diff options
Diffstat (limited to '44510-0.txt')
| -rw-r--r-- | 44510-0.txt | 4711 |
1 files changed, 4711 insertions, 0 deletions
diff --git a/44510-0.txt b/44510-0.txt new file mode 100644 index 0000000..f998326 --- /dev/null +++ b/44510-0.txt @@ -0,0 +1,4711 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44510 *** + + PER LUCHTSCHIP "DE ARGONAUT" NAAR MARS + + DOOR + Dr. ALBERT DAIBER + NAAR HET DUITSCH DOOR + CATH. A. VISSER + + + MET VIER PLATEN VAN ANDRÉ VLAANDEREN + + + N.V. JOHANNES MÜLLER--AMSTERDAM + + + + + + + +HOOFDSTUK I. + +VOORBEREIDINGEN. + + +De schitterende avondster Venus was in het Westen ondergegaan. Donkere, +doorzichtige schaduwen spreidden zich langzamerhand over +Groot-Stuttgart en het Neckardal uit. + +Duizenden en nog eens duizenden van sterren beginnen te flikkeren +aan het firmament, terwijl men, te midden dier ver verwijderde +lichtgevende hemellichamen, den schitterend witten Melkweg duidelijk +kan onderscheiden. + +Van daaruit ziet het fonkelend sterrenbeeld Cassiopeia neêr, op de +oude, nog altijd van zooveel dwaasheid vervulde Moeder Aarde. + +Aan de andere zijde, in het onmetelijke hemelruim, staat de Groote +Beer, met zijn zeven heldere sterren, het geheimzinnige getal, dat +in het menschelijk leven zulk een merkwaardige rol speelt. In bonte +mengeling en op ongelijke afstanden, verschillend in lichtsterkte en +grootte, stonden de overige sterren daartusschen, schijnbaar nog alle +op haar oude, gewone plaats. + +'t Werd later in den nacht. In het Zuiden verscheen het prachtig +sterrenbeeld de Orion aan den horizont en spoedig daarna ook Sirius, +de schitterendste onder al de schitterende sterren des hemels. + +En juist hij wiens beroep het was den sterrenhemel te bestudeeren, +scheen op het oogenblik het minst van allen vatbaar voor die +nachtelijke pracht en de grootsche schoonheid van die verwijderde +lichtgevende hemellichamen. + +Professor Stiller, de beroemde sterrenkundige, leeraar aan de +wereldberoemde universiteit te Tübingen, zat in zijn armstoel en +trommelde zenuwachtig met de vingers van zijn rechterhand op de +leuning. Hij zat in een ruim vertrek met groot glazen koepeldak, +waarvan men dadelijk zag dat het als observatorium of sterrenwacht +dienst deed. Een reusachtige kijker stak door de opening in het +draaibare koepeldak naar boven in den helderen winternacht. + +Professor Stiller had al jaren geleden op den rustigen Bopserheuvel +bij Stuttgart een sterrenwacht voor zich laten bouwen, om, ver van 't +druk gewoel der universiteitsstad, zich ongestoord aan de waarneming +der planeten te kunnen wijden. Vooral de planeet Mars, wier baan +zoo dicht in de nabijheid der aarde loopt, trok in 't bijzonder de +aandacht van den geleerde. Deze groote belangstelling was oorzaak +dat hij daarvan langzamerhand een meer bijzondere studie maakte, +waaruit een zóó groote liefde voor de verwijderde planeet ontstond, +dat bij professor Stiller eindelijk meer en meer de gedachte rijpte, +om zich met die planeet in nadere verbinding te stellen,--met andere +woorden, die te bezoeken. + +Juist nu stond Mars in de nabijheid der aarde, en bedroeg de afstand +tusschen deze en de planeet slechts 59 millioen Kilometer. + +In den tegenwoordigen tijd van grootsche uitvindingen, en den +geweldigen, men zou bijna zeggen ongelooflijken vooruitgang op het +gebied der techniek, en de meerdere kennis van de electromagnetische +stroomingen in het heelal en hare toepassing, en vóór alles de hooge +vlucht die de luchtscheepvaart had genomen, was in de gedachte +aan een bezoek aan Mars en een reis daarheen niets vreemds meer +gelegen. Integendeel, bij den tegenwoordigen stand van zaken, bestond +inderdaad de mogelijkheid om een dergelijken tocht, met eenigen kans +van slagen, te ondernemen. + +En deze reis hield op het oogenblik de gedachten van professor Stiller +bezig. Hij had echter met allerlei tegenspoed te kampen gehad en dit +had den geleerde onaangenaam gestemd en zenuwachtig gemaakt. Vóór +den stoel van den professor brandde een sierlijke electrische lamp, +die haar zacht licht wierp op een stapel papieren, met cijfers en +berekeningen bedekt, die door elkaar op een kleine tafel naast hem +lag. Zuchtend streek hij zich met de linkerhand over het met diepe +rimpels doorgroefde voorhoofd. + +"Die dwaze menschen, die Bieder en Schnabel, die in hun eigenwijsheid +mijne aanwijzingen niet volgen en mij daardoor bij den bouw van mijn +luchtschip al zoovele moeilijkheden bezorgden, zijn inderdaad niet +waard, dat ik me nog langer boos over hen maak. Goddank heb ik hun +domheden, die de ergste gevolgen na zich konden sleepen, noch altijd +tijdig kunnen verhelpen! Weg dus met al die ergernissen! 'k Wil me +nu alleen aan Mars wijden!" De geleerde stond op. "Ja, ja!" ging hij +na eenige oogenblikken zwijgens voort, "ja, mijn oude, roodachtig +stralende vriendin, is nu in de nabijheid der aarde. Ik geloof dat +het van avond echter te laat is om nog een stil onderhoud met haar +te hebben! En toch, ze is als altijd weer op haar plaats, zij laat +nooit op zich wachten!" + +Professor Stiller keek op zijn horloge, "11 uur 42 minuten! Nog 55 +seconden en dan is Mars in het Oosten zichtbaar. Gauw naar boven, +naar den kijker!" Weldra was deze gericht en vertoonde Mars, die +langzaam aan den oostelijken horizont verrees, zich als een kleine +vurige bol aan het oog van den waarnemer. Vol bewondering sloeg +professor Stiller de naar hem toegekeerde zijde der planeet gade, +waarop duidelijk en scherp, smalle rechte lijnen zichtbaar waren. + +"Juist deze rechte kanalen, die op verschillende punten elkander +snijden of samenkomen, leveren door hare kunstigheid het duidelijkste +en meest onweerlegbare bewijs, dat daarboven zeer verstandige en +ontwikkelde wezens huizen!" sprak de geleerde tot zich zelf. "Mars +heeft in weerwil van de haar omringende luchtlagen, in verhouding +slechts kleine hoeveelheden water. Daarom zijn de Marsbewoners +wel genoodzaakt om aan dit gebrek door kunstmatigen toevoer zooveel +mogelijk tegemoet te komen, en van de aanwezige watermassa een zoodanig +gebruik te maken dat, wanneer één district er door bevochtigd is, de +kostbare vloeistof naar een andere streek wordt gevoerd. Hoe vaak heb +ik niet reeds deze feiten van den katheder te Tübingen verkondigd als +verklaring van het tijdelijke verdwijnen en telkens weer opduiken der +kanalen op Mars!" riep professor Stiller opgewonden uit. "Ja, er moet +op Mars een bijzonder ontwikkeld en in hooge mate beschaafd volk wonen, +want alleen dit is in staat om dergelijke geniale werken ten algemeene +nutte ten uitvoer te brengen! De Jaargetijden op Mars schijnen, +volgens mij, in de eerste plaats verband te houden met het smelten +der ijsmassa's aan de Zuid- en Noordpool. En dit water, afkomstig +uit het gesmolten ijs der Poolstreken, wordt ter vruchtbaarmaking, +door die wezens daarboven, gevoerd in de kanalen die wij zelfs van +hieruit kunnen waarnemen. + +Wat een prachtigen weelderigen plantengroei moet men daar, langs +de kanalen aan de oevers aantreffen! Wat moet alles zich daar vlug +en krachtig ontwikkelen waar het water, regelmatig verdeeld, overal +wordt heengevoerd! En wat voor menschen moeten dat niet zijn, die daar +op Mars wonen en die ons in algemeene ontwikkeling misschien eeuwen +vooruit zijn! Dat zou volstrekt niet onmogelijk wezen. Ik moet hen +leeren kennen, evenals den grond, waarop zij leven en werken!"---- + +Opgewonden ging professor Stiller van den telescoop weg, maar de +levendige belangstelling in het voorwerp zijner waarneming, dreef +hem al heel spoedig weer naar zijn instrument terug. + +Zoo ging het eene uur na het andere voorbij in astronomische +onderzoekingen en berekeningen. De fonkelende sterren aan den hemel +begonnen reeds te verbleeken en de wintermorgen brak bijna aan, toen de +professor eindelijk zijn plaats verliet en naar zijn warm tehuis ging, +dat zich in de onmiddellijke nabijheid van de sterrenwacht bevond. + +Een lichte nevel hing over het Neckardal en Groot-Stuttgart. De +stralende morgenzon deed dezen doorzichtigen sluier echter spoedig +optrekken en liet de stad, die zich in den loop der tijden van uit +het Nesenbachdal links en rechts langs de oevers van den Neckar +had uitgebreid, op haar voordeeligst uitkomen. De winter had zijn +intocht nog niet gedaan en de met bosschen begroeide bergen die +het Neckardal begrenzen, waren nog niet met sneeuw bedekt. In de +frissche heldere Decemberlucht kon men scherp en duidelijk de torens +en villa's onderscheiden, die hier en daar op eenige hooger gelegen +punten waren gebouwd en neerzagen op de stad die zich aan hunne voeten +uitstrekte. Ook de oude kapel op den Rotenberg paste uitstekend in +het schilderachtige landschap, waarom de Neckar zich als een zilveren +lint slingerde. + +Een groot ruim plein, half park half grasveld, de van oudsher beroemde +Cannstatter weide, waar de Zwabensche volksspelen werden gehouden, +bracht een aangename afwisseling in de huizenmassa, en werd hiervan +aan een zijde door de rivier gescheiden. Aan het uiteinde van het park +dat verscheidene Kilometers lang was en door electrische trambanen +werd doorkruist stond een groot rond, in hout opgetrokken gebouw +waarop met reusachtige letters stond te lezen: + + + "Luchtschip voor de Mars-expeditie," + + +en daaronder: + + + "Streng verboden toegang." + + +Binnen in het gebouw deed zich geen enkel geluid hooren,--een teeken +dat het werk was gestaakt of misschien reeds afgeloopen. + +Aan de heeren Blieder en Schnabel was de bouw van het luchtschip +opgedragen, dat voor de eerste maal sedert het bestaan van een wereld- +en volkengeschiedenis de oplossing zou geven van het moeilijke probleem +van een tocht buiten den dampkring, door de oneindige aetherlaag, +naar een bepaald doel. + +Blieder was de architect die, althans in Stuttgart, bekend stond +om zijne vele ervaring en nieuwe denkbeelden bij de uitvoering van +allerlei stoute plannen, Schnabel was leeraar in de hoogere mathematica +aan eene universiteit. + +In deze hoedanigheid was den heer Schnabel opgedragen, om den bouw +van het luchtschip op mathematische gronden na te gaan en overigens +den heer Blieder met zijn wetenschappelijke ontwikkeling ter zijde +te staan. + +Uitwerking en kracht der op de meest vernuftige wijze gebonden +electro-dynamische eenheden, die zoowel voor de beweging en het +besturen van het schip, als voor de verlichting en verwarming van +het gesloten vaartuig moesten dienen, al die talrijke zeer gewichtige +voorwaarden, waaraan de machinerie tot in haar kleinste onderdeelen +moest beantwoorden, waren door professor Stiller in medewerking met +andere geleerde collega's aan de Tübinger universiteit, vastgesteld +geworden en de uitvoering er van aan beide genoemde heeren opgedragen. + +Slechts aarzelend en met een zekeren onwil was professor Stiller tot +die opdracht overgegaan. + +Blieder en Schnabel waren oude kennissen van hem. Evenals hij, waren ze +in de voorstad Cannstatt geboren en met hem opgegroeid, doch in later +jaren hadden de zoo uiteenloopende belangen en studiën van professor +Stiller hem meer en meer vervreemd van de beide vrienden zijner +jeugd. Hoe hooger professor Stiller steeg op de wetenschappelijke +ladder, hoe grooter de kloof werd die hen scheidde. + +Toen het echter bekend werd, dat het college van professoren der +Tübinger universiteit naar aanleiding van een gloedvolle voordracht +van professor Stiller, besloten had om op kosten der universiteit +een luchtschip van bijzondere constructie te doen bouwen, waarmede +een tocht naar Mars zou kunnen worden ondernomen, waren de beide oude +kennissen, met wie hij zoo menigen kwajongensstreek had uitgehaald, +onmiddellijk naar Professor Stiller gegaan. Het prikkelde hun beider +eerzucht om hun naam wereldberoemd te maken en dezen voor altijd +verbonden te weten met den "Argonaut" zooals het luchtschip heeten +zou. Eindelijk had professor Stiller aan hun verlangen toegegeven +waaraan zij kracht hadden bijgezet door een beroep te doen op hun +oude vriendschap. Hij verzoende er zich mede, door de gedachte, dat +onder al degenen die voor den bouw van den Argonaut in aanmerking +zouden wenschen te komen, toch niemand wezen zou die een grooteren +waarborg zou leveren voor het welslagen van den arbeid, dan Blieder +en Schnabel. En op stuk van zaken waren zij dan toch ook Zwaben +evenals hij. + +Zoo had de geleerde dan zijn aanvankelijken tegenzin tegen de twee +"bekrompen Stuttgarters" overwonnen, doch, tegen dat het werk ten +einde liep werd deze weder zooveel te levendiger. De heeren Blieder +en Schnabel waren twee echte dikkoppen. Zij meenden beiden den Steen +der Wijzen te hebben gevonden en achtten zich derhalve bevoegd om +in het plan voor het schip naar eigen goeddunken wijzigingen aan te +brengen. Alleen aan de waakzaamheid en den onverflauwden ijver van +professor Stiller was het te danken dat na een voortdurenden strijd, +veel ergernis en verdriet, en aanhoudende onaangenaamheden met Blieder +en Schnabel, de Argonaut in hoofdzaak was gebouwd zooals de geleerde +zelf had aangegeven. + +Maar den vorigen middag, toen professor Stiller naar de werkplaats was +gegaan, om zich te overtuigen dat het werk waaraan nu zoovele maanden +ijverig was gearbeid en waarover reeds zoo groote roep was uitgegaan +(daarvoor hadden Blieder en Schnabel wel gezorgd), had hij tot zijn +groote woede bemerkt, dat de bouwers eenige zijner meest gewichtige +aanwijzingen totaal over het hoofd hadden gezien. Het werk dat reeds +was gestaakt, moest wederom worden opgevat, en weer begon men aan +den Argonaut allerlei veranderingen aan te brengen. Daardoor moest +de opstijging natuurlijk weer worden uitgesteld en rees de ernstige +vraag, of er van de geheele expeditie nog iets terecht zou komen. Het +was eenvoudig om dol en razend te worden!-- + +Woedend kwam professor Stiller thuis. Het duurde verscheidene uren vóór +zijn drift bedaard en hij weder zichzelf meester geworden was. Maar +zóó dicht bij de vervulling van een lang gekoesterden wensch te zijn +en dan telkens weer zijn geduld op de proef te zien gesteld, is dan +toch ook bijna niet te dragen. + +Professor Stiller's kracht ging 't dan ook bijna te boven en +hij bracht, onbekwaam tot eenig werk, verscheidene uren in zijn +observatorium door, om zijn opbruisend bloed tot bedaren te brengen +en zijn boosheid te overwinnen. + +De geleerde zat nu in een gemakkelijke warme kamerjapon in zijn +ruime studeerkamer, waarin de zon haar heldere stralen wierp, en +werkte de waarnemingen van dien nacht uit. Het resultaat was zeer +bevredigend. Nu, en daarna misschien niet in langen tijd, wellicht, in +geen jaren, was het mogelijk om van de aarde uit, Mars te bereiken. Het +is een groot verschil of een planeet slechts 59 of 400 millioen +kilometers van de aarde verwijderd is. Mars stond op het oogenblik +het dichtst bij de aarde en was daarvan slechts 59 millioen kilometers +verwijderd. Dit was gebleken uit de nauwkeurige berekeningen van den +professor. Men mocht daarom niet lang meer wachten met de expeditie, +ieder tijdverlies moest angstvallig worden vermeden. Wanneer men +eenige kans wilde hebben de planeet, die zich snel wederom van de +aarde verwijderde, te bereiken, zooveel mogelijk gebruik makende van +de nu zoo gunstige verhouding tusschen de middelpuntvliedende kracht +der aarde en de thans sterk vermeerderde aantrekkingskracht van Mars +dan moest met ieder uur rekening worden gehouden. + +"En juist op dit allergunstigste oogenblik, moeten me die twee +ezels!"--en bij deze woorden keek professor Stiller door de ramen +zijner studeerkamer in de richting van Cannstatt, "een streep door +de rekening halen!" + +Toornig fronste hij de wenkbrauwen en 't bloed steeg hem naar 't +hoofd. Daar werd aan de deur geklopt. Op het luide "binnen" van +den geleerde verscheen zijn knecht en kondigde de heeren Blieder en +Schnabel aan. + +"Lupus in fabula!" merkte de professor glimlachend op, doch plotseling +herinnerde hij zich dat hij gisteren op de weide den beiden heeren +had verzocht heden tegen twaalf uur bij hem te komen. Een blik op +de pendule overtuigde hem, dat de heeren precies op tijd waren. De +professor stond op en droeg den knecht op de beide heeren binnen +te laten. + +"Stiptheid is het kenmerk der beleefdheid!" Met deze woorden begroette +de professor de binnentredenden. "Neemt plaats!"--ging hij voort, "en +zegt me nu maar dadelijk of de gisteren door mij aangegeven wijzigingen +aan den Argonaut binnen vier dagen kunnen worden aangebracht. De +volgende week moeten we opstijgen! 't Koste wat 't wil!" + +"Ik weet werkelijk niet, welke noemenswaardige fout mijnerzijds de +opstijging in den weg zou staan!" merkte Blieder met zijn toonlooze +stem op. + +"Wat!"--riep de professor boos uit, "moet ik u, oud architect, die +uit puur genialiteit nooit iets uitdenkt, nog eens weer herhalen, +waar ik u gisteren reeds aanmerking op heb gemaakt?" + +In plaats van te antwoorden, bepaalde Blieder er zich toe de schouders +op te halen. + +"In het gesloten vaartuig kan ik geen glazen vensters gebruiken, dat +kondet gij weten, en zooveel te beter omdat ik u daarop reeds van +den aanvang af, bij het ontwerp van het plan, heb gewezen!" hernam +de geleerde. + +"Ja, maar waarom? Ik zie werkelijk niet in...." + +"Mijn waarde Blieder, ge ziet inderdaad niets in noch uit. De +spiegelruiten die gij in het vaartuig hebt laten zetten, zijn hard en +broos en in geenendeele bestand tegen de geweldige, lage temperatuur +in de aetherruimte. Daarom weg met die glazen, weg er mee! Vervang +ze door elastisch mica dat het noodige weerstandsvermogen heeft. Dat +houdt het uit in alle temperaturen boven en onder nul. Ge hebt twee +dagen tijd om deze verandering tot stand te brengen." + +"Maar...." begon Blieder, doch werd door den professor driftig in de +rede gevallen. + +"Er valt hier niet te "maren!" Wees blij, dat ik, met het oog op +den korten tijd, zoo velerlei onnauwkeurigheden over het hoofd zie +waaraan gij u bij de constructie hebt schuldig gemaakt. Maar een ding +van belang moet nog verbeterd worden. Ofschoon ik er u opmerkzaam op +heb gemaakt, hebt gij er verder maar niet meer aan gedacht, dat in de +gondel, waarin meerdere menschen een zekeren tijd zullen verblijven, +toch ook een klep tot loozing van allerlei afval, dient te zijn. Wij +hebben een paar van die dubbele, goed sluitende kleppen noodig, +die links en rechts aan de gondel dienen te worden aangebracht. In +'s hemelsnaam niet in den bodem!" + +"Dat zou toch wel het gemakkelijkst zijn!" + +"Ja, dàt weet ik ook wel," hernam professor Stiller spottend +glimlachende, "maar we zouden niet gaarne onderweg uit het vaartuig +vallen, maar indien eenigszins mogelijk, liever heel en gezond op +Mars aankomen!" + +"Maar langs de wanden zijn binnen in de gondel de provisiekasten +aangebracht, daaronder de accumulatoren en...." + +"Verdeel de ruimte zooals 't behoort, dan komt de zaak in +orde! Basta! En nu gij Schnabel! Waarvan denkt ge dat ons gezelschap +onderweg moet leven?" + +"Natuurlijk van de medegenomen voedingsmiddelen, de ingemaakte +groenten en vruchten en allerlei lekkers, den besten Neckarwijn niet +te vergeten!" antwoordde glimlachend de Mathematicus, die veel van +lekker eten en drinken hield en zich dan ook in het bezit van een +aardig buikje verheugde. + +"Neen, wees maar niet bang, Schnabel, den wijn zullen we niet vergeten, +maar waarvan leeft een mensch nog meer dan van spijs en drank?!"-- + +"Natuurlijk van lucht!" antwoordde Schnabel die door die vraag +eenigszins gepikeerd was. + +"Natuurlijk! en vertel me nu eens waar wij gedurende onze reis, +die lucht vandaan moeten halen. Zooals ge weet is die in het +aetherruim niet voorhanden en de vaderlandsche lucht, die wij van +de Cannstatterweide in onze gondel medenemen, zal al heel spoedig +verbruikt zijn." + +"Och loop naar den koekoek! Ik heb vergeten ruimten aan te brengen +tot berging van gecomprimeerde lucht." + +"Juist! Herstel die fout zoo spoedig mogelijk. Blieder zal u daarbij +behulpzaam zijn. Ik zal zelf later wel onderzoeken of de ruimten +inderdaad samengeperste lucht bevatten, want gij zoudt waarachtig +in staat zijn om te vergeten ze te vullen. Zooals ik u gisteren +reeds heb gezegd is 't met de heele stuurinrichting ook niet in den +haak. In plaats van overbrenging door middel van een as, hebt ge de +alluminiumschroef direct gekoppeld aan de electrische machine. Hoe +ge daartoe zijt gekomen, begrijp ik niet!" + +"Volgens mathematische berekeningen! De eenige ware manier!" + +"Blijf me nu als 't u blieft met uw mathematiek van 't lijf, wanneer +die tot zulken tastbaren onzin leidt!" hernam professor Stiller +boos. "Ik draag de verantwoording van de gewaagde expeditie. Ik +moet daarom krachtig optreden en mij verzetten tegen alles wat het +gevaar zou kunnen vergrooten, en met vreugde begroeten alles wat kan +bijdragen tot vermeerdering der veiligheid en vergrooting van de kans +van slagen." + +"Alsof wij, Blieder en ik, niet alles hadden gedaan wat gij van ons +verlangdet. Maar natuurlijk, den grooten geleerden der universiteit +is het moeilijk naar den zin te