summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old')
-rw-r--r--old/44542-8.txt3482
-rw-r--r--old/44542-8.zipbin0 -> 67002 bytes
-rw-r--r--old/44542-h.zipbin0 -> 222519 bytes
-rw-r--r--old/44542-h/44542-h.htm4247
-rw-r--r--old/44542-h/images/book.pngbin0 -> 364 bytes
-rw-r--r--old/44542-h/images/card.pngbin0 -> 249 bytes
-rw-r--r--old/44542-h/images/external.pngbin0 -> 172 bytes
-rw-r--r--old/44542-h/images/frontcover.jpgbin0 -> 72266 bytes
-rw-r--r--old/44542-h/images/initial-d.pngbin0 -> 6080 bytes
-rw-r--r--old/44542-h/images/initial-n.pngbin0 -> 6244 bytes
-rw-r--r--old/44542-h/images/ornament.pngbin0 -> 3099 bytes
-rw-r--r--old/44542-h/images/titlepage.jpgbin0 -> 57935 bytes
12 files changed, 7729 insertions, 0 deletions
diff --git a/old/44542-8.txt b/old/44542-8.txt
new file mode 100644
index 0000000..f32c0bd
--- /dev/null
+++ b/old/44542-8.txt
@@ -0,0 +1,3482 @@
+The Project Gutenberg EBook of Sprotje's verder leven, by M. Scharten-Antink
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Sprotje's verder leven
+
+Author: M. Scharten-Antink
+
+Release Date: December 29, 2013 [EBook #44542]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ISO-8859-1
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE'S VERDER LEVEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+
+
+ Nederlandsche Bibliotheek
+ Onder leiding van L Simons
+
+
+ SPROTJE'S VERDER LEVEN
+
+ Vervolg op "Sprotje heeft een dienst,"
+
+
+ Door
+ M. SCHARTEN-ANTINK
+
+
+ Uitgegeven door de Maatschappij voor
+ Goede en Goedkoope Lectuur-Amsterdam
+
+
+
+
+
+
+
+I.
+
+
+De klok in het voorgevel-fronton van het Armen-ziekenhuis had
+juist twee uur geslagen: de tijd, dat dien dag de bezoekers werden
+toegelaten.
+
+Stil, met haar lange, lijdzame gezicht zijwaarts in de kussens,
+lag vrouw Plas, en wachtte.
+
+Het was bijna vier weken geleden, dat zij, na veel zwijgend verduurde
+pijnen bedlegerig geworden, en eindelijk zelfs geen voedsel meer tot
+zich kunnende nemen, naar hier werd overgebracht; 't was maagkanker,
+had ze de dokters hooren zeggen; zij wist, dat ze het niet lang meer
+maken zou, en zij wachtte nu Sien, die met den middagtrein van drieën
+voor haar uit Amersfoort zou overkomen.
+
+Ant, trouw drie maal in de week, als het bezoekuur vroeg was gesteld
+en in haar schafttijd viel, zat dat schaftuur uit aan haar bed;
+Merie mocht Dinsdags en Vrijdags een kwartier vroeger uit haar dienst
+gaan, en ook zij mankeerde nooit. Eens had zij zelfs den Zondagmiddag
+vrijaf weten te krijgen. O! zij waren hartelijk te over voor haar,
+en het was een vreugde, iedere maal, dat zij ze weer komen zag.
+
+En toch, in het voorgevoel nu van den dood, die zoo nabij was, ging
+haar grootste liefde niet uit naar die twee, maar naar de andere
+dochter, naar Sien--Sien, die eens zonder een goedendag bijna bij haar
+uit huis was getrokken, die op den avond van haar trouwen zelfs in
+onmin scheiden kon, en die zij eenmaal slechts terug zag nadien: het
+korte, koele bezoek tot afscheid, twee maanden later, toen plotseling
+het jonge huishouden de stad verliet.
+
+Ant was zoo oppassend en zoo zorgzaam, en Merie, bij haar zwakke
+gezondheid, deed ook zoo braaf haar best in haar moeilijken dienst;
+als in een verklaardheid, thans bij 't einde van haar leven, voelde
+zij dat zooveel duidelijker en afzonderlijker dan vroeger, en zij was
+er zoo dankbaar voor;--maar in de lange, vaag-wakkere nachten zag zij
+Siens appel-frissche gezicht en zij hoorde de dartele, eigenzinnige
+stem, die nooit veel liefs tegen haar gezegd had, en die haar toch
+zoo lief was. Een kwellend verlangen was dan in haar hart, juist naar
+de dochter, die haar het minst meer noodig had, en die haar het minst
+ook missen zou.... Hoe dat zoo wezen kon?
+
+Moeilijk verlegde de zieke het hoofd in de kussens; haar pluizig,
+zwart haar, in enkele maanden grauw geworden aan de slapen, ging
+ver schuil in de strakke, witte ziekenhuis-muts en dat gespannen,
+zuivere wit stond schril rond haar ingevallen, hoorn-gele gezicht,
+waarop, als een schimmig weggewischte teekening, de nu bleek-purperen
+ader-koonen voozig verglommen onder de diepgegroefde oogkassen;
+en de lange, vale zijstukken der wangen hadden vreemde schaduwen,
+alsof reeds de dood daar langs gestreken kwam. Doch haar eigenlijke
+gezicht, haar donkere oogen en haar verweerde mond, zij waren, nu
+voor een oogenblik de pijnen uitgestorven schenen, van een rust,
+die noch het wachten, noch het verlangen te onteffenen vermochten.
+
+Er lagen slechts weinig zieken in de zaal, dien tijd. Twee plaatsen
+weerszij van haar waren onbezet; verderop, in het donkerder gedeelte,
+gonsde een veelstemmig gepraat om het bed van een jonge vrouw, die
+ongesteund rechtop zat midden in haar ledikant. Nog meerdere bezoekers
+kwamen door de groote middendeur binnen en gingen allen naar dien hoek.
+
+Vrouw Plas, moeizaam, verlegde opnieuw het hoofd in de kussens,
+zag naar de andere zijde der zaal, waar de bedden alle stil waren
+of iedereen sliep; rond het laatste hingen de witte gordijnen
+dichtgesloten.
+
+Een zuster, klein en donker, kwam door de lage zijdeur, in het
+zaalverschiet, binnen; geluidloos schreed ze langs de voeteneinden der
+lange rij ijzeren ledikanten en bij elk der drie hooge nis-vensters
+gleed schuin een vleug van gouden Septemberzon over haar blauwe
+sergen kap.
+
+Toen zij dicht bij het bed van vrouw Plas was gekomen, klaagde die
+flauwtjes over het helle licht, dat haar oogen zoo vermoeide. Zonder
+gerucht liet de zuster het rieten rolgordijn zakken en ging verder.
+
+"Wel bedankt," mompelde de zieke nog. Dan, in den vredigen schemer,
+zakten de ijle, blauwig-doorschenen oogleden zachtjes neer over de
+weg-deinende, donkere bollen, en haar gedachten, zonder ontroering
+of beklag, vlotten weg langs de weinige wegen van haar afgelegde leven.
+
+Zij zag zich, kind uit een groot steenbakkersgezin, iederen morgen
+met hen allen trekken naar de steenbakkerij aan de rivier, waar zij
+in guurte en in regen en in brandende zon de steenen droeg van de
+droogschuren naar den oven en van den oven naar de schuit .... Zij
+zag zich, vele jaren later, getrouwd met Plas, een vrouw van welstand
+opeens voor haar doen, maar altijd druk in de weer toch, omdat het
+werken haar in het bloed zat. Dan de geboorten der twee kinderen,
+en, na zeven jaren, plotseling het ongeluk. En toen, de jaren door,
+zij optornend voor 't gezin, en daartusschen, ongewenscht, als een
+overmaat van zorg, de geboorte van 't derde kind, van Merietje .... Zij
+dacht aan haar drie groote dochters nu, aan Sien .. Sien, die straks
+komen zou .... Even toefde ook haar denken bij de twisterige bruiloft,
+waarvan de herinnering haar zoolang een onverteerbaar brok was geweest;
+zij dacht nu daaraan zoo onbewogen en ver af, met een vage verwondering
+alleen, en zij wist, dat alles in haar hart vergeven was en dat er
+geen veete meer bestond.
+
+Toen zij de oogen opsloeg, wachtte bij de groote middendeur de zuster,
+die aan Sien wees, welken kant zij op moest gaan.
+
+Een blijdschap en een schrik tegelijk flitsten door de zieke heen;
+'t was of haar gespannen oogen de jonge vrouw wel naar zich toe
+wilden trekken, zooals die, mooi gekleed, maar loom en zwaar, dan
+langzaam naderde.
+
+"Dag Sien," groette de moeder het eerst.
+
+"Dag moeder," zei Sien; het klonk luid en wel hartelijk, maar haar
+oogen zagen ontwijkend ter zijde.
+
+En toen zij op den kleinen stoel, die naast het bed stond, zitten
+ging, en wat bezwaarlijk tegen de achter-overe leuning aanzeeg,
+spalkte plotseling de ruime, zwart-stoffen mantel open en haar
+breed welvend lichaam van ver-zwangere vrouw kwam onverholen aan
+het licht. Een pakje, dat zij bij zich had, lei ze naast zich op het
+beddetafeltje neer.
+
+De zieke kleurde branderig over de vaal-bleeke verslondenheid van
+haar gezicht heen.
+
+"Hoeveel maanden al?" vroeg ze dringend.
+
+"'k Loop op 't laatst," zei Sien verward, als overrompeld; .... "Acht
+maanden."
+
+Zij waren nog geen half jaar getrouwd.
+
+De vrouw in het bed sloot de oogen; er kwam een beving om den
+weggeslonken mond, en, als voor zichzelf alleen, zoo zacht, zei ze:
+
+"Dat had niet magge wezen."
+
+Maar na een oogenblik keek zij weer op; zij zag, onder het kleurige van
+den gelen kapothoed en zijn roode rozen, het vreemd geworden gezicht
+met de bruinige vlekken aan de slapen, dat gezicht van reeds moeizaam
+moederschap, en waarop de smarten der geboorte als aangekondigd
+stonden; zij zag de vermagerde, aderige hand, die krampachtig in de
+zijde neep, als om een hinder daar te overwinnen.
+
+Een stil oogenspel, even, was er tusschen hen beiden. De moeder zag
+ook, hoe het felle, uitdagende blauw van vroeger als donkerder was
+geworden, dieper en inniger, en vol rust, die naar binnen leefde.
+
+"'k Wou toch nog even komme, om je te zien," zei de dochter.
+
+De vrouw in het bed knikte.
+
+En dan, half onverschillig, half vertrouwelijk, begon Sien te
+vertellen:
+
+"Hij wou me eerst niet laten gaan .... hij is bang voor wat z'n
+familie zal zeggen .... maar dat 's onzin natuurlijk .... as 't kind
+er is weten ze 't toch .... en mijn ook een zorg of ze wat zeggen ...."
+
+De zieke knikte nog eens; maar 't was of zij meer beâamde een eigen
+gedachte, dan de woorden, die zij hoorde. Er was een groote goedheid
+over haar gelaat en met de zorg van oud moederdier voor het jonge,
+vroeg ze:
+
+"Jij draagt zwaar .... net as ik in mijn tijd .... maar jij ben ook
+gezond, hè?"
+
+"O! gezond!...." zei Sien, "da's puik!.... maar 'k heb veel lasten."
+
+"En is 't ie goed voor je?" vroeg de moeder. Zij vroeg het onbevangen,
+of nooit het vertrouwen van moeder en kind tusschen hen verstoord
+was geweest, en Sien antwoordde, argloos ook:
+
+"Hij het z'n gebreken, hè?.... maar anders zoo goed as de beste
+.... 'k heb geen klagen .... en achttien gulden in de week vast ...."
+
+"Ik zal 't nie meer beleven," zei de zieke, met een plotselinge
+zwenking der gedachten, en voor het eerst kwam er iets van verlangen
+en nog hangen aan het leven in haar gelaat.
+
+Sien was opgeschrikt. "Wat zeit de dokter?" vroeg ze haastig. "Hei
+je veel pijn?"
+
+"Ze hebben 't je geschreven.... 't begin van het eind," zei de zieke;
+en verder praatte zij niet over zichzelf.
+
+Toen gaf zij nog, met dezelfde goedheid van oud, uitgeleefd moederdier
+over haar zwakke gezicht, al wat zij wist aan raad voor de aanstaande
+bevalling.
+
+Een lange wijl zaten zij zonder spreken.
+
+Dan, om wat te zeggen, vroeg Sien naar haar zusters: .... was Merie
+wel gezond?.... vree Ant nog met Busselaar?
+
+"Vrijen en niet vrijen.... zoo'n gangetje, hé?" zei de moeder met
+een vagen glimlach, waarin nog iets van haar vroegeren, goelijken
+spot kwam doorschijnen.
+
+Siens uitzicht trok gaandeweg al meer vervallen en overmoe; de bruinige
+schaduwen aan de slapen en bij den mond vertoonden zich sterker nu
+haar kleur was gezakt; er kwam een schril licht in haar oogen en een
+onnoozele trek om den even open mond.
+
+"Je kon het toch nog wel doen, die reis?" vroeg de moeder met vrees.
+
+Sien gebaarde iets van:--nou nog mooier! Dan zei ze plotseling:
+
+"'t Zal zeker een jongen zijn."
+
+Een lach brak door op 't gezicht van de zieke vrouw.
+
+"Dat dacht ik ook altijd," zei ze, "de beide keeren.. Maar met Merie
+niet meer.... die hield zich altijd koest, net als later."
+
+Ze zagen elkaar aan, de oude en de aanstaande moeder; er was een
+wereld van gelijke zonnige gedachten en van zorgen tusschen hen in.
+
+"Jij hebt het rijker dan ik het had.... jij mot een dokter
+nemen.... geen juffrouw...." zei de zieke nog.
+
+Toen ging, met het opklinken op eens van nader gekomen stemmen,
+wat luidruchtig, de groote middendeur open; een groepje bezoekers
+verliet de zaal, en tegelijkertijd, bedeesd langs hen henen, vaaltjes
+en bleek in haar grijzen regenmantel, schoof Sprotje naar binnen.
+
+Zij scheen dadelijk Sien te zien zitten, want zij aarzelde, keek
+schichtig terzij, of ze met den laatst heengaande nog weer mee
+terugkeeren wou.... Toen die de deur achter zich gesloten had, kwam
+zij, ontdaan, op het bed van haar moeder af.
+
+"Dag Merie," zei Sien ongedwongen en vriendelijk.
+
+"Dag....," zei Sprotje schuw. Dan groette zij de zieke, gaf haar een
+hand en zette zich schutterig neer op den rand van het bed. Schril en
+beschaamd gingen haar blikken naar het zwaar uitpuilende figuur der
+jonge vrouw; zij dorst er niet naar te kijken en zij kon er de oogen
+niet afhouden. Zij kreeg een hooge kleur en voelde een verlegenheid
+of zij zou gaan huilen.
+
+Sien lachte niet; Sien werd niet boos; met een groote rustigheid
+zei ze:
+
+"Je hoeft niet zoo bleu voor je zuster te zijn.... we kenne mekaar
+toch langer dan vandaag......"
+
+"Ben je goed gezond tegenwoordig?" vroeg ze achteraan.
+
+Sprotje had verrast opgekeken. Zij knikte van ja.
+
+"'k Ben van 't jaar nog geen dag thuis gebleven en m'n werk ken 'k af."
+
+"Da's mooi," zei Sien; en tegen de moeder:
+
+"Goed er uit zien is nog wat anders.... maar as ze zelf voelt, dat
+ze sterker wordt...."
+
+Sprotje nam haar zuster wat vrijmoediger op. Wat was Sien deftig
+geworden, dacht ze, net een echte juffrouw, en zoo stil in 'r
+mond--.. Maar wat zag 'r gezicht er akelig uit, en wat puilde dat
+lijf.... zou dat pijn doen?.... Sprotje voelde een aantrekking en
+een afschrik tegelijk, een angst voor iets onafwendbaars, alsof het
+haarzelve gold.
+
+Met een plots zeer klaren blik had de zieke vrouw naar Sprotje gekeken,
+zooals die daar zat in haar kalen regenmantel en met haar doffe,
+bruingrauwe hoedje op. 't Was haar, of zij nog nooit zoo goed het
+gezicht en heel het wezen van haar jongste kind had aangeschouwd,
+de smalle, vage wangen, zooals die spits toeliepen naar de kleine,
+zwakke kin, en de zachte, grijze oogen onder de bleeke brauwen;
+zij zag het plukkige, vaal-blonde haar, dat geen levenskracht scheen
+te hebben, en de onzeker verloopende lijn van strakke voorhoofd en
+kinderlijke neusje; sloom was de moeizame ronding van haar hals en van
+haar ingebogen schouders, maar de mond, flauw-roze en met drie fijne
+dwarskerfjes in de bovenlip, sloot vast opeen met een uitdrukking
+van smartelijke volharding; en in haar schoot lagen, groot en grof
+donkerrood, als dingen die niet pasten bij haar tengerte, de barstige,
+zwart-gekerfde en als gezwollen werkhanden aan de nog rauwer-roode,
+dunne, knokelige polsen.
+
+Een groot medelijden, zooals zij nog nooit voor dit kind had gevoeld,
+kwam er in het hart der zieke vrouw.
+
+Zij herinnerde zich de dunne priegelvingertjes van voorheen, zooals die
+de ringen naaiden aan de gordijnen van den behanger, en haar dunne,
+bloedlooze lippen, die zoo vaak zich sperden in een raar gelach. Zij
+voelde, dat dit kind van haar zeer misdeeld was en niet opgekweekt als
+het had behoefd; en zij voelde ook, dat niemand daar schuld aan had;
+doch het verband van die gedachten kon zij met haar zwakke hoofd niet
+rijmen, en afgetobd sloot zij de oogen.
+
+"Een kinderwagen? leg je 'm daar 's nachts ook in?" vroeg Sprotje.
+
+"Wel nee, meid," zei Sien, "d'er is een ijzeren wieg met zeegroene
+gordijnen en een kanten kleed erover; een burgemeesterskind zou er
+in kunnen slapen."
+
+"Zoo'n hooge, as t'er wel voor de winkelramen staan?.... zou 'k die
+graag 's zien!.... En hei je mooie, zachte lakentjes?.... en krijgt
+ie een kanten mutsie op?"
+
+"Da's geen mode meer," zei Sien.
+
+Toen, met een afschijn van groote vrede en gelukkigheid over haar
+gelaat, zag de zieke weer op. Hoor! nu praatten zij eensgezind over het
+nieuwe leven, dat op geboren worden stond! nu waren zij niet vijandig
+meer! Zij was zeker lang met haar gedachten afwezig geweest. En er
+was een verwondering in de vrouw, omdat plotseling het sterven haar
+niet droef of vreemd meer leek.
+
+Ook zag zij, in een nieuwe verklaring, hoe het gezicht van het
+meisje, diep-in, geleek op het gezicht van Sien, zooals die daar nu,
+vermoeid en tijdelijk afgetakeld door haren staat, naast het bed te
+vertellen zat.
+
+"Je mot zeker gauw weer weg?" vroeg ze dan, maar zonder treurigheid,
+alsof er een groote bevrediging was over haar gekomen.
+
+"'k Zou maar één trein overblijven.... omdat ik anders de familie
+niet kan passeeren...."
+
+Sien zei het benepen-verontschuldigend, trachtend te verzachten,
+en zij had gekleurd; maar de zieke vrouw knikte, dat het goed was.
+
+"As 't afloopt mot je niet weer overkomme.... voor 't kind niet, en
+voor jou niet.... maar as je man me wil helpen begraven.... 'k ken
+hem eigenlijk wel niet, maar 't is toch me schoonzoon.... en je mot
+'m wel de komplementen doen."
+
+Even werd het Sien te raar om het hart en zij beet op haar lippen om
+niet te huilen.
+
+Toen begon ze druk te vertellen van hoe het bij haar thuis was:
+zóó de voorkamer, zóó de achterkamer....
+
+De zieke luisterde vaag maar welgevallig.
+
+"En hoe zal 't kind heeten?" vroeg ze nog, bij een gaping in 't
+verhaal. Doch dadelijk knikte zij van nee en maakte een gebaar van
+maar niet te antwoorden: zij wist wel, dat zij daarin niet meegeteld
+zou worden en dat alles voor de familie van den man zou zijn. Even
+schoof er nog een verdrietige schaduw door haar oogen, en Sien,
+haastig, vertelde weer door: een keuken met een dubbel raam, en een
+gasstel met een oventje erin had ze.... in een ommezien was daar je
+eten op gaar. Boven sliepen ze, maar in de achterkamer was nou ook
+al een bed gezet, voor as ze most gaan liggen....
+
+Telkens drukte ze, met een pijnlijken trek om den mond, de
+rechterhandpalm in de zijde en hield even den adem in.
+
+De klok aan den voorgevel sloeg vijf slagen, en dadelijk daarna
+kwam de zuster:--alleen het bezoek van buiten mocht nog blijven;
+het gewone uur was verstreken, zei ze zachtzinnig.
+
+Sprotje stond dadelijk gewillig op, tot vertrekken gereed. Maar ook
+Sien was uit haar stoel overeind gekomen.--Vijf uur?.... dan most ze
+weg.... om half zes ging haar trein.... Ze liep zoo vlug niet meer....
+
+Zij aarzelde. Het was zoo vreemd. Zij kon geen afscheid nemen. Zij
+staarde naar de vrouw in bed. Dat was nu haar moeder.... daar lag
+ze.... en zij zou ze nooit weerzien. Zij werd heel wit. Zij zag,
+hoe haar moeders gezicht was weggeslonken, alsof zij zoo sterven kon.
+
+Maar vast en klaar zei de zieke nog:
+
+"Een gelukkige verlossing, kind, en een gelukkig leven verder."
+
+Een snikken brak in Sien los. Zij bukte zich, gaf een kus op de vale
+wangen, een kus op de hand, en gehaast, voorzichtig met haar zware
+lichaam, naast Sprotje, die 'r stappen inhield, ging zij de zaal af,
+keek nog om bij de deur; zij lachte schril door haar schreien heen,
+zij knikte, had een stijven handwuif,--dan waren zij weg.
+
+
+
+Toen de begrafenis was afgeloopen, en de eenige oom, die in het Kerspel
+woonde, en de schoonbroer uit Amersfoort weer waren vertrokken, zaten
+'s avonds, als versuft van al de trieste beslommering, Sprotje en
+Ant samen bij de kleine lamp aan hun keukentafel.
+
+Zij waren beiden dien dag niet naar haar werk geweest, hadden 's
+morgens in het ontvangzaaltje van het ziekenhuis gewacht tot de paar
+begrafenisgasten kwamen, hadden 's middags koffie geschonken voor de
+menschen, die in hun voorkamer zaten.
+
+Moeders broer was al tegen drieën weggegaan en de zwager een half
+uur later; maar een paar buurvrouwen waren nog tot den donker
+gebleven, vullend het ontredderde vertrek met een dompig-verwarde
+luidruchtigheid.
+
+Nu, vreemd, in de avondstilte, waren zij met hun tweeën alleen.
+
+Sprotje zag ontdaan; een doode en een begrafenis, die had zij, met
+weet, nog nooit bijgewoond; haar gedachten waren vol afschrik en
+veege ontzetting en een werkelijk verdriet drong niet tot haar door.
+
+Ant was zeer moe; zij hield het breede postuur ineengedrongen,
+de armen over de borst gekruist, of zij kleumde; soms knikte met
+hortende stootjes haar hoofd voorover en was zij een oogenblik ingedut.
+
+Maar gauw en heesch begon Sprotje dan iets te zeggen; zij wou niet,
+dat de andere sliep, wou aldoor blijven praten, om aan de dwangbeelden
+te ontkomen, die haar staken in het hoofd.
+
+En Ant schrok op, keek dwaas even rond, huiverde en overpraatte met
+haar luide stem de stilte, die ook haar benarde.
+
+Zoolang vrouw Plas in het Ziekenhuis lag, hadden zij al de avonden zoo
+bij elkaar gezeten, slaperig beiden en moe, Sprotje van het sjouwen
+in haar dienst, Ant door het dubbele werken op haar weverij en bij
+hen thuis,--wekenlang had dat geduurd, en nu was er plotseling een
+verwezenheid en een nieuwe leegte gekomen, die alleen hun eigen bange
+gedachten daar brachten, en die benauwend was te ondergaan.
+
+Beiden, bij poozen, herinnerden zich ook, wat de man van Sien
+bij het heengaan nog zeide, dien middag:--zij hadden veel met
+hun moeder overbracht, en 't zou zeker onkosten gegeven hebben
+bovendien.... 't beetje, dat er was, konden zij houden.... Sien maakte
+geen aanspraak....
+
+Uit den toon van zijn stem was wel de geringschatting te hooren geweest
+voor het erfenisje van een paar meubelstukken en wat waardeloos geraad;
+maar zij vonden het toch vriendelijk, dat hij hun liet, wat zij altijd
+gehad hadden,--en alsof er nu eensklaps iets vreemds was gekomen aan
+elk ding, en zij daarmede iets anders zouden kunnen doen, dan zij
+altijd gedaan hadden, zoo verbaasd en onderzoekend keken zij soms rond.
+
+Maar dan spraken zij ras daarover heen, om de wreede en slechte
+gedachte te verbannen.
+
+"Ja...." zei Ant eindelijk met een moedelooze afgetrokkenheid: "'t
+had zoo ook niet langer gekend, hé?.... werken en koken en dan nog m'n
+tien uren op 't fabriek.... jij ken nou eenmaal niet meer bijbrengen,
+om te helpen.... maar 't liep mijn over de kop.... net as je oom zei,
+we motten een kosthuis zoeken...."
+
+Sprotje schokte even in de schouders weg.
+
+Ant was al vaker tot dat besluit gekomen, vorige avonden van
+neerslachtigheid en tobberij; en Sprotje, in een ijlen schrik, had
+daar dan dadelijk overheen gepraat.... Een kosthuis zoeken, wonen bij
+andere, arme menschen als zijzelf, bij vreemden, dat leek haar zoo
+zwart en zoo troosteloos, dat al het grauwe van haar eigen thuis er
+plotseling bij wegviel; en zij had zich met vage mogelijkheden gepaaid,
+die zij maar vaag hield, om er het onmogelijke niet van in te zien....
+
+Nu, in de beklemmende leegheid van dezen avond, voelde zij het
+onherroepelijke: zij moesten hier weg.... zij moesten onder de
+menschen.
+
+Zij keek Ant aan met het zachte van een weerloos dier in haar kleine,
+grijze oogen en ze zei gelaten:
+
+"Ja.... een kosthuis...."
+
+"Ze is van middag pas begraven", kwam Ant verdrietig, "we moste daar
+eigenlijk nog niet over praten."
+
+Maar even later, in de zeurige dofheid van haar afgetobd, heet hoofd,
+ging zij toch op dezelfde gedachte door:
+
+--De moeder van Eiltje, die nam kommesalen, maar 't was er zoo'n
+herrie, negen kinders over de vloer.... en de menschen van Mastenbroek,
+maar daar leien ook kerels van 't spoor in de kost.... misschien was
+'t bij Westerweel nog het beste....
+
+"En de meubels, die motte we wel verkoope," zei ze dan mistroostig.
+
+"Verkoope....?" duizelde Sprotje.
+
+Bij verbijsterende vlagen kwam al de naakte naarheid door haar
+denken gejaagd.
+
+"Maar de latafel toch niet....!" schrok ze opnieuw.
+
+"En een kosthuis, hoe mot ik dat betalen...." klaagde ze nog flauwtjes
+op de eerste overdenking door: "ze vragen wel een daalder in de
+week...."
+
+"Jij zou de latafel kenne houen, as je daar zoo op gesteld ben," zei
+Ant goedig; "veel dienstmeissies brengen een kassie mee, hè?.... as
+jij later 'ns voor dag en nacht gaat.... En ik neem dan weer wat
+anders...."
+
+"Ik zou de potkachel kenne nemen," zei ze even later, alsof het een
+plotselinge vondst van haar was.
+
+"Waarom de potkachel?" vroeg Sprotje verbaasd.
+
+Maar onderdoor die verbazing was er eensklaps een schrille vreugde in
+haar hart geschoten. De latafel! .... of zij dan nog ooit 'ns, als een
+deftige dienstmeid, met 'n kassie bij 'r menschen zou komme....! Of
+dat nog 'ns mogelijk zou zijn!
+
+Met een matter belangstelling vroeg ze nog eens: "Wat zou jij met de
+potkachel doen?"
+
+Doch Ant zweeg, gaf geen naderen uitleg over die keuze.
+
+Zij zaten stil; zij keken verward, als betrapt voor zich neer....
+
+Zij waren plots weer bij de niet te gelooven werkelijkheid terug:
+hun moeder was dood, was begraven vandaag.... Ant streek verscheidene
+malen met de hand over de oogen.
+
+Na een poos zag Sprotje haar zitten, met het zorgelijk getrokken
+voorhoofd en den ouwelijken rimpelmond, zooals zij wel vaker te
+kniezen zat, den laatsten tijd.
+
+Ant dacht aan Busselaar, aan haar beurtschipper. De vorige maand had
+hij een bezoek overgeslagen; gister was het zijn dag geweest en hij
+had zich niet vertoond.... maar soms kwam hij er twee, drie later
+dan zijn tijd was.... Wat die man toch in zijn schild voerde!.... Zij
+brak zich daar vaak het hoofd mee.
+
+"'t Zal om de begrafenis zijn, dat ie niet gekommen is", zei Sprotje,
+radend in een goeiïgheid van willen troosten.
+
+De andere knikte.
+
+Wat later, hulpeloos, spraken zij af, dat Ant den volgenden morgen,--'t
+was dan juist Zaterdag--de huur van hun huisje zou opzeggen; en Zondag
+zou ze werk maken van een kosthuis; ze moest ook bij de uitdragers
+langs voor den verkoop van hun boeltje......
+
+Dan zwegen zij weer beiden, vervaard voor zooveel moeilijkheden.
+
+Door de stilte van den avond streek, als een eindelooze zucht uit de
+wijde eenzaamheid der weilanden, het geruisch van een trein op den
+verren spoordijk; uit de Hanekamp tikkelde telkens, zenuwachtig, het
+knikkergeluid der biljardballen; en daar doorheen botste soms een doffe
+plomp-klots in de zakken, of flitste het helle ketsen van een queue.
+
+Ant, met een ruk, stond op van haar stoel, draaide de lamp hooger,
+die gezakt was, ging dralende weer zitten.
+
+"De arme stakkerd", zei ze.
+
+"Ja", kwam Sprotje zacht; zij werd op eenmaal heel lauw en dacht aan
+haar moeder; haar wrange keel wrong omhoog en tranen drongen in haar
+oogen; even huilde zij en trachtte te bidden, maar haar leege bidden
+werd verschroeid door haar warrig heete gedachten.
+
+"Kom meid", hoorde ze Ant zeggen, die de hand op 'r schouder lei. De
+oogen vol tranen, haar denken dood-gebrand, staarde Sprotje wezenloos
+voor zich uit, liet zich door die warmte opbeuren.
+
+Zij zag vlekkerig rood, en rechtte haar pijnlijken rug.
+
+Ant, de ellebogen op tafel, de kin in de handpalmen, staarde blind
+in de lampevlam.
+
+Zoo zaten zij een langen tijd.
+
+Zij verlangden beiden naar bed; zij gingen niet; er was iets stuk
+diep in hun hoofden, er stak iets, er schrijnde iets en zij talmden
+bij elkaar in den schijn van het lamplicht, dat nog troostte.
+
+Dan begonnen zij, dof en nuchter van afgematheid, nog eenmaal over
+ieders aandeel in de meubelstukken.--De latafel en het potkacheltje,
+dat ging niet gelijk-op, vond Sprotje, die slapjes weer kwam
+bijgeleefd.--Maar ze nam haar eigen bed ook mee, zei Ant;.... als
+Merie dat van Sien wou?
+
+--.... Nee.... zei Sprotje, rillerig.... in een betrekking kon je
+daar toch niet mee ankomme.
+
+Maar dan herinnerde zij zich plotseling de vriesnachten, op haar
+veldbedje onder het dak, bij juffrouw Jonkers.
+
+--Eén wollen deken kon je misschien in je kastje wel meebrengen,
+aarzelde ze.... voor as je eens kouwelijker was, dan de menschen
+dachten....
+
+Plots schrokken zij beiden; een felle fluitstoot, als een schrei,
+kwam over het land gekreschen. Ant zag, hoe Sprotje schril wegtrok
+om den neus.
+
+"'t Is de trein van tienen", zei ze, "we motte naar bed".
+
+Maar geen van beiden roerde zich om op te staan. Uit den Hanekamp klonk
+nog een laatste getikkel der biljardballen; gelach en stemmen-lawaai
+van menschen die uiteengaan, galmde over en zweeg. Een nieuwe stilte
+viel er over 't land.
+
+"We motte Sien een gedachtenis geven", zei Sprotje opeens met een
+vreemd wakker hoofd.
+
+En zij keek onbestemd rond naar wat daartoe dienst kon doen.
+
+Doch Ant zei bitter:
+
+"As ze niet zoo'n verdriet van Sien had gehad, zou ze der zoo gauw
+niet uit zijn geweest.... ze het na de bruiloft geen gezond oogenblik
+meer gehad.... En nou weer zóó bij moeder te komme.... daar zal de
+ziel ook nog wel...."
+
+Sprotje dacht aan het afscheid, dien middag in het ziekenhuis; ze
+zag weer het uitgeleefde, trouwe gezicht; ze hoorde die zwakke stem
+vol sterke liefde: "een gelukkige verlossing, kind, en een gelukkig
+leven verder...."
+
+"Moeder was toch...." wou ze beverig gaan zeggen, maar door het
+geluid van haar eigen woorden brak ze plotseling in een zenuwachtig
+snikken uit.
+
+Om half elf zaten ze nog op. Ant stelde voor, samen in de bedstee
+te slapen, die nu al twee maanden ongebruikt was geweest, doch dat
+deden zij niet.
+
+'t Was over elven, eer zij dicht achter elkaar aan, met het olielampje,
+de ladder opklommen naar hun slaapplaatsen op zolder.
+
+
+
+De eerste dagen der volgende week raakte Ant met een kosthuis klaar. 't
+Was bij Diepelink dat ze kwamen. Zijzelf moest twee-vijftig kostgeld
+geven en tien stuivers kamerhuur, en omdat zij een stel eigen bedgoed
+meebrachten, kon Marie voor niets de kamer deelen. Marie had alleen
+middageten noodig, kreeg boterhammen in 'r dienst, Marie namen ze
+voor vierentwintig stuivers in de week erbij.... 't Was een prikje,
+dat moest Ant toegeven.... Maar met een bekommerd hart kwam zij dien
+avond Sprotje den uitslag vertellen.
+
+Sprotje, die in 't vage al zooveel getobd had, schrok toch nog heftig
+voor de daadwerkelijkheid van het bedrag. Zij verdiende tachtig centen
+in de week. Acht stuivers te kort. En 'r kleeren! En de ziekenbus,
+waarvoor zij zelf nu zorgen moest!
+
+"'k Zal je wel helpen, as 't mot," zei Ant aarzelend. Sprotje knikte
+flauw door haar tranen heen. Ant was op den penning geworden sinds
+haar verkeering met Busselaar, dat wist ze wel; en voor háár zou
+'t leven ook duurder zijn dan hier aan het Dijkje.
+
+"En de erfenis," troostte Ant weer.
+
+Sprotje knikte nog eens, overtuigder: "Ja, de erfenis ...."
+
+Vierentwintig gulden, in een ronde som, had de uitdrager voor hun
+boedeltje beloofd. Van haar aandeel, rekende Sprotje uit, kon ze een
+half jaar het ontbrekende bijpassen.... Maar dan was het ook op .... En
+dan?.... Als ze voor dien tijd eens geen vollen dienst vond!.... Met
+wondende stooten herinnerde zij zich al haar vergeefsche tochten,
+een anderhalf jaar geleden, de afschuwelijke en vernederende tochten,
+als zij met haar doodmoede lichaam telkens weer andere, vreemde
+gangen door en trappen opsleepte, en na vijf minuten, die haar toch
+een eeuwigheid schenen, alweer buiten stond, met alwéér in haar ooren
+de onverschillige terugwijzing of het geveinsd-vriendelijke afschepen
+van wel-nader-laten-hooren, dat haar nog smadelijker leek.
+
+Dagen lang, onder haar werken, onder het gaan naar haar dienst, onder
+het gaan weer naar huis, en de avonden, en de nachten, als zij den
+slaap maar niet vatten kon, maalde zij over die acht stuivers tekort en
+over de twaalf gulden van de erfenis, die zij, acht stuivers bij acht
+stuivers, zou moeten uitgeven, zonder dat één stuiver ooit waarlijk
+van haar was geweest.
+
+En onder dien angst en dat tergende tellen, begon, knagender met den
+dag, het verdriet in haar op te komen over den dood van haar moeder
+.... Als zij 't haar moeder nog maar eens vragen kon .... zij overzag
+nu zoo goed, hoe die eerst onvrindelijk zou zijn en smalen op haar
+stumperigheid, en dan toch helpen op het eind.
+
+Soms dacht zij ook: Waarom was zij, met haar zwakke lichaam, maar
+niet liever dood gegaan, in plaats van haar moeder, die altijd een
+flink mensch was geweest!
+
+Op het eind van de week, ziek van al het tobben, vroeg ze een onderhoud
+met haar Mevrouw.
+
+--Het was goed .... om vier uur kon ze op het balcon komen ....
+
+Sprotje had plots een brandende spijt van maar niet dadelijk, op
+den man af, te hebben gevraagd wat ze vragen wou,--nu liep zij nog
+den ganschen dag met haar nieuwen angst rond. Maar zij dorst al
+sinds lang zoo brutaal niet meer te zijn, als ze wel geweest was;
+de laatste maanden hadden haar murw gemaakt ....
+
+Om lang over vieren tikte zij.
+
+"Binnen," riep Mevrouw ongeduldig.
+
+Die zat in een roodgeverfden, rieten stoel aan het balconhek. Haar
+bolle, witte kuif stond gedegen boven haar sterke, donkere gezicht;
+alleen de ontevreden-klaaglijke mondhoeken zeiden iets van zich
+ongezond voelen of niet lekker zijn.... Sprotje meende vaak gemerkt
+te hebben, den laatsten tijd, dat Mevrouw zich verbeeldde aan dezelfde
+kwaal te lijden als haar moeder ....
+
+Naast haar stond de juffrouw, kleiner en smal en bleek, en als
+altijd in een groengrijzige tint van kleeren, die haar nog bleeker
+maakte. Boven haar betrokken gezicht met de fletse oogen en de wijde
+neusgaten viel het zwarte haar zwaar uiteen en van achter was het
+strak opgekamd van den gelig uitgeholden nek. Voor de juffrouw was
+Sprotje nog banger dan voor Mevrouw. Zij had er niet op gerekend,
+dat die thuis zou zijn. In een nieuwe bedremmeldheid bleef zij staan.
+
+"Nou, Marie ...." zei Mevrouw. En toen Sprotje nog zweeg: "Je wou
+toch niet komen vragen, hoop ik, of je nou voor dag en nacht zou
+kunnen dienen? Ik begrijp wel, bij je thuis zal er veel veranderen...."
+
+En dan plotseling heftig-afwerend, alsof men haar beleedigd had:
+"Daar kan niets van inkomen .... ik hou van mijn vrijheid 's avonds
+.... 'k heb ook geen ruimte ...."
+
+"Het leege kamertje boven heb ik noodig voor mijn boeken," zei de
+juffrouw minzaam uit de hoogte.
+
+"'k Wou vragen, Mevrouw," zei Sprotje met een ijle, trillende stem, "of
+U mij niet als vroeger op achttien stuivers in de week kon brengen."
+
+Mevrouw keek verbaasd, dan gebelgd, dan spottend.
+
+"Je werkt minder dan vroeger," zei ze .... "al sinds een week ligt
+er verstelgoed te wachten in de keuken .... je zou de fijne servetten
+uitwasschen .... die hangen nog vuil boven ...."
+
+Maar de juffrouw, met een onverschillig gezicht, had iets gemompeld
+van: och .... enfin .... Marie was al zoo lang bij hen ....
+
+"'k Heb je zóóveel faciliteiten gegeven in de laatste maanden," morde
+Mevrouw nog hoogmoedig tegen; "telkens een kwartier vroeger weg,
+tweemaal een Zondagmiddag vrij, verleden week een heelen dag ...."
+
+"Waarom wou je eigenlijk opslag hebben?" vroeg zij dan argwanend.
+
+"'k Mot een kosthuis nemen .... ze vragen een-twintig in de week
+....dat kan 'k niet betalen," zei Sprotje gewurgd.
+
+De gezichten van moeder en dochter, plots, hadden een spitsing van
+aandacht, een uitdrukking van misnoegen daarna ....
+
+"Als je vierentwintig stuiver moet betalen en je verdient er
+hier achttien, dan kom je er toch nog zes te kort .... hoe wou je
+daarmee?" vroeg Mevrouw onaangenaam.
+
+Sprotje stamelde iets van: de meubels .... de erfenis .... Ze zei
+het zoo verward, dat zij voelde niet geloofd te worden.
+
+Mevrouw en de juffrouw hadden elkaar aangekeken; in hun blikken was een
+wisseling van raadvraging en waarschuwenden drang. Sprotje kreeg een
+hooge kleur; haar handpalmen werden koud en nat; zij had zooveel van
+achterdocht in dezen dienst geleerd .... zij wist, dat men dacht: zes
+stuivers iedere week te kort,--die zal ook haar slag slaan als ze kan!
+
+Sprotje had het laatste jaar geen cent oneerlijk meer genomen, maar
+met een duizelige schaamte herinnerde zij zich plots hare kleine
+bedriegerijen van den winter daarvoor .... Zij voelde zich daar staan,
+alsof al haar gedachten en al haar daden zóó naakt aan het licht waren.
+
+En alweer praatte, met een scherpte, die sneed door haar hersens,
+de stem van Mevrouw:
+
+"Stel, dat ik je op achttien stuivers bracht .... hooger gaan doe ik
+in geen geval.... dan zou jij toch nog niet geholpen zijn ...."
+
+Er was een oogenblik van moeilijke stilte.
+
+"Nee ....," stootte Sprotje heesch uit.
+
+"Enfin ....," besloot ongedurig Mevrouw Verscheer, "'t is nog zoo
+kort geleden met je moeder, hè ....? we zullen nog eens zien .... ik
+zal nog eens zien .... 'k zal er over denken."
+
+Maar de juffrouw had kribbig met de schouders geschokt, knikte dan
+verholen-dringend van nee.
+
+Mevrouw zag haar vragend aan, even nog besluiteloos.
+
+En plotseling, onwillig, zei ze:
+
+"Ja, eigenlijk wil ik ook liever geen dienstmeisje houden, dat niet
+het noodige bij mij verdienen kan .... Ik wil je niet haasten,
+maar als het staat zooals je zegt, moet je toch liever naar iets
+anders uitzien. Laten wij 't op half November houden .... met de zes
+weken ...."
+
+Toen, op haar lijfspreukelijken toon, begon zij nog een klein relaas
+over het voordeel van een vollen dienst voor grootere meisjes: meer
+gevoel van verantwoordelijkheid, meer opgaan in het werk .... meer
+gehechtheid en trouw aan de meesters .... Sprotje knikte star; een
+jachtige bleekheid trok haar gezichtje saam, en haastig ging zij heen.
+
+
+
+Den Zondag daarop, 's middags na vieren--wat met hun werk het beste
+uitkwam--waren Sprotje en Ant verhuisd naar hun zolder-achterkamer aan
+de Vliet, bij Diepelink. Het was een laag en niet ruim, maar proper
+vertrek. Aan den eenen zijwand lag het meegebrachte kermisbed gespreid,
+aan den anderen kant van het kapvenster stond het geel houten ledikant,
+dat voor Ant was bestemd, en waarin Sprotje slapen zou.
+
+"'k Hou m'n eigen spullen," had Ant beslist.
+
+Er stonden verder alleen maar een tafeltje met waschgerei en twee
+stoelen en een oude kist; doch aan den kaligen achtermuur pronkte,
+mooi glimmend in zijn donkerbruin hout, met de koperen sleutelgaten en
+trekkers, Sprotjes ladekast. De potkachel van Ant, zijn twee korte
+pijpstompjes in elkaar gestoken er boven op, school met hun oude
+strijkplank in den hoek.
+
+Onwennig naast elkaar op den rand van het ledikant, zaten de twee. Ze
+keken elkaar aan met oogen, die vroegen, wat ze toch begonnen waren,
+en hoe zij het leven hier uit zouden houden, hier in dit vreemde
+vertrek, waar wat dingen waren zonder verband, en waar zij zitten
+konden op die twee stoelen, maar niet aan een tafel.
+
+Onder het raam, als de have van landverhuizers, bolden de twee
+rood-bonte kussentijken, waarin zij hun kleeren hadden meegebracht.
+
+Werktuigelijk ging Sprotje háár zak losbinden, haalde een paar stukken
+er uit, borg die in een schuif van de ladetafel.
+
+Ant zei: "Hadden we de keukenlamp maar gehouden."
+
+Zij stond op, verschikte de pijp-eindjes op het kacheldeksel, keek
+er na, hoe die aan één kant gedeukt waren bij het overbrengen.
+
+Voor de uitgetrokken lade op haar knieën liggend, was Sprotje
+heimelijk te huilen aangevangen. De dompe angst, die haar bezat sinds
+het onderhoud met haar Mevrouw, die werd in dit trieste uur verdoofd
+door de nog nijpender pijn van haar verlangen naar hun huisje, dat
+zij daareven verlaten hadden. Er was een knagend heimwee in haar hart
+naar hun stille, donkere keuken, naar het plaatsje, waar je zoo wijd
+over de weilanden zag, naar het plekje bij het voorkamer-raam met
+den leunstoel, die nu verkocht was, en de zeildoektafel ook .... De
+strijkplank, met vervuilde lappen erom, stond daar in den hoek,
+verlaten, zonder zin .... nooit meer zou haar moeder, bedrijvig
+tusschen het versche strijkgoed, er achter staan .... haar moeder,
+haar moéder, die zij zoo weinig gemist had, toen ze ziek werd,
+die ze vroeger zoo weinig had lief gehad! Nu herinnerde zij zich,
+als gloed-doorschenen droomen, de middagen, dat zij samen thuis
+waren, en, het werk gedaan, vóór in den schemer te praten zaten,
+of achter, in den rooden schijn van het stervend kolenvuur .... zij
+zag de verweerde hand, die haar het kommetje overreikte, zij zag
+de gebogen gestalte, zooals die, de armen gesteund op de knieën,
+dan zelve boven haar dampende koffie zat.. zij zag de stille bruine
+oogen, die tuurden.. En dat dit nu nooit meer terug kon komen, en
+dat die keuken niet meer bestond, dat daar aan het Dijkje nu een
+paar kale hokjes waren met niets van haar moeder meer erin .... En
+nu was zij hier in deze vreemde kamer, met Ant .... Ant bleef het
+eenige, dat haar eigen was, maar 't leek haar of die hier dezelfde
+Ant niet meer was, of Ant plots veel losser van haar was geworden,
+dan vroeger. Haar moeder, die was de band tusschen hen geweest,
+die was ook het vaste àchter haar geweest, dat haar dekte tegen de
+menschen, en nu stonden zij ieder alleen, Ant alleen, en zij alleen,
+en aan elkaar zouden zij maar zoo luttel steun hebben, en tegen de
+wereld had zij geen beschutting meer.
+
+De heete, wreede tranen al bitterder te borrelen aanvingen. Toen
+Sprotje plots voelde, dat achter haar Ant ook op het punt stond te
+gaan huilen, droogde zij schielijk haar oogen, kwam beschaamd overeind
+en ging voor het raam naar buiten kijken. Zij merkte nauwlijks wat
+zij zag.
+
+Als zij wat later naar haar zuster dorst omzien, zat die in een botte
+bedruktheid, als een hond, die zich op een vreemd erf weet ingesloten
+en geen uitweg meer ziet.
+
+Geen van beiden dachten zij eraan, eenige eigen schikking te maken
+in de ruimte, die nu voor een maand althans de hunne was. Eindelijk
+ging Ant haar kleeren bergen in de kist; Sprotje hurkte weer voor
+haar ladekast.
+
+En plotseling luidde er, kordaat, een tikje tegen de kamerdeur. Sprotje
+schrok op, ging kijken. In het zolder-portaaltje stond een jong meisje,
+zoo groot als Sprotje zelf; het was een meisje met een aardig, blozend
+gezicht en krullend, roodblond haar; zij had groote, vrijmoedige
+blauwe oogen en zij keek daar Sprotje zoo goedwillig mee aan, dat
+het die plotseling heel wonderlijk te moede werd.
+
+Het meisje zei:
+
+"De boterhammen zijn nog niet klaar, maar de kommesale kenne bij ons
+altijd benêe komme, as ze der plezier in hebbe...."
+
+Sprotje keek verrast. Zij kende nog niemand uit het huishouden, en
+over dit meisje had Ant haar nauwelijks gesproken. Wat die een lieve
+stem had! en wat een vriendelijke oogen!--
+
+--Dus ze gingen met haar mee .... ?--vroeg het meisje nog eens.
+
+Sprotje knikte van ja, keek dan Ant aan. Ant stond op. Gedwee volgden
+zij beiden het montere meisje naar beneden.
+
+Zij moesten omzichtig loopen langs de vreemde trap, die middenin een
+scheeve kromming maakte, waarbij men de voeten niet dan dwars kon
+zetten op de smalle treden.
+
+Het meisje, dat in een ommezien onder was, zei:
+
+"O! de trap zal wel wenne ...."
+
+"En wij ook ....!" lachte zij.
+
+Het was Sprotje op eenmaal of, bij dat heldere lachen, haar eigen
+ellende lichter werd en zachtjes afliet van haar hart.
+
+Bijna welgemoed kwam ze de keuken binnen.
+
+Daar, in den al schemerigen avondstond, zaten twee oude vrouwen
+weerszij de tafel. Dat waren de grootmoeder en tante Bartje.
+
+Sprotje keek gespannen-nieuwsgierig. Zij had bloo goeden dag geknikt
+en niets gezegd.
+
+De twee oude vrouwen, de grootmoeder met haar blanke kornet op,
+breed en weldoorvoed en rustig van gebaren, maar met rappe, gewikste
+bakers-oogjes, en tante Bartje, mager, slokjes, druk, en kippig
+knipperend, omdat zij zich half blind keek op het fijne naaiwerk,
+dat zij nog dagelijks afleverde,--de twee oude vrouwen, ieder in een
+laaggerugden boerenarmstoel, dien de grootmoeder heelemaal vulde,
+en tante Bartje maar half, waren stilbedrijvig in de weer voor het
+avondmaal.
+
+Tante Bartje sneed de boterhammen tegen een doek op haar buik, en de
+grootmoeder smeerde.
+
+Het meisje met het roode krulhaar, dat Hilletje bleek te heeten,
+zorgde voor de koffie.
+
+Moeder Diepelink zelf was er op uit.
+
+Sprotje voelde, dat zij keek, maar zij kon het niet laten. Zij vond
+die twee oude vrouwen zoo eerbiedwaardig en zoo vertrouwd; zij had
+dadelijk begrepen, wie van de twee de baker was; die vond zij de
+deftigste. Maar tante Bartje leek haar liever, en het liefste vond
+zij Hilletje, die maar stil liep te zingen en een gezicht trok of ze
+altoos plezier in 'r leven had.
