u me weer spoedig komt halen!"</p> + +<p>"Ik zal probeeren, deze week nog één keer te komen, Annie, en in +elk geval zal ik hier komen, om je wat te helpen met lezen; misschien +kan ik dan wel een paar boeken meebrengen." Haar grootmoeder tilde +haar uit het karretje en scheen nogal in haar schik.</p> + +<p>"Nu kind, daar heb je goed aan gedaan, hoor, en 't zal Annie ook goed +doen. Arm schaap, wat zou het goed voor haar zijn, als God haar maar +tot Zich nam. Ze zal toch nooit voor iemand ter wereld van nut kunnen +zijn."</p> + +<p>Ik werd boos, maar ik wist niet wat te zeggen. Ik zag, hoe Annie +huiverde bij het hooren van die zelfzuchtige woorden, en meende maar +het best te doen, met heen te gaan. Ik nam dus afscheid. "Vaarwel, +Annie! Ik kom spoedig weer bij je terug."</p> + +<p>In draf ging het nu naar huis, en nadat ik Andy had uitgespannen, +vertelde ik vader dadelijk mijn wedervaren. "Wat spijt het mij," zei +vader, "dat ik haar niet eerder gevonden heb. Ik ben wel bij juffrouw +Buxton op bezoek geweest, maar die vertelde mij nooit, dat ze een +kleinkind in huis had."</p> + +<p>"Zij schaamt zich voor het kind," zei ik. "Hanna vertelde mij, dat +zij denkt, dat een misvormd kind door iedereen wordt gemeden. Is dat +niet wreed gedacht? Vader, denkt u, dat ik haar zou kunnen leeren +lezen?"</p> + +<p>"Zeker, kind, zeker. Ga zoo vaak als je kunt naar haar toe, maar denk +er aan om juffrouw Buxton te vragen, of het mag."</p> + +<p>Toen ik den jongens en Lena van Annie vertelde, lachten ze niet, en +Lena was er zelfs mee begaan. Zij haalde een paar oude poppen voor +den dag, en vroeg mij, die voor Annie mee te nemen.</p> + +<p>Bij de thee zei tante Caroline: "Ik geloof, dat Grietje den mooisten +dag heeft gehad van jullie allemaal!"</p> + +<p>"O ja, tante," zei Alex snel, "ik weet wel wat u wilt zeggen: omdat +zij meer aan anderer genoegen dacht dan aan haar eigen vermaak; maar +dat doet ze niet uit haarzelf, daar is ze toe aangezet. U moet haar +niet verwaand maken, ze heeft al genoeg dunk van zichzelf."</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/45_pakket.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:260px;"></center> +<br> + +<p>"Dat is niet waar," zei ik boos.</p> + +<p>"Hé, hé, geen getwist nu!"</p> + +<p>Zoo komt tante altoos tusschenbeiden en we spraken dus geen woord +meer over de zaak.</p> + +<p>Den volgenden morgen kwam er een groot pakket met de post, +geadresseerd aan "de Jongeheeren Daan en Alex Marjoribanks". De +jongens gunden zich geen tijd om het uit te pakken, en scheurden het +eene na het andere papier eraf, niet bemerkend, dat Lena en ik in ons +vuistje lachten (ik had het Lena ook verteld). Eindelijk kwam een +kartonnen doos te voorschijn, en toen ze die openden, vonden ze haar +vol koolstronken; op den bodem lag een klein briefje, waarop de +woorden: "Met vriendelijken dank van Betty en Clara."</p> + +<p>Inmiddels waren Lena en ik een rondedans om de tafel begonnen, +waarbij we hen dapper uitlachten. Ze hadden 't ook verdiend, en ik +vertelde hun, dat hun pakket nooit aan 't Huis bezorgd was. Toen +waren ze woest van boosheid, en scholden ons uit, dat het een lust +was.</p> + +<p>Ik zei hun nog, dat zij altijd grapjes hadden ten koste van anderen, +en nooit zichzelf eens vermaken konden. Daan beloofde wraak; maar dat +doet ie wel meer als ie ten einde raad is, en later is ie 't al lang +weer vergeten.</p> + +<p>Ik ging nu zooveel belang stellen in Annie Steel, dat ik er bijna +iederen dag heen ging; als ik haar bezocht, had ze een kleur van +blijdschap, en ze begon er werkelijk wat opgewekter uit te zien. +Elken Woensdag nam ik haar mee op een rij toer.</p> + +<p>Intusschen waren we allen druk bezig met bijverdienen, om een zadel +voor Andy te kunnen koopen. De jongens verkochten aan kapitein Rogers +enorme partijen visch. Zij kunnen er gewoon niet tegen hengelen, en +hij betaalt best. Zelf zend ik weer groenten en bloemen naar de markt +te Lemworth, waar Bob Tapson ze wel aan den man brengt, en Lena maakt +weer borstplaat zonder eind. Maar het geld komt heel langzaam bij +elkaar. Mevrouw Rogers kwam gistermiddag met haar man bij ons +theedrinken; de kapitein liet ons den spaarpot openen; er was nu +negen gulden in.</p> + +<p>We hadden recht veel schik dien middag. De thee werd buiten +gedronken, zoodat het veel had van een pic-nic; kapitein Rogers +spoorde ons aan, het geld wat vlugger te maken, anders zouden we +nooit aan een zadel toekomen. We vroegen hem, of hij soms een middel +wist, en hij zei van ja. Het was dit: Hij en zijn vrouw wilden een +wedstrijd in het boogschieten organiseeren bij hun huis; daarbij +zouden veel volwassen menschen komen, en nu wilde hij ook een +wedstrijd houden voor kinderen; de beste schutter zou een prijs +verdienen van twaalf gulden.</p> + +<p>"Jelui hebt dus niet anders te doen, dan dien prijs te winnen," +voegde hij er aan toe; "en dan weet ik wel een adres, waar je een +flink zadel kunt koopen voor een gulden of twintig."</p> + +<p>Met gejuich werd het plan ontvangen, het was een eenig denkbeeld. +Maar wij moesten den kapitein toch vertellen, dat we geen van allen +konden schieten, en dat we niet met boog en pijl konden omgaan. Hij +antwoordde, dat hij ons dat wel even leeren zou, dat ging heel vlug; +we moesten dan maar telkens bij hem komen en oefeningen houden in den +tuin bij de boerderij.</p> + +<p>"En we kunnen ook hier een schijf opstellen en er ons op oefenen," +vond Daan. "Ik zal er wel een maken, maar dan hebben we nog geen boog +en pijlen. Zijn die duur?"</p> + +<p>"Dat zullen we aan juffrouw Ribbon vragen," zei Alex. "Maar ik wil +wedden, dat ze die niet heeft."</p> + +<p>"Nee, nee," zei kapitein Rogers, "ik zal jelui enkele van de mijne +leenen tot na den wedstrijd. Laat es zien: jelui zult er vier noodig +hebben, is 't niet? Ieder een."</p> + +<p>"Ik ook!" riep Puf op dreigenden toon. "Ik wil ook schieten."</p> + +<p>Dus beloofde kapitein Rogers vijf bogen te zullen zenden, met een +bundel pijlen. En Daan stelde hem voor, om moeite te besparen, dat +hij dadelijk maar even mee zou gaan, om ze te halen, dan konden wij +zoo spoedig mogelijk beginnen.</p> + +<p>"En hoe maakt Andy het tegenwoordig?" vroeg de kapitein.</p> + +<p>"Even onberekenbaar als altoos," antwoordde ik. "Soms gaat het heel +goed, maar dan eensklaps krijgt hij weer z'n oude kuur van stilstaan, +en geen van ons kan hem dan weer in beweging krijgen. 't Is geen +trouw dier, en dat zal ie nooit worden ook."</p> + +<p>De kapitein lachte hartelijk en trok mij aan een haarlok. "Kom hier, +oud vrouwtje, en vertel mij es, wat een trouw dier is."</p> + +<p>"Dat is er een, waarop je rekenen kunt," hervatte ik; "een dier, dat +altoos hetzelfde is en waar je op aan kunt. Dat is toch de beteekenis +van trouw? Gisteren hebben we 't er nog over gehad."</p> + +<p>"Ja," zei hij, "dat is een heel juiste omschrijving van trouw. Ik +denk, dat jij dan ook wel heel trouw zult wezen, Grietje."</p> + +<p>"O, ik wou dat ik het was. Maar ik ben het niet. Men is niet volkomen +trouw, als men het niet altijd en overal is, zooals onze ridder: +semper fidelis. Ik tracht een trouwe dienstmaagd te wezen, maar +steeds weer vergeet ik het."</p> + +<p>"Wiens dienstmaagd? Ik zou zoo zeggen, Grietje, je bent een trouw +vriendinnetje."</p> + +<p>"Christus' dienstmaagd," was mijn fluisterend antwoord. "Hij is in +alles de eerste, zooals u weet. Maar daarom zou ik dan ook evengoed +uw trouw vriendinnetje willen wezen, kapitein."</p> + +<p>"Wij zullen een verbond sluiten. Als ik in moeite of verdriet kom, en +hulp noodig heb, dan weet ik, op wie ik kan rekenen."</p> + +<p>De beide jongens gingen met den kapitein mee naar de boerderij, en +kwamen al spoedig weer thuis, o zoo verheugd met hun pijlen en bogen. +Reeds hebben we een schijf gemaakt van wit calico, gespannen over een +met stroo gevulde platte doos. En nu hoop ik maar dat wij den prijs +zullen halen; wij hebben goede kans, omdat we met z'n vieren zijn. +Betty en Clara zullen ook gevraagd worden, en nog heel wat kinderen +meer. Ik geloof, dat kapitein Rogers eigenlijk hoopt, dat wij het +maar zullen winnen.</p> + +<pre> * * + * +</pre> + +<p>Het is eenigen tijd geleden, dat ik in dit boek heb geschreven, want +ik heb het verschrikkelijk druk gehad. Allereerst dien ik te +vertellen van onzen hand-boogwedstrijd.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/46_schietschijf.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:127px;"></center> +<br> + +<p>Vanaf het oogenblik, dat de schijf gereed was, hebben we ons druk +geoefend. Aan het einde van de laan hadden we haar opgehangen, en +gingen er dan zoo ver mogelijk van af staan, om goed te leeren +mikken. Die oefeningen waren wel inspannend, maar toch ook verbazend +prettig. Ik zelf had er zooveel schik in dat ik boos werd, als ik er +telkens weer werd afgeroepen. Dat kwam zoo.</p> + +<p>Emma had haar voet verstuikt, en moest dagen achtereen in bed liggen, +en toen ze eruit mocht, kon ze nog heel moeilijk loopen. Tante +Caroline droeg nu aan Lena en mij op, de bedden op te maken, de +kamers te doen, en zooveel mogelijk in huis te helpen. Het scheen ons +een uitdaging, want wij wilden zoo graag vóór alles goede schutters +worden. Ik kà n niet hebben, dat we zulke dingen maar half goed doen. +Lena ging er vandoor, maar dà t kon ik ook niet doen, en ik hielp dus +zooveel als ik kon, maar veelal met een nijdig hoofd. Ik geloof, dat +ik die gansche week niet in m'n humeur ben geweest. Toen het Woensdag +werd, had ik er niet eens zin in, om Annie te halen voor een rijtoer; +Betty en Clara kwamen 's middags om met ons te oefenen in 't +schijfschieten. Toch reed ik met Andy uit, inwendig wenschend, dat ik +haar maar nooit beloofd had, iedere week te zullen rijden. Maar toen +ik haar bleek gelaat zag, dat opvroolijkte toen ik aankwam, was ik +beschaamd. Ik was een half uur te laat, en ze zei:</p> + +<p>"Grootmoe heeft al gezegd, dat u niet zoudt komen. Maar ik wist zeker +dat u komen zoudt. U zult mij nooit alleen laten, wel juffrouw?"</p> + +<p>Ik antwoordde slechts: "Ik hoop van nooit!"</p> + +<p>Annie was zeer spraakzaam. Ze vertelde, hoe ze nu geregeld bad, en +ook dankte voor al het goede, dat ze ontving. Zij begreep nu ook iets +van wat Jezus voor haar aan het kruis geleden had. "O, kon ik maar +wat voor Hem doen!" riep ze uit.</p> + +<p>"Van ons, die nog kinderen zijn, verwacht Hij geen groote dingen, +Annie. Maar wat wij te doen hebben, dat is zóó te spreken en te +handelen, alsof Hij altoos bij ons is, in onze kamer en bij ons werk; +wij zien Hem wel niet, maar toch leeft Hij dicht bij ons. Hij +glimlacht als we ons best doen, en met droeve oogen staart Hij ons +aan, als we ongehoorzaam zijn of toornig, zooals ik vandaag."</p> + +<p>Het deed mij goed, haar eens te kunnen zeggen, hoe verkeerd ik +vandaag gehandeld had. En ik voelde mij gelukkig, toen ik weer thuis +kwam, nog vol van ons gesprek en van het heerlijk gevoel, dat ik had +na het erkennen van mijn zonden.</p> + +<p>Eindelijk kwam dan de groote dag. De tuin bij kapitein Rogers was vol +volk; ook waren er vier jongens en vijf meisjes, die we geen van +allen kenden; zij waren met den trein gekomen uit Tenburg en zeven +mijlen hier vandaan, uit Lincoln. Twee meisjes en drie jongens waren +ook uit een pastorie.</p> + +<br> +<center><img src="images/47_boogschieten.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:464px;"></center> +<br> + +<p>Naarmate de wedstrijd vorderde werd de pret, maar ook de spanning +grooter. Toen het mijn beurt was, gevoelde ik mij erg zenuwachtig; +mijn hand trilde alsof ik de koorts had. Maar het ging gelukkig +nogal, hoewel ik natuurlijk den prijs niet won, dat wist ik vooruit +wel. Ik geloof eigenlijk, dat wij er allemaal wel zoo'n beetje op +rekenden, dat Daan de gelukkige winner zou wezen. Hij stond zoo kalm, +mikte zoo vast, net een volwassen man. Later zei hij nog, dat ie een +gevoel had gehad, als ging het om leven of dood.</p> + +<p>En toen bleek, dat hij den prijs had verdiend, juichten we allen als +uitgelatenen. Mevrouw Rogers overhandigde den prijs in een met kralen +bezette beurs.</p> + +<p>Innig verheugd kwamen we thuis, want nu hadden we ook het zadel zelf +verdiend. En geen onzer behoefde nu ooit meer geld te gaan verdienen.</p> + +<p>Het leek te mooi, om waar te wezen.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter13"></a> +<center><img src="images/48_hoofdstuk13.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:236px;"></center> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XIII</h3> + +<p>En nu heb ik te schrijven over een vreeslijken dag. Onze vacantie was +bijna om; het zadel voor Andy was juist ontvangen, en allen reden wij +druk met hem. Hij bleef ons over 't algemeen goed voldoen, en +galoppeerde soms, dat 't een lust was.</p> + +<p>Terwijl wij bezig waren, aan 't ontbijt onze plannen voor den dag te +bespreken, kwam Emma binnen met een telegram voor vader. Vader krijgt +vaak telegrammen over spreekbeurten, zoodat wij er weinig notitie van +namen. Maar eensklaps hoorden we hem een onderdrukten snik geven, +terwijl hij het telegram aan tante Caroline overgaf. Toen die het +las, begon ze te weenen, en wij begrepen nu, dat er slechte tijding +was gekomen. En zoo was het: Grootmoeder was gevaarlijk ziek, en +vader moest onmiddellijk overkomen.</p> + +<p>Tante Caroline riep in haar droefheid: "Zij is stervende, Jan, ik ga +met je mee."</p> + +<p>"Er is geen trein vóór 10.30, dien moeten we hebben." Tante verliet +haastig de kamer, en vader richtte zich tot ons: "Kinderen, kan ik +jelui met vertrouwen alleen laten? Het zou voor tante een bittere +teleurstelling wezen, als ze niet met mij mee kon gaan. Wil jelui je +best doen, om je goed te gedragen? Daan, jij wordt al een groote +jongen, en je kent het onderscheid tusschen goed en kwaad. Op jou +reken ik, terwijl ik weg ben. Grietje, neem jij Lena onder je hoede, +en laat haar geen verkeerde dingen uithalen. Ik zal even met de +keukenmeid een en ander bespreken. We moeten geen tijd verliezen."</p> + +<p>Wij beloofden, ons goed te zullen gedragen. We waren wel bedroefd om +grootmoeder, maar we konden ons toch ook niet ontveinzen, dat we wel +een klein beetje vermaak erin hadden, nu eens alleen te zijn, zonder +eenig toezicht. Dat was nooit tevoren geschied, en vooral in de +vacantie is het een heerlijk gevoel, es echt alleen te wezen, en baas +over jezelf te zijn.</p> + +<br> +<center><img src="images/49_inpakken.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:419px;"></center> +<br> + +<p>Intusschen ging ik naar boven, om tante te helpen bij het inpakken +van haar koffertje. Tante was erg in de war; ook de keukenmeid en +Emma waren zenuwachtig, zoodat ze tante met allerlei vragen en +opmerkingen nog meer opwonden. Toen alles gereed was, reed Daan de +bagage in ons ezelkarretje naar het station.</p> + +<p>Daar het nu Dinsdag was, beloofde vader, zeker nog vóór Zondag weer +thuis te zijn. Tante Caroline kuste mij hartelijk bij 't afscheid, en +zei, dat ze wist, dat ik mijn best zou doen, en ook den anderen tot +voorbeeld zou wezen, omdat zij mij kende als haar vertrouwde hulp in +'t huiselijk werk. Ik was zoo blijde met deze lofspraak, dat ik bijna +schreide, maar ik hield mij goed, sloeg mijn armen om haar hals, en +kuste haar hartelijk ten afscheid.</p> + +<p>Toen Daan van 't station terug was, gingen wij allen naar het priëel +in den tuin, om te praten over de onverwachte verandering.</p> + +<p>"Twee dagen geleden was grootmoe nog zoo best," zei ik; "zij schreef +nog aan tante Caroline, dat zij pas een rijtoertje gemaakt had. Ik +wist niet, dat de menschen konden sterven, zonder eerst ziek te +zijn."</p> + +<p>"Maar zij is ziek," merkte Alex op.</p> + +<p>"Jawel, maar ze kan toch niet ineens zoo verschrikkelijk ziek zijn, +wel?"</p> + +<p>"Och, zeker wel; dat zie je telkens."</p> + +<p>"En wij dan ook?" vroeg Lena angstig. "Daar zou ik heel bang voor +wezen. Tante zei nog wel, dat ze zeker wist, dat grootmoe al dood +was."</p> + +<p>"In elk geval," zei ik, "zal grootmoe nog heelemaal niet graag willen +sterven. Maar zij is, evenals de ridder: semper paratus. En dat +behoor jij ook te wezen, Lena."</p> + +<p>"Dat ben ik niet," zei ze. "Ben jij het?"</p> + +<p>"O, hou toch op met dien onzin!" riep Alex eensklaps uit. "En wat +zullen we nu gaan doen met onszelf?"</p> + +<p>"Een pic-nic zou heerlijk zijn," stelde ik voor. "In het gras bij de +rivier."</p> + +<p>"En dan moesten we Andy meenemen, dan kan hij eens een flink bad +krijgen. Hij ziet er zoo verschrikkelijk vuil uit, omdat ie nooit een +bad krijgt."</p> + +<p>Zoo sprak Lena. Als er één ding is, waar die verzot op blijft, dan +is het water en wasschen.</p> + +<p>"En dan zullen we een ketel water koken, dan lijken we net +zigeuners," vond Alex.</p> + +<p>"Goed zoo. Laten we eerst naar de keukenmeid gaan, en zien, of die +wat rauw vleesch voor ons heeft, dan kunnen we 't zelf braden."</p> + +<p>Daan en ik gingen dus naar de keuken en de meid vond het maar wà t +heerlijk, ons een ganschen dag kwijt te wezen. Zij gaf ons wat +saucijzen en een braadpan met wat vet erin om ze te braden, verder +een stukje konijnenvleesch, wat koude aardappelen, appelen, een stuk +brood, een flesch melk, een beetje suiker, een zakje met zout en een +zakje met thee. Dan holden we naar de leskamer en haalden er kopjes +en schoteltjes weg, zoomede een ketel. Vervolgens werd alles in het +ezelkarretje geladen, en reden we weg, allen zóó opgewonden blij +met ons mooie pic-nic-plan, dat we al spoedig vergeten waren, dat +grootmoe stervende was. Zoo nu en dan, als het iemand te binnen +schoot en ervan sprak, keken we wat sip. Maar dat begon Daan te +vervelen en hij zei:</p> + +<p>"Kijk es hier lui, dat gaat zoo niet langer. Wij willen hopen, dat ze +nog weer beter zal worden. Dat gebeurt met zoovelen en de dokters +zeggen altijd: Zoolang er leven is, is er hoop. En daarom moeten we +zooveel pleizier hebben als we maar kunnen, alsof grootmoe al beter +werd."</p> + +<p>Dat woord deed ons allen weer opleven. Het was ook zooveel prettiger, +vroolijke gedachten over grootmoeder te hebben, dan sombere. En ik +vrees, dat wel niemand onzer veel meer aan haar zal gedacht hebben, +want we waren bij de rivier gekomen, en ons plan nam alle gedachten +in beslag. Daan zei tegen Lena:</p> + +<p>"Hoor eens, als jij wasschen wilt, dan moet je jezelf maar gaan +wasschen; je handjes staan er goed voor, en dan kun je ook de borden +en kopjes wasschen. Maar probeer het niet met Andy, want dan zal ik +je met je hoofd in 't water duwen. Ezels zijn er niet voor, om +gewasschen te worden."</p> + +<p>Lena keek erg knorrig, maar ze is bang voor Daan. De toebereiding van +onzen maaltijd gaf heel wat pret. Eerst werd er een vuurtje gemaakt, +daarna de ketel erop gezet, want we moesten allemaal theedrinken. +Vervolgens werd de braadpan opgezet, gevuld met de saucijzen, de +koude aardappelen en het stuk konijnenvleesch. Het rook heerlijk! +Daan en ik waren om beurten de kok; Alex wilde zóó vaak proeven, of +'t eten al goed was, dat wij bevreesd werden, dat er niet genoeg voor +ons allen zou wezen. En Lena kwam er telkens zóó dicht bij staan, +dat ze haar gezicht verschroeide.</p> + +<p>Ik geloof niet, dat grooten menschen ons baksel zou gesmaakt hebben, +omdat het nog al sterk rook; eenmaal zelfs helde de pan zóóver +over, dat eenige aardappels er uit rolden, maar ze werden niettemin +met graagte opgegeten. Na het "diner" werd de thee gebruikt, zooals +we dat nu eenmaal gewoon waren. Vervolgens beproefden wij de appels +te roosteren, maar dat ging heel lastig en bovendien waren we van 't +koken al erg vermoeid, zoodat we ze maar rauw hebben opgegeten.</p> + +<p>Lena en Puf en ik gingen nu de borden omwasschen en spoelen; ze +werden weer ingepakt en in 't karretje gelegd, waarna we +verstoppertje gingen spelen. Vlak bij was een klein bosch, zoodat we +er heel wat pret mee hadden. Maar toen begon ook de eerste ellende. +Wij hadden Andy afgetuigd en lieten hem gras eten, maar toen we +spelen gingen, vergaten we hem geheel, en eensklaps ontdekten we, dat +ie er vandoor gegaan was.</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/50_weggelopen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:282px;"></center> +<br> + +<p>Dadelijk gingen we allen op zoek, schreeuwden en klapten in onze +handen, maar er was geen spoor van hem te ontdekken. Toen werden we +boos op 'm. Lena vond, dat hij zich den dag had moeten herinneren, +waarop hij met Puf was weggereden. En Alex zei pruttelend: "We zullen +de rest van den dag wel moeten besteden aan 't zoeken naar dat oude +beest! Laten we maar naar huis gaan, hij zal zelf wel den weg naar +huis vinden!"</p> + +<p>"Maar we kunnen toch het karretje niet hier laten," zei Daan.</p> + +<p>"Span Alex dan maar in, dan zal ik hem wel sturen," zei Lena, terwijl +ze danste van pret om het plannetje.</p> + +<p>De jongens echter hadden er geen ooren naar. Nog een uur lang zochten +we naar Andy. We waren al drie mijlen van huis, en we wisten niet, +wat te beginnen. Ten slotte vonden de jongens 't toch maar 't beste, +om met vereende krachten het karretje naar huis te brengen. Wij +juichten van pleizier, want dat leek ons bijzonder. Er werd nog lang +en breed over gepraat, voordat het aan 't vertrek toe was. Op +voorstel van Daan werd eindelijk besloten, dat Puf in 't karretje zou +zitten (hij was erg vermoeid), en dat de anderen als vierspan er voor +zouden trekken. Lena en ik vormden het eerste tweespan, Daan en Alex +het tweede. Gelukkig hadden we touw bij ons; na nog eens weer +overlegd en geregeld te hebben, waren we eindelijk gereed, en zette +de stoet zich in beweging.</p> + +<p>"Laten we nu zeggen, dat Puf juist gekozen is als afgevaardigde voor +het graafschap, en nu hebben we de paarden voor z'n rijtuig +afgespannen, en trekken nu met hem de stad rond," stelde Daan voor. +Dat viel in den smaak, luidjuichend riepen we allen: "Leve Puf, de +vriend der arbeiders!"</p> + +<p>Wij wisten wel, hoe dat toeging bij die verkiezingen.</p> + +<p>Maar, o wee, wat was dat zwaar trekken met het ezelen-karretje! +Doodop waren we, toen we het ding eindelijk weer op den weg hadden +gekregen, en we rustten dan ook al dadelijk even uit. Puf vond het +natuurlijk heerlijk; voor alle zekerheid hadden we hem de zweep maar +afgenomen, toen hij, vol verrukking over zijn zegetocht, de zweep ter +hand had genomen, als waren wij een heusch vierspan. En zie, terwijl +we even wachtten, daar kwam Mevrouw Laura aan in haar rijtuig met +twee paarden, vergezeld van Betty en Clara.</p> + +<p>"Wij hebben ons ezeltje verloren!" riepen we haar toe. Wij trachtten +in galop haar voorbij te rijden, want de weg was daar heuvelachtig, +doch Mevrouw Laura hield ons staande. "O jelui dwaze kinderen," zei +ze, "wat ben ik blij, dat ik niet op jelui heb te passen."</p> + +<p>Wij vonden dat niet erg aardig van haar, omdat wij het heusch niet +zoo prettig vonden om zoo met ons karretje heuvel op heuvel af te +moeten sjouwen; maar het moest wel. Daan groette haar nu beleefd, +door z'n pet af te nemen, en legde haar uit, waarom we zoo deden. Hij +vroeg haar, of ze Andy ook ergens gezien had; zij beloofde, ons +dadelijk te zullen boodschappen, als zij hem ergens zag. Betty en +Clara vonden het zoo leuk, dat ze wilden uitstappen, om met ons samen +een zesspan te vormen, doch ze hadden hun beste kleeren aan, en daar +kon dus niet van komen.</p> + +<br> +<center><img src="images/51_omgevallen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:456px;"></center> +<br> + +<p>Na deze afwisseling gingen we weer welgemoed verder, totdat wij, +dicht bij ons dorp, aan een vrij steilen heuvel kwamen. Wij stelden +ons voor, er in een prachtigen galop af te draven en zoo in volle +vaart ons dorp binnen te rijden. Ik vermoed, dat we het wat al te +haastig aanlegden, want juist voor dat we weer op gelijken grond +kwamen, scheen het karretje over te hellen, Daan en Alex konden het +niet meer houden, Lena struikelde, en voor dat ik goed zien kon, wat +er gebeurde, lagen wij allen door elkaar in een droge sloot, waarbij +Puf tekeer ging, alsof ie vermoord werd. De mand tuimelde uit de kar, +en alle borden, kopjes en schoteltjes waren aan scherven.</p> + +<p>Daan was de eerste, die overeind scharrelde. Hij scheen er goed aan +toe te wezen, was alleen een beetje gekneusd, zooals hij zei. Lena +had een groote buil op haar voorhoofd, zoo groot wel als een +kievitsei. Alex had een zijner beenen leelijk bezeerd en zei, dat het +zeker gebroken was, maar Daan betastte het eens en besliste van niet, +omdat er nergens een beentje van z'n plaats was. Puf had alleen z'n +knieën bezeerd, de eene bloedde vrij erg, en ik bond er mijn zakdoek +om. Ik zelf had mijn elleboog aan een steen gestooten, het deed erg +zeer, maar anders ook niet.</p> + +<p>Nadat we al deze akeligheden overzien hadden, gingen we een oogenblik +in een haag uitrusten. Maar wijl er niemand kwam opdagen om ons te +helpen, lieten we ons karretje liggen, nam Daan, Alex op z'n rug en +zoo marcheerden we als een verslagen vijand ons dorp binnen; Lena's +jurk was erg gescheurd, en mijn hoed zag zwart van modder. Toen wij +zoo thuis kwamen, gaf Emma een gil van schrik. Ze was echter spoedig +weer bekomen, en zei Baldwin, de kar te gaan halen. Alex ging binnen +op de sofa liggen, waar de keukenmeid z'n been onderzocht. Zij +meende, dat het wel voldoende zou zijn, als er een koud-waterverband +werd omgelegd. Het been was wel wat gezwollen, maar er was geen +sprake van gebroken.</p> + +<p>Dat we allemaal weinig opgeruimd waren, laat zich denken, maar het +was natuurlijk Andy's schuld en niet de onze. Nadat we thee hadden +gedronken, kwam er een jongen aan de pastorie; hij had Andy gevonden +in een grasveld, waar ie met een paar veulens aan 't hollen was. Hoe +hij daar terecht was gekomen, daar begrepen we niets van; hij moèst +over een heg zijn gesprongen. Wij waren heel blij, dat we 'm weer +hadden, maar Daan gaf 'm een flink pak slaag. Emma vond, dat het hier +nu wel een hospitaal geleek, met zooveel gewonden en gekneusden.</p> + +<p>En nu wou ik maar, dat ik hier de beschrijving van onze ellende kon +eindigen, maar het ergste moet nog komen.</p> + +<p>Ik zat in den tuin een boek te lezen; Puf was al naar bed, en Lena +speelde binnen halma met Alex. Plotseling kwam Daan opgewonden naar +mij toe en riep:</p> + +<p>"Zeg, d'r staat een boerderij in brand, een halve mijl van hier! Het +is de boerderij van Gaythorpe! Ik ga er heen!" "Ik ga mee!" riep ik.</p> + +<p>'t Is wel treurig voor wie 't treft, maar we houden allen van brand; +dag of nacht, altijd gingen we er heen.</p> + +<p>Vlug zette ik m'n hoed op, en rende met Daan weg. Al spoedig zagen we +dikke rookwolken in de verte. Daan vermoedde, dat er hooibergen in +brand stonden.</p> + +<p>Wij holden zoo hard als wij konden door, en toen we er kwamen, bleek +inderdaad een hooiberg in brand te staan, doch de vlammen waren al +overgeslagen op de stallen, die vlak aan het huis grensden. Daar er +geen brandspuit dichterbij te vinden was dan te Lemworth, waren er +vele menschen bezig met emmers water in de vuurzee te gooien, maar +dat hielp weinig, en 't stond er dus niet best voor. Daan begon +dadelijk te helpen bij het redden van de meubelen uit het woonhuis; +het had een rieten dak, en er was dus weinig kans, dat het gespaard +zou blijven.</p> + +<p>Gelukkig waren de kinderen van den boer al uit het huis, en ook de +paarden waren al losgesneden, zoodat er geen levende ziel meer in +huis was. De boer deed al z'n best, om nog te redden, wat er te +redden was.</p> + +<p>Intusschen had een der mannen een ladder tegen het woonhuis gezet, en +begon nu het riet van het dak weg te snijden; doch de ladder vatte +plotseling vuur, zoodat de man z'n werk moest opgeven; zóó snel +schoten de vlammen toe, dat hij z'n handen er nog bij brandde. Ik +wilde Daan nog helpen met het sjouwen der meubelen, maar hij stond +het niet toe; dat is geen werk voor dames, vond ie.</p> + +<p>Eensklaps hoorde ik een gejank in een schuurtje, wij liepen toe, en +daar zagen we boven een der vensters een lief klein hondje staan op +den hooizolder!</p> + +<p>"O, het is Fox!" jammerde juffrouw Gaythorpe "ik heb hem opgesloten, +toen ik de kinderen uitliet!"</p> + +<p>"Ik zal hem eruit halen!" riep Daan, en hij vloog het huis binnen en +de trap op. Nog geen minuut was hij weg, of daar sloeg een vreeslijke +vlam uit de schuur. Juffrouw Gaythorpe zei, dat zou van een vat +petroleum zijn. Tegelijkertijd zagen we Daan, die den hond voor zich +uithield boven het venster.</p> + +<p>"Zal ik hem eruit werpen?" riep Daan.</p> + +<p>"Kom zelf er gauw uit!" riep de boer. "Het vat met petroleum is +gesprongen!"</p> + +<p>Daan verdween weer. Maar spoedig verscheen hij aan het venster en +riep: "De trap staat in brand! Ik kan niet naar beneden!"</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/52_afgesneden.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:267px;"></center> +<br> + +<p>Ik stond te trillen op mijn beenen van angst. "Houdt een deken +gespannen!" schreeuwde Daan. "Ik zal Fox erin gooien. Twee mannen +spreidden een deken uit, en Fox werd er in opgevangen. Intusschen was +Gaythorpe de ladder gaan halen, maar die was gebroken en nu te kort, +om Daan te bereiken. Een andere werd gehaald, die was ook te kort. +Toen werden ze aan elkaar gebonden. Ik stond doodsangsten uit, maar +Daan bleef kalm.</p> + +<p>"Schiet wat op!" riep hij; "het vuur komt hier al in de kamer!" En +geen seconde daarna stond hij al in een rookwolk gehuld; het huis +brandde als papier weg.</p> + +<p>"O Daan, Daan!" jammerde ik. "Is er niemand, die hem redden kan?" En +meteen hoorde ik, dat de ladders al zóó verkoold waren, dat ze niet +meer te gebruiken waren. En nog verloor Daan den moed niet.</p> + +<p>"Werpt me een touw toe!" riep hij nu weer. "Ik moèt hieruit, de +vloer begint al onder mij te branden." Hij stond nu in de +vensterbank; men haalde een matras, en vier mannen hielden haar +gestrekt.</p> + +<p>"Spring!" riepen ze. "'t Is je eenige kans!"</p> + +<p>Een oogenblik aarzelde Daan .... hij keek omlaag .... hij was zoo +hoog .... nog even gekeken .... daar sprong hij omlaag .... ik deed +m'n oogen dicht....</p> + +<p>Ik vrees, dat hij te wild gesprongen heeft, want ik hoorde een +vreeslijk gekraak. Nooit zal ik dit ontzettend oogenblik vergeten. De +menschen gilden van schrik, en toen was het ineens doodstil. Ik vloog +er heen, maar boer Gaythorpe greep me bij den arm.</p> + +<p>"Hier blijven, kind, dat is niet voor je om te zien. Arme, arme +jongen!" Wat mij nog nooit overkomen was: ik viel in zwijm. En toen +ik weer bijkwam, was ik in een huisje gebracht, waar een vrouw bezig +was in mijn neus met verbrande veeren te kietelen. Dadelijk +herinnerde ik mij alles, en vroeg verschrikt: "Waar is Daan?"</p> + +<p>"De dokter is bij hem, lieve. Gelukkig was die net onderweg naar boer +Turt, waar hij den brand zag en dadelijk naar hier kwam."</p> + +<p>"Is hij dood?" vroeg ik schreiend. "O toe, hij kan niet dood wezen!"</p> + +<p>"Kom, kind, we willen er 't beste van hopen!"</p> + +<p>Ik stond op, en liep zoo snel als ik kon naar buiten, waar ik Baldwin +vond. Ook de keukenmeid was hier gekomen, en stond handenwringend te +schreien. Ik ging het huis binnen. Daar kwam de vrouw, die daar +woonde, op mij af, en op mijn geroep van "Is hij dood?" antwoordde +ze:</p> + +<p>"Och lieve, houd moed, hij heeft gebroken beenen, maar jonge beenen +genezen spoedig, zeggen de dokters! Kom, binnen twee dagen lacht ie +alweer! Maar hij mag niet vervoerd worden. Ik ben verpleegster te +Lemworth geweest, en ik zal hem zoo best verzorgen, als ik kan. Dat +beloof ik je!"</p> + +<p>We bleven nu in de kamer naast die waar Daan lag, op den dokter +wachten.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter14"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XIV.</h3> + +<p>Dr. Fenning is al oud, hij woont zes mijlen bij ons vandaan. +Glimlachend kwam hij uit de ziekenkamer, hij bemerkte wel, hoe +beangst we allen keken. "'t Zal wel gaan," zei hij, "mits hij met +zorg verpleegd wordt. Maar hij moet volledig rust houden, niemand mag +hem zien dan juffrouw Blatch. Zij zal hem verzorgen naar mijn +aanwijzingen."</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/53_dokter.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:134px;"></center> +<br> + +<p>"Och dokter," smeekte ik, "zou ik hem niet even mogen zien, heel even +maar? Vader is op reis. Is hij erg gewond?" "Het is een geluk, dat +hij juist op het gras terecht kwam, en het is een wonder, dat hij er +nog zoo goed aan toe is, als nu. Gewond? Ja, hij heeft een rib +gebroken en ook een arm is gebroken, verder een leelijke wonde aan +z'n hoofd, maar hij is nog jong en ik zal het wel met hem klaar +spelen. Ga jelui maar gerust naar huis, hij is hier goed verzorgd."</p> + +<p>Baldwin en de meid wilden nog weer wat aan Dr. Fenning vragen, maar +hij werd ongeduldig en ging heen, zoodat wij naar huis terugkeerden. +Lena en Alex wisten nog van niets af, die had ik dus al het droeve +nieuws te vertellen. Wij besloten, dat ik dadelijk aan vader zou +schrijven, en hem alles vertellen. Nog vóórdat ik naar bed ging, +geschiedde dat, zoodat de brief den volgenden morgen nog met de +eerste post wegkwam.</p> + +<p>En toen naar bed. Voor 't eerst van m'n leven verlangde ik naar bed, +om tot rust te komen na zulk een vreeselijken dag. Van +oververmoeidheid viel ik dadelijk in slaap; toen ik den volgenden +morgen wakker werd, was het mij, als lag er een zwaar gewicht op mijn +hoofd: het was de herinnering aan Daan. Bij het ontbijt kwam er een +brief van vader; hij schreef, dat grootmoe was gestorven, en dat hij +niet eerder dan na de begrafenis kon thuiskomen, dat was Zaterdag. +Lena en ik waren droevig gestemd; we konden maar niet gelooven, dat +grootmoe werkelijk dood was.</p> + +<p>Alex had nog veel last van zijn verwonde been, hetgeen niet opwekkend +werkte op z'n humeur. Daar er dus thuis weinig aantrekkelijks te +beleven viel, gingen wij maar weer eens naar juffrouw Blatch, om te +hooren, hoe het met Daan ging. Zij vertelde ons, dat hij sliep, en +niet gestoord mocht worden.</p> + +<p>"Heeft hij veel pijn?" vroeg ik. "Spreekt hij ook over wat er gebeurd +is?"</p> + +<p>"Hij is niet geheel helder nog, lieve; maar dokter geeft hem wat in, +om rustig te blijven. Hij zal wel voorspoedig genezen, wees daar maar +niet bang voor."</p> + +<p>"Vader komt niet vóór Zaterdag thuis," vertelde ik haar, met tranen +in de oogen; "en zonder Daan is het nu thuis zoo eenzaam. Weet u +zeker, dat hij niet sterven zal, juffrouw?"</p> + +<p>"Ik heb er alle hoop op, kindlief. Als de goede God ons helpt, zal 't +niet aan mij liggen."</p> + +<p>"Toe Lena, laten we dan maar naar huis gaan en voor hem bidden; wat +verkeerd van ons, dat we dat nog niet gedaan hebben!"</p> + +<p>Zoo gingen we weer terug. Lena was ongewoon ernstig; thuisgekomen, +gingen we dadelijk naar onze slaapkamer, knielden voor ons bed neer, +en baden, dat Daan spoedig mocht genezen. Toen we gebeden hadden, +gevoelden we ons wel moediger gestemd. We gingen vervolgens naar +Alex, die nog altoos op de tot bed ingerichte sofa lag. Puf was met +Andy aan 't rijden in 't grasveld.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/54_sofa.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:265px;"></center> +<br> + +<p>Wij vonden Alex erg terneergeslagen. Toen we hem van Daan vertelden, +zei hij: "Maar ik ben er ook leelijk aan toe, mijn been wordt al +erger. Ik denk, dat er koudvuur is bijgekomen, het wordt zwart. En +dan ben ik spoedig evenver heen als Daan, en dan zullen ze mijn been +afzetten, en kan ik de rest van mijn leven op één been rondhinken."</p> + +<p>Wij werden beangst door zijn spreken en vroegen hem, zijn verband +eens af te doen, dat we zijn been bezien konden. Toen ik het zag, +riep ik verlicht uit. "O, dat zijn de ontvellingen, dat ziet er +altoos veel erger uit, dan 't is. Die heb ik ook gehad, op mijn +armen."</p> + +<p>"Ja," riep Lena, "en ik ook, kijk maar op m'n voorhoofd."</p> + +<p>"Puh!" zei Alex. "Wat zou nu jelui gebeuzel over die ontvellinkjes +te maken hebben met mijn been! Had ik den dokter maar laten roepen! +Die meid denkt, dat ze heel knap is, maar zij maakt nog gehakt van +me."</p> + +<p>Wij konden niet helpen, dat we in den lach schoten, want dat zegt +Mary altijd tegen tante, als ze niets weet voor 't middagmaal. "We +zullen d'r maar gehakt van maken, juffrouw." Ze zou ons op die manier +wel dag aan dag gehakt willen geven, als ze er ten minste vleesch +voor krijgen kon.</p> + +<p>"Het zal mij benieuwen, wat voor pijn Daan heeft," merkte ik op. "Wat +een verschrikkelijke dag gisteren!"</p> + +<p>"En daar was Andy de schuld van," mompelde Alex. "Als hij niet was +weggeloopen, zou ik mijn been niet bezeerd hebben, en dan was ik met +jelui naar den brand gegaan."</p> + +<p>"En wat dan?" vroeg ik.</p> + +<p>"Dan zou ik Daan hebben weerhouden van zijn dwaasheid, om een +brandend huis binnen te rennen."</p> + +<p>"Hij heeft den hond gered," zei ik. "Ik geloof, dat hij daarmee een +goede en dappere daad verrichtte. Ik zou niet graag in zijn plaats +zijn geweest, toen hij daar gereed stond, om van boven af te +springen. O, wat was dat vreeselijk, om te zien. En dan die angst, om +toch vooral op de matras te springen! En toch stond hij er zoo dapper +en kalm bij. De lui uit 't dorp noemden hem een echten held!"</p> + +<p>Alex zei niets meer. Wij droegen hem naar den tuin, waar hij in 't +gras kon liggen, en wat met ons babbelen. Wat duurde die dag lang! +Mary en Emma waren naar juffrouw Blatch gegaan, om naar Daan's +toestand te informeeren; ze waren vreeselijk lang onder weg, omdat ze +in 't dorp met iedereen gingen praten over de vreeselijke +gebeurtenis. Juffrouw Ribbon vond, dat wij vader hadden moeten +telegrafeeren over Daan; maar later zei ze weer, dat 't toch maar +beter was, zooals we gedaan hadden want in een telegram kan je niet +alles goed duidelijk maken.</p> + +<p>Tegen den avond kregen we bezoek van Mevr. Rogers. Wat waren we blij, +dat zij eens kwam kijken. Ik verbeeldde mij zelfs, dat ik er behoefte +aan had, nu ook eens met groote menschen te praten. Zij wilde ook +Daan gaarne zien, en bleef wachten, totdat dokter kwam. Ook wilde ze +aan vader schrijven.</p> + +<p>"Jelui moeten allemaal maar eens een heelen dag op de boerderij +komen," zei ze, "dan kun je mijn man meteen weer eens wat +opmonteren."</p> + +<p>"Maar," merkte ik op, "wij hebben de laatste dagen niet anders gehad +dan ongelukken; brand en dood en ziekte, zoodat we ons niet erg +opgewekt gevoelen."</p> + +<p>"Jawel kinderen, dat weet ik wel, maar we moeten nu niet alles van +den zwarten kant bezien. Andy is weer terecht en niemand van jelui is +levensgevaarlijk gewond bij den tuimel in de droge sloot. En Daan +wordt alweer beter, en Zaterdag komt je vader weer thuis. Kom, kom!"</p> + +<p>"O ik wou, dat u hier kondt komen en blijven, totdat vader weer thuis +is!" riep ik zuchtend uit.</p> + +<p>Maar Mevrouw zei, dat ze den kapitein niet alleen kon laten. We waren +echt bedroefd, toen ze weer vertrok, maar wij beloofden haar toch, +den volgenden dag op de boerderij te komen doorbrengen. Zoo +geschiedde, en we hebben ons best vermaakt.</p> + +<p>Intusschen kreeg ik een tweeden brief van vader, en Mary kreeg er ook +een. Hij schreef, dat hij onmiddellijk naar huis had willen +terugkeeren, doch dat hij eerst aan den dokter getelegrafeerd had, +die hem berichtte, dat het niet noodig was, omdat Daan goed +vooruitging. Verder schreef hij nog, dat hij zoo moeilijk vóór +grootmoe's begrafenis kon wegkomen, omdat er nog zooveel te bespreken +en te regelen was. En dan deelde vader ons mee, dat in plaats van +tante Caroline, tante Marie Zaterdag met hem mee kwam. Dat was een +blijde tijding voor ons! Tante Marie kan 't best geschiedenissen +vertellen, beter dan wie ook. Als wij in den winter om 't gezellige +haardvuur in 't schemerdonker zijn neergezeten, dan begint zij te +vertellen van den burgeroorlog, die eeuwen geleden werd gevoerd. Zij +vertelt ons van jongens en meisjes, die hun vaders in donkere kerkers +opsloten, en waaruit ze dan weer door geheime gangen ontvluchtten. En +ons hart beeft, en we houden onzen adem in, als ze vertelt van die +ontvluchtingen, dat de menschen bijna weer werden gegrepen. De tijd +vliegt om, en eer we 't weten, is 't bedtijd. Het is heerlijk, naar +tante Marie te luisteren!</p> + +<p>Langzaam herstelde Daan; toen vader en tante Marie thuis kwamen, kon +hij nòg niet vervoerd worden; dat gebeurde pas drie weken later. +Toen hij thuis kwam, zag hij er nog erg bleek en smalletjes uit; zijn +arm droeg hij nog in een verband, en hij moest steeds nog in bed +blijven.</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/55_herstellend.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:213px;"></center> +<br> + +<p>Overdag gingen we veel bij zijn bed zitten, om hem op de een of +andere manier gezellig bezig te houden. Den eenen keer deden wij +spelletjes met hem, den anderen keer haalden wij acrobatische toeren +voor hem uit. Alex beproefde, over een stok te loopen, dien hij +tusschen twee stoelen gelegd had, of balanceerde een glas op z'n +neus. De stok brak, en hij maakte een flinken smak. Gewoonlijk was +Daan bij al deze uitvoeringen best in z'n schik, doch toen ik op een +Zondagmiddag bij hem kwam zitten, vond ik hem heel ernstig.</p> + +<p>Hij had het over mijn Zondagsschoolklas en zei: "Vader had toch wel +gelijk, Griet, ik was er niet voor geschikt, die kleintjes te leeren. +Ik had de taak van een dienstknecht op mij genomen, terwijl ik het +nog niet eens was. Weet je wat ik dacht, toen ik daar in het venster +stond te wachten op de ladder, en de vlammen reeds om mij heen +lekten?"</p> + +<p>"Neen," antwoordde ik, "ik wist wel, dat je aan iets dacht, je keek +zoo ernstig en kalm. Hè, laten we daar maar niet meer over praten, +'t was vreeselijk!"</p> + +<p>"Maar ik wou er nu juist zoo graag eens over praten. Het waren de +woorden van den ridder, die mij door het hoofd vlogen: Semper +fidelis, semper paratus. En ik gevoelde, toen ik den dood voor mij +had, dat ik niet paratus, niet bereid was. En bovendien, ik was niet +fidelis, niet getrouw geweest."</p> + +<p>"Maar je keek toch niets bevreesd," merkte ik op. "Ik dacht juist, +dat je niet zag, hoe dicht het vuur al bij je was."</p> + +<p>"Het staat niet dapper, om bang te zijn," zei Daan met z'n oude +deftigheid; "het is niet in den vorm, om je gevoelens aan iedereen te +openbaren." En hij vervolgde:</p> + +<p>"Maar met dat al zat ik leelijk in de benauwdheid, en daar was reden +voor, want ik was niet bereid om te sterven. Wat zou jij hebben +gedaan, Griet?"</p> + +<p>"Ik denk, dat ik het uitgegild zou hebben van angst," antwoordde ik. +"Maar niet voor het sterven zou ik zoo bevreesd zijn geweest, doch +voor 't vuur. Ik geloof, dat ik — ik aarzelde even verder te gaan, +want ik vind het altijd moeilijk over mezelf te spreken — dat ik +niet bang voor den dood zou geweest zijn, omdat alles daarna wel weer +in orde zou gekomen zijn."</p> + +<p>"Hoe weet je dat?"</p> + +<p>"Dat staat in den Bijbel. Ik denk aan dat hoofdstuk over de schapen, +en hoe Jezus daarvan zei: Ik geef hun het eeuwige leven, en nimmer +zullen ze omkomen, en niemand zal ze uit Mijn hand rukken."</p> + +<p>"Jawel, maar hoe weet je nu, dat jij een van die schapen bent?"</p> + +<p>Aarzelend antwoordde ik: "Hij stierf voor mij, Hij riep mij en ik +ging tot Hem. Anders kan ik er niet van zeggen." Daan was even stil, +en sprak toen:</p> + +<p>"Ik wil ook zekerheid van mijzelf hebben, voor dat ik dit bed +verlaat. Ik wil er zekerheid van hebben, dat, als ik plotseling den +dood ontmoet, ik zoo gerust zal zijn, als kon het mij niets hinderen. +Een mensch moet geen enkele oorzaak <i>in</i> zich hebben, om bevreesd te +zijn. Ik zal paratus, bereid zijn om te sterven. Daar wil ik ernstig +naar streven."</p> + +<p>"Vader kan je daarin helpen," zei ik.</p> + +<p>Verder spraken we niet over deze zaken, en enkele dagen daarna zei +Daan tegen me: "Ik heb zekerheid nu. Of beter gezegd, God heeft mij +die zekerheid gegeven. Ik heb er alle hoop op, dat ik nu nimmer meer +bevreesd zal zijn voor den dood. En ik hoop ook, dat als ik paratus, +bereid ben, ik dan ook in staat zal wezen, fidelis, getrouw te zijn."</p> + +<p>Ik knikte even, en wij spraken er verder niet meer over. Toen Alex +weer naar school ging, was Daan nog niet geheel hersteld. Lena en ik +kregen nu les van tante Marie. Langzaam aan begon het buiten koud en +nat te worden: de winter naderde, en onze kachels werden weer te +voorschijn gehaald.</p> + +<p>Als we niet buiten konden spelen, speelden we thuis veel +verstoppertje en dan deed tante Marie ook mee. Ook ging zij wel met +ons uit rijden in 't ezelkarretje, terwijl ook vader er af en toe al +eens gebruik van maakte voor huisbezoek. Zoo begon Andy meer en meer +nuttig te worden; hij bracht pakjes naar 't station, reed iedere week +met mij en Annie Steel, en deed boodschappen in 't dorp. En eindelijk +kon ook Daan z'n eersten rijtoer weer maken, waarna hij spoedig ook +weer naar school ging.</p> + +<p>Tante Marie veranderde de kooroefeningen van Zaterdag op Vrijdag, en +dat vonden we heerlijk. Dan konden we den ganschen Zaterdag uitgaan. +Regende het op Zaterdag, dan was het een allervervelendste dag. Den +ganschen dag verveelden we ons dan, en meermalen werd hij besloten +met een vechtpartij.</p> + +<p>Verleden Zaterdag regende het den ganschen dag. Wij sloten ons 's +morgens op in de leskamer, en bedachten allerlei raars. Alex vond, +dat Andy nu toch wel eens wat kunstjes mocht leeren; 't moest zoo'n +soort circusezel worden. Opzitten b.v., en aan een tafel eten, dansen +op de maat der muziek, pianospelen met z'n hoeven, en meer van dat +moois.</p> + +<p>Wij staken de hoofden bijeen, bespraken fluisterend een plannetje, en +Alex rende weg. Hij ging kijken of Andy in den stal was gebracht. +Lena en ik gingen naar boven, naar onze "lorrendoos", dat was een +doos, waar tante Caroline afgedragen kleeren in bewaarde. Wij vonden +er een oude slaapmuts in, een lange blauwe jurk en een witten +omslagdoek. We namen naald en draad, spelden en lint, en gingen weer +naar beneden, nu naar de eetkamer; de leskamer was te hoog voor den +ezel.</p> + +<p>Tante Marie was uitgegaan, om met vader een zieke vrouw te bezoeken. +Daan zette de staldeur open, en Lena en ik legden kranten op den +grond, ingeval Andy vuil zou wezen. Maar Alex had vooraf zijn hoeven +al geboend, zoodat Andy, met den halster om, in bijzonder goed humeur +kwam aangestapt. Zoodra hij binnen was, sloten we de deur, om +ongewenschte bezoekers buiten te laten.</p> + +<br> +<center><img src="images/56_halster.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:408px;"></center> +<br> + +<p>Intusschen had Daan een bos wortels, dien hij van Baldwin had +gekregen, gereed gelegd voor "de dressuur". De eetkamer leende zich +daar heel goed voor, want als Andy lastig werd, konden we gauw de +tuindeuren openen, en dan kon ie daardoor weer z'n stal bereiken. +"Zie zoo," zei Daan, "laten we nu maar es beginnen!"</p> + +<p>Andy kreeg de slaapmuts op z'n kop, de bandjes werden om z'n hals +vastgebonden en hij keek zoo grappig, dat we 't allen uitbarstten van +lachen. Vervolgens werd de blauwe jurk om z'n lijf geslagen en flink +met touwen vastgesjord, en toen kwam 't moeilijkste nog aan. De witte +omslagdoek werd in vieren geknipt, elk stuk om een zijner pooten +gewonden en daarna aan de blauwe jurk vastgenaaid zoodat de +vierpijpige broek niet kon afzakken. Alles ging goed; Andy keek wel +wat vreemd om zich heen, maar hij bleef rustig.</p> + +<br> +<center><img src="images/57_slaapmuts.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:470px;"></center> +<br> + +<p>Totdat Daan wilde beproeven hem te laten opzitten en pootjes geven. +Daan had een wortel aan een stok gebonden, en hield hem nu heel hoog +den ezel voor. Maar terwijl wij met alle moeite bezig waren, hem op +z'n achterpooten te doen zitten, rukte hij zich plotseling los en +begon de kamer rond te rennen. Onmiddellijk gooiden we de tuindeuren +open, en hij vloog er uit. Het regende hard, maar Daan en Alex holden +hem na. En nu had die domme Baldwin het hek open laten staan! +Natuurlijk rende Andy er door, en holde het dorp in! Daan zei later, +dat hij haast niet meer had kunnen loopen van 't lachen, zoo koddig +als Andy er uit zag in z'n galakleed. Enkele menschen, die van hun +werk kwamen, konden van 't lachen ook al geen hand uitsteken, en zoo +rende ons ezeltje maar voort.</p> + +<p>Toen vader en tante thuis kwamen, vroegen zij ons, waar de jongens +waren; wij vertelden hun alles, en vader was erg boos. Als Andy weer +thuis kwam zou hij hem onmiddellijk wegsturen. Tante schudde van 't +lachen. Kort na 't middageten kwamen de jongens terug; ze waren Andy +weer kwijt, ze hadden hem niet kunnen vinden. Maar vader zei ernstig: +"Jelui moet dan maar weer op pad gaan, en net zoo lang zoeken, tot je +hem vindt. Jelui verdiende, dat ie nooit terugkwam."</p> + +<p>Nu, dat leek den jongens wel, om er weer opuit te gaan. Ze bleven nu +weg tot theetijd, maar .... hadden Andy nog niet ontdekt! Vader zond +Daan regelrecht naar bed, en vroeg tante, hem wat warms te drinken te +geven, want hij was na dien brand nog niet geheel de oude.</p> + +<p>Het werd nacht en het werd Zondag en het werd Maandag: geen Andy te +zien. Dien Zondagmorgen was Mevrouw Rogers in de kerk, en wij +vertelden haar alles. En zij vertelde ons, dat zij spoedig de +boerderij zouden verlaten, om naar Londen terug te keeren. Wat speet +ons dat! Wij hielden allen zoo van den kapitein, en gingen zoo vaak +op de boerderij spelen.</p> + +<p>"Heusch, ik weet niet wat wij moeten aanvangen zonder jelui," zei +Mevrouw. "Wij houden zoo van jelui en van dien armen Andy."</p> + +<p>En ik pruilde: "Altijd moet ons wat naars overkomen. Nauwelijks +hebben we een week, dat er niet wat droevigs geschiedt."</p> + +<p>Zij lachte en sprak: "Ik zou er alles voor over hebben, om jelui +narigheid te besparen."</p> + +<p>Toen zij was vertrokken, voelde ik mij droef te moede. Het leelijke +is, dat de dingen die wij doen, pas verkeerd lijken als ze gedaan +zijn; ik dacht niet dat het verkeerd was, Andy te dresseeren, maar nu +blijkt het, want wij hebben hem verloren, door dat te doen.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter15"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XV.</h3> + +<p>Den Maandag daarna plakten we weer een briefje op den mijlpaal, +waarop deze woorden:</p> + +<center> +<div class="indent10"> +"Verloren, verdwaald of gestolen: +<br> +Een zwarte ezel. 't Laatst gezien in blauwe jurk, wit-zwarte +broek en witte slaapmuts. Luistert naar den naam van +Andy. Wie hem aan de pastorie te Warlington brengt, +krijgt een flinke belooning." +</div> +</center> + +<p>Vader vond, dat Daan beter gedaan had, met even aan te loopen bij den +veldwachter, om hem een en ander mee te deelen. Na de lessen ging +tante Marie met Lena en mij aan den wandel, terwijl we iedereen, dien +we tegenkwamen vroegen, of hij Andy niet gezien had. Maar niemand +wist er wat van. Teleurgesteld en weinig hoopvol kwamen we weer +thuis, en toen de jongens uit school thuis kwamen, ook al uit hun +humeur, was 't één groote treurpartij.</p> + +<p>Nijdig zei Alex: "Als die veldwachter hem niet weet uit te vinden, +dan gaat z'n hoofd eraf."</p> + +<p>"Wat wou hij doen?" vroeg ik.</p> + +<p>"Moet je hooren, hij praatte eerst, alsof Andy een meneer was. Hij +vroeg of ie een ring droeg, of z'n zakdoek geparfumeerd en wie z'n +barbier was. Toen heeft Daan 'm gezegd, dat dat zijn zaken waren, om +uit te visschen, en dat hij, als hij den ezel niet vond, geen knip +voor z'n neus waard was." "Ik vrees," hernam ik beklemd, "dat Andy +een ongeluk is overkomen; misschien is die jurk wel om z'n nek +geschoven en heeft ie zich geworgd, misschien is ie wel over die +lange broekspijpen gestruikeld en in een gracht getuimeld. Ik geloof +niet meer, dat hij leeft."</p> + +<p>"Goed, maar dan is z'n lichaam toch nog ergens te vinden! Zoo klein +was ie toch niet!"</p> + +<p>"Ik vermoed," zei Lena half-huilend, "dat ie zich half dood gejaagd +heeft, en toen in de struiken gekropen is, om daar te sterven. Arme +Andy!"</p> + +<p>Toen ik een dergelijke veronderstelling maakte, waarbij ik een +soortgelijk gezicht trok, schoten de jongens in den lach. Maar dat +duurde niet lang, en spoedig zaten we allemaal weer in zak en asch.</p> + +<p>De dagen gingen treurig voorbij. Op een Dinsdag ontmoette ik kapitein +Rogers, en vertelde hem van onze ellende. "Kom, kom!" riep hij uit, +"ezels en honden komen altijd weer terug."</p> + +<p>"Ja," zei ik, "maar morgen is 't al Woensdag, en dan rekent Annie er +op, om met hem uit rijden te gaan. Nog niet één keer heb ik haar +overgeslagen, maar nu weet ik heusch niet, wat ik met haar beginnen +moet. En als Andy voor altoos weg is, zal zij nooit meer met hem +kunnen rijden. O, het is verschrikkelijk!" Ik trachtte mijn tranen in +te houden, maar 't lukte niet.</p> + +<p>"Hoor es hier, beste meid," zei kapitein Rogers, "a.s. Maandag +vertrek ik van hier. Hoe zou je er over denken, je kleine patient in +mijn rijstoel mede te nemen? Hij rijdt o zoo licht, je zoudt hem zelf +best kunnen voortduwen. Ik zal hem dan aan jelui huis laten brengen +en dan kun je elken Woensdag het arme kind erin rondrijden."</p> + +<p>Ik deed een sprong van blijdschap en bedankte hem driemaal. "Ik was +zoo bang, dat ze nu nooit meer naar buiten zou kunnen, en nu kan ik +haar gaan zeggen, dat ze Maandag weer kan rijden. O, wat vind ik dat +vriendelijk van u, meneer, maar het spijt me zoo, dat u ons verlaten +gaat. Wij houden allemaal zoo van u."</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/58_afscheid.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:298px;"></center> +<br> + +<p>"Ja kind, het gaat mij evenzoo," zei hij lachend, "en ik hoop, dat je +mij eens schrijven zult, Grietje, al is 't maar eens in de maand. Of +kun je niet es een mooi boek schrijven en het mij sturen, als 't +klaar is? Een dagboek bijvoorbeeld?"</p> + +<p>"Nu," antwoordde ik, "ik zal hier spoedig een einde aan maken, en dan +aan deel II beginnen. Zoudt u 't werkelijk graag eens lezen?"</p> + +<p>"Ja, heusch."</p> + +<p>"Maar ik vrees," hernam ik spijtig, "dat het een heel treurig slot +zal worden, want alles gaat tegenwoordig verkeerd. U gaat weg, en +Andy is weg, en de winter komt, en het doet niets dan regenen. Als we +veel thuis moeten zitten, vervelen we ons en dan gaan we verkeerde +dingen bedenken. Zelfs tante Marie speelt tegenwoordig niet zooveel +meer met ons, zij heeft het te druk met ziekenbezoek."</p> + +<p>"Nu, in elk geval houd ik je aan je belofte, om mij je boek te +zenden, als 't klaar is."</p> + +<p>"Ja, dat zal ik doen. En hoort u es, kapitein, zoudt u 't goed +vinden, als ik uw rijstoel ook nog voor andere doeleinden gebruikte +dan voor Annie? Ziet u, ik breng soms boodschappen van onze +dorpsgenooten naar Cross Glen, ik ben dan zoo'n soort +vrachtrijdster."</p> + +<p>"Maar hoe ter wereld kom je dáár nu toch bij?"</p> + +<p>"Och, daar houd ik van. Vader zegt, je moet nooit iets beginnen, of +je moet er een nuttige oorzaak voor hebben. En vindt u dat dan geen +nuttige zaak?"</p> + +<p>"Wat voor oorzaak hadt je daar dan voor?"</p> + +<p>Ik wou het hem eerst niet zeggen, maar dat leek me toch weer laf ook, +en ik antwoordde: "Ik wil graag een dienstmaagd van Jezus Christus +zijn, Die gezegd heeft: Ga en help uw naasten. Dus dan heb ik te +gaan. Dat noem ik mijn <i>gaan</i>." Kapitein Rogers lachte niet, moedigde +mij aan, meer ervan te vertellen, en ik vervolgde: "Ik geloof, dat ik +mijn <i>gaan</i> beter waarneem dan mijn <i>doen</i>. Thuis moet ik tante Marie +helpen, kousen stoppen, enz., en dat gebeurt haast nooit met graagte. +Heb ik u niet eens verteld van die woorden op de graftombe van den +ridder in onze kerk: Semper fidelis, semper paratus? Hij was een +uitnemend dienstknecht, en ik wenschte te zijn als hij."</p> + +<p>"Juist," zei de kapitein, terwijl hij mij ernstig aankeek, "en daar +zul je zeker in slagen. Maar kind, ik moet weg. Vaarwel hoor! Ik zal +je den rijstoel zenden. En Zaterdag moet jelui allemaal bij mij op +een afscheidsfeest komen. Ik zal een deftige uitnoodiging zenden."</p> + +<p>Verheugd riep ik uit: "Dat 's heerlijk!" Toen ging ik regelrecht naar +Annie en vertelde haar alles van ons verdwenen ezeltje en van den +rijstoel. Zij had reeds van Andy's vlucht gehoord, en had ook reeds +verwacht, dat het rijden nu wel uit zou zijn; maar ik had haar betere +dingen te beloven. Dien middag bleef ik meteen maar bij haar en gaf +haar les in 't lezen. Op Zaterdagmorgen gingen we allen op pad om nog +eens een onderzoekingstocht naar Andy te doen. Puf ging niet mee, om +niet vermoeid te zijn vóór de partij bij kapitein Rogers. De +kapitein had ons genoodigd om 3 uur.</p> + +<br> +<center><img src="images/59_kruisweg.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:423px;"></center> +<br> + +<p>Toen we aan den kruisweg kwamen, stelde Daan voor, dat we ieder een +weg zouden inslaan, en dien zoo ver mogelijk oploopen. Mij leek het +plan niet goed; Lena zou zoo ver toch niet kunnen loopen. Toen haalde +Daan een kaart uit z'n zak. "Kijk hier," zei hij, "al die wegen hier +leiden naar een dorp of stad; als we nu de volgens deze kaart +dichtsbij gelegen plaats nemen, kunnen we daarheen wandelen." Na een +langdurige studie op, en breedvoerig debat over de kaart, werd +besloten, naar de stad Rockwell te loopen, die op 5 mijlen afstands +was gelegen. Aldus geschiedde.</p> + +<p>Al wandelend, bespraken we verdere plannen. Daan vond, dat we nu den +volgenden Zaterdag weer een andere plaats in een andere richting +nemen moesten. We zullen zoowat drie mijlen geloopen hebben, toen +Alex in een heg klom, om eenige braambessen te plukken. Terwijl hij +daarmee bezig was, gaf hij eensklaps een schreeuw, die ons allen op +hem deed toeloopen. Daar in de sloot, bijna verborgen onder doode +takken lag een stuk zwart-wit omslagdoek!</p> + +<br> +<center><img src="images/60_braambessen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:422px;"></center> +<br> + +<p>We haalden den lap er dadelijk onderuit, en jawel, het waren de vier +broekspijpen, nog met mijn garen erin! We keken elkaar verstomd aan, +niet wetend wat we doen moesten: verheugd zijn of huilen! "Nu hebben +we eindelijk z'n spoor!" riep Daan uit.</p> + +<p>"Laten we dan es even gaan zitten, en overdenken, wat we nu doen +moeten," stelde ik voor.</p> + +<p>"De vraag is: hoe komen die lappen daar," zei Alex.</p> + +<p>"Misschien," zei Lena en bibberde van angst, hoewel 't klaarlichte +dag was, "misschien is ie een moordenaar tegengekomen, die z'n +kleeren wou hebben, en heeft die hem vermoord en hier ergens +begraven."</p> + +<p>"Ja, en toen zal Andy in z'n laatsten doodstrijd die broekspijpen +hebben losgescheurd," zei Daan, "en toen is de moordenaar, gekleed in +blauwe jurk en slaapmuts, heen-gewandeld. Dat is wel een aannemelijke +voorstelling."</p> + +<p>"Ik geloof niet, dat Andy zelf die broekspijpen kon afscheuren," +merkte ik op, "daar heb ik ze veel te stevig voor vastgenaaid. +Bovendien, kijk hier, ze zijn afgesneden."</p> + +<p>Daan bekeek het afgesneden stuk met detective-oogen en zei toen +plechtig: "Ja, dat is ook een verschijnsel, waar we terdege op moeten +letten. Het is inderdaad het werk van een mes, dat we hier voor ons +hebben."</p> + +<p>"En als er een mes is," besloot Alex, "dan moet er ook een man in 't +spel zijn."</p> + +<p>Waarop ik half-wanhopig uitriep: "Hij is zeker gestolen! Nu moeten we +'t spoor van den dief uitvinden!" Ik sprong op en wilde dadelijk maar +weer verder. Doch de jongens hadden er nog geen plan op. Zij +doorzochten nog eens nauwkeurig de sloot, zij klommen weer over de +heg, en zie, eensklaps vonden ze een stuk oranjeschil.</p> + +<p>"Zie hier," zei Daan, "nu kunnen we er zeker van zijn, dat hier een +landlooper of zoo geweest is, die Andy heeft meegenomen. Alleen zulke +lui eten oranje-appels."</p> + +<p>Ik was het niet met Daan eens, maar Alex wilde voortmaken en zei: +"Toe, laten we nu verder gaan. Wij weten nu in elk geval, dat Andy +hierlangs is gekomen. Ik geloof zeker, als we nu dezen weg volgen +naar Rockwell we hem nog wel zullen vinden."</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/61_vermoeid.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:228px;"></center> +<br> + +<p>Met nieuwen moed gingen we weer op pad. Toen we te Rockwell +aankwamen, waren we allen vermoeid. Het was een flink dorp, met wel +tien winkels in de hoofdstraat. We gingen een melksalon binnen en +dronken limonade; meteen vroegen we aan de vrouw, die ons bediende, +of er ook iemand in de buurt ezels op na hield. Het scheen een domme +vrouw; eindelijk begreep ze ons en vertelde, dat de dominee er een +had, een heel oude; in de 40 jaren, dat ze daar woonde, had ze nooit +een anderen ezel gezien.</p> + +<p>Daar schoten we dus weinig mee op, en we gingen weer verder. Daan +ontdekte het bureau van politie, waar hij lange onderhandelingen +voerde met een agent. Deze schreef alles op, wij gaven onze namen en +adres op en toen ging 't weer verder. Nog niet tevreden, gingen we +alle vier in verschillende richtingen nog even het dorp door, en +kwamen na een kwartier weer in den melksalon bijeen. Iedere man, +vrouw, jongen of meisje, die we tegenkwamen, werd gevraagd, of ze ook +een zwarten ezel gezien hadden. Ik was eerst wel wat verlegen, om +iedereen zoo maar aan te spreken, maar ik deed het ten slotte zoo +beleefd mogelijk: "Och, neem u me niet kwalijk, hebt u soms kort +geleden een zwarten ezel gezien? Een week geleden hebben we hem +verloren, en hij is hierlangs gekomen."</p> + +<p>Soms keken de lui ons verbaasd aan, soms ook lachten ze hartelijk. +Eén keer zei een ruwe jongen: "Ja, als je naar huis gaat, en je +kijkt in den spiegel, dan zul je een zwarten ezel met rood haar +zien." Dat sloeg op mij, want ik draag na grootmoe's overlijden +zwarte kleeren. Maar geen onzer kreeg een bevredigend antwoord.</p> + +<p>En zoo werd de terugreis weer ondernomen, in een ver van prettige +stemming. Toen we thuis kwamen en de vier broekspijpen op de tafel +uitlegden, schoot tante Marie erg in den lach, hetgeen Daan zeer +verstoord deed opmerken: "Het moge voor u, tante, een blijspel wezen, +voor ons is het een treurspel." Toen vroeg ze ons vergiffenis voor +haar lachbui.</p> + +<p>Werkelijk, het wà s een treurspel; hoewel we niettemin naar het +thee-partijtje van kapitein Rogers gingen en er volop pret hadden, +hing het verlies van Andy ons als een donkere wolk boven het hoofd. +Of, zooals Alex het uitdrukte: "Het is erger dan de dood, want het is +een niet-eindige onzekerheid." Bovendien was het verlies dubbel hard, +omdat we het onszelf te wijten hadden. De arme Andy was altoos +geduldig en lijdzaam geweest, zoolang we hem hadden. Of wij al elken +dag met hem reden, hij klaagde nooit. Maar toen we hem gingen +uitdossen met een slaapmuts en een blauwe jurk, en toen we hem wilden +doen opzitten en pootjes geven, toen had hij er genoeg van en ging er +vandoor; ik geloof heusch, dat hij bepaald bedoeld heeft, ons te +verlaten en nooit terug te keeren.</p> + +<p>En nu kwam nog de treurigheid van het vertrek van kapitein en Mevrouw +Rogers. Van andere groote menschen dan hen hielden we niet. Ik ben +beslist van plan, den kapitein dit boek te sturen, als het af is; hij +heeft gezegd, dat hij probeeren wil, het voor mij te laten drukken. +Maar nu moet ik zien, dat het boek wat vroolijker eindigt, dat hoort +bij een goed boek. Boeken met een treurig einde vind ik +verschrikkelijk; als er verteld wordt van kinderen, dan gaat +gewoonlijk de liefste van hen dood.</p> + +<p>En dat is vreemd, want de Bijbel zegt ons, dat het niet zoo +vreeselijk is om te sterven; het is "verre te verkiezen". En de hemel +is een heerlijke plaats, onze kerkliederen zingen daarvan. Maar mij +maakt een verhaal over 't sterven van kinderen altoos verdrietig, tot +schreiens toe. Ik weet dat nog best uit de dagen, dat Daan ziek was; +o, als er toen een van ons gestorven was, zelfs al waren we er bereid +voor geweest, ik had het niet uitgehouden. Ik geloof wel, dat moeder +blij zou wezen, als ze ons weerzag. Voor hen, die heengaan is het ook +zoo erg niet, maar voor hen, die achterblijven, is het zoo +vreeselijk.</p> + +<p>Den volgenden Maandag ging ik naar Annie en reed haar in den +rijstoel. Wij brachten meteen een paar pakjes voor juffrouw Ribbon +weg, omdat Tom met een zeeren voet te bed lag. Ik kreeg steeds meer +te doen met Annie; zij scheen veel last van de kou te hebben en ik +ben er zeker van, dat ze geen kleeren genoeg had; haar grootouders +zijn ook zoo arm. Ik sprak er met tante Marie over en die opperde het +denkbeeld, dat Lena en ik een wollen jurk en een dikken rok voor haar +zouden maken, om die dan als kerstgeschenk te geven. Ik voelde er +niet heel veel voor, omdat ik niet van zulk werk houd, maar bij de +gedachte aan Annie joeg ik die leelijke luiheid op de vlucht en +beloofde tante, er onverwijld aan te zullen beginnen. Tante vond 't +best, dat we er 's avonds na de thee aan werkten, dan zou ze ons +komen helpen, en tegelijk geschiedenissen vertellen. Nu, dat leek +mij, en gelukkig Lena ook; gisteravond zijn we eraan begonnen. Ook de +jongens zaten erbij; terwijl ze bezig waren met het roosteren van +kastanjes. "Ik zie niet in, waarom jongens ook niet zouden kunnen +naaien," zei Lena. "Als ik jongens had, dan liet ik ze hun eigen +kleeren maken. Waarom moeten dat altijd hun moeders en zusters en +tantes doen?"</p> + +<p>"Als ik meisjes had," zei Alex, die bijzonder van redetwisten houdt, +"dan zou ik ze de deur uit sturen, om hun eigen brood te verdienen. +Waarom moeten hun vaders en broeders en ooms ze altijd thuis houden +voor een oortje?"</p> + +<p>"Wel," zei tante, "de wereld is tegenwoordig erg aan 't veranderen. +Tegenwoordig verdienen meisjes ook al buitenshuis. Maar ik denk, dat +jelui vader nog van de ouderwetsche leer is, dat wij vrouwen thuis +behooren te blijven en naaien, terwijl de jongens zich moeten +bekwamen, om later geld voor ons te verdienen. Maar wat zal ik jelui +nu eens vertellen?"</p> + +<p>"Iets over tooverpaleizen!" vroeg Puf.</p> + +<p>"Gevechten en ontvluchtingen," stelden Daan en Alex voor.</p> + +<p>"Een prinses in de gevangenis," vroeg Lena.</p> + +<p>"Zoudt u ons niet eens kunnen vertellen van dien ridder in onze +kerk?" vroeg ik.</p> + +<p>"Semper fidelis, semper paratus," zei tante Marie nadenkend. "Jawel, +dat kan wel."</p> + +<p>Wij wilden allemaal die geschiedenis wel graag eens hooren. Maar +tante Marie wilde eerst vijf minuten hebben, om zich te bedenken; +terwijl rustten Lena en ik even uit van ons naaiwerk. Even liepen we +naar de kachel, en aten wat van de kastanjes. Heerlijk brandde het +vuur, en wij gevoelden ons allen zóó prettig en gezellig thuis, dat +we onwillekeurig weer aan Andy moesten denken, die daar buiten in +regen en wind liep te dolen, of afgejakkerd werd door een dronken +landlooper.</p> + +<br> +<center><img src="images/62_gezellig.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:429px;"></center> +<br> + +<p>"Was hij maar weer hier!" zuchtte Lena. "Dat kan niet," zei Alex. +"Hè, wat is het toch een ellendige zaak. Daar hebben we nu een kar, +en een zadel, en mooi tuig, en niet eens een ezel, om ze te +gebruiken."</p> + +<p>"God weet, waar ie is," riep Puf eensklaps uit. "Ik verwacht hem +spoedig hier. God heeft mij vanmorgen gezegd, dat Hij hem de volgende +week thuis zou sturen, als ik goed oppaste."</p> + +<p>Wij lachten niet om Puf. Waarom zou God ook zijn gebedje niet +verhooren? Ik geloof, dat hij grooter geloof heeft dan wij.</p> + +<p>Nadat het kastanje-maal was verorberd, verklaarde tante zich gereed +om te beginnen. Terwijl ze bezig was met het stoppen van Daan's +kousen, begon ze het verhaal, dat ik in het volgende hoofdstuk heb +oververteld.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter16"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XVI</h3> + +<center>HET VERHAAL VAN ONZEN RIDDER</center> +<br> +<p>"Lang geleden leefde er een ridder, Sir Roger Dereker geheeten. Reeds +van zijn veertiende jaar af was hij met z'n koning op het oorlogspad, +daar hij 's konings page was. Hij was de dapperste der ridders aan 's +konings hof; vrees scheen hij niet te kennen, en iedereen, die hem +kende, hield van hem.</p> + +<br> +<center><img src="images/63_ridder.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:454px;"></center> +<br> + +<p>Wel was hij dapper en streng, maar jegens vrouwen en kinderen was hij +de zachtheid zelve; wie hem om hulp vroeg, ging nooit teleurgesteld +heen.</p> + +<p>Hij woonde in een groot kasteel, dicht bij den koning en had een +jonge vrouw, die hij innig lief had...."</p> + +<p>"O tante!" riep ik uit, "dan moet u ons eerst vertellen, hoe hij haar +kreeg. Toe, dat moet u vooral heelemaal vertellen!"</p> + +<p>"Wel, op een bitter-kouden winteravond reed hij, met z'n page bij +zich, naar huis.</p> + +<br> +<center><img src="images/64_koud.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:417px;"></center> +<br> + +<p>Regen en wind stormden hem tegemoet, en zijn handen waren zóó koud, +dat hij nauwelijks meer de teugels kon vasthouden; z'n paard, een +goed dier, kon slechts stapvoets gaan, daar zij door een zeer donker +bosch reden, dat vol struikgewas stond. Eensklaps hoorde hij een +gekraak in de struiken achter zich, en geen seconde later verscheen +voor zijn verbaasde blikken een wit paard, dat als dol voortrende, en +op welks rug hij de gedaante van een vrouw ontwaarde. Zij was geheel +gewikkeld in een donkerblauw kleed, en scheen tevergeefs te trachten +haar paard tot staan te brengen.</p> + +<p>"Er achteraan!" riep Roger zijn page toe. "Zij wordt tegen haar wil +ontvoerd!"</p> + +<p>Hij gaf ook z'n eigen paard de sporen, en beiden joegen ze het witte +paard na, totdat ze aan den rand van het bosch kwamen. Er lag daar +een groote open vlakte voor hen, en heel in de verte zagen ze de +lichtjes van 's ridders kasteel. Het paard met de dame was zóó snel +over de vlakte gerend, dat zij haar pas inhaalden vóór de valdeur +van 't kasteel. Met schuim bedekt, stond daar het paard stil; de dame +was buiten adem en uitgeput van inspanning. Sir Roger reed op haar +toe en begroette haar.</p> + +<p>"Mevrouw, het is een verschrikkelijke avond, en u is hier voor mijn +deur, die altoos open staat voor wie in nood verkeert. Wilt u mij het +genoegen doen, van mijn gastvrijheid gebruik te maken?"</p> + +<p>De dame wikkelde zich dichter in haar rijkleed en sprak zoo zacht +mogelijk: "Ik ben u zeer dankbaar. Ik ben zeer ver van huis en +inderdaad in nood. Waar mijn bedienden zijn, ik weet het niet. Men +vervolgt mij; iemand heeft mijn vader vermoord en ons huis verbrand. +Ik heb hulp noodig."</p> + +<p>Sir Roger blies op zijn hoorn; de valdeur werd opgetrokken en +nauwelijks waren zij binnengereden, of met vreeselijk geweld beukte +iemand op de poort, met woedende stem uitroepende: "Die dame behoort +mij. Zij is mijn beloofde vrouw!"</p> + +<p>Sir Roger verwaardigde zich niet, een antwoord te geven. Hij bracht +zijn bezoekster naar de appartementen van zijn moeder, en zag haar +niet vóór het avondeten.</p> + +<p>Haar vervolger trok na nog eenig gebeuk op de poort onverrichterzake +af. Toen Sir Roger zijn gast bij het avondeten ontmoette, was hij +verrast door haar schoonheid.</p> + +<br> +<center><img src="images/65_schoonheid.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:433px;"></center> +<br> + +<p>Zij scheen nog jong en droeg een wit, met goud-borduursel omzoomd +kleed. Dichte strengen donkerbruin haar golfden om haar bleek gelaat; +diep-blauwe oogen keken hem aan met een uitdrukking van onschuld en +reinheid; toen ze hem aankeek, vloog een lichte blos over haar +wangen. Zwijgend nam ze haar zetel aan tafel in, en toen de maaltijd +ten einde was, ging hij met haar naar zijn eigen kamer, waar zij hem +haar geschiedenis vertelde.</p> + +<p>Met oogen vol tranen vertelde ze, hoe haar vader gevallen was in een +gevecht met zijn aartsvijand, Baron Dacre, die haar hand had +gevraagd, en was afgewezen. Zij vertelde hem, hoe de baron door het +verraad van een der bedienden den toegang tot hun tuin vond, waar een +vreeselijk gevecht plaats had. En toen eindelijk ook hun huis in +vlammen opging, was ze op haar schimmel gevlucht, achtervolgd door +den baron en z'n handlangers.</p> + +<p>Terwijl ze hem dankbaar aankeek, zei ze: "Hoe zal ik u naar waarde +danken voor wat ge deedt aan een meisje, dat thans wees is, en alleen +staat."</p> + +<p>En het ernstige antwoord van Sir Roger was: "Als u mij het recht +geeft, u voortaan te blijven beschermen en helpen." Zoo kreeg hij z'n +bruid."</p> + +<p>Wij klapten allen in onze handen van blijdschap, waarna tante +vervolgde:</p> + +<p>"Er kwamen moeilijke tijden voor onzen dapperen ridder. Zijn koning +was omringd van onbetrouwbare hovelingen. En diezelfde Baron Dacre +liet hem niet met rust, verzamelde zich ontevreden mannen, en een +burgeroorlog was 't gevolg.</p> + +<p>Op den avond van Sir Roger's huwelijk met Gravin Gwendolina kwam een +renbode aan zijn poort, om hem tot den oorlog op te roepen. Roger +scheurde zich los van zijn jonge vrouw, en toen zij even haar +bekommering daarover uitsprak, zei hij: "Lieve, ik ben aan mijn +koning verbonden met mijn eerewoord en mannentrouw. Desniettemin +bemin ik jou evenzeer. Maar ik mag mijn riddereer niet aanranden, +door hem te verlaten, als hij mijn diensten vraagt."</p> + +<p>Zoo reed hij heen, en bleef vier lange maanden weg. Toen keerde hij +terug, bedekt met wonden, maar ook beladen met roem.</p> + +<p>Eenigen tijd leefde hij nu rustig thuis, doch op zekeren dag werd +zijn kasteel overvallen door Baron Dacre en een troep handlangers, +tegen wie hij een harden kamp te strijden had, om zijn bezittingen te +behouden. Middenin het gevecht kwam een renbode op het kasteel door +de geheime onderaardsche gang, die een mijl lang was en midden in het +bosch uitkwam. Hij had opdracht van den koning, om Sir Roger tot een +samenspreking op te roepen. Eén oogenblik aarzelde de dappere Roger; +hij wist, dat als hij heenging, zijn huis zou verwoest worden. Hij +keek zijn vrouw angstig aan en sprak: "Lieve, ik moet naar den +koning, hij laat mij roepen." Zij sprong overeind als door een +plotseling besluit aangegrepen: "En ik zal met je trouwe dienaren het +huis verdedigen, totdat je terugkomt."</p> + +<p>"Bravo!" schreeuwde Daan ertusschen in.</p> + +<p>Sir Roger gespte z'n zwaard aan en vertrok met den renbode door de +onderaardsche gang. Hij had vooraf aan zijn vrouw gezegd, dat, als +het haar te benauwd werd, zij daar ook in moest vluchten; aan het +eind zou zij wel een verblijfplaats vinden, waar zij veilig zijn +komst kon afwachten.</p> + +<p>Bij den koning gekomen, vond hij dezen omringd van zijn edelen, +sprekende over een belangrijke zaak, waarover de koning ook Roger's +meening wilde hooren. Sir Roger gaf zijn oordeel over de zaak te +kennen, en toen de koning zijn oogen opsloeg en naar buiten keek, zag +hij boven Roger's kasteel zware rookwolken opstijgen. Hij vroeg naar +de oorzaak ervan; toen rees Roger op en sprak met van aandoening +trillende stem:</p> + +<p>"Sire, dat is mijn kasteel; in mijn afwezigheid heeft mijn vijand het +verwoest."</p> + +<p>"Wist gij dit, voor ge hier kwaamt?"</p> + +<p>"Midden in het gevecht kwam uw boodschapper."</p> + +<p>"En liet ge toen uw vrouw alleen achter in zoo groot gevaar?"</p> + +<p>"Zij zou het zoo goed als zij kon verdedigen, en ik zei haar, te gaan +vluchten, zoodra haar leven dreigde gevaar te loopen."</p> + +<p>"Sir Roger," zei de koning, "dezen avond zal ik nimmer vergeten. Ga +nu heen, en moge God uw dappere vrouw van den dood hebben gered."</p> + +<p>Dadelijk verliet de ridder het paleis, en vond zijn vrouw in den +geheimen kelder, omgeven van enkele gewonde getrouwen. Doch toen haar +man haar in zijn armen drukte, zeeg ze als dood terneer. Hij +ontdekte, dat een pijl haar linkerarm had doorboord, en haar +ontzettende pijnen had veroorzaakt.</p> + +<p>"O tante, laat haar niet sterven," riep ik uit.</p> + +<p>Lang duurde het, eer de ridder weer een goed kasteel had, doch de +koning schonk hem er een, nog grooter dan wat hij bezeten had. Zoo +gingen de jaren voorbij. Hij had inmiddels een zoontje gekregen, dat +de vreugde van z'n leven was; ook zijn kind wilde hij eens zien +dienen in de gelederen van zijn koning.</p> + +<p>Toen op zekeren dag Sir Roger met zijn mannen terugkeerde van een +gevecht in het buitenland, bracht hij de vreeselijke ziekte, zwarte +pest geheeten, in zijn kasteel over. Eerst werd één bediende ziek, +toen een tweede, spoedig tastte de ziekte ook zijn gade en zijn +zoontje aan. De ridder zonk op z'n knieën en smeekte God om +uitredding.</p> + +<p>Juist op dit oogenblik verscheen weer een boodschapper van den +koning, die hem opdroeg, zijn koning te vergezellen op een veldtocht +naar een ver land. De ridder liet niet den minsten angst blijken; hij +verliet vrouw en kind, en pas na twee weken vernam de koning zijn +toestand. Een harde strijd stond hem te wachten. Sir Roger redde op +het meest spannende oogenblik des konings leven, en daardoor wist +hij een dreigende nederlaag om te zetten in een prachtige +overwinning. Zelf echter werd hij gewond, en toen het gevecht +geëindigd was, sprak hij tot zijn page:</p> + +<p>"Vervoer mij naar huis; mogelijk zijn mijn vrouw en kind nog +hersteld. Ik zou ze nog zoo gaarne zien, vóór ik sterf."</p> + +<br> +<center><img src="images/66_strijd.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:415px;"></center> +<br> + +<p>Men vervoerde hem naar huis, en wonder boven wonder kwam hij er nog +levend aan. Toen hij de hal binnengedragen werd, waren daar zijn +vrouw en kind, die hem met open armen verwelkomden. Dank zij een +ervaren kruidenlezer, waren zij geheel hersteld.</p> + +<p>Weken lang lag de arme ridder tusschen leven en dood. Wel werd hij +eindelijk iets beter, maar zijn gezondheid was voorgoed geschokt en +zijn kracht was weg. Nog enkele jaren leefde hij gelukkig, en zag +zijn zoontje opgroeien tot een dapper soldaat.</p> + +<p>Toen, op een stormachtiger avond, hoorde hij aan zijn deur kloppen. +Verouderd en vermagerd als hij was, strompelde hij naar de deur. Het +was zijn koning! En opgewonden riep hij uit: "Laat mij hem waardig +ontvangen en de eer geven, die hem toekomt!"</p> + +<p>Zijn bedienden trachtten hem uit de koude voorhal terug te dringen, +maar hij wilde erheen. "Mijn koning! Mijn koning!"</p> + +<p>De koning was verraden, en vluchtte nu, om zijn leven te redden. Hij +wist, dat er één onderdaan was, die hem van harte zou ontvangen, en +daarom was hij naar Sir Roger gevlucht. Toen de ridder hem in zijn +goed verwarmde kamer had genoodigd, viel hij zijn koning te voet.</p> + +<p>"O, sire! Ik heb wel gedroomd van deze eer, maar nooit had ik durven +denken, dat ze mij te beurt zou vallen. Wees welkom binnen deze +woning, die immers de uwe is, wijl ze aan uw nederigen onderdaan +toebehoort; al wat hij bezit, bezit ook zijn koning!"</p> + +<p>Toen de koning zich neerbukte, om zijn trouwen dienaar op te richten, +zag hij met grooten schrik, dat hij dood was neergezegen. 't Waren +zijn laatste woorden geweest, en zijn laatste gedachte was een +gedachte van trouw en aanhankelijkheid voor zijn koninklijken +meester.</p> + +<p>Toen besloot de koning, dat op het wapen der Derekers voor altoos zou +gegrift staan: "Semper fidelis, semper paratus"."</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/67_fidelis.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:114px;"></center> +<br> + +<p>Toen tante Marie haar verhaal had geëindigd, waren we eenige +oogenblikken stil. Mijn hart klopte van de inspanning van 't +luisteren.</p> + +<p>Daan en Alex riepen als uit één mond: "Hè, leefden we nog maar in +die tijden!" Lena schreide en zei: "Arme ridder, de koning had hem +moeten omarmen en kussen!"</p> + +<p>Ik kon geen woord uitbrengen. Tante Marie keek me strak aan en vroeg: +"Vindt je 't mooi, Griet?"</p> + +<p>Ik knikte en zei even later zacht: "Wij moeten evenzoo worden, en ik +zal het beproeven," "En ik ook," zei Daan, mij ernstig aankijkend. +Wij begrepen elkaar. Tante Marie zegt nooit iets over de moraal <sup>[1]</sup> +van haar geschiedenissen, daarom houden we er zoo van. Dat moeten we +zelf maar uitmaken. Ik was zóó van het verhaal onder den indruk, +dat ik mijn werk neerlei, de kamer verliet, en naar m'n slaapkamer +ging. Daar viel ik op m'n knieën, en sprak tot mijn Koning. En Hem +bad ik, dat Hij mij, door voor- en tegenspoed heen, een trouwe +dienstmaagd wilde maken. En ik meende oprecht, wat ik bad.</p> + +<p>Ook Daan had tante's verhaal gepakt. Toen ik den volgenden dag — +Zaterdag — de kerk binnenging, om vaders toga te halen, die versteld +moest worden, vond ik tot mijn verbazing Daan geknield liggen bij de +graftombe van den ridder. Hij sprong op, alsof hij gestoken was, maar +ik deed net, of ik hem niet bemerkt had. Ik liep op de graftombe toe, +en beschouwde het beeld van den ridder.</p> + +<p>Om maar wat te zeggen, zei ik tot Daan: "Was je bezig om te +vergelijken, of hij goed lijkt op den ridder van tante Marie?"</p> + +<p>Langzaam antwoordde hij: "Ik was bezig een belofte af te leggen." +Belangstellend vroeg ik hem: "Toe, zeg mij, welke, ik zal het niemand +vertellen."</p> + +<p>Hij wees naar het motto op het schild. "Ik heb beloofd, zoo te zullen +worden en God zal mij helpen." Dadelijk daarna liep hij de kerk uit. +Ik was besloten, niet bij hem achter te blijven. Weer knielde ik +neer, gelijk den vorigen avond, en in weinige woorden deed ik een +belofte gelijk de zijne. Toen stond ik op en ging welgemoed heen; ik +voelde mij als tot alles bekwaam.</p> + +<br> +<center><img src="images/68_geknield.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:428px;"></center> +<br> + +<p>Inmiddels begonnen de toebereidselen voor het Kerstfeest. Elken dag +nog hoopten wij wat van Andy te zullen hooren, maar er kwam geen +tijding en we bleven hem zeer missen. Vader meende zeker, dat hij was +gestolen. Toen wij op zekeren avond bij elkaar zaten — Lena en ik +bezig aan kleeren voor Annie, en de jongens met het maken van +Kerstkaarten — teekende Alex een ezel op een zijner kaarten en zoo +kwam het gesprek al spoedig op Andy.</p> + +<p>Alex begon: "Het zou mij niets verwonderen, als die zigeuners weer +hier geweest zijn en hem gestolen hebben. Juffrouw Ribbon vertelde +mij, dat er tegen Kerstmis nog een soort markt te Lemworth is, en als +we daar nu eens heen gingen, wie weet of we Andy er nog niet zouden +vinden."</p> + +<p>"Zoo dwaas zijn ze niet," vond Daan. "Ze zullen er dan heusch niet +mee in de buurt komen. Als ze hem gestolen hebben, is ie natuurlijk +allang weer verkocht."</p> + +<p>"Weet je, wie ik denk, dat hem gestolen heeft?" vroeg ik. "Niet die +zigeuners, maar die man met de vuile ezels, die zoo vreeselijk +vloekte bij de keuring. Van Bob Tapson heb ik gehoord, dat hij +iederen zomer naar een badplaats gaat, hier niet ver vandaan, en daar +de ezels verhuurt."</p> + +<p>De jongens schenen voor deze voorstelling veel oor te hebben. "Dan +moeten we dat heerschap zien te vinden. Waar woont ie?" Ik +antwoordde: "Ergens aan de andere zijde van Lemworth. Vraag maar aan +Bob, die weet het wel."</p> + +<p>Er werd een plan gemaakt, hoe we zouden handelen. "Ik vermoed," zei +Daan, "dat, als Andy daar al is, de schurk hem met een andere kleur +zal hebben geverfd, en hoe zullen we hem dan herkennen? Natuurlijk +zal hij volhouden, dat het <i>zijn</i> ezel is."</p> + +<p>Wij bedachten, of Andy geen bijzondere kenteekenen had, en +herinnerden ons, dat in zijn eene oor een klein spleetje zat.</p> + +<p>"Ik hoop, dat dà t bewijs genoeg zal zijn," hernam Daan. "Anders +zullen we 't nog door een rechter moeten laten uitmaken."</p> + +<p>"Andy is zoo dom," voegde Alex er aan toe. "Als hij z'n naam hoort, +zal ie heusch niet opkijken. Hij zal even hard naar den dief als naar +ons loopen, als hij geroepen wordt."</p> + +<p>Daan vervolgde: "En misschien moeten we wel een lang proces ervoor +voeren, dat ons hoopen geld kost. Het zal 'De ezel-zaak' heeten, en +de bladen zullen er kolommen vol van hebben."</p> + +<p>Bij dat denkbeeld schaterde Lena van 't lachen. En ik trachtte zijn +gedachten wat te kalmeeren: "Als je nu rustig kon uitvinden, waar +Andy is, en je wist dan zeker, dat ie 't was, kun je hem dan niet +terug stelen? Dat zou toch niet verkeerd zijn, wel?"</p> + +<p>"Nee, natuurlijk niet. We konden hem 's nachts ontvoeren. Maar als ie +dan maar mee wil!" zei Daan.</p> + +<p>"Och kom, dat zal wel lukken. In elk geval, we kunnen 't probeeren!" +moedigde Alex aan.</p> + +<p>En zoo dachten we er ten slotte allemaal over.</p> + +<br> +<div class="fontsize80"> +[1] beteekenis, strekking ten goede. +</div> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter17"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XVII.</h3> + +<p>Ik begin nu te gelooven, dat dit mijn laatste hoofdstuk wordt. +Misschien schrijf ik een volgend jaar weer een boek, maar dit moet +naar Kapitein Rogers. Ik heb nu nog te verhalen vanaf den dag, dat we +over Andy aan 't spreken waren.</p> + +<p>Nog vóór het ontbijt was Daan naar Bob Tapson gegaan, en kwam hij +terug met het adres van den vermeenden roover. Vader scheen niet erg +hoopvol gestemd, toen we hem ernaar vroegen. Hij stond den jongens +echter toe, dat zij den eersten den besten vacantiedag met den trein +naar Lemworth mochten gaan. De man woonde 3 mijlen van Lemworth +verwijderd. Lena en ik wilden ook graag mee, maar dat verbood vader. +Den 20sten December begon de vacantie. En dus gingen zij den +volgenden morgen dadelijk naar Lemworth. Ten afscheid riep ik ze toe: +"Denk erom, we willen je niet terug zien, dan met Andy!"</p> + +<p>Het was een drukke week nu; tante Caroline zou de Kerstdagen bij ons +komen doorbrengen. Ik denk, dat tante Marie dan ook blijft, en dat +zou allerprettigst wezen; tante Caroline zorgt dan voor de +huishouding en tante Marie voor ons.</p> + +<p>Lena en ik moesten helpen bij 't halen van de pitten uit de rozijnen +voor de Kerstpudding, verder moesten we pakjes thee en suiker maken +voor eenige van vaders oudste gemeenteleden en dan nog hadden we +allerlei versieringen te maken voor den grooten Kerstboom, die in de +school wordt opgericht voor alle schoolkinderen.</p> + +<p>We hadden 't met al deze dingen zóó druk, dat we nauwelijks den +tijd hadden, om onze eigen geschenken gereed te maken. En het was +toch sinds jaren onze gewoonte, om elkaar met het Kerstfeest +cadeautjes te geven. Nooit koopen we die, dat is juist het aardige. +Dezen keer zullen Lena en ik een omslag maken voor vaders +preekbundel; hij wordt van zwart fluweel, met zwart zijden strooken +afgezet. Lena maakt het omslag en ik borduur in goud-kleurige zijde +vaders voorletters er in; tante Marie heeft ze voor mij geteekend.</p> + +<p>Voor tante Marie maak ik een nachtzak, terwijl Lena voor haar +waschtafel onderlegkleedjes maakt. Voor Puf vlechten we roode teugels +met bellen er aan; voor Alex overtrek ik een kartonnen doos voor z'n +postzegels met sterk, mooi gekleurd linnen, zoodat de doos lang goed +blijft; Lena maakt voor hem een portretlijstje met denneappels er in; +worden ze in de lijst gezet, dan gaat dat met zegellak, dat dadelijk +stolt, zoodat ze goed vast zitten; een beetje vernis er over, en 't +lijkt prachtig!</p> + +<p>Mijn geschenk aan Daan blijft een zwaar geheim, zelfs Lena mag het +niet weten.</p> + +<p>Dit alles neemt veel tijd in beslag, en als ik dan gestoord werd, was +ik erg boos. Maar ik trachtte toch telkens mij weer te herinneren, +dat het 's Konings bevel was, om anderen te helpen. En dan gevoelde +ik weer duidelijker, dat het er niet op aan kwam, hoe vaak ik +gestoord werd, omdat Hij het is, die mij noodig had.</p> + +<p>Den ganschen morgen konden Lena en ik ongestoord aan onze geschenken +doorwerken. Na het middagmaal nam tante Marie ons en Puf mee naar het +bosch, waar wij klimop en mos bijeenzamelden voor de versiering der +kerk. Het was er zoo stil en rustig, maar erg koud.</p> + +<p>Vóór 't theedrinken waren we weer thuis en werkten we weer door aan +onze geschenken. Het werd inmiddels 8 uur, half 9, 9 uur, doch geen +jongens te zien! En 8 uur kwam de laatste trein aan! Lena en ik +moesten naar bed. Tante Marie zei, dat ze heelemaal niet angstig was, +maar vader wel. Natuurlijk dachten Lena en ik, dat hun iets overkomen +was. Lena meende, dat de man ze vermoord zou hebben en hun lijken +onder den grond gestopt. Ik veronderstelde, dat ze Andy gevonden +hadden, en dat de man toen naar den dichtstbijzijnden politiepost was +gegaan, om te zeggen, dat de jongens den ezel gestolen hadden. En dan +zouden ze niet worden geloofd, en in de gevangenis komen, totdat ze +bewezen hadden, dat Andy hun eigendom was. 't Kon ook wezen, dacht +Lena, dat ze de jongens ergens hadden opgesloten, om zich met Andy +uit de voeten te maken. Wij spraken zoo druk over al die +mogelijkheden, dat we ten slotte van vermoeidheid in slaap vielen.