maken." + +"Dat schijnt werkelijk zoo te zijn!" liet Blieder er zuchtend op +volgen. + +"Daarover zal ik niet met u kibbelen, want dat zou totaal doelloos +zijn. Zorg er liever voor dat de Argonaut de volgende week gereed +is. Wanneer de reis nog eenige kans van slagen hebben zal, moeten we +noodig vertrekken. Mijn collega's in Tübingen, wien ik als datum van +opstijging, en dan nog als uitersten termijn, een der eerste dagen van +December heb genoemd, beginnen ook ongeduldig te worden. En nu ontstaat +er alweer vertraging. De zaak moet nu gauw in orde komen. Afgezien van +het feit dat we ons in hooge mate belachelijk zouden maken, wanneer de +reis maar telkens weer werd uitgesteld, loopen wij buitendien gevaar +niet ten volle gebruik te kunnen maken van de ons op het oogenblik +zoo gunstige omstandigheden! Maakt dus voort! Ik moet daar bepaald +op aandringen." + +"Hoe lang zal de reis duren!" vroeg Schnabel nieuwsgierig en blijkbaar +verlangend om het onaangename onderhoud een meer vriendschappelijke +wending te geven. + +"Dat hangt af van iederen dag, zelfs van ieder uur, dat wij vroeger +kunnen vertrekken," antwoordde professor Stiller. "De vier dagen, +die ik u voor het verbeteren der gemaakte fouten, moet toestaan, +beteekenen voor ons een hoogst onaangename verlenging der reis. Mars +staat op het oogenblik het dichtst bij de aarde en de afstand wordt +nu iedere minuut weer grooter. Hoe lang onder deze omstandigheden +de reis door de aetherruimte zal duren laat zich slechts gissen, +maar is niet nauwkeurig te bepalen. Zoodra wij goed en wel buiten +den invloed van de aantrekkingskracht van de aarde en van de maan en +in dien van Mars zullen zijn gekomen, zal de reis buitengewoon snel +gaan, in weerwil van de ontzettend groote afstanden, die wij hebben +af te leggen. Dank zij de geweldige aantrekkende electromagnetische +stroomingen die van Mars uitgaan, zullen wij met bijna fabelachtige +snelheid ons in de richting van die planeet bewegen, welke snelheid +op minstens twee millioen kilometers per dag kan worden geschat. Ik +reken echter ook in het gunstigste geval, dat de reis minstens eenige +weken zal duren. Voorzichtigheidshalve nemen wij voor drie maanden +proviand mede." + +"En wanneer gij Mars niet bereikt, en de geheele reis mislukt, wat +dan!" vroeg Schnabel nieuwsgierig. + +"Dan, mijn waarde, gaat het ons, zooals 't zoo menig natuurvorscher +vóór ons gegaan is, en ook na ons gaan zal. Wij worden dan offers, +martelaren der wetenschap. Ook hiermede hebben wij rekening gehouden, +toen wij besloten den tocht te ondernemen. Gelukkigerwijs zijn de +andere deelnemers, evenals ik, geen vaders van huisgezinnen, maar +meerendeels jongelui die dezen sprong in het onzekere, dit waagstuk +voor hun geweten kunnen verantwoorden. Ik voor mij reken beslist op +het welslagen der onderneming, de triumph der wetenschap." + +"De geheele beschaafde wereld heeft met stomme bewondering thans +het oog gericht op ons Neckardal, waar zulke grootsche stoutmoedige +plannen op het punt staan verwezenlijkt te worden en komt ge eens met +den "Argonaut" weer behouden terug, dan zal u een ontvangst worden +bereid, zooals nog niemand ten deel viel, gij zult worden gevierd, +zooals nooit iemand te voren!" merkte Blieder op. + +"Maar vóór we aan een terugkeer kunnen denken,"--hernam professor +Stiller lachend--"moeten we eerst op Mars komen. 't Is best mogelijk, +dat we eenige jaren afwezig zullen zijn, want zulk een onbekende reis, +vordert begrijpelijker wijze, ook buitengewoon veel tijd. En het meest +interessante onderwerp voor te maken studiën is de mensch zelf, die +op het verwijderde hemellichaam huist. Zooals gij weet bewijzen ons, +onze telescopische waarnemingen, dat de wezens die daar wonen op een +hooge trap van ontwikkeling moeten staan. Wie weet of ze ons niet +zoowel geestelijk als lichamelijk verre overtreffen." + +"Of ver beneden ons staan, wat toch ook niet onmogelijk is!" merkte +Schnabel hoogmoedig op. In geen geval zou ik gaarne van de partij +zijn!" + +"Gij doet ook maar veel beter met hier beneden op de aarde te +blijven!" hernam professor Stiller. "En nu hebben wij genoeg tijd +verpraat. Gauw aan 't werk! Over vier dagen kom ik op de weide om er +mij van te overtuigen dat de besproken aangelegenheden in orde zijn +gebracht. De volgende week moet de opstijging bepaald plaats hebben; +ik moet u daarop nogmaals met nadruk wijzen. Iedere dag dien wij +langer moeten wachten, is een ontzettende kwelling voor mij en mijn +reeds zoo lang geplaagde zenuwen. Het ligt in uw hand die kwelling +te doen ophouden. Gij hebt mij vaak en veel verdriet gedaan, maakt +dus dat ik zonder al te grooten wrok van u en deze aarde kan scheiden." + +Met deze woorden nam de professor afscheid van zijne bezoekers. + + + + + + + +HOOFDSTUK II. + +HET VERTREK DER WERELDREIZIGERS. + + +Voor professor Stiller en zijn reisgenooten gingen de eerstvolgende +dagen in zenuwachtige opgewondenheid voorbij, en waren ze voortdurend +bezig alle voorbereidende maatregelen voor de reis te nemen. Ook op +de Cannstatter weide, op de plaats waar de Argonaut werd gemaakt, +was het werk weer in vollen gang. Men had het luchtschip, uit het +reusachtig getimmerte, op de vrije ruimte daarvóór gebracht en het +lag daar voor anker. Nu eerst kwamen de reusachtige afmetingen van +den ballon tot haar volle recht. Hij had een langwerpig ovalen vorm, +evenals de aan hem bevestigde gesloten schuit. Door deze gelijkheid +van vorm, scheen het alsof zich onder den grooten ballon nog een +kleinere bevond, zoo ongeveer als moeder en kind. + +De lengte van het luchtschip of den ballon bedroeg van het eene +einde tot het andere twee honderd meter, de gemiddelde hoogte was +twintig meter. + +Het geraamte van den ballon bestond uit een netwerk van zeer dunne, +maar buitengewoon sterke, luchtledig gemaakte metalen buizen Daarover +bevond zich een tweede geraamte en daarboven nog een derde, beide +op dezelfde wijze samengesteld. Wel waren de drie lagen onderling +verbonden, maar zóó dat ieder op zichzelf, alleen kon werken en de +schuit kon dragen. 't Was om zoo te zeggen een drievoudige ballon. + +Voor de vervaardiging der metalen buizen was een nieuw alliage +gebruikt, dat door professor Schwab in Tübingen was uitgevonden en door +hem Suevit was genoemd. Dit alliage kenmerkte zich door buitengewone +lichtheid, fabelachtig weerstandsvermogen en een enorme draagkracht +en overtrof alle tot dusver bekende, dergelijke preparaten. + +Suevit bestond hoofdzakelijk uit alluminium, waaraan echter, +procentsgewijs, wolfram, wat koper en banadium was toegevoegd. Deze +legeering kon tot de dunste plaat worden uitgewalst, zonder daardoor +iets van haar weerstandsvermogen te verliezen. Van deze platen +werden de buizen gemaakt, die voor de geraamten van den ballon waren +gebruikt. De buizen waren zonder naad, en werden, nadat zij zooveel +mogelijk luchtledig waren gemaakt, met het nieuwste, merkwaardige +gas Argonauton gevuld. + +Tot bedekking van het geraamte diende een, door den helaas te +vroeg gestorven Esslinger grootindustrieel, Wilhelm Weckerle, +uitgevonden weefsel uit zijde en linnen, dat de bewondering der geheele +textielbranche had gewekt. De draden van dit weefsel werden op speciaal +daarvoor vervaardigde weefstoelen door middel van nieuwe machines, +zoodanig met elkaar verbonden, dat het nagenoeg niet te scheuren was, +en buitengewoon glad van oppervlakte. Ieder der drie ballons werd +afzonderlijk met deze stof bedekt, waarna ze in een oplossing van +caoutchouc werd gedrenkt totdat ze verzadigd was. Door deze bewerking +werd de stof volkomen ondoordringbaar voor het gas gemaakt. Bovendien +werd voorzichtigheidshalve het geheel nog met een dunne laag caoutchouc +bedekt en hierop de Pillerinoplossing aangebracht. Dit laatste was een +vloeibaar ijzersilicaat door professor Piller te Tübingen voor dit +doel vervaardigd. Het gaf aan de bekleeding een weerstandsvermogen, +gelijk aan dat van een pantser, dat zelfs door groot uitwendig geweld +niet kon worden overwonnen. De ballon verwezenlijkte zoo het ideaal +van een bestuurbaar luchtschip. + +De verschillende onderdeelen van den ballon werden met even groote +nauwkeurigheid behandeld. De berekening was zóó gemaakt, dat na een +mogelijk verlies van de eerste, buitenste bekleeding, of, wat haast +niet denkbaar was, ook van de tweede, de middelste, zelfs de derde, +de binnenste, nog zelfstandig werken en de schuit dragen kon. + +Op deze wijze trachtte professor Stiller alle gevaren in het wereldruim +het hoofd te bieden. De bekleeding van iederen ballon was voorzien +van een klep die van uit het binnenste deel van de schuit kon worden +geregeld. + +De ballon was, zooals reeds gezegd, gevuld met het nieuw ontdekte +specifiek zeer lichte gas Argonauton. Bij een bijna niet vast +te stellen gewicht (0.01) bezat het Argonauton de niet genoeg +te waardeeren eigenschap, dat noch overgroote hitte (+1350°) noch +overgroote koude (-500°) eenigen invloed had op zijn agregatietoestand +of daarin ook maar eenige wijziging bracht. 