+
+Het was een huishouden van drie vrouwen, dat van de Diepelinks:
+de grootmoeder, de moeder en het dochtertje. De grootmoeder hád
+gebakerd, de moeder bakerde nog; de oude en de jonge vrouw Diepelink
+heetten ze in de bakerdiensten, al was de jonge zoo jong niet meer,
+een goede vijftig, en sinds jaren reeds weduwe zelf. En als moeder
+Diepelink aan het bakeren was, kwam grootmoeder Diepelink's zuster,
+die op een hofje woonde, zoolang tot hulp in huis; de grootmoeder was
+wat zwaar ter been geworden, bukken of tillen, dat ging zoo niet meer
+.... en Hilletje was den dag door op de kleermakerij van Werst.
+
+-- Wat was het hier gezellig in die keuken, dacht Sprotje, en wat
+rook de koffie, die zij zetten, lekker.
+
+Ze was blij, dat zij in dit huis terecht waren gekomen. Toch dorst
+zij nog bijna niets te zeggen.
+
+Ant, met haar wat stugge vrijpostigheid, had zich dadelijk, zonder
+veel praatjes, op haar gemak gezet, zei eens wat, of zweeg, en deed
+of ze al heelemaal thuis was. De twee oude vrouwen gedroegen zich
+ook kalm-bekend tegen háár; zij waren vriendelijk; zij vonden het
+blijkbaar een geschikte kostgangster.
+
+Maar Sprotje kende niemand. Sprotje, met haar bleeke en schuw-glurende
+gezicht, werd terdege opgenomen, en men had kennelijk met haar vrij
+wat minder op dan met Ant.
+
+Toen zij, tegen het eind van het boterham-eten, met haar ouwelijke
+wijsneuzigheid, en nuffiger sprekend dan ze anders deed, omdat ze
+zoo verlegen was, vroeg: hoeveel jaar de grootmoeder wel gebakerd
+had,--antwoordde die als terloops en snibbig: "zeker meer jaren dan
+jij er oud ben."
+
+Dat bracht Sprotje nog meer van haar stuk.
+
+Een tijdje later bleek uit de gesprekken, dat tante Bartje, op haar
+hofje, nog altijd den naam had, het fijnste klein-kindergoed van de
+heele stad te naaien. Toen voelde zij op eenmaal een groote vereering
+voor tante Bartje. Zij had graag meer willen vragen, maar dorst toch
+niet, en zij deed maar haar best in het algemeen gepraat kleine,
+belangstellende dingen mee te zeggen, die echter niemand oplette.
+
+Toch vond Sprotje het zoo samen zitten in de schemerige keuken, en
+later bij de groote, heldere petroleumlamp, eer prettig dan naar, en
+zonder de zwarte zorgen over het geld en over een dienst, zou zij zich
+al heel wat getroost hebben gevoeld. Het heerlijkst vond ze, dat, een
+enkele maal, Hilletje afzonderlijk iets tot haar zei. Dan kleurde ze,
+lachte, en zocht gauw iets even vriendelijks om terug te kunnen zeggen.
+
+Maar tegen het eind van den avond ontstond er plots een klein geschil,
+dat vele dagen daarna nog herhaaldelijk een aanleiding tot stekeligheid
+zou blijven aan de maaltijden: de oude vrouwen waren niet tevreden
+met de verdeeling der twee slaapgelegenheden tusschen Ant en Marie.
+
+--De oudste zuster hoorde in het ledikant te liggen, en de jongste
+op den grond, niet andersom ....
+
+'t Was de baker vooral, die haar meening zei met een onverholen
+afkeuring voor de aanmatiging van Marie en de toegefelijkheid van Ant.
+
+--Wie betaalde de kamerhuur? en wie bracht beddegoed mee? De oudste
+toch? Gaf dat dan de jongste recht om het beste te nemen?
+
+--Ja, dat vond tante Bartje ook.
+
+--In háár tijd zou dat anders geweest zijn, begon de grootmoeder
+opnieuw, .... dan hield zij zich in, bedacht dat zij tegen een meisje
+sprak, dat nog zoo pas haar moeder verloren had ....
+
+Maar die bangschieterige wijsneuzigheid kon ze anders niet luchten,
+en haar kribbigheid werd weer sterker dan haar goede wil.
+
+Sprotje moest al 'r best doen om haar tranen in te houden.
+
+"Kom ...." zei Ant, "'k slaap goed zooals ik slaap .... 'k heb m'n
+heele leven geen ledikant gehad...."
+
+Maar Sprotje werd tot de bekentenis gebracht, dat zij thuis ook op
+den grond lag .... Met een vernederende manier om over de schuldig
+bevondene heen te praten, doorplozen de grootmoeder en tante Bartje,
+spaarzaam van woorden, maar met veelbeteekenende gezichten, het
+geval,--tot Hilletje op eens, rood-boos wordend, kattig uitviel:
+
+"Da' ledekant zou ommers toch te klein zijn voor een groote as Ant
+.... Merie ken der maar net in ...."
+
+Toen Sprotje zich zoo verdedigd voelde, had zij nog meer moeite,
+haar tranen te bedwingen, maar zij was Hilletje toch heel dankbaar,
+al begreep zij niet, waarom die zoo haar partij koos.
+
+Boven, alleen met Ant, stelde zij voor nog van slaapplaats te
+verwisselen. Maar Ant deed onverschillig:--ze had het al gezegd
+.... zij lei waar ze lei .... en ze had maling aan die oude wijven ....
+
+--Gek! .... hoe kwam het toch, dacht Sprotje, dat Ant tegenwoordig
+zoo vaak praten kon, als Sien vroeger deed?
+
+Zij vond het liggen op de gladde matras, tusschen de keurige geelhouten
+beschotjes zoo heerlijk, dat ze de volgende dagen niet meer repte
+van veranderen. En dank zij die voor haar ongewoon goede ligging,
+sliep zij nu veel rustiger en lieten haar 's nachts ten minste de
+zorgen respijt. Driemaal droomde zij van Hilletje. Eens droomde
+zij ook van Juffrouw Jonkers. Maar in haar droom, zooals dat gaat,
+had zij Hilletje en Juffrouw Jonkers verward; zij zat met de eene
+in de keuken van Diepelink en het bleek de andere te zijn. Dat was
+een vreemde ervaring, toen zij wakker werd, en zij moest er dien dag
+telkens over denken.
+
+Zij moest hoe langer hoe váker aan Hilletje denken, als zij niet
+bij haar was; en het maakte haar iedere maal gelukkiger, wanneer,
+tegen een bedekte bemerking der oude vrouwen in, de dan plotseling
+bits-bijdehande stem van het roodharige meisje tot haar verdediging
+uitviel.
+
+Sprotje begreep toen al wel, dat het kittige Hilletje haar grootmoeder
+en oudtante niet zoo bijster goed gezind was, en het plezieriger
+vond als haar meer gulhartige en pretmakende moeder het huishouden
+deed,--doch haar dankbaarheid was daar niets minder om. Zij bezon zich
+ook verscheidene malen, of zij aan Hilletje niet haar nood zou klagen,
+vragen of die geen dienst voor haar wist .... maar dan leek het haar
+plots of juist Hilletje de laatste was, bij wie ze met die zwarigheden
+moest aankomen, en zij kropte al de angsten op in haar hart.
+
+Zij had zich, die dagen, weer in twee diensten aangemeld; de eene was
+gebleken in een smederij te zijn; de juffrouw had goedig maar heel
+bezwaarlijk gedaan .... Nee, ze zocht toch eigenlijk een ouder meisje,
+was haar besluit geweest. Het tweede dienstje was bij een juffrouw
+met een lange kanten muts op en gouden krullen aan haar slapen;
+die gaf twaalf stuivers in de week en de volle kost; zij moest er
+den volgenden dag terug komen, maar toen was de juffrouw voorzien.
+
+De tweede Zondag, dat Sprotje bij Diepelink was, werd een heuglijke
+dag voor haar.
+
+Den avond te voren had Hilletje gevraagd:
+
+"Hoe laat ben jij morgen vrij? .... dan kom ik je halen."
+
+"Waarom?" verbaasde zich Sprotje.
+
+"Om te gaan wandelen," zei Hilletje .... "wat is daar voor geks aan?"
+
+Met een glansvol hartje had Marie dien avond in bed wakker gelegen;
+en den volgenden morgen, pas in haar dienst, moest zij het aan haar
+Mevrouw vertellen, tegen wie zij, deze weken, uit zichzelve nog niet
+weer gesproken had:
+
+"Vanmiddag komt me vrindin me afhalen .... om te gaan wandelen!"
+
+Sprotje had nog nooit een vriendin gehad.
+
+In een plotselinge oplaaiing van gevoel was zij vol van de liefste
+gedachten over het meisje, dat haar zoo goedgezind bleek. Met een bijna
+pijndoende teederheid dacht zij aan Hilletjes gezicht, aan haar handen,
+haar stem, en tegelijkertijd was er angst in haar hoofd, dat zij niet
+vroolijk en niet aardig genoeg zou wezen op zulk een wandeling, bezon
+zij zich op verhalen en grapjes, die de andere zouden kunnen vermaken.
+
+Met een popelend hart wachtte Sprotje dien Zondagmiddag den klokkeslag
+van vier.
+
+Arm in arm, als twee verknochte vriendinnen, wandelden Hilletje en zij
+den Waterveldschen weg af.... het eenige, wat Sprotje de heerlijkheid
+van dat uur even verduisterde, was, dat zij zichzelf in haar onfraaie
+kleeren en met haar mutsje, niet waardig vond, zoo gelijk-op te loopen
+naast Hilletje, die een mooie korenblauwe japon droeg, en een hoed
+met twee trossen seringen, zóó prachtig, dat ze echt leken.
+
+Het was een zacht-warme dag in het begin van October. Zij wandelden
+langs den Singel, en zaten daar. Op het breede bleekblauwe water
+wiegde her en der het warm goudbruin der saamgevlotte najaarsbladen,
+en door de ijle, gelende boomen zag de hemel teer glanzig en strak,
+als van zachte zijde.
+
+De meisjes zaten dicht naast-een op de bank, die zoel aanvoelde van
+de middag-lange zonnekoestering; zij ondervonden vaag het zomersche
+herfstuur en spraken weinig.
+
+Soms lachte Hilletje plots in een giechertje zacht-luid op en begon
+een verhaal. Sprotje luisterde met een verre aandacht vol gelukkigheid.
+
+Zij dacht, dat zij nog nooit zoo gelukkig was geweest als dezen middag.
+
+Diep in haar hoofd was nog wel de onrust van iederen dag, maar zij
+vergat die bij lange poozen en een uitkomst leek haar zekerder.
+
+En de gansche week daarop, in den weerglans dier schoone uren, deed
+zij luchter en beter haar werk.
+
+Eenmaal, een avond, ging zij ook met Hilletje mee boodschappen doen,
+de stad in, doch dat was zoo heerlijk niet, want zij was te moe van
+den dag in haar dienst.
+
+Langzamerhand waren de twee oude vrouwen, grootmoeder Diepelink
+en tante Bartje, beter jegens haar gezind geraakt. Zij wisten nu
+wel, dat Marie zwak was, en dat die niet uit luiheid 's avonds zoo
+weinig behulpzaam deed. Zij hadden niet meer, als de eerste dagen,
+zijdelingsche schimpscheuten tegen jonge bleekneuzen, die altijd
+op 'r zeven gemakken waren, en de grootmoeder zei nooit meer,
+met haar vinnig-vriendelijke stem, als er iets uit de kast moest
+gekregen of van het vuur: "Allé, meisje, rijs jij eens overeind,
+dan schimmelen je beenen niet." Met een klein-vergenoegd gezichtje
+haalde tante Bartje 's avonds haar duurste en fijnste werk uit de
+mand, mikte, pikte, kriebelde haar petieterigste steekjes door de
+ragge stof, van te voren al gevleid door het eindelijke, verlegen
+vraagje, dat nooit uitbleef .... Sprotje boog begeerig naar voren,
+voelde met aarzelende vingers het open zoompje aan, de kantjes, de
+stikseltjes:--was dat een pronklakentje? .... een doopmutsje? .... een
+dagponnetje? .... hadden overdag de kindertjes van die lange ponnetjes
+aan, om beter het luiergoed te bedekken? om netjes te zijn als ze
+uit de wieg kwamen? ....
+
+Sprotje, met een vaag-hevig verlangen, zag al dat kleine, fijne goed
+onder haar oogen uitgestald. Zij dacht aan Sien .... iederen dag
+konden zij bericht verwachten .... zulk mooi goed zou Sien toch wel
+niet hebben! Zij herinnerde zich woord voor woord wat Sien gezegd had,
+bij haar moeders bed .... van de zeegroene gordijntjes en het kanten
+kleed .... Zij zag Sien zitten met haar zware lichaam en haar vreemde
+gezicht .... Zij zag haar moeder, hoorde die spreken, zoo ongekend
+zacht en liefdevol, over het kindje, dat geboren zou worden .... Zij
+zag zichzelf zitten, 's avonds, bij juffrouw Jonkers ....; zij had
+een wollen doek op schoot, en de Juffrouw bracht haar het slapende
+Wilmpje .... Zij zag het weeke, witte halsje binnen het flanellen
+nachtponkraagje, zij zag het vlassen haartje, en boven de kleine,
+roode slaapwang, het flauwe, blauwe oogstreepje, dat knipperde of
+hij wakker zou worden en dan wassig-vast weer toeviel ....
+
+Een mengeling van onverklaarbare, vreemd-zachte en woeste gevoelens
+kwam er door Sprotjes hart gevaren .... En dadelijk daarop moest zij
+dan aan Hilletje denken. Zij zag Hilletjes ronde, roze wangen, en haar
+blauwe oogen met de lange wimpers, en het dichte, roodblonde krulhaar
+.... en zij was zeker, dat zij nog nooit van iemand zooveel gehouden
+had als zij nu van Hilletje deed, ook zelfs van juffrouw Jonkers niet.
+
+Maar den volgenden Zondag leek haar de wandeling, die zij samen
+maakten, iets minder prettig en iets minder vertrouwelijk, en zij
+wist niet, of dit aan Hilletje lag dan wel aan haar. Het weer was
+helder en zomersch als de eerste maal, en zijzelf was uitgerust
+als iederen Zondagmiddag, wanneer zij in haar stille keuken de twee
+lange middaguren boven "Bunyans' Christenreize naar de Eeuwigheid"
+had zitten droomen .... misschien tobde zij ditmaal meer over haar
+dienst, die verliep, en de nieuwe, die zij maar niet vinden kon
+.... 't Was al bijna half October!
+
+Toch was zij zeker, dat zij dien dag nog meer hield van Hilletje dan
+al de dagen ervoor; alleen, het samengaan maakte haar zoo blij niet,
+gaf haar een onrustigheid en een zorg, die zij niet verstond.
+
+En den derden Zondag kwam Hilletje niet langer alleen, om Sprotje af
+te halen; er was nog een ander meisje bij, een dat ouder was..--Ook een
+vriendin, zei Hilletje,--die had gevraagd eens een keer mee te gaan..
+
+Sprotje voelde plots een nijpende teleurstelling;--dan, even ook, een
+gevleidheid, dat zij nu nóg een kameraad kreeg, een zoo groot meisje
+al .... Maar de teleurstelling bleef het sterkste, maakte haar stug,
+en zij praatte heesch, omdat het schreien haar stak in de keel.
+
+Het nieuwe meisje, donker van uiterlijk en zwaar voor haar jaren,
+praatte en lachte druk en luid. Zij deed lange verhalen aan Hilletje,
+waarvan Sprotje weinig begreep, maar 't ging over verboden dingen,
+dat hoorde zij wel; het maakte haar belust en het vervulde haar met
+een vreemde vijandschap voor het nieuwe meisje, en voor Hilletje ook.
+
+Marie kon Hilletje onder het wandelen nu ook geen arm geven:--dat
+stond niet, met je drieën; en zij liepen los naast elkaar, tot, na
+een tijdje, in een gegiechel en fluisterend gepraat, de twee anderen
+elkaar onder den arm namen, en Sprotje, verlaten en zonder praten,
+alleen er naast ging.
+
+Zij begreep toen, dat Hilletje de stille wandelingetjes met haar alleen
+te saai had gevonden; er verhardde iets in 'r hart; maar door den wrok,
+die haar brokte in de keel, en haar gekneusden trots, voelde zij hooger
+een kwellende liefde en een bitter verdriet. Zij nam zich vast voor,
+een volgenden Zondag zulk een wandeling met z'n drieën af te slaan,
+maar toen zij 's avonds er op dorst zinspelen, zei Hilletje dadelijk
+bits: "nou, graag of niet" en deed zeer beleedigd.
+
+Den volgenden dag, toen Sprotje uit haar dienst kwam, vond zij plots,
+aan den hoek van 't Plantsoen en den Waterveldschen weg, Hein van
+der Kamp op haar staan wachten.
+
+In het begin van den zomer, kort na Siens trouwen, en toen haar moeder
+pas ziek was, had zij den jongen vaak gezien; tweemaal was hij ook bij
+hen binnen geweest, als hij van zijn oliemolen langs kwam .... Toen
+opeens, was hij weggebleven, en tusschen al de lotgevallen van die
+tijden door, had Sprotje niet dikwijls meer aan hem gedacht.
+
+Zij zag dadelijk, dat hij kwaad was; zijn altijd wat rooie en
+ongemakkelijke kop stond grimmig naar haar toe en hij kauwde barsch
+op zijn snorretje.
+
+"'k Heb jou gisteren met die meid van Vieredag zien loopen," zei hij;
+"da's geen portuur voor een meissie as jij."
+
+Sprotje op haar beurt werd boos.
+
+"Dat zal jij zeker weten," beet ze van zich af; "Hilletje van Diepelink
+loopt er toch ook mee."
+
+"Mot die meid van Diepelink zelf weten", zei Hein; "maar die andere
+zal jou niet verteld hebben, dat ze vroeger ook op den Waterveldschen
+weg het gediend .. omdat ze daar weg is gejaagd."
+
+Hij begon weer nijdig op z'n wittige snorretje te kauwen. "Da's nou
+die meid, waar 'k verkeering mee heb gehad .... maar 'k mocht ze niet
+.... en twee maanden later was ze uit 'r dienst gezet...."
+
+Sprotje kleurde hevig, juist als de eerste maal, toen Hein over die
+verkeering praatte; zij voelde zich geheel onzeker, en wist niet,
+wat te zeggen, noch hoe te kijken.
+
+"En waar zitten jullie nou tegenwoordig?" vroeg de jongen, eensklaps
+weer goedig en als uitgewoed.
+
+"Bij vrouw Diepelink," zei Sprotje .... "daar liggen we in de
+kost." Zij was nog niet over de ontredderdheid van haar gevoelens heen,
+en in die verwarring sprak duidelijker op dan ze wou, een toon van
+kleine behaagzucht. Zij was er trotsch op, bij zulke nette menschen
+te wonen.
+
+"'k Was nog wel 's bij je moeder angekomme, toen die zoo ziek lag;
+en later, met de begrafenis...," zei de jongen; "maar as 'k dacht: nou
+gaan 'k 's, dan dacht ik meteen: most die madam 'r 's zitte!... Want
+ik ken ze nog altijd niet uitstaan, die zuster van jou.... En toen
+op een dag waren 'r andere mensche in jullie huisie...."
+
+"Je kwam ook nooit meer 'ns langs," zei Sprotje verwijtend, en met
+een blos alweer.
+
+"'t Wi'k wel geloove...," verweerde zich de jongen; "'k ben nou an de
+oliemolen van die broer van m'n baas, buiten de Weteringpoort ... daar
+waren 's op ééne keer drie knechten tegelijk ziek ... en later ben
+'k der gebleven ... met twee kwartjes opslag na de drie maanden."
+
+"En nou mot 'k er van door," zei hij dan gehaast; "'k mot gaan eten."
+
+Hij vroeg nog waar vrouw Diepelink precies woonde. En in een
+plotselinge vastklamping aan dit wezen, dat zij zich zoo toegedaan
+voelde, zei Sprotje schor en zoo maar verward-fel naar hem heen:
+
+"Hein, me volk het me opgezeid ... weet jij geen dienst voor mijn?"
+
+"Die dienst, waar je al drie jaar ben?" vroeg de jongen geschrokken.
+
+Het meisje knikte.
+
+"Waarom?" vroeg hij weer. Hij zag ontdaan, of hem iets naars was
+overkomen.
+
+Marie kreeg plots de tranen in de oogen; zij trok schril de schouders
+op.
+
+"Om het loon," zei ze dan. "'k Most meer loon, ... 'k kan der zoo
+niet komme ... maar dat woue ze niet."
+
+Toen werd de jongen heel wonderlijk van binnen, beschaamd en ontroerd
+tegelijk, dat dit meisje, dat hij altijd zoo vreemd en teruggetrokken
+had gekend, hem nu zoo hulpeloos haar vertrouwen gaf. Maar plotseling,
+waarom dat wist hij niet, hij had in geen jaren daar meer aan gedacht,
+herinnerde hij zich de twee gulden, waarvoor Merie op dien regenavond
+Sien had verraden; en als een stekende pijn en een afkeerig wantrouwen
+tegelijk, ging het door hem heen, dat zij misschien oneerlijk was
+geweest. Zijn kop werd vuurrood, zijn gedachten verdwaalden door
+elkaar....
+
+Marie, geheel van streek, zag voor zich neer, veegde zich de haren
+van het voorhoofd.
+
+"Nou, 'k zal zien, dat 'k 's voor je rondkijk," zei de jongen; zijn
+stem klonk bijna barsch en toch week, en meteen, na een bruusken knik,
+ging hij door.
+
+Sprotje, de daaropvolgende dagen, leefde in een onontwarbare woeling
+van gevoelens en gedachten. Het berouwde haar niet, dat zij Hein over
+dien dienst gevraagd had, ofschoon zij niet begreep, waarom hij opeens
+zoo boos was geworden en nog minder, hoe Hein een dienst voor haar
+zou kunnen vinden; zij moest telkens aan hem denken, maar nog meer
+moest zij denken aan Hilletje en hun oneenigheid. Zij dacht ook veel
+aan haar moeder, en aan juffrouw Jonkers. Maar geen gevoel kon zij
+duidelijk nagaan; zij kon met niets in het rechte komen. Zij meende
+een zelfde innigheid te voelen voor juffrouw Jonkers en voor Hilletje,
+maar werd zich dan opeens bewust, dat zij nooit zoo aan juffrouw
+Jonkers' wangen en oogen had gedacht als aan die van Hilletje. Aan
+Heins oogen en wangen had ze ook nooit gedacht, en toch werd ze voor
+hem soms dezelfde weekheid gewaar als voor Hilletje, maar meer nog
+dacht zij aan hem met de behoefte van bescherming-zoeken, zooals zij
+nu, achterna, dacht aan haar moeder.
+
+Doch al die dierbare en beangstigende gevoelens, wanneer zij,
+nieuwsgierig en begeerig en terugschrikkend, ze door zich heen
+voelde trekken, werden steeds weer vertroebeld en vergald door den àl
+klimmenden angst voor den vijftienden November. Zij was nog weer op
+de enkele diensten, die in de "Bode" stonden, afgegaan. Op de Oude
+Gracht, in een deftig huis, had zij de Mevrouw niet eens gezien,
+was dadelijk afgewezen door de keukenmeid; een zwarte japon en witte
+manchetten waren daar vereischte; zij had dat niet begrepen. De
+Juffrouw van een galanteriewinkel was heel toeschietelijk geweest,
+deed dadelijk of ze haar al gehuurd had, maar toen Sprotje vroeg,
+hoeveel ze verdienen kon, bleek het loon maar zestien stuivers te
+zijn en de halve kost. Zij begreep niet, hoe en waar ze nog iets zou
+moeten vinden. En wat toch, wat toch, als ze niets vond! Ze kon soms
+vurig loopen bidden op straat, om redding; andere dagen was zij zoo
+moedeloos, dat zij tot een gebed geen macht meer had.
+
+Den volgenden Zondag ging Sprotje nog eenmaal met Hilletje en Anna
+Vieredag uit. Zaterdags-avonds was zij de minste geweest, had, toen
+de andere niets zei, zelf gevraagd--haar slapen klopten van angst en
+verlangen--of de twee haar weer kwamen halen. "Goed," was Hilletjes
+onverschillig antwoord geweest.
+
+Vaag slechts had Sprotje er zich rekenschap van gegeven, dat zij liever
+Hein boos maakte, dan Hilletje voor goed te verliezen; doch tevens
+voelde zij zich daar bleek en beverig om, als wie iets schuldigs doet.
+
+Dien Zondag was de wandeling met hun drieën haar een nog grooter
+kwelling dan de eerste maal. Zij begreep hoe langer hoe killer,
+dat Hilletje niets om haar gaf; en zij was zoo ongelukkig, dat zij
+voortdurend liep te strijden met haar tranen. De meisjes, aldoor
+aan 't gekken met elkaar, zagen het niet eens. Toen hoorde Sprotje
+plotseling den naam: van der Kamp.--Zij hadden 't over Hein, en
+Hilletje, proestend, zei iets, waarover Anna Vieredag, met een knik
+in haar middel, leelijk begon te lachen.
+
+Sprotje voelde heftig haar hart hameren en het bloed naar haar hoofd
+jagen; een felle weerzin tegen de twee steeg haar opeens naar de keel
+en tegelijk een heet verdriet naar haar oogen. Zij werd als blind en
+doof van binnen; zij draaide zich om en liep weg. De twee meisjes,
+nog lachend, bleven waaierig staan, riepen haar terug. Hilletje,
+bang opeens, dat zij thuis klagen zou, kwam haar achterop geloopen,
+en naast haar, met de hand op 'r arm, praatte erg lief en overredend
+van "kom meid, wees nou niet zoo flauw, la' we nou prettig verder
+wandelen...." Doch toen Sprotje, huilend en wild nee-knikkend,
+doorging, liet ze haar met een duw los en schold: "akeligheid!.... 'k
+wil nooit meer met je uit, hoor!"
+
+Maar Sprotje voelde nauwelijks pijn daarvan; brandend huilde ze nog
+even; toen liep ze, inwendig als versteend, naar huis. Sinds dien
+middag was haar wonde genegenheid voor het roodharige meisje plotseling
+saamgeronnen en verkild; en zoo, in enkele weken, verliep de eenige
+vriendschap, die zij in haar leven ooit gehad had, of ooit hebben zou.
+
+Wel bleef zij lang nog in haar droomen van Hilletje vervuld, maar er
+was dan altijd iets, dat niet heerlijk uitliep, en dat haar wakker deed
+worden met een wrang en stekend gevoel in de keel, of zij bitter had
+moeten schreien en niet had gekund. En overdag en 's avonds ontweek
+zij Hilletje zooveel dat ging; zij vermeed steeds haar aan te zien
+of haar te betrekken in iets, wat zij zei.
+
+En toen uit Sprotjes leven de plotselinge en zoo korte glans dier
+genegenheid was weggevaagd, toen zij 's morgens niet meer kon opstaan
+met het verlangen naar Hilletjes klare, vroolijke stem, en den dag
+door niet de warmte in haar hartje voelen van een vriendschap zoo
+nieuw voor haar, en 's avonds gaan slapen met in haar geheugen,
+versch, al hetgeen Hilletje dien dag tegen haar gezegd had,--toen,
+in de plotseling weer leege dagen, hernam haar des te heviger de
+angst voor de werkeloosheid, die dreigde.
+
+Met een heimwee-vol verlangen dacht zij nog vaker nu aan haar moeder;
+met een vreemd, wee verlangen begon zij ook zich ongerust te maken
+over Hein, dien zij in geen tien dagen gezien had.
+
+Toen de laatste October aanbrak voelde zij zich als van angst
+verwurgd. "Over veertien dagen!" dacht ze maar; "over veertien
+dagen." Zij wanhoopte iets te vinden. Er waren bijna geen diensten
+open, en geen voor een halfwas als zij. Bij een slagersjuffrouw ging
+zij zich aanbieden:--of ze wel eens meer had gediend .... ? maar ook in
+een drukke zaak .... ? en de slager zelf, die juist in de binnenkamer
+een kop koffie slurpte, vroeg met een spottenden lach, of zij er wel
+trek in zou hebben een vloer vol bloed aan te dweilen ....
+
+In de Hanekamp had zij 't geprobeerd:--Ja, uit oude bekendheid .... zei
+men daar...., maar in een huishouden met zeven kinderen .... zij moest
+zelf maar eens bekennen, of zij dat aan zou durven. Zij had wel willen
+zeggen van ja, maar zij voelde, dat zij toch zou worden afgescheept.
+
+Zij dacht er iederen dag aan, haar Mevrouw te smeeken nog te mogen
+blijven. Zij spiedde in huis en luisterde bij de deuren om gewaar te
+worden, of er al een ander was genomen .... Toen zij op een morgen
+begreep, dat haar plaats was vergeven, leek het haar, of dit nu het
+einde was van alles.
+
+Over geen veertien dagen meer zou de dag komen, dat zij 's morgens niet
+naar den Waterveldschen weg had te gaan, dat zij met haar armen over
+elkaar bij Diepelink moest blijven, of op straat kon gaan zwerven; dat
+zij heel haar kostgeld van haar erfenis zou moeten geven .... en dan,
+eindelijk, als een nacht-zwarten afgrond, zag zij den dag, dat zij
+niets meer zou kunnen betalen .... een duister, wijd water was het,
+dat smorend om haar heen sloot.
+
+Zij dacht wel vaag: haar voogd .... de oom uit het Kerspel, dien zij
+twee- of driemaal had gezien voor haar moeders begrafenis, maar hij
+was nog veel armer dan zij ooit geweest waren. Wat zou die helpen?
+
+Haar gezicht werd zoo minnetjes, dat de oude vrouwen haar vaak met
+zorg aankeken, en te vragen begonnen.
+
+"Niks .... 'k heb niks ....," zei Sprotje angstig ontwijkend. Zij was
+doodsbang voor dat vragen. Juist de menschen, waar ze in huis lag,
+mochten niets weten, juist die niet. Dat waren de menschen, waar zij
+geld aan zou moeten betalen, als zij geen geld meer had. Iedere maal
+dat zij voor haar bord middageten aanschoof, had zij 't nijpende
+gevoel van ze bij voorbaat al te bedriegen.
+
+Soms bekende zij zich wel, dat zij verkeerd deed, zoo te zwijgen:
+de Diepelinks moesten eens diensten weten! Ze zei telkens: 'k mot
+'t zeggen .... Ze kon niet. Soms hoopte zij maar, dat men plotseling
+alles weten zou ....
+
+Ant, sinds weken, zag zij bijna niet. Die kwam aan 't eten te laat,
+sloeg haastig wat naar binnen, was weer weg. Wat die toch had?
+
+"Wat loopt Ant altijd naar de haven?" had Hilletje eens aan tafel
+gevraagd.
+
+En Sprotje was gaan rekenen; veertien dagen vóór haar moeders dood
+was Busselaar bij hen geweest; den dag vóór de begrafenis was hij
+niet verschenen en de tweede week bij Diepelink evenmin. Zij waren
+nu bijna vijf weken in hun kosthuis,--'t was weer de tijd, dat hij
+met zijn "Duif" een dag voor anker kwam liggen.
+
+Ant wachtte .... Ant, na weken van morrelende onrust, was of kwam aan
+de haven. Met haar domp-hartstochtelijken aard had zij zich blindweg
+en voorgoed als vastgezogen aan den man, die, sinds meer dan twee jaar
+nu al, haar in het ongewisse hield. Tijden lang, iedere veertien dagen,
+had hij een middag en een avond als een doodgeloopen boot in hun keuken
+vastgemeerd gezeten, of hij nooit weer heen zou gaan .... gevreeën
+eigenlijk had hij haar niet. Hij had maar koffie gedronken en van
+de koeken gegeten, die hij zelf meebracht; soms had hij wijdloopige
+verhalen gedaan. Hij had haar 'ns onder de kin gepakt of in de dij
+geknepen en gevraagd: "zou jij wel graag op een schip leven?" "zou
+jij wel een weduwnaar van over de veertig willen hebben?" "zou jij
+wel aan 't roer willen staan, als de knecht eens ziek was?"
+
+Over haar antwoorden had hij lang nagedacht, doch ze niet verder
+besproken; hij had maar, met zijn groote, vleezige handen over zijn
+stoppelig schippersbaardje gewreven, of nadenkend het gouden ringetje
+in zijn oor betast. En bij een volgend bezoek had hij weer soortgelijke
+vragen gedaan.
+
+Ant, zonder eenige zekerheid ooit, had een oer-fel gevoel van bezit
+over hem gekregen, en nu hij tweemaal uitbleef, was er enkel de drift
+in haar, hem terug te halen, hem mee te drijven naar waar zij woonde,
+hem aan tafel te zetten, koffie te schenken en door haar doening
+en blikken aan ieder te zeggen: "die man is van mij." De angst van
+haar dagen was, dat hij niet zou weten, waar zij gebleven waren,
+en in zijn vreemde lauwhartigheid zich ook geen moeite geven, dat
+uit te vinden. Als ze hem maar eerst zag, hem maar in 'r bereik had!
+
+Doch toen zij na veel wachten en vragen, wanneer de "Duif" toch wel
+eindelijk zou binnenloopen, begreep, dat de beurt al voorbij was,
+of niet kwam ditmaal, toen verviel zij in een stompe verslagenheid,
+die dagen lang duurde.
+
+
+
+Den vierden November was het een feest in het huis van de
+Diepelinks. Moeder Diepelink kwam terug uit een rijke bakerdienst,
+waar zij meer dan zes weken gebleven was. In den namiddag kwam
+zij aanzetten, een gezellige, goedlachsche vrouw, met een blozend,
+welgedaan gezicht binnen den blauw-blanken schulprand van haar kornet.
+
+Zij bracht een klapmand en een korfje vol zoetigheden en vleeschwaren
+mee, alles presenten uit haar dienst: koeken en hoofdkaas en fijne
+appelen, een halve flesch pons en Utrechtsche theerandjes en twee
+gerookte palingen .... en zij deed de wonderbaarlijkste verhalen over
+het goede leven, dat zij gehad had en over de vijf en tien guldens,
+die haar bij 't doopmaal en de kraambezoeken waren toegestopt. Hilletje
+was buiten zichzelf van plezier. Haar moeder weer thuis en een tafel
+vol om van te smullen! Wat een lol!
+
+Zij kreeg direct uit den vollen buidel een kwartje cadeau, wat de
+twee oude vrouwen afkeurend de hoofden deed schudden--dadelijk weer
+verwennen! dadelijk weer geld voor snoepgoed!--doch het verstoorde de
+feestvreugde niet. Zelfs Ant werd aangestoken door al die lustigheid,
+praatte luid en liet zich door het meisje de kamer rondtollen.
+
+Sprotje haatte op dat oogenblik Hilletjes uitgelaten stem! Met
+een ziekbleek gezicht en een hart vol warsheid van die pret zag zij
+toe. Den vierden November! Begreep dan niemand, hoe ellendig zij eraan
+toe was? Zag Ant dan niets? Zag tante Bartje dan niets? Zelfs Hein
+liet haar in den steek, dacht zij smartelijk .... niemand, die zich
+ook maar iets om haar bekommerde!
+
+Met een verbeten mond en oogen, die telkens vol tranen schoten,
+zat zij boven haar avondbrood.
+
+Ze waren bij Diepelink aan haar vreemde buien wel gewend. "Niks .... 't
+is niks ....," lei de grootmoeder stil aan moeder Diepelink uit,
+"ze is nou wat verlegen, .... nou der weer een vreemde bij is ....,
+dat trekt morgen wel over ...." En zoo, zonder booswil, lieten ze haar,
+daar aan 't eind van de tafel, met haar bittere gedachten alleen.
+
+Maar toen, tegen het slot van den maaltijd, de twee oude vrouwen en
+Ant, met glimmende vingers en monden, nog de laatste stukken vette
+paling aan 't uitpluizen waren, en achter in de keuken de moeder
+en Hilletje, onder veel gegiechel en heimelijke knuffelarijen,
+'t druk hadden met de glazen en 't warme water voor de pons, toen
+werd het Sprotje op eenmaal te zwaar. Met een ruk ging haar stoel
+op zij, en zonder een woord of een groet was zij weg, de deur uit,
+op straat. Even was wel een duizelige schrik over die daad door haar
+heengeflitst; maar de daad zelf had haar in een staat van uiterste
+opwinding gebracht. Met een leeg, heet hoofd liep zij het donkere
+grachtje af en er kwam een verdwaasdheid in haar denken, een star
+kijken op één ding: Ze moest, ze móést nu een dienst .... er waren
+diensten.... zij móest nu den dienst vinden, die voor haar was.
+
+Zij liep twee, drie straten door.
+
+Ze moest naar de drukkerij gaan, dacht ze dan weer, waar dadelijk as
+ie uit was, de Advertentiebode tegen het raam werd geplakt .... hij
+kwám dien avond uit .... 't was Vrijdag .... Altijd stonden daar
+troepen jongens en meiden te wachten, die werk zochten .... Je kon
+ook naar binnen gaan, en vragen ....
+
+In een droom voerden de slepende voeten haar voort.
+
+Toen zij, in de nauwe en duistere steeg, dicht bij de twee felle,
+lichtstralende ruiten was geraakt en daarvoor de luidruchtige
+bende saamscholen zag, ging zij snel en schuw terug, en sloeg de
+Lammerenmarkt op. Met zinlooze oogen tuurde zij de rijïng der duistere
+of schemerende gevels langs .... àl die huizen, àl die huizen .... en
+waar was het huis, waar waren de menschen, die voor haar dagenlange
+sjouwen het beetje geld wouen geven, dat zij noodig had?
+
+Eens schrok zij van zichzelf .... had zij daar niet de opwelling gehad,
+zoo maar als een bedelmensch, te bellen aan een rijklichte voordeur,
+en te vragen .... ja, wàt zou ze vragen?
+
+Zij liep plotseling in 't Plantsoen .... zij werd daar bang, omdat het
+er zoo eenzaam was; in de verte, onder een gaslantaren, onderscheidde
+zij flauw de bank, waar zij eens, dien eenen heerlijken Zondagmiddag,
+met Hilletje gezeten had .... Zij haastte naar de lichte straten terug;
+met de mouw van haar jurk veegde zij de tranen weg, die heet over 'r
+wangen beefden. Zij kwam in de buurt van de Veen-válkstraat.... Tijd
+en duur was plotseling voor haar verzwonden. Zij zag de kamer van
+juffrouw Jonkers, 's avonds .... de Juffrouw zat in den rieten stoel
+en zij aan den overkant der tafel.... rood scheen het lamplicht over
+het rood-en-zwarte wollen kleed, en Wilmpje sliep in zijn wagen,
+achter de open kastdeur..
+
+Een snikken barstte in haar uit.... toen er menschen naderden, ging
+zij schielijk een donker bordesportaal in. Dan liep zij weer terug.
+
+Er was een angstwekkende wisseling in haar hoofd van schril-duidelijke
+herinneringsbeelden en van wemelende, zwarte gapingen, of alle
+denken haar begaf; zij werd zóó moe, dat zij, als in een koorts,
+op brijzelende voeten liep.
+
+Bij lange poozen vergat zij het doel van haar doellooze zoeken. "Een
+dienst....," vaagde het nog door haar hoofd, doch de eigenlijke
+bekommernis van haar hart was zij in haar uitgeputheid vrijwel
+vergeten.... een dichterbije angst alleen was gebleven: wat zouden
+ze tegen haar zeggen, bij Diepelink, als ze weer terug kwam, straks?
+
+Toen zij op eenmaal, met een schok van bezinning, zich vond loopen
+bij den grooten molen op den Wal, waar laag bij het nachtzwarte
+getorente de arbeidershuisjes stonden met een enkel verlicht venstertje
+nog maar--toen zag zij plotseling zich daar loopen, als kind, met
+haar twee guldens in de hand genepen en haar pak kleeren onder den
+arm.... Zij stond stil; een wonderbaarlijke klaarheid was even in
+haar ijle hoofd: van toen tot nu, al de jaren door, zag zij haar
+leven één ellende en één worsteling; en zij zag, dat dit wel altijd
+zoo blijven moest. "Hein!" dacht ze dan. En het vreemde, woeste en
+weeke, dat pijn deed en lust gaf, gudste door haar heen.
+
+Maar plots, in het duister van het eenzame nachtpad, voelde zij
+een heeten blos haar kille wangen overtijgen. Zij was nu groot,
+volwassen, achttien jaar bijna! Zij mocht hier niet loopen als ze
+deed toen ze een kind was...... en zij mocht zulke slechte gedachten
+niet hebben.... zij moest goed blijven, eerzaam blijven..
+
+Stil en verslagen, als een afgestraft dier, liep zij den langen en
+moeizamen weg terug van den molen naar de Vliet, naar het huisje,
+waar zij thuis lag.
+
+Daar, toen het over tienen werd, was het huishouden in rep en roer
+geraakt. Hilletje werd naar bed gestuurd; de vrouwen, met haar
+wat opgewonden feestvier-hoofden, haalden zich de buitensporigste
+onderstellingen in den zin. Ant stelde ze wel gerust.... Merie wás zoo
+wat vreemd.... 't was al meer gebeurd....; maar de vrouwen waren niet
+tot kalmte te brengen. Als ten leste de onrust geen uitweg meer vond,
+werden zij boos. Niemand dorst gaan slapen.
+
+Doch toen zij Marie, verwezen en schril-wit, plotseling op den
+keukendrempel zagen staan, zweeg hun boosheid. Zij schrokken allen
+geweldig. Wat was er gebeurd?.. Sprotje werd bij 't fornuis gezet,
+kreeg heete pons, werd naar bed gebracht. Den volgenden morgen kon
+zij niet naar haar dienst gaan. En Ant dwong haar te spreken.
+
+"Nee... maar... zoo'n kind!" zei tante Bartje;--waarom in 's hemelsnaam
+had ze 't niet eerder gezegd!
+
+Vrouw Diepelink maakte zich eerst nog kwaad: van de stiekemheid
+hield ze niet. Dan kwam haar goedhartige aard toch weer boven. Ze
+had bij de halve stad gebakerd, bij de halve stad had ze een wit
+voetje....! ze zou zien, wat ze doen kon.... Maar zoo'n meid, die
+den tijd liet vergaan en niets zei! Waar vondt je nog iets na één
+November?.... Afijn, ze zou 'r best doen....
+
+En drie dagen later had Sprotje een dienst.
+
+"De eene z'n nood, da's de ander z'n brood," zei vrouw Diepelink,
+toen zij met het bericht thuis kwam, waar Marie zich aan kon melden.
+
+'t Was een dienst van buitenshuis slapen, maar zij kreeg éen-twintig
+in de week en den vollen kost. Dat was een blijdschap! Ze zou nu
+een kwartje aan de kamerhuur meebetalen, werd er uitgemaakt, en
+twintig centen geven voor koffie 's avonds en 's morgens; dan hield
+ze nog vijftien stuivers over voor haar kleeren en de rest. Wat een
+rijkdom! Sprotje tracteerde 's avonds op bolussen, maar ze kon er
+zelf niet meer dan één eten, zoo ziekig was ze nog.
+
+Een laatste week ging zij naar Mevrouw Verscheer ter Gouwe; en toen,
+eindelijk, braken er betere dagen voor haar aan.
+
+
+
+
+
+
+
+II.
+
+
+Nou maar ....," zei Hein, bedremmeld of hij een boos geweten had,
+"wat jij goed ben terecht gekomme.."
+
+'t Was op een Zondagmorgen, bij 't uitgaan van het Luthersche kerkje,
+dat hij langs kwam en Marie staande hield.
+
+Doch het meisje, of zij geen gezindheid voor een praatje voelde,
+had alleen afgemeten "dag Hein" gezegd, en wilde doorloopen.
+
+"De laatste maal, da 'k je zag," bleef de jongen volhouden, "toen
+was je der zoo naar aan toe .... daar had 'k toch zoo'n sjagrijn over."
+
+"He'k weinig van gemerkt," kwam Sprotje koel terug.
+
+De jongen keek haar vergiffenis-vragend aan.
+
+"Dat mot je zoo niet opnemen," zei hij, "'k hèb wel voor je rond
+gekeken, en gevraagd .... maar 'k kon niks vinden .... en toen 'k
+niks vinden kon, wou ik je liever maar niet zien ook."
+
+"'k Kan niet tegen de narigheid," zei hij dan met een ruk van z'n
+rooien kop op zij.
+
+Marie zag verwijtend naar hem, maar zij kreeg nu ook wel meelij,
+zoo bedelend en bedrukt als hij daar voor haar stond.
+
+"Die narigheid, daar zat ik anders midden in," zei ze toch nog.
+
+"'k Dacht," zei de jongen, als een uiterste verontschuldiging, "dat
+je wat verkeerds gedaan had in je dienst .... net as die andere meid
+van mijn .... daar had ik nog de meeste beroerdigheid over .... maar
+nou ben je zoo goed beland .... 'k zie nou wel, da 'k dat mis had."
+
+Met zijn fel-blauwe, naakte oogen keek hij recht en dringend in de
+hare, en Sprotje, onder dien blik, voelde weer het vreemde, weeke en
+angstige door haar heen duizelen, dat zij zoo goed kende, den laatsten
+tijd, en waar zij zoo bang voor was.
+
+Zij bloosde hevig, zei jachtig iets van: naar huis moeten .... al
+laat...., en meteen ging zij door.
+
+"En héí je 't nou alles naar je zin?" sprak luid de jongen nog achter
+haar aan, in een laatste poging tot hartelijkheid.
+
+"Alles best, hoor!" antwoordde Sprotje over haar schouder.
+
+En toen zij zoo, blozende en beschaamd, en plots ook verzoend weer,
+naar hem omkeek en lachte, had zij een liever gezichtje, dan de jongen
+nog ooit van haar zag.
+
+'t Was in het tweede hotel van het stadje, in "De Cannegieter,"
+dat Marie, door de voorspraak van vrouw Diepelink, was in dienst
+gekomen. "De Cannegieter" was niet zoo voornaam gelegen, en zoo
+duur, en zoo deftig beklant als het kleinere "Hof van Holland," maar
+'t was er wel tienmaal zoo druk. Alles van de markten kwam daar,
+en de handelsreizigers, en er was een café bij, waar 't altijd vol zat.
+
+Van dat hotel zelf echter en van het café kreeg Sprotje nooit iets
+te zien. Om acht uur iederen morgen kwam zij door de zijdeur in het
+Schoutensteegje binnen en daalde de bediendentrap af naar de keuken aan
+de binnenplaats, waar zij haar dagen doorbracht. En iederen morgen om
+acht uur stonden daar, in de bijkeuken, haar twee aanrechten al vol
+vuil gerei, dat wachtte.... Sprotje wiesch, Sprotje droogde.... Dat
+was haar werk. Zij wiesch de dozijnen koffiekoppen en likeurglaasjes,
+die den vorigen avond nog waren leeggedronken, het aardewerk van
+een verlaat diner, de vette bordjes van broodjes met ham en gebakken
+eieren, waaraan, in de vroegte, bezoekers zich al hadden vergast.
+
+En al naar zij de stukken wiesch en in de meters-breede, open
+muurkasten weer op hun plaats schikte, kwamen nieuwe bladen-vol het
+weggeruimde vervangen: 't ontbijt van de handelsreizigers, die er
+zoo vroeg niet op uit trokken, het tweede ontbijt van het personeel
+boven. En voor zij alle vorken en lepels en de nikkelen kannetjes en
+suikerschaaltjes netjes had opgepoetst, en al de messen met messepoeier
+blank gewreven, kwamen de bezendingen der vroege koffietafels alweer
+in het liftkastje afgezakt.
+
+Maar te druk had zij het toch nooit. Zij moest maar op haar verdrag
+werken, was haar gezegd, en zorgen, dat het aardegoed nooit streperig
+zag en het metaal nooit dof. Wat zij brak was voor haar rekening.
+
+Klein-alleen in de groote, witgekalkte bijkeuken, die, met zijn
+bovenramen aan de binnenplaats, wel een leeggedragen catechisatiekamer
+leek, of een prachtige kelder,--daar stond het onnoozele Sprotje
+te midden der resten van het popelendste leven der kleine stad,
+al den afval van avondbrasserijtjes en smulpartijen, van morgen- en
+middaggasterijen en goede sier. Zij wiesch en zij droogde, zij rook
+aan de glaasjes, wat voor vreemde dranken daar wel in geweest mochten
+zijn, zij begluurde de restjes op borden en schalen, proefde met een
+vingerlik .... Soms draafde een kellner of een kamermeid binnen. Dan
+schrok zij.
+
+En in de nog uitgestrekter keuken naast-aan, voor het fornuis als een
+kamertje zoo groot wel, stond, in zijn witte kleeren, de kok. Uit de
+tusschendeur, die op een kier bleef, dreven de geuren binnen. Als zij
+voor nieuw heet water aan de koperen fornuiskraan moest zijn, neusde
+zij: daar dampten de ijzeren potten met het sissende braadvleesch,
+de pannen vol borrelende saus en de ketels vol soep; in groote blikken
+vaten op tafel koelde de gekookte melk.
+
+Soms werd Marie binnengeroepen om te roeren. Dan stond de kok
+voor het aanrecht en met zijn bebloede handen kerfde hij, als een
+slager, de klompen vleesch; zijn vingers dropen en zijn schort was
+besmeurd. Sprotje vond dat een ijselijk gezicht. De eerste maal raakte
+zij bijna van haar zelf; dan wende zij er aan.
+
+Iederen dag zag en leerde zij iets nieuws. Zij kon het niet bevatten
+alles. Zij had nooit geweten, dat er zooveel in het leven te koop was,
+en bij Diepelink, 's avonds, raakte zij niet uitgepraat.
+
+Haar dagelijksche verwondering was ook, wie toch wel al dat eten
+moest opmaken, dat zij iederen morgen weer verwerken zag. Vaag hoorde
+zij iets over een "heerentafel," over de "pladduzjoer," en over de
+"buitendinees".... Soms waren er gastmalen van "de Bond." Dan liep
+ieders hoofd om. Vóór achten al stond de kok als een zot gele saus
+te draaien; de flesch olie hield hij, in een servet, onder den arm;
+druppeltje voor druppeltje viel er in de dikke brij.... Dan rolde
+hij deeg met een ronde stok, en bakte een pastei.
+
+En de hoopen eten, die er zoo'n volgenden dag voor hún tafel
+overbleven! Soepvleesch zooveel zij maar lustten, en al het overige
+naar venant.
+
+Andere dagen weer sneed de kok al de resten ondereen en maakte daar,
+met bruinen wijn en kruiden, een fijnen schotel van voor boven. Dan
+kregen zij elk hun afgepaste deel en moesten verder genoeg eten aan
+aardappelen en gruttenbrij. Maar lekker dat die aardappelen soms
+waren! Sprotje had nog nooit zooiets geproefd: stukjes, of stokjes,
+goudgeel en met korstjes, die knisterden en die je toch zóó fijn maalde
+in je mond. Een volgenden keer hutste hij boonen en rijst door elkaar,
+en gooide er een stuk spek in .... maar gek, zoo'n kok kon het zoo
+raar niet klaar maken, of 't was toch altijd nog lekkerder dan wat
+je thuis ooit at.
