diff options
Diffstat (limited to '44863-8.txt')
| -rw-r--r-- | 44863-8.txt | 7274 |
1 files changed, 0 insertions, 7274 deletions
diff --git a/44863-8.txt b/44863-8.txt deleted file mode 100644 index 68aea12..0000000 --- a/44863-8.txt +++ /dev/null @@ -1,7274 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of Neêrlands Roem, by J. Van Lennep - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - - -Title: Neêrlands Roem - Galerij van Beroemde Nederlanders uit het tijdvak van Frederik Hendrik - -Author: J. Van Lennep - -Illustrator: Herman Ten Kate - W. P. Hoevenaar - -Release Date: February 9, 2014 [EBook #44863] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEÊRLANDS ROEM *** - - - - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - - - - - - - - NEÊRLANDS ROEM. - - GALERIJ VAN - BEROEMDE NEDERLANDERS - UIT HET TIJDVAK VAN - Frederik Hendrik. - - AFBEELDINGEN VAN - HERMAN TEN KATE & W. P. HOEVENAAR. - - BESCHRIJVINGEN VAN - MR J. VAN LENNEP. - - - UTRECHT, - L. E. BOSCH EN ZOON. - - - - - - - - Eerbiedig opgedragen - - AAN - - ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID - - Prins Frederik der Nederlanden - - DOOR - - DE UITGEVERS. - - - - - - - -LIJST VAN INTEEKENAREN. - - - - Exempl. - Zijne Majesteit de Koning 1 - Zijne Koninkl. Hoogheid Prins Frederik der Nederlanden 1 - Hare Koninkl. Hoogheid Prinses Frederik der Nederlanden 1 - Hare Koninkl. Hoogheid Prinses Marianne der Nederlanden 2 - Z. D. H. Bernard Hertog van Saxen Weimar 1 - - - Exempl. -Andriessen, (Johs. G.) Boekh. te Wijk bij D. 4 -Asperen v. d. Velde, (C. v.) Boekh. te Haarlem 4 -Baerle, (M. E. C. van) Hoogheemraad der 5 Heerenlanden te Leerdam 1 -Bakhuyzen, (A. H.) Boekh. te 's Hage 1 -Baalen & Zn., (J. van) Boekh. te Rotterdam 1 -Bazendijk, (P. M.) Boekh. te Rotterdam 2 -Beets van Heemstede, (M. A.) te Haarlem 1 -Beets, (W.) Boekh. te Delft 1 -Behr, (C.) Lithograaf te 's Hage 1 -Bekkers, (A. J. M.) Boekh. te Breda 1 -Belinfante (Gebrs.) Boekh. te 's Hage 2 -Benthem & Jutting, (van) Boekh. te Middelb. 1 -Bentinck van Schoonheten, (W. J. G. Baron) Burgemeester van 1 -Nieuwleusen -Bielevelt, (C.) Boekh. te Utrecht 1 -Bisschop, (S. A.) te 's Hage 1 -Blanché & Co., (A. F.) Boekh. te Utrecht 1 -Blankenberg & Zn., (B.) Boekh. te Amersfoort 1 -Blikman Kikkert, (D.) te Amsterdam 1 -Blussé van O. Alblas, (Wed.) te Dordrecht 1 -Blussé & v. Braam, Boekh. te Dordrecht 13 -Boer, (J. C. de) te Amsterdam 1 -Bolk Jr., (F.) te Utrecht 1 -Bongaardt, (P.) Boekh. te Zaandam 1 -Bos, (J. J. H. van den) Koopman te Amsterdam 1 -Bossy, (F. W.) te Dordrecht 1 -Braat, (P. K.) Boekh. te Dordrecht 1 -Brat, (P. J.) Boekh. te Amsterdam 1 -Breijer, (H. B.) Boekh. te Arnhem 2 -Brill, (Dr. W. G.) voor 't leesgez. te Zutphen 1 -Brinkman, (C. L.) Boekh. te Amsterdam 2 -Broese, (J. G) Boekh. te Utrecht 2 -Brouwer, (G.) te Deventer 1 -Brugmans, (Mr. J. J.) Assuradeur te Amst. 1 -Burgerman, (P. P.) te 's Hage 1 -Busma, (H. R.) Stud. te Kampen 1 -Campagne, (H. C. A.) Boekh. te Thiel 2 -Castendijk, (J. M.) Kolonel bij het 3e reg. dragonders te Zutphen 1 -Chatinier, (G. S. du) kunstdraaijer te 's Hage 1 -Chivat, (C. E.) Boekh. te Zierikzee 1 -Cleef, (Gebrs. van) Boekh. te Amsterdam 1 -Cleef, (Gebrs. van) Boekh. te 's Hage 5 -Coenen, (J. T. L.) Kontrol.. bij 's Rijks belastingen te 1 -Amersfoort -Collot d'Escury, (Baron) te Prinsenhage 1 -Dannenfelser, (W. F.) Boekh. te Utrecht 1 -Dekema, (B.) Boekh. te Utrecht 1 -Dekker Fzn., (P.) te Zaandam 1 -Delden Hz., (W. van) Boekh. te Zwolle 1 -Diermanse, (P.) Theol. Stud. te Kampen 1 -Diggelen, (Mr. H. C. van) Advokaat en Notaris te Axel 1 -Diggelen, (M. v.) Koopman te Axel 1 -Dirkman, (D.) Comm. in de gevangenis voor vrouwen te Gouda 1 -Doesburg, (J.) Koopman te Utrecht 1 -Donker, (N.) te Voorschoten 1 -Dorsten Jr., (A v.) Boekh. te Utrecht 1 -Doorman & Comp., Boekh. te Breda 2 -Doorman, (De Erven) Boekh. te 's Hage 2 -Doorn & Zn., (C. van) Boekh. te 's Hage 1 -Draijer, (C. W.) Boekh. te Rotterdam 2 -Dreckmeijer, (C. W.) Boekh. te Amsterdam 1 -Dumont, (C.) te Utrecht 1 -Dijk, (P. J. van) Boekh. te Schiedam 1 -Dijverinck, (A. L.) Koopman te Haarlem 1 -Elk, (H. R. van) Boekh. te Dordrecht 1 -Es, (P. P. van) te Oisterwijk 1 -Escher, (G. A.) te 's Hage 1 -Estor Jr., (J. C.) Boekh. te 's Hage 1 -Evenhuis, (S.) Stud. te Kampen 1 -Eversz, (J. W.) Boekh. te Zeist 2 -Faber van Riemsdijk, te 's Hage 1 -Fock, (Mr. C.) Burgem. van Haarlem 1 -Frijlink, (H. A.) Boekh. te Amsterdam 3 -Gensau, (Jhr. Mr. R. G. C. van) Raadsheer in het Prov. geregtshof 1 -te Maastricht -Gessel, (J. J. van) Boekh. te Delft 3 -Geus, (G. de) Boekh. te 's Hage 2 -Gogh & Oldenzeel, (van) Boekh. te Rotterd. 2 -Goltstein, (W. Baron van) te 's Hage 1 -Goor, (D. Noothoven van) Boekh. te Leyden 1 -Goor, (G. B. van) Boekh. te Gouda 2 -Graeuwen, (A. J. 's) te Middelburg 1 -Greven, (J.) Boekh. te Utrecht 1 -Groot, (G. C. de) Ambtenaar bij 's Rijks munt te Utrecht 1 -Haaff, (J. M. van 't) Boekh. te 's Hage 5 -Haan, (T. F. de) Leeraar aan de Theol. school te Kampen 1 -Haas, (J. de) Rijks kommies 4e kl. te Doesburg 1 -Halbeek, (J. A.) Zadelmaker te 's Hage 1 -Haspels, (E. J.) Postdirekteur te Wageningen 1 -Hendriksen, (H. T.) Boekh. te Rotterdam 1 -Hessels, (J.) Stud. te Kampen 1 -Heteren, (J. H. & G. van) Boekh. te Amsterdam 2 -Heyl, (C. J.) Boekh. te Utrecht 1 -Heyst, (F. M. de Vries van) 1e Luit. bij het 6e reg. Inf. te 1 -Gorinchem -Hoek, (Gebrs. van der) Boekh. te Leyden 1 -Hoet, (H. ten) Boekh. te Nijmegen 1 -Houpt, (A. C.) Boekh. te Middelburg 3 -Huber, (J.) Boekh. te Groningen 1 -Hubers, (W.) Koopman te Amersfoort 1 -Huisingh, (P.) Boekh. te Winschoten 1 -Hulst & Zn. (Wed. L. v.) Boekh. te Amsterdam 1 -Itz, (G. N.) Gemeente-archit. van Dordrecht 1 -Jagt, (J. A. Manus van der) te Burgh 1 -Jans, (J.) Stud. te Kampen 1 -Jesse, (H.) Scheepstimmerman te Amsterdam 1 -Jong, (G. de) Boekh. te Westzaan 1 -Jong Zijlstra, (J. de) Boekh. te Middelburg 1 -Kalma, (S.) Stud. te Kampen 1 -Kampen, (P. N. van) Boekh. te Amsterdam 2 -Kappelhoff, (J. H.) Bontwerker te Amsterdam 1 -Kardol, (H. L.) te Bruinisse 1 -Katwijk Jr., (P. van) Boekh. te Schiedam 1 -Kemink & Zn., Boekh. te Utrecht 1 -Kirberger, (W. H.) Boekh. te Amsterdam 1 -Kleeuwens & Zn., (F.) Boekh. te Goes 1 -Knijff Hz., (A.) Steenfabriekant te Woerden 1 -Korthals, (Th.) Mr. Schilder te Dordrecht 1 -Kruyff, (J. de) Boekh. te Utrecht 2 -Kunst, (Wed. D.) Boekh. te Amsterdam 1 -Laguna, (Mr. J. L. de Lead) Advokaat te Amsterdam 1 -Lamberge, te 's Hage 1 -Lanting, (T. A.) Stud. te Kampen 1 -Leesgezelschap: Beproef alle dingen, maar behoud het goede, te 1 -Voorschoten -Leesgezelschap: Het nuttige, gepaard met het aangename, te Utrecht 1 -Leeuwen, (C. v.) Direkteur der Muziekschool te Leeuwarden 1 -Leeuwen, (C. J. van) Boekh. te Woerden 1 -Legel Jb zoon, (J. G.) Expediteur te Dordrecht 1 -Lindgreen, (C. J. F.) Boekh. te Amsterdam 3 -Lingius, (A.) te Amsterdam 1 -Linsz, (F.) Kunstschilder te 's Hage 1 -Loman Jr., (J. C.) Boekh. te Amsterdam 2 -Macdonald, (F. C.) Boekh. te Haarlem 1 -Made, (P. M. van der) Boekh. te Amsterdam 1 -Manssen & Blom, Boekh. te Utrecht 14 -Mansveld, (Wed. van) te Utrecht 1 -Mansveld, (van) Wachtmeester hij de Vesting-artill. te Amsterdam 1 -Martens, (F. W.) Boekh. te Deventer 1 -Melder, (Wed. H.) Boekh. te Utrecht 1 -Mellink, (J. H.) Boekh. te Zutphen 1 -Merkes, (Jhr. F. G. E.) 1e luit. bij het 6e reg. Inf. te Gorinchem 1 -Meulen, (M. van der) te Rotterdam 1 -Mijer, (Mr. P.) Oud-Minister van Koloniën te 's Hage 1 -Meijer, (H. A.) Boekh. te Amsterdam 2 -Meijer, (G. H.) Boekh. te Zwolle 1 -Meijers, (Ph.) Boekh. te Amersfoort 2 -Mol van Otterloo, (J. de) te Zeyst 1 -Mooij, (H. W.) Boekh. te Amsterdam 2 -Mouw, (J. C. der) Boekh. te Nijmegen 2 -Muelen, (De dames v. d.) te Utrecht 1 -Muller, (Mr. B. J.) Advocaat te Amsterdam 1 -Müller, (Gebrs.) te Maastricht 1 -Muntendam, (P. A.) Apotheker te Utrecht 1 -Nieuwenhuizen, (J. H.) Boekh. te Amsterdam 1 -Nolet & Zn., Boekh. te Utrecht 1 -Noman, (van Haren) Boekh. te Leyden 4 -Noordendorp, (J.) Boekh. te Amsterdam 1 -Nijgh, (H.) Boekh. te Rotterdam 1 -Nijhoff, (Js. An.) Boekh. te Arnhem 1 -Ochtman Jzn., (S.) Boekh. te Zierikzee 1 -Okhuyzen, (W. L.) Boekh. te Amersfoort 1 -Ormeling, (J. A.) Boekh. te Amsterdam 1 -Paddenburg & Co., (van) Boekh. te Utrecht 1 -Palier & Zn., (H.) Boekh. te 's Bosch 2 -Perk van Lith, (G.) Ridder van de Milit. Willems-orde te Gouda 1 -Pflughaupt, (A. F.) Makelaar te Amsterdam 1 -Pickhardt, (K. W.) Boekh. te 's Hage 3 -Pieren Jz., (T.) Boekh. te Dordrecht 1 -Post Jr., (C. van der) Boekh. te Utrecht 1 -Post, (L. G.) Boekh. te Purmerend 1 -Post Uyterweer & Co., Boekh. te Utrecht 1 -Prins, (H. J.) Boekh. te Amsterdam 2 -Pull, (T. D. H.) Boekh. te Apeldoorn 1 -Radersma, (Y.) Theol. Stud. te Kampen 1 -Rappard, (Mr. F. A. L. van) Adv. te 's Hage 1 -Rens, (J. C. W. T.) Kassier te Dordrecht 1 -Rensinck, (A. A.) Boekh. te Leyden 2 -Revers, (J. P.) Boekh. te Dordrecht 2 -Ritzema, (H. J.) Theol. Stud. te Kampen 1 -Roldanus, (A. J. A.) Boekh. te Oudewater 1 -Roldanus, (W. N. C.) Boekh. te Delft 1 -Römelingh, (J.) Boekh. te Groningen 1 -Rooij, (J. de) Boekh. te Delft 1 -Ruyter, (J. de) Boekh. te Amsterdam 7 -Rijswijk Wzn., (W. van) te Dordrecht 1 -Salm, (P.) te Amsterdam 1 -Sanders, (P.) te Schiedam 1 -Schalk, (A. J. v. d.) Steendr. te Rotterdam 1 -Schalk, (P. C. van der) Boekh. te Dordrecht 1 -Scheltema, (J. H.) Boekh. te Amsterdam 1 -Schierbeek, (R. J.) Boekh. te Groningen 1 -Schinkel, (A. D.) te 's Hage 1 -Schooneveld & Zn., (M.) Boekh. te Amsterdam 1 -Schuller, (de Wed. C. D.) te Amsterdam 1 -Sepp, (C.) Pred. bij de Doopsgez. gem. te Leyden 1 -Serrière, (G. de) te Breda 1 -Siddré, (J. H.) Boekh. te Utrecht 1 -Slothouwer, (A. M.) Boekh. te Amersfoort 1 -Smit, (J.) Stud. te Kampen 1 -Smit, (M.) Boekh. te Groningen 2 -Smits, Secretaris van Nieuwerkerk 1 -Smits Frz., (P.) te Dordrecht 1 -Smits, (W. P.) voor het Leesgez. Leeslust te Dordrecht 1 -Stamperius, (J. A.) te Middelburg 1 -Stenfert Kroese, (W. H.) Boekh. te Arnhem 15 -Stemler, (C. F.) te Amsterdam 2 -Stockum, (W. P. van) Boekh. te 's Hage 5 -Stokhuyzen, (W.) Boekh. te Gorinchem 2 -Strick van Linschoten, (Jhr. J. C.) Kand. Not. te Maarssen 1 -Striening Jr., (J.) te Deventer 1 -Stuart, (M. Cohen) Pred. bij de Remontstr. gemeente te Rotterdam 1 -Swaan, (J. W.) Boekh. te Arnhem 1 -Swaving geb. Abo, (Wed.) te 's Hage 1 -Sybrandi, (J. D.) Boekh. te Amsterdam 3 -Tack, (J. C.) Jur. Stud. te Utrecht 1 -Telenga, (T.) Boekh. te Franeker 1 -Terveen & Zn., (J. G. van) Boekh. te Utrecht 18 -Thieme JFzn., (H. C. A.) Boekh. te Nijmegen 1 -Thieme, (W. J.) Boekh. te Zutphen 1 -Thierry & Mensing, (De Erven) Boekh. te 's Hage 2 -Thijssen, (W. J.) Theol. Stud. te Kampen 1 -Tibout, (W. J.) Boekh. te Wageningen 1 -Tollens, (Mr. L. J. A.) te Batavia 1 -Tuinen, (C. v.) Boekh. te Leerdam 1 -Uije, (J. J. van) Boekh. te Doesburgh 1 -Veder, (W. R.) Theol. Doct. te Dordrecht voor 't genootschap 1 -Diversa sed Una -Veenendaal, (W.) te Rotterdam 1 -Veldman, (R.) Stud. te Kampen 1 -Velsen Jr., (S. van) Boekh. te Kampen 15 -Verheggen, (J.) te Dordrecht 1 -Vout Jr., (W.) te Amsterdam 1 -Waning Bolt, (P. B. van) Boekh. te Amst. 7 -Wayfort, (R. H. v. d.) Notaris te Dordrecht 1 -Wedding, (J.) Boekh. te Harderwijk 1 -Weelden en Mingelen, (van) Boekh. te 's Hage 3 -Wenk, (W.) Boekh. te Rotterdam 5 -Werl, (P. van der) Huismeester van het Krankzinn. gesticht te 1 -Dordrecht -Westerman & Zn., (M.) Boekh. te Amst. 1 -Weijerman, (J. W.) Onderwijzer te Haarlem 1 -Willemse, (Gebrs.) Boekh. te Zutphen 4 -Winkler Vieweg, (Wed. A. G.) Boekh. te Gorinchem 1 -Zalsman, (G. Ph.) Boekh. te Kampen 1 -Zeelt, (J.) Theol. Stud. te Kampen 1 -Zelle, (W. A.) Gepens. Kapt. van de Oost-Ind. Inf. te Apeldoorn 1 -Zuylen, (D. H. van) Hulp-onderwijzer te Amsterdam 1 - - - - - - - -BEROEMDE MANNEN UIT HET TIJDVAK VAN FREDERIK HENDRIK. - -FREDERIK HENDRIK. - - -Zoo menigmaal wy in de geschiedenis een tijdvak ontmoeten, 't welk -met den naam van een byzonder persoon wordt aangeduid, zullen wy -tevens bevinden, dat de man, naar wien het heet, wel een deel van -zijn glorie ontleent aan dat tijdvak, maar dat ook wederkeerig de -stralenkroon, die zijn schedel omgeeft, haar glansen op hetgeen hem -omringt terug doet schitteren: en noch de eeuw van Perikles, noch die -van Augustus, van de Medicissen of van Lodewijk XIV, hadden die namen -ontfangen, indien zy, die ze droegen, niet door eigen verdiensten, -door eigen grootheid, hadden uitgeblonken.--De stelling, welke wy -hier als van algemeene toepassing vooruit zetten, geldt dan ook, -waar sprake is van de eeuw van Frederik Hendrik.--Van het tijdvak, -dat zijn naam draagt, was hy zelf niet het minst merkwaardig, niet -het minst glansrijk verschijnsel. - -Wil men het hier aangevoerde door bewijzen bevestigd zien, men lette -in de eerste plaats op de omstandigheden, welke zijn geboorte, zoo -wel als op die, welke zijn komst aan 't Staatsbewind vooraf gingen -en vergezelden. - -Zijn geboorte--'s Prinsen levensbeschrijver De la Pise noemt haar: -"een Oostelijk morgenrood, uit het Noorden aanbrekende tusschen -bliksemstralen en donkere onweersvlagen":--de moeder van Frederik -Hendrik had, na een kortstondigen echt, haar eersten man in de -Sint-Bartels-nacht door het moordstaal zien vallen, en, ten tweede male -gehuwd, heeft zy naauwlijks de moedervreugde gesmaakt, of de gruwzame -aanslag eens dweepers maakt haar ten tweeden male weduwe. Zijn vader, -naauw hersteld van de wonde, hem toegebracht door Jauregui, het -verlies zijner overdierbare Charlotte naauwlijks hebbende zoeken te -vergoeden door het aanknoopen van een vierden huwelijksband met Louise -de Coligny, sterft door den kogel van Geraerds. De wieg des onnoozelen -zuigeling vertoont zich aan ons oog als bedolven in 't bloed eens -vaders en in de tranen eener radelooze burgery:--daarby, de zaken -in schijnbaar wanhopigen toestand, het vaderland door tweedracht, -verdeeldheid en wantrouwen geschokt, door de benden eens dapperen, -listigen en zegevierenden vyand van alle kanten bestookt, verstoken -van verdedigingsmiddelen, van de hulp der bondgenooten, en, wat meer -zegt, van bekwame krijgshoofden, en niet anders te gemoet ziende dan -een wissen val. - -Indien zoo treurig niet, hachlijk genoeg stond het met de -Republiek geschapen, toen Frederik Hendrik de teugels van 't -bewind aanvaardde. Niet glorievol als de vroegere waren de laatste -krijgstochten van Maurits geweest: de voorspoed, die zijn wapenen -voor den aanvang van het Twaalfjarig Bestand bestendig had verzeld, -bleek, na de hervatting der vyandelijkheden, van zijn zijde te zijn -geweken. Wat erger was, binnenlandsche oneenigheden, die wrange -vruchten, die doorgaands, in tijden van rust, uit den hoorn des -overvloeds neder stroomen en den smaak van het goede en gezonde ooft -bederven, hadden den Staat verzwakt: veerkracht, moed en eensgezindheid -hadden plaats gemaakt voor flaauwmoedigheid, achterdocht en wantrouwen; -by den vyand daar-en-tegen, zich fier verheffende op de voordeelen, -door hem behaald, en in 't sterke Breda een prooi ziende, die hem -niet kon ontgaan, herleefden de stoutheid en overmoed van vroegere -dagen: weder straalde het uitzicht, dat hy naauwlijks meer had durven -koesteren, het uitzicht op de herovering der afgevallen Gewesten, -hem tegen in een niet verwijderd verschiet: en in Europa begon -het denkbeeld veld te winnen, dat het Borgondische kruis, nu in de -Spaansche standers opgestoken, den Nederlandschen Leeuw den kop te -pletter slaan en den pijlbondel zou verbreken, met zoo veel moeite -en zorg te samen gesnoerd. - -En toch, de onheilspellende voorteekenen, die de beide aangeduide -tijdstippen uit Frederik Hendriks leven kenmerkten, worden beide -reizen door de uitkomst gelogenstraft. Na den dood van Willem den -Eerste waren het de kloekheid en 't beleid van Oldenbarneveldt en -'s Lands Regenten, die den Spanjaart beletteden, zijn voordeel te -vervolgen; terwijl, spoedig daarna, de heldendegen van Maurits de -krijgskans ten eenen male keeren deed:--na den dood van Maurits was -het Frederik Hendrik zelf, die, als Veldheer, de wankelende fortuin -herstelde, den vyand staande hield niet alleen, maar hem overal van -den Vaderlandschen bodem terugdrong, en, als Regent, de partyen tot -rust wist te brengen en de verdraagzaamheid, door zijn vader gepredikt, -ten nutte van handel, nyverheid en kunsten te doen heerschen. - -Het ligt niet in ons doel, hier een levensgeschiedenis van Frederik -Hendrik te schrijven: dat leven is te algemeen bekend, dan dat het -noodig zoû zijn, er een korte schets van te geven, en, wilden wy -er omstandig over uitweiden, wy zouden de grenzen overschrijden, -ons gesteld. Het zijn alleen de belangrijkste byzonderheden uit dat -leven, die hier in herinnering moeten gebracht worden, om nader de -aanspraken te staven, welke zich Frederik Hendrik op de erkentenis -des landgenoots en den eerbied van allen verworven heeft. - -Geboren op den 29 Januarij 1584, ontfing de zoon van Willem van Oranje -en Louise de Coligny, by den doop, de vereenigde namen van twee -doorluchtige gevaders, Frederik, Koning van Denemarken en Hendrik, -Koning van Navarre. Toen laatstgemelde ook de kroon van Frankrijk -verwierf en daardoor een rang onder de Soevereinen van Europa, -hooger dan die des Deenschen Konings, werden 's Prinsen namen -omgezet, en hy een tijd lang Hendrik Frederik geheeten, hoewel hy, -later, zijn oorspronkelijken naam van Frederik Hendrik terugnam. Te -Leyden en te Parijs zijn wetenschappelijke opleiding zoo wel als die -van edelman genoten hebbende, leerde hy op veertienjarigen leeftijd -zich tot krijgsman vormen in de school zijns doorluchtigen broeders, -die school, waar zoo velen onder de edelste, ja onder de soevereine -Huizen van Europa, hun zonen heenzonden, om zich te oefenen in de -kunst van den oorlog, gelyk zy daar op wetenschappelijke gronden in -praktijk gebracht werd. Geen jaar verliep er, of de jeugdige Vorst -had by Bommel den vuurdoop ontfangen, en eerlang was het strand van -Nieuwpoort getuige, hoe hy zich, in moed, in onverschrokkenheid, -in vertrouwen op hoogeren bystand, den waardigen zoon van een -onvergetelijken vader toonde.--Naauwlijks achttien jaren oud, neemt -hy voor Grave, waar een zware wond den generaal Vere op 't krankbed -nederwerpt, het bevel over, door dezen gevoerd, en de halve maan, door -hem veroverd, is het eerste pand, dat de fortuin hem schenkt van den -roem, dien hy zich als stedewinnaar zal verwerven. Twee jaar later -hebben de Staten het winnen van Sluis vooral aan hem te danken. In -1605 geeft hy nieuwe blijken van zijn verachting voor 't gevaar, -in dien moorddadigen slag by Mulheim, waar hy, zeven uren achtereen, -tegen een overmachtigen vyand, den ongelijksten kamp uithoudt, alleen -met Marcelis Bax in 't dichtste der vyandlijke drommen den kloeksten -weêrstand biedt aan zijn tallooze bespringers, en, als door een wonder -aan dood en gevangenschap ontkomen, den dag nog zegepralend ten einde -brengt. Voor Breêvoort, voor Rijnberk, voor Venlo, en eindelijk te -Erkelens, waar hy binnendringt en zijn vollen neef, dien gevreesden -Grave van den Bergh, overwint en gevangen met zich voert, overal -onderscheidt hy zich op roemruchtige wijze, tot dat het Twaalfjarig -Bestand hem belet, voor 't oogenblik nieuwe lauweren in den strijd -voor het Vaderland te plukken; maar naauwlijks is de tijd voorby, ter -verademing aan Nederland geschonken, of hy keert naar 't oorlogsveld -terug en voert zijn gevreesde wapenen tot voor de poorten van Brussel. - -Tot hiertoe had Frederik Hendrik zich den roem verworven van een wakker -krijgsoverste, die de hem opgedragen taak met onverkloekt beleid wist -te verrichten, en daarby het voorbeeld van persoonlijke dapperheid aan -anderen wist te geven. Maar voortaan zoû hy toonen, dat de bekwame -aanvoerder van afdeelingen ook legers gebieden kon en de lessen der -wetenschap, in de oefenschool zijns broeders opgegaêrd, in praktijk -brengen op een wijze, die Europa met verbaasdheid en bewondering -'t oog op hem zoû doen vestigen. De vermeestering van Grol in 1627 -leverde daarvan het eerste voorbeeld. In zoo korten tijd waren de -werken voltooid, welke die vesting bedwingen moesten, en toch zoo -volkomen bestand tegen allen overval, dat, naar de getuigenis van -deskundige tijdgenooten, nimmer, zelfs onder Prins Maurits niet, -een arbeid verricht was, elks bewondering zoo zeer verdienende. - - - Toen klonck de blijschap op met zegekloeken helder - Uit vruchtbre Betuwe, en het strijtbre lant van Gelder, - Uit Zutfen, Deventer, uit Doesburg, Kampen, Zwol - En alle plecken, wie 't veroveren van Grol - Tot rust streckte. - - -Maar was, door het bemachtigen van Grol, aan de Oostelijke Gewesten -een kwellende doorn uit het vleesch gerukt, de landen, aan de boorden -van Waal en Maas gelegen, konden nog geen rust genieten, zoo lang -'s Hertogenbosch, - - - Die oude en noit gewonne stadt, - Gewoon te zwaaien 't oorloghsvendel, - Die sleutel was en grenzegrendel, - En trots als Brabants pijler stont, - En Hollant scheidde en Brabants gront, - - -in handen des vyands bleef: en het was alzoo voor deze stad, dat de -Prins, in April 1629, zijn legertenten nedersloeg. Ieder weet, hoe -meesterlijk ook dit beleg bestuurd, en met welke volharding het werd -doorgezet. Geen inval der Spaanschen in de Veluwe, zelfs niet de val -van de tweede stad van het Sticht, die zich aan de krijgsmacht van -Montecuculi overgaf, niets was in staat, Frederik Hendrik te bewegen, -den aangevangen arbeid op te geven of zelfs voor een oogenblik te -staken, en een glansrijke uitkomst bekroonde dan ook zijn pogen, -toen, op den 14den September van 't zelfde jaar, de oude Hertogstad -haar poorten voor hem opende. - -Wat echter 's Prinsen roem als stededwinger voltooide, was de -overmeestering van Maastricht in 1632. Ongelooflijk klonk door Europa -de maar, hoe Frederik Hendrik, met een leger van naauwlijks 23000 man, -in zes weken tijds, eene der sterkste vestingen, die men kende, had -kunnen bedwingen, in weêrwil dat zy verdedigd werd door een talrijke -en moedige bezetting, en dat drie vyandelijke legers, die te samen ruim -60,000 geoefende soldaten telden, aangevoerd door beroemde Veldheeren, -als Gonzales van Kordua, den Markies van Santa Croce en den Grave -van Papenheim, al hun krachten inspanden tot ontzet der stad. Geen -legerhoofd, zoo werd nu algemeen erkend, had vóór Frederik Hendrik -in zulke volkomenheid de kunst verstaan, belegeringswerken derwijze -in te richten, dat zy, aan de buitenzijde tegen de aanvallen ook van -een overmachtigen vyand verschanst, dien ten spijt, aan de binnenzijde -hun aanval tegen de ingesloten vesting rustig doorzetten en ten einde -konden brengen.--De lier van Vondel, toen zy de drie belegeringen, -hier vermeld, in even zoo vele onsterfelijke zangen verhief, was dan -ook wel de uitdrukking van wat ieder in Nederland dacht en gevoelde. - -Het herwinnen van Breda in 1637 was het vierde der groote oorlogsfeiten -van den Prins, om en nevens welke men er nog zoo vele van ondergeschikt -belang mocht noemen; doch wier gezamentlijke uitkomst was, dat op -den Staatschen bodem niet een enkele sterkte meer in 's vyands handen -gebleven, het oorlogstooneel buiten de grens der vereenigde provinciën -verplaatst en een uitgebreide streek gronds, van de Vlaamsche kust -af tot aan het verre Maastricht, aan de Staten onderworpen was -om als een voorwal te strekken tegen de zuidelijke Nederlanden: -eindelijk, dat Spanje, na een zoo hardnekkig gevoerden oorlog, zich -nog verheugen mocht, indien het, niet de herovering der haar ontvallen -Provinciën--daarop was haar het uitzicht reeds lang ontgaan--maar -een eerlijken vrede verwierf. - -Maar het waren niet alleen de Spaansche of Oostenrijksche wapenen, -tegen welke Frederik Hendrik gedurende zijn Stadhouderschap had te -strijden, en, had hem in het oorlogsveld zijn onverkloekt beleid ten -dienste gestaan, niet minder had hy behoefte daaraan gehad in het -binnenlandsch bestuur. Zeer onderscheiden is de houding beöordeeld, -door hem daarby aangenomen. Terwijl sommigen hem ten hemel verheffen, -dat hy een andere gedragslijn dan zijn broeder Maurits gevolgd is, -zijn er anderen, die hem ten kwade duiden, dat hy de teugels van -'t bewind, door zijn voorganger zoo krachtig gevoerd en zoo stevig -aangehaald, gevierd, ja in zijne handen heeft laten verslappen, -dat hy de heerschzucht en den overmoed der Stedelijke Regenten, -door Maurits gefnuikt, weder ongestoord heeft laten aanwassen, -en daardoor de oligarchie voorbereid, die, drie jaren na zijn -dood, het Stadhouderschap vernietigde:--en wederom anderen, die in -tegendeel verlangd zouden hebben, dat hy, ook de verst uitgestrektste -verwachtingen der Staatsgezinden vervullende, een geheel reactionnaire -richting gevolgd ware, en alles te niet gedaan hadde, wat door -de Synode in 't kerkelijke, door Maurits in 't politieke, was tot -stand gebracht. Doch is het voor den zoodanige, die de feiten in -'t afgetrokkene beschouwt en zich daarby meer laat geleiden door -eigen wenschen en vooroordeelen dan door een behoorlijk wikken en -wegen van tijden en omstandigheden, een lichte zaak, te beslissen, -hoe, naar zijne subjektieve meening, een Staatsman had behooren te -handelen, niet zoo gemakkelijk is het, zelfs voor hem, die, met de -noodige kennis toegerust, ook door de vereischte billijkheid in zijn -oordeel gedreven wordt, met juistheid te bepalen, welke gedragslijn -had moeten, ja zelfs, in hoe verre die altijd had kunnen gevolgd -worden. Zeker is het, en wy hebben er op gewezen, dat Frederik Hendrik -by den aanvang van zijn Stadhouderschap een moeilijke rol te vervullen -had. Hooggespannen was de verwachting, die de thans onderliggende party -van hem koesterde; hy zoû, zoo dacht men, niet alleen het Spaansche -geweld doen zwichten, maar ook van binnen aan alle geloofsvervolging -een einde maken, "'s Lands rechten en vrijheden,"--zoo luidt de taal, -die Vondel hem in den mond legt: - - - 's Lants rechten en vrijheden, - Ik helpen zal in zwang: - In geen vereende Steden - Gewetens felle dwang - Of tirannije lijen, - Ik wensch de goê gemeent, - En trouwe burgerijen - Door liefd' te zien vereent. - - -En meer nog, zy, die zoo zongen, vleidden zich, dat de nieuwe -Stadhouder de verbannen Staats- of Remonstrantsgezinden zoû terug -roepen, de vrienden van Maurits uit het bestuur doen treden om -hunne plaatsen door andersdenkenden te doen vervangen, in 't kort, -een geheele tegenomwenteling tot stand zoû brengen. - -Had hy aan zoodanige wenschen gehoor gegeven, had hy de party, -die door zijn broeder was gefnuikt, weder op 't kussen en in de -kerk doen troonen, hy had den pas geëindigden strijd wederom doen -ontbranden, de burgeryen met vernieuwde felheid tegen elkander in -'t harnas gejaagd, wellicht het nog naauwlijks gevestigd bestaan der -jeugdige Republiek op losse schroeven gesteld. Maar bovendien, was het -van hem, den Stadhouder, te vergen, zijn eigen belang en dat van zijn -Huis dus geheel voorby te zien en de macht weder onbeperkt in handen -te stellen van hen, die getoond hadden, er bepaald op uit te zijn, -om de rechten en voorrechten van het Stadhouderschap te verminderen -en te doen inkrimpen? - -Evenmin echter kon hy by zijn handelingen alleen luisteren naar de stem -van 't zelfsbelang, en, door het gestreng handhaven der beginselen -van het vorige bewind, de rust in den Staat pogen te koopen door -de onderliggende party geheel tot zwijgen te brengen. Al ware ook -zoodanige onverbiddelijke politiek niet in weêrspraak geweest met -zijn hart, dat van nature zachtmoedig en vredelievend was, hy had -zich, door haar te volgen, het ongenoegen op den hals gehaald dier -machtige Hollandsche Regenten en kooplieden, die meer en meer begonnen -in te zien, dat, om hun steden, en Amsterdam vooral, de markt en -voorraadschuur van Europa te doen worden, verdraagzaamheid er voor -alles heerschen moest. - - - Godt, Godt, zeit d'Amstelheer, zal elk geweten peilen. - De vrijdom ga zijn gang en vliegh met volle zeilen - Den IJstroom uit en in: zoo wort ons vest gebout: - Zoo tast de koopman tot den elleboogh in 't gout. - - -En die kooplieden, die, naar Vondels taal, tot den elleboog in 't goud -tastten, Frederik Hendrik moest hen te vriend houden; want zy alleen -konden het geld bezorgen, dat de zenuw van den oorlog was. Ja 't was -reeds veel, wanneer hy 't zoo verre brengen kon, hen te beletten, hun -voordeel te zoeken door alleen aan den Staat en niet door ook aan den -vyand te verschaffen wat tot voortzetting van den krijg benoodigd was. - -Was het dan wonder, dat de Prins onder zoodanige omstandigheden -zich gedwongen zag, alle uitersten te vlieden en den middelweg te -bewandelen? En dit deed hy, door de strenge plakkaten tegen de -Arminianen niet af te schaffen, maar ze langzamerhand te laten -vervallen, door het te dulden, dat van lieverlede en Staats- en -Remonstantsgezinden wederom plaats verkregen in de gestoelten der eere: -en dat aan een iegelijk de gelegenheid werd geöpend, God naar zijn -overtuiging te dienen. Welk oordeel men over 's Prinsen Stadhouderschap -velle, zeker is het, dat, zoo lang hy de teugels voerde van 't bewind, -er binnenlandsche rust en orde heerschten, en de strijd tusschen de -verschillende partyen--op enkele voorvallen na van bloot plaatselijk -belang--tot geen uitersten meer oversloeg en zich hoofdzakelijk tot -een pennestrijd bepaalde. Op de uitkomst, door hem verkregen, mocht -hy zich althands beroepen: en aan het volgen van die gedragslijn -had hy het te danken, dat het tijdperk van zijn bestuur niet alleen -schitterde door den roem, te lande en ter zee bevochten, maar ook -door dien, welken de beoefening verschafte van zoodanige bedrijven, -kunsten en wetenschappen, als enkel in tijden van vrede kunnen bloeien. - -Ook dien bloei was men dus grootendeels aan hem verschuldigd; en -gewis, de Vorst, wien Cats en Huygens ter zijde stonden, wien de -Groot en Hooft een onbeperkte achting toedroegen, wiens lof door -Vondel bezongen werd, en die zich met de lezing van diens Palamedes -wist te vermaken, de beschermer der schilderkunst en de stichter van -het Huis ten Bosch en van 't lustslot te Hondsholredijk kon zoo min -onverschillig zijn omtrent de zedelijke als omtrent de stoffelijke -ontwikkeling der natie, aan wier hoofd hy stond, en wier glorie van -de zijne onafscheidelijk was. - -Wy gewaagden daar van het Huis ten Bosch en van Hondsholredijk, -en deze namen herinneren ons, dat wy van Frederik Hendrik niet -mogen afstappen, zonder met een woord te gewagen van haar, op -wier aansporing, ter liefde van wie althands, hy die twee prachtige -verblijven deed opbouwen en met echt vorstelijke weelde inrichten, van -Amelia van Solms. 't Was onder eenigzins zonderlinge omstandigheden, -dat haar echt met Frederik Hendrik had plaats gehad. Prins Maurits -stond met eenen voet in 't graf en nu voor 't eerst scheen hy berouw -te gevoelen, dat hy geen wettigen nakomeling achterliet, op wien de -waardigheden, door hem bekleed, konden overgaan. Voor een dergelijk -berouw wilde hy zyn broeder bewaren, en hem, zelfs zyns ondanks, -dwingen, de glansrijke stelling, die hem wachtte, door een huwlijk te -bevestigen. Intusschen, de zaak had bezwaren: Frederik Hendrik had zich -tot nog toe van 't huwelijk afkeerig betoond: onderhandelingen over het -sluiten van een echtverbond met de dochter van eenig uitheemsch Vorst -zouden wellicht lang slepende worden gehouden, en, werd het huwelijk -niet voltrokken zoo lang Maurits nog leefde, dan stond, dit wist deze, -uitstel met afstel gelijk. Er was dus geen tijd te verliezen. Gelukkig -behoefde de Prins niet verre te zoeken wat hy in zijn onmiddelijke -nabyheid vinden kon. Immers te 's Gravenhage was, met zijn nicht, -de verdreven Koningin van Boheme, de nu drie-en-twintigjarige Amelia -van Solms verschenen en had er terstond dien opgang gemaakt, welken -jeugd, schoonheid, vernuft en geest onmisbaar te weeg brengen, vooral -wanneer die hoedanigheden in een Vorstin vereenigd zijn. Reeds zes -malen hadden de Huizen van Nassau en van Solms zich door huwelijken -met elkander verbonden, en een zevende verbintenis kon dus door -niemand onvoegzaam worden geoordeeld. Wel bleef Frederik Hendrik, -wien een andere liefde geboeid hield, nog een wijl weêrbarstig; doch -de reden van Staat en de wil zijns broeders zegevierden, en hy gaf -zijn toestemming. Zoo veel spoed maakte nu Maurits, die wellicht voor -een terugtreden vreesde, met de zaak, dat hy door de Gekommitteerde -Raden ontslag van de huwlijksgeboden verleenen deed en binnen een -tijdsverloop van weinige dagen de verbintenis bepaald en voltrokken -werd. Geen drie weken waren er na de plechtigheid verloopen, of -Maurits was ten grave gedaald; maar met het bewustzijn, dat hy het -geluk zyns broeders gevestigd had. En, inderdaad, zoo deze niet dan -schoorvoetende tot den stap was overgegaan, die van hem gevorderd -werd, dankbaar mocht hy zich later verblijden, wanneer hem, na de -woelingen van den krijg of de beslommeringen van het staatsbewind, in -den omgang met een beminnelijke en beminnende gade, met een aanvallig -en bloeiend kroost, verademing en rust ten deele vielen. Weinig moge -er bekend zijn aangaande de verrichtingen der edele Princes zoo lang -haar echtgenoot leefde, doch uit de wakkerheid, welke zy, toen, eerst -hy zelf, en naderhand haar groothartige zoon, haar ontvallen waren, -tot op vergevordenden ouderdom aan den dag legde in 't voorstaan -der aanspraken en belangen van haar doorluchtigen kleinzoon, is -licht af te meten, dat zy, ook in de twee-en-twintig jaren, die zy -aan Frederik Hendriks zijde doorbragt, hem niet alleen een teedere, -zorgende huisvrouw strekte, maar ook, in netelige gevallen, meermalen -in staat was, hem, met dien vluggen blik, die snelle bevattelijkheid, -den vrouwen eigen, den weg te wijzen, dien hy te volgen had. Alles -afdoende is toch ten dezen opzichte de getuigenis van Temple, die -van haar verklaarde, dat zy een vrouw was, zoo kloek van verstand -als hy er immer eenige ontmoet had. Gewis, aan een zoodanige alleen -voegde het, den eersten rang te bekleeden gedurende het tijdvak, -waarop Nederland het toppunt zijner grootheid had bereikt. - -En, was zy door haar zedelijke en geestvermogens dien rang ten vollen -waardig, zy was het niet minder door de wijze, waarop zy dien ook -in 't uiterlijke wist te handhaven. Noch Willem de Eerste, die tot -aan zyn uiterste met bezwaren van geldelijken aart te worstelen had, -noch Maurits, die ongehuwd en van praal en pracht afkeerig was, hadden -een eigenlijk gezegde hofhouding gehad. Maar sints de Republiek rijk -en machtig geworden was, sints voegde het ook, dat hy, die aan haar -hoofd stond niet alleen, maar ook haar tegen over de buitenlandsche -Mogendheden vertegenwoordigde, door uiterlijk vertoon de glansrijke -stelling ophield, welke hy bekleedde. Om hem hierin te doen slagen, -daartoe was Amelia als geboren. Van nature geneigd om zich te omgeven -van al wat lieflijk, welstandig en bekoorlijk was, aan zucht tot weelde -een fijn gekuischten smaak parende, de schoone kunsten beminnende -en beschermende, wist zy de lusthuizen, door haar gade gesticht, -in tooverpaleizen te herscheppen, waar de keurigste gewrochten, die -de kunst uit doek, uit hout, uit goud en gesteenten wist voort te -brengen, in kwistigen overvloed den verbaasden bezoeker in de oogen -flikkerden, en waar een weelde heerschte, wier gelijke een Engelsche -Gezant getuigde nergends aan deze zijde van Perziën te hebben gezien. - -Gewis, zoo ergends, voegde die weelde aan 't hof van den Stadhouder, -door wien de Munstersche vrede werd voorbereid; en vergelijken wy -den toestand van dat hof, gelyk dit was toen hy geboren werd, met -dien waarin het zich bevond, toen hy, op den 14den Maart 1647, het -hoofd ter ruste leide, dan zien wy daarin een sprekend zinnebeeld -van de verschillende toestanden der Republiek zelve op die beide -tijdperken. Brengen wy, met een terugslag op hetgeen wy in den aanvang -zeiden, die tijdperken nogmaals in vergelijking, en wat vertoont zich -voor onze oogen?--In stede van verbrokkelde, verarmde, uitgeputte -gewesten, van buiten door talrijke legers bedreigd, van binnen alom -nog uit steden en sterkten door vyandelijke roofbenden bestookt, -door wantrouwen, bekommernis en schrik tot moedeloosheid vervallen, -geen uitkomst ziende dan in de afgebedelde bescherming van vreemde -Mogendheden, zich zelve als een koopwaar aanbiedende, doch vergeefs -een kooper zoekende, zien wy thands een fieren en machtigen Staat, -die, groot door eendracht, orde, welvaart, zich vrij en onafhankelijk -beweegt op het grondgebied, dat hy van vyanden gezuiverd heeft, die, -ver van gunsten en bescherming af te smeeken, ze uitdeelt op zijne -beurt, zich in macht en aanzien met de grootste Mogendheden van Europa -gelijk stelt, en, in de overige waerelddeelen, door zijn kooplieden -aan vorsten en volkeren de wet laat voorschrijven: een Staat, waar -handel, zeevaart, nyverheid, tot een vroeger nergends gekende hoogte -zijn gestegen, en wiens vlaggen tot in de verste zeeën met eerbied -worden aanschouwd: een Staat, waar letteren, kunsten, wetenschappen, -als nimmer te voren bloeien, in een woord, een Staat, wiens gelijke op -dat tijdstip de waereld niet aanbiedt!--en vestigen wy dan tevens onzen -blik op dat trotsche Spanje, by den aanvang van den worstelstrijd het -rijkste en machtigste onder de Rijken van Europa, nu door dien strijd -verarmd, ja uitgeput, en dankbaar, dat het den vrede sluiten mag met -de Nederlanders, die het als verachtelijke slaven had beschouwd, en -die het, door vervolging, verbanning, plundering, verbeurdverklaring -en moord, gedwongen had, door wanhoop vrij, door vrijheid op zijne -beurt rijk en machtig te worden. - -Wel beleefde Frederik Hendrik dien vrede niet, door de Natie, aan wier -hoofd hy gestreden had, verkregen, maar toch hy had dien voorbereid, -en de voorspelling in allen deele vervuld, drie-en-twintig jaren te -voren door Vondel omtrent hem uitgesproken: - - - Ick zie 't verbont gemaackt, het volk wordt goedertieren, - Ick zie de vredefeest op speeltooneelen vieren. - Ick zie de vredevlam die drift van wolcken leckt. - Ick zie hoe als een schat de vrede 't land bedeckt. - Ick hoor Vorst Frederik van alle tongen roemen. - Ick hoor hem vrederijck en Vredevader noemen. - Ick smaack zijn goedigheid. Ick voel zijn heuschen aart. - Ick rieck den zoeten reuck van vrede, dien hy baart. - Bekrachtig Frederik dan 't geen wy ons verbeelden. - - -En gewis, de Vorst, die aldus het werk voltooid had, waarvan de -grondslagen door zijn vader gelegd waren, had het recht, met eenige -zelfverheffing terug te zien op den arbeid, door hem volbracht, -maar tevens aanleiding om God te danken, die hem tot zulk een taak -geroepen en daarby hem de kracht geschonken had, ten einde toe, -gestand te doen aan de zinspreuk, welke hy zich gekozen had: - - - PATRIAEQUE, PATRIQUE. - - - - - - - -PIETER PIETERSZOON HEIN. - - -Pieter Pieterszoon Hein opent de rij van doorluchte zeehelden, -waar het tijdvak van Frederik Hendrik zich op beroemt. In 1578 te -Delftshaven uit eenvoudige burgerlieden geboren, had hy reeds vroeg -het zeemans-bedrijf gekozen, aan menigen verren tocht, aan menigen -zeetriomf deel genomen. Maar het was niet alleen door zijn vlugheid -in 't want, of door de onversaagdheid, waarmede hy den enterbijl -zwaaide, dat hy zich onderscheidde; het was ook door die stipte en -strenge plichtsbetrachting, die van een vroom gevoel--het was door -dien yver en die oplettendheid, die van een weetgierig en schrander -brein getuigen. Was het wonder, dat hy de opmerkzaamheid wekte van -zijn meerderen, en eerlang ook hun genegenheid en achting? Was het -wonder, dat, op een tijd, toen in Nederland ware verdiensten niet -vruchteloos naar de gelegenheid zochten om aan den dag te komen, Piet -Hein--gelijk tijdgenoot en nageslacht hem by voorkeur noemden--niet -voor den mast bleef, maar al spoedig, als stuurman, als schipper, -als kommandant van een eskader, in dienst kwam? In 1623 treffen wy -hem aan als Vice-Amiraal by de vloot, door de W. Indische Maatschappy -uitgerust en waarover Jakob Willekens als Amiraal gebood. Men hechte -intusschen niet te veel aan dien tytel van Vice-Amiraal. Dan alleen -duidde die tytel een rang aan by 't Zeewezen, wanneer hy gevoerd -werd krachtens een aanstelling by eene der Amiraliteiten. Voor 't -overige gaven de benamingen Amiraal, Vice-Amiraal, Schout-by-Nacht, -doorgaans alleen de betrekking te kennen, welke iemand, tijdelijk, -by een zeetocht, op een vloot, zelfs op een smaldeel, vervulde. Ja, -al gold het een koopvaardy-vloot, of ook maar een drietal te samen -varende schepen, dan werd, zoolang de reis duurde, hy, aan wien -het hoofdbestuur was opgedragen, Amiraal genoemd: die den voortocht -gebood heette Vice-Amiraal, en die over de achterhoede of 't achterste -schip 't bevel had, Schout-by-Nacht. Was men aan wal terug gekeerd, -dan legden zy, die deze tytels gevoerd hadden, ze af om eenvoudig -weder Kapitein, Schipper of Stuurman te heeten.--Met dit al werden -niet zelden voor hen die tijdelijke kommandementen over byzondere -uitrustingen de eerste aanleiding, om hen later een werkelijke -aanstelling by 't Zeewezen te bezorgen. Zy behoefden daartoe zich -slechts te onderscheiden, en, in een tijd, toen maar zelden een schip -zijn reis over zee volbracht, zonder een vyand ontmoet te hebben, -was daartoe, als wy reeds aanmerkten, gelegenheid genoeg: vooral -by Oost en Westindische Maatschappyen. Haar zeemacht was de kern, -waaruit de meeste bekwame zeelieden voor 's Lands vloot ontsproten, -de kweekschool, waarin de beroemdste zeehelden gevormd en opgeleid -werden. Het was door de verheffing van zulke wakkere mannen als die -in den dienst der Kompagniën een onschatbare ondervinding opgedaan -en alle denkbare gevaren getrotseerd hadden, dat 's Lands zeemacht -een zedelijke kracht bekwam, welke zy tot dien tijd niet bezeten -had.--Na deze uitweiding, niet onnoodig wellicht om by sommige lezers -een misverstand weg te ruimen, dat zich lichtelijk voordoet, keeren -wy tot onze schets terug. - -Het doel der onderneming, van welke wy thands gaan gewagen, en dat -zelfs aan den Vlootvoogd, naar de gewoonte van die dagen, eerst -in volle zee, door het openen van den lastbrief van Bewindhebberen -bekend mocht worden, was het bemachtigen der Allerheiligen-Baai op -de kust van Braziel.--Op den 8sten Mei 1624 had de vloot de plaats -harer bestemming bereikt. De baai was verdedigd door een sterkte, -die den ingang bestreek, en door eenige Portugesche schepen. Maar -Willekens achtte, om het geschut der sterkte tot zwijgen te brengen, -en de schepen te vernielen, drie zijner vaartuigen genoeg, mits Piet -Hein die gebood. Veertienhonderd-veertig man werden aan wal gezet: -meer zoû Allart Schouten niet behoeven, om de stad Sint Salvador -te winnen. Het vertrouwen van den Amiraal werd niet beschaamd -gemaakt. Terwijl Schouten de stad binnen rukt en er rijken buit -behaalt, maakt Piet Hein zich meester van de schepen, die in de baai -liggen, en van de menigte koopwaren, welke zy bevatten: en, met roem -bedekt, keeren de Vlootvoogden naar het Vaderland, Joan van Dorth -als bevelhebber over de veroverde vesting achter latende. - -Twee jaren later werd aan Piet Hein, nu als Amiraal, het bevel -gegeven over een vloot, uit acht groote schepen en vijf jachten -bestaande. Na gedurende eenige weken met afwisselende fortuin in -de West-Indische zeeën en langs de Barbarijsche kusten gekruist -te hebben, zeilde onze Vlootvoogd nogmaals naar die baai, die, -sedert zijn vertrek, ten gevolge van het sneuvelen van Van Dorth -en van het verwaarlozen van 't bewind door zijn opvolgers, weder -in handen der Portugezen gevallen was. Het was in January 1627, dat -Piet Hein voor Sint Salvador verscheen, onder het geschut van welke -stad zes-en-twintig groote en twee-en-twintig kleine, doch alle sterk -bemande en welgewapende schepen lagen, die Spaansche of Portugesche -vlaggen voerden. Door zulk een macht en bovendien door een kustbattery -van twee-en-veertig stukken verdedigd, meende 's Konings Stadhouder, -Don Diëgo Louis de Oliveyros, tegen elken aanval gewaarborgd te -zijn: maar hy had er niet op gerekend, dat, by de Hollanders van -die dagen, een hunner schepen er, in doorslag, drie van den vyand -voor zijn rekening nam. Piet Hein geeft den zijnen het voorbeeld: -hy zeilt tusschen het vyandelijk Amiraal- en Vice-Amiraalschip in, -ankert op een musketschot van de stad en opent zijn vuur aan beide -zijden. Nog twee schepen volgen hem en werpen mede hun anker uit: -de overige worden door den wind belet op te komen. Doch ook dezen -tegenspoed weet de Zeevoogd te herstellen. Terwijl de drie geänkerde -schepen den strijd doorzetten, schrik en verwoesting brengen onder -'s vyands vloot, en door hun geschut diens Vice-Amiraalschip in den -grond boren, laat hy van zijn mast den topstander waaien. Op dat -sein werpt de manschap uit de overige schepen zich in de boots, roeit -op den vyand aan, beklimt en entert diens schepen, en drijft er het -volk uit, dat, van doodsche vreeze bevangen, alom over boord springt, -en met zwemmen zijn behoud zoekt. Geen drie uren zijn verloopen, of -de overwinning is bevochten, en, moet het schip van Piet Hein, dat -op het drooge geraakt en geheel vernageld is, worden achter gelaten, -was een ander door zijn eigen vuur in de lucht gesprongen, dat verlies -wordt ruim vergoed door het bemachtigen van twee-en-twintig groote -en rijk beladen vaartuigen, die hy met zich naar zee sleept en naar -'t Vaderland zendt als sprekende getuigen zijner viktorie. - -Maar nog kon het behaalde voordeel den Zeevoogd niet voldoen. Zijn -vloot in Spirito Santo ververscht en van water voorzien hebbende, -verdeelt hy die in drieën, zendt een smaldeel naar Rio de la Plata -en een naar Rio Janeiro, en keert met vier schepen van oorlog en vier -jachten naar de baai terug, welke hy den 10den Juny binnenstevent. Hy -zeilt de stad voorby, verovert, plundert en verbrandt twee van 's -vyands schepen, die op 't drooge liggen, en toen, met een pinas, een -jacht en een fregat, de rivier opvarende, vervolgt hy een tiental -met suiker geladen schepen, die voor hem terug geweken zijn. 