't Was op 't oogenblik +het eenige werkelijke constante of permanente gas, het raadsel der +geleerde wereld. + +Het geraamte van de gondel was op dezelfde manier samengesteld uit +buizen die overtrokken waren met een zelfde weefsel dat eveneens +met een caoutchouc laag was bedekt en door eene Pillerinoplossing +zijn weerstandsvermogen had verkregen. Bovendien was hierover, +ter isoleering, nog een dikke laag asbest gelegd. Van binnen was de +gondel met pelswerk bekleed. Dit was gedaan om het warmteverlies in +de buitengewoon koude aetherlagen, waar de temperatuur op 120 à 150 +graden onder nul wordt geschat, zooveel mogelijk tegen te gaan. In de +schuit waren overal zit- en rustbanken aangebracht en het inwendige +maakte een aangenamen, gezelligen indruk. Langs de zijwanden van de +tien meter lange en vijf meter breede gondel bevonden zich een soort +van kasten, tot berging van den voorraad der meest verschillende +voedingsmiddelen. Onder die provisiekasten liepen de leidingen van de +electrische inrichting, voor verwarming en verlichting en luchttoevoer, +binnen in de gondel. Door den vooruitgang der technische wetenschappen +was het mogelijk geworden, enorme hoeveelheden electrische kracht in +een betrekkelijk kleine ruimte te concentreeren. Hierdoor was het den +luchtreizigers mogelijk om zonder noemenswaardige overbelasting, die +groote hoeveelheden electrische energie mede te nemen, die, omgezet +in licht en warmte, niet alleen het leven der gondelbewoners mogelijk +maakte, maar ook dienen moest, om het luchtschip voort te bewegen en +te besturen. Ten einde dit laatste te bewerkstelligen waren op zij +van den ballon, links en rechts, kleine luchtschroeven aangebracht, +die van uit de gondel door electrische kracht in beweging konden worden +gebracht. Voor het besturen, dat eveneens geschiedde door middel van +electriciteit, waren horizontale en verticale verstelbare roeren +aangebracht, bestaande uit Suevitbuizen, bespannen met verzadigde +Weckerlesche stof. + +Hierdoor was het besturen in twee richtingen, zoowel horizontaal als +verticaal mogelijk gemaakt. + +De in metalen bussen besloten gekristaliseerde lucht, die, zoodra zij +in contact wordt gebracht met de haar omringende gasvormige lucht, +zich onmiddellijk vervluchtigde, nam, in weerwil van den grooten +voorraad, eveneens niet al te veel ruimte en gewicht in beslag. + +Zoo was dan voldaan aan de allereerste en meest gewichtige eischen, +die het grootsche plan moesten doen slagen. Zoodra het luchtschip zich +op de open ruimte bevond, stroomden massa's nieuwsgierigen toe, om het +te bewonderen, de vervaardigers met vragen te bestormen en allerlei +inlichtingen bij hen in te winnen. De heeren Blieder en Schnabel waren +nu eindelijk in hun element. Zij zwommen letterlijk in trots, geluk en +zelfvoldaanheid, zij gevoelden zich nu de gewichtigste, en daar zij +het luchtschip hadden gebouwd, tevens de meest gevierde personen, +niet alleen van Groot-Stuttgart, maar van de geheele wereld. Hun +namen zweefden op aller lippen! Wat konden ze meer verlangen? Zelden +valt een mensch het geluk ten deel door iedereen met eerbied te worden +genoemd. Onder de bewonderende bezoekers op de Cannstatter weide, waren +alle natiën vertegenwoordigd, geleerden en leeken, hoogbeschaafden +en nog half-wilden, mannen, vrouwen en kinderen. Sedert maanden toch +was door de couranten en speciale correspondenten, zoowel aan deze +als aan gene zijde van den Oceaan, het bericht verspreid, dat in het +begin van December van uit het hart van Zwaben het groote ongehoorde +waagstuk, een reis naar de ver verwijderde planeet Mars zou worden +ondernomen. De namen van Blieder en Schnabel werden dus, tot in de +verste streken, genoemd als de vervaardigers van het eerste luchtschip, +waarmede een tocht in het onmetelijke aetherruim zou worden gemaakt. + +Hoe meer de dag, voor de opstijging bestemd, naderde, werd het aantal +bezoekers grooter en steeg de opgewondenheid. Het aantal vreemdelingen, +die naar Groot-Stuttgart waren gekomen om getuige te zijn, van het +in zijn soort eenige schouwspel, waarvan nog jaren na dien zou worden +gewaagd, werd op honderdduizenden geschat. Iedereen was bezield door +den wensch persoonlijk bij de opstijging tegenwoordig te zijn, om +geheel onder den indruk der grootsche gebeurtenis te komen. Voor logies +werden enorme prijzen besteed. Niet alleen de hôtels waren overvol, +maar ook op de huizen van particulieren was beslag gelegd. Wie niet met +geld gooien kon, kwam in de buurt van Stuttgart niet onderdak. Nog +nooit waren zóóveel vreemdelingen in Stuttgart samengestroomd, +maar ook nog nooit was er zóóveel geld verdiend. Op de weide zelf, +was het verkeer bijna levensgevaarlijk. 't Was een aanhoudend woelen +en dringen; en daarbij lachen en vloeken, pretmaken en schelden in +alle talen. Ieder wilde zoo dicht mogelijk bij den Argonaut zijn, om +dit wonder der techniek, dit kunstig product van wetenschappelijke +berekening, van nabij te kunnen zien. Zij wilden het werk zoo +nauwkeurig mogelijk bekijken, als het kon ook betasten, en een blik +werpen in de eigenaardig ingerichte gondel. Deze toch zou gedurende +vele weken tot verblijf dienen van zeven beroemde geleerden, die hun +leven niet tellende, als in een sprookje een reis ondernamen naar eene +andere wereld, die duizelingwekkend ver van de aarde verwijderd was. + +De meeningen over het al of niet gelukken der expeditie liepen bij het +publiek nog altijd zeer uiteen, doch daarover waren allen het eens, +dat door deze onderneming alles in de schaduw werd gesteld, wat de +wereld tot hiertoe had gezien, en dat de deelnemers der expeditie in +moed en vastberadenheid huns gelijken niet hadden. + +Zoo was het 7 December geworden, de eeuwig gedenkwaardige dag, waarop +precies te 4 uur des namiddags de opstijging van den Argonaut zou +plaats hebben. + +Kort na het aanbreken van den dag was professor Stiller op de weide +gekomen, waar de heeren Blieder en Schnabel reeds aanwezig waren en +den professor afwachtten. Ook alle arbeiders die aan den bouw van den +Argonaut hadden meegewerkt waren aanwezig. Zoowel de ballon als de +gondel werden aan een scherp, nauwkeurig onderzoek onderworpen. De +fouten waarop professor Stiller had gewezen, waren hersteld. Eenige +kleinere veranderingen, die de professor hier of daar nog wenschte te +hebben aangebracht, werden door de arbeiders met den meesten spoed +uitgevoerd. Nadat alles tot in de kleinste bijzonderheden in orde +was gebracht, stapte professor Stiller in de gondel, gevolgd door de +heeren Blieder en Schnabel en eenige der bekwaamste arbeiders. Het +touw waarmede het reuzenluchtschip aan den grond was bevestigd, +werd voorzichtig losgemaakt. Langzaam en statig ging de Argonaut de +hoogte in. In weerwil van het vroege morgenuur waren op de weide eene +menigte nieuwsgierigen, die met verbazing en bewondering de bewegingen +van het luchtschip volgden. + +Hoog in de lucht, nauwelijks met het bloote oog waarneembaar, ging de +Argonaut dan vóór- dan achterwaarts, gewillig gehoorzamend aan het +stuur, evenals het beste schip in het water. Met groote snelheid en +in wijden kring, ging het luchtschip over Stuttgart heen, keerde weer +naar de plaats der opstijging terug en daalde even langzaam en statig, +precies op hetzelfde punt als vanwaar het was vertrokken. + +Een donderend bravo der toeschouwers volgde op dezen goed gelukten +proeftocht. Nu bestond er geen twijfel meer of met een zich wonderlijk +snel voortbewegend en licht bestuurbaar luchtschip, dat, als de +Argonaut aan de hoogste aeronautische eischen beantwoordde, was het +gewenschte doel te bereiken en kon men de meest gunstige resultaten +verwachten. + +Zeer tevreden verliet professor Stiller de gondel; de zaak was beter +uitgevallen dan hij voor weinige dagen had durven gelooven. Zijn +vroegere wrevel tegenover de heeren Blieder en Schnabel maakte, +toen hij afscheid van hen nam, voor vriendelijker gevoelens plaats. + +Hij gunde hun graag den zoo gemakkelijk verdienden roem, en zag over +het hoofd, dat de vervaardiger en de controleur van den Argonaut +eigenlijk alleen de handlangers waren bij de uitvoering van het +product van zijn eigen geestesarbeid. Zonder den minsten naijver, +verliet hij zijn oude schoolkameraden, die door het toestroomend +publiek met gelukwenschen werden bestormd over den genialen bouw en +de prachtig gelukte proefvaart van den Argonaut. + +Het liep tegen half vier des namiddags. Eene onafzienbare menschenmassa +bewoog zich op de weide. De opgewondenheid steeg met iedere minuut, +want weldra zouden de stoutmoedige luchtreizigers, de zeven beroemde +geleerden, de trots en roem van Duitschland en Zwaben, op de weide +komen, om in hun luchtschip de ongehoorde reis te aanvaarden. + +Precies te half vier begonnen de klokken van alle torens van +Groot-Stuttgart te luiden. Het was een harmonisch, plechtig geluid, +geheel in overeenstemming met den ernst en de grootschheid van het +oogenblik. + +Van uit het dal der Nesenbeek en uit dat van den Neckar klonk uit +den metalen mond der klokken het hooglied van moed en dapperheid, een +loflied voor den menschelijken geest, die zich boven den engen kring +dezer aarde verhief, en zich in verbinding trachtte te stellen met +die verwijderde en geheimzinnige werelden daarboven waarnaar sedert +het begin der menschelijke beschaving, tot op den huidigen dag, het +verlangen en wenschen der edelsten en besten onder hen was uitgegaan. + +Nu eindelijk, na eeuwen, zou aan dit verlangen voldaan, díe wenschen +verwezenlijkt worden. Geen wonder dat in ademlooze spanning de oogen +der geheele wereld gericht waren op de hoofdstad van Zwaben, waar +zulk een grootsche daad zou worden volbracht. + +Vanuit de Cannstatterweide werden naar alle windstreken dépêches +gezonden, waartoe men in de onmiddellijke nabijheid van den Argonaut +een groot verplaatsbaar telegrafisch bureau had ingericht. + +De opwinding van de menschenmassa op de weide had nagenoeg haar +toppunt bereikt. Het statig klokkengelui had bij de menigte een +plechtig Zondagsgevoel gewekt, en toen vijf minuten voor vier de +klokken plotseling verstomden, heerschte er op de groote vlakte, +eene ernstige, eerbiedige stilte als in een kerk. + +De zon stond reeds ver in het westen, hare rood gouden stralen gleden +als om afscheid te nemen over den Argonaut, en omgaven het reusachtige, +bijna onbewegelijke luchtschip als met aureool. + +Plotseling weerklonk van de Neckarbrug een luid hoera geroep, dat +zich voortplantte en overging in een oorverdoovenden welkomstgroet, +die uit honderdduizenden monden weerklonk, toen de menigte de zeven +geleerden gewaar werd, wier namen van mond tot mond gingen, en wier +portretten bij duizenden werden verkocht. + +De heeren vertegenwoordigden de navolgende vakken: + +Prof. Dr. Siegfried Stiller, Astronomie, Physica en Chemie. + +Prof. Dr. Paracelsus Piller, Medicijnen en Natuurwetenschappen. + +Prof. Dr. David Dubelmeier, Jurisprudentie. + +Prof. Dr. Bombastus Brummhuber, Philosophie. + +Prof. Dr. Hieronymus Hämmerle, Philologie. + +Prof. Dr. Theobald Thudium, Staathuishoudkunde. + +Prof. Dr. Fridolin Frommherz. Ethiek en Theologie. + +In een door electriciteit gedreven automobiel, reden de heeren +langzaam op den Argonaut toe, terwijl de menschen ruim baan voor hen +maakten. Ernstig en vol waardigheid groetten de moedige reizigers +de hun toejuichende menigte. Bij den Argonaut gekomen stapten zij +uit, en besteeg professor Stiller de in allerijl en op het laatste +oogenblik opgerichte tribune, om vandaar uit eenige afscheidswoorden +tot zijne naaste omgeving te richten. + +"Geëerde Dames en Heeren, waarde vrienden en collega's van heinde en +ver! De geschiedenis van ons plan is u immers allen bekend. Heden +is het in zoover verwezenlijkt, dat wij er in zijn geslaagd een +luchtschip te construeeren, dat zich gemakkelijk zal voortbewegen, +niet alleen door de luchtlagen die onze aarde omringen, maar ook--en +dat is het cardinale punt,--daarbuiten door het aetherruim. Ik wil +hier niet verder uitwijden over de zeer ingewikkelde wetenschappelijke +eischen, waaraan moest worden voldaan, om onze reis naar Mars mogelijk +te maken. Dat zou mij te ver voeren. Maar ik acht het mijn heiligen +plicht hier in dit afscheidsuur luide en openlijk te verklaren, dat +het mogelijk is dat onze reis totaal mislukt, blootgesteld als we zijn +aan de misschien ongunstige inwerking van verschillende factoren, de +"onbekende", waarmede wij hier op onze planeet geen rekening konden +houden. Deze bekentenis bewaart ons voor zelfoverschatting en doet +ons ook duidelijk en helder de gevaren zien, die aan onze expeditie +zijn verbonden. Alleen de steeds voorwaarts strevende wetenschap, de +dorst naar meerdere kennis en opheldering van vele, nu nog duistere, +dingen, en geenszins lichtzinnigheid, drijft ons er toe, ons eigen +leven in de waagschaal te stellen en desnoods ten offer te brengen +in dienst der algemeene ontwikkeling. + +Of en wanneer wij elkander op deze aarde zullen weerzien, kan niemand +onzer op het oogenblik zeggen. Komen wij na verloop van vele jaren niet +terug, wijdt dan een stillen traan aan onze nagedachtenis. (Algemeene +ontroering). Wij zijn dan gevallen als offers van ons beroep, maar het +is even goed mogelijk, dat wij u later zullen kunnen vertellen van +de wonderen eener andere wereld. Vaart allen, allen wel; en ontvang +tot afscheid den hartelijken dank van mij en mijne collega's voor uw +verschijnen te dezer plaatse, en de belangstelling daarmede in onze +onderneming betoond!" + +Bijvalsbetuigingen weerklonken, toen professor Stiller zijn rede +had geeindigd, en met statigen tred de tribune verliet. Er heerschte +wederom een doodelijke stilte, toen de geleerden een voor een in de +gondel stegen. + +Professor Stiller was de laatste die langs de touwladder naar boven +klom; hij wenkte nog met de hand, en daarna werd de kleine deur +gesloten. + +Het geluid van eene electrische schel, gaf het teeken voor het kappen +der touwen. + +Langzaam en statig steeg de Argonaut op, terwijl de avond al meer en +meer begon te vallen. De groote ballon werd al kleiner en kleiner, +de afstand tusschen hem en de aarde al grooter en grooter, totdat +hij eindelijk geheel onttrokken was aan de oogen der toeschouwers +die zwijgend uiteen gingen, nog geheel onder den indruk van het +grootsche schouwspel. + +Op den vooravond van dien gewichtigen dag, gaf de Raad der stad +Stuttgart in het schitterend verlichte, prachtig versierde Casino, +de zoogenaamde oude Kurzaal, een luisterrijk feestmaal ter eere van +de heeren Blieder en Schnabel, de bouwers van den Argonaut. + +In allerlei redevoeringen werden de heeren gehuldigd, als zijnde op +het oogenblik de meest beroemde mannen en grootste lichten hunner +vaderstad. + +Tranen van vreugde liepen over de dikke wangen, toen zij uit den mond +der vroede vaderen der stad zoo openlijk hun loflied hoorden zingen. + +Weliswaar werd later door booze tongen beweerd, dat Blieder en Schnabel +hadden geweend en geen woorden van dank hadden kunnen vinden, omdat +ze te veel wijn hadden gedronken en hun tong dubbel sloeg, maar booze +tongen zijn er altijd, wanneer het er op aankomt de verdiensten van +anderen te verkleinen. + +De algemeene opgewondenheid bij het feestmaal steeg ten top, toen op de +hoofden van de heeren Blieder en Schnabel groote lauwerkransen werden +gedrukt. Aan het eind van den maaltijd verkondigde de Burgemeester, +dat Architect Adolf Blieder en Professor Julius Schnabel als erkenning +hunner verdiensten bij het kunstig samenstellen van den Argonaut tot +eereburgers der stad waren benoemd. + +De overreiking der diploma's geschiedde onder de feestelijke tonen +van den Stuttgartermarsch, en daarmede werd eerst na middernacht de +schitterende feestviering besloten. + + + + + + + +HOOFDSTUK III. + +TUSSCHEN HEMEL EN AARDE. + + +Geen noemenswaardige luchtstrooming belemmerde het bijna loodrecht +opstijgen van den Argonaut. Het luchtschip bevond zich nog in den +dampkring der aarde, de reeds bereikte hoogte was merkbaar door den +verminderden luchtdruk en het dalen der temperatuur, ook binnen in de +gondel. Professor Stiller, die de geheele leiding op zich had genomen, +sloeg daarom voor, allereerst een eenvoudig avondmaal te nuttigen, +dat wel het laatste zou zijn in de nabijheid van Moeder Aarde, waarvan +men volgens den stand van den barometer reeds 7000 Meter verwijderd +was. Dit voorstel vond algemeenen bijval. De heeren lieten zich het +uitstekende Stuttgarter vleesch en gebak voortreffelijk smaken, en ook +de medegenomen fonkelende roode Neckarwijn werd dapper toegesproken, +voor zoover de geleerde heeren geen onthouders waren. + +Na den maaltijd richtte aller opmerkzaamheid zich weder op +de instrumenten. Deze wezen aan, dat de grens van den aardschen +dampkring was bereikt, en men op het punt stond door te dringen in het +onmetelijke aetherruim. De met Xylol gevulde thermometer stond buiten +de gondel reeds op 42° onder nul, en de barometers wezen eene hoogte +aan van 19.950 Meter. In de gondel werden de electrische gloeilampen +ontstoken, nadat reeds van te voren het toestel tot toevoer van lucht +in gebruik was gesteld. Er heerschte in de gondel eene dragelijke +temperatuur, terwijl men gemakkelijk ademhaalde. + +De dienst in de gondel was dusdanig geregeld, dat gedurende 24 uur +ieder der geleerden afwisselend 3 uur en 42 minuten de instrumenten +had waar te nemen. Op die manier werd voor een ieder de dienst niet +al te vermoeiend. Alleen professor Stiller had zich voorbehouden om, +indien hij dit noodig oordeelde, dien dienst een zekeren tijd alleen +waar te nemen. + +De eerste nacht in de gondel, hoog boven in het aetherruim, ging rustig +en kalm voorbij. De ballon was inmiddels met verbazende snelheid +gestegen. Den 8en December 's morgens om 7 uur, had men eene hoogte +van 90.723 Meter bereikt. De thermometers voor de micavensters van de +gondel wezen de ontzettende koude van 120° aan. Een ondoordringbare +nacht omgaf de luchtreizigers. Geen enkele zonnestraal drong door die +diepe duisternis. Het luchtschip steeg met al grooter en grooter +snelheid, en bewoog zich, gehoorzamend aan het roer steeds in +oostelijke richting. + +Tegen den middag wees de snelheidsmeter den kolossalen afstand van +220.000 M. van de aarde aan. + +Wanneer het stijgen voort zou gaan in dit, steeds in snelheid +toenemende tempo, dan moesten de luchtreizigers binnen enkele dagen +in de nabijheid van de maan komen, die dan 90° oostwaarts juist in +haar eerste kwartier zou staan. + +Met de nabijheid van de maan ontvingen de luchtreizigers weder het +licht van de zon en konden de gondelbewoners zich weder verheugen in +de schitterende stralen van die bron van alle kracht. Ofschoon ze nog +geen 24 uur onderweg waren, maakte de duisternis die hen omringde op +de heeren den indruk van een al te langen nacht. Zij begonnen daarover +te spreken. + +"Wij zijn kinderen van het licht der zon, en voelen dadelijk haar +gemis," zei professor Dubelmeier. + +"Dat is wel waar!" bevestigde Fridolin Frommherz. "Alle licht, ook +dat onzer zielen, komt van boven." + +"Alles zonlicht, mijn waarde!" liet professor Hämmerle er op volgen. + +"Noem het zooals ge wilt, het laatste van alle raadsels, de werkelijke +oorzaak van alles wat leeft en bestaat, blijft voor ons stervelingen +toch altijd verborgen, en wie weet of dit niet zeer goed is!" hernam +Frommherz. + +"Daarover zullen wij hier in onze gondel nu maar niet redetwisten, +maar ons liever verheugen in het vooruitzicht, dat we binnenkort uit de +duisternis van het aetherruim, weer in het volle zonlicht zullen komen, +al is het dan ook om zeer spoedig weder in duisternis te worden gehuld +en dan voor langeren tijd!" bracht professor Stiller in het midden. + +Plotseling werd het gesprek afgebroken. De Argonaut begon te trillen +en scheen een oogenblik stil te staan. Het trillen van den grooten +ballon deelde zich aan de gondel meê. "Wat is er aan de hand! Om +'s hemels wil, wat is er gebeurd?"--dit waren vragen die door het +meerendeel der opgewonden geleerden werden geuit. + +"In de eerste plaats kalmte, geen opwinding die tot niets dienen zou, +beste vrienden!" aldus stelde professor Stiller zijn verschrikte +reisgezellen gerust. "Het schijnt dat wij ons bevinden binnen het +bereik van de electrische aantrekkingskracht van de maan, waarop +de Argonaut met zijn eigen electrische stroomingen dadelijk heeft +gereageerd; vandaar het plotselinge trillen," ging professor Stiller +voort. "Ziet maar, hij wordt al weder kalmer en gaat weder vooruit, +en nu met nog grootere snelheid, een bewijs voor de juistheid mijner +beweringen." Met deze woorden verliet professor Stiller een oogenblik +zijn waarnemingspost, waarheen hij echter dadelijk weder terugkeerde. + +Van de verbazende snelheid, waarmede het luchtschip zich voortbewoog, +bemerkte men in de gondel weinig of niets. Met groote opmerkzaamheid +sloeg professor Stiller de snelheidsmeter gade. Na verloop van een uur +constateerde hij hoofdschuddend, dat een afstand van 4500 Kilometers +was afgelegd. + +"Waarom schudt gij het hoofd?" vroeg professor Piller aan zijn collega. + +"Hij gaat minder snel vooruit dan ik mij voorstelde en volgens mijne +berekeningen ook heb verwacht." + +"Nu, mij dunkt dat niemand het ons zoo makkelijk na zal doen om +4500 Kilometers in een uur vliegend af te leggen; zulk een snelheid +overtreft alles, zelfs de stoutste berekening," bracht Brummhuber in +het midden. + +"Gij ziet daarbij de onmetelijke afstanden over het hoofd, die wij +hebben af te leggen alvorens ons doel te bereiken," hernam professor +Stiller. "Maar ik hoop, dat het verder niet in dit tempo zal gaan; +want anders," liet hij er eenigszins gedwongen glimlachend op volgen, +"zouden wij wat al te laat op Mars aankomen." + +"Op een paar dagen meer of minder komt het bij onze reis niet aan," +hernam Thudium. + +Stiller gaf geen antwoord meer; ernstige gedachten hielden hem bezig +en kwelden hem, doch die gedachten wilde hij voorloopig liever +vóór zich houden. Waarom nu reeds de rust en het vertrouwen van +zijn reisgenooten verstoord? De tijd bracht van zelf wel raad, en +misschien ook.... hulp....! Zoo ging de tweede en ook de derde dag +der reis voorbij. + +Toen bedroeg de afgelegde afstand 324.000 K.M. De snelheid van +den Argonaut was dus eenigszins toegenomen, dank zij de meerdere +electriciteit aan de voortstuwers afgegeven van uit de toestellen, +die door professor Stiller met Piller en Hämmerle nauwkeurig werden +nagegaan. Zoo verliep het eene uur na het andere. Geen der heeren +kon slapen, want naar alle waarschijnlijkheid moest de Argonaut nog +dezen