+
+De gezamenlijke maaltijden aan de groote tafel in het achterhuis waren
+Sprotje aanvankelijk wel eerder een kwelling dan een genot. Zij zat er,
+de laatste, in een hoekje naast de linnenpers gedrongen, en zij hield
+zich maar stil en achteraf, dat men niet op haar letten zou ....,
+doch haar kleine, grijze oogen gluurden des te gretiger de schotels
+rond, en er was nooit zoo weinig, dat je niet volop kreeg. Maar ze
+werd vaak genoeg geplaagd.
+
+--Ze mosten eens weten, dacht dan Sprotje met evenveel beduchtheid
+als stiekeme voldoening, dat verleden week 's avonds Hein weer met
+'r was opgeloopen van het Turfgrachtje tot aan de Vliet ....! Ze
+mosten eens weten, dat Vrijdag Hein haar had afgewacht in de
+Schoutensteeg!... Trouwens, ze was het plagen wel gewend, van vroeger,
+thuis.
+
+Ook haar werk was nu juist niet van het prettigste. Altijd afwasschen
+.... altijd afwasschen! haar handen waren overal gebarsten van het
+zeepwater en de soda. De kok kommandeerde, de kellners kommandeerden,
+de kamermeiden kommandeerden .... Maar binnen twee maanden had ze
+een japon overgespaard; zij leefde bij 't vooruitzicht van alles,
+wat ze weer zou kunnen koopen; zij voelde ook, dat haar gezondheid
+vooruit ging,--geen trappen loopen, geen haast meer--; een kost als een
+rijkelui's meid, en vijfenzeventig centen in de week voor haar alleen!
+
+Viel er in de keuken eens een extra hapje af, dan spaarde zij het
+uit haar mond en bracht het aan grootmoeder Diepelink, die zich vaak
+beklaagde, dat zij nooit meer 'ns iets bizonders over de tong kreeg,
+nu zij niet langer in de fijne diensten uit bakeren kon.
+
+Sprotje was de Diepelinks zeer dankbaar gebleven.
+
+De vrouwen thuis, ingepalmd door die kleine vriendelijkheden,
+hadden ook wel vaak een vriendelijkheid voor Sprotje terug, en toen
+hun eens verteld was, dat Marie zoo dikwijls op straat werd gezien
+met een werkman uit den oliemolen van achter de Weteringpoort, toen
+verzonnen zij daar kleine, goedige plagerijen op, tante Bartje vooral,
+die het vermaak waren van den avond. Sprotje bloosde dan, Sprotje werd
+verlegen, maar haar hart zwol van een vreemde heerlijkheid. Zij kon
+het nauwelijks gelooven .... zij zag zichzelve nog altoos achterlijk
+en min .... Merietje, of Sprot.... en plots was daar nu de erkende
+mogelijkheid, dat zij, als alle andere meisjes, verkeering zou hebben;
+en met een kerel nog wel als Hein!
+
+'t Prettigst vond Sprotje die uren, als Ant was uitgegaan en zij
+met de twee oude vrouwen alleen bleef; Hilletje was al sinds eenige
+weken niet meer thuis. Die, het leven bij 'r opoe en oudtante beu,
+met wie ze niet lachen kon als met haar moeder, en die haar te
+weinig vrijheid lieten naar 'r zin,--de kommesalen waren ook al
+niet meegevallen!--Hilletje had net zoo lang gedreven tot ze een
+plaats op een kleermakerij in Amersfoort mocht aannemen, en daar bij
+'t groote huishouden van haar oom in den kost kwam. Met een laatste
+naschrijning van verdriet en een verluchting tegelijk, had Sprotje
+haar zien vertrekken. Iederen dag, onverdeeld, verlangde zij nu
+naar de rustige avonden met grootmoeder Diepelink en tante Bartje,
+en iederen dag ook verlangde zij naar dat spelletje van stilletjes
+plagen en stilletjes zich verweren, dat haar zoo welkom was.
+
+Het werd een spel van velerhande gewaarwordingen voor Sprotje. In
+de tegenwoordigheid der vrouwen was het meest haar kleine, gevleide
+ijdelheid die sprak; maar in de uren alleen, daarna, werd het heel
+wonderlijk in haar hart van verlangens en vage hoop, die zij zich
+ternauwernood bekennen dorst. Toch was het, of 't meer openlijke en
+uiterlijke, door dat schertsen aangebracht, haar ontoegankelijker
+maakte voor de zwijmelende gevoelens, die haar de laatste maanden zoo
+vaak bekropen, in 't geheim, en verontrustten. Ze voelde zich trotsch,
+een kriebelende vreugde was soms in haar hoofd, hoewel ze zich dikwijls
+genoeg voorhield, dat Hein best niets bizonders bedoelen kon.
+
+Ze zag er frisscher uit, ze liep niet meer zoo gebogen in de
+schouders;--zij werd behaagziek voor haar doen; zij kocht zich de eene
+week, van haar spaarbank-geld, een nieuwen winterhoed met schotsche
+strikken, en de andere week een bontje van negentig cent.
+
+Soms, als er niemand was, keek zij in den kleinen spiegel boven het
+kastje van de voorkamer: ze had toch al wel een klein beetje kleur,
+vond ze, en 'r haar leek ook niet zoo erg onvoordeelig meer ....
+
+En den derden April, geheel vervaard, kwam Sprotje met het
+bijna-niet-te-zeggene thuis: Hein had een briefje voor haar afgegeven
+aan het hotel .... hij vroeg, of ze Zondag met hem uitging.
+
+Dat was een bereddering! De grootmoeder en tante Bartje raakten niet
+uitgevraagd: wat had ie precies geschreven? wou ie alleen Zondag met
+'r uitgaan? of wou ie verkeering? maar as een jongen je vroeg om
+uit te gaan, dan wou ie toch eigenlijk verkeering .. Nou, hadden ze
+'t niet gezegd?
+
+Zij toonden al de kleine en nieuwsgierige belangstelling, die zooveel
+oudere vrouwen hebben voor alles wat een jonge liefde aanbelangt.
+
+Sprotje, in haar verwarring, was ten uiterste gestreeld.
+
+Tante Bartje praatte vooral over: de verantwoordelijkheid .... een
+meisje zonder ouders .... de voogd .. Ook Ant diende gehoord. Ant
+zei niet veel ....--Ja, Merie most het zelf weten .... Zij scheen
+niet al te best te spreken over het geval.
+
+Ten slotte werd er beslist, dat Merie nog de jaren niet had, om zonder
+zekerheid van verkeering met een jongen uit te gaan, en dat van der
+Kamp--ze had dien Zondagmiddag toch niet vrij--des avonds bij hen
+kon komen koffiedrinken.
+
+En zoo gebeurde het.
+
+Sprotje doorleefde dien avond als een koortsigen maar goeden
+droom. Met plekkerig-heete kleuren onder de oogen, van opwinding en
+verlegenheid, zat zij naast Hein, en zei zoo goed als niets. Hein zei
+weinig méér. Iedereen keek hen aan; zij waren beiden zeer beschaamd
+en zagen toch welgemoed.
+
+Alleen Ant was nukkig, en op het midden van den avond, plotseling,
+ging zij uit. Dat werd weinig aardig gevonden. De grootmoeder, met
+een knipoogje naar den jongen, zei: "Die is jaloersch."
+
+Hein kleurde nog feller dan hij aldoor al gedaan had, en hij stotterde
+iets, van dat Ant toch met Busselaar vree ....
+
+Dat gaf een nieuwe bereddering!--Busselaar? was dát die beurtschipper,
+waar ze in 't begin wel eens over gehoord hadden? Was het dan toch
+waar geweest, laatst, van dat loopen naar de haven? En waarom had Ant
+hem nooit eris meegebracht? .... De oude vrouwen, nog nieuwsgieriger
+en nog meer belust, raakten opnieuw niet uitgevraagd.
+
+Sprotje wist niet, of ze spijt had dan wel blij was, dat de grootste
+aandacht nu van haar bleef afgeleid.
+
+Maar toen, na een poos, Hein aanstalten maakte om heen te gaan,
+vroeg grootmoeder Diepelink, ten afscheid, heel vriendelijk maar
+overrompelend beslist, en met een groote guitige gemeenzaamheid:--of
+ze goed had begrepen, dat het voor vast was .... 't meissie had geen
+ouwers ....; waarop Hein, of hij al voor den dominé stond, hoogblozend
+en bedremmeld, maar vol goeden wil, een "ja" uitbracht.
+
+Bij 't weggaan kuste hij, beschaamd en bruusk, Marie heftig naast
+den mond.
+
+Sprotje, dien nacht, was overvol van een schreiende verwondering. Het
+was haar geheel onbegrijpelijk; zij kon er zich niet indenken, dat zij
+verkééring had, en dat ze verkeering had met Hein, dien ze al zóó lang
+kende; en toch was het haar juist daarom zoo gewoon en vertrouwd, of
+zij altijd wel geweten had, dat met hem haar leven verder zou gaan. Zij
+voelde ook weer, bij haar mond, den kus van zijn harde lippen; hij had
+haar bijna pijn gedaan, maar nog ging er een scheut van verbijsterende
+vreugde door haar heen, als zij er aan dacht. Zij was klaar wakker
+en het bloed in 'r hoofd klopte lastig tegen het kussen. Zij kon er
+niet aan ontkomen. Zij zag weer Hein's goedigen kop, zoo barstend
+rood en trouw, toen grootmoeder Diepelink 't vroeg ....; hoe durfde ze!
+
+En opeens had Sprotje een voorstelling van hoe haar moeder daar
+tegenover Hein zou gezeten hebben, met een bezwaarlijk gezicht en dan
+toch weer vol danige goedheid; haar moeder had van Hein gehouden, 't
+altijd voor Hein opgenomen, al zag zij toen met Sien weinig toekomst
+in de vrijerij .... Maar nou had Hein al zeven-vijftig in de week
+.... nou zou 'r moeder wel blij zijn geweest ....; zij zag al, hoe die
+'r trekken uit hun stuurschen plooi zouden zijn opengegaan in een
+donker-oolijken spotlach .... zij hoorde al die gekscherende stem,
+en 't was haar, of bij die warme herinneringen aan 'r moeder, haar
+innigheid voor Hein te hechter en te heviger-om-van-te-schreien werd.
+
+Sprotje, sinds dien Zondagavond, leefde in één verwarring van
+gevoelens en ervaringen. Schijnbaar gewoon, alsof er niets gebeurd was,
+gingen de lange dagen om in de bijkeuken van "de Cannegieter,"--doch
+juist die waren vol van zoete, lachende en verwonderde gedachten;
+soms merkte Sprotje, dat zij zacht stond te zingen boven het lichte
+gekletter der borden in haar spoelbak .... Maar de avonden met Hein,
+die de vervaarlijke werkelijkheid-zelf waren, die bleven vreemd en
+schril en geheel uiterlijk.
+
+Zij voelde voornamelijk het heel erge van met een jongen geärmd
+door de straten te gaan, en dat iedereen dat zien mocht. Zij was
+buitenmate trotsch en zij schaamde zich tevens. Hein was stil, hij
+drukte stevig haar arm, maar hij dorst haar nauwelijks aanzien; dan
+grinnikte hij maar eens, en als hij haar thuisbracht, in het donkere
+portaaltje bij Diepelink, gaf hij haar zijn harden afscheidskus. En
+den verderen avondtijd bij Diepelink eveneens, voelde Sprotje meer
+haar nieuwe gewichtigheid van het-meisje-dat-een-beminde-heeft,
+dan dat zij bewust gelukkig was. Zij besteedde ook veel tijd en veel
+overleggingen aan kleinen opschik, en telkens stak haar het verlangen
+en de angst tegelijk, dat in de keukens van "de Cannegieter" haar
+verkeering zou bekend worden.
+
+Den eerstvolgenden Zondagmiddag--Sprotje zelf had dat zoo
+gewild--gingen zij naar Heins oude moeder, die inwoonde bij zijn
+getrouwde halve zuster. "Och," had Hein gezegd, "wat zalle we d'r
+doen ....?" maar bij Diepelink ook was de meening geweest, dat het
+zoo hoorde.
+
+'t Was een van de lage, vervallen huisjes, die achter op het
+Turfgrachtje staan, waar dat, omhoekend, doodloopt op een hek langs
+het Singelwater. Het oude mensch, in een paars gebloemd jak, die
+maar bleef kousen stoppen in haar hoek aan 't raam, had hun niet
+eens de hand gegeven. Zij leek in niets op Hein: een smal, groezelig
+rimpelgezicht, met glurende, waterig-bruine oogjes, en dun grijs haar
+onder een gebreeën wit mutsje uit. Ze keek over haar bril Marie eens
+aan en zei: "Zóó, wel-wel, nou-nou ....," toen Hein bazig vertelde,
+dat dit dan zijn meisje was. En de stiefzuster, een lange, sluike
+vrouw, met een ontevreden uitzicht--zij trok naar de moeder--smaalde,
+terwijl zij de borden van het middageten borg: "Afijn hè, de derde
+keer de goeie keer...."
+
+Sprotje voelde zich zoo leeg en ontzet, dat ze niet eens huilen moest;
+zij werd heel bleek en haar handen beefden.
+
+Hein verschoof driftig op zijn stoel, maar hij zei niets; hij zag
+vuurrood en ongelukkig.
+
+Zij stonden gauw weer op en gingen wandelen; 't was een koele,
+zonnige Aprildag, en het eerste groen sprong al door de struiken;
+maar de nare stemming bleef nog wel een uur hun klemmen in de keel.
+
+Toen zei de jongen: "Leefde me zus nog maar...., die op 't fabriek
+van de Lange het geweest ...." En in het praten dan over die
+eenige eigen zuster van Hein, die gestorven was, werd het wel weer
+vertrouwelijk. Toch gelukte het hun nog niet, dien dag, het volle
+begrip van hun nieuwe verhouding te omvatten.
+
+Eerst na vele dagen sleet al het bijkomstige, al het ijdele en erge
+en schaamachtige, bij Sprotje uit. En toen allengerhand haar gevoel te
+bezinken begon, toen was het voornamelijk een dankbare aanhankelijkheid
+en een diepe trouw, die zij gewaar werd, en die zich uitte, het meest,
+in een onverdroten belangstelling voor alles wat Heins vroeger en
+tegenwoordig leven betrof. Na een korten tijd wist zij nauwkeurig
+hoeveel uren per dag Hein bij zijn eersten baas had gewerkt en wat
+hij verdiende, hoeveel uren hij bij zijn tweeden baas had gewerkt
+en wat hij verdiende, en zoo verder; zij kende de namen van al zijn
+kosthuizen en vergat geen der verhalen, die hij daarover deed, noch
+verwarde ze onderling; van Heins vader, die nu reeds twintig jaar
+dood was, wist zij al spoedig alles, wat hij zelf er nog van wist;
+zij kende zijn zuster, Gerritje, en haar twee diensten, waarin zij
+'t niet had kunnen volhouden, haar komen op 't fabriek van de Lange,
+en haar sterven, een jaar nadat zij er gekomen was;--Sprotje ervoer
+het, als had zij het zelve doorgemaakt. Zij wist ook alles van de
+wreede geschiedenis, hoe Heins moeder bij de stiefzuster in huis was
+gegaan en hoe smadelijk hij en Gerritje altijd behandeld waren. Als
+hij daarvan vertelde, en zij antwoordde als eene, die het alles al
+weet en er geheel in meeleeft, dan, met een innige verteedering,
+hield zij het meest van hem.
+
+Arm in arm en hand op hand, kuierden zij 's avonds van haar dienst
+naar huis, liepen nog een Singeltje om .... Zij verwonderde zich, hoe
+alles zoo vertrouwd en zoo rustig was, veel vertrouwder en rustiger
+dan haar wandelingen met Hilletje. En dan de heerlijke vastheid, dat,
+wanneer zij, na den langen werkdag, in den schemerigen lente-avond het
+zijpoortje van "de Cannegieter" uitkwam, daar altijd, aan den hoek van
+'t Broerekerkplein, Hein stond te wachten. Dadelijk onderscheidde zij
+zijn korte, zware gestalte; .... soms zag hij haar niet aankomen,
+hij rookte zijn dikke sigaar, sloeg zijn werkbroek nog eens af
+.... soms stapte hij dadelijk op haar toe, verschoof zijn pet langs
+zijn stijf-scheef kuifje: "dag Merie." Hij was nog altijd wat verlegen
+'t eerste oogenblik, en zij niet minder. Zij liepen een huis of tien
+zonder veel spreken naast elkaar voort, dan nam zij zijn arm; en als
+hij haar, ten afscheid, bij de deur van Diepelink, op de wang kuste,
+of als hij steviger, onder het gaan, haar hand in de zijne neep, dan
+ondervond zij dat voornamelijk als een echt goed het meenen met elkaar.
+
+De jongen eveneens leefde in velerlei verwonderingen. In zijn vorige
+verkeeringen was 't altijd één onstuimige roezemoes geweest, van
+felle verliefdheid voor de eerste, van baloorigheid meer en wreede
+lust die aan de meid zelve vreemd bleef, bij de andere,--en ook een
+gedurige onzekerheid van luimen en getreiter, waar hij zich niet
+tegen opgewassen wist, van koude lacherigheid en heete bevlieging,
+die hem verward en ongelukkig maakten; en telkens ook van in den
+steek gelaten worden, van vergeefs wachten en jachtig zoeken door de
+straten in wrange pijn en machtelooze woede ....
+
+Voor Marie had hij een heel ander gevoel. Zij had een lief gezichtje,
+vond hij, wat bleek, maar zoo vriendelijk .... haar oogen vooral, en
+haar mond, als zij stil voor zich uitkeek; maar haar sluike lijfje
+maakte weinig in hem wakker, en zij had ook geen woelende haren of
+geen weligen hals om het water van in den mond te krijgen! Toch,
+zooals zij altijd 's avonds stil-haastig op hem afkwam, mocht hij
+haar schuchtere gestalte graag zien. Naast haar gaande, stapten zij
+prettig eensgezind, even lang als zij waren, en haar zachte stem
+maakte hem kalm, of er iets opklaarde in zijn hoofd.
+
+"Gek," kon hij soms in een plotselinge verbazing zeggen, "gek, dat
+wij nou zoo bij mekaar zijn geraakt.... 'k begrijp zelf nog niet,
+hoe 'k er zoo toe gekomme ben ...."
+
+"'t Zal zijn, da' we mekaar al zoo goed kenden--" peinsde hij nog voor
+zichzelf.--"'t Zal zijn, da' we zoo best bij mekaar passen...." zei
+hij dan, met een vertrouwelijke overtuiging achterna.
+
+Nooit had iemand zich werkelijk om zijn welzijn bekreund; hij had
+geleefd bij de kijvige heerschzucht van zijn moeder en de hatelijke
+minachting van zijn halve broers en zusters--o! hij wist heel goed,
+dat hij niet zoo bij de pinken was als die allemaal!--, tot zijn twee
+verkeeringen hem wat wilden, schroeierigen gloed, maar geen deugdelijke
+koestering hadden gebracht .... De luidruchtige omgang met zijn
+kameraads, en de eenvoudige genegenheid van zijn gestorven zuster, dat
+was nog het beste, dat hij in zijn leven had gekend! Hoeveel morgens
+was hij niet uit zijn triestige kosthuizen zonder een vriendelijk woord
+naar zijn werk getogen, en hoeveel avonden niet, dat hij, verlaten,
+maar wat door de straten had geslierd, en wat in de kroegen gezeten,
+en dan alleen maar weer naar zijn kosthuis was getrokken, om daar,
+verdrietig, in zijn bed te kruipen .... Hij was heel ongelukkig
+geweest, maar in zijn dompen, harden kop had hij nooit raad geweten,
+hoe het te veranderen zou zijn, of hoe het ooit beter worden kon. En
+nu had hij Marie!
+
+'t Werd hem zoo goed en zoo warm van binnen, als hij altijd weer de
+groote aanhankelijkheid van het meisje ondervond, die altijd weer
+blij was hem te zien, en nooit hem plaagde of uitlachte, en die heel
+haar aandacht had voor hem alleen.
+
+En hij ook luisterde met de grootste belangstelling naar wat Marie hem
+vertelde van haar diensten en haar werk. Hij kon het alles niet zoo
+onthouden als zij, verontschuldigde hij zich vaak, jongens konden dat
+nooit zoo goed en hij had maar een stom hoofd .... doch hij deed wel
+zijn best. En Sprotje, niet verwend op dat punt, vond het al heerlijk,
+dat iemand met zoo een geduld kon luisteren naar haar beuzelachtigste
+verhalen.
+
+
+
+Ant, op het eind van dien zomer, was het eindelijk gelukt, haar
+beurtschipper bij Diepelink thuis te krijgen. Op een avond in Juni,
+na vele maanden wachtens, was zij hem plotseling aan de haven
+tegengekomen.
+
+"Zoo .... meisje ...." had hij gezegd. Hij was kalm vriendelijk
+geweest, of hij haar een week te voren nog had bezocht. Maar naar
+een vreemd huis meegaan, bij menschen, die hij niet kende, nee, dat
+deed ie secuur niet .... Hij vroeg Ant evenmin om aan boord te komen;
+ging met haar naar "het Schippertje," bestelde twee glaasjes anijs
+en deed een langgerekt verhaal over een extra reis op Ruhrort en een
+extra reis op Coblenz. Eindelijk vroeg hij ook: "Zou jij wel in het
+Duitsche land kenne wenne? .... zou jij wel ham-pannekoek op een open
+vuur kenne bakke?"
+
+Vele veertien-dagen achtereen kwam trouw, sindsdien, Busselaar met
+zijn Duif binnengeloopen en onthaalde Ant op haar glaasje anijs. Eens
+zaten zij samen een middag aan het Veerhuis buiten de stad.
+
+En toen, na een paar malen vergeefs weer wachten, had eindelijk Ant hem
+overreed en meegetroond naar de Vliet, bij Diepelink. Onwillig had hij
+daar gezeten, met zijn vierkanten, stuurschen schipperskop in elkaar
+geknepen, en hij had alles opgenomen of hij een boedelbeschrijver was.
+
+"Wij hebben verkoopen motte," zei Ant; "alleen de potkachel, die he'
+'k gehouwe .... 'k dacht, dat jij daar gesteld op was."
+
+Omdat ie boven roestte, hadden de Diepelinks het kacheltje in de
+voorkamer gezet, waar zij toch nooit zaten.
+
+Busselaar was mee daarheen gegaan, had naar de potkachel gekeken,
+had naar Ant gekeken....; zijn kleine, zijen pet stond achter op zijn
+zorgelijke voorhoofd en hij trok nadenkend aan het gouden ringetje
+in zijn lange, gele oor.
+
+"Nee .... meisje....," had h ij eindelijk gezegd, "'k geloof toch niet,
+da 'k er toe zal overgaan ...." En vóór Ant nog uit haar ontzetting
+zich kon herstellen, had hij bedaard zich omgedraaid, en was binnen
+zijn koffie gaan uitdrinken. Ant was nog achter hem aangekomen, de
+keuken in; haar gezicht was star vertrokken. Toen waren twee helle
+tranen haar uit de oogen gesprongen; zij had zich omgedraaid zonder
+een woord en was naar boven geloopen.
+
+Busselaar had laks even achteromgezien; daarna had hij omstandig
+iedereen de hand gedrukt en was weggegaan.
+
+Toen Sprotje dien avond thuiskwam, vond zij Ant op bed, met groote,
+starende oogen; nauwelijks beäntwoordde die haar nachtgroet. En den
+volgenden morgen--voor het eerst, zoolang Sprotje zich herinneren
+kon--verzuimde Ant 't fabriek. Heel in de vroegte, zonder 'r
+boterhammen te hebben aangeraakt, liep zij 't huis uit en kwam eerst
+tegen elven terug. Dien middag ging zij weer.
+
+
+
+Vier jaar lang had Sprotje verkeering. Bijna heel die vier jaar ook
+bleef zij vatenwasschen in de bijkeuken van "de Cannegieter;" eens
+kreeg zij een aardig opslag, want men had haar daar graag, omdat zij
+handig was en nooit iets brak; zijzelf eveneens vond het er prettig
+op den duur. Des zomers was 't er altijd koel aan de schaduw-diepe
+binnenplaats, en des winters, als de tusschendeur wijd openstond,
+stoofde de hitte van 't groote fornuis er door, met al de heerlijke
+geuren, die daar rondwaarden.
+
+Sprotje snoof, Sprotje keurde, Sprotje trok een kennersneus; ze
+onderscheidde als de beste of er weer maderawijn of kerry in de sausen
+was gegaan, en of ze boven een chocoladepudding kregen dan wel een
+koffievlâ.... Soms neusde zij van den kok een keukengeheim af, hoe
+hij dìt klaarmaakte, of op dàt bezuinigde .... dat vertelde zij dan
+'s avonds bij Diepelink.
+
+Een enkele keer maar, al die vier jaren, is het gebeurd, dat Hein niet
+des avonds Marie opwachtte bij het hotelpoortje in de Schoutensteeg. 't
+Was tweemaal, in den winter, dat ze veertien dagen thuis moest blijven
+met de griep, en eens kreeg Hein, voor zijn baas, een karwei van drie
+weken buiten de stad.
+
+Maar alle de overige werkdagen zagen zij elkander dat avonduur, van
+"de Cannegieter" naar huis, en liepen een Singeltje om. En altijd
+was het hun zelfde vertrouwelijke gaan, met een armdrukje en stil
+gepraat.. Sprotje vertelde de vele kleine voorvallen van den dag,
+of zij sprak van de toekomst, hoe zij doen zouden, en met het geld.
+
+Zij was zoo onbevangen voor Hein als zij nog nimmer met een ander
+geweest was, maar van een algeheele openheid werd zij toch nooit;
+er bleven altijd dingen, van vroeger bij haar thuis en uit haar
+eerste diensten, waarover zij zweeg. Hein zag erg tegen Marie op;
+hij vond haar verstandig, en zij zou zeker een goede huisvrouw zijn.
+
+Soms, als het een zachte avond was, zaten ze in het plantsoen op een
+bank, zij tegen hem aangeleund, haar hoofd op zijn schouder, in stil
+gedroom; zijn verweerde hand streek haar langs de wang, en Sprotje
+werd zoo week en zoo dankbaar en zoo heerlijk rustig, wanneer zij
+zijn warm naar de buitenlucht geurend lichaam tegen zich voelde. Dan
+keek zij teêr naar hem op, en kuste hem op zijn blozende kaak.
+
+Eens dat zij zoo zaten, moest Hein plots denken aan een avond, lang
+geleden, dat hij bij Marietje, een kind nog, in de keuken op Sien had
+zitten wachten, en hoe die, toen ze eindelijk thuiskwam, gezeid had:
+"Nou, as jij liever met me zussie vrijt ...."--Liever, dacht hij,
+liever? .... ja, toch, liever ....--Voelde hij zich niet tevredener
+nu dan ooit te voren? En het kwam in hem op, hoe vreemd het was,
+dat hij bijna nooit aan Sien meer dacht, en nooit meer met hartzeer.
+
+"Zit je goed zoo?" vroeg hij met een schorre stem, en haalde haar
+zacht nog dichter naar zich toe.
+
+Maar soms waren er ook dagen, dat Hein opeens anders was, stiller
+en vreemder; dat hij verlaten paadjes voor hun wandelingen koos en
+plots met een heete heftigheid het meisje tegen zich aandrukte en
+haar woest zoende in den hals. Sprotje, in een schrille verwarring,
+onderging lijdelijk deze heftigheden, die haar diep ontstelden doch
+geen vrees gaven. Er ging een trillend voorgevoelen door haar heen,
+maar de juiste herinnering, later, ontvluchtte zij en zij wist niet,
+of er zonde bij kwam of dat het zoo zijn moest.
+
+Zij was alleen wat bloô den volgenden dag, Hein keek verlegen, en
+daarna dreef voor dagen de rustige genegenheid tusschen hen weer boven.
+
+Toen zij, de grootste gebeurtenis uit die tijden, op haar twintigste
+jaar werd aangenomen, kocht zij zich een degelijke en fraaie, zwarte
+japon ....; ze had daar maanden voor gespaard. En ze had gedacht:
+daar trouw ik in. Het zwarte zijden vestje zou ze door een wit van
+dunner stof vervangen; dat stond dan wel als voor een bruid.
+
+En den zonnigen morgen, dat zij, zeer ontroerd en met beschreide
+oogen uit de plechtige Paaschkerk kwam, ging zij dadelijk boven zich
+uitkleeden en borg de kostbare stukken, tusschen couranten, in een
+schuif van haar ladekast.
+
+Van dien dag af spaarde zij voor de meubels.
+
+Toen zij een-en-twintig was, had zij op Ant's kamer zes trijpen stoelen
+staan, die van haar waren, een spiegeltje en twee boodschapmanden.
+
+Ook Hein deed wel zijn best. Van zijn loon, vrij groot voor een jongen
+alleen, kon hij aardig wat overleggen; toch waren er ook weken, dat
+hij alle verdienste voor zichzelf scheen te gebruiken en angstvallig
+zijn spaarboekje in den binnenzak van zijn jas hield. Eerst had
+Sprotje daar stil verdriet over; later begon zij schuchter hem na te
+rekenen, betrapte hem tersluiks. De jongen was daar al vaak kribbig
+onder geworden, en toen zij eens, openlijk, hem een ontbrekende paar
+gulden verweet, stoof hij woedend op: zoo lang zij niet getrouwd
+waren, verdomde hij het, zich op zijn vingers te laten kijken; hij
+zou met zijn geld doen, wat ie verkoos ....! Sprotje had hem nog
+nooit zoo driftig gezien en zij huilde tot aan huis. Dan zei hij:
+"Kom .... Merie ...." en gaf haar een kus. Weerloos liet zij het toe.
+
+Maar al waren er van die weken, dat Hein geen weerstand had kunnen
+bieden aan de overredingen van zijn kameraads,--de jaren door had hij
+toch ver over de honderd gulden gepot. Sprotje had een lijst gemaakt
+van 't geen zij noodig zouden hebben voor hun inrichting: het zou er
+wel van gaan .... en zoodra Hein negen gulden kreeg, konden ze trouwen!
+
+Het was in het vierde jaar van Sprotje's verkeering, dat, met Mei,
+een der beide kamermeisjes van "de Cannegieter" plotseling haar
+dienst verliet, en men in het hotel, voor de opengevallen plaats,
+aan Marie Plas dacht: die was altijd zoo netjes en gewillig, die keek
+nooit stuursch en zou wel goed voldoen.
+
+Bij Diepelink werd bedenkelijk het hoofd geschud: den heelen dag
+bedden maken, water dragen, trappen loopen--; maar Sprotje wou van
+geen bezwaren hooren. Honderdtwintig gulden ging ze verdienen, en dan
+nog de fooien, die in het zomerseizoen het meest opleverden!.... Zij
+kocht zich de drie grijze linnen japonnen, die vereischt werden, de
+mutsjes en de zes blauw-en-witte linnen schorten met strooken over
+de schouders.
+
+En met denzelfden strakken wil, waarmede zij eens, als kind, in haar
+diensten het werk boven haar krachten had volbracht, volbracht zij
+nu de slopende taak van meid te zijn voor twintig vreemden.
+
+Sprotje's diepste leven, in die dagen, ging met een hevige hebzucht
+uit naar alles wat haar aanstaande huisje betrof. Daarvoor werkte
+zij, daarvoor spaarde zij. Zij spaarde met hartstocht. Elke aankoop
+was weken te voren met duizend overleggingen beraamd; de daad van 't
+koopen zelf was een daad van vervoering; eenmaal den koop gesloten,
+dan kon zij avonden lang den slaap niet vatten van de buitensporige
+vreugde, van angsten ook wel over prijs en hoedanigheid.
+
+Soms verdriette het haar, dat Hein voor dat alles zooveel koeler
+bleef dan zij; soms ook was haar de zelfzuchtig alleen gesmaakte
+blijdschap een nog dieper genot. Zij kocht achtereenvolgens twee
+blauwe bloempotten met een vlucht roode vogels errond, twee wollen
+dekens, een hanglamp, een wekkerklok, en een rieten tafeltje met een
+porceleinen bord erin.
+
+Zij draafde van den morgen tot den avond door de kamers en langs
+de groote bovengangen van het hotel; zij sleepte met de matrassen,
+klopte de zware, gewatteerde dekens uit, sjouwde met de kitten water
+om de lampetkannen te vullen; zij boende de vloeren, lapte de ramen
+en de spiegels en de marmerplaten der waschtafels, hield de privaten
+schoon .... bij elk tringeltje op het portaal, haastte zij zich naar
+het zwarte wijsbord, haastte zich naar de kamer, waar gebeld was,
+haastte zich naar het sousterrain, om 't warme water te halen, dat
+men verzocht, om kleedingstukken uit te borstelen; zoo'n ganschen
+ochtend stond dat niet stil.
+
+Zij werkte, werkte, nooit nalatig en schijnbaar nooit vermoeid; zij
+wou werken, zij wou geld verdienen, en als er iemand wegging, dan,
+met haar pijnlijk bleeke gezicht en haar gulzige oogen, als bedelend,
+wachtte zij op de gangen, aan de trap .... sommigen gaven haar daar
+meer om, anderen minder. Toch, op het einde der drie maanden, had
+zij bijna vijfentwintig gulden extra gemaakt; maar tevens moest zij
+den nieuwen post opgeven.
+
+De eigenaar van het hotel was beducht, dat haar te ziekelijk uitzicht
+de gasten onaangenaam zou zijn; en zijzelf voelde het ook, er waren
+stoornissen in haar gezondheid, waarover zij met niemand dorst te
+spreken; zij was vaak koortsig van overspanning, ze kon het niet
+bolwerken.
+
+Toen trof men een schikking, en, als de jaren daarvoor, daalde zij
+weer af naar de bijkeuken aan de binnenplaats en wiesch er de vaten
+als altijd.
+
+Haar drie linnen japonnen en haar blauw-en-witte schorten met de
+strooken op de schouders, vouwde zij in couranten en sloot ze weg in
+de schuif der ladekast, waar ook haar trouwjapon lag ....
+
+Toen zij weer voor haar aanrechten stond, leek het haar of ze in een
+eigen thuis was teruggekeerd, en of het nu wel altijd zoo blijven
+moest.
+
+Iedereen in het hotel had zij zien komen en gaan, alle kellners, de
+kamermeisjes, den stalknecht; 't was de tweede kok, voor wien zij nu
+soms de sausen mocht roeren; zij voelde zich daar rechten hebben en
+zij wist er zich gewaardeerd.
+
+Dien zomer, dat zij kamermeisje was,--'t zou de laatste zijn van haar
+verkeering,--kreeg Marie driemaal een geheelen Zondag vrij. Deze
+Zondagen gingen Hein en zij samen naar buiten, maar het waren hun
+gelukkigste uitgangen niet. Sprotje wist met zoo een langen dag langs
+de wegen weinig raad, omdat het wandelen haar te gauw vermoeide en
+de straffe lucht haar hoofdpijn gaf; aan Hein was het zitten in een
+weiland-bocht, het liggen kijken naar de graspluimen in de wijde lucht,
+en naar de wilde bloemen, of het zoeken van een klaverblad-van-vieren
+al evenmin besteed. Zij belandden meest in een uitspanning, waar
+Sprotje, toch al wat huiverig voor de lange eenzaamheden, enkel een
+glaasje limonade dorst te drinken. Zij voelde zich zoo zwaar in haar
+beenen, haar hoofd klopte en zij had wel willen gaan huilen ....
+
+"Wat is er?" vroeg Hein dan.
+
+"Och," schokte zij kribbig terug, "'k ben moe."
+
+"Je most dat werken op die kamers er aan geven," had Hein haar op de
+tweede wandeling geraden, omdat zij er telkens slechter ging uitzien.
+
+"Nee," beet Sprotje bot terug, "'k wil 't."
+
+"Laten we dan niet meer loopen," stelde Hein goedig voor.
+
+En dat had hij toen zelf ook het prettigst gevonden: in een warmen
+zandkuil den middag te verslapen.... Maar het meisje, rechtop en
+doodmoe, dorst de oogen niet te luiken, in een vage, vreemde vrees,
+die haar nog het meest vermoeide van alles.
+
+En aan den laatsten dier uitgangen had zij lang een martelende
+gedachtenis behouden.
+
+Zij waren, op den thuisweg, een verlaten stuk heigrond overgestoken,
+en Hein had daar zoo ruw en verwilderd met haar gedaan, dat zij,
+bang en heftig-gekwetst, hard met haar handen zijn gezicht van zich
+weg had geduwd. De verdere dag was er geheel door vergald geweest,
+en nog vele dagen daarna kon Sprotje Heins schrille, heete oogen,
+in dat oogenblik, niet van zich afzetten.
+
+Zij waren het gelukkigst op hun stille wandeltjes de singels langs, als
+zij spraken over hun toekomstig huisje en elkaar zoo maar zoetjesweg al
+de luttele wederwaardigheden van den afgeloopen dag vertelden,--of op
+de koffie-avonden bij Diepelink en in Heins kosthuis, waar de menschen,
+sinds hij Marie eens meebracht, veel aardiger voor hem waren geworden,
+en telkens vroegen of zij niet nog eens kwámen met hun beiden. Heins
+moeder bezochten zij slechts drie of viermaal, en heel kort; die
+maakte telkens hatelijke toespelingen op Marie's zwakke gezondheid,
+en Hein wou maar liever niet over die bezwaarlijke dingen denken.
+
+En toen, plotseling, een maand of wat later, kreeg Hein het opslag,
+waarover altijd gesproken was. Hij werd eerste werkman. Ze zouden
+gaan trouwen. Dat was een overrompeling!
+
+Sprotje leefde als in de begin-weken van haar verkeering: 't was
+alles een droom, en haar gevoelens kon zij beheerschen noch overzien.
+
+Angstig en toch schril-blij ging zij haar dienst opzeggen. Zij hield
+nog meer van Hein dan zij ooit gedaan had, en zij sidderde voor het
+komende, dat als een dreiging leek.
+
+In September was zij de bruid.
+
+In zulk een roezigheid van gedachten en verwarde instincten ging zij
+de dagen door, dat zij tweemaal in één week iets brak, wat nog nimmer
+gebeurd was.
+
+En een vaste, klare vreugde daagde pas in haar aan, toen zij, drie
+weken voor de bruiloft, met Hein een huisje was gaan huren .... 't Was
+een huisje aan de Zijdveldsche Dwarsstraat, bijna buiten, een huisje,
+zooals zij het zich maar had kunnen verlangen, sinds kort gebouwd,
+nog netjes in de verf, en het had een plaatsje met een achterhekje
+op graslanden. Alles had haar daar heerlijk geleken, het nieuwe en
+zindelijke, het lichte bloembehangsel in het kamertje, de blauw-grijze
+verf op de keukenwanden, en niet het minst het achteruit, dat was als
+bij hun oude huis aan het Dijkje, wat beperkter alleen, maar even vrij
+en even frisch; je zag op een weigrondje tusschen boomen, een voetpad
+liep dwars daar doorheen naar ommuurde erven van andere huizen, en
+links, in de verte, zilverde de rivier, waar Heins oliemolen was ....
+
+Na enkele dagen nog trokken de bewoners het huisje uit; van toen af
+sjouwde Sprotje iederen avond van haar dienst naar de Zijdveldsche
+Dwarsstraat, om er met Hein alles op stel te maken. Zij werkte als een
+uitzinnige; met haar hevigen wil dreef zij iedereen mee haar te helpen,
+te komen kijken, Ant, Tante Bartje, Moeder Diepelink. Zij leefde
+geheel op haar zenuwen. En een week voor de bruiloft was alles gereed.
+
+Als Sprotje onder haar werken in "de Cannegieter," of des nachts,
+als zij wakker werd, aan dat huisje dacht, dan was er een toomelooze
+vreugde in haar hart, een verlangen zoo dwaas en zoo heerlijk, als
+zij nog nooit had gevoeld. Het was een vreugde, die niet sleet, die
+in geen maanden nog slijten zou. Als het kostbaarste wat zij bezat,
+droeg zij den huissleutel in haar zakdoek gewikkeld bij zich. 's
+Nachts lag hij onder haar hoofdkussen.
+
+Het was er keurig, in dat huisje aan de Zijdveldsche Dwarsstraat.
+
+In de keuken had Sprotje voor alles haar gerei en gemak, zooals
+het maar behoorde! Zij had haar lucifersbakje op den rand van den
+schoorsteen staan, en boven den gootsteen haar zeepkommetje van wit
+email; zij had haar rekje voor de potlepels en haar rekje voor de
+keukendoeken, haar Keulsche potje voor het zout, haar bussen en busjes
+voor koffie en peper en kaneel, haar twee houten aardappelbakken,
+haar groentemanden en haar teilen en teiltjes voor elk gebruik;
+achter de deur hing de krakend-nieuwe mattenklopper.
+
+Op alle planken van de kast lagen blauwe papieren, die zij sinds
+maanden reeds uit de afgedankte van het hotel had bijeengezocht. Haar
+keukengordijntjes waren van witte vitrage, op haar tafel lag een
+blauw-en-wit geblokt zeildoek, als in de keuken van de Veerbrug. Er
+waren twee koperen knoppen aan het rijkelijk fornuis, en al haar pannen
+waren van blauw glazuur. Dat alles had zij van Heins geld bekostigd!
+
+En dan het kamertje! Daar stond Sprotje's ladekast bij het raam,
+als eertijds in haar moeders huis .... daar stonden haar zes trijpen
+stoelen en de bloempotten, en in den hoek het tafeltje met het
+porceleinen bord. De wekkerklok blonk er op den schoorsteen. Hein
+had hier een mooie ronde tafel gekocht, in de kleur van de ladekast;
+van Sien hingen er, weerszij het spiegeltje, twee prachtige, gekleurde
+platen in gouden lijst. De Diepelinks hadden samen een rieten leunstoel
+gegeven en Ant een best koffieservies op een zwart gelakt blad.
+
+Boven, naast den zolder, was het slaapkamertje, met een hoog kapvenster
+en twee kasten in den muur. Daarin lagen de lakens en sloopen en
+het lijfgoed geschikt, alles van geel katoen, dat Sprotje zelf bij
+Diepelink op de haag had wit gebleekt.
+
+En iedere maal, dat zij, die dagen, nog in de Zijdveldsche Dwarsstraat
+kwam, bracht zij iets mee, een matje voor de zoldertrap, een aschbakje
+op den kamer-schoorsteen, iets dat zij zich bezonnen had nog te
+ontbreken, en dat zij van haar laatste spaargeld dan kocht. Zij
+zette het er neer met een vrome bedachtzaamheid, alleen in het stille
+huisje, zooals een Roomsch vrouwtje een bloempotje zetten zou voor
+een zij-altaar van haar kerk....
+
+Als Sprotje goed zich erin dacht, dat zij daar binnen enkele dagen en
+voor altijd nu wonen zou, zij de "juffrouw," de bezitster van al dat
+heerlijke, dat kostbare, dan kon zij zoo heftig en uitgelaten plots
+haar arm om Heins hals slaan en haar hoofd tegen hem aandrukken,
+dat het den jongen gansch week en warm om het hart werd. Hij vond,
+dat Marie hoe langer hoe gekker op hem werd, nu het maar naar 't
+trouwen liep .... "Zoo ging dat nou met de meissies," had hij in z'n
+goedigen kop uitgemaakt, en hij was gelukkiger, dan hij ooit gedacht
+had nog te zullen worden.
+
+Alleen, met een plotselingen schrik, meende hij wel telkens te zien,
+dat Marie nòg bleeker en nòg magerder begon te worden, dan zij vroeger
+al geweest was; maar iedereen zei lachend, dat het door de verliefdheid
+kwam, en dat zij maar eerst eens getrouwd moesten wezen ....
+
+En toen, tegen het eind van September, op een zachten en stralenden
+herfstdag, had de bruiloft plaats. In een vigelante reed het paar
+bij Diepelink weg; zoo had Sprotje dat bepaaldelijk gewild. Zij had
+haar nog altijd gloednieuwe zwarte japon aan, met het pas gemaakte
+wit kanten vest er in; ook Hein stak in een zwart pak; hij droeg
+de prachtige geelzijden das, die hij van Marie had gekregen, en hij
+had een zwarten deukhoed op. Grootmoeder Diepelink keek hen na in de
+deur. Moeder Diepelink was met Ant en den oom uit het Kerspel vooruit
+gegaan, en Heins moeder zou ook op het stadhuis zijn. Tante Bartje,
+wat ziekig, was op haar hofje.
+
+Eerst toen zij weer bij Diepelink terug waren, om daar met de getuigen
+een glaasje te drinken, kwam Sprotje wat tot zich zelf. Op het
+stadhuis en in de kerk, als verdoofd en verblind, had zij nauwelijks
+geleefd. Zij had alleen maar gedacht: nou is Hein mijn man,--een al
+door malende gedachte, of zij ijlde.
+
+En 's middags om drie uur was het feest in de linnenkamer van "de
+Cannegieter:" het geschenk van haar "volk" bij het trouwen. Den
+vorigen avond had Sprotje zelf er de tafel voor gedekt.
+
+Hein en zij zaten midden voor het groote, ovale blad, Ant naast Hein
+en moeder Diepelink naast de bruid. Aan den overkant zaten grootmoeder
+Diepelink, oom Tinus en de moeder van Hein.
+
+Die voelde zich niet erg op haar gemak bij dit gezelschap. Zij was
+anders niet gauw om een antwoord verlegen, maar nu, in haar gesleten
+bruin Zondagsche jak en met haar zwarte wollen kaper, wist ze zich al
+te zeer de mindere van de twee zware, deftige bakers, wier welgedane
+gelaten, omglansd door de hagelwitte neepjes-mutsen en het witzijden
+lint dat daarrond gaat, met meerderheid glimlachten en nauwelijks op
+haar letten.
+
+Sprotjes oom zei evenmin heel veel. Een oolijk buitenmannetje,
+met hard-roode geschoren kaken en wollig haar in zijn hals, zijn
+zwart-lakensche pet vast op z'n hoofd, zat hij maar leep te luisteren,
+en als moeder Diepelink wat ondeugends plaatste over de jonggetrouwden,
+gaf hij haar stiekem een knipoogje en zei: "Nèt .... juust ....dà segge
+'k ok."--
+
+Ant, die 't erg warm had in haar donkerroode jurk, was zeer luidruchtig
+en praatte veel en hard tot grootmoeder Diepelink.
+
+'t Was overigens zoo maar een kalm-genoegelijke bruiloft.
+
+Sprotje was wel wat stil en wat bleek, maar "dat eurde zoo bie de
+bruud'n," zei oom Tinus met een slim lonkje naar Hein.
+
+En iedereen liet zich het eten best smaken. Hein niet het minst. Die
+zat daar dik en stevig, als een blakende bruigom in het midden; zijn
+blauwe oogen zonder veel wimper staken sterk in zijn rooden kop; zijn
+koonen blonken, en zijn stijf-scheef kuifje leek van zilver in het
+late zonlicht, dat over zijn hoofd naar binnen viel. Zijn ruwe mond
+was lacherig tegen iedereen, en toen Sprotje hem daar zoo barstend
+rood zag zitten, moest zij plotseling denken aan een avond, lang,
+lang geleden, dat zij daarover iets heel zots en vies' had gezegd
+.... zij bloosde van schaamte, of iedereen aan tafel het wist ....
+
+Toen de soep was verorberd, een deugdelijke groentesoep met doppertjes
+en stukjes wortel en bloemkool erin, zoo'n soep, waar moeder Diepelink
+"haar ziel en zaligheid voor verkoopen zou," toen kwam er iets fijns
+voor het fijne tongetje van de grootmoeder--Sprotje had zelf het
+menu mogen vaststellen, en zij had dat, met veel overleg, naar ieders
+bizonderen smaak gedaan. "Een deftige schotel," had zij zoo maar in
+'t vage aan den kok besteld, en de kok, die Marie goed gezind was,
+had zijn best gedaan. Dat was een schaal vol saus met balletjes en
+stukjes vleesch en bruine brokjes, die niemand thuis kon brengen;
+maar de grootmoeder wou dit niet weten, praatte er over heen en noemde
+vier vijf klinkende namen, waar zij dat vroeger iederen middag gegeten
+had! Zij proefde met een zaakkundig gezicht. Er leken ook schijfjes
+augurk in te drijven, en oom Tinus zocht die eruit te pikken, de
+rest liet hij staan. Ant en Heins moeder trokken al eveneens vieze
+gezichten; en deze, toen zij weer zoo'n bruin, vuns brokje in den
+mond kreeg, sputterde het terug op haar bord, en schoot eensklaps met
+haar voos-heesche stem uit den hoek: "Vos, je sel mijn nie fange dat
+dà fleesch is!"
+
+"Z' 'ebbe mien gesteren mien kàtte geskoot'n," zei oom Tinus langs
+zijn neus weg.
+
+Als ze tot den biefstuk met gebakken aardappelen waren gevorderd--voor
+Hein en Ant gevraagd!--kwam de hotelhouder binnen, met Mevrouw,
+om het jonge paar geluk te wenschen.
+
+Vrouw Diepelink was dadelijk zeer gemeenzaam en Mevrouw deed ook lief
+en vertrouwelijk met háár:--of ze er nog veel op uit was geweest, den
+laatsten tijd?--"Och, menschlief," zei de baker, uit de hoogte, "'k ken
+het niet bijhouwen; 't begin van 't jaar he'k twee teleurstellingen
+gehad, bij mevrouw Petein en bij mevrouw Sitters .... maar nou ben
+'k net van de week bij beron Boetselaar weg .... och, zoo'n lekker
+jochie was dat daar, hé? .... 'k ben der negen weken geweest, en nou
+te kommende week mot 'k naar notaris van Brakel.... En Sephietje hier,
+is die al van de flesch?"
+
+Sprotje was niet weinig verguld met al die hoogheid van moeder
+Diepelink, en ze was volstrekt niet verlegen, toen de hotelhouder
+en Mevrouw haar en Hein de hand schudden en feliciteerden, voor ze
+weer heengingen.
+
+Heins moeder echter, die niet dan terloops was gegroet, en die
+verscheidene glazen wijn had gedronken, scheen erg uit haar humeur
+geraakt; en er kwam even een heel pijnlijk oogenblik, toen zij,
+boosaardig, over tafel aan Sprotje vroeg:
+
+"En je suster uit Amersfoort, most die niet bij de bruiloft weze?"
+
+Sprotje ontstelde; maar moeder Diepelink keek het oude mensch zoo
+fel-verontwaardigd aan, dat die verder haar mond hield. Oom Tinus
+kuchte en zag steelswijs eens naar Hein.
+
+Hein had niets gehoord. Hein zat te smullen aan den biefstuk, een
+biefstuk rood als bloed van binnen en van buiten als koffie zoo
+bruin! de lillende, dampende lappen bracht hij zoo aan de punt van
+zijn mes in den mond en hij smakte van geweld.
+
+Toen tikte grootmoeder Diepelink, die veel feesten had bijgewoond,
+aan haar glas, en met een plotseling luid-uitgezette stem toostte
+zij in veel bloemrijke woorden van de huwlijksboot en rozenslingers,
+die geen banden waren ....
+
+Daarna werd er uitvoerig geklonken.
+
+Maar Sprotje, door de mooie, feestelijke woorden van de grootmoeder,
+en door den wijn, was in een stil-gloriënde stemming geraakt. Haar
+wangen gloeiden en haar oogen waren heet en licht. Zij voelde zich
+verheerlijkt, of zij in een geheel ander leven was gestegen; en toen
+zij daarop Hein aanzag, keek die ook juist zoo warm en week naar haar,
+dat het haar wonderzoel te moede werd .... Zij begreep niet hoe ze
+ooit zoo tegen het trouwen-zelf had opgezien en ze verlangde met Hein
+in hun huisje te wezen.
