summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/50363-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/50363-8.txt')
-rw-r--r--old/50363-8.txt6298
1 files changed, 0 insertions, 6298 deletions
diff --git a/old/50363-8.txt b/old/50363-8.txt
deleted file mode 100644
index a2bcb64..0000000
--- a/old/50363-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,6298 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Vijftien dagen te Londen, op het einde van
-1815., by Defauconpret Auguste-Jean-Baptiste
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-
-
-Title: Vijftien dagen te Londen, op het einde van 1815.
-
-Author: Defauconpret Auguste-Jean-Baptiste
-
-Release Date: November 1, 2015 [EBook #50363]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VIJFTIEN DAGEN TE LONDEN ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg in celebration of Distributed Proofreaders' 15th
-Anniversary. (This book was produced from scanned images
-of public domain material from the Google Books project.)
-
-
-
-
-
-
-
-
- VIJFTIEN DAGEN
- TE
- LONDEN,
-
- OP HET EINDE VAN 1815.
-
-
- Naar het Fransch,
-
-
- Te LEEUWARDEN
- Bij J. W. BROUWER.
- MDCCCXVI.
-
-
-
-
-
-
-
-DE VERTALER AAN DEN LEZER.
-
-
-Quinze jours [1] a Londres a la fin de 1815, verscheen, voor
-eenige weinige maanden, te Parijs in het licht, en werd daar met
-graagte ontvangen. De vrolijke schrijftrant van den auteur en
-het, hier en daar ingevlochten, piquante, met opzigt tot eenige,
-voor den Franschman zeker zonderlinge, gewoonten en gebruiken der
-Engelschen, heeft, buiten kijf, tot die grage ontvangst niet weinig
-bijgedragen. Onze natie, die in vele dezer gewoonten en gebruiken
-(niet alle, het boksen vooral niet!) de hare, met eenige meerdere of
-mindere afwijkingen en nuances, vindt en herkent, zal er juist zoo
-vreemd niet van opzien, als een Parijzenaar, die in zijne Capitale
-du monde het non plus ultra van alle menschelijke beschaafdheid en
-gezellige genoegens meent te bezitten. Veel zou er dus, bij wijze van
-aanteekeningen onder of achter den tekst, tegen vele, vrij gewaagde,
-stellingen en verkeerde opvattingen van onzen Schrijver, te zeggen
-en ook te bewijzen zijn geweest; doch de Vertaler heeft, daar hij
-dit werkje voor niets meer, dan voor eene vrolijke lectuur in ledige
-oogenblikken opdischt, en het ook met geen oogmerk schijnt geschreven
-te zijn, om een zedekundig tafereel van Londens inwoners te leveren;
-zich van iedere aanmerking onthouden; terwijl hij geenszins twijfelt,
-of het zal, zoo als het daar is, zijnen landgenooten, bij de lezing,
-een vrolijk uurtje verschaffen. De vertaling althans is voor hem eene
-aangename bezigheid geweest.
-
-Voor eenige, zijns ondanks, ingeslopene drukfeilen (zinstorende
-zullen er, vertrouwt hij, niet in aangetroffen worden) verzoekt hij
-nederig verschooning van hen, die het: wij zijn menschen, en ons
-werk is menschenwerk! niet altijd gedenken: zij, die daaraan steeds
-gedachtig zijn, vergeven ze hem en den letterzetter gereedelijk.
-
-
- B.
-
-Amsterdam October
-
- 1816.
-
-
-
-
-INHOUD.
-
-
- Bladz.
- I. Ik ben te Douvres. 1.
- II. Nog al te Douvres. 15.
- III. Reis naar en aankomst te Londen. 29.
- IV. Het Keizerlijk Hof van St. Petersburg. 41.
- V. De begrafenis. 48.
- VI. Hier houdt men opene tafel. 56.
- VII. Het koffijhuis. 65.
- VIII. De Londensche zondag. 75.
- IX. De brand. 85.
- X. De schellen. 93.
- XI. De schouwburg. 98.
- XII. De straten en huizen. 110.
- XIII. * * * * * * 119.
- XIV. Het Britsche Museum. 126.
- XV. De Engelsche wellevendheid. 134.
- XVI. De speculant. 139.
- XVII. Het Engelsche middagmaal. 145.
- XVIII. De Sherifs. 156.
- XIX. De Vuistvechters. (Boksers.) 162.
- XX. Engelsche zindelijkheid. 176.
- XXI. De wandeling. 186.
- XXII. Korte beschrijving van Londen door eenen
- Italiaanschen schilder. 197.
- XXIII. Goddam. 204.
- XXIV. De Dagbladen. 210.
- XXV. De Spotprenten. 220.
- XXVI. Roovers--Afzetters--Zakkerolders en
- Beurzensnijders. 225.
- XXVII. De Tower. 233.
- XXVIII. Eene onverwachte ontmoeting. 241.
- XXIX. Geschiedenis van eenen Franschen Kunstenaar. 247.
- XXX. Eene tooneelvertooning in de Latijnsche taal. 256.
- XXXI. De Zelfmoord. 264.
- XXXII. Het afscheid. 271.
-
-
-
-
-
-
-
- VIJFTIEN DAGEN
- TE
- LONDEN.
-
-
-I.
-
-IK BEN TE DOUVRES.
-
-
-Onmogelijk, mijnheer! volstrekt onmogelijk! gij kunt morgen niet naar
-Londen vertrekken--
-
---"En waarom niet, met uw verlof, mijnheer?"
-
---"Wel, omdat gij een paspoort moet hebben."
-
---"Mijn hemel, mijnheer! gij hebt daar mijnen pas immers in uwe
-handen! Heb slechts de goedheid te lezen. Wijl gij Fransch spreekt,
-zult gij, als ambtenaar, het toch ook wel kunnen lezen."
-
---"Zeer wel, mijnheer! zeer wel; uw paspoort is in orde, en zonder
-dat zou men u ook geen permis, om aan wal te komen, gegeven hebben."
-
-Geenszins acht ik het overtollig, hierbij aan te stippen, dat de
-paketboot--de overbrengster van mijnen waarden persoon--reeds des
-namiddags ten twee ure de haven was binnen geloopen, dat ik niet
-voor zeven ure des avonds het permis tot ontscheping bekwam, en ik
-dus vijf doodelijk vervelende uren op de paketboot tusschen hoop en
-vrees doorbragt, altijd door eenen tolbediende, welken ik in mijn hart
-met den naam van scheepsverklikker bestempelde, in het oog gehouden
-wordende; maar die mij nogtans de vrijheid vergunde, naar goedvinden
-op het dek heen en weder te wandelen; want de lezer moet niet uit
-het oog verliezen, dat ik mij thans in een vrij land bevond.
-
-"Maar, vervolgde hij, dit is immers een Fransche pas, en om naar
-Londen, of eenige andere plaats in Engeland te kunnen vertrekken, moet
-het alien-office--dat is--het bureau der paspoorten voor vreemdelingen,
-u een paspoort uit Londen toezenden."
-
---"En is er veel tijds noodig, om mij met zulk een paspoort te
-voorzien?"
-
---"Och neen, slechts drie dagen, om te schrijven en antwoord te
-ontvangen.--Dan ter zaak, mijnheer! Waarom komt gij eigenlijk in
-Engeland?"
-
---"Waarom, mijnheer! waarom? Wel, om dezelfde reden, waarom honderd
-andere Franschen in Engeland komen, en welken men waarschijnlijk
-nooit deze vraag gedaan heeft."
-
---"Onverschillig, mijnheer! Een beetje kort af, als het u belieft;
-mijn tijd is kostbaar: geef mij de reden te kennen, ten einde ik
-dezelve kan opschrijven."
-
---"In waarheid, mijnheer! dezelve is juist niet al te duidelijk;
-want ik kom hier geenszins, om hulpmiddelen tegen de spleen te zoeken,
-welke ik nimmer, dan bij naam, kende, doch waaronder ik thans door vijf
-uren wachtens naar een permis, om te mogen aan wal komen, bijna zoude
-bezweken zijn: ook kom ik hier geenszins met oogmerk van bezuiniging;
-wijl men hier, volgens het algemeene zeggen, wel driemaal zoo veel
-moet verteren, als in Frankrijk, en men er zich tevens wel driemaal
-slechter bevindt. De eenvoudige reden van mijne reize is alleen om de
-schoonheden van het beroemde Londen te bewonderen--om mijne luchtige
-Fransche hersenkas met een weinigje Engelsche zwaarmoedige deftigheid,
-het karakter uwer natie, aan te vullen;--om eenige nadere kennis met
-uwe letterkunde, welke mij niet geheel en al vreemd is, te maken;
-en eindelijk om--om--"
-
-Hier werd onze vriend ongeduldig en riep--"genoeg, mijnheer! genoeg:
-ik zie al, wat het is!" Met deze woorden greep hij naar zijne pen,
-welke, tot op dit oogenblik, onbewegelijk achter zijn oor was blijven
-steken, even als een krijgsman naar zijn zwaard; want dit is een
-vast aangenomen gebruik van alle Engelschen, die schrijven kunnen,
-en nu mompelde hij, al schrijvende, tusschen de tanden:--"Reis voor
-vermaak en onderrigting."
-
---"Verder, mijnheer! voegde hij er bij, wien kent gij te Londen?"
-
---"Niemand, mijnheer!"
-
---"Hoe, niemand! riep hij uit, terwijl hij zijne pen weder achter zijn
-oor plaatste: niemand? in dat geval, mijnheer! zult gij wel doen,
-maar weder terstond naar Frankrijk terug te keeren, want men zal u
-geen paspoort toezenden."
-
---"Wat wil dat zeggen?"
-
---"Dat het, om een paspoort te bekomen, hoogst noodzakelijk is,
-dat een geboren Engelschman, die tevens gegoed en geloofwaardig is,
-aan het bureau der paspoorten verklaart, in te staan voor uw zedelijk
-en politiek gedrag, en wiens naam en verklaring ik in mijn rapport
-moet invullen."
-
-Gelukkig herinnerde ik mij in dit oogenblik, dat een lid van de
-Fransche Akademie van Wetenschappen mij eenen aanbevelingsbrief
-had medegegeven voor mylord A...., lid van de Koninklijke Societeit
-te Londen.
-
-"Mijnheer!" zeide ik nu tegen den eeuwigen prater; "schoon ik niemand
-te Londen ken, kent men er mij evenwel, en mijn voornemen is, bij
-mijne aankomst, ten huize van mylord A.... af te stappen."
-
---"Wel, mijnheer! hernam hij, dit is genoeg! mylord A.... is een man
-uit duizenden, alom geacht wegens zijne uitgebreide kunde, en bemind
-wegens zijne heerlijke grondbeginselen: één woord van hem bij het
-alien office is voldoende."--Hier nam hij ten tweede male de pen van
-achter zijn oor en schreef: "speciaal bekend bij mylord A...."
-
-Nu ging het weder aan een vragen. "Denkt gij langen tijd in Engeland
-te blijven?"--
-
---"Zoo lang, als het er mij zal bevallen."
-
---"Maar nog eens, mijnheer! verklaar u: denkt gij er wel drie maanden
-te vertoeven?"--
-
---"Om u de waarheid te zeggen, dat geloof ik niet; de voorrede maakt
-mijne ongerustheid eenigzins gaande omtrent het boek zelve. Doch
-schrijf slechts ten langste drie maanden. Ik zal dan, naar goedvinden,
-mijn verblijf kunnen bekorten: is het niet zoo, mijnheer?"
-
---"Gij zult kunnen vertrekken, wanneer gij wilt. Nog dezen avond zal
-ik uwen Franschen pas naar het alien-office opzenden, en binnen drie
-dagen, namelijk Woensdag, zal het antwoord hier kunnen zijn."
-
---"Thans mijnheer! hoop ik, dat gij mij mijne goederen zult doen
-ter hand stellen. Gelukkiger dan hun meester, hebben zij geen permis
-tot ontscheping noodig gehad, en het zijn reeds meer dan vijf uren,
-dat wij van elkander gescheiden zijn."
-
---"Mijnheer! uwe goederen moeten eerst gevisiteerd worden."
-
---"Niet meer dan billijk, mijnheer! en ik ben zoo vrij, u te verzoeken,
-die visitatie te bespoedigen."
-
---"Onmogelijk, mijnheer! onmogelijk! Het is thans zondag, een dag,
-waarop wij hier nimmer gewoon zijn te werken: gij zult dus tot morgen
-ochtend dienen te wachten."
-
---"Ik mag toch mijne slaapmuts wel uit mijnen reiszak krijgen?"
-
---"Onmogelijk, zeg ik u nogmaals, mijnheer! Er mag volstrekt niets
-geopend worden.--Ik heb de eer, u dienaar te zijn."
-
-De lezer zal reeds opgemerkt hebben, dat dit geheele tooneel aan het
-tolkantoor te Douvres werd afgespeeld. De kommies, die met mijne
-bewaking belast scheen, had mij, zoodra het geoorloofd was, voet
-aan land te zetten, derwaarts gebragt; want dit is de eerste visite,
-welke men, bij het aan wal stappen, verpligt is te doen.--In minder
-dan drie uren tijds, had ik, bij het fraaiste weder, dezen overtogt
-die waarlijk een pleizierreisje te noemen was, van Calais naar Douvres
-gedaan, en geene de minste aandoening van de zoo genaamde zeeziekte
-bespeurd, schoon ik mij voor de eerste maal op dat trouwelooze element
-bevond. Reeds te negen ure des morgens had ik mijn ontbijt te Calais
-genomen: thans was het acht ure des avonds, dus gevoelde zich mijne
-arme maag, na elf uren vastens, door eenen hevigen eetlust besprongen,
-welke door de ongewone zeelucht nog sterker was toegenomen. Ik verzocht
-derhalve een dier nuttige gedienstige wezens, welke men in alle landen
-en plaatsen, met de armen over elkander, werkeloos tegen eenen boom,
-muur of huis leunende, aantreft, mij in het logement, waar de postwagen
-afreed, te brengen. Daar hetzelve niet verder dan eenige voetstappen
-van het tolkantoor was, gaf ik mijnen geleider eenen halven schelling,
-denkende, hem rijkelijk voor zijne moeite te betalen; doch ik leerde
-hier, dat een echte Engelschman zich nooit minder dan voor eenen
-heelen schelling beweegt, en moest dus mijne fooi verdubbelen.
-
-Ligtelijk zal men zich kunnen verbeelden, dat mijne eerste gedachte
-zich tot een goed avondmaal bepaalde: derhalve vroeg ik den knecht
-om de keukenlijst. Mijn hoofd was echter nog geheel vervuld met
-Fransche denkbeelden en begrippen, en het was mij geheel onbekend,
-dat in de Engelsche logementen de lijst der geregten op het puntje
-van des knechts tong hare zitplaats houdt. Intusschen behoefde deze
-zijn geheugen in het geheel niet te pijnigen, om zich die lijst te
-herinneren; want alles, wat hij mij konde opdisschen was brood met
-een koud stuk ossenvleesch, kaas en thee. De thee scheen mij een
-al te luchtig voedsel voor eene maag, razende van honger en dol van
-appetijt. Ik bepaalde mij dus tot het gebruik der drie eerstgenoemde
-artikelen. Nu dischte men ook een stuk koud gebraden ossenvleesch
-op, dat nagenoeg nog een pond of negen of tien zal gehouden hebben;
-schoon ik uit deszelfs omvang en de reeds ontbloote beenderen, het
-facit ligtelijk kon opmaken, dat het reeds dikwijls de eer had gehad
-voor een aanzienlijk getal van mijne voorgangers te compareren. Ook
-plaatste men eene kan bier voor mij op de tafel, benevens een klein
-stuk brood, zoo wit als krijt, hetwelk niet onaangenaam van smaak, maar
-zoodanig hard en uitgedroogd was, dat het wel eenen steen geleek, en
-ik niet verder durfde wagen, mijn gebit er op te oefenen, uit vrees
-van een' mijner tanden er bij in te schieten. Bij dit alles kwam
-nog een zoutvat, eene flesch azijn, en een klein fleschje met peper
-te voorschijn: ja, lieve lezer! een fleschje met peper, dat veel
-overeenkomst had met die houten zoutvaatjes, welke de kostgangers
-in de kollegien te Parijs voormaals meestal bij zich droegen, om
-er gebruik van te maken, wanneer men hen op een eitje uit den dop,
-zonder zout, of op een slaadje zonder olie onthaalde. Ten laatste
-zette men een bord voor mij neder, waar naast men ter regterzijde
-een mes en ter linkerzijde eene vork legde, waarmede men mij naar
-welgevallen met het stuk vleesch liet omspringen. Vruchteloos zat
-ik op een servet te wachten, hetwelk mij echter niet gebragt werd;
-want dit stuk huisraad schijnt geenszins in de Engelsche logementen
-in gebruik te zijn, even min als bij den geringen burger, ja zelfs
-niet eens bij den middelstand. De mond en handen veegt men af aan de
-randen van het tafellaken, en draagt wel ter dege zorg, alle Zondagen
-zonder verzuim een schoon tafellaken te spreiden.
-
-Hier hoor ik mijne lezers, bijzonder hen, die een weinigje
-ongemakkelijk vallen, in drift uitroepen: "Hoe is het mogelijk, zijnen
-mond aan den rand van een tafellaken te kunnen afvegen, hetwelk reeds
-ten zelfde gebruike aan zoo vele andere monden gediend heeft? en
-de Hemel wete, aan welke monden!" Een oogenblik, mijne heeren! een
-oogenblik! Zeker hebt gij wel eens eene kat het middag- of avondmaal
-zien houden? Hebt gij dan, bij die gelegenheid, nimmer opgemerkt, hoe
-zindelijk en met welk eene verbazende vlugheid zulk eene kat, als zij
-hare bekomst heeft, eerst hare tong over de onderste lip laat gaan,
-dezelve vervolgens over de bovenste insgelijks de ronde laat doen,
-en aldus deze kunstbewerking twee of drie malen herhalende, zich van
-het overtollige overblijfsel van haar maal op eene gemakkelijke wijze
-weet te ontlasten? Welnu, mijne vrienden! de goede moeder Natuur heeft
-u immers met een dergelijk servet mildelijk beschonken: schaamt u dan
-geenszins van eene kat of van eenen Engelschman de wijze te leeren,
-om er u met vrucht van te bedienen.
-
-Na het eindigen van mijn soupé, hetwelk mij echter niet lang bezig had
-gehouden, begon mij de zelfverveling te bekruipen: ik dacht dus geen
-betere partij te kunnen nemen, om dezelve te verdrijven, dan om eene
-kamer te vragen en vervolgens te gaan slapen. Het duurde echter ten
-minste nog een goed uur, eer men aan mijn verzoek voldeed. Eindelijk
-kwam eene stevige, frissche meid, van een vrolijk voorkomen, met den
-blaker in de hand, mij zeggen, dat mijn bed gereed was. Ik volgde haar
-langs eenen kleinen smallen trap, zoo als de meeste trappen in Engeland
-zijn, tot zij mij in eene groote kamer bragt, waarvan het geheele
-behangsel bestond in vier wel gewitte muren, en het ameublement uit
-vier ledikanten, allen zonder gordijnen, en uit even zoo veel stoelen.
-
-Oogenblikkelijk schoot mij, bij de beschouwing van dit geheel, de
-gewigtige aanmerking te binnen, dat er nog een allernoodzakelijkst
-en onmisbaar stuk huisraad ontbrak; doch onder de ledikanten ziende,
-ontdekte ik, dat men het niet vergeten had, en dat er juist zoo veel
-nachtspiegels als bedden en stoelen op de kamer aanwezig waren.
-
-Bij het opnemen der meubelen had ik nog eene kruik met water en eene
-handenwaskom, beide in de vensterbank geplaatst, vergeten, en welke ten
-algemeenen gebruike van de bewoners dezer slaapzaal geschikt schenen.
-
-Inmiddels ik mij aldus bezig hield met den boel eens rond te zien,
-trachtte de dikke, bolle meid een praatje met mij te maken; doch,
-ofschoon ik het Engelsch genoegzaam kon spreken, en zij mij redelijk
-wel verstond, kan ik den geëerden lezer of lezeresse op mijn woord van
-eer verzekeren, dat zij hare tong met zoodanig eene vlugheid wist te
-bewegen, of, om mij klaarder uit te drukken, zoodanig rabbelde, dat
-het mij onmogelijk was, den zamenhang harer woorden te bevatten. Ons
-gesprek bestond derhalve, van mijne zijde, uit woorden, en van haren
-kant uit gebaren en teekens.
-
---"Lieve meid, kunt gij mij geene kamer met één bed geven?"
-
---Zij schudde het hoofd; waaruit ik het antwoord--neen!--meende
-te bespeuren.
-
---"Kunt gij mij dan ten minste geene tafel bezorgen? Ik heb iets
-te schrijven."
-
-Hierop trachtte zij met wijzen en wenken mij te beduiden, dat ik
-beneden in het vertrek, waar ik mijn avondmaal gehouden had, kon
-gaan schrijven.
-
---"Inderdaad, ik ben hier zeer slecht gehuisvest!"
-
-Nu nam ze mij bij de hand, bragt mij naar het achterste ledikant,
-vlak tegenover het kleine en zelfs eenigste raam in deze heerlijke
-slaapzaal, hetwelk, bij vollen zonneschijn, slechts een zeer flaauw
-licht scheen te kunnen verspreiden, hief beide hare armen lijnregt
-in de hoogte, en liet dezelve terstond weder zachtjes op het bed
-nederzinken, terwijl zij haar hoofd op het kussen scheen neder te
-leggen, zonder het echter in de daad aan te raken, en kneep haar
-oogen digt, even als of zij sliep.
-
-Ik voor mij kon dit gebarenspel niet al te wel bevatten, en zelfs de
-grootste uitlegkundige zou het, mijns bedunkens, op onderscheidene
-wijzen hebben kunnen verklaren.
-
-Intusschen hield ik mij, als of ik haar volmaakt wel verstond, en, even
-als zij, mij door gebaren trachtende begrijpelijk te maken, vroeg ik
-haar, of--maar wat baat het den lezer, te weten, wat ik vroeg?--Genoeg,
-in plaats van mij te antwoorden, lachte zij als eene bezetene, vloog,
-als een pijl, uit de kamer en liet mij tot gezelschap een eindje kaars,
-dat mij, als het ware, scheen toe te roepen: "Ik brand nog maar een
-kwartier!" Schoon het niet later dan tien ure was, besloot ik echter,
-in 's hemels naam, naar bed te gaan. Een witte zakdoek, welken ik
-gelukkiglijk bij mij had, moest de rol van eene slaapmuts vervullen:
-het bed was redelijk, en ik zoude er volmaakt wel op gerust hebben,
-bijaldien ik niet, tot zesmaal toe, door mijne slaapkameraden ware
-gestoord geworden, die op drie onderscheidene oogenblikken binnen
-kwamen, en op dezelfde wijze ook ieder afzonderlijk weder vertrokken.
-
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-NOG AL TE DOUVRES.
-
-
-"Mijnheer Pot-de-Vin," zeide ik, den anderen morgen, zoo haast als
-ik beneden kwam.--
-
-Gij moet weten, geëerde lezer! dat mijnheer Pot-de-Vin meester
-van den huize in het logement is, waar de postwagen van Douvres op
-Londen afrijdt. Hij is een Franschman van geboorte, doch reeds sinds
-vele jaren in deze stad gevestigd, en overigens in doen en laten een
-volmaakte Engelschman, zoo dat men in houding en manieren, ja zelfs
-in het stroeve, ernstige voorkomen tusschen hem en eenen inboorling
-bijna geen onderscheid kan ontdekken.
-
-"Mijnheer Pot-de-Vin," zeide ik dan tegen hem, "ik verzoek u,
-mij een vrije kamer te geven, en vooral eene tafel; ik wenschte
-naar welgevallen te kunnen lezen en schrijven, en bovenal niet van
-zelfverveling te sterven gedurende den tijd, dat het alien-office mij
-veroordeelt te Douvres zijne nadere bevelen af te wachten. Indien u
-dit dus niet mogelijk is, zal ik verpligt zijn, elders mijnen intrek
-te nemen."
-
---"Ik heb slechts één vertrek te missen," zeide hij; "heb de goedheid,
-eens te zien, of het u bevalt."
-
-Een kleine, ongemakkelijke trap, veel gelijkheid hebbende met eenen
-molenladder, en in de keuken opgaande, bragt ons op den zolder en
-vervolgens in de zoo genaamde kamer, welke geen ander licht ontving,
-dan door eene enkele ruit, uitgehouwen in den muur. Ook hier was geen
-ander dan het reeds bekende huisraad, te weten een bed, een stoel en
-een nachtspiegel, welk laatste meubel ik den vorigen avond gevreesd had
-vergeten te zijn. Toen men mij eindelijk, op mijn dringend verzoek,
-eene tafel had doen bezorgen, kon ik niet dan uiterst voorzigtig en
-met alle behoedzaamheid op mijne kamer komen, dewijl men er door de
-volte zich naauwelijks kon omkeeren. Ik bevond er mij echter beter
-naar mijnen zin, dan op de slaapzaal van den vorigen avond, en de
-heer Pot-de-Vin beloofde mij, dat ik er, gedurende mijn verblijf,
-alleen bezitter van zou blijven.
-
-In afwachting van het ontbijt schreef ik aan mylord A...., en zond
-hem den aanbevelingsbrief, mij voor zijne lordschap ter hand gesteld,
-hem verzoekende, zich voor mij bij het alien-office te vervoegen, ten
-einde mij eenen pas, om mijne reize voort te zetten, te doen bezorgen.
-
-Beneden komende werd ik op eene zeer aangename wijze aan de
-ontbijttafel verrast. Ik vond hier drie mijner landslieden en eene
-dame, welke insgelijks hunne paspoorten, ter vervolging hunner reize
-naar Londen, afwachten; en ik vernam tevens van hen, niet zonder
-bezorgdheid voor mij zelven, dat zij zich reeds sinds acht dagen te
-Douvres bevonden, en tot dusverre nog geene de minste tijding van
-wege het alien-office bekomen hadden.
-
-Indien ik mij te midden der onbeschaafdste en woestste horden van
-Hottentotten, in de brandendste zandwoestijnen van Lybië, of op de
-Groenlandsche ijsvelden verdwaald had gevonden, zouden mijne ooren
-nimmer met grooter vermaak de Fransche uitspraak hebben opgevangen,
-dan in dit oogenblik, toen ik deze mijne landgenooten in het prachtige
-logement van mijnheer Pot-de-Vin mogt aantreffen. Welhaast hadden
-wij kennis gemaakt; want het Fransche karakter heeft hiertoe juist
-niet veel tijd noodig, vooral in een vreemd land. Ook scheidden wij
-niet van elkander, zoo lang ik te Douvres bleef, en hun gezelschap
-verminderde merkelijk mijne verveling, welke mijn gedwongen oponthoud
-aldaar mij veroorzaakte.
-
-"Mogt ik eenmaal Minister van buitenlandsche zaken in Frankrijk
-worden," zeide een van hen; "ik verzeker u, ik zou de wet der
-wedervergelding uitoefenen en de Engelschen met gelijke munt
-betalen. Geen hunner zou eenen voet verder dan Parijs mogen zetten,
-zonder eenen behoorlijken borgtogt van een gegoed en geloofwaardig
-Franschman, aldaar woonachtig."
-
-"Dat zou toch een weinigje hard zijn! hernam ik; want tegen eenen
-Franschman, die in Engeland komt, komen wel twintig Engelschen in
-Frankrijk: naar deze berekening zoudt gij dus twintig slagtoffers
-voor één maken."
-
---"Zoudt gij dan niet gelooven, dat het meer dan tijd is, dit
-stroeve, ongastvrije volk te doen gevoelen, dat de Franschen hunne
-eigene waarde weten te schatten, dat zij de pligten van beleefd- en
-welvoegelijkheid, aan vreemde natien verschuldigd, weten te berekenen
-naar die, welke hun aldaar wederkeerig bewezen worden? Ik voor mij
-wenschte, dat ieder Engelschman, die in eene onzer havens aanlandde,
-aldaar quarantaine moest houden, even gelijk de koopmansgoederen,
-welke uit de Levant komen."
-
---"Het is wel te zien, dat gij u te Douvres verveelt. Pas maar op,
-dat de spleen u niet te na kome."
-
---"Maar meent gij dan, dat men zich koelbloedig acht dagen lang in
-deze satansche stad kan zien ophouden, als men bij zich zelven nagaat,
-dat de Engelschen, die in Frankrijk komen, geen het minste beletsel
-ondervinden, dat zij meer voorregt genieten dan de inboorlingen
-zelve, en eindelijk, dat ieder zich beijvert, dit zwartgallige
-menschengeslacht van dienst te zijn. En zou men dit alles zoo maar
-stilzwijgende moeten verduwen? Wat hebben zij bij ons te maken? De
-een komt er uit eene razende modezucht; wijl het tot de vereischten
-van eenen welopgevoeden Engelschman schijnt te behooren, dat hij een
-reisje naar het vaste land gedaan heeft. Een ander komt er uit hoofde
-van bezuiniging; want zich eene maitres uit eene der actrices van de
-Opera of van de Boulevards naar welgevallen verkiezende, en overal,
-zoo in koffijhuizen als in logementen, in een woord, op alle plaatsen,
-waar slechts vermaak en pleizier te scheppen is, den gebraden haan
-spelende, verteren zij nog niet de helft der sommen, welke zij in
-hun waard en dierbaar vaderland, als het ware, te grabbel smijten,
-om onder de zelfverveling en den spleen te verkwijnen. Sommigen
-hunner geven, zoodra zij in hun voortreffelijk land zijn teruggekeerd,
-allerlei ellendige blaauwboekjes in het licht, onder den naam van: Een
-Toertje naar Parijs.--Eene Reize door Frankrijk, of iets dergelijks,
-en trachten, dusdoende, ten koste der waarheid, een volk belagchelijk
-te maken, welks eenigste misdaad is, deze Engelsche snoeshanen al te
-beleefd en te vriendelijk behandeld te hebben. Zie dit werkje slechts
-eens in, hetwelk ik hier gekocht heb, met oogmerk, om mij den tijd
-te verdrijven. Sla slechts op, welk blad gij wilt, het eerste, dat
-u maar voorkomt; en ik ben zeker, gij zult er logen, lastertaal of
-zoutelooze spotternij vinden."
-
-Hier gaf mijn landsman mij het boekje in handen; de titel was: Bezoek
-aan Parijs in 1814, of onderzoek naar den zedelijken, staatkundigen,
-geleerden en gezelligen toestand van de hoofdstad der Franschen, door
-John Scott, uitgever van den Kampvechter, een staat- en letterkundig
-dagblad.
-
-
- "Quid dignum tanto feret hic promissor hiatu?"
-
- "De titel belooft wonderen!"
-
-
-zeide ik bij mij zelven, het boekje gedachtenloos openende, toen mijn
-oog op de volgende regels viel, welke ik ook letterlijk vertaalde.
-
-"De huwelijksche staat geeft in Frankrijk der vrouw eenen zekeren
-kunstmatigen invloed en vermogen. Dezelve verheft haar ver boven al
-hetgene haar geslacht immer zou kunnen wenschen of verwachten; maar
-het is ook ten koste dezer hartelijke overeenstemming, dezer teedere
-en belanglooze liefde, welke het uitsluitend en onderscheidend bewijs
-eener verbindtenis opleveren, op vastere en meer verstandige gronden
-gesloten, dan de zoo even bedoelde.
-
-"Wel is waar, de Fransche vrouw schijnt een aantal voorregten te
-genieten, welke, in den eersten opslag, aanlokkende en behagelijk
-voorkomen, maar die eindelijk uitloopen met haar eene levenswijze
-te doen houden, welke haar door het gevoel van hetgene, wat zij
-zelve aan hare sekse verschuldigd is, hatelijk zou moeten worden,
-indien de mannen slechts de kunst bezaten, haar deze gewaarwordingen
-in te boezemen, en haar voor vermaken en genoegens vatbaar te maken,
-welke haar geenszins onverschillig zouden zijn, zoo zij hare eigene
-waarde gevoelde.
-
-"Het zoo genaamde boudoir, bidkamertje der Fransche vrouwen, is
-uitsluitend de zetel en hoofdplaats van haar gebied, en als het ware
-een eigendom, dat haar-alleen behoort, in één woord, een tempel gewijd
-aan de weelde en de stilzwijgendheid. Tot dit verblijf durft zelfs
-de echtgenoot niet doordringen: ja, al wist hij ook, dat zijne vrouw
-zich in dit heiligdom met haren minnaar had opgesloten, zou hij het
-geenszins durven wagen, deze vrijplaats door zijne verschijning te
-ontheiligen. Wel te verstaan, dat ik hier de lieden van den goeden
-smaak bedoel. Een getrouwd man, die zich anders gedroeg, zou overal
-voor eenen lomperd uitgekreten, en het algemeene doel der verachting en
-bijtendste spotternij van beide de seksen worden. Het boudoir is dan,
-zoo als ik reeds heb opgemerkt, het prachtigste en sierlijkste vertrek
-in het geheele huis. De kinderkamer is bij aanzienlijke lieden in den
-afgelegensten hoek van de woning aan te treffen; daar het boudoir
-der moeder integendeel prijkt met de heerlijkste standbeelden,
-de voortreffelijkste schilderijen, de welriekendste bloemen, en de
-zachtste, tot wellust noodigende sopha's. In één woord, het boudoir
-der Fransche vrouwen is een verblijf, waar Venus zelve met genoegen
-zou kunnen verblijven, en dat bijzonder schijnt ingerigt, om de ziel te
-openen voor gewaarwordingen, welke deze Godin inblaast en begunstigt."
-
-"Zie daar reeds meer dan te veel," zeide ik, en smeet het paskwil op
-de tafel. Ik geloof zeker, dat de oordeelkundige mijnheer Scott niet
-veel verder, dan in de Parijsche antichambres is geweest, en in zijne
-verbeelding onze zalen en boudoirs versierd en gebouwd heeft, even als
-een Spanjaard kasteelen in de lucht bouwt, of zoo als de Abbé Vertot
-ons het verhaal van het beleg van Rhodes heeft opgedischt. Intusschen
-zal mijnheer Scott met al zijne sprookjes mij niet doen vergeten,
-dat het tijd wordt, om mijne goederen van het tolkantoor te halen.
-
-Mijn koffer en reiszak werden geheel en al uitgehaald, en alles
-werd, stukje voor stukje, ten uiterste naauwkeurig gevisiteerd en
-nagezien. Ik had eenige paren, nog weinig gedragene, zijden koussen en
-eenige bijna nieuwe: de komiezen waren op het punt, deze voor goeden
-prijs te verklaren; doch, daar ik hun aantoonde, dat zij reeds ten
-gebruik gediend hadden, ging er dit nog, hoewel niet zonder moeite,
-door: maar nu kwamen er vier ponden versterkende chocolade aan de
-beurt, welke ik uit Parijs had medegenomen. Hierover maakten de heeren
-tolbedienden een geweldig geschreeuw, en alles, wat ik ook mogt zeggen,
-om dezelve te lossen, was vergeefs. Ik bood hun aan, den impost en
-zelfs de volle waarde van de chocolade te betalen; ik voegde er zelfs,
-op eenen eenigzins steekeligen toon bij, dat deze chocolade tot mijn
-bijzonder gebruik vervaardigd, en uit sommige ingredienten zamengesteld
-was, welke voor ieder ander schadelijk zouden kunnen zijn; maar ook
-deze kleine noodlogen baatte mij niets; men behield de chocolade,
-doch beloofde, mij dezelve, bij mijne terugreize naar Frankrijk,
-weder ter hand te zullen stellen. Nu vroeg ik een klein schriftelijk
-bewijs, en het antwoord was: wij zijn niet gewoon, dit te geven.
-
-Om op dit onderwerp niet weer terug te komen, zal ik hier, in het
-voorbijgaan, aanstippen, dat ik meer uit nieuwsgierigheid, dan
-om eenige andere reden, mijne chocolade, bij mijne doorreize naar
-Frankrijk, te Douvres aan het tolkantoor terug vroeg: doch men kon ze
-onmogelijk vinden. Zeker had dezelve geene onsmakelijke afwisseling met
-de thee gemaakt, welke de heeren kommiezen, even als andere Engelschen,
-meestal des morgens in eene ruime mate gebruiken, en de vrees, welke ik
-hun had trachten in te boezemen, wegens de voorgewende zamenstelling
-dezer versterkende chocolade, had dezelve niet kunnen beschermen: ik
-vond mij dus, ten profijte der magen van de Engelsche tolbedienden,
-verstoken van eenen lekkeren en aangenamen drank, dien ik mij zelven
-had toegedacht. Deze trek is zeer geschikt tot een bijvoegsel van de
-geschiedenis der Engelsche tolkantoren.
-
-Den maandag en dingsdag bragt ik door in het bezigtigen van Douvres
-en den omtrek buiten de stad. Ik zou hier voegelijk eene beschrijving
-kunnen geven van de haven, van de straten, van de met allerlei kleuren
-beschilderde huizen, welke veel overeenkomst met een Arlequinspak
-hebben, van de vlakten, heuvels, weilanden en velden, welke de stad
-omgeven, als ook van eenen beek, die zich op eenen kleinen afstand
-rondom de muren kronkelt; maar het schilderen is nimmer mijne zaak
-geweest, en bijaldien de een of ander mijner geachte lezers in dit
-werkje eene schets van schilderachtige gehuchten, wegslepende gezigten,
-of romantische beschrijvingen denkt aan te treffen, kan hij gerust,
-zonder verdere moeite aan te wenden, het boekske ter zijde leggen.
-
-Woensdag morgen kwam de heer Pot-de-Vin mij, met eene zegepralende
-houding, berigten, dat de pas uit Londen was aangekomen. Ik zeg hier
-uitdrukkelijk met eene zegenpralende houding; want met welk een
-genoegen hij ook de reizigers tot zijnent ziet inkeeren, met geen
-minder vermaak, ziet hij dezelve weder vertrekken. Dit zal menigeen
-eenigzins vreemd toeschijnen; dan het zal voldoende zijn, te doen
-opmerken, dat mijnheer Pot-de-vin bij uitstek juist zijne berekening
-weet te maken. Zijn huis is zeer klein, en heeft hij werkelijk het
-plan, van woning te veranderen, om zich voortaan de onaangename
-gewaarwording te besparen, van aan arme reizigers de herbergzaamheid
-te moeten ontzeggen. Ook weet hij door eene langdurige ondervinding,
-dat men voor éénen dag minder acht slaat op de vertering in eene
-herberg, dan wanneer men er, tegen wil en dank, eene geheele week,
-en soms nog langer, moet vertoeven.
-
-Ik kon reeds dienzelfden avond vertrekken, maar, bij verkiezing,
-geen liefhebber van het nachtreizen zijnde, besloot ik, tot donderdag
-morgen te wachten.
-
-Eindelijk verscheen die lang gewenschte morgen, en zie daar al weder
-nieuwe zwarigheid! De postwagen was geheel vol, derhalve deed men mij
-het vriendelijke voorstelletje, in den pakkorf boven op den postwagen,
-bij het aldaar reeds plaats genomen hebbende gezelschap, dat zelden het
-aanzienlijkste gedeelte der reizigers uitmaakt, mijn verblijf te nemen,
-hetgeen mij tevens het voordeel zou verschaffen, van de frissche opene
-lucht en een ruim, vrij gezigt te genieten. Daar de plaatsen op deze
-hoogste en ongedekte verdieping, slechts half geld zijn, wilde men mij
-ook edelmoedig de helft van de reeds vooruit betaalde penningen terug
-geven. Dan ik weigerde volstandig, in eenige onderhandeling te treden,
-en drong er op aan, om mijne bestelde en reeds voluit betaalde plaats
-te bezitten; en hier moet ik, tot lof van de naauwgezetheid, waarmede
-de Engelschen hunne aangegane verbindtenissen vervullen, ronduit
-bekennen, dat er voor mij-alleen terstond een tweede postwagen werd
-aangelegd. Wel is waar, dat dezelve onder weegs aldra voltallig werd;
-doch of de postmeester dit al of niet vooruit hebbe kunnen gissen,
-hierover wil ik mij liefst niet inlaten.
-
-Ik nam dus een hartelijk afscheid van mijne drie landslieden en van
-de dame, welke ik te Douvres had aangetroffen, in de hoop van hen
-spoedig te Londen te zullen ontmoeten; doch drie dagen later ontving
-ik eenen brief, waarin zij mij berigtten, dat zij ongetroost naar
-Frankrijk terug moesten keeren; wijl zij op geenerlei wijze eenen
-pas van het alien-office hadden kunnen bekomen.
-
-Het is waar, zij hadden te Londen geene andere kennissen dan
-Franschen, die zich zeker reeds meer dan twintig of dertig jaren
-aldaar met der woon gevestigd hadden en grooten handel dreven, maar
-welker getuigenissen niet konden opwegen tegen den borgtogt van één'
-eenigen koopman in aardappelen of zwavelstokken, in Engeland geboren,
-en eigenaar van het een of ander vervallen hutje in eene der voorsteden
-van Londen, hetwelk te Parijs, bij verkoop, geen vijftig Louis d'or
-zou opgebragt hebben.
-
-
-
-
-
-
-
-III.
-
-REIS NAAR EN AANKOMST TE LONDEN.
-
-
-Ik bevond mij dan eindelijk op weg naar Londen, en bijna zeker van
-er spoedig te zullen zijn. Terwijl men te Canterburij van paarden
-verwisselde, had ik den tijd, om, met behulp van drie Engelsche
-schellingen, (want in Engeland is het algemeene motto--niets voor
-niets!) had ik den tijd, zeg ik, om de hoofdkerk van deze stad te
-bezigtigen, een trotsch en prachtig gebouw, waarvan ik niets zal
-zeggen; wijl iedereen er reeds van gesproken heeft.
-
-Wij hielden het middagmaal te Rochester, eene kleine stad, wier naam
-dien van den beruchten hertog van Rochester altijd zal doen herinneren;
-en des avonds ten acht ure deden wij onzen intogt in de hoofdstad
-der drie rijken.
-
-De postwagen moest ons afzetten in de herberg de Witte Beer, in
-Piccadilly, waar ook tevens het verhuurkantoor werd gehouden van
-de vaartuigen naar Calais. Ik was dus zeer verwonderd, toen ik den
-voerman op het eerste plein, waar eene menigte huurkoetsen stond,
-zag stil houden, terwijl hij ons tevens verzocht, uit te klimmen. Een
-Engelschman had de vriendelijkheid, mij te onderrigten, dat er in den
-Witten Beer noch wagenhuis noch stalling zijnde, de postwagen in eene
-andere wijk stalde, en het postwezen, op zijne kosten, de reizigers
-met huurkoetsen naar de bestemde plaats deed brengen. Ik liet mij
-dan met mijnen koffer en reiszak in eene dezer koetsen pakken, waar
-ik nog twee Engelschen aantrof, die ook in dezelfde wijk en digt bij
-den Witten Beer moesten wezen. Aldaar gekomen en gevraagd hebbende,
-of men mij konde huisvesten, kreeg ik ten antwoord, dat alle kamers,
-geene uitgezonderd, bezet waren. De koetsier vroeg mij dus, naar welk
-ander logement hij mij zoude brengen; dan daar ik geenszins de eer
-had, van er een eenig in de geheele stad te kennen, zeide ik hem,
-dat hij slechts voor het eerste het beste stil moest houden. Wij
-deden nog twee vergeefsche pogingen, en reeds begon ik te vreezen,
-den eersten nacht van mijne aankomst te Londen in eene huurkoets te
-zullen moeten doorbrengen, toen men mij eindelijk in het Keizerlijk Hof
-van St. Petersburg, in de Douversche straat, of (om met het Engelsche
-gebruik, waaraan ik mij in het vervolg zal houden, in te stemmen)
-in Dover-street eene ledige kamer wilde laten betrekken.
-
-Middelerwijl de bedienden mijnen koffer en reiszak in huis bragten,
-vroeg mij de koetsier om geld. Niettegenstaande ik hem met alle
-mogelijke welsprekendheid trachtte te beduiden, dat de voerman van
-den postwagen hem deze koetsvracht moest betaald hebben, hield hij
-hardnekkig het tegendeel staande; en buiten staat, om te bewijzen,
-welke van de gaauwdieven hier den schelm speelde, moest ik hem vier
-goede Engelsche schellingen geven, welke hij, op de allerbeschaafdste
-en beleefdste wijze der wereld, van mij eischte, voor omtrent drie
-kwartier uurs rijdens.
-
-De vrouw van den huize, eene dikke, vette mokkel, die er wel genoeg
-uitzag, kwam al waggelende, als eene gans, naar mij toe, om te vragen,
-wat er van mijnen dienst was? Met het voornemen, om mij naar de
-Engelsche gewoonten en gebruiken te schikken, vroeg ik om thee. Terwijl
-zij vertrokken was, om die thee voor mij te doen gereed maken, hield
-ik mij bezig met de bezigtiging van het verblijf, hetwelk men mij
-had toegedacht, en waarin ik mij thans geheel alleen bevond. Maar,
-hemel! welk een onderscheid met het uwe, mijn waarde Pot-de-Vin!
