summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/44863-8.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '44863-8.txt')
-rw-r--r--44863-8.txt7274
1 files changed, 0 insertions, 7274 deletions
diff --git a/44863-8.txt b/44863-8.txt
deleted file mode 100644
index 68aea12..0000000
--- a/44863-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,7274 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Neêrlands Roem, by J. Van Lennep
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org
-
-
-Title: Neêrlands Roem
- Galerij van Beroemde Nederlanders uit het tijdvak van Frederik Hendrik
-
-Author: J. Van Lennep
-
-Illustrator: Herman Ten Kate
- W. P. Hoevenaar
-
-Release Date: February 9, 2014 [EBook #44863]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEÊRLANDS ROEM ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-
-
- NEÊRLANDS ROEM.
-
- GALERIJ VAN
- BEROEMDE NEDERLANDERS
- UIT HET TIJDVAK VAN
- Frederik Hendrik.
-
- AFBEELDINGEN VAN
- HERMAN TEN KATE & W. P. HOEVENAAR.
-
- BESCHRIJVINGEN VAN
- MR J. VAN LENNEP.
-
-
- UTRECHT,
- L. E. BOSCH EN ZOON.
-
-
-
-
-
-
-
- Eerbiedig opgedragen
-
- AAN
-
- ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID
-
- Prins Frederik der Nederlanden
-
- DOOR
-
- DE UITGEVERS.
-
-
-
-
-
-
-
-LIJST VAN INTEEKENAREN.
-
-
-
- Exempl.
- Zijne Majesteit de Koning 1
- Zijne Koninkl. Hoogheid Prins Frederik der Nederlanden 1
- Hare Koninkl. Hoogheid Prinses Frederik der Nederlanden 1
- Hare Koninkl. Hoogheid Prinses Marianne der Nederlanden 2
- Z. D. H. Bernard Hertog van Saxen Weimar 1
-
-
- Exempl.
-Andriessen, (Johs. G.) Boekh. te Wijk bij D. 4
-Asperen v. d. Velde, (C. v.) Boekh. te Haarlem 4
-Baerle, (M. E. C. van) Hoogheemraad der 5 Heerenlanden te Leerdam 1
-Bakhuyzen, (A. H.) Boekh. te 's Hage 1
-Baalen & Zn., (J. van) Boekh. te Rotterdam 1
-Bazendijk, (P. M.) Boekh. te Rotterdam 2
-Beets van Heemstede, (M. A.) te Haarlem 1
-Beets, (W.) Boekh. te Delft 1
-Behr, (C.) Lithograaf te 's Hage 1
-Bekkers, (A. J. M.) Boekh. te Breda 1
-Belinfante (Gebrs.) Boekh. te 's Hage 2
-Benthem & Jutting, (van) Boekh. te Middelb. 1
-Bentinck van Schoonheten, (W. J. G. Baron) Burgemeester van 1
-Nieuwleusen
-Bielevelt, (C.) Boekh. te Utrecht 1
-Bisschop, (S. A.) te 's Hage 1
-Blanché & Co., (A. F.) Boekh. te Utrecht 1
-Blankenberg & Zn., (B.) Boekh. te Amersfoort 1
-Blikman Kikkert, (D.) te Amsterdam 1
-Blussé van O. Alblas, (Wed.) te Dordrecht 1
-Blussé & v. Braam, Boekh. te Dordrecht 13
-Boer, (J. C. de) te Amsterdam 1
-Bolk Jr., (F.) te Utrecht 1
-Bongaardt, (P.) Boekh. te Zaandam 1
-Bos, (J. J. H. van den) Koopman te Amsterdam 1
-Bossy, (F. W.) te Dordrecht 1
-Braat, (P. K.) Boekh. te Dordrecht 1
-Brat, (P. J.) Boekh. te Amsterdam 1
-Breijer, (H. B.) Boekh. te Arnhem 2
-Brill, (Dr. W. G.) voor 't leesgez. te Zutphen 1
-Brinkman, (C. L.) Boekh. te Amsterdam 2
-Broese, (J. G) Boekh. te Utrecht 2
-Brouwer, (G.) te Deventer 1
-Brugmans, (Mr. J. J.) Assuradeur te Amst. 1
-Burgerman, (P. P.) te 's Hage 1
-Busma, (H. R.) Stud. te Kampen 1
-Campagne, (H. C. A.) Boekh. te Thiel 2
-Castendijk, (J. M.) Kolonel bij het 3e reg. dragonders te Zutphen 1
-Chatinier, (G. S. du) kunstdraaijer te 's Hage 1
-Chivat, (C. E.) Boekh. te Zierikzee 1
-Cleef, (Gebrs. van) Boekh. te Amsterdam 1
-Cleef, (Gebrs. van) Boekh. te 's Hage 5
-Coenen, (J. T. L.) Kontrol.. bij 's Rijks belastingen te 1
-Amersfoort
-Collot d'Escury, (Baron) te Prinsenhage 1
-Dannenfelser, (W. F.) Boekh. te Utrecht 1
-Dekema, (B.) Boekh. te Utrecht 1
-Dekker Fzn., (P.) te Zaandam 1
-Delden Hz., (W. van) Boekh. te Zwolle 1
-Diermanse, (P.) Theol. Stud. te Kampen 1
-Diggelen, (Mr. H. C. van) Advokaat en Notaris te Axel 1
-Diggelen, (M. v.) Koopman te Axel 1
-Dirkman, (D.) Comm. in de gevangenis voor vrouwen te Gouda 1
-Doesburg, (J.) Koopman te Utrecht 1
-Donker, (N.) te Voorschoten 1
-Dorsten Jr., (A v.) Boekh. te Utrecht 1
-Doorman & Comp., Boekh. te Breda 2
-Doorman, (De Erven) Boekh. te 's Hage 2
-Doorn & Zn., (C. van) Boekh. te 's Hage 1
-Draijer, (C. W.) Boekh. te Rotterdam 2
-Dreckmeijer, (C. W.) Boekh. te Amsterdam 1
-Dumont, (C.) te Utrecht 1
-Dijk, (P. J. van) Boekh. te Schiedam 1
-Dijverinck, (A. L.) Koopman te Haarlem 1
-Elk, (H. R. van) Boekh. te Dordrecht 1
-Es, (P. P. van) te Oisterwijk 1
-Escher, (G. A.) te 's Hage 1
-Estor Jr., (J. C.) Boekh. te 's Hage 1
-Evenhuis, (S.) Stud. te Kampen 1
-Eversz, (J. W.) Boekh. te Zeist 2
-Faber van Riemsdijk, te 's Hage 1
-Fock, (Mr. C.) Burgem. van Haarlem 1
-Frijlink, (H. A.) Boekh. te Amsterdam 3
-Gensau, (Jhr. Mr. R. G. C. van) Raadsheer in het Prov. geregtshof 1
-te Maastricht
-Gessel, (J. J. van) Boekh. te Delft 3
-Geus, (G. de) Boekh. te 's Hage 2
-Gogh & Oldenzeel, (van) Boekh. te Rotterd. 2
-Goltstein, (W. Baron van) te 's Hage 1
-Goor, (D. Noothoven van) Boekh. te Leyden 1
-Goor, (G. B. van) Boekh. te Gouda 2
-Graeuwen, (A. J. 's) te Middelburg 1
-Greven, (J.) Boekh. te Utrecht 1
-Groot, (G. C. de) Ambtenaar bij 's Rijks munt te Utrecht 1
-Haaff, (J. M. van 't) Boekh. te 's Hage 5
-Haan, (T. F. de) Leeraar aan de Theol. school te Kampen 1
-Haas, (J. de) Rijks kommies 4e kl. te Doesburg 1
-Halbeek, (J. A.) Zadelmaker te 's Hage 1
-Haspels, (E. J.) Postdirekteur te Wageningen 1
-Hendriksen, (H. T.) Boekh. te Rotterdam 1
-Hessels, (J.) Stud. te Kampen 1
-Heteren, (J. H. & G. van) Boekh. te Amsterdam 2
-Heyl, (C. J.) Boekh. te Utrecht 1
-Heyst, (F. M. de Vries van) 1e Luit. bij het 6e reg. Inf. te 1
-Gorinchem
-Hoek, (Gebrs. van der) Boekh. te Leyden 1
-Hoet, (H. ten) Boekh. te Nijmegen 1
-Houpt, (A. C.) Boekh. te Middelburg 3
-Huber, (J.) Boekh. te Groningen 1
-Hubers, (W.) Koopman te Amersfoort 1
-Huisingh, (P.) Boekh. te Winschoten 1
-Hulst & Zn. (Wed. L. v.) Boekh. te Amsterdam 1
-Itz, (G. N.) Gemeente-archit. van Dordrecht 1
-Jagt, (J. A. Manus van der) te Burgh 1
-Jans, (J.) Stud. te Kampen 1
-Jesse, (H.) Scheepstimmerman te Amsterdam 1
-Jong, (G. de) Boekh. te Westzaan 1
-Jong Zijlstra, (J. de) Boekh. te Middelburg 1
-Kalma, (S.) Stud. te Kampen 1
-Kampen, (P. N. van) Boekh. te Amsterdam 2
-Kappelhoff, (J. H.) Bontwerker te Amsterdam 1
-Kardol, (H. L.) te Bruinisse 1
-Katwijk Jr., (P. van) Boekh. te Schiedam 1
-Kemink & Zn., Boekh. te Utrecht 1
-Kirberger, (W. H.) Boekh. te Amsterdam 1
-Kleeuwens & Zn., (F.) Boekh. te Goes 1
-Knijff Hz., (A.) Steenfabriekant te Woerden 1
-Korthals, (Th.) Mr. Schilder te Dordrecht 1
-Kruyff, (J. de) Boekh. te Utrecht 2
-Kunst, (Wed. D.) Boekh. te Amsterdam 1
-Laguna, (Mr. J. L. de Lead) Advokaat te Amsterdam 1
-Lamberge, te 's Hage 1
-Lanting, (T. A.) Stud. te Kampen 1
-Leesgezelschap: Beproef alle dingen, maar behoud het goede, te 1
-Voorschoten
-Leesgezelschap: Het nuttige, gepaard met het aangename, te Utrecht 1
-Leeuwen, (C. v.) Direkteur der Muziekschool te Leeuwarden 1
-Leeuwen, (C. J. van) Boekh. te Woerden 1
-Legel Jb zoon, (J. G.) Expediteur te Dordrecht 1
-Lindgreen, (C. J. F.) Boekh. te Amsterdam 3
-Lingius, (A.) te Amsterdam 1
-Linsz, (F.) Kunstschilder te 's Hage 1
-Loman Jr., (J. C.) Boekh. te Amsterdam 2
-Macdonald, (F. C.) Boekh. te Haarlem 1
-Made, (P. M. van der) Boekh. te Amsterdam 1
-Manssen & Blom, Boekh. te Utrecht 14
-Mansveld, (Wed. van) te Utrecht 1
-Mansveld, (van) Wachtmeester hij de Vesting-artill. te Amsterdam 1
-Martens, (F. W.) Boekh. te Deventer 1
-Melder, (Wed. H.) Boekh. te Utrecht 1
-Mellink, (J. H.) Boekh. te Zutphen 1
-Merkes, (Jhr. F. G. E.) 1e luit. bij het 6e reg. Inf. te Gorinchem 1
-Meulen, (M. van der) te Rotterdam 1
-Mijer, (Mr. P.) Oud-Minister van Koloniën te 's Hage 1
-Meijer, (H. A.) Boekh. te Amsterdam 2
-Meijer, (G. H.) Boekh. te Zwolle 1
-Meijers, (Ph.) Boekh. te Amersfoort 2
-Mol van Otterloo, (J. de) te Zeyst 1
-Mooij, (H. W.) Boekh. te Amsterdam 2
-Mouw, (J. C. der) Boekh. te Nijmegen 2
-Muelen, (De dames v. d.) te Utrecht 1
-Muller, (Mr. B. J.) Advocaat te Amsterdam 1
-Müller, (Gebrs.) te Maastricht 1
-Muntendam, (P. A.) Apotheker te Utrecht 1
-Nieuwenhuizen, (J. H.) Boekh. te Amsterdam 1
-Nolet & Zn., Boekh. te Utrecht 1
-Noman, (van Haren) Boekh. te Leyden 4
-Noordendorp, (J.) Boekh. te Amsterdam 1
-Nijgh, (H.) Boekh. te Rotterdam 1
-Nijhoff, (Js. An.) Boekh. te Arnhem 1
-Ochtman Jzn., (S.) Boekh. te Zierikzee 1
-Okhuyzen, (W. L.) Boekh. te Amersfoort 1
-Ormeling, (J. A.) Boekh. te Amsterdam 1
-Paddenburg & Co., (van) Boekh. te Utrecht 1
-Palier & Zn., (H.) Boekh. te 's Bosch 2
-Perk van Lith, (G.) Ridder van de Milit. Willems-orde te Gouda 1
-Pflughaupt, (A. F.) Makelaar te Amsterdam 1
-Pickhardt, (K. W.) Boekh. te 's Hage 3
-Pieren Jz., (T.) Boekh. te Dordrecht 1
-Post Jr., (C. van der) Boekh. te Utrecht 1
-Post, (L. G.) Boekh. te Purmerend 1
-Post Uyterweer & Co., Boekh. te Utrecht 1
-Prins, (H. J.) Boekh. te Amsterdam 2
-Pull, (T. D. H.) Boekh. te Apeldoorn 1
-Radersma, (Y.) Theol. Stud. te Kampen 1
-Rappard, (Mr. F. A. L. van) Adv. te 's Hage 1
-Rens, (J. C. W. T.) Kassier te Dordrecht 1
-Rensinck, (A. A.) Boekh. te Leyden 2
-Revers, (J. P.) Boekh. te Dordrecht 2
-Ritzema, (H. J.) Theol. Stud. te Kampen 1
-Roldanus, (A. J. A.) Boekh. te Oudewater 1
-Roldanus, (W. N. C.) Boekh. te Delft 1
-Römelingh, (J.) Boekh. te Groningen 1
-Rooij, (J. de) Boekh. te Delft 1
-Ruyter, (J. de) Boekh. te Amsterdam 7
-Rijswijk Wzn., (W. van) te Dordrecht 1
-Salm, (P.) te Amsterdam 1
-Sanders, (P.) te Schiedam 1
-Schalk, (A. J. v. d.) Steendr. te Rotterdam 1
-Schalk, (P. C. van der) Boekh. te Dordrecht 1
-Scheltema, (J. H.) Boekh. te Amsterdam 1
-Schierbeek, (R. J.) Boekh. te Groningen 1
-Schinkel, (A. D.) te 's Hage 1
-Schooneveld & Zn., (M.) Boekh. te Amsterdam 1
-Schuller, (de Wed. C. D.) te Amsterdam 1
-Sepp, (C.) Pred. bij de Doopsgez. gem. te Leyden 1
-Serrière, (G. de) te Breda 1
-Siddré, (J. H.) Boekh. te Utrecht 1
-Slothouwer, (A. M.) Boekh. te Amersfoort 1
-Smit, (J.) Stud. te Kampen 1
-Smit, (M.) Boekh. te Groningen 2
-Smits, Secretaris van Nieuwerkerk 1
-Smits Frz., (P.) te Dordrecht 1
-Smits, (W. P.) voor het Leesgez. Leeslust te Dordrecht 1
-Stamperius, (J. A.) te Middelburg 1
-Stenfert Kroese, (W. H.) Boekh. te Arnhem 15
-Stemler, (C. F.) te Amsterdam 2
-Stockum, (W. P. van) Boekh. te 's Hage 5
-Stokhuyzen, (W.) Boekh. te Gorinchem 2
-Strick van Linschoten, (Jhr. J. C.) Kand. Not. te Maarssen 1
-Striening Jr., (J.) te Deventer 1
-Stuart, (M. Cohen) Pred. bij de Remontstr. gemeente te Rotterdam 1
-Swaan, (J. W.) Boekh. te Arnhem 1
-Swaving geb. Abo, (Wed.) te 's Hage 1
-Sybrandi, (J. D.) Boekh. te Amsterdam 3
-Tack, (J. C.) Jur. Stud. te Utrecht 1
-Telenga, (T.) Boekh. te Franeker 1
-Terveen & Zn., (J. G. van) Boekh. te Utrecht 18
-Thieme JFzn., (H. C. A.) Boekh. te Nijmegen 1
-Thieme, (W. J.) Boekh. te Zutphen 1
-Thierry & Mensing, (De Erven) Boekh. te 's Hage 2
-Thijssen, (W. J.) Theol. Stud. te Kampen 1
-Tibout, (W. J.) Boekh. te Wageningen 1
-Tollens, (Mr. L. J. A.) te Batavia 1
-Tuinen, (C. v.) Boekh. te Leerdam 1
-Uije, (J. J. van) Boekh. te Doesburgh 1
-Veder, (W. R.) Theol. Doct. te Dordrecht voor 't genootschap 1
-Diversa sed Una
-Veenendaal, (W.) te Rotterdam 1
-Veldman, (R.) Stud. te Kampen 1
-Velsen Jr., (S. van) Boekh. te Kampen 15
-Verheggen, (J.) te Dordrecht 1
-Vout Jr., (W.) te Amsterdam 1
-Waning Bolt, (P. B. van) Boekh. te Amst. 7
-Wayfort, (R. H. v. d.) Notaris te Dordrecht 1
-Wedding, (J.) Boekh. te Harderwijk 1
-Weelden en Mingelen, (van) Boekh. te 's Hage 3
-Wenk, (W.) Boekh. te Rotterdam 5
-Werl, (P. van der) Huismeester van het Krankzinn. gesticht te 1
-Dordrecht
-Westerman & Zn., (M.) Boekh. te Amst. 1
-Weijerman, (J. W.) Onderwijzer te Haarlem 1
-Willemse, (Gebrs.) Boekh. te Zutphen 4
-Winkler Vieweg, (Wed. A. G.) Boekh. te Gorinchem 1
-Zalsman, (G. Ph.) Boekh. te Kampen 1
-Zeelt, (J.) Theol. Stud. te Kampen 1
-Zelle, (W. A.) Gepens. Kapt. van de Oost-Ind. Inf. te Apeldoorn 1
-Zuylen, (D. H. van) Hulp-onderwijzer te Amsterdam 1
-
-
-
-
-
-
-
-BEROEMDE MANNEN UIT HET TIJDVAK VAN FREDERIK HENDRIK.
-
-FREDERIK HENDRIK.
-
-
-Zoo menigmaal wy in de geschiedenis een tijdvak ontmoeten, 't welk
-met den naam van een byzonder persoon wordt aangeduid, zullen wy
-tevens bevinden, dat de man, naar wien het heet, wel een deel van
-zijn glorie ontleent aan dat tijdvak, maar dat ook wederkeerig de
-stralenkroon, die zijn schedel omgeeft, haar glansen op hetgeen hem
-omringt terug doet schitteren: en noch de eeuw van Perikles, noch die
-van Augustus, van de Medicissen of van Lodewijk XIV, hadden die namen
-ontfangen, indien zy, die ze droegen, niet door eigen verdiensten,
-door eigen grootheid, hadden uitgeblonken.--De stelling, welke wy
-hier als van algemeene toepassing vooruit zetten, geldt dan ook,
-waar sprake is van de eeuw van Frederik Hendrik.--Van het tijdvak,
-dat zijn naam draagt, was hy zelf niet het minst merkwaardig, niet
-het minst glansrijk verschijnsel.
-
-Wil men het hier aangevoerde door bewijzen bevestigd zien, men lette
-in de eerste plaats op de omstandigheden, welke zijn geboorte, zoo
-wel als op die, welke zijn komst aan 't Staatsbewind vooraf gingen
-en vergezelden.
-
-Zijn geboorte--'s Prinsen levensbeschrijver De la Pise noemt haar:
-"een Oostelijk morgenrood, uit het Noorden aanbrekende tusschen
-bliksemstralen en donkere onweersvlagen":--de moeder van Frederik
-Hendrik had, na een kortstondigen echt, haar eersten man in de
-Sint-Bartels-nacht door het moordstaal zien vallen, en, ten tweede male
-gehuwd, heeft zy naauwlijks de moedervreugde gesmaakt, of de gruwzame
-aanslag eens dweepers maakt haar ten tweeden male weduwe. Zijn vader,
-naauw hersteld van de wonde, hem toegebracht door Jauregui, het
-verlies zijner overdierbare Charlotte naauwlijks hebbende zoeken te
-vergoeden door het aanknoopen van een vierden huwelijksband met Louise
-de Coligny, sterft door den kogel van Geraerds. De wieg des onnoozelen
-zuigeling vertoont zich aan ons oog als bedolven in 't bloed eens
-vaders en in de tranen eener radelooze burgery:--daarby, de zaken
-in schijnbaar wanhopigen toestand, het vaderland door tweedracht,
-verdeeldheid en wantrouwen geschokt, door de benden eens dapperen,
-listigen en zegevierenden vyand van alle kanten bestookt, verstoken
-van verdedigingsmiddelen, van de hulp der bondgenooten, en, wat meer
-zegt, van bekwame krijgshoofden, en niet anders te gemoet ziende dan
-een wissen val.
-
-Indien zoo treurig niet, hachlijk genoeg stond het met de
-Republiek geschapen, toen Frederik Hendrik de teugels van 't
-bewind aanvaardde. Niet glorievol als de vroegere waren de laatste
-krijgstochten van Maurits geweest: de voorspoed, die zijn wapenen
-voor den aanvang van het Twaalfjarig Bestand bestendig had verzeld,
-bleek, na de hervatting der vyandelijkheden, van zijn zijde te zijn
-geweken. Wat erger was, binnenlandsche oneenigheden, die wrange
-vruchten, die doorgaands, in tijden van rust, uit den hoorn des
-overvloeds neder stroomen en den smaak van het goede en gezonde ooft
-bederven, hadden den Staat verzwakt: veerkracht, moed en eensgezindheid
-hadden plaats gemaakt voor flaauwmoedigheid, achterdocht en wantrouwen;
-by den vyand daar-en-tegen, zich fier verheffende op de voordeelen,
-door hem behaald, en in 't sterke Breda een prooi ziende, die hem
-niet kon ontgaan, herleefden de stoutheid en overmoed van vroegere
-dagen: weder straalde het uitzicht, dat hy naauwlijks meer had durven
-koesteren, het uitzicht op de herovering der afgevallen Gewesten,
-hem tegen in een niet verwijderd verschiet: en in Europa begon
-het denkbeeld veld te winnen, dat het Borgondische kruis, nu in de
-Spaansche standers opgestoken, den Nederlandschen Leeuw den kop te
-pletter slaan en den pijlbondel zou verbreken, met zoo veel moeite
-en zorg te samen gesnoerd.
-
-En toch, de onheilspellende voorteekenen, die de beide aangeduide
-tijdstippen uit Frederik Hendriks leven kenmerkten, worden beide
-reizen door de uitkomst gelogenstraft. Na den dood van Willem den
-Eerste waren het de kloekheid en 't beleid van Oldenbarneveldt en
-'s Lands Regenten, die den Spanjaart beletteden, zijn voordeel te
-vervolgen; terwijl, spoedig daarna, de heldendegen van Maurits de
-krijgskans ten eenen male keeren deed:--na den dood van Maurits was
-het Frederik Hendrik zelf, die, als Veldheer, de wankelende fortuin
-herstelde, den vyand staande hield niet alleen, maar hem overal van
-den Vaderlandschen bodem terugdrong, en, als Regent, de partyen tot
-rust wist te brengen en de verdraagzaamheid, door zijn vader gepredikt,
-ten nutte van handel, nyverheid en kunsten te doen heerschen.
-
-Het ligt niet in ons doel, hier een levensgeschiedenis van Frederik
-Hendrik te schrijven: dat leven is te algemeen bekend, dan dat het
-noodig zoû zijn, er een korte schets van te geven, en, wilden wy
-er omstandig over uitweiden, wy zouden de grenzen overschrijden,
-ons gesteld. Het zijn alleen de belangrijkste byzonderheden uit dat
-leven, die hier in herinnering moeten gebracht worden, om nader de
-aanspraken te staven, welke zich Frederik Hendrik op de erkentenis
-des landgenoots en den eerbied van allen verworven heeft.
-
-Geboren op den 29 Januarij 1584, ontfing de zoon van Willem van Oranje
-en Louise de Coligny, by den doop, de vereenigde namen van twee
-doorluchtige gevaders, Frederik, Koning van Denemarken en Hendrik,
-Koning van Navarre. Toen laatstgemelde ook de kroon van Frankrijk
-verwierf en daardoor een rang onder de Soevereinen van Europa,
-hooger dan die des Deenschen Konings, werden 's Prinsen namen
-omgezet, en hy een tijd lang Hendrik Frederik geheeten, hoewel hy,
-later, zijn oorspronkelijken naam van Frederik Hendrik terugnam. Te
-Leyden en te Parijs zijn wetenschappelijke opleiding zoo wel als die
-van edelman genoten hebbende, leerde hy op veertienjarigen leeftijd
-zich tot krijgsman vormen in de school zijns doorluchtigen broeders,
-die school, waar zoo velen onder de edelste, ja onder de soevereine
-Huizen van Europa, hun zonen heenzonden, om zich te oefenen in de
-kunst van den oorlog, gelyk zy daar op wetenschappelijke gronden in
-praktijk gebracht werd. Geen jaar verliep er, of de jeugdige Vorst
-had by Bommel den vuurdoop ontfangen, en eerlang was het strand van
-Nieuwpoort getuige, hoe hy zich, in moed, in onverschrokkenheid,
-in vertrouwen op hoogeren bystand, den waardigen zoon van een
-onvergetelijken vader toonde.--Naauwlijks achttien jaren oud, neemt
-hy voor Grave, waar een zware wond den generaal Vere op 't krankbed
-nederwerpt, het bevel over, door dezen gevoerd, en de halve maan, door
-hem veroverd, is het eerste pand, dat de fortuin hem schenkt van den
-roem, dien hy zich als stedewinnaar zal verwerven. Twee jaar later
-hebben de Staten het winnen van Sluis vooral aan hem te danken. In
-1605 geeft hy nieuwe blijken van zijn verachting voor 't gevaar,
-in dien moorddadigen slag by Mulheim, waar hy, zeven uren achtereen,
-tegen een overmachtigen vyand, den ongelijksten kamp uithoudt, alleen
-met Marcelis Bax in 't dichtste der vyandlijke drommen den kloeksten
-weêrstand biedt aan zijn tallooze bespringers, en, als door een wonder
-aan dood en gevangenschap ontkomen, den dag nog zegepralend ten einde
-brengt. Voor Breêvoort, voor Rijnberk, voor Venlo, en eindelijk te
-Erkelens, waar hy binnendringt en zijn vollen neef, dien gevreesden
-Grave van den Bergh, overwint en gevangen met zich voert, overal
-onderscheidt hy zich op roemruchtige wijze, tot dat het Twaalfjarig
-Bestand hem belet, voor 't oogenblik nieuwe lauweren in den strijd
-voor het Vaderland te plukken; maar naauwlijks is de tijd voorby, ter
-verademing aan Nederland geschonken, of hy keert naar 't oorlogsveld
-terug en voert zijn gevreesde wapenen tot voor de poorten van Brussel.
-
-Tot hiertoe had Frederik Hendrik zich den roem verworven van een wakker
-krijgsoverste, die de hem opgedragen taak met onverkloekt beleid wist
-te verrichten, en daarby het voorbeeld van persoonlijke dapperheid aan
-anderen wist te geven. Maar voortaan zoû hy toonen, dat de bekwame
-aanvoerder van afdeelingen ook legers gebieden kon en de lessen der
-wetenschap, in de oefenschool zijns broeders opgegaêrd, in praktijk
-brengen op een wijze, die Europa met verbaasdheid en bewondering
-'t oog op hem zoû doen vestigen. De vermeestering van Grol in 1627
-leverde daarvan het eerste voorbeeld. In zoo korten tijd waren de
-werken voltooid, welke die vesting bedwingen moesten, en toch zoo
-volkomen bestand tegen allen overval, dat, naar de getuigenis van
-deskundige tijdgenooten, nimmer, zelfs onder Prins Maurits niet,
-een arbeid verricht was, elks bewondering zoo zeer verdienende.
-
-
- Toen klonck de blijschap op met zegekloeken helder
- Uit vruchtbre Betuwe, en het strijtbre lant van Gelder,
- Uit Zutfen, Deventer, uit Doesburg, Kampen, Zwol
- En alle plecken, wie 't veroveren van Grol
- Tot rust streckte.
-
-
-Maar was, door het bemachtigen van Grol, aan de Oostelijke Gewesten
-een kwellende doorn uit het vleesch gerukt, de landen, aan de boorden
-van Waal en Maas gelegen, konden nog geen rust genieten, zoo lang
-'s Hertogenbosch,
-
-
- Die oude en noit gewonne stadt,
- Gewoon te zwaaien 't oorloghsvendel,
- Die sleutel was en grenzegrendel,
- En trots als Brabants pijler stont,
- En Hollant scheidde en Brabants gront,
-
-
-in handen des vyands bleef: en het was alzoo voor deze stad, dat de
-Prins, in April 1629, zijn legertenten nedersloeg. Ieder weet, hoe
-meesterlijk ook dit beleg bestuurd, en met welke volharding het werd
-doorgezet. Geen inval der Spaanschen in de Veluwe, zelfs niet de val
-van de tweede stad van het Sticht, die zich aan de krijgsmacht van
-Montecuculi overgaf, niets was in staat, Frederik Hendrik te bewegen,
-den aangevangen arbeid op te geven of zelfs voor een oogenblik te
-staken, en een glansrijke uitkomst bekroonde dan ook zijn pogen,
-toen, op den 14den September van 't zelfde jaar, de oude Hertogstad
-haar poorten voor hem opende.
-
-Wat echter 's Prinsen roem als stededwinger voltooide, was de
-overmeestering van Maastricht in 1632. Ongelooflijk klonk door Europa
-de maar, hoe Frederik Hendrik, met een leger van naauwlijks 23000 man,
-in zes weken tijds, eene der sterkste vestingen, die men kende, had
-kunnen bedwingen, in weêrwil dat zy verdedigd werd door een talrijke
-en moedige bezetting, en dat drie vyandelijke legers, die te samen ruim
-60,000 geoefende soldaten telden, aangevoerd door beroemde Veldheeren,
-als Gonzales van Kordua, den Markies van Santa Croce en den Grave
-van Papenheim, al hun krachten inspanden tot ontzet der stad. Geen
-legerhoofd, zoo werd nu algemeen erkend, had vóór Frederik Hendrik
-in zulke volkomenheid de kunst verstaan, belegeringswerken derwijze
-in te richten, dat zy, aan de buitenzijde tegen de aanvallen ook van
-een overmachtigen vyand verschanst, dien ten spijt, aan de binnenzijde
-hun aanval tegen de ingesloten vesting rustig doorzetten en ten einde
-konden brengen.--De lier van Vondel, toen zy de drie belegeringen,
-hier vermeld, in even zoo vele onsterfelijke zangen verhief, was dan
-ook wel de uitdrukking van wat ieder in Nederland dacht en gevoelde.
-
-Het herwinnen van Breda in 1637 was het vierde der groote oorlogsfeiten
-van den Prins, om en nevens welke men er nog zoo vele van ondergeschikt
-belang mocht noemen; doch wier gezamentlijke uitkomst was, dat op
-den Staatschen bodem niet een enkele sterkte meer in 's vyands handen
-gebleven, het oorlogstooneel buiten de grens der vereenigde provinciën
-verplaatst en een uitgebreide streek gronds, van de Vlaamsche kust
-af tot aan het verre Maastricht, aan de Staten onderworpen was
-om als een voorwal te strekken tegen de zuidelijke Nederlanden:
-eindelijk, dat Spanje, na een zoo hardnekkig gevoerden oorlog, zich
-nog verheugen mocht, indien het, niet de herovering der haar ontvallen
-Provinciën--daarop was haar het uitzicht reeds lang ontgaan--maar
-een eerlijken vrede verwierf.
-
-Maar het waren niet alleen de Spaansche of Oostenrijksche wapenen,
-tegen welke Frederik Hendrik gedurende zijn Stadhouderschap had te
-strijden, en, had hem in het oorlogsveld zijn onverkloekt beleid ten
-dienste gestaan, niet minder had hy behoefte daaraan gehad in het
-binnenlandsch bestuur. Zeer onderscheiden is de houding beöordeeld,
-door hem daarby aangenomen. Terwijl sommigen hem ten hemel verheffen,
-dat hy een andere gedragslijn dan zijn broeder Maurits gevolgd is,
-zijn er anderen, die hem ten kwade duiden, dat hy de teugels van
-'t bewind, door zijn voorganger zoo krachtig gevoerd en zoo stevig
-aangehaald, gevierd, ja in zijne handen heeft laten verslappen,
-dat hy de heerschzucht en den overmoed der Stedelijke Regenten,
-door Maurits gefnuikt, weder ongestoord heeft laten aanwassen,
-en daardoor de oligarchie voorbereid, die, drie jaren na zijn
-dood, het Stadhouderschap vernietigde:--en wederom anderen, die in
-tegendeel verlangd zouden hebben, dat hy, ook de verst uitgestrektste
-verwachtingen der Staatsgezinden vervullende, een geheel reactionnaire
-richting gevolgd ware, en alles te niet gedaan hadde, wat door
-de Synode in 't kerkelijke, door Maurits in 't politieke, was tot
-stand gebracht. Doch is het voor den zoodanige, die de feiten in
-'t afgetrokkene beschouwt en zich daarby meer laat geleiden door
-eigen wenschen en vooroordeelen dan door een behoorlijk wikken en
-wegen van tijden en omstandigheden, een lichte zaak, te beslissen,
-hoe, naar zijne subjektieve meening, een Staatsman had behooren te
-handelen, niet zoo gemakkelijk is het, zelfs voor hem, die, met de
-noodige kennis toegerust, ook door de vereischte billijkheid in zijn
-oordeel gedreven wordt, met juistheid te bepalen, welke gedragslijn
-had moeten, ja zelfs, in hoe verre die altijd had kunnen gevolgd
-worden. Zeker is het, en wy hebben er op gewezen, dat Frederik Hendrik
-by den aanvang van zijn Stadhouderschap een moeilijke rol te vervullen
-had. Hooggespannen was de verwachting, die de thans onderliggende party
-van hem koesterde; hy zoû, zoo dacht men, niet alleen het Spaansche
-geweld doen zwichten, maar ook van binnen aan alle geloofsvervolging
-een einde maken, "'s Lands rechten en vrijheden,"--zoo luidt de taal,
-die Vondel hem in den mond legt:
-
-
- 's Lants rechten en vrijheden,
- Ik helpen zal in zwang:
- In geen vereende Steden
- Gewetens felle dwang
- Of tirannije lijen,
- Ik wensch de goê gemeent,
- En trouwe burgerijen
- Door liefd' te zien vereent.
-
-
-En meer nog, zy, die zoo zongen, vleidden zich, dat de nieuwe
-Stadhouder de verbannen Staats- of Remonstrantsgezinden zoû terug
-roepen, de vrienden van Maurits uit het bestuur doen treden om
-hunne plaatsen door andersdenkenden te doen vervangen, in 't kort,
-een geheele tegenomwenteling tot stand zoû brengen.
-
-Had hy aan zoodanige wenschen gehoor gegeven, had hy de party,
-die door zijn broeder was gefnuikt, weder op 't kussen en in de
-kerk doen troonen, hy had den pas geëindigden strijd wederom doen
-ontbranden, de burgeryen met vernieuwde felheid tegen elkander in
-'t harnas gejaagd, wellicht het nog naauwlijks gevestigd bestaan der
-jeugdige Republiek op losse schroeven gesteld. Maar bovendien, was het
-van hem, den Stadhouder, te vergen, zijn eigen belang en dat van zijn
-Huis dus geheel voorby te zien en de macht weder onbeperkt in handen
-te stellen van hen, die getoond hadden, er bepaald op uit te zijn,
-om de rechten en voorrechten van het Stadhouderschap te verminderen
-en te doen inkrimpen?
-
-Evenmin echter kon hy by zijn handelingen alleen luisteren naar de stem
-van 't zelfsbelang, en, door het gestreng handhaven der beginselen
-van het vorige bewind, de rust in den Staat pogen te koopen door
-de onderliggende party geheel tot zwijgen te brengen. Al ware ook
-zoodanige onverbiddelijke politiek niet in weêrspraak geweest met
-zijn hart, dat van nature zachtmoedig en vredelievend was, hy had
-zich, door haar te volgen, het ongenoegen op den hals gehaald dier
-machtige Hollandsche Regenten en kooplieden, die meer en meer begonnen
-in te zien, dat, om hun steden, en Amsterdam vooral, de markt en
-voorraadschuur van Europa te doen worden, verdraagzaamheid er voor
-alles heerschen moest.
-
-
- Godt, Godt, zeit d'Amstelheer, zal elk geweten peilen.
- De vrijdom ga zijn gang en vliegh met volle zeilen
- Den IJstroom uit en in: zoo wort ons vest gebout:
- Zoo tast de koopman tot den elleboogh in 't gout.
-
-
-En die kooplieden, die, naar Vondels taal, tot den elleboog in 't goud
-tastten, Frederik Hendrik moest hen te vriend houden; want zy alleen
-konden het geld bezorgen, dat de zenuw van den oorlog was. Ja 't was
-reeds veel, wanneer hy 't zoo verre brengen kon, hen te beletten, hun
-voordeel te zoeken door alleen aan den Staat en niet door ook aan den
-vyand te verschaffen wat tot voortzetting van den krijg benoodigd was.
-
-Was het dan wonder, dat de Prins onder zoodanige omstandigheden
-zich gedwongen zag, alle uitersten te vlieden en den middelweg te
-bewandelen? En dit deed hy, door de strenge plakkaten tegen de
-Arminianen niet af te schaffen, maar ze langzamerhand te laten
-vervallen, door het te dulden, dat van lieverlede en Staats- en
-Remonstantsgezinden wederom plaats verkregen in de gestoelten der eere:
-en dat aan een iegelijk de gelegenheid werd geöpend, God naar zijn
-overtuiging te dienen. Welk oordeel men over 's Prinsen Stadhouderschap
-velle, zeker is het, dat, zoo lang hy de teugels voerde van 't bewind,
-er binnenlandsche rust en orde heerschten, en de strijd tusschen de
-verschillende partyen--op enkele voorvallen na van bloot plaatselijk
-belang--tot geen uitersten meer oversloeg en zich hoofdzakelijk tot
-een pennestrijd bepaalde. Op de uitkomst, door hem verkregen, mocht
-hy zich althands beroepen: en aan het volgen van die gedragslijn
-had hy het te danken, dat het tijdperk van zijn bestuur niet alleen
-schitterde door den roem, te lande en ter zee bevochten, maar ook
-door dien, welken de beoefening verschafte van zoodanige bedrijven,
-kunsten en wetenschappen, als enkel in tijden van vrede kunnen bloeien.
-
-Ook dien bloei was men dus grootendeels aan hem verschuldigd; en
-gewis, de Vorst, wien Cats en Huygens ter zijde stonden, wien de
-Groot en Hooft een onbeperkte achting toedroegen, wiens lof door
-Vondel bezongen werd, en die zich met de lezing van diens Palamedes
-wist te vermaken, de beschermer der schilderkunst en de stichter van
-het Huis ten Bosch en van 't lustslot te Hondsholredijk kon zoo min
-onverschillig zijn omtrent de zedelijke als omtrent de stoffelijke
-ontwikkeling der natie, aan wier hoofd hy stond, en wier glorie van
-de zijne onafscheidelijk was.
-
-Wy gewaagden daar van het Huis ten Bosch en van Hondsholredijk,
-en deze namen herinneren ons, dat wy van Frederik Hendrik niet
-mogen afstappen, zonder met een woord te gewagen van haar, op
-wier aansporing, ter liefde van wie althands, hy die twee prachtige
-verblijven deed opbouwen en met echt vorstelijke weelde inrichten, van
-Amelia van Solms. 't Was onder eenigzins zonderlinge omstandigheden,
-dat haar echt met Frederik Hendrik had plaats gehad. Prins Maurits
-stond met eenen voet in 't graf en nu voor 't eerst scheen hy berouw
-te gevoelen, dat hy geen wettigen nakomeling achterliet, op wien de
-waardigheden, door hem bekleed, konden overgaan. Voor een dergelijk
-berouw wilde hy zyn broeder bewaren, en hem, zelfs zyns ondanks,
-dwingen, de glansrijke stelling, die hem wachtte, door een huwlijk te
-bevestigen. Intusschen, de zaak had bezwaren: Frederik Hendrik had zich
-tot nog toe van 't huwelijk afkeerig betoond: onderhandelingen over het
-sluiten van een echtverbond met de dochter van eenig uitheemsch Vorst
-zouden wellicht lang slepende worden gehouden, en, werd het huwelijk
-niet voltrokken zoo lang Maurits nog leefde, dan stond, dit wist deze,
-uitstel met afstel gelijk. Er was dus geen tijd te verliezen. Gelukkig
-behoefde de Prins niet verre te zoeken wat hy in zijn onmiddelijke
-nabyheid vinden kon. Immers te 's Gravenhage was, met zijn nicht,
-de verdreven Koningin van Boheme, de nu drie-en-twintigjarige Amelia
-van Solms verschenen en had er terstond dien opgang gemaakt, welken
-jeugd, schoonheid, vernuft en geest onmisbaar te weeg brengen, vooral
-wanneer die hoedanigheden in een Vorstin vereenigd zijn. Reeds zes
-malen hadden de Huizen van Nassau en van Solms zich door huwelijken
-met elkander verbonden, en een zevende verbintenis kon dus door
-niemand onvoegzaam worden geoordeeld. Wel bleef Frederik Hendrik,
-wien een andere liefde geboeid hield, nog een wijl weêrbarstig; doch
-de reden van Staat en de wil zijns broeders zegevierden, en hy gaf
-zijn toestemming. Zoo veel spoed maakte nu Maurits, die wellicht voor
-een terugtreden vreesde, met de zaak, dat hy door de Gekommitteerde
-Raden ontslag van de huwlijksgeboden verleenen deed en binnen een
-tijdsverloop van weinige dagen de verbintenis bepaald en voltrokken
-werd. Geen drie weken waren er na de plechtigheid verloopen, of
-Maurits was ten grave gedaald; maar met het bewustzijn, dat hy het
-geluk zyns broeders gevestigd had. En, inderdaad, zoo deze niet dan
-schoorvoetende tot den stap was overgegaan, die van hem gevorderd
-werd, dankbaar mocht hy zich later verblijden, wanneer hem, na de
-woelingen van den krijg of de beslommeringen van het staatsbewind, in
-den omgang met een beminnelijke en beminnende gade, met een aanvallig
-en bloeiend kroost, verademing en rust ten deele vielen. Weinig moge
-er bekend zijn aangaande de verrichtingen der edele Princes zoo lang
-haar echtgenoot leefde, doch uit de wakkerheid, welke zy, toen, eerst
-hy zelf, en naderhand haar groothartige zoon, haar ontvallen waren,
-tot op vergevordenden ouderdom aan den dag legde in 't voorstaan
-der aanspraken en belangen van haar doorluchtigen kleinzoon, is
-licht af te meten, dat zy, ook in de twee-en-twintig jaren, die zy
-aan Frederik Hendriks zijde doorbragt, hem niet alleen een teedere,
-zorgende huisvrouw strekte, maar ook, in netelige gevallen, meermalen
-in staat was, hem, met dien vluggen blik, die snelle bevattelijkheid,
-den vrouwen eigen, den weg te wijzen, dien hy te volgen had. Alles
-afdoende is toch ten dezen opzichte de getuigenis van Temple, die
-van haar verklaarde, dat zy een vrouw was, zoo kloek van verstand
-als hy er immer eenige ontmoet had. Gewis, aan een zoodanige alleen
-voegde het, den eersten rang te bekleeden gedurende het tijdvak,
-waarop Nederland het toppunt zijner grootheid had bereikt.
-
-En, was zy door haar zedelijke en geestvermogens dien rang ten vollen
-waardig, zy was het niet minder door de wijze, waarop zy dien ook
-in 't uiterlijke wist te handhaven. Noch Willem de Eerste, die tot
-aan zyn uiterste met bezwaren van geldelijken aart te worstelen had,
-noch Maurits, die ongehuwd en van praal en pracht afkeerig was, hadden
-een eigenlijk gezegde hofhouding gehad. Maar sints de Republiek rijk
-en machtig geworden was, sints voegde het ook, dat hy, die aan haar
-hoofd stond niet alleen, maar ook haar tegen over de buitenlandsche
-Mogendheden vertegenwoordigde, door uiterlijk vertoon de glansrijke
-stelling ophield, welke hy bekleedde. Om hem hierin te doen slagen,
-daartoe was Amelia als geboren. Van nature geneigd om zich te omgeven
-van al wat lieflijk, welstandig en bekoorlijk was, aan zucht tot weelde
-een fijn gekuischten smaak parende, de schoone kunsten beminnende
-en beschermende, wist zy de lusthuizen, door haar gade gesticht,
-in tooverpaleizen te herscheppen, waar de keurigste gewrochten, die
-de kunst uit doek, uit hout, uit goud en gesteenten wist voort te
-brengen, in kwistigen overvloed den verbaasden bezoeker in de oogen
-flikkerden, en waar een weelde heerschte, wier gelijke een Engelsche
-Gezant getuigde nergends aan deze zijde van Perziën te hebben gezien.
-
-Gewis, zoo ergends, voegde die weelde aan 't hof van den Stadhouder,
-door wien de Munstersche vrede werd voorbereid; en vergelijken wy
-den toestand van dat hof, gelyk dit was toen hy geboren werd, met
-dien waarin het zich bevond, toen hy, op den 14den Maart 1647, het
-hoofd ter ruste leide, dan zien wy daarin een sprekend zinnebeeld
-van de verschillende toestanden der Republiek zelve op die beide
-tijdperken. Brengen wy, met een terugslag op hetgeen wy in den aanvang
-zeiden, die tijdperken nogmaals in vergelijking, en wat vertoont zich
-voor onze oogen?--In stede van verbrokkelde, verarmde, uitgeputte
-gewesten, van buiten door talrijke legers bedreigd, van binnen alom
-nog uit steden en sterkten door vyandelijke roofbenden bestookt,
-door wantrouwen, bekommernis en schrik tot moedeloosheid vervallen,
-geen uitkomst ziende dan in de afgebedelde bescherming van vreemde
-Mogendheden, zich zelve als een koopwaar aanbiedende, doch vergeefs
-een kooper zoekende, zien wy thands een fieren en machtigen Staat,
-die, groot door eendracht, orde, welvaart, zich vrij en onafhankelijk
-beweegt op het grondgebied, dat hy van vyanden gezuiverd heeft, die,
-ver van gunsten en bescherming af te smeeken, ze uitdeelt op zijne
-beurt, zich in macht en aanzien met de grootste Mogendheden van Europa
-gelijk stelt, en, in de overige waerelddeelen, door zijn kooplieden
-aan vorsten en volkeren de wet laat voorschrijven: een Staat, waar
-handel, zeevaart, nyverheid, tot een vroeger nergends gekende hoogte
-zijn gestegen, en wiens vlaggen tot in de verste zeeën met eerbied
-worden aanschouwd: een Staat, waar letteren, kunsten, wetenschappen,
-als nimmer te voren bloeien, in een woord, een Staat, wiens gelijke op
-dat tijdstip de waereld niet aanbiedt!--en vestigen wy dan tevens onzen
-blik op dat trotsche Spanje, by den aanvang van den worstelstrijd het
-rijkste en machtigste onder de Rijken van Europa, nu door dien strijd
-verarmd, ja uitgeput, en dankbaar, dat het den vrede sluiten mag met
-de Nederlanders, die het als verachtelijke slaven had beschouwd, en
-die het, door vervolging, verbanning, plundering, verbeurdverklaring
-en moord, gedwongen had, door wanhoop vrij, door vrijheid op zijne
-beurt rijk en machtig te worden.
-
-Wel beleefde Frederik Hendrik dien vrede niet, door de Natie, aan wier
-hoofd hy gestreden had, verkregen, maar toch hy had dien voorbereid,
-en de voorspelling in allen deele vervuld, drie-en-twintig jaren te
-voren door Vondel omtrent hem uitgesproken:
-
-
- Ick zie 't verbont gemaackt, het volk wordt goedertieren,
- Ick zie de vredefeest op speeltooneelen vieren.
- Ick zie de vredevlam die drift van wolcken leckt.
- Ick zie hoe als een schat de vrede 't land bedeckt.
- Ick hoor Vorst Frederik van alle tongen roemen.
- Ick hoor hem vrederijck en Vredevader noemen.
- Ick smaack zijn goedigheid. Ick voel zijn heuschen aart.
- Ick rieck den zoeten reuck van vrede, dien hy baart.
- Bekrachtig Frederik dan 't geen wy ons verbeelden.
-
-
-En gewis, de Vorst, die aldus het werk voltooid had, waarvan de
-grondslagen door zijn vader gelegd waren, had het recht, met eenige
-zelfverheffing terug te zien op den arbeid, door hem volbracht,
-maar tevens aanleiding om God te danken, die hem tot zulk een taak
-geroepen en daarby hem de kracht geschonken had, ten einde toe,
-gestand te doen aan de zinspreuk, welke hy zich gekozen had:
-
-
- PATRIAEQUE, PATRIQUE.
-
-
-
-
-
-
-
-PIETER PIETERSZOON HEIN.
-
-
-Pieter Pieterszoon Hein opent de rij van doorluchte zeehelden,
-waar het tijdvak van Frederik Hendrik zich op beroemt. In 1578 te
-Delftshaven uit eenvoudige burgerlieden geboren, had hy reeds vroeg
-het zeemans-bedrijf gekozen, aan menigen verren tocht, aan menigen
-zeetriomf deel genomen. Maar het was niet alleen door zijn vlugheid
-in 't want, of door de onversaagdheid, waarmede hy den enterbijl
-zwaaide, dat hy zich onderscheidde; het was ook door die stipte en
-strenge plichtsbetrachting, die van een vroom gevoel--het was door
-dien yver en die oplettendheid, die van een weetgierig en schrander
-brein getuigen. Was het wonder, dat hy de opmerkzaamheid wekte van
-zijn meerderen, en eerlang ook hun genegenheid en achting? Was het
-wonder, dat, op een tijd, toen in Nederland ware verdiensten niet
-vruchteloos naar de gelegenheid zochten om aan den dag te komen, Piet
-Hein--gelijk tijdgenoot en nageslacht hem by voorkeur noemden--niet
-voor den mast bleef, maar al spoedig, als stuurman, als schipper,
-als kommandant van een eskader, in dienst kwam? In 1623 treffen wy
-hem aan als Vice-Amiraal by de vloot, door de W. Indische Maatschappy
-uitgerust en waarover Jakob Willekens als Amiraal gebood. Men hechte
-intusschen niet te veel aan dien tytel van Vice-Amiraal. Dan alleen
-duidde die tytel een rang aan by 't Zeewezen, wanneer hy gevoerd
-werd krachtens een aanstelling by eene der Amiraliteiten. Voor 't
-overige gaven de benamingen Amiraal, Vice-Amiraal, Schout-by-Nacht,
-doorgaans alleen de betrekking te kennen, welke iemand, tijdelijk,
-by een zeetocht, op een vloot, zelfs op een smaldeel, vervulde. Ja,
-al gold het een koopvaardy-vloot, of ook maar een drietal te samen
-varende schepen, dan werd, zoolang de reis duurde, hy, aan wien
-het hoofdbestuur was opgedragen, Amiraal genoemd: die den voortocht
-gebood heette Vice-Amiraal, en die over de achterhoede of 't achterste
-schip 't bevel had, Schout-by-Nacht. Was men aan wal terug gekeerd,
-dan legden zy, die deze tytels gevoerd hadden, ze af om eenvoudig
-weder Kapitein, Schipper of Stuurman te heeten.--Met dit al werden
-niet zelden voor hen die tijdelijke kommandementen over byzondere
-uitrustingen de eerste aanleiding, om hen later een werkelijke
-aanstelling by 't Zeewezen te bezorgen. Zy behoefden daartoe zich
-slechts te onderscheiden, en, in een tijd, toen maar zelden een schip
-zijn reis over zee volbracht, zonder een vyand ontmoet te hebben,
-was daartoe, als wy reeds aanmerkten, gelegenheid genoeg: vooral
-by Oost en Westindische Maatschappyen. Haar zeemacht was de kern,
-waaruit de meeste bekwame zeelieden voor 's Lands vloot ontsproten,
-de kweekschool, waarin de beroemdste zeehelden gevormd en opgeleid
-werden. Het was door de verheffing van zulke wakkere mannen als die
-in den dienst der Kompagniën een onschatbare ondervinding opgedaan
-en alle denkbare gevaren getrotseerd hadden, dat 's Lands zeemacht
-een zedelijke kracht bekwam, welke zy tot dien tijd niet bezeten
-had.--Na deze uitweiding, niet onnoodig wellicht om by sommige lezers
-een misverstand weg te ruimen, dat zich lichtelijk voordoet, keeren
-wy tot onze schets terug.
-
-Het doel der onderneming, van welke wy thands gaan gewagen, en dat
-zelfs aan den Vlootvoogd, naar de gewoonte van die dagen, eerst
-in volle zee, door het openen van den lastbrief van Bewindhebberen
-bekend mocht worden, was het bemachtigen der Allerheiligen-Baai op
-de kust van Braziel.--Op den 8sten Mei 1624 had de vloot de plaats
-harer bestemming bereikt. De baai was verdedigd door een sterkte,
-die den ingang bestreek, en door eenige Portugesche schepen. Maar
-Willekens achtte, om het geschut der sterkte tot zwijgen te brengen,
-en de schepen te vernielen, drie zijner vaartuigen genoeg, mits Piet
-Hein die gebood. Veertienhonderd-veertig man werden aan wal gezet:
-meer zoû Allart Schouten niet behoeven, om de stad Sint Salvador
-te winnen. Het vertrouwen van den Amiraal werd niet beschaamd
-gemaakt. Terwijl Schouten de stad binnen rukt en er rijken buit
-behaalt, maakt Piet Hein zich meester van de schepen, die in de baai
-liggen, en van de menigte koopwaren, welke zy bevatten: en, met roem
-bedekt, keeren de Vlootvoogden naar het Vaderland, Joan van Dorth
-als bevelhebber over de veroverde vesting achter latende.