+
+Een poosje wachtten zij; toen kwam de jongste kellner met de pudding
+aangehaast--druk dat het dien middag was in 't café .... ze wisten
+niet hoe alles af te loopen ....!--; vlug zette hij de borden rond,
+vroeg aan Ant of die even de lepels wou bijleggen.
+
+Het was de chocoladepudding met vanille-saus, Sprotjes eigen
+lievelings-gerecht; een pudding zoo luchtig en zacht als bruine room,
+en de vla weelderig-zoet daarover, als een vloeiend geel fluweel. In
+een groote verteedering zat Sprotje neêr en proefde stil de smeltende
+likjes.
+
+En tegen het einde van den maaltijd, juist toen het gaslicht aanging,
+kwamen de twee kamermeisjes en de kok zelf binnen, om de bruidsuikers
+te helpen opeten. En die brachten opeens de rumoerigheid mee! De eene
+kamermeid hield een voordracht, en de kok zong liedjes .... Sprotje
+keek haar oogen uit, maar het behaagde haar weinig. De eigenlijke
+bruiloft was al gauw op den achtergrond, en die drie hadden het
+hoogste woord ....
+
+
+
+De eerste paar maanden van Sprotje's huwelijk waren voor haar van
+een groote gelukkigheid.
+
+Zij voelde zich wel vaak heel moe en niet sterk, maar ze had weinig
+te doen; in het keurige huisje, dat zij met hun tweeën nauwlijks
+stoffig maakten, viel bijna niet te werken, hun kleeren waren nieuw,
+en in de keuken van "de Cannegieter" had zij, de jaren door, aardig
+wat bedrevenheid gekregen in het bereiden van het middagmaal.
+
+Zij was in haar eigen huis, zij deed zooveel zij kon en wou, en op
+de tijden, dat het haar goed dacht. Het was dat vrij-zijn vooral,
+dat dag aan dag, en uur aan uur, haar een heerlijkheid bleef van
+ongekenden aard.
+
+Zij ging vaak alle meubelstukken en kleine voorwerpen in haar huisje
+rond, betastte ze, wreef ze af met haar schort, bekeek ze in het
+licht; zij opende haar kasten en laden, ontvouwde, telde, taxeerde
+haar goed. Zij vond zich rijk. Zij verlangde niets meer.
+
+Zij zag er altijd kraakhelder uit, in haar grijslinnen japon en de
+blauw-en-wit gestreepte schort met de strooken op den schouder. De
+menschen in de buurt noemden haar Júffrouw van der Kamp.
+
+Zij kookte lekker voor Hein, veel beter dan hij 't ooit in zijn
+kosthuizen was gewend geweest, en zij gaf toch weinig uit. Wel merkte
+zij al gauw dat er, van negen gulden in de week, niet kon worden
+opgedischt als aan de maaltijden in "de Cannegieter," doch dat vond
+ze ook best .... ze at toch altoos genoeg .... en wat ze at was haar
+eigen bestel. Iederen namiddag, met haar blinkend nieuwe boodschapmand
+onder den arm, haar portemonneetje en haar huissleutel in de mand,
+ging zij zelf inkoopen doen; soms kuierde zij nog een eindje naar
+den oliemolen op ....
+
+Hein vond, dat hij een "knap wijfje" had. In zijn wat lompere
+gëaardheid moest hij wel, goedig, lachen, als zij zoo preciesjes haar
+koffieblaadje schikte, met een doekje onder de melkkan en weer een
+kleedje onder het blad, of als zij de boter in een vlootje deed en
+met den achterkant van een lepel daar figuurtjes over trok, zooals
+zij dat in het hotel had zien doen; dat leek hem wel teuterig, maar
+het vleide hem toch.
+
+Vooral de avonden vond hij heerlijk, als hij, na de boterham, de pet
+achter op zijn hoofd en de ellebogen op tafel, onder de lamp zijn
+krantje zat te lezen, en Marie hem nog een lekker kommetje schonk.
+
+En Sprotje genoot; met haar knieën opgetrokken, haar voeten op
+de stoof, zat zij te breien naast het koffieblad, waar, onder de
+wit-steenen kan, het oliepitje pinkte. Zij dacht aan de avonden bij
+juffrouw Jonkers, als die nog een kopje warm hield voor meester. En
+nu zat daar Hein aan den overkant, aan hun eigen tafel, zijn goeie
+kop onder hun eigen lamp, kalm en tevreden, omdat hij 't zoo goed
+bij haar had! Soms keek hij op van zijn krant, vertelde er wat uit,
+schaamachtig rood en de oogen naakt van trouw.
+
+'s Zondags schemerden zij in de voorkamer, bij het flauwe schijnsel
+der lantaren, die enkele huizen verder stond; het koffielichtje pinkte
+tusschen Ant's beste servies.
+
+Hein luierde in den rieten stoel en Sprotje schoof haar trijpstoel
+naast hem en leunde met haar hoofd op zijn schouder. Zijn ruwe hand
+nam dan soms de hare en zij droomde zich terug in de zachte avonden,
+dat zij zoo zaten samen op een bank in 't plantsoen.
+
+"Zit je zoo goed?" hoorde zij in haar gedachten Hein weer zeggen
+.... Vreemd, zij bezat hem nu geheel, en zij voelde zich zoo dankbaar,
+en toch was het haar of zij iets verloren had. Zij voelde zich droevig
+en gelukkig tegelijk, de tranen kwamen haar in de oogen, en zij kuste
+hem op zijn blozende kaak.
+
+Het eenige, wat Marie in haar stille huishouden te zwaar viel,
+dat was het doen van de groote wasch. Maar zij wou dat niet aan
+Hein bekennen. Heimelijk gaf zij de omvangrijke stukken buitenshuis;
+later moest zij knoeien met de betaling .... herhaalde malen knoeide
+zij,--tot Hein de ongeregeldheden merkte. Zoo ontstond hun eerste
+ongenoegen; en omdat Hein driftig was, verliep dat onmiddellijk in een
+ruzie met vloeken en veel geraas. Marie huilde, of zij nooit weer een
+gelukkig oogenblik zou kunnen beleven. Maar Hein had al gauw berouw,
+en zonder dat Marie een verklaring had gegeven van het ontbrekende
+geld, werd de oneenigheid bijgelegd.
+
+Een andere keer wist zij de geldrekening verwikkelder te maken;
+Hein verloor er zijn kop bij, werd wel boos, maar kon met goed recht
+niets zeggen, en Sprotje, in een verongelijkte vriendelijkheid,
+kreeg haar zin.
+
+Overigens zorgde zij best voor Hein; geen werkman van den molen kwam
+in zoo netjes onderhouden kleeren op karwei als hij; altoos was zijn
+eten op tijd klaar en altoos lekker .... zijzelf, ondanks de schralere
+kost, werd gezonder van uitzicht dan in de maanden vóór haar trouwen;
+'t scheen wel, of zij de overspanning van haar laatsten zomer in
+"de Cannegieter" heelemaal zou te boven komen ....
+
+"Zagen zij 't wel?" zei grootmoeder Diepelink, "en hád zij 't niet
+voorspeld?"
+
+Toen, na drie maanden, begon Marie plots te sukkelen. Zij viel
+verscheidene keeren flauw en kon geen eten meer zien.
+
+Eenige weken later begreep zij, met het al maar rekken der dagen,
+dat zij zwanger was.
+
+Een over-teere, bijna bedwelmende verwondering ontsproot in haar
+hart. Maar de meeste dagen, dien eersten tijd, was zij zóó ziek,
+dat alle zoete vreugd haar verging.
+
+'t Was in het midden van den winter dan. Sprotje leed aan een
+verkleumdheid of ze geen bloed meer had .... daar was geen warm worden
+aan, en dat gevoel van innerlijke verijzing was haar nog ondraaglijker
+dan elk ander kwalijk-bevinden, dat haar nieuwe staat meebracht.
+
+Alle zorgen voor haar huisje waren haar al spoedig te veel; het was er
+zoo netjes en zoo vriendelijk niet meer .... Hein zelfs merkte dat op,
+doch hij maakte nooit een verwijt.
+
+Hij was zoo inschikkelijk en zorgzaam, als Sprotje niet gedacht had,
+dat hem mogelijk zou zijn; hij nam haar uit de hand wat hij kon,
+beurde de zware dingen, pompte de emmers water 's morgens, kreeg
+boven uit de kasten, wat zij hebben moest ....
+
+--Negen maanden .... 't was wel lang, troostte hij haar en zichzelf,
+maar als er een paar om waren, werd ze wel weer gezonder .... zoo
+hadden alle vrouwen dat .... en na 't eerste kind werden ze altijd
+sterker ....
+
+Hij was gelukkig en trotsch, dat hem een kind zou geboren worden.
+
+Maar met de weken, die verliepen, werd Marie niet beter.
+
+Haar gezichtje was oud van trekken geworden en door zijn nietigheid
+heel kinderlijk tegelijk; heur haar was krachteloos en zoo vaal
+van kleur, dat het grijzig leek, en haar oogen hadden de vragende
+smartelijkheid van een dier, dat lijdt, en niet begrijpt wat en waarom.
+
+Soms, op zon-warme middagen, als ze alleen thuis was en lang had
+gerust, voelde zij zich wel beter; dan waren haar gedachten innig en
+zacht-opgetogen, en van een hoopvolle gelukkigheid over het groote,
+dat haar te gebeuren stond.
+
+Doch met de vijfde maand was zij zóó zwak geworden, dat er een dokter
+diende geraadpleegd. Het was niet dezelfde dokter, die haar vroeger
+wel behandeld had; 't was een jong hospitaalarts, maar zeer zorgzaam
+ook en begrijpelijk. Hij vroeg haar van allerlei uit haar leven,
+van haar kindsheid af; hij scheen haar welgezind te wezen, schreef
+medicijnen voor en versterkende middelen, die zij krijgen kon uit
+een fonds voor onbemiddelde kraamvrouwen en aanstaande moeders.
+
+En de eerste weken kwam Sprotje aardig wat bijgeleefd; met nieuwen
+moed begon zij aan de kleertjes voor het luiermandje te werken;
+Hein herademde.
+
+Doch toen in de zesde en zevende maand de lasten der zwangerschap
+grooter werden, zakte zij weer in.
+
+De dokter deed moedeloos; wat hij voorschreef, verdroeg zij niet
+langer, en voor eieren en melk had zij een weerzin, die niet te
+overwinnen was. Hij beval rust aan, rust....--Ze moest wel zeer
+ontzien worden, zei hij, afzonderlijk, tegen Hein.
+
+Nu de eerste, groote beproeving voor dit schamele lichaam aanbrak,
+nu bleek het daartegen niet bestand.
+
+Het begon vreemd spaak te loopen in het keurige huisje aan de
+Zijdveldsche Dwarsstraat. Ant, veel minder in zichzelf gekeerd, dan
+zij de laatste jaren wel geweest was, kwam meest 's avonds een handje
+helpen; 's morgens verscheen vaak grootmoeder Diepelink, erg jichtig
+weer en daarom slecht geluimd, maar vol goede bedoelingen toch, en
+zij hielp altijd wat uit den weg; zij had ook, uit oude vriendschap,
+beloofd, het kind te zullen bakeren, als 't zoover was. Het meeste
+wil nog had Sprotje in die dagen van Heins laatste kostvrouw, die
+een straat verder woonde, een trouwhartige ziel, die deed wat ze kon,
+en meer.
+
+Zoo sukkelden zij de weken door.
+
+In het gemoedsleven van Sprotje was een vreemd iets gekomen, waar zij
+nooit over sprak. Zij had vaak gehoord van den wonderlijken hang bij
+zwangere vrouwen naar een bepaalde lekkernij of naar een bepaalden
+drank. Haarzelf was niets dergelijks wedervaren. Maar onafwendbaar en
+onontkomelijk, zoodra zij maar even met haar gedachten alleen bleef,
+was er, langen tijd, in haar het schreiende en tegelijk zoete verlangen
+naar juffrouw Jonkers en naar het kleine Wilmpje.
+
+Zij gaf er zich wel rekenschap van, dat klein Wilmpje nu een jongen
+moest zijn, dien zij niet eens meer kennen zou, dat juffrouw Jonkers
+haar al lang vergeten was, en ook niet de juffrouw Jonkers van voor
+acht jaar geleden meer kon wezen,--het verlangen bezat haar als een
+ziekte en geen redeneering van haar ijl-zwakke hoofd was daartegen
+bestand.
+
+Eens had zij aan Hein gevraagd, of het kind, als het in leven bleef,
+Wilmpje mocht heeten.... 't Ging voor een jongen en voor een meisje
+.... Meisjes heetten ook vaak Wim of Wilmpje ...., had zij in een
+hartstochtelijken drang eraan toegevoegd. Hein, die de verhalen van
+bij Jonkers wat vergeten was, begreep niets van de voorliefde voor
+dien naam; hij vroeg, dorst niet aandringen, beloofde vaag. Het
+dwaas-felle van haar toon had hem hevig verontrust.
+
+Sprotje zelf, in bezonkener oogenblikken, maakte zich over die vreemde
+aanvechtingen wel bezorgd. Op een morgen ondervroeg zij, zijdelings,
+grootmoeder Diepelink.
+
+"Snoepen, en lekker eten alleen? .... wel nee, ziel ...." vertelde
+die dadelijk in een rijk relaas uit haar jarenlange ondervindingen;
+"je ken het zoo mal niet bedenken, of vrouwen in positie halen het uit;
+.... 'k heb er een gekend, die altoos rauwe koffieboonen at .... een
+ander wou met geweld een kanarievogel in huis hebben .... een ander
+liep iederen dag naar de guldensbazar--dat was een rijke Mevrouw in
+Rotterdam--en kocht daar de raarste dingen .... 'k heb er ook een
+gekend, die niet ophield, of ze most een horloge hebben, en 'r man
+verdiende nog geen zeven gulden in de week ...."
+
+Sindsdien streed Sprotje niet langer tegen haar zonderlinge begeerten,
+doch zij gaf er zich met een groote zorgeloosheid aan over, en vele
+middagen verliepen in een vreemd-bewogene en zoet-kwellende mijmerij.
+
+In de zevende maand werden Sprotje's lasten zeer groot. Haar eigen
+lichaam was afgeteerd tot vel over knokels, maar het nieuwe leven in
+haar groeide met een angstige voorspoedigheid. Als zij zich bewoog
+door huis, zeeg haar magere gezicht met den smartelijken mond en de
+vragend starende oogen, schuin voorover op den dunnen, uitgegroefden
+hals; haar smalle borst, tusschen de puntig vooruitkomende schouders,
+was als weggevreten, zoo nietig en schraal, maar daaronder, geweldig,
+bijna afzichtelijk, bolde het wreede, zware lijf.
+
+Zij moest nu telkens, vooral als zij lang stil zat, met een
+plotselingen schok, of iets haar kwetseerde, de hand in de rechterzij
+drukken. En zij dacht dan aan Sien, hoe die voor haar moeders bed
+had gezeten; zij zag zoo klaar en ijl, of 't in een droom was, Siens
+gelaat en houding. Zij merkte vaak met verwondering, dat zij verlangde
+naar Sien .... en naar 'r kinderen.
+
+Het eerste kind was, een jaar oud, gestorven. Zij hadden er nu twee
+andere, gezonde, flinke jongens scheen het, een van drie jaar en een
+van veertien maanden. Sprotje had geen van beiden gezien.
+
+Ook aan Ant was zij zeer gehecht in dien tijd. Ant leek zooveel op
+moeder. Ieder jaar méér, had die datzelfde uiterlijk gekregen, dezelfde
+hoogroode koonen in het wat hoekige gezicht, en dezelfde lange, vale
+wangstukken langs de ooren, onder de groote slapen; dat gezicht, dat
+geen leeftijd had, altijd bloosde en toch ongezond zag. Maar Ant's
+oogen waren niet als moeders donker-stille, vlak-afgetrokken oogen;
+die zagen duister-brandend, als aangegloeid door een begeerte of een
+wroeging, die niemand kende.
+
+'t Was in Ant 'r spreken vooral, dat Sprotje haar moeder terug
+vond. Met denzelfden goedig-verbaasden spot kon zij een "rare sijs!" of
+"malle piet!" van iemand zeggen, en met dezelfde, wat klaaglijke
+verongelijktheid een: "Wel-god-nog-en-toe," als zij iets hoorde,
+dat haar niet aanstond.
+
+Sinds haar verkeering met Busselaar was afgesprongen, had zij zich in
+een taaie nauwgezetheid op haar werk toegelegd. Zij hoorde al gauw
+bij de ploeg meiden, die tot het hoogste loon waren opgeklommen,
+en onder het fabrieksvolk werd gezegd, dat Ant Plas nog wel 'ns
+opzichteres van haar afdeeling zou worden.
+
+In die weken toonde zij een nog grootere werkkracht en een nog grootere
+gewilligheid vooral, dan in de dagen van haar moeders ziek-zijn,
+toen zij het kleine huishouden aan het Dijkje deed. Iederen dag kwam
+zij, tusschen haar fabrieksuren, aan de Zijdveldsche Dwarsstraat,
+en al haar avonden sleet zij er insgelijks. Zij deed voor Marie
+wat er maar te doen viel. Zij kookte het eten, wiesch de vaten,
+verstelde de kousen en de werkkleeren van Hein. Al gauw had zij de
+hulpvaardigheden van grootmoeder Diepelink en van Heins vroegere
+kostvrouw geheel overbodig gemaakt.
+
+En Hein, onder de zorgen dier gestadige verpleging, begon weer wat
+licht in het leven te zien. Hij had soms niet geweten, waar hij het
+zoeken moest, toen, na de eerste maanden van krukkeligheid, Marie,
+instee van gezonder, maar al zwakker en zieker werd. Die ziekelijkheid
+zelf beangstigde hem wel, want hij hield veel van haar, doch hij wilde
+toch niet gelooven aan een ernstige dreiging; hij kniesde maar over de
+triestigheid om hem heen, hij voelde zich tobberig en verlaten ....:
+Marie was zoo stil en zoo verwezen en leefde haars weegs of er niets
+anders bestond dan het kind en zij. Hein was ten slotte heelemaal
+niet blij meer, dat er een kind komen moest. Hij kon niet tegen
+de narigheid.
+
+Sprotje, als zij hem zoo met z'n goedig-somberen bullekop het huis
+uit zag gaan, dacht vaak aan dat oude zeggen van hem, in de dagen toen
+zij zoo geworsteld had met het vinden van een dienst. Zij voelde wel,
+dat zij nu te kort schoot in zorg voor hem, maar zij kon niet anders;
+en zij was Ant dubbel dankbaar, dat die 't weer wat prettig maakte
+bij hen thuis.
+
+Niet altijd twee, drie vreemden over den vloer .... het bed weer
+behoorlijk gespreid, en het eten op tijd klaar .... Eigenlijk kwam
+Ant's plompere manier van doen en Ant's ruwere wijze van de pot te
+schaffen ook nog beter overeen met Heins eigen manieren en Heins
+eigen smaak, dan het wat preciese en pietepeuterige, waaraan hij, de
+eerste maanden van zijn huwelijk, zich had onderworpen. Hij had zich
+altijd wat in moeten houden voor Marie, was, om haar plezier te doen,
+trouw voor den eten zijn handen gaan wasschen, en hij at vaak lomp
+uit angst op haar heldere servet te knoeien. Bij Ant luisterde dat
+allemaal zoo nauw niet; die stond wel altijd met de een of andere
+vuile vaatdoek klaar en zei: "daar is 't pompwater goed voor," of
+"met een dweil van een dubbeltje kom je ver."
+
+Sprotje was te ziek, om zich veel van het veranderde huishouden aan
+te trekken; zij scheen het niet eenmaal te merken. Zij bracht haar
+dagen door, slepende van bed op stoel; met moeite ging zij iederen
+mooien middag het hekje van hun achteruit door, op het lapje weiland,
+dat daaraan grensde.
+
+In den uitersten hoek, bij een zwarte schutting, wemelde de zachte
+schaduw van een boom uit den tuin daar achter; een stoel en een stoof
+hadden Hein of Ant er voor haar heen gebracht.
+
+Met haar kleine, bleeke hoofd, zoo ijl in het licht, en haar witte,
+blauw-beäderde handen naast zich aan de stoelzitting geklemd, zat
+zij en koesterde zich in de zon, die door de al dunne boomkruin
+kwam gespeeld.
+
+Haar puilende lichaam scheen wat geslonken deze laatste maand, en
+minder afzichtelijk; en als een voorbode van de verlossing reeds,
+gevoelde zij minder last.
+
+Het was September, de maand waarin haar moeder stierf, de maand waarin
+zij was getrouwd.
+
+Er dreef een goudige, vochte teerheid door de lucht; het gras zag
+zoo donker-zacht-groen, en aan den hemel kwam een enkele kleine,
+bleeke wolk langs gevaren.
+
+Sprotje staarde voor zich uit, droomde zich weg in het verleden. Zij
+zag zich staan aan het hekje van hun oude achteruit, zij zag de wijde
+weilanden, waar de touwslager langs zijn deinende draden liep en de
+stoomvlokjes zilverden boven de lijn van den verren treindijk. Zij
+dacht haar leven na, zij dacht aan haar vader, aan haar moeder;--aan
+haar vader, die zoo ongelukkig zijn leven had zien enden; aan haar
+moeder, die steenen moest sleepen, toen zij nog maar een kind was,
+die later, haar dagen door, zich had afgewerkt voor hen allen, tot
+zij er hard en bits van was geworden. Zij dacht aan dat alles, en
+zij dacht aan de weinige, lange jaren van haar eigen leven .... Een
+algeheele treurigheid overviel haar, en zij peinsde met een groot en
+teeder medelij aan het kind, dat uit haar geboren zou moeten worden.
+
+Lange tijden aaneen kon zij in een vaag en woordenloos maar
+smeltend-innig gebed, over dat kind Gods zegen afsmeeken.
+
+Zij dankte ook wel den Heer, dat hij haar nog de vreugde van haar
+eigen huisje en het geluk van Heins trouw gegund had. Doch voor haar
+bevalling bad zij zelden.
+
+"Om en bij den zesden October," had de "juffrouw" gezegd. "Om en
+bij den zesden October," zei Sprotje vaak in zichzelf, maar met een
+gedachte van afscheid en dood.
+
+Nu de laatste paar weken van haar zwangerschap waren aangebroken,
+was zij er zeker van, dat met het verstrijken van dien tijd ook haar
+leven zou geëindigd zijn.
+
+En sinds die vastheid in haar groeide, was, de uren door, alles wat zij
+zeide of dacht van een roerende zorgvuldigheid voor het ongeboren kind,
+dat zij voelde leven, en dat zij zeker wist, nooit te zullen zien.
+
+Haar laatste krachten spande zij in om de kleertjes te schikken en
+om klaar te leggen, al wat het eerste noodig zou zijn. Haar witte,
+als reeds uitgestorven handen hadden het wiegje voorzien en het
+dekje opgeslagen, dat zóó het kindje er in kon neergelegd. In de
+kast stond het fleschje fijne, zoete olie, waarmee het de eerste maal
+moest afgewasschen worden, en erbij lagen de zachte, linnen lapjes,
+om de oogjes en het mondje uit te vegen, en het teere huidje te
+drogen. Iederen avond liet zij Ant nog een nieuwe bizonderheid over
+de verpleging of de kleertjes vragen aan grootmoeder Diepelink of
+aan tante Bartje.
+
+Zij bepaalde zelf de plaats van het wiegje in de kamer, dat het kindje
+geen tocht zou voelen, zij wees het gerei aan, dat bizonderlijk voor
+de voeding moest gebruikt worden, zij deed nog een tinnen wiegkruikje
+koopen, een doosje talkpoeder en een stukje zachte zeep. Over een
+naam sprak zij niet meer.
+
+Zij zei alles met een zoo klare en verre stem, dat wie haar hoorde,
+voelde, dat zij sprak met den dood in het uitzicht.
+
+Eens zat Hein aan tafel te huilen als een klein kind.
+
+Er ging in die dagen zulk een liefheid van haar uit, dat het iedereen
+een behoefte was, haar iets liefs terug te doen.
+
+Tante Bartje had nog drie fijne hemdjes genaaid en grootmoeder
+Diepelink had zelf wollen sokjes gebreid. Toen moeder Diepelink
+juist in dien tijd opnieuw in "de Cannegieter" was gaan bakeren,
+kwam vandaar, op een avond, een mooie wollen jurk en een witte kaper.
+
+Sien had reeds vroeger twee dekentjes voor de wieg gestuurd.
+
+Vele weken geleden was Sprotje eens een mutsje van witte en roze wol
+beginnen te haken; lang was ze te zwak geweest om aan het werk te
+vorderen. De laatste dagen, met een koortsigen ijver, was zij opnieuw
+daaraan getogen.
+
+Aan datzelfde, bijna voltooide mutsje werkte zij nog, toen de eerste
+pijnen haar overvielen.
+
+Twee dagen en twee nachten duurde de kamp van het oudere, zwakke
+leven, dat het nieuwe moest voortbrengen, en van het nieuwe, sterke,
+dat het oude verbrijzelen ging.
+
+En toen eindelijk, na veel jammer, de strijd was beslecht, toen het
+gemartelde moederlichaam plots weggeslonken lag tot de nietigheid
+van een kinder-karkasje, toen was daar het nieuwe leven, welvoldragen
+en sterk.
+
+"Een flink kind," zei de vroedvrouw, die den dokter had bijgestaan,
+"het aardt naar den vader."
+
+Op haar laatste, smartelijke verlangen, lei men, zoodra het gewasschen
+en gekleed was, het jongetje naast haar op het kussen;--doch zonder
+dat ze de kracht meer had het hoofd te wenden en te zien, nog geen
+uur na de verlossing, stierf zij.
+
+
+
+Het kind werd uitbesteed bij grootmoeder Diepelink. Ant hielp het
+verzorgen.
+
+Hein, alleen in zijn vereenzaamd huis, wist van verdriet en
+onwennigheid niet, hoe zijn uren door te komen.
+
+En op een avond in Maart, dat hij bij Diepelink was geweest, zei Hein
+het, met een dompige stem vol goedig schuldgevoel:--Een man met een
+huishouden kon niet zonder vrouw.... Als Ant hem wilde....
+
+En nog vóór de Mei weer in 't land was, trok Ant met Wilmpje,
+die kostelijk was gegroeid, naar het huisje aan de Zijdveldsche
+Dwarsstraat. Haar potkachel had ze er den vorigen middag laten brengen.
+
+En zoo, voor zijn verdere leven, nam Hein de derde nu, Ant, na Sien
+en na Marie.
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Sprotje's verder leven, by M. Scharten-Antink
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE'S VERDER LEVEN ***
+
+***** This file should be named 44542-8.txt or 44542-8.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/4/4/5/4/44542/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License available with this file or online at
+ www.gutenberg.org/license.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation information page at www.gutenberg.org
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at 809
+North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
+contact links and up to date contact information can be found at the
+Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/44542-8.zip b/old/44542-8.zip
new file mode 100644
index 0000000..0161003
--- /dev/null
+++ b/old/44542-8.zip
Binary files differ
diff --git a/old/44542-h.zip b/old/44542-h.zip
new file mode 100644
index 0000000..7b2d80f
--- /dev/null
+++ b/old/44542-h.zip
Binary files differ
diff --git a/old/44542-h/44542-h.htm b/old/44542-h/44542-h.htm
new file mode 100644
index 0000000..a2da543
--- /dev/null
+++ b/old/44542-h/44542-h.htm
@@ -0,0 +1,4247 @@
+<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"
+"http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2013-12-29T14:45:03Z. -->
+<html lang="nl-1900">
+<head>
+<meta name="generator" content=
+"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
+<title>Sprotje&rsquo;s verder leven</title>
+<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii">
+<meta name="generator" content=
+"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/">
+<meta name="author" content="Margo Scharten-Antink (1869&ndash;1957)">
+<link rel="coverpage" href="images/frontcover.jpg">
+<link rel="schema.DC" href=
+"http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
+<meta name="DC.Creator" content=
+"Margo Scharten-Antink (1869&ndash;1957)">
+<meta name="DC.Title" content="Sprotje&rsquo;s verder leven">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC:Subject" content="#####">
+<style type="text/css">
+body
+{
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+font-size: 100%;
+line-height: 1.2em;
+margin: 1.58em 16%;
+text-align: left;
+}
+/* Titlepage */
+.titlePage
+{
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0% 7em 0%;
+padding: 5em 10% 6em 10%;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle
+{
+line-height: 3.5em;
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle
+{
+font-size: 1.8em;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle, .titlePage .docTitle .seriesTitle, .titlePage .docTitle .volumeTitle
+{
+font-size: 1.44em;
+}
+.titlePage .byline
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+font-size:1.2em;
+line-height:1.72em;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure
+{
+margin: 2em 0% 2em 0%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.titlePage .docImprint
+{
+margin: 4em 0% 0em 0%;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.72em;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate
+{
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+/* End Titlepage */
+.transcribernote
+{
+background-color:#DDE;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+font-family:sans-serif;
+font-size:80%;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.advertisment
+{
+background-color:#FFFEE0;
+border:black 1px dotted;
+color:#000;
+margin:2em 5%;
+padding:1em;
+}
+.correctiontable
+{
+width: 75%;
+}
+.width20
+{
+width: 20%;
+}
+.width40
+{
+width: 40%;
+}
+.indextoc
+{
+text-align: center;
+}
+.div0
+{
+padding-top: 5.6em;
+}
+.div1
+{
+padding-top: 4.8em;
+}
+.index
+{
+font-size: 80%;
+}
+.div2
+{
+padding-top: 3.6em;
+}
+.div3, .div4, .div5
+{
+padding-top: 2.4em;
+}
+.footnotes .body,
+.footnotes .div1
+{
+padding: 0;
+}
+.apparatusnote
+{
+text-decoration: none;
+}
+table.alignedtext, table.alignedverse
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.alignedtext td
+{
+vertical-align: top;
+width: 50%;
+}
+table.alignedverse
+{
+vertical-align: top;
+}
+table.alignedtext td.first, table.alignedverse td.first
+{
+border-width: 0 0.2px 0 0;
+border-color: gray;
+border-style: solid;
+padding-right: 10px;
+}
+table.alignedtext td.second, table.alignedverse td.second
+{
+padding-left: 10px;
+}
+table.alignedverse td.first, table.alignedverse td.second
+{
+width: 45%;
+}
+table.alignedverse td.linenumbers
+{
+width: 10%;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4
+{
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+}
+h3.label
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h4, .h4
+{
+font-size:1em;
+line-height:1.2em;
+}
+.alignleft
+{
+text-align:left;
+}
+.alignright
+{
+text-align:right;
+}
+.alignblock
+{
+text-align:justify;
+}
+p.tb, hr.tb
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+text-indent:0;
+}
+p.argument, p.tocArgument
+{
+margin:1.58em 10%;
+}
+p.tocPart
+{
+margin:1.58em 0%;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter
+{
+margin:1.58em 0%;
+}
+p.tocSection
+{
+margin:0.7em 5%;
+}
+.opener, .address
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline
+{
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed
+{
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl
+{
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer
+{
+clear: both;
+padding-top: 2.4em;
+padding-bottom: 1.6em;
+}
+.figure
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft
+{
+float:left;
+margin:10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight
+{
+float:right;
+margin:10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead
+{
+font-size:100%;
+text-align:center;
+}
+.figAnnotation
+{
+font-size:80%;
+position:relative;
+margin: 0 auto; /* center this */
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft
+{
+float: left;
+}
+.figTop, .figBottom
+{
+}
+.figTopRight, .figBottomRight
+{
+float: right;
+}
+.hangq
+{
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq
+{
+text-indent: -0.40em;
+}
+.hangqqq
+{
+text-indent: -0.71em;
+}
+.figure p
+{
+font-size:80%;
+margin-top:0;
+text-align:center;
+}
+img
+{
+border-width:0;
+}
+p.smallprint,li.smallprint
+{
+color:#666666;
+font-size:80%;
+}
+span.parnum
+{
+font-weight: bold;
+}
+.marginnote
+{
+font-size:0.8em;
+height:0;
+left:1%;
+line-height:1.2em;
+position:absolute;
+text-indent:0;
+width:14%;
+}
+.pagenum
+{
+display:inline;
+font-size:70%;
+font-style:normal;
+margin:0;
+padding:0;
+position:absolute;
+right:1%;
+text-align:right;
+}
+a.noteref, a.pseudonoteref
+{
+font-size: 80%;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+.displayfootnote
+{
+display: none;
+}
+div.footnotes
+{
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep
+{
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote
+{
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .label
+{
+float:left;
+width:2em;
+height:12pt;
+display:block;
+}
+/* Tables */
+tr, td, th
+{
+vertical-align: top;
+}
+td.bottom
+{
+vertical-align: bottom;
+}
+td.label, tr.label td
+{
+font-weight: bold;
+}
+td.unit, tr.unit td
+{
+font-style: italic;
+}
+span.sum
+{
+padding-top: 2px; border-top: solid black 1px;
+}
+/* Table border styles */
+/* Table with borders on the outside and between the table head and data. */
+table.borderOutside
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderOutside td
+{
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+}
+table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop
+{
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellHeadBottom
+{
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellBottom
+{
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft
+{
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight
+{
+border-right: 2px solid black;
+}
+/* Table with borders on the vertical inside edges. */
+table.verticalBorderInside
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.verticalBorderInside td
+{
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border-left: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop
+{
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellHeadBottom
+{
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellBottom
+{
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft
+{
+border-left: 0px solid black;
+}
+/* Table with borders on all edges, outer edges somewhat fatter. */
+table.borderAll
+{
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderAll td
+{
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop
+{
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellHeadBottom
+{
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cellBottom
+{
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft
+{
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight
+{
+border-right: 2px solid black;
+}
+/* Special purpose tables: */
+table.intralinear
+{
+display: inline;
+border-collapse: collapse;
+}
+table.intralinear td
+{
+font-size: small;
+text-align: center;
+}
+table.ditto
+{
+display: inline;
+border-collapse: collapse;
+vertical-align: bottom;
+}
+table.ditto tr.s
+{
+height: 0;
+color: white;
+line-height: 0;
+}
+table.ditto tr.s td
+{
+padding: 0px;
+}
+table.ditto tr.d td
+{
+text-align: center;
+line-height: 10pt;
+}
+/* Poetry */
+.lgouter
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display:table; /* used to make the block shrink to the actual size */
+}
+.lg
+{
+text-align: left;
+}
+.lg h4, .lgouter h4
+{
+font-weight: normal;
+}
+.lg .linenum, .sp .linenum, .lgouter .linenum
+{
+color:#777;
+font-size:90%;
+left: 16%;
+margin:0;
+position:absolute;
+text-align:center;
+text-indent:0;
+top:auto;
+width:1.75em;
+}
+p.line
+{
+margin: 0 0% 0 0%;
+}
+span.hemistich /* invisible text to achieve visual effect of hemistich indentation. */
+{
+color: white;
+}
+.versenum
+{
+font-weight:bold;
+}
+/* Drama */
+.speaker
+{
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line
+{
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+/* End Drama */
+/* right aligned page number in table of contents */
+span.tocPageNum, span.flushright
+{
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+}
+table.tocList
+{
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum
+{
+text-align: right;
+width: 10%;
+border-width: 0;
+}
+td.tocDivNum
+{
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+}
+td.tocPageNum
+{
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+}
+td.tocDivTitle
+{
+width: auto;
+}
+span.corr, span.gap
+{
+border-bottom:1px dotted red;
+}
+span.abbr
+{
+border-bottom:1px dotted gray;
+}
+span.measure
+{
+border-bottom:1px dotted green;
+}
+/* Font Styles and Colors */
+.ex
+{
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc
+{
+font-variant: small-caps;
+}
+.uc
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt
+{
+font-family: monospace;
+}
+.underline
+{
+text-decoration: underline;
+}
+/* overline is actually a bit too high; overtilde is approximated with overline */
+.overline, .overtilde
+{
+text-decoration: overline;
+}
+.rm
+{
+font-style: normal;
+}
+.red
+{
+color: red;
+}
+/* End Font Styles and Colors */
+hr
+{
+clear:both;
+height:1px;
+margin-left:auto;
+margin-right:auto;
+margin-top:1em;
+text-align:center;
+width:45%;
+}
+.aligncenter, div.figure
+{
+text-align:center;
+}
+h1, h2
+{
+font-size:1.44em;
+line-height:1.5em;
+}
+h1.label, h2.label
+{
+font-size:1.2em;
+line-height:1.2em;
+margin-bottom:0;
+}
+h5, h6
+{
+font-size:1em;
+font-style:italic;
+line-height:1em;
+}
+p
+{
+text-indent:0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line
+{
+text-transform: uppercase;
+}
+p.dropcap:first-letter
+{
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0em 0.05em 0 0;
+padding: 0px;
+line-height: 0.8em;
+font-size: 420%;
+vertical-align:super;
+}
+.lg
+{
+padding: .5em 0% .5em 0%;
+}
+p.quote,div.blockquote, div.argument
+{
+font-size:0.9em;
+line-height:1.2em;
+margin:1.58em 5%;
+}
+.pagenum a, a.noteref:hover, a.hidden:hover, a.hidden
+{
+text-decoration:none;
+}
+ul { list-style-type: none; }
+.castlist, .castitem { list-style-type: none; }
+/* External Links */
+.pglink, .catlink, .exlink, .wplink, .biblink, .seclink
+{
+background-repeat: no-repeat;
+background-position: right center;
+}
+.pglink
+{
+background-image: url(images/book.png);
+padding-right: 18px;
+}
+.catlink
+{
+background-image: url(images/card.png);
+padding-right: 17px;
+}
+.exlink, .wplink, .biblink, .seclink
+{
+background-image: url(images/external.png);
+padding-right: 13px;
+}
+.pglink:hover
+{
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover
+{
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover
+{
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body
+{
+background: #FFFFFF;
+font-family: "Times New Roman", Times, serif;
+}
+body, a.hidden
+{
+color: black;
+}
+h1, .h1
+{
+padding-bottom: 5em;
+}
+h1, h2, .h1, .h2
+{
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline
+{
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.figureHead, .noteref, .pseudonoteref, .marginnote, p.legend, .versenum
+{
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pagenum, .linenum, .pagenum a
+{
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteref:hover
+{
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6
+{
+font-weight: normal;
+}
+table
+{
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.tablecaption
+{
+text-align: center;
+}
+.pagenum, .linenum
+{
+speak: none;
+}
+</style>
+
+<style type="text/css">
+.xd21e109width
+{
+width:485px;
+}
+.xd21e116width
+{
+width:468px;
+}
+.xd21e122
+{
+text-align:center;
+}
+.xd21e150
+{
+background: url(images/initial-d.png) no-repeat top left;
+}
+.xd21e150init
+{
+float: left;
+width: 115px;
+height: 110px;
+background: url(images/initial-d.png) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd21e1036width
+{
+width:152px;
+}
+.xd21e1044
+{
+background: url(images/initial-n.png) no-repeat top left;
+}
+.xd21e1044init
+{
+float: left;
+width: 115px;
+height: 110px;
+background: url(images/initial-n.png) no-repeat;
+text-align: right;
+color: white;
+font-size: 1px;
+}
+.xd21e1663width
+{
+width:152px;
+}
+</style>
+</head>
+<body>
+
+
+<pre>
+
+The Project Gutenberg EBook of Sprotje's verder leven, by M. Scharten-Antink
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+
+Title: Sprotje's verder leven
+
+Author: M. Scharten-Antink
+
+Release Date: December 29, 2013 [EBook #44542]
+
+Language: Dutch
+
+Character set encoding: ASCII
+
+*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE'S VERDER LEVEN ***
+
+
+
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+
+
+
+
+</pre>
+
+<div class="front">
+<div class="div1 cover">
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd21e109width"><img src="images/frontcover.jpg" alt=
+"Oorspronkelijke voorkant." width="485" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 titlepage">
+<div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure xd21e116width"><img src="images/titlepage.jpg" alt=
+"Oorspronkelijke titelpagina." width="468" height="720"></div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 frenchtitle">
+<div class="divBody">
+<p class="first xd21e122">SPROTJE&rsquo;S VERDER LEVEN</p>
+</div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">NEDERLANDSCHE BIBLIOTHEEK</div>
+</div>
+<div class="byline">
+ONDER&middot;LEIDING&middot;VAN&middot;L&middot;SIMONS</div>
+<div class="docTitle">
+<div class="mainTitle">SPROTJE&rsquo;S VERDER LEVEN</div>
+<div class="subTitle">VERVOLG OP &bdquo;SPROTJE HEEFT EEN
+DIENST,&rdquo;</div>
+</div>
+<div class="byline">DOOR<br>
+<span class="docAuthor">M. SCHARTEN-ANTINK</span></div>
+<div class="docImprint">UITGEGEVEN&middot;DOOR&middot;DE
+MAATSCHAPPIJ&middot;VOOR GOEDE&middot;EN&middot;GOEDKOOPE
+LECTUUR-AMSTERDAM</div>
+</div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e145" href="#xd21e145" name=
+"xd21e145">5</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="body">
+<div class="div1 chapter">
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">I.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="xd21e150"><span class="xd21e150init">D</span>e klok in het
+voorgevel-fronton van het Armen-ziekenhuis had juist twee uur geslagen:
+de tijd, dat dien dag de bezoekers werden toegelaten.</p>
+<p>Stil, met haar lange, lijdzame gezicht zijwaarts in de kussens, lag
+vrouw Plas, en wachtte.</p>
+<p>Het was bijna vier weken geleden, dat zij, na veel zwijgend
+verduurde pijnen bedlegerig geworden, en eindelijk zelfs geen voedsel
+meer tot zich kunnende nemen, naar hier werd overgebracht; &rsquo;t was
+maagkanker, had ze de dokters hooren zeggen; zij wist, dat ze het niet
+lang meer maken zou, en zij wachtte nu Sien, die met den middagtrein
+van drie&euml;n voor haar uit Amersfoort zou overkomen.</p>
+<p>Ant, trouw drie maal in de week, als het bezoekuur vroeg was gesteld
+en in haar schafttijd viel, zat dat schaftuur uit aan haar bed; Merie
+mocht Dinsdags en Vrijdags een kwartier vroeger uit haar dienst gaan,
+en ook zij mankeerde nooit. Eens had zij zelfs den Zondagmiddag vrijaf
+weten te krijgen. O! zij waren hartelijk <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e158" href="#xd21e158" name="xd21e158">6</a>]</span>te over voor
+haar, en het was een vreugde, iedere maal, dat zij ze weer komen
+zag.</p>
+<p>En toch, in het voorgevoel nu van den dood, die zoo nabij was, ging
+haar grootste liefde niet uit naar die twee, maar naar de andere
+dochter, naar Sien&mdash;Sien, die eens zonder een goedendag bijna bij
+haar uit huis was getrokken, die op den avond van haar trouwen zelfs in
+onmin scheiden kon, en die zij eenmaal slechts terug zag nadien: het
+korte, koele bezoek tot afscheid, twee maanden later, toen plotseling
+het jonge huishouden de stad verliet.</p>
+<p>Ant was zoo oppassend en zoo zorgzaam, en Merie, bij haar zwakke
+gezondheid, deed ook zoo braaf haar best in haar moeilijken dienst; als
+in een verklaardheid, thans bij &rsquo;t einde van haar leven, voelde
+zij dat zooveel duidelijker en afzonderlijker dan vroeger, en zij was
+er zoo dankbaar voor;&mdash;maar in de lange, vaag-wakkere nachten zag
+zij Siens appel-frissche gezicht en zij hoorde de dartele, eigenzinnige
+stem, die nooit veel liefs tegen haar gezegd had, en die haar toch zoo
+lief was. Een kwellend verlangen was dan in haar hart, juist naar de
+dochter, die haar het minst meer noodig had, en die haar het minst ook
+missen zou.... Hoe dat zoo wezen kon?</p>
+<p>Moeilijk verlegde de zieke het hoofd in de kussens; haar pluizig,
+zwart haar, in enkele maanden <span class="pagenum">[<a id="xd21e166"
+href="#xd21e166" name="xd21e166">7</a>]</span>grauw geworden aan de
+slapen, ging ver schuil in de strakke, witte ziekenhuis-muts en dat
+gespannen, zuivere wit stond schril rond haar ingevallen, hoorn-gele
+gezicht, waarop, als een schimmig weggewischte teekening, de nu
+bleek-purperen ader-koonen voozig verglommen onder de diepgegroefde
+oogkassen; en de lange, vale zijstukken der wangen hadden vreemde
+schaduwen, alsof reeds de dood daar langs gestreken kwam. Doch haar
+eigenlijke gezicht, haar donkere oogen en haar verweerde mond, zij
+waren, nu voor een oogenblik de pijnen uitgestorven schenen, van een
+rust, die noch het wachten, noch het verlangen te onteffenen
+vermochten.</p>
+<p>Er lagen slechts weinig zieken in de zaal, dien tijd. Twee plaatsen
+weerszij van haar waren onbezet; verderop, in het donkerder gedeelte,
+gonsde een veelstemmig gepraat om het bed van een jonge vrouw, die
+ongesteund rechtop zat midden in haar ledikant. Nog meerdere bezoekers
+kwamen door de groote middendeur binnen en gingen allen naar dien
+hoek.</p>
+<p>Vrouw Plas, moeizaam, verlegde opnieuw het hoofd in de kussens, zag
+naar de andere zijde der zaal, waar de bedden alle stil waren of
+iedereen sliep; rond het laatste hingen de witte gordijnen
+dichtgesloten.</p>
+<p>Een zuster, klein en donker, kwam door de lage zijdeur, in het
+zaalverschiet, binnen; geluidloos <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e174" href="#xd21e174" name="xd21e174">8</a>]</span>schreed ze
+langs de voeteneinden der lange rij ijzeren ledikanten en bij elk der
+drie hooge nis-vensters gleed schuin een vleug van gouden Septemberzon
+over haar blauwe sergen kap.</p>
+<p>Toen zij dicht bij het bed van vrouw Plas was gekomen, klaagde die
+flauwtjes over het helle licht, dat haar oogen zoo vermoeide. Zonder
+gerucht liet de zuster het rieten rolgordijn zakken en ging verder.</p>
+<p>&bdquo;Wel bedankt,&rdquo; mompelde de zieke nog. Dan, in den
+vredigen schemer, zakten de ijle, blauwig-doorschenen oogleden zachtjes
+neer over de weg-deinende, donkere bollen, en haar gedachten, zonder
+ontroering of beklag, vlotten weg langs de weinige wegen van haar
+afgelegde leven.</p>
+<p>Zij zag zich, kind uit een groot steenbakkersgezin, iederen morgen
+met hen allen trekken naar de steenbakkerij aan de rivier, waar zij in
+guurte en in regen en in brandende zon de steenen droeg van de
+droogschuren naar den oven en van den oven naar de schuit .... Zij zag
+zich, vele jaren later, getrouwd met Plas, een vrouw van welstand
+opeens voor haar doen, maar altijd druk in de weer toch, omdat het
+werken haar in het bloed zat. Dan de geboorten der twee kinderen, en,
+na zeven jaren, plotseling het ongeluk. En toen, de jaren door, zij
+optornend voor &rsquo;t gezin, en daartusschen, ongewenscht, als een
+overmaat van <span class="pagenum">[<a id="xd21e183" href="#xd21e183"
+name="xd21e183">9</a>]</span>zorg, de geboorte van &rsquo;t derde kind,
+van Merietje .... Zij dacht aan haar drie groote dochters nu, aan Sien
+.. Sien, die straks komen zou .... Even toefde ook haar denken bij de
+twisterige bruiloft, waarvan de herinnering haar zoolang een
+onverteerbaar brok was geweest; zij dacht nu daaraan zoo onbewogen en
+ver af, met een vage verwondering alleen, en zij wist, dat alles in
+haar hart vergeven was en dat er geen veete meer bestond.</p>
+<p>Toen zij de oogen opsloeg, wachtte bij de groote middendeur de
+zuster, die aan Sien wees, welken kant zij op moest gaan.</p>
+<p>Een blijdschap en een schrik tegelijk flitsten door de zieke heen;
+&rsquo;t was of haar gespannen oogen de jonge vrouw wel naar zich toe
+wilden trekken, zooals die, mooi gekleed, maar loom en zwaar, dan
+langzaam naderde.</p>
+<p>&bdquo;Dag Sien,&rdquo; groette de moeder het eerst.</p>
+<p>&bdquo;Dag moeder,&rdquo; zei Sien; het klonk luid en wel hartelijk,
+maar haar oogen zagen ontwijkend ter zijde.</p>
+<p>En toen zij op den kleinen stoel, die naast het bed stond, zitten
+ging, en wat bezwaarlijk tegen de achter-overe leuning aanzeeg, spalkte
+plotseling de ruime, zwart-stoffen mantel open en haar breed welvend
+lichaam van ver-zwangere vrouw kwam onverholen <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e195" href="#xd21e195" name=
+"xd21e195">10</a>]</span>aan het licht. Een pakje, dat zij bij zich
+had, lei ze naast zich op het beddetafeltje neer.</p>
+<p>De zieke kleurde branderig over de vaal-bleeke verslondenheid van
+haar gezicht heen.</p>
+<p>&bdquo;Hoeveel maanden al?&rdquo; vroeg ze dringend.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Loop op &rsquo;t laatst,&rdquo; zei Sien verward,
+als overrompeld; .... &bdquo;Acht maanden.&rdquo;</p>
+<p>Zij waren nog geen half jaar getrouwd.</p>
+<p>De vrouw in het bed sloot de oogen; er kwam een beving om den
+weggeslonken mond, en, als voor zichzelf alleen, zoo zacht, zei ze:</p>
+<p>&bdquo;Dat had niet magge wezen.&rdquo;</p>
+<p>Maar na een oogenblik keek zij weer op; zij zag, onder het kleurige
+van den gelen kapothoed en zijn roode rozen, het vreemd geworden
+gezicht met de bruinige vlekken aan de slapen, dat gezicht van reeds
+moeizaam moederschap, en waarop de smarten der geboorte als
+aangekondigd stonden; zij zag de vermagerde, aderige hand, die
+krampachtig in de zijde neep, als om een hinder daar te overwinnen.</p>
+<p>Een stil oogenspel, even, was er tusschen hen beiden. De moeder zag
+ook, hoe het felle, uitdagende blauw van vroeger als donkerder was
+geworden, dieper en inniger, en vol rust, die naar binnen leefde.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Wou toch nog even komme, om je te zien,&rdquo; zei
+de dochter. <span class="pagenum">[<a id="xd21e216" href="#xd21e216"
+name="xd21e216">11</a>]</span></p>
+<p>De vrouw in het bed knikte.</p>
+<p>En dan, half onverschillig, half vertrouwelijk, begon Sien te
+vertellen:</p>
+<p>&bdquo;Hij wou me eerst niet laten gaan .... hij is bang voor wat
+z&rsquo;n familie zal zeggen .... maar dat &rsquo;s onzin natuurlijk
+.... as &rsquo;t kind er is weten ze &rsquo;t toch .... en mijn ook een
+zorg of ze wat zeggen ....&rdquo;</p>
+<p>De zieke knikte nog eens; maar &rsquo;t was of zij meer
+be&acirc;amde een eigen gedachte, dan de woorden, die zij hoorde. Er
+was een groote goedheid over haar gelaat en met de zorg van oud
+moederdier voor het jonge, vroeg ze:</p>
+<p>&bdquo;Jij draagt zwaar .... net as ik in mijn tijd .... maar jij
+ben ook gezond, h&egrave;?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;O! gezond!....&rdquo; zei Sien, &bdquo;da&rsquo;s puik!....