</p> + +<p>Toen wij den volgenden morgen van Emma hoorden, dat de jongens nòg +niet terug waren, werden wij zeer beangst en opgewonden. Vader en +tante Marie keken bij 't ontbijt ook erg somber; vader zei: "Ik had +ze niet moeten laten gaan; ik moet zelf maar even naar Lemworth +gaan." En tante Marie voegde eraan toe: "We zullen nog wachten tot +vanavond. Ik geloof zeker, dat ze den trein gemist hebben, en nu tot +vanmorgen ergens geslapen hebben."</p> + +<p>Lena en ik, we wisten niet, wat te beginnen. Ontelbare keeren liepen +we naar 't hek, en keken den weg op, of ze nog niet kwamen. En zie, +toen we juist weer in huis waren gegaan, en aan onze cadeautjes +begonnen, daar kwamen ze binnenvallen. Wat waren we blij! Lena danste +de kamer rond en riep: "Wij dachten, dat jelui vermoord waren!" En ik +vroeg ademloos: "Waar is Andy?" "Raad maar!" zei Daan kalm. Wij +werden weer angstig, omdat de jongens zoo ernstig keken. En toen zei +Daan plechtig:</p> + +<p>"In den stal beneden!"</p> + +<p>Wij juichten van blijdschap en renden naar beneden, om hem te zien; +ook vader en tante Marie kwamen aangeloopen, zelfs Emma en de +keukenmeid. Puf vonden we al in den stal, zijn armen geslagen om +Andy's nek, en den ezel kussende, als deed hij het tante Marie.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/69_blijdschap.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:266px;"></center> +<br> + +<p>Wij konden haast niet gelooven, dat het Andy was. Hij zag er zoo +vuil, vermagerd en vermoeid uit. Even keek hij ons aan en vrat toen +weer verder van het hooi, dat Baldwin hem gebracht had. Dat is het +akeligste van ezels; ze schijnen zoo kalm en onverschillig. Hij +begreep niets van onze blijdschap. Ik had gewild, dat ie met ons had +rondgedanst, om te bewijzen, hoe blij hij was met zijn thuiskomst.</p> + +<p>Met allerlei vragen overstroomden wij de jongens. "Wie had 'm? Waar +vond jelui hem? Hoe ben je naar hier gekomen? Waar hebben jelui +geslapen? Waarom ben jelui gisteren niet thuis gekomen?" Doch vader +bedaarde ons een beetje; hij was even blij als wij, maar de jongens +hadden fermen honger. Zoo gingen we dus met hen naar de eetkamer, +waar ze ons onder een stevig ontbijt hun wedervaren vertelden.</p> + +<p>"Wij hebben toch zulke groote avonturen gehad!" zei Alex; "het was +wel goed, als je alles in je dagboek opschreef, Griet, want het is +grappig genoeg, om het later nog eens te lezen."</p> + +<br> +<center><img src="images/70_dagboek.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:429px;"></center> +<br> + +<p>"Ik zal beginnen bij 't begin," zei Daan, en begon.</p> + +<p>"Wij kwamen veilig te Lemworth aan, en gingen van daar uit loopend +naar het huis van Jem Harvey, zoo heet de kerel. Het was een heel +eind, en zeker wel langer dan 3 mijlen. Aan de grens der +gemeenteweide vonden we een soort schuur, waaromheen ezels liepen te +grazen. We overlegden nog eens rustig, hoe we doen zouden, en gingen +toen aan den slag."</p> + +<p>"Net alsof wij roovers waren, die op dieren af sluipen," viel Alex +Daan in de rede. "Wij kropen voort in de schaduw van een heg, en +konden toen al de ezels overzien, zonder dat iemand ons bemerkte."</p> + +<p>Daan vervolgde weer: "Wij telden 5 ezels, maar Andy was er niet bij; +maar natuurlijk dachten wij, dat hij ergens was opgesloten. Wij +moesten dus eerst de schuren en hokken onderzoeken, en dat was +verbazend moeilijk, want toen we wat dichterbij kwamen, zagen we een +man, die daar stond hout te hakken."</p> + +<p>"Maar ten slotte hadden we ons plan toch gereed," viel Alex weer in. +"Vertel jij nou verder, Daan, maar niet zoo langzaam."</p> + +<p>"Met flinke stappen gingen we op hem af.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/71_flink.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:276px;"></center> +<br> + +<p>Goeden middag! zei ik. We zijn gekomen, om met u over zaken te +spreken. Onderwijl nam Alex hem eens goed op. Hij keek ons +achterdochtig aan en zei toen, dat we hem dat al eens meer gezegd +hadden. Ik zei: Wij hebben onzen ezel verloren, en komen nu eens +hier, om te zien of we van u een anderen kunnen koopen. Hij +antwoordde: Maar mijn ezels zijn niet goed genoeg voor jelui +bleekneuzen. En hij lachte daarbij zoo akelig, dat ik dadelijk +vermoedde, dat hij er meer van wist. Misschien hebt u toch nog wel +een paar mooie beesten, zeiden we; toen klopte hij z'n pijp uit en +ging met ons een der stallen binnen. Ik zal misschien nog wel wat +goeds voor jelui hebben, een aardig beest, loopt als de wind, en +behaalde een prijs te Lincoln.</p> + +<p>Hij schuifelde het schuurtje binnen, en zie, daar stond een kleine +grijze ezel. Wij keken scherp rond...."</p> + +<p>"Ik zag hem het eerst," viel Alex uit. "Met mijn scherpziende +detective-oogen had ik hem onmiddellijk herkend." Daan ging voort, +als had hij Alex niet gehoord: "In den hoek hing aan een spijker +Andy's blauwe kleed."</p> + +<p>Wij waren allen onder den indruk van de spannende oogenblikken, en +tante Marie was zóó meegesleept, dat ze gejaagd vroeg: "En wat +zeiden jelui?"</p> + +<p>"Eerst zeiden we niets, we deden, alsof we niets gemerkt hadden, +praatten over den grijzen ezel, en zeiden, dat we bevreesd waren, dat +ie te klein voor ons zou wezen. Och, wat keek die man leelijk, hij +grijnsde ons aan en stonk naar den drank. Ik gaf Alex een knipoogje, +zich stil te houden; toen wij overal goed hadden rond gekeken, zoodat +we goed wisten, dat Andy nergens kon verborgen worden, vertrokken we. +Maar terwijl we wegliepen begon ik eensklaps tegen den kerel uit te +varen:</p> + +<p>"Waar haal jij dat blauwe kleed in je schuur vandaan? En wie heeft +den zwart-witten omslagdoek in stukken gesneden? En denk nu maar +niet, dat wij zulke melkmuilen zijn, want wij gaan regelrecht naar de +politie, en die zullen we je hier op je dak sturen. Eén kans is er, +om je te redden: onmiddellijk Andy losmaken, hem brengen op de markt +te Lemworth, en hem daar vastbinden aan een lantaarnpaal. Wij geven +je den tijd tot 4 uur namiddag, en we beloven je tot zoolang te +zullen geduld hebben. Is ie er om 4 uur niet, dan sturen we je +dadelijk de politie, en dan ben je er gloeiend bij."</p> + +<p>Natuurlijk was ie woedend. Hij raasde en vloekte, en zei, dat ie dat +blauwe kleed aan den weg had gevonden, en dat hij ons zou aanklagen +wegens laster. Wij vertelden hem, dat dat alles tevergeefsch zou +zijn, want alle veldwachters in den omtrek wisten al van onzen +verdwenen ezel en het blauwe kleed.</p> + +<p>Daarna verlieten we hem, en liepen zoo vlug mogelijk naar Lemworth."</p> + +<p>"Toe laat mij nu ook eens vertellen," zei Alex, die zich nooit rustig +kan houden, als een ander vertelt. Daan hield zich stil, en Alex +vertelde verder:</p> + +<p>"Toen we te Lemworth terug waren, hebben we eerst broodjes met melk +genomen, en vervolgens onze plannen verder besproken. Natuurlijk was +het dom geweest, om dien kerel te zeggen, dat wij hem tot 4 uur +ongemoeid zouden laten, want in dien tusschentijd kon ie al lang +ontvlucht wezen. Maar nu komt het mooiste nog aan.</p> + +<p>Nadat we gegeten hadden gingen we, vermoeid door het +straat-slenteren, een buitenweg op. Ongeveer een mijl waren we dien +opgeloopen, toen we plotseling een jongen zagen, die in een droge +sloot getuimeld was en te keer ging als een mager varken. 't Was een +echte landlooper, en eerst zei ik: Kom, laten we maar doorloopen. +Maar dat vonden we toch ook weer al te hard; als hij eens gewond was! +We gingen dus naar hem toe en vroegen wat hem scheelde. Hij toonde +ons zijn been, dat leelijk verwond was. Uit zijn verhaal echter +konden we totaal niet wijs worden. Hij zei, dat z'n baas hem +afgeranseld had, en toen was hij van de kar gevallen; hij was er nog +suf van in z'n hoofd. Hij had z'n been een beetje verbonden, maar het +had vreeselijk gebloed, wij namen dus onze zakdoeken en verbonden hem +wat steviger, waarna we zeiden, hem naar huis te zullen brengen. Waar +hij woonde? Bij m'n baas! zei ie. Maar waar die woonde wilde hij niet +zeggen, want hij wou nooit meer naar 'm terug. Toen zeiden we, dat we +hem naar 't hospitaal zouden brengen, daar kon z'n been goed worden +nagekeken. Dat leek hem goed toe, maar om hem te dragen, dat was geen +grapje. Daan zei tegen me: Wat is het jammer, dat we Andy niet bij +ons hebben. Toen de jongen dit hoorde, spitste hij plotseling de +ooren, keek ons verwonderd aan, en in 't volgende oogenblik hadden we +elkaar herkend. Het was de jongen van Jem Harvey. We zeiden tot hem: +"Wees maar niet bevreesd. Wij zijn op jou niet boos, omdat jelui +onzen ezel gestolen hebt. Maar je baas zal er voor boeten. Wij hebben +alles al ontdekt."</p> + +<p>Hij keek verschrikt op. "O, ik wist wel, dat er iets niet in den haak +was!"</p> + +<p>"Waar heb je onzen ezel 't laatst gezien?" vroeg Daan. Toen vertelde +hij ons alles. Zij waren Andy tegen gekomen toen hij langs den weg +rende; de baas had hem opgevangen en vastgebonden. Zoo moest Andy +achter hun wagen aan loopen, tot ze aan een groot bosch kwamen. Toen +het donker was, werden Andy's kleeren afgetrokken, en zoo gingen ze +met hem naar huis. Den volgenden dag moest de jongen hem naar een +stal te Taunerton brengen. Daar moest een kooper voor hem gezocht +worden. De jongen vertelde ons tegelijk, welk een hondenleven hij bij +dien baas had gehad, en dat hij daarom was weggeloopen. Hij was wees, +en Jem had volstrekt geen rechten op hem.</p> + +<p>Wat waren we nu in spanning, om Andy terug te krijgen! Maar die +jongen moest eerst naar 't hospitaal. Wij vernamen, dat Taunerton 5 +mijlen daar vandaan was, te ver dus om nu nog te gaan loopen. +Gelukkig was er een bakkerswagen, die er heen moest, en de bakker +stond ons toe, mee te rijden. Wij vertelden hem al ons wedervaren. +Hij kende den man, dien we zochten. Het was een messenslijper en +tinnegieter; hij leefde met een vrouw, zoo mogelijk nog slechter dan +hij. "Maar jelui moet er niet heengaan," zei de bakker, "het zijn +gevaarlijke lui."</p> + +<p>"Het was bijna donker, toen we te Taunerton aankwamen en toen schoot +ons met schrik te binnen, dat we den laatsten trein zouden missen, +maar wij konden toch ook niet teruggaan, nu we zoo vlak bij Andy +waren. Ga jij nou maar weer verder, Daan."</p> + +<p>Daan vervolgde dadelijk: "Wij waren bang, dat Jem Andy ergens zou +verstopt hebben, maar het moest nu gewaagd worden. De bakker wees ons +het huis. Gelukkig was het goed donker nu, want wij waren vast +besloten, Andy weg te halen, zoodra we hem zagen.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/72_sluipend.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:259px;"></center> +<br> + +<p>Wij slopen naar het huisje, toen den tuin rond, en zie, daar in een +vervallen schuurtje met een half gebroken deur, stond Andy! Ik kan +jelui zeggen, dat we geen oogenblik verloren lieten gaan! We sneden +z'n halster door, en trokken hem uit den stal. Daar kwam de kerel +aan! Maar 't was te laat! We hoorden hem nog schreeuwen: Houdt den +dief! Maar beiden hadden we ons op Andy's rug geslingerd, en als +dollen renden we naar het dorp terug!</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/73_rennend.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:253px;"></center> +<br> + +<p>Al spoedig draafden een half dozijn lui achter ons aan, die +schreeuwden als Indianen. Toen we een flink eind buiten hun bereik +waren, hielden we wat in, totdat we nog betrekkelijk vroeg te +Lemworth aankwamen. Wij waren zóó bang, dat Jem ons nog zou +opmerken, dat we er niet durfden blijven, en dus maar verder reden; +voor den trein was het nu toch te laat.</p> + +<p>Wij reden en liepen om beurten. We waren hongerig en vermoeid, en ook +Andy begon den kop te laten hangen. Eensklaps hield hij midden op den +weg stil en wilde niet verder. Wat moesten we beginnen? En vlak voor +ons kwam een auto aangerend. Wij schreeuwden hard, en zij stopten. +Wie denk je dat er in zat?"</p> + +<p>"Mevrouw Laura!" raadde ik.</p> + +<p>"Mis! Generaal Walton, die altijd visch van ons kocht. Hij herkende +mij, en vroeg wat we uitvoerden. Ik vertelde het hem; hij was o zoo +vriendelijk. Hij liet z'n knecht uitstijgen en wij mochten in de auto +zitten. Hij zou ons naar zijn huis rijden, waar wij den nacht konden +doorbrengen. Zijn knecht droeg hij op, Andy mee te brengen. Verder +werd er niet gepraat, en wij hadden een heerlijk autotochtje."</p> + +<p>"Maar dat had je ons toch wel even kunnen seinen," zei vader. "Dacht +je dan niet, dat wij in angst zouden zitten?"</p> + +<p>"Zeker wel, vader. Generaal Walton zond dadelijk zijn knecht naar +hier."</p> + +<p>"Dien heb ik niet gezien," zei vader.</p> + +<p>"Toe, vertel nu verder, wat jelui deden," drong ik aan.</p> + +<p>Daan vervolgde: "Wij kregen een heerlijk middagmaal, en wij vertelden +hem al onze avonturen. Hij heeft ons allen te eten gevraagd op +Nieuwjaarsavond!"</p> + +<p>Dat gaf blijdschap! "En toen zijn we vanmorgen dadelijk na 't ontbijt +op Andy's rug naar huis gereden, maar hij is bepaald niet goed, want +telkens hield hij weer stil, en daarom zijn we zoo laat."</p> + +<p>Hun verhaal was ten einde. Ik had het spannend gevonden, maar Lena +had het mooier gevonden, als de jongens waren opgesloten of ongeveer +vermoord geworden.</p> + +<p>En nu wij allen gelukkig zijn met Andy's terugkomst, lijkt het mij +het beste toe, mijn verhaal hier te eindigen. Alles is nu goed +afgeloopen en ook ons Kerstfeest was allerprettigst. Het zou te lang +duren, ook daarvan nog alles te vertellen.</p> + +<p>Eén ding moet ik echter nog zeggen. Mijn geschenk aan Daan was het +motto van den ridder in geschilderde letters, blauw, rood en goud. Op +den eersten Kerstdag riep Daan mij in zijn kamer en toonde mij, waar +hij het had opgehangen: juist tegenover zijn bed.</p> + +<p>"Het is mooi, Grietje," zei hij. "Het is goed, aan iemands goede +wenschen herinnerd te worden."</p> + +<p>"Ja," zei ik, "en het is ook <i>mijn</i> wensch, Daan. Ik denk, dat de +oude ridder weinig vermoed zal hebben, dat zijn motto nog zóó zou +voortleven. 't Is een woord van groote waarde."</p> + +<p>"Niet van zoo groote waarde, als vader's preek," zei Daan. "Maar het +komt er mee overeen. <i>Komen</i> — <i>gaan</i> — <i>doen!</i> Nooit zal ik het +vergeten!"</p> + +<p>Terwijl mijn hart klopte van aandoening, zei ik: "En ik geloof, Daan, +dat, als wij deze bevelen getrouw opvolgen, onze Koning eens tot ons +zeggen zal, wat de koning zei in het verhaal van tante Marie:</p> + +<br> +<center class="smallcaps">Semper Fidelis, Semper Paratus.</center> +<br> +<br> +<br> +<center>EINDE.</center> +<br> +<br> +<br> +<br> + +<div class="notebox fontsize80"> +Transcriber's Notes: +<br> +<div class="indent02"> +<br> Dit boek bevat een aantal zetfouten. +<br> De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd: +<br> +<br> [en zie toen van ja.] —> [en zei toen van ja.] +<br> [Allex vroeg haar,] —> [Alex vroeg haar,] +<br> [omdat ze zelf ook haast niet hebben] —> +<br> [omdat ze zelf ook haast niets hebben] +<br> [Toen het Woendag] —> [Toen het Woensdag] +<br> [beloofde tante, er overwijld] —> +<br> [beloofde tante, er onverwijld] +<br> [al ik goed oppaste.] —> [als ik goed oppaste.] +<br> [dat hij nauwlijks meer] —> [dat hij nauwelijks meer] +<br> +<br> Een inhoudsopgave is toegevoegd. +<br> Enkele leestekens zijn toegevoegd maar verder niet vermeld. +</div> +<br> +</div> + +<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 50733 ***</div> +</body> +</html> diff --git a/old/50733-0.txt b/old/50733-0.txt new file mode 100644 index 0000000..5ce5eed --- /dev/null +++ b/old/50733-0.txt @@ -0,0 +1,6244 @@ +The Project Gutenberg EBook of Wij en ons ezeltje, by Amy le Feuvre + +This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most +other parts of the world at no cost and with almost no restrictions +whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of +the Project Gutenberg License included with this eBook or online at +www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have +to check the laws of the country where you are located before using this ebook. + +Title: Wij en ons ezeltje + +Author: Amy le Feuvre + +Translator: Silvanus + +Release Date: December 20, 2015 [EBook #50733] + +Language: Dutch + +Character set encoding: UTF-8 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WIJ EN ONS EZELTJE *** + + + + +Produced by R.G.P.M. van Giesen + + + + +[Illustratie: kaft voorkant] + +WIJ EN ONS EZELTJE. + + + + +WIJ EN ONS EZELTJE +Uit het Engelsch van AMY LE FEUVRE + + +DOOR SILVANUS. + + +[Illustratie: logo] + + + + +'s-GRAVENHAGE -- D. A. DAAMEN. + + + + + + Inhoudsopgave + + HOOFDSTUK I + HOOFDSTUK II + HOOFDSTUK III + HOOFDSTUK IV + HOOFDSTUK V + HOOFDSTUK VI + HOOFDSTUK VII + HOOFDSTUK VIII + HOOFDSTUK IX + HOOFDSTUK X + HOOFDSTUK XI + HOOFDSTUK XII + HOOFDSTUK XIII + HOOFDSTUK XIV + HOOFDSTUK XV + HOOFDSTUK XVI + HOOFDSTUK XVII + + + + +[Illustratie] + +HOOFDSTUK I. + + +Natuurlijk zeggen de jongens, dat ik het weer niet klaar zal spelen. +Maar ik zeg van wel. Moet u weten, we zijn in een dorp beland, waar +alles vreemd en nieuw is, en daar is dus heel wat van te vertellen. +Nu zegt Daan wel, dat iedereen, die schrijft, een kwast is; en Alex, +dat ik alleen over mezelf zal schrijven, maar dat heeft geen nood; +want er is heel wat belangrijkers te beschrijven, dan mezelf. +Bovendien, ik ben zelfs niet van plan, alleen op te schrijven, wat +wij gedaan en gezegd hebben, d'r zijn hier nog zooveel andere +menschen, waar ik wat van vertellen wil. 't Is wel gemakkelijk, +besluiten te nemen, maar ze uit te voeren, is moeilijker. Toch zal ik +het probeeren. + +En daarom zal ik maar eens beginnen met te vertellen, dat onze vader +Jan Hendrik Marjoribanks heet, en dat hij dominee is. Moeder is een +jaar geleden gestorven; liever schreef ik daar niet over, maar het +zal wel moeten. Het was toen ook zulk een vreeselijke tijd. Wij waren +heel arm, want vader was toen nog maar hulpprediker, en moeder kon +voor hem geen dikke winterjas koopen. Haar wintermantel versneed ze, +om er een voor mij van te maken, en toen zij op een bitter kouden +avond uitging om een zieke vrouw te bezoeken, keerde zij huiverend +van koorts terug; zij kreeg -- ik weet heusch 't woord niet meer, +maar 't begon met een p. Haar longen waren aangedaan, en er moest een +verpleegster komen, die heel wat geld kostte; niemand van ons mocht +haar zien voor den laatsten dag van haar leven, toen ze ons bij zich +riep om afscheid te nemen. Ik kan daar niet meer over schrijven, het +maakt mij zoo bedroefd -- wij hielden zoo veel van moeder. Zij zeide +mij, dat ik trachten moest, haar plaats in te nemen, want ik was haar +oudste dochter, en ik gevoel zoo, nooit, nooit zal ik het worden, +want ik ben zoo vergeetachtig en ik haat het naaiwerk. Om de +eenvoudigste dingen lach ik, iedereen kan me aan 't lachen maken, en +dat weten ze. + +Onze arme vader werd steeds bedrukter, en Mej. Glass, de vrouw van +onzen dominee, toonde zich een vreeselijke bemoeial. Haar kinderen +konden wij niet zetten; 't waren lastposten. Eens, toen we weer aan +'t vechten waren, zeiden ze: Jullie vader moet doen, wat onze vader +hem zegt, en als hij 't niet doet, wordt hij weggestuurd. Zij schenen +te denken, dat vader een soort knecht was; wij hebben ze eens goed de +waarheid gezegd, en daarna hebben we in geen vijf dagen een woord +tegen elkaar gesproken. + +Kort daarna kwam de blijde tijding: vader gaat naar den Rector van +Warlington, en dat beteekende: hij zou een eigen kerk en een eigen +huis krijgen. Wij zouden verhuizen! + +Een verhuizing is 't mooiste, wat je kunt beleven. Twee keer waren we +al verhuisd, en we zouden 't elk jaar wel willen. Ditmaal was het +niet zóó gezellig meer als vroeger, omdat moeder er niet meer was. +Tante Caroline kwam nu eens kijken. + + +[Illustratie] + + +Nog denk ik met genot terug aan die dagen; den laatsten dag, toen +onze maaltijd op een kist werd opgediend en overal de grootste herrie +heerschte, en alle kamers zachtjesaan leeg raakten, vond ik vooral +verrukkelijk. + +Tante Caroline trok mee naar de nieuwe woning, en zij is nu nog bij +ons. Zij is een eigen zuster van vader, heel vriendelijk en nog al +druk. Onze overtocht per spoor duurde lang; wij hadden vlak bij +Londen gewoond, en ons nieuwe huis stond in Lincolnshire. Toen we +aankwamen, waren we allen van vermoeidheid in slaap gevallen. +Misschien is het beter, nu eerst wat van onszelf te vertellen, dan +wat van het huis, en dan mijn eigenlijke verhaal te beginnen. + +Daan is de oudste, hij is 13 en Alex 12 jaar. Zij doen altijd alles +samen, Daan heeft de leiding, en gewoonlijk is Alex het met hem eens, +nadat hij er eerst flink met hem over getwist heeft. Iedereen vindt +hen knappe jongens. Ik ook wel, maar als de menschen tegen vader +zeggen: Wat flinke jongens! Zulke kleine meneertjes al! -- dan schudt +hij het hoofd. Na hen volg ik. Ik ben de leelijkste van de familie. +Ik heb roodachtig haar, een bleek gezicht en groenachtig-bruine +oogen. Heelemaal rood is mijn haar niet; d'r zijn d'r wel rooder. De +jongens zeggen, dat roodharige menschen altijd leelijk zijn. Meer zal +ik over mezelf niet zeggen; alleen nog dit eene, dat ik +boekenschrijfster wil worden, en daarom er nu vast mee begin. Ik heet +Grietje. Is 't geen vreeselijke naam? Ik heb hem van een oude tante, +die mijn peettante was. De jongens noemen mij natuurlijk Griet. Je +kùnt geen schoonheid zijn met zoo'n naam, zei Daan eens tegen me, +toen ik hem vertelde zoo mooi te willen wezen als ons zusje Lena. +Neen, zei ik, maar als ik m'n oogen sluit, klinkt Grietje als een +grimmige oude vrouw met een baard onder d'r kin, en ik vrees, dat ik +óók zoo zal worden. Ik denk het ook wel, zei Daan, maar je behoeft +niet leelijker te zijn dan je verkiest. Je bent nu nog niet oud. +Ziezoo, dat is ten minste één ding om dankbaar voor te wezen: oud +ben ik nog niet. + +Lena is negen jaar, heel lief, en een echte dolle dries. Zij heeft +prachtig lang haar, dat in blonde golven neerhangt tot op haar +middel, en blauwe oogen. Onze jongste is Puf, oftewel onze baby. Zijn +eigenlijke naam is George, maar wij noemen hem Puf, omdat hij zoo +snel praat, dat hij tusschen de woorden blaast als een stoommachine, +en omdat hij stapt als een haan. Hij is pas 6 jaar en heeft altijd +een schortje voor, waar hij 't land aan heeft, en dat tracht los te +maken, zooveel hij maar kan. Wij hebben het nu met heel veel knoopen +van achteren vastgemaakt. Hij probeert het zooveel mogelijk vuil te +maken, maar als hij dientengevolge meer dan één schortje per dag +noodig heeft, krijgt hij geen suiker in z'n thee, en dat vindt hij +verschrikkelijk. Hij heeft een kroeskop, dikke wangen, stapt heel +zwaar en heeft dus heel wat schoenen noodig. + +Nu zal ik ons huis gaan beschrijven. 't Is een heerlijk huis, vlak +bij de kerk, omringd van vele huisjes met rieten daken. Onze poort is +naast die van de kerk, maar als we naar de kerk gaan, loopen we langs +een klein nauw paadje tusschen dichte heesters door, en dan komen we +door een nauw poortje op het kerkhof, vlak tegenover den ingang. Een +breed pad leidt van onze poort naar de huisdeur; aan dezen kant zijn +ook de stallen, een koetshuis met zolder en nog twee stallen voor +paarden. Wij hebben geen paard of rijtuig, maar er zijn daar +heerlijke plekjes om te spelen. Vóór ons huis is een groot grasveld +daar staat ook een prieel, en aan de eene zijde een groepje boomen; +verder nog struikgewas en bessenstruiken. + +Achter de keuken zijn twee grasvelden en daarachter loopt de +spoorlijn; ons huis ligt wat hoog, zoodat de tuin wat afloopt, +hetgeen heel geschikt is, om den trein te halen, als je wat laat +bent. Aan de andere zijde van 't huis zijn bloemperken, waarop vaders +studeerkamer uitziet. Achter de stallen is het werkhok en de +kippenren, staande tegen een dijkje, dat ons erf van den weg scheidt. +Ik ben niet heel sterk in beschrijvingen als deze, maar ik hoop, er +nu voldoende van te hebben gezegd. + +In ons benedenhuis hebben we de eetkamer, de zitkamer en vaders +studeerkamer. Een lange gang leidt naar de keuken. Boven hebben we +onze leerkamer, dan vaders slaapkamer, die van tante Caroline, en de +bergkamer. Ook hier weer een lange gang, aan het eind daarvan onze +slaapkamers en die van de dienstbode. Alex en Daan slapen samen in de +eene, Lena en ik in de andere kamer. Puf slaapt bij tante Caroline. + +In het gansche huis hangt een echt landelijke geur. Beschrijven kan +ik dien niet, wij hebben altijd in de stad gewoond, maar als ik m'n +oogen dicht doe, kan ik zeggen, waar ik ben, door den geur. + +De eerste weken na onze aankomst waren gezellig. Wij hielpen tante +Caroline met het plaatsen der meubelen, terwijl vader naar Lemworth +ging, een naburige stad, om er eenige nieuwe kleeden en enkele +nieuwe meubelstukken te koopen. Wij klapten in onze handen, toen wij +ze zagen, maar vader zei: Ach kinderen, hoe zou moeder dit verblijd +hebben! Toen ging hij naar z'n studeerkamer en sloot de deur, en wij +werden in eens stil. + +Ge hebt gezien, dat we met onze nieuwe woning bijzonder in onze +nopjes waren; 't was ook alles zoo nieuw voor ons, en we konden +nauwelijks gelooven, dat dit alles nu voor ons was. + +Wij zijn hier begin Juni gekomen, we hebben onophoudelijk aardbeien +gegeten en morgen is het Juli! Gisteren hadden we onzen eersten +regendag, en zijn we allemaal in de leerkamer gebleven; we begonnen +met een praatje over onze lessen. Daan en Alex moeten elken dag 3 +mijlen loopen naar den dominee van het naastbijzijnde dorp; die +dominee geeft zijn eigen kinderen en enkelen anderen les. Zij blijven +daar dan eten, en keeren pas op het theeuurtje terug. Lena en ik +nemen les van tante Caroline; ik geloof, dat tante niet heel secuur +is, maar zeker weten doe ik 't niet. Zij en tante Marie komen bij +beurten vaders huishouding waarnemen. Zij wonen dicht bij Londen; van +tante Marie houden we erg omdat zij vaak spelletjes met ons doet en +verhaaltjes vertelt; pas in den herfst is het haar beurt om te komen, +dat duurt dus nog even. + +"Ik vind zes mijlen per dag loopen een vervelend baantje," zei Daan, +en wierp z'n lei driftig op tafel; "wij moesten een fiets hebben, dan +zou 't makkelijker gaan." "Die zullen we nooit krijgen," zei Alex, +"zoolang we zoo arm blijven. Als ik ouder word, zal ik gaan sparen, +voor ik trouwen ga, en dan geef ik ieder van m'n jongens een fiets, +als ze zes jaar zijn." "Hoe leg je dat aan?" vroeg Daan. "Zeker niet +door hard te werken." + +"Ik ga goud, of diamanten, of petroleum zoeken," zei Alex. "Kan niet +schelen wat, maar dà t is _je_ manier om geld te verdienen." Toen +Daan weer: "Maar goud en diamanten spuiten den grond niet uit, als +jij voorbij komt." "Dat niet, maar ik zal ze onverwacht ontdekken." +"Ik wou, dat we een klein ponykarretje konden houden," zei ik. +"Gisteren zag ik er een rijden door ons dorp, met zoo'n aardigen +pony, bestuurd door een klein meisje in 't blauw en met een witten +stroohoed op." + +"Pony's kosten veel geld," zei Alex. "Een oude ezel zou niet kwaad +zijn; hij zou ons in een wip naar school brengen." + +"Ja," riep ik verheugd uit, "en ik zou iederen morgen met jullie mee +gaan om hem weer terug te brengen, omdat we hem hier overdag wel eens +noodig konden hebben, en dan ga ik jullie 's middags weer met hem +halen." + + +[Illustratie] + + +Daan gooide z'n boek naar mijn hoofd; ik ving het op en wierp het +terug; 't was goed raak. Gevolg: een geregeld bombardement van +boeken, totdat tante Caroline in de deur verscheen en ons beval, op +te houden. Toen begonnen we weer over onzen ezel te denken, en we +besloten te gaan sparen, om er een te koopen. Wij beloofden elkaar +plechtig, geen cent meer te zullen uitgeven voor snoepgoed, zoolang +niet genoeg geld bijeen was, om een ezel te koopen. + +"Als we geen karretje kunnen koopen, zullen we hem bij beurten +berijden," stelde Alex voor. Toen nam Puf het woord: + +"Ik ga ook sparen, en dan koop ik een renpaard, dat is heel wat beter +dan een oude ezel." "Kun jij zes mijlen lang op een paard zitten, jij +kleine vent?" vroeg Daan. Puf wond zich op: "Een oude ezel weet niet, +hoe ie loopen moet; en rennen kan ie heelemaal niet, ik hou van +rennen, en ik wil niet op een ezel zitten, en ik geef mijn geld niet +voor zoo'n sukkel, en ik...." "Hou op!" riep Daan, "jou kleine +windhapper, of we zullen je vierkant uit 't raam zetten. Nou, jongens +hoeveel geld hebben we samen? Ik zal penningmeester zijn; vlug wat!" + + +[Illustratie] + + +Daan had nog niet uitgesproken, of Lena en ik vlogen al naar ons +kamertje, om onze beursjes te halen. Lena had 5 1/2 cent, ik 9 +dubbeltjes. Wij gaven dit bedrag aan Daan, die het geld in z'n +spaarpot deed. Daarna nam hij uit zijn beurs 65 cent, terwijl Alex +met smart beleed, dat ie geen cent bezat. Toen werd Puf bevolen twee +centen af te staan, hetgeen hij al huilende deed, en telden we ons +gezamenlijk bezit: één gulden, 62 1/2 cent. Niet veel, om een ezel +voor te koopen! + +"Wij moeten probeeren, er wat geld bij te verdienen," sloeg ik voor. +"Dat is nog zoo gek niet," zei Daan, "en ik heb er al over gedacht, +hoe." "Dat heb ik ook," zei ik snel, "maar ik zeg het je niet, wel de +volgende week, het is o zoo leuk." + +Lena was bezig de kamer rond te hinken; even hield ze stil. "Ik wou +dat we konden bedelen," zei ze. "Er is geen politie, om ons het te +beletten." Daan sprak: "Alsof wij in onzen stand konden bedelen!" +Daan is heel trotsch op "onzen stand". Ik vroeg hem eens, van welken +stand wij waren. Van den tweeden, zei hij; de groote heeren en dames +zijn van den eersten; maar ik herinnerde hem, dat moeders grootmoeder +Mevrouw Louise werd genoemd, en wij dus ook tot den eersten stand +behoorden. Hij zei toen, dat we van gekruist ras zijn. Ik weet niet, +wat dat beteekent. + +"Misschien zal vader ons een ezel geven, als we hem er om vragen," +zei Lena; "hij is nu veel rijker. Ik zal hem er over spreken." Ze +rende de kamer uit. Vader is dol op Lena; nooit bromt hij op haar, +als ze op zijn studeerkamer komt. Wij wachtten in spanning; ze kwam +met een lang gezicht terug. "Vader zegt, dat de verhuizing zooveel +geld heeft gekost, dat hij nauwelijks al z'n rekeningen kan betalen." +"'t Is ook veel aardiger als wij zelf den ezel kunnen koopen," zei +Daan. Opeens riep Alex: "Ik heb een eenig plan, om geld te +verdienen." "Dan hebben we nu drie plannen," merkte Daan op; "laten +we elkaar daar nu niets van vertellen, dan komen we vandaag over een +maand hier weer bij elkaar,' en tellen we onze verdiensten. Lena, jij +moet nog een plannetje verzinnen, om geld te verdienen." Zij schudde +lachend het hoofd: "Ja, ik weet al wat, en ik vertel het ook aan geen +mensch." + + +[Illustratie] + + +De vergadering werd besloten met een harddraverij om de tafel, totdat +tante Caroline weer verscheen, om ons het te verbieden. Toen Puf dien +avond naar bed ging, vroeg ie aan vader, of God soms ook geld had. +Puf doet altijd van die wonderlijke vragen, en vader geeft hem altoos +ernstig antwoord, hij zal hem nooit uitlachen. + +"God is heel rijk, is 't niet vader?" + +"Alle dingen in hemel en op aarde zijn van Hem," antwoordde vader. + +Puf ging heel gelukkig naar bed, maar eerst stak hij zijn hoofd nog +even bij ons door de deur; "ik heb een heel mooi plan," zei hij. En +wij lachten allemaal, omdat wij wel konden gissen, wat het was. + +------ + + + + +[Illustratie] + +HOOFDSTUK II + + +Wij hebben twee weken vacantie, voor wij aan de lessen beginnen, en +dan duurt het nog maar enkele weken, en wij hebben weer vacantie, de +groote zomervacantie, die einde Juli begint. + +Ik verlang er naar te beginnen met mijn plan om geld te verdienen, en +ik denk er vandaag maar een aanvang mee te maken. Ik wou er eerst +niets van zeggen, maar ik heb toch vader eerst maar verlof gevraagd, +en hem gezegd, dat hij er niets van aan de anderen moet zeggen. Lena +kan nooit een geheim bewaren; vanmorgen al, toen ze nog in bed lag, +wilde ze mij al vertellen, wat ze doen ging, maar ik stopte mijn +vingers in mijn ooren, zoodat ze kon zien, dat ik het toch niet +hooren wou. Ik geloof stellig, dat we ons geheim niet lang zullen +bewaren; dat spelen we nooit klaar. Was het nu nog één geheim, maar +'t zijn er vijf, en die houden we onmogelijk stil. + +Vandaag is 't Zaterdag. Tante Caroline houdt elken Zaterdagavond een +huisgodsdienst voor den Zondag, en daar gaan we allen heen. Dat +geschiedt in onze mooie oude kerk; tante Caroline bespeelt dan het +orgel, en wij vormen het koor; Daan noemt het een gekras van belang. + +Nu is er een oude man, die als voorzanger dienst doet, en de +antwoorden opzegt, als niemand ze weet. Hij heeft een foei-leelijke +stem, en zingt altijd een heel eind achter. Hij heet Nathan Porter. +Verleden Zaterdag zei Daan tegen hem: "Kijk es, u moet niet zoo hard +zingen, wij kunnen 't best af. Ik denk, dat u wel vermoeid zult zijn +van 't zingen. Waarom gaat u niet midden in de kerk zitten, met een +kussen in uw rug?" De oude man was beleedigd en stampte met zijn stok +op den vloer: "Jongetje, ik ben hier spijkervast huisraad; jelui +doortrekkend volk gaat voorbij als het gras. Ik ben hier al veertig +jaar voorzanger, en nog niemand heeft mij ooit van hier willen jagen. +Ik zing hier al van dat ik knaap was, en ik zal zingen blijven, tot +dat ik naar het koor hierboven ga, en dan zal ik dáár zingen." Daan +voelde zich terechtgezet, en zei geen woord meer. + +Ook een kreupele jonge kleermaker, en de onderwijzeres, en vier +schoolkinderen doen aan den kerkdienst mee. Ik houd erg van de +kooroefeningen, maar de jongens niet. Zij hadden vanmiddag liever +gecricket in 't veld. Vreeselijk verhit kwamen zij aanhollen, toen 't +tegen 4 uur liep, en in de grootste haast werden de handen +gewasschen. De kerk was koel, na het voortdurend gejakker in 't land. + +In de kerk is één geschilderd raam; de andere ramen zijn gewoon, en +je kunt de wuivende boomkruinen, en de blauwe lucht er door zien. Het +maakt je aan 't droomen, als je dat ziet, terwijl je zit te zingen. +Soms vergeet ik waar ik ben, en dan stooten de jongens mij aan en +fluisteren: "Word wakker, Griet, kijk, een wesp!" Zij weten wel, hoe +bang ik voor wespen ben; en dan schreeuw ik bijna luid van angst, en +zie, dat er niets is. Het is heel moeilijk, je altijd goed te houden +als er jongens bij zijn; zij maken je aan 't lachen en doen je 't +geduld verliezen. En ik wil me juist in de kerk zoo graag goed +houden, vooral als het een mooie dag is, en alles zoo rustig en stil +om ons heen. Als ik dan de gouden vlammen zie bij zonsondergang, en +de blauwe luchten en de rose wolken, dan komt er een lichte huivering +over me, en ik fluister in mezelf: "O God, maak mij goed! Maak mij +goed!" + +Daan en Alex zingen heel aardig; hun zang klinkt in de kerk als .... +ja, ik zou haast zeggen als een klok, maar er is nog een lieflijker +geluid: als ge met uw natgemaakte vingers langs den rand van een glas +wrijft! Vader zegt, dat ik ook geen slechte stem heb, maar 't haalt +toch niet bij die van de jongens. Moeder kon prachtig zingen -- maar +ik zal over haar niet spreken, dat maakt me maar droevig -- en dan +word ik boos op de jongens. Ik verwonder mij er vaak over, waarom het +nu zoo verkeerd is, om te schreien. Ik denk, omdat het te +kinderachtig is. Daan is altoos boos, als er een van ons schreit. Hij +zegt, dat het fijnste volk van de wereld de Amerikaansche Indianen +zijn; die lachen nog, terwijl ze onthoofd worden. + +Maar ik huil om de minste aanleiding; dan komen de tranen me in de +oogen en ik kà n ze niet tegenhouden. Zelfs de stemmen der jongens +bij de kooroefeningen maken me al bedroefd. Ik wou, dat ik een +Amerikaansche Indiaan was. + +Toen de kerkdienst afgeloopen was, bleef ik met tante Caroline nog +even in de kerk, om de zangboeken op te bergen, en toen kwam vader de +kerk binnen. Hij zag er opgewekt uit, liep naar een graftombe dicht +bij den preekstoel, en riep mij bij zich. In den grafsteen was de +figuur van een ridder gebeiteld; wij vinden het altijd zoo jammer dat +zijn neus kapot is, want het bederft z'n gansche gelaat. Maar vader +wees mij op eenige woorden, gegrift aan het voeteneind. "Grietje," +zei vader, "dat zijn nu de woorden, welke ik ook op mijn graf zou +wenschen, tenminste, als ik er naar geleefd heb. Lees ze mij eens +voor, kind." Ik las ze, hoewel ik ze niet begreep: "Semper fidelis, +semper paratus." + +"Altijd getrouw, altijd bereid," zei vader; "niet soms, Grietje. Hoe +weinigen van ons kunnen dat "semper" voor onze deugden plaatsen!" + +Ik begrijp vader niet altijd, maar ik zei niets, totdat de zon scheen +door het beschilderde kerkraam, en blauwe en roode stralen over den +ridder wierp. Toen glimlachte ik. + + +[Illustratie] + + +"O, vader, wat is het toch een lief kerkje, en is u nu niet blijde, +dat dit alles aan u behoort? Het is toch allemaal van u, is 't niet?" + +Hij schudde zijn hoofd. + +"Het is niet mijn kerk, Grietje, maar die van mijn Meester." + +"Jawel, dat weet ik wel," zei ik langzaam. + +Toen zei vader op zachten toon, alsof hij tot zichzelf sprak in +plaats van tot mij: "Slechts rentmeester. En -- van den rentmeester +wordt getrouwheid vereischt, semper fidelis." + +Tante Caroline kwam bij ons. "'t Is theetijd, Grietje, kom, mee naar +binnen." Ik ging heen, spijtig, dat ik het heerlijk-koele kerkgebouw +alweer moest verlaten. Ik wou, dat we altoos buiten eten en drinken +konden. Thee is zomers zoo heet. Ik ging de eetkamer binnen. De +jaloezieën waren neer; de pas binnengebrachte theepot stoomde nog. +Alex was bezig met de vliegen te verdrijven van onze boterhammen; +Daan leerde Puf op z'n hoofd loopen, en Lena was nergens te zien. + +Ik zou ze net gaan zoeken, toen ze de kamer binnenholde. Heur haar +hing los, haar gezicht was erg verhit en haar schortje vuil als roet. +Ze danste de kamer door en zong zoo hard als ze kon: "Hoerah! Ik heb +het gedaan!" Toen stond ze plotseling stil en liet een kwartje zien. +"Mijn eerste winst," riep ze uit; "ik ben jelui allemaal voor!" + +Ik ging naar haar toe en zei: "Ik weet wat je hebt gedaan, ik kan 't +aan je ruiken." "Zeg het nu maar niet! Vang 'm, meneer de +penningmeester! Ik ga me wasschen." Zij huppelde de kamer uit, Puf +keek me ernstig aan. + +"Zij heeft suikergoed in de keuken gemaakt." De jongens begonnen te +lachen. + +"Makkelijk genoeg, haar geheim uit te visschen, maar ik zou wel es +willen weten, wie er haar geld voor geeft," zei Daan. Ik antwoordde: +"Misschien vader of tante Caroline. Maar laten we daar nu niet naar +raden, totdat ze 't ons zelf vertelt. Dat zou niet in den vorm zijn." +"In den vorm" is een woord van Daan; hij zegt het heel veel. + +"Het is niet in den vorm, een kwast te wezen," zei hij. + +"Dà t weet ik evengoed als jij." + +"Dan ben je 't niet, Griet!" + +Toen kwam tante Caroline binnen, en wij eindigden ons getwist. + +Toen tante Caroline goed en wel gezeten was, schonk ze thee voor ons +in; daar verscheen Lena, blinkend van frischheid, nu ze zich eens +terdege had gewasschen. Maar nog was haar gezicht opgezet, zoodat +tante uitriep: "Kind, wat zie je er uit!" Ze leek ook wel wat op een +gekookte kreeft. "Ik heb zoo hard gewerkt," zeide ze; "ik zou voor +geen duizend gulden kok willen wezen!" + +Vervolgens kwam vader binnen; hij drinkt altijd gelijk met ons thee; +maar zijn eigenlijk avondeten gebruikt hij nooit vóór 8 uur; dan +eet hij met tante Caroline samen. Geen van ons had veel trek in thee; +ze was zoo heet, en er was alleen brood met boter, niet eens bisquit, +geen jam en geen aardbeien. Natuurlijk hebben we die lekkernijen niet +iederen avond. + + +[Illustratie] + + +Na het theedrinken gingen de jongens den tuin in, terwijl ik tante +Caroline hielp met het klaarleggen van al onze Zondagsche kleeren, en +het verstellen van eenig ondergoed. We hebben slechts twee +dienstboden, de keukenmeid en Emma; die kunnen dus het verstellen van +ons goed er niet bij hebben. Emma helpt Puf bij z'n bad, waarbij hij +danst en springt en soms over z'n hoofd buitelt in 't water, onder +veel geschreeuw en drukte. Lena is trotsch op haar verdiende kwartje. +Ik kan vóór Dinsdag a.s. niets verdienen, maar dan zal het ook raak +zijn. En nu moet ik met schrijven eindigen, want ik ga naar bed. + +Lena kwam juist naar me toe en zei: "Griet, raad eens, hoe ik dat +kwartje heb verdiend." Ik zei haar, dat het een geheim moest blijven. +"Jawel," zei ze, "maar jij kunt toch wel een geheim bewaren, is 't +niet?" "Ik weet, dat je je borstplaat hebt verkocht, maar ik weet +niet, aan wie. Misschien aan Emma, zij is dol op zoet goed." "Emma! +Alsof ik van haar een kwartje zou aanpakken! Neen, niemand hier in +huis gaf het mij, maar een heel voornaam persoon." Dit maakte mij +nieuwsgierig, doch ik wou het haar niet laten merken. "Vader wil niet +hebben, dat je je suikergoed aan vreemden verkoopt," zei ik. "'t Is +geen vreemdeling," en toen, fluisterend aan mijn oor: "mejuffrouw +Ribbon. Zeg het niet tegen de jongens." + +Ik schrok. Mej. Ribbon is een beste vriendin van ons, hoewel we haar +nog niet lang kennen. Zij is eigenares van den dorpswinkel, en is +heel dik en heel vriendelijk. Zij heeft een grooten zoon, die dikke +vrienden is met Emma. Hij heeft een paar dichtregels geschilderd +buiten de winkeldeur, een heel aardig versje: + + + Wie hier eens komt, die komt terug, + Hij wordt geholpen goed en vlug. + + +Mejuffrouw Ribbon heeft van alles in haar winkel. Alex ging naar haar +toe, en vroeg een Braziliaanschen postzegel, hij verzamelt +postzegels. Zij zei, dat ze hem binnen een week zou hebben, er waren +postzegels besteld. Wij geloofden haar niet, doch op een Dinsdag, als +het marktdag te Lemworth is, stuurde ze haar zoon naar een grooten +boekwinkel daar, en hij kwam terug, niet alleen met een +Braziliaanschen postzegel, maar ook met vele andere, zoodat Alex +langen tijd keuze had. Later ging Daan er heen en vroeg naar een +witte muis. Zij ging naar de stad en bracht er een voor hem mee; ik +zei hem, dat ze een gewone muis had gevangen en die wit geverfd had. +Maar hij geloofde het niet; 't eenige lastige was, dat zij er meer +geld voor vroeg, dan hij bezat. Later merkten we, dat Tom, zoo heet +de zoon van juffrouw Ribbon, een groote menagerie in den tuin had: +duiven, kanarievogels, honden, katten enz. + +In juffrouw Ribbon's winkel hangt zoo'n heerlijke geur. Van alles +ruik je er; Daan zegt, dat het een mengsel is van zeep, uien, stroop +en koffie. Ik vind het meer een mengsel van zwavel, spek, appels, en +kaas. Alex vindt het meer ruiken naar suiker, kool, vet en leer. +Altoos helpt juffrouw Ribbon met een vriendelijken glimlach haar +klanten, nooit verliest ze haar hoofd bij de zoo verschillende +boodschappen. Deze moet pepermunt hebben, die worst, een ander zes el +katoen, weer een ander een kookpan, kopjes en schoteltjes, dan weer +touw, veters, inkt, huismiddeltjes, rapen, bisquit, te veel om op te +noemen; altoos weet ze het precies te vinden. Ik zei haar eens, dat +winkel houden mij een heel zenuwachtig werkje leek, want je krijgt +zooveel menschen, die zelf niet weten, wat ze moeten hebben. "Niets +erg," zei ze, "ik weet beter wat ze noodig hebben, dan zij zelf." +Daaruit blijkt, dat ze een knappe vrouw is. + +"Kocht juffrouw Ribbon je borstplaat?" vroeg ik aan Lena. "Ja, ik gaf +het haar, en vroeg, of ze 't niet kon gebruiken; ik vertelde haar, +dat ik wat geld moest verdienen. Dat vond ze heel lief; ze kocht het +van me en beloofde Woensdag nog meer van me te zullen koopen." + +Ik werd een beetje jaloersch. Wij hebben van jongsaf altoos zelf onze +borstplaat gemaakt. Lena heeft het van mij geleerd. Natuurlijk was +het slim van haar, om er aan te denken, het te gaan verkoopen; maar +toen juffrouw Ribbon het eenmaal wilde koopen, was er voor haar geen +kunst meer aan. En als ik er nu aan denk, wat mijn plannen zijn .... +maar ik zeg er niets van, want de jongens mochten dit dagboek eens in +handen krijgen. + +"Ik weet niet, of tante Caroline wel goed vindt, dat jij alle boter +en suiker daarvoor gebruikt," zei ik een beetje gemelijk. + +"O, dat maakt de keukenmeid wel in orde, zij heeft al gezegd, dat zij +er voor zorgen zou. Van elke 25 centen, die ik verdien, geef ik er +haar vijf en zij kan er meer boter voor koopen, dan zij noodig +heeft!" + +"Ik geloof er niets van, dat zij jou elken dag in de keuken wil +hebben," zei ik. + +"Dat zal ook niet elken dag gebeuren, maar de keukenmeid heeft +gezegd, dat zij, zoo dikwijls als ik het maken wil, me zal helpen." + +Ik wist, dat dit waar was, want Lena speelt het met iedereen klaar +door haar mooipraterij. Ik begrijp niet, hoe ik zoo verkeerd kwam, +maar 't was nu eenmaal zoo, en toen werd ik nijdig op mij zelf, dat +ik zoo nijdig was, en werd dus nog nijdiger. Lena was zóó akelig +met zichzelf ingenomen, dat zij d'r mond er niet over kon houden. + +"Niemand van jelui is nog begonnen met wat te verdienen," zei ze, "ik +ben jelui allemaal voor." + +"Ga toch naar bed," schoot ik uit, "je bent zoo lastig en druk, dat +ik niet eens rustig kan schrijven." + +Zij liep de kamer uit en schold mij uit voor zeurkous. Ik zal ook +maar naar bed gaan; toch ben ik een beetje huiverig om zoo boos in te +slapen. Wij hebben eens een verhaal gehoord van een jongen, die z'n +zuster niet wou vergeven, voor zij ging slapen; maar zij werd niet +weer wakker: zij stierf van hartzeer. + +Ik ben blij, dat 't morgen Zondag is; dan kan niemand van ons geld +verdienen, en dus behoeven we elkaar daarover dan ook niet in 't haar +te vliegen. Daar houd ik trouwens toch niet van; wij hebben allen +noodig, dat we vrede met elkaar houden. + +------ + + + + +HOOFDSTUK III. + + +Een gansche week lang heb ik niets geschreven, dus mag ik nu wel eens +spoedig aan 't werk. 'k Zal eerst maar eens wat vertellen van +verleden Zondag. + +Bij het ontbijt krijgen we Zondagsmorgens allemaal een gekookt ei; +dat is het eerste pleizier van den dag, ongerekend nog het genot der +Zondagsche kleeren. Lena en ik zijn dol op witte jurken, en daar we +nu juist uit den rouw zijn, kunnen we ze mooi dragen. Ook onze hoeden +zijn wit, met witte linten. Lena lijkt Zondags wel een engel; als ze +vleugels had, zou ze er bepaald een wezen. En het dragen van +Zondagsche kleeren stemt je ook zoo opgewekt. + + +[Illustratie] + + +We moeten Zondags heel vlug ontbijten, omdat tante Caroline naar de +Zondagsschool moet. Nog vóór kerktijd is ze terug, om met ons ter +kerk te gaan. Verleden Zondag was het verschrikkelijk warm, en de +brandende zonnestralen door de groote kerkramen maakten het +daarbinnen benauwd. Leuk was het, toen de zon het kale hoofd van een +boer ging plagen; hij sloeg met z'n zakdoek over z'n hoofd, als zaten +er vliegen, eindelijk spreidde hij z'n zakdoek geheel over z'n hoofd +uit, en had toen zóó 'n koddig voorkomen, dat ik 'n vreeselijken +toer had, om niet in lachen uit te barsten. Ten slotte kon ik het +niet meer uithouden, en proestte het zóó hard uit, dat vader +ophield met preeken en mij strak aankeek. Wat had ik het toen te +kwaad; m'n oogen stonden vol tranen, en ik kon het toch heusch niet +helpen, ik had alles gedaan om niet te lachen. Eindelijk ging vader +weer voort, en luisterde ik met aandacht naar hem. Want vader preekt +heel mooi, altijd vertelt hij wat nieuws uit den bijbel. + +Hij begon met de geschiedenis van den hoofdman over honderd, en sprak +daarbij over deze woorden: "Ik zeg tot dezen: ga, en hij gaat, en tot +genen: kom, en hij komt, en tot een anderen: doe dit, en hij doet +het." Vader zei, dat dit het voorbeeld was voor een goeden +dienstknecht. En toen zei hij, dat Jezus Christus ook tot ons die +drie woorden spreekt, maar dan in deze volgorde: Kom, ga, doe. Zoo is +ons Christelijk leven. Wij moeten komen, vóór wij kunnen gaan, om +te doen. Wij moeten komen, en onszelf als dienstknechten van Jezus +opgeven, opdat Hij onze zonden vergeve en ons tot Zijn eigendom make; +en wij moeten gaan, om anderen van Hem te spreken, eerst onze +vrienden, en dan hen, die Jezus niet kennen. Sommigen moeten daarvoor +ver van huis, en vader vertelde hierbij van de zendelingen; anderen +moeten in hun eigen omgeving doen, wat Jezus hen geboden heeft. + +Elk woord van de preek heb ik begrepen, en zelfs de jongens zaten te +luisteren, omdat vader het een preek over soldaten noemde, en de +jongens zijn dol op soldaten. + +Toen we uit de kerk kwamen, was ik heel stil. De jongens vroegen, of +ik aan 't tobben was over mijn geheim, maar ik zei hun van niet. + +Na het middageten gingen we allen naar het veld, om er de vragen en +antwoorden uit onzen catechismus te leeren. Tante Caroline ging weer +naar de Zondagsschool, maar vader kwam naar ons toe, ging in een +gemakkelijken stoel onder de olmen zitten, en overhoorde ons de +geleerde vragen. Toen dat afgeloopen was, gingen de jongens weg, en +Lena ook, maar ik bleef, want ik hoopte, dat vader nog wat over zijn +preek zou zeggen. Hij deed het al dadelijk; hij legde zijn hand op +m'n schouder, en vroeg: "Heb je naar de preek geluisterd, Grietje?" + + +[Illustratie] + + +"Ja, vader." "En welke van de drie bevelen heb je nu gehoorzaamd? Ben +je op weg, om een van Christus' trouwe volgsters te worden?" Ik +antwoordde beschroomd: "Ik denk _komen_." Vader zei niets. En ik +vervolgde: "Maar ik begreep niet goed het _gaan_. Ik kan toch niet +de geheele wereld doorgaan, en het Evangelie brengen!" Vader sprak: +"Ik heb gehoord, dat tante je gevraagd heeft, of je haar niet kunt +helpen in de Zondagsschool; ik dacht, je zoudt daarheen kunnen gaan." +"Maar vader," riep ik uit, met verbaasde oogen hem aanstarende, "daar +ben ik toch veel te jong voor; de jongens zouden zeggen, dat ik dan +nog verwaander was dan ooit, ze noemen me nu al altoos verwaand." + +"De vraag is maar, waar je 't meeste om geeft: het bevel van Jezus of +de jongens." Ik liet mijn hoofd hangen; toen opeens viel ik uit: "Een +kwast te heeten, is niet in den vorm." Vader lachte luid. En ik +voegde er haastig aan toe: "Ik vind zelf, dat zulk werk voor mij te +verwaand zou staan." "Heel wel," zei vader, "ik zal er niets meer +over zeggen." + +Ik voelde mij ver van gelukkig. Net kwam Puf aan en klom op vaders +knie; ik ging weg, liep naar de leerkamer en nam een boek uit onze +"Zondagsche" verzameling. Ik las door tot theetijd. Werkelijk, ik +kà n nog geen klas onderwijzen. Ik zou niet weten, wat ik zeggen +moest; bovendien, de kinderen kijken je zoo aan, en Daan zou me maar +uitlachen. + +Na de thee gingen we naar de avondkerk, maar ik was al bang, niet +veel aandacht voor de preek te zullen hebben. En toen wij den +avondzang gingen zingen, voelde ik de tranen opkomen, omdat ik wist, +dat ik een lauw hart heb. + +Ik was maar wat blij, toen 't weer Maandag was, omdat ik dan heel wat +te doen had voor onze vergadering op Dinsdag. Alex vroeg vader bij +het ontbijt, of hij den ganschen dag mee uit hooien mocht met +Cummins, dat is de boer, die vaders land verzorgt. Als Cummins hem +mee hebben wou, vond vader 't goed. + +Ik beneed Alex, omdat ik er ook zoo van houd, om mee uit hooien te +gaan. "Je maakt er een mooi lui dagje van, terwijl je zorgen moest om +je plan uit te voeren," zei ik hem. "Sluit je op, ouwe Griet!" riep +hij, en rende lachend weg. Daan keek hem een oogenblik na, alsof hij +ook mee wou. "Ik ga hard aan 't werk," zei hij, "mijn plan is rijp om +vandaag uit te werken." + +"Morgen zal 't mijne rijp zijn," zei ik, en ging den tuin in, om met +den ouden Baldwin te praten. Dat is onze tuinman. Vroeger hadden we +geen tuinman, eenvoudig, omdat we geen tuin hadden. Het is een +alleraardigste oude man, maar hij wil van niemand bevelen hooren, +zelfs niet van vader. + +"De tuin is mijn werk," zei hij eens tot vader, "en preeken maken is +uw werk, en het is niet goed ze door elkaar te halen. U is er op +berekend om te preeken, ik om te tuinieren, en zoo weten we zelf onze +zaken het best." + +Altijd is hij gereed voor een praatje, en het spijt mij daarom +eigenlijk een beetje, dat ik hem iets van mijn plan heb verteld. Nu +weten vader en hij er allebei iets van; maar dat moet toch ook wel, +want anders kan ik het niet uitvoeren. + +Tegen etenstijd zei tante Caroline tegen me: "Griet, je moet eens +even soep brengen naar een arme vrouw, die een halve mijl buiten het +dorp woont. Je kunt Puf meenemen, een wandeling zal hem goed doen." + +"Och tante," riep ik teleurgesteld uit, "moet ik nu vanmiddag uit, ik +wou zoo graag wat in den tuin gewerkt hebben." + +"Ik heb gemerkt, Grietje, als ik je wat vraag voor mij te doen, dat +je dan altijd wat anders hebt te doen. Zoo vreeslijk is dat toch +niet, even een halve mijl te loopen, om soep bij een arme vrouw te +brengen! Ik kan zelf niet gaan, want ik heb met je vader nog een en +ander te bespreken." + +Ik trok een lip, en toen dacht ik in eens: dat kon nu wel dat "gaan" +zijn, waarvan vader sprak. In elk geval was 't prettiger dan het +onderwijzen in de Zondagsschool. Ik trachtte dus opgeruimd te kijken, +ging Puf halen, en begaf mij met hem op weg. Lena kwam net het hek +uit en riep juichend: "Hoera! Ik ga nog meer borstplaat maken! Ik zal +'t van jelui allemaal winnen, wat zijn jelui ook voor langzame +kinderen!" Terwijl ze dit zei, wond ze zich zóó op, dat ze van het +hekje, waarop ze was gaan staan, plat op den grond viel. + +"Hoogmoed komt voor den val," riep ik haar na, terwijl ze overeind +krabbelde en haar elleboog wreef. Toen rende ik met Puf weg. + +Hij was natuurlijk weer druk als twee. "Ik wil de volgende week het +ezeltje naar de wei brengen," zei hij, "en ik wil er den eersten keer +op rijden." + +"Wanneer komt het dan?" vroeg ik hem. + +Hij keek even voor zich, en zei toen: "Ik heb al gezegd, dat het een +mooie ezel moet wezen, niet zooals ze die aan 't strand hebben, maar +een met blauwe oogen en die niet bijt. Ik verwacht hem binnen 5 +dagen." + +Ik moest lachen; hij keek zoo ernstig en babbelde maar weer verder: +"Het zal de beste ezel van de heele wereld wezen, omdat ik den +rijksten man van de wereld gevraagd heb, hem te geven." "Ik vind, dat +je niet zoo oneerbiedig over God spreken mag, Puf." "Ik heb niet +gezegd, wien ik bedoelde, stoute meid, je hebt mijn geheim geraden." +Puf stond het huilen nader dan 't lachen, en midden op den weg +stilstaande riep hij: "'t Kan me ook niet schelen, ik vertel het aan +niemand anders!" Toen begon ik hem maar een verhaal te vertellen, om +zijn aandacht af te leiden. + +Het was een lange warme wandeling naar juffrouw Tapson; 't leek mij +meer een mijl dan een halve mijl, maar ten slotte kwamen we er dan +toch! 't Was een aardig klein huisje met een tuintje, vlak aan den +weg. De deur stond open, ik liep dus binnen, en zag daar een man, +bezig met het vuur op te poken. + + +[Illustratie] + + +"Soep voor moeder?" vroeg hij, terwijl hij zich omdraaide en van mij +gehoord had, wat ik kwam doen. "Ik ben er zoo dankbaar voor. Boven +ligt ze te bed met pijnlijke rheumatiek, en ik verzorg haar zoo goed +als ik kan. 's Morgens moet ik naar Lemworth, en pas 's avonds 7 uur +kom ik weer in 't dorp terug." Hij had inmiddels het pannetje van me +aangenomen en keek er in. "Daar is genoeg in voor vandaag en morgen," +zei hij. "Vriendelijk bedankt hoor kind. Wil je niet even naar boven +gaan, om moeder te groeten? Ze houdt zoo van gezelligheid." + +Ik klom de nauwe trap op, en Puf stommelde achter mij aan. Ik ben +gewoonlijk bang voor zieke menschen, maar van deze oude vrouw hield +ik. Een helder mutsje had ze op en ze lag onder een lappendeken. Haar +gansche gezicht helderde op, toen ze ons zag komen. Zij zei, dat ze +al van ons gehoord had, en of ik nu dat meisje was met het mooie +haar? Ik lachte terwijl ik mijn roode lokken naar achteren schudde, +en vertelde haar, dat dat Lena was. Toen begon Puf met haar te +praten, en natuurlijk vertelde hij haar ook van het ezeltje. Daar was +hij nu eenmaal vol van. + +"Puf begrijpt nog niet, wat bidden is," legde ik haar uit. "Hij +denkt, dat hij zeker alles krijgt, waar hij God om vraagt. Hij vraagt +b.v. om z'n speelgoed heel te maken, maar gewoonlijk doe ik het maar, +anders gaat hij nog rekenen op wonderen." + +"Och lieve kind," zei juffrouw Tapson, "de Heere hoort gaarne het +gebed der kinderen! 't Is net als met mijn Bob; wat die vroeg, kon ik +niet half geven, toch luisterde ik geduldig naar al zijn wenschen. +Maar bid, bid gerust; veel gebed maakt je ziel sterk, en zoo ben je +ons ouderen nog ten voorbeeld." + +Puf begreep er niets van. Hij liep wat heen en weer, en ging toen de +trap af. Ik keek hem na, en zag, dat Bob Tapson met hem spelen wilde. +En toen heb ik juffrouw Tapson mijn geheim verteld; ik gevoelde, dat +ik het nu toch aan iemand moest vertellen, en zoo stortte ik mijn +hart voor haar uit. Zij luisterde met ingehouden adem, en beloofde +mij, dat haar zoon voor mij zou uitzien, en een plekje in z'n kar +voor mij zou openlaten. + +Ziedaar het geheim! Vader had mij aangeraden, om uit onzen tuin +bloemen en groenten te verzamelen, die te Lemworth ter markt te +brengen, en ze daar te verkoopen. Met den trein er heen gaan, was +veel te duur, en daarom had ik gevraagd, op Baldwins groentenkar te +mogen meerijden. Maar die gaat 's morgens om 8 uur al heen, en komt +'s avonds 7 uur pas terug, en ik ben dus bang, dat tante, als ze er +achter komt, het mij zal verhinderen. + +Ik wandelde met Puf naar huis terug en gevoelde mij verdrietig. Als +ik ging, zou ik het ontbijt moeten missen, want voor 8 uur ontbijten +we nooit. Ik kon wel gemakkelijk zoo vroeg weg gaan, maar zouden ze +dan thuis niet denken, dat me wat overkomen was? Maar dan kon ik toch +een briefje voor vader achterlaten, en hem vragen, er niets van te +zeggen! + +Ik leefde weer op, en zoodra we thuis waren, holde ik den tuin in, om +mijn mand te gaan inpakken. Toen we kwamen theedrinken, vertelde +tante ons, dat vader verzocht was, om in een naburig dorp een +begrafenis te gaan bijwonen, omdat de predikant daar uit was. "En hij +zal daar den nacht overblijven," voegde zij er bij. "Hij zal niet +voor morgenavond terugkomen, want morgenochtend is er ook nog een +huwelijk te bevestigen." + +Zoo zou dus mijn brief aan vader weinig geven. Ik zat leelijk in de +war, en peinsde, wat ik doen moest. 't Beste leek mij toe, dan maar +voor tante Caroline een briefje achter te laten. Ik schreef nu, voor +ik naar bed ging, dit briefje: + + + Lieve tante Caroline, + + Als ik den ganschen dag weg blijf, dan is er niets met mij gebeurd. + En vanavond om 7 uur zal ik thuiskomen, het dient om mijn plan uit + te voeren, dat echter een geheim is. + + Uw liefhebbende nicht Grietje. + + P. S. Het is geen verkeerde zaak, maar een goede. + + +Tante Caroline zei, voordat we naar bed gingen, dat zij vandaag +nauwelijks een van ons gezien had, en dat zij hoopte, dat wij geen +van allen verkeerde dingen in 't schild voerden. Alex werd zoo rood +als een pioen, en zei, dat hij vreeselijk moe was, en Daan zag er +moedeloos uit, als had hij al z'n geld verloren. + +"Ik heb hard genoeg gewerkt, om 10 kwartjes te verdienen," zei hij, +"en ik durf zeggen, dat ik dat al lang gedaan heb." + +"Kinderen," zei tante, "ik houd niet van al dat gepraat over geld. +Het schijnt, dat jelui aan niets anders denkt tegenwoordig. Het staat +zoo onkinderlijk!" + +"Maar het is om een ezel te krijgen," riepen we allen uit. Toen zei +tante Caroline niets meer. En wij gingen naar bed; ik vol van de +plannen voor morgen. + +------ + + + + +HOOFDSTUK IV. + + +Den volgenden morgen was ik al om 4 uur wakker; den ganschen nacht +had ik gedroomd van juist voor m'n neus vertrekkende treinen, en van +al de moeite, die ik hebben zou, om mijn plan voor tante Caroline +geheim te houden. Ik was dan ook wat blij, toen het eindelijk begon +te lichten en ik kon opstaan; erg gejaagd kleedde ik mij aan, want +het was een heerlijk avontuur, en wij houden allen van avonturen. + +Overal had ik voor gezorgd. Voor niemand wilde ik weten, waar ik was +heengegaan, en ik had dus een heel oud katoenen jurkje aangetrokken, +met een boezelaar er over, denzelfden, dien ik altoos in den tuin +draag. Mijn haar vlocht ik in een paar dichte vlechten, en daarover +ging een groote zomermuts, die ook achterhoofd en hals bedekte. Tante +Caroline vindt dat soort zoo geschikt voor onzen tuinarbeid, maar wij +houden er niet van, om juist als de dorpskinderen gekleed te gaan. + +Heel stil moest ik me aankleeden, om Lena niet wakker te maken; +eindelijk stond ik gereed, en legde het briefje op Lena's tafel dan +kon zij het aan tante geven. Voorzichtig sloop ik de trappen af, +opende de deur en liep op m'n teenen de stoep af. Den vorigen avond +had Baldwin de groentenmand al in den stal gezet, de eenige kunst was +nu nog, om ze daar vandaan en het hek door te krijgen. + +'t Viel niet mee maar ten slotte gelukte het toch; ik moest ze langs +den grond sleepen, en angstig keek ik naar boven, of niemand mij zag. +Buiten het hek liet ik ze staan, want de groentenwagens komen hier +altoos langs, en toen liep ik zoo vlug ik kon naar het huis van +juffrouw Tapson. Bob had mij gezegd, dat als ik wat vroeg kwam, ik +een mooi plaatsje op zijn wagen kon krijgen. Toen ik het huis bereikt +had, was Bob aan 't schoonmaken van zijn paard. Hij keek verwonderd +op toen hij me zag, en herkende me niet in mijn groote muts. + +"Ik wil niet, dat ze in 't dorp weten, wat ik ga doen," zei ik. "Je +zult er toch niets van zeggen, wel? Mijn mand staat vlak bij ons hek. +Ik dacht, je rijdt er toch langs, en dan kunnen wij haar zoo +meenemen." + +"'t Komt in orde, hoor," zei hij hartelijk. "Jij bent een vlug +vogeltje, heb je al wat gegeten?" + +Ik haalde twee dikke boterhammen uit m'n zak, die de keukenmeid mij +den vorigen avond had gegeven, toen ze dacht dat ik ergen honger had. +Bob verraste me met een heerlijken kop thee. Toen ging hij naar +boven, om z'n oude moeder goeden dag te zeggen, en vroeg mij, of ik +haar ook nog even wilde groeten. Ik ging naar boven, en de oude vrouw +schudde mij glimlachend de hand. "Je bent een dapper meisje," zei ze, +"om er zoo op uit te trekken, en ik zal je eens zeggen, wie je wel +zal willen helpen. Vraag maar naar Marie Dutton, ze is een eigen +zuster van me en woont twee mijlen van Lemworth. Zij zal je graag +helpen, en Bob zal je wel bij haar brengen." + +"Ik ben nog nooit op een markt geweest," zei ik haar, "Ik ben heel +blij, dat er iemand is, die mij helpen wil." + +En toen gingen we naar beneden, en ik klom op den volgeladen wagen, +die in den tuin te wachten stond. Die Bob is toch zoo'n goeie jongen: +hij had een stoof in den wagen gezet, zoodat ik zoo echt gemakkelijk +kon zitten. + + +[Illustratie] + + +En daar ging het; mijn hart klopte van blijdschap en spanning. Nog +drie vrouwen met boodschappen voor Lemworth reden mee; bij ons hek +zette Bob mijn mand in den wagen; terwijl keek een der vrouwen mij +aan en vroeg: "Wat is dat voor een kleine meid?" Ik draaide mijn +hoofd niet om en Bob antwoordde kortaf: "Zij is met mij mee gekomen." +Verder zei ze niets, want ze praatte zóó druk met de andere +vrouwen, dat ze mij geheel vergat. Doodstil zat ik op den wagen, die +zóó langzaam reed als duurde de tocht een jaar. Ik kreeg ten slotte +kramp in mijn beenen, en werd moe ook. Zoo vroeg ook op geweest! Toen +wij Lemworth naderden, zat ik al te knikkebollen! Het scheen een heel +groote stad, en ik voelde me wat beangst toen we naar de markt reden; +wat een menschen, en wat een drukte! Toen de vrouwen waren +uitgestapt, en Bob z'n paard had afgespannen, nam hij mijn mand op +z'n schouder, en zei me, hem te volgen. + +De markt was alleraardigst; er waren gansche rijen kuikens en eenden, +vruchten en bloemen, boter en eieren, en iedereen schreeuwde zoo hard +als ie kon. En wat waren daar grappige oude boerinnen bij, en +druk-lachende kinderen, net als op de schilderijen, die ik wel eens +gezien heb. + +Bob trok me mee naar een hoekje, waar een vriendelijke oude vrouw +zat. Zij leek veel op juffrouw Tapson, maar haar gezicht was heel wat +dikker. Bob vertelde haar, wie ik was; zij lachte en vroeg mij, haar +alles van mijn plan te vertellen. Dat deed ik; terwijl pakte zij m'n +mand uit, en maakte ruimte op een hoek van haar stalletje, om mijn +koopwaar daar neer te leggen. Ik begon er schik in te krijgen, en had +wat graag gewild, dat de jongens mij zoo even hadden gezien. En mijn +bloemruikers waren veel mooier dan alle, die ik zag; ik had ze dan +ook met zorg gerangschikt. + +Maar er kwam maar niemand bij me koopen, en ik begon den moed al te +verliezen. Nooit zal ik dan ook vergeten, dat de eerste koopster mijn +bloemen opmerkte en mij vroeg, wat de ruikers per stuk kostten. Ik +zei: een dubbeltje -- juffrouw Dutton had mij gezegd, dat ik er dat +voor vragen moest -- en zij kocht zes ruikers van me! Ik had de +gansche markt wel kunnen ronddansen, zoo blij was ik. Spoedig daarna +kwamen weer twee dames voorbij. Zij hielden stil, wenkten juffrouw +Dutton goeden morgen, en vroegen haar, of zij crocussen had. Zij zei +van niet, maar vertelde hun, dat ik heele mooie had. Zij bekeken de +mijne, kochten er vier, bovendien nog een bundeltje varens, en +betaalden er negen stuivers voor. De eene dame zei tot de andere: +"Wat een schilderachtig tafreeltje, die kleine meid te midden harer +bloemen! Als de arme menschen hun kinderen altijd zóó kleedden, als +haar moeder haar kleedt, zouden we onder de lagere klassen niet zulke +armoedige aankleeding vinden. Zij is een voorbeeld voor haar stand!" +Ik durfde niet te lachen, toen ik dat hoorde.... + +Later verkocht ik nog vier koolen, en drie bos wortelen. Toen de +middag ten einde liep, had ik alles verkocht, wat ik had meegebracht, +behalve twee koolen en één bloemruiker; die kocht juffrouw Tapson +van me, zij heeft een groentenwinkeltje en zei dat ze haar wel te pas +zouden komen. + +Ik vergat nog te vertellen, dat ik om 1 uur met juffrouw Dutton naar +een tentje ging, waar thee werd verkocht en koeken. Ik had honger, +maar ik had geen zin, van mijn verdiende geld veel uit te geven; ik +kocht dus alleen een kop thee voor 5 cent en een koek voor 5 cent; +juffrouw Dutton gaf me een van haar grootste appels er bij. + +Toen was het tijd, om naar huis terug te keeren. Ik telde nog even +mijn geld: ik had één gulden en 25 cents verdiend! Wat was ik blij! + +Doch daar kwam Bob Tapson aan, om mij te zeggen, dat hij om 4 uur +vertrok, en dat de vrouwen reeds lang hun manden gepakt hadden. Het +speet mij, nu al van de markt te moeten scheiden, maar er was niets +aan te doen, ik klom op den wagen en ging weer op mijn oude plekje +zitten. De terugweg scheen eindeloos; er reed een oude man mee, die +erg naar bier rook en om de flauwste kleinigheden lachte. Ik gevoelde +mij vreeselijk vermoeid, en viel ten slotte in slaap, zóó vast, dat +Bob mij bij het hek van de pastorie van den wagen moest zetten. + +"Wel, Grietje, heb je een goeden dag gemaakt?" + +"Ja," zei ik met slaperige stem, "hoeveel moet ik je betalen?" + +"O niets, kind, je nam geen ruimte in beslag; en denk er aan, even +bij moeder aan te komen en haar alles van vandaag te vertellen. Zij +zal het zoo graag hooren." + +Ik nam afscheid van hem, en bedankte hem hartelijk; vervolgens droeg +ik mijn leege groentenmand naar den stal, opende de keukendeur en +stapte heel rustig binnen. Ik was wel een beetje bang voor tante +Caroline. Lena kwam net de trap afrennen. + +"O, jou ondeugende meid! Daar zal wat opzitten! Vader is thuis +gekomen, en hij is o zoo boos op je. En wat heb je toch uitgevoerd? +Den heelen dag hebben we er naar gegist, en weet je al, dat ik Daan's +geheim heb geraden? Zou je het graag willen weten?" + +Ik antwoordde slechts: "Ik ben zoo moe; heb je wat thee voor me? Waar +is tante Caroline?" + +"Ze zijn allemaal in den tuin, aan 't bloemen begieten. Toe, Griet, +lieverd, zeg me nou es, wat je hebt uitgevoerd." + +Maar ik wilde 't haar niet zeggen. Ik voelde mij niet prettig door +die ontvangst, en wou maar rechtuit aan vader gaan zeggen, wat ik +gedaan had. Ik liep den tuin in. Tante kwam dadelijk op mij af. + +"Griet, dat is heel ondeugend van je. Waar ben je toch geweest? En +wat heb je den ganschen dag uitgevoerd? Je weet toch wel, dat zoo +verdwijnen zonder iets te zeggen, heel onbehoorlijk is." + +"Ik wilde het vader gaan zeggen, het is een geheim," zei ik. Tante +Caroline kwam altijd weer in haar humeur, als we zeiden, naar vader +te zullen gaan. Zij riep vader, die juist bezig was den gieter te +vullen, en ging toen heen, vader en mij alleen latende. Daan zegt, +dat zij geheel "in den vorm" is, als zij zoo doet. + + +[Illustratie] + + +Vader zette zijn bril op, en keek mij scherp aan. + +"Grietje, je hebt tante vandaag heel wat angst berokkend. Ik ben niet +tevreden over je." + +"Hoor u eens, vader. Luister es. Het gaat over de groenten en +bloemen, waarvan u gezegd had, dat ik ze mocht hebben. Ik ben ze gaan +verkoopen, om mee te helpen voor het koopen van onzen ezel." En ik +vertelde hem alles, wat ik vandaag gedaan had. Een keer lachte hij, +en toen wist ik al, dat mijn straf niet heel zwaar zou wezen. Maar ik +kreeg toch een lichte straf; vader zei me, dat ik er niet aan mocht +denken, ooit weer zoo iets te doen. Dat maakte mij zeer verdrietig. + +"Neen Grietje, ik wil niet, dat mijn kind daar alleen tusschen al dat +ruwe volk is, hoe vriendelijk ze ook voor je zijn. Het mag niet. Je +moeder zou het zeker niet hebben toegestaan. En in elk geval had je +eerst toestemming moeten vragen. Ik ben bang, dat je vermoed hebt, +die niet te zullen krijgen. Spreek op en zeg de waarheid." + +Ik bloosde sterk. "Ja, ik was bang, dat u me niet zoudt laten gaan, +maar ik was niet ongehoorzaam, want ik wist het niet zeker." + +"Dat was juist verkeerd van je. Doe nooit zoo iets weer. En ga nu +naar binnen, om wat te eten." + +"En mag ik het geld houden?" + +"Ja, daar heb ik niets tegen; maar je moet een ander middel zoeken, +om de groenten aan den man te brengen." + +Ik ging naar de eetkamer, tante had de thee klaar. Zij zei niet veel; +maar voor ik het eten op had, holden de jongens en Lena binnen. + +"Nou, zondaar, biecht op! Wat heb je vandaag uitgehaald?" + +"Bepaald goede zaken! Wij hebben je brief gezien, 't was een +prachtstuk!" + +"En tante Caroline was zoo bang voor je!" + +Ik haalde rustig mijn beurs te voorschijn en legde de zilver- en +koperstukken op tafel. + +"Ziedaar," riep ik uit, "kan één van jelui 't beter?" + +"Vijf en twintig stuivers!" schreeuwde Daan, en grabbelde er in om, +als een oude gierigaard. + +"Nou, 't is niet slecht voor een meisje! Vertel ons nu es, hoe je 't +hebt gedaan gekregen." + +"Dat is mijn geheim," zei ik. + +Het was mijn overwinningskreet. Maar ik wist: mijn geheim zou niet +lang geheim blijven. Want eigenlijk wou ik ze 't allemaal zoo graag +vertellen. + +"Zeg," riep Lena, "ik weet wat Daan deze laatste twee dagen heeft +gedaan. Vraag hem es, hoeveel hij al heeft, Griet!" + +Daan grinnikte, en hield mij z'n dichtgeknepen vuist voor. "Ik heb +vandaag een avontuur gehad," zei hij. En hij toonde ons een halven +gulden. + +Ik stond op en danste de tafel rond. "Het duurt niet lang, of wij +rollen allemaal met rijksdaalders," riep ik uit. En Alex: "Wacht maar +tot aan 't einde der week, dan zal ik mijn klein millioen er nog +bijvoegen." + +Toen gingen we allen achter elkaar de tafel rond marcheeren, terwijl +Daan zong: + + + Een ezel is een heerlijk dier, + Over een maand dan komt ie hier, + Lang zal ie leven! + Lang zal ie leven! + Ons ezeltje loopt voor ons pleizier! + + +Daan kan altijd gedichten maken, als hij er zin in heeft. Wij waren +zoo opgetogen, dat we hoe langer hoe sneller gingen dansen, totdat +het een complete oorlogsdans werd. Ten slotte vielen we allen over +elkaar heen, en rolden van den lach over den grond. Toen we buiten +adem weer opstonden, riep ik uit: + +"Hoor es, Daan. Als jij jouw avontuur vertelt, dan zal ik het mijne +vertellen." + +"Dames gaan voor," zei hij, met een buiging. + +Toen begon ik, vreeselijk gejaagd, mijn wedervaren te vertellen. Ik +dacht wel, dat het hen zou verbazen, en dat deed het ook. Maar Daan +en Alex, al zouden ze 't wat graag zelf gedaan hebben, zouden het +toch niet zeggen. Daan trok een heel voornaam gezicht en zei: "Ik +geloof niet, dat jij en Lena de zaak goed aanpakken. Dat kan iedereen +wel, geld maken uit vaders eigendommen. Wel, ik ging z'n studeerkamer +binnen, haalde er eenige boeken weg, en verkocht ze." + +"Maar dat zou heiligschennis zijn," riep ik uit. + +"De bloemen en de groenten zijn niet van jou, om ze te verkoopen," +zei Daan, "evenmin als de suiker en de boter, die Lena voor haar +borstplaat gebruikt." + +"O, maar vader heeft er ons toestemming voor gegeven!" liepen wij +beiden luid. + +"En ik betaal ook het mijne," zei Lena. "Het is heel wat zwaarder +werk, in de dompige, heete keuken te wezen, dan op de markt te zitten +en daar verkoopen, en ook niet half zoo aardig." + +"Vader gaf mij toestemming," herhaalde ik, "en dus is de zaak heel +zuiver." + +"Maar kind, wij hebben allemaal recht, om de bloemen te verkoopen," +zei Alex. + +"Niet waar," zei ik op stelligen toon, "alleen die daar het eerst om +vroeg! 't Was mijn plan." + +"Nou, als jij het dan voor gisteren hebt gevraagd, dan zal ik het +voor morgen vragen; waarom niet? Ik heb harder gewerkt dan jelui +allen, de gansche week." + +"Maar ik kan er niet mee voortgaan," zei ik verdrietig; "vader heeft +gezegd, dat ik het niet weer mocht doen." + +"Wil je mijn avontuur nu hooren?" vroeg Daan. + +"Hij gaat nog dood, als ie niet over z'n eigen plan kan spreken," zei +Lena boosaardig. Wij zetten ons allen tot luisteren, maar Daan zou +z'n redevoering niet houden. Juist was hij z'n keel aan 't schrapen, +toen tante Caroline binnen kwam, en ons naar bed joeg. "Ik zal het +bewaren tot morgenochtend," zei Daan. En ik was er eigenlijk blij om, +want ik was zóó slaperig en vermoeid, dat ik al sliep, vóórdat ik +nog goed en wel onder de dekens lag. + +-------- + + + + +HOOFDSTUK V. + + +Den volgenden dag vertelde Daan ons zijn geheim. Ik zal het maar net +zoo overschrijven als hij het zei, dat is gemakkelijker. Hij was de +rivier langs gegaan, om visch te vangen. Hij begon met deze +bekentenis: + +"Den eersten dag trof ik het heel slecht. Daarom ging ik gisteren +verder de rivier langs. En daar vond ik een heerlijk, rijk beschaduwd +plekje, waar je de visschen letterlijk zag spartelen van ongeduld, om +bij je te komen. Zij beten flink toe, en het ging puik! D'r waren ook +wel kleintjes bij, maar ik had toch in een oogenblik mijn mandje vol. +Nu kwam het er op aan, ze aan den man te brengen, en ik besloot, op +mijn terugweg naar huis bij eenige boeren aan te loopen, en te zien, +of die ze van mij koopen wilden. + +Ik vond al spoedig een groote boerderij, en liep er zoo snel mijn +beenen mij maar dragen konden, heen. Juist was ik het huis genaderd, +toen ik een ouden heer in een tuinstoel zag zitten, die uit een +groote pijp dampte. Ik nam mijn pet voor hem af; hij hield mij +staande en vroeg me, wie ik was. + +"Ik ben vischkoopman," zei ik. "Ik zou zeggen, uw keukenmeid zal wel +wat visch van me willen koopen." + +Hij staarde me aan alsof ik een chimpansee was. + +"Maak je mand maar es open," zei hij. Met trots toonde ik hem de +vangst. Weer staarde hij mij aan. + +"Waar heb je die visch gevangen? In welk gedeelte van de rivier?" + + +[Illustratie] + + +Ik legde het hem uit. "Ik heb alleen vandaag maar geluk gehad; ik +denk, dat ik eerst naar 't verkeerde plekje ben geweest. Voor zestig +cent laat ik u het gansche zoodje, meneer. Prachtig en frisch, pas +gevangen!" + +Hij lachte. "Wie heeft je tot vischboer aangesteld?" + +"Ikzelf. Ik tracht een eerlijk centje te verdienen, om een ezel te +kunnen koopen." Toen vertelde ik hem ons plan. Hij vond het zóó +vermakelijk, dat hij dadelijk z'n beurs trok, mij een halven gulden +gaf en zei: "Daar, breng de visch maar in huis, en breng mij morgen +weer zoo'n mandje vol." + +Ik danste van blijdschap naar de boerderij, en gaf mijn visch af, +doch aan de deur stond een knecht, die mij ook al vroeg, waar ik die +visch vandaan had. Ik vertelde het hem. "Het is een geluk, dat Morris +je niet gesnapt heeft," zei hij; "dat is juist privaat bezit van +onzen meneer, en hij vervolgt iedereen, die zich op zijn terrein +waagt." + +Ik zei niets, vertrok, en gevoelde mij verre van prettig gestemd. Ik +begreep nu, waarom die ouwe heer zoo gegrinnikt had, maar ik was niet +van plan, domme dingen te doen, ging dus naar hem toe en zei hem, dat +ik hem z'n halven gulden kwam terugbrengen. "Ik heb bemerkt, +mijnheer, dat het uw eigen visch is," zei ik. "Het spijt mij, dat ik +op uw eigendom heb gevischt, ik zal het niet weer doen." + +"Hier," zei hij, "je houdt wat je hebt verdiend. Wij zullen zien, of +je daar niet met een vischacte van mij kunt visschen. Het overkomt +mij niet vaak, dat ik mijn eigen visch kan koopen. Vroeger mocht ik +ook dolgraag visschen, maar mijn jicht laat het niet meer toe." + +"Nu, als u het goedkeurt, dat ik het geld behoud, zal ik het graag +aannemen. Maar in uw vischwater zal ik niet meer visschen, uw +opzichter zou mij kunnen betrappen. Ik ben u zeer dankbaar, goeden +middag, mijnheer!" + +Ik nam weer mijn pet af, en ging heen; hij lachte als om een grap, +maar ik behield den halven gulden. + +Toen zei ik: "Maar Daan, dan schijn je toch niet veel beter dan wij +allen, want jij vangt visch, die niet aan jou toebehoort." + +"Ja, maar ik doe het niet meer," zei Daan snel. "Ik ga niet weer naar +dien ouden heer. Ik zal het mijlen verder wel weer beproeven. Ik +weet, dat vader op een deel der rivier ook vischrechten heeft." + +"Wie is die oude heer?" vroeg ik. + +"Hij is de graaf van Benton, hij heet Generaal Walton. Hij vroeg mijn +naam niet, dat bewijst zijn voornaamheid." "En je zei eerst, dat hij +vroeg wie je was," zei Alex. + +"Jawel, hij bedoelde mijn beroep," zei Daan deftig. "Heeren vragen +niet iedereen naar hun naam, dat is niet naar den vorm." + +"Welnu, nu alle geheimen onthuld zijn, zal ik jelui het mijne +vertellen," zei Alex. "Ik heb hard gewerkt en meer uitgevoerd, dan +jelui allemaal samen." Wij lachten hem allen uit. "Goed," zei Alex, +"vraag het dan maar aan den ouden Cummins. Hij vertelde aan vader, +welk een drukke week hij voor zich had met het hooien, en dat hij +één mannetje te kort kwam, en hoe moeilijk het was, hulp te krijgen. + +Maandagmorgen vroeg ging ik naar hem toe en zei hem, dat ik werken +zou als de beste, als ie me maar betaalde; 't slot van de zaak was, +dat hij me het loon van een halfwas knecht zou geven, nadat ik hem +verteld had, waarvoor ik het geld noodig had. Zoo ging ik aan den +arbeid, en Vrijdag krijg ik m'n loon: dan hoopt hij al het hooi +binnen te hebben." + +Wij hadden wel eerbied voor Alex' plan. Maar wij hadden nog meer +eerbied voor den afstand, die ons scheidde van het oogenblik, dat we +geld genoeg zouden hebben. Eensklaps dacht ik aan een ander plan, en +ik ging spoedig naar juffrouw Tapson, om haar meening erover te +vragen. Mijn doel was, om elken Dinsdag een mand met groenten aan Bob +mee te geven, en dan juffrouw Dutton ze te laten verkoopen. Juffrouw +Tapson vond het een heel goed idee; ik ging weer gauw naar huis +terug, en vroeg vader, of hij het goed vond; hij zei ja, tenminste +zoolang Baldwin mij kon geven, wat wij uit onzen tuin te missen +hadden. + +Toen waren we allen een beetje uit ons doen; alle geheimen waren nu +onthuld, en wij houden juist zoo van geheimen. De volgende week +beginnen de lessen weer. + +Niet weinig schrok ik, toen Lena den volgenden middag naar me toe +kwam gehold en zei: "O, Griet, ik zit vreeselijk in de rats, toe, +help me!" + +Lena komt altijd naar me toe, als ze wat bijzonders heeft uitgehaald, +en dat doet ze altoos, als ze niets te doen heeft. Zij vertelde me +nu, dat ze, bij het hek aan 't spelen zijnde, het meisje had zien +voorbijrijden, dat ik den vorigen dag in het mooie dogkarretje had +gezien. Het meisje moest in juffrouw Ribbon's winkel wezen, en daar +ze alleen was, moest ze haar paardje los laten staan. Lena ging er +heen, en toen, zonder over de gevolgen na te denken -- Lena denkt +nooit na, als ze iets gaat doen -- sprong zij in het karretje, en +reed er het dorp mee in. + +"Het was alleen maar uit de grap, Grietje," zei ze; "ik wilde binnen +twee minuten weer terug zijn, en ze zou er niets van hebben gemerkt, +maar ik gaf het paard een tikje met de zweep, en het ging er van door +als de wind en ik kon het niet meer tot stilstaan brengen. Toen ik +dat gewaar werd" -- hier knipte Lena boosaardig met de oogen, -- "had +ik eerst dol veel schik. Wij vlogen erlangs en toen we te Cross Glen +kwamen, draaide het paard een groote poort in! Toen werd ik angstig, +want ik wist, dat onze baron daar woont zooals vader mij verteld +heeft. Op zoo'n groot heerenhuis, Griet! Zoodra we de plaats waren +opgereden, hield de pony stil; een huisknecht kwam de stoep af, en +keek verbaasd rond, toen hij me zag. + +"Waar is juffrouw Clara?" vroeg hij. + +Ik klom snel uit het karretje, en zei: "Zij was bij ons in den +winkel, en toen is het paard met mij weggerend." O, wat was ik +beangst, Griet; ik vloog de laan uit, en verborg mij achter struiken, +opdat niemand me zien zou. Eindelijk kroop ik te voorschijn, klom +over een heg, en kwam zoo weer op den landweg terecht. Wat ben ik +warm en moe!" + +"Maar Lena, wat is dat een leelijke streek van je! Waar is het meisje +nu?" + +"Ik weet het niet. Ik denk, dat ze naar huis is gewandeld. Toe Griet, +ga 's gauw naar juffrouw Ribbon, en vraag het eens even. Ik hoop nog, +dat ze niet zullen ontdekken, wie het gedaan heeft." + +"Ga zelf," zei ik boos. Toen sloeg Lena haar armen om mijn hals. +"Lieve Grietje, toe, ik houd zoo van je. Hè toe, ga jij nu even! +Iedereen weet wel, dat jij er geheel buiten staat." + +Ik ging, en vond juffrouw Ribbon heelemaal in de war over wat er was +voorgevallen. + +In één adem door vertelde juffrouw Ribbon wat er gebeurd was. + +"'t Gebeurt niet vaak, dat er een van de jonge dames van 't Huis in +mijn winkeltje komt. Ik stond dan ook verplet, toen ik plotseling den +pony hoorde wegrennen. Net was ik bezig, Clara een ons van Lena's +borstplaat af te wegen, en ik vertelde haar wie ze gemaakt had, toen +we eensklaps opschrikten door het wegrijden van 't karretje; beiden +vlogen we de deur uit, en daar zagen we met ontzetting Lena +wegrijden, haar lange haar als een gouden wolk om haar hoofd waaiend, +en met een snelheid als van een automobiel. Houd haar vast! gilde +Clara, zij rijdt met mijn pony weg! + + +[Illustratie] + + +Maar je hadt evengoed een locomotief kunnen tegenhouden. Ik trachtte +toen de jongejuffrouw weer naar binnen te krijgen, om bij mij te +wachten. Maar zij was zóó geschrokken, en ook zóó boos, dat ze +stampvoetend van ergernis bleef staan en zei: Mijn moeder zal dat +borstplaatmeisje wel eens duchtig straffen! Toen ging ze op den weg +heen en weer loopen. En als nu Mevrouw er van hoort, zal ze nog hier +komen en mij vragen, waarom ik niet iemand bij 't paard heb gezet, en +dan zal ze 't me daarvoor ook nog lastig maken. Ik zou voor geen geld +van de wereld haar willen boos maken, want dit is haar huis en ik ben +haar huurster!" + +"Maar juffrouw Ribbon, wat spijt het me, dat het zoo geloopen is. +Maar u weet, hoe Lena is. De borstplaat heeft haar eenigen tijd zoet +gehouden, maar altoos haalt ze wat uit, dat verkeerd is. Denkt u, dat +de jongejuffrouw goed thuis gekomen is?" + +"Hoe zou ik dat weten? Ik hoorde of zag sedert niets van haar." + +Vol van allerlei gedachten kwam ik thuis. Voor verklikker te spelen, +vind ik verschrikkelijk. Dat is een van de dingen, die niet "in den +vorm" zijn; bluffen en liegen en klikken vind ik slecht. Maar ik wist +ook, dat vader van deze geschiedenis hooren zou, en er is niets, wat +hij meer haat, dan dingen te vernemen, die wij hem verzwegen hebben. +Hij wil, dat we altoos dadelijk onze verkeerdheden vertellen. Ik ging +dus naar Lena toe, en zei haar, dat ze naar vader moest gaan, en het +hem vertellen. Zij wou niet, en toen zei ik haar, dat ik zelf zou +gaan. Toen begon ze natuurlijk weer heel lief te doen. Juist kwam +vader binnen, toen we druk aan 't twisten waren, wie gaan zou. + +"Wat is er aan de hand?" vroeg hij. + +"Lena wou u iets vertellen," zei ik en liep daarna vlug de kamer uit. +Natuurlijk biechtte ze nu op; vader nam haar mee naar de +studeerkamer, en las haar daar eens flink de les; schreiende kwam ze +terug. Later heeft ze me verteld, dat vader haar een briefje van +schuldbekentenis had laten schrijven; zelf had hij er een aan Mevrouw +geschreven, waarin hij de toedracht der zaak meedeelde. Hij had tegen +Lena gezegd, dat hij telkens weer zich voor zijn kinderen moest +schamen, en daarop was Lena gaan schreien. Maar hij had haar gekust, +voor ze wegging; vader is dol op Lena; hij zegt altoos, dat ze hem +aan moeder herinnert! + +Den daarop volgenden avond, Vrijdag, waren Lena en ik in de badkamer. +Wij moesten "de groote wasch" doen, altijd een groot vermaak. Wij +vullen dan de kuip maar half, en wasschen alles, wat we maar machtig +kunnen worden. Puf hielp ons dapper. Alle kammen en borstels worden +eerst gewasschen, dan alle poppenkleeren van Lena, zakdoekjes, +halskraagjes, schortjes, en alles wat er maar vuil in huis te vinden +is. Puf bracht ons alle artikelen aan; juist had hij een wollen aapje +in 't bad laten plonsen, en stonden we te schaterlachen om z'n koddig +gezicht, toen Emma kwam binnenvliegen. + +"De jongedames Grietje en Lena moeten dadelijk naar de huiskamer +gaan; er is visite, en tante heeft gezegd, dat je komen moet!" + + +[Illustratie] + + +"Hè, wat vervelend!" zei ik, "En wie is het, Emma?" + +Lena en ik stonden in onzen onderrok, vanwege het geplas met water. + +"Het is Mevrouw Londesburg met haar dochtertje." + +Lena en ik keken elkaar verschrikt aan. + +"Ik ga niet heen," zei Lena, "ik doe het niet." + +Maar Emma troonde ons mee naar de slaapkamer, waar we ons +aankleedden. + +"Wij moèten gaan, Lena. O kind, ik wou, dat je 't maar niet gedaan +hadt. Ik zou wel vriendin met dat meisje willen zijn." "Ik niet +graag!" + +Lena was boos, en zij stond maar steeds heen en weer te wiegen, toen +Emma trachtte haar het haar met den pas schoongemaakten borstel te +borstelen. "Ga weg, Emma! Ik zal ze uur aan uur op me laten wachten. +Ik ben in geen jaren klaar!" + +Emma ging boos weg. Toen smeekte ik Lena, om toch anders te doen; +binnen twee minuten helderde haar gelaat op -- zij is nooit langer +dan 5 minuten boos -- en was ze bereid, mee naar beneden te gaan. + +"Ik zal voorwenden, dat ik van niets afweet," zei ze; "vader is uit, +en dus kan hij het haar niet zeggen." + +Zoo kwamen we de huiskamer binnen; ik was heel wat meer beangst dan +Lena. Daar zat het meisje; alleraardigst zag ze er uit in haar witte +zijden jurk en witten hoed. Mevrouw was in druk gesprek met tante +Caroline. Iedereen in het dorp is bang voor Mevrouw Laura; ik begrijp +niet waarom; zij keek heelemaal niet streng, en toen ze ons zag, +barstte ze in een schaterlach uit. + +"Wie van jelui heeft me dat aardige briefje geschreven? Ik ben hier +gekomen, om het je te vergeven, en om je te vragen, of je morgen bij +mijn dochtertjes komt theedrinken. Wil je komen?" + +Lena sloeg niet eens beschaamd de oogen neer. + +"Ik ben het, die u vergiffenis woudt schenken," zei ze. Toen gaf +Mevrouw ons de hand, en wij gaven Clara ook een hand. Zij keek Lena +heel ernstig aan, maar glimlachte tegen mij. + +"Hebben jelui een kinderkamer?" vroeg ze mij. + +"Neen, alleen een leskamer; wil je ze eens zien?" Dadelijk ging ze +met ons mee. Wij gingen zwijgend de trap op; boven gekomen, zei Lena: +"Wil je ons bad eens zien?" + +Zij aarzelde even en zei toen van ja. Wij hadden heelemaal vergeten, +dat we Puf alleen hadden achtergelaten; toen we de badkamer +binnengingen vonden we hem bezig met onze oude kat en haar twee +jongen, die hij in de kuip had gezet, om ze alle drie te wasschen. De +kleine poesjes waren al bijna verdronken. Vliegens haalden we ze uit +het water, en in den angst van het oogenblik was alle stugheid +tusschen Clara en ons geweken, en begon ze al druk over allerlei mee +te babbelen. Zij vertelde ons, dat ze een tweeling was; haar zusje +heette Betty. Betty had haar voet verstuikt, en kon nu niet loopen; +de dokter had gezegd, dat ze heel lang moest blijven liggen. Puf keek +Clara eens even aan, en zei toen: "Wil je ook niet es wat wasschen? +Mijn slabbetje is heel erg vuil." + +Intusschen was Lena de katten aan 't afdrogen, en toen ze er wat +toonbaar uitzagen, droegen we ze naar beneden, om ze in de keuken +verder te laten drogen. Daarna lieten we 't vuile water uit de kuip +loopen, en deden er weer versch in; Clara vond het zóó verrukkelijk, +dat zij ook wou wasschen. Wij gaven haar een vuil paardedekje van Puf +en vertelden haar, terwijl ze ijverig te wasschen stond, hoe we tante +eens voor den gek hadden gehouden. + +Wij waschten toen een roodwollen poppejurkje; dit gaf zóó erg af in +'t water, dat ik naar beneden vloog, en tante Caroline toeriep: "Kom +u es gauw boven, Lena bloedt zoo." Tante Caroline liep zoo hard als +ze kon de trap op, en kwam doodelijk verschrikt bij 't bad. Daar zag +ze, hoe we haar voor 't lapje hadden gehouden. Clara vond de historie +allerleukst. + +Maar wat was ze nat geworden! Haar jurkje kon je wel uitwringen. Wij +beproefden haar te drogen, doch toen we beneden kwamen, was tante +Caroline erg boos, en zelfs Mevrouw Laura keek verstoord. Clara kreeg +Lena's beste witte jurk aan, die haar heel goed paste; tante zei +tegen Mevrouw: "Ik verzeker u, dat ik geen oogenblik gerust ben, wat +er gebeuren zal. Ik kan u niet zeggen, hoe dit me nu weer spijt." +Maar Clara zei dadelijk: "Och mama, ik vond het zoo heerlijk; ik kan +me thuis nooit zoo vermaken." Mevrouw Laura glimlachte en sprak: "Ik +kan me zoo begrijpen, juffrouw, dat u uw handen vol hebt; bij mij +moeten ze maar niet wasschen, als ze op de thee komen morgen." + +Mevrouw en Clara vertrokken nu per rijtuig; Lena en ik kregen droog +brood bij de thee, omdat we Clara hadden laten wasschen. Ik vind die +straf niet verdiend. Vader straft ons nooit onverdiend. Tante denkt +altijd, dat we dan beter zullen opgroeien. Maar wij denken wel eens, +dat die bijzonder goed opgevoede lui de malste menschen van de wereld +worden. En daarom zijn we d'r heelemaal niet op gesteld, zoo heel +best op te groeien. + +------ + + + + +HOOFDSTUK VI. + + +In groote spanning zagen Lena en ik de theevisite bij Mevrouw Laura +tegemoet. Lang voordat tante Caroline het gewild had, waren we al in +ons beste pakje gestoken. Emma bracht ons weg, en liep onophoudelijk +druk te praten over het mooie, groote huis van den baron. Ik wou, dat +ze allen bij ons in de kerk kwamen, maar dat doen ze niet; dichterbij +hebben ze een kerk, en daar gaan ze heen. Wat zullen de jongens +jaloersch op ons zijn; ik heb ze maar gezegd, dat er heelemaal geen +jongens zijn, waarna Daan opmerkte, dat een visite van louter meisjes +hem te min was. + +Lena was gewoon wild; ik waarschuwde haar, dat, als ze wat verkeerds +uithaalde, ik dadelijk naar huis terug zou keeren, om haar daar te +laten. Natuurlijk werd ik weer voor verwaandheidje uitgescholden, +maar dat is minder: Lena was nu niet kalm. + +Toen we de groote voordeur naderden, was ze o zoo schuchter, ik denk +een beetje angstig. Ikzelf eigenlijk ook wel een weinig, toen een +deftige huisknecht ons in een vestibule liet, die geheel met +schilderstukken en platen versierd was, en ons vervolgens langs +eindelooze gangen geleidde, waarna hij een deur opende, en riep: "De +jongedames van de pastorie!" + +Even daarna stonden we in een allerliefste kinderkamer, en kwam Clara +ons tegemoet om ons te verwelkomen. Zij bracht ons dadelijk bij 't +venster, waar Betty op een sofa lag. Zij geleek sprekend op Clara, +alleen haar gezichtje was wat smaller en bleeker. Dan was er in deze +kamer nog een vriendelijke gouvernante, Miss Tudor. + + +[Illustratie] + + +Onmiddellijk vroeg Lena haar, of ze nog familie was van den koning +Tudor. Miss scheen het nog al niet kwaad op te vatten; ze lachte +althans en zei, dat ze vreesde, wel geen koning in de familie te +zullen hebben. + +Toen trok Clara ons mee, en liet ons al haar prachtige poppenkamers +en ander speelgoed zien. Al spoedig zat Lena op den vloer en +vermaakte zich met een der poppenkamers. Inmiddels was ik met Betty +gaan praten. + +"Clara heeft me verteld van jelui badkamer en de groote wasch," zei +ze; "ik wou, dat ik er bij geweest was. Toe, vertel me d'r es wat +meer van." Ik ging haar nu vertellen van ons ezeltje, en hoe wij +probeerden het geld te krijgen; ze vond het allerleukst. + +Clara kwam naar ons toe: "Zeg, Betty, wij hebben toch zoo'n schik met +ons poppenhuis; Lena vertelt me allerlei nieuws, hoe ik er mee om +moet gaan. Wij hebben inbrekers door den schoorsteen laten klimmen, +en onder het ledikant verborgen, en" -- hier ging ze fluisteren -- +"als Miss meteen uit de kamer gaat, gaan we een brandje voorstellen, +en dan zijn wij brandweermannen; dan halen we de tuinslang en +bespuiten het met water." + +Betty's oogen schitterden, maar ik moest zien, dat spelletje te +voorkomen. Ik vertelde haar, dat wij zooiets thuis ook eens gedaan +hadden. De jongens staken toen een brandenden lucifer onder een van +de poppenbedden. 