-
-Het is waar, bij u had ik zoo ten naastenbij slechts zeven schellingen
-daags verteerd, en in het Keizerlijk Hof van St. Petersburg.... Dan,
-laat ik mijn verhaal niet vooruit loopen. Het voor mij bestemde
-verblijf bestond uit eene voorkamer, eene zaal, het slaapvertrek
-en twee kabinetjes, al de kamers, de kabinetjes niet uitgezonderd,
-waren met fraaije tapijten belegd, stoelen, tafels en al de meubelen
-waren van echt mahonijhout, de schoorsteenen alle met sierlijk
-bewerkte metalen armblakers voorzien, verscheidene schoone spiegels,
-het behangsel in het eene vertrek nog vrolijker en smaakvoller
-dan in het andere, overheerlijke kunstplaten in kostbare lijsten,
-en rondom gordijnen, wit als sneeuw en van het fijnste batist, een
-zacht donsen bed, hetwelk bij voorraad reeds eene aangename rust
-scheen te beloven, in één woord, er ontbrak niets aan dit bevallige
-geheel. Nog naauwelijks had ik al deze heerlijkheden met een vlugtig
-oog beschouwd, of men bragt mij de thee. Twee welgekleede bedienden
-zetten dezelve op een groot en kostbaar theeblad op tafel, en het
-geheele servies bestond uit het fijnste porselein, met vergulde
-randen. De zaal werd verlicht door eenige waskaarsen, op twee fraaije
-koperen vergulde kroonkandelaren, en tevens werd er nog een zilveren
-blaker bij het theegoed gezet, om er mij, bij het naar bed gaan,
-van te kunnen bedienen.
-
-Eene lieve, aardige meid, die er smakelijk genoeg uitzag, en netjes
-en zindelijk gekleed was, kwam het bed opmaken.
-
-Ik bemerkte, dat er twee hoofdkussens waren, en vroeg haar schertsende,
-voor wien het tweede bestemd was: zij antwoordde mij.... niets,
-nam het mede en wenschte mij schalkachtig eene aangename nachtrust.
-
-Niettegenstaande al deze heerlijkheid en luister, kon ik echter
-niet nalaten, met eenige ongerustheid op het einde te denken. Ik
-stelde mij levend voor, dat mijn vertrek uit het Keizerlijk Hof van
-St. Petersburg voorzeker met veel minder aangename omstandigheden,
-dan mijne aankomst, zou gepaard gaan, en daar ik wist, dat men zich
-te Londen zeer gemakkelijk van gemeubeleerde kamers bij de week
-of maand kan voorzien, nam ik bij mij zelven het ernstige besluit,
-om mij reeds den volgenden morgen met zoeken bezig te houden.
-
-Des vrijdags morgens nogmaals mijn kopje thee genuttigd en mij
-vervolgens gekleed hebbende, besloot ik, bij mylord A... een bezoek af
-te leggen, om hem te bedanken voor de aangewende moeite en den spoed,
-waarmede hij mij mijn paspoort had doen toekomen. Ik begaf mij dan
-ten zijnent en klopte eenmaal en zachtjes aan. Na eenen geruimen tijd
-wachtens, opende een bediende de deur: ik vroeg hem zeer bescheiden,
-of zijn heer zich te huis bevond, doch ik begreep zijn antwoord,
-dat vrij beknopt en kort af was, niet wel, en tegelijk sloot hij mij,
-tamelijk onbeleefd, de deur voor den neus.
-
-Ik had nog eenen anderen brief bij mij voor eenen Franschman, die
-reeds sinds vijf en twintig jaren te Londen gezeten was: het opschrift
-luidde in de Mary-le-bone-street.
-
-Ook had ik mij voorzien met eene kaart van de stad Londen; maar
-haar ontbrak eene alphabetische tafel met aanwijzingen, hetwelk de
-Parijsche kaart zoo gemakkelijk maakt, en een ieder oogenblikkelijk
-de straat, welke hij zoekt, kan doen vinden. Na lang zoekens, vond
-ik eindelijk deze straat; zelfs was zij niet ver van mijn logement,
-en digt bij het goude plein, (of liever, om mij van de Engelsche
-benaming te bedienen) Golden-Square. Ik klopte aan het huis, welks
-nommer mij mijn brief opgaf.
-
-De heer C..... was daar echter in het geheel niet bekend; ik kwam
-dus op het denkbeeld, dat er in Londen misschien twee straten van
-denzelfden naam konden wezen; en een hernieuwd zoeken deed mij in de
-daad eene tweede straat van denzelfden naam, bij de Manchester-Square,
-ontdekken.
-
-Dan ook deze gang was nogmaals vergeefsch, even als een volgende,
-welke mij in eene derde straat voerde, insgelijks van denzelfden
-naam, digt bij de Portland-place, en niet, dan in eene vierde, even
-zoo genoemde straat, bij de Fitz-Roy-Square, had ik het geluk, het
-bedoelde nommer te vinden, en mijn avontuurlijk dolen te eindigen.
-
-Het is zeer dienstig voor de vreemdelingen, die Londen willen
-bezoeken, te weten, dat tien, twaalf, ja meer straten somtijds
-denzelfden naam voeren, en dat men haar alleen onderscheid door den
-naam van het naastbij gelegen plein. Indien ik gevraagd hadde naar
-de Mary-le-bone-street, bij Fitz-Roy-Square, zoude ik terstond te
-regt zijn geweest.
-
-Nooit had ik den heer C.... gezien, ook mijn naam was hem onbekend,
-en echter ontving hij mij met eene hartelijkheid, als of ik een
-zijner oudste en beste vrienden was. Hij bood mij terstond aan,
-mij bij mijne wandelingen te verzellen, en al het merkwaardige van
-de stad Londen te doen zien.
-
-"Dit zal spoedig gedaan zijn!" voegde hij er lagchende bij, ten
-gelijken tijde met mij vertrekkende, om mij behulpzaam te zijn in
-het zoeken naar een gemeubeleerd verblijf; en, dank zijner moeite en
-vriendelijkheid! eindelijk vonden wij ook in Portland-street eene
-lieve, kleine en zeer zindelijk gemeubeleerde woning, voor eene
-guinie in de week, bestaande uit eene slaapkamer en een zaaltje,
-welke ik reeds den volgenden morgen zou betrekken.
-
-Ik had mijnen nieuwen vriend de onheusche bejegening en slechte
-ontvangst aan de deur van mylord A... medegedeeld. "Dat is
-onbegrijpelijk!" zeide hij, "ik ken hem niet; maar men houdt hem in
-het algemeen voor een zeer beleefd man, en gevolgelijk moesten zijne
-bedienden ook geene lomperds zijn: komaan, laat ons zamen het bezoek
-eens hervatten."
-
-Bij mylord A... gekomen, klopte hij met herhaalde slagen met zulk
-een geweld op de deur, als of hij dezelve wilde doen springen.
-
-"Waar denkt gij aan, mijn vriend?" zeide ik. "Waarom zoo vreesselijk
-hard te kloppen?"
-
---"En hoe hebt gij dan geklopt?"
-
---"Slechts eenmaal, en wel zeer zachtjes."
-
---"Ha, ha! nu begrijp ik het!" zeide hij, en op hetzelfde oogenblik
-opende de knecht, dien ik te voren reeds gezien had, met de grootste
-haast de deur, en bragt ons zeer vriendelijk in eene kleine kamer in
-den gang, welke bij de Engelschen het spreekvertrek wordt genoemd,
-en waar hij ons, op de beleefdste wijze der wereld, te kennen gaf,
-dat zijn meester zich sinds twee maanden buiten bevond, en niet
-voor het einde van Januarij in de stad zou komen. Het bleek dus
-duidelijk, dat hij geen den minsten stap tot eenen pas, ten mijnen
-behoeve, had kunnen aanwenden. Zijn naam-alleen heeft zonder twijfel
-denzelfden invloed op de kommiezen van het alien-office gehad, als
-het il Bondocani, in den Calif van Bagdad: de reden daarvan was mij
-onbekend, ook zocht ik geenszins dezelve uit te vorschen.
-
-Bij het uitgaan betuigde ik mijnen vriend C... mijne verwondering
-over het verschillend onthaal van den knecht, met dat, hetwelk mij,
-een weinig vroeger, te beurt was gevallen.
-
-"Uwe onkunde van de Engelsche manieren," zeide hij, "is er de
-oorzaak van. Hadt gij, even als ik, aangeklopt, dan zou men u ook op
-dezelfde wijze ontvangen hebben. De trap van achting, den aankomenden
-verschuldigd, meet zich hier af naar de wijze, op welke hij de deur
-behandelt. Een bediende, een boodschapper, een werkman, in één woord,
-ieder ondergeschikt wezen klopt slechts eenmaal aan. Wordt er tweemaal
-geklopt, dan beteekent het, dat er de brievenbestelder is. Eindelijk,
-hoe harder en vaker men klopt, voor des te gewigtiger en aanzienlijker
-wordt het bezoek gehouden.
-
---"Inderdaad, dit is grappig genoeg! doch ik zal deze les wel in het
-geheugen prenten, en ongelukkig de deuren, die onder mijne handen
-vallen, zoo zij niet hecht en sterk zijn!--Maar welk een zonderling
-begrip van mylord A...., het ongunstigste jaargetijde buiten door
-te brengen!"
-
---"Ook al de mode van dit land! Zelden gaat men vroeger naar buiten,
-dan in het begin van September, en men komt niet voor het laatste van
-Januarij terug. Niemand der grooten is thans in de stad. Lieden van
-smaak zouden er zich, zonder blozen, niet durven vertoonen, en zij,
-die zelve geen buitengoed bezitten, noch vrienden, waar zij kunnen
-logeeren, hebben, houden zich met de grootste omzigtigheid schuil, om
-niet gezien te worden, of te doen vermoeden, dat zij in de stad zijn."
-
---"Ziedaar waarlijk nog eene zeldzaamheid! Maar waarom toch maakt
-men van het schoone saizoen geen gebruik, om op het land te wonen?"
-
---"Waarom, waarom? Gij zijt een Franschman, en vraagt mij de reden,
-daar ik u reeds gezegd heb, dat het de mode is! Zouden in Parijs uwe
-saletjonkers en de zoo genaamde elegante vrouwen niet de koddigste
-en belagchelijkste kapsels dragen; indien de mode het slechts
-voorschreef? Bovendien is dit gebruik geenszins zonder eenigen grond
-aangenomen. Vooreerst zijn de Engelschen algemeen hartstogtelijke
-liefhebbers van de jagt, die in September eerst geopend wordt. Ten
-tweede duren de zittingen van het Parlement dikwijls tot in de
-maand Augustus; lieden van eenige beteekenis kunnen de hoofdstad
-niet wel voor derzelver sluiting verlaten, en dezen geven, zoo hier
-als elders, den toon aan het algemeen. Ten derde eindelijk wordt
-het verjaringsfeest der koningin, den achttienden Januarij gevierd:
-op dit tijdstip moet men ten hove verschijnen, en hierdoor wordt
-voornamelijk de terugkomst bepaald."
-
---"Jammer, dat gij geen advokaat zijt! Het is onmogelijk, eene kwade
-zaak beter te bepleiten."
-
---"Dat daar gelaten! welke plannen hebt gij voor heden? Wilt gij
-mijn gast zijn en kennis maken met den kok, bij wien ik gewoonlijk
-ga eten? Ik ben ongetrouwd en eet nooit ten mijnent."
-
---"Hartelijk dank! Ik heb in het Keizerlijk Hof van St. Petersburg mijn
-middagmaal besteld, en wil dus, bij mijnen eersten intogt in Londen,
-den heeren Engelschen geene stof geven, om de Fransche ligtzinnigheid
-te gispen; maar morgen, zoo gij tevreden zijt, ben ik tot uwen dienst,
-en dan zijn wij onscheidbaar."
-
---"Van harte!--Morgen is het voor u verhuisdag, en dat vordert eenigen
-tijd. Ik ben dus te elf ure bij u, en dan zullen wij onze wandeling
-hervatten."
-
---"Derhalve tot morgen!"
-
---"Zonder vaarwel!"
-
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
-HET KEIZERLIJK HOF VAN ST. PETERSBURG.
-
-
-Zonder twijfel denkt de lezer, dat, na drie vervelende dagen wachtens
-te Douvres, op mijnen mij van Londen toegezonden pas, mij niets
-meer kon in den weg komen, om stil en gerust in de hoofdstad te
-vertoeven. Dit was ook mijne meening; dan helaas! ik had de rekening
-buiten den waard gemaakt. Men zeide mij, bij het overgeven van dien
-pas, dat hij mij nergens anders toe kon dienen, dan om van Douvres
-naar Londen te vertrekken, en dat ik hem, bij mijne aankomst in de
-hoofdstad, moest gaan verwisselen aan het alien-office tegen een
-permis, om mij in Engeland op te houden.
-
-Na het afscheid nemen van mijnen vriend C..., besloot ik derhalve,
-oogenblikkelijk dezen verdrietigen gang te doen, en begaf mij naar
-het kantoor van het alien-office, in de Crow'n-street, Westminster,
-eene van de kleinste en morsigste straten in geheel Londen. Daar moest
-ik, even als te Douvres, niet alleen weder op nieuw een naauwkeurig
-verhoor ondergaan, maar ook mijne verklaring plegtig onderteekenen. Nu
-meende ik, zou men mij een verlof, om in Engeland te vertoeven, ter
-hand stellen--geenszins! Men behield al mijne papieren en bescheidde
-mij over acht dagen. Om mijne lezers echter niet te doen deelen in
-het verdriet, hetwelk mij al deze formaliteiten veroorzaakten, zal ik
-slechts met korte woorden zeggen, dat, toen ik op den bestemden tijd
-terugkwam, mijne papieren niet meer te vinden waren. Langer dan een
-uur zocht men vruchteloos naar dezelve. Eindelijk ontdekte ik ze op
-den lessenaar van den klerk, aan wien ik ze had ter hand gesteld, en
-waar zij, gedurende al dien tijd, onaangeroerd gelegen hadden. Binnen
-vijf minuten was mijne zaak afgehandeld, hetgeen mij klaar deed zien,
-dat men, bij mijne eerste komst, indien men slechts gewild hadde,
-even hetzelfde zou hebben kunnen doen. Maar ongetwijfeld hechtte
-acht dagen wachtens meer gewigts aan eene gunst, en bovenal aan hem,
-die het werktuig is, om dezelve te doen verkrijgen. Hoe het ook zij,
-mijn permis vergunde mij in het lange en breede, door geheel Engeland
-te trekken, mids ik mij slechts op den achtenswaardigen afstand van
-tien mijlen van de kust en van des konings bosschen verwijderd hield,
-en zorg droeg, telkens, als ik van woonplaats veranderde, mijne opgave
-aan het alien-office te doen.
-
-Middelerwijl men mijne verklaring in orde bragt, kreeg ongelukkig
-een der klerken, die zag, dat ik als kennis van mylord A.... was
-aangegeven, zeker bij toeval, zoo als ik vertrouw, het in zijn hoofd,
-mij duizend vragen naar zijne gezondheid, zijne familie, zijnen
-ouderdom, zijne reizen en honderd andere omstandigheden te doen,
-hetwelk mij in geene geringe verlegenheid bragt.
-
-Meermaals had ik dergelijke tooneelen in komedien gelezen, maar had
-thans geenen lust om dezelve te herhalen. Om derhalve goedschiks weg te
-komen, zeide ik hem, dat ik, nimmer te voren in Londen geweest zijnde,
-mylord niet anders dan door briefwisseling kende, en op deze wijze
-ontsloeg ik mij van zijn pijnigend vragen. Nu kon ik dan eindelijk
-gerust gaan middagmalen, hetgeen mijne maag ook hoog noodig had, in
-welke ik eene sterke prikkeling gevoelde; want het was bijna zes ure.
-
-Dikwijls heb ik vreemdelingen, ja zelfs onze landgenooten hevige
-klagten hooren doen, dat door geheel Frankrijk in de logementen meestal
-de schaar uithangt; dat men er vreesselijk medegenomen, ja zelfs gevild
-wordt: maar mijn hemel! het villen, hoe pijnlijk dan ook, kost slechts
-de huid, doch in het edelmoedige Engeland legt men u op de folterbank,
-en knijpt u met gloeijende tangen het vleesch van het gebeente. Deze
-zelfde wijze van martelen heeft in alle voorname logementen van Londen
-plaats; maar het Keizerlijk Hof van St. Petersburg spant boven allen
-de kroon, en mag niet slechts met drie, maar wel met vijf en twintig
-kruisjes geteekend worden; ja de plunderziekste kastelein van geheel
-Frankrijk (of liever moest ik zeggen, de grootste beurzensnijder)
-kan daar nog met vrucht een lesje nemen.
-
-Bij mijne tehuiskomst kwam een groote, dikke keukenvorst mij
-aankondigen, wat er te eten was: ik had eene ruime keuze, en eischte
-eene moot verschen zalm en een beef-steakes (dit woord is door
-geheel Frankrijk bekend, en moet uitgesproken worden bif-steks). Het
-zou onwelvoegelijk geschenen hebben, in het Keizerlijk Hof van
-St. Petersburg bier over den maaltijd te gebruiken: ik nam dus eene
-halve flesch Port-wijn, waaronder ik mij bezig hield met een stukje
-lekkere Hollandsche kaas te peuzelen.
-
-Ik vraag mijnen waarden lezers vergiffenis, dat ik hen met deze
-beuzelarijen bezig houd, doch mij dunkt, dat dezelve hier niet ten
-onpas komen; want, indien ik ook eene tafel voor twintig personen hadde
-doen aanrigten, zou men mij gevoegelijk niet meer in rekening kunnen
-gebragt hebben. Ook moet ik mijnen lezers hier niet verzwijgen, dat
-ik den volgenden morgen voor mijn vertrek, nogmaals mijn Engelsch
-ontbijt, te weten, mijn kopje thee, nuttigde. Derhalve had ik in
-het Keizerlijk Hof van St. Petersburg, te Londen, in Engeland,
-ééns het middagmaal gehouden, twee nachten geslapen, en driemaal
-een prachtig kopje thee gebruikt. Nu gaf ik te kennen, dat ik dit
-aangename verblijf vaarwel wilde zeggen, en verzocht dus, te weten,
-wat ik verteerd had, of, om mij van den Engelschen term te bedienen,
-ik eischte mij bill. Welnu, mijne lezers! duimpje op! hoe hoog schat
-gij mijne vertering?--Ik had van donderdag avond negen ure, tot
-zaturdag morgen, insgelijks bij klokslag van negen, mijn verblijf
-in het Keizerlijk Hof van St. Petersburg gehouden, hetgeen, wel
-uitgecijferd, juist zes en dertig uren maakt. Nu frisch uit de
-borst! wat raadt gij?--twee dukaten?...--vier dukaten?...--zes
-dukaten?--mis geraden! ver mis!--mijne rekening beliep vijf pond,
-vijf schellingen en zes pences, en derhalve, in goed Fransch geld,
-honderd zes en twintig livres en twaalf stuivers. Nimmer echter zal
-ik ontkennen, dat die rekening een klein meesterstuk was: niets was
-er op vergeten; ik herinner mij zelfs een postje van zes pences,
-of twaalf stuivers Fransch, voor pen en inkt, welke ik gebruikt had,
-om mijnen naam op een visitekaartje te schrijven.
-
-Is het wel noodig, hier nog bij te voegen, dat de knecht, welke mij,
-gedurende mijn verblijf, bediend had, mij, bij mijn vertrek, hartelijk
-vaarwel zeide?--dat de lieve aardige meid, welke donderdag avond een
-mijner kussens had medegenomen, zonder het vrijdags terug te brengen,
-mij, op de eerbiedigste en beleefdste wijze, hare opwachting kwam
-maken? en eindelijk, dat een andere knecht, die eene huurkoets voor
-mijne overvoering naar mijn nieuw verblijf besteld en mijn verhuisboel
-daarin gepakt had, mij het portier opende met eene zekere manier, den
-Engelschen bedienden zoo eigen, dat ik, zonder een woord sprekens,
-zijne meening ten duidelijkste begreep? In één woord, dit afscheid,
-deze eerbewijzen, deze gedienstig- en oplettendheden ontlastten
-mij nogmaals van vijf goede Engelsche schellingen; doch, om der
-waarheid niet te kort te doen, moet ik ronduit verklaren, dat de
-laatste schelling veel minder in dit eerbetoon deelde, dan zijne
-vier medgezellen.
-
-Ziedaar mij dan eindelijk in het rijtuig, dat mij van dit verwenschte
-Keizerlijk Hof verwijderde, terwijl ik bij mij zelven eenen duren eed
-zwoer, om nooit van mijn leven er eenen voet weder in te zetten. Onder
-het rijden (de geleerdheid is toch eene heerlijke zaak!) herinnerde
-ik mij gedurig den wijzen Cato. Telkens, wanneer hij zich in den raad
-te Rome liet hooren, wat dan ook het onderwerp mogte zijn, waarover
-gehandeld werd, sloot hij met deze woorden. "Dit is mijn gevoelen,
-en dat Carthago verdelgd moet worden!"
-
-En zoo zal ik ook, indien immer een mijner landgenooten, naar Londen
-willende gaan, mij onderrigting komt vragen van hetgeen hij daar te
-doen of te laten heeft, hem, met het grootste vermaak der wereld,
-mijne ondervindingen en opmerkingen, welke ik daar gemaakt heb,
-mededeelen; maar ik zal altijd eindigen met de woorden: "ende en
-neemt uwen intrek niet in het Keizerlijk Hof van St. Petersburg!"
-
-
-
-
-
-
-
-V.
-
-DE BEGRAFENIS.
-
-
-Mijn nieuwe vriend, de heer C..., hield getrouw woord: met den klokslag
-van elven was hij reeds bij mij.
-
-"Wat beschouwt gij daar zoo ernstig?" zeide hij, ziende, dat ik mijne
-oogen stijf op het schuifraam gevestigd hield.
-
---"Ziet gij dan niet vlak over mijne vensters," hernam ik, "die
-twee mannen met hunne zwarte tabbaarden, even als onze Fransche
-dorpkosters, die ieder eenen grooten, met zwart laken bekleeden
-stok in de hand hebben, waarvan de knop veel overeenkomst met de
-kolf van een geweer heeft, die de armen gekruist, de oogen stijf op
-den grond gevestigd houden, en die geene de minste beweging maken,
-in één woord, die veel op onze standbeelden in de tuinen gelijken,
-en gevoegelijk tot vogelverschrikkers zouden kunnen gebezigd worden,
-om de vruchtboomen tegen den snoeplust van het gevleugelde volkje te
-beveiligen? Zij staan daar reeds zoo lang, als ik mij hier bevind,
-en schijnen wel aan den grond genageld."
-
-"--Er is een lijk in dat huis, en men gaat het begraven: die twee
-mannen zijn aansprekers of doodbidders."
-
-"--Zullen wij dan deze plegtigheid nog voor ons vertrek kunnen zien?"
-
-"--De staatsie zal juist niet prachtig zijn. Ik heb de overledene
-eenigzins gekend: zij was eene oude vrijster van eene goede familie,
-die slechts zijdelingsche erfgenamen en verre bloedverwanten
-achterlaat, en dezen zullen denkelijk geene groote kosten voor hare
-begrafenis willen maken. De proef op de som, dat zij weinig achting
-voor hare nagedachtenis hebben, blijkt duidelijk daaruit, dat men
-haar nu reeds laat begraven, niettegenstaande het slechts,--ja,
-laat eens zien! slechts acht dagen zijn, dat zij overleden is."
-
-"--En gij zegt slechts? Mijn Hemel! voor zes dagen had men haar al
-onder de aarde moeten bezorgen."
-
-"--Geenszins, lieve vriend! in Engeland begraaft men de dooden niet
-eerder, dan tien, twaalf, ja somtijds vijftien dagen na hun overlijden,
-ten minste nooit vroeger, dan na verloop van eene volle week."
-
-"--Lieve hemel! op zulk eene wijze doet men den dooden eene eer aan
-ten koste van de levenden! De goede God verleene al den inwoners
-van dit huis eenen blakenden welstand, ten minste zoo lang als ik er
-zal blijven wonen!--Buiten twijfel zult gij mij, op mijne aanmerking
-tegen dit barbaarsche gebruik, nogmaals toevoegen: het is de mode?"
-
-"--Juist, en wanneer men dit gezegd heeft, houdt alles op: hiertegen
-is immers niets in te brengen! Echter zoude ik nog kunnen aanmerken,
-dat deze gewoonte haren oorsprong verschuldigd is aan de vrees, om
-niet levend begraven te worden, en dat de overblijvenden meenen, op
-geene betere wijze hunne liefde en verkleefdheid aan den overledene
-te kunnen betoonen, dan door, zoo lang mogelijk, de eeuwige scheiding
-te vertragen."
-
-"--Bravo! Ik zie klaar, dat de Engelsche gebruiken in uwen persoon
-steeds eenen ijverigen verdediger vinden."
-
-"--Neen, geen' verdediger; maar sinds vijf en twintig jaren, dat ik
-dit land bewoon... Doch zie, zie eens! de optogt begint!"
-
-Ten spoedigste hernam ik mijne plaats aan het venster. De twee zwarte
-standbeelden hadden zich eindelijk in beweging gesteld en stonden nu
-naast elkander, om den optogt te openen. Een derde, even eens gekleed
-en uitgedost, had op zijn hoofd eene soort van beschuitmandje,
-eenigzins langwerpig, ten naastenbij drie voet lang en achttien
-duim breed, geheel met zwart laken bekleed, en met twaalf witte
-rozen versierd, ter eere van den maagdelijken staat der overledene,
-welken zij, sinds vijf en zeventig jaren, ongeschonden (incredibile
-dictu!) bewaard had.--Bij deze gelegenheid kwamen mij de witte
-pluimen, waarmede men de muilezels in Spanje optooit, onwillekeurig
-voor den geest.--In dit zonderlinge kostuum plaatste de manddrager
-zich achter de twee standbeelden, en bleef, even als zij, beweegloos,
-tot dat het geheele geleide in behoorlijke orde was gerangschikt.
-
-Nu droeg men de doodkist naar buiten: zij was met geen doodkleed
-behangen, zonder twijfel, dewijl men derzelver fraaiheid door de
-geheele buurt wilde doen bewonderen. Ook scheen zij mij zeer hecht en
-sterk, en veel langer en breeder, dan onze doodkisten, hetgeen ook
-ligtelijk te begrijpen is, wanneer men weet, zoo als ik naderhand
-vernomen heb, dat de lijken in Engeland geenszins, als bij ons,
-stijf in een laken, het doodlaken genaamd, gewikkeld, maar los en
-vrij in de kist gelegd worden, waar men hun eene soort van kussen
-onder het hoofd plaatst, ten einde gemakkelijk en ongehinderd te
-rusten. De kist was geheel zwart, sterk gevernist en rondom met kleine
-spijkertjes met vergulde knopjes beslagen, zoo ten naastenbij als onze
-nieuwerwetsche stoelen: ook waren de wapens van de oude vrijster,
-die van eene adelijke familie was, keurig geschilderd en verguld,
-er niet op vergeten. Nu bedekte men de kist met een zwart fluweelen
-doodkleed, met witte franjes, en zij werd opgenomen door vier dragers,
-die eenigzins anders gemanteld waren, dan de drie vorigen; ook scheen
-de kleur dier mantels in vorige tijden tot de zwarte behoord te hebben,
-doch thans was het, zonder twijfel door het tijdverloop van eenige
-jaren, moeijelijk te bepalen, of zij onder de roode of grijze moest
-gerangschikt worden. Om dus, vrij van alle dwaling, met zekerheid
-te werk te gaan, daar ik met opzet niemand, zelfs niet eens eenen
-Engelschen rouwmantel, wil beleedigen, bestempelde ik ze bij mij
-zelven met den naam van--vaal.
-
-Vervolgens de bloedverwanten of vrienden der overledene de monstering
-doende passeren; telde ik achtien stuks, in diepen rouw en met groote
-neerhangende hoeden, of zoogenaamde huilebalken, twee en twee de
-doodbaar volgende, en allen, zoo mannen als vrouwen, in een zwart
-hulsel gewikkeld van het zelfde maaksel, als de domino's, waarmede
-men in Frankrijk op de gemaskerde bals verschijnt. Ook hadden allen
-wit leeren handschoenen aan, en waren van groote zakdoeken voorzien,
-waarmede zij, van tijd tot tijd, aan hunne oogen wreven, om de tranen
-af te droogen, die voornemens mogten zijn, huns ondanks, los te breken.
-
-"Ik wenschte, dit schouwspel wel ten einde te zien;" zeide ik tegen
-mijnen vriend. "Kunnen wij den trein niet volgen?"
-
-"O ja, waarom niet!" gaf hij mij ten antwoord; "kom aan, laat ons
-dan vertrekken!"
-
-Met deze woorden begaven wij ons op weg en volgden den optogt tot
-aan de kerk. De predikant deed een zielroerend gebed, vervolgens nam
-men het lijk weder op en droeg het, door den geheelen trein gevolgd,
-grafwaarts, waar nogmaals veel treffender en langer voor de zalig
-ontslapene moest gebeden worden. Ook dezen gang wilde ik mede doen;
-doch wij werden door eene vreesselijke regenbui overvallen, welke
-echter den trein geenszins verhinderde, zijnen marsch te vervolgen,
-en dat wel met ongedekten hoofde, hetgeen hier eene conditio sine qua
-non is. Wat ons betrof, die niet gehouden waren, deze plegtigheid ten
-einde toe bij te wonen, wij troffen, bij geluk, eene huurkoets aan,
-waarin wij onze schuilplaats namen.
-
-Onder weg verhaalde mij mijn vriend, dat men, na het begraven van het
-lijk, in dezelfde orde naar het huis van de overledene terugkeert,
-alwaar het testament, zoo er namelijk een bestaat, dadelijk moet
-voorgelezen worden, en dat eindelijk de geheele historie met eenen
-smakelijken maaltijd wordt besloten, waarvan somwijlen eenigen der
-bloedverwanten, door wijn en bier bedwelmd, voor dood naar huis
-worden gebragt, doch gemeenlijk den anderen morgen zeer welvarende
-(eene geringe hoofdpijn uitgezonderd) ontwaken.
-
-Verder zeide mij de heer C..., dat, wanneer er eene prachtige
-uitvaart plaats heeft, de kist in eene, met zes paarden bespannen,
-koets grafwaarts wordt gevoerd, en dat alle tot de plegtigheid
-genoodigde personen in dat geval hunne koetsen zenden, zoo dat men,
-bij de begrafenis van eene voorname personaadje, dikwijls eenen trein
-van twintig of dertig ledige koetsen kan aantreffen.
-
-Den volgenden morgen zag ik aan het huis van mijne overledene
-buurvrijster onder de vensters dat gedeelte, hetwelk zij bewoond
-had, het wapenschild op eenen zwarten grond gespijkerd, met het
-opschrift: Resurgam!--Ik zal weder opstaan!--Zulk een schild wordt
-niet weggenomen, voor dat de volle rouw geeindigd is.
-
-Dit gebruik neemt men hier zeer zorgvuldig in acht met betrekking tot
-al degenen, die wapens voeren; en daar het opschrift naar welgevallen
-kan verkozen worden, vindt men bij de lijkbezorgers steeds eenen
-ruimen voorraad van deze spreuken, waaruit men zijne gading kan zoeken,
-even als uit de staalkaart van eenen lakenkooper, welke de kleermaker
-medebrengt, als hij de maat van een nieuw kleed komt nemen.
-
-
-
-
-
-
-
-VI.
-
-HIER HOUDT MEN OPENE TAFEL!
-
-
-Wij stapten uit de koets ter plaatse, waar mijn vriend C... gewoonlijk
-zijne graage maag onthaalde, en deze maagversterkende woning werd
-in de Engelsche taal Chop-house genoemd. Maar, hoe nu dit woord in
-onze taal over te brengen?--Zal ik zeggen, wij stapten af bij den
-kok?--Neen; deze uitdrukking is te grootsch, en voldoet geenszins
-aan het bedoelde.--Zal ik dan het woord herberg bezigen? Neen; deze
-beduiding is wederom te gering: ook is het in den eigenlijken zin
-geene herberg; dewijl men er wel kan eten, maar geen nachtverblijf
-houden. Willen wij het gaarkeuken noemen?--ja, dit heeft er wel zoo
-iets van, maar het is zoo gaarkeukenachtig, en bevalt mij ook niet
-ten volle.--Hier dunkt mij, den driftig gebakerden lezer te hooren
-uitroepen: noem het, zoo als gij wilt, en vervolg slechts! Geduld,
-lieve vrienden; geduld! ik zal trachten, u genoegen te geven, en mij
-door eene kleine omschrijving uit deze verlegenheid te redden. Ik
-neem dus de vrijheid, om een uithangbord voor het, ter voeding en
-verkwikking geschikte, huis op te hangen, met de volgende, voor ieder
-eerlijk christenmensch verstaanbare, woorden:--Hier houdt men opene
-tafel!--Ha! Nu geloof ik, zijn wij er zoo ten naasten bij, en indien
-dit opschrift den geëerden lezer al geen volledig denkbeeld kunne
-geven, dan kan ik hem echter, op mijn geweten, verzekeren, dat het
-ten minste het best geschikte middel is, hetwelk onze taal oplevert,
-om de ware bedoeling van Chop-house te bevatten.
-
-In verscheidene kamers staan gedekte tafels met de noodige stoelen,
-van des middags te drie tot des avonds te zeven ure voor den gaanden
-en komenden man gereed. Zoodra men gezeten is, komt de knecht u
-de keukenceel van dien dag aanbieden. De hoofdschotels zijn altijd
-gebraden ossen-, schapen-, kalfs- en varkensvleesch, somwijlen ook
-hetzelfde vleesch op eene andere wijze gereed gemaakt, bij voorbeeld,
-een, stuk gekookt ossen- of schapenvleesch, eene warme kalfs- of
-schildpadpastei (maar waarom toch bestempelt men in Engeland, zoo
-wel als in Frankrijk, een geregt met den naam van Schildpadpastei,
-waar mogelijk nimmer een greintje vleesch van dit tweeslachtige dier
-in gevonden wordt?) Somtijds werd mij ook een stuk van een gebraden
-hart, coeur roti, voorgediend, doch nooit heb ik harts genoeg gehad,
-om er van te proeven. In het algemeen is al het gebradene, dat in
-Engeland wordt opgedischt, zeer goed, vrij malsch en sappig, en het
-is dus bezijden de waarheid, dat het vleesch half gaar wordt gegeten:
-in tegendeel heb ik het dikwijls eerder te veel dan te weinig gebrade
-bevonden. Maar zoo gij immer in Engeland mogt komen, mijne waarde
-landgenooten, waagt uwe tong en u verhemelte dan vooral niet aan
-de ragouts; ik herhaal het ernstig, wacht u voor de ragouts! De
-bekende vergiftiger Mignot, van wien Boileau spreekt, zou hier,
-als een uitstekend kunstenaar, den grootsten opgang hebben kunnen
-maken, en zijnen naam tot aan de wolken verheffen. De eenige smaak,
-welken men in deze Engelsche ragouts kan ontdekken, is de peper,
-waarmede zoo ruimschoots wordt omgesprongen, dat, niettegenstaande
-dezelve altijd met eene tamelijke portie water vergezeld is, nogtans
-en tong en mond in lichtelaaije vlam schijnen te staan. Daar men in
-Engeland altijd groenten bij het vleesch gebruikt, kan men zich, naar
-verkiezing, van aardappelen, wortelen, rapen, kool, erwten of spinazie
-bedienen, namelijk zoodanig, als moeder natuur ze heeft voortgebragt,
-(dat is te zeggen) ongestoofd en enkel in water gekookt.
-
-Vervolgens worden, overeenkomstig het saizoen, pruimen-, appelen-,
-peren- en rozijnentaarten, als ook verschillende soorten van puddings
-opgedist. Deze laatste benaming geeft men aan alle tusschengeregten,
-welke uit gebak bestaan, bij voorbeeld, onze rijsttaarten noemt
-men hier rijstpuddings. Hunne plumb-pudding, onder anderen, is een
-welgesuikerd gebak, vol met rozijnen, waarvan de Engelschen veel werk
-maken, schoon het een zeer middelmatig geregt is. Deze plumb-pudding
-wordt warm gegeten, sommigen doen er boter bij, anderen brandewijn,
-en anderen wederom nuttigen dezelve met peper en mosterd.
-
-Men heeft hier tweederlei brood, het eene heet Engelsch en het
-andere Fransch, het laatste is ook inderdaad een weinigje minder
-hard en bruin, dan het eerste. Meer dan eens heb ik opgemerkt,
-dat de Engelschen, niettegenstaande hunne nationale trotschheid en
-vooringenomenheid, altijd de voorkeur aan het vreemde brood gaven,
-en dat hun oog even zoo geoefend in het onderscheiden, als hunne
-hand vaardig in het grijpen was, wanneer er nog slechts twee of drie
-stukken in den broodkorf lagen.
-
-In deze Chop-houses mogen geene wijnen noch sterke dranken verkocht
-worden: men kan er derhalve niets anders dan klaar water bekomen,
-en daar den tafelhouders verboden is, het water op prijs te stellen,
-hebben zij de edelmoedigheid, het voor niet te geven. Maar daarentegen
-houdt de eene of andere tappersjongen uit de buurt, vlak bij de deur
-van de eetzaal post, en van dezen kan men bier krijgen zoo veel,
-en van welke soort men verlangt, mids boter bij den visch, hetgeen
-ook zeer goed is; want door het gewoel en de drukte zou de verkooper
-er zeer ligt eenige pences bij kunnen inschieten, welke hij voor het
-aan hem uitgereikte bier zijnen meester zou moeten vergoeden.
-
-Ja, heeren Franschen! bier, van welke soort gij verlangt! Gij zijt
-trotsch op uwe wijnen van Bourdeaux, Bourgogne en Champagne; maar
-de Engelschen kunnen drie voorname bieren opnoemen. 1o. Klein bier,
-hetgeen zij, bij verkiezing, tafelbier noemen, omdat het woordje
-klein juist niet welluidend genoeg klinkt in de ooren van lieden,
-die voor het groote geboren zijn. Ook is dit bier de gewone drank
-van het gemeen, en kost niet meer dan vier Fransche stuivers het
-pintje. 2o. De ale, die voor negentien stuivers verkocht wordt, en
-inderdaad zeer goed en smakelijk en oneindig beter, dan onze beste
-Fransche bieren, is. 3o. De porter, die tusschen beiden staat, en
-waarvoor men zes stuivers bij het pint betaalt. Deze-alleen kan op
-den duur bewaard worden, en op flesschen of kruikjes getapt, wordt
-hij hoe langer hoe beter, en, naar mate van zijnen ouderdom, des
-te duurder verkocht. Eindelijk worden deze onderscheidene soorten
-van bieren nogmaals in bijzondere klassen en onder verschillende
-benamingen gerangschikt, even als wij Bourgogne-wijn van Pomard,
-Beaune en van Clos-Vougeot hebben.
-
-Voor het overige doen de Engelschen zelden voorraad van bier op: zelfs
-in de voornaamste huizen wordt dagelijks uit de eene of andere herberg
-zoo veel gebragt, als men rekent, dien dag te zullen gebruiken. Den
-geheelen dag door ziet men de tappersjongens de stad op en neer draven,
-om kannen bier aan de huizen rond te brengen. Zij geven aldus het volle
-pint over en nemen het ledige van den vorigen dag mede. Ook hebben zij
-gewoonlijk eenen lederen riem als eenen bandelier over den schouder
-en de borst hangen, en zijn derhalve van voren en van achteren, zoo
-wel op den buik als op den rug, rondom met ledige pintjes, als met
-eenen krans, behangen, zoo dat men hen, dus uitgedost, veilig voor
-den Engelschen Bacchus kan houden.
-
-Zoodanig is het onthaal, dat men in Engeland, ten huize der
-opentafelhouders, geniet. Ook vindt men er somwijlen gebraden
-of gekookten visch, maar altijd zeer zeker lamscarbonnaden en
-beef-steaks. Dit laatste artikel vindt men echter merkelijk tot zijn
-voordeel veranderd, zoodra men de zee weder overgestoken is en voet aan
-land heeft gezet; want de beaf-steaks in Frankrijk smaakt mij oneindig
-beter, dan al, die ik ooit in Engeland heb gebruikt. Het is dus een van
-die waarlijk zeldzame gevallen, waar de kopij het origineel overtreft.
-
-Maar ik vergeet den gewigtigsten schotel, het oogelijn en den hartelust
-der Fransche maag, de zoo onontbeerlijke soep. Hiermede dan zullen
-wij dit vreetzame en eetlustwekkende hoofdstuk, in plaats van dat
-wij er mede hadden moeten beginnen, eindigen. Echter raad ik mijnen
-Franschen soepminnenden medebroeders, die immer te Londen mogten komen,
-dezelve, wat het proeven betreft, maar blaauw blaauw te laten blijven,
-even als ik met de beschrijving ben te werk gegaan.
-
-De soep is geenszins in dit land, even als in Frankrijk, het eerste
-en voornaamste vereischte van het middagmaal; meestal wordt zij
-niet eenmaal voorgezet. Nogtans heeft men soepen van onderscheidene
-soorten, van welke alle ik geproefd heb. Hunne soupe au jus heeft de
-meeste overeenkomst met de onze. Het is eene soort van vleeschnat,
-waarin men, naar goedvinden, eenige stukken geroosterd brood doet;
-doch het smaakt niet half zoo lekker en aangenaam, als onze Fransche
-bouillon; ja, het is veeleer eene wrange saus, waarin men niets anders
-dan peper kan proeven, en (de goedhartige lezer vergeve mij dezen
-kunstterm!) welke eenen muffen en Limburgschen kaasachtigen smaak
-oplevert. Nog hebben zij eene magere soep (in de volle beteekenis
-van dat woord,) welke zij de eer aandoen van erwtensoep te noemen:
-deze heeft ten minste den walgelijken smaak van de vorige niet, doch
-is overigens, op den man af afgesproken, niets anders dan erwten met
-lang nat. Hunne hoendersoep is uit twee bestanddeelen zamengesteld,
-te weten, uit eenige, meestal niet regt gaar gekookte brokken van
-eenen ouden haan of hen, en het water, waarin deze gekookt zijn. Men
-moet dus al eenen zeer bijzonderen smaak hebben, om ze goed te kunnen
-vinden. Eindelijk heeft men nog eene warmoessoep, welke uit eenige
-groenten en gekapt vleesch wordt toebereid, dat in eenen oceaan van
-gepeperd water met mosterd en zout zwemt.
-
-In Londen zijn ook eenige Fransche tafelhouders, maar hunne keuken
-verschilt vrij wat van die onzer Veri's en Beauvilliers. Het eenige
-onderscheid tusschen hen en de Engelsche koks is, dat de eerstgemelden,
-op eene waarlijk zeer beleefde wijze, uwen zak van eenige schellingen
-meer weten te ontlasten.
-
-
-
-
-
-
-
-VII.
-
-HET KOFFIJHUIS.
-
-
-"Willen wij een kop koffij gaan drinken?" vroeg mijn vriend C...,
-toen wij getafeld hadden en de deur uitgingen.
-
---"Ik houd dit juist voor geene vaste gewoonte, maar het zal mij
-pleizier doen, de Engelsche koffijhuizen eens op te nemen."
-
---"Wij behoeven niet lang te zoeken; want men kan naauwelijks eenen
-voet verzetten, zonder er een aan te treffen, en ik geloof, dat de
-koffijhuizen, herbergen, logementen, gaarkeukens en kroegen hier wel
-een vierde van den platten grond beslaan. Maar wij zullen ons thans
-eens naar het voornaamste, meest bezochtste koffijhuis begeven. Wat
-gij er u ook van moogt verbeelden, uwe verwachting zult gij nog altijd
-overtroffen zien."
-
---"Daar gij reeds sinds vijf en twintig jaren uit Parijs zijt,
-kunt gij u geen denkbeeld vormen van den tegenwoordigen luister,
-levendigheid en pracht van onze koffijhuizen. Ik zal mij dus, zonder
-twijfel, ten hoogste verwonderen, indien gij er mij een kunt laten
-zien, dat fraaijer, sierlijker en woeliger is, dan de onzen."
-
---"Op mijn woord! gij zult verwonderd staan."