+maar &rsquo;k heb veel lasten.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En is &rsquo;t ie goed voor je?&rdquo; vroeg de moeder. Zij
+vroeg het onbevangen, of nooit het vertrouwen van moeder en kind
+tusschen hen verstoord was geweest, en Sien antwoordde, argloos
+ook:</p>
+<p>&bdquo;Hij het z&rsquo;n gebreken, h&egrave;?.... maar anders zoo
+goed as de beste .... &rsquo;k heb geen klagen .... en achttien gulden
+in de week vast ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ik zal &rsquo;t nie meer beleven,&rdquo; zei de zieke, met
+een plotselinge zwenking der gedachten, en voor het eerst kwam er iets
+van verlangen en nog hangen aan het leven in haar gelaat. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e236" href="#xd21e236" name=
+"xd21e236">12</a>]</span></p>
+<p>Sien was opgeschrikt. &bdquo;Wat zeit de dokter?&rdquo; vroeg ze
+haastig. &bdquo;Hei je veel pijn?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ze hebben &rsquo;t je geschreven.... &rsquo;t begin van het
+eind,&rdquo; zei de zieke; en verder praatte zij niet over
+zichzelf.</p>
+<p>Toen gaf zij nog, met dezelfde goedheid van oud, uitgeleefd
+moederdier over haar zwakke gezicht, al wat zij wist aan raad voor de
+aanstaande bevalling.</p>
+<p>Een lange wijl zaten zij zonder spreken.</p>
+<p>Dan, om wat te zeggen, vroeg Sien naar haar zusters: .... was Merie
+wel gezond?.... vree Ant nog met Busselaar?</p>
+<p>&bdquo;Vrijen en niet vrijen.... zoo&rsquo;n gangetje,
+h&eacute;?&rdquo; zei de moeder met een vagen glimlach, waarin nog iets
+van haar vroegeren, goelijken spot kwam doorschijnen.</p>
+<p>Siens uitzicht trok gaandeweg al meer vervallen en overmoe; de
+bruinige schaduwen aan de slapen en bij den mond vertoonden zich
+sterker nu haar kleur was gezakt; er kwam een schril licht in haar
+oogen en een onnoozele trek om den even open mond.</p>
+<p>&bdquo;Je kon het toch nog wel doen, die reis?&rdquo; vroeg de
+moeder met vrees.</p>
+<p>Sien gebaarde iets van:&mdash;nou nog mooier! Dan zei ze
+plotseling:</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Zal zeker een jongen zijn.&rdquo;</p>
+<p>Een lach brak door op &rsquo;t gezicht van de zieke vrouw.
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e260" href="#xd21e260" name=
+"xd21e260">13</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Dat dacht ik ook altijd,&rdquo; zei ze, &bdquo;de beide
+keeren.. Maar met Merie niet meer.... die hield zich altijd koest, net
+als later.&rdquo;</p>
+<p>Ze zagen elkaar aan, de oude en de aanstaande moeder; er was een
+wereld van gelijke zonnige gedachten en van zorgen tusschen hen in.</p>
+<p>&bdquo;Jij hebt het rijker dan ik het had.... jij mot een dokter
+nemen.... geen juffrouw....&rdquo; zei de zieke nog.</p>
+<p>Toen ging, met het opklinken op eens van nader gekomen stemmen, wat
+luidruchtig, de groote middendeur open; een groepje bezoekers verliet
+de zaal, en tegelijkertijd, bedeesd langs hen henen, vaaltjes en bleek
+in haar grijzen regenmantel, schoof Sprotje naar binnen.</p>
+<p>Zij scheen dadelijk Sien te zien zitten, want zij aarzelde, keek
+schichtig terzij, of ze met den laatst heengaande nog weer mee
+terugkeeren wou.... Toen die de deur achter zich gesloten had, kwam
+zij, ontdaan, op het bed van haar moeder af.</p>
+<p>&bdquo;Dag Merie,&rdquo; zei Sien ongedwongen en vriendelijk.</p>
+<p>&bdquo;Dag....,&rdquo; zei Sprotje schuw. Dan groette zij de zieke,
+gaf haar een hand en zette zich schutterig neer op den rand van het
+bed. Schril en beschaamd gingen haar blikken naar het zwaar uitpuilende
+figuur der jonge vrouw; zij dorst er niet naar te kijken en zij kon er
+de oogen niet afhouden. Zij kreeg een hooge kleur <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e275" href="#xd21e275" name=
+"xd21e275">14</a>]</span>en voelde een verlegenheid of zij zou gaan
+huilen.</p>
+<p>Sien lachte niet; Sien werd niet boos; met een groote rustigheid zei
+ze:</p>
+<p>&bdquo;Je hoeft niet zoo bleu voor je zuster te zijn.... we kenne
+mekaar toch langer dan vandaag......&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ben je goed gezond tegenwoordig?&rdquo; vroeg ze
+achteraan.</p>
+<p>Sprotje had verrast opgekeken. Zij knikte van ja.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Ben van &rsquo;t jaar nog geen dag thuis gebleven en
+m&rsquo;n werk ken &rsquo;k af.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Da&rsquo;s mooi,&rdquo; zei Sien; en tegen de moeder:</p>
+<p>&bdquo;Goed er uit zien is nog wat anders.... maar as ze zelf voelt,
+dat ze sterker wordt....&rdquo;</p>
+<p>Sprotje nam haar zuster wat vrijmoediger op. Wat was Sien deftig
+geworden, dacht ze, net een echte juffrouw, en zoo stil in &rsquo;r
+mond&mdash;.. Maar wat zag &rsquo;r gezicht er akelig uit, en wat
+puilde dat lijf.... zou dat pijn doen?.... Sprotje voelde een
+aantrekking en een afschrik tegelijk, een angst voor iets
+onafwendbaars, alsof het haarzelve gold.</p>
+<p>Met een plots zeer klaren blik had de zieke vrouw naar Sprotje
+gekeken, zooals die daar zat in haar kalen regenmantel en met haar
+doffe, bruingrauwe hoedje op. &rsquo;t Was haar, of zij nog nooit zoo
+goed het gezicht en heel het wezen van haar jongste kind had
+aangeschouwd, de smalle, vage wangen, zooals die spits toeliepen
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e296" href="#xd21e296" name=
+"xd21e296">15</a>]</span>naar de kleine, zwakke kin, en de zachte,
+grijze oogen onder de bleeke brauwen; zij zag het plukkige, vaal-blonde
+haar, dat geen levenskracht scheen te hebben, en de onzeker verloopende
+lijn van strakke voorhoofd en kinderlijke neusje; sloom was de moeizame
+ronding van haar hals en van haar ingebogen schouders, maar de mond,
+flauw-roze en met drie fijne dwarskerfjes in de bovenlip, sloot vast
+opeen met een uitdrukking van smartelijke volharding; en in haar schoot
+lagen, groot en grof donkerrood, als dingen die niet pasten bij haar
+tengerte, de barstige, zwart-gekerfde en als gezwollen werkhanden aan
+de nog rauwer-roode, dunne, knokelige polsen.</p>
+<p>Een groot medelijden, zooals zij nog nooit voor dit kind had
+gevoeld, kwam er in het hart der zieke vrouw.</p>
+<p>Zij herinnerde zich de dunne priegelvingertjes van voorheen, zooals
+die de ringen naaiden aan de gordijnen van den behanger, en haar dunne,
+bloedlooze lippen, die zoo vaak zich sperden in een raar gelach. Zij
+voelde, dat dit kind van haar zeer misdeeld was en niet opgekweekt als
+het had behoefd; en zij voelde ook, dat niemand daar schuld aan had;
+doch het verband van die gedachten kon zij met haar zwakke hoofd niet
+rijmen, en afgetobd sloot zij de oogen.</p>
+<p>&bdquo;Een kinderwagen? leg je &rsquo;m daar &rsquo;s nachts ook
+in?&rdquo; vroeg Sprotje. <span class="pagenum">[<a id="xd21e305" href=
+"#xd21e305" name="xd21e305">16</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Wel nee, meid,&rdquo; zei Sien, &bdquo;d&rsquo;er is een
+ijzeren wieg met zeegroene gordijnen en een kanten kleed erover; een
+burgemeesterskind zou er in kunnen slapen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Zoo&rsquo;n hooge, as t&rsquo;er wel voor de winkelramen
+staan?.... zou &rsquo;k die graag &rsquo;s zien!.... En hei je mooie,
+zachte lakentjes?.... en krijgt ie een kanten mutsie op?&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Da&rsquo;s geen mode meer,&rdquo; zei Sien.</p>
+<p>Toen, met een afschijn van groote vrede en gelukkigheid over haar
+gelaat, zag de zieke weer op. Hoor! nu praatten zij eensgezind over het
+nieuwe leven, dat op geboren worden stond! nu waren zij niet vijandig
+meer! Zij was zeker lang met haar gedachten afwezig geweest. En er was
+een verwondering in de vrouw, omdat plotseling het sterven haar niet
+droef of vreemd meer leek.</p>
+<p>Ook zag zij, in een nieuwe verklaring, hoe het gezicht van het
+meisje, diep-in, geleek op het gezicht van Sien, zooals die daar nu,
+vermoeid en tijdelijk afgetakeld door haren staat, naast het bed te
+vertellen zat.</p>
+<p>&bdquo;Je mot zeker gauw weer weg?&rdquo; vroeg ze dan, maar zonder
+treurigheid, alsof er een groote bevrediging was over haar gekomen.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Zou maar &eacute;&eacute;n trein overblijven....
+omdat ik anders de familie niet kan passeeren....&rdquo;</p>
+<p>Sien zei het benepen-verontschuldigend, trachtend <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e322" href="#xd21e322" name=
+"xd21e322">17</a>]</span>te verzachten, en zij had gekleurd; maar de
+zieke vrouw knikte, dat het goed was.</p>
+<p>&bdquo;As &rsquo;t afloopt mot je niet weer overkomme.... voor
+&rsquo;t kind niet, en voor jou niet.... maar as je man me wil helpen
+begraven.... &rsquo;k ken hem eigenlijk wel niet, maar &rsquo;t is toch
+me schoonzoon.... en je mot &rsquo;m wel de komplementen
+doen.&rdquo;</p>
+<p>Even werd het Sien te raar om het hart en zij beet op haar lippen om
+niet te huilen.</p>
+<p>Toen begon ze druk te vertellen van hoe het bij haar thuis was:
+z&oacute;&oacute; de voorkamer, z&oacute;&oacute; de
+achterkamer<span class="corr" id="xd21e331" title=
+"Bron: ..">....</span></p>
+<p>De zieke luisterde vaag maar welgevallig.</p>
+<p>&bdquo;En hoe zal &rsquo;t kind heeten?&rdquo; vroeg ze nog, bij een
+gaping in &rsquo;t verhaal. Doch dadelijk knikte zij van nee en maakte
+een gebaar van maar niet te antwoorden: zij wist wel, dat zij daarin
+niet meegeteld zou worden en dat alles voor de familie van den man zou
+zijn. Even schoof er nog een verdrietige schaduw door haar oogen, en
+Sien, haastig, vertelde weer door: een keuken met een dubbel raam, en
+een gasstel met een oventje erin had ze.... in een ommezien was daar je
+eten op gaar. Boven sliepen ze, maar in de achterkamer was nou ook al
+een bed gezet, voor as ze most gaan liggen<span class="corr" id=
+"xd21e338" title="Bron: ..">....</span></p>
+<p>Telkens drukte ze, met een pijnlijken trek om den mond, de
+rechterhandpalm in de zijde en hield even den adem in. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e343" href="#xd21e343" name=
+"xd21e343">18</a>]</span></p>
+<p>De klok aan den voorgevel sloeg vijf slagen, en dadelijk daarna kwam
+de zuster:&mdash;alleen het bezoek van buiten mocht nog blijven; het
+gewone uur was verstreken, zei ze zachtzinnig.</p>
+<p>Sprotje stond dadelijk gewillig op, tot vertrekken gereed. Maar ook
+Sien was uit haar stoel overeind gekomen.&mdash;Vijf uur?.... dan most
+ze weg.... om half zes ging haar trein.... Ze liep zoo vlug niet
+meer<span class="corr" id="xd21e348" title="Bron: ..">....</span></p>
+<p>Zij aarzelde. Het was zoo vreemd. Zij kon geen afscheid nemen. Zij
+staarde naar de vrouw in bed. Dat was nu haar moeder.... daar lag
+ze.... en zij zou ze nooit weerzien. Zij werd heel wit. Zij zag, hoe
+haar moeders gezicht was weggeslonken, alsof zij zoo sterven kon.</p>
+<p>Maar vast en klaar zei de zieke nog:</p>
+<p>&bdquo;Een gelukkige verlossing, kind, en een gelukkig leven
+verder.&rdquo;</p>
+<p>Een snikken brak in Sien los. Zij bukte zich, gaf een kus op de vale
+wangen, een kus op de hand, en gehaast, voorzichtig met haar zware
+lichaam, naast Sprotje, die &rsquo;r stappen inhield, ging zij de zaal
+af, keek nog om bij de deur; zij lachte schril door haar schreien heen,
+zij knikte, had een stijven handwuif,&mdash;dan waren zij weg.</p>
+<p class="tb">*</p>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e361" href="#xd21e361" name=
+"xd21e361">19</a>]</span></p>
+<p>Toen de begrafenis was afgeloopen, en de eenige oom, die in het
+Kerspel woonde, en de schoonbroer uit Amersfoort weer waren vertrokken,
+zaten &rsquo;s avonds, als versuft van al de trieste beslommering,
+Sprotje en Ant samen bij de kleine lamp aan hun keukentafel.</p>
+<p>Zij waren beiden dien dag niet naar haar werk geweest, hadden
+&rsquo;s morgens in het ontvangzaaltje van het ziekenhuis gewacht tot
+de paar begrafenisgasten kwamen, hadden &rsquo;s middags koffie
+geschonken voor de menschen, die in hun voorkamer zaten.</p>
+<p>Moeders broer was al tegen drie&euml;n weggegaan en de zwager een
+half uur later; maar een paar buurvrouwen waren nog tot den donker
+gebleven, vullend het ontredderde vertrek met een dompig-verwarde
+luidruchtigheid.</p>
+<p>Nu, vreemd, in de avondstilte, waren zij met hun twee&euml;n
+alleen.</p>
+<p>Sprotje zag ontdaan; een doode en een begrafenis, die had zij, met
+weet, nog nooit bijgewoond; haar gedachten waren vol afschrik en veege
+ontzetting en een werkelijk verdriet drong niet tot haar door.</p>
+<p>Ant was zeer moe; zij hield het breede postuur ineengedrongen, de
+armen over de borst gekruist, of zij kleumde; soms knikte met hortende
+stootjes haar hoofd voorover en was zij een oogenblik ingedut.</p>
+<p>Maar gauw en heesch begon Sprotje dan iets te <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e377" href="#xd21e377" name=
+"xd21e377">20</a>]</span>zeggen; zij wou niet, dat de andere sliep, wou
+aldoor blijven praten, om aan de dwangbeelden te ontkomen, die haar
+staken in het hoofd.</p>
+<p>En Ant schrok op, keek dwaas even rond, huiverde en overpraatte met
+haar luide stem de stilte, die ook haar benarde.</p>
+<p>Zoolang vrouw Plas in het Ziekenhuis lag, hadden zij al de avonden
+zoo bij elkaar gezeten, slaperig beiden en moe, Sprotje van het sjouwen
+in haar dienst, Ant door het dubbele werken op haar weverij en bij hen
+thuis,&mdash;wekenlang had dat geduurd, en nu was er plotseling een
+verwezenheid en een nieuwe leegte gekomen, die alleen hun eigen bange
+gedachten daar brachten, en die benauwend was te ondergaan.</p>
+<p>Beiden, bij poozen, herinnerden zich ook, wat de man van Sien bij
+het heengaan nog zeide, dien middag:&mdash;zij hadden veel met hun
+moeder overbracht, en &rsquo;t zou zeker onkosten gegeven hebben
+bovendien.... &rsquo;t beetje, dat er was, konden zij houden.... Sien
+maakte geen aanspraak....</p>
+<p>Uit den toon van zijn stem was wel de geringschatting te hooren
+geweest voor het erfenisje van een paar meubelstukken en wat waardeloos
+geraad; maar zij vonden het toch vriendelijk, dat hij hun liet, wat zij
+altijd gehad hadden,&mdash;en alsof er nu eensklaps iets vreemds was
+gekomen aan elk ding, en zij daarmede iets anders <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e387" href="#xd21e387" name=
+"xd21e387">21</a>]</span>zouden kunnen doen, dan zij altijd gedaan
+hadden, zoo verbaasd en onderzoekend keken zij soms rond.</p>
+<p>Maar dan spraken zij ras daarover heen, om de wreede en slechte
+gedachte te verbannen.</p>
+<p>&bdquo;Ja....&rdquo; zei Ant eindelijk met een moedelooze
+afgetrokkenheid: &bdquo;&rsquo;t had zoo ook niet langer gekend,
+h&eacute;?.... werken en koken en dan nog m&rsquo;n tien uren op
+&rsquo;t fabriek.... jij ken nou eenmaal niet meer bijbrengen, om te
+helpen.... maar &rsquo;t liep mijn over de kop.... net as je oom zei,
+we motten een kosthuis zoeken....&rdquo;</p>
+<p>Sprotje schokte even in de schouders weg.</p>
+<p>Ant was al vaker tot dat besluit gekomen, vorige avonden van
+neerslachtigheid en tobberij; en Sprotje, in een ijlen schrik, had daar
+dan dadelijk overheen gepraat.... Een kosthuis zoeken, wonen bij
+andere, arme menschen als zijzelf, bij vreemden, dat leek haar zoo
+zwart en zoo troosteloos, dat al het grauwe van haar eigen thuis er
+plotseling bij wegviel; en zij had zich met vage mogelijkheden gepaaid,
+die zij maar vaag hield, om er het onmogelijke niet van in te
+zien....</p>
+<p>Nu, in de beklemmende leegheid van dezen avond, voelde zij het
+onherroepelijke: zij moesten hier weg<span class="corr" id="xd21e400"
+title="Bron: ..">....</span> zij moesten onder de menschen.</p>
+<p>Zij keek Ant aan met het zachte van een weerloos dier in haar
+kleine, grijze oogen en ze zei gelaten: <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e405" href="#xd21e405" name="xd21e405">22</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ja.... een kosthuis....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Ze is van middag pas begraven&rdquo;, kwam Ant verdrietig,
+&bdquo;we moste daar eigenlijk nog niet over praten.&rdquo;</p>
+<p>Maar even later, in de zeurige dofheid van haar afgetobd, heet
+hoofd, ging zij toch op dezelfde gedachte door:</p>
+<p>&mdash;De moeder van Eiltje, die nam kommesalen, maar &rsquo;t was
+er zoo&rsquo;n herrie, negen kinders over de vloer.... en de menschen
+van Mastenbroek, maar daar leien ook kerels van &rsquo;t spoor in de
+kost.... misschien was &rsquo;t bij Westerweel nog het beste....</p>
+<p>&bdquo;En de meubels, die motte we wel verkoope,&rdquo; zei ze dan
+mistroostig.</p>
+<p>&bdquo;Verkoope....?&rdquo; duizelde Sprotje.</p>
+<p>Bij verbijsterende vlagen kwam al de naakte naarheid door haar
+denken gejaagd.</p>
+<p>&bdquo;Maar de latafel toch niet....!&rdquo; schrok ze opnieuw.</p>
+<p>&bdquo;En een kosthuis, hoe mot ik dat betalen....&rdquo; klaagde ze
+nog flauwtjes op de eerste overdenking door: &bdquo;ze vragen wel een
+daalder in de week....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Jij zou de latafel kenne houen, as je daar zoo op gesteld
+ben,&rdquo; zei Ant goedig; &bdquo;veel dienstmeissies brengen een
+kassie mee, h&egrave;?.... as jij later &rsquo;ns voor dag en nacht
+gaat.... En ik neem dan weer wat anders....&rdquo; <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e427" href="#xd21e427" name=
+"xd21e427">23</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Ik zou de potkachel kenne nemen,&rdquo; zei ze even later,
+alsof het een plotselinge vondst van haar was.</p>
+<p>&bdquo;Waarom de potkachel?&rdquo; vroeg Sprotje verbaasd.</p>
+<p>Maar onderdoor die verbazing was er eensklaps een schrille vreugde
+in haar hart geschoten. De latafel! .... of zij dan nog ooit &rsquo;ns,
+als een deftige dienstmeid, met &rsquo;n kassie bij &rsquo;r menschen
+zou komme....! Of dat nog &rsquo;ns mogelijk zou zijn!</p>
+<p>Met een matter belangstelling vroeg ze nog eens: &bdquo;Wat zou jij
+met de potkachel doen?&rdquo;</p>
+<p>Doch Ant zweeg, gaf geen naderen uitleg over die keuze.</p>
+<p>Zij zaten stil; zij keken verward, als betrapt voor zich
+neer....</p>
+<p>Zij waren plots weer bij de niet te gelooven werkelijkheid terug:
+hun moeder was dood, was begraven vandaag.... Ant streek verscheidene
+malen met de hand over de oogen.</p>
+<p>Na een poos zag Sprotje haar zitten, met het zorgelijk getrokken
+voorhoofd en den ouwelijken rimpelmond, zooals zij wel vaker te kniezen
+zat, den laatsten tijd.</p>
+<p>Ant dacht aan Busselaar, aan haar beurtschipper. De vorige maand had
+hij een bezoek overgeslagen; gister was het zijn dag geweest en hij had
+zich niet vertoond.... maar soms kwam hij er twee, drie later dan zijn
+tijd was.... Wat die man toch in zijn schild <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e447" href="#xd21e447" name=
+"xd21e447">24</a>]</span>voerde!.... Zij brak zich daar vaak het hoofd
+mee.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Zal om de begrafenis zijn, dat ie niet gekommen
+is&rdquo;, zei Sprotje, radend in een goei&iuml;gheid van willen
+troosten.</p>
+<p>De andere knikte.</p>
+<p>Wat later, hulpeloos, spraken zij af, dat Ant den volgenden
+morgen,&mdash;&rsquo;t was dan juist Zaterdag&mdash;de huur van hun
+huisje zou opzeggen; en Zondag zou ze werk maken van een kosthuis; ze
+moest ook bij de uitdragers langs voor den verkoop van hun
+boeltje......</p>
+<p>Dan zwegen zij weer beiden, vervaard voor zooveel moeilijkheden.</p>
+<p>Door de stilte van den avond streek, als een eindelooze zucht uit de
+wijde eenzaamheid der weilanden, het geruisch van een trein op den
+verren spoordijk; uit de Hanekamp tikkelde telkens, zenuwachtig, het
+knikkergeluid der biljardballen; en daar doorheen botste soms een doffe
+plomp-klots in de zakken, of flitste het helle ketsen van een
+queue.</p>
+<p>Ant, met een ruk, stond op van haar stoel, draaide de lamp hooger,
+die gezakt was, ging dralende weer zitten.</p>
+<p>&bdquo;De arme stakkerd&rdquo;, zei ze.</p>
+<p>&bdquo;Ja&rdquo;, kwam Sprotje zacht; zij werd op eenmaal heel lauw
+en dacht aan haar moeder; haar wrange <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e465" href="#xd21e465" name="xd21e465">25</a>]</span>keel wrong
+omhoog en tranen drongen in haar oogen; even huilde zij en trachtte te
+bidden, maar haar leege bidden werd verschroeid door haar warrig heete
+gedachten.</p>
+<p>&bdquo;Kom meid&rdquo;, hoorde ze Ant zeggen, die de hand op
+&rsquo;r schouder lei. De oogen vol tranen, haar denken dood-gebrand,
+staarde Sprotje wezenloos voor zich uit, liet zich door die warmte
+opbeuren.</p>
+<p>Zij zag vlekkerig rood, en rechtte haar pijnlijken rug.</p>
+<p>Ant, de ellebogen op tafel, de kin in de handpalmen, staarde blind
+in de lampevlam.</p>
+<p>Zoo zaten zij een langen tijd.</p>
+<p>Zij verlangden beiden naar bed; zij gingen niet; er was iets stuk
+diep in hun hoofden, er stak iets, er schrijnde iets en zij talmden bij
+elkaar in den schijn van het lamplicht, dat nog troostte.</p>
+<p>Dan begonnen zij, dof en nuchter van afgematheid, nog eenmaal over
+ieders aandeel in de meubelstukken.&mdash;De latafel en het
+potkacheltje, dat ging niet gelijk-op, vond Sprotje, die slapjes weer
+kwam bijgeleefd.&mdash;Maar ze nam haar eigen bed ook mee, zei Ant;....
+als Merie dat van Sien wou?</p>
+<p>&mdash;.... Nee.... zei Sprotje, rillerig.... in een betrekking kon
+je daar toch niet mee ankomme.</p>
+<p>Maar dan herinnerde zij zich plotseling de vriesnachten, op haar
+veldbedje onder het dak, bij juffrouw Jonkers. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e484" href="#xd21e484" name=
+"xd21e484">26</a>]</span></p>
+<p>&mdash;E&eacute;n wollen deken kon je misschien in je kastje wel
+meebrengen, aarzelde ze.... voor as je eens kouwelijker was, dan de
+menschen dachten....</p>
+<p>Plots schrokken zij beiden; een felle fluitstoot, als een schrei,
+kwam over het land gekreschen. Ant zag, hoe Sprotje schril wegtrok om
+den neus.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Is de trein van tienen&rdquo;, zei ze, &bdquo;we
+motte naar bed&rdquo;.</p>
+<p>Maar geen van beiden roerde zich om op te staan. Uit den Hanekamp
+klonk nog een laatste getikkel der biljardballen; gelach en
+stemmen-lawaai van menschen die uiteengaan, galmde over en zweeg. Een
+nieuwe stilte viel er over &rsquo;t land.</p>
+<p>&bdquo;We motte Sien een gedachtenis geven&rdquo;, zei Sprotje
+opeens met een vreemd wakker hoofd.</p>
+<p>En zij keek onbestemd rond naar wat daartoe dienst kon doen.</p>
+<p>Doch Ant zei bitter:</p>
+<p>&bdquo;As ze niet zoo&rsquo;n verdriet van Sien had gehad, zou ze
+der zoo gauw niet uit zijn geweest.... ze het na de bruiloft geen
+gezond oogenblik meer gehad.... En nou weer z&oacute;&oacute; bij
+moeder te komme.... daar zal de ziel ook nog wel....&rdquo;</p>
+<p>Sprotje dacht aan het afscheid, dien middag in het ziekenhuis; ze
+zag weer het uitgeleefde, trouwe gezicht; ze hoorde die zwakke stem vol
+sterke liefde: &bdquo;een gelukkige verlossing, kind, en een gelukkig
+leven verder....&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd21e504" href=
+"#xd21e504" name="xd21e504">27</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Moeder was toch....&rdquo; wou ze beverig gaan zeggen, maar
+door het geluid van haar eigen woorden brak ze plotseling in een
+zenuwachtig snikken uit.</p>
+<p>Om half elf zaten ze nog op. Ant stelde voor, samen in de bedstee te
+slapen, die nu al twee maanden ongebruikt was geweest, doch dat deden
+zij niet.</p>
+<p>&rsquo;t Was over elven, eer zij dicht achter elkaar aan, met het
+olielampje, de ladder opklommen naar hun slaapplaatsen op zolder.</p>
+<hr class="tb">
+<p>De eerste dagen der volgende week raakte Ant met een kosthuis klaar.
+&rsquo;t Was bij Diepelink dat ze kwamen. Zijzelf moest twee-vijftig
+kostgeld geven en tien stuivers kamerhuur, en omdat zij een stel eigen
+bedgoed meebrachten, kon Marie voor niets de kamer deelen. Marie had
+alleen middageten noodig, kreeg boterhammen in &rsquo;r dienst, Marie
+namen ze voor vierentwintig stuivers in de week erbij.... &rsquo;t Was
+een prikje, dat moest Ant toegeven.... Maar met een bekommerd hart kwam
+zij dien avond Sprotje den uitslag vertellen.</p>
+<p>Sprotje, die in &rsquo;t vage al zooveel getobd had, schrok toch nog
+heftig voor de daadwerkelijkheid van het bedrag. Zij verdiende tachtig
+centen in de week. Acht stuivers te kort. En &rsquo;r kleeren! En de
+ziekenbus, waarvoor zij zelf nu zorgen moest! <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e517" href="#xd21e517" name=
+"xd21e517">28</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Zal je wel helpen, as &rsquo;t mot,&rdquo; zei Ant
+aarzelend. Sprotje knikte flauw door haar tranen heen. Ant was op den
+penning geworden sinds haar verkeering met Busselaar, dat wist ze wel;
+en voor h&aacute;&aacute;r zou &rsquo;t leven ook duurder zijn dan hier
+aan het Dijkje.</p>
+<p>&bdquo;En de erfenis,&rdquo; troostte Ant weer.</p>
+<p>Sprotje knikte nog eens, overtuigder: &bdquo;Ja, de erfenis
+<span class="corr" id="xd21e525" title=
+"Bron: ..">....</span>&rdquo;</p>
+<p>Vierentwintig gulden, in een ronde som, had de uitdrager voor hun
+boedeltje beloofd. Van haar aandeel, rekende Sprotje uit, kon ze een
+half jaar het ontbrekende bijpassen.... Maar dan was het ook op .... En
+dan?.... Als ze voor dien tijd eens geen vollen dienst
+vond!<span class="corr" id="xd21e530" title="Bron: ..">....</span> Met
+wondende stooten herinnerde zij zich al haar vergeefsche tochten, een
+anderhalf jaar geleden, de afschuwelijke en vernederende tochten, als
+zij met haar doodmoede lichaam telkens weer andere, vreemde gangen door
+en trappen opsleepte, en na vijf minuten, die haar toch een eeuwigheid
+schenen, alweer buiten stond, met alw&eacute;&eacute;r in haar ooren de
+onverschillige terugwijzing of het geveinsd-vriendelijke afschepen van
+wel-nader-laten-hooren, dat haar nog smadelijker leek.</p>
+<p>Dagen lang, onder haar werken, onder het gaan naar haar dienst,
+onder het gaan weer naar huis, en de avonden, en de nachten, als zij
+den slaap maar niet vatten kon, maalde zij over die acht stuivers
+tekort en <span class="pagenum">[<a id="xd21e535" href="#xd21e535"
+name="xd21e535">29</a>]</span>over de twaalf gulden van de erfenis, die
+zij, acht stuivers bij acht stuivers, zou moeten uitgeven, zonder dat
+&eacute;&eacute;n stuiver ooit waarlijk van haar was geweest.</p>
+<p>En onder dien angst en dat tergende tellen, begon, knagender met den
+dag, het verdriet in haar op te komen over den dood van haar moeder
+.... Als zij &rsquo;t haar moeder nog maar eens vragen kon .... zij
+overzag nu zoo goed, hoe die eerst onvrindelijk zou zijn en smalen op
+haar stumperigheid, en dan toch helpen op het eind.</p>
+<p>Soms dacht zij ook: Waarom was zij, met haar zwakke lichaam, maar
+niet liever dood gegaan, in plaats van haar moeder, die altijd een
+flink mensch was geweest!</p>
+<p>Op het eind van de week, ziek van al het tobben, vroeg ze een
+onderhoud met haar Mevrouw.</p>
+<p>&mdash;Het was goed .... om vier uur kon ze op het balcon komen
+....</p>
+<p>Sprotje had plots een brandende spijt van maar niet dadelijk, op den
+man af, te hebben gevraagd wat ze vragen wou,&mdash;nu liep zij nog den
+ganschen dag met haar nieuwen angst rond. Maar zij dorst al sinds lang
+zoo brutaal niet meer te zijn, als ze wel geweest was; de laatste
+maanden hadden haar murw gemaakt ....</p>
+<p>Om lang over vieren tikte zij.</p>
+<p>&bdquo;Binnen,&rdquo; riep Mevrouw ongeduldig. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e551" href="#xd21e551" name=
+"xd21e551">30</a>]</span></p>
+<p>Die zat in een roodgeverfden, rieten stoel aan het balconhek. Haar
+bolle, witte kuif stond gedegen boven haar sterke, donkere gezicht;
+alleen de ontevreden-klaaglijke mondhoeken zeiden iets van zich
+ongezond voelen of niet lekker zijn.... Sprotje meende vaak gemerkt te
+hebben, den laatsten tijd, dat Mevrouw zich verbeeldde aan dezelfde
+kwaal te lijden als haar moeder ....</p>
+<p>Naast haar stond de juffrouw, kleiner en smal en bleek, en als
+altijd in een groengrijzige tint van kleeren, die haar nog bleeker
+maakte. Boven haar betrokken gezicht met de fletse oogen en de wijde
+neusgaten viel het zwarte haar zwaar uiteen en van achter was het strak
+opgekamd van den gelig uitgeholden nek. Voor de juffrouw was Sprotje
+nog banger dan voor Mevrouw. Zij had er niet op gerekend, dat die thuis
+zou zijn. In een nieuwe bedremmeldheid bleef zij staan.</p>
+<p>&bdquo;Nou, Marie ....&rdquo; zei Mevrouw. En toen Sprotje nog
+zweeg: &bdquo;Je wou toch niet komen vragen, hoop ik, of je nou voor
+dag en nacht zou kunnen dienen? Ik begrijp wel, bij je thuis zal er
+veel veranderen....&rdquo;</p>
+<p>En dan plotseling heftig-afwerend, alsof men haar beleedigd had:
+&bdquo;Daar kan niets van inkomen .... ik hou van mijn vrijheid
+&rsquo;s avonds .... &rsquo;k heb ook geen ruimte ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Het leege kamertje boven heb ik noodig voor mijn <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e563" href="#xd21e563" name=
+"xd21e563">31</a>]</span>boeken,&rdquo; zei de juffrouw minzaam uit de
+hoogte.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Wou vragen, Mevrouw,&rdquo; zei Sprotje met een
+ijle, trillende stem, &bdquo;of U mij niet als vroeger op achttien
+stuivers in de week kon brengen.&rdquo;</p>
+<p>Mevrouw keek verbaasd, dan gebelgd, dan spottend.</p>
+<p>&bdquo;Je werkt minder dan vroeger,&rdquo; zei ze .... &bdquo;al
+sinds een week ligt er verstelgoed te wachten in de keuken .... je zou
+de fijne servetten uitwasschen .... die hangen nog vuil boven
+....&rdquo;</p>
+<p>Maar de juffrouw, met een onverschillig gezicht, had iets gemompeld
+van: och .... enfin .... Marie was al zoo lang bij hen ....</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Heb je z&oacute;&oacute;veel faciliteiten gegeven in
+de laatste maanden,&rdquo; morde Mevrouw nog hoogmoedig tegen;
+&bdquo;telkens een kwartier vroeger weg, tweemaal een Zondagmiddag
+vrij, verleden week een heelen dag ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarom wou je eigenlijk opslag hebben?&rdquo; vroeg zij dan
+argwanend.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Mot een kosthuis nemen .... ze vragen een-twintig in
+de week ....dat kan &rsquo;k niet betalen,&rdquo; zei Sprotje
+gewurgd.</p>
+<p>De gezichten van moeder en dochter, plots, hadden een spitsing van
+aandacht, een uitdrukking van misnoegen daarna ....</p>
+<p>&bdquo;Als je vierentwintig stuiver moet betalen en je verdient er
+hier achttien, dan kom je er toch nog zes <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e584" href="#xd21e584" name="xd21e584">32</a>]</span>te kort ....
+hoe wou je daarmee?&rdquo; vroeg Mevrouw onaangenaam.</p>
+<p>Sprotje stamelde iets van: de meubels .... de erfenis .... Ze zei
+het zoo verward, dat zij voelde niet geloofd te worden.</p>
+<p>Mevrouw en de juffrouw hadden elkaar aangekeken; in hun blikken was
+een wisseling van raadvraging en waarschuwenden drang. Sprotje kreeg
+een hooge kleur; haar handpalmen werden koud en nat; zij had zooveel
+van achterdocht in dezen dienst geleerd <span class="corr" id=
+"xd21e590" title="Bron: ..">....</span> zij wist, dat men dacht: zes
+stuivers iedere week te kort,&mdash;die zal ook haar slag slaan als ze
+kan!</p>
+<p>Sprotje had het laatste jaar geen cent oneerlijk meer genomen, maar
+met een duizelige schaamte herinnerde zij zich plots hare kleine
+bedriegerijen van den winter daarvoor .... Zij voelde zich daar staan,
+alsof al haar gedachten en al haar daden z&oacute;&oacute; naakt aan
+het licht waren.</p>
+<p>En alweer praatte, met een scherpte, die sneed door haar hersens, de
+stem van Mevrouw:</p>
+<p>&bdquo;Stel, dat ik je op achttien stuivers bracht .... hooger gaan
+doe ik in geen geval.... dan zou jij toch nog niet geholpen zijn
+....&rdquo;</p>
+<p>Er was een oogenblik van moeilijke stilte.</p>
+<p>&bdquo;Nee ....,&rdquo; stootte Sprotje heesch uit.</p>
+<p>&bdquo;Enfin ....,&rdquo; besloot ongedurig Mevrouw Verscheer,
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e605" href="#xd21e605" name=
+"xd21e605">33</a>]</span>&bdquo;&rsquo;t is nog zoo kort geleden met je
+moeder, h&egrave; ....? we zullen nog eens zien .... ik zal nog eens
+zien .... &rsquo;k zal er over denken.&rdquo;</p>
+<p>Maar de juffrouw had kribbig met de schouders geschokt, knikte dan
+verholen-dringend van nee.</p>
+<p>Mevrouw zag haar vragend aan, even nog besluiteloos.</p>
+<p>En plotseling, onwillig, zei ze:</p>
+<p>&bdquo;Ja, eigenlijk wil ik ook liever geen dienstmeisje houden, dat
+niet het noodige bij mij verdienen kan .... Ik wil je niet haasten,
+maar als het staat zooals je zegt, moet je toch liever naar iets anders
+uitzien. Laten wij &rsquo;t op half November houden .... met de zes
+weken ....&rdquo;</p>
+<p>Toen, op haar lijfspreukelijken toon, begon zij nog een klein relaas
+over het voordeel van een vollen dienst voor grootere meisjes: meer
+gevoel van verantwoordelijkheid, meer opgaan in het werk .... meer
+gehechtheid en trouw aan de meesters .... Sprotje knikte star; een
+jachtige bleekheid trok haar gezichtje saam, en haastig ging zij
+heen.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Den Zondag daarop, &rsquo;s middags na vieren&mdash;wat met hun werk
+het beste uitkwam&mdash;waren Sprotje en Ant verhuisd naar hun
+zolder-achterkamer aan de Vliet, bij Diepelink. Het was een laag en
+niet ruim, maar proper vertrek. Aan den eenen zijwand lag het
+meegebrachte <span class="pagenum">[<a id="xd21e622" href="#xd21e622"
+name="xd21e622">34</a>]</span>kermisbed gespreid, aan den anderen kant
+van het kapvenster stond het geel houten ledikant, dat voor Ant was
+bestemd, en waarin Sprotje slapen zou.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Hou m&rsquo;n eigen spullen,&rdquo; had Ant
+beslist.</p>
+<p>Er stonden verder alleen maar een tafeltje met waschgerei en twee
+stoelen en een oude kist; doch aan den kaligen achtermuur pronkte, mooi
+glimmend in zijn donkerbruin hout, met de koperen sleutelgaten en
+trekkers, Sprotjes ladekast. De potkachel van Ant, zijn twee korte
+pijpstompjes in elkaar gestoken er boven op, school met hun oude
+strijkplank in den hoek.</p>
+<p>Onwennig naast elkaar op den rand van het ledikant, zaten de twee.
+Ze keken elkaar aan met oogen, die vroegen, wat ze toch begonnen waren,
+en hoe zij het leven hier uit zouden houden, hier in dit vreemde
+vertrek, waar wat dingen waren zonder verband, en waar zij zitten
+konden op die twee stoelen, maar niet aan een tafel.</p>
+<p>Onder het raam, als de have van landverhuizers, bolden de twee
+rood-bonte kussentijken, waarin zij hun kleeren hadden meegebracht.</p>
+<p>Werktuigelijk ging Sprotje h&aacute;&aacute;r zak losbinden, haalde
+een paar stukken er uit, borg die in een schuif van de ladetafel.</p>
+<p>Ant zei: &bdquo;Hadden we de keukenlamp maar gehouden.&rdquo;
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e637" href="#xd21e637" name=
+"xd21e637">35</a>]</span></p>
+<p>Zij stond op, verschikte de pijp-eindjes op het kacheldeksel, keek
+er na, hoe die aan &eacute;&eacute;n kant gedeukt waren bij het
+overbrengen.</p>
+<p>Voor de uitgetrokken lade op haar knie&euml;n liggend, was Sprotje
+heimelijk te huilen aangevangen. De dompe angst, die haar bezat sinds
+het onderhoud met haar Mevrouw, die werd in dit trieste uur verdoofd
+door de nog nijpender pijn van haar verlangen naar hun huisje, dat zij
+daareven verlaten hadden. Er was een knagend heimwee in haar hart naar
+hun stille, donkere keuken, naar het plaatsje, waar je zoo wijd over de
+weilanden zag, naar het plekje bij het voorkamer-raam met den
+leunstoel, die nu verkocht was, en de zeildoektafel ook .... De
+strijkplank, met vervuilde lappen erom, stond daar in den hoek,
+verlaten, zonder zin .... nooit meer zou haar moeder, bedrijvig
+tusschen het versche strijkgoed, er achter staan .... haar moeder, haar
+mo&eacute;der, die zij zoo weinig gemist had, toen ze ziek werd, die ze
+vroeger zoo weinig had lief gehad! Nu herinnerde zij zich, als
+gloed-doorschenen droomen, de middagen, dat zij samen thuis waren, en,
+het werk gedaan, v&oacute;&oacute;r in den schemer te praten zaten, of
+achter, in den rooden schijn van het stervend kolenvuur .... zij zag de
+verweerde hand, die haar het kommetje overreikte, zij zag de gebogen
+gestalte, zooals die, de armen gesteund <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e642" href="#xd21e642" name="xd21e642">36</a>]</span>op de
+knie&euml;n, dan zelve boven haar dampende koffie zat.. zij zag de
+stille bruine oogen, die tuurden.. En dat dit nu nooit meer terug kon
+komen, en dat die keuken niet meer bestond, dat daar aan het Dijkje nu
+een paar kale hokjes waren met niets van haar moeder meer erin .... En
+nu was zij hier in deze vreemde kamer, met Ant .... Ant bleef het
+eenige, dat haar eigen was, maar &rsquo;t leek haar of die hier
+dezelfde Ant niet meer was, of Ant plots veel losser van haar was
+geworden, dan vroeger. Haar moeder, die was de band tusschen hen
+geweest, die was ook het vaste &agrave;chter haar geweest, dat haar
+dekte tegen de menschen, en nu stonden zij ieder alleen, Ant alleen, en
+zij alleen, en aan elkaar zouden zij maar zoo luttel steun hebben, en
+tegen de wereld had zij geen beschutting meer.</p>
+<p>De heete, wreede tranen al bitterder te borrelen aanvingen. Toen
+Sprotje plots voelde, dat achter haar Ant ook op het punt stond te gaan
+huilen, droogde zij schielijk haar oogen, kwam beschaamd overeind en
+ging voor het raam naar buiten kijken. Zij merkte nauwlijks wat zij
+zag.</p>
+<p>Als zij wat later naar haar zuster dorst omzien, zat die in een
+botte bedruktheid, als een hond, die zich op een vreemd erf weet
+ingesloten en geen uitweg meer ziet. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e648" href="#xd21e648" name="xd21e648">37</a>]</span></p>
+<p>Geen van beiden dachten zij eraan, eenige eigen schikking te maken
+in de ruimte, die nu voor een maand althans de hunne was. Eindelijk
+ging Ant haar kleeren bergen in de kist; Sprotje hurkte weer voor haar
+ladekast.</p>
+<p>En plotseling luidde er, kordaat, een tikje tegen de kamerdeur.
+Sprotje schrok op, ging kijken. In het zolder-portaaltje stond een jong
+meisje, zoo groot als Sprotje zelf; het was een meisje met een aardig,
+blozend gezicht en krullend, roodblond haar; zij had groote,
+vrijmoedige blauwe oogen en zij keek daar Sprotje zoo goedwillig mee
+aan, dat het die plotseling heel wonderlijk te moede werd.</p>
+<p>Het meisje zei:</p>
+<p>&bdquo;De boterhammen zijn nog niet klaar, maar de kommesale kenne
+bij ons altijd ben&ecirc;e komme, as ze der plezier in
+hebbe....&rdquo;</p>
+<p>Sprotje keek verrast. Zij kende nog niemand uit het huishouden, en
+over dit meisje had Ant haar nauwelijks gesproken. Wat die een lieve
+stem had! en wat een vriendelijke oogen!&mdash;</p>
+<p>&mdash;Dus ze gingen met haar mee .... ?&mdash;vroeg het meisje nog
+eens.</p>
+<p>Sprotje knikte van ja, keek dan Ant aan. Ant stond op. Gedwee
+volgden zij beiden het montere meisje naar beneden.</p>
+<p>Zij moesten omzichtig loopen langs de vreemde <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e666" href="#xd21e666" name=
+"xd21e666">38</a>]</span>trap, die middenin een scheeve kromming
+maakte, waarbij men de voeten niet dan dwars kon zetten op de smalle
+treden.</p>
+<p>Het meisje, dat in een ommezien onder was, zei:</p>
+<p>&bdquo;O! de trap zal wel wenne ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En wij ook ....!&rdquo; lachte zij.</p>
+<p>Het was Sprotje op eenmaal of, bij dat heldere lachen, haar eigen
+ellende lichter werd en zachtjes afliet van haar hart.</p>
+<p>Bijna welgemoed kwam ze de keuken binnen.</p>
+<p>Daar, in den al schemerigen avondstond, zaten twee oude vrouwen
+weerszij de tafel. Dat waren de grootmoeder en tante Bartje.</p>
+<p>Sprotje keek gespannen-nieuwsgierig. Zij had bloo goeden dag geknikt
+en niets gezegd.</p>
+<p>De twee oude vrouwen, de grootmoeder met haar blanke kornet op,
+breed en weldoorvoed en rustig van gebaren, maar met rappe, gewikste
+bakers-oogjes, en tante Bartje, mager, slokjes, druk, en kippig
+knipperend, omdat zij zich half blind keek op het fijne naaiwerk, dat
+zij nog dagelijks afleverde,&mdash;de twee oude vrouwen, ieder in een
+laaggerugden boerenarmstoel, dien de grootmoeder heelemaal vulde, en
+tante Bartje maar half, waren stilbedrijvig in de weer voor het
+avondmaal.</p>
+<p>Tante Bartje sneed de boterhammen tegen een doek op haar buik, en de
+grootmoeder smeerde. <span class="pagenum">[<a id="xd21e686" href=
+"#xd21e686" name="xd21e686">39</a>]</span></p>
+<p>Het meisje met het roode krulhaar, dat Hilletje bleek te heeten,
+zorgde voor de koffie.</p>
+<p>Moeder Diepelink zelf was er op uit.</p>
+<p>Sprotje voelde, dat zij keek, maar zij kon het niet laten. Zij vond
+die twee oude vrouwen zoo eerbiedwaardig en zoo vertrouwd; zij had
+dadelijk begrepen, wie van de twee de baker was; die vond zij de
+deftigste. Maar tante Bartje leek haar liever, en het liefste vond zij
+Hilletje, die maar stil liep te zingen en een gezicht trok of ze altoos
+plezier in &rsquo;r leven had.</p>
+<p>Het was een huishouden van drie vrouwen, dat van de Diepelinks: de
+grootmoeder, de moeder en het dochtertje. De grootmoeder h&aacute;d
+gebakerd, de moeder bakerde nog; de oude en de jonge vrouw Diepelink
+heetten ze in de bakerdiensten, al was de jonge zoo jong niet meer, een
+goede vijftig, en sinds jaren reeds weduwe zelf. En als moeder
+Diepelink aan het bakeren was, kwam grootmoeder Diepelink&rsquo;s
+zuster, die op een hofje woonde, zoolang tot hulp in huis; de
+grootmoeder was wat zwaar ter been geworden, bukken of tillen, dat ging
+zoo niet meer .... en Hilletje was den dag door op de kleermakerij van
+Werst.</p>
+<p>&mdash; Wat was het hier gezellig in die keuken, dacht Sprotje, en
+wat rook de koffie, die zij zetten, lekker.</p>
+<p>Ze was blij, dat zij in dit huis terecht waren gekomen. Toch dorst
+zij nog bijna niets te zeggen. <span class="pagenum">[<a id="xd21e700"
+href="#xd21e700" name="xd21e700">40</a>]</span></p>
+<p>Ant, met haar wat stugge vrijpostigheid, had zich dadelijk, zonder
+veel praatjes, op haar gemak gezet, zei eens wat, of zweeg, en deed of
+ze al heelemaal thuis was. De twee oude vrouwen gedroegen zich ook
+kalm-bekend tegen h&aacute;&aacute;r; zij waren vriendelijk; zij vonden
+het blijkbaar een geschikte kostgangster.</p>
+<p>Maar Sprotje kende niemand. Sprotje, met haar bleeke en
+schuw-glurende gezicht, werd terdege opgenomen, en men had kennelijk
+met haar vrij wat minder op dan met Ant.</p>
+<p>Toen zij, tegen het eind van het boterham-eten, met haar ouwelijke
+wijsneuzigheid, en nuffiger sprekend dan ze anders deed, omdat ze zoo
+verlegen was, vroeg: hoeveel jaar de grootmoeder wel gebakerd
+had,&mdash;antwoordde die als terloops en snibbig: &bdquo;zeker meer
+jaren dan jij er oud ben.&rdquo;</p>
+<p>Dat bracht Sprotje nog meer van haar stuk.</p>
+<p>Een tijdje later bleek uit de gesprekken, dat tante Bartje, op haar
+hofje, nog altijd den naam had, het fijnste klein-kindergoed van de
+heele stad te naaien. Toen voelde zij op eenmaal een groote vereering
+voor tante Bartje. Zij had graag meer willen vragen, maar dorst toch
+niet, en zij deed maar haar best in het algemeen gepraat kleine,
+belangstellende dingen mee te zeggen, die echter niemand oplette.</p>
+<p>Toch vond Sprotje het zoo samen zitten in de schemerige <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e714" href="#xd21e714" name=
+"xd21e714">41</a>]</span>keuken, en later bij de groote, heldere
+petroleumlamp, eer prettig dan naar, en zonder de zwarte zorgen over
+het geld en over een dienst, zou zij zich al heel wat getroost hebben
+gevoeld. Het heerlijkst vond ze, dat, een enkele maal, Hilletje
+afzonderlijk iets tot haar zei. Dan kleurde ze, lachte, en zocht gauw
+iets even vriendelijks om terug te kunnen zeggen.</p>
+<p>Maar tegen het eind van den avond ontstond er plots een klein
+geschil, dat vele dagen daarna nog herhaaldelijk een aanleiding tot
+stekeligheid zou blijven aan de maaltijden: de oude vrouwen waren niet
+tevreden met de verdeeling der twee slaapgelegenheden tusschen Ant en
+Marie.</p>
+<p>&mdash;De oudste zuster hoorde in het ledikant te liggen, en de
+jongste op den grond, niet andersom ....</p>
+<p>&rsquo;t Was de baker vooral, die haar meening zei met een
+onverholen afkeuring voor de aanmatiging van Marie en de
+toegefelijkheid van Ant.</p>
+<p>&mdash;Wie betaalde de kamerhuur? en wie bracht beddegoed mee? De
+oudste toch? Gaf dat dan de jongste recht om het beste te nemen?</p>
+<p>&mdash;Ja, dat vond tante Bartje ook.</p>
+<p>&mdash;In h&aacute;&aacute;r tijd zou dat anders geweest zijn, begon
+de grootmoeder opnieuw, .... dan hield zij zich in, bedacht dat zij
+tegen een meisje sprak, dat nog zoo pas haar moeder verloren had ....