't Was o zoo aardig, maar het gansche bed vatte +vlam, en al onze poppen verbrandden. 't Was wel heel vermakelijk, het +toen te blusschen, doch net kwam moeder binnen, en wij moesten haar +beloven, zooiets nooit weer te zullen uithalen. Als we hier zoo'n +rommel maken, mogen we nooit weer komen. + +Lena keek me nijdig aan. "Hè, Griet, wat ben je weer vervelend, je +houdt nou ook nooit es van een grapje!" + +'t Is wel hard, als je voor vervelend wordt gescholden, terwijl je 't +goed bedoelt; maar ik zei geen woord meer, zoodat Lena al spoedig +haar zinnen op wat anders zette. 't Duurde niet lang of de +poppenkamer was veranderd in een kasteel, door soldaten belegerd; de +poppen werden verondersteld, te worden gevangen genomen en vermoord, +waarbij Clara en Lena een afgrijselijk geschreeuw aanhieven. + +Inmiddels vertelde Betty mij, hoe het voortdurend liggen op de sofa +haar vermoeide, en hoe zij ernaar verlangde, er af te mogen en de +kamer rond te huppelen. Vervolgens toonde ze me haar boeken en +speelden we een leuk spelletje, totdat de thee kwam. Wij waren toen +al de beste vrinden; Clara zei, dat er in geen mijlen zulke meisjes +als wij te vinden waren. Wij vroegen haar de namen van al de dominees +in de buurt, en van al de baronnen, en het bleek, dat zij ze allen +bij name kende. + +Na de thee, toen Miss Tudor de kamer verlaten had, zei Betty tegen +me: "Ik ben toch zoo blij, dat jelui niet zoo braaf bent. Ik dacht +altijd, dat kinderen van een dominee zoo heel braaf waren. En als +jelui dat waart, zou ik niet van je gehouden hebben." + +Ik voelde me wat vernederd en zei langzaam: "Zoo. Ja, heel goed ben +ik niet, maar ik tracht het toch te worden." Zij keek mij aan. "Maar +het is toch veel grappiger om ondeugend te zijn." + +"Dat weet ik niet," antwoordde ik. "Zoolang je 't bent, lijkt het +heel dapper, maar daarna is het dat lang niet." + +"Ik wou, dat er geen "daarna" bestond," zei Betty ongeduldig. "Dat ik +hier op die vreeselijke sofa lig, is ook een "daarna". Je weet, ik +heb mijn voet verstuikt, toen ik als een jongen in een boom wou +klimmen. Miss Tudor riep me, om er uit te komen, maar ik lachte haar +uit, klom hooger en -- viel." + +"Verschrikkelijk," zei ik, en voegde er aan toe, terwijl ik mijn +wangen voelde gloeien: "Dat is nu precies hetzelfde, wat ik zou +gedaan hebben. Het is dan zoo akelig gemakkelijk, zoet te wezen." + +"Ik houd ervan, flink ondeugend te wezen," sprak Betty met trots. + +"Ik wou, dat je vader kende," zei ik. "Hij gunt ons zooveel mogelijk +pleizier. Vaak zegt hij tegen tante Caroline: Een losse teugel, +tante, voor mijn jonge wildebrassen, en zoo weinig mogelijk bevelen +en regelen als 't maar kan. Dat zal ongehoorzaamheid voorkomen." + +"Wat een lieve vader!" riep Betty. + +En ik ging voort: "Hij zegt, dat als wij Gods geboden gehoorzamen, +wij ook de zijne zullen opvolgen. Toen ik nog een klein meisje was, +las ik vaak de Tien Geboden over, en ik dacht, dat ik er nooit één +van overtrad. Maar nu weet ik beter. Verleden Zondag noemde vader ons +drie geboden: Kom, ga, doe." + +Betty luisterde met aandacht. "Toe, ga voort. Je bent een +heerlijkerd; 't eene oogenblik brul je van 't lachen en 't andere hou +je een preek." + +Ik vertelde haar nu, zooveel als ik nog wist van vaders preek. "Zoo +doet een trouwe knecht. In onze kerk ligt een ridder begraven, die +altoos trouw en altoos bereid was. Vader zegt, dat hij dat ook wil +wezen, en natuurlijk is hij het ook, en als ik er maar veel om denk, +tracht ik het ook te wezen." + +"Vergeet je het dan zoo gauw?" + +"Bijna altoos," antwoordde ik zuchtend. + +In dit gesprek werden we gestoord door Lena en Clara. Ze wilden zich +verkleeden. Wij gingen dus naar Clara's slaapkamer en trokken +allerlei malle kleeren aan. Daarna keerden we terug naar Betty. Clara +stelde een oude bedelares voor; Lena moest een Indiaan verbeelden, +terwijl ik een deftige Amerikaansche dame voorstelde. + + +[Illustratie] + + +Allemaal deden we verhalen aan Betty, en zeiden, uit Engeland te zijn +gekomen, omdat we gehoord hadden, dat ze zoo rijk en goed was. +Vervolgens kondigde Lena een Indiaanschen dans aan; zij klauterde op +de tafel, en tolde als een dolle rond, zoodat Betty tranen van 't +lachen kreeg. + +Toen deze voorstelling was beëindigd, werd ons meegedeeld, dat Emma +gekomen was, om met ons weer naar huis te gaan. Wij namen afscheid +van elkaar; Clara en Betty vroegen ons, toch vooral weer te komen. +Wij vonden het heerlijk, en Lena zei, toen we thuis kwamen: "Nu zie +je es, hoe goed het was, dat ik er met den pony vandoor ging, want nu +hebben we beste vriendjes in Clara en Betty." Toen wij thuis kwamen, +vonden wij de jongens druk bezig met het tellen van hun geld. Daan +had 65 cent gemaakt voor gevangen visch, die hij bij drie +verschillende boeren had verkocht, en Alex had f1.80 verdiend bij +Cummins; deze had hem 30 cent per dag gegeven voor zijn hulp bij 't +hooien. Met de noodige plechtigheid verklaarde Alex: "'t Is verdiend +in het zweet des aanschijns; maar het is ook alles, wat ik kan +verdienen, want er wordt nergens meer gehooid nu. En de volgende week +moeten we ook weer naar school." + +Oversecuur telden we allen ons geld nog eens na; 't was nog lang niet +genoeg, om er een ezel voor te koopen, maar wij hadden alle hoop, er +nog heel wat bij te verdienen. Lena kon doorgaan met het maken van +borstplaat, en ik met het plukken van bloemen, en het zenden van +groenten naar de markt. Daan kon voortgaan met zijn visscherij. +Alleen voor Alex moest fluks een ander plan bedacht worden. + +"Niet noodig!" zei hij. "Ik heb harder gewerkt dan jelui allemaal +samen. Ik heb mijn aandeel geleverd." + +"Eén gulden en tachtig cents is niet veel," merkte ik op. Alex begon +korzelig te worden en zei: "'t Zit 'm niet in de hoeveelheid, 't zit +'m in de waarde. Deze 36 stuivers vertegenwoordigen een zeer zwaren +arbeid. Wat zou je meer op prijs stellen als verjaarsgeschenk: een +boek, dat je zoo maar koopt en weer weggeeft, of een boek, waarvoor +een jaar lang gespaard is, en de krachten van wie het kocht, bijna +heeft uitgeput?" + +Ik was onder den indruk van deze redevoering, maar Daan heelemaal +niet. "Je bent een lui stuk mensch," zei hij; "ik weet heel goed, dat +je den halven dag in 't land lag, en frissche dranken kreeg." + +Maar Alex meende een week rust noodig te hebben; daarna zou hij een +nieuw plan aanvatten. "Mijn lichaam is zoo vermoeid, dat ik niet +denken kan; maar ik beloof je, dat mijn nieuwe plan niet minder +aardig zal wezen dan dat van jelui." + +De Zaterdag met z'n zangoefening in de kerk kwam weer aan. Juist was +ik aan 't zingen, toen ik ineens dacht aan vaders preek: Semper +fidelis, semper paratus. Ik dacht erover, wat vader nu wel van mij +zou wenschen. Maar ik had den moed niet, om het te doen; Daan zou mij +uitlachen m'n leven lang. Maar toen ik naar bed ging, bad ik tot God, +of Hij mij zóó moedig wilde maken, dat ik het doen durfde. + +Zondagmorgen vond ons allen aan 't ontbijt. Tante Caroline staat +gewoonlijk al vóór ons van tafel op, omdat ze naar de Zondagsschool +moet. Ook nu zou ze juist weer heengaan, toen Daan eensklaps +opsprong, met rood gezicht haastig z'n kopje thee leegslurpte, en +zei: "Tante, ik ga met u mee naar de school. Ik zal de klasse der +kleintjes nemen." Tante nam het heel kalm op, maar voor onze ooren +was het, of het onweerde. + +"Ik heb al zoo vaak er op aangedrongen, dat een van jelui me helpen +zou," zei tante. "De arme kleintjes begrijpen mijn onderwijs aan de +ouderen nog niet." + +Daan ging de kamer uit. Alex sloeg z'n oogen ten hemel, hief z'n +handen op en riep: "De hemel komt naar beneden!" Lena begon te +giegelen. "Stel je voor: Daan de kleintjes aan 't onderwijzen! Hij +weet ze niets anders te zeggen dan "goede vormen"." + +Ik gevoelde mij als aan den grond genageld. Als ik dà t geweten had! +Dat was nu de jongen, van wien ik vreesde, dat hij mij uit zou +lachen, als ik deed, wat hij nu doet! Ik liep den tuin in, en +schreide eens goed uit. En o, hoe bewonderde ik Daan nu! Altijd doet +hij de dingen zoo onverwacht. Nooit praat hij er over, en je zou +denken, 't kan hem niet schelen ook, maar plotseling komt ie uit z'n +rust, gaat heen, en doet het. Ik zou zoo graag als hij wezen. + +"Wat zal ik een pret hebben over die zuigelinglessen," zei Alex, toen +we samen naar de kerk gingen. "Neen, dat mag je niet," zei ik, "want +het is heel goed, wat Daan gaat doen. Verleden Zondag heeft vader er +nog over gepreekt. Ik had het ook willen doen, maar ik was bang, dat +jelui me zouden uitlachen. En nu is Daan me vóór geweest. Heusch +Alex, onder het ontbijt dacht ik elk oogenblik het te zullen zeggen, +maar zie, ik kwam net te laat." + +Alex keek me een beetje scheef aan, maar zei niets; en toen we Daan +bij het middageten weer zagen, zei geen van ons wat tegen hem; wij +deden, alsof er niets gebeurd was. Ik bewonder Daan, als hij zoo +doet, want hij zegt nooit, dat hij iets goed doet. En om elkaar te +zeggen, dat je iets goed doet, vind ik verkeerd, lijkt me zoo +verwaand. + +En nu moet ik vertellen van Maandagmorgen, en van de groote +verrassing, welke ons toen te beurt viel. Puf had al telkens gezegd, +dat hij iederen dag een brief van God verwachtte, met het geld voor +een ezel erbij. Elken morgen klampte hij den brievenbesteller aan. 't +Zal den man wel raar in de ooren geklonken hebben, toen Puf hem +vroeg: "Weet u wel zeker, dat er geen brief voor mij bij is, want ik +verwacht er een van God; het moet een heele zware brief wezen." + +[Illustratie] + +Dezen Maandag bracht hij de brieven weer binnen, en toen vader ze +nakeek, zei deze plotseling: "Is hier een mijnheer George +Marjoribanks in de kamer?" "Dat ben ik!" riep Puf, en danste in de +grootste opwinding om de tafel. "Laat mij hem zelf openmaken!" Hij +kreeg den brief in z'n handjes. "Maak 'm nu maar open," zei vader, +ook wel 'n beetje nieuwsgierig. Puf maakte hem open: er zaten drie +postbewijzen in, en een velletje papier, waarop geschreven stond: + + "Van grootmoeder. Voor een ezeltje." + +En elk van de postbewijzen was f12.-- groot. + +Wij konden onze oogen niet gelooven. Grootmoe geeft ons zelden geld +-- alleen op verjaardagen. Ik vermoedde natuurlijk al dadelijk, dat +tante Caroline haar verteld zal hebben, hoe vurig Puf er om bad. Pufs +gezicht was een portret waard, toen hem werd uitgelegd, hoe de zaken +nu stonden. Zijn oogen straalden van blijdschap; hij zette een borst +op en zei: "Natuurlijk. Ik begrijp heel goed, wat er gebeurd is. +Vader zegt, dat God geld aan sommige menschen geeft, om er goed voor +te zorgen. Hij heeft het Zelf te druk gehad, om het te zenden, en +daarom droeg Hij oma op om het te doen." + +"Ik geloof, dat je de waarheid zegt, Puf," sprak vader, terwijl hij +hem kuste op z'n heerlijken kroeskop. Puf keek met verrukte blikken +om zich heen. "Mijn plan is het beste geweest van ons allen," juichte +hij. + +Wij waren te verrast, om te spreken. Vader sprak zachtjes: "Want +derzulken is het Koninkrijk Gods." + +Toen, na nog even stilte, barstten we allen uit in een blij gejuich. +Het ezeltje was zoo goed als gekocht, en we konden zelfs nog wel geld +over houden. Daan zei al dadelijk, dat dat dan wel kon dienen voor +een zadel, maar vader zei, dat we voor die 36 gulden en wat we al +reeds hadden; allicht wel een ezeltje en een tweede-hands wagentje +konden koopen. Maar vader schat de dingen altijd goedkooper dan ze +zijn. + +------ + + + + +HOOFDSTUK VII. + + +En nu: waar kunnen we een ezel koopen? + +Ziedaar de groote vraag, welke ons allen bezig hield, toen we op een +pufwarmen middag ons hadden neergevleid onder de boomen langs het +grasveld. Behalve Puf, die nog niet tot bedaren gekomen was en +telkens opsprong om vlinders na te jagen. + +Alex opende de debatten, kriebelde Lena met een grassprietje in haar +oor en zei: "Je ziet nog wel es veel ezels zoo grazen, maar ik heb er +tot nu toe nog niet zoo bijzonder op gelet." + +"Laten we naar juffrouw Ribbon gaan, en haar vertellen, wat we noodig +hebben," stelde ik voor, en begon alvast te zingen: + + + Wie hier eens komt, die komt terug, + Die wordt geholpen, goed en vlug. + + +"Zij zal er een uit haar dierenverzameling halen," zei Daan, "en dan +zal 't niet veel moois wezen, dat verzeker ik je. Neen, de eenige +lui, die werkelijk goede ezels hebben, dat zijn de zigeuners, en die +moeten we vóór alles zien te vinden." + +"Hoera!" riep Alex uit, "we gaan een zigeunerkamp bezoeken." En Lena +voegde erbij: "Juffrouw Ribbon zal ons wel zeggen, waar er een is." + +"Wacht es even," zei Daan, "we kunnen het best zelf uitvinden, waar +ze zitten, evengoed als de politie. Laat mij maar begaan." + +"Nou ja, maar we kunnen toch evengoed eerst es bij juffrouw Ribbon +gaan hooren," meende ik. + +Aldus werd besloten; we sprongen allen overeind en draafden naar het +"dorpsmagazijn". Er stonden juist twee vrouwen af te rekenen, maar +toen ze ons zagen, gingen ze heen, en spoedig had ons clubje den +ganschen winkel gevuld, natuurlijk Puf vooraan. O, wat was het er +snikheet! De vliegen zaten overal op, en juffrouw Ribbon zag er uit, +alsof ze zoo van een wilde vliegenjacht kwam, natuurlijk kwamen de +vliegen nu ook nog op haar gezicht af, alsof het met stroop besmeerd +was. Met haar zakdoek trachtte ze de lastige dieren op 'n afstand te +houden. Niettemin glimlachte ze, zooals altijd en onder alle +omstandigheden. + +Daan nam eerst het woord en zei alsof het een bestelling gold: "Wij +wilden een zigeunerkamp hebben." Juffrouw Ribbon keek hem versteld +aan, maar glimlachte alweer spoedig; zij houdt van een grap, en +daarom wij ook van haar. + +"Hoeveel geld heb je daarvoor beschikbaar? Ze zijn duur, jongeheer +Daan!" + +"O, dat komt later wel terecht, als u er ons maar aan een helpt," zei +Daan. + +"Een zigeunerkamp is een flinke bestelling," zei juffrouw Ribbon +nadenkend. "Maar je moet me eens wat nader zeggen, wat je bedoelt. +Hoeveel zigeuners moet je hebben? Of is de bedoeling een kamp +alleen?" + +Wij zagen, hoe ze lachte. Maar Alex zei nog eens uitdrukkelijk: "Dat +zou nu de eerste keer worden, dat we hier tevergeefs kwamen. Neen, +juffrouw, we moeten een compleet kamp hebben, met levende zigeuners +erin." + +"Maar groote goedheid, kinderen, ik verkoop alleen dingen, die de +menschen kunnen koopen. Levende zigeuners zijn niet te koop in dit +Christelijk land." + +Wij begonnen terrein te verliezen, juffrouw Ribbon is ons te knap af. +Toen zei Daan met potsierlijke verontwaardiging: "Wij zullen het +onthouden, juffrouw. Wat wij wilden koopen was de inlichting over een +zigeunerkamp. Maar we zullen u verder niet lastig vallen." + +Allen verlieten we den winkel, 't hoofd in den nek als vertoornde +klanten. + +"'t Zal haar wà t spijten, dat ze ons niet heeft geholpen," zei Daan. +We gingen dadelijk weer naar huis. Daar schreef Daan, op een groot +vel van vaders preekenpapier, zoo mooi als hij kon: + + + "Onmiddellijk inlichtingen gevraagd + naar het naastbijgelegen zigeunerkamp. + Gedurende één week in te zenden + aan de pastorie. + Daniël Marjoribanks." + + +[Illustratie] + + +Toen was de vraag: Waar zullen we dien brief brengen? We waren 't er +allemaal over eens: niet bij juffrouw Ribbon. Daan had een mooi idee. +Bij den kruisweg, juist aan 't begin van ons dorp, staat een groote +mijlpaal. Wij namen een beetje lijm mee en gingen er heen. Onderweg +zei ik tegen Daan: "Je zult er nog een belooning voor moeten geven." +Daar had hij niet aan gedacht, maar vlug krabbelde hij nog op den +brief: "De aanbrenger zal goed beloond worden." Zoo hoog als wij +erbij konden, werd het papier tegen den paal geplakt, en daarna +keerden we weer naar huis terug. Na de thee ging Daan nog twee keer +kijken, of de lijm wel goed hield. Den tweeden keer zag hij, dat er +twee mannen en een jongen bij stonden te lezen. "Ik hield me weg," +vertelde hij; "ik kroop achter een heg. Zij schenen er veel belang in +te stellen." + +"Ik geloof, dat we beter gedaan hadden, met naar een ezel te vragen," +merkte ik op. Maar de jongens moesten daar niets van hebben. "Dat +zigeunerkamp is juist de grap!" schreeuwde Daan. "Misschien zijn er +in Lincolnshire niet eens zigeunerkampen," zei Lena. + +Dat hadden we nog niet overdacht. En dus gingen we op nader onderzoek +uit. Vader werd aangeklampt om ons daar wat meer van te vertellen. +Hij vertelde ons, dat hij eens zoo'n kamp had bezocht, toen daar een +man ziek was geworden. Wij vertelden vader echter niet, waarom wij +onze vraag deden, maar Puf wilde weten, of ze ook jongens en meisjes +stalen. + +Den dag daarna kwam er een jongen aan de achterdeur en vroeg Daan te +spreken. Gelukkig was hij thuis, want den volgenden dag begonnen de +lessen weer. Zeer gejaagd kwam Daan aanloopen. De jongen vertelde: +"Ik heb dien brief gelezen. Boer Brown, aan den weg naar Lemworth, +laat altijd zigeunertroepen op een stuk land bij z'n boerderij +uitrusten. In deze maand komen ze gewoonlijk, omdat ze dan naar de +Lemworthsche kermis gaan, en die is vandaag over een week." + +"Sjonge, dat treffen we!" riep Alex. "Hoeveel heb je hem gegeven?" + +"Dertig centen. Dat vond ie heel best. Ik zal het natuurlijk uit onze +ezelkas betalen." + +"Ik wou, dat we nu morgen dien ezel maar kochten, dat lange wachten +is nergens goed voor," vond ik. + +Maar de jongens vonden, dat het wel een week uitstel waard was, om +een echten ezel te kiezen uit een echt zigeunerkamp. En toen begonnen +de lessen; alle dagen waren de jongens weg. Lena en ik kregen 's +morgens les van tante Caroline, en Puf verbeeldde zich dat ook maar. +De middagen hadden we voor onszelf, maar dan was er altijd wel wat +naar een zieke te brengen, of andere boodschappen. + +Op zekeren dag hoorde vader mij brommen, omdat ik zoo graag een nieuw +leesboek uit de school-bibliotheek wou lezen, en tante me toen een +boodschap wilde laten doen, terwijl ik pas voor haar was weggeweest. +Vader schudde zijn hoofd, en zei: "Semper paratus! Grietje, zoo wordt +je niet een goede dienstmaagd." + +"Maar ik ben de meid van tante Caroline niet," flapte ik eruit. + +"Ik dacht, dat je een van Christus' dienstmaagden waart," sprak vader +ernstig. "Jou kleine dagelijksche werkzaamheden zijn de plichten, die +Hij je oplegt, Je kunt niet Zijn dienst scheiden van den dienst hier +in huis, het zijn dezelfde plichten. Denk je wel altijd aan Zijn +bevelen, kind?" + +"Ik vergeet het zoo vaak," zuchtte ik. + +"Een ontrouwe dienstmaagd is zulk een teleurstelling voor Jezus," +sprak vader zacht. + +Toen begon ik te schreien. Ik kon er niets aan doen. + +"Ik geloof niet vader, dat ik ooit een trouwe, gewillige dienstmaagd +zal worden." + +"Waarom niet? Deze boodschap van je tante was een oproep tot _gaan_, +nietwaar?" + +"Ik denk van wel," fluisterde ik. + +"Geloof je zelf, dat je in Christus' dienst bent?" vroeg hij me. + +"Ik hoop van wel, vader. Ik wil Hem dienen, omdat Hij voor mij +gestorven is, en ik heb Hem lief, maar niet zóó, als het moest +wezen. Ik denk, dat het _komen_, waarover u preekte, heel wat +gemakkelijker is, dan het _gaan_. En wat het _doen_ betreft, ik heb +er niet eens over gedacht. En, vader, het spijt me toch zoo, dat ik +die Zondagsschoolklas niet heb genomen; Daan was me net voor." + +"Elken dag, Grietje, moet je zoowel komen als doen. Het eerste wat +een knecht des morgens doet, is zijn heer om orders vragen. Heb je +van morgen den Heer om Zijn bevelen gevraagd?" + +"Neen vader," zei ik, "ik heb mijn gebed vanmorgen afgeraffeld, omdat +ik te laat op was." + +"O, maar dà t is de oorzaak van je ontrouw. Ik ben in mijns Meesters +dienst al heel wat jaren meer, dan gij Grietje. Als ik beproef Zijn +bevelen uit te voeren, zonder Hem steeds te bidden, dan geraak ik +dadelijk in moeite. Den ganschen dag, en elken dag is het "komen" en +"gaan"." + +Vader ging heen, ik bleef in nadenken verzonken staan, en beloofde +mijzelf in stilte, dat ik trachten zou, nooit meer te mopperen, al +werden mij honderd boodschappen per dag opgedragen. + +Ons plan, om op de kermis van Lemworth te gaan kijken naar een +ezeltje, vond vader niet goed. De jongens vroegen hem toen, of we +Zaterdag een langen dagmarsch mochten gaan maken; we zouden dan ons +twaalf-uurtje meenemen, en zien, of er ook zigeuners te vinden waren, +die een ezel voor ons te koop hadden. + +Vader vond dit goed, maar zei erbij, dat we slechts inlichtingen +mochten vragen; het koopen van een ezel moesten we aan hem overlaten. + +Wat duurde het lang, voor 't Zaterdag was! Eindelijk was de +langverwachte dag er, en dadelijk na 't ontbijt gingen we op weg. Puf +ging te keer als een wanhopige, omdat hij niet mee mocht, en tante +Caroline trachtte hem met allerlei schoone beloften tot bedaren te +brengen. + + +[Illustratie] + + +Wij begonnen met twee mijlen te marcheeren langs den kalen, stoffigen +weg; daarna klommen we over een schutting en gingen dwars over de +landerijen. Drukke gesprekken en allerlei verhalen maakten de +wandeling kort. Daan vertelde van een jongen op zijn school, met wien +hij altoos aan 't vechten is. Hij komt uit Londen, heeft een +verbeelding, alsof z'n vader hertog is, en ziet met minachting neer +op "dat gewone volk", zooals hij het noemt. + +"Ik vind het niet erg "in den vorm" voor zoo'n heertje om te +vechten", merkte ik op. Ik houd er van, om Daan met z'n eigen woorden +te bekampen. + +"Ik heb 'm als een worst in mekaar gedraaid," zei Daan. "Ik had er +zin in, met mijn vuisten er nog eens goed op te beuken. Maar ik laat +hem nog liever heelemaal links liggen, omdat hij gewone menschen +minacht." + +Lena vroeg: "Zouden we de zigeuners wel thuis vinden? Ze zullen +allicht naar de kermis te Lemworth zijn." Daar hadden we zoowaar nog +niet aan gedacht. We hielden even stil, om de zaak te overdenken; +inmiddels werd de lunch in 't gras gebruikt. + +"Alle ezels zullen toch niet naar de kermis zijn," zei ik. "Hebben +zigeuners wel altijd ezels?" vroeg Lena. "Och, hou toch op en doe +niet van die malle vragen," zei Daan verstoord. + +Na nog een heelen tijd te hebben geloopen, kwamen we bij de boerderij +van Brown, en daar vonden we tot onze blijdschap een kamp, een vuile +tent, en een troep kinderen, die er bij speelden. Een zwart-uitziende +vrouw was bezig met kleeren wasschen in een groote braadpan. Maar +ezels waren er niet te zien; slechts een oud wit paard liep er te +grazen. + +"Ik vrees, dat ze naar de kermis zijn," fluisterde Alex. "Toe Daan, +ga es heen en groet die vrouw es." + +Daan kan dat altijd heel netjes; de lui op 't dorp mogen hem graag, +omdat hij zoo netjes z'n pet kan afnemen. Hij ging recht op de vrouw +af, en groette met z'n stroohoed. + +"Morgen juffrouw, mogen wij het genoegen hebben, enkele minuten met u +te spreken?" Zij trok haar handen uit de braadpan en staarde ons aan, +of we wilde dieren waren. Daan ging voort: "Ik weet niet wie +de .... baas van dit kamp is, maar ik zou hem graag over zaken +spreken." + +"Houdt je me voor den mal?" vroeg de vrouw ruw. + +"We meenen het allemaal ernstig," zei Daan. "U moet weten, wij willen +een ezel koopen, en wij meenden, dat u er wel een te koop zoudt +hebben." + +De vrouw lachte, en riep daarna: "Jim! Kom es hier en vertel dien +jongens es, dat ze aan 't verkeerde adres zijn voor ezels." + +Een man, een echte zigeuner, kwam langzaam aanslenteren. Hij droeg +groote blinkende knoopen aan jas en vest en broek, had een grooten +geelrooden zakdoek om z'n hals en een zwaren ring aan een der +vingers. + + +[Illustratie] + + +"Wij doen niet in ezels!" zei hij, terwijl hij aan een groote pijp +trok en ons met loerende oogen bekeek. "Hoeveel heb je er voor over?" + +"Dat zal vader wel behandelen," zei Daan met beslistheid. "We moeten +een goeden, vluggen ezel hebben, een die loopt als de wind, en wij +wenschen hem Maandagavond na zes uur aan de pastorie te Warlington te +hebben, om 'm te bezien. Kan ik daarop rekenen?" + +Daan doet altijd zaken, als was hij een koopman van zessen klaar. +Maar wij waren toch allen teleurgesteld, dat wij nu niet één +ezeltje te zien kregen. Intusschen sloop Lena wat verder het kamp in, +kwam weer terug en vroeg aan de zwarte vrouw: "Laat mij eens uw +woning van binnen zien; ik zou ook wel in zoo'n kamp willen wonen." + +De vrouw vond het goed en ging ons voor; Alex ging mee, en Daan bleef +met den man praten. De wagen zag er van binnen wat aardig uit. Aan +den wand hingen schilderijtjes, platen en helder geschuurde pannen; +maar lekker rook het er niet. Lena vond het er verrukkelijk en zei: +"Zeg u es -- we zullen 't aan niemand verklappen -- maar is het waar, +dat jelui kleine kinderen stelen, of staat dat alleen in de boeken?" + +De vrouw moest hardop lachen. "Wou je een tijdje met ons mee op reis, +juffie?" + +"O, dolgraag, maar slechts voor een paar weken, in de vacantie. Ik +geloof, dat het heerlijk is, gestolen te zijn!" De vrouw schudde haar +hoofd. "Kinderen geven meer kwelling, dan ze waard zijn; die wij +hebben, zijn al meer dan genoeg," zei ze. + +Lena was geheel uit 't veld geslagen. Alex vroeg haar, of ze wel +waarzeggen kon. Ze schudde van neen. Maar -- zeiden we haar -- dan +kun je ook geen echt zigeunerkind wezen. + +Toen we den wagen weer verlaten hadden, riep Daan ons. "De zaak is al +in orde," zei hij; "wij zullen eenige ezels thuis krijgen, om uit te +kiezen. Overmorgen komen ze; zoolang zullen we moeten wachten." + +Alex vroeg hem toen, of hij den zigeuner wilde vragen, dat die ons +zou verzoeken om op een avond een echt zigeunermaal te komen +bijwonen. + +Daan vroeg het en antwoordde ons, dat we er zelfs aan mochten +deelnemen, voor twintig cent de man. De man verzocht ons te komen den +eerstvolgenden Dinsdag, 's avonds om 9 uur. Toen zeiden we hem goeden +dag, en vertrokken. + +Ik weet niet, hoe dat kwam, maar we waren allemaal een beetje +teleurgesteld. Wij hadden verwacht een prachtigen ezel te zullen +zien, en met een mooi-gezadeld exemplaar thuis te zullen komen; wij +hadden gedacht, een groot, dichtbevolkt zigeunerkamp te zullen +aantreffen, met een waarzegster er bij, met mannen er bij, die ringen +in hun ooren droegen, die dansten en feest vierden, en een of ander +gestolen kind, dat achter een boom stond te huilen. Maar van dat +alles niets; niet één ezel, één kermiswagen maar, geen gestolen +kind, één man maar en ééne vrouw. + +Intusschen vertelde Daan ons, dat de man iemand wist, die ezels +verkocht, en dat die persoon op de kermis was. Maar hij zou hem wel +vertellen, wat wij wenschten, en dan zou die koopman ze wel brengen. +"Ik heb hem den tijd gegeven tot Maandagavond," zei hij deftig, "en +ik heb er nog een mooi plan bij bedacht. Wij zullen op den mijlpaal +aan den kruisweg een nieuw briefje plakken, waarop te lezen staat, +dat iedereen die een ezel te koop heeft, er dienzelfden avond mee aan +de pastorie moet komen." "Dat wordt een ezelen-revue!" juichte Alex, +en sprong in 't rond. + +Met groot verlangen zagen we Maandagavond tegemoet. Wij houden er erg +van, iets lang vooraf te weten, dan heb je altijd schik vooruit en je +wordt niet zwartgallig. Betty en Clara zeggen, dat ze haast altoos +somber gestemd zijn, daarom heb ik ze gezegd, dat ze vooral veel +plannetjes moeten maken. + +In een tevreden stemming naderden we ons dorp weer. Bij het spreken +over de avondpartij in 't zigeunerkamp, liet ik Daan merken, dat ik +vreesde, dat vader ons geen toestemming zou geven, om er heen te +gaan. "Nu ja," zei hij, "jelui -- Lena en jij -- doen ook beter met +niet te gaan. Alex en ik wel, omdat vader het ook wel eens gedaan +heeft; vader zei, dat sommigen van die zigeuners heel nette menschen +zijn." + +"Maar wij zouden toch graag meegaan," zei ik wat ontevreden. "Alles +wat lekker is, is nog niet verkeerd!" + +"Wees toch zoo'n kwast niet," zei Alex. En Lena voegde er nijdig aan +toe: "Ik ga toch, 't kan me niet schelen, wat ouwe Griet doet; als ik +er voor gestraft word, heb ik het toch al gehad!" + +------ + + + + +HOOFDSTUK VIII. + + +Puf was danig verstoord, toen we zonder ezeltje thuis kwamen. +Dadelijk na de thee ging Daan het nieuwe briefje aan den mijlpaal +hechten. Allen gingen we mee en hielpen hem. Hij schreef er op: + +"Gevraagd een eerste-klas ezel. Op bezien te zenden Maandagavond 6 +uur aan de pastorie." Erboven schreef hij nog: "Belangrijk en +spoed-eischend." + +Toen dat afgeloopen was, gingen we weer naar huis, en hielp ik tante +Caroline met opruimen, want het was Zaterdagavond. De zangoefening +had ze ons ditmaal geschonken, omdat we uit waren geweest; doch voor +we naar bed gingen, nam ze ons mee naar de piano in de zitkamer, en +zongen wij de gezangen nog eens, die we voor Zondag moesten kennen. +Daarna zei tante Caroline tot Daan: "Kom je morgen naar de +Zondagsschool?" Daan antwoordde erg ruw: "Ja, ik denk 't wel." + +Toen zei ik: "Tante, ik wou wel een klas nemen, als u nog een andere +had." + +"Ik denk, Grietje, dat er daarvoor niet genoeg kinderen zijn. Lang +geleden heb ik het je al gevraagd." + +"Wat leer je hun toch, Daan?" vroeg Lena. Maar Daan ging de kamer +fluitende uit, en zei geen woord. Ik was er ook zeer benieuwd naar, +wat hij ze leerde, maar toen ik het tante vroeg, zei ze: "'t Is +jammer, dat jongens altijd denken, dat ze hun gevoelens onder zich +moeten houden. Hij weet uitnemend de orde te bewaren, leert ze hun +tekst en versje, en vertelt hun heel aardig een Bijbelsch verhaal." +Ik zuchtte, want ik wou zoo graag hetzelfde werk doen. + +Maandagmiddag kwam Lena naar me toe rennen: "O Griet! ik ben bij +juffrouw Ribbon geweest, en zij zegt, dat ze een prachtigen ezel +weet, en dat had ze ons allang kunnen zeggen, als we 't haar maar +verteld hadden, en we niet naar die zigeuners waren gegaan. Zij zegt, +dat ie aan een boer behoort, en dat die 'm verkoopen wil. + +"Wel," zei ik, "zeg haar, dat ze hem bericht den ezel vanavond +opzicht te zenden." + +"Dat heb ik haar gezegd, maar zij zei dat ze niemand had om hem die +boodschap te brengen." + +"Waar woont hij?" + +"Dat weet ik niet." + +Ik ging dadelijk naar juffrouw Ribbon, en kwam te weten, waar de boer +woonde. Het was wel een heel eind, maar ik dacht, als tante Caroline +me maar even vrij liet, kon ik wel even heengaan. Tante zou juist met +vader uitgaan. Ze gingen naar een vergadering in Lemworth, en vader +zou er spreken. Zij vonden goed, dat ik ging, en zeiden meteen, dat +we met de thee niet op ze behoefden te wachten. Ik vroeg angstig: +"Maar u zult toch tijdig genoeg terug zijn, vader, om ons ezeltje uit +te kiezen?" Hij glimlachte: "Ik vrees, dat we zullen moeten +adverteeren, kind; ik twijfel er aan of je hier wel ezels heen zult +krijgen." + +"Wij verwachten wagenladingen vol!" riep ik uit, en rende heen. + +Lena wou meegaan, en samen staken we dus de velden dwarsover. 't +Rennen hield spoedig op, want het was o zoo warm; wij plukten bladen +van zuring en varenkruid om ons te verkoelen. Eindelijk waren we aan +de boerderij. Een prachtige tuin lag vóór de groote boerderij; in +dien tuin lag een heer in een rieten stoel, en daarbij zat een dame. +Ik vreesde, dat we verkeerd waren, maar we moesten den tuin door, om +bij de voordeur te komen. Ik vroeg hun, of daar Mr. Donnyball woonde. +De dame glimlachte: "Ja zeker, ga maar naar het huis, daar zul je +zijn vrouw wel vinden. Wij zijn maar logé's." + +Ik liep door, maar Lena bleef achter, zij mag graag met vreemde +menschen praten; ik niet. Ik belde en een boerenmeid kwam voor; zij +riep dadelijk de boerin, die heel blij was, toen ze hoorde wie ik +was. Ik herkende haar dadelijk; zij en haar man komen elken +Zondagmorgen bij ons in de kerk en zitten in de middelste banken. + +Zij zei: "Kom binnen, lieve. Jan en ik zeggen altijd tegen mekaar, +jelui zitten als engelen in het koor, en het is een genot, jelui te +hooren zingen, en jelui goeje lieve vader preekt als een apostel. +Kom, ga binnen, dan zal ik je een stuk van mijn eigengebakken koek +geven, en een glas melk. En wat is nu de boodschap, kind?" + +Zij sprak zóó snel, dat ik er geen woord tusschen had kunnen +krijgen. Toen ik haar het doel van mijn komst verteld had, zei ze: + +"Ja, jelui hebt een ezel noodig, hé? Kijk es wij hebben logé's, +kapitein en mevrouw Rogers. Zij komen uit Londen; zij hebben familie +te Lincoln. Hij is sedert den oorlog kreupel, en wij dachten, dat +onze Nell hem heel zacht in een rieten wagentje zou kunnen trekken, +maar hij ziet het ding niet, of maakt rechtsomkeert, en is niet tot +kalmte te krijgen. Wij hebben er toen over gedacht, een pony te +nemen. Mijn mans broer heeft er een; en zoo is het gekomen, dat ik +tegen juffrouw Ribbon zei, dat we Nell niet wilden houden. Mijn +kleine jongen reed er altijd op" -- ze begon eensklaps te schreien; +ik begreep, dat haar kind was overleden en betuigde haar mijn +deelneming daarover. Vervolgens zette ze mij in een heerlijk koele +serre, riep Lena ook, en beiden kregen we toen een glas melk en een +stuk gebak. Ze beloofde, dat de ezel dien avond door een der knechts +zou gebracht worden. Ik was wat in m'n schik; we wilden nog graag den +ezel zien, maar men was met 'm naar den molen om meel te malen. We +namen nu afscheid en bij 't heengaan hielden de heer en mevrouw +Rogers ons nog aan. + + +[Illustratie] + + +Lena had hun natuurlijk alles al verteld; de kapitein vroeg lachend: +"Wat geven jelui voor den ouden knol?" Ik vertelde hem, dat we een +ezelen-revue zouden hebben, en daaruit kiezen zouden. + +"O!" riep hij uit, "daar moet ik bij wezen." Lena klapte in de handen +en liet hem beloven, dat hij komen zou. Maar Mevrouw Rogers was er +niet voor; hij was niet erg sterk, vertelde zij. Toen zei Lena: "Ik +zal u een brief sturen, als u 't goed vindt, en daarin van de revue +vertellen. Tante Caroline laat ons brieven schrijven, om te leeren +stellen." Mevrouw Rogers vond het heel aardig, en wij vertrokken. + +Lena begon te rammelen: "Wat zijn ze lief hé? Ik geloof, dat +kapitein Rogers vergeten heeft te groeien, hij praat net als de +jongens; Mevrouw Rogers keek hem onophoudelijk aan, en zei een keer: +"Charles, breng het kind nu niet in de war." Ik zei, dat ik nooit in +de war kwam. Toen fluisterde hij: "Als je met je hoofd omlaag slaapt, +hou je ook op met groeien." + +"Hij spreekt net als tante Marie," merkte ik op. "Ik hoop, dat hij +bij ons zal komen." + +"Ik zal hem een brief schrijven en vragen, om toch vooral te komen," +zei Lena. + +Toen wij thuis kwamen, was het theetijd, en waren de jongens juist +uit school terug. Zij spotten met ons ezeltje. "Als de ezel van +juffrouw Ribbon komt, zullen we 'm slaan, waar de anderen bij zijn," +dreigden ze. Wij vertelden hun, dat het niet juffrouw Ribbon's, maar +boer Donnyball's ezel was. + +En zoo naderde het met spanning verwachte oogenblik van de +ezelen-revue. + +Toen 't zes uur was, stonden we allen aan 't hek; Puf was op 't +poortje geklommen, om toch vooral de eerste te wezen, die hen zag +komen. Wij wachtten, wachtten tot bijna halfzeven, toen Nell kwam +opdagen. Hij zag er prachtig uit, dik en helder, en met een mooie +grijze kleur; de jongen, die hem bracht, scheen ook zeer met hem +ingenomen. Terwijl we ons om den aankomeling verdrongen, kwamen, in +een stofwolk gehuld, vier leelijke, ruwe beesten aangedraafd, +begeleid door een man en een jongen. En toen begon de revue. + + +[Illustratie] + + +Ik wenschte, dat vader er nu maar was, maar Daan meende zelf de keuze +wel te kunnen maken. Nog waren we bezig, van alle kanten het vijftal +te bekijken, toen een oude vrouw kwam opzetten, ook met een ezel, en +werkelijk een aardig beest. + +Het begon nu vermakelijk te worden; een troep kinderen stond om ons +heen, en nog meerderen kwamen erbij kijken. Wij hadden nu zes ezels, +en nog was vader er niet. + +De vier magere ezels behoorden aan onzen vriend den zigeuner, en de +mooie zwarte behoorde aan een vriendin van juffrouw Tapson. Daan deed +heel gewichtig; hij fluisterde Alex wat in, waarna deze z'n pet in de +lucht wierp en uit alle macht Hoera! riep. Onmiddellijk daarna nam +Daan het woord en schreeuwde: "Kijk hier, we moeten een ezel hebben, +die goed kan loopen, en nu willen we uit deze zes den besten kiezen. +Daarvoor zullen we een wedstrijd houden; wie van de zes het vlugst +een afstand van één mijl loopt, is ons." + +De dorpskinderen juichten bij het hooren van deze afkondiging, en wij +niet minder. De man met de vier magere exemplaren keek niet bijzonder +opgewekt. En hij mopperde: "Ik heb deze puike beestjes 10 mijlen +moeten laten loopen, om ze hier te brengen, en ik heb er niet op +gerekend, dat ze nu ook nog een wedstrijd moeten meemaken. En dat op +zoo'n heeten dag!" + +"Wel," zei Daan, die altijd rake opmerkingen heeft, "we zullen ze een +voorsprong geven. Op den hoogen weg zal de wedloop plaats hebben; tot +den ouden eik, waar de bliksem is ingeslagen, is het een halve mijl, +ik heb het opgemeten. Nu zullen we ze tot daar laten rennen; de start +is bij ons hek." + +Vervolgens vroeg hij aan juffrouw Tapson's vriendin, die Rowe heette, +hoe ver haar ezel had geloopen; 5 mijlen, was het antwoord. Bob +Tapson had ons briefje aan den mijlpaal gelezen, en toen haar +gewaarschuwd. Zij was nu met het ezelkarretje hierheen gekomen. + +Daan begon nu den wedstrijd te regelen. "Wij moeten jockeys hebben," +vond Alex, en voegde er meteen bij: "ik zal den grijzen berijden." +Toen deed Daan ook maar eerst een keus, en bestemde den zwarten voor +zich. Dit was de ezel van juffrouw Rowe. + +Maar de jongen van boer Donnyball zei, dat hij zelf z'n ezel moest +berijden, want hij kende z'n eigenaardigheden. Alex koos zich dus een +van de vier zigeuner-ezels; dan nam de jongen, die erbij was, een +tweeden van 't viertal, de man wilde dan den derden nemen. Maar Daan +vond hem daar te zwaar voor. Lena en ik vroegen hem, ook een ezel te +mogen berijden, maar hij wou 't niet hebben. Hij vond, dat wij +moesten post vatten bij de start. Twee jongens uit 't dorp bestegen +toen de twee andere zigeuner-ezels. Zij moesten alle vier zonder +zadel bereden worden. + +Het begon nu te spannen; iedereen wond zich op, en toen we de ezels +alle op den hoogen weg brachten, en ze daar op een rij plaatsten, +scheen het heele dorp wel uitgeloopen, om er naar te kijken. + +Daan gaf den 10-mijlen-ezels 200 meter voorsprong, dien van juffrouw +Rowe 100 meter, en de grijze, die maar een mijl geloopen had, vertrok +bij ons hek. Het kostte heel wat tijd, voordat alles in orde was. Als +vertreksein vind Daan een pistool heel geschikt, maar we hadden geen +bruikbaar exemplaar meer; dus werd de tafelbel gekozen. Hiermee liep +ik tot midden op den weg, en luidde haar toen uit alle macht. De zes +harddravers zetten zich in beweging, maar ook de gansche troep +kinderen rende er achter aan, schreeuwend en juichend, dat je hooren +en zien verging. Lena en ik hadden graag evenzoo gedaan, maar wij +hadden de wacht bij het eindpunt, en hielden ons dus gereed voor een +nauwkeurige opname van den tijd der terugkomst. + +Een van de bruine ezels wilde niet; hij struikelde over een kuiltje, +en bleef bewegingloos staan. De man, die hem en z'n 3 makkers +gebracht had, begon te vloeken en hem te slaan. Lena en ik werden +beangst, en we vroegen Baldwin, er heen te gaan, en hem te vragen, +maar op te houden. Natuurlijk waren de keukenmeid en Emma en Baldwin +ook komen kijken. + +Het duurde lang, eer ze terugkwamen, maar eindelijk hoorden we +juichkreten en zagen we Daan op den zwarten ezel in draf aanrijden. +Met een galop sprong hij het eindpunt binnen. Van de anderen was nog +niets te zien. Eindelijk verscheen ook Alex; hij was twee keer +afgeworpen; hij zei, dat zijn ezel kuren had, en terwijl hij ons +daarvan vertelde, nam het dier juist weer een sprong, en buitelde +Alex over z'n kop in een bed brandnetels. Ik kon m'n lachen niet +houden, hoewel ik het voor Alex jammer vond. Vervolgens verscheen de +boerenknecht; zijn ezel lag aan den weg, en had hem enkele +oogenblikken geleden afgeworpen. + + +[Illustratie] + + +De andere ezels waren geen van alle goed, zij kwamen niet eens tot +aan den eikeboom, ze stonden koppig op den weg, en wilden niet voort, +waarop Daan den man te kennen gaf, dat we een loopenden, geen +stilstaanden ezel moesten hebben. De man was verre van prettig +gestemd en raasde van belang. Hij wilde voor z'n vergeefsche reis +betaald worden, en ging naar de herberg om vaders thuiskomst af te +wachten. Natuurlijk waren we 't allen eens over den winnaar, en +juffrouw Rowe was wà t in haar schik. Zij prees haar ezel als een +eerste-klas-harddraver en wilde er haar karretje en het tuig bij +verkoopen voor een prijsje. Nu kwam het belangrijkste nog: de +koopsom. Zij zei, dat ze den ezel en het karretje niet meer noodig +had, omdat ze te Lemworth ging wonen, en daarom zou ze 't ons voor +een prijsje laten: voor de gansche verzameling vroeg ze 54 gulden. 't +Scheen goedkoop, maar ... wij hadden het niet! Daan telde onze kas na; +er was slechts 10 gulden en 20 cent in, en daar kwam dan bij +grootmoeders 36 gulden. Terwijl we hierover nog aan 't onderhandelen +waren, kwamen vader en tante Caroline van 't station. + +Hoewel vader zeer vermoeid was, kwam hij ons dadelijk helpen. Hij +deed eenige vragen over den ezel, hoe oud hij was, en hoe lang ze hem +had gehad, en of ie ook rare kuren had, en hoe snel of ie loopen kon; +wij vertelden hem dadelijk van den wedstrijd, en toen wilde vader ook +de andere zien. + +Te midden van deze nieuwe drukte riep tante Caroline Lena en mij naar +binnen, om naar bed te gaan. Toen ze was thuisgekomen, had ze Puf al +naar bed gestuurd. We moesten dus van al dat moois scheiden, doch +waren er zeker van, dat vader Andy, den ezel van juffrouw Rowe, zou +kiezen. + +Zoo gebeurde het ook, en Alex kwam ons nog even vertellen, toen we al +in bed lagen, dat vader ook het karretje gekocht had; wij moesten hem +ons verdiende geld geven, en hij zou de rest er bijvoegen. Juffrouw +Rowe had den ezel met toebehooren voor 48 gulden achtergelaten. + +Lena en ik waren verschrikkelijk verdrietig, dat we den intocht van +ons ezeltje in den stal niet konden bijwonen. Den volgenden morgen +had Baldwin hem al in 't grasveld bij de keuken gelaten. Wij gingen +naar 'm toe en Lena gaf hem een wortel. Hij kwam dadelijk op ons af, +en at 'm op. Maar toen we op z'n rug wilden klimmen, sprong ie weg. + +Na het ontbijt gingen vader en tante hem bekijken. Vader vond, dat de +jongens best zelf het karretje konden opschilderen. + +Na school gingen we allen, verheugd over onzen nieuwen makker, naar +den stal, en beproefden het karretje. Het bleek ons alle vijf best te +kunnen houden. + +Daarna gingen we Andy vangen, zetten Puf op z'n rug, en maakten een +plechtigen rondgang over het grasveld. Vervolgens maakte ieder van +ons een rijtoer, totdat Andy zóó vermoeid was, dat ie op z'n +voorknieën ging liggen, zich tuimelen liet, en in 't gras lag te +rollen. + +Wij gingen in huis, en Alex fluisterde mij in: "We gaan morgenavond +naar 't zigeuner-feestmaal!" + +------ + + + + +HOOFDSTUK IX. + + +Het is zoo angstig, als je met heel je hart het goede wilt doen, en +je ontdekt dan, dat je toch eigenlijk bezig bent om te doen, wat niet +goed is. Alle mooie dingen schijnen dan verkeerd te zijn. Dat +feestmaal bij de zigeuners b.v. leek mij toch wel een der heerlijkste +zaken, waarvan ik ooit gehoord had. Den volgenden dag na theetijd +wandelde ik in den tuin rond en overdacht deze dingen. Ik wist heel +wel, dat ons niet zou worden toegestaan, er heen te gaan, en in elk +geval ons meisjes niet. Maar wij bleven altoos tot beddegaanstijd in +den tuin, en het zou dus niet moeilijk vallen, in 't duister te +ontsnappen. Zoo'n wandeling in 't donker en zoo'n feestmaal in 't +zigeunerkamp scheen wà t avontuurlijk. En dan de terugtocht bij +maanlicht! + +En toen begon ik over mijzelf te denken. Als ik een trouwe +dienstmaagd wilde wezen, mocht ik natuurlijk niet gaan naar een +plaats, waar mijn Meester mij niet wilde hebben en dus moest ik Hem +daar eerst over vragen. En nu hoop ik, dat ge het niet verwaand zult +vinden, als ik vertel, dat 'k naar het struikgewas bij de kerk ging +waar niemand me kon zien. Daar vertelde ik alles aan Jezus, en ik +vroeg hem, om mij thuis te houden, als het verkeerd was er heen te +gaan. Toen ik opstond, gevoelde ik met groote zekerheid dat ik niet +mocht gaan, en ik wist ook, dat ik moest trachten, Lena eraf te +houden. + +Ik ging haar dus zoeken. En ik was allesbehalve op m'n gemak, toen ik +zag, dat de jongens al den weg op slopen. Ik vloog ze achterna en +vroeg: + +"Gaan jelui?" + +"Ja zeker," zei Daan. "Je deedt beter met wat haast te maken, als je +meewilt." + +"Ik ga niet mee," zei ik. "Waar is Lena?" + +"Die probeert even braaf te worden als jij," zei Alex mopperend. De +tranen kwamen mij in de oogen. + +"O, ik wou, ik wou dat ik mee mocht!" riep ik uit, en liep toen naar +huis terug zoo hard als ik kon, want het trof mij, dat ik anders net +zou doen als Bileam, die wilde doen, wat God hem had verboden. Maar +ik was blij, dat Lena ten minste ook niet meegegaan was. + +In huis ging ik haar overal zoeken, maar ze was nergens te vinden. +Toen schoot mij te binnen dat ze misschien Andy goedennacht was gaan +zeggen. Ik ging dus den tuin weer door en vroeg aan Baldwin en Emma +en de keukenmeid, of ze haar ook gezien hadden. Niemand had haar +gezien. Terwijl ik nog druk zocht, kwam tante Caroline naar buiten, +zei me dat het bedtijd was en vroeg, waar Lena zat. Ik vertelde haar, +dat ik overal naar Lena gezocht had, maar ze nergens kon vinden. +Tante vond, dat ik dan maar vast naar bed moest gaan, Lena zou dan +wel volgen. Ik zei vader, die in z'n studeerkamer was, dus +goedennacht, en ging de trap op. Ik gevoelde mij verdrietig, en begon +weer te wenschen, dat ik toch nog maar met de jongens was meegegaan. +En ik herinnerde mij nu ook, hoe Lena gezegd had, dat ze toch zou +meegaan, hoe ze er ook later voor gestraft zou worden. + +Ik lag juist in bed, toen tante Caroline boven kwam. "Griet, waar is +Lena toch? Emma zegt, dat ze nergens te vinden is, en de jongens, +waar zitten die?" + + +[Illustratie] + + +Ik zweeg; het is bij ons niet "in den vorm", te klikken. Dat doen we +nooit. Maar tante wou me aan den praat hebben. Zij dreigde, vader te +zullen halen, als ik niet antwoordde. Ik zei toen: "Ik weet, waar de +jongens zijn, tante, maar ik wil het liever niet zeggen, en ik weet +niet, of Lena ook met hen mee is." "Maar je moèt zeggen, waar ze +heen zijn, Griet; het is heel leelijk van ze, om zoo weg te snappen." +"Ze zullen niets geen verkeerds uithalen, maar het zal wel laat +worden, eer ze thuis zijn." "Ik zal dadelijk met vader er over +spreken," zei tante; zij wist wel, dat we nooit van elkaar zouden +klikken; 't speet mij wel voor haar, want ze zag er zoo bezorgd uit. +Na eenigen tijd kwam vader boven, en toen ik hem hoorde komen, stopte +ik m'n hoofd goed onder de dekens en deed alsof ik sliep. Maar dat +lukte niet best, want hij legde zijn hand op mijn hoofd, en dat is +als een kus, en dan gevoel ik, dat ik hem alles kan vertellen. "Wel, +kind, is Lena nog niet boven water? Wat zijn jelui toch lastig. Tante +is er heelemaal van in de war." + +"Het spijt mij vader, maar Lena heeft mij niet gezegd, dat en waar ze +heenging, en ik heb haar ook niet zien heengaan." + +"Weet je, waar de jongens zijn?" + +"Ja, vader." + +Hij zweeg even, en zei toen: "Je moet me alles zeggen. Ik kan niet +hebben, dat een van m'n kleintjes zoo laat op den avond de deur uit +is, zonder dat ik weet, waar ie zit." + +Ik vertelde hem nu de geschiedenis, en hij zuchtte. "Het is heel +ondeugend van ze, en dat zullen ze weten ook. Daan heeft mij zeer +teleurgesteld." + +"Och vader," zei ik, zijn hand grijpende, "als u nog een jongen was, +dan ben ik er zeker van, dat u het ook zoudt gedaan hebben. Denk u +eens in: Zij mogen rond een kampvuur zitten en konijnenvleesch eten, +en dan worden er zigeunerliederen bij gezongen. Wat is daar nu voor +verkeerds in?" + +Vader glimlachte. "Wel Grietje, het zal de jongens geen kwaad doen, +maar zigeuners zijn geen goede vriendjes voor mijn volkje, en Daan +had beter moeten weten. En dan, Lena is nog een popje!" + +Hij ging naar de deur, knikte mij toe, en zei: "Goed kind." Even +daarna hoorde ik de huisdeur toeslaan, en ik begreep, dat hij hen +ging halen. Ik trachtte wakker te blijven, maar 't lukte mij niet, en +gewoonlijk sliep ik in eens door tot het uur van opstaan. Toen ik +wakker werd, keek ik allereerst naar Lena's bed, en zag, dat ze er +weer was. Toen ze wakker werd, zag ze er nog erg slaperig en hangerig +uit. "Toe, vertel me es gauw," zei ik. "Ben je met de jongens +meegegaan?" + +"Natuurlijk, domme meid. Ik heb je toch gezegd, dat ik het zou doen. +Ik ben nog vóór hen weggegaan, in geval je mij hadt willen +tegenhouden; op de stoep bij juffrouw Ribbon wachtte ik ze op." Op +boosaardigen toon vervolgde Lena: "Daan wou me terugsturen, maar ik +zei hem, dat ik niet een van z'n Zondagsschoolkinderen was. Maar hij +vond 't niets prettig, en dreigde, mij niet te zullen helpen, als ik +achter raakte!" + +"Vertel me nu van het feestmaal," drong ik nieuwsgierig aan. "Dat was +er niet," zei Lena boos. "We hebben heelemaal tevergeefs geloopen, en +mijn voeten gingen zeer doen. Toen wij er kwamen, was alles donker; +het gansche kamp was verdwenen, en er was geen mensch meer te zien. +Maar aan een boom was een briefje gespijkerd, en daar stond met +vreeselijk slechte letters opgeschreven: + +"Zigeuner-feestmaal Eerst den haas vangen, dan braden." + + +[Illustratie] + + +Daan vond het een heel knappen zigeuners streek, maar zij waren met +dat al heel boos, en ik niet minder." + +Wat was ik blij, dat ik niet was meegegaan! Ik had nu niets gemist. +Maar die blijdschap was weer niet goed, ik had even blij moeten +wezen, als ze een heerlijken maaltijd hadden genoten. "'t Is wat +moois," bromde Lena. "Nu krijgen we allemaal straf voor niets. En we +hebben niet eens den maaltijd gehad." Bij het ontbijt waren de +jongens o zoo kalm. Vader had hun een flinke bestraffing gegeven, en +na theetijd mochten ze, evenmin als Lena, in den tuin. Vader straft +ons heel weinig, maar wij hebben altijd meer verdriet van zijn +boosheid dan van de straf zelf. + +Voordat de jongens naar school gingen, zei Daan tegen me: "Ik +verwonder me er niet over, dat wel-opgevoede lui zeggen, dat de +wereld steeds slechter wordt. Dat heb ik nu weer aan de zigeuners +gezien!" Dat was alles, wat hij ooit nog weer over het mislukte +zigeuner-feestmaal zei. + + +[Illustratie] + + +De volgende dagen werden besteed aan het schilderen van het karretje; +de jongens vonden helgroen de beste kleur. Vervolgens werd +onderhandeld over den aankoop van een zadel voor Andy. Ook hiervoor +gingen we weer, ieder op z'n vroegere manier, aan 't verdienen; Daan +werd weer vischboer, Alex voor ditmaal ook, Lena ging weer borstplaat +verkoopen, en ik gaf Bob Tapson weer wat groenten en bloemen mee voor +de markt. + + +[Illustratie] + + +Te midden van al deze bezigheden kwam ons jaarlijksch schoolfeest, +dat hier meest op een der landerijen of in het park van Mevrouw Laura +wordt gehouden. Ditmaal ontving Mevrouw Laura de kinderen in haar +park; wij marcheerden er, allen met vlaggen gewapend heen, en +onderweg voegden zich ook de kinderen van het naaste dorp er bij, +zoodat het een groote optocht werd. + +Den dag vóór het schoolfeest kwam Daan thuis met een blauw oog en +een snede er boven. Hij vertelde me, dat hij aan 't vechten was +geweest met den "wilde", dat is die vuile jongen met z'n dikke +beenen. Vader ondervroeg Daan terstond, en deze vertelde: "Ik heb hem +al te lang gespaard, vader. Hij meende alles maar tegen mij te kunnen +zeggen. + +Hij zei b.v., dat in de gevangenis haast allemaal domineeszoontjes +zitten, omdat hun vaders allen huichelaars zijn. Ik eischte van hem, +dat ie z'n woorden zou terugnemen, maar hij keek me brutaal aan en +zei: Jou lieve papa mag de lui van den preekstoel de les lezen, maar +zijn brave zoon heeft mij niets te vertellen, begrepen? En toen vloog +ik op 'm los, hij rende weg, pakte een steen op en slingerde dien +naar mij toe. Dat ie me z'n vuist onder de oogen zou geduwd hebben, +alla, maar een steen! Wij vlogen allen op 'm aan, en hij vluchtte in +een der schoollokalen, maar spoedig hadden we hem daar weer uit; +terwijl de jongens hem stevig vast hielden, heb ik hem een flinke +aframmeling gegeven. Het was goed, dat ik het deed, en niet een van +de andere jongens, want ik weet, wanneer ik moet ophouden; als de +jonge Gray hem te pakken had gekregen, wel ik geloof, dat ie 'm half +dood had geslagen." + + +[Illustratie] + + +"Ja," voegde Alex er bij. "En toen ging ie huilend naar meester, maar +die zei 'm, dat ie gekregen had, wat ie verdiende." + +Vader zei niet veel. Hij verstaat jongens zoo goed. Net voor we naar +bed gingen, kwam Daan naar me toe, en zei: "Hoor es, Griet, ik wil je +de kleine Zondagsschoolklas overdoen. Ik kan het niet meer doen. Ik +kan die kinderen niet verbieden te vechten, als ik het zelf doe. +Gisteren heb ik in 't dorp nog twee vechtende jongens gescheiden. Het +was eigenlijk verkeerd zoo op te treden, maar ik dacht aan het +_gaan_, dat ons geleerd is. En dan dat geval met Lena. Neen, ik kan +die klas niet meer houden." + +"Goed," zei ik, "maar ik vrees, dat ik 't niet veel beter zal maken. +Mag je nooit iets verkeerds doen, als je aan de Zondagsschool bent?" + +"Ik wil geen huichelaar wezen," zei Daan en ging weer weg. Toen vader +te hooren kwam, dat de klas aan mij was overgedaan, riep vader Daan +bij zich. "M'n jongen, weet je wel, waarin je verkeerd hebt gedaan? +Je hebt het paard achter den wagen gespannen; je begon al te gaan nog +vóór je was gekomen." + +Daan kleurde, en zweeg even. Toen: "Hoe bedoelt u dat, vader?" + +"Je gelijkt op een burger, die met de soldaten mee wil om te strijden +en zichzelf als soldaat beschouwt, maar hij heeft zich nooit geoefend +en kan niet eens de wapenen der soldaten hanteeren en hun gewoonten +volgen." + +Daan zei niets meer; ik zag, dat hij ernstig nadacht. Ik deed +evenzoo, en ik meen vaders bedoeling te begrijpen. Hij heeft ons wel +meer gezegd, dat, hoewel hij ons in den doop aan God heeft gewijd, om +Zijn dienstknechten te worden, de tijd komt, dat we dat ook zelf +moeten doen. En daarmee moeten we niet wachten, tot we onze +belijdenis doen. Heb ik nu mijzelve aan den Heer gewijd, dan zal Hij +me ondersteunen in alles, wat ik noodig heb. + +Het lachte Daan niet bijzonder toe, om met z'n blauwe oog aan het +schoolfeest deel te nemen. Vader zei, dat hij daar blij om moest +wezen, want als hij thuis bleef, mocht hij met den ezel naar Relton +rijden. Dat is vijf mijlen van hier, vader had er een boodschap voor +een boer. Dat leek Daan en om dat te bewijzen, deed hij een sprong in +de lucht. + +Zaterdagmiddag te twee uur gingen we allen, behalve Daan, naar 't +schoolfeest; zelfs Puf was van de partij. Toen we aan 't Huis kwamen, +stonden Clara en Betty op 't bordes, en toonden zich zeer verheugd, +toen ze ons opmerkten tusschen de lange rijen schoolkinderen. Betty +was nu aardig beter, en kon met behulp van krukken goed vorderen. Wij +bleven even met ze praten, terwijl de andere kinderen verder trokken. + +In het park werden allerlei spelletjes en wedstrijden gehouden, +waarna we op thee werden onthaald, waarbij heerlijk geboterde koeken +werden opgediend. Tante had mij opgedragen, goed op Puf te letten, +want die is nog al gemakkelijk van innemen. + +Intusschen hadden we met Clara en Betty een afspraakje gemaakt, dat +ze met hun ponyrijtuigje bij ons zouden komen. Wij zouden dan onze +équipage ook voor den dag brengen en er zou weer een wedstrijd +worden gehouden. Ik denk, dat Andy wel even vlug zal loopen, als hun +pony. + +Terwijl we zoo aan 't praten waren, kwam Mevrouw Rogers op me toe; +zij nam me even mee, om haar man te groeten, die onder een boom zat +met verscheidene heeren en dames. Wij hadden 't zóó druk gehad, dat +Lena geheel vergeten had, haar brief aan den Kapitein te schrijven, +en deze vroeg dus, of wij al een ezel hadden gekregen. "Wij hoorden +al, dat de ouwe Nell niet best heeft voldaan," zei hij; "dat +verwondert me niet." + +Ik vertelde hem van de proefritten, van het schilderen van ons +karretje, en van onzen arbeid om nog een zadel te verdienen. Toen hij +hoorde, dat de jongens uit visschen gingen, vroeg hij, of ze elken +morgen versche visch voor z'n ontbijt konden brengen. Ik haalde Alex +en zei hem, dat ik een goeden afnemer voor hem gevonden had. Toen hij +vernam, wie, kwam hij dadelijk, en was spoedig druk aan 't praten met +den Kapitein. + +Deze vertelde hem, dat hij vroeger een renpaard hield, maar nu in een +mandewagentje moest voortsukkelen. + + +[Illustratie] + + +"Daar kunt u ook in meedoen," vond Alex. + +"Ja," voegde ik er aan toe, "de volgende week hebben we een +wedstrijd. Betty en Clara komen met hun rijtuigje, en als u nu met uw +wagentje kwam, dan hebben we al drie deelnemers. + +"Het lijkt me wel," zei de Kapitein, "maar jelui hebt toch zoo'n +breeden weg niet." + +"Neen," zei ik, "maar ik dacht om het te doen op een groot veld, en +dan in de rondte, net als de Romeinen in een ampi... hoe heet zoo'n +ding ook?" + +"Heb je lauwerkransen?" + +"Jawel," zei ik opgewonden, "we hebben wel laurierbladeren in den +tuin, en daar zullen we wel kransen van maken." + +"Och Karel, wat praat je toch een nonsens," zei Mevrouw Rogers +lachend, maar haar oogen stonden droevig. Ik trok een lip, bang, dat +er nu weer niets van komen zou, en ik vroeg Mevrouw nog eens, ons +vooral te helpen. Zij antwoordde: "De dokter verbiedt mijn man, te +loopen, lieve, hij mag geen opwinding hebben." + +"Dat is nòg niet erg," zei de Kapitein vroolijk, "dan zal ik de +keizer wezen, en de lauwerkransen uitreiken." + +"We zouden ook een schildpadden-wedstrijd kunnen houden," vond Alex; +"dat zou voor u nog wel te doen zijn, meneer." + +"'t Is het beste, dat jelui maar allemaal hier naar de boerderij +komen. Boer Donnyball heeft al gehooid, en dus ligt er een groot stuk +land beschikbaar." + +"Dat zou heerlijk zijn," zei ik. "Als u een dag zoudt willen +vaststellen, dan zal ik er met Betty en Clara over spreken. Zaterdag +is voor ons de beste dag, dan hebben we vacantie." + +"Goed, aanstaanden Zaterdag dan, precies om twee uur." + +"Maar de zangoefening dan?" fluisterde Alex me in. "Die missen we +telkens. Ik wou, dat tante die maar op een anderen dag zette, 't is +onze eenige vacantiedag." + +Alex' opmerking deed me aarzelen. Vader had ons al eens gezegd, dat +we tegenwoordig aan niets anders dan aan pleizier schenen te denken. +Maar ik wou toch ook niet graag den wedstrijd afbestellen. Kapitein +Rogers, onze aarzeling bemerkende, vroeg: "Wanneer begint jelui +zomervacantie?" + +"Den laatsten van deze maand," antwoordde ik, "tenminste voor de +jongens. Ik denk, dat tante Lena en mij nog wat na-lessen zal geven, +omdat wij met het verhuizen nog al achterop zijn gekomen." + +"Wel, laten we den wedstrijd dan verdagen tot 1 Augustus," stelde de +Kapitein voor; "dat valt op een Donderdag." "Best, dat zullen we +doen!" + +Ik ging gauw naar Betty en Clara, die het plan heerlijk vonden. +Thuisgekomen, vertelden we het plan aan Daan, die het ook best vond. +Lena en ik maakten vervolgens plannen, om ons karretje met bloemen te +versieren. En zoo zagen we allen met verlangen den eersten Augustus +tegemoet. + +------ + + + + +HOOFDSTUK X. + + +Ik zag er erg tegen op, om Daan's Zondagsschoolklas te gaan +onderwijzen, maar tante ried mij aan, om den Bijbel te nemen. Ik las +de geschiedenis van Samuel over, totdat ik ze van buiten kende, en +den volgenden morgen ging ik met tante naar het lokaal, mij gelukkig +voelende in het besef, dat het nu eindelijk aan _gaan_ was +toegekomen. + + +[Illustratie] + + +Mijn klas bestond uit 4 jongens en 3 meisjes, geen ouder dan 6 jaar. +Zij riekten erg naar zeep en pomade, en hun gezichten glommen van 't +wasschen. Een van de jongens, Freddy Salt, kon of wou niet +stilzitten, en de drie meisjes hadden daar zooveel belangstelling +voor, dat zij niet eens naar mij luisterden. Eerst probeerde Freddy +een vlieg te vangen, en toen ie 'm had, werd het diertje van hand tot +hand doorgegeven. D'r was geen orde in te krijgen, en ik zei +eindelijk boos tegen 'm: "Freddy, als je niet stil kunt zitten, zal +ik je als een popje op mijn schoot nemen." + +Hij staarde me angstig aan, eindigde met z'n vliegenjacht, en bleef +verder rustig zitten. Ik vertelde de geschiedenis van Samuel en +merkte op, dat God van ons allen gehoorzame dienstknechten wil maken. +Eensklaps zei een jongen, Bertie geheeten: "Ik hoor God nooit roepen, +als ik in bed lig." "Neen," antwoordde ik, "maar als je iets +verkeerds van plan bent, dan spreekt Hij in je hart, dat je 't niet +doen moogt." Ze schenen dit te begrijpen, en toen zei er een: "God +kan ons niet iets zeggen, Hij is veel te ver weg." Ik vertelde hun +toen, hoe dichtbij Hij was, en hoe lief Hij ons heeft, zoodat we, +niet uit vrees voor straf, maar alleen om Hem te believen, ons best +moeten doen. Maar ik weet niet, of ze 't begrepen; voor hen was de +eenige reden, om gehoorzaam te zijn, gelegen in de vrees voor straf. +Hoofdschuddend zei een der meisjes: "Ik heb Jezus altijd lief. Als ik +zoet ben evengoed als wanneer ik stout ben." + +"Je kunt Hem niet liefhebben, als je verkeerd doet," antwoordde ik. +"Je doet Jezus verdriet aan, als je ongehoorzaam bent." Ze herhaalde: +"Dan heb ik Hem evengoed lief." Ik gevoelde, dat ik het haar niet +goed duidelijk had gemaakt. + +Toen de les ten einde was, ging ik vermoeid en ook dankbaar, dat ik +er doorheen was gekomen, naar huis. Na kerktijd vertelde ik vader een +en ander, en zei hem, dat het verbazend moeilijk was, om kleine +kinderen te leeren. Hij vroeg mij, wat we besproken hadden, en toen +ik het hem verteld had, zei hij: "Denk eens aan de gelijkenis, Griet; +het uitgezaaide zaad komt na vele dagen op. Vertel den kleintjes van +hun Verlosser, Die voor hen stierf en Die nu zoo dicht nabij hen +leeft, dat Hij ze elk uur van den dag zal helpen. Als je hart vol is +van Hem, kind, zal het je gemakkelijk vallen, anderen van Hem te +vertellen." + +"Maar," zei ik, "mijn hart is zoo vol van allerlei andere dingen, en +ik weet niet, wat ik er aan doen moet." + +"Heb je den Heere lief?" + +"O, ik hoop van wel, en ik geloof ook van wel, maar ik doe zoo vaak, +wat verkeerd is." + +"Zie niet altoos op jezelf, maar zie op Hem!" + +Meer zei vader niet. Met de jongens had ik toen nog een gesprek over +het trouw blijven ... in het ezelkarretje. 't Was gisteravond, toen +we na de thee een ritje gingen maken. Daan stuurde en Puf zat naast +hem op het voorbankje; Lena, Alex en ik waren achterin gekropen. +'t Was een heerlijke tocht; overal keken de lui ons na om de nieuwe +équipage van den dominee te zien. Zoodra we buiten de huizen waren, +begon het gesprek, eerst over Andy. + +"Ik zou wel es willen weten, of ie ons nu al kent," zei Lena. "Hij +zou wel een ezel moeten zijn, als ie dat nu nog niet wist," vond Alex +en wij lachten dat we schaterden! + +"'t Is een ezel," zei ik, "dat is 't 'm juist, als 't een hond was, +zou ie wel slimmer wezen." + +"Ja maar alle honden zijn niet slim," zei Daan. + +"Maar ze zijn trouw," merkte ik op. "Je hoort altijd van trouwe +honden, nooit van trouwe ezels." + +"Wat beteekent dat eigenlijk, trouw?" vroeg Lena. + +"Ik denk," antwoordde ik, "dat trouw beteekent: altoos dezelfde zijn +en nimmer veranderen. Houdt je eenmaal van iemand, dan ook voorgoed." + +"Een trouw ridder," zei Daan, "is iemand, die nooit z'n vrouw in den +steek laat, zij is altijd zeker van hem." + +"En wat is dan een trouwe dienstknecht?" vroeg Lena. "Iemand, die +nooit z'n werk in den steek laat," antwoordde Daan. + +"Ik geloof niet, dat je trouw kunt zijn zonder lief te hebben," +merkte ik op. + +"Juist, dat is de zaak," zei Alex. "Als een hond z'n baas niet +liefheeft, kan hij ook niet trouw zijn. Evenmin kan een dienstbode +trouw zijn, als ze niet van haar meesteres houdt. Dat moet altoos +samengaan." + +"Semper fidelis," fluisterde ik. + +"Doe nou niet, alsof je Latijn kent, Griet; je hebt dat gelezen op de +graftombe in de kerk." + +"Ja, dat is ook zoo. Maar wat is het ook moeilijk, om zóó trouw te +zijn, en altoos zóó lief te hebben, als die ridder." + +"Och," zei Daan, "ik geloof, dat als je werkelijk iemand lief hebt, +dan doe je dat zonder erbij te denken, net als een hond." + +Hier brak Puf eensklaps de debatten af, door met uitgelatenheid af te +kondigen, dat ie een heerlijken verjaardag tegemoet zag, en dan een +completen ezel zou krijgen. Want -- zei hij -- van dezen heb ik maar +een stukje. Waaraan Daan toevoegde: + +"Hij heeft er een vijfde van. Maar vertel ons es, Puf Dikkert, wie +zal je d'r een geven?" + +"De Heer," zei Puf, terwijl hij hoogst ernstig keek. "Het zal geheel +m'n eigen ezel zijn en ik zal 'm zóó voeden, dat ie dikker wordt +dan ons huis." Op dit oogenblik reden we een oude vrouw voorbij, die +een bos takken op haar rug meevoerde. + + +[Illustratie] + + +"Hé!" riep Daan, "moet je nog ver? Willen wij je vrachtje +overnemen?" + +Zij wou dat wà t graag, en overlaadde ons met dankbetuigingen. Ze +zei, dat haar hut nog een heel eind verder stond; zij had hout +gesprokkeld. Daan beloofde haar, dat we den bos bij haar voor de deur +zouden neerleggen, en toen reden we door. + +"Toen ik dien dag, dat jelui naar het schoolfeest waren, naar Relton +reed," vertelde Daan, "bood ik iedereen, dien ik voorbijreed, een +plaatsje in de kar aan, en zoo had ik twee oude vrouwen en een jongen +aan boord, toen ik in 't dorp kwam." + +"Dat zullen we nu weer zoo doen," riep Alex geestdriftig uit. + +"Ja maar, we hebben geen plaats meer," merkte ik op. "We zitten hier +als haring in een ton." + +"Dan moeten jelui d'r maar uitgaan, en loopen," vond Daan. "Hè, als +we es een rijtuig tegenkwamen, dat niet meer voort kon, of een +verongelukte auto met een dame er in, die de handen wrong om redding, +dà t zou nog es "in den vorm" zijn." + +Maar zulke ontmoetingen hadden we niet, en we kwamen zonder eenig +avontuur thuis. Daar ging ik over denken. Het was heel leuk, om uit +rijden te gaan in een ezelkarretje, maar daar deed je toch nog maar +weinig goeds mee. Toen we langs den mijlpaal reden, waaraan we onze +advertenties geplakt hadden, zei ik: "Hoor es! Als onze vacantie +begint, moeten we om beurten den ezel sturen. Ik kan dat evengoed als +jij, Daan. Ik zou zeggen, minstens één keer per week moest ik 'm +hebben." + +"Wel," zei Daan, "d'r zijn zes dagen in een week, den Zondag erbuiten +gerekend. Als wij nu ieder een dag nemen, blijven er nog twee voor +vader en tante en Puf." Dat was heel aardig berekend van Daan. En +Alex voegde erbij: "En dan zullen we de beurten naar ouderdom +regelen. Daan op Maandag, ik op Dinsdag, Griet op Woensdag en Lena op +Donderdag." + +Het plan werd algemeen toegejuicht. + +Inmiddels had ik een plannetje bedacht, dat de jongens niet weten +mogen. Het is dit. Ik heb een briefje geschreven, en dat wil ik aan +den mijlpaal plakken; er staat op: + +"Iedereen, die zelf of voor anderen vrij vervoer wenscht, vervoege +zich bij Grietje Marjoribanks, elken Woensdagmorgen aan de pastorie." + +Aan Lena vertelde ik het dien avond nog. "Je lijkt wel koetsier te +willen worden," zei ze, "ik heb liever zelf het genot er van." + +"Neen," zei ik, "vader zegt, dat z'n tijd en z'n kracht altoos ter +beschikking van de gemeenteleden staan. En dat moet Andy nu ook. Hij +moet een echte gemeente-ezel worden, en dan zal ik 'm zelf besturen." + +"Ik zal er eens over denken, wat ik met 'm doen zal," zei Lena. Daar +heb ik geen al te beste verwachtingen van. + +Het scheen wel of de vacantie nooit komen zou. En toen ze eindelijk +aanbrak, had Daan al menige oefening met Andy achter den rug; 't +ezeltje was voor 1 Augustus al goed gewend, den weg langs te rennen. +Men vond, dat het dier bovendien nog op diëet moest, om z'n gewicht +te verminderen. Nu is 't waar, Andy wordt erg dik, want hij eet den +ganschen lieven dag maar gras, behalve dan, als ie met ons uit moet. + +Maar wat moesten we hem geven? Haver kost veel geld. Lena vond +bouillon heel geschikt, maar bouillon is ook duur, en zoo is ten +slotte alles, wat versterkt. Andy loopt uitstekend en heeft geen +kuren, behalve deze, dat ie zoo nu en dan plotseling stilstaat, om +dan na een of twee minuten weer door te draven. Ik heb gezegd, dat +hij dat doet, om even uit te rusten en op krachten te komen. Daan +meent, dat ie dan even staat te denken. En Alex denkt, dat ie dat +doet, om ons te toonen, dat ie een eigen wil heeft, en dien op z'n +tijd wenscht te gebruiken. + +Intusschen waren Lena en ik druk bezig met het vlechten van +laurierkransen en het bijeenzoeken van bloemen om ons karretje te +versieren. + +Den dag voor 1 Augustus waren we van 's morgens vroeg tot 's avonds +laat in de weer; wij hadden rosetten van fel-roode geraniums gemaakt, +om die aan Andy's oogkleppen te hechten; dan hadden we varenkruid en +madeliefjes langs de buitenzijde van het karretje gehangen en verder +nog slingers van madeliefjes om den disselboom gestrengeld. Baldwin +wilde niet toestaan, dat we de mooiste bloemen plukten, maar we +hebben toch, toen hij even weg was, eenige fijne bloempjes om de +zweep weten te vlechten. Ik heb al zoo vaak mee helpen versieren in +de kerk, dat ik de goede soorten wel wist te kiezen, tot groote +tevredenheid dan ook van de jongens, die op dit gebied toch maar +weinig te vertellen hebben. + + +[Illustratie] + + +Om half één zaten we al aan ons middageten. We kleedden ons allen +op z'n Zondagsch, en wisten Baldwin nog enkele mooie rozen af te +bedelen, die we om onze hoeden vlochten. Toen we uitreden, liep het +halve dorp uit, om ons bloemenrijtuig te zien; ze vonden het allemaal +even prachtig. Ik hoorde nog, dat een vrouw tegen haar buurvrouw zei: +"Wat beleven we toch wondere tijden, mensch! Wie had dat nou ooit +kunnen denken, hè? Altijd bedenken ze maar weer wat nieuws." + +Met groot gejuich reden we het dorp door, en toen het veld in, een +prachtig ruim en effen veld, terzijde waarvan onder een boom Kapitein +Rogers in z'n mandewagentje al zat te wachten. Toen hij en zijn vrouw +ons zagen naderen, herkenden ze ons nauwelijks, zóó was ons +karretje veranderd door de bloemen. + +Na vijf minuten kwamen ook Betty en Clara aangereden, en toen zaten +we al voor de eerste moeilijkheid. Zij dachten er niet aan, Alex als +koetsier bij zich te nemen, wilden bepaald zelf sturen. Alex was er +leelijk door in z'n wiek geschoten; gelukkig had kapitein Rogers een +goeden inval. Hij rees moeilijk uit z'n wagentje op, en liet zich met +behulp van Mevr. Rogers in z'n badstoel neer; toen zei hij tegen +Alex, dat hij op de boerderij den pony mocht gaan halen, dien voor +het wagentje spannen, en dan daarmee deelnemen aan den wedstrijd. Wij +juichten van blijdschap, want nu hadden we drie mededingers. Er werd +nu afgesproken, dat Daan en ik in ons karretje zouden plaats nemen, +Alex en Lena in het mandewagentje van den kapitein -- er was net +genoeg plaats voor twee -- en Puf wezen we een plaats aan als +controleur bij het eindpunt. Dat beviel 'm slecht; hij begon hard te +huilen, en jammerde, dat hij het ezeltje had gekregen, en dat hij er +mee wilde rijden. Daan zeide hem, dat hij de gansche onderneming in +de war bracht, maar Puf bleef te keer gaan, en we konden zoo niet +beginnen. Ik stelde hem ten slotte voor, met Daan te gaan, inplaats +van mij, want het was toch ook wel hard, hem alleen te laten staan. +En Daan was dat voorstel al heel welkom, want hij had liever het +lichte gewicht van Puf, dan mijn gewichtigheid. Mevr. Rogers vroeg +mij nog, of ik het niet akelig vond, maar ik zei haar van niet, want +ik kreeg nu de gelegenheid, de drie mededingers bij den eindpaal te +zien aankomen. + + +[Illustratie] + + +"Ik ben niet zoo kinderachtig, om te gaan huilen, als ik niet mee mag +rijden," zei ik, terwijl ik Pufs tranen van z'n bolle wangen veegde. +Hij was spoedig weer in z'n hum en klom zoo vlug als ie kon, in ons +karretje. Betty vond ons wagentje heel lief. Zuchtend zei ze: "Ik +wou, dat Clara en ik ook zulke aardige ideetjes hadden. Maar als +jelui d'r niet bij zijn, voelen we ons lang niet zoo pleizierig." + +Ik keek naar haar keurig rijtuigje met de blauwe kussens, naar het +nikkelen beslag van het paardetuig, naar den prachtigen pony, en +schudde het hoofd. "Jawel," zei ik, "maar wij moeten onze armoede +achter bloemen verbergen, en dat behoeven jelui niet." Ze lachten +luid en vonden ook, dat dà t het wel zou wezen. + +Kapitein Rogers had den weg bepaald; een boerenknecht had hij hier en +daar steenen laten opstellen, en toen onze kibbelpartij was +beëindigd, stelde hij ons op een rij naast elkaar op. Hij had ook +een echt pistool bij zich, om het vertreksein te geven. 't Was eenig! + +Tweemaal moest het veld worden rondgereden, en toen ik bij het +eindpunt gereed stond, leek het mij nog wel zoo aardig buiten dan in +de wagentjes. Eerst scheen het, of Betty en Clara 't zouden winnen, +maar langzamerhand begon Daan ze in te halen, en toen Andy ze achter +zich liet, gaf ik een schreeuw van vreugde. In de tweede rondte begon +de pony met het mandewagentje, die eerst een heel eind achter was +geweest, steeds harder te rennen, en haalde eindelijk Daan in. Maar +Daan begon Andy zóó onbarmhartig te slaan, dat zij een tijdlang +gelijkop reden. + + +[Illustratie] + + +Zelfs haalde hij den pony weer in, en ik dacht werkelijk, dat hij 't +nog zou winnen, toen Andy, dicht bij het eindpunt plotseling +stilhield, en zóó hardnekkig, dat er geen beweging meer in te +krijgen was. + +Daan schreeuwde en sloeg er op los, maar Andy bleef staan, koppig en +tot geen toegeven geneigd. 't Was verschrikkelijk, ik schreide haast. +Al spoedig kwamen Alex en Lena aanrijden, en precies gelijk met Clara +en Betty reden ze het eindpunt binnen. Zij wonnen dus beiden, en niet +zoodra hoorde Andy hen hoerah! roepen, of hij zette eensklaps weer +aan, en draafde naar het eindpunt, maar natuurlijk te laat nu. + +Wat waren we boos op 'm! Behalve natuurlijk Alex en Lena, die 't nu +gewonnen hadden; zij schenen wel heelemaal te vergeten, dat het ook +hun ezel was, die verloren had. Mevr. Rogers wist niet, wie ze nu den +lauwerkrans moest geven, en dus stelde de kapitein voor, dat de twee +pony's nog eens tegen elkaar moesten draven; ditmaal echter maar een +kleineren afstand. De pony van de boerderij won het nu gemakkelijk. +En zoo kreeg Lena den lauwerkrans. Ze was er zóó verheerlijkt mee, +dat ze haar hoed afwierp en den krans op haar hoofd zette. + +Na afloop van den wedstrijd zochten we allen een rustig plekje aan de +rivier, en bepraatten daar nog eens druk de gebeurtenissen van den +heerlijken middag. Er werd een vuurtje gemaakt, en thee gezet, en +rondom 't vuurtje gezeten, konden we ons heel wel verbeelden, in een +zigeunerkamp te zijn aangeland. + +Vervolgens werden allerlei spelletjes gedaan, vooral ook die, waarbij +we konden blijven zitten, omdat Betty nog niet vlug loopen kon. 