't -Gelukt hem, twee daarvan op te sporen, die zich veilig achten in een -naauwe kreek, waar geen diepgaand vaartuig hen kan bereiken. Maar, -is de rivier niet verder bevaarbaar voor de schepen, zy is het nog -steeds voor de booten. Twee malen laat Piet Hein die af, om een -aanval te beproeven op de Portugesche schepen; doch beide reizen -vruchteloos. De aanvallen worden afgeslagen, en de koopvaarders, -al hooger en hooger op wijkende, vereenigen zich met de andere -vaartuigen en worden eerlang versterkt door een vendel krijgsvolk, -hun van Sint Salvador toegezonden door den Kommandant Oliveyros. Het -was niet de eerste maal, dat de aanvoerder dier bende, de Hopman -Padilla, de Hollanders had bestreden. Hy was het, die, drie jaren -te voren, Van Dorth in een hinderlaag gelokt en omgebracht had, -en hy vleidde zich, thands, door een dergelijk wapenfeit, zijn roem -te voltooien. Doch de dood van den voormaligen bevelhebber van Sint -Salvador zoû deze reis gewroken worden: de aanval der onzen, op den -derden dag meer krachtdadig hervat, was ditmaal onwederstaanbaar: -een kogel, door Padillaas kuras gedrongen, berooft hem van 't leven: -het schip, waar hy zich op bevindt, wordt stormenderhand veroverd; -de bemanning, twee-honderd-vijftig man sterk, neder gehouwen. Nu -ontzonk op de overige schepen den vyand den moed, en hy zocht zijn -redding in de vlucht. Nog twee, insgelijks rijk beladen vaartuigen, -werden bemachtigd, en het was alleen de onmogelijkheid om de rivier, -die al naauwer en naauwer en al meer met geboomte bezet was, verder op -te varen, die Piet Hein verhinderde, grooter buit te behalen. Reeds was -de taak hachelijk genoeg, om de veroverde schepen met zich naar zee -te voeren; immers, terwijl de hier vermelde wapenfeiten in de rivier -plaats grepen, had Oliveyros, ter plaatse, waar zy in de baai uitliep, -een der schepen, die op den 11den uitgeplunderd en verlaten waren, -dwars in het vaarwater laten zinken, en langs de geul, welke alleen -voor de afzakkende schepen overbleef, op den oever een borstweering -opgeworpen en met musketiers voorzien. Zoo meende hy de onzen als in -een fuik gevangen en hun alle ontkoming onmogelijk gemaakt te hebben: -en daar zoû hy hun nu de vroegere en thands geleden verliezen betaald -zetten. Te meer gegrond scheen zijn hoop, omdat er byna geen water in -de rivier stond, en de wind den onzen tegen was, zoodat de schepen -niet dan langzaam, en met behulp van werpankers, konden worden -uitgebracht;--welk laatste, naar Oliveyros meende, wel onmogelijk -zoû wezen, uithoofde de schepen langs den oever moesten houden, waar -'t volk, dat in de booten de ankers moest uitbrengen, aan het moordend -geweervuur der musketiers was blootgesteld. Doch het woord "onmogelijk" -stond in het woordeboek van Piet Hein niet geschreven. Naauwlijks is -hy van de gevaren, die hem bedreigen, onderricht, of hy zendt eerst -eenige matrozen in de booten de rivier af, die 't gezonken schip by -laag water in brand steken en uiteen doen springen. Vervolgens laat -hy al de huiden, die in de gemaakte prijzen te vinden zijn, voor -den dag halen en doet daarmede de schepen, maar vooral de booten, -beschansen. Aldus tot afweer gereed, zakt hy de rivier weder af, -laat al de veroverde schepen uitwerpen, en vaart den vyand, die 't -met spijt moet aanzien, voorby, zonder een man te verliezen; want -de bootsgezellen, die de ankers uitbrachten, zaten veilig achter hun -borstweer van huiden, waar de kogels der Portugezen in smoorden. Met -geen minder voorspoedigen uitslag brengt Piet Hein nu zijn eigen -vaartuigen uit en raakt daarmede op den 16den weder by zijn smaldeel, -waarvan hy sints den 6den gescheiden was, en dat, kort by Sint Salvador -geânkerd, alsnu, in 't gezicht van den vyand en tot diens ergernis, -de prijzen overneemt, die hy door zijn moed verworven, maar door -zijn vernuftig beleid had weten te bewaren. Een en ander werd dan -ook dankbaar erkend, en hy, in October in 't Vaderland teruggekeerd, -door Bewindhebberen met een gouden keten beschonken. - -Met ongelijk minder moeite verkregen, doch oneindig meer beroemd, om -de voordeelen, welke zy opleverde, was de overwinning, welke Piet Hein -in 1628 behaalde. Met een-en-dertig meest groote schepen uitgezeild, -en vooral met den toeleg, om, zoo mogelijk, de vloot, die de schatten -uit Amerikaas zilvermijnen naar Spanje bracht, te onderscheppen, had hy -een tijd lang in de West-Indische zeeën gekruist, toen, in Augustus, -omtrent de Havana een hevige storm zijn vloot uit den koers dreef, -welken hy meende te houden. Reeds had hy de hoop, om den verwachten -buit te winnen, opgegeven, dewijl de tijd, waarop hy de Spaansche -vloot had gerekend te ontmoeten, verstreken was, toen het bleek, -dat hetgeen hy voor een tegenspoed gehouden had, alleen had moeten -dienen, om hem in zijn oogmerk te doen slagen. Een zeil, op drie -mijlen afstands ontdekt, wekt de aandacht van Witte Corneliszoon de -With, die op het schip van Piet Hein het bevel als schipper voerde: -hy vraagt en bekomt verlof het te vervolgen, stapt in zijn sloep, -roeit naar de onbekende bark, vermeestert die, en ontdekt, dat zy -gezonden was ter waarschuwing van de Spaansche vloot. Dit stoute feit -was alzoo de aanleiding, dat de zilvervloot onkundig bleef van het lot -dat haar dreigde, en zy de onze dwars in den mond liep. Vergeefs zocht -zy een toevlucht in de baai van Matanza: zy werd daar achtervolgd en -op den 9den September zonder veel tegenstand veroverd. - -"Hoe moest," zong Vondel, toen hy, in zijn Zegezang op het innemen -van den Bosch, in 't voorby gaan de zegepraal van Piet Hein herdacht, - - - Hoe moest, Havaen! uw hart bezwijcken, - Toen ghij uws Konings zeil zaeght strijcken - Voor 's Prinsen vlaggen al benout? - Toen ghy het zilver en root gout - Zaeght plondren, en de purperoegsten - Die Hollant dreighden te verwoesten? - De schim van Attabaliba - Vernam 't, en huppelde om uw scha, - Omdat men hem de zenuw kerfde, - Die niet door deught zijn scepters erfde, - Maar schoot, met voordeel van geweir, - In 't moedernaeckt en weerloos heir. - Dat heet den draeck op 't harte trappelen, - Den wachter der Hesperische appelen, - En na 'et verovert Indisch Vlies, - Hem zuchten doen om 't Boschverlies. - - -De vloot van Piet Hein kwam eerst in 't laatst van 1628 en in 't begin -des volgenden jaars terug. De meeste buit, in vele kisten van zilver, -voorts in goud en paerlen, edelgesteenten en kostbare koopmanschappen -bestaande, en op ruim elf en een half millioen guldens begroot, -werd te Amsterdam in 't Huis der Kompagnie opgeslagen. Men hield een -plechtigen dankdag en brandde vreugdevuren wegens deze verovering. De -aandeelhouders in de Kompagnie kregen een uitdeeling van vijftig -ten honderd: Piet Hein zelf slechts f 1000: de With, zonder wiens -wakker bedrijf die rijke buit nooit verkregen ware, geen penning: -de matrozen niet meer dan zestien maanden gaadje: was het wonder, -dat zy, met die schrale belooning kwalijk tevrede, den buit poogden te -plunderen? Was het wonder mede, dat Piet Hein niet ongaarne de dienst -der Kompagnie verliet, om een luisterrijker betrekking te aanvaarden, -de hoogste namelijk, die by 't zeewezen te bekomen was, die van -Luitenant-Amiraal van Holland, opengevallen door den dood van Willem -van Nassau, doorschoten voor Grol?--Slechts kort na zijn terugkomst in -'t Vaderland door de Staten tot deze waardigheid verheven, had Piet -Hein niet lang van zijn verheffing genot. In April van 't zelfde jaar -1629, met een vloot naar zee gezonden, om de Duinkerker kapers te -tuchtigen en onze kusten schoon te houden, ontmoette hy op den 17den -Juny in de Cingels eenige vyandelijke schepen, die hy vervolgde en -op den volgenden morgen achterhaalde. Volgens zijn gewoonte brak hy -dadelijk door de linie des vyands heen, en, na een hevigen strijd, -gelukte het den onzen, het Duinkerker smaldeel op de vlucht te drijven, -en drie veroverde schepen als trofeën met zich naar 't Vaderland te -voeren. Maar kon men die overwinning wel een voordeel noemen? Want met -dien buit voerden zy ook het lijk mede van hun Amiraal, wien reeds -de derde kogel, die van 's vyands zijde gelost werd, zielloos op -het dek had nedergeworpen. Zijn dood was een groot verlies voor het -Vaderland in 't algemeen, maar in 't byzonder voor het Zeewezen. Met -hem toch moest het Vaderland den kloeken aanvoerder derven, die in deze -oogenblikken meer dan iemand in staat zoû zijn geweest, de rooveryen -der Duinkerkers te beteugelen, en de zeeën schoon te houden. Het -Zeewezen zag zich verstoken van een bekwamen Opperbevelhebber, die, -wanneer men oordeelen mag uit de veelvuldige verbeteringen, door hem, -gedurende zijn twee-maandelijksch bestuur, of ingevoerd of voorgesteld, -den heilzaamsten invloed op de zeemacht zoû hebben uitgeoefend, -om daarin de heerschende misbruiken en ongeregeldheden door orde en -tucht te doen vervangen. Te recht werd daarom zijn verlies algemeen -betreurd, en, hadden zijn krijgsmakkers by den strijd, waarin hy -sneuvelde, zijn dood op glansrijke wijze gewroken, de Staten zorgden -voor de vereering zijner nagedachtenis. Plechtig werd hy op hun last te -Delft ter aarde besteld, en een gedenkteeken, op zijn graf geplaatst, -getuigt nog heden van zijn onvergankelijken roem. - - - - - - - -JACOB CATS. - - -Mag de eeuw van Frederik Hendrik zich verhoovaardigen op den -grooten lier- en treurspeldichter, aan wiens onsterfelijken naam een -eereplaats beschoren is in den tempel des roems nevens die van Homerus, -Maro, Dante, Shakespeare, Milton, Racine, Byron, Schiller, Goethe, -Bilderdijk,--zy boogt tevens op den man, die, als schrijver, zich -voorstellende niet te schokken, maar te roeren, niet te verblinden, -maar te overtuigen, niet te betooveren, maar te overreden, niet tot -de verbeelding, maar tot het hart te spreken, geen bewondering op -te wekken, maar nut te stichten: op den volksdichter, die, zich tot -geene hooge vlucht wagende, maar er zich boven alles op toeleggende, -voor ieder verstaanbaar te zijn, juist daardoor dan ook meer algemeen -begrepen werd, en een meer uitgebreiden, meer duurzamen invloed op -zijn landgenooten uitoefende--Jacob Cats. - -Dat Cats geen dichter was in de meer verhevene beteekenis van het -woord, bewijst de omstandigheid, dat, toen hy zijn eerste rijmvrucht -uitgaf, hy een leeftijd bereikt had, op welken de groote mannen, -hierboven door ons genoemd, zich reeds een naam verworven hadden. In -1578 geboren, zond hij niet voor 1618 zijn eerstelingen in 't -licht. Maar voor hem was de poëzy geen hoofdzaak, gelijk voor Vondel, -gelijk voor de genoemde schrijvers; zy was op zijn best een verpoozing -van zoogenaamd meer gewichtigen arbeid: zijn vaerzen waren nimmer het -gevolg van dat opbruischend zielsgevoel, waaraan geen wederstand te -bieden is, van die behoefte om hetgeen uit hoofd of hart opwelt in -zangen uit te storten: zy waren niet meer dan een vorm of inkleeding, -boven 't proza verkieslijk, om een gunstig onthaal te doen vinden -aan de nuttige lessen en wenken, welke hy aan zijn landgenooten wilde -geven. Wie daarom de werken van den geleerden Pensionaris beöordeelt -naar den maatstaf, aan welken men gewoon is, poëtische voortbrengselen -te toetsen, handelt dwaas en onbillijk. "Waar vindt men schilders," -vraagt van Effen in zijn Spectator, "die eene keukenmeid met fluweel -bekleeden of eene vischvrouw, met paerlen, diamanten en goudlaken -opgepronkt, baars en karper doen schoonmaken? Is het derhalve niet -oogschijnlijk, dat hoogdravenheid van Cats te vorderen en stoffen -als de zijne daartoe te willen verheffen, de dwaaste pedanterie is, -die ooit beschimpt kan worden." Cats heeft nimmer naar den roem -des dichters gestreefd, maar alleen naar dien van den moralist, -en dit is juist wat hem onderscheidt b. v. van La Fontaine. Beiden -hebben meer dan eens dezelfde fabel, dezelfde vertelling, behandeld; -maar de laatstgemelde let by voorkeur, zoo niet by uitsluiting, op het -poëtische, dat zijn stof hem aanbiedt, of dat, zoo 't er oorspronkelijk -niet in lag, zijn scheppend genie weet aan te brengen; terwijl hy zich -van de zedeles, die er uit voort moet vloeien, in een of twee regels -afmaakt: Cats daar-en-tegen vat de zaak bestendig uit een ernstig -oogpunt op: de leering, daarin gelegen, is by hem de hoofdzaak: -aan de ontwikkeling dier leering besteedt hy zijn voorname zorg, -en laat niets na wat volgends zijn meening dienen kan om haar by -den lezer in te prenten. Hy wil niet meer zijn dan moralist, doch, -om zijn lessen gereedelijker ingang te doen vinden, geeft hy ze op -rijm en licht zijn betoog met poëtische beelden toe. - -Gewis zal de lezer, die Cats uit zoodanig oogpunt bestudeert, zich -te-leur-stelling gespaard vinden, en daar-en-tegen meer dan eene -aangename verrassing zien bereid. Hem zal de eentoonige dreun niet -hinderen dier vaerzen, waarby de snede altijd zoo juist is in acht -genomen, dat zy ons by 't hooren doen denken aan droppels, die, by -een lekkaadje, met gelijke tusschenpozen van het dak vallen,--noch -dat gestadig aanwenden van stopwoorden en stoplappen, die aan -het geheel wel naïviteit maar ook op den duur vrij wat platheid by -zetten;--neen, hy zal een wezenlijk genot smaken, als hy ondervindt, -hoe vloeiend, bevallig, schilderachtig, vooral natuurlijk, de schrijver -zich meermalen weet uit te drukken, welk een schat van kennis en -ervaring hem ten dienste staan en hoe mild daaruit geput is om de -zaak, die behandeld wordt, van elke harer tallooze zijden te doen -bezien: welk een overvloed van nieuwe, altijd welgekozen en volkomen -passende beelden gebezigd worden ter toelichting van de redeneering: -hoe duidelijk de bewijzen voor elke stelling worden voorgedragen: -hoe menschkundig 's mans beschouwingen zijn: en hoe overal tot het -hart gesproken wordt. - -Wy herinneren ons niet wie het was,--misschien deden wy 't zelve -wel--die Cats den Kristelijken Ovidius noemde. In de daad, het is -vooral de schrijftrant van dezen, dien men zoû zeggen dat Cats -ten voorbeeld gekozen had, waarvan hy althands de verdiensten -zoo wel als de gebreken heeft overgenomen. Als Ovidius is hy -eentoonig, omslachtig en weelderig; doch by hem als by Ovidius is -die weelderigheid somtijds bekoorlijk en zijn verbeelding is, als -die van Ovidius, onuitputtelijk. Maar zoo min de Hollandsche als de -Latijnsche schrijver weet grenzen aan die verbeelding te stellen, -en geen van beiden is voldaan, zoo lang hy niet alles over zijn -onderwerp gezegd heeft wat er van gezegd kan worden. - -Is echter beider trant gelijk, te meer verschilt de inhoud. Cats -schrijft om te onderwijzen, niet om te vermaken; overal toont hy -zich de brave, eerlijke, godvruchtige man. Ook dan zelfs, wanneer hy -stoffen behandelt, welke onze preutsche eeuw als onkiesch verwerpen -zoû, weet hy zorg te dragen, door zijn wijze van voorstelling allen -aanstoot te vermijden, en hy doet dit, niet door het omsluieren der -naaktheid--doorgaands een prikkel te meer ter opwekking eener verhitte -verbeelding--; niet door het half verzwijgen van hetgeen hy te zeggen -heeft: niet door het bezigen van dubbelzinnige uitdrukkingen:--neen, -hy schroomt geenszins de zaken by haren naam te heeten en zelfs -over byzonderheden uit te weiden;--maar hy stelt nimmer de ondeugd -behagelijk voor: hy schertst nimmer met boosheid en zonde: hy verzuimt -nimmer, onmiddelijk op haar treurigen nasleep te wijzen. Hy durft -verhalen wat Aretino of Boccacio voor hem verhaald hebben; maar het -onreine vuur, dat in hun vertellingen blaakt en schendige lusten in de -ziel des lezers ontbranden doet, heeft in de zijne zijn verderfelijk -vermogen verloren: het is niet langer het vuur der verleiding, -dat de zinnen bekoort; het is het vuur der hel, dat ontzetting en -afschrik baart. - -Verdient Cats onzen lof als zedeschrijver, vooral om den weldadigen -invloed, dien hy als zoodanig op de Natie heeft uitgeoefend; wy -mogen dien ook aan Cats als regent niet onthouden. 't Is waar, ook -een grooter staatsman dan hy was, zoo kort na Oldenbarneveldt en zoo -kort voor Jan de Witt aan 't roer komende, zoû moeite hebben gehad, -zijn licht te doen schijnen tusschen de schitterende stralen, die van -beide zulke sterren der eerste grootte uitgingen; maar Cats achtte zich -niet--gelijk de twee groote mannen, hier genoemd--in zijn betrekking -geroepen het land te regeeren;--neen, gedreven door denzelfden geest, -die hem als schrijver bezielde, zocht hy, eerst als Pensionaris van -Dordrecht, later als Raadpensionaris, eenvoudig den plicht, hem door -zijn instruktie opgelegd, naar behooren te vervullen, en zich daarby te -onderscheiden door naauwgezetheid, eerlijkheid en trouw. Dat hy zulks -deed, daarvoor verdient hy onze hulde: en toch mogen wy het misschien -bejammeren, dat hy zich, door zijn geboorte en door de omstandigheden, -tot hooge eerambten geroepen zag. Had hy zich in nederiger kring -bewogen, en in zijn jeugd, in stede van op meer praktische studiën, -zich op de beöefening der dichtkunst met nadruk toegelegd, zijn -weelderig vernuft leeren besnoeien, den aanleg die zich openbaart in -zijn Galatee, en in zoo vele zijne Zinne- en Minnebeelden, zorgvuldig -aangekweekt, zijn stijl leeren zuiveren van de onnutte stoplappen -die hem ontcieren, hy had wellicht den rang kunnen innemen onder de -eerste dichters, die hem thands niet mag worden toegekend. - -Misschien zal aan sommigen deze beweering vreemd voorkomen: -zy zullen wijzen op het gedenkteeken, dat te Brouwershaven, -'s mans geboorteplaats, werd opgericht, en ons vragen, of de -omstandigheid, dat hy tot heden de eenige onder onze dichters is, -aan wiens nagedachtenis eene zoo openbare hulde is aangeboden, niet -het luidst sprekende bewijs oplevert, dat de Natie in 't algemeen een -andere meening koestert omtrent Cats dan die wy hier geuit hebben. Wy -geven dit toe niet alleen; maar wy hebben hier boven er reeds op -gewezen; wy zullen er zelfs byvoegen, dat ook in Belgiën nog altijd -de meerderheid der Vlaamsche bevolking in het gevoelen deelt van den -Aartsbisschop van Mechelen, Jacob Boonen, die tot Vondel zeggen dorst: -"awiel sinjeur Vondel! ghy rijmt zeer aardig; maar ghy zijt nog lang -gienen Cats."--Doch wy zien ook in onze dagen, dat aan Tollens een -standbeeld wordt opgericht, terwijl Bilderdijk er nog vergeefs op -wacht; en wy gelooven met eenigen grond de vraag te mogen stellen, -of niet de Natie, by de hulde, welke zy tweewerf by voorkeur aan den -minst verhevene van twee beroemde tijdgenooten bracht, niet telken -reize door andere beschouwingen geleid is geworden dan door deze: -"wie was, als dichter, in de eerste plaats een gedenkteeken waardig?" - -Ware onze taal ook buiten 's lands bekend, de vreemdeling zoû ons -wellicht leeren het genie van Vondel en dat van Bilderdijk te schatten, -gelijk hy ons is voorgegaan in het toekennen aan Rembrand van den rang, -die hem behoort. - - - - - - - -JOHAN PIETERSZOON EN DIEDERIK SWELINCK. - - -Is in andere landen de nagedachtenis van beroemde kunstenaren vaak -vereeuwigd door standbeelden, te hunner eere opgericht, dan moet -het verwondering baren, dat er geen van metaal of steen oprijst ter -eere van een kunstheld als Joan Pietersz. Swelinck, (musicus et -organista toto orbe celeberrimus, gelijk onder zijn door Muller in -staal gegraveerd portret te lezen staat), noch in zijn geboorteplaats -Deventer (1540), noch te Amsterdam, waar hy leefde en werkte. Het -kolossale beeld van Orlandus de Lassus prijkt wel binnen Bergen -in Henegouwen, waar deze 't eerste levenslicht aanschouwde, en een -prachtige medalje werd te zijner vereeuwiging geslagen; maar aan het -brengen eener hem waardige hulde aan onzen waereldberoemden Swelinck -werd tot hiertoe niet gedacht. En toch, welk een groot en te recht -hoog vermaard man was hy! Weten wy van zijn vroegste jeugd slechts dit, -dat hy reeds toen een buitengewone vlugheid op klavier en orgel bezat -en op die speeltuigen uitmuntte, zijn latere levensjaren getuigen -van wat hy als kontrapuntist en organist verrichtte, en hoe hy om -zijn voortreffelijke begaafdheden en leerwijze alom geächt en geroemd -werd. Vermoedelijk had hy het eerste onderwijs in de gronden der muzyk -genoten by zijn vader, mede, als wy straks zullen zien, organist te -Amsterdam. In de kennis der kompozitie zich verder wenschende bekwaam -te maken, reisde hy in den jare 1557 naar Italiën, waar hy zich, te -Venetiën, onder Josef Zerlino, leerling van den Nederlander Willaert, -zoo zeer in de kunst volmaakte, dat hy, by zijn terugkomst in zijn -vaderland, zich reeds den naam had verworven een der treffelijkste -organisten te zijn, en, by het openvallen van de betrekking als -zoodanig in de Oude Kerk te Amsterdam door den dood zijns vaders, -tot diens opvolger werd aangesteld. Den roemvollen naam, die van -hem was uitgegaan, mogen wy dan ook als een gewichtige oorzaak -beschouwen, waarom vooral Duitschers, die tot kundige organisten -wenschten te worden opgeleid, zich naar Amsterdam begaven, om van -onzen Swelinck lessen in het orgelspel en kontrapunt te ontfangen, -en zich naar zijn voorbeeld te vormen. In Hamburg werd hy niet anders -dan de organistmaker genoemd, en werkelijk riep hy een orgelschool in -'t leven, waaruit de kundigste mannen van dien tijd te voorschijn -kwamen, als de beroemde Melchior Schildt van Hanover, Paul Seiffert -van Dantzig, Samuel Scheidt van Halle, Jacob Schultz of Praetorius -en Heinrich Scheidemann, beiden van Hamburg, welke stichters werden -van de zoo beroemde Noord-Duitsche orgelschool. - -Zijn leerlingen achtten hem niet alleen hoog als kunstenaar, maar -vereerden hem ook als een vader, inzonderheid Schultz en Scheidemann, -die 's mans beeltenis uit Holland met zich voerden, welke tot het -einde huns levens hunne kamer moest vercieren, opdat zy den zoo -beminden meester steeds voor oogen zouden hebben: voorwaar een bewijs, -dat Swelinck niet alleen als voortreffelijk kunstenaar schitterde, -maar ook als mensch door een beminnelijk karakter en voorbeeldige -zielshoedanigheden uitmuntte, waarin wy bevestigd worden, wanneer wy -mede onder zyn reeds genoemde afbeelding lezen: Vir singulari modestia -ac pietate, cum in vita tum in morte omnibus suspiciendus. En hoe -men dien Nederlandschen kunstenaar hier beminde, getuigt de edele -handelwijze van eenige muzykliefhebbers, handelaren te Amsterdam, -die, zijn tijdelijke omstandigheden wenschende te verbeteren, hem -voorstelden, hun een som van 200 guldens af te staan, waarmede zy tot -zijn voordeel zouden werken, en wel zoo, dat zy daarvan alleen het -verlies zouden dragen, en hy de winst. En met welke uitkomsten werd -dit contractus leoninus van een gands ongewonen aart bekroond? Na -verloop van eenige jaren deed men rekening en verantwoording, en -werd meester Jan Pietersz. in het bezit gesteld van de (voor dien -tijd vooral) aanzienlijke som van f 40,000, waardoor hem, tot aan -zijn dood, een onbezorgd leven ten deel viel. - -Hoe rijk en onuitputtelijk zijn fantazy was, hoe weinig hy, in een -vriendenkring voor het klavier gezeten, en daaraan heerlijke toonen -ontlokkende, zich om tijd of uur bekommerde, vinden wy by Baudartius -opgeteekend: "Deze Apollo," zegt hy, "heeft gehat ten deele van meest -alle musicanten, daarvan een Latijnsche poët aldus spreekt: - - - Omnibus hoc vitium est cantoribus inter amicos, - Ut numquam inducant animum cantare rogati, - Jnjussi numquam desinant, - - -"dat is te zeggen: dat men de liefelyke musiciens niet lichtelyck -aen het singen of spelen en kan brenghen, maer als men se daeran -gebracht heeft, so kunnen sy qualyck ophouden. My gedenckt dat ik -eens met eenige goede vrienden by meyster Jan Peter Swelinck, mynen -goeden vriend, gegaen zynde, met noch andere goede vrienden, in de -maend Mey, ende hy aen het spelen op zyn clave-cymbel gecomen zynde, -hetzelfde continueerde tot omtrent middernacht, spelende onder anderen -het liedeken: "Den lustelicken Mey is nu in zynen tydt," dewelcke hy, -sal ick goede memorie daervan hebbe, wel op vyf ende twintigerley -weysen speelde, dan sus, dan soo. Als wy opstonden, ende ons afscheyt -wilden nemen, so badt hy ons wy souden toch dit stuck noch hooren, -dan dat stuck niet kunnende ophouden, also hy in een zeer soet humeur -was, vermaeckende ons, syne vrienden, vermaeckende ook hemselven." - -Omtrent den juisten tijd van 's mans dood zijn de opgaven eenigzins -uiteenloopend, minder betreffende het jaar en de maand, dan wel den dag -zijns overlijdens. Die alle hier aan te voeren achten wy overtollig, -maar de opgave onder Swelincks beeltenis, door Muller gegraveerd: -"obiit MDCXXI. XVI Octobris Aet. LX." zeer aannemelijk. - -Moge er op dit punt onder zijn tijdgenooten verschil van meening -zijn ontstaan, omtrent Swelincks grootheid als kunstenaar, organist -en komponist, stemmen allen overeen. Hooren wy, in de eerste plaats, -wat Hooft en Vondel van hem getuigen. De eerste schreef op hem het -navolgende grafschrift: - - - Hier leit, die stelde wyz' den koninklyken woorde, - En Sion galmen deed, dat men 't in Holland hoorde. - - -Vondel vervaardigde op zijn beeltenis het navolgende byschrift: - - - Op meester Johan Pieterszoon Zweling - Fenix der Muzycke en Orgelist van Amsterdam. - - Dit 's Zwelings sterflyk deel, ten troost ons nagebleven. - 't Onsterflyk hout de maet by Godt in eeuwig leven. - Daar streckt hy, meer dan hier kan vatten ons gehoor, - Een goddelycke galm in aller Englen oor. - - -Hooren wy nu Baudartius: "Mr. Joan Peters Swelinck, seer constich en -vermaert organist, ja beroemd voor den allercloeksten en constichsten -organist deser eeuw. Welcken lof de constrycke Organist ende Musicien -Pedro Philippi, Organist binnen Brussel, en alle andere hem geern -gheven, hem eerende als eenen Phoebus ofte Apollo. De treffelijcke -musyckstucken welke hy aen den dach gegeven heeft, zoo als die in de -Gereformeerde kerken gesongen worden, gheven getuychenissen van den -musikalen geest, daermede hy is begaeft gheweest, ghelyck oock doen -alle andere Musyckstucken by hem gecomponeert en aen den dach gegeven." - -Nog meer bepaald zijn de narichten, ons door Sweertius over -'s mans arbeid gegeven, en welke wy, uit het latijn vertaald, -hier laten volgen, "Joan Pietersz. Swelinck, een Nederlander, -met my zeer bevriend, was het wonder der toonkunstenaars en -organisten. Verwonderlijk was te Amsterdam de dagelijksche toeloop om -hem het orgel te hooren bespelen. Niemand, die er geen roem in stelde, -den man gekend, gezien en gehoord te hebben. Hy schreef drie-, vijf-, -zes- en achtstemmige muzyk van gewijde en waereldsche zangen en voor -al de Psalmen Davids." - -Ook Wassenaer spreekt in zijn historisch verhaal van "den wijdberoemden -organist Jan Pieterszoon Swelingh, die door syn uitnemende konsten voor -een Prince der Musiciens mach geacht werden, ghelyck aan de wercken -blyckt, die by syn leven zyn uitghegaen, en die nog niet uitghegaen -zyn. Hy was een uytghenomen konstenaer in 't orghelspelen, so dat -men syns ghelyck niet veel en vondt, waerdoor hy van de liefhebbers -der Musycke, maer bysonders van syne medeborgers in groote waerden -ghehouden wiert." - -Hoe zijn werken gezocht waren, kan men opmaken uit de spoedige -verschijning van een tweeden druk, vooral uit de voorrede van zyn -beroemde Psalmen, (livre des Pseaumes de David, nouvellement mis en -musique, a 4, 5, 6, 7, 8 parties) waarin hem de hoogste lof toegezwaaid -en hy nu eens "l' Amphion divin et doux sonnant Harpeur," dan "l'unique -Phoenix de nostre Pays" genoemd wordt, terwijl in hetzelfde werk -(Livre troisième) het volgende klinkdicht op Swelincks muzyk der -psalmen Davids gedrukt staat. - - - "Tout ravi hors de moy, ars d'une douce flamme, - Espris d'un sainct amour par ces divins accords, - Se rallumer je sens au millieu de mon asme - Un Esprit tout nouveau, qui desdaigne ce corps. - - Esprit, tu est bien prompt: et cependant se pasme - Le corps, que tu devois mouvoir par tes ressorts. - Ne suyvant, ce dit-il, celuy que je reclame, - Je ne suis plus vivant, ains au nombre des morts. - - Swelinck, en mariant les sons avec les sens, - Fait si bien, que le corps, par sa douce harmonie, - Suit et vit en suyvant l'esprit tout en un temps, - - Dont David par ses mots tenant l'ame ravie, - Et puis Swelinck tirant le corps par ses accents, - A l'esprit et au corps ravis rendent la vie." - - -Het is hier de plaats niet, al zijn werken op te sommen, veel min -hun waarde aan de kritiek te toetsen. Wy meenen genoeg te hebben -aangevoerd, waaruit des grooten Swelincks hooge verdiensten als -organist en komponist kunnen blijken. - -En nu zijn zoon, Diederik Swelinck? Over hem bewaren de buitenlandsche -schrijvers het stilzwijgen: vermoedelijk omdat, al was hy als -kunstenaar in zijn eigen vaderland vermaard, zijn naam, by gemis van -gedrukte muzykale compositiën van zijne hand, niet tot in den vreemde, -althands niet tot by den nazaat aldaar is doorgedrongen. Doch moge -hy al minder beroemd zijn geweest als komponist, niet minder dan het -spel zijns vaders werd het zijne op prijs gesteld. Hy was gewoon, -na het eindigen van den avondgodsdienst in de Oude Kerk, waar hy -zijn vader in die betrekking was opgevolgd, zijn stadgenooten op -een heerlijk orgelmuzyk te vergasten, wanneer gewoonlijk stoelen en -banken met een overgroote menigte luisterende en verrukte toehoorders -waren opgevuld. Zijn beeltenis door Jan Lievensz., welke het ons -niet gelukt is onder de oogen te krijgen, werd door Vondel met dit -byschrift vereerd, waaruit wy althands de byzonderheid leeren, dat -de post van organist der meergenoemde kerk gedurende een eeuw in het -geslacht van Swelinck erfelijk was gebleven. - - - "Aldus heeft Livius ons Zweling afgebeeldt, - Maar niet zyn' fenixgalm, uit 's Vaders asch geteelt. - De Neef, de Grootvaêr, en de Fenix Vader zongen - Een eeuw den Aemstel toe met hemelsche orgeltongen. - Zoo Thebe door een lier tot zulck een' wasdom quam; - Wat zou men dichten van het orgel t' Amsterdam? - Daar David en Orlande om stryt zich laten hooren, - Als Didryck zielen vangt, en ophangt by heur ooren." - - -Hoe hoog de Drossaart 's mans kunsttalent waardeerde, kan blijken, uit -een brief van hem, waarin hy, aan Van Baerle zijn gevoelen mededeelende -aangaande de vermakelijkheden, waarop men Maria de Medicis, gedurende -haar verblijf te Amsterdam, in 1638, onthalen zoû, zijn meening uit, -dat "eene der onthaalingen, die meest by haar zoude geacht worden, -een treflijke muzijk zoude zijn", waaromtrent, zoo als Hooft verder -schreef, het verkieslijk ware "te volgen den raadt van den Orgelist -meester Dirk Sweeling, wiens gelyk ik meene dat zy nooit gehoort -heeft." - -Dirk Swelinck overleed in 1652, en rust in een en hetzelfde graf met -zijn vader en zijn grootvader, gelijk wy leeren uit het grafschrift, -dat Vondel op hem dichtte: - - - Gy Zanggodinnen, valt aen 't schreien, - Aen 't jammeren met heele reien; - De zoon van Orfeus is verscheien. - - Nu zwijght de galm der orgeltongen, - Die door de pijpen quam gedrongen, - Daar hemelsche Engelen op zongen. - - Hoe kout en kil zijn deze handen, - Daer Jesses snaer mêe komt te stranden, - Met zijn Marenssen, en Orlanden. - - Hoe juichte 't hart van oude en jongen, - Wanneer zijn vingers ongedwongen, - Op noten en op steeken sprongen! - - Men kon, door Kerckgewelf en Kooren, - Den Vader in den Zoone hooren, - Nu zal een zerck die stemme smooren. - - Gestoelten noch gepropte bancken - Niet langer Zwelings kunst bedancken - Voor zijn verquickende avontklancken. - - Gy die mijn ziel hebt opgeheven - Uit dit moerasch in 't eeuwigh leven, - Wat zweep heeft u naer 't graf gedreven ? - - Ten minste kus, o koor der Zingeren! - Met uwen mont dit ijs der vingeren, - Daar ieders ooren op verslingeren. - - Ten minste draegh hem, naer zijn waerde - Die zijn vermaeck voor niemant spaerde, - Noch met dit grafgeschrift ter aerde: - - "Hier rusten Grootvaer, Zoon en Vader - Zy volgen Davids harp te gader, - Een eeuw van voore, om hoogh noch nader." - - - - - - - -GERARDUS JOHANNES VOSSIUS. - - -Had de zestiende Eeuw de wedergeboorte der letteren aanschouwd, -in de zeventiende mocht het nieuw ontgonnen veld geheel in staat -geächt worden, de noeste vlijt der arbeiders met rijken overvloed -van voedzame vruchten te loonen. Maar toch lag er nog hier en ginds -een akker onbebouwd, nog was op menige plaats onkruid onder de -tarwe gebleven, en, hetgeen de voorgangers verricht hadden, toonde -gedurig meer en meer aan, hoeveel er nog voor hen, die later kwamen, -te verrichten overbleef. - -De verkregen uitkomsten, naarmate zy heerlijker waren, wekten te meer -het verlangen op naar nieuwere en nog betere, en met onafgebroken -yver werd de taak der Erasmussen, der Scaligers, der Casaubonussen, -voortgezet. Vond de klassieke oudheid overal in Europa tolken en -vereerders, Nederland inzonderheid was de plaats, waar zy beoefend -werd en van waar het licht uitging, dat, aan haar fakkel ontstoken, -zijn stralen over Europa verspreidde: en onder hen, die in Nederland -gedurende het tijdvak van Frederik Hendrik hun leven aan de bevordering -der echte wetenschap toewijdden, was er niet een, wiens verdiensten -meer algemeen erkend en gewaardeerd werden, wiens invloed op de studie -der Grieksche en Latijnsche talen en al wat daarmede in verband staat, -gewichtiger en duurzamer was, dan Gerardus Johannes Vossius. - -In 1577, te Heidelberg, doch uit ouders van Geldersche afkomst, -geboren, en reeds in zijn eerste levensjaar met hen in Holland -gekomen, had hy beiden als kind verloren, en was door de zorg van -trouwe verwanten verpleegd. Aan de Latijnsche schole te Dordrecht -opgekweekt, had hy zich spoedig met de eigenschappen en den zwier der -oude talen gemeenzaam gemaakt, en dien smaak voor welsprekendheid -en dichtkunst aan den dag gelegd, die door oefening gezuiverd, -maar niet verkregen wordt. Later te Leyden het meesterschap in de -vrije kunsten en in de wijsbegeerte verworven hebbende, gaf hy, op -naauwlijks een-en-twintig-jaren ouderdom, aldaar, zoo in 't openbaar -als in 't byzonder, lessen over de werken van Aristoteles, toen hy -naar de Schole, die hy te Dordrecht verlaten had, werd teruggeroepen, -maar thands om er het opengevallen Rektoraat te aanvaarden, welke -betrekking hy vijftien jaar bekleedde. Niet minder steeg zijn roem, -na dat hy, in 1606, zes boeken over de Redekunst had uitgegeven, -een werk, waarvan Casaubonus en Scaliger getuigden, dat zelfs de -ouden niets keurigers geschreven hadden. - -Werd Vossius als Rhetor, niet minder werd hy als Godgeleerde -geroemd, en hem in 1615 een leerstoel als zoodanig te Steinfurt -opgedragen. Wellicht had hy aan die roepstem gehoor gegeven; maar -De Groot wenschte hem aan het hoofd van het Theologisch kollegie te -Leyden, en Vossius begaf zich in die hoedanigheid derwaarts, hierin -meer der aansporing van anderen gehoor gevende dan zijner eigen -begeerte. Vier moeilijke jaren bracht hy in zijn nieuwe betrekking -door, en moest in die dagen van Staats- en Kerkelijke twisten, -het gevaar ondervinden, dat er in gelegen was, de hartelijke vriend -van De Groot te zijn. De geschiedenis der Pelagianen, op raad van -dezen geschreven, verwierf hem, ja, toejuiching van de eene, maar -haat en vervolging van de andere, nu bovendrijvende, zijde, en de -omstandigheden noopten hem, in 1619, zijn bediening neder te leggen -en gedurende twee jaren een ambteloos leven te leiden. Een man van -zijne begaafdheden kon echter moeilijk ontbeerd worden, en nu, onder de -bestaande omstandigheden, de baan der godgeleerdheid voor hem gesloten -scheen, werd hem het Hoogleeraarsambt in de welsprekendheid door de -verzorgers der Leydsche Hooge Schole opgedragen. Hoe hoog inmiddels -zijn roem ook buiten 's Lands gestegen was, bleek daaruit, dat, in -1626, van de zijde der Engelschen alle pogingen in 't werk gesteld -werden, om hem aan de Hooge-school van Kantelberg te verbinden. Maar -ook de schoonste aanbiedingen konden hem niet bewegen, zijn Vaderland -te verlaten. In weêrwil hy aldus de hem gedane voorstellen afsloeg, -was de achting, welke men hem in Engeland toedroeg, zoo algemeen, dat, -toen hy in 1629 dat Rijk bezocht, koning Karel I. hem het Kanonikaat by -de Kantelbergsche abdy liet opdragen en daarby het zeldzame voorrecht, -om de inkomsten, daaraan verbonden, te genieten, zonder dat hy er -Holland voor behoefde te verlaten. - -Het was gedurende zijn verblijf te Leyden, dat Vossius zijn Kort -Begrip der Rhetorica en zijn Latijnsche en Grieksche Spraakkunst -uitgaf, werken, aan wier herziening en verbetering hy tot aan zijn -dood arbeidde, en waaruit, gedurende meer dan twee eeuwen, de jeugd, -zoo hier als elders, haar eerste kennis dier vakken heeft opgedaan. Nog -gedurende hetzelfde tijdvak zond hy zeven boeken over de Grieksche en -Latijnsche Historieschrijvers in het licht en Rhetorische Kommentariën, -die hy opdroeg aan de Staten van Holland. - -Eerlang, en wel in 1632, werd hy tot een nieuwen werkkring geroepen, -en wel om het Professoraat in de geschiedenis te bekleeden aan het -onlangs opgerichte Atheneum, te Amsterdam. Hy begaf zich derwaarts, -en niet minder schitterend dan te voren was ook hier de roem, die van -hem uitging, en die nog grootere uitbreiding ontfing, toen eerlang zijn -kinderen dien achtereenvolgens met hem deelden, ja sommigen daarvan -hem dreigden naar de kroon te steken. Zeldzamer en tevens schooner -verschijnsel kon er wel niet worden ontmoet, dan zich voordeed in -de woning van Vossius, waar de vader des huisgezins als een licht -van Europa werd beschouwd, en er onder acht kinderen niet een was, -die niet door ongewone gaven des geestes uitblonk, terwijl velen -reeds als wonderen van hun tijd werden aangemerkt. Men oordeele. - -Johannes, de oudste, in 1605 geboren, behoorde tot die vernuften, -die zich door veelzijdigheid onderscheiden, en wat zy by de hand nemen -met snelheid meester worden. In wis-, kruid- en ontleedkunde bedreven, -had hy die studiën laten varen, om zich op de godgeleerdheid toe te -leggen; doch zich vervolgens tot de rechten gewend hebbende was hy -in 1634 als Advokaat Fiskaal naar de Indiën vertrokken. - -De tweede zoon, Franciskus, drie jaren later, en, gelijk de volgenden, -uit een andere moeder geboren, had te 's Gravenhage met ongewonen -lof het beroep van pleitbezorger uitgeoefend, doch daarom de letteren -niet verwaarloosd, zoo als uit de Latijnsche gedichten, die hy naliet, -blijkt. - -Op hen volgde Mattheus, in 1610 geboren. Na schitterende studiën te -Leyden volbracht te hebben, was zijn smaak inzonderheid gevallen op -de beoefening der geschiedenis. In 1635 gaf hy het Eerste Deel uit -der Jaarboeken van Holland en Zeeland, geschreven in Liviaansch -Latijn. Hoogen lof droeg deze arbeid weg by de Staten der beide -Gewesten, die hem met een rijk geschenk beloonden, en hem, toen -het Tweede Deel, mede, als het vorige, uit vijf boeken bestaande, -zes jaren later uitkwam, tot hun historieschrijver benoemden. - -Met schitterenden glans blonk boven zijn oudere broeders de vierde, -Dionys, die in 1612 geboren was. Reeds als kind in 't Latijn en -Grieksch bedreven, had hy op zijn veertiende jaar de Hebreeuwsche, -Kaldeeuwsche, Arameesche en Arabische talen geleerd, op zijn zestiende -het Lexicon van Rafelengius vermeerderd, vervolgens zich op 't -Armenisch en Ethiopisch toegelegd, en de Talmudische en Rabbijnsche -schriften doorwroet; terwijl hy eerlang, onder andere werken, een -Latijnsche vertaling uitgaf van Maimonides. De Regeering van Amsterdam -had hem, die bovendien in byna geen nieuwe taal onkundig was, aan -'t hoofd der stads-boekery gesteld, en heel Europa weêrklonk van -zijn roem. - -Niet minder belezen, niet minder werkzaam, waren Izaak en Gerard, -gene in 1618, deze in 1619 geboren, en terwijl de eerstgenoemde zich -reeds vroeg als vlijtig navorscher van handschriften onderscheidde, -leverde Gerard nog vóór zijn twintigste jaar een keurige uitgave van -Vellejus Paterculus en vervaardigde aanteekeningen op Valerius Flakkus -en Censorinus. Hoe anderen, hoe b. v. Vondel, over Izaak dachten, -zullen wy straks vermelden; van Gerard getuigde de dichter: - - - Verstant, in honighraat gedoopt, - Geleertheid, daar al 't huis op hoopt, - Hadt Geeraert, die zoo vroegh - Zijn broeders overwoegh - En dreighde alreê des Vaders faem - En vlught te volgen, als zijn naem. - - -Niet minder dan de zonen, onderscheidden zich de dochteren. Zoo wel -Kornelia, die in 1613, als Johanna, die in 1622 geboren was, blonken -uit door bevallige schoonheid, vroomheid van inborst, reinheid van -zeden en innemend vernuft. Wisten beiden met pen en borduurnaald -op kunstige wijze om te gaan, meer dan gewoonlijk was Kornelia -in de muzijk, Johanna in de schilderkunst bedreven. Met gemak en -bevalligheid spraken zy de Fransche, Italiaansche en Spaansche talen, -en waren met de Latijnsche gemeenzaam; terwijl nog bovendien de oudste -der meisjens met ongemeene wakkerheid het huisbestier bleef voeren. - -Kan er schooner, kan er gelukkiger toestand worden uitgedacht, dan -waarin Vossius en zijn huisvrouw, de dochter der Juniussen, zich -bevonden?--Voorspoed, gezondheid, roem, huislijk heil, glansrijke -uitzichten in de toekomst, niets ontbrak hun: maar--onbestendigheid -der aardsche dingen!--hoe weinige jaren verliepen er, en niets -dan puinhoopen waren er gebleven van het gebouw, dat zoo duurzaam -gegrondvest scheen. - -De eerste slag was niet de minst treffende. Dionys, wiens naam zoo -vroeg reeds geheel Europa doorklonken had, die door den vermaarden -Poolschen reiziger Kristoffel Slupeski was uitgenoodigd geworden, -hem als tolk op een reis naar Konstantinopel en Klein-Aziën te -vergezellen--een aanbod 'twelk alleen om den te jeugdigen leeftijd des -jongelings niet was aangenomen--die vervolgens, zoo naar Engeland als -naar Zweden als hoogleeraar, en, toen hy hier geen gehoor aan gaf, als -geschiedschrijver van Gustaaf Adolf naar 't Noorden geroepen was, werd, -toen hy op het punt stond, deze laatste betrekking te gaan vervullen, -op een-en-twintigjarigen leeftijd door de kinderziekte aangetast, -die hem den 25 November 1633 van deze aarde rukte.