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e728" href="#xd21e728" name=
+"xd21e728">42</a>]</span></p>
+<p>Maar die bangschieterige wijsneuzigheid kon ze anders niet luchten,
+en haar kribbigheid werd weer sterker dan haar goede wil.</p>
+<p>Sprotje moest al &rsquo;r best doen om haar tranen in te houden.</p>
+<p>&bdquo;Kom ....&rdquo; zei Ant, &bdquo;&rsquo;k slaap goed zooals ik
+slaap .... &rsquo;k heb m&rsquo;n heele leven geen ledikant
+gehad....&rdquo;</p>
+<p>Maar Sprotje werd tot de bekentenis gebracht, dat zij thuis ook op
+den grond lag .... Met een vernederende manier om over de schuldig
+bevondene heen te praten, doorplozen de grootmoeder en tante Bartje,
+spaarzaam van woorden, maar met veelbeteekenende gezichten, het
+geval,&mdash;tot Hilletje op eens, rood-boos wordend, kattig
+uitviel:</p>
+<p>&bdquo;Da&rsquo; ledekant zou ommers toch te klein zijn voor een
+groote as Ant .... Merie ken der maar net in ....&rdquo;</p>
+<p>Toen Sprotje zich zoo verdedigd voelde, had zij nog meer moeite,
+haar tranen te bedwingen, maar zij was Hilletje toch heel dankbaar, al
+begreep zij niet, waarom die zoo haar partij koos.</p>
+<p>Boven, alleen met Ant, stelde zij voor nog van slaapplaats te
+verwisselen. Maar Ant deed onverschillig:&mdash;ze had het al gezegd
+.... zij lei waar ze lei .... en ze had maling aan die oude wijven
+....</p>
+<p>&mdash;Gek! .... hoe kwam het toch, dacht Sprotje, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e746" href="#xd21e746" name=
+"xd21e746">43</a>]</span>dat Ant tegenwoordig zoo vaak praten kon, als
+Sien vroeger deed?</p>
+<p>Zij vond het liggen op de gladde matras, tusschen de keurige
+geelhouten beschotjes zoo heerlijk, dat ze de volgende dagen niet meer
+repte van veranderen. En dank zij die voor haar ongewoon goede ligging,
+sliep zij nu veel rustiger en lieten haar &rsquo;s nachts ten minste de
+zorgen respijt. Driemaal droomde zij van Hilletje. Eens droomde zij ook
+van Juffrouw Jonkers. Maar in haar droom, zooals dat gaat, had zij
+Hilletje en Juffrouw Jonkers verward; zij zat met de eene in de keuken
+van Diepelink en het bleek de andere te zijn. Dat was een vreemde
+ervaring, toen zij wakker werd, en zij moest er dien dag telkens over
+denken.</p>
+<p>Zij moest hoe langer hoe v&aacute;ker aan Hilletje denken, als zij
+niet bij haar was; en het maakte haar iedere maal gelukkiger, wanneer,
+tegen een bedekte bemerking der oude vrouwen in, de dan plotseling
+bits-bijdehande stem van het roodharige meisje tot haar verdediging
+uitviel.</p>
+<p>Sprotje begreep toen al wel, dat het kittige Hilletje haar
+grootmoeder en oudtante niet zoo bijster goed gezind was, en het
+plezieriger vond als haar meer gulhartige en pretmakende moeder het
+huishouden deed,&mdash;doch haar dankbaarheid was daar niets minder om.
+Zij bezon zich ook verscheidene malen, <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e754" href="#xd21e754" name="xd21e754">44</a>]</span>of zij aan
+Hilletje niet haar nood zou klagen, vragen of die geen dienst voor haar
+wist .... maar dan leek het haar plots of juist Hilletje de laatste
+was, bij wie ze met die zwarigheden moest aankomen, en zij kropte al de
+angsten op in haar hart.</p>
+<p>Zij had zich, die dagen, weer in twee diensten aangemeld; de eene
+was gebleken in een smederij te zijn; de juffrouw had goedig maar heel
+bezwaarlijk gedaan .... Nee, ze zocht toch eigenlijk een ouder meisje,
+was haar besluit geweest. Het tweede dienstje was bij een juffrouw met
+een lange kanten muts op en gouden krullen aan haar slapen; die gaf
+twaalf stuivers in de week en de volle kost; zij moest er den volgenden
+dag terug komen, maar toen was de juffrouw voorzien.</p>
+<p>De tweede Zondag, dat Sprotje bij Diepelink was, werd een heuglijke
+dag voor haar.</p>
+<p>Den avond te voren had Hilletje gevraagd:</p>
+<p>&bdquo;Hoe laat ben jij morgen vrij? .... dan kom ik je
+halen.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Waarom?&rdquo; verbaasde zich Sprotje.</p>
+<p>&bdquo;Om te gaan wandelen,&rdquo; zei Hilletje .... &bdquo;wat is
+daar voor geks aan?&rdquo;</p>
+<p>Met een glansvol hartje had Marie dien avond in bed wakker gelegen;
+en den volgenden morgen, pas in haar dienst, moest zij het aan haar
+Mevrouw vertellen, <span class="pagenum">[<a id="xd21e771" href=
+"#xd21e771" name="xd21e771">45</a>]</span>tegen wie zij, deze weken,
+uit zichzelve nog niet weer gesproken had:</p>
+<p>&bdquo;Vanmiddag komt me vrindin me afhalen .... om te gaan
+wandelen!&rdquo;</p>
+<p>Sprotje had nog nooit een vriendin gehad.</p>
+<p>In een plotselinge oplaaiing van gevoel was zij vol van de liefste
+gedachten over het meisje, dat haar zoo goedgezind bleek. Met een bijna
+pijndoende teederheid dacht zij aan Hilletjes gezicht, aan haar handen,
+haar stem, en tegelijkertijd was er angst in haar hoofd, dat zij niet
+vroolijk en niet aardig genoeg zou wezen op zulk een wandeling, bezon
+zij zich op verhalen en grapjes, die de andere zouden kunnen
+vermaken.</p>
+<p>Met een popelend hart wachtte Sprotje dien Zondagmiddag den
+klokkeslag van vier.</p>
+<p>Arm in arm, als twee verknochte vriendinnen, wandelden Hilletje en
+zij den Waterveldschen weg af.... het eenige, wat Sprotje de
+heerlijkheid van dat uur even verduisterde, was, dat zij zichzelf in
+haar onfraaie kleeren en met haar mutsje, niet waardig vond, zoo
+gelijk-op te loopen naast Hilletje, die een mooie korenblauwe japon
+droeg, en een hoed met twee trossen seringen, z&oacute;&oacute;
+prachtig, dat ze echt leken.</p>
+<p>Het was een zacht-warme dag in het begin van October. Zij wandelden
+langs den Singel, en zaten daar. Op het breede bleekblauwe water wiegde
+her en <span class="pagenum">[<a id="xd21e785" href="#xd21e785" name=
+"xd21e785">46</a>]</span>der het warm goudbruin der saamgevlotte
+najaarsbladen, en door de ijle, gelende boomen zag de hemel teer
+glanzig en strak, als van zachte zijde.</p>
+<p>De meisjes zaten dicht naast-een op de bank, die zoel aanvoelde van
+de middag-lange zonnekoestering; zij ondervonden vaag het zomersche
+herfstuur en spraken weinig.</p>
+<p>Soms lachte Hilletje plots in een giechertje zacht-luid op en begon
+een verhaal. Sprotje luisterde met een verre aandacht vol
+gelukkigheid.</p>
+<p>Zij dacht, dat zij nog nooit zoo gelukkig was geweest als dezen
+middag.</p>
+<p>Diep in haar hoofd was nog wel de onrust van iederen dag, maar zij
+vergat die bij lange poozen en een uitkomst leek haar zekerder.</p>
+<p>En de gansche week daarop, in den weerglans dier schoone uren, deed
+zij luchter en beter haar werk.</p>
+<p>Eenmaal, een avond, ging zij ook met Hilletje mee boodschappen doen,
+de stad in, doch dat was zoo heerlijk niet, want zij was te moe van den
+dag in haar dienst.</p>
+<p>Langzamerhand waren de twee oude vrouwen, grootmoeder Diepelink en
+tante Bartje, beter jegens haar gezind geraakt. Zij wisten nu wel, dat
+Marie zwak was, en dat die niet uit luiheid &rsquo;s avonds zoo weinig
+behulpzaam deed. Zij hadden niet meer, als <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e802" href="#xd21e802" name=
+"xd21e802">47</a>]</span>de eerste dagen, zijdelingsche schimpscheuten
+tegen jonge bleekneuzen, die altijd op &rsquo;r zeven gemakken waren,
+en de grootmoeder zei nooit meer, met haar vinnig-vriendelijke stem,
+als er iets uit de kast moest gekregen of van het vuur:
+&bdquo;All&eacute;, meisje, rijs jij eens overeind, dan schimmelen je
+beenen niet.&rdquo; Met een klein-vergenoegd gezichtje haalde tante
+Bartje &rsquo;s avonds haar duurste en fijnste werk uit de mand, mikte,
+pikte, kriebelde haar petieterigste steekjes door de ragge stof, van te
+voren al gevleid door het eindelijke, verlegen vraagje, dat nooit
+uitbleef .... Sprotje boog begeerig naar voren, voelde met aarzelende
+vingers het open zoompje aan, de kantjes, de stikseltjes:&mdash;was dat
+een pronklakentje? .... een doopmutsje? .... een dagponnetje? ....
+hadden overdag de kindertjes van die lange ponnetjes aan, om beter het
+luiergoed te bedekken? om netjes te zijn als ze uit de wieg kwamen?
+....</p>
+<p>Sprotje, met een vaag-hevig verlangen, zag al dat kleine, fijne goed
+onder haar oogen uitgestald. Zij dacht aan Sien .... iederen dag konden
+zij bericht verwachten .... zulk mooi goed zou Sien toch wel niet
+hebben! Zij herinnerde zich woord voor woord wat Sien gezegd had, bij
+haar moeders bed .... van de zeegroene gordijntjes en het kanten kleed
+.... Zij zag Sien zitten met haar zware lichaam en haar <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e806" href="#xd21e806" name=
+"xd21e806">48</a>]</span>vreemde gezicht .... Zij zag haar moeder,
+hoorde die spreken, zoo ongekend zacht en liefdevol, over het kindje,
+dat geboren zou worden .... Zij zag zichzelf zitten, &rsquo;s avonds,
+bij juffrouw Jonkers ....; zij had een wollen doek op schoot, en de
+Juffrouw bracht haar het slapende Wilmpje .... Zij zag het weeke, witte
+halsje binnen het flanellen nachtponkraagje, zij zag het vlassen
+haartje, en boven de kleine, roode slaapwang, het flauwe, blauwe
+oogstreepje, dat knipperde of hij wakker zou worden en dan wassig-vast
+weer toeviel ....</p>
+<p>Een mengeling van onverklaarbare, vreemd-zachte en woeste gevoelens
+kwam er door Sprotjes hart gevaren .... En dadelijk daarop moest zij
+dan aan Hilletje denken. Zij zag Hilletjes ronde, roze wangen, en haar
+blauwe oogen met de lange wimpers, en het dichte, roodblonde krulhaar
+.... en zij was zeker, dat zij nog nooit van iemand zooveel gehouden
+had als zij nu van Hilletje deed, ook zelfs van juffrouw Jonkers
+niet.</p>
+<p>Maar den volgenden Zondag leek haar de wandeling, die zij samen
+maakten, iets minder prettig en iets minder vertrouwelijk, en zij wist
+niet, of dit aan Hilletje lag dan wel aan haar. Het weer was helder en
+zomersch als de eerste maal, en zijzelf was uitgerust als iederen
+Zondagmiddag, wanneer zij in haar stille keuken de <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e812" href="#xd21e812" name=
+"xd21e812">49</a>]</span>twee lange middaguren boven
+&bdquo;Bunyans&rsquo; Christenreize naar de Eeuwigheid&rdquo; had
+zitten droomen .... misschien tobde zij ditmaal meer over haar dienst,
+die verliep, en de nieuwe, die zij maar niet vinden kon .... &rsquo;t
+Was al bijna half October!</p>
+<p>Toch was zij zeker, dat zij dien dag nog meer hield van Hilletje dan
+al de dagen ervoor; alleen, het samengaan maakte haar zoo blij niet,
+gaf haar een onrustigheid en een zorg, die zij niet verstond.</p>
+<p>En den derden Zondag kwam Hilletje niet langer alleen, om Sprotje af
+te halen; er was nog een ander meisje bij, een dat ouder
+was..&mdash;Ook een vriendin, zei Hilletje,&mdash;die had gevraagd eens
+een keer mee te gaan..</p>
+<p>Sprotje voelde plots een nijpende teleurstelling;&mdash;dan, even
+ook, een gevleidheid, dat zij nu n&oacute;g een kameraad kreeg, een zoo
+groot meisje al .... Maar de teleurstelling bleef het sterkste, maakte
+haar stug, en zij praatte heesch, omdat het schreien haar stak in de
+keel.</p>
+<p>Het nieuwe meisje, donker van uiterlijk en zwaar voor haar jaren,
+praatte en lachte druk en luid. Zij deed lange verhalen aan Hilletje,
+waarvan Sprotje weinig begreep, maar &rsquo;t ging over verboden
+dingen, dat hoorde zij wel; het maakte haar belust en het vervulde haar
+met een vreemde vijandschap voor het nieuwe meisje, en voor Hilletje
+ook. <span class="pagenum">[<a id="xd21e823" href="#xd21e823" name=
+"xd21e823">50</a>]</span></p>
+<p>Marie kon Hilletje onder het wandelen nu ook geen arm
+geven:&mdash;dat stond niet, met je drie&euml;n; en zij liepen los
+naast elkaar, tot, na een tijdje, in een gegiechel en fluisterend
+gepraat, de twee anderen elkaar onder den arm namen, en Sprotje,
+verlaten en zonder praten, alleen er naast ging.</p>
+<p>Zij begreep toen, dat Hilletje de stille wandelingetjes met haar
+alleen te saai had gevonden; er verhardde iets in &rsquo;r hart; maar
+door den wrok, die haar brokte in de keel, en haar gekneusden trots,
+voelde zij hooger een kwellende liefde en een bitter verdriet. Zij nam
+zich vast voor, een volgenden Zondag zulk een wandeling met z&rsquo;n
+drie&euml;n af te slaan, maar toen zij &rsquo;s avonds er op dorst
+zinspelen, zei Hilletje dadelijk bits: &bdquo;nou, graag of niet&rdquo;
+en deed zeer beleedigd.</p>
+<p>Den volgenden dag, toen Sprotje uit haar dienst kwam, vond zij
+plots, aan den hoek van &rsquo;t Plantsoen en den Waterveldschen weg,
+Hein van der Kamp op haar staan wachten.</p>
+<p>In het begin van den zomer, kort na Siens trouwen, en toen haar
+moeder pas ziek was, had zij den jongen vaak gezien; tweemaal was hij
+ook bij hen binnen geweest, als hij van zijn oliemolen langs kwam ....
+Toen opeens, was hij weggebleven, en tusschen al de lotgevallen van die
+tijden door, had Sprotje niet dikwijls meer aan hem gedacht.
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e832" href="#xd21e832" name=
+"xd21e832">51</a>]</span></p>
+<p>Zij zag dadelijk, dat hij kwaad was; zijn altijd wat rooie en
+ongemakkelijke kop stond grimmig naar haar toe en hij kauwde barsch op
+zijn snorretje.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Heb jou gisteren met die meid van Vieredag zien
+loopen,&rdquo; zei hij; &bdquo;da&rsquo;s geen portuur voor een meissie
+as jij.&rdquo;</p>
+<p>Sprotje op haar beurt werd boos.</p>
+<p>&bdquo;Dat zal jij zeker weten,&rdquo; beet ze van zich af;
+&bdquo;Hilletje van Diepelink loopt er toch ook mee.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Mot die meid van Diepelink zelf weten&rdquo;, zei Hein;
+&bdquo;maar die andere zal jou niet verteld hebben, dat ze vroeger ook
+op den Waterveldschen weg het gediend .. omdat ze daar weg is
+gejaagd.&rdquo;</p>
+<p>Hij begon weer nijdig op z&rsquo;n wittige snorretje te kauwen.
+&bdquo;Da&rsquo;s nou die meid, waar &rsquo;k verkeering mee heb gehad
+.... maar &rsquo;k mocht ze niet .... en twee maanden later was ze uit
+&rsquo;r dienst gezet....&rdquo;</p>
+<p>Sprotje kleurde hevig, juist als de eerste maal, toen Hein over die
+verkeering praatte; zij voelde zich geheel onzeker, en wist niet, wat
+te zeggen, noch hoe te kijken.</p>
+<p>&bdquo;En waar zitten jullie nou tegenwoordig?&rdquo; vroeg de
+jongen, eensklaps weer goedig en als uitgewoed.</p>
+<p>&bdquo;Bij vrouw Diepelink,&rdquo; zei Sprotje .... &bdquo;daar
+liggen we in de kost.&rdquo; Zij was nog niet over de ontredderdheid
+van haar gevoelens heen, en in die verwarring sprak <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e852" href="#xd21e852" name=
+"xd21e852">52</a>]</span>duidelijker op dan ze wou, een toon van kleine
+behaagzucht. Zij was er trotsch op, bij zulke nette menschen te
+wonen.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Was nog wel &rsquo;s bij je moeder angekomme, toen
+die zoo ziek lag; en later, met de begrafenis...,&rdquo; zei de jongen;
+&bdquo;maar as &rsquo;k dacht: nou gaan &rsquo;k &rsquo;s, dan dacht ik
+meteen: most die madam &rsquo;r &rsquo;s zitte!... Want ik ken ze nog
+altijd niet uitstaan, die zuster van jou.... En toen op een dag waren
+&rsquo;r andere mensche in jullie huisie....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je kwam ook nooit meer &rsquo;ns langs,&rdquo; zei Sprotje
+verwijtend, en met een blos alweer.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Wi&rsquo;k wel geloove...,&rdquo; verweerde zich de
+jongen; &bdquo;&rsquo;k ben nou an de oliemolen van die broer van
+m&rsquo;n baas, buiten de Weteringpoort ... daar waren &rsquo;s op
+&eacute;&eacute;ne keer drie knechten tegelijk ziek ... en later ben
+&rsquo;k der gebleven ... met twee kwartjes opslag na de drie
+maanden.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;En nou mot &rsquo;k er van door,&rdquo; zei hij dan gehaast;
+&bdquo;&rsquo;k mot gaan eten.&rdquo;</p>
+<p>Hij vroeg nog waar vrouw Diepelink precies woonde. En in een
+plotselinge vastklamping aan dit wezen, dat zij zich zoo toegedaan
+voelde, zei Sprotje schor en zoo maar verward-fel naar hem heen:</p>
+<p>&bdquo;Hein, me volk het me opgezeid ... weet jij geen dienst voor
+mijn?&rdquo; <span class="pagenum">[<a id="xd21e866" href="#xd21e866"
+name="xd21e866">53</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Die dienst, waar je al drie jaar ben?&rdquo; vroeg de jongen
+geschrokken.</p>
+<p>Het meisje knikte.</p>
+<p>&bdquo;Waarom?&rdquo; vroeg hij weer. Hij zag ontdaan, of hem iets
+naars was overkomen.</p>
+<p>Marie kreeg plots de tranen in de oogen; zij trok schril de
+schouders op.</p>
+<p>&bdquo;Om het loon,&rdquo; zei ze dan. &bdquo;&rsquo;k Most meer
+loon, ... &rsquo;k kan der zoo niet komme ... maar dat woue ze
+niet.&rdquo;</p>
+<p>Toen werd de jongen heel wonderlijk van binnen, beschaamd en
+ontroerd tegelijk, dat dit meisje, dat hij altijd zoo vreemd en
+teruggetrokken had gekend, hem nu zoo hulpeloos haar vertrouwen gaf.
+Maar plotseling, waarom dat wist hij niet, hij had in geen jaren daar
+meer aan gedacht, herinnerde hij zich de twee gulden, waarvoor Merie op
+dien regenavond Sien had verraden; en als een stekende pijn en een
+afkeerig wantrouwen tegelijk, ging het door hem heen, dat zij misschien
+oneerlijk was geweest. Zijn kop werd vuurrood, zijn gedachten
+verdwaalden door elkaar....</p>
+<p>Marie, geheel van streek, zag voor zich neer, veegde zich de haren
+van het voorhoofd.</p>
+<p>&bdquo;Nou, &rsquo;k zal zien, dat &rsquo;k &rsquo;s voor je
+rondkijk,&rdquo; zei de jongen; zijn stem klonk bijna barsch en toch
+week, en meteen, na een bruusken knik, ging hij door. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e884" href="#xd21e884" name=
+"xd21e884">54</a>]</span></p>
+<p>Sprotje, de daaropvolgende dagen, leefde in een onontwarbare woeling
+van gevoelens en gedachten. Het berouwde haar niet, dat zij Hein over
+dien dienst gevraagd had, ofschoon zij niet begreep, waarom hij opeens
+zoo boos was geworden en nog minder, hoe Hein een dienst voor haar zou
+kunnen vinden; zij moest telkens aan hem denken, maar nog meer moest
+zij denken aan Hilletje en hun oneenigheid. Zij dacht ook veel aan haar
+moeder, en aan juffrouw Jonkers. Maar geen gevoel kon zij duidelijk
+nagaan; zij kon met niets in het rechte komen. Zij meende een zelfde
+innigheid te voelen voor juffrouw Jonkers en voor Hilletje, maar werd
+zich dan opeens bewust, dat zij nooit zoo aan juffrouw Jonkers&rsquo;
+wangen en oogen had gedacht als aan die van Hilletje. Aan Heins oogen
+en wangen had ze ook nooit gedacht, en toch werd ze voor hem soms
+dezelfde weekheid gewaar als voor Hilletje, maar meer nog dacht zij aan
+hem met de behoefte van bescherming-zoeken, zooals zij nu, achterna,
+dacht aan haar moeder.</p>
+<p>Doch al die dierbare en beangstigende gevoelens, wanneer zij,
+nieuwsgierig en begeerig en terugschrikkend, ze door zich heen voelde
+trekken, werden steeds weer vertroebeld en vergald door den &agrave;l
+klimmenden angst voor den vijftienden November. Zij was nog weer op de
+enkele diensten, die in de &bdquo;Bode&rdquo; stonden, afgegaan.
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e889" href="#xd21e889" name=
+"xd21e889">55</a>]</span>Op de Oude Gracht, in een deftig huis, had zij
+de Mevrouw niet eens gezien, was dadelijk afgewezen door de keukenmeid;
+een zwarte japon en witte manchetten waren daar vereischte; zij had dat
+niet begrepen. De Juffrouw van een galanteriewinkel was heel
+<span class="corr" id="xd21e891" title=
+"Bron: toeschiete-ijk">toeschietelijk</span> geweest, deed dadelijk of
+ze haar al gehuurd had, maar toen Sprotje vroeg, hoeveel ze verdienen
+kon, bleek het loon maar zestien stuivers te zijn en de halve kost. Zij
+begreep niet, hoe en waar ze nog iets zou moeten vinden. En wat toch,
+wat toch, als ze niets vond! Ze kon soms vurig loopen bidden op straat,
+om redding; andere dagen was zij zoo moedeloos, dat zij tot een gebed
+geen macht meer had.</p>
+<p>Den volgenden Zondag ging Sprotje nog eenmaal met Hilletje en Anna
+Vieredag uit. Zaterdags-avonds was zij de minste geweest, had, toen de
+andere niets zei, zelf gevraagd&mdash;haar slapen klopten van angst en
+verlangen&mdash;of de twee haar weer kwamen halen. &bdquo;Goed,&rdquo;
+was Hilletjes onverschillig antwoord geweest.</p>
+<p>Vaag slechts had Sprotje er zich rekenschap van gegeven, dat zij
+liever Hein boos maakte, dan Hilletje voor goed te verliezen; doch
+tevens voelde zij zich daar bleek en beverig om, als wie iets schuldigs
+doet.</p>
+<p>Dien Zondag was de wandeling met hun drie&euml;n haar een nog
+grooter kwelling dan de eerste maal. Zij begreep hoe langer hoe killer,
+dat Hilletje niets om <span class="pagenum">[<a id="xd21e900" href=
+"#xd21e900" name="xd21e900">56</a>]</span>haar gaf; en zij was zoo
+ongelukkig, dat zij voortdurend liep te strijden met haar tranen. De
+meisjes, aldoor aan &rsquo;t gekken met elkaar, zagen het niet eens.
+Toen hoorde Sprotje plotseling den naam: van der Kamp.&mdash;Zij hadden
+&rsquo;t over Hein, en Hilletje, proestend, zei iets, waarover Anna
+Vieredag, met een knik in haar middel, leelijk begon te lachen.</p>
+<p>Sprotje voelde heftig haar hart hameren en het bloed naar haar hoofd
+jagen; een felle weerzin tegen de twee steeg haar opeens naar de keel
+en tegelijk een heet verdriet naar haar oogen. Zij werd als blind en
+doof van binnen; zij draaide zich om en liep weg. De twee meisjes, nog
+lachend, bleven waaierig staan, riepen haar terug. Hilletje, bang
+opeens, dat zij thuis klagen zou, kwam haar achterop geloopen, en naast
+haar, met de hand op &rsquo;r arm, praatte erg lief en overredend van
+&bdquo;kom meid, wees nou niet zoo flauw, la&rsquo; we nou prettig
+verder wandelen....&rdquo; Doch toen Sprotje, huilend en wild
+nee-knikkend, doorging, liet ze haar met een duw los en schold:
+&bdquo;akeligheid!.... &rsquo;k wil nooit meer met je uit,
+hoor!&rdquo;</p>
+<p>Maar Sprotje voelde nauwelijks pijn daarvan; brandend huilde ze nog
+even; toen liep ze, inwendig als versteend, naar huis. Sinds dien
+middag was haar wonde genegenheid voor het roodharige meisje plotseling
+saamgeronnen en verkild; en zoo, in enkele weken, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e907" href="#xd21e907" name=
+"xd21e907">57</a>]</span>verliep de eenige vriendschap, die zij in haar
+leven ooit gehad had, of ooit hebben zou.</p>
+<p>Wel bleef zij lang nog in haar droomen van Hilletje vervuld, maar er
+was dan altijd iets, dat niet heerlijk uitliep, en dat haar wakker deed
+worden met een wrang en stekend gevoel in de keel, of zij bitter had
+moeten schreien en niet had gekund. En overdag en &rsquo;s avonds
+ontweek zij Hilletje zooveel dat ging; zij vermeed steeds haar aan te
+zien of haar te betrekken in iets, wat zij zei.</p>
+<p>En toen uit Sprotjes leven de plotselinge en zoo korte glans dier
+genegenheid was weggevaagd, toen zij &rsquo;s morgens niet meer kon
+opstaan met het verlangen naar Hilletjes klare, vroolijke stem, en den
+dag door niet de warmte in haar hartje voelen van een vriendschap zoo
+nieuw voor haar, en &rsquo;s avonds gaan slapen met in haar geheugen,
+versch, al hetgeen Hilletje dien dag tegen haar gezegd had,&mdash;toen,
+in de plotseling weer leege dagen, hernam haar des te heviger de angst
+voor de werkeloosheid, die dreigde.</p>
+<p>Met een heimwee-vol verlangen dacht zij nog vaker nu aan haar
+moeder; met een vreemd, wee verlangen begon zij ook zich ongerust te
+maken over Hein, dien zij in geen tien dagen gezien had.</p>
+<p>Toen de laatste October aanbrak voelde zij zich als van angst
+verwurgd. &bdquo;Over veertien dagen!&rdquo; dacht ze <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e917" href="#xd21e917" name=
+"xd21e917">58</a>]</span>maar; &bdquo;over veertien dagen.&rdquo; Zij
+wanhoopte iets te vinden. Er waren bijna geen diensten open, en geen
+voor een halfwas als zij. Bij een slagersjuffrouw ging zij zich
+aanbieden:&mdash;of ze wel eens meer had gediend .... ? maar ook in een
+drukke zaak .... ? en de slager zelf, die juist in de binnenkamer een
+kop koffie slurpte, vroeg met een spottenden lach, of zij er wel trek
+in zou hebben een vloer vol bloed aan te dweilen ....</p>
+<p>In de Hanekamp had zij &rsquo;t geprobeerd:&mdash;Ja, uit oude
+bekendheid .... zei men daar...., maar in een huishouden met zeven
+kinderen .... zij moest zelf maar eens bekennen, of zij dat aan zou
+durven. Zij had wel willen zeggen van ja, maar zij voelde, dat zij toch
+zou worden afgescheept.</p>
+<p>Zij dacht er iederen dag aan, haar Mevrouw te smeeken nog te mogen
+blijven. Zij spiedde in huis en luisterde bij de deuren om gewaar te
+worden, of er al een ander was genomen .... Toen zij op een morgen
+begreep, dat haar plaats was vergeven, leek het haar, of dit nu het
+einde was van alles.</p>
+<p>Over geen veertien dagen meer zou de dag komen, dat zij &rsquo;s
+morgens niet naar den Waterveldschen weg had te gaan, dat zij met haar
+armen over elkaar bij Diepelink moest blijven, of op straat kon gaan
+zwerven; dat zij heel haar kostgeld van haar erfenis zou moeten
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e925" href="#xd21e925" name=
+"xd21e925">59</a>]</span>geven .... en dan, eindelijk, als een
+nacht-zwarten afgrond, zag zij den dag, dat zij niets meer zou kunnen
+betalen .... een duister, wijd water was het, dat smorend om haar heen
+sloot.</p>
+<p>Zij dacht wel vaag: haar voogd .... de oom uit het Kerspel, dien zij
+twee- of driemaal had gezien voor haar moeders begrafenis, maar hij was
+nog veel armer dan zij ooit geweest waren. Wat zou die helpen?</p>
+<p>Haar gezicht werd zoo minnetjes, dat de oude vrouwen haar vaak met
+zorg aankeken, en te vragen begonnen.</p>
+<p>&bdquo;Niks .... &rsquo;k heb niks ....,&rdquo; zei Sprotje angstig
+ontwijkend. Zij was doodsbang voor dat vragen. Juist de menschen, waar
+ze in huis lag, mochten niets weten, juist die niet. Dat waren de
+menschen, waar zij geld aan zou moeten betalen, als zij geen geld meer
+had. Iedere maal dat zij voor haar bord middageten aanschoof, had zij
+&rsquo;t nijpende gevoel van ze bij voorbaat al te bedriegen.</p>
+<p>Soms bekende zij zich wel, dat zij verkeerd deed, zoo te zwijgen: de
+Diepelinks moesten eens diensten weten! Ze zei telkens: &rsquo;k mot
+&rsquo;t zeggen .... Ze kon niet. Soms hoopte zij maar, dat men
+plotseling alles weten zou ....</p>
+<p>Ant, sinds weken, zag zij bijna niet. Die kwam aan &rsquo;t eten te
+laat, sloeg haastig wat naar binnen, was weer weg. Wat die toch had?
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e938" href="#xd21e938" name=
+"xd21e938">60</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Wat loopt Ant altijd naar de haven?&rdquo; had Hilletje eens
+aan tafel gevraagd.</p>
+<p>En Sprotje was gaan rekenen; veertien dagen v&oacute;&oacute;r haar
+moeders dood was Busselaar bij hen geweest; den dag v&oacute;&oacute;r
+de begrafenis was hij niet verschenen en de tweede week bij Diepelink
+evenmin. Zij waren nu bijna vijf weken in hun kosthuis,&mdash;&rsquo;t
+was weer de tijd, dat hij met zijn &bdquo;Duif&rdquo; een dag voor
+anker kwam liggen.</p>
+<p>Ant wachtte .... Ant, na weken van morrelende onrust, was of kwam
+aan de haven. Met haar domp-hartstochtelijken aard had zij zich
+blindweg en voorgoed als vastgezogen aan den man, die, sinds meer dan
+twee jaar nu al, haar in het ongewisse hield. Tijden lang, iedere
+veertien dagen, had hij een middag en een avond als een doodgeloopen
+boot in hun keuken vastgemeerd gezeten, of hij nooit weer heen zou gaan
+.... gevree&euml;n eigenlijk had hij haar niet. Hij had maar koffie
+gedronken en van de koeken gegeten, die hij zelf meebracht; soms had
+hij wijdloopige verhalen gedaan. Hij had haar &rsquo;ns onder de kin
+gepakt of in de dij geknepen en gevraagd: &bdquo;zou jij wel graag op
+een schip leven?&rdquo; &bdquo;zou jij wel een weduwnaar van over de
+veertig willen hebben?&rdquo; &bdquo;zou jij wel aan &rsquo;t roer
+willen staan, als de knecht eens ziek was?&rdquo;</p>
+<p>Over haar antwoorden had hij lang nagedacht, <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e947" href="#xd21e947" name=
+"xd21e947">61</a>]</span>doch ze niet verder besproken; hij had maar,
+met zijn groote, vleezige handen over zijn stoppelig schippersbaardje
+gewreven, of nadenkend het gouden ringetje in zijn oor betast. En bij
+een volgend bezoek had hij weer soortgelijke vragen gedaan.</p>
+<p>Ant, zonder eenige zekerheid ooit, had een oer-fel gevoel van bezit
+over hem gekregen, en nu hij tweemaal uitbleef, was er enkel de drift
+in haar, hem terug te halen, hem mee te drijven naar waar zij woonde,
+hem aan tafel te zetten, koffie te schenken en door haar doening en
+blikken aan ieder te zeggen: &bdquo;die man is van mij.&rdquo; De angst
+van haar dagen was, dat hij niet zou weten, waar zij gebleven waren, en
+in zijn vreemde lauwhartigheid zich ook geen moeite geven, dat uit te
+vinden. Als ze hem maar eerst zag, hem maar in &rsquo;r bereik had!</p>
+<p>Doch toen zij na veel wachten en vragen, wanneer de
+&bdquo;Duif&rdquo; toch wel eindelijk zou binnenloopen, begreep, dat de
+beurt al voorbij was, of niet kwam ditmaal, toen verviel zij in een
+stompe verslagenheid, die dagen lang duurde.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Den vierden November was het een feest in het huis van de
+Diepelinks. Moeder Diepelink kwam terug uit een rijke bakerdienst, waar
+zij meer dan zes weken gebleven was. In den namiddag kwam zij
+aanzetten, een gezellige, goedlachsche vrouw, met een blozend,
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e957" href="#xd21e957" name=
+"xd21e957">62</a>]</span>welgedaan gezicht binnen den blauw-blanken
+schulprand van haar kornet.</p>
+<p>Zij bracht een klapmand en een korfje vol zoetigheden en
+vleeschwaren mee, alles presenten uit haar dienst: koeken en hoofdkaas
+en fijne appelen, een halve flesch pons en Utrechtsche theerandjes en
+twee gerookte palingen .... en zij deed de wonderbaarlijkste verhalen
+over het goede leven, dat zij gehad had en over de vijf en tien
+guldens, die haar bij &rsquo;t doopmaal en de kraambezoeken waren
+toegestopt. Hilletje was buiten zichzelf van plezier. Haar moeder weer
+thuis en een tafel vol om van te smullen! Wat een lol!</p>
+<p>Zij kreeg direct uit den vollen buidel een kwartje cadeau, wat de
+twee oude vrouwen afkeurend de hoofden deed schudden&mdash;dadelijk
+weer verwennen! dadelijk weer geld voor snoepgoed!&mdash;doch het
+verstoorde de feestvreugde niet. Zelfs Ant werd aangestoken door al die
+lustigheid, praatte luid en liet zich door het meisje de kamer
+rondtollen.</p>
+<p>Sprotje haatte op dat oogenblik Hilletjes uitgelaten stem! Met een
+ziekbleek gezicht en een hart vol warsheid van die pret zag zij toe.
+Den vierden November! Begreep dan niemand, hoe ellendig <i>zij</i>
+eraan toe was? Zag Ant dan niets? Zag tante Bartje dan niets? Zelfs
+Hein liet haar in den steek, dacht zij smartelijk <span class="corr"
+id="xd21e969" title="Bron: ..">....</span> niemand, die zich ook maar
+iets om haar bekommerde! <span class="pagenum">[<a id="xd21e972" href=
+"#xd21e972" name="xd21e972">63</a>]</span></p>
+<p>Met een verbeten mond en oogen, die telkens vol tranen schoten, zat
+zij boven haar avondbrood.</p>
+<p>Ze waren bij Diepelink aan haar vreemde buien wel gewend.
+&bdquo;Niks .... &rsquo;t is niks ....,&rdquo; lei de grootmoeder stil
+aan moeder Diepelink uit, &bdquo;ze is nou wat verlegen, .... nou der
+weer een vreemde bij is ...., dat trekt morgen wel over ....&rdquo; En
+zoo, zonder booswil, lieten ze haar, daar aan &rsquo;t eind van de
+tafel, met haar bittere gedachten alleen.</p>
+<p>Maar toen, tegen het slot van den maaltijd, de twee oude vrouwen en
+Ant, met glimmende vingers en monden, nog de laatste stukken vette
+paling aan &rsquo;t uitpluizen waren, en achter in de keuken de moeder
+en Hilletje, onder veel gegiechel en heimelijke knuffelarijen, &rsquo;t
+druk hadden met de glazen en &rsquo;t warme water voor de pons, toen
+werd het Sprotje op eenmaal te zwaar. Met een ruk ging haar stoel op
+zij, en zonder een woord of een groet was zij weg, de deur uit, op
+straat. Even was wel een duizelige schrik over die daad door haar
+heengeflitst; maar de daad zelf had haar in een staat van uiterste
+opwinding gebracht. Met een leeg, heet hoofd liep zij het donkere
+grachtje af en er kwam een verdwaasdheid in haar denken, een star
+kijken op &eacute;&eacute;n ding: Ze moest, ze m&oacute;&eacute;st nu
+een dienst .... er waren diensten.... zij m&oacute;est nu den dienst
+vinden, die voor haar was. <span class="pagenum">[<a id="xd21e979"
+href="#xd21e979" name="xd21e979">64</a>]</span></p>
+<p>Zij liep twee, drie straten door.</p>
+<p>Ze moest naar de drukkerij gaan, dacht ze dan weer, waar dadelijk as
+ie uit was, de Advertentiebode tegen het raam werd geplakt .... hij
+kw&aacute;m dien avond uit <span class="corr" id="xd21e984" title=
+"Bron: ..">....</span> &rsquo;t was Vrijdag .... Altijd stonden daar
+troepen jongens en meiden te wachten, die werk zochten .... Je kon ook
+naar binnen gaan, en vragen ....</p>
+<p>In een droom voerden de slepende voeten haar voort.</p>
+<p>Toen zij, in de nauwe en duistere steeg, dicht bij de twee felle,
+lichtstralende ruiten was geraakt en daarvoor de luidruchtige bende
+saamscholen zag, ging zij snel en schuw terug, en sloeg de
+Lammerenmarkt op. Met zinlooze oogen tuurde zij de rij&iuml;ng der
+duistere of schemerende gevels langs .... &agrave;l die huizen,
+&agrave;l die huizen .... en waar was het huis, waar waren de menschen,
+die voor haar dagenlange sjouwen het beetje geld wouen geven, dat zij
+noodig had?</p>
+<p>Eens schrok zij van zichzelf .... had zij daar niet de opwelling
+gehad, zoo maar als een bedelmensch, te bellen aan een rijklichte
+voordeur, en te vragen .... ja, w&agrave;t zou ze vragen?</p>
+<p>Zij liep plotseling in &rsquo;t Plantsoen .... zij werd daar bang,
+omdat het er zoo eenzaam was; in de verte, onder een gaslantaren,
+onderscheidde zij flauw de bank, waar zij eens, dien eenen heerlijken
+Zondagmiddag, met Hilletje gezeten had .... Zij haastte <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e995" href="#xd21e995" name=
+"xd21e995">65</a>]</span>naar de lichte straten terug; met de mouw van
+haar jurk veegde zij de tranen weg, die heet over &rsquo;r wangen
+beefden. Zij kwam in de buurt van de Veen-v&aacute;lkstraat.... Tijd en
+duur was plotseling voor haar verzwonden. Zij zag de kamer van juffrouw
+Jonkers, &rsquo;s avonds .... de Juffrouw zat in den rieten stoel en
+zij aan den overkant der tafel.... rood scheen het lamplicht over het
+rood-en-zwarte wollen kleed, en Wilmpje sliep in zijn wagen, achter de
+open kastdeur..</p>
+<p>Een snikken barstte in haar uit.... toen er menschen naderden, ging
+zij schielijk een donker bordesportaal in. Dan liep zij weer terug.</p>
+<p>Er was een angstwekkende wisseling in haar hoofd van
+schril-duidelijke herinneringsbeelden en van wemelende, zwarte
+gapingen, of alle denken haar begaf; zij werd z&oacute;&oacute; moe,
+dat zij, als in een koorts, op brijzelende voeten liep.</p>
+<p>Bij lange poozen vergat zij het doel van haar doellooze zoeken.
+&bdquo;Een dienst....,&rdquo; vaagde het nog door haar hoofd, doch de
+eigenlijke bekommernis van haar hart was zij in haar uitgeputheid
+vrijwel vergeten.... een dichterbije angst alleen was gebleven: wat
+zouden ze tegen haar zeggen, bij Diepelink, als ze weer terug kwam,
+straks?</p>
+<p>Toen zij op eenmaal, met een schok van bezinning, zich vond loopen
+bij den grooten molen op den Wal, <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1006" href="#xd21e1006" name="xd21e1006">66</a>]</span>waar laag
+bij het nachtzwarte getorente de arbeidershuisjes stonden met een enkel
+verlicht venstertje nog maar&mdash;toen zag zij plotseling zich daar
+loopen, als kind, met haar twee guldens in de hand genepen en haar pak
+kleeren onder den arm.... Zij stond stil; een wonderbaarlijke klaarheid
+was even in haar ijle hoofd: van toen tot nu, al de jaren door, zag zij
+haar leven &eacute;&eacute;n ellende en &eacute;&eacute;n worsteling;
+en zij zag, dat dit wel altijd zoo blijven moest. &bdquo;Hein!&rdquo;
+dacht ze dan. En het vreemde, woeste en weeke, dat pijn deed en lust
+gaf, gudste door haar heen.</p>
+<p>Maar plots, in het duister van het eenzame nachtpad, voelde zij een
+heeten blos haar kille wangen overtijgen. Zij was nu groot, volwassen,
+achttien jaar bijna! Zij mocht hier niet loopen als ze deed toen ze een
+kind was...... en zij mocht zulke slechte gedachten niet hebben.... zij
+moest goed blijven, eerzaam blijven..</p>
+<p>Stil en verslagen, als een afgestraft dier, liep zij den langen en
+moeizamen weg terug van den molen naar de Vliet, naar het huisje, waar
+zij thuis lag.</p>
+<p>Daar, toen het over tienen werd, was het huishouden in rep en roer
+geraakt. Hilletje werd naar bed gestuurd; de vrouwen, met haar wat
+opgewonden feestvier-hoofden, haalden zich de buitensporigste
+onderstellingen in den zin. Ant stelde ze wel gerust.... Merie
+w&aacute;s zoo wat vreemd.... &rsquo;t was al meer gebeurd....;
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1014" href="#xd21e1014" name=
+"xd21e1014">67</a>]</span>maar de vrouwen waren niet tot kalmte te
+brengen. Als ten leste de onrust geen uitweg meer vond, werden zij
+boos. Niemand dorst gaan slapen.</p>
+<p>Doch toen zij Marie, verwezen en schril-wit, plotseling op den
+keukendrempel zagen staan, zweeg hun boosheid. Zij schrokken allen
+geweldig. Wat was er gebeurd?.. Sprotje werd bij &rsquo;t fornuis
+gezet, kreeg heete pons, werd naar bed gebracht. Den volgenden morgen
+kon zij niet naar haar dienst gaan. En Ant dwong haar te spreken.</p>
+<p>&bdquo;Nee... maar... zoo&rsquo;n kind!&rdquo; zei tante
+Bartje;&mdash;waarom in &rsquo;s hemelsnaam had ze &rsquo;t niet eerder
+gezegd!</p>
+<p>Vrouw Diepelink maakte zich eerst nog kwaad: van de stiekemheid
+hield ze niet. Dan kwam haar goedhartige aard toch weer boven. Ze had
+bij de halve stad gebakerd, bij de halve stad had ze een wit
+voetje....! ze zou zien, wat ze doen kon.... Maar zoo&rsquo;n meid, die
+den tijd liet vergaan en niets zei! Waar vondt je nog iets na
+&eacute;&eacute;n November?.... Afijn, ze zou &rsquo;r best
+doen....</p>
+<p>En drie dagen later had Sprotje een dienst.</p>
+<p>&bdquo;De eene z&rsquo;n nood, da&rsquo;s de ander z&rsquo;n
+brood,&rdquo; zei vrouw Diepelink, toen zij met het bericht thuis kwam,
+waar Marie zich aan kon melden.</p>
+<p>&rsquo;t Was een dienst van buitenshuis slapen, maar zij kreeg
+&eacute;en-twintig in de week en den vollen kost. Dat <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1029" href="#xd21e1029" name=
+"xd21e1029">68</a>]</span>was een blijdschap! Ze zou nu een kwartje aan
+de kamerhuur meebetalen, werd er uitgemaakt, en twintig centen geven
+voor koffie &rsquo;s avonds en &rsquo;s morgens; dan hield ze nog
+vijftien stuivers over voor haar kleeren en de rest. Wat een rijkdom!
+Sprotje tracteerde &rsquo;s avonds op bolussen, maar ze kon er zelf
+niet meer dan &eacute;&eacute;n eten, zoo ziekig was ze nog.</p>
+<p>Een laatste week ging zij naar Mevrouw Verscheer ter Gouwe; en toen,
+eindelijk, braken er <span class="corr" id="xd21e1033" title=
+"Bron: beter">betere</span> dagen voor haar aan.</p>
+<div class="figure xd21e1036width"><img src="images/ornament.png" alt=
+"Ornament." width="152" height="82"></div>
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e1040" href="#xd21e1040" name=
+"xd21e1040">69</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 chapter">
+<div class="divHead">
+<h2 class="label">II.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="xd21e1044"><span class="xd21e1044init">N</span>ou maar
+....,&rdquo; zei Hein, bedremmeld of hij een boos geweten had,
+&bdquo;wat jij goed ben terecht gekomme..&rdquo;</p>
+<p>&rsquo;t Was op een Zondagmorgen, bij &rsquo;t uitgaan van het
+Luthersche kerkje, dat hij langs kwam en Marie staande hield.</p>
+<p>Doch het meisje, of zij geen gezindheid voor een praatje voelde, had
+alleen afgemeten &bdquo;dag Hein&rdquo; gezegd, en wilde
+doorloopen.</p>
+<p>&bdquo;De laatste maal, da &rsquo;k je zag,&rdquo; bleef de jongen
+volhouden, &bdquo;toen was je der zoo naar aan toe .... daar had
+&rsquo;k toch zoo&rsquo;n sjagrijn over.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;He&rsquo;k weinig van gemerkt,&rdquo; kwam Sprotje koel
+terug.</p>
+<p>De jongen keek haar vergiffenis-vragend aan.</p>
+<p>&bdquo;Dat mot je zoo niet opnemen,&rdquo; zei hij, &bdquo;&rsquo;k
+h&egrave;b wel voor je rond gekeken, en gevraagd .... maar &rsquo;k kon
+niks vinden .... en toen &rsquo;k niks vinden kon, wou ik je liever
+maar niet zien ook.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Kan niet tegen de narigheid,&rdquo; zei hij dan met
+een ruk van z&rsquo;n rooien kop op zij. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1060" href="#xd21e1060" name="xd21e1060">70</a>]</span></p>
+<p>Marie zag verwijtend naar hem, maar zij kreeg nu ook wel meelij, zoo
+bedelend en bedrukt als hij daar voor haar stond.</p>
+<p>&bdquo;Die narigheid, daar zat ik anders midden in,&rdquo; zei ze
+toch nog.</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;k Dacht,&rdquo; zei de jongen, als een uiterste
+verontschuldiging, &bdquo;dat je wat verkeerds gedaan <span class=
+"corr" id="xd21e1068" title="Bron: hadt">had</span> in je dienst ....