't +Speet ons, toen we naar huis moesten. Naast elkaar reden wij, te +weten Clara en Betty in haar, en wij allen in ons wagentje, naar +huis. + +Eigenlijk waren we allemaal ook nog 'n klein beetje uit ons humeur; +Clara en Betty, omdat ze 't niet gewonnen hadden; Daan en ik, omdat +Andy ons door z'n malle kuren had doen verliezen. Kapitein Rogers +zei, dat je zooiets nu eenmaal van een ezel moet verwachten, daar +zijn 't ezels voor. + +------ + + + + +HOOFDSTUK XI. + + +We zijn deze week begonnen met het op beurten rijden met Andy. +Afgesproken is, dat we, als het onze beurt is, niet bepaald alleen +behoeven te gaan, we mogen ook wel anderen meenemen; maar wiens beurt +het is, die stuurt, daar gaat niets van af. + +Maandagmorgen vóór 't ontbijt nog bevestigde ik mijn briefje aan +den mijlpaal. De jongens wisten er niets van, en bemerkten het pas 's +middags, toen er enkele menschen naar stonden te kijken; ze kwamen +naar huis en vroegen mij lachend: "Wou je de menschen op je rug +dragen, Griet? Dat lijkt wel zoo, want er staat op dat briefje niets +van Andy." + +"Dat is mijn zaak," gaf ik ze terug, "als ze d'r verstand gebruiken, +zullen ze dat wel snappen." Het hinderde mij, dat ze me alweer +uitlachten, want ik was zoo echt in m'n schik met het plan van +personenvervoer per open équipage. Ook vader had mijn briefje +gelezen, en zei tot me: "Dat vind ik best, Grietje, je lijkt in dat +opzicht op je moeder. Ik ben er blij om, dat je er iets voor voelt, +om je genoegens te deelen met hen, die minder gelukkig zijn dan jij." + +Daan bleef den heelen dag met Alex weg; zij hadden hun boterhammen +meegenomen, en kwamen laat thuis. Alex scheen zich bij dien rijtoer +door de omliggende dorpen zóó ingespannen te hebben, dat hij den +volgenden dag niet in staat was, zelf goed te sturen. Maar 's middags +knapte hij op en reed met Lena weg; ik merkte, dat zij wat in 't +schild voerden. Voor den armen Andy was 't een zware dag. Er stond +veel wind, en Alex nam twee groote vliegers mee, die Daan en hij den +vorigen winter gemaakt hadden. + + +[Illustratie] + + +Hij en Lena lieten de touwen geheel vieren en bonden de uiteinden elk +aan een kant van 't karretje. Zij reden het dorp uit, en trokken de +vliegers mee, die door den flinken gang mooi hoog stonden. Zoodra ze +echter een hoek omreden, rukten de vliegers een anderen kant op, dan +Andy trok. Lena vertelde mij later, dat ze gehoopt had, dat de +vliegers hen hadden voortgetrokken. Andy deed z'n best ze mee te +trekken, maar spoedig gaf hij het op, en bleef ineens koppig staan. +Een half uur lang trachtten ze hem vooruit te krijgen; Alex liet hem +keeren, en sleurde hem een eindje mee. Toen brak een vliegertouw en +een vlieger verdween als de wind; de ander kwam in een boom terecht +en bleef daar vast zitten; Alex klom in den boom, en kreeg hem zoo +terug. Vrij tijdig kwamen ze weer thuis. Daan vroeg Alex +belangstellend, waarom of ie zoo dom gedaan had. Hij had gedacht, dat +Alex de vliegers had willen gebruiken als zeilen op het karretje, dan +hadden ze dubbel zoo snel gereden. Maar Alex was boos op Andy en +mopperde: "Ik vind 'm niet half zoo aardig meer als eerst." + +"Och kom," zei ik tot hem, "je moet er eerst eens gewoon mee gaan +rijden. Jij en Daan hebben zoo graag een ezel willen hebben, om je +naar school te brengen, maar daarvoor heb je hem nog niet één keer +gebruikt." + +Alex keek zuur en zei: "Weet je waarom niet? Dat is het begin van +Daan's ruzie met Sausaye geweest. Toen Sausaye hoorde, dat wij een +ezel hadden, ging hij staan dansen en zong een spotliedje op vader. +Daan liep dadelijk op hem toe; hij hield niet op en kreeg toen een +opstopper van Daan. En als Daan 't niet had gedurfd, had ik het wel +even opgeknapt." + +Ik keek hem aan en zei: "Was het wel goed om zoo te doen? Sausaye mag +z'n spotlust botvieren, maar de kinderen van iemand als vader moesten +dat niet zóó beantwoorden." + +"Sta toch niet zoo mal te preeken," zei Alex, en toen ik nog wat +zeggen wou, stopte hij z'n vingers in z'n ooren en rende weg. Nu +begrijp ik, waarom de jongens niet met Andy naar school willen +rijden: ze zijn bang, dat ze uitgelachen zullen worden. Ik denk, dat +jongens daar banger voor zijn dan meisjes. + +De dag van Lena's beurt eindigde niet best. Pas na den middag reed ze +uit, want we hadden tante Caroline geholpen met pruimen plukken voor +jam. Zij wil altoos de jam zelf maken. Wij wilden haar allen eerst +helpen, maar werden vrij moe; Lena werd stekelig, omdat zij niet +vóór 't middageten met Andy kon wegrijden. "Ik zal zien, dat ik Puf +mee krijg; ik heb het 'm ook beloofd." + +"Zal ik ook meegaan?" vroeg ik. + +"Neen, dank je, jij speelt toch maar den baas over mij. Hè, laten +we die akelige jam toch laten zitten, waarom doet de meid het niet? +Vader heeft tante geroepen, die zal dus zoo gauw wel niet terug +zijn." + +"Je behoeft niet te wachten," zei ik; "ik zal tante wel helpen; de +meid moet de provisiekasten schoonmaken." + +"Maar 't is veel te laat, om Andy nu nog te halen, 't is wat moois!" + +Zij vloog de keuken uit; toen tante terugkwam, was het juist +etenstijd. + +"Ik hoop, dat er nu maar niet meer jam behoeft gemaakt te worden," +zei ik. "Ik heb er zoo 'n hekel aan, en het is hier zoo heet." + +"Het is heel goed voor kinderen, om te doen, wat ze niet graag doen," +zei tante ernstig. "Het leven is je niet alleen gegeven, Grietje, om +het voor jezelf te hebben." + +Ik voelde mij beschaamd, ook omdat wij een groote vacantie hebben, en +Lena en ik juist deze eerste twee weken niets aan de lessen doen. +Maar tante ging voort: "Ik vind het ook zoo pleizierig niet, Griet, +om in een heete keuken jam te maken, maar ik doe het, omdat het +gedaan moet worden." + +Ik antwoordde: "Ik dacht, dat volwassen menschen alles prettig +vonden. Als zij niet willen, dan doen ze 't niet, niemand, die hen +beveelt." + +"Het plichtsgevoel beveelt hen," zei tante. "Als je grooter wordt, +zul je soms bemerken, dat je gansche leven bestaat uit dingen, +waarvan je niet houdt, en die toch gedaan moeten worden." + +Dat was wat nieuws voor me. Ik dacht altijd, dat volwassen menschen +alleen doen, wat ze prettig vinden. Misschien vindt tante Caroline 't +ook wel niet prettig, om altijd op ons te passen; wellicht zou ze +veel liever thuis zijn. Ik geloof, dat ik goed zou doen, haar beter +te helpen. Ik loop altoos weg, om te spelen, als zij wat van mij +verlangt. Ik denk, dat het bij het _doen_ behoort, om haar beter te +gaan helpen, en ik zal het ernstig gaan beproeven. + +Den ganschen middag speelde ik cricket met de jongens. Zoowat 4 uur +verscheen Lena, met loshangend haar en angstige blikken. Zij riep +Daan toe: "Kom gauw, Andy is gewoon woest en ik vrees, dat Puf +verdrinken zal." + + +[Illustratie] + + +Wij vlogen allemaal met haar mee, terwijl zij, geheel buiten adem, +haar wedervaren vertelde. + +Hortend en stootend kwam het er uit: "Ik wou met hem de sloot +doorrijden, juist bij de doorwaadbare plaats. Ik stuurde hem het +water in, maar toen, in plaats van recht door te stappen begon hij +rond te draaien, zoodat de kar ten slotte tegen een steen terecht +kwam. Toen was er geen beweging meer in te krijgen; uren lang heb ik +er mee getobd, en eindelijk ben ik uit de kar geklommen en ben door +het water gewaad. Ik trok mijn kousen en schoenen uit en beval Puf, +stil te blijven zitten, totdat ik terug kwam, en nu moeten we gauw +doorloopen en zien, hem eruit te krijgen." + +Verschrikt riep ik uit: "Heb je Puf midden in de sloot laten staan?" +En Daan vroeg: "Waarom heb je niet dadelijk den eersten den besten +man, dien je tegenkwam, om hulp gevraagd?" "Ik kwam niemand tegen," +zei Lena, "en bovendien was ik veel te bang, dat ze 't aan vader +zouden zeggen, daarom ben ik dadelijk hierheen gekomen." + + +[Illustratie] + + +Gelukkig was het niet ver weg, maar hoe Lena op 't idee was gekomen, +om de sloot door te gaan, daar begreep ik niets van. Ik zou het nooit +gewaagd hebben; had Daan nog pas niet verteld van een man, die daar +met z'n wagen verdronken was? Toen wij bij de rivier kwamen, was er +geen spoor van Puf meer te zien. Lena ging vreeselijk te keer en +jammerde: "Ze zijn allebei verdronken, en ik zal vermoord worden, +omdat het mijn schuld was!" + +Wij gingen een beetje verderop een brug over; Daan begon te gelooven, +dat Andy weer was doorgeloopen en hier of daar heen gedraafd. Alex en +hij gingen toen plat op den grond liggen, net als detectives of +Indianen, om eenig spoor te ontdekken. "De wielen waren natuurlijk +nat, en moeten dus in het gras een spoor hebben gemaakt," zei Alex en +keek er heel geleerd bij. "Kijk, hier bij m'n hand is een heel nat +spoor!" + +"Ja, en de grassprietjes zijn plat gereden," voegde Daan eraan toe; +"nu moeten we dat spoor volgen. Hadden we maar een bloedhond!" + +Lena fleurde wat op. Wij volgden het spoor, maar het grasveld was +niet lang, en we waren spoedig bij een weg aangeland. We begonnen nu +een soort springpas te maken, dat is een manier van loopen, waarbij +je nooit moe wordt, omdat het je nooit buiten adem brengt. Maar wij +zagen, hoe nauwkeurig we ook tuurden, geen wielsporen. We kwamen nu +aan een hoogen weg, en wisten niet, wat nu te doen, verder of terug. +Maar daar stond een huisje vlak bij; fluks daarheen gerend, vroegen +we aan de vrouw, of ze ook een ezelkarretje gezien had met een +jongetje erin. Zij opende haar huisdeur, en daar zagen we Puf aan +tafel zitten, kalm aan 't oppeuzelen van een appel! Wat waren wij +blij! Andy had een plekje op haar grasveld gekregen. Zij vertelde +ons, dat zij het karretje had zien aankomen, en dat Puf zoo hard als +ie kon had geschreeuwd: Ho! Ho! Zij was naar buiten gevlogen, had de +zaak tot staan gebracht, Andy vastgebonden, en Puf, die huilde van +angst, in huis gehaald en tot bedaren gebracht. Natuurlijk was Andy, +zoodra Lena verdwenen was, er vandoor gegaan; het was maar een geluk, +dat Puf stil was blijven zitten. + +Wij bedankten de vrouw vriendelijk, haalden Andy uit het grasveld en +reden tezamen naar huis terug. Vader bromde erg op Lena, dat zij zulk +een gevaarlijke poging had gewaagd. Zij zal zulke fratsen nu +voorloopig wel uit haar hoofd laten. Puf deed natuurlijk net, of ie +het heerlijk had gevonden. "Ik stuurde zelf, en we reden als een +sneltrein!" "Ja," zei Alex, "en je huilde van geweld!" + +"Ik heb alleen gehuild, toen ik die vrouw zag," zei Puf, die nooit +verlegen is met een antwoord; "ik wist, dat ze ons zou tegenhouden, +daarom huilde ik." + +"Jij mag niet liegen, Puf," kwam ik tusschenbeiden, "dat is niet "in +den vorm", behalve als je een boosdoener bent." + +"Ik was zoo bang met Andy, en als ik bang ben dan huil ik altijd!" +verdedigde zich Puf. Hij moet altijd 't laatste woord hebben, en ik +zweeg dus maar. + +Toen het mijn dag was, ben ik 's morgens om 10 uur al op rit gegaan. +Vlak bij ons hek vond ik een heel groot pak, waarop geschreven was: +"Wil zoo goed zijn, dit te bezorgen bij Mejuffrouw C. Londesburg te +Cross Clen." Het was heel leelijk en fout geschreven, en ik dacht +dus, het zal wel van een der dorpsbewoners zijn. Het was een +verbazend zwaar pak, en ik kon het haast niet in de kar tillen. Maar +ik was wat blij weer eens op 't Huis te mogen komen, want ik was er +sinds onzen wedstrijd niet weer geweest. Langzaam reed ik het dorp +door met mijn zware vracht. Toen juffrouw Ribbon mij zag, kwam ze +even aan het hek en zei: + +"Beste Griet, wil je heusch vrachtrijdster worden? Kijk es, lieve, ik +heb aan de oude Suze Combe beloofd een zak steenkolen te sturen. Aan +het station zul je 't vinden; Tom moest al vroeg naar Lincoln en ik +heb het ook zoo druk, het goeje mensch heeft geen brand meer om haar +middagmaal gereed te maken." + +"Goed, ik zal 't doen, ik zal 't dadelijk gaan halen." + +Wat was vrouw Combe blij, toen ze me zag komen. Maar we konden geen +van beiden de zak uit het karretje krijgen; ze haalde de steenkolen +er dus bij beetjes uit, en dat kostte heel wat tijd. Terwijl wij nog +bezig waren, kwamen juist Clara en Betty in haar ponykarretje +voorbijrijden. Ze keken gek op, toen ik haar vertelde, waaraan ik +bezig was. "Ik ben vandaag vrachtrijdster," vertelde ik, "en ik heb +ook een vrachtje voor jelui!" + +Dat vonden ze heerlijk. "Voor ons? O, zeg, laat es gauw kijken! Wat +eenig!" Zoodra vrouw Combe al haar steenkolen eruit had, klommen ze +op ons karretje en bekeken het pak van alle kanten. Wij maakten het +open in de kar, want het was ons te zwaar, om het er uit te lichten. +Toen het papier er af was, vonden we .... een ouden emmer vol +steenen! Clara was heel boos. En ik begreep dadelijk, dat het een +grap van de jongens was. Ik trachtte Clara dat aan 't verstand te +brengen, maar zij zei: "'t Zijn ruwe, leelijke jongens, ik zal 't +moeder eens vertellen." + +Zij sprong weer van de kar af en ging naar Betty, om het haar te +vertellen. Deze lachte; zij kan beter tegen een grapje dan Clara, en +ik stelde haar voor, dat ze den jongens ook weer een pak moesten +zenden. Dat vonden ze beiden best, en beloofden, het per post te +zullen sturen. Wij haalden de steenen en den emmer uit de kar en +gooiden ze in een sloot. Ik reed fluks naar ons dorp terug, +nieuwsgierig of er nog iemand een boodschap voor me zou hebben. En +zie, daar zag ik kreupele Hanna, die onze kleeren verstelt en ook in +'t koor zingt; zij stond bij haar hek, en keek naar mij, alsof ze mij +wat zeggen wou. + + +[Illustratie] + + +Ik hield stil en zei: "Kan ik iets voor je doen, Hanna?" + +Zij kleurde en sprak aarzelend: "Ik moet naar boer Luscombe, kind, en +het is een lange weg voor mij met zoo'n hitte, en nu dacht moeder, +toen we u zagen aankomen ... en omdat we uw briefje hadden +gelezen...." + +"O, ik begrijp je al," zei ik, "je wou, dat ik je daarheen bracht? +Stap maar in Hanna, dat zal ik graag doen." + +Zij steeg in, en vertelde mij, dat haar been zooveel pijn deed, als +ze ver moest loopen, maar zij had een japon voor juffrouw Luscombe +moeten maken, en nu moest die toch weggebracht worden. Ik zei haar, +dat ik Andy elke week een dag voor mij had, om er boodschappen mee te +doen voor wie ik wilde. Toen we zoo een tijdje gepraat hadden, zei ik +tot haar: "Na dezen rit moet ik naar huis, want dan moeten we eten. +Maar vanmiddag kom ik weer terug. Weet je dan nog iets te doen, +Hanna?" Zij antwoordde, na even te hebben nagedacht: + +"Ik weet niet, Grietje, of je de kleine Annie Steel kent. Zij komt +uit Londen, en woont bij haar grootmoeder, juffrouw Buston; zij is +geheel kreupel en kan niet loopen. Omdat ik zelf kreupel ben, spreek +ik nog al eens met haar, want juffrouw Buston en haar man zijn erg +streng en lastig voor haar. Zij vinden het een grooten last haar te +helpen, omdat ze zelf ook haast niets hebben, en dan zit ze daar maar +troosteloos in dat donker keukentje. Nooit komt ze er uit, ze zit +zelfs niet eens aan de deur; ze is ook misvormd, heeft een bochel, en +de oude vrouw schijnt zich te schamen voor zulk een kleindochter. Je +zoudt het kind in 't paradijs brengen, als je haar eens liet +meerijden." + +"O, prachtig, dat zal ik doen!" riep ik uit. "Maar zou 't rijden haar +niet te veel schokken?" + +"Neen, dat gaat best; als je een paar kussens neemt, en je zet haar +op den bodem der kar, dan zal 't best gaan." + +"Ik zal dadelijk na 't eten haar gaan halen," zei ik verheugd. Toen +ik thuis kwam, vroegen ze allen, wat ik gedaan had. De jongens +spraken geen woord over hun grap, en ik natuurlijk ook niet. Tante +vond het heel mooi van me, dat ik Annie Steel eens liet meerijden. +Vader ook, maar die waarschuwde ons, dat we Andy door al die drukke +ritten niet moesten afjakkeren, en Daan zei, terwijl we Andy weer +inspanden: "Overdrijf nou niet, barmhartige Samaritaansche, anders +loopt het nog op schade uit." + +"Ik doe het alleen, omdat ik ervan houd, en ik zal er mee voortgaan, +omdat vader gezegd heeft, dat moeder het zou goedgekeurd hebben." + +Daan zei niets meer, want Daan hield zoo van moeder, gelijk wij +allen. + +------ + + + + +HOOFDSTUK XII. + + +Toen ik naar juffrouw Buston ging, vond ik haar in den tuin, bezig +met groentenplukken. Zij was meer verbaasd dan verblijd, toen ik haar +vertelde wat mijn plan was. En ze zei dan ook eerst, dat ze de kleine +Annie niet wilde meegeven. + +"Ik zou haar nooit hier gehad hebben, als ik geweten had, dat ze zoo +hulpeloos was. Haar moeder, die reeds op 20-jarigen leeftijd weduwe +was, stierf plotseling, en Annie moest toen in een weeshuis. Maar +mijn man wilde daar niet van weten, en ik eigenlijk ook niet. Zoo +namen we de kleine dan in huis, en sedert is ze er gebleven, totaal +krachteloos, alsof ze geen ruggegraat heeft. Ze doet zoowat niets +anders dan in elkaar gedoken zitten huilen. Loopen kan ze geen stap. +Maar kind, als je er nu bepaald op staat, haar mee te nemen, kom dan +binnen, dan kunnen we haar samen gemakkelijk genoeg in 't karretje +tillen." + + +[Illustratie] + + +Ik bond Andy aan den muur vast en ging het huisje binnen. De keuken +was klein en het rook er duf; in een laag stoeltje zat Annie. +Werkelijk, ze zag er uit als een afgeleefd oud vrouwtje; alleen het +haar was nog blond, maar kort geknipt. Toen ik haar meedeelde, wat +mijn plan was, glimlachte ze zoo hartroerend, dat ik bijna begon te +weenen. Ze zag er even bleek als haar schortje uit; ze is pas negen +jaar oud, evenals Lena. Ik had vier kussens en een deken meegebracht +en maakte het haar zoo gemakkelijk mogelijk; haar Grootmoeder +plaatste haar zoo in de kussens, dat ze rechtop zitten kon. Bovendien +zette ze haar nog een katoenen mutsje op, en daarna reden we weg. + +Heel langzaam reed ik de laan af, om het schokken te voorkomen. Al +vrij spoedig begon ze te praten. Eerst had ze doodstil liggen staren +in de blauwe lucht, terwijl haar mond open en dicht ging als die van +een visch. Toen ik haar vroeg, waarom ze zoo deed, zei ze: "De lucht, +juffrouw. Sinds ik bij grootmoe ben, krijg ik haast geen frissche +lucht. Voordat moeder stierf, zat ik altoos aan 't open venster, maar +grootmoe doet haar ramen nooit open." + +Zij vertelde mij verder, dat zij veel van Hanna hield, en al meer +begon ze los te komen, er blijkbaar schik in krijgende, allerlei +prettigs te vertellen. + +"Kijk, daar zijn heelemaal geen huizen, wat een leege plek. Dit is nu +echt buiten zijn. Nooit ben ik hier geweest, voordat ik bij grootmoe +kwam, en sedert ik er ben, kom ik er nooit uit. + +Moeder zei altijd, dat God ook buiten leeft, niet in de stad. Moeder +hield niets van Londen; zij vond het zoo'n vuile stad; de lucht zie +je in Londen maar heel zelden en dan nog maar een klein stukje er +van. O, juffrouw, wat is het hier heerlijk! Die velden, en die boomen +en die bloemen! Ik heb wel schilderijen gezien, maar die waren niet +zoo levend als dit alles." + +Bij een landhek hield ik stil, om haar konijnen te laten zien, die +daar aan 't spelen waren, en toen een vlinder op den rand van 't +karretje kwam zitten, schreeuwde ze 't uit van pleizier. + + +[Illustratie] + + +Maar ze werd al spoedig weer vermoeid van al die ongewone opwinding +en toen begon ik maar eens te praten. Ik vertelde haar, hoe we aan +Andy waren gekomen, en toen ik dat verhaal ten einde had, zei ze: + +"Luistert God naar alle menschen, juffrouw, of alleen naar rijke lui? +Ik heb nog niets van Hem gehoord, sinds ik bij grootmoe ben. Moeder +kreeg altijd bezoek van een wijkzuster, maar daar hield ik niet van; +ze had altoos zoo'n haast om weer weg te komen, en ze wilde altijd +maar weer, dat ik naar een gesticht of naar een hospitaal werd +gezonden." + +"Natuurlijk luistert God naar ons allemaal," antwoordde ik, verbaasd +over zóóveel onwetendheid; "bidt je niet tot Hem?" + +Ze wendde haar hoofd af. "Ik was gewoon het "Onze Vader" op te +zeggen, maar ik ben nu totaal vergeten hoe het is." + +"Kun je lezen?" vroeg ik. + +Weer schudde ze haar hoofd. + +"Ik ben begonnen het te leeren, maar moeder stierf, vóórdat ik +groote woorden kon lezen, en later heeft niemand het mij geleerd." + +"Arm klein schaap," sprak ik met diep medelijden; "wat doe je dan +toch wel den ganschen dag?" + +"Plaatjes kijken en dan naaien, naaien kan ik wel. Ik maak op 't +oogenblik reepjes voor een lappendeken voor grootmoeder." + +"Je moet God gaan bidden," zei ik. + +"Waarom?" + +"Wel, omdat Hij je liefheeft. Weet je, wie Jezus Christus was?" + +"Die aan een kruis is ter dood gebracht? Ja, daar heeft moeder mij +wel van verteld." + +"Weet je, waarom Hij is ter dood gebracht?" + +Zij schudde haar hoofd, en sprak: "Het is zoo iets van het redden der +zondaars en der wereld. Maar ik ben het vergeten. Ik geloof, dat Hij +zeer vriendelijk en goed was. Het is al eeuwen geleden, dat hij +gedood werd, is 't niet?" + +"Hij is heelemaal niet dood," zei ik, als verstomd door zooveel +onkunde. "Lieve kind, jij weet nog niet eens zooveel als de kinderen +uit mijn klas." + +Met doffe stem sprak ze: "Er is ook niemand, die me wat leert." + +En ik begon maar dadelijk te vertellen, wat Jezus voor haar gedaan +had. Zij had er totaal geen besef van, dat zij ook zondaar was; maar +ik geloof toch wel, dat het haar na eenigen tijd duidelijk werd. +Verwonderd keek ze op, toen ik vertelde, dat Jezus nòg leefde, en +dat Hij nog machtig is om ons te helpen en ons te leiden, al kunnen +we Hem niet zien. Zij wist niet, dat het kruis ook voor haar van +beteekenis was; met open mond en groote oogen hoorde zij alles aan +wat ik vertelde, en ik wenschte soms, dat een wijzere dan ik haar +vertellen kon. Meteen moest ik ook op mijn ezeltje letten; af en toe +hield ik even stil, en plukte wat wilde bloemen en kamperfoelie voor +haar, om mee naar huis te nemen. Toen ik meende, dat we nu lang +genoeg gereden hadden, bracht ik haar weer naar huis terug; maar als +we 't huis naderden, begon ze te schreien en greep mijn hand. + +"Zult u terugkomen en mij weer meenemen? Zult u mij niet vergeten? +Toe, beloof mij, dat u me weer spoedig komt halen!" + +"Ik zal probeeren, deze week nog één keer te komen, Annie, en in +elk geval zal ik hier komen, om je wat te helpen met lezen; misschien +kan ik dan wel een paar boeken meebrengen." Haar grootmoeder tilde +haar uit het karretje en scheen nogal in haar schik. + +"Nu kind, daar heb je goed aan gedaan, hoor, en 't zal Annie ook goed +doen. Arm schaap, wat zou het goed voor haar zijn, als God haar maar +tot Zich nam. Ze zal toch nooit voor iemand ter wereld van nut kunnen +zijn." + +Ik werd boos, maar ik wist niet wat te zeggen. Ik zag, hoe Annie +huiverde bij het hooren van die zelfzuchtige woorden, en meende maar +het best te doen, met heen te gaan. Ik nam dus afscheid. "Vaarwel, +Annie! Ik kom spoedig weer bij je terug." + +In draf ging het nu naar huis, en nadat ik Andy had uitgespannen, +vertelde ik vader dadelijk mijn wedervaren. "Wat spijt het mij," zei +vader, "dat ik haar niet eerder gevonden heb. Ik ben wel bij juffrouw +Buxton op bezoek geweest, maar die vertelde mij nooit, dat ze een +kleinkind in huis had." + +"Zij schaamt zich voor het kind," zei ik. "Hanna vertelde mij, dat +zij denkt, dat een misvormd kind door iedereen wordt gemeden. Is dat +niet wreed gedacht? Vader, denkt u, dat ik haar zou kunnen leeren +lezen?" + +"Zeker, kind, zeker. Ga zoo vaak als je kunt naar haar toe, maar denk +er aan om juffrouw Buxton te vragen, of het mag." + +Toen ik den jongens en Lena van Annie vertelde, lachten ze niet, en +Lena was er zelfs mee begaan. Zij haalde een paar oude poppen voor +den dag, en vroeg mij, die voor Annie mee te nemen. + +Bij de thee zei tante Caroline: "Ik geloof, dat Grietje den mooisten +dag heeft gehad van jullie allemaal!" + +"O ja, tante," zei Alex snel, "ik weet wel wat u wilt zeggen: omdat +zij meer aan anderer genoegen dacht dan aan haar eigen vermaak; maar +dat doet ze niet uit haarzelf, daar is ze toe aangezet. U moet haar +niet verwaand maken, ze heeft al genoeg dunk van zichzelf." + + +[Illustratie] + + +"Dat is niet waar," zei ik boos. + +"Hé, hé, geen getwist nu!" + +Zoo komt tante altoos tusschenbeiden en we spraken dus geen woord +meer over de zaak. + +Den volgenden morgen kwam er een groot pakket met de post, +geadresseerd aan "de Jongeheeren Daan en Alex Marjoribanks". De +jongens gunden zich geen tijd om het uit te pakken, en scheurden het +eene na het andere papier eraf, niet bemerkend, dat Lena en ik in ons +vuistje lachten (ik had het Lena ook verteld). Eindelijk kwam een +kartonnen doos te voorschijn, en toen ze die openden, vonden ze haar +vol koolstronken; op den bodem lag een klein briefje, waarop de +woorden: "Met vriendelijken dank van Betty en Clara." + +Inmiddels waren Lena en ik een rondedans om de tafel begonnen, +waarbij we hen dapper uitlachten. Ze hadden 't ook verdiend, en ik +vertelde hun, dat hun pakket nooit aan 't Huis bezorgd was. Toen +waren ze woest van boosheid, en scholden ons uit, dat het een lust +was. + +Ik zei hun nog, dat zij altijd grapjes hadden ten koste van anderen, +en nooit zichzelf eens vermaken konden. Daan beloofde wraak; maar dat +doet ie wel meer als ie ten einde raad is, en later is ie 't al lang +weer vergeten. + +Ik ging nu zooveel belang stellen in Annie Steel, dat ik er bijna +iederen dag heen ging; als ik haar bezocht, had ze een kleur van +blijdschap, en ze begon er werkelijk wat opgewekter uit te zien. +Elken Woensdag nam ik haar mee op een rij toer. + +Intusschen waren we allen druk bezig met bijverdienen, om een zadel +voor Andy te kunnen koopen. De jongens verkochten aan kapitein Rogers +enorme partijen visch. Zij kunnen er gewoon niet tegen hengelen, en +hij betaalt best. Zelf zend ik weer groenten en bloemen naar de markt +te Lemworth, waar Bob Tapson ze wel aan den man brengt, en Lena maakt +weer borstplaat zonder eind. Maar het geld komt heel langzaam bij +elkaar. Mevrouw Rogers kwam gistermiddag met haar man bij ons +theedrinken; de kapitein liet ons den spaarpot openen; er was nu +negen gulden in. + +We hadden recht veel schik dien middag. De thee werd buiten +gedronken, zoodat het veel had van een pic-nic; kapitein Rogers +spoorde ons aan, het geld wat vlugger te maken, anders zouden we +nooit aan een zadel toekomen. We vroegen hem, of hij soms een middel +wist, en hij zei van ja. Het was dit: Hij en zijn vrouw wilden een +wedstrijd in het boogschieten organiseeren bij hun huis; daarbij +zouden veel volwassen menschen komen, en nu wilde hij ook een +wedstrijd houden voor kinderen; de beste schutter zou een prijs +verdienen van twaalf gulden. + +"Jelui hebt dus niet anders te doen, dan dien prijs te winnen," +voegde hij er aan toe; "en dan weet ik wel een adres, waar je een +flink zadel kunt koopen voor een gulden of twintig." + +Met gejuich werd het plan ontvangen, het was een eenig denkbeeld. +Maar wij moesten den kapitein toch vertellen, dat we geen van allen +konden schieten, en dat we niet met boog en pijl konden omgaan. Hij +antwoordde, dat hij ons dat wel even leeren zou, dat ging heel vlug; +we moesten dan maar telkens bij hem komen en oefeningen houden in den +tuin bij de boerderij. + +"En we kunnen ook hier een schijf opstellen en er ons op oefenen," +vond Daan. "Ik zal er wel een maken, maar dan hebben we nog geen boog +en pijlen. Zijn die duur?" + +"Dat zullen we aan juffrouw Ribbon vragen," zei Alex. "Maar ik wil +wedden, dat ze die niet heeft." + +"Nee, nee," zei kapitein Rogers, "ik zal jelui enkele van de mijne +leenen tot na den wedstrijd. Laat es zien: jelui zult er vier noodig +hebben, is 't niet? Ieder een." + +"Ik ook!" riep Puf op dreigenden toon. "Ik wil ook schieten." + +Dus beloofde kapitein Rogers vijf bogen te zullen zenden, met een +bundel pijlen. En Daan stelde hem voor, om moeite te besparen, dat +hij dadelijk maar even mee zou gaan, om ze te halen, dan konden wij +zoo spoedig mogelijk beginnen. + +"En hoe maakt Andy het tegenwoordig?" vroeg de kapitein. + +"Even onberekenbaar als altoos," antwoordde ik. "Soms gaat het heel +goed, maar dan eensklaps krijgt hij weer z'n oude kuur van stilstaan, +en geen van ons kan hem dan weer in beweging krijgen. 't Is geen +trouw dier, en dat zal ie nooit worden ook." + +De kapitein lachte hartelijk en trok mij aan een haarlok. "Kom hier, +oud vrouwtje, en vertel mij es, wat een trouw dier is." + +"Dat is er een, waarop je rekenen kunt," hervatte ik; "een dier, dat +altoos hetzelfde is en waar je op aan kunt. Dat is toch de beteekenis +van trouw? Gisteren hebben we 't er nog over gehad." + +"Ja," zei hij, "dat is een heel juiste omschrijving van trouw. Ik +denk, dat jij dan ook wel heel trouw zult wezen, Grietje." + +"O, ik wou dat ik het was. Maar ik ben het niet. Men is niet volkomen +trouw, als men het niet altijd en overal is, zooals onze ridder: +semper fidelis. Ik tracht een trouwe dienstmaagd te wezen, maar +steeds weer vergeet ik het." + +"Wiens dienstmaagd? Ik zou zoo zeggen, Grietje, je bent een trouw +vriendinnetje." + +"Christus' dienstmaagd," was mijn fluisterend antwoord. "Hij is in +alles de eerste, zooals u weet. Maar daarom zou ik dan ook evengoed +uw trouw vriendinnetje willen wezen, kapitein." + +"Wij zullen een verbond sluiten. Als ik in moeite of verdriet kom, en +hulp noodig heb, dan weet ik, op wie ik kan rekenen." + +De beide jongens gingen met den kapitein mee naar de boerderij, en +kwamen al spoedig weer thuis, o zoo verheugd met hun pijlen en bogen. +Reeds hebben we een schijf gemaakt van wit calico, gespannen over een +met stroo gevulde platte doos. En nu hoop ik maar dat wij den prijs +zullen halen; wij hebben goede kans, omdat we met z'n vieren zijn. +Betty en Clara zullen ook gevraagd worden, en nog heel wat kinderen +meer. Ik geloof, dat kapitein Rogers eigenlijk hoopt, dat wij het +maar zullen winnen. + + * * + * + +Het is eenigen tijd geleden, dat ik in dit boek heb geschreven, want +ik heb het verschrikkelijk druk gehad. Allereerst dien ik te +vertellen van onzen hand-boogwedstrijd. + + +[Illustratie] + + +Vanaf het oogenblik, dat de schijf gereed was, hebben we ons druk +geoefend. Aan het einde van de laan hadden we haar opgehangen, en +gingen er dan zoo ver mogelijk van af staan, om goed te leeren +mikken. Die oefeningen waren wel inspannend, maar toch ook verbazend +prettig. Ik zelf had er zooveel schik in dat ik boos werd, als ik er +telkens weer werd afgeroepen. Dat kwam zoo. + +Emma had haar voet verstuikt, en moest dagen achtereen in bed liggen, +en toen ze eruit mocht, kon ze nog heel moeilijk loopen. Tante +Caroline droeg nu aan Lena en mij op, de bedden op te maken, de +kamers te doen, en zooveel mogelijk in huis te helpen. Het scheen ons +een uitdaging, want wij wilden zoo graag vóór alles goede schutters +worden. Ik kà n niet hebben, dat we zulke dingen maar half goed doen. +Lena ging er vandoor, maar dà t kon ik ook niet doen, en ik hielp dus +zooveel als ik kon, maar veelal met een nijdig hoofd. Ik geloof, dat +ik die gansche week niet in m'n humeur ben geweest. Toen het Woensdag +werd, had ik er niet eens zin in, om Annie te halen voor een rijtoer; +Betty en Clara kwamen 's middags om met ons te oefenen in 't +schijfschieten. Toch reed ik met Andy uit, inwendig wenschend, dat ik +haar maar nooit beloofd had, iedere week te zullen rijden. Maar toen +ik haar bleek gelaat zag, dat opvroolijkte toen ik aankwam, was ik +beschaamd. Ik was een half uur te laat, en ze zei: + +"Grootmoe heeft al gezegd, dat u niet zoudt komen. Maar ik wist zeker +dat u komen zoudt. U zult mij nooit alleen laten, wel juffrouw?" + +Ik antwoordde slechts: "Ik hoop van nooit!" + +Annie was zeer spraakzaam. Ze vertelde, hoe ze nu geregeld bad, en +ook dankte voor al het goede, dat ze ontving. Zij begreep nu ook iets +van wat Jezus voor haar aan het kruis geleden had. "O, kon ik maar +wat voor Hem doen!" riep ze uit. + +"Van ons, die nog kinderen zijn, verwacht Hij geen groote dingen, +Annie. Maar wat wij te doen hebben, dat is zóó te spreken en te +handelen, alsof Hij altoos bij ons is, in onze kamer en bij ons werk; +wij zien Hem wel niet, maar toch leeft Hij dicht bij ons. Hij +glimlacht als we ons best doen, en met droeve oogen staart Hij ons +aan, als we ongehoorzaam zijn of toornig, zooals ik vandaag." + +Het deed mij goed, haar eens te kunnen zeggen, hoe verkeerd ik +vandaag gehandeld had. En ik voelde mij gelukkig, toen ik weer thuis +kwam, nog vol van ons gesprek en van het heerlijk gevoel, dat ik had +na het erkennen van mijn zonden. + +Eindelijk kwam dan de groote dag. De tuin bij kapitein Rogers was vol +volk; ook waren er vier jongens en vijf meisjes, die we geen van +allen kenden; zij waren met den trein gekomen uit Tenburg en zeven +mijlen hier vandaan, uit Lincoln. Twee meisjes en drie jongens waren +ook uit een pastorie. + + +[Illustratie] + + +Naarmate de wedstrijd vorderde werd de pret, maar ook de spanning +grooter. Toen het mijn beurt was, gevoelde ik mij erg zenuwachtig; +mijn hand trilde alsof ik de koorts had. Maar het ging gelukkig +nogal, hoewel ik natuurlijk den prijs niet won, dat wist ik vooruit +wel. Ik geloof eigenlijk, dat wij er allemaal wel zoo'n beetje op +rekenden, dat Daan de gelukkige winner zou wezen. Hij stond zoo kalm, +mikte zoo vast, net een volwassen man. Later zei hij nog, dat ie een +gevoel had gehad, als ging het om leven of dood. + +En toen bleek, dat hij den prijs had verdiend, juichten we allen als +uitgelatenen. Mevrouw Rogers overhandigde den prijs in een met kralen +bezette beurs. + +Innig verheugd kwamen we thuis, want nu hadden we ook het zadel zelf +verdiend. En geen onzer behoefde nu ooit meer geld te gaan verdienen. + +Het leek te mooi, om waar te wezen. + +------ + + + + +[Illustratie] + +HOOFDSTUK XIII + + +En nu heb ik te schrijven over een vreeslijken dag. Onze vacantie was +bijna om; het zadel voor Andy was juist ontvangen, en allen reden wij +druk met hem. Hij bleef ons over 't algemeen goed voldoen, en +galoppeerde soms, dat 't een lust was. + +Terwijl wij bezig waren, aan 't ontbijt onze plannen voor den dag te +bespreken, kwam Emma binnen met een telegram voor vader. Vader krijgt +vaak telegrammen over spreekbeurten, zoodat wij er weinig notitie van +namen. Maar eensklaps hoorden we hem een onderdrukten snik geven, +terwijl hij het telegram aan tante Caroline overgaf. Toen die het +las, begon ze te weenen, en wij begrepen nu, dat er slechte tijding +was gekomen. En zoo was het: Grootmoeder was gevaarlijk ziek, en +vader moest onmiddellijk overkomen. + +Tante Caroline riep in haar droefheid: "Zij is stervende, Jan, ik ga +met je mee." + +"Er is geen trein vóór 10.30, dien moeten we hebben." Tante verliet +haastig de kamer, en vader richtte zich tot ons: "Kinderen, kan ik +jelui met vertrouwen alleen laten? Het zou voor tante een bittere +teleurstelling wezen, als ze niet met mij mee kon gaan. Wil jelui je +best doen, om je goed te gedragen? Daan, jij wordt al een groote +jongen, en je kent het onderscheid tusschen goed en kwaad. Op jou +reken ik, terwijl ik weg ben. Grietje, neem jij Lena onder je hoede, +en laat haar geen verkeerde dingen uithalen. Ik zal even met de +keukenmeid een en ander bespreken. We moeten geen tijd verliezen." + +Wij beloofden, ons goed te zullen gedragen. We waren wel bedroefd om +grootmoeder, maar we konden ons toch ook niet ontveinzen, dat we wel +een klein beetje vermaak erin hadden, nu eens alleen te zijn, zonder +eenig toezicht. Dat was nooit tevoren geschied, en vooral in de +vacantie is het een heerlijk gevoel, es echt alleen te wezen, en baas +over jezelf te zijn. + + +[Illustratie] + + +Intusschen ging ik naar boven, om tante te helpen bij het inpakken +van haar koffertje. Tante was erg in de war; ook de keukenmeid en +Emma waren zenuwachtig, zoodat ze tante met allerlei vragen en +opmerkingen nog meer opwonden. Toen alles gereed was, reed Daan de +bagage in ons ezelkarretje naar het station. + +Daar het nu Dinsdag was, beloofde vader, zeker nog vóór Zondag weer +thuis te zijn. Tante Caroline kuste mij hartelijk bij 't afscheid, en +zei, dat ze wist, dat ik mijn best zou doen, en ook den anderen tot +voorbeeld zou wezen, omdat zij mij kende als haar vertrouwde hulp in +'t huiselijk werk. Ik was zoo blijde met deze lofspraak, dat ik bijna +schreide, maar ik hield mij goed, sloeg mijn armen om haar hals, en +kuste haar hartelijk ten afscheid. + +Toen Daan van 't station terug was, gingen wij allen naar het priëel +in den tuin, om te praten over de onverwachte verandering. + +"Twee dagen geleden was grootmoe nog zoo best," zei ik; "zij schreef +nog aan tante Caroline, dat zij pas een rijtoertje gemaakt had. Ik +wist niet, dat de menschen konden sterven, zonder eerst ziek te +zijn." + +"Maar zij is ziek," merkte Alex op. + +"Jawel, maar ze kan toch niet ineens zoo verschrikkelijk ziek zijn, +wel?" + +"Och, zeker wel; dat zie je telkens." + +"En wij dan ook?" vroeg Lena angstig. "Daar zou ik heel bang voor +wezen. Tante zei nog wel, dat ze zeker wist, dat grootmoe al dood +was." + +"In elk geval," zei ik, "zal grootmoe nog heelemaal niet graag willen +sterven. Maar zij is, evenals de ridder: semper paratus. En dat +behoor jij ook te wezen, Lena." + +"Dat ben ik niet," zei ze. "Ben jij het?" + +"O, hou toch op met dien onzin!" riep Alex eensklaps uit. "En wat +zullen we nu gaan doen met onszelf?" + +"Een pic-nic zou heerlijk zijn," stelde ik voor. "In het gras bij de +rivier." + +"En dan moesten we Andy meenemen, dan kan hij eens een flink bad +krijgen. Hij ziet er zoo verschrikkelijk vuil uit, omdat ie nooit een +bad krijgt." + +Zoo sprak Lena. Als er één ding is, waar die verzot op blijft, dan +is het water en wasschen. + +"En dan zullen we een ketel water koken, dan lijken we net +zigeuners," vond Alex. + +"Goed zoo. Laten we eerst naar de keukenmeid gaan, en zien, of die +wat rauw vleesch voor ons heeft, dan kunnen we 't zelf braden." + +Daan en ik gingen dus naar de keuken en de meid vond het maar wà t +heerlijk, ons een ganschen dag kwijt te wezen. Zij gaf ons wat +saucijzen en een braadpan met wat vet erin om ze te braden, verder +een stukje konijnenvleesch, wat koude aardappelen, appelen, een stuk +brood, een flesch melk, een beetje suiker, een zakje met zout en een +zakje met thee. Dan holden we naar de leskamer en haalden er kopjes +en schoteltjes weg, zoomede een ketel. Vervolgens werd alles in het +ezelkarretje geladen, en reden we weg, allen zóó opgewonden blij +met ons mooie pic-nic-plan, dat we al spoedig vergeten waren, dat +grootmoe stervende was. Zoo nu en dan, als het iemand te binnen +schoot en ervan sprak, keken we wat sip. Maar dat begon Daan te +vervelen en hij zei: + +"Kijk es hier lui, dat gaat zoo niet langer. Wij willen hopen, dat ze +nog weer beter zal worden. Dat gebeurt met zoovelen en de dokters +zeggen altijd: Zoolang er leven is, is er hoop. En daarom moeten we +zooveel pleizier hebben als we maar kunnen, alsof grootmoe al beter +werd." + +Dat woord deed ons allen weer opleven. Het was ook zooveel prettiger, +vroolijke gedachten over grootmoeder te hebben, dan sombere. En ik +vrees, dat wel niemand onzer veel meer aan haar zal gedacht hebben, +want we waren bij de rivier gekomen, en ons plan nam alle gedachten +in beslag. Daan zei tegen Lena: + +"Hoor eens, als jij wasschen wilt, dan moet je jezelf maar gaan +wasschen; je handjes staan er goed voor, en dan kun je ook de borden +en kopjes wasschen. Maar probeer het niet met Andy, want dan zal ik +je met je hoofd in 't water duwen. Ezels zijn er niet voor, om +gewasschen te worden." + +Lena keek erg knorrig, maar ze is bang voor Daan. De toebereiding van +onzen maaltijd gaf heel wat pret. Eerst werd er een vuurtje gemaakt, +daarna de ketel erop gezet, want we moesten allemaal theedrinken. +Vervolgens werd de braadpan opgezet, gevuld met de saucijzen, de +koude aardappelen en het stuk konijnenvleesch. Het rook heerlijk! +Daan en ik waren om beurten de kok; Alex wilde zóó vaak proeven, of +'t eten al goed was, dat wij bevreesd werden, dat er niet genoeg voor +ons allen zou wezen. En Lena kwam er telkens zóó dicht bij staan, +dat ze haar gezicht verschroeide. + +Ik geloof niet, dat grooten menschen ons baksel zou gesmaakt hebben, +omdat het nog al sterk rook; eenmaal zelfs helde de pan zóóver +over, dat eenige aardappels er uit rolden, maar ze werden niettemin +met graagte opgegeten. Na het "diner" werd de thee gebruikt, zooals +we dat nu eenmaal gewoon waren. Vervolgens beproefden wij de appels +te roosteren, maar dat ging heel lastig en bovendien waren we van 't +koken al erg vermoeid, zoodat we ze maar rauw hebben opgegeten. + +Lena en Puf en ik gingen nu de borden omwasschen en spoelen; ze +werden weer ingepakt en in 't karretje gelegd, waarna we +verstoppertje gingen spelen. Vlak bij was een klein bosch, zoodat we +er heel wat pret mee hadden. Maar toen begon ook de eerste ellende. +Wij hadden Andy afgetuigd en lieten hem gras eten, maar toen we +spelen gingen, vergaten we hem geheel, en eensklaps ontdekten we, dat +ie er vandoor gegaan was. + + +[Illustratie] + + +Dadelijk gingen we allen op zoek, schreeuwden en klapten in onze +handen, maar er was geen spoor van hem te ontdekken. Toen werden we +boos op 'm. Lena vond, dat hij zich den dag had moeten herinneren, +waarop hij met Puf was weggereden. En Alex zei pruttelend: "We zullen +de rest van den dag wel moeten besteden aan 't zoeken naar dat oude +beest! Laten we maar naar huis gaan, hij zal zelf wel den weg naar +huis vinden!" + +"Maar we kunnen toch het karretje niet hier laten," zei Daan. + +"Span Alex dan maar in, dan zal ik hem wel sturen," zei Lena, terwijl +ze danste van pret om het plannetje. + +De jongens echter hadden er geen ooren naar. Nog een uur lang zochten +we naar Andy. We waren al drie mijlen van huis, en we wisten niet, +wat te beginnen. Ten slotte vonden de jongens 't toch maar 't beste, +om met vereende krachten het karretje naar huis te brengen. Wij +juichten van pleizier, want dat leek ons bijzonder. Er werd nog lang +en breed over gepraat, voordat het aan 't vertrek toe was. Op +voorstel van Daan werd eindelijk besloten, dat Puf in 't karretje zou +zitten (hij was erg vermoeid), en dat de anderen als vierspan er voor +zouden trekken. Lena en ik vormden het eerste tweespan, Daan en Alex +het tweede. Gelukkig hadden we touw bij ons; na nog eens weer +overlegd en geregeld te hebben, waren we eindelijk gereed, en zette +de stoet zich in beweging. + +"Laten we nu zeggen, dat Puf juist gekozen is als afgevaardigde voor +het graafschap, en nu hebben we de paarden voor z'n rijtuig +afgespannen, en trekken nu met hem de stad rond," stelde Daan voor. +Dat viel in den smaak, luidjuichend riepen we allen: "Leve Puf, de +vriend der arbeiders!" + +Wij wisten wel, hoe dat toeging bij die verkiezingen. + +Maar, o wee, wat was dat zwaar trekken met het ezelen-karretje! +Doodop waren we, toen we het ding eindelijk weer op den weg hadden +gekregen, en we rustten dan ook al dadelijk even uit. Puf vond het +natuurlijk heerlijk; voor alle zekerheid hadden we hem de zweep maar +afgenomen, toen hij, vol verrukking over zijn zegetocht, de zweep ter +hand had genomen, als waren wij een heusch vierspan. En zie, terwijl +we even wachtten, daar kwam Mevrouw Laura aan in haar rijtuig met +twee paarden, vergezeld van Betty en Clara. + +"Wij hebben ons ezeltje verloren!" riepen we haar toe. Wij trachtten +in galop haar voorbij te rijden, want de weg was daar heuvelachtig, +doch Mevrouw Laura hield ons staande. "O jelui dwaze kinderen," zei +ze, "wat ben ik blij, dat ik niet op jelui heb te passen." + +Wij vonden dat niet erg aardig van haar, omdat wij het heusch niet +zoo prettig vonden om zoo met ons karretje heuvel op heuvel af te +moeten sjouwen; maar het moest wel. Daan groette haar nu beleefd, +door z'n pet af te nemen, en legde haar uit, waarom we zoo deden. Hij +vroeg haar, of ze Andy ook ergens gezien had; zij beloofde, ons +dadelijk te zullen boodschappen, als zij hem ergens zag. Betty en +Clara vonden het zoo leuk, dat ze wilden uitstappen, om met ons samen +een zesspan te vormen, doch ze hadden hun beste kleeren aan, en daar +kon dus niet van komen. + + +[Illustratie] + + +Na deze afwisseling gingen we weer welgemoed verder, totdat wij, +dicht bij ons dorp, aan een vrij steilen heuvel kwamen. Wij stelden +ons voor, er in een prachtigen galop af te draven en zoo in volle +vaart ons dorp binnen te rijden. Ik vermoed, dat we het wat al te +haastig aanlegden, want juist voor dat we weer op gelijken grond +kwamen, scheen het karretje over te hellen, Daan en Alex konden het +niet meer houden, Lena struikelde, en voor dat ik goed zien kon, wat +er gebeurde, lagen wij allen door elkaar in een droge sloot, waarbij +Puf tekeer ging, alsof ie vermoord werd. De mand tuimelde uit de kar, +en alle borden, kopjes en schoteltjes waren aan scherven. + +Daan was de eerste, die overeind scharrelde. Hij scheen er goed aan +toe te wezen, was alleen een beetje gekneusd, zooals hij zei. Lena +had een groote buil op haar voorhoofd, zoo groot wel als een +kievitsei. Alex had een zijner beenen leelijk bezeerd en zei, dat het +zeker gebroken was, maar Daan betastte het eens en besliste van niet, +omdat er nergens een beentje van z'n plaats was. Puf had alleen z'n +knieën bezeerd, de eene bloedde vrij erg, en ik bond er mijn zakdoek +om. Ik zelf had mijn elleboog aan een steen gestooten, het deed erg +zeer, maar anders ook niet. + +Nadat we al deze akeligheden overzien hadden, gingen we een oogenblik +in een haag uitrusten. Maar wijl er niemand kwam opdagen om ons te +helpen, lieten we ons karretje liggen, nam Daan, Alex op z'n rug en +zoo marcheerden we als een verslagen vijand ons dorp binnen; Lena's +jurk was erg gescheurd, en mijn hoed zag zwart van modder. Toen wij +zoo thuis kwamen, gaf Emma een gil van schrik. Ze was echter spoedig +weer bekomen, en zei Baldwin, de kar te gaan halen. Alex ging binnen +op de sofa liggen, waar de keukenmeid z'n been onderzocht. Zij +meende, dat het wel voldoende zou zijn, als er een koud-waterverband +werd omgelegd. Het been was wel wat gezwollen, maar er was geen +sprake van gebroken. + +Dat we allemaal weinig opgeruimd waren, laat zich denken, maar het +was natuurlijk Andy's schuld en niet de onze. Nadat we thee hadden +gedronken, kwam er een jongen aan de pastorie; hij had Andy gevonden +in een grasveld, waar ie met een paar veulens aan 't hollen was. Hoe +hij daar terecht was gekomen, daar begrepen we niets van; hij moèst +over een heg zijn gesprongen. Wij waren heel blij, dat we 'm weer +hadden, maar Daan gaf 'm een flink pak slaag. Emma vond, dat het hier +nu wel een hospitaal geleek, met zooveel gewonden en gekneusden. + +En nu wou ik maar, dat ik hier de beschrijving van onze ellende kon +eindigen, maar het ergste moet nog komen. + +Ik zat in den tuin een boek te lezen; Puf was al naar bed, en Lena +speelde binnen halma met Alex. Plotseling kwam Daan opgewonden naar +mij toe en riep: + +"Zeg, d'r staat een boerderij in brand, een halve mijl van hier! Het +is de boerderij van Gaythorpe! Ik ga er heen!" "Ik ga mee!" riep ik. + +'t Is wel treurig voor wie 't treft, maar we houden allen van brand; +dag of nacht, altijd gingen we er heen. + +Vlug zette ik m'n hoed op, en rende met Daan weg. Al spoedig zagen we +dikke rookwolken in de verte. Daan vermoedde, dat er hooibergen in +brand stonden. + +Wij holden zoo hard als wij konden door, en toen we er kwamen, bleek +inderdaad een hooiberg in brand te staan, doch de vlammen waren al +overgeslagen op de stallen, die vlak aan het huis grensden. Daar er +geen brandspuit dichterbij te vinden was dan te Lemworth, waren er +vele menschen bezig met emmers water in de vuurzee te gooien, maar +dat hielp weinig, en 't stond er dus niet best voor. Daan begon +dadelijk te helpen bij het redden van de meubelen uit het woonhuis; +het had een rieten dak, en er was dus weinig kans, dat het gespaard +zou blijven. + +Gelukkig waren de kinderen van den boer al uit het huis, en ook de +paarden waren al losgesneden, zoodat er geen levende ziel meer in +huis was. De boer deed al z'n best, om nog te redden, wat er te +redden was. + +Intusschen had een der mannen een ladder tegen het woonhuis gezet, en +begon nu het riet van het dak weg te snijden; doch de ladder vatte +plotseling vuur, zoodat de man z'n werk moest opgeven; zóó snel +schoten de vlammen toe, dat hij z'n handen er nog bij brandde. Ik +wilde Daan nog helpen met het sjouwen der meubelen, maar hij stond +het niet toe; dat is geen werk voor dames, vond ie. + +Eensklaps hoorde ik een gejank in een schuurtje, wij liepen toe, en +daar zagen we boven een der vensters een lief klein hondje staan op +den hooizolder! + +"O, het is Fox!" jammerde juffrouw Gaythorpe "ik heb hem opgesloten, +toen ik de kinderen uitliet!" + +"Ik zal hem eruit halen!" riep Daan, en hij vloog het huis binnen en +de trap op. Nog geen minuut was hij weg, of daar sloeg een vreeslijke +vlam uit de schuur. Juffrouw Gaythorpe zei, dat zou van een vat +petroleum zijn. Tegelijkertijd zagen we Daan, die den hond voor zich +uithield boven het venster. + +"Zal ik hem eruit werpen?" riep Daan. + +"Kom zelf er gauw uit!" riep de boer. "Het vat met petroleum is +gesprongen!" + +Daan verdween weer. Maar spoedig verscheen hij aan het venster en +riep: "De trap staat in brand! Ik kan niet naar beneden!" + + +[Illustratie] + + +Ik stond te trillen op mijn beenen van angst. "Houdt een deken +gespannen!" schreeuwde Daan. "Ik zal Fox erin gooien. Twee mannen +spreidden een deken uit, en Fox werd er in opgevangen. Intusschen was +Gaythorpe de ladder gaan halen, maar die was gebroken en nu te kort, +om Daan te bereiken. Een andere werd gehaald, die was ook te kort. +Toen werden ze aan elkaar gebonden. Ik stond doodsangsten uit, maar +Daan bleef kalm. + +"Schiet wat op!" riep hij; "het vuur komt hier al in de kamer!" En +geen seconde daarna stond hij al in een rookwolk gehuld; het huis +brandde als papier weg. + +"O Daan, Daan!" jammerde ik. "Is er niemand, die hem redden kan?" En +meteen hoorde ik, dat de ladders al zóó verkoold waren, dat ze niet +meer te gebruiken waren. En nog verloor Daan den moed niet. + +"Werpt me een touw toe!" riep hij nu weer. "Ik moèt hieruit, de +vloer begint al onder mij te branden." Hij stond nu in de +vensterbank; men haalde een matras, en vier mannen hielden haar +gestrekt. + + +[Illustratie] + + +"Spring!" riepen ze. "'t Is je eenige kans!" + +Een oogenblik aarzelde Daan .... hij keek omlaag .... hij was zoo +hoog .... nog even gekeken .... daar sprong hij omlaag .... ik deed +m'n oogen dicht.... + +Ik vrees, dat hij te wild gesprongen heeft, want ik hoorde een +vreeslijk gekraak. Nooit zal ik dit ontzettend oogenblik vergeten. De +menschen gilden van schrik, en toen was het ineens doodstil. Ik vloog +er heen, maar boer Gaythorpe greep me bij den arm. + +"Hier blijven, kind, dat is niet voor je om te zien. Arme, arme +jongen!" Wat mij nog nooit overkomen was: ik viel in zwijm. En toen +ik weer bijkwam, was ik in een huisje gebracht, waar een vrouw bezig +was in mijn neus met verbrande veeren te kietelen. Dadelijk +herinnerde ik mij alles, en vroeg verschrikt: "Waar is Daan?" + +"De dokter is bij hem, lieve. Gelukkig was die net onderweg naar boer +Turt, waar hij den brand zag en dadelijk naar hier kwam." + +"Is hij dood?" vroeg ik schreiend. "O toe, hij kan niet dood wezen!" + +"Kom, kind, we willen er 't beste van hopen!" + +Ik stond op, en liep zoo snel als ik kon naar buiten, waar ik Baldwin +vond. Ook de keukenmeid was hier gekomen, en stond handenwringend te +schreien. Ik ging het huis binnen. Daar kwam de vrouw, die daar +woonde, op mij af, en op mijn geroep van "Is hij dood?" antwoordde +ze: + +"Och lieve, houd moed, hij heeft gebroken beenen, maar jonge beenen +genezen spoedig, zeggen de dokters! Kom, binnen twee dagen lacht ie +alweer! Maar hij mag niet vervoerd worden. Ik ben verpleegster te +Lemworth geweest, en ik zal hem zoo best verzorgen, als ik kan. Dat +beloof ik je!" + +We bleven nu in de kamer naast die waar Daan lag, op den dokter +wachten. + +------ + + + + +HOOFDSTUK XIV. + + +Dr. Fenning is al oud, hij woont zes mijlen bij ons vandaan. +Glimlachend kwam hij uit de ziekenkamer, hij bemerkte wel, hoe +beangst we allen keken. "'t Zal wel gaan," zei hij, "mits hij met +zorg verpleegd wordt. Maar hij moet volledig rust houden, niemand mag +hem zien dan juffrouw Blatch. Zij zal hem verzorgen naar mijn +aanwijzingen." + + +[Illustratie] + + +"Och dokter," smeekte ik, "zou ik hem niet even mogen zien, heel even +maar? Vader is op reis. Is hij erg gewond?" "Het is een geluk, dat +hij juist op het gras terecht kwam, en het is een wonder, dat hij er +nog zoo goed aan toe is, als nu. Gewond? Ja, hij heeft een rib +gebroken en ook een arm is gebroken, verder een leelijke wonde aan +z'n hoofd, maar hij is nog jong en ik zal het wel met hem klaar +spelen. Ga jelui maar gerust naar huis, hij is hier goed verzorgd." + +Baldwin en de meid wilden nog weer wat aan Dr. Fenning vragen, maar +hij werd ongeduldig en ging heen, zoodat wij naar huis terugkeerden. +Lena en Alex wisten nog van niets af, die had ik dus al het droeve +nieuws te vertellen. Wij besloten, dat ik dadelijk aan vader zou +schrijven, en hem alles vertellen. Nog vóórdat ik naar bed ging, +geschiedde dat, zoodat de brief den volgenden morgen nog met de +eerste post wegkwam. + +En toen naar bed. Voor 't eerst van m'n leven verlangde ik naar bed, +om tot rust te komen na zulk een vreeselijken dag. Van +oververmoeidheid viel ik dadelijk in slaap; toen ik den volgenden +morgen wakker werd, was het mij, als lag er een zwaar gewicht op mijn +hoofd: het was de herinnering aan Daan. Bij het ontbijt kwam er een +brief van vader; hij schreef, dat grootmoe was gestorven, en dat hij +niet eerder dan na de begrafenis kon thuiskomen, dat was Zaterdag. +Lena en ik waren droevig gestemd; we konden maar niet gelooven, dat +grootmoe werkelijk dood was. + +Alex had nog veel last van zijn verwonde been, hetgeen niet opwekkend +werkte op z'n humeur. Daar er dus thuis weinig aantrekkelijks te +beleven viel, gingen wij maar weer eens naar juffrouw Blatch, om te +hooren, hoe het met Daan ging. Zij vertelde ons, dat hij sliep, en +niet gestoord mocht worden. + +"Heeft hij veel pijn?" vroeg ik. "Spreekt hij ook over wat er gebeurd +is?" + +"Hij is niet geheel helder nog, lieve; maar dokter geeft hem wat in, +om rustig te blijven. Hij zal wel voorspoedig genezen, wees daar maar +niet bang voor." + +"Vader komt niet vóór Zaterdag thuis," vertelde ik haar, met tranen +in de oogen; "en zonder Daan is het nu thuis zoo eenzaam. Weet u +zeker, dat hij niet sterven zal, juffrouw?" + +"Ik heb er alle hoop op, kindlief. Als de goede God ons helpt, zal 't +niet aan mij liggen." + +"Toe Lena, laten we dan maar naar huis gaan en voor hem bidden; wat +verkeerd van ons, dat we dat nog niet gedaan hebben!" + +Zoo gingen we weer terug. Lena was ongewoon ernstig; thuisgekomen, +gingen we dadelijk naar onze slaapkamer, knielden voor ons bed neer, +en baden, dat Daan spoedig mocht genezen. Toen we gebeden hadden, +gevoelden we ons wel moediger gestemd. We gingen vervolgens naar +Alex, die nog altoos op de tot bed ingerichte sofa lag. Puf was met +Andy aan 't rijden in 't grasveld. + + +[Illustratie] + + +Wij vonden Alex erg terneergeslagen. Toen we hem van Daan vertelden, +zei hij: "Maar ik ben er ook leelijk aan toe, mijn been wordt al +erger. Ik denk, dat er koudvuur is bijgekomen, het wordt zwart. En +dan ben ik spoedig evenver heen als Daan, en dan zullen ze mijn been +afzetten, en kan ik de rest van mijn leven op één been rondhinken." + +Wij werden beangst door zijn spreken en vroegen hem, zijn verband +eens af te doen, dat we zijn been bezien konden. Toen ik het zag, +riep ik verlicht uit. "O, dat zijn de ontvellingen, dat ziet er +altoos veel erger uit, dan 't is. Die heb ik ook gehad, op mijn +armen." + +"Ja," riep Lena, "en ik ook, kijk maar op m'n voorhoofd." + +"Puh!" zei Alex. "Wat zou nu jelui gebeuzel over die ontvellinkjes +te maken hebben met mijn been! Had ik den dokter maar laten roepen! +Die meid denkt, dat ze heel knap is, maar zij maakt nog gehakt van +me." + +Wij konden niet helpen, dat we in den lach schoten, want dat zegt +Mary altijd tegen tante, als ze niets weet voor 't middagmaal. "We +zullen d'r maar gehakt van maken, juffrouw." Ze zou ons op die manier +wel dag aan dag gehakt willen geven, als ze er ten minste vleesch +voor krijgen kon. + +"Het zal mij benieuwen, wat voor pijn Daan heeft," merkte ik op. "Wat +een verschrikkelijke dag gisteren!" + +"En daar was Andy de schuld van," mompelde Alex. "Als hij niet was +weggeloopen, zou ik mijn been niet bezeerd hebben, en dan was ik met +jelui naar den brand gegaan." + +"En wat dan?" vroeg ik. + +"Dan zou ik Daan hebben weerhouden van zijn dwaasheid, om een +brandend huis binnen te rennen." + +"Hij heeft den hond gered," zei ik. "Ik geloof, dat hij daarmee een +goede en dappere daad verrichtte. Ik zou niet graag in zijn plaats +zijn geweest, toen hij daar gereed stond, om van boven af te +springen. O, wat was dat vreeselijk, om te zien. En dan die angst, om +toch vooral op de matras te springen! En toch stond hij er zoo dapper +en kalm bij. De lui uit 't dorp noemden hem een echten held!" + +Alex zei niets meer. Wij droegen hem naar den tuin, waar hij in 't +gras kon liggen, en wat met ons babbelen. Wat duurde die dag lang! +Mary en Emma waren naar juffrouw Blatch gegaan, om naar Daan's +toestand te informeeren; ze waren vreeselijk lang onder weg, omdat ze +in 't dorp met iedereen gingen praten over de vreeselijke +gebeurtenis. Juffrouw Ribbon vond, dat wij vader hadden moeten +telegrafeeren over Daan; maar later zei ze weer, dat 't toch maar +beter was, zooals we gedaan hadden want in een telegram kan je niet +alles goed duidelijk maken. + +Tegen den avond kregen we bezoek van Mevr. Rogers. Wat waren we blij, +dat zij eens kwam kijken. Ik verbeeldde mij zelfs, dat ik er behoefte +aan had, nu ook eens met groote menschen te praten. Zij wilde ook +Daan gaarne zien, en bleef wachten, totdat dokter kwam. Ook wilde ze +aan vader schrijven. + +"Jelui moeten allemaal maar eens een heelen dag op de boerderij +komen," zei ze, "dan kun je mijn man meteen weer eens wat +opmonteren." + +"Maar," merkte ik op, "wij hebben de laatste dagen niet anders gehad +dan ongelukken; brand en dood en ziekte, zoodat we ons niet erg +opgewekt gevoelen." + +"Jawel kinderen, dat weet ik wel, maar we moeten nu niet alles van +den zwarten kant bezien. Andy is weer terecht en niemand van jelui is +levensgevaarlijk gewond bij den tuimel in de droge sloot. En Daan +wordt alweer beter, en Zaterdag komt je vader weer thuis. Kom, kom!" + +"O ik wou, dat u hier kondt komen en blijven, totdat vader weer thuis +is!" riep ik zuchtend uit. + +Maar Mevrouw zei, dat ze den kapitein niet alleen kon laten. We waren +echt bedroefd, toen ze weer vertrok, maar wij beloofden haar toch, +den volgenden dag op de boerderij te komen doorbrengen. Zoo +geschiedde, en we hebben ons best vermaakt. + +Intusschen kreeg ik een tweeden brief van vader, en Mary kreeg er ook +een. Hij schreef, dat hij onmiddellijk naar huis had willen +terugkeeren, doch dat hij eerst aan den dokter getelegrafeerd had, +die hem berichtte, dat het niet noodig was, omdat Daan goed +vooruitging. Verder schreef hij nog, dat hij zoo moeilijk vóór +grootmoe's begrafenis kon wegkomen, omdat er nog zooveel te bespreken +en te regelen was. En dan deelde vader ons mee, dat in plaats van +tante Caroline, tante Marie Zaterdag met hem mee kwam. Dat was een +blijde tijding voor ons! Tante Marie kan 't best geschiedenissen +vertellen, beter dan wie ook. Als wij in den winter om 't gezellige +haardvuur in 't schemerdonker zijn neergezeten, dan begint zij te +vertellen van den burgeroorlog, die eeuwen geleden werd gevoerd. Zij +vertelt ons van jongens en meisjes, die hun vaders in donkere kerkers +opsloten, en waaruit ze dan weer door geheime gangen ontvluchtten. En +ons hart beeft, en we houden onzen adem in, als ze vertelt van die +ontvluchtingen, dat de menschen bijna weer werden gegrepen. De tijd +vliegt om, en eer we 't weten, is 't bedtijd. Het is heerlijk, naar +tante Marie te luisteren! + +Langzaam herstelde Daan; toen vader en tante Marie thuis kwamen, kon +hij nòg niet vervoerd worden; dat gebeurde pas drie weken later. +Toen hij thuis kwam, zag hij er nog erg bleek en smalletjes uit; zijn +arm droeg hij nog in een verband, en hij moest steeds nog in bed +blijven. + + +[Illustratie] + + +Overdag gingen we veel bij zijn bed zitten, om hem op de een of +andere manier gezellig bezig te houden. Den eenen keer deden wij +spelletjes met hem, den anderen keer haalden wij acrobatische toeren +voor hem uit. Alex beproefde, over een stok te loopen, dien hij +tusschen twee stoelen gelegd had, of balanceerde een glas op z'n +neus. De stok brak, en hij maakte een flinken smak. Gewoonlijk was +Daan bij al deze uitvoeringen best in z'n schik, doch toen ik op een +Zondagmiddag bij hem kwam zitten, vond ik hem heel ernstig. + +Hij had het over mijn Zondagsschoolklas en zei: "Vader had toch wel +gelijk, Griet, ik was er niet voor geschikt, die kleintjes te leeren. +Ik had de taak van een dienstknecht op mij genomen, terwijl ik het +nog niet eens was. Weet je wat ik dacht, toen ik daar in het venster +stond te wachten op de ladder, en de vlammen reeds om mij heen +lekten?" + +"Neen," antwoordde ik, "ik wist wel, dat je aan iets dacht, je keek +zoo ernstig en kalm. Hè, laten we daar maar niet meer over praten, +'t was vreeselijk!" + +"Maar ik wou er nu juist zoo graag eens over praten. Het waren de +woorden van den ridder, die mij door het hoofd vlogen: Semper +fidelis, semper paratus. En ik gevoelde, toen ik den dood voor mij +had, dat ik niet paratus, niet bereid was. En bovendien, ik was niet +fidelis, niet getrouw geweest." + +"Maar je keek toch niets bevreesd," merkte ik op. "Ik dacht juist, +dat je niet zag, hoe dicht het vuur al bij je was." + +"Het staat niet dapper, om bang te zijn," zei Daan met z'n oude +deftigheid; "het is niet in den vorm, om je gevoelens aan iedereen te +openbaren." En hij vervolgde: + +"Maar met dat al zat ik leelijk in de benauwdheid, en daar was reden +voor, want ik was niet bereid om te sterven. Wat zou jij hebben +gedaan, Griet?" + +"Ik denk, dat ik het uitgegild zou hebben van angst," antwoordde ik. +"Maar niet voor het sterven zou ik zoo bevreesd zijn geweest, doch +voor 't vuur. Ik geloof, dat ik -- ik aarzelde even verder te gaan, +want ik vind het altijd moeilijk over mezelf te spreken -- dat ik +niet bang voor den dood zou geweest zijn, omdat alles daarna wel weer +in orde zou gekomen zijn." + +"Hoe weet je dat?" + +"Dat staat in den Bijbel. Ik denk aan dat hoofdstuk over de schapen, +en hoe Jezus daarvan zei: Ik geef hun het eeuwige leven, en nimmer +zullen ze omkomen, en niemand zal ze uit Mijn hand rukken." + +"Jawel, maar hoe weet je nu, dat jij een van die schapen bent?" + +Aarzelend antwoordde ik: "Hij stierf voor mij, Hij riep mij en ik +ging tot Hem. Anders kan ik er niet van zeggen." Daan was even stil, +en sprak toen: + +"Ik wil ook zekerheid van mijzelf hebben, voor dat ik dit bed +verlaat. Ik wil er zekerheid van hebben, dat, als ik plotseling den +dood ontmoet, ik zoo gerust zal zijn, als kon het mij niets hinderen. +Een mensch moet geen enkele oorzaak _in_ zich hebben, om bevreesd te +zijn. Ik zal paratus, bereid zijn om te sterven. Daar wil ik ernstig +naar streven." + +"Vader kan je daarin helpen," zei ik. + +Verder spraken we niet over deze zaken, en enkele dagen daarna zei +Daan tegen me: "Ik heb zekerheid nu. Of beter gezegd, God heeft mij +die zekerheid gegeven. Ik heb er alle hoop op, dat ik nu nimmer meer +bevreesd zal zijn voor den dood. En ik hoop ook, dat als ik paratus, +bereid ben, ik dan ook in staat zal wezen, fidelis, getrouw te zijn." + +Ik knikte even, en wij spraken er verder niet meer over. Toen Alex +weer naar school ging, was Daan nog niet geheel hersteld. Lena en ik +kregen nu les van tante Marie. Langzaam aan begon het buiten koud en +nat te worden: de winter naderde, en onze kachels werden weer te +voorschijn gehaald. + +Als we niet buiten konden spelen, speelden we thuis veel +verstoppertje en dan deed tante Marie ook mee. Ook ging zij wel met +ons uit rijden in 't ezelkarretje, terwijl ook vader er af en toe al +eens gebruik van maakte voor huisbezoek. Zoo begon Andy meer en meer +nuttig te worden; hij bracht pakjes naar 't station, reed iedere week +met mij en Annie Steel, en deed boodschappen in 't dorp. En eindelijk +kon ook Daan z'n eersten rijtoer weer maken, waarna hij spoedig ook +weer naar school ging. + +Tante Marie veranderde de kooroefeningen van Zaterdag op Vrijdag, en +dat vonden we heerlijk. Dan konden we den ganschen Zaterdag uitgaan. +Regende het op Zaterdag, dan was het een allervervelendste dag. Den +ganschen dag verveelden we ons dan, en meermalen werd hij besloten +met een vechtpartij. + +Verleden Zaterdag regende het den ganschen dag. Wij sloten ons 's +morgens op in de leskamer, en bedachten allerlei raars. Alex vond, +dat Andy nu toch wel eens wat kunstjes mocht leeren; 't moest zoo'n +soort circusezel worden. Opzitten b.v., en aan een tafel eten, dansen +op de maat der muziek, pianospelen met z'n hoeven, en meer van dat +moois. + +Wij staken de hoofden bijeen, bespraken fluisterend een plannetje, en +Alex rende weg. Hij ging kijken of Andy in den stal was gebracht. +Lena en ik gingen naar boven, naar onze "lorrendoos", dat was een +doos, waar tante Caroline afgedragen kleeren in bewaarde. Wij vonden +er een oude slaapmuts in, een lange blauwe jurk en een witten +omslagdoek. We namen naald en draad, spelden en lint, en gingen weer +naar beneden, nu naar de eetkamer; de leskamer was te hoog voor den +ezel. + +Tante Marie was uitgegaan, om met vader een zieke vrouw te bezoeken. +Daan zette de staldeur open, en Lena en ik legden kranten op den +grond, ingeval Andy vuil zou wezen. Maar Alex had vooraf zijn hoeven +al geboend, zoodat Andy, met den halster om, in bijzonder goed humeur +kwam aangestapt. Zoodra hij binnen was, sloten we de deur, om +ongewenschte bezoekers buiten te laten. + + +[Illustratie] + + +Intusschen had Daan een bos wortels, dien hij van Baldwin had +gekregen, gereed gelegd voor "de dressuur". De eetkamer leende zich +daar heel goed voor, want als Andy lastig werd, konden we gauw de +tuindeuren openen, en dan kon ie daardoor weer z'n stal bereiken. +"Zie zoo," zei Daan, "laten we nu maar es beginnen!" + +Andy kreeg de slaapmuts op z'n kop, de bandjes werden om z'n hals +vastgebonden en hij keek zoo grappig, dat we 't allen uitbarstten van +lachen. Vervolgens werd de blauwe jurk om z'n lijf geslagen en flink +met touwen vastgesjord, en toen kwam 't moeilijkste nog aan. De witte +omslagdoek werd in vieren geknipt, elk stuk om een zijner pooten +gewonden en daarna aan de blauwe jurk vastgenaaid zoodat de +vierpijpige broek niet kon afzakken. Alles ging goed; Andy keek wel +wat vreemd om zich heen, maar hij bleef rustig. + + +[Illustratie] + + +Totdat Daan wilde beproeven hem te laten opzitten en pootjes geven. +Daan had een wortel aan een stok gebonden, en hield hem nu heel hoog +den ezel voor. Maar terwijl wij met alle moeite bezig waren, hem op +z'n achterpooten te doen zitten, rukte hij zich plotseling los en +begon de kamer rond te rennen. Onmiddellijk gooiden we de tuindeuren +open, en hij vloog er uit. Het regende hard, maar Daan en Alex holden +hem na. En nu had die domme Baldwin het hek open laten staan! +Natuurlijk rende Andy er door, en holde het dorp in! Daan zei later, +dat hij haast niet meer had kunnen loopen van 't lachen, zoo koddig +als Andy er uit zag in z'n galakleed. Enkele menschen, die van hun +werk kwamen, konden van 't lachen ook al geen hand uitsteken, en zoo +rende ons ezeltje maar voort. + +Toen vader en tante thuis kwamen, vroegen zij ons, waar de jongens +waren; wij vertelden hun alles, en vader was erg boos. Als Andy weer +thuis kwam zou hij hem onmiddellijk wegsturen. Tante schudde van 't +lachen. Kort na 't middageten kwamen de jongens terug; ze waren Andy +weer kwijt, ze hadden hem niet kunnen vinden. Maar vader zei ernstig: +"Jelui moet dan maar weer op pad gaan, en net zoo lang zoeken, tot je +hem vindt. Jelui verdiende, dat ie nooit terugkwam." + +Nu, dat leek den jongens wel, om er weer opuit te gaan. Ze bleven nu +weg tot theetijd, maar .... hadden Andy nog niet ontdekt! Vader zond +Daan regelrecht naar bed, en vroeg tante, hem wat warms te drinken te +geven, want hij was na dien brand nog niet geheel de oude. + +Het werd nacht en het werd Zondag en het werd Maandag: geen Andy te +zien. Dien Zondagmorgen was Mevrouw Rogers in de kerk, en wij +vertelden haar alles. En zij vertelde ons, dat zij spoedig de +boerderij zouden verlaten, om naar Londen terug te keeren. Wat speet +ons dat! Wij hielden allen zoo van den kapitein, en gingen zoo vaak +op de boerderij spelen. + +"Heusch, ik weet niet wat wij moeten aanvangen zonder jelui," zei +Mevrouw. "Wij houden zoo van jelui en van dien armen Andy." + +En ik pruilde: "Altijd moet ons wat naars overkomen. Nauwelijks +hebben we een week, dat er niet wat droevigs geschiedt." + +Zij lachte en sprak: "Ik zou er alles voor over hebben, om jelui +narigheid te besparen." + +Toen zij was vertrokken, voelde ik mij droef te moede. Het leelijke +is, dat de dingen die wij doen, pas verkeerd lijken als ze gedaan +zijn; ik dacht niet dat het verkeerd was, Andy te dresseeren, maar nu +blijkt het, want wij hebben hem verloren, door dat te doen. + +------ + + + + +HOOFDSTUK XV. + + +Den Maandag daarna plakten we weer een briefje op den mijlpaal, +waarop deze woorden: + + + "Verloren, verdwaald of gestolen: + Een zwarte ezel. 't Laatst gezien in blauwe jurk, wit-zwarte + broek en witte slaapmuts. Luistert naar den naam van + Andy. Wie hem aan de pastorie te Warlington brengt, + krijgt een flinke belooning." + + +Vader vond, dat Daan beter gedaan had, met even aan te loopen bij den +veldwachter, om hem een en ander mee te deelen. Na de lessen ging +tante Marie met Lena en mij aan den wandel, terwijl we iedereen, dien +we tegenkwamen vroegen, of hij Andy niet gezien had. Maar niemand +wist er wat van. Teleurgesteld en weinig hoopvol kwamen we weer +thuis, en toen de jongens uit school thuis kwamen, ook al uit hun +humeur, was 't één groote treurpartij. + +Nijdig zei Alex: "Als die veldwachter hem niet weet uit te vinden, +dan gaat z'n hoofd eraf." + +"Wat wou hij doen?" vroeg ik. + +"Moet je hooren, hij praatte eerst, alsof Andy een meneer was. Hij +vroeg of ie een ring droeg, of z'n zakdoek geparfumeerd en wie z'n +barbier was. Toen heeft Daan 'm gezegd, dat dat zijn zaken waren, om +uit te visschen, en dat hij, als hij den ezel niet vond, geen knip +voor z'n neus waard was." "Ik vrees," hernam ik beklemd, "dat Andy +een ongeluk is overkomen; misschien is die jurk wel om z'n nek +geschoven en heeft ie zich geworgd, misschien is ie wel over die +lange broekspijpen gestruikeld en in een gracht getuimeld. Ik geloof +niet meer, dat hij leeft." + +"Goed, maar dan is z'n lichaam toch nog ergens te vinden! Zoo klein +was ie toch niet!" + +"Ik vermoed," zei Lena half-huilend, "dat ie zich half dood gejaagd +heeft, en toen in de struiken gekropen is, om daar te sterven. Arme +Andy!" + +Toen ik een dergelijke veronderstelling maakte, waarbij ik een +soortgelijk gezicht trok, schoten de jongens in den lach. Maar dat +duurde niet lang, en spoedig zaten we allemaal weer in zak en asch. + +De dagen gingen treurig voorbij. Op een Dinsdag ontmoette ik kapitein +Rogers, en vertelde hem van onze ellende. "Kom, kom!" riep hij uit, +"ezels en honden komen altijd weer terug." + +"Ja," zei ik, "maar morgen is 't al Woensdag, en dan rekent Annie er +op, om met hem uit rijden te gaan. Nog niet één keer heb ik haar +overgeslagen, maar nu weet ik heusch niet, wat ik met haar beginnen +moet. En als Andy voor altoos weg is, zal zij nooit meer met hem +kunnen rijden. O, het is verschrikkelijk!" Ik trachtte mijn tranen in +te houden, maar 't lukte niet. + +"Hoor es hier, beste meid," zei kapitein Rogers, "a.s. Maandag +vertrek ik van hier. Hoe zou je er over denken, je kleine patient in +mijn rijstoel mede te nemen? Hij rijdt o zoo licht, je zoudt hem zelf +best kunnen voortduwen. Ik zal hem dan aan jelui huis laten brengen +en dan kun je elken Woensdag het arme kind erin rondrijden." + +Ik deed een sprong van blijdschap en bedankte hem driemaal. "Ik was +zoo bang, dat ze nu nooit meer naar buiten zou kunnen, en nu kan ik +haar gaan zeggen, dat ze Maandag weer kan rijden. O, wat vind ik dat +vriendelijk van u, meneer, maar het spijt me zoo, dat u ons verlaten +gaat. Wij houden allemaal zoo van u." + + +[Illustratie] + + +"Ja kind, het gaat mij evenzoo," zei hij lachend, "en ik hoop, dat je +mij eens schrijven zult, Grietje, al is 't maar eens in de maand. Of +kun je niet es een mooi boek schrijven en het mij sturen, als 't +klaar is? Een dagboek bijvoorbeeld?" + +"Nu," antwoordde ik, "ik zal hier spoedig een einde aan maken, en dan +aan deel II beginnen. Zoudt u 't werkelijk graag eens lezen?" + +"Ja, heusch." + +"Maar ik vrees," hernam ik spijtig, "dat het een heel treurig slot +zal worden, want alles gaat tegenwoordig verkeerd. U gaat weg, en +Andy is weg, en de winter komt, en het doet niets dan regenen. Als we +veel thuis moeten zitten, vervelen we ons en dan gaan we verkeerde +dingen bedenken. Zelfs tante Marie speelt tegenwoordig niet zooveel +meer met ons, zij heeft het te druk met ziekenbezoek." + +"Nu, in elk geval houd ik je aan je belofte, om mij je boek te +zenden, als 't klaar is." + +"Ja, dat zal ik doen. En hoort u es, kapitein, zoudt u 't goed +vinden, als ik uw rijstoel ook nog voor andere doeleinden gebruikte +dan voor Annie? Ziet u, ik breng soms boodschappen van onze +dorpsgenooten naar Cross Glen, ik ben dan zoo'n soort +vrachtrijdster." + +"Maar hoe ter wereld kom je dáár nu toch bij?" + +"Och, daar houd ik van. Vader zegt, je moet nooit iets beginnen, of +je moet er een nuttige oorzaak voor hebben. En vindt u dat dan geen +nuttige zaak?" + +"Wat voor oorzaak hadt je daar dan voor?" + +Ik wou het hem eerst niet zeggen, maar dat leek me toch weer laf ook, +en ik antwoordde: "Ik wil graag een dienstmaagd van Jezus Christus +zijn, Die gezegd heeft: Ga en help uw naasten. Dus dan heb ik te +gaan. Dat noem ik mijn _gaan_." Kapitein Rogers lachte niet, moedigde +mij aan, meer ervan te vertellen, en ik vervolgde: "Ik geloof, dat ik +mijn _gaan_ beter waarneem dan mijn _doen_. Thuis moet ik tante Marie +helpen, kousen stoppen, enz., en dat gebeurt haast nooit met graagte. +Heb ik u niet eens verteld van die woorden op de graftombe van den +ridder in onze kerk: Semper fidelis, semper paratus? Hij was een +uitnemend dienstknecht, en ik wenschte te zijn als hij." + +"Juist," zei de kapitein, terwijl hij mij ernstig aankeek, "en daar +zul je zeker in slagen. Maar kind, ik moet weg. Vaarwel hoor! Ik zal +je den rijstoel zenden. En Zaterdag moet jelui allemaal bij mij op +een afscheidsfeest komen. Ik zal een deftige uitnoodiging zenden." + +Verheugd riep ik uit: "Dat 's heerlijk!" Toen ging ik regelrecht naar +Annie en vertelde haar alles van ons verdwenen ezeltje en van den +rijstoel. Zij had reeds van Andy's vlucht gehoord, en had ook reeds +verwacht, dat het rijden nu wel uit zou zijn; maar ik had haar betere +dingen te beloven. Dien middag bleef ik meteen maar bij haar en gaf +haar les in 't lezen. Op Zaterdagmorgen gingen we allen op pad om nog +eens een onderzoekingstocht naar Andy te doen. Puf ging niet mee, om +niet vermoeid te zijn vóór de partij bij kapitein Rogers. De +kapitein had ons genoodigd om 3 uur. + + +[Illustratie] + + +Toen we aan den kruisweg kwamen, stelde Daan voor, dat we ieder een +weg zouden inslaan, en dien zoo ver mogelijk oploopen. Mij leek het +plan niet goed; Lena zou zoo ver toch niet kunnen loopen. Toen haalde +Daan een kaart uit z'n zak. "Kijk hier," zei hij, "al die wegen hier +leiden naar een dorp of stad; als we nu de volgens deze kaart +dichtsbij gelegen plaats nemen, kunnen we daarheen wandelen." Na een +langdurige studie op, en breedvoerig debat over de kaart, werd +besloten, naar de stad Rockwell te loopen, die op 5 mijlen afstands +was gelegen. Aldus geschiedde. + +Al wandelend, bespraken we verdere plannen. Daan vond, dat we nu den +volgenden Zaterdag weer een andere plaats in een andere richting +nemen moesten. We zullen zoowat drie mijlen geloopen hebben, toen +Alex in een heg klom, om eenige braambessen te plukken. Terwijl hij +daarmee bezig was, gaf hij eensklaps een schreeuw, die ons allen op +hem deed toeloopen. Daar in de sloot, bijna verborgen onder doode +takken lag een stuk zwart-wit omslagdoek! + + +[Illustratie] + + +We haalden den lap er dadelijk onderuit, en jawel, het waren de vier +broekspijpen, nog met mijn garen erin! We keken elkaar verstomd aan, +niet wetend wat we doen moesten: verheugd zijn of huilen! "Nu hebben +we eindelijk z'n spoor!" riep Daan uit. + +"Laten we dan es even gaan zitten, en overdenken, wat we nu doen +moeten," stelde ik voor. + +"De vraag is: hoe komen die lappen daar," zei Alex. + +"Misschien," zei Lena en bibberde van angst, hoewel 't klaarlichte +dag was, "misschien is ie een moordenaar tegengekomen, die z'n +kleeren wou hebben, en heeft die hem vermoord en hier ergens +begraven." + +"Ja, en toen zal Andy in z'n laatsten doodstrijd die broekspijpen +hebben losgescheurd," zei Daan, "en toen is de moordenaar, gekleed in +blauwe jurk en slaapmuts, heen-gewandeld. Dat is wel een aannemelijke +voorstelling." + +"Ik geloof niet, dat Andy zelf die broekspijpen kon afscheuren," +merkte ik op, "daar heb ik ze veel te stevig voor vastgenaaid. +Bovendien, kijk hier, ze zijn afgesneden." + +Daan bekeek het afgesneden stuk met detective-oogen en zei toen +plechtig: "Ja, dat is ook een verschijnsel, waar we terdege op moeten +letten. Het is inderdaad het werk van een mes, dat we hier voor ons +hebben." + +"En als er een mes is," besloot Alex, "dan moet er ook een man in 't +spel zijn." + +Waarop ik half-wanhopig uitriep: "Hij is zeker gestolen! Nu moeten we +'t spoor van den dief uitvinden!" Ik sprong op en wilde dadelijk maar +weer verder. Doch de jongens hadden er nog geen plan op. Zij +doorzochten nog eens nauwkeurig de sloot, zij klommen weer over de +heg, en zie, eensklaps vonden ze een stuk oranjeschil. + +"Zie hier," zei Daan, "nu kunnen we er zeker van zijn, dat hier een +landlooper of zoo geweest is, die Andy heeft meegenomen. Alleen zulke +lui eten oranje-appels." + +Ik was het niet met Daan eens, maar Alex wilde voortmaken en zei: +"Toe, laten we nu verder gaan. Wij weten nu in elk geval, dat Andy +hierlangs is gekomen. Ik geloof zeker, als we nu dezen weg volgen +naar Rockwell we hem nog wel zullen vinden." + + +[Illustratie] + + +Met nieuwen moed gingen we weer op pad. Toen we te Rockwell +aankwamen, waren we allen vermoeid. Het was een flink dorp, met wel +tien winkels in de hoofdstraat. We gingen een melksalon binnen en +dronken limonade; meteen vroegen we aan de vrouw, die ons bediende, +of er ook iemand in de buurt ezels op na hield. Het scheen een domme +vrouw; eindelijk begreep ze ons en vertelde, dat de dominee er een +had, een heel oude; in de 40 jaren, dat ze daar woonde, had ze nooit +een anderen ezel gezien. + +Daar schoten we dus weinig mee op, en we gingen weer verder. Daan +ontdekte het bureau van politie, waar hij lange onderhandelingen +voerde met een agent. Deze schreef alles op, wij gaven onze namen en +adres op en toen ging 't weer verder. Nog niet tevreden, gingen we +alle vier in verschillende richtingen nog even het dorp door, en +kwamen na een kwartier weer in den melksalon bijeen. Iedere man, +vrouw, jongen of meisje, die we tegenkwamen, werd gevraagd, of ze ook +een zwarten ezel gezien hadden. Ik was eerst wel wat verlegen, om +iedereen zoo maar aan te spreken, maar ik deed het ten slotte zoo +beleefd mogelijk: "Och, neem u me niet kwalijk, hebt u soms kort +geleden een zwarten ezel gezien? Een week geleden hebben we hem +verloren, en hij is hierlangs gekomen." + +Soms keken de lui ons verbaasd aan, soms ook lachten ze hartelijk. +Eén keer zei een ruwe jongen: "Ja, als je naar huis gaat, en je +kijkt in den spiegel, dan zul je een zwarten ezel met rood haar +zien." Dat sloeg op mij, want ik draag na grootmoe's overlijden +zwarte kleeren. Maar geen onzer kreeg een bevredigend antwoord. + +En zoo werd de terugreis weer ondernomen, in een ver van prettige +stemming. Toen we thuis kwamen en de vier broekspijpen op de tafel +uitlegden, schoot tante Marie erg in den lach, hetgeen Daan zeer +verstoord deed opmerken: "Het moge voor u, tante, een blijspel wezen, +voor ons is het een treurspel." Toen vroeg ze ons vergiffenis voor +haar lachbui. + +Werkelijk, het wà s een treurspel; hoewel we niettemin naar het +thee-partijtje van kapitein Rogers gingen en er volop pret hadden, +hing het verlies van Andy ons als een donkere wolk boven het hoofd. +Of, zooals Alex het uitdrukte: "Het is erger dan de dood, want het is +een niet-eindige onzekerheid." Bovendien was het verlies dubbel hard, +omdat we het onszelf te wijten hadden. De arme Andy was altoos +geduldig en lijdzaam geweest, zoolang we hem hadden. Of wij al elken +dag met hem reden, hij klaagde nooit. Maar toen we hem gingen +uitdossen met een slaapmuts en een blauwe jurk, en toen we hem wilden +doen opzitten en pootjes geven, toen had hij er genoeg van en ging er +vandoor; ik geloof heusch, dat hij bepaald bedoeld heeft, ons te +verlaten en nooit terug te keeren. + +En nu kwam nog de treurigheid van het vertrek van kapitein en Mevrouw +Rogers. Van andere groote menschen dan hen hielden we niet. Ik ben +beslist van plan, den kapitein dit boek te sturen, als het af is; hij +heeft gezegd, dat hij probeeren wil, het voor mij te laten drukken. +Maar nu moet ik zien, dat het boek wat vroolijker eindigt, dat hoort +bij een goed boek. Boeken met een treurig einde vind ik +verschrikkelijk; als er verteld wordt van kinderen, dan gaat +gewoonlijk de liefste van hen dood. + +En dat is vreemd, want de Bijbel zegt ons, dat het niet zoo +vreeselijk is om te sterven; het is "verre te verkiezen". En de hemel +is een heerlijke plaats, onze kerkliederen zingen daarvan. Maar mij +maakt een verhaal over 't sterven van kinderen altoos verdrietig, tot +schreiens toe. Ik weet dat nog best uit de dagen, dat Daan ziek was; +o, als er toen een van ons gestorven was, zelfs al waren we er bereid +voor geweest, ik had het niet uitgehouden. Ik geloof wel, dat moeder +blij zou wezen, als ze ons weerzag. Voor hen, die heengaan is het ook +zoo erg niet, maar voor hen, die achterblijven, is het zoo +vreeselijk. + +Den volgenden Maandag ging ik naar Annie en reed haar in den +rijstoel. Wij brachten meteen een paar pakjes voor juffrouw Ribbon +weg, omdat Tom met een zeeren voet te bed lag. Ik kreeg steeds meer +te doen met Annie; zij scheen veel last van de kou te hebben en ik +ben er zeker van, dat ze geen kleeren genoeg had; haar grootouders +zijn ook zoo arm. Ik sprak er met tante Marie over en die opperde het +denkbeeld, dat Lena en ik een wollen jurk en een dikken rok voor haar +zouden maken, om die dan als kerstgeschenk te geven. Ik voelde er +niet heel veel voor, omdat ik niet van zulk werk houd, maar bij de +gedachte aan Annie joeg ik die leelijke luiheid op de vlucht en +beloofde tante, er onverwijld aan te zullen beginnen. Tante vond 't +best, dat we er 's avonds na de thee aan werkten, dan zou ze ons +komen helpen, en tegelijk geschiedenissen vertellen. Nu, dat leek +mij, en gelukkig Lena ook; gisteravond zijn we eraan begonnen. Ook de +jongens zaten erbij; terwijl ze bezig waren met het roosteren van +kastanjes. "Ik zie niet in, waarom jongens ook niet zouden kunnen +naaien," zei Lena. "Als ik jongens had, dan liet ik ze hun eigen +kleeren maken. Waarom moeten dat altijd hun moeders en zusters en +tantes doen?" + +"Als ik meisjes had," zei Alex, die bijzonder van redetwisten houdt, +"dan zou ik ze de deur uit sturen, om hun eigen brood te verdienen. +Waarom moeten hun vaders en broeders en ooms ze altijd thuis houden +voor een oortje?" + +"Wel," zei tante, "de wereld is tegenwoordig erg aan 't veranderen. +Tegenwoordig verdienen meisjes ook al buitenshuis. Maar ik denk, dat +jelui vader nog van de ouderwetsche leer is, dat wij vrouwen thuis +behooren te blijven en naaien, terwijl de jongens zich moeten +bekwamen, om later geld voor ons te verdienen. Maar wat zal ik jelui +nu eens vertellen?" + +"Iets over tooverpaleizen!" vroeg Puf. + +"Gevechten en ontvluchtingen," stelden Daan en Alex voor. + +"Een prinses in de gevangenis," vroeg Lena. + +"Zoudt u ons niet eens kunnen vertellen van dien ridder in onze +kerk?" vroeg ik. + +"Semper fidelis, semper paratus," zei tante Marie nadenkend. "Jawel, +dat kan wel." + +Wij wilden allemaal die geschiedenis wel graag eens hooren. Maar +tante Marie wilde eerst vijf minuten hebben, om zich te bedenken; +terwijl rustten Lena en ik even uit van ons naaiwerk. Even liepen we +naar de kachel, en aten wat van de kastanjes. Heerlijk brandde het +vuur, en wij gevoelden ons allen zóó prettig en gezellig thuis, dat +we onwillekeurig weer aan Andy moesten denken, die daar buiten in +regen en wind liep te dolen, of afgejakkerd werd door een dronken +landlooper. + + +[Illustratie] + + +"Was hij maar weer hier!" zuchtte Lena. "Dat kan niet," zei Alex. +"Hè, wat is het toch een ellendige zaak. Daar hebben we nu een kar, +en een zadel, en mooi tuig, en niet eens een ezel, om ze te +gebruiken." + +"God weet, waar ie is," riep Puf eensklaps uit. "Ik verwacht hem +spoedig hier. God heeft mij vanmorgen gezegd, dat Hij hem de volgende +week thuis zou sturen, als ik goed oppaste." + +Wij lachten niet om Puf. Waarom zou God ook zijn gebedje niet +verhooren? Ik geloof, dat hij grooter geloof heeft dan wij. + +Nadat het kastanje-maal was verorberd, verklaarde tante zich gereed +om te beginnen. Terwijl ze bezig was met het stoppen van Daan's +kousen, begon ze het verhaal, dat ik in het volgende hoofdstuk heb +oververteld. + +------ + + + + +HOOFDSTUK XVI + +HET VERHAAL VAN ONZEN RIDDER + + +"Lang geleden leefde er een ridder, Sir Roger Dereker geheeten. Reeds +van zijn veertiende jaar af was hij met z'n koning op het oorlogspad, +daar hij 's konings page was. Hij was de dapperste der ridders aan 's +konings hof; vrees scheen hij niet te kennen, en iedereen, die hem +kende, hield van hem. + + +[Illustratie] + + +Wel was hij dapper en streng, maar jegens vrouwen en kinderen was hij +de zachtheid zelve; wie hem om hulp vroeg, ging nooit teleurgesteld +heen. + +Hij woonde in een groot kasteel, dicht bij den koning en had een +jonge vrouw, die hij innig lief had...." + +"O tante!" riep ik uit, "dan moet u ons eerst vertellen, hoe hij haar +kreeg. Toe, dat moet u vooral heelemaal vertellen!" + +"Wel, op een bitter-kouden winteravond reed hij, met z'n page bij +zich, naar huis. + + +[Illustratie] + + +Regen en wind stormden hem tegemoet, en zijn handen waren zóó koud, +dat hij nauwelijks meer de teugels kon vasthouden; z'n paard, een +goed dier, kon slechts stapvoets gaan, daar zij door een zeer donker +bosch reden, dat vol struikgewas stond. Eensklaps hoorde hij een +gekraak in de struiken achter zich, en geen seconde later verscheen +voor zijn verbaasde blikken een wit paard, dat als dol voortrende, en +op welks rug hij de gedaante van een vrouw ontwaarde. Zij was geheel +gewikkeld in een donkerblauw kleed, en scheen tevergeefs te trachten +haar paard tot staan te brengen. + +"Er achteraan!" riep Roger zijn page toe. "Zij wordt tegen haar wil +ontvoerd!" + +Hij gaf ook z'n eigen paard de sporen, en beiden joegen ze het witte +paard na, totdat ze aan den rand van het bosch kwamen. Er lag daar +een groote open vlakte voor hen, en heel in de verte zagen ze de +lichtjes van 's ridders kasteel. Het paard met de dame was zóó snel +over de vlakte gerend, dat zij haar pas inhaalden vóór de valdeur +van 't kasteel. Met schuim bedekt, stond daar het paard stil; de dame +was buiten adem en uitgeput van inspanning. Sir Roger reed op haar +toe en begroette haar. + +"Mevrouw, het is een verschrikkelijke avond, en u is hier voor mijn +deur, die altoos open staat voor wie in nood verkeert. Wilt u mij het +genoegen doen, van mijn gastvrijheid gebruik te maken?" + +De dame wikkelde zich dichter in haar rijkleed en sprak zoo zacht +mogelijk: "Ik ben u zeer dankbaar. Ik ben zeer ver van huis en +inderdaad in nood. Waar mijn bedienden zijn, ik weet het niet. Men +vervolgt mij; iemand heeft mijn vader vermoord en ons huis verbrand. +Ik heb hulp noodig." + +Sir Roger blies op zijn hoorn; de valdeur werd opgetrokken en +nauwelijks waren zij binnengereden, of met vreeselijk geweld beukte +iemand op de poort, met woedende stem uitroepende: "Die dame behoort +mij. Zij is mijn beloofde vrouw!" + +Sir Roger verwaardigde zich niet, een antwoord te geven. Hij bracht +zijn bezoekster naar de appartementen van zijn moeder, en zag haar +niet vóór het avondeten. + +Haar vervolger trok na nog eenig gebeuk op de poort onverrichterzake +af. Toen Sir Roger zijn gast bij het avondeten ontmoette, was hij +verrast door haar schoonheid. + + +[Illustratie] + + +Zij scheen nog jong en droeg een wit, met goud-borduursel omzoomd +kleed. Dichte strengen donkerbruin haar golfden om haar bleek gelaat; +diep-blauwe oogen keken hem aan met een uitdrukking van onschuld en +reinheid; toen ze hem aankeek, vloog een lichte blos over haar +wangen. Zwijgend nam ze haar zetel aan tafel in, en toen de maaltijd +ten einde was, ging hij met haar naar zijn eigen kamer, waar zij hem +haar geschiedenis vertelde. + +Met oogen vol tranen vertelde ze, hoe haar vader gevallen was in een +gevecht met zijn aartsvijand, Baron Dacre, die haar hand had +gevraagd, en was afgewezen. Zij vertelde hem, hoe de baron door het +verraad van een der bedienden den toegang tot hun tuin vond, waar een +vreeselijk gevecht plaats had. En toen eindelijk ook hun huis in +vlammen opging, was ze op haar schimmel gevlucht, achtervolgd door +den baron en z'n handlangers. + +Terwijl ze hem dankbaar aankeek, zei ze: "Hoe zal ik u naar waarde +danken voor wat ge deedt aan een meisje, dat thans wees is, en alleen +staat." + +En het ernstige antwoord van Sir Roger was: "Als u mij het recht +geeft, u voortaan te blijven beschermen en helpen." Zoo kreeg hij z'n +bruid." + +Wij klapten allen in onze handen van blijdschap, waarna tante +vervolgde: + +"Er kwamen moeilijke tijden voor onzen dapperen ridder. Zijn koning +was omringd van onbetrouwbare hovelingen. En diezelfde Baron Dacre +liet hem niet met rust, verzamelde zich ontevreden mannen, en een +burgeroorlog was 't gevolg. + +Op den avond van Sir Roger's huwelijk met Gravin Gwendolina kwam een +renbode aan zijn poort, om hem tot den oorlog op te roepen. Roger +scheurde zich los van zijn jonge vrouw, en toen zij even haar +bekommering daarover uitsprak, zei hij: "Lieve, ik ben aan mijn +koning verbonden met mijn eerewoord en mannentrouw. Desniettemin +bemin ik jou evenzeer. Maar ik mag mijn riddereer niet aanranden, +door hem te verlaten, als hij mijn diensten vraagt." + +Zoo reed hij heen, en bleef vier lange maanden weg. Toen keerde hij +terug, bedekt met wonden, maar ook beladen met roem. + +Eenigen tijd leefde hij nu rustig thuis, doch op zekeren dag werd +zijn kasteel overvallen door Baron Dacre en een troep handlangers, +tegen wie hij een harden kamp te strijden had, om zijn bezittingen te +behouden. Middenin het gevecht kwam een renbode op het kasteel door +de geheime onderaardsche gang, die een mijl lang was en midden in het +bosch uitkwam. Hij had opdracht van den koning, om Sir Roger tot een +samenspreking op te roepen. Eén oogenblik aarzelde de dappere Roger; +hij wist, dat als hij heenging, zijn huis zou verwoest worden. Hij +keek zijn vrouw angstig aan en sprak: "Lieve, ik moet naar den +koning, hij laat mij roepen." Zij sprong overeind als door een +plotseling besluit aangegrepen: "En ik zal met je trouwe dienaren het +huis verdedigen, totdat je terugkomt." + +"Bravo!" schreeuwde Daan ertusschen in. + +Sir Roger gespte z'n zwaard aan en vertrok met den renbode door de +onderaardsche gang. Hij had vooraf aan zijn vrouw gezegd, dat, als +het haar te benauwd werd, zij daar ook in moest vluchten; aan het +eind zou zij wel een verblijfplaats vinden, waar zij veilig zijn +komst kon afwachten. + +Bij den koning gekomen, vond hij dezen omringd van zijn edelen, +sprekende over een belangrijke zaak, waarover de koning ook Roger's +meening wilde hooren. Sir Roger gaf zijn oordeel over de zaak te +kennen, en toen de koning zijn oogen opsloeg en naar buiten keek, zag +hij boven Roger's kasteel zware rookwolken opstijgen. Hij vroeg naar +de oorzaak ervan; toen rees Roger op en sprak met van aandoening +trillende stem: + +"Sire, dat is mijn kasteel; in mijn afwezigheid heeft mijn vijand het +verwoest." + +"Wist gij dit, voor ge hier kwaamt?" + +"Midden in het gevecht kwam uw boodschapper." + +"En liet ge toen uw vrouw alleen achter in zoo groot gevaar?" + +"Zij zou het zoo goed als zij kon verdedigen, en ik zei haar, te gaan +vluchten, zoodra haar leven dreigde gevaar te loopen." + +"Sir Roger," zei de koning, "dezen avond zal ik nimmer vergeten. Ga +nu heen, en moge God uw dappere vrouw van den dood hebben gered." + +Dadelijk verliet de ridder het paleis, en vond zijn vrouw in den +geheimen kelder, omgeven van enkele gewonde getrouwen. Doch toen haar +man haar in zijn armen drukte, zeeg ze als dood terneer. Hij +ontdekte, dat een pijl haar linkerarm had doorboord, en haar +ontzettende pijnen had veroorzaakt. + +"O tante, laat haar niet sterven," riep ik uit. + +Lang duurde het, eer de ridder weer een goed kasteel had, doch de +koning schonk hem er een, nog grooter dan wat hij bezeten had. Zoo +gingen de jaren voorbij. Hij had inmiddels een zoontje gekregen, dat +de vreugde van z'n leven was; ook zijn kind wilde hij eens zien +dienen in de gelederen van zijn koning. + +Toen op zekeren dag Sir Roger met zijn mannen terugkeerde van een +gevecht in het buitenland, bracht hij de vreeselijke ziekte, zwarte +pest geheeten, in zijn kasteel over. Eerst werd één bediende ziek, +toen een tweede, spoedig tastte de ziekte ook zijn gade en zijn +zoontje aan. De ridder zonk op z'n knieën en smeekte God om +uitredding. + +Juist op dit oogenblik verscheen weer een boodschapper van den +koning, die hem opdroeg, zijn koning te vergezellen op een veldtocht +naar een ver land. De ridder liet niet den minsten angst blijken; hij +verliet vrouw en kind, en pas na twee weken vernam de koning zijn +toestand. Een harde strijd stond hem te wachten. Sir Roger redde op +het meest spannende oogenblik des konings leven, en daardoor wist +hij een dreigende nederlaag om te zetten in een prachtige +overwinning. Zelf echter werd hij gewond, en toen het gevecht +geëindigd was, sprak hij tot zijn page: + +"Vervoer mij naar huis; mogelijk zijn mijn vrouw en kind nog +hersteld. Ik zou ze nog zoo gaarne zien, vóór ik sterf." + + +[Illustratie] + + +Men vervoerde hem naar huis, en wonder boven wonder kwam hij er nog +levend aan. Toen hij de hal binnengedragen werd, waren daar zijn +vrouw en kind, die hem met open armen verwelkomden. Dank zij een +ervaren kruidenlezer, waren zij geheel hersteld. + +Weken lang lag de arme ridder tusschen leven en dood. Wel werd hij +eindelijk iets beter, maar zijn gezondheid was voorgoed geschokt en +zijn kracht was weg. Nog enkele jaren leefde hij gelukkig, en zag +zijn zoontje opgroeien tot een dapper soldaat. + +Toen, op een stormachtiger avond, hoorde hij aan zijn deur kloppen. +Verouderd en vermagerd als hij was, strompelde hij naar de deur. Het +was zijn koning! En opgewonden riep hij uit: "Laat mij hem waardig +ontvangen en de eer geven, die hem toekomt!" + +Zijn bedienden trachtten hem uit de koude voorhal terug te dringen, +maar hij wilde erheen. "Mijn koning! Mijn koning!" + +De koning was verraden, en vluchtte nu, om zijn leven te redden. Hij +wist, dat er één onderdaan was, die hem van harte zou ontvangen, en +daarom was hij naar Sir Roger gevlucht. Toen de ridder hem in zijn +goed verwarmde kamer had genoodigd, viel hij zijn koning te voet. + +"O, sire! Ik heb wel gedroomd van deze eer, maar nooit had ik durven +denken, dat ze mij te beurt zou vallen. Wees welkom binnen deze +woning, die immers de uwe is, wijl ze aan uw nederigen onderdaan +toebehoort; al wat hij bezit, bezit ook zijn koning!" + +Toen de koning zich neerbukte, om zijn trouwen dienaar op te richten, +zag hij met grooten schrik, dat hij dood was neergezegen. 