-
-En ik was het waarlijk, en wel in den hoogsten graad, toen mijn vriend
-mij in eene groote kamer gelijkvloers bragt, waar mijn neus terstond
-vergast werd op den reuk van eene aanzienelijke menigte brandende
-bladen van de Herba Nicotiana, alias tabak, welke mij juist niet de
-alleraangenaamste gewaarwording veroorzaakte. Ook konden mijne oogen
-geenszins op het vrolijke gezigt roemen; want, voor zoo verre ik door
-de wolken van damp en rook kon gluren, zag ik in het lange, tegen
-den muur, achttien of twintig tafels geplaatst, waarop eenige koppen,
-glazen en bierpinten stonden, allen even vuil en bewalmd: trouwens,
-het was zaturdag. Maar mijne ooren hadden daarentegen gene reden,
-om zich te beklagen; want het was zoo stil, dat men eene vlieg met de
-vleugels zou hebben kunnen hooren klappen. Ieder hield zich namelijk
-zeer ernstig bezig met het oogmerk, hetwelk hem herwaarts had gevoerd;
-en het woord--jongen! dat, van tijd tot tijd, door den een' of ander',
-die iets wilde hebben, geroepen werd, was bijna het eenigste geluid,
-dat zich in dit verblijf der stilzwijgendheid deed hooren. Wat der
-tong betreft, hierover zullen wij nader spreken.
-
-Intusschen moet gij u geenszins verbeelden, waarde lezer! hier een
-aardig bekje van een meisje in een fraai en welgeschikt kantoortje
-te zien zitten, een meisje, dat zich gedurig bezig houdt met u met
-hare poezelige en malsche handjes een kop koffij in te schenken,
-een glas limonade of iets dergelijks gereed te maken. O neen, niets
-van dit alles! Beurtelings komt een morsige jongen of knecht, of eene
-slordige meid in dit aardsche paradijs te voorschijn, om de klanten te
-bedienen en het geld te ontvangen. Ook hadden beiden de handen vol. Al
-de tafels waren bezet, eene eenige uitgezonderd, waarvan wij ons
-terstond meester maakten. Middelerwijl de jongen onze koffij zettede,
-liet ik mijne oogen de monstering doen over het gezelschap, waarvan
-wij thans de eer hadden leden te zijn. Aan mijne linker hand zat een
-man van middelbare jaren, wettig houder en eigenaar van enen buik,
-wiens omvang..... Basta! in een der vorige hoofdstukken heb ik mijnen
-lezers reeds gezegd, dat ik geen liefhebber van beschrijven ben--wiens
-omvang--ik dus in statu quo zal laten. Het mondje van mijnen buurman
-raakte, bij de opening, ter wederzijde met de hoeken van de beide
-lippen, bijna tot aan zijne oorlapjes, en door deze opening wierp hij,
-slag op slag, in den afgrond van zijne keel groote brokken vleesch en
-aardappelen, zoo ten naastenbij als in de pakhuizen der Hollandsche
-kooplieden de Edammer roodkorstjes geschoten worden. Mijn buurtje ter
-regterzijde was nog een jong man, deftig in het zwart gekleed, doch
-wiens rok, zeker luchtigheidshalve, geheel van de wol was ontbloot,
-zoo dat men op denzelven gemakkelijk de draden kon tellen: ook kon men
-geenszins zeggen, dat zijn gezigt in het kruis was; want, bij mijne
-vlugtige beschouwing, rekende ik twee lengten op eene breedte: hij
-was namelijk vrij lang, maar zoo dun en mager, dat men hem gemakkelijk
-achter eene kagchelpijp zou hebben kunnen verbergen; in één woord, men
-zou hem, bij verzinning, voor een aangekleed cadaver hebben gehouden,
-zoo de beenderen van zijn gezigt en handen niet waren bedekt geweest
-met eene soort van vale loodkleurige huid. Ook had hij geen ander
-onderhoud, dan met zijn pint bier van twee pences, uit hetwelk hij,
-van tijd tot tijd, zeer spaarzaam een teugje nuttigde. Ja, lezer! hij
-dronk uit zijn pintje; verwonder u daarover niet! De meeste Engelschen,
-en niet alleen de geringe volksklasse, maar zelfs de aanzienlijken
-drinken op deze wijze. En hebben zij wel ongelijk? Men behoeft
-dan immers niet te vreezen, de glazen te breken, en heeft niemand
-noodig, om ze te spoelen. Vlak over mij zaten drie jonge lieden met
-eene groote kom punch in hun midden. Ik kon nogtans geene de minste
-levendigheid of vrolijkheid, deze getrouwe gespelen der jeugd, bij
-hen bespeuren. Zij bleven integendeel ernstig, koel en afgetrokken,
-zonder een enkel woord te spreken, en hadden het voorkomen van te
-zeggen of ten minste te denken: "laat ons drinken! wat kunnen wij
-beter doen?"--Naast hen aan de eene zijde zat een groot man met een
-gevlamd en gekarbonkeld gelaat, wiens oogen zich, van tijd tot tijd,
-schenen te willen sluiten, en die zich beurtelings bezig hield met
-herhaalde ladingen snuif in zijne wijde neusgaten te stoppen, en
-zijne keel met een glaasje port-wijn te bevochtigen, terwijl hij
-telkens, als hij inschonk, de flesch tegen de kaars hield, om te
-zien, op welke hoogte zij zich bevond, vol angst en vrees van den
-ledigen bodem al te spoedig te zullen ontdekken. Aan den anderen
-kant zat een man, in eenen overrok, met een pakje voor zich op tafel,
-die ik zeker vooronderstelde dat hier eene bijeenkomst bepaald had;
-wijl hij zoo zorgvuldig ieder oogenblik op zijn horologie zag, en die
-in zijn thee, waarin hij juist zoo veel melk schonk, als noodig was,
-om ze even van kleur te doen veranderen, gedurig een stuk brood met
-eene hand dik boter besmeerd sopte, welke door de aantrekkingskracht
-der warmte van de thee, daarin opgelost, derzelver geheele oppervlakte
-met eene zoo vette korst bedekte, dat het een lust was, om te zien.
-
-Drie anderen, met blaauwe buisjes en lange broeken van dezelfde
-kleur, naar het uiterlijke voorkomen, matrozen, zaten achter in
-de koffijkamer: het waren voornamelijk zij, die met de pijp in den
-mond zich belastten, met het vertrek te parfumeren. Ieder had een
-glas gin (jenever) voor zich op tafel; en zoodra dat glas ledig was,
-werd de knecht gefloten, ten teeken, dat hij eenen nieuwen voorraad
-moest bezorgen.
-
-Naast dezen zat een ander man, wiens overschot van een brood en
-een half geledigd pintje aankondigde, dat hij ten halven maaltijd
-was. Inderdaad, naauwelijks hadden wij plaats genomen, of de
-knecht zettede eene plumb-pudding voor hem neder, die nog warm
-scheen; de goede vriend was zoodanig verdiept in het lezen van de
-Morning-Chronicle, dat hij de aankomst van het geliefde geregt nog
-niet gemerkt had, toen wij het koffijhuis weder verlieten.
-
-Een man, met een niet gunstig voorkomen, zat alleen aan eene andere
-tafel: hij gebruikte niets, maar zijne oogen vestigden zich afwisselend
-op al de tafels, en twee lange ooren, welke Midas zelven niet zouden
-ontluisterd hebben, schenen zich te spitsen, om des te beter ieder
-woord, dat gesproken werd, te hooren. Ik hield hem voor een' dier
-eerlijke lieden, welke men in alle landen aantreft, en wier beroep
-is, aan de deuren te luisteren, door de vensters en ramen te zien, en
-hunne ooren tegen de sleutelgaten te plaatsen, en die, den ganschen dag
-niets gehoord noch gezien hebbende, zich des avonds nogtans door een
-fraaij verhaal verdienstelijk zoeken te maken, wanneer zij, bij gebrek
-van te kunnen kwaadspreken, uit al hun vermogen beginnen te liegen.
-
-Juist wilde ik de monstering over de andere tafels vervolgen, toen
-ons de bestelde koffij werd gebragt. Men is, helaas! al te genegen,
-zijne naasten te vergeten, wanneer het er op aankomt, aan zich zelven
-te denken. Een rijkelijk gevulde suikerpot, twee kopjes, een zeer
-klein melkkannetje, slechts half vol, en eene vervaarlijke koffijkan,
-die in Frankrijk voor acht liefhebbers voldoende zou geweest zijn, was
-de stoffering van het blaadje, dat men voor ons nederzettede. Hier valt
-mij de spreuk van eenen zekeren lekkertand te binnen, dat de koffij,
-om goed te zijn, drie bijzondere eigenschappen moet bezitten, te weten,
-klaar, sterk en heet. Terstond ontwaarde ik, bij het inschenken, dat
-deze troebel en laauw was, en mijne neusgaten zochten vergeefs den
-lekkeren geur op te snuiven, welken de wasem der echte mokka-bonen
-hun aanbiedt, en waarvan ten minste eenig spoor ook in de slechtste
-koffij gevonden wordt. Ik zettede dus bevende het kopje aan den mond,
-om deszelfs inhoud te proeven; maar lieve hemel! het geleek wel een
-apothekersdrankje, een smaak als rhabarber, waaraan men met moeite
-eenige koffijlucht zou ontdekt hebben, zoo men er te voren niet van
-onderrigt ware geweest.
-
---"Hier heeft zeker een misverstand plaats?" zeide ik tegen mijnen
-vriend C...
-
---"In het geheel niet: de koffij, die hier gedronken wordt, is nooit
-anders; zelfs in geheel Engeland zult gij geene andere vinden: alleen,
-bij toeval, mogelijk wel een weinigje heeter.--Zult gij niet nog een
-kopje drinken?"
-
---"Ik zal het waarachtig wel laten! ik pas zelfs voor dit.--Maar kan
-men hier ook een glas likeur krijgen, om dezen leelijken smaak af
-te spoelen?"
-
---"Zonder twijfel. Wilt gij rum, gin, brandij of whiskeij?"
-
---"Een oogenblikje, als het u belieft: de twee eerste ken ik, maar
-wat zijn de twee laatste?"
-
---"Brandij is Fransche brandewijn; Whiskeij wordt hier voor eene
-soort van brandewijn gehouden uit haver gestookt, en voornamelijk in
-Schotland gefabriceerd."
-
---"Maar is er niets anders, dat wat lekkerder is, te krijgen?"
-
---"Ha, ha! Ik zie al, wat gij hebben moet: iets zoets, niet waar? Hei
-daar, jongen, twee glazen grog!"
-
---"Grog! zie daar eene benaming, welke mij niet veel goeds doet
-verwachten.--Maar wat is dan nu eigenlijk grog?"
-
---"Ik zal het u zeggen, zoodra gij het geproefd hebt."
-
-Nu bragt men de twee glazen grog: eerst proefde ik er zeer behoedzaam
-van, en dronk vervolgens mijn glas met smaak ledig; want deze drank
-kwam mij zeer aangenaam voor. Mijn vriend zeide mij nu, dat het een
-mengsel was van rum, water en suiker, en ten gevalle van dezen grog
-vergat ik de slechte koffij, welke men mij had doen drinken.
-
-
-
-
-
-
-
-VIII.
-
-DE LONDENSCHE ZONDAG.
-
-
-"Wat is er toch dezen nacht in Londen gebeurd?" zeide ik den volgenden
-morgen tegen mijnen vriend C..., met wien ik afgesproken had, hem
-ten zijnent te komen afhalen.
-
---"Wat er gebeurd is? Wel hetgeen er alle nachten gebeurt, denk
-ik.--De watchmen, (nachtwachts) die de eenige Politie te Londen is,
-hebben zeer naauwkeurig, om het half uur, de ronde gedaan en zich
-doen hooren.--Zij zullen een twintig stuks dronkaards voor dood van
-de straat hebben opgeraapt en te huis gebragt: eenige jonge losbollen
-zullen door de meisjes van pleizier of door zakkenrolders zich de
-beurs of het horologie hebben laten ligten: de een of ander zal zich
-veelligt in het bed den hals afgesneden, zich op zolder verhangen, of
-zich in de Theems verdronken hebben: de aangekomene reizigers zullen,
-even als gij, hunne welkomst te Londen in een onzer voornaamste
-logementen betaald hebben, en eindelijk...."
-
---"En eindelijk, en eindelijk--naar dit alles vraag ik u niet. Londen
-heeft dezen morgen het voorkomen van eene verlatene of uitgestorvene
-stad; men ziet niemand op de straat, en deuren en vensters zijn
-gesloten: het schijnt mij toe, als of ik mij in het paleis van
-Morpheus, den god des slaaps, bevind; en indien ik de bierdragers
-en melkboeren niet, volgens gewoonte, huis aan huis had zien gaan,
-zou ik zeker in den waan zijn, dat de geheele bevolking van Londen
-dezen nacht verhuisd was."
-
---"Gij weet dan niet, dat het heden Zondag is?"
-
---"Ik heb er waarlijk niet aan gedacht, doch thans verwonder ik mij
-nog veel meer over deze sombere en doodsche stilte. Is deze dag dan
-niet, even als bij ons, een feestdag voor het volk, en bijzonder
-voor de werkzame klasse of ambachtslieden, om van den arbeid en
-vermoeijenissen der afgeloopene week uit te rusten en zich door
-gepaste vermaken te verpoozen?"
-
---"Maar ontdoe u toch in 's hemels naam van uwe Fransche begrippen,
-en denk, dat gij in Engeland zijt. Meent gij, dat men hier juist
-den zondag afwacht, om het vermaak te hebben van zich in het een of
-ander kroegje buiten de stad te gaan bedrinken? Men geniet hier bijna
-dagelijks dit genoegen, zonder door gezelschap of eene vrolijke luim
-daartoe verleid te worden. De ambachtsman, die geld op zak heeft,
-drinkt zich hier geheel alleen, deftig en op zijn gemak, onder een
-pijpje, eenen duchtigen roes, en hij behoeft niets van het vrolijke
-der Franschen in hunne bijeenkomsten, wanneer zij zich des zondags
-buiten op het land met dans en spel vermaken. Eenige pinten biers,
-eenige glazen gin zijn hem meer waardig dan alle vreugden, die
-Frankrijk kan opleveren."
-
---"Maar eindelijk, wat doet men toch zondags te Londen?"
-
---"Men gaat ter kerke, men leest in huis den bijbel, en bij goed weer
-wandelt men.--Willen wij eens in eene kerk gaan? Gij kunt dan zien,
-hoe vol het daar is."
-
---"Zeer gaarne."
-
---"Maar ik waarschouw u vooraf, dat wij tot het einde toe moeten
-blijven; want gingen wij vroeger heen, dan zouden wij der geheele
-vergadering eene groote ergernis geven. Daarenboven zult gij eenige
-onzer predikanten hooren, en over hunne gaven kunnen oordelen."
-
---"Zeer bezwaarlijk zal ik over hen kunnen beslissen; want ik ben
-niet eigen genoeg met de Engelsche taal, om te durven hopen, de
-geheele preek te kunnen verstaan: doch hoe het ook zij, ik ben tot
-uwen dienst."
-
-Nu kwamen wij aan twee kerken te vergeefs; want wij konden er niet
-binnen komen. Zij waren namelijk dermate opgepropt, dat het volk
-op de trappen, ja zelfs op de straat stond. Eindelijk konden wij
-in eene derde, alhoewel niet zonder eenige moeite, een plaatsje
-vinden. Ik beken, dat ik verwonderd, ja zelfs met eene soort van
-heiligen eerbied doordrongen was, toen ik de orde, de plegtige
-stilte en de verhevene aandacht, die onder deze menigte heerschten,
-met oplettendheid beschouwde. De dienst was reeds begonnen, toen wij
-in de kerk kwamen, en wij veroorzaakten, door ons te plaatsen, eene
-kleine beweging. Niemand echter scheen ons op te merken, en noch de
-harten noch de oogen der hoorderen verlieten hunne bezigheid, om zich
-met ons te bemoeijen. Men zag daar geenszins, als in sommige andere
-landen, jonge lieden door de kerk wandelen, om hunne kennissen op
-te sporen, noch vrouwen, welker oogen hare tong vervingen, en die,
-door lonken, met hare vrienden eene zeer verstaanbare taal spraken;
-veel minder nog dat slag van lieden, die met elkander in de kerk de
-pleizierpartijtjes beramen, welke zij, bij het uitgaan, denken te
-nemen. De aandacht, aan den godsdienst verschuldigd, werd hier niet
-ieder oogenblik afgebroken, dan eens door eene stoelenzetster, die
-om betaling vraagt, dan weder door twee of drie collectanten, die met
-hunne zakjes voor de armen, en bijzonder voor het onderhoud van kerk
-en predikant, door de kerk ronddwalen, en allerminst door eenen of
-anderen kerkdienaar, die gewijd brood ronddeelt, hetwelk de kinderen
-elkander met geweld trachten te ontnemen, en dus der algemeene aandacht
-storenis toebrengen. Geen voorwerp, hoe genaamd, hindert u, en ieder
-schijnt zich geheel alleen met den dienst van dien God bezig te houden,
-in wiens tempel hij zich bevindt. Het scheen nogtans, dat de getrouwe,
-in deze heilige plaats vergaderde, geloovigen gepredestineerd waren,
-om dezen dag eene onwillekeurige verstrooijing te ondergaan.
-
-Een lompe Engelschman, zoo lang als hij breed was, met eene ronde
-ongepoeijerde krulpruik en eenen vervaarlijk grooten driekanten hoed,
-trad, vergezeld van twee vrouwen, te gelijk met ons in de kerk. Volgens
-het gebruik nam hij, bij het inkomen, den hoed af; doch het zij de
-pruik te wijd voor zijn hoofd, of de hoed te naauw voor de pruik was,
-ten minste de pruik wilde hardnekkig den hoed blijven vergezellen,
-en mijn goede Engelschman liet door de gevolgen der volgzucht van de
-noodlottige pruik een ronden kop te voorschijn komen, op welks platten
-grond ook het meest vergrootende glas niet in staat zou geweest zijn,
-een enkel haartje te ontdekken. Weinige personen echter bemerkten
-dit ongeval; wijl de lijder met eene vaardigheid, waartoe ik hem,
-van wege zijn lomp uiterlijk voorkomen, nimmer bekwaam zou geacht
-hebben, de pruik weder had opgeraapt en zijne vorige stelling doen
-hernemen. Doch deze knaphandigheid was oorzaak van eene nog grootere
-ramp. In zijne overhaasting had hij de ongelukkige pruik het achterste
-voren opgezet, en zich in dezen opschik in eene bank, naast de onze,
-geplaatst hebbende, leverde hij het koddigste figuur op, dat men zich
-immer kan verbeelden. Ik voor mij ten minste had de grootste moeite,
-om mijne lachspieren te bedwingen, en oordeelde de spreuk hier zeer
-toepasselijk: risum teneatis amici!
-
-Natuurlijk moest deze nootlottige, in eene verkeerde rigting
-geplaatste pruik de aandacht van de geheele vergadering tot zich
-trekken. De oude matronen rimpelden hare wenkbraauwen op, de jonge
-kleuters beten zich op de lippen, de bejaarde mannen glimlachten,
-en de jonge lieden fluisterden elkander in het oor; in een woord,
-aller oogen waren op hem gevestigd, en de predikant zelf scheen,
-daar de ongelukkige pruikdrager vlak over den preekstoel zat, en dus
-juist onder zijn gezigt viel, in twijfel, of hij het pas aangevangen
-sermoen zou vervolgen of afbreken. Eindelijk waarschouwde hem eene der
-vrouwen, die hem vergezelde, zeer liefderijk wegens zijne misvatting,
-en toen nam hij, zonder zich eenigzins te ontstellen, met eene deftige
-houding nogmaals de ergerniswekkende pruik van het hoofd, hield dezelve
-op zijnen linker vuist, beschouwde haar zeer bedaard, om niet weder
-in den vorigen misslag te vervallen; en nadat hij dezelve vervolgens
-in de juiste rigting, welke eener fatsoenlijke pruik betaamt, op den,
-van haar ontblooten, levenden kapstok geplaatst had, nam de geheele
-ergernis en opschudding een einde, en de predikant vervolgde zijne
-begonnen taak. De predikatie duurde bijna een uur, maar kwam mij
-veel langer voor, dewijl ik slechts hier en daar eenige zinsneden
-kon verstaan. De redenaar had de uitgeschrevene preek in zijne hand,
-en scheen veel meer te lezen, dan te preken, hetgeen mij voorkwam
-minder indruk op de toehoorders te maken, dewijl het bloote lezen
-nimmer der gemoederen die gewaarwording kan inboezemen, welke eene,
-met kracht gehoudene, redevoering kan te weeg brengen.
-
-"Om op éénen dag mijn oordeel over de Engelsche welsprekendheid en
-wijze van opzeggen te kunnen vellen;" zeide ik tegen mijnen vriend bij
-het uitgaan van de kerk; "wil ik dezen avond nog naar den schouwburg
-gaan."
-
---"Naar den schouwburg? Zondags wordt er nooit gespeeld. Ik heb
-het u immers reeds gezegd; de geheele Londensche zondag bestaat in
-deze twee woorden: kerk en bijbel! uitgezonderd echter de aangename
-verstrooijing, welke eenige in eenzaamheid genotene pinten biers
-den gretigen drinker kunnen verschaffen.--De kinderen zelve mogen
-van daag niet spelen, en gij zult er heden geen een op straat zien
-knikkeren of tollen, of buiten eenen vlieger oplaten."
-
---"Dan zal ik mijnen avond besteden met aan mevrouw B * * * een bezoek
-te geven. Ik heb haar eenen brief te overhandigen van haren zoon,
-die zich te Parijs bevindt."
-
---"Zoo als gij wilt; maar dit is immers regt op zijn Fransch!"
-
---"Hoe, wat meent gij?"
-
---"In het algemeen legt men hier nimmer des avonds bezoeken af, ten
-minste, zoo men niet verzocht is, of verwacht wordt; of het moest
-al bij zeer goede vrienden zijn. Maar op eenen zondagavond--dit zou
-nog tienmaal erger wezen. Ieder blijft ten zijnent, in den schoot
-van zijn gezin en in die bekoorlijke werkeloosheid--in dat dolce
-far niente, hetwelk het grootste geluk aan eenen anderen nabuur van
-het Fransche rijk oplevert. Slechts in eenige huizen, welke meer op
-goeden smaak, dan op orde en geregeldheid mogen roemen, waagt men het,
-op zondagavond gezelschap te ontvangen, en dan nog bepaalt zich het
-geheele vermaak van dien avond in een weinig muzijk. Eindelijk, om u te
-bewijzen, met welk eene gestrengheid men hier den zondag eert, zal ik
-u eenvoudig zeggen, dat zelfs de bakkers hunne werkzaamheden moeten
-staken. Indien gij derhalve een liefhebber van versch brood zijt,
-zult gij u van daag met geduld tot het vasten dienen voor te bereiden."
-
---"Laat ons gaan, mijne partij is gekozen, ik zal mij in huis
-opsluiten, en, om dezen avond stichtelijk te vieren, hem doorbrengen
-met eenige brieven naar Parijs te schrijven."
-
---"Wilt gij heden avond het Vondelingshuis met mij gaan bezoeken? Gij
-zult daar eenen uitstekenden predikant aantreffen."
-
---"Hartelijk dank! De beste zaken der wereld verliezen hare waarde,
-als men er te veel gebruik van maakt."
-
-
-
-
-
-
-
-IX.
-
-DE BRAND.
-
-
-"Brand! Brand! Brand!" was de verschrikkelijke noodkreet, die mij
-des zondags nachts, omstreeks twaalf ure, uit het bed dreef, waar
-ik mij kort te voren had in gevleid. In de grootste haast trok ik
-mijnen nachtrok aan, en vloog naar mijne voorkamer, die op straat
-uitzag. Terstond opende ik een venster, en zag de vlammen uit
-de schuiframen slaan van het naast belendende huis. Reeds was de
-eigenaar van het huis aan onze andere zijde, alhoewel minder van den
-brand hebbende te vreezen, dan wij, druk bezig met zijn huisraad en
-goederen te bergen: ik kon dus geenszins de gerustheid begrijpen,
-welke in dat huis heerschte, waarvan ik een gedeelte bewoonde. Die
-goede menschen slapen, dacht ik, of zij kennen het versje niet:
-
-
- Tunc tua res agitur, paries cum proximus ardet.
-
- Wanneer het huis uws buurmans brandt,
- Dan is uw' schade voor de hand.
-
-
-Dezer spreuk getrouw, begon ik alarm te blazen, en deed de twee
-schellen, welke mijne kamers versierden, de een na de ander, hare
-ware bestemming gevoelen.
-
-Welhaast kwam mijne gastvrouw (eene goede sloof, die alle dagen mijn
-bed maakte, zonder er immer, mijnenwege, de waarde voor te ontvangen)
-op het hevige geschel aangevlogen, en vroeg zeer bedaard, "wat belieft
-u, mijnheer?"
-
---"Wat mij belieft? u waarschouwen voor het gevaar, dat wij
-loopen. Ziet gij dan niet, dat het huis hier naast in brand staat?"
-
---"o Ja! wij weten het: mijn man en ik waren nog niet te bed, ik kwam
-er u juist van verwittigen en u tevens raden, uw goed in uwen koffer te
-pakken; want ligtelijk zou de brand tot dit huis kunnen overslaan. Ja,
-somtijds kunnen er wel twee, drie, vier huizen verbranden, eer men
-de vlam kan blusschen."
-
---"Maar hoe kunt gij zoo bedaard en gerust zijn?" zeide ik tegen haar,
-terwijl ik mijn goedje bij elkander zocht; "en waarom maakt gij zelve
-geen gebruik van den raad, dien gij mij gegeven hebt?"
-
---"O! wij hebben niets te vreezen; ons huis is geassureerd: onder
-uw venster kunt het teeken zien, dat zulks aanduidt. Ik kan er dus
-niets bij verliezen, ook is het reeds zeer oud; en brandt het al af,
-welnu, het zal mij, tot eenen penning toe, vergoed worden."
-
---"Zeer wel, wat het huis betreft; maar uwe meubelen?"
-
---"Zijn ook geassureerd; ik heb dus in het minste niet te
-vreezen. Slechts heb ik een klein pakje linnengoed klaar gemaakt,
-waarmede wij ons, in den uitersten nood, kunnen redden."
-
---"Assureert men hier te Londen dan alles?"
-
---"O ja, zelfs het leven. Gij kunt u voor zestig, zeventig of tachtig
-jaren doen assureren: komt gij voor den bij de assurantie bepaalden
-tijd te sterven, dan betaalt men het verschuldigde, volgens akkoord,
-aan uwe erfgenamen."
-
---"Allerliefst! Dan zullen de vrouwen ook zonder twijfel assurantie
-kunnen nemen op dezelfde gezondheid, dezelfde liefde en dezelfde
-toegevendheid van hare mannen, welke de eerste huwelijksmaand, bij
-u de honigmaand genoemd, in het algemeen kenschetsen?"
-
---"De assuradeurs hebben deze onderneming nog niet durven wagen:
-zij zouden al te veel gevaar loopen."
-
---"Alles hangt af van den prijs, waarvoor men overeenkomt. Betaalt
-men de assuranties hier nog al hoog?"
-
---"O neen! Men geeft nog niet eens ten volle een half ten honderd."
-
-Gedurende dit onderhoud had ik, met deze goede vrouw, mijnen koffer
-en reiszak gepakt: met de grootste bedaard- en koelbloedigheid had
-zij mij in deze bezigheid geholpen. Daar ik nu tamelijk gerust kon
-zijn, begaf ik mij aan het raam, en zag nog maar eene brandspuit;
-doch op hetzelfde oogenblik kwam er eene tweede.
-
-"De twee eersten," zeide zij, "komen altijd spoedig; want de voorste
-krijgt eene premie van dertig en de volgende eene van twintig
-schellingen."
-
-Intusschen kwamen kort daarna nog verscheidene andere spuiten. Zij
-konden overvloedig en zeer gemakkelijk water pompen; want door al de
-straten der stad loopen buizen of pijpen, ter aanvoering van hetzelve;
-en voor eene guinie jaarlijks, heeft de eigenaar in zijn huis eene
-kraan, welke hem ten vollen van water voorziet. De gansche stad
-langs ziet men steenen, waarin een gat geboord is, in hetwelk men,
-met den daartoe geschikten sleutel eene kraan omdraaijende, het water
-ten naastenbij zes duim hoog kan doen springen. Des zomers bedient
-men er zich van, om de straten te bevochtigen, en des winters, om ze
-schoon te maken, en, ingeval van brand, voor de spuiten.
-
-"Het komt mij intusschen voor," zeide ik, "dat de spuitgasten meer
-pogingen aanwenden, om de belendende huizen te beveiligen, dan om
-het vuur van het in brand staande te blusschen."
-
---"Natuurlijk!" antwoordde mijne waardin; "het is ook schier
-onmogelijk, een huis te redden, dat eenmaal heeft vuur gevat; dewijl
-de brand meestal te ver gevorderd is, eer men hulp kan toebrengen. Ook
-zijn onze meeste muren slechts twee steenen dik, en de voornaamste
-bouwstof der huizen bestaat uit houtwerk."
-
---"Zoo! En is er dikwijls brand te Londen?"
-
---"Door elkander geslagen rekent men, dat er iederen dag een huis
-afbrandt."
-
---"Maar op dezer wijze moeten de brandassuradeurs zich in den grond
-boren."
-
---"In het geheel niet. Zij worden rijk, en in plaats, dat de brand
-hun nadeel doet, vermeerdert hij hun fortuin."
-
---"Dit is eene wonderspreuk, die ik niet versta, en die mij moeijelijk
-te bewijzen schijnt."
-
---"Ik zal het u begrijpelijk maken. De vrees en de menigvuldige
-voorbeelden vermeerderen dagelijks het getal dergenen, welke hunne
-huizen doen verzekeren. Ik wed, dat gij morgen vroeg al de eigenaars
-van huizen in deze straat, die deze voorzorg nog niet genomen hebben,
-met drift naar het assurantiekantoor zult zien loopen, en ik verzeker
-u, dat onze buurman, dien gij daar zoo druk ziet dragen en slepen,
-in dat geval de laatste niet zal zijn."
-
-Op dit oogenblik stortte het dak van het brandende huis in, en de
-vlam scheen hare woede te verdubbelen.
-
-"Hemel, als er slechts niemand van het huisgezin is omgekomen!" riep
-ik uit.
-
-"Neen!" zeide zij. "Ziet gij daar in die straat, vlak tegenover den
-brand, dien man niet in den bruinen overrok, met de armen over elkander
-tegen den muur leunen? Deze is de eigenaar: zijne vrouw, meid en drie
-kinderen zijn bij hem; en zij waren de eenige bewoners van het huis."
-
---"Ik kan dus de moeite wel sparen van u te vragen, of het huis
-geassureerd was: hunne geruste houding en bedaardheid zijn er mij borg
-voor. Deze man brengt mij intusschen eenen ouden wijsgeer te binnen,
-die, zijn huis ziende branden, zich koelbloedig met de grootste
-tegenwoordigheid van geest aan den brandenden afval warmde; dewijl,
-zoo als hij zich uitdrukte, dit het laatste nut was, dat hij er van
-kon trekken."
-
-Toen eindelijk de spuitgasten verklaarden, dat zij het vuur meester
-waren, dat het gevaar voorbij was, en zij tevens voor de naburige
-huizen instonden, keerde mijne goede vrouw naar hare slaapkamer
-terug. Wat mij betrof, daar ik in hare zorgeloosheid niet konde
-deelen, bleef ik nog tot drie uren op, en ging niet te bed, voor
-dat ik mij door het vertrek der spuiten ten volle verzekerd hield,
-dat er volstrekt geen gevaar meer te duchten was.
-
---"Het is, ja, eene schoone zaak, zulke brand-assurantien; dacht
-ik bij mij zelve, toen ik mij weder te bed begaf; doch zij kunnen
-tevens veel aanleiding tot ongelukken geven, door de eigenaars der
-aldus verzekerde huizen al te zorgeloos te maken, en hen de noodige
-behoedzaamheid tegen de gevolgen van het vuur te doen verzuimen. Ja,
-zou zelfs de een of andere deugeniet zijn huis, zijne koopwaren en
-zijnen inboedel niet ver boven de waarde kunnen doen assureren, en
-vervolgens zelf den brand er in steken, om dus, op de schandelijkste
-wijze, een onregtvaardig voordeel te bejagen?"
-
-Deze aanmerking deelde ik, den anderen morgen, mijner gastvrouw mede,
-en zij gaf mij ten antwoord, dat eensdeels op deze misdaad de dood
-stond, ja, dat er voor achtien maanden nog een zeker persoon, die
-zich hieraan schuldig had gemaakt, was opgehangen; en ten andere,
-dat de brand-societeit, alvorens assurantie te geven, huis, goederen
-en inboedel deed waarderen, en het regt had, om telkens, wanneer het
-haar goed dacht, deze schatting te doen herhalen.
-
-Dit antwoord voldeed mij slechts ten halve; want daags na de schatting,
-dacht ik, kan men immers het beste en voornaamste gedeelte der goederen
-en meubelen aan kant maken; in een woord, geene waardering, hoe hoog
-ook aangeslagen, zou mij die verregaande onverschilligheid kunnen
-inboezemen, welke ik bij de Engelsche, wier bezittingen geassureerd
-waren, opmerkte.
-
-Het moet dus wel waar zijn, dat het goede op dit ondermaansche altijd
-door het kwade vergezeld wordt.
-
-
-
-
-
-
-
-X.
-
-DE SCHELLEN.
-
-
-"Kent gij het Schellen-Eiland?" zeide ik, op zekeren dag, tegen mijnen
-vriend, terwijl wij zamen door de stad wandelden.
-
---"Neen! Of bedoelt gij, met opzigt tot de schellen, een eiland,
-even als het Eiland der Lantaarnen, waar de vrolijke Panurge zijn
-leven reddede."
-
---"Juist! Het Schellen-Eiland is een oud, afgesleten en reeds sedert
-lang vergeten zangspel, doch welks titel Londen mij herinnerd heeft;
-want de titel-alleen is alles, wat ik van die Opera weet. Deze stad
-mag waarlijk wel de Schellen-Stad genoemd worden; en de reden,
-dat men de schellen niet aan de deuren vindt, is buiten twijfel,
-wijl zij zich met eene wandeling door de stad vermaken."
-
---"Neen, het is, omdat de meeste Londensche uitventers, niet tevreden
-met u de ooren door hun vreesselijk geschreeuw te verdooven, er,
-ten overvloede, nog eene schel bijvoegen, ten einde des te beter
-de algemeene opmerking tot zich te trekken, en dus doende hunne
-koopmanschappen aan den man te brengen.--Dit kind, dat gij daar ziet
-met die groote toegedekte mand op het hoofd, waarvan het evenwigt door
-de toppen zijner linker vingeren wordt bewaard, terwijl hij met de
-regterhand eene groote schel doet klinken, en welks piepende stem en
-schelle toonen u het trommelvlies schijnen te zullen breken, verkoopt,
-bij voorbeeld, koekjes, om in de thee te doopen, welke de Engelschen na
-den maaltijd nuttigen. Gindsche vrouw, die met moeite dien grooten, met
-een oud vloerkleed bedekten, kruiwagen voortstuwt, waaraan eene soort
-van klok is vastgehecht, is eene appelenverkoopster. Deze man, die,
-niettegenstaande hij aan iederen arm eenen zwaren korf heeft hangen,
-nogtans zijne schel kan doen klinken, is een koopman in taartjes en
-pastijtjes.--Die andere, die op zijde van dat, met twee oude knollen
-bespannen, karretje, zijn klokje doet hooren, is de vuilnisman; want
-te Londen smijt men het vuilnis niet, zoo als te Parijs, op de straat,
-maar men legt het hier of daar in huis in eenen hoek neder, en men
-ontdoet er zich van, als men door het zoo even vermelde klokkenspel
-de nadering van het voertuig ontwaart, dat met de wegruiming van
-hetzelve belast is. Let slechts eens op! ziedaar juist eene meid;
-die hem eenen korf vol overgeeft, welken hij in zijn karretje ledigt."
-
---"En wat zijn dat voor twee menschen, welker hoeden rondom met
-papieren behangen zijn, waarop, naar het mij voorkomt, groote
-geschrevene letters staan, en die beurtelings eenige onverstaanbare
-woorden brullen, en dan wederom op eenen koehoren blazen, welk geluid
-nog tienmaal erger is, dan al het geklank der schellen?"
-
---"Het zijn liedjeszangers en uitventers van nieuwstijdingen. Met
-groote letters schrijven zij op de papieren, welke hunne hoeden
-bedekken, den korten inhoud van het nieuws, hetwelk hunne tijdingen
-bevatten, ten einde, langs dezen weg, hunne waar, naar hunne meening,
-des te beter te slijten. Zoodra de avond valt, hebben zij eene
-brandende toorts, om het opschrift op hun hoofd te verlichten. Ook
-liegen zij even zoo onbeschaamd als uwe uitventers van nieuwstijdingen
-te Parijs, en verhalen zeer omstandig en op eenen verzekerenden toon
-gebeurtenissen en voorvallen, welke men zeer verwonderd is in het
-geheele blad niet te kunnen vinden, hetwelk zij den nieuwsgierigen
-nog wel voor eenen schelling (vier en twintig stuivers Fransch) in
-de hand stoppen, daar men het aan het expeditie-kantoor zelve voor
-zeven pences, of veertien stuivers, kan bekomen."
-
---"Nog al een schelletje! Wat is dat nu weder voor eene figuur met
-zijnen rooden rok, die in de eene hand, naar het schijnt, eenen ledigen
-zak heeft, en met de andere op de maat klinkt, en wel op eene geheel
-andere wijze dan zijne kameraden, de overige kooplieden?"
-
---"Dat is geen koopman, maar een, die brieven aanneemt, om ze op den
-post te bestellen. Door dat geluid geeft hij zijne nabijheid te kennen,
-en tegen betaling van eene pence voor iederen brief, belast hij zich
-voor den post met alle, welke men hem ter hand wil stellen."
-
---"Hij zal dus niet veel fortuin maken: er zijn hier immers eene
-menigte van brievekassen, aan welke men, daar het niets kost, buiten
-twijfel de voorkeur zal geven."
-
---"Dit is zoo; maar de brievekassen zijn niet langer open, dan tot
-des avonds te vijf ure, en van vijven tot zessen doen de bestellers
-hunne ronde. Indien gij zelfs na zessen nog eenen brief hebt, waar
-haast bij is, kunt gij hem tot zeven ure toe nog op het postkantoor
-kwijt worden, en tegen betaling van zes pences voor iederen brief,
-worden zij nog in het maal gesloten. O mijn vriend! Londen is eene
-heerlijke stad! Alles is daar berekend, om--"
-
---"om geld te winnen!"
-
-
-
-
-
-
-
-XI.
-
-DE SCHOUWBURG.
-
-
-Ons onderhoud over de schellen bragt ons bij den schouwburg van
-Covent-Garden, waar wij dezen avond een vertooning van Beverleij,
-in het Engelsch den Speler genaamd, zouden bijwonen.
-
-"Waar zullen wij onze plaats nemen?" vroeg mijn vriend C.
-
-"--Mijne plaats is bij verkiezing altijd in het orchest: men kan daar
-volmaakt goed hooren, en heeft tevens een uitmuntend gezigt op het
-tooneel en op de aanschouwers."
-
-"--Er is geen orchest in de Engelsche schouwburgen. Slechts
-een parterre of bak. Hetgeen men hier het orchest noemt, is, bij
-uitsluiting, geheel alleen voor de muzijkanten geschikt; en hoe vol
-het ook zijn moge, nimmer doet men deze heeren, zoo als te Parijs
-meermaals geschiedt, hunne plaats verlaten: het publiek zou zulks
-volstrekt niet dulden."
-
-"--Laat ons dan in den bak gaan zitten, mids wij er geen al te slecht
-gezelschap aantreffen."
-
-"--Slecht gezelschap in den bak? Wees daarvoor niet bang. Tegen drie
-en een' halven schelling de plaats, behoeft men niet te vreezen,
-Jan Rap en zijnen maat te zullen ontmoeten; dat volkje bezet de
-galerijen. Derhalve in den bak, mijn vriend, ten minste," voegde
-hij er schertsende bij, "zoo gij, na eenige oogenblikken, niet van
-besluit veranderd zijt?"
-
-Tot aan het tooneel genaderd, zagen wij eene menigte van wel omtrent
-drie honderd personen, zoo mannen als vrouwen, allen zeer wel gekleed,
-die zich onderling duwden en stootten, en bij afwisseling verdrongen,
-even als de baren van eene verbolgene zee. Uit het midden van deze zoo
-zaamgepakte menigte hoorde men somwijlen een half gesmoord geluid;
-want die zich eenmaal in dezen drom bevindt, kan er zich met geene
-mogelijkheid weder uitredden.
-
-"--Wat beteekent deze oploop?" vroeg ik mijnen vriend.
-
-"--Het zijn de vaste klanten van den bak. Dezen drom moeten wij met
-handen en voeten, zoo goed wij kunnen, trachten door te boren: komaan,
-dat gaat u voor! pas slechts op uw horologie en op uwe goudbeurs:
-de Londensche zakkenrolders geven den Parijschen niets toe. Laat ons
-ten minste ons best doen, om dit vermaak niet duurder, dan met eenen
-gescheurden rok, te betalen."
-
-"--Een oogenblik, als het u belieft. Moet men ook zoo dringen, om in
-de loges te komen?"
-
-"--Geenszins, want men betaalt daar zeven schellingen, en buitendien
-zijn de meeste plaatsen daar reeds besproken."
-
-"--Laat ons dan liever in eene loge gaan.--Maar waarom houdt de
-politie geen beter toevoorzigt? een dozijn soldaten zou voldoende zijn,
-om de orde te bewaren, en men kon....."
-
-"--Politie! Soldaten!--Altijd en eeuwig Fransche denkbeelden en
-begrippen!--Vergeet gij dan, dat gij in een vrij land zijt? Twintig
-personen mogen in dit gedrang versmoord worden; doch zoo zich slechts
-een soldaat liet zien, zou men hem zeker steenigen."
-
-"--Dus bestaat de Engelsche vrijheid gedeeltelijk in het voorregt,
-om zich plat te laten drukken?"
-
-"--Maar men heeft immers de vrijheid, om er zich niet aan bloot te
-stellen, en niet in den schouwburg te gaan, of, zoo als wij zullen
-doen, in de loge plaats te nemen."
-
-Nu kwamen wij door eene andere deur aan den ingang der loges. Bij
-het inkomen der zaal werden, in eene soort van een voorportaal, de
-kaartjes uitgegeven.--De kaartjes! ziedaar al wederom eene Fransche
-benaming!--Het waren geene kaartjes, maar ronde koperen stukjes,
-ter grootte van eenen stuiver, waarmede men bewijst, dat men het regt
-gekocht heeft, om de vertooning bij te wonen. Zoodra men derhalve voor
-zeven schellingen wettige bezitter van dit stukje koper is geworden,
-geeft men het aan een' der suppoosten, en alsdan kan men gaan zitten,
-waar men wil; want al de loges zijn van denzelfden prijs, en eene
-verdieping hooger of lager maakt hier geen onderscheid.
-
-Alle loges op den eersten omgang waren reeds bezet; wij moesten
-dus ons fortuin eene verdieping hooger beproeven, waar de voorste
-banken insgelijks alle verhuurd waren; want dit voorregt heeft men
-in de Londensche schouwburgen, dat men geenszins verpligt is, om eene
-geheele loge af te huren: men kan er zoo vele en weinige plaatsen in
-bespreken, als men verkiest; doch men kan zich tevens van de besprokene
-plaatsen niet langer verzekerd houden, dan tot het einde van het
-eerste bedrijf: alsdan geldt de spreuk: die het eerst komt, die het
-eerst maalt! en zij, die ze besproken hebben en te laat komen, moeten,
-in dat geval, gaan zitten, waar zij het best kunnen. Het uitwendige
-van den schouwburg had mij juist geen zeer gunstig denkbeeld van
-denzelven gegeven. Het is een groot en eenvoudig van tigchelsteen
-opgehaald gebouw, waaraan men geen den minsten luister of pracht
-kan bespeuren, in een woord, ten naastenbij gelijk aan al de overige
-huizen van Londen: het eenige verschil bestaat in deszelfs hoogte en
-meerdere grootte. Ik werd dus niet onaangenaam verrast, toen ik het
-inwendige even zoo bevallig vond, als mij het uitwendige onbehagelijk
-was voorgekomen. De loges zijn alle rood geschilderd en fraai afgezet
-met vergulde randen en lijsten. Het schilderwerk is altijd levendig en
-frisch, omdat het zeer dikwijls wordt opgehaald. Ook hangen er geene
-kroonen in het midden van de zaal; maar tusschen iedere loge eene
-sierlijk bewerkte kristallen branche met vier waskaarsen, hetwelk
-aan de Engelsche vrouwen een voorregt verschaft, dat de Fransche in
-onze schouwburgen, helaas! moeten ontberen, het voorregt namelijk
-van zeer duidelijk gezien en opgemerkt te kunnen worden. Beneden
-is alles bak. De hoogte der zaal is verdeeld in vijf galerijen of
-rangen, men heeft er geene loges in de kolommen zelve, noch op zijde
-van het orchest aan het tooneel, ook niet in het midden tegenover de
-vertooners, even min als getraliede loges, die echter zoo gemakkelijk
-en aangenaam voor eene zekere soort van liefhebbers zijn.
-
-Ik zocht de galerijen, waarvan mijn vriend C... gesproken had, maar
-ik ontdekte ze niet.