--Men weet, in -hoe aandoenlijk schoone vaerzen Vondel den wreeden slag bezong, -die Vossius trof. "Wat," schreef hy aan Van Baerle, - - - Wat gaat het sterflot over, - Dat het de beste lover - Van Febus lauwer schent! - - Of trof hem 't heiloos weder, - Omdat de Zweedsche veder - Zijn hant was toebetrouwt, - Die, zwanger van history, - Gustaefs verdiende glory - Beschrijven woû met gout? - - Of kon de nijd niet lijen - Dat hem de Teems quam vrijen, - Of dat hy docht te treên - In onze Fredrix laerzen - Met zoete vredevaerzen - Als in triomf voorheen? - -enz. - - -En wie kent de heerlijke koepletten niet, die hy den troostloozen -vader ter vertroosting toezond: - - - Wat treurt ge, hooghgeleerde Vos - En fronst het voorhooft van verdriet? - Beny uw zoon den hemel niet, - De hemel trekt: ay, laet hem los. - - Ay, staeck dees ydle tranen wat, - En offer, welgetroost en bly, - Den allerbesten vader vry - Het puick van uwen aertschen schat. - - Men klaeght, indien de kiele strant, - Maer niet, wanneer ze, rijck gelaen, - Uit den verbolgen Oceaen - In een behoude haven lant. - - Men klaeght, wanneer de balssem stort - Om 't spillen van den dieren reuck, - Maar niet, zoo 't glas bekomt een breuck - Als 't edel nat geborgen wort. - -enz. - - -Naauwlijks was wel niet de wonde des harten geheeld, maar toch de -uiterlijke rouw over 's jongelings dood voorby, toen een treurmaar -het ouderhart op nieuw deed bloeden. Johannes, voor wien zich op Java -de glansrijkste uitzichten openden, was, in 1635, een jaar na zijn -komst aldaar, bezweken. - -Mocht het gemis van den afwezige minder gevoeld worden, te treffender -zoû alras het verlies zijn van haar, die de vreugd, de lust, de ziel -was van geheel het huisgezin. Op den 28 January 1638, waren de beide -dochters van Vossius, met haar broeder Mattheus, haar oom Junius, -een zoon van den Poolschen gezant en diens leermeester, naar Leyden -gereden. By 't overtrekken van het bevroren Leydsche meer, dat sterk -genoeg was om de zwaarste wagens te dragen, geraakte hun voertuig, -door de onvoorzichtigheid van den voerman, van de baan op een min -veilige plek, en zakte door het ijs: allen kwamen er met den schrik af; -alleen Kornelia werd niet dan levenloos uit het kille water opgehaald. - -"Een oogenblik," zong Vondel haar, in een droeve weeklacht toe, - - - Een oogenblick heeft zoo veel gaven, - Gedaelt van 't hemelsch paradijs, - Op u verslingert, in het ijs - En sneeuw, op 't onverzienst begraven: - Een waterslang verbeet die bloem - Van onze jeught, der maegden roem. - - Nu zwijgen al uw schelle snaren, - d'Yvoire fluit, de zoete keel, - Daer 's vryers goddelijkste deel, - De ziele om hoogh op plagh te varen, - Toen zy ten ooren uitgelockt, - Gy haer tot in den hemel trockt. - - Uw onvolwrochte beelden treuren - En roepen al: ick sterf, ick sterf! - Papier, panneel verschiet zijn verf, - Men ziet geen leven in de kleuren - Van uw tapijten, met de naelt - En zijde naer de kunst gemaelt. - - Nu zult ge geest noch wijsheit zoecken - In 't Neêrduitsch, Fransch of in Toskaensch, - Noch u vermaeken in het Spaensch - En lezen 't keurighst uit de boecken; - Of 't antwoort geven op 't Latijn - In Duitsch als u gevraeght zal zijn. - -enz. - - -Maar nog was met deze offers, aan het ouderhart ontscheurd, de -onverbidlijke dood niet te vrede. Twee jaren waren wederom verloopen, -toen de pest in 't huis van Vossius kwam woeden, en, weinige dagen -achter elkander, Johanna en Gerard ten grave sleepte. - -Franciskus had der praktijk vaarwel gezegd, en te Amsterdam -in het thands byna ontvolkte ouderlijke huis zijn oude plaats -weder ingenomen. Hy scheen er enkel gekomen, om den rouw nog te -vermeerderen. Door een kwijnende ziekte aangetast, bezweek hy in -December 1645. - -Drie maanden later werd Mattheus, die nu het Derde Deel zijner -Jaarboeken uitgegeven, en het Vierde omtrent voltooid had, door een -plotslinge ongesteldheid overvallen, en op 22 Maart aan de zijnen -ontrukt. Van de acht kinderen, waar Vossius op boogde, was er, toen -hy in 1649 uit de waereld scheidde, slechts één meer in leven: en -die eene, Izaak, kon niet aan zijns vaders sterfbed staan, om hem de -oogen te sluiten. Rusteloos en zwerfziek van aart, had hy overal in -'t beschaafd Europa de voornaamste boekeryen bezocht, om merkwaardige -handschriften op te sporen en onderling of met de uitgaven te -vergelijken. In 1645 in 't vaderland teruggekeerd, om Mattheus als -stadsbibliothecaris en geschiedschrijver der Staten op te volgen, -had hy zich in 1648 naar Zweden begeven, waar koningin Kristina hem -ontbood. "O Izak!" riep, na zijns vaders dood, hem Vondel toe, - - - O Izak! eenigh pant - Van Vossius, gy die zoo verre - Om 't licht der koninklijke sterre - Verliet uw vaderlant; - Verlaet om ons de kroon van Zweden! - Gy kunt uws vaders stoel herkleden, - Zijn doorgeleert gebouw - Van schriften voort in top voltrecken - En moeders hart ten balsem strecken - Die anders smilt van rouw. - - -Izaak voldeed aan die uitnoodiging niet: hy toog naar Engeland, waar -hy zijn verdere dagen sleet. Maar al was het aan hem-alleen onder -de kinderen van Vossius beschoren, tot in hoog gevorderden leeftijd, -door tal van schriften, van den omvang zijner kennis te doen blijken, -de glans blijft daarom onverminderd, die in het tijdvak, dat wy -voorstellen, het huis van Vossius omstraalde, en schaars zullen de -jaarboeken der waereld een tweede voorbeeld geven van een gezin, -waarvan de leden in zulk een aantal en zoo treflijk uitblonken op -het veld der wetenschap. Stierven de meesten jong, niet een daalde -onberoemd ten grave, en, wanneer wy nagaan, hoeveel zy ongetwijfeld -aan het voorbeeld en de opleiding van hun vader te danken hadden -gehad, dan mogen wy daar eenigzins uit opmaken, hoe voortreflijk in -'t algemeen het onderwijs van Vossius en hoe weldadig zijn invloed -op zijn talrijke leerlingen geweest moet zijn, ja, op de geheele -wetenschaplijke ontwikkeling in Frederik Hendriks eeuw. - -Wy besluiten met de bekende, doch altijd even lezenswaardige regels, -welke Vondel schreef onder het afbeeldsel zijns grijzen vriends, -vervaardigd door Sandrart: - - - Laat sestigh winters vry dat Vossenhooft besneeuwen; - Noch grijzer is het brein dan 't grijze hair op 't hooft: - Dat brein draeght heugenis van meer dan vijftigh eeuwen - En al heur wetenschap, in boeken afgeslooft. - Sandrart, beschans hem niet met boeken, en met blaeren; - Al wat in boeken steekt, is in dat hooft gevaeren. - - - - - - - -WILLEM EN JOAN BLAEU. - - -Het zijn niet alleen de namen van doorluchtige krijgshoofden -en staatslieden, van verheven dichters en kunstenaars, of van -voortreffelijke geleerden, die by de nakomelingschap in aandenken -bewaard blijven: nevens deze schrijft zy ook in den tempel der -onsterfelijkheid de namen op der zoodanigen, die naar geen andere -glorie streven dan aan 't algemeen van nut te zijn, en daaronder -schenkt zy een eereplaats aan hen, die zich er op toeleggen, hun -werkplaatsen te doen strekken om hetgeen de wetenschap gevonden -en op 't papier gesteld heeft, aan de waereld te doen kennen, en, -op die wijze, kennis, verlichting en beschaving te verspreiden. De -aanspraken op onze dankbare hulde, langs dien weg door de Aldussen -en Stefanussen, de Plantijnen en Moretussen verkregen, mogen minder -schitterend wezen, zy zijn even gegrond als die van de schrijvers, -wier werken zy ons in staat hebben gesteld, tot veredeling van onzen -geest, tot vermeerdering van onze kennis, tot liefelijke ontspanning -van ons brein, of tot verbetering van ons hart, te raadplegen. - -Maar zoo vaak wy ons Boekdrukkers voor den geest stellen gelijk zy -het waren, die wy zoo even noemden, denken wy daarby ook aan mannen, -die meer deden dan een werktuiglijk beroep drijven en een fabriek -besturen. Neen, even als ontelbare anderen, die boeken drukken of -uitventen, zouden ook zy voorlang zijn vergeten, indien zy er niet -hunne eer in gesteld hadden, niets onder hunne pers te ontfangen, -dan hetgeen verdienstelijk of althands belangrijk was, niets daaruit -te voorschijn te brengen dan wat zich door voortreffelijkheid in -de uitvoering onderscheidde. En zoo wel de eene als de andere -voorwaarde kon niet verkregen worden, zoo niet hy, die aan 't -hoofd der inrichting stond, aan yver en goeden smaak ook geest des -onderscheids en grondige kennis paarde, maar boven al doordrongen was -van de hooge verantwoordelijkheid, die op hem rustte. Immers, zoo de -weldaden niet te noemen zijn, door de verspreiding van hetgeen goed, -schoon, nuttig en geestverheffend is, te weeg gebracht, evenmin kan -men de rampen tellen, veroorzaakt door het verderfelijk gif, dat, -door middel der drukpers aan de waereld is en nog dagelijks wordt -toegediend, en indien zy, die zich met het eerste bezig houden, te -recht den naam verdienen te dragen van priesters der verlichting, -voor hen, die zich aan 't laatste schuldig maken en onheilig vuur op -het outer brengen, zoû de straf niet te licht schijnen, die Aarons -zonen eens voor een dergelijk misdrijf trof. - -Zijn handel en nyverheid de grondzuilen, waar een Staat op rust, -welke schooner nyverheid kan er bestaan, dan het belichamen der -gedachte? Welke schooner handel, dan het wijd en zijd verspreiden van -de vruchten des geestes? En toch! maar al te wel is de stortvloed van -onkundigen, die zich met een en ander bezig houden, er in geslaagd, -beroepen, die uit hun aart den rang boven elk ander beroep moesten -nemen, al lager en lager in de algemeene schatting te doen zinken: -en is, naarmate het getal der ongeroepenen steeg, dat der Aldussen -en Plantijnen van dag tot dag geringer geworden. - -Nog echter mag het Nederland van onze dagen zich op loffelijke -uitzonderingen beroepen: nog telt het mannen, die zich het gewicht, -ja de heiligheid hunner taak bewust zijn en haar niet dan met een vol -besef hunner verplichtingen aanvaard hebben en volbrengen, mannen, -die het voetspoor betreden van hunne groote voorgangers, en daaronder -dat van de onsterfelijke Boekdrukkers en Boekhandelaren uit het door -ons gevierde tijdvak, Willem en Joan Blaeu. - -Ook Willem Blaeu was een dergenen, die zich door langdurige en ernstige -studiën tot zijn beroep hadden voorbereid. In 1591 te Alkmaar geboren, -had hy zich zoo binnen als buiten 's lands in al de vakken, welke hem -dienstig konden zijn, bekwaam gemaakt. Hierby was echter de wiskunde -het vak, voor 't welk hy een byzondere voorliefde koesterde, waarin -hy, o. a. ook onder de leiding van den beroemden Tycho-Brahe, een -aanmerkelijke hoogte bereikte, en 't welk de hoofdrichting bepaalde, -door hem aan zijn drukkery gegeven. Immers, ofschoon ook talrijke -werken van smaak, en menige dichtvrucht--als b. v. Vondels "Verovering -van Grol," diens "Begroetenis van Frederik Hendrik," "Geboorte-klock -van Willem van Nassou," "Zege-zangh op den Bosch" en "Gysbreght van -Aemstel"--op zijne persen zijn gedrukt, toch duidde de zonnewijzer, -met de zinspreuk indefessus agendo, die boven het huis van Willem Blaeu -prijkte, dat het voornamelijk werken waren, de wiskunde--inzonderheid -de zeevaart-, aardrijks- en sterrekunde betreffende, die by hem het -licht zagen. Vele daarvan waren door den geleerden drukker zelven -geschreven, en daaronder genoten het "Graedt Boeck" en het "Licht der -Zeevaert" de eer, door Hooft en Vondel te worden bezongen. Hoe Blaeu -als wiskundige vermaard was, blijkt o. a. daaruit, dat hem in 1637 -met Reael en anderen door de Staten werd opgedragen, een uitvinding -van Galilei, om de lengte op zee te vinden, te onderzoeken. Vondel -verhief 's mans roem als zoodanig op de navolgende wijze: - - - Men soeck volkomen breyn vergeefs en vindt er geen: - En selden een vernuft alleen bequaem tot een: - Noch seldener een man bequaem geacht tot velen: - Het schijnt Natuur heeft lust haer gaven te verdeelen, - Maer trof in Blaeu een stof, tot veelerley bequaem. - Soo draeght de Wiskonst moed op sijnen grooten naem. - - -Maar zoû de roem, dien Willem Blaeu zich verworven had, hem overleven, -evenzeer overleefde hem de inrichting, waar hy het aanzijn aan gegeven -had. Hy liet, toen hy in 1638 overleed, twee wakkere zonen na, die, -geplaatst aan 't hoofd der vermaardste drukkery hunner eeuw, die -vermaardheid al luider en luider door Europa deden klinken. Joan en -Kornelis Blaeu bleven het voetspoor van hun vader volgen: Kornelis, -van wien o. a. Hooft in een zijner Brieven de loffelijkste getuigenis -geeft, overleefde zijn vader niet lang, zoo dat het geheele gewicht -der zaak op de schouders van zijn oudsten broeder kwam. Hoe deze in -zijn studiën dezelfde richting volgde als zijn vader, leeren wy onder -anderen kennen uit het allerliefste vaersjen, ter gelegenheid van -zijn huwlijk met Geertruid Vermeul uit Gouda, door Vondel vervaardigd: - - - De wackre Blaeu sloegh 's avonds spae - Het gulden heyr des hemels gae - En monsterde alle stralen, - Die vast staen, of verschralen; - - Als Venus, dochter van Jupijn, - Hem in een ongemaeckten schijn - Verscheen; en quam voor oogen, - Daer hy stond opgetogen. - - Sy sprack: mijn allerwaerdste soon, - Die lust hebt in der Goden troon - En 't eeuwighdurend leven - Met uwen geest te sweven; - - Al langh genoegh met ongemack - Gedragen 't aerdsch en hemelsch pack, - En Herkles nagetreden - En Atlas wijde schreden. - - Al lang genoegh tot 's vaders troost, - Sijn swacken ouderdom verpoost: - 't Is tijt om eens te hooren - Nae 't geen u is beschoren. - - Ick wijs u nae de goude stad, - Daer is voor u een eedle schat, - Een schoone Maeghd ten beste, - Treck heen nae dese veste. - - Ghy sult er vinden aen de Gou - De lieve lang beloofde trou, - En u in hare kaecken - En heusch onthael vermaecken. - - Of deystse met bevreesden gang - Ick salse met een minneprang - Bedwingen tot mijn wetten - En 't harde hart versetten. - - Soo sprack de moeder van de min, - En liet hem met verbaesden sin, - (Terwijle sy ging strijcken) - Verbaest ten hemel kijcken. - - Sijn boesem brande stracx van hoop, - Die hem den lust van starrenloop - En 't schrander hemelmeten - Benam en deed vergeten. - - Ghy handelt passer, boogh noch kaart - O Blaeu, wat of u wedervaert? - Noch Tychoos wijze boecken: - Ghy gaet uw weêrga soecken; - - En Venus voortgang maeckt het spoor, - En wijst u met haer starre voor, - En opent Geertruys armen, - Genegen tot ontfarmen. - - Geluck, ô blijde Bruydegom! - In Hymens vrolijck heyligdom. - Uw Bruyd heeft u genesen. - Laet sy uw spieghel wesen. - - Nu staroogh op geen ander licht - Als dat er straelt uyt haer gesicht. - Nu staroogh op haer oogen, - Die alle dingh vermogen. - - Nu druck, in 't kussen even kloeck, - Met mond op mond een minneboeck, - Nu druck met inckt van weelden - Een huys vol minnebeelden. - - -Als een bewijs der achting waarin Joan Blaeu by zijn medeburgers stond, -bewijst zijn benoeming in 1651 tot Schepen en Raad. Zijn drukkery, die -vroeger op de Bloemgracht by de derde Dwarsstraat stond, verplaatste -hy in 1666 naar het gebouw der toenmalige Latijnsche school ten -noorden van de Nieuwe Kerk, waar nog 't Blaauw-straatjen zijn naam van -draagt. De werkplaats bevatte niet minder dan negen persen, naar de -negen Zanggodinnen geheeten. Geheel Europa deelde zes jaren later in -den ramp die hem trof, toen op den 22sten February 1672 dat treflijke -gebouw door den brand in asch gelegd werd, waarby de letters en platen -der vermaarde Atlas- en Stedeboeken vernield werden, en by de vier -tonnen gouds verloren gingen. Hy stierf den 28sten December van 't -volgende jaar. De toen zes-en-tachtigjarige Vondel, die van kindsbeen -af, de huisvriend der Blaeuwen geweest was, wijdde hem dit grafschrift: - - - Hier sluimert Blaeu, gedrukt van dezen kleinen steen, - Al 't aertrijk door bekent, - Hoe quam hy aan zijn endt? - De gansche weerelt viel dien grooten man te kleen. - - - - - - - -PIETER CORNELISZOON HOOFT. - - -De Nederduitsche taal, jeugdig, frisch, krachtig en bevallig, zoo -lang Holland nog zijn eigen Gravenhuis bezat, was, ten gevolge der -heerschappy, aldaar, byna drie eeuwen lang, door vier uitheemsche -vorstengeslachten gevoerd, in een diep en treurig verval geraakt. Zoo -zy nog leefde, 't was in de oude spreekwoorden en refereinen en in -den mond des volks; maar als schrijftaal was zy sedert lang vervangen -door een barbaarsch mengelmoes, waarin Hoogduitsche kanselarystijl en -Fransche bastertwoorden--om van de Latijnsche niet te spreken--elkander -verdrongen: een eigenlijk gezegde letterkunde bestond niet meer, -en zelfs zy, die, toen de uitvinding der drukkunst en de studie der -klassieke Oudheid het morgenrood eener nieuwe beschaving over Europa -deden opgaan, hier te lande de eerste pogingen in 't werk stelden, -om haar te doen herleven, de Rederijkers, waren nog machteloos iets -anders voort te brengen dan verveelende moralizatiën, in ellendige -kreupelvaerzen en nog ellendiger taal vervat. 't Is waar, mannen als -Marnix, Coornhert, Spieghel, Roemer Visscher, hadden de hand aan de -ploeg geslagen, en, met de herboren vrijheid poogden zy ook hun taal -op vaste grondslagen te vestigen; doch het was niet, zoo lang de -worstelstrijd tegen de dwingelandy op Hollands bodem gevoerd werd, -dat een zoodanige poging, die boven alles een rustigen staat van -zaken vereischte, met den noodigen klem kon worden doorgezet. Dan -er was een betere tijd, een tijd van welvaart en binnenlandsche -rust voor Holland aangebroken, en tevens de gelegenheid om den -begonnen arbeid met wakkere volharding voort te zetten. Het was -de Amsterdamsche Kamer "In Liefde Bloeyende"--tot wier leden niet -alleen de twee laatstgenoemde geleerden behoorden, maar ook al wie -in Amsterdam zich door wetenschappelijken aanleg onderscheidde--die -de taak aanvaardde, om, als zy 't uitdrukte, "de Hollandsche taal -van uitheemsch schuim te zuiveren, en de noodigste konsten in -zuiver Dietsch te leeren." Maar geene omwenteling--'t zij dan in -Kerk, in Staat of in Taal--werd immer volbracht door mannen van -bedaagden leeftijd en grijze ervaring. Spieghel en al die als hy -mannen van overgang waren, konden slechts theoriën stellen, naar -welke de letterkunde zich te richten had; zy waren niet in staat, -die in praktijk te doen brengen: die taak was voor jeugdiger krachten -bewaard. Zy hadden uit de opgedolven stoffen een onbezield lichaam -samengesteld; maar er moest een Prometheus komen, die aan dat lichaam -het leven gaf: die Prometheus was Pieter Corneliszoon Hooft. - -Geboren in datzelfde jaar 1581, waarin ons Vaderland, door de -afzweering van Filips, als zelfstandige Mogendheid optrad, zoon -van dien Cornelis Pieterszoon, die als de grondlegger, althands als -de vertegenwoordiger kon worden aangemerkt van dat aristokratisch -beginsel, 't welk hier gedurende twee eeuwen schier uitsluitend -heeft geheerscht, van tijdelijke middelen wel voorzien, vlug van -bevatting, werkzaam, schrander en vernuftig, onberispelijk van zeden -en aangenaam van omgang, en, by dat alles, zich van zijn tijdgenooten -onderscheidende door het schuwen van elke uitsluitende richting in Kerk -of Staat, scheen Hooft door stelling en karakter aangewezen als de man, -die de letterkunde van den nieuwen Staat hervormen kon. De party, -die thands regeerde, en die alzoo bestemd was in alles, ook in wat -smaak en beschaving betrof, den toon te geven, moest geneigd zijn, -zich te regelen naar het voorbeeld van iemand, die aan haar verwant -en vermaagschapt was: de andersdenkenden vonden geen aanleiding, zich -te verzetten tegen den schrijver, wiens byzondere denk- of handelwijze -aan niemand aanstoot gaf. Wy willen echter den invloed, dien Hooft zich -op de letterkundigen van zijn tijd wist te verwerven, niet uitsluitend -op rekening der aangeduide omstandigheden schuiven. Gewis zouden deze -weinig gebaat hebben, indien hy niet een gelukkigen aanleg bezeten -had, dien hy gelegenheid vond te ontwikkelen, eerst te Leyden, door -het onderwijs van beroemde geleerden en den omgang met ontluikende -vernuften--waaronder het genoeg is, De Groot te noemen--en later op -een buitenlandsche reize van drie jaren, waarvan hy er twee in Italiën -doorbracht. Hier was het, dat hy, door het bestudeeren der klassieke -Oudheid op haar eigen bodem, doch vooral ook door zich gemeenzaam -te maken met de voortbrengselen der Italiaansche letterkunde--toen -de eerste in Europa--hier was het, zeggen wy, dat hy zijn geest en -smaak verfijnde, en leerde inzien, hoe er, ter hervorming van den -Nederduitschen stijl, betere voorbeelden te kiezen waren dan de -werken ook der bekwaamste Rederijkers. De Granida, zeker onder de -tooneelwerken van Hooft niet het minst verdienstelijke, was geheel -op Italiaansche leest geschoeid, doch leverde tevens een bewijs, hoe -de liefelijke vormen en de welluidendheid der Italiaansche poëzy in -'t Hollandsch op de gelukkigste wijze konden worden nagevolgd. Op -zijn acht-en-twintigste jaar reeds zag hy zich geroepen tot de -hooge betrekking van Drost van Muiden, Baljuw van Gooiland enz.--een -betrekking, hem des te welkomer dan eenige regeeringspost in de stad -zijner geboorte, om dat zy hem onafhankelijk maakte van de woelingen -der partyen. Hy zag zich voortaan in staat, zijn tijd te verdeelen -tusschen de plichten van zijn ambt en de beoefening der letteren. Het -slot te Muiden, waar hy in 1609 zijn intrek nam en reeds in 't volgende -jaar de bekoorlijke Kristina van Erp als Drostin binnenleidde, werd -van dat tijdstip af, door het gul en gastvrij onthaal, dat men er -genoot en door den kring van rijke vernuften, die er byeenkwamen, -meer beroemd dan het te voren, zelfs door de belegeringen die het had -uitgestaan of door den kerker van Graaf Floris, was geweest. De eerste -werken, die hier uit zijn pen vloeiden, waren meest tooneelstukken, -die, hoe hemelhoog ook geprezen door 's mans tijdgenooten, hem -nimmer dien eersten rang als schrijver verzekerd hadden, die hem -uit anderen hoofde geworden moest. Alleen zijn Warenar, die geestige -navolging der Aulularia, is een meesterstuk, dat nog heden ten dage -kan worden aangeprezen als een voorbeeld, hoe men, by het overbrengen -van een blij- of kluchtspel uit een vreemde taal in de onze, te werk -moet gaan, en met behoud van intrigue, karakters en toestanden, -niet alleen de uitheemsche namen, maar ook de uitheemsche zeden, -gewoonten, vormen, gezegden en geestigheden met Hollandsche kan -verwisselen. Onze hedendaagsche vertalers mogen al aan hun Fransche, -Engelsche of Hoogduitsche personaadjen namen geven, die Hollandsch -klinken, in hetgeen die personaadjen doen en zeggen, zullen wy -zelden of ooit iets nationaals herkennen. Warenar daar-en-tegen -en al die hem omringen, zijn geen Romeinen, maar Amsterdammers, -en hun taal, uitdrukkingen, zeden, manieren, alles in een woord, -is, onder de handen van den vernuftigen en opmerkenden navolger, -van elke Latijnsche kleur ontdaan om de inheemsche, de lokale, tot -in de kleinste byzonderheden over te nemen. - -Het was eerst in 1626, dus reeds op vijf-en-veertigjarigen leeftijd, -dat Hooft een prozawerk van eenigen omvang in 't licht gaf, te weten -zijn Henrik de Groote. Het was dan ook geen vrucht van enkele ledige -oogenblikken, maar van een achtjarige gezette studie, en het getuigde -niet alleen van des schrijvers meesterschap over de taal, maar ook -van de nasporingen, door hem in 't werk gesteld. Wekte aldus de vorm -elks bewondering wegens het bondige, krachtige en cierlijke van een -stijl, waarvan men nimmer hier te lande de wedergade had aangetroffen, -de inhoud werd niet minder geprezen. De Groot, toen te Parijs als -balling levende, getuigde, dat Hooft in kennis van de Fransche zaken -voor geen Franschman behoefde te wijken, en dertien jaar later erkende -Koning Lodewijk XIII de treflijke wijze waarop het leven van zijn -vader door Hooft was beschreven, door hem de ridderorde van Sint -Michiel benevens brieven van adeldom toe te zenden. - -De lof, aan Hooft toegekend, mocht hem een vertroosting strekken in -zijn druk over de vele en zware verliezen, welke hy geleden had. Vader, -gade, kinderen, ook zelfs een aanzienlijk deel van zijn vermogen, -waren hem achtereenvolgends ontvallen: en het Huis te Muiden, -na gedurende een reeks van jaren een verblijf van vrolijkheid en -huislijk genoegen te zijn geweest, was een wijk en verblijf geworden -van somberheid en rouw. Die treurige staat van zaken moest veranderd -worden: Hooft had te wel de genoegens van het gezellige leven leeren -op prijs stellen, om die niet terug te wenschen, en hy herwon die, -toen hy, op den 30sten October 1627, een tweeden echt had aangegaan -met Helionora Hellemans, weduwe van Jan Baptista Bartelost. Van nu af -tot aan des Drossaarts dood was het Muiderslot weder het middelpunt, -waar zich de schranderste vernuften, die Holland, neen, die de -zeven Vereenigde Gewesten opleverden, zoo gaarne vereenigden. Daar -kwam Vondel zijn Konstantijn, De Huybert zijn Psalm-berijming en -Van Baerle zijn Latijnsche gedichten lezen; daar de wakkere Huygens -zich van de staatsaangelegenheden verpozen, Reael de vruchten zijner -veelsoortige ondervinding mededeelen, de Baecken, de Wickeforts, -Staeckman, Graswinkel, van den Honert en zoo vele anderen de schatten -hunner rijke kennis uitstorten: daar klonken de liefelijke stemmen -van Tesselschade Roemer Visschers en Franciska Duarte, vergezelschapt -door het klavecimbelspel van Diederick Swelingh of Joan Albert Ban. - -Maar Hooft, hoe ook gesteld op zoet gezelschap, had geen gezelschap -noodig om verveeling te ontvlieden: en wellicht was hy nog het best -te vrede, wanneer hy, in het zomerhuisjen in zijn tuin, doorgaans zijn -"torentjen" genoemd, tusschen zijn boeken en papieren was gezeten. Dit -althands getuigde Vondel, toen hy hem schreef: - - - Somtijts kiest ge 't zeskant huiske - Voor uw afgescheiden kluiske, - En zijt in deze eenzaamheên - Nimmer min dan dus alleen. - In dit huiske wert geboren - ('t Was zoo van uw lot beschooren) - 's Grooten Henrix groote Faam, - En de grootheid van zijn naam - Quam uit deze kleinheit rennen, - Vlugh geworden door uw pennen, - Allesins waar 't Duitsche volck - Is bekent door tael of tolck. - - -Het goed onthaal, te beurt gevallen aan het werk hier, door Vondel -geprezen, had Hooft aangemoedigd, een dergelijken arbeid, maar -van vrij wat uitgebreider omvang, te aanvaarden. In 1628 leide -hy de hand aan zijn Nederlandsche Historiën, waar hy negentien -jaren lang, tot aan zijn sterfdag toe, met onafgebroken vlijt aan -voortwerkte. 't Is onuitspreeklijk, met wat moeite en inspanning, -met hoe veel lezens van gedrukte en ongedrukte boeken en bescheiden, -met wat naarstig onderzoek en navorschen, met wat overleg en beraad, -dat groote werk werd samengesteld, ontworpen, op papier gebracht, -beschaafd en gepolijst. Hy diende zich daarby niet alleen van een -aantal schrijvers, die in onderscheiden talen over de Nederlandsche -beroerten hadden gehandeld; maar hy deed ook zijn voordeel met den -raad en de voorlichting, die hem verschaft kon worden door mannen, in -zaken van staat en oorlog ervaren. Zoo was Jacob Wijts, de Algemeene -Wachtmeester van 't Leger der Staten, zijn gids en raadsman in alles -wat het krijgswezen betrof: zoo waren 't Huygens, van den Honert, -Schotte, Staeckman, Wickefort, waar 't Staatsaangelegenheden gold. Niet -voor het jaar 1642 zag het eerste gedeelte van 't werk het licht, -terwijl de schrijver inmiddels nog, tot verpozing en stijloefening, -een vertaling van Tacitus en een beschrijving der Rampzaligheden van -den Huize Medicis had bewerkt. - -Waren de Nederlandsche Historiën met ongeduld verbeid, met ongemeene -graagte en belangstelling werden zy ontfangen en met uitbundige -toejuiching vereerd. 't Is waar, het kostte aan sommigen in den -aanvang moeite, zich aan de kernachtige beknoptheid van den stijl, -aan de vaak ongewone woordschikking, te wennen; doch had men eenmaal, -door een aandachtig lezen en vergelijken, zich met zijn schrijftrant -gemeenzaam gemaakt, dan vergoedde een schier onvermengd genot de -moeite van het lezen. Wat ons thands het meest hindert in den stijl -van Hooft, te weten de Latijnsche spraakwendingen, werd hem niet ten -kwade geduid door de letterkundigen van zijn dagen, over 't geheel -meer gewoon Latijn dan Neêrduitsch te lezen: en evenmin konden zy -er zich aan ergeren, dat hy, op 't spoor van Livius, en van Tacitus -vooral, op welken laatsten hy zich gevormd had, aan zijn personaadjen -meermalen cierlijke redevoeringen in den mond leide, die nimmer -werkelijk gehouden waren, doch die tot ontwikkeling hunner karakters -of meeningen moesten dienen. De geschiedenis, zoo als Hooft die gaf, -was geen dorre kronijk, maar een gedramatizeerde epos, die voortdurend -tot de verbeelding zoowel als tot het verstand bleef spreken, en -waar de poëzy zich huwde aan naauwgezetheid in 't voorstellen der -feiten. Het verhaal van den moord te Naarden, van de belegeringen, -door Haarlem en Leyden uitgestaan, van den overtocht der Spanjaarts -naar Duiveland en Schouwen, van de Spaansche furie te Antwerpen en van -de ontploffing van Gianibellies brandschepen, zijn meesterstukken van -schilderachtige beschrijving, waarby alles leeft en tot de verbeelding -spreekt, en ook de kleinste byzonderheid, met getrouwheid aangebracht, -en in een gelukkig licht gesteld, het hare bybrengt om het geheel af -te ronden of te kleuren. Geen wonder dan ook, dat Frederik Hendrik -de opdracht van dit werk vorstelijk beloonde, en dat de geleerdste -en aanzienlijkste mannen in den lande onuitputtelijk waren in den -lof, dien zy er aan schonken. Maar wat meer nog hem streelen moest, -als zijnde een getuigenis, herkomstig van die zijde, van welke men -die 't minst verwachten moest, was het verzoek, hem door Broeder -Gabriël, een Kapucijn uit Leuven, gedaan, om niet te verflaauwen, -maar standvastig voort te varen met den aangevangen arbeid, onder -byvoeging, dat noch hy, noch de beroemde Puteanus te Leuven, immer een -boek gelezen hadden, in onze taal geschreven, dat hun zoo wel geviel. - -Ongelukkig werd het aan Hooft niet gegeven, zijn Historiën verder -te bewerken dan tot aan het Bestuur van Leycester. Hy zelf had -het voorgevoel hiervan uitgedrukt in de volgende letteren, onder -dagteekening van 12 Maart 1647 geschreven aan den reeds genoemden -Kapucijn en bewaard in die keurige verzameling van zoo vele honderde -Brieven, die niet tot de minste zijner aanspraken op onsterfelijke -vermaardheid behooren: ".... ik hoop binnen korte jaaren noch tien -boeken uit te geeven, die bequaamelijkt by de voorige twintig zullen -kunnen gevoegt worden: zijnde mijn zorg, dat my niet gelukken zal het -werk wijder te brengen, by mangel van gezondtheit oft leeven. Want -d'eene wordt dikwijls bestreeden, en 't ander fluisterst my, die staa -om op den zestienden deezer maandt in mijn zeven-en-zestigste jaar -te treeden, in 't oor: Tempus abire mihi." - -Twee dagen later stierf Frederik Hendrik, en Hooft, naar den Haag -gereisd, om 's Vorsten lijkstaatsie by te wonen, werd aldaar door een -zware koorts aangetast, waaraan hy den 21sten Mei deszelfden jaars -overleed. Algemeen was de rouw over zijn afsterven, en openbaar werd -zijn lof herdacht in een lijkrede, door Geeraart Brandt opgesteld en -door Adam Karelszoon van Zjermesz, een uitstekend tooneelspeler van -die dagen, op den Amsterdamschen Schouwburg uitgesproken. Korter en -kernachtiger schetste hem Vondel, in de regels onder zijn afbeelding -door Sandrart geplaatst. - - - Het brein, gespitst op 't roer der Staten te regeeren, - En 's weerelts Oceaan met kloeckheit te braveeren, - Den geest, die Tacitus en d'oudste dichters tart, - Besloot natuur in Hooft, herboren uit Sandrart, - Die hooft- en halscieraet des Ridders heeft vergeeten: - De Duitsche lauwerkroon, en Fransche koningsketen. - - - - - - - -LAURENS REAEL. - - -Onder de voortreflijke afbeeldingen, welke het penceel der bekwame -schilders uit de zeventiende eeuw ons van de meest beroemden onder -hunne tijdgenooten heeft nagelaten, is er naauwlijks eene, die, -by den eersten blik, welken men er op slaat, zulk een gunstigen -indruk te weeg brengt, en die ons, hoe langer wy er op staren, meer -doet gevoelen, dat de man, dien zy voorstelt, schrander, geestig, -beminlijk, groot en goed moet zijn geweest, als de afbeelding, door -Thomas de Keyser vervaardigd, van Laurens Reael. - -En gewis, het penceel des kunstenaars heeft niet gelogen: want, -hoe vele groote mannen het tijdvak van Frederik Hendrik ook hebbe -opgeleverd, niet een, die veelzijdiger verdiensten bezeten en in -meer onderscheiden werkkring uitgeschitterd heeft, dan Reael: en in -zoo verre mag men hem aanmerken als den type van dat tijdvak zelf en -van de Natie, welke hy, op de vloot, in den strijd, in de vergelegen -Nederzettingen en aan de Hoven der Vorsten vertegenwoordigde. - -Op den 20sten October 1583 was Reael te Amsterdam geboren, waar zijn -vader, Laurens Jakobsz., vroeger graanhandelaar te Dantzich, zich -gevestigd en een huis betrokken had op het Water, aan de Papenbrug, in -de "gouden Reael," waar hy zijn toenaam van ontleende. Reeds voorlang -de leer der Hervormden omhelsd hebbende, was hy een der zes vermogende -burgers, die in 1568 de openbare prediking bevorderden. Groot was -zijn invloed by de burgery, en belangrijk waren zijn verrichtingen in -de woelige tijden, welke Amsterdam had door te worstelen. Zijn yver -om den beeldestorm voor te komen, de pogingen, door hem, op verzoek -der Stads-Overheid, in 't werk gesteld, om, met eigen lijfsgevaar, -een uitgebarsten oproer te stillen, zijn wijze gedragingen tegenover -den onrustigen Hendrik van Brederode, zijn onbekrompen edelmoedigheid, -betoond in 't leenen eener som van f 10,000 aan Prins Willem I, het -kloek beleid, door hem, als Kolonel der Schuttery, gedurende Leycesters -verblijf te Amsterdam aan den dag gelegd, dit alles te samen had hem -by zijn stadgenooten zoo wel als elders een aanzien doen verwerven, -dat natuurlijk ook zijn kinderen ter aanbeveling strekken moest. - -Zelf beminnaar en beöefenaar der letterkunde, welke hy ook als Lid der -Oude Kamer voorstond, verzuimde Laurens Jakobsz. niets, wat dienen kon, -om aan zijn kinderen een treflijke opvoeding te geven. Van Laurens, -zijn jongste spruit, is het althands zeker, dat hy, behalve in de -Latijnsche en Grieksche, ook in de Engelsche, Fransche en Italiaansche -talen onderwijs genoot, en aan Leydens Hoogeschool de rechtsgeleerdheid -bestudeerde. - -Zijn reeds bejaarden vader verloren hebbende, toen hy nog maar -zeventien jaren bereikt had, vond de jonge Laurens vaderlijke vrienden -in zijn oudere broeders, maar vooral in zijn zwager, den beroemden -Arminius, die zijn leidsman werd op het veld der letteren, gelijk de -geleerde Snellius op dat der wiskunde, in welke wetenschap hy spoedig -belangrijke vorderingen maakte. Weldra echter--in 1609--overleed -Arminius, wiens dood Reael in een Latijnsch gedicht bezong, dat -beiden zijn bekwaamheid en zijn hart tot eer verstrekte.--Grooteren -lof nog verwierf hy zich door het bespelen der Nederduitsche lier, -en wakker handhaafde hy zijns vaders roem by diens vrienden uit de -Kamer "In Liefde Bloeyende." By Roemer Visscher was de vernuftige -jongeling een welkome gast: met diens dochters Anna en Geertruida, -hem gelijk in jaren, wedyverde hy om den dichtgeest der jeugdige -Tesselschade aan te kweeken: en met Hooft, dien hy aldaar leerde -kennen, sloot hy een vriendschap, die tot zijn dood heeft geduurd. - -De zoon van Laurens Jakobsz. en de zwager van Arminius behoefde zich in -die dagen niet verlegen te maken, dat hem de gelegenheid ontbreken zoû, -om vooruit te komen. Reeds spoedig zag hy zich te 's Gravenhage in een -eervolle betrekking by het Bestuur der geldmiddelen geplaatst. Zijn -bekwaamheid en doorzicht werden opgemerkt door Oldenbarneveldt: -hy won diens vertrouwen, en toen, in 1609, het belang der jeugdige -Oost-Indische Maatschappy medebracht, dat er iemand naar Indiën -gezonden wierd, met geestkracht, moed en kennis toegerust, beval -Oldenbarneveldt Reael by Bewindhebberen aan. Een aanbeveling van -'s Lands Advokaat stond aan een bevel gelijk: en zoo gebeurde het, -dat de kweekeling der Muzen, op acht-en-twintig jarigen leeftijd, als -Kommandeur met vier schepen naar de Molukken vertrok. Hy stelde het hem -geschonken vertrouwen en de verwachtingen, welke men van hem koesterde, -niet te leur: gedurende den tijd, dat hy in genoemde Eilanden met het -gezach bekleed bleef, bewees hy gewichtige diensten aan de Maatschappy, -veroverde vesting na vesting op de aldaar gezeten Spanjaarts, bezette -verscheiden kleine eilanden, deed door de inlanders Vorsten verkiezen, -aan de belangen der Maatschappy verknocht, en vestigde den handel in -streken, waar vroeger onze vlag zich nimmer had vertoond. Geen wonder -dan ook, dat, toen de Gouverneur-Generaal Reynst in 1616 overleed, -Reael met eenparigheid van stemmen in diens plaats werd gekozen. - -De tijd van zijn bestuur was een te voren in de Oost ongekend tijdperk -van orde en rust. Met zijn bondgenooten leefde Reael in vrede, en hy -werd van zijn vyanden ontzien. Den handel zoowel als het krediet onzer -Natie wist hy door zijn maatregelen te verheffen en de Ambtenaren -door ontzach in toom te houden. "Dat heet eerst regeeren," zeide -Hooft van hem. Het beloop der retoeren ten tijde van zijn bestuur -bedroeg dan ook het dubbel van dat van vorige jaren. Niet lang echter -bleef hy aan 't hoofd der zaken geplaatst. Hy verzocht en verkreeg -zijn ontslag, droeg in July 1618 het bewind over aan zijn opvolger, -den beroemden Jan Pieterszoon Koen, doch nam de terugreis niet aan, -dan na dezen door zijn ervaring en raad ondersteund te hebben by het -fnuiken van den tegenstand, door Engelschen en Javanen geboden by het -stichten van Batavia. In Augustus 1619 van daar vertrokken, kwam hy, -in 't begin des volgenden jaars, behouden in 't vaderland aan. Dan, -hoe vond hy alles aldaar veranderd! Hy was vertrokken, toen de -beginselen, door zijn zwager en leermeester Arminius in 't kerkelijke, -door zijn beschermer Oldenbarneveldt in 't staatkundige voorgestaan, -als wet en regel golden;--hy vond, by zijn terugkomst, de aanhangers -van beiden vervolgd, gekerkerd, gebannen, zijn voornaamste vrienden -en weldoeners uit de gestoelten der eere geschopt, Oldenbarneveldt -zelven onthalsd. Was het vreemd, dat de bitterste aandoeningen van -smart en verontwaardiging de ziel des fijngevoeligen mans vervulden, -dat hy lucht daaraan gaf in een Latijnsche elegie "over de rampen van -het vaderland," en eerlang ook in dichtvruchten van anderen aart? Maar -evenmin zal het iemand verwonderen, dat voor den erkenden aanhanger van -'s Lands Advokaat de weg tot alle ambten voor 't oogenblik gesloten -was, dat Hooft in 1623 vergeefs moeite deed, om hem tot Afgezant -naar Venetiën te doen benoemen, ja, dat, toen men in dat zelfde jaar -onderhandelaars benoemde, om de geschillen te vereffenen tusschen -de Hollandsche en Engelsche Maatschappyen, Reael niet tot dat getal -behoorde. Hy-zelf verlangde op dat tijdstip wellicht ook geen bemoeying -met staatsbeslommeringen, en zich, op een landhuis naby de Beverwijk, -in de buurt van dat van zijn geleerden en beminlijken vriend Laurens -Baeck, hebbende nedergezet, sleet hy zijn dagen een tijd lang buiten -alle zaken. Doch een man als hy kon niet werkeloos zijn. Hy gaf -een belangrijk boekjen uit, ten tytel voerende: "Raad voor hem, die -zich naar Indiën begeven wil." Maar bovendien hield hy met Vondel, -Hooft en De Huybert geregelde byeenkomsten, waar over de moedertaal -gehandeld werd. Men stelde hier verscheiden regels, waaraan men zich -in het dichten en schrijven had te houden: met name over het stuk der -taalschikking, der te-samenvoeging der woorden, over het onderscheid -der geslachten, de verbuiging en spelling der woorden: alle zaken, -waarover men destijds nog maar weinig in 't licht gegeven en zelfs -weinig nagedacht had. Voorts vervaardigde hy met Hooft, in 1625, -een vertaling van Senekaas Troades, die Vondel in verzen bracht, -en schreef bytende hekeldichten, goed genoeg om voor werk van Vondel -door te gaan, en by de uitgave van diens Poëzy als zoodanig daarin -te worden opgenomen. - -De tijd stond echter aan te breken, waarop hy de zoete letteroefeningen -weder af zoû wisselen met een meer bedrijvig leven. Frederik Hendrik -was aan 't bewind gekomen, en hy kon een man als Reael niet ongebruikt -laten. Een vloot moest worden afgezonden, die, in verband met die -der Engelschen, een poging aan zoû wenden, om den Spanjaart op eigen -kusten te bestoken. Willem van Nassau, de wakkere zoon van Maurits, -was destijds Amiraal van Holland; doch men achtte het dienstig, -hem een raadsman ter zijde te stellen, die aan moed en vastheid van -geest ook beproefde ervaring en kennis paarde, en, daar gehechtheid -aan een vroeger stelsel niet meer als reden van uitsluiting gelden -kon, sloeg men het oog op Reael, die, na eenig beraad, zich de -benoeming tot Vice-Amiraal liet welgevallen. De tocht had,--gelijk -trouwens altijd het geval was met zeetochten, in vereeniging met de -Engelschen ondernomen--geen merkwaardige gevolgen; doch, dat de beste -verstandhouding tusschen de beide Hollandsche Vlootvoogden bleef -heerschen, blijkt o. a. uit de omstandigheid, dat, toen de jeugdige -Amiraal voor Grol werd doodgeschoten, Reael hem met een aandoenlijk -lijkdicht in 't Nederduitsch herdacht, en met een keurig Latijnsch -grafschrift: - - - Nassovium dum terra sibi, sibi vindicat æquor, - Has cælum lites solvit, utrique negat. - - -'t welk hy-zelf aldus vertolkte: - - - Terwyl zee tegen lant - Om Nassau is gekant, - Komt haar de Hemel scheyden - En gunt hem geen van beyden. - - -Dadelijk na zijn terugkomst in 't Vaderland, was Reael aangesteld -tot Bewindhebber der Oost-Indische Maatschappy, welke betrekking -hy tot aan het eind zijner dagen vervulde: zoo eenige betrekking, -was deze voor hem geschikt, en hem komt voorzeker geen gering deel -toe van de voordeelige uitkomsten, welke, ten gevolge der goede orde -en der zorgen van 't Bewind, de zaken van dat lichaam opleverden. - -Reeds kort nadat Reael het genoemde ambt aanvaard had, werd hem -een schijnbaar alleen vereerende, doch in de daad zeer netelige taak -opgedragen. In 1626 werd hy, namelijk, naar Engeland gezonden, om Karel -I, by diens krooning, te begroeten. Aan dezen openbaren last was een -geheime verbonden, te weten om te Londen pogingen aan te wenden tot -het byleggen der geschillen, tusschen de Engelschen en Hollandsche -Maatschappyen gerezen, over de bekende zaak van Amboina. Welken -uitslag zijne bemoeyingen hadden, kunnen wy niet bepalen; zeker is -het, dat zijn handelingen den Koning niet ongevallig waren, die hem -tot Ridder sloeg en in den adelstand verhief. - -In Duitschland woedde het oorlogsvuur, en de Keizer, wiens wapenen, -onder den groote Wallenstein, hoogst voorspoedig waren, had de -meeste plaatsen aan de Oostzee bezet. De Staten van Holland, de -nadeelen hiervan voor onzen handel inziende, drongen er op aan, -dat men een bekwamen onderhandelaar naar Denemarken zoû zenden, -ten einde die Mogendheid te bewegen, de vorderingen van Oostenrijk -tegen te staan. Reael werd met dien last vereerd en stak, in 1628, -met een oorlogschip van den Staat naar Koppenhagen over. 't Was hierop, -dat Vondel zinspeelde, toen hy het navolgende byschrift onder 's mans -afbeelding plaatste: - - - Zoo maelde een Keysers hant den wackeren Reael, - Den Ridder, den Gesant, den grooten Generael, - Voorsien met breyn in 't hooft, met oorloghsmoet in 't harte. - 't Was hy, die Spanjen op sijn eygen bodem tartte. - Vaer heen, gelauwert hooft, geluckelijck door zee - En breng voor 't Vaderlant ontelbre kranssen meê. - - -De wenschen des dichters werden niet vervuld. Het zij, dat Reael -door de geslepen Staatsdienaars van den Keizer by den Koning van -Denemarken was voorgekomen, 't zij dat het Deensche Hof, indachtig -aan de fabel van het Paard en den Man, het gevaar inzag eener hulp -van bondgenooten, Reael slaagde niet in zijn zending, en, met hoe -vele eerbewijzigingen ook ontfangen, hy kon geen traktaat tot stand -brengen. Integendeel maakten de beide Monarchen eerlang vrede met -elkander. Niet alleen had Reael alzoo het doel zijner zending gemist, -maar hy moest nog verderen tegenspoed ondervinden. Op zijn terugreize -naar het Vaderland leed hy schipbreuk, op de kust van Jutland. Wel -kwam hy, met groot gevaar, aan wal, maar om in een anderen tegenspoed -te vervallen. De plaats, waar hy aanlandde, was door de Keizerschen -bezet. Hun Veldheer, onderstellende, dat de Gezant, zoo hy in Holland -keerde, de Staten tot eenige onderneming tegen het Keizerrijk zoû -aansporen, hield niet alleen Reael gevangen, maar zond hem zelfs -naar Weenen op. Het duurde tot aan 't volgend jaar, eer hy ontslagen -werd, zoo men wil, ten gevolge der voorspraak van de Jezuiëten -aldaar, door Roomsgezinde Hollandsche kooplieden te zijnen behoeve -aangezocht. Zeker is het, dat hy te Weenen met eerbied werd behandeld: -naar de getuigenis eens schrijvers, kwam hy er als gevangene, maar -vertrok als een Vorst. Weinig dagen na zijn terugkomst in Holland, -die in Maart 1629 plaats had, gaf hy by de Staten-Generaal verslag -van zijn verrichtingen, en verwierf den dank en de goedkeuring van -zijn lastgevers. - -Na zoo vele lotswisselingen is het geen wonder, dat Reael naar de -genoegens van het huislijk leven begon te verlangen. Hy trad in den -echt met Suzanna de Moor, de nog jeugdige weduwe van Hendrik de Picker, -een aanzienlijk Amsterdamsch koopman: en, zoo haar zielshoedanigheden -beäntwoordden aan haar bekoorlijkheden, gelijk het penceel van De -Keyser ze heeft vereeuwigd, zoo moet, naast zulk een wederhelft, zijn -lot wel gelukkig zijn geweest. Dat hy zich ook zoo gevoelde, blijkt -uit de verandering, die zich van dat tijdstip af in zijn levenswijze -openbaarde: zoo geheel was hy aan zijn huis gehecht, dat zelfs zijn -beste vrienden hem ter naauwernood meer zagen. "Toen hy in de hel -van Weenen lag," schrijft Hooft, "spoelde de vergetelbeek my niet -uit zijn gedachte. Nu schijnt men hem quijt met lijf en met ziel. Ik -denk niet, dat die doorluchtige sinnen, gelijk ze 't zijner tyd de -hebbelijkheid hadden om zich tot behelzing der grootste zaaken uit te -rekken, alzoo zich nu weeten in te krimpen, dat ze in een luiermand -schuilen kunnen en zich aan het toestellen derzelver te kost leggen, -gelijk Tasso zeit van een oudt soldaat: - - - De zoete naam van vaader en gemaal - Hadt nu geweekt zijn braave borst van staal." - - -In het volgende jaar werd Reael Lid van de Vroedschap te Amsterdam, -later Kommissaris tot de Wisselbank, Weesmeester en Schepen. Voorts -bleef hy den tijd, die hem van zijn ambtsbezigheden overschoot, -aan zijn meest geliefde studie, de wiskunde, toewijden, vooral met -toepassing op de zeevaart. Veel bracht hy hierover op 't papier, -waaronder eenige hoogst belangrijke "Aanteekeningen over den -magneetsteen en de magnetische kracht der aarde." In 1636 was hy het, -aan wien, op aanbeveling van De Groot, de beroemde Galileus Galilei -zich richtte, ten einde een gewichtige uitvinding, om de lengte op zee -te vinden, by de Staten Generaal in te dienen. Hy deed dit, en werd -door hen, met Willem Blaeu, Martinus Hortensius, Golius en Beeckman, -in kommissie gesteld, om de zaak te onderzoeken. Dit had aanleiding -gegeven tot een allerbelangrijkste briefwisseling tusschen hem en -Beeckman, die echter, ten gevolge van het overlijden van de meesten, -die in de zaak betrokken waren, geen gevolgen had. - -Het huwelijk van Reael was met twee zonen gezegend geweest en hy -had alle reden, om zich gelukkig te noemen in het hem beschikte lot, -toen zich op eens het uitzicht voordeed, dat hy zijn stille en rustige -levenswijze nogmaals tegen een woelige en gevaarlijke--hoezeer dan ook -schitterende--loopbaan zoû verwisselen. Filips van Dorp had in 1637 -als Luitenant-Amiraal van Holland zijn ontslag bekomen, en niemand was -er hier te lande, die niet luide of in stilte den wensch herhaalde, -door Hooft gedaan, "dat het scheeprijkst en strijdbaarst volk aan -een Amiraal met hart en harsenen geraken mocht." Een zestal personen, -welke men voor de opengevallen plaatsen meest geschikt achtte, werd -aan den Prins voorgedragen, om er een uit te kiezen. De eerste twee -op deze lijst waren Reael en Tromp: en daar de Staten van Holland -den eerstgemelde met byzonderen aandrang by den Prins voorstonden, -was het hoogstwaarschijnlijk, ja genoegzaam zeker, dat hem deze -luisterrijke bediening zoû worden opgedragen. Maar anders was het -in Gods raad besloten. Een besmetlijke ziekte, die omtrent dezen -tijd in Amsterdam woedde, trof ook zijn huis: zijn beide zoontjens -werden achtereenvolgens aan zijn hoop en aan zijn hart ontrukt, -en die treffende slag deed hem zoo zeer aan, dat hy eerlang tot -een volslagen lusteloosheid verviel, zoo zelfs, dat verscheidene -brieven, waaronder een van Galilei, ongeopend bleven liggen. By de -ongesteldheid van zijn geest, kwam een heete koorts zich voegen, die -op den 10den October van dat jaar--1637--een einde maakte aan zijn -nuttig en werkzaam leven. Diep werd zijn dood betreurd, ja als een -algemeene ramp beschouwd. Gelukkig nog het Vaderland, dat, toen het -hem verloor, althands in één opzicht, een waardigen plaatsvervanger -voor hem mocht zien optreden in Marten Harpertszoon Tromp. - - - - - - - -MARTEN HARPERTSZOON TROMP. - - -In het jaar 1610 zwierf een roofschip in de Spaansche zeeën, waarop -een knaapjen van ruim dertien jaren als kajuitwachter voer. Hard en -lastig was de dienst, welken hy te verrichten had: sober en slecht -het voedsel, dat hem werd verstrekt: en geen ander loon trok hy voor -zijn moeite dan scheldwoorden en slagen. Maar moeilijker te verduren -dan dit alles waren de aandoeningen, die den knaap pijnigden zoo -dikwijls hy zijn lot overdacht;--want hy had de betrekking, welke hy -vervulde, niet vrijwillig gekozen; want over het vaartuig, waarop hy -nu ruim twee jaren in slaafsche dienstbaarheid had doorgebracht, had -eenmaal zijn vader het bevel gevoerd; want aan den ruwen vrijbuiter, -dien hy zijn meester noemde, had hy den dood zijns vaders te wijten; -en nog bestendig herriep zijn verbeelding dat verschriklijk tooneel, -toen, door den pulverdamp heen, de afschuwwekkende, door zon en -kruit gebronsde gelaatstrekken der roovers, die over de verschansing -klouterden, zich voor zijn oogen vertoonden, toen moord en vernieling -om hem heen woelden, zijn vader in zijn nabyheid met gespleten -schedel op het dek werd geworpen, en hy vergeefs den bangen kreet -liet hooren: "zal niemand den dood mijns vaders wreken?"--Helaas! er -was weldra niemand meer, om aan die roepstem gehoor te geven: en, -alleen uit de algemeene slachting gespaard, had hy voortaan aan de -bevelen van zijns vaders beulen moeten gehoorzamen. Kan men zich -beklagenswaardiger, ellendiger toestand voorstellen dan die van den -armen knaap? Kan er hopeloozer toekomst worden uitgedacht dan die -hem scheen te verbeiden? En toch, diezelfde knaap, die van allen dus -verlaten scheen, God had hem niet verlaten, God had hem bewaard, om, -door tijden en beproevingen, eenmaal rijp te worden voor de roeping, -tot welke hy bestemd was, om, uit dien staat van diepe vernedering, -zich een weg te banen tot de hoogste eerambten, om de hersteller te -worden van ons zeewezen en de schepper onzer vloot, en zich een naam -te verwerven, naast welken men er weinige, boven welken men er geenen -stellen kan;--want die knaap was Marten Harpertszoon Tromp. - -Uit zijn drijvenden kerker ontkomen, was hy, verre van afgeschrikt te -zijn door de uitgestane rampen, verre van in een stil en rustig leven -in zijn vaderstad den Briel vergoeding daarvoor te zoeken, op nieuw -die loopbaan ingetreden, welke hem als kind zijn vader gewezen had, en -die hem alleen in staat kon stellen, zijns vaders dood te wreken. Een -snelle bevordering was het loon zijner plichtsbetrachting. In 1622 -Luitenant op een oorlogschip, kreeg hy twee jaren later reeds het -bevel over een fregat. In 1629 op den tocht tegen de Duinkerkers, -bevond zich Piet Hein op het schip van Tromp, en werd aan zijne -zijde doodgeschoten. Maar reeds had de groote Amiraal aangaande hem -herhaaldelijk de getuigenis afgelegd, dat hy vele wakkere kapiteins -gekend, maar altoos 't een of 't ander gebrek by hen gevonden had; doch -nooit in Tromp, die alle deugden bezat, in een scheepsvoogd gevorderd. - -En toch scheen het een wijl, als of onze held in zijn loopbaan moest -gestuit worden. Miskenning en teleurstelling vielen hem te beurt: -zijn schip werd hem ontnomen, en, diep gegriefd, verliet hy voor een -tijd den werkelijken dienst om een administratieve betrekking by de -zeezaken te bekleeden.