't Waren +zijn laatste woorden geweest, en zijn laatste gedachte was een +gedachte van trouw en aanhankelijkheid voor zijn koninklijken +meester. + +Toen besloot de koning, dat op het wapen der Derekers voor altoos zou +gegrift staan: "Semper fidelis, semper paratus"." + + +[Illustratie] + + +Toen tante Marie haar verhaal had geëindigd, waren we eenige +oogenblikken stil. Mijn hart klopte van de inspanning van 't +luisteren. + +Daan en Alex riepen als uit één mond: "Hè, leefden we nog maar in +die tijden!" Lena schreide en zei: "Arme ridder, de koning had hem +moeten omarmen en kussen!" + +Ik kon geen woord uitbrengen. Tante Marie keek me strak aan en vroeg: +"Vindt je 't mooi, Griet?" + +Ik knikte en zei even later zacht: "Wij moeten evenzoo worden, en ik +zal het beproeven," "En ik ook," zei Daan, mij ernstig aankijkend. +Wij begrepen elkaar. Tante Marie zegt nooit iets over de moraal [1] +van haar geschiedenissen, daarom houden we er zoo van. Dat moeten we +zelf maar uitmaken. Ik was zóó van het verhaal onder den indruk, +dat ik mijn werk neerlei, de kamer verliet, en naar m'n slaapkamer +ging. Daar viel ik op m'n knieën, en sprak tot mijn Koning. En Hem +bad ik, dat Hij mij, door voor- en tegenspoed heen, een trouwe +dienstmaagd wilde maken. En ik meende oprecht, wat ik bad. + +Ook Daan had tante's verhaal gepakt. Toen ik den volgenden dag -- +Zaterdag -- de kerk binnenging, om vaders toga te halen, die versteld +moest worden, vond ik tot mijn verbazing Daan geknield liggen bij de +graftombe van den ridder. Hij sprong op, alsof hij gestoken was, maar +ik deed net, of ik hem niet bemerkt had. Ik liep op de graftombe toe, +en beschouwde het beeld van den ridder. + +Om maar wat te zeggen, zei ik tot Daan: "Was je bezig om te +vergelijken, of hij goed lijkt op den ridder van tante Marie?" + +Langzaam antwoordde hij: "Ik was bezig een belofte af te leggen." +Belangstellend vroeg ik hem: "Toe, zeg mij, welke, ik zal het niemand +vertellen." + +Hij wees naar het motto op het schild. "Ik heb beloofd, zoo te zullen +worden en God zal mij helpen." Dadelijk daarna liep hij de kerk uit. +Ik was besloten, niet bij hem achter te blijven. Weer knielde ik +neer, gelijk den vorigen avond, en in weinige woorden deed ik een +belofte gelijk de zijne. Toen stond ik op en ging welgemoed heen; ik +voelde mij als tot alles bekwaam. + + +[Illustratie] + + +Inmiddels begonnen de toebereidselen voor het Kerstfeest. Elken dag +nog hoopten wij wat van Andy te zullen hooren, maar er kwam geen +tijding en we bleven hem zeer missen. Vader meende zeker, dat hij was +gestolen. Toen wij op zekeren avond bij elkaar zaten -- Lena en ik +bezig aan kleeren voor Annie, en de jongens met het maken van +Kerstkaarten -- teekende Alex een ezel op een zijner kaarten en zoo +kwam het gesprek al spoedig op Andy. + +Alex begon: "Het zou mij niets verwonderen, als die zigeuners weer +hier geweest zijn en hem gestolen hebben. Juffrouw Ribbon vertelde +mij, dat er tegen Kerstmis nog een soort markt te Lemworth is, en als +we daar nu eens heen gingen, wie weet of we Andy er nog niet zouden +vinden." + +"Zoo dwaas zijn ze niet," vond Daan. "Ze zullen er dan heusch niet +mee in de buurt komen. Als ze hem gestolen hebben, is ie natuurlijk +allang weer verkocht." + +"Weet je, wie ik denk, dat hem gestolen heeft?" vroeg ik. "Niet die +zigeuners, maar die man met de vuile ezels, die zoo vreeselijk +vloekte bij de keuring. Van Bob Tapson heb ik gehoord, dat hij +iederen zomer naar een badplaats gaat, hier niet ver vandaan, en daar +de ezels verhuurt." + +De jongens schenen voor deze voorstelling veel oor te hebben. "Dan +moeten we dat heerschap zien te vinden. Waar woont ie?" Ik +antwoordde: "Ergens aan de andere zijde van Lemworth. Vraag maar aan +Bob, die weet het wel." + +Er werd een plan gemaakt, hoe we zouden handelen. "Ik vermoed," zei +Daan, "dat, als Andy daar al is, de schurk hem met een andere kleur +zal hebben geverfd, en hoe zullen we hem dan herkennen? Natuurlijk +zal hij volhouden, dat het _zijn_ ezel is." + +Wij bedachten, of Andy geen bijzondere kenteekenen had, en +herinnerden ons, dat in zijn eene oor een klein spleetje zat. + +"Ik hoop, dat dà t bewijs genoeg zal zijn," hernam Daan. "Anders +zullen we 't nog door een rechter moeten laten uitmaken." + +"Andy is zoo dom," voegde Alex er aan toe. "Als hij z'n naam hoort, +zal ie heusch niet opkijken. Hij zal even hard naar den dief als naar +ons loopen, als hij geroepen wordt." + +Daan vervolgde: "En misschien moeten we wel een lang proces ervoor +voeren, dat ons hoopen geld kost. Het zal 'De ezel-zaak' heeten, en +de bladen zullen er kolommen vol van hebben." + +Bij dat denkbeeld schaterde Lena van 't lachen. En ik trachtte zijn +gedachten wat te kalmeeren: "Als je nu rustig kon uitvinden, waar +Andy is, en je wist dan zeker, dat ie 't was, kun je hem dan niet +terug stelen? Dat zou toch niet verkeerd zijn, wel?" + +"Nee, natuurlijk niet. We konden hem 's nachts ontvoeren. Maar als ie +dan maar mee wil!" zei Daan. + +"Och kom, dat zal wel lukken. In elk geval, we kunnen 't probeeren!" +moedigde Alex aan. + +En zoo dachten we er ten slotte allemaal over. + + +[1] beteekenis, strekking ten goede. + +------ + + + + +HOOFDSTUK XVII. + + +Ik begin nu te gelooven, dat dit mijn laatste hoofdstuk wordt. +Misschien schrijf ik een volgend jaar weer een boek, maar dit moet +naar Kapitein Rogers. Ik heb nu nog te verhalen vanaf den dag, dat we +over Andy aan 't spreken waren. + +Nog vóór het ontbijt was Daan naar Bob Tapson gegaan, en kwam hij +terug met het adres van den vermeenden roover. Vader scheen niet erg +hoopvol gestemd, toen we hem ernaar vroegen. Hij stond den jongens +echter toe, dat zij den eersten den besten vacantiedag met den trein +naar Lemworth mochten gaan. De man woonde 3 mijlen van Lemworth +verwijderd. Lena en ik wilden ook graag mee, maar dat verbood vader. +Den 20sten December begon de vacantie. En dus gingen zij den +volgenden morgen dadelijk naar Lemworth. Ten afscheid riep ik ze toe: +"Denk erom, we willen je niet terug zien, dan met Andy!" + +Het was een drukke week nu; tante Caroline zou de Kerstdagen bij ons +komen doorbrengen. Ik denk, dat tante Marie dan ook blijft, en dat +zou allerprettigst wezen; tante Caroline zorgt dan voor de +huishouding en tante Marie voor ons. + +Lena en ik moesten helpen bij 't halen van de pitten uit de rozijnen +voor de Kerstpudding, verder moesten we pakjes thee en suiker maken +voor eenige van vaders oudste gemeenteleden en dan nog hadden we +allerlei versieringen te maken voor den grooten Kerstboom, die in de +school wordt opgericht voor alle schoolkinderen. + +We hadden 't met al deze dingen zóó druk, dat we nauwelijks den +tijd hadden, om onze eigen geschenken gereed te maken. En het was +toch sinds jaren onze gewoonte, om elkaar met het Kerstfeest +cadeautjes te geven. Nooit koopen we die, dat is juist het aardige. +Dezen keer zullen Lena en ik een omslag maken voor vaders +preekbundel; hij wordt van zwart fluweel, met zwart zijden strooken +afgezet. Lena maakt het omslag en ik borduur in goud-kleurige zijde +vaders voorletters er in; tante Marie heeft ze voor mij geteekend. + +Voor tante Marie maak ik een nachtzak, terwijl Lena voor haar +waschtafel onderlegkleedjes maakt. Voor Puf vlechten we roode teugels +met bellen er aan; voor Alex overtrek ik een kartonnen doos voor z'n +postzegels met sterk, mooi gekleurd linnen, zoodat de doos lang goed +blijft; Lena maakt voor hem een portretlijstje met denneappels er in; +worden ze in de lijst gezet, dan gaat dat met zegellak, dat dadelijk +stolt, zoodat ze goed vast zitten; een beetje vernis er over, en 't +lijkt prachtig! + +Mijn geschenk aan Daan blijft een zwaar geheim, zelfs Lena mag het +niet weten. + +Dit alles neemt veel tijd in beslag, en als ik dan gestoord werd, was +ik erg boos. Maar ik trachtte toch telkens mij weer te herinneren, +dat het 's Konings bevel was, om anderen te helpen. En dan gevoelde +ik weer duidelijker, dat het er niet op aan kwam, hoe vaak ik +gestoord werd, omdat Hij het is, die mij noodig had. + +Den ganschen morgen konden Lena en ik ongestoord aan onze geschenken +doorwerken. Na het middagmaal nam tante Marie ons en Puf mee naar het +bosch, waar wij klimop en mos bijeenzamelden voor de versiering der +kerk. Het was er zoo stil en rustig, maar erg koud. + +Vóór 't theedrinken waren we weer thuis en werkten we weer door aan +onze geschenken. Het werd inmiddels 8 uur, half 9, 9 uur, doch geen +jongens te zien! En 8 uur kwam de laatste trein aan! Lena en ik +moesten naar bed. Tante Marie zei, dat ze heelemaal niet angstig was, +maar vader wel. Natuurlijk dachten Lena en ik, dat hun iets overkomen +was. Lena meende, dat de man ze vermoord zou hebben en hun lijken +onder den grond gestopt. Ik veronderstelde, dat ze Andy gevonden +hadden, en dat de man toen naar den dichtstbijzijnden politiepost was +gegaan, om te zeggen, dat de jongens den ezel gestolen hadden. En dan +zouden ze niet worden geloofd, en in de gevangenis komen, totdat ze +bewezen hadden, dat Andy hun eigendom was. 't Kon ook wezen, dacht +Lena, dat ze de jongens ergens hadden opgesloten, om zich met Andy +uit de voeten te maken. Wij spraken zoo druk over al die +mogelijkheden, dat we ten slotte van vermoeidheid in slaap vielen. + +Toen wij den volgenden morgen van Emma hoorden, dat de jongens nòg +niet terug waren, werden wij zeer beangst en opgewonden. Vader en +tante Marie keken bij 't ontbijt ook erg somber; vader zei: "Ik had +ze niet moeten laten gaan; ik moet zelf maar even naar Lemworth +gaan." En tante Marie voegde eraan toe: "We zullen nog wachten tot +vanavond. Ik geloof zeker, dat ze den trein gemist hebben, en nu tot +vanmorgen ergens geslapen hebben." + +Lena en ik, we wisten niet, wat te beginnen. Ontelbare keeren liepen +we naar 't hek, en keken den weg op, of ze nog niet kwamen. En zie, +toen we juist weer in huis waren gegaan, en aan onze cadeautjes +begonnen, daar kwamen ze binnenvallen. Wat waren we blij! Lena danste +de kamer rond en riep: "Wij dachten, dat jelui vermoord waren!" En ik +vroeg ademloos: "Waar is Andy?" "Raad maar!" zei Daan kalm. Wij +werden weer angstig, omdat de jongens zoo ernstig keken. En toen zei +Daan plechtig: + +"In den stal beneden!" + +Wij juichten van blijdschap en renden naar beneden, om hem te zien; +ook vader en tante Marie kwamen aangeloopen, zelfs Emma en de +keukenmeid. Puf vonden we al in den stal, zijn armen geslagen om +Andy's nek, en den ezel kussende, als deed hij het tante Marie. + + +[Illustratie] + + +Wij konden haast niet gelooven, dat het Andy was. Hij zag er zoo +vuil, vermagerd en vermoeid uit. Even keek hij ons aan en vrat toen +weer verder van het hooi, dat Baldwin hem gebracht had. Dat is het +akeligste van ezels; ze schijnen zoo kalm en onverschillig. Hij +begreep niets van onze blijdschap. Ik had gewild, dat ie met ons had +rondgedanst, om te bewijzen, hoe blij hij was met zijn thuiskomst. + +Met allerlei vragen overstroomden wij de jongens. "Wie had 'm? Waar +vond jelui hem? Hoe ben je naar hier gekomen? Waar hebben jelui +geslapen? Waarom ben jelui gisteren niet thuis gekomen?" Doch vader +bedaarde ons een beetje; hij was even blij als wij, maar de jongens +hadden fermen honger. Zoo gingen we dus met hen naar de eetkamer, +waar ze ons onder een stevig ontbijt hun wedervaren vertelden. + +"Wij hebben toch zulke groote avonturen gehad!" zei Alex; "het was +wel goed, als je alles in je dagboek opschreef, Griet, want het is +grappig genoeg, om het later nog eens te lezen." + + +[Illustratie] + + +"Ik zal beginnen bij 't begin," zei Daan, en begon. + +"Wij kwamen veilig te Lemworth aan, en gingen van daar uit loopend +naar het huis van Jem Harvey, zoo heet de kerel. Het was een heel +eind, en zeker wel langer dan 3 mijlen. Aan de grens der +gemeenteweide vonden we een soort schuur, waaromheen ezels liepen te +grazen. We overlegden nog eens rustig, hoe we doen zouden, en gingen +toen aan den slag." + +"Net alsof wij roovers waren, die op dieren af sluipen," viel Alex +Daan in de rede. "Wij kropen voort in de schaduw van een heg, en +konden toen al de ezels overzien, zonder dat iemand ons bemerkte." + +Daan vervolgde weer: "Wij telden 5 ezels, maar Andy was er niet bij; +maar natuurlijk dachten wij, dat hij ergens was opgesloten. Wij +moesten dus eerst de schuren en hokken onderzoeken, en dat was +verbazend moeilijk, want toen we wat dichterbij kwamen, zagen we een +man, die daar stond hout te hakken." + +"Maar ten slotte hadden we ons plan toch gereed," viel Alex weer in. +"Vertel jij nou verder, Daan, maar niet zoo langzaam." + +"Met flinke stappen gingen we op hem af. + + +[Illustratie] + + +Goeden middag! zei ik. We zijn gekomen, om met u over zaken te +spreken. Onderwijl nam Alex hem eens goed op. Hij keek ons +achterdochtig aan en zei toen, dat we hem dat al eens meer gezegd +hadden. Ik zei: Wij hebben onzen ezel verloren, en komen nu eens +hier, om te zien of we van u een anderen kunnen koopen. Hij +antwoordde: Maar mijn ezels zijn niet goed genoeg voor jelui +bleekneuzen. En hij lachte daarbij zoo akelig, dat ik dadelijk +vermoedde, dat hij er meer van wist. Misschien hebt u toch nog wel +een paar mooie beesten, zeiden we; toen klopte hij z'n pijp uit en +ging met ons een der stallen binnen. Ik zal misschien nog wel wat +goeds voor jelui hebben, een aardig beest, loopt als de wind, en +behaalde een prijs te Lincoln. + +Hij schuifelde het schuurtje binnen, en zie, daar stond een kleine +grijze ezel. Wij keken scherp rond...." + +"Ik zag hem het eerst," viel Alex uit. "Met mijn scherpziende +detective-oogen had ik hem onmiddellijk herkend." Daan ging voort, +als had hij Alex niet gehoord: "In den hoek hing aan een spijker +Andy's blauwe kleed." + +Wij waren allen onder den indruk van de spannende oogenblikken, en +tante Marie was zóó meegesleept, dat ze gejaagd vroeg: "En wat +zeiden jelui?" + +"Eerst zeiden we niets, we deden, alsof we niets gemerkt hadden, +praatten over den grijzen ezel, en zeiden, dat we bevreesd waren, dat +ie te klein voor ons zou wezen. Och, wat keek die man leelijk, hij +grijnsde ons aan en stonk naar den drank. Ik gaf Alex een knipoogje, +zich stil te houden; toen wij overal goed hadden rond gekeken, zoodat +we goed wisten, dat Andy nergens kon verborgen worden, vertrokken we. +Maar terwijl we wegliepen begon ik eensklaps tegen den kerel uit te +varen: + +"Waar haal jij dat blauwe kleed in je schuur vandaan? En wie heeft +den zwart-witten omslagdoek in stukken gesneden? En denk nu maar +niet, dat wij zulke melkmuilen zijn, want wij gaan regelrecht naar de +politie, en die zullen we je hier op je dak sturen. Eén kans is er, +om je te redden: onmiddellijk Andy losmaken, hem brengen op de markt +te Lemworth, en hem daar vastbinden aan een lantaarnpaal. Wij geven +je den tijd tot 4 uur namiddag, en we beloven je tot zoolang te +zullen geduld hebben. Is ie er om 4 uur niet, dan sturen we je +dadelijk de politie, en dan ben je er gloeiend bij." + +Natuurlijk was ie woedend. Hij raasde en vloekte, en zei, dat ie dat +blauwe kleed aan den weg had gevonden, en dat hij ons zou aanklagen +wegens laster. Wij vertelden hem, dat dat alles tevergeefsch zou +zijn, want alle veldwachters in den omtrek wisten al van onzen +verdwenen ezel en het blauwe kleed. + +Daarna verlieten we hem, en liepen zoo vlug mogelijk naar Lemworth." + +"Toe laat mij nu ook eens vertellen," zei Alex, die zich nooit rustig +kan houden, als een ander vertelt. Daan hield zich stil, en Alex +vertelde verder: + +"Toen we te Lemworth terug waren, hebben we eerst broodjes met melk +genomen, en vervolgens onze plannen verder besproken. Natuurlijk was +het dom geweest, om dien kerel te zeggen, dat wij hem tot 4 uur +ongemoeid zouden laten, want in dien tusschentijd kon ie al lang +ontvlucht wezen. Maar nu komt het mooiste nog aan. + +Nadat we gegeten hadden gingen we, vermoeid door het +straat-slenteren, een buitenweg op. Ongeveer een mijl waren we dien +opgeloopen, toen we plotseling een jongen zagen, die in een droge +sloot getuimeld was en te keer ging als een mager varken. 't Was een +echte landlooper, en eerst zei ik: Kom, laten we maar doorloopen. +Maar dat vonden we toch ook weer al te hard; als hij eens gewond was! +We gingen dus naar hem toe en vroegen wat hem scheelde. Hij toonde +ons zijn been, dat leelijk verwond was. Uit zijn verhaal echter +konden we totaal niet wijs worden. Hij zei, dat z'n baas hem +afgeranseld had, en toen was hij van de kar gevallen; hij was er nog +suf van in z'n hoofd. Hij had z'n been een beetje verbonden, maar het +had vreeselijk gebloed, wij namen dus onze zakdoeken en verbonden hem +wat steviger, waarna we zeiden, hem naar huis te zullen brengen. Waar +hij woonde? Bij m'n baas! zei ie. Maar waar die woonde wilde hij niet +zeggen, want hij wou nooit meer naar 'm terug. Toen zeiden we, dat we +hem naar 't hospitaal zouden brengen, daar kon z'n been goed worden +nagekeken. Dat leek hem goed toe, maar om hem te dragen, dat was geen +grapje. Daan zei tegen me: Wat is het jammer, dat we Andy niet bij +ons hebben. Toen de jongen dit hoorde, spitste hij plotseling de +ooren, keek ons verwonderd aan, en in 't volgende oogenblik hadden we +elkaar herkend. Het was de jongen van Jem Harvey. We zeiden tot hem: +"Wees maar niet bevreesd. Wij zijn op jou niet boos, omdat jelui +onzen ezel gestolen hebt. Maar je baas zal er voor boeten. Wij hebben +alles al ontdekt." + +Hij keek verschrikt op. "O, ik wist wel, dat er iets niet in den haak +was!" + +"Waar heb je onzen ezel 't laatst gezien?" vroeg Daan. Toen vertelde +hij ons alles. Zij waren Andy tegen gekomen toen hij langs den weg +rende; de baas had hem opgevangen en vastgebonden. Zoo moest Andy +achter hun wagen aan loopen, tot ze aan een groot bosch kwamen. Toen +het donker was, werden Andy's kleeren afgetrokken, en zoo gingen ze +met hem naar huis. Den volgenden dag moest de jongen hem naar een +stal te Taunerton brengen. Daar moest een kooper voor hem gezocht +worden. De jongen vertelde ons tegelijk, welk een hondenleven hij bij +dien baas had gehad, en dat hij daarom was weggeloopen. Hij was wees, +en Jem had volstrekt geen rechten op hem. + +Wat waren we nu in spanning, om Andy terug te krijgen! Maar die +jongen moest eerst naar 't hospitaal. Wij vernamen, dat Taunerton 5 +mijlen daar vandaan was, te ver dus om nu nog te gaan loopen. +Gelukkig was er een bakkerswagen, die er heen moest, en de bakker +stond ons toe, mee te rijden. Wij vertelden hem al ons wedervaren. +Hij kende den man, dien we zochten. Het was een messenslijper en +tinnegieter; hij leefde met een vrouw, zoo mogelijk nog slechter dan +hij. "Maar jelui moet er niet heengaan," zei de bakker, "het zijn +gevaarlijke lui." + +"Het was bijna donker, toen we te Taunerton aankwamen en toen schoot +ons met schrik te binnen, dat we den laatsten trein zouden missen, +maar wij konden toch ook niet teruggaan, nu we zoo vlak bij Andy +waren. Ga jij nou maar weer verder, Daan." + +Daan vervolgde dadelijk: "Wij waren bang, dat Jem Andy ergens zou +verstopt hebben, maar het moest nu gewaagd worden. De bakker wees ons +het huis. Gelukkig was het goed donker nu, want wij waren vast +besloten, Andy weg te halen, zoodra we hem zagen. + + +[Illustratie] + + +Wij slopen naar het huisje, toen den tuin rond, en zie, daar in een +vervallen schuurtje met een half gebroken deur, stond Andy! Ik kan +jelui zeggen, dat we geen oogenblik verloren lieten gaan! We sneden +z'n halster door, en trokken hem uit den stal. Daar kwam de kerel +aan! Maar 't was te laat! We hoorden hem nog schreeuwen: Houdt den +dief! Maar beiden hadden we ons op Andy's rug geslingerd, en als +dollen renden we naar het dorp terug! + + +[Illustratie] + + +Al spoedig draafden een half dozijn lui achter ons aan, die +schreeuwden als Indianen. Toen we een flink eind buiten hun bereik +waren, hielden we wat in, totdat we nog betrekkelijk vroeg te +Lemworth aankwamen. Wij waren zóó bang, dat Jem ons nog zou +opmerken, dat we er niet durfden blijven, en dus maar verder reden; +voor den trein was het nu toch te laat. + +Wij reden en liepen om beurten. We waren hongerig en vermoeid, en ook +Andy begon den kop te laten hangen. Eensklaps hield hij midden op den +weg stil en wilde niet verder. Wat moesten we beginnen? En vlak voor +ons kwam een auto aangerend. Wij schreeuwden hard, en zij stopten. +Wie denk je dat er in zat?" + +"Mevrouw Laura!" raadde ik. + +"Mis! Generaal Walton, die altijd visch van ons kocht. Hij herkende +mij, en vroeg wat we uitvoerden. Ik vertelde het hem; hij was o zoo +vriendelijk. Hij liet z'n knecht uitstijgen en wij mochten in de auto +zitten. Hij zou ons naar zijn huis rijden, waar wij den nacht konden +doorbrengen. Zijn knecht droeg hij op, Andy mee te brengen. Verder +werd er niet gepraat, en wij hadden een heerlijk autotochtje." + +"Maar dat had je ons toch wel even kunnen seinen," zei vader. "Dacht +je dan niet, dat wij in angst zouden zitten?" + +"Zeker wel, vader. Generaal Walton zond dadelijk zijn knecht naar +hier." + +"Dien heb ik niet gezien," zei vader. + +"Toe, vertel nu verder, wat jelui deden," drong ik aan. + +Daan vervolgde: "Wij kregen een heerlijk middagmaal, en wij vertelden +hem al onze avonturen. Hij heeft ons allen te eten gevraagd op +Nieuwjaarsavond!" + +Dat gaf blijdschap! "En toen zijn we vanmorgen dadelijk na 't ontbijt +op Andy's rug naar huis gereden, maar hij is bepaald niet goed, want +telkens hield hij weer stil, en daarom zijn we zoo laat." + +Hun verhaal was ten einde. Ik had het spannend gevonden, maar Lena +had het mooier gevonden, als de jongens waren opgesloten of ongeveer +vermoord geworden. + +En nu wij allen gelukkig zijn met Andy's terugkomst, lijkt het mij +het beste toe, mijn verhaal hier te eindigen. Alles is nu goed +afgeloopen en ook ons Kerstfeest was allerprettigst. Het zou te lang +duren, ook daarvan nog alles te vertellen. + +Eén ding moet ik echter nog zeggen. Mijn geschenk aan Daan was het +motto van den ridder in geschilderde letters, blauw, rood en goud. Op +den eersten Kerstdag riep Daan mij in zijn kamer en toonde mij, waar +hij het had opgehangen: juist tegenover zijn bed. + +"Het is mooi, Grietje," zei hij. "Het is goed, aan iemands goede +wenschen herinnerd te worden." + +"Ja," zei ik, "en het is ook _mijn_ wensch, Daan. Ik denk, dat de +oude ridder weinig vermoed zal hebben, dat zijn motto nog zóó zou +voortleven. 't Is een woord van groote waarde." + +"Niet van zoo groote waarde, als vader's preek," zei Daan. "Maar het +komt er mee overeen. _Komen_ -- _gaan_ -- _doen!_ Nooit zal ik het +vergeten!" + +Terwijl mijn hart klopte van aandoening, zei ik: "En ik geloof, Daan, +dat, als wij deze bevelen getrouw opvolgen, onze Koning eens tot ons +zeggen zal, wat de koning zei in het verhaal van tante Marie: + + + SEMPER FIDELIS, SEMPER PARATUS. + + + + EINDE. + + + + + [Transcriber's Notes: + + Dit boek bevat een aantal zetfouten. + De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd: + + [en zie toen van ja.] -> [en zei toen van ja.] + [Allex vroeg haar,] -> [Alex vroeg haar,] + [omdat ze zelf ook haast niet hebben] -> + [omdat ze zelf ook haast niets hebben] + [Toen het Woendag] -> [Toen het Woensdag] + [beloofde tante, er overwijld] -> + [beloofde tante, er onverwijld] + [al ik goed oppaste.] -> [als ik goed oppaste.] + [dat hij nauwlijks meer] -> [dat hij nauwelijks meer] + + Een inhoudsopgave is toegevoegd. + Enkele leestekens zijn toegevoegd maar verder niet vermeld. + ] + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Wij en ons ezeltje, by Amy le Feuvre + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WIJ EN ONS EZELTJE *** + +***** This file should be named 50733-0.txt or 50733-0.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/5/0/7/3/50733/ + +Produced by R.G.P.M. van Giesen +Updated editions will replace the previous one--the old editions will +be renamed. + +Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright +law means that no one owns a United States copyright in these works, +so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United +States without permission and without paying copyright +royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part +of this license, apply to copying and distributing Project +Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm +concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, +and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive +specific permission. If you do not charge anything for copies of this +eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook +for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, +performances and research. They may be modified and printed and given +away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks +not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the +trademark license, especially commercial redistribution. + +START: FULL LICENSE + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full +Project Gutenberg-tm License available with this file or online at +www.gutenberg.org/license. + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project +Gutenberg-tm electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or +destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your +possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a +Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound +by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the +person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph +1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this +agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm +electronic works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the +Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection +of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual +works in the collection are in the public domain in the United +States. If an individual work is unprotected by copyright law in the +United States and you are located in the United States, we do not +claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, +displaying or creating derivative works based on the work as long as +all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope +that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting +free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm +works in compliance with the terms of this agreement for keeping the +Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily +comply with the terms of this agreement by keeping this work in the +same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when +you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are +in a constant state of change. If you are outside the United States, +check the laws of your country in addition to the terms of this +agreement before downloading, copying, displaying, performing, +distributing or creating derivative works based on this work or any +other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no +representations concerning the copyright status of any work in any +country outside the United States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other +immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear +prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work +on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the +phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, +performed, viewed, copied or distributed: + + This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and + most other parts of the world at no cost and with almost no + restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it + under the terms of the Project Gutenberg License included with this + eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the + United States, you'll have to check the laws of the country where you + are located before using this ebook. + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is +derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not +contain a notice indicating that it is posted with permission of the +copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in +the United States without paying any fees or charges. If you are +redistributing or providing access to a work with the phrase "Project +Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply +either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or +obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm +trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any +additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms +will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works +posted with the permission of the copyright holder found at the +beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including +any word processing or hypertext form. However, if you provide access +to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format +other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official +version posted on the official Project Gutenberg-tm web site +(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense +to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means +of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain +Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the +full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works +provided that + +* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed + to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has + agreed to donate royalties under this paragraph to the Project + Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid + within 60 days following each date on which you prepare (or are + legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty + payments should be clearly marked as such and sent to the Project + Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in + Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg + Literary Archive Foundation." + +* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or destroy all + copies of the works possessed in a physical medium and discontinue + all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm + works. + +* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of + any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days of + receipt of the work. + +* You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project +Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than +are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing +from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The +Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm +trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +works not protected by U.S. copyright law in creating the Project +Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm +electronic works, and the medium on which they may be stored, may +contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate +or corrupt data, transcription errors, a copyright or other +intellectual property infringement, a defective or damaged disk or +other medium, a computer virus, or computer codes that damage or +cannot be read by your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium +with your written explanation. The person or entity that provided you +with the defective work may elect to provide a replacement copy in +lieu of a refund. If you received the work electronically, the person +or entity providing it to you may choose to give you a second +opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If +the second copy is also defective, you may demand a refund in writing +without further opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO +OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT +LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of +damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement +violates the law of the state applicable to this agreement, the +agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or +limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or +unenforceability of any provision of this agreement shall not void the +remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in +accordance with this agreement, and any volunteers associated with the +production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm +electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, +including legal fees, that arise directly or indirectly from any of +the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this +or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or +additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any +Defect you cause. + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of +computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It +exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations +from people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future +generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see +Sections 3 and 4 and the Foundation information page at +www.gutenberg.org + + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by +U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the +mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its +volunteers and employees are scattered throughout numerous +locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt +Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to +date contact information can be found at the Foundation's web site and +official page at www.gutenberg.org/contact + +For additional contact information: + + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To SEND +DONATIONS or determine the status of compliance for any particular +state visit www.gutenberg.org/donate + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. To +donate, please visit: www.gutenberg.org/donate + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project +Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be +freely shared with anyone. For forty years, he produced and +distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of +volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in +the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not +necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper +edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search +facility: www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + diff --git a/50733-0.zip b/old/50733-0.zip Binary files differindex 4abeeb9..4abeeb9 100644 --- a/50733-0.zip +++ b/old/50733-0.zip diff --git a/50733-h.zip b/old/50733-h.zip Binary files differindex f0f8ef6..f0f8ef6 100644 --- a/50733-h.zip +++ b/old/50733-h.zip diff --git a/old/50733-h/50733-h.htm b/old/50733-h/50733-h.htm new file mode 100644 index 0000000..f099608 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/50733-h.htm @@ -0,0 +1,6483 @@ +<!DOCTYPE HTML PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"> +<html> +<head> + <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> + <title>WIJ EN ONS EZELTJE</title> + + <style type="text/css"> + + BODY {margin-left: 10%; margin-right: 10%} + + p {text-indent: 2%} + + .p_no_indent {display: block; + margin-top: 0.5em; + margin-bottom: 0.5em; + margin-left: 0; + margin-right: 0;} + + sup { + vertical-align: super; + font-size: 50%; + } + + sub { + vertical-align: sub; + font-size: 50%; + } + + body {margin-left: 10%; margin-right: 10%;} + + .standard {font-size: 100%; font-weight: normal;} + + .indent02 {margin-left: 2%; margin-right: 10%;} + .indent10 {margin-left: 10%; margin-right: 10%;} + .indent20 {margin-left: 20%; margin-right: 10%;} + .indent30 {margin-left: 30%; margin-right: 10%;} + .indent50 {margin-left: 50%; margin-right: 10%;} + .indent60 {margin-left: 60%; margin-right: 10%;} + + .fontsize80 {font-size: 80%;} + .fontsize60 {font-size: 60%;} + .fontsize133 {font-size: 133%;} + + /* for big and small caps on one line. Usable as class in a 'span' tag around text or in the 'p'/tag */ + .smallcaps {font-variant: small-caps;} + + /* use for Transribers Notes and such */ + .notebox {margin-left: 10%; margin-right: 10%; margin-top: 5%; margin-bottom: 5%; padding: 1em; border: solid black 1px;} + + </style> + + +</head> +<body> + + +<pre> + +The Project Gutenberg EBook of Wij en ons ezeltje, by Amy le Feuvre + +This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most +other parts of the world at no cost and with almost no restrictions +whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of +the Project Gutenberg License included with this eBook or online at +www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have +to check the laws of the country where you are located before using this ebook. + +Title: Wij en ons ezeltje + +Author: Amy le Feuvre + +Translator: Silvanus + +Release Date: December 20, 2015 [EBook #50733] + +Language: Dutch + +Character set encoding: ISO-8859-1 + +*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WIJ EN ONS EZELTJE *** + + + + +Produced by R.G.P.M. van Giesen + + + + + +</pre> + + +<a name="cover"></a> +<center><img src="images/01_cover.jpg" alt="[Illustratie: kaft voorkant" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"></center> +<center>[Illustratie: kaft voorkant]</center> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<center><h2>WIJ EN ONS EZELTJE.</h2></center> +<br> +<br> +<br> +<br> + + +<center> +<h1>WIJ EN ONS EZELTJE</h1> +<h3>Uit het Engelsch van AMY LE FEUVRE</h3> +</center> + +<center> +<h3><span class="fontsize80">DOOR</span> SILVANUS.</h3> +</center> +<br> +<br> +<br> + +<center> +<a name="02_logo"></a> +<img src="images/02_logo.jpg" alt="[Illustratie: logo]" style="width:100%; height:auto; max-width:77px;"> +</center> + +<br> +<br> +<br> + +<center>'s-GRAVENHAGE — D. A. DAAMEN.</center> + +<br> +<br> +<br> +<h3 align="center">Inhoudsopgave</h3> +<hr width="25%" align="center"> +<table align="center" width="80%" summary="contents"> + +<tr> +<td align="right" valign="top">I. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter01">HOOFDSTUK I</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">II. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter02">HOOFDSTUK II</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">III. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter03">HOOFDSTUK III</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">IV. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter04">HOOFDSTUK IV</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">V. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter05">HOOFDSTUK V</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">VI. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter06">HOOFDSTUK VI</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">VII. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter07">HOOFDSTUK VII</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">VIII. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter08">HOOFDSTUK VIII</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">IX. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter09">HOOFDSTUK IX</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">X. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter10">HOOFDSTUK X</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XI. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter11">HOOFDSTUK XI</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XII. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter12">HOOFDSTUK XII</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XIII. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter13">HOOFDSTUK XIII</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XIV. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter14">HOOFDSTUK XIV</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XV. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter15">HOOFDSTUK XV</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XVI. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter16">HOOFDSTUK XVI</a></td> +</tr> + +<tr> +<td align="right" valign="top">XVII. </td> +<td align="left" valign="top"> +<a href="#chapter17">HOOFDSTUK XVII</a></td> +</tr> +</tbody></table> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter01"></a> +<center><img src="images/03_hoofdstuk1.jpg" alt="[Illustratie]"style="width:100%; height:auto; max-width:414px;"></center> +<h3 align="center">HOOFDSTUK I</h3> + +<p>Natuurlijk zeggen de jongens, dat ik het weer niet klaar zal spelen. +Maar ik zeg van wel. Moet u weten, we zijn in een dorp beland, waar +alles vreemd en nieuw is, en daar is dus heel wat van te vertellen. +Nu zegt Daan wel, dat iedereen, die schrijft, een kwast is; en Alex, +dat ik alleen over mezelf zal schrijven, maar dat heeft geen nood; +want er is heel wat belangrijkers te beschrijven, dan mezelf. +Bovendien, ik ben zelfs niet van plan, alleen op te schrijven, wat +wij gedaan en gezegd hebben, d'r zijn hier nog zooveel andere +menschen, waar ik wat van vertellen wil. 't Is wel gemakkelijk, +besluiten te nemen, maar ze uit te voeren, is moeilijker. Toch zal ik +het probeeren.</p> + +<p>En daarom zal ik maar eens beginnen met te vertellen, dat onze vader +Jan Hendrik Marjoribanks heet, en dat hij dominee is. Moeder is een +jaar geleden gestorven; liever schreef ik daar niet over, maar het +zal wel moeten. Het was toen ook zulk een vreeselijke tijd. Wij waren +heel arm, want vader was toen nog maar hulpprediker, en moeder kon +voor hem geen dikke winterjas koopen. Haar wintermantel versneed ze, +om er een voor mij van te maken, en toen zij op een bitter kouden +avond uitging om een zieke vrouw te bezoeken, keerde zij huiverend +van koorts terug; zij kreeg — ik weet heusch 't woord niet meer, +maar 't begon met een p. Haar longen waren aangedaan, en er moest een +verpleegster komen, die heel wat geld kostte; niemand van ons mocht +haar zien voor den laatsten dag van haar leven, toen ze ons bij zich +riep om afscheid te nemen. Ik kan daar niet meer over schrijven, het +maakt mij zoo bedroefd — wij hielden zoo veel van moeder. Zij zeide +mij, dat ik trachten moest, haar plaats in te nemen, want ik was haar +oudste dochter, en ik gevoel zoo, nooit, nooit zal ik het worden, +want ik ben zoo vergeetachtig en ik haat het naaiwerk. Om de +eenvoudigste dingen lach ik, iedereen kan me aan 't lachen maken, en +dat weten ze.</p> + +<p>Onze arme vader werd steeds bedrukter, en Mej. Glass, de vrouw van +onzen dominee, toonde zich een vreeselijke bemoeial. Haar kinderen +konden wij niet zetten; 't waren lastposten. Eens, toen we weer aan +'t vechten waren, zeiden ze: Jullie vader moet doen, wat onze vader +hem zegt, en als hij 't niet doet, wordt hij weggestuurd. Zij schenen +te denken, dat vader een soort knecht was; wij hebben ze eens goed de +waarheid gezegd, en daarna hebben we in geen vijf dagen een woord +tegen elkaar gesproken.</p> + +<p>Kort daarna kwam de blijde tijding: vader gaat naar den Rector van +Warlington, en dat beteekende: hij zou een eigen kerk en een eigen +huis krijgen. Wij zouden verhuizen!</p> + +<p>Een verhuizing is 't mooiste, wat je kunt beleven. Twee keer waren we +al verhuisd, en we zouden 't elk jaar wel willen. Ditmaal was het +niet zóó gezellig meer als vroeger, omdat moeder er niet meer was. +Tante Caroline kwam nu eens kijken.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/04_maaltijd.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:252px;"></center> +<br> + +<p>Nog denk ik met genot terug aan die dagen; den laatsten dag, toen +onze maaltijd op een kist werd opgediend en overal de grootste herrie +heerschte, en alle kamers zachtjesaan leeg raakten, vond ik vooral +verrukkelijk.</p> + +<p>Tante Caroline trok mee naar de nieuwe woning, en zij is nu nog bij +ons. Zij is een eigen zuster van vader, heel vriendelijk en nog al +druk. Onze overtocht per spoor duurde lang; wij hadden vlak bij +Londen gewoond, en ons nieuwe huis stond in Lincolnshire. Toen we +aankwamen, waren we allen van vermoeidheid in slaap gevallen. +Misschien is het beter, nu eerst wat van onszelf te vertellen, dan +wat van het huis, en dan mijn eigenlijke verhaal te beginnen.</p> + +<p>Daan is de oudste, hij is 13 en Alex 12 jaar. Zij doen altijd alles +samen, Daan heeft de leiding, en gewoonlijk is Alex het met hem eens, +nadat hij er eerst flink met hem over getwist heeft. Iedereen vindt +hen knappe jongens. Ik ook wel, maar als de menschen tegen vader +zeggen: Wat flinke jongens! Zulke kleine meneertjes al! — dan schudt +hij het hoofd. Na hen volg ik. Ik ben de leelijkste van de familie. +Ik heb roodachtig haar, een bleek gezicht en groenachtig-bruine +oogen. Heelemaal rood is mijn haar niet; d'r zijn d'r wel rooder. De +jongens zeggen, dat roodharige menschen altijd leelijk zijn. Meer zal +ik over mezelf niet zeggen; alleen nog dit eene, dat ik +boekenschrijfster wil worden, en daarom er nu vast mee begin. Ik heet +Grietje. Is 't geen vreeselijke naam? Ik heb hem van een oude tante, +die mijn peettante was. De jongens noemen mij natuurlijk Griet. Je +kùnt geen schoonheid zijn met zoo'n naam, zei Daan eens tegen me, +toen ik hem vertelde zoo mooi te willen wezen als ons zusje Lena. +Neen, zei ik, maar als ik m'n oogen sluit, klinkt Grietje als een +grimmige oude vrouw met een baard onder d'r kin, en ik vrees, dat ik +óók zoo zal worden. Ik denk het ook wel, zei Daan, maar je behoeft +niet leelijker te zijn dan je verkiest. Je bent nu nog niet oud. +Ziezoo, dat is ten minste één ding om dankbaar voor te wezen: oud +ben ik nog niet.</p> + +<p>Lena is negen jaar, heel lief, en een echte dolle dries. Zij heeft +prachtig lang haar, dat in blonde golven neerhangt tot op haar +middel, en blauwe oogen. Onze jongste is Puf, oftewel onze baby. Zijn +eigenlijke naam is George, maar wij noemen hem Puf, omdat hij zoo +snel praat, dat hij tusschen de woorden blaast als een stoommachine, +en omdat hij stapt als een haan. Hij is pas 6 jaar en heeft altijd +een schortje voor, waar hij 't land aan heeft, en dat tracht los te +maken, zooveel hij maar kan. Wij hebben het nu met heel veel knoopen +van achteren vastgemaakt. Hij probeert het zooveel mogelijk vuil te +maken, maar als hij dientengevolge meer dan één schortje per dag +noodig heeft, krijgt hij geen suiker in z'n thee, en dat vindt hij +verschrikkelijk. Hij heeft een kroeskop, dikke wangen, stapt heel +zwaar en heeft dus heel wat schoenen noodig.</p> + +<p>Nu zal ik ons huis gaan beschrijven. 't Is een heerlijk huis, vlak +bij de kerk, omringd van vele huisjes met rieten daken. Onze poort is +naast die van de kerk, maar als we naar de kerk gaan, loopen we langs +een klein nauw paadje tusschen dichte heesters door, en dan komen we +door een nauw poortje op het kerkhof, vlak tegenover den ingang. Een +breed pad leidt van onze poort naar de huisdeur; aan dezen kant zijn +ook de stallen, een koetshuis met zolder en nog twee stallen voor +paarden. Wij hebben geen paard of rijtuig, maar er zijn daar +heerlijke plekjes om te spelen. Vóór ons huis is een groot grasveld +daar staat ook een prieel, en aan de eene zijde een groepje boomen; +verder nog struikgewas en bessenstruiken.</p> + +<p>Achter de keuken zijn twee grasvelden en daarachter loopt de +spoorlijn; ons huis ligt wat hoog, zoodat de tuin wat afloopt, +hetgeen heel geschikt is, om den trein te halen, als je wat laat +bent. Aan de andere zijde van 't huis zijn bloemperken, waarop vaders +studeerkamer uitziet. Achter de stallen is het werkhok en de +kippenren, staande tegen een dijkje, dat ons erf van den weg scheidt. +Ik ben niet heel sterk in beschrijvingen als deze, maar ik hoop, er +nu voldoende van te hebben gezegd.</p> + +<p>In ons benedenhuis hebben we de eetkamer, de zitkamer en vaders +studeerkamer. Een lange gang leidt naar de keuken. Boven hebben we +onze leerkamer, dan vaders slaapkamer, die van tante Caroline, en de +bergkamer. Ook hier weer een lange gang, aan het eind daarvan onze +slaapkamers en die van de dienstbode. Alex en Daan slapen samen in de +eene, Lena en ik in de andere kamer. Puf slaapt bij tante Caroline.</p> + +<p>In het gansche huis hangt een echt landelijke geur. Beschrijven kan +ik dien niet, wij hebben altijd in de stad gewoond, maar als ik m'n +oogen dicht doe, kan ik zeggen, waar ik ben, door den geur.</p> + +<p>De eerste weken na onze aankomst waren gezellig. Wij hielpen tante +Caroline met het plaatsen der meubelen, terwijl vader naar Lemworth +ging, een naburige stad, om er eenige nieuwe kleeden en enkele +nieuwe meubelstukken te koopen. Wij klapten in onze handen, toen wij +ze zagen, maar vader zei: Ach kinderen, hoe zou moeder dit verblijd +hebben! Toen ging hij naar z'n studeerkamer en sloot de deur, en wij +werden in eens stil.</p> + +<p>Ge hebt gezien, dat we met onze nieuwe woning bijzonder in onze +nopjes waren; 't was ook alles zoo nieuw voor ons, en we konden +nauwelijks gelooven, dat dit alles nu voor ons was.</p> + +<p>Wij zijn hier begin Juni gekomen, we hebben onophoudelijk aardbeien +gegeten en morgen is het Juli! Gisteren hadden we onzen eersten +regendag, en zijn we allemaal in de leerkamer gebleven; we begonnen +met een praatje over onze lessen. Daan en Alex moeten elken dag 3 +mijlen loopen naar den dominee van het naastbijzijnde dorp; die +dominee geeft zijn eigen kinderen en enkelen anderen les. Zij blijven +daar dan eten, en keeren pas op het theeuurtje terug. Lena en ik +nemen les van tante Caroline; ik geloof, dat tante niet heel secuur +is, maar zeker weten doe ik 't niet. Zij en tante Marie komen bij +beurten vaders huishouding waarnemen. Zij wonen dicht bij Londen; van +tante Marie houden we erg omdat zij vaak spelletjes met ons doet en +verhaaltjes vertelt; pas in den herfst is het haar beurt om te komen, +dat duurt dus nog even.</p> + +<p>"Ik vind zes mijlen per dag loopen een vervelend baantje," zei Daan, +en wierp z'n lei driftig op tafel; "wij moesten een fiets hebben, dan +zou 't makkelijker gaan." "Die zullen we nooit krijgen," zei Alex, +"zoolang we zoo arm blijven. Als ik ouder word, zal ik gaan sparen, +voor ik trouwen ga, en dan geef ik ieder van m'n jongens een fiets, +als ze zes jaar zijn." "Hoe leg je dat aan?" vroeg Daan. "Zeker niet +door hard te werken."</p> + +<p>"Ik ga goud, of diamanten, of petroleum zoeken," zei Alex. "Kan niet +schelen wat, maar dàt is <i>je</i> manier om geld te verdienen." Toen +Daan weer: "Maar goud en diamanten spuiten den grond niet uit, als +jij voorbij komt." "Dat niet, maar ik zal ze onverwacht ontdekken." +"Ik wou, dat we een klein ponykarretje konden houden," zei ik. +"Gisteren zag ik er een rijden door ons dorp, met zoo'n aardigen +pony, bestuurd door een klein meisje in 't blauw en met een witten +stroohoed op."</p> + +<p>"Pony's kosten veel geld," zei Alex. "Een oude ezel zou niet kwaad +zijn; hij zou ons in een wip naar school brengen."</p> + +<p>"Ja," riep ik verheugd uit, "en ik zou iederen morgen met jullie mee +gaan om hem weer terug te brengen, omdat we hem hier overdag wel eens +noodig konden hebben, en dan ga ik jullie 's middags weer met hem +halen."</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/05_boek.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:279px;"></center> +<br> + +<p>Daan gooide z'n boek naar mijn hoofd; ik ving het op en wierp het +terug; 't was goed raak. Gevolg: een geregeld bombardement van +boeken, totdat tante Caroline in de deur verscheen en ons beval, op +te houden. Toen begonnen we weer over onzen ezel te denken, en we +besloten te gaan sparen, om er een te koopen. Wij beloofden elkaar +plechtig, geen cent meer te zullen uitgeven voor snoepgoed, zoolang +niet genoeg geld bijeen was, om een ezel te koopen.</p> + +<p>"Als we geen karretje kunnen koopen, zullen we hem bij beurten +berijden," stelde Alex voor. Toen nam Puf het woord:</p> + +<p>"Ik ga ook sparen, en dan koop ik een renpaard, dat is heel wat beter +dan een oude ezel." "Kun jij zes mijlen lang op een paard zitten, jij +kleine vent?" vroeg Daan. Puf wond zich op: "Een oude ezel weet niet, +hoe ie loopen moet; en rennen kan ie heelemaal niet, ik hou van +rennen, en ik wil niet op een ezel zitten, en ik geef mijn geld niet +voor zoo'n sukkel, en ik...." "Hou op!" riep Daan, "jou kleine +windhapper, of we zullen je vierkant uit 't raam zetten. Nou, jongens +hoeveel geld hebben we samen? Ik zal penningmeester zijn; vlug wat!"</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/06_spaarpot.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:219px;"></center> +<br> + +<p>Daan had nog niet uitgesproken, of Lena en ik vlogen al naar ons +kamertje, om onze beursjes te halen. Lena had 5 ½ cent, ik 9 +dubbeltjes. Wij gaven dit bedrag aan Daan, die het geld in z'n +spaarpot deed. Daarna nam hij uit zijn beurs 65 cent, terwijl Alex +met smart beleed, dat ie geen cent bezat. Toen werd Puf bevolen twee +centen af te staan, hetgeen hij al huilende deed, en telden we ons +gezamenlijk bezit: één gulden, 62 ½ cent. Niet veel, om een ezel +voor te koopen!</p> + +<p>"Wij moeten probeeren, er wat geld bij te verdienen," sloeg ik voor. +"Dat is nog zoo gek niet," zei Daan, "en ik heb er al over gedacht, +hoe." "Dat heb ik ook," zei ik snel, "maar ik zeg het je niet, wel de +volgende week, het is o zoo leuk."</p> + +<p>Lena was bezig de kamer rond te hinken; even hield ze stil. "Ik wou +dat we konden bedelen," zei ze. "Er is geen politie, om ons het te +beletten." Daan sprak: "Alsof wij in onzen stand konden bedelen!" +Daan is heel trotsch op "onzen stand". Ik vroeg hem eens, van welken +stand wij waren. Van den tweeden, zei hij; de groote heeren en dames +zijn van den eersten; maar ik herinnerde hem, dat moeders grootmoeder +Mevrouw Louise werd genoemd, en wij dus ook tot den eersten stand +behoorden. Hij zei toen, dat we van gekruist ras zijn. Ik weet niet, +wat dat beteekent.</p> + +<p>"Misschien zal vader ons een ezel geven, als we hem er om vragen," +zei Lena; "hij is nu veel rijker. Ik zal hem er over spreken." Ze +rende de kamer uit. Vader is dol op Lena; nooit bromt hij op haar, +als ze op zijn studeerkamer komt. Wij wachtten in spanning; ze kwam +met een lang gezicht terug. "Vader zegt, dat de verhuizing zooveel +geld heeft gekost, dat hij nauwelijks al z'n rekeningen kan betalen." +"'t Is ook veel aardiger als wij zelf den ezel kunnen koopen," zei +Daan. Opeens riep Alex: "Ik heb een eenig plan, om geld te +verdienen." "Dan hebben we nu drie plannen," merkte Daan op; "laten +we elkaar daar nu niets van vertellen, dan komen we vandaag over een +maand hier weer bij elkaar,' en tellen we onze verdiensten. Lena, jij +moet nog een plannetje verzinnen, om geld te verdienen." Zij schudde +lachend het hoofd: "Ja, ik weet al wat, en ik vertel het ook aan geen +mensch."</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/07_puf.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:286px;"></center> +<br> + +<p>De vergadering werd besloten met een harddraverij om de tafel, totdat +tante Caroline weer verscheen, om ons het te verbieden. Toen Puf dien +avond naar bed ging, vroeg ie aan vader, of God soms ook geld had. +Puf doet altijd van die wonderlijke vragen, en vader geeft hem altoos +ernstig antwoord, hij zal hem nooit uitlachen.</p> + +<p>"God is heel rijk, is 't niet vader?"</p> + +<p>"Alle dingen in hemel en op aarde zijn van Hem," antwoordde vader.</p> + +<p>Puf ging heel gelukkig naar bed, maar eerst stak hij zijn hoofd nog +even bij ons door de deur; "ik heb een heel mooi plan," zei hij. En +wij lachten allemaal, omdat wij wel konden gissen, wat het was.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter02"></a> +<center><img src="images/08_hoofdstuk2.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:465px;"></center> +<h3 align="center">HOOFDSTUK II</h3> + +<p>Wij hebben twee weken vacantie, voor wij aan de lessen beginnen, en +dan duurt het nog maar enkele weken, en wij hebben weer vacantie, de +groote zomervacantie, die einde Juli begint.</p> + +<p>Ik verlang er naar te beginnen met mijn plan om geld te verdienen, en +ik denk er vandaag maar een aanvang mee te maken. Ik wou er eerst +niets van zeggen, maar ik heb toch vader eerst maar verlof gevraagd, +en hem gezegd, dat hij er niets van aan de anderen moet zeggen. Lena +kan nooit een geheim bewaren; vanmorgen al, toen ze nog in bed lag, +wilde ze mij al vertellen, wat ze doen ging, maar ik stopte mijn +vingers in mijn ooren, zoodat ze kon zien, dat ik het toch niet +hooren wou. Ik geloof stellig, dat we ons geheim niet lang zullen +bewaren; dat spelen we nooit klaar. Was het nu nog één geheim, maar +'t zijn er vijf, en die houden we onmogelijk stil.</p> + +<p>Vandaag is 't Zaterdag. Tante Caroline houdt elken Zaterdagavond een +huisgodsdienst voor den Zondag, en daar gaan we allen heen. Dat +geschiedt in onze mooie oude kerk; tante Caroline bespeelt dan het +orgel, en wij vormen het koor; Daan noemt het een gekras van belang.</p> + +<p>Nu is er een oude man, die als voorzanger dienst doet, en de +antwoorden opzegt, als niemand ze weet. Hij heeft een foei-leelijke +stem, en zingt altijd een heel eind achter. Hij heet Nathan Porter. +Verleden Zaterdag zei Daan tegen hem: "Kijk es, u moet niet zoo hard +zingen, wij kunnen 't best af. Ik denk, dat u wel vermoeid zult zijn +van 't zingen. Waarom gaat u niet midden in de kerk zitten, met een +kussen in uw rug?" De oude man was beleedigd en stampte met zijn stok +op den vloer: "Jongetje, ik ben hier spijkervast huisraad; jelui +doortrekkend volk gaat voorbij als het gras. Ik ben hier al veertig +jaar voorzanger, en nog niemand heeft mij ooit van hier willen jagen. +Ik zing hier al van dat ik knaap was, en ik zal zingen blijven, tot +dat ik naar het koor hierboven ga, en dan zal ik dáár zingen." Daan +voelde zich terechtgezet, en zei geen woord meer.</p> + +<p>Ook een kreupele jonge kleermaker, en de onderwijzeres, en vier +schoolkinderen doen aan den kerkdienst mee. Ik houd erg van de +kooroefeningen, maar de jongens niet. Zij hadden vanmiddag liever +gecricket in 't veld. Vreeselijk verhit kwamen zij aanhollen, toen 't +tegen 4 uur liep, en in de grootste haast werden de handen +gewasschen. De kerk was koel, na het voortdurend gejakker in 't land.</p> + +<p>In de kerk is één geschilderd raam; de andere ramen zijn gewoon, en +je kunt de wuivende boomkruinen, en de blauwe lucht er door zien. Het +maakt je aan 't droomen, als je dat ziet, terwijl je zit te zingen. +Soms vergeet ik waar ik ben, en dan stooten de jongens mij aan en +fluisteren: "Word wakker, Griet, kijk, een wesp!" Zij weten wel, hoe +bang ik voor wespen ben; en dan schreeuw ik bijna luid van angst, en +zie, dat er niets is. Het is heel moeilijk, je altijd goed te houden +als er jongens bij zijn; zij maken je aan 't lachen en doen je 't +geduld verliezen. En ik wil me juist in de kerk zoo graag goed +houden, vooral als het een mooie dag is, en alles zoo rustig en stil +om ons heen. Als ik dan de gouden vlammen zie bij zonsondergang, en +de blauwe luchten en de rose wolken, dan komt er een lichte huivering +over me, en ik fluister in mezelf: "O God, maak mij goed! Maak mij +goed!"</p> + +<p>Daan en Alex zingen heel aardig; hun zang klinkt in de kerk als .... +ja, ik zou haast zeggen als een klok, maar er is nog een lieflijker +geluid: als ge met uw natgemaakte vingers langs den rand van een glas +wrijft! Vader zegt, dat ik ook geen slechte stem heb, maar 't haalt +toch niet bij die van de jongens. Moeder kon prachtig zingen — maar +ik zal over haar niet spreken, dat maakt me maar droevig — en dan +word ik boos op de jongens. Ik verwonder mij er vaak over, waarom het +nu zoo verkeerd is, om te schreien. Ik denk, omdat het te +kinderachtig is. Daan is altoos boos, als er een van ons schreit. Hij +zegt, dat het fijnste volk van de wereld de Amerikaansche Indianen +zijn; die lachen nog, terwijl ze onthoofd worden.</p> + +<p>Maar ik huil om de minste aanleiding; dan komen de tranen me in de +oogen en ik kàn ze niet tegenhouden. Zelfs de stemmen der jongens +bij de kooroefeningen maken me al bedroefd. Ik wou, dat ik een +Amerikaansche Indiaan was.</p> + +<p>Toen de kerkdienst afgeloopen was, bleef ik met tante Caroline nog +even in de kerk, om de zangboeken op te bergen, en toen kwam vader de +kerk binnen. Hij zag er opgewekt uit, liep naar een graftombe dicht +bij den preekstoel, en riep mij bij zich. In den grafsteen was de +figuur van een ridder gebeiteld; wij vinden het altijd zoo jammer dat +zijn neus kapot is, want het bederft z'n gansche gelaat. Maar vader +wees mij op eenige woorden, gegrift aan het voeteneind. "Grietje," +zei vader, "dat zijn nu de woorden, welke ik ook op mijn graf zou +wenschen, tenminste, als ik er naar geleefd heb. Lees ze mij eens +voor, kind." Ik las ze, hoewel ik ze niet begreep: "Semper fidelis, +semper paratus."</p> + +<p>"Altijd getrouw, altijd bereid," zei vader; "niet soms, Grietje. Hoe +weinigen van ons kunnen dat "semper" voor onze deugden plaatsen!"</p> + +<p>Ik begrijp vader niet altijd, maar ik zei niets, totdat de zon scheen +door het beschilderde kerkraam, en blauwe en roode stralen over den +ridder wierp. Toen glimlachte ik.</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/09_preek.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:463px;"></center> +<br> + +<p>"O, vader, wat is het toch een lief kerkje, en is u nu niet blijde, +dat dit alles aan u behoort? Het is toch allemaal van u, is 't niet?"</p> + +<p>Hij schudde zijn hoofd.</p> + +<p>"Het is niet mijn kerk, Grietje, maar die van mijn Meester."</p> + +<p>"Jawel, dat weet ik wel," zei ik langzaam.</p> + +<p>Toen zei vader op zachten toon, alsof hij tot zichzelf sprak in +plaats van tot mij: "Slechts rentmeester. En — van den rentmeester +wordt getrouwheid vereischt, semper fidelis."</p> + +<p>Tante Caroline kwam bij ons. "'t Is theetijd, Grietje, kom, mee naar +binnen." Ik ging heen, spijtig, dat ik het heerlijk-koele kerkgebouw +alweer moest verlaten. Ik wou, dat we altoos buiten eten en drinken +konden. Thee is zomers zoo heet. Ik ging de eetkamer binnen. De +jaloezieën waren neer; de pas binnengebrachte theepot stoomde nog. +Alex was bezig met de vliegen te verdrijven van onze boterhammen; +Daan leerde Puf op z'n hoofd loopen, en Lena was nergens te zien.</p> + +<p>Ik zou ze net gaan zoeken, toen ze de kamer binnenholde. Heur haar +hing los, haar gezicht was erg verhit en haar schortje vuil als roet. +Ze danste de kamer door en zong zoo hard als ze kon: "Hoerah! Ik heb +het gedaan!" Toen stond ze plotseling stil en liet een kwartje zien. +"Mijn eerste winst," riep ze uit; "ik ben jelui allemaal voor!"</p> + +<p>Ik ging naar haar toe en zei: "Ik weet wat je hebt gedaan, ik kan 't +aan je ruiken." "Zeg het nu maar niet! Vang 'm, meneer de +penningmeester! Ik ga me wasschen." Zij huppelde de kamer uit, Puf +keek me ernstig aan.</p> + +<p>"Zij heeft suikergoed in de keuken gemaakt." De jongens begonnen te +lachen.</p> + +<p>"Makkelijk genoeg, haar geheim uit te visschen, maar ik zou wel es +willen weten, wie er haar geld voor geeft," zei Daan. Ik antwoordde: +"Misschien vader of tante Caroline. Maar laten we daar nu niet naar +raden, totdat ze 't ons zelf vertelt. Dat zou niet in den vorm zijn." +"In den vorm" is een woord van Daan; hij zegt het heel veel.</p> + +<p>"Het is niet in den vorm, een kwast te wezen," zei hij.</p> + +<p>"Dàt weet ik evengoed als jij."</p> + +<p>"Dan ben je 't niet, Griet!"</p> + +<p>Toen kwam tante Caroline binnen, en wij eindigden ons getwist.</p> + +<p>Toen tante Caroline goed en wel gezeten was, schonk ze thee voor ons +in; daar verscheen Lena, blinkend van frischheid, nu ze zich eens +terdege had gewasschen. Maar nog was haar gezicht opgezet, zoodat +tante uitriep: "Kind, wat zie je er uit!" Ze leek ook wel wat op een +gekookte kreeft. "Ik heb zoo hard gewerkt," zeide ze; "ik zou voor +geen duizend gulden kok willen wezen!"</p> + +<p>Vervolgens kwam vader binnen; hij drinkt altijd gelijk met ons thee; +maar zijn eigenlijk avondeten gebruikt hij nooit vóór 8 uur; dan +eet hij met tante Caroline samen. Geen van ons had veel trek in thee; +ze was zoo heet, en er was alleen brood met boter, niet eens bisquit, +geen jam en geen aardbeien. Natuurlijk hebben we die lekkernijen niet +iederen avond.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/10_bad.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:269px;"></center> +<br> + +<p>Na het theedrinken gingen de jongens den tuin in, terwijl ik tante +Caroline hielp met het klaarleggen van al onze Zondagsche kleeren, en +het verstellen van eenig ondergoed. We hebben slechts twee +dienstboden, de keukenmeid en Emma; die kunnen dus het verstellen van +ons goed er niet bij hebben. Emma helpt Puf bij z'n bad, waarbij hij +danst en springt en soms over z'n hoofd buitelt in 't water, onder +veel geschreeuw en drukte. Lena is trotsch op haar verdiende kwartje. +Ik kan vóór Dinsdag a.s. niets verdienen, maar dan zal het ook raak +zijn. En nu moet ik met schrijven eindigen, want ik ga naar bed.</p> + +<p>Lena kwam juist naar me toe en zei: "Griet, raad eens, hoe ik dat +kwartje heb verdiend." Ik zei haar, dat het een geheim moest blijven. +"Jawel," zei ze, "maar jij kunt toch wel een geheim bewaren, is 't +niet?" "Ik weet, dat je je borstplaat hebt verkocht, maar ik weet +niet, aan wie. Misschien aan Emma, zij is dol op zoet goed." "Emma! +Alsof ik van haar een kwartje zou aanpakken! Neen, niemand hier in +huis gaf het mij, maar een heel voornaam persoon." Dit maakte mij +nieuwsgierig, doch ik wou het haar niet laten merken. "Vader wil niet +hebben, dat je je suikergoed aan vreemden verkoopt," zei ik. "'t Is +geen vreemdeling," en toen, fluisterend aan mijn oor: "mejuffrouw +Ribbon. Zeg het niet tegen de jongens."</p> + +<p>Ik schrok. Mej. Ribbon is een beste vriendin van ons, hoewel we haar +nog niet lang kennen. Zij is eigenares van den dorpswinkel, en is +heel dik en heel vriendelijk. Zij heeft een grooten zoon, die dikke +vrienden is met Emma. Hij heeft een paar dichtregels geschilderd +buiten de winkeldeur, een heel aardig versje:</p> + +<pre class="indent10"> + Wie hier eens komt, die komt terug, + Hij wordt geholpen goed en vlug. +</pre> + +<p>Mejuffrouw Ribbon heeft van alles in haar winkel. Alex ging naar haar +toe, en vroeg een Braziliaanschen postzegel, hij verzamelt +postzegels. Zij zei, dat ze hem binnen een week zou hebben, er waren +postzegels besteld. Wij geloofden haar niet, doch op een Dinsdag, als +het marktdag te Lemworth is, stuurde ze haar zoon naar een grooten +boekwinkel daar, en hij kwam terug, niet alleen met een +Braziliaanschen postzegel, maar ook met vele andere, zoodat Alex +langen tijd keuze had. Later ging Daan er heen en vroeg naar een +witte muis. Zij ging naar de stad en bracht er een voor hem mee; ik +zei hem, dat ze een gewone muis had gevangen en die wit geverfd had. +Maar hij geloofde het niet; 't eenige lastige was, dat zij er meer +geld voor vroeg, dan hij bezat. Later merkten we, dat Tom, zoo heet +de zoon van juffrouw Ribbon, een groote menagerie in den tuin had: +duiven, kanarievogels, honden, katten enz.</p> + +<p>In juffrouw Ribbon's winkel hangt zoo'n heerlijke geur. Van alles +ruik je er; Daan zegt, dat het een mengsel is van zeep, uien, stroop +en koffie. Ik vind het meer een mengsel van zwavel, spek, appels, en +kaas. Alex vindt het meer ruiken naar suiker, kool, vet en leer. +Altoos helpt juffrouw Ribbon met een vriendelijken glimlach haar +klanten, nooit verliest ze haar hoofd bij de zoo verschillende +boodschappen. Deze moet pepermunt hebben, die worst, een ander zes el +katoen, weer een ander een kookpan, kopjes en schoteltjes, dan weer +touw, veters, inkt, huismiddeltjes, rapen, bisquit, te veel om op te +noemen; altoos weet ze het precies te vinden. Ik zei haar eens, dat +winkel houden mij een heel zenuwachtig werkje leek, want je krijgt +zooveel menschen, die zelf niet weten, wat ze moeten hebben. "Niets +erg," zei ze, "ik weet beter wat ze noodig hebben, dan zij zelf." +Daaruit blijkt, dat ze een knappe vrouw is.</p> + +<p>"Kocht juffrouw Ribbon je borstplaat?" vroeg ik aan Lena. "Ja, ik gaf +het haar, en vroeg, of ze 't niet kon gebruiken; ik vertelde haar, +dat ik wat geld moest verdienen. Dat vond ze heel lief; ze kocht het +van me en beloofde Woensdag nog meer van me te zullen koopen."</p> + +<p>Ik werd een beetje jaloersch. Wij hebben van jongsaf altoos zelf onze +borstplaat gemaakt. Lena heeft het van mij geleerd. Natuurlijk was +het slim van haar, om er aan te denken, het te gaan verkoopen; maar +toen juffrouw Ribbon het eenmaal wilde koopen, was er voor haar geen +kunst meer aan. En als ik er nu aan denk, wat mijn plannen zijn .... +maar ik zeg er niets van, want de jongens mochten dit dagboek eens in +handen krijgen.</p> + +<p>"Ik weet niet, of tante Caroline wel goed vindt, dat jij alle boter +en suiker daarvoor gebruikt," zei ik een beetje gemelijk.</p> + +<p>"O, dat maakt de keukenmeid wel in orde, zij heeft al gezegd, dat zij +er voor zorgen zou. Van elke 25 centen, die ik verdien, geef ik er +haar vijf en zij kan er meer boter voor koopen, dan zij noodig +heeft!"</p> + +<p>"Ik geloof er niets van, dat zij jou elken dag in de keuken wil +hebben," zei ik.</p> + +<p>"Dat zal ook niet elken dag gebeuren, maar de keukenmeid heeft +gezegd, dat zij, zoo dikwijls als ik het maken wil, me zal helpen."</p> + +<p>Ik wist, dat dit waar was, want Lena speelt het met iedereen klaar +door haar mooipraterij. Ik begrijp niet, hoe ik zoo verkeerd kwam, +maar 't was nu eenmaal zoo, en toen werd ik nijdig op mij zelf, dat +ik zoo nijdig was, en werd dus nog nijdiger. Lena was zóó akelig +met zichzelf ingenomen, dat zij d'r mond er niet over kon houden.</p> + +<p>"Niemand van jelui is nog begonnen met wat te verdienen," zei ze, "ik +ben jelui allemaal voor."</p> + +<p>"Ga toch naar bed," schoot ik uit, "je bent zoo lastig en druk, dat +ik niet eens rustig kan schrijven."</p> + +<p>Zij liep de kamer uit en schold mij uit voor zeurkous. Ik zal ook +maar naar bed gaan; toch ben ik een beetje huiverig om zoo boos in te +slapen. Wij hebben eens een verhaal gehoord van een jongen, die z'n +zuster niet wou vergeven, voor zij ging slapen; maar zij werd niet +weer wakker: zij stierf van hartzeer.</p> + +<p>Ik ben blij, dat 't morgen Zondag is; dan kan niemand van ons geld +verdienen, en dus behoeven we elkaar daarover dan ook niet in 't haar +te vliegen. Daar houd ik trouwens toch niet van; wij hebben allen +noodig, dat we vrede met elkaar houden.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter03"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK III</h3> + +<p>Een gansche week lang heb ik niets geschreven, dus mag ik nu wel eens +spoedig aan 't werk. 'k Zal eerst maar eens wat vertellen van +verleden Zondag.</p> + +<p>Bij het ontbijt krijgen we Zondagsmorgens allemaal een gekookt ei; +dat is het eerste pleizier van den dag, ongerekend nog het genot der +Zondagsche kleeren. Lena en ik zijn dol op witte jurken, en daar we +nu juist uit den rouw zijn, kunnen we ze mooi dragen. Ook onze hoeden +zijn wit, met witte linten. Lena lijkt Zondags wel een engel; als ze +vleugels had, zou ze er bepaald een wezen. En het dragen van +Zondagsche kleeren stemt je ook zoo opgewekt.</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/11_kaal.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:197px;"></center> +<br> + +<p>We moeten Zondags heel vlug ontbijten, omdat tante Caroline naar de +Zondagsschool moet. Nog vóór kerktijd is ze terug, om met ons ter +kerk te gaan. Verleden Zondag was het verschrikkelijk warm, en de +brandende zonnestralen door de groote kerkramen maakten het +daarbinnen benauwd. Leuk was het, toen de zon het kale hoofd van een +boer ging plagen; hij sloeg met z'n zakdoek over z'n hoofd, als zaten +er vliegen, eindelijk spreidde hij z'n zakdoek geheel over z'n hoofd +uit, en had toen zóó 'n koddig voorkomen, dat ik 'n vreeselijken +toer had, om niet in lachen uit te barsten. Ten slotte kon ik het +niet meer uithouden, en proestte het zóó hard uit, dat vader +ophield met preeken en mij strak aankeek. Wat had ik het toen te +kwaad; m'n oogen stonden vol tranen, en ik kon het toch heusch niet +helpen, ik had alles gedaan om niet te lachen. Eindelijk ging vader +weer voort, en luisterde ik met aandacht naar hem. Want vader preekt +heel mooi, altijd vertelt hij wat nieuws uit den bijbel.</p> + +<p>Hij begon met de geschiedenis van den hoofdman over honderd, en sprak +daarbij over deze woorden: "Ik zeg tot dezen: ga, en hij gaat, en tot +genen: kom, en hij komt, en tot een anderen: doe dit, en hij doet +het." Vader zei, dat dit het voorbeeld was voor een goeden +dienstknecht. En toen zei hij, dat Jezus Christus ook tot ons die +drie woorden spreekt, maar dan in deze volgorde: Kom, ga, doe. Zoo is +ons Christelijk leven. Wij moeten komen, vóór wij kunnen gaan, om +te doen. Wij moeten komen, en onszelf als dienstknechten van Jezus +opgeven, opdat Hij onze zonden vergeve en ons tot Zijn eigendom make; +en wij moeten gaan, om anderen van Hem te spreken, eerst onze +vrienden, en dan hen, die Jezus niet kennen. Sommigen moeten daarvoor +ver van huis, en vader vertelde hierbij van de zendelingen; anderen +moeten in hun eigen omgeving doen, wat Jezus hen geboden heeft.</p> + +<p>Elk woord van de preek heb ik begrepen, en zelfs de jongens zaten te +luisteren, omdat vader het een preek over soldaten noemde, en de +jongens zijn dol op soldaten.</p> + +<p>Toen we uit de kerk kwamen, was ik heel stil. De jongens vroegen, of +ik aan 't tobben was over mijn geheim, maar ik zei hun van niet.</p> + +<p>Na het middageten gingen we allen naar het veld, om er de vragen en +antwoorden uit onzen catechismus te leeren. Tante Caroline ging weer +naar de Zondagsschool, maar vader kwam naar ons toe, ging in een +gemakkelijken stoel onder de olmen zitten, en overhoorde ons de +geleerde vragen. Toen dat afgeloopen was, gingen de jongens weg, en +Lena ook, maar ik bleef, want ik hoopte, dat vader nog wat over zijn +preek zou zeggen. Hij deed het al dadelijk; hij legde zijn hand op +m'n schouder, en vroeg: "Heb je naar de preek geluisterd, Grietje?"</p> + +<br> +<center><img src="images/12_vragen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:421px;"></center> +<br> + +<p>"Ja, vader." "En welke van de drie bevelen heb je nu gehoorzaamd? Ben +je op weg, om een van Christus' trouwe volgsters te worden?" Ik +antwoordde beschroomd: "Ik denk <i>komen</i>." Vader zei niets. En ik +vervolgde: "Maar ik begreep niet goed het <i>gaan</i>. Ik kan toch niet +de geheele wereld doorgaan, en het Evangelie brengen!" Vader sprak: +"Ik heb gehoord, dat tante je gevraagd heeft, of je haar niet kunt +helpen in de Zondagsschool; ik dacht, je zoudt daarheen kunnen gaan." +"Maar vader," riep ik uit, met verbaasde oogen hem aanstarende, "daar +ben ik toch veel te jong voor; de jongens zouden zeggen, dat ik dan +nog verwaander was dan ooit, ze noemen me nu al altoos verwaand."</p> + +<p>"De vraag is maar, waar je 't meeste om geeft: het bevel van Jezus of +de jongens." Ik liet mijn hoofd hangen; toen opeens viel ik uit: "Een +kwast te heeten, is niet in den vorm." Vader lachte luid. En ik +voegde er haastig aan toe: "Ik vind zelf, dat zulk werk voor mij te +verwaand zou staan." "Heel wel," zei vader, "ik zal er niets meer +over zeggen."</p> + +<p>Ik voelde mij ver van gelukkig. Net kwam Puf aan en klom op vaders +knie; ik ging weg, liep naar de leerkamer en nam een boek uit onze +"Zondagsche" verzameling. Ik las door tot theetijd. Werkelijk, ik +kàn nog geen klas onderwijzen. Ik zou niet weten, wat ik zeggen +moest; bovendien, de kinderen kijken je zoo aan, en Daan zou me maar +uitlachen.</p> + +<p>Na de thee gingen we naar de avondkerk, maar ik was al bang, niet +veel aandacht voor de preek te zullen hebben. En toen wij den +avondzang gingen zingen, voelde ik de tranen opkomen, omdat ik wist, +dat ik een lauw hart heb.</p> + +<p>Ik was maar wat blij, toen 't weer Maandag was, omdat ik dan heel wat +te doen had voor onze vergadering op Dinsdag. Alex vroeg vader bij +het ontbijt, of hij den ganschen dag mee uit hooien mocht met +Cummins, dat is de boer, die vaders land verzorgt. Als Cummins hem +mee hebben wou, vond vader 't goed.</p> + +<p>Ik beneed Alex, omdat ik er ook zoo van houd, om mee uit hooien te +gaan. "Je maakt er een mooi lui dagje van, terwijl je zorgen moest om +je plan uit te voeren," zei ik hem. "Sluit je op, ouwe Griet!" riep +hij, en rende lachend weg. Daan keek hem een oogenblik na, alsof hij +ook mee wou. "Ik ga hard aan 't werk," zei hij, "mijn plan is rijp om +vandaag uit te werken."</p> + +<p>"Morgen zal 't mijne rijp zijn," zei ik, en ging den tuin in, om met +den ouden Baldwin te praten. Dat is onze tuinman. Vroeger hadden we +geen tuinman, eenvoudig, omdat we geen tuin hadden. Het is een +alleraardigste oude man, maar hij wil van niemand bevelen hooren, +zelfs niet van vader.</p> + +<p>"De tuin is mijn werk," zei hij eens tot vader, "en preeken maken is +uw werk, en het is niet goed ze door elkaar te halen. U is er op +berekend om te preeken, ik om te tuinieren, en zoo weten we zelf onze +zaken het best."</p> + +<p>Altijd is hij gereed voor een praatje, en het spijt mij daarom +eigenlijk een beetje, dat ik hem iets van mijn plan heb verteld. Nu +weten vader en hij er allebei iets van; maar dat moet toch ook wel, +want anders kan ik het niet uitvoeren.</p> + +<p>Tegen etenstijd zei tante Caroline tegen me: "Griet, je moet eens +even soep brengen naar een arme vrouw, die een halve mijl buiten het +dorp woont. Je kunt Puf meenemen, een wandeling zal hem goed doen."</p> + +<p>"Och tante," riep ik teleurgesteld uit, "moet ik nu vanmiddag uit, ik +wou zoo graag wat in den tuin gewerkt hebben."</p> + +<p>"Ik heb gemerkt, Grietje, als ik je wat vraag voor mij te doen, dat +je dan altijd wat anders hebt te doen. Zoo vreeslijk is dat toch +niet, even een halve mijl te loopen, om soep bij een arme vrouw te +brengen! Ik kan zelf niet gaan, want ik heb met je vader nog een en +ander te bespreken."</p> + +<p>Ik trok een lip, en toen dacht ik in eens: dat kon nu wel dat "gaan" +zijn, waarvan vader sprak. In elk geval was 't prettiger dan het +onderwijzen in de Zondagsschool. Ik trachtte dus opgeruimd te kijken, +ging Puf halen, en begaf mij met hem op weg. Lena kwam net het hek +uit en riep juichend: "Hoera! Ik ga nog meer borstplaat maken! Ik zal +'t van jelui allemaal winnen, wat zijn jelui ook voor langzame +kinderen!" Terwijl ze dit zei, wond ze zich zóó op, dat ze van het +hekje, waarop ze was gaan staan, plat op den grond viel.</p> + +<p>"Hoogmoed komt voor den val," riep ik haar na, terwijl ze overeind +krabbelde en haar elleboog wreef. Toen rende ik met Puf weg.</p> + +<p>Hij was natuurlijk weer druk als twee. "Ik wil de volgende week het +ezeltje naar de wei brengen," zei hij, "en ik wil er den eersten keer +op rijden."</p> + +<p>"Wanneer komt het dan?" vroeg ik hem.</p> + +<p>Hij keek even voor zich, en zei toen: "Ik heb al gezegd, dat het een +mooie ezel moet wezen, niet zooals ze die aan 't strand hebben, maar +een met blauwe oogen en die niet bijt. Ik verwacht hem binnen 5 +dagen."</p> + +<p>Ik moest lachen; hij keek zoo ernstig en babbelde maar weer verder: +"Het zal de beste ezel van de heele wereld wezen, omdat ik den +rijksten man van de wereld gevraagd heb, hem te geven." "Ik vind, dat +je niet zoo oneerbiedig over God spreken mag, Puf." "Ik heb niet +gezegd, wien ik bedoelde, stoute meid, je hebt mijn geheim geraden." +Puf stond het huilen nader dan 't lachen, en midden op den weg +stilstaande riep hij: "'t Kan me ook niet schelen, ik vertel het aan +niemand anders!" Toen begon ik hem maar een verhaal te vertellen, om +zijn aandacht af te leiden.</p> + +<p>Het was een lange warme wandeling naar juffrouw Tapson; 't leek mij +meer een mijl dan een halve mijl, maar ten slotte kwamen we er dan +toch! 't Was een aardig klein huisje met een tuintje, vlak aan den +weg. De deur stond open, ik liep dus binnen, en zag daar een man, +bezig met het vuur op te poken.</p> + +<br> +<center><img src="images/13_soep.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:417px;"></center> +<br> + +<p>"Soep voor moeder?" vroeg hij, terwijl hij zich omdraaide en van mij +gehoord had, wat ik kwam doen. "Ik ben er zoo dankbaar voor. Boven +ligt ze te bed met pijnlijke rheumatiek, en ik verzorg haar zoo goed +als ik kan. 's Morgens moet ik naar Lemworth, en pas 's avonds 7 uur +kom ik weer in 't dorp terug." Hij had inmiddels het pannetje van me +aangenomen en keek er in. "Daar is genoeg in voor vandaag en morgen," +zei hij. "Vriendelijk bedankt hoor kind. Wil je niet even naar boven +gaan, om moeder te groeten? Ze houdt zoo van gezelligheid."</p> + +<p>Ik klom de nauwe trap op, en Puf stommelde achter mij aan. Ik ben +gewoonlijk bang voor zieke menschen, maar van deze oude vrouw hield +ik. Een helder mutsje had ze op en ze lag onder een lappendeken. Haar +gansche gezicht helderde op, toen ze ons zag komen. Zij zei, dat ze +al van ons gehoord had, en of ik nu dat meisje was met het mooie +haar? Ik lachte terwijl ik mijn roode lokken naar achteren schudde, +en vertelde haar, dat dat Lena was. Toen begon Puf met haar te +praten, en natuurlijk vertelde hij haar ook van het ezeltje. Daar was +hij nu eenmaal vol van.</p> + +<p>"Puf begrijpt nog niet, wat bidden is," legde ik haar uit. "Hij +denkt, dat hij zeker alles krijgt, waar hij God om vraagt. Hij vraagt +b.v. om z'n speelgoed heel te maken, maar gewoonlijk doe ik het maar, +anders gaat hij nog rekenen op wonderen."</p> + +<p>"Och lieve kind," zei juffrouw Tapson, "de Heere hoort gaarne het +gebed der kinderen! 't Is net als met mijn Bob; wat die vroeg, kon ik +niet half geven, toch luisterde ik geduldig naar al zijn wenschen. +Maar bid, bid gerust; veel gebed maakt je ziel sterk, en zoo ben je +ons ouderen nog ten voorbeeld."</p> + +<p>Puf begreep er niets van. Hij liep wat heen en weer, en ging toen de +trap af. Ik keek hem na, en zag, dat Bob Tapson met hem spelen wilde. +En toen heb ik juffrouw Tapson mijn geheim verteld; ik gevoelde, dat +ik het nu toch aan iemand moest vertellen, en zoo stortte ik mijn +hart voor haar uit. Zij luisterde met ingehouden adem, en beloofde +mij, dat haar zoon voor mij zou uitzien, en een plekje in z'n kar +voor mij zou openlaten.</p> + +<p>Ziedaar het geheim! Vader had mij aangeraden, om uit onzen tuin +bloemen en groenten te verzamelen, die te Lemworth ter markt te +brengen, en ze daar te verkoopen. Met den trein er heen gaan, was +veel te duur, en daarom had ik gevraagd, op Baldwins groentenkar te +mogen meerijden. Maar die gaat 's morgens om 8 uur al heen, en komt +'s avonds 7 uur pas terug, en ik ben dus bang, dat tante, als ze er +achter komt, het mij zal verhinderen.</p> + +<p>Ik wandelde met Puf naar huis terug en gevoelde mij verdrietig. Als +ik ging, zou ik het ontbijt moeten missen, want voor 8 uur ontbijten +we nooit. Ik kon wel gemakkelijk zoo vroeg weg gaan, maar zouden ze +dan thuis niet denken, dat me wat overkomen was? Maar dan kon ik toch +een briefje voor vader achterlaten, en hem vragen, er niets van te +zeggen!</p> + +<p>Ik leefde weer op, en zoodra we thuis waren, holde ik den tuin in, om +mijn mand te gaan inpakken. Toen we kwamen theedrinken, vertelde +tante ons, dat vader verzocht was, om in een naburig dorp een +begrafenis te gaan bijwonen, omdat de predikant daar uit was. "En hij +zal daar den nacht overblijven," voegde zij er bij. "Hij zal niet +voor morgenavond terugkomen, want morgenochtend is er ook nog een +huwelijk te bevestigen."</p> + +<p>Zoo zou dus mijn brief aan vader weinig geven. Ik zat leelijk in de +war, en peinsde, wat ik doen moest. 't Beste leek mij toe, dan maar +voor tante Caroline een briefje achter te laten. Ik schreef nu, voor +ik naar bed ging, dit briefje:</p> + +<div class="indent10"> +Lieve tante Caroline, +<br> +<br> +Als ik den ganschen dag weg blijf, dan is er niets met mij gebeurd. +En vanavond om 7 uur zal ik thuiskomen, het dient om mijn plan uit +te voeren, dat echter een geheim is. +<br> +<span style="float: right;">Uw liefhebbende nicht Grietje.</span> +<br> +<br>P. S. Het is geen verkeerde zaak, maar een goede. +</div> + +<p>Tante Caroline zei, voordat we naar bed gingen, dat zij vandaag +nauwelijks een van ons gezien had, en dat zij hoopte, dat wij geen +van allen verkeerde dingen in 't schild voerden. Alex werd zoo rood +als een pioen, en zei, dat hij vreeselijk moe was, en Daan zag er +moedeloos uit, als had hij al z'n geld verloren.</p> + +<p>"Ik heb hard genoeg gewerkt, om 10 kwartjes te verdienen," zei hij, +"en ik durf zeggen, dat ik dat al lang gedaan heb."</p> + +<p>"Kinderen," zei tante, "ik houd niet van al dat gepraat over geld. +Het schijnt, dat jelui aan niets anders denkt tegenwoordig. Het staat +zoo onkinderlijk!"</p> + +<p>"Maar het is om een ezel te krijgen," riepen we allen uit. Toen zei +tante Caroline niets meer. En wij gingen naar bed; ik vol van de +plannen voor morgen.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter04"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK IV.</h3> + +<p>Den volgenden morgen was ik al om 4 uur wakker; den ganschen nacht +had ik gedroomd van juist voor m'n neus vertrekkende treinen, en van +al de moeite, die ik hebben zou, om mijn plan voor tante Caroline +geheim te houden. Ik was dan ook wat blij, toen het eindelijk begon +te lichten en ik kon opstaan; erg gejaagd kleedde ik mij aan, want +het was een heerlijk avontuur, en wij houden allen van avonturen.</p> + +<p>Overal had ik voor gezorgd. Voor niemand wilde ik weten, waar ik was +heengegaan, en ik had dus een heel oud katoenen jurkje aangetrokken, +met een boezelaar er over, denzelfden, dien ik altoos in den tuin +draag. Mijn haar vlocht ik in een paar dichte vlechten, en daarover +ging een groote zomermuts, die ook achterhoofd en hals bedekte. Tante +Caroline vindt dat soort zoo geschikt voor onzen tuinarbeid, maar wij +houden er niet van, om juist als de dorpskinderen gekleed te gaan.</p> + +<p>Heel stil moest ik me aankleeden, om Lena niet wakker te maken; +eindelijk stond ik gereed, en legde het briefje op Lena's tafel dan +kon zij het aan tante geven. Voorzichtig sloop ik de trappen af, +opende de deur en liep op m'n teenen de stoep af. Den vorigen avond +had Baldwin de groentenmand al in den stal gezet, de eenige kunst was +nu nog, om ze daar vandaan en het hek door te krijgen.</p> + +<p>'t Viel niet mee maar ten slotte gelukte het toch; ik moest ze langs +den grond sleepen, en angstig keek ik naar boven, of niemand mij zag. +Buiten het hek liet ik ze staan, want de groentenwagens komen hier +altoos langs, en toen liep ik zoo vlug ik kon naar het huis van +juffrouw Tapson. Bob had mij gezegd, dat als ik wat vroeg kwam, ik +een mooi plaatsje op zijn wagen kon krijgen. Toen ik het huis bereikt +had, was Bob aan 't schoonmaken van zijn paard. Hij keek verwonderd +op toen hij me zag, en herkende me niet in mijn groote muts.</p> + +<p>"Ik wil niet, dat ze in 't dorp weten, wat ik ga doen," zei ik. "Je +zult er toch niets van zeggen, wel? Mijn mand staat vlak bij ons hek. +Ik dacht, je rijdt er toch langs, en dan kunnen wij haar zoo +meenemen."</p> + +<p>"'t Komt in orde, hoor," zei hij hartelijk. "Jij bent een vlug +vogeltje, heb je al wat gegeten?"</p> + +<p>Ik haalde twee dikke boterhammen uit m'n zak, die de keukenmeid mij +den vorigen avond had gegeven, toen ze dacht dat ik ergen honger had. +Bob verraste me met een heerlijken kop thee. Toen ging hij naar +boven, om z'n oude moeder goeden dag te zeggen, en vroeg mij, of ik +haar ook nog even wilde groeten. Ik ging naar boven, en de oude vrouw +schudde mij glimlachend de hand. "Je bent een dapper meisje," zei ze, +"om er zoo op uit te trekken, en ik zal je eens zeggen, wie je wel +zal willen helpen. Vraag maar naar Marie Dutton, ze is een eigen +zuster van me en woont twee mijlen van Lemworth. Zij zal je graag +helpen, en Bob zal je wel bij haar brengen."</p> + +<p>"Ik ben nog nooit op een markt geweest," zei ik haar, "Ik ben heel +blij, dat er iemand is, die mij helpen wil."</p> + +<p>En toen gingen we naar beneden, en ik klom op den volgeladen wagen, +die in den tuin te wachten stond. Die Bob is toch zoo'n goeie jongen: +hij had een stoof in den wagen gezet, zoodat ik zoo echt gemakkelijk +kon zitten.</p> + +<br> +<center><img src="images/14_wagen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:425px;"></center> +<br> + +<p> +En daar ging het; mijn hart klopte van blijdschap en spanning. Nog +drie vrouwen met boodschappen voor Lemworth reden mee; bij ons hek +zette Bob mijn mand in den wagen; terwijl keek een der vrouwen mij +aan en vroeg: "Wat is dat voor een kleine meid?" Ik draaide mijn +hoofd niet om en Bob antwoordde kortaf: "Zij is met mij mee gekomen." +Verder zei ze niets, want ze praatte zóó druk met de andere +vrouwen, dat ze mij geheel vergat. Doodstil zat ik op den wagen, die +zóó langzaam reed als duurde de tocht een jaar. Ik kreeg ten slotte +kramp in mijn beenen, en werd moe ook. Zoo vroeg ook op geweest! Toen +wij Lemworth naderden, zat ik al te knikkebollen! Het scheen een heel +groote stad, en ik voelde me wat beangst toen we naar de markt reden; +wat een menschen, en wat een drukte! Toen de vrouwen waren +uitgestapt, en Bob z'n paard had afgespannen, nam hij mijn mand op +z'n schouder, en zei me, hem te volgen.</p> + +<p>De markt was alleraardigst; er waren gansche rijen kuikens en eenden, +vruchten en bloemen, boter en eieren, en iedereen schreeuwde zoo hard +als ie kon. En wat waren daar grappige oude boerinnen bij, en +druk-lachende kinderen, net als op de schilderijen, die ik wel eens +gezien heb.</p> + +<p>Bob trok me mee naar een hoekje, waar een vriendelijke oude vrouw +zat. Zij leek veel op juffrouw Tapson, maar haar gezicht was heel wat +dikker. Bob vertelde haar, wie ik was; zij lachte en vroeg mij, haar +alles van mijn plan te vertellen. Dat deed ik; terwijl pakte zij m'n +mand uit, en maakte ruimte op een hoek van haar stalletje, om mijn +koopwaar daar neer te leggen. Ik begon er schik in te krijgen, en had +wat graag gewild, dat de jongens mij zoo even hadden gezien. En mijn +bloemruikers waren veel mooier dan alle, die ik zag; ik had ze dan +ook met zorg gerangschikt.</p> + +<p>Maar er kwam maar niemand bij me koopen, en ik begon den moed al te +verliezen. Nooit zal ik dan ook vergeten, dat de eerste koopster mijn +bloemen opmerkte en mij vroeg, wat de ruikers per stuk kostten. Ik +zei: een dubbeltje — juffrouw Dutton had mij gezegd, dat ik er dat +voor vragen moest — en zij kocht zes ruikers van me! Ik had de +gansche markt wel kunnen ronddansen, zoo blij was ik. Spoedig daarna +kwamen weer twee dames voorbij. Zij hielden stil, wenkten juffrouw +Dutton goeden morgen, en vroegen haar, of zij crocussen had. Zij zei +van niet, maar vertelde hun, dat ik heele mooie had. Zij bekeken de +mijne, kochten er vier, bovendien nog een bundeltje varens, en +betaalden er negen stuivers voor. De eene dame zei tot de andere: +"Wat een schilderachtig tafreeltje, die kleine meid te midden harer +bloemen! Als de arme menschen hun kinderen altijd zóó kleedden, als +haar moeder haar kleedt, zouden we onder de lagere klassen niet zulke +armoedige aankleeding vinden. Zij is een voorbeeld voor haar stand!" +Ik durfde niet te lachen, toen ik dat hoorde....</p> + +<p>Later verkocht ik nog vier koolen, en drie bos wortelen. Toen de +middag ten einde liep, had ik alles verkocht, wat ik had meegebracht, +behalve twee koolen en één bloemruiker; die kocht juffrouw Tapson +van me, zij heeft een groentenwinkeltje en zei dat ze haar wel te pas +zouden komen.</p> + +<p>Ik vergat nog te vertellen, dat ik om 1 uur met juffrouw Dutton naar +een tentje ging, waar thee werd verkocht en koeken. Ik had honger, +maar ik had geen zin, van mijn verdiende geld veel uit te geven; ik +kocht dus alleen een kop thee voor 5 cent en een koek voor 5 cent; +juffrouw Dutton gaf me een van haar grootste appels er bij.</p> + +<p>Toen was het tijd, om naar huis terug te keeren. Ik telde nog even +mijn geld: ik had één gulden en 25 cents verdiend! Wat was ik blij!</p> + +<p>Doch daar kwam Bob Tapson aan, om mij te zeggen, dat hij om 4 uur +vertrok, en dat de vrouwen reeds lang hun manden gepakt hadden. Het +speet mij, nu al van de markt te moeten scheiden, maar er was niets +aan te doen, ik klom op den wagen en ging weer op mijn oude plekje +zitten. De terugweg scheen eindeloos; er reed een oude man mee, die +erg naar bier rook en om de flauwste kleinigheden lachte. Ik gevoelde +mij vreeselijk vermoeid, en viel ten slotte in slaap, zóó vast, dat +Bob mij bij het hek van de pastorie van den wagen moest zetten.</p> + +<p>"Wel, Grietje, heb je een goeden dag gemaakt?"</p> + +<p>"Ja," zei ik met slaperige stem, "hoeveel moet ik je betalen?"</p> + +<p>"O niets, kind, je nam geen ruimte in beslag; en denk er aan, even +bij moeder aan te komen en haar alles van vandaag te vertellen. Zij +zal het zoo graag hooren."</p> + +<p>Ik nam afscheid van hem, en bedankte hem hartelijk; vervolgens droeg +ik mijn leege groentenmand naar den stal, opende de keukendeur en +stapte heel rustig binnen. Ik was wel een beetje bang voor tante +Caroline. Lena kwam net de trap afrennen.