-
-Twee jaren later werd aan Piet Hein, nu als Amiraal, het bevel
-gegeven over een vloot, uit acht groote schepen en vijf jachten
-bestaande. Na gedurende eenige weken met afwisselende fortuin in
-de West-Indische zeeën en langs de Barbarijsche kusten gekruist
-te hebben, zeilde onze Vlootvoogd nogmaals naar die baai, die,
-sedert zijn vertrek, ten gevolge van het sneuvelen van Van Dorth
-en van het verwaarlozen van 't bewind door zijn opvolgers, weder
-in handen der Portugezen gevallen was. Het was in January 1627, dat
-Piet Hein voor Sint Salvador verscheen, onder het geschut van welke
-stad zes-en-twintig groote en twee-en-twintig kleine, doch alle sterk
-bemande en welgewapende schepen lagen, die Spaansche of Portugesche
-vlaggen voerden. Door zulk een macht en bovendien door een kustbattery
-van twee-en-veertig stukken verdedigd, meende 's Konings Stadhouder,
-Don Diëgo Louis de Oliveyros, tegen elken aanval gewaarborgd te
-zijn: maar hy had er niet op gerekend, dat, by de Hollanders van
-die dagen, een hunner schepen er, in doorslag, drie van den vyand
-voor zijn rekening nam. Piet Hein geeft den zijnen het voorbeeld:
-hy zeilt tusschen het vyandelijk Amiraal- en Vice-Amiraalschip in,
-ankert op een musketschot van de stad en opent zijn vuur aan beide
-zijden. Nog twee schepen volgen hem en werpen mede hun anker uit:
-de overige worden door den wind belet op te komen. Doch ook dezen
-tegenspoed weet de Zeevoogd te herstellen. Terwijl de drie geänkerde
-schepen den strijd doorzetten, schrik en verwoesting brengen onder
-'s vyands vloot, en door hun geschut diens Vice-Amiraalschip in den
-grond boren, laat hy van zijn mast den topstander waaien. Op dat
-sein werpt de manschap uit de overige schepen zich in de boots, roeit
-op den vyand aan, beklimt en entert diens schepen, en drijft er het
-volk uit, dat, van doodsche vreeze bevangen, alom over boord springt,
-en met zwemmen zijn behoud zoekt. Geen drie uren zijn verloopen, of
-de overwinning is bevochten, en, moet het schip van Piet Hein, dat
-op het drooge geraakt en geheel vernageld is, worden achter gelaten,
-was een ander door zijn eigen vuur in de lucht gesprongen, dat verlies
-wordt ruim vergoed door het bemachtigen van twee-en-twintig groote
-en rijk beladen vaartuigen, die hy met zich naar zee sleept en naar
-'t Vaderland zendt als sprekende getuigen zijner viktorie.
-
-Maar nog kon het behaalde voordeel den Zeevoogd niet voldoen. Zijn
-vloot in Spirito Santo ververscht en van water voorzien hebbende,
-verdeelt hy die in drieën, zendt een smaldeel naar Rio de la Plata
-en een naar Rio Janeiro, en keert met vier schepen van oorlog en vier
-jachten naar de baai terug, welke hy den 10den Juny binnenstevent. Hy
-zeilt de stad voorby, verovert, plundert en verbrandt twee van 's
-vyands schepen, die op 't drooge liggen, en toen, met een pinas, een
-jacht en een fregat, de rivier opvarende, vervolgt hy een tiental
-met suiker geladen schepen, die voor hem terug geweken zijn. 't
-Gelukt hem, twee daarvan op te sporen, die zich veilig achten in een
-naauwe kreek, waar geen diepgaand vaartuig hen kan bereiken. Maar,
-is de rivier niet verder bevaarbaar voor de schepen, zy is het nog
-steeds voor de booten. Twee malen laat Piet Hein die af, om een
-aanval te beproeven op de Portugesche schepen; doch beide reizen
-vruchteloos. De aanvallen worden afgeslagen, en de koopvaarders,
-al hooger en hooger op wijkende, vereenigen zich met de andere
-vaartuigen en worden eerlang versterkt door een vendel krijgsvolk,
-hun van Sint Salvador toegezonden door den Kommandant Oliveyros. Het
-was niet de eerste maal, dat de aanvoerder dier bende, de Hopman
-Padilla, de Hollanders had bestreden. Hy was het, die, drie jaren
-te voren, Van Dorth in een hinderlaag gelokt en omgebracht had,
-en hy vleidde zich, thands, door een dergelijk wapenfeit, zijn roem
-te voltooien. Doch de dood van den voormaligen bevelhebber van Sint
-Salvador zoû deze reis gewroken worden: de aanval der onzen, op den
-derden dag meer krachtdadig hervat, was ditmaal onwederstaanbaar:
-een kogel, door Padillaas kuras gedrongen, berooft hem van 't leven:
-het schip, waar hy zich op bevindt, wordt stormenderhand veroverd;
-de bemanning, twee-honderd-vijftig man sterk, neder gehouwen. Nu
-ontzonk op de overige schepen den vyand den moed, en hy zocht zijn
-redding in de vlucht. Nog twee, insgelijks rijk beladen vaartuigen,
-werden bemachtigd, en het was alleen de onmogelijkheid om de rivier,
-die al naauwer en naauwer en al meer met geboomte bezet was, verder op
-te varen, die Piet Hein verhinderde, grooter buit te behalen. Reeds was
-de taak hachelijk genoeg, om de veroverde schepen met zich naar zee
-te voeren; immers, terwijl de hier vermelde wapenfeiten in de rivier
-plaats grepen, had Oliveyros, ter plaatse, waar zy in de baai uitliep,
-een der schepen, die op den 11den uitgeplunderd en verlaten waren,
-dwars in het vaarwater laten zinken, en langs de geul, welke alleen
-voor de afzakkende schepen overbleef, op den oever een borstweering
-opgeworpen en met musketiers voorzien. Zoo meende hy de onzen als in
-een fuik gevangen en hun alle ontkoming onmogelijk gemaakt te hebben:
-en daar zoû hy hun nu de vroegere en thands geleden verliezen betaald
-zetten. Te meer gegrond scheen zijn hoop, omdat er byna geen water in
-de rivier stond, en de wind den onzen tegen was, zoodat de schepen
-niet dan langzaam, en met behulp van werpankers, konden worden
-uitgebracht;--welk laatste, naar Oliveyros meende, wel onmogelijk
-zoû wezen, uithoofde de schepen langs den oever moesten houden, waar
-'t volk, dat in de booten de ankers moest uitbrengen, aan het moordend
-geweervuur der musketiers was blootgesteld. Doch het woord "onmogelijk"
-stond in het woordeboek van Piet Hein niet geschreven. Naauwlijks is
-hy van de gevaren, die hem bedreigen, onderricht, of hy zendt eerst
-eenige matrozen in de booten de rivier af, die 't gezonken schip by
-laag water in brand steken en uiteen doen springen. Vervolgens laat
-hy al de huiden, die in de gemaakte prijzen te vinden zijn, voor
-den dag halen en doet daarmede de schepen, maar vooral de booten,
-beschansen. Aldus tot afweer gereed, zakt hy de rivier weder af,
-laat al de veroverde schepen uitwerpen, en vaart den vyand, die 't
-met spijt moet aanzien, voorby, zonder een man te verliezen; want
-de bootsgezellen, die de ankers uitbrachten, zaten veilig achter hun
-borstweer van huiden, waar de kogels der Portugezen in smoorden. Met
-geen minder voorspoedigen uitslag brengt Piet Hein nu zijn eigen
-vaartuigen uit en raakt daarmede op den 16den weder by zijn smaldeel,
-waarvan hy sints den 6den gescheiden was, en dat, kort by Sint Salvador
-geânkerd, alsnu, in 't gezicht van den vyand en tot diens ergernis,
-de prijzen overneemt, die hy door zijn moed verworven, maar door
-zijn vernuftig beleid had weten te bewaren. Een en ander werd dan
-ook dankbaar erkend, en hy, in October in 't Vaderland teruggekeerd,
-door Bewindhebberen met een gouden keten beschonken.
-
-Met ongelijk minder moeite verkregen, doch oneindig meer beroemd, om
-de voordeelen, welke zy opleverde, was de overwinning, welke Piet Hein
-in 1628 behaalde. Met een-en-dertig meest groote schepen uitgezeild,
-en vooral met den toeleg, om, zoo mogelijk, de vloot, die de schatten
-uit Amerikaas zilvermijnen naar Spanje bracht, te onderscheppen, had hy
-een tijd lang in de West-Indische zeeën gekruist, toen, in Augustus,
-omtrent de Havana een hevige storm zijn vloot uit den koers dreef,
-welken hy meende te houden. Reeds had hy de hoop, om den verwachten
-buit te winnen, opgegeven, dewijl de tijd, waarop hy de Spaansche
-vloot had gerekend te ontmoeten, verstreken was, toen het bleek,
-dat hetgeen hy voor een tegenspoed gehouden had, alleen had moeten
-dienen, om hem in zijn oogmerk te doen slagen. Een zeil, op drie
-mijlen afstands ontdekt, wekt de aandacht van Witte Corneliszoon de
-With, die op het schip van Piet Hein het bevel als schipper voerde:
-hy vraagt en bekomt verlof het te vervolgen, stapt in zijn sloep,
-roeit naar de onbekende bark, vermeestert die, en ontdekt, dat zy
-gezonden was ter waarschuwing van de Spaansche vloot. Dit stoute feit
-was alzoo de aanleiding, dat de zilvervloot onkundig bleef van het lot
-dat haar dreigde, en zy de onze dwars in den mond liep. Vergeefs zocht
-zy een toevlucht in de baai van Matanza: zy werd daar achtervolgd en
-op den 9den September zonder veel tegenstand veroverd.
-
-"Hoe moest," zong Vondel, toen hy, in zijn Zegezang op het innemen
-van den Bosch, in 't voorby gaan de zegepraal van Piet Hein herdacht,
-
-
- Hoe moest, Havaen! uw hart bezwijcken,
- Toen ghij uws Konings zeil zaeght strijcken
- Voor 's Prinsen vlaggen al benout?
- Toen ghy het zilver en root gout
- Zaeght plondren, en de purperoegsten
- Die Hollant dreighden te verwoesten?
- De schim van Attabaliba
- Vernam 't, en huppelde om uw scha,
- Omdat men hem de zenuw kerfde,
- Die niet door deught zijn scepters erfde,
- Maar schoot, met voordeel van geweir,
- In 't moedernaeckt en weerloos heir.
- Dat heet den draeck op 't harte trappelen,
- Den wachter der Hesperische appelen,
- En na 'et verovert Indisch Vlies,
- Hem zuchten doen om 't Boschverlies.
-
-
-De vloot van Piet Hein kwam eerst in 't laatst van 1628 en in 't begin
-des volgenden jaars terug. De meeste buit, in vele kisten van zilver,
-voorts in goud en paerlen, edelgesteenten en kostbare koopmanschappen
-bestaande, en op ruim elf en een half millioen guldens begroot,
-werd te Amsterdam in 't Huis der Kompagnie opgeslagen. Men hield een
-plechtigen dankdag en brandde vreugdevuren wegens deze verovering. De
-aandeelhouders in de Kompagnie kregen een uitdeeling van vijftig
-ten honderd: Piet Hein zelf slechts f 1000: de With, zonder wiens
-wakker bedrijf die rijke buit nooit verkregen ware, geen penning:
-de matrozen niet meer dan zestien maanden gaadje: was het wonder,
-dat zy, met die schrale belooning kwalijk tevrede, den buit poogden te
-plunderen? Was het wonder mede, dat Piet Hein niet ongaarne de dienst
-der Kompagnie verliet, om een luisterrijker betrekking te aanvaarden,
-de hoogste namelijk, die by 't zeewezen te bekomen was, die van
-Luitenant-Amiraal van Holland, opengevallen door den dood van Willem
-van Nassau, doorschoten voor Grol?--Slechts kort na zijn terugkomst in
-'t Vaderland door de Staten tot deze waardigheid verheven, had Piet
-Hein niet lang van zijn verheffing genot. In April van 't zelfde jaar
-1629, met een vloot naar zee gezonden, om de Duinkerker kapers te
-tuchtigen en onze kusten schoon te houden, ontmoette hy op den 17den
-Juny in de Cingels eenige vyandelijke schepen, die hy vervolgde en
-op den volgenden morgen achterhaalde. Volgens zijn gewoonte brak hy
-dadelijk door de linie des vyands heen, en, na een hevigen strijd,
-gelukte het den onzen, het Duinkerker smaldeel op de vlucht te drijven,
-en drie veroverde schepen als trofeën met zich naar 't Vaderland te
-voeren. Maar kon men die overwinning wel een voordeel noemen? Want met
-dien buit voerden zy ook het lijk mede van hun Amiraal, wien reeds
-de derde kogel, die van 's vyands zijde gelost werd, zielloos op
-het dek had nedergeworpen. Zijn dood was een groot verlies voor het
-Vaderland in 't algemeen, maar in 't byzonder voor het Zeewezen. Met
-hem toch moest het Vaderland den kloeken aanvoerder derven, die in deze
-oogenblikken meer dan iemand in staat zoû zijn geweest, de rooveryen
-der Duinkerkers te beteugelen, en de zeeën schoon te houden. Het
-Zeewezen zag zich verstoken van een bekwamen Opperbevelhebber, die,
-wanneer men oordeelen mag uit de veelvuldige verbeteringen, door hem,
-gedurende zijn twee-maandelijksch bestuur, of ingevoerd of voorgesteld,
-den heilzaamsten invloed op de zeemacht zoû hebben uitgeoefend,
-om daarin de heerschende misbruiken en ongeregeldheden door orde en
-tucht te doen vervangen. Te recht werd daarom zijn verlies algemeen
-betreurd, en, hadden zijn krijgsmakkers by den strijd, waarin hy
-sneuvelde, zijn dood op glansrijke wijze gewroken, de Staten zorgden
-voor de vereering zijner nagedachtenis. Plechtig werd hy op hun last te
-Delft ter aarde besteld, en een gedenkteeken, op zijn graf geplaatst,
-getuigt nog heden van zijn onvergankelijken roem.
-
-
-
-
-
-
-
-JACOB CATS.
-
-
-Mag de eeuw van Frederik Hendrik zich verhoovaardigen op den
-grooten lier- en treurspeldichter, aan wiens onsterfelijken naam een
-eereplaats beschoren is in den tempel des roems nevens die van Homerus,
-Maro, Dante, Shakespeare, Milton, Racine, Byron, Schiller, Goethe,
-Bilderdijk,--zy boogt tevens op den man, die, als schrijver, zich
-voorstellende niet te schokken, maar te roeren, niet te verblinden,
-maar te overtuigen, niet te betooveren, maar te overreden, niet tot
-de verbeelding, maar tot het hart te spreken, geen bewondering op
-te wekken, maar nut te stichten: op den volksdichter, die, zich tot
-geene hooge vlucht wagende, maar er zich boven alles op toeleggende,
-voor ieder verstaanbaar te zijn, juist daardoor dan ook meer algemeen
-begrepen werd, en een meer uitgebreiden, meer duurzamen invloed op
-zijn landgenooten uitoefende--Jacob Cats.
-
-Dat Cats geen dichter was in de meer verhevene beteekenis van het
-woord, bewijst de omstandigheid, dat, toen hy zijn eerste rijmvrucht
-uitgaf, hy een leeftijd bereikt had, op welken de groote mannen,
-hierboven door ons genoemd, zich reeds een naam verworven hadden. In
-1578 geboren, zond hij niet voor 1618 zijn eerstelingen in 't
-licht. Maar voor hem was de poëzy geen hoofdzaak, gelijk voor Vondel,
-gelijk voor de genoemde schrijvers; zy was op zijn best een verpoozing
-van zoogenaamd meer gewichtigen arbeid: zijn vaerzen waren nimmer het
-gevolg van dat opbruischend zielsgevoel, waaraan geen wederstand te
-bieden is, van die behoefte om hetgeen uit hoofd of hart opwelt in
-zangen uit te storten: zy waren niet meer dan een vorm of inkleeding,
-boven 't proza verkieslijk, om een gunstig onthaal te doen vinden
-aan de nuttige lessen en wenken, welke hy aan zijn landgenooten wilde
-geven. Wie daarom de werken van den geleerden Pensionaris beöordeelt
-naar den maatstaf, aan welken men gewoon is, poëtische voortbrengselen
-te toetsen, handelt dwaas en onbillijk. "Waar vindt men schilders,"
-vraagt van Effen in zijn Spectator, "die eene keukenmeid met fluweel
-bekleeden of eene vischvrouw, met paerlen, diamanten en goudlaken
-opgepronkt, baars en karper doen schoonmaken? Is het derhalve niet
-oogschijnlijk, dat hoogdravenheid van Cats te vorderen en stoffen
-als de zijne daartoe te willen verheffen, de dwaaste pedanterie is,
-die ooit beschimpt kan worden." Cats heeft nimmer naar den roem
-des dichters gestreefd, maar alleen naar dien van den moralist,
-en dit is juist wat hem onderscheidt b. v. van La Fontaine. Beiden
-hebben meer dan eens dezelfde fabel, dezelfde vertelling, behandeld;
-maar de laatstgemelde let by voorkeur, zoo niet by uitsluiting, op het
-poëtische, dat zijn stof hem aanbiedt, of dat, zoo 't er oorspronkelijk
-niet in lag, zijn scheppend genie weet aan te brengen; terwijl hy zich
-van de zedeles, die er uit voort moet vloeien, in een of twee regels
-afmaakt: Cats daar-en-tegen vat de zaak bestendig uit een ernstig
-oogpunt op: de leering, daarin gelegen, is by hem de hoofdzaak:
-aan de ontwikkeling dier leering besteedt hy zijn voorname zorg,
-en laat niets na wat volgends zijn meening dienen kan om haar by
-den lezer in te prenten. Hy wil niet meer zijn dan moralist, doch,
-om zijn lessen gereedelijker ingang te doen vinden, geeft hy ze op
-rijm en licht zijn betoog met poëtische beelden toe.
-
-Gewis zal de lezer, die Cats uit zoodanig oogpunt bestudeert, zich
-te-leur-stelling gespaard vinden, en daar-en-tegen meer dan eene
-aangename verrassing zien bereid. Hem zal de eentoonige dreun niet
-hinderen dier vaerzen, waarby de snede altijd zoo juist is in acht
-genomen, dat zy ons by 't hooren doen denken aan droppels, die, by
-een lekkaadje, met gelijke tusschenpozen van het dak vallen,--noch
-dat gestadig aanwenden van stopwoorden en stoplappen, die aan
-het geheel wel naïviteit maar ook op den duur vrij wat platheid by
-zetten;--neen, hy zal een wezenlijk genot smaken, als hy ondervindt,
-hoe vloeiend, bevallig, schilderachtig, vooral natuurlijk, de schrijver
-zich meermalen weet uit te drukken, welk een schat van kennis en
-ervaring hem ten dienste staan en hoe mild daaruit geput is om de
-zaak, die behandeld wordt, van elke harer tallooze zijden te doen
-bezien: welk een overvloed van nieuwe, altijd welgekozen en volkomen
-passende beelden gebezigd worden ter toelichting van de redeneering:
-hoe duidelijk de bewijzen voor elke stelling worden voorgedragen:
-hoe menschkundig 's mans beschouwingen zijn: en hoe overal tot het
-hart gesproken wordt.
-
-Wy herinneren ons niet wie het was,--misschien deden wy 't zelve
-wel--die Cats den Kristelijken Ovidius noemde. In de daad, het is
-vooral de schrijftrant van dezen, dien men zoû zeggen dat Cats
-ten voorbeeld gekozen had, waarvan hy althands de verdiensten
-zoo wel als de gebreken heeft overgenomen. Als Ovidius is hy
-eentoonig, omslachtig en weelderig; doch by hem als by Ovidius is
-die weelderigheid somtijds bekoorlijk en zijn verbeelding is, als
-die van Ovidius, onuitputtelijk. Maar zoo min de Hollandsche als de
-Latijnsche schrijver weet grenzen aan die verbeelding te stellen,
-en geen van beiden is voldaan, zoo lang hy niet alles over zijn
-onderwerp gezegd heeft wat er van gezegd kan worden.
-
-Is echter beider trant gelijk, te meer verschilt de inhoud. Cats
-schrijft om te onderwijzen, niet om te vermaken; overal toont hy
-zich de brave, eerlijke, godvruchtige man. Ook dan zelfs, wanneer hy
-stoffen behandelt, welke onze preutsche eeuw als onkiesch verwerpen
-zoû, weet hy zorg te dragen, door zijn wijze van voorstelling allen
-aanstoot te vermijden, en hy doet dit, niet door het omsluieren der
-naaktheid--doorgaands een prikkel te meer ter opwekking eener verhitte
-verbeelding--; niet door het half verzwijgen van hetgeen hy te zeggen
-heeft: niet door het bezigen van dubbelzinnige uitdrukkingen:--neen,
-hy schroomt geenszins de zaken by haren naam te heeten en zelfs
-over byzonderheden uit te weiden;--maar hy stelt nimmer de ondeugd
-behagelijk voor: hy schertst nimmer met boosheid en zonde: hy verzuimt
-nimmer, onmiddelijk op haar treurigen nasleep te wijzen. Hy durft
-verhalen wat Aretino of Boccacio voor hem verhaald hebben; maar het
-onreine vuur, dat in hun vertellingen blaakt en schendige lusten in de
-ziel des lezers ontbranden doet, heeft in de zijne zijn verderfelijk
-vermogen verloren: het is niet langer het vuur der verleiding,
-dat de zinnen bekoort; het is het vuur der hel, dat ontzetting en
-afschrik baart.
-
-Verdient Cats onzen lof als zedeschrijver, vooral om den weldadigen
-invloed, dien hy als zoodanig op de Natie heeft uitgeoefend; wy
-mogen dien ook aan Cats als regent niet onthouden. 't Is waar, ook
-een grooter staatsman dan hy was, zoo kort na Oldenbarneveldt en zoo
-kort voor Jan de Witt aan 't roer komende, zoû moeite hebben gehad,
-zijn licht te doen schijnen tusschen de schitterende stralen, die van
-beide zulke sterren der eerste grootte uitgingen; maar Cats achtte zich
-niet--gelijk de twee groote mannen, hier genoemd--in zijn betrekking
-geroepen het land te regeeren;--neen, gedreven door denzelfden geest,
-die hem als schrijver bezielde, zocht hy, eerst als Pensionaris van
-Dordrecht, later als Raadpensionaris, eenvoudig den plicht, hem door
-zijn instruktie opgelegd, naar behooren te vervullen, en zich daarby te
-onderscheiden door naauwgezetheid, eerlijkheid en trouw. Dat hy zulks
-deed, daarvoor verdient hy onze hulde: en toch mogen wy het misschien
-bejammeren, dat hy zich, door zijn geboorte en door de omstandigheden,
-tot hooge eerambten geroepen zag. Had hy zich in nederiger kring
-bewogen, en in zijn jeugd, in stede van op meer praktische studiën,
-zich op de beöefening der dichtkunst met nadruk toegelegd, zijn
-weelderig vernuft leeren besnoeien, den aanleg die zich openbaart in
-zijn Galatee, en in zoo vele zijne Zinne- en Minnebeelden, zorgvuldig
-aangekweekt, zijn stijl leeren zuiveren van de onnutte stoplappen
-die hem ontcieren, hy had wellicht den rang kunnen innemen onder de
-eerste dichters, die hem thands niet mag worden toegekend.
-
-Misschien zal aan sommigen deze beweering vreemd voorkomen:
-zy zullen wijzen op het gedenkteeken, dat te Brouwershaven,
-'s mans geboorteplaats, werd opgericht, en ons vragen, of de
-omstandigheid, dat hy tot heden de eenige onder onze dichters is,
-aan wiens nagedachtenis eene zoo openbare hulde is aangeboden, niet
-het luidst sprekende bewijs oplevert, dat de Natie in 't algemeen een
-andere meening koestert omtrent Cats dan die wy hier geuit hebben. Wy
-geven dit toe niet alleen; maar wy hebben hier boven er reeds op
-gewezen; wy zullen er zelfs byvoegen, dat ook in Belgiën nog altijd
-de meerderheid der Vlaamsche bevolking in het gevoelen deelt van den
-Aartsbisschop van Mechelen, Jacob Boonen, die tot Vondel zeggen dorst:
-"awiel sinjeur Vondel! ghy rijmt zeer aardig; maar ghy zijt nog lang
-gienen Cats."--Doch wy zien ook in onze dagen, dat aan Tollens een
-standbeeld wordt opgericht, terwijl Bilderdijk er nog vergeefs op
-wacht; en wy gelooven met eenigen grond de vraag te mogen stellen,
-of niet de Natie, by de hulde, welke zy tweewerf by voorkeur aan den
-minst verhevene van twee beroemde tijdgenooten bracht, niet telken
-reize door andere beschouwingen geleid is geworden dan door deze:
-"wie was, als dichter, in de eerste plaats een gedenkteeken waardig?"
-
-Ware onze taal ook buiten 's lands bekend, de vreemdeling zoû ons
-wellicht leeren het genie van Vondel en dat van Bilderdijk te schatten,
-gelijk hy ons is voorgegaan in het toekennen aan Rembrand van den rang,
-die hem behoort.
-
-
-
-
-
-
-
-JOHAN PIETERSZOON EN DIEDERIK SWELINCK.
-
-
-Is in andere landen de nagedachtenis van beroemde kunstenaren vaak
-vereeuwigd door standbeelden, te hunner eere opgericht, dan moet
-het verwondering baren, dat er geen van metaal of steen oprijst ter
-eere van een kunstheld als Joan Pietersz. Swelinck, (musicus et
-organista toto orbe celeberrimus, gelijk onder zijn door Muller in
-staal gegraveerd portret te lezen staat), noch in zijn geboorteplaats
-Deventer (1540), noch te Amsterdam, waar hy leefde en werkte. Het
-kolossale beeld van Orlandus de Lassus prijkt wel binnen Bergen
-in Henegouwen, waar deze 't eerste levenslicht aanschouwde, en een
-prachtige medalje werd te zijner vereeuwiging geslagen; maar aan het
-brengen eener hem waardige hulde aan onzen waereldberoemden Swelinck
-werd tot hiertoe niet gedacht. En toch, welk een groot en te recht
-hoog vermaard man was hy! Weten wy van zijn vroegste jeugd slechts dit,
-dat hy reeds toen een buitengewone vlugheid op klavier en orgel bezat
-en op die speeltuigen uitmuntte, zijn latere levensjaren getuigen
-van wat hy als kontrapuntist en organist verrichtte, en hoe hy om
-zijn voortreffelijke begaafdheden en leerwijze alom geächt en geroemd
-werd. Vermoedelijk had hy het eerste onderwijs in de gronden der muzyk
-genoten by zijn vader, mede, als wy straks zullen zien, organist te
-Amsterdam. In de kennis der kompozitie zich verder wenschende bekwaam
-te maken, reisde hy in den jare 1557 naar Italiën, waar hy zich, te
-Venetiën, onder Josef Zerlino, leerling van den Nederlander Willaert,
-zoo zeer in de kunst volmaakte, dat hy, by zijn terugkomst in zijn
-vaderland, zich reeds den naam had verworven een der treffelijkste
-organisten te zijn, en, by het openvallen van de betrekking als
-zoodanig in de Oude Kerk te Amsterdam door den dood zijns vaders,
-tot diens opvolger werd aangesteld. Den roemvollen naam, die van
-hem was uitgegaan, mogen wy dan ook als een gewichtige oorzaak
-beschouwen, waarom vooral Duitschers, die tot kundige organisten
-wenschten te worden opgeleid, zich naar Amsterdam begaven, om van
-onzen Swelinck lessen in het orgelspel en kontrapunt te ontfangen,
-en zich naar zijn voorbeeld te vormen. In Hamburg werd hy niet anders
-dan de organistmaker genoemd, en werkelijk riep hy een orgelschool in
-'t leven, waaruit de kundigste mannen van dien tijd te voorschijn
-kwamen, als de beroemde Melchior Schildt van Hanover, Paul Seiffert
-van Dantzig, Samuel Scheidt van Halle, Jacob Schultz of Praetorius
-en Heinrich Scheidemann, beiden van Hamburg, welke stichters werden
-van de zoo beroemde Noord-Duitsche orgelschool.
-
-Zijn leerlingen achtten hem niet alleen hoog als kunstenaar, maar
-vereerden hem ook als een vader, inzonderheid Schultz en Scheidemann,
-die 's mans beeltenis uit Holland met zich voerden, welke tot het
-einde huns levens hunne kamer moest vercieren, opdat zy den zoo
-beminden meester steeds voor oogen zouden hebben: voorwaar een bewijs,
-dat Swelinck niet alleen als voortreffelijk kunstenaar schitterde,
-maar ook als mensch door een beminnelijk karakter en voorbeeldige
-zielshoedanigheden uitmuntte, waarin wy bevestigd worden, wanneer wy
-mede onder zyn reeds genoemde afbeelding lezen: Vir singulari modestia
-ac pietate, cum in vita tum in morte omnibus suspiciendus. En hoe
-men dien Nederlandschen kunstenaar hier beminde, getuigt de edele
-handelwijze van eenige muzykliefhebbers, handelaren te Amsterdam,
-die, zijn tijdelijke omstandigheden wenschende te verbeteren, hem
-voorstelden, hun een som van 200 guldens af te staan, waarmede zy tot
-zijn voordeel zouden werken, en wel zoo, dat zy daarvan alleen het
-verlies zouden dragen, en hy de winst. En met welke uitkomsten werd
-dit contractus leoninus van een gands ongewonen aart bekroond? Na
-verloop van eenige jaren deed men rekening en verantwoording, en
-werd meester Jan Pietersz. in het bezit gesteld van de (voor dien
-tijd vooral) aanzienlijke som van f 40,000, waardoor hem, tot aan
-zijn dood, een onbezorgd leven ten deel viel.
-
-Hoe rijk en onuitputtelijk zijn fantazy was, hoe weinig hy, in een
-vriendenkring voor het klavier gezeten, en daaraan heerlijke toonen
-ontlokkende, zich om tijd of uur bekommerde, vinden wy by Baudartius
-opgeteekend: "Deze Apollo," zegt hy, "heeft gehat ten deele van meest
-alle musicanten, daarvan een Latijnsche poët aldus spreekt:
-
-
- Omnibus hoc vitium est cantoribus inter amicos,
- Ut numquam inducant animum cantare rogati,
- Jnjussi numquam desinant,
-
-
-"dat is te zeggen: dat men de liefelyke musiciens niet lichtelyck
-aen het singen of spelen en kan brenghen, maer als men se daeran
-gebracht heeft, so kunnen sy qualyck ophouden. My gedenckt dat ik
-eens met eenige goede vrienden by meyster Jan Peter Swelinck, mynen
-goeden vriend, gegaen zynde, met noch andere goede vrienden, in de
-maend Mey, ende hy aen het spelen op zyn clave-cymbel gecomen zynde,
-hetzelfde continueerde tot omtrent middernacht, spelende onder anderen
-het liedeken: "Den lustelicken Mey is nu in zynen tydt," dewelcke hy,
-sal ick goede memorie daervan hebbe, wel op vyf ende twintigerley
-weysen speelde, dan sus, dan soo. Als wy opstonden, ende ons afscheyt
-wilden nemen, so badt hy ons wy souden toch dit stuck noch hooren,
-dan dat stuck niet kunnende ophouden, also hy in een zeer soet humeur
-was, vermaeckende ons, syne vrienden, vermaeckende ook hemselven."
-
-Omtrent den juisten tijd van 's mans dood zijn de opgaven eenigzins
-uiteenloopend, minder betreffende het jaar en de maand, dan wel den dag
-zijns overlijdens. Die alle hier aan te voeren achten wy overtollig,
-maar de opgave onder Swelincks beeltenis, door Muller gegraveerd:
-"obiit MDCXXI. XVI Octobris Aet. LX." zeer aannemelijk.
-
-Moge er op dit punt onder zijn tijdgenooten verschil van meening
-zijn ontstaan, omtrent Swelincks grootheid als kunstenaar, organist
-en komponist, stemmen allen overeen. Hooren wy, in de eerste plaats,
-wat Hooft en Vondel van hem getuigen. De eerste schreef op hem het
-navolgende grafschrift:
-
-
- Hier leit, die stelde wyz' den koninklyken woorde,
- En Sion galmen deed, dat men 't in Holland hoorde.
-
-
-Vondel vervaardigde op zijn beeltenis het navolgende byschrift:
-
-
- Op meester Johan Pieterszoon Zweling
- Fenix der Muzycke en Orgelist van Amsterdam.
-
- Dit 's Zwelings sterflyk deel, ten troost ons nagebleven.
- 't Onsterflyk hout de maet by Godt in eeuwig leven.
- Daar streckt hy, meer dan hier kan vatten ons gehoor,
- Een goddelycke galm in aller Englen oor.
-
-
-Hooren wy nu Baudartius: "Mr. Joan Peters Swelinck, seer constich en
-vermaert organist, ja beroemd voor den allercloeksten en constichsten
-organist deser eeuw. Welcken lof de constrycke Organist ende Musicien
-Pedro Philippi, Organist binnen Brussel, en alle andere hem geern
-gheven, hem eerende als eenen Phoebus ofte Apollo. De treffelijcke
-musyckstucken welke hy aen den dach gegeven heeft, zoo als die in de
-Gereformeerde kerken gesongen worden, gheven getuychenissen van den
-musikalen geest, daermede hy is begaeft gheweest, ghelyck oock doen
-alle andere Musyckstucken by hem gecomponeert en aen den dach gegeven."
-
-Nog meer bepaald zijn de narichten, ons door Sweertius over
-'s mans arbeid gegeven, en welke wy, uit het latijn vertaald,
-hier laten volgen, "Joan Pietersz. Swelinck, een Nederlander,
-met my zeer bevriend, was het wonder der toonkunstenaars en
-organisten. Verwonderlijk was te Amsterdam de dagelijksche toeloop om
-hem het orgel te hooren bespelen. Niemand, die er geen roem in stelde,
-den man gekend, gezien en gehoord te hebben. Hy schreef drie-, vijf-,
-zes- en achtstemmige muzyk van gewijde en waereldsche zangen en voor
-al de Psalmen Davids."
-
-Ook Wassenaer spreekt in zijn historisch verhaal van "den wijdberoemden
-organist Jan Pieterszoon Swelingh, die door syn uitnemende konsten voor
-een Prince der Musiciens mach geacht werden, ghelyck aan de wercken
-blyckt, die by syn leven zyn uitghegaen, en die nog niet uitghegaen
-zyn. Hy was een uytghenomen konstenaer in 't orghelspelen, so dat
-men syns ghelyck niet veel en vondt, waerdoor hy van de liefhebbers
-der Musycke, maer bysonders van syne medeborgers in groote waerden
-ghehouden wiert."
-
-Hoe zijn werken gezocht waren, kan men opmaken uit de spoedige
-verschijning van een tweeden druk, vooral uit de voorrede van zyn
-beroemde Psalmen, (livre des Pseaumes de David, nouvellement mis en
-musique, a 4, 5, 6, 7, 8 parties) waarin hem de hoogste lof toegezwaaid
-en hy nu eens "l' Amphion divin et doux sonnant Harpeur," dan "l'unique
-Phoenix de nostre Pays" genoemd wordt, terwijl in hetzelfde werk
-(Livre troisième) het volgende klinkdicht op Swelincks muzyk der
-psalmen Davids gedrukt staat.
-
-
- "Tout ravi hors de moy, ars d'une douce flamme,
- Espris d'un sainct amour par ces divins accords,
- Se rallumer je sens au millieu de mon asme
- Un Esprit tout nouveau, qui desdaigne ce corps.
-
- Esprit, tu est bien prompt: et cependant se pasme
- Le corps, que tu devois mouvoir par tes ressorts.
- Ne suyvant, ce dit-il, celuy que je reclame,
- Je ne suis plus vivant, ains au nombre des morts.
-
- Swelinck, en mariant les sons avec les sens,
- Fait si bien, que le corps, par sa douce harmonie,
- Suit et vit en suyvant l'esprit tout en un temps,
-
- Dont David par ses mots tenant l'ame ravie,
- Et puis Swelinck tirant le corps par ses accents,
- A l'esprit et au corps ravis rendent la vie."
-
-
-Het is hier de plaats niet, al zijn werken op te sommen, veel min
-hun waarde aan de kritiek te toetsen. Wy meenen genoeg te hebben
-aangevoerd, waaruit des grooten Swelincks hooge verdiensten als
-organist en komponist kunnen blijken.
-
-En nu zijn zoon, Diederik Swelinck? Over hem bewaren de buitenlandsche
-schrijvers het stilzwijgen: vermoedelijk omdat, al was hy als
-kunstenaar in zijn eigen vaderland vermaard, zijn naam, by gemis van
-gedrukte muzykale compositiën van zijne hand, niet tot in den vreemde,
-althands niet tot by den nazaat aldaar is doorgedrongen. Doch moge
-hy al minder beroemd zijn geweest als komponist, niet minder dan het
-spel zijns vaders werd het zijne op prijs gesteld. Hy was gewoon,
-na het eindigen van den avondgodsdienst in de Oude Kerk, waar hy
-zijn vader in die betrekking was opgevolgd, zijn stadgenooten op
-een heerlijk orgelmuzyk te vergasten, wanneer gewoonlijk stoelen en
-banken met een overgroote menigte luisterende en verrukte toehoorders
-waren opgevuld. Zijn beeltenis door Jan Lievensz., welke het ons
-niet gelukt is onder de oogen te krijgen, werd door Vondel met dit
-byschrift vereerd, waaruit wy althands de byzonderheid leeren, dat
-de post van organist der meergenoemde kerk gedurende een eeuw in het
-geslacht van Swelinck erfelijk was gebleven.
-
-
- "Aldus heeft Livius ons Zweling afgebeeldt,
- Maar niet zyn' fenixgalm, uit 's Vaders asch geteelt.
- De Neef, de Grootvaêr, en de Fenix Vader zongen
- Een eeuw den Aemstel toe met hemelsche orgeltongen.
- Zoo Thebe door een lier tot zulck een' wasdom quam;
- Wat zou men dichten van het orgel t' Amsterdam?
- Daar David en Orlande om stryt zich laten hooren,
- Als Didryck zielen vangt, en ophangt by heur ooren."
-
-
-Hoe hoog de Drossaart 's mans kunsttalent waardeerde, kan blijken, uit
-een brief van hem, waarin hy, aan Van Baerle zijn gevoelen mededeelende
-aangaande de vermakelijkheden, waarop men Maria de Medicis, gedurende
-haar verblijf te Amsterdam, in 1638, onthalen zoû, zijn meening uit,
-dat "eene der onthaalingen, die meest by haar zoude geacht worden,
-een treflijke muzijk zoude zijn", waaromtrent, zoo als Hooft verder
-schreef, het verkieslijk ware "te volgen den raadt van den Orgelist
-meester Dirk Sweeling, wiens gelyk ik meene dat zy nooit gehoort
-heeft."
-
-Dirk Swelinck overleed in 1652, en rust in een en hetzelfde graf met
-zijn vader en zijn grootvader, gelijk wy leeren uit het grafschrift,
-dat Vondel op hem dichtte:
-
-
- Gy Zanggodinnen, valt aen 't schreien,
- Aen 't jammeren met heele reien;
- De zoon van Orfeus is verscheien.
-
- Nu zwijght de galm der orgeltongen,
- Die door de pijpen quam gedrongen,
- Daar hemelsche Engelen op zongen.
-
- Hoe kout en kil zijn deze handen,
- Daer Jesses snaer mêe komt te stranden,
- Met zijn Marenssen, en Orlanden.
-
- Hoe juichte 't hart van oude en jongen,
- Wanneer zijn vingers ongedwongen,
- Op noten en op steeken sprongen!
-
- Men kon, door Kerckgewelf en Kooren,
- Den Vader in den Zoone hooren,
- Nu zal een zerck die stemme smooren.
-
- Gestoelten noch gepropte bancken
- Niet langer Zwelings kunst bedancken
- Voor zijn verquickende avontklancken.
-
- Gy die mijn ziel hebt opgeheven
- Uit dit moerasch in 't eeuwigh leven,
- Wat zweep heeft u naer 't graf gedreven ?
-
- Ten minste kus, o koor der Zingeren!
- Met uwen mont dit ijs der vingeren,
- Daar ieders ooren op verslingeren.
-
- Ten minste draegh hem, naer zijn waerde
- Die zijn vermaeck voor niemant spaerde,
- Noch met dit grafgeschrift ter aerde:
-
- "Hier rusten Grootvaer, Zoon en Vader
- Zy volgen Davids harp te gader,
- Een eeuw van voore, om hoogh noch nader."
-
-
-
-
-
-
-
-GERARDUS JOHANNES VOSSIUS.
-
-
-Had de zestiende Eeuw de wedergeboorte der letteren aanschouwd,
-in de zeventiende mocht het nieuw ontgonnen veld geheel in staat
-geächt worden, de noeste vlijt der arbeiders met rijken overvloed
-van voedzame vruchten te loonen. Maar toch lag er nog hier en ginds
-een akker onbebouwd, nog was op menige plaats onkruid onder de
-tarwe gebleven, en, hetgeen de voorgangers verricht hadden, toonde
-gedurig meer en meer aan, hoeveel er nog voor hen, die later kwamen,
-te verrichten overbleef.
-
-De verkregen uitkomsten, naarmate zy heerlijker waren, wekten te meer
-het verlangen op naar nieuwere en nog betere, en met onafgebroken
-yver werd de taak der Erasmussen, der Scaligers, der Casaubonussen,
-voortgezet. Vond de klassieke oudheid overal in Europa tolken en
-vereerders, Nederland inzonderheid was de plaats, waar zy beoefend
-werd en van waar het licht uitging, dat, aan haar fakkel ontstoken,
-zijn stralen over Europa verspreidde: en onder hen, die in Nederland
-gedurende het tijdvak van Frederik Hendrik hun leven aan de bevordering
-der echte wetenschap toewijdden, was er niet een, wiens verdiensten
-meer algemeen erkend en gewaardeerd werden, wiens invloed op de studie
-der Grieksche en Latijnsche talen en al wat daarmede in verband staat,
-gewichtiger en duurzamer was, dan Gerardus Johannes Vossius.
-
-In 1577, te Heidelberg, doch uit ouders van Geldersche afkomst,
-geboren, en reeds in zijn eerste levensjaar met hen in Holland
-gekomen, had hy beiden als kind verloren, en was door de zorg van
-trouwe verwanten verpleegd. Aan de Latijnsche schole te Dordrecht
-opgekweekt, had hy zich spoedig met de eigenschappen en den zwier der
-oude talen gemeenzaam gemaakt, en dien smaak voor welsprekendheid
-en dichtkunst aan den dag gelegd, die door oefening gezuiverd,
-maar niet verkregen wordt. Later te Leyden het meesterschap in de
-vrije kunsten en in de wijsbegeerte verworven hebbende, gaf hy, op
-naauwlijks een-en-twintig-jaren ouderdom, aldaar, zoo in 't openbaar
-als in 't byzonder, lessen over de werken van Aristoteles, toen hy
-naar de Schole, die hy te Dordrecht verlaten had, werd teruggeroepen,
-maar thands om er het opengevallen Rektoraat te aanvaarden, welke
-betrekking hy vijftien jaar bekleedde. Niet minder steeg zijn roem,
-na dat hy, in 1606, zes boeken over de Redekunst had uitgegeven,
-een werk, waarvan Casaubonus en Scaliger getuigden, dat zelfs de
-ouden niets keurigers geschreven hadden.
-
-Werd Vossius als Rhetor, niet minder werd hy als Godgeleerde
-geroemd, en hem in 1615 een leerstoel als zoodanig te Steinfurt
-opgedragen. Wellicht had hy aan die roepstem gehoor gegeven; maar
-De Groot wenschte hem aan het hoofd van het Theologisch kollegie te
-Leyden, en Vossius begaf zich in die hoedanigheid derwaarts, hierin
-meer der aansporing van anderen gehoor gevende dan zijner eigen
-begeerte. Vier moeilijke jaren bracht hy in zijn nieuwe betrekking
-door, en moest in die dagen van Staats- en Kerkelijke twisten,
-het gevaar ondervinden, dat er in gelegen was, de hartelijke vriend
-van De Groot te zijn. De geschiedenis der Pelagianen, op raad van
-dezen geschreven, verwierf hem, ja, toejuiching van de eene, maar
-haat en vervolging van de andere, nu bovendrijvende, zijde, en de
-omstandigheden noopten hem, in 1619, zijn bediening neder te leggen
-en gedurende twee jaren een ambteloos leven te leiden. Een man van
-zijne begaafdheden kon echter moeilijk ontbeerd worden, en nu, onder de
-bestaande omstandigheden, de baan der godgeleerdheid voor hem gesloten
-scheen, werd hem het Hoogleeraarsambt in de welsprekendheid door de
-verzorgers der Leydsche Hooge Schole opgedragen. Hoe hoog inmiddels
-zijn roem ook buiten 's Lands gestegen was, bleek daaruit, dat, in
-1626, van de zijde der Engelschen alle pogingen in 't werk gesteld
-werden, om hem aan de Hooge-school van Kantelberg te verbinden. Maar
-ook de schoonste aanbiedingen konden hem niet bewegen, zijn Vaderland
-te verlaten. In weêrwil hy aldus de hem gedane voorstellen afsloeg,
-was de achting, welke men hem in Engeland toedroeg, zoo algemeen, dat,
-toen hy in 1629 dat Rijk bezocht, koning Karel I. hem het Kanonikaat by
-de Kantelbergsche abdy liet opdragen en daarby het zeldzame voorrecht,
-om de inkomsten, daaraan verbonden, te genieten, zonder dat hy er
-Holland voor behoefde te verlaten.
-
-Het was gedurende zijn verblijf te Leyden, dat Vossius zijn Kort
-Begrip der Rhetorica en zijn Latijnsche en Grieksche Spraakkunst
-uitgaf, werken, aan wier herziening en verbetering hy tot aan zijn
-dood arbeidde, en waaruit, gedurende meer dan twee eeuwen, de jeugd,
-zoo hier als elders, haar eerste kennis dier vakken heeft opgedaan. Nog
-gedurende hetzelfde tijdvak zond hy zeven boeken over de Grieksche en
-Latijnsche Historieschrijvers in het licht en Rhetorische Kommentariën,
-die hy opdroeg aan de Staten van Holland.
-
-Eerlang, en wel in 1632, werd hy tot een nieuwen werkkring geroepen,
-en wel om het Professoraat in de geschiedenis te bekleeden aan het
-onlangs opgerichte Atheneum, te Amsterdam. Hy begaf zich derwaarts,
-en niet minder schitterend dan te voren was ook hier de roem, die van
-hem uitging, en die nog grootere uitbreiding ontfing, toen eerlang zijn
-kinderen dien achtereenvolgens met hem deelden, ja sommigen daarvan
-hem dreigden naar de kroon te steken. Zeldzamer en tevens schooner
-verschijnsel kon er wel niet worden ontmoet, dan zich voordeed in
-de woning van Vossius, waar de vader des huisgezins als een licht
-van Europa werd beschouwd, en er onder acht kinderen niet een was,
-die niet door ongewone gaven des geestes uitblonk, terwijl velen
-reeds als wonderen van hun tijd werden aangemerkt. Men oordeele.
-
-Johannes, de oudste, in 1605 geboren, behoorde tot die vernuften,
-die zich door veelzijdigheid onderscheiden, en wat zy by de hand nemen
-met snelheid meester worden. In wis-, kruid- en ontleedkunde bedreven,
-had hy die studiën laten varen, om zich op de godgeleerdheid toe te
-leggen; doch zich vervolgens tot de rechten gewend hebbende was hy
-in 1634 als Advokaat Fiskaal naar de Indiën vertrokken.
-
-De tweede zoon, Franciskus, drie jaren later, en, gelijk de volgenden,
-uit een andere moeder geboren, had te 's Gravenhage met ongewonen
-lof het beroep van pleitbezorger uitgeoefend, doch daarom de letteren
-niet verwaarloosd, zoo als uit de Latijnsche gedichten, die hy naliet,
-blijkt.
-
-Op hen volgde Mattheus, in 1610 geboren. Na schitterende studiën te
-Leyden volbracht te hebben, was zijn smaak inzonderheid gevallen op
-de beoefening der geschiedenis. In 1635 gaf hy het Eerste Deel uit
-der Jaarboeken van Holland en Zeeland, geschreven in Liviaansch
-Latijn. Hoogen lof droeg deze arbeid weg by de Staten der beide
-Gewesten, die hem met een rijk geschenk beloonden, en hem, toen
-het Tweede Deel, mede, als het vorige, uit vijf boeken bestaande,
-zes jaren later uitkwam, tot hun historieschrijver benoemden.
-
-Met schitterenden glans blonk boven zijn oudere broeders de vierde,
-Dionys, die in 1612 geboren was. Reeds als kind in 't Latijn en
-Grieksch bedreven, had hy op zijn veertiende jaar de Hebreeuwsche,
-Kaldeeuwsche, Arameesche en Arabische talen geleerd, op zijn zestiende
-het Lexicon van Rafelengius vermeerderd, vervolgens zich op 't
-Armenisch en Ethiopisch toegelegd, en de Talmudische en Rabbijnsche
-schriften doorwroet; terwijl hy eerlang, onder andere werken, een
-Latijnsche vertaling uitgaf van Maimonides. De Regeering van Amsterdam
-had hem, die bovendien in byna geen nieuwe taal onkundig was, aan
-'t hoofd der stads-boekery gesteld, en heel Europa weêrklonk van
-zijn roem.
-
-Niet minder belezen, niet minder werkzaam, waren Izaak en Gerard,
-gene in 1618, deze in 1619 geboren, en terwijl de eerstgenoemde zich
-reeds vroeg als vlijtig navorscher van handschriften onderscheidde,
-leverde Gerard nog vóór zijn twintigste jaar een keurige uitgave van
-Vellejus Paterculus en vervaardigde aanteekeningen op Valerius Flakkus
-en Censorinus. Hoe anderen, hoe b. v. Vondel, over Izaak dachten,
-zullen wy straks vermelden; van Gerard getuigde de dichter:
-
-
- Verstant, in honighraat gedoopt,
- Geleertheid, daar al 't huis op hoopt,
- Hadt Geeraert, die zoo vroegh
- Zijn broeders overwoegh
- En dreighde alreê des Vaders faem
- En vlught te volgen, als zijn naem.
-
-
-Niet minder dan de zonen, onderscheidden zich de dochteren. Zoo wel
-Kornelia, die in 1613, als Johanna, die in 1622 geboren was, blonken
-uit door bevallige schoonheid, vroomheid van inborst, reinheid van
-zeden en innemend vernuft. Wisten beiden met pen en borduurnaald
-op kunstige wijze om te gaan, meer dan gewoonlijk was Kornelia
-in de muzijk, Johanna in de schilderkunst bedreven. Met gemak en
-bevalligheid spraken zy de Fransche, Italiaansche en Spaansche talen,
-en waren met de Latijnsche gemeenzaam; terwijl nog bovendien de oudste
-der meisjens met ongemeene wakkerheid het huisbestier bleef voeren.
-
-Kan er schooner, kan er gelukkiger toestand worden uitgedacht, dan
-waarin Vossius en zijn huisvrouw, de dochter der Juniussen, zich
-bevonden?--Voorspoed, gezondheid, roem, huislijk heil, glansrijke
-uitzichten in de toekomst, niets ontbrak hun: maar--onbestendigheid
-der aardsche dingen!--hoe weinige jaren verliepen er, en niets
-dan puinhoopen waren er gebleven van het gebouw, dat zoo duurzaam
-gegrondvest scheen.
-
-De eerste slag was niet de minst treffende. Dionys, wiens naam zoo
-vroeg reeds geheel Europa doorklonken had, die door den vermaarden
-Poolschen reiziger Kristoffel Slupeski was uitgenoodigd geworden,
-hem als tolk op een reis naar Konstantinopel en Klein-Aziën te
-vergezellen--een aanbod 'twelk alleen om den te jeugdigen leeftijd des
-jongelings niet was aangenomen--die vervolgens, zoo naar Engeland als
-naar Zweden als hoogleeraar, en, toen hy hier geen gehoor aan gaf, als
-geschiedschrijver van Gustaaf Adolf naar 't Noorden geroepen was, werd,
-toen hy op het punt stond, deze laatste betrekking te gaan vervullen,
-op een-en-twintigjarigen leeftijd door de kinderziekte aangetast,
-die hem den 25 November 1633 van deze aarde rukte.--Men weet, in
-hoe aandoenlijk schoone vaerzen Vondel den wreeden slag bezong,
-die Vossius trof. "Wat," schreef hy aan Van Baerle,
-
-
- Wat gaat het sterflot over,
- Dat het de beste lover
- Van Febus lauwer schent!
-
- Of trof hem 't heiloos weder,
- Omdat de Zweedsche veder
- Zijn hant was toebetrouwt,
- Die, zwanger van history,
- Gustaefs verdiende glory
- Beschrijven woû met gout?
-
- Of kon de nijd niet lijen
- Dat hem de Teems quam vrijen,
- Of dat hy docht te treên
- In onze Fredrix laerzen
- Met zoete vredevaerzen
- Als in triomf voorheen?
-
-enz.
-
-
-En wie kent de heerlijke koepletten niet, die hy den troostloozen
-vader ter vertroosting toezond:
-
-
- Wat treurt ge, hooghgeleerde Vos
- En fronst het voorhooft van verdriet?
- Beny uw zoon den hemel niet,
- De hemel trekt: ay, laet hem los.
-
- Ay, staeck dees ydle tranen wat,
- En offer, welgetroost en bly,
- Den allerbesten vader vry
- Het puick van uwen aertschen schat.
-
- Men klaeght, indien de kiele strant,
- Maer niet, wanneer ze, rijck gelaen,
- Uit den verbolgen Oceaen
- In een behoude haven lant.
-
- Men klaeght, wanneer de balssem stort
- Om 't spillen van den dieren reuck,
- Maar niet, zoo 't glas bekomt een breuck
- Als 't edel nat geborgen wort.
-
-enz.
-
-
-Naauwlijks was wel niet de wonde des harten geheeld, maar toch de
-uiterlijke rouw over 's jongelings dood voorby, toen een treurmaar
-het ouderhart op nieuw deed bloeden. Johannes, voor wien zich op Java
-de glansrijkste uitzichten openden, was, in 1635, een jaar na zijn
-komst aldaar, bezweken.
-
-Mocht het gemis van den afwezige minder gevoeld worden, te treffender
-zoû alras het verlies zijn van haar, die de vreugd, de lust, de ziel
-was van geheel het huisgezin. Op den 28 January 1638, waren de beide
-dochters van Vossius, met haar broeder Mattheus, haar oom Junius,
-een zoon van den Poolschen gezant en diens leermeester, naar Leyden
-gereden. By 't overtrekken van het bevroren Leydsche meer, dat sterk
-genoeg was om de zwaarste wagens te dragen, geraakte hun voertuig,
-door de onvoorzichtigheid van den voerman, van de baan op een min
-veilige plek, en zakte door het ijs: allen kwamen er met den schrik af;
-alleen Kornelia werd niet dan levenloos uit het kille water opgehaald.
-
-"Een oogenblik," zong Vondel haar, in een droeve weeklacht toe,
-
-
- Een oogenblick heeft zoo veel gaven,
- Gedaelt van 't hemelsch paradijs,
- Op u verslingert, in het ijs
- En sneeuw, op 't onverzienst begraven:
- Een waterslang verbeet die bloem
- Van onze jeught, der maegden roem.
-
- Nu zwijgen al uw schelle snaren,
- d'Yvoire fluit, de zoete keel,
- Daer 's vryers goddelijkste deel,
- De ziele om hoogh op plagh te varen,
- Toen zy ten ooren uitgelockt,
- Gy haer tot in den hemel trockt.
-
- Uw onvolwrochte beelden treuren
- En roepen al: ick sterf, ick sterf!
- Papier, panneel verschiet zijn verf,
- Men ziet geen leven in de kleuren
- Van uw tapijten, met de naelt
- En zijde naer de kunst gemaelt.
-
- Nu zult ge geest noch wijsheit zoecken
- In 't Neêrduitsch, Fransch of in Toskaensch,
- Noch u vermaeken in het Spaensch
- En lezen 't keurighst uit de boecken;
- Of 't antwoort geven op 't Latijn
- In Duitsch als u gevraeght zal zijn.
-
-enz.