nacht in de onmiddellijke nabijheid der maan komen. + +Een plotseling helder licht dat van buiten af in de gondel drong, deed +professor Stiller onmiddellijk de electrische stroom afsluiten. Het +luchtschip begon zich langzamer voort te bewegen en hield eindelijk +geheel stil. De heeren liepen naar de vensters van de gondel om te +zien waaraan die onbegrijpelijke stilstand van den ballon was toe te +schrijven. Het schouwspel dat zich daar aan hunne oogen voordeed, +was zoo overweldigend schoon, dat het als verlammend werkte op de +bewoners van de gondel. Zij stonden eenige oogenblikken in stomme +bewondering; toen gaven zij daaraan eindelijk lucht. + +"Prachtig! Onvergelijkelijk schoon! Alleen al een reis +waard! Voorbeeldeloos! De maan, de maan!" klonk het van aller lippen. + +Onmiddellijk beneden hen, vertoonden zich aan hun oog reusachtige, +hier en daar gespleten, trotsch opgaande bergen, die hel beschenen +door de zon, zonderlinge en buitengewoon scherpe schaduwen +wierpen. Daartusschen gaapten afgronden, duizenden meters diep, +terwijl tusschen die afgronden en de rotsmuren een overgroot aantal +uitgebrande kraters zichtbaar waren. Tamelijk vlakke landschappen +werden omringd door een muur van vroeger geweldige vulkanen. Dit land +lag aanmerkelijk hooger dan dat wat zich buiten dien ring bevond, en +waarboven hier en daar weder kegelvormige bergen, overblijfselen van +vroegere vulkanen, scherp uitstaken. De eigenaardige belichting met +de eenig mooie schaduwbeelden, de geheele indruk was zoo eigenaardig, +en zoo geheel afwijkend van wat de heeren op aarde hadden gezien, +dat zij daarmede geen vergelijking konden maken. Waarheen ze hun +blik ook richtten, nergens konden zij een spoor van plantengroei +of water ontdekken. Geen meer, geen rivier, geen bruisende oceaan, +geen groene weiden, geen boomen of struiken, niets, niets was er te +zien. Dat stomme aangrijpende beeld van den kouden dood, dat zich hier +aan het oog der reizigers voordeed, liet niet na een grooten indruk op +hen te maken. De eerste kreten van bewondering werden weldra gevolgd +door een diepe stilte, een plechtigen ernst, dien de dood bij ieder +denkend en gevoelend mensch wakker roept. Men kon slechts weinig tijd +besteden om de maan te bekijken aan de zijde die van uit de gondel +waarneembaar was. De Argonaut begon langzaam te dalen. + +"Op de maan kunnen wij ons niet laten braden, en evenmin wenschen wij +er te bevriezen," riep professor Stiller uit. "We zullen dus maken dat +wij zoo spoedig mogelijk buiten den invloed harer aantrekkingskracht +en weder in de neutrale aetherruimte komen." + +Met de meeste snelheid werd de electrische machine weder aangezet, +de schroef draaide en de Argonaut verwijderde zich hoe langer hoe +meer van het doode kind van de levende Moeder Aarde. + +Volgens de berekeningen van prof. Stiller moest de Argonaut na de baan +van de maan te hebben gekruist en haar aantrekkingskracht te hebben +overwonnen, in het bereik van de aantrekkingskracht van Mars komen, +als zijnde het grootste hemellichaam, dat zich het dichtst bij de +aarde bevond. Deze nabijheid van de aarde moest natuurlijk grooten +invloed hebben op de aantrekkingskracht tusschen Mars en de aarde +die berust op electromagnetische stroomingen. + +Daaruit volgt dat, wanneer voorwerpen, die aan deze aantrekkingskracht +onderhevig zijn--zooals bijv. op het oogenblik de Argonaut--binnen +het bereik van die kracht komen, zij meer door Mars zullen worden +aangetrokken, naar mate zij dichter bij de aarde staat of verder +daarvan verwijderd is. De Argonaut was nu precies 386,492 K.M. van de +aarde verwijderd. Er bestond dus geen twijfel meer of de Argonaut was +reeds onder den invloed van de aantrekkingskracht van Mars. Hiermede +werd de juistheid van de berekening van Stiller bewezen, want de ballon +ging met gelijkmatige snelheid in oostelijke richting verder. Voor +de aanvankelijk gevreesde inwerking van de aantrekkingskracht van de +zon, behoefde men geen angst meer te hebben. De Argonaut was op den +rechten en den naasten weg naar het doel. + +Buiten de gondel was het reeds lang stikdonkere nacht en heerschte +eene verschrikkelijke koude. In weerwil van de hermetische afsluiting +en de dikke pelsbekleeding van de gondel, konden de reizigers zich +alleen door electrische verlichting en verwarming beschutten. + +De eene dag na de andere verliep. De eerste week werd gevolgd door +een tweede, de tweede door een derde, de derde door een vierde, en +nog altijd scheen de tocht van den Argonaut geen einde te zullen nemen. + +Op zekeren dag--in de vierde week werd de stilte in de gondel door +een eigenaardig geluid onderbroken. + +"Wat is er aan de hand," vroegen de geleerden verwonderd aan professor +Stiller. + +"Ik kan het mij niet verklaren," antwoordde deze, "noch onze horloges +noch de snelheidsmeter kunnen de oorzaak van dit opvallend geratel +zijn. En toch moeten wij die oorzaak hierbinnen zoeken, want het is +bekend dat de aether geen geluidgolven overbrengt." + +Terwijl Stiller zoo sprak zocht hij naar de oorzaak van het steeds +sterker wordende geluid. + +"Ik kan werkelijk niets vinden. Al onze apparaten voor lucht +en electrische kracht zijn in orde, en werken rustig, zonder +stoornis. Maar wacht eens even, daar valt mij wat in; het is de lucht +in onze gondel zelf die het geluid voortplant, waarvan de oorzaak +daarbuiten in het wereldruim moet liggen." + +"Dan is het waarschijnlijk het een of ander hemellichaam, in welks +nabijheid wij gekomen zijn," merkte professor Hämmerle bezorgd op. + +Het was in de gondel een getik en een geraas als in een +klokkenmakerswinkel. Het was alsof er honderden wekkers tegelijk +afliepen. + +"Wat is dat een helsch leven, daar zou iemand hooren en zien bij +vergaan," viel professor Thudium woedend uit. Maar het geluid van +zijn stem werd overheerscht door het oorverdoovende geratel. + +De zeven menschen in de gondel werden opgeschrikt door een plotseling +hel licht als van flikkerend vuur. Het was door het vreeselijke lawaai +onmogelijk een woord te wisselen. De reizigers sloten onwillekeurig +de oogen, die pijnlijk werden aangedaan door het bliksemende licht +dat door de vensters drong. + +De pijn werd heviger bij iedere poging om ze weder te openen. Op +dit kritieke oogenblik dacht professor Dubelmeier gelukkig aan +zijn gletscherbril, dien hij als hartstochtelijk bergbeklimmer +steeds bij zich droeg, en dien hij goed verpakt, in een foudraal +had meegenomen en in een van de zakken van zijn rok moest gestoken +hebben. Voorzichtig betastte hij den rok van buiten. Juist, daar voelde +hij hem in den bovensten rechter zijzak, het was de bril, den hemel +zij dank! Eindelijk had hij hem op zijn neus gezet. Beschut door de +donkere glazen, kon hij nu zijne oogen open doen. Allereerst keek hij +de gondel rond. Daar lagen zijne reisgenooten stom en met gesloten +oogen. De uitdrukking van hunne gelaatstrekken was die van mannen, +die zich geschikt hadden in hun lot, waaraan niet viel te ontkomen. + +Met knikkende knieën en kloppend hart sloop professor Dubelmeier +naar het naastbijzijnde mica venster. Hij wilde probeeren het +scherm dat daarvoor was aangebracht neer te laten, iets, waaraan +bij het krankzinnig lawaai tot nu toe nog geen der heeren gedacht +had. Voorzichtig keek hij daarbij naar buiten in het onmetelijk +wereldruim. Welk een grootsch schouwspel vertoonde zich aan zijn +oogen! Van loutere opwinding daarover, vergat hij het geheele scherm; +al zijn denken en zinnen was in beslag genomen door het prachtig +natuurtooneel daarbuiten. + +Millioenen lichtgevende bollen, die evenals de melkweg, aan den +nachtelijken hemel een breeden stralenkrans vormden, fonkelden en +schitterden in de verte in wonderlijke pracht! Wat dit wel wezen +mocht? Dat moest hij dadelijk aan zijn collega Stiller vragen, +want wellicht kon hij het gevaar, dat de luchtreizigers dreigde, +nog afwenden. + +Professor Dubelmeier liet nu eerst de schermen voor de vensters +zakken, ging toen naar Stiller toe, zette hem den bril op zijn neus +en schudde hem flink door elkaar. Verbaasd over zijn plotseling +teruggekeerd gezichtsvermogen, stond professor Stiller met den bril +van zijn vriend op den neus op, en volgde diens stomme pantomime. Hij +trok het scherm voor een der vensters weg en keek naar buiten, ook +hij bleef eenige oogenblikken aan het venster staan, geheel onder +den machtigen indruk dien het prachtige natuurtooneel daarbuiten op +hem maakte. Nu werd hem ook de oorzaak van het oorverdoovende geraas +duidelijk. De Argonaut was op zijn weg naar Mars terechtgekomen in de +nabijheid van een komeet, die met groote snelheid door het aetherruim +vloog en juist dezen weg kruiste. Een direct gevaar bestond daarbij +voor de luchtreizigers niet, althans niet voor de eerste uren, in +aanmerking genomen den nog altijd grooten afstand en de verbazende +snelheid waarmede de komeet zich bewoog. Gerustgesteld, maar nog half +versuft door dit eenig schouwspel, verliet Stiller het venster. + +Stiller deed nu met zijn collega Piller, zooals Dubelmeier met +hem had gedaan. Piller zorgde weder voor Hämmerle en zoo voort, +totdat ieder der reizigers zonder gevaar voor zijn gezichtsvermogen +het eenig prachtige schouwspel had kunnen gadeslaan. Men kon zich +daarover echter eerst uitspreken na verloop van eenige uren, toen het +lawaai van de voorbijtrekkende komeet langzaam begon af te nemen. Toen +verklaarde professor Stiller aan zijne reisgenooten de oorzaak van +het verschijnsel en verkondigde den lof van Dubelmeiers bril. + +"Bij de keus van hetgeen ik mee zou nemen, heb ik aan allerlei gedacht, +en ik meende ook, dat ik werkelijk niets vergeten had; ik moet echter +eerlijk bekennen, dat de praktische en toch zoo voor de hand liggende +gedachte aan den donkeren bril niet in mij is opgekomen. Daaruit +ziet men alweer, dat een mensch aan zichzelf niet genoeg heeft, +en men nooit op zich zelf vertrouwen kan. De zorg van onzen vriend +Dubelmeier is ons van groot nut geweest." + +"Maar, mijn beste man, vertel mij nu toch eens, hoe ge op het denkbeeld +zijt gekomen om in een luchtballon een gletscherbril mede te nemen," +vroeg professor Piller nieuwsgierig. + +Dubelmeier werd verlegen, en wist eerst niet best wat te zeggen. Toen +men echter van alle kanten begon te vragen en te dringen, bekende +hij eindelijk, dat hij zich niet had kunnen vereenigen met de +gedachte, misschien jaren lang zijne geliefde bergtochten te moeten +ontberen. Daarom had hij, in de stille hoop dat daartoe misschien ook +op Mars gelegenheid wezen zou tenminste zijn