--Maar wat schijnbaar nadeelig was voor zijn -bevordering tot hoogeren rang moest strekken om hem te meer daarvoor -geschikt te maken. Door den aart zijner bediening leerde hy nu, aan -praktische ervaring, theoretische kennis paren, de misbruiken, by 't -bestier van 't zeewezen ingeslopen, nog meer van naby onderscheiden -en op middelen peinzen tot hun herstel. Die misbruiken en het gebrek -aan orde en vaste regelmaat, waarover luide geklaagd werd, gaven dan -ook aanleiding, dat, in 1637, aan den Luitenant-Amiraal van Dorp zijn -ontslag als zoodanig werd gegeven, en de Staten naar iemand omzagen, -die van de noodige veerkracht en kennis was voorzien en geschikt om -de zaken op een beteren voet te brengen. Men had het oog op Reael, -die, zoo wel toen hy onder Willem van Nassau 's Lands vloot had -aangevoerd, als gedurende zijn bestuur in de Oost-Indiën, blijken -zijner bekwaamheid had gegeven; doch het onverwacht overlijden van -dezen verdienstelijken man was oorzaak, dat de keuze op Tromp viel en -de Staten hadden geen reden om zich over deze keus te beklagen. Niet -alleen deed hy terstond zijn wakend oog over alles gaan wat herstel of -verbetering noodig had; maar geen jaar verliep er na zijn aanstelling -of hy gaf het schitterendste bewijs van zijn geschiktheid voor den -hoogen rang, waartoe hy zich geroepen zag. - -Reeds sedert lang was het hier te lande bekend, dat de Koning van -Spanje uit de onderscheidene Staten, aan zijn heerschappy onderworpen, -de kloekste en meest bekwame vaartuigen vereenigde, ten einde daarmede -een vloot samen te stellen, die--zoo vleidde men zich in Spanje--aan -de onze de zee zou doen ruimen. Men wist hier insgelijks, dat naar -Duinkerken last gezonden was, de grootste schepen naar Spanje te -zenden, om die vloot te versterken. In den aanvang van 1639 waren -dan ook twintig vaartuigen uit die haven gezeild; doch niet te -vergeefs kruiste Tromp op de Vlaamsche kusten. Ofschoon hy niet -meer dan elf schepen by zich had schuwde hy den ongelijken strijd -niet. Moedig tastte hy, op den 28sten February, de Duinkerkers aan, -veroverde, na een hardnekkig gevecht van acht uren, twee van 's vyands -zwaarste schepen, joeg dat van hun Vice-amiraal op het strand, waar -het verbrandde, en noodzaakte de overige hun behoud in de vlucht te -zoeken en zich weder te bergen in de haven, die zy verlaten hadden. De -Markies van Fuentes, de kommandant van Duinkerken, die met zijn koets -naar 't strand gereden was om getuige te zijn van de viktorie, door -de zijnen behaald, was alleen getuige van hun nederlaag. - -De haven kon echter niet voortdurend geblokkeerd blijven en zoo gelukte -het later den Duinkerkers, aan het hun gegeven bevel te voldoen. De -Spaansche vloot was hierdoor niet weinig versterkt; want de Duinkerker -schepen waren niet alleen voortreffelijk gebouwd en bezeild, maar -ook bemand met wakkere zeelieden, die met onze zeegaten en stroomen -bekend waren. - -In dezen stand van zaken en by de onzekerheid waarin men omtrent -het doel der afgezonden vloot verkeerde, kreeg Tromp bevel, met een -smaldeel in 't kanaal te kruisen, terwijl Banckert de haven van -Duinkerken bezette en de Witte zich met een klein getal schepen -gereed moest houden om by te springen wie hulp behoefde. Dubbele -waakzaamheid was er noodig; daar men niet alleen op de Spanjaarts te -passen had, maar ook op onze Engelsche zoogenaamde bondgenooten, die, -nayverig op het aanwassen onzer macht ter zee, volgaarne de middelen -by de hand namen die zich aanboden om ons afbreuk te doen, en, in 't -geheim onzen vyand begunstigden. Dit bleek onder anderen, toen men, -by 't onderzoek van drie Engelsche koopvaarders, daarin een duizendtal -Spaansche soldaten vond en gevangen nam, die er mede waren overgevoerd. - -Het was eerst op den 15den September, dat Tromp, op de hoogte -van Bevezier, de Spaansche vloot ontdekte. Zy bestond uit niet -minder dan zeven-en-zestig schepen, meest van de zwaarste soort. Het -amiraalschip was van 800 last en voerde 66 stukken: die van de Amiraals -van Kastiliën en van Napels van 600 last, voerden, het eene 54, het -andere 60 stukken. Doch de mater Teresa, waarop de Amiraal van Portugal -gebood, was van 1210 last, met 68 stukken en 1200 man gewapend. Het -gezamentlijk getal stukken, die de vloot voerde, was 1700 en dat der -manschappen 24,000, waarby zich de puik der Spaansche en Portugeesche -legerbenden bevond en de bloem van den adel uit beide Rijken. Aan het -hoofd der vloot stond Don Antonio d'Oquendo, een zeeman en bevelhebber -van beproefde ervaring. - -En wat kon Tromp overstellen tegen zulk een zeemacht?--Niet meer dan -een smaldeel van dertien schepen: welk getal, ook al gelukte het hem, -den bystand van de Witte en van Banckert te bekomen, slechts tot een -dertigtal kon gebracht worden, dat ter naauwernood zoo vele stukken -voerde als des vyands Amiraalschepen alleen. Maar op die schepen -van Tromp waren zeelieden, in den krijg op de Vlaamsche kusten, -in de Middellandsche en Indische zeeën en op den grooten Oceaan, -geoefend en gehard, en Bevelhebbers, die nooit gewoon waren geweest, -hun vyanden te tellen. Daar toch vond men den onverschrokken de Witte, -wien de hem gegeven naam van "Vechtvraag" reeds genoeg afschildert: -daar Joost Banckert, die de zilvervloot had helpen winnen en aan de -Duinkerkers slag op slag had toegebracht; de man, die den dood zoo -weinig schroomde, dat hy eens, door overmacht van vyanden benaauwd, -zijn eigen zoon met een brandende lont in de kruitkamer geplaatst had, -met last, die daarin te werpen, zoodra tegenweer noodeloos werd: daar -zoo velen, waarvan elk in deze galery een plaats verdiend had, indien -die aan anderen dan aan de meest uitschitterenden kon gegeven worden. - -Was het wonder, dat, toen een krijgsraad, uit mannen als de hier -genoemden samengesteld, door Tromp werd geraadpleegd, hoe onder de -bestaande omstandigheden te handelen, het besluit algemeen genomen -werd, al het mogelijke te beproeven om den vyand afbreuk te doen. Een -der kleinste schepen werd afgezonden aan de Witte, die in de Cingels -kruiste, en aan Banckert, die voor Duinkerken lag, met last, zich -onverwijld by hem te voegen. Reeds den volgenden dag was de Witte, -met de vijf schepen die hy aanvoerde, by Tromp: en met dit kleine -getal van zeventien schepen besloot men nu, de zeven-en-zestig des -vyands aan te tasten. - -De Spaansche vloot, die den wind in haar voordeel had, kwam nu -tegen de onze opzetten, welke d'Oquendo zich voorstelde spoedig -uit zee te zullen drijven. Maar jammerlijk vond hy zich in zijn -verwachting bedrogen. In stede van te wijken, wenden de schepen van -Tromp op eenmaal den boeg, storten zich midden tusschen hun vyanden, -en brengen er schrik en verwoesting. De kracht van den metalen boog, -gelijk Tromp de Spaansche vloot genoemd had, was gebroken en d'Oquendo, -geen geneigdheid hebbende den strijd langer voort te zetten, naar de -Cingels geweken. Maar het schip van de Witte was reddeloos geschoten -en een ander onzer vaartuigen in de lucht gesprongen. De reeds -zoo onbeduidende macht der Nederlanders was dus nog meer verzwakt: -Des-niet-te-min bleef Tromp by het eens genomen besluit volharden, en, -op den 17den door mist opgehouden, kwam hy op den 18den de Spaansche -vloot weder op zijde en hernieuwde het gevecht, dat, terwijl de beide -vlooten met schoon weer en zuidoosten wind naar de Hoofden dreven, -de geheele nacht by maanlicht voortduurde. Niet weinig klom de moed -der onzen, toen, met den dageraad, Banckert met twaalf schepen -kwam opdagen. Die tijdige bystand besliste de overwinning. Twee -Spaansche schepen vielen den onzen in handen: de rest week, tegen -tien ure in den morgen, onder het geschut der Engelsche kasteelen -van Duins. Terwijl hier eenige moeilijkheden tusschen de Britsche en -Spaansche Bevelhebbers vereffend werden over het strijken der vlag, -zeilde Tromp naar Calais, voorzag er zich van versche krijgsbehoeften, -hem door den Franschen Bevelhebber goedgunstig afgestaan, en was -reeds den volgenden dag in staat, ten zuiden van Duins het anker te -laten vallen; terwijl Banckert aan de Spaansche vloot ten noorden -den uittocht afsneed, die haar ten oosten door een zandbank werd belet. - -Naauwlijks had de Witte, die met zijn beschadigd schip naar het -Vaderland gezonden was om verslag van het gebeurde te geven, aan -de Staten-Generaal medegedeeld, hoe onze geringe scheepsmacht de -Spaansche vloot niet alleen met goed gevolg had aangetast, maar -zelfs voor Duins hield ingesloten, of alles werd in 't werk gesteld -om Tromp de middelen te verleenen, ten einde het begonnen werk te -voltooien. Overheden en onderzaten, Holland en Zeeland, Amiraliteiten -en Indische Maatschappyen, allen wedyverden, wie 't spoedigst het -noodige verschaffen zoû: alle kleine oneenigheden en jaloezyen -schenen vergeten en by kollegies noch personen heerschte een andere -gedachte meer, dan die, om het grootsche doel, dat men voor oogen -had, te bereiken. Dagelijks verlieten behoorlijk uitgeruste schepen -onze havens, en vervoegden zich, door een aanhoudenden oostewind -begunstigd, by de vloot, die alzoo, tot verbazing van geheel Europa, -binnen den tijd van vier weken, tot een aantal van 96 oorlogschepen -en elf branders was aangegroeid. - -Maar was Tromp nu in staat gesteld, met hoop op goeden uitslag -den kamp voort te zetten, de Spanjaart was niet de eenige vyand, -van wien hy tegenstand te wachten had. Karel I had reeds aan onzen -Gezant doen weten, dat hy op zijn reede geen gevecht zoû dulden, maar -hem, die het begon, als vyand zoû behandelen. Aan dertien Spaansche -schepen liet hy gelegenheid verschaffen om onder geleide van Engelsche -vaartuigen by nacht te ontsnappen, langs een weg, door de Engelschen -zelve als onbevaarbaar opgegeven. Een Britsche zeemacht werd by Duins -verzameld om tegen de schending der reede te waken, met andere woorden, -om den Spanjaart tegen ons te beschermen: en de Engelsche vlootvoogd -bleef dag aan dag by Tromp, nu eens op vleienden, dan op dreigenden -toon, aandringen, dat hy zijn opzet zoû laten varen. Maar Tromp had -nu eenmaal uitdrukkelijk bevel bekomen om de Spaansche vloot aan te -tasten en, zoo mogelijk, te vernielen; en geen vleitaal of bedreiging -was in staat hem te verhinderen in 't volbrengen van dien last. Hy -bleef voor Duins liggen, verdubbelde in waakzaamheid en sloot de -vloot des vyands al naauwer en naauwer in. Intusschen beseffende, -dat een aanval op deze, terwijl zy ter reede van Duins lag, onder -bescherming der Britsche kasteelen en in de nabyheid eener Britsche -vloot, op zich zelf een hachlijke zaak ware, wenschte hy haar de -reede te doen verlaten en in de open zee te kunnen aantasten, waardoor -aan de Engelschen alle voorwendsel om den strijd te verhinderen zoû -worden ontnomen. En toen d'Oquendo, hiervan verwittigd, allerlei -voorwendsels te baat nam, om op de reede te blijven, onder anderen, -dat hy masten en stengen noodig had, die te Dover lagen, liet Tromp -die door een zijner schepen halen en by den Spaanschen Amiraal aan -boord brengen. Nu kwam deze met een andere uitvlucht te baat: hy had -gebrek aan kruit. En nu dorst de Engelsche opperbevelhebber aan Tromp, -uit d'Oquendoos naam, het voorstel doen, dat hy dezen eenige duizenden -ponden kruit zou verschaffen!--Zonderling moge dit voorstel schijnen, -nog zonderlinger is het, dat Tromp het in den krijgsraad bracht: en het -zonderlingst van allen is, dat de krijgsraad genoeg vertrouwen stelde -op de Nederlandsche dapperheid, om te besluiten d'Oquendo het kruit -te sturen dat hy behoefde. "Zy verstonden" zegt het dagboek van Tromp, -"dat men dat kwaad zou willen doen." - -d'Oquendo behielp zich nu langer met geen uitvluchten, maar bleef in -Duins. Het geduld van Tromp was ten einde en hy besloot, in spijt -der Engelschen, den aanval te doen. Op den 21sten October begon de -vloot den aanval. By die der Spanjaarts, door de engten der plaats in -haar bewegingen belemmerd, ontstond aldra verwarring, en, naauwlijks -had de strijd een aanvang genomen of de Amiraal van Kastiliën met -twee-en-twintig andere schepen raakten aan wal. Zoo hevig werden deze -beschoten dat zy weldra van hun volk verlaten werden, en zeventien -daarvan door onze branders vernield. Intusschen hadden andere branders, -door Kapitein Musch bestuurd, de Mater Teresa in vlammen doen opgaan, -van wier manschap naauwlijks 200 behouden werden. d'Oquendo was -er in geslaagd, met een gedeelte zijner macht uit Duins in zee te -loopen. Snel als de honden, die het boschzwijn uit zijn schuilplaats -hebben opgejaagd, vervolgden hem de schepen van Tromp. Dertien -Spaansche oorlogsvaartuigen werden veroverd: andere verzeilden op -de zandbanken: aan tien of twaalf mocht het gelukken, met d'Oquendo, -de tijding der geleden nederlaag binnen Duinkerken te brengen. - -Zoo noodlottig liep voor de Spanjaarts een onderneming af, die zulke -onmetelijke schatten had gekost! Grooter zee-triomf dan die van Tromp -was, by ongelijker kans, nimmer bevochten geweest. Was het wonder, dat, -toen hy aan wal stapte, zijn reis naar den Haag een zegetocht geleek; -en dat zoowel de machtigste Regenten als de nederigste burgers hem -om strijd lof en eere toebrachten, als aan den grootsten zeeheld, -dien Nederland ooit had bezeten? - -Het is hier de plaats niet, Tromp te volgen in zijn luisterrijke -loopbaan, noch omstandig de heldenfeiten te verhalen, later door hem -verricht in dien bloedigen kamp tegen Engeland, toen zijn gelukster -en die van Blake beurtelings op- en onderdoken, en de roem, door den -overwinnaar behaald, telkens alleen scheen te kunnen worden opgewogen -door dien, welken zijn tegenstander zich had verworven. Die feiten -behooren tot een tijdvak, afgescheiden van hetgeen dat wy behandelen: -en toch mogen wy het niet verzwijgen, dat zoo, ten tijde dat Joan -de Witt het opperbestuur voerde, onze vlooten zich by voortduring -onderscheidden, zulks grootendeels te danken was aan hem, die orde in -'t zeewezen gebracht had, en in wiens school mannen, als de Witte, -de Ruyter, van Galen, de Evertsens, Kornelis Tromp, Meppel en zoo vele -anderen zich gevormd hadden. Mochten wy het ook maar kunnen verzwijgen, -hoe, in 1652, nogmaals ondank en miskenning den held van Duins moesten -treffen en hoe hem--was het dan ook maar voor een korten tijd--ontzegd -werd zijn vaderland te dienen. Dat ongelijk--die misslag, zoo men -liever wil,--werd hersteld; maar de miskenning bleef voortduren: en -nog heden wordt Tromp niet geschat op die hoogte, waarop hy werkelijk -behoort geplaatst te worden. Verre zij het van ons, de verdiensten -van eenigen, na hem gekomen zeevoogd, te willen verkleinen; doch -dit vergete men nimmer, dat, zoo Nederland, na dat de slag te Duins -gestreden was, zijn rang als Zeemogendheid van toen af gevestigd zag, -en het gewicht van onzen Staat onder de Mogendheden door niemand meer -kon geloochend worden, zoo de Staten-Generaal, en te recht, oordeelden, -voortaan den tijtel van Hoog-Mogenden te kunnen voeren en den pas -voor de Keurvorsten vorderen, zy het in de eerste plaats aan Tromp -verschuldigd waren, wiens glansrijk voorbeeld, als een elektrische -vonk, geheel de Natie had aangevuurd tot de bevochten overwinning. - -Tromp stierf den heldendood op den 10den Augustus 1653, en wy zeggen -het Vondel na: - - - Hy ruste nimmer onbeweend, - Al heeft de Doot het lyf verslonden: - De Faem is aen geen graf gebonden, - De Deught verduurt het kout gebeent. - - - - - - - -HUIG DE GROOT. - - -Hebben de overige groote mannen, wier namen in deze galery zijn -opgenomen, hun roem verworven door hetgeen zy of binnen of ten behoeve -van den Staat der Vereenigde Gewesten verrichteden, De Groot is in die -ry de eenige, die geheel buiten beide kategoriën geplaatst is. Immers, -hy moge zich al, gedurende het bewind van Frederik Hendrik, een paar -reizen in Holland vertoond hebben, het is niet geweest dan zeer -kort, en als in 't voorbygaan; terwijl de werken, welke hy in dat -tijdvak geschreven, of de bedieningen, welke hy vervuld heeft, tot -bevordering gestrekt hebben, gene van de wetenschap in 't algemeen, -deze van andere dan Nederlandsche belangen. Maar dit belet niet, dat -van den lichtkrans, die om zijn hoofd schittert, stralen afschitteren -op zijn Vaderland, en dat zich dit ook thans nog verheffen mag, den -uitgebannen zoon te hebben voortgebracht, dien het by zijn leven -niet in genade had willen aannemen. Immers niet alleen door zijn -geboorte, door opvoeding en opleiding, door de betrekking, welke hy -als jongeling en man vervuld had, was De Groot een Hollander, ook in -zijn ballingschap was hy Hollander in 't hart gebleven, al bezigde hy -in zijn geschriften by voorkeur de algemeene taal der geleerden, en al -was hy ook, aan Frankrijks Hof, de Gezant eener vreemde Mogendheid: -ja hy kon aangemerkt worden als de man, die by den buitenlander wel -niet de byzondere politiek zijner Natie, maar haar wetenschaplijk -leven, haar aanspraken op beschaving, op kennis, op verlichting, -vertegenwoordigde. Wanneer men nagaat, in welke achting De Groot door -geheel Europa gehouden werd, dan zoû men byna zich tot de gedachte -laten geleiden, dat de Regenten van dien tijd daarom alleen zijn -vestiging hier te lande bleven tegenhouden, op dat de vreemdeling, -vernemende, hoe zoo voortreflijk een man in zijn Vaderland gemist -kon worden, nòg grooter gedachten mocht opvatten van hen, die er -achter bleven.--'t Ware met dat al een gevaarlijk beginsel geweest, -en, liever dan het na te volgen, zouden de Regeeringen, omgekeerd, -wijs handelen, wanneer zy het overschrijden der grenzen verboden aan -zoodanige landgenooten, als door hun gedragingen in den vreemde niet -alleen zich zelve bespotlijk maken, maar ook, waar zy zich vertoonen, -een slechten dunk doen opvatten van het land, dat zulke mislukte -kinderen voortbrengt. - -Over de verdiensten te willen uitweiden van een man als De Groot, -of daarvan slechts een klein denkbeeld te willen geven, ware even -belachlijk als onnoodig: zijn werken zijn de waereld door bekend en -gewaardeerd: en zijn naam alleen zegt reeds genoeg. Liever daarom hier -een nederiger taak aanvaard dan het schrijven eener lofrede: liever dan -hoogdravende woordenpraal, een vluchtige beschouwing van zijn leven -en karakter gegeven. By het vele bekende zal dan wellicht het een en -ander kunnen worden te pas gebracht, dat niet zoo algemeen geweten -wordt, of wel, dat by hen, die 't wisten, uit het geheugen is geraakt. - -Op den 10den April, 1583, te Delft geboren, was de kleine Huig wat -men gewoon is een wonderkind te noemen, en maakte hy zich reeds -vroeg, uit verscheidene oorzaken, beroemd. Zoo b. v. vervaardigde -hy, op zijn negende jaar reeds, vaerzen, die geprezen werden--iets, -dat tegenwoordig met de meeste kinderen het geval is; doch toen nog -ongemeen schijnt geweest te zijn. Wat als een vrij sterker bewijs -zijner vroegtijdige ontwikkeling mag gelden, is, dat hy reeds vóór -zijn twaalfde jaar de Hooge School te Leyden bezocht, waar hy zich -zoo vlijtig oefende in theologie, filozofie en rechten, dat hy in -staat was, op zijn vijftiende, in 't openbaar eenige stellingen -te verdedigen. Niet vreemd is 't, dat Oldenbarneveldt, als Gezant -naar Frankrijk zullende trekken, en aan de Franschen een gunstig -denkbeeld willende geven, zoo van den toestand, waarin zich 't hooger -onderwijs in Holland bevond, als van de bekwaamheid der leerlingen, -op de gedachten kwam, den vluggen knaap met zich te nemen en aan -Hendrik IV. voor te stellen. De genomen proef voldeed uitnemend aan de -verwachting: De Groot bracht het bedoelde effekt te weeg, bekwam een -geschenk van den Koning en, van de Akademie, het diploma van Doctor -in de Rechten. Van de alzoo verkregen bevoegdheid maakte hy by zijn -terugkomst gebruik: en, wat nog nimmer gezien was, hy pleitte op zijn -zeventiende jaar, terwijl hy op denzelfden ouderdom zijn eerste werk in -'t licht deed verschijnen.--Maar niet alleen by 's Lands Advokaat, ook -by Prins Maurits stond de jongeling in gunst: hy was een der weinigen, -die--altijd in datzelfde jaar 1600--de hooge eer genoten, den tocht -over het zeestrand mede te maken met den zeilwagen van Stevijn, -die in twee uren van Scheveningen naar Petten reed: hy, de eenige -ambtelooze burger onder acht-en-twintig doorluchtige tochtgenooten: -en nog bestaat het gedicht, waarin hy dien tocht beschreef. - -Verwierf hy zich een naam aan de balie, niet minder deed hy zulks -door zijn Historie der Nederlandsche Oorlogen en door zijn werk -over de vrije zee, op hoog bevel in 't licht gegeven. Op zijn -vier-en-twintigste jaar alreeds tot Advokaat-Generaal benoemd, -zag hy zich in 1613 aangezocht door de Regeering van Rotterdam, -het ambt van Pensionaris dier stad te aanvaarden, 't welk hy deed, -onder voorwaarde, dat men hem nimmer zoû mogen afzetten.--Hy kon -zich toen nog niet voorstellen, dat ooit een macht in den Staat zich -krachtiger zoû kunnen doen gelden dan die van een Stadsregeering.--In -ditzelfde jaar naar Engeland gezonden, om de geschillen wegens den -handel op Indiën te helpen beslissen, zag hy zich aldaar een nieuwe -gelegenheid verschaft, om zijn roem zoo wel als zijn kennis uit te -breiden.--Tot nu toe had de fortuin zijn loopbaan bestraald, ja, -hem ruimschoots met alles bedeeld, wat een mensch verlangen kan: -geleerdheid, kunde, vermaardheid, eerambten, een vrij ruim vermogen, -en, om dat alles te bekroonen, een door en door bekwame en wakkere -vrouw. Geen vijf jaren echter waren verloopen, of de staat van zaken -was op eenmaal veranderd. Het beding, dat De Groot--misschien wel op -aandrang zijner echtgenoote--had aangegaan, kon hem wel waarborgen -tegen elk opkomend geschil met de Rotterdamsche Vroedschap, maar -niet tegen het ongenoegen van den Prins. Hoe hy in 1618, in den -val van Oldenbarneveldt medegesleept, tot eeuwigdurende gevangenis -veroordeeld, te Loevestein opgesloten en door de kloekheid van zijn -vrouw verlost werd--is te overbekend, om hier zelfs eenige herinnering -te behoeven. Naar Frankrijk geweken, werd hy met onderscheiding door -Lodewijk XIII. ontfangen en met een jaargeld begiftigd. Had De Groot -in zijn kerker tal van boeken geschreven, te Parijs had hy even zeer -de volle gelegenheid en tijdruimte over, om zich aan letterarbeid te -wijden: en zoo voltooide hy aldaar zijn verdediging van de waarheid van -den Kristelijken Godsdienst, zijn waereldberoemd werk over het Recht -van Vrede en Oorlog, zijn Jaarboeken en een tal van andere werken. - -Met dit al ware zijn leven in de plaats zijner ballingschap vrij -treurig, ja, hem ondragelijk geweest, had hem de trouwe Maria van -Reigersberg niet ter zijde gestaan, zy, hem niet enkel als gade, -maar ook als huishoudster onontbeerlijk. Immers, het was met De -Groot gesteld als met meer mannen van de wetenschap. Zijn geest, -bestendig rondzwervende in een meer verheven luchtkring, kon niet -afdalen tot het gewone en alledaagsche. De man, die voor de balie of in -het studeervertrek elke geldquestie zoû ontward en helder uiteengezet -hebben, kende de betreklijke waarde niet der geldstukken, welke hy in -zijn buidel droeg,--wat byna tot zijn ontdekking geleid had, toen hy, -na zijn ontkomen uit Loevestein, van Gorcum naar Antwerpen reizende, -voor een pint bier, onder weg gebruikt, de tiendubbele waarde woû -betalen. Gelukkig was Maria even praktisch en by de zaak als haar -man het weinig was, zoo dat dan ook voortdurend het bestuur over -de huishouding, ja, ook over de geldmiddelen en belangen van haar -echtgenoot by haar berustte. Niet alleen had dit plaats zoo lang zy -zich te Parijs bevond; maar daartoe was ook menige reis naar Holland -noodig, waar De Groot geen veiliger noch waakzamer zaakwaarnemer -dan haar had kunnen vinden. En al blijkt het nu uit de brieven, -die zy aan De Groot schreef, hoe zy elk voorstel, dat zy deed, elke -schikking, die zy trof, bescheidelijk aan zijn oordeel onderwierp, -toch blijkt het tevens, hoe de wakkere huisvrouw wel by haar zelve de -bewustheid koesterde, dat haar betuiging van onderwerping aan beter -oordeel niet hooger kon worden opgenomen dan als een uitdrukking, -door de betamelijkheid voorgeschreven en omtrent gelijk staande met -die, waarby aan 't slot van een brief iemand zich verklaart, eens -anders gehoorzame dienaar te zijn;--hoezeer de schrijver 't alles -behalve heusch zoû opnemen, indien zijn woorden naar de letter werden -opgevat.--Zelfs uit Holland bleef Maria al wat de huiselijke zaken te -Parijs betrof, ja de opvoeding harer kinderen, met overleg en wijsheid -gadeslaan. Niets ontgaat haar aandacht: noch het schoolgaan en de -oefeningen harer kinderen, noch de nieuwe hoed, dien zy oordeelt, -dat haar man noodig zal hebben, terwijl zy tevens meent, dat de oude -wel voor haar zoon Cornelis kan pas gemaakt worden: noch het aan te -koopen paard, 't welk volgends haar bestel een colle en geen blesse -op 't voorhoofd hebben moet: over alles oppert zy bedenking en schaft -zy raad, en echt karakteristiek is de wijze, waarop zy zich nu en dan -beklaagt, dat De Groot een zorg en een moeite op haar laat aankomen, -waarvan zy gewis zeer ongaarne zoû zijn ontslagen geweest. - -Reeds dadelijk na zijn komst aan 't bestuur, had Frederik Hendrik -aan De Groot zijn gunst aangeboden en daarby het uitzicht geöpend op -terugkeer in zijn Vaderland. Waarschijnlijk wist de schrandere Vorst -zeer wel, dat dit uitzicht niet zoo gemaklijk, zoo immer, zoû kunnen -worden verwezenlijkt; maar in elk geval moest de gedane stap hem in -de oogen der Staatsgezinden aangenaam maken, en miste dan ook te dien -opzichte zijn uitwerking niet. Het duurde echter tot in October 1631, -eer De Groot, wiens pensioen in Frankrijk Richelieu had doorgeschrapt, -het wagen dorst, zich weêr in Holland te vertoonen. Men had hem -gevleid, dat hy een aanstelling zoû bekomen by de Doorluchtige Schole, -tot wier oprichting de Vroedschap van Amsterdam twee jaren vroeger -besloten had: doch die stichting zelve, in groote mate strekkende, om -de Remonstrants-gezinden te believen, had reeds opspraak en tegenstand -genoeg verwekt, en, altijd behoedzaam, oordeelde de Amsterdamsche -Regeering die niet te moeten vermeerderen door het beroepen van den -man, die, hoezeer meer dan elk ander voor de taak berekend, als de -leider der Remonstrantsche partij beschouwd kon worden, en boven wiens -hoofd nog het vonnis zweefde eener eeuwigdurende gevangenschap. Dit -belette echter niet, dat De Groot de plechtigheid van de inwijding -der gezegde Schole kwam bywonen, en daartoe op den negenden December -naar Amsterdam kwam, waar Vondel, die steeds briefwisling met hem -gehouden had, hem, met dit lied verwelkomde: - - - Wat saelge wint is 't, die van lelistrant, - Den stroom op, in 't ondanckbre Vaderlant - Hervoert het Delftsche wet-orakel, dat - Gekoffert, als een kostelijcke schat, - Weleer de bange Maes afdrijven quam, - Tot dat de Sein het in haer armen nam, - En sette dat geberghde Godts-kleenoot - Met blijschap op den Koningklyken schoot - Des Aller-Christelijcksten Luydewijcx - Die 't herberg schonck, tot glori sijnes Rijcx, - Op dat het, na 't verstuyven van die wolck - Des drucx verscheen, tot heyl van 't vrije volck, - En 't misverstandt, aensiende 's helts gedult, - Hem weder eerde en riep: het is mijn schult. - - De Vader der welsprekendheyt herblonck - Soo weer te Rome, als d' ordenloosheid stonck - Van Klodius, die schadelijcke pest, - Voor 't lichaam van het algemeene best. - Het treurigh aensien van den Staet dat lacht, - De swacke wetten voelen nieuwe kracht. - Self d' ontucht werdt beschaamt van 't eerlijck licht. - Rechtvaerdigheit houdt vree door evenwight. - De Rede stemt niets troebel, maer gesont. - Soo vele ste'en besluyten uyt een mont. - Men tast niet meer in blinde duysternis. - Der burgren oirbaer 't eenigh doelwit is; - En rept er ergens een van dwinglandy. - Daer ooght men op als hiel hy Spanjes sij'. - - O groote siel, o son van myn gesangk, - Die weer verrijst, na uwen onderganck, - En ons verheught met desen gouden dagh, - Dien Hollant wel met eere vieren magh, - Wat woorden sal de dankbare gemeent - Best vlyen, als de goutsmit dier gesteent, - Om u t' onthalen op den hooghsten trap, - Van 's kerckers ramp na suure ballinghschap? - O stalen hart al gloeyend hard gesmeet! - O Groothart, met wat hemelschen magneet - Bestreeck Stantvastigheit uw vast gemoet, - Dat het soo heet van liefde 't onswaert woet, - En wraeckt de weelde van een aerts-palleys - En kust het lant sijn strenge stiefmoer peys. - - -De Drossaart Hooft, niet minder dan Vondel de terugkomst des -doorluchtigen ballings begeerende deed met het volgende gedicht nog -eene poging, om Amsterdam te bewegen tot het beroepen van De Groot: - - - Sint uw geluk zijn opgang nam; - O hooghgereezen Amsterdam, - En trof uw eerzucht noit het wit, - Daar nu haar heerepyl in zit; - Naardien gy u gingt stellen 't schrap, - Tot winst van waarde wetenschap, - En t' uwer onderrechting riept - Twee helden [1], die der dingen diept - En steilte afpeilen op een prik, - Van 's hemels kruin in 't hart van 't slik. - Noch mangelde aan uw grootheidt wat, - Tot dat het Delphisch puik in stadt - Quam storten uit den boezem Goodts. - Hier mede zijt ghy buiten schoots - Van 't alverblindend onverstandt - En midden in de zon geplant - Der gloory en voorzienigheit. - Kent dan uw' kans, eer dat ze dreidt - Een aardekloot verciert en drukt - Het spansel uwer kroone. Rukt - Die blaauwe parel van haar' top, - En zet' er 't oogh der wijsheit op, - Den overgrooten Huigh de Groot, - Apollos dierbaarste kleinoodt, - 't Welk glat doorkeek, wat Griek, Latijn, - Egyptenaar bekent moght zijn: - Gezuivert boven dien is meê - En afgespoeld, in all' de zee - Van 't hof der Frankisch' heerschappy, - Daar eeuwigh gaat soo heet een ty - Van wereldwissels eb en vloedt, - Dat het een dwaas kan maecken vroedt, - En sneedigh slypen door 't verzoek, - Veel beter dan 't geleerdste boek. - O blaakende vernuft, soo puur - Als 't rookelooze starrevuur, - Wanneer hem wolk noch schaduw let? - Ghy stelt aan krijgh en vreê de wet; - 't Wargaaren van 't gerecht ghy schift; - Verlicht de duisternis der schrift; - De naamen die uw lof verbreidt - Vergoodt ghy met onsterflijkheidt, - Oft eeuwelijk onsaaligh maakt - De geene die uw oordeel wraakt; - Baardt wonderwerk by wonderdaadt; - En altijds even zwanger gaat, - Maar alle wondren streeft verby, - O Lief der deughde, dat, daar ghy - Die groote wonderen bedrijft, - Soo kleen noch by u zelven blijft. - Dan mits dat ghy u dus verneêrt, - Houdt zich der Eng'len schaar vereert, - Met zich te draagen onderdaan - Aan u, en staâghs ten dienst te staan. - - -Intusschen, geen voorspraak mocht baten. Haarlem, Leiden en andere -steden hadden weten te bewerken, dat er een aanschrijving aan de -Schouten en Baljuwen geschiedde, om De Groot in verzekerde bewaring -te nemen, en, al wat de Regeering van Amsterdam kon doen, was, zijn -verblijf aldaar oogluikend te gedoogen, of liever, te ignoreeren. De -Groot hield zich dan ook stil te huis, waar hem zijn vrienden kwamen -bezoeken, en zelfs liep het tot in Maart 1632, eer hy zich op straat -dorst vertoonen. Dan nu brachten het zijn vyanden zoo ver, dat door de -Staten van Holland een premie op zijn lijf gezet en wie hem huisvestte -met boete bedreigd werd. Zich nu langer, zelfs te Amsterdam, niet meer -veilig achtende, vertrok De Groot den 17 April te scheep naar Hamburg, -waar hy een geruimen tijd vertoefde. Hier werden hem aanbiedingen -gedaan, om in dienst der kroon van Zweden te treden: hy nam die aan en -ging in 1634 derwaarts, toen de Koningin Kristina hem tot haren Raad -benoemde en, als afgezant, naar Frankrijk zond. Elf jaar bekleedde -hy die betrekking, en keerde toen naar Zweden terug, om verslag van -zijn verrichtingen te doen. Toch bekroop hem wederom de lust, zijn -geboortegrond terug te zien, en hy nam zijn weg over Holland. Thands -niet meer de uitgebannen zwerver, maar de onschendbare Gezant eener -vreemde Mogendheid, kon hy zich te Amsterdam met een vrij en open -gelaat vertoonen, en behoefde niemand langs omwegen en in 't donker -uit te gaan, om hem zijn hulde te brengen; gelijk hy deze keer dan ook -ontfangen werd met de eerbewijzingen, welke men aan zijn rang, en met -de achting, welke men aan zijn persoon verschuldigd was. Zijn verblijf -kon echter uit den aard der zake niet dan kort zijn: gelukkig voor zijn -vrienden, werd het verlengd door een aanhoudenden noordewind: die het -schip, waarmede hy vertrekken zoude, een geruimen tijd tegenhield: -wat aan Vondel aanleiding verschafte, een zijner liefste vaersjens, -een dankdicht aan dien Wind, te schrijven. - - - Noorden wint, die langs ons stroomen - Knaeght den bloesem op de boomen, - D'opgeloke bloemen schent; - Wiltzangh steurt, en lieve Lent, - En den May, die met zijn zonnen - Quam aenminnigh aengeronnen: - Wintervogel guur en schrael, - Steur den zoeten nachtegael; - Schen de bloemen in de hoven, - Met een lucht van geur bestoven; - Knaegh en eet vry ongetoomt - Zoo veel bloesems op 't geboomt, - Dat vast jammert om genade: - 't Is geen noot; want al die schade - Moet nu uit voor d' overbaet, - Die de wijze Magistraet - Rekent by uw schorre buïen, - Die den adem van het zuien - En den blaesbalgh van het west - Sluiten, keeren al hun best. - Zonder dat, gewis wy zouden - Grooten Huigen hier niet houden, - Noch feesteeren in ons stadt, - Nu verrijckt door zulck een schat, - Dien de verresienste Heeren - En gekroonden recht waardeeren. - Och! hy had zijn reis gereckt - Derwaert hem zijn Noortstar treckt, - Vrou Kristine, wiens betrouwen - Uitziet, om dit licht t' aanschouwen, - Dat, al zestigh jaer geleên, - 't Hart van Hollant recht bescheen, - En nu hijght om winter klippen - Te bestralen met zijn lippen, - Met zijn oogen, met zijn' mont, - Die de ruwe tygers wont, - Woeste bosschen leert bedaren - En betoomt de blinde baren, - Dat de zee heur aert vergeet. - Zweden, ooreloghs-magneet, - Die, te bloedigh in het wrocken, - Zoo veel yzers hebt getrocken - In uw boezem, gunt dat wy - Zommige uren aen het Y - Ons verquicken met de gaven - Van den Helt, die aan uw staven - Hangt verbonden, hoogh en dier: - Laet dien trousten Batavier - Hier zijn ongemack verzoeten, - Eer hy neêrvall' voor de voeten - Van de trots gekroonde Min, - Uw gehelmde Koningin, - Die, geluckt mijn wensch en bede, - Ons den lang gewenschten Vrede - Voort zal brengen uit haer schoot. - Op dien zegen mach de Groot - Haer bejegenen, en vinden. - Hemel, span gewenschte winden - Voor zijn jaght, en vlugge kiel, - Als de stadt die groote ziel, - Met Gustavus lievereien - Ziet van Aemstels oever scheien, - En te water ondergaen - Om in 't Noorden op te staen. - - -Vondel deed zijn vriend nog uitgeleide by zijn vertrek naar -boord. Hun afscheid was het laatste, dat zy van elkander namen, en -nimmer zoû De Groot zijn vaderland terug zien. Te Stokholm zijn taak -volbracht hebbende, verzocht en bekwam hy van Kristina ontslag uit -haar dienst: waarna hy weder scheep ging, met het oogmerk, om zich -naar Munster te begeven. Men weet, dat aldaar reeds in 't begin van -1646 de Gevolmachtigden ter vredehandeling verschenen, en 't is niet -onwaarschijnlijk, dat het voornemen van De Groot in verband stond -met die gewichtige samenkomst: wat daarvan echter zy, de uitkomst -beäntwoordde niet aan zijn verwachtingen. Door storm beloopen, moest -hy op de Pommersche kust aan wal gaan en zijn reis te land, in ziekte -en ongemak, vervolgen. Zijn ongesteldheid verergerde, en hy zag zich -gedwongen, te Rostok stil te blijven, alwaar hy, na eenige dagen -bedlegerig te zijn geweest, op den 28sten Augustus overleed. Vandaar -werd zijn lijk naar Delft gevoerd en in zijn familiegraf bygezet. Zoo -mocht De Groot, na zijn sterven, toch in zijn vaderland die rust -vinden, welke men er hem by zijn leven geweigerd had. - -Maar zoo hy de grootste helft van het tijdvak, dat er verliep sedert -zijn vroegste jongelingschap tot aan zijn dood, buiten Nederland had -doorgebracht, toch was zijn invloed op de vorming zijner landgenooten, -op de ontwikkeling der wetenschap aldaar, duurzaam en van kracht -geweest. Hy was en bleef de vraagbaak, tot wien Hooft zich wendde, -waar 't de geschiedenis of de regelen der taal, Vondel, waar 't poëzy, -Vossius of Barleus waar 't de klassieke letterkunde, zoo vele anderen, -waar 't de rechts- of godgeleerdheid of eenige andere wetenschap -gold: ja men zoû gerustelijk durven beweeren, dat, gedurende het -geheele tijdvak van Frederik Hendriks bestuur, geen werk van eenig -belang, in welk vak ook, is uitgekomen, waarover men De Groot niet -geraadpleegd heeft. Ook daarom, behalve om de straks genoemde reden, -is zijn naam van dat tijdvak onafscheidelijk, en wijzen wy hem hier, -naast zoovelen zijner vrienden, de plaats aan, die hem by zijn leven -zoo onbarmhartig is ontzegd. - - - - - - - -JOOST VAN DEN VONDEL. - - -Het is onder alle omstandigheden een moeilijke taak, de aanspraken, -welke zich groote mannen op de dankbaarheid of den lof der -nakomelingschap hebben verworven, op zoodanige wijze te schetsen, -dat zich in onze schets beknoptheid aan volledigheid pare, en tevens -een afschrikwekkende dorheid worde vermeden. Maar byna onmogelijk -wordt de vervulling van die taak, waar het een man geldt, die, -en door de verhevenheid van zijn genie, en door het belangwekkende -zijner persoonlijkheid, en door het talrijke zijner voortbrengselen, -en door den invloed, welken hy uitoefende, een geheel afzonderlijk, -een buiten en boven zijn tijdgenooten uitschitterend standpunt innam, -waar het een man geldt als Vondel. Hier wordt zoo wel beknoptheid aan -de eene als volledigheid aan de andere zijde onbereikbaar. Zoo min -als men in weinige woorden een behoorlijk begrip kan geven van de rol, -door een Plato, een Cezar, een Luther, een Napoleon, vervuld, zoo min -kan men in enkele regels den dichter schilderen, die, op eenmaal en -op 't onverwachtst als met adelaarswieken zich boven den dampkring -verheffende, waarin zich zijn tijdgenooten bewogen, zich gedurende -meer dan zeventig achtereenvolgende jaren bleef handhaven in de hooge -sfeer, welke hy had ingenomen, den man, aan wiens geest elk bykomend -jaar, in stede van verzwakking of verflaauwing, nieuwe veerkracht, -kostbaarder rijkdom, hooger veredeling scheen toe te brengen: die, -geen stof onverhandeld, geen maat ongebruikt latende, zich ten allen -tijde beheerscher toonde van stof en maat, zich beurtlings kenmerkte -als stout en verheven lof- en lier- en treurspeldichter, als zwierig -en bevallig feest- en bruiloftzanger, als gemoedelijk, belezen en -innemend leer- en zededichter, als scherp en puntig hekeldichter, -als kernachtig en naauwkeurig byschriftschrijver, als liefelijk -en geestig minnezanger: die zich op ieder veld even vrij, even -gemakkelijk, met even veel bevalligheid en geluk, wist te bewegen, -en die, zelfs al waren zijn tallooze dichtvruchten door een balsturig -noodlot ons onthouden geworden, nog om zijn prozastijl als de schepper -van een rein, helder, verstaanbaar en welklinkend Nederduitsch, als -het voorwerp van aller bewondering, als de gids en vraagbaak aller -schrijvers, in onze taal zoû geroemd mogen worden: hem eindelijk, -die ook als mensch achting verdient niet alleen, maar zelfs onze -beschouwing overwaardig is. - -Doch zoo aan den eenen kant een vluchtig vermelden van al de tytels, -krachtens welke zich Vondel een onsterfelijken naam verwierf, alleen -zoû neêrkomen op een onnoodig herhalen van wat honderd malen gezegd is, -een herhalen, dat niemand zoû kunnen bevredigen, even min zoû, aan den -anderen kant, de steller dezer regelen kans zien, te dezer gelegenheid -en plaatse in zijn voorstelling een volledigheid te brengen, welke -hy zelfs wanhoopt, elders, in een duizendmaal uitvoeriger werk, -te bereiken. - -Liever alzoo dan hier roekeloos een poging te wagen tot het geven van -een overzicht, 't zij van Vondels leven, 't zij van 's mans werken--een -poging, die uit den aart der zake falen moet--ons vergenoegd met -die beschouwingswijze, welke ons van zelve binnen den kring bepaalt, -dien wy om onze tafereelen hebben heengetrokken, en in breede trekken -aangewezen, welken invloed het tijdperk van Frederik Hendriks bestuur -op Vondels aanleg en loopbaan als dichter uitoefende:--om daarna, -met even vluchtigen blik, den invloed te beschouwen, welken hy zelf -als schrijver wederkeerig uitoefende op zijn landgenooten. - -Een der meest sprekende, zich gedurende geheel zijn levensloop -bestendig openbarende karaktertrekken van Vondel was een ingeschapen -afkeerigheid van alle vervolging, zoo wegens politieke als wegens -godsdienstige begrippen en gevoelens. Die haat tegen geloofsdwang, -licht te verklaren by den zoon van ouderen die, om 't geloof vervolgd, -als bannelingen hadden rondgezworven, was niet weinig versterkt -geworden door de gestrenge handelwijze, welke de heerschende -party in 1619 zich--zoo op 't gebied van den Staat als op dat der -Kerk--veroorloofd had jegens mannen, voor wie hy met achting en eerbied -vervuld was niet alleen, maar wier gevoelens voor een groot deel met de -zijne zoo geheel schenen overeen te stemmen. Immers als voorstander van -den vrede, wat Vondel reeds als jongeling was, toen hy nog de gevoelens -der uit hun aart vredelievende Doopsgezinden aankleefde, en tot aan -zijn laatste levensdagen bleef, moest hy zich wel ingenomen toonen met -de party, die 't sluiten van het Twaalfjarig Bestand had doorgedreven: -en evenmin kon hy, als Lidmaat eener afgezonderde Gemeente, anders -dan met afkeuring getuige zijn van de aanmatigingen der heerschende -Kerk.--En, mochten al zijn toenmalige geloofsgenooten, als ware -"Stillen in den Lande", zich er by bepalen met over hetgeen gebeurde -te treuren in de eenzame afzondering hunner binnenkamers, voor den -levendigen, ja licht opbruischenden geest van den nu even dertigjarigen -dichter moest het een behoefte zijn, zich, óf in roerende klachten -over het ongelijk, zijnen vrienden aangedaan, en over het lijden, dat -zy ondergaan moesten, óf in heftige uitvallen tegen hun vervolgers en -onderdrukkers, lucht te geven.--Doch, het was niet zoo lang "Gommers -recht" door de "stalen kling" van "mijn Heer den Prins getroost" -werd, dat dergelijke uitingen van smart of van verontwaardiging zich -in 't openbaar zouden hebben kunnen wagen: ja reeds stak er gevaar -in, ze binnen vertrouwelijke kringen aan beproefde vrienden te doen -hooren.--Maar Maurits trad van het tooneel der waereld af: een milder -staatkunde scheen het nieuwe Bestuur te zullen kenschetsen, en nu van -allen schroom verlost, of liever, alle gevolgen tartende, trad Vondel -met zijn klaag- en straf- en hekeldichten manmoedig te voorschijn. De -lang onderdrukte gemoedsopwellingen hadden zich lucht gegeven, en, -was het in 't openbaar verschijnen van werken als "het Stockske van -Oldenbarnevelt", de "Geusen Vesper", de "Weeghschael van Hollant", en -de "Palamedes" aan te merken als een gebeurtenis van hooge politieke -beteekenis, het bracht te gelijker tijd het verbaasde Nederland tot -de ontdekking, dat het in Vondel een dichter te begroeten had, even -groot in elk der zoo uiteenloopende vakken, welke hy had aangegrepen, -en wiens gelijke het tot dien tijd niet had bezeten. - -En niet enkel zy, die met 's mans begrippen instemden, moesten tot -die overtuiging geraken: ook de tegenparty besefte het: zy voelde -zich tot in haar binnenste gekwetst, en, ziedende van wraak, nam -zy dat middel te baat, 't welk immer een tegenovergestelde werking -heeft dan er mede beoogd wordt: zy deed den schrijver de eer aan, -hem te vervolgen. Een korte wijl hing onzen dichter het gevaar boven -'t hoofd, dat zijn vrijmoedig geschrijf hem den hals zoû kosten;--maar -toen de geheele zaak op een onbeduidende boete uitliep, toen gevoelde -hy, de kousewinkelier uit de Warmoesstraat, dat hy voortaan een -macht was tegen over de Synodale party, en, fierder en krachtiger -en bijtender dan ooit ging hy voort, haar met het zwaar geschut van -zijn dichtelijken geest en met de puntige pylen van zijn satyriek en -schalksch vernuft te bestooken. - -Vondel had in het optreden van Frederik Hendrik den dageraad van -een nieuw en gezegend tijdperk begroet. Hy zag in hem den man, -die binnen 't Land verdraagzaamheid zoû doen heerschen, en, door -zijn krijgsbeleid, aan den vyand daar buiten den zoo gewenschten -vrede af zoû dwingen. Het was dan ook geen vleiery, toen hy, in zijn -"Princeliet", in zijn "Oranje Mayliet", hem met zijn hooge eerambten -geluk wenschte en begroette, toen hy, kort daarna, by gelegenheid -dat 's Prinsen huwlijkskoets met een zoon gezegend werd, aan het -vorstlijk echtpaar zijn heerlijken Geboortezang toezong: het was -even min vleizucht, die hem achtereenvolgends zijn schoone, in toon -en maat zoo geheel verscheiden Zegezangen ingaf op de verovering van -Grol, van 's Hertogenbosch en van Maastricht:--immers nooit was van -den Prins een enkel gunstbewijs, een enkele gift, een enkel woord -van dank of goedkeuring tot hem gekomen:--en, wat meer zegt en het -sprekendst bewijs levert, hoezeer Vondels poëzy de uitstorting was van -innig gevoel en oprechte overtuiging, zoodra hy begon te bespeuren, -dat die vrede, naar welke hy zoo verlangd uitzag, voortaan meer door -Spanje dan door den Stadhouder gewenscht werd, klonk de loftrompet -voor dezen laatste niet langer, en strekte die uitsluitend tot viering -en verheffing dier Amsterdamsche Regenten, wier wenschen en richting -met de zijne overeenstemden. In 1837, gelijk later in 1831, was de -juichtoon over behaalde lauweren algemeen door alle Vaderlanders -aangeheven; doch zoo wel toen als later, waren eindelijk ook degene, -die 't zij Frederik Hendrik, 't zij Koning Willem den Eerste 't -luidst geprezen en aangemoedigd hadden, het stelsel van volharding -moede geworden, ja begonnen het aan te merken als doodelijk voor 's -Lands belangen. Van daar dan ook, dat, noch in den "Getemden Mars", -noch in de "Leeuwendalers", noch in eenig ander dichtstuk, door Vondel -ter viering van den vrede van 1648 vervaardigd, een enkele toon meer -voorkomt ter eere van onze helden, of ter waardeering van den roem, -in tachtig jaren strijds door hen verworven:--neen, enkel dank- -en jubeltoonen over het ophouden van den krijg, over de zegeningen, -van den vrede te verwachten. - -Het is die grondtoon "Vrede! Vrede!" in al de gedichten van Vondel -herklinkende, waaruit zich alleen het feit verklaren laat, dat hy, -en toen en tot aan zijn einde toe, by voortduring de dichterlijke -tolk bleef der gevoelens van de Amsterdamsche Regering:--en zulks -in weêrwil van de menigvuldige oorzaken, die schijnbaar tot geheel -andere gevolgen hadden moeten leiden. Immers sedert 1640 had Vondel -uit overtuiging de leer der Roomsgezinden omhelsd, en met den yver eens -jeugdigen bekeerlings, maar tevens met de geleerdheid van een belezen -theoloog, de beginselen dier leer verdedigd in uitgebreide dichtwerken, -even zeer uitmuntende door poëetischen gloed en schildering, als door -scherpzinnige dialektiek:--immers was, van dat tijdstip af, in Vondel -de Zuidnederlander meer dan vroeger ontwaakt, de Zuidnederlander, -met zijn Katholyke strekkingen en verzuchtingen, met zijn artistiek -gevoel, zijn gehechtheid aan legenden, aan overleveringen, aan -kerkplechtigheden en ceremoniën:--immers was hy met hart en ziel -een voorstander en verdediger geworden van het Goddelijk recht -der vorsten en had hy de afzwering van Filips als een misdaad -leeren veroordeelen en als een misslag betreuren:--immers was er -tusschen hem, den nu verarmden en nederigen burgerman, die noch tot -de heerschende Kerk behoorde, noch zelfs het poortrecht in de stad -zijner inwoning bezat, en het nakroost zijner voormalige medebroeders -in de Rederijkkamers--dat nakroost, 't welk thands, oppermachtig - - - Gezeten op het schild met kruyssen overladen, - - -aan Koningen de wet voorschreef--een maatschappelijke verwijdering, een -kloof ontstaan, van hoedanig eene latere eeuwen geen voorbeeld kunnen -aanwijzen.