-
-
-Maar nog was met deze offers, aan het ouderhart ontscheurd, de
-onverbidlijke dood niet te vrede. Twee jaren waren wederom verloopen,
-toen de pest in 't huis van Vossius kwam woeden, en, weinige dagen
-achter elkander, Johanna en Gerard ten grave sleepte.
-
-Franciskus had der praktijk vaarwel gezegd, en te Amsterdam
-in het thands byna ontvolkte ouderlijke huis zijn oude plaats
-weder ingenomen. Hy scheen er enkel gekomen, om den rouw nog te
-vermeerderen. Door een kwijnende ziekte aangetast, bezweek hy in
-December 1645.
-
-Drie maanden later werd Mattheus, die nu het Derde Deel zijner
-Jaarboeken uitgegeven, en het Vierde omtrent voltooid had, door een
-plotslinge ongesteldheid overvallen, en op 22 Maart aan de zijnen
-ontrukt. Van de acht kinderen, waar Vossius op boogde, was er, toen
-hy in 1649 uit de waereld scheidde, slechts één meer in leven: en
-die eene, Izaak, kon niet aan zijns vaders sterfbed staan, om hem de
-oogen te sluiten. Rusteloos en zwerfziek van aart, had hy overal in
-'t beschaafd Europa de voornaamste boekeryen bezocht, om merkwaardige
-handschriften op te sporen en onderling of met de uitgaven te
-vergelijken. In 1645 in 't vaderland teruggekeerd, om Mattheus als
-stadsbibliothecaris en geschiedschrijver der Staten op te volgen,
-had hy zich in 1648 naar Zweden begeven, waar koningin Kristina hem
-ontbood. "O Izak!" riep, na zijns vaders dood, hem Vondel toe,
-
-
- O Izak! eenigh pant
- Van Vossius, gy die zoo verre
- Om 't licht der koninklijke sterre
- Verliet uw vaderlant;
- Verlaet om ons de kroon van Zweden!
- Gy kunt uws vaders stoel herkleden,
- Zijn doorgeleert gebouw
- Van schriften voort in top voltrecken
- En moeders hart ten balsem strecken
- Die anders smilt van rouw.
-
-
-Izaak voldeed aan die uitnoodiging niet: hy toog naar Engeland, waar
-hy zijn verdere dagen sleet. Maar al was het aan hem-alleen onder
-de kinderen van Vossius beschoren, tot in hoog gevorderden leeftijd,
-door tal van schriften, van den omvang zijner kennis te doen blijken,
-de glans blijft daarom onverminderd, die in het tijdvak, dat wy
-voorstellen, het huis van Vossius omstraalde, en schaars zullen de
-jaarboeken der waereld een tweede voorbeeld geven van een gezin,
-waarvan de leden in zulk een aantal en zoo treflijk uitblonken op
-het veld der wetenschap. Stierven de meesten jong, niet een daalde
-onberoemd ten grave, en, wanneer wy nagaan, hoeveel zy ongetwijfeld
-aan het voorbeeld en de opleiding van hun vader te danken hadden
-gehad, dan mogen wy daar eenigzins uit opmaken, hoe voortreflijk in
-'t algemeen het onderwijs van Vossius en hoe weldadig zijn invloed
-op zijn talrijke leerlingen geweest moet zijn, ja, op de geheele
-wetenschaplijke ontwikkeling in Frederik Hendriks eeuw.
-
-Wy besluiten met de bekende, doch altijd even lezenswaardige regels,
-welke Vondel schreef onder het afbeeldsel zijns grijzen vriends,
-vervaardigd door Sandrart:
-
-
- Laat sestigh winters vry dat Vossenhooft besneeuwen;
- Noch grijzer is het brein dan 't grijze hair op 't hooft:
- Dat brein draeght heugenis van meer dan vijftigh eeuwen
- En al heur wetenschap, in boeken afgeslooft.
- Sandrart, beschans hem niet met boeken, en met blaeren;
- Al wat in boeken steekt, is in dat hooft gevaeren.
-
-
-
-
-
-
-
-WILLEM EN JOAN BLAEU.
-
-
-Het zijn niet alleen de namen van doorluchtige krijgshoofden
-en staatslieden, van verheven dichters en kunstenaars, of van
-voortreffelijke geleerden, die by de nakomelingschap in aandenken
-bewaard blijven: nevens deze schrijft zy ook in den tempel der
-onsterfelijkheid de namen op der zoodanigen, die naar geen andere
-glorie streven dan aan 't algemeen van nut te zijn, en daaronder
-schenkt zy een eereplaats aan hen, die zich er op toeleggen, hun
-werkplaatsen te doen strekken om hetgeen de wetenschap gevonden
-en op 't papier gesteld heeft, aan de waereld te doen kennen, en,
-op die wijze, kennis, verlichting en beschaving te verspreiden. De
-aanspraken op onze dankbare hulde, langs dien weg door de Aldussen
-en Stefanussen, de Plantijnen en Moretussen verkregen, mogen minder
-schitterend wezen, zy zijn even gegrond als die van de schrijvers,
-wier werken zy ons in staat hebben gesteld, tot veredeling van onzen
-geest, tot vermeerdering van onze kennis, tot liefelijke ontspanning
-van ons brein, of tot verbetering van ons hart, te raadplegen.
-
-Maar zoo vaak wy ons Boekdrukkers voor den geest stellen gelijk zy
-het waren, die wy zoo even noemden, denken wy daarby ook aan mannen,
-die meer deden dan een werktuiglijk beroep drijven en een fabriek
-besturen. Neen, even als ontelbare anderen, die boeken drukken of
-uitventen, zouden ook zy voorlang zijn vergeten, indien zy er niet
-hunne eer in gesteld hadden, niets onder hunne pers te ontfangen,
-dan hetgeen verdienstelijk of althands belangrijk was, niets daaruit
-te voorschijn te brengen dan wat zich door voortreffelijkheid in
-de uitvoering onderscheidde. En zoo wel de eene als de andere
-voorwaarde kon niet verkregen worden, zoo niet hy, die aan 't
-hoofd der inrichting stond, aan yver en goeden smaak ook geest des
-onderscheids en grondige kennis paarde, maar boven al doordrongen was
-van de hooge verantwoordelijkheid, die op hem rustte. Immers, zoo de
-weldaden niet te noemen zijn, door de verspreiding van hetgeen goed,
-schoon, nuttig en geestverheffend is, te weeg gebracht, evenmin kan
-men de rampen tellen, veroorzaakt door het verderfelijk gif, dat,
-door middel der drukpers aan de waereld is en nog dagelijks wordt
-toegediend, en indien zy, die zich met het eerste bezig houden, te
-recht den naam verdienen te dragen van priesters der verlichting,
-voor hen, die zich aan 't laatste schuldig maken en onheilig vuur op
-het outer brengen, zoû de straf niet te licht schijnen, die Aarons
-zonen eens voor een dergelijk misdrijf trof.
-
-Zijn handel en nyverheid de grondzuilen, waar een Staat op rust,
-welke schooner nyverheid kan er bestaan, dan het belichamen der
-gedachte? Welke schooner handel, dan het wijd en zijd verspreiden van
-de vruchten des geestes? En toch! maar al te wel is de stortvloed van
-onkundigen, die zich met een en ander bezig houden, er in geslaagd,
-beroepen, die uit hun aart den rang boven elk ander beroep moesten
-nemen, al lager en lager in de algemeene schatting te doen zinken:
-en is, naarmate het getal der ongeroepenen steeg, dat der Aldussen
-en Plantijnen van dag tot dag geringer geworden.
-
-Nog echter mag het Nederland van onze dagen zich op loffelijke
-uitzonderingen beroepen: nog telt het mannen, die zich het gewicht,
-ja de heiligheid hunner taak bewust zijn en haar niet dan met een vol
-besef hunner verplichtingen aanvaard hebben en volbrengen, mannen,
-die het voetspoor betreden van hunne groote voorgangers, en daaronder
-dat van de onsterfelijke Boekdrukkers en Boekhandelaren uit het door
-ons gevierde tijdvak, Willem en Joan Blaeu.
-
-Ook Willem Blaeu was een dergenen, die zich door langdurige en ernstige
-studiën tot zijn beroep hadden voorbereid. In 1591 te Alkmaar geboren,
-had hy zich zoo binnen als buiten 's lands in al de vakken, welke hem
-dienstig konden zijn, bekwaam gemaakt. Hierby was echter de wiskunde
-het vak, voor 't welk hy een byzondere voorliefde koesterde, waarin
-hy, o. a. ook onder de leiding van den beroemden Tycho-Brahe, een
-aanmerkelijke hoogte bereikte, en 't welk de hoofdrichting bepaalde,
-door hem aan zijn drukkery gegeven. Immers, ofschoon ook talrijke
-werken van smaak, en menige dichtvrucht--als b. v. Vondels "Verovering
-van Grol," diens "Begroetenis van Frederik Hendrik," "Geboorte-klock
-van Willem van Nassou," "Zege-zangh op den Bosch" en "Gysbreght van
-Aemstel"--op zijne persen zijn gedrukt, toch duidde de zonnewijzer,
-met de zinspreuk indefessus agendo, die boven het huis van Willem Blaeu
-prijkte, dat het voornamelijk werken waren, de wiskunde--inzonderheid
-de zeevaart-, aardrijks- en sterrekunde betreffende, die by hem het
-licht zagen. Vele daarvan waren door den geleerden drukker zelven
-geschreven, en daaronder genoten het "Graedt Boeck" en het "Licht der
-Zeevaert" de eer, door Hooft en Vondel te worden bezongen. Hoe Blaeu
-als wiskundige vermaard was, blijkt o. a. daaruit, dat hem in 1637
-met Reael en anderen door de Staten werd opgedragen, een uitvinding
-van Galilei, om de lengte op zee te vinden, te onderzoeken. Vondel
-verhief 's mans roem als zoodanig op de navolgende wijze:
-
-
- Men soeck volkomen breyn vergeefs en vindt er geen:
- En selden een vernuft alleen bequaem tot een:
- Noch seldener een man bequaem geacht tot velen:
- Het schijnt Natuur heeft lust haer gaven te verdeelen,
- Maer trof in Blaeu een stof, tot veelerley bequaem.
- Soo draeght de Wiskonst moed op sijnen grooten naem.
-
-
-Maar zoû de roem, dien Willem Blaeu zich verworven had, hem overleven,
-evenzeer overleefde hem de inrichting, waar hy het aanzijn aan gegeven
-had. Hy liet, toen hy in 1638 overleed, twee wakkere zonen na, die,
-geplaatst aan 't hoofd der vermaardste drukkery hunner eeuw, die
-vermaardheid al luider en luider door Europa deden klinken. Joan en
-Kornelis Blaeu bleven het voetspoor van hun vader volgen: Kornelis,
-van wien o. a. Hooft in een zijner Brieven de loffelijkste getuigenis
-geeft, overleefde zijn vader niet lang, zoo dat het geheele gewicht
-der zaak op de schouders van zijn oudsten broeder kwam. Hoe deze in
-zijn studiën dezelfde richting volgde als zijn vader, leeren wy onder
-anderen kennen uit het allerliefste vaersjen, ter gelegenheid van
-zijn huwlijk met Geertruid Vermeul uit Gouda, door Vondel vervaardigd:
-
-
- De wackre Blaeu sloegh 's avonds spae
- Het gulden heyr des hemels gae
- En monsterde alle stralen,
- Die vast staen, of verschralen;
-
- Als Venus, dochter van Jupijn,
- Hem in een ongemaeckten schijn
- Verscheen; en quam voor oogen,
- Daer hy stond opgetogen.
-
- Sy sprack: mijn allerwaerdste soon,
- Die lust hebt in der Goden troon
- En 't eeuwighdurend leven
- Met uwen geest te sweven;
-
- Al langh genoegh met ongemack
- Gedragen 't aerdsch en hemelsch pack,
- En Herkles nagetreden
- En Atlas wijde schreden.
-
- Al lang genoegh tot 's vaders troost,
- Sijn swacken ouderdom verpoost:
- 't Is tijt om eens te hooren
- Nae 't geen u is beschoren.
-
- Ick wijs u nae de goude stad,
- Daer is voor u een eedle schat,
- Een schoone Maeghd ten beste,
- Treck heen nae dese veste.
-
- Ghy sult er vinden aen de Gou
- De lieve lang beloofde trou,
- En u in hare kaecken
- En heusch onthael vermaecken.
-
- Of deystse met bevreesden gang
- Ick salse met een minneprang
- Bedwingen tot mijn wetten
- En 't harde hart versetten.
-
- Soo sprack de moeder van de min,
- En liet hem met verbaesden sin,
- (Terwijle sy ging strijcken)
- Verbaest ten hemel kijcken.
-
- Sijn boesem brande stracx van hoop,
- Die hem den lust van starrenloop
- En 't schrander hemelmeten
- Benam en deed vergeten.
-
- Ghy handelt passer, boogh noch kaart
- O Blaeu, wat of u wedervaert?
- Noch Tychoos wijze boecken:
- Ghy gaet uw weêrga soecken;
-
- En Venus voortgang maeckt het spoor,
- En wijst u met haer starre voor,
- En opent Geertruys armen,
- Genegen tot ontfarmen.
-
- Geluck, ô blijde Bruydegom!
- In Hymens vrolijck heyligdom.
- Uw Bruyd heeft u genesen.
- Laet sy uw spieghel wesen.
-
- Nu staroogh op geen ander licht
- Als dat er straelt uyt haer gesicht.
- Nu staroogh op haer oogen,
- Die alle dingh vermogen.
-
- Nu druck, in 't kussen even kloeck,
- Met mond op mond een minneboeck,
- Nu druck met inckt van weelden
- Een huys vol minnebeelden.
-
-
-Als een bewijs der achting waarin Joan Blaeu by zijn medeburgers stond,
-bewijst zijn benoeming in 1651 tot Schepen en Raad. Zijn drukkery, die
-vroeger op de Bloemgracht by de derde Dwarsstraat stond, verplaatste
-hy in 1666 naar het gebouw der toenmalige Latijnsche school ten
-noorden van de Nieuwe Kerk, waar nog 't Blaauw-straatjen zijn naam van
-draagt. De werkplaats bevatte niet minder dan negen persen, naar de
-negen Zanggodinnen geheeten. Geheel Europa deelde zes jaren later in
-den ramp die hem trof, toen op den 22sten February 1672 dat treflijke
-gebouw door den brand in asch gelegd werd, waarby de letters en platen
-der vermaarde Atlas- en Stedeboeken vernield werden, en by de vier
-tonnen gouds verloren gingen. Hy stierf den 28sten December van 't
-volgende jaar. De toen zes-en-tachtigjarige Vondel, die van kindsbeen
-af, de huisvriend der Blaeuwen geweest was, wijdde hem dit grafschrift:
-
-
- Hier sluimert Blaeu, gedrukt van dezen kleinen steen,
- Al 't aertrijk door bekent,
- Hoe quam hy aan zijn endt?
- De gansche weerelt viel dien grooten man te kleen.
-
-
-
-
-
-
-
-PIETER CORNELISZOON HOOFT.
-
-
-De Nederduitsche taal, jeugdig, frisch, krachtig en bevallig, zoo
-lang Holland nog zijn eigen Gravenhuis bezat, was, ten gevolge der
-heerschappy, aldaar, byna drie eeuwen lang, door vier uitheemsche
-vorstengeslachten gevoerd, in een diep en treurig verval geraakt. Zoo
-zy nog leefde, 't was in de oude spreekwoorden en refereinen en in
-den mond des volks; maar als schrijftaal was zy sedert lang vervangen
-door een barbaarsch mengelmoes, waarin Hoogduitsche kanselarystijl en
-Fransche bastertwoorden--om van de Latijnsche niet te spreken--elkander
-verdrongen: een eigenlijk gezegde letterkunde bestond niet meer,
-en zelfs zy, die, toen de uitvinding der drukkunst en de studie der
-klassieke Oudheid het morgenrood eener nieuwe beschaving over Europa
-deden opgaan, hier te lande de eerste pogingen in 't werk stelden,
-om haar te doen herleven, de Rederijkers, waren nog machteloos iets
-anders voort te brengen dan verveelende moralizatiën, in ellendige
-kreupelvaerzen en nog ellendiger taal vervat. 't Is waar, mannen als
-Marnix, Coornhert, Spieghel, Roemer Visscher, hadden de hand aan de
-ploeg geslagen, en, met de herboren vrijheid poogden zy ook hun taal
-op vaste grondslagen te vestigen; doch het was niet, zoo lang de
-worstelstrijd tegen de dwingelandy op Hollands bodem gevoerd werd,
-dat een zoodanige poging, die boven alles een rustigen staat van
-zaken vereischte, met den noodigen klem kon worden doorgezet. Dan
-er was een betere tijd, een tijd van welvaart en binnenlandsche
-rust voor Holland aangebroken, en tevens de gelegenheid om den
-begonnen arbeid met wakkere volharding voort te zetten. Het was
-de Amsterdamsche Kamer "In Liefde Bloeyende"--tot wier leden niet
-alleen de twee laatstgenoemde geleerden behoorden, maar ook al wie
-in Amsterdam zich door wetenschappelijken aanleg onderscheidde--die
-de taak aanvaardde, om, als zy 't uitdrukte, "de Hollandsche taal
-van uitheemsch schuim te zuiveren, en de noodigste konsten in
-zuiver Dietsch te leeren." Maar geene omwenteling--'t zij dan in
-Kerk, in Staat of in Taal--werd immer volbracht door mannen van
-bedaagden leeftijd en grijze ervaring. Spieghel en al die als hy
-mannen van overgang waren, konden slechts theoriën stellen, naar
-welke de letterkunde zich te richten had; zy waren niet in staat,
-die in praktijk te doen brengen: die taak was voor jeugdiger krachten
-bewaard. Zy hadden uit de opgedolven stoffen een onbezield lichaam
-samengesteld; maar er moest een Prometheus komen, die aan dat lichaam
-het leven gaf: die Prometheus was Pieter Corneliszoon Hooft.
-
-Geboren in datzelfde jaar 1581, waarin ons Vaderland, door de
-afzweering van Filips, als zelfstandige Mogendheid optrad, zoon
-van dien Cornelis Pieterszoon, die als de grondlegger, althands als
-de vertegenwoordiger kon worden aangemerkt van dat aristokratisch
-beginsel, 't welk hier gedurende twee eeuwen schier uitsluitend
-heeft geheerscht, van tijdelijke middelen wel voorzien, vlug van
-bevatting, werkzaam, schrander en vernuftig, onberispelijk van zeden
-en aangenaam van omgang, en, by dat alles, zich van zijn tijdgenooten
-onderscheidende door het schuwen van elke uitsluitende richting in Kerk
-of Staat, scheen Hooft door stelling en karakter aangewezen als de man,
-die de letterkunde van den nieuwen Staat hervormen kon. De party,
-die thands regeerde, en die alzoo bestemd was in alles, ook in wat
-smaak en beschaving betrof, den toon te geven, moest geneigd zijn,
-zich te regelen naar het voorbeeld van iemand, die aan haar verwant
-en vermaagschapt was: de andersdenkenden vonden geen aanleiding, zich
-te verzetten tegen den schrijver, wiens byzondere denk- of handelwijze
-aan niemand aanstoot gaf. Wy willen echter den invloed, dien Hooft zich
-op de letterkundigen van zijn tijd wist te verwerven, niet uitsluitend
-op rekening der aangeduide omstandigheden schuiven. Gewis zouden deze
-weinig gebaat hebben, indien hy niet een gelukkigen aanleg bezeten
-had, dien hy gelegenheid vond te ontwikkelen, eerst te Leyden, door
-het onderwijs van beroemde geleerden en den omgang met ontluikende
-vernuften--waaronder het genoeg is, De Groot te noemen--en later op
-een buitenlandsche reize van drie jaren, waarvan hy er twee in Italiën
-doorbracht. Hier was het, dat hy, door het bestudeeren der klassieke
-Oudheid op haar eigen bodem, doch vooral ook door zich gemeenzaam
-te maken met de voortbrengselen der Italiaansche letterkunde--toen
-de eerste in Europa--hier was het, zeggen wy, dat hy zijn geest en
-smaak verfijnde, en leerde inzien, hoe er, ter hervorming van den
-Nederduitschen stijl, betere voorbeelden te kiezen waren dan de
-werken ook der bekwaamste Rederijkers. De Granida, zeker onder de
-tooneelwerken van Hooft niet het minst verdienstelijke, was geheel
-op Italiaansche leest geschoeid, doch leverde tevens een bewijs, hoe
-de liefelijke vormen en de welluidendheid der Italiaansche poëzy in
-'t Hollandsch op de gelukkigste wijze konden worden nagevolgd. Op
-zijn acht-en-twintigste jaar reeds zag hy zich geroepen tot de
-hooge betrekking van Drost van Muiden, Baljuw van Gooiland enz.--een
-betrekking, hem des te welkomer dan eenige regeeringspost in de stad
-zijner geboorte, om dat zy hem onafhankelijk maakte van de woelingen
-der partyen. Hy zag zich voortaan in staat, zijn tijd te verdeelen
-tusschen de plichten van zijn ambt en de beoefening der letteren. Het
-slot te Muiden, waar hy in 1609 zijn intrek nam en reeds in 't volgende
-jaar de bekoorlijke Kristina van Erp als Drostin binnenleidde, werd
-van dat tijdstip af, door het gul en gastvrij onthaal, dat men er
-genoot en door den kring van rijke vernuften, die er byeenkwamen,
-meer beroemd dan het te voren, zelfs door de belegeringen die het had
-uitgestaan of door den kerker van Graaf Floris, was geweest. De eerste
-werken, die hier uit zijn pen vloeiden, waren meest tooneelstukken,
-die, hoe hemelhoog ook geprezen door 's mans tijdgenooten, hem
-nimmer dien eersten rang als schrijver verzekerd hadden, die hem
-uit anderen hoofde geworden moest. Alleen zijn Warenar, die geestige
-navolging der Aulularia, is een meesterstuk, dat nog heden ten dage
-kan worden aangeprezen als een voorbeeld, hoe men, by het overbrengen
-van een blij- of kluchtspel uit een vreemde taal in de onze, te werk
-moet gaan, en met behoud van intrigue, karakters en toestanden,
-niet alleen de uitheemsche namen, maar ook de uitheemsche zeden,
-gewoonten, vormen, gezegden en geestigheden met Hollandsche kan
-verwisselen. Onze hedendaagsche vertalers mogen al aan hun Fransche,
-Engelsche of Hoogduitsche personaadjen namen geven, die Hollandsch
-klinken, in hetgeen die personaadjen doen en zeggen, zullen wy
-zelden of ooit iets nationaals herkennen. Warenar daar-en-tegen
-en al die hem omringen, zijn geen Romeinen, maar Amsterdammers,
-en hun taal, uitdrukkingen, zeden, manieren, alles in een woord,
-is, onder de handen van den vernuftigen en opmerkenden navolger,
-van elke Latijnsche kleur ontdaan om de inheemsche, de lokale, tot
-in de kleinste byzonderheden over te nemen.
-
-Het was eerst in 1626, dus reeds op vijf-en-veertigjarigen leeftijd,
-dat Hooft een prozawerk van eenigen omvang in 't licht gaf, te weten
-zijn Henrik de Groote. Het was dan ook geen vrucht van enkele ledige
-oogenblikken, maar van een achtjarige gezette studie, en het getuigde
-niet alleen van des schrijvers meesterschap over de taal, maar ook
-van de nasporingen, door hem in 't werk gesteld. Wekte aldus de vorm
-elks bewondering wegens het bondige, krachtige en cierlijke van een
-stijl, waarvan men nimmer hier te lande de wedergade had aangetroffen,
-de inhoud werd niet minder geprezen. De Groot, toen te Parijs als
-balling levende, getuigde, dat Hooft in kennis van de Fransche zaken
-voor geen Franschman behoefde te wijken, en dertien jaar later erkende
-Koning Lodewijk XIII de treflijke wijze waarop het leven van zijn
-vader door Hooft was beschreven, door hem de ridderorde van Sint
-Michiel benevens brieven van adeldom toe te zenden.
-
-De lof, aan Hooft toegekend, mocht hem een vertroosting strekken in
-zijn druk over de vele en zware verliezen, welke hy geleden had. Vader,
-gade, kinderen, ook zelfs een aanzienlijk deel van zijn vermogen,
-waren hem achtereenvolgends ontvallen: en het Huis te Muiden,
-na gedurende een reeks van jaren een verblijf van vrolijkheid en
-huislijk genoegen te zijn geweest, was een wijk en verblijf geworden
-van somberheid en rouw. Die treurige staat van zaken moest veranderd
-worden: Hooft had te wel de genoegens van het gezellige leven leeren
-op prijs stellen, om die niet terug te wenschen, en hy herwon die,
-toen hy, op den 30sten October 1627, een tweeden echt had aangegaan
-met Helionora Hellemans, weduwe van Jan Baptista Bartelost. Van nu af
-tot aan des Drossaarts dood was het Muiderslot weder het middelpunt,
-waar zich de schranderste vernuften, die Holland, neen, die de
-zeven Vereenigde Gewesten opleverden, zoo gaarne vereenigden. Daar
-kwam Vondel zijn Konstantijn, De Huybert zijn Psalm-berijming en
-Van Baerle zijn Latijnsche gedichten lezen; daar de wakkere Huygens
-zich van de staatsaangelegenheden verpozen, Reael de vruchten zijner
-veelsoortige ondervinding mededeelen, de Baecken, de Wickeforts,
-Staeckman, Graswinkel, van den Honert en zoo vele anderen de schatten
-hunner rijke kennis uitstorten: daar klonken de liefelijke stemmen
-van Tesselschade Roemer Visschers en Franciska Duarte, vergezelschapt
-door het klavecimbelspel van Diederick Swelingh of Joan Albert Ban.
-
-Maar Hooft, hoe ook gesteld op zoet gezelschap, had geen gezelschap
-noodig om verveeling te ontvlieden: en wellicht was hy nog het best
-te vrede, wanneer hy, in het zomerhuisjen in zijn tuin, doorgaans zijn
-"torentjen" genoemd, tusschen zijn boeken en papieren was gezeten. Dit
-althands getuigde Vondel, toen hy hem schreef:
-
-
- Somtijts kiest ge 't zeskant huiske
- Voor uw afgescheiden kluiske,
- En zijt in deze eenzaamheên
- Nimmer min dan dus alleen.
- In dit huiske wert geboren
- ('t Was zoo van uw lot beschooren)
- 's Grooten Henrix groote Faam,
- En de grootheid van zijn naam
- Quam uit deze kleinheit rennen,
- Vlugh geworden door uw pennen,
- Allesins waar 't Duitsche volck
- Is bekent door tael of tolck.
-
-
-Het goed onthaal, te beurt gevallen aan het werk hier, door Vondel
-geprezen, had Hooft aangemoedigd, een dergelijken arbeid, maar
-van vrij wat uitgebreider omvang, te aanvaarden. In 1628 leide
-hy de hand aan zijn Nederlandsche Historiën, waar hy negentien
-jaren lang, tot aan zijn sterfdag toe, met onafgebroken vlijt aan
-voortwerkte. 't Is onuitspreeklijk, met wat moeite en inspanning,
-met hoe veel lezens van gedrukte en ongedrukte boeken en bescheiden,
-met wat naarstig onderzoek en navorschen, met wat overleg en beraad,
-dat groote werk werd samengesteld, ontworpen, op papier gebracht,
-beschaafd en gepolijst. Hy diende zich daarby niet alleen van een
-aantal schrijvers, die in onderscheiden talen over de Nederlandsche
-beroerten hadden gehandeld; maar hy deed ook zijn voordeel met den
-raad en de voorlichting, die hem verschaft kon worden door mannen, in
-zaken van staat en oorlog ervaren. Zoo was Jacob Wijts, de Algemeene
-Wachtmeester van 't Leger der Staten, zijn gids en raadsman in alles
-wat het krijgswezen betrof: zoo waren 't Huygens, van den Honert,
-Schotte, Staeckman, Wickefort, waar 't Staatsaangelegenheden gold. Niet
-voor het jaar 1642 zag het eerste gedeelte van 't werk het licht,
-terwijl de schrijver inmiddels nog, tot verpozing en stijloefening,
-een vertaling van Tacitus en een beschrijving der Rampzaligheden van
-den Huize Medicis had bewerkt.
-
-Waren de Nederlandsche Historiën met ongeduld verbeid, met ongemeene
-graagte en belangstelling werden zy ontfangen en met uitbundige
-toejuiching vereerd. 't Is waar, het kostte aan sommigen in den
-aanvang moeite, zich aan de kernachtige beknoptheid van den stijl,
-aan de vaak ongewone woordschikking, te wennen; doch had men eenmaal,
-door een aandachtig lezen en vergelijken, zich met zijn schrijftrant
-gemeenzaam gemaakt, dan vergoedde een schier onvermengd genot de
-moeite van het lezen. Wat ons thands het meest hindert in den stijl
-van Hooft, te weten de Latijnsche spraakwendingen, werd hem niet ten
-kwade geduid door de letterkundigen van zijn dagen, over 't geheel
-meer gewoon Latijn dan Neêrduitsch te lezen: en evenmin konden zy
-er zich aan ergeren, dat hy, op 't spoor van Livius, en van Tacitus
-vooral, op welken laatsten hy zich gevormd had, aan zijn personaadjen
-meermalen cierlijke redevoeringen in den mond leide, die nimmer
-werkelijk gehouden waren, doch die tot ontwikkeling hunner karakters
-of meeningen moesten dienen. De geschiedenis, zoo als Hooft die gaf,
-was geen dorre kronijk, maar een gedramatizeerde epos, die voortdurend
-tot de verbeelding zoowel als tot het verstand bleef spreken, en
-waar de poëzy zich huwde aan naauwgezetheid in 't voorstellen der
-feiten. Het verhaal van den moord te Naarden, van de belegeringen,
-door Haarlem en Leyden uitgestaan, van den overtocht der Spanjaarts
-naar Duiveland en Schouwen, van de Spaansche furie te Antwerpen en van
-de ontploffing van Gianibellies brandschepen, zijn meesterstukken van
-schilderachtige beschrijving, waarby alles leeft en tot de verbeelding
-spreekt, en ook de kleinste byzonderheid, met getrouwheid aangebracht,
-en in een gelukkig licht gesteld, het hare bybrengt om het geheel af
-te ronden of te kleuren. Geen wonder dan ook, dat Frederik Hendrik
-de opdracht van dit werk vorstelijk beloonde, en dat de geleerdste
-en aanzienlijkste mannen in den lande onuitputtelijk waren in den
-lof, dien zy er aan schonken. Maar wat meer nog hem streelen moest,
-als zijnde een getuigenis, herkomstig van die zijde, van welke men
-die 't minst verwachten moest, was het verzoek, hem door Broeder
-Gabriël, een Kapucijn uit Leuven, gedaan, om niet te verflaauwen,
-maar standvastig voort te varen met den aangevangen arbeid, onder
-byvoeging, dat noch hy, noch de beroemde Puteanus te Leuven, immer een
-boek gelezen hadden, in onze taal geschreven, dat hun zoo wel geviel.
-
-Ongelukkig werd het aan Hooft niet gegeven, zijn Historiën verder
-te bewerken dan tot aan het Bestuur van Leycester. Hy zelf had
-het voorgevoel hiervan uitgedrukt in de volgende letteren, onder
-dagteekening van 12 Maart 1647 geschreven aan den reeds genoemden
-Kapucijn en bewaard in die keurige verzameling van zoo vele honderde
-Brieven, die niet tot de minste zijner aanspraken op onsterfelijke
-vermaardheid behooren: ".... ik hoop binnen korte jaaren noch tien
-boeken uit te geeven, die bequaamelijkt by de voorige twintig zullen
-kunnen gevoegt worden: zijnde mijn zorg, dat my niet gelukken zal het
-werk wijder te brengen, by mangel van gezondtheit oft leeven. Want
-d'eene wordt dikwijls bestreeden, en 't ander fluisterst my, die staa
-om op den zestienden deezer maandt in mijn zeven-en-zestigste jaar
-te treeden, in 't oor: Tempus abire mihi."
-
-Twee dagen later stierf Frederik Hendrik, en Hooft, naar den Haag
-gereisd, om 's Vorsten lijkstaatsie by te wonen, werd aldaar door een
-zware koorts aangetast, waaraan hy den 21sten Mei deszelfden jaars
-overleed. Algemeen was de rouw over zijn afsterven, en openbaar werd
-zijn lof herdacht in een lijkrede, door Geeraart Brandt opgesteld en
-door Adam Karelszoon van Zjermesz, een uitstekend tooneelspeler van
-die dagen, op den Amsterdamschen Schouwburg uitgesproken. Korter en
-kernachtiger schetste hem Vondel, in de regels onder zijn afbeelding
-door Sandrart geplaatst.
-
-
- Het brein, gespitst op 't roer der Staten te regeeren,
- En 's weerelts Oceaan met kloeckheit te braveeren,
- Den geest, die Tacitus en d'oudste dichters tart,
- Besloot natuur in Hooft, herboren uit Sandrart,
- Die hooft- en halscieraet des Ridders heeft vergeeten:
- De Duitsche lauwerkroon, en Fransche koningsketen.
-
-
-
-
-
-
-
-LAURENS REAEL.
-
-
-Onder de voortreflijke afbeeldingen, welke het penceel der bekwame
-schilders uit de zeventiende eeuw ons van de meest beroemden onder
-hunne tijdgenooten heeft nagelaten, is er naauwlijks eene, die,
-by den eersten blik, welken men er op slaat, zulk een gunstigen
-indruk te weeg brengt, en die ons, hoe langer wy er op staren, meer
-doet gevoelen, dat de man, dien zy voorstelt, schrander, geestig,
-beminlijk, groot en goed moet zijn geweest, als de afbeelding, door
-Thomas de Keyser vervaardigd, van Laurens Reael.
-
-En gewis, het penceel des kunstenaars heeft niet gelogen: want,
-hoe vele groote mannen het tijdvak van Frederik Hendrik ook hebbe
-opgeleverd, niet een, die veelzijdiger verdiensten bezeten en in
-meer onderscheiden werkkring uitgeschitterd heeft, dan Reael: en in
-zoo verre mag men hem aanmerken als den type van dat tijdvak zelf en
-van de Natie, welke hy, op de vloot, in den strijd, in de vergelegen
-Nederzettingen en aan de Hoven der Vorsten vertegenwoordigde.
-
-Op den 20sten October 1583 was Reael te Amsterdam geboren, waar zijn
-vader, Laurens Jakobsz., vroeger graanhandelaar te Dantzich, zich
-gevestigd en een huis betrokken had op het Water, aan de Papenbrug, in
-de "gouden Reael," waar hy zijn toenaam van ontleende. Reeds voorlang
-de leer der Hervormden omhelsd hebbende, was hy een der zes vermogende
-burgers, die in 1568 de openbare prediking bevorderden. Groot was
-zijn invloed by de burgery, en belangrijk waren zijn verrichtingen in
-de woelige tijden, welke Amsterdam had door te worstelen. Zijn yver
-om den beeldestorm voor te komen, de pogingen, door hem, op verzoek
-der Stads-Overheid, in 't werk gesteld, om, met eigen lijfsgevaar,
-een uitgebarsten oproer te stillen, zijn wijze gedragingen tegenover
-den onrustigen Hendrik van Brederode, zijn onbekrompen edelmoedigheid,
-betoond in 't leenen eener som van f 10,000 aan Prins Willem I, het
-kloek beleid, door hem, als Kolonel der Schuttery, gedurende Leycesters
-verblijf te Amsterdam aan den dag gelegd, dit alles te samen had hem
-by zijn stadgenooten zoo wel als elders een aanzien doen verwerven,
-dat natuurlijk ook zijn kinderen ter aanbeveling strekken moest.
-
-Zelf beminnaar en beöefenaar der letterkunde, welke hy ook als Lid der
-Oude Kamer voorstond, verzuimde Laurens Jakobsz. niets, wat dienen kon,
-om aan zijn kinderen een treflijke opvoeding te geven. Van Laurens,
-zijn jongste spruit, is het althands zeker, dat hy, behalve in de
-Latijnsche en Grieksche, ook in de Engelsche, Fransche en Italiaansche
-talen onderwijs genoot, en aan Leydens Hoogeschool de rechtsgeleerdheid
-bestudeerde.
-
-Zijn reeds bejaarden vader verloren hebbende, toen hy nog maar
-zeventien jaren bereikt had, vond de jonge Laurens vaderlijke vrienden
-in zijn oudere broeders, maar vooral in zijn zwager, den beroemden
-Arminius, die zijn leidsman werd op het veld der letteren, gelijk de
-geleerde Snellius op dat der wiskunde, in welke wetenschap hy spoedig
-belangrijke vorderingen maakte. Weldra echter--in 1609--overleed
-Arminius, wiens dood Reael in een Latijnsch gedicht bezong, dat
-beiden zijn bekwaamheid en zijn hart tot eer verstrekte.--Grooteren
-lof nog verwierf hy zich door het bespelen der Nederduitsche lier,
-en wakker handhaafde hy zijns vaders roem by diens vrienden uit de
-Kamer "In Liefde Bloeyende." By Roemer Visscher was de vernuftige
-jongeling een welkome gast: met diens dochters Anna en Geertruida,
-hem gelijk in jaren, wedyverde hy om den dichtgeest der jeugdige
-Tesselschade aan te kweeken: en met Hooft, dien hy aldaar leerde
-kennen, sloot hy een vriendschap, die tot zijn dood heeft geduurd.
-
-De zoon van Laurens Jakobsz. en de zwager van Arminius behoefde zich in
-die dagen niet verlegen te maken, dat hem de gelegenheid ontbreken zoû,
-om vooruit te komen. Reeds spoedig zag hy zich te 's Gravenhage in een
-eervolle betrekking by het Bestuur der geldmiddelen geplaatst. Zijn
-bekwaamheid en doorzicht werden opgemerkt door Oldenbarneveldt:
-hy won diens vertrouwen, en toen, in 1609, het belang der jeugdige
-Oost-Indische Maatschappy medebracht, dat er iemand naar Indiën
-gezonden wierd, met geestkracht, moed en kennis toegerust, beval
-Oldenbarneveldt Reael by Bewindhebberen aan. Een aanbeveling van
-'s Lands Advokaat stond aan een bevel gelijk: en zoo gebeurde het,
-dat de kweekeling der Muzen, op acht-en-twintig jarigen leeftijd, als
-Kommandeur met vier schepen naar de Molukken vertrok. Hy stelde het hem
-geschonken vertrouwen en de verwachtingen, welke men van hem koesterde,
-niet te leur: gedurende den tijd, dat hy in genoemde Eilanden met het
-gezach bekleed bleef, bewees hy gewichtige diensten aan de Maatschappy,
-veroverde vesting na vesting op de aldaar gezeten Spanjaarts, bezette
-verscheiden kleine eilanden, deed door de inlanders Vorsten verkiezen,
-aan de belangen der Maatschappy verknocht, en vestigde den handel in
-streken, waar vroeger onze vlag zich nimmer had vertoond. Geen wonder
-dan ook, dat, toen de Gouverneur-Generaal Reynst in 1616 overleed,
-Reael met eenparigheid van stemmen in diens plaats werd gekozen.
-
-De tijd van zijn bestuur was een te voren in de Oost ongekend tijdperk
-van orde en rust. Met zijn bondgenooten leefde Reael in vrede, en hy
-werd van zijn vyanden ontzien. Den handel zoowel als het krediet onzer
-Natie wist hy door zijn maatregelen te verheffen en de Ambtenaren
-door ontzach in toom te houden. "Dat heet eerst regeeren," zeide
-Hooft van hem. Het beloop der retoeren ten tijde van zijn bestuur
-bedroeg dan ook het dubbel van dat van vorige jaren. Niet lang echter
-bleef hy aan 't hoofd der zaken geplaatst. Hy verzocht en verkreeg
-zijn ontslag, droeg in July 1618 het bewind over aan zijn opvolger,
-den beroemden Jan Pieterszoon Koen, doch nam de terugreis niet aan,
-dan na dezen door zijn ervaring en raad ondersteund te hebben by het
-fnuiken van den tegenstand, door Engelschen en Javanen geboden by het
-stichten van Batavia. In Augustus 1619 van daar vertrokken, kwam hy,
-in 't begin des volgenden jaars, behouden in 't vaderland aan. Dan,
-hoe vond hy alles aldaar veranderd! Hy was vertrokken, toen de
-beginselen, door zijn zwager en leermeester Arminius in 't kerkelijke,
-door zijn beschermer Oldenbarneveldt in 't staatkundige voorgestaan,
-als wet en regel golden;--hy vond, by zijn terugkomst, de aanhangers
-van beiden vervolgd, gekerkerd, gebannen, zijn voornaamste vrienden
-en weldoeners uit de gestoelten der eere geschopt, Oldenbarneveldt
-zelven onthalsd. Was het vreemd, dat de bitterste aandoeningen van
-smart en verontwaardiging de ziel des fijngevoeligen mans vervulden,
-dat hy lucht daaraan gaf in een Latijnsche elegie "over de rampen van
-het vaderland," en eerlang ook in dichtvruchten van anderen aart? Maar
-evenmin zal het iemand verwonderen, dat voor den erkenden aanhanger van
-'s Lands Advokaat de weg tot alle ambten voor 't oogenblik gesloten
-was, dat Hooft in 1623 vergeefs moeite deed, om hem tot Afgezant
-naar Venetiën te doen benoemen, ja, dat, toen men in dat zelfde jaar
-onderhandelaars benoemde, om de geschillen te vereffenen tusschen
-de Hollandsche en Engelsche Maatschappyen, Reael niet tot dat getal
-behoorde. Hy-zelf verlangde op dat tijdstip wellicht ook geen bemoeying
-met staatsbeslommeringen, en zich, op een landhuis naby de Beverwijk,
-in de buurt van dat van zijn geleerden en beminlijken vriend Laurens
-Baeck, hebbende nedergezet, sleet hy zijn dagen een tijd lang buiten
-alle zaken. Doch een man als hy kon niet werkeloos zijn. Hy gaf
-een belangrijk boekjen uit, ten tytel voerende: "Raad voor hem, die
-zich naar Indiën begeven wil." Maar bovendien hield hy met Vondel,
-Hooft en De Huybert geregelde byeenkomsten, waar over de moedertaal
-gehandeld werd. Men stelde hier verscheiden regels, waaraan men zich
-in het dichten en schrijven had te houden: met name over het stuk der
-taalschikking, der te-samenvoeging der woorden, over het onderscheid
-der geslachten, de verbuiging en spelling der woorden: alle zaken,
-waarover men destijds nog maar weinig in 't licht gegeven en zelfs
-weinig nagedacht had. Voorts vervaardigde hy met Hooft, in 1625,
-een vertaling van Senekaas Troades, die Vondel in verzen bracht,
-en schreef bytende hekeldichten, goed genoeg om voor werk van Vondel
-door te gaan, en by de uitgave van diens Poëzy als zoodanig daarin
-te worden opgenomen.
-
-De tijd stond echter aan te breken, waarop hy de zoete letteroefeningen
-weder af zoû wisselen met een meer bedrijvig leven. Frederik Hendrik
-was aan 't bewind gekomen, en hy kon een man als Reael niet ongebruikt
-laten. Een vloot moest worden afgezonden, die, in verband met die
-der Engelschen, een poging aan zoû wenden, om den Spanjaart op eigen
-kusten te bestoken. Willem van Nassau, de wakkere zoon van Maurits,
-was destijds Amiraal van Holland; doch men achtte het dienstig,
-hem een raadsman ter zijde te stellen, die aan moed en vastheid van
-geest ook beproefde ervaring en kennis paarde, en, daar gehechtheid
-aan een vroeger stelsel niet meer als reden van uitsluiting gelden
-kon, sloeg men het oog op Reael, die, na eenig beraad, zich de
-benoeming tot Vice-Amiraal liet welgevallen. De tocht had,--gelijk
-trouwens altijd het geval was met zeetochten, in vereeniging met de
-Engelschen ondernomen--geen merkwaardige gevolgen; doch, dat de beste
-verstandhouding tusschen de beide Hollandsche Vlootvoogden bleef
-heerschen, blijkt o. a. uit de omstandigheid, dat, toen de jeugdige
-Amiraal voor Grol werd doodgeschoten, Reael hem met een aandoenlijk
-lijkdicht in 't Nederduitsch herdacht, en met een keurig Latijnsch
-grafschrift:
-
-
- Nassovium dum terra sibi, sibi vindicat æquor,
- Has cælum lites solvit, utrique negat.
-
-
-'t welk hy-zelf aldus vertolkte:
-
-
- Terwyl zee tegen lant
- Om Nassau is gekant,
- Komt haar de Hemel scheyden
- En gunt hem geen van beyden.
-
-
-Dadelijk na zijn terugkomst in 't Vaderland, was Reael aangesteld
-tot Bewindhebber der Oost-Indische Maatschappy, welke betrekking
-hy tot aan het eind zijner dagen vervulde: zoo eenige betrekking,
-was deze voor hem geschikt, en hem komt voorzeker geen gering deel
-toe van de voordeelige uitkomsten, welke, ten gevolge der goede orde
-en der zorgen van 't Bewind, de zaken van dat lichaam opleverden.
-
-Reeds kort nadat Reael het genoemde ambt aanvaard had, werd hem
-een schijnbaar alleen vereerende, doch in de daad zeer netelige taak
-opgedragen. In 1626 werd hy, namelijk, naar Engeland gezonden, om Karel
-I, by diens krooning, te begroeten. Aan dezen openbaren last was een
-geheime verbonden, te weten om te Londen pogingen aan te wenden tot
-het byleggen der geschillen, tusschen de Engelschen en Hollandsche
-Maatschappyen gerezen, over de bekende zaak van Amboina. Welken
-uitslag zijne bemoeyingen hadden, kunnen wy niet bepalen; zeker is
-het, dat zijn handelingen den Koning niet ongevallig waren, die hem
-tot Ridder sloeg en in den adelstand verhief.
-
-In Duitschland woedde het oorlogsvuur, en de Keizer, wiens wapenen,
-onder den groote Wallenstein, hoogst voorspoedig waren, had de
-meeste plaatsen aan de Oostzee bezet. De Staten van Holland, de
-nadeelen hiervan voor onzen handel inziende, drongen er op aan,
-dat men een bekwamen onderhandelaar naar Denemarken zoû zenden,
-ten einde die Mogendheid te bewegen, de vorderingen van Oostenrijk
-tegen te staan. Reael werd met dien last vereerd en stak, in 1628,
-met een oorlogschip van den Staat naar Koppenhagen over. 't Was hierop,
-dat Vondel zinspeelde, toen hy het navolgende byschrift onder 's mans
-afbeelding plaatste:
-
-
- Zoo maelde een Keysers hant den wackeren Reael,
- Den Ridder, den Gesant, den grooten Generael,
- Voorsien met breyn in 't hooft, met oorloghsmoet in 't harte.
- 't Was hy, die Spanjen op sijn eygen bodem tartte.
- Vaer heen, gelauwert hooft, geluckelijck door zee
- En breng voor 't Vaderlant ontelbre kranssen meê.
-
-
-De wenschen des dichters werden niet vervuld. Het zij, dat Reael
-door de geslepen Staatsdienaars van den Keizer by den Koning van
-Denemarken was voorgekomen, 't zij dat het Deensche Hof, indachtig
-aan de fabel van het Paard en den Man, het gevaar inzag eener hulp
-van bondgenooten, Reael slaagde niet in zijn zending, en, met hoe
-vele eerbewijzigingen ook ontfangen, hy kon geen traktaat tot stand
-brengen. Integendeel maakten de beide Monarchen eerlang vrede met
-elkander. Niet alleen had Reael alzoo het doel zijner zending gemist,
-maar hy moest nog verderen tegenspoed ondervinden. Op zijn terugreize
-naar het Vaderland leed hy schipbreuk, op de kust van Jutland. Wel
-kwam hy, met groot gevaar, aan wal, maar om in een anderen tegenspoed
-te vervallen. De plaats, waar hy aanlandde, was door de Keizerschen
-bezet. Hun Veldheer, onderstellende, dat de Gezant, zoo hy in Holland
-keerde, de Staten tot eenige onderneming tegen het Keizerrijk zoû
-aansporen, hield niet alleen Reael gevangen, maar zond hem zelfs
-naar Weenen op. Het duurde tot aan 't volgend jaar, eer hy ontslagen
-werd, zoo men wil, ten gevolge der voorspraak van de Jezuiëten
-aldaar, door Roomsgezinde Hollandsche kooplieden te zijnen behoeve
-aangezocht. Zeker is het, dat hy te Weenen met eerbied werd behandeld:
-naar de getuigenis eens schrijvers, kwam hy er als gevangene, maar
-vertrok als een Vorst. Weinig dagen na zijn terugkomst in Holland,
-die in Maart 1629 plaats had, gaf hy by de Staten-Generaal verslag
-van zijn verrichtingen, en verwierf den dank en de goedkeuring van
-zijn lastgevers.
-
-Na zoo vele lotswisselingen is het geen wonder, dat Reael naar de
-genoegens van het huislijk leven begon te verlangen. Hy trad in den
-echt met Suzanna de Moor, de nog jeugdige weduwe van Hendrik de Picker,
-een aanzienlijk Amsterdamsch koopman: en, zoo haar zielshoedanigheden
-beäntwoordden aan haar bekoorlijkheden, gelijk het penceel van De
-Keyser ze heeft vereeuwigd, zoo moet, naast zulk een wederhelft, zijn
-lot wel gelukkig zijn geweest. Dat hy zich ook zoo gevoelde, blijkt
-uit de verandering, die zich van dat tijdstip af in zijn levenswijze
-openbaarde: zoo geheel was hy aan zijn huis gehecht, dat zelfs zijn
-beste vrienden hem ter naauwernood meer zagen. "Toen hy in de hel
-van Weenen lag," schrijft Hooft, "spoelde de vergetelbeek my niet
-uit zijn gedachte. Nu schijnt men hem quijt met lijf en met ziel. Ik
-denk niet, dat die doorluchtige sinnen, gelijk ze 't zijner tyd de
-hebbelijkheid hadden om zich tot behelzing der grootste zaaken uit te
-rekken, alzoo zich nu weeten in te krimpen, dat ze in een luiermand
-schuilen kunnen en zich aan het toestellen derzelver te kost leggen,
-gelijk Tasso zeit van een oudt soldaat:
-
-
- De zoete naam van vaader en gemaal
- Hadt nu geweekt zijn braave borst van staal."
-
-
-In het volgende jaar werd Reael Lid van de Vroedschap te Amsterdam,
-later Kommissaris tot de Wisselbank, Weesmeester en Schepen. Voorts
-bleef hy den tijd, die hem van zijn ambtsbezigheden overschoot,
-aan zijn meest geliefde studie, de wiskunde, toewijden, vooral met
-toepassing op de zeevaart. Veel bracht hy hierover op 't papier,
-waaronder eenige hoogst belangrijke "Aanteekeningen over den
-magneetsteen en de magnetische kracht der aarde." In 1636 was hy het,
-aan wien, op aanbeveling van De Groot, de beroemde Galileus Galilei
-zich richtte, ten einde een gewichtige uitvinding, om de lengte op zee
-te vinden, by de Staten Generaal in te dienen. Hy deed dit, en werd
-door hen, met Willem Blaeu, Martinus Hortensius, Golius en Beeckman,
-in kommissie gesteld, om de zaak te onderzoeken. Dit had aanleiding
-gegeven tot een allerbelangrijkste briefwisseling tusschen hem en
-Beeckman, die echter, ten gevolge van het overlijden van de meesten,
-die in de zaak betrokken waren, geen gevolgen had.
-
-Het huwelijk van Reael was met twee zonen gezegend geweest en hy
-had alle reden, om zich gelukkig te noemen in het hem beschikte lot,
-toen zich op eens het uitzicht voordeed, dat hy zijn stille en rustige
-levenswijze nogmaals tegen een woelige en gevaarlijke--hoezeer dan ook
-schitterende--loopbaan zoû verwisselen. Filips van Dorp had in 1637
-als Luitenant-Amiraal van Holland zijn ontslag bekomen, en niemand was
-er hier te lande, die niet luide of in stilte den wensch herhaalde,
-door Hooft gedaan, "dat het scheeprijkst en strijdbaarst volk aan
-een Amiraal met hart en harsenen geraken mocht." Een zestal personen,
-welke men voor de opengevallen plaatsen meest geschikt achtte, werd
-aan den Prins voorgedragen, om er een uit te kiezen. De eerste twee
-op deze lijst waren Reael en Tromp: en daar de Staten van Holland
-den eerstgemelde met byzonderen aandrang by den Prins voorstonden,
-was het hoogstwaarschijnlijk, ja genoegzaam zeker, dat hem deze
-luisterrijke bediening zoû worden opgedragen. Maar anders was het
-in Gods raad besloten. Een besmetlijke ziekte, die omtrent dezen
-tijd in Amsterdam woedde, trof ook zijn huis: zijn beide zoontjens
-werden achtereenvolgens aan zijn hoop en aan zijn hart ontrukt,
-en die treffende slag deed hem zoo zeer aan, dat hy eerlang tot
-een volslagen lusteloosheid verviel, zoo zelfs, dat verscheidene
-brieven, waaronder een van Galilei, ongeopend bleven liggen. By de
-ongesteldheid van zijn geest, kwam een heete koorts zich voegen, die
-op den 10den October van dat jaar--1637--een einde maakte aan zijn
-nuttig en werkzaam leven. Diep werd zijn dood betreurd, ja als een
-algemeene ramp beschouwd. Gelukkig nog het Vaderland, dat, toen het
-hem verloor, althands in één opzicht, een waardigen plaatsvervanger
-voor hem mocht zien optreden in Marten Harpertszoon Tromp.
-
-
-
-
-
-
-
-MARTEN HARPERTSZOON TROMP.
-
-
-In het jaar 1610 zwierf een roofschip in de Spaansche zeeën, waarop
-een knaapjen van ruim dertien jaren als kajuitwachter voer. Hard en
-lastig was de dienst, welken hy te verrichten had: sober en slecht
-het voedsel, dat hem werd verstrekt: en geen ander loon trok hy voor
-zijn moeite dan scheldwoorden en slagen. Maar moeilijker te verduren
-dan dit alles waren de aandoeningen, die den knaap pijnigden zoo
-dikwijls hy zijn lot overdacht;--want hy had de betrekking, welke hy
-vervulde, niet vrijwillig gekozen; want over het vaartuig, waarop hy
-nu ruim twee jaren in slaafsche dienstbaarheid had doorgebracht, had
-eenmaal zijn vader het bevel gevoerd; want aan den ruwen vrijbuiter,
-dien hy zijn meester noemde, had hy den dood zijns vaders te wijten;
-en nog bestendig herriep zijn verbeelding dat verschriklijk tooneel,
-toen, door den pulverdamp heen, de afschuwwekkende, door zon en
-kruit gebronsde gelaatstrekken der roovers, die over de verschansing
-klouterden, zich voor zijn oogen vertoonden, toen moord en vernieling
-om hem heen woelden, zijn vader in zijn nabyheid met gespleten
-schedel op het dek werd geworpen, en hy vergeefs den bangen kreet
-liet hooren: "zal niemand den dood mijns vaders wreken?"--Helaas! er
-was weldra niemand meer, om aan die roepstem gehoor te geven: en,
-alleen uit de algemeene slachting gespaard, had hy voortaan aan de
-bevelen van zijns vaders beulen moeten gehoorzamen. Kan men zich
-beklagenswaardiger, ellendiger toestand voorstellen dan die van den
-armen knaap? Kan er hopeloozer toekomst worden uitgedacht dan die
-hem scheen te verbeiden? En toch, diezelfde knaap, die van allen dus
-verlaten scheen, God had hem niet verlaten, God had hem bewaard, om,
-door tijden en beproevingen, eenmaal rijp te worden voor de roeping,
-tot welke hy bestemd was, om, uit dien staat van diepe vernedering,
-zich een weg te banen tot de hoogste eerambten, om de hersteller te
-worden van ons zeewezen en de schepper onzer vloot, en zich een naam
-te verwerven, naast welken men er weinige, boven welken men er geenen
-stellen kan;--want die knaap was Marten Harpertszoon Tromp.