-
-"Men geeft dezen naam," zeide hij, "aan dat gedeelte van de vierde en
-vijfde rij loges, dat vlak tegenover het tooneel is, en aan hetgeen
-wij in Frankrijk het amphitheatre of paradijs noemen. De prijs
-der plaatsen is op den vierden rang, de eerste galerij genaamd,
-twee schellingen, en op den vijfden, of de tweede galerij, slechts
-een. Deze galerijen, bijzonder de tweede, zijn altijd met het
-gemeenste volk bezet; fatsoenlijke lieden zouden zich schamen er
-gezien te worden: ook wordt dit gedeelte van het publiek met veel
-minder omstandigheid behandeld. Op deze twee bovenste galerijen ziet
-men noch branches noch waskaarsen: het zijn planeten, die slechts
-verlicht worden door de stralen der zon, die onder hen haren luister
-verspreidt. Het zal toch niet noodig zijn, te zeggen, dat hier nooit
-eene wacht van soldaten, maar altijd eenige politiebedienden gevonden
-worden."--Voorts worden uit deze hoogte somwijlen de tooneelspelers,
-die hunne rol niet naar genoegen vervullen, met gebraden appelen
-of notedoppen begroet. Dezen zelfden avond nog werd er eene ledige
-flesch van de bovenste verdieping naar beneden in den bak gesmeten,
-doch kwetste gelukkig niemand; en een bezopen kerel tuimelde van de
-tweede op de eerste galerij. Het is den geëerden lezer zonder twijfel
-bekend, dat de dronkaards hunnen eigen God er op na houden: degene,
-die viel, bezeerde zich dus zelf niet, maar hij, die de eer had, van
-hem op zich te ontvangen, moet waarschijnlijk geen aanbidder van dien
-God geweest zijn; want door de zwaartekracht van zijnen bovenbuur,
-kwam hij er met niet minder af, dan met eenen gebroken arm.
-
-Eenige jaren geleden is de schouwburg van Covent-Garden tot den
-grond toe afgebrand. Bij den nieuwen opbouw hadden de ondernemers
-eenen rang met getraliede loges doen maken, om ze tot eenen hoogeren
-prijs te kunnen verhuren: ook hadden zij de plaatsen in den bak
-op vier schellingen gezet. Doch deze nieuwigheden mishaagden John
-Bull. Men liet, gedurende vijftien dagen, den schouwburg stil staan,
-en toen er toch eindelijk moest gespeeld worden, werd de ingang van
-den bak alle avonden overrompeld: sommigen smeten hunne drie en een'
-halven schelling, onder het doordringen, in het kantoor, anderen,
-en wel de meesten, baanden zich met geweld eenen weg, zonder iets te
-betalen; de tooneelspelers werden, zoodra zij te voorschijn kwamen,
-met modder en slijk begroet, en ten laatste zagen zich de ondernemers
-genoodzaakt, den gewonen prijs van den bak tegen drie en een' halven
-schelling weder in te voeren, en de getraliede loges te onttralien.
-
-De zaal heeft ten naastenbij dezelfde grootte en gedaante als die der
-Opera te Parijs. Zij was dezen avond zoo ongemeen vol en opgepropt,
-dat men verscheidene personen aan de deur moest afwijzen. De oorzaak
-van dezen grooten toevloed was de terugkomst van miss O'Neil, eene
-jonge en bevallige actrice, aan welke de Engelschen de vereenigde
-bekwaamheden toeschrijven van onze twee voornaamste treurspelspeelsters
-te Parijs, welke ik niet noodig acht te noemen, dewijl zij bij
-iederen kunstlievenden lezer, zonder twijfel, bekend zijn. Zij had
-een pleizierreisje door de provintien gedaan, en gedurende dien tijd,
-volgens het algemeene praatje, het geringe sommetje bijeen gebragt van
-acht duizend pond sterling (192,000 Fransche livres.) De dagbladen,
-waaruit ik deze bijzonderheid geput heb, zwijgen echter, of miss O'Neil
-tot de bijeenzameling van deze aanmerkelijke som ook nog van iets
-anders, dan van hare tooneelbekwaamheden gebruik heeft moeten maken.
-
-Zij zou dezen avond voor de eerste maal na hare terugkomst de rol van
-mistress Beverleij vervullen: Kemble, een zeer goed treurspelspeler,
-was Beverleij: de overige rollen werden allen uitgevoerd door de
-eerste en voornaamste personaadjes van den troep.--Troep? dit woord
-zal mogelijk sommigen fijnen ooren min of meer kwetsen; ik bezig het
-echter met voordacht, omdat het mij het meest gepaste voorkomt.
-
-Na het voorstuk werd Jean Bart gegeven, een uit het Fransch vertaald
-stukje; want zeer vele van onze melodrames worden te Londen gespeeld,
-en maken daar, niettegenstaande den nationalen hoogmoed en eigenliefde
-der Engelschen, den grootsten opgang.
-
-De Ekster, onder anderen, is op de drie voornaamste tooneelen dezer
-stad gegeven, en heeft drie maanden lang den grootsten toeloop
-gehad. Een jong tooneelspeler, die de rol van eenen onnoozelen
-vervulde, trok mijne aandacht bijzonder tot zich: hij had een
-ongedwongen, boertig en natuurlijk spel, en heette, zoo als men mij
-zeide, Liston. Tusschen het voor- en nastuk wandelden wij, eenige
-oogenblikken, in eene soort van gang of galerij, die tamelijk naauw
-was en veel geleek naar onze zoogenaamde kagchelkamers, maar die
-verre na niet aan het fraaije van de zaal beantwoordde. Ligtelijk
-zal de lezer raden, dat men, bij het uitgaan van den schouwburg,
-niet meerder orde en geregeldheid en even min betere voorzorgen van
-de politie aantreft, dan bij het inkomen. De koetsen redden zich uit
-het gedrang, dank der breede straten! en de voetgangers, dank den
-zijpaden en der vlugheid hunner onderdanen!
-
-"Welnu," zeide mijn vriend, bij het uitgaan, "wat dunkt u van ons
-tooneel? Hoe is het u bevallen?"
-
---"Hm! wel!"
-
---"Dit wel komt niet regt uit de borst!"
-
---"Wat zal ik u zeggen? Aristoteles en Euripides, Boileau en Racine
-hebben mijnen smaak en mijne wijze van beschouwen veranderd en
-misschien bedorven. Ik kan mij niet vermaken met mij in hetzelfde
-bedrijf bij Stukely en Beverleij gebragt te zien, dan eens in een
-dobbelhuis, en dan weder bij Beverleij. Tot dertienmaal is het
-tooneel in dit stuk veranderd. Onze gedrochtelijke melodrames zijn
-meesterstukken bij de Engelsche treurspelen, uitgezonderd de Cato
-van Addison, welk stuk den Engelschen echter niet bevalt, omdat er te
-veel orde en regelmatigheid in heerscht. De kleeding, de decoratien en
-al de overige toestel zijn even zoo keurig en voldoende, als men in
-Frankrijk zoude kunnen verlangen. Wat uwen acteurs en uwer actrices
-betreft, neem het mij niet kwalijk, mijn vriend! dezen verwijderen
-zich te zeer van de natuur door dezelve al te nabij te volgen, of
-liever, zij stellen haar zoodanig voor, dat de nabootsing onaangenaam
-en wanstaltig wordt. Kan het u, bij voorbeeld, treffen, Beverleij als
-eenen razenden Roeland over het tooneel te zien vliegen, en zich op
-den grond te wentelen, om de hevigheid der smarten uit te drukken,
-welke hem het ingenomen vergift veroorzaakt? Geeft het vreesselijke
-gegil zijner vrouw, wanneer zij het lijk van haren man ontwaart,
-en het stuiptrekkend hikken en snikken, waarop zij den aanschouwer
-vergast, geenen allerslechtsten smaak te kennen? Geenszins wil ik
-aan sir Kemble en miss O'Neil de bekwaamheden ontzeggen, noch den
-lof ontnemen, welken geheel Engeland hun beiden toezwaait, maar,
-mijns bedunkens, zijn zij zeer verre verwijderd van hetgeen Larive
-en mejufvrouw Raucourt voorheen waren, en hetgeen Lafont en mejuffer
-Georges nog heden bij ons zijn.
-
-Eenige dagen later ging ik insgelijks den schouwburg van Drury-Lane
-bezoeken; doch ik wil er liefst niets van zeggen, omdat ik ten
-naastenbij dezelfde aanmerkingen zou moeten herhalen, welke ik over
-dien van Covent-Garden gemaakt heb.
-
-Betreffende de Opera, deze was nog niet geopend; doch daar ik het plan
-heb, om nogmaals, gedurende dezen winter, eenige weken in Londen door
-te brengen, zal ik er alsdan mijnen geachten lezers rekenschap van
-kunnen geven, indien het verhaal van mijn eerste verblijf gelukkig
-genoeg geweest is, om hen eenige oogenblikken te hebben bezig gehouden.
-
-Intusschen zijn deze drie tooneelen de voornaamste in Londen. Er
-zijn nog wel eenige andere schouwburgen van minder belang; maar al
-hadde ik den tijd gehad, om dezelve te bezoeken, zou ik er echter
-hier niet van gesproken hebben. Wanneer men met Achilles begint,
-mag en moet men niet met Thersites eindigen.
-
-
-
-
-
-
-
-XII.
-
-DE STRATEN EN HUIZEN.
-
-
-"Welke is de naaste weg naar Portland-street?"
-
-Dit was de vraag, welke ik alle dagen deed, als ik tot mijnent terug
-wilde keeren. Echter deed ik dezelve nooit aan hen, die ik op den weg
-ontmoette; wijl men reeds meermalen het kwaadaardig vermaak genoten
-had, van mij eenen geheel anderen koers op te geven; maar altijd vroeg
-ik in den eenen of anderen winkel, waar ik ook altijd te dezen opzigte
-zeer vriendelijk en welwillend ben behandeld geworden. Overigens was
-ik den weg niet kundiger bij mijn vertrek, dan bij mijne aankomst.
-
-Hierover moet men zich geenszins verwonderen; want op de straten
-van Londen kan men het gezegde van Ovidius, wegens de Zee-Nijmphen,
-toepasselijk maken.
-
-
- ...... Facies non omnibus una,
- "Non diversa tamen, qualem decet esse sororum."
-
-
-Zij zijn allen lang, regt en breed, met een voetpad op zijde, en
-de huizen alle gelijkvormig gebouwd. Ook vindt men op alle hoeken
-winkels of kassen, welke ieder in hunne soort geene verschillendheid
-aan het gezigt opleveren. De muren schijnen met eene vale, doffe kleur
-bestreken, hetwelk geenszins het gevolg der kunst is; maar welke kleur
-zij zeer spoedig aannemen, ten gevolge van de aldaar niet zeldzame
-dikke nevels en den zwarten kolendamp, waarop de geheele stad, ten
-minste negen maanden van het jaar, gastvrij onthaald wordt. Voeg hier
-nog bij, dat de namen der straten, alhoewel op bordjes met zeer groote
-letters geschreven, meestal onleesbaar zijn; wijl dezelfde damp,
-welke zicht aan de muren hecht, ook hen met dezen klevenden walm
-bezoedelt. Des avonds vooral is het volstrekt onmogelijk, die namen
-te lezen; wijl de wijze, waarop de straten te Londen verlicht zijn,
-nergens anders toe schijnt te dienen, dan om, zoo als Milton zich te
-regt uitdrukt, de duisternis zigtbaar te maken.
-
-Ik zal echter niet zeggen, dat er gebrek is aan lantaarns; doch
-geenszins kan ik er het woord lichtende bijvoegen. Van vijftien tot
-zestien schreden zijn de straten aan weerszijden er mede voorzien; en
-zij hangen in het lange bezijden het voetpad aan ijzeren staven; maar
-het licht, dat zij van zich geven, is zoo gering, en verspreidt zoo
-weinig helderheid, dat men het zeer gevoegelijk bij het afschijnsel
-dier insecten kan vergelijken, welke in eenen donkeren, zoelen
-zomernacht den glans ten toon spreiden, waarmede de natuur hen heeft
-uitgedost. Geloof echter niet, dat men deze hooggeroemde zijpaden,
-waarvan niet weinig gesproken wordt, zoo maar doodgerust kan betreden,
-zonder de vreesselijkste gevolgen van de minste afgetrokkenheid
-te moeten duchten. Wel is waar, dat men het gevaar van paarden en
-rijtuigen niet te vreezen heeft, maar men heeft desniettemin al
-zijne oplettendheid noodig, om zich voor andere gevaren te hoeden,
-waardoor men, bij iederen voetstap, bedreigd wordt. Bij voorbeeld,
-de kruiwagens der uitventers, de vaten der melkboeren, die volkomen
-aan onze waterdragers gelijk, en met het krieken van den dag tot des
-avonds te zeven ure, door de gansche stad op de been zijn; de vrachten
-van allerlei soort, waarmede de dragers langs de straten zwieren;
-de schoppen en bezems der straatvegers, de manden der bakkers en
-gebakverkoopers; de planken, de gereedschappen en de werktuigen,
-waarmede de verschillende ambachtslieden heen en weder loopen,
-en bovenal de metselaars met hunne kalkbakken. Maar hoed u, in 's
-hemels naam, voor de ladders der lantaarnopstekers: dezen loopen,
-zoo haast de avond begint te vallen, als gek en dol door de stad,
-met hunnen ladder op schouder, van lantaarn tot lantaarn, ten koste
-van het gevaar, om alles onder de voet te werpen, wat zich op hunnen
-weg bevindt. Intusschen is deze haast zeer verschoonbaar wegens de
-groote menigte lantaarnen, die ieder in zijne wijk te verzorgen heeft.
-
-Echter is het geenszins voldoende, slechts vooruit te zien! O neen! men
-mag wel op beide zijden, ja zelfs van achteren, oogen hebben. Let ook
-vooral wel op, waar gij uwe voeten zet; want voor ieder huis wachten
-u twee gapende afgronden. Al de voetpaden zijn hol; wijl de kelders
-daaronder loopen. Een rond of vierkant gat, van ongeveer tien of
-twaalf duim omtreks, midden in het voetpad, is de deur, waardoor men
-den benoodigden voorraad van steenkolen opdoet. Indien dit gat, bij
-toeval, op uwen weg open staat, en gij er ongelukkig met de voeten
-in raakt, kunt gij, met het grootste gemak van de wereld, een been
-breken. Doch dit is nog niet met al; maar indien de ijzeren tralie
-of de houten deur, waardoor men in den kelder komt, op het oogenblik
-van uw overgaan niet gesloten is, loopt gij zelfs gevaar van den hals
-er bij in te schieten; hetgeen zeker nog al iets van belang is!
-
-Welnu, men gaat ten minste op deze zijpaden droogvoets, zal de lezer
-denken. O ja, wanneer het namelijk droog weer is; maar, wanneer het
-tegendeel plaats heeft, zijn zij eenen duim hoog met slijk en vuilnis
-bedekt, en noch de straatvegers noch de eigenaars der huizen denken er
-aan, om den doorgang van deze modderpoelen te zuiveren. Ook ziet men
-de mannen altijd in laarzen of slopkousen, terwijl de vrouwen zich
-reeds in de verte, door het klateren harer beslagene slijkschoenen
-doen hooren, waarmede hare voeten gewapend zijn, en die, met hooge
-hielen voorzien, over hare andere schoenen worden aangedaan.
-
-De gewone breedte der straten staat gelijk met die van de Saint Louis
-au Marais, te Parijs: sommige anderen, bij voorbeeld, de Oxford-,
-Haymarket-, Portman-street, enz. zijn wel zoo breed als de Boulevard
-des Italiens. Doch men moet hier wel degelijk van uitzonderen het
-gedeelte der stad, de City, genaamd, hetwelk geheel uit kleine,
-naauwe en in en door elkander kruisende straatjes en steegjes bestaat,
-die zamen eenen doolhof vormen, waaruit men, eenmaal aan het dolen
-zijnde, zich niet gemakkelijk kan redden. Echter vindt men daar ook,
-even als elders, steeds de gewone voetpaden, die nogtans zoo smal zijn,
-dat men er onmogelijk regt door op kan voortgaan, en die derhalve den
-doortogt veeleer stremmen dan bevorderen. In het midden van den weg
-is de standplaats der huurkoetsen, en dikwijls vindt men de breedste
-straten daarmede zoodanig bezet, dat eene menigte van aankomende en
-terugkeerende rijtuigen er ter wederzijde niet langs zouden kunnen
-geraken, zonder hunne toevlugt te nemen tot de voetpaden, die veelal
-twaalf tot vijftien voet breed zijn.
-
-Nogtans moet men toestemmen, dat men er niet, even als te Parijs, ieder
-oogenblik getrapt, geschopt, gedrongen, geduwd en met de ellebogen
-tegen de ribben gestooten wordt. Dit komt gedeeltelijk vandaar, dat het
-een algemeen aangenomen gebruik is, om, naarmate men van een zeker punt
-afkomt, de regterzijde van het voetpad te houden, terwijl zij, die u
-tegenkomen, altijd hunnen weg ter linkerzijde vervolgen: daarenboven
-vindt men ook nooit te Londen dat verbazende aantal voetgangers,
-hetwelk men in de straten van Parijs ontmoet. Uitgezonderd, in dat
-gedeelte der stad, de City genaamd, hetwelk digt bij de beurs is,
-levert Londen een volmaakt gezigt op van de voorstad Saint-Germain;
-en zeer vele andere wijken wedijveren met de stilte en eenzaamheid,
-welke in onze vreedzame Marais heerschen.
-
-Dezelfde eentoonigheid, die men aan de straten opmerkt, heeft ook, met
-opzigt tot de huizen, plaats; want het eenigste onderscheid tusschen
-het paleis van een' der voornaamste Lords en de woning van eenen
-koopman in kolen, bestaat hierin, dat het eerstgenoemde grooter is,
-en bij gevolg eene meerdere uitgestrektheid beslaat.
-
-Bijna al de huizen zijn drie verdiepingen hoog, de keuken onder den
-grond, waar de kok zijn vast verblijf en zijne woonplaats heeft, en
-waar derhalve de beef-steaks en puddings gereed gemaakt worden, niet
-medegerekend. Ook heeft men bij de woningen der grooten noch stalling
-noch koetshuizen, en de prachtigst gekleede Lady moet, zelfs bij het
-ongunstigste weder, uit hare koets stijgen, om, aldus het voetpad
-overstappende, hare woning te bereiken, wanneer haar rijtuig na de
-eene of andere voorstad terugkeert, waar geheele straten gevonden
-worden, die alleen uit stallen en wagenhuizen bestaan. De Engelsche
-vrouwen dienen dus eenen geruimen tijd tevoren het oogenblik van
-haar uitgaan te bepalen, opdat haar rijtuig inmiddels kan besteld
-worden.--Beminnelijke Fransche dames, aanbiddelijke schepsels,
-wier waarde men des te sterker gevoelt, naarmate men verder van u
-verwijderd is: gij, wier bekoorlijk en levendig ongeduld geene minuut
-toevens tusschen de geboorte en bevrediging uwer wenschen gedoogt;
-wat zou er van u worden, indien gij, bij het opstaan, reeds ernstig
-moest overdenken, welk tijdstip van den dag het u zou kunnen invallen,
-een toertje te rijden?--
-
-Doch laat mij tot de huizen terugkeeren, welker eenvormigheid
-ten klaarste aantoont, dat de Engelsche bouwmeesters hunne
-verbeeldingskracht en denkvermogen juist niet al te sterk behoeven in
-te spannen. Geene versierselen van buiten, geene verschillendheid van
-gedaante: de openslaande kruisramen, op de Spaansche wijze, zijn hier
-geheel onbekend: de met kleine ruitjes versierde vensters worden op- en
-nedergeschoven, zoo als men er hier en daar, in Parijs nog wel eenige
-aantreft in huizen uit de eeuw van Lodewijk XIII. Een ijzeren hek,
-ten naastenbij eene halven mans lengte hoog, dat tot op het voetpad
-uitloopt, bezet de huizen rondom, en laat den aankomende niet meer
-dan den benoodigden doortogt tot eene smalle deur, welke den ingang
-opent, en op welke een klein koperen plaatje is gespijkerd, waarop
-de naam van den bewoner te lezen staat. De trappen zijn, over het
-algemeen, zeer smal; in een woord, de geheele verdeeling der huizen is
-gebrekkig en gedrongen ingerigt, en verre na zoo gemakkelijk niet als
-in Frankrijk; en zoo men er al rijk gemeubelde vertrekken aantreft,
-zal men er echter vergeefs dien smaak, die kieschheid, dat bevallige
-zoeken, hetwelk, bij uitsluiting, alleen te Parijs gevonden wordt.
-
-Wat der slaapkamer der Engelschen betreft, deze is het heilige der
-heiligen; men zou het onwelvoegelijk achten, u dezelve te laten zien,
-evenzeer als de vraag ongepast zou zijn, om er in toegelaten te worden;
-en ik geloof niet, dat het meerder moeite zou kosten, in het bed van
-eene Engelsche vrouw, dan in de slaapkamer van eenen Engelschen man
-den toegang te erlangen.
-
-
-
-
-
-
-
-XIII.
-
-* * * * * *
-
-
-"En waarom geeft gij dit hoofdstuk geenen titel?"
-
---"Waarom, mijn waarde lezer? wel, omdat de titelfabrijk boven alle
-verbeelding moeijelijk aan den gang te houden is. Menig schrijver heeft
-minder moeite, om zijn werk te vervaardigen, dan om den behoorlijken
-titel er voor te vinden. Vooreerst moet de titel het onderwerp,
-dat men behandeld heeft, wel doen kennen, ten tweede moet hij de
-nieuwsgierigheid opwekken, en ten derde moet hij het bekoorlijke
-der nieuwheid niet ontberen, drie eigenschappen, welke niet ligt met
-elkander te vereenigen zijn. Intusschen had ik, na eenige ernstige
-uren overwegens, er reeds drie gevonden, die mij voorkwamen al deze
-vereischten te bezitten, en nu vond ik mij met niets meer verlegen,
-dan met de keuze: terwijl ik tevens bij mij zelven de opmerking maakte,
-dat somtijds eenige jonge lieden van eene vurige verbeeldingskracht,
-en beminnaars van eene te levendige schilderij, op het zien alleen van
-een' dezer titels, zich zouden kunnen vleijen, in deze afdeeling iets
-te vinden, hetgeen ik nooit voornemens was geweest er in te plaatsen,
-en dus, bij het einde, ontevreden zouden geweest zijn, dat zij hunnen
-smaak niet voldaan gezien hadden; of wel, dat een of ander beminnelijk
-wijsneusje of bedilstertje, deze mijne Vijftien Dagen in een gezelschap
-voorlezende, zoude meenen, deze geheele afdeeling te moeten overslaan,
-uit vreeze van er dingen in aan te treffen, welke zij liefst alleen
-voor zich wilde weten. Ik besloot dus, den titel geheel en al weg te
-laten, en terstond tot den inhoud zelven over te gaan."
-
-Op zekeren avond had men mij in de Leaden-Hall-street, omtrent
-anderhalf mijl ver van mijne woning gelegen, op de thee gevraagd;
-want de geëerde lezer moet weten, dat men hier op de thee, even als
-bij ons op eenen maaltijd, verzocht wordt. Nu had ik echter volstrekt
-geene vrees, van aan het dwalen te zullen geraken, terwijl ik, om naar
-mijn huis terug te keeren, eenen hoek uitgezonderd, slechts regt toe
-regt aan had te loopen. Omstreeks half elf nam ik mijn afscheid, en
-keerde geheel vreedzaam en nuchter, wijl de theedampen mijne hersens
-geenszins beneveld hadden, naar mijnent terug, toen mij eensklaps in de
-straat Cheapside drie lieve jonge meisjes den weg afsneden. Eene dezer
-nachtmadeliefjes voerde het woord, en zeide, dat het haar toescheen,
-dat ik zeer koud was, en stelde mij derhalve zeer beleefdelijk voor,
-tot harent te komen, waar ik een goed, lekker, vuurtje zou vinden,
-om mij te warmen. Ik antwoordde haar, dat ik geenen tijd had, om van
-hare vriendelijke uitnoodiging gebruik te maken. Intusschen hadden de
-twee andere Nimfen zich reeds van beide mijne armen meester gemaakt,
-inmiddels de spreekster, die er het snoepigst uitzag, altijd voor
-mij bleef staan en ten sterkste op haar vriendelijk verzoek aandrong.
-
---"Maar mijn hemel! lieve kindertjes, gij weet denkelijk niet, dat
-ik reeds vijf en veertig jaren oud ben? Wat wilt gij toch?"
-
---"Kom, mijn schatje!" zeide eene der twee anderen, "laat ons in dit
-koffijhuis gaan: wij kunnen er eene vrije kamer nemen, en zullen,
-onder een kommetje punch, wat lagchen en praten."
-
---"Lagchen? Ach! lieve meid, gij brengt mij daar in eene groote
-verzoeking; want ik heb nog niet gelagchen, zoo lang ik in Engeland
-ben; maar--"
-
-Wel nu, lezer! wat zou ik hier doen? en wat zoudet gij gedaan
-hebben? drie tegen een!--O ja, ik begrijp u; maar--ja wel is het
-koud! Kunt gij u dan geen paar groote zwarte oogen verbeelden, die,
-even als ik, uw antwoord radende, zich zedig naar den grond rigten? Zij
-onttrekken zich derhalve aan uwe nieuwsgierigheid--maar wacht slechts,
-ik zal u het vermaak bezorgen van dezelve te bevredigen. Reeds had
-men mij het middel aan de hand gedaan, om zich aan de opdringende
-beleefdheden van dit slag van juffertjes te Londen te kunnen
-onttrekken. Ik tastte dus in mijnen zak en liet haar, bij het
-flaauwe lantaarnlicht, een drieschellingsstuk in de oogen blinken,
-met verzoek, het geringe niet te versmaden, maar daarvoor op mijne
-en hare gezondheid te drinken; en, zonder mijne verdere verschooning
-af te wachten, dat ik onmogelijk van de partij kon zijn, waren zij
-in een oogenblik uit mijne oogen verdwenen.
-
-De geheele Cheapside en Holborn-street langs ontmoette ik nog een
-aantal soortgelijke lievertjes, die alle willens schenen te zijn,
-mij dezelfde aanbiedingen te doen; doch ik schermde zoodanig met
-de voeten, en sloeg mijne armen, voor de koude, gedurig dermate in
-elkander, dat geen van haar mij durfde staande te houden.
-
-In de Broad-Saint-Bloomsburij komende, had ik wederom eene nieuwe
-vertooning. Het getal der vrouwlieden van denzelfden stempel was
-wel niet minder, maar ik trof hier een geheel ander slag aan:
-zij waren lang na zoo goed niet gekleed als de vorige, en hare
-vuurroode gezigten en verwilderde oogen, alsmede hare schorre stemmen
-verkondigden genoegzaam den trap van dronkenschap, waarop zij zich
-bevonden. Een beschonken man is een onaangenaam voorwerp; hij maakt
-echter geenszins dien hatelijken, afkeerigen indruk op ons, welken
-eene beschonkene vrouw veroorzaakt; maar het afschuwelijkste beeld,
-dat de dronkenschap immer kan voorstellen, is, wanneer zij zich
-vertoont in jonge meisjes van vijftien tot twintig jaren.
-
-Eindelijk bereikte ik de Oxford-street, en nu stapte ik gerust
-en bedaard voort; want ik kende het regtsgebied, waarop ik mij
-bevond. Echter ontmoet men in deze straat, even als in anderen te
-Londen, zoodra de lantaarnen zijn opgestoken, een aantal meisjes,
-geheel alleen, of twee en twee wandelende, en altijd zeer haastig
-gaande, als of zij gewigtige zaken te verrigten hadden. In het
-voorbijgaan geven zij een lonkje, een stootje met den elleboog, vragen,
-hoe laat het is, of vernemen naar den weg; doch nooit zullen zij zich
-aan iemand opdringen, zoo als dit mij in Cheapside-street gebeurde.
-
-Het getal dezer gedienstige schepselen is in Londen oneindig grooter
-dan in Parijs; ja men zou bijna moeten gelooven, dat zij een vierde
-gedeelte der vrouwelijke bevolking van de geheele stad uitmaken. Maar
-ongelukkig, driewerf ongelukkig de vreemdeling, die, door de koude
-bevangen, toestaat, dat zij hem verwarmen! Het gevaar daarvan is nog
-aanmerkelijk grooter, dan te Parijs, en hij mag wel tevreden zijn,
-zoo hij, bij zijn vertrek, niets anders dan zijne beurs of zijn
-horologie verloren heeft.
-
-Zij, die eenigzins fortuin gemaakt hebben, en vermogend genoeg zijn,
-om zich behoorlijk te kunnen kleeden, gaan hare bekoorlijkheden in
-de schouwburgen ten toon spreiden. Het getal dezer gelukzoeksters is
-niet gering: zij bezetten gewoonlijk, en bijna zonder uitsluiting,
-de achterste bank van al de rangen der loges, hetgeen den jongen
-meisjes van geboorte en fatsoen, die aan de zijde harer moeders op de
-eerste of tweede bank zitten, gelegenheid verschaft, om, door even om
-te zien, haren ganschen handel te beöogen, en hare gesprekken met de
-niet zelden halfdronkene lichtmissen van woord tot woord te verstaan,
-zoo dat zij, op deze wijze, al ligt eenen gevaarlijken indruk van
-zedebedervende en verpestende grondbeginselen ontvangen.
-
-De meeste dezer ligte troepen verschijnen echter eerst tusschen het
-voor- en nastuk, dewijl men in de Londensche schouwburgen dan slechts
-half geld behoeft te betalen.
-
-
-
-
-
-
-
-XIV.
-
-HET BRITSCHE MUSEUM.
-
-
-Op zekeren morgen kwam mijn vriend C... mij afhalen, om mij het
-Britsche Museum te laten zien, hetwelk alleen des maandags, woensdags
-en vrijdags open staat.
-
-"Ha! Ha!" riep ik uit, toen ik het ontwaar werd, "zie daar iets
-nieuws! zie daar dan eindelijk eens groote deuren, een fraaij
-voorplein, aan beiden zijden vleugels, trotsche kolommen, snij- en
-beeldwerk, en een prachtig gebouw met eenen schoonen tuin! Inderdaad,
-zoo dit alles niet bewalmd en beslagen ware, zou ik mij kunnen
-verbeelden, te Parijs verplaatst te zijn."
-
-"Dit huis--"zeide hij"--is door de erfgenamen van den hertog van
-Montaigu aan de bestuurderen van het Museum verkocht geworden voor
-de aanmerkelijke som van tien duizend pond, dat is 240,000 livres
-Fransch. Deze hertog, die omtrent het jaar 1680 gezant in Frankrijk
-was, nam het besluit, om in Londen een paleis te doen bouwen in eenen
-beteren stijl, dan tot dusverre daar gebruikelijk was. Te dien einde
-liet hij van Parijs eenige bouwkundigen en werklieden komen, welke dit,
-hetwelk gij daar voor u ziet, gesticht hebben."
-
-"Ha! nu verwonder ik mij niet langer!" zeide ik, terwijl wij ons nog
-in het voorportaal tusschen de kolommen bevonden. Doch toen wij dit
-doorgegaan waren, hield men ons tegen, en bragt ons in eene groote
-zaal gelijkvloers, waar wij in een zeer groot boek onze namen en
-woonplaatsen moesten opschrijven. Deze voorzorg had, zeide men ons,
-het doel, om te verhoeden, dat er niets kon weggenomen of gestolen
-worden; hetgeen buitendien zeer moeijelijk zou geweest zijn; want
-uitgezonderd de standbeelden, welke men zeker niet gemakkelijk in
-den zak zou hebben kunnen steken, is alles wel degelijk achter slot
-en grendel.
-
-Tien zalen, meerendeels gelijkvloers, bevatteden Grieksche, Romeinsche
-en Egijptische oudheden, stand- en borstbeelden, vazen, kandelaren,
-mumiën en verdere zeldzaamheden, waaronder men waarlijk kostbare
-voorwerpen vindt. Onder anderen trok een klein marmeren vrouwenhoofd
-mijne aandacht bijzonder tot zich, dewijl het hoofdhaar uit een los
-stuk was gehouwen, hetwelk men, even als eene pruik, kon afnemen en
-weder opzetten; eene zeldzaamheid, welke ik nergens heb aangetroffen.
-
-Wat der Egijptische oudheden betreft, deze waren meerendeels door de
-Franschen bijeenverzameld ten tijde van hunne landing en hun verblijf
-in Egijpte. Ten gevolge der kapitulatie van Alexandrie, in September
-1801 gesloten, is deze verzameling in het bezit der Engelschen gekomen.
-
-In twee dezer zalen vond ik verscheidene werktuigen en gereedschappen,
-die weleer den Romeinen tot huisraad zouden verstrekt hebben: bij
-voorbeeld armbanden, oor- en vingerringen, halssieraden, vazen,
-kandelaren, lampen, spiegels en verdere toestel.
-
-Bovenal verdient hier genoemd te worden eene groote menigte Etrurische
-vazen van verschillende gedaanten en onderscheidene grootte; doch het
-kostbaarste stuk is, buiten tegenspraak, de prachtige vaas, welke,
-gedurende twee eeuwen, het paleis der Barberini's te Rome versierd
-heeft, en thans in Engeland algemeen den naam van den Portlandsche Vaas
-voert, dewijl zij, door verloop van tijd, in het bezit van den hertog
-van Portland is gekomen. De grond van deze vaas, die juist geenen
-grooten omtrek heeft, is een schoon donkerblaauw, en de beelden,
-waarmede dezelve versierd is, zijn van de fraaiste zilverkleur;
-derzelver fijnheid en kunstbewerking kan men zich naauwelijks
-verbeelden. Dit gedeelte bezigtigd hebbende, kwamen wij in den gang
-terug, en bereikten, langs eenen breeden en gemakkelijken trap, de
-eerste verdieping, die de voornaamste partij van het geheele gebouw
-is. De plafond van deze zaal was niet minder prachtig geschilderd,
-dan die van eene tweede, welke wij vervolgens bezigtigden. De eerste
-stelde Phaëton voor, verzoekende zijnen vader, ten bewijs van zijne
-goddelijke afkomst, de zonnepaarden te mogen mennen, en de tweede
-den val van dezen vermetelen jongeling.
-
-"Ziedaar een overheerlijk schilderwerk!" zeide ik tegen mijnen
-vriend C..., "en hetwelk, niettegenstaande deszelfs oudheid, zeer
-goed bewaard is gebleven."
-
-"Neem er uwen hoed voor af!" hernam hij; "het is een kunstgewrocht
-van onzen landgenoot Lafosse, wiens meesterachtige penseel het
-Invalidenhuis te Parijs zoo uitmuntend versierd heeft."
-
-Ik beken, dat ik een heimelijk genoegen ontwaarde, toen ik zag, dat
-men het schoonste, hetwelk ik tot dusverre in Londen had aangetroffen,
-aan eenen Franschen kunstenaar verpligt was.
-
-Ook waren de vloeren dezer zalen heerlijk ingelegd. Twee
-Engelschen, die zich hier tegelijk met ons bevonden, beschouwden
-dit werk zeer naauwkeurig, en schenen er ongemeen door getroffen;
-hoogstwaarschijnlijk, wijl zij nooit iets dergelijks gezien hadden;
-want al de vloeren in Londen bestaan slechts uit regte en in de lengte
-aan een gevoegde planken.
-
-Er zijn slechts vijf kamers met voorwerpen uit de natuurlijke historie,
-en nog zijn dezelve niet zeer groot. De kamer, waar de zeldzaamheden
-tot het rijk der delfstoffen bewaard worden, verdient opmerking, wijl
-zij, boven de andere, in volledigheid uitmunt; hoewel zij volstrekt
-niets betekent, in vergelijking met het overheerlijke kunstkabinet,
-hetwelk de kenner met zoo veel verrukking in de munt te Parijs
-beschouwt. Toen ik de verzamelingen uit het dieren- en vogelenrijk,
-met die in den kruidtuin te Parijs vergeleek, dacht ik onwillekeurig
-aan kleine kinderen, welke men afzonderlijk aan een tafeltje plaatst,
-terwijl het overige gezelschap eenen wel voorzienen disch bezet.
-
-In eene zesde zaal werden de wapenen, werktuigen, gereedschappen
-en kleedingen der Zuidzee-eilanders, der Amerikaansche Wilden,
-Hottentotten, Kaffers en andere volken bewaard.
-
-Nu was de bezigtiging der boekverzameling, die bovenal mijne
-nieuwsgierigheid opwekte, aan de beurt. Maar hoe zeer verwonderde ik
-mij, dat ik slechts vijf vertrekjes aantrof, welke de geheele boekerij
-bevatteden. Ook ontging mijne verwondering een' der boekbewaarders
-niet, die mij deed opmerken, dat in deze vijf vertrekken slechts de
-handschriften bewaard werden, doch dat de gedrukte werken in zestien
-andere kamers geplaatst waren, maar dat men ze aan het publiek niet
-liet zien; omdat het gezigt van een aantal boeken, in kassen en op
-planken geschaard, noch leering, noch vermaak aan den beschouwer
-kan opleveren.
-
-Om dezelfde reden zouden de Engelschen, naar het mij voorkomt,
-insgelijks de moeite wel kunnen sparen, om hunne vijf kamers
-met handschriften te laten zien. Met het gezigt toch van deze
-zamengebondene papieren kan men even min den bezigtiger, leering of
-vermaak verschaffen.
-
-Ook verhaalde hij mij, dat er nog een kabinet van gedenkpenningen
-was, alsmede eene teeken- en graveerzaal; maar dat men een bijzonder
-verlof moest hebben, om er toegelaten te worden, uit vreeze, dat men
-iets zou wegkapen.
-
-Voorts verzocht ik hem, mij te zeggen, of er onder die handschriften
-ook iets van de Grieksche Anthologie, en van de werken van Aristophanes
-gevonden werd? waarop hij de vriendelijkheid had, de lijst der boeken
-na te slaan, en mij te berigten, dat er verscheiden op stonden.
-
-Ik verzocht, om ze te mogen zien.
-
-"Hartelijk gaarne wenschte ik aan uw verzoek te kunnen voldoen," hernam
-hij; "doch om een gedrukt werk of handschrift te mogen inzien, moet men
-zich, bij geschrift, tot den opperboekbewaarder vervoegen, en aan hem
-door een' der bestuurderen van het Museum worden voorgedragen: en zoo
-er dan geene redenen van weigering bestaan, kan een der boekbewaarders
-u het gevraagde boek of handschrift ter lezing overgeven."
-
-Het Britsche Museum, dacht ik bij mij zelven, heeft veel overeenkomt
-met den schat van eenen gierigaard, of met de verzen van Lefranc de
-Pompignan, waarover Voltaire zich dus uitdrukt:
-
-
- "Sacrés ils sont, car personne n'y touche."
-
-
-In een woord, al deze omstandigheden benemen iemand den lust, om
-naar deze zoo hoog hangende druiven te trachten. Daar ik nogtans
-eens wilde zien, hoe ver dit verbod, om de schatten der wijsheid
-en geleerdheid in Engeland te naderen, zich zou uitstrekken, deed
-ik eene schriftelijke vraag aan den heer opperboekbewaarder, doch
-verzelde dezelve niet met eene aanbeveling van een der bestuurderen,
-en zulks om de eenvoudige reden, dat ik de eer niet had van een' dezer
-heeren te kennen. Evenwel ontwikkelde ik hem de oorzaak, waarom ik de
-door mij opgegevene handschriften wenschte in te zien. Deze bestonden
-hier in, dat ik eenige duistere plaatsen, welke mij in al de gedrukte
-uitgaven van eenen zekeren auctor niet wel gesteld schenen, met het
-handschrift wilde vergelijken.
-
-Ik ontving echter geen antwoord, iets, hetwelk ik, om de eer en
-wellevendheid der Engelsche natie op te houden, liefst wil toeschrijven
-aan den korten tijd, dien ik mij nog in Londen ophield. Mogelijk vind
-ik, bij een volgend overtogtje, daartoe eene betere gelegenheid.
-
-
-
-
-
-
-
-XV.
-
-DE ENGELSCHE WELLEVENDHEID.
-
-
-"Uwe Londensche kooplieden," zeide ik, op eenen zekeren dag, tegen
-mijnen vriend, "zijn juist niet zeer wellevend. Kom ik ergens in eenen
-winkel, dan schijnt men mij naauwelijks op te merken; men geeft mij
-tamelijk onverschillig hetgeen ik gevraagd heb; wel te verstaan,
-wanneer men niets beters te doen heeft; en het is waarlijk bijna,
-of mij eene gunst wordt bewezen, als men mijn geld in ruiling voor
-de waren aanneemt."
-
---"Gij doet mij verwonderd staan! Niets evenaart de beleefdheid onzer
-kooplieden, dan misschien de zucht, om hunne winkels en magazijnen
-te ledigen, en wederom met nieuwe goederen aan te vullen. Hier heeft
-gewis een misverstand, of eene bijzonderheid plaats. Kunt gij mij
-geene daadzaak opnoemen?"
-
---"O ja! dezen morgen nog was ik bij eenen boekverkooper, bij wien
-ik reeds verscheidene werken gekocht heb, met oogmerk, om nog het een
-en ander uit te zoeken. Juist hield hij zich met eene dame bezig; en
-ik was niet onbeleefd genoeg, om hem te vergen, haar te laten staan,
-en mij te helpen. Doch achtervolgens kwamen er nog vijf of zes andere
-personen in den winkel, die allen voor mij geholpen werden. Eindelijk
-gunde hij mij het woord, nadat ik ruim een half uur met het lezen
-der titels van zijne netjes gerangschikte boeken had doorgebragt,
-en hij volstrekt niets anders te doen scheen te hebben. Echter had
-hij mij wel zien inkomen; dewijl ik hem zeer beleefd gegroet en zelfs
-mijnen hoed op de toonbank nedergelegd had.
-
-"Ha, ha! Daar zijn wij er! Altijd en eeuwig Fransch! Onze kooplieden
-zijn gewoon, de achting en oplettendheid, welke zij aan hen, die in
-hunne winkels komen, verschuldigd zijn, af te meten naar het voorkomen
-van gewigt, dat de koopers zich zelven weten te geven. Ga slechts
-in een' der voornaamste winkels van geheel Londen, om het een of
-ander, ter waarde van slechts eenen halven schelling te koopen; doch
-houd uwen hoed op, spreek op eenen hoogen toon, veins, de grootste
-haast van de wereld te hebben, en gij zult u niet alleen geholpen
-zien, maar zelfs zal men u met de meeste beleefdheid en een aantal
-buigingen tot aan de deur geleiden. Nimmer zult gij eenen Engelschman,
-in eenen winkel komende, zijnen hoed zien afnemen, al stond ook de
-schoonste en welgekleedste vrouw achter de toonbank; iets, hetwelk,
-buitendien zeer zeldzaam in Londen is, waar de vrouwen zich niet
-veel met de winkelnering bemoeijen. Ook zal hij zulks evenmin doen,
-wanneer hij op deze of gene publieke plaats komt. Reeds meermaals heb
-ik opgemerkt, dat bij uwe verschijning in een koffijhuis of op ander
-publieke plaatsen aller oogen op u gevestigd waren; want naauwelijks
-hadt gij de deur bereikt, of, wip! was de hoed naar beneden. Zie
-daarentegen eens eenen Engelschman binnenkomen: deftig als een paauw
-stapt hij daar henen, ziet, met den hoed op het hoofd, driest naar
-alle zijden om, groet zijne vrienden en bekenden, welke hem onder het
-oog vallen, met eenen ligten hoofdknik, gaat vervolgens zitten, of
-hij er te huis hoorde, en zet alsdan den hoed af, zoo dezelve hem mogt
-hinderen. Gisteren morgen, mijn beste! hebt gij nog eenen ergen mispas
-(vergeef mij deze uitdrukking!) gemaakt, welke uwe hoedanigheid van
-Franschman alleen kan verontschuldigen. Ongetwijfeld herinnert gij u,
-dat wij in Picadillij sir Robert D... ontmoet hebben, bij wien wij
-morgen zullen eten. Hem aansprekende, hebt gij uwen hoed afgenomen,
-en hem derhalve in de onaangename noodzakelijkheid gebragt, om deze
-lastige beleefdheid op dezelfde wijze te beantwoorden, hetgeen hem
-ligtelijk eene verkoudheid op den hals kan halen."
-
---"Het is goed, dat ik dit weet, en ik verzeker u, dat mijn hoed
-voortaan op mijn hoofd als gespijkerd zal zijn.--Maar indien mij
-nu eens, bij geval, eene dame van mijne kennis ontmoet; is het dan
-insgelijks onwellevend, den hoed af te nemen?"
-
---"Dit maakt een groot onderscheid, mijn vriend! Immers kan zij
-uwe beleefdheid met eene kleine buiging beantwoorden, welke haar
-geene verkoudheid zal veroorzaken. Indien zij zich echter met u wil
-onderhouden, zal zij u zelve aanspreken; zoo niet, dan eischt de
-wellevendheid, haar niet te zien, ten minste u te houden, als of gij
-haar niet bemerktet."