--En toch in weêrwil van dat alles bleef de Paus- en Konings- -en Spaansgezinde artistieke burgerman tot aan zijn dood de getrouwe -bondgenoot en medestrijder van de gereformeerde, aristokratische, -materiëele Amsterdamsche Regering, met wier staatkunde, met wier -belangen, met wier denkwijze, met wier lief en leed hy zich als -vereenzelvigde, ja zoo zelfs, dat hy er op 't laatst zijn zoo innige, -door zoo veel gloeiende gedichten bewezen liefde voor 't Huis der -Stuarden aan ten offer bracht:--Maar die Regenten waren tegen de -vermeerdering van 't krijgsvolk, als hy: tegen de aanwassende macht -des Stadhouders, als hy: tegen al wat het oorlogvoeren bevorderen kon, -als hy: en van den anderen kant stonden zy die verdraagzaamheid voor, -welke hy steeds gepredikt had voor anderen, en nu ook voor zich en -zijn geloofsgenooten behoefde:--en hierin zoeke men de oplossing van -een raadsel, dat anders onverklaarbaar schijnen zoû. - -Misschien was er nog een andere reden, die Vondel aan de Amsterdamsche -Regenten deed hechten, namelijk zijn gehechtheid aan Amsterdam. Vondel -was, wy herhalen het, meer Zuidnederlander dan Hollander: hy gevoelde -zich t'huis te Antwerpen, te Brugge, te Brussel, plaatsen, meer -dan eens door hem bezocht, beter dan te Rotterdam, te Delft of te -'s Gravenhage, in welke steden het nog de vraag is of hy wel ooit een -voet gezet heeft. Maar Vondel was en bleef Amsterdammer. In Amsterdam -had hy van jongs af gewoond: hy had er geld verdiend en verloren: -hy had er lief en leed gekend, er dierbare panden in de wieg gezien -en ten grave gebracht: hy had er glorie en miskenning ondervonden: -en by dat alles hy had de stad zien worden wat zy was, de groote en -machtige, die, gelijk hy 't uitdrukte, - - - Als Keyzerin de kroon droegh van Europe. - - -Al die wonderen, die met en uit het tijdvak dat wy beschrijven -binnen haar muren waren gerezen, die heerlijke driedubbele gordel -van prachtige kaaien, dat Stadhuis, als een achtste waereldwonder -gevierd, dat Zeemagazijn met zijn trotsche werven, die ter weêrszijde -uitgestrekte armen, door de Bikkers en Reaelen-eilanden aan de eene -en Katten- met Wittenburg aan de andere zijde gevormd, die het Y -omhelsden, die talrijke godshuizen, die Beurzen en marktplaatsen, dat -alles had Vondel zien ontstaan en in schitterende vaerzen bezongen: -het had stof aan zijn lier en zijn lier had er wederkeerig vermaardheid -aan geschonken: kon het anders, of hy moest liefde gevoelen voor die -waereldstad, zoo rijk, zoo welvarend, zoo prachtig, zoo schoon als -er toen geene bestond, en zoo als wy haar thands ons, zonder zijn -beschrijvingen, naauwlijks meer zouden kunnen voorstellen? - -Intusschen, juist aan dat eigenaardig karakter van Katholyk, -Zuid-Nederlander en Amsterdammer tevens, waardoor Vondel zich -onderscheidde, is het waarschijnlijk toe te schrijven, dat zijn invloed -op onze taal en letterkunde niet zoo algemeen en bestendig was als men -dien zoû hebben moeten verwachten. Wel moest die zuivere frischheid van -taal, die ronding en losheid van altijd goed samengeschakelde, altijd -geleidelijk afloopende perioden, die gelukkige keus van beelden en -uitdrukkingen, die naauwkeurigheid in 't vermijden van bastertwoorden, -welke wy by hem, niet als by Hooft of de Groot door een vernuftige, -doch vaak gezochte en gekunstelde overzetting, maar door een inheemsch -woord van gelijke gehalte, vervangen zien, die Nederduitsche stijl in -een woord, waardoor hy niet enkel zijn voorgangers en tijdgenooten, -maar al wie na hem gekomen is, te boven streeft--wel moest, zeggen wy, -dat alles in wie met fijn gevoel en kieschen smaak bedeeld was en er -zijn werk van maakte ze te bestudeeren, hooge bewondering opwekken, -en daarby ook zucht om zoo schitterend een voorbeeld na te volgen--en -dit was dan ook met mannen als de Huydecopers en Bilderdijken -het geval;--maar de groote hoop bleef met de schatten, in Vondels -gedichten verzameld, onbekend. De meerderheid onder hen, die in de -voormalige Republiek de letterkunde beoefenden of werken van smaak -lazen, behoorde tot de Onroomschen: zy gevoelde zich afgeschrikt door -de tytels zelve van sommige van Vondels werken en door de Katholyke -kleur der meesten, en nam ze daarom zelden ter hand:--en, wat erger -was, reeds in de laatste jaren van Vondels leven was de Fransche -letterkunde, zoo als die door Rotrou en Corneille, en nu ook eerlang -door Racine en Boileau was hervormd, in Holland bekend geraakt: de -gegeven voorbeelden en voorschriften hadden vertalers, bewonderaars, -navolgers, gevonden: al spoedig hadden alle oogen zich van hier by -voorkeur naar Frankrijk leeren wenden, om aldaar uitsluitend lessen -van smaak en beschaving te zoeken. En zoo gebeurde het, dat Vondel, -door velen alleen op goed geloof nog geprezen, door anderen uit onkunde -of vooroordeel miskend, door maar zeer enkelen naar waarde geschat, -in geen opzicht waarlijk populair werd en naauwlijks anders meer dan -als de auteur van "Gysbreght van Aemstel" bekend bleef. - -Die dagen van blinde vooringenomenheid met een enkele Letterkunde -zijn gelukkig voorby. Hoe oprecht wy ook nu nog de verdiensten -huldigen van de groote geniën uit de eeuw van Lodewijk XIV, wy -sluiten niet langer de oogen voor den glans, die ons ook van elders -tegenstroomt. Wy beschouwen niet langer, gelijk men hier ten lande -in 't begin dezer eeuw nog deed, Shakspere en Schiller als barbaren, -wier onklassische kunstgewrochten, even als die van den ouden Ennius, -niet dan enkele paljetten vertoonen, die ons uit een vuilen mesthoop -tegenflikkeren. Maar wanneer wy, en te recht, de zoo lang miskende -Barden van Groot Brittanje en Duitschland in den rang en de eer, -die hun toekomt, herstellen, dan voegt het ons Nederlanders, ook -de schatten niet ongeächt en ongebruikt te laten liggen, die wy op -eigen bodem bezitten. Daarom ook te dezen opzichte elk nog bestaand -vooroordeel afgeschud, en--het kan niet genoeg worden toegeroepen aan -al wie zijn taal en stijl verlangt te vormen of te beschaven--Vondel -gelezen en herlezen. Ik roep het u toe, jongeling! die u tot dichten -voelt opgewekt, doch de geheimenissen van maat en rijm nog niet genoeg -hebt leeren doorgronden: laat Vondel daarin uw onderwijzer zijn: geen -beter gids en leidsman kunt gy vinden.--Niet, dat ik de verdiensten -van Bilderdijk verkleinen of dezen beneden Vondel stellen zoû; -maar hoe verbasend groot als dichter en taalbeheerscher Bilderdijk -ook zijn moge, juist zijn onnavolgbaarheid maakt het gevaarlijk, -met hem aan te vangen. Wie onbedacht en nog niet genoeg met den aart -en de eigenschappen onzer taal bekend, zich, als hy, durft wagen aan -dat samenkoppelen en smeden van woorden, 't welk hy zoo meesterlijk -verstond, loopt al ras gevaar, onverstaanbaar, zoo niet belachlijk, -te worden, en het zoû ons, ter staving van dit beweeren, geenszins -aan voorbeelden ontbreken. Neen, tot de studie, ja (voegen wy er met -warmte by) tot de aanhoudende studie van Bilderdijk begeve zich de -toekomstige dichter niet vroeger, dan wanneer hy door de studie van -Vondel gevormd is. Niet anders zal hy, die de Latijnsche muze wil -leeren beoefenen of slechts waardeeren, met Nazo en Tibullus beginnen, -eer hy zich tot het lezen van Maro of Flakkus begeeft. - -Maar ook gy, die zonder u in de hooge sfeeren der poëzy te willen -wagen, er prijs op stelt, een zuiver, klaar, gekuischt en logisch -Nêerduitsch te schrijven, bevrijd van die spraakwendingen, welke -ook de beste hedendaagsche schrijvers, ten gevolge hunner gewoonte -om Engelsch, Fransch of Hoogduitsch te lezen, maar al te dikwerf en -doorgaands onwillekeurig van elders overnemen, leert van Vondel uw -moedertaal gebruiken: van hem den rijkdom kennen, dien zy aanbiedt, -van hem, nooit verlegen te zijn met de keus der uitdrukkingen die gy -behoeft, met de schikking van woorden en volzinnen, met de vormen van -betoog en perioden. Of gy dan immer cierlijk zult leeren schrijven, -dat zal alleen afhangen van de meerdere of mindere mate van vernuft, -waarmede gy bedeeld zijt; maar gy zult althands de hoofdeigenschap -machtig worden, die een schrijver behoort te kenmerken: die namelijk, -van u, in uw moedertaal, verstaanbaar uit te drukken. - - - - - - - -NICOLAAS PIETERSZ. TULP. - - -Vrij verward en onzeker was, in den aanvang der zeventiende eeuw, niet -slechts hier te lande, maar door Europa in 't algemeen, de toestand -der Geneeskunde. Een aanzienlijk deel der artsen, afgeschrikt door de -dwaasheden welke Paracelsus had verkondigd, sloot de oogen ook voor -het goede, in zijn leer vervat, en voor het gewicht der ontdekkingen, -door hem gedaan. De zoodanigen, van alle nieuwigheden afkeerig, -weken geen hair breed af van de voorschriften van Galenus. Anderen, -met de orde der Rozekruisers verbonden, overdreven nog, onder geleide -van Thurneysen, de buitensporigheden der Paracelsische sekte: de -verstandigsten, of althands de voorzichtigsten, kozen de party der -oude eclectici, namen het goede uit beide leerwijzen, pasten dit op -hun tijdperk toe, en poogden de scheikunde, gelijk zy door Erastus -en Liravius gezuiverd was, het gebied der geneeskunde binnen te -leiden. Van Helmont, hoezeer meer beschaafd dan Paracelsus, volgde hem -na in zijn pogingen om de geneeskunde aan de scheikunde ondergeschikt -te maken, en in het aanprijzen van sterke en samengestelde panaceën, -welke laatste eerlang door zijn talrijke aanhangers en navolgers -werden in gebruik gesteld. De man nu, die, toegerust met kennis, -volharding en moed, in de dagen van Frederik Hendrik als geneesheer -optrad, en zich krachtdadig en met goeden uitslag tegen dat gebruik -of liever tegen dat misbruik van wondermiddelen verzette, en aan zijn -leerlingen een redelijker, wetenschappelijker weg aanwees om tot de -kennis der geneeskunst te geraken, en zich daardoor een eereplaats -onder de groote vernuften van zijn tijdvak verwierf, was Nicolaas Tulp. - -Op den 11 October 1593 te Amsterdam geboren, uit Pieter Dirkszoon, -een vermogend koopman, en Geertruida Dirksdochter, had de jeugdige -Nicolaas, die reeds vroeg een grootere neiging voor de beoefening -der wetenschap dan voor het bedrijf zijns vaders aan den dag legde, -te Leyden onder Vorstius en Heurnius de gronden der geneeskunde -geleerd en zich eerlang te Amsterdam als arts gevestigd. Hoe zijn -bekwaamheid in meer dan een opzicht door zijn medeburgers op prijs -gesteld werd bleek onder anderen daaruit, dat hy, reeds in 1622, tot -Schepen en Raad werd benoemd. Weldra maakte hy den naam van Tulp, -dien hy, ter onderscheiding van zoo vele andere Claes Pieterszoons -als toen bestonden, had aangenomen, beroemd door de nieuwe leerwijze, -welke hy in zijn praktijk zoowel als in zijn geschriften toonde voor te -staan. Hoezeer niet in allen deele de Paracelsische leer verwerpende, -streefde hy vooral naar het opsporen der waarheid langs den weg van -een yverig en gewetensvol onderzoek der natuur. Dat onderzoek stelde -hem in staat, talrijke dwaalbegrippen, hoe ook ingeworteld, te keer -te gaan. Zoo b. v. toonde hy aan, hoe de zoogenoemde ivoren horens, -die in de kabinetten der vorsten en natuurvorschers bewaard werden, -en aan welke een geheime geneeskracht werd toegeschreven, niet van -den eenhoorn, dat wonderdier der oude waereld, herkomstig waren, -maar eenvoudig slagtanden waren des Narvals: zoo, hoe de Satyrs der -fabelkunde zich oplosten in boschmenschen of orang-outangs. Vooral was -het de ontleedkunde, welke hy dienstbaar maakte aan de geneeskunde, -en aan geen onzer lezers zal het vermoedelijk onbekend zijn, hoe -hy, als leeraar in die wetenschap wordt voorgesteld op de beroemde -schildery, door Rembrandt in 1632 vervaardigd. - -Groot was het nut, hetwelk Tulp zijnen medeburgers bewees door die -anatomische lessen, welke hy bleef geven tot in 1654: in welk jaar hy -geroepen werd om, als Burgemeester, andere en wederom hoogst gewichtige -diensten te bewijzen. Zijn waarnemingen als ontleedkundige zullen -steeds blijven behooren tot grondzuilen, waarop men met gerustheid kan -voortbouwen, en die, op de natuur zelve steunende, alleen met deze -te niet kunnen gaan. Even getrouw volgde hy deze geleidster op het -nog duistere pad der heelkunde: overtuigd van den schakel tusschen -de verschillende takken en van het onafscheidbare verband tusschen -genees- en heelkunde, begreep hy, dat eerst dan het ideaal der kunst -zoû te bereiken zijn, wanneer beiden hand aan hand het steile pad -der ondervinding betraden. - -De betrekking als Schepen, welke hy ook na 1622 herhaaldelijk -bekleedde, stelde hem in de gelegenheid, de schuilhoeken van het -menschelijk hart te bespieden, en lessen en wenken te vergaderen, -dienstbaar zoo voor de gerechtelijke als voor de zielsgeneeskunde. Hoe -gelukkig hy deze laatste beöefende, bewees hy door de genezing, welke -twee waanzinnigen, waarvan de een zich verbeeldde aan blindheid, -de ander aan beenverzwakking te lijden, aan zijn scherpzinnigheid en -geduld te danken hadden. Ook de kruidkunde was het voorwerp zijner -studiën: getrouw aan zijn stelling, dat overal de natuur voor den -mensch waakt, stelde hy vast, dat geen land zoo stiefmoederlijk -is bedeeld, of het levert inlandsche geneeskruiden voor inheemsche -ziekten, en wy moeten het bejammeren, dat hy het werk, waarin hy deze -stelling uiteenzette, voor zijn dood heeft verbrand. - -Maar ook de grondigste theoretische kennis is op zich zelve -niet voldoende om den Arts het vertrouwen zijner medeburgers te -verwerven. Aan hem, gelijk aan den Veldheer of aan den Staatsman, -mogen de snelle en wisse blik, die het gevaar doorschouwt, en de -tegenwoordigheid van geest, die het afwendt, niet ontbreken. Dat -Tulp een en ander in een zeldzame mate bezat, dat getuigden -zijn tijdgenooten: dat getuigen zijn geschriften, die de slotsom -zijner waarnemingen behelzen.--Voegt men hierby, dat hy, door zijn -onbaatzuchtige menschlievendheid, zoo wel de troost der zieken was als -de toevlucht der armen, dan zal men, naar wy vertrouwen, kunnen geloof -hechten aan zijn verklaring, dat het getal der door hem geredden en -geheelden ontelbaar was. Byna onbegrijpelijk is het, hoe, by een zoo -gestadig en yverig waarnemen der praktijk en een voortdurend geven van -onderricht, hy den tijd nog kan gevonden hebben, op zoo veelzijdige -wijze aan zijn vaderstad ten dienste te staan. En toch, de ambten, -door hem bekleed reeds voor zijn dertigste jaar, als Lid van den Raad, -later als weesmeester, Kommissaris van de Bank van Leening en van -Huwlijks zaken, als voorzittend Schepen, en eindelijk als Burgemeester, -zijn benoeming tot Afgevaardigde--in 1650 aan Prins Willem II, in 1653 -naar 's Gravenhage om over den vrede met Engeland te handelen--zijn -betrekking als Curator van het Atheneum en als Voorzitter der kommissie -van Geneeskundig Toevoorzicht, zijn gedrag vooral in 1672, toen hy, -de tachtigjarige grijzaart, met jongelingsvuur en mannemoed in de -Statenvergadering van Holland den lafhartigen wederstond, die ons -land aan den Franschen geweldenaar zouden hebben overgeleverd, dat -alles geeft hem aanspraken genoeg op den eerbied van tijdgenoot en -nakomelingschap: en, zonder grootspraak, zonder eigenwaan, kon hy, -die, met opoffering van eigen tijd, geld, voordeel en krachten, zoo -veel voor zijn medeburgers deed, tot zinnebeeld een brandende kaars -voeren, met dit onderschrift: aliis inserviendo consumor, d. i. "door -anderen ten dienste te staan, word ik zelf verteerd." - -Talrijk waren de maatregelen, die, ter bevordering van de gezondheid -der ingezetenen, op aanraden en door den invloed van Tulp, vooral -onder zijn bestuur, werden genomen. Om die te leeren kennen heeft men -slechts de Keurboeken van Amsterdam na te slaan, en in 't byzonder dat -van 1655, toen een wreede pestziekte de stad dreigde te ontvolken. Het -was op aandrijven van Tulp dat het venten van oude kleêren en vodden -anders dan op een bolwerk buiten de poort, het inbrengen en verkoopen -van pruimen, krieken en komkommers, het nering doen of slachten van -vee binnen zekeren tijd in huizen, waar iemand aan de pest gestorven -was, het opschikken der lijken, het medegaan op de kerkhoven van -andere personen dan de dragers, het behangen der sterfhuizen met -wollen rouwstoffen, enz., gestreng verboden werd: dat vaste genees- -en heelmeesters en apothekers werden aangesteld om de kranken van -behoorlijke hulpmiddelen te voorzien, dat het verbranden van het -stroo of beddegoed der gestorvenen, het reinigen der straatgoten, het -dichtpekken der doodkisten, het zuiveren der lucht door 't branden -van pektonnen, het verruimen en vermeerderen der kerkhoven, en het -tijdig begraven, werd voorgeschreven. Van dien zelfden tijd is ook -een befaamde keur op de maaltijden, die zich begonnen te kenmerken -door kwistigen overdaad. Het getal der gerechten en schotels werd -beperkt en onder anderen verboden op het nagerecht suikergebak of -zoogenaamde gentillesses op te dragen. Intusschen had deze laatste -keur het lot van enkele anderen, als o. a. van die tegen het begraven -by avond met fakkellicht: zy scheen namelijk alleen uitgevaardigd om -overtreden te worden. Immers het feestmaal, dat reeds in datzelfde -jaar 1655, ter gelegenheid der bruiloft van Jan de Witt met Wendela -Bickersdochter te Amsterdam aan het huis der Bruid gegeven werd, -verschilde, wat pracht, overvloed en keur van uitgezochte spijzen -betreft, in geen opzicht van die, tegen welke men het noodig geächt -had een keur uit te vaardigen, en, mocht Tulp andere verordeningen, -door hem tot heil zijner medeburgers ingesteld, getrouw zien nakomen, -met opzicht tot die omtrent de gastmalen moest hy ondervinden, dat -de mode en de zucht tot schitteren sterker zijn dan alle wettelijke -bepalingen die de Overheid kan maken. Hy gaf 't dan ook op, en -toen hy op den 28 Januarij 1672, in den tuin achter zijn woning -op de Keizersgracht tusschen de Westermarkt en Reestraat, in een -opgeslagen loods, die met blaauwe stof behangen was, het vijftigste -verjaarfeest vierde van zijn aanstelling tot Raad, en de gasten, voor -dat men opdischte al heimelijk vreesden, of wellicht de Burgemeester, -door trouwe inachtneming zijner keur, hun toonen zoû, hoe Amsterdam -door eenvoud en zuinigheid was groot geworden, werden zy aangenaam -verrast, toen zy ontdekten dat de maaltijd niet anders noch minder -was, dan men by dergelijke gelegenheden gewoon was. De les van Cats -werd echter daarby in acht genomen, waar hy zegt: - - - Terwijl de maeltyt duurt, zoo laat gedichten lesen - Of iet, dat aengenaem aen vrient en gast kan wesen: - Het is van outs geseght: het is de beste feest, - Die wel doet aen het lijf, maer beeter aan den geest. - - -Immers, by elk gerecht werd een Latijnsch gedicht voorgelezen -en omgedeeld: het eerste, vervaardigd door Schepen Joan Six, des -Burgemeesters schoonzoon: het tweede, door den beroemden Hoogleeraar -Francius: het derde, door Dr. François de Vicq. By het tweede gedicht -werd aan ieder der gasten een zilveren gedenkpenning vereerd: en--wel -een bewijs dat de keur niet meer gold--ieder mocht een zwaren schotel -met suikergebak en konfituren naar huis dragen. - - - - - - - -WITTE CORNELISZOON DE WITH. - - -In het jaar 1599 werd, in diezelfde stad den Briel, waar Marten -Harpertsz. Tromp een paar jaren te voren het licht had gezien, Witte -Corneliszoon de With geboren. Reeds vroeg ging hy, op het voorbeeld -van zoo velen zijner speelmakkers, die als hy uit onbemiddelde ouders -geboren waren, zijn fortuin op zee beproeven. Die fortuin--gelijk het -oude Latijnsche spreekwoord luidt--begunstigt den stoutmoedige: en in -stoutmoedigheid werd De With door niemand overtroffen: geen wonder -dus, dat hy zich van den laagsten sport op den krijgsladder eerlang -naar boven werkte en, nog geen dertig jaren oud, reeds als Kapitein -het bevel voerde over een oorlogschip. Geene onder de toen bekende -zeeën of hy voerde er krijg: en zelden anders dan met voorspoedigen -uitslag. De verovering der Zilvervloot in 1628 was men voornamelijk -aan hem verschuldigd. Hy toch was het, die, op het amiraalschip -als Kapitein varende, den Amiraal Piet Hein opmerkzaam maakte op een -bark, die zich van verre in zee vertoonde: hy, die, verlof verzocht en -verkregen hebbende, om zich van die bark meester te maken, met de boot -op het welgewapend vyandelijk vaartuig afvoer, de ongelijkheid der kans -niet tellende, het aanklampte, overmande en alzoo, daar juist de bark -was afgezonden om de Zilvervloot te waarschuwen voor het gevaar dat -haar dreigde, de genomen voorzorg verydelde en den weg baande tot de -verovering der schatten uit Peru. Zijn daad bleef onbeloond: althands -by de W. Indische maatschappy; maar de Staten erkenden die eerlang: en -De With, tot Vice-Amiraal bevorderd, kwam zelfs in 1637 in aanmerking -voor het Luitenant-Amiraalschap, 't welk aan Tromp werd gegeven, en te -recht. Tromp was meer by uitnemendheid de man om te besturen, de With -om te handelen. Weldra bleek dit, op den gedenkwaardigen dag van 16 -September 1639, toen de Spaansche Armada onder d'Oquendo by Bevezier -kwam opzetten, en Tromp krijgsraad liet beleggen om te beslissen, wat -onder zoo hachlijke omstandigheden te doen. De bedachtzame Vlootvoogd, -niet meer dan zeventien schepen onder zich hebbende, en wetende, wat -verantwoordelijkheid op hem rustte, spoorde tot voorzichtigheid aan -en wilde langzaam terug trekken; dewijl het toch een onuitvoerlijk ja -onverschoonbaar waagstuk scheen, met zoo gering een macht, iets uit te -richten tegen den metalen berg, gelijk hy de Spaansche vloot noemde, -wier schepen de zijne niet alleen vier malen in getalsterkte, maar -ook in alle andere opzichten, door grootte, geschut en bemanning, -overtroffen. De With echter verklaarde zich tegen elke handeling, -die schroom aan den dag zoû leggen: hy voor zich wilde de plaats waar -zy zich bevonden niet zonder strijd verlaten: men moest, zeide hy, te -dezer gelegenheid toonen, trouwe dienaars van het Vaderland te zijn, -bereid met elkander te leven en te sterven. Gewis had Tromp een raad -verwacht, die zoo wel met zijn heimelijken wensch strookte: en hy -ontveinsde zijn welbehagen daarin niet langer, toen al de overige -scheepsbevelhebbers hun stem gaven aan den kloeken voorslag van De -With. Zoo werkte ten dezen het verschil in karakter tusschen de beide -helden heilzaam voor het Vaderland: de groote omzichtigheid van Tromp -werd aangevuurd door den teugelloozen moed van de With, en de niets -ontziende roekeloosheid van dezen gewijzigd door het kalme beleid -van Tromp. De strijd ving aan: en wanneer men den uitslag nagaat, hoe -zeven-en-zestig galjoenen en groote schepen voor zeventien kleinere -terug weken, dan is het noodeloos te vermelden, dat wonderen van -dapperheid van de zijde der Nederlanders werden verricht. Maar niet een -onder hen, die zich in dien slag meer glorie verwierf dan De With. Van -alle zijde door zware galjoenen omringd, had hy zijn zeilen zien in -flarden vliegen, zijn schip van kogels doorboord, zijn achtersteven in -brand geschoten; maar niets was in staat geweest, hem af te schrikken: -rustig was hy kogels met kogels en vernieling met vernieling blijven -beantwoorden en, na den strijd, "besmeerd en begruisd; hinkende en -ontoonbaar," by Tromp aan boord gekeerd, met de spottende vraag, -"of hy nu wel getoond had, dien metalen berg te vreezen?" - -Grootscher lof dan zelfs voor den moed, in dat gevecht betoond, komt -aan De With toe voor zijn zelfsverloochening by gelegenheid van den -zeeslag by Duins. Gewis had hy niets liever verlangd, dan, nevens Tromp -en Evertsen, de Spanjaarts te bestrijden: en toch, hy, de man, wien -'t zeevolk den naam van "Vechtgraag" gegeven had, hy bood edelmoedig -aan, met Banckert op de Engelsche vloot te passen en haar, indien zy, -als men vreesde, geneigdheid toonde aan de Spaansche hulp te bieden, -zulks met kracht te beletten. De Britten hielden zich onzijdig en De -With bleef dus werkeloos aanschouwer van den strijd; maar toch zoû -niemand hem het verwijt kunnen hebben toevoegen, dat hy het gevaar niet -had gezocht; want, hadden zich de Engelsche schepen in het gevecht -gemengd, De With zoû, in hen, tegenstanders hebben gevonden, meer te -duchten dan de Spanjaarts, en zijn taak, hoe gemakkelijk zy nu afliep, -ware hachelijker en zwaarder geweest dan die van Tromp. Wie zegt ons, -of niet deze bedenking, en de hoop, dat het tot een treffen met de -Engelschen komen zoû, invloed had gehad op zijn keuze? - -Niet minder onderscheidde zich later onze held, toen hy, in 1645, een -vloot naar de Oostzee geleidde en de schrik zijns naams genoegzaam -was om een oorlog tusschen Denemarken en Zweden te voorkomen: niet -minder by de zeeslagen, in 1652 en 1653 met de Engelschen geleverd, -en vooral in dien van ter Heide, toen het behoud der vloot, door -'t sneuvelen van Tromp in verwarring gebracht, aan zijn kloekheid te -danken was. Werd de hooge rang van Luitenant-Amiraal, waarop hy--zoo -bewezen diensten hier voornamelijk hadden moeten gelden--gewis meer dan -iemand aanspraak had, hem niet toegekend, dit belette hem niet, tot -aan het einde zijner dagen, zijn vaderland met dezelfde gehechtheid, -wakkerheid en trouw te dienen. Dit bleek in den zeeslag, op den 8 -November 1658, in de Zond, door de onzen onder Wassenaer tegen de -Zweden gestreden. De With, die de voorhoede gebood, met zijn gewone -kloekheid op den vyand ingezeild, loopt diens voorhoede voorby zonder -haar schieten te beäntwoorden, geeft den Zweedschen Amiraal de volle -laag, en noodzaakt hem onder Kronenburg te loopen: waarna hy, zijn -weg vervolgende, den Zweedschen Vice-Amiraal Bielkenstjern aanvalt -en met hem en nog twee andere vaartuigen aan den slag raakt. Het eene -Zweedsche schip springt in de lucht, het andere wordt door het geschut -van De With verjaagd. Bielkenstjern alleen strijdt nog; doch reeds -begint zijn vuur te verflaauwen: wanneer de felle stroom beide schepen -doet wegdrijven en aan den grond geraken. In dezen onbewegelijken -toestand wordt De With door een nieuw vyandelijk schip aangetast, dat -hem, zonder dat hy 't verhinderen kan, eerst in den boeg en daarna -in den spiegel beschiet. Twee volle uren verdedigt zich de held, -zonder hoop op ontzet. Twee kogels treffen hem; doch, hoezeer den dood -voelende naderen, even onverschrokken blijft hy zijn medestrijders tot -een mannelijke verdediging aanmoedigen. Eindelijk dringt de vyand aan -boord van zijn schip: het was de Brederode, dat Amiraalschip, waarop -Tromp zoo vaak als overwinnaar had gestreden. Schrikkelijk is voor De -With het denkbeeld, dat vaartuig in 's vyands handen te zien vallen: -schoon onmachtig langer te staan, schoon op de knieën nedergezonken, -nog zwaait hy den degen, zoo lang met eer voor 't Vaderland gevoerd, -weigert dien over te geven, en verdedigt zich, tot zijn krachten -zijn uitgeput en hy van zijn bodem wordt afgesleurd. Maar stervende -ziet hy voor 't minst éénen wensch voldaan: het water dringt in het -verlaten vaartuig door: het zinkt: de bede van den held is vervuld: -de Brederode is geen vyand in handen gevallen. - -Grooter bewijs van den eerbied, welken De With ook by den vyand -opgewekt had, kon niet gegeven worden, dan door de wijze waarop de -Koning van Zweden handelde met zijn lijk. Met wit satijn omkleed en -in een kist gelegd, welke de wapens des overledenen vercierde, werd -het aan Wassenaer toegezonden in een galjoot, geheel zwart geverwd -en met rouwwindsels behangen. - -Te Rotterdam werd op 's Lands kosten aan De With een praalgraf -opgericht. Zijn grafschrift, de korte schets van zijn roemruchtigen -levensloop, luidt als volgt: - - - Meritis et aeternitati - - WITTENII CORNELII DE WIT. - - Qui magnitudinem suam eidem elemento debuit, - cui praecipuam hactenus Hollandia debet: - totum terrarum ambitum circumnavigavit - Utramque Indiam, Nauta, Miles, - Praefectusque Nautarum ac Militum - vidit; expugnato speculatorio - navigio, cum viribus ipsi multum - inferior, animo maior esset, argentiferae - Classi Americanae - capiundae viam patefecit. - - Innumeras variarum gentium naves - Cepit, incendit, submersit. - Per omnes gradus militiae navalis eluctatus - Propraetor Patriae - Classes et expeditiones maritimas - Annis XX rexit. - Decies quinque Classibus collatis cum hoste - conflixit, - Raro aequata clade; plerumque Victor ac - Triumphator praeliis rediit. - Restabat magnus tot belli facinoribus - Imponendus dies VIII Nov. - A. M D CLVIII. - In recto Maris Baltici supremum Virtutis - opus edidit. - Ibi primum in praelium ruens, - Praetoriam Suecorum invasit, afflixit, - Dein propraetorianac praegrandes alias, - Eorundem aliquot, - Armis, viris, animis - Instructissimas, sola propraetoria sua, rejecit, - afflixit, submersit; - Donec a sociis undique desertus, ab hostibus - undique circumfusus, discerpto globis - corpore, Bellatricem animam coelo - reddidit. - - - Corpus - Ipse Rex hostis - generosa fortitudinis hostilis admiratione, - splendide compositum in patriam remisit. - Vixit LIX annos. - Sic redeunt quos honor ac virtus remittunt. - - - - - - - -JAN JANSZOON STARTER. - - -Zoodra men vragen opwerpt, als b. v. "of niet onze taal even goed -voor den zang geschikt is als elke andere?" of wel: "of onze Natie -niet even muzykaal is als elke andere?"--dan verkondigt men reeds -als van zelve, dat een ontkennend antwoord het eenige is, dat te -verwachten valt en men daarom dubbele dankbaarheid schuldig zal -wezen aan hem, die bekwaamheid genoeg zal hebben om een toestemmend -antwoord aannemelijk te maken. In Duitschland of in Italiën zoû men -'t nimmer in 't hoofd krijgen, zoodanige vragen te doen. - -In Duitschland noch in Italiën; maar ook niet in Nederland, zoo als het -was in de eerste helft der zeventiende eeuw. Toen twijfelde niemand, -landgenoot of vreemdeling, aan het zangerige en welluidende onzer taal, -aan het vermogen der ingezetenen om die naar de regels der kunst en -op bevallige wijze te doen hooren. - -Maar toen klonk dan ook nog het Nederduitsch cierlijk en lieflijk: -toen bestond nog by de Nederlanders een gevoel voor muzyk en zang, dat -niet door maatschappyen of genootschappen opzettelijk moest worden in -'t leven geroepen of onderhouden, maar dat zich dagelijks openbaarde en -voortdurend werd aangekweekt op gastmalen en samenkomsten, ja overal, -waar de gasten nu zelve de taak vrijwillig en uit eigen aandrift -overnamen, vroeger door bezoldigde meistreels of speellieden vervuld. - -Waar een zangerige taal bestaat en behoefte aan liefelijke liederen, -daar ontbreken zy ook nimmer: en zoo is er naar evenredigheid wellicht -geen volk zoo rijk, als het onze gedurende de eerste helft der -zeventiende eeuw was, aan liedtjens, voor den zang bestemd. Talrijk -is het aantal dier bundelkens, in kleinen vorm onder verschillende -namen, meest onder die van "mopsjens", gedrukt en een ruimen voorraad -bevattende van die vrolijke of ernstige liederen en gezangen, welke -onze voorouders, naarmate tijd, plaats of omstandigheden hen in een -meer dartele of meer deftige stemming hadden gebracht, afwisselend -aanhieven. Vrij wat algemeener dan tegenwoordig was, in die dagen, -ik zal niet zeggen het zingen en spelen door toonkunstenaars of -opzettelijke beöefenaars der muzyk, maar het zingen en spelen door -byzondere personen, in den huislijken of gezelligen kring, by gastmalen -en spelevaarten, op bruiloften en verjaringsfeesten. Talrijk is dan -ook de rij der dichters, die de voortbrengselen van hun poëtischen -luim ten beste gaven, om er genoegelijke samenkomsten mede te -veraangenamen; en de Collés, de Desaugiers van die dagen kunnen met -hen die later kwamen gerust de vergelijking doorstaan;--maar wie onder -hen allen uitschittert, wie te recht als de geestigste en bevalligste -liederzanger mag worden aangemerkt, dien niet het tijdvak van Frederik -Hendrik, neen, die Nederland te eenigen dage heeft opgeleverd, is -Jan Janszoon Starter. - -Even als Vondel, was Starter door zijn geboorte een vreemdeling, maar -reeds vroeg door opvoeding, voorbeeld en eigen aandrift, Nederlander -in 't hart geworden. In 1594 had hy te Londen het eerste levenslicht -aanschouwd en in het vijfde of zesde jaar der volgende eeuw was -hy met zijn ouders, die tot de zoogenaamde Bruinisten behoorden, -hier te lande en wel te Amsterdam gekomen. Een beschaafde opvoeding -genoten hebbende, was de jonge Starter niet alleen spoedig bekend -met de spraak van zijn nieuw aangenomen Vaderland, maar ook met -haar verborgen schatten. Reeds op jeugdigen leeftijd schreef hy -gedichten, vol losheid en zwier, en wier weelderigheid getuigt van een -meesterschap over taal en uitdrukking, hoedanige niemand voor hem zich -had weten te verwerven. Boezemvriend van Gerbrand Adriaensz. Bredero, -streefde hy dezen in geestigen luim op zijde en overtrof hem veelal -in kieschheid en welluidendheid van vorm. Even als Bredero was hy -een lid en wel een volyverig lid dier zoogenaamde Oude Kamer, die -kweekschool van vernuften, waar, behalve zy, ook Hooft, Coster, Vondel -en zoo vele andere cieraden van den Nederduitschen Zangberg hun eerste -dichtproeven deden hooren en waar later de schouwburg uit ontsproot. - -In 1614 naar Friesland getrokken, richtte hy aldaar te Leeuwarden -een boekwinkel op en woonde als Student de lessen by der Hoogeschool -te Franeker. Het was gedurende zijn verblijf aldaar dat hy die -reeks van bruiloftsdichten, minnezangen en liedtjens schreef, -onder den tytel van "Friesche Lusthof" tot een bundel verzameld, -en even zoetvloeiend van melody als tintelend van vernuft. Niet ten -onrechte noemde hem dan ook Gansneb Tengnagel, in een zijner gedichten, -"den grooten Bruilofts-Hymen." In 1620 naar Amsterdam teruggekeerd, -kweet hy zich aldaar van een taak, hem door Bredero by diens uiteinde -opgelegd en voltooide de "Angeniet", door dezen begonnen. Van zijn -verderen levensloop hebben zijn ondankbare tijdgenooten ons niet anders -medegedeeld, dan dat hy de wapenen opgevat en in dienst gestorven is, -de kleuren voerende van dien Nassauschen held, dien hy zoo vaak in -zoo blijde toonen had bezongen. - -Even als by zijn beoordeeling van Rembrandt en Jan Steen, heeft het -nageslacht by die van Starter zich langen tijd vergenoegd blindelings -na te praten, wat vroeger gezegd was en daardoor tot gevolgtrekkingen -te komen, alles behalve vleiend voor hem, dien zy golden. Van de -beide eerstgenoemden was het zedelijk karakter aangerand, van den -laatstgenoemde bovendien de aart zijner voortbrengselen, die als -hoogst onkiesch waren voorgesteld. Wel is waar het was een liederlijke -Campo Weyerman, door wien Rembrandt en Jan Steen belasterd werden, -terwijl de aanvallen tegen Starters dichtbundel gericht werden door -den vroomen en naauwgezetten Dirk Rafelsz. Camphuisen. Oppervlakkig -zoû men dus zeggen, dat, mocht men al geneigd zijn, de berichten, door -den eerstgemelde gegeven, te verwerpen, als komende van iemand, wiens -zedelijk karakter hem onwaardig maakte, geloof te verdienen;--men daar -en tegen vertrouwen kon te schenken aan hetgeen ons medegedeeld werd -door een man, wiens vrome zin ons een vaste waarborg van geloofbaarheid -schijnt aan te bieden. En werkelijk is zulks langen tijd algemeen het -geval geweest, ja is zulks nog het geval by niet weinigen. Loosjes -heeft, in zijn Maurits Lijnslager, Camphuisen ingevoerd, den blaam van -onzedelijkheid werpende op den "Frieschen Lusthof" van Starter--en dat -nog wel zonder eenige tegenspraak. Jeronimo de Vries vergenoegt zich, -in zijne Prijsverhandeling, van Starter alleen den naam, en nog wel -enkel in een aanteekening, onder een dertigtal onbeduidende namen -te vermelden; Willem de Clercq, die, in zijn bekroonde beschouwing -over den invloed der vreemde letterkunde op de onze, als van zelve -aanleiding had moeten vinden van den jeugdigen Brit te gewagen, -die in Nederland leefde en zong, maar in wiens vaerzen de Engelsche -afkomst des dichters niet te miskennen valt, Willem de Clercq zwijgt -van hem geheel. Is het wonder, dat al wie, zonder Starter te kennen, -een oordeel over zijn werk had op te maken, uit de afkeuring waarmede -Loosjes van hem spreekt en de onverschilligheid, waarmede hem de -beide andere critici behandelen, niet anders dan zeer ongunstig over -hem denken moest? En toch heeft Starter noch den heftigen aanval van -Camphuisen verdiend, noch de behandeling, hem door de drie andere -schrijvers aangedaan. Van De Vries en De Clercq is het bekend, dat zy, -afgaande op hetgeen in den Maurits Lijnslager voorkomt, niet verder -hebben onderzocht: wat Loosjes betreft, die schijnt van zijn kant -in het banvonnis, door Camphuisen uitgesproken, te hebben berust, -en evenmin als de beide critici het veroordeelde boek gelezen te -hebben: en voor den vromen dichter der zeventiende eeuw, dien ik niet -verdenken mag ter kwader trouw te hebben gehandeld, weet ik geen andere -verschoning aan te voeren, dan dat hy dien "Frieschen Lusthof," om de -vervaardiging waarvan hy den maker naar 't helsche vuur zendt, nimmer -onder de oogen gehad heeft, en den inhoud alleen ondersteld heeft van -gelijke gehalte te zijn als een andere kleine verzameling gedichtjens -van denzelfden schrijver, onder den naam van "Boertigheden" gedrukt, -en werkelijk minder geschikt in een editie in usum Delphini opgenomen -te worden.--De slotsom van dit alles is, dat de "Friesche Lusthof", -achtereenvolgends gedurende twee eeuwen, zonder eenig voorafgaand -onderzoek, is beöordeeld en veroordeeld geworden door mannen, die als -gidsen en toongevers op het gebied der letterkunde werden aangemerkt, -en dat de menigte, door hun verkeerde beschouwing misleid, geschroomd -heeft, kennis te maken met een boeksken, dat in zoo zwarte kleuren -was afgeschilderd, maar zich daardoor ook verstoken heeft van het -voorrecht, om zich te verlustigen in echte poëzy, in de bevalligste -en liefelijkste vormen voorgedragen. - -Maar niet altijd blijft het publiek in zijn beschouwing -onrechtvaardig. Meer dan eene stem heeft zich in de laatste tijden -verheven om de geschonden eer van Starter te wreken, om recht te -doen wedervaren aan de voortbrengselen van zijn vernuft, om hem den -dichtkrans terug te geven, die te lang aan zijn hoofd onthouden werd, -en zijn liederen aan te prijzen als voorbeelden van de wijze, waarop -onze taal, aan wie met haar geheimen bekend is en ze met oordeel weet -te gebruiken, elke andere in zangerigheid op zijde streven kan. Mogen -de pogingen, door de zoodanigen aangewend, niet vruchteloos blijven: -mogen zy strekken, by velen den zucht te doen geboren worden, zich in -Starters zangen te vermeien en in hem den grootsten Nederlandschen -liederdichter te waardeeren, dien de geschiedenis onzer letterkunde -in staat is ons aan te wijzen:--mogen toonkunstenaars zich opgewekt -gevoelen, nieuwe melodyen op zijn zangen te vervaardigen, en deze -laatste nog wederom meermalen, als voorheen, op blijde feestmalen -en samenkomsten, door keeltjens als die van Tesselschade en Duarte -worden gezongen. - - - - - - - -DE DOCHTERS VAN ROEMER VISSCHER. - - -In de nabyheid van den Schreierstoren en aan de noordoostelijke -grens van Amsterdam stond, in den aanvang der zeventiende Eeuw, -een burgerwoning, die als een vereenigingspunt kon worden opgemerkt -van de meest uitstekende vernuften van hun tijd. Het was die van -Roemer Visscher, een uit het drietal bekwame taalvorschers, aan wie de -Rederijkerskamer "In Liefde Bloeyende", en by gevolg de letterkunde in -Nederland, zooveel danks verschuldigd was. Het huis van den man, wien -Hooft om zijn gulheid den "ronden Roemer" noemde, stond altijd open -voor wie zich opgewekt gevoelde, een uur, des noods den geheelen avond, -'t zij met scherts en kout, zang en snarenspel, 't zij met geleerde -nasporingen, aangenaam of nuttig door te brengen. 's Mans zinspreuk -luidde "Elck wat wils", en het stond aan ieder vrij, die tot zijnent -in praktijk te brengen. Maar het waren niet alleen de hartelijkheid -des gastheers, zijn geestig onderhoud en het uitzicht, om rondom -zijnen haard eenige der kloekste verstanden, waarop Amsterdam zich -verhoovaardigen mocht, vereenigd te vinden, die zoo velen naar zijn -woning lokte: die woning bevatte drie trekpleisters in de dochters -van den huize, Anna, Geertruida en Tesselschade. - -Geleerde juffers, in den gewonen zin van 't woord, en maar eenigermate -gelijk aan die, welke Molières onvergelijkelijke pen naar 't leven -heeft afgeschetst, zal ieder man van smaak en verstand veeleer -ontloopen dan opzoeken. Maar niet tot die soort behoorden de dochters -van den ronden Roemer, welke wy vooral niet moeten beoordeelen naar -de voorstelling, die er de schrijvers uit het laatst der voorgaande -of het begin dezer eeuw van geven. Liever schetsen wy haar met de -woorden van een tijdgenoot, den Harderwijker Staatsman Ernestus Brink, -die zich aldus over haar uitlaat: "Romer die Visscher," schrijft hy, -"heeft 3 dochters, die alle in seer fraje exercitiën sijn opgetoogen, -connen seer fray musique, schilderen, in glas schrijven ofte graveren, -referein maken, emblemata inciseren, allerlei manufacturen borduren, -oock goet swemmen, en het zich geleert hebben in haar Vaders tuyn, -alwaar een gracht met water was, buyten de stadt." - -Maar zoo de dochters van Visscher al de hier vermelde bekwaamheden -bezaten, en bovendien de dichtkunst beminden, ja beoefenden, zy -waren bovenal meisjens van hooge beschaving en die ten volle de -kunst verstonden om door een, dan eens vrolijk, dan eens leerzaam, -maar altijd boeiend onderhoud, haar gasten den tijd te korten. - -Anna, de oudste, was in 1584 geboren. Aan haar, die zelve dichteres -was, droeg haar Vader de taak op, zijne gedichten te verbeteren en -te beschaven. Geertruida, of Truitjen, gelijk zy meest genoemd werd, -was iets jonger dan hare zuster, en zoo de nakomelingschap, byna twee -eeuwen lang, een vrij onbeleefd stilzwijgen omtrent haar bewaard en -zich alleen met haar zusters bezig gehouden heeft, 't was geenszins -omdat haar naam niet verdiende tot ons over te gaan: de aangehaalde -getuigenis van Brink bewijst het tegendeel, en de rede, dat men -haar vergeten heeft, is, dat zy reeds vroeg in 't huwelijk trad en -wel met Nikolaas van Buyl, Onderschout te Amsterdam. De plichten, -die zy als vrouw en moeder te vervullen had, boeiden haar aan haar -huis, en hielden haar langzamerhand meer en meer verwijderd van den -kring harer bekende vrienden: en zy werd niet meer bewierookt en -bezongen gelijk haar nog ongehuwde zusters. Hoe zy echter de kunst -bleef liefhebben en voorstaan, blijkt uit de omstandigheid, dat, -in 1630, de Poëet van Swoll zijn Margrietje uitgaf "onder de gunst -van Juff. Geertruyt Roemers." - -Tesselschade, die in 1594 geboren, en dus tien jaar jonger was dan -Anna, ontleende haar vreemdklinkenden naam aan de zware schade, die, -drie maanden voor dat zy ter waereld kwam, veroorzaakt werd door een -hoogen storm op de reede van Texel, waaronder vele Amsterdamsche -kooplieden, ook haar vader, geleden hadden. Toen, eenigen tijd na -haar geboorte, de vest voor zijn huis werd afgebroken om de stad te -vergrooten, noemde hy zijn hond Schae-baet, om dat hy, schaê in Texel -geleden hebbende, nu wederom baet kreeg by het afbreken der stadsmuren, -die recht over zijn huis stonden, en dat daarom nu zijn huis midden -in de stad zoû komen en meer waard zijn.--Vlug, vol geest en gevoel, -had Tesselschade reeds van haar vroegste jeugd af de belangstelling -opgewekt van haar Vaders vrienden, en bleef, zoolang zy leefden, -hun genegenheid behouden. - -In 1620 overleed Roemer Visscher; doch de kring, dien hy om zich heen -gevormd had, werd daarom niet verbroken. Nog drie jaren later sprak -Vondel in zijn "lof der Zeevaert" tot Reaal van - - - 't Zaligh Roemers huis, - Wiens vloer betreden wort, wiens drempel is gesleten - Van Schilders, Kunstenaers, van Zangers en Poëten. - - -De beide meisjens, die in dat huis gebleven waren, ontfingen er -dus haar gasten nog als te voren, die voor 't overige een nieuwe -gelegenheid om zich te vereenigen hadden gevonden op 't slot te -Muiden. By den Drost stelden zich Vondel, Coster, Mostert, Reael, -Baeck, Vechters en zoo vele anderen schadeloos voor 't gemis van -Roemer: in hem hadden diens dochters een vaderlijken vriend behouden, -steeds met raad en hulp gereed, en wederkeerig werden de genoegens, -welke men ten zijnent smaakte, door haar tegenwoordigheid niet zelden -verhoogd. Anna las er de "Sinne-Poppen" haars vaders, waarvan zy de -uitgave bezorgd had, en Tesselschade nam het oordeel harer vrienden in -over een vertaling van Tassoos verlost Jeruzalem, door haar ondernomen; -maar vooral waren het beider muzykale gaven, die Hooft zoo zeer op -haar gezelschap gesteld deden zijn. Talrijk zijn de plaatsen in zijn -brieven, waarin hy uitweidt over de fraaie stem van Tesselschade en -over het genot, dat zy aan haar toehoorders verschafte. Anna schijnt -meer bepaald in 't snarenspel bedreven te zijn geweest, gelijk wy -kunnen opmaken uit de vergelijking van de navolgende plaatsen uit -Vondels gedichten. De eerste is gehaald uit zijn "Lof der Zeevaert," -en luidt aldus: - - - Wy naecken Schreyers-hoeck, daer lieffelijck en bly - Een Waterlandsche Rey, de Juffers van ons Y, - Met ongehuifde pruick en kletten, geestigh zingen, - En naer den toon van zang en spel, haer treden dwingen. - Twee diertjens [2] in den hoep aanminnig groeten ons. - d'Een volght met zoet muzyck des andren violons. - - -De andere plaats is uit het bruiloftdicht op Tesselschade. - - - Twee zusters zetten zich op 't uiterst van den stroom: - d'Een, uit een parkement of: halfgerolde cedel, - Las nooten met haer galm, en d'ander met een vedel. - - -En aan wien, onder dien zwerm van dichters en geleerden, die haar -omringden, werd het gegeven, de gedachten dier lieve meisjens af te -trekken van de Sinne-Poppen en 't Verlost Jeruzalem, en meer diepe -aandoeningen by haar te doen ontstaan, dan de melody der woorden van -een lied verwekken kunnen? Gewis werd de Oude Spreuk, volgends welke -ieder op zijne beurt voor den invloed der liefde zwicht, ook ten -opzichte der gezusters beantwoord; maar niet op zoodanige wijze als -men zoû hebben verwacht. Het was geen dichter, geen toonkunstenaar, -geen man van de wetenschap, die het hart van Tesseltjen wist te -treffen: het was--wy schamen ons byna het te zeggen, en toch mag -het niet verzwegen worden, al zoû het onzen lezeressen een blos -van spijt op de wangen jagen over de schijnbaar zonderlinge keuze, -door eene der meest begaafden van hare sexe gedaan--? het was een -zeeofficier, en die nog daarby den alles behalve dichterlijk luidenden -naam van Allart Krombalck droeg.