-
-Uit zijn drijvenden kerker ontkomen, was hy, verre van afgeschrikt te
-zijn door de uitgestane rampen, verre van in een stil en rustig leven
-in zijn vaderstad den Briel vergoeding daarvoor te zoeken, op nieuw
-die loopbaan ingetreden, welke hem als kind zijn vader gewezen had, en
-die hem alleen in staat kon stellen, zijns vaders dood te wreken. Een
-snelle bevordering was het loon zijner plichtsbetrachting. In 1622
-Luitenant op een oorlogschip, kreeg hy twee jaren later reeds het
-bevel over een fregat. In 1629 op den tocht tegen de Duinkerkers,
-bevond zich Piet Hein op het schip van Tromp, en werd aan zijne
-zijde doodgeschoten. Maar reeds had de groote Amiraal aangaande hem
-herhaaldelijk de getuigenis afgelegd, dat hy vele wakkere kapiteins
-gekend, maar altoos 't een of 't ander gebrek by hen gevonden had; doch
-nooit in Tromp, die alle deugden bezat, in een scheepsvoogd gevorderd.
-
-En toch scheen het een wijl, als of onze held in zijn loopbaan moest
-gestuit worden. Miskenning en teleurstelling vielen hem te beurt:
-zijn schip werd hem ontnomen, en, diep gegriefd, verliet hy voor een
-tijd den werkelijken dienst om een administratieve betrekking by de
-zeezaken te bekleeden.--Maar wat schijnbaar nadeelig was voor zijn
-bevordering tot hoogeren rang moest strekken om hem te meer daarvoor
-geschikt te maken. Door den aart zijner bediening leerde hy nu, aan
-praktische ervaring, theoretische kennis paren, de misbruiken, by 't
-bestier van 't zeewezen ingeslopen, nog meer van naby onderscheiden
-en op middelen peinzen tot hun herstel. Die misbruiken en het gebrek
-aan orde en vaste regelmaat, waarover luide geklaagd werd, gaven dan
-ook aanleiding, dat, in 1637, aan den Luitenant-Amiraal van Dorp zijn
-ontslag als zoodanig werd gegeven, en de Staten naar iemand omzagen,
-die van de noodige veerkracht en kennis was voorzien en geschikt om
-de zaken op een beteren voet te brengen. Men had het oog op Reael,
-die, zoo wel toen hy onder Willem van Nassau 's Lands vloot had
-aangevoerd, als gedurende zijn bestuur in de Oost-Indiën, blijken
-zijner bekwaamheid had gegeven; doch het onverwacht overlijden van
-dezen verdienstelijken man was oorzaak, dat de keuze op Tromp viel en
-de Staten hadden geen reden om zich over deze keus te beklagen. Niet
-alleen deed hy terstond zijn wakend oog over alles gaan wat herstel of
-verbetering noodig had; maar geen jaar verliep er na zijn aanstelling
-of hy gaf het schitterendste bewijs van zijn geschiktheid voor den
-hoogen rang, waartoe hy zich geroepen zag.
-
-Reeds sedert lang was het hier te lande bekend, dat de Koning van
-Spanje uit de onderscheidene Staten, aan zijn heerschappy onderworpen,
-de kloekste en meest bekwame vaartuigen vereenigde, ten einde daarmede
-een vloot samen te stellen, die--zoo vleidde men zich in Spanje--aan
-de onze de zee zou doen ruimen. Men wist hier insgelijks, dat naar
-Duinkerken last gezonden was, de grootste schepen naar Spanje te
-zenden, om die vloot te versterken. In den aanvang van 1639 waren
-dan ook twintig vaartuigen uit die haven gezeild; doch niet te
-vergeefs kruiste Tromp op de Vlaamsche kusten. Ofschoon hy niet
-meer dan elf schepen by zich had schuwde hy den ongelijken strijd
-niet. Moedig tastte hy, op den 28sten February, de Duinkerkers aan,
-veroverde, na een hardnekkig gevecht van acht uren, twee van 's vyands
-zwaarste schepen, joeg dat van hun Vice-amiraal op het strand, waar
-het verbrandde, en noodzaakte de overige hun behoud in de vlucht te
-zoeken en zich weder te bergen in de haven, die zy verlaten hadden. De
-Markies van Fuentes, de kommandant van Duinkerken, die met zijn koets
-naar 't strand gereden was om getuige te zijn van de viktorie, door
-de zijnen behaald, was alleen getuige van hun nederlaag.
-
-De haven kon echter niet voortdurend geblokkeerd blijven en zoo gelukte
-het later den Duinkerkers, aan het hun gegeven bevel te voldoen. De
-Spaansche vloot was hierdoor niet weinig versterkt; want de Duinkerker
-schepen waren niet alleen voortreffelijk gebouwd en bezeild, maar
-ook bemand met wakkere zeelieden, die met onze zeegaten en stroomen
-bekend waren.
-
-In dezen stand van zaken en by de onzekerheid waarin men omtrent
-het doel der afgezonden vloot verkeerde, kreeg Tromp bevel, met een
-smaldeel in 't kanaal te kruisen, terwijl Banckert de haven van
-Duinkerken bezette en de Witte zich met een klein getal schepen
-gereed moest houden om by te springen wie hulp behoefde. Dubbele
-waakzaamheid was er noodig; daar men niet alleen op de Spanjaarts te
-passen had, maar ook op onze Engelsche zoogenaamde bondgenooten, die,
-nayverig op het aanwassen onzer macht ter zee, volgaarne de middelen
-by de hand namen die zich aanboden om ons afbreuk te doen, en, in 't
-geheim onzen vyand begunstigden. Dit bleek onder anderen, toen men,
-by 't onderzoek van drie Engelsche koopvaarders, daarin een duizendtal
-Spaansche soldaten vond en gevangen nam, die er mede waren overgevoerd.
-
-Het was eerst op den 15den September, dat Tromp, op de hoogte
-van Bevezier, de Spaansche vloot ontdekte. Zy bestond uit niet
-minder dan zeven-en-zestig schepen, meest van de zwaarste soort. Het
-amiraalschip was van 800 last en voerde 66 stukken: die van de Amiraals
-van Kastiliën en van Napels van 600 last, voerden, het eene 54, het
-andere 60 stukken. Doch de mater Teresa, waarop de Amiraal van Portugal
-gebood, was van 1210 last, met 68 stukken en 1200 man gewapend. Het
-gezamentlijk getal stukken, die de vloot voerde, was 1700 en dat der
-manschappen 24,000, waarby zich de puik der Spaansche en Portugeesche
-legerbenden bevond en de bloem van den adel uit beide Rijken. Aan het
-hoofd der vloot stond Don Antonio d'Oquendo, een zeeman en bevelhebber
-van beproefde ervaring.
-
-En wat kon Tromp overstellen tegen zulk een zeemacht?--Niet meer dan
-een smaldeel van dertien schepen: welk getal, ook al gelukte het hem,
-den bystand van de Witte en van Banckert te bekomen, slechts tot een
-dertigtal kon gebracht worden, dat ter naauwernood zoo vele stukken
-voerde als des vyands Amiraalschepen alleen. Maar op die schepen
-van Tromp waren zeelieden, in den krijg op de Vlaamsche kusten,
-in de Middellandsche en Indische zeeën en op den grooten Oceaan,
-geoefend en gehard, en Bevelhebbers, die nooit gewoon waren geweest,
-hun vyanden te tellen. Daar toch vond men den onverschrokken de Witte,
-wien de hem gegeven naam van "Vechtvraag" reeds genoeg afschildert:
-daar Joost Banckert, die de zilvervloot had helpen winnen en aan de
-Duinkerkers slag op slag had toegebracht; de man, die den dood zoo
-weinig schroomde, dat hy eens, door overmacht van vyanden benaauwd,
-zijn eigen zoon met een brandende lont in de kruitkamer geplaatst had,
-met last, die daarin te werpen, zoodra tegenweer noodeloos werd: daar
-zoo velen, waarvan elk in deze galery een plaats verdiend had, indien
-die aan anderen dan aan de meest uitschitterenden kon gegeven worden.
-
-Was het wonder, dat, toen een krijgsraad, uit mannen als de hier
-genoemden samengesteld, door Tromp werd geraadpleegd, hoe onder de
-bestaande omstandigheden te handelen, het besluit algemeen genomen
-werd, al het mogelijke te beproeven om den vyand afbreuk te doen. Een
-der kleinste schepen werd afgezonden aan de Witte, die in de Cingels
-kruiste, en aan Banckert, die voor Duinkerken lag, met last, zich
-onverwijld by hem te voegen. Reeds den volgenden dag was de Witte,
-met de vijf schepen die hy aanvoerde, by Tromp: en met dit kleine
-getal van zeventien schepen besloot men nu, de zeven-en-zestig des
-vyands aan te tasten.
-
-De Spaansche vloot, die den wind in haar voordeel had, kwam nu
-tegen de onze opzetten, welke d'Oquendo zich voorstelde spoedig
-uit zee te zullen drijven. Maar jammerlijk vond hy zich in zijn
-verwachting bedrogen. In stede van te wijken, wenden de schepen van
-Tromp op eenmaal den boeg, storten zich midden tusschen hun vyanden,
-en brengen er schrik en verwoesting. De kracht van den metalen boog,
-gelijk Tromp de Spaansche vloot genoemd had, was gebroken en d'Oquendo,
-geen geneigdheid hebbende den strijd langer voort te zetten, naar de
-Cingels geweken. Maar het schip van de Witte was reddeloos geschoten
-en een ander onzer vaartuigen in de lucht gesprongen. De reeds
-zoo onbeduidende macht der Nederlanders was dus nog meer verzwakt:
-Des-niet-te-min bleef Tromp by het eens genomen besluit volharden, en,
-op den 17den door mist opgehouden, kwam hy op den 18den de Spaansche
-vloot weder op zijde en hernieuwde het gevecht, dat, terwijl de beide
-vlooten met schoon weer en zuidoosten wind naar de Hoofden dreven,
-de geheele nacht by maanlicht voortduurde. Niet weinig klom de moed
-der onzen, toen, met den dageraad, Banckert met twaalf schepen
-kwam opdagen. Die tijdige bystand besliste de overwinning. Twee
-Spaansche schepen vielen den onzen in handen: de rest week, tegen
-tien ure in den morgen, onder het geschut der Engelsche kasteelen
-van Duins. Terwijl hier eenige moeilijkheden tusschen de Britsche en
-Spaansche Bevelhebbers vereffend werden over het strijken der vlag,
-zeilde Tromp naar Calais, voorzag er zich van versche krijgsbehoeften,
-hem door den Franschen Bevelhebber goedgunstig afgestaan, en was
-reeds den volgenden dag in staat, ten zuiden van Duins het anker te
-laten vallen; terwijl Banckert aan de Spaansche vloot ten noorden
-den uittocht afsneed, die haar ten oosten door een zandbank werd belet.
-
-Naauwlijks had de Witte, die met zijn beschadigd schip naar het
-Vaderland gezonden was om verslag van het gebeurde te geven, aan
-de Staten-Generaal medegedeeld, hoe onze geringe scheepsmacht de
-Spaansche vloot niet alleen met goed gevolg had aangetast, maar
-zelfs voor Duins hield ingesloten, of alles werd in 't werk gesteld
-om Tromp de middelen te verleenen, ten einde het begonnen werk te
-voltooien. Overheden en onderzaten, Holland en Zeeland, Amiraliteiten
-en Indische Maatschappyen, allen wedyverden, wie 't spoedigst het
-noodige verschaffen zoû: alle kleine oneenigheden en jaloezyen
-schenen vergeten en by kollegies noch personen heerschte een andere
-gedachte meer, dan die, om het grootsche doel, dat men voor oogen
-had, te bereiken. Dagelijks verlieten behoorlijk uitgeruste schepen
-onze havens, en vervoegden zich, door een aanhoudenden oostewind
-begunstigd, by de vloot, die alzoo, tot verbazing van geheel Europa,
-binnen den tijd van vier weken, tot een aantal van 96 oorlogschepen
-en elf branders was aangegroeid.
-
-Maar was Tromp nu in staat gesteld, met hoop op goeden uitslag
-den kamp voort te zetten, de Spanjaart was niet de eenige vyand,
-van wien hy tegenstand te wachten had. Karel I had reeds aan onzen
-Gezant doen weten, dat hy op zijn reede geen gevecht zoû dulden, maar
-hem, die het begon, als vyand zoû behandelen. Aan dertien Spaansche
-schepen liet hy gelegenheid verschaffen om onder geleide van Engelsche
-vaartuigen by nacht te ontsnappen, langs een weg, door de Engelschen
-zelve als onbevaarbaar opgegeven. Een Britsche zeemacht werd by Duins
-verzameld om tegen de schending der reede te waken, met andere woorden,
-om den Spanjaart tegen ons te beschermen: en de Engelsche vlootvoogd
-bleef dag aan dag by Tromp, nu eens op vleienden, dan op dreigenden
-toon, aandringen, dat hy zijn opzet zoû laten varen. Maar Tromp had
-nu eenmaal uitdrukkelijk bevel bekomen om de Spaansche vloot aan te
-tasten en, zoo mogelijk, te vernielen; en geen vleitaal of bedreiging
-was in staat hem te verhinderen in 't volbrengen van dien last. Hy
-bleef voor Duins liggen, verdubbelde in waakzaamheid en sloot de
-vloot des vyands al naauwer en naauwer in. Intusschen beseffende,
-dat een aanval op deze, terwijl zy ter reede van Duins lag, onder
-bescherming der Britsche kasteelen en in de nabyheid eener Britsche
-vloot, op zich zelf een hachlijke zaak ware, wenschte hy haar de
-reede te doen verlaten en in de open zee te kunnen aantasten, waardoor
-aan de Engelschen alle voorwendsel om den strijd te verhinderen zoû
-worden ontnomen. En toen d'Oquendo, hiervan verwittigd, allerlei
-voorwendsels te baat nam, om op de reede te blijven, onder anderen,
-dat hy masten en stengen noodig had, die te Dover lagen, liet Tromp
-die door een zijner schepen halen en by den Spaanschen Amiraal aan
-boord brengen. Nu kwam deze met een andere uitvlucht te baat: hy had
-gebrek aan kruit. En nu dorst de Engelsche opperbevelhebber aan Tromp,
-uit d'Oquendoos naam, het voorstel doen, dat hy dezen eenige duizenden
-ponden kruit zou verschaffen!--Zonderling moge dit voorstel schijnen,
-nog zonderlinger is het, dat Tromp het in den krijgsraad bracht: en het
-zonderlingst van allen is, dat de krijgsraad genoeg vertrouwen stelde
-op de Nederlandsche dapperheid, om te besluiten d'Oquendo het kruit
-te sturen dat hy behoefde. "Zy verstonden" zegt het dagboek van Tromp,
-"dat men dat kwaad zou willen doen."
-
-d'Oquendo behielp zich nu langer met geen uitvluchten, maar bleef in
-Duins. Het geduld van Tromp was ten einde en hy besloot, in spijt
-der Engelschen, den aanval te doen. Op den 21sten October begon de
-vloot den aanval. By die der Spanjaarts, door de engten der plaats in
-haar bewegingen belemmerd, ontstond aldra verwarring, en, naauwlijks
-had de strijd een aanvang genomen of de Amiraal van Kastiliën met
-twee-en-twintig andere schepen raakten aan wal. Zoo hevig werden deze
-beschoten dat zy weldra van hun volk verlaten werden, en zeventien
-daarvan door onze branders vernield. Intusschen hadden andere branders,
-door Kapitein Musch bestuurd, de Mater Teresa in vlammen doen opgaan,
-van wier manschap naauwlijks 200 behouden werden. d'Oquendo was
-er in geslaagd, met een gedeelte zijner macht uit Duins in zee te
-loopen. Snel als de honden, die het boschzwijn uit zijn schuilplaats
-hebben opgejaagd, vervolgden hem de schepen van Tromp. Dertien
-Spaansche oorlogsvaartuigen werden veroverd: andere verzeilden op
-de zandbanken: aan tien of twaalf mocht het gelukken, met d'Oquendo,
-de tijding der geleden nederlaag binnen Duinkerken te brengen.
-
-Zoo noodlottig liep voor de Spanjaarts een onderneming af, die zulke
-onmetelijke schatten had gekost! Grooter zee-triomf dan die van Tromp
-was, by ongelijker kans, nimmer bevochten geweest. Was het wonder, dat,
-toen hy aan wal stapte, zijn reis naar den Haag een zegetocht geleek;
-en dat zoowel de machtigste Regenten als de nederigste burgers hem
-om strijd lof en eere toebrachten, als aan den grootsten zeeheld,
-dien Nederland ooit had bezeten?
-
-Het is hier de plaats niet, Tromp te volgen in zijn luisterrijke
-loopbaan, noch omstandig de heldenfeiten te verhalen, later door hem
-verricht in dien bloedigen kamp tegen Engeland, toen zijn gelukster
-en die van Blake beurtelings op- en onderdoken, en de roem, door den
-overwinnaar behaald, telkens alleen scheen te kunnen worden opgewogen
-door dien, welken zijn tegenstander zich had verworven. Die feiten
-behooren tot een tijdvak, afgescheiden van hetgeen dat wy behandelen:
-en toch mogen wy het niet verzwijgen, dat zoo, ten tijde dat Joan
-de Witt het opperbestuur voerde, onze vlooten zich by voortduring
-onderscheidden, zulks grootendeels te danken was aan hem, die orde in
-'t zeewezen gebracht had, en in wiens school mannen, als de Witte,
-de Ruyter, van Galen, de Evertsens, Kornelis Tromp, Meppel en zoo vele
-anderen zich gevormd hadden. Mochten wy het ook maar kunnen verzwijgen,
-hoe, in 1652, nogmaals ondank en miskenning den held van Duins moesten
-treffen en hoe hem--was het dan ook maar voor een korten tijd--ontzegd
-werd zijn vaderland te dienen. Dat ongelijk--die misslag, zoo men
-liever wil,--werd hersteld; maar de miskenning bleef voortduren: en
-nog heden wordt Tromp niet geschat op die hoogte, waarop hy werkelijk
-behoort geplaatst te worden. Verre zij het van ons, de verdiensten
-van eenigen, na hem gekomen zeevoogd, te willen verkleinen; doch
-dit vergete men nimmer, dat, zoo Nederland, na dat de slag te Duins
-gestreden was, zijn rang als Zeemogendheid van toen af gevestigd zag,
-en het gewicht van onzen Staat onder de Mogendheden door niemand meer
-kon geloochend worden, zoo de Staten-Generaal, en te recht, oordeelden,
-voortaan den tijtel van Hoog-Mogenden te kunnen voeren en den pas
-voor de Keurvorsten vorderen, zy het in de eerste plaats aan Tromp
-verschuldigd waren, wiens glansrijk voorbeeld, als een elektrische
-vonk, geheel de Natie had aangevuurd tot de bevochten overwinning.
-
-Tromp stierf den heldendood op den 10den Augustus 1653, en wy zeggen
-het Vondel na:
-
-
- Hy ruste nimmer onbeweend,
- Al heeft de Doot het lyf verslonden:
- De Faem is aen geen graf gebonden,
- De Deught verduurt het kout gebeent.
-
-
-
-
-
-
-
-HUIG DE GROOT.
-
-
-Hebben de overige groote mannen, wier namen in deze galery zijn
-opgenomen, hun roem verworven door hetgeen zy of binnen of ten behoeve
-van den Staat der Vereenigde Gewesten verrichteden, De Groot is in die
-ry de eenige, die geheel buiten beide kategoriën geplaatst is. Immers,
-hy moge zich al, gedurende het bewind van Frederik Hendrik, een paar
-reizen in Holland vertoond hebben, het is niet geweest dan zeer
-kort, en als in 't voorbygaan; terwijl de werken, welke hy in dat
-tijdvak geschreven, of de bedieningen, welke hy vervuld heeft, tot
-bevordering gestrekt hebben, gene van de wetenschap in 't algemeen,
-deze van andere dan Nederlandsche belangen. Maar dit belet niet, dat
-van den lichtkrans, die om zijn hoofd schittert, stralen afschitteren
-op zijn Vaderland, en dat zich dit ook thans nog verheffen mag, den
-uitgebannen zoon te hebben voortgebracht, dien het by zijn leven
-niet in genade had willen aannemen. Immers niet alleen door zijn
-geboorte, door opvoeding en opleiding, door de betrekking, welke hy
-als jongeling en man vervuld had, was De Groot een Hollander, ook in
-zijn ballingschap was hy Hollander in 't hart gebleven, al bezigde hy
-in zijn geschriften by voorkeur de algemeene taal der geleerden, en al
-was hy ook, aan Frankrijks Hof, de Gezant eener vreemde Mogendheid:
-ja hy kon aangemerkt worden als de man, die by den buitenlander wel
-niet de byzondere politiek zijner Natie, maar haar wetenschaplijk
-leven, haar aanspraken op beschaving, op kennis, op verlichting,
-vertegenwoordigde. Wanneer men nagaat, in welke achting De Groot door
-geheel Europa gehouden werd, dan zoû men byna zich tot de gedachte
-laten geleiden, dat de Regenten van dien tijd daarom alleen zijn
-vestiging hier te lande bleven tegenhouden, op dat de vreemdeling,
-vernemende, hoe zoo voortreflijk een man in zijn Vaderland gemist
-kon worden, nòg grooter gedachten mocht opvatten van hen, die er
-achter bleven.--'t Ware met dat al een gevaarlijk beginsel geweest,
-en, liever dan het na te volgen, zouden de Regeeringen, omgekeerd,
-wijs handelen, wanneer zy het overschrijden der grenzen verboden aan
-zoodanige landgenooten, als door hun gedragingen in den vreemde niet
-alleen zich zelve bespotlijk maken, maar ook, waar zy zich vertoonen,
-een slechten dunk doen opvatten van het land, dat zulke mislukte
-kinderen voortbrengt.
-
-Over de verdiensten te willen uitweiden van een man als De Groot,
-of daarvan slechts een klein denkbeeld te willen geven, ware even
-belachlijk als onnoodig: zijn werken zijn de waereld door bekend en
-gewaardeerd: en zijn naam alleen zegt reeds genoeg. Liever daarom hier
-een nederiger taak aanvaard dan het schrijven eener lofrede: liever dan
-hoogdravende woordenpraal, een vluchtige beschouwing van zijn leven
-en karakter gegeven. By het vele bekende zal dan wellicht het een en
-ander kunnen worden te pas gebracht, dat niet zoo algemeen geweten
-wordt, of wel, dat by hen, die 't wisten, uit het geheugen is geraakt.
-
-Op den 10den April, 1583, te Delft geboren, was de kleine Huig wat
-men gewoon is een wonderkind te noemen, en maakte hy zich reeds
-vroeg, uit verscheidene oorzaken, beroemd. Zoo b. v. vervaardigde
-hy, op zijn negende jaar reeds, vaerzen, die geprezen werden--iets,
-dat tegenwoordig met de meeste kinderen het geval is; doch toen nog
-ongemeen schijnt geweest te zijn. Wat als een vrij sterker bewijs
-zijner vroegtijdige ontwikkeling mag gelden, is, dat hy reeds vóór
-zijn twaalfde jaar de Hooge School te Leyden bezocht, waar hy zich
-zoo vlijtig oefende in theologie, filozofie en rechten, dat hy in
-staat was, op zijn vijftiende, in 't openbaar eenige stellingen
-te verdedigen. Niet vreemd is 't, dat Oldenbarneveldt, als Gezant
-naar Frankrijk zullende trekken, en aan de Franschen een gunstig
-denkbeeld willende geven, zoo van den toestand, waarin zich 't hooger
-onderwijs in Holland bevond, als van de bekwaamheid der leerlingen,
-op de gedachten kwam, den vluggen knaap met zich te nemen en aan
-Hendrik IV. voor te stellen. De genomen proef voldeed uitnemend aan de
-verwachting: De Groot bracht het bedoelde effekt te weeg, bekwam een
-geschenk van den Koning en, van de Akademie, het diploma van Doctor
-in de Rechten. Van de alzoo verkregen bevoegdheid maakte hy by zijn
-terugkomst gebruik: en, wat nog nimmer gezien was, hy pleitte op zijn
-zeventiende jaar, terwijl hy op denzelfden ouderdom zijn eerste werk in
-'t licht deed verschijnen.--Maar niet alleen by 's Lands Advokaat, ook
-by Prins Maurits stond de jongeling in gunst: hy was een der weinigen,
-die--altijd in datzelfde jaar 1600--de hooge eer genoten, den tocht
-over het zeestrand mede te maken met den zeilwagen van Stevijn,
-die in twee uren van Scheveningen naar Petten reed: hy, de eenige
-ambtelooze burger onder acht-en-twintig doorluchtige tochtgenooten:
-en nog bestaat het gedicht, waarin hy dien tocht beschreef.
-
-Verwierf hy zich een naam aan de balie, niet minder deed hy zulks
-door zijn Historie der Nederlandsche Oorlogen en door zijn werk
-over de vrije zee, op hoog bevel in 't licht gegeven. Op zijn
-vier-en-twintigste jaar alreeds tot Advokaat-Generaal benoemd,
-zag hy zich in 1613 aangezocht door de Regeering van Rotterdam,
-het ambt van Pensionaris dier stad te aanvaarden, 't welk hy deed,
-onder voorwaarde, dat men hem nimmer zoû mogen afzetten.--Hy kon
-zich toen nog niet voorstellen, dat ooit een macht in den Staat zich
-krachtiger zoû kunnen doen gelden dan die van een Stadsregeering.--In
-ditzelfde jaar naar Engeland gezonden, om de geschillen wegens den
-handel op Indiën te helpen beslissen, zag hy zich aldaar een nieuwe
-gelegenheid verschaft, om zijn roem zoo wel als zijn kennis uit te
-breiden.--Tot nu toe had de fortuin zijn loopbaan bestraald, ja,
-hem ruimschoots met alles bedeeld, wat een mensch verlangen kan:
-geleerdheid, kunde, vermaardheid, eerambten, een vrij ruim vermogen,
-en, om dat alles te bekroonen, een door en door bekwame en wakkere
-vrouw. Geen vijf jaren echter waren verloopen, of de staat van zaken
-was op eenmaal veranderd. Het beding, dat De Groot--misschien wel op
-aandrang zijner echtgenoote--had aangegaan, kon hem wel waarborgen
-tegen elk opkomend geschil met de Rotterdamsche Vroedschap, maar
-niet tegen het ongenoegen van den Prins. Hoe hy in 1618, in den
-val van Oldenbarneveldt medegesleept, tot eeuwigdurende gevangenis
-veroordeeld, te Loevestein opgesloten en door de kloekheid van zijn
-vrouw verlost werd--is te overbekend, om hier zelfs eenige herinnering
-te behoeven. Naar Frankrijk geweken, werd hy met onderscheiding door
-Lodewijk XIII. ontfangen en met een jaargeld begiftigd. Had De Groot
-in zijn kerker tal van boeken geschreven, te Parijs had hy even zeer
-de volle gelegenheid en tijdruimte over, om zich aan letterarbeid te
-wijden: en zoo voltooide hy aldaar zijn verdediging van de waarheid van
-den Kristelijken Godsdienst, zijn waereldberoemd werk over het Recht
-van Vrede en Oorlog, zijn Jaarboeken en een tal van andere werken.
-
-Met dit al ware zijn leven in de plaats zijner ballingschap vrij
-treurig, ja, hem ondragelijk geweest, had hem de trouwe Maria van
-Reigersberg niet ter zijde gestaan, zy, hem niet enkel als gade,
-maar ook als huishoudster onontbeerlijk. Immers, het was met De
-Groot gesteld als met meer mannen van de wetenschap. Zijn geest,
-bestendig rondzwervende in een meer verheven luchtkring, kon niet
-afdalen tot het gewone en alledaagsche. De man, die voor de balie of in
-het studeervertrek elke geldquestie zoû ontward en helder uiteengezet
-hebben, kende de betreklijke waarde niet der geldstukken, welke hy in
-zijn buidel droeg,--wat byna tot zijn ontdekking geleid had, toen hy,
-na zijn ontkomen uit Loevestein, van Gorcum naar Antwerpen reizende,
-voor een pint bier, onder weg gebruikt, de tiendubbele waarde woû
-betalen. Gelukkig was Maria even praktisch en by de zaak als haar
-man het weinig was, zoo dat dan ook voortdurend het bestuur over
-de huishouding, ja, ook over de geldmiddelen en belangen van haar
-echtgenoot by haar berustte. Niet alleen had dit plaats zoo lang zy
-zich te Parijs bevond; maar daartoe was ook menige reis naar Holland
-noodig, waar De Groot geen veiliger noch waakzamer zaakwaarnemer
-dan haar had kunnen vinden. En al blijkt het nu uit de brieven,
-die zy aan De Groot schreef, hoe zy elk voorstel, dat zy deed, elke
-schikking, die zy trof, bescheidelijk aan zijn oordeel onderwierp,
-toch blijkt het tevens, hoe de wakkere huisvrouw wel by haar zelve de
-bewustheid koesterde, dat haar betuiging van onderwerping aan beter
-oordeel niet hooger kon worden opgenomen dan als een uitdrukking,
-door de betamelijkheid voorgeschreven en omtrent gelijk staande met
-die, waarby aan 't slot van een brief iemand zich verklaart, eens
-anders gehoorzame dienaar te zijn;--hoezeer de schrijver 't alles
-behalve heusch zoû opnemen, indien zijn woorden naar de letter werden
-opgevat.--Zelfs uit Holland bleef Maria al wat de huiselijke zaken te
-Parijs betrof, ja de opvoeding harer kinderen, met overleg en wijsheid
-gadeslaan. Niets ontgaat haar aandacht: noch het schoolgaan en de
-oefeningen harer kinderen, noch de nieuwe hoed, dien zy oordeelt,
-dat haar man noodig zal hebben, terwijl zy tevens meent, dat de oude
-wel voor haar zoon Cornelis kan pas gemaakt worden: noch het aan te
-koopen paard, 't welk volgends haar bestel een colle en geen blesse
-op 't voorhoofd hebben moet: over alles oppert zy bedenking en schaft
-zy raad, en echt karakteristiek is de wijze, waarop zy zich nu en dan
-beklaagt, dat De Groot een zorg en een moeite op haar laat aankomen,
-waarvan zy gewis zeer ongaarne zoû zijn ontslagen geweest.
-
-Reeds dadelijk na zijn komst aan 't bestuur, had Frederik Hendrik
-aan De Groot zijn gunst aangeboden en daarby het uitzicht geöpend op
-terugkeer in zijn Vaderland. Waarschijnlijk wist de schrandere Vorst
-zeer wel, dat dit uitzicht niet zoo gemaklijk, zoo immer, zoû kunnen
-worden verwezenlijkt; maar in elk geval moest de gedane stap hem in
-de oogen der Staatsgezinden aangenaam maken, en miste dan ook te dien
-opzichte zijn uitwerking niet. Het duurde echter tot in October 1631,
-eer De Groot, wiens pensioen in Frankrijk Richelieu had doorgeschrapt,
-het wagen dorst, zich weêr in Holland te vertoonen. Men had hem
-gevleid, dat hy een aanstelling zoû bekomen by de Doorluchtige Schole,
-tot wier oprichting de Vroedschap van Amsterdam twee jaren vroeger
-besloten had: doch die stichting zelve, in groote mate strekkende, om
-de Remonstrants-gezinden te believen, had reeds opspraak en tegenstand
-genoeg verwekt, en, altijd behoedzaam, oordeelde de Amsterdamsche
-Regeering die niet te moeten vermeerderen door het beroepen van den
-man, die, hoezeer meer dan elk ander voor de taak berekend, als de
-leider der Remonstrantsche partij beschouwd kon worden, en boven wiens
-hoofd nog het vonnis zweefde eener eeuwigdurende gevangenschap. Dit
-belette echter niet, dat De Groot de plechtigheid van de inwijding
-der gezegde Schole kwam bywonen, en daartoe op den negenden December
-naar Amsterdam kwam, waar Vondel, die steeds briefwisling met hem
-gehouden had, hem, met dit lied verwelkomde:
-
-
- Wat saelge wint is 't, die van lelistrant,
- Den stroom op, in 't ondanckbre Vaderlant
- Hervoert het Delftsche wet-orakel, dat
- Gekoffert, als een kostelijcke schat,
- Weleer de bange Maes afdrijven quam,
- Tot dat de Sein het in haer armen nam,
- En sette dat geberghde Godts-kleenoot
- Met blijschap op den Koningklyken schoot
- Des Aller-Christelijcksten Luydewijcx
- Die 't herberg schonck, tot glori sijnes Rijcx,
- Op dat het, na 't verstuyven van die wolck
- Des drucx verscheen, tot heyl van 't vrije volck,
- En 't misverstandt, aensiende 's helts gedult,
- Hem weder eerde en riep: het is mijn schult.
-
- De Vader der welsprekendheyt herblonck
- Soo weer te Rome, als d' ordenloosheid stonck
- Van Klodius, die schadelijcke pest,
- Voor 't lichaam van het algemeene best.
- Het treurigh aensien van den Staet dat lacht,
- De swacke wetten voelen nieuwe kracht.
- Self d' ontucht werdt beschaamt van 't eerlijck licht.
- Rechtvaerdigheit houdt vree door evenwight.
- De Rede stemt niets troebel, maer gesont.
- Soo vele ste'en besluyten uyt een mont.
- Men tast niet meer in blinde duysternis.
- Der burgren oirbaer 't eenigh doelwit is;
- En rept er ergens een van dwinglandy.
- Daer ooght men op als hiel hy Spanjes sij'.
-
- O groote siel, o son van myn gesangk,
- Die weer verrijst, na uwen onderganck,
- En ons verheught met desen gouden dagh,
- Dien Hollant wel met eere vieren magh,
- Wat woorden sal de dankbare gemeent
- Best vlyen, als de goutsmit dier gesteent,
- Om u t' onthalen op den hooghsten trap,
- Van 's kerckers ramp na suure ballinghschap?
- O stalen hart al gloeyend hard gesmeet!
- O Groothart, met wat hemelschen magneet
- Bestreeck Stantvastigheit uw vast gemoet,
- Dat het soo heet van liefde 't onswaert woet,
- En wraeckt de weelde van een aerts-palleys
- En kust het lant sijn strenge stiefmoer peys.
-
-
-De Drossaart Hooft, niet minder dan Vondel de terugkomst des
-doorluchtigen ballings begeerende deed met het volgende gedicht nog
-eene poging, om Amsterdam te bewegen tot het beroepen van De Groot:
-
-
- Sint uw geluk zijn opgang nam;
- O hooghgereezen Amsterdam,
- En trof uw eerzucht noit het wit,
- Daar nu haar heerepyl in zit;
- Naardien gy u gingt stellen 't schrap,
- Tot winst van waarde wetenschap,
- En t' uwer onderrechting riept
- Twee helden [1], die der dingen diept
- En steilte afpeilen op een prik,
- Van 's hemels kruin in 't hart van 't slik.
- Noch mangelde aan uw grootheidt wat,
- Tot dat het Delphisch puik in stadt
- Quam storten uit den boezem Goodts.
- Hier mede zijt ghy buiten schoots
- Van 't alverblindend onverstandt
- En midden in de zon geplant
- Der gloory en voorzienigheit.
- Kent dan uw' kans, eer dat ze dreidt
- Een aardekloot verciert en drukt
- Het spansel uwer kroone. Rukt
- Die blaauwe parel van haar' top,
- En zet' er 't oogh der wijsheit op,
- Den overgrooten Huigh de Groot,
- Apollos dierbaarste kleinoodt,
- 't Welk glat doorkeek, wat Griek, Latijn,
- Egyptenaar bekent moght zijn:
- Gezuivert boven dien is meê
- En afgespoeld, in all' de zee
- Van 't hof der Frankisch' heerschappy,
- Daar eeuwigh gaat soo heet een ty
- Van wereldwissels eb en vloedt,
- Dat het een dwaas kan maecken vroedt,
- En sneedigh slypen door 't verzoek,
- Veel beter dan 't geleerdste boek.
- O blaakende vernuft, soo puur
- Als 't rookelooze starrevuur,
- Wanneer hem wolk noch schaduw let?
- Ghy stelt aan krijgh en vreê de wet;
- 't Wargaaren van 't gerecht ghy schift;
- Verlicht de duisternis der schrift;
- De naamen die uw lof verbreidt
- Vergoodt ghy met onsterflijkheidt,
- Oft eeuwelijk onsaaligh maakt
- De geene die uw oordeel wraakt;
- Baardt wonderwerk by wonderdaadt;
- En altijds even zwanger gaat,
- Maar alle wondren streeft verby,
- O Lief der deughde, dat, daar ghy
- Die groote wonderen bedrijft,
- Soo kleen noch by u zelven blijft.
- Dan mits dat ghy u dus verneêrt,
- Houdt zich der Eng'len schaar vereert,
- Met zich te draagen onderdaan
- Aan u, en staâghs ten dienst te staan.
-
-
-Intusschen, geen voorspraak mocht baten. Haarlem, Leiden en andere
-steden hadden weten te bewerken, dat er een aanschrijving aan de
-Schouten en Baljuwen geschiedde, om De Groot in verzekerde bewaring
-te nemen, en, al wat de Regeering van Amsterdam kon doen, was, zijn
-verblijf aldaar oogluikend te gedoogen, of liever, te ignoreeren. De
-Groot hield zich dan ook stil te huis, waar hem zijn vrienden kwamen
-bezoeken, en zelfs liep het tot in Maart 1632, eer hy zich op straat
-dorst vertoonen. Dan nu brachten het zijn vyanden zoo ver, dat door de
-Staten van Holland een premie op zijn lijf gezet en wie hem huisvestte
-met boete bedreigd werd. Zich nu langer, zelfs te Amsterdam, niet meer
-veilig achtende, vertrok De Groot den 17 April te scheep naar Hamburg,
-waar hy een geruimen tijd vertoefde. Hier werden hem aanbiedingen
-gedaan, om in dienst der kroon van Zweden te treden: hy nam die aan en
-ging in 1634 derwaarts, toen de Koningin Kristina hem tot haren Raad
-benoemde en, als afgezant, naar Frankrijk zond. Elf jaar bekleedde
-hy die betrekking, en keerde toen naar Zweden terug, om verslag van
-zijn verrichtingen te doen. Toch bekroop hem wederom de lust, zijn
-geboortegrond terug te zien, en hy nam zijn weg over Holland. Thands
-niet meer de uitgebannen zwerver, maar de onschendbare Gezant eener
-vreemde Mogendheid, kon hy zich te Amsterdam met een vrij en open
-gelaat vertoonen, en behoefde niemand langs omwegen en in 't donker
-uit te gaan, om hem zijn hulde te brengen; gelijk hy deze keer dan ook
-ontfangen werd met de eerbewijzingen, welke men aan zijn rang, en met
-de achting, welke men aan zijn persoon verschuldigd was. Zijn verblijf
-kon echter uit den aard der zake niet dan kort zijn: gelukkig voor zijn
-vrienden, werd het verlengd door een aanhoudenden noordewind: die het
-schip, waarmede hy vertrekken zoude, een geruimen tijd tegenhield:
-wat aan Vondel aanleiding verschafte, een zijner liefste vaersjens,
-een dankdicht aan dien Wind, te schrijven.
-
-
- Noorden wint, die langs ons stroomen
- Knaeght den bloesem op de boomen,
- D'opgeloke bloemen schent;
- Wiltzangh steurt, en lieve Lent,
- En den May, die met zijn zonnen
- Quam aenminnigh aengeronnen:
- Wintervogel guur en schrael,
- Steur den zoeten nachtegael;
- Schen de bloemen in de hoven,
- Met een lucht van geur bestoven;
- Knaegh en eet vry ongetoomt
- Zoo veel bloesems op 't geboomt,
- Dat vast jammert om genade:
- 't Is geen noot; want al die schade
- Moet nu uit voor d' overbaet,
- Die de wijze Magistraet
- Rekent by uw schorre buïen,
- Die den adem van het zuien
- En den blaesbalgh van het west
- Sluiten, keeren al hun best.
- Zonder dat, gewis wy zouden
- Grooten Huigen hier niet houden,
- Noch feesteeren in ons stadt,
- Nu verrijckt door zulck een schat,
- Dien de verresienste Heeren
- En gekroonden recht waardeeren.
- Och! hy had zijn reis gereckt
- Derwaert hem zijn Noortstar treckt,
- Vrou Kristine, wiens betrouwen
- Uitziet, om dit licht t' aanschouwen,
- Dat, al zestigh jaer geleên,
- 't Hart van Hollant recht bescheen,
- En nu hijght om winter klippen
- Te bestralen met zijn lippen,
- Met zijn oogen, met zijn' mont,
- Die de ruwe tygers wont,
- Woeste bosschen leert bedaren
- En betoomt de blinde baren,
- Dat de zee heur aert vergeet.
- Zweden, ooreloghs-magneet,
- Die, te bloedigh in het wrocken,
- Zoo veel yzers hebt getrocken
- In uw boezem, gunt dat wy
- Zommige uren aen het Y
- Ons verquicken met de gaven
- Van den Helt, die aan uw staven
- Hangt verbonden, hoogh en dier:
- Laet dien trousten Batavier
- Hier zijn ongemack verzoeten,
- Eer hy neêrvall' voor de voeten
- Van de trots gekroonde Min,
- Uw gehelmde Koningin,
- Die, geluckt mijn wensch en bede,
- Ons den lang gewenschten Vrede
- Voort zal brengen uit haer schoot.
- Op dien zegen mach de Groot
- Haer bejegenen, en vinden.
- Hemel, span gewenschte winden
- Voor zijn jaght, en vlugge kiel,
- Als de stadt die groote ziel,
- Met Gustavus lievereien
- Ziet van Aemstels oever scheien,
- En te water ondergaen
- Om in 't Noorden op te staen.
-
-
-Vondel deed zijn vriend nog uitgeleide by zijn vertrek naar
-boord. Hun afscheid was het laatste, dat zy van elkander namen, en
-nimmer zoû De Groot zijn vaderland terug zien. Te Stokholm zijn taak
-volbracht hebbende, verzocht en bekwam hy van Kristina ontslag uit
-haar dienst: waarna hy weder scheep ging, met het oogmerk, om zich
-naar Munster te begeven. Men weet, dat aldaar reeds in 't begin van
-1646 de Gevolmachtigden ter vredehandeling verschenen, en 't is niet
-onwaarschijnlijk, dat het voornemen van De Groot in verband stond
-met die gewichtige samenkomst: wat daarvan echter zy, de uitkomst
-beäntwoordde niet aan zijn verwachtingen. Door storm beloopen, moest
-hy op de Pommersche kust aan wal gaan en zijn reis te land, in ziekte
-en ongemak, vervolgen. Zijn ongesteldheid verergerde, en hy zag zich
-gedwongen, te Rostok stil te blijven, alwaar hy, na eenige dagen
-bedlegerig te zijn geweest, op den 28sten Augustus overleed. Vandaar
-werd zijn lijk naar Delft gevoerd en in zijn familiegraf bygezet. Zoo
-mocht De Groot, na zijn sterven, toch in zijn vaderland die rust
-vinden, welke men er hem by zijn leven geweigerd had.
-
-Maar zoo hy de grootste helft van het tijdvak, dat er verliep sedert
-zijn vroegste jongelingschap tot aan zijn dood, buiten Nederland had
-doorgebracht, toch was zijn invloed op de vorming zijner landgenooten,
-op de ontwikkeling der wetenschap aldaar, duurzaam en van kracht
-geweest. Hy was en bleef de vraagbaak, tot wien Hooft zich wendde,
-waar 't de geschiedenis of de regelen der taal, Vondel, waar 't poëzy,
-Vossius of Barleus waar 't de klassieke letterkunde, zoo vele anderen,
-waar 't de rechts- of godgeleerdheid of eenige andere wetenschap
-gold: ja men zoû gerustelijk durven beweeren, dat, gedurende het
-geheele tijdvak van Frederik Hendriks bestuur, geen werk van eenig
-belang, in welk vak ook, is uitgekomen, waarover men De Groot niet
-geraadpleegd heeft. Ook daarom, behalve om de straks genoemde reden,
-is zijn naam van dat tijdvak onafscheidelijk, en wijzen wy hem hier,
-naast zoovelen zijner vrienden, de plaats aan, die hem by zijn leven
-zoo onbarmhartig is ontzegd.
-
-
-
-
-
-
-
-JOOST VAN DEN VONDEL.
-
-
-Het is onder alle omstandigheden een moeilijke taak, de aanspraken,
-welke zich groote mannen op de dankbaarheid of den lof der
-nakomelingschap hebben verworven, op zoodanige wijze te schetsen,
-dat zich in onze schets beknoptheid aan volledigheid pare, en tevens
-een afschrikwekkende dorheid worde vermeden. Maar byna onmogelijk
-wordt de vervulling van die taak, waar het een man geldt, die,
-en door de verhevenheid van zijn genie, en door het belangwekkende
-zijner persoonlijkheid, en door het talrijke zijner voortbrengselen,
-en door den invloed, welken hy uitoefende, een geheel afzonderlijk,
-een buiten en boven zijn tijdgenooten uitschitterend standpunt innam,
-waar het een man geldt als Vondel. Hier wordt zoo wel beknoptheid aan
-de eene als volledigheid aan de andere zijde onbereikbaar. Zoo min
-als men in weinige woorden een behoorlijk begrip kan geven van de rol,
-door een Plato, een Cezar, een Luther, een Napoleon, vervuld, zoo min
-kan men in enkele regels den dichter schilderen, die, op eenmaal en
-op 't onverwachtst als met adelaarswieken zich boven den dampkring
-verheffende, waarin zich zijn tijdgenooten bewogen, zich gedurende
-meer dan zeventig achtereenvolgende jaren bleef handhaven in de hooge
-sfeer, welke hy had ingenomen, den man, aan wiens geest elk bykomend
-jaar, in stede van verzwakking of verflaauwing, nieuwe veerkracht,
-kostbaarder rijkdom, hooger veredeling scheen toe te brengen: die,
-geen stof onverhandeld, geen maat ongebruikt latende, zich ten allen
-tijde beheerscher toonde van stof en maat, zich beurtlings kenmerkte
-als stout en verheven lof- en lier- en treurspeldichter, als zwierig
-en bevallig feest- en bruiloftzanger, als gemoedelijk, belezen en
-innemend leer- en zededichter, als scherp en puntig hekeldichter,
-als kernachtig en naauwkeurig byschriftschrijver, als liefelijk
-en geestig minnezanger: die zich op ieder veld even vrij, even
-gemakkelijk, met even veel bevalligheid en geluk, wist te bewegen,
-en die, zelfs al waren zijn tallooze dichtvruchten door een balsturig
-noodlot ons onthouden geworden, nog om zijn prozastijl als de schepper
-van een rein, helder, verstaanbaar en welklinkend Nederduitsch, als
-het voorwerp van aller bewondering, als de gids en vraagbaak aller
-schrijvers, in onze taal zoû geroemd mogen worden: hem eindelijk,
-die ook als mensch achting verdient niet alleen, maar zelfs onze
-beschouwing overwaardig is.
-
-Doch zoo aan den eenen kant een vluchtig vermelden van al de tytels,
-krachtens welke zich Vondel een onsterfelijken naam verwierf, alleen
-zoû neêrkomen op een onnoodig herhalen van wat honderd malen gezegd is,
-een herhalen, dat niemand zoû kunnen bevredigen, even min zoû, aan den
-anderen kant, de steller dezer regelen kans zien, te dezer gelegenheid
-en plaatse in zijn voorstelling een volledigheid te brengen, welke
-hy zelfs wanhoopt, elders, in een duizendmaal uitvoeriger werk,
-te bereiken.
-
-Liever alzoo dan hier roekeloos een poging te wagen tot het geven van
-een overzicht, 't zij van Vondels leven, 't zij van 's mans werken--een
-poging, die uit den aart der zake falen moet--ons vergenoegd met
-die beschouwingswijze, welke ons van zelve binnen den kring bepaalt,
-dien wy om onze tafereelen hebben heengetrokken, en in breede trekken
-aangewezen, welken invloed het tijdperk van Frederik Hendriks bestuur
-op Vondels aanleg en loopbaan als dichter uitoefende:--om daarna,
-met even vluchtigen blik, den invloed te beschouwen, welken hy zelf
-als schrijver wederkeerig uitoefende op zijn landgenooten.
-
-Een der meest sprekende, zich gedurende geheel zijn levensloop
-bestendig openbarende karaktertrekken van Vondel was een ingeschapen
-afkeerigheid van alle vervolging, zoo wegens politieke als wegens
-godsdienstige begrippen en gevoelens. Die haat tegen geloofsdwang,
-licht te verklaren by den zoon van ouderen die, om 't geloof vervolgd,
-als bannelingen hadden rondgezworven, was niet weinig versterkt
-geworden door de gestrenge handelwijze, welke de heerschende
-party in 1619 zich--zoo op 't gebied van den Staat als op dat der
-Kerk--veroorloofd had jegens mannen, voor wie hy met achting en eerbied
-vervuld was niet alleen, maar wier gevoelens voor een groot deel met de
-zijne zoo geheel schenen overeen te stemmen. Immers als voorstander van
-den vrede, wat Vondel reeds als jongeling was, toen hy nog de gevoelens
-der uit hun aart vredelievende Doopsgezinden aankleefde, en tot aan
-zijn laatste levensdagen bleef, moest hy zich wel ingenomen toonen met
-de party, die 't sluiten van het Twaalfjarig Bestand had doorgedreven:
-en evenmin kon hy, als Lidmaat eener afgezonderde Gemeente, anders
-dan met afkeuring getuige zijn van de aanmatigingen der heerschende
-Kerk.--En, mochten al zijn toenmalige geloofsgenooten, als ware
-"Stillen in den Lande", zich er by bepalen met over hetgeen gebeurde
-te treuren in de eenzame afzondering hunner binnenkamers, voor den
-levendigen, ja licht opbruischenden geest van den nu even dertigjarigen
-dichter moest het een behoefte zijn, zich, óf in roerende klachten
-over het ongelijk, zijnen vrienden aangedaan, en over het lijden, dat
-zy ondergaan moesten, óf in heftige uitvallen tegen hun vervolgers en
-onderdrukkers, lucht te geven.--Doch, het was niet zoo lang "Gommers
-recht" door de "stalen kling" van "mijn Heer den Prins getroost"
-werd, dat dergelijke uitingen van smart of van verontwaardiging zich
-in 't openbaar zouden hebben kunnen wagen: ja reeds stak er gevaar
-in, ze binnen vertrouwelijke kringen aan beproefde vrienden te doen
-hooren.--Maar Maurits trad van het tooneel der waereld af: een milder
-staatkunde scheen het nieuwe Bestuur te zullen kenschetsen, en nu van
-allen schroom verlost, of liever, alle gevolgen tartende, trad Vondel
-met zijn klaag- en straf- en hekeldichten manmoedig te voorschijn. De
-lang onderdrukte gemoedsopwellingen hadden zich lucht gegeven, en,
-was het in 't openbaar verschijnen van werken als "het Stockske van
-Oldenbarnevelt", de "Geusen Vesper", de "Weeghschael van Hollant", en
-de "Palamedes" aan te merken als een gebeurtenis van hooge politieke
-beteekenis, het bracht te gelijker tijd het verbaasde Nederland tot
-de ontdekking, dat het in Vondel een dichter te begroeten had, even
-groot in elk der zoo uiteenloopende vakken, welke hy had aangegrepen,
-en wiens gelijke het tot dien tijd niet had bezeten.
-
-En niet enkel zy, die met 's mans begrippen instemden, moesten tot
-die overtuiging geraken: ook de tegenparty besefte het: zy voelde
-zich tot in haar binnenste gekwetst, en, ziedende van wraak, nam
-zy dat middel te baat, 't welk immer een tegenovergestelde werking
-heeft dan er mede beoogd wordt: zy deed den schrijver de eer aan,
-hem te vervolgen. Een korte wijl hing onzen dichter het gevaar boven
-'t hoofd, dat zijn vrijmoedig geschrijf hem den hals zoû kosten;--maar
-toen de geheele zaak op een onbeduidende boete uitliep, toen gevoelde
-hy, de kousewinkelier uit de Warmoesstraat, dat hy voortaan een
-macht was tegen over de Synodale party, en, fierder en krachtiger
-en bijtender dan ooit ging hy voort, haar met het zwaar geschut van
-zijn dichtelijken geest en met de puntige pylen van zijn satyriek en
-schalksch vernuft te bestooken.
-
-Vondel had in het optreden van Frederik Hendrik den dageraad van
-een nieuw en gezegend tijdperk begroet. Hy zag in hem den man,
-die binnen 't Land verdraagzaamheid zoû doen heerschen, en, door
-zijn krijgsbeleid, aan den vyand daar buiten den zoo gewenschten
-vrede af zoû dwingen. Het was dan ook geen vleiery, toen hy, in zijn
-"Princeliet", in zijn "Oranje Mayliet", hem met zijn hooge eerambten
-geluk wenschte en begroette, toen hy, kort daarna, by gelegenheid
-dat 's Prinsen huwlijkskoets met een zoon gezegend werd, aan het
-vorstlijk echtpaar zijn heerlijken Geboortezang toezong: het was
-even min vleizucht, die hem achtereenvolgends zijn schoone, in toon
-en maat zoo geheel verscheiden Zegezangen ingaf op de verovering van
-Grol, van 's Hertogenbosch en van Maastricht:--immers nooit was van
-den Prins een enkel gunstbewijs, een enkele gift, een enkel woord
-van dank of goedkeuring tot hem gekomen:--en, wat meer zegt en het
-sprekendst bewijs levert, hoezeer Vondels poëzy de uitstorting was van
-innig gevoel en oprechte overtuiging, zoodra hy begon te bespeuren,
-dat die vrede, naar welke hy zoo verlangd uitzag, voortaan meer door
-Spanje dan door den Stadhouder gewenscht werd, klonk de loftrompet
-voor dezen laatste niet langer, en strekte die uitsluitend tot viering
-en verheffing dier Amsterdamsche Regenten, wier wenschen en richting
-met de zijne overeenstemden. In 1837, gelijk later in 1831, was de
-juichtoon over behaalde lauweren algemeen door alle Vaderlanders
-aangeheven; doch zoo wel toen als later, waren eindelijk ook degene,
-die 't zij Frederik Hendrik, 't zij Koning Willem den Eerste 't
-luidst geprezen en aangemoedigd hadden, het stelsel van volharding
-moede geworden, ja begonnen het aan te merken als doodelijk voor 's
-Lands belangen. Van daar dan ook, dat, noch in den "Getemden Mars",
-noch in de "Leeuwendalers", noch in eenig ander dichtstuk, door Vondel
-ter viering van den vrede van 1648 vervaardigd, een enkele toon meer
-voorkomt ter eere van onze helden, of ter waardeering van den roem,
-in tachtig jaren strijds door hen verworven:--neen, enkel dank-
-en jubeltoonen over het ophouden van den krijg, over de zegeningen,
-van den vrede te verwachten.
-
-Het is die grondtoon "Vrede! Vrede!" in al de gedichten van Vondel
-herklinkende, waaruit zich alleen het feit verklaren laat, dat hy,
-en toen en tot aan zijn einde toe, by voortduring de dichterlijke
-tolk bleef der gevoelens van de Amsterdamsche Regering:--en zulks
-in weêrwil van de menigvuldige oorzaken, die schijnbaar tot geheel
-andere gevolgen hadden moeten leiden. Immers sedert 1640 had Vondel
-uit overtuiging de leer der Roomsgezinden omhelsd, en met den yver eens
-jeugdigen bekeerlings, maar tevens met de geleerdheid van een belezen
-theoloog, de beginselen dier leer verdedigd in uitgebreide dichtwerken,
-even zeer uitmuntende door poëetischen gloed en schildering, als door
-scherpzinnige dialektiek:--immers was, van dat tijdstip af, in Vondel
-de Zuidnederlander meer dan vroeger ontwaakt, de Zuidnederlander,
-met zijn Katholyke strekkingen en verzuchtingen, met zijn artistiek
-gevoel, zijn gehechtheid aan legenden, aan overleveringen, aan
-kerkplechtigheden en ceremoniën:--immers was hy met hart en ziel
-een voorstander en verdediger geworden van het Goddelijk recht
-der vorsten en had hy de afzwering van Filips als een misdaad
-leeren veroordeelen en als een misslag betreuren:--immers was er
-tusschen hem, den nu verarmden en nederigen burgerman, die noch tot
-de heerschende Kerk behoorde, noch zelfs het poortrecht in de stad
-zijner inwoning bezat, en het nakroost zijner voormalige medebroeders
-in de Rederijkkamers--dat nakroost, 't welk thands, oppermachtig
-
-
- Gezeten op het schild met kruyssen overladen,
-
-
-aan Koningen de wet voorschreef--een maatschappelijke verwijdering, een
-kloof ontstaan, van hoedanig eene latere eeuwen geen voorbeeld kunnen
-aanwijzen.--En toch in weêrwil van dat alles bleef de Paus- en Konings-
-en Spaansgezinde artistieke burgerman tot aan zijn dood de getrouwe
-bondgenoot en medestrijder van de gereformeerde, aristokratische,
-materiëele Amsterdamsche Regering, met wier staatkunde, met wier
-belangen, met wier denkwijze, met wier lief en leed hy zich als
-vereenzelvigde, ja zoo zelfs, dat hy er op 't laatst zijn zoo innige,
-door zoo veel gloeiende gedichten bewezen liefde voor 't Huis der
-Stuarden aan ten offer bracht:--Maar die Regenten waren tegen de
-vermeerdering van 't krijgsvolk, als hy: tegen de aanwassende macht
-des Stadhouders, als hy: tegen al wat het oorlogvoeren bevorderen kon,
-als hy: en van den anderen kant stonden zy die verdraagzaamheid voor,
-welke hy steeds gepredikt had voor anderen, en nu ook voor zich en
-zijn geloofsgenooten behoefde:--en hierin zoeke men de oplossing van
-een raadsel, dat anders onverklaarbaar schijnen zoû.
-
-Misschien was er nog een andere reden, die Vondel aan de Amsterdamsche
-Regenten deed hechten, namelijk zijn gehechtheid aan Amsterdam. Vondel
-was, wy herhalen het, meer Zuidnederlander dan Hollander: hy gevoelde
-zich t'huis te Antwerpen, te Brugge, te Brussel, plaatsen, meer
-dan eens door hem bezocht, beter dan te Rotterdam, te Delft of te
-'s Gravenhage, in welke steden het nog de vraag is of hy wel ooit een
-voet gezet heeft. Maar Vondel was en bleef Amsterdammer. In Amsterdam
-had hy van jongs af gewoond: hy had er geld verdiend en verloren:
-hy had er lief en leed gekend, er dierbare panden in de wieg gezien
-en ten grave gebracht: hy had er glorie en miskenning ondervonden:
-en by dat alles hy had de stad zien worden wat zy was, de groote en
-machtige, die, gelijk hy 't uitdrukte,
-
-
- Als Keyzerin de kroon droegh van Europe.
-
-
-Al die wonderen, die met en uit het tijdvak dat wy beschrijven
-binnen haar muren waren gerezen, die heerlijke driedubbele gordel
-van prachtige kaaien, dat Stadhuis, als een achtste waereldwonder
-gevierd, dat Zeemagazijn met zijn trotsche werven, die ter weêrszijde
-uitgestrekte armen, door de Bikkers en Reaelen-eilanden aan de eene
-en Katten- met Wittenburg aan de andere zijde gevormd, die het Y
-omhelsden, die talrijke godshuizen, die Beurzen en marktplaatsen, dat
-alles had Vondel zien ontstaan en in schitterende vaerzen bezongen:
-het had stof aan zijn lier en zijn lier had er wederkeerig vermaardheid
-aan geschonken: kon het anders, of hy moest liefde gevoelen voor die
-waereldstad, zoo rijk, zoo welvarend, zoo prachtig, zoo schoon als
-er toen geene bestond, en zoo als wy haar thands ons, zonder zijn
-beschrijvingen, naauwlijks meer zouden kunnen voorstellen?
-
-Intusschen, juist aan dat eigenaardig karakter van Katholyk,
-Zuid-Nederlander en Amsterdammer tevens, waardoor Vondel zich
-onderscheidde, is het waarschijnlijk toe te schrijven, dat zijn invloed
-op onze taal en letterkunde niet zoo algemeen en bestendig was als men
-dien zoû hebben moeten verwachten. Wel moest die zuivere frischheid van
-taal, die ronding en losheid van altijd goed samengeschakelde, altijd
-geleidelijk afloopende perioden, die gelukkige keus van beelden en
-uitdrukkingen, die naauwkeurigheid in 't vermijden van bastertwoorden,
-welke wy by hem, niet als by Hooft of de Groot door een vernuftige,
-doch vaak gezochte en gekunstelde overzetting, maar door een inheemsch
-woord van gelijke gehalte, vervangen zien, die Nederduitsche stijl in
-een woord, waardoor hy niet enkel zijn voorgangers en tijdgenooten,
-maar al wie na hem gekomen is, te boven streeft--wel moest, zeggen wy,
-dat alles in wie met fijn gevoel en kieschen smaak bedeeld was en er
-zijn werk van maakte ze te bestudeeren, hooge bewondering opwekken,
-en daarby ook zucht om zoo schitterend een voorbeeld na te volgen--en
-dit was dan ook met mannen als de Huydecopers en Bilderdijken
-het geval;--maar de groote hoop bleef met de schatten, in Vondels
-gedichten verzameld, onbekend. De meerderheid onder hen, die in de
-voormalige Republiek de letterkunde beoefenden of werken van smaak
-lazen, behoorde tot de Onroomschen: zy gevoelde zich afgeschrikt door
-de tytels zelve van sommige van Vondels werken en door de Katholyke
-kleur der meesten, en nam ze daarom zelden ter hand:--en, wat erger
-was, reeds in de laatste jaren van Vondels leven was de Fransche
-letterkunde, zoo als die door Rotrou en Corneille, en nu ook eerlang
-door Racine en Boileau was hervormd, in Holland bekend geraakt: de
-gegeven voorbeelden en voorschriften hadden vertalers, bewonderaars,
-navolgers, gevonden: al spoedig hadden alle oogen zich van hier by
-voorkeur naar Frankrijk leeren wenden, om aldaar uitsluitend lessen
-van smaak en beschaving te zoeken. En zoo gebeurde het, dat Vondel,
-door velen alleen op goed geloof nog geprezen, door anderen uit onkunde
-of vooroordeel miskend, door maar zeer enkelen naar waarde geschat,
-in geen opzicht waarlijk populair werd en naauwlijks anders meer dan
-als de auteur van "Gysbreght van Aemstel" bekend bleef.
-
-Die dagen van blinde vooringenomenheid met een enkele Letterkunde
-zijn gelukkig voorby. Hoe oprecht wy ook nu nog de verdiensten
-huldigen van de groote geniën uit de eeuw van Lodewijk XIV, wy
-sluiten niet langer de oogen voor den glans, die ons ook van elders
-tegenstroomt. Wy beschouwen niet langer, gelijk men hier ten lande
-in 't begin dezer eeuw nog deed, Shakspere en Schiller als barbaren,
-wier onklassische kunstgewrochten, even als die van den ouden Ennius,
-niet dan enkele paljetten vertoonen, die ons uit een vuilen mesthoop
-tegenflikkeren. Maar wanneer wy, en te recht, de zoo lang miskende
-Barden van Groot Brittanje en Duitschland in den rang en de eer,
-die hun toekomt, herstellen, dan voegt het ons Nederlanders, ook
-de schatten niet ongeächt en ongebruikt te laten liggen, die wy op
-eigen bodem bezitten. Daarom ook te dezen opzichte elk nog bestaand
-vooroordeel afgeschud, en--het kan niet genoeg worden toegeroepen aan
-al wie zijn taal en stijl verlangt te vormen of te beschaven--Vondel
-gelezen en herlezen. Ik roep het u toe, jongeling! die u tot dichten
-voelt opgewekt, doch de geheimenissen van maat en rijm nog niet genoeg
-hebt leeren doorgronden: laat Vondel daarin uw onderwijzer zijn: geen
-beter gids en leidsman kunt gy vinden.--Niet, dat ik de verdiensten
-van Bilderdijk verkleinen of dezen beneden Vondel stellen zoû;
-maar hoe verbasend groot als dichter en taalbeheerscher Bilderdijk
-ook zijn moge, juist zijn onnavolgbaarheid maakt het gevaarlijk,
-met hem aan te vangen. Wie onbedacht en nog niet genoeg met den aart
-en de eigenschappen onzer taal bekend, zich, als hy, durft wagen aan
-dat samenkoppelen en smeden van woorden, 't welk hy zoo meesterlijk
-verstond, loopt al ras gevaar, onverstaanbaar, zoo niet belachlijk,
-te worden, en het zoû ons, ter staving van dit beweeren, geenszins
-aan voorbeelden ontbreken. Neen, tot de studie, ja (voegen wy er met
-warmte by) tot de aanhoudende studie van Bilderdijk begeve zich de
-toekomstige dichter niet vroeger, dan wanneer hy door de studie van
-Vondel gevormd is. Niet anders zal hy, die de Latijnsche muze wil
-leeren beoefenen of slechts waardeeren, met Nazo en Tibullus beginnen,
-eer hy zich tot het lezen van Maro of Flakkus begeeft.
-
-Maar ook gy, die zonder u in de hooge sfeeren der poëzy te willen
-wagen, er prijs op stelt, een zuiver, klaar, gekuischt en logisch
-Nêerduitsch te schrijven, bevrijd van die spraakwendingen, welke
-ook de beste hedendaagsche schrijvers, ten gevolge hunner gewoonte
-om Engelsch, Fransch of Hoogduitsch te lezen, maar al te dikwerf en
-doorgaands onwillekeurig van elders overnemen, leert van Vondel uw
-moedertaal gebruiken: van hem den rijkdom kennen, dien zy aanbiedt,
-van hem, nooit verlegen te zijn met de keus der uitdrukkingen die gy
-behoeft, met de schikking van woorden en volzinnen, met de vormen van
-betoog en perioden. Of gy dan immer cierlijk zult leeren schrijven,
-dat zal alleen afhangen van de meerdere of mindere mate van vernuft,
-waarmede gy bedeeld zijt; maar gy zult althands de hoofdeigenschap
-machtig worden, die een schrijver behoort te kenmerken: die namelijk,
-van u, in uw moedertaal, verstaanbaar uit te drukken.
-
-
-
-
-
-
-
-NICOLAAS PIETERSZ. TULP.
-
-
-Vrij verward en onzeker was, in den aanvang der zeventiende eeuw, niet
-slechts hier te lande, maar door Europa in 't algemeen, de toestand
-der Geneeskunde. Een aanzienlijk deel der artsen, afgeschrikt door de
-dwaasheden welke Paracelsus had verkondigd, sloot de oogen ook voor
-het goede, in zijn leer vervat, en voor het gewicht der ontdekkingen,
-door hem gedaan. De zoodanigen, van alle nieuwigheden afkeerig,
-weken geen hair breed af van de voorschriften van Galenus. Anderen,
-met de orde der Rozekruisers verbonden, overdreven nog, onder geleide
-van Thurneysen, de buitensporigheden der Paracelsische sekte: de
-verstandigsten, of althands de voorzichtigsten, kozen de party der
-oude eclectici, namen het goede uit beide leerwijzen, pasten dit op
-hun tijdperk toe, en poogden de scheikunde, gelijk zy door Erastus
-en Liravius gezuiverd was, het gebied der geneeskunde binnen te
-leiden. Van Helmont, hoezeer meer beschaafd dan Paracelsus, volgde hem
-na in zijn pogingen om de geneeskunde aan de scheikunde ondergeschikt
-te maken, en in het aanprijzen van sterke en samengestelde panaceën,
-welke laatste eerlang door zijn talrijke aanhangers en navolgers
-werden in gebruik gesteld. De man nu, die, toegerust met kennis,
-volharding en moed, in de dagen van Frederik Hendrik als geneesheer
-optrad, en zich krachtdadig en met goeden uitslag tegen dat gebruik
-of liever tegen dat misbruik van wondermiddelen verzette, en aan zijn
-leerlingen een redelijker, wetenschappelijker weg aanwees om tot de
-kennis der geneeskunst te geraken, en zich daardoor een eereplaats
-onder de groote vernuften van zijn tijdvak verwierf, was Nicolaas Tulp.
-
-Op den 11 October 1593 te Amsterdam geboren, uit Pieter Dirkszoon,
-een vermogend koopman, en Geertruida Dirksdochter, had de jeugdige
-Nicolaas, die reeds vroeg een grootere neiging voor de beoefening
-der wetenschap dan voor het bedrijf zijns vaders aan den dag legde,
-te Leyden onder Vorstius en Heurnius de gronden der geneeskunde
-geleerd en zich eerlang te Amsterdam als arts gevestigd. Hoe zijn
-bekwaamheid in meer dan een opzicht door zijn medeburgers op prijs
-gesteld werd bleek onder anderen daaruit, dat hy, reeds in 1622, tot
-Schepen en Raad werd benoemd. Weldra maakte hy den naam van Tulp,
-dien hy, ter onderscheiding van zoo vele andere Claes Pieterszoons
-als toen bestonden, had aangenomen, beroemd door de nieuwe leerwijze,
-welke hy in zijn praktijk zoowel als in zijn geschriften toonde voor te
-staan. Hoezeer niet in allen deele de Paracelsische leer verwerpende,
-streefde hy vooral naar het opsporen der waarheid langs den weg van
-een yverig en gewetensvol onderzoek der natuur. Dat onderzoek stelde
-hem in staat, talrijke dwaalbegrippen, hoe ook ingeworteld, te keer
-te gaan. Zoo b. v. toonde hy aan, hoe de zoogenoemde ivoren horens,
-die in de kabinetten der vorsten en natuurvorschers bewaard werden,
-en aan welke een geheime geneeskracht werd toegeschreven, niet van
-den eenhoorn, dat wonderdier der oude waereld, herkomstig waren,
-maar eenvoudig slagtanden waren des Narvals: zoo, hoe de Satyrs der
-fabelkunde zich oplosten in boschmenschen of orang-outangs. Vooral was
-het de ontleedkunde, welke hy dienstbaar maakte aan de geneeskunde,
-en aan geen onzer lezers zal het vermoedelijk onbekend zijn, hoe
-hy, als leeraar in die wetenschap wordt voorgesteld op de beroemde
-schildery, door Rembrandt in 1632 vervaardigd.
-
-Groot was het nut, hetwelk Tulp zijnen medeburgers bewees door die
-anatomische lessen, welke hy bleef geven tot in 1654: in welk jaar hy
-geroepen werd om, als Burgemeester, andere en wederom hoogst gewichtige
-diensten te bewijzen. Zijn waarnemingen als ontleedkundige zullen
-steeds blijven behooren tot grondzuilen, waarop men met gerustheid kan
-voortbouwen, en die, op de natuur zelve steunende, alleen met deze
-te niet kunnen gaan. Even getrouw volgde hy deze geleidster op het
-nog duistere pad der heelkunde: overtuigd van den schakel tusschen
-de verschillende takken en van het onafscheidbare verband tusschen
-genees- en heelkunde, begreep hy, dat eerst dan het ideaal der kunst
-zoû te bereiken zijn, wanneer beiden hand aan hand het steile pad
-der ondervinding betraden.
-
-De betrekking als Schepen, welke hy ook na 1622 herhaaldelijk
-bekleedde, stelde hem in de gelegenheid, de schuilhoeken van het
-menschelijk hart te bespieden, en lessen en wenken te vergaderen,
-dienstbaar zoo voor de gerechtelijke als voor de zielsgeneeskunde. Hoe
-gelukkig hy deze laatste beöefende, bewees hy door de genezing, welke
-twee waanzinnigen, waarvan de een zich verbeeldde aan blindheid,
-de ander aan beenverzwakking te lijden, aan zijn scherpzinnigheid en
-geduld te danken hadden. Ook de kruidkunde was het voorwerp zijner
-studiën: getrouw aan zijn stelling, dat overal de natuur voor den
-mensch waakt, stelde hy vast, dat geen land zoo stiefmoederlijk
-is bedeeld, of het levert inlandsche geneeskruiden voor inheemsche
-ziekten, en wy moeten het bejammeren, dat hy het werk, waarin hy deze
-stelling uiteenzette, voor zijn dood heeft verbrand.
-
-Maar ook de grondigste theoretische kennis is op zich zelve
-niet voldoende om den Arts het vertrouwen zijner medeburgers te
-verwerven. Aan hem, gelijk aan den Veldheer of aan den Staatsman,
-mogen de snelle en wisse blik, die het gevaar doorschouwt, en de
-tegenwoordigheid van geest, die het afwendt, niet ontbreken. Dat
-Tulp een en ander in een zeldzame mate bezat, dat getuigden
-zijn tijdgenooten: dat getuigen zijn geschriften, die de slotsom
-zijner waarnemingen behelzen.--Voegt men hierby, dat hy, door zijn
-onbaatzuchtige menschlievendheid, zoo wel de troost der zieken was als
-de toevlucht der armen, dan zal men, naar wy vertrouwen, kunnen geloof
-hechten aan zijn verklaring, dat het getal der door hem geredden en
-geheelden ontelbaar was. Byna onbegrijpelijk is het, hoe, by een zoo
-gestadig en yverig waarnemen der praktijk en een voortdurend geven van
-onderricht, hy den tijd nog kan gevonden hebben, op zoo veelzijdige
-wijze aan zijn vaderstad ten dienste te staan. En toch, de ambten,
-door hem bekleed reeds voor zijn dertigste jaar, als Lid van den Raad,
-later als weesmeester, Kommissaris van de Bank van Leening en van
-Huwlijks zaken, als voorzittend Schepen, en eindelijk als Burgemeester,
-zijn benoeming tot Afgevaardigde--in 1650 aan Prins Willem II, in 1653
-naar 's Gravenhage om over den vrede met Engeland te handelen--zijn
-betrekking als Curator van het Atheneum en als Voorzitter der kommissie
-van Geneeskundig Toevoorzicht, zijn gedrag vooral in 1672, toen hy,
-de tachtigjarige grijzaart, met jongelingsvuur en mannemoed in de
-Statenvergadering van Holland den lafhartigen wederstond, die ons
-land aan den Franschen geweldenaar zouden hebben overgeleverd, dat
-alles geeft hem aanspraken genoeg op den eerbied van tijdgenoot en
-nakomelingschap: en, zonder grootspraak, zonder eigenwaan, kon hy,
-die, met opoffering van eigen tijd, geld, voordeel en krachten, zoo
-veel voor zijn medeburgers deed, tot zinnebeeld een brandende kaars
-voeren, met dit onderschrift: aliis inserviendo consumor, d. i. "door
-anderen ten dienste te staan, word ik zelf verteerd."
-
-Talrijk waren de maatregelen, die, ter bevordering van de gezondheid
-der ingezetenen, op aanraden en door den invloed van Tulp, vooral
-onder zijn bestuur, werden genomen. Om die te leeren kennen heeft men
-slechts de Keurboeken van Amsterdam na te slaan, en in 't byzonder dat
-van 1655, toen een wreede pestziekte de stad dreigde te ontvolken. Het
-was op aandrijven van Tulp dat het venten van oude kleêren en vodden
-anders dan op een bolwerk buiten de poort, het inbrengen en verkoopen
-van pruimen, krieken en komkommers, het nering doen of slachten van
-vee binnen zekeren tijd in huizen, waar iemand aan de pest gestorven
-was, het opschikken der lijken, het medegaan op de kerkhoven van
-andere personen dan de dragers, het behangen der sterfhuizen met
-wollen rouwstoffen, enz., gestreng verboden werd: dat vaste genees-
-en heelmeesters en apothekers werden aangesteld om de kranken van
-behoorlijke hulpmiddelen te voorzien, dat het verbranden van het
-stroo of beddegoed der gestorvenen, het reinigen der straatgoten, het
-dichtpekken der doodkisten, het zuiveren der lucht door 't branden
-van pektonnen, het verruimen en vermeerderen der kerkhoven, en het
-tijdig begraven, werd voorgeschreven. Van dien zelfden tijd is ook
-een befaamde keur op de maaltijden, die zich begonnen te kenmerken
-door kwistigen overdaad. Het getal der gerechten en schotels werd
-beperkt en onder anderen verboden op het nagerecht suikergebak of
-zoogenaamde gentillesses op te dragen. Intusschen had deze laatste
-keur het lot van enkele anderen, als o. a. van die tegen het begraven
-by avond met fakkellicht: zy scheen namelijk alleen uitgevaardigd om
-overtreden te worden. Immers het feestmaal, dat reeds in datzelfde
-jaar 1655, ter gelegenheid der bruiloft van Jan de Witt met Wendela
-Bickersdochter te Amsterdam aan het huis der Bruid gegeven werd,
-verschilde, wat pracht, overvloed en keur van uitgezochte spijzen
-betreft, in geen opzicht van die, tegen welke men het noodig geächt
-had een keur uit te vaardigen, en, mocht Tulp andere verordeningen,
-door hem tot heil zijner medeburgers ingesteld, getrouw zien nakomen,
-met opzicht tot die omtrent de gastmalen moest hy ondervinden, dat
-de mode en de zucht tot schitteren sterker zijn dan alle wettelijke
-bepalingen die de Overheid kan maken. Hy gaf 't dan ook op, en
-toen hy op den 28 Januarij 1672, in den tuin achter zijn woning
-op de Keizersgracht tusschen de Westermarkt en Reestraat, in een
-opgeslagen loods, die met blaauwe stof behangen was, het vijftigste
-verjaarfeest vierde van zijn aanstelling tot Raad, en de gasten, voor
-dat men opdischte al heimelijk vreesden, of wellicht de Burgemeester,
-door trouwe inachtneming zijner keur, hun toonen zoû, hoe Amsterdam
-door eenvoud en zuinigheid was groot geworden, werden zy aangenaam
-verrast, toen zy ontdekten dat de maaltijd niet anders noch minder
-was, dan men by dergelijke gelegenheden gewoon was. De les van Cats
-werd echter daarby in acht genomen, waar hy zegt:
-
-
- Terwijl de maeltyt duurt, zoo laat gedichten lesen
- Of iet, dat aengenaem aen vrient en gast kan wesen:
- Het is van outs geseght: het is de beste feest,
- Die wel doet aen het lijf, maer beeter aan den geest.
-
-
-Immers, by elk gerecht werd een Latijnsch gedicht voorgelezen
-en omgedeeld: het eerste, vervaardigd door Schepen Joan Six, des
-Burgemeesters schoonzoon: het tweede, door den beroemden Hoogleeraar
-Francius: het derde, door Dr. François de Vicq. By het tweede gedicht
-werd aan ieder der gasten een zilveren gedenkpenning vereerd: en--wel
-een bewijs dat de keur niet meer gold--ieder mocht een zwaren schotel
-met suikergebak en konfituren naar huis dragen.
-
-
-
-
-
-
-
-WITTE CORNELISZOON DE WITH.
-
-
-In het jaar 1599 werd, in diezelfde stad den Briel, waar Marten
-Harpertsz. Tromp een paar jaren te voren het licht had gezien, Witte
-Corneliszoon de With geboren. Reeds vroeg ging hy, op het voorbeeld
-van zoo velen zijner speelmakkers, die als hy uit onbemiddelde ouders
-geboren waren, zijn fortuin op zee beproeven. Die fortuin--gelijk het
-oude Latijnsche spreekwoord luidt--begunstigt den stoutmoedige: en in
-stoutmoedigheid werd De With door niemand overtroffen: geen wonder
-dus, dat hy zich van den laagsten sport op den krijgsladder eerlang
-naar boven werkte en, nog geen dertig jaren oud, reeds als Kapitein
-het bevel voerde over een oorlogschip. Geene onder de toen bekende
-zeeën of hy voerde er krijg: en zelden anders dan met voorspoedigen
-uitslag. De verovering der Zilvervloot in 1628 was men voornamelijk
-aan hem verschuldigd. Hy toch was het, die, op het amiraalschip
-als Kapitein varende, den Amiraal Piet Hein opmerkzaam maakte op een
-bark, die zich van verre in zee vertoonde: hy, die, verlof verzocht en
-verkregen hebbende, om zich van die bark meester te maken, met de boot
-op het welgewapend vyandelijk vaartuig afvoer, de ongelijkheid der kans
-niet tellende, het aanklampte, overmande en alzoo, daar juist de bark
-was afgezonden om de Zilvervloot te waarschuwen voor het gevaar dat
-haar dreigde, de genomen voorzorg verydelde en den weg baande tot de
-verovering der schatten uit Peru. Zijn daad bleef onbeloond: althands
-by de W. Indische maatschappy; maar de Staten erkenden die eerlang: en
-De With, tot Vice-Amiraal bevorderd, kwam zelfs in 1637 in aanmerking
-voor het Luitenant-Amiraalschap, 't welk aan Tromp werd gegeven, en te
-recht. Tromp was meer by uitnemendheid de man om te besturen, de With
-om te handelen. Weldra bleek dit, op den gedenkwaardigen dag van 16
-September 1639, toen de Spaansche Armada onder d'Oquendo by Bevezier
-kwam opzetten, en Tromp krijgsraad liet beleggen om te beslissen, wat
-onder zoo hachlijke omstandigheden te doen. De bedachtzame Vlootvoogd,
-niet meer dan zeventien schepen onder zich hebbende, en wetende, wat
-verantwoordelijkheid op hem rustte, spoorde tot voorzichtigheid aan
-en wilde langzaam terug trekken; dewijl het toch een onuitvoerlijk ja
-onverschoonbaar waagstuk scheen, met zoo gering een macht, iets uit te
-richten tegen den metalen berg, gelijk hy de Spaansche vloot noemde,
-wier schepen de zijne niet alleen vier malen in getalsterkte, maar
-ook in alle andere opzichten, door grootte, geschut en bemanning,
-overtroffen. De With echter verklaarde zich tegen elke handeling,
-die schroom aan den dag zoû leggen: hy voor zich wilde de plaats waar
-zy zich bevonden niet zonder strijd verlaten: men moest, zeide hy, te
-dezer gelegenheid toonen, trouwe dienaars van het Vaderland te zijn,
-bereid met elkander te leven en te sterven. Gewis had Tromp een raad
-verwacht, die zoo wel met zijn heimelijken wensch strookte: en hy
-ontveinsde zijn welbehagen daarin niet langer, toen al de overige
-scheepsbevelhebbers hun stem gaven aan den kloeken voorslag van De
-With. Zoo werkte ten dezen het verschil in karakter tusschen de beide
-helden heilzaam voor het Vaderland: de groote omzichtigheid van Tromp
-werd aangevuurd door den teugelloozen moed van de With, en de niets
-ontziende roekeloosheid van dezen gewijzigd door het kalme beleid
-van Tromp. De strijd ving aan: en wanneer men den uitslag nagaat, hoe
-zeven-en-zestig galjoenen en groote schepen voor zeventien kleinere
-terug weken, dan is het noodeloos te vermelden, dat wonderen van
-dapperheid van de zijde der Nederlanders werden verricht. Maar niet een
-onder hen, die zich in dien slag meer glorie verwierf dan De With. Van
-alle zijde door zware galjoenen omringd, had hy zijn zeilen zien in
-flarden vliegen, zijn schip van kogels doorboord, zijn achtersteven in
-brand geschoten; maar niets was in staat geweest, hem af te schrikken:
-rustig was hy kogels met kogels en vernieling met vernieling blijven
-beantwoorden en, na den strijd, "besmeerd en begruisd; hinkende en
-ontoonbaar," by Tromp aan boord gekeerd, met de spottende vraag,
-"of hy nu wel getoond had, dien metalen berg te vreezen?"
-
-Grootscher lof dan zelfs voor den moed, in dat gevecht betoond, komt
-aan De With toe voor zijn zelfsverloochening by gelegenheid van den
-zeeslag by Duins. Gewis had hy niets liever verlangd, dan, nevens Tromp
-en Evertsen, de Spanjaarts te bestrijden: en toch, hy, de man, wien
-'t zeevolk den naam van "Vechtgraag" gegeven had, hy bood edelmoedig
-aan, met Banckert op de Engelsche vloot te passen en haar, indien zy,
-als men vreesde, geneigdheid toonde aan de Spaansche hulp te bieden,
-zulks met kracht te beletten. De Britten hielden zich onzijdig en De
-With bleef dus werkeloos aanschouwer van den strijd; maar toch zoû
-niemand hem het verwijt kunnen hebben toevoegen, dat hy het gevaar niet
-had gezocht; want, hadden zich de Engelsche schepen in het gevecht
-gemengd, De With zoû, in hen, tegenstanders hebben gevonden, meer te
-duchten dan de Spanjaarts, en zijn taak, hoe gemakkelijk zy nu afliep,
-ware hachelijker en zwaarder geweest dan die van Tromp. Wie zegt ons,
-of niet deze bedenking, en de hoop, dat het tot een treffen met de
-Engelschen komen zoû, invloed had gehad op zijn keuze?
-
-Niet minder onderscheidde zich later onze held, toen hy, in 1645, een
-vloot naar de Oostzee geleidde en de schrik zijns naams genoegzaam
-was om een oorlog tusschen Denemarken en Zweden te voorkomen: niet
-minder by de zeeslagen, in 1652 en 1653 met de Engelschen geleverd,
-en vooral in dien van ter Heide, toen het behoud der vloot, door
-'t sneuvelen van Tromp in verwarring gebracht, aan zijn kloekheid te
-danken was. Werd de hooge rang van Luitenant-Amiraal, waarop hy--zoo
-bewezen diensten hier voornamelijk hadden moeten gelden--gewis meer dan
-iemand aanspraak had, hem niet toegekend, dit belette hem niet, tot
-aan het einde zijner dagen, zijn vaderland met dezelfde gehechtheid,
-wakkerheid en trouw te dienen. Dit bleek in den zeeslag, op den 8
-November 1658, in de Zond, door de onzen onder Wassenaer tegen de
-Zweden gestreden. De With, die de voorhoede gebood, met zijn gewone
-kloekheid op den vyand ingezeild, loopt diens voorhoede voorby zonder
-haar schieten te beäntwoorden, geeft den Zweedschen Amiraal de volle
-laag, en noodzaakt hem onder Kronenburg te loopen: waarna hy, zijn
-weg vervolgende, den Zweedschen Vice-Amiraal Bielkenstjern aanvalt
-en met hem en nog twee andere vaartuigen aan den slag raakt. Het eene
-Zweedsche schip springt in de lucht, het andere wordt door het geschut
-van De With verjaagd. Bielkenstjern alleen strijdt nog; doch reeds
-begint zijn vuur te verflaauwen: wanneer de felle stroom beide schepen
-doet wegdrijven en aan den grond geraken. In dezen onbewegelijken
-toestand wordt De With door een nieuw vyandelijk schip aangetast, dat
-hem, zonder dat hy 't verhinderen kan, eerst in den boeg en daarna
-in den spiegel beschiet. Twee volle uren verdedigt zich de held,
-zonder hoop op ontzet. Twee kogels treffen hem; doch, hoezeer den dood
-voelende naderen, even onverschrokken blijft hy zijn medestrijders tot
-een mannelijke verdediging aanmoedigen. Eindelijk dringt de vyand aan
-boord van zijn schip: het was de Brederode, dat Amiraalschip, waarop
-Tromp zoo vaak als overwinnaar had gestreden. Schrikkelijk is voor De
-With het denkbeeld, dat vaartuig in 's vyands handen te zien vallen:
-schoon onmachtig langer te staan, schoon op de knieën nedergezonken,
-nog zwaait hy den degen, zoo lang met eer voor 't Vaderland gevoerd,
-weigert dien over te geven, en verdedigt zich, tot zijn krachten
-zijn uitgeput en hy van zijn bodem wordt afgesleurd. Maar stervende
-ziet hy voor 't minst éénen wensch voldaan: het water dringt in het
-verlaten vaartuig door: het zinkt: de bede van den held is vervuld:
-de Brederode is geen vyand in handen gevallen.
-
-Grooter bewijs van den eerbied, welken De With ook by den vyand
-opgewekt had, kon niet gegeven worden, dan door de wijze waarop de
-Koning van Zweden handelde met zijn lijk. Met wit satijn omkleed en
-in een kist gelegd, welke de wapens des overledenen vercierde, werd
-het aan Wassenaer toegezonden in een galjoot, geheel zwart geverwd
-en met rouwwindsels behangen.
-
-Te Rotterdam werd op 's Lands kosten aan De With een praalgraf
-opgericht. Zijn grafschrift, de korte schets van zijn roemruchtigen
-levensloop, luidt als volgt:
-
-
- Meritis et aeternitati
-
- WITTENII CORNELII DE WIT.
-
- Qui magnitudinem suam eidem elemento debuit,
- cui praecipuam hactenus Hollandia debet:
- totum terrarum ambitum circumnavigavit
- Utramque Indiam, Nauta, Miles,
- Praefectusque Nautarum ac Militum
- vidit; expugnato speculatorio
- navigio, cum viribus ipsi multum
- inferior, animo maior esset, argentiferae
- Classi Americanae
- capiundae viam patefecit.
-
- Innumeras variarum gentium naves
- Cepit, incendit, submersit.
- Per omnes gradus militiae navalis eluctatus
- Propraetor Patriae
- Classes et expeditiones maritimas
- Annis XX rexit.
- Decies quinque Classibus collatis cum hoste
- conflixit,
- Raro aequata clade; plerumque Victor ac
- Triumphator praeliis rediit.
- Restabat magnus tot belli facinoribus
- Imponendus dies VIII Nov.
- A. M D CLVIII.
- In recto Maris Baltici supremum Virtutis
- opus edidit.
- Ibi primum in praelium ruens,
- Praetoriam Suecorum invasit, afflixit,
- Dein propraetorianac praegrandes alias,
- Eorundem aliquot,
- Armis, viris, animis
- Instructissimas, sola propraetoria sua, rejecit,
- afflixit, submersit;
- Donec a sociis undique desertus, ab hostibus
- undique circumfusus, discerpto globis
- corpore, Bellatricem animam coelo
- reddidit.
-
-
- Corpus
- Ipse Rex hostis
- generosa fortitudinis hostilis admiratione,
- splendide compositum in patriam remisit.
- Vixit LIX annos.
- Sic redeunt quos honor ac virtus remittunt.
-
-
-
-
-
-
-
-JAN JANSZOON STARTER.
-
-
-Zoodra men vragen opwerpt, als b. v. "of niet onze taal even goed
-voor den zang geschikt is als elke andere?" of wel: "of onze Natie
-niet even muzykaal is als elke andere?"--dan verkondigt men reeds
-als van zelve, dat een ontkennend antwoord het eenige is, dat te
-verwachten valt en men daarom dubbele dankbaarheid schuldig zal
-wezen aan hem, die bekwaamheid genoeg zal hebben om een toestemmend
-antwoord aannemelijk te maken. In Duitschland of in Italiën zoû men
-'t nimmer in 't hoofd krijgen, zoodanige vragen te doen.
-
-In Duitschland noch in Italiën; maar ook niet in Nederland, zoo als het
-was in de eerste helft der zeventiende eeuw. Toen twijfelde niemand,
-landgenoot of vreemdeling, aan het zangerige en welluidende onzer taal,
-aan het vermogen der ingezetenen om die naar de regels der kunst en
-op bevallige wijze te doen hooren.
-
-Maar toen klonk dan ook nog het Nederduitsch cierlijk en lieflijk:
-toen bestond nog by de Nederlanders een gevoel voor muzyk en zang, dat
-niet door maatschappyen of genootschappen opzettelijk moest worden in
-'t leven geroepen of onderhouden, maar dat zich dagelijks openbaarde en
-voortdurend werd aangekweekt op gastmalen en samenkomsten, ja overal,
-waar de gasten nu zelve de taak vrijwillig en uit eigen aandrift
-overnamen, vroeger door bezoldigde meistreels of speellieden vervuld.
-
-Waar een zangerige taal bestaat en behoefte aan liefelijke liederen,
-daar ontbreken zy ook nimmer: en zoo is er naar evenredigheid wellicht
-geen volk zoo rijk, als het onze gedurende de eerste helft der
-zeventiende eeuw was, aan liedtjens, voor den zang bestemd. Talrijk
-is het aantal dier bundelkens, in kleinen vorm onder verschillende
-namen, meest onder die van "mopsjens", gedrukt en een ruimen voorraad
-bevattende van die vrolijke of ernstige liederen en gezangen, welke
-onze voorouders, naarmate tijd, plaats of omstandigheden hen in een
-meer dartele of meer deftige stemming hadden gebracht, afwisselend
-aanhieven. Vrij wat algemeener dan tegenwoordig was, in die dagen,
-ik zal niet zeggen het zingen en spelen door toonkunstenaars of
-opzettelijke beöefenaars der muzyk, maar het zingen en spelen door
-byzondere personen, in den huislijken of gezelligen kring, by gastmalen
-en spelevaarten, op bruiloften en verjaringsfeesten. Talrijk is dan
-ook de rij der dichters, die de voortbrengselen van hun poëtischen
-luim ten beste gaven, om er genoegelijke samenkomsten mede te
-veraangenamen; en de Collés, de Desaugiers van die dagen kunnen met
-hen die later kwamen gerust de vergelijking doorstaan;--maar wie onder
-hen allen uitschittert, wie te recht als de geestigste en bevalligste
-liederzanger mag worden aangemerkt, dien niet het tijdvak van Frederik
-Hendrik, neen, die Nederland te eenigen dage heeft opgeleverd, is
-Jan Janszoon Starter.
-
-Even als Vondel, was Starter door zijn geboorte een vreemdeling, maar
-reeds vroeg door opvoeding, voorbeeld en eigen aandrift, Nederlander
-in 't hart geworden. In 1594 had hy te Londen het eerste levenslicht
-aanschouwd en in het vijfde of zesde jaar der volgende eeuw was
-hy met zijn ouders, die tot de zoogenaamde Bruinisten behoorden,
-hier te lande en wel te Amsterdam gekomen. Een beschaafde opvoeding
-genoten hebbende, was de jonge Starter niet alleen spoedig bekend
-met de spraak van zijn nieuw aangenomen Vaderland, maar ook met
-haar verborgen schatten. Reeds op jeugdigen leeftijd schreef hy
-gedichten, vol losheid en zwier, en wier weelderigheid getuigt van een
-meesterschap over taal en uitdrukking, hoedanige niemand voor hem zich
-had weten te verwerven. Boezemvriend van Gerbrand Adriaensz. Bredero,
-streefde hy dezen in geestigen luim op zijde en overtrof hem veelal
-in kieschheid en welluidendheid van vorm. Even als Bredero was hy
-een lid en wel een volyverig lid dier zoogenaamde Oude Kamer, die
-kweekschool van vernuften, waar, behalve zy, ook Hooft, Coster, Vondel
-en zoo vele andere cieraden van den Nederduitschen Zangberg hun eerste
-dichtproeven deden hooren en waar later de schouwburg uit ontsproot.
-
-In 1614 naar Friesland getrokken, richtte hy aldaar te Leeuwarden
-een boekwinkel op en woonde als Student de lessen by der Hoogeschool
-te Franeker. Het was gedurende zijn verblijf aldaar dat hy die
-reeks van bruiloftsdichten, minnezangen en liedtjens schreef,
-onder den tytel van "Friesche Lusthof" tot een bundel verzameld,
-en even zoetvloeiend van melody als tintelend van vernuft. Niet ten
-onrechte noemde hem dan ook Gansneb Tengnagel, in een zijner gedichten,
-"den grooten Bruilofts-Hymen." In 1620 naar Amsterdam teruggekeerd,
-kweet hy zich aldaar van een taak, hem door Bredero by diens uiteinde
-opgelegd en voltooide de "Angeniet", door dezen begonnen. Van zijn
-verderen levensloop hebben zijn ondankbare tijdgenooten ons niet anders
-medegedeeld, dan dat hy de wapenen opgevat en in dienst gestorven is,
-de kleuren voerende van dien Nassauschen held, dien hy zoo vaak in
-zoo blijde toonen had bezongen.
-
-Even als by zijn beoordeeling van Rembrandt en Jan Steen, heeft het
-nageslacht by die van Starter zich langen tijd vergenoegd blindelings
-na te praten, wat vroeger gezegd was en daardoor tot gevolgtrekkingen
-te komen, alles behalve vleiend voor hem, dien zy golden. Van de
-beide eerstgenoemden was het zedelijk karakter aangerand, van den
-laatstgenoemde bovendien de aart zijner voortbrengselen, die als
-hoogst onkiesch waren voorgesteld. Wel is waar het was een liederlijke
-Campo Weyerman, door wien Rembrandt en Jan Steen belasterd werden,
-terwijl de aanvallen tegen Starters dichtbundel gericht werden door
-den vroomen en naauwgezetten Dirk Rafelsz. Camphuisen. Oppervlakkig
-zoû men dus zeggen, dat, mocht men al geneigd zijn, de berichten, door
-den eerstgemelde gegeven, te verwerpen, als komende van iemand, wiens
-zedelijk karakter hem onwaardig maakte, geloof te verdienen;--men daar
-en tegen vertrouwen kon te schenken aan hetgeen ons medegedeeld werd
-door een man, wiens vrome zin ons een vaste waarborg van geloofbaarheid
-schijnt aan te bieden. En werkelijk is zulks langen tijd algemeen het
-geval geweest, ja is zulks nog het geval by niet weinigen. Loosjes
-heeft, in zijn Maurits Lijnslager, Camphuisen ingevoerd, den blaam van
-onzedelijkheid werpende op den "Frieschen Lusthof" van Starter--en dat
-nog wel zonder eenige tegenspraak. Jeronimo de Vries vergenoegt zich,
-in zijne Prijsverhandeling, van Starter alleen den naam, en nog wel
-enkel in een aanteekening, onder een dertigtal onbeduidende namen
-te vermelden; Willem de Clercq, die, in zijn bekroonde beschouwing
-over den invloed der vreemde letterkunde op de onze, als van zelve
-aanleiding had moeten vinden van den jeugdigen Brit te gewagen,
-die in Nederland leefde en zong, maar in wiens vaerzen de Engelsche
-afkomst des dichters niet te miskennen valt, Willem de Clercq zwijgt
-van hem geheel. Is het wonder, dat al wie, zonder Starter te kennen,
-een oordeel over zijn werk had op te maken, uit de afkeuring waarmede
-Loosjes van hem spreekt en de onverschilligheid, waarmede hem de
-beide andere critici behandelen, niet anders dan zeer ongunstig over
-hem denken moest? En toch heeft Starter noch den heftigen aanval van
-Camphuisen verdiend, noch de behandeling, hem door de drie andere
-schrijvers aangedaan. Van De Vries en De Clercq is het bekend, dat zy,
-afgaande op hetgeen in den Maurits Lijnslager voorkomt, niet verder
-hebben onderzocht: wat Loosjes betreft, die schijnt van zijn kant
-in het banvonnis, door Camphuisen uitgesproken, te hebben berust,
-en evenmin als de beide critici het veroordeelde boek gelezen te
-hebben: en voor den vromen dichter der zeventiende eeuw, dien ik niet
-verdenken mag ter kwader trouw te hebben gehandeld, weet ik geen andere
-verschoning aan te voeren, dan dat hy dien "Frieschen Lusthof," om de
-vervaardiging waarvan hy den maker naar 't helsche vuur zendt, nimmer
-onder de oogen gehad heeft, en den inhoud alleen ondersteld heeft van
-gelijke gehalte te zijn als een andere kleine verzameling gedichtjens
-van denzelfden schrijver, onder den naam van "Boertigheden" gedrukt,
-en werkelijk minder geschikt in een editie in usum Delphini opgenomen
-te worden.--De slotsom van dit alles is, dat de "Friesche Lusthof",
-achtereenvolgends gedurende twee eeuwen, zonder eenig voorafgaand
-onderzoek, is beöordeeld en veroordeeld geworden door mannen, die als
-gidsen en toongevers op het gebied der letterkunde werden aangemerkt,
-en dat de menigte, door hun verkeerde beschouwing misleid, geschroomd
-heeft, kennis te maken met een boeksken, dat in zoo zwarte kleuren
-was afgeschilderd, maar zich daardoor ook verstoken heeft van het
-voorrecht, om zich te verlustigen in echte poëzy, in de bevalligste
-en liefelijkste vormen voorgedragen.
-
-Maar niet altijd blijft het publiek in zijn beschouwing
-onrechtvaardig. Meer dan eene stem heeft zich in de laatste tijden
-verheven om de geschonden eer van Starter te wreken, om recht te
-doen wedervaren aan de voortbrengselen van zijn vernuft, om hem den
-dichtkrans terug te geven, die te lang aan zijn hoofd onthouden werd,
-en zijn liederen aan te prijzen als voorbeelden van de wijze, waarop
-onze taal, aan wie met haar geheimen bekend is en ze met oordeel weet
-te gebruiken, elke andere in zangerigheid op zijde streven kan. Mogen
-de pogingen, door de zoodanigen aangewend, niet vruchteloos blijven:
-mogen zy strekken, by velen den zucht te doen geboren worden, zich in
-Starters zangen te vermeien en in hem den grootsten Nederlandschen
-liederdichter te waardeeren, dien de geschiedenis onzer letterkunde
-in staat is ons aan te wijzen:--mogen toonkunstenaars zich opgewekt
-gevoelen, nieuwe melodyen op zijn zangen te vervaardigen, en deze
-laatste nog wederom meermalen, als voorheen, op blijde feestmalen
-en samenkomsten, door keeltjens als die van Tesselschade en Duarte
-worden gezongen.
-
-
-
-
-
-
-
-DE DOCHTERS VAN ROEMER VISSCHER.
-
-
-In de nabyheid van den Schreierstoren en aan de noordoostelijke
-grens van Amsterdam stond, in den aanvang der zeventiende Eeuw,
-een burgerwoning, die als een vereenigingspunt kon worden opgemerkt
-van de meest uitstekende vernuften van hun tijd. Het was die van
-Roemer Visscher, een uit het drietal bekwame taalvorschers, aan wie de
-Rederijkerskamer "In Liefde Bloeyende", en by gevolg de letterkunde in
-Nederland, zooveel danks verschuldigd was. Het huis van den man, wien
-Hooft om zijn gulheid den "ronden Roemer" noemde, stond altijd open
-voor wie zich opgewekt gevoelde, een uur, des noods den geheelen avond,
-'t zij met scherts en kout, zang en snarenspel, 't zij met geleerde
-nasporingen, aangenaam of nuttig door te brengen. 's Mans zinspreuk
-luidde "Elck wat wils", en het stond aan ieder vrij, die tot zijnent
-in praktijk te brengen. Maar het waren niet alleen de hartelijkheid
-des gastheers, zijn geestig onderhoud en het uitzicht, om rondom
-zijnen haard eenige der kloekste verstanden, waarop Amsterdam zich
-verhoovaardigen mocht, vereenigd te vinden, die zoo velen naar zijn
-woning lokte: die woning bevatte drie trekpleisters in de dochters
-van den huize, Anna, Geertruida en Tesselschade.
-
-Geleerde juffers, in den gewonen zin van 't woord, en maar eenigermate
-gelijk aan die, welke Molières onvergelijkelijke pen naar 't leven
-heeft afgeschetst, zal ieder man van smaak en verstand veeleer
-ontloopen dan opzoeken. Maar niet tot die soort behoorden de dochters
-van den ronden Roemer, welke wy vooral niet moeten beoordeelen naar
-de voorstelling, die er de schrijvers uit het laatst der voorgaande
-of het begin dezer eeuw van geven. Liever schetsen wy haar met de
-woorden van een tijdgenoot, den Harderwijker Staatsman Ernestus Brink,
-die zich aldus over haar uitlaat: "Romer die Visscher," schrijft hy,
-"heeft 3 dochters, die alle in seer fraje exercitiën sijn opgetoogen,
-connen seer fray musique, schilderen, in glas schrijven ofte graveren,
-referein maken, emblemata inciseren, allerlei manufacturen borduren,
-oock goet swemmen, en het zich geleert hebben in haar Vaders tuyn,
-alwaar een gracht met water was, buyten de stadt."
-
-Maar zoo de dochters van Visscher al de hier vermelde bekwaamheden
-bezaten, en bovendien de dichtkunst beminden, ja beoefenden, zy
-waren bovenal meisjens van hooge beschaving en die ten volle de
-kunst verstonden om door een, dan eens vrolijk, dan eens leerzaam,
-maar altijd boeiend onderhoud, haar gasten den tijd te korten.
-
-Anna, de oudste, was in 1584 geboren. Aan haar, die zelve dichteres
-was, droeg haar Vader de taak op, zijne gedichten te verbeteren en
-te beschaven. Geertruida, of Truitjen, gelijk zy meest genoemd werd,
-was iets jonger dan hare zuster, en zoo de nakomelingschap, byna twee
-eeuwen lang, een vrij onbeleefd stilzwijgen omtrent haar bewaard en
-zich alleen met haar zusters bezig gehouden heeft, 't was geenszins
-omdat haar naam niet verdiende tot ons over te gaan: de aangehaalde
-getuigenis van Brink bewijst het tegendeel, en de rede, dat men
-haar vergeten heeft, is, dat zy reeds vroeg in 't huwelijk trad en
-wel met Nikolaas van Buyl, Onderschout te Amsterdam. De plichten,
-die zy als vrouw en moeder te vervullen had, boeiden haar aan haar
-huis, en hielden haar langzamerhand meer en meer verwijderd van den
-kring harer bekende vrienden: en zy werd niet meer bewierookt en
-bezongen gelijk haar nog ongehuwde zusters. Hoe zy echter de kunst
-bleef liefhebben en voorstaan, blijkt uit de omstandigheid, dat,
-in 1630, de Poëet van Swoll zijn Margrietje uitgaf "onder de gunst
-van Juff. Geertruyt Roemers."
-
-Tesselschade, die in 1594 geboren, en dus tien jaar jonger was dan
-Anna, ontleende haar vreemdklinkenden naam aan de zware schade, die,
-drie maanden voor dat zy ter waereld kwam, veroorzaakt werd door een
-hoogen storm op de reede van Texel, waaronder vele Amsterdamsche
-kooplieden, ook haar vader, geleden hadden. Toen, eenigen tijd na
-haar geboorte, de vest voor zijn huis werd afgebroken om de stad te
-vergrooten, noemde hy zijn hond Schae-baet, om dat hy, schaê in Texel
-geleden hebbende, nu wederom baet kreeg by het afbreken der stadsmuren,
-die recht over zijn huis stonden, en dat daarom nu zijn huis midden
-in de stad zoû komen en meer waard zijn.--Vlug, vol geest en gevoel,
-had Tesselschade reeds van haar vroegste jeugd af de belangstelling
-opgewekt van haar Vaders vrienden, en bleef, zoolang zy leefden,
-hun genegenheid behouden.
-
-In 1620 overleed Roemer Visscher; doch de kring, dien hy om zich heen
-gevormd had, werd daarom niet verbroken. Nog drie jaren later sprak
-Vondel in zijn "lof der Zeevaert" tot Reaal van
-
-
- 't Zaligh Roemers huis,
- Wiens vloer betreden wort, wiens drempel is gesleten
- Van Schilders, Kunstenaers, van Zangers en Poëten.
-
-
-De beide meisjens, die in dat huis gebleven waren, ontfingen er
-dus haar gasten nog als te voren, die voor 't overige een nieuwe
-gelegenheid om zich te vereenigen hadden gevonden op 't slot te
-Muiden. By den Drost stelden zich Vondel, Coster, Mostert, Reael,
-Baeck, Vechters en zoo vele anderen schadeloos voor 't gemis van
-Roemer: in hem hadden diens dochters een vaderlijken vriend behouden,
-steeds met raad en hulp gereed, en wederkeerig werden de genoegens,
-welke men ten zijnent smaakte, door haar tegenwoordigheid niet zelden
-verhoogd. Anna las er de "Sinne-Poppen" haars vaders, waarvan zy de
-uitgave bezorgd had, en Tesselschade nam het oordeel harer vrienden in
-over een vertaling van Tassoos verlost Jeruzalem, door haar ondernomen;
-maar vooral waren het beider muzykale gaven, die Hooft zoo zeer op
-haar gezelschap gesteld deden zijn. Talrijk zijn de plaatsen in zijn
-brieven, waarin hy uitweidt over de fraaie stem van Tesselschade en
-over het genot, dat zy aan haar toehoorders verschafte. Anna schijnt
-meer bepaald in 't snarenspel bedreven te zijn geweest, gelijk wy
-kunnen opmaken uit de vergelijking van de navolgende plaatsen uit
-Vondels gedichten. De eerste is gehaald uit zijn "Lof der Zeevaert,"
-en luidt aldus:
-
-
- Wy naecken Schreyers-hoeck, daer lieffelijck en bly
- Een Waterlandsche Rey, de Juffers van ons Y,
- Met ongehuifde pruick en kletten, geestigh zingen,
- En naer den toon van zang en spel, haer treden dwingen.
- Twee diertjens [2] in den hoep aanminnig groeten ons.
- d'Een volght met zoet muzyck des andren violons.
-
-
-De andere plaats is uit het bruiloftdicht op Tesselschade.
-
-
- Twee zusters zetten zich op 't uiterst van den stroom:
- d'Een, uit een parkement of: halfgerolde cedel,
- Las nooten met haer galm, en d'ander met een vedel.
-
-
-En aan wien, onder dien zwerm van dichters en geleerden, die haar
-omringden, werd het gegeven, de gedachten dier lieve meisjens af te
-trekken van de Sinne-Poppen en 't Verlost Jeruzalem, en meer diepe
-aandoeningen by haar te doen ontstaan, dan de melody der woorden van
-een lied verwekken kunnen? Gewis werd de Oude Spreuk, volgends welke
-ieder op zijne beurt voor den invloed der liefde zwicht, ook ten
-opzichte der gezusters beantwoord; maar niet op zoodanige wijze als
-men zoû hebben verwacht. Het was geen dichter, geen toonkunstenaar,
-geen man van de wetenschap, die het hart van Tesseltjen wist te
-treffen: het was--wy schamen ons byna het te zeggen, en toch mag
-het niet verzwegen worden, al zoû het onzen lezeressen een blos
-van spijt op de wangen jagen over de schijnbaar zonderlinge keuze,
-door eene der meest begaafden van hare sexe gedaan--? het was een
-zeeofficier, en die nog daarby den alles behalve dichterlijk luidenden
-naam van Allart Krombalck droeg.--Intusschen, bezat de jongeling noch
-poëtischen aanleg, noch poëtischen naam, hy was, naar de getuigenis
-van Hooft, rijk met vernuft, en, wat meer zegt, met voortreffelijke
-zielshoedanigheden bedeeld. In 1623 werd het huwelijk tusschen de
-beide gelieven voltrokken, en door de vrienden der Bruid, onder
-anderen door Vondel, in cierlijke vaerzen bezongen.
-
-Niet lang duurde het, of Anna volgde het voorbeeld harer zuster. Zij
-huwde in 1624 Dominicus Boot van Wezel, Johansz., mede geen geleerde,
-maar toch een man van smaak, en gesproten uit een aanzienlijk geslacht,
-dat te Dordrecht bloeide. Zy volgde derwaarts haren man, gelijk het
-Tesselschade den haren naar Alkmaar had gedaan.
-
-Te Dordrecht, waar Cats omtrent dien tijd Pensionaris geworden was
-en aan 't hoofd stond eener dichtschool, die juist niet op den besten
-voet was met de Amsterdamsche, maakte Anna nieuwe kennissen, waarby,
-als 't in den aart der zaken lag, de oude eenigzins tekort kwamen.
-
-Dat zy echter met hen in voortdurende betrekking bleef staan, daarvan
-getuigen, onder anderen, de aanbevelingen, haar in 1642 naar de
-Zuidelijke Nederlanden mede gegeven door Huygens en Van Baerle. Zy had
-namelijk het onderwijs van haar beide zonen aan de Paters Jezuïeten
-te Brussel opgedragen, doch, hen derwaarts geleidende, wilde zy
-tevens van die gelegenheid gebruik maken, om kennis te maken met de
-Belgische geleerden, en de brieven van hare twee genoemde vrienden
-baanden haar daartoe den weg. Wil men weten, hoe men in Belgiën over
-haar oordeelde, men hoore, hoe de beroemde Leuvensche Hoogleeraar
-Puteanus zich deswegens uitliet. "Ware ik by u" schreef hy in zwierig
-Latijn aan Van Baerle, "ik zoû my aan uw gulden boezem werpen en er
-u vele kussen op drukken: deze toch reken ik uw brief, uw lieven,
-geestigen, vriendelijken brief waardig, deze ook de beroemde vrouw,
-my zoo beleefdelijk en cierlijk aanbevolen. Toen ik toch den naam van
-Anna Roemers las, was ik enkel vreugde, en ik reikte haar de gastvrije
-rechte, die door haar welwillend werd aangevat; zy toefde niet, maar
-kwam ten mijnent, en, meer nog, aan mijn hart, my, mijner echtgenoote,
-mijnen dochteren en gandsche gezin welkom. Onze gulle rondheid mocht
-haar aangenaam zijn, de schoonheid dezer plaats haar bewondering
-wekken, het overige deed haar eigen geest. Ik had een Muze ontfangen;
-slechts Apollo ontbreekt." Aan Huygens schreef hy: "Wel is Anna Roemers
-een vrouw uwer aanbeveling waardig. Zy heeft door haar beschaving mijn
-diensten meer dan beloond: haar byzijn heeft mijn woning opgeluisterd,
-en zy heeft my in haar vernuft doen deelen. Maar, wanneer gy dergelijke
-vrouwen ten uwent bezit, wat moeten dan wel uw mannen zijn!" enz.
-
-Aan Tesselschade, die zich met haar man te Alkmaar had nedergezet,
-en alzoo minder dan haar zuster van Amsterdam verwijderd was, viel
-het dan ook lichter, den omgang met haar vrienden en betrekkingen
-aldaar te doen voortduren, en zy bleef voor Hooft, Van Baerle en Vondel
-
-
- Ons kameraetje
- Het soete Tesselschaetje,
-
-
-gelijk laatstgemelde haar in een zijner gedichtjens noemde. Over en
-weder bezocht men elkander en de briefwisseling, vooral met Hooft,
-duurde onafgebroken voort. Meer dan eens zond zy hem haar poëtische
-invallen ter verbetering: zoo onder meer een antwoord op zekere
-beruchte Prijsvraag, die in 1630 door de Amsterdamsche Akademie
-was voorgesteld, en niet weinig beweging in de geletterde waereld
-veroorzaakte. Zy luidde aldus:
-
-
- Apoll', op Helikon gezeten,
- Vraeght al sijn heylige Poëten
- Wat beste en slimste tongen zijn?
- Of waerheyd saligh maeckt, of schijn?
- Of dwang van vrome Christen-sielen
- Niet streckt om Hollant te vernielen?
- Of Vrijheyd niet en was de schat,
- Waarom men eerst in oorlogh trad?
-
- Of oock in welbestierde steden
- Een Oproer-maecker wordt geleden?
- Of Huyse-plond'ren vesten sticht?
- Of d'Eed geen Burgery verplicht?
- En of zich Leeraers niet verloopen
- Wanneer ze desen bandt ontknoopen?
-
- Wiens antwoort kortst en bondighst is
- En klaerst in dese duysternis,
- Dien zullen d'Akademiheeren
- Met eenen Princen-Roemer eeren,
- Daer Pallas, met haer diamant,
- In sne den Veltheer van het landt,
- Die met 's Hartogenbosch gaet strijcken,
- Daer Maurits tweemael of most wijcken.
-
-
-De vraag was van Vondel, en het antwoord, dat den roemer verdiende,
-was de hand van Roemers dochter, die het afbeeldsel des Prinsen op
-het glas gesneden had. Het luidde aldus:
-
-
- De beste tong die stemmen smeede
- Zong Gode loff, den menschen vreede.
- Die swijgent meest haer deught betoont,
- Is die met vuer d'Apostels kroont.
- De snoodst' op aerde deed de menschen
- Nae Godts verborgen wijsheyt wenschen.
- De booste sprack uit heemelrijck,
- Mijn macht sy d'hooghste macht gelijck.
- In hun sticht Godt Zyn heerschappyen,
- Die met het doen 't geloof belyen.
- Schyn, als een drogh en dwaellicht, leidt
- Wie dat haer volght ter duysterheit.
- De vrome zielen te belaegen
- Kan Hollants zachte grond niet dragen.
- De Roomse geus het smeekent blad,
- Tot Brussel, ondertekent had
- Soowel als d'ander; en versocht er
- 's Lants vryheyt by, aen 's Kaizars dochter.
- Den muiter die gerustheyt haet
- Looft altyt een geschockte Staet.
- Daer d'eene burger 's anders muiren
- Bestormt, die stadt en kan niet duiren.
- Geen aerdtsche Godt [3], off hy wordt by
- Een Eedt verknocht: meer [4] schuttery,
- Wat leeraers ook dien bant ontlitsen,
- Die tergen 't snoer der zeeven flitsen.
-
-
-In 1635 trof Tesselschade een dubbele slag. Vondel had haar juist een
-geestig dichtstukjen gezonden over zekere vaerzen, uit het vrij duister
-Engelsch van John Donne in niet zeer helder Hollandsch door Huygens
-overgezet, en Hooft, verwonderd, dat zy hem over die vertaling haar
-meening niet mededeelde, had juist aan zijn vrouw, die naar Amsterdam
-ging, een brief mede gegeven ter verdere bezorging aan Tesselschade,
-toen hij de tijding bekwam, dat het oudste dochtertjen van Krombalck
-en deze zelf byna gelijktijdig overleden en te samen begraven waren.
-
-Alle rouw slijt; doch schoon Tesselschade haar verlies droeg met geduld
-en Kristelijke onderwerping en eerlang haar blijmoedigheid terugkreeg,
-zy hertrouwde niet. Het had haar echter niet aan gelegenheid
-ontbroken. Van Baerle, die een paar jaren te voren weduwenaar
-geworden was, trachtte, door brieven en vaerzen vol teederheid,
-haar genegenheid te winnen; maar, welke vriendschap hem Tesselschade
-toedroeg, hy kon als man haar niet lijken. Zy mocht zijn geleerdheid
-en zacht karakter op prijs stellen; maar zy was te veel vrouw om
-ingenomen te zijn met zijn zoete klachten en verliefde zuchten, die
-hem de bestendige plageryen van Hooft op den hals haalden. Zy had--om
-met Van Vloten te spreken--te veel van den hartigen smaak haars vaders
-weg, die geen bier zonder hop, geen spijs zonder zout smaakte, om in
-de verliefde blikken en woorden van een bloot "zoetsappig" vryer veel
-aantrekkelijks te vinden; zy bracht dat later, by een geheel andere
-gelegenheid, argeloos maar duidelijk uit, toen zy zijn "pleyster over
-haer oogh, goedt, en soet, en sacht, en troostelijck, en goddelijck"
-noemde, maar toch "het nerpend heyl van den hoogh Hofwijckschen poëet"
-de voorkeur gaf.
-
-Gewis, "de Hofwijksche poëet", de wakkere Konstantyn Huygens, die in
-1637 zijn vrouw verloor, ware een meer geschikt man voor Tesselschade
-geweest dan Van Baerle: hy, vast en zelfstandig gelijk zijn naam,
-en daarby zoo edel van aart als vlug van vernuft. De Amsterdamsche
-Hoogleeraar had zelf gevoeld, dat hy voor den Haagschen vriend
-moest wijken, die bovendien nog 't voorrecht boven hem had, een
-goed deel jonger te zijn: en Tesselschade van hare zijde voedde
-een onbepaalde hoogachting, ja een meer dan gewone vriendschap,
-voor den begaafden Geheimschrijver des Prinsen. Maar het kwam van
-zijne zijde nimmer tot een verklaring, die dan ook van de hare niet
-werd aangemoedigd. Zy wisselden geestige puntdichtjens over de Leer;
-doch, al schenen zy oppervlakkig die zaak schertsende te behandelen,
-in den grond was Tesselschade te goed Roomsch en Huygens te zeer
-aan de Staatskerk gehecht, dan dat het verschil van godsdienst
-niet voor beiden een onoverkomelijk bezwaar zoû gebleven zijn,
-ook al ware het hun mogelijk geweest, hem, de nagedachtenis zijner
-Suzanna, haar, die van haren Adelaert, te vergeten. Datzelfde bezwaar
-bestond niet tegen een verbindtenis met een derden, haar niet min
-genegen vriend. Ook Vondel was, en reeds voorlang, weduwenaar: ook
-hy was gevoelig voor haar bekoorlijkheden en wendde pogingen aan,
-om haar liefde te verwerven; doch ook zijn aanzoek liep vruchteloos
-af. Wellicht waren hier financiële belemmeringen: misschien ook dat
-zy, die zich in meer hoofsche kringen bewoog, geen trek gevoelde,
-een kousewinkel in de Warmoesstraat te betrekken. Wat er van zij,
-zy nam evenmin den Katholiek Vondel, als den Remonstrant Van Baerle,
-of den Kalvinist Huygens; maar bleef met alle drie op een goeden voet.
-
-Hooft, die noch 't een noch 't ander was, strekte haar by voortduring,
-en meer dan een der overigen, tot vraagbaak en vertrouweling. Jaarlijks
-bezocht zy hem, en zijn brieven vloeien over van haar lof, nu eens
-over haar fraaie stem, dan eens over haar geestige brieven, of over
-de cierlijke Italiaansche vaerzen, die zy vervaardigde, o. a. by de
-komst van Maria de Medicis te Amsterdam.
-
-In 't jaar 1642 overkwam Tesselschade een lastig ongeval. Te Amsterdam
-zijnde, en voorby een smidswinkel gaande, spatte haar een vonk in 't
-oog, 't welk zy daardoor kwijt raakte: welk ongeval door Van Baerle
-en door Huygens werd bezongen. Zy troostte zich echter spoedig in een
-verlies, 't welk voor 't overige geen gevolgen schijnt gehad te hebben.
-
-Vijf jaren later had zy zwaarder verliezen te betreuren. Den 24. Mei
-1647 werd zy--door den dood van Hooft--als vriendin getroffen: op den
-31. Augustus van dat jaar werd haar moederhart verscheurd. "Maria
-Krombalcks," schrijft Hendrik Bruno aan Huygens, "dat schrandere
-meisjen, Tessels dochter en eenig kint, en daarby naar haar moeder
-Tessel aardende, is, in den bloei der jeughd, en de omhelzingen harer
-moeder en harer moei Anna, heden, in een hevige koorts, overleden:
-een sterfgeval, dat mijner zuster--de dichteresse Alida Bruno--veel
-tranen, my vele zuchten gekost heeft, soo dat het mijne ziel heeft
-geschokt, en ik naauw myzelven meester ben."
-
-De slag trof haar diep. Het eenige doel, dat zy nog op de waereld
-had, was haar ontnomen: zy stond er voortaan alléén: wat had zy hier
-nog te verrichten? Hoe "gehoorsaam" en zwijgend zy zich onder haar
-beproeving hield, haar gezondheid had een knak gekregen, waarvan die
-niet weder opkwam.
-
-"Ik moet u," schrijft Bruno, op den 4. February 1648, aan zijn vriend,
-"ik moet u, voor ik van myself spreek, de groete overbrengen van
-Tesselschade, onze heldin, die, hoewel steets door koortse gekwelt,
-haer ziekte en haer leedt door stantvastig dulden overwint. Ik was
-gister by haer, zoo als ik veel, en meer by deze eene weduwe ben,
-dan by al de meisjens, die hier ter stede in de beschaafde wereld
-zijn. Ik vertolckte haer mijn tranen, by den doodt van onzen, ja
-vroeger onzen--Van Baerle"--die 14. January overleden was--"en zy
-hielt haer aendacht zoo op mijne nietige-vaerzen gespannen, dat zy
-de koortse toen of niet voelde of niet kreegh."
-
-Zoo kwijnde de edele vrouw langzaam weg, tot zy in Junij 1649 de
-panden, die haar waren voorafgegaan, volgde in 't graf. Jan Vos
-en Alida Bruno bezongen haar dood; maar geen van beiden deed het
-in vaerzen, harer waardig. Aandoenlijker--omdat zy niet zoo zeer
-de vernuftige dichteres, niet de begaafde zangster, maar alleen de
-moeder golden--klonken de regels, die Huygens haar wijdde:
-
-
- Dit 's Tesselschades graf:
- Laat niemand zich vermeten
- Haer onwaerdeerlickheit in woorden uit te meten.
- Al wat men van de zon kan zeggen gaat haer af,
- Hoe dat 's om 't leven quam
- Verhael ik even noode:
- Wat dunckt u, moeders?--'t was haer dochter, die haer doodde.
- En die sy 't leven gaf, was die haer 't leven nam.
-
-
-Zoo was het treurig uiteinde der eenmaal zoo vrolijke, zoo
-schitterende, zoo algemeen gevierde, nu zoo diep bedroefde vervallen,
-zoo verlatene, maar altijd door ieder, die haar kende, zoo hoog
-geachte, zoo oprecht beminde vrouw. Haar zuster Anna, weduwe als zy,
-had haar, gelijk wy hierboven gezien hebben, in de ure der beproeving
-ter zijde gestaan. Zy overleefde haar nog twee jaren, maar had by
-haar sterven voor 't minst het voorrecht, dat haar kinderen haar de
-oogen sloten. Of Geertruida hare beide zusters in den dood voorafging
-of volgde, is ons onbekend. Zeker is het, dat zy nog leefde in 1644,
-toen Tesselschade by haar te Amsterdam huisvesting genoot.
-
-
-
-
-
-
-
-CASPAR VAN BAERLE.
-
-
-By het sluiten van het Twaalfjarig Bestand, was Amsterdam uit de
-worsteling met Spanje rijk en machtig voor den dag getreden. De
-schatten uit de Indiën stroomden naar de kantoren en magazijnen der
-handelaren, en alle volkeren der waereld waren cijnsbaar geworden
-aan het Y. Waar de beschaving zich, door gedurige wrijving met
-vreemdelingen, meer en meer ontwikkelt, doet zy steeds nieuwe behoeften
-ontstaan en nieuwe wenschen voeden. Het was weldra voor de Regenten
-van Amsterdam niet genoeg, de stoffelijke welvaart in hun Staat te
-zien vermeerderen; ook voor de zedelijke moest gezorgd worden. Aan
-Leyden--zoo oordeelden zy--moest niet langer het uitsluitend monopolie
-van het hooger onderwijs verblijven: by de eenzijdigheid in begrippen
-en leerstellingen, die aldaar heerschte, kon het noch ongepast, noch
-onnut worden beschouwd, dat er nog een tweede instelling bestond,
-waar een andere richting werd aangenomen: nevens het nieuwe Bedehuis,
-door de Remonstranten gesticht, mocht ook wel een School bestaan,
-in welke de openlijke of bedekte aanhangers hunner gevoelens de
-beginsels, welke zy waren toegedaan, hoorden verkondigen, althands
-niet hoorden verketteren: en zoo werd in 1632 het Athenaeum illustre
-te Amsterdam gesticht. De Regeering begreep echter wijslijk, alle
-botsing met de Staatskerk te moeten vermijden: zy gaf daarom aan de
-nieuwe Kweekschool een bloot wetenschappelijke, geen godgeleerde leuze:
-twee leerstoelen werden er by opgericht: de een, voor het onderwijs in
-de geschiedenis bestemd, werd aan Vossius gegeven: tot den anderen,
-bestemd voor het onderwijs in de wijsbegeerte en welsprekendheid,
-beriep men Caspar van Baerle.
-
-Ware de keuze van dezen laatste gelukkig geweest onder alle
-omstandigheden, zy was het vooral daarom, omdat zy aan den nieuw
-gekozen leeraar wederom een loopbaan openstelde, welke hy eenmaal
-was ingetreden, doch sints een geruimen tijd voor zich gesloten
-achtte. In 1617 tot Hoogleeraar te Leyden beroepen, had hy zich,
-in 1621, ten gevolge van zijn verkleefdheid aan de beginselen der
-Remonstranten, van zijn ambt ontzet gezien, en daardoor tien jaren
-lang de gelegenheid gemist, om in uitgebreiden kring nuttig te zijn
-door de mededeeling zijner veelvuldige kundigheden. Die gelegenheid was
-hem nu weder verschaft; en de vermaardheid, welke hy zoo wel als zijn
-ambtgenoot zich bereid hadden verworven, lokte aldra naar hun onderwijs
-een tal van leerlingen, 't welk dat der Leydsche Akademie-burgers
-bykans evenaarde. De verdiensten, waardoor zich een voortreffelijke
-leermeester onderscheidt, behooren niet tot de zoodanige, welke haren
-bezitter een roem verschaffen, die den tijdgenoot verblindt en by de
-nakomelingen voort blijft leven: zy worden alleen bekend en bewezen
-uit hare middelijke gevolgen op anderen: zy zijn, by andere, meer in
-'t oogloopende verdiensten vergeleken, wat de lucht is, vergeleken
-by het vuur. Van het vuur gevoelen wy niet alleen den gloed; maar
-wy zien het vonkelen, flikkeren, blaken: en het wekt door den glans,
-door de verscheidenheid zijner kleuren, onze bewondering;--de lucht
-daar-en-tegen wordt niet gezien; doch haar invloed blijft daarom niet
-minder wezentlijk, niet minder weldadig, ja gezegend. Gezegend en
-weldadig was dan ook de invloed, dien Van Baerle door zijn lessen,
-door zijn raadgevingen, door zijn goeden smaak, door zijn voorbeeld,
-uitoefende op de jonge lieden, die 't voorrecht hadden, zijn onderwijs
-te genieten: en zoo danken wy het grootendeels aan hem, dat het
-tijdvak van Frederik Hendrik zich ook door wetenschappelijk-wijsgeerige
-ontwikkeling kenmerkte.
-
-Maar, al ware het niet geweest krachtens zijn verdiensten als leeraar
-aan de Doorluchtige School, in elk geval had Van Baerle een plaats in
-deze Galery van beroemde mannen verdiend: zoo door zijn keurige en
-talrijke proefschriften, over de meest uiteenloopende onderwerpen,
-als om de voortreffelijke wijze, waarop hy de eer der Latijnsche
-Zanggodinnen in Nederland ophield. Weinigen onder hen, die 't
-waagden, de oude dichters in hun eigen taal na te zingen, slaagden
-daarin even gelukkig als Van Baerle: nog zeldzamer werd hy daarin
-overtroffen. 't Zij hy op verheven toon den lofgalm aanheft ter eere
-des Verlossers, de troonsbestijging van Karel I, of de uitvaart van
-Gustaaf Adolf viert, Bernhard van Saxe of Richelieu bezingt, 't zij hy
-triomfklanken doet hooren op de overwinningen, door Frederik Hendrik
-behaald, Vorst Joan Maurits by zijn terugkomst uit Braziel of Prins
-Willem by zijn echtverbintenis met Maria van Engeland, of Maria de
-Medicis, by haar bezoek te Amsterdam, geluk wenscht, 't zij hy zijnen
-talrijken vrienden by de belangrijkste gebeurtenissen huns levens
-zijn deelneming in korte of meer uitgebreide zangen betuigt, 't zij
-hy de meest treffende bybelstoffen in roerende elegiën behandelt, 't
-zij hy, nu eens ernstige, dan eens boertige onderwerpen van den meest
-uiteenloopenden aart behandelt, altijd is de vorm in overeenstemming
-met den inhoud: zijn stijl, naar 't past, beurtelings grootsch,
-statig, zwierig, deftig, vrolijk, schalksch, maar altijd cierlijk,
-altijd zuiver en behagelijk, vrij van noodeloozen opschik, doch aan
-wel gekozen beelden en aan gelukkige gedachten rijk.
-
-Nu en dan, ofschoon dan ook maar zeldzaam, sloeg Van Baerle de hand
-ook aan de Hollandsche lier. Zoo b. v. toen Tesselschade haar vrienden
-op het Muiderslot verrast had met een geestig bewerkt en vercierd
-festoen van herfstvruchten, bedankte hy haar op staande voet met dit
-geestig gedicht:
-
-
- Geluckige Sale, daer 't Weeutjen in spoockt,
- Geluckige Schouwe, daer 't selden in roockt!
- Wie schildert u dus, wie stelt u te pronck?
- Wie maeckt u dus kruydig, dus aerdigh, dus jonck?
- Is Flora gevallen uyt Junoos paleys?
- Is Pales in aentocht? Is Ceres op reys?
- Heeft Hebe gevlochten dit trotse festoen?
- Pomona getempert het root met het groen?
- Neen, 't is noch Godinnen noch Goden hun vondt,
- Zelfs staen zy verbaest, en sy seggen in 't rondt:
- De wasdom is ons, die konst van een handt,
- Die self oock de nydt door haer geest heeft vermant.
- Ick sie, seyde Ceres, mijn lof en mijn halm:
- Ick hoor, sey Pomoon, mijner bladeren galm:
- Ick rieck, seyde Flora, de vrucht en de blom,
- Die 't son'tje van 't Oost treckt westerwaert om:
- Ick voel, sprak Juventa, mijn appeltjens ront,
- Ick proeve, sprack Pales, mijn pruymtjes gesont.
- Doe sey de Poeêt: het is Tesseltjens doen,
- Die 't oude maackt jonck en de steenen maeckt groen.
- O Tesselscha! leeft van de Goden gekust,
- Die al de vijf sinnen kunt geven haer lust.
-
-
-Ook in de overige Nederduitsche gedichtjes van Van Baerle heerscht een
-gelijke losheid en bevalligheid, die aan den lezer, voor zoo verre
-hy geen Latijn verstaat, een denkbeeld kan geven van het poeëtisch
-vernuft des vervaardigers.
-
-Onder de redenen, waarom Van Baerle met zooveel zegen werkzaam was
-te Amsterdam mogen wy vooral rekenen de beminnelijkheid van zijn
-zacht en vredelievend karakter, dat, zoo wel tot luchtige vreugde als
-statigen ernst gevormd, bestemd scheen by al wie hem kende genegenheid
-en vertrouwen in te boezemen. In 1627 had hy het tweede huwlijk van
-den Drossaert bezongen, en van dat tijdstip was tusschen hen beiden
-een vriendschap ontstaan, die zonder verkoeling tot aan hun dood
-bleef voortduren. De vrienden van Hooft bleven ook de zijne. Voor
-Tesselschade voedde hy een meer teeder gevoel en, toen zijn gade hem
-ontvallen was, zocht hy--hoewel vruchteloos--de schoone Alkmaarsche
-weduwe te bewegen, hem dat verlies te vergoeden. Met Vondel bleef hy
-bestendig op den besten voet, en aan zijn trouwen medestrijder voor
-de zaak der Remonstranten en Staatsgezinden vergaf hy diens overgang
-tot het Pausdom, en--wat vrij wat zwaarder vergrijp was in zijn
-oogen--diens min naauwkeurige overzetting van Virgilius. Vondel, altijd
-dankbaar voor elk bewijs van hartelijkheid, liet geen gelegenheid
-ongebruikt, om hem van zijn zijde te toonen, hoe hoogen prijs hy op
-zijn vriendschap stelde, zoo wel als degeen die hem als dichter en
-geleerde vercierde. Van die achting en genegenheid van Vondel voor
-Van Baerle getuigen de talrijke vertalingen in 't Nederduitsch door
-den eerstgemelde vervaardigd, en de onderscheidene gedichten welke
-hy hem toezong, of waarin hy zijner gedachtig was. Als voorbeelden
-mogen hier dienen, in de eerste plaats, de dichtregelen welke Vondel
-stelde onder het afbeeldsel van Van Baerle door Sandrart:
-
-
- Zoo zien wy Baerle noch, als 't lichaam leit vergaen;
- Doch niet zijn wakkren geest, belast, als Klaudiaen
- En Aristoteles, met onvermoeide schatten,
- Op maet en zonder maet, de laeghte te verachten.
- Augustus eeuw komt zelf beluistren zijnen geest,
- Het zy hy vaerzen dicht, of goude lessen leest.
-
-
-en, ten anderen, het bevallig byschrift op Van Baerles dochter Suzanna,
-als bruid van Geeraert Brandt geschilderd:
-
-
- In geenen trouringh blonck oit Indiaensche paerle
- Zoo zuiver als Suzan, in 't huisgezin van Baerle.
- Zy dooft met haer gesicht den klaersten diamant,
- En stoockt in 't kilste hart een overkuischen brant.
- De Schoonheit, Jeught en Deught vergaêren hier te gader,
- Maar 't rijp verstant verbeelt het oordeel van haer Vader.
-
-
-Maar vooral bleek de hooge schatting, waarin Vondel zijn geleerden
-vriend hield, uit den aandoenlijken treurzang, dien hy aanhief,
-toen, op den 14en January 1648, de beroemde man, in ruim
-drie-en-zestigjarigen ouderdom, het leven liet:
-
-
- Nu daelt de gansche Helikon
- In rouwe, en schreit een Hengstebron
- Van tranen op Apolloos zoon.
- Apollo treet zijn lauwerkroon
- Met voeten, en verteert en smilt
- Tot water. Och, wie paeit en stilt
- Den Vader, die, zoo root beschreit,
- Zijn goude stralen nederleit
- Om dien herboren Klaudiaen?
- Een Godt stort nimmermeer een traen.
- 't En zy om iemant van zijn bloet,
- Op Pindus toppen opgevoedt.
- Nu zwijght de honighzoete long
- Des nachtegaels, die eeuwigh zong
- En quinkeleerde 't heele jaer;
- Die harp, teorb en cimbelsnaer
- En orgels mengde met zijn keel
- Dees Koopstadt, die een lustprieel,
- Een Tempel scheen, vol zangk en klanck,
- Begint te quynen en leit kranck
- Voorover op dien kouden zerck.
- Een zantkuil, een bekrompen perck
- Begrijpt dat groote lijck, wiens faem
- De werelt valt te kleen, en aêm
- En leven schept uit 's Dichters stof,
- Waar eenigh Rijck of Vorstenhof
- Hem eert voor zijne heldenmaet,
- Zoo langh hy luit of trommel slaet.
- Ons Hollant mist zijn Zanggoddes,
- En Aristotels wijze les,
- En Hippokraet, en Cicero
- In 't eene lijck. Helaes, hoe noô
- Verliest een kenner zijn juweel!
- Zoo valt oock 't eelste een graf ten deel.
- Men houwe'r, in een lauwerkrans,
- Dees letters op, ten roem des mans:
- HIER SLUIMERT BAERLE NEFFENS HOOFT,
- GEEN ZERK HUN GLANS NOCH VRIENTSCHAP DOOFT.
-
-
-
-
-
-
-
-LEONARDUS MARIUS.
-
-
-Hoe talrijk ook de mannen waren, die in de dagen van Frederik Hendrik
-zich aan de wetenschap hadden toegewijd, en hoe velen onder hen
-by hun tijdgenooten hoogen lof en eere hadden verworven, toch viel
-niet aan elk hunner, ook waar de verdiensten gelijk stonden, gelijke
-vermaardheid by het nageslacht te beurt. Reeds by een oppervlakkig
-onderzoek zal men kunnen opmerken, dat de namen der geleerde
-Nederlanders uit die eeuw, voor zoo verre zy nog heden ten dage, niet
-by enkelen, maar algemeen, bekend en beroemd zijn gebleven, gevoerd
-zijn geworden door personen, die zoo niet tot de Remonstrantsche
-Broederschap, althands tot de Remonstrantsgezinden behoorden. Byna by
-uitsluiting zijn het hunne schriften, die, zoo niet algemeen gelezen,
-dan voor 't minst algemeen aangehaald of op krediet geprezen worden;
-terwijl de schriften hunner tegenstanders of geheel vergeten of weinig
-meer bekend zijn. Zoo heeft b. v. de Kerkelijke Historie van Brandt
-by de nakomelingschap die van Triglandt geheel verdrongen, niet zoo
-zeer omdat zy, later komende, vollediger geächt kon worden, niet om
-dat de styl van Triglandt in voortreflijkheid zoo zeer by dien van
-Brandt zoû achterstaan, maar om dat Brandt een geestverwant was van
-Arminius, terwijl Triglandt tot de Synodale party behoorde. Welke
-redenen men aanvoere, om het verschijnsel te verklaren, waarvan wy
-zoo even gewaagden, die verklaring moet vooral gezocht worden in de
-omstandigheid, dat de letterkundigen, de critici, zy in één woord,
-die later in Nederland de uitdeelers waren van den roem, niet tot de
-heerschende Kerk behoorden, of, al mochten zy in naam Gereformeerden
-heeten, toch in de daad tot de begrippen der dissenters overhelden. De
-bontgenootschaplijke geest, die, oorspronklijk door behoefte aan
-verdediging tegen vervolgzieke overheersching in 't leven geroepen,
-zich reeds in de eerste helft der zeventiende eeuw gevormd, en op
-'t veld der letteren alras den boventoon verkregen had, bleef dien
-ook later, bleef dien ook nog tot in onze eeuw behouden, en het was
-zijn bestendige politiek, al de verdiensten van al wie niet tot de
-party behoord had, te verkleinen, te ontkennen, of, wat erger was,
-er geheel geen gewach van te maken. Het natuurlijk gevolg hiervan
-moest zijn, dat by de menigte, die van haar meest invloedrijke
-leermeesters geen ander dan een zeer éénzijdig onderricht ontfing,
-de letterkundige aanspraken van hen, die elders teruggezet waren,
-van lieverlede niet dan met minachting werden vermeld, of geheel in
-'t vergeetboek raakten. Maar trof een zoodanig lot velen onder de
-Contra-remonstrantsche schrijvers van vroegeren tijd, nog vrij wat
-meer trof het de Roomsgezinden. De rol, welke de Contraremonstranten
-der zeventiende eeuw ook op het politiek tooneel gespeeld, het
-aandeel, dat zy in de heftige twisten van dien tijd hadden genomen,
-had ten gevolge, dat, zoo al hun schriften niet meer genoemd werden,
-hun namen toch by ieder bekend bleven. Doch met de Roomschgezinden
-was het geval geheel anders geweest: buiten de Staatskerk geplaatst,
-hadden zy den strijd, die daar gestreden werd, die verdeeldheid in
-'t vyandelijke kamp, met welgevallen kunnen beschouwen, doch zy hadden
-zich by geene der partyen als bondgenooten kunnen aansluiten, vooral
-zich niet wagen op dat politiek terrein, waarop zoo herhaaldelijk de
-oorlog werd overgebracht. Hun beschouwingen moesten uit den grond
-der zake dan ook meer uitsluitend van bespiegelenden aart zijn,
-en meer uitsluitend ten behoeve hunner geloofsgenooten geschreven;
-doch daarom ook minder by andersdenkenden in 't oog vallende, minder
-de aandacht trekkende van 't algemeen. De kritiek las hun schriften
-niet. Zy vestigde er niemands aandacht op, en wie later kwam hoorde
-zelfs de namen der schrijvers niet noemen.
-
-'t Is waar, men kan ons het voorbeeld van Vondel tegenwerpen. Vondel
-was katholiek, tastte als zoodanig de andersdenkenden aan, dorst
-zich daarby op politiek terrein begeven,--en toch--zijn naam is
-nog steeds boven dien van alle andere Nederlandsche schrijvers
-vermaard. Intusschen, de tegenwerping heeft slechts schijnbaar eenige
-kracht. Vondel had zijn standpunt als Nederlands hoofddichter reeds
-ingenomen, toen hy tot de Roomsche Kerk overging, en het is de vraag,
-of, zoo hy niet aanvankelijk in geheel Remonstrantschen zin geschreven
-en daarom ook tot loftrompetters de volgers en vrienden van Armijn
-had gehad, mannen als de Groot, Reael, Hooft, Vossius, van Baerle en
-dergelijken, (juist de zoodanigen, wier uitspraken door de latere
-beoordeelaars werden nagebaauwd), of dan wel immer aan zijn genie
-de hulde, die er aan toekomt, ware gebracht. Wy gelooven het niet:
-en wy meenen zelfs deze onze bewering te kunnen bewijzen uit de
-omstandigheid, dat, terwijl de letterkundige gidsen uit vroegeren en
-lateren tijd bestendig met veel ophef spreken over Vondels treurspelen
-en Anti-Synodale hekeldichten, zy zelden ook met een woord gewach maken
-van de talrijke gedichten, door hem tot verdediging en verheerlijking
-van de Roomsche kerk en hare dienaars geschreven. Maar zelden was
-er een onder hen, die ze las, en de massa, die Vondel kent als den
-dichter van Gijsbreght en van het liedtjen op de "Weeghschael van
-Holland", zoû hem vermoedelijk nimmer gekend hebben, indien hy alleen
-de "Altaergeheimenissen" en de "Bespiegelingen" geschreven had, in
-weêrwil van al het heerlijke, dat er in voorkomt. 't Is waar, men kent
-vrij algemeen zijn "Maria Stuart;" maar juist in dat Treurspel had hy
-zich, ofschoon Katholiek, en als zoodanig, op politiek terrein durven
-wagen: en 't bekwam hem slecht genoeg om 't nooit weêr te beproeven.
-
-Maar van hen, die nimmer, gelijk Vondel, het voorrecht hadden, door de
-toongevers te worden opgehemeld, van hen kan men zeggen, wat Horatius
-zegt van de helden, die vóór Agamemnons tijden geleefd hadden:
-
-
- Omnes illacrimabili
- Iacent ignotique longa
- Nocte, carent quia vate sacro:
-
-
-Zy slapen in de nacht der vergetelheid, omdat zy--een heiligen zanger,
-zegt Horatius, maar wy zeggen--de gunst der lofbedeelers misten.--Ons
-echter, die, het tijdvak van Frederik Hendrik beschouwende, in deze
-onze galery geene soort van verdienste onherdacht mogen laten, ons
-betaamt, een billijker maatstaf te bezigen, dan waarvan zich eene
-aan sleur gewende kritiek bediende, en wanneer wy den roem van die
-groote mannen verheffen, wier namen wy van oudsher op den voorgrond
-geplaatst en, eeuw uit eeuw in, met uitbundigen lof vermeld vonden,
-dan past het ons, ook verder te zoeken en op te sporen, of zich
-niet hier of daar op den stillen achtergrond een naam bevindt, die,
-al is hy minder schitterend, toch evenzeer verdient in een helder
-licht geplaatst te worden. Zoo alleen ontgaan wy het verwijt, dat wy
-ons zouden vergenoegen, den blooten weêrklank terug te geven van wat
-vroeger gezegd is.
-
-En stellen wy zoodanig onderzoek in, dan treffen wy er spoedig
-meer dan een onder die Roomschgezinde geleerden aan, die in onze
-galery een waardige plaats bekleeden zoû, en aarzelen wy slechts of
-wy die zullen inruimen aan cierlijke dichters, als de Plempen, aan
-hooggeplaatste Kerkvoogden als Rovenius, aan bekwame theologen als
-Wuytiers of Kracht. Maar de overweging, dat ten deze de voorkeur moet
-gegeven worden aan zoodanig een, die zich vooral onderscheidde door
-den invloed, welken hy, schoon dan ook op minder in 't oog vallende
-wijze, op zijn tijdgenooten uitoefende, heeft ons doen besluiten, die
-plaats te geven aan een man, die, in de dagen van Frederik Hendrik,
-door handel en wandel, door leering en geschriften, de eer en de
-belangen der Roomsche kerk niet alleen met wondere bekwaamheid,
-maar ook met wonderen voorspoed handhaafde, een man, die, wellicht
-meer dan een zijner ambtgenooten, zijn arbeid vruchten dragen zag,
-den even geleerden als beschaafden en beminnelijken Leonardus Marius.
-
-Te Goes, in de stad, die Eversdijk en Smallegange had voortgebracht,
-en eerlang het licht zoû schenken aan Antonides, was Marius in den jare
-1588 geboren. Voor den geestelijken stand opgeleid, had hy, reeds op
-jeugdigen leeftijd, door zijn kennis der beschaafde wetenschappen,
-der Oostersche talen in 't byzonder, een schitterende vermaardheid
-verworven, zoo zelfs, dat hy, nog maar even dertig jaren oud zijnde,
-aan 't hoofd gesteld werd der kweekschool, te Keulen opgericht,
-ten behoeve van hen, die uit Holland werden gezonden, om zich voor
-den geestelijken stand te vormen. Vandaar werd hy in 1631 naar
-Amsterdam geroepen en aldaar tot Pastoor van de Oude Zijde en tot
-Overste van 't Begijnhof aangesteld; terwijl hy zich eerlang ook de
-voornaamste bedieningen, als het Deken- en Vikarisschap van Haarlem,
-op zag dragen. Talrijke schriften in de Latijnsche taal getuigden van
-zijn vlijt en geleerdheid, en nog bewaart de boekery te Leuven niet
-minder dan twintig deelen van zijn hand geschreven, en aanteekeningen
-behelzende op de Heilige Schrift. Doch prijkt zijn naam voluit voor
-de werken, welke hy, in de taal der geleerden, en voornamelijk te
-Keulen, in het licht zond, meer omzichtig ging hy te werk, toen hy
-te Amsterdam en in 't Nederduitsch over geloofspunten handelde, en
-het was niet dan onder verdichte namen, dat hy zich tegen Episcopius
-en anderen in een kampstrijd begaf.
-
-Maar werkte hy door middel der pers, het was vooral door mondeling
-onderwijs en vromen wandel. Geen dag schier ging er voorby, waarop
-hy niet, 't zij in zijn huiskapel, 't zij elders in de stad gepredikt
-had. Aan vastheid van karakter en kracht van redeneertrant de grootste
-minzaamheid parende, bevestigde hy metterdaad de zinspreuk fortiter
-et suaviter, welke hy zich gekozen had, en met recht kon Vondel,
-zinspelende op die spreuk en tevens op 's mans voornaam, tot hem
-zeggen:
-
-
- Gy, Leo, zijt wel sterk, maer zoet als Nardus geur.
-
-
-Door beide hoedanigheden wist Marius de achting en het vertrouwen
-zijner stadgenooten te verwerven, waarvan dagelijks vele, ook
-Onroomschen, zijn raad in moeilijke omstandigheden kwamen inwinnen. Was
-het wonder, dat meer dan een, die er zich wel by bevonden had, by een
-volgende gelegenheid terugkeerde, zijn bezoeken eerlang herhaalde,
-meer en meer op gemeenzamen voet met hem omging, tot dat hy, nu
-ook over geloofspunten met hem redeneerende, allengs zwichtte voor
-'s mans scherpzinnige dialektiek en overredingskracht en van zijn
-vereerder zijn prozeliet werd. Groot althands was het aantal der
-nieuwe ledematen, welke Marius, ook uit de aanzienlijkste Gereformeerde
-geslachten der stad, voor zijn Kerk wist te winnen, en, wat voor hem
-een streelende zelfvoldoening wezen moest, onder zijn bekeerlingen
-mocht hy mannen tellen, met kunde, geleerdheid en vernuft bedeeld,
-hoedanigen het genoeg is, den vermaarden Bernhard Nieuhusius, die
-by de Lutherschen--en Jacob Ouzeels, die by de Gereformeerden--het
-predikambt had bekleed, maar bovenal Joost van den Vondel te noemen:
-en waar wy laatstgemelde in de heerlijkste poëzy en tevens met
-verwonderingswaardige belezenheid, aan ongelijkbare klaarheid in de
-voorstelling gepaard, de voornaamste gronden voor het Pausdom zien
-verdedigen, daar beseffen wy, hoe bekwaam de onderwijzer zijn moest,
-die zulk een leerling overtuigen en tot medestrijder vormen kon.
-
-Zoo milddadig was Marius by zijn leven geweest, dat, toen hy den
-18 October 1652 overleed, er geen genoegzame gelden by hem gevonden
-werden, om hem ter aarde te doen bestellen. Diep werd dan ook zijn
-overlijden betreurd, en gewis stemden velen in met de aandoenlijke
-regels, waarmede Vondel zijn lijkzang op zijn vriend en leermeester
-besluit:
-
-
- Hoe treuren wy, verlaten
- Van U, die liefgetal by alle staten,
- U schikte naer 't begrijp
- Van yders brein, of vroegh, of spader rijp!
- Wie kon zoo harten winnen?
- Door eendraghts bant verbinden zoo veel zinnen,
- En stieren ze, in dees zee
- Van zwarigheên, aan een behoude reê?
- De tortel laat zich hooren:
- Ik heb mijn gade aan Marius verloren.
- De Maeght en 't Weeskint krijt:
- Wy zijn helaes! ons' tweeden Vader quijt.
- Zoo vele letterkloeken,
- Die raet aan hem en zijn orakels zoeken,
- Verstommen, nu hy zwijght,
- En niemant op zijn vragen antwoort krijght.
- Wy volgen 't lijck met staetsi:
- Een arrem loon voor gulde predicati,
- Gedienstigheên en deught.
- Het paradijs beloon' hem in Godts vreught.
-
-
-
-
-
-
-
-REMBRANDT VAN RIJN.
-
-
-Niet altijd wordt aan groote mannen, gedurende hun leven, de hulde
-toegebracht, waarop zy aanspraak maken mogen. Een sprekend voorbeeld
-van de waarheid dezer stelling levert ons Rembrandt van Rijn. Heeft
-het nageslacht hem recht gedaan, ja, hem, schier zonder tegenspraak,
-als aan een ster der eerste grootte in den kunsthemel, een plaats
-aangewezen naast Rafaël, Michel Angelo, Rubens, Murillo, Van Dijck,
-geheel anders was het oordeel, dat zijn tijdgenooten over hem
-velden. Terwijl de schilders, hier genoemd, by hun leven reeds den lof
-ontfingen, die hun toekwam, en zich met eerbewijzen zagen overladen,
-moest er anderhalve eeuw verloopen, eer het genie van Rembrandt op zijn
-waarde werd geschat, en zelfs toen nog was het noodig, dat de kroon,
-die hem past als Vorst der Hollandsche schilderkunst, eer zy op zijn
-hoofd in vollen luister prijken mocht, gezuiverd werd van de smetten,
-waarmede onkunde en kwaadwilligheid haar bezoedeld hadden.
-
-Onkunde en kwaadwilligheid. Zoo iemand, is Rembrandt daarvan het
-slachtoffer geweest, en naauwlijks weten wy, by 't bewonderen van
-zijn oorspronklijk en onovertrefbaar talent, of wy ons meer moeten
-ergeren dan verbazen over de dwaasheden, uitgekraamd door toongevende
-critici, ten eind zijne verdiensten als kunstenaar te verkleinen,
-en hem als mensch verachtlijk te maken. Had men reeds vroeger hem
-onder het eerste oogpunt leeren waardeeren, het is niet dan in
-Mei 1852, ter gelegenheid der onthulling van het Standbeeld, hem te
-Amsterdam opgericht, dat ook zijn karakter is gezuiverd van den blaam,
-dien de laster daarover zoo kwistig en met zulk een welbehagen had
-uitgestort. Maar hoe velen toen, by het aanhooren, later by het lezen,
-van Scheltemaas doorwrochte verhandeling [5] tot andere inzichten
-mogen gekomen zijn, toch kan het niet onnoodig geacht worden, by elke
-gepaste gelegenheid, te zorgen, dat de uitkomsten, daarin medegedeeld,
-meer en meer bekendheid erlangen. Voor onze lezers alzoo, voor zoo
-verre die het werk van Scheltema niet bezitten, zal onze schets niet
-overbodig zijn: wie aan de naauwkeurigheid daarvan twijfelt, zoeke in
-de oirkonden, als bylagen achter dat werk geplaatst, de bewijsgronden,
-welke het niet met ons bestek overeenkomt, aan te halen.
-
-Rembrandt van Rijn werd in den jare 1608 te Leyden, in de Weddesteeg,
-by de Witte Poort, geboren, en was de zesde van zeven kinderen,
-door Herman Gerritsz. van Rijn verwekt by Neeltjen Willemsd. van
-Zuidbroek. Zijn ouders waren welgestelde lieden, en lieten by
-het sterven der langstlevende een niet onaanzienlijk vermogen na,
-waarvan Rembrandt een vierde deel bekwam. Ofschoon oorspronklijk
-voor de studie opgeleid, verliet de knaap, die reeds vroeg neiging
-en aanleg voor de kunst betoonde, al spoedig het gymnasium, om zich
-eerst drie jaren by Jakob Izaakszoon van Swanenburg, en later te
-Amsterdam, by Pezer Lastman te oefenen. By dezen bleef hy een half
-jaar, zette toen zijn studie voort onder de leiding van Jakob Pinas,
-te Haarlem, en keerde eerlang naar Leyden terug. Doch reeds had hy
-zich als schilder en teekenaar eenigen naam verworven, en daar hy zeer
-weinig geld vorderde voor de portretten, welke hy vervaardigde, werd
-hy meermalen naar Amsterdam ontboden, wat aanleiding gaf, dat hy zich,
-omstreeks 1630 reeds, in die stad vestigde. Onder zijn goede bekenden
-aldaar, wier afbeelsel hy vervaardigde, behoorde de Predikant Jan
-Cornelis Silvius. Deze was met een Friesche vrouw getrouwd, die wel
-eens bezoek ontfing van haar volle nicht Saskia, dochter van Rombertus
-Uilenburg, die Pensionaris en Burgemeester van Leeuwarden geweest en
-in 1624 als Raadsheer in 't Hof van Friesland gestorven was. Met deze
-raakte onze schilder bekend, en zy, niet alleen van aanzienlijken en
-deftigen huize, maar ook van tijdelijke middelen wel gezegend zijnde,
-achtte het niet beneden zich, haar hand aan den burgerzoon uit Leyden
-te schenken. Hun echt werd op den 22. Junij, 1633 te St. Anna-Parochie
-in Friesland voltrokken, waar Saskia zich ophield ten huize van haar
-zuster Hiskia, die gehuwd was met Gerrit van Loo, Sekretaris van de
-Bildt. Slechts acht jaren mocht Rembrandt zich in 't bezit zijner gade
-verheugen: zy stierf in 1642, aan Rembrandt een zoon achterlatende,
-Titus genoemd, die mede de kunst beoefende, doch met geen gelukkigen
-uitslag. Ofschoon Rembrandt zich als schilder veel naam en daardoor ook
-een groot aantal leerlingen verworven had, en vrij wat bestellingen van
-schilderyen en portretten ontfing, was hy toch geenszins de schilder
-naar de mode, en zoû, indien hy van zijn kunst had moeten bestaan,
-maar schraal zijn rondgekomen. Dit bleek in 1656, toen zijn boedel
-in staat van kenlijk onvermogen werd verklaard, en zijne goederen
-diensvolgends aan de Desolate Boedelkamer kwamen. Zijn huis op de
-St. Antonies-Breêstraat, zijn huisraad, zijn schilderyen, in 't kort,
-al wat hy bezat, werd gerechtelijk verkocht. De oorzaken van deze
-noodlottige gebeurtenis moeten gezocht worden in de omstandigheid,
-dat Rembrandt, een tweede huwelijk hebbende aangegaan, verplicht
-was geweest, aan zijn zoon het moederlijk vermogen uit te keeren,
-terwijl zijn eigen boedel, tengevolge van het plotseling dalen der
-schuldbrieven, in waarde was verminderd, en de rampen van den oorlog
-de zucht om de schilderkunst aan te moedigen by de natie een tijd
-lang had doen verslappen.
-
-Na den slag, die hem getroffen had, leidde Rembrandt een stil
-en afgezonderd leven, geheel aan zijn studiën gewijd, tot dat hy,
-in 1669, in een andere woning op de Rozegracht te Amsterdam, overleed.
-
-Ziedaar het kort en onopgesmukt verhaal van zijn leven. By dat
-van andere groote mannen heeft men doorgaands er naar gestreefd,
-om aan te vullen wat in vroegere levensberichten ontbrak: by het
-zijne moest men in-tegendeel in de eerste plaats terzijde stellen
-al, wat aan de vroegere berichten iets pikants of zonderlings gaf,
-doch geheel verzonnen of uit de lucht gegrepen was.
-
-Van waar de verdichtselen ontsproten zijn, die men omtrent Rembrandt
-heeft opgedischt, is moeilijk na te gaan; intusschen is hy niet
-de eenige onder de beroemde kunstbeoefenaren van ons vaderland,
-aan wien, zelfs door eerbiedwaardige schrijvers, een karakter, een
-levensloop, handelingen en gezegden zijn toegekend, zonder dat voor
-die toekenning eenige historische grond bestaat.--Ik weet maar ééne
-oplossing van dat zonderling verschijnsel te geven. In den mond van
-'t volk liepen van ouds allerlei vertelsetjens van hebbelijkheden of
-gebreken, waardoor poëeten of kunstenaren zich hadden onderscheiden,
-van dwaze of kluchtige streken, door hen bedreven, van vreemde
-avonturen, die hun waren overkomen. Een vertelsetjen van zoodanigen
-aart mist doorgaands alle zout, wanneer men den naam van de persoon,
-die 't betreft, er niet by noemt: zoo gebeurde het, dat men aan den
-onbekenden held van ieder sprookjen een bekenden naam gaf, en aan
-Vondel, aan Bredero, aan Jan Steen, aan Rembrandt enz., toeschreef,
-wat, zoo door iemand, zeker door geen hunner gedaan, gezegd of
-gedacht was. In de voorgaande eeuw, toen men algemeen begreep, dat
-men het niet zoo naauw had te nemen met poëeten en kunstenaars,
-een "slach van volkjen" dat men betaalde, als men 't noodig had,
-doch waaraan men in den maatschaplijken rang een vrij lager trap
-toekende dan aan ambachtslieden of winkeliers; in de voorgaande
-eeuw, zeg ik, toen men ploerterigheid, liederlijkheid, zedeloosheid
-en erger nog als onafscheidelijk achtte van het kunstenaarsberoep,
-schepte men behagen in al zulke anekdoten als strekken konden, om die
-meening te bevestigen, en Houbraken, toen hy zijn Grooten Schouburgh
-der Nederlandsche Schilders uitgaf, en dien met een samenraapsel
-van schandelijke logens vulde, bracht een offer aan den smaak en
-de denkwijze van zijn tijd; ja, zelfs de anders zoo naauwgezette
-Wagenaar, als hy, in 't laatste deel van zijn "Amsterdam", Rembrandt
-onder de beroemde mannen noemt, die aldaar geleefd hebben, maakt zich
-in een zeer kort, zeer oppervlakkig en niet byzonder vleiend artikel
-van hem af, en schijnt, door naar Houbraken te verwijzen, het aldaar
-geboekte als evangelie op te nemen. Ware Rembrandt een Burgemeester
-of een Predikant geweest, de voorzichtige historieschrijver zoû zich
-wel de moeite gegeven hebben, eens te onderzoeken of en in hoeverre
-Houbrakens verhaal te vertrouwen ware;--maar Rembrandt was eenvoudig
-een schilder; en met diens goeden naam mocht men gerust omspringen.
-
-Had echter Wagenaar zich de nasporingen getroost, welke latere
-waarheidminnaars gedaan hebben, hy had zich kunnen overtuigen, dat het
-artikel van Houbraken over Rembrandt, van 't begin tot aan 't slot,
-niet anders is dan een roman. Onwaar is al wat Houbraken (en zijn
-naschrijvers op zijn spoor) vermeldt aangaande 't jaar en de plaats
-van Rembrandts geboorte: onwaar, dat Saskia Uilenburg een boeredochter
-uit Waterland geweest zoû zijn: onwaar, dat onze schilder zich door
-geldgierigheid en geldverkwisting tevens (!) zoû onderscheiden hebben:
-onwaar al de sprookjens, die als bewijzen daarvan worden opgedischt.
-
-Maar, hebben zy, die over Rembrandt schreven, voor 't minst zijn
-talent gespaard? Helaas! men heeft wel niet geheel ontkend, dat hy
-eenige verdiensten bezat; maar toch, indien 's mans onsterflijke
-werken niet meer bestonden, om een getuigenis voor hem af te leggen,
-die 't onverstand tot zwijgen brengt, indien wy ons oordeel over zijn
-bekwaamheid als schilder uitsluitend moesten laten afhangen van dat
-zijner tijdgenooten en levensbeschrijvers, wy zouden er geen grooten
-dunk van koesteren.--Wy hebben het reeds gezegd: Rembrandt behoorde
-niet tot de meest begunstigde schilders van zijn tijd en was vrij
-wat minder in trek dan Sandrart, dan Mierevelt, dan Van der Helst,
-dan Honthorst, dan zijn eigen leerlingen, Ferdinand Bol, Govert Flink
-en Filips Koning. Verlangt men eenig bewijs voor dit beweeren?--Onder
-de schilders, wier kunstvermogen de Regeering van Amsterdam inriep,
-om den inwendigen luister te verhoogen van het nieuw gebouwde Stadhuis,
-wordt Rembrandt niet genoemd: en Vondel, die, waar 't zaken van smaak
-betreft, wel als de tolk beschouwd mag worden van het toongevend
-publiek zijner eeuw, Vondel, die aan byna alle kunstenaren van zijnen
-tijd lof- en eerevaerzen toezingt, noemt Rembrandt niet meer dan eens,
-en wel in een onbeduidend vierregelig dichtjen, dat hy tot hem richt,
-niet om te prijzen, maar om de onmacht te beschrijven des schilders,
-die alleen 't gelaat, niet de stem eens redenaars kan teruggeven.