gletscherbril medegenomen. + +"En waar is dan uw bergstok en verdere uitrusting? Daarvan zie ik +niets!" vroeg professor Brummhuber. + +"Met uitzondering van mijne schoenen met spijkers, heb ik alles +zuchtend in Tübingen achtergelaten," antwoordde Dubelmeier. + +"Dat was verstandig, want onze gondel is niet berekend op het +medenemen van dergelijke bagage," merkte professor Stiller lachend op, +"maar uw bril heeft de eer van ons uitstekende diensten te hebben +bewezen!" Het doorsnijden van de velden der van Mars uitgaande +aantrekkingskrachten, had een ongunstigen invloed uitgeoefend op +de snelheid van den Argonaut. Toen hij de snelheidsmeter nauwkeurig +opnam, bemerkte professor Stiller tot zijn schrik, dat, in de angstige +uren, die zij hadden doorgebracht, de ballon zich in de richting van +Mars had voortbewogen met slechts 1/10 deel der tot hiertoe gevolgde +snelheid. Eerst langzamerhand scheen de Argonaut deze weder te zullen +bereiken. Dit moest een zeer ongewenschte verlenging ten gevolge +hebben van de toch reeds zoo moeilijke reis, die, verschillende +omstandigheden in aanmerking genomen, noodlottige gevolgen hebben kon. + +In de plaats van de vroegere levendige gesprekken, en het zoowel +lichamelijk als geestelijk welzijn, waarin allen zich mochten +verheugen, was een zekere matheid gekomen, eene meerdere of mindere +loomheid, waaruit de verschijning van de komeet, allen slechts +voor korten tijd had kunnen opwekken. Bij dezen en genen der heeren +vertoonde zich als een dreigend spook, de verveling, het begin der +lethargie. De reis in de betrekkelijk toch kleine besloten ruimte +begon te lang te duren. Daarbij kwam nog het gebrek aan lichamelijke +beweging en de gewone geestesarbeid. + +De wetenschappelijke onderwerpen, die zoowel het algemeen als ieder +afzonderlijk interesseerden, de bijzonderheden van den loop van de reis +tot hier toe, waren reeds zoo vaak en op zoo velerlei wijze besproken, +dat deze hare aantrekkelijkheid verloren hadden. Stil, zonder een +woord te spreken, bijna gevoelloos, lagen of zaten in hunne pelsjassen +gewikkeld, de meeste heeren die tot voor korten tijd zoo vroolijk en +levenslustig waren geweest. Niemand zou gaarne voor de tweede maal +zulk een ontzettend langen tocht meemaken, waarop men niet eens een +goed warm maal kon krijgen of zijne verstijfde ledematen wat beweging +geven kon! En, was men er dan zoo zeker van, dat het doel bereikt +zou worden, zoo niet, wat dan? Ja, wat dan? Dat waren de gedachten +en de angstige vragen, die rondwoelden in de hersens der heeren. + +Die vervloekte reis naar Mars! Wat had die hun aangelokt, wat hadden +zij zich daardoor van de wijs laten brengen, en hoe hadden zij den +invloed van het langdurige verblijf, in die enge smalle ruimte en +het langdurig gemis van het zonlicht onderschat! + +Professor Piller had bij het begin van de reis weliswaar geklaagd over +een begin van bloedarmoede, en in weerwil van den uitstekenden eetlust, +ook over storing in de spijsvertering en dergelijke, maar nu lag hij +ook half versuft in een hoek van de gondel, en verwenschte in stilte +zichzelf, zijne reisgenooten, den Argonaut, het gansche heelal, maar +het meest den verleidelijken Mars. Dat waren zoo te naastenbij ook +de gedachten der overige heeren. Zij herinnerden zich hoe gezellig +en aangenaam zij eenmaal binnen Tübingens muren hadden geleefd, hoe +zij iederen avond na volbrachten arbeid bij elkaar hadden gezeten aan +hun stamtafel in "de Beer," "de Walvisch," "de Kroon," en op andere +zoo gezellige plaatsen in de oude universiteitsstad in vroolijk +gezelschap en onder het genot van een glas koelen geurigen wijn, +en voelden levendige spijt, dat zij deze dwaze reis hadden ondernomen. + +"Ik wilde dat Mars naar den drommel liep," riep professor Piller uit, +daarmede uiting gevende aan zijne gedachten. + +"Laten wij dat nu maar niet wenschen," hernam Stiller op eenigszins +scherpen toon. "Dat de expeditie met allerlei gevaren en tegenspoeden +zou te kampen hebben, en wij ons allerlei ontberingen zouden moeten +getroosten, hebben wij van te voren geweten; daarover kunnen wij ons +achteraf niet beklagen, zulke klaagliederen zijn onzer onwaardig. Zwijg +en verdraag, dat moet onze leuze zijn!" + +"Goed gesproken," bevestigde Bombastus Brummhuber, "maar eindelijk +moet er aan dat zwijgen en verdragen ook een eind komen!" + +"Wacht maar eerst af wat komt," riep professor Stiller boos uit. + +"Maar gij hebt toch gezegd, dat de reis niet langer dan eenige +weken zou duren," bracht Frommherz in het midden, "nu is deze tijd +verstreken, en....." + +"Gij moogt het allerminst uw geduld verliezen, Frommherz," viel Stiller +zijn reisgenoot in de rede. "Overigens heb ik nooit precies opgegeven +hoelang de reis duren zou, om de eenvoudige reden, dat ik dat niet +kon. Ik sprak van eenige weken in het allergunstigste geval. Laat het +u echter niet ontmoedigen, dat de reis langer duurt dan mij zelf lief +is. Integendeel laten wij moed houden! We hebben dien dringend noodig!" + +"Wat beduidt dat, druk u duidelijker uit, Stiller!" klonk het van +verschillende zijden. + +"Nu, ik geloof dat het duidelijk genoeg is, wat ik met deze weinige +woorden wilde zeggen; wij hebben slechts een zeer klein gedeelte van +onze reis achter den rug, vóór ons ligt nog een groote afstand, die +aan onzen moed en ons weerstandsvermogen hooge eischen stellen zal." + +"Hoe groot is die afstand nog?" + +"Nog ongeveer 30 millioen Kilometers." + +"Dertig millioen Kilometers? Dan zijn we nauwelijks op de helft! Het +is gewoon verschrikkelijk," bromde professor Dubelmeier. + +"Hoe moet dat eindigen!" zuchtte Frommherz. + +"Laten wij hopen van goed, mijn waarde Frommherz, want anders zoudt +gij wat eerder ten hemel varen dan u waarschijnlijk lief is," spotte +professor Stiller, over wien langzamerhand een soort galgenhumor +was gekomen. + +Deze stemming duurde echter bij den professor niet erg lang. Zij werd +al heel gauw op den achtergrond gedrongen door de zorg over het wel en +wee der expeditie. Hij had de geheele zaak, het waagstuk, eigenlijk op +touw gezet, en droeg dus ook alleen de volle verantwoordelijkheid voor +het leven zijner reisgenooten die, vertrouwende op zijn aanwijzingen, +zonder aarzelen aan den tocht hadden deelgenomen. Professor Stiller +was bij al zijn zenuwachtigheid en zijne neiging om alles van de +beste zijde te bekijken, en de moeilijkste problemen met een zekere +lichtvaardigheid te behandelen en in weerwil van zijn opvliegend +karakter, toch een veel te rechtschapen en eerlijk man, om zijn +eigen doen en laten niet telkens weer aan een streng zelfonderzoek +te onderwerpen. + +Meer dan eens had hij in stilte gewenscht, dat hij de reis maar alleen +had ondernomen of slechts vergezeld van een trouw dienaar in plaats +van zijn collega's mede te nemen. Tot op dit oogenblik hadden zijn +reisgenooten hem nog geen enkel verwijt toegevoegd. Het korte gesprek, +dat zij zoo even hadden gevoerd en de lichamelijke en geestelijke +toestand waarin zijn reisgenooten zich bevonden, bewezen genoeg, dat +de goede en vreedzame verstandhouding, die tot nu toe in de gondel +had geheerscht, den eersten zwaren schok had gekregen. Reeds in de +eerste dagen der reis was hij door een zekeren twijfel en sombere +gedachten gekweld geworden, die hij in den beginne nog van zich had +kunnen afschudden, maar die zich telkens sterker aan hem opdrongen +en zich nu niet zoo spoedig lieten verdrijven. + +Wat professor Stiller het meeste verontrustte, was de betrekkelijk +geringe snelheid van den Argonaut. Hij had er vast op gerekend, dat de +ballon zoodra hij in het veld der aantrekkingskracht van Mars gekomen +was, zich met bliksemsnelheid naar die planeet zou voortbewegen en nu +moest hij bekennen, dat hij zich daarin schromelijk had vergist. Deze +groote vergissing sleepte twee andere na zich; de voorraad versche +lucht en electrische energie waren op eene kortere reis, dat wil +zeggen op eene grootere snelheid berekend, en moesten binnen enkele +weken zijn verbruikt. Om de maat van zorgen vol te meten, verminderde +ook de voorraad voedingsmiddelen snel. Men had weliswaar een voorraad +eten en drinken voor drie maanden mede genomen, doch professor Stiller +had daarbij geen rekening gehouden met den gezonden eetlust van zijne +reisgenooten. In het begin had hij zich over dien eetlust verheugd, +in de verwachting dat de Argonaut het doel bereiken zou in de helft +van den tijd waarvoor de levensmiddelen bestemd waren, maar nu hij +zich in die verwachting zag teleurgesteld, kwam bij alle andere ook +nog de zorg voor de voeding. + +Goed- of kwaadschiks moesten van nu af aan de rantsoenen +worden verminderd, wilde men met den voorraad nog langeren tijd +toekomen. Hoofdzakelijk de hoeveelheid dranken was sterk verminderd; +vooral die van het zoozeer geliefde Göppinger water was zeer +geslonken. Zoo sleepte de eerste groote vergissing eene reeks van +onaangename gevolgen na zich, waarvan de uitwerking niet was te +overzien. Stiller werd, hoe meer hij daarover nadacht, hoe langer +hoe somberder. Allereerst stelde hij zich de vraag, hoe hij het best +zijn collega's zou mededeelen, dat de vermindering der dagelijksche +hoeveelheid spijs en drank dringend noodzakelijk was. Het scheen +professor Stiller bijna onmogelijk om dit te doen zonder zijne +reisgenooten te kwetsen en hunne reeds zoo groote opgewondenheid nog +te doen toenemen. Gebeurde er toch maar een wonder en werd de snelheid +van den Argonaut toch maar verdubbeld, dan waren al die moeilijkheden +ineens overwonnen!