-
---"Zeer wel! slechts nog eenige lesjes; en gij zult eenen echten
-Engelschman van mij maken."
-
---"Dewijl gij toch begeert, in de Engelsche manieren onderrigt te
-worden, moet ik u nog waarschouwen, dat gij u nimmer moet veroorloven,
-om, ten minste, zoo gij u niet bij zeer goede vrienden of bekenden
-bevindt, aan het vuur te raken of de kaars te snuiten. Doch om op het
-artikel van den hoed terug te komen; geenszins is het gebruikelijk,
-bij het afleggen van bezoeken, met den hoed in de hand of onder den
-arm in het vertrek te komen, waar het gezelschap bij een is; men moet
-denzelven in het voorvertrek nederleggen."
-
---"Ik versta u! Men komt binnen, als om een buurpraatje te houden.--Het
-zal nu wel gaan! ziedaar mij, ten minste wat der behandeling van den
-hoed betreft, grondig onderwezen! Ik zie wel, dat de heeren Engelschen
-het kapittel van den hoed volgens Aristoteles door en door bestudeerd
-hebben, waarvan Sganarelle bij Molière gewag maakt."
-
-
-
-
-
-
-
-XVI.
-
-DE SPECULANT.
-
-
-"Ik moet niet vergeten"--zeide ik tegen mijnen vriend C... den
-anderen dag, toen ik hem afhaalde, om naar sir Robert D... te gaan,
-waar wij het middagmaal nemen zouden--"u rekenschap te doen van een
-zeldzaam bezoek, dat ik dezen morgen gehad heb. Gij moet dan weten,
-dat ik eenige malen bij eenen zekeren boekverkooper hier in de stad
-geweest ben, die mij verscheidene nieuwe werkjes bezorgd heeft, en
-met wien ik zelfs overeengekomen was, na mijne terugkomst in Frankrijk
-eene geregelde briefwisseling te onderhouden. Daar hij derhalve wist,
-dat ik mij met de letteroefeningen bezig hield, kwam hij heden morgen
-bij mij, om mij het buitensporigste voorstel te doen, waarvan ik ooit
-heb hooren spreken."
-
-"Ik kom," zeide hij, terwijl hij twee groote rollen papier in
-8vo uit zijne zakken haalde, "u eenen zeer voordeeligen voorslag
-doen. Zie hier een werk, dat ik onlangs gedrukt heb: het is uit het
-Hoogduitsch vertaald, en van eenen zeer bekenden en hooggeachten
-schrijver, wiens werken echter nimmer in het Engelsch, ja zelfs, zoo
-ik het wel heb, ook niet in het Fransch vertaald zijn geworden. Een
-Fransch schrijver, die thans veel opgang maakt, heeft daaruit niet
-alleen de grondstof, maar zelfs ook eene groote menigte van kleine
-bijzonderheden ontleend, waarmede hij een boekdeel heeft opgesierd,
-hetwelk hij in Frankrijk als een werk, geheel van zijne vinding, heeft
-uitgegeven. De aanteekeningen, waarmede deze vertaling verrijkt is,
-toonen al de plaatsen aan, welke de Fransche schrijver in beslag heeft
-genomen; en daar dit werk van dien schrijver door geheel Frankrijk
-verspreid is, geloof ik, dat eene Fransche overzetting van dit,
-hetwelk ik u hier aanbied, veel fortuin zou maken. Ik doe u derhalve
-het edelmoedige aanbod, om mij dertig pond te geven (720 francs),
-waarvoor ik u dit uitmuntend werk zal laten, terwijl ik mij tevens
-verbind, deze overzetting niet uit te geven, voordat de uwe geheel
-klaar is, opdat gij geene mededinging behoeft te vreezen. Daar gij
-een mijner kalanten zijt, geef ik u de voorkeur; want gij moogt u
-verzekerd houden, dat verscheiden Fransche boekverkoopers in Londen
-dit voorstel met verrukking zouden aannemen.
-
-"Uw voorstel is, buiten twijfel, zeer aanlokkend, mijn waarde
-vriend!" antwoordde ik hem; "maar ik kan er geen gebruik van
-maken. Daarenboven moet ik u doen opmerken, dat in Frankrijk de
-letterdieverijen voor geene doodzonde gerekend worden, en dat men
-er nog nooit iemand om gehangen heeft. Voor eenigen tijd heeft men,
-wel is waar, veel geruchts gemaakt over de uitgave van de Conaxa,
-onder den naam van Les deux Gendres; maar de reden hiervan is, dat
-de schrijver van dit laatste stuk de onvoorzigtigheid heeft gehad,
-om zich den haat van een groot aantal zijner medebroeders, het genus
-irritabile vatum, op den hals te laden. Doch nooit is er een woord
-gerept van de School der Zeden, een stuk, bijna woordelijk uit het
-Engelsche tooneelspel School for Scandal, van Sheridan, overgenomen,
-evenmin van de Jeugd van Hendrik den Vijfden, waarvan de inhoud,
-de rangschikking, ja de kleinste bijzonderheden getrokken zijn
-uit een Hoogduitsch werk van Meissner, onder den titel van Skitzen
-und Erzählungen uitgegeven. De voornaamste verandering, welke de
-Fransche schrijver heeft gemaakt, is, dat hij Hendrik den Vijfden
-de rol laat spelen, die in het oorspronkelijke stuk aan uwen koning
-Karel den Tweeden is toegedeeld geworden. Maar hoe zou men een werk
-willen vertalen uit eene vertaling? Dit zou immers even zoo goed zijn,
-als eene oorspronkelijke schilderij naar eene kopij te vervaardigen;
-men zou er de hand des meesters niet meer in kunnen ontdekken."
-
---"Laat ons elkander wel verstaan: ik bedoelde, dat gij het
-oorspronkelijke Hoogduitsche werk zoudt vertalen."
-
---"Gij hebt dit dan?"
-
---"Neen, maar gij moest het ontbieden."
-
---"En waarvoor, mijn waarde vriend! zou ik u dan de dertig pond
-betalen?"
-
---"Maar de aanteekeningen, mijnheer! de aanteekeningen!"
-
---"Zouden, om u de waarheid te zeggen, een weinigje te duur betaald
-zijn; wijl zij nu volstrekt geen ander nut zouden kunnen aanbrengen,
-dan mij het spoor der navolging aan te wijzen, hetgeen ik gemakkelijk
-zelf zou kunnen ontdekken."
-
-En nu verliet hij mij, zijne twee aangebodene deelen met zich nemende,
-welke hij, volgens zijn zeggen, eenen anderen ging aanbieden.--"Welnu,
-mijn vriend! wat zegt gij van die grap?"
-
-"Hieraan erken ik het Engelsche genie, dat altijd en op alles
-speculeert. De handel is de ziel en het leven van eenen Engelschman,
-het zij hij waakt of droomt. Hoor slechts twee Engelschen spreken,
-en in tien minuten tijds zal het woord speculation u herhaalde malen
-in de ooren klinken. Het plan, bij voorbeeld, dat uw boekverkoper
-de edelmoedigheid had u voor te slaan, moge misschien voor u niet
-voordeelig zijn geweest; maar gij zult toch wel willen bekennen,
-dat het uitmuntend voor hem was. Gij herinnert u dien Engelschman
-nog wel, die, nu drie dagen geleden, met ons aan tafel zat? Hij
-heeft veel gereisd, en geenszins die dwaze vooringenomenheid voor
-zijnen landaard, welke hunne trotschheid met de sterkste kleuren
-schetst. "Er is," zeide bij tegen ons, "volstrekt geen middelstand
-in Londen. Zonder de voorname lieden uit, en al de overigen zijn uwe
-onderdanige dienaars, of, om mij beter uit te drukken, de dienaars
-van uwe guinies en banknoten. Ieder burger, die slechts eene kamer
-te missen heeft, meubelt en verhuurt dezelve, en wordt derhalve,
-ten gevalle van uwe beurs, uw kok en bediende." En dit is in vollen
-nadruk waar. Vandaar die kwakzalverij, welke gij bijna in alle
-winkels hebt moeten opmerken. Aan het eene huis, bij voorbeeld,
-hangt een bord met een opschrift, dat gij in geenen anderen winkel
-te Londen zoodanige waren tegen zulken geringen prijs kunt bekomen;
-aan het andere vindt men ieder uitgestald artikel met het Engelsche
-woord Only! in groote letters, versierd, hetgeen zoo veel zeggen wil,
-als: nergens anders te bekomen!
-
-De eene koopman laat een' van zijne bedienden, met eenen langen staak,
-aan welken van boven een bord is gehecht, met de bekendmaking, dat in
-zijn magazijn-alleen deze of dergelijke goederen tegen dien matigen
-prijs te koop zijn, de geheele stad doorkruisen. Een andere wederom
-laat kaartjes aan zijne vrienden, te weten, aan iederen voorbijganger,
-uitreiken, waardoor hij bekend maakt, dat hij voornemens is, zijnen
-winkel uit te verkoopen, en dus de goederen, welke hem nog overig zijn,
-voor halven prijs aanbiedt. Intusschen is hij even min van zins,
-zijnen handel op te geven, als gij er aan denkt, om denzelven te
-beginnen. Dit alles is Engelsche speculatie. In een woord, de eerste
-gedachte van eenen Engelschman, bij zijn ontwaken, de laatste bij zijn
-inslapen, de beelden, welke hem zelfs droomende voor den geest zweven,
-zijn plannen en speculatien.
-
-
-
-
-
-
-
-XVII.
-
-HET ENGELSCHE MIDDAGMAAL.
-
-
-Het onderhoud, mijn waarde lezer! hetwelk ik u in het vorige
-hoofdstuk heb medegedeeld, bragt ons aan het huis van sir Robert
-D... Onze hoeden, rottingen en overrokken in de voorkamer afgelegd
-hebbende, geleidde men ons in eene zaal, waar zich reeds een aantal
-gasten bevond. Sir Robert bood ons zijner vrouw en dochter aan,
-een jong meisje van achttien jaren, ongemeen lief en bevallig; en
-vervolgens, op dezelfde wijze, aan ieder ander lid van het gezelschap,
-ons tevens van hunne namen en hunnen rang, en hen wederkeerig van
-de onze onderrigtende. Dezelfde plegtigheid werd, bij de aankomst
-van iederen nieuwen gast, herhaald. Dit is een algemeen aangenomen
-gebruik te Londen. De heer van den huize neemt u (onverschillig,
-in welk eenen kring gij komt) bij de hand, en biedt u, met staatsie,
-aan ieder lid van het gezelschap aan.
-
-Behalve zijne dochter, had sir Robert nog eenen zoon van zeventien
-jaren, die echter thans met zijnen gouverneur in Italie was; om, zoo
-als ieder welopgevoed Engelschman verpligt is, de reis op het vaste
-land te doen; hetgeen trouwens, naar mijn oordeel, niet wel is over een
-te brengen met die algemeene minachting, welke dit volk zich aanmatigt
-tegen ieder, die niet van hunnen landaard is. Doch de wispelturigheid,
-of het niet gelijk blijven met zich zelven, (l'inconséquence) kan
-hun-alleen juist niet te laste gelegd worden; en misschien zou het
-van ons zeer onbillijk zijn, hun dezelve te verwijten.
-
-Het was ongemeen guur en koud weer, iets, hetwelk wij, al hadden wij
-er ook minder gevoel van gehad, toch niet ligtelijk zouden hebben
-kunnen vergeten; want ieder binnenkomende gast had de oplettendheid,
-om ons dit koude nieuws te herinneren. Men moge eenen Engelschman
-ontmoeten, wanneer men wille, het eerste woord, dat van zijne lippen
-rolt, is altijd: Hoe vaart gij? het tweede: Een fraaije morgen! Een
-sombere middag!--Een kouden avond! Een duistere nacht! Zoodat een
-Engelschman, met regt, een wandelend weerglas kan genoemd worden.
-
-Dan ter zaak! Ons gezelschap bestond uit veertien personen, vijf
-vrouwen en negen mannen, toen men ons kwam zeggen, dat het eten
-opgedischt was.
-
-De meeste voorname en rijke Engelschen houden er tegenwoordig
-Fransche koks op na; want bijna allen, die in Frankrijk geweest
-zijn, stemmen daarin overeen, dat onze keuken de hare verre te boven
-streeft. Maar sir Robert D... is een Engelschman van den ouden trant,
-die zich aan de voorvaderlijke zeden en gebruiken houdt, en volstrekt
-er niet van zou afwijken. Het verstaat zich derhalve van zelf, dat
-het geheele middagmaal volkomen, en zonder de geringste afwijking,
-op zijn Engelsch was ingerigt. Om den eetlievenden lezer te voldoen,
-zal ik er hem eene kleine schets van trachten te geven.
-
-Op het midden der tafel prijkte, als hoofdschotel, een vervaarlijk
-groot stuk gekookt pekelvleesch. Aan de eene zijde stond een kalfs-
-en aan de andere zijde een schapengebraad, terwijl twee schotels met
-visch de flank formeerden, en de vier hoeken met aardappelen, kool,
-wortelen en ingelegde snijboonen, alles in zuiver water gekookt, bezet
-waren. In het tweede bedrijf was de hoofdpersonaadje eene gebrade
-gans, tusschen eenen insgelijks gebraden haas en twee hoenders,
-en nu werd de flank gemaakt door twee schotels sla, den een' met
-selderij en den ander' met cichorei, terwijl op de hoeken eene appel-
-en kersentaart, een plumbpudding en een rijstpudding den lekkertand
-uitnoodigden. Vervolgens werd er nog eene kaas opgezet, en eindelijk
-werd het tafellaken afgenomen en eenige schoteltjes met appelen en
-andere versnaperingen opgebragt; ook schonk men thans een goed glas
-wijn; want, het drinken van eenige gezondheden uitgezonderd, had men
-tot dusverre zeer weinig wijns gebruikt, maar zich meestal bij het
-bier gehouden.
-
-De wijn wordt hier niet, als in Frankrijk, in flesschen opgebragt, maar
-in kristallen carafes, die voor den gastheer worden nedergezet. Zich
-zelven schenkt hij het eerst in, geeft vervolgens de carafe aan hem,
-die naast hem zit, en in deze volgorde doet zij de ronde om de tafel,
-tot zij ledig is, welk gebrek men echter zorgt door eene nieuwe
-spoedige vulling terstond weder te herstellen.
-
-Het onderhoud, gedurende den maaltijd, welke gelukkig zeer bespoedigd
-werd, was uitermate doodsch en vervelend. De voornaamste stof
-verschaften een lekker malsch gebraad en een stuk goed gekookt
-vleesch. Ook bespeurde ik geene de minste oplettendheid voor de
-aanwezige vrouwen. Ja, ik kon mij schier niet verbeelden, dat er vijf
-vrouwen tegenwoordig waren, van welke er ten minste drie in ieder
-land voor schoon zouden gehouden zijn, en de oudste, de vrouw van
-den huize, slechts zeven en dertig jaren telde.
-
-Na het afnemen der tafel en het gebruik van het eerste glas wijn, stond
-zij op, en verzocht der andere dames haar te volgen; doch wij mannen
-bleven met de carafe portwijn voor ons zitten, die, bij herhaling,
-de ronde om de tafel deed, en eindelijk, na verloop van eenige uren,
-door eene met madera afgelost werd.
-
-Ja, lezer! na eenige uren. Wij waren te vijf ure gaan aanzitten,
-de vrouwen waren reeds voor zes ure opgestaan, en wij verlieten
-echter de tafel niet voor half negen, om in eene andere zaal thee
-te drinken. Doch zoo ver zijn wij nog niet.--Na het vertrek der
-vrouwen werd het gesprek eenigzins levendiger. Ik, wiens tong in
-de tegenwoordigheid van eene lieve, bevallige vrouw steeds vlugger
-en losser wordt, vond het zeer vreemd, dat dezelfde reden eene
-tegengestelde uitwerking op het spraaklid der heeren Engelschen te
-weeg bragt. Maar welhaast ontdekte ik, dat aan de wandelende carafe de
-levendigheid van het onderhoud voornamelijk was toe te schrijven. Door
-het al te sterk liefkozen dier carafe, scheen echter ook de grootste
-aandrift langzamerhand te verkoelen: het was, als of de oogen toe
-wilden vallen, en de tongen dik werden, tot het voortdurend gebruik
-der madera ons in den vorigen staat van stilzwijgendheid terugvoerde.
-
-Reeds lang had ik bemerkt, dat, van tijd tot tijd, de eene of andere
-gast van tafel opstond, zich achter eene gordijn begaf, daar twee of
-drie minuten vertoefde, dan weder terugkwam, en bij het gezelschap
-zijne plaats hernam. Ik begreep niets van deze handelwijze; doch
-toen eindelijk mijn vriend C..., naast wien men mij geplaatst had,
-insgelijks als de anderen, dit toertje gemaakt had, vroeg ik hem,
-zoodra hij weder zat, zachtjes, wat dit toch beteekende? "Ga er slechts
-heen," zeide hij, "dan kunt gij het zelf zien, en mogelijk zult gij er
-niet boos om zijn"--Om mijnen nieuwsgierigheid te voldoen, ondernam ik
-het korte reisje, ging achter de gordijn en vond....! maar hoe nu aan
-mijne bescheidene en kiesche lezers, zoo als de Franschen altijd met
-opzigt tot de bewoordingen zijn, het voorwerp uit te drukken, dat zich
-aan mijne oogen opdeed? ja, welk eene benaming er aan te geven?--Er is
-echter geene bevallige dame, die dit meubel niet dagelijks gebruikt,
-of die hare kamenier niet zou beknorren, zoo zij het, bij het naar bed
-gaan, niet in hare slaapkamer vond, en die het, des noods, niet met
-den regten naam zou durven noemen. Ik hoop dus, niets te wagen, met te
-zeggen, dat ik daar vond staan eenen grooten waterpot. En inderdaad,
-de kruik gaat zoo lang te water, tot zij eindelijk vol wordt! zegt
-Figaro; en derhalve kan men geen vier of vijf uren aanhoudend drinken,
-zonder dat de natuur hare schatting eischt. En waarom toch, lezer! zou
-men eener even zoo natuurlijke behoefte, als eten en drinken, niet
-trachten te voldoen, zonder tijd te verliezen, zonder zich aan koude
-bloot te stellen, en zonder het vertrek te verlaten? Evenwel geloof
-ik, dat dit gebruik tot eene meerdere volkomenheid zou kunnen gebragt
-worden. Na eene lange zitting schijnt de gang van tafel naar de gordijn
-aan sommige gasten nog te ver. Onder anderen merkte ik eenen op, die al
-struikelende zijne plaats zocht te hervinden, doch die zijn doel juist
-niet langs een regte lijn en zonder eenige zijpassen kon bereiken. Ik
-hoop dus, dat door den tijd, die alle dingen verbetert! (dank zij den
-aanleg tot volmaaktheid van het menschelijke geslacht!) de Engelschen
-een dezer nuttige, of, om beter te zeggen, noodzakelijke meubels onder
-den stoel van ieder hunner gasten zullen doen plaatsen, even als men
-een wijnglas voor hen op tafel zet; want deze twee artikels zijn in
-hunne bijeenkomsten zoo onontbeerlijk voor elkander, als de klepel voor
-de klok. Deze mode in trein te brengen, zou een overheerlijk plan en
-eene voortreffelijke speculatie zijn voor eenen koopman in waterpotten.
-
-Eindelijk zochten wij de dames weder op, uitgenomen een der
-gasten, die aan tafel ingeslapen was, en welken men het raadzaamst
-oordeelde in zijne rust niet te storen. De koffij en thee waren
-op het oogenblik gereed. De koffij was volkomen gelijk aan die,
-welke ik reeds eenmaal in Londen geproefd had; doch de sterkte en
-smaak der thee vergoedden rijkelijk het gebrekkige van de koffij. De
-thee dan was bitter van sterkte, zoo dat ik mij genoodzaakt zag,
-er eene driedubbele hoeveelheid suiker in te doen, om haar te kunnen
-drinken. Bij de thee gebruikte men brood en boter, koekjes en eenige
-andere versnaperingen. Ook schonk men mij een tweede kopje in, zonder
-te vragen, of ik nog meer begeerde? Ik haastte mij dus, deze medicijn
-spoedig door te slikken, en naauwelijks was mijn kopje ledig, of het
-werd ten derde male gevuld.
-
-Hier kwam mij een oude manier van regtspleging te binnen, te weten,
-om den beschuldigden, wien men eene bekentenis wilde ontwringen,
-eene zekere hoeveelheid water te doen drinken. Daar ik vreesde,
-tot dezelfde proef veroordeeld te zijn, vroeg ik zachtjes aan mijnen
-vriend C..., of hij mij geen middel aan de hand kon doen, om mij van
-dezen zondvloed te redden.
-
-"Zoo lang gij uw lepeltje in het schoteltje laat liggen," zeide hij,
-"zal men u niet overslaan, doch leg het in uw kopje, en men zal u niet
-meer inschenken." Ik haastte mij derhalve, de eenige plank te grijpen,
-welke mij van verdrinken kon redden, en waarlijk, zij bragt mij in
-eene veilige haven: mijn kopje werd, tot hartelijke blijdschap van
-mijn verhemelte, den geheelen avond niet meer gevuld.
-
-Veel sprak men over de jagt en de staatsbelangen, inderdaad gewigtige
-en belangrijke onderwerpen voor de vrouwen, welke men geene meerdere
-opmerking aan de thee-, dan aan de eettafel verwaardigde. Eindelijk
-werd te elf ure het avondmaal aangekondigd.
-
-Dit was een mengelmoes van oesters, koud vleesch en gebak; en tot
-mijne groote verwondering, zou ik uit het spoedig verdwijnen van het
-opgedischte, zoo ik niet van het tegendeel ware overtuigd geweest,
-besloten hebben, dat men noch het middagmaal gehouden, noch, onder
-het theedrinken, zoo tamelijk gepeuzeld had.
-
-Nu werd er brandewijn, gin, rum, warm water en suiker rondgediend,
-waarvan ieder, naar welgevallen, eene grootere of kleinere hoeveelheid
-nam, en die zelf, naar zijnen zin, gereed maakte. Eindelijk scheidden
-wij des nachts te een ure, allen een weinigje aangezet, en den slaap
-ten hoogste benoodigd.
-
-Wacht u echter wel, lezers! het woordje allen ook op de vrouwen toe
-te passen. Dezen zijn in Engeland, in het algemeen, ja bijna geene
-uitgezonderd, van eene bewonderenswaardige matigheid met opzigt tot den
-wijn en de sterke dranken, hetgeen des te vreemder moet voorkomen,
-wijl het vochtlievend voorbeeld der mannen haar ligtelijk smaak
-in deze voorwerpen zou kunnen doen krijgen. De Fransche schrijver,
-die in het jaar achttien honderd en vijftien door de drukpers het
-publiek heeft verteld, dat de Engelsche dames zich, even als hare
-mannen, dagelijks in den drank te buiten gaan, heeft haar opzettelijk
-en met voordacht gelasterd, of wel, heeft, gedurende zijn verblijf,
-geene andere verkeering gehad, dan met zulke dames, die bij avond en
-des nachts in den omtrek der kerk van Sint-Gilles haar fortuin zoeken.
-
-Men verhaalt, dat eene, geenszins aan dit gebrek verslaafde, dame op
-zekeren avond bij toeval meer gedronken had, dan zij verdragen kon,
-en zoodanig beschonken was, dat men haar in bed moest dragen. Den
-anderen morgen maakte haar echtgenoot, geheel in het zwart gekleed,
-haar zijne opwachting.--Goede hemel! riep zij uit, mijn vriend! geen
-onzer bloedverwanten was immers ziek, zoo ver ik weet; over wien
-rouwt gij?--"Over uwe eer, mevrouw! die gij gisteren avond bevlekt,
-en mogelijk voor altijd verloren hebt!" antwoordde hij. Nu zwoer deze
-dame plegtig, nimmer weder wijn of sterken drank te zullen gebruiken;
-en men verzekert, dat zij haar woord nooit verbroken heeft.
-
-
-
-
-
-
-
-XVIII.
-
-DE SHERIFS.
-
-
-Op zekeren dag bevond ik mij in de Citij, digt hij de Sint-Paulus-kerk,
-in Pater-Noster-Row. Juist was ik bezig met, in eenen der talrijke
-boekwinkels, waarvan deze straat grimmelt, een nieuw werk te koopen,
-toen een onverwacht geluid van een groot getal instrumenten mijne
-ooren trof. Op mijne vraag, wat deze soort van concert beteekende,
-werd mij gezegd, dat het de twee nieuwelings verkozene sherifs
-(regters) waren, die op het stadhuis (Guild-Hall) den eed gingen
-afleggen. Oogenblikkelijk begaf ik mij naar Cheapside, welken weg
-de optogt moest nemen, en bespeurde, bij die gelegenheid, dat er
-te Londen niet minder gapers, dan te Parijs, zijn. De straten waren
-opgepropt met een volkje van allerlei slag, maar men zag noch wachten
-noch geregtsdienaars, om de menigte in bedwang te houden; het volk
-zelf scheen zich van dezen pligt te kwijten, en de rust bleef volkomen
-ongestoord, waarvan, naar mijne gedachten, de ruimte en breedte der
-straten gedeeltelijk de oorzaak waren.
-
-Het geleide werd vooruitgegaan door een twintigtal muzijkanten,
-allen op blaasinstrumenten spelende. Hierop volgde een man op een
-paard, dat moedig en snuivende voortstapte, terwijl de ruiter in
-zijne hand eenen vergulden stok hield, die veel naar eenen schepter,
-of ten minste naar eene koopmansel geleek; zijn kleed was van rood
-scharlaken, met breede gouden belegsels, en op zijne schouders prijkte
-ter wederzijde eene kolonels-epaulette: zijn hoofd was met eenen
-kolossalen, driepuntigen en rijk met goud geboorden hoed bedekt, en
-zijn post bestond in de plegtigheid van het feest te regelen. Achter
-hem kwamen twaalf rijtuigen, ieder met eenen magistraatspersoon
-(alderman) bevracht, en deze werden gevolgd door de geheel vergulde
-en ontzaggelijk groote koets van den Lord-Major. De dissel en de bok
-van den koetsier waren, even als het achterste gedeelte van de koets,
-met gesneden en rijkelijk verguld houtwerk dermate overladen, dat
-het mij onmogelijk is, er eene behoorlijke beschrijving van te geven;
-doch alles was tevens zoo stevig, massief en verkwistend zwaar, dat
-men van de afbraak der koets, wat het hout betreft, gemakkelijk een
-klein huis zou hebben kunnen bouwen. Nu kwamen eindelijk de koetsen
-der twee nieuw verkozene sherifs. Deze waren wel minder prachtig,
-dan die van den Lord-Major, maar des te netter en doelmatiger. De
-koetsiers dezer drie rijtuigen zuchtten intusschen onder den last van
-vervaarlijk groote vlassen pruiken zonder poeder, en met verscheidene
-verdiepingen van krullen voorzien, die er of aan vast gebreid, of ten
-minste er op genaaid waren. Op deze gekoetsierde pruiken, of, om mij
-beter uit te drukken, op deze gepruikte koetsiers volgde een twintigtal
-lakkeijen te voet, in groot liverei, wier wit zijden kousen mijne ziel
-met medelijden vervulden; wijl de modder en slijk het wit zoodanig
-hadden veranderd, dat men het bijna voor zwart, ten minste voor grijs
-zou gehouden hebben. De achterhoede van dezen optogt bestond wederom
-uit eenen troep van twintig muzijkanten. Voorts werd mij verhaald,
-dat, na het afleggen van den eed, de eene dezer regters in een der
-voornaamste logementen van Londen eenen grooten maaltijd geeft, en dat,
-eenige dagen later, de andere dezen pligt insgelijks moet vervullen.
-
-Het aanschouwen van dezen plegtigen optogt deed intusschen mijne
-nieuwsgierigheid ontbranden om eenige bijzonderheden te weten, welke
-ik den weetgierigen lezer thans zal mededeelen; wijl hij misschien
-hetzelfde verlangen ontwaart, en het zoo gemakkelijk niet zou kunnen
-bevredigen.
-
-De regering bestaat uit den Lord-Major, twee sherifs (regters, of
-bijzitters), vijf en twintig aldermans (schepenen) en twee honderd
-zes en dertig raadsheeren, of vroedschappen.
-
-De Lord-Major wordt door het volk uit de aldermans verkozen. Men
-benoemt er twee, uit welke de algemeene vergadering, bestaande uit
-den aftredenden Lord, de aldermans en raadsheeren, eenen nieuwen
-Lord-Major benoemt. Zijne aanstelling is slechts voor een jaar;
-echter is hij eigenlijk het hoofd, en eenigermate zelfs de ziel van
-de geheele regering.
-
-De bediening der sherifs, welke insgelijks door het volk verkozen
-worden, vervalt ook met het jaar. De Lord-Major is voorzitter, en
-als de keuze gedaan is, roept hij den nieuw verkozene uit, onder het
-drinken van een glas wijn, op de gezondheid van den sherif, die of
-die, een penseeltrek, welke vooral niet vergeten moet worden bij het
-schetsen der Engelsche zeden en gebruiken. Overigens veroorzaakt deze
-benoeming zeer vele onkosten aan hem, die er het voorwerp van wordt:
-ook mag men er zich geenszins aan onttrekken, zoo men geene boete
-van vierhonderd pond (9,600 livres) wil betalen. Deze regters staan
-aan het hoofd der regtspleging. De aldermans worden op dezelfde wijze
-verkozen, doch hunne benoeming is levenslang. Zij vervullen het beroep
-van vrederegters in de stad Londen, en verscheidene regtsvergaderingen
-zijn uit hen samengesteld.
-
-De raadsheeren eindelijk worden door de bijzondere wijken der Citij
-benoemd, welke in twee honderd zes en dertig afdeelingen gesplitst
-wordt. Zij zijn ten naastenbij hetzelfde, als de algemeene vergadering
-van den raad te Parijs, met dit onderscheid echter, dat hunne magt en
-hun aanzien veel verder is uitgebreid. Het stadhuis (Guild-Hall), waar
-de kiesvergaderingen gehouden worden, is een groot Gothisch gebouw. Het
-is ook daar, dat de plegtige inwijding van den nieuwen Lord-Major
-jaarlijks den negenden November met een groot feest gevierd wordt,
-op hetwelk ongeveer duizend personen van beiderlei sekse genoodigd
-worden, en waarbij gemeenlijk een paar duizend flesschen wijn hare
-ontlasting vinden.
-
-Ik heb mij altijd bediend van de uitdrukking de Citij van Londen:
-men moet echter dit geenszins met het woord stad verwarren, waarvan
-de Citij slechts een derde gedeelte uitmaakt. De regenten, van welke
-ik gesproken heb, kunnen buiten de Citij geen gezag, hoe genaamd,
-uitoefenen, en het overige gedeelte van Londen wordt, even als de
-andere steden en dorpen van het koningrijk, bestuurd.
-
-
-
-
-
-
-
-XIX.
-
-DE VUISTVECHTERS. (BOKSERS.)
-
-
-Slechts zeer weinige menschen brengen den dag door naar het ontwerp,
-hetwelk zij den vorigen avond gevormd hebben. Aan den eenen kant
-wederstreeft ons bijna altijd in onze voornemens het register van
-onvoorziene toevallen, hetwelk zoo vruchtbaar in deszelfs geheelen
-omvang is; terwijl, aan den anderen kant, onze eigene wispelturigheid
-ons niet zelden een welberaamd besluit doet opgeven, om een ander
-te volgen, hetwelk een louter toeval deed geboren worden. In een
-woord, wanneer wij het onderscheid tusschen willen en doen, beramen
-en uitvoeren, naauwkeurig gadeslaan, dan zullen wij ons meestal in
-de slotsom onzer ontwerpen jammerlijk bedrogen vinden. Men denkt,
-zich, bij voorbeeld, in den schouwburg te vermaken, en men geeuwt
-er: men waant, veel leerzaams in het een of ander Genootschap van
-Wetenschappen te zullen hooren, en men sluimert er zachtkens in:
-men vervoegt zich in het een of ander gezelschap, op hoop van een
-geliefdkoosd voorwerp te ontmoeten; men is er, en zij komt niet:--men
-is voornemens, eener lieve jonge vrouw een bezoek te geven, en men
-treft haren ouden echtgenoot aan.
-
-Evenwel moet men ook toestemmen, dat het toeval, onze ontwerpen
-verijdelende, ons dikwijls veel beter dient, dan wij ons hadden
-kunnen verbeelden; en hij, die ter goeder trouw eenen blik op het
-verledene wilde terugwerpen, zou ongetwijfeld moeten bekennen,
-dat hij een groot gedeelte van het wel slagen zijner ondernemingen,
-hetwelk zijne eigenliefde aan het wel beramen van zijne plans wil
-toeschrijven, veeleer aan het bloote geval te danken heeft.
-
-Even zoo was ik aan het lot het gezigt van een schouwspel verschuldigd,
-dat wel niet zeer aanlokkend voor eenen Franschman, doch des te
-belangrijker voor een volk is, hetwelk meer vermaak vindt in de
-geestverschijning in Macbeth, en in de ijsselijkheden in Koning Lear,
-dan in de verteederende droefheid van eene Iphigenie, en in de zachte
-tranen, welke de wegslepende moederliefde van eene Andromache uit de
-oogen doet vloeijen. Doch de beschouwer is dikwijls genoodzaakt, zijne
-oogen op voorwerpen te vestigen, welke hem met afschrik vervullen; even
-als de ontleedkundige door het ontleden der lijken lessen verzamelt,
-om de smarten der lijdende menschheid te verligten.
-
---"Ziedaar eene waarlijk lange inleiding!"
-
-Maar vergeet tevens niet, op te merken, waarde lezer! dat het de
-eerste is, waarop ik u vergast; en indien zij u al min of meer verveeld
-hebbe, bedank mij dan ten minste, dat ik niet al mijne hoofdstukken,
-even als vele dagbladschrijvers gewoonlijk hunne tijdingen beginnen,
-met eene voorrede heb aangevangen, die meestal zoo weinig betrekking
-heeft tot het onderwerp, dat behandeld zal worden, als de zeden van
-Londen naar die van Parijs gelijken. Doch daar het uw wil is, zal
-ik eenige aanmerkingen, welke ik hier eigenlijk nog te maken had,
-in mijne pen houden, en mij spoeden, om tot de zaak zelve te komen.
-
-Het paleis van den Prins Regent van Engeland ligt bijna in het midden
-der stad, in Pall-mall.
-
-Men heeft het voornemen, van dit punt, in eene regte lijn, eene groote
-en zeer fraaije straat, in de lengte een aanzienlijk gedeelte der stad
-doorsnijdende, tot aan New-road te leiden, en dus met Regents-Park
-te vereenigen.
-
-Een gedeelte dezer onderneming heeft men ook reeds ten uitvoer
-gebragt, en deze nieuwe straat, welke Portland-place genoemd wordt,
-en voorzeker de schoonste van geheel Londen zal zijn, maakt omtrent
-een vijfde gedeelte dezer hoofdstad uit, en zal ten naastenbij drie
-kwartier uurs lang zijn. New-road, hetwelk in het Fransch zoo veel,
-als Nieuwe Aanleg beteekent, is in een der uithoeken van de stad
-gelegen, digt bij het Regents-park, of het Park van den Prins Regent.
-
-Op zekeren morgen, niets te doen hebbende, ging ik al vrij vroeg
-uit, met het voornemen, om het nieuwe plantsoen in Regent's-park,
-dat nog niet in volle orde is, te bezigtigen. In den Nieuwen Aanleg
-gekomen, zag ik op zekere hoogte, Primrose-hill genaamd, van verre
-in het veld, eene groote menigte van mannen en vrouwen, en tegelijk
-een aantal menschen, die, dwars overstekende, uit al hunne magt naar
-hetzelfde punt liepen. Hier bleek het weder, dat ik, even als zij,
-een echte afstammeling van onze goede moeder Eva was: ik vergat het
-doel mijner wandeling, en liet mij door den Daemon der nieuwsgierigheid
-naar dezelfde zijde heen slepen.
-
-De bonte menigte bestond uit lieden van allerlei stand en rang der
-beide seksen: eene welgekleedde dame stond naast eenen kruijer
-of lastdrager, en een opgeschikte modezoon tusschen eenen hoop
-van vischwijven en bedelaarsters. De aanschouwers vormden eenen
-ongemeen wijden kring, in wiens midden een man van eene Herculische
-gestalte bezig was, met zich van zijne das, zijnen rok, en zijn
-vest en eindelijk van zijn hemd te ontdoen, waarna, tot mijne groote
-verwondering, het baaijen onderhemdje hetzelfde lot onderging, zoo
-dat ik nu zeker vooronderstelde, dat broek en kousen de uitgetrokken
-plunje zouden navolgen; doch dit gebeurde niet. De oogen en wangen
-der zedige Ladij's, welke dit schouwspel met hare tegenwoordigheid
-vereerden, schenen, tot mijne uiterste verbazing, noch te blikken,
-noch te blozen op het gezigt van eenen man, die tot aan zijn midden
-moedernaakt voor haar stond. Weinige oogenblikken hierna konden zij een
-dubbel genoegen smaken; want een ander kampvechter, die zich buiten den
-kring ontkleed had, kwam nu, vol drift, door de menigte heen dringen,
-om zijne partij te ontmoeten. Ieder was door twee mannen vergezeld,
-die bestemd waren, om ruimbaan voor de kampioenen te houden en hen,
-des noods, te ondersteunen. De laatst gekomene was intusschen veel
-kleiner, dan de eerste, maar zijne spieren en pezen, die borst, rug
-en armen bekleedden, verkondigden den aanschouwer, dat de natuur hem
-voor zijne kleinere gestalte rijkelijk schadeloos had gesteld door
-het geschenk van buitengewone ligchaamskrachten.
-
-Na veel moeite gelukte het mij, plaats te vinden onder de echte
-liefhebbers, en wel in den eersten rang, naast eenen bejaarden
-Engelschman, die zeer oplettend was op al, wat er voorviel, en wien ik
-verzocht, mij te onderrigten, wat deze bijeenkomst eigenlijk beduidde,
-en wat er gebeuren zou.
-
-"Gij zijt een vreemdeling," zeide hij, "uwe vraag--alleen zou mij dit
-ontdekt hebben, indien uwe uitspraak u niet reeds verraden hadde.--Gij
-zult zien boksen, maar ik vrees, dat wij niet veel pleizier zullen
-hebben; want deze knapen zijn juist niet van de voornaamsten; het
-zijn twee ambachtslieden, die gisteren toevallig verschil gekregen,
-en hier tijd en plaats bepaald hebben, om hetzelve te beslechten. Maar
-wacht! let op! let op! zij beginnen!"
-
-"Tien guinies tegen zeven op Tom!" schreeuwde een jong mensch, die
-eenige schreden van ons af stond, uit al zijne magt.
-
-Tom was degene, die het voordeel der grootte had.
-
-"Ik houd de zeven guinies op Dick!" riep de Engelschman, die naast
-mij stond.
-
-En op het oogenblik kwamen de twee kampvechters met geslotene vuisten
-op elkander af, en trachtten, wel vijf minuten lang, elkander duchtige
-vuistslagen toe te brengen, welke zij echter beide met veel vlug-
-en vaardigheid wisten af te keeren.
-
-"Het zijn kinderen der natuur, ongeleerde vechters!" zeide mijn
-buurman; "er heerscht noch kunst noch overleg in hunne wijze van
-boksen."
-
---"Heeft men het hier dan zoo ver gebragt, dat men de kunst van
-vuistvechten naar grondregelen uitoefent?"
-
---"Zonder twijfel! Even als in de schermkunst, hebben wij hier
-leermeesters in deze wetenschap, en het is gemakkelijk te zien,
-dat deze twee menschen zich weinig geoefend, of ten minste slechte
-meesters gehad hebben."
-
-Op dit oogenblik bragt Dick, met eenen uitgestrekten arm, zijner
-partij Tom eenen, zoo wel gerigten, vuistslag onder de laatste rib toe,
-dat die als een os ter neder stortte.
-
-Middelerwijl de twee secondanten van Tom hem oprigtten, zeide ik
-tegen mijnen buurman: "ziedaar uwe weddingschap gewonnen!" In het
-denkbeeld verkeerende, dat door den val van den eenen der strijders
-het gevecht geheel geeindigd was.
-
-"Gewonnen! riep hij, och, mijn vriend! zoo ver zijn wij nog niet. Tom
-zal het zoo gemakkelijk niet opgeven: het gevecht eindigt niet,
-voor dat een van beiden bekent, overwonnen te zijn."
-
---"En waarom heeft Dick zich dan niet van zijn voordeel bediend,
-en zijne partij gedwongen, zijne nederlaag te bekennen?"
-
---"Dewijl deze soort van gevecht, even als iedere andere, naar regt
-en wetten behandeld wordt, en men zijnen neergevelden vijand geene
-slagen mag toebrengen."
-
-Intusschen was Tom weder op de been gekomen, en had den aanval
-hernieuwd. Eenige oogenblikken daarna liet hij zijne vuist zoo
-onzacht op het kakebeen van Dick nederglijden, dat deze, op zijne
-beurt, insgelijks den grond kuste, terwijl een stroom van bloed,
-met eenige tanden, uit zijnen mond vloog.
-
-Na eenen korten stilstand hernieuwde men het gevecht. Dick, zich
-houdende, als of hij nogmaals eenen aanval op de ribben van zijne
-partij wilde doen, drukte, door eene vaardige wending, onverwachts
-zijne volle vuist zoo onzacht op den regter kijker van zijnen vijand,
-dat deze, tegen wil en dank, het, door deze persing opgezwollene,
-venster gesloten moest houden.
-
-"Niet slecht!" riep mijn buurman, "niet slecht!" Doch naauwelijks was
-het tweede niet slecht! over zijne lippen gegleden, of Tom onthaalde
-den neus van Dick op eene zoo allergeweldigste stomp, dat uit beide
-neusgaten twee bloedfonteinen sprongen, terwijl Dick ruggelings op den
-grond nedertuimelde. Nu snelden zijne twee secondanten vaardig toe,
-reinigden zijn gezigt met sponsen van het bloed, en rigtten hem op,
-ter hervatting van dit moorddadig gevecht.
-
-Thans scheen Dick al zijne pogingen aan te wenden, om het linker oog
-van zijne partij in denzelfden toestand als het regter te brengen. Het
-kwam mij dus voor, dat Dick, alhoewel niet sterk voor de broederschap
-ingenomen, echter des te krachtdadiger de gelijkheid betrachtte, tot
-welk einde hij telkens de vrijheid nam, om zijne vuist met het linker
-oog van Tom in aanraking te brengen, en hetzelve, op deze wijze,
-gelijkvormig aan het regter te maken. Daarbij scheen hij volstrekt
-ongevoelig voor de slagen, welke hij ontving, en niet eens te merken,
-dat stroomen bloeds uit zijnen mond en neus ontsprongen, toen het
-hem eindelijk gelukte, het voorgestelde doel te bereiken, en het
-andere oog van zijnen vijand insgelijks te treffen en te sluiten,
-zoo dat deze rampzalige nu te regt kon gezegd worden blind geslagen
-te zijn, welke kunstbewerking in Engeland bij het edele boksen den
-uitvoerder den grootsten roem verschaft. Dan daar, helaas! in het
-menschelijke leven het grootste geluk veelal door rampen is verzeld,
-ontving de oculist gelijktijdig van zijnen lijder, ter betaling
-voor de opgedrongene kuur, eenen zoo hevigen slag op den hartkuil,
-dat hij zelf ten derdemaal op den grond nederplofte.
-
-Nu dacht ik ten minste zeker, dat de strijd geëindigd was. Tom,
-wiens luiken digt geslagen waren, scheen mij door dit kleine beletsel
-buiten staat, om zich te verdedigen, en dus veel minder in staat,
-om den aanval te kunnen doen; en den, op den grond uitgestrekten
-en naauwelijks adem kunnende halen, Dick was het, mijns oordeels,
-insgelijks onmogelijk, het gevecht te hervatten. Maar ik bedroog
-mij nogmaals.
-
-De secondanten van Dick kwamen andermaals bij hem, wiesschen hem op
-nieuw het bloed met sponsen van het gezigt, drukten hem citroensap
-in zijnen mond, verkwikten den sterk beschadigden neus insgelijks met
-eenige droppelen van datzelfde vocht, en trachtten hem te overtuigen,
-dat hij met een weinigje moed en standvastigheid ongetwijfeld
-overwinnaar moest worden; wijl hij zijne tegenpartij geheelenal
-blind had geklopt; en zij bragten het inderdaad ook zoo ver, dat
-zij hem overeind kregen, en door hunne aanspraak weder met nieuwen
-moed bezielden.
-
-Gedurende dezen tijd bleven de vrienden van Tom geenszins
-werkeloos. Een ligte lancetsteek onder beide de oogen, deed het
-daartusschen gedrongen bloed over de wangen loopen, en verminderde
-in zoo verre de ontsteking, dat de lijder een weinigje kon zien.