+net as die andere meid van mijn .... daar had ik nog de meeste
+beroerdigheid over .... maar nou ben je zoo goed beland .... &rsquo;k
+zie nou wel, da &rsquo;k dat mis had.&rdquo;</p>
+<p>Met zijn fel-blauwe, naakte oogen keek hij recht en dringend in de
+hare, en Sprotje, onder dien blik, voelde weer het vreemde, weeke en
+angstige door haar heen duizelen, dat zij zoo goed kende, den laatsten
+tijd, en waar zij zoo bang voor was.</p>
+<p>Zij bloosde hevig, zei jachtig iets van: naar huis moeten .... al
+laat...., en meteen ging zij door.</p>
+<p>&bdquo;En h&eacute;&iacute; je &rsquo;t nou alles naar je
+zin?&rdquo; sprak luid de jongen nog achter haar aan, in een laatste
+poging tot hartelijkheid.</p>
+<p>&bdquo;Alles best, hoor!&rdquo; antwoordde Sprotje over haar
+schouder.</p>
+<p>En toen zij zoo, blozende en beschaamd, en plots ook verzoend weer,
+naar hem omkeek en lachte, had zij een liever gezichtje, dan de jongen
+nog ooit van haar zag. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1081" href=
+"#xd21e1081" name="xd21e1081">71</a>]</span></p>
+<p>&rsquo;t Was in het tweede hotel van het stadje, in
+&bdquo;<span class="corr" id="xd21e1084" title="Bron: de">De</span>
+Cannegieter,&rdquo; dat Marie, door de voorspraak van vrouw Diepelink,
+was in dienst gekomen. &bdquo;De Cannegieter&rdquo; was niet zoo
+voornaam gelegen, en zoo duur, en zoo deftig beklant als het kleinere
+&bdquo;Hof van Holland,&rdquo; maar &rsquo;t was er wel tienmaal zoo
+druk. Alles van de markten kwam daar, en de handelsreizigers, en er was
+een caf&eacute; bij, waar &rsquo;t altijd vol zat.</p>
+<p>Van dat hotel zelf echter en van het caf&eacute; kreeg Sprotje nooit
+iets te zien. Om acht uur iederen morgen kwam zij door de zijdeur in
+het Schoutensteegje binnen en daalde de bediendentrap af naar de keuken
+aan de binnenplaats, waar zij haar dagen doorbracht. En iederen morgen
+om acht uur stonden daar, in de bijkeuken, haar twee aanrechten al vol
+vuil gerei, dat wachtte.... Sprotje wiesch, Sprotje droogde.... Dat was
+haar werk. Zij wiesch de dozijnen koffiekoppen en likeurglaasjes, die
+den vorigen avond nog waren leeggedronken, het aardewerk van een
+verlaat diner, de vette bordjes van broodjes met ham en gebakken
+eieren, waaraan, in de vroegte, bezoekers zich al hadden vergast.</p>
+<p>En al naar zij de stukken wiesch en in de meters-breede, open
+muurkasten weer op hun plaats schikte, kwamen nieuwe bladen-vol het
+weggeruimde vervangen: &rsquo;t ontbijt van de handelsreizigers, die er
+zoo vroeg niet op uit trokken, het tweede ontbijt van het personeel
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1091" href="#xd21e1091" name=
+"xd21e1091">72</a>]</span>boven. En voor zij alle vorken en lepels en
+de nikkelen kannetjes en suikerschaaltjes netjes had opgepoetst, en al
+de messen met messepoeier blank gewreven, kwamen de bezendingen der
+vroege koffietafels alweer in het liftkastje afgezakt.</p>
+<p>Maar te druk had zij het toch nooit. Zij moest maar op haar verdrag
+werken, was haar gezegd, en zorgen, dat het aardegoed nooit streperig
+zag en het metaal nooit dof. Wat zij brak was voor haar rekening.</p>
+<p>Klein-alleen in de groote, witgekalkte bijkeuken, die, met zijn
+bovenramen aan de binnenplaats, wel een leeggedragen catechisatiekamer
+leek, of een prachtige kelder,&mdash;daar stond het onnoozele Sprotje
+te midden der resten van het popelendste leven der kleine stad, al den
+afval van avondbrasserijtjes en smulpartijen, van morgen- en
+middaggasterijen en goede sier. Zij wiesch en zij droogde, zij rook aan
+de glaasjes, wat voor vreemde dranken daar wel in geweest mochten zijn,
+zij begluurde de restjes op borden en schalen, proefde met een
+vingerlik .... Soms draafde een kellner of een kamermeid binnen. Dan
+schrok zij.</p>
+<p>En in de nog uitgestrekter keuken naast-aan, voor het fornuis als
+een kamertje zoo groot wel, stond, in zijn witte kleeren, de kok. Uit
+de tusschendeur, die op een kier bleef, dreven de geuren binnen. Als
+zij voor nieuw heet water aan de koperen fornuiskraan <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1100" href="#xd21e1100" name=
+"xd21e1100">73</a>]</span>moest zijn, neusde zij: daar dampten de
+ijzeren potten met het sissende braadvleesch, de pannen vol borrelende
+saus en de ketels vol soep; in groote blikken vaten op tafel koelde de
+gekookte melk.</p>
+<p>Soms werd Marie binnengeroepen om te roeren. Dan stond de kok voor
+het aanrecht en met zijn bebloede handen kerfde hij, als een slager, de
+klompen vleesch; zijn vingers dropen en zijn schort was besmeurd.
+Sprotje vond dat een ijselijk gezicht. De eerste maal raakte zij bijna
+van haar zelf; dan wende zij er aan.</p>
+<p>Iederen dag zag en leerde zij iets nieuws. Zij kon het niet bevatten
+alles. Zij had nooit geweten, dat er zooveel in het leven te koop was,
+en bij Diepelink, &rsquo;s avonds, raakte zij niet uitgepraat.</p>
+<p>Haar dagelijksche verwondering was ook, wie toch wel al dat eten
+moest opmaken, dat zij iederen morgen weer verwerken zag. Vaag hoorde
+zij iets over een &bdquo;heerentafel,&rdquo; over de
+&bdquo;pladduzjoer,&rdquo; en over de &bdquo;buitendinees&rdquo;....
+Soms waren er gastmalen van &bdquo;de Bond.&rdquo; Dan liep ieders
+hoofd om. V&oacute;&oacute;r achten al stond de kok als een zot gele
+saus te draaien; de flesch olie hield hij, in een servet, onder den
+arm; druppeltje voor druppeltje viel er in de dikke brij.... Dan rolde
+hij deeg met een ronde stok, en bakte een pastei. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1108" href="#xd21e1108" name=
+"xd21e1108">74</a>]</span></p>
+<p>En de hoopen eten, die er zoo&rsquo;n volgenden dag voor h&uacute;n
+tafel overbleven! Soepvleesch zooveel zij maar lustten, en al het
+overige naar venant.</p>
+<p>Andere dagen weer sneed de kok al de resten ondereen en maakte daar,
+met bruinen wijn en kruiden, een fijnen schotel van voor boven. Dan
+kregen zij elk hun afgepaste deel en moesten verder genoeg eten aan
+aardappelen en gruttenbrij. Maar lekker dat die aardappelen soms waren!
+Sprotje had nog nooit zooiets geproefd: stukjes, of stokjes, goudgeel
+en met korstjes, die knisterden en die je toch z&oacute;&oacute; fijn
+maalde in je mond. Een volgenden keer hutste hij boonen en rijst door
+elkaar, en gooide er een stuk spek in .... maar gek, zoo&rsquo;n kok
+kon het zoo raar niet klaar maken, of &rsquo;t was toch altijd nog
+lekkerder dan wat je thuis ooit at.</p>
+<p>De gezamenlijke maaltijden aan de groote tafel in het achterhuis
+waren Sprotje aanvankelijk wel eerder een kwelling dan een genot. Zij
+zat er, de laatste, in een hoekje naast de linnenpers gedrongen, en zij
+hield zich maar stil en achteraf, dat men niet op haar letten zou ....,
+doch haar kleine, grijze oogen gluurden des te gretiger de schotels
+rond, en er was nooit zoo weinig, dat je niet volop kreeg. Maar ze werd
+vaak genoeg geplaagd.</p>
+<p>&mdash;Ze mosten eens weten, dacht dan Sprotje met evenveel
+beduchtheid als stiekeme voldoening, dat verleden <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1117" href="#xd21e1117" name=
+"xd21e1117">75</a>]</span>week &rsquo;s avonds Hein weer met &rsquo;r
+was opgeloopen van het Turfgrachtje tot aan de Vliet ....! Ze mosten
+eens weten, dat Vrijdag Hein haar had afgewacht in de Schoutensteeg!...
+Trouwens, ze was het plagen wel gewend, van vroeger, thuis.</p>
+<p>Ook haar werk was nu juist niet van het prettigste. Altijd
+afwasschen .... altijd afwasschen! haar handen waren overal gebarsten
+van het zeepwater en de soda. De kok kommandeerde, de kellners
+kommandeerden, de kamermeiden kommandeerden .... Maar binnen twee
+maanden had ze een japon overgespaard; zij leefde bij &rsquo;t
+vooruitzicht van alles, wat ze weer zou kunnen koopen; zij voelde ook,
+dat haar gezondheid vooruit ging,&mdash;geen trappen loopen, geen haast
+meer&mdash;; een kost als een rijkelui&rsquo;s meid, en vijfenzeventig
+centen in de week voor haar alleen!</p>
+<p>Viel er in de keuken eens een extra hapje af, dan spaarde zij het
+uit haar mond en bracht het aan grootmoeder Diepelink, die zich vaak
+beklaagde, dat zij nooit meer &rsquo;ns iets bizonders over de tong
+kreeg, nu zij niet langer in de fijne diensten uit bakeren kon.</p>
+<p>Sprotje was de Diepelinks zeer dankbaar gebleven.</p>
+<p>De vrouwen thuis, ingepalmd door die kleine vriendelijkheden, hadden
+ook wel vaak een vriendelijkheid voor Sprotje terug, en toen hun eens
+verteld was, dat Marie zoo dikwijls op straat werd gezien met een
+werkman <span class="pagenum">[<a id="xd21e1128" href="#xd21e1128"
+name="xd21e1128">76</a>]</span>uit den oliemolen van achter de
+Weteringpoort, toen verzonnen zij daar kleine, goedige plagerijen op,
+tante Bartje vooral, die het vermaak waren van den avond. Sprotje
+bloosde dan, Sprotje werd verlegen, maar haar hart zwol van een vreemde
+heerlijkheid. Zij kon het nauwelijks gelooven .... zij zag zichzelve
+nog altoos achterlijk en min .... Merietje, of Sprot.... en plots was
+daar nu de erkende mogelijkheid, dat zij, als alle andere meisjes,
+verkeering zou hebben; en met een kerel nog wel als Hein!</p>
+<p>&rsquo;t Prettigst vond Sprotje die uren, als Ant was uitgegaan en
+zij met de twee oude vrouwen alleen bleef; Hilletje was al sinds eenige
+weken niet meer thuis. Die, het leven bij &rsquo;r opoe en oudtante
+beu, met wie ze niet lachen kon als met haar moeder, en die haar te
+weinig vrijheid lieten naar &rsquo;r zin,&mdash;de kommesalen waren ook
+al niet meegevallen!&mdash;Hilletje had net zoo lang gedreven tot ze
+een plaats op een kleermakerij in Amersfoort mocht aannemen, en daar
+bij &rsquo;t groote huishouden van haar oom in den kost kwam. Met een
+laatste naschrijning van verdriet en een verluchting tegelijk, had
+Sprotje haar zien vertrekken. Iederen dag, onverdeeld, verlangde zij nu
+naar de rustige avonden met grootmoeder Diepelink en tante Bartje, en
+iederen dag ook verlangde zij naar dat spelletje van stilletjes plagen
+en stilletjes zich verweren, dat haar zoo welkom was. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1132" href="#xd21e1132" name=
+"xd21e1132">77</a>]</span></p>
+<p>Het werd een spel van velerhande gewaarwordingen voor Sprotje. In de
+tegenwoordigheid der vrouwen was het meest haar kleine, gevleide
+ijdelheid die sprak; maar in de uren alleen, daarna, werd het heel
+wonderlijk in haar hart van verlangens en vage hoop, die zij zich
+ternauwernood bekennen dorst. Toch was het, of &rsquo;t meer openlijke
+en uiterlijke, door dat schertsen aangebracht, haar ontoegankelijker
+maakte voor de zwijmelende gevoelens, die haar de laatste maanden zoo
+vaak bekropen, in &rsquo;t geheim, en verontrustten. Ze voelde zich
+trotsch, een kriebelende vreugde was soms in haar hoofd, hoewel ze zich
+dikwijls genoeg voorhield, dat Hein best niets bizonders bedoelen
+kon.</p>
+<p>Ze zag er frisscher uit, ze liep niet meer zoo gebogen in de
+schouders;&mdash;zij werd behaagziek voor haar doen; zij kocht zich de
+eene week, van haar spaarbank-geld, een nieuwen winterhoed met
+schotsche strikken, en de andere week een bontje van negentig cent.</p>
+<p>Soms, als er niemand was, keek zij in den kleinen spiegel boven het
+kastje van de voorkamer: ze had toch al wel een klein beetje kleur,
+vond ze, en &rsquo;r haar leek ook niet zoo erg onvoordeelig meer
+....</p>
+<p>En den derden April, geheel vervaard, kwam Sprotje met het
+bijna-niet-te-zeggene thuis: Hein had een briefje voor haar afgegeven
+aan het hotel .... hij vroeg, of ze Zondag met hem uitging.
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1141" href="#xd21e1141" name=
+"xd21e1141">78</a>]</span></p>
+<p>Dat was een bereddering! De grootmoeder en tante Bartje raakten niet
+uitgevraagd: wat had ie precies geschreven? wou ie alleen Zondag met
+&rsquo;r uitgaan? of wou ie verkeering? maar as een jongen je vroeg om
+uit te gaan, dan wou ie toch eigenlijk verkeering .. Nou, hadden ze
+&rsquo;t niet gezegd?</p>
+<p>Zij toonden al de kleine en nieuwsgierige belangstelling, die
+zooveel oudere vrouwen hebben voor alles wat een jonge liefde
+aanbelangt.</p>
+<p>Sprotje, in haar verwarring, was ten uiterste gestreeld.</p>
+<p>Tante Bartje praatte vooral over: de verantwoordelijkheid .... een
+meisje zonder ouders .... de voogd .. Ook Ant diende gehoord. Ant zei
+niet veel ....&mdash;Ja, Merie most het zelf weten .... Zij scheen niet
+al te best te spreken over het geval.</p>
+<p>Ten slotte werd er beslist, dat Merie nog de jaren niet had, om
+zonder zekerheid van verkeering met een jongen uit te gaan, en dat van
+der Kamp&mdash;ze had dien Zondagmiddag toch niet vrij&mdash;des avonds
+bij hen kon komen koffiedrinken.</p>
+<p>En zoo gebeurde het.</p>
+<p>Sprotje doorleefde dien avond als een koortsigen maar goeden droom.
+Met plekkerig-heete kleuren onder de oogen, van opwinding en
+verlegenheid, zat zij naast Hein, en zei zoo goed als niets. Hein zei
+weinig <span class="pagenum">[<a id="xd21e1157" href="#xd21e1157" name=
+"xd21e1157">79</a>]</span>m&eacute;&eacute;r. Iedereen keek hen aan;
+zij waren beiden zeer beschaamd en zagen toch welgemoed.</p>
+<p>Alleen Ant was nukkig, en op het midden van den avond, plotseling,
+ging zij uit. Dat werd weinig aardig gevonden. De grootmoeder, met een
+knipoogje naar den jongen, zei: &bdquo;Die is jaloersch.&rdquo;</p>
+<p>Hein kleurde nog feller dan hij aldoor al gedaan had, en hij
+stotterde iets, van dat Ant toch met Busselaar vree ....</p>
+<p>Dat gaf een nieuwe bereddering!&mdash;Busselaar? was d&aacute;t die
+beurtschipper, waar ze in &rsquo;t begin wel eens over gehoord hadden?
+Was het dan toch waar geweest, laatst, van dat loopen naar de haven? En
+waarom had Ant hem nooit eris meegebracht? .... De oude vrouwen, nog
+nieuwsgieriger en nog meer belust, raakten opnieuw niet
+uitgevraagd.</p>
+<p>Sprotje wist niet, of ze spijt had dan wel blij was, dat de grootste
+aandacht nu van haar bleef afgeleid.</p>
+<p>Maar toen, na een poos, Hein aanstalten maakte om heen te gaan,
+vroeg grootmoeder Diepelink, ten afscheid, heel vriendelijk maar
+overrompelend beslist, en met een groote guitige
+gemeenzaamheid:&mdash;of ze goed had begrepen, dat het voor vast was
+.... &rsquo;t meissie had geen ouwers ....; waarop Hein, of hij al voor
+den domin&eacute; stond, hoogblozend en bedremmeld, maar vol goeden
+wil, een &bdquo;ja&rdquo; uitbracht. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1169" href="#xd21e1169" name="xd21e1169">80</a>]</span></p>
+<p>Bij &rsquo;t weggaan kuste hij, beschaamd en bruusk, Marie heftig
+naast den mond.</p>
+<p>Sprotje, dien nacht, was overvol van een schreiende verwondering.
+Het was haar geheel onbegrijpelijk; zij kon er zich niet indenken, dat
+<i>zij</i> verk&eacute;&eacute;ring had, en dat ze verkeering had met
+Hein, dien ze al z&oacute;&oacute; lang kende; en toch was het haar
+juist daarom zoo gewoon en vertrouwd, of zij altijd wel geweten had,
+dat met hem haar leven verder zou gaan. Zij voelde ook weer, bij haar
+mond, den kus van zijn harde lippen; hij had haar bijna pijn gedaan,
+maar nog ging er een scheut van verbijsterende vreugde door haar heen,
+als zij er aan dacht. Zij was klaar wakker en het bloed in &rsquo;r
+hoofd klopte lastig tegen het kussen. Zij kon er niet aan ontkomen. Zij
+zag weer Hein&rsquo;s goedigen kop, zoo barstend rood en trouw, toen
+grootmoeder Diepelink &rsquo;t vroeg ....; hoe durfde ze!</p>
+<p>En opeens had Sprotje een voorstelling van hoe haar moeder daar
+tegenover Hein zou gezeten hebben, met een bezwaarlijk gezicht en dan
+toch weer vol danige goedheid; haar moeder had van Hein gehouden,
+&rsquo;t altijd voor Hein opgenomen, al zag zij toen met Sien weinig
+toekomst in de vrijerij .... Maar nou had Hein al zeven-vijftig in de
+week .... nou zou &rsquo;r moeder wel blij zijn geweest ....; zij zag
+al, hoe die &rsquo;r trekken uit hun stuurschen plooi zouden zijn
+opengegaan in een <span class="pagenum">[<a id="xd21e1179" href=
+"#xd21e1179" name="xd21e1179">81</a>]</span>donker-oolijken spotlach
+.... zij hoorde al die gekscherende stem, en &rsquo;t was haar, of bij
+die warme herinneringen aan &rsquo;r moeder, haar innigheid voor Hein
+te hechter en te heviger-om-van-te-schreien werd.</p>
+<p>Sprotje, sinds dien Zondagavond, leefde in &eacute;&eacute;n
+verwarring van gevoelens en ervaringen. Schijnbaar gewoon, alsof er
+niets gebeurd was, gingen de lange dagen om in de bijkeuken van
+&bdquo;de Cannegieter,&rdquo;&mdash;doch juist die waren vol van zoete,
+lachende en verwonderde gedachten; soms merkte Sprotje, dat zij zacht
+stond te zingen boven het lichte gekletter der borden in haar spoelbak
+.... Maar de avonden met Hein, die de vervaarlijke werkelijkheid-zelf
+waren, die bleven vreemd en schril en geheel uiterlijk.</p>
+<p>Zij voelde voornamelijk het heel erge van met een jongen ge&auml;rmd
+door de straten te gaan, en dat iedereen dat zien mocht. Zij was
+buitenmate trotsch en zij schaamde zich tevens. Hein was stil, hij
+drukte stevig haar arm, maar hij dorst haar nauwelijks aanzien; dan
+grinnikte hij maar eens, en als hij haar thuisbracht, in het donkere
+portaaltje bij Diepelink, gaf hij haar zijn harden afscheidskus. En den
+verderen avondtijd bij Diepelink eveneens, voelde Sprotje meer haar
+nieuwe gewichtigheid van het-meisje-dat-een-beminde-heeft, dan dat zij
+bewust gelukkig was. Zij besteedde ook <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1186" href="#xd21e1186" name="xd21e1186">82</a>]</span>veel tijd
+en veel overleggingen aan kleinen opschik, en telkens stak haar het
+verlangen en de angst tegelijk, dat in de keukens van &bdquo;de
+Cannegieter&rdquo; haar verkeering zou bekend worden.</p>
+<p>Den eerstvolgenden Zondagmiddag&mdash;Sprotje zelf had dat zoo
+gewild&mdash;gingen zij naar Heins oude moeder, die inwoonde bij zijn
+getrouwde halve zuster. &bdquo;Och,&rdquo; had Hein gezegd, &bdquo;wat
+zalle we d&rsquo;r doen ....?&rdquo; maar bij Diepelink ook was de
+meening geweest, dat het zoo hoorde.</p>
+<p>&rsquo;t Was een van de lage, vervallen huisjes, die achter op het
+Turfgrachtje staan, waar dat, omhoekend, doodloopt op een hek langs het
+Singelwater. Het oude mensch, in een paars gebloemd jak, die maar bleef
+kousen stoppen in haar hoek aan &rsquo;t raam, had hun niet eens de
+hand gegeven. Zij leek in niets op Hein: een smal, groezelig
+rimpelgezicht, met glurende, waterig-bruine oogjes, en dun grijs haar
+onder een gebree&euml;n wit mutsje uit. Ze keek over haar bril Marie
+eens aan en zei: &bdquo;Z&oacute;&oacute;, wel-wel, nou-nou
+....,&rdquo; toen Hein bazig vertelde, dat dit dan zijn meisje was. En
+de stiefzuster, een lange, sluike vrouw, met een ontevreden
+uitzicht&mdash;zij trok naar de moeder&mdash;smaalde, terwijl zij de
+borden van het middageten borg: &bdquo;Afijn h&egrave;, de derde keer
+de goeie keer....&rdquo;</p>
+<p>Sprotje voelde zich zoo leeg en ontzet, dat ze niet <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1194" href="#xd21e1194" name=
+"xd21e1194">83</a>]</span>eens huilen moest; zij werd heel bleek en
+haar handen beefden.</p>
+<p>Hein verschoof driftig op zijn stoel, maar hij zei niets; hij zag
+vuurrood en ongelukkig.</p>
+<p>Zij stonden gauw weer op en gingen wandelen; &rsquo;t was een koele,
+zonnige Aprildag, en het eerste groen sprong al door de struiken; maar
+de nare stemming bleef nog wel een uur hun klemmen in de keel.</p>
+<p>Toen zei de jongen: &bdquo;Leefde me zus nog maar...., die op
+&rsquo;t fabriek van de Lange het geweest ....&rdquo; En in het praten
+dan over die eenige eigen zuster van Hein, die gestorven was, werd het
+wel weer vertrouwelijk. Toch gelukte het hun nog niet, dien dag, het
+volle begrip van hun nieuwe verhouding te omvatten.</p>
+<p>Eerst na vele dagen sleet al het bijkomstige, al het ijdele en erge
+en schaamachtige, bij Sprotje uit. En toen allengerhand haar gevoel te
+bezinken begon, toen was het voornamelijk een dankbare aanhankelijkheid
+en een diepe trouw, die zij gewaar werd, en die zich uitte, het meest,
+in een onverdroten belangstelling voor alles wat Heins vroeger en
+tegenwoordig leven betrof. Na een korten tijd wist zij nauwkeurig
+hoeveel uren per dag Hein bij zijn eersten baas had gewerkt en wat hij
+verdiende, hoeveel uren hij bij zijn tweeden baas had gewerkt en wat
+hij verdiende, en zoo verder; zij kende de namen van al zijn kosthuizen
+en vergat <span class="pagenum">[<a id="xd21e1204" href="#xd21e1204"
+name="xd21e1204">84</a>]</span>geen der verhalen, die hij daarover
+deed, noch verwarde ze onderling; van Heins vader, die nu reeds twintig
+jaar dood was, wist zij al spoedig alles, wat hij zelf er nog van wist;
+zij kende zijn zuster, Gerritje, en haar twee diensten, waarin zij
+&rsquo;t niet had kunnen volhouden, haar komen op &rsquo;t fabriek van
+de Lange, en haar sterven, een jaar nadat zij er gekomen
+was;&mdash;Sprotje ervoer het, als had zij het zelve doorgemaakt. Zij
+wist ook alles van de wreede geschiedenis, hoe Heins moeder bij de
+stiefzuster in huis was gegaan en hoe smadelijk hij en Gerritje altijd
+behandeld waren. Als hij daarvan vertelde, en zij antwoordde als eene,
+die het alles al weet en er geheel in meeleeft, dan, met een innige
+verteedering, hield zij het meest van hem.</p>
+<p>Arm in arm en hand op hand, kuierden zij &rsquo;s avonds van haar
+dienst naar huis, liepen nog een Singeltje om .... Zij verwonderde
+zich, hoe alles zoo vertrouwd en zoo rustig was, veel vertrouwder en
+rustiger dan haar wandelingen met Hilletje. En dan de heerlijke
+vastheid, dat, wanneer zij, na den langen werkdag, in den schemerigen
+lente-avond het zijpoortje van &bdquo;de Cannegieter&rdquo; uitkwam,
+daar altijd, aan den hoek van &rsquo;t Broerekerkplein, Hein stond te
+wachten. Dadelijk onderscheidde zij zijn korte, zware gestalte; ....
+soms zag hij haar niet aankomen, hij rookte zijn dikke sigaar, sloeg
+zijn werkbroek nog eens af .... soms stapte hij dadelijk <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1208" href="#xd21e1208" name=
+"xd21e1208">85</a>]</span>op haar toe, verschoof zijn pet langs zijn
+stijf-scheef kuifje: &bdquo;dag Merie.&rdquo; Hij was nog altijd wat
+verlegen &rsquo;t eerste oogenblik, en zij niet minder. Zij liepen een
+huis of tien zonder veel spreken naast elkaar voort, dan nam zij zijn
+arm; en als hij haar, ten afscheid, bij de deur van Diepelink, op de
+wang kuste, of als hij steviger, onder het gaan, haar hand in de zijne
+neep, dan ondervond zij dat voornamelijk als een echt goed het meenen
+met elkaar.</p>
+<p>De jongen eveneens leefde in velerlei verwonderingen. In zijn vorige
+verkeeringen was &rsquo;t altijd &eacute;&eacute;n onstuimige roezemoes
+geweest, van felle verliefdheid voor de eerste, van baloorigheid meer
+en wreede lust die aan de meid zelve vreemd bleef, bij de
+andere,&mdash;en ook een gedurige onzekerheid van luimen en getreiter,
+waar hij zich niet tegen opgewassen wist, van koude lacherigheid en
+heete bevlieging, die hem verward en ongelukkig maakten; en telkens ook
+van in den steek gelaten worden, van vergeefs wachten en jachtig zoeken
+door de straten in wrange pijn en machtelooze woede ....</p>
+<p>Voor Marie had hij een heel ander gevoel. Zij had een lief
+gezichtje, vond hij, wat bleek, maar zoo vriendelijk .... haar oogen
+vooral, en haar mond, als zij stil voor zich uitkeek; maar haar sluike
+lijfje maakte weinig in hem wakker, en zij had ook geen woelende haren
+of geen weligen hals om het water <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1214" href="#xd21e1214" name="xd21e1214">86</a>]</span>van in den
+mond te krijgen! Toch, zooals zij altijd &rsquo;s avonds stil-haastig
+op hem afkwam, mocht hij haar schuchtere gestalte graag zien. Naast
+haar gaande, stapten zij prettig eensgezind, even lang als zij waren,
+en haar zachte stem maakte hem kalm, of er iets opklaarde in zijn
+hoofd.</p>
+<p>&bdquo;Gek,&rdquo; kon hij soms in een plotselinge verbazing zeggen,
+&bdquo;gek, dat wij nou zoo bij mekaar zijn geraakt<span class="corr"
+id="xd21e1219" title="Bron: ..">....</span> &rsquo;k begrijp zelf nog
+niet, hoe &rsquo;k er zoo toe gekomme ben ....&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;&rsquo;t Zal zijn, da&rsquo; we mekaar al zoo goed
+kenden&mdash;&rdquo; peinsde hij nog voor
+zichzelf.&mdash;&bdquo;&rsquo;t Zal zijn, da&rsquo; we zoo best bij
+mekaar passen....&rdquo; zei hij dan, met een vertrouwelijke
+overtuiging achterna.</p>
+<p>Nooit had iemand zich werkelijk om zijn welzijn bekreund; hij had
+geleefd bij de kijvige heerschzucht van zijn moeder en de hatelijke
+minachting van zijn halve broers en zusters&mdash;o! hij wist heel
+goed, dat hij niet zoo bij de pinken was als die allemaal!&mdash;, tot
+zijn twee verkeeringen hem wat wilden, schroeierigen gloed, maar geen
+deugdelijke koestering hadden gebracht .... De luidruchtige omgang met
+zijn kameraads, en de eenvoudige genegenheid van zijn gestorven zuster,
+dat was nog het beste, dat hij in zijn leven had gekend! Hoeveel
+morgens was hij niet uit zijn triestige kosthuizen zonder een
+vriendelijk woord naar <span class="pagenum">[<a id="xd21e1226" href=
+"#xd21e1226" name="xd21e1226">87</a>]</span>zijn werk getogen, en
+hoeveel avonden niet, dat hij, verlaten, maar wat door de straten had
+geslierd, en wat in de kroegen gezeten, en dan alleen maar weer naar
+zijn kosthuis was getrokken, om daar, verdrietig, in zijn bed te
+kruipen .... Hij was heel ongelukkig geweest, maar in zijn dompen,
+harden kop had hij nooit raad geweten, hoe het te veranderen zou zijn,
+of hoe het ooit beter worden kon. En nu had hij Marie!</p>
+<p>&rsquo;t Werd hem zoo goed en zoo warm van binnen, als hij altijd
+weer de groote aanhankelijkheid van het meisje ondervond, die altijd
+weer blij was hem te zien, en nooit hem plaagde of uitlachte, en die
+heel haar aandacht had voor hem alleen.</p>
+<p>En hij ook luisterde met de grootste belangstelling naar wat Marie
+hem vertelde van haar diensten en haar werk. Hij kon het alles niet zoo
+onthouden als zij, verontschuldigde hij zich vaak, jongens konden dat
+nooit zoo goed en hij had maar een stom hoofd .... doch hij deed wel
+zijn best. En Sprotje, niet verwend op dat punt, vond het al heerlijk,
+dat iemand met zoo een geduld kon luisteren naar haar beuzelachtigste
+verhalen.</p>
+<hr class="tb">
+<p>Ant, op het eind van dien zomer, was het eindelijk gelukt, haar
+beurtschipper bij Diepelink thuis te krijgen. Op een avond in Juni, na
+vele maanden wachtens, was zij hem plotseling aan de haven
+tegengekomen. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1236" href=
+"#xd21e1236" name="xd21e1236">88</a>]</span></p>
+<p>&bdquo;Zoo .... meisje ....&rdquo; had hij gezegd. Hij was kalm
+vriendelijk geweest, of hij haar een week te voren nog had bezocht.
+Maar naar een vreemd huis meegaan, bij menschen, die hij niet kende,
+nee, dat deed ie secuur niet .... Hij vroeg Ant evenmin om aan boord te
+komen; ging met haar naar &bdquo;het Schippertje,&rdquo; bestelde twee
+glaasjes anijs en deed een langgerekt verhaal over een extra reis op
+Ruhrort en een extra reis op Coblenz. Eindelijk vroeg hij ook:
+&bdquo;Zou jij wel in het Duitsche land kenne wenne? .... zou jij wel
+ham-pannekoek op een open vuur kenne bakke?&rdquo;</p>
+<p>Vele veertien-dagen achtereen kwam trouw, sindsdien, Busselaar met
+zijn Duif binnengeloopen en onthaalde Ant op haar glaasje anijs. Eens
+zaten zij samen een middag aan het Veerhuis buiten de stad.</p>
+<p>En toen, na een paar malen vergeefs weer wachten, had eindelijk Ant
+hem overreed en meegetroond naar de Vliet, bij Diepelink. Onwillig had
+hij daar gezeten, met zijn vierkanten, stuurschen schipperskop in
+elkaar geknepen, en hij had alles opgenomen of hij een
+boedelbeschrijver was.</p>
+<p>&bdquo;Wij hebben verkoopen motte,&rdquo; zei Ant; &bdquo;alleen de
+potkachel, die he&rsquo; &rsquo;k gehouwe .... &rsquo;k dacht, dat jij
+daar gesteld op was.&rdquo;</p>
+<p>Omdat ie boven roestte, hadden de Diepelinks het kacheltje in de
+voorkamer gezet, waar zij toch nooit zaten. <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1247" href="#xd21e1247" name=
+"xd21e1247">89</a>]</span></p>
+<p>Busselaar was mee daarheen gegaan, had naar de potkachel gekeken,
+had naar Ant gekeken....; zijn kleine, zijen pet stond achter op zijn
+zorgelijke voorhoofd en hij trok nadenkend aan het gouden ringetje in
+zijn lange, gele oor.</p>
+<p>&bdquo;Nee .... meisje....,&rdquo; had h ij eindelijk gezegd,
+&bdquo;&rsquo;k geloof toch niet, da &rsquo;k er toe zal overgaan
+....&rdquo; En v&oacute;&oacute;r Ant nog uit haar ontzetting zich kon
+herstellen, had hij bedaard zich omgedraaid, en was binnen zijn koffie
+gaan uitdrinken. Ant was nog achter hem aangekomen, de keuken in; haar
+gezicht was star vertrokken. Toen waren twee helle tranen haar uit de
+oogen gesprongen; zij had zich omgedraaid zonder een woord en was naar
+boven geloopen.</p>
+<p>Busselaar had laks even achteromgezien; daarna had hij omstandig
+iedereen de hand gedrukt en was weggegaan.</p>
+<p>Toen Sprotje dien avond thuiskwam, vond zij Ant op bed, met groote,
+starende oogen; nauwelijks be&auml;ntwoordde die haar nachtgroet. En
+den volgenden morgen&mdash;voor het eerst, zoolang Sprotje zich
+herinneren kon&mdash;verzuimde Ant &rsquo;t fabriek. Heel in de
+vroegte, zonder &rsquo;r boterhammen te hebben aangeraakt, liep zij
+&rsquo;t huis uit en kwam eerst tegen elven terug. Dien middag ging zij
+weer.</p>
+<hr class="tb">
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e1259" href="#xd21e1259" name=
+"xd21e1259">90</a>]</span></p>
+<p>Vier jaar lang had Sprotje verkeering. Bijna heel die vier jaar ook
+bleef zij vatenwasschen in de bijkeuken van &bdquo;de
+Cannegieter;&rdquo; eens kreeg zij een aardig opslag, want men had haar
+daar graag, omdat zij handig was en nooit iets brak; zijzelf eveneens
+vond het er prettig op den duur. Des zomers was &rsquo;t er altijd koel
+aan de schaduw-diepe binnenplaats, en des winters, als de tusschendeur
+wijd openstond, stoofde de <span class="corr" id="xd21e1262" title=
+"Bron: hette">hitte</span> van &rsquo;t groote fornuis er door, met al
+de heerlijke geuren, die daar rondwaarden.</p>
+<p>Sprotje snoof, Sprotje keurde, Sprotje trok een kennersneus; ze
+onderscheidde als de beste of er weer maderawijn of kerry in de sausen
+was gegaan, en of ze boven een chocoladepudding kregen dan wel een
+koffievl&acirc;.... Soms neusde zij van den kok een keukengeheim af,
+hoe hij d&igrave;t klaarmaakte, of op d&agrave;t bezuinigde .... dat
+vertelde zij dan &rsquo;s avonds bij Diepelink.</p>
+<p>Een enkele keer maar, al die vier jaren, is het gebeurd, dat Hein
+niet des avonds Marie opwachtte bij het hotelpoortje in de
+Schoutensteeg. &rsquo;t Was tweemaal, in den winter, dat ze veertien
+dagen thuis moest blijven met de griep, en eens kreeg Hein, voor zijn
+baas, een karwei van drie weken buiten de stad.</p>
+<p>Maar alle de overige werkdagen zagen zij elkander dat avonduur, van
+&bdquo;de Cannegieter&rdquo; naar huis, en liepen een Singeltje om. En
+altijd was het hun zelfde vertrouwelijke <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1271" href="#xd21e1271" name="xd21e1271">91</a>]</span>gaan, met
+een armdrukje en stil gepraat.. Sprotje vertelde de vele kleine
+voorvallen van den dag, of zij sprak van de toekomst, hoe zij doen
+zouden, en met het geld.</p>
+<p>Zij was zoo onbevangen voor Hein als zij nog nimmer met een ander
+geweest was, maar van een algeheele openheid werd zij toch nooit; er
+bleven altijd dingen, van vroeger bij haar thuis en uit haar eerste
+diensten, waarover zij zweeg. Hein zag erg tegen Marie op; hij vond
+haar verstandig, en zij zou zeker een goede huisvrouw zijn.</p>
+<p>Soms, als het een zachte avond was, zaten ze in het plantsoen op een
+bank, zij tegen hem aangeleund, haar hoofd op zijn schouder, in stil
+gedroom; zijn verweerde hand streek haar langs de wang, en Sprotje werd
+zoo week en zoo dankbaar en zoo heerlijk rustig, wanneer zij zijn warm
+naar de buitenlucht geurend lichaam tegen zich voelde. Dan keek zij
+te&ecirc;r naar hem op, en kuste hem op zijn blozende kaak.</p>
+<p>Eens dat zij zoo zaten, moest Hein plots denken aan een avond, lang
+geleden, dat hij bij Marietje, een kind nog, in de keuken op Sien had
+zitten wachten, en hoe die, toen ze eindelijk thuiskwam, gezeid had:
+&bdquo;Nou, as jij liever met me zussie vrijt ....&rdquo;&mdash;Liever,
+dacht hij, liever? .... ja, toch, liever ....&mdash;Voelde hij zich
+niet tevredener nu dan ooit te voren? En het kwam in <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1279" href="#xd21e1279" name=
+"xd21e1279">92</a>]</span>hem op, hoe vreemd het was, dat hij bijna
+nooit aan Sien meer dacht, en nooit meer met hartzeer.</p>
+<p>&bdquo;Zit je goed zoo?&rdquo; vroeg hij met een schorre stem, en
+haalde haar zacht nog dichter naar zich toe.</p>
+<p>Maar soms waren er ook dagen, dat Hein opeens anders was, stiller en
+vreemder; dat hij verlaten paadjes voor hun wandelingen koos en plots
+met een heete heftigheid het meisje tegen zich aandrukte en haar woest
+zoende in den hals. Sprotje, in een schrille verwarring, onderging
+lijdelijk deze heftigheden, die haar diep ontstelden doch geen vrees
+gaven. Er ging een trillend voorgevoelen door haar heen, maar de juiste
+herinnering, later, ontvluchtte zij en zij wist niet, of er zonde bij
+kwam of dat het zoo zijn moest.</p>
+<p>Zij was alleen wat blo&ocirc; den volgenden dag, Hein keek verlegen,
+en daarna dreef voor dagen de rustige genegenheid tusschen hen weer
+boven.</p>
+<p>Toen zij, de grootste gebeurtenis uit die tijden, op haar twintigste
+jaar werd aangenomen, kocht zij zich een degelijke en fraaie, zwarte
+japon ....; ze had daar maanden voor gespaard. En ze had gedacht: daar
+trouw ik in. Het zwarte zijden vestje zou ze door een wit van dunner
+stof vervangen; dat stond dan wel als voor een bruid.</p>
+<p>En den zonnigen morgen, dat zij, zeer ontroerd en met beschreide
+oogen uit de plechtige Paaschkerk <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1292" href="#xd21e1292" name="xd21e1292">93</a>]</span>kwam, ging
+zij dadelijk boven zich uitkleeden en borg de kostbare stukken,
+tusschen couranten, in een schuif van haar ladekast.</p>
+<p>Van dien dag af spaarde zij voor de meubels.</p>
+<p>Toen zij een-en-twintig was, had zij op Ant&rsquo;s kamer zes
+trijpen stoelen staan, die van haar waren, een spiegeltje en twee
+boodschapmanden.</p>
+<p>Ook Hein deed wel zijn best. Van zijn loon, vrij groot voor een
+jongen alleen, kon hij aardig wat overleggen; toch waren er ook weken,
+dat hij alle verdienste voor zichzelf scheen te gebruiken en
+angstvallig zijn spaarboekje in den binnenzak van zijn jas hield. Eerst
+had Sprotje daar stil verdriet over; later begon zij schuchter hem na
+te rekenen, betrapte hem tersluiks. De jongen was daar al vaak kribbig
+onder geworden, en toen zij eens, openlijk, hem een ontbrekende paar
+gulden verweet, stoof hij woedend op: zoo lang zij niet getrouwd waren,
+verdomde hij het, zich op zijn vingers te laten kijken; hij zou met
+zijn geld doen, wat ie verkoos ....! Sprotje had hem nog nooit zoo
+driftig gezien en zij huilde tot aan huis. Dan zei hij: &bdquo;Kom ....
+Merie ....&rdquo; en gaf haar een kus. Weerloos liet zij het toe.</p>
+<p>Maar al waren er van die weken, dat Hein geen weerstand had kunnen
+bieden aan de overredingen van zijn kameraads,&mdash;de jaren door had
+hij toch ver over <span class="pagenum">[<a id="xd21e1302" href=
+"#xd21e1302" name="xd21e1302">94</a>]</span>de honderd gulden gepot.
+Sprotje had een lijst gemaakt van &rsquo;t geen zij noodig zouden
+hebben voor hun inrichting: het zou er wel van gaan .... en zoodra Hein
+negen gulden kreeg, konden ze trouwen!</p>
+<p>Het was in het vierde jaar van Sprotje&rsquo;s verkeering, dat, met
+Mei, een der beide kamermeisjes van &bdquo;de Cannegieter&rdquo;
+plotseling haar dienst verliet, en men in het hotel, voor de
+opengevallen plaats, aan Marie Plas dacht: die was altijd zoo netjes en
+gewillig, die keek nooit stuursch en zou wel goed voldoen.</p>
+<p>Bij Diepelink werd bedenkelijk het hoofd geschud: den heelen dag
+bedden maken, water dragen, trappen loopen&mdash;; maar Sprotje wou van
+geen bezwaren hooren. Honderdtwintig gulden ging ze verdienen, en dan
+nog de fooien, die in het zomerseizoen het meest opleverden!.... Zij
+kocht zich de drie grijze linnen japonnen, die vereischt werden, de
+mutsjes en de zes blauw-en-witte linnen schorten met strooken over de
+schouders.</p>
+<p>En met denzelfden strakken wil, waarmede zij eens, als kind, in haar
+diensten het werk boven haar krachten had volbracht, volbracht zij nu
+de slopende taak van meid te zijn voor twintig vreemden.</p>
+<p>Sprotje&rsquo;s diepste leven, in die dagen, ging met een hevige
+hebzucht uit naar alles wat haar aanstaande huisje betrof. Daarvoor
+werkte zij, daarvoor spaarde zij. Zij spaarde met hartstocht. Elke
+aankoop was <span class="pagenum">[<a id="xd21e1313" href="#xd21e1313"
+name="xd21e1313">95</a>]</span>weken te voren met duizend overleggingen
+beraamd; de daad van &rsquo;t koopen zelf was een daad van vervoering;
+eenmaal den koop gesloten, dan kon zij avonden lang den slaap niet
+vatten van de buitensporige vreugde, van angsten ook wel over prijs en
+hoedanigheid.</p>
+<p>Soms verdriette het haar, dat Hein voor dat alles zooveel koeler
+bleef dan zij; soms ook was haar de zelfzuchtig alleen gesmaakte
+blijdschap een nog dieper genot. Zij kocht achtereenvolgens twee blauwe
+bloempotten met een vlucht roode vogels errond, twee wollen dekens, een
+hanglamp, een wekkerklok, en een rieten tafeltje met een porceleinen
+bord erin.</p>
+<p>Zij draafde van den morgen tot den avond door de kamers en langs de
+groote bovengangen van het hotel; zij sleepte met de matrassen, klopte
+de zware, gewatteerde dekens uit, sjouwde met de kitten water om de
+lampetkannen te vullen; zij boende de vloeren, lapte de ramen en de
+spiegels en de marmerplaten der waschtafels, hield de privaten schoon
+.... bij elk tringeltje op het portaal, haastte zij zich naar het
+zwarte wijsbord, haastte zich naar de kamer, waar gebeld was, haastte
+zich naar het sousterrain, om &rsquo;t warme water te halen, dat men
+verzocht, om kleedingstukken uit te borstelen; zoo&rsquo;n ganschen
+ochtend stond dat niet stil.</p>
+<p>Zij werkte, werkte, nooit nalatig en schijnbaar nooit vermoeid; zij
+wou werken, zij wou geld verdienen, <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1321" href="#xd21e1321" name="xd21e1321">96</a>]</span>en als er
+iemand wegging, dan, met haar pijnlijk bleeke gezicht en haar gulzige
+oogen, als bedelend, wachtte zij op de gangen, aan de trap ....
+sommigen gaven haar daar meer om, anderen minder. Toch, op het einde
+der drie maanden, had zij bijna vijfentwintig gulden extra gemaakt;
+maar tevens moest zij den nieuwen post opgeven.</p>
+<p>De eigenaar van het hotel was beducht, dat haar te ziekelijk
+uitzicht de gasten onaangenaam zou zijn; en zijzelf voelde het ook, er
+waren stoornissen in haar gezondheid, waarover zij met niemand dorst te
+spreken; zij was vaak koortsig van overspanning, ze kon het niet
+bolwerken.</p>
+<p>Toen trof men een schikking, en, als de jaren daarvoor, daalde zij
+weer af naar de bijkeuken aan de binnenplaats en wiesch er de vaten als
+altijd.</p>
+<p>Haar drie linnen japonnen en haar blauw-en-witte schorten met de
+strooken op de schouders, vouwde zij in couranten en sloot ze weg in de
+schuif der ladekast, waar ook haar trouwjapon lag ....</p>
+<p>Toen zij weer voor haar aanrechten stond, leek het haar of ze in een
+eigen thuis was teruggekeerd, en of het nu wel altijd zoo blijven
+moest.</p>
+<p>Iedereen in het hotel had zij zien komen en gaan, alle kellners, de
+kamermeisjes, den stalknecht; &rsquo;t was de tweede kok, voor wien zij
+nu soms de sausen mocht <span class="pagenum">[<a id="xd21e1333" href=
+"#xd21e1333" name="xd21e1333">97</a>]</span>roeren; zij voelde zich
+daar rechten hebben en zij wist er zich gewaardeerd.</p>
+<p>Dien zomer, dat zij kamermeisje was,&mdash;&rsquo;t zou de laatste
+zijn van haar verkeering,&mdash;kreeg Marie driemaal een geheelen
+Zondag vrij. Deze Zondagen gingen Hein en zij samen naar buiten, maar
+het waren hun gelukkigste uitgangen niet. Sprotje wist met zoo een
+langen dag langs de wegen weinig raad, omdat het wandelen haar te gauw
+vermoeide en de straffe lucht haar hoofdpijn gaf; aan Hein was het
+zitten in een weiland-bocht, het liggen kijken naar de graspluimen in
+de wijde lucht, en naar de wilde bloemen, of het zoeken van een
+klaverblad-van-vieren al evenmin besteed. Zij belandden meest in een
+uitspanning, waar Sprotje, toch al wat huiverig voor de lange
+eenzaamheden, enkel een glaasje limonade dorst te drinken. Zij voelde
+zich zoo zwaar in haar beenen, haar hoofd klopte en zij had wel willen
+gaan huilen ....</p>
+<p>&bdquo;Wat is er?&rdquo; vroeg Hein dan.</p>
+<p>&bdquo;Och,&rdquo; schokte zij kribbig terug, &bdquo;&rsquo;k ben
+moe.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Je most dat werken op die kamers er aan geven,&rdquo; had
+Hein haar op de tweede wandeling geraden, omdat zij er telkens slechter
+ging uitzien.</p>
+<p>&bdquo;Nee,&rdquo; beet Sprotje bot terug, &bdquo;&rsquo;k wil
+&rsquo;t.&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Laten we dan niet meer loopen,&rdquo; stelde Hein goedig
+voor. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1348" href="#xd21e1348" name=
+"xd21e1348">98</a>]</span></p>
+<p>En dat had hij toen zelf ook het prettigst gevonden: in een warmen
+zandkuil den middag te verslapen.... Maar het meisje, rechtop en
+doodmoe, dorst de oogen niet te luiken, in een vage, vreemde vrees, die
+haar nog het meest vermoeide van alles.</p>
+<p>En aan den laatsten dier uitgangen had zij lang een martelende
+gedachtenis behouden.</p>
+<p>Zij waren, op den thuisweg, een verlaten stuk heigrond overgestoken,
+en Hein had daar zoo ruw en verwilderd met haar gedaan, dat zij, bang
+en heftig-gekwetst, hard met haar handen zijn gezicht van zich weg had
+geduwd. De verdere dag was er geheel door vergald geweest, en nog vele
+dagen daarna kon Sprotje Heins schrille, heete oogen, in dat oogenblik,
+niet van zich afzetten.</p>
+<p>Zij waren het gelukkigst op hun stille wandeltjes de singels langs,
+als zij spraken over hun toekomstig huisje en elkaar zoo maar
+zoetjesweg al de luttele wederwaardigheden van den afgeloopen dag
+vertelden,&mdash;of op de koffie-avonden bij Diepelink en in Heins
+kosthuis, waar de menschen, sinds hij Marie eens meebracht, veel
+aardiger voor hem waren geworden, en telkens vroegen of zij niet nog
+eens kw&aacute;men met hun beiden. Heins moeder bezochten zij slechts
+drie of viermaal, en heel kort; die maakte telkens hatelijke
+toespelingen op Marie&rsquo;s zwakke gezondheid, en Hein <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1357" href="#xd21e1357" name=
+"xd21e1357">99</a>]</span>wou maar liever niet over die bezwaarlijke
+dingen denken.</p>
+<p>En toen, plotseling, een maand of wat later, kreeg Hein het opslag,
+waarover altijd gesproken was. Hij werd eerste werkman. Ze zouden gaan
+trouwen. Dat was een overrompeling!</p>
+<p>Sprotje leefde als in de begin-weken van haar verkeering: &rsquo;t
+was alles een droom, en haar gevoelens kon zij beheerschen noch
+overzien.</p>
+<p>Angstig en toch schril-blij ging zij haar dienst opzeggen. Zij hield
+nog meer van Hein dan zij ooit gedaan had, en zij sidderde voor het
+komende, dat als een dreiging leek.</p>
+<p>In September was zij de bruid.</p>
+<p>In zulk een roezigheid van gedachten en verwarde instincten ging zij
+de dagen door, dat zij tweemaal in &eacute;&eacute;n week iets brak,
+wat nog nimmer gebeurd was.</p>
+<p>En een vaste, klare vreugde daagde pas in haar aan, toen zij, drie
+weken voor de bruiloft, met Hein een huisje was gaan huren ....
+&rsquo;t Was een huisje aan de Zijdveldsche Dwarsstraat, bijna buiten,
+een huisje, zooals zij het zich maar had kunnen verlangen, sinds kort
+gebouwd, nog netjes in de verf, en het had een plaatsje met een
+achterhekje op graslanden. Alles had haar daar heerlijk geleken, het
+nieuwe en zindelijke, het lichte bloembehangsel in het kamertje, de
+blauw-grijze <span class="pagenum">[<a id="xd21e1372" href="#xd21e1372"
+name="xd21e1372">100</a>]</span>verf op de keukenwanden, en niet het
+minst het achteruit, dat was als bij hun oude huis aan het Dijkje, wat
+beperkter alleen, maar even vrij en even frisch; je zag op een
+weigrondje tusschen boomen, een voetpad liep dwars daar doorheen naar
+ommuurde erven van andere huizen, en links, in de verte, zilverde de
+rivier, waar Heins oliemolen was ....</p>
+<p>Na enkele dagen nog trokken de bewoners het huisje uit; van toen af
+sjouwde Sprotje iederen avond van haar dienst naar de Zijdveldsche
+Dwarsstraat, om er met Hein alles op stel te maken. Zij werkte als een
+uitzinnige; met haar hevigen wil dreef zij iedereen mee haar te helpen,
+te komen kijken, Ant, Tante Bartje, Moeder Diepelink. Zij leefde geheel
+op haar zenuwen. En een week voor de bruiloft was alles gereed.</p>
+<p>Als Sprotje onder haar werken in &bdquo;de Cannegieter,&rdquo; of
+des nachts, als zij wakker werd, aan dat huisje dacht, dan was er een
+toomelooze vreugde in haar hart, een verlangen zoo dwaas en zoo
+heerlijk, als zij nog nooit had gevoeld. Het was een vreugde, die niet
+sleet, die in geen maanden nog slijten zou. Als het kostbaarste wat zij
+bezat, droeg zij den huissleutel in haar zakdoek gewikkeld bij zich.
+&rsquo;s Nachts lag hij onder haar hoofdkussen.</p>
+<p>Het was er keurig, in dat huisje aan de Zijdveldsche Dwarsstraat.