--Intusschen, bezat de jongeling noch -poëtischen aanleg, noch poëtischen naam, hy was, naar de getuigenis -van Hooft, rijk met vernuft, en, wat meer zegt, met voortreffelijke -zielshoedanigheden bedeeld. In 1623 werd het huwelijk tusschen de -beide gelieven voltrokken, en door de vrienden der Bruid, onder -anderen door Vondel, in cierlijke vaerzen bezongen. - -Niet lang duurde het, of Anna volgde het voorbeeld harer zuster. Zij -huwde in 1624 Dominicus Boot van Wezel, Johansz., mede geen geleerde, -maar toch een man van smaak, en gesproten uit een aanzienlijk geslacht, -dat te Dordrecht bloeide. Zy volgde derwaarts haren man, gelijk het -Tesselschade den haren naar Alkmaar had gedaan. - -Te Dordrecht, waar Cats omtrent dien tijd Pensionaris geworden was -en aan 't hoofd stond eener dichtschool, die juist niet op den besten -voet was met de Amsterdamsche, maakte Anna nieuwe kennissen, waarby, -als 't in den aart der zaken lag, de oude eenigzins tekort kwamen. - -Dat zy echter met hen in voortdurende betrekking bleef staan, daarvan -getuigen, onder anderen, de aanbevelingen, haar in 1642 naar de -Zuidelijke Nederlanden mede gegeven door Huygens en Van Baerle. Zy had -namelijk het onderwijs van haar beide zonen aan de Paters Jezuïeten -te Brussel opgedragen, doch, hen derwaarts geleidende, wilde zy -tevens van die gelegenheid gebruik maken, om kennis te maken met de -Belgische geleerden, en de brieven van hare twee genoemde vrienden -baanden haar daartoe den weg. Wil men weten, hoe men in Belgiën over -haar oordeelde, men hoore, hoe de beroemde Leuvensche Hoogleeraar -Puteanus zich deswegens uitliet. "Ware ik by u" schreef hy in zwierig -Latijn aan Van Baerle, "ik zoû my aan uw gulden boezem werpen en er -u vele kussen op drukken: deze toch reken ik uw brief, uw lieven, -geestigen, vriendelijken brief waardig, deze ook de beroemde vrouw, -my zoo beleefdelijk en cierlijk aanbevolen. Toen ik toch den naam van -Anna Roemers las, was ik enkel vreugde, en ik reikte haar de gastvrije -rechte, die door haar welwillend werd aangevat; zy toefde niet, maar -kwam ten mijnent, en, meer nog, aan mijn hart, my, mijner echtgenoote, -mijnen dochteren en gandsche gezin welkom. Onze gulle rondheid mocht -haar aangenaam zijn, de schoonheid dezer plaats haar bewondering -wekken, het overige deed haar eigen geest. Ik had een Muze ontfangen; -slechts Apollo ontbreekt." Aan Huygens schreef hy: "Wel is Anna Roemers -een vrouw uwer aanbeveling waardig. Zy heeft door haar beschaving mijn -diensten meer dan beloond: haar byzijn heeft mijn woning opgeluisterd, -en zy heeft my in haar vernuft doen deelen. Maar, wanneer gy dergelijke -vrouwen ten uwent bezit, wat moeten dan wel uw mannen zijn!" enz. - -Aan Tesselschade, die zich met haar man te Alkmaar had nedergezet, -en alzoo minder dan haar zuster van Amsterdam verwijderd was, viel -het dan ook lichter, den omgang met haar vrienden en betrekkingen -aldaar te doen voortduren, en zy bleef voor Hooft, Van Baerle en Vondel - - - Ons kameraetje - Het soete Tesselschaetje, - - -gelijk laatstgemelde haar in een zijner gedichtjens noemde. Over en -weder bezocht men elkander en de briefwisseling, vooral met Hooft, -duurde onafgebroken voort. Meer dan eens zond zy hem haar poëtische -invallen ter verbetering: zoo onder meer een antwoord op zekere -beruchte Prijsvraag, die in 1630 door de Amsterdamsche Akademie -was voorgesteld, en niet weinig beweging in de geletterde waereld -veroorzaakte. Zy luidde aldus: - - - Apoll', op Helikon gezeten, - Vraeght al sijn heylige Poëten - Wat beste en slimste tongen zijn? - Of waerheyd saligh maeckt, of schijn? - Of dwang van vrome Christen-sielen - Niet streckt om Hollant te vernielen? - Of Vrijheyd niet en was de schat, - Waarom men eerst in oorlogh trad? - - Of oock in welbestierde steden - Een Oproer-maecker wordt geleden? - Of Huyse-plond'ren vesten sticht? - Of d'Eed geen Burgery verplicht? - En of zich Leeraers niet verloopen - Wanneer ze desen bandt ontknoopen? - - Wiens antwoort kortst en bondighst is - En klaerst in dese duysternis, - Dien zullen d'Akademiheeren - Met eenen Princen-Roemer eeren, - Daer Pallas, met haer diamant, - In sne den Veltheer van het landt, - Die met 's Hartogenbosch gaet strijcken, - Daer Maurits tweemael of most wijcken. - - -De vraag was van Vondel, en het antwoord, dat den roemer verdiende, -was de hand van Roemers dochter, die het afbeeldsel des Prinsen op -het glas gesneden had. Het luidde aldus: - - - De beste tong die stemmen smeede - Zong Gode loff, den menschen vreede. - Die swijgent meest haer deught betoont, - Is die met vuer d'Apostels kroont. - De snoodst' op aerde deed de menschen - Nae Godts verborgen wijsheyt wenschen. - De booste sprack uit heemelrijck, - Mijn macht sy d'hooghste macht gelijck. - In hun sticht Godt Zyn heerschappyen, - Die met het doen 't geloof belyen. - Schyn, als een drogh en dwaellicht, leidt - Wie dat haer volght ter duysterheit. - De vrome zielen te belaegen - Kan Hollants zachte grond niet dragen. - De Roomse geus het smeekent blad, - Tot Brussel, ondertekent had - Soowel als d'ander; en versocht er - 's Lants vryheyt by, aen 's Kaizars dochter. - Den muiter die gerustheyt haet - Looft altyt een geschockte Staet. - Daer d'eene burger 's anders muiren - Bestormt, die stadt en kan niet duiren. - Geen aerdtsche Godt [3], off hy wordt by - Een Eedt verknocht: meer [4] schuttery, - Wat leeraers ook dien bant ontlitsen, - Die tergen 't snoer der zeeven flitsen. - - -In 1635 trof Tesselschade een dubbele slag. Vondel had haar juist een -geestig dichtstukjen gezonden over zekere vaerzen, uit het vrij duister -Engelsch van John Donne in niet zeer helder Hollandsch door Huygens -overgezet, en Hooft, verwonderd, dat zy hem over die vertaling haar -meening niet mededeelde, had juist aan zijn vrouw, die naar Amsterdam -ging, een brief mede gegeven ter verdere bezorging aan Tesselschade, -toen hij de tijding bekwam, dat het oudste dochtertjen van Krombalck -en deze zelf byna gelijktijdig overleden en te samen begraven waren. - -Alle rouw slijt; doch schoon Tesselschade haar verlies droeg met geduld -en Kristelijke onderwerping en eerlang haar blijmoedigheid terugkreeg, -zy hertrouwde niet. Het had haar echter niet aan gelegenheid -ontbroken. Van Baerle, die een paar jaren te voren weduwenaar -geworden was, trachtte, door brieven en vaerzen vol teederheid, -haar genegenheid te winnen; maar, welke vriendschap hem Tesselschade -toedroeg, hy kon als man haar niet lijken. Zy mocht zijn geleerdheid -en zacht karakter op prijs stellen; maar zy was te veel vrouw om -ingenomen te zijn met zijn zoete klachten en verliefde zuchten, die -hem de bestendige plageryen van Hooft op den hals haalden. Zy had--om -met Van Vloten te spreken--te veel van den hartigen smaak haars vaders -weg, die geen bier zonder hop, geen spijs zonder zout smaakte, om in -de verliefde blikken en woorden van een bloot "zoetsappig" vryer veel -aantrekkelijks te vinden; zy bracht dat later, by een geheel andere -gelegenheid, argeloos maar duidelijk uit, toen zy zijn "pleyster over -haer oogh, goedt, en soet, en sacht, en troostelijck, en goddelijck" -noemde, maar toch "het nerpend heyl van den hoogh Hofwijckschen poëet" -de voorkeur gaf. - -Gewis, "de Hofwijksche poëet", de wakkere Konstantyn Huygens, die in -1637 zijn vrouw verloor, ware een meer geschikt man voor Tesselschade -geweest dan Van Baerle: hy, vast en zelfstandig gelijk zijn naam, -en daarby zoo edel van aart als vlug van vernuft. De Amsterdamsche -Hoogleeraar had zelf gevoeld, dat hy voor den Haagschen vriend -moest wijken, die bovendien nog 't voorrecht boven hem had, een -goed deel jonger te zijn: en Tesselschade van hare zijde voedde -een onbepaalde hoogachting, ja een meer dan gewone vriendschap, -voor den begaafden Geheimschrijver des Prinsen. Maar het kwam van -zijne zijde nimmer tot een verklaring, die dan ook van de hare niet -werd aangemoedigd. Zy wisselden geestige puntdichtjens over de Leer; -doch, al schenen zy oppervlakkig die zaak schertsende te behandelen, -in den grond was Tesselschade te goed Roomsch en Huygens te zeer -aan de Staatskerk gehecht, dan dat het verschil van godsdienst -niet voor beiden een onoverkomelijk bezwaar zoû gebleven zijn, -ook al ware het hun mogelijk geweest, hem, de nagedachtenis zijner -Suzanna, haar, die van haren Adelaert, te vergeten. Datzelfde bezwaar -bestond niet tegen een verbindtenis met een derden, haar niet min -genegen vriend. Ook Vondel was, en reeds voorlang, weduwenaar: ook -hy was gevoelig voor haar bekoorlijkheden en wendde pogingen aan, -om haar liefde te verwerven; doch ook zijn aanzoek liep vruchteloos -af. Wellicht waren hier financiële belemmeringen: misschien ook dat -zy, die zich in meer hoofsche kringen bewoog, geen trek gevoelde, -een kousewinkel in de Warmoesstraat te betrekken. Wat er van zij, -zy nam evenmin den Katholiek Vondel, als den Remonstrant Van Baerle, -of den Kalvinist Huygens; maar bleef met alle drie op een goeden voet. - -Hooft, die noch 't een noch 't ander was, strekte haar by voortduring, -en meer dan een der overigen, tot vraagbaak en vertrouweling. Jaarlijks -bezocht zy hem, en zijn brieven vloeien over van haar lof, nu eens -over haar fraaie stem, dan eens over haar geestige brieven, of over -de cierlijke Italiaansche vaerzen, die zy vervaardigde, o. a. by de -komst van Maria de Medicis te Amsterdam. - -In 't jaar 1642 overkwam Tesselschade een lastig ongeval. Te Amsterdam -zijnde, en voorby een smidswinkel gaande, spatte haar een vonk in 't -oog, 't welk zy daardoor kwijt raakte: welk ongeval door Van Baerle -en door Huygens werd bezongen. Zy troostte zich echter spoedig in een -verlies, 't welk voor 't overige geen gevolgen schijnt gehad te hebben. - -Vijf jaren later had zy zwaarder verliezen te betreuren. Den 24. Mei -1647 werd zy--door den dood van Hooft--als vriendin getroffen: op den -31. Augustus van dat jaar werd haar moederhart verscheurd. "Maria -Krombalcks," schrijft Hendrik Bruno aan Huygens, "dat schrandere -meisjen, Tessels dochter en eenig kint, en daarby naar haar moeder -Tessel aardende, is, in den bloei der jeughd, en de omhelzingen harer -moeder en harer moei Anna, heden, in een hevige koorts, overleden: -een sterfgeval, dat mijner zuster--de dichteresse Alida Bruno--veel -tranen, my vele zuchten gekost heeft, soo dat het mijne ziel heeft -geschokt, en ik naauw myzelven meester ben." - -De slag trof haar diep. Het eenige doel, dat zy nog op de waereld -had, was haar ontnomen: zy stond er voortaan alléén: wat had zy hier -nog te verrichten? Hoe "gehoorsaam" en zwijgend zy zich onder haar -beproeving hield, haar gezondheid had een knak gekregen, waarvan die -niet weder opkwam. - -"Ik moet u," schrijft Bruno, op den 4. February 1648, aan zijn vriend, -"ik moet u, voor ik van myself spreek, de groete overbrengen van -Tesselschade, onze heldin, die, hoewel steets door koortse gekwelt, -haer ziekte en haer leedt door stantvastig dulden overwint. Ik was -gister by haer, zoo als ik veel, en meer by deze eene weduwe ben, -dan by al de meisjens, die hier ter stede in de beschaafde wereld -zijn. Ik vertolckte haer mijn tranen, by den doodt van onzen, ja -vroeger onzen--Van Baerle"--die 14. January overleden was--"en zy -hielt haer aendacht zoo op mijne nietige-vaerzen gespannen, dat zy -de koortse toen of niet voelde of niet kreegh." - -Zoo kwijnde de edele vrouw langzaam weg, tot zy in Junij 1649 de -panden, die haar waren voorafgegaan, volgde in 't graf. Jan Vos -en Alida Bruno bezongen haar dood; maar geen van beiden deed het -in vaerzen, harer waardig. Aandoenlijker--omdat zy niet zoo zeer -de vernuftige dichteres, niet de begaafde zangster, maar alleen de -moeder golden--klonken de regels, die Huygens haar wijdde: - - - Dit 's Tesselschades graf: - Laat niemand zich vermeten - Haer onwaerdeerlickheit in woorden uit te meten. - Al wat men van de zon kan zeggen gaat haer af, - Hoe dat 's om 't leven quam - Verhael ik even noode: - Wat dunckt u, moeders?--'t was haer dochter, die haer doodde. - En die sy 't leven gaf, was die haer 't leven nam. - - -Zoo was het treurig uiteinde der eenmaal zoo vrolijke, zoo -schitterende, zoo algemeen gevierde, nu zoo diep bedroefde vervallen, -zoo verlatene, maar altijd door ieder, die haar kende, zoo hoog -geachte, zoo oprecht beminde vrouw. Haar zuster Anna, weduwe als zy, -had haar, gelijk wy hierboven gezien hebben, in de ure der beproeving -ter zijde gestaan. Zy overleefde haar nog twee jaren, maar had by -haar sterven voor 't minst het voorrecht, dat haar kinderen haar de -oogen sloten. Of Geertruida hare beide zusters in den dood voorafging -of volgde, is ons onbekend. Zeker is het, dat zy nog leefde in 1644, -toen Tesselschade by haar te Amsterdam huisvesting genoot. - - - - - - - -CASPAR VAN BAERLE. - - -By het sluiten van het Twaalfjarig Bestand, was Amsterdam uit de -worsteling met Spanje rijk en machtig voor den dag getreden. De -schatten uit de Indiën stroomden naar de kantoren en magazijnen der -handelaren, en alle volkeren der waereld waren cijnsbaar geworden -aan het Y. Waar de beschaving zich, door gedurige wrijving met -vreemdelingen, meer en meer ontwikkelt, doet zy steeds nieuwe behoeften -ontstaan en nieuwe wenschen voeden. Het was weldra voor de Regenten -van Amsterdam niet genoeg, de stoffelijke welvaart in hun Staat te -zien vermeerderen; ook voor de zedelijke moest gezorgd worden. Aan -Leyden--zoo oordeelden zy--moest niet langer het uitsluitend monopolie -van het hooger onderwijs verblijven: by de eenzijdigheid in begrippen -en leerstellingen, die aldaar heerschte, kon het noch ongepast, noch -onnut worden beschouwd, dat er nog een tweede instelling bestond, -waar een andere richting werd aangenomen: nevens het nieuwe Bedehuis, -door de Remonstranten gesticht, mocht ook wel een School bestaan, -in welke de openlijke of bedekte aanhangers hunner gevoelens de -beginsels, welke zy waren toegedaan, hoorden verkondigen, althands -niet hoorden verketteren: en zoo werd in 1632 het Athenaeum illustre -te Amsterdam gesticht. De Regeering begreep echter wijslijk, alle -botsing met de Staatskerk te moeten vermijden: zy gaf daarom aan de -nieuwe Kweekschool een bloot wetenschappelijke, geen godgeleerde leuze: -twee leerstoelen werden er by opgericht: de een, voor het onderwijs in -de geschiedenis bestemd, werd aan Vossius gegeven: tot den anderen, -bestemd voor het onderwijs in de wijsbegeerte en welsprekendheid, -beriep men Caspar van Baerle. - -Ware de keuze van dezen laatste gelukkig geweest onder alle -omstandigheden, zy was het vooral daarom, omdat zy aan den nieuw -gekozen leeraar wederom een loopbaan openstelde, welke hy eenmaal -was ingetreden, doch sints een geruimen tijd voor zich gesloten -achtte. In 1617 tot Hoogleeraar te Leyden beroepen, had hy zich, -in 1621, ten gevolge van zijn verkleefdheid aan de beginselen der -Remonstranten, van zijn ambt ontzet gezien, en daardoor tien jaren -lang de gelegenheid gemist, om in uitgebreiden kring nuttig te zijn -door de mededeeling zijner veelvuldige kundigheden. Die gelegenheid was -hem nu weder verschaft; en de vermaardheid, welke hy zoo wel als zijn -ambtgenoot zich bereid hadden verworven, lokte aldra naar hun onderwijs -een tal van leerlingen, 't welk dat der Leydsche Akademie-burgers -bykans evenaarde. De verdiensten, waardoor zich een voortreffelijke -leermeester onderscheidt, behooren niet tot de zoodanige, welke haren -bezitter een roem verschaffen, die den tijdgenoot verblindt en by de -nakomelingen voort blijft leven: zy worden alleen bekend en bewezen -uit hare middelijke gevolgen op anderen: zy zijn, by andere, meer in -'t oogloopende verdiensten vergeleken, wat de lucht is, vergeleken -by het vuur. Van het vuur gevoelen wy niet alleen den gloed; maar -wy zien het vonkelen, flikkeren, blaken: en het wekt door den glans, -door de verscheidenheid zijner kleuren, onze bewondering;--de lucht -daar-en-tegen wordt niet gezien; doch haar invloed blijft daarom niet -minder wezentlijk, niet minder weldadig, ja gezegend. Gezegend en -weldadig was dan ook de invloed, dien Van Baerle door zijn lessen, -door zijn raadgevingen, door zijn goeden smaak, door zijn voorbeeld, -uitoefende op de jonge lieden, die 't voorrecht hadden, zijn onderwijs -te genieten: en zoo danken wy het grootendeels aan hem, dat het -tijdvak van Frederik Hendrik zich ook door wetenschappelijk-wijsgeerige -ontwikkeling kenmerkte. - -Maar, al ware het niet geweest krachtens zijn verdiensten als leeraar -aan de Doorluchtige School, in elk geval had Van Baerle een plaats in -deze Galery van beroemde mannen verdiend: zoo door zijn keurige en -talrijke proefschriften, over de meest uiteenloopende onderwerpen, -als om de voortreffelijke wijze, waarop hy de eer der Latijnsche -Zanggodinnen in Nederland ophield. Weinigen onder hen, die 't -waagden, de oude dichters in hun eigen taal na te zingen, slaagden -daarin even gelukkig als Van Baerle: nog zeldzamer werd hy daarin -overtroffen. 't Zij hy op verheven toon den lofgalm aanheft ter eere -des Verlossers, de troonsbestijging van Karel I, of de uitvaart van -Gustaaf Adolf viert, Bernhard van Saxe of Richelieu bezingt, 't zij hy -triomfklanken doet hooren op de overwinningen, door Frederik Hendrik -behaald, Vorst Joan Maurits by zijn terugkomst uit Braziel of Prins -Willem by zijn echtverbintenis met Maria van Engeland, of Maria de -Medicis, by haar bezoek te Amsterdam, geluk wenscht, 't zij hy zijnen -talrijken vrienden by de belangrijkste gebeurtenissen huns levens -zijn deelneming in korte of meer uitgebreide zangen betuigt, 't zij -hy de meest treffende bybelstoffen in roerende elegiën behandelt, 't -zij hy, nu eens ernstige, dan eens boertige onderwerpen van den meest -uiteenloopenden aart behandelt, altijd is de vorm in overeenstemming -met den inhoud: zijn stijl, naar 't past, beurtelings grootsch, -statig, zwierig, deftig, vrolijk, schalksch, maar altijd cierlijk, -altijd zuiver en behagelijk, vrij van noodeloozen opschik, doch aan -wel gekozen beelden en aan gelukkige gedachten rijk. - -Nu en dan, ofschoon dan ook maar zeldzaam, sloeg Van Baerle de hand -ook aan de Hollandsche lier. Zoo b. v. toen Tesselschade haar vrienden -op het Muiderslot verrast had met een geestig bewerkt en vercierd -festoen van herfstvruchten, bedankte hy haar op staande voet met dit -geestig gedicht: - - - Geluckige Sale, daer 't Weeutjen in spoockt, - Geluckige Schouwe, daer 't selden in roockt! - Wie schildert u dus, wie stelt u te pronck? - Wie maeckt u dus kruydig, dus aerdigh, dus jonck? - Is Flora gevallen uyt Junoos paleys? - Is Pales in aentocht? Is Ceres op reys? - Heeft Hebe gevlochten dit trotse festoen? - Pomona getempert het root met het groen? - Neen, 't is noch Godinnen noch Goden hun vondt, - Zelfs staen zy verbaest, en sy seggen in 't rondt: - De wasdom is ons, die konst van een handt, - Die self oock de nydt door haer geest heeft vermant. - Ick sie, seyde Ceres, mijn lof en mijn halm: - Ick hoor, sey Pomoon, mijner bladeren galm: - Ick rieck, seyde Flora, de vrucht en de blom, - Die 't son'tje van 't Oost treckt westerwaert om: - Ick voel, sprak Juventa, mijn appeltjens ront, - Ick proeve, sprack Pales, mijn pruymtjes gesont. - Doe sey de Poeêt: het is Tesseltjens doen, - Die 't oude maackt jonck en de steenen maeckt groen. - O Tesselscha! leeft van de Goden gekust, - Die al de vijf sinnen kunt geven haer lust. - - -Ook in de overige Nederduitsche gedichtjes van Van Baerle heerscht een -gelijke losheid en bevalligheid, die aan den lezer, voor zoo verre -hy geen Latijn verstaat, een denkbeeld kan geven van het poeëtisch -vernuft des vervaardigers. - -Onder de redenen, waarom Van Baerle met zooveel zegen werkzaam was -te Amsterdam mogen wy vooral rekenen de beminnelijkheid van zijn -zacht en vredelievend karakter, dat, zoo wel tot luchtige vreugde als -statigen ernst gevormd, bestemd scheen by al wie hem kende genegenheid -en vertrouwen in te boezemen. In 1627 had hy het tweede huwlijk van -den Drossaert bezongen, en van dat tijdstip was tusschen hen beiden -een vriendschap ontstaan, die zonder verkoeling tot aan hun dood -bleef voortduren. De vrienden van Hooft bleven ook de zijne. Voor -Tesselschade voedde hy een meer teeder gevoel en, toen zijn gade hem -ontvallen was, zocht hy--hoewel vruchteloos--de schoone Alkmaarsche -weduwe te bewegen, hem dat verlies te vergoeden. Met Vondel bleef hy -bestendig op den besten voet, en aan zijn trouwen medestrijder voor -de zaak der Remonstranten en Staatsgezinden vergaf hy diens overgang -tot het Pausdom, en--wat vrij wat zwaarder vergrijp was in zijn -oogen--diens min naauwkeurige overzetting van Virgilius. Vondel, altijd -dankbaar voor elk bewijs van hartelijkheid, liet geen gelegenheid -ongebruikt, om hem van zijn zijde te toonen, hoe hoogen prijs hy op -zijn vriendschap stelde, zoo wel als degeen die hem als dichter en -geleerde vercierde. Van die achting en genegenheid van Vondel voor -Van Baerle getuigen de talrijke vertalingen in 't Nederduitsch door -den eerstgemelde vervaardigd, en de onderscheidene gedichten welke -hy hem toezong, of waarin hy zijner gedachtig was. Als voorbeelden -mogen hier dienen, in de eerste plaats, de dichtregelen welke Vondel -stelde onder het afbeeldsel van Van Baerle door Sandrart: - - - Zoo zien wy Baerle noch, als 't lichaam leit vergaen; - Doch niet zijn wakkren geest, belast, als Klaudiaen - En Aristoteles, met onvermoeide schatten, - Op maet en zonder maet, de laeghte te verachten. - Augustus eeuw komt zelf beluistren zijnen geest, - Het zy hy vaerzen dicht, of goude lessen leest. - - -en, ten anderen, het bevallig byschrift op Van Baerles dochter Suzanna, -als bruid van Geeraert Brandt geschilderd: - - - In geenen trouringh blonck oit Indiaensche paerle - Zoo zuiver als Suzan, in 't huisgezin van Baerle. - Zy dooft met haer gesicht den klaersten diamant, - En stoockt in 't kilste hart een overkuischen brant. - De Schoonheit, Jeught en Deught vergaêren hier te gader, - Maar 't rijp verstant verbeelt het oordeel van haer Vader. - - -Maar vooral bleek de hooge schatting, waarin Vondel zijn geleerden -vriend hield, uit den aandoenlijken treurzang, dien hy aanhief, -toen, op den 14en January 1648, de beroemde man, in ruim -drie-en-zestigjarigen ouderdom, het leven liet: - - - Nu daelt de gansche Helikon - In rouwe, en schreit een Hengstebron - Van tranen op Apolloos zoon. - Apollo treet zijn lauwerkroon - Met voeten, en verteert en smilt - Tot water. Och, wie paeit en stilt - Den Vader, die, zoo root beschreit, - Zijn goude stralen nederleit - Om dien herboren Klaudiaen? - Een Godt stort nimmermeer een traen. - 't En zy om iemant van zijn bloet, - Op Pindus toppen opgevoedt. - Nu zwijght de honighzoete long - Des nachtegaels, die eeuwigh zong - En quinkeleerde 't heele jaer; - Die harp, teorb en cimbelsnaer - En orgels mengde met zijn keel - Dees Koopstadt, die een lustprieel, - Een Tempel scheen, vol zangk en klanck, - Begint te quynen en leit kranck - Voorover op dien kouden zerck. - Een zantkuil, een bekrompen perck - Begrijpt dat groote lijck, wiens faem - De werelt valt te kleen, en aêm - En leven schept uit 's Dichters stof, - Waar eenigh Rijck of Vorstenhof - Hem eert voor zijne heldenmaet, - Zoo langh hy luit of trommel slaet. - Ons Hollant mist zijn Zanggoddes, - En Aristotels wijze les, - En Hippokraet, en Cicero - In 't eene lijck. Helaes, hoe noô - Verliest een kenner zijn juweel! - Zoo valt oock 't eelste een graf ten deel. - Men houwe'r, in een lauwerkrans, - Dees letters op, ten roem des mans: - HIER SLUIMERT BAERLE NEFFENS HOOFT, - GEEN ZERK HUN GLANS NOCH VRIENTSCHAP DOOFT. - - - - - - - -LEONARDUS MARIUS. - - -Hoe talrijk ook de mannen waren, die in de dagen van Frederik Hendrik -zich aan de wetenschap hadden toegewijd, en hoe velen onder hen -by hun tijdgenooten hoogen lof en eere hadden verworven, toch viel -niet aan elk hunner, ook waar de verdiensten gelijk stonden, gelijke -vermaardheid by het nageslacht te beurt. Reeds by een oppervlakkig -onderzoek zal men kunnen opmerken, dat de namen der geleerde -Nederlanders uit die eeuw, voor zoo verre zy nog heden ten dage, niet -by enkelen, maar algemeen, bekend en beroemd zijn gebleven, gevoerd -zijn geworden door personen, die zoo niet tot de Remonstrantsche -Broederschap, althands tot de Remonstrantsgezinden behoorden. Byna by -uitsluiting zijn het hunne schriften, die, zoo niet algemeen gelezen, -dan voor 't minst algemeen aangehaald of op krediet geprezen worden; -terwijl de schriften hunner tegenstanders of geheel vergeten of weinig -meer bekend zijn. Zoo heeft b. v. de Kerkelijke Historie van Brandt -by de nakomelingschap die van Triglandt geheel verdrongen, niet zoo -zeer omdat zy, later komende, vollediger geächt kon worden, niet om -dat de styl van Triglandt in voortreflijkheid zoo zeer by dien van -Brandt zoû achterstaan, maar om dat Brandt een geestverwant was van -Arminius, terwijl Triglandt tot de Synodale party behoorde. Welke -redenen men aanvoere, om het verschijnsel te verklaren, waarvan wy -zoo even gewaagden, die verklaring moet vooral gezocht worden in de -omstandigheid, dat de letterkundigen, de critici, zy in één woord, -die later in Nederland de uitdeelers waren van den roem, niet tot de -heerschende Kerk behoorden, of, al mochten zy in naam Gereformeerden -heeten, toch in de daad tot de begrippen der dissenters overhelden. De -bontgenootschaplijke geest, die, oorspronklijk door behoefte aan -verdediging tegen vervolgzieke overheersching in 't leven geroepen, -zich reeds in de eerste helft der zeventiende eeuw gevormd, en op -'t veld der letteren alras den boventoon verkregen had, bleef dien -ook later, bleef dien ook nog tot in onze eeuw behouden, en het was -zijn bestendige politiek, al de verdiensten van al wie niet tot de -party behoord had, te verkleinen, te ontkennen, of, wat erger was, -er geheel geen gewach van te maken. Het natuurlijk gevolg hiervan -moest zijn, dat by de menigte, die van haar meest invloedrijke -leermeesters geen ander dan een zeer éénzijdig onderricht ontfing, -de letterkundige aanspraken van hen, die elders teruggezet waren, -van lieverlede niet dan met minachting werden vermeld, of geheel in -'t vergeetboek raakten. Maar trof een zoodanig lot velen onder de -Contra-remonstrantsche schrijvers van vroegeren tijd, nog vrij wat -meer trof het de Roomsgezinden. De rol, welke de Contraremonstranten -der zeventiende eeuw ook op het politiek tooneel gespeeld, het -aandeel, dat zy in de heftige twisten van dien tijd hadden genomen, -had ten gevolge, dat, zoo al hun schriften niet meer genoemd werden, -hun namen toch by ieder bekend bleven. Doch met de Roomschgezinden -was het geval geheel anders geweest: buiten de Staatskerk geplaatst, -hadden zy den strijd, die daar gestreden werd, die verdeeldheid in -'t vyandelijke kamp, met welgevallen kunnen beschouwen, doch zy hadden -zich by geene der partyen als bondgenooten kunnen aansluiten, vooral -zich niet wagen op dat politiek terrein, waarop zoo herhaaldelijk de -oorlog werd overgebracht. Hun beschouwingen moesten uit den grond -der zake dan ook meer uitsluitend van bespiegelenden aart zijn, -en meer uitsluitend ten behoeve hunner geloofsgenooten geschreven; -doch daarom ook minder by andersdenkenden in 't oog vallende, minder -de aandacht trekkende van 't algemeen. De kritiek las hun schriften -niet. Zy vestigde er niemands aandacht op, en wie later kwam hoorde -zelfs de namen der schrijvers niet noemen. - -'t Is waar, men kan ons het voorbeeld van Vondel tegenwerpen. Vondel -was katholiek, tastte als zoodanig de andersdenkenden aan, dorst -zich daarby op politiek terrein begeven,--en toch--zijn naam is -nog steeds boven dien van alle andere Nederlandsche schrijvers -vermaard. Intusschen, de tegenwerping heeft slechts schijnbaar eenige -kracht. Vondel had zijn standpunt als Nederlands hoofddichter reeds -ingenomen, toen hy tot de Roomsche Kerk overging, en het is de vraag, -of, zoo hy niet aanvankelijk in geheel Remonstrantschen zin geschreven -en daarom ook tot loftrompetters de volgers en vrienden van Armijn -had gehad, mannen als de Groot, Reael, Hooft, Vossius, van Baerle en -dergelijken, (juist de zoodanigen, wier uitspraken door de latere -beoordeelaars werden nagebaauwd), of dan wel immer aan zijn genie -de hulde, die er aan toekomt, ware gebracht. Wy gelooven het niet: -en wy meenen zelfs deze onze bewering te kunnen bewijzen uit de -omstandigheid, dat, terwijl de letterkundige gidsen uit vroegeren en -lateren tijd bestendig met veel ophef spreken over Vondels treurspelen -en Anti-Synodale hekeldichten, zy zelden ook met een woord gewach maken -van de talrijke gedichten, door hem tot verdediging en verheerlijking -van de Roomsche kerk en hare dienaars geschreven. Maar zelden was -er een onder hen, die ze las, en de massa, die Vondel kent als den -dichter van Gijsbreght en van het liedtjen op de "Weeghschael van -Holland", zoû hem vermoedelijk nimmer gekend hebben, indien hy alleen -de "Altaergeheimenissen" en de "Bespiegelingen" geschreven had, in -weêrwil van al het heerlijke, dat er in voorkomt. 't Is waar, men kent -vrij algemeen zijn "Maria Stuart;" maar juist in dat Treurspel had hy -zich, ofschoon Katholiek, en als zoodanig, op politiek terrein durven -wagen: en 't bekwam hem slecht genoeg om 't nooit weêr te beproeven. - -Maar van hen, die nimmer, gelijk Vondel, het voorrecht hadden, door de -toongevers te worden opgehemeld, van hen kan men zeggen, wat Horatius -zegt van de helden, die vóór Agamemnons tijden geleefd hadden: - - - Omnes illacrimabili - Iacent ignotique longa - Nocte, carent quia vate sacro: - - -Zy slapen in de nacht der vergetelheid, omdat zy--een heiligen zanger, -zegt Horatius, maar wy zeggen--de gunst der lofbedeelers misten.--Ons -echter, die, het tijdvak van Frederik Hendrik beschouwende, in deze -onze galery geene soort van verdienste onherdacht mogen laten, ons -betaamt, een billijker maatstaf te bezigen, dan waarvan zich eene -aan sleur gewende kritiek bediende, en wanneer wy den roem van die -groote mannen verheffen, wier namen wy van oudsher op den voorgrond -geplaatst en, eeuw uit eeuw in, met uitbundigen lof vermeld vonden, -dan past het ons, ook verder te zoeken en op te sporen, of zich -niet hier of daar op den stillen achtergrond een naam bevindt, die, -al is hy minder schitterend, toch evenzeer verdient in een helder -licht geplaatst te worden. Zoo alleen ontgaan wy het verwijt, dat wy -ons zouden vergenoegen, den blooten weêrklank terug te geven van wat -vroeger gezegd is. - -En stellen wy zoodanig onderzoek in, dan treffen wy er spoedig -meer dan een onder die Roomschgezinde geleerden aan, die in onze -galery een waardige plaats bekleeden zoû, en aarzelen wy slechts of -wy die zullen inruimen aan cierlijke dichters, als de Plempen, aan -hooggeplaatste Kerkvoogden als Rovenius, aan bekwame theologen als -Wuytiers of Kracht. Maar de overweging, dat ten deze de voorkeur moet -gegeven worden aan zoodanig een, die zich vooral onderscheidde door -den invloed, welken hy, schoon dan ook op minder in 't oog vallende -wijze, op zijn tijdgenooten uitoefende, heeft ons doen besluiten, die -plaats te geven aan een man, die, in de dagen van Frederik Hendrik, -door handel en wandel, door leering en geschriften, de eer en de -belangen der Roomsche kerk niet alleen met wondere bekwaamheid, -maar ook met wonderen voorspoed handhaafde, een man, die, wellicht -meer dan een zijner ambtgenooten, zijn arbeid vruchten dragen zag, -den even geleerden als beschaafden en beminnelijken Leonardus Marius. - -Te Goes, in de stad, die Eversdijk en Smallegange had voortgebracht, -en eerlang het licht zoû schenken aan Antonides, was Marius in den jare -1588 geboren. Voor den geestelijken stand opgeleid, had hy, reeds op -jeugdigen leeftijd, door zijn kennis der beschaafde wetenschappen, -der Oostersche talen in 't byzonder, een schitterende vermaardheid -verworven, zoo zelfs, dat hy, nog maar even dertig jaren oud zijnde, -aan 't hoofd gesteld werd der kweekschool, te Keulen opgericht, -ten behoeve van hen, die uit Holland werden gezonden, om zich voor -den geestelijken stand te vormen. Vandaar werd hy in 1631 naar -Amsterdam geroepen en aldaar tot Pastoor van de Oude Zijde en tot -Overste van 't Begijnhof aangesteld; terwijl hy zich eerlang ook de -voornaamste bedieningen, als het Deken- en Vikarisschap van Haarlem, -op zag dragen. Talrijke schriften in de Latijnsche taal getuigden van -zijn vlijt en geleerdheid, en nog bewaart de boekery te Leuven niet -minder dan twintig deelen van zijn hand geschreven, en aanteekeningen -behelzende op de Heilige Schrift. Doch prijkt zijn naam voluit voor -de werken, welke hy, in de taal der geleerden, en voornamelijk te -Keulen, in het licht zond, meer omzichtig ging hy te werk, toen hy -te Amsterdam en in 't Nederduitsch over geloofspunten handelde, en -het was niet dan onder verdichte namen, dat hy zich tegen Episcopius -en anderen in een kampstrijd begaf. - -Maar werkte hy door middel der pers, het was vooral door mondeling -onderwijs en vromen wandel. Geen dag schier ging er voorby, waarop -hy niet, 't zij in zijn huiskapel, 't zij elders in de stad gepredikt -had. Aan vastheid van karakter en kracht van redeneertrant de grootste -minzaamheid parende, bevestigde hy metterdaad de zinspreuk fortiter -et suaviter, welke hy zich gekozen had, en met recht kon Vondel, -zinspelende op die spreuk en tevens op 's mans voornaam, tot hem -zeggen: - - - Gy, Leo, zijt wel sterk, maer zoet als Nardus geur. - - -Door beide hoedanigheden wist Marius de achting en het vertrouwen -zijner stadgenooten te verwerven, waarvan dagelijks vele, ook -Onroomschen, zijn raad in moeilijke omstandigheden kwamen inwinnen. Was -het wonder, dat meer dan een, die er zich wel by bevonden had, by een -volgende gelegenheid terugkeerde, zijn bezoeken eerlang herhaalde, -meer en meer op gemeenzamen voet met hem omging, tot dat hy, nu -ook over geloofspunten met hem redeneerende, allengs zwichtte voor -'s mans scherpzinnige dialektiek en overredingskracht en van zijn -vereerder zijn prozeliet werd. Groot althands was het aantal der -nieuwe ledematen, welke Marius, ook uit de aanzienlijkste Gereformeerde -geslachten der stad, voor zijn Kerk wist te winnen, en, wat voor hem -een streelende zelfvoldoening wezen moest, onder zijn bekeerlingen -mocht hy mannen tellen, met kunde, geleerdheid en vernuft bedeeld, -hoedanigen het genoeg is, den vermaarden Bernhard Nieuhusius, die -by de Lutherschen--en Jacob Ouzeels, die by de Gereformeerden--het -predikambt had bekleed, maar bovenal Joost van den Vondel te noemen: -en waar wy laatstgemelde in de heerlijkste poëzy en tevens met -verwonderingswaardige belezenheid, aan ongelijkbare klaarheid in de -voorstelling gepaard, de voornaamste gronden voor het Pausdom zien -verdedigen, daar beseffen wy, hoe bekwaam de onderwijzer zijn moest, -die zulk een leerling overtuigen en tot medestrijder vormen kon. - -Zoo milddadig was Marius by zijn leven geweest, dat, toen hy den -18 October 1652 overleed, er geen genoegzame gelden by hem gevonden -werden, om hem ter aarde te doen bestellen. Diep werd dan ook zijn -overlijden betreurd, en gewis stemden velen in met de aandoenlijke -regels, waarmede Vondel zijn lijkzang op zijn vriend en leermeester -besluit: - - - Hoe treuren wy, verlaten - Van U, die liefgetal by alle staten, - U schikte naer 't begrijp - Van yders brein, of vroegh, of spader rijp! - Wie kon zoo harten winnen? - Door eendraghts bant verbinden zoo veel zinnen, - En stieren ze, in dees zee - Van zwarigheên, aan een behoude reê? - De tortel laat zich hooren: - Ik heb mijn gade aan Marius verloren. - De Maeght en 't Weeskint krijt: - Wy zijn helaes! ons' tweeden Vader quijt. - Zoo vele letterkloeken, - Die raet aan hem en zijn orakels zoeken, - Verstommen, nu hy zwijght, - En niemant op zijn vragen antwoort krijght. - Wy volgen 't lijck met staetsi: - Een arrem loon voor gulde predicati, - Gedienstigheên en deught. - Het paradijs beloon' hem in Godts vreught. - - - - - - - -REMBRANDT VAN RIJN. - - -Niet altijd wordt aan groote mannen, gedurende hun leven, de hulde -toegebracht, waarop zy aanspraak maken mogen. Een sprekend voorbeeld -van de waarheid dezer stelling levert ons Rembrandt van Rijn. Heeft -het nageslacht hem recht gedaan, ja, hem, schier zonder tegenspraak, -als aan een ster der eerste grootte in den kunsthemel, een plaats -aangewezen naast Rafaël, Michel Angelo, Rubens, Murillo, Van Dijck, -geheel anders was het oordeel, dat zijn tijdgenooten over hem -velden. Terwijl de schilders, hier genoemd, by hun leven reeds den lof -ontfingen, die hun toekwam, en zich met eerbewijzen zagen overladen, -moest er anderhalve eeuw verloopen, eer het genie van Rembrandt op zijn -waarde werd geschat, en zelfs toen nog was het noodig, dat de kroon, -die hem past als Vorst der Hollandsche schilderkunst, eer zy op zijn -hoofd in vollen luister prijken mocht, gezuiverd werd van de smetten, -waarmede onkunde en kwaadwilligheid haar bezoedeld hadden. - -Onkunde en kwaadwilligheid. Zoo iemand, is Rembrandt daarvan het -slachtoffer geweest, en naauwlijks weten wy, by 't bewonderen van -zijn oorspronklijk en onovertrefbaar talent, of wy ons meer moeten -ergeren dan verbazen over de dwaasheden, uitgekraamd door toongevende -critici, ten eind zijne verdiensten als kunstenaar te verkleinen, -en hem als mensch verachtlijk te maken. Had men reeds vroeger hem -onder het eerste oogpunt leeren waardeeren, het is niet dan in -Mei 1852, ter gelegenheid der onthulling van het Standbeeld, hem te -Amsterdam opgericht, dat ook zijn karakter is gezuiverd van den blaam, -dien de laster daarover zoo kwistig en met zulk een welbehagen had -uitgestort. Maar hoe velen toen, by het aanhooren, later by het lezen, -van Scheltemaas doorwrochte verhandeling [5] tot andere inzichten -mogen gekomen zijn, toch kan het niet onnoodig geacht worden, by elke -gepaste gelegenheid, te zorgen, dat de uitkomsten, daarin medegedeeld, -meer en meer bekendheid erlangen. Voor onze lezers alzoo, voor zoo -verre die het werk van Scheltema niet bezitten, zal onze schets niet -overbodig zijn: wie aan de naauwkeurigheid daarvan twijfelt, zoeke in -de oirkonden, als bylagen achter dat werk geplaatst, de bewijsgronden, -welke het niet met ons bestek overeenkomt, aan te halen. - -Rembrandt van Rijn werd in den jare 1608 te Leyden, in de Weddesteeg, -by de Witte Poort, geboren, en was de zesde van zeven kinderen, -door Herman Gerritsz. van Rijn verwekt by Neeltjen Willemsd. van -Zuidbroek. Zijn ouders waren welgestelde lieden, en lieten by -het sterven der langstlevende een niet onaanzienlijk vermogen na, -waarvan Rembrandt een vierde deel bekwam. Ofschoon oorspronklijk -voor de studie opgeleid, verliet de knaap, die reeds vroeg neiging -en aanleg voor de kunst betoonde, al spoedig het gymnasium, om zich -eerst drie jaren by Jakob Izaakszoon van Swanenburg, en later te -Amsterdam, by Pezer Lastman te oefenen. By dezen bleef hy een half -jaar, zette toen zijn studie voort onder de leiding van Jakob Pinas, -te Haarlem, en keerde eerlang naar Leyden terug. Doch reeds had hy -zich als schilder en teekenaar eenigen naam verworven, en daar hy zeer -weinig geld vorderde voor de portretten, welke hy vervaardigde, werd -hy meermalen naar Amsterdam ontboden, wat aanleiding gaf, dat hy zich, -omstreeks 1630 reeds, in die stad vestigde. Onder zijn goede bekenden -aldaar, wier afbeelsel hy vervaardigde, behoorde de Predikant Jan -Cornelis Silvius. Deze was met een Friesche vrouw getrouwd, die wel -eens bezoek ontfing van haar volle nicht Saskia, dochter van Rombertus -Uilenburg, die Pensionaris en Burgemeester van Leeuwarden geweest en -in 1624 als Raadsheer in 't Hof van Friesland gestorven was. Met deze -raakte onze schilder bekend, en zy, niet alleen van aanzienlijken en -deftigen huize, maar ook van tijdelijke middelen wel gezegend zijnde, -achtte het niet beneden zich, haar hand aan den burgerzoon uit Leyden -te schenken. Hun echt werd op den 22. Junij, 1633 te St. Anna-Parochie -in Friesland voltrokken, waar Saskia zich ophield ten huize van haar -zuster Hiskia, die gehuwd was met Gerrit van Loo, Sekretaris van de -Bildt. Slechts acht jaren mocht Rembrandt zich in 't bezit zijner gade -verheugen: zy stierf in 1642, aan Rembrandt een zoon achterlatende, -Titus genoemd, die mede de kunst beoefende, doch met geen gelukkigen -uitslag. Ofschoon Rembrandt zich als schilder veel naam en daardoor ook -een groot aantal leerlingen verworven had, en vrij wat bestellingen van -schilderyen en portretten ontfing, was hy toch geenszins de schilder -naar de mode, en zoû, indien hy van zijn kunst had moeten bestaan, -maar schraal zijn rondgekomen. Dit bleek in 1656, toen zijn boedel -in staat van kenlijk onvermogen werd verklaard, en zijne goederen -diensvolgends aan de Desolate Boedelkamer kwamen. Zijn huis op de -St. Antonies-Breêstraat, zijn huisraad, zijn schilderyen, in 't kort, -al wat hy bezat, werd gerechtelijk verkocht. De oorzaken van deze -noodlottige gebeurtenis moeten gezocht worden in de omstandigheid, -dat Rembrandt, een tweede huwelijk hebbende aangegaan, verplicht -was geweest, aan zijn zoon het moederlijk vermogen uit te keeren, -terwijl zijn eigen boedel, tengevolge van het plotseling dalen der -schuldbrieven, in waarde was verminderd, en de rampen van den oorlog -de zucht om de schilderkunst aan te moedigen by de natie een tijd -lang had doen verslappen. - -Na den slag, die hem getroffen had, leidde Rembrandt een stil -en afgezonderd leven, geheel aan zijn studiën gewijd, tot dat hy, -in 1669, in een andere woning op de Rozegracht te Amsterdam, overleed. - -Ziedaar het kort en onopgesmukt verhaal van zijn leven. By dat -van andere groote mannen heeft men doorgaands er naar gestreefd, -om aan te vullen wat in vroegere levensberichten ontbrak: by het -zijne moest men in-tegendeel in de eerste plaats terzijde stellen -al, wat aan de vroegere berichten iets pikants of zonderlings gaf, -doch geheel verzonnen of uit de lucht gegrepen was. - -Van waar de verdichtselen ontsproten zijn, die men omtrent Rembrandt -heeft opgedischt, is moeilijk na te gaan; intusschen is hy niet -de eenige onder de beroemde kunstbeoefenaren van ons vaderland, -aan wien, zelfs door eerbiedwaardige schrijvers, een karakter, een -levensloop, handelingen en gezegden zijn toegekend, zonder dat voor -die toekenning eenige historische grond bestaat.--Ik weet maar ééne -oplossing van dat zonderling verschijnsel te geven. In den mond van -'t volk liepen van ouds allerlei vertelsetjens van hebbelijkheden of -gebreken, waardoor poëeten of kunstenaren zich hadden onderscheiden, -van dwaze of kluchtige streken, door hen bedreven, van vreemde -avonturen, die hun waren overkomen. Een vertelsetjen van zoodanigen -aart mist doorgaands alle zout, wanneer men den naam van de persoon, -die 't betreft, er niet by noemt: zoo gebeurde het, dat men aan den -onbekenden held van ieder sprookjen een bekenden naam gaf, en aan -Vondel, aan Bredero, aan Jan Steen, aan Rembrandt enz., toeschreef, -wat, zoo door iemand, zeker door geen hunner gedaan, gezegd of -gedacht was. In de voorgaande eeuw, toen men algemeen begreep, dat -men het niet zoo naauw had te nemen met poëeten en kunstenaars, -een "slach van volkjen" dat men betaalde, als men 't noodig had, -doch waaraan men in den maatschaplijken rang een vrij lager trap -toekende dan aan ambachtslieden of winkeliers; in de voorgaande -eeuw, zeg ik, toen men ploerterigheid, liederlijkheid, zedeloosheid -en erger nog als onafscheidelijk achtte van het kunstenaarsberoep, -schepte men behagen in al zulke anekdoten als strekken konden, om die -meening te bevestigen, en Houbraken, toen hy zijn Grooten Schouburgh -der Nederlandsche Schilders uitgaf, en dien met een samenraapsel -van schandelijke logens vulde, bracht een offer aan den smaak en -de denkwijze van zijn tijd; ja, zelfs de anders zoo naauwgezette -Wagenaar, als hy, in 't laatste deel van zijn "Amsterdam", Rembrandt -onder de beroemde mannen noemt, die aldaar geleefd hebben, maakt zich -in een zeer kort, zeer oppervlakkig en niet byzonder vleiend artikel -van hem af, en schijnt, door naar Houbraken te verwijzen, het aldaar -geboekte als evangelie op te nemen. Ware Rembrandt een Burgemeester -of een Predikant geweest, de voorzichtige historieschrijver zoû zich -wel de moeite gegeven hebben, eens te onderzoeken of en in hoeverre -Houbrakens verhaal te vertrouwen ware;--maar Rembrandt was eenvoudig -een schilder; en met diens goeden naam mocht men gerust omspringen. - -Had echter Wagenaar zich de nasporingen getroost, welke latere -waarheidminnaars gedaan hebben, hy had zich kunnen overtuigen, dat het -artikel van Houbraken over Rembrandt, van 't begin tot aan 't slot, -niet anders is dan een roman. Onwaar is al wat Houbraken (en zijn -naschrijvers op zijn spoor) vermeldt aangaande 't jaar en de plaats -van Rembrandts geboorte: onwaar, dat Saskia Uilenburg een boeredochter -uit Waterland geweest zoû zijn: onwaar, dat onze schilder zich door -geldgierigheid en geldverkwisting tevens (!) zoû onderscheiden hebben: -onwaar al de sprookjens, die als bewijzen daarvan worden opgedischt. - -Maar, hebben zy, die over Rembrandt schreven, voor 't minst zijn -talent gespaard? Helaas! men heeft wel niet geheel ontkend, dat hy -eenige verdiensten bezat; maar toch, indien 's mans onsterflijke -werken niet meer bestonden, om een getuigenis voor hem af te leggen, -die 't onverstand tot zwijgen brengt, indien wy ons oordeel over zijn -bekwaamheid als schilder uitsluitend moesten laten afhangen van dat -zijner tijdgenooten en levensbeschrijvers, wy zouden er geen grooten -dunk van koesteren.--Wy hebben het reeds gezegd: Rembrandt behoorde -niet tot de meest begunstigde schilders van zijn tijd en was vrij -wat minder in trek dan Sandrart, dan Mierevelt, dan Van der Helst, -dan Honthorst, dan zijn eigen leerlingen, Ferdinand Bol, Govert Flink -en Filips Koning. Verlangt men eenig bewijs voor dit beweeren?