-
-Nu vielen zij met vernieuwde woede, als twee tijgers, op elkander aan,
-en eene menigte van vuistslagen, wederzijds gegeven en ontvangen, bragt
-zulk eene hoeveelheid bloeds te voorschijn, dat de beide vechters er
-geheel mede bedekt waren.
-
-En zelfs vrouwen konden op dit afgrijsselijk schouwspel hunne teedere
-oogen vestigen! oogen, welke zich nimmer moesten openen, dan, om
-tooneelen van vermaak en stille vreugde te beschouwen! "Helaas!" zeide
-ik bij mij zelven, "zijn deze, welke ik hier ontmoet, Engelsche--zijn
-deze wel Europesche vrouwen?--Zijn het niet veeleer vrouwen (vrouwen,
-zeg ik!) neen, vrouwelijke monsters uit de horden der Kannibalen,
-die met wellust rondom de vlammen dansen, in welker midden zij den
-ongelukkigen gevangene, langzaam bradende aan eenen paal, van een
-scheuren, en deszelfs geblakerde leden met de lillende ingewanden
-tot een smakelijk voedsel nuttigen!"
-
-Doch, terwijl ik mij in deze en dergelijke overdenkingen verdiepte,
-gaf de ongelukkige Tom, door eenen laatsten hartslag ter nedergeveld,
-groote gulpen bloeds over, en alle moeite, welke zijne secondanten,
-eenige minuten lang, aanwendden, om hem op de been te houden,
-vruchteloos bevonden zijnde, behield zijne tegenpartij het slagveld,
-en werd, met eenige tanden in den mond minder, een paar bont en blaauw
-geslagene oogen en eenen gebroken neus, door zijne vrienden juichende
-als overwinnaar weggeleid.
-
-Twist of oneenigheid is echter niet altijd de aanleidende oorzaak van
-deze vuistgevechten, o neen! er is een aantal boksers van beroep,
-die om geld deze moorddadige kunst uitoefenen, en in dat geval is
-eene beurs met twintig, dertig of vijftig guinies tot eenen prijs voor
-den overwinnaar bestemd. De eene of andere rijke en aanzienlijke Lord
-laat in zijn park eenen ruimen omtrek met palen en touwen afsluiten,
-welke tot het slagveld voor de kampvechters verstrekt, en waar zij
-ongehinderd hunne vlugheid, kracht en bekwaamheden kunnen ten toon
-spreiden. Alsdan worden er belangrijke weddingschappen aangegaan,
-en welgelukzalig zij, welken het te beurt valt, de eer te genieten,
-om in het vermaak van dit bekoorlijk schouwspel te mogen deelen,
-even als in vroegere tijden vorsten en edelen de ridderspelen met
-hunne tegenwoordigheid vereerden.
-
-En dan durft men de Romeinen nog van wreedheid beschuldigen; wijl hunne
-oogen zich in den strijd der zwaardvechters konden verlustigen! Dit
-oorlogzuchtige volk, onder de wapenen geboren en in den krijg opgevoed,
-zag immers in die gevechten slechts het afbeeldsel van den oorlog, en
-daarenboven was ieder burger soldaat. De vechters zelve waren bezield
-met de zucht tot roem. Als een hunner, na zich dapper gekweten te
-hebben, op het punt stond van den doodsteek te ontvangen, gaven de
-aanschouwers dikwijls hun verlangen te kennen, dat de ongelukkige
-mogt gespaard worden, ten welken einde zij hunne handen opstaken,
-met hunne doeken wuifden en somwijlen met een onstuimig geschreeuw
-de vrijheid van den verwonnenen eischten.
-
-Maar welk een belang toch kan een laag en hatelijk vuistgevecht
-verwekken, gedurende hetwelk de aanschouwers zich met niets anders
-schijnen bezig te houden, dan met pogingen, om de verwoedheid der
-razende vechters aan te moedigen, tot eindelijk een hunner bijna
-levenloos nederstort? En dit is nogtans een der meest geliefkoosde
-vermaken van het volk, dat zich, bij uitzondering, het denkende noemt.
-
-
-
-
-
-
-
-XX.
-
-ENGELSCHE ZINDELIJKHEID.
-
-
-Op eenen zaturdag wandelde ik met mijnen vriend C... door de stad.
-
-"En met welk voornemen?" zal men mij mogelijk vragen.
-
-Zie hier mijn antwoord.--Plaats u slechts, waarde lezer! op den eenen
-of anderen morgen, zonder u de moeite te geven van naar Londen te
-reizen, bij de Pont-Neuf, te Parijs, en doe dezelfde vraag aan alle
-voorbijgangers, namelijk, met welk voornemen zij zijn uit gegaan?
-
-Een advokaat zal u zeggen:--"Om voor eenen mijner kliënten te
-pleiten." En het is integendeel slechts, om de vijftig Louis d'or te
-verdienen, welke hij zich vooruit heeft doen betalen.
-
-Een arts zal u antwoorden: "Om eenen mijner lijders te bezoeken." Maar
-geenszins zal hij er bijvoegen, dat dit bezoek hem rijkelijk zal
-betaald worden.
-
-Een dagbladschrijver zal u vertellen: "om eene proef te corrigeren." En
-het is juist om de eerste letter van zijnen naam, waarachter hij
-zich verschuilt, te gaan uitkrabben onder het een of ander artikel,
-in hetwelk hij eenen zekeren schrijver al te hard is aangevallen,
-en voor wiens onverzoenlijke wraakzucht hij thans beducht is.
-
-De koopman zal u diets pogen te maken, dat hij "eenen
-zijner handelvrienden, wiens zaken wat schuinsch zitten, gaat
-ondersteunen." Maar hij verzwijgt u, dat zijn voornemens is, tegen
-gereed geld voor een derde der waarde den ongelukkigen de goederen,
-welke hem nog overig zijn, af te woekeren.
-
-De krijgsman zwetst u voor: "Mij roept eene zaak van eer!" En het
-is eene danseres van de Opera, met welke deze zaak van eer moet
-beslist worden.
-
-De schoone Agnes, die, u antwoordende, hare tintelende oogen zedig
-naar den grond slaat, zegt, met den grootsten schijn van waarheid:
-"Ik ga de mis hooren in de naburige kerk." Maar het looze meisje
-weet, dat zij eenen jongen vriend zal vinden, welken zij daar
-eene bijeenkomst heeft toegestaan.--Dat oude grootje dweept u,
-met een uitgestreken gelaat, voor: "Ik ga, in de vreeze des heere,
-een heimelijk liefdewerk verrigten." Maar het is, om aan vijf of zes
-schijnheilige klappijen van hare kennis een schandelijk nieuws mede
-te deelen, hetwelk haar, ten nadeele van eene harer beste vriendinnen,
-den vorigen avond verhaald is geworden.
-
-Indien ik nu zelf op uwe vraag antwoordde, waarde lezer! zoudet gij
-immers kunnen vermoeden, dat ik u insgelijks mijne ware beweegredenen
-wilde verbergen, of dat ik er u slechts een gedeelte van ontdekte. Heb
-derhalve de goedheid, om u te vergenoegen met datgene, hetwelk
-ik mij in gemoede verpligt acht ter uwer kennis te brengen, en
-u te bepalen bij de uitwerkselen, zonder al te diep in derzelver
-oorzaken te willen doordringen; want deze aangeborene zucht, hoe
-natuurlijk en verschoonbaar dezelve ook zij, is meermaals de bron van
-duizende dwalingen en misslagen voor het menschdom geweest. Ja men
-kende...... Doch ik bemerk, dat ik mij van mijnen weg verwijder, en
-dat ik, dus voortgaande, in plaats van hetgene ik te Londen gezien en
-gehoord heb, te verhalen, mij ongevoelig in wijsgeerige bespiegelingen
-zou verdiepen. Derhalve ter zake!
-
-"Welk eene verwonderlijke zindelijkheid heerscht er in dit land!" zeide
-mijn vriend C... "Ziet gij wel aan alle huizen de dienstmeisjes met
-hare emmers, bezems, luiwagens, dweilen, sponsen en zandbakjes? Zij
-zijn bezig met de trappen, van den zolder tot aan den kelder,
-te schuren, en zij eindigen met den huisdrempel. En dit wordt alle
-zaturdagen op nieuw herhaald. Wel nu, wat zegt gij er van?--Doet men
-dit te Parijs ook?"
-
-"Maar te Parijs," antwoordde ik hem, "worden bij zeer vele lieden
-de trappen niet alleen geschrobd en geboend, maar zelfs met wassen
-lappen gewreven; gij zult mij dus gaarne toestemmen, dat dit tegen
-het Engelsche wasschen, waarvan gij zoo veel ophefs maakt, wel kan
-opwegen. Wat der zindelijkheid betreft, mijn beste! dan moest gij
-eens in Holland zijn, daar zoudt gij andere staaltjes aantreffen:
-daar wascht men zelfs de muren der huizen van buiten. Ik moet u
-daarenboven ronduit verklaren, dat ik mij in het geheel niet met
-geestdrift voor de Engelsche zindelijkheid vooringenomen gevoel. Gij,
-mijn vriend! beschouwt slechts het vernis der schilderij, maar
-geenszins derzelver innerlijke waarde.
-
-Onder dit gesprek wees ik hem eenen tappersjongen aan, die, huis aan
-huis, zijne pinten bier rondbragt, welke hij naast elkander op eene,
-tot dit gebruik geschikte, plank geplaatst, in zijne hand hield, Aan
-ieder huis, waar hij kwam, nam hij, voor het aankloppen, eene teug uit
-het pintje, hetwelk hij moest overhandigen, zoo dat hij, dus doende,
-middel vond, om zijnen dorst of snoeplust te bevredigen (indien het
-nemen van eenen slok bier snoepen mag genoemd worden) zonder dat de
-hoeveelheid van het vocht uit de pinten aanmerkelijk verminderde.
-
-Op het zelfde oogenblik zag ik een kind van omtrent acht of negen jaren
-met een stuk boter in de hand, dat hij waarschijnlijk voor zijne ouders
-gehaald had, en waarvan hij, het papier opligtende, gedurende den weg,
-den omtrek met zijne tong belikte, dat het een lust was.
-
-Eindelijk zagen wij vlak tegenover ons eene melkboerin op een' harer
-emmers zitten, en die, bemerkende, dat haar rok gedeeltelijk in den
-anderen emmer hing, denzelven er zeer voorzigtig uitnam en in dien
-emmer uitwrong, om toch geenen droppel van het vocht, dat zij verkocht,
-te verliezen.
-
-"Ziedaar!" zeide ik, "het toeval biedt ons, gelijktijdig en juist
-van pas, drie sprekende voorbeelden van de Engelsche zindelijkheid
-aan! Wel nu, wat zegt gij er van?"
-
---"Dat dit niets bewijst! Men kan uit bijzonderheden geene
-gevolgtrekking tot het geheel maken."
-
---"Ik heb u ook niet slechts eenen trek aangewezen, maar wel drie, in
-dezelfde straat, en op hetzelfde oogenblik, en mijn geheugen herinnert
-mij nog een aantal anderen.--Of kunt gij deze vrouw zindelijk noemen,
-die, den eersten morgen na mijn ontwaken, in mijn verblijf, dat ik
-thans nog bewoon, mij, nadat zij eerst mijn vuur aangemaakt, en de
-zwarte kolen met de handen aangevat had, het ontbijt bragt, zonder zich
-afgewasschen te hebben, en zich insgelijks gereed maakte, om mijn bed
-te schudden, hetwelk ik echter nog gelukkig voorkwam, door haar, bij
-wijze van een komplimentje, te zeggen, dat de heldere blankheid van
-haar gelaat een sterk kontrast met hare zwarte handen opleverde? Is
-het misschien ook een beginsel van zindelijkheid, dat de menschen,
-bij welke gij inwoont, toen ik u, op zekeren dag, terwijl zij zaten
-te eten, afwachtte, mij gul en hartelijk eene teug bier uit het pint
-aanboden, hetwelk gedurig de ronde om de tafel deed, zonder dat een
-der drinkenden er om dacht, den mond met een servet af te vegen,
-en zulks om de natuurlijke reden, wijl niemand een servet had?"
-
---"Alles enkele voorbeelden! Gij beoordeelt de Engelschen, als zeker
-reiziger de Fransche vrouwen schetste. Deze, te Calais ontschepende,
-teekende in zijn zakboekje aan, dat alle Fransche vrouwen zoo rood
-als vossen waren, dewijl de kasteleines der herberg, waar hij was
-afgestapt, rood haar had."
-
---"Gij bedriegt u. Ik zeg niet, dat alle Engelschen morsig zijn;
-maar ik betwist hun den roem van algemeene zindelijkheid, met welke
-men hun zeer ongepast in Engeland vereert, en ik durf beweren, dat
-de Franschen, wat dit artikel betreft, hun geenszins, uit den weg
-behoeven te gaan. Maar nog iets; indien de bijzondere bewijzen u niet
-kunnen overtuigen, indien gij mij tegenwerpt, dat alle voorbeelden,
-welke ik heb aangehaald, slechts het lage gemeen betreffen, dan zal
-ik u eenige algemeene trekken opnoemen, en wel onder lieden van den
-eersten rang in de maatschappij."
-
-"Goed, hier wacht ik u, mijn vriend."
-
---"Zeer wel, let slechts op!--Gij weet, dat, als men, zelfs in de
-eerste huizen, thee gaat drinken, dezelve op een prachtig geschilderd,
-en met goud of zilver versierd blad, in het keurigste en kostbaarste
-porselein, wordt voorgediend. Maar hebt gij tevens nooit uw oog
-gevestigd op die spoelkom, welke half vol warm water op den hoek van
-het blad is geplaatst?--Hebt gij er nooit op gelet, dat ieder, na zijn
-kopje uitgedronken te hebben, hetzelve in die kom van het overschot en
-van eenige, daar in nog overgeblevene, theebladen gaat zuiveren? Is
-dit niet even eens, als of ieder beurtelings uit hetzelfde kopje
-dronk? Neen! zoo zeer ik met vermaak uit een kopje of schoteltje zou
-willen drinken, hetwelk met een paar lieve koralen lipjes in aanraking
-was geweest, met even zoo veel tegenzin en afkeer zou ik er mij van
-bedienen, indien het in hetzelfde water was afgespoeld geworden,
-hetwelk de restjes van eenen dronkaard, of van eene tandelooze bes
-ontvangen heeft; want eigenlijk is dit geen reinigen, maar wel degelijk
-bemorsen.--Ja, mijn vriend! doorzoek vrij, als gij kunt, de kleedkamer
-van de pronkzuchtigste vrouw, of van de rijkst onderhouden wordende
-maitresse; ga bij de voornaamste behangers en in de eerste modewinkels,
-en gij zult bevinden, dat eene Fransche vrouw, van welk eenen stand
-ook, er niet volledig alles zou aantreffen, wat zij noodig heeft,
-om zich geheel naar haren zin van meubelen te voorzien.
-
---Hebt gij reeds onze lieve en beminnelijke landgenoote, welke wij
-gisteren door ongesteldheid te bed vonden, vergeten, en die zich
-ongelukkig bezeerd had bij het vervaardigen van een stuk huisraad,
-dat zij in geheel Londen niet vinden kon? En op wat wijze zult gij
-de fraaije manier, om het neuzenmerg op te halen en in te slokken,
-verdedigen?--Eene gewoonte, welke onder alle klassen plaats heeft,
-en vandaar oorspronkelijk schijnt te zijn, dat de zindelijke heeren
-Engelschen nooit iets uitspuwen, uit vrees van hunne tapijten te
-bederven, en ook zeer zelden eenen zakdoek gebruiken, uit voorzorg
-van denzelven morsig te maken.
-
-Ja zelfs schijnt de regering dezer stad het nuttige en noodzakelijke
-der zindelijkheid niet genoegzaam in het oog te houden; want gij
-zult mij toch wel willen toestemmen, dat de straten hier zeer slecht
-schoon gehouden worden, of laat ik liever zeggen, dat zij altijd zeer
-vuil en morsig zijn. Het is waar, men veegt, bij de eene of andere
-dwarsstraat, een klein plekje schoon, om van het eene voetpad op het
-andere te kunnen komen, en dit werk wordt gemeenlijk nog door eenen
-bedelaar verrigt, die, in de eene hand den bezem houdende, de andere
-geopend en uitgestrekt den voorbijgangers aanbiedt. Doch wilt gij de
-straten dwars oversteken, om aan de overzijde te komen, dan moet gij
-tot aan de waden door modder en slijk stappen, of weder terugkeeren,
-tot gij aan een dezer paadjes komt, waarvan ik gesproken heb, en
-welke veel overeenkomst hebben met eene plank over eene moddersloot.
-
---"Genoeg! om 's hemels wil, genoeg!" zeide mijn vriend C...;
-"gij zoudt eindigen met mij te betogen, dat Londen de tempel der
-morsigheid is!"
-
---"Dan zoudt gij in eene tweede dwaling vervallen. Mijn voornemen is
-geenszins, Londen in het overdrevene van morsigheid te beschuldigen,
-maar slechts te bewijzen, dat men ongelijk heeft met de Engelsche
-zindelijkheid zoo hemelhoog boven de onze te verheffen. Men moet,
-om gezond over de zaken te kunnen oordeelen, ze van zeer nabij zien,
-en met oplettendheid onderzoeken; want het gaat met de meeste dingen,
-welke wij in het eerst verbazend bewonderen, even als met menige
-vrouw, die in de verte met al de bekoorlijkheden en frischheid
-der jeugd schijnt uitgedost te zijn, maar die, bij iederen stap,
-met welken gij haar nadert, iets van hare bevalligheid verliest,
-en eindelijk zelfs leelijk zou kunnen genoemd worden.
-
-
-
-
-
-
-
-XXI.
-
-DE WANDELING.
-
-
-"Helaas! nog al veroordeeld, om eenen zondag te Londen door te
-brengen! welk een verdriet! Geene andere publieke plaats staat open,
-dan de koffijhuizen, die juist niet in mijnen smaak vallen, en de
-herbergen, waar gerookt wordt, en welke ik verfoei! Geen bezoek kan
-men afleggen! Ha! ik kan echter eene predikatie gaan hooren! Eene
-predikatie... de hemel beware mij! ik vergenoeg mij gaarne met de
-eerste, welke ik gehoord heb.--Komaan, laat ons een hoofdstuk bijeen
-flansen, en het de verveling doopen. De verveling is immers eene
-ziekte, welke al de inwoners van Londen bekruipt, en die mogelijk
-eenigen mijner lezers, bij het doorbladeren van dit boekje, mijns
-ondanks, ook zal bevangen."
-
-Ik nam derhalve een groot vel schrijfpapier, en schreef boven aan met
-groote letteren: Een en twintigste Hoofdstuk.--De Verveling. Reeds was
-ik bezig met eene inleiding te ontwerpen toen ik mij op den schouder
-voelde tikken. Ik keerde mij om en zag mijne vriend C...
-
-"Wel!" zeide hij, "wat denkt gij van daag te doen?"
-
-"Ach!" antwoordde ik met eenen zucht, "hetgene men te Londen op
-zondag kan doen. Ziedaar!" vervolgde ik, hem mijn vol papier onder
-de oogen houdende.
-
-"Smijt het in het vuur!" hernam hij: "het is een heerlijke winterdag,
-niet te koud, geen wind; komaan, laat ons in Hyde-Park gaan wandelen;
-dit zal onzen eetlust opwekken, en wij zullen alsdan dezen middag
-der tafel eer kunnen aandoen."
-
-Ik liet mij niet lang bidden; wij begaven ons terstond op weg en
-kwamen, na omtrent een uur wandelens, aan dat vermakelijke park, door
-de poort van de Oxford-street. Zonder medelijden liet mijn vriend mijne
-voeten de lengte van het geheele park meten, en toen vroeg hij mij:
-"Welnu! hoe vindt gij deze wandeling?"
-
-"Overheerlijk! Ik zou er mij geen denkbeeld van hebben kunnen
-vormen! Maar in ernst! Hoe toch kunt gij vooronderstellen, dat deze
-plaats mij zou kunnen behagen? Een wijd uitgestrekte grond, van eenen
-onregelmatigen omtrek, bedekt met een dun en dor groen, waartusschen
-het oog hier en daar eenige wijd en zijd verspreide boomen aantreft,
-even als men in de Lijbische zandwoestijnen, van tijd tot tijd,
-eenige oasen ontwaart, en in wiens midden, tot volmaking van dit
-fraaije tafereel, een magazijn van stof ligt!--Voorts is dit treffend
-geheel doorsneden met eene soort van lanen, vol modder en slijk, die
-tegenwoordig gelukkig stijf bevrozen is, en waar honderd wandelaars,
-even als wij, hunne verveling medebrengen, den tijd trachten te dooden,
-en van welke men te regt zou kunnen zeggen:
-
-
- "Rari nantes in gurgite vasto!"
-
-
---"Wat het dorre en weinige gras betreft, dat komt, wijl men der
-zeissens hier al te dikwijls bezigheid verschaft."
-
---"Wat raakt mij de oorzaak? ik beoordeel de uitwerkselen."
-
---"En verdient deze schoone gracht, welke men het Slangen-kanaal noemt,
-ten minste uwe verwondering niet?"
-
---"De nabijheid van de Theems vermindert aanmerkelijk het schoone van
-dit kanaal.--Maar ik zie daar eenige jonge lieden schaatsen rijden:
-ik dacht niet, dat het ijs reeds sterk genoeg was."
-
---"Gisteren reed men hier al. Wel is waar, er kwam een gat in,
-waarin wel vijftien menschen gevallen zijn; doch er is slechts één
-verdronken."
-
---"En waarom zet men niet een paar schildwachten uit, om te beletten,
-dat iemand op het ijs komt, voor dat het dik en sterk genoeg is?"
-
---"Wat zou er dan van de Engelsche vrijheid worden?"
-
---"Het is waar, ik dacht er niet om.--Welaan! laat ons dit betooverend
-verblijf verlaten."
-
---"Wij zullen eerst de tuinen van Kensington nog bezigtigen; want
-wij zijn er zeer digt bij."
-
-Zoo gezegd, zoo gedaan; en nu moet ik mijnen waarden lezer ronduit
-bekennen, dat ik hier waande, mij in eene andere wereld getooverd te
-zien. Eene wijde uitgestrektheid van de schoonste boomen, welke het
-oog naauwelijks overzien kan, met fraaije lanen doorsneden, bood hier
-den liefhebbers eene bekoorlijke wandeling aan, welke in den zomer
-overheerlijk moet zijn, en alsdan ook de bijeenkomst is van alles,
-wat in Londen aanzienelijk en voortreffelijk mag genoemd worden. Maar
-gij vindt er niets, om u te verfrisschen of te verkoelen; noch ijs,
-noch limonade, noch zelfs een glas bier; niet eens eenen stoel, om uit
-te rusten: men treft er geene andere zitplaatsen aan, dan eenige, op
-eenen grooten afstand van elkander geplaatste, banken, even als men
-die heeft in ons Luxembourg of in de Tuilleries, waar de Invaliden
-en nieuwsgierige ledigloopers gewoonlijk hunne bijeenkomsten hebben.
-
-Wij wandelden den tuin rond, en het was reeds half vier ure, toen wij
-denzelven verlieten. Nu moesten wij nogmaals Hyde-Park oversteken,
-om in de stad te komen. Maar hoe groot was mijne verwondering! Ik
-bevond mij als in eene andere wereld. Misschien wel vijf- of zesduizend
-personen, van onderscheiden rang en stand, wandelden te voet in het
-binnenste gedeelte van het park; terwijl het in de dwarslanen krielde
-van rijtuigen, koetsen en paardrijders, en dat bijna in zulk eene
-menigte, als in onze wandeldreven te Long-Champ.
-
---"Spijt het u nu wel, gebleven te zijn?" vroeg mijn vriend; "wat
-zegt gij nu van Hyde-Park?"
-
---"Dat de decoratiën veranderd zijn, maar dat het tooneel altijd
-hetzelfde blijft. Ik verbeeld mij, eene groote kamer te zien, die wel
-prachtig en rijk gemeubeld, doch welker vloer oud en morsig is, en
-welker zoldering en lambrizering sedert lang niet zijn opgeschilderd."
-
-Nogtans moet ik der waarheid hulde doen, en bekennen, dat dit gezigt
-niet geheel onbelangrijk was, ook kan men er alle zondagen, van drie
-tot vijf ure, gebruik van maken. Met genoegen beschouwt men een
-aantal jonge lieden te paard, van beide seksen, die hunne moedige
-en dartele rossen met zwier en bevalligheid berijden; terwijl men,
-aan den anderen kant, wederom eene menigte van rijtuigen ziet, welke
-in smaak en pracht met elkander wedijveren. Niet minder verlustigt
-zich het oog in de wandelende en rijdende dames, van welke sommigen
-den bekoorlijksten luister van het natuurlijk, eenvoudig schoon ten
-toon spreiden, welks gemis anderen wederom door pracht van opschik en
-sieraden trachten te vergoeden. Wij hielden ons eenige oogenblikken
-op, om dit schouwspel naauwkeurig gade te slaan, hetwelk, hoe schoon
-ook, mij toch eindelijk zou verveeld hebben. Mijn vriend wist echter
-aan deze vervelende eentoonigheid, door het verhalen van sommige
-bijzonderheden en voorvallen, eenige afleiding te geven.
-
-"Ziet gij daar in die geel geschilderde koets, met die fraaije wapens
-en eene grafelijke kroon er boven, dat lieve vrouwtje wel? vroeg
-hij mij. Zij is eene bloedverwante van een' der aanzienlijkste
-personaadjes van geheel Engeland. Zij was de echtgenoote van Lord
-F...; maar eene onwederstaanbare zucht tot galante minnarijen deed
-haar gehoor verlenen aan de vleijerijen van Mijlord G... Haar man
-bemerkte het: hij was niet minder ervaren in de Heidensche fabelleer,
-dan in de Engelsche rekenkunde: de historie van Venus en Mars,
-benevens de boertige wraak van Vulkaan waren hem geenszins onbekend;
-en daar hij het zonderlinge begrip koesterde, dat eene vrouw minder,
-en wat geld meer, een wezenlijke zegen des hemels was, hield hij
-zich, als of hij den beiden gelieven schoon spel wilde geven, en wist
-eindelijk het arglooze paar, door eenige zijner vrienden verzeld,
-die hem voor getuigen zouden dienen, in den beslissendsten toestand,
-even als de hierboven vermelde goden, te betrappen. Een Italiaan zou
-zeer zeker de schuldigen terstond geponjaardeerd hebben; een Franschman
-zou zijnen mededinger op de pistool of op den degen geeischt hebben;
-maar een Engelschman is wel wijzer! Lord F... vervolgde Lord G... in
-rechten, en verkreeg tegen hem een vonnis, waar bij deze, als onwettig
-bruiker van eens anders eigendom, in eene boete van 15,000 pond, dat
-is (360,000 livres Fransch) veroordeeld werd, tot schadevergoeding
-van kosten en intrest, en hetwelk hem tevens magtigde, om van zijne
-snoepachtige vrouw te scheiden. Toen trouwde de Mylord G... het
-onbestorvene weeuwtje. Doch daar de opvolger van Lord F... niet
-geldgierig is, zegt men, dat hij de uiterste voorzorgen gebruikt,
-om niet genoodzaakt te zijn, de uitgeschotene gelden, welke hij aan
-Lord F... betaald heeft, weder van eenen anderen zijner vrienden of
-bekenden te moeten invorderen."
-
-"Die ruiter, op dat kastanjebruine paard, wiens sporen en stijgbeugels
-van zilver zijn, heet Sir John H... Deze heeft eens eene weddenschap
-aangegaan van tweeduizend guinies, dat een man in twintig dagen
-duizend uren te voet zou afleggen, hetgeen iederen dag vijftig uren
-maakt, of ten naastenbij zestien en eene halve Fransche mijlen. Het
-gelukte hem in de daad, iemand te vinden, die dit wandelingje wilde
-ondernemen, en dien hij vervolgens iederen morgen door zijnen arts
-liet bezoeken; terwijl hij zelf zich met de zorg belastte, om den
-looper met voedende en krachtige spijzen te onderhouden. In een woord,
-hij won de weddenschap. Thans is het hem gelukt, eene heldin op te
-schommelen, die zich wil verbinden, in twintig achtereenvolgende
-dagen daags dertig uren af te leggen. Hij houdt zich dus bezig met
-iemand op te zoeken, die hem nogmaals tweeduizend guinies wil houden;
-maar ik twijfel sterk, of hij eenen wedder zal vinden; want de spraak
-gaat, dat hij altijd gelukkig is in het winnen."
-
-"Zie daar mistress L..., in dat eenvoudige grijs geschilderde rijtuig
-zonder eenig versiersel. Zij is met eenen Franschman getrouwd, dien
-zij, van den morgen tot den avond, onophoudelijk kwelt, vooral,
-wanneer hij het ongeluk heeft van in de eene of andere kleinigheid
-zich tegen de Engelsche gewoonten te bezondigen. Op zekeren avond
-thee bij haar drinkende, beknorde zij haren echtgenoot zeer hevig,
-in het volle gezelschap, dewijl hij de onoplettendheid gehad had, van
-het suikerpotje op de tafel, in plaats van op het theeblad, te zetten."
-
-"Ziet gij daar links af, een paar schreden van ons, dien man wel, in
-zijnen bruinen rok, met dat levendige oog, en blootshoofds, die, even
-als wij, stilletjes voortwandelt?--Het is een schilder vol talenten
-en verdiensten; Hij heeft de minnares van eenen der voornaamste heeren
-van het rijk geportretteerd. Toen het werk af was, had zijne Edelheid
-de goedheid van hem te zeggen:--"Zie daar een portret, mijnheer! dat
-u eer zal verschaffen! het is onmogelijk, van dien aard iets beters
-te zien! En dit is al de betaling, welke de verdienstvolle kunstenaar
-ooit heeft kunnen bekomen."
-
-"Spoedig! Spoedig! Beschouw die blaauwe koets daar, met die
-hertoglijke wapens! Ziet gij daar niet, naast die oude dame, met dat
-stuursche drakengezigt, een lief, bekoorlijk, jong meisje, hetwelk
-men het verdriet uit de oogen kan lezen? het is eene wees. Hare
-bevalligheden, misschien ook wel hare vijftienduizend pond renten,
-trokken de liefde van een jong mensch tot zich, die wederkeerig het
-geluk had van haar te behagen. Noch zijn rang noch zijne fortuin
-veroorloofden hem, naar hare hand te staan. Derhalve besloten de twee
-gelieven, volgens het Engelsche gebruik, een Schotsch reisje te doen;
-doch voordat zij het doel hunner wenschen bereikt hadden, en door
-eenen zwartrok het heilvolle woordje conjungo! (ik vereenig u!) over
-hen was uitgesproken, werden zij door de bloedverwanten der jonge
-juffer achterhaald en vastgehouden. Haar stelde men in de bewaring
-en onder het opzigt van deze oude, welke haar even min verlaat,
-als de schaduw het ligchaam: de jongeling werd als schaker aan de
-kaak te pronk gezet. Men zegt evenwel, dat het beminnelijke meisje
-een vast karakter heeft, en zoodra zij meerderjarig geworden is,
-welk tijdstip met snelle schreden nadert, den ongelukkigen jongeling
-zal trouwen en met hem naar het vaste land oversteken."
-
-De menigte van origineelen, welker portretten mijn vriend mij schetste,
-begon echter langzamerhand te verminderen en uit een te gaan. Het
-was nu bijna vijf ure. Wij vertrouwden, dat zij voornemens waren, de
-wandeling door eene meer kracht gevende en meer zelfstandige bezigheid
-te doen vervangen; en wij, ons aan den wil der maag onderwerpende,
-achtten het niet te onpas, hun voorbeeld te volgen.
-
-
-
-
-
-
-
-XXII.
-
-KORTE BESCHRIJVING VAN LONDEN DOOR EENEN ITALIAANSCHEN SCHILDER.
-
-
-"Che piacere di vedervi!" zeide tegen mij, op zekeren dag, een
-Italiaansche schilder, welken ik in Parijs had leeren kennen, en
-thans in New-bond-street ontmoette.
-
-"En sintse wanneer gij te Londen?"
-
---"Sinds tien of twaalf dagen. Maar gij zelf--wat heeft u herwaarts
-gevoerd?"
-
---"Ikke ben gekoom, om te doen zien de konst van mijne werk" [2]
-
-"Ha! Ha! Gij biedt den heeren Engelschen het gezigt van uwe
-kunststukken aan, tegen eene geringe erkentenis van iederen
-bezigtiger?"
-
---"Si Signor! maar ikke te vroeg hiere, perche ciascheduno isse na
-buite op de lande, dare isse ar geen levendige ziele in Londen."
-
-"Slechts een weinig geduld: men zal spoedig terugkomen. De Engelschen
-zijn razende liefhebbers van tentoonstellingen. Onlangs heb ik zelfs
-de bekendmaking gezien van de tentoonstelling van een kleed, dat een
-zeker algemeen bekend en beroemd man gedragen had, en geheel Londen
-was in de weer, om er zijne offerhande te brengen."
-
---"E vero, Signor! ma intus eet ik op mijne Louis, en ik krijge niet
-de guinies."
-
---"Bedien u van dezen tusschentijd, om het merkwaardige van Londen
-te bezigtigen. Hebt gij de kerken al eens opgenomen?"
-
---"Ikke heb watte, niet vele gezien; ma datte isse miserable! de meest
-klein en slegte kerke in Italie of Frankrijk is nokke meer mooij. Geene
-schilderstuk, geene figuur! en de pitoijabelst orde van de bouw!"
-
---"Wat der bouworde betreft, zult gij toch, hoop ik, de
-Sint-Paulus-Kerk, en de Abtdij van Westminster uitzonderen. Deze twee
-kerken kunnen wedijveren met de schoonste gebouwen van geheel Europa."
-
---"Ah Signor! voor jou niette heb gezien le belle chiesse van Rome,
-Napels, en van Florence! en ikke geloof, datte de Notre-Dame en
-Sinte-Geneviève, Sint Roch en Sint Soulpice te Parijs niet hoef de
-schaamte te hebbe van te woon op zijde van haar al te male."
-
---"Maar nog eens, mijn heer! er zijn in de Sint Paulus- en Westminster
-kerken gedenkstukken, overwaardig, om bezigtigd te worden, voorwerpen,
-welke de nieuwsgierigheid en opmerking der kenners in den hoogsten
-graad verdienen.
-
-"--Zonder twijfele: daar isse in Westminstre de monumente van Henrico
-Cinque, de figuur isse zonder de koppe, wante hij was van zilvere,
-en daarom de dief de koppe gestool; ook de zadele van de paard, dare
-dat Prins boven oppe heb gezeet, in de bataille van Aguincourt, en
-dare nikse meer van te ziene is, alsse de hout en ijzere; dan nokke de
-steen voor de oude koninke van Schotlande, zij leg er in met de knie,
-als zij konink worde gekroond. In de Sinte Paulus kerke is eene groote
-dakke, niette goed gemaak, de meestre van die maak wasse een groot
-broddelaar; ook nokke watte figuuren, die stelt te voor Engelsman
-in de Roomsche kleed, de haar van voor gefriseerd in de toepet, en
-van agter gebond in de keu; eene klokke die weegt twaleve duizende
-pond, je trek an die kleep, en de klokke zekt bim, bam, bom! Eene
-galerij, je zet de monde op de eene kante van de mure, spreek zachte,
-en de ander kan alles hoor aan de andere kante ver weg. Tutte cose
-miravigliose; ma, om te kijk, de hande alletijd in de zakke: voor
-ieder duer, die worden op gedaan, uit jou borse zoo vele skillings,
-en heel vele, magtik vele duers aan de Sint Paulus- en Westminster
-kerke: overal net egaal; zonder de gelde, niks te kijk in Londen. Ja,
-de Theemse alleene voor niks te zien, zoo lange de Engelsman niet
-kom in de occasion, om de slot er op te smijt."
-
---"Ik hoop ten minste, dat gij tevreden zult zijn geweest, en u
-vermaakt hebben met het gezigt van deze rivier? De schepen, waarmede
-dezelve bedekt is, de kaaijen en timmerwerven in den omtrek, leveren
-inderdaad een heerlijk schouwspel op.
-
---"Perfettamente! de Theemse isse een aardig mooije beek, heel
-gemakkelijk voor die Engelsman, die lust heb, zich te verzuip; ma
-om te willen spreek van de haaf, van de timmerwerf, jou motte zien
-Antwerp, sinte de Fransche dare heb gemaak die nieuwe werk, en zwijge
-dood stille van de kanale, die door eene stad loop, zoo lange jij
-te Venetie niet hebbe geweest. In eene woorde, is het niet schand,
-datte oppe die fameuse riviere in geheel Londen niet meere dan drie
-brukken gevonden word."
-
---"Kom, kom! gij zijt wel ongemakkelijk! Maar hoe hebt gij de pleinen
-(squares) van Londen gevonden, deze fraaije vierkanten, welke meestal
-bij uitsluiting bewoond worden door lieden van de eerste klasse?"
-
---"Er zijn magtig vele, Signor; want ikke geloof wel taggentik hebbe
-geteld; ma hette isse, of er maar eene is, zij zijne allemale op
-eene leeste geschoeid, even eense als de straat en de huis, watte
-meer groot, of watte meer een beetje klein, en dat isse de geheele
-onderscheid van de zake, nette als eene tuin, rondomme en overalle
-met traliewerke, en waar geene mensche kan koom inne, om dat de
-digte bij eigenaren alleene bewaren de sleutels: ziedaar in drie
-penseeltrek de portrette van alle de vierkante plein te Londen. Het
-is assolutamente, de Place-Roijale van Paris, met de onderscheide,
-dat ze niet zijn bedekte, en dat men zich kan wegkruip voor de reeg,
-om niet te worde nat."
-
---"Ik zie, dat gij voor zinspreuk hebt aangenomen het nil admirari
-van den ouden Horatius; maar ik zal u echter in eene zaak tot zwijgen
-brengen. Durft gij beweren, in eenige stad der wereld, winkels aan
-te zullen treffen, zoo als men dezelve in Oxford-Born-Cheapside,
-en ik weet niet in hoe veel andere straten, aantreft?"
-
---"Ikke ben geslaag Signor, dat isse waar! men zou zeg, dat geheel
-Londen eene winkele wasse, ofte ten minste alleene voor winkele
-gebouwd, in de plaatse, datte contrarie, in tegendeele, in andere
-land, de winkele voor de stadte worden gemaak. In de meest miserable
-pothuis en inne de kleinste winkele, is eene propreteit en schikking,
-datte curieus is, en offe men wil, offe niet, men motte zich verwonder
-over de rijkteheid en elegance van de groote magasins; ma perche,
-als het u bliefte, ma datte isse ook om de klante te trek, en om
-datte de gelde veel zal worde gewon: ik wil niette ontken, datte er
-hier vele meere winkele ben als te Paris, maar ikke hou staand, datte
-ze niet zijne zoo mooij, zoo praktik, en curieus, als dare zijne in
-de strate, Sint-Honoré, Richellieu, Vivienne, en nog vele meere, en
-dan de uithangbord! dat is om van te huil! de naam van de koopmanne,
-dat isse al! Gij ziet hiere niet voor de winkele, zoo als te Paris,
-heele mooij schilderij, daar mee kan gefigureerd word in de mooije
-zaal.--Ma zeg mij, het is vijf uur, waar ete gij?
-
---"Ik heb met eenen vriend afgesproken, hem in een Chop-house te
-ontmoeten, waar men redelijk wel is."
-
---"Che gusto! Ikke verlaat u niete. Ikke hebbe tot hiere toe in eene
-miserable gaarkeuk gegeet; de baas van de keuk zegt, hij eene Fransch
-kok isse, hij mogte de duivele! daar isse keene mensche in de heele
-huize, die eene woord Fransch kan spreek, en die vente late zijne
-medicamenten tegen goud opweeg. Maar ik hebbe ook gezwoor, er nooit
-weer te koom. Gister tracteerde hij mij oppe eene kalverribbetje
-mette de suringe. Santa Virgine! de suringe wasse als gedroogd en
-verdord grasse, ikke geloof, hij had weze snij in Hyde-Park; en de
-ribbetje klonk onder het snij als eene klokke, maar tusschen de tand
-wasse zoo hard en taaij, als de leeren lap."
-
-De schilder ging derhalve met mij een stuk roasted-beef met een
-rijstpudding eten, en stemde mij eindelijk toe, dat men in Londen
-op het middagmaal ten minste eene hartversterking kon bekomen, welke
-met regt mogt genoemd worden comfortable.
-
-
-
-
-
-
-
-XXIII.
-
-GODDAM!
-
-
-Op het gezag van den Figaro van Beaumarchais, geloofde ik, dat
-het woord Goddam! de grond van de Engelsche taal was, en dat alle
-andere woorden en spreekwijzen slechts aanhangsels en bijvoegsels
-van hetzelve waren. Doch ik kan u, op mijn woord van eer, verzekeren,
-waarde lezer! dat ik dit woord, gedurende mijn verblijf te Londen, niet
-eenmaal heb hooren uitspreken, en daarenboven heeft men mij verzekerd,
-dat het slechts alleen bij de laagste volksklasse in gebruik is,
-en dan nog maar zeer zeldzaam, wanneer namelijk de gemoederen door
-gramschap of sterke dranken verhit zijn.
-
-Maar er zijn evenwel (het is mooi weer! de lucht staat
-regenachtig! waarmede alle gesprekken gewoonlijk beginnen,
-uitgezonderd) nog verscheidene andere spreekwijzen, waarvan men zich
-gedurig bedient, en welke bij alle gelegenheden gebruikt worden.
-
-Met weinig moeite zou ik van deze waarheid een groot aantal voorbeelden
-kunnen bijbrengen; doch ik wil mij slechts tot het bijvoegelijk
-naamwoord bepalen, hetwelk mijne vorige afdeeling geëindigd heeft.
-
-Reeds heeft de lezer gezien, dat een middagmaal, waarover men
-tevreden is, in een woord, een goed middagmaal, dat dit, zeg ik,
-genoemd wordt comfortable.
-
-Op zekeren dag bevond ik mij in een huis, waar ik eene jonge juffer,
-vol geest, bevalligheid, bekwaamheden en ten hoogste beminnelijk
-ontmoette. "Zoudt gij wel gelooven," zeide een heer, die naast mij zat;
-"dat dit bevallige schepseltje een lief klein vrouwtje zou kunnen
-worden, en wel zeer comfortable?"
-
-Een andermaal ondervroeg men mij, over al hetgene ik in Londen gezien
-had: men begeerde mijne gedachten over verscheidene onderwerpen
-te weten, en ik was voorzigtig genoeg met Horatius op alles te
-antwoorden, pulchre! bene! recte! fraai! wel! goed! want voor eenen
-echten Engelschman zijn de, uit de Theems opgerezene en opeengepakte,
-neveldampen aangenamer, dan de heldere blaauwe hemel in Italie, en
-de bewalmde en berookte muren te Londen verre verkieslijk boven de
-prachtige, op hun ronde en sierlijke zuilen rustende gebouwen van
-de Louvre.
-
-"Het is wel jammer," zeide eene dame tegen mij, "dat de vaux-hall in
-dit jaargetijde niet geopend is, en gij dezelve dus niet hebt kunnen
-zien! Van alle publieke plaatsen, waar men altijd goed en fatsoenlijk
-gezelschap aantreft, is deze, buiten tegenspraak, de meest comfortable.
-
-"Bijaldien gij eenige dagen in Derbijshire kondet doorbrengen,"
-zeide mij een zeker Lord, "dan zoudt gij mijn park en mijn kasteel
-kunnen zien: ik zelf ben de schepper zoo wel van het eene, als van
-het andere: de eer der uitvinding en de schikking behoort mij alleen:
-er bestaat nergens een verblijf, zoo aangenaam, zoo comfortable."
-
-Ik had eenen zijden, van binnen met watten gevoerden, overrok,
-hoedanigen men veel in Frankrijk draagt. "Het is wel jammer," zeide
-een jong mensch van mijne kennis, "dat deze zijden jassen hier te
-Londen niet in de mode zijn; want ze schijnen mij zeer comfortable."
-
-Wilt gij te Londen een schoon huis doen bouwen, ten minste zoodanig
-een, dat daar voor schoon gehouden wordt--(het schoone toch is
-betrekkelijk; want de afzigtelijke gezellin van den Hottentot bezit
-in zijne oogen meer bekoorlijkheden, dan de bevalligste van onze
-Parijsche Helena's.) Wilt gij dus te Londen een huis doen bouwen,
-hetwelk het nuttige met het aangename vereenigt, hetwelk in vele
-bijzondere en volkomen evenredige vertrekken is afgedeeld, waarvan
-de deuren en vensters goed sluiten, iets, dat al vrij zeldzaam te
-Londen is!--kortom, begeert gij een huis naar de beste Engelsche
-bouworde? welnu, laat dan den metselaar komen, en met een enkel
-woord, kunt gij hem verstaanbaar en begrijpelijk maken al, wat gij
-verlangt. Gij behoeft niet anders te zeggen, dan: "ik wensch den bouw
-van mijn huis comfortable."
-
-Niets is insgelijks ellendiger dan het Engelsche kolenvuur, de eenige
-bekende brand in de drie vereenigde rijken. De zwarte, dikke rook,
-welken de kolen veroorzaken, en die zich overal aan hecht, verpligt u,
-gezigt en handen wel tien-, ja twintigmaal op éénen dag te wasschen,
-om niet binnen vierentwintig uren tijds voor eenen kolendrager gehouden
-te worden. Ook wordt er eene bijzondere bekwaamheid toe vereischt,
-om zulk een vuur aan te leggen en aan den gang te houden; want neemt
-men te veel kolen, dan dooft het al spoedig uit; neemt men te weinig,
-dan gaat het uit door gebrek aan voedende stof; roert men al te druk
-in de kolen, dan verdwijnt de vlam, en men zit, eer men het weet,
-aan eenen kouden haard; gebruikt men den pook in het geheel niet, of
-geeft men hem te veel rust, dan goeden nacht vlam en gloed! dan vormt
-zich eene korst over de weleer brandende oppervlakte, en er volgt
-eene geheele verduistering, welk lot der zon ook eenmaal te beurt
-moet vallen, zoo men eenen zekeren sterrekijker mag gelooven!--Welnu,
-wanneer dit ellendige vuur voor eenige oogenblikken, (dat echter eene
-ware zeldzaamheid kan genoemd worden!) eens lustig in het haardje
-brandt, en eene heldere vlam van zich geeft, dan is het al wederom
-een comfortable vuurtje!
-
-"Indien het u gelegen...... Wat is er? wat wilt gij?"
-
-"Ik zou gaarne weten, mijnheer!" zeide mijne hospita, "of gij dezen
-morgen uitgaat, want ik wilde in uwe afwezendheid den boel eens
-schoon maken."
-
---"Wat is er dan zoo al te doen?"
-
---"Tapijten uit te kloppen, glazen te wasschen, de vloer te vegen,
-en de meubelen te wrijven, in een woord, mijnheer! uw verblijf in
-orde te brengen, opdat men zeggen kan, het is comfortable."
-
---"Niets liever dan dat, mejufvrouw! oogenblikkelijk zal ik u daartoe
-ruimte geven, want ik ga eene wandeling doen.
-
-En hierdoor voorkwam ik de verdere herhaling van dit overheerlijke
-comfortable, hetwelk zij zeker nog op vele andere voorwerpen zou
-toegepast hebben. Ook kan ik, mijns oordeels, deze afdeeling niet
-beter eindigen, dan met den hartelijken wensch, dat mijne lezers
-zich er mede mogen vermaakt hebben, en ongeveinsd kunnen uitroepen:
-"het was tamelijk comfortable."
-
-
-
-
-
-
-
-XXIV.
-
-DE DAGBLADEN.
-
-
-Geen land wordt er misschien van den Noord- tot den Zuidpool gevonden,
-waar de dagbladen, en gedrukte nieuwstijdingen in zulk eene menigte
-rondgebragt, verkocht en gelezen worden, als in Engeland. Men kan
-er meer dan vijftig optellen; sommigen worden, den Zondag alleen
-uitgezonderd, alle dagen uitgegeven; anderen daarentegen des zondags
-alleen: dezen ontvangt men driemaal in de week, genen slechts eens
-in de maand. Al deze dagbladen zijn intusschen zoo groot van formaat,
-dat de Parijsche Moniteur er slechts een Lilliputiaan bij is.
-
-De staatkundige tinnegieterij..... Wat beteekent dit? Waarom verdikt
-zich mijne inkt in de pen? Waarom weigert mijne veder de verschuldigde
-gehoorzaamheid aan mijne schrijvende vingeren?--Nimmer zal ik vergeten,
-eens gezworen te hebben, nooit over staatkundige onderwerpen te
-zullen spreken of schrijven; en dezen duren eed wil ik houden,
-o ja! hij zal mij altijd heilig, altijd onverbreekbaar zijn!
-
-Ha! ik gevoel eene nieuwe kracht! Het gaat, de inkt wordt weder
-vloeibaar, en de pen onderwerpt zich geduldig aan haren voerder.--Ik
-zeg dan, dat de staatkunde het voornaamste onderhoud der Engelsche
-papieren is. Wijl zij hun echter te weinig stof verschaft, om
-dagelijks twintig of dertig ontzaggelijk groote colonnes, met zeer
-kleine letteren gedrukt, behoorlijk te kunnen aanvullen, maken de
-schrijvers, na al het nieuws uit andere landen, het zij dan waar of
-valsch, breedvoerig medegedeeld te hebben, een afzonderlijk artikel,
-waarin zij nogmaals het reeds vermelde herhalen, stukswijze ontleden,
-en met hunne bekookte of onbekookte aanmerkingen en oordeelkundige
-of geestelooze bijvoegselen doorspekken, en dus de schaal naar
-dien kant doen overslaan, welken de partij, waarvoor zij ijveren,
-is toegedaan. Op deze wijze ontbreekt het hun geenszins aan stof,
-om twee vierde gedeelten van hun blad te vullen. Een derde vierde
-gedeelte is toegewijd aan belangrijke onderwerpen, die uit de Parijsche
-Petites-Affiches zijn overgenomen; en, om het overige vol te krijgen,
-deelen zij een langdradig uittreksel en de kleinste bijzonderheden
-mede van de gedingen, welke voor de Londensche regtbanken verhandeld
-en gevonnisd zijn. Voorts verhalen zij de gewigtige tijding, dat
-Mylord die of die in de hoofdstad is teruggekeerd, en dat zijn naaste
-buur daarentegen weder naar zijn landgoed is vertrokken; dat Milady
-die of die den vorigen dag een dozijn menschen te eten heeft gehad,
-en eindelijk, dat een rappe hazenwind, langs den weg snellende, den
-vollen emmer van eene aardige melkboerin omver heeft gesmeten, dat hij
-in dezelfde vaart eenen tappersjongen, met al zijne pinten bier, onder
-den voet heeft geloopen, en eindelijk eene oude matrone in den modder
-heeft doen nedertuimelen, zoodat zij van onder tot boven beslijkt was.
-
-De eigenlijke dagbladen zijn in twee partijen verdeeld, van
-welke de eene de ministeriele, en de andere de oppositie-partij
-genoemd wordt. Ook heeft men dagbladen, die slechts over
-letterkundige onderwerpen handelen, zoo als de Monthly-Review en de
-Critical-Review. Intusschen kan men, zonder een fijne kenner te zijn,
-uit den schrijftrant ligtelijk opmerken, dat de eerste gunstig is voor
-de ministers, en de andere de oppositie-partij aankleeft. Wanneer een
-dezer dagbladen zich eenmaal voor de eene of andere partij verklaard
-heeft, dan blijft het zijn aangenomen grondbeginsel ook onwrikbaar
-getrouw, en verraadt nimmer zijne partij. Zeldzaam treft men in Londen
-zulke schrijvers aan, welke heden den afgod met voeten treden, dien zij
-gisteren aanbaden, en dien zij morgen nogmaals zouden bewierooken,
-indien hij slechts weder op zijn altaar was geplaatst. Ook zijn
-zij geenszins verpligt, gelijk in vele andere landen, om valsche
-tijdingen te verspreiden, of ware te verzwijgen; noch genoodzaakt,
-een slecht werk aan te prijzen, omdat de schrijver invloed heeft,
-of eene goede lettervrucht van eenen achtenswaardigen geleerde
-onbarmhartig te havenen, omdat zijn vader een regterlijk vonnis
-heeft ondergaan. Letterkunde, staatkunde, alles ligt voor hen bloot,
-en hunne pen is zoo vrij, als hunne gedachten; terwijl het aan de
-regtbanken-alleen staat, de misbruiken te beteugelen, welke zij van
-de vrijheid der drukpers mogten maken.
-
-"Bravo!" zeide mijn vriend C..., die, zonder dat ik het bemerkt had,
-was ingekomen, en over mijnen schouder de laatste regels, welke ik
-bezig was te schrijven, gelezen had: "bravo! ziedaar eens eindelijk
-een hoofdstuk, hetwelk, rond uit de borst, voor de Engelschen de
-grootste lofrede bevat!"
-
---"Ik deel slechts daadzaken mede, en laat den bescheiden lezer
-de zorg over, om de gevolgtrekkingen te maken. Maar gij doet mij
-vreezen, dat ik niet wel begrepen zal worden, en dat men soms een
-eenvoudig verhaal voor eene lofrede zal houden. Meent gij dan, dat,
-indien ik een dagbladschrijver ware, ik niet liever zou verkiezen,
-dat een censor tegen mij zeide: "dit of dat artikel zult gij niet
-laten drukken!" dan dat ik den volgenden morgen voor de regtbank
-gedagvaard werd; wijl ik het in mijn blad had doen plaatsen? Gelooft
-gij, dat ik zulken achting toedrage, die zich verpligt rekenen,
-alleen, omdat zij tot de oppositie-partij behooren, de wijste en
-verstandigste besluiten van het ministerie te gispen en te gebruiken;
-of wederkeerig hem zou verdedigen, die de onbetamelijkste aanslagen
-tegen de Engelsche vrijheid trachtte te regtvaardigen, omdat hij een
-voorstander van de ministeriele gevoelens is? En ziedaar nogtans
-iets, dat men dagelijks in de Engelsche papieren aantreft. Een
-dagbladschrijver moet onpartijdig zijn, en over het staatkundige met
-de uiterste omzigtigheid en de strengste waarheidliefde spreken. Hij
-moet zijne overheid eerbiedigen, zonder echter dezelve laaghartig
-te vleijen. Dat hij mij een blad levere, zoo groot hij wille,
-mids hetgene er in gevonden wordt, belangrijk is en mijnen leeslust
-kan voldoen; maar dat hij mij geenszins veroordeele, eenige honderd
-regels brabbeltaal en zoutelooze lafheden in te slikken, waarin niets
-opmerkenswaardig gevonden wordt; dat hij eindelijk..."
-
---"Gij schildert daar eenen man, die nimmer bestaan heeft, en het
-land, waar men zoodanigen schrijver zou kunnen vinden, ligt zeker in
-het onbekende zuiden, of in de maan."
-
---"Ik wilde ten minste niet gaarne uw schrijver zijn; want ik zou
-met reden vreezen, geene lezers te vinden, en dus van honger te
-moeten sterven."
-
---"De geest der partijzucht en boosaardigheid alleen is de eigenlijke
-bron, waaruit die algemeene drift tot lezen ontspringt. Ook houdt ieder
-lezer te Londen er twee dagbladen op na, om dus hetzelfde tafereel,
-met verschillende kleuren geschetst, op tweederlei wijze te kunnen
-beschouwen; en het is vandaar, dat men door het licht der rede geleid,
-bij eene ernstige en bedaarde overweging, het beste kan...."
-
---"Het beste kan ontwaren, dat de twee schrijvers de kleuren van den
-hartstogt, in plaats van die der waarheid genomen hebben, en dat zij,
-in plaats van eene volledige schilderij, niets meer dan eene flaauwe
-schets geleverd hebben."
-
---"Gij moogt zeggen, wat gij wilt, maar ik heb veel achting voor de
-Engelsche dagbladen. Misschien loopt er wel een weinigje dankbaarheid
-onder; want mijne eerste kennis, welke ik te Londen gemaakt heb,
-ben ik aan een nieuwspapier verschuldigd."
-
---"Hoe dat?"
-
---"Ziehier de zaak: zij zal u wel wat romanesk voorkomen, maar zij
-behelst toch de zuivere waarheid.
-
-"Slechts weinige dagen was ik te Londen geweest, en had nog aan niemand
-kennis gekregen, dan aan eenen eenigen Franschman. Te Parijs had ik
-een weinig Engelsch geleerd, doch kon het niet, dan met zeer veel
-moeite spreken: het te verstaan, was mij nog lastiger. Op zekeren
-morgen met mijnen vriend aan het ontbijt zittende, las ik in de
-Morning-Chronicle het volgende berigt, hetwelk ik het vermaak zal
-hebben u voor te lezen: "Eene Engelsche Dame, der Fransche taal magtig,
-doch zich gaarne verder willende oefenen in het spreken van dezelve,
-wenschte eenen geboren Franschman te vinden, die, van zijne zijde,
-verlangde, zich de uitspraak van het Engelsch gemakkelijk te maken. Men
-zou alsdan gezamenlijk het uur of tijdstip kunnen bepalen, om bij
-elkander te komen, en het daaruit voortvloeijende nut en voordeel zal
-tot wederzijdsche betaling strekken. Het antwoord wordt verzocht in
-ditzelfde dagblad, onder het opschrift: aan ladij A. B."
-
---"Waarachtig!" zeide ik tegen mijnen vriend, "ik zal ladij
-A. B. antwoorden, en mijne onderteekening naar de volgorde van het
-Abé rigten."--"Ik zou het maar stilletjes laten blijven," hernam hij;
-"buiten twijfel is het eene avonturierster, die een wildbraadje denkt
-op te jagen."--"Onverschillig! zij zal ondervinden, dat zij zich
-bedrogen heeft!" en op het oogenblik maakte ik het volgende opstel:
-"De voorslag van ladij A. B. wordt met vermaak aangenomen door een'
-Franschman, die onlangs te Londen aangekomen is. Het zal hem veel
-eer en genoegen zijn, naar den dag en het uur te mogen vernemen,
-waarin hij zijne opwachting mag komen maken. Hij verzoekt antwoord
-onder de letters C. D., no. 7 Wells-street."
-
-Dadelijk bragt ik mijn antwoord aan het kantoor. Er waren
-intusschen reeds eenige dagen verloopen, en ik dacht niet meer aan
-het geheele geval, toen ik, op zekeren avond te huis komende, het
-volgende billet op mijne tafel vond: "Indien de Franschman, die de
-uitnoodiging onder A. B. in de Morning-Chronicle beantwoord heeft,
-zich de moeite wil geven, om aanstaanden donderdag, des avonds te
-zes ure, in de St. James-street no. 9 te komen, zal hij daar de
-bewuste dame met haren vader kunnen aantreffen. Alsdan zal men, na
-zich onderling gezien en gehoord te hebben, het beste kunnen bepalen,
-of men wederzijds genoegen in elkander vindt, en genegen is, om eene
-nadere verkeering met elkander te houden."
-
-"Deze stijl scheen mij geenszins die van eene fortuinzoekster; derhalve
-verzuimde ik de bijeenkomst niet. Daar komende, vond ik een lief jong
-meisje van twintig jaren, even beminnelijk als bevallig. De geheele
-familie bestond uit vader, moeder, broeder en zuster: de twee laatsten
-alleen verstonden een weinig Fransch. Ik werd intusschen zeer minzaam
-ontvangen. Een jaar lang bragt ik mijne avonden bij dit achtenswaardige
-gezin door, en werd in dat tijdverloop der Engelsche uitspraak tamelijk
-magtig, terwijl daarentegen de jonge miss aanmerkelijke vorderingen
-in het Fransch gemaakt had. Korten tijd daarna trouwde zij, en haar
-man bewees mij insgelijks veel vriendschap en welwillendheid. Thans
-is zij, op hare beurt, moeder des huisgezins, en zelden gaat er eene
-week voorbij, dat ik haar niet bezoek.--Welnu, mijn vriend! wat dunkt
-u? Ben ik deze kennismaking niet aan de Morning-Chronicle verpligt?"
-
---"Uwe geschiedenis deugt niets, mijn beste! Om het avontuur op
-eene behoorlijke wijze te eindigen, hadt gij zelf het meisje moeten
-trouwen."
-
---"Indien ik u eenen roman hadde opgedischt, zou zoodanig eene
-ontknooping onvermijdelijk geweest zijn; maar het is integendeel eene
-waarachtige gebeurtenis, welke ik u ter goeder trouw en onopgesmukt
-heb medegedeeld."
-
-
-
-
-
-
-
-XXV.
-
-DE SPOTPRENTEN.
-
-
-"De zucht, om u mijn zonderling avontuurtje te vertellen," vervolgde
-mijn vriend C..., "heeft mij een ander onderwerp uit het oog doen
-verliezen, waarover ik u wensch te onderhouden, en waarmede wij
-terstond zullen beginnen. Ik bedoel het woord Caricature. Gij zult
-mij echter, hoop ik, toestaan, dat Londen ten minste hierin de eerste
-stad der wereld mag genoemd worden."
-
-"Ik stem toe, dat er nergens zoo vele spotprenten gevonden worden,
-schoon, sedert eenigen tijd, Parijs hierin met Londen om den prijs
-schijnt te willen dingen. Maar wat is eigenlijk eene caricature? niets
-anders dan eene geschilderde satire. Eene caricatuur moet in
-tegenoverstelling van eene schilderij, datgene zijn, wat eene geestige
-parodie is in tegenoverstelling van een zang- of treurspel, gelijk wij
-dit dikwijls gezien hebben op ons Theatre du Vaudeville, bij voorbeeld
-in de zangstukjes Nice en Arlequino Cruello. Doch, van de honderd
-spotprenten, welke ik hier zie, zijn er zeker negentig volstrekt
-zout- en geesteloos: ook is er geen spoor van teekening in te vinden,
-alle regels der kunst zijn jammerlijk geschonden, en men bespeurt
-duidelijk, dat het geenszins aan den goeden wil van den broddelaar,
-(welken ik met een goed geweten nimmer kunstenaar zal kunnen noemen)
-gehaperd heeft, om iets beters voor den dag te brengen; maar dat zijne
-onbekwaamheid hem zoodanige gedrochten heeft doen scheppen. Betreffende
-de tien anderen, van dezen verdienen negen slechts eenige aanmerking
-door derzelver bijtende en boosaardige beteekenis, welke altijd het
-uitsluitende kenmerk is, en de tiende alleen zou misschien eenige
-verschooning kunnen vinden in de oogen van iemand, die een gezond
-oordeel bezit. In een woord, nooit zie ik eene spotprent, zonder aan
-Scarron's boertige vertaling van Virgilius te denken."
-
---"Gij zijt waarlijk al te streng! Laat ons een paar van deze
-prentwinkels bezigtigen, en gij zult er spotprenten zien, die u zullen
-doen lagchen."
-
---"Zonder twijfel, ik zal lagchen--even als ik lach over de
-verregaande zotheden, welke Brunet en Portier op het Theatre des
-Variètés uitventen; maar denk echter niet, dat ik zeg:
-
-
- J'ai ri, me voilà désarmé!
-
- Ik heb gelagchen, en ziedaar mij ontwapend!
-
-
-"Neen, mijn vriend! het is slechts een vlugtige glimlach, die volstrekt
-niets meer beteekent dan een voorbijgaande reuk, welke reeds zijne
-kracht verloren heeft, voordat men hem kan onderscheiden.
-
-"De ouden kenden de kunst van caricaturen te schetsen in den grond;
-en ofschoon ons weinige werken van deze soort zijn overgebleven,
-weten wij echter genoeg, om te kunnen beweren, dat zij in deze
-voortbrengselen van hun genie nooit de regelen der teeken- noch
-der schilderkunst verwaarloosden. Een Grieksch schilder eenmaal het
-Atheensche volk willende doen gevoelen, dat het beurtelings standvastig
-en wispelturig, grootmoedig en wreed, nederig en trotsch, billijk
-en onregtvaardig was, kwam op het denkbeeld, om den Athenienzers
-deze waarheid in eene schilderij onder het oog te brengen, waarin
-hij den schutsgeest hunner stad als eenen zaaijer voorstelde, die
-de zaden van alle deugden en ondeugden rondom dezelve strooide.--Een
-ander kunstenaar had Timotheus, een' der voornaamste veldheeren van
-dat gemeenebest, slapende geschilderd, middelerwijl de godin van het
-geluk de vijandelijke steden voor hem in netten ving.--Timotheus deze
-schilderij ziende, zeide, wat moet ik doen, als ik ontwaak?--Tot
-besluit eindelijk zal ik onder het getal der aanmerkenswaardige
-caricaturen uit de oudheid u nog het tafereel opnoemen, waarin een
-voornaam schilder zekere groote en schoone koningin, over welke hij
-ontevreden was, ten toon stelde in het oogenblik, waarin zij zich
-tot eenen geringen visscher verlaagde. Deze, zoo wegens haren wuften
-aard en hare losbandigheid van zeden, als wegens den luister harer
-bekoorlijkheden, algemeen befaamde vorstin, vond hare beeldtenis
-zoo schoon en wel getroffen, dat zij, in plaats van den kunstenaar te
-straffen, hem een aanmerkelijk geschenk deed. Ziedaar de ware modellen,
-welke de caricatuur-fabrikeurs ten voorbeeld moesten nemen, in plaats
-van op lange zoomen papier, uit den mond hunner personaadjes woorden
-en spreuken te voorschijn te doen komen, meestal strookende met de
-wijze, waarop zij hun onderwerp behandeld hebben. Gij zult mij toch
-niet willen betwisten, dat inzonderheid in de Engelsche caricaturen
-deze heerschende fouten worden aangetroffen.--De Franschen en Italianen
-hebben zich daarvoor beter weten te wachten; maar hier heb ik er zelf
-vele gezien, waarin meer penne- dan penseeltrekken gevonden werden."
-
-"De Engelschen hebben derhalve, volgens uwe meening, ongelijk, dat
-zij, met betrekking tot de caricaturen, op dezelfde meerderheid,
-als op die van den Oceaan aanspraak maken?"
-
---"Ik zal u op deze vraag antwoorden, zoodra men mij eenen Engelschen
-caricatuur-fabrikeur opgenoemd heeft, die waardig is, om aan de zijde
-van onzen landgenoot Gallot geplaatst te worden."
-
-
-
-
-
-
-
-XXVI.
-
-ROOVERS, AFZETTERS, ZAKKEROLDERS EN BEURZENSNIJDERS.
-
-
-Op eenen zekeren avond, of liever morgen, want het was half een
-des nachts, uit den schouwburg van Drurij-lane komende, ontmoette
-ik eenen grooten, met eenen duchtigen stok gewapenden vent, die mij
-staande hield en den doorgang afsneed. Om eenen eerlijken aftogt te
-maken, wilde ik terugkeeren, doch ik stiet, helaas! op twee andere
-fielten, die geen gunstiger uitzigt hadden. De een, die voor mij
-stond, eischte mijne beurs, en dat wel zonder eenige wellevendheid,
-welke men anderzins veelal den Engelschen straatroovers toekent. Dit
-avontuur was intusschen zoo aangenaam niet, als dat van de drie
-Bevalligheden, welke mij, eenige dagen te voren, in Cheapside hadden
-aangerand. Juist had ik den vorigen dag in een der dagbladen de lofrede
-op eenen Engelschman gelezen, die, insgelijks door drie deugnieten
-aangevallen, den moed gehad had, om zijne beurs te verdedigen, en
-die, tot belooning voor zijne dapperheid, onder het gewigt van eene
-menigte wel aangebragte stokslagen bezweken, en beroofd was van al,
-wat hij bij zich had, waarna men hem bijna naakt en half dood tot
-zijnent had gebragt. Intusschen gevoelde ik mij niet zeer opgewekt,
-om dezen ongelukkigen tot een pendant te verstrekken; want de eer, om
-in de Londensche dagbladen te verschijnen, scheen mij tot dezen prijs
-wat al te duur gekocht. Ik maakte derhalve geene zwarigheid, om mijner
-beurs, die gelukkig niet zeer luisterrijk gestoffeerd was, vaarwel te
-zeggen; doch ik vreesde voor mijne horologie, hoewel het aldra bleek,
-dat ik met eerlijke gaauwdieven te doen had. Naauwelijks was mijne
-beurs uit mijne handen in de hunne overgegaan, of zij verdwenen als
-vogels in de lucht, en ik vervolgde mijnen weg naar mijn logement,
-waar ik, zonder eenige andere onaangename voorvallen, behouden aankwam.
-
-Iederen avond, voor dat ik naar bed ging, had ik de gewoonte
-om een paar bladen op te slaan in een boek, dat ten opschrift
-voerde: Beschrijving van Londen, of Wegwijzer voor vreemdelingen
-in deze stad. Dit diende mij tot een rigtsnoer, om te overwegen,
-met welke bezigheden ik den volgenden dag zou doorbrengen. Mijne
-vorige ontmoeting belettede mij geenszins, aan deze gewoonte getrouw
-te blijven, en toevallig sloeg ik een hoofdstuk op, dat juist zeer
-veel betrekking had met hetgene mij bejegend was. Ik zal er den lezer
-eenige plaatsen uit mededeelen, en tevens zorgen, dat het overgenomene
-onderscheiden wordt van de aanmerkingen, welke ik mij hier en daar
-er over zal veroorloven.
-
-"Des nachts bestaat de wacht uit eenige ongewapende grijsaards,
-watchmen genaamd; en slechte een gering getal gerechtsdienaren zijn
-belast met het nasporen en opbrengen der roovers en afzetters."
-
-Het is dus geenszins te verwonderen, dat hier zoo velen van dit slag
-van volkje gevonden worden; ook gaat er zeldzaam een dag voorbij, dat
-de nieuwstijdingen geen verhaal mededelen van geweldige diefstallen
-of afzetterijen. Dit vooraf in aanmerking nemende, zou men welhaast in
-verzoeking geraken, om de volgende regels voor een fabeltje te houden.
-
-"Er bestaat nogtans geene stad, waar men veiliger en geruster
-kan gaan en komen, zonder vrees van eenig ongeval te ontmoeten,
-(onverschillig, welk uur van den dag of nacht) dan te Londen. Dit
-wonderbare verschijnsel is echter geenszins te zoeken in de orde,
-sterkte en geregeldheid van de gewone politie, maar veeleer toe
-te schrijven aan den gelukkigen zamenloop van zedelijke oorzaken,
-waarvan de voornaamste is de verjaarde vrijheid, welke alle klassen
-van het volk onbelemmerd in Engeland genieten, en die zelfs in de
-zielen der armen met diepe merken gegrift is; voorts in de algemeene
-neiging tot orde in de zamenleving, en in de zucht, om zijn bestaan
-te vinden door eene onafgebrokene vlijt en ijverige werkzaamheid."
-
-Ik begrijp derhalve niet al te wel, aan welke dezer zedelijke,
-zoo gelukkig vereenigde oorzaken ik het verlies van mijne beurs
-moet toeschrijven.
-
-Vervolgens maakt de schrijver melding van de onderscheidene soorten van
-fielterijen, waarvoor zich een vreemdeling in Londen te wachten heeft.
-
-"De reizigers moeten, onder anderen, zorg dragen, om niet in den
-nacht te Londen aan te komen, of zij loopen groot gevaar van, nog op
-het einde hunner reize, door struikroovers aangevallen te worden;
-ten minste is het genoegzaam zeker, dat zij, bij hunne aankomst,
-zich verrast zullen zien door de vriendelijkheid en de zorg, welke de
-heeren vrijbuiters gehad hebben, om de koffers en valiezen, die achter
-op de rijtuigen gebonden waren, bij voorraad eene goede bergplaats
-te bezorgen.
-
-"Eene legio van dieven en roovers houdt altijd schildwacht aan
-de deuren der herbergen, waar de postwagens en andere rijtuigen
-aankomen. Volijverig zijn zij in de weer, om de pakkaadje der reizigers
-aan te nemen en te bezorgen; maar naauwelijks hebben zij dezelve
-in handen, of zij maken zich zoek, en verdwijnen in een oogenblik,
-zonder aan het terugkomen te denken.
-
-"Een ander gedeelte dezer fielten verzamelt zich voor de vensters
-der kooplieden, waar kunstplaten, spotprenten en wat dies meer is,
-verkocht worden, of aan de deuren der huizen, waar de eene of andere
-publieke tentoonstelling is, even als in den omtrek der schouwburgen
-en van alle andere plaatsen, van openbare vermakelijkheden. Men moet
-derhalve wel zorg dragen, zoo haast men zich in het gedrang begeeft,
-niets van eenige waarde bij zich te hebben, maar de oogen altijd
-geopend en de handen in de sakken te houden.
-
-"Verwisselt gij toevallig eene banknoot, of een stuk zilver, beschouw
-dan, in 's hemels naam! naauwkeurig het geld, dat men u teruggeeft;
-want verscheiden kooplieden zullen u valsche munten in de handen
-trachten te spelen, en bovenal hebben de huurkoetsiers zich deze
-hatelijke gewoonte eigen gemaakt."
-
-Het is inderdaad bijna ongeloofelijk hoe vele valsche banknoten en
-hoe veel valsch geld men in Engeland allerwege aantreft. Ook zal
-een Engelschman zelden nalaten zelfs het kleinste stukje zilveren
-munt naauwkeurig van alle kanten te bezigtigen, en op den grond
-te laten vallen, om zich door den klank van deszelfs gehalte te
-overtuigen. Geeft gij hem eene banknoot in betaling, dan gebeurt
-het menigmaal, dat hij u verzoekt, uwen naam en uwe woning er op te
-zetten. Deze banknoten zijn meestal door geheel Engeland in omloop, en
-worden niet slechts in den handel, maar ook in de dagelijksche uitgaven
-meer, dan de geldspecien, gebruikt: men heeft ze van onderscheidene
-waarde, ja zelfs tot één pond, dat is vierentwintig livres.
-
-"In vele openbare verkoopingen worden somtijds opgelegde werken voor
-echt zilver verkocht.
-
-"De Joden, die op straat uitstallen, zullen, zoo zij kunnen, u de
-waarde van een ding tienvoudig doen betalen.
-
-"Alle wisselaars, bijna zonder uitzondering, zullen u trachten te
-bedriegen.
-
-"De dagbladschrijvers zullen u aanzienlijke sommen afpersen voor het
-stellen van een gunstig berigt nopens een pleitgeding, een nieuw werk,
-of een tooneelstuk.
-
-"Hebt gij, bij ongeluk, eene zaak voor het eene of andere geregtshof
-hangen, dan zult gij alle toegangen belegerd vinden door een heer
-van menschen, die u hunne diensten aanbieden, doch u tevens, op
-onderscheidene wijzen, op schatting weten te stellen.
-
-"De kwakzalvers zullen u vermoorden, onder de plegtigste verzekering,
-dat zij u zullen genezen.
-
-"De apothekers zullen u vervalschte artsenijen voor goede geven."
-
-Doch ik wil mijn uittreksel niet verder vervolgen; alleen zal ik nog
-zeggen, dat de schrijver eindigt met het berigt, dat er twee zeer
-nuttige gezelschappen te Londen zijn opgerigt, die ten oogmerk hebben,
-om alle schelmsche streken en afzetterijen, van welk eenen aard ook,
-te ontdekken en te doen straffen; en mijns oordeels is dit nogmaals
-een bewijs, dat dezelve in deze stad zeer menigvuldig zijn.
-
-Bijaldien immer een Franschman al datgene, hetwelk ik uit dezen
-Engelschen schrijver heb overgenomen, op eigen gezag had geschreven,
-zou hij zeker, zelfs in Frankrijk, van vergrooting zijn beschuldigd
-geworden; en echter heb ik dit alles getrokken uit een Engelsch
-boek, opzettelijk geschreven, om al, wat in de hoofdstad der drie
-vereenigde rijken gevonden wordt, hemelhoog te verheffen, en waarin de
-geringste voorwerpen doorgaans met de belagchenswaardigste pralerij
-worden voorgedragen. Niets meer bij het geschetste tafereel kunnende
-voegen, laat ik dit onderwerp gaarne aan de verdere overweging van
-mijne lezers.
-
-
-
-
-
-
-
-XXVII.
-
-DE TOWER.
-
-
-"Hebt gij pleizier, om een reisje met mij te ondernemen, waartoe een
-lange adem vereischt wordt?" vroeg mij mijn vriend C... op zekeren
-morgen.
-
-"--Juist ben ik willens, er een te ondernemen. De tijd, welke ik
-hier zou doorbrengen, is bijna verstreken, en ik verzeker u, dat ik
-er geenen enkelen dag zal aanknoopen."
-
-"--Daarover wilde ik u niet spreken. Maar gij kunt toch onmogelijk deze
-stad verlaten, zonder de Engelsche Bastille gezien te hebben. Ik kwam
-hier, om u eene wandeling naar den Tower voor te slaan. Onderweg zal
-ik u een en ander aanwijzen, dat gij tot hiertoe nog niet gezien hebt."
-
-Met deze woorden begaven wij ons op weg: het kon naar waarheid een
-reisje genoemd worden; want de straat, waarin ik woonde, was twee
-groote uren van den Tower gelegen.
-
-Toen wij, na eenen marsch van een uur, de gevangenis van Newgate
-bereikt hadden, zagen wij eene groote menigte volks bij elkander,
-welke vol verlangen en met ongeduld op iets scheen te wachten, even
-als de liefhebbers het ophalen van de gordijn in den schouwburg
-reikhalzende te gemoet zien.
-
-"Weet gij ook de reden van deze drukke bijeenkomst? vroeg ik mijnen
-vriend."
-
---"Er zal een misdadiger opgehangen worden. Ziedaar, hij is reeds op
-het schavot!"
-
---"Ei, ei! is dat eene der zeldzaamheden, welke gij beloofd hebt mij
-onder weg te laten zien?"
-
---"O neen, mijn vriend! dit is een louter toeval. Daarenboven behoort
-dit schouwspel onder het kleine getal van die dingen, welke men te
-Londen gratis kan zien."
-
---"Hartelijk dank! Ik zou er integendeel wel iets voor willen betalen,
-om het niet te zien. Ik bid u derhalve, mijn waarde! laat ons eenen
-anderen weg nemen."
-
---"Zoo als gij verkiest.--Voormaals plagt men de strafoefeningen in
-Tijburn te verrigten, maar tegenwoordig hebben zij altijd voor de
-gevangenis van Newgate plaats. Men zet tegen een venster van eene
-kamer der gevangenis een schavot op. De veroordeelde stapt uit het
-raam op het straftooneel, en is vergezeld door eenige geestelijken,
-welke hem trachten te bemoedigen. Terstond werpt de scherpregter
-hem de koord om den hals, maakt het eene einde aan de galg vast,
-en laat den misdadiger aldus eenige oogenblikken staan. Eensklaps
-wordt de plank, waarop de ongelukkige staat, gewipt, en ziedaar
-hem met de koorde gestraft, dat er de dood na volgt, waarvoor de
-Engelschen in hunne taal eene bijzondere uitdrukking hebben en het
-noemen: Iemand in de eeuwigheid overslingeren. Voor de strafoefening
-wordt den lijder een glas bier aangeboden, en men gunt hem den tijd,
-om hetzelve op zijn gemak uit te drinken.
-
-Een zeker misdadiger, zoo het scheen, niet begeerig, om de groote
-plegtigheid te vertragen, bedankte voor het aanbod van dezen
-comfortable drank; doch naauwelijks had hij den grooten sprong gedaan,
-of er werd pardon voor hem aangekondigd. Hiervandaan het Engelsche
-spreekwoord: "Had hij zijn glas bier uitgedronken, hij zou nog leven!"
-
-Aldus zamen koutende, waren wij ongemerkt aan den kruisweg gekomen,
-waar de Prince-, Poultrij-, Cornhill- en Lombard-streets op uitloopen.
-
-In dezen omtrek zijn de bank, de beurs en het stadhuis gelegen. Mijn
-vriend C... liet mij deze drie gestichten bezigtigen. Het uitwendige
-dezer gebouwen is niet onbevallig en kenschetst zelfs zeer veel
-smaak; maar van binnen is alles ten uiterste slecht gerangschikt en
-verdeeld. Men vindt er niets dan eenige ruime zalen, die allen zeer
-donker, treurig en somber zijn.
-
-Eindelijk kwamen wij aan den Tower, of den Toren, die echter, in den
-eigenlijken zin van het woord, geen toren kan genoemd worden, maar
-die veeleer eene vesting gelijkt, met verscheidene torens voorzien,
-in welke men verschillende straten en gebouwen aantreft.
-
-Hier zoude ik met weinig moeite een vrij lang hoofdstuk vol
-van beschrijvingen en geleerde onderzoekingen kunnen inlasschen,
-doch daar ik eenmaal bij al, wat heilig is, gezworen heb, mijnen
-lezers nimmer voorbedachtelijk een slaapdrankje in te geven, zal ik
-mij geenszins verdiepen in het nasporen, of Julius Caesar den Tower
-heeft laten bouwen, die zijnen naam voert, en of de zoogenaamde Witte
-Toren, die nogtans even zoo zwart en berookt is, als al de anderen,
-Willem den Veroveraar tot stichter gehad heeft: ook wil ik mij in
-geen geschil inlaten, in welk vertrek Hendrik VI., op last van Eduard
-IV., den dood heeft ondergaan; of in welk eene andere kamer deze en
-gene in Engeland beroemde, schoon in andere landen geheel onbekende,
-personaadjes zijn opgesloten geweest; maar mij liever alleen bepalen
-tot de verschillende publieke stichtingen, welke in dit uitgestrekte
-gebouw vervat zijn, en welke allen wij gingen bezigtigen.
-
-Lieden, die met een beestenspel van stad tot stad op de kermissen
-rond reizen, om het geëerde publiek, tegen billijke betaling, eenige
-vreemde en uit verre landen aangebragte dieren en vogels te laten zien,
-hebben altijd de gewoonte, om boven of naast den ingang van hunne
-vertoonplaats eene schilderij op te hangen, waarop eenige van die
-merkwaardige voorwerpen zijn afgebeeld. Evenzoo wijst ook hier een
-geschilderde leeuw den vreemdelingen den ingang van het dierenpark
-aan. De poort is van eene groote schel voorzien, en de deurwachter
-staat altijd gereed, om u, tegen betaling van eenen shilling, en
-nog iets, dat de Engelschen eene erkentenis noemen, en dat in eene
-vrijwillige extragift bestaat, binnen te laten. Wij behoefden echter
-niet aan te schellen; want zoo als wij aan de deur kwamen, werd zij
-juist geopend voor eenen man, die met den deurwachter in gesprek was.
-
-"Jezus mein Gott! riep hij uit, Geld, Geld, und immer Geld!"
-
-"Deze heer is een Duitscher," zeide ik tegen mijnen vriend. Dit had
-hij gehoord, en zeide daarop terstond tegen mij "Ach, mein Herr, ich
-kann wohl Englisch und Französich sprechen; es ist aber abscheulich,
-dass man in diesem fatalen Lande gar nichts sehen und haben kann,
-ohne Geld!"
-
---"Ja, dat is hier zoo het gebruik, mijnheer! en daarnaar dient men
-zich te schikken."
-
-Intusschen hadden wij de taks betaald, en de deurwachter wees ons al
-de daar logerende gasten, den eenen na den anderen, aan. Het getal der
-beesten is niet zeer groot: even als te Parijs, zijn zij in naauwe
-hokken opgesloten, waarin zij, van lucht en beweging verstoken, een
-plantenleven leiden, en den aanschouwers niets anders aanbieden dan
-de schaduwe van hetgene zij in waarheid moesten zijn. Laat ons echter
-hopen, dat wij in de laatstgenoemde stad eenmaal de leeuwen, tijgers
-en al de andere vreemde dieren met dezelfde onderscheiding zullen
-zien behandelen, welke men, sedert eenige jaren, voor de beeren gehad
-heeft, en dan eerst zal Parijs zich kunnen beroemen, een dierenpark
-te bezitten, hetwelk der hoofdstad van Europa eer aandoet.
-
-Nu verlieten wij het verblijf, waar deze verwoestende schepsels waren
-opgesloten, om eene plaats te bezigtigen, die diende ter bewaring
-der stoffe en werktuigen, om voedsel te verschaffen aan de woede en
-wraakzucht van een schepsel, nog duizendmaal wreeder en bloeddorstiger
-dan de verschrikkelijkste woudbewoners. De lezer begrijpt ligtelijk,
-dat ik hier het arsenaal bedoel.
-
-"Wie viel?" vroeg mij de Duitscher, ziende, dat wij de handen in den
-zak staken.
-
-"Maar drie shillings!" antwoordde ik hem, "en dan de erkentenis!"
-
-"Der Teufel!" riep hij uit, terwijl hij inmiddels zijne schellingen
-ten offer bragt.
-
-Het arsenaal bestaat uit zes groote afdeelingen. In vier derzelve
-vindt men eene ongemeen talrijke verzameling van allerlei wapenen en
-geschut, zoo wel voor voet- en paardenvolk, als voor den zeedienst. In
-de twee andere afdeelingen wordt een groot aantal zeldzaamheden
-bewaard, als oude wapenrustingen, schilden, standaarden en andere
-veroverde eereteekenen, door de Engelschen, ter herinnering van hunne
-voormalige overwinningen, alhier ten toon gesteld. Ook wordt hier den
-bezigtiger de bijl vertoond, waarmede de ongelukkige Anna is onthoofd
-geworden, alsmede een afbeeldsel van de koningin Elizabeth, enz. Van
-hier kwamen wij in een vertrek, waar de meubelen der Kroon bewaard
-werden. Intusschen vermaakten mijn vriend en ik ons niet weinig met
-de grappige houding van onzen Duitscher; want bij iedere andere deur,
-welke ons geopend werd, trok hij zulke benaauwde gezigten, als of
-hij op naalden en spelden zat, telkens eene uitroeping doende, welke,
-hoe langer hoe meer, in den kruistoon eindigde.
-
-"Sacrement!" zeide hij, terwijl hij, met een gespannen en strak gelaat,
-zijnen shilling aan deze deur paste; "So etwas braucht man zu Wien
-nicht zu bezahlen. Ich bin zu Neapel, Paris und Madrid gewesen,
-habe da jede Merkwürdigkeit gesehen, aber immer gratis!"
-
-Men moet echter toestemmen, dat het beschouwen der kostbare en
-zeldzame voorwerpen, die aldaar bewaard worden, en die op twee
-millioenen sterling (48,000,000 liv.) geschat zijn, wel eenige
-shillings waardig is.
-
-Nu bleef de kapel nog ter bezigtiging over, maar mijnheer de Duitscher
-hield volmondig staande, dat het gezigt van eene Engelsche kapel geenen
-schelling waardig was, en nam hier afscheid van ons. Wij beiden, mijn
-vriend en ik, bleven echter bij ons voornemen, doch zagen welhaast,
-dat hij geen ongelijk had gehad, want wij vonden volstrekt niets,
-dat eenige aanmerking verdiende.
-
-Hiermede eindigde mijn bezoek aan den Tower, hetwelk mij nu tien
-shillings (12 fr.) kostte, de verschillende erkentenissen hieronder
-begrepen.
-
-
-
-
-
-
-
-XXVIII.
-
-EENE ONVERWACHTE ONTMOETING.
-
-
-Twee dagen voor mijn vertrek was ik den geheelen morgen op de been, om
-afscheid te nemen van mijne vrienden en kennissen, welke ik te Londen
-gemaakt had. Ook had ik een en ander gekocht, en gevoelde mij zeer
-vermoeid: ik besloot derhalve, in den omtrek, waar ik mij bevond, het
-middagmaal te houden. Ongelukkiglijk was het in eene der voorsteden,
-die te Londen niet anders dan door de laagste volksklasse bewoond
-worden. Ik kon dus geenszins verwachten, veel bijzonders op tafel
-te vinden; doch daar de gourmandise geene mijner hoofdgebreken is,
-voor welke ik in het grootboek, waarin al onze ondeugden en zwakheden
-aangeteekend staan, zal ingeschreven worden, en ik buitendien een
-zeker prikkelend gevoel in mijne maag ontwaarde, hetwelk mij scheen
-te beloven, dat de eetlust de spijzen kruiden zou, indien er al iets
-aan mogt ontbreken, bleef ik bij mijn genomen besluit volharden.
-
-Ik stapte dus een huis binnen, waar eenige stukken gebraden en gekookt
-vleesch, achter een venster geplaatst, schenen aan te kondigen, dat men
-er iets te eten kon krijgen, en waar tevens achter eene ruit, op een
-stuk papier, met groote letters geschreven stond, dat er opene tafel,
-in eene fraaije zaal, op de eerste verdieping, werd gehouden. Boven
-gekomen zijnde, vond ik echter, in plaats van eene fraaije zaal, een
-morsig, donker kot: de tafels stonden tegen de muren, welker kleur
-mogelijk eenmaal wit was geweest, doch thans een vuil grijs opleverde:
-niet helderder waren de tafellakens, die, zonder vergrooting gesproken,
-gerust met de vier wanden konden wedijveren. De gasten, welke het
-gezelschap uitmaakten, schenen tot het laagste gemeen te behooren,
-een éénige, van wien ik aanstonds zal spreken, uitgezonderd.