</p> + +<p>"O, jou ondeugende meid! Daar zal wat opzitten! Vader is thuis +gekomen, en hij is o zoo boos op je. En wat heb je toch uitgevoerd? +Den heelen dag hebben we er naar gegist, en weet je al, dat ik Daan's +geheim heb geraden? Zou je het graag willen weten?"</p> + +<p>Ik antwoordde slechts: "Ik ben zoo moe; heb je wat thee voor me? Waar +is tante Caroline?"</p> + +<p>"Ze zijn allemaal in den tuin, aan 't bloemen begieten. Toe, Griet, +lieverd, zeg me nou es, wat je hebt uitgevoerd."</p> + +<p>Maar ik wilde 't haar niet zeggen. Ik voelde mij niet prettig door +die ontvangst, en wou maar rechtuit aan vader gaan zeggen, wat ik +gedaan had. Ik liep den tuin in. Tante kwam dadelijk op mij af.</p> + +<p>"Griet, dat is heel ondeugend van je. Waar ben je toch geweest? En +wat heb je den ganschen dag uitgevoerd? Je weet toch wel, dat zoo +verdwijnen zonder iets te zeggen, heel onbehoorlijk is."</p> + +<p>"Ik wilde het vader gaan zeggen, het is een geheim," zei ik. Tante +Caroline kwam altijd weer in haar humeur, als we zeiden, naar vader +te zullen gaan. Zij riep vader, die juist bezig was den gieter te +vullen, en ging toen heen, vader en mij alleen latende. Daan zegt, +dat zij geheel "in den vorm" is, als zij zoo doet.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/15_bril.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:253px;"></center> +<br> + +<p>Vader zette zijn bril op, en keek mij scherp aan.</p> + +<p>"Grietje, je hebt tante vandaag heel wat angst berokkend. Ik ben niet +tevreden over je."</p> + +<p>"Hoor u eens, vader. Luister es. Het gaat over de groenten en +bloemen, waarvan u gezegd had, dat ik ze mocht hebben. Ik ben ze gaan +verkoopen, om mee te helpen voor het koopen van onzen ezel." En ik +vertelde hem alles, wat ik vandaag gedaan had. Een keer lachte hij, +en toen wist ik al, dat mijn straf niet heel zwaar zou wezen. Maar ik +kreeg toch een lichte straf; vader zei me, dat ik er niet aan mocht +denken, ooit weer zoo iets te doen. Dat maakte mij zeer verdrietig.</p> + +<p>"Neen Grietje, ik wil niet, dat mijn kind daar alleen tusschen al dat +ruwe volk is, hoe vriendelijk ze ook voor je zijn. Het mag niet. Je +moeder zou het zeker niet hebben toegestaan. En in elk geval had je +eerst toestemming moeten vragen. Ik ben bang, dat je vermoed hebt, +die niet te zullen krijgen. Spreek op en zeg de waarheid."</p> + +<p>Ik bloosde sterk. "Ja, ik was bang, dat u me niet zoudt laten gaan, +maar ik was niet ongehoorzaam, want ik wist het niet zeker."</p> + +<p>"Dat was juist verkeerd van je. Doe nooit zoo iets weer. En ga nu +naar binnen, om wat te eten."</p> + +<p>"En mag ik het geld houden?"</p> + +<p>"Ja, daar heb ik niets tegen; maar je moet een ander middel zoeken, +om de groenten aan den man te brengen."</p> + +<p>Ik ging naar de eetkamer, tante had de thee klaar. Zij zei niet veel; +maar voor ik het eten op had, holden de jongens en Lena binnen.</p> + +<p>"Nou, zondaar, biecht op! Wat heb je vandaag uitgehaald?"</p> + +<p>"Bepaald goede zaken! Wij hebben je brief gezien, 't was een +prachtstuk!"</p> + +<p>"En tante Caroline was zoo bang voor je!"</p> + +<p>Ik haalde rustig mijn beurs te voorschijn en legde de zilver- en +koperstukken op tafel.</p> + +<p>"Ziedaar," riep ik uit, "kan één van jelui 't beter?"</p> + +<p>"Vijf en twintig stuivers!" schreeuwde Daan, en grabbelde er in om, +als een oude gierigaard.</p> + +<p>"Nou, 't is niet slecht voor een meisje! Vertel ons nu es, hoe je 't +hebt gedaan gekregen."</p> + +<p>"Dat is mijn geheim," zei ik.</p> + +<p>Het was mijn overwinningskreet. Maar ik wist: mijn geheim zou niet +lang geheim blijven. Want eigenlijk wou ik ze 't allemaal zoo graag +vertellen.</p> + +<p>"Zeg," riep Lena, "ik weet wat Daan deze laatste twee dagen heeft +gedaan. Vraag hem es, hoeveel hij al heeft, Griet!"</p> + +<p>Daan grinnikte, en hield mij z'n dichtgeknepen vuist voor. "Ik heb +vandaag een avontuur gehad," zei hij. En hij toonde ons een halven +gulden.</p> + +<p>Ik stond op en danste de tafel rond. "Het duurt niet lang, of wij +rollen allemaal met rijksdaalders," riep ik uit. En Alex: "Wacht maar +tot aan 't einde der week, dan zal ik mijn klein millioen er nog +bijvoegen."</p> + +<p>Toen gingen we allen achter elkaar de tafel rond marcheeren, terwijl +Daan zong:</p> + +<pre class="indent10"> + Een ezel is een heerlijk dier, + Over een maand dan komt ie hier, + Lang zal ie leven! + Lang zal ie leven! + Ons ezeltje loopt voor ons pleizier! +</pre> + +<p>Daan kan altijd gedichten maken, als hij er zin in heeft. Wij waren +zoo opgetogen, dat we hoe langer hoe sneller gingen dansen, totdat +het een complete oorlogsdans werd. Ten slotte vielen we allen over +elkaar heen, en rolden van den lach over den grond. Toen we buiten +adem weer opstonden, riep ik uit:</p> + +<p>"Hoor es, Daan. Als jij jouw avontuur vertelt, dan zal ik het mijne +vertellen."</p> + +<p>"Dames gaan voor," zei hij, met een buiging.</p> + +<p>Toen begon ik, vreeselijk gejaagd, mijn wedervaren te vertellen. Ik +dacht wel, dat het hen zou verbazen, en dat deed het ook. Maar Daan +en Alex, al zouden ze 't wat graag zelf gedaan hebben, zouden het +toch niet zeggen. Daan trok een heel voornaam gezicht en zei: "Ik +geloof niet, dat jij en Lena de zaak goed aanpakken. Dat kan iedereen +wel, geld maken uit vaders eigendommen. Wel, ik ging z'n studeerkamer +binnen, haalde er eenige boeken weg, en verkocht ze."</p> + +<p>"Maar dat zou heiligschennis zijn," riep ik uit.</p> + +<p>"De bloemen en de groenten zijn niet van jou, om ze te verkoopen," +zei Daan, "evenmin als de suiker en de boter, die Lena voor haar +borstplaat gebruikt."</p> + +<p>"O, maar vader heeft er ons toestemming voor gegeven!" liepen wij +beiden luid.</p> + +<p>"En ik betaal ook het mijne," zei Lena. "Het is heel wat zwaarder +werk, in de dompige, heete keuken te wezen, dan op de markt te zitten +en daar verkoopen, en ook niet half zoo aardig."</p> + +<p>"Vader gaf mij toestemming," herhaalde ik, "en dus is de zaak heel +zuiver."</p> + +<p>"Maar kind, wij hebben allemaal recht, om de bloemen te verkoopen," +zei Alex.</p> + +<p>"Niet waar," zei ik op stelligen toon, "alleen die daar het eerst om +vroeg! 't Was mijn plan."</p> + +<p>"Nou, als jij het dan voor gisteren hebt gevraagd, dan zal ik het +voor morgen vragen; waarom niet? Ik heb harder gewerkt dan jelui +allen, de gansche week."</p> + +<p>"Maar ik kan er niet mee voortgaan," zei ik verdrietig; "vader heeft +gezegd, dat ik het niet weer mocht doen."</p> + +<p>"Wil je mijn avontuur nu hooren?" vroeg Daan.</p> + +<p>"Hij gaat nog dood, als ie niet over z'n eigen plan kan spreken," zei +Lena boosaardig. Wij zetten ons allen tot luisteren, maar Daan zou +z'n redevoering niet houden. Juist was hij z'n keel aan 't schrapen, +toen tante Caroline binnen kwam, en ons naar bed joeg. "Ik zal het +bewaren tot morgenochtend," zei Daan. En ik was er eigenlijk blij om, +want ik was zóó slaperig en vermoeid, dat ik al sliep, vóórdat ik +nog goed en wel onder de dekens lag.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter05"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK V.</h3> + +<p>Den volgenden dag vertelde Daan ons zijn geheim. Ik zal het maar net +zoo overschrijven als hij het zei, dat is gemakkelijker. Hij was de +rivier langs gegaan, om visch te vangen. Hij begon met deze +bekentenis:</p> + +<p>"Den eersten dag trof ik het heel slecht. Daarom ging ik gisteren +verder de rivier langs. En daar vond ik een heerlijk, rijk beschaduwd +plekje, waar je de visschen letterlijk zag spartelen van ongeduld, om +bij je te komen. Zij beten flink toe, en het ging puik! D'r waren ook +wel kleintjes bij, maar ik had toch in een oogenblik mijn mandje vol. +Nu kwam het er op aan, ze aan den man te brengen, en ik besloot, op +mijn terugweg naar huis bij eenige boeren aan te loopen, en te zien, +of die ze van mij koopen wilden.</p> + +<p>Ik vond al spoedig een groote boerderij, en liep er zoo snel mijn +beenen mij maar dragen konden, heen. Juist was ik het huis genaderd, +toen ik een ouden heer in een tuinstoel zag zitten, die uit een +groote pijp dampte. Ik nam mijn pet voor hem af; hij hield mij +staande en vroeg me, wie ik was.</p> + +<p>"Ik ben vischkoopman," zei ik. "Ik zou zeggen, uw keukenmeid zal wel +wat visch van me willen koopen."</p> + +<p>Hij staarde me aan alsof ik een chimpansee was.</p> + +<p>"Maak je mand maar es open," zei hij. Met trots toonde ik hem de +vangst. Weer staarde hij mij aan.</p> + +<p>"Waar heb je die visch gevangen? In welk gedeelte van de rivier?"</p> + +<br> +<center><img src="images/16_vissen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:413px;"></center> +<br> + +<p> +Ik legde het hem uit. "Ik heb alleen vandaag maar geluk gehad; ik +denk, dat ik eerst naar 't verkeerde plekje ben geweest. Voor zestig +cent laat ik u het gansche zoodje, meneer. Prachtig en frisch, pas +gevangen!"</p> + +<p>Hij lachte. "Wie heeft je tot vischboer aangesteld?"</p> + +<p>"Ikzelf. Ik tracht een eerlijk centje te verdienen, om een ezel te +kunnen koopen." Toen vertelde ik hem ons plan. Hij vond het zóó +vermakelijk, dat hij dadelijk z'n beurs trok, mij een halven gulden +gaf en zei: "Daar, breng de visch maar in huis, en breng mij morgen +weer zoo'n mandje vol."</p> + +<p>Ik danste van blijdschap naar de boerderij, en gaf mijn visch af, +doch aan de deur stond een knecht, die mij ook al vroeg, waar ik die +visch vandaan had. Ik vertelde het hem. "Het is een geluk, dat Morris +je niet gesnapt heeft," zei hij; "dat is juist privaat bezit van +onzen meneer, en hij vervolgt iedereen, die zich op zijn terrein +waagt."</p> + +<p>Ik zei niets, vertrok, en gevoelde mij verre van prettig gestemd. Ik +begreep nu, waarom die ouwe heer zoo gegrinnikt had, maar ik was niet +van plan, domme dingen te doen, ging dus naar hem toe en zei hem, dat +ik hem z'n halven gulden kwam terugbrengen. "Ik heb bemerkt, +mijnheer, dat het uw eigen visch is," zei ik. "Het spijt mij, dat ik +op uw eigendom heb gevischt, ik zal het niet weer doen."</p> + +<p>"Hier," zei hij, "je houdt wat je hebt verdiend. Wij zullen zien, of +je daar niet met een vischacte van mij kunt visschen. Het overkomt +mij niet vaak, dat ik mijn eigen visch kan koopen. Vroeger mocht ik +ook dolgraag visschen, maar mijn jicht laat het niet meer toe."</p> + +<p>"Nu, als u het goedkeurt, dat ik het geld behoud, zal ik het graag +aannemen. Maar in uw vischwater zal ik niet meer visschen, uw +opzichter zou mij kunnen betrappen. Ik ben u zeer dankbaar, goeden +middag, mijnheer!"</p> + +<p>Ik nam weer mijn pet af, en ging heen; hij lachte als om een grap, +maar ik behield den halven gulden.</p> + +<p>Toen zei ik: "Maar Daan, dan schijn je toch niet veel beter dan wij +allen, want jij vangt visch, die niet aan jou toebehoort."</p> + +<p>"Ja, maar ik doe het niet meer," zei Daan snel. "Ik ga niet weer naar +dien ouden heer. Ik zal het mijlen verder wel weer beproeven. Ik +weet, dat vader op een deel der rivier ook vischrechten heeft."</p> + +<p>"Wie is die oude heer?" vroeg ik.</p> + +<p>"Hij is de graaf van Benton, hij heet Generaal Walton. Hij vroeg mijn +naam niet, dat bewijst zijn voornaamheid." "En je zei eerst, dat hij +vroeg wie je was," zei Alex.</p> + +<p>"Jawel, hij bedoelde mijn beroep," zei Daan deftig. "Heeren vragen +niet iedereen naar hun naam, dat is niet naar den vorm."</p> + +<p>"Welnu, nu alle geheimen onthuld zijn, zal ik jelui het mijne +vertellen," zei Alex. "Ik heb hard gewerkt en meer uitgevoerd, dan +jelui allemaal samen." Wij lachten hem allen uit. "Goed," zei Alex, +"vraag het dan maar aan den ouden Cummins. Hij vertelde aan vader, +welk een drukke week hij voor zich had met het hooien, en dat hij +één mannetje te kort kwam, en hoe moeilijk het was, hulp te krijgen.</p> + +<p>Maandagmorgen vroeg ging ik naar hem toe en zei hem, dat ik werken +zou als de beste, als ie me maar betaalde; 't slot van de zaak was, +dat hij me het loon van een halfwas knecht zou geven, nadat ik hem +verteld had, waarvoor ik het geld noodig had. Zoo ging ik aan den +arbeid, en Vrijdag krijg ik m'n loon: dan hoopt hij al het hooi +binnen te hebben."</p> + +<p>Wij hadden wel eerbied voor Alex' plan. Maar wij hadden nog meer +eerbied voor den afstand, die ons scheidde van het oogenblik, dat we +geld genoeg zouden hebben. Eensklaps dacht ik aan een ander plan, en +ik ging spoedig naar juffrouw Tapson, om haar meening erover te +vragen. Mijn doel was, om elken Dinsdag een mand met groenten aan Bob +mee te geven, en dan juffrouw Dutton ze te laten verkoopen. Juffrouw +Tapson vond het een heel goed idee; ik ging weer gauw naar huis +terug, en vroeg vader, of hij het goed vond; hij zei ja, tenminste +zoolang Baldwin mij kon geven, wat wij uit onzen tuin te missen +hadden.</p> + +<p>Toen waren we allen een beetje uit ons doen; alle geheimen waren nu +onthuld, en wij houden juist zoo van geheimen. De volgende week +beginnen de lessen weer.</p> + +<p>Niet weinig schrok ik, toen Lena den volgenden middag naar me toe +kwam gehold en zei: "O, Griet, ik zit vreeselijk in de rats, toe, +help me!"</p> + +<p>Lena komt altijd naar me toe, als ze wat bijzonders heeft uitgehaald, +en dat doet ze altoos, als ze niets te doen heeft. Zij vertelde me +nu, dat ze, bij het hek aan 't spelen zijnde, het meisje had zien +voorbijrijden, dat ik den vorigen dag in het mooie dogkarretje had +gezien. Het meisje moest in juffrouw Ribbon's winkel wezen, en daar +ze alleen was, moest ze haar paardje los laten staan. Lena ging er +heen, en toen, zonder over de gevolgen na te denken — Lena denkt +nooit na, als ze iets gaat doen — sprong zij in het karretje, en +reed er het dorp mee in.</p> + +<p>"Het was alleen maar uit de grap, Grietje," zei ze; "ik wilde binnen +twee minuten weer terug zijn, en ze zou er niets van hebben gemerkt, +maar ik gaf het paard een tikje met de zweep, en het ging er van door +als de wind en ik kon het niet meer tot stilstaan brengen. Toen ik +dat gewaar werd" — hier knipte Lena boosaardig met de oogen, — "had +ik eerst dol veel schik. Wij vlogen erlangs en toen we te Cross Glen +kwamen, draaide het paard een groote poort in! Toen werd ik angstig, +want ik wist, dat onze baron daar woont zooals vader mij verteld +heeft. Op zoo'n groot heerenhuis, Griet! Zoodra we de plaats waren +opgereden, hield de pony stil; een huisknecht kwam de stoep af, en +keek verbaasd rond, toen hij me zag.</p> + +<p>"Waar is juffrouw Clara?" vroeg hij.</p> + +<p>Ik klom snel uit het karretje, en zei: "Zij was bij ons in den +winkel, en toen is het paard met mij weggerend." O, wat was ik +beangst, Griet; ik vloog de laan uit, en verborg mij achter struiken, +opdat niemand me zien zou. Eindelijk kroop ik te voorschijn, klom +over een heg, en kwam zoo weer op den landweg terecht. Wat ben ik +warm en moe!"</p> + +<p>"Maar Lena, wat is dat een leelijke streek van je! Waar is het meisje +nu?"</p> + +<p>"Ik weet het niet. Ik denk, dat ze naar huis is gewandeld. Toe Griet, +ga 's gauw naar juffrouw Ribbon, en vraag het eens even. Ik hoop nog, +dat ze niet zullen ontdekken, wie het gedaan heeft."</p> + +<p>"Ga zelf," zei ik boos. Toen sloeg Lena haar armen om mijn hals. +"Lieve Grietje, toe, ik houd zoo van je. Hè toe, ga jij nu even! +Iedereen weet wel, dat jij er geheel buiten staat."</p> + +<p>Ik ging, en vond juffrouw Ribbon heelemaal in de war over wat er was +voorgevallen.</p> + +<p>In één adem door vertelde juffrouw Ribbon wat er gebeurd was.</p> + +<p>"'t Gebeurt niet vaak, dat er een van de jonge dames van 't Huis in +mijn winkeltje komt. Ik stond dan ook verplet, toen ik plotseling den +pony hoorde wegrennen. Net was ik bezig, Clara een ons van Lena's +borstplaat af te wegen, en ik vertelde haar wie ze gemaakt had, toen +we eensklaps opschrikten door het wegrijden van 't karretje; beiden +vlogen we de deur uit, en daar zagen we met ontzetting Lena +wegrijden, haar lange haar als een gouden wolk om haar hoofd waaiend, +en met een snelheid als van een automobiel. Houd haar vast! gilde +Clara, zij rijdt met mijn pony weg!</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/17_locomotief.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:312px;"></center> +<br> + +<p>Maar je hadt evengoed een locomotief kunnen tegenhouden. Ik trachtte +toen de jongejuffrouw weer naar binnen te krijgen, om bij mij te +wachten. Maar zij was zóó geschrokken, en ook zóó boos, dat ze +stampvoetend van ergernis bleef staan en zei: Mijn moeder zal dat +borstplaatmeisje wel eens duchtig straffen! Toen ging ze op den weg +heen en weer loopen. En als nu Mevrouw er van hoort, zal ze nog hier +komen en mij vragen, waarom ik niet iemand bij 't paard heb gezet, en +dan zal ze 't me daarvoor ook nog lastig maken. Ik zou voor geen geld +van de wereld haar willen boos maken, want dit is haar huis en ik ben +haar huurster!"</p> + +<p>"Maar juffrouw Ribbon, wat spijt het me, dat het zoo geloopen is. +Maar u weet, hoe Lena is. De borstplaat heeft haar eenigen tijd zoet +gehouden, maar altoos haalt ze wat uit, dat verkeerd is. Denkt u, dat +de jongejuffrouw goed thuis gekomen is?"</p> + +<p>"Hoe zou ik dat weten? Ik hoorde of zag sedert niets van haar."</p> + +<p>Vol van allerlei gedachten kwam ik thuis. Voor verklikker te spelen, +vind ik verschrikkelijk. Dat is een van de dingen, die niet "in den +vorm" zijn; bluffen en liegen en klikken vind ik slecht. Maar ik wist +ook, dat vader van deze geschiedenis hooren zou, en er is niets, wat +hij meer haat, dan dingen te vernemen, die wij hem verzwegen hebben. +Hij wil, dat we altoos dadelijk onze verkeerdheden vertellen. Ik ging +dus naar Lena toe, en zei haar, dat ze naar vader moest gaan, en het +hem vertellen. Zij wou niet, en toen zei ik haar, dat ik zelf zou +gaan. Toen begon ze natuurlijk weer heel lief te doen. Juist kwam +vader binnen, toen we druk aan 't twisten waren, wie gaan zou.</p> + +<p>"Wat is er aan de hand?" vroeg hij.</p> + +<p>"Lena wou u iets vertellen," zei ik en liep daarna vlug de kamer uit. +Natuurlijk biechtte ze nu op; vader nam haar mee naar de +studeerkamer, en las haar daar eens flink de les; schreiende kwam ze +terug. Later heeft ze me verteld, dat vader haar een briefje van +schuldbekentenis had laten schrijven; zelf had hij er een aan Mevrouw +geschreven, waarin hij de toedracht der zaak meedeelde. Hij had tegen +Lena gezegd, dat hij telkens weer zich voor zijn kinderen moest +schamen, en daarop was Lena gaan schreien. Maar hij had haar gekust, +voor ze wegging; vader is dol op Lena; hij zegt altoos, dat ze hem +aan moeder herinnert!</p> + +<p>Den daarop volgenden avond, Vrijdag, waren Lena en ik in de badkamer. +Wij moesten "de groote wasch" doen, altijd een groot vermaak. Wij +vullen dan de kuip maar half, en wasschen alles, wat we maar machtig +kunnen worden. Puf hielp ons dapper. Alle kammen en borstels worden +eerst gewasschen, dan alle poppenkleeren van Lena, zakdoekjes, +halskraagjes, schortjes, en alles wat er maar vuil in huis te vinden +is. Puf bracht ons alle artikelen aan; juist had hij een wollen aapje +in 't bad laten plonsen, en stonden we te schaterlachen om z'n koddig +gezicht, toen Emma kwam binnenvliegen.</p> + +<p>"De jongedames Grietje en Lena moeten dadelijk naar de huiskamer +gaan; er is visite, en tante heeft gezegd, dat je komen moet!"</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/18_badkamer.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:228px;"></center> +<br> + +<p>"Hè, wat vervelend!" zei ik, "En wie is het, Emma?"</p> + +<p>Lena en ik stonden in onzen onderrok, vanwege het geplas met water.</p> + +<p>"Het is Mevrouw Londesburg met haar dochtertje."</p> + +<p>Lena en ik keken elkaar verschrikt aan.</p> + +<p>"Ik ga niet heen," zei Lena, "ik doe het niet."</p> + +<p>Maar Emma troonde ons mee naar de slaapkamer, waar we ons +aankleedden.</p> + +<p>"Wij moèten gaan, Lena. O kind, ik wou, dat je 't maar niet gedaan +hadt. Ik zou wel vriendin met dat meisje willen zijn." "Ik niet +graag!"</p> + +<p>Lena was boos, en zij stond maar steeds heen en weer te wiegen, toen +Emma trachtte haar het haar met den pas schoongemaakten borstel te +borstelen. "Ga weg, Emma! Ik zal ze uur aan uur op me laten wachten. +Ik ben in geen jaren klaar!"</p> + +<p>Emma ging boos weg. Toen smeekte ik Lena, om toch anders te doen; +binnen twee minuten helderde haar gelaat op — zij is nooit langer +dan 5 minuten boos — en was ze bereid, mee naar beneden te gaan.</p> + +<p>"Ik zal voorwenden, dat ik van niets afweet," zei ze; "vader is uit, +en dus kan hij het haar niet zeggen."</p> + +<p>Zoo kwamen we de huiskamer binnen; ik was heel wat meer beangst dan +Lena. Daar zat het meisje; alleraardigst zag ze er uit in haar witte +zijden jurk en witten hoed. Mevrouw was in druk gesprek met tante +Caroline. Iedereen in het dorp is bang voor Mevrouw Laura; ik begrijp +niet waarom; zij keek heelemaal niet streng, en toen ze ons zag, +barstte ze in een schaterlach uit.</p> + +<p>"Wie van jelui heeft me dat aardige briefje geschreven? Ik ben hier +gekomen, om het je te vergeven, en om je te vragen, of je morgen bij +mijn dochtertjes komt theedrinken. Wil je komen?"</p> + +<p>Lena sloeg niet eens beschaamd de oogen neer.</p> + +<p>"Ik ben het, die u vergiffenis woudt schenken," zei ze. Toen gaf +Mevrouw ons de hand, en wij gaven Clara ook een hand. Zij keek Lena +heel ernstig aan, maar glimlachte tegen mij.</p> + +<p>"Hebben jelui een kinderkamer?" vroeg ze mij.</p> + +<p>"Neen, alleen een leskamer; wil je ze eens zien?" Dadelijk ging ze +met ons mee. Wij gingen zwijgend de trap op; boven gekomen, zei Lena: +"Wil je ons bad eens zien?"</p> + +<p>Zij aarzelde even en zei toen van ja. Wij hadden heelemaal vergeten, +dat we Puf alleen hadden achtergelaten; toen we de badkamer +binnengingen vonden we hem bezig met onze oude kat en haar twee +jongen, die hij in de kuip had gezet, om ze alle drie te wasschen. De +kleine poesjes waren al bijna verdronken. Vliegens haalden we ze uit +het water, en in den angst van het oogenblik was alle stugheid +tusschen Clara en ons geweken, en begon ze al druk over allerlei mee +te babbelen. Zij vertelde ons, dat ze een tweeling was; haar zusje +heette Betty. Betty had haar voet verstuikt, en kon nu niet loopen; +de dokter had gezegd, dat ze heel lang moest blijven liggen. Puf keek +Clara eens even aan, en zei toen: "Wil je ook niet es wat wasschen? +Mijn slabbetje is heel erg vuil."</p> + +<p>Intusschen was Lena de katten aan 't afdrogen, en toen ze er wat +toonbaar uitzagen, droegen we ze naar beneden, om ze in de keuken +verder te laten drogen. Daarna lieten we 't vuile water uit de kuip +loopen, en deden er weer versch in; Clara vond het zóó verrukkelijk, +dat zij ook wou wasschen. Wij gaven haar een vuil paardedekje van Puf +en vertelden haar, terwijl ze ijverig te wasschen stond, hoe we tante +eens voor den gek hadden gehouden.</p> + +<p>Wij waschten toen een roodwollen poppejurkje; dit gaf zóó erg af in +'t water, dat ik naar beneden vloog, en tante Caroline toeriep: "Kom +u es gauw boven, Lena bloedt zoo." Tante Caroline liep zoo hard als +ze kon de trap op, en kwam doodelijk verschrikt bij 't bad. Daar zag +ze, hoe we haar voor 't lapje hadden gehouden. Clara vond de historie +allerleukst.</p> + +<p>Maar wat was ze nat geworden! Haar jurkje kon je wel uitwringen. Wij +beproefden haar te drogen, doch toen we beneden kwamen, was tante +Caroline erg boos, en zelfs Mevrouw Laura keek verstoord. Clara kreeg +Lena's beste witte jurk aan, die haar heel goed paste; tante zei +tegen Mevrouw: "Ik verzeker u, dat ik geen oogenblik gerust ben, wat +er gebeuren zal. Ik kan u niet zeggen, hoe dit me nu weer spijt." +Maar Clara zei dadelijk: "Och mama, ik vond het zoo heerlijk; ik kan +me thuis nooit zoo vermaken." Mevrouw Laura glimlachte en sprak: "Ik +kan me zoo begrijpen, juffrouw, dat u uw handen vol hebt; bij mij +moeten ze maar niet wasschen, als ze op de thee komen morgen."</p> + +<p>Mevrouw en Clara vertrokken nu per rijtuig; Lena en ik kregen droog +brood bij de thee, omdat we Clara hadden laten wasschen. Ik vind die +straf niet verdiend. Vader straft ons nooit onverdiend. Tante denkt +altijd, dat we dan beter zullen opgroeien. Maar wij denken wel eens, +dat die bijzonder goed opgevoede lui de malste menschen van de wereld +worden. En daarom zijn we d'r heelemaal niet op gesteld, zoo heel +best op te groeien.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter06"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK VI.</h3> + +<p>In groote spanning zagen Lena en ik de theevisite bij Mevrouw Laura +tegemoet. Lang voordat tante Caroline het gewild had, waren we al in +ons beste pakje gestoken. Emma bracht ons weg, en liep onophoudelijk +druk te praten over het mooie, groote huis van den baron. Ik wou, dat +ze allen bij ons in de kerk kwamen, maar dat doen ze niet; dichterbij +hebben ze een kerk, en daar gaan ze heen. Wat zullen de jongens +jaloersch op ons zijn; ik heb ze maar gezegd, dat er heelemaal geen +jongens zijn, waarna Daan opmerkte, dat een visite van louter meisjes +hem te min was.</p> + +<p>Lena was gewoon wild; ik waarschuwde haar, dat, als ze wat verkeerds +uithaalde, ik dadelijk naar huis terug zou keeren, om haar daar te +laten. Natuurlijk werd ik weer voor verwaandheidje uitgescholden, +maar dat is minder: Lena was nu niet kalm.</p> + +<p>Toen we de groote voordeur naderden, was ze o zoo schuchter, ik denk +een beetje angstig. Ikzelf eigenlijk ook wel een weinig, toen een +deftige huisknecht ons in een vestibule liet, die geheel met +schilderstukken en platen versierd was, en ons vervolgens langs +eindelooze gangen geleidde, waarna hij een deur opende, en riep: "De +jongedames van de pastorie!"</p> + +<p>Even daarna stonden we in een allerliefste kinderkamer, en kwam Clara +ons tegemoet om ons te verwelkomen. Zij bracht ons dadelijk bij 't +venster, waar Betty op een sofa lag. Zij geleek sprekend op Clara, +alleen haar gezichtje was wat smaller en bleeker. Dan was er in deze +kamer nog een vriendelijke gouvernante, Miss Tudor.</p> + +<br> +<center><img src="images/19_gouvernante.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:424px;"></center> +<br> + +<p>Onmiddellijk vroeg Lena haar, of ze nog familie was van den koning +Tudor. Miss scheen het nog al niet kwaad op te vatten; ze lachte +althans en zei, dat ze vreesde, wel geen koning in de familie te +zullen hebben.</p> + +<p>Toen trok Clara ons mee, en liet ons al haar prachtige poppenkamers +en ander speelgoed zien. Al spoedig zat Lena op den vloer en +vermaakte zich met een der poppenkamers. Inmiddels was ik met Betty +gaan praten.</p> + +<p>"Clara heeft me verteld van jelui badkamer en de groote wasch," zei +ze; "ik wou, dat ik er bij geweest was. Toe, vertel me d'r es wat +meer van." Ik ging haar nu vertellen van ons ezeltje, en hoe wij +probeerden het geld te krijgen; ze vond het allerleukst.</p> + +<p>Clara kwam naar ons toe: "Zeg, Betty, wij hebben toch zoo'n schik met +ons poppenhuis; Lena vertelt me allerlei nieuws, hoe ik er mee om +moet gaan. Wij hebben inbrekers door den schoorsteen laten klimmen, +en onder het ledikant verborgen, en" — hier ging ze fluisteren — +"als Miss meteen uit de kamer gaat, gaan we een brandje voorstellen, +en dan zijn wij brandweermannen; dan halen we de tuinslang en +bespuiten het met water."</p> + +<p>Betty's oogen schitterden, maar ik moest zien, dat spelletje te +voorkomen. Ik vertelde haar, dat wij zooiets thuis ook eens gedaan +hadden. De jongens staken toen een brandenden lucifer onder een van +de poppenbedden. 't Was o zoo aardig, maar het gansche bed vatte +vlam, en al onze poppen verbrandden. 't Was wel heel vermakelijk, het +toen te blusschen, doch net kwam moeder binnen, en wij moesten haar +beloven, zooiets nooit weer te zullen uithalen. Als we hier zoo'n +rommel maken, mogen we nooit weer komen.</p> + +<p>Lena keek me nijdig aan. "Hè, Griet, wat ben je weer vervelend, je +houdt nou ook nooit es van een grapje!"</p> + +<p>'t Is wel hard, als je voor vervelend wordt gescholden, terwijl je 't +goed bedoelt; maar ik zei geen woord meer, zoodat Lena al spoedig +haar zinnen op wat anders zette. 't Duurde niet lang of de +poppenkamer was veranderd in een kasteel, door soldaten belegerd; de +poppen werden verondersteld, te worden gevangen genomen en vermoord, +waarbij Clara en Lena een afgrijselijk geschreeuw aanhieven.</p> + +<p>Inmiddels vertelde Betty mij, hoe het voortdurend liggen op de sofa +haar vermoeide, en hoe zij ernaar verlangde, er af te mogen en de +kamer rond te huppelen. Vervolgens toonde ze me haar boeken en +speelden we een leuk spelletje, totdat de thee kwam. Wij waren toen +al de beste vrinden; Clara zei, dat er in geen mijlen zulke meisjes +als wij te vinden waren. Wij vroegen haar de namen van al de dominees +in de buurt, en van al de baronnen, en het bleek, dat zij ze allen +bij name kende.</p> + +<p>Na de thee, toen Miss Tudor de kamer verlaten had, zei Betty tegen +me: "Ik ben toch zoo blij, dat jelui niet zoo braaf bent. Ik dacht +altijd, dat kinderen van een dominee zoo heel braaf waren. En als +jelui dat waart, zou ik niet van je gehouden hebben."</p> + +<p>Ik voelde me wat vernederd en zei langzaam: "Zoo. Ja, heel goed ben +ik niet, maar ik tracht het toch te worden." Zij keek mij aan. "Maar +het is toch veel grappiger om ondeugend te zijn."</p> + +<p>"Dat weet ik niet," antwoordde ik. "Zoolang je 't bent, lijkt het +heel dapper, maar daarna is het dat lang niet."</p> + +<p>"Ik wou, dat er geen "daarna" bestond," zei Betty ongeduldig. "Dat ik +hier op die vreeselijke sofa lig, is ook een "daarna". Je weet, ik +heb mijn voet verstuikt, toen ik als een jongen in een boom wou +klimmen. Miss Tudor riep me, om er uit te komen, maar ik lachte haar +uit, klom hooger en — viel."</p> + +<p>"Verschrikkelijk," zei ik, en voegde er aan toe, terwijl ik mijn +wangen voelde gloeien: "Dat is nu precies hetzelfde, wat ik zou +gedaan hebben. Het is dan zoo akelig gemakkelijk, zoet te wezen."</p> + +<p>"Ik houd ervan, flink ondeugend te wezen," sprak Betty met trots.</p> + +<p>"Ik wou, dat je vader kende," zei ik. "Hij gunt ons zooveel mogelijk +pleizier. Vaak zegt hij tegen tante Caroline: Een losse teugel, +tante, voor mijn jonge wildebrassen, en zoo weinig mogelijk bevelen +en regelen als 't maar kan. Dat zal ongehoorzaamheid voorkomen."</p> + +<p>"Wat een lieve vader!" riep Betty.</p> + +<p>En ik ging voort: "Hij zegt, dat als wij Gods geboden gehoorzamen, +wij ook de zijne zullen opvolgen. Toen ik nog een klein meisje was, +las ik vaak de Tien Geboden over, en ik dacht, dat ik er nooit één +van overtrad. Maar nu weet ik beter. Verleden Zondag noemde vader ons +drie geboden: Kom, ga, doe."</p> + +<p>Betty luisterde met aandacht. "Toe, ga voort. Je bent een +heerlijkerd; 't eene oogenblik brul je van 't lachen en 't andere hou +je een preek."</p> + +<p>Ik vertelde haar nu, zooveel als ik nog wist van vaders preek. "Zoo +doet een trouwe knecht. In onze kerk ligt een ridder begraven, die +altoos trouw en altoos bereid was. Vader zegt, dat hij dat ook wil +wezen, en natuurlijk is hij het ook, en als ik er maar veel om denk, +tracht ik het ook te wezen."</p> + +<p>"Vergeet je het dan zoo gauw?"</p> + +<p>"Bijna altoos," antwoordde ik zuchtend.</p> + +<p>In dit gesprek werden we gestoord door Lena en Clara. Ze wilden zich +verkleeden. Wij gingen dus naar Clara's slaapkamer en trokken +allerlei malle kleeren aan. Daarna keerden we terug naar Betty. Clara +stelde een oude bedelares voor; Lena moest een Indiaan verbeelden, +terwijl ik een deftige Amerikaansche dame voorstelde.</p> + +<br> +<center><img src="images/20_dame.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:409px;"></center> +<br> + +<p>Allemaal deden we verhalen aan Betty, en zeiden, uit Engeland te zijn +gekomen, omdat we gehoord hadden, dat ze zoo rijk en goed was. +Vervolgens kondigde Lena een Indiaanschen dans aan; zij klauterde op +de tafel, en tolde als een dolle rond, zoodat Betty tranen van 't +lachen kreeg.</p> + +<p>Toen deze voorstelling was beëindigd, werd ons meegedeeld, dat Emma +gekomen was, om met ons weer naar huis te gaan. Wij namen afscheid +van elkaar; Clara en Betty vroegen ons, toch vooral weer te komen. +Wij vonden het heerlijk, en Lena zei, toen we thuis kwamen: "Nu zie +je es, hoe goed het was, dat ik er met den pony vandoor ging, want nu +hebben we beste vriendjes in Clara en Betty." Toen wij thuis kwamen, +vonden wij de jongens druk bezig met het tellen van hun geld. Daan +had 65 cent gemaakt voor gevangen visch, die hij bij drie +verschillende boeren had verkocht, en Alex had f1.80 verdiend bij +Cummins; deze had hem 30 cent per dag gegeven voor zijn hulp bij 't +hooien. Met de noodige plechtigheid verklaarde Alex: "'t Is verdiend +in het zweet des aanschijns; maar het is ook alles, wat ik kan +verdienen, want er wordt nergens meer gehooid nu. En de volgende week +moeten we ook weer naar school."</p> + +<p>Oversecuur telden we allen ons geld nog eens na; 't was nog lang niet +genoeg, om er een ezel voor te koopen, maar wij hadden alle hoop, er +nog heel wat bij te verdienen. Lena kon doorgaan met het maken van +borstplaat, en ik met het plukken van bloemen, en het zenden van +groenten naar de markt. Daan kon voortgaan met zijn visscherij. +Alleen voor Alex moest fluks een ander plan bedacht worden.</p> + +<p>"Niet noodig!" zei hij. "Ik heb harder gewerkt dan jelui allemaal +samen. Ik heb mijn aandeel geleverd."</p> + +<p>"Eén gulden en tachtig cents is niet veel," merkte ik op. Alex begon +korzelig te worden en zei: "'t Zit 'm niet in de hoeveelheid, 't zit +'m in de waarde. Deze 36 stuivers vertegenwoordigen een zeer zwaren +arbeid. Wat zou je meer op prijs stellen als verjaarsgeschenk: een +boek, dat je zoo maar koopt en weer weggeeft, of een boek, waarvoor +een jaar lang gespaard is, en de krachten van wie het kocht, bijna +heeft uitgeput?"</p> + +<p>Ik was onder den indruk van deze redevoering, maar Daan heelemaal +niet. "Je bent een lui stuk mensch," zei hij; "ik weet heel goed, dat +je den halven dag in 't land lag, en frissche dranken kreeg."</p> + +<p>Maar Alex meende een week rust noodig te hebben; daarna zou hij een +nieuw plan aanvatten. "Mijn lichaam is zoo vermoeid, dat ik niet +denken kan; maar ik beloof je, dat mijn nieuwe plan niet minder +aardig zal wezen dan dat van jelui."</p> + +<p>De Zaterdag met z'n zangoefening in de kerk kwam weer aan. Juist was +ik aan 't zingen, toen ik ineens dacht aan vaders preek: Semper +fidelis, semper paratus. Ik dacht erover, wat vader nu wel van mij +zou wenschen. Maar ik had den moed niet, om het te doen; Daan zou mij +uitlachen m'n leven lang. Maar toen ik naar bed ging, bad ik tot God, +of Hij mij zóó moedig wilde maken, dat ik het doen durfde.</p> + +<p>Zondagmorgen vond ons allen aan 't ontbijt. Tante Caroline staat +gewoonlijk al vóór ons van tafel op, omdat ze naar de Zondagsschool +moet. Ook nu zou ze juist weer heengaan, toen Daan eensklaps +opsprong, met rood gezicht haastig z'n kopje thee leegslurpte, en +zei: "Tante, ik ga met u mee naar de school. Ik zal de klasse der +kleintjes nemen." Tante nam het heel kalm op, maar voor onze ooren +was het, of het onweerde.</p> + +<p>"Ik heb al zoo vaak er op aangedrongen, dat een van jelui me helpen +zou," zei tante. "De arme kleintjes begrijpen mijn onderwijs aan de +ouderen nog niet."</p> + +<p>Daan ging de kamer uit. Alex sloeg z'n oogen ten hemel, hief z'n +handen op en riep: "De hemel komt naar beneden!" Lena begon te +giegelen. "Stel je voor: Daan de kleintjes aan 't onderwijzen! Hij +weet ze niets anders te zeggen dan "goede vormen"."</p> + + +<p>Ik gevoelde mij als aan den grond genageld. Als ik dàt geweten had! +Dat was nu de jongen, van wien ik vreesde, dat hij mij uit zou +lachen, als ik deed, wat hij nu doet! Ik liep den tuin in, en +schreide eens goed uit. En o, hoe bewonderde ik Daan nu! Altijd doet +hij de dingen zoo onverwacht. Nooit praat hij er over, en je zou +denken, 't kan hem niet schelen ook, maar plotseling komt ie uit z'n +rust, gaat heen, en doet het. Ik zou zoo graag als hij wezen.</p> + +<p>"Wat zal ik een pret hebben over die zuigelinglessen," zei Alex, toen +we samen naar de kerk gingen. "Neen, dat mag je niet," zei ik, "want +het is heel goed, wat Daan gaat doen. Verleden Zondag heeft vader er +nog over gepreekt. Ik had het ook willen doen, maar ik was bang, dat +jelui me zouden uitlachen. En nu is Daan me vóór geweest. Heusch +Alex, onder het ontbijt dacht ik elk oogenblik het te zullen zeggen, +maar zie, ik kwam net te laat."</p> + +<p>Alex keek me een beetje scheef aan, maar zei niets; en toen we Daan +bij het middageten weer zagen, zei geen van ons wat tegen hem; wij +deden, alsof er niets gebeurd was. Ik bewonder Daan, als hij zoo +doet, want hij zegt nooit, dat hij iets goed doet. En om elkaar te +zeggen, dat je iets goed doet, vind ik verkeerd, lijkt me zoo +verwaand.</p> + +<p>En nu moet ik vertellen van Maandagmorgen, en van de groote +verrassing, welke ons toen te beurt viel. Puf had al telkens gezegd, +dat hij iederen dag een brief van God verwachtte, met het geld voor +een ezel erbij. Elken morgen klampte hij den brievenbesteller aan. 't +Zal den man wel raar in de ooren geklonken hebben, toen Puf hem +vroeg: "Weet u wel zeker, dat er geen brief voor mij bij is, want ik +verwacht er een van God; het moet een heele zware brief wezen."</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/21_brief.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:189px;"></center> +<br> + +<p>Dezen Maandag bracht hij de brieven weer binnen, en toen vader ze +nakeek, zei deze plotseling: "Is hier een mijnheer George +Marjoribanks in de kamer?" "Dat ben ik!" riep Puf, en danste in de +grootste opwinding om de tafel. "Laat mij hem zelf openmaken!" Hij +kreeg den brief in z'n handjes. "Maak 'm nu maar open," zei vader, +ook wel 'n beetje nieuwsgierig. Puf maakte hem open: er zaten drie +postbewijzen in, en een velletje papier, waarop geschreven stond:</p> + +<pre class="indent10">"Van grootmoeder. Voor een ezeltje."</pre> + +<p>En elk van de postbewijzen was f12.— groot.</p> + +<p>Wij konden onze oogen niet gelooven. Grootmoe geeft ons zelden geld +— alleen op verjaardagen. Ik vermoedde natuurlijk al dadelijk, dat +tante Caroline haar verteld zal hebben, hoe vurig Puf er om bad. Pufs +gezicht was een portret waard, toen hem werd uitgelegd, hoe de zaken +nu stonden. Zijn oogen straalden van blijdschap; hij zette een borst +op en zei: "Natuurlijk. Ik begrijp heel goed, wat er gebeurd is. +Vader zegt, dat God geld aan sommige menschen geeft, om er goed voor +te zorgen. Hij heeft het Zelf te druk gehad, om het te zenden, en +daarom droeg Hij oma op om het te doen."</p> + +<p>"Ik geloof, dat je de waarheid zegt, Puf," sprak vader, terwijl hij +hem kuste op z'n heerlijken kroeskop. Puf keek met verrukte blikken +om zich heen. "Mijn plan is het beste geweest van ons allen," juichte +hij.</p> + +<p>Wij waren te verrast, om te spreken. Vader sprak zachtjes: "Want +derzulken is het Koninkrijk Gods."</p> + +<p>Toen, na nog even stilte, barstten we allen uit in een blij gejuich. +Het ezeltje was zoo goed als gekocht, en we konden zelfs nog wel geld +over houden. Daan zei al dadelijk, dat dat dan wel kon dienen voor +een zadel, maar vader zei, dat we voor die 36 gulden en wat we al +reeds hadden; allicht wel een ezeltje en een tweede-hands wagentje +konden koopen. Maar vader schat de dingen altijd goedkooper dan ze +zijn.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter07"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK VII.</h3> + +<p>En nu: waar kunnen we een ezel koopen?</p> + +<p>Ziedaar de groote vraag, welke ons allen bezig hield, toen we op een +pufwarmen middag ons hadden neergevleid onder de boomen langs het +grasveld. Behalve Puf, die nog niet tot bedaren gekomen was en +telkens opsprong om vlinders na te jagen.</p> + +<p>Alex opende de debatten, kriebelde Lena met een grassprietje in haar +oor en zei: "Je ziet nog wel es veel ezels zoo grazen, maar ik heb er +tot nu toe nog niet zoo bijzonder op gelet."</p> + +<p>"Laten we naar juffrouw Ribbon gaan, en haar vertellen, wat we noodig +hebben," stelde ik voor, en begon alvast te zingen:</p> + +<pre class="indent10"> + Wie hier eens komt, die komt terug, + Die wordt geholpen, goed en vlug. +</pre> + +<p>"Zij zal er een uit haar dierenverzameling halen," zei Daan, "en dan +zal 't niet veel moois wezen, dat verzeker ik je. Neen, de eenige +lui, die werkelijk goede ezels hebben, dat zijn de zigeuners, en die +moeten we vóór alles zien te vinden."</p> + +<p>"Hoera!" riep Alex uit, "we gaan een zigeunerkamp bezoeken." En Lena +voegde erbij: "Juffrouw Ribbon zal ons wel zeggen, waar er een is."</p> + +<p>"Wacht es even," zei Daan, "we kunnen het best zelf uitvinden, waar +ze zitten, evengoed als de politie. Laat mij maar begaan."</p> + +<p>"Nou ja, maar we kunnen toch evengoed eerst es bij juffrouw Ribbon +gaan hooren," meende ik.</p> + +<p>Aldus werd besloten; we sprongen allen overeind en draafden naar het +"dorpsmagazijn". Er stonden juist twee vrouwen af te rekenen, maar +toen ze ons zagen, gingen ze heen, en spoedig had ons clubje den +ganschen winkel gevuld, natuurlijk Puf vooraan. O, wat was het er +snikheet! De vliegen zaten overal op, en juffrouw Ribbon zag er uit, +alsof ze zoo van een wilde vliegenjacht kwam, natuurlijk kwamen de +vliegen nu ook nog op haar gezicht af, alsof het met stroop besmeerd +was. Met haar zakdoek trachtte ze de lastige dieren op 'n afstand te +houden. Niettemin glimlachte ze, zooals altijd en onder alle +omstandigheden.</p> + +<p>Daan nam eerst het woord en zei alsof het een bestelling gold: "Wij +wilden een zigeunerkamp hebben." Juffrouw Ribbon keek hem versteld +aan, maar glimlachte alweer spoedig; zij houdt van een grap, en +daarom wij ook van haar.</p> + +<p>"Hoeveel geld heb je daarvoor beschikbaar? Ze zijn duur, jongeheer +Daan!"</p> + +<p>"O, dat komt later wel terecht, als u er ons maar aan een helpt," zei +Daan.</p> + +<p>"Een zigeunerkamp is een flinke bestelling," zei juffrouw Ribbon +nadenkend. "Maar je moet me eens wat nader zeggen, wat je bedoelt. +Hoeveel zigeuners moet je hebben? Of is de bedoeling een kamp +alleen?"</p> + +<p>Wij zagen, hoe ze lachte. Maar Alex zei nog eens uitdrukkelijk: "Dat +zou nu de eerste keer worden, dat we hier tevergeefs kwamen. Neen, +juffrouw, we moeten een compleet kamp hebben, met levende zigeuners +erin."</p> + +<p>"Maar groote goedheid, kinderen, ik verkoop alleen dingen, die de +menschen kunnen koopen. Levende zigeuners zijn niet te koop in dit +Christelijk land."</p> + +<p>Wij begonnen terrein te verliezen, juffrouw Ribbon is ons te knap af. +Toen zei Daan met potsierlijke verontwaardiging: "Wij zullen het +onthouden, juffrouw. Wat wij wilden koopen was de inlichting over een +zigeunerkamp. Maar we zullen u verder niet lastig vallen."</p> + +<p>Allen verlieten we den winkel, 't hoofd in den nek als vertoornde +klanten.</p> + +<p>"'t Zal haar wàt spijten, dat ze ons niet heeft geholpen," zei Daan. +We gingen dadelijk weer naar huis. Daar schreef Daan, op een groot +vel van vaders preekenpapier, zoo mooi als hij kon:</p> + +<pre class="indent10"> + "Onmiddellijk inlichtingen gevraagd + naar het naastbijgelegen zigeunerkamp. + Gedurende één week in te zenden + aan de pastorie. +<span style="float: right;">Daniël Marjoribanks."</span> +</pre> + +<br> +<center><img align="right" src="images/22_mijlpaal.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:235px;"></center> +<br> + +<p>Toen was de vraag: Waar zullen we dien brief brengen? We waren 't er +allemaal over eens: niet bij juffrouw Ribbon. Daan had een mooi idee. +Bij den kruisweg, juist aan 't begin van ons dorp, staat een groote +mijlpaal. Wij namen een beetje lijm mee en gingen er heen. Onderweg +zei ik tegen Daan: "Je zult er nog een belooning voor moeten geven." +Daar had hij niet aan gedacht, maar vlug krabbelde hij nog op den +brief: "De aanbrenger zal goed beloond worden." Zoo hoog als wij +erbij konden, werd het papier tegen den paal geplakt, en daarna +keerden we weer naar huis terug. Na de thee ging Daan nog twee keer +kijken, of de lijm wel goed hield. Den tweeden keer zag hij, dat er +twee mannen en een jongen bij stonden te lezen. "Ik hield me weg," +vertelde hij; "ik kroop achter een heg. Zij schenen er veel belang in +te stellen."</p> + +<p>"Ik geloof, dat we beter gedaan hadden, met naar een ezel te vragen," +merkte ik op. Maar de jongens moesten daar niets van hebben. "Dat +zigeunerkamp is juist de grap!" schreeuwde Daan. "Misschien zijn er +in Lincolnshire niet eens zigeunerkampen," zei Lena.</p> + +<p>Dat hadden we nog niet overdacht. En dus gingen we op nader onderzoek +uit. Vader werd aangeklampt om ons daar wat meer van te vertellen. +Hij vertelde ons, dat hij eens zoo'n kamp had bezocht, toen daar een +man ziek was geworden. Wij vertelden vader echter niet, waarom wij +onze vraag deden, maar Puf wilde weten, of ze ook jongens en meisjes +stalen.</p> + +<p>Den dag daarna kwam er een jongen aan de achterdeur en vroeg Daan te +spreken. Gelukkig was hij thuis, want den volgenden dag begonnen de +lessen weer. Zeer gejaagd kwam Daan aanloopen. De jongen vertelde: +"Ik heb dien brief gelezen. Boer Brown, aan den weg naar Lemworth, +laat altijd zigeunertroepen op een stuk land bij z'n boerderij +uitrusten. In deze maand komen ze gewoonlijk, omdat ze dan naar de +Lemworthsche kermis gaan, en die is vandaag over een week."</p> + +<p>"Sjonge, dat treffen we!" riep Alex. "Hoeveel heb je hem gegeven?"</p> + +<p>"Dertig centen. Dat vond ie heel best. Ik zal het natuurlijk uit onze +ezelkas betalen."</p> + +<p>"Ik wou, dat we nu morgen dien ezel maar kochten, dat lange wachten +is nergens goed voor," vond ik.</p> + +<p>Maar de jongens vonden, dat het wel een week uitstel waard was, om +een echten ezel te kiezen uit een echt zigeunerkamp. En toen begonnen +de lessen; alle dagen waren de jongens weg. Lena en ik kregen 's +morgens les van tante Caroline, en Puf verbeeldde zich dat ook maar. +De middagen hadden we voor onszelf, maar dan was er altijd wel wat +naar een zieke te brengen, of andere boodschappen.</p> + +<p>Op zekeren dag hoorde vader mij brommen, omdat ik zoo graag een nieuw +leesboek uit de school-bibliotheek wou lezen, en tante me toen een +boodschap wilde laten doen, terwijl ik pas voor haar was weggeweest. +Vader schudde zijn hoofd, en zei: "Semper paratus! Grietje, zoo wordt +je niet een goede dienstmaagd."</p> + +<p>"Maar ik ben de meid van tante Caroline niet," flapte ik eruit.</p> + +<p>"Ik dacht, dat je een van Christus' dienstmaagden waart," sprak vader +ernstig. "Jou kleine dagelijksche werkzaamheden zijn de plichten, die +Hij je oplegt, Je kunt niet Zijn dienst scheiden van den dienst hier +in huis, het zijn dezelfde plichten. Denk je wel altijd aan Zijn +bevelen, kind?"</p> + +<p>"Ik vergeet het zoo vaak," zuchtte ik.</p> + +<p>"Een ontrouwe dienstmaagd is zulk een teleurstelling voor Jezus," +sprak vader zacht.</p> + +<p>Toen begon ik te schreien. Ik kon er niets aan doen.</p> + +<p>"Ik geloof niet vader, dat ik ooit een trouwe, gewillige dienstmaagd +zal worden."</p> + +<p>"Waarom niet? Deze boodschap van je tante was een oproep tot <i>gaan</i>, +nietwaar?"</p> + +<p>"Ik denk van wel," fluisterde ik.</p> + +<p>"Geloof je zelf, dat je in Christus' dienst bent?" vroeg hij me.</p> + +<p>"Ik hoop van wel, vader. Ik wil Hem dienen, omdat Hij voor mij +gestorven is, en ik heb Hem lief, maar niet zóó, als het moest +wezen. Ik denk, dat het <i>komen</i>, waarover u preekte, heel wat +gemakkelijker is, dan het <i>gaan</i>. En wat het <i>doen</i> betreft, ik heb er +niet eens over gedacht. En, vader, het spijt me toch zoo, dat ik die +Zondagsschoolklas niet heb genomen; Daan was me net voor."</p> + +<p>"Elken dag, Grietje, moet je zoowel komen als doen. Het eerste wat +een knecht des morgens doet, is zijn heer om orders vragen. Heb je +van morgen den Heer om Zijn bevelen gevraagd?"</p> + +<p>"Neen vader," zei ik, "ik heb mijn gebed vanmorgen afgeraffeld, omdat +ik te laat op was."</p> + +<p>"O, maar dàt is de oorzaak van je ontrouw. Ik ben in mijns Meesters +dienst al heel wat jaren meer, dan gij Grietje. Als ik beproef Zijn +bevelen uit te voeren, zonder Hem steeds te bidden, dan geraak ik +dadelijk in moeite. Den ganschen dag, en elken dag is het "komen" en +"gaan"."</p> + +<p>Vader ging heen, ik bleef in nadenken verzonken staan, en beloofde +mijzelf in stilte, dat ik trachten zou, nooit meer te mopperen, al +werden mij honderd boodschappen per dag opgedragen.</p> + +<p>Ons plan, om op de kermis van Lemworth te gaan kijken naar een +ezeltje, vond vader niet goed. De jongens vroegen hem toen, of we +Zaterdag een langen dagmarsch mochten gaan maken; we zouden dan ons +twaalf-uurtje meenemen, en zien, of er ook zigeuners te vinden waren, +die een ezel voor ons te koop hadden.</p> + +<p>Vader vond dit goed, maar zei erbij, dat we slechts inlichtingen +mochten vragen; het koopen van een ezel moesten we aan hem overlaten.</p> + +<p>Wat duurde het lang, voor 't Zaterdag was! Eindelijk was de +langverwachte dag er, en dadelijk na 't ontbijt gingen we op weg. Puf +ging te keer als een wanhopige, omdat hij niet mee mocht, en tante +Caroline trachtte hem met allerlei schoone beloften tot bedaren te +brengen.</p> + +<br> +<center><img src="images/23_schutting.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:465px;"></center> +<br> + +<p>Wij begonnen met twee mijlen te marcheeren langs den kalen, stoffigen +weg; daarna klommen we over een schutting en gingen dwars over de +landerijen. Drukke gesprekken en allerlei verhalen maakten de +wandeling kort. Daan vertelde van een jongen op zijn school, met wien +hij altoos aan 't vechten is. Hij komt uit Londen, heeft een +verbeelding, alsof z'n vader hertog is, en ziet met minachting neer +op "dat gewone volk", zooals hij het noemt.</p> + +<p>"Ik vind het niet erg "in den vorm" voor zoo'n heertje om te +vechten", merkte ik op. Ik houd er van, om Daan met z'n eigen woorden +te bekampen.</p> + +<p>"Ik heb 'm als een worst in mekaar gedraaid," zei Daan. "Ik had er +zin in, met mijn vuisten er nog eens goed op te beuken. Maar ik laat +hem nog liever heelemaal links liggen, omdat hij gewone menschen +minacht."</p> + +<p>Lena vroeg: "Zouden we de zigeuners wel thuis vinden? Ze zullen +allicht naar de kermis te Lemworth zijn." Daar hadden we zoowaar nog +niet aan gedacht. We hielden even stil, om de zaak te overdenken; +inmiddels werd de lunch in 't gras gebruikt.</p> + +<p>"Alle ezels zullen toch niet naar de kermis zijn," zei ik. "Hebben +zigeuners wel altijd ezels?" vroeg Lena. "Och, hou toch op en doe +niet van die malle vragen," zei Daan verstoord.</p> + +<p>Na nog een heelen tijd te hebben geloopen, kwamen we bij de boerderij +van Brown, en daar vonden we tot onze blijdschap een kamp, een vuile +tent, en een troep kinderen, die er bij speelden. Een zwart-uitziende +vrouw was bezig met kleeren wasschen in een groote braadpan. Maar +ezels waren er niet te zien; slechts een oud wit paard liep er te +grazen.</p> + +<p>"Ik vrees, dat ze naar de kermis zijn," fluisterde Alex. "Toe Daan, +ga es heen en groet die vrouw es."</p> + +<p>Daan kan dat altijd heel netjes; de lui op 't dorp mogen hem graag, +omdat hij zoo netjes z'n pet kan afnemen. Hij ging recht op de vrouw +af, en groette met z'n stroohoed.</p> + +<p>"Morgen juffrouw, mogen wij het genoegen hebben, enkele minuten met u +te spreken?" Zij trok haar handen uit de braadpan en staarde ons aan, +of we wilde dieren waren. Daan ging voort: "Ik weet niet wie +de .... baas van dit kamp is, maar ik zou hem graag over zaken +spreken."</p> + +<p>"Houdt je me voor den mal?" vroeg de vrouw ruw.</p> + +<p>"We meenen het allemaal ernstig," zei Daan. "U moet weten, wij willen +een ezel koopen, en wij meenden, dat u er wel een te koop zoudt +hebben."</p> + +<p>De vrouw lachte, en riep daarna: "Jim! Kom es hier en vertel dien +jongens es, dat ze aan 't verkeerde adres zijn voor ezels."</p> + +<p>Een man, een echte zigeuner, kwam langzaam aanslenteren. Hij droeg +groote blinkende knoopen aan jas en vest en broek, had een grooten +geelrooden zakdoek om z'n hals en een zwaren ring aan een der +vingers.</p> + +<br> +<center><img src="images/24_zigeuner.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:456px;"></center> +<br> + +<p>"Wij doen niet in ezels!" zei hij, terwijl hij aan een groote pijp +trok en ons met loerende oogen bekeek. "Hoeveel heb je er voor over?"</p> + +<p>"Dat zal vader wel behandelen," zei Daan met beslistheid. "We moeten +een goeden, vluggen ezel hebben, een die loopt als de wind, en wij +wenschen hem Maandagavond na zes uur aan de pastorie te Warlington te +hebben, om 'm te bezien. Kan ik daarop rekenen?"</p> + +<p>Daan doet altijd zaken, als was hij een koopman van zessen klaar. +Maar wij waren toch allen teleurgesteld, dat wij nu niet één +ezeltje te zien kregen. Intusschen sloop Lena wat verder het kamp in, +kwam weer terug en vroeg aan de zwarte vrouw: "Laat mij eens uw +woning van binnen zien; ik zou ook wel in zoo'n kamp willen wonen."</p> + +<p>De vrouw vond het goed en ging ons voor; Alex ging mee, en Daan bleef +met den man praten. De wagen zag er van binnen wat aardig uit. Aan +den wand hingen schilderijtjes, platen en helder geschuurde pannen; +maar lekker rook het er niet. Lena vond het er verrukkelijk en zei: +"Zeg u es — we zullen 't aan niemand verklappen — maar is het waar, +dat jelui kleine kinderen stelen, of staat dat alleen in de boeken?"</p> + +<p>De vrouw moest hardop lachen. "Wou je een tijdje met ons mee op reis, +juffie?"</p> + +<p>"O, dolgraag, maar slechts voor een paar weken, in de vacantie. Ik +geloof, dat het heerlijk is, gestolen te zijn!" De vrouw schudde haar +hoofd. "Kinderen geven meer kwelling, dan ze waard zijn; die wij +hebben, zijn al meer dan genoeg," zei ze.</p> + +<p>Lena was geheel uit 't veld geslagen. Alex vroeg haar, of ze wel +waarzeggen kon. Ze schudde van neen. Maar — zeiden we haar — dan +kun je ook geen echt zigeunerkind wezen.</p> + +<p>Toen we den wagen weer verlaten hadden, riep Daan ons. "De zaak is al +in orde," zei hij; "wij zullen eenige ezels thuis krijgen, om uit te +kiezen. Overmorgen komen ze; zoolang zullen we moeten wachten."</p> + +<p>Alex vroeg hem toen, of hij den zigeuner wilde vragen, dat die ons +zou verzoeken om op een avond een echt zigeunermaal te komen +bijwonen.</p> + +<p>Daan vroeg het en antwoordde ons, dat we er zelfs aan mochten +deelnemen, voor twintig cent de man. De man verzocht ons te komen den +eerstvolgenden Dinsdag, 's avonds om 9 uur. Toen zeiden we hem goeden +dag, en vertrokken.</p> + +<p>Ik weet niet, hoe dat kwam, maar we waren allemaal een beetje +teleurgesteld. Wij hadden verwacht een prachtigen ezel te zullen +zien, en met een mooi-gezadeld exemplaar thuis te zullen komen; wij +hadden gedacht, een groot, dichtbevolkt zigeunerkamp te zullen +aantreffen, met een waarzegster er bij, met mannen er bij, die ringen +in hun ooren droegen, die dansten en feest vierden, en een of ander +gestolen kind, dat achter een boom stond te huilen. Maar van dat +alles niets; niet één ezel, één kermiswagen maar, geen gestolen +kind, één man maar en ééne vrouw.</p> + +<p>Intusschen vertelde Daan ons, dat de man iemand wist, die ezels +verkocht, en dat die persoon op de kermis was. Maar hij zou hem wel +vertellen, wat wij wenschten, en dan zou die koopman ze wel brengen. +"Ik heb hem den tijd gegeven tot Maandagavond," zei hij deftig, "en +ik heb er nog een mooi plan bij bedacht. Wij zullen op den mijlpaal +aan den kruisweg een nieuw briefje plakken, waarop te lezen staat, +dat iedereen die een ezel te koop heeft, er dienzelfden avond mee aan +de pastorie moet komen." "Dat wordt een ezelen-revue!" juichte Alex, +en sprong in 't rond.</p> + +<p>Met groot verlangen zagen we Maandagavond tegemoet. Wij houden er erg +van, iets lang vooraf te weten, dan heb je altijd schik vooruit en je +wordt niet zwartgallig. Betty en Clara zeggen, dat ze haast altoos +somber gestemd zijn, daarom heb ik ze gezegd, dat ze vooral veel +plannetjes moeten maken.</p> + +<p>In een tevreden stemming naderden we ons dorp weer. Bij het spreken +over de avondpartij in 't zigeunerkamp, liet ik Daan merken, dat ik +vreesde, dat vader ons geen toestemming zou geven, om er heen te +gaan. "Nu ja," zei hij, "jelui — Lena en jij — doen ook beter met +niet te gaan. Alex en ik wel, omdat vader het ook wel eens gedaan +heeft; vader zei, dat sommigen van die zigeuners heel nette menschen +zijn."</p> + +<p>"Maar wij zouden toch graag meegaan," zei ik wat ontevreden. "Alles +wat lekker is, is nog niet verkeerd!"</p> + +<p>"Wees toch zoo'n kwast niet," zei Alex. En Lena voegde er nijdig aan +toe: "Ik ga toch, 't kan me niet schelen, wat ouwe Griet doet; als ik +er voor gestraft word, heb ik het toch al gehad!"</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter08"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK VIII.</h3> + +<p>Puf was danig verstoord, toen we zonder ezeltje thuis kwamen. +Dadelijk na de thee ging Daan het nieuwe briefje aan den mijlpaal +hechten. Allen gingen we mee en hielpen hem. Hij schreef er op:</p> + +<p>"Gevraagd een eerste-klas ezel. Op bezien te zenden Maandagavond 6 +uur aan de pastorie." Erboven schreef hij nog: "Belangrijk en +spoed-eischend."</p> + +<p>Toen dat afgeloopen was, gingen we weer naar huis, en hielp ik tante +Caroline met opruimen, want het was Zaterdagavond. De zangoefening +had ze ons ditmaal geschonken, omdat we uit waren geweest; doch voor +we naar bed gingen, nam ze ons mee naar de piano in de zitkamer, en +zongen wij de gezangen nog eens, die we voor Zondag moesten kennen. +Daarna zei tante Caroline tot Daan: "Kom je morgen naar de +Zondagsschool?" Daan antwoordde erg ruw: "Ja, ik denk 't wel."</p> + +<p>Toen zei ik: "Tante, ik wou wel een klas nemen, als u nog een andere +had."</p> + +<p>"Ik denk, Grietje, dat er daarvoor niet genoeg kinderen zijn. Lang +geleden heb ik het je al gevraagd."</p> + +<p>"Wat leer je hun toch, Daan?" vroeg Lena. Maar Daan ging de kamer +fluitende uit, en zei geen woord. Ik was er ook zeer benieuwd naar, +wat hij ze leerde, maar toen ik het tante vroeg, zei ze: "'t Is +jammer, dat jongens altijd denken, dat ze hun gevoelens onder zich +moeten houden. Hij weet uitnemend de orde te bewaren, leert ze hun +tekst en versje, en vertelt hun heel aardig een Bijbelsch verhaal." +Ik zuchtte, want ik wou zoo graag hetzelfde werk doen.</p> + +<p>Maandagmiddag kwam Lena naar me toe rennen: "O Griet! ik ben bij +juffrouw Ribbon geweest, en zij zegt, dat ze een prachtigen ezel +weet, en dat had ze ons allang kunnen zeggen, als we 't haar maar +verteld hadden, en we niet naar die zigeuners waren gegaan. Zij zegt, +dat ie aan een boer behoort, en dat die 'm verkoopen wil.</p> + +<p>"Wel," zei ik, "zeg haar, dat ze hem bericht den ezel vanavond +opzicht te zenden."</p> + +<p>"Dat heb ik haar gezegd, maar zij zei dat ze niemand had om hem die +boodschap te brengen."</p> + +<p>"Waar woont hij?"</p> + +<p>"Dat weet ik niet."</p> + +<p>Ik ging dadelijk naar juffrouw Ribbon, en kwam te weten, waar de boer +woonde. Het was wel een heel eind, maar ik dacht, als tante Caroline +me maar even vrij liet, kon ik wel even heengaan. Tante zou juist met +vader uitgaan. Ze gingen naar een vergadering in Lemworth, en vader +zou er spreken. Zij vonden goed, dat ik ging, en zeiden meteen, dat +we met de thee niet op ze behoefden te wachten. Ik vroeg angstig: +"Maar u zult toch tijdig genoeg terug zijn, vader, om ons ezeltje uit +te kiezen?" Hij glimlachte: "Ik vrees, dat we zullen moeten +adverteeren, kind; ik twijfel er aan of je hier wel ezels heen zult +krijgen."</p> + +<p>"Wij verwachten wagenladingen vol!" riep ik uit, en rende heen.</p> + +<p>Lena wou meegaan, en samen staken we dus de velden dwarsover. 't +Rennen hield spoedig op, want het was o zoo warm; wij plukten bladen +van zuring en varenkruid om ons te verkoelen. Eindelijk waren we aan +de boerderij. Een prachtige tuin lag vóór de groote boerderij; in +dien tuin lag een heer in een rieten stoel, en daarbij zat een dame. +Ik vreesde, dat we verkeerd waren, maar we moesten den tuin door, om +bij de voordeur te komen. Ik vroeg hun, of daar Mr. Donnyball woonde. +De dame glimlachte: "Ja zeker, ga maar naar het huis, daar zul je +zijn vrouw wel vinden. Wij zijn maar logé's."</p> + +<p>Ik liep door, maar Lena bleef achter, zij mag graag met vreemde +menschen praten; ik niet. Ik belde en een boerenmeid kwam voor; zij +riep dadelijk de boerin, die heel blij was, toen ze hoorde wie ik +was. Ik herkende haar dadelijk; zij en haar man komen elken +Zondagmorgen bij ons in de kerk en zitten in de middelste banken.</p> + +<p>Zij zei: "Kom binnen, lieve. Jan en ik zeggen altijd tegen mekaar, +jelui zitten als engelen in het koor, en het is een genot, jelui te +hooren zingen, en jelui goeje lieve vader preekt als een apostel. +Kom, ga binnen, dan zal ik je een stuk van mijn eigengebakken koek +geven, en een glas melk. En wat is nu de boodschap, kind?"</p> + +<p>Zij sprak zóó snel, dat ik er geen woord tusschen had kunnen +krijgen. Toen ik haar het doel van mijn komst verteld had, zei ze:</p> + +<p>"Ja, jelui hebt een ezel noodig, hé? Kijk es wij hebben logé's, +kapitein en mevrouw Rogers. Zij komen uit Londen; zij hebben familie +te Lincoln. Hij is sedert den oorlog kreupel, en wij dachten, dat +onze Nell hem heel zacht in een rieten wagentje zou kunnen trekken, +maar hij ziet het ding niet, of maakt rechtsomkeert, en is niet tot +kalmte te krijgen. Wij hebben er toen over gedacht, een pony te +nemen. Mijn mans broer heeft er een; en zoo is het gekomen, dat ik +tegen juffrouw Ribbon zei, dat we Nell niet wilden houden. Mijn +kleine jongen reed er altijd op" — ze begon eensklaps te schreien; +ik begreep, dat haar kind was overleden en betuigde haar mijn +deelneming daarover. Vervolgens zette ze mij in een heerlijk koele +serre, riep Lena ook, en beiden kregen we toen een glas melk en een +stuk gebak. Ze beloofde, dat de ezel dien avond door een der knechts +zou gebracht worden. Ik was wat in m'n schik; we wilden nog graag den +ezel zien, maar men was met 'm naar den molen om meel te malen. We +namen nu afscheid en bij 't heengaan hielden de heer en mevrouw +Rogers ons nog aan.</p> + +<br> +<center><img src="images/25_stoel.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:456px;"></center> +<br> + +<p>Lena had hun natuurlijk alles al verteld; de kapitein vroeg lachend: +"Wat geven jelui voor den ouden knol?" Ik vertelde hem, dat we een +ezelen-revue zouden hebben, en daaruit kiezen zouden.</p> + +<p>"O!" riep hij uit, "daar moet ik bij wezen." Lena klapte in de handen +en liet hem beloven, dat hij komen zou. Maar Mevrouw Rogers was er +niet voor; hij was niet erg sterk, vertelde zij. Toen zei Lena: "Ik +zal u een brief sturen, als u 't goed vindt, en daarin van de revue +vertellen. Tante Caroline laat ons brieven schrijven, om te leeren +stellen." Mevrouw Rogers vond het heel aardig, en wij vertrokken.</p> + +<p>Lena begon te rammelen: "Wat zijn ze lief hé? Ik geloof, dat +kapitein Rogers vergeten heeft te groeien, hij praat net als de +jongens; Mevrouw Rogers keek hem onophoudelijk aan, en zei een keer: +"Charles, breng het kind nu niet in de war." Ik zei, dat ik nooit in +de war kwam. Toen fluisterde hij: "Als je met je hoofd omlaag slaapt, +hou je ook op met groeien."</p> + +<p>"Hij spreekt net als tante Marie," merkte ik op. "Ik hoop, dat hij +bij ons zal komen."</p> + +<p>"Ik zal hem een brief schrijven en vragen, om toch vooral te komen," +zei Lena.</p> + +<p>Toen wij thuis kwamen, was het theetijd, en waren de jongens juist +uit school terug. Zij spotten met ons ezeltje. "Als de ezel van +juffrouw Ribbon komt, zullen we 'm slaan, waar de anderen bij zijn," +dreigden ze. Wij vertelden hun, dat het niet juffrouw Ribbon's, maar +boer Donnyball's ezel was.</p> + +<p>En zoo naderde het met spanning verwachte oogenblik van de +ezelen-revue.</p> + +<p>Toen 't zes uur was, stonden we allen aan 't hek; Puf was op 't +poortje geklommen, om toch vooral de eerste te wezen, die hen zag +komen. Wij wachtten, wachtten tot bijna halfzeven, toen Nell kwam +opdagen. Hij zag er prachtig uit, dik en helder, en met een mooie +grijze kleur; de jongen, die hem bracht, scheen ook zeer met hem +ingenomen. Terwijl we ons om den aankomeling verdrongen, kwamen, in +een stofwolk gehuld, vier leelijke, ruwe beesten aangedraafd, +begeleid door een man en een jongen. En toen begon de revue.</p> + +<br> +<center><img src="images/26_ezels.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:463px;"></center> +<br> + +<p>Ik wenschte, dat vader er nu maar was, maar Daan meende zelf de keuze +wel te kunnen maken. Nog waren we bezig, van alle kanten het vijftal +te bekijken, toen een oude vrouw kwam opzetten, ook met een ezel, en +werkelijk een aardig beest.</p> + +<p>Het begon nu vermakelijk te worden; een troep kinderen stond om ons +heen, en nog meerderen kwamen erbij kijken. Wij hadden nu zes ezels, +en nog was vader er niet.</p> + +<p>De vier magere ezels behoorden aan onzen vriend den zigeuner, en de +mooie zwarte behoorde aan een vriendin van juffrouw Tapson. Daan deed +heel gewichtig; hij fluisterde Alex wat in, waarna deze z'n pet in de +lucht wierp en uit alle macht Hoera! riep. Onmiddellijk daarna nam +Daan het woord en schreeuwde: "Kijk hier, we moeten een ezel hebben, +die goed kan loopen, en nu willen we uit deze zes den besten kiezen. +Daarvoor zullen we een wedstrijd houden; wie van de zes het vlugst +een afstand van één mijl loopt, is ons."</p> + +<p>De dorpskinderen juichten bij het hooren van deze afkondiging, en wij +niet minder. De man met de vier magere exemplaren keek niet bijzonder +opgewekt. En hij mopperde: "Ik heb deze puike beestjes 10 mijlen +moeten laten loopen, om ze hier te brengen, en ik heb er niet op +gerekend, dat ze nu ook nog een wedstrijd moeten meemaken. En dat op +zoo'n heeten dag!"</p> + +<p>"Wel," zei Daan, die altijd rake opmerkingen heeft, "we zullen ze een +voorsprong geven. Op den hoogen weg zal de wedloop plaats hebben; tot +den ouden eik, waar de bliksem is ingeslagen, is het een halve mijl, +ik heb het opgemeten. Nu zullen we ze tot daar laten rennen; de start +is bij ons hek."</p> + +<p>Vervolgens vroeg hij aan juffrouw Tapson's vriendin, die Rowe heette, +hoe ver haar ezel had geloopen; 5 mijlen, was het antwoord. Bob +Tapson had ons briefje aan den mijlpaal gelezen, en toen haar +gewaarschuwd. Zij was nu met het ezelkarretje hierheen gekomen.</p> + +<p>Daan begon nu den wedstrijd te regelen. "Wij moeten jockeys hebben," +vond Alex, en voegde er meteen bij: "ik zal den grijzen berijden." +Toen deed Daan ook maar eerst een keus, en bestemde den zwarten voor +zich. Dit was de ezel van juffrouw Rowe.</p> + +<p>Maar de jongen van boer Donnyball zei, dat hij zelf z'n ezel moest +berijden, want hij kende z'n eigenaardigheden. Alex koos zich dus een +van de vier zigeuner-ezels; dan nam de jongen, die erbij was, een +tweeden van 't viertal, de man wilde dan den derden nemen. Maar Daan +vond hem daar te zwaar voor. Lena en ik vroegen hem, ook een ezel te +mogen berijden, maar hij wou 't niet hebben. Hij vond, dat wij +moesten post vatten bij de start. Twee jongens uit 't dorp bestegen +toen de twee andere zigeuner-ezels. Zij moesten alle vier zonder +zadel bereden worden.</p> + +<p>Het begon nu te spannen; iedereen wond zich op, en toen we de ezels +alle op den hoogen weg brachten, en ze daar op een rij plaatsten, +scheen het heele dorp wel uitgeloopen, om er naar te kijken.</p> + +<p>Daan gaf den 10-mijlen-ezels 200 meter voorsprong, dien van juffrouw +Rowe 100 meter, en de grijze, die maar een mijl geloopen had, vertrok +bij ons hek. Het kostte heel wat tijd, voordat alles in orde was. Als +vertreksein vind Daan een pistool heel geschikt, maar we hadden geen +bruikbaar exemplaar meer; dus werd de tafelbel gekozen. Hiermee liep +ik tot midden op den weg, en luidde haar toen uit alle macht. De zes +harddravers zetten zich in beweging, maar ook de gansche troep +kinderen rende er achter aan, schreeuwend en juichend, dat je hooren +en zien verging. Lena en ik hadden graag evenzoo gedaan, maar wij +hadden de wacht bij het eindpunt, en hielden ons dus gereed voor een +nauwkeurige opname van den tijd der terugkomst.</p> + +<p>Een van de bruine ezels wilde niet; hij struikelde over een kuiltje, +en bleef bewegingloos staan. De man, die hem en z'n 3 makkers +gebracht had, begon te vloeken en hem te slaan. Lena en ik werden +beangst, en we vroegen Baldwin, er heen te gaan, en hem te vragen, +maar op te houden. Natuurlijk waren de keukenmeid en Emma en Baldwin +ook komen kijken.</p> + +<p>Het duurde lang, eer ze terugkwamen, maar eindelijk hoorden we +juichkreten en zagen we Daan op den zwarten ezel in draf aanrijden. +Met een galop sprong hij het eindpunt binnen. Van de anderen was nog +niets te zien. Eindelijk verscheen ook Alex; hij was twee keer +afgeworpen; hij zei, dat zijn ezel kuren had, en terwijl hij ons +daarvan vertelde, nam het dier juist weer een sprong, en buitelde +Alex over z'n kop in een bed brandnetels. Ik kon m'n lachen niet +houden, hoewel ik het voor Alex jammer vond. Vervolgens verscheen de +boerenknecht; zijn ezel lag aan den weg, en had hem enkele +oogenblikken geleden afgeworpen.</p> + +<br> +<center><img src="images/27_afgeworpen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:411px;"></center> +<br> + +<p>De andere ezels waren geen van alle goed, zij kwamen niet eens tot +aan den eikeboom, ze stonden koppig op den weg, en wilden niet voort, +waarop Daan den man te kennen gaf, dat we een loopenden, geen +stilstaanden ezel moesten hebben. De man was verre van prettig +gestemd en raasde van belang. Hij wilde voor z'n vergeefsche reis +betaald worden, en ging naar de herberg om vaders thuiskomst af te +wachten. Natuurlijk waren we 't allen eens over den winnaar, en +juffrouw Rowe was wàt in haar schik. Zij prees haar ezel als een +eerste-klas-harddraver en wilde er haar karretje en het tuig bij +verkoopen voor een prijsje. Nu kwam het belangrijkste nog: de +koopsom. Zij zei, dat ze den ezel en het karretje niet meer noodig +had, omdat ze te Lemworth ging wonen, en daarom zou ze 't ons voor +een prijsje laten: voor de gansche verzameling vroeg ze 54 gulden. 't +Scheen goedkoop, maar ... wij hadden het niet! Daan telde onze kas na; +er was slechts 10 gulden en 20 cent in, en daar kwam dan bij +grootmoeders 36 gulden. Terwijl we hierover nog aan 't onderhandelen +waren, kwamen vader en tante Caroline van 't station.</p> + +<p>Hoewel vader zeer vermoeid was, kwam hij ons dadelijk helpen. Hij +deed eenige vragen over den ezel, hoe oud hij was, en hoe lang ze hem +had gehad, en of ie ook rare kuren had, en hoe snel of ie loopen kon; +wij vertelden hem dadelijk van den wedstrijd, en toen wilde vader ook +de andere zien.</p> + +<p>Te midden van deze nieuwe drukte riep tante Caroline Lena en mij naar +binnen, om naar bed te gaan. Toen ze was thuisgekomen, had ze Puf al +naar bed gestuurd. We moesten dus van al dat moois scheiden, doch +waren er zeker van, dat vader Andy, den ezel van juffrouw Rowe, zou +kiezen.</p> + +<p>Zoo gebeurde het ook, en Alex kwam ons nog even vertellen, toen we al +in bed lagen, dat vader ook het karretje gekocht had; wij moesten hem +ons verdiende geld geven, en hij zou de rest er bijvoegen. Juffrouw +Rowe had den ezel met toebehooren voor 48 gulden achtergelaten.</p> + +<p>Lena en ik waren verschrikkelijk verdrietig, dat we den intocht van +ons ezeltje in den stal niet konden bijwonen. Den volgenden morgen +had Baldwin hem al in 't grasveld bij de keuken gelaten. Wij gingen +naar 'm toe en Lena gaf hem een wortel. Hij kwam dadelijk op ons af, +en at 'm op. Maar toen we op z'n rug wilden klimmen, sprong ie weg.</p> + +<p>Na het ontbijt gingen vader en tante hem bekijken. Vader vond, dat de +jongens best zelf het karretje konden opschilderen.</p> + +<p>Na school gingen we allen, verheugd over onzen nieuwen makker, naar +den stal, en beproefden het karretje. Het bleek ons alle vijf best te +kunnen houden.</p> + +<p>Daarna gingen we Andy vangen, zetten Puf op z'n rug, en maakten een +plechtigen rondgang over het grasveld. Vervolgens maakte ieder van +ons een rijtoer, totdat Andy zóó vermoeid was, dat ie op z'n +voorknieën ging liggen, zich tuimelen liet, en in 't gras lag te +rollen.</p> + +<p>Wij gingen in huis, en Alex fluisterde mij in: "We gaan morgenavond +naar 't zigeuner-feestmaal!"</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter09"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK IX.</h3> + +<p>Het is zoo angstig, als je met heel je hart het goede wilt doen, en +je ontdekt dan, dat je toch eigenlijk bezig bent om te doen, wat niet +goed is. Alle mooie dingen schijnen dan verkeerd te zijn. Dat +feestmaal bij de zigeuners b.v. leek mij toch wel een der heerlijkste +zaken, waarvan ik ooit gehoord had. Den volgenden dag na theetijd +wandelde ik in den tuin rond en overdacht deze dingen. Ik wist heel +wel, dat ons niet zou worden toegestaan, er heen te gaan, en in elk +geval ons meisjes niet. Maar wij bleven altoos tot beddegaanstijd in +den tuin, en het zou dus niet moeilijk vallen, in 't duister te +ontsnappen. Zoo'n wandeling in 't donker en zoo'n feestmaal in 't +zigeunerkamp scheen wàt avontuurlijk. En dan de terugtocht bij +maanlicht!</p> + +<p>En toen begon ik over mijzelf te denken. Als ik een trouwe +dienstmaagd wilde wezen, mocht ik natuurlijk niet gaan naar een +plaats, waar mijn Meester mij niet wilde hebben en dus moest ik Hem +daar eerst over vragen. En nu hoop ik, dat ge het niet verwaand zult +vinden, als ik vertel, dat 'k naar het struikgewas bij de kerk ging +waar niemand me kon zien. Daar vertelde ik alles aan Jezus, en ik +vroeg hem, om mij thuis te houden, als het verkeerd was er heen te +gaan. Toen ik opstond, gevoelde ik met groote zekerheid dat ik niet +mocht gaan, en ik wist ook, dat ik moest trachten, Lena eraf te +houden.</p> + +<p>Ik ging haar dus zoeken. En ik was allesbehalve op m'n gemak, toen ik +zag, dat de jongens al den weg op slopen. Ik vloog ze achterna en +vroeg:</p> + +<p>"Gaan jelui?"</p> + +<p>"Ja zeker," zei Daan. "Je deedt beter met wat haast te maken, als je +meewilt."</p> + +<p>"Ik ga niet mee," zei ik. "Waar is Lena?"</p> + +<p>"Die probeert even braaf te worden als jij," zei Alex mopperend. De +tranen kwamen mij in de oogen.</p> + +<p>"O, ik wou, ik wou dat ik mee mocht!" riep ik uit, en liep toen naar +huis terug zoo hard als ik kon, want het trof mij, dat ik anders net +zou doen als Bileam, die wilde doen, wat God hem had verboden. Maar +ik was blij, dat Lena ten minste ook niet meegegaan was.</p> + +<p>In huis ging ik haar overal zoeken, maar ze was nergens te vinden. +Toen schoot mij te binnen dat ze misschien Andy goedennacht was gaan +zeggen. Ik ging dus den tuin weer door en vroeg aan Baldwin en Emma +en de keukenmeid, of ze haar ook gezien hadden. Niemand had haar +gezien. Terwijl ik nog druk zocht, kwam tante Caroline naar buiten, +zei me dat het bedtijd was en vroeg, waar Lena zat. Ik vertelde haar, +dat ik overal naar Lena gezocht had, maar ze nergens kon vinden. +Tante vond, dat ik dan maar vast naar bed moest gaan, Lena zou dan +wel volgen. Ik zei vader, die in z'n studeerkamer was, dus +goedennacht, en ging de trap op. Ik gevoelde mij verdrietig, en begon +weer te wenschen, dat ik toch nog maar met de jongens was meegegaan. +En ik herinnerde mij nu ook, hoe Lena gezegd had, dat ze toch zou +meegaan, hoe ze er ook later voor gestraft zou worden.</p> + +<p>Ik lag juist in bed, toen tante Caroline boven kwam. "Griet, waar is +Lena toch? Emma zegt, dat ze nergens te vinden is, en de jongens, +waar zitten die?"</p> + +<br> +<center><img src="images/28_klikken.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:426px;"></center> +<br> + +<p>Ik zweeg; het is bij ons niet "in den vorm", te klikken. Dat doen we +nooit. Maar tante wou me aan den praat hebben. Zij dreigde, vader te +zullen halen, als ik niet antwoordde. Ik zei toen: "Ik weet, waar de +jongens zijn, tante, maar ik wil het liever niet zeggen, en ik weet +niet, of Lena ook met hen mee is." "Maar je moèt zeggen, waar ze +heen zijn, Griet; het is heel leelijk van ze, om zoo weg te snappen." +"Ze zullen niets geen verkeerds uithalen, maar het zal wel laat +worden, eer ze thuis zijn." "Ik zal dadelijk met vader er over +spreken," zei tante; zij wist wel, dat we nooit van elkaar zouden +klikken; 't speet mij wel voor haar, want ze zag er zoo bezorgd uit. +Na eenigen tijd kwam vader boven, en toen ik hem hoorde komen, stopte +ik m'n hoofd goed onder de dekens en deed alsof ik sliep. Maar dat +lukte niet best, want hij legde zijn hand op mijn hoofd, en dat is +als een kus, en dan gevoel ik, dat ik hem alles kan vertellen. "Wel, +kind, is Lena nog niet boven water? Wat zijn jelui toch lastig. Tante +is er heelemaal van in de war."</p> + +<p>"Het spijt mij vader, maar Lena heeft mij niet gezegd, dat en waar ze +heenging, en ik heb haar ook niet zien heengaan."</p> + +<p>"Weet je, waar de jongens zijn?"</p> + +<p>"Ja, vader."</p> + +<p>Hij zweeg even, en zei toen: "Je moet me alles zeggen. Ik kan niet +hebben, dat een van m'n kleintjes zoo laat op den avond de deur uit +is, zonder dat ik weet, waar ie zit."</p> + +<p>Ik vertelde hem nu de geschiedenis, en hij zuchtte. "Het is heel +ondeugend van ze, en dat zullen ze weten ook. Daan heeft mij zeer +teleurgesteld."</p> + +<p>"Och vader," zei ik, zijn hand grijpende, "als u nog een jongen was, +dan ben ik er zeker van, dat u het ook zoudt gedaan hebben. Denk u +eens in: Zij mogen rond een kampvuur zitten en konijnenvleesch eten, +en dan worden er zigeunerliederen bij gezongen. Wat is daar nu voor +verkeerds in?"</p> + +<p>Vader glimlachte. "Wel Grietje, het zal de jongens geen kwaad doen, +maar zigeuners zijn geen goede vriendjes voor mijn volkje, en Daan +had beter moeten weten. En dan, Lena is nog een popje!"</p> + +<p>Hij ging naar de deur, knikte mij toe, en zei: "Goed kind." Even +daarna hoorde ik de huisdeur toeslaan, en ik begreep, dat hij hen +ging halen. Ik trachtte wakker te blijven, maar 't lukte mij niet, en +gewoonlijk sliep ik in eens door tot het uur van opstaan. Toen ik +wakker werd, keek ik allereerst naar Lena's bed, en zag, dat ze er +weer was. Toen ze wakker werd, zag ze er nog erg slaperig en hangerig +uit. "Toe, vertel me es gauw," zei ik. "Ben je met de jongens +meegegaan?"</p> + +<p>"Natuurlijk, domme meid. Ik heb je toch gezegd, dat ik het zou doen. +Ik ben nog vóór hen weggegaan, in geval je mij hadt willen +tegenhouden; op de stoep bij juffrouw Ribbon wachtte ik ze op." Op +boosaardigen toon vervolgde Lena: "Daan wou me terugsturen, maar ik +zei hem, dat ik niet een van z'n Zondagsschoolkinderen was. Maar hij +vond 't niets prettig, en dreigde, mij niet te zullen helpen, als ik +achter raakte!"</p> + +<p>"Vertel me nu van het feestmaal," drong ik nieuwsgierig aan. "Dat was +er niet," zei Lena boos. "We hebben heelemaal tevergeefs geloopen, en +mijn voeten gingen zeer doen. Toen wij er kwamen, was alles donker; +het gansche kamp was verdwenen, en er was geen mensch meer te zien. +Maar aan een boom was een briefje gespijkerd, en daar stond met +vreeselijk slechte letters opgeschreven:</p> + +<p>"Zigeuner-feestmaal Eerst den haas vangen, dan braden."</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/29_gespijkerd.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:248px;"></center> +<br> + +<p>Daan vond het een heel knappen zigeuners streek, maar zij waren met +dat al heel boos, en ik niet minder."</p> + +<p>Wat was ik blij, dat ik niet was meegegaan! Ik had nu niets gemist. +Maar die blijdschap was weer niet goed, ik had even blij moeten +wezen, als ze een heerlijken maaltijd hadden genoten. "'t Is wat +moois," bromde Lena. "Nu krijgen we allemaal straf voor niets. En we +hebben niet eens den maaltijd gehad." Bij het ontbijt waren de +jongens o zoo kalm. Vader had hun een flinke bestraffing gegeven, en +na theetijd mochten ze, evenmin als Lena, in den tuin. Vader straft +ons heel weinig, maar wij hebben altijd meer verdriet van zijn +boosheid dan van de straf zelf.</p> + +<p>Voordat de jongens naar school gingen, zei Daan tegen me: "Ik +verwonder me er niet over, dat wel-opgevoede lui zeggen, dat de +wereld steeds slechter wordt. Dat heb ik nu weer aan de zigeuners +gezien!" Dat was alles, wat hij ooit nog weer over het mislukte +zigeuner-feestmaal zei.</p> + +<br> +<center><img src="images/30_schilderen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:429px;"></center> +<br> + +<p>De volgende dagen werden besteed aan het schilderen van het karretje; +de jongens vonden helgroen de beste kleur. Vervolgens werd +onderhandeld over den aankoop van een zadel voor Andy. Ook hiervoor +gingen we weer, ieder op z'n vroegere manier, aan 't verdienen; Daan +werd weer vischboer, Alex voor ditmaal ook, Lena ging weer borstplaat +verkoopen, en ik gaf Bob Tapson weer wat groenten en bloemen mee voor +de markt.</p> + +<br> +<center><img src="images/31_marcheren.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:424px;"></center> +<br> + +<p>Te midden van al deze bezigheden kwam ons jaarlijksch schoolfeest, +dat hier meest op een der landerijen of in het park van Mevrouw Laura +wordt gehouden. Ditmaal ontving Mevrouw Laura de kinderen in haar +park; wij marcheerden er, allen met vlaggen gewapend heen, en +onderweg voegden zich ook de kinderen van het naaste dorp er bij, +zoodat het een groote optocht werd.</p> + +<p>Den dag vóór het schoolfeest kwam Daan thuis met een blauw oog en +een snede er boven. Hij vertelde me, dat hij aan 't vechten was +geweest met den "wilde", dat is die vuile jongen met z'n dikke +beenen. Vader ondervroeg Daan terstond, en deze vertelde: "Ik heb hem +al te lang gespaard, vader. Hij meende alles maar tegen mij te kunnen +zeggen.</p> + +<p>Hij zei b.v., dat in de gevangenis haast allemaal domineeszoontjes +zitten, omdat hun vaders allen huichelaars zijn. Ik eischte van hem, +dat ie z'n woorden zou terugnemen, maar hij keek me brutaal aan en +zei: Jou lieve papa mag de lui van den preekstoel de les lezen, maar +zijn brave zoon heeft mij niets te vertellen, begrepen? En toen vloog +ik op 'm los, hij rende weg, pakte een steen op en slingerde dien +naar mij toe. Dat ie me z'n vuist onder de oogen zou geduwd hebben, +alla, maar een steen! Wij vlogen allen op 'm aan, en hij vluchtte in +een der schoollokalen, maar spoedig hadden we hem daar weer uit; +terwijl de jongens hem stevig vast hielden, heb ik hem een flinke +aframmeling gegeven. Het was goed, dat ik het deed, en niet een van +de andere jongens, want ik weet, wanneer ik moet ophouden; als de +jonge Gray hem te pakken had gekregen, wel ik geloof, dat ie 'm half +dood had geslagen."</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/32_aframmeling.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:188px;"></center> +<br> + +<p>"Ja," voegde Alex er bij. "En toen ging ie huilend naar meester, maar +die zei 'm, dat ie gekregen had, wat ie verdiende."</p> + +<p>Vader zei niet veel. Hij verstaat jongens zoo goed. Net voor we naar +bed gingen, kwam Daan naar me toe, en zei: "Hoor es, Griet, ik wil je +de kleine Zondagsschoolklas overdoen. Ik kan het niet meer doen. Ik +kan die kinderen niet verbieden te vechten, als ik het zelf doe. +Gisteren heb ik in 't dorp nog twee vechtende jongens gescheiden. Het +was eigenlijk verkeerd zoo op te treden, maar ik dacht aan het +<i>gaan</i>, dat ons geleerd is. En dan dat geval met Lena. Neen, ik kan +die klas niet meer houden."</p> + +<p>"Goed," zei ik, "maar ik vrees, dat ik 't niet veel beter zal maken. +Mag je nooit iets verkeerds doen, als je aan de Zondagsschool bent?"</p> + +<p>"Ik wil geen huichelaar wezen," zei Daan en ging weer weg. Toen vader +te hooren kwam, dat de klas aan mij was overgedaan, riep vader Daan +bij zich. "M'n jongen, weet je wel, waarin je verkeerd hebt gedaan? +Je hebt het paard achter den wagen gespannen; je begon al te gaan nog +vóór je was gekomen."</p> + +<p>Daan kleurde, en zweeg even. Toen: "Hoe bedoelt u dat, vader?"</p> + +<p>"Je gelijkt op een burger, die met de soldaten mee wil om te strijden +en zichzelf als soldaat beschouwt, maar hij heeft zich nooit geoefend +en kan niet eens de wapenen der soldaten hanteeren en hun gewoonten +volgen."</p> + +<p>Daan zei niets meer; ik zag, dat hij ernstig nadacht. Ik deed +evenzoo, en ik meen vaders bedoeling te begrijpen. Hij heeft ons wel +meer gezegd, dat, hoewel hij ons in den doop aan God heeft gewijd, om +Zijn dienstknechten te worden, de tijd komt, dat we dat ook zelf +moeten doen. En daarmee moeten we niet wachten, tot we onze +belijdenis doen. Heb ik nu mijzelve aan den Heer gewijd, dan zal Hij +me ondersteunen in alles, wat ik noodig heb.</p> + +<p>Het lachte Daan niet bijzonder toe, om met z'n blauwe oog aan het +schoolfeest deel te nemen. Vader zei, dat hij daar blij om moest +wezen, want als hij thuis bleef, mocht hij met den ezel naar Relton +rijden. Dat is vijf mijlen van hier, vader had er een boodschap voor +een boer. Dat leek Daan en om dat te bewijzen, deed hij een sprong in +de lucht.</p> + +<p>Zaterdagmiddag te twee uur gingen we allen, behalve Daan, naar 't +schoolfeest; zelfs Puf was van de partij. Toen we aan 't Huis kwamen, +stonden Clara en Betty op 't bordes, en toonden zich zeer verheugd, +toen ze ons opmerkten tusschen de lange rijen schoolkinderen. Betty +was nu aardig beter, en kon met behulp van krukken goed vorderen. Wij +bleven even met ze praten, terwijl de andere kinderen verder trokken.</p> + +<p>In het park werden allerlei spelletjes en wedstrijden gehouden, +waarna we op thee werden onthaald, waarbij heerlijk geboterde koeken +werden opgediend. Tante had mij opgedragen, goed op Puf te letten, +want die is nog al gemakkelijk van innemen.</p> + +<p>Intusschen hadden we met Clara en Betty een afspraakje gemaakt, dat +ze met hun ponyrijtuigje bij ons zouden komen. Wij zouden dan onze +équipage ook voor den dag brengen en er zou weer een wedstrijd +worden gehouden. Ik denk, dat Andy wel even vlug zal loopen, als hun +pony.</p> + +<p>Terwijl we zoo aan 't praten waren, kwam Mevrouw Rogers op me toe; +zij nam me even mee, om haar man te groeten, die onder een boom zat +met verscheidene heeren en dames. Wij hadden 't zóó druk gehad, dat +Lena geheel vergeten had, haar brief aan den Kapitein te schrijven, +en deze vroeg dus, of wij al een ezel hadden gekregen. "Wij hoorden +al, dat de ouwe Nell niet best heeft voldaan," zei hij; "dat +verwondert me niet."</p> + +<p>Ik vertelde hem van de proefritten, van het schilderen van ons +karretje, en van onzen arbeid om nog een zadel te verdienen. Toen hij +hoorde, dat de jongens uit visschen gingen, vroeg hij, of ze elken +morgen versche visch voor z'n ontbijt konden brengen. Ik haalde Alex +en zei hem, dat ik een goeden afnemer voor hem gevonden had. Toen hij +vernam, wie, kwam hij dadelijk, en was spoedig druk aan 't praten met +den Kapitein.</p> + +<p>Deze vertelde hem, dat hij vroeger een renpaard hield, maar nu in een +mandewagentje moest voortsukkelen.</p> + +<br> +<center><img src="images/33_afnemer.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:429px;"></center> +<br> + +<p>"Daar kunt u ook in meedoen," vond Alex.</p> + +<p>"Ja," voegde ik er aan toe, "de volgende week hebben we een +wedstrijd. Betty en Clara komen met hun rijtuigje, en als u nu met uw +wagentje kwam, dan hebben we al drie deelnemers.</p> + +<p>"Het lijkt me wel," zei de Kapitein, "maar jelui hebt toch zoo'n +breeden weg niet."</p> + +<p>"Neen," zei ik, "maar ik dacht om het te doen op een groot veld, en +dan in de rondte, net als de Romeinen in een ampi... hoe heet zoo'n +ding ook?"</p> + +<p>"Heb je lauwerkransen?"</p> + +<p>"Jawel," zei ik opgewonden, "we hebben wel laurierbladeren in den +tuin, en daar zullen we wel kransen van maken."</p> + +<p>"Och Karel, wat praat je toch een nonsens," zei Mevrouw Rogers +lachend, maar haar oogen stonden droevig. Ik trok een lip, bang, dat +er nu weer niets van komen zou, en ik vroeg Mevrouw nog eens, ons +vooral te helpen. Zij antwoordde: "De dokter verbiedt mijn man, te +loopen, lieve, hij mag geen opwinding hebben."</p> + +<p>"Dat is nòg niet erg," zei de Kapitein vroolijk, "dan zal ik de +keizer wezen, en de lauwerkransen uitreiken."</p> + +<p>"We zouden ook een schildpadden-wedstrijd kunnen houden," vond Alex; +"dat zou voor u nog wel te doen zijn, meneer."</p> + +<p>"'t Is het beste, dat jelui maar allemaal hier naar de boerderij +komen. Boer Donnyball heeft al gehooid, en dus ligt er een groot stuk +land beschikbaar."</p> + +<p>"Dat zou heerlijk zijn," zei ik. "Als u een dag zoudt willen +vaststellen, dan zal ik er met Betty en Clara over spreken. Zaterdag +is voor ons de beste dag, dan hebben we vacantie."</p> + +<p>"Goed, aanstaanden Zaterdag dan, precies om twee uur."</p> + +<p>"Maar de zangoefening dan?" fluisterde Alex me in. "Die missen we +telkens. Ik wou, dat tante die maar op een anderen dag zette, 't is +onze eenige vacantiedag."</p> + +<p>Alex' opmerking deed me aarzelen. Vader had ons al eens gezegd, dat +we tegenwoordig aan niets anders dan aan pleizier schenen te denken. +Maar ik wou toch ook niet graag den wedstrijd afbestellen. Kapitein +Rogers, onze aarzeling bemerkende, vroeg: "Wanneer begint jelui +zomervacantie?"</p> + +<p>"Den laatsten van deze maand," antwoordde ik, "tenminste voor de +jongens. Ik denk, dat tante Lena en mij nog wat na-lessen zal geven, +omdat wij met het verhuizen nog al achterop zijn gekomen."</p> + +<p>"Wel, laten we den wedstrijd dan verdagen tot 1 Augustus," stelde de +Kapitein voor; "dat valt op een Donderdag." "Best, dat zullen we +doen!"</p> + +<p>Ik ging gauw naar Betty en Clara, die het plan heerlijk vonden. +Thuisgekomen, vertelden we het plan aan Daan, die het ook best vond. +Lena en ik maakten vervolgens plannen, om ons karretje met bloemen te +versieren. En zoo zagen we allen met verlangen den eersten Augustus +tegemoet.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter10"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK X.</h3> + +<p>Ik zag er erg tegen op, om Daan's Zondagsschoolklas te gaan +onderwijzen, maar tante ried mij aan, om den Bijbel te nemen. Ik las +de geschiedenis van Samuel over, totdat ik ze van buiten kende, en +den volgenden morgen ging ik met tante naar het lokaal, mij gelukkig +voelende in het besef, dat het nu eindelijk aan <i>gaan</i> was toegekomen.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/34_samuel.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:236px;"></center> +<br> + +<p>Mijn klas bestond uit 4 jongens en 3 meisjes, geen ouder dan 6 jaar. +Zij riekten erg naar zeep en pomade, en hun gezichten glommen van 't +wasschen. Een van de jongens, Freddy Salt, kon of wou niet +stilzitten, en de drie meisjes hadden daar zooveel belangstelling +voor, dat zij niet eens naar mij luisterden. Eerst probeerde Freddy +een vlieg te vangen, en toen ie 'm had, werd het diertje van hand tot +hand doorgegeven. D'r was geen orde in te krijgen, en ik zei +eindelijk boos tegen 'm: "Freddy, als je niet stil kunt zitten, zal +ik je als een popje op mijn schoot nemen."</p> + +<p>Hij staarde me angstig aan, eindigde met z'n vliegenjacht, en bleef +verder rustig zitten. Ik vertelde de geschiedenis van Samuel en +merkte op, dat God van ons allen gehoorzame dienstknechten wil maken. +Eensklaps zei een jongen, Bertie geheeten: "Ik hoor God nooit roepen, +als ik in bed lig." "Neen," antwoordde ik, "maar als je iets +verkeerds van plan bent, dan spreekt Hij in je hart, dat je 't niet +doen moogt." Ze schenen dit te begrijpen, en toen zei er een: "God +kan ons niet iets zeggen, Hij is veel te ver weg." Ik vertelde hun +toen, hoe dichtbij Hij was, en hoe lief Hij ons heeft, zoodat we, +niet uit vrees voor straf, maar alleen om Hem te believen, ons best +moeten doen. Maar ik weet niet, of ze 't begrepen; voor hen was de +eenige reden, om gehoorzaam te zijn, gelegen in de vrees voor straf. +Hoofdschuddend zei een der meisjes: "Ik heb Jezus altijd lief. Als ik +zoet ben evengoed als wanneer ik stout ben."</p> + +<p>"Je kunt Hem niet liefhebben, als je verkeerd doet," antwoordde ik. +"Je doet Jezus verdriet aan, als je ongehoorzaam bent." Ze herhaalde: +"Dan heb ik Hem evengoed lief." Ik gevoelde, dat ik het haar niet +goed duidelijk had gemaakt.</p> + +<p>Toen de les ten einde was, ging ik vermoeid en ook dankbaar, dat ik +er doorheen was gekomen, naar huis. Na kerktijd vertelde ik vader een +en ander, en zei hem, dat het verbazend moeilijk was, om kleine +kinderen te leeren. Hij vroeg mij, wat we besproken hadden, en toen +ik het hem verteld had, zei hij: "Denk eens aan de gelijkenis, Griet; +het uitgezaaide zaad komt na vele dagen op. Vertel den kleintjes van +hun Verlosser, Die voor hen stierf en Die nu zoo dicht nabij hen +leeft, dat Hij ze elk uur van den dag zal helpen. Als je hart vol is +van Hem, kind, zal het je gemakkelijk vallen, anderen van Hem te +vertellen."</p> + +<p>"Maar," zei ik, "mijn hart is zoo vol van allerlei andere dingen, en +ik weet niet, wat ik er aan doen moet."</p> + +<p>"Heb je den Heere lief?"</p> + +<p>"O, ik hoop van wel, en ik geloof ook van wel, maar ik doe zoo vaak, +wat verkeerd is."</p> + +<p>"Zie niet altoos op jezelf, maar zie op Hem!"</p> + +<p>Meer zei vader niet. Met de jongens had ik toen nog een gesprek over +het trouw blijven ... in het ezelkarretje. 't Was gisteravond, toen we +na de thee een ritje gingen maken. Daan stuurde en Puf zat naast hem +op het voorbankje; Lena, Alex en ik waren achterin gekropen. 't Was +een heerlijke tocht; overal keken de lui ons na om de nieuwe +équipage van den dominee te zien. Zoodra we buiten de huizen waren, +begon het gesprek, eerst over Andy.</p> + +<p>"Ik zou wel es willen weten, of ie ons nu al kent," zei Lena. "Hij +zou wel een ezel moeten zijn, als ie dat nu nog niet wist," vond Alex +en wij lachten dat we schaterden!</p> + +<p>"'t Is een ezel," zei ik, "dat is 't 'm juist, als 't een hond was, +zou ie wel slimmer wezen."</p> + +<p>"Ja maar alle honden zijn niet slim," zei Daan.</p> + +<p>"Maar ze zijn trouw," merkte ik op. "Je hoort altijd van trouwe +honden, nooit van trouwe ezels."</p> + +<p>"Wat beteekent dat eigenlijk, trouw?" vroeg Lena.</p> + +<p>"Ik denk," antwoordde ik, "dat trouw beteekent: altoos dezelfde zijn +en nimmer veranderen. Houdt je eenmaal van iemand, dan ook voorgoed."</p> + +<p>"Een trouw ridder," zei Daan, "is iemand, die nooit z'n vrouw in den +steek laat, zij is altijd zeker van hem."</p> + +<p>"En wat is dan een trouwe dienstknecht?" vroeg Lena. "Iemand, die +nooit z'n werk in den steek laat," antwoordde Daan.</p> + +<p>"Ik geloof niet, dat je trouw kunt zijn zonder lief te hebben," +merkte ik op.</p> + +<p>"Juist, dat is de zaak," zei Alex. "Als een hond z'n baas niet +liefheeft, kan hij ook niet trouw zijn. Evenmin kan een dienstbode +trouw zijn, als ze niet van haar meesteres houdt. Dat moet altoos +samengaan."</p> + +<p>"Semper fidelis," fluisterde ik.</p> + +<p>"Doe nou niet, alsof je Latijn kent, Griet; je hebt dat gelezen op de +graftombe in de kerk."</p> + +<p>"Ja, dat is ook zoo. Maar wat is het ook moeilijk, om zóó trouw te +zijn, en altoos zóó lief te hebben, als die ridder."</p> + +<p>"Och," zei Daan, "ik geloof, dat als je werkelijk iemand lief hebt, +dan doe je dat zonder erbij te denken, net als een hond."</p> + +<p>Hier brak Puf eensklaps de debatten af, door met uitgelatenheid af te +kondigen, dat ie een heerlijken verjaardag tegemoet zag, en dan een +completen ezel zou krijgen. Want — zei hij — van dezen heb ik maar +een stukje. Waaraan Daan toevoegde:</p> + +<p>"Hij heeft er een vijfde van. Maar vertel ons es, Puf Dikkert, wie +zal je d'r een geven?"</p> + +<p>"De Heer," zei Puf, terwijl hij hoogst ernstig keek. "Het zal geheel +m'n eigen ezel zijn en ik zal 'm zóó voeden, dat ie dikker wordt +dan ons huis." Op dit oogenblik reden we een oude vrouw voorbij, die +een bos takken op haar rug meevoerde.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/35_vrachtje.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:234px;"></center> +<br> + +<p>"Hé!" riep Daan, "moet je nog ver? Willen wij je vrachtje +overnemen?"</p> + +<p>Zij wou dat wàt graag, en overlaadde ons met dankbetuigingen. Ze +zei, dat haar hut nog een heel eind verder stond; zij had hout +gesprokkeld. Daan beloofde haar, dat we den bos bij haar voor de deur +zouden neerleggen, en toen reden we door.</p> + +<p>"Toen ik dien dag, dat jelui naar het schoolfeest waren, naar Relton +reed," vertelde Daan, "bood ik iedereen, dien ik voorbijreed, een +plaatsje in de kar aan, en zoo had ik twee oude vrouwen en een jongen +aan boord, toen ik in 't dorp kwam."</p> + +<p>"Dat zullen we nu weer zoo doen," riep Alex geestdriftig uit.</p> + +<p>"Ja maar, we hebben geen plaats meer," merkte ik op. "We zitten hier +als haring in een ton."</p> + +<p>"Dan moeten jelui d'r maar uitgaan, en loopen," vond Daan. "Hè, als +we es een rijtuig tegenkwamen, dat niet meer voort kon, of een +verongelukte auto met een dame er in, die de handen wrong om redding, +dàt zou nog es "in den vorm" zijn."</p> + +<p>Maar zulke ontmoetingen hadden we niet, en we kwamen zonder eenig +avontuur thuis. Daar ging ik over denken. Het was heel leuk, om uit +rijden te gaan in een ezelkarretje, maar daar deed je toch nog maar +weinig goeds mee. Toen we langs den mijlpaal reden, waaraan we onze +advertenties geplakt hadden, zei ik: "Hoor es! Als onze vacantie +begint, moeten we om beurten den ezel sturen. Ik kan dat evengoed als +jij, Daan. Ik zou zeggen, minstens één keer per week moest ik 'm +hebben."</p> + +<p>"Wel," zei Daan, "d'r zijn zes dagen in een week, den Zondag erbuiten +gerekend. Als wij nu ieder een dag nemen, blijven er nog twee voor +vader en tante en Puf." Dat was heel aardig berekend van Daan. En +Alex voegde erbij: "En dan zullen we de beurten naar ouderdom +regelen. Daan op Maandag, ik op Dinsdag, Griet op Woensdag en Lena op +Donderdag."</p> + +<p>Het plan werd algemeen toegejuicht.</p> + +<p>Inmiddels had ik een plannetje bedacht, dat de jongens niet weten +mogen. Het is dit. Ik heb een briefje geschreven, en dat wil ik aan +den mijlpaal plakken; er staat op:</p> + +<p>"Iedereen, die zelf of voor anderen vrij vervoer wenscht, vervoege +zich bij Grietje Marjoribanks, elken Woensdagmorgen aan de pastorie."</p> + +<p>Aan Lena vertelde ik het dien avond nog. "Je lijkt wel koetsier te +willen worden," zei ze, "ik heb liever zelf het genot er van."</p> + +<p>"Neen," zei ik, "vader zegt, dat z'n tijd en z'n kracht altoos ter +beschikking van de gemeenteleden staan. En dat moet Andy nu ook. Hij +moet een echte gemeente-ezel worden, en dan zal ik 'm zelf besturen."</p> + +<p>"Ik zal er eens over denken, wat ik met 'm doen zal," zei Lena. Daar +heb ik geen al te beste verwachtingen van.</p> + +<p>Het scheen wel of de vacantie nooit komen zou. En toen ze eindelijk +aanbrak, had Daan al menige oefening met Andy achter den rug; 't +ezeltje was voor 1 Augustus al goed gewend, den weg langs te rennen. +Men vond, dat het dier bovendien nog op diëet moest, om z'n gewicht +te verminderen. Nu is 't waar, Andy wordt erg dik, want hij eet den +ganschen lieven dag maar gras, behalve dan, als ie met ons uit moet.</p> + +<p>Maar wat moesten we hem geven? Haver kost veel geld. Lena vond +bouillon heel geschikt, maar bouillon is ook duur, en zoo is ten +slotte alles, wat versterkt. Andy loopt uitstekend en heeft geen +kuren, behalve deze, dat ie zoo nu en dan plotseling stilstaat, om +dan na een of twee minuten weer door te draven. Ik heb gezegd, dat +hij dat doet, om even uit te rusten en op krachten te komen. Daan +meent, dat ie dan even staat te denken. En Alex denkt, dat ie dat +doet, om ons te toonen, dat ie een eigen wil heeft, en dien op z'n +tijd wenscht te gebruiken.</p> + +<p>Intusschen waren Lena en ik druk bezig met het vlechten van +laurierkransen en het bijeenzoeken van bloemen om ons karretje te +versieren.</p> + +<p>Den dag voor 1 Augustus waren we van 's morgens vroeg tot 's avonds +laat in de weer; wij hadden rosetten van fel-roode geraniums gemaakt, +om die aan Andy's oogkleppen te hechten; dan hadden we varenkruid en +madeliefjes langs de buitenzijde van het karretje gehangen en verder +nog slingers van madeliefjes om den disselboom gestrengeld. Baldwin +wilde niet toestaan, dat we de mooiste bloemen plukten, maar we +hebben toch, toen hij even weg was, eenige fijne bloempjes om de +zweep weten te vlechten. Ik heb al zoo vaak mee helpen versieren in +de kerk, dat ik de goede soorten wel wist te kiezen, tot groote +tevredenheid dan ook van de jongens, die op dit gebied toch maar +weinig te vertellen hebben.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/36_bloemenrijtuig.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:282px;"></center> +<br> + +<p>Om half één zaten we al aan ons middageten. We kleedden ons allen +op z'n Zondagsch, en wisten Baldwin nog enkele mooie rozen af te +bedelen, die we om onze hoeden vlochten. Toen we uitreden, liep het +halve dorp uit, om ons bloemenrijtuig te zien; ze vonden het allemaal +even prachtig. Ik hoorde nog, dat een vrouw tegen haar buurvrouw zei: +"Wat beleven we toch wondere tijden, mensch! Wie had dat nou ooit +kunnen denken, hè? Altijd bedenken ze maar weer wat nieuws."</p> + +<p>Met groot gejuich reden we het dorp door, en toen het veld in, een +prachtig ruim en effen veld, terzijde waarvan onder een boom Kapitein +Rogers in z'n mandewagentje al zat te wachten. Toen hij en zijn vrouw +ons zagen naderen, herkenden ze ons nauwelijks, zóó was ons +karretje veranderd door de bloemen.</p> + +<p>Na vijf minuten kwamen ook Betty en Clara aangereden, en toen zaten +we al voor de eerste moeilijkheid. Zij dachten er niet aan, Alex als +koetsier bij zich te nemen, wilden bepaald zelf sturen. Alex was er +leelijk door in z'n wiek geschoten; gelukkig had kapitein Rogers een +goeden inval. Hij rees moeilijk uit z'n wagentje op, en liet zich met +behulp van Mevr. Rogers in z'n badstoel neer; toen zei hij tegen +Alex, dat hij op de boerderij den pony mocht gaan halen, dien voor +het wagentje spannen, en dan daarmee deelnemen aan den wedstrijd. Wij +juichten van blijdschap, want nu hadden we drie mededingers. Er werd +nu afgesproken, dat Daan en ik in ons karretje zouden plaats nemen, +Alex en Lena in het mandewagentje van den kapitein — er was net +genoeg plaats voor twee — en Puf wezen we een plaats aan als +controleur bij het eindpunt. Dat beviel 'm slecht; hij begon hard te +huilen, en jammerde, dat hij het ezeltje had gekregen, en dat hij er +mee wilde rijden. Daan zeide hem, dat hij de gansche onderneming in +de war bracht, maar Puf bleef te keer gaan, en we konden zoo niet +beginnen. Ik stelde hem ten slotte voor, met Daan te gaan, inplaats +van mij, want het was toch ook wel hard, hem alleen te laten staan. +En Daan was dat voorstel al heel welkom, want hij had liever het +lichte gewicht van Puf, dan mijn gewichtigheid. Mevr. Rogers vroeg +mij nog, of ik het niet akelig vond, maar ik zei haar van niet, want +ik kreeg nu de gelegenheid, de drie mededingers bij den eindpaal te +zien aankomen.</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/37_eindpaal.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:146px;"></center> +<br> + +<p>"Ik ben niet zoo kinderachtig, om te gaan huilen, als ik niet mee mag +rijden," zei ik, terwijl ik Pufs tranen van z'n bolle wangen veegde. +Hij was spoedig weer in z'n hum en klom zoo vlug als ie kon, in ons +karretje. Betty vond ons wagentje heel lief. Zuchtend zei ze: "Ik +wou, dat Clara en ik ook zulke aardige ideetjes hadden. Maar als +jelui d'r niet bij zijn, voelen we ons lang niet zoo pleizierig."</p> + +<p>Ik keek naar haar keurig rijtuigje met de blauwe kussens, naar het +nikkelen beslag van het paardetuig, naar den prachtigen pony, en +schudde het hoofd. "Jawel," zei ik, "maar wij moeten onze armoede +achter bloemen verbergen, en dat behoeven jelui niet." Ze lachten +luid en vonden ook, dat dàt het wel zou wezen.</p> + +<p>Kapitein Rogers had den weg bepaald; een boerenknecht had hij hier en +daar steenen laten opstellen, en toen onze kibbelpartij was +beëindigd, stelde hij ons op een rij naast elkaar op. Hij had ook +een echt pistool bij zich, om het vertreksein te geven. 't Was eenig!</p> + +<p>Tweemaal moest het veld worden rondgereden, en toen ik bij het +eindpunt gereed stond, leek het mij nog wel zoo aardig buiten dan in +de wagentjes. Eerst scheen het, of Betty en Clara 't zouden winnen, +maar langzamerhand begon Daan ze in te halen, en toen Andy ze achter +zich liet, gaf ik een schreeuw van vreugde. In de tweede rondte begon +de pony met het mandewagentje, die eerst een heel eind achter was +geweest, steeds harder te rennen, en haalde eindelijk Daan in. Maar +Daan begon Andy zóó onbarmhartig te slaan, dat zij een tijdlang +gelijkop reden.</p> + +<br> +<center><img src="images/38_wedstrijd.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:446px;"></center> +<br> + +<p>Zelfs haalde hij den pony weer in, en ik dacht werkelijk, dat hij 't +nog zou winnen, toen Andy, dicht bij het eindpunt plotseling +stilhield, en zóó hardnekkig, dat er geen beweging meer in te +krijgen was.</p> + +<p>Daan schreeuwde en sloeg er op los, maar Andy bleef staan, koppig en +tot geen toegeven geneigd. 't Was verschrikkelijk, ik schreide haast. +Al spoedig kwamen Alex en Lena aanrijden, en precies gelijk met Clara +en Betty reden ze het eindpunt binnen. Zij wonnen dus beiden, en niet +zoodra hoorde Andy hen hoerah! roepen, of hij zette eensklaps weer +aan, en draafde naar het eindpunt, maar natuurlijk te laat nu.</p> + +<p>Wat waren we boos op 'm! Behalve natuurlijk Alex en Lena, die 't nu +gewonnen hadden; zij schenen wel heelemaal te vergeten, dat het ook +hun ezel was, die verloren had. Mevr. Rogers wist niet, wie ze nu den +lauwerkrans moest geven, en dus stelde de kapitein voor, dat de twee +pony's nog eens tegen elkaar moesten draven; ditmaal echter maar een +kleineren afstand. De pony van de boerderij won het nu gemakkelijk. +En zoo kreeg Lena den lauwerkrans. Ze was er zóó verheerlijkt mee, +dat ze haar hoed afwierp en den krans op haar hoofd zette.</p> + +<p>Na afloop van den wedstrijd zochten we allen een rustig plekje aan de +rivier, en bepraatten daar nog eens druk de gebeurtenissen van den +heerlijken middag. Er werd een vuurtje gemaakt, en thee gezet, en +rondom 't vuurtje gezeten, konden we ons heel wel verbeelden, in een +zigeunerkamp te zijn aangeland.</p> + +<p>Vervolgens werden allerlei spelletjes gedaan, vooral ook die, waarbij +we konden blijven zitten, omdat Betty nog niet vlug loopen kon. 't +Speet ons, toen we naar huis moesten. Naast elkaar reden wij, te +weten Clara en Betty in haar, en wij allen in ons wagentje, naar +huis.</p> + +<p>Eigenlijk waren we allemaal ook nog 'n klein beetje uit ons humeur; +Clara en Betty, omdat ze 't niet gewonnen hadden; Daan en ik, omdat +Andy ons door z'n malle kuren had doen verliezen. Kapitein Rogers +zei, dat je zooiets nu eenmaal van een ezel moet verwachten, daar +zijn 't ezels voor.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter11"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XI.</h3> + +<p>We zijn deze week begonnen met het op beurten rijden met Andy. +Afgesproken is, dat we, als het onze beurt is, niet bepaald alleen +behoeven te gaan, we mogen ook wel anderen meenemen; maar wiens beurt +het is, die stuurt, daar gaat niets van af.</p> + +<p>Maandagmorgen vóór 't ontbijt nog bevestigde ik mijn briefje aan +den mijlpaal. De jongens wisten er niets van, en bemerkten het pas 's +middags, toen er enkele menschen naar stonden te kijken; ze kwamen +naar huis en vroegen mij lachend: "Wou je de menschen op je rug +dragen, Griet? Dat lijkt wel zoo, want er staat op dat briefje niets +van Andy."</p> + +<p>"Dat is mijn zaak," gaf ik ze terug, "als ze d'r verstand gebruiken, +zullen ze dat wel snappen." Het hinderde mij, dat ze me alweer +uitlachten, want ik was zoo echt in m'n schik met het plan van +personenvervoer per open équipage. Ook vader had mijn briefje +gelezen, en zei tot me: "Dat vind ik best, Grietje, je lijkt in dat +opzicht op je moeder. Ik ben er blij om, dat je er iets voor voelt, +om je genoegens te deelen met hen, die minder gelukkig zijn dan jij."</p> + +<p>Daan bleef den heelen dag met Alex weg; zij hadden hun boterhammen +meegenomen, en kwamen laat thuis. Alex scheen zich bij dien rijtoer +door de omliggende dorpen zóó ingespannen te hebben, dat hij den +volgenden dag niet in staat was, zelf goed te sturen. Maar 's middags +knapte hij op en reed met Lena weg; ik merkte, dat zij wat in 't +schild voerden. Voor den armen Andy was 't een zware dag. Er stond +veel wind, en Alex nam twee groote vliegers mee, die Daan en hij den +vorigen winter gemaakt hadden.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/39_vliegers.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:223px;"></center> +<br> + +<p>Hij en Lena lieten de touwen geheel vieren en bonden de uiteinden elk +aan een kant van 't karretje. Zij reden het dorp uit, en trokken de +vliegers mee, die door den flinken gang mooi hoog stonden. Zoodra ze +echter een hoek omreden, rukten de vliegers een anderen kant op, dan +Andy trok. Lena vertelde mij later, dat ze gehoopt had, dat de +vliegers hen hadden voortgetrokken. Andy deed z'n best ze mee te +trekken, maar spoedig gaf hij het op, en bleef ineens koppig staan. +Een half uur lang trachtten ze hem vooruit te krijgen; Alex liet hem +keeren, en sleurde hem een eindje mee. Toen brak een vliegertouw en +een vlieger verdween als de wind; de ander kwam in een boom terecht +en bleef daar vast zitten; Alex klom in den boom, en kreeg hem zoo +terug. Vrij tijdig kwamen ze weer thuis. Daan vroeg Alex +belangstellend, waarom of ie zoo dom gedaan had. Hij had gedacht, dat +Alex de vliegers had willen gebruiken als zeilen op het karretje, dan +hadden ze dubbel zoo snel gereden. Maar Alex was boos op Andy en +mopperde: "Ik vind 'm niet half zoo aardig meer als eerst."</p> + +<p>"Och kom," zei ik tot hem, "je moet er eerst eens gewoon mee gaan +rijden. Jij en Daan hebben zoo graag een ezel willen hebben, om je +naar school te brengen, maar daarvoor heb je hem nog niet één keer +gebruikt."</p> + +<p>Alex keek zuur en zei: "Weet je waarom niet? Dat is het begin van +Daan's ruzie met Sausaye geweest. Toen Sausaye hoorde, dat wij een +ezel hadden, ging hij staan dansen en zong een spotliedje op vader. +Daan liep dadelijk op hem toe; hij hield niet op en kreeg toen een +opstopper van Daan. En als Daan 't niet had gedurfd, had ik het wel +even opgeknapt."</p> + +<p>Ik keek hem aan en zei: "Was het wel goed om zoo te doen? Sausaye mag +z'n spotlust botvieren, maar de kinderen van iemand als vader moesten +dat niet zóó beantwoorden."</p> + +<p>"Sta toch niet zoo mal te preeken," zei Alex, en toen ik nog wat +zeggen wou, stopte hij z'n vingers in z'n ooren en rende weg. Nu +begrijp ik, waarom de jongens niet met Andy naar school willen +rijden: ze zijn bang, dat ze uitgelachen zullen worden. Ik denk, dat +jongens daar banger voor zijn dan meisjes.</p> + +<p>De dag van Lena's beurt eindigde niet best. Pas na den middag reed ze +uit, want we hadden tante Caroline geholpen met pruimen plukken voor +jam. Zij wil altoos de jam zelf maken. Wij wilden haar allen eerst +helpen, maar werden vrij moe; Lena werd stekelig, omdat zij niet +vóór 't middageten met Andy kon wegrijden. "Ik zal zien, dat ik Puf +mee krijg; ik heb het 'm ook beloofd."</p> + +<p>"Zal ik ook meegaan?" vroeg ik.</p> + +<p>"Neen, dank je, jij speelt toch maar den baas over mij. Hè, laten +we die akelige jam toch laten zitten, waarom doet de meid het niet? +Vader heeft tante geroepen, die zal dus zoo gauw wel niet terug +zijn."</p> + +<p>"Je behoeft niet te wachten," zei ik; "ik zal tante wel helpen; de +meid moet de provisiekasten schoonmaken."</p> + +<p>"Maar 't is veel te laat, om Andy nu nog te halen, 't is wat moois!"</p> + +<p>Zij vloog de keuken uit; toen tante terugkwam, was het juist +etenstijd.</p> + +<p>"Ik hoop, dat er nu maar niet meer jam behoeft gemaakt te worden," +zei ik. "Ik heb er zoo 'n hekel aan, en het is hier zoo heet."</p> + +<p>"Het is heel goed voor kinderen, om te doen, wat ze niet graag doen," +zei tante ernstig. "Het leven is je niet alleen gegeven, Grietje, om +het voor jezelf te hebben."</p> + +<p>Ik voelde mij beschaamd, ook omdat wij een groote vacantie hebben, en +Lena en ik juist deze eerste twee weken niets aan de lessen doen. +Maar tante ging voort: "Ik vind het ook zoo pleizierig niet, Griet, +om in een heete keuken jam te maken, maar ik doe het, omdat het +gedaan moet worden."</p> + +<p>Ik antwoordde: "Ik dacht, dat volwassen menschen alles prettig +vonden. Als zij niet willen, dan doen ze 't niet, niemand, die hen +beveelt."</p> + +<p>"Het plichtsgevoel beveelt hen," zei tante. "Als je grooter wordt, +zul je soms bemerken, dat je gansche leven bestaat uit dingen, +waarvan je niet houdt, en die toch gedaan moeten worden."</p> + +<p>Dat was wat nieuws voor me. Ik dacht altijd, dat volwassen menschen +alleen doen, wat ze prettig vinden. Misschien vindt tante Caroline 't +ook wel niet prettig, om altijd op ons te passen; wellicht zou ze +veel liever thuis zijn. Ik geloof, dat ik goed zou doen, haar beter +te helpen. Ik loop altoos weg, om te spelen, als zij wat van mij +verlangt. Ik denk, dat het bij het <i>doen</i> behoort, om haar beter te +gaan helpen, en ik zal het ernstig gaan beproeven.</p> + +<p>Den ganschen middag speelde ik cricket met de jongens. Zoowat 4 uur +verscheen Lena, met loshangend haar en angstige blikken. Zij riep +Daan toe: "Kom gauw, Andy is gewoon woest en ik vrees, dat Puf +verdrinken zal."</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/40_cricket.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:263px;"></center> +<br> + +<p>Wij vlogen allemaal met haar mee, terwijl zij, geheel buiten adem, +haar wedervaren vertelde.</p> + +<p>Hortend en stootend kwam het er uit: "Ik wou met hem de sloot +doorrijden, juist bij de doorwaadbare plaats. Ik stuurde hem het +water in, maar toen, in plaats van recht door te stappen begon hij +rond te draaien, zoodat de kar ten slotte tegen een steen terecht +kwam. Toen was er geen beweging meer in te krijgen; uren lang heb ik +er mee getobd, en eindelijk ben ik uit de kar geklommen en ben door +het water gewaad. Ik trok mijn kousen en schoenen uit en beval Puf, +stil te blijven zitten, totdat ik terug kwam, en nu moeten we gauw +doorloopen en zien, hem eruit te krijgen."</p> + +<p>Verschrikt riep ik uit: "Heb je Puf midden in de sloot laten staan?" +En Daan vroeg: "Waarom heb je niet dadelijk den eersten den besten +man, dien je tegenkwam, om hulp gevraagd?" "Ik kwam niemand tegen," +zei Lena, "en bovendien was ik veel te bang, dat ze 't aan vader +zouden zeggen, daarom ben ik dadelijk hierheen gekomen."</p> + +<br> +<center><img src="images/41_sloot.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:436px;"></center> +<br> + +<p>Gelukkig was het niet ver weg, maar hoe Lena op 't idee was gekomen, +om de sloot door te gaan, daar begreep ik niets van. Ik zou het nooit +gewaagd hebben; had Daan nog pas niet verteld van een man, die daar +met z'n wagen verdronken was? Toen wij bij de rivier kwamen, was er +geen spoor van Puf meer te zien. Lena ging vreeselijk te keer en +jammerde: "Ze zijn allebei verdronken, en ik zal vermoord worden, +omdat het mijn schuld was!"</p> + +<p>Wij gingen een beetje verderop een brug over; Daan begon te gelooven, +dat Andy weer was doorgeloopen en hier of daar heen gedraafd. Alex en +hij gingen toen plat op den grond liggen, net als detectives of +Indianen, om eenig spoor te ontdekken. "De wielen waren natuurlijk +nat, en moeten dus in het gras een spoor hebben gemaakt," zei Alex en +keek er heel geleerd bij. "Kijk, hier bij m'n hand is een heel nat +spoor!"</p> + +<p>"Ja, en de grassprietjes zijn plat gereden," voegde Daan eraan toe; +"nu moeten we dat spoor volgen. Hadden we maar een bloedhond!"</p> + +<p>Lena fleurde wat op. Wij volgden het spoor, maar het grasveld was +niet lang, en we waren spoedig bij een weg aangeland. We begonnen nu +een soort springpas te maken, dat is een manier van loopen, waarbij +je nooit moe wordt, omdat het je nooit buiten adem brengt. Maar wij +zagen, hoe nauwkeurig we ook tuurden, geen wielsporen. We kwamen nu +aan een hoogen weg, en wisten niet, wat nu te doen, verder of terug. +Maar daar stond een huisje vlak bij; fluks daarheen gerend, vroegen +we aan de vrouw, of ze ook een ezelkarretje gezien had met een +jongetje erin. Zij opende haar huisdeur, en daar zagen we Puf aan +tafel zitten, kalm aan 't oppeuzelen van een appel! Wat waren wij +blij! Andy had een plekje op haar grasveld gekregen. Zij vertelde +ons, dat zij het karretje had zien aankomen, en dat Puf zoo hard als +ie kon had geschreeuwd: Ho! Ho! Zij was naar buiten gevlogen, had de +zaak tot staan gebracht, Andy vastgebonden, en Puf, die huilde van +angst, in huis gehaald en tot bedaren gebracht. Natuurlijk was Andy, +zoodra Lena verdwenen was, er vandoor gegaan; het was maar een geluk, +dat Puf stil was blijven zitten.</p> + +<p>Wij bedankten de vrouw vriendelijk, haalden Andy uit het grasveld en +reden tezamen naar huis terug. Vader bromde erg op Lena, dat zij zulk +een gevaarlijke poging had gewaagd. Zij zal zulke fratsen nu +voorloopig wel uit haar hoofd laten. Puf deed natuurlijk net, of ie +het heerlijk had gevonden. "Ik stuurde zelf, en we reden als een +sneltrein!" "Ja," zei Alex, "en je huilde van geweld!"</p> + +<p>"Ik heb alleen gehuild, toen ik die vrouw zag," zei Puf, die nooit +verlegen is met een antwoord; "ik wist, dat ze ons zou tegenhouden, +daarom huilde ik."</p> + +<p>"Jij mag niet liegen, Puf," kwam ik tusschenbeiden, "dat is niet "in +den vorm", behalve als je een boosdoener bent."</p> + +<p>"Ik was zoo bang met Andy, en als ik bang ben dan huil ik altijd!" +verdedigde zich Puf. Hij moet altijd 't laatste woord hebben, en ik +zweeg dus maar.</p> + +<p>Toen het mijn dag was, ben ik 's morgens om 10 uur al op rit gegaan. +Vlak bij ons hek vond ik een heel groot pak, waarop geschreven was: +"Wil zoo goed zijn, dit te bezorgen bij Mejuffrouw C. Londesburg te +Cross Clen." Het was heel leelijk en fout geschreven, en ik dacht +dus, het zal wel van een der dorpsbewoners zijn. Het was een +verbazend zwaar pak, en ik kon het haast niet in de kar tillen. Maar +ik was wat blij weer eens op 't Huis te mogen komen, want ik was er +sinds onzen wedstrijd niet weer geweest. Langzaam reed ik het dorp +door met mijn zware vracht. Toen juffrouw Ribbon mij zag, kwam ze +even aan het hek en zei:</p> + +<p>"Beste Griet, wil je heusch vrachtrijdster worden? Kijk es, lieve, ik +heb aan de oude Suze Combe beloofd een zak steenkolen te sturen. Aan +het station zul je 't vinden; Tom moest al vroeg naar Lincoln en ik +heb het ook zoo druk, het goeje mensch heeft geen brand meer om haar +middagmaal gereed te maken."</p> + +<p>"Goed, ik zal 't doen, ik zal 't dadelijk gaan halen."</p> + +<p>Wat was vrouw Combe blij, toen ze me zag komen. Maar we konden geen +van beiden de zak uit het karretje krijgen; ze haalde de steenkolen +er dus bij beetjes uit, en dat kostte heel wat tijd. Terwijl wij nog +bezig waren, kwamen juist Clara en Betty in haar ponykarretje +voorbijrijden. Ze keken gek op, toen ik haar vertelde, waaraan ik +bezig was. "Ik ben vandaag vrachtrijdster," vertelde ik, "en ik heb +ook een vrachtje voor jelui!"</p> + +<p>Dat vonden ze heerlijk. "Voor ons? O, zeg, laat es gauw kijken! Wat +eenig!" Zoodra vrouw Combe al haar steenkolen eruit had, klommen ze +op ons karretje en bekeken het pak van alle kanten. Wij maakten het +open in de kar, want het was ons te zwaar, om het er uit te lichten. +Toen het papier er af was, vonden we .... een ouden emmer vol +steenen! Clara was heel boos. En ik begreep dadelijk, dat het een +grap van de jongens was. Ik trachtte Clara dat aan 't verstand te +brengen, maar zij zei: "'t Zijn ruwe, leelijke jongens, ik zal 't +moeder eens vertellen."</p> + +<p>Zij sprong weer van de kar af en ging naar Betty, om het haar te +vertellen. Deze lachte; zij kan beter tegen een grapje dan Clara, en +ik stelde haar voor, dat ze den jongens ook weer een pak moesten +zenden. Dat vonden ze beiden best, en beloofden, het per post te +zullen sturen. Wij haalden de steenen en den emmer uit de kar en +gooiden ze in een sloot. Ik reed fluks naar ons dorp terug, +nieuwsgierig of er nog iemand een boodschap voor me zou hebben. En +zie, daar zag ik kreupele Hanna, die onze kleeren verstelt en ook in +'t koor zingt; zij stond bij haar hek, en keek naar mij, alsof ze mij +wat zeggen wou.</p> + +<br> +<center><img src="images/42_kreupel.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:415px;"></center> +<br> + +<p>Ik hield stil en zei: "Kan ik iets voor je doen, Hanna?"</p> + +<p>Zij kleurde en sprak aarzelend: "Ik moet naar boer Luscombe, kind, en +het is een lange weg voor mij met zoo'n hitte, en nu dacht moeder, +toen we u zagen aankomen ... en omdat we uw briefje hadden +gelezen...."</p> + +<p>"O, ik begrijp je al," zei ik, "je wou, dat ik je daarheen bracht? +Stap maar in Hanna, dat zal ik graag doen."</p> + +<p>Zij steeg in, en vertelde mij, dat haar been zooveel pijn deed, als +ze ver moest loopen, maar zij had een japon voor juffrouw Luscombe +moeten maken, en nu moest die toch weggebracht worden. Ik zei haar, +dat ik Andy elke week een dag voor mij had, om er boodschappen mee te +doen voor wie ik wilde. Toen we zoo een tijdje gepraat hadden, zei ik +tot haar: "Na dezen rit moet ik naar huis, want dan moeten we eten. +Maar vanmiddag kom ik weer terug. Weet je dan nog iets te doen, +Hanna?" Zij antwoordde, na even te hebben nagedacht:</p> + +<p>"Ik weet niet, Grietje, of je de kleine Annie Steel kent. Zij komt +uit Londen, en woont bij haar grootmoeder, juffrouw Buston; zij is +geheel kreupel en kan niet loopen. Omdat ik zelf kreupel ben, spreek +ik nog al eens met haar, want juffrouw Buston en haar man zijn erg +streng en lastig voor haar. Zij vinden het een grooten last haar te +helpen, omdat ze zelf ook haast niets hebben, en dan zit ze daar maar +troosteloos in dat donker keukentje. Nooit komt ze er uit, ze zit +zelfs niet eens aan de deur; ze is ook misvormd, heeft een bochel, en +de oude vrouw schijnt zich te schamen voor zulk een kleindochter. Je +zoudt het kind in 't paradijs brengen, als je haar eens liet +meerijden."</p> + +<p>"O, prachtig, dat zal ik doen!" riep ik uit. "Maar zou 't rijden haar +niet te veel schokken?"</p> + +<p>"Neen, dat gaat best; als je een paar kussens neemt, en je zet haar +op den bodem der kar, dan zal 't best gaan."</p> + +<p>"Ik zal dadelijk na 't eten haar gaan halen," zei ik verheugd. Toen +ik thuis kwam, vroegen ze allen, wat ik gedaan had. De jongens +spraken geen woord over hun grap, en ik natuurlijk ook niet. Tante +vond het heel mooi van me, dat ik Annie Steel eens liet meerijden. +Vader ook, maar die waarschuwde ons, dat we Andy door al die drukke +ritten niet moesten afjakkeren, en Daan zei, terwijl we Andy weer +inspanden: "Overdrijf nou niet, barmhartige Samaritaansche, anders +loopt het nog op schade uit."</p> + +<p>"Ik doe het alleen, omdat ik ervan houd, en ik zal er mee voortgaan, +omdat vader gezegd heeft, dat moeder het zou goedgekeurd hebben."</p> + +<p>Daan zei niets meer, want Daan hield zoo van moeder, gelijk wij +allen.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter12"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XII.</h3> + +<p>Toen ik naar juffrouw Buston ging, vond ik haar in den tuin, bezig +met groentenplukken. Zij was meer verbaasd dan verblijd, toen ik haar +vertelde wat mijn plan was. En ze zei dan ook eerst, dat ze de kleine +Annie niet wilde meegeven.</p> + +<p>"Ik zou haar nooit hier gehad hebben, als ik geweten had, dat ze zoo +hulpeloos was. Haar moeder, die reeds op 20-jarigen leeftijd weduwe +was, stierf plotseling, en Annie moest toen in een weeshuis. Maar +mijn man wilde daar niet van weten, en ik eigenlijk ook niet. Zoo +namen we de kleine dan in huis, en sedert is ze er gebleven, totaal +krachteloos, alsof ze geen ruggegraat heeft. Ze doet zoowat niets +anders dan in elkaar gedoken zitten huilen. Loopen kan ze geen stap. +Maar kind, als je er nu bepaald op staat, haar mee te nemen, kom dan +binnen, dan kunnen we haar samen gemakkelijk genoeg in 't karretje +tillen."</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/43_krachteloos.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:287px;"></center> +<br> + +<p>Ik bond Andy aan den muur vast en ging het huisje binnen. De keuken +was klein en het rook er duf; in een laag stoeltje zat Annie. +Werkelijk, ze zag er uit als een afgeleefd oud vrouwtje; alleen het +haar was nog blond, maar kort geknipt. Toen ik haar meedeelde, wat +mijn plan was, glimlachte ze zoo hartroerend, dat ik bijna begon te +weenen. Ze zag er even bleek als haar schortje uit; ze is pas negen +jaar oud, evenals Lena. Ik had vier kussens en een deken meegebracht +en maakte het haar zoo gemakkelijk mogelijk; haar Grootmoeder +plaatste haar zoo in de kussens, dat ze rechtop zitten kon. Bovendien +zette ze haar nog een katoenen mutsje op, en daarna reden we weg.</p> + +<p>Heel langzaam reed ik de laan af, om het schokken te voorkomen. Al +vrij spoedig begon ze te praten. Eerst had ze doodstil liggen staren +in de blauwe lucht, terwijl haar mond open en dicht ging als die van +een visch. Toen ik haar vroeg, waarom ze zoo deed, zei ze: "De lucht, +juffrouw. Sinds ik bij grootmoe ben, krijg ik haast geen frissche +lucht. Voordat moeder stierf, zat ik altoos aan 't open venster, maar +grootmoe doet haar ramen nooit open."</p> + +<p>Zij vertelde mij verder, dat zij veel van Hanna hield, en al meer +begon ze los te komen, er blijkbaar schik in krijgende, allerlei +prettigs te vertellen.</p> + +<p>"Kijk, daar zijn heelemaal geen huizen, wat een leege plek. Dit is nu +echt buiten zijn. Nooit ben ik hier geweest, voordat ik bij grootmoe +kwam, en sedert ik er ben, kom ik er nooit uit.</p> + +<p>Moeder zei altijd, dat God ook buiten leeft, niet in de stad. Moeder +hield niets van Londen; zij vond het zoo'n vuile stad; de lucht zie +je in Londen maar heel zelden en dan nog maar een klein stukje er +van. O, juffrouw, wat is het hier heerlijk! Die velden, en die boomen +en die bloemen! Ik heb wel schilderijen gezien, maar die waren niet +zoo levend als dit alles."</p> + +<p>Bij een landhek hield ik stil, om haar konijnen te laten zien, die +daar aan 't spelen waren, en toen een vlinder op den rand van 't +karretje kwam zitten, schreeuwde ze 't uit van pleizier.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/44_landhek.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:228px;"></center> +<br> + +<p>Maar ze werd al spoedig weer vermoeid van al die ongewone opwinding +en toen begon ik maar eens te praten. Ik vertelde haar, hoe we aan +Andy waren gekomen, en toen ik dat verhaal ten einde had, zei ze:</p> + +<p>"Luistert God naar alle menschen, juffrouw, of alleen naar rijke lui? +Ik heb nog niets van Hem gehoord, sinds ik bij grootmoe ben. Moeder +kreeg altijd bezoek van een wijkzuster, maar daar hield ik niet van; +ze had altoos zoo'n haast om weer weg te komen, en ze wilde altijd +maar weer, dat ik naar een gesticht of naar een hospitaal werd +gezonden."</p> + +<p>"Natuurlijk luistert God naar ons allemaal," antwoordde ik, verbaasd +over zóóveel onwetendheid; "bidt je niet tot Hem?"</p> + +<p>Ze wendde haar hoofd af. "Ik was gewoon het "Onze Vader" op te +zeggen, maar ik ben nu totaal vergeten hoe het is."</p> + +<p>"Kun je lezen?" vroeg ik.</p> + +<p>Weer schudde ze haar hoofd.</p> + +<p>"Ik ben begonnen het te leeren, maar moeder stierf, vóórdat ik +groote woorden kon lezen, en later heeft niemand het mij geleerd."</p> + +<p>"Arm klein schaap," sprak ik met diep medelijden; "wat doe je dan +toch wel den ganschen dag?"</p> + +<p>"Plaatjes kijken en dan naaien, naaien kan ik wel. Ik maak op 't +oogenblik reepjes voor een lappendeken voor grootmoeder."</p> + +<p>"Je moet God gaan bidden," zei ik.</p> + +<p>"Waarom?"</p> + +<p>"Wel, omdat Hij je liefheeft. Weet je, wie Jezus Christus was?"</p> + +<p>"Die aan een kruis is ter dood gebracht? Ja, daar heeft moeder mij +wel van verteld."</p> + +<p>"Weet je, waarom Hij is ter dood gebracht?"</p> + +<p>Zij schudde haar hoofd, en sprak: "Het is zoo iets van het redden der +zondaars en der wereld. Maar ik ben het vergeten. Ik geloof, dat Hij +zeer vriendelijk en goed was. Het is al eeuwen geleden, dat hij +gedood werd, is 't niet?"</p> + +<p>"Hij is heelemaal niet dood," zei ik, als verstomd door zooveel +onkunde. "Lieve kind, jij weet nog niet eens zooveel als de kinderen +uit mijn klas."</p> + +<p>Met doffe stem sprak ze: "Er is ook niemand, die me wat leert."</p> + +<p>En ik begon maar dadelijk te vertellen, wat Jezus voor haar gedaan +had. Zij had er totaal geen besef van, dat zij ook zondaar was; maar +ik geloof toch wel, dat het haar na eenigen tijd duidelijk werd. +Verwonderd keek ze op, toen ik vertelde, dat Jezus nòg leefde, en +dat Hij nog machtig is om ons te helpen en ons te leiden, al kunnen +we Hem niet zien. Zij wist niet, dat het kruis ook voor haar van +beteekenis was; met open mond en groote oogen hoorde zij alles aan +wat ik vertelde, en ik wenschte soms, dat een wijzere dan ik haar +vertellen kon. Meteen moest ik ook op mijn ezeltje letten; af en toe +hield ik even stil, en plukte wat wilde bloemen en kamperfoelie voor +haar, om mee naar huis te nemen. Toen ik meende, dat we nu lang +genoeg gereden hadden, bracht ik haar weer naar huis terug; maar als +we 't huis naderden, begon ze te schreien en greep mijn hand.</p> + +<p>"Zult u terugkomen en mij weer meenemen? Zult u mij niet vergeten? +Toe, beloof mij, dat u me weer spoedig komt halen!"</p> + +<p>"Ik zal probeeren, deze week nog één keer te komen, Annie, en in +elk geval zal ik hier komen, om je wat te helpen met lezen; misschien +kan ik dan wel een paar boeken meebrengen." Haar grootmoeder tilde +haar uit het karretje en scheen nogal in haar schik.</p> + +<p>"Nu kind, daar heb je goed aan gedaan, hoor, en 't zal Annie ook goed +doen. Arm schaap, wat zou het goed voor haar zijn, als God haar maar +tot Zich nam. Ze zal toch nooit voor iemand ter wereld van nut kunnen +zijn."</p> + +<p>Ik werd boos, maar ik wist niet wat te zeggen. Ik zag, hoe Annie +huiverde bij het hooren van die zelfzuchtige woorden, en meende maar +het best te doen, met heen te gaan. Ik nam dus afscheid. "Vaarwel, +Annie! Ik kom spoedig weer bij je terug."</p> + +<p>In draf ging het nu naar huis, en nadat ik Andy had uitgespannen, +vertelde ik vader dadelijk mijn wedervaren. "Wat spijt het mij," zei +vader, "dat ik haar niet eerder gevonden heb. Ik ben wel bij juffrouw +Buxton op bezoek geweest, maar die vertelde mij nooit, dat ze een +kleinkind in huis had."</p> + +<p>"Zij schaamt zich voor het kind," zei ik. "Hanna vertelde mij, dat +zij denkt, dat een misvormd kind door iedereen wordt gemeden. Is dat +niet wreed gedacht? Vader, denkt u, dat ik haar zou kunnen leeren +lezen?"</p> + +<p>"Zeker, kind, zeker. Ga zoo vaak als je kunt naar haar toe, maar denk +er aan om juffrouw Buxton te vragen, of het mag."</p> + +<p>Toen ik den jongens en Lena van Annie vertelde, lachten ze niet, en +Lena was er zelfs mee begaan. Zij haalde een paar oude poppen voor +den dag, en vroeg mij, die voor Annie mee te nemen.</p> + +<p>Bij de thee zei tante Caroline: "Ik geloof, dat Grietje den mooisten +dag heeft gehad van jullie allemaal!"</p> + +<p>"O ja, tante," zei Alex snel, "ik weet wel wat u wilt zeggen: omdat +zij meer aan anderer genoegen dacht dan aan haar eigen vermaak; maar +dat doet ze niet uit haarzelf, daar is ze toe aangezet. U moet haar +niet verwaand maken, ze heeft al genoeg dunk van zichzelf."</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/45_pakket.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:260px;"></center> +<br> + +<p>"Dat is niet waar," zei ik boos.</p> + +<p>"Hé, hé, geen getwist nu!"</p> + +<p>Zoo komt tante altoos tusschenbeiden en we spraken dus geen woord +meer over de zaak.</p> + +<p>Den volgenden morgen kwam er een groot pakket met de post, +geadresseerd aan "de Jongeheeren Daan en Alex Marjoribanks". De +jongens gunden zich geen tijd om het uit te pakken, en scheurden het +eene na het andere papier eraf, niet bemerkend, dat Lena en ik in ons +vuistje lachten (ik had het Lena ook verteld). Eindelijk kwam een +kartonnen doos te voorschijn, en toen ze die openden, vonden ze haar +vol koolstronken; op den bodem lag een klein briefje, waarop de +woorden: "Met vriendelijken dank van Betty en Clara."</p> + +<p>Inmiddels waren Lena en ik een rondedans om de tafel begonnen, +waarbij we hen dapper uitlachten. Ze hadden 't ook verdiend, en ik +vertelde hun, dat hun pakket nooit aan 't Huis bezorgd was. Toen +waren ze woest van boosheid, en scholden ons uit, dat het een lust +was.</p> + +<p>Ik zei hun nog, dat zij altijd grapjes hadden ten koste van anderen, +en nooit zichzelf eens vermaken konden. Daan beloofde wraak; maar dat +doet ie wel meer als ie ten einde raad is, en later is ie 't al lang +weer vergeten.</p> + +<p>Ik ging nu zooveel belang stellen in Annie Steel, dat ik er bijna +iederen dag heen ging; als ik haar bezocht, had ze een kleur van +blijdschap, en ze begon er werkelijk wat opgewekter uit te zien. +Elken Woensdag nam ik haar mee op een rij toer.</p> + +<p>Intusschen waren we allen druk bezig met bijverdienen, om een zadel +voor Andy te kunnen koopen. De jongens verkochten aan kapitein Rogers +enorme partijen visch. Zij kunnen er gewoon niet tegen hengelen, en +hij betaalt best. Zelf zend ik weer groenten en bloemen naar de markt +te Lemworth, waar Bob Tapson ze wel aan den man brengt, en Lena maakt +weer borstplaat zonder eind. Maar het geld komt heel langzaam bij +elkaar. Mevrouw Rogers kwam gistermiddag met haar man bij ons +theedrinken; de kapitein liet ons den spaarpot openen; er was nu +negen gulden in.</p> + +<p>We hadden recht veel schik dien middag. De thee werd buiten +gedronken, zoodat het veel had van een pic-nic; kapitein Rogers +spoorde ons aan, het geld wat vlugger te maken, anders zouden we +nooit aan een zadel toekomen. We vroegen hem, of hij soms een middel +wist, en hij zei van ja. Het was dit: Hij en zijn vrouw wilden een +wedstrijd in het boogschieten organiseeren bij hun huis; daarbij +zouden veel volwassen menschen komen, en nu wilde hij ook een +wedstrijd houden voor kinderen; de beste schutter zou een prijs +verdienen van twaalf gulden.</p> + +<p>"Jelui hebt dus niet anders te doen, dan dien prijs te winnen," +voegde hij er aan toe; "en dan weet ik wel een adres, waar je een +flink zadel kunt koopen voor een gulden of twintig."</p> + +<p>Met gejuich werd het plan ontvangen, het was een eenig denkbeeld. +Maar wij moesten den kapitein toch vertellen, dat we geen van allen +konden schieten, en dat we niet met boog en pijl konden omgaan. Hij +antwoordde, dat hij ons dat wel even leeren zou, dat ging heel vlug; +we moesten dan maar telkens bij hem komen en oefeningen houden in den +tuin bij de boerderij.</p> + +<p>"En we kunnen ook hier een schijf opstellen en er ons op oefenen," +vond Daan. "Ik zal er wel een maken, maar dan hebben we nog geen boog +en pijlen. Zijn die duur?"</p> + +<p>"Dat zullen we aan juffrouw Ribbon vragen," zei Alex. "Maar ik wil +wedden, dat ze die niet heeft."</p> + +<p>"Nee, nee," zei kapitein Rogers, "ik zal jelui enkele van de mijne +leenen tot na den wedstrijd. Laat es zien: jelui zult er vier noodig +hebben, is 't niet? Ieder een."</p> + +<p>"Ik ook!" riep Puf op dreigenden toon. "Ik wil ook schieten."</p> + +<p>Dus beloofde kapitein Rogers vijf bogen te zullen zenden, met een +bundel pijlen. En Daan stelde hem voor, om moeite te besparen, dat +hij dadelijk maar even mee zou gaan, om ze te halen, dan konden wij +zoo spoedig mogelijk beginnen.</p> + +<p>"En hoe maakt Andy het tegenwoordig?" vroeg de kapitein.</p> + +<p>"Even onberekenbaar als altoos," antwoordde ik. "Soms gaat het heel +goed, maar dan eensklaps krijgt hij weer z'n oude kuur van stilstaan, +en geen van ons kan hem dan weer in beweging krijgen. 't Is geen +trouw dier, en dat zal ie nooit worden ook."</p> + +<p>De kapitein lachte hartelijk en trok mij aan een haarlok. "Kom hier, +oud vrouwtje, en vertel mij es, wat een trouw dier is."</p> + +<p>"Dat is er een, waarop je rekenen kunt," hervatte ik; "een dier, dat +altoos hetzelfde is en waar je op aan kunt. Dat is toch de beteekenis +van trouw? Gisteren hebben we 't er nog over gehad."</p> + +<p>"Ja," zei hij, "dat is een heel juiste omschrijving van trouw. Ik +denk, dat jij dan ook wel heel trouw zult wezen, Grietje."</p> + +<p>"O, ik wou dat ik het was. Maar ik ben het niet. Men is niet volkomen +trouw, als men het niet altijd en overal is, zooals onze ridder: +semper fidelis. Ik tracht een trouwe dienstmaagd te wezen, maar +steeds weer vergeet ik het."</p> + +<p>"Wiens dienstmaagd? Ik zou zoo zeggen, Grietje, je bent een trouw +vriendinnetje."</p> + +<p>"Christus' dienstmaagd," was mijn fluisterend antwoord. "Hij is in +alles de eerste, zooals u weet. Maar daarom zou ik dan ook evengoed +uw trouw vriendinnetje willen wezen, kapitein."</p> + +<p>"Wij zullen een verbond sluiten. Als ik in moeite of verdriet kom, en +hulp noodig heb, dan weet ik, op wie ik kan rekenen."</p> + +<p>De beide jongens gingen met den kapitein mee naar de boerderij, en +kwamen al spoedig weer thuis, o zoo verheugd met hun pijlen en bogen. +Reeds hebben we een schijf gemaakt van wit calico, gespannen over een +met stroo gevulde platte doos. En nu hoop ik maar dat wij den prijs +zullen halen; wij hebben goede kans, omdat we met z'n vieren zijn. +Betty en Clara zullen ook gevraagd worden, en nog heel wat kinderen +meer. Ik geloof, dat kapitein Rogers eigenlijk hoopt, dat wij het +maar zullen winnen.</p> + +<pre> * * + * +</pre> + +<p>Het is eenigen tijd geleden, dat ik in dit boek heb geschreven, want +ik heb het verschrikkelijk druk gehad. Allereerst dien ik te +vertellen van onzen hand-boogwedstrijd.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/46_schietschijf.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:127px;"></center> +<br> + +<p>Vanaf het oogenblik, dat de schijf gereed was, hebben we ons druk +geoefend. Aan het einde van de laan hadden we haar opgehangen, en +gingen er dan zoo ver mogelijk van af staan, om goed te leeren +mikken. Die oefeningen waren wel inspannend, maar toch ook verbazend +prettig. Ik zelf had er zooveel schik in dat ik boos werd, als ik er +telkens weer werd afgeroepen. Dat kwam zoo.</p> + +<p>Emma had haar voet verstuikt, en moest dagen achtereen in bed liggen, +en toen ze eruit mocht, kon ze nog heel moeilijk loopen. Tante +Caroline droeg nu aan Lena en mij op, de bedden op te maken, de +kamers te doen, en zooveel mogelijk in huis te helpen. Het scheen ons +een uitdaging, want wij wilden zoo graag vóór alles goede schutters +worden. Ik kàn niet hebben, dat we zulke dingen maar half goed doen. +Lena ging er vandoor, maar dàt kon ik ook niet doen, en ik hielp dus +zooveel als ik kon, maar veelal met een nijdig hoofd. Ik geloof, dat +ik die gansche week niet in m'n humeur ben geweest. Toen het Woensdag +werd, had ik er niet eens zin in, om Annie te halen voor een rijtoer; +Betty en Clara kwamen 's middags om met ons te oefenen in 't +schijfschieten. Toch reed ik met Andy uit, inwendig wenschend, dat ik +haar maar nooit beloofd had, iedere week te zullen rijden. Maar toen +ik haar bleek gelaat zag, dat opvroolijkte toen ik aankwam, was ik +beschaamd. Ik was een half uur te laat, en ze zei:</p> + +<p>"Grootmoe heeft al gezegd, dat u niet zoudt komen. Maar ik wist zeker +dat u komen zoudt. U zult mij nooit alleen laten, wel juffrouw?"</p> + +<p>Ik antwoordde slechts: "Ik hoop van nooit!"</p> + +<p>Annie was zeer spraakzaam. Ze vertelde, hoe ze nu geregeld bad, en +ook dankte voor al het goede, dat ze ontving. Zij begreep nu ook iets +van wat Jezus voor haar aan het kruis geleden had. "O, kon ik maar +wat voor Hem doen!" riep ze uit.</p> + +<p>"Van ons, die nog kinderen zijn, verwacht Hij geen groote dingen, +Annie. Maar wat wij te doen hebben, dat is zóó te spreken en te +handelen, alsof Hij altoos bij ons is, in onze kamer en bij ons werk; +wij zien Hem wel niet, maar toch leeft Hij dicht bij ons. Hij +glimlacht als we ons best doen, en met droeve oogen staart Hij ons +aan, als we ongehoorzaam zijn of toornig, zooals ik vandaag."</p> + +<p>Het deed mij goed, haar eens te kunnen zeggen, hoe verkeerd ik +vandaag gehandeld had. En ik voelde mij gelukkig, toen ik weer thuis +kwam, nog vol van ons gesprek en van het heerlijk gevoel, dat ik had +na het erkennen van mijn zonden.</p> + +<p>Eindelijk kwam dan de groote dag. De tuin bij kapitein Rogers was vol +volk; ook waren er vier jongens en vijf meisjes, die we geen van +allen kenden; zij waren met den trein gekomen uit Tenburg en zeven +mijlen hier vandaan, uit Lincoln. Twee meisjes en drie jongens waren +ook uit een pastorie.</p> + +<br> +<center><img src="images/47_boogschieten.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:464px;"></center> +<br> + +<p>Naarmate de wedstrijd vorderde werd de pret, maar ook de spanning +grooter. Toen het mijn beurt was, gevoelde ik mij erg zenuwachtig; +mijn hand trilde alsof ik de koorts had. Maar het ging gelukkig +nogal, hoewel ik natuurlijk den prijs niet won, dat wist ik vooruit +wel. Ik geloof eigenlijk, dat wij er allemaal wel zoo'n beetje op +rekenden, dat Daan de gelukkige winner zou wezen. Hij stond zoo kalm, +mikte zoo vast, net een volwassen man. Later zei hij nog, dat ie een +gevoel had gehad, als ging het om leven of dood.</p> + +<p>En toen bleek, dat hij den prijs had verdiend, juichten we allen als +uitgelatenen. Mevrouw Rogers overhandigde den prijs in een met kralen +bezette beurs.</p> + +<p>Innig verheugd kwamen we thuis, want nu hadden we ook het zadel zelf +verdiend. En geen onzer behoefde nu ooit meer geld te gaan verdienen.</p> + +<p>Het leek te mooi, om waar te wezen.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter13"></a> +<center><img src="images/48_hoofdstuk13.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:236px;"></center> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XIII</h3> + +<p>En nu heb ik te schrijven over een vreeslijken dag. Onze vacantie was +bijna om; het zadel voor Andy was juist ontvangen, en allen reden wij +druk met hem. Hij bleef ons over 't algemeen goed voldoen, en +galoppeerde soms, dat 't een lust was.</p> + +<p>Terwijl wij bezig waren, aan 't ontbijt onze plannen voor den dag te +bespreken, kwam Emma binnen met een telegram voor vader. Vader krijgt +vaak telegrammen over spreekbeurten, zoodat wij er weinig notitie van +namen. Maar eensklaps hoorden we hem een onderdrukten snik geven, +terwijl hij het telegram aan tante Caroline overgaf. Toen die het +las, begon ze te weenen, en wij begrepen nu, dat er slechte tijding +was gekomen. En zoo was het: Grootmoeder was gevaarlijk ziek, en +vader moest onmiddellijk overkomen.</p> + +<p>Tante Caroline riep in haar droefheid: "Zij is stervende, Jan, ik ga +met je mee."</p> + +<p>"Er is geen trein vóór 10.30, dien moeten we hebben." Tante verliet +haastig de kamer, en vader richtte zich tot ons: "Kinderen, kan ik +jelui met vertrouwen alleen laten? Het zou voor tante een bittere +teleurstelling wezen, als ze niet met mij mee kon gaan. Wil jelui je +best doen, om je goed te gedragen? Daan, jij wordt al een groote +jongen, en je kent het onderscheid tusschen goed en kwaad. Op jou +reken ik, terwijl ik weg ben. Grietje, neem jij Lena onder je hoede, +en laat haar geen verkeerde dingen uithalen. Ik zal even met de +keukenmeid een en ander bespreken. We moeten geen tijd verliezen."</p> + +<p>Wij beloofden, ons goed te zullen gedragen. We waren wel bedroefd om +grootmoeder, maar we konden ons toch ook niet ontveinzen, dat we wel +een klein beetje vermaak erin hadden, nu eens alleen te zijn, zonder +eenig toezicht. Dat was nooit tevoren geschied, en vooral in de +vacantie is het een heerlijk gevoel, es echt alleen te wezen, en baas +over jezelf te zijn.</p> + +<br> +<center><img src="images/49_inpakken.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:419px;"></center> +<br> + +<p>Intusschen ging ik naar boven, om tante te helpen bij het inpakken +van haar koffertje. Tante was erg in de war; ook de keukenmeid en +Emma waren zenuwachtig, zoodat ze tante met allerlei vragen en +opmerkingen nog meer opwonden. Toen alles gereed was, reed Daan de +bagage in ons ezelkarretje naar het station.</p> + +<p>Daar het nu Dinsdag was, beloofde vader, zeker nog vóór Zondag weer +thuis te zijn. Tante Caroline kuste mij hartelijk bij 't afscheid, en +zei, dat ze wist, dat ik mijn best zou doen, en ook den anderen tot +voorbeeld zou wezen, omdat zij mij kende als haar vertrouwde hulp in +'t huiselijk werk. Ik was zoo blijde met deze lofspraak, dat ik bijna +schreide, maar ik hield mij goed, sloeg mijn armen om haar hals, en +kuste haar hartelijk ten afscheid.</p> + +<p>Toen Daan van 't station terug was, gingen wij allen naar het priëel +in den tuin, om te praten over de onverwachte verandering.</p> + +<p>"Twee dagen geleden was grootmoe nog zoo best," zei ik; "zij schreef +nog aan tante Caroline, dat zij pas een rijtoertje gemaakt had. Ik +wist niet, dat de menschen konden sterven, zonder eerst ziek te +zijn."</p> + +<p>"Maar zij is ziek," merkte Alex op.</p> + +<p>"Jawel, maar ze kan toch niet ineens zoo verschrikkelijk ziek zijn, +wel?"</p> + +<p>"Och, zeker wel; dat zie je telkens."</p> + +<p>"En wij dan ook?" vroeg Lena angstig. "Daar zou ik heel bang voor +wezen. Tante zei nog wel, dat ze zeker wist, dat grootmoe al dood +was."</p> + +<p>"In elk geval," zei ik, "zal grootmoe nog heelemaal niet graag willen +sterven. Maar zij is, evenals de ridder: semper paratus. En dat +behoor jij ook te wezen, Lena."</p> + +<p>"Dat ben ik niet," zei ze. "Ben jij het?"</p> + +<p>"O, hou toch op met dien onzin!" riep Alex eensklaps uit. "En wat +zullen we nu gaan doen met onszelf?"</p> + +<p>"Een pic-nic zou heerlijk zijn," stelde ik voor. "In het gras bij de +rivier."</p> + +<p>"En dan moesten we Andy meenemen, dan kan hij eens een flink bad +krijgen. Hij ziet er zoo verschrikkelijk vuil uit, omdat ie nooit een +bad krijgt."</p> + +<p>Zoo sprak Lena. Als er één ding is, waar die verzot op blijft, dan +is het water en wasschen.</p> + +<p>"En dan zullen we een ketel water koken, dan lijken we net +zigeuners," vond Alex.</p> + +<p>"Goed zoo. Laten we eerst naar de keukenmeid gaan, en zien, of die +wat rauw vleesch voor ons heeft, dan kunnen we 't zelf braden."</p> + +<p>Daan en ik gingen dus naar de keuken en de meid vond het maar wàt +heerlijk, ons een ganschen dag kwijt te wezen. Zij gaf ons wat +saucijzen en een braadpan met wat vet erin om ze te braden, verder +een stukje konijnenvleesch, wat koude aardappelen, appelen, een stuk +brood, een flesch melk, een beetje suiker, een zakje met zout en een +zakje met thee. Dan holden we naar de leskamer en haalden er kopjes +en schoteltjes weg, zoomede een ketel. Vervolgens werd alles in het +ezelkarretje geladen, en reden we weg, allen zóó opgewonden blij +met ons mooie pic-nic-plan, dat we al spoedig vergeten waren, dat +grootmoe stervende was. Zoo nu en dan, als het iemand te binnen +schoot en ervan sprak, keken we wat sip. Maar dat begon Daan te +vervelen en hij zei:</p> + +<p>"Kijk es hier lui, dat gaat zoo niet langer. Wij willen hopen, dat ze +nog weer beter zal worden. Dat gebeurt met zoovelen en de dokters +zeggen altijd: Zoolang er leven is, is er hoop. En daarom moeten we +zooveel pleizier hebben als we maar kunnen, alsof grootmoe al beter +werd."</p> + +<p>Dat woord deed ons allen weer opleven. Het was ook zooveel prettiger, +vroolijke gedachten over grootmoeder te hebben, dan sombere. En ik +vrees, dat wel niemand onzer veel meer aan haar zal gedacht hebben, +want we waren bij de rivier gekomen, en ons plan nam alle gedachten +in beslag. Daan zei tegen Lena:</p> + +<p>"Hoor eens, als jij wasschen wilt, dan moet je jezelf maar gaan +wasschen; je handjes staan er goed voor, en dan kun je ook de borden +en kopjes wasschen. Maar probeer het niet met Andy, want dan zal ik +je met je hoofd in 't water duwen. Ezels zijn er niet voor, om +gewasschen te worden."</p> + +<p>Lena keek erg knorrig, maar ze is bang voor Daan. De toebereiding van +onzen maaltijd gaf heel wat pret. Eerst werd er een vuurtje gemaakt, +daarna de ketel erop gezet, want we moesten allemaal theedrinken. +Vervolgens werd de braadpan opgezet, gevuld met de saucijzen, de +koude aardappelen en het stuk konijnenvleesch. Het rook heerlijk! +Daan en ik waren om beurten de kok; Alex wilde zóó vaak proeven, of +'t eten al goed was, dat wij bevreesd werden, dat er niet genoeg voor +ons allen zou wezen. En Lena kwam er telkens zóó dicht bij staan, +dat ze haar gezicht verschroeide.</p> + +<p>Ik geloof niet, dat grooten menschen ons baksel zou gesmaakt hebben, +omdat het nog al sterk rook; eenmaal zelfs helde de pan zóóver +over, dat eenige aardappels er uit rolden, maar ze werden niettemin +met graagte opgegeten. Na het "diner" werd de thee gebruikt, zooals +we dat nu eenmaal gewoon waren. Vervolgens beproefden wij de appels +te roosteren, maar dat ging heel lastig en bovendien waren we van 't +koken al erg vermoeid, zoodat we ze maar rauw hebben opgegeten.</p> + +<p>Lena en Puf en ik gingen nu de borden omwasschen en spoelen; ze +werden weer ingepakt en in 't karretje gelegd, waarna we +verstoppertje gingen spelen. Vlak bij was een klein bosch, zoodat we +er heel wat pret mee hadden. Maar toen begon ook de eerste ellende. +Wij hadden Andy afgetuigd en lieten hem gras eten, maar toen we +spelen gingen, vergaten we hem geheel, en eensklaps ontdekten we, dat +ie er vandoor gegaan was.</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/50_weggelopen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:282px;"></center> +<br> + +<p>Dadelijk gingen we allen op zoek, schreeuwden en klapten in onze +handen, maar er was geen spoor van hem te ontdekken. Toen werden we +boos op 'm. Lena vond, dat hij zich den dag had moeten herinneren, +waarop hij met Puf was weggereden. En Alex zei pruttelend: "We zullen +de rest van den dag wel moeten besteden aan 't zoeken naar dat oude +beest! Laten we maar naar huis gaan, hij zal zelf wel den weg naar +huis vinden!"</p> + +<p>"Maar we kunnen toch het karretje niet hier laten," zei Daan.</p> + +<p>"Span Alex dan maar in, dan zal ik hem wel sturen," zei Lena, terwijl +ze danste van pret om het plannetje.</p> + +<p>De jongens echter hadden er geen ooren naar. Nog een uur lang zochten +we naar Andy. We waren al drie mijlen van huis, en we wisten niet, +wat te beginnen. Ten slotte vonden de jongens 't toch maar 't beste, +om met vereende krachten het karretje naar huis te brengen. Wij +juichten van pleizier, want dat leek ons bijzonder. Er werd nog lang +en breed over gepraat, voordat het aan 't vertrek toe was. Op +voorstel van Daan werd eindelijk besloten, dat Puf in 't karretje zou +zitten (hij was erg vermoeid), en dat de anderen als vierspan er voor +zouden trekken. Lena en ik vormden het eerste tweespan, Daan en Alex +het tweede. Gelukkig hadden we touw bij ons; na nog eens weer +overlegd en geregeld te hebben, waren we eindelijk gereed, en zette +de stoet zich in beweging.</p> + +<p>"Laten we nu zeggen, dat Puf juist gekozen is als afgevaardigde voor +het graafschap, en nu hebben we de paarden voor z'n rijtuig +afgespannen, en trekken nu met hem de stad rond," stelde Daan voor. +Dat viel in den smaak, luidjuichend riepen we allen: "Leve Puf, de +vriend der arbeiders!"</p> + +<p>Wij wisten wel, hoe dat toeging bij die verkiezingen.</p> + +<p>Maar, o wee, wat was dat zwaar trekken met het ezelen-karretje! +Doodop waren we, toen we het ding eindelijk weer op den weg hadden +gekregen, en we rustten dan ook al dadelijk even uit. Puf vond het +natuurlijk heerlijk; voor alle zekerheid hadden we hem de zweep maar +afgenomen, toen hij, vol verrukking over zijn zegetocht, de zweep ter +hand had genomen, als waren wij een heusch vierspan. En zie, terwijl +we even wachtten, daar kwam Mevrouw Laura aan in haar rijtuig met +twee paarden, vergezeld van Betty en Clara.</p> + +<p>"Wij hebben ons ezeltje verloren!" riepen we haar toe. Wij trachtten +in galop haar voorbij te rijden, want de weg was daar heuvelachtig, +doch Mevrouw Laura hield ons staande. "O jelui dwaze kinderen," zei +ze, "wat ben ik blij, dat ik niet op jelui heb te passen."</p> + +<p>Wij vonden dat niet erg aardig van haar, omdat wij het heusch niet +zoo prettig vonden om zoo met ons karretje heuvel op heuvel af te +moeten sjouwen; maar het moest wel. Daan groette haar nu beleefd, +door z'n pet af te nemen, en legde haar uit, waarom we zoo deden. Hij +vroeg haar, of ze Andy ook ergens gezien had; zij beloofde, ons +dadelijk te zullen boodschappen, als zij hem ergens zag. Betty en +Clara vonden het zoo leuk, dat ze wilden uitstappen, om met ons samen +een zesspan te vormen, doch ze hadden hun beste kleeren aan, en daar +kon dus niet van komen.</p> + +<br> +<center><img src="images/51_omgevallen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:456px;"></center> +<br> + +<p>Na deze afwisseling gingen we weer welgemoed verder, totdat wij, +dicht bij ons dorp, aan een vrij steilen heuvel kwamen. Wij stelden +ons voor, er in een prachtigen galop af te draven en zoo in volle +vaart ons dorp binnen te rijden. Ik vermoed, dat we het wat al te +haastig aanlegden, want juist voor dat we weer op gelijken grond +kwamen, scheen het karretje over te hellen, Daan en Alex konden het +niet meer houden, Lena struikelde, en voor dat ik goed zien kon, wat +er gebeurde, lagen wij allen door elkaar in een droge sloot, waarbij +Puf tekeer ging, alsof ie vermoord werd. De mand tuimelde uit de kar, +en alle borden, kopjes en schoteltjes waren aan scherven.</p> + +<p>Daan was de eerste, die overeind scharrelde. Hij scheen er goed aan +toe te wezen, was alleen een beetje gekneusd, zooals hij zei. Lena +had een groote buil op haar voorhoofd, zoo groot wel als een +kievitsei. Alex had een zijner beenen leelijk bezeerd en zei, dat het +zeker gebroken was, maar Daan betastte het eens en besliste van niet, +omdat er nergens een beentje van z'n plaats was. Puf had alleen z'n +knieën bezeerd, de eene bloedde vrij erg, en ik bond er mijn zakdoek +om. Ik zelf had mijn elleboog aan een steen gestooten, het deed erg +zeer, maar anders ook niet.</p> + +<p>Nadat we al deze akeligheden overzien hadden, gingen we een oogenblik +in een haag uitrusten. Maar wijl er niemand kwam opdagen om ons te +helpen, lieten we ons karretje liggen, nam Daan, Alex op z'n rug en +zoo marcheerden we als een verslagen vijand ons dorp binnen; Lena's +jurk was erg gescheurd, en mijn hoed zag zwart van modder. Toen wij +zoo thuis kwamen, gaf Emma een gil van schrik. Ze was echter spoedig +weer bekomen, en zei Baldwin, de kar te gaan halen. Alex ging binnen +op de sofa liggen, waar de keukenmeid z'n been onderzocht. Zij +meende, dat het wel voldoende zou zijn, als er een koud-waterverband +werd omgelegd. Het been was wel wat gezwollen, maar er was geen +sprake van gebroken.</p> + +<p>Dat we allemaal weinig opgeruimd waren, laat zich denken, maar het +was natuurlijk Andy's schuld en niet de onze. Nadat we thee hadden +gedronken, kwam er een jongen aan de pastorie; hij had Andy gevonden +in een grasveld, waar ie met een paar veulens aan 't hollen was. Hoe +hij daar terecht was gekomen, daar begrepen we niets van; hij moèst +over een heg zijn gesprongen. Wij waren heel blij, dat we 'm weer +hadden, maar Daan gaf 'm een flink pak slaag. Emma vond, dat het hier +nu wel een hospitaal geleek, met zooveel gewonden en gekneusden.</p> + +<p>En nu wou ik maar, dat ik hier de beschrijving van onze ellende kon +eindigen, maar het ergste moet nog komen.</p> + +<p>Ik zat in den tuin een boek te lezen; Puf was al naar bed, en Lena +speelde binnen halma met Alex. Plotseling kwam Daan opgewonden naar +mij toe en riep:</p> + +<p>"Zeg, d'r staat een boerderij in brand, een halve mijl van hier! Het +is de boerderij van Gaythorpe! Ik ga er heen!" "Ik ga mee!" riep ik.</p> + +<p>'t Is wel treurig voor wie 't treft, maar we houden allen van brand; +dag of nacht, altijd gingen we er heen.</p> + +<p>Vlug zette ik m'n hoed op, en rende met Daan weg. Al spoedig zagen we +dikke rookwolken in de verte. Daan vermoedde, dat er hooibergen in +brand stonden.</p> + +<p>Wij holden zoo hard als wij konden door, en toen we er kwamen, bleek +inderdaad een hooiberg in brand te staan, doch de vlammen waren al +overgeslagen op de stallen, die vlak aan het huis grensden. Daar er +geen brandspuit dichterbij te vinden was dan te Lemworth, waren er +vele menschen bezig met emmers water in de vuurzee te gooien, maar +dat hielp weinig, en 't stond er dus niet best voor. Daan begon +dadelijk te helpen bij het redden van de meubelen uit het woonhuis; +het had een rieten dak, en er was dus weinig kans, dat het gespaard +zou blijven.</p> + +<p>Gelukkig waren de kinderen van den boer al uit het huis, en ook de +paarden waren al losgesneden, zoodat er geen levende ziel meer in +huis was. De boer deed al z'n best, om nog te redden, wat er te +redden was.</p> + +<p>Intusschen had een der mannen een ladder tegen het woonhuis gezet, en +begon nu het riet van het dak weg te snijden; doch de ladder vatte +plotseling vuur, zoodat de man z'n werk moest opgeven; zóó snel +schoten de vlammen toe, dat hij z'n handen er nog bij brandde. Ik +wilde Daan nog helpen met het sjouwen der meubelen, maar hij stond +het niet toe; dat is geen werk voor dames, vond ie.</p> + +<p>Eensklaps hoorde ik een gejank in een schuurtje, wij liepen toe, en +daar zagen we boven een der vensters een lief klein hondje staan op +den hooizolder!</p> + +<p>"O, het is Fox!" jammerde juffrouw Gaythorpe "ik heb hem opgesloten, +toen ik de kinderen uitliet!"</p> + +<p>"Ik zal hem eruit halen!" riep Daan, en hij vloog het huis binnen en +de trap op. Nog geen minuut was hij weg, of daar sloeg een vreeslijke +vlam uit de schuur. Juffrouw Gaythorpe zei, dat zou van een vat +petroleum zijn. Tegelijkertijd zagen we Daan, die den hond voor zich +uithield boven het venster.</p> + +<p>"Zal ik hem eruit werpen?" riep Daan.</p> + +<p>"Kom zelf er gauw uit!" riep de boer. "Het vat met petroleum is +gesprongen!"</p> + +<p>Daan verdween weer. Maar spoedig verscheen hij aan het venster en +riep: "De trap staat in brand! Ik kan niet naar beneden!"</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/52_afgesneden.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:267px;"></center> +<br> + +<p>Ik stond te trillen op mijn beenen van angst. "Houdt een deken +gespannen!" schreeuwde Daan. "Ik zal Fox erin gooien. Twee mannen +spreidden een deken uit, en Fox werd er in opgevangen. Intusschen was +Gaythorpe de ladder gaan halen, maar die was gebroken en nu te kort, +om Daan te bereiken. Een andere werd gehaald, die was ook te kort. +Toen werden ze aan elkaar gebonden. Ik stond doodsangsten uit, maar +Daan bleef kalm.</p> + +<p>"Schiet wat op!" riep hij; "het vuur komt hier al in de kamer!" En +geen seconde daarna stond hij al in een rookwolk gehuld; het huis +brandde als papier weg.</p> + +<p>"O Daan, Daan!" jammerde ik. "Is er niemand, die hem redden kan?" En +meteen hoorde ik, dat de ladders al zóó verkoold waren, dat ze niet +meer te gebruiken waren. En nog verloor Daan den moed niet.</p> + +<p>"Werpt me een touw toe!" riep hij nu weer. "Ik moèt hieruit, de +vloer begint al onder mij te branden." Hij stond nu in de +vensterbank; men haalde een matras, en vier mannen hielden haar +gestrekt.</p> + +<p>"Spring!" riepen ze. "'t Is je eenige kans!"</p> + +<p>Een oogenblik aarzelde Daan .... hij keek omlaag .... hij was zoo +hoog .... nog even gekeken .... daar sprong hij omlaag .... ik deed +m'n oogen dicht....</p> + +<p>Ik vrees, dat hij te wild gesprongen heeft, want ik hoorde een +vreeslijk gekraak. Nooit zal ik dit ontzettend oogenblik vergeten. De +menschen gilden van schrik, en toen was het ineens doodstil. Ik vloog +er heen, maar boer Gaythorpe greep me bij den arm.</p> + +<p>"Hier blijven, kind, dat is niet voor je om te zien. Arme, arme +jongen!" Wat mij nog nooit overkomen was: ik viel in zwijm. En toen +ik weer bijkwam, was ik in een huisje gebracht, waar een vrouw bezig +was in mijn neus met verbrande veeren te kietelen. Dadelijk +herinnerde ik mij alles, en vroeg verschrikt: "Waar is Daan?"</p> + +<p>"De dokter is bij hem, lieve. Gelukkig was die net onderweg naar boer +Turt, waar hij den brand zag en dadelijk naar hier kwam."</p> + +<p>"Is hij dood?" vroeg ik schreiend. "O toe, hij kan niet dood wezen!"</p> + +<p>"Kom, kind, we willen er 't beste van hopen!"</p> + +<p>Ik stond op, en liep zoo snel als ik kon naar buiten, waar ik Baldwin +vond. Ook de keukenmeid was hier gekomen, en stond handenwringend te +schreien. Ik ging het huis binnen. Daar kwam de vrouw, die daar +woonde, op mij af, en op mijn geroep van "Is hij dood?" antwoordde +ze:</p> + +<p>"Och lieve, houd moed, hij heeft gebroken beenen, maar jonge beenen +genezen spoedig, zeggen de dokters! Kom, binnen twee dagen lacht ie +alweer! Maar hij mag niet vervoerd worden. Ik ben verpleegster te +Lemworth geweest, en ik zal hem zoo best verzorgen, als ik kan. Dat +beloof ik je!"</p> + +<p>We bleven nu in de kamer naast die waar Daan lag, op den dokter +wachten.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter14"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XIV.</h3> + +<p>Dr. Fenning is al oud, hij woont zes mijlen bij ons vandaan. +Glimlachend kwam hij uit de ziekenkamer, hij bemerkte wel, hoe +beangst we allen keken. "'t Zal wel gaan," zei hij, "mits hij met +zorg verpleegd wordt. Maar hij moet volledig rust houden, niemand mag +hem zien dan juffrouw Blatch. Zij zal hem verzorgen naar mijn +aanwijzingen."</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/53_dokter.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:134px;"></center> +<br> + +<p>"Och dokter," smeekte ik, "zou ik hem niet even mogen zien, heel even +maar? Vader is op reis. Is hij erg gewond?" "Het is een geluk, dat +hij juist op het gras terecht kwam, en het is een wonder, dat hij er +nog zoo goed aan toe is, als nu. Gewond? Ja, hij heeft een rib +gebroken en ook een arm is gebroken, verder een leelijke wonde aan +z'n hoofd, maar hij is nog jong en ik zal het wel met hem klaar +spelen. Ga jelui maar gerust naar huis, hij is hier goed verzorgd."</p> + +<p>Baldwin en de meid wilden nog weer wat aan Dr. Fenning vragen, maar +hij werd ongeduldig en ging heen, zoodat wij naar huis terugkeerden. +Lena en Alex wisten nog van niets af, die had ik dus al het droeve +nieuws te vertellen. Wij besloten, dat ik dadelijk aan vader zou +schrijven, en hem alles vertellen. Nog vóórdat ik naar bed ging, +geschiedde dat, zoodat de brief den volgenden morgen nog met de +eerste post wegkwam.</p> + +<p>En toen naar bed. Voor 't eerst van m'n leven verlangde ik naar bed, +om tot rust te komen na zulk een vreeselijken dag. Van +oververmoeidheid viel ik dadelijk in slaap; toen ik den volgenden +morgen wakker werd, was het mij, als lag er een zwaar gewicht op mijn +hoofd: het was de herinnering aan Daan. Bij het ontbijt kwam er een +brief van vader; hij schreef, dat grootmoe was gestorven, en dat hij +niet eerder dan na de begrafenis kon thuiskomen, dat was Zaterdag. +Lena en ik waren droevig gestemd; we konden maar niet gelooven, dat +grootmoe werkelijk dood was.</p> + +<p>Alex had nog veel last van zijn verwonde been, hetgeen niet opwekkend +werkte op z'n humeur. Daar er dus thuis weinig aantrekkelijks te +beleven viel, gingen wij maar weer eens naar juffrouw Blatch, om te +hooren, hoe het met Daan ging. Zij vertelde ons, dat hij sliep, en +niet gestoord mocht worden.</p> + +<p>"Heeft hij veel pijn?" vroeg ik. "Spreekt hij ook over wat er gebeurd +is?"</p> + +<p>"Hij is niet geheel helder nog, lieve; maar dokter geeft hem wat in, +om rustig te blijven. Hij zal wel voorspoedig genezen, wees daar maar +niet bang voor."</p> + +<p>"Vader komt niet vóór Zaterdag thuis," vertelde ik haar, met tranen +in de oogen; "en zonder Daan is het nu thuis zoo eenzaam. Weet u +zeker, dat hij niet sterven zal, juffrouw?"</p> + +<p>"Ik heb er alle hoop op, kindlief. Als de goede God ons helpt, zal 't +niet aan mij liggen."</p> + +<p>"Toe Lena, laten we dan maar naar huis gaan en voor hem bidden; wat +verkeerd van ons, dat we dat nog niet gedaan hebben!"</p> + +<p>Zoo gingen we weer terug. Lena was ongewoon ernstig; thuisgekomen, +gingen we dadelijk naar onze slaapkamer, knielden voor ons bed neer, +en baden, dat Daan spoedig mocht genezen. Toen we gebeden hadden, +gevoelden we ons wel moediger gestemd. We gingen vervolgens naar +Alex, die nog altoos op de tot bed ingerichte sofa lag. Puf was met +Andy aan 't rijden in 't grasveld.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/54_sofa.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:265px;"></center> +<br> + +<p>Wij vonden Alex erg terneergeslagen. Toen we hem van Daan vertelden, +zei hij: "Maar ik ben er ook leelijk aan toe, mijn been wordt al +erger. Ik denk, dat er koudvuur is bijgekomen, het wordt zwart. En +dan ben ik spoedig evenver heen als Daan, en dan zullen ze mijn been +afzetten, en kan ik de rest van mijn leven op één been rondhinken."</p> + +<p>Wij werden beangst door zijn spreken en vroegen hem, zijn verband +eens af te doen, dat we zijn been bezien konden. Toen ik het zag, +riep ik verlicht uit. "O, dat zijn de ontvellingen, dat ziet er +altoos veel erger uit, dan 't is. Die heb ik ook gehad, op mijn +armen."</p> + +<p>"Ja," riep Lena, "en ik ook, kijk maar op m'n voorhoofd."</p> + +<p>"Puh!" zei Alex. "Wat zou nu jelui gebeuzel over die ontvellinkjes +te maken hebben met mijn been! Had ik den dokter maar laten roepen! +Die meid denkt, dat ze heel knap is, maar zij maakt nog gehakt van +me."</p> + +<p>Wij konden niet helpen, dat we in den lach schoten, want dat zegt +Mary altijd tegen tante, als ze niets weet voor 't middagmaal. "We +zullen d'r maar gehakt van maken, juffrouw." Ze zou ons op die manier +wel dag aan dag gehakt willen geven, als ze er ten minste vleesch +voor krijgen kon.</p> + +<p>"Het zal mij benieuwen, wat voor pijn Daan heeft," merkte ik op. "Wat +een verschrikkelijke dag gisteren!"</p> + +<p>"En daar was Andy de schuld van," mompelde Alex. "Als hij niet was +weggeloopen, zou ik mijn been niet bezeerd hebben, en dan was ik met +jelui naar den brand gegaan."</p> + +<p>"En wat dan?" vroeg ik.</p> + +<p>"Dan zou ik Daan hebben weerhouden van zijn dwaasheid, om een +brandend huis binnen te rennen."</p> + +<p>"Hij heeft den hond gered," zei ik. "Ik geloof, dat hij daarmee een +goede en dappere daad verrichtte. Ik zou niet graag in zijn plaats +zijn geweest, toen hij daar gereed stond, om van boven af te +springen. O, wat was dat vreeselijk, om te zien. En dan die angst, om +toch vooral op de matras te springen! En toch stond hij er zoo dapper +en kalm bij. De lui uit 't dorp noemden hem een echten held!"</p> + +<p>Alex zei niets meer. Wij droegen hem naar den tuin, waar hij in 't +gras kon liggen, en wat met ons babbelen. Wat duurde die dag lang! +Mary en Emma waren naar juffrouw Blatch gegaan, om naar Daan's +toestand te informeeren; ze waren vreeselijk lang onder weg, omdat ze +in 't dorp met iedereen gingen praten over de vreeselijke +gebeurtenis. Juffrouw Ribbon vond, dat wij vader hadden moeten +telegrafeeren over Daan; maar later zei ze weer, dat 't toch maar +beter was, zooals we gedaan hadden want in een telegram kan je niet +alles goed duidelijk maken.</p> + +<p>Tegen den avond kregen we bezoek van Mevr. Rogers. Wat waren we blij, +dat zij eens kwam kijken. Ik verbeeldde mij zelfs, dat ik er behoefte +aan had, nu ook eens met groote menschen te praten. Zij wilde ook +Daan gaarne zien, en bleef wachten, totdat dokter kwam. Ook wilde ze +aan vader schrijven.</p> + +<p>"Jelui moeten allemaal maar eens een heelen dag op de boerderij +komen," zei ze, "dan kun je mijn man meteen weer eens wat +opmonteren."</p> + +<p>"Maar," merkte ik op, "wij hebben de laatste dagen niet anders gehad +dan ongelukken; brand en dood en ziekte, zoodat we ons niet erg +opgewekt gevoelen."</p> + +<p>"Jawel kinderen, dat weet ik wel, maar we moeten nu niet alles van +den zwarten kant bezien. Andy is weer terecht en niemand van jelui is +levensgevaarlijk gewond bij den tuimel in de droge sloot. En Daan +wordt alweer beter, en Zaterdag komt je vader weer thuis. Kom, kom!"</p> + +<p>"O ik wou, dat u hier kondt komen en blijven, totdat vader weer thuis +is!" riep ik zuchtend uit.</p> + +<p>Maar Mevrouw zei, dat ze den kapitein niet alleen kon laten. We waren +echt bedroefd, toen ze weer vertrok, maar wij beloofden haar toch, +den volgenden dag op de boerderij te komen doorbrengen. Zoo +geschiedde, en we hebben ons best vermaakt.</p> + +<p>Intusschen kreeg ik een tweeden brief van vader, en Mary kreeg er ook +een. Hij schreef, dat hij onmiddellijk naar huis had willen +terugkeeren, doch dat hij eerst aan den dokter getelegrafeerd had, +die hem berichtte, dat het niet noodig was, omdat Daan goed +vooruitging. Verder schreef hij nog, dat hij zoo moeilijk vóór +grootmoe's begrafenis kon wegkomen, omdat er nog zooveel te bespreken +en te regelen was. En dan deelde vader ons mee, dat in plaats van +tante Caroline, tante Marie Zaterdag met hem mee kwam. Dat was een +blijde tijding voor ons! Tante Marie kan 't best geschiedenissen +vertellen, beter dan wie ook. Als wij in den winter om 't gezellige +haardvuur in 't schemerdonker zijn neergezeten, dan begint zij te +vertellen van den burgeroorlog, die eeuwen geleden werd gevoerd. Zij +vertelt ons van jongens en meisjes, die hun vaders in donkere kerkers +opsloten, en waaruit ze dan weer door geheime gangen ontvluchtten. En +ons hart beeft, en we houden onzen adem in, als ze vertelt van die +ontvluchtingen, dat de menschen bijna weer werden gegrepen. De tijd +vliegt om, en eer we 't weten, is 't bedtijd. Het is heerlijk, naar +tante Marie te luisteren!</p> + +<p>Langzaam herstelde Daan; toen vader en tante Marie thuis kwamen, kon +hij nòg niet vervoerd worden; dat gebeurde pas drie weken later. +Toen hij thuis kwam, zag hij er nog erg bleek en smalletjes uit; zijn +arm droeg hij nog in een verband, en hij moest steeds nog in bed +blijven.</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/55_herstellend.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:213px;"></center> +<br> + +<p>Overdag gingen we veel bij zijn bed zitten, om hem op de een of +andere manier gezellig bezig te houden. Den eenen keer deden wij +spelletjes met hem, den anderen keer haalden wij acrobatische toeren +voor hem uit. Alex beproefde, over een stok te loopen, dien hij +tusschen twee stoelen gelegd had, of balanceerde een glas op z'n +neus. De stok brak, en hij maakte een flinken smak. Gewoonlijk was +Daan bij al deze uitvoeringen best in z'n schik, doch toen ik op een +Zondagmiddag bij hem kwam zitten, vond ik hem heel ernstig.</p> + +<p>Hij had het over mijn Zondagsschoolklas en zei: "Vader had toch wel +gelijk, Griet, ik was er niet voor geschikt, die kleintjes te leeren. +Ik had de taak van een dienstknecht op mij genomen, terwijl ik het +nog niet eens was. Weet je wat ik dacht, toen ik daar in het venster +stond te wachten op de ladder, en de vlammen reeds om mij heen +lekten?"</p> + +<p>"Neen," antwoordde ik, "ik wist wel, dat je aan iets dacht, je keek +zoo ernstig en kalm. Hè, laten we daar maar niet meer over praten, +'t was vreeselijk!"</p> + +<p>"Maar ik wou er nu juist zoo graag eens over praten. Het waren de +woorden van den ridder, die mij door het hoofd vlogen: Semper +fidelis, semper paratus. En ik gevoelde, toen ik den dood voor mij +had, dat ik niet paratus, niet bereid was. En bovendien, ik was niet +fidelis, niet getrouw geweest."</p> + +<p>"Maar je keek toch niets bevreesd," merkte ik op. "Ik dacht juist, +dat je niet zag, hoe dicht het vuur al bij je was."</p> + +<p>"Het staat niet dapper, om bang te zijn," zei Daan met z'n oude +deftigheid; "het is niet in den vorm, om je gevoelens aan iedereen te +openbaren." En hij vervolgde:</p> + +<p>"Maar met dat al zat ik leelijk in de benauwdheid, en daar was reden +voor, want ik was niet bereid om te sterven. Wat zou jij hebben +gedaan, Griet?"</p> + +<p>"Ik denk, dat ik het uitgegild zou hebben van angst," antwoordde ik. +"Maar niet voor het sterven zou ik zoo bevreesd zijn geweest, doch +voor 't vuur. Ik geloof, dat ik — ik aarzelde even verder te gaan, +want ik vind het altijd moeilijk over mezelf te spreken — dat ik +niet bang voor den dood zou geweest zijn, omdat alles daarna wel weer +in orde zou gekomen zijn."</p> + +<p>"Hoe weet je dat?"</p> + +<p>"Dat staat in den Bijbel. Ik denk aan dat hoofdstuk over de schapen, +en hoe Jezus daarvan zei: Ik geef hun het eeuwige leven, en nimmer +zullen ze omkomen, en niemand zal ze uit Mijn hand rukken."</p> + +<p>"Jawel, maar hoe weet je nu, dat jij een van die schapen bent?"</p> + +<p>Aarzelend antwoordde ik: "Hij stierf voor mij, Hij riep mij en ik +ging tot Hem. Anders kan ik er niet van zeggen." Daan was even stil, +en sprak toen:</p> + +<p>"Ik wil ook zekerheid van mijzelf hebben, voor dat ik dit bed +verlaat. Ik wil er zekerheid van hebben, dat, als ik plotseling den +dood ontmoet, ik zoo gerust zal zijn, als kon het mij niets hinderen. +Een mensch moet geen enkele oorzaak <i>in</i> zich hebben, om bevreesd te +zijn. Ik zal paratus, bereid zijn om te sterven. Daar wil ik ernstig +naar streven."</p> + +<p>"Vader kan je daarin helpen," zei ik.</p> + +<p>Verder spraken we niet over deze zaken, en enkele dagen daarna zei +Daan tegen me: "Ik heb zekerheid nu. Of beter gezegd, God heeft mij +die zekerheid gegeven. Ik heb er alle hoop op, dat ik nu nimmer meer +bevreesd zal zijn voor den dood. En ik hoop ook, dat als ik paratus, +bereid ben, ik dan ook in staat zal wezen, fidelis, getrouw te zijn."</p> + +<p>Ik knikte even, en wij spraken er verder niet meer over. Toen Alex +weer naar school ging, was Daan nog niet geheel hersteld. Lena en ik +kregen nu les van tante Marie. Langzaam aan begon het buiten koud en +nat te worden: de winter naderde, en onze kachels werden weer te +voorschijn gehaald.</p> + +<p>Als we niet buiten konden spelen, speelden we thuis veel +verstoppertje en dan deed tante Marie ook mee. Ook ging zij wel met +ons uit rijden in 't ezelkarretje, terwijl ook vader er af en toe al +eens gebruik van maakte voor huisbezoek. Zoo begon Andy meer en meer +nuttig te worden; hij bracht pakjes naar 't station, reed iedere week +met mij en Annie Steel, en deed boodschappen in 't dorp. En eindelijk +kon ook Daan z'n eersten rijtoer weer maken, waarna hij spoedig ook +weer naar school ging.</p> + +<p>Tante Marie veranderde de kooroefeningen van Zaterdag op Vrijdag, en +dat vonden we heerlijk. Dan konden we den ganschen Zaterdag uitgaan. +Regende het op Zaterdag, dan was het een allervervelendste dag. Den +ganschen dag verveelden we ons dan, en meermalen werd hij besloten +met een vechtpartij.</p> + +<p>Verleden Zaterdag regende het den ganschen dag. Wij sloten ons 's +morgens op in de leskamer, en bedachten allerlei raars. Alex vond, +dat Andy nu toch wel eens wat kunstjes mocht leeren; 't moest zoo'n +soort circusezel worden. Opzitten b.v., en aan een tafel eten, dansen +op de maat der muziek, pianospelen met z'n hoeven, en meer van dat +moois.</p> + +<p>Wij staken de hoofden bijeen, bespraken fluisterend een plannetje, en +Alex rende weg. Hij ging kijken of Andy in den stal was gebracht. +Lena en ik gingen naar boven, naar onze "lorrendoos", dat was een +doos, waar tante Caroline afgedragen kleeren in bewaarde. Wij vonden +er een oude slaapmuts in, een lange blauwe jurk en een witten +omslagdoek. We namen naald en draad, spelden en lint, en gingen weer +naar beneden, nu naar de eetkamer; de leskamer was te hoog voor den +ezel.</p> + +<p>Tante Marie was uitgegaan, om met vader een zieke vrouw te bezoeken. +Daan zette de staldeur open, en Lena en ik legden kranten op den +grond, ingeval Andy vuil zou wezen. Maar Alex had vooraf zijn hoeven +al geboend, zoodat Andy, met den halster om, in bijzonder goed humeur +kwam aangestapt. Zoodra hij binnen was, sloten we de deur, om +ongewenschte bezoekers buiten te laten.</p> + +<br> +<center><img src="images/56_halster.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:408px;"></center> +<br> + +<p>Intusschen had Daan een bos wortels, dien hij van Baldwin had +gekregen, gereed gelegd voor "de dressuur". De eetkamer leende zich +daar heel goed voor, want als Andy lastig werd, konden we gauw de +tuindeuren openen, en dan kon ie daardoor weer z'n stal bereiken. +"Zie zoo," zei Daan, "laten we nu maar es beginnen!"</p> + +<p>Andy kreeg de slaapmuts op z'n kop, de bandjes werden om z'n hals +vastgebonden en hij keek zoo grappig, dat we 't allen uitbarstten van +lachen. Vervolgens werd de blauwe jurk om z'n lijf geslagen en flink +met touwen vastgesjord, en toen kwam 't moeilijkste nog aan. De witte +omslagdoek werd in vieren geknipt, elk stuk om een zijner pooten +gewonden en daarna aan de blauwe jurk vastgenaaid zoodat de +vierpijpige broek niet kon afzakken. Alles ging goed; Andy keek wel +wat vreemd om zich heen, maar hij bleef rustig.</p> + +<br> +<center><img src="images/57_slaapmuts.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:470px;"></center> +<br> + +<p>Totdat Daan wilde beproeven hem te laten opzitten en pootjes geven. +Daan had een wortel aan een stok gebonden, en hield hem nu heel hoog +den ezel voor. Maar terwijl wij met alle moeite bezig waren, hem op +z'n achterpooten te doen zitten, rukte hij zich plotseling los en +begon de kamer rond te rennen. Onmiddellijk gooiden we de tuindeuren +open, en hij vloog er uit. Het regende hard, maar Daan en Alex holden +hem na. En nu had die domme Baldwin het hek open laten staan! +Natuurlijk rende Andy er door, en holde het dorp in! Daan zei later, +dat hij haast niet meer had kunnen loopen van 't lachen, zoo koddig +als Andy er uit zag in z'n galakleed. Enkele menschen, die van hun +werk kwamen, konden van 't lachen ook al geen hand uitsteken, en zoo +rende ons ezeltje maar voort.