--Onder -de schilders, wier kunstvermogen de Regeering van Amsterdam inriep, -om den inwendigen luister te verhoogen van het nieuw gebouwde Stadhuis, -wordt Rembrandt niet genoemd: en Vondel, die, waar 't zaken van smaak -betreft, wel als de tolk beschouwd mag worden van het toongevend -publiek zijner eeuw, Vondel, die aan byna alle kunstenaren van zijnen -tijd lof- en eerevaerzen toezingt, noemt Rembrandt niet meer dan eens, -en wel in een onbeduidend vierregelig dichtjen, dat hy tot hem richt, -niet om te prijzen, maar om de onmacht te beschrijven des schilders, -die alleen 't gelaat, niet de stem eens redenaars kan teruggeven. - -Zoo wy de reden willen weten van den weinigen opgang, dien Rembrandt -by de "Kunstmecenen" van zijnen tijd gemaakt schijnt te hebben, zal -die vermoedelijk juist daarin dienen gezocht te worden, dat hy in zijn -portretten de waarheid al te getrouw teruggaf. Hy wilde er zich niet -toe leenen, verouderde of onbehaaglijke trekken met een waas van jeugd -of bevalligheid op te luisteren: noch op een van nature dom gelaat een -straal van vernuft te doen schitteren: hy beeldde getrouw af, wat hy -zag: en dat was niet de weg om hem de gunst te doen verwerven van een -publiek, dat altijd eenige ydelheid bezit en zal blijven bezitten. En -daarby: onder dat publiek zijn veel groote kinders, die, even als de -kleine kinders, 't liefst heldere kleuren en schoon gewasschen beelden -zien. "Men heeft het altijd in Rembrandt berispt", zegt Wagenaar, -"dat hy 't leeven met gebreken met al te digt volgde". En wie waren -die men, wie waren die kunstrechters, wier vonnis over onzen schilder -door den zoo voorzichtigen Wagenaar wordt overgenomen, als gewezen in -'t hoogste ressort? Het was, in de eerste plaats, Andries Pels, die -zich in de laatste helft der zeventiende eeuw op den troon der kritiek -geplaatst had en vandaar zijn orakelen sprak, anderhalf-honderd jaren -lang door een tallooze schaar van Midassen en Pygmeën nog beäamd. Men -leze, hoe hy, tien jaren na Rembrandts dood, hem in zijn "Gebruik en -Misbruik des Tooneels," betytelt, als: - - - Den grooten Rembrand, die 't by Titiaan, Van Dyk, - Noch Michiel Angelo, noch Rafel zag te haalen, - En daarom liever koos doorluchtiglyk te dwaalen - Om de eerste ketter in de Schilderkonst te zyn... - ...Die schoon hy niet voor een van all' die meesters week - In houding, noch in kracht van koloryt bezweek, - Als hy een' naakte vrouw, gelijk 't somtyds gebeurde, - Zou schild'ren, tot model geen Grieksche Venus keurde, - Maar eer een waschter of turftreedster uit een schuur, - Zijn dwaaling noemende navolging van Natuur, - Al 't ander ydele verziering. - - -Wat verder berispt Pels onzen schilder, - - - Die door de gansche stad op bruggen, en op hoeken, - Op Nieuwe en Noordermarkt zeer yvrig op ging zoeken - Harnassen, Moriljons, Japonsche Ponjerts, bont, - En Rafelkraagen, die hy schilderachtig vond, - En vaak een Scipio aan 't Roomsche lichaam paste, - Of de eedle leden van een Cyrus meê vermaste. - - -Men ziet het, de verstandige zucht van den schilder om van alom datgene -samen te gaderen, wat hem 't meest van dienst kon zijn, om aan zijn -figuren een schilderachtig voorkomen te geven, dat rondsnuffelen -naar oudheden, wat onze hedendaagsche kunstenaars zoo gretig en zoo -wijslijk navolgen, die yver, in een woord, voor het beöefende vak, -werd door Pels in een belachlijk daglicht gesteld. - -Heden ten dage bezit men vrij algemeen de overtuiging, dat een -armoedige dosch, ja de lompen eens bedelaars, waar het naakte vel -door heen speelt, aantreklijker voorwerpen zijn voor het penceel -des schilders, dan lakensche rokken vol ridderorden, dan prachtige -uniformen met gouden epauletten, dan zijden japonnen en Perzische -sjaals. Maar zóó dachten Pels en dergelijke Aristarchen niet, -in wier oogen de eenvoudige natuur geen genade kon vinden, en die -alles afkeurden, wat geen navolging was der klassieke oudheid. Ja, -zóó zonderling en dwaas vond men dien "gril" van Rembrandt, om geen -idealen te scheppen, maar na te volgen, wat hy met de oogen zag, -dat men zijn zoeken van modellen by lieden uit de volksklasse niet -anders wist te verklaren, dan door zekere verachtlijke neiging, -die hem aanspoorde, om by voorkeur om te gaan met onbeschaafd en ruw -volk. Even als had Rembrandt, het naakt leven willende bestudeeren, -een andere keuze gehad! Amsterdam was het oude Griekenland niet, -waar de vrouwen uit den hoogsten rang het zich tot een eere rekenden, -voor het oog der Apellessen of Fidiassen ook den lesten sluier te doen -vallen, die haar schoone vormen bedekte: en geen Burgemeestersdochter -zou zich hebben ontkleed, om Rembrandt tot model te dienen. Maar -ook bovendien wordt de beschuldiging, tegen hem ingebracht, door -feiten wedersproken. Zoû een man, die lage en gemeene neigingen had, -door een achtbaren Regent als Tulp beschermd zijn geweest? had de -smaakvolle Joan Six aan diens kunstwerk een plaats aangeboden in zijn -vriendenrol? had hem de gemoedelijke Jeremias de Decker zijn vriend -genoemd?--En dat die naam geen zinledige beleefdheidsklank was, -blijkt uit den inhoud van 't klinkdicht, waarin die voorkomt: - - - Uw meesterlijke streken, - Vriend Rembrandt, heb ik eerst zien gaan langs dit paneel; - Dus moet mijn pen wat ryms van uw begaafd penseel, - En mijnen inkt wat roems van uwe verwen spreken. - - -Men ziet het, de Decker had de schildery, waarover hy hier spreekt,--de -afbeelding, namelijk, van den verrezen Kristus en Maria Magdalena--door -den kunstenaar zien schilderen: wat niet mogelijk kan geweest zijn, of -hy moet hem op zijn werkplaats bezocht, en wel vertrouwlijken omgang -met hem gehad hebben. Die vertrouwlijke omgang blijkt, bovendien, -uit de omstandigheid, dat Rembrandt de afbeelding van De Decker -schilderde, en, dat niet, zoo als deze zelf betuigt, - - - En dat niet om daaruit wat loons te mogen spinnen, - Maar louterlijk uit gunst. - - -Dan genoeg over de ongerijmde beschuldiging. - -Berispte Pels onzen grooten schilder over hetgeen hy zijn "doorluchtig -dwalen" noemt, Houbraken ontzegt hem zelfs de verdienste der -oorspronklijkheid, als hy, in zijn Schouburgh, van Pinas gewagende, -zich aldus uitlaat: "zijn penseelwerk helde naar den bruinen kant, -waarom velen gelooven, dat Rembrandt hem daarin nageaapt heeft;"--ja, -nageaapt, gelijk Virgilius het Ennius, Shakespere en Molière het hun -vergeten voorgangers gedaan hebben! - -Het herhaald overwerken door Rembrandt van zijn kunstgewrochten, -vooral van zijn etswerk, moest mede aan de vroegere beoordeelaars -van zijn talent stof tot gisping bieden. Verre van daarin den -rusteloozen arbeid te willen zien des waarachtigen kunstenaars, -die, nimmer geheel voldaan over 't geen zijn hand verricht heeft, -altijd naar volmaaktheid streeft, en elke feil zoekt te verbeteren, -elke schoonheid te verhoogen, wilden zy daarin een bewijs vinden -van lage geldzucht en onverzadelijk winstbejach. Die varianten op -dezelfde plaat moesten dienen, zoo 't heette, om, met kleine moeite, -veel gelds te maken. Men leze, by Scheltema, de zoo bescheidene, -zoo kiesche brieven, door Rembrandt geschreven aan Constantijn -Huygens, betreffende den prijs van een tweetal schilderyen, door -Prins Frederik Hendrik besteld: de inhoud daarvan is toereikend, -om allen blaam van gierigheid te wederspreken.--Neen! men kome met -afdoende gronden aan, of men eerbiedige voortaan ook het karakter des -grooten mans, gelijk men nu reeds voor een tal van jaren zijn talent -heeft leeren eerbiedigen. - -Over dat talent zullen wy hier niet uitweiden: wanneer in alle groote -kunstverzamelingen van Europa scheppingen van zijn penceel of etsnaald -elks bewondering worden aangeboden, wanneer ons Vaderland vooral zich -verheft op het bezit van zijn heerlijkste gewrochten--de afbeeldsels -van Burgemeester Six en van Anna Wymers, de Les in de ontleedkunde, den -Schutters-optocht--en van de rijkste verzameling zijner prentwerken, -dan is het noodeloos, door de herhaling van hetgeen elders, meermalen, -en beter dan wy het doen kunnen, is gezegd, nog een betoog te leveren -van wat ieder, die van kunstgevoel niet geheel is verstoken, met eigen -oogen kan zien. En dan zegt niemand langer, met Pels, dat Rembrandt -het niet halen kon by Titiaan, by Rafaël, Michel Angelo of van Dijck, -maar dat hy, nevens die groote mannen, door eigen en oorspronklijke -grootheid schittert:--dan zegt niemand langer, met Houbraken, -dat Rembrandt Pinas naäapte, maar dat hy zich een verhevener, een -onsterflijk, nimmer verouderend voorbeeld ter navolging had gekozen, -en dat voorbeeld teruggaf met een waarheid, welke niemand vóór of -na hem heeft weten te bereiken. Indien het mogelijk ware, aan eene -der scheppingen van Gods almacht een rang boven de overigen aan -te wijzen, zoo zoû die, voorzeker, toekomen aan de schepping van -het licht. Rembrandt streefde den Schepper na, in zoo verre dit den -mensch doenlijk en geoorloofd is. God had gezegd: "er zij licht" en -het licht doorstroomde het heelal: en toen Rembrandt, in zijn geest, -dezelfde woorden uitte, toen, aan zijn gedachte gehoorzaam, stroomde -het licht in vollen glans en helderheid over koper en paneel. - - - - - - - -JAN VAN GALEN. - - -Onder de zeehelden, die Nederland heeft voortgebragt, is er naauwlijks -een, wiens leven rijker was aan avontuurlijke lotgevallen, en wiens -daden ons meer doen denken aan die, welke men aan de heroën der -oudheid of aan de paladijnen der ridderromans toeschrijft,--dan -Jan van Galen. Gelijk de meeste beroemde scheepsbevelhebbers van -zijn tijd als gewoon matroos zijn loopbaan begonnen hebbende, -onderscheidde hy zich echter hierin van Piet Hein, van Tromp, van -De With en anderen, dat hy niet van geringe geboorte was, maar uit -een adelijk geslacht gesproten, dat onder anderen aan Munster een -bisschop gegeven heeft, in onze geschiedenis te wel bekend. Van trap -tot trap naar hoogere bediening geklommen, was Jan van Galen in 't -jaar 1630, op zes-en-twintigjarigen leeftijd, door de Amiraliteit -van Amsterdam reeds aangesteld tot Kapitein, en boven verwachting -beäntwoordde hy aan het in hem gestelde vertrouwen. Het was aan zijn -weêrgâlooze stoutmoedigheid, gepaard aan een overkloek beleid, dat de -koopvaardyvloten, die van hier naar Noorwegen of naar de Baltische zee -voeren, haar veilige uit- en t'huisreizen te danken hadden. Niemand -was meer dan Van Galen doordrongen van het gewicht, om, in elke -moeilijke omstandigheid, steeds een onverschrokken houding aan te -nemen: nimmer week hy voor de overmacht; maar ook zelfs wanneer de -kans het nadeeligst scheen, was hy het, die den aanval begon. Onder -talrijke voorbeelden van dit koene zelfvertrouwen, waarmede hy elk -gevaar trotseerde, zij het genoeg er hier een enkel aan te halen. - -In de lente van 1633 in zee gestoken op het schip Maurits, dat acht -stukken voerde en met zeven-en-tachtig koppen was bemand, in gezelschap -met zijn vriend en strijdmakker Cornelis Janszoon de Haen, ontdekte -hy op den 13. April vier zwaargebouwde kapers in lij. Ofschoon de -helft zwakker dan hun tegenpartij, hielden de Kapiteins het op den -vyand aan. Een van de vier schepen scheidde zich van de overigen af -en werd door De Haen nagezet, met zooveel drift, dat Van Galen zoowel -vlugteling als vervolger uit het gezicht verloor. Niemand had het -lafheid kunnen noemen, indien hy, zich nu alleen tegen drie bevindende, -een samentreffen ontweken ware; doch, wy hebben 't reeds gezegd, -wijken was geen woord, dat in 't glossarium van Van Galen geschreven -stond. Hy zet het op den vyand aan, klampt het schip, dat 't dichtst -by hem is, aan boord, beklimt en overmeestert het, en verneemt van den -schipper, dat deze een Lubekker en de beide anderen Duinkerkers zijn, -talrijk bemand, en in staat, om zich dapper te weren. Hierdoor des -te meer aangevuurd, verlaat hy den Lubekker, en maakt jacht op de -Duinkerkers, die de zeilen innemen en hem afwachten. Meer dan twee -uren bestrijdt hy de vyandelijke schepen, en, ofschoon de Maurits -door hun geschut als een zeef wordt doorboord, slaagt hy er in, het -eene op de vlucht te drijven en het andere te bemachtigen, terwijl -hy onder een hevigen storm zijn prijs behouden binnen voert. - -Ongelukkig mocht hy het genoegen niet smaken, zijn vriend De Haen -met hem door zijn stadgenooten te zien verwelkomen. Wel had deze, die -tusschen twee kloeke schepen vervallen was, zich even manhaftig als -hy gekweten, het eene in den grond geboord en het andere doen wijken, -maar er zelf het leven by ingeschoten. Van Galen smaakte echter de -treurige voldoening, het lijk van zijn gesneuvelden krijgsmakker -naar de grafplaats te vergezellen, ter gelegenheid der plechtige -lijkstaatsie, die op last der Staten plaats had. Een prachtige tombe -viel De Haen te beurt, waarop deze regels te lezen staan, door Reael -te zijner gedachtenis vervaardigd: - - - Hier rust de helt, die van zijns vyands schepen - In zeven mael kwam zeven vlaggen slepen: - En gaf in 't laatst op twee zoo dapper vonk, - Dat d'eene vlood en d'andre by hem zonk. - - -Van toen af, tot in 1638, liep er geen jaar om, waarin Van Galen -niet een of meer roofschepen in den grond boorde, of naar Amsterdam -opbracht. Bestendig bleef zijn naam de schrik van de wateren der -Noordzee, en nimmer durfden vyandelijke vaartuigen, ook zelfs al was -de overmacht van getal aan hunne zijde, een aanval op hem wagen. - -Tot nog toe had Van Galen altijd op eigen verantwoordelijkheid strijd -gevoerd, en de gevechten, door hem geleverd, waren voorgevallen in -eenzame zeeën, en zonder getuigen. In 1639 werd hem voor 't eerst -de lang gewenschte gelegenheid verschaft, om op een groot tooneel, -ten aanschouwe van vrienden en vyanden, het bewijs te leveren, -dat hy zich, niet alleen in byzondere ontmoetingen, maar ook in een -geregelden slag, onderscheiden, en zoowel gehoorzamen als gebieden -kon. Ter ondersteuning der vloot van Tromp gezonden, die voor Duins -lag, werd hy by diens eskader geplaatst, en genoot de eer, met hem -het Spaansche Amiraalschip aan te tasten. Vervolgends was hy het, -die Evertsen hielp ontzetten, toen deze in den ongelijken strijd -tegen de Mater Teresa te kort schoot: en, toen dit logge zeegevaarte -door de branders van Musch vernield was, vervolgde hy in de Hoofden -twee zware galjoenen, waarvan hy het eene in den grond schoot en het -andere als prijs opbracht. - -De volgende acht jaren zagen Van Galen weder op gelijke wijze als -vroeger den bezem voeren over zee, en, waar hy zich vertoonde, haar -van vrijbuiters schoon vegen. - -Maar de vrede met Spanje werd gesloten en een ander veld voor Van Galen -geopend. In 1649 naar de Spaansche zeeën gezonden, zoû hy thands de -Moorsche roovers bestrijden. Het was hier, dat hy, die zoo vaak aan -het gevaar ontgaan was om door het geweer des vyands of in de golven -om te komen byna door de handen van vuige moordenaars ware gevallen, -en zijn behoud alleen aan zijn alles trotserende dapperheid te danken -had. Twee galeien en een fluitschip, op de hoogte van Salee, veroverd -hebbende, was hy daarmede voor die stad ten anker gegaan. Van daar met -de boot naar Port Maria gevaren, alwaar hy een vrij aanzienlijke som -voor verkochte slaven te ontfangen had, werd hy zoolang opgehouden, dat -de avond reeds gevallen was, toen hy terugkeerde. Naauwelijks buiten de -haven zijnde, zag hy zich achtervolgd door een bark, met gewapend volk -bemand, en, terstond vermoedende, dat men het op het geld had gemunt, -'t welk hy met zich voerde, gaf hy last aan de zijnen, weder naar wal -te roeien. Doch naauwlijks had men op de bark zijn doel bespeurd, -of het werd verijdeld. De roovers hadden zestien riemen aan boord, -waren hem spoedig op zijde en haalden hun wapens voor den dag, terwijl -de roeiers van Van Galen zoodanig van schrik bevangen waren, dat zy -de riemen naauwlijks gebruiken konden. Hy-zelf, kalm en onverschrokken -als altijd, en, bemerkende, dat men een donderbus aanbracht, om op de -boot te schieten, verzaakte ook nu zijn gewoonte niet, om den aanval -te beginnen, sprong op den kaerel los, die 't stuk aan zoû steken, en -deed hem terugdeinzen. Toen, zich op de plecht zijner boot stellende, -weêrstond hy gansch alleen, en zonder ander wapen dan zijn degen, -de geheele bende, die van pieken en ander geweer voorzien was. Een -oogenblik scheen het, of hy de roovers zoû doen terugdeinzen. Zijn -voorbeeld had by de zijnen den gezonken moed weder opgewekt: zy volgden -hem ten aanval: hy-zelf, hoezeer met wonden overdekt, deed met een -opgevatte riem een zijner bespringers in 't water storten; doch een -tweede bark kwam de eerste te hulp: twee zijner manschappen werden -door de kogels der roovers gewond: de overigen sprongen over boord en -zochten zich met zwemmen te redden, en de boot werd overmand. Van de -zijnen verlaten, onmachtig verder weêrstand te bieden, springt ook -Van Galen uit de boot. Wadende door het water, voelt hy zich door -een riemslag op 't hoofd getroffen: hy zinkt voorover en zijn degen -ontvalt hem; doch hy rijst op en bereikt het strand. Daar gekomen, -vindt hy, by een molen, waar hy bystand zoekt, een der roovers en een -zijner matrozen. Dezen moed in 't lijf sprekende, snelt hy, hoezeer -wapenloos, den roover tegen, knypt hem met de beide handen den strot -dicht, doet hem den degen ontvallen en werpt hem ter aarde. Doch twee -andere moordenaars schieten toe: de een geeft den held een kolfslag -op 't hoofd, die hem nedervelt: de ander zoekt hem met een dolk -te treffen, waarvan Van Galen nog den steek met de vingers weet te -keeren: waarna zy, hun slagtoffer dood wanende of voor ontzet beducht, -zich verwijderen. De matroos, hoezeer zelf door elf wonden verzwakt, -bracht echter zijn Bevelhebber naar de stad, waar de Landvoogd de -Hertog van Medina, zich juist bevond, die alle zorg droeg voor den -held, hem zijn lijfarts zond, en de roovers liet vatten en te recht -stellen. Tegen alle verwachting genas Van Galen zoo spoedig van zijn -wonden, dat hy binnen twaalf dagen weder aan boord was. Al zijn geld, -op 20 stukken van achten na, bekwam hy terug. - -Men beseft, hoe een man als hem het verwijt moest grieven, hem in 1653 -door de Staten gedaan, als ging hy in den oorlog tegen de Engelschen -maar slap te werk. Reeds in 't vorige jaar had hy by 't eiland Monte -Cristo het smaldeel van den Kommandeur Bodley aangetast, en, in weêrwil -dat zijn want aan flarden was geschoten, zijn schip zeven schoten -onder water bekomen had en drie malen in brand was geraakt, hy had de -Britten binnen Porto Longo gedreven, waar hy hen echter niet mocht -aanvallen, daar die haven aan een onzijdige natie behoorde. Thands, -het onbillijk verwijt der Staten niet kunnende verduren, schonk hy zijn -vyand gelegenheid, de haven te verlaten en zeilde naar Livorno, waar -zich de Engelsche Schout-by-Nacht Appleton bevond. Zijn verwachting, -dat beide eskaders hem nu te samen zouden aanvallen, werd op 14 Maart -verwezenlijkt. Hy houdt alsnu op Bodley aan, die hem van achteren -opkomt, doch, eensklaps van koers veranderende, werpt hy zich op -Appleton, vernielt drie zijner zeven schepen en dwingt er drie, -met hun Bevelhebber, tot de overgave. Slechts één ontkwam en koos, -met het eskader van Bodley, de vlucht. - -Maar de overwinning, hoe glansrijk ook, was door den dood van den -Vlootvoogd duur betaald. Reeds de tweede kogel des vyands had hem -het been verbrijzeld. Lang verborg hy de wonde en bleef zijn bevelen -geven, zelfs nadat het been hem was afgezet. Naar Livorno gevoerd, -overleed hy aldaar den 23. Maart.--Zijn lijk werd op 's Lands kosten -in de Nieuwe Kerk te Amsterdam begraven, waar zijn graftombe nog is -te zien, met zijn beeld in marmer en daaronder deze regels: - - - Hier leidt in 't graf van eer de dappere Van Galen, - Die eerst ging buit op buit Castiliën afhalen - En met een Leeuwehart, naby 't Toskaner strant, - De Britten heeft verjaegt, verovert en verbrandt. - - - - - - - -KONSTANTIJN HUYGENS. - - -Het was omstreeks 1622, dat, in het blijde en geestvolle gezelschap, -'t welk gewoon was, zich op 't Muiderslot te vereenigen, een -zes-en-twintigjarige jongeling werd binnengeleid, die, als bewoner -der Hofstad, waar hy zich in de hoogste kringen bewoog, een voorwerp -van belangstelling voor de Amsterdamsche Juffers, van nijd voor de -Amsterdamsche pronkertjens, van nieuwsgierigheid voor allen wezen -moest, en die zoowel den nijd als de belangstelling deed toenemen, -toen hy zich aldra onderscheidde, niet alleen door heusche en -innemende vormen, vrolijk vernuft, vlugheid en zwier in dans en -andere lichaamsoefeningen en een meer dan gewoon muzykaal talent, -maar ook door de scherpzinnigheid en het helder oordeel, waarmede hy -zijn denkbeelden wist te ontwikkelen over onderwerpen van staatkunde, -wijsbegeerte, letteren en poëzy. Die jongeling was Konstantijn Huygens, -op den 4. September, 1596, te 's Gravenhage geboren, en tweede zoon -van Christiaan Huygens, die Geheimschrijver van Prins Willem I, -later van de Staten was geweest. Een verschil van vijftien jaren, -dat tusschen hem en zijn gastheer bestond, belette niet, dat deze, -ingenomen met de kennis en den geest, die de jongeling aan den dag -legde, en niet minder met het aangename van zijn omgang, hem al spoedig -op den meest vertrouwelijken voet behandelde, zoo dat wederkeerig -Huygens, gestreeld door de onderscheiding, welke een man als Hooft -hem betoonde, en zich met hem volkomen op zijn gemak gevoelende, dat -vertrouwen van zijne zijde beantwoordde. En zoo ontstond er tusschen -hen beiden een vriendschap, hoedanige anders alleen tusschen speel- -en schoolmakkers, althands tusschen lieden van gelijken leeftijd, -gesloten wordt. Huygens raadpleegde Hooft over zijn minnaryen zoowel -als over zijn gedichten, Hooft hem wederkeerig over politieke zoowel -als over taalkundige twistvragen; en hy wist, dat hy in beide gevallen -by den rechten man kwam. Immers, was Huygens, waar het de letterkunde -betrof, een fijn en kundig opmerker, hy was dit niet minder in zaken -van Staatkunde. Zijn bekendheid van der jeugd af met al de genen, die -deel hadden aan 't Staatsbestuur, en met de Gezanten van buitenlandsche -Mogendheden, stelde hem in de gelegenheid veel te weten, dat aan den -Drossaart niet of niet naauwkeurig ter oore kwam: en weldra was hy nog -beter in staat, dezen omtrent de gewichtigste zaken tot vraagbaak te -strekken, toen Frederik Hendrik, by zijn komst aan 't bewind, hem by -zich nam in dezelfde betrekking, welke zijn Vader by 's Prinsen Vader -had vervuld. Mocht ook het huwelijk, 't welk Huygens in 1626 aanging -met Suzanna van Baerle, een verre nicht van den beroemden hoogleeraar, -ten gevolge hebben, dat hy de dagen, welke hy niet by den Prins in -'t leger doorbracht, by voorkeur t'huis by vrouw en kinderen sleet, -het bracht geen verkoeling te weeg in de genegenheid, welke hy -voor Hooft had opgevat: en, zagen zy elkander niet zoo dikwijls -meer, wy danken aan die vermindering van wederzijdsche bezoeken -een tal van onschatbare brieven, hoogst belangrijk van inhoud, -en die 't bewijs met zich brengen van onverstoorde hoogschatting en -vertrouwelijkheid. Doch ook al degenen, die in de byzondere intimiteit -van Hooft deelden, bleven by voortduring bewijzen ontfangen, dat -Huygens voor hen gelijke gevoelens als de Drossaart koesterde. Vooral -was Tesselschade, mede sedert hun eerste kennismaking gehuwd, -het voorwerp zijner aanhoudende belangstelling. Beiden, Huygens en -Tesselschade, verloren hun echtgenooten; en, ware het verschil van -godsdienst geen beletsel geweest, voor elk hunner onoverkomelijk, -misschien hadden zy elkander, door een nieuwe verbintenis, pogen -te troosten. Nu bleven beiden ongehuwd, doch even hartelijk jegens -elkander gezind, elkander tevens hoogachtende en kwellende, goeden -raad wisselende en stekelige puntdichten. - -Wy noemden het woord "puntdichten": en, zoo aan Huygens in honderd -andere opzichten een plaats zoû toekomen onder de verdienstelijke -mannen van zijn tijd, het is vooral zijn eigenaardigheid als -epigrammatist, die hem van de overigen onderscheidt. Als Staatsman -volbracht hy een schoone en eervolle twee-en-zestigjarige loopbaan; -doch de aart zelf dier betrekking was oorzaak, dat hy maar zelden in -de gelegenheid was, het Vaderland te dienen op zoodanige wijze als -buiten af bekend wordt. Als geleerde was hy bestemd, anderen voor te -lichten en daardoor merkbaren invloed uit te oefenen op de beschaving -zijner tijdgenooten, meer dan om zelf te schitteren: als musikus was -hy een bloot dilettant: in zijn vaerzen zocht hy de hooge vlucht, -welke Vondel bereikte, niet na te streven; doch als Nederduitsch -epigrammatist staat Huygens op een hoogte, door niemand hier te lande -bereikt. En wanneer wy hem dien tytel toekennen, dan hebben wy niet zoo -zeer het oog op den bundel van geestige punt- en sneldichten, door hem -vervaardigd; maar op den puntigen stijl, die ieder zijner talrijke -dichtvruchten, ernstige zoowel als boertige, overal kenmerkt: op -dat gelukkig aanwenden van verrassende, snedige, puntige, pittige, -treffende, doch juist gekozene woorden en uitdrukkingen, welke -Huygens, altijd meester over de taal, met zoo veel gemak uit den -schat, die hem ter dienste stond, wist te putten, en met zoo veel -oordeel wist te pas te brengen. Doch, zoo hy door het kernachtige en -beknopte, dat den stijl van Huygens onderscheidt, Spieghel evenaart, -en niet zelden daardoor stroef is als deze, bezitten zijn gedichten -echter niet zelden een bevallige zoetvloeiendheid en een zwier, die -Spieghel t'eenemale mist. By hem is niet alleen de inhoud degelijk, -maar ook de vorm doorgaands keurig, behagelijk, en, naar gelang van 't -onderwerp, frisch en krachtig, of liefelijk en welluidend. Nog altijd, -in spijt van menig verouderde of min gewone woordvorming, vinden wy -in zijn gedichten wat Vondel er in vond, en beter karakterizeerde, -dan door ons zoû kunnen gedaan worden: - - - Eenen bloemhof, milt van geur, - Rijck door zijn verscheidenheden - Van gedaente en levend kleur: - Een banket voor keurige oogen, - Een muzykfeest voor 't gehoor, - Als de ziel, omhoog getogen - Naer de wolcken vaert door 't oor. - . . . . . . gulde spreucken, - Aerdige spitsvondigheên, - Lessen van geen eeuw te kreucken, - Redevormers van 't gemeen, - Gestoffeerde galeryen, - Vol van kunst en wetenschap, - Tafereelen waert te vryen, - Honighkorven zoet van sap. - Al de Dichters in één Dichter, - Keur van stof en keur van maet, - Kort of langer, zwaer of lichter - En gepast op yders Staet. - - -Nog een andere lof, die, al komt hy den burger, niet den dichter toe, -mag Huygens niet onthouden worden. Weinige plekken in ons vaderland -zijn zoo bekend, zoo algemeen door landgenoot en vreemdeling bezocht, -als Schevelingen. Maar is er naauwlijks een enkele onder de duizenden, -die, 't zij in prachtige rijtuigen, op mollige kussens gezeten of in -hossende snorwagens samengepakt, 't zij te voet, langs de bekoorlijke -dreef of onder 't dichte lommer der schilderachtige, eeuwenheugende -eiken zich uit 's Gravenhage derwaarts begeven, en er, deels alleen -een verfrisschende koelte, deels het herstel hunner gezondheid, in 't -krachthernieuwende zeebad gaan zoeken, of wel eenvoudig, uitgelokt door -'t liefelijk saizoen, de benaauwende hitte der stad tegen een weldadige -zeelucht, de krassende geluiden, die van markten en pleinen rijzen, -tegen de liefelijke toonen van vink en nachtegaal gaan verwisselen, -de beslommeringen van het Staatsbestuur gaan vergeten in de vrije en -bekoorlijke natuur--is er, vragen wy, wel een enkele, die er aan denkt, -dat, zoo hy langs een zoo fraaien, zoo gemakkelijken, zoo geriefelijken -weg den afstand aflegt, die de Hofplaats van hare Zeevoorstad scheidt, -hy zulks in de voornaamste plaats te danken heeft aan Konstantijn -Huygens, die 't eerst het denkbeeld opperde om den gullen zandweg, -die het dorp aan de stad verbond, door een weg van klinkerts te doen -vervangen, en, jaren lang, met onvermoeiden yver, op de aanneming -bleef aandringen van het uitgewerkte plan, door hem te dien einde by -de Regeering van 's Gravenhage ingediend. Bezwaren van allerlei aart, -even talrijk als die wy in onze dagen tegen elke nieuwe onderneming, -tegen de Spoorwegen, tegen de Amsterdamsche Duin-Waterleiding, tegen -de doorgraving van Holland op zijn Smalst, hebben zien aanvoeren, -werden ook door de Hagenaars van dien tijd, even zwaartillend als -onze hedendaagsche landgenooten, te berde gebracht, en het was niet -dan na schier ongelooflijke moeite en een hardnekkigen, in poëzy -en proza gevoerden, strijd, dat Huygens, eindelijk, zijn wensch -bekroond en de Zeestraat begonnen en voltooid zag. En wel werd -en wordt al meer en meer de overtuiging bevestigd, door hem in de -toelichting van zijn ontwerp zoo krachtig uitgedrukt in deze woorden: -"De gedurigheit dezer wandelinge houde ick soo seker, dat ick geloove -den Steen-Wegh dagelicks sonder ophouden voll gegaens ende gerijds, -ende van verre als een Begraeffenisse aan te sien soude wesen." - -Men gevoelt, dat zoo Huygens hier 't woord "Begrafenis" noemt, hy 't -oog niet heeft op het sombere en plechtige, dat er mede gepaard gaat -maar alleen op den talrijken sleep, die de begrafenissen in zijn tijd -placht te vergezellen, en op den luister, die er mede gepaard ging. - -Was de invloed van Hooft op de letterkundige vorming van Huygens -niet zonder gewicht, vooral was die ook merkbaar op de gedragslijn, -welke de laatste in 't politieke hield. Van 1625 tot aan 1687 een -gewichtig ambt hebbende, beleefde hy tijden van twist en verdeeldheid; -en toch wist hy, tot aan het einde toe, zich buiten alle partyschappen -te houden en zich de achting te verwerven van allen, die beurtelings -deel namen aan 't bewind van den Staat. - - - - - - - -JAN ADRIAENSZ. LEEGHWATER. - - -Onder de bekwame en schrandere vernuften, die in de eeuw van Frederik -Hendrik uitblonken, is er een, die zich niet alleen een naam maakte -door de belangrijke diensten, welke hy gedurende zijn leven aan zijn -vaderland bewees, maar ook, en vooral, door het grootsche plan dat -hy vormde, en dat, eerst na twee eeuwen verwezenlijkt, hem by den -nazaat een roem verschaffen moest, grooter nog dan de roem, dien hem -de tijdgenoot had toegekend. Die man was een eenvoudig dorpsbewoner, -een molenmaker van zijn ambacht, en zijn naam was Jan Adriaensz., -bygenaamd Leeghwater. - -Leeghwater:--wellicht denkt men hier aan iemand, die water leêgt; maar -behalve dat de woordvorming in dit geval strijdig ware met den aart -onzer taal, die alsdan waterleêger zoû vereischen, zoo ware zy strijdig -met de gedachte, die men er aan verbinden wilde. Immers hy ledigde geen -water, hy ledigde 't land van 't overtollige water.--Ieder, die weet, -dat in Noordholland nog heden ten dage de dubbele a in vele woorden -als e wordt uitgesproken, zal begrijpen dat leegh in 's mans bynaam -eenvoudig voor laag staat, en wie bekend is met de byzonderheden van -'s mans leven, zal zich duidelijk kunnen verklaren waarom hy dien -bynaam verkregen had. - -Immers, in 1575 in het dorp de Rijp geboren, had hy van jongs af het -bedrijf van molenmaker by de hand gehad, en, wegens zijn bekwaamheid in -het vervaardigen en stellen van molens, vooral van watermolens, niet -slechts binnen, maar zelfs buiten 's lands een naam verworven. Veel -water had hy alzoo laag gemaakt, en belet buiten zijn boorden te -spatten of wel geheel weggemalen. En van hoe veel belang het vak van -nijverheid, waarop hy zich toelegde, vooral toen ter tijde geächt moest -worden, daarvan kan ieder zich overtuigen, die maar een blik slaat op -de kaarten van Westfriesland in die dagen. De helft, zoo niet meer, -was niet dan water. - -Reeds in 1553 was men begonnen met het droogmaken van eenige plassen, -onder anderen, van de Zijp; maar vooral in de zestiende eeuw, toen -het binnenland tot rust gekomen was, sloeg men met ernst de hand aan -'t werk, om de tallooze Waterlandsche en Westfriesche meirtjens uit te -malen en in bruikbaar land te herscheppen. Droogmaking op droogmaking -volgden: en by de meesten daarvan was Jan Adriaensz behulpzaam met -raad en daad: vooral was het voornamelijk onder zijn toezicht, dat -de zoo belangrijke Beemster werd bedijkt, waar hy was aangesteld om -"waar te nemen het fabryken en stellen van de watermolens." Ook by het -droogmaken van de Purmer, de Wormer, de Schermer, de Waard en andere -meiren en moerassen, was hy werkzaam, en wist zijn vindingrijke -geest elke hinderpaal te voorzien of te voorkomen. De roem die -van zijn bekwaamheid uitging was zoo groot, dat hy, in 1629, door -Frederik Hendrik in het leger voor 's Hertogenbosch ontboden werd, -om, gelijk hy zelf verhaalt, "het water uit het leger te malen, en de -watermolens by Engelen weder gangbaar te maken:" wat hy naar eisch -volvoerde, en waardoor hy niet weinig toebracht tot het bemachtigen -der belangrijke vesting. - -Maar, gelijk wy 't reeds aanmerkten, niet binnen de grenzen van zijn -vaderland bleef de roem van Leeghwater beschreven. In 1628 riep men -hem naar Bordeaux, om daar goeden raad te geven tot het droogmaken -van een naby gelegen moeras, niet minder dan 4500 morgen groot, en -toebehoorende aan den Hertog van Epernon. Hy voldeed aan die opdracht -en vervaardigde een kaart van dat moeras, welke hy aan den Hertog, -die toen met 's Konings leger voor La Rochelle lag, overhandigde. Twee -jaren later werd hy naar Mets ontboden, om raad te geven tot het -droogmaken van een aldaar gelegen moeras. Ook in het gebied van den -Hertog van Holstein, in Emderland en elders, werd hy genoodigd om, -zooals hy 't uitdrukt, "te ordineren dijken, dammen, sluizen, kaaien, -heulen, molens, molen-tochten, kolken, wateringen, enz." - -Maar niet hiertoe bepaalden zich zijn veelsoortige kunde en -werkzaamheden. Hy vervaardigde bovendien talrijke bestekken voor -gebouwen en woningen, o. a. voor het Raadhuis van zijn geboorteplaats: -voorts kassen en schrijnwerken, als mede uurwerken in dorpen en -steden, ook twee "notabele speelwerken," voor den Wester- en den -Zuiderkerkstoren te Amsterdam. Ook hielp hy metselen aan het nieuwe -Stadhuis in de laatstgenoemde stad, aan den toren der Nieuwe Kerk en -aan de brug by den Jan Roodepoortstoren. Nog werkte hy behalve dat -in hout en steen, in koper, metaal en ivoor, en eindelijk vermaakte -hy zich, als hy 't uitdrukt: - - - Oock somtyts met de pen te spelen, - Te teecknen kercken en kasteelen, - Daar by, te schryven grof en fijn, - Dat kan (Gods lof) noch heel wel zijn. - - -Nog verstond hy bovendien een kunst, die thands, naar 't schijnt, -geheel verloren is geraakt, te weten die van onder water te duiken, -aldaar een geruimen tijd te vertoeven en verschillende verrichtingen -ten uitvoer te brengen. Van deze kunst gaf hy, met zekeren Pieter -Pietersz. die leeraar by de doopsgezinden was aan de Rijp, twee -malen bewijs, eerst in 1605, in de nabyheid van 's Gravenhage, in -tegenwoordigheid van Prins Maurits, diens broeder, de Graven Willem -en Ernst van Nassau, en vele andere personen: de tweede reis op de -Wetering, buiten Amsterdam, ten aanzien van een ontelbare schaar van -menschen, uit de stad en den omtrek toegevloeid. Deze laatste reis -bleef hy niet korter dan drie vierden uurs onder water, at twaalf -peeren, die hy by zich genomen had, ieder voor de helft op, speelde de -wijs van den drie-en-twintigsten Psalm op een schalmei, schreef op een -schoon blad papier met pen en inkt, en deed andere verrichtingen meer, -die ongeloofbaar zouden wezen, indien het gebeurde alleen door hem -verhaald en niet door getuigenissen van aanwezigen, alsmede door een -hem verleend Oktrooi ware bevestigd.--Hy was alzoo tevens Landmeter, -Waterbouwkundige, Molenmaker, Metselaar, Timmerman, Schrijnwerker, -Horologiemaker, Waterduiker--ja wat was hy niet? bovendien met de -kennis der Fransche, Hoogduitsche en Latijnsche talen, en, door de -vele reizen, welke hy buiten's lands gedaan had, met een schat van -ondervinding toegerust. - -Was de verplichting groot, welke hem zijn tijdgenooten hadden, voor -zoo vele goede en nuttige werken als door hem verricht, voor zoo vele -morgen gronds, die hy aan den waterwolf ontweldigd en in vruchtbaar -land herschapen had, ook het nu levende geslacht mag niet vergeten, dat -aan hem in de eerste plaats de dank toekomt voor het grootsche werk, -dat wy hebben zien voltooien, de droogmaking van het Haarlemmer-meir. - -Het was in den jare 1641, dat de schrandere man het -Haarlemmer-meir-boeck, 't welk het eerste ontwerp bevatte tot het -bedijken en droogmaken van dien plas, aan de Staten van Holland, aan -den Stadhouder Frederik Hendrik, aan de Burgemeester en Raden van -Amsterdam, Leyden, Haarlem en Gouda en aan Dijkgraaf en Heemraden -van Rijnland, aanbood. Het was in dat belangrijke werk, 't welk, -in onderhoudenden en naieven stijl geschreven, overal den man van -doorzicht, kunde en ervarenis aanduidt, dat hy de onderneming aanprees -om die gestadig meer en meer invretende plas leêg te malen, en zijn -denkbeelden ontwikkelde aangaande de wijze, waarop de uitvoering plaats -zoû kunnen hebben. Niet minder dan twaalf drukken van dit werk kwamen -in een betrekkelijk kort tijdverloop uit: wel een bewijs, hoezeer het -onderwerp de algemeene belangstelling gaande maakte; maar ongelukkig -had die belangstelling de gewenschte uitwerking niet by hen, die by -machte waren geweest, uitvoering aan het plan te geven, en was het voor -den nazaat van Frederik Hendrik bewaard, de eer daarvan weg te dragen. - -Wel waren, sedert Leeghwaters dood, op het veld der werktuigkunde -nieuwe en stoute ontdekkingen gedaan, waardoor naar een veranderd -stelsel en met behulp der sints uitgevonden stoomkracht het werk -voltooid werd; maar niet te min blijft hem de onverwelkbare eer, -'t eerst op het belangrijke der zaak de aandacht gevestigd te hebben; -niet te min is zijn plan toch de grondslag geweest, waarop lateren -gebouwd hebben, en is het nog altijd de vraag, of, indien men, in de -wijze van uitvoering, de voorschriften, door hem gegeven, eenvoudig -hadde gevolgd, niet de droogmaking op een even zekere en ongetwijfeld -minder kostbare manier had kunnen plaats hebben. - - - - - - - -PAULUS POTTER. - - ---"Neen! daar is geen veranderen aan: hy zal mijn dochter niet -krijgen." - -En waarom niet? Op zijn geboorte of afkomst kunt gy toch geen -aanmerking maken? Hy is van deftige ouders; ja zelfs, van moederszijde, -uit het doorluchtig Huis der Egmonden voortgesproten, en voor u, een -eenvoudig Haagsch burger, zoû de verzwagering met hem alzoo waarlijk -niet als een vernedering zijn aan te merken. - ---"Zijn geboorte, nu ja, die is goed genoeg: zoo hy die maar niet -ontluisterde...." - -Ontluisterde, zegt gy.--Is er dan op zijn gedrag iets aan te -merken? Drinkt hy? is hy een speler? een lichtmis? - ---"Niets van dat alles: ik heb niets tot zijn nadeel gehoord: hy is, -naar ik my verzekerd houde, van onbesproken zeden; maar dit is nog -niet genoeg: de man, aan wien ik mijn dochter geve, moet in staat zijn, -op een betamelijke wijze in haar onderhoud te voorzien." - -Die zwarigheid was ik verre van te verwachten. De jongeling is -gands niet onbemiddeld: hy begint zich door zijn talent reeds naam -te verwerven en hy zal weldra zelf den prijs voor zijn schilderijen -kunnen bepalen. Uwe dochter zal dus met hem voor geen armoede te -vreezen hebben. - ---"Nu ja, maar het is juist die wijze van geld te verdienen, waarmede -ik my niet kan vereenigen." - -Ik versta u niet. - ---"Wel!--Is hy geen schilder?" - -Nu! en....? - ---"En dat is, dunkt my, genoeg. Mijn voorouders hebben altijd deftige -officiën bekleed, en nooit met schilders of zulk slach van volk omgang, -veel min verzwagering gehad." - -Hm!--'t Is dus de uitoefening van de Schilderkunst, waardoor, naar -uw inzien, Potter zijn geboorte ontluistert en zich onbekwaam maakt, -naar de hand uwer dochter te dingen! - ---"Juist zoo!--Nam hy een eerlijk bedrijf by de hand, ware hy -timmerman of slager, ik zoû geen bezwaar maken, of huisschilder,--maar -kunstschilder!--Neen vriend! dat gaat niet." - -Versta ik u wel? Het is dus by u een reden van uitsluiting, een man -van talent, van hoogdravend vernuft te zijn? - ---"Talent! vernuft! Fraaie zaken: waar hy, die ze bezit, doorgaands -grond in vindt, om niets degelijks uit te voeren, den boêl er door -te brassen, en zich en de zijnen tot armoê te brengen." - -Dat hebben de Heeren Rubens en van Dijck toch anders getoond, en, -om nader by honk te blijven, de eerzame Gerrit Honthorst en Bart van -der Helst verdienen geen onaardigen stuiver met hun penceel. - ---"Ja, dat zijn uitzonderingen; maar zelfs geen van die lieden, -die gy daar noemt, zoû ik anders dan schoorvoetende tot schoonzoon -hebben aangenomen.--Met dat al, zoo hy nog, als zylieden, portretten -maakte, ik zoû, nu het meisken haar zinnen op hem gezet heeft, -misschien nog toegeven; want, ziet gy, dat portretten schilderen -opent de deuren van lieden van rang en aanzien, en verschaft zelfs -omgang met Vorsten;--maar wat schildert Potter? koeien en nog reis -koeien.--Welke deuren opent dat? die van stallen en schuren; met wie -verschaft dat omgang? met vee en nog 'reis vee!--Een mooi gezelschap -voor mijn dochter." - -Maar, beste vriend! bedenk toch, dat de rang, dien de schilder -bekleedt, niet afhangt van de onderwerpen, die hy behandelt, maar van -de wijze van voorstelling. Bedenk verder: er zijn wel vijftig knappe -portretschilders tegen één veeschilder, en Potter heeft, juist ten -gevolge van het kunstvak, dat hy zich gekozen heeft, een standpunt -ingenomen, waar hy weinig of geen mededinger heeft. - ---"Fraai geredeneerd! Dat hy een boerschen smaak heeft, en zich by -verkiezing met ongure en gemeene zaken bezig houdt; dat zoû hem boven -anderen verheffen! 't Is of gy het beroep van beulsknecht aanpreest, -omdat er minder beulsknechten zijn dan b. v. soldaten." - -Maar, vriend! die gelijkenis.... - ---"'t Is waar: gy zult zeggen, soldaten zijn maar huurlingen, en de -scherprechter met zijn handlangers zijn ambtenaren in dienst der -hoogloffelijke Justitie;--maar toch, over 't algemeen bewijst men -grootere eere aan Kornellen en Hopluiden, dan aan hen, die met de -exekutie van vonnissen zijn belast. Nu! dit in 't voorbygaan;--en -om weder op het behandelde kapittel terug te komen: 't is, zooals ik -zeide: ware hy portretschilder, ik zoû om der wille van mijn dochter, -en omdat ik den knecht wel lijden mag, my niet onverbiddelijk toonen; -maar een beesteschilder!--neen, in de daad, dat gaat niet." - - - -En toch, het ging: de voorspraak van aanzienlijke lieden te 's -Gravenhage, die den bekwamen jongeling genegen waren, ja, zoo men -beweert, van Vorst Joan Maurits van Nassau, bracht te weeg, dat onze -Hagenaar, spijt zijn vooroordeelen, toegaf, en dat zijn dochter de -bruid werd van den vijf-en-twintig jarigen veeschilder Paulus Potter. - - - -Ik weet niet of een gesprek, als hetgeen hierboven door my werd te -boek gesteld, ooit tusschen den schoonvader van Paulus Potter en -zijn vriend is gevoerd geworden: ik weet zelfs niet--wanneer ik naga -met hoevele verdichtselen men goedgevonden heeft, de zoogenaamde -"Levens der Schilders" te doorvlechten--of aan hetgeen verteld -wordt betrekkelijk Potters vrijaadje en den tegenstand, welken zy, -uithoofde zijner hoedanigheid van veeschilder, zoû ondervonden hebben, -onbepaald geloof moet geslagen worden: ik weet alleen, dat hetgeen ik -den Haagschen burger zeggen laat, gezegd is geworden en nog zelfs heden -ten dage gezegd wordt door lieden, die aanspraak maken op deftigheid -en soliditeit. - -In de oogen der zoodanigen is de kunstenaar een exceptioneel wezen, -bestemd, om, gedurende zijn leven, naar mate van de eeuw, waarin hy -zich beroemd maakt, met een halsketen, een medalje of een eikenkroon -vereerd, en na zijn dood met veel toeloop begraven en tot in de wolken -verheven te worden; maar dien men, als een onpraktisch mensch, in -geen maatschappelijke betrekking gebruiken, en wien men zijn dochter -niet ten huwelijk geven kan. - -Zelfs zijn er nog in onze dagen, die verder gaan dan de Haagsche -burger uit de zeventiende eeuw: een historieschilder vindt evenmin -genade in hunne oogen als een veeschilder. - -Maar, zoo het vak, dat zich een schilder koos, in de oogen van den -materieelen hoop van hen, die in de kunst alleen een behagelijke, -maar overtollige weelde zien, geenszins tot maatstaf strekt naar -welken hy zich laat beoordeelen, en hy in hun oog, alleen reeds omdat -hy schilder is, op een lagen sport van den maatschappelijken ladder -staat, wy, die de kunst als de schoonste gave beschouwen, van God -geschonken, wy vragen evenmin naar het kunstvak, wy vragen alleen: -heeft hy in het beoefenen daarvan getoond, een sprank te bezitten -van dat goddelijke vuur, waarmede hy, als weleer Prometheus, het stof -weet te bezielen?--en is dit zoo, dan brengen wy hem lof en hulde toe -als aan den man, wiens naam zal leven, ook eeuwen nadat de namen lang -vergeten zijn van hen, die thands hem minachting toonen:--en daarom -is het ook niet dan met eerbied, dat wy spreken van den treffelijksten -veeschilder, die immer het penceel ter hand nam, van Paulus Potter. - -'t Is waar, Potter heeft de natuur niet geïdealigeerd: hy heeft zich -vergenoegd, haar terug te geven, gelijk hy haar voor zich zag; maar -hy heeft dit weten te doen met zoodanige volkomenheid, dat alleen het -leven aan zijn werk schijnt te ontbreken, en de toeschouwer, in zijn -opgetogenheid over de treffende waarheid der voorstelling, er niet aan -denkt, andere en meerdere eischen te doen. Zoodanig althands was de -indruk, door die honderden van nieuwsgierigen ontfangen, die dag aan -dag Potters meesterstuk stonden te bewonderen, toen het uit ons Land, -als een kostbare roof, naar Frankrijk weggedragen, in de galery van -het Louvre onder de pronkjuweelen der kunst was opgehangen. - -Kort was de loopbaan, door Potter als kunstenaar afgelegd: in 1625, -te Enkhuizen, geboren, was hy reeds in 1654 ten grave gedaald, maar -hy had de jaren, die hy op aarde doorleefde, wèl besteed. Hy had -gewerkt, terwijl het dag was; hy had de zaligheden van het huislijk -leven genoten; hem was de vriendschap van edele en weldenkende -mannen, ook uit den hoogsten stand de achting van allen geschonken: -en reeds by zijn leven, had hy zich een roem verworven, die anderen -veelal eerst na hun dood ten deel valt. Welke billijke wenschen had -hy verder kunnen voeden? En voor welke te-leur-stelling, voor welke -aanvallen van nijd en afgunst is hy niet gespaard gebleven!--Neen, -zoo als de dichter zegt: - - - Wie leefde als hy, al stierf hy schijnbaar vroeg, - Hy leefde voor geluk en roem genoeg. - - - - - - - -JAKOB VAN KAMPEN. - - -Toen de bloedige strijd van tachtig jaren was volstreden en, met den -vrede, te Munster gesloten, de vrijheid en onafhankelijkheid, welke -de jeugdige Republiek zich reeds met het staal verworven had, door -Europaas Mogendheden was erkend, wist Amsterdam eene zoo gewichtige -gebeurtenis te vereeuwigen door het grondvesten van een gedenkteeken -als nog geene stad in haar midden had opgericht: en nog in 't vredejaar -1648 werd de eerste steen van 't nieuwe Stadhuis gelegd, van dat -Stadhuis, 't welk na weinige jaren de verbazing van Europa verwekken, -den lof van elken kunstkenner verwerven, ja een achtste waereldwonder -genoemd zoû worden.