-
-Naauwelijks had ik mijnen eersten stap in dit verblijf gezet, of ik
-bemerkte reeds, dat mijn honger zeer verminderd was: intusschen was ik
-te ver gevorderd, om weer terug te treden. Ik plaatste mij derhalve aan
-eene tafel, en verzocht den knecht om een pint ale en een beef-steaks;
-doch dat verzoek moest ik meermaals herhalen, en dit deed mij denken,
-dat hij niet gewoon was, dikwijls een middagmaal van zoo veel gewigt
-te hooren bestellen. En inderdaad, toen ik mijne oogen over al de
-tafels liet gaan, welke mij omringden, ontwaarde ik niets op dezelve,
-dan een stuk kaas, en hier en daar een stuk koud vleesch; hetwelk er
-juist niet zeer smakelijk uitzag, benevens eenige pinten bier van
-twee pences (hetgeen gemakkelijk te onderscheiden is, want de vorm
-van het pintje zelve wijst de soort en hoedanigheid van den drank aan,
-welke het bevat.)
-
-Middelerwijl men zich in de keuken bezig hield met de buitengewone
-toebereidselen, welke de door mij bestelde geregten vorderden, riep een
-der gasten, die aan eene andere tafel, digt bij mij, zat, den knecht,
-om het gelag te betalen. De rekening was niet zeer omslagtig. Twee
-pences brood, twee pences bier, en eene pence kaas maakten zijne
-geheele vertering uit. Nu nam hij uit een klein beursje, dat niet al te
-breed voorzien scheen, eenen halven shilling, die de waarde heeft van
-zes pences, of twaalf Fransche stuivers, gaf denzelfven aan den knecht,
-en ontving eene halve pence terug, terwijl hij het overige edelmoedig
-tot een fooitje schonk, waarna hij diep zuchtende van tafel oprees.
-
-Het was een man van ongeveer vijf voeten en vijf duimen hoogte. Zijne
-beenen waren, in de volste beteekenis van het woord, volkomene
-oijevaarsbeenen met een paar zwarte slopkousen bekleed, door welker
-knoopsgaten men met een weinigje oplettendheid het bloote vel kon
-zien doorschijnen, en waaruit men derhalve gerustelijk het facit
-kon opmaken, dat onze vriend de kousen niet onder de noodzakelijke
-kleedingstukken rekende. Zijne broek, die van dezelfde kleur, doch
-zoodanig kaal en afgesleten was; dat men niet kon onderscheiden, van
-welke stof zij gemaakt was, bedekte een paar dijen, niet zwaarder dan
-een paar lamsbilletjes; terwijl een half blaauw en half geel vest over
-het gedeelte van zijn ligchaam heen fladderde, waar men zelfs met een
-vergrootglas geene schaduwe van eenen buik zou hebben kunnen vinden:
-de geheele romp was behangen met eenen zwarten rok, waarvan beide
-de ellebogen met wit garen waren toegenaaid, hetgeen men naderhand
-met inkt besmeerd had, om het in zwart te doen veranderen. Zijne
-ingevallene wangen schenen zich in zijnen mond te willen verbergen,
-zijn voorhoofd was vol met diepe rimpels, welke mij echter voorkwamen,
-meer door rampen en tegenspoed, dan wel door ouderdom, veroorzaakt te
-zijn. Niettegenstaande dit alles, had hij een moedig voorkomen, en zijn
-levendig en doordringend oog spreidde eene zekere fierheid ten toon.
-
-Daar zijne trekken mij niet onbekend waren, en ik mij verbeeldde,
-hem meermaals gezien te hebben, beschouwde ik hem met zeer veel
-oplettendheid. Bij geval kreeg hij mij insgelijks in het oog, en
-kwam terstond naar mij toe.--"Hoe!" zeide hij, "tref ik u te Londen,
-en wel in zulk een prachtig verblijf, aan?"
-
-"Ja, hernam ik, maar ik moet ronduit bekennen, dat ik vergeefs tracht,
-mij uwen naam te...."
-
---"Herinneren, niet waar? Ik wil dit gaarne gelooven: sinds de drie
-jaren, dat wij elkander niet gezien hebben, zult gij mij wel zeer
-veranderd vinden.--Ik ben Croquis."
-
-Nu herkende ik hem dadelijk, niettegenstaande de ongeloofelijke
-gedaanteverwisseling van zijnen geheelen persoon. Mijnheer Croquis
-was een Fransche schilder, die, zonder zich tot den eersten rang dier
-kunstenaars te hebben kunnen verheffen, op welke de Fransche school
-tegenwoordig met regt mag bogen, zich echter van de broddelaars had
-weten te doen onderscheiden, en dien ten gevolge eenigen opgang gemaakt
-had. Zijn gedrag was steeds zeer fatsoenlijk en geregeld geweest;
-ook was mij nooit iets slechts van hem ter ooren gekomen; ik kon dus
-niet begrijpen, hoe hij in dezen ellendigen toestand geraakt was,
-in welken ik hem, tot mijne groote verwondering, hier aantrof. Ik
-verzocht hem derhalve, mij gezelschap te houden, en vriendschappelijk
-met mij te deelen, hetgene voor mij op tafel stond.
-
-"Ik heb reeds gegeten," zeide hij, met eenen bitteren glimlach,
-"en ik heb niets noodig."
-
-Het gelukte mij echter, zijne beschroomdheid te doen verdwijnen, en
-hem gadeslaande, zag ik aldra, dat hij geenszins zooveel gegeten had,
-om zich te verzadigen, maar slechts, om den snerpendsten honger een
-weinig te stillen.
-
-Ons middagmaal geeindigd hebbende, gaf ik hem, bij het weggaan,
-mijn verlangen te kennen, om de redenen te weten, welke hem in dezen
-ellendigen toestand gebragt hadden; en daar hem wel bekend was, dat
-mijn verzoek geenszins uit nieuwsgierigheid, maar enkel uit een waar
-belang, hetwelk ik in zijn lot stelde, voortsproot, deelde hij mij
-zijne droevige historie mede, welke de lezer in de volgende afdeeling
-zal vinden.
-
-
-
-
-
-
-
-XXIX.
-
-GESCHIEDENIS VAN EENEN FRANSCHEN KUNSTENAAR.
-
-
-"Gij weet, mijnheer!" zeide hij, "dat mijn penseel mij in Frankrijk
-het noodige onderhoud verschafte. Eenigen mijner vrienden trachtten
-mij over te halen, om mij naar Engeland te begeven; daar zou ik,
-volgens hunne verzekering, geld winnen, zoo veel ik wilde, en binnen
-weinig tijds een aanzienelijk fortuin kunnen maken. Ik liet mij door
-deze bekoorlijke uitzigten misleiden, maakte alles, wat ik bezat,
-tot gereed geld, stelde mijner vrouw en dochter zoo veel ter hand,
-dat zij in geene twee jaren gebrek behoefden te vreezen, en begaf
-mij op reis naar Londen, met ongeveer tienduizend livres baar geld."
-
-"Zoodra ik hier was aangekomen, nam ik een goed verblijf in het
-voornaamste gedeelte van de stad--dat de woningen niet goedkoop
-zijn, weet gij. Gaarne zou ik mij op eenen minderen voet gezet
-hebben; doch men had mij onderrigt, dat men in Londen geenen
-opgang kan maken, wanneer men, onder eene bekrompene levenswijze,
-te voorschijn treedt. Ik had eenige van mijne werken medegebragt, en
-mij in alle nieuwspapieren doen aankondigen. In het eerst kwamen mij
-vele nieuwsgierigen bezoeken, en ik werd overladen met beleefdheden
-en loftuitingen; maar welhaast vernam ik, dat de kunstenaars van de
-stad zich tegen mij eene heimelijke zamenzwering hadden veroorloofd,
-en de logenachtigste geruchten verspreidden, om, dusdoende, de geringe
-bekwaamheden, welke ik bezat, nog te verkleinen en te belasteren. De
-stukken, welke ik in mijne zaal ter bezigtiging had opgehangen, ten
-einde men over mijne behandeling en mijn kunstvermogen zou kunnen
-oordeelen, werden op het hevigste en onbarmhartigste gegispt en
-bedild.--Het heette, mijne teekening was niet juist:--het koloriet
-te schitterend, om zich te kunnen volhouden:--ik verstond niets van
-de perspectief:--ik wist volstrekt mijn licht en mijne schaduw niet
-te plaatsen:--de standen mijner beelden waren slecht gekozen:--de
-kleeding geheel en al smakeloos.--En eindelijk kenden de laster,
-haat en afgunst mij zelfs niet de geringste dier eigenschappen toe,
-welke ook de middelmatigste schilder niet mag ontberen.
-
-"Aldus verliepen drie maanden, zonder dat ik iets te doen
-had. Eindelijk verzocht mij een rijke koopman uit de Citij, zijn
-portret en die van zijne drie kinderen te maken, te weten, een meisje
-en twee jongens; doch hij was op het grillige denkbeeld gekomen, om
-deze vier portretten in een historisch tafereel bij een te willen
-zien, en daartoe had hij de offerande van Iphigenia verkozen. Hij
-zelf wilde als Agamemnon geschilderd worden, zijne dochter moest
-Iphigenia voorstellen, en zijne beide zonen de karakters van Calchas
-en Achilles verbeelden. Vergeefs stelde ik hem voor, dat dit onderwerp
-veel bijwerk zou vereischen, vooral een groot aantal beelden, als
-priesters, soldaten enz.; oogenblikkelijk sloot hij mij den mond,
-met te zeggen, dat het hem volstrekt op geen geld aankwam. Wij kwamen
-derhalve overeen, dat hij mij voor deze schilderij vierhonderd guinies
-zou betalen."
-
-"Ik begaf mij aan het werk, en, om hetzelve des te meer te bespoedigen,
-wees ik verscheidene leerlingen af, die mij mijne lessen zeer ruim
-zouden betaald hebben. Ik verzuimde geen oogenblik, en na verloop van
-acht maanden was mijn stuk ten naastenbij af, toen op zekeren morgen
-mijn koopman met iemand van zijne kennis in mijne werkplaats kwam,
-om te zien, hoe ver ik gevorderd was. Deze laatste vond, dat het
-portret van zijnen vriend niet veel geleek, en ik was ongelukkig
-genoeg, om dezen bediller te antwoorden, dat de voorgewende fout
-in de gelijkenis zeker veroorzaakt werd, wijl hij niet gewoon was,
-zijnen vriend met eenen helm op het hoofd te zien. Van dat tijdstip
-af had ik geen oogenblik rust, voordat ik mijnen Agamemnon den helm
-had afgenomen; en mijns ondanks, moest ik het hoofd van den Griekschen
-vorst met eene ronde Engelsche pruik ontsieren.
-
-"Ook de jonge juffer vond, dat de kleeding van Iphigenia hare gestalte
-in geen voordeelig licht plaatste, en ik zag mij derhalve genoodzaakt,
-de Grieksche prinses in een nieuw Engelsch keurslijf te prangen. Om
-aan den oudsten zoon te behagen, moest de baard van den opperpriester
-insgelijks worden afgeschoren, en de jongste verkoos, als Achilles
-in de montering van eenen Engelschen kolonel gestoken te worden.
-
-"Meer dan honderdmaal was ik voornemens, uit verdriet en ergernis al
-het geschilderde door te halen; doch de vierhonderd guinies hielden
-mij terug. Dan helaas! toen de dag verschenen was, waarop ik mijn
-werk moest leveren, vernam ik, tot mijn uiterste hartzeer, dat mijn
-Agamemnon de belegering had opgebroken, of, om mij verstaanbaar uit
-te drukken, dat hij bankroet had gemaakt.
-
-"Men ried mij, eener voorname vrouw van smaak, die in de groote wereld
-verkeerde, verlof te vragen, haar voor niet te mogen portretteren. Dit
-afbeeldsel, in een harer vertrekken opgehangen, zou de algemeene
-aandacht tot zich trekken, mijne bekwaamheden bekend doen worden,
-en mij rijkelijk werk bezorgen. Ik verkreeg ook wezenlijk hare
-toestemming als een bewijs harer bescherming, en besteedde al mijne
-zorg en vlijt aan haar portret, waarover men ook zeer voldaan was;
-doch in het vervolg hoorde ik nimmer weder van deze dame, noch van
-hare vrienden spreken."
-
-"De vermindering mijner beurs drong mij, naar een goedkooper
-verblijf om te zien, en van toen af verdwenen oogenblikkelijk
-al de nieuwsgierigen, die tot dusverre mijne werkplaats bezocht
-hadden. Intusschen had ik nog steeds eenige portretten te schilderen,
-waarvoor men mij echter weinig genoeg betaalde, en nu naderde ten
-tweeden male het jaargetijde, waarin geheel Londen zich op het land
-begeeft; ik bleef dus eenige maanden volstrekt zonder werk.
-
-"Nu moest ik nogmaals eene mindere woning betrekken, want ik
-bevond mij zonder eenen duit, en had nog eenige kleine schulden te
-betalen. Hierdoor zag ik mij dus in de noodzakelijkheid gebragt,
-om mijne schilderijen te verkoopen voor den prijs, welken men er
-mij voor wilde geven. Ik had thans mijnen intrek op een zoldertje,
-mijne geheele bezitting bestond in drie guinies, en al mijne meubelen
-in mijn palet en mijne penseelen."
-
-"Nu zocht ik lessen en leerlingen te bekomen, doch, helaas! veel te
-laat. De onder het dak gehuisveste schilder kon voor zijne lessen
-geenszins den prijs vragen, welken zijn medebroeder, die op de eerste
-verdieping in eene der voornaamste wijken van Londen woonde, mogt
-vorderen; want men betaalt hier niet de innerlijke waarde der dingen,
-maar wel den uitwendigen schijn."
-
-Sinds bijna een jaar heb ik niet meer dan drie leerlingen gehad;
-het geringe, dat zij mij betalen, is naauwelijks toereikende tot het
-noodige levensonderhoud--en bij toeval zijt gij getuige geworden, hoe
-ik leve. Mijn eenigste verlangen is, naar Frankrijk terug te keeren,
-hetwelk ik eigenlijk nimmer had moeten verlaten.
-
-"En wat zult gij doen," vroeg ik hem, "als gij in ons vaderland terug
-zult gekomen zijn?"
-
-"Mijne vrouw is overleden," antwoordde hij, "en het is onnoodig,
-u te zeggen, hoe zeer haar verlies mij smart: het is u bekend, dat
-ik haar teeder beminde; doch, om naar waarheid te spreken, de dood
-is voor haar geen ongeluk, maar heeft integendeel een einde aan haar
-verdriet en hare smarten gemaakt.
-
-"Ik heb eenen schoonbroeder--wat zeg ik! neen, hij is een weldadige
-engel in de gedaante van eenen schoonbroeder! Zonder rijk te zijn,
-is hij echter in staat, om, op eene redelijke wijze, met zijn gezin
-de genoegens van het leven te kunnen smaken, en schoon zelf met zes
-kinderen belast, heeft hij echter mijne dochter tot zich genomen,
-en behandelt haar als zijn eigen kind. Het schijnt, dat hij mijnen
-jammerlijken toestand, waarover ik hem echter nimmer onderhouden heb,
-vernomen heeft; want hij heeft mij verzocht, bij hem te komen inwonen,
-en om mijne kieschheid niet te kwetsen, wendt hij voor, dat hij
-gaarne zag, dat ik zijne kinderen in het teekenen onderrigtte. Maar
-hoe zal ik de gelden bij elkander krijgen, om de reis van Londen naar
-Amiens, waar mijns broeders woonplaats is, te ondernemen? Gisteren
-nog ontving ik met den post eenen brief van hem, en ik bevond mij in
-de droevige noodzakelijkheid van dien te moeten afwijzen; wijl het
-port twee shillings en vier pences bedroeg, welke ik, helaas! niet
-bezat. Doch morgen moet ik geld voor eene maand onderwijs van een'
-mijner leerlingen ontvangen, en dan zal ik geen oogenblik toeven,
-om den brief te halen."
-
---"Wel ziedaar ons juist voor het postkantoor! laat ons er ingaan,
-en veroorloof mij, u dit kleine voorschot te doen."
-
-Zonder zijn antwoord af te wachten, trok ik hem met mij binnen. Men
-gaf hem den brief over, hij opende denzelven met drift, las, en een
-traan glinsterde in zijne oogen.
-
---"Ach! welk een man! riep hij uit, de beste der menschen! zie, o zie!"
-
-Het was een wissel op zigt van vierhonderd franken op eenen Londenschen
-bankier, en dit was de reden, dat het briefport verdubbeld was;
-want zelfs het nietsbeduidendste papier in eenen brief veroorzaakt
-deze verdubbeling, en de Engelschen hebben eene bijzondere manier, om
-dit te ontdekken. Bijna zou ik gelooven, dat zij de brieven openen,
-om zich daarvan te verzekeren; indien men zulk een misbruik van
-vertrouwen in een land, als Engeland, konde vooronderstellen.
-
-"Nu ga ik," zeide hij! "Vaarwel bekoorlijke Theems; ik denk er niet
-meer aan, om mij in uwen boezem te begraven, hetgene, helaas! meer
-dan eens mijn voornemen is geweest; want deze wijze van sterven kost
-het minste; men behoeft noch touwen, noch pistolen te koopen."
-
-Vanhier gingen wij terstond naar het kantoor, waar de postwagens
-afrijden, en bestelden twee plaatsen, om overmorgen gezamenlijk
-te vertrekken.
-
-
-
-
-
-
-
-XXX.
-
-EENE TOONEELVERTOONING IN DE LATIJNSCHE TAAL.
-
-
-Daags voor mijn vertrek, ging ik naar het alien-office, om mijnen
-Franschen pas, die daar in bewaring was gebleven, terug te halen, en,
-in wisseling, dien terug te geven, welke mij was ter hand gesteld. Om
-den lezer niet te vervelen, zal ik hem het verhaal besparen van
-eenige langwijlige plegtigheden, welke nog hierbij in acht moesten
-genomen worden. Zij zouden mij nogmaals een hoofdstuk opleveren van
-denzelfden inhoud, alsdat, waarmede dit werk begonnen is, en ik ben
-geen vriend van herhalingen, even min als van het eentoonige.
-
-Nu ging ik mijnen vriend C... opzoeken, wien ik bijzonderen dank
-verschuldigd was voor de verpligtende wijze, waarop hij mij, gedurende
-mijn verblijf te Londen, behandeld had; en daar de postwagen niet
-voor den volgenden morgen te twaalf ure afreed, verzocht ik hem,
-met mij en den heer Croquis te ontbijten; want laatstgenoemde had ik
-reeds te voren dezelfde uitnoodiging gedaan.
-
-"Van harte gaarne!" zeide hij, "maar gij; komt thans, als of gij
-geroepen waart; want juist was ik voornemens, om u af te halen. Ik
-denk u heden eens een schoteltje naar uwen smaak op te disschen;
-en op den laatsten dag, welken gij te Londen doorbrengt, zult gij u
-waarschijnelijk geenszins het minst vermaken."
-
---"Gij weet, beste vriend! dat ik altijd bereid ben, om u te
-volgen. Doch mag men ook weten, welk nieuw en zonderling geregt het
-is, waarop gij mij heden denkt te onthalen?"
-
---"Kom slechts, kom slechts! het is hoog tijd!"
-
-En ziedaar ons in eene straat, welke ons naar de Abtdij van Westmunster
-moest geleiden.
-
-"Gij zijt een liefhebber van verrassingen!" zeide ik lagchende tegen
-mijnen vriend; "ik hoop echter niet, dat gij plan hebt, om mij een
-dergelijk schouwspel te doen zien, als toen gij mij onlangs op een
-hangpartijtje wildet onthalen?"
-
---"Neen, waarachtig niet! het is geheel iets anders. Ik zal u
-verplaatsen in de schoonste eeuw der Romeinen, onder de tijdgenooten
-van Scipio."
-
---"Waarschijnlijk zult gij mij in een kunstkabinet van wassen beelden
-brengen? Doch ik moet u waarschouwen, dat ik Curtius en zijne opvolgers
-reeds gezien heb."
-
---"Gij bedriegt u, mijn vriend! Integendeel zult gij iets zien, dat
-gij nog nooit gezien hebt. Evenwel wil ik u gaarne toestemmen, dat
-hetgeene gij zult hooren, niet geheel en al vreemd voor u zal zijn; en
-het is niet zonder moeite, dat ik twee toegangskaartjes bekomen heb."
-
-"Hoe veel kosten zij?"
-
---"Niets."
-
---"Niets? ik bewonder de Engelsche edelmoedigheid! Maar juist deze
-zelfde edelmoedigheid geeft mij eene geringe verwachting van hetgene
-wij zullen zien."
-
---"Schort ten minste uw oordeel op, tot gij gezien en gehoord hebt."
-
-Nu maakte ik geene verdere tegenwerpingen, en aldra kwamen wij
-pratende voor een groot gebouw, hetwelk ik terstond als de School
-van Westmunster herkende. Men deed ons in eene genoegzaam ruime
-zaal binnentreden, waarin een tooneel was opgerigt, hetwelk zich
-vrij goed liet aanzien. Niet zonder veel moeite gelukte het ons,
-plaats te krijgen; want het gezelschap was reeds te naastenbij
-voltallig. Eindelijk gezeten zijnde, zeide ik tegen mijnen vriend:
-"ziedaar ons dan geplaatst; nu ontbreekt er niets meer aan, dan dat
-men spoedig begint."
-
---"Zoo ver is het nog niet!" hernam mijn vriend; "wij zullen nog een
-oogenblik geduld moeten hebben; wacht slechts!"
-
-Gelukkig echter behoefden wij niet lang te wachten; want de gordijn
-werd spoedig opgehaald.
-
-Het tooneel stelde een marktplein voor. Er trad een slaaf op, in
-Grieksche kleeding, en sprak, gedurende twee of drie minuten, zonder
-dat het mij mogelijk was, een enkel woord van hetgene hij zeide, te
-verstaan. Vervolgens kwam er een tweede slaaf te voorschijn, en mijne
-oplettendheid verdubbelende, meende ik eenige Latijnsche woorden te
-onderscheiden.--"Ik geloof waarachtig," zeide ik tegen mijnen vriend,
-"dat het een Latijnsch stuk is, hetwelk hier gespeeld wordt."
-
---"Zonder twijfel, het is de Phormio van Terentius."
-
---"Hadt gij mij dit vooraf gezegd, dan zoude ik mij van eenen Terentius
-voorzien hebben, ten einde de spelers te kunnen nagaan."
-
---"Ik heb op alles gedacht. Ziedaar een Terentius."
-
-Dadelijk sloeg ik het stuk op, dat gespeeld werd, en ging de
-tooneelisten na, die echter het Latijn even als het Engelsch
-uitsprekende, aan de zoetvloeiende taal van Virgilius eenen wanklank
-gaven, welke mij alles onverstaanbaar maakte, en mij tevens het
-ongelukkige tijdstip herinnerde, waarin de Barbaren van alle zijden
-op het Romeinsche gebied losstormende, hetzelve verwoestten, en
-onderling de overblijfselen deelden. Wat, voor het overige, het spel
-der handelende personen betrof, dit was niet geheel te verwerpen:
-hunne gebaren en standen waren zeer natuurlijk en wel overeenkomstig
-met de karakters, welke zij moesten voorstellen: ook speelden zij hunne
-rollen met warmte, en vermijdden tevens zorgvuldig het eentoonige van
-stem. De vrouwenrollen werden insgelijks door jonge scholieren vervuld;
-en de kleeding en verdere toestel konden niet beter gewenscht worden.
-
-"Gij hebt mij niet bedrogen," zeide ik, in het uitgaan, tegen mijnen
-vriend; "ik heb deze vertooning niet zonder deelneming en genoegen
-bijgewoond. Nogtans geloof ik, dat, bijaldien Terentius dezelve met
-zijne tegenwoordigheid vereerd had, hij slechts matig zou zijn voldaan
-geweest over de wijze, waarop zijne verzen werden opgezegd, en dat
-hij de spelers echte Barbaren zou genoemd hebben. Daarenboven heeft
-in deze tijden iedere beschaafde natie aan het Latijn de uitspraak
-van hare eigene taal geleend, en waarschijnlijk heeft niemand hunner
-den regten tongval. Maar wordt hier dikwijls gespeeld?"
-
---"Alle jaren ééns, en wel omtrent dezen tijd. Het is reeds
-sedert onheugelijke jaren een vastgesteld gebruik in de school van
-Westmunster, om door de kweekelingen, omstreeks den vijftienden
-December, een Latijnsch tooneelstuk te doen geven."
-
---"Het doet mij leed, dat ik het zeggen moet, maar dit is al weder
-een gebruik, hetwelk ik geenszins kan goedkeuren. Immers kan het,
-mijns oordeels, nergens toe dienen, dan om bij jonge lieden de
-gevaarlijke zucht voor het tooneel op te wekken, en gevolgelijk der
-maatschappij, in stede van ijverige, werkzame burgers, ledigloopers
-en laffe grappenmakers te leveren."
-
---"Maar dit gebruik heeft ook in Frankrijk plaats gehad."
-
---"Daarom is het niet prijzenswaardiger. Integendeel was het
-in Frankrijk nog minder te vergeven dan hier. De scholieren van
-Westmunster prenten ten minste nog goed Latijn in hun geheugen, daar
-integendeel in de Fransche kollegien de jonge lieden niets anders
-leerden, dan eenige barbaarsche verzen van vader Caussin, welke niet
-meer gelezen worden, en van eenige anderen, welkers namen ter naauwer
-nood bekend zijn. Dit misbruik is echter afgeschaft door de voormalige
-hoogeschool te Parijs, dat achtingswaardige ligchaam, hetwelk, tot
-onberekenbaar nadeel voor de maatschappij, nog niet weder hersteld
-is. Wel is waar, er kwam geen heer van schei- en wiskundigen uit te
-voorschijn, en in deze tegenwoordige eeuw, waar alles zoo gewikt en
-gewogen wordt, is men bijna verpligt, om aan deze twee wetenschappen
-de voorkeur te geven."
-
---"De voorstanders der tooneelvertooningen in de scholen beweren
-echter, dat de jonge lieden daardoor eene zekere losheid en bevalligen
-zwier verkrijgen."--
-
---"Ongetwijfeld, ten naastenbij als men door het lezen der almanakken
-vorderingen in de sterrekunde kan maken, of in de bouwkunde door
-het zetten van kaartenhuisjes, of eindelijk, zoo als men zich in de
-berekening der wetten van zwaarte en het evenwigt bekwaam zou kunnen
-maken door het spelen met eenen duikelaar, waarmede zich de kinderen
-vervrolijken."
-
-
-
-
-
-
-
-XXXI.
-
-DE ZELFMOORD.
-
-
-Eene geheel nieuwe vertooning moest den laatsten dag van mijn verblijf
-te Londen kenmerken.
-
-De derde verdieping van het huis, waar ik op de eerste mijn verblijf
-hield, werd bewoond door eenen handwerksman, die in eene fabriek het
-toezigt hield over de gereedschappen en werktuigen, en wiens inkomen
-voldoende was, om zich het noodige te kunnen bezorgen. Altijd was hij
-gewoon, des morgens te acht ure naar zijn werk te gaan, en nu was
-het reeds tien ure geslagen, en nog had men hem niet te voorschijn
-zien komen. Onze huisvrouw duchtende, dat hij misschien ziek was,
-of dat hem het een of ander mogt zijn overgekomen, klopte bij hem
-aan. Dit eenige malen herhaald hebbende, zonder antwoord te bekomen,
-werd zij met reden ongerust en ging er derhalve terstond kennis van
-geven aan het geregt: de kamer werd geopend, men vond hem uitgestrekt
-op den grond, badende in zijn bloed, en geheel koud en stijf, zoodat
-hij reeds verscheidene uren moet dood geweest zijn: het scheermes,
-hetwelk hij gebruikt had, om zich den hals af te snijden, lag naast
-hem, en op eene tafel lag een beschreven papier, met de volgende
-woorden: "Niemand is oorzaak van mijnen dood. Het leven behaagt mij
-niet meer. Wat is het leven? Eten, drinken, slapen, werken, rusten,
-en den anderen dag al weder van voren af aan. Deze eentoonigheid
-verveelt mij, en daarom wil ik iets nieuws beginnen."
-
-Telkens, wanneer iemand door eenen geweldigen of schielijken dood
-zijne dagen eindigt, het zij vrijwillig of bij toeval, roept de regter
-twaalf personen zamen uit de bloedverwanten, vrienden en buren van
-den overledenen, en dit twaalftal vormt eene soort van regtbank,
-welke uitspraak doet over de oorzaak van den dood.
-
-Juist ging men zich met dit onderwerp bezig houden, toen ik ten mijnent
-kwam: ik verzocht dus, dat men mij wilde vergunnen, er bij tegenwoordig
-te zijn, hetgeen mij ook niet geweigerd werd. Daar de zitting nog
-niet geopend was, nam ik de vrijheid, om den regter aan te spreken.
-
---"Gij moet wel veel drukte en bezigheden hebben, mijnheer! want
-de zelfmoorden zijn, volgens het algemeene zeggen, niet zeldzaam
-in Londen."
-
---"Vooroordeelen, mijnheer! loutere praatjes! In het geheele jaar
-achttienhonderd en veertien, hebben er slechts vijfendertig zelfmoorden
-in Londen plaats gehad, en andere jaren somtijds nog veel minder."
-
-Nu waren al de getuigen tegenwoordig, en de regter begon hen op de
-volgende wijze te ondervragen.
-
---"Heeft armoede of gebrek den overledenen tot deze wanhopige daad
-kunnen vervoeren?"
-
---"Neen, mijnheer! men heeft dertig ponden (730 livres), de vrucht
-zijner bezuinigingen, bij hem gevonden."
-
---"Was hij dan niet bij zijn verstand?--Had hij verdriet, kwelling?"
-
---"Niets van dit alles; hij verdiende genoeg, om behoorlijk te kunnen
-bestaan, was bij ieder wel gezien, en heeft nimmer met eenige menschen
-verschil gehad."
-
---"Openbare, ontegensprekelijke krankzinnigheid!--Leefde hij in goede
-verstandhouding met zijne bloedverwanten?"
-
---"Hij had slechts eene zuster, en daar zij in behoeftige
-omstandigheden verkeerde, heeft hij haar meer dan eens ondersteund
-en uit den nood geholpen."
-
---"Ware zinneloosheid! Heeft hij ook somwijlen het voornemen doen
-blijken, om zich van kant te maken?"
-
---"Nooit."--Dikwijls echter zeide hij, dat het leven hem tot
-eenen last was, dat hij nergens vermaak in vond, en dat hij
-geenszins kon begrijpen, hoe men nog zoo lang in deze wereld kon
-voortsukkelen. Eindelijk heeft men hem, sinds een jaar, niet meer
-dan eens beschonken gezien.
-
---"Een volmaakt bewijs van verbijsterde zinnen! Was hij, bij geval,
-ook onderhevig aan eenige kwalen?"
-
---"Hij is nooit ziek geweest, en wist zelfs niet eens, wat ziekte was;
-doch dikwijls klaagde hij over hoofdpijn."
-
---"Daar hebben wij het! ijlhoofdigheid!--Scheerde hij zich zelf?"
-
---"Ja, mijnheer! antwoordde hierop een der buren, die een messenmaker
-was; nog voor twee dagen heb ik het scheermes, dat hij gebruikt heeft,
-voor hem aangezet."
-
---"Gij ziet dus, mijne vrienden! dat hier geen bepaald voornemen
-tot zelfmoord heeft plaats gehad; want met voordacht heeft hij geen
-werktuig gekocht, om zich het leven te benemen; o neen, hij heeft
-zich slechts bediend van dat, hetwelk het toeval, in eene vlaag van
-zinneloosheid, hem in de handen voerde."
-
---"Derhalve, mijne heeren! hier bestaat geen zelfmoord. Zijt gij
-allen van dit gevoelen?"
-
---"Ja, mijnheer!--Ja!--Ja!--Ja!--En het besluit van het regterlijk
-onderzoek was het volgende: Een geweldige dood, veroorzaakt door
-eenen aanval van ijlhoofdigheid."
-
---"Hoe!" zeide ik tegen mijne hospita, zoodra ik met haar alleen was;
-"is dat geen zelfmoord? Het geschrift, dat deze ongelukkige heeft
-achtergelaten, de voorzorg, welke hij genomen heeft, om zijn mes
-te doen aanzetten, ten einde zeker van zijne zaak te zijn, zijn dit
-geene openbare en ontegenzeggelijke bewijzen, dat hij wel degelijk
-het voornemen gehad heeft, om zich voorbedachtelijk van het leven
-te berooven, en dat het geenszins een aanval van krankzinnigheid
-is geweest?"
-
-"Mijnheer!" gaf zij mij ten antwoord, "de Engelsche wetten tegen deze
-misdaad zijn zoo gestreng, dat men, zoo veel mogelijk, vermijdt, ook
-zelfs den onbetwistbaarsten zelfmoord als zoodanig te erkennen. Van
-dertig of veertig rampzaligen, die aldus hun leven eindigen, wordt
-naauwelijks één voor eenen zelfmoorder verklaard. Eenigen tijd geleden,
-had zich een zeker aanzienlijk man, even als deze ongelukkige, den
-hals afgesneden, en er was bijna geene mogelijkheid, om hem niet voor
-eenen zelfmoordenaar te doen verklaren; doch, wat vindt men uit? In de
-tegenwoordigheid van eenige heelmeesters en artsen doet men het hoofd
-ontleden, en deze heeren vonden klare bewijzen van krankzinnigheid
-in het zamenstel der hersenen."
-
-"Nu, dacht ik bij mij zelven, verwonder ik mij niet langer over het
-kleine getal van zelfmoorden, welke te Londen plaats vinden!"--"Maar,
-hernam ik, welke zijn dan toch de gestrenge wetten, die hier tegen
-den zelfmoord bestaan?"
-
---"De lijken der zelfmoorders worden op horden weggesleept, en mogen
-niet bij andere eerlijke Christenen begraven worden; ook worden al
-hunne goederen verbeurd verklaard."
-
---"Wel dat is overheerlijk! Aldus worden de kinderen of nabestaanden
-gestraft voor de misdaad hunner ouderen of bloedverwanten! Waarlijk,
-eene verstandige wet, waartegen niets is in te brengen?"
-
---"Maar, mijnheer! de natuurlijke liefde van de ouders voor hunne
-kinderen moet hem juist daarom alleen van den zelfmoord terughouden,
-en ziedaar de eigenlijke geest en strekking van deze heilzame wet."
-
---"Maar indien deze overweging de ouderen nu eens niet terughoudt,
-zijn dan de ongelukkige kinderen niet evenwel de beklagenswaardige
-slagtoffers? Neen, foei! foei! Het is eene onmenschelijke wet!."
-
-Beter zonder twijfel had men het uitwerksel eener wet op den
-menschelijken geest berekend in eene zekere stad van het aloude
-Griekenland, waar eensklaps onder de jonge meisjes, van vijftien tot
-twintig jaren, eene aanstekende ziekte of soort van dolheid ontstond,
-welke haar aanzettede, om zich van het leven te berooven.--Bij deze
-wet bepaalde de regering, dat alle meisjes, welke de handen aan zich
-zelve sloegen, en aldus haar leven eindigden, na haren dood geheel
-naakt aan hare deuren zouden ten toon gesteld worden. De vrees voor
-zulk eene schande bewerkte hare genezing, niemand wilde zich hieraan
-bloot stellen, en de moordlust der jeugdige schoonen was verdwenen.
-
-
-
-
-
-
-
-XXXII.
-
-HET AFSCHEID.
-
-
-Reeds des morgens te negen ure had ik het genoegen, den heer Croquis
-bij mij te zien. Zijne oogen fonkelden van blijdschap; de tevredenheid,
-welke hij slechts sinds vierentwintig uren had mogen smaken, scheen
-reeds eenige rimpels van zijn voorhoofd gevaagd en zijne verslapte
-wangen eene nieuwe veerkracht gegeven te hebben. Zijne kleeding was
-nog dezelfde, met dit onderscheid, dat hij over zijn oud kleed eenen
-nog bijna nieuwen overrok had aangetrokken: ook meende ik aan de dikte
-van zijne beenen te kunnen bemerken, dat onder zijne slopkousen een
-paar goede wollen kousen huisvestten. Zeker had hij den vorigen dag
-deze koopjes gedaan voor een klein gedeelte der vierhonderd franken,
-welke hij zoo juist van pas van zijnen broeder ontvangen had.
-
-"En waar is uw goed?" vroeg ik hem.
-
-"Och!" antwoordde hij glimlachende, "ik ben in hetzelfde geval als
-de Grieksche wijsgeer: omnia mea porto mecum; en ik kan gerust met
-Don Japhet van Armenie zeggen:
-
-
- "Mijn have en al mijn goed, gebonden in een pak,
- Berg ik in eene kous, en steek die in mijn' zak."
-
-
-Nu kwam mijn vriend C... insgelijks; en wij begonnen te ontbijten.
-
-"Komaan!" zeide ik schertsende tegen Croquis, en bood hem een kop
-thee aan, "laat ons den afscheidswijn niet sparen!"
-
-"Een lekker wijntje!" hernam hij: "ach, was ik slechts te Calais,
-om uit grond van mijn hart te kunnen zingen:
-
-
- Triste boisson, j'abjure ton empire!
-
-
-Neen, zoo lang ik leef, wil ik geen thee, noch bier meer aanzien,
-en veel minder gebruiken.
-
---"Wat spijt het mij," zeide mijn vriend C..., "u in deze oogenblikken
-te zien vertrekken; gij verlaat Londen juist op het tijdstip, waarin
-het al zijnen luister ten toon gaat spreiden. Binnen veertien dagen
-zal alles van buiten weder in de stad zijn."
-
-"In Parijs is men reeds terug!" zeide Croquis.
-
---"De wandeling in Hijde-Park en Kensingtons-Tuinen zal veel aangenamer
-zijn, en gij zult er oneindig meer gezelschap aantreffen, dan den
-laatsten zondag."
-
-"De Tuileries zullen u schadeloos stellen!" zeide Croquis.
-
---"Gij zoudt de tentoonstellingen der werken en schilderstukken van
-de voornaamste nog levende Engelsche meesters hebben kunnen bijwonen,
-welke jaarlijks in Februarij plaats heeft."
-
-"In Parijs zult gij," zeide Croquis, "de meesterstukken van eenen
-David, Regnault, Guerin en Girodet zien; deze toch kunnen tegen de
-Engelsche wel opwegen. Dat Londen ons eens dergelijke namen oplevere!"
-
---"Gij hadt onze Opera kunnen bijwonen, die spoedig zal beginnen,
-en gij zoudt onze danseressen bewonderd....."
-
-"Maar niet aangetroffen hebben," zeide Croquis, "eene Gardel, eene
-Bigottini, eene Clotilde, eene Gosselin."
-
-"Gij hadt onze Concerten, onze gemaskerde bals kunnen bezoeken."
-
-"Dat is ook waar," zeide Croquis, "even als of het u te Parijs daaraan
-zal ontbreken! Lieve hemel! dit is bij ons immers dagelijksch brood."
-
---"Op Drie-Koningen zoudt gij onze banketbakkerswinkels verlicht
-en met eene ontelbare menigte en verscheidenheid van allerlei gebak
-en lekkernijen van onderscheidene kleuren en gedaanten gestoffeerd
-gevonden hebben."
-
-"De Lombardstraat te Parijs," zeide Croquis, "en het Palais-Roijal
-zullen u dit gemis vergoeden."
-
-"Den drie en twintigsten Januarij zoudt gij den optogt der regters
-gezien hebben, die, na alvorens bij den Lord-Kanselier het ontbijt
-genomen te hebben, hunne zittingen in Westmunster gaan openen."
-
-"Gij hebt de Roode-Mis te Parijs gezien," zeide Croquis, "dat is wat
-anders te zeggen!"
-
---"Hoe veel opmerkenswaardigs is er niet nog te Londen, dat gij niet
-eens den tijd hebt gehad om te kunnen beschouwen! Gij zijt in geene
-van onze kleine schouwburgen geweest!"
-
-"Gij zult," zeide Croquis, "onze melodrames op de Boulevard zien
-vertoonen, alvorens zij den verbazendsten toevloed in de groote
-schouwburgen te Londen tot zich trekken."
-
-"Gij hebt het beroemde hospitaal voor oude en zieke zeelieden, te
-Greenwich gesticht, nog niet gezien."
-
-"Gij zult u gaarne met dat van de Invalides te Parijs
-vergenoegen!" zeide Croquis.
-
-"Het voortreffelijke Observatorium, dat daar is aangelegd, en waar
-gij de uitmuntendste camera obscura vindt, welke in eenig land
-aanwezig is."
-
-"Maar die dermate obscur of verdonkerd is," zeide Croquis, "dat men
-dezelve niet kan genaken zonder een bijzonder verlof van den eersten
-sterrekundigen, die met het oppertoevoorzigt is belast, en tot welks
-verkrijging men schier hemel en aarde moet bewegen. Daarover kunt
-gij u derhalve troosten met het Observatorium te Parijs, en de camera
-obscura op de Pont-Neuf.
-
-"Gij hebt onze harddraverijen, hanengevechten en vossenjagten nog met
-bijgewoond; gij zijt nog niet op eene van onze fraaije buitenplaatsen
-geweest; in een woord, een vierde gedeelte der merkwaardigheden,
-welke deze schoone stad bevat, is u nog onbekend."
-
-"Gij hebt dertig jaren te Parijs doorgebragt," zeide Croquis; "neem
-nu slechts de moeite, om alles, wat gij hier nog niet gezien hebt,
-daar te bezigtigen, en ik verzeker u, dat gij er vrij meer voorwerpen
-zult vinden uwer opmerking dubbel waardig, dan geheel Londen u zou
-kunnen opleveren."
-
-"Hoe vele bijzondere gewoonten, hoe vele gebruiken van de onze
-verschillende, hoe vele geestige trekken, waarin het Engelsche karakter
-doorstraalt, blijven u nog ter opmerking over!"
-
-"Ik zal terugkomen," zeide ik, "ik zal zeker terugkomen; dit laatste
-artikel wekt mijne nieuwsgierigheid op; en wel veel meer, dan al
-het overige."
-
-"Zie toch eens, hoe laat het is!" zeide Croquis met eene soort
-van angstige bekommernis; "ik ben in duizend vreezen, dat de wagen
-zonder ons vertrekt. Hoe onaangenaam, zou het niet zijn, het geld te
-verliezen, dat wij reeds vooruit betaald hebben, en verpligt te zijn,
-om ons hier nog een of twee dagen op te houden!"
-
-Ik zag, dat het inderdaad tijd was, om op te breken; ik deed derhalve
-eene huurkoets komen; wij plaatsten ons in dezelve, en lieten ons
-aan den postwagen brengen, die juist gereed stond, om af te rijden.
-
-Croquis vloog met dezelfde drift in den wagen, als ik eens een jong
-mensch in de Tuileries in het schuitje van den luchtbol zag stappen,
-waarmede hij voor de eerste maal die gevaarlijke reis zou ondernemen.
-
-Ik zeide mijnen vriend C... hartelijk vaarwel, en herhaalde hem mijne
-welgemeende dankbetuiging voor al de aan mij bewezene beleefdheden. De
-voerman van onzen wagen blies lustig op zijnen posthoren, met welk
-aangenaam geluid hij onze ooren streelde, zoo lang wij door de stad
-reden. Deze horen zou tot een goed tegenstuk kunnen dienen voor den
-zweep, waarmede onze voerlieden gewoon zijn den ganschen weg langs
-te klappen.
-
-Eindelijk, lieve lezer! de wagen rolt voort; wij zijn op weg, en
-hiermede eindigen mijne eerste Vijftien Dagen te Londen.--De hemel
-spare u en mij, dat er nog een tweede reisje door mij kan beschreven,
-en door u gelezen worden!
-
-
- EINDE.
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] Quinze jours gelden, gelijk men weet, bij de Franschen doorgaans
-zoo veel, als VEERTIEN dagen, of eigenlijk, twee weken. Daar zij echter
-tot twee weken, op die wijs, in de daad vijftien dagen brengen, en het
-uit dit werkje niet duidelijk genoeg blijkt, dat de Schrijver slechts
-veertien, en niet vijftien dagen, te Londen heeft doorgebragt, heeft de
-Vertaler, die toch van zijne lezers gaarne vertrouwt, dat zij, op reis
-zijnde, juist op geenen enkelen dag zien, hier het meerdergetal voor
-het mindergetal gekozen; wijl quinze toch altijd vijftien blijft, en
-er bovendien niets in dit luimige reisverhaal voorkomt, waarom quinze
-hier volstrekt veertien zou moeten heeten. Doch reeds genoeg! Wie
-zou op zulke, niets ter zake doende, kleinigheden willen vitten!
-
-[2] Op het voorbeeld van den Schrijver, heb ik dezen Italiaan ook
-zoo laten koeteren. Het Fransch heeft: J'ij suis venou per faire
-oune etct.--Vert.
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Vijftien dagen te Londen, op het einde
-van 1815., by Defauconpret Auguste-Jean-Baptiste
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK VIJFTIEN DAGEN TE LONDEN ***
-
-***** This file should be named 50363-8.txt or 50363-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/5/0/3/6/50363/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg in celebration of Distributed Proofreaders' 15th
-Anniversary. (This book was produced from scanned images
-of public domain material from the Google Books project.)
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org Section 3. Information about the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-