</p> + +<p>Toen vader en tante thuis kwamen, vroegen zij ons, waar de jongens +waren; wij vertelden hun alles, en vader was erg boos. Als Andy weer +thuis kwam zou hij hem onmiddellijk wegsturen. Tante schudde van 't +lachen. Kort na 't middageten kwamen de jongens terug; ze waren Andy +weer kwijt, ze hadden hem niet kunnen vinden. Maar vader zei ernstig: +"Jelui moet dan maar weer op pad gaan, en net zoo lang zoeken, tot je +hem vindt. Jelui verdiende, dat ie nooit terugkwam."</p> + +<p>Nu, dat leek den jongens wel, om er weer opuit te gaan. Ze bleven nu +weg tot theetijd, maar .... hadden Andy nog niet ontdekt! Vader zond +Daan regelrecht naar bed, en vroeg tante, hem wat warms te drinken te +geven, want hij was na dien brand nog niet geheel de oude.</p> + +<p>Het werd nacht en het werd Zondag en het werd Maandag: geen Andy te +zien. Dien Zondagmorgen was Mevrouw Rogers in de kerk, en wij +vertelden haar alles. En zij vertelde ons, dat zij spoedig de +boerderij zouden verlaten, om naar Londen terug te keeren. Wat speet +ons dat! Wij hielden allen zoo van den kapitein, en gingen zoo vaak +op de boerderij spelen.</p> + +<p>"Heusch, ik weet niet wat wij moeten aanvangen zonder jelui," zei +Mevrouw. "Wij houden zoo van jelui en van dien armen Andy."</p> + +<p>En ik pruilde: "Altijd moet ons wat naars overkomen. Nauwelijks +hebben we een week, dat er niet wat droevigs geschiedt."</p> + +<p>Zij lachte en sprak: "Ik zou er alles voor over hebben, om jelui +narigheid te besparen."</p> + +<p>Toen zij was vertrokken, voelde ik mij droef te moede. Het leelijke +is, dat de dingen die wij doen, pas verkeerd lijken als ze gedaan +zijn; ik dacht niet dat het verkeerd was, Andy te dresseeren, maar nu +blijkt het, want wij hebben hem verloren, door dat te doen.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter15"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XV.</h3> + +<p>Den Maandag daarna plakten we weer een briefje op den mijlpaal, +waarop deze woorden:</p> + +<center> +<div class="indent10"> +"Verloren, verdwaald of gestolen: +<br> +Een zwarte ezel. 't Laatst gezien in blauwe jurk, wit-zwarte +broek en witte slaapmuts. Luistert naar den naam van +Andy. Wie hem aan de pastorie te Warlington brengt, +krijgt een flinke belooning." +</div> +</center> + +<p>Vader vond, dat Daan beter gedaan had, met even aan te loopen bij den +veldwachter, om hem een en ander mee te deelen. Na de lessen ging +tante Marie met Lena en mij aan den wandel, terwijl we iedereen, dien +we tegenkwamen vroegen, of hij Andy niet gezien had. Maar niemand +wist er wat van. Teleurgesteld en weinig hoopvol kwamen we weer +thuis, en toen de jongens uit school thuis kwamen, ook al uit hun +humeur, was 't één groote treurpartij.</p> + +<p>Nijdig zei Alex: "Als die veldwachter hem niet weet uit te vinden, +dan gaat z'n hoofd eraf."</p> + +<p>"Wat wou hij doen?" vroeg ik.</p> + +<p>"Moet je hooren, hij praatte eerst, alsof Andy een meneer was. Hij +vroeg of ie een ring droeg, of z'n zakdoek geparfumeerd en wie z'n +barbier was. Toen heeft Daan 'm gezegd, dat dat zijn zaken waren, om +uit te visschen, en dat hij, als hij den ezel niet vond, geen knip +voor z'n neus waard was." "Ik vrees," hernam ik beklemd, "dat Andy +een ongeluk is overkomen; misschien is die jurk wel om z'n nek +geschoven en heeft ie zich geworgd, misschien is ie wel over die +lange broekspijpen gestruikeld en in een gracht getuimeld. Ik geloof +niet meer, dat hij leeft."</p> + +<p>"Goed, maar dan is z'n lichaam toch nog ergens te vinden! Zoo klein +was ie toch niet!"</p> + +<p>"Ik vermoed," zei Lena half-huilend, "dat ie zich half dood gejaagd +heeft, en toen in de struiken gekropen is, om daar te sterven. Arme +Andy!"</p> + +<p>Toen ik een dergelijke veronderstelling maakte, waarbij ik een +soortgelijk gezicht trok, schoten de jongens in den lach. Maar dat +duurde niet lang, en spoedig zaten we allemaal weer in zak en asch.</p> + +<p>De dagen gingen treurig voorbij. Op een Dinsdag ontmoette ik kapitein +Rogers, en vertelde hem van onze ellende. "Kom, kom!" riep hij uit, +"ezels en honden komen altijd weer terug."</p> + +<p>"Ja," zei ik, "maar morgen is 't al Woensdag, en dan rekent Annie er +op, om met hem uit rijden te gaan. Nog niet één keer heb ik haar +overgeslagen, maar nu weet ik heusch niet, wat ik met haar beginnen +moet. En als Andy voor altoos weg is, zal zij nooit meer met hem +kunnen rijden. O, het is verschrikkelijk!" Ik trachtte mijn tranen in +te houden, maar 't lukte niet.</p> + +<p>"Hoor es hier, beste meid," zei kapitein Rogers, "a.s. Maandag +vertrek ik van hier. Hoe zou je er over denken, je kleine patient in +mijn rijstoel mede te nemen? Hij rijdt o zoo licht, je zoudt hem zelf +best kunnen voortduwen. Ik zal hem dan aan jelui huis laten brengen +en dan kun je elken Woensdag het arme kind erin rondrijden."</p> + +<p>Ik deed een sprong van blijdschap en bedankte hem driemaal. "Ik was +zoo bang, dat ze nu nooit meer naar buiten zou kunnen, en nu kan ik +haar gaan zeggen, dat ze Maandag weer kan rijden. O, wat vind ik dat +vriendelijk van u, meneer, maar het spijt me zoo, dat u ons verlaten +gaat. Wij houden allemaal zoo van u."</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/58_afscheid.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:298px;"></center> +<br> + +<p>"Ja kind, het gaat mij evenzoo," zei hij lachend, "en ik hoop, dat je +mij eens schrijven zult, Grietje, al is 't maar eens in de maand. Of +kun je niet es een mooi boek schrijven en het mij sturen, als 't +klaar is? Een dagboek bijvoorbeeld?"</p> + +<p>"Nu," antwoordde ik, "ik zal hier spoedig een einde aan maken, en dan +aan deel II beginnen. Zoudt u 't werkelijk graag eens lezen?"</p> + +<p>"Ja, heusch."</p> + +<p>"Maar ik vrees," hernam ik spijtig, "dat het een heel treurig slot +zal worden, want alles gaat tegenwoordig verkeerd. U gaat weg, en +Andy is weg, en de winter komt, en het doet niets dan regenen. Als we +veel thuis moeten zitten, vervelen we ons en dan gaan we verkeerde +dingen bedenken. Zelfs tante Marie speelt tegenwoordig niet zooveel +meer met ons, zij heeft het te druk met ziekenbezoek."</p> + +<p>"Nu, in elk geval houd ik je aan je belofte, om mij je boek te +zenden, als 't klaar is."</p> + +<p>"Ja, dat zal ik doen. En hoort u es, kapitein, zoudt u 't goed +vinden, als ik uw rijstoel ook nog voor andere doeleinden gebruikte +dan voor Annie? Ziet u, ik breng soms boodschappen van onze +dorpsgenooten naar Cross Glen, ik ben dan zoo'n soort +vrachtrijdster."</p> + +<p>"Maar hoe ter wereld kom je dáár nu toch bij?"</p> + +<p>"Och, daar houd ik van. Vader zegt, je moet nooit iets beginnen, of +je moet er een nuttige oorzaak voor hebben. En vindt u dat dan geen +nuttige zaak?"</p> + +<p>"Wat voor oorzaak hadt je daar dan voor?"</p> + +<p>Ik wou het hem eerst niet zeggen, maar dat leek me toch weer laf ook, +en ik antwoordde: "Ik wil graag een dienstmaagd van Jezus Christus +zijn, Die gezegd heeft: Ga en help uw naasten. Dus dan heb ik te +gaan. Dat noem ik mijn <i>gaan</i>." Kapitein Rogers lachte niet, moedigde +mij aan, meer ervan te vertellen, en ik vervolgde: "Ik geloof, dat ik +mijn <i>gaan</i> beter waarneem dan mijn <i>doen</i>. Thuis moet ik tante Marie +helpen, kousen stoppen, enz., en dat gebeurt haast nooit met graagte. +Heb ik u niet eens verteld van die woorden op de graftombe van den +ridder in onze kerk: Semper fidelis, semper paratus? Hij was een +uitnemend dienstknecht, en ik wenschte te zijn als hij."</p> + +<p>"Juist," zei de kapitein, terwijl hij mij ernstig aankeek, "en daar +zul je zeker in slagen. Maar kind, ik moet weg. Vaarwel hoor! Ik zal +je den rijstoel zenden. En Zaterdag moet jelui allemaal bij mij op +een afscheidsfeest komen. Ik zal een deftige uitnoodiging zenden."</p> + +<p>Verheugd riep ik uit: "Dat 's heerlijk!" Toen ging ik regelrecht naar +Annie en vertelde haar alles van ons verdwenen ezeltje en van den +rijstoel. Zij had reeds van Andy's vlucht gehoord, en had ook reeds +verwacht, dat het rijden nu wel uit zou zijn; maar ik had haar betere +dingen te beloven. Dien middag bleef ik meteen maar bij haar en gaf +haar les in 't lezen. Op Zaterdagmorgen gingen we allen op pad om nog +eens een onderzoekingstocht naar Andy te doen. Puf ging niet mee, om +niet vermoeid te zijn vóór de partij bij kapitein Rogers. De +kapitein had ons genoodigd om 3 uur.</p> + +<br> +<center><img src="images/59_kruisweg.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:423px;"></center> +<br> + +<p>Toen we aan den kruisweg kwamen, stelde Daan voor, dat we ieder een +weg zouden inslaan, en dien zoo ver mogelijk oploopen. Mij leek het +plan niet goed; Lena zou zoo ver toch niet kunnen loopen. Toen haalde +Daan een kaart uit z'n zak. "Kijk hier," zei hij, "al die wegen hier +leiden naar een dorp of stad; als we nu de volgens deze kaart +dichtsbij gelegen plaats nemen, kunnen we daarheen wandelen." Na een +langdurige studie op, en breedvoerig debat over de kaart, werd +besloten, naar de stad Rockwell te loopen, die op 5 mijlen afstands +was gelegen. Aldus geschiedde.</p> + +<p>Al wandelend, bespraken we verdere plannen. Daan vond, dat we nu den +volgenden Zaterdag weer een andere plaats in een andere richting +nemen moesten. We zullen zoowat drie mijlen geloopen hebben, toen +Alex in een heg klom, om eenige braambessen te plukken. Terwijl hij +daarmee bezig was, gaf hij eensklaps een schreeuw, die ons allen op +hem deed toeloopen. Daar in de sloot, bijna verborgen onder doode +takken lag een stuk zwart-wit omslagdoek!</p> + +<br> +<center><img src="images/60_braambessen.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:422px;"></center> +<br> + +<p>We haalden den lap er dadelijk onderuit, en jawel, het waren de vier +broekspijpen, nog met mijn garen erin! We keken elkaar verstomd aan, +niet wetend wat we doen moesten: verheugd zijn of huilen! "Nu hebben +we eindelijk z'n spoor!" riep Daan uit.</p> + +<p>"Laten we dan es even gaan zitten, en overdenken, wat we nu doen +moeten," stelde ik voor.</p> + +<p>"De vraag is: hoe komen die lappen daar," zei Alex.</p> + +<p>"Misschien," zei Lena en bibberde van angst, hoewel 't klaarlichte +dag was, "misschien is ie een moordenaar tegengekomen, die z'n +kleeren wou hebben, en heeft die hem vermoord en hier ergens +begraven."</p> + +<p>"Ja, en toen zal Andy in z'n laatsten doodstrijd die broekspijpen +hebben losgescheurd," zei Daan, "en toen is de moordenaar, gekleed in +blauwe jurk en slaapmuts, heen-gewandeld. Dat is wel een aannemelijke +voorstelling."</p> + +<p>"Ik geloof niet, dat Andy zelf die broekspijpen kon afscheuren," +merkte ik op, "daar heb ik ze veel te stevig voor vastgenaaid. +Bovendien, kijk hier, ze zijn afgesneden."</p> + +<p>Daan bekeek het afgesneden stuk met detective-oogen en zei toen +plechtig: "Ja, dat is ook een verschijnsel, waar we terdege op moeten +letten. Het is inderdaad het werk van een mes, dat we hier voor ons +hebben."</p> + +<p>"En als er een mes is," besloot Alex, "dan moet er ook een man in 't +spel zijn."</p> + +<p>Waarop ik half-wanhopig uitriep: "Hij is zeker gestolen! Nu moeten we +'t spoor van den dief uitvinden!" Ik sprong op en wilde dadelijk maar +weer verder. Doch de jongens hadden er nog geen plan op. Zij +doorzochten nog eens nauwkeurig de sloot, zij klommen weer over de +heg, en zie, eensklaps vonden ze een stuk oranjeschil.</p> + +<p>"Zie hier," zei Daan, "nu kunnen we er zeker van zijn, dat hier een +landlooper of zoo geweest is, die Andy heeft meegenomen. Alleen zulke +lui eten oranje-appels."</p> + +<p>Ik was het niet met Daan eens, maar Alex wilde voortmaken en zei: +"Toe, laten we nu verder gaan. Wij weten nu in elk geval, dat Andy +hierlangs is gekomen. Ik geloof zeker, als we nu dezen weg volgen +naar Rockwell we hem nog wel zullen vinden."</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/61_vermoeid.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:228px;"></center> +<br> + +<p>Met nieuwen moed gingen we weer op pad. Toen we te Rockwell +aankwamen, waren we allen vermoeid. Het was een flink dorp, met wel +tien winkels in de hoofdstraat. We gingen een melksalon binnen en +dronken limonade; meteen vroegen we aan de vrouw, die ons bediende, +of er ook iemand in de buurt ezels op na hield. Het scheen een domme +vrouw; eindelijk begreep ze ons en vertelde, dat de dominee er een +had, een heel oude; in de 40 jaren, dat ze daar woonde, had ze nooit +een anderen ezel gezien.</p> + +<p>Daar schoten we dus weinig mee op, en we gingen weer verder. Daan +ontdekte het bureau van politie, waar hij lange onderhandelingen +voerde met een agent. Deze schreef alles op, wij gaven onze namen en +adres op en toen ging 't weer verder. Nog niet tevreden, gingen we +alle vier in verschillende richtingen nog even het dorp door, en +kwamen na een kwartier weer in den melksalon bijeen. Iedere man, +vrouw, jongen of meisje, die we tegenkwamen, werd gevraagd, of ze ook +een zwarten ezel gezien hadden. Ik was eerst wel wat verlegen, om +iedereen zoo maar aan te spreken, maar ik deed het ten slotte zoo +beleefd mogelijk: "Och, neem u me niet kwalijk, hebt u soms kort +geleden een zwarten ezel gezien? Een week geleden hebben we hem +verloren, en hij is hierlangs gekomen."</p> + +<p>Soms keken de lui ons verbaasd aan, soms ook lachten ze hartelijk. +Eén keer zei een ruwe jongen: "Ja, als je naar huis gaat, en je +kijkt in den spiegel, dan zul je een zwarten ezel met rood haar +zien." Dat sloeg op mij, want ik draag na grootmoe's overlijden +zwarte kleeren. Maar geen onzer kreeg een bevredigend antwoord.</p> + +<p>En zoo werd de terugreis weer ondernomen, in een ver van prettige +stemming. Toen we thuis kwamen en de vier broekspijpen op de tafel +uitlegden, schoot tante Marie erg in den lach, hetgeen Daan zeer +verstoord deed opmerken: "Het moge voor u, tante, een blijspel wezen, +voor ons is het een treurspel." Toen vroeg ze ons vergiffenis voor +haar lachbui.</p> + +<p>Werkelijk, het wàs een treurspel; hoewel we niettemin naar het +thee-partijtje van kapitein Rogers gingen en er volop pret hadden, +hing het verlies van Andy ons als een donkere wolk boven het hoofd. +Of, zooals Alex het uitdrukte: "Het is erger dan de dood, want het is +een niet-eindige onzekerheid." Bovendien was het verlies dubbel hard, +omdat we het onszelf te wijten hadden. De arme Andy was altoos +geduldig en lijdzaam geweest, zoolang we hem hadden. Of wij al elken +dag met hem reden, hij klaagde nooit. Maar toen we hem gingen +uitdossen met een slaapmuts en een blauwe jurk, en toen we hem wilden +doen opzitten en pootjes geven, toen had hij er genoeg van en ging er +vandoor; ik geloof heusch, dat hij bepaald bedoeld heeft, ons te +verlaten en nooit terug te keeren.</p> + +<p>En nu kwam nog de treurigheid van het vertrek van kapitein en Mevrouw +Rogers. Van andere groote menschen dan hen hielden we niet. Ik ben +beslist van plan, den kapitein dit boek te sturen, als het af is; hij +heeft gezegd, dat hij probeeren wil, het voor mij te laten drukken. +Maar nu moet ik zien, dat het boek wat vroolijker eindigt, dat hoort +bij een goed boek. Boeken met een treurig einde vind ik +verschrikkelijk; als er verteld wordt van kinderen, dan gaat +gewoonlijk de liefste van hen dood.</p> + +<p>En dat is vreemd, want de Bijbel zegt ons, dat het niet zoo +vreeselijk is om te sterven; het is "verre te verkiezen". En de hemel +is een heerlijke plaats, onze kerkliederen zingen daarvan. Maar mij +maakt een verhaal over 't sterven van kinderen altoos verdrietig, tot +schreiens toe. Ik weet dat nog best uit de dagen, dat Daan ziek was; +o, als er toen een van ons gestorven was, zelfs al waren we er bereid +voor geweest, ik had het niet uitgehouden. Ik geloof wel, dat moeder +blij zou wezen, als ze ons weerzag. Voor hen, die heengaan is het ook +zoo erg niet, maar voor hen, die achterblijven, is het zoo +vreeselijk.</p> + +<p>Den volgenden Maandag ging ik naar Annie en reed haar in den +rijstoel. Wij brachten meteen een paar pakjes voor juffrouw Ribbon +weg, omdat Tom met een zeeren voet te bed lag. Ik kreeg steeds meer +te doen met Annie; zij scheen veel last van de kou te hebben en ik +ben er zeker van, dat ze geen kleeren genoeg had; haar grootouders +zijn ook zoo arm. Ik sprak er met tante Marie over en die opperde het +denkbeeld, dat Lena en ik een wollen jurk en een dikken rok voor haar +zouden maken, om die dan als kerstgeschenk te geven. Ik voelde er +niet heel veel voor, omdat ik niet van zulk werk houd, maar bij de +gedachte aan Annie joeg ik die leelijke luiheid op de vlucht en +beloofde tante, er onverwijld aan te zullen beginnen. Tante vond 't +best, dat we er 's avonds na de thee aan werkten, dan zou ze ons +komen helpen, en tegelijk geschiedenissen vertellen. Nu, dat leek +mij, en gelukkig Lena ook; gisteravond zijn we eraan begonnen. Ook de +jongens zaten erbij; terwijl ze bezig waren met het roosteren van +kastanjes. "Ik zie niet in, waarom jongens ook niet zouden kunnen +naaien," zei Lena. "Als ik jongens had, dan liet ik ze hun eigen +kleeren maken. Waarom moeten dat altijd hun moeders en zusters en +tantes doen?"</p> + +<p>"Als ik meisjes had," zei Alex, die bijzonder van redetwisten houdt, +"dan zou ik ze de deur uit sturen, om hun eigen brood te verdienen. +Waarom moeten hun vaders en broeders en ooms ze altijd thuis houden +voor een oortje?"</p> + +<p>"Wel," zei tante, "de wereld is tegenwoordig erg aan 't veranderen. +Tegenwoordig verdienen meisjes ook al buitenshuis. Maar ik denk, dat +jelui vader nog van de ouderwetsche leer is, dat wij vrouwen thuis +behooren te blijven en naaien, terwijl de jongens zich moeten +bekwamen, om later geld voor ons te verdienen. Maar wat zal ik jelui +nu eens vertellen?"</p> + +<p>"Iets over tooverpaleizen!" vroeg Puf.</p> + +<p>"Gevechten en ontvluchtingen," stelden Daan en Alex voor.</p> + +<p>"Een prinses in de gevangenis," vroeg Lena.</p> + +<p>"Zoudt u ons niet eens kunnen vertellen van dien ridder in onze +kerk?" vroeg ik.</p> + +<p>"Semper fidelis, semper paratus," zei tante Marie nadenkend. "Jawel, +dat kan wel."</p> + +<p>Wij wilden allemaal die geschiedenis wel graag eens hooren. Maar +tante Marie wilde eerst vijf minuten hebben, om zich te bedenken; +terwijl rustten Lena en ik even uit van ons naaiwerk. Even liepen we +naar de kachel, en aten wat van de kastanjes. Heerlijk brandde het +vuur, en wij gevoelden ons allen zóó prettig en gezellig thuis, dat +we onwillekeurig weer aan Andy moesten denken, die daar buiten in +regen en wind liep te dolen, of afgejakkerd werd door een dronken +landlooper.</p> + +<br> +<center><img src="images/62_gezellig.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:429px;"></center> +<br> + +<p>"Was hij maar weer hier!" zuchtte Lena. "Dat kan niet," zei Alex. +"Hè, wat is het toch een ellendige zaak. Daar hebben we nu een kar, +en een zadel, en mooi tuig, en niet eens een ezel, om ze te +gebruiken."</p> + +<p>"God weet, waar ie is," riep Puf eensklaps uit. "Ik verwacht hem +spoedig hier. God heeft mij vanmorgen gezegd, dat Hij hem de volgende +week thuis zou sturen, als ik goed oppaste."</p> + +<p>Wij lachten niet om Puf. Waarom zou God ook zijn gebedje niet +verhooren? Ik geloof, dat hij grooter geloof heeft dan wij.</p> + +<p>Nadat het kastanje-maal was verorberd, verklaarde tante zich gereed +om te beginnen. Terwijl ze bezig was met het stoppen van Daan's +kousen, begon ze het verhaal, dat ik in het volgende hoofdstuk heb +oververteld.</p> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter16"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XVI</h3> + +<center>HET VERHAAL VAN ONZEN RIDDER</center> +<br> +<p>"Lang geleden leefde er een ridder, Sir Roger Dereker geheeten. Reeds +van zijn veertiende jaar af was hij met z'n koning op het oorlogspad, +daar hij 's konings page was. Hij was de dapperste der ridders aan 's +konings hof; vrees scheen hij niet te kennen, en iedereen, die hem +kende, hield van hem.</p> + +<br> +<center><img src="images/63_ridder.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:454px;"></center> +<br> + +<p>Wel was hij dapper en streng, maar jegens vrouwen en kinderen was hij +de zachtheid zelve; wie hem om hulp vroeg, ging nooit teleurgesteld +heen.</p> + +<p>Hij woonde in een groot kasteel, dicht bij den koning en had een +jonge vrouw, die hij innig lief had...."</p> + +<p>"O tante!" riep ik uit, "dan moet u ons eerst vertellen, hoe hij haar +kreeg. Toe, dat moet u vooral heelemaal vertellen!"</p> + +<p>"Wel, op een bitter-kouden winteravond reed hij, met z'n page bij +zich, naar huis.</p> + +<br> +<center><img src="images/64_koud.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:417px;"></center> +<br> + +<p>Regen en wind stormden hem tegemoet, en zijn handen waren zóó koud, +dat hij nauwelijks meer de teugels kon vasthouden; z'n paard, een +goed dier, kon slechts stapvoets gaan, daar zij door een zeer donker +bosch reden, dat vol struikgewas stond. Eensklaps hoorde hij een +gekraak in de struiken achter zich, en geen seconde later verscheen +voor zijn verbaasde blikken een wit paard, dat als dol voortrende, en +op welks rug hij de gedaante van een vrouw ontwaarde. Zij was geheel +gewikkeld in een donkerblauw kleed, en scheen tevergeefs te trachten +haar paard tot staan te brengen.</p> + +<p>"Er achteraan!" riep Roger zijn page toe. "Zij wordt tegen haar wil +ontvoerd!"</p> + +<p>Hij gaf ook z'n eigen paard de sporen, en beiden joegen ze het witte +paard na, totdat ze aan den rand van het bosch kwamen. Er lag daar +een groote open vlakte voor hen, en heel in de verte zagen ze de +lichtjes van 's ridders kasteel. Het paard met de dame was zóó snel +over de vlakte gerend, dat zij haar pas inhaalden vóór de valdeur +van 't kasteel. Met schuim bedekt, stond daar het paard stil; de dame +was buiten adem en uitgeput van inspanning. Sir Roger reed op haar +toe en begroette haar.</p> + +<p>"Mevrouw, het is een verschrikkelijke avond, en u is hier voor mijn +deur, die altoos open staat voor wie in nood verkeert. Wilt u mij het +genoegen doen, van mijn gastvrijheid gebruik te maken?"</p> + +<p>De dame wikkelde zich dichter in haar rijkleed en sprak zoo zacht +mogelijk: "Ik ben u zeer dankbaar. Ik ben zeer ver van huis en +inderdaad in nood. Waar mijn bedienden zijn, ik weet het niet. Men +vervolgt mij; iemand heeft mijn vader vermoord en ons huis verbrand. +Ik heb hulp noodig."</p> + +<p>Sir Roger blies op zijn hoorn; de valdeur werd opgetrokken en +nauwelijks waren zij binnengereden, of met vreeselijk geweld beukte +iemand op de poort, met woedende stem uitroepende: "Die dame behoort +mij. Zij is mijn beloofde vrouw!"</p> + +<p>Sir Roger verwaardigde zich niet, een antwoord te geven. Hij bracht +zijn bezoekster naar de appartementen van zijn moeder, en zag haar +niet vóór het avondeten.</p> + +<p>Haar vervolger trok na nog eenig gebeuk op de poort onverrichterzake +af. Toen Sir Roger zijn gast bij het avondeten ontmoette, was hij +verrast door haar schoonheid.</p> + +<br> +<center><img src="images/65_schoonheid.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:433px;"></center> +<br> + +<p>Zij scheen nog jong en droeg een wit, met goud-borduursel omzoomd +kleed. Dichte strengen donkerbruin haar golfden om haar bleek gelaat; +diep-blauwe oogen keken hem aan met een uitdrukking van onschuld en +reinheid; toen ze hem aankeek, vloog een lichte blos over haar +wangen. Zwijgend nam ze haar zetel aan tafel in, en toen de maaltijd +ten einde was, ging hij met haar naar zijn eigen kamer, waar zij hem +haar geschiedenis vertelde.</p> + +<p>Met oogen vol tranen vertelde ze, hoe haar vader gevallen was in een +gevecht met zijn aartsvijand, Baron Dacre, die haar hand had +gevraagd, en was afgewezen. Zij vertelde hem, hoe de baron door het +verraad van een der bedienden den toegang tot hun tuin vond, waar een +vreeselijk gevecht plaats had. En toen eindelijk ook hun huis in +vlammen opging, was ze op haar schimmel gevlucht, achtervolgd door +den baron en z'n handlangers.</p> + +<p>Terwijl ze hem dankbaar aankeek, zei ze: "Hoe zal ik u naar waarde +danken voor wat ge deedt aan een meisje, dat thans wees is, en alleen +staat."</p> + +<p>En het ernstige antwoord van Sir Roger was: "Als u mij het recht +geeft, u voortaan te blijven beschermen en helpen." Zoo kreeg hij z'n +bruid."</p> + +<p>Wij klapten allen in onze handen van blijdschap, waarna tante +vervolgde:</p> + +<p>"Er kwamen moeilijke tijden voor onzen dapperen ridder. Zijn koning +was omringd van onbetrouwbare hovelingen. En diezelfde Baron Dacre +liet hem niet met rust, verzamelde zich ontevreden mannen, en een +burgeroorlog was 't gevolg.</p> + +<p>Op den avond van Sir Roger's huwelijk met Gravin Gwendolina kwam een +renbode aan zijn poort, om hem tot den oorlog op te roepen. Roger +scheurde zich los van zijn jonge vrouw, en toen zij even haar +bekommering daarover uitsprak, zei hij: "Lieve, ik ben aan mijn +koning verbonden met mijn eerewoord en mannentrouw. Desniettemin +bemin ik jou evenzeer. Maar ik mag mijn riddereer niet aanranden, +door hem te verlaten, als hij mijn diensten vraagt."</p> + +<p>Zoo reed hij heen, en bleef vier lange maanden weg. Toen keerde hij +terug, bedekt met wonden, maar ook beladen met roem.</p> + +<p>Eenigen tijd leefde hij nu rustig thuis, doch op zekeren dag werd +zijn kasteel overvallen door Baron Dacre en een troep handlangers, +tegen wie hij een harden kamp te strijden had, om zijn bezittingen te +behouden. Middenin het gevecht kwam een renbode op het kasteel door +de geheime onderaardsche gang, die een mijl lang was en midden in het +bosch uitkwam. Hij had opdracht van den koning, om Sir Roger tot een +samenspreking op te roepen. Eén oogenblik aarzelde de dappere Roger; +hij wist, dat als hij heenging, zijn huis zou verwoest worden. Hij +keek zijn vrouw angstig aan en sprak: "Lieve, ik moet naar den +koning, hij laat mij roepen." Zij sprong overeind als door een +plotseling besluit aangegrepen: "En ik zal met je trouwe dienaren het +huis verdedigen, totdat je terugkomt."</p> + +<p>"Bravo!" schreeuwde Daan ertusschen in.</p> + +<p>Sir Roger gespte z'n zwaard aan en vertrok met den renbode door de +onderaardsche gang. Hij had vooraf aan zijn vrouw gezegd, dat, als +het haar te benauwd werd, zij daar ook in moest vluchten; aan het +eind zou zij wel een verblijfplaats vinden, waar zij veilig zijn +komst kon afwachten.</p> + +<p>Bij den koning gekomen, vond hij dezen omringd van zijn edelen, +sprekende over een belangrijke zaak, waarover de koning ook Roger's +meening wilde hooren. Sir Roger gaf zijn oordeel over de zaak te +kennen, en toen de koning zijn oogen opsloeg en naar buiten keek, zag +hij boven Roger's kasteel zware rookwolken opstijgen. Hij vroeg naar +de oorzaak ervan; toen rees Roger op en sprak met van aandoening +trillende stem:</p> + +<p>"Sire, dat is mijn kasteel; in mijn afwezigheid heeft mijn vijand het +verwoest."</p> + +<p>"Wist gij dit, voor ge hier kwaamt?"</p> + +<p>"Midden in het gevecht kwam uw boodschapper."</p> + +<p>"En liet ge toen uw vrouw alleen achter in zoo groot gevaar?"</p> + +<p>"Zij zou het zoo goed als zij kon verdedigen, en ik zei haar, te gaan +vluchten, zoodra haar leven dreigde gevaar te loopen."</p> + +<p>"Sir Roger," zei de koning, "dezen avond zal ik nimmer vergeten. Ga +nu heen, en moge God uw dappere vrouw van den dood hebben gered."</p> + +<p>Dadelijk verliet de ridder het paleis, en vond zijn vrouw in den +geheimen kelder, omgeven van enkele gewonde getrouwen. Doch toen haar +man haar in zijn armen drukte, zeeg ze als dood terneer. Hij +ontdekte, dat een pijl haar linkerarm had doorboord, en haar +ontzettende pijnen had veroorzaakt.</p> + +<p>"O tante, laat haar niet sterven," riep ik uit.</p> + +<p>Lang duurde het, eer de ridder weer een goed kasteel had, doch de +koning schonk hem er een, nog grooter dan wat hij bezeten had. Zoo +gingen de jaren voorbij. Hij had inmiddels een zoontje gekregen, dat +de vreugde van z'n leven was; ook zijn kind wilde hij eens zien +dienen in de gelederen van zijn koning.</p> + +<p>Toen op zekeren dag Sir Roger met zijn mannen terugkeerde van een +gevecht in het buitenland, bracht hij de vreeselijke ziekte, zwarte +pest geheeten, in zijn kasteel over. Eerst werd één bediende ziek, +toen een tweede, spoedig tastte de ziekte ook zijn gade en zijn +zoontje aan. De ridder zonk op z'n knieën en smeekte God om +uitredding.</p> + +<p>Juist op dit oogenblik verscheen weer een boodschapper van den +koning, die hem opdroeg, zijn koning te vergezellen op een veldtocht +naar een ver land. De ridder liet niet den minsten angst blijken; hij +verliet vrouw en kind, en pas na twee weken vernam de koning zijn +toestand. Een harde strijd stond hem te wachten. Sir Roger redde op +het meest spannende oogenblik des konings leven, en daardoor wist +hij een dreigende nederlaag om te zetten in een prachtige +overwinning. Zelf echter werd hij gewond, en toen het gevecht +geëindigd was, sprak hij tot zijn page:</p> + +<p>"Vervoer mij naar huis; mogelijk zijn mijn vrouw en kind nog +hersteld. Ik zou ze nog zoo gaarne zien, vóór ik sterf."</p> + +<br> +<center><img src="images/66_strijd.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:415px;"></center> +<br> + +<p>Men vervoerde hem naar huis, en wonder boven wonder kwam hij er nog +levend aan. Toen hij de hal binnengedragen werd, waren daar zijn +vrouw en kind, die hem met open armen verwelkomden. Dank zij een +ervaren kruidenlezer, waren zij geheel hersteld.</p> + +<p>Weken lang lag de arme ridder tusschen leven en dood. Wel werd hij +eindelijk iets beter, maar zijn gezondheid was voorgoed geschokt en +zijn kracht was weg. Nog enkele jaren leefde hij gelukkig, en zag +zijn zoontje opgroeien tot een dapper soldaat.</p> + +<p>Toen, op een stormachtiger avond, hoorde hij aan zijn deur kloppen. +Verouderd en vermagerd als hij was, strompelde hij naar de deur. Het +was zijn koning! En opgewonden riep hij uit: "Laat mij hem waardig +ontvangen en de eer geven, die hem toekomt!"</p> + +<p>Zijn bedienden trachtten hem uit de koude voorhal terug te dringen, +maar hij wilde erheen. "Mijn koning! Mijn koning!"</p> + +<p>De koning was verraden, en vluchtte nu, om zijn leven te redden. Hij +wist, dat er één onderdaan was, die hem van harte zou ontvangen, en +daarom was hij naar Sir Roger gevlucht. Toen de ridder hem in zijn +goed verwarmde kamer had genoodigd, viel hij zijn koning te voet.</p> + +<p>"O, sire! Ik heb wel gedroomd van deze eer, maar nooit had ik durven +denken, dat ze mij te beurt zou vallen. Wees welkom binnen deze +woning, die immers de uwe is, wijl ze aan uw nederigen onderdaan +toebehoort; al wat hij bezit, bezit ook zijn koning!"</p> + +<p>Toen de koning zich neerbukte, om zijn trouwen dienaar op te richten, +zag hij met grooten schrik, dat hij dood was neergezegen. 't Waren +zijn laatste woorden geweest, en zijn laatste gedachte was een +gedachte van trouw en aanhankelijkheid voor zijn koninklijken +meester.</p> + +<p>Toen besloot de koning, dat op het wapen der Derekers voor altoos zou +gegrift staan: "Semper fidelis, semper paratus"."</p> + +<br> +<center><img align="left" src="images/67_fidelis.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:114px;"></center> +<br> + +<p>Toen tante Marie haar verhaal had geëindigd, waren we eenige +oogenblikken stil. Mijn hart klopte van de inspanning van 't +luisteren.</p> + +<p>Daan en Alex riepen als uit één mond: "Hè, leefden we nog maar in +die tijden!" Lena schreide en zei: "Arme ridder, de koning had hem +moeten omarmen en kussen!"</p> + +<p>Ik kon geen woord uitbrengen. Tante Marie keek me strak aan en vroeg: +"Vindt je 't mooi, Griet?"</p> + +<p>Ik knikte en zei even later zacht: "Wij moeten evenzoo worden, en ik +zal het beproeven," "En ik ook," zei Daan, mij ernstig aankijkend. +Wij begrepen elkaar. Tante Marie zegt nooit iets over de moraal <sup>[1]</sup> +van haar geschiedenissen, daarom houden we er zoo van. Dat moeten we +zelf maar uitmaken. Ik was zóó van het verhaal onder den indruk, +dat ik mijn werk neerlei, de kamer verliet, en naar m'n slaapkamer +ging. Daar viel ik op m'n knieën, en sprak tot mijn Koning. En Hem +bad ik, dat Hij mij, door voor- en tegenspoed heen, een trouwe +dienstmaagd wilde maken. En ik meende oprecht, wat ik bad.</p> + +<p>Ook Daan had tante's verhaal gepakt. Toen ik den volgenden dag — +Zaterdag — de kerk binnenging, om vaders toga te halen, die versteld +moest worden, vond ik tot mijn verbazing Daan geknield liggen bij de +graftombe van den ridder. Hij sprong op, alsof hij gestoken was, maar +ik deed net, of ik hem niet bemerkt had. Ik liep op de graftombe toe, +en beschouwde het beeld van den ridder.</p> + +<p>Om maar wat te zeggen, zei ik tot Daan: "Was je bezig om te +vergelijken, of hij goed lijkt op den ridder van tante Marie?"</p> + +<p>Langzaam antwoordde hij: "Ik was bezig een belofte af te leggen." +Belangstellend vroeg ik hem: "Toe, zeg mij, welke, ik zal het niemand +vertellen."</p> + +<p>Hij wees naar het motto op het schild. "Ik heb beloofd, zoo te zullen +worden en God zal mij helpen." Dadelijk daarna liep hij de kerk uit. +Ik was besloten, niet bij hem achter te blijven. Weer knielde ik +neer, gelijk den vorigen avond, en in weinige woorden deed ik een +belofte gelijk de zijne. Toen stond ik op en ging welgemoed heen; ik +voelde mij als tot alles bekwaam.</p> + +<br> +<center><img src="images/68_geknield.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:428px;"></center> +<br> + +<p>Inmiddels begonnen de toebereidselen voor het Kerstfeest. Elken dag +nog hoopten wij wat van Andy te zullen hooren, maar er kwam geen +tijding en we bleven hem zeer missen. Vader meende zeker, dat hij was +gestolen. Toen wij op zekeren avond bij elkaar zaten — Lena en ik +bezig aan kleeren voor Annie, en de jongens met het maken van +Kerstkaarten — teekende Alex een ezel op een zijner kaarten en zoo +kwam het gesprek al spoedig op Andy.</p> + +<p>Alex begon: "Het zou mij niets verwonderen, als die zigeuners weer +hier geweest zijn en hem gestolen hebben. Juffrouw Ribbon vertelde +mij, dat er tegen Kerstmis nog een soort markt te Lemworth is, en als +we daar nu eens heen gingen, wie weet of we Andy er nog niet zouden +vinden."</p> + +<p>"Zoo dwaas zijn ze niet," vond Daan. "Ze zullen er dan heusch niet +mee in de buurt komen. Als ze hem gestolen hebben, is ie natuurlijk +allang weer verkocht."</p> + +<p>"Weet je, wie ik denk, dat hem gestolen heeft?" vroeg ik. "Niet die +zigeuners, maar die man met de vuile ezels, die zoo vreeselijk +vloekte bij de keuring. Van Bob Tapson heb ik gehoord, dat hij +iederen zomer naar een badplaats gaat, hier niet ver vandaan, en daar +de ezels verhuurt."</p> + +<p>De jongens schenen voor deze voorstelling veel oor te hebben. "Dan +moeten we dat heerschap zien te vinden. Waar woont ie?" Ik +antwoordde: "Ergens aan de andere zijde van Lemworth. Vraag maar aan +Bob, die weet het wel."</p> + +<p>Er werd een plan gemaakt, hoe we zouden handelen. "Ik vermoed," zei +Daan, "dat, als Andy daar al is, de schurk hem met een andere kleur +zal hebben geverfd, en hoe zullen we hem dan herkennen? Natuurlijk +zal hij volhouden, dat het <i>zijn</i> ezel is."</p> + +<p>Wij bedachten, of Andy geen bijzondere kenteekenen had, en +herinnerden ons, dat in zijn eene oor een klein spleetje zat.</p> + +<p>"Ik hoop, dat dàt bewijs genoeg zal zijn," hernam Daan. "Anders +zullen we 't nog door een rechter moeten laten uitmaken."</p> + +<p>"Andy is zoo dom," voegde Alex er aan toe. "Als hij z'n naam hoort, +zal ie heusch niet opkijken. Hij zal even hard naar den dief als naar +ons loopen, als hij geroepen wordt."</p> + +<p>Daan vervolgde: "En misschien moeten we wel een lang proces ervoor +voeren, dat ons hoopen geld kost. Het zal 'De ezel-zaak' heeten, en +de bladen zullen er kolommen vol van hebben."</p> + +<p>Bij dat denkbeeld schaterde Lena van 't lachen. En ik trachtte zijn +gedachten wat te kalmeeren: "Als je nu rustig kon uitvinden, waar +Andy is, en je wist dan zeker, dat ie 't was, kun je hem dan niet +terug stelen? Dat zou toch niet verkeerd zijn, wel?"</p> + +<p>"Nee, natuurlijk niet. We konden hem 's nachts ontvoeren. Maar als ie +dan maar mee wil!" zei Daan.</p> + +<p>"Och kom, dat zal wel lukken. In elk geval, we kunnen 't probeeren!" +moedigde Alex aan.</p> + +<p>En zoo dachten we er ten slotte allemaal over.</p> + +<br> +<div class="fontsize80"> +[1] beteekenis, strekking ten goede. +</div> + +<br> +<br> +<hr width="25%" align="center"> + +<br> +<br> +<br> +<br> +<a name="chapter17"></a> +<h3 align="center">HOOFDSTUK XVII.</h3> + +<p>Ik begin nu te gelooven, dat dit mijn laatste hoofdstuk wordt. +Misschien schrijf ik een volgend jaar weer een boek, maar dit moet +naar Kapitein Rogers. Ik heb nu nog te verhalen vanaf den dag, dat we +over Andy aan 't spreken waren.</p> + +<p>Nog vóór het ontbijt was Daan naar Bob Tapson gegaan, en kwam hij +terug met het adres van den vermeenden roover. Vader scheen niet erg +hoopvol gestemd, toen we hem ernaar vroegen. Hij stond den jongens +echter toe, dat zij den eersten den besten vacantiedag met den trein +naar Lemworth mochten gaan. De man woonde 3 mijlen van Lemworth +verwijderd. Lena en ik wilden ook graag mee, maar dat verbood vader. +Den 20sten December begon de vacantie. En dus gingen zij den +volgenden morgen dadelijk naar Lemworth. Ten afscheid riep ik ze toe: +"Denk erom, we willen je niet terug zien, dan met Andy!"</p> + +<p>Het was een drukke week nu; tante Caroline zou de Kerstdagen bij ons +komen doorbrengen. Ik denk, dat tante Marie dan ook blijft, en dat +zou allerprettigst wezen; tante Caroline zorgt dan voor de +huishouding en tante Marie voor ons.</p> + +<p>Lena en ik moesten helpen bij 't halen van de pitten uit de rozijnen +voor de Kerstpudding, verder moesten we pakjes thee en suiker maken +voor eenige van vaders oudste gemeenteleden en dan nog hadden we +allerlei versieringen te maken voor den grooten Kerstboom, die in de +school wordt opgericht voor alle schoolkinderen.</p> + +<p>We hadden 't met al deze dingen zóó druk, dat we nauwelijks den +tijd hadden, om onze eigen geschenken gereed te maken. En het was +toch sinds jaren onze gewoonte, om elkaar met het Kerstfeest +cadeautjes te geven. Nooit koopen we die, dat is juist het aardige. +Dezen keer zullen Lena en ik een omslag maken voor vaders +preekbundel; hij wordt van zwart fluweel, met zwart zijden strooken +afgezet. Lena maakt het omslag en ik borduur in goud-kleurige zijde +vaders voorletters er in; tante Marie heeft ze voor mij geteekend.</p> + +<p>Voor tante Marie maak ik een nachtzak, terwijl Lena voor haar +waschtafel onderlegkleedjes maakt. Voor Puf vlechten we roode teugels +met bellen er aan; voor Alex overtrek ik een kartonnen doos voor z'n +postzegels met sterk, mooi gekleurd linnen, zoodat de doos lang goed +blijft; Lena maakt voor hem een portretlijstje met denneappels er in; +worden ze in de lijst gezet, dan gaat dat met zegellak, dat dadelijk +stolt, zoodat ze goed vast zitten; een beetje vernis er over, en 't +lijkt prachtig!</p> + +<p>Mijn geschenk aan Daan blijft een zwaar geheim, zelfs Lena mag het +niet weten.</p> + +<p>Dit alles neemt veel tijd in beslag, en als ik dan gestoord werd, was +ik erg boos. Maar ik trachtte toch telkens mij weer te herinneren, +dat het 's Konings bevel was, om anderen te helpen. En dan gevoelde +ik weer duidelijker, dat het er niet op aan kwam, hoe vaak ik +gestoord werd, omdat Hij het is, die mij noodig had.</p> + +<p>Den ganschen morgen konden Lena en ik ongestoord aan onze geschenken +doorwerken. Na het middagmaal nam tante Marie ons en Puf mee naar het +bosch, waar wij klimop en mos bijeenzamelden voor de versiering der +kerk. Het was er zoo stil en rustig, maar erg koud.</p> + +<p>Vóór 't theedrinken waren we weer thuis en werkten we weer door aan +onze geschenken. Het werd inmiddels 8 uur, half 9, 9 uur, doch geen +jongens te zien! En 8 uur kwam de laatste trein aan! Lena en ik +moesten naar bed. Tante Marie zei, dat ze heelemaal niet angstig was, +maar vader wel. Natuurlijk dachten Lena en ik, dat hun iets overkomen +was. Lena meende, dat de man ze vermoord zou hebben en hun lijken +onder den grond gestopt. Ik veronderstelde, dat ze Andy gevonden +hadden, en dat de man toen naar den dichtstbijzijnden politiepost was +gegaan, om te zeggen, dat de jongens den ezel gestolen hadden. En dan +zouden ze niet worden geloofd, en in de gevangenis komen, totdat ze +bewezen hadden, dat Andy hun eigendom was. 't Kon ook wezen, dacht +Lena, dat ze de jongens ergens hadden opgesloten, om zich met Andy +uit de voeten te maken. Wij spraken zoo druk over al die +mogelijkheden, dat we ten slotte van vermoeidheid in slaap vielen.</p> + +<p>Toen wij den volgenden morgen van Emma hoorden, dat de jongens nòg +niet terug waren, werden wij zeer beangst en opgewonden. Vader en +tante Marie keken bij 't ontbijt ook erg somber; vader zei: "Ik had +ze niet moeten laten gaan; ik moet zelf maar even naar Lemworth +gaan." En tante Marie voegde eraan toe: "We zullen nog wachten tot +vanavond. Ik geloof zeker, dat ze den trein gemist hebben, en nu tot +vanmorgen ergens geslapen hebben."</p> + +<p>Lena en ik, we wisten niet, wat te beginnen. Ontelbare keeren liepen +we naar 't hek, en keken den weg op, of ze nog niet kwamen. En zie, +toen we juist weer in huis waren gegaan, en aan onze cadeautjes +begonnen, daar kwamen ze binnenvallen. Wat waren we blij! Lena danste +de kamer rond en riep: "Wij dachten, dat jelui vermoord waren!" En ik +vroeg ademloos: "Waar is Andy?" "Raad maar!" zei Daan kalm. Wij +werden weer angstig, omdat de jongens zoo ernstig keken. En toen zei +Daan plechtig:</p> + +<p>"In den stal beneden!"</p> + +<p>Wij juichten van blijdschap en renden naar beneden, om hem te zien; +ook vader en tante Marie kwamen aangeloopen, zelfs Emma en de +keukenmeid. Puf vonden we al in den stal, zijn armen geslagen om +Andy's nek, en den ezel kussende, als deed hij het tante Marie.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/69_blijdschap.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:266px;"></center> +<br> + +<p>Wij konden haast niet gelooven, dat het Andy was. Hij zag er zoo +vuil, vermagerd en vermoeid uit. Even keek hij ons aan en vrat toen +weer verder van het hooi, dat Baldwin hem gebracht had. Dat is het +akeligste van ezels; ze schijnen zoo kalm en onverschillig. Hij +begreep niets van onze blijdschap. Ik had gewild, dat ie met ons had +rondgedanst, om te bewijzen, hoe blij hij was met zijn thuiskomst.</p> + +<p>Met allerlei vragen overstroomden wij de jongens. "Wie had 'm? Waar +vond jelui hem? Hoe ben je naar hier gekomen? Waar hebben jelui +geslapen? Waarom ben jelui gisteren niet thuis gekomen?" Doch vader +bedaarde ons een beetje; hij was even blij als wij, maar de jongens +hadden fermen honger. Zoo gingen we dus met hen naar de eetkamer, +waar ze ons onder een stevig ontbijt hun wedervaren vertelden.</p> + +<p>"Wij hebben toch zulke groote avonturen gehad!" zei Alex; "het was +wel goed, als je alles in je dagboek opschreef, Griet, want het is +grappig genoeg, om het later nog eens te lezen."</p> + +<br> +<center><img src="images/70_dagboek.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:429px;"></center> +<br> + +<p>"Ik zal beginnen bij 't begin," zei Daan, en begon.</p> + +<p>"Wij kwamen veilig te Lemworth aan, en gingen van daar uit loopend +naar het huis van Jem Harvey, zoo heet de kerel. Het was een heel +eind, en zeker wel langer dan 3 mijlen. Aan de grens der +gemeenteweide vonden we een soort schuur, waaromheen ezels liepen te +grazen. We overlegden nog eens rustig, hoe we doen zouden, en gingen +toen aan den slag."</p> + +<p>"Net alsof wij roovers waren, die op dieren af sluipen," viel Alex +Daan in de rede. "Wij kropen voort in de schaduw van een heg, en +konden toen al de ezels overzien, zonder dat iemand ons bemerkte."</p> + +<p>Daan vervolgde weer: "Wij telden 5 ezels, maar Andy was er niet bij; +maar natuurlijk dachten wij, dat hij ergens was opgesloten. Wij +moesten dus eerst de schuren en hokken onderzoeken, en dat was +verbazend moeilijk, want toen we wat dichterbij kwamen, zagen we een +man, die daar stond hout te hakken."</p> + +<p>"Maar ten slotte hadden we ons plan toch gereed," viel Alex weer in. +"Vertel jij nou verder, Daan, maar niet zoo langzaam."</p> + +<p>"Met flinke stappen gingen we op hem af.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/71_flink.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:276px;"></center> +<br> + +<p>Goeden middag! zei ik. We zijn gekomen, om met u over zaken te +spreken. Onderwijl nam Alex hem eens goed op. Hij keek ons +achterdochtig aan en zei toen, dat we hem dat al eens meer gezegd +hadden. Ik zei: Wij hebben onzen ezel verloren, en komen nu eens +hier, om te zien of we van u een anderen kunnen koopen. Hij +antwoordde: Maar mijn ezels zijn niet goed genoeg voor jelui +bleekneuzen. En hij lachte daarbij zoo akelig, dat ik dadelijk +vermoedde, dat hij er meer van wist. Misschien hebt u toch nog wel +een paar mooie beesten, zeiden we; toen klopte hij z'n pijp uit en +ging met ons een der stallen binnen. Ik zal misschien nog wel wat +goeds voor jelui hebben, een aardig beest, loopt als de wind, en +behaalde een prijs te Lincoln.</p> + +<p>Hij schuifelde het schuurtje binnen, en zie, daar stond een kleine +grijze ezel. Wij keken scherp rond...."</p> + +<p>"Ik zag hem het eerst," viel Alex uit. "Met mijn scherpziende +detective-oogen had ik hem onmiddellijk herkend." Daan ging voort, +als had hij Alex niet gehoord: "In den hoek hing aan een spijker +Andy's blauwe kleed."</p> + +<p>Wij waren allen onder den indruk van de spannende oogenblikken, en +tante Marie was zóó meegesleept, dat ze gejaagd vroeg: "En wat +zeiden jelui?"</p> + +<p>"Eerst zeiden we niets, we deden, alsof we niets gemerkt hadden, +praatten over den grijzen ezel, en zeiden, dat we bevreesd waren, dat +ie te klein voor ons zou wezen. Och, wat keek die man leelijk, hij +grijnsde ons aan en stonk naar den drank. Ik gaf Alex een knipoogje, +zich stil te houden; toen wij overal goed hadden rond gekeken, zoodat +we goed wisten, dat Andy nergens kon verborgen worden, vertrokken we. +Maar terwijl we wegliepen begon ik eensklaps tegen den kerel uit te +varen:</p> + +<p>"Waar haal jij dat blauwe kleed in je schuur vandaan? En wie heeft +den zwart-witten omslagdoek in stukken gesneden? En denk nu maar +niet, dat wij zulke melkmuilen zijn, want wij gaan regelrecht naar de +politie, en die zullen we je hier op je dak sturen. Eén kans is er, +om je te redden: onmiddellijk Andy losmaken, hem brengen op de markt +te Lemworth, en hem daar vastbinden aan een lantaarnpaal. Wij geven +je den tijd tot 4 uur namiddag, en we beloven je tot zoolang te +zullen geduld hebben. Is ie er om 4 uur niet, dan sturen we je +dadelijk de politie, en dan ben je er gloeiend bij."</p> + +<p>Natuurlijk was ie woedend. Hij raasde en vloekte, en zei, dat ie dat +blauwe kleed aan den weg had gevonden, en dat hij ons zou aanklagen +wegens laster. Wij vertelden hem, dat dat alles tevergeefsch zou +zijn, want alle veldwachters in den omtrek wisten al van onzen +verdwenen ezel en het blauwe kleed.</p> + +<p>Daarna verlieten we hem, en liepen zoo vlug mogelijk naar Lemworth."</p> + +<p>"Toe laat mij nu ook eens vertellen," zei Alex, die zich nooit rustig +kan houden, als een ander vertelt. Daan hield zich stil, en Alex +vertelde verder:</p> + +<p>"Toen we te Lemworth terug waren, hebben we eerst broodjes met melk +genomen, en vervolgens onze plannen verder besproken. Natuurlijk was +het dom geweest, om dien kerel te zeggen, dat wij hem tot 4 uur +ongemoeid zouden laten, want in dien tusschentijd kon ie al lang +ontvlucht wezen. Maar nu komt het mooiste nog aan.</p> + +<p>Nadat we gegeten hadden gingen we, vermoeid door het +straat-slenteren, een buitenweg op. Ongeveer een mijl waren we dien +opgeloopen, toen we plotseling een jongen zagen, die in een droge +sloot getuimeld was en te keer ging als een mager varken. 't Was een +echte landlooper, en eerst zei ik: Kom, laten we maar doorloopen. +Maar dat vonden we toch ook weer al te hard; als hij eens gewond was! +We gingen dus naar hem toe en vroegen wat hem scheelde. Hij toonde +ons zijn been, dat leelijk verwond was. Uit zijn verhaal echter +konden we totaal niet wijs worden. Hij zei, dat z'n baas hem +afgeranseld had, en toen was hij van de kar gevallen; hij was er nog +suf van in z'n hoofd. Hij had z'n been een beetje verbonden, maar het +had vreeselijk gebloed, wij namen dus onze zakdoeken en verbonden hem +wat steviger, waarna we zeiden, hem naar huis te zullen brengen. Waar +hij woonde? Bij m'n baas! zei ie. Maar waar die woonde wilde hij niet +zeggen, want hij wou nooit meer naar 'm terug. Toen zeiden we, dat we +hem naar 't hospitaal zouden brengen, daar kon z'n been goed worden +nagekeken. Dat leek hem goed toe, maar om hem te dragen, dat was geen +grapje. Daan zei tegen me: Wat is het jammer, dat we Andy niet bij +ons hebben. Toen de jongen dit hoorde, spitste hij plotseling de +ooren, keek ons verwonderd aan, en in 't volgende oogenblik hadden we +elkaar herkend. Het was de jongen van Jem Harvey. We zeiden tot hem: +"Wees maar niet bevreesd. Wij zijn op jou niet boos, omdat jelui +onzen ezel gestolen hebt. Maar je baas zal er voor boeten. Wij hebben +alles al ontdekt."</p> + +<p>Hij keek verschrikt op. "O, ik wist wel, dat er iets niet in den haak +was!"</p> + +<p>"Waar heb je onzen ezel 't laatst gezien?" vroeg Daan. Toen vertelde +hij ons alles. Zij waren Andy tegen gekomen toen hij langs den weg +rende; de baas had hem opgevangen en vastgebonden. Zoo moest Andy +achter hun wagen aan loopen, tot ze aan een groot bosch kwamen. Toen +het donker was, werden Andy's kleeren afgetrokken, en zoo gingen ze +met hem naar huis. Den volgenden dag moest de jongen hem naar een +stal te Taunerton brengen. Daar moest een kooper voor hem gezocht +worden. De jongen vertelde ons tegelijk, welk een hondenleven hij bij +dien baas had gehad, en dat hij daarom was weggeloopen. Hij was wees, +en Jem had volstrekt geen rechten op hem.</p> + +<p>Wat waren we nu in spanning, om Andy terug te krijgen! Maar die +jongen moest eerst naar 't hospitaal. Wij vernamen, dat Taunerton 5 +mijlen daar vandaan was, te ver dus om nu nog te gaan loopen. +Gelukkig was er een bakkerswagen, die er heen moest, en de bakker +stond ons toe, mee te rijden. Wij vertelden hem al ons wedervaren. +Hij kende den man, dien we zochten. Het was een messenslijper en +tinnegieter; hij leefde met een vrouw, zoo mogelijk nog slechter dan +hij. "Maar jelui moet er niet heengaan," zei de bakker, "het zijn +gevaarlijke lui."</p> + +<p>"Het was bijna donker, toen we te Taunerton aankwamen en toen schoot +ons met schrik te binnen, dat we den laatsten trein zouden missen, +maar wij konden toch ook niet teruggaan, nu we zoo vlak bij Andy +waren. Ga jij nou maar weer verder, Daan."</p> + +<p>Daan vervolgde dadelijk: "Wij waren bang, dat Jem Andy ergens zou +verstopt hebben, maar het moest nu gewaagd worden. De bakker wees ons +het huis. Gelukkig was het goed donker nu, want wij waren vast +besloten, Andy weg te halen, zoodra we hem zagen.</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/72_sluipend.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:259px;"></center> +<br> + +<p>Wij slopen naar het huisje, toen den tuin rond, en zie, daar in een +vervallen schuurtje met een half gebroken deur, stond Andy! Ik kan +jelui zeggen, dat we geen oogenblik verloren lieten gaan! We sneden +z'n halster door, en trokken hem uit den stal. Daar kwam de kerel +aan! Maar 't was te laat! We hoorden hem nog schreeuwen: Houdt den +dief! Maar beiden hadden we ons op Andy's rug geslingerd, en als +dollen renden we naar het dorp terug!</p> + +<br> +<center><img align="right" src="images/73_rennend.jpg" alt="[Illustratie]" style="width:100%; height:auto; max-width:253px;"></center> +<br> + +<p>Al spoedig draafden een half dozijn lui achter ons aan, die +schreeuwden als Indianen. Toen we een flink eind buiten hun bereik +waren, hielden we wat in, totdat we nog betrekkelijk vroeg te +Lemworth aankwamen. Wij waren zóó bang, dat Jem ons nog zou +opmerken, dat we er niet durfden blijven, en dus maar verder reden; +voor den trein was het nu toch te laat.</p> + +<p>Wij reden en liepen om beurten. We waren hongerig en vermoeid, en ook +Andy begon den kop te laten hangen. Eensklaps hield hij midden op den +weg stil en wilde niet verder. Wat moesten we beginnen? En vlak voor +ons kwam een auto aangerend. Wij schreeuwden hard, en zij stopten. +Wie denk je dat er in zat?"</p> + +<p>"Mevrouw Laura!" raadde ik.</p> + +<p>"Mis! Generaal Walton, die altijd visch van ons kocht. Hij herkende +mij, en vroeg wat we uitvoerden. Ik vertelde het hem; hij was o zoo +vriendelijk. Hij liet z'n knecht uitstijgen en wij mochten in de auto +zitten. Hij zou ons naar zijn huis rijden, waar wij den nacht konden +doorbrengen. Zijn knecht droeg hij op, Andy mee te brengen. Verder +werd er niet gepraat, en wij hadden een heerlijk autotochtje."</p> + +<p>"Maar dat had je ons toch wel even kunnen seinen," zei vader. "Dacht +je dan niet, dat wij in angst zouden zitten?"</p> + +<p>"Zeker wel, vader. Generaal Walton zond dadelijk zijn knecht naar +hier."</p> + +<p>"Dien heb ik niet gezien," zei vader.</p> + +<p>"Toe, vertel nu verder, wat jelui deden," drong ik aan.</p> + +<p>Daan vervolgde: "Wij kregen een heerlijk middagmaal, en wij vertelden +hem al onze avonturen. Hij heeft ons allen te eten gevraagd op +Nieuwjaarsavond!"</p> + +<p>Dat gaf blijdschap! "En toen zijn we vanmorgen dadelijk na 't ontbijt +op Andy's rug naar huis gereden, maar hij is bepaald niet goed, want +telkens hield hij weer stil, en daarom zijn we zoo laat."</p> + +<p>Hun verhaal was ten einde. Ik had het spannend gevonden, maar Lena +had het mooier gevonden, als de jongens waren opgesloten of ongeveer +vermoord geworden.</p> + +<p>En nu wij allen gelukkig zijn met Andy's terugkomst, lijkt het mij +het beste toe, mijn verhaal hier te eindigen. Alles is nu goed +afgeloopen en ook ons Kerstfeest was allerprettigst. Het zou te lang +duren, ook daarvan nog alles te vertellen.</p> + +<p>Eén ding moet ik echter nog zeggen. Mijn geschenk aan Daan was het +motto van den ridder in geschilderde letters, blauw, rood en goud. Op +den eersten Kerstdag riep Daan mij in zijn kamer en toonde mij, waar +hij het had opgehangen: juist tegenover zijn bed.</p> + +<p>"Het is mooi, Grietje," zei hij. "Het is goed, aan iemands goede +wenschen herinnerd te worden."</p> + +<p>"Ja," zei ik, "en het is ook <i>mijn</i> wensch, Daan. Ik denk, dat de +oude ridder weinig vermoed zal hebben, dat zijn motto nog zóó zou +voortleven. 't Is een woord van groote waarde."</p> + +<p>"Niet van zoo groote waarde, als vader's preek," zei Daan. "Maar het +komt er mee overeen. <i>Komen</i> — <i>gaan</i> — <i>doen!</i> Nooit zal ik het +vergeten!"</p> + +<p>Terwijl mijn hart klopte van aandoening, zei ik: "En ik geloof, Daan, +dat, als wij deze bevelen getrouw opvolgen, onze Koning eens tot ons +zeggen zal, wat de koning zei in het verhaal van tante Marie:</p> + +<br> +<center class="smallcaps">Semper Fidelis, Semper Paratus.</center> +<br> +<br> +<br> +<center>EINDE.</center> +<br> +<br> +<br> +<br> + +<div class="notebox fontsize80"> +Transcriber's Notes: +<br> +<div class="indent02"> +<br> Dit boek bevat een aantal zetfouten. +<br> De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd: +<br> +<br> [en zie toen van ja.] —> [en zei toen van ja.] +<br> [Allex vroeg haar,] —> [Alex vroeg haar,] +<br> [omdat ze zelf ook haast niet hebben] —> +<br> [omdat ze zelf ook haast niets hebben] +<br> [Toen het Woendag] —> [Toen het Woensdag] +<br> [beloofde tante, er overwijld] —> +<br> [beloofde tante, er onverwijld] +<br> [al ik goed oppaste.] —> [als ik goed oppaste.] +<br> [dat hij nauwlijks meer] —> [dat hij nauwelijks meer] +<br> +<br> Een inhoudsopgave is toegevoegd. +<br> Enkele leestekens zijn toegevoegd maar verder niet vermeld. +</div> +<br> +</div> + + + + + + + + +<pre> + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Wij en ons ezeltje, by Amy le Feuvre + +*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK WIJ EN ONS EZELTJE *** + +***** This file should be named 50733-h.htm or 50733-h.zip ***** +This and all associated files of various formats will be found in: + http://www.gutenberg.org/5/0/7/3/50733/ + +Produced by R.G.P.M. van Giesen +Updated editions will replace the previous one--the old editions will +be renamed. + +Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright +law means that no one owns a United States copyright in these works, +so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United +States without permission and without paying copyright +royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part +of this license, apply to copying and distributing Project +Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm +concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, +and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive +specific permission. If you do not charge anything for copies of this +eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook +for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, +performances and research. They may be modified and printed and given +away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks +not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the +trademark license, especially commercial redistribution. + +START: FULL LICENSE + +THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE +PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK + +To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free +distribution of electronic works, by using or distributing this work +(or any other work associated in any way with the phrase "Project +Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full +Project Gutenberg-tm License available with this file or online at +www.gutenberg.org/license. + +Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project +Gutenberg-tm electronic works + +1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm +electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to +and accept all the terms of this license and intellectual property +(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all +the terms of this agreement, you must cease using and return or +destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your +possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a +Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound +by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the +person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph +1.E.8. + +1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be +used on or associated in any way with an electronic work by people who +agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few +things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works +even without complying with the full terms of this agreement. See +paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project +Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this +agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm +electronic works. See paragraph 1.E below. + +1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the +Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection +of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual +works in the collection are in the public domain in the United +States. If an individual work is unprotected by copyright law in the +United States and you are located in the United States, we do not +claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, +displaying or creating derivative works based on the work as long as +all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope +that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting +free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm +works in compliance with the terms of this agreement for keeping the +Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily +comply with the terms of this agreement by keeping this work in the +same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when +you share it without charge with others. + +1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern +what you can do with this work. Copyright laws in most countries are +in a constant state of change. If you are outside the United States, +check the laws of your country in addition to the terms of this +agreement before downloading, copying, displaying, performing, +distributing or creating derivative works based on this work or any +other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no +representations concerning the copyright status of any work in any +country outside the United States. + +1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: + +1.E.1. The following sentence, with active links to, or other +immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear +prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work +on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the +phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, +performed, viewed, copied or distributed: + + This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and + most other parts of the world at no cost and with almost no + restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it + under the terms of the Project Gutenberg License included with this + eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the + United States, you'll have to check the laws of the country where you + are located before using this ebook. + +1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is +derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not +contain a notice indicating that it is posted with permission of the +copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in +the United States without paying any fees or charges. If you are +redistributing or providing access to a work with the phrase "Project +Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply +either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or +obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm +trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted +with the permission of the copyright holder, your use and distribution +must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any +additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms +will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works +posted with the permission of the copyright holder found at the +beginning of this work. + +1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm +License terms from this work, or any files containing a part of this +work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. + +1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this +electronic work, or any part of this electronic work, without +prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with +active links or immediate access to the full terms of the Project +Gutenberg-tm License. + +1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, +compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including +any word processing or hypertext form. However, if you provide access +to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format +other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official +version posted on the official Project Gutenberg-tm web site +(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense +to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means +of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain +Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the +full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. + +1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, +performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works +unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. + +1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing +access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works +provided that + +* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from + the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method + you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed + to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has + agreed to donate royalties under this paragraph to the Project + Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid + within 60 days following each date on which you prepare (or are + legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty + payments should be clearly marked as such and sent to the Project + Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in + Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg + Literary Archive Foundation." + +* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies + you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he + does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm + License. You must require such a user to return or destroy all + copies of the works possessed in a physical medium and discontinue + all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm + works. + +* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of + any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the + electronic work is discovered and reported to you within 90 days of + receipt of the work. + +* You comply with all other terms of this agreement for free + distribution of Project Gutenberg-tm works. + +1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project +Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than +are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing +from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The +Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm +trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. + +1.F. + +1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable +effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread +works not protected by U.S. copyright law in creating the Project +Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm +electronic works, and the medium on which they may be stored, may +contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate +or corrupt data, transcription errors, a copyright or other +intellectual property infringement, a defective or damaged disk or +other medium, a computer virus, or computer codes that damage or +cannot be read by your equipment. + +1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right +of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project +Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project +Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all +liability to you for damages, costs and expenses, including legal +fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT +LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE +PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE +TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE +LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR +INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH +DAMAGE. + +1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a +defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can +receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a +written explanation to the person you received the work from. If you +received the work on a physical medium, you must return the medium +with your written explanation. The person or entity that provided you +with the defective work may elect to provide a replacement copy in +lieu of a refund. If you received the work electronically, the person +or entity providing it to you may choose to give you a second +opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If +the second copy is also defective, you may demand a refund in writing +without further opportunities to fix the problem. + +1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth +in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO +OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT +LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. + +1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied +warranties or the exclusion or limitation of certain types of +damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement +violates the law of the state applicable to this agreement, the +agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or +limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or +unenforceability of any provision of this agreement shall not void the +remaining provisions. + +1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the +trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone +providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in +accordance with this agreement, and any volunteers associated with the +production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm +electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, +including legal fees, that arise directly or indirectly from any of +the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this +or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or +additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any +Defect you cause. + +Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm + +Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of +electronic works in formats readable by the widest variety of +computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It +exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations +from people in all walks of life. + +Volunteers and financial support to provide volunteers with the +assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's +goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will +remain freely available for generations to come. In 2001, the Project +Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure +and permanent future for Project Gutenberg-tm and future +generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see +Sections 3 and 4 and the Foundation information page at +www.gutenberg.org + + + +Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation + +The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit +501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the +state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal +Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification +number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by +U.S. federal laws and your state's laws. + +The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the +mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its +volunteers and employees are scattered throughout numerous +locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt +Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to +date contact information can be found at the Foundation's web site and +official page at www.gutenberg.org/contact + +For additional contact information: + + Dr. Gregory B. Newby + Chief Executive and Director + gbnewby@pglaf.org + +Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg +Literary Archive Foundation + +Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide +spread public support and donations to carry out its mission of +increasing the number of public domain and licensed works that can be +freely distributed in machine readable form accessible by the widest +array of equipment including outdated equipment. Many small donations +($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt +status with the IRS. + +The Foundation is committed to complying with the laws regulating +charities and charitable donations in all 50 states of the United +States. Compliance requirements are not uniform and it takes a +considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up +with these requirements. We do not solicit donations in locations +where we have not received written confirmation of compliance. To SEND +DONATIONS or determine the status of compliance for any particular +state visit www.gutenberg.org/donate + +While we cannot and do not solicit contributions from states where we +have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition +against accepting unsolicited donations from donors in such states who +approach us with offers to donate. + +International donations are gratefully accepted, but we cannot make +any statements concerning tax treatment of donations received from +outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. + +Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation +methods and addresses. Donations are accepted in a number of other +ways including checks, online payments and credit card donations. To +donate, please visit: www.gutenberg.org/donate + +Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. + +Professor Michael S. Hart was the originator of the Project +Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be +freely shared with anyone. For forty years, he produced and +distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of +volunteer support. + +Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed +editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in +the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not +necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper +edition. + +Most people start at our Web site which has the main PG search +facility: www.gutenberg.org + +This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, +including how to make donations to the Project Gutenberg Literary +Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to +subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. + + + +</pre> + +</body> +</html> diff --git a/old/50733-h/images/01_cover.jpg b/old/50733-h/images/01_cover.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..123bc2c --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/01_cover.jpg diff --git a/old/50733-h/images/02_logo.jpg b/old/50733-h/images/02_logo.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a5ba147 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/02_logo.jpg diff --git a/old/50733-h/images/03_hoofdstuk1.jpg b/old/50733-h/images/03_hoofdstuk1.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..683b4c4 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/03_hoofdstuk1.jpg diff --git a/old/50733-h/images/04_maaltijd.jpg b/old/50733-h/images/04_maaltijd.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4e89427 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/04_maaltijd.jpg diff --git a/old/50733-h/images/05_boek.jpg b/old/50733-h/images/05_boek.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2377edc --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/05_boek.jpg diff --git a/old/50733-h/images/06_spaarpot.jpg b/old/50733-h/images/06_spaarpot.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6ac14a7 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/06_spaarpot.jpg diff --git a/old/50733-h/images/07_puf.jpg b/old/50733-h/images/07_puf.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..faf506b --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/07_puf.jpg diff --git a/old/50733-h/images/08_hoofdstuk2.jpg b/old/50733-h/images/08_hoofdstuk2.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4e91b16 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/08_hoofdstuk2.jpg diff --git a/old/50733-h/images/09_preek.jpg b/old/50733-h/images/09_preek.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..642e9c6 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/09_preek.jpg diff --git a/old/50733-h/images/10_.jpg b/old/50733-h/images/10_.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e43858b --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/10_.jpg diff --git a/old/50733-h/images/10_bad.jpg b/old/50733-h/images/10_bad.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6ae2c81 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/10_bad.jpg diff --git a/old/50733-h/images/11_kaal.jpg b/old/50733-h/images/11_kaal.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ba1c2be --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/11_kaal.jpg diff --git a/old/50733-h/images/12_vragen.jpg b/old/50733-h/images/12_vragen.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c5b76b4 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/12_vragen.jpg diff --git a/old/50733-h/images/13_soep.jpg b/old/50733-h/images/13_soep.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..961c46b --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/13_soep.jpg diff --git a/old/50733-h/images/14_wagen.jpg b/old/50733-h/images/14_wagen.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..412970d --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/14_wagen.jpg diff --git a/old/50733-h/images/15_bril.jpg b/old/50733-h/images/15_bril.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..15836a5 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/15_bril.jpg diff --git a/old/50733-h/images/16_vissen.jpg b/old/50733-h/images/16_vissen.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7982807 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/16_vissen.jpg diff --git a/old/50733-h/images/17_locomotief.jpg b/old/50733-h/images/17_locomotief.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3f32c63 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/17_locomotief.jpg diff --git a/old/50733-h/images/18_badkamer.jpg b/old/50733-h/images/18_badkamer.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..311214b --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/18_badkamer.jpg diff --git a/old/50733-h/images/19_gouvernante.jpg b/old/50733-h/images/19_gouvernante.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6dfb9cf --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/19_gouvernante.jpg diff --git a/old/50733-h/images/20_dame.jpg b/old/50733-h/images/20_dame.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2987783 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/20_dame.jpg diff --git a/old/50733-h/images/21_brief.jpg b/old/50733-h/images/21_brief.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..18eac54 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/21_brief.jpg diff --git a/old/50733-h/images/22_mijlpaal.jpg b/old/50733-h/images/22_mijlpaal.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..99eb6f5 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/22_mijlpaal.jpg diff --git a/old/50733-h/images/23_schutting.jpg b/old/50733-h/images/23_schutting.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..02aead0 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/23_schutting.jpg diff --git a/old/50733-h/images/24_zigeuner.jpg b/old/50733-h/images/24_zigeuner.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..66c1fb3 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/24_zigeuner.jpg diff --git a/old/50733-h/images/25_stoel.jpg b/old/50733-h/images/25_stoel.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..093c56c --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/25_stoel.jpg diff --git a/old/50733-h/images/26_ezels.jpg b/old/50733-h/images/26_ezels.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..beb5c61 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/26_ezels.jpg diff --git a/old/50733-h/images/27_afgeworpen.jpg b/old/50733-h/images/27_afgeworpen.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d7d7e68 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/27_afgeworpen.jpg diff --git a/old/50733-h/images/28_klikken.jpg b/old/50733-h/images/28_klikken.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5595d64 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/28_klikken.jpg diff --git a/old/50733-h/images/29_gespijkerd.jpg b/old/50733-h/images/29_gespijkerd.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..82d0bd8 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/29_gespijkerd.jpg diff --git a/old/50733-h/images/30_schilderen.jpg b/old/50733-h/images/30_schilderen.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..78c53ec --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/30_schilderen.jpg diff --git a/old/50733-h/images/31_marcheren.jpg b/old/50733-h/images/31_marcheren.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..fc9d7b2 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/31_marcheren.jpg diff --git a/old/50733-h/images/32_aframmeling.jpg b/old/50733-h/images/32_aframmeling.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b977131 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/32_aframmeling.jpg diff --git a/old/50733-h/images/33_afnemer.jpg b/old/50733-h/images/33_afnemer.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..225d11b --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/33_afnemer.jpg diff --git a/old/50733-h/images/34_samuel.jpg b/old/50733-h/images/34_samuel.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5a0ef79 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/34_samuel.jpg diff --git a/old/50733-h/images/35_vrachtje.jpg b/old/50733-h/images/35_vrachtje.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1b4fc61 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/35_vrachtje.jpg diff --git a/old/50733-h/images/36_bloemenrijtuig.jpg b/old/50733-h/images/36_bloemenrijtuig.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f6c042a --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/36_bloemenrijtuig.jpg diff --git a/old/50733-h/images/37_eindpaal.jpg b/old/50733-h/images/37_eindpaal.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f5bd705 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/37_eindpaal.jpg diff --git a/old/50733-h/images/38_wedstrijd.jpg b/old/50733-h/images/38_wedstrijd.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..78d7408 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/38_wedstrijd.jpg diff --git a/old/50733-h/images/39_vliegers.jpg b/old/50733-h/images/39_vliegers.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b243d7a --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/39_vliegers.jpg diff --git a/old/50733-h/images/40_cricket.jpg b/old/50733-h/images/40_cricket.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..67897d8 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/40_cricket.jpg diff --git a/old/50733-h/images/41_sloot.jpg b/old/50733-h/images/41_sloot.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..50f26b5 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/41_sloot.jpg diff --git a/old/50733-h/images/42_kreupel.jpg b/old/50733-h/images/42_kreupel.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6421cae --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/42_kreupel.jpg diff --git a/old/50733-h/images/43_krachteloos.jpg b/old/50733-h/images/43_krachteloos.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..cd60ec8 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/43_krachteloos.jpg diff --git a/old/50733-h/images/44_landhek.jpg b/old/50733-h/images/44_landhek.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7905390 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/44_landhek.jpg diff --git a/old/50733-h/images/45_pakket.jpg b/old/50733-h/images/45_pakket.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3eb6c2c --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/45_pakket.jpg diff --git a/old/50733-h/images/46_schietschijf.jpg b/old/50733-h/images/46_schietschijf.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..9194a07 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/46_schietschijf.jpg diff --git a/old/50733-h/images/47_boogschieten.jpg b/old/50733-h/images/47_boogschieten.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..06b7172 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/47_boogschieten.jpg diff --git a/old/50733-h/images/48_hoofdstuk13.jpg b/old/50733-h/images/48_hoofdstuk13.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8243e48 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/48_hoofdstuk13.jpg diff --git a/old/50733-h/images/49_inpakken.jpg b/old/50733-h/images/49_inpakken.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..1d9cfc4 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/49_inpakken.jpg diff --git a/old/50733-h/images/50_weggelopen.jpg b/old/50733-h/images/50_weggelopen.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b0d5553 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/50_weggelopen.jpg diff --git a/old/50733-h/images/51_omgevallen.jpg b/old/50733-h/images/51_omgevallen.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..612202b --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/51_omgevallen.jpg diff --git a/old/50733-h/images/52_afgesneden.jpg b/old/50733-h/images/52_afgesneden.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..91fa779 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/52_afgesneden.jpg diff --git a/old/50733-h/images/53_dokter.jpg b/old/50733-h/images/53_dokter.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a8c3198 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/53_dokter.jpg diff --git a/old/50733-h/images/54_sofa.jpg b/old/50733-h/images/54_sofa.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3e88552 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/54_sofa.jpg diff --git a/old/50733-h/images/55_herstellend.jpg b/old/50733-h/images/55_herstellend.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..6d16bfb --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/55_herstellend.jpg diff --git a/old/50733-h/images/56_halster.jpg b/old/50733-h/images/56_halster.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..b5a7738 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/56_halster.jpg diff --git a/old/50733-h/images/57_slaapmuts.jpg b/old/50733-h/images/57_slaapmuts.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c00e9ee --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/57_slaapmuts.jpg diff --git a/old/50733-h/images/58_afscheid.jpg b/old/50733-h/images/58_afscheid.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8dfbbc8 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/58_afscheid.jpg diff --git a/old/50733-h/images/59_kruisweg.jpg b/old/50733-h/images/59_kruisweg.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2f39a4c --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/59_kruisweg.jpg diff --git a/old/50733-h/images/60_braambessen.jpg b/old/50733-h/images/60_braambessen.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..5980253 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/60_braambessen.jpg diff --git a/old/50733-h/images/61_vermoeid.jpg b/old/50733-h/images/61_vermoeid.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..c0cb69b --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/61_vermoeid.jpg diff --git a/old/50733-h/images/62_gezellig.jpg b/old/50733-h/images/62_gezellig.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..288a408 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/62_gezellig.jpg diff --git a/old/50733-h/images/63_ridder.jpg b/old/50733-h/images/63_ridder.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..09444ad --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/63_ridder.jpg diff --git a/old/50733-h/images/64_koud.jpg b/old/50733-h/images/64_koud.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..d03544e --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/64_koud.jpg diff --git a/old/50733-h/images/65_schoonheid.jpg b/old/50733-h/images/65_schoonheid.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..cd75287 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/65_schoonheid.jpg diff --git a/old/50733-h/images/66_strijd.jpg b/old/50733-h/images/66_strijd.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..e245aaa --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/66_strijd.jpg diff --git a/old/50733-h/images/67_fidelis.jpg b/old/50733-h/images/67_fidelis.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..af01320 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/67_fidelis.jpg diff --git a/old/50733-h/images/68_geknield.jpg b/old/50733-h/images/68_geknield.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..3e69450 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/68_geknield.jpg diff --git a/old/50733-h/images/69_blijdschap.jpg b/old/50733-h/images/69_blijdschap.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..7298482 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/69_blijdschap.jpg diff --git a/old/50733-h/images/70_dagboek.jpg b/old/50733-h/images/70_dagboek.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..15cb654 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/70_dagboek.jpg diff --git a/old/50733-h/images/71_flink.jpg b/old/50733-h/images/71_flink.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..4e3a43e --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/71_flink.jpg diff --git a/old/50733-h/images/72_sluipend.jpg b/old/50733-h/images/72_sluipend.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..f0aebef --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/72_sluipend.jpg diff --git a/old/50733-h/images/73_rennend.jpg b/old/50733-h/images/73_rennend.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..66b5258 --- /dev/null +++ b/old/50733-h/images/73_rennend.jpg |