--Die eerste steen moge, ja, gelegd zijn geworden, -toen Frederik Hendrik reeds dit waereldtooneel had verlaten; geruimen -tijd te voren, in 1639, was het besluit tot de stichting genomen -en gedurende negen jaren de voorbereidende arbeid voortgezet: het -gebouw mag dus gezegd worden, uit dat tijdvak van Frederik Hendrik -te zijn ontstaan: en als zoodanig is het niet alleen het hechtste en -duurzaamste monument dat van dat tijdvak blijft spreken, maar ook -mag het beschouwd worden als het schoonste onder de nog blijvende -rezultaten, die ons dat tijdvak heeft opgeleverd: terwijl het in -allen gevalle ontegenzeggelijk is, dat de man, wiens naam door den -bouw van dat gesticht vereeuwigd werd, tot dat tijdvak behoort. - -Wy weten niet, welk aandeel, 't zij als ontwerper, 't zij als -bouwmeester van het Stadhuis moet worden toegekend aan Daniël Stalpert: -wy mogen het zelfs betreuren, dat, door schrijvers en dichters, -zijne verdiensten zoo geheel in de schaduw zijn gesteld; maar die -gedachte mag ons niet weêrhouden in deze galery een plaats toe te -kennen en een kroon te vlechten aan hem, wiens naam aan de stichting -onafscheidelyk verbonden is gebleven, aan Jakob van Kampen. - -Wy hebben het reeds by meer dan eene gelegenheid kunnen opmerken, het -hier gevierde tijdvak was zoo rijk aan groote mannen, dat de schrijvers -van die dagen zich minder om de personen zelve bekommerden dan om de -werken, die zy leverden: daarby werd over 't geheel weinig belang -gesteld in biografiën: zoo men te dezen opzichte een uitzondering -maakte, 't was voor staatslieden, zeehelden, geleerden of dichters: -zelden gebeurde het, dat iemand zijn pen versneed om narichten te -geven aangaande krijgsbevelhebbers of kunstenaars. Gene beschouwde -men als huurlingen, deze als leveranciers, die men betaalde voor -den dienst, dien zy deden, of den arbeid, dien zy verrichtten, -en wier geboortejaar, herkomst en lotgevallen aan den betaalsheer -even onverschillig waren, als die van den bakker, die brood aan huis -bezorgde of van den smid, die de geldkoffers van sloten voorzag. Er -was te Amsterdam een nieuw Stadhuis gekomen, dat in allen deele -voldeed aan de vereischten: wat had men zich te bekommeren over de -bouwmeesters? Hun rekening was immers betaald, zoo goed als die -van steenhouwer, metselaar, timmerman, loodgieter, glazemaker of -vergulder,--en zoo kwam het, dat het volk den eenen bouwmeester -geheel vergat, om van den anderen alleen te onthouden, dat hy Van -Kampen heette. Waar, in welk jaar hy geboren was, welke opleiding -hy genoten, hoe hy het tot zulk een hoogte in zijn vak had gebracht, -kon niemand scheelen. - -Is het niet een merkwaardig verschijnsel, dat wy, die omtrent zulke -punten meer belangstellend zijn, ons wederom, ter voldoening onzer -opgewekte nieuwsgierigheid, in de eerste plaats tot Vondel moeten -wenden, die, wel is waar, in zijn uitvoerig gedicht op de inwijding van -'t Stadhuis, Van Kampen niet eenmaal by name vermeldt, en in een ander -gedicht, waar men 't niet verwachten zoû, slechts vier regelen en nog -maar in 't voorbygaan aan van Kampen wijdt, doch in die vier regelen -vijf gewichtige byzonderheden aangaande hem doen kennen. Sprekende -van Amersfoort zegt hy namelijk: - - - De Helt van Randebroek, de bouwheer van de Vorsten - En 't Raethuis t' Amsterdam, verheerlyckt haeren lof. - Want zy hem baerde en zooghde aen haer getrouwe borsten - Om bouw- en tekenkonst te heffen uit het stof. - - -Uit deze regels, voorkomende in het gedicht, dat ten tytel voert: -"de Nachtegaal van Amersfoort," zijn, als ik zeide, vijf zaken te -leeren, te weten: dat Jakob van Kampen te Amersfoort geboren was: -dat hy schilder of althands teekenaar was zoo wel als bouwmeester: -dat hy in deze laatste hoedanigheid door "de Vorsten", d. i. door Prins -Frederik Hendrik, en ook, als blijken zal, door Vorst Joan Maurits van -Nassau, gebezigd werd, dat hy het Stadhuis had gebouwd; en eindelijk, -dat hy, in 1657, het jaartal der vervaardiging van 't gedicht, zich -onthield op den huize Randenbroek, even buiten eene der poorten van -Amersfoort gelegen. Aan de juistheid der narichten van Vondel, die -sedert zijn jeugd goed bekend was met al wat Kampen heette, valt wel -niet te twijfelen: en de berichten, die wy elders by waarheidminnende -schrijvers over den Amersfoortschen bouwmeester aantreffen, zijn niet -meer dan aanvullingen van 't geen Vondel vermeldt. - -Jakob van Kampen dan schijnt aanvankelijk meer byzonder de -schilderkunst te hebben beoefend, en de wetenschap, dat hy dit met -grooten lof, en wel te Haarlem, deed, ontleenen wy wederom aan een -dichter en wel aan Samuel Ampsing, die in zijn Beschrijving en Lof -der stad Haarlem blz. 871, zulks op 't jaar 1628 vermeldt.--Het waren -misschien de woorden, te dezer gelegenheid door Ampsing gesproken, die -stof gaven tot de valsche veronderstelling van Houbraken en Weyerman, -dat Van Kampen een Haarlemmer van geboorte zoû zijn geweest. Maar wy -behoeven geen gronden te zoeken voor de berichten van Houbraken en -Weyerman, van wie wy weten, hoe gewoon zy zijn zonder grond te spreken. - -'t Zij voor, 't zij na zijn verblijf te Haarlem had van Kampen Italiën -bezocht en aldaar, by het beschouwen der meesterstukken van bouwkunst, -te Rome, in Venetiën en elders aanwezig, zijn lust voelen opwekken -om Vitruvius en Palladio op 't spoor te volgen. Wy zullen hier de -vraag niet behandelen, of het overbrengen van een bouwstijl, die -onder den warmen hemel van Italiën voegde, naar ons vochtige Noorden, -gelukkig mocht genoemd worden: wy weten niet, in hoe verre Van Kampen -het aanwenden daarvan ook voor het binnenste van byzondere woningen -heeft aangeprezen: wy gelooven het zelfs niet;--want al plaatste hy -voor het huis van Cooymans (thands van Jhr. J. Huydecoper van Zeyst) -op de Keizersgracht te Amsterdam, een antieken gevel, hy wist het -van binnen op zoodanige wijze in te richten, als met ons klimaat en -'t gemak des bewoners overeenstemde:--en 't zelfde was het geval -met het Raadhuis, door hem op den Dam gebouwd, en hetwelk zy voor -wie 't dienen moest niet anders konden wenschen dan het werd.--Noch -Gothische aspiratiën, noch Byzantijnsche weelderigheid, noch overdaad -van vercieringen, noch hooge voorportalen en breede poort, kwamen -te pas by een gebouw, dat aan burger-overheden tot vergaderplaats, -kantoor, vierschaar en kasteel moest dienen. Hier waren vierkante -kracht, strenge deftigheid, eigenaardig verband der deelen, gepaste -inrichting van elk deel--'t zij gaandery, 't zij kamers, 't zij trap, -'t zij gewelf, 't zij zolder, 't zij portaal--tot het gebruik waar -het toe bestemd zoû worden, hoofdvereischten, voor welke alle zucht -tot praal moest achter staan: en die vereischten wist het scheppend -genie des bouwheers aan te brengen op een wyze, die 't volmaakte zoo -naby komt, dat geen aanmerking van bedillers, zelfs zoodanige, die -schijnbaar gegrond was, tot heden toe niet op zegevierende wijze is -wederlegd kunnen worden. Met recht mocht er Vondel dan ook van zingen: - - - De bouwkunst, toen ze in 't werck beooghde haeren wensch, - Koos tot haer voorbeelt uit het lichaem van den mensch, - Zoo meesterlijck volbouwt, van buiten en van binnen, - Dat niets hieraen ontbreeckt, en d'allersnelste zinnen, - Die dit doorsnuffelen, van 't meeste aan 't minste lidt, - Bekennen moeten dat het allerminst miszit - Wat hieraen wordt herstelt. Herstellen is misstellen. - Wie dit hervormt, misvormt. - - -Dat heeft men bewaarheid gezien toen men het Stadhuis behandelde als -men een flinken, vierkanten grenadier behandelen zoû, wien men witte -glacé handschoenen, een paar verlakte dansschoentjens en een gekleurd -vest aantrok, en het tot een paleis misschiep: - - - Laet overmeeten, tellen, - En weegen, wien dit lust; het lichaem schroomt geen licht, - Geen klaere middaghzon, noch maet, getal, en wight. - Zoo blijckt dit bouwsel dan van lidt tot lidt rechtvaerdigh - In evenredenheit, en zulck een bouwheer waerdigh, - Die ieder bouwer wijst, en, als Godts leerkint, trouw - Het oogh leert slaen op hem, en zijnen schoonsten bouw. - De bouwers van 't Stadthuis den eisch der wet voldeden, - En volghden zulx de kunst, dat geen van all' de leden - In zijnen stant bezwijckt: Vitruvius trede aen, - En zelf Apollodoor, bouwmeester van Trajaen, - Wiens naelt noch heden praelt te Rome, voor onze oogen. - Zy vinden dit gebouw door al zijn leên voltogen, - Van boven tot beneên. Geene outheit dit verdooft. - Het heeft zijn middenlijf, zijn voeten, armen, hooft, - En schouders, elk om 't netst. Het heeft zijn ingewanden, - Elck lidt, elck ingewant zijn ambt, gebruick en standen. - Hier leeft en zweeft de ziel van ons Wethoudery, - Gelijck een Godtheit in, en ziet het zeilryck Y - Met 't weerelts ooghsten en Oostindiën geladen, - De Zeven landen zelfs ons Heeren en ons Raeden, - Orakels van den staet, bezoecken, reis op reis, - In tijt van oorelog en ongestoorden pais, - En leeren, beter dan by Griecken, en Romeinen, - Hoe zich de Grooten hier tot 's nabuurs dienst verkleinen. - - -Behalve van het Stadhuis en van het straks genoemde huis te Amsterdam, -was Van Kampen ook de bouwmeester der prachtige huizinge, welke -Vorst Joan Maurits, na zijn terugkomst uit Braziliën, zich te 's -Gravenhage naby het Plein liet stichten, doch die, in 1704 geheel -afgebrand, door een andere vervangen is: van het Huis te Rijswijk, -beroemd om de vredesonderhandelingen, aldaar in 1679 gehouden: van -het huis des Heeren van Zuilichem op het Plein in den Haag enz. Van -zijn bekwaamheid als schilder en teekenaar getuigen, onder meer, een -afbeelding van Laurens Coster, in de "Laure-crans" aan den uitvinder -der Boekdrukkunst door Petrus Scriverius gevlochten; een onthoofding -van Johannes den Dooper, met levensgroote beelden, een verzameling -van vijftig uitmuntende platen, naar teekeningen, door hem te Venetiën -vervaardigd, en een aantal keurig in het graauw geschilderde friezen, -boven de glasramen eener kamer in het "Hooger huis" naby Amersfoort, -welke hofstede, even als later Randenbroek, door hem gebouwd en -bewoond werd. Het was op het laatstgenoemde landgoed, dat hy op den -13. September van het jaar 1657 overleed. De Groote Kerk te Amersfoort -bevat zijn graf, boven 't welk een gedenkteeken, hem door zijn vrienden -opgericht en voor eenige jaren hersteld, van zijn verdiensten gewaagt. - - - - - - - -ANNA MARIA SCHURMANS. - - -Wanneer wy de jaarboeken van eenig beschaafd volk doorbladeren, dan -vinden wy daar altijd melding in gemaakt van een of hoogstens twee dier -zeldzaam bevoorrechte wezens, die, reeds van hun eerste kindschheid -af beroemd, boven hun tijdgenooten blijven uitblinken, niet door hun -bekwaamheid in eenig bepaald vak, maar door hun vatbaarheid om elk vak -zonder uitzondering, met gelukkig gevolg, te beoefenen: wondermenschen, -die zonder moeite en als uit spel zich al die talenten verschaffen, -welke voor anderen niet dan na jaren van arbeid en inspanning -verkrijgbaar zijn; gelukkigen, van wie men zoû zeggen, dat de Natuur -hen als bedorven kinderen heeft willen behandelen, en wie men geneigd -zoû zijn boven elk ander te benijden, ware het niet, dat zy althans -in een enkel opzicht achterstaan by de zoodanigen, wier genie zich -meer uitsluitend in eene richting bewogen heeft, te weten, dat zy over -'t geheel geen merkbaren invloed op de beschaving of verlichting van -hun tijdvak hebben uitgeöefend, en alzoo meer overeenkomst hebben met -de prachtige vuurwerken--die een poos elk ander licht verduisteren om -aan de verbaasde toeschouwers een wonderbare mengeling der schoonste -kleuren en glansen te vertoonen, doch later weêr verdwijnen, zonder -eenig spoor achter te laten,--dan met de gasvlam, wier schijnsel maar -ééne kleur vertoont, doch, duurzaam gevoed, een helder en verwarmend -licht om zich heen blijft spreiden. Zoodanig een zeldzame verschijning -was, b. v., in Italiën Pico de la Mirandola, in Schotland Jakobus -Crighton, in de Nederlanden--en wel in dat zelfde tijdvak, aan 't -welk geene soort van opluistering ontbrak, Anna Maria Schurmans. - -Gewis, zoo immer een vrouw aanspraak heeft mogen maken op den naam van -Pandora of "Albegaafde," dan is zy het geweest: en hadde niet de kring, -waarin zy verkeerde, en de getuigenis der meest achtbare en meest -geloofwaardige personen allen twijfel doen verdwijnen aangaande haar -recht om dien naam te voeren, dan zouden wy al licht geneigd zijn, te -gelooven, óf dat de lof, haar geschonken, overdreven is geweest, óf dat -haar enkele van die geheime kunstmiddelen ten dienste stonden, waarvan -zich Albertus Magnus of andere biologen uit vroegeren of lateren tijd -bedienden. Zeker is het, dat de Jezuïeten, die haar in 't gevolg van -Koningin Kristina bezochten, haar wonderbare begaafdheid niet wisten -toe te schrijven dan aan een verbond met den Duivel: een oordeel, -dat zeker noch galant jegens een beminlijke en achtingswaardige vrouw, -noch liefderijk jegens een vrome Kristin genoemd mag worden. - -Vleiender oordeel sprak Cats, in de Voorrede van zijn Trouwring, over -haar uit: 't is waar, hy was te haren voordeele ingenomen, althands, -het praatjen gaat, dat hy haar ten huwelijk gevraagd had. Is dit -werkelijk geschied, en wel, toen zy naauwlijks den veertienjarigen -leeftijd bereikte, dan bewijst dit reeds op zich-zelf hoe vroeg zy -naar verstand en hart ontwikkeld moet geweest zijn:--en dat hy nog -even loflijk over haar bleef spreken, ofschoon het huwelijk tusschen -hen beiden geen voortgang had, mag misschien als een nog sterker -bewijs te haren voordeele gelden. - -En nu ten behoeve van de zoodanigen onder onze lezers, die noch de -getuigenissen van Cats aangaande Anna Maria Schurmans, noch zelfs haar -levensschets in de werkjens van 't Nut van 't Algemeen gelezen hebben, -de gronden aangevoerd, waarop wy ons gerechtigd achten haar den naam -van Pandora toe te kennen. - -Gewis, hadden wy in de zeventiende eeuw geleefd, wy hadden wel den -Duivel buiten 't spel gelaten, maar toch misschien geloofd, dat er -by de geboorte onzer heldin iets bovennatuurlijks had plaats gehad, -ja dat, even als wy zulks in de toovergeschiedenissen lezen, Feën by -hare moeder op kraambezoek geweest waren en de jonggeborene ieder met -een geschenk begiftigd hadden. Zoo had zy reeds, in de eerste plaats, -een aanzienlijken stand in de maatschappy. Haar vader, Frederik -Schurmans, stamde af van de Graven van der Mark: haar moeder, Eva de -Harf, was een adelijke Jonkvrouw uit het Land van Keulen: en het was -in de stad van dien naam, dat zy op den 5den November, 1607, geboren -werd. En alsnu aan het spel onzer verbeelding toegevende, laten wy -haar door een tweede Feë beschenken met aanzienlijke betrekkingen: -immers, door de huwelijken, welke haar broeders en zusters aangingen, -vermaagschapte zy zich met de machtigste Regenten. Een derde schonk -haar die schoonheid van gelaat en bevalligheid van leest, die haar -tot in haren ouderdom bybleven: een vierde, die ongemeene vlugheid -van bevatting, waardoor zy reeds op haar derde jaar lezen, op haar -zevende in drie uren tijds het borduren leeren kon, op haar elfde, -alleen door toe te luisteren naar het onderwijs, dat haar broeders -gegeven werd, zich het Latijn eigen maakte en in weinige jaren niet -alleen de meeste nieuwste talen, maar ook de Grieksche en Hebreeuwsche -volkomen sprak en schreef, ja vrij bedreven werd in het Syrisch, -Kaldeeuwsch, Arabisch en Ethiopisch: het, zonder moeite in de wis-, -natuur- en aardrijkskunde zeer verre bracht, en, over allerlei punten -van godgeleerdheid en wijsbegeerte met de bekwaamste doktoren kon -redetwisten. Een vijfde Feë deelde haar de gave mede, om door keurig -schrift de beste meesters naar de kroon te steken: een zesde den -aanleg tot de beeldende kunsten. Reeds op haar zesde jaar sneed zy -met een schaar en pennemes de geestigste figuren: weldra hanteerde zy -'t penceel en verpoosde zich van wetenschappelijke nasporingen, door -'t schilderen van bloemen, van vliegend en kruipend gedierte: zonder -ander gereedschap dan een mes, wist zy uit palmhout de meest gelijkende -portretten te vormen: met een diamant graveerde zy bevallige groepen -op glas: in de boetseerkunst bracht zy het tot zoodanige hoogte, dat -zy niet alleen bloemen, vruchten en edelgesteenten, maar ook haar -eigen borstbeeld uit wasch wist te kneden, zoo volkomen gelijkend, -dat er enkel het leven aan ontbrak. Van een zevende Feë ontfing -zy de gave der poëzy, en nog getuigen enkele Hollandsche zoowel als -Latijnsche dichtstukjens, hoe fiksch zy de lier hanteerde. Een achtste -Feë boezemde haar smaak in voor de muziek, die zy met een gelukkig -gevolg beoefende, en, om de waardy van al die gaven te verhoogen, werd -haar door een negende een lieftallige zedigheid geschonken. Wanneer -zy, in den kring harer gezellinnen gezeten, zich onledig hield met -vrouwlijk handwerk en koutte over de meest alledaagsche onderwerpen, -had niemand in haar die wonderbare geleerdheid vermoed, waardoor zy -niet alleen boven hare speelnooten, maar boven vele beroemde mannen -van haar tijd uitblonk: ja, zoo warsch was zy van het najagen van -onderscheiding en roem, dat haar verdiensten nimmer in al haar omvang -bekend zouden geworden zijn, indien niet mannen als Rivetus, Vossius, -Salmazius, Spanheim, Beverwijk, Huyghens, haar, tegen haar wil, op het -tooneel der waereld gebracht hadden. Deze rekenden het zich tot eere, -briefwisseling met haar te houden, haar antwoorden te vertoonen en haar -lof alom te verkondigen. Zoo kwam het, dat ook de beroemdste geleerden -uit den vreemde, als Balzac, Gassendi, Marsenne, Bochart, en anderen, -aan haar schreven en wederkeerig brieven van haar ontfingen. Op deze -wijze bracht de faam haar naam geheel Europa door. Was 't wonder, -dat de Princes van Boheme haar lief had, dat Richelieu haar blijken -zijner hoogachting toezond, dat Louise Marie de Gonzaga, toen zy -als Bruid van Vladislaus naar Polen reisde, dat de Hertogin van -Longueville, by gelegenheid van den vrede van Munster hier gekomen, -en later Kristina van Zweden, haar in haar woning te Utrecht bezochten? - -Maar weinige van haar lettervruchten leverde zy, en nog gedwongen, -aan de pers: de eerste verscheen in 1636: 't was een gedicht op -de stichting der Hooge School te Utrecht. In 1641 verscheen haar -Latijnsche redevoering over de vraag: "of het studeeren aan vrouwen -geoorloofd is:" in 1658 eerst, een verzameling van werkjens, in -Hebreeuwsch, Grieksch, Latijnsch en Fransch rijm en onrijm vervaardigd. - -Zoo begaafd was zy--en zoovele gaven bracht zy tot een vrijwillig -offer aan haar overtuiging, dat alle wetenschap ydel was, en dat de -Heer haar geboden had, afstand te doen van haar vroegere levenswijze, -om zich uitsluitend aan Zijn dienst te wijden. De waereld vergeeft -het nooit, dat men de eer, die zy schenken kan, met voeten treedt, -en brandmerkte voortaan met den naam van Dweepster haar, die zy -als Tiende Muze bewierookt had. Ja, toen Anna Maria Schurmans in -1678 te Wiewert in Friesland stierf, was zy door haar tijdgenooten -vergeten. Maar wy, wy herhalen nog, met trots, de regels, die Cats -onder haar afbeelding schreef: - - - Wie oyt dit aerdig beelt sult komen aen te schouwen, - Hout vast, dat gy hier siet een roem voor alle vrouwen. - Van dat de waerelt stond tot heden op ten dagh, - Niet een die haar geleeck of nu bereycken magh. - - -Anna Maria Schurmans mocht in geen haar gelijkend kroost herleven. Op -het kraambezoek, dat wy verdicht hebben, was, zoo als dit in alle -toovergeschiedenissen regelmatig plaats heeft, eene enkele Feë by -ongeluk niet gebeden, en deze, hierover vergramd, had den vloek -over haar uitgesproken, dat--ofschoon aan alle mannen behagende--zy -des-niet-te-min maagd zoû sterven. - - - - - - - -JAN STEEN. - - -Onder die werkjens, welke de Maatschappy "tot Nut van 't Algemeen" -heeft uitgegeven met het loffelijk doel, om de geschiedenis van ons -Vaderland en van de groote mannen, die het heeft voortgebracht, aan den -volke bekend te maken, doch waarvan het noodlottig gevolg geen ander -is geweest, dan dat, "tot algemeen nadeel", aan den volke talrijke -onwaarheden opgedischt en talrijke valsche begrippen zijn verkondigd -geworden, behoort vooral zekere galery, die begint met Jan Steen en -eindigt met Gravin Jacoba. Over deze laatste, die er zeer dwaaslijk -op een plaatjen wordt voorgesteld als een pottebakster, hebben wy -hier niet te spreken; wel over den eerstgenoemde, wien plaatsnijder -en verhaler ons afschilderen als een dronken lichtmis, wiens geheele -leven getuigenis draagt van liederlijke zorgeloosheid en brassery. Het -is tegen dezen groven laster, jegens een onzer grootste schilders -gepleegd, dat wy beginnen moeten, met protest aan te teekenen. - -Zoeken wy naar den oorsprong van al de sprookjens, waarmede schrijvers, -die 't beter hadden kunnen en moeten weten, hun lezers hebben zoeken -te vermaken ten koste van Jan Steen, zonder zich te laten terughouden -door de gedachte, dat hun logens, door andere, ook vreemde schrijvers -voor goede munt opgenomen, ten gevolge moesten hebben, dat de goede -naam van een landgenoot bezwalkt en de eer zelve van dat land er door -verminderd werd, wy vinden dien oorsprong wederom by Houbraken en -Campo Weyerman terug. Intusschen, waar de eerste, misschien te goeder -trouw, maar zeker zonder eenig onpartijdig en naauwgezet onderzoek, -en bovendien geheel verstoken van alle oordeel des onderscheids, -alles aannam en opteekende wat hem werd overgebriefd, schepte de -laatste een kwaadaardig genoegen in het verlagen en bekladden van het -karakter zijner kunstgenooten, zamelde hy gretig en met voorbedachten -rade alle vertellingen op, hoe vuiler en onwaardiger hoe liever, die -hy in kroegen en kitten vernomen had, en stelde die op rekening van -dezen of genen kunstenaar, wiens leven hy heette te schetsen. Zoo -heeft hy gehandeld ten opzichte van Rembrandt, van Van der Helst, -van vijftig anderen, inzonderheid van Jan Steen. - -Wy willen ons de moeite niet geven, al de grollen, welke men van -dezen laatste verteld heeft, op te halen en er het logenachtige -van aan te toonen. Alleen ernstige schrijvers en die geen werk het -licht doen zien zonder dat zy uit overtuiging spreken, verdienen -wederlegd te worden. Wy willen ons zelfs de moeite niet geven, Jan -Steen te zuiveren van den op hem geworpen blaam van dronkenschap -en lichtmissery, en zulks om de zeer eenvoudige reden, dat voor al -wie maar eenig gezond verstand bezit en het verkiest te gebruiken, -de beschuldiging van zelve wegvalt, wanneer hy nagaat, dat Jan Steen, -in een leven van drie-en-vijftig jaren, dus in een tijdsverloop van -een groote dertig jaren, ongeveer vijfhonderd schilderyen--zestien a -zeventien 's jaars--(om niet van een aantal teekeningen te spreken) -vervaardigd heeft, waarvan verre weg de meesten met een aantal figuren -voorzien, en die, byna zonder onderscheid, met de grootste zorg en -uitvoerigheid beärbeid zijn.--Wie in dronkenschap verkeert, moge -al een vluchtige schets maken, waar geest in doorstraalt: het zal -hem onmogelijk zijn, zuiverheid in zijn omtrekken, naauwkeurigheid -in zijn teekenen, harmonie in proportiën en kleuren, volkomenheid -in zijn ordonnantie te brengen: hy zal kunnen aanvangen, nimmer -voltooien: juist dat voltooien, dat in elk deel afwerken van een -reeks van meesterstukken, wier aantal door weinigen is geëvenaard, -door iemand, die er de weinige nuchtere uren aan moet doorbrengen, -aan een liederlijk leven ontwoekerd, is meer dan iets ongelooflijks; -het is dood eenvoudig een onmogelijkheid. - -'t Is waar, de ontwerpen, welke Jan Steen 't liefst en 't gelukkigst -behandelde, zijn tooneelen, waarin drinken en smullen de hoofdrol -speelt: 't zijn voorstellingen van kermissen, van vrolijke partyen, -van dartele vermaken, van de gevolgen, die zy na zich slepen: en hoe -meer waarheid er in de behandeling daarvan heerscht, hoe meer men -het gevolg er uit meent te mogen trekken, dat alleen de yverige en -trouwe deelnemer aan zulke tooneelen ook in staat kon zijn ze naar 't -leven terug te geven.--Die gevolgtrekking is echter onjuist. De goede -Jean de la Fontaine was in 't geheel geen lichtmis of verleider, al -volgde hy--zelf op onnavolgbare wijze--in zijn vertellingen het spoor, -door Boccacio en Aretijn gewezen: en Molière, als blijgeestig dichter -door niemand overtroffen, was zelf van nature zwaarmoedig.--Omgekeerd -vindt men schrijvers, wier werken niets ademen dan godsdienst en -zedelijkheid, en die in handel en wandel zich gedroegen of er voor -hen noch God noch gebod bestond. - -Wy noemden Molière:--en mist Nederland de eer, een blijspeldichter -te kunnen vertoonen, hem gelijk, de eeuw van Frederik Hendrik heeft -in Jan Steen een genie voortgebracht, Molière op zijde strevende waar -het aankomt op geest van opmerking, op naieve oorspronkelijkheid van -gedachten, op vernuftige opvatting, op natuurlijkheid van voorstelling, -op vrolijke scherts, op het naar waarheid schetsen van karakters, -hartstochten en gebreken.--Elke schildery van Jan Steen is een blij- of -kluchtspel, al naar dat het onderwerp het mede brengt, vol gelukkigen -luim, in al zijn deelen volkomen: hoe langer en hoe aandachtiger men -het beschouwt, hoe meer men niet alleen er geest en leven in ontdekt, -maar hoe meer men ook de overtuiging in zich voelt oprijzen, dat achter -menige scherts, die schijnbaar alleen dient om de lachspieren op te -wekken, een wijsgeerige gedachte verborgen ligt. Vele schilderyen, ook -der grootste meesters, moet men zich vergenoegen te bewonderen: die -van Jan Steen dwingen ons ook, te denken.--Neen, in zijn driedubbele -hoedanigheid van zorgvuldig opmerker, van wijsgeer, die lachend de -waarheid verkondigt, en van uitmuntend schilder, is Jan Steen tot -heden niet geëvenaard, veel min overtroffen. Wie toch is beter dan -hy er in geslaagd, om, wat het burgerlijk leven om zich heen zag, -met zooveel juistheid en smaak op het doek terug te geven?--By Jan -Steen is altijd een hoofdgedachte aanwezig, die hy op de gelukkigste -manier weet uit te werken. Niet alleen is de ordonnantie boven allen -lof verheven; maar elk détail, met overleg gekozen en, 't zij meer -of min belangrijk, altijd met gelijke zorg behandeld, werkt mede, -om den indruk te verhoogen, dien 't geheel op den toeschouwer maken -moet: alle voorwerpen redden zich: licht en bruin zijn geschakeerd -gelijk dit enkel door den zoodanige geschieden kan, die in de geheimste -verborgenheden der kunst is ingewijd;--in een woord, overal paart zich -by hem, aan de grootste waarheid van opvatting, de grootste waarheid -in de wijze waarop hy die opvatting heeft teruggegeven.--Nogmaals, de -man, die, niet een enkele reize, niet gedurende een byzonder tijdperk -van zijn leven, maar keer op keer, maar bestendig, maar in geheel -zijn schildersloopbaan, zulke kunstgewrochten wist voort-te-brengen, -diens vernuft was door geen brassery verstompt, diens hand was door -geen dronkenschap aan 't beven geraakt. - -Even fabelachtig als de vertellingen van Houbraken en Weyerman -aangaande de levenswijze en het gedrag van Jan Steen, even -onnaauwkeurig zijn hun opgaven betreffende zijn geboorte, bedrijf -en levensloop.--Het is met onloochenbare bewijzen gestaafd, dat -Jan Steen in 1626, alzoo tien jaren vroeger dan men tot dus verre -meende, is geboren; en wel te Leyden, waar zijn geheele familie al -meer dan een eeuw met eere bekend en gezeten was. Niet Brouwer, als -men verhaald heeft--zeker om meer kleur van waarheid by te zetten -aan de sprookjens over zijn ongeregeld leven--niet Brouwer, die -reeds overleden was toen Jan Steen nog een knaap was, maar Ostade, -wiens voortreffelijk koloriet--en Van Goyen, wiens manier in 't -landschapschilderen--hy navolgde, waren zijn meesters: en het was met -de dochter van laatstgemelde, dat hy zich in September 1649 in den -echt verbond. Zoo hy al een tijd lang te Delft aan 't hoofd stond van -een brouwery, zijn naam bleef te Leyden prijken op de registers der -broederschap van Sint Lukas, die hem in 1648 had opgenomen onder haar -leden; 't zij, dat zijn beroep hem verdroot, als hem te weinig tijd -overlatende voor zijn geliefkoosde studiën, 't zij, dat werkelijk die -studiën hem dat beroep meer deden verwaarlozen dan op den duur met -zijn belang als huisvader overeenkwam,--en dit kunnen wy gereedelijk -aannemen zonder dat wy daarby aan eenig wangedrag hebben te denken--hy -gaf het op en zijn woonplaats te Delft meteen, om zich wederom te -Leyden te vestigen. Weduwenaar geworden hertrouwde hy met Maayken van -Egmond, weduwe van den boekverkooper Claes Herculens, en uit al wat -men, niet uit beuzelachtige praatjens, maar uit waarachtige oirkonden -van hem weet, is niet anders op te maken, dan dat hy er als een stil -en ordentelijk gezeten burger leefde, die zich de achting zijner -medeburgers wist te verwerven. De oude en rechtschapen Jan Lievensz, -toen de Nestor der Hollandsche schilders, was zijn vriend: en de toen -nog jeugdige Karel de Moor verhaalde lang naderhand met opgewondenheid -van de gesprekken over kunst, welke hy met Jan Steen gevoerd had. - -"Is er daarom geen enkel woord waar van de vertellingen, die -betreffende Jan Steen in omloop zijn? Heeft hy niet eene van die -snakeryen bedreven, niet een van die koddige gezegden gebezigd, die -hem worden toegeschreven?"--Ziedaar wat wellicht meer dan een ons -vragen zal, wien 't zelfs misschien heimlijk verdrieten zoû, betere -gedachten dan te voren aangaande den schilder te moeten voeden, -die tot nog toe hem voor den geest gestaan had als het ideaal van -geniale dwaasheid.--Wy durven hier geen bepaald antwoord op geven: -het is zeer mogelijk, niet onwaarschijnlijk zelfs, dat iemand, wiens -brein zoo vruchtbaar was in 't uitdenken van kluchtige toestanden -op 't paneel, nu en dan ook zelf een klucht bedreven, aan dezen of -genen een vrolijke poets gespeeld heeft. Maar daarom behoefde nog de -uitdrukking: "het is een stukjen van Jan Steen" niet, in plaats van op -zijn schilderyen, op den man zelven te worden toegepast, in dien zin, -als ware zijn leven een voortdurende klucht geweest:--en wellicht is -in den aanvang alleen aan de valsche toepassing dier uitdrukking de -slechte dunk te wijten, dien men zich van Jan Steen heeft gevormd, -en waaruit zijn biografen aanleiding hebben genomen zoo veel zotte -bedrijven op zijnen hals te schuiven.-- - -Jan Steen overleed den 3den February 1679 en werd in de Pieters-kerk -te Leyden begraven, vijf kinderen, niet in een berooiden boedel, -maar in goeden doen achterlatende. - - - - - - - -JAN EVERTSEN. - - -Was er immer een geslacht, dat zich op zee beroemd maakte en den dank -van 't Vaderland verdiende, het is dat der Evertsens. De man, wiens -naam aan het hoofd van deze schets gelezen wordt, was niet de eerste -noch zou de laatste uit dat geslacht zijn, die zich door luisterrijke -daden, als scheeps- of zeevoogd onderscheidde; doch zoo hy by voorkeur -in deze galery een plaats heeft bekomen, 't is niet alleen omdat de -meesten zijner naamgenooten tot een vroeger of tot een later tijdvak -behooren dan het door ons behandelde, maar ook omdat hy door tal -van heldenfeiten boven allen uitmunt. Zijn vader, als hy genoemd, -was den dood voor 't Vaderland gestorven: hy zelf, in 1600 geboren, -en reeds vroeg in zeedienst getreden, gebood in 1636 als Kommandeur -een viertal oorlogsvaartuigen, die in last hadden, de koopvaardyvloot -naar Frankrijk te geleiden. Eenige koopvaarders, wellicht belust, om, -door vroeger dan de overigen ter bestemmingsplaatse te zijn, hun lading -met meer voordeel te slijten, waren zonder konvooi vooruitgezeild. Dit -was den Duinkerkers ter oore gekomen, en de wakkere Amiraal Jacques -Collaert, mede tot een geslacht behoorende, welks leden zich op zee -beroemd hadden gemaakt, was met drie welbemande schepen afgezonden om -den onbeveiligden buit prijs te maken. Op den 10en February klampte -hy de koopvaarders aan boord, en zoû die met zich gevoerd hebben, -toen Evertsen, die, van de begane onvoorzichtigheid onderricht, -onmiddelijk was afgezeild om er de gevolgen van te voorkomen, de -bedreigde vaartuigen te hulp kwam. Joost van der Trappen, gezegd -Banckert--van welken naam er op dat tijdstip vier in dienst van den -Staat waren--en nog twee andere Kapiteins vergezelden hem. Na een -hevig gevecht van vijf uren, op de hoogte van Dieppe geleverd, werd -een der Duinkerkers in den grond geboord, en het derde, waarop zich -Collaert met zijn Vice-Amiraal Matthijs Rombouts bevond, zoo heftig -door de beide Zeeuwsche Bevelhebbers beschoten, dat Collaert reeds -op het punt was, zich in de lucht te laten springen; maar zijn schip -was vast geraakt, had reeds water in en ging met twee honderd man -te gronde. Honderd vijftig anderen werden met de beide Bevelhebbers -gevankelijk te Vlissingen opgebracht. - -In het volgende jaar tot Vice-Amiraal van Zeeland benoemd, -deelde Evertsen op den 21sten October 1639 in de glorie, by Duins -behaald. Aan hem was de eervolle taak opgedragen, den kamp te wagen -met het reusachtige monsterschip van den Amiraal van Portugal, de -Mater Teresa. Zoo stevig gebouwd was dit zeegevaarte, en zoo dik van -bekleeding, dat de kogels, daarop afgezonden, even weinig uitwerking -deden als de ganzenhagel hebben zoû op den huid van een olifant,--en -evenmin bestond er mogelijkheid, een schip te enteren, dat zich zoo -hoog verhief boven de overige vaartuigen en door een bemanning van -twaalfhonderd kloeke zeelieden verdedigd werd. En toch wist Evertsen -zijn vervaarlijken tegenstander zoo lang bezig te houden, tot dat hy -hulp bekwam van Van Galen en daarna van Musch, aan wiens branders het -gelukte, het zeekasteel te vernielen. Maar niet voldaan met een roem, -welken hy met anderen gedeeld had, vervolgde en achterhaalde Evertsen -de nu uit Duins gejaagde Spanjaarts: en het mocht hem gelukken, -niet minder dan negen hunner schepen, waaronder zes Galjoenen, te -bemachtigen en in Zeeland binnen te brengen. - -Drie jaren later, in 1642, onderscheidde hy zich op nieuw, door -een drietal Hollandsche koopvaarders aan de Duinkerkers, die ze buit -gemaakt hadden, weder te ontnemen, en, zoo de kaperyen op de Vlaamsche -kusten gedurende de laatste jaren van Frederik Hendriks bestuur minder -talrijk waren dan voorheen, het was grootendeels aan de waakzaamheid -van Jan Evertsen en aan den schrik, welken hy inboezemde, dat men -zulks te danken had. - -In 1652--om van tochten en oorlogsfeiten van mindere beteekenis niet -te gewagen--was Evertsen tegenwoordig by den scheepstrijd, tusschen -Tromp en Blake by Doever geleverd, en op den 10den December van dat -zelfde jaar, was het in een tweeden slag tusschen die zelfde beide -zeehelden, dat, vooral ten gevolge van zijn mannelijk gedrag, de -overwinning zich voor de onzen verklaarde. - -Geen minderen roem verwierf hy zich in 't volgende jaar, toen in -de Hoofden, drie dagen lang--van 28 February tot 2 Maart--nogmaals -tusschen de genoemde Zeevoogden slag geleverd werd; en glansrijk werd -het gedrag, door hem te dier gelegenheid gehouden, zoo door Hun Hoog -Mogenden, als door de Staten van Holland erkend. Nog in datzelfde jaar -gaf hy herhaalde bewijzen zijner dapperheid, op den 12den Juny, in den -zeeslag voor Nieuwpoort, daags daarna in dien voor Duinkerken, als ook -by Katwijk en ter Heide: in welken laatsten strijd Tromp sneuvelde, -en het schip, waarop Evertsen zich bevond, zoo reddeloos geschoten -werd, dat hy genoodzaakt was, zich naar de Maas te laten sleepen. - -Het was alleen de omstandigheid, dat hy een Zeeuw was niet alleen, -maar ook tot de Amiraliteit van Zeeland behoorde, dat onzen held -de miskenning te beurt viel, welke hem trof, toen het opperbevel, -waarop, na het overlijden van Tromp, niemand betere en meer gegronde -aanspraken had kunnen maken dan hy, hem niet gegund werd. 't Is waar, -hy zag zich geen zijner krijgsmakkers voorgetrokken; want de nieuwe -Luitenant-Amiraal, de Heer van Wassenaer, had nimmer ter zee gediend; -maar de zonderlinge politiek, toen door het Staatsbestuur gevoerd, -waardoor mannen, die hun leven aan boord en in 't heetst der zeegevaren -hadden doorgebracht, voortaan moesten gehoorzamen aan iemand, die, -hoe bekwaam en moedig ook, toch niet de minste ondervinding bezat, -was niet geschikt om een gunstigen indruk by de oude strijdgenooten -van Piet Hein en Tromp te maken: en de uitkomst leerde dan ook, -dat hun ergernis niet onbillijk, en hun bezorgdheid voor 's Lands -eer niet zonder grond was. - -Eenige vergoeding voor de ontfangen te-leur-stelling mocht Evertsen -ondervinden, doordien hy in 1664--ware het dan ook spade--werd -aangesteld tot Luitenant-Amiraal van Zeeland. En toch, het scheen, -of die vergoeding alleen moest strekken om hem nog dieper kwellingen -aan te doen. Immers, in 't volgende jaar, onder Wassenaer, dien -beroemden slag gestreden hebbende, waarby deze door zijn eigen kruit -in de lucht sprong en, ten gevolge van den verkeerden geest die by -de vloot heerschte, onze zeemacht de meest volkomen neêrlaag leed, -welke zy immer ondervond, werd hy, de grijze krijgsheld, die een -der weinigen was geweest onder hen, die de eer der vlag gehandhaafd -hadden, by zijn terugkomst, door 't gepeupel in den Briel gescholden, -van flaauwhartigheid beticht, aangerand, in 't water gesmeten. Nog in -tijds werd hy gered; maar geen wonder was het, dat hy, na dat zelfs een -nadrukkelijk schrijven der Staten van Zeeland aan de Staten-Generaal -niet de uitwerking gehad had, dat hem behoorlijke voldoening voor -'t gegeven onrecht werd gegeven, zich voor een tijd lang, zelfs met -goedvinden der Staten van zijn Gewest, aan den dienst onttrok. Zijn -jongere broeder, de niet minder dappere Cornelis Evertsen, werd in -zijne plaats tot Luitenant-Amiraal benoemd, doch sneuvelde reeds in 't -volgende jaar 1666. Toen bood Jan Evertsen nogmaals aan 't Vaderland -zijn diensten aan, er den wensch byvoegende, dat hy, even als zijn -vader, als een zijner zonen, als vier zijner broederen, ten nutte van -'t Gemeenebest, op het bed van eer mocht sterven. Dit aanbod was des -te edelmoediger, om dat Evertsen vooraf wist, dat hy nu zoû komen te -staan onder 't bevel van een Vlootvoogd, die, jonger officier dan hy, -te voren een rang beneden den zijnen had bekleed, die mede een Zeeuw -was, hoezeer dan onder de Amiraliteit van Amsterdam staande. 't Is -waar, die Vlootvoogd was Michiel Adriaensz. de Ruyter, en zelfs een -Evertsen achtte het geen vernedering, diens bevelen te volgen. 't -Was echter in hooger raad beschikt, dat de tocht, welken onze held nu -volbrengen ging, zijn laatste wezen zoû. In den noodlottigen zeeslag -van 4 Augustus 1666 werd hem reeds by het eerste treffen het been door -een kogel weggenomen, ten gevolge waarvan hy kort daarop overleed. By -besluit der Staten van Zeeland van 19 Augustus werd hy plechtstatig -ter aarde besteld en op het praalgraf in de Sint Pieters Kerk te -Middelburg, dat zijn overschot en dat van zijn broeder Cornelis -besluit, hun beider afbeelding in marmer uitgehouwen. Voorts werd 's -Vaders nagedachtenis in den zoon vereerd, en deze, onder buitengewoon -gunstige voorwaarden, tot Vice-Amiraal bevorderd. - - - - - - - -BARTHOLOMEUS VAN DER HELST. - - -Te Amsterdam, op den Kloveniersburgwal, staat een gebouw, dat onder -den naam van Trippenhuis een historische vermaardheid verworven -heeft. Dat gebouw is, gelijk dit trouwens met alle groote gebouwen -te Amsterdam plaats heeft, tot meer dan één doel bestemd: in het -eene gedeelte daarvan is de Koninklijke Academie van Wetenschappen -gevestigd: het andere gedeelte dient tot pakhuis, en daarin is -opgeslagen eene der kostelijkste verzamelingen van schilderyen, -welke op de waereld bestaat. Ik bezig de benaming "pakhuis", ofschoon -die van "Rijks-museum" officieel is, en dan ook in de katalogussen, -guides, enz., voorkomt. Zy is echter onjuist, zoowel wat het eerste -als wat het tweede deel der samenstelling betreft. De schilderyen, -die hier gevonden worden, zijn niet alle Rijks-eigendom: sommige -behooren aan de Stad Amsterdam; en al is het getal daarvan gering, -men weet, dat een half dozijn groote diamanten van 't zuiverste water -een omboordsel van honderd kleinere en min schitterende juweelen in -waarde overtreffen: zoo is het ook hier. Een benaming, waardoor men -in den waan gebracht wordt, als behoorden al de kunstvoortbrengselen, -hier verzameld, aan het Rijk, is alzoo min naauwkeurig;--maar niet -minder moet ik my verzetten tegen het woord "Museum". By al wie -'t hoort rijst onwillekeurig de gedachte op aan ruime, smaakvolle -galeryen en zalen, waar ieder kunstgewrocht met oordeel is ten toon -gesteld, een behoorlijk licht ontfangt, en van den afstand, dien de -perspektief vereischt, beschouwd kan worden: waar alles samenwerkt, -om het oog des kunstenaars te voldoen, het eene voorwerp aan de -uitwerking van het andere geen nadeel toebrengt, en waar, vooral, -noch onwillekeurige beschadiging, noch moedwillige roof, onder de -mogelijkheden kunnen gerekend worden. Geen enkel der hier genoemde -vereischten van een Museum is op het Trippenhuis aanwezig. In plaats -van in zalen en galeryen, hangen de schilderstukken in afgeschoten -kamers, hokken en portalen, of langs den trap. Op de meesten valt het -licht of in 't geheel niet, of verkeerd, zoo dat het geschilderde -niet te onderscheiden is. Zoekt men het standpunt van waar een -ten-toon-gestelde schildery gezien moet worden, dan gebeurt het -veelal, dat men, al rugwaart gaande, tegen den wand komt, zonder -het nog te hebben gevonden; in de gangen en op den trap verkeert men -gedurig in gevaar, met den elleboog een deuk, zoo geen gat, in een -doek te stooten of de verf van een paneel te schaven;--en, wat roof -betreft, een voorval, dat ieder nog versch in 't geheugen liggen zal, -heeft bewezen, hoe gemakkelijk die gepleegd kon worden. 't Is waar, -men heeft, om een herhaling van zoo stout een feit te voorkomen, de -schilderyen tegen den wand gespijkerd: waarvan het gevolg is, dat, ja, -geen dief ze meer zal wegdragen; maar ook, dat, in geval van brand, -geen reddende hand ze in veiligheid zal kunnen brengen. - -Wanneer gy dat pakhuis zijt binnengetreden, en, na met behoedzaamheid -den trap beklommen te hebben, u naar de voorkamers begeeft, zal, -onder de zoo vele onwaardeerbare schatten, aldaar verzameld, een -kapitaal schilderstuk vooral uw aandacht trekken, en, ten zij gy van -smaak en kunstzin ten eenemale ontbloot zijt, den tol uwer bewondering -vorderen. Het onderwerp heeft niets, dat byzonder poëtisch, verheven, -of zelfs treffend genoemd mag worden. 't Is een maaltijd, gehouden door -schutters uit de zeventiende eeuw. Wel is waar verbindt zich daaraan -de gedachte aan den Munsterschen vrede, die op dat feestmaal gevierd -wordt, de herinnering van een tijdperk van kracht, roem en welvaart; -maar toch niet dáárin is de hoofdverdienste der schildery gelegen. Ook -afgescheiden van 't geen verbeelding in 't gemoed des beschouwers -kan doen oprijzen, om den ontfangen indruk te verhoogen, is het in -de eerste en voornaamste plaats om de waarheid der voorstelling, -dat het kunstwerk aanspraak maakt op onzen lof: zoo ergends, hebben -wy hier het leven voor oogen. Samenstelling, kleur, overeenstemming -der deelen, uitdrukking, alles is schoon, alles is volmaakt, en, -om hier de woorden te gebruiken van iemand, wiens bevoegdheid als -kunstrechter niemand wederspreken zal, van Sir Joshua Reynolds: -"er bestaat wellicht geen treffelijker portretstuk op de waereld -dan dit, hetwelk, meer dan eenig ander, al de eigenschappen bezit, -in afbeeldsels gevorderd." - -Gewis mag Nederland er trotsch op zijn, dat de schilder, die in een -byzonder kunstvak het volkomenste werk leverde, hier het eerste -levenslicht zag, hier zijne opleiding genoot en hier zijn arbeid -verrichtte: en niet minder mag het opmerking verdienen, dat ook wederom -het tijdvak, 't welk het vruchtbaarst was in groote mannen van alle -soort, getuige was van den bloei van Bartholomeus van der Helst. - -Wie was Bartholomeus van der Helst? Waar, by wien, had hy zich gevormd -en dat meesterschap opgedaan over 't penceel, 't welk hem tot zulk een -verbazende hoogte in de kunst verhief?--Helaas! hoe weinig voldoende -zijn de antwoorden, welke wy op deze vragen bekomen. Alleen dit -vernemen wy, en nog wel zonder eenigen waarborg voor de echtheid der -bronnen, waaruit de mededeeling is geput, dat hy in 1613 te Haarlem -zoû zijn geboren: en met meer zekerheid weten wy, dat zijn broeder -kastelein was in den Handboogdoelen te Amsterdam. Hoe onbeteekenend -deze laatste byzonderheid oppervlakkig schijne, zy was het vermoedelijk -niet wat haar invloed betrof op de loopbaan des kunstenaars; ja -wy mogen aannemen, dat zy den grondslag legde, zoo niet tot zijn -talent, dan tot zijn fortuin. Door zijn broeder den kastelein kwam -de jeugdige van der Helst in betrekking met de Doelisten, met de -Doelheeren, met de Hoofden der Schutteryen, met zoovele andere rijke -en aanzienlijke Amsterdammers, als gewoon waren, de herberg op den -Cingel ter oefening of ter uitspanning te bezoeken. Wat schoone en -welkome gelegenheid voor den schilder, om bestellingen te bekomen, om -portretten te vervaardigen, om zijn natuurlijken aanleg meer en meer -te ontwikkelen, te beschaven, te volmaken, en, zoo doende, in staat -te geraken, op vijf-en-dertig-jarigen leeftijd zijn onovertroffen -meesterstuk te leveren. Was het wonder, dat de Doele-schilder, -wiens rijke ordonnantie, wiens frisch en gloeiend koloriet, wiens -tevens breede en uitvoerige bewerking, wiens weelderigheid in -'t bybrengen van bevallige en keurige uitgewerkte cieradiën meer -geschikt was om aan de menigte te behagen dan de manier zelfs van een -Rembrandt--welke laatste meer zich-zelven dan zijn modellen zocht te -voldoen, en alleen door lieden van verhoogden kunstzin en diep gevoel -recht gewaardeerd kan worden;--was het wonder, zeg ik, dat Van der -Helst eerlang de schilder naar de mode werd, dat Vorsten en Regenten -zich tot een voorrecht rekenden, door hem te worden afgebeeld, dat -hy zich aanzienlijke prijzen voor zijn arbeid betalen zag, en onder -de kunstenaars van zijn tijd byna de eenige was, die by zijn sterven -een belangrijk vermogen achterliet aan zijn zoon. - -De naam van Van der Helst is uitgestorven: zijn vermogen in vreemde -handen overgegaan: wat de geschiedenis van hem vermeldt is niet -noemenswaardig;--doch er zoû ook een tijd kunnen komen, dat zelfs -zijn verdienste als kunstenaar werd miskend:--en dat kan zeer -licht gebeuren, wanneer voortdurend aan zijn meesterstukken een -verblijf wordt toegewezen, ongeschikt om ze naar behooren te doen -zien en waardeeren. Wat wy voor zijn werk vragen, vragen wy tevens -voor de erfenis, die zijn groote broeders in de kunst ons hebben -nagelaten. Mogen wy ons vleien, dat, by den overvloed, die thands in -de schatkist schijnt te heerschen, by de onbekrompenheid, waarmede -men 's Lands gelden aan industriële werken van hoogst twijfelachtig -nut verkwist, ook eens iets gedaan zal worden ter opwekking van -het esthetisch gevoel der Natie en tot bewaring van den vroegeren -roem? Zoû by het aanbieden der Begrooting van een volgend jaar -ook eens aan de Kunst gedacht worden en een som daarop voorkomen, -bestemd tot bestrijding der kosten van een nieuw gebouw, dat het -besproken pakhuis zal vervangen, een gebouw, het Rijk, de Hoofdstad -waardig, maar waardig vooral de Kunsttrezoren, ter wier bewaring -het bestemd zal worden?--Op geen andere wijze toch zal Nederland -zich vrij maken uit den toestand, waarin het zich gebracht ziet, -van te moeten blozen en zwijgen by het verwijt des vreemdelings, -dat het zijn kunstschatten verwaarloost, zijn kunstroem niet telt, -en zijn groote mannen aan vergetelheid ten prooi geeft. - - - - - - - -VOLGORDE DER LEVENSSCHETSEN. - - -Frederik Hendrik. -Pieter Pieterszoon Hein. -Jacob Cats. -Johan Pieterszoon en Diederik Swelinck. -Gerardus Johannes Vossius. -Willem en Joan Blaeu. -Pieter Corneliszoon Hooft. -Laurens Reael. -Marten Harpertszoon Tromp. -Huig de Groot. -Joost van den Vondel. -Nicolaas Pieterszoon Tulp. -Witte Corneliszoon de With. -Jan Janszoon Starter. -De dochters van Roemer Visscher. -Caspar van Baerle. -Leonardus Marius. -Rembrandt van Rijn. -Jan van Galen. -Konstantijn Huygens. -Jan Adriaensz. Leeghwater. -Paulus Potter. -Jacob van Kampen. -Anna Maria Schurmans. -Jan Steen. -Jan Evertsen. -Bartholomeus van der Helst. - - - - - - - -AANTEEKENINGEN - - -[1] Vossius en Van Baerle. - -[2] Anna en Tesselschade. - -[3] "Geen Koning". - -[4] "Hoe veel te meer". - -[5] Redevoering over het Leven en de verdiensten van Rembrandt van -Rijn enz. door Dr. P. Scheltema, van Amsterdam. P. N. van Kampen. 1853. - - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of Neêrlands Roem, by J. Van Lennep - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK NEÊRLANDS ROEM *** - -***** This file should be named 44863-8.txt or 44863-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/4/4/8/6/44863/ - -Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed -Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project -Gutenberg. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License available with this file or online at - www.gutenberg.org/license. - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation information page at www.gutenberg.org - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at 809 -North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email -contact links and up to date contact information can be found at the -Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For forty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - |