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1380" href="#xd21e1380" name=
+"xd21e1380">101</a>]</span></p>
+<p>In de keuken had Sprotje voor alles haar gerei en gemak, zooals het
+maar behoorde! Zij had haar lucifersbakje op den rand van den
+schoorsteen staan, en boven den gootsteen haar zeepkommetje van wit
+email; zij had haar rekje voor de potlepels en haar rekje voor de
+keukendoeken, haar Keulsche potje voor het zout, haar bussen en busjes
+voor koffie en peper en kaneel, haar twee houten aardappelbakken, haar
+groentemanden en haar teilen en teiltjes voor elk gebruik; achter de
+deur hing de krakend-nieuwe mattenklopper.</p>
+<p>Op alle planken van de kast lagen blauwe papieren, die zij sinds
+maanden reeds uit de afgedankte van het hotel had bijeengezocht. Haar
+keukengordijntjes waren van witte vitrage, op haar tafel lag een
+blauw-en-wit geblokt zeildoek, als in de keuken van de Veerbrug. Er
+waren twee koperen knoppen aan het rijkelijk fornuis, en al haar pannen
+waren van blauw glazuur. Dat alles had zij van Heins geld
+bekostigd!</p>
+<p>En dan het kamertje! Daar stond Sprotje&rsquo;s ladekast bij het
+raam, als eertijds in haar moeders huis .... daar stonden haar zes
+trijpen stoelen en de bloempotten, en in den hoek het tafeltje met het
+porceleinen bord. De wekkerklok blonk er op den schoorsteen. Hein had
+hier een mooie ronde tafel gekocht, in de kleur van de ladekast; van
+Sien hingen er, weerszij het spiegeltje, twee prachtige, gekleurde
+platen in gouden lijst. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1387" href=
+"#xd21e1387" name="xd21e1387">102</a>]</span>De Diepelinks hadden samen
+een rieten leunstoel gegeven en Ant een best koffieservies op een zwart
+gelakt blad.</p>
+<p>Boven, naast den zolder, was het slaapkamertje, met een hoog
+kapvenster en twee kasten in den muur. Daarin lagen de lakens en
+sloopen en het lijfgoed geschikt, alles van geel katoen, dat Sprotje
+zelf bij Diepelink op de haag had wit gebleekt.</p>
+<p>En iedere maal, dat zij, die dagen, nog in de Zijdveldsche
+Dwarsstraat kwam, bracht zij iets mee, een matje voor de zoldertrap,
+een aschbakje op den kamer-schoorsteen, iets dat zij zich bezonnen had
+nog te ontbreken, en dat zij van haar laatste spaargeld dan kocht. Zij
+zette het er neer met een vrome bedachtzaamheid, alleen in het stille
+huisje, zooals een Roomsch vrouwtje een bloempotje zetten zou voor een
+zij-altaar van haar kerk....</p>
+<p>Als Sprotje goed zich erin dacht, dat zij daar binnen enkele dagen
+en voor altijd nu wonen zou, zij de &bdquo;juffrouw,&rdquo; de
+bezitster van al dat heerlijke, dat kostbare, dan kon zij zoo heftig en
+uitgelaten plots haar arm om Heins hals slaan en haar hoofd tegen hem
+aandrukken, dat het den jongen gansch week en warm om het hart werd.
+Hij vond, dat Marie hoe langer hoe gekker op hem werd, nu het maar naar
+&rsquo;t trouwen liep .... &bdquo;Zoo ging dat nou met de
+meissies,&rdquo; had hij <span class="pagenum">[<a id="xd21e1396" href=
+"#xd21e1396" name="xd21e1396">103</a>]</span>in z&rsquo;n goedigen kop
+uitgemaakt, en hij was gelukkiger, dan hij ooit gedacht had nog te
+zullen worden.</p>
+<p>Alleen, met een plotselingen schrik, meende hij wel telkens te zien,
+dat Marie n&ograve;g bleeker en n&ograve;g magerder begon te worden,
+dan zij vroeger al geweest was; maar iedereen zei lachend, dat het door
+de verliefdheid kwam, en dat zij maar eerst eens getrouwd moesten wezen
+....</p>
+<p>En toen, tegen het eind van September, op een zachten en stralenden
+herfstdag, had de bruiloft plaats. In een vigelante reed het paar bij
+Diepelink weg; zoo had Sprotje dat bepaaldelijk gewild. Zij had haar
+nog altijd gloednieuwe zwarte japon aan, met het pas gemaakte wit
+kanten vest er in; ook Hein stak in een zwart pak; hij droeg de
+prachtige geelzijden das, die hij van Marie had gekregen, en hij had
+een zwarten deukhoed op. Grootmoeder Diepelink keek hen na in de deur.
+Moeder Diepelink was met Ant en den oom uit het Kerspel vooruit gegaan,
+en Heins moeder zou ook op het stadhuis zijn. Tante Bartje, wat ziekig,
+was op haar hofje.</p>
+<p>Eerst toen zij weer bij Diepelink terug waren, om daar met de
+getuigen een glaasje te drinken, kwam Sprotje wat tot zich zelf. Op het
+stadhuis en in de kerk, als verdoofd en verblind, had zij nauwelijks
+geleefd. Zij had alleen maar gedacht: nou is Hein mijn man,&mdash;een
+al door malende gedachte, of zij ijlde. <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1404" href="#xd21e1404" name="xd21e1404">104</a>]</span></p>
+<p>En &rsquo;s middags om drie uur was het feest in de linnenkamer van
+&bdquo;de Cannegieter:&rdquo; het geschenk van haar &bdquo;volk&rdquo;
+bij het trouwen. Den vorigen avond had Sprotje zelf er de tafel voor
+gedekt.</p>
+<p>Hein en zij zaten midden voor het groote, ovale blad, Ant naast Hein
+en moeder Diepelink naast de bruid. Aan den overkant zaten grootmoeder
+Diepelink, oom Tinus en de moeder van Hein.</p>
+<p>Die voelde zich niet erg op haar gemak bij dit gezelschap. Zij was
+anders niet gauw om een antwoord verlegen, maar nu, in haar gesleten
+bruin Zondagsche jak en met haar zwarte wollen kaper, wist ze zich al
+te zeer de mindere van de twee zware, deftige bakers, wier welgedane
+gelaten, omglansd door de hagelwitte neepjes-mutsen en het witzijden
+lint dat daarrond gaat, met meerderheid glimlachten en nauwelijks op
+haar letten.</p>
+<p>Sprotjes oom zei evenmin heel veel. Een oolijk buitenmannetje, met
+hard-roode geschoren kaken en wollig haar in zijn hals, zijn
+zwart-lakensche pet vast op z&rsquo;n hoofd, zat hij maar leep te
+luisteren, en als moeder Diepelink wat ondeugends plaatste over de
+jonggetrouwden, gaf hij haar stiekem een knipoogje en zei:
+&bdquo;N&egrave;t .... juust ....d&agrave; segge &rsquo;k
+ok.&rdquo;&mdash;</p>
+<p>Ant, die &rsquo;t erg warm had in haar donkerroode jurk, was zeer
+luidruchtig en praatte veel en hard tot grootmoeder Diepelink.
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1415" href="#xd21e1415" name=
+"xd21e1415">105</a>]</span></p>
+<p>&rsquo;t Was overigens zoo maar een kalm-genoegelijke bruiloft.</p>
+<p>Sprotje was wel wat stil en wat bleek, maar &bdquo;dat eurde zoo bie
+de bruud&rsquo;n,&rdquo; zei oom Tinus met een slim lonkje naar
+Hein.</p>
+<p>En iedereen liet zich het eten best smaken. Hein niet het minst. Die
+zat daar dik en stevig, als een blakende bruigom in het midden; zijn
+blauwe oogen zonder veel wimper staken sterk in zijn rooden kop; zijn
+koonen blonken, en zijn stijf-scheef kuifje leek van zilver in het late
+zonlicht, dat over zijn hoofd naar binnen viel. Zijn ruwe mond was
+lacherig tegen iedereen, en toen Sprotje hem daar zoo barstend rood zag
+zitten, moest zij plotseling denken aan een avond, lang, lang geleden,
+dat zij daarover iets heel zots en vies&rsquo; had gezegd .... zij
+bloosde van schaamte, of iedereen aan tafel het wist ....</p>
+<p>Toen de soep was verorberd, een deugdelijke groentesoep met
+doppertjes en stukjes wortel en bloemkool erin, zoo&rsquo;n soep, waar
+moeder Diepelink &bdquo;haar ziel en zaligheid voor verkoopen
+zou,&rdquo; toen kwam er iets fijns voor het fijne tongetje van de
+grootmoeder&mdash;Sprotje had zelf het menu mogen vaststellen, en zij
+had dat, met veel overleg, naar ieders bizonderen smaak gedaan.
+&bdquo;Een deftige schotel,&rdquo; had zij zoo maar in &rsquo;t vage
+aan den kok besteld, en de kok, die Marie goed <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1425" href="#xd21e1425" name=
+"xd21e1425">106</a>]</span>gezind was, had zijn best gedaan. Dat was
+een schaal vol saus met balletjes en stukjes vleesch en bruine brokjes,
+die niemand thuis kon brengen; maar de grootmoeder wou dit niet weten,
+praatte er over heen en noemde vier vijf klinkende namen, waar zij dat
+vroeger iederen middag gegeten had! Zij proefde met een zaakkundig
+gezicht. Er leken ook schijfjes augurk in te drijven, en oom Tinus
+zocht die eruit te pikken, de rest liet hij staan. Ant en Heins moeder
+trokken al eveneens vieze gezichten; en deze, toen zij weer zoo&rsquo;n
+bruin, vuns brokje in den mond kreeg, sputterde het terug op haar bord,
+en schoot eensklaps met haar voos-heesche stem uit den hoek:
+&bdquo;Vos, je sel mijn nie fange dat d&agrave; fleesch is!&rdquo;</p>
+<p>&bdquo;Z&rsquo; &rsquo;ebbe mien gesteren mien k&agrave;tte
+geskoot&rsquo;n,&rdquo; zei oom Tinus langs zijn neus weg.</p>
+<p>Als ze tot den biefstuk met gebakken aardappelen waren
+gevorderd&mdash;voor Hein en Ant gevraagd!&mdash;kwam de hotelhouder
+binnen, met Mevrouw, om het jonge paar geluk te wenschen.</p>
+<p>Vrouw Diepelink was dadelijk zeer gemeenzaam en Mevrouw deed ook
+lief en vertrouwelijk met h&aacute;&aacute;r:&mdash;of ze er nog veel
+op uit was geweest, den laatsten tijd?&mdash;&bdquo;Och,
+menschlief,&rdquo; zei de baker, uit de hoogte, &bdquo;&rsquo;k ken het
+niet bijhouwen; &rsquo;t begin van &rsquo;t jaar he&rsquo;k twee
+teleurstellingen gehad, bij mevrouw Petein en bij <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1433" href="#xd21e1433" name=
+"xd21e1433">107</a>]</span>mevrouw Sitters .... maar nou ben &rsquo;k
+net van de week bij beron Boetselaar weg .... och, zoo&rsquo;n lekker
+jochie was dat daar, h&eacute;? .... &rsquo;k ben der negen weken
+geweest, en nou te kommende week mot &rsquo;k naar notaris van
+Brakel.... En Sephietje hier, is die al van de flesch?&rdquo;</p>
+<p>Sprotje was niet weinig verguld met al die hoogheid van moeder
+Diepelink, en ze was volstrekt niet verlegen, toen de hotelhouder en
+Mevrouw haar en Hein de hand schudden en feliciteerden, voor ze weer
+heengingen.</p>
+<p>Heins moeder echter, die niet dan terloops was gegroet, en die
+verscheidene glazen wijn had gedronken, scheen erg uit haar humeur
+geraakt; en er kwam even een heel pijnlijk oogenblik, toen zij,
+boosaardig, over tafel aan Sprotje vroeg:</p>
+<p>&bdquo;En je suster uit Amersfoort, most die niet bij de bruiloft
+weze?&rdquo;</p>
+<p>Sprotje ontstelde; maar moeder Diepelink keek het oude mensch zoo
+fel-verontwaardigd aan, dat die verder haar mond hield. Oom Tinus
+kuchte en zag steelswijs eens naar Hein.</p>
+<p>Hein had niets gehoord. Hein zat te smullen aan den biefstuk, een
+biefstuk rood als bloed van binnen en van buiten als koffie zoo bruin!
+de lillende, dampende lappen bracht hij zoo aan de punt van zijn mes in
+den mond en hij smakte van geweld.</p>
+<p>Toen tikte grootmoeder Diepelink, die veel feesten <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1448" href="#xd21e1448" name=
+"xd21e1448">108</a>]</span>had bijgewoond, aan haar glas, en met een
+plotseling luid-uitgezette stem toostte zij in veel bloemrijke woorden
+van de huwlijksboot en rozenslingers, die geen banden waren ....</p>
+<p>Daarna werd er uitvoerig geklonken.</p>
+<p>Maar Sprotje, door de mooie, feestelijke woorden van de grootmoeder,
+en door den wijn, was in een stil-glori&euml;nde stemming geraakt. Haar
+wangen gloeiden en haar oogen waren heet en licht. Zij voelde zich
+verheerlijkt, of zij in een geheel ander leven was gestegen; en toen
+zij daarop Hein aanzag, keek die ook juist zoo warm en week naar haar,
+dat het haar wonderzoel te moede werd .... Zij begreep niet hoe ze ooit
+zoo tegen het trouwen-zelf had opgezien en ze verlangde met Hein in hun
+huisje te wezen.</p>
+<p>Een poosje wachtten zij; toen kwam de jongste kellner met de pudding
+aangehaast&mdash;druk dat het dien middag was in &rsquo;t caf&eacute;
+.... ze wisten niet hoe alles af te loopen ....!&mdash;; vlug zette hij
+de borden rond, vroeg aan Ant of die even de lepels wou bijleggen.</p>
+<p>Het was de chocoladepudding met vanille-saus, Sprotjes eigen
+lievelings-gerecht; een pudding zoo luchtig en zacht als bruine room,
+en de vla weelderig-zoet daarover, als een vloeiend geel fluweel. In
+een groote verteedering zat Sprotje ne&ecirc;r en proefde stil de
+smeltende likjes. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1458" href=
+"#xd21e1458" name="xd21e1458">109</a>]</span></p>
+<p>En tegen het einde van den maaltijd, juist toen het gaslicht
+aanging, kwamen de twee kamermeisjes en de kok zelf binnen, om de
+bruidsuikers te helpen opeten. En die brachten opeens de rumoerigheid
+mee! De eene kamermeid hield een voordracht, en de kok zong liedjes
+.... Sprotje keek haar oogen uit, maar het behaagde haar weinig. De
+eigenlijke bruiloft was al gauw op den achtergrond, en die drie hadden
+het hoogste woord ....</p>
+<hr class="tb">
+<p>De eerste paar maanden van Sprotje&rsquo;s huwelijk waren voor haar
+van een groote gelukkigheid.</p>
+<p>Zij voelde zich wel vaak heel moe en niet sterk, maar ze had weinig
+te doen; in het keurige huisje, dat zij met hun twee&euml;n nauwlijks
+stoffig maakten, viel bijna niet te werken, hun kleeren waren nieuw, en
+in de keuken van &bdquo;de Cannegieter&rdquo; had zij, de jaren door,
+aardig wat bedrevenheid gekregen in het bereiden van het
+middagmaal.</p>
+<p>Zij was in haar eigen huis, zij deed zooveel zij kon en wou, en op
+de tijden, dat het haar goed dacht. Het was dat vrij-zijn vooral, dat
+dag aan dag, en uur aan uur, haar een heerlijkheid bleef van ongekenden
+aard.</p>
+<p>Zij ging vaak alle meubelstukken en kleine voorwerpen in haar huisje
+rond, betastte ze, wreef ze af <span class="pagenum">[<a id="xd21e1471"
+href="#xd21e1471" name="xd21e1471">110</a>]</span>met haar schort,
+bekeek ze in het licht; zij opende haar kasten en laden, ontvouwde,
+telde, taxeerde haar goed. Zij vond zich rijk. Zij verlangde niets
+meer.</p>
+<p>Zij zag er altijd kraakhelder uit, in haar grijslinnen japon en de
+blauw-en-wit gestreepte schort met de strooken op den schouder. De
+menschen in de buurt noemden haar J&uacute;ffrouw van der Kamp.</p>
+<p>Zij kookte lekker voor Hein, veel beter dan hij &rsquo;t ooit in
+zijn kosthuizen was gewend geweest, en zij gaf toch weinig uit. Wel
+merkte zij al gauw dat er, van negen gulden in de week, niet kon worden
+opgedischt als aan de maaltijden in &bdquo;de Cannegieter,&rdquo; doch
+dat vond ze ook best .... ze at toch altoos genoeg .... en wat ze at
+was haar eigen bestel. Iederen namiddag, met haar blinkend nieuwe
+boodschapmand onder den arm, haar portemonneetje en haar huissleutel in
+de mand, ging zij zelf inkoopen doen; soms kuierde zij nog een eindje
+naar den oliemolen op ....</p>
+<p>Hein vond, dat hij een &bdquo;knap wijfje&rdquo; had. In zijn wat
+lompere g&euml;aardheid moest hij wel, goedig, lachen, als zij zoo
+preciesjes haar koffieblaadje schikte, met een doekje onder de melkkan
+en weer een kleedje onder het blad, of als zij de boter in een vlootje
+deed en met den achterkant van een lepel daar figuurtjes over trok,
+zooals zij dat in het hotel had zien doen; dat leek hem wel teuterig,
+maar het vleide hem toch. <span class="pagenum">[<a id="xd21e1480"
+href="#xd21e1480" name="xd21e1480">111</a>]</span></p>
+<p>Vooral de avonden vond hij heerlijk, als hij, na de boterham, de pet
+achter op zijn hoofd en de ellebogen op tafel, onder de lamp zijn
+krantje zat te lezen, en Marie hem nog een lekker kommetje schonk.</p>
+<p>En Sprotje genoot; met haar knie&euml;n opgetrokken, haar voeten op
+de stoof, zat zij te breien naast het koffieblad, waar, onder de
+wit-steenen kan, het oliepitje pinkte. Zij dacht aan de avonden bij
+juffrouw Jonkers, als die nog een kopje warm hield voor meester. En nu
+zat daar Hein aan den overkant, aan hun eigen tafel, zijn goeie kop
+onder hun eigen lamp, kalm en tevreden, omdat hij &rsquo;t zoo goed bij
+haar had! Soms keek hij op van zijn krant, vertelde er wat uit,
+schaamachtig rood en de oogen naakt van trouw.</p>
+<p>&rsquo;s Zondags schemerden zij in de voorkamer, bij het flauwe
+schijnsel der lantaren, die enkele huizen verder stond; het
+koffielichtje pinkte tusschen Ant&rsquo;s beste servies.</p>
+<p>Hein luierde in den rieten stoel en Sprotje schoof haar trijpstoel
+naast hem en leunde met haar hoofd op zijn schouder. Zijn ruwe hand nam
+dan soms de hare en zij droomde zich terug in de zachte avonden, dat
+zij zoo zaten samen op een bank in &rsquo;t plantsoen.</p>
+<p>&bdquo;Zit je zoo goed?&rdquo; hoorde zij in haar gedachten Hein
+weer zeggen .... Vreemd, zij bezat hem nu geheel, en zij voelde zich
+zoo dankbaar, en toch was het haar <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1491" href="#xd21e1491" name="xd21e1491">112</a>]</span>of zij
+iets verloren had. Zij voelde zich droevig en gelukkig tegelijk, de
+tranen kwamen haar in de oogen, en zij kuste hem op zijn blozende
+kaak.</p>
+<p>Het eenige, wat Marie in haar stille huishouden te zwaar viel, dat
+was het doen van de groote wasch. Maar zij wou dat niet aan Hein
+bekennen. Heimelijk gaf zij de omvangrijke stukken buitenshuis; later
+moest zij knoeien met de betaling .... herhaalde malen knoeide
+zij,&mdash;tot Hein de ongeregeldheden merkte. Zoo ontstond hun eerste
+ongenoegen; en omdat Hein driftig was, verliep dat onmiddellijk in een
+ruzie met vloeken en veel geraas. Marie huilde, of zij nooit weer een
+gelukkig oogenblik zou kunnen beleven. Maar Hein had al gauw berouw, en
+zonder dat Marie een verklaring had gegeven van het ontbrekende geld,
+werd de oneenigheid bijgelegd.</p>
+<p>Een andere keer wist zij de geldrekening verwikkelder te maken; Hein
+verloor er zijn kop bij, werd wel boos, maar kon met goed recht niets
+zeggen, en Sprotje, in een verongelijkte vriendelijkheid, kreeg haar
+zin.</p>
+<p>Overigens zorgde zij best voor Hein; geen werkman van den molen kwam
+in zoo netjes onderhouden kleeren op karwei als hij; altoos was zijn
+eten op tijd klaar en altoos lekker .... zijzelf, ondanks de schralere
+kost, werd gezonder van uitzicht dan in de maanden v&oacute;&oacute;r
+haar trouwen; &rsquo;t scheen wel, of zij de overspanning <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1499" href="#xd21e1499" name=
+"xd21e1499">113</a>]</span>van haar laatsten zomer in &bdquo;de
+Cannegieter&rdquo; heelemaal zou te boven komen ....</p>
+<p>&bdquo;Zagen zij &rsquo;t wel?&rdquo; zei grootmoeder Diepelink,
+&bdquo;en h&aacute;d zij &rsquo;t niet voorspeld?&rdquo;</p>
+<p>Toen, na drie maanden, begon Marie plots te sukkelen. Zij viel
+verscheidene keeren flauw en kon geen eten meer zien.</p>
+<p>Eenige weken later begreep zij, met het al maar rekken der dagen,
+dat zij zwanger was.</p>
+<p>Een over-teere, bijna bedwelmende verwondering ontsproot in haar
+hart. Maar de meeste dagen, dien eersten tijd, was zij
+z&oacute;&oacute; ziek, dat alle zoete vreugd haar verging.</p>
+<p>&rsquo;t Was in het midden van den winter dan. Sprotje leed aan een
+verkleumdheid of ze geen bloed meer had .... daar was geen warm worden
+aan, en dat gevoel van innerlijke verijzing was haar nog ondraaglijker
+dan elk ander kwalijk-bevinden, dat haar nieuwe staat meebracht.</p>
+<p>Alle zorgen voor haar huisje waren haar al spoedig te veel; het was
+er zoo netjes en zoo vriendelijk niet meer .... Hein zelfs merkte dat
+op, doch hij maakte nooit een verwijt.</p>
+<p>Hij was zoo inschikkelijk en zorgzaam, als Sprotje niet gedacht had,
+dat hem mogelijk zou zijn; hij nam haar uit de hand wat hij kon, beurde
+de zware dingen, <span class="pagenum">[<a id="xd21e1516" href=
+"#xd21e1516" name="xd21e1516">114</a>]</span>pompte de emmers water
+&rsquo;s morgens, kreeg boven uit de kasten, wat zij hebben moest
+....</p>
+<p>&mdash;Negen maanden .... &rsquo;t was wel lang, troostte hij haar
+en zichzelf, maar als er een paar om waren, werd ze wel weer gezonder
+.... zoo hadden alle vrouwen dat .... en na &rsquo;t eerste kind werden
+ze altijd sterker ....</p>
+<p>Hij was gelukkig en trotsch, dat hem een kind zou geboren
+worden.</p>
+<p>Maar met de weken, die verliepen, werd Marie niet beter.</p>
+<p>Haar gezichtje was oud van trekken geworden en door zijn nietigheid
+heel kinderlijk tegelijk; heur haar was krachteloos en zoo vaal van
+kleur, dat het grijzig leek, en haar oogen hadden de vragende
+smartelijkheid van een dier, dat lijdt, en niet begrijpt wat en
+waarom.</p>
+<p>Soms, op zon-warme middagen, als ze alleen thuis was en lang had
+gerust, voelde zij zich wel beter; dan waren haar gedachten innig en
+zacht-opgetogen, en van een hoopvolle gelukkigheid over het groote, dat
+haar te gebeuren stond.</p>
+<p>Doch met de vijfde maand was zij z&oacute;&oacute; zwak geworden,
+dat er een dokter diende geraadpleegd. Het was niet dezelfde dokter,
+die haar vroeger wel behandeld had; &rsquo;t was een jong
+hospitaalarts, maar zeer zorgzaam ook en begrijpelijk. Hij vroeg haar
+van allerlei uit haar <span class="pagenum">[<a id="xd21e1531" href=
+"#xd21e1531" name="xd21e1531">115</a>]</span>leven, van haar kindsheid
+af; hij scheen haar welgezind te wezen, schreef medicijnen voor en
+versterkende middelen, die zij krijgen kon uit een fonds voor
+onbemiddelde kraamvrouwen en aanstaande moeders.</p>
+<p>En de eerste weken kwam Sprotje aardig wat bijgeleefd; met nieuwen
+moed begon zij aan de kleertjes voor het luiermandje te werken; Hein
+herademde.</p>
+<p>Doch toen in de zesde en zevende maand de lasten der zwangerschap
+grooter werden, zakte zij weer in.</p>
+<p>De dokter deed moedeloos; wat hij voorschreef, verdroeg zij niet
+langer, en voor eieren en melk had zij een weerzin, die niet te
+overwinnen was. Hij beval rust aan, rust....&mdash;Ze moest wel zeer
+ontzien worden, zei hij, afzonderlijk, tegen Hein.</p>
+<p>Nu de eerste, groote beproeving voor dit schamele lichaam aanbrak,
+nu bleek het daartegen niet bestand.</p>
+<p>Het begon vreemd spaak te loopen in het keurige huisje aan de
+Zijdveldsche Dwarsstraat. Ant, veel minder in zichzelf gekeerd, dan zij
+de laatste jaren wel geweest was, kwam meest &rsquo;s avonds een handje
+helpen; &rsquo;s morgens verscheen vaak grootmoeder Diepelink, erg
+jichtig weer en daarom slecht geluimd, maar vol goede bedoelingen toch,
+en zij hielp altijd wat uit den weg; zij had ook, uit oude vriendschap,
+beloofd, het kind te zullen bakeren, als &rsquo;t zoover was.
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1543" href="#xd21e1543" name=
+"xd21e1543">116</a>]</span>Het meeste wil nog had Sprotje in die dagen
+van Heins laatste kostvrouw, die een straat verder woonde, een
+trouwhartige ziel, die deed wat ze kon, en meer.</p>
+<p>Zoo sukkelden zij de weken door.</p>
+<p>In het gemoedsleven van Sprotje was een vreemd iets gekomen, waar
+zij nooit over sprak. Zij had vaak gehoord van den wonderlijken hang
+bij zwangere vrouwen naar een bepaalde lekkernij of naar een bepaalden
+drank. Haarzelf was niets dergelijks wedervaren. Maar onafwendbaar en
+onontkomelijk, zoodra zij maar even met haar gedachten alleen bleef,
+was er, langen tijd, in haar het schreiende en tegelijk zoete verlangen
+naar juffrouw Jonkers en naar het kleine Wilmpje.</p>
+<p>Zij gaf er zich wel rekenschap van, dat klein Wilmpje nu een jongen
+moest zijn, dien zij niet eens meer kennen zou, dat juffrouw Jonkers
+haar al lang vergeten was, en ook niet de juffrouw Jonkers van voor
+acht jaar geleden meer kon wezen,&mdash;het verlangen bezat haar als
+een ziekte en geen redeneering van haar ijl-zwakke hoofd was daartegen
+bestand.</p>
+<p>Eens had zij aan Hein gevraagd, of het kind, als het in leven bleef,
+Wilmpje mocht heeten.... &rsquo;t Ging voor een jongen en voor een
+meisje .... Meisjes heetten ook vaak Wim of Wilmpje ...., had zij in
+een hartstochtelijken drang eraan toegevoegd. Hein, die de verhalen van
+bij Jonkers wat vergeten was, begreep <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1553" href="#xd21e1553" name="xd21e1553">117</a>]</span>niets van
+de voorliefde voor dien naam; hij vroeg, dorst niet aandringen,
+beloofde vaag. Het dwaas-felle van haar toon had hem hevig
+verontrust.</p>
+<p>Sprotje zelf, in bezonkener oogenblikken, maakte zich over die
+vreemde aanvechtingen wel bezorgd. Op een morgen ondervroeg zij,
+zijdelings, grootmoeder Diepelink.</p>
+<p>&bdquo;Snoepen, en lekker eten alleen? .... wel nee, ziel
+....&rdquo; vertelde die dadelijk in een rijk relaas uit haar
+jarenlange ondervindingen; &bdquo;je ken het zoo mal niet bedenken, of
+vrouwen in positie halen het uit; .... &rsquo;k heb er een gekend, die
+altoos rauwe koffieboonen at .... een ander wou met geweld een
+kanarievogel in huis hebben .... een ander liep iederen dag naar de
+guldensbazar&mdash;dat was een rijke Mevrouw in Rotterdam&mdash;en
+kocht daar de raarste dingen .... &rsquo;k heb er ook een gekend, die
+niet ophield, of ze most een horloge hebben, en &rsquo;r man verdiende
+nog geen zeven gulden in de week ....&rdquo;</p>
+<p>Sindsdien streed Sprotje niet langer tegen haar zonderlinge
+begeerten, doch zij gaf er zich met een groote zorgeloosheid aan over,
+en vele middagen verliepen in een vreemd-bewogene en zoet-kwellende
+mijmerij.</p>
+<p>In de zevende maand werden Sprotje&rsquo;s lasten zeer groot. Haar
+eigen lichaam was afgeteerd tot vel over <span class="pagenum">[<a id=
+"xd21e1564" href="#xd21e1564" name="xd21e1564">118</a>]</span>knokels,
+maar het nieuwe leven in haar groeide met een angstige voorspoedigheid.
+Als zij zich bewoog door huis, zeeg haar magere gezicht met den
+smartelijken mond en de vragend starende oogen, schuin voorover op den
+dunnen, uitgegroefden hals; haar smalle borst, tusschen de puntig
+vooruitkomende schouders, was als weggevreten, zoo nietig en schraal,
+maar daaronder, geweldig, bijna afzichtelijk, bolde het wreede, zware
+lijf.</p>
+<p>Zij moest nu telkens, vooral als zij lang stil zat, met een
+plotselingen schok, of iets haar kwetseerde, de hand in de rechterzij
+drukken. En zij dacht dan aan Sien, hoe die voor haar moeders bed had
+gezeten; zij zag zoo klaar en ijl, of &rsquo;t in een droom was, Siens
+gelaat en houding. Zij merkte vaak met verwondering, dat zij verlangde
+naar Sien .... en naar &rsquo;r kinderen.</p>
+<p>Het eerste kind was, een jaar oud, gestorven. Zij hadden er nu twee
+andere, gezonde, flinke jongens scheen het, een van drie jaar en een
+van veertien maanden. Sprotje had geen van beiden gezien.</p>
+<p>Ook aan Ant was zij zeer gehecht in dien tijd. Ant leek zooveel op
+moeder. Ieder jaar m&eacute;&eacute;r, had die datzelfde uiterlijk
+gekregen, dezelfde hoogroode koonen in het wat hoekige gezicht, en
+dezelfde lange, vale wangstukken langs de ooren, onder de groote
+slapen; dat gezicht, dat geen leeftijd had, altijd bloosde en toch
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1572" href="#xd21e1572" name=
+"xd21e1572">119</a>]</span>ongezond zag. Maar Ant&rsquo;s oogen waren
+niet als moeders donker-stille, vlak-afgetrokken oogen; die zagen
+duister-brandend, als aangegloeid door een begeerte of een wroeging,
+die niemand kende.</p>
+<p>&rsquo;t Was in Ant &rsquo;r spreken vooral, dat Sprotje haar moeder
+terug vond. Met denzelfden goedig-verbaasden spot kon zij een
+&bdquo;rare sijs!&rdquo; of &bdquo;malle piet!&rdquo; van iemand
+zeggen, en met dezelfde, wat klaaglijke verongelijktheid een:
+&bdquo;Wel-god-nog-en-toe,&rdquo; als zij iets hoorde, dat haar niet
+aanstond.</p>
+<p>Sinds haar verkeering met Busselaar was afgesprongen, had zij zich
+in een taaie nauwgezetheid op haar werk toegelegd. Zij hoorde al gauw
+bij de ploeg meiden, die tot het hoogste loon waren opgeklommen, en
+onder het fabrieksvolk werd gezegd, dat Ant Plas nog wel &rsquo;ns
+opzichteres van haar afdeeling zou worden.</p>
+<p>In die weken toonde zij een nog grootere werkkracht en een nog
+grootere gewilligheid vooral, dan in de dagen van haar moeders
+ziek-zijn, toen zij het kleine huishouden aan het Dijkje deed. Iederen
+dag kwam zij, tusschen haar fabrieksuren, aan de Zijdveldsche
+Dwarsstraat, en al haar avonden sleet zij er insgelijks. Zij deed voor
+Marie wat er maar te doen viel. Zij kookte het eten, wiesch de vaten,
+verstelde de kousen en de werkkleeren van Hein. Al gauw had zij de
+hulpvaardigheden <span class="pagenum">[<a id="xd21e1580" href=
+"#xd21e1580" name="xd21e1580">120</a>]</span>van grootmoeder Diepelink
+en van Heins vroegere kostvrouw geheel overbodig gemaakt.</p>
+<p>En Hein, onder de zorgen dier gestadige verpleging, begon weer wat
+licht in het leven te zien. Hij had soms niet geweten, waar hij het
+zoeken moest, toen, na de eerste maanden van krukkeligheid, Marie,
+instee van gezonder, maar al zwakker en zieker werd. Die ziekelijkheid
+zelf beangstigde hem wel, want hij hield veel van haar, doch hij wilde
+toch niet gelooven aan een ernstige dreiging; hij kniesde maar over de
+triestigheid om hem heen, hij voelde zich tobberig en verlaten ....:
+Marie was zoo stil en zoo verwezen en leefde haars weegs of er niets
+anders bestond dan het kind en zij. Hein was ten slotte heelemaal niet
+blij meer, dat er een kind komen moest. Hij kon niet tegen de
+narigheid.</p>
+<p>Sprotje, als zij hem zoo met z&rsquo;n goedig-somberen bullekop het
+huis uit zag gaan, dacht vaak aan dat oude zeggen van hem, in de dagen
+toen zij zoo geworsteld had met het vinden van een dienst. Zij voelde
+wel, dat zij nu te kort schoot in zorg voor hem, maar zij kon niet
+anders; en zij was Ant dubbel dankbaar, dat die &rsquo;t weer wat
+prettig maakte bij hen thuis.</p>
+<p>Niet altijd twee, drie vreemden over den vloer .... het bed weer
+behoorlijk gespreid, en het eten op tijd klaar .... Eigenlijk kwam
+Ant&rsquo;s plompere manier van doen en Ant&rsquo;s ruwere wijze van de
+pot te schaffen <span class="pagenum">[<a id="xd21e1589" href=
+"#xd21e1589" name="xd21e1589">121</a>]</span>ook nog beter overeen met
+Heins eigen manieren en Heins eigen smaak, dan het wat preciese en
+pietepeuterige, waaraan hij, de eerste maanden van zijn huwelijk, zich
+had onderworpen. Hij had zich altijd wat in moeten houden voor Marie,
+was, om haar plezier te doen, trouw voor den eten zijn handen gaan
+wasschen, en hij at vaak lomp uit angst op haar heldere servet te
+knoeien. Bij Ant luisterde dat allemaal zoo nauw niet; die stond wel
+altijd met de een of andere vuile vaatdoek klaar en zei: &bdquo;daar is
+&rsquo;t pompwater goed voor,&rdquo; of &bdquo;met een dweil van een
+dubbeltje kom je ver.&rdquo;</p>
+<p>Sprotje was te ziek, om zich veel van het veranderde huishouden aan
+te trekken; zij scheen het niet eenmaal te merken. Zij bracht haar
+dagen door, slepende van bed op stoel; met moeite ging zij iederen
+mooien middag het hekje van hun achteruit door, op het lapje weiland,
+dat daaraan grensde.</p>
+<p>In den uitersten hoek, bij een zwarte schutting, wemelde de zachte
+schaduw van een boom uit den tuin daar achter; een stoel en een stoof
+hadden Hein of Ant er voor haar heen gebracht.</p>
+<p>Met haar kleine, bleeke hoofd, zoo ijl in het licht, en haar witte,
+blauw-be&auml;derde handen naast zich aan de stoelzitting geklemd, zat
+zij en koesterde zich in de zon, die door de al dunne boomkruin kwam
+gespeeld.</p>
+<p>Haar puilende lichaam scheen wat geslonken deze <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1599" href="#xd21e1599" name=
+"xd21e1599">122</a>]</span>laatste maand, en minder afzichtelijk; en
+als een voorbode van de verlossing reeds, gevoelde zij minder last.</p>
+<p>Het was September, de maand waarin haar moeder stierf, de maand
+waarin zij was getrouwd.</p>
+<p>Er dreef een goudige, vochte teerheid door de lucht; het gras zag
+zoo donker-zacht-groen, en aan den hemel kwam een enkele kleine, bleeke
+wolk langs gevaren.</p>
+<p>Sprotje staarde voor zich uit, droomde zich weg in het verleden. Zij
+zag zich staan aan het hekje van hun oude achteruit, zij zag de wijde
+weilanden, waar de touwslager langs zijn deinende draden liep en de
+stoomvlokjes zilverden boven de lijn van den verren treindijk. Zij
+dacht haar leven na, zij dacht aan haar vader, aan haar
+moeder;&mdash;aan haar vader, die zoo ongelukkig zijn leven had zien
+enden; aan haar moeder, die steenen moest sleepen, toen zij nog maar
+een kind was, die later, haar dagen door, zich had afgewerkt voor hen
+allen, tot zij er hard en bits van was geworden. Zij dacht aan dat
+alles, en zij dacht aan de weinige, lange jaren van haar eigen leven
+.... Een algeheele treurigheid overviel haar, en zij peinsde met een
+groot en teeder medelij aan het kind, dat uit haar geboren zou moeten
+worden.</p>
+<p>Lange tijden aaneen kon zij in een vaag en woordenloos <span class=
+"pagenum">[<a id="xd21e1609" href="#xd21e1609" name=
+"xd21e1609">123</a>]</span>maar smeltend-innig gebed, over dat kind
+Gods zegen afsmeeken.</p>
+<p>Zij dankte ook wel den Heer, dat hij haar nog de vreugde van haar
+eigen huisje en het geluk van Heins trouw gegund had. Doch voor haar
+bevalling bad zij zelden.</p>
+<p>&bdquo;Om en bij den zesden October,&rdquo; had de
+&bdquo;juffrouw&rdquo; gezegd. &bdquo;Om en bij den zesden
+October,&rdquo; zei Sprotje vaak in zichzelf, maar met een gedachte van
+afscheid en dood.</p>
+<p>Nu de laatste paar weken van haar zwangerschap waren aangebroken,
+was zij er zeker van, dat met het verstrijken van dien tijd ook haar
+leven zou ge&euml;indigd zijn.</p>
+<p>En sinds die vastheid in haar groeide, was, de uren door, alles wat
+zij zeide of dacht van een roerende zorgvuldigheid voor het ongeboren
+kind, dat zij voelde leven, en dat zij zeker wist, nooit te zullen
+zien.</p>
+<p>Haar laatste krachten spande zij in om de kleertjes te schikken en
+om klaar te leggen, al wat het eerste noodig zou zijn. Haar witte, als
+reeds uitgestorven handen hadden het wiegje voorzien en het dekje
+opgeslagen, dat z&oacute;&oacute; het kindje er in kon neergelegd. In
+de kast stond het fleschje fijne, zoete olie, waarmee het de eerste
+maal moest afgewasschen worden, en erbij lagen de zachte, linnen
+lapjes, om de oogjes en <span class="pagenum">[<a id="xd21e1622" href=
+"#xd21e1622" name="xd21e1622">124</a>]</span>het mondje uit te vegen,
+en het teere huidje te drogen. Iederen avond liet zij Ant nog een
+nieuwe bizonderheid over de verpleging of de kleertjes vragen aan
+grootmoeder Diepelink of aan tante Bartje.</p>
+<p>Zij bepaalde zelf de plaats van het wiegje in de kamer, dat het
+kindje geen tocht zou voelen, zij wees het gerei aan, dat bizonderlijk
+voor de voeding moest gebruikt worden, zij deed nog een tinnen
+wiegkruikje koopen, een doosje talkpoeder en een stukje zachte zeep.
+Over een naam sprak zij niet meer.</p>
+<p>Zij zei alles met een zoo klare en verre stem, dat wie haar hoorde,
+voelde, dat zij sprak met den dood in het uitzicht.</p>
+<p>Eens zat Hein aan tafel te huilen als een klein kind.</p>
+<p>Er ging in die dagen zulk een liefheid van haar uit, dat het
+iedereen een behoefte was, haar iets liefs terug te doen.</p>
+<p>Tante Bartje had nog drie fijne hemdjes genaaid en grootmoeder
+Diepelink had zelf wollen sokjes gebreid. Toen moeder Diepelink juist
+in dien tijd opnieuw in &bdquo;de Cannegieter&rdquo; was gaan bakeren,
+kwam vandaar, op een avond, een mooie wollen jurk en een witte
+kaper.</p>
+<p>Sien had reeds vroeger twee dekentjes voor de wieg gestuurd.
+<span class="pagenum">[<a id="xd21e1636" href="#xd21e1636" name=
+"xd21e1636">125</a>]</span></p>
+<p>Vele weken geleden was Sprotje eens een mutsje van witte en roze wol
+beginnen te haken; lang was ze te zwak geweest om aan het werk te
+vorderen. De laatste dagen, met een koortsigen ijver, was zij opnieuw
+daaraan getogen.</p>
+<p>Aan datzelfde, bijna voltooide mutsje werkte zij nog, toen de eerste
+pijnen haar overvielen.</p>
+<p>Twee dagen en twee nachten duurde de kamp van het oudere, zwakke
+leven, dat het nieuwe moest voortbrengen, en van het nieuwe, sterke,
+dat het oude verbrijzelen ging.</p>
+<p>En toen eindelijk, na veel jammer, de strijd was beslecht, toen het
+gemartelde moederlichaam plots weggeslonken lag tot de nietigheid van
+een kinder-karkasje, toen was daar het nieuwe leven, welvoldragen en
+sterk.</p>
+<p>&bdquo;Een flink kind,&rdquo; zei de vroedvrouw, die den dokter had
+bijgestaan, &bdquo;het aardt naar den vader.&rdquo;</p>
+<p>Op haar laatste, smartelijke verlangen, lei men, zoodra het
+gewasschen en gekleed was, het jongetje naast haar op het
+kussen;&mdash;doch zonder dat ze de kracht meer had het hoofd te wenden
+en te zien, nog geen uur na de verlossing, stierf zij.</p>
+<hr class="tb">
+<p><span class="pagenum">[<a id="xd21e1652" href="#xd21e1652" name=
+"xd21e1652">126</a>]</span></p>
+<p>Het kind werd uitbesteed bij grootmoeder Diepelink. Ant hielp het
+verzorgen.</p>
+<p>Hein, alleen in zijn vereenzaamd huis, wist van verdriet en
+onwennigheid niet, hoe zijn uren door te komen.</p>
+<p>En op een avond in Maart, dat hij bij Diepelink was geweest, zei
+Hein het, met een dompige stem vol goedig schuldgevoel:&mdash;Een man
+met een huishouden kon niet zonder vrouw.... Als Ant hem wilde....</p>
+<p>En nog v&oacute;&oacute;r de Mei weer in &rsquo;t land was, trok Ant
+met Wilmpje, die kostelijk was gegroeid, naar het huisje aan de
+Zijdveldsche Dwarsstraat. Haar potkachel had ze er den vorigen middag
+laten brengen.</p>
+<p>En zoo, voor zijn verdere leven, nam Hein de derde nu, Ant, na Sien
+en na Marie.</p>
+<div class="figure xd21e1663width"><img src="images/ornament.png" alt=
+"Ornament." width="152" height="82"></div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="transcribernote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
+<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen
+overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het
+kopi&euml;ren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de
+<a class="exlink xd21e41" title="Externe link" href=
+"http://www.gutenberg.org/license" rel="license">Project Gutenberg
+Licentie</a> bij dit eBoek of on-line op <a class="exlink xd21e41"
+title="Externe link" href=
+"http://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd
+correctieteam op <a class="exlink xd21e41" title="Externe link" href=
+"http://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.</p>
+<p>Dit boekje is deel 3 van een drieluik. Deel 1 is <i><a class=
+"pglink xd21e41" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href=
+"http://www.gutenberg.org/ebooks/44513">Sprotje</a></i> en deel 2 is
+<i><a class="pglink xd21e41" title="Link naar Project Gutenberg eboek"
+href="http://www.gutenberg.org/ebooks/17526">Sprotje heeft een
+dienst</a></i>.</p>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke
+schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn
+stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn
+verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het
+einde van dit boek.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2013-12-29 Begonnen.</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
+<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn
+dat deze links voor u niet werken.</p>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctiontable" summary=
+"Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e331">17</a>,
+<a class="pageref" href="#xd21e338">17</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd21e348">18</a>, <a class="pageref" href="#xd21e400">21</a>,
+<a class="pageref" href="#xd21e525">28</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd21e530">28</a>, <a class="pageref" href="#xd21e590">32</a>,
+<a class="pageref" href="#xd21e969">62</a>, <a class="pageref" href=
+"#xd21e984">64</a>, <a class="pageref" href="#xd21e1219">86</a></td>
+<td class="width40 bottom">..</td>
+<td class="width40 bottom">....</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e891">55</a></td>
+<td class="width40 bottom">toeschiete-ijk</td>
+<td class="width40 bottom">toeschietelijk</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1033">68</a></td>
+<td class="width40 bottom">beter</td>
+<td class="width40 bottom">betere</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1068">70</a></td>
+<td class="width40 bottom">hadt</td>
+<td class="width40 bottom">had</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1084">71</a></td>
+<td class="width40 bottom">de</td>
+<td class="width40 bottom">De</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd21e1262">90</a></td>
+<td class="width40 bottom">hette</td>
+<td class="width40 bottom">hitte</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+
+
+
+
+
+
+
+<pre>
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Sprotje's verder leven, by M. Scharten-Antink
+
+*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK SPROTJE'S VERDER LEVEN ***
+
+***** This file should be named 44542-h.htm or 44542-h.zip *****
+This and all associated files of various formats will be found in:
+ http://www.gutenberg.org/4/4/5/4/44542/
+
+Produced by Jeroen Hellingman and the Online Distributed
+Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for Project
+Gutenberg.
+
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions
+will be renamed.
+
+Creating the works from public domain print editions means that no
+one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
+(and you!) can copy and distribute it in the United States without
+permission and without paying copyright royalties. Special rules,
+set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
+copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
+protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
+Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
+charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
+do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
+rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
+such as creation of derivative works, reports, performances and
+research. They may be modified and printed and given away--you may do
+practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
+subject to the trademark license, especially commercial
+redistribution.
+
+
+
+*** START: FULL LICENSE ***
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
+Gutenberg-tm License available with this file or online at
+ www.gutenberg.org/license.
+
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
+electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
+all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
+If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
+Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
+terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
+entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
+and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
+works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
+or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
+Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
+collection are in the public domain in the United States. If an
+individual work is in the public domain in the United States and you are
+located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
+copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
+works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
+are removed. Of course, we hope that you will support the Project
+Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
+freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
+this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
+the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
+keeping this work in the same format with its attached full Project
+Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
+a constant state of change. If you are outside the United States, check
+the laws of your country in addition to the terms of this agreement
+before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
+creating derivative works based on this work or any other Project
+Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
+the copyright status of any work in any country outside the United
+States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
+access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
+whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
+phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
+Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
+copied or distributed:
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
+almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
+re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
+with this eBook or online at www.gutenberg.org
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
+from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
+posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
+and distributed to anyone in the United States without paying any fees
+or charges. If you are redistributing or providing access to a work
+with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
+work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
+through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
+Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
+1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
+terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
+to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
+permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
+word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
+distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
+"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
+posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
+you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
+copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
+request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
+form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
+License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
+that
+
+- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
+ owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
+ has agreed to donate royalties under this paragraph to the
+ Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
+ must be paid within 60 days following each date on which you
+ prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
+ returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
+ sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
+ address specified in Section 4, "Information about donations to
+ the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
+
+- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or
+ destroy all copies of the works possessed in a physical medium
+ and discontinue all use of and all access to other copies of
+ Project Gutenberg-tm works.
+
+- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
+ money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days
+ of receipt of the work.
+
+- You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
+electronic work or group of works on different terms than are set
+forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
+both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
+Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
+Foundation as set forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
+collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
+works, and the medium on which they may be stored, may contain
+"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
+corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
+property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
+computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
+your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium with
+your written explanation. The person or entity that provided you with
+the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
+refund. If you received the work electronically, the person or entity
+providing it to you may choose to give you a second opportunity to
+receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
+is also defective, you may demand a refund in writing without further
+opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO OTHER
+WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
+WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
+If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
+law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
+interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
+the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
+provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
+with this agreement, and any volunteers associated with the production,
+promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
+harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
+that arise directly or indirectly from any of the following which you do
+or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
+work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
+Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
+
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of computers
+including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
+because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
+people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
+To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
+and the Foundation information page at www.gutenberg.org
+
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
+Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
+permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
+Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
+throughout numerous locations. Its business office is located at 809
+North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email
+contact links and up to date contact information can be found at the
+Foundation's web site and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+For additional contact information:
+ Dr. Gregory B. Newby
+ Chief Executive and Director
+ gbnewby@pglaf.org
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
+spread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To
+SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
+particular state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations.
+To donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
+works.
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project Gutenberg-tm
+concept of a library of electronic works that could be freely shared
+with anyone. For forty years, he produced and distributed Project
+Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
+unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
+keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
+
+Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
+
+ www.gutenberg.org
+
+This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+
+
+</pre>
+
+</body>
+</html>
diff --git a/old/44542-h/images/book.png b/old/44542-h/images/book.png
new file mode 100644
index 0000000..963d165
--- /dev/null
+++ b/old/44542-h/images/book.png
Binary files differ
diff --git a/old/44542-h/images/card.png b/old/44542-h/images/card.png
new file mode 100644
index 0000000..1ffbe1a
--- /dev/null
+++ b/old/44542-h/images/card.png
Binary files differ
diff --git a/old/44542-h/images/external.png b/old/44542-h/images/external.png
new file mode 100644
index 0000000..ba4f205
--- /dev/null
+++ b/old/44542-h/images/external.png
Binary files differ
diff --git a/old/44542-h/images/frontcover.jpg b/old/44542-h/images/frontcover.jpg
new file mode 100644
index 0000000..11d2f46
--- /dev/null
+++ b/old/44542-h/images/frontcover.jpg
Binary files differ
diff --git a/old/44542-h/images/initial-d.png b/old/44542-h/images/initial-d.png
new file mode 100644
index 0000000..2a29cbb
--- /dev/null
+++ b/old/44542-h/images/initial-d.png
Binary files differ
diff --git a/old/44542-h/images/initial-n.png b/old/44542-h/images/initial-n.png
new file mode 100644
index 0000000..d47082e
--- /dev/null
+++ b/old/44542-h/images/initial-n.png
Binary files differ
diff --git a/old/44542-h/images/ornament.png b/old/44542-h/images/ornament.png
new file mode 100644
index 0000000..2ca2bbe
--- /dev/null
+++ b/old/44542-h/images/ornament.png
Binary files differ
diff --git a/old/44542-h/images/titlepage.jpg b/old/44542-h/images/titlepage.jpg
new file mode 100644
index 0000000..bb8c359
--- /dev/null
+++ b/old/44542-h/images/titlepage.jpg
Binary files differ