-
-Zoo wy de reden willen weten van den weinigen opgang, dien Rembrandt
-by de "Kunstmecenen" van zijnen tijd gemaakt schijnt te hebben, zal
-die vermoedelijk juist daarin dienen gezocht te worden, dat hy in zijn
-portretten de waarheid al te getrouw teruggaf. Hy wilde er zich niet
-toe leenen, verouderde of onbehaaglijke trekken met een waas van jeugd
-of bevalligheid op te luisteren: noch op een van nature dom gelaat een
-straal van vernuft te doen schitteren: hy beeldde getrouw af, wat hy
-zag: en dat was niet de weg om hem de gunst te doen verwerven van een
-publiek, dat altijd eenige ydelheid bezit en zal blijven bezitten. En
-daarby: onder dat publiek zijn veel groote kinders, die, even als de
-kleine kinders, 't liefst heldere kleuren en schoon gewasschen beelden
-zien. "Men heeft het altijd in Rembrandt berispt", zegt Wagenaar,
-"dat hy 't leeven met gebreken met al te digt volgde". En wie waren
-die men, wie waren die kunstrechters, wier vonnis over onzen schilder
-door den zoo voorzichtigen Wagenaar wordt overgenomen, als gewezen in
-'t hoogste ressort? Het was, in de eerste plaats, Andries Pels, die
-zich in de laatste helft der zeventiende eeuw op den troon der kritiek
-geplaatst had en vandaar zijn orakelen sprak, anderhalf-honderd jaren
-lang door een tallooze schaar van Midassen en Pygmeën nog beäamd. Men
-leze, hoe hy, tien jaren na Rembrandts dood, hem in zijn "Gebruik en
-Misbruik des Tooneels," betytelt, als:
-
-
- Den grooten Rembrand, die 't by Titiaan, Van Dyk,
- Noch Michiel Angelo, noch Rafel zag te haalen,
- En daarom liever koos doorluchtiglyk te dwaalen
- Om de eerste ketter in de Schilderkonst te zyn...
- ...Die schoon hy niet voor een van all' die meesters week
- In houding, noch in kracht van koloryt bezweek,
- Als hy een' naakte vrouw, gelijk 't somtyds gebeurde,
- Zou schild'ren, tot model geen Grieksche Venus keurde,
- Maar eer een waschter of turftreedster uit een schuur,
- Zijn dwaaling noemende navolging van Natuur,
- Al 't ander ydele verziering.
-
-
-Wat verder berispt Pels onzen schilder,
-
-
- Die door de gansche stad op bruggen, en op hoeken,
- Op Nieuwe en Noordermarkt zeer yvrig op ging zoeken
- Harnassen, Moriljons, Japonsche Ponjerts, bont,
- En Rafelkraagen, die hy schilderachtig vond,
- En vaak een Scipio aan 't Roomsche lichaam paste,
- Of de eedle leden van een Cyrus meê vermaste.
-
-
-Men ziet het, de verstandige zucht van den schilder om van alom datgene
-samen te gaderen, wat hem 't meest van dienst kon zijn, om aan zijn
-figuren een schilderachtig voorkomen te geven, dat rondsnuffelen
-naar oudheden, wat onze hedendaagsche kunstenaars zoo gretig en zoo
-wijslijk navolgen, die yver, in een woord, voor het beöefende vak,
-werd door Pels in een belachlijk daglicht gesteld.
-
-Heden ten dage bezit men vrij algemeen de overtuiging, dat een
-armoedige dosch, ja de lompen eens bedelaars, waar het naakte vel
-door heen speelt, aantreklijker voorwerpen zijn voor het penceel
-des schilders, dan lakensche rokken vol ridderorden, dan prachtige
-uniformen met gouden epauletten, dan zijden japonnen en Perzische
-sjaals. Maar zóó dachten Pels en dergelijke Aristarchen niet,
-in wier oogen de eenvoudige natuur geen genade kon vinden, en die
-alles afkeurden, wat geen navolging was der klassieke oudheid. Ja,
-zóó zonderling en dwaas vond men dien "gril" van Rembrandt, om geen
-idealen te scheppen, maar na te volgen, wat hy met de oogen zag,
-dat men zijn zoeken van modellen by lieden uit de volksklasse niet
-anders wist te verklaren, dan door zekere verachtlijke neiging,
-die hem aanspoorde, om by voorkeur om te gaan met onbeschaafd en ruw
-volk. Even als had Rembrandt, het naakt leven willende bestudeeren,
-een andere keuze gehad! Amsterdam was het oude Griekenland niet,
-waar de vrouwen uit den hoogsten rang het zich tot een eere rekenden,
-voor het oog der Apellessen of Fidiassen ook den lesten sluier te doen
-vallen, die haar schoone vormen bedekte: en geen Burgemeestersdochter
-zou zich hebben ontkleed, om Rembrandt tot model te dienen. Maar
-ook bovendien wordt de beschuldiging, tegen hem ingebracht, door
-feiten wedersproken. Zoû een man, die lage en gemeene neigingen had,
-door een achtbaren Regent als Tulp beschermd zijn geweest? had de
-smaakvolle Joan Six aan diens kunstwerk een plaats aangeboden in zijn
-vriendenrol? had hem de gemoedelijke Jeremias de Decker zijn vriend
-genoemd?--En dat die naam geen zinledige beleefdheidsklank was,
-blijkt uit den inhoud van 't klinkdicht, waarin die voorkomt:
-
-
- Uw meesterlijke streken,
- Vriend Rembrandt, heb ik eerst zien gaan langs dit paneel;
- Dus moet mijn pen wat ryms van uw begaafd penseel,
- En mijnen inkt wat roems van uwe verwen spreken.
-
-
-Men ziet het, de Decker had de schildery, waarover hy hier spreekt,--de
-afbeelding, namelijk, van den verrezen Kristus en Maria Magdalena--door
-den kunstenaar zien schilderen: wat niet mogelijk kan geweest zijn, of
-hy moet hem op zijn werkplaats bezocht, en wel vertrouwlijken omgang
-met hem gehad hebben. Die vertrouwlijke omgang blijkt, bovendien,
-uit de omstandigheid, dat Rembrandt de afbeelding van De Decker
-schilderde, en, dat niet, zoo als deze zelf betuigt,
-
-
- En dat niet om daaruit wat loons te mogen spinnen,
- Maar louterlijk uit gunst.
-
-
-Dan genoeg over de ongerijmde beschuldiging.
-
-Berispte Pels onzen grooten schilder over hetgeen hy zijn "doorluchtig
-dwalen" noemt, Houbraken ontzegt hem zelfs de verdienste der
-oorspronklijkheid, als hy, in zijn Schouburgh, van Pinas gewagende,
-zich aldus uitlaat: "zijn penseelwerk helde naar den bruinen kant,
-waarom velen gelooven, dat Rembrandt hem daarin nageaapt heeft;"--ja,
-nageaapt, gelijk Virgilius het Ennius, Shakespere en Molière het hun
-vergeten voorgangers gedaan hebben!
-
-Het herhaald overwerken door Rembrandt van zijn kunstgewrochten,
-vooral van zijn etswerk, moest mede aan de vroegere beoordeelaars
-van zijn talent stof tot gisping bieden. Verre van daarin den
-rusteloozen arbeid te willen zien des waarachtigen kunstenaars,
-die, nimmer geheel voldaan over 't geen zijn hand verricht heeft,
-altijd naar volmaaktheid streeft, en elke feil zoekt te verbeteren,
-elke schoonheid te verhoogen, wilden zy daarin een bewijs vinden
-van lage geldzucht en onverzadelijk winstbejach. Die varianten op
-dezelfde plaat moesten dienen, zoo 't heette, om, met kleine moeite,
-veel gelds te maken. Men leze, by Scheltema, de zoo bescheidene,
-zoo kiesche brieven, door Rembrandt geschreven aan Constantijn
-Huygens, betreffende den prijs van een tweetal schilderyen, door
-Prins Frederik Hendrik besteld: de inhoud daarvan is toereikend,
-om allen blaam van gierigheid te wederspreken.--Neen! men kome met
-afdoende gronden aan, of men eerbiedige voortaan ook het karakter des
-grooten mans, gelijk men nu reeds voor een tal van jaren zijn talent
-heeft leeren eerbiedigen.
-
-Over dat talent zullen wy hier niet uitweiden: wanneer in alle groote
-kunstverzamelingen van Europa scheppingen van zijn penceel of etsnaald
-elks bewondering worden aangeboden, wanneer ons Vaderland vooral zich
-verheft op het bezit van zijn heerlijkste gewrochten--de afbeeldsels
-van Burgemeester Six en van Anna Wymers, de Les in de ontleedkunde, den
-Schutters-optocht--en van de rijkste verzameling zijner prentwerken,
-dan is het noodeloos, door de herhaling van hetgeen elders, meermalen,
-en beter dan wy het doen kunnen, is gezegd, nog een betoog te leveren
-van wat ieder, die van kunstgevoel niet geheel is verstoken, met eigen
-oogen kan zien. En dan zegt niemand langer, met Pels, dat Rembrandt
-het niet halen kon by Titiaan, by Rafaël, Michel Angelo of van Dijck,
-maar dat hy, nevens die groote mannen, door eigen en oorspronklijke
-grootheid schittert:--dan zegt niemand langer, met Houbraken,
-dat Rembrandt Pinas naäapte, maar dat hy zich een verhevener, een
-onsterflijk, nimmer verouderend voorbeeld ter navolging had gekozen,
-en dat voorbeeld teruggaf met een waarheid, welke niemand vóór of
-na hem heeft weten te bereiken. Indien het mogelijk ware, aan eene
-der scheppingen van Gods almacht een rang boven de overigen aan
-te wijzen, zoo zoû die, voorzeker, toekomen aan de schepping van
-het licht. Rembrandt streefde den Schepper na, in zoo verre dit den
-mensch doenlijk en geoorloofd is. God had gezegd: "er zij licht" en
-het licht doorstroomde het heelal: en toen Rembrandt, in zijn geest,
-dezelfde woorden uitte, toen, aan zijn gedachte gehoorzaam, stroomde
-het licht in vollen glans en helderheid over koper en paneel.
-
-
-
-
-
-
-
-JAN VAN GALEN.
-
-
-Onder de zeehelden, die Nederland heeft voortgebragt, is er naauwlijks
-een, wiens leven rijker was aan avontuurlijke lotgevallen, en wiens
-daden ons meer doen denken aan die, welke men aan de heroën der
-oudheid of aan de paladijnen der ridderromans toeschrijft,--dan
-Jan van Galen. Gelijk de meeste beroemde scheepsbevelhebbers van
-zijn tijd als gewoon matroos zijn loopbaan begonnen hebbende,
-onderscheidde hy zich echter hierin van Piet Hein, van Tromp, van
-De With en anderen, dat hy niet van geringe geboorte was, maar uit
-een adelijk geslacht gesproten, dat onder anderen aan Munster een
-bisschop gegeven heeft, in onze geschiedenis te wel bekend. Van trap
-tot trap naar hoogere bediening geklommen, was Jan van Galen in 't
-jaar 1630, op zes-en-twintigjarigen leeftijd, door de Amiraliteit
-van Amsterdam reeds aangesteld tot Kapitein, en boven verwachting
-beäntwoordde hy aan het in hem gestelde vertrouwen. Het was aan zijn
-weêrgâlooze stoutmoedigheid, gepaard aan een overkloek beleid, dat de
-koopvaardyvloten, die van hier naar Noorwegen of naar de Baltische zee
-voeren, haar veilige uit- en t'huisreizen te danken hadden. Niemand
-was meer dan Van Galen doordrongen van het gewicht, om, in elke
-moeilijke omstandigheid, steeds een onverschrokken houding aan te
-nemen: nimmer week hy voor de overmacht; maar ook zelfs wanneer de
-kans het nadeeligst scheen, was hy het, die den aanval begon. Onder
-talrijke voorbeelden van dit koene zelfvertrouwen, waarmede hy elk
-gevaar trotseerde, zij het genoeg er hier een enkel aan te halen.
-
-In de lente van 1633 in zee gestoken op het schip Maurits, dat acht
-stukken voerde en met zeven-en-tachtig koppen was bemand, in gezelschap
-met zijn vriend en strijdmakker Cornelis Janszoon de Haen, ontdekte
-hy op den 13. April vier zwaargebouwde kapers in lij. Ofschoon de
-helft zwakker dan hun tegenpartij, hielden de Kapiteins het op den
-vyand aan. Een van de vier schepen scheidde zich van de overigen af
-en werd door De Haen nagezet, met zooveel drift, dat Van Galen zoowel
-vlugteling als vervolger uit het gezicht verloor. Niemand had het
-lafheid kunnen noemen, indien hy, zich nu alleen tegen drie bevindende,
-een samentreffen ontweken ware; doch, wy hebben 't reeds gezegd,
-wijken was geen woord, dat in 't glossarium van Van Galen geschreven
-stond. Hy zet het op den vyand aan, klampt het schip, dat 't dichtst
-by hem is, aan boord, beklimt en overmeestert het, en verneemt van den
-schipper, dat deze een Lubekker en de beide anderen Duinkerkers zijn,
-talrijk bemand, en in staat, om zich dapper te weren. Hierdoor des
-te meer aangevuurd, verlaat hy den Lubekker, en maakt jacht op de
-Duinkerkers, die de zeilen innemen en hem afwachten. Meer dan twee
-uren bestrijdt hy de vyandelijke schepen, en, ofschoon de Maurits
-door hun geschut als een zeef wordt doorboord, slaagt hy er in, het
-eene op de vlucht te drijven en het andere te bemachtigen, terwijl
-hy onder een hevigen storm zijn prijs behouden binnen voert.
-
-Ongelukkig mocht hy het genoegen niet smaken, zijn vriend De Haen
-met hem door zijn stadgenooten te zien verwelkomen. Wel had deze, die
-tusschen twee kloeke schepen vervallen was, zich even manhaftig als
-hy gekweten, het eene in den grond geboord en het andere doen wijken,
-maar er zelf het leven by ingeschoten. Van Galen smaakte echter de
-treurige voldoening, het lijk van zijn gesneuvelden krijgsmakker
-naar de grafplaats te vergezellen, ter gelegenheid der plechtige
-lijkstaatsie, die op last der Staten plaats had. Een prachtige tombe
-viel De Haen te beurt, waarop deze regels te lezen staan, door Reael
-te zijner gedachtenis vervaardigd:
-
-
- Hier rust de helt, die van zijns vyands schepen
- In zeven mael kwam zeven vlaggen slepen:
- En gaf in 't laatst op twee zoo dapper vonk,
- Dat d'eene vlood en d'andre by hem zonk.
-
-
-Van toen af, tot in 1638, liep er geen jaar om, waarin Van Galen
-niet een of meer roofschepen in den grond boorde, of naar Amsterdam
-opbracht. Bestendig bleef zijn naam de schrik van de wateren der
-Noordzee, en nimmer durfden vyandelijke vaartuigen, ook zelfs al was
-de overmacht van getal aan hunne zijde, een aanval op hem wagen.
-
-Tot nog toe had Van Galen altijd op eigen verantwoordelijkheid strijd
-gevoerd, en de gevechten, door hem geleverd, waren voorgevallen in
-eenzame zeeën, en zonder getuigen. In 1639 werd hem voor 't eerst
-de lang gewenschte gelegenheid verschaft, om op een groot tooneel,
-ten aanschouwe van vrienden en vyanden, het bewijs te leveren,
-dat hy zich, niet alleen in byzondere ontmoetingen, maar ook in een
-geregelden slag, onderscheiden, en zoowel gehoorzamen als gebieden
-kon. Ter ondersteuning der vloot van Tromp gezonden, die voor Duins
-lag, werd hy by diens eskader geplaatst, en genoot de eer, met hem
-het Spaansche Amiraalschip aan te tasten. Vervolgends was hy het,
-die Evertsen hielp ontzetten, toen deze in den ongelijken strijd
-tegen de Mater Teresa te kort schoot: en, toen dit logge zeegevaarte
-door de branders van Musch vernield was, vervolgde hy in de Hoofden
-twee zware galjoenen, waarvan hy het eene in den grond schoot en het
-andere als prijs opbracht.
-
-De volgende acht jaren zagen Van Galen weder op gelijke wijze als
-vroeger den bezem voeren over zee, en, waar hy zich vertoonde, haar
-van vrijbuiters schoon vegen.
-
-Maar de vrede met Spanje werd gesloten en een ander veld voor Van Galen
-geopend. In 1649 naar de Spaansche zeeën gezonden, zoû hy thands de
-Moorsche roovers bestrijden. Het was hier, dat hy, die zoo vaak aan
-het gevaar ontgaan was om door het geweer des vyands of in de golven
-om te komen byna door de handen van vuige moordenaars ware gevallen,
-en zijn behoud alleen aan zijn alles trotserende dapperheid te danken
-had. Twee galeien en een fluitschip, op de hoogte van Salee, veroverd
-hebbende, was hy daarmede voor die stad ten anker gegaan. Van daar met
-de boot naar Port Maria gevaren, alwaar hy een vrij aanzienlijke som
-voor verkochte slaven te ontfangen had, werd hy zoolang opgehouden, dat
-de avond reeds gevallen was, toen hy terugkeerde. Naauwelijks buiten de
-haven zijnde, zag hy zich achtervolgd door een bark, met gewapend volk
-bemand, en, terstond vermoedende, dat men het op het geld had gemunt,
-'t welk hy met zich voerde, gaf hy last aan de zijnen, weder naar wal
-te roeien. Doch naauwlijks had men op de bark zijn doel bespeurd,
-of het werd verijdeld. De roovers hadden zestien riemen aan boord,
-waren hem spoedig op zijde en haalden hun wapens voor den dag, terwijl
-de roeiers van Van Galen zoodanig van schrik bevangen waren, dat zy
-de riemen naauwlijks gebruiken konden. Hy-zelf, kalm en onverschrokken
-als altijd, en, bemerkende, dat men een donderbus aanbracht, om op de
-boot te schieten, verzaakte ook nu zijn gewoonte niet, om den aanval
-te beginnen, sprong op den kaerel los, die 't stuk aan zoû steken, en
-deed hem terugdeinzen. Toen, zich op de plecht zijner boot stellende,
-weêrstond hy gansch alleen, en zonder ander wapen dan zijn degen,
-de geheele bende, die van pieken en ander geweer voorzien was. Een
-oogenblik scheen het, of hy de roovers zoû doen terugdeinzen. Zijn
-voorbeeld had by de zijnen den gezonken moed weder opgewekt: zy volgden
-hem ten aanval: hy-zelf, hoezeer met wonden overdekt, deed met een
-opgevatte riem een zijner bespringers in 't water storten; doch een
-tweede bark kwam de eerste te hulp: twee zijner manschappen werden
-door de kogels der roovers gewond: de overigen sprongen over boord en
-zochten zich met zwemmen te redden, en de boot werd overmand. Van de
-zijnen verlaten, onmachtig verder weêrstand te bieden, springt ook
-Van Galen uit de boot. Wadende door het water, voelt hy zich door
-een riemslag op 't hoofd getroffen: hy zinkt voorover en zijn degen
-ontvalt hem; doch hy rijst op en bereikt het strand. Daar gekomen,
-vindt hy, by een molen, waar hy bystand zoekt, een der roovers en een
-zijner matrozen. Dezen moed in 't lijf sprekende, snelt hy, hoezeer
-wapenloos, den roover tegen, knypt hem met de beide handen den strot
-dicht, doet hem den degen ontvallen en werpt hem ter aarde. Doch twee
-andere moordenaars schieten toe: de een geeft den held een kolfslag
-op 't hoofd, die hem nedervelt: de ander zoekt hem met een dolk
-te treffen, waarvan Van Galen nog den steek met de vingers weet te
-keeren: waarna zy, hun slagtoffer dood wanende of voor ontzet beducht,
-zich verwijderen. De matroos, hoezeer zelf door elf wonden verzwakt,
-bracht echter zijn Bevelhebber naar de stad, waar de Landvoogd de
-Hertog van Medina, zich juist bevond, die alle zorg droeg voor den
-held, hem zijn lijfarts zond, en de roovers liet vatten en te recht
-stellen. Tegen alle verwachting genas Van Galen zoo spoedig van zijn
-wonden, dat hy binnen twaalf dagen weder aan boord was. Al zijn geld,
-op 20 stukken van achten na, bekwam hy terug.
-
-Men beseft, hoe een man als hem het verwijt moest grieven, hem in 1653
-door de Staten gedaan, als ging hy in den oorlog tegen de Engelschen
-maar slap te werk. Reeds in 't vorige jaar had hy by 't eiland Monte
-Cristo het smaldeel van den Kommandeur Bodley aangetast, en, in weêrwil
-dat zijn want aan flarden was geschoten, zijn schip zeven schoten
-onder water bekomen had en drie malen in brand was geraakt, hy had de
-Britten binnen Porto Longo gedreven, waar hy hen echter niet mocht
-aanvallen, daar die haven aan een onzijdige natie behoorde. Thands,
-het onbillijk verwijt der Staten niet kunnende verduren, schonk hy zijn
-vyand gelegenheid, de haven te verlaten en zeilde naar Livorno, waar
-zich de Engelsche Schout-by-Nacht Appleton bevond. Zijn verwachting,
-dat beide eskaders hem nu te samen zouden aanvallen, werd op 14 Maart
-verwezenlijkt. Hy houdt alsnu op Bodley aan, die hem van achteren
-opkomt, doch, eensklaps van koers veranderende, werpt hy zich op
-Appleton, vernielt drie zijner zeven schepen en dwingt er drie,
-met hun Bevelhebber, tot de overgave. Slechts één ontkwam en koos,
-met het eskader van Bodley, de vlucht.
-
-Maar de overwinning, hoe glansrijk ook, was door den dood van den
-Vlootvoogd duur betaald. Reeds de tweede kogel des vyands had hem
-het been verbrijzeld. Lang verborg hy de wonde en bleef zijn bevelen
-geven, zelfs nadat het been hem was afgezet. Naar Livorno gevoerd,
-overleed hy aldaar den 23. Maart.--Zijn lijk werd op 's Lands kosten
-in de Nieuwe Kerk te Amsterdam begraven, waar zijn graftombe nog is
-te zien, met zijn beeld in marmer en daaronder deze regels:
-
-
- Hier leidt in 't graf van eer de dappere Van Galen,
- Die eerst ging buit op buit Castiliën afhalen
- En met een Leeuwehart, naby 't Toskaner strant,
- De Britten heeft verjaegt, verovert en verbrandt.
-
-
-
-
-
-
-
-KONSTANTIJN HUYGENS.
-
-
-Het was omstreeks 1622, dat, in het blijde en geestvolle gezelschap,
-'t welk gewoon was, zich op 't Muiderslot te vereenigen, een
-zes-en-twintigjarige jongeling werd binnengeleid, die, als bewoner
-der Hofstad, waar hy zich in de hoogste kringen bewoog, een voorwerp
-van belangstelling voor de Amsterdamsche Juffers, van nijd voor de
-Amsterdamsche pronkertjens, van nieuwsgierigheid voor allen wezen
-moest, en die zoowel den nijd als de belangstelling deed toenemen,
-toen hy zich aldra onderscheidde, niet alleen door heusche en
-innemende vormen, vrolijk vernuft, vlugheid en zwier in dans en
-andere lichaamsoefeningen en een meer dan gewoon muzykaal talent,
-maar ook door de scherpzinnigheid en het helder oordeel, waarmede hy
-zijn denkbeelden wist te ontwikkelen over onderwerpen van staatkunde,
-wijsbegeerte, letteren en poëzy. Die jongeling was Konstantijn Huygens,
-op den 4. September, 1596, te 's Gravenhage geboren, en tweede zoon
-van Christiaan Huygens, die Geheimschrijver van Prins Willem I,
-later van de Staten was geweest. Een verschil van vijftien jaren,
-dat tusschen hem en zijn gastheer bestond, belette niet, dat deze,
-ingenomen met de kennis en den geest, die de jongeling aan den dag
-legde, en niet minder met het aangename van zijn omgang, hem al spoedig
-op den meest vertrouwelijken voet behandelde, zoo dat wederkeerig
-Huygens, gestreeld door de onderscheiding, welke een man als Hooft
-hem betoonde, en zich met hem volkomen op zijn gemak gevoelende, dat
-vertrouwen van zijne zijde beantwoordde. En zoo ontstond er tusschen
-hen beiden een vriendschap, hoedanige anders alleen tusschen speel-
-en schoolmakkers, althands tusschen lieden van gelijken leeftijd,
-gesloten wordt. Huygens raadpleegde Hooft over zijn minnaryen zoowel
-als over zijn gedichten, Hooft hem wederkeerig over politieke zoowel
-als over taalkundige twistvragen; en hy wist, dat hy in beide gevallen
-by den rechten man kwam. Immers, was Huygens, waar het de letterkunde
-betrof, een fijn en kundig opmerker, hy was dit niet minder in zaken
-van Staatkunde. Zijn bekendheid van der jeugd af met al de genen, die
-deel hadden aan 't Staatsbestuur, en met de Gezanten van buitenlandsche
-Mogendheden, stelde hem in de gelegenheid veel te weten, dat aan den
-Drossaart niet of niet naauwkeurig ter oore kwam: en weldra was hy nog
-beter in staat, dezen omtrent de gewichtigste zaken tot vraagbaak te
-strekken, toen Frederik Hendrik, by zijn komst aan 't bewind, hem by
-zich nam in dezelfde betrekking, welke zijn Vader by 's Prinsen Vader
-had vervuld. Mocht ook het huwelijk, 't welk Huygens in 1626 aanging
-met Suzanna van Baerle, een verre nicht van den beroemden hoogleeraar,
-ten gevolge hebben, dat hy de dagen, welke hy niet by den Prins in
-'t leger doorbracht, by voorkeur t'huis by vrouw en kinderen sleet,
-het bracht geen verkoeling te weeg in de genegenheid, welke hy
-voor Hooft had opgevat: en, zagen zy elkander niet zoo dikwijls
-meer, wy danken aan die vermindering van wederzijdsche bezoeken
-een tal van onschatbare brieven, hoogst belangrijk van inhoud,
-en die 't bewijs met zich brengen van onverstoorde hoogschatting en
-vertrouwelijkheid. Doch ook al degenen, die in de byzondere intimiteit
-van Hooft deelden, bleven by voortduring bewijzen ontfangen, dat
-Huygens voor hen gelijke gevoelens als de Drossaart koesterde. Vooral
-was Tesselschade, mede sedert hun eerste kennismaking gehuwd,
-het voorwerp zijner aanhoudende belangstelling. Beiden, Huygens en
-Tesselschade, verloren hun echtgenooten; en, ware het verschil van
-godsdienst geen beletsel geweest, voor elk hunner onoverkomelijk,
-misschien hadden zy elkander, door een nieuwe verbintenis, pogen
-te troosten. Nu bleven beiden ongehuwd, doch even hartelijk jegens
-elkander gezind, elkander tevens hoogachtende en kwellende, goeden
-raad wisselende en stekelige puntdichten.
-
-Wy noemden het woord "puntdichten": en, zoo aan Huygens in honderd
-andere opzichten een plaats zoû toekomen onder de verdienstelijke
-mannen van zijn tijd, het is vooral zijn eigenaardigheid als
-epigrammatist, die hem van de overigen onderscheidt. Als Staatsman
-volbracht hy een schoone en eervolle twee-en-zestigjarige loopbaan;
-doch de aart zelf dier betrekking was oorzaak, dat hy maar zelden in
-de gelegenheid was, het Vaderland te dienen op zoodanige wijze als
-buiten af bekend wordt. Als geleerde was hy bestemd, anderen voor te
-lichten en daardoor merkbaren invloed uit te oefenen op de beschaving
-zijner tijdgenooten, meer dan om zelf te schitteren: als musikus was
-hy een bloot dilettant: in zijn vaerzen zocht hy de hooge vlucht,
-welke Vondel bereikte, niet na te streven; doch als Nederduitsch
-epigrammatist staat Huygens op een hoogte, door niemand hier te lande
-bereikt. En wanneer wy hem dien tytel toekennen, dan hebben wy niet zoo
-zeer het oog op den bundel van geestige punt- en sneldichten, door hem
-vervaardigd; maar op den puntigen stijl, die ieder zijner talrijke
-dichtvruchten, ernstige zoowel als boertige, overal kenmerkt: op
-dat gelukkig aanwenden van verrassende, snedige, puntige, pittige,
-treffende, doch juist gekozene woorden en uitdrukkingen, welke
-Huygens, altijd meester over de taal, met zoo veel gemak uit den
-schat, die hem ter dienste stond, wist te putten, en met zoo veel
-oordeel wist te pas te brengen. Doch, zoo hy door het kernachtige en
-beknopte, dat den stijl van Huygens onderscheidt, Spieghel evenaart,
-en niet zelden daardoor stroef is als deze, bezitten zijn gedichten
-echter niet zelden een bevallige zoetvloeiendheid en een zwier, die
-Spieghel t'eenemale mist. By hem is niet alleen de inhoud degelijk,
-maar ook de vorm doorgaands keurig, behagelijk, en, naar gelang van 't
-onderwerp, frisch en krachtig, of liefelijk en welluidend. Nog altijd,
-in spijt van menig verouderde of min gewone woordvorming, vinden wy
-in zijn gedichten wat Vondel er in vond, en beter karakterizeerde,
-dan door ons zoû kunnen gedaan worden:
-
-
- Eenen bloemhof, milt van geur,
- Rijck door zijn verscheidenheden
- Van gedaente en levend kleur:
- Een banket voor keurige oogen,
- Een muzykfeest voor 't gehoor,
- Als de ziel, omhoog getogen
- Naer de wolcken vaert door 't oor.
- . . . . . . gulde spreucken,
- Aerdige spitsvondigheên,
- Lessen van geen eeuw te kreucken,
- Redevormers van 't gemeen,
- Gestoffeerde galeryen,
- Vol van kunst en wetenschap,
- Tafereelen waert te vryen,
- Honighkorven zoet van sap.
- Al de Dichters in één Dichter,
- Keur van stof en keur van maet,
- Kort of langer, zwaer of lichter
- En gepast op yders Staet.
-
-
-Nog een andere lof, die, al komt hy den burger, niet den dichter toe,
-mag Huygens niet onthouden worden. Weinige plekken in ons vaderland
-zijn zoo bekend, zoo algemeen door landgenoot en vreemdeling bezocht,
-als Schevelingen. Maar is er naauwlijks een enkele onder de duizenden,
-die, 't zij in prachtige rijtuigen, op mollige kussens gezeten of in
-hossende snorwagens samengepakt, 't zij te voet, langs de bekoorlijke
-dreef of onder 't dichte lommer der schilderachtige, eeuwenheugende
-eiken zich uit 's Gravenhage derwaarts begeven, en er, deels alleen
-een verfrisschende koelte, deels het herstel hunner gezondheid, in 't
-krachthernieuwende zeebad gaan zoeken, of wel eenvoudig, uitgelokt door
-'t liefelijk saizoen, de benaauwende hitte der stad tegen een weldadige
-zeelucht, de krassende geluiden, die van markten en pleinen rijzen,
-tegen de liefelijke toonen van vink en nachtegaal gaan verwisselen,
-de beslommeringen van het Staatsbestuur gaan vergeten in de vrije en
-bekoorlijke natuur--is er, vragen wy, wel een enkele, die er aan denkt,
-dat, zoo hy langs een zoo fraaien, zoo gemakkelijken, zoo geriefelijken
-weg den afstand aflegt, die de Hofplaats van hare Zeevoorstad scheidt,
-hy zulks in de voornaamste plaats te danken heeft aan Konstantijn
-Huygens, die 't eerst het denkbeeld opperde om den gullen zandweg,
-die het dorp aan de stad verbond, door een weg van klinkerts te doen
-vervangen, en, jaren lang, met onvermoeiden yver, op de aanneming
-bleef aandringen van het uitgewerkte plan, door hem te dien einde by
-de Regeering van 's Gravenhage ingediend. Bezwaren van allerlei aart,
-even talrijk als die wy in onze dagen tegen elke nieuwe onderneming,
-tegen de Spoorwegen, tegen de Amsterdamsche Duin-Waterleiding, tegen
-de doorgraving van Holland op zijn Smalst, hebben zien aanvoeren,
-werden ook door de Hagenaars van dien tijd, even zwaartillend als
-onze hedendaagsche landgenooten, te berde gebracht, en het was niet
-dan na schier ongelooflijke moeite en een hardnekkigen, in poëzy
-en proza gevoerden, strijd, dat Huygens, eindelijk, zijn wensch
-bekroond en de Zeestraat begonnen en voltooid zag. En wel werd
-en wordt al meer en meer de overtuiging bevestigd, door hem in de
-toelichting van zijn ontwerp zoo krachtig uitgedrukt in deze woorden:
-"De gedurigheit dezer wandelinge houde ick soo seker, dat ick geloove
-den Steen-Wegh dagelicks sonder ophouden voll gegaens ende gerijds,
-ende van verre als een Begraeffenisse aan te sien soude wesen."
-
-Men gevoelt, dat zoo Huygens hier 't woord "Begrafenis" noemt, hy 't
-oog niet heeft op het sombere en plechtige, dat er mede gepaard gaat
-maar alleen op den talrijken sleep, die de begrafenissen in zijn tijd
-placht te vergezellen, en op den luister, die er mede gepaard ging.
-
-Was de invloed van Hooft op de letterkundige vorming van Huygens
-niet zonder gewicht, vooral was die ook merkbaar op de gedragslijn,
-welke de laatste in 't politieke hield. Van 1625 tot aan 1687 een
-gewichtig ambt hebbende, beleefde hy tijden van twist en verdeeldheid;
-en toch wist hy, tot aan het einde toe, zich buiten alle partyschappen
-te houden en zich de achting te verwerven van allen, die beurtelings
-deel namen aan 't bewind van den Staat.
-
-
-
-
-
-
-
-JAN ADRIAENSZ. LEEGHWATER.
-
-
-Onder de bekwame en schrandere vernuften, die in de eeuw van Frederik
-Hendrik uitblonken, is er een, die zich niet alleen een naam maakte
-door de belangrijke diensten, welke hy gedurende zijn leven aan zijn
-vaderland bewees, maar ook, en vooral, door het grootsche plan dat
-hy vormde, en dat, eerst na twee eeuwen verwezenlijkt, hem by den
-nazaat een roem verschaffen moest, grooter nog dan de roem, dien hem
-de tijdgenoot had toegekend. Die man was een eenvoudig dorpsbewoner,
-een molenmaker van zijn ambacht, en zijn naam was Jan Adriaensz.,
-bygenaamd Leeghwater.
-
-Leeghwater:--wellicht denkt men hier aan iemand, die water leêgt; maar
-behalve dat de woordvorming in dit geval strijdig ware met den aart
-onzer taal, die alsdan waterleêger zoû vereischen, zoo ware zy strijdig
-met de gedachte, die men er aan verbinden wilde. Immers hy ledigde geen
-water, hy ledigde 't land van 't overtollige water.--Ieder, die weet,
-dat in Noordholland nog heden ten dage de dubbele a in vele woorden
-als e wordt uitgesproken, zal begrijpen dat leegh in 's mans bynaam
-eenvoudig voor laag staat, en wie bekend is met de byzonderheden van
-'s mans leven, zal zich duidelijk kunnen verklaren waarom hy dien
-bynaam verkregen had.
-
-Immers, in 1575 in het dorp de Rijp geboren, had hy van jongs af het
-bedrijf van molenmaker by de hand gehad, en, wegens zijn bekwaamheid in
-het vervaardigen en stellen van molens, vooral van watermolens, niet
-slechts binnen, maar zelfs buiten 's lands een naam verworven. Veel
-water had hy alzoo laag gemaakt, en belet buiten zijn boorden te
-spatten of wel geheel weggemalen. En van hoe veel belang het vak van
-nijverheid, waarop hy zich toelegde, vooral toen ter tijde geächt moest
-worden, daarvan kan ieder zich overtuigen, die maar een blik slaat op
-de kaarten van Westfriesland in die dagen. De helft, zoo niet meer,
-was niet dan water.
-
-Reeds in 1553 was men begonnen met het droogmaken van eenige plassen,
-onder anderen, van de Zijp; maar vooral in de zestiende eeuw, toen
-het binnenland tot rust gekomen was, sloeg men met ernst de hand aan
-'t werk, om de tallooze Waterlandsche en Westfriesche meirtjens uit te
-malen en in bruikbaar land te herscheppen. Droogmaking op droogmaking
-volgden: en by de meesten daarvan was Jan Adriaensz behulpzaam met
-raad en daad: vooral was het voornamelijk onder zijn toezicht, dat
-de zoo belangrijke Beemster werd bedijkt, waar hy was aangesteld om
-"waar te nemen het fabryken en stellen van de watermolens." Ook by het
-droogmaken van de Purmer, de Wormer, de Schermer, de Waard en andere
-meiren en moerassen, was hy werkzaam, en wist zijn vindingrijke
-geest elke hinderpaal te voorzien of te voorkomen. De roem die
-van zijn bekwaamheid uitging was zoo groot, dat hy, in 1629, door
-Frederik Hendrik in het leger voor 's Hertogenbosch ontboden werd,
-om, gelijk hy zelf verhaalt, "het water uit het leger te malen, en de
-watermolens by Engelen weder gangbaar te maken:" wat hy naar eisch
-volvoerde, en waardoor hy niet weinig toebracht tot het bemachtigen
-der belangrijke vesting.
-
-Maar, gelijk wy 't reeds aanmerkten, niet binnen de grenzen van zijn
-vaderland bleef de roem van Leeghwater beschreven. In 1628 riep men
-hem naar Bordeaux, om daar goeden raad te geven tot het droogmaken
-van een naby gelegen moeras, niet minder dan 4500 morgen groot, en
-toebehoorende aan den Hertog van Epernon. Hy voldeed aan die opdracht
-en vervaardigde een kaart van dat moeras, welke hy aan den Hertog,
-die toen met 's Konings leger voor La Rochelle lag, overhandigde. Twee
-jaren later werd hy naar Mets ontboden, om raad te geven tot het
-droogmaken van een aldaar gelegen moeras. Ook in het gebied van den
-Hertog van Holstein, in Emderland en elders, werd hy genoodigd om,
-zooals hy 't uitdrukt, "te ordineren dijken, dammen, sluizen, kaaien,
-heulen, molens, molen-tochten, kolken, wateringen, enz."
-
-Maar niet hiertoe bepaalden zich zijn veelsoortige kunde en
-werkzaamheden. Hy vervaardigde bovendien talrijke bestekken voor
-gebouwen en woningen, o. a. voor het Raadhuis van zijn geboorteplaats:
-voorts kassen en schrijnwerken, als mede uurwerken in dorpen en
-steden, ook twee "notabele speelwerken," voor den Wester- en den
-Zuiderkerkstoren te Amsterdam. Ook hielp hy metselen aan het nieuwe
-Stadhuis in de laatstgenoemde stad, aan den toren der Nieuwe Kerk en
-aan de brug by den Jan Roodepoortstoren. Nog werkte hy behalve dat
-in hout en steen, in koper, metaal en ivoor, en eindelijk vermaakte
-hy zich, als hy 't uitdrukt:
-
-
- Oock somtyts met de pen te spelen,
- Te teecknen kercken en kasteelen,
- Daar by, te schryven grof en fijn,
- Dat kan (Gods lof) noch heel wel zijn.
-
-
-Nog verstond hy bovendien een kunst, die thands, naar 't schijnt,
-geheel verloren is geraakt, te weten die van onder water te duiken,
-aldaar een geruimen tijd te vertoeven en verschillende verrichtingen
-ten uitvoer te brengen. Van deze kunst gaf hy, met zekeren Pieter
-Pietersz. die leeraar by de doopsgezinden was aan de Rijp, twee
-malen bewijs, eerst in 1605, in de nabyheid van 's Gravenhage, in
-tegenwoordigheid van Prins Maurits, diens broeder, de Graven Willem
-en Ernst van Nassau, en vele andere personen: de tweede reis op de
-Wetering, buiten Amsterdam, ten aanzien van een ontelbare schaar van
-menschen, uit de stad en den omtrek toegevloeid. Deze laatste reis
-bleef hy niet korter dan drie vierden uurs onder water, at twaalf
-peeren, die hy by zich genomen had, ieder voor de helft op, speelde de
-wijs van den drie-en-twintigsten Psalm op een schalmei, schreef op een
-schoon blad papier met pen en inkt, en deed andere verrichtingen meer,
-die ongeloofbaar zouden wezen, indien het gebeurde alleen door hem
-verhaald en niet door getuigenissen van aanwezigen, alsmede door een
-hem verleend Oktrooi ware bevestigd.--Hy was alzoo tevens Landmeter,
-Waterbouwkundige, Molenmaker, Metselaar, Timmerman, Schrijnwerker,
-Horologiemaker, Waterduiker--ja wat was hy niet? bovendien met de
-kennis der Fransche, Hoogduitsche en Latijnsche talen, en, door de
-vele reizen, welke hy buiten's lands gedaan had, met een schat van
-ondervinding toegerust.
-
-Was de verplichting groot, welke hem zijn tijdgenooten hadden, voor
-zoo vele goede en nuttige werken als door hem verricht, voor zoo vele
-morgen gronds, die hy aan den waterwolf ontweldigd en in vruchtbaar
-land herschapen had, ook het nu levende geslacht mag niet vergeten, dat
-aan hem in de eerste plaats de dank toekomt voor het grootsche werk,
-dat wy hebben zien voltooien, de droogmaking van het Haarlemmer-meir.
-
-Het was in den jare 1641, dat de schrandere man het
-Haarlemmer-meir-boeck, 't welk het eerste ontwerp bevatte tot het
-bedijken en droogmaken van dien plas, aan de Staten van Holland, aan
-den Stadhouder Frederik Hendrik, aan de Burgemeester en Raden van
-Amsterdam, Leyden, Haarlem en Gouda en aan Dijkgraaf en Heemraden
-van Rijnland, aanbood. Het was in dat belangrijke werk, 't welk,
-in onderhoudenden en naieven stijl geschreven, overal den man van
-doorzicht, kunde en ervarenis aanduidt, dat hy de onderneming aanprees
-om die gestadig meer en meer invretende plas leêg te malen, en zijn
-denkbeelden ontwikkelde aangaande de wijze, waarop de uitvoering plaats
-zoû kunnen hebben. Niet minder dan twaalf drukken van dit werk kwamen
-in een betrekkelijk kort tijdverloop uit: wel een bewijs, hoezeer het
-onderwerp de algemeene belangstelling gaande maakte; maar ongelukkig
-had die belangstelling de gewenschte uitwerking niet by hen, die by
-machte waren geweest, uitvoering aan het plan te geven, en was het voor
-den nazaat van Frederik Hendrik bewaard, de eer daarvan weg te dragen.
-
-Wel waren, sedert Leeghwaters dood, op het veld der werktuigkunde
-nieuwe en stoute ontdekkingen gedaan, waardoor naar een veranderd
-stelsel en met behulp der sints uitgevonden stoomkracht het werk
-voltooid werd; maar niet te min blijft hem de onverwelkbare eer,
-'t eerst op het belangrijke der zaak de aandacht gevestigd te hebben;
-niet te min is zijn plan toch de grondslag geweest, waarop lateren
-gebouwd hebben, en is het nog altijd de vraag, of, indien men, in de
-wijze van uitvoering, de voorschriften, door hem gegeven, eenvoudig
-hadde gevolgd, niet de droogmaking op een even zekere en ongetwijfeld
-minder kostbare manier had kunnen plaats hebben.
-
-
-
-
-
-
-
-PAULUS POTTER.
-
-
---"Neen! daar is geen veranderen aan: hy zal mijn dochter niet
-krijgen."
-
-En waarom niet? Op zijn geboorte of afkomst kunt gy toch geen
-aanmerking maken? Hy is van deftige ouders; ja zelfs, van moederszijde,
-uit het doorluchtig Huis der Egmonden voortgesproten, en voor u, een
-eenvoudig Haagsch burger, zoû de verzwagering met hem alzoo waarlijk
-niet als een vernedering zijn aan te merken.
-
---"Zijn geboorte, nu ja, die is goed genoeg: zoo hy die maar niet
-ontluisterde...."
-
-Ontluisterde, zegt gy.--Is er dan op zijn gedrag iets aan te
-merken? Drinkt hy? is hy een speler? een lichtmis?
-
---"Niets van dat alles: ik heb niets tot zijn nadeel gehoord: hy is,
-naar ik my verzekerd houde, van onbesproken zeden; maar dit is nog
-niet genoeg: de man, aan wien ik mijn dochter geve, moet in staat zijn,
-op een betamelijke wijze in haar onderhoud te voorzien."
-
-Die zwarigheid was ik verre van te verwachten. De jongeling is
-gands niet onbemiddeld: hy begint zich door zijn talent reeds naam
-te verwerven en hy zal weldra zelf den prijs voor zijn schilderijen
-kunnen bepalen. Uwe dochter zal dus met hem voor geen armoede te
-vreezen hebben.
-
---"Nu ja, maar het is juist die wijze van geld te verdienen, waarmede
-ik my niet kan vereenigen."
-
-Ik versta u niet.
-
---"Wel!--Is hy geen schilder?"
-
-Nu! en....?
-
---"En dat is, dunkt my, genoeg. Mijn voorouders hebben altijd deftige
-officiën bekleed, en nooit met schilders of zulk slach van volk omgang,
-veel min verzwagering gehad."
-
-Hm!--'t Is dus de uitoefening van de Schilderkunst, waardoor, naar
-uw inzien, Potter zijn geboorte ontluistert en zich onbekwaam maakt,
-naar de hand uwer dochter te dingen!
-
---"Juist zoo!--Nam hy een eerlijk bedrijf by de hand, ware hy
-timmerman of slager, ik zoû geen bezwaar maken, of huisschilder,--maar
-kunstschilder!--Neen vriend! dat gaat niet."
-
-Versta ik u wel? Het is dus by u een reden van uitsluiting, een man
-van talent, van hoogdravend vernuft te zijn?
-
---"Talent! vernuft! Fraaie zaken: waar hy, die ze bezit, doorgaands
-grond in vindt, om niets degelijks uit te voeren, den boêl er door
-te brassen, en zich en de zijnen tot armoê te brengen."
-
-Dat hebben de Heeren Rubens en van Dijck toch anders getoond, en,
-om nader by honk te blijven, de eerzame Gerrit Honthorst en Bart van
-der Helst verdienen geen onaardigen stuiver met hun penceel.
-
---"Ja, dat zijn uitzonderingen; maar zelfs geen van die lieden,
-die gy daar noemt, zoû ik anders dan schoorvoetende tot schoonzoon
-hebben aangenomen.--Met dat al, zoo hy nog, als zylieden, portretten
-maakte, ik zoû, nu het meisken haar zinnen op hem gezet heeft,
-misschien nog toegeven; want, ziet gy, dat portretten schilderen
-opent de deuren van lieden van rang en aanzien, en verschaft zelfs
-omgang met Vorsten;--maar wat schildert Potter? koeien en nog reis
-koeien.--Welke deuren opent dat? die van stallen en schuren; met wie
-verschaft dat omgang? met vee en nog 'reis vee!--Een mooi gezelschap
-voor mijn dochter."
-
-Maar, beste vriend! bedenk toch, dat de rang, dien de schilder
-bekleedt, niet afhangt van de onderwerpen, die hy behandelt, maar van
-de wijze van voorstelling. Bedenk verder: er zijn wel vijftig knappe
-portretschilders tegen één veeschilder, en Potter heeft, juist ten
-gevolge van het kunstvak, dat hy zich gekozen heeft, een standpunt
-ingenomen, waar hy weinig of geen mededinger heeft.
-
---"Fraai geredeneerd! Dat hy een boerschen smaak heeft, en zich by
-verkiezing met ongure en gemeene zaken bezig houdt; dat zoû hem boven
-anderen verheffen! 't Is of gy het beroep van beulsknecht aanpreest,
-omdat er minder beulsknechten zijn dan b. v. soldaten."
-
-Maar, vriend! die gelijkenis....
-
---"'t Is waar: gy zult zeggen, soldaten zijn maar huurlingen, en de
-scherprechter met zijn handlangers zijn ambtenaren in dienst der
-hoogloffelijke Justitie;--maar toch, over 't algemeen bewijst men
-grootere eere aan Kornellen en Hopluiden, dan aan hen, die met de
-exekutie van vonnissen zijn belast. Nu! dit in 't voorbygaan;--en
-om weder op het behandelde kapittel terug te komen: 't is, zooals ik
-zeide: ware hy portretschilder, ik zoû om der wille van mijn dochter,
-en omdat ik den knecht wel lijden mag, my niet onverbiddelijk toonen;
-maar een beesteschilder!--neen, in de daad, dat gaat niet."
-
-
-
-En toch, het ging: de voorspraak van aanzienlijke lieden te 's
-Gravenhage, die den bekwamen jongeling genegen waren, ja, zoo men
-beweert, van Vorst Joan Maurits van Nassau, bracht te weeg, dat onze
-Hagenaar, spijt zijn vooroordeelen, toegaf, en dat zijn dochter de
-bruid werd van den vijf-en-twintig jarigen veeschilder Paulus Potter.
-
-
-
-Ik weet niet of een gesprek, als hetgeen hierboven door my werd te
-boek gesteld, ooit tusschen den schoonvader van Paulus Potter en
-zijn vriend is gevoerd geworden: ik weet zelfs niet--wanneer ik naga
-met hoevele verdichtselen men goedgevonden heeft, de zoogenaamde
-"Levens der Schilders" te doorvlechten--of aan hetgeen verteld
-wordt betrekkelijk Potters vrijaadje en den tegenstand, welken zy,
-uithoofde zijner hoedanigheid van veeschilder, zoû ondervonden hebben,
-onbepaald geloof moet geslagen worden: ik weet alleen, dat hetgeen ik
-den Haagschen burger zeggen laat, gezegd is geworden en nog zelfs heden
-ten dage gezegd wordt door lieden, die aanspraak maken op deftigheid
-en soliditeit.
-
-In de oogen der zoodanigen is de kunstenaar een exceptioneel wezen,
-bestemd, om, gedurende zijn leven, naar mate van de eeuw, waarin hy
-zich beroemd maakt, met een halsketen, een medalje of een eikenkroon
-vereerd, en na zijn dood met veel toeloop begraven en tot in de wolken
-verheven te worden; maar dien men, als een onpraktisch mensch, in
-geen maatschappelijke betrekking gebruiken, en wien men zijn dochter
-niet ten huwelijk geven kan.
-
-Zelfs zijn er nog in onze dagen, die verder gaan dan de Haagsche
-burger uit de zeventiende eeuw: een historieschilder vindt evenmin
-genade in hunne oogen als een veeschilder.
-
-Maar, zoo het vak, dat zich een schilder koos, in de oogen van den
-materieelen hoop van hen, die in de kunst alleen een behagelijke,
-maar overtollige weelde zien, geenszins tot maatstaf strekt naar
-welken hy zich laat beoordeelen, en hy in hun oog, alleen reeds omdat
-hy schilder is, op een lagen sport van den maatschappelijken ladder
-staat, wy, die de kunst als de schoonste gave beschouwen, van God
-geschonken, wy vragen evenmin naar het kunstvak, wy vragen alleen:
-heeft hy in het beoefenen daarvan getoond, een sprank te bezitten
-van dat goddelijke vuur, waarmede hy, als weleer Prometheus, het stof
-weet te bezielen?--en is dit zoo, dan brengen wy hem lof en hulde toe
-als aan den man, wiens naam zal leven, ook eeuwen nadat de namen lang
-vergeten zijn van hen, die thands hem minachting toonen:--en daarom
-is het ook niet dan met eerbied, dat wy spreken van den treffelijksten
-veeschilder, die immer het penceel ter hand nam, van Paulus Potter.
-
-'t Is waar, Potter heeft de natuur niet geïdealigeerd: hy heeft zich
-vergenoegd, haar terug te geven, gelijk hy haar voor zich zag; maar
-hy heeft dit weten te doen met zoodanige volkomenheid, dat alleen het
-leven aan zijn werk schijnt te ontbreken, en de toeschouwer, in zijn
-opgetogenheid over de treffende waarheid der voorstelling, er niet aan
-denkt, andere en meerdere eischen te doen. Zoodanig althands was de
-indruk, door die honderden van nieuwsgierigen ontfangen, die dag aan
-dag Potters meesterstuk stonden te bewonderen, toen het uit ons Land,
-als een kostbare roof, naar Frankrijk weggedragen, in de galery van
-het Louvre onder de pronkjuweelen der kunst was opgehangen.
-
-Kort was de loopbaan, door Potter als kunstenaar afgelegd: in 1625,
-te Enkhuizen, geboren, was hy reeds in 1654 ten grave gedaald, maar
-hy had de jaren, die hy op aarde doorleefde, wèl besteed. Hy had
-gewerkt, terwijl het dag was; hy had de zaligheden van het huislijk
-leven genoten; hem was de vriendschap van edele en weldenkende
-mannen, ook uit den hoogsten stand de achting van allen geschonken:
-en reeds by zijn leven, had hy zich een roem verworven, die anderen
-veelal eerst na hun dood ten deel valt. Welke billijke wenschen had
-hy verder kunnen voeden? En voor welke te-leur-stelling, voor welke
-aanvallen van nijd en afgunst is hy niet gespaard gebleven!--Neen,
-zoo als de dichter zegt:
-
-
- Wie leefde als hy, al stierf hy schijnbaar vroeg,
- Hy leefde voor geluk en roem genoeg.
-
-
-
-
-
-
-
-JAKOB VAN KAMPEN.
-
-
-Toen de bloedige strijd van tachtig jaren was volstreden en, met den
-vrede, te Munster gesloten, de vrijheid en onafhankelijkheid, welke
-de jeugdige Republiek zich reeds met het staal verworven had, door
-Europaas Mogendheden was erkend, wist Amsterdam eene zoo gewichtige
-gebeurtenis te vereeuwigen door het grondvesten van een gedenkteeken
-als nog geene stad in haar midden had opgericht: en nog in 't vredejaar
-1648 werd de eerste steen van 't nieuwe Stadhuis gelegd, van dat
-Stadhuis, 't welk na weinige jaren de verbazing van Europa verwekken,
-den lof van elken kunstkenner verwerven, ja een achtste waereldwonder
-genoemd zoû worden.--Die eerste steen moge, ja, gelegd zijn geworden,
-toen Frederik Hendrik reeds dit waereldtooneel had verlaten; geruimen
-tijd te voren, in 1639, was het besluit tot de stichting genomen
-en gedurende negen jaren de voorbereidende arbeid voortgezet: het
-gebouw mag dus gezegd worden, uit dat tijdvak van Frederik Hendrik
-te zijn ontstaan: en als zoodanig is het niet alleen het hechtste en
-duurzaamste monument dat van dat tijdvak blijft spreken, maar ook
-mag het beschouwd worden als het schoonste onder de nog blijvende
-rezultaten, die ons dat tijdvak heeft opgeleverd: terwijl het in
-allen gevalle ontegenzeggelijk is, dat de man, wiens naam door den
-bouw van dat gesticht vereeuwigd werd, tot dat tijdvak behoort.
-
-Wy weten niet, welk aandeel, 't zij als ontwerper, 't zij als
-bouwmeester van het Stadhuis moet worden toegekend aan Daniël Stalpert:
-wy mogen het zelfs betreuren, dat, door schrijvers en dichters,
-zijne verdiensten zoo geheel in de schaduw zijn gesteld; maar die
-gedachte mag ons niet weêrhouden in deze galery een plaats toe te
-kennen en een kroon te vlechten aan hem, wiens naam aan de stichting
-onafscheidelyk verbonden is gebleven, aan Jakob van Kampen.
-
-Wy hebben het reeds by meer dan eene gelegenheid kunnen opmerken, het
-hier gevierde tijdvak was zoo rijk aan groote mannen, dat de schrijvers
-van die dagen zich minder om de personen zelve bekommerden dan om de
-werken, die zy leverden: daarby werd over 't geheel weinig belang
-gesteld in biografiën: zoo men te dezen opzichte een uitzondering
-maakte, 't was voor staatslieden, zeehelden, geleerden of dichters:
-zelden gebeurde het, dat iemand zijn pen versneed om narichten te
-geven aangaande krijgsbevelhebbers of kunstenaars. Gene beschouwde
-men als huurlingen, deze als leveranciers, die men betaalde voor
-den dienst, dien zy deden, of den arbeid, dien zy verrichtten,
-en wier geboortejaar, herkomst en lotgevallen aan den betaalsheer
-even onverschillig waren, als die van den bakker, die brood aan huis
-bezorgde of van den smid, die de geldkoffers van sloten voorzag. Er
-was te Amsterdam een nieuw Stadhuis gekomen, dat in allen deele
-voldeed aan de vereischten: wat had men zich te bekommeren over de
-bouwmeesters? Hun rekening was immers betaald, zoo goed als die
-van steenhouwer, metselaar, timmerman, loodgieter, glazemaker of
-vergulder,--en zoo kwam het, dat het volk den eenen bouwmeester
-geheel vergat, om van den anderen alleen te onthouden, dat hy Van
-Kampen heette. Waar, in welk jaar hy geboren was, welke opleiding
-hy genoten, hoe hy het tot zulk een hoogte in zijn vak had gebracht,
-kon niemand scheelen.
-
-Is het niet een merkwaardig verschijnsel, dat wy, die omtrent zulke
-punten meer belangstellend zijn, ons wederom, ter voldoening onzer
-opgewekte nieuwsgierigheid, in de eerste plaats tot Vondel moeten
-wenden, die, wel is waar, in zijn uitvoerig gedicht op de inwijding van
-'t Stadhuis, Van Kampen niet eenmaal by name vermeldt, en in een ander
-gedicht, waar men 't niet verwachten zoû, slechts vier regelen en nog
-maar in 't voorbygaan aan van Kampen wijdt, doch in die vier regelen
-vijf gewichtige byzonderheden aangaande hem doen kennen. Sprekende
-van Amersfoort zegt hy namelijk:
-
-
- De Helt van Randebroek, de bouwheer van de Vorsten
- En 't Raethuis t' Amsterdam, verheerlyckt haeren lof.
- Want zy hem baerde en zooghde aen haer getrouwe borsten
- Om bouw- en tekenkonst te heffen uit het stof.
-
-
-Uit deze regels, voorkomende in het gedicht, dat ten tytel voert:
-"de Nachtegaal van Amersfoort," zijn, als ik zeide, vijf zaken te
-leeren, te weten: dat Jakob van Kampen te Amersfoort geboren was:
-dat hy schilder of althands teekenaar was zoo wel als bouwmeester:
-dat hy in deze laatste hoedanigheid door "de Vorsten", d. i. door Prins
-Frederik Hendrik, en ook, als blijken zal, door Vorst Joan Maurits van
-Nassau, gebezigd werd, dat hy het Stadhuis had gebouwd; en eindelijk,
-dat hy, in 1657, het jaartal der vervaardiging van 't gedicht, zich
-onthield op den huize Randenbroek, even buiten eene der poorten van
-Amersfoort gelegen. Aan de juistheid der narichten van Vondel, die
-sedert zijn jeugd goed bekend was met al wat Kampen heette, valt wel
-niet te twijfelen: en de berichten, die wy elders by waarheidminnende
-schrijvers over den Amersfoortschen bouwmeester aantreffen, zijn niet
-meer dan aanvullingen van 't geen Vondel vermeldt.
-
-Jakob van Kampen dan schijnt aanvankelijk meer byzonder de
-schilderkunst te hebben beoefend, en de wetenschap, dat hy dit met
-grooten lof, en wel te Haarlem, deed, ontleenen wy wederom aan een
-dichter en wel aan Samuel Ampsing, die in zijn Beschrijving en Lof
-der stad Haarlem blz. 871, zulks op 't jaar 1628 vermeldt.--Het waren
-misschien de woorden, te dezer gelegenheid door Ampsing gesproken, die
-stof gaven tot de valsche veronderstelling van Houbraken en Weyerman,
-dat Van Kampen een Haarlemmer van geboorte zoû zijn geweest. Maar wy
-behoeven geen gronden te zoeken voor de berichten van Houbraken en
-Weyerman, van wie wy weten, hoe gewoon zy zijn zonder grond te spreken.
-
-'t Zij voor, 't zij na zijn verblijf te Haarlem had van Kampen Italiën
-bezocht en aldaar, by het beschouwen der meesterstukken van bouwkunst,
-te Rome, in Venetiën en elders aanwezig, zijn lust voelen opwekken
-om Vitruvius en Palladio op 't spoor te volgen. Wy zullen hier de
-vraag niet behandelen, of het overbrengen van een bouwstijl, die
-onder den warmen hemel van Italiën voegde, naar ons vochtige Noorden,
-gelukkig mocht genoemd worden: wy weten niet, in hoe verre Van Kampen
-het aanwenden daarvan ook voor het binnenste van byzondere woningen
-heeft aangeprezen: wy gelooven het zelfs niet;--want al plaatste hy
-voor het huis van Cooymans (thands van Jhr. J. Huydecoper van Zeyst)
-op de Keizersgracht te Amsterdam, een antieken gevel, hy wist het
-van binnen op zoodanige wijze in te richten, als met ons klimaat en
-'t gemak des bewoners overeenstemde:--en 't zelfde was het geval
-met het Raadhuis, door hem op den Dam gebouwd, en hetwelk zy voor
-wie 't dienen moest niet anders konden wenschen dan het werd.--Noch
-Gothische aspiratiën, noch Byzantijnsche weelderigheid, noch overdaad
-van vercieringen, noch hooge voorportalen en breede poort, kwamen
-te pas by een gebouw, dat aan burger-overheden tot vergaderplaats,
-kantoor, vierschaar en kasteel moest dienen. Hier waren vierkante
-kracht, strenge deftigheid, eigenaardig verband der deelen, gepaste
-inrichting van elk deel--'t zij gaandery, 't zij kamers, 't zij trap,
-'t zij gewelf, 't zij zolder, 't zij portaal--tot het gebruik waar
-het toe bestemd zoû worden, hoofdvereischten, voor welke alle zucht
-tot praal moest achter staan: en die vereischten wist het scheppend
-genie des bouwheers aan te brengen op een wyze, die 't volmaakte zoo
-naby komt, dat geen aanmerking van bedillers, zelfs zoodanige, die
-schijnbaar gegrond was, tot heden toe niet op zegevierende wijze is
-wederlegd kunnen worden. Met recht mocht er Vondel dan ook van zingen:
-
-
- De bouwkunst, toen ze in 't werck beooghde haeren wensch,
- Koos tot haer voorbeelt uit het lichaem van den mensch,
- Zoo meesterlijck volbouwt, van buiten en van binnen,
- Dat niets hieraen ontbreeckt, en d'allersnelste zinnen,
- Die dit doorsnuffelen, van 't meeste aan 't minste lidt,
- Bekennen moeten dat het allerminst miszit
- Wat hieraen wordt herstelt. Herstellen is misstellen.
- Wie dit hervormt, misvormt.
-
-
-Dat heeft men bewaarheid gezien toen men het Stadhuis behandelde als
-men een flinken, vierkanten grenadier behandelen zoû, wien men witte
-glacé handschoenen, een paar verlakte dansschoentjens en een gekleurd
-vest aantrok, en het tot een paleis misschiep:
-
-
- Laet overmeeten, tellen,
- En weegen, wien dit lust; het lichaem schroomt geen licht,
- Geen klaere middaghzon, noch maet, getal, en wight.
- Zoo blijckt dit bouwsel dan van lidt tot lidt rechtvaerdigh
- In evenredenheit, en zulck een bouwheer waerdigh,
- Die ieder bouwer wijst, en, als Godts leerkint, trouw
- Het oogh leert slaen op hem, en zijnen schoonsten bouw.
- De bouwers van 't Stadthuis den eisch der wet voldeden,
- En volghden zulx de kunst, dat geen van all' de leden
- In zijnen stant bezwijckt: Vitruvius trede aen,
- En zelf Apollodoor, bouwmeester van Trajaen,
- Wiens naelt noch heden praelt te Rome, voor onze oogen.
- Zy vinden dit gebouw door al zijn leên voltogen,
- Van boven tot beneên. Geene outheit dit verdooft.
- Het heeft zijn middenlijf, zijn voeten, armen, hooft,
- En schouders, elk om 't netst. Het heeft zijn ingewanden,
- Elck lidt, elck ingewant zijn ambt, gebruick en standen.
- Hier leeft en zweeft de ziel van ons Wethoudery,
- Gelijck een Godtheit in, en ziet het zeilryck Y
- Met 't weerelts ooghsten en Oostindiën geladen,
- De Zeven landen zelfs ons Heeren en ons Raeden,
- Orakels van den staet, bezoecken, reis op reis,
- In tijt van oorelog en ongestoorden pais,
- En leeren, beter dan by Griecken, en Romeinen,
- Hoe zich de Grooten hier tot 's nabuurs dienst verkleinen.
-
-
-Behalve van het Stadhuis en van het straks genoemde huis te Amsterdam,
-was Van Kampen ook de bouwmeester der prachtige huizinge, welke
-Vorst Joan Maurits, na zijn terugkomst uit Braziliën, zich te 's
-Gravenhage naby het Plein liet stichten, doch die, in 1704 geheel
-afgebrand, door een andere vervangen is: van het Huis te Rijswijk,
-beroemd om de vredesonderhandelingen, aldaar in 1679 gehouden: van
-het huis des Heeren van Zuilichem op het Plein in den Haag enz. Van
-zijn bekwaamheid als schilder en teekenaar getuigen, onder meer, een
-afbeelding van Laurens Coster, in de "Laure-crans" aan den uitvinder
-der Boekdrukkunst door Petrus Scriverius gevlochten; een onthoofding
-van Johannes den Dooper, met levensgroote beelden, een verzameling
-van vijftig uitmuntende platen, naar teekeningen, door hem te Venetiën
-vervaardigd, en een aantal keurig in het graauw geschilderde friezen,
-boven de glasramen eener kamer in het "Hooger huis" naby Amersfoort,
-welke hofstede, even als later Randenbroek, door hem gebouwd en
-bewoond werd. Het was op het laatstgenoemde landgoed, dat hy op den
-13. September van het jaar 1657 overleed. De Groote Kerk te Amersfoort
-bevat zijn graf, boven 't welk een gedenkteeken, hem door zijn vrienden
-opgericht en voor eenige jaren hersteld, van zijn verdiensten gewaagt.
-
-
-
-
-
-
-
-ANNA MARIA SCHURMANS.
-
-
-Wanneer wy de jaarboeken van eenig beschaafd volk doorbladeren, dan
-vinden wy daar altijd melding in gemaakt van een of hoogstens twee dier
-zeldzaam bevoorrechte wezens, die, reeds van hun eerste kindschheid
-af beroemd, boven hun tijdgenooten blijven uitblinken, niet door hun
-bekwaamheid in eenig bepaald vak, maar door hun vatbaarheid om elk vak
-zonder uitzondering, met gelukkig gevolg, te beoefenen: wondermenschen,
-die zonder moeite en als uit spel zich al die talenten verschaffen,
-welke voor anderen niet dan na jaren van arbeid en inspanning
-verkrijgbaar zijn; gelukkigen, van wie men zoû zeggen, dat de Natuur
-hen als bedorven kinderen heeft willen behandelen, en wie men geneigd
-zoû zijn boven elk ander te benijden, ware het niet, dat zy althans
-in een enkel opzicht achterstaan by de zoodanigen, wier genie zich
-meer uitsluitend in eene richting bewogen heeft, te weten, dat zy over
-'t geheel geen merkbaren invloed op de beschaving of verlichting van
-hun tijdvak hebben uitgeöefend, en alzoo meer overeenkomst hebben met
-de prachtige vuurwerken--die een poos elk ander licht verduisteren om
-aan de verbaasde toeschouwers een wonderbare mengeling der schoonste
-kleuren en glansen te vertoonen, doch later weêr verdwijnen, zonder
-eenig spoor achter te laten,--dan met de gasvlam, wier schijnsel maar
-ééne kleur vertoont, doch, duurzaam gevoed, een helder en verwarmend
-licht om zich heen blijft spreiden. Zoodanig een zeldzame verschijning
-was, b. v., in Italiën Pico de la Mirandola, in Schotland Jakobus
-Crighton, in de Nederlanden--en wel in dat zelfde tijdvak, aan 't
-welk geene soort van opluistering ontbrak, Anna Maria Schurmans.
-
-Gewis, zoo immer een vrouw aanspraak heeft mogen maken op den naam van
-Pandora of "Albegaafde," dan is zy het geweest: en hadde niet de kring,
-waarin zy verkeerde, en de getuigenis der meest achtbare en meest
-geloofwaardige personen allen twijfel doen verdwijnen aangaande haar
-recht om dien naam te voeren, dan zouden wy al licht geneigd zijn, te
-gelooven, óf dat de lof, haar geschonken, overdreven is geweest, óf dat
-haar enkele van die geheime kunstmiddelen ten dienste stonden, waarvan
-zich Albertus Magnus of andere biologen uit vroegeren of lateren tijd
-bedienden. Zeker is het, dat de Jezuïeten, die haar in 't gevolg van
-Koningin Kristina bezochten, haar wonderbare begaafdheid niet wisten
-toe te schrijven dan aan een verbond met den Duivel: een oordeel,
-dat zeker noch galant jegens een beminlijke en achtingswaardige vrouw,
-noch liefderijk jegens een vrome Kristin genoemd mag worden.
-
-Vleiender oordeel sprak Cats, in de Voorrede van zijn Trouwring, over
-haar uit: 't is waar, hy was te haren voordeele ingenomen, althands,
-het praatjen gaat, dat hy haar ten huwelijk gevraagd had. Is dit
-werkelijk geschied, en wel, toen zy naauwlijks den veertienjarigen
-leeftijd bereikte, dan bewijst dit reeds op zich-zelf hoe vroeg zy
-naar verstand en hart ontwikkeld moet geweest zijn:--en dat hy nog
-even loflijk over haar bleef spreken, ofschoon het huwelijk tusschen
-hen beiden geen voortgang had, mag misschien als een nog sterker
-bewijs te haren voordeele gelden.
-
-En nu ten behoeve van de zoodanigen onder onze lezers, die noch de
-getuigenissen van Cats aangaande Anna Maria Schurmans, noch zelfs haar
-levensschets in de werkjens van 't Nut van 't Algemeen gelezen hebben,
-de gronden aangevoerd, waarop wy ons gerechtigd achten haar den naam
-van Pandora toe te kennen.
-
-Gewis, hadden wy in de zeventiende eeuw geleefd, wy hadden wel den
-Duivel buiten 't spel gelaten, maar toch misschien geloofd, dat er
-by de geboorte onzer heldin iets bovennatuurlijks had plaats gehad,
-ja dat, even als wy zulks in de toovergeschiedenissen lezen, Feën by
-hare moeder op kraambezoek geweest waren en de jonggeborene ieder met
-een geschenk begiftigd hadden. Zoo had zy reeds, in de eerste plaats,
-een aanzienlijken stand in de maatschappy. Haar vader, Frederik
-Schurmans, stamde af van de Graven van der Mark: haar moeder, Eva de
-Harf, was een adelijke Jonkvrouw uit het Land van Keulen: en het was
-in de stad van dien naam, dat zy op den 5den November, 1607, geboren
-werd. En alsnu aan het spel onzer verbeelding toegevende, laten wy
-haar door een tweede Feë beschenken met aanzienlijke betrekkingen:
-immers, door de huwelijken, welke haar broeders en zusters aangingen,
-vermaagschapte zy zich met de machtigste Regenten. Een derde schonk
-haar die schoonheid van gelaat en bevalligheid van leest, die haar
-tot in haren ouderdom bybleven: een vierde, die ongemeene vlugheid
-van bevatting, waardoor zy reeds op haar derde jaar lezen, op haar
-zevende in drie uren tijds het borduren leeren kon, op haar elfde,
-alleen door toe te luisteren naar het onderwijs, dat haar broeders
-gegeven werd, zich het Latijn eigen maakte en in weinige jaren niet
-alleen de meeste nieuwste talen, maar ook de Grieksche en Hebreeuwsche
-volkomen sprak en schreef, ja vrij bedreven werd in het Syrisch,
-Kaldeeuwsch, Arabisch en Ethiopisch: het, zonder moeite in de wis-,
-natuur- en aardrijkskunde zeer verre bracht, en, over allerlei punten
-van godgeleerdheid en wijsbegeerte met de bekwaamste doktoren kon
-redetwisten. Een vijfde Feë deelde haar de gave mede, om door keurig
-schrift de beste meesters naar de kroon te steken: een zesde den
-aanleg tot de beeldende kunsten. Reeds op haar zesde jaar sneed zy
-met een schaar en pennemes de geestigste figuren: weldra hanteerde zy
-'t penceel en verpoosde zich van wetenschappelijke nasporingen, door
-'t schilderen van bloemen, van vliegend en kruipend gedierte: zonder
-ander gereedschap dan een mes, wist zy uit palmhout de meest gelijkende
-portretten te vormen: met een diamant graveerde zy bevallige groepen
-op glas: in de boetseerkunst bracht zy het tot zoodanige hoogte, dat
-zy niet alleen bloemen, vruchten en edelgesteenten, maar ook haar
-eigen borstbeeld uit wasch wist te kneden, zoo volkomen gelijkend,
-dat er enkel het leven aan ontbrak. Van een zevende Feë ontfing
-zy de gave der poëzy, en nog getuigen enkele Hollandsche zoowel als
-Latijnsche dichtstukjens, hoe fiksch zy de lier hanteerde. Een achtste
-Feë boezemde haar smaak in voor de muziek, die zy met een gelukkig
-gevolg beoefende, en, om de waardy van al die gaven te verhoogen, werd
-haar door een negende een lieftallige zedigheid geschonken. Wanneer
-zy, in den kring harer gezellinnen gezeten, zich onledig hield met
-vrouwlijk handwerk en koutte over de meest alledaagsche onderwerpen,
-had niemand in haar die wonderbare geleerdheid vermoed, waardoor zy
-niet alleen boven hare speelnooten, maar boven vele beroemde mannen
-van haar tijd uitblonk: ja, zoo warsch was zy van het najagen van
-onderscheiding en roem, dat haar verdiensten nimmer in al haar omvang
-bekend zouden geworden zijn, indien niet mannen als Rivetus, Vossius,
-Salmazius, Spanheim, Beverwijk, Huyghens, haar, tegen haar wil, op het
-tooneel der waereld gebracht hadden. Deze rekenden het zich tot eere,
-briefwisseling met haar te houden, haar antwoorden te vertoonen en haar
-lof alom te verkondigen. Zoo kwam het, dat ook de beroemdste geleerden
-uit den vreemde, als Balzac, Gassendi, Marsenne, Bochart, en anderen,
-aan haar schreven en wederkeerig brieven van haar ontfingen. Op deze
-wijze bracht de faam haar naam geheel Europa door. Was 't wonder,
-dat de Princes van Boheme haar lief had, dat Richelieu haar blijken
-zijner hoogachting toezond, dat Louise Marie de Gonzaga, toen zy
-als Bruid van Vladislaus naar Polen reisde, dat de Hertogin van
-Longueville, by gelegenheid van den vrede van Munster hier gekomen,
-en later Kristina van Zweden, haar in haar woning te Utrecht bezochten?
-
-Maar weinige van haar lettervruchten leverde zy, en nog gedwongen,
-aan de pers: de eerste verscheen in 1636: 't was een gedicht op
-de stichting der Hooge School te Utrecht. In 1641 verscheen haar
-Latijnsche redevoering over de vraag: "of het studeeren aan vrouwen
-geoorloofd is:" in 1658 eerst, een verzameling van werkjens, in
-Hebreeuwsch, Grieksch, Latijnsch en Fransch rijm en onrijm vervaardigd.
-
-Zoo begaafd was zy--en zoovele gaven bracht zy tot een vrijwillig
-offer aan haar overtuiging, dat alle wetenschap ydel was, en dat de
-Heer haar geboden had, afstand te doen van haar vroegere levenswijze,
-om zich uitsluitend aan Zijn dienst te wijden. De waereld vergeeft
-het nooit, dat men de eer, die zy schenken kan, met voeten treedt,
-en brandmerkte voortaan met den naam van Dweepster haar, die zy
-als Tiende Muze bewierookt had. Ja, toen Anna Maria Schurmans in
-1678 te Wiewert in Friesland stierf, was zy door haar tijdgenooten
-vergeten. Maar wy, wy herhalen nog, met trots, de regels, die Cats
-onder haar afbeelding schreef:
-
-
- Wie oyt dit aerdig beelt sult komen aen te schouwen,
- Hout vast, dat gy hier siet een roem voor alle vrouwen.
- Van dat de waerelt stond tot heden op ten dagh,
- Niet een die haar geleeck of nu bereycken magh.
-
-
-Anna Maria Schurmans mocht in geen haar gelijkend kroost herleven. Op
-het kraambezoek, dat wy verdicht hebben, was, zoo als dit in alle
-toovergeschiedenissen regelmatig plaats heeft, eene enkele Feë by
-ongeluk niet gebeden, en deze, hierover vergramd, had den vloek
-over haar uitgesproken, dat--ofschoon aan alle mannen behagende--zy
-des-niet-te-min maagd zoû sterven.
-
-
-
-
-
-
-
-JAN STEEN.
-
-
-Onder die werkjens, welke de Maatschappy "tot Nut van 't Algemeen"
-heeft uitgegeven met het loffelijk doel, om de geschiedenis van ons
-Vaderland en van de groote mannen, die het heeft voortgebracht, aan den
-volke bekend te maken, doch waarvan het noodlottig gevolg geen ander
-is geweest, dan dat, "tot algemeen nadeel", aan den volke talrijke
-onwaarheden opgedischt en talrijke valsche begrippen zijn verkondigd
-geworden, behoort vooral zekere galery, die begint met Jan Steen en
-eindigt met Gravin Jacoba. Over deze laatste, die er zeer dwaaslijk
-op een plaatjen wordt voorgesteld als een pottebakster, hebben wy
-hier niet te spreken; wel over den eerstgenoemde, wien plaatsnijder
-en verhaler ons afschilderen als een dronken lichtmis, wiens geheele
-leven getuigenis draagt van liederlijke zorgeloosheid en brassery. Het
-is tegen dezen groven laster, jegens een onzer grootste schilders
-gepleegd, dat wy beginnen moeten, met protest aan te teekenen.
-
-Zoeken wy naar den oorsprong van al de sprookjens, waarmede schrijvers,
-die 't beter hadden kunnen en moeten weten, hun lezers hebben zoeken
-te vermaken ten koste van Jan Steen, zonder zich te laten terughouden
-door de gedachte, dat hun logens, door andere, ook vreemde schrijvers
-voor goede munt opgenomen, ten gevolge moesten hebben, dat de goede
-naam van een landgenoot bezwalkt en de eer zelve van dat land er door
-verminderd werd, wy vinden dien oorsprong wederom by Houbraken en
-Campo Weyerman terug. Intusschen, waar de eerste, misschien te goeder
-trouw, maar zeker zonder eenig onpartijdig en naauwgezet onderzoek,
-en bovendien geheel verstoken van alle oordeel des onderscheids,
-alles aannam en opteekende wat hem werd overgebriefd, schepte de
-laatste een kwaadaardig genoegen in het verlagen en bekladden van het
-karakter zijner kunstgenooten, zamelde hy gretig en met voorbedachten
-rade alle vertellingen op, hoe vuiler en onwaardiger hoe liever, die
-hy in kroegen en kitten vernomen had, en stelde die op rekening van
-dezen of genen kunstenaar, wiens leven hy heette te schetsen. Zoo
-heeft hy gehandeld ten opzichte van Rembrandt, van Van der Helst,
-van vijftig anderen, inzonderheid van Jan Steen.
-
-Wy willen ons de moeite niet geven, al de grollen, welke men van
-dezen laatste verteld heeft, op te halen en er het logenachtige
-van aan te toonen. Alleen ernstige schrijvers en die geen werk het
-licht doen zien zonder dat zy uit overtuiging spreken, verdienen
-wederlegd te worden. Wy willen ons zelfs de moeite niet geven, Jan
-Steen te zuiveren van den op hem geworpen blaam van dronkenschap
-en lichtmissery, en zulks om de zeer eenvoudige reden, dat voor al
-wie maar eenig gezond verstand bezit en het verkiest te gebruiken,
-de beschuldiging van zelve wegvalt, wanneer hy nagaat, dat Jan Steen,
-in een leven van drie-en-vijftig jaren, dus in een tijdsverloop van
-een groote dertig jaren, ongeveer vijfhonderd schilderyen--zestien a
-zeventien 's jaars--(om niet van een aantal teekeningen te spreken)
-vervaardigd heeft, waarvan verre weg de meesten met een aantal figuren
-voorzien, en die, byna zonder onderscheid, met de grootste zorg en
-uitvoerigheid beärbeid zijn.--Wie in dronkenschap verkeert, moge
-al een vluchtige schets maken, waar geest in doorstraalt: het zal
-hem onmogelijk zijn, zuiverheid in zijn omtrekken, naauwkeurigheid
-in zijn teekenen, harmonie in proportiën en kleuren, volkomenheid
-in zijn ordonnantie te brengen: hy zal kunnen aanvangen, nimmer
-voltooien: juist dat voltooien, dat in elk deel afwerken van een
-reeks van meesterstukken, wier aantal door weinigen is geëvenaard,
-door iemand, die er de weinige nuchtere uren aan moet doorbrengen,
-aan een liederlijk leven ontwoekerd, is meer dan iets ongelooflijks;
-het is dood eenvoudig een onmogelijkheid.
-
-'t Is waar, de ontwerpen, welke Jan Steen 't liefst en 't gelukkigst
-behandelde, zijn tooneelen, waarin drinken en smullen de hoofdrol
-speelt: 't zijn voorstellingen van kermissen, van vrolijke partyen,
-van dartele vermaken, van de gevolgen, die zy na zich slepen: en hoe
-meer waarheid er in de behandeling daarvan heerscht, hoe meer men
-het gevolg er uit meent te mogen trekken, dat alleen de yverige en
-trouwe deelnemer aan zulke tooneelen ook in staat kon zijn ze naar 't
-leven terug te geven.--Die gevolgtrekking is echter onjuist. De goede
-Jean de la Fontaine was in 't geheel geen lichtmis of verleider, al
-volgde hy--zelf op onnavolgbare wijze--in zijn vertellingen het spoor,
-door Boccacio en Aretijn gewezen: en Molière, als blijgeestig dichter
-door niemand overtroffen, was zelf van nature zwaarmoedig.--Omgekeerd
-vindt men schrijvers, wier werken niets ademen dan godsdienst en
-zedelijkheid, en die in handel en wandel zich gedroegen of er voor
-hen noch God noch gebod bestond.
-
-Wy noemden Molière:--en mist Nederland de eer, een blijspeldichter
-te kunnen vertoonen, hem gelijk, de eeuw van Frederik Hendrik heeft
-in Jan Steen een genie voortgebracht, Molière op zijde strevende waar
-het aankomt op geest van opmerking, op naieve oorspronkelijkheid van
-gedachten, op vernuftige opvatting, op natuurlijkheid van voorstelling,
-op vrolijke scherts, op het naar waarheid schetsen van karakters,
-hartstochten en gebreken.--Elke schildery van Jan Steen is een blij- of
-kluchtspel, al naar dat het onderwerp het mede brengt, vol gelukkigen
-luim, in al zijn deelen volkomen: hoe langer en hoe aandachtiger men
-het beschouwt, hoe meer men niet alleen er geest en leven in ontdekt,
-maar hoe meer men ook de overtuiging in zich voelt oprijzen, dat achter
-menige scherts, die schijnbaar alleen dient om de lachspieren op te
-wekken, een wijsgeerige gedachte verborgen ligt. Vele schilderyen, ook
-der grootste meesters, moet men zich vergenoegen te bewonderen: die
-van Jan Steen dwingen ons ook, te denken.--Neen, in zijn driedubbele
-hoedanigheid van zorgvuldig opmerker, van wijsgeer, die lachend de
-waarheid verkondigt, en van uitmuntend schilder, is Jan Steen tot
-heden niet geëvenaard, veel min overtroffen. Wie toch is beter dan
-hy er in geslaagd, om, wat het burgerlijk leven om zich heen zag,
-met zooveel juistheid en smaak op het doek terug te geven?--By Jan
-Steen is altijd een hoofdgedachte aanwezig, die hy op de gelukkigste
-manier weet uit te werken. Niet alleen is de ordonnantie boven allen
-lof verheven; maar elk détail, met overleg gekozen en, 't zij meer
-of min belangrijk, altijd met gelijke zorg behandeld, werkt mede,
-om den indruk te verhoogen, dien 't geheel op den toeschouwer maken
-moet: alle voorwerpen redden zich: licht en bruin zijn geschakeerd
-gelijk dit enkel door den zoodanige geschieden kan, die in de geheimste
-verborgenheden der kunst is ingewijd;--in een woord, overal paart zich
-by hem, aan de grootste waarheid van opvatting, de grootste waarheid
-in de wijze waarop hy die opvatting heeft teruggegeven.--Nogmaals, de
-man, die, niet een enkele reize, niet gedurende een byzonder tijdperk
-van zijn leven, maar keer op keer, maar bestendig, maar in geheel
-zijn schildersloopbaan, zulke kunstgewrochten wist voort-te-brengen,
-diens vernuft was door geen brassery verstompt, diens hand was door
-geen dronkenschap aan 't beven geraakt.
-
-Even fabelachtig als de vertellingen van Houbraken en Weyerman
-aangaande de levenswijze en het gedrag van Jan Steen, even
-onnaauwkeurig zijn hun opgaven betreffende zijn geboorte, bedrijf
-en levensloop.--Het is met onloochenbare bewijzen gestaafd, dat
-Jan Steen in 1626, alzoo tien jaren vroeger dan men tot dus verre
-meende, is geboren; en wel te Leyden, waar zijn geheele familie al
-meer dan een eeuw met eere bekend en gezeten was. Niet Brouwer, als
-men verhaald heeft--zeker om meer kleur van waarheid by te zetten
-aan de sprookjens over zijn ongeregeld leven--niet Brouwer, die
-reeds overleden was toen Jan Steen nog een knaap was, maar Ostade,
-wiens voortreffelijk koloriet--en Van Goyen, wiens manier in 't
-landschapschilderen--hy navolgde, waren zijn meesters: en het was met
-de dochter van laatstgemelde, dat hy zich in September 1649 in den
-echt verbond. Zoo hy al een tijd lang te Delft aan 't hoofd stond van
-een brouwery, zijn naam bleef te Leyden prijken op de registers der
-broederschap van Sint Lukas, die hem in 1648 had opgenomen onder haar
-leden; 't zij, dat zijn beroep hem verdroot, als hem te weinig tijd
-overlatende voor zijn geliefkoosde studiën, 't zij, dat werkelijk die
-studiën hem dat beroep meer deden verwaarlozen dan op den duur met
-zijn belang als huisvader overeenkwam,--en dit kunnen wy gereedelijk
-aannemen zonder dat wy daarby aan eenig wangedrag hebben te denken--hy
-gaf het op en zijn woonplaats te Delft meteen, om zich wederom te
-Leyden te vestigen. Weduwenaar geworden hertrouwde hy met Maayken van
-Egmond, weduwe van den boekverkooper Claes Herculens, en uit al wat
-men, niet uit beuzelachtige praatjens, maar uit waarachtige oirkonden
-van hem weet, is niet anders op te maken, dan dat hy er als een stil
-en ordentelijk gezeten burger leefde, die zich de achting zijner
-medeburgers wist te verwerven. De oude en rechtschapen Jan Lievensz,
-toen de Nestor der Hollandsche schilders, was zijn vriend: en de toen
-nog jeugdige Karel de Moor verhaalde lang naderhand met opgewondenheid
-van de gesprekken over kunst, welke hy met Jan Steen gevoerd had.
-
-"Is er daarom geen enkel woord waar van de vertellingen, die
-betreffende Jan Steen in omloop zijn? Heeft hy niet eene van die
-snakeryen bedreven, niet een van die koddige gezegden gebezigd, die
-hem worden toegeschreven?"--Ziedaar wat wellicht meer dan een ons
-vragen zal, wien 't zelfs misschien heimlijk verdrieten zoû, betere
-gedachten dan te voren aangaande den schilder te moeten voeden,
-die tot nog toe hem voor den geest gestaan had als het ideaal van
-geniale dwaasheid.--Wy durven hier geen bepaald antwoord op geven:
-het is zeer mogelijk, niet onwaarschijnlijk zelfs, dat iemand, wiens
-brein zoo vruchtbaar was in 't uitdenken van kluchtige toestanden
-op 't paneel, nu en dan ook zelf een klucht bedreven, aan dezen of
-genen een vrolijke poets gespeeld heeft. Maar daarom behoefde nog de
-uitdrukking: "het is een stukjen van Jan Steen" niet, in plaats van op
-zijn schilderyen, op den man zelven te worden toegepast, in dien zin,
-als ware zijn leven een voortdurende klucht geweest:--en wellicht is
-in den aanvang alleen aan de valsche toepassing dier uitdrukking de
-slechte dunk te wijten, dien men zich van Jan Steen heeft gevormd,
-en waaruit zijn biografen aanleiding hebben genomen zoo veel zotte
-bedrijven op zijnen hals te schuiven.--
-
-Jan Steen overleed den 3den February 1679 en werd in de Pieters-kerk
-te Leyden begraven, vijf kinderen, niet in een berooiden boedel,
-maar in goeden doen achterlatende.
-
-
-
-
-
-
-
-JAN EVERTSEN.
-
-
-Was er immer een geslacht, dat zich op zee beroemd maakte en den dank
-van 't Vaderland verdiende, het is dat der Evertsens. De man, wiens
-naam aan het hoofd van deze schets gelezen wordt, was niet de eerste
-noch zou de laatste uit dat geslacht zijn, die zich door luisterrijke
-daden, als scheeps- of zeevoogd onderscheidde; doch zoo hy by voorkeur
-in deze galery een plaats heeft bekomen, 't is niet alleen omdat de
-meesten zijner naamgenooten tot een vroeger of tot een later tijdvak
-behooren dan het door ons behandelde, maar ook omdat hy door tal
-van heldenfeiten boven allen uitmunt. Zijn vader, als hy genoemd,
-was den dood voor 't Vaderland gestorven: hy zelf, in 1600 geboren,
-en reeds vroeg in zeedienst getreden, gebood in 1636 als Kommandeur
-een viertal oorlogsvaartuigen, die in last hadden, de koopvaardyvloot
-naar Frankrijk te geleiden. Eenige koopvaarders, wellicht belust, om,
-door vroeger dan de overigen ter bestemmingsplaatse te zijn, hun lading
-met meer voordeel te slijten, waren zonder konvooi vooruitgezeild. Dit
-was den Duinkerkers ter oore gekomen, en de wakkere Amiraal Jacques
-Collaert, mede tot een geslacht behoorende, welks leden zich op zee
-beroemd hadden gemaakt, was met drie welbemande schepen afgezonden om
-den onbeveiligden buit prijs te maken. Op den 10en February klampte
-hy de koopvaarders aan boord, en zoû die met zich gevoerd hebben,
-toen Evertsen, die, van de begane onvoorzichtigheid onderricht,
-onmiddelijk was afgezeild om er de gevolgen van te voorkomen, de
-bedreigde vaartuigen te hulp kwam. Joost van der Trappen, gezegd
-Banckert--van welken naam er op dat tijdstip vier in dienst van den
-Staat waren--en nog twee andere Kapiteins vergezelden hem. Na een
-hevig gevecht van vijf uren, op de hoogte van Dieppe geleverd, werd
-een der Duinkerkers in den grond geboord, en het derde, waarop zich
-Collaert met zijn Vice-Amiraal Matthijs Rombouts bevond, zoo heftig
-door de beide Zeeuwsche Bevelhebbers beschoten, dat Collaert reeds
-op het punt was, zich in de lucht te laten springen; maar zijn schip
-was vast geraakt, had reeds water in en ging met twee honderd man
-te gronde. Honderd vijftig anderen werden met de beide Bevelhebbers
-gevankelijk te Vlissingen opgebracht.
-
-In het volgende jaar tot Vice-Amiraal van Zeeland benoemd,
-deelde Evertsen op den 21sten October 1639 in de glorie, by Duins
-behaald. Aan hem was de eervolle taak opgedragen, den kamp te wagen
-met het reusachtige monsterschip van den Amiraal van Portugal, de
-Mater Teresa. Zoo stevig gebouwd was dit zeegevaarte, en zoo dik van
-bekleeding, dat de kogels, daarop afgezonden, even weinig uitwerking
-deden als de ganzenhagel hebben zoû op den huid van een olifant,--en
-evenmin bestond er mogelijkheid, een schip te enteren, dat zich zoo
-hoog verhief boven de overige vaartuigen en door een bemanning van
-twaalfhonderd kloeke zeelieden verdedigd werd. En toch wist Evertsen
-zijn vervaarlijken tegenstander zoo lang bezig te houden, tot dat hy
-hulp bekwam van Van Galen en daarna van Musch, aan wiens branders het
-gelukte, het zeekasteel te vernielen. Maar niet voldaan met een roem,
-welken hy met anderen gedeeld had, vervolgde en achterhaalde Evertsen
-de nu uit Duins gejaagde Spanjaarts: en het mocht hem gelukken,
-niet minder dan negen hunner schepen, waaronder zes Galjoenen, te
-bemachtigen en in Zeeland binnen te brengen.
-
-Drie jaren later, in 1642, onderscheidde hy zich op nieuw, door
-een drietal Hollandsche koopvaarders aan de Duinkerkers, die ze buit
-gemaakt hadden, weder te ontnemen, en, zoo de kaperyen op de Vlaamsche
-kusten gedurende de laatste jaren van Frederik Hendriks bestuur minder
-talrijk waren dan voorheen, het was grootendeels aan de waakzaamheid
-van Jan Evertsen en aan den schrik, welken hy inboezemde, dat men
-zulks te danken had.
-
-In 1652--om van tochten en oorlogsfeiten van mindere beteekenis niet
-te gewagen--was Evertsen tegenwoordig by den scheepstrijd, tusschen
-Tromp en Blake by Doever geleverd, en op den 10den December van dat
-zelfde jaar, was het in een tweeden slag tusschen die zelfde beide
-zeehelden, dat, vooral ten gevolge van zijn mannelijk gedrag, de
-overwinning zich voor de onzen verklaarde.
-
-Geen minderen roem verwierf hy zich in 't volgende jaar, toen in
-de Hoofden, drie dagen lang--van 28 February tot 2 Maart--nogmaals
-tusschen de genoemde Zeevoogden slag geleverd werd; en glansrijk werd
-het gedrag, door hem te dier gelegenheid gehouden, zoo door Hun Hoog
-Mogenden, als door de Staten van Holland erkend. Nog in datzelfde jaar
-gaf hy herhaalde bewijzen zijner dapperheid, op den 12den Juny, in den
-zeeslag voor Nieuwpoort, daags daarna in dien voor Duinkerken, als ook
-by Katwijk en ter Heide: in welken laatsten strijd Tromp sneuvelde,
-en het schip, waarop Evertsen zich bevond, zoo reddeloos geschoten
-werd, dat hy genoodzaakt was, zich naar de Maas te laten sleepen.
-
-Het was alleen de omstandigheid, dat hy een Zeeuw was niet alleen,
-maar ook tot de Amiraliteit van Zeeland behoorde, dat onzen held
-de miskenning te beurt viel, welke hem trof, toen het opperbevel,
-waarop, na het overlijden van Tromp, niemand betere en meer gegronde
-aanspraken had kunnen maken dan hy, hem niet gegund werd. 't Is waar,
-hy zag zich geen zijner krijgsmakkers voorgetrokken; want de nieuwe
-Luitenant-Amiraal, de Heer van Wassenaer, had nimmer ter zee gediend;
-maar de zonderlinge politiek, toen door het Staatsbestuur gevoerd,
-waardoor mannen, die hun leven aan boord en in 't heetst der zeegevaren
-hadden doorgebracht, voortaan moesten gehoorzamen aan iemand, die,
-hoe bekwaam en moedig ook, toch niet de minste ondervinding bezat,
-was niet geschikt om een gunstigen indruk by de oude strijdgenooten
-van Piet Hein en Tromp te maken: en de uitkomst leerde dan ook,
-dat hun ergernis niet onbillijk, en hun bezorgdheid voor 's Lands
-eer niet zonder grond was.
-
-Eenige vergoeding voor de ontfangen te-leur-stelling mocht Evertsen
-ondervinden, doordien hy in 1664--ware het dan ook spade--werd
-aangesteld tot Luitenant-Amiraal van Zeeland. En toch, het scheen,
-of die vergoeding alleen moest strekken om hem nog dieper kwellingen
-aan te doen. Immers, in 't volgende jaar, onder Wassenaer, dien
-beroemden slag gestreden hebbende, waarby deze door zijn eigen kruit
-in de lucht sprong en, ten gevolge van den verkeerden geest die by
-de vloot heerschte, onze zeemacht de meest volkomen neêrlaag leed,
-welke zy immer ondervond, werd hy, de grijze krijgsheld, die een
-der weinigen was geweest onder hen, die de eer der vlag gehandhaafd
-hadden, by zijn terugkomst, door 't gepeupel in den Briel gescholden,
-van flaauwhartigheid beticht, aangerand, in 't water gesmeten. Nog in
-tijds werd hy gered; maar geen wonder was het, dat hy, na dat zelfs een
-nadrukkelijk schrijven der Staten van Zeeland aan de Staten-Generaal
-niet de uitwerking gehad had, dat hem behoorlijke voldoening voor
-'t gegeven onrecht werd gegeven, zich voor een tijd lang, zelfs met
-goedvinden der Staten van zijn Gewest, aan den dienst onttrok. Zijn
-jongere broeder, de niet minder dappere Cornelis Evertsen, werd in
-zijne plaats tot Luitenant-Amiraal benoemd, doch sneuvelde reeds in 't
-volgende jaar 1666. Toen bood Jan Evertsen nogmaals aan 't Vaderland
-zijn diensten aan, er den wensch byvoegende, dat hy, even als zijn
-vader, als een zijner zonen, als vier zijner broederen, ten nutte van
-'t Gemeenebest, op het bed van eer mocht sterven. Dit aanbod was des
-te edelmoediger, om dat Evertsen vooraf wist, dat hy nu zoû komen te
-staan onder 't bevel van een Vlootvoogd, die, jonger officier dan hy,
-te voren een rang beneden den zijnen had bekleed, die mede een Zeeuw
-was, hoezeer dan onder de Amiraliteit van Amsterdam staande. 't Is
-waar, die Vlootvoogd was Michiel Adriaensz. de Ruyter, en zelfs een
-Evertsen achtte het geen vernedering, diens bevelen te volgen. 't
-Was echter in hooger raad beschikt, dat de tocht, welken onze held nu
-volbrengen ging, zijn laatste wezen zoû. In den noodlottigen zeeslag
-van 4 Augustus 1666 werd hem reeds by het eerste treffen het been door
-een kogel weggenomen, ten gevolge waarvan hy kort daarop overleed. By
-besluit der Staten van Zeeland van 19 Augustus werd hy plechtstatig
-ter aarde besteld en op het praalgraf in de Sint Pieters Kerk te
-Middelburg, dat zijn overschot en dat van zijn broeder Cornelis
-besluit, hun beider afbeelding in marmer uitgehouwen. Voorts werd 's
-Vaders nagedachtenis in den zoon vereerd, en deze, onder buitengewoon
-gunstige voorwaarden, tot Vice-Amiraal bevorderd.
-
-
-
-
-
-
-
-BARTHOLOMEUS VAN DER HELST.
-
-
-Te Amsterdam, op den Kloveniersburgwal, staat een gebouw, dat onder
-den naam van Trippenhuis een historische vermaardheid verworven
-heeft. Dat gebouw is, gelijk dit trouwens met alle groote gebouwen
-te Amsterdam plaats heeft, tot meer dan één doel bestemd: in het
-eene gedeelte daarvan is de Koninklijke Academie van Wetenschappen
-gevestigd: het andere gedeelte dient tot pakhuis, en daarin is
-opgeslagen eene der kostelijkste verzamelingen van schilderyen,
-welke op de waereld bestaat. Ik bezig de benaming "pakhuis", ofschoon
-die van "Rijks-museum" officieel is, en dan ook in de katalogussen,
-guides, enz., voorkomt. Zy is echter onjuist, zoowel wat het eerste
-als wat het tweede deel der samenstelling betreft. De schilderyen,
-die hier gevonden worden, zijn niet alle Rijks-eigendom: sommige
-behooren aan de Stad Amsterdam; en al is het getal daarvan gering,
-men weet, dat een half dozijn groote diamanten van 't zuiverste water
-een omboordsel van honderd kleinere en min schitterende juweelen in
-waarde overtreffen: zoo is het ook hier. Een benaming, waardoor men
-in den waan gebracht wordt, als behoorden al de kunstvoortbrengselen,
-hier verzameld, aan het Rijk, is alzoo min naauwkeurig;--maar niet
-minder moet ik my verzetten tegen het woord "Museum". By al wie
-'t hoort rijst onwillekeurig de gedachte op aan ruime, smaakvolle
-galeryen en zalen, waar ieder kunstgewrocht met oordeel is ten toon
-gesteld, een behoorlijk licht ontfangt, en van den afstand, dien de
-perspektief vereischt, beschouwd kan worden: waar alles samenwerkt,
-om het oog des kunstenaars te voldoen, het eene voorwerp aan de
-uitwerking van het andere geen nadeel toebrengt, en waar, vooral,
-noch onwillekeurige beschadiging, noch moedwillige roof, onder de
-mogelijkheden kunnen gerekend worden. Geen enkel der hier genoemde
-vereischten van een Museum is op het Trippenhuis aanwezig. In plaats
-van in zalen en galeryen, hangen de schilderstukken in afgeschoten
-kamers, hokken en portalen, of langs den trap. Op de meesten valt het
-licht of in 't geheel niet, of verkeerd, zoo dat het geschilderde
-niet te onderscheiden is. Zoekt men het standpunt van waar een
-ten-toon-gestelde schildery gezien moet worden, dan gebeurt het
-veelal, dat men, al rugwaart gaande, tegen den wand komt, zonder
-het nog te hebben gevonden; in de gangen en op den trap verkeert men
-gedurig in gevaar, met den elleboog een deuk, zoo geen gat, in een
-doek te stooten of de verf van een paneel te schaven;--en, wat roof
-betreft, een voorval, dat ieder nog versch in 't geheugen liggen zal,
-heeft bewezen, hoe gemakkelijk die gepleegd kon worden. 't Is waar,
-men heeft, om een herhaling van zoo stout een feit te voorkomen, de
-schilderyen tegen den wand gespijkerd: waarvan het gevolg is, dat, ja,
-geen dief ze meer zal wegdragen; maar ook, dat, in geval van brand,
-geen reddende hand ze in veiligheid zal kunnen brengen.
-
-Wanneer gy dat pakhuis zijt binnengetreden, en, na met behoedzaamheid
-den trap beklommen te hebben, u naar de voorkamers begeeft, zal,
-onder de zoo vele onwaardeerbare schatten, aldaar verzameld, een
-kapitaal schilderstuk vooral uw aandacht trekken, en, ten zij gy van
-smaak en kunstzin ten eenemale ontbloot zijt, den tol uwer bewondering
-vorderen. Het onderwerp heeft niets, dat byzonder poëtisch, verheven,
-of zelfs treffend genoemd mag worden. 't Is een maaltijd, gehouden door
-schutters uit de zeventiende eeuw. Wel is waar verbindt zich daaraan
-de gedachte aan den Munsterschen vrede, die op dat feestmaal gevierd
-wordt, de herinnering van een tijdperk van kracht, roem en welvaart;
-maar toch niet dáárin is de hoofdverdienste der schildery gelegen. Ook
-afgescheiden van 't geen verbeelding in 't gemoed des beschouwers
-kan doen oprijzen, om den ontfangen indruk te verhoogen, is het in
-de eerste en voornaamste plaats om de waarheid der voorstelling,
-dat het kunstwerk aanspraak maakt op onzen lof: zoo ergends, hebben
-wy hier het leven voor oogen. Samenstelling, kleur, overeenstemming
-der deelen, uitdrukking, alles is schoon, alles is volmaakt, en,
-om hier de woorden te gebruiken van iemand, wiens bevoegdheid als
-kunstrechter niemand wederspreken zal, van Sir Joshua Reynolds:
-"er bestaat wellicht geen treffelijker portretstuk op de waereld
-dan dit, hetwelk, meer dan eenig ander, al de eigenschappen bezit,
-in afbeeldsels gevorderd."
-
-Gewis mag Nederland er trotsch op zijn, dat de schilder, die in een
-byzonder kunstvak het volkomenste werk leverde, hier het eerste
-levenslicht zag, hier zijne opleiding genoot en hier zijn arbeid
-verrichtte: en niet minder mag het opmerking verdienen, dat ook wederom
-het tijdvak, 't welk het vruchtbaarst was in groote mannen van alle
-soort, getuige was van den bloei van Bartholomeus van der Helst.
-
-Wie was Bartholomeus van der Helst? Waar, by wien, had hy zich gevormd
-en dat meesterschap opgedaan over 't penceel, 't welk hem tot zulk een
-verbazende hoogte in de kunst verhief?--Helaas! hoe weinig voldoende
-zijn de antwoorden, welke wy op deze vragen bekomen. Alleen dit
-vernemen wy, en nog wel zonder eenigen waarborg voor de echtheid der
-bronnen, waaruit de mededeeling is geput, dat hy in 1613 te Haarlem
-zoû zijn geboren: en met meer zekerheid weten wy, dat zijn broeder
-kastelein was in den Handboogdoelen te Amsterdam. Hoe onbeteekenend
-deze laatste byzonderheid oppervlakkig schijne, zy was het vermoedelijk
-niet wat haar invloed betrof op de loopbaan des kunstenaars; ja
-wy mogen aannemen, dat zy den grondslag legde, zoo niet tot zijn
-talent, dan tot zijn fortuin. Door zijn broeder den kastelein kwam
-de jeugdige van der Helst in betrekking met de Doelisten, met de
-Doelheeren, met de Hoofden der Schutteryen, met zoovele andere rijke
-en aanzienlijke Amsterdammers, als gewoon waren, de herberg op den
-Cingel ter oefening of ter uitspanning te bezoeken. Wat schoone en
-welkome gelegenheid voor den schilder, om bestellingen te bekomen, om
-portretten te vervaardigen, om zijn natuurlijken aanleg meer en meer
-te ontwikkelen, te beschaven, te volmaken, en, zoo doende, in staat
-te geraken, op vijf-en-dertig-jarigen leeftijd zijn onovertroffen
-meesterstuk te leveren. Was het wonder, dat de Doele-schilder,
-wiens rijke ordonnantie, wiens frisch en gloeiend koloriet, wiens
-tevens breede en uitvoerige bewerking, wiens weelderigheid in
-'t bybrengen van bevallige en keurige uitgewerkte cieradiën meer
-geschikt was om aan de menigte te behagen dan de manier zelfs van een
-Rembrandt--welke laatste meer zich-zelven dan zijn modellen zocht te
-voldoen, en alleen door lieden van verhoogden kunstzin en diep gevoel
-recht gewaardeerd kan worden;--was het wonder, zeg ik, dat Van der
-Helst eerlang de schilder naar de mode werd, dat Vorsten en Regenten
-zich tot een voorrecht rekenden, door hem te worden afgebeeld, dat
-hy zich aanzienlijke prijzen voor zijn arbeid betalen zag, en onder
-de kunstenaars van zijn tijd byna de eenige was, die by zijn sterven
-een belangrijk vermogen achterliet aan zijn zoon.
-
-De naam van Van der Helst is uitgestorven: zijn vermogen in vreemde
-handen overgegaan: wat de geschiedenis van hem vermeldt is niet
-noemenswaardig;--doch er zoû ook een tijd kunnen komen, dat zelfs
-zijn verdienste als kunstenaar werd miskend:--en dat kan zeer
-licht gebeuren, wanneer voortdurend aan zijn meesterstukken een
-verblijf wordt toegewezen, ongeschikt om ze naar behooren te doen
-zien en waardeeren. Wat wy voor zijn werk vragen, vragen wy tevens
-voor de erfenis, die zijn groote broeders in de kunst ons hebben
-nagelaten. Mogen wy ons vleien, dat, by den overvloed, die thands in
-de schatkist schijnt te heerschen, by de onbekrompenheid, waarmede
-men 's Lands gelden aan industriële werken van hoogst twijfelachtig
-nut verkwist, ook eens iets gedaan zal worden ter opwekking van
-het esthetisch gevoel der Natie en tot bewaring van den vroegeren
-roem? Zoû by het aanbieden der Begrooting van een volgend jaar
-ook eens aan de Kunst gedacht worden en een som daarop voorkomen,
-bestemd tot bestrijding der kosten van een nieuw gebouw, dat het
-besproken pakhuis zal vervangen, een gebouw, het Rijk, de Hoofdstad
-waardig, maar waardig vooral de Kunsttrezoren, ter wier bewaring
-het bestemd zal worden?--Op geen andere wijze toch zal Nederland
-zich vrij maken uit den toestand, waarin het zich gebracht ziet,
-van te moeten blozen en zwijgen by het verwijt des vreemdelings,
-dat het zijn kunstschatten verwaarloost, zijn kunstroem niet telt,
-en zijn groote mannen aan vergetelheid ten prooi geeft.
-
-
-
-
-
-
-
-VOLGORDE DER LEVENSSCHETSEN.
-
-
-Frederik Hendrik.
-Pieter Pieterszoon Hein.
-Jacob Cats.
-Johan Pieterszoon en Diederik Swelinck.
-Gerardus Johannes Vossius.
-Willem en Joan Blaeu.
-Pieter Corneliszoon Hooft.
-Laurens Reael.
-Marten Harpertszoon Tromp.
-Huig de Groot.
-Joost van den Vondel.
-Nicolaas Pieterszoon Tulp.
-Witte Corneliszoon de With.
-Jan Janszoon Starter.
-De dochters van Roemer Visscher.
-Caspar van Baerle.
-Leonardus Marius.
-Rembrandt van Rijn.
-Jan van Galen.
-Konstantijn Huygens.
-Jan Adriaensz. Leeghwater.
-Paulus Potter.
-Jacob van Kampen.
-Anna Maria Schurmans.
-Jan Steen.
-Jan Evertsen.
-Bartholomeus van der Helst.
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] Vossius en Van Baerle.
-
-[2] Anna en Tesselschade.
-
-[3] "Geen Koning".
-
-[4] "Hoe veel te meer".
-
-[5] Redevoering over het Leven en de verdiensten van Rembrandt van
-Rijn enz. door Dr. P. Scheltema, van Amsterdam. P. N. van Kampen. 1853.
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Neêrlands Roem, by J. Van Lennep
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEÊRLANDS ROEM ***
-
-***** This file should be named 44863-8.txt or 44863-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/4/4/8/6/44863/
-
-Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
-Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
-Gutenberg.
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License available with this file or online at
- www.gutenberg.org/license.
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation information page at www.gutenberg.org
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at 809
-North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
-contact links and up to date contact information can be found at the
-Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-