--dacht professor Stiller. Maar er gebeurde geen +wonder, en hoe nauwkeurig de professor de snelheidsmeter ook gadesloeg, +de Argonaut bleef zich gelijkmatig voortbewegen. + +"Stikken, bevriezen, verhongeren vóór wij Mars bereiken,--waarachtig +wij hebben de keus tusschen allerlei manieren om aan ons eind +te komen! Wat geeft het eigenlijk, of ik mijne reisgenooten door +vermindering van hun rantsoen, nog 't beetje genoegen bederf dat +eten en drinken hun verschaft, wanneer wij toch zoo goed als zeker +den dood in het vooruitzicht hebben! Het beste is dat ik alles maar +bij het oude laat. En daarmede uit!" + +Na lang en somber-gepeins nam de professor eindelijk dit besluit! + +De week liep ten einde en met haar waren de Marsreizigers het nieuwe +jaar ingetreden. + +Geen hunner had zich bekommerd om de jaarswisseling, die vroeger op +aarde door hen in gezelligheid en vroolijkheid was gevierd. + +Eene doffe onverschilligheid was over het geheele gezelschap gekomen, +die hun ook meer en meer den vroegeren lust tot eten en drinken +ontnam. "Wanneer ik goed en wel uit deze gondel op Mars kom, en ik +merk dat de levensomstandigheden maar eenigszins gunstig zijn, dan +zien zij mij op de aarde en in Zwaben niet meer terug. Geen hemelsch +geweld zal mij dan weder tot zulk eene reis verleiden,"--aldus sprak +op zekeren dag professor Fridolin Frommherz, terwijl alle andere +heeren toestemmend knikten. + +Professor Stiller zeide niets op deze woorden, die zoo duidelijk +de gevoelens van zijne reisgenooten vertolkten. Met het oog op den +buitengewoon kritieken, steeds pijnlijker wordenden toestand van den +Argonaut, schenen hem al die opmerkingen van zijne collega's vrijwel +overbodig, hij bewaarde een somber stilzwijgen en begon na te denken +over middelen en wegen om de reis te bekorten. + +"Wie aan zich zelf begint te wanhopen, gaat zeer zeker verloren. Waar +nog slechts een schijn van hoop bestaat, zij die ook nog zoo klein +en zoo zwak, daar ziet de moedige mensch nog altijd mogelijkheid om +een uitweg te vinden, een middel tot redding, terwijl de moedelooze +zich aan wanhoop overgeeft. Was ik dan laf en zwak, of ben ik het +werkelijk?" vroeg professor Stiller zichzelf af. "Waarvoor vrees +ik eigenlijk? Voor den dood, voor het verlies van een leven, dat +in dienst der wetenschap voor de gemeenschap eenige waarde heeft, +maar dat ik persoonlijk nooit zoo heel hoog heb geschat?" + +Het grootsche idee van deze reis, de kunstige bouw van den Argonaut, +die tot op dit oogenblik bewezen had zoo uitstekend te zijn, was +op stuk van zaken toch zijn werk, waarvoor hij in alle opzichten +zooveel had opgeofferd. Reeds vóór de reis tot uitvoering kwam, +had hij rekening gehouden met de mogelijkheid dat de expeditie zou +mislukken, maar in weerwil daarvan had hij vol moed en hoop zijn +vaderland verlaten, in de vaste overtuiging dat hij alle bezwaren +zou overwinnen. En, nu de zaak wat kritiek begon te worden, zou +hij als een zwakkeling den moed laten zakken? Wat moest hij wel van +zichzelf denken? Hij bloosde van schaamte bij die gedachte! Weg met +alles wat naar zwakheid en naar lafheid leek! Wanneer hem wezenlijk +het lot beschoren was, reeds nu in den bloei en de kracht zijner +jaren te sterven, welnu, in Gods naam dan, maar dan was toch ook de +wijze waarop hij zou heengaan zijner waardig, zij was even grootsch +als eigenaardig. De namen van hem en zijne tochtgenooten, zouden, +ook al waren zij reeds lang van den aardbodem verdwenen, op aarde +nog altijd met eerbied worden genoemd. Met gulden letters zouden +zij worden opgeteekend in de annalen der wereldgeschiedenis en der +wetenschap, als die van stoutmoedige, zij het dan ook als ongelukkige +luchtreizigers. Die gedachte was ook een troost, een groote zelfs, +een trotsche een verhevene. Toen legde professor Stiller bij zichzelf +de heilige belofte af, dat hij vastberaden en met open oog de toekomst +zou te gemoet gaan, ze mocht dan brengen wat ze wilde. + +Hij werd wonderlijk kalm, en was daardoor in staat helder te denken +en te overleggen. Allereerst begon hij zoo nauwkeurig mogelijk vast +te stellen, hoeveel electrische energie hun nog overbleef. Hij rekende +dagen en dagen lang. De afstand tusschen den Argonaut en Mars bedroeg +juist achttien millioen kilometers. De werking der aantrekkingskracht +der planeet op den Argonaut kon van dezen uit worden vermeerderd, +wanneer men er toe kon besluiten, een deel der electrische energie +op te offeren en het wereldruim in te zenden, Mars tegemoet. + +Professor Stiller moest zichzelf bekennen, dat dit een waagstuk +was, want de voorraad energie, die noodig was voor verlichting en +verwarming van de gondel, werd er verbazend door verminderd. Hij +bedacht zich echter niet, nadat hij tot de overtuiging was gekomen, +dat het opofferen van een groot deel der electrische energie de eenige +mogelijkheid was om hun leven te redden en de expeditie tot een goed +einde te brengen. Het was een va-banque-spel, maar moest in de gegeven +omstandigheid gespeeld worden. Er was geen andere keus! + +Professor Stiller ging direct aan het werk. Eerst sloegen de heeren de +nieuw ontwaakte bedrijvigheid van hun reisgenoot bijna onverschillig +gade. Langzamerhand echter begonnen zij nieuwsgierig te worden, +en de verflauwde belangstelling in de wetenschap weder te ontwaken. + +"Wat voert ge daar toch uit, Stiller?" klonk het van uit de +verschillende hoeken van de gondel waar de heeren lagen. + +"Ik werk aan onze redding," antwoordde de aangesprokene kortaf. + +"Dat is een prijzenswaardige arbeid," merkte Frommherz met zwakke +stem op. + +"Verklaar ons uw plannen eens," sprak professor Dubelmeier. + +"Mijn beste vrienden, laat mij nu rustig mijn gang gaan. Bij mijne +verklaringen komen zooveel cijfers te pas, dat u het hoofd zou +omloopen, en dat moet juist wat ontzien worden." + +"Stiller heeft gelijk," besloot professor Piller, "geef mij liever +uit de kast, waar gij vlak vóór zit, een flesch van onzen heerlijken +vaderlandschen wijn. Ik wil daarin vergetelheid zoeken." + +"Ge drinkt bepaald te veel, Piller," waarschuwde Dubelmeier maar +voldeed toch aan het verzoek van zijn vriend, en overhandigde hem een +flesch met het fonkelende roode vocht. "Alcohol is verderfelijk voor +de hersens, dat moet gij als medicijnman toch wel het allerbest weten." + +"Voor mijn part!" merkte professor Piller geeuwend op, waarna hij +een flinke teug nam. "Zoo, dat heeft gesmaakt! Er gaat toch niets +boven een goed glas wijn. En nu, Dubelmeier, raad ik u dringend, +ook eens nader kennis te maken met dezen vijand der menschelijke +hersens. Alleen met Göppinger water houden onze hersens het op deze +vervloekte reis niet uit!" + +Na deze woorden deed professor Piller zijne oogen weder dicht, en +sliep rustig in. Ook de andere heeren keerden weldra weder in hunnen +lethargischen toestand terug. + +Professor Stiller had intusschen de uitwerking van zijn proefneming +gade geslagen. De snelheidsmeter wees inderdaad eene belangrijk +meerdere snelheid aan. Reeds vleide de professor zich met de hoop, +dat alles naar wensch ging,--toen er al weer iets anders gebeurde. + +"Wat duivel! Wat is er nu weder aan de hand?" vroeg Piller, plotseling +opschrikkende uit zijne verdooving, toen men een vreemd geluid, +gelijk aan dat van den rollenden donder, in de gondel vernam. + +"Dat heeft wel iets van het bruisen van een bergstroom, die tallooze +steenen rotsblokken met zich voert," bracht Dubelmeier in het +midden. Nauwelijks had hij deze woorden gesproken, of een zwaar +voorwerp kwam tegen de gondel aan. Verschrikt sprong professor +Stiller op. + +"Gauw, vrienden, helpt mij de vensters beveiligen, als ik mij niet +vergis is er een sterrenregen in aantocht." + +De heeren snelden naar de vier vensters van de gondel, en lieten zoo +snel zij konden de schermen zakken. Eene kletterende regen ontlastte +zich boven den Argonaut, doch hoofdzakelijk boven de gondel. + +Reeds meende professor Stiller, dat het gevaar geweken was, toen +andermaal een slag, veel heviger dan te voren de gondel trof. Daarna +vernam men een kletterend geluid, gevolgd door een jammerkreet. De +plaats waar zich de snelheidsmeter in de gondel bevond, was door een +kleinen meteoor getroffen. + +Door den vreeselijken schok was dit instrument beschadigd, en het glas +gebroken. Een der stukken glas had professor Frommherz, die kermend +en bebloed op den bodem van de gondel lag, getroffen. Door den slag +was de gondel met zóóveel kracht op zijde geworpen, dat daarbinnen +de grootste verwarring heerschte. Eerst na verloop van eenigen tijd +hield de schommelende beweging op, en maakte plaats voor de oude +gelijkmatige. Men vernam geene slagen meer, en professor Stiller kon +aannemen, dat de Argonaut ook aan dit gevaar gelukkig was ontkomen. + +Nu kon Piller den gewonde onderzoeken. Het stond al vast, dat de +verwonding niet zoo ernstig was, als het zich liet aanzien. + +"Gij jammert veel te hard naar verhouding van uw wond," spotte Piller, +nadat hij de wond had onderzocht. + +"O, hemel, dat ontbrak er nog maar aan," steunde de verwonde, toen +Piller met zijne naalden door de randen van de wond ging. + +"Bah," hernam Piller droogjes, "wat een groot woord, onmensch! Dank +uw Schepper liever, dat gij er zoo goed zijt afgekomen. Het zal u +wat kranig staan, zulk een roode streep op uw voorhoofd!" + +"Wat zal men van mij denken?" + +"Wat men wil! Ziezoo, zet nu niet zoo 'n ongelukkig gezicht meer. De +wond is genaaid, het verband gelegd, met een beetje watten gedrenkt +in Göppinger water, nemen wij de laatste bloedsporen van uw gezicht +weg. Dan ziet gij er helderder uit dan een van ons. Over een paar +dagen neem ik de draden weg, en daarmede is de zaak gezond." + +"Was het maar eerst zoover!" + +"Wanneer dat doelt op het eind van de reis, dan ben ik het volkomen +met u eens. Eenmaal moet toch aan dien vervloekten tocht een einde +komen!" bromde de dokter mismoedig. + +Het ergste was, dat nu de snelheidsmeter niet meer werkte en totaal +onbruikbaar geworden was. Aan repareeren viel gedurende de reis +niet te denken. Dat was een leelijke streep door de berekeningen +van professor Stiller, die hem bovendien iedere contrôle onmogelijk +maakte. Nu moest alles aan het blinde toeval worden overgelaten. In +plaats van berekenen, kon men nu slechts vermoeden. Hij gaf zich dan +nu ook weer aan allerlei zwaarmoedige en sombere gedachten over. + +Inmiddels verliep de tijd en de ballon vervolgde zijn weg. De +levensmiddelen waren intusschen zóó geslonken, dat hongersnood voor de +deur stond, terwijl ook de voorraad electrische energie onrustbarend +afnam. + +Wilde professor Stiller voor zich en zijne reisgenooten dus nog eenige +dagen licht en warmte behouden, dan moest hij onmiddellijk eindigen +met electrische energie naar het aetherruim af te voeren. Met een +bezwaard hart, brak hij dus de verbinding naar buiten af. + +Wat zouden de eerstvolgende dagen brengen? Zij hielden in hun schoot, +het lot, het geluk, of den ondergang der expeditie verborgen. + +Het electrisch licht in de gondel begon zwakker te worden, en eene +doordringende koude, die zelfs de pelsen der heeren niet vermocht af +te weren, deed zich gevoelen. + +De een voor, de ander na, werd hoe langer hoe onverschilliger. Zij +schenen langzamerhand over te gaan in een toestand van +bewusteloosheid. Het einde der martelaren scheen eindelijk gekomen +te zijn. Geen geluid werd meer in de gondel vernomen. + +Plotseling gevoelde men een geweldigen schok. Ballon en gondel +vlogen op zij, en schenen te willen kantelen. De arme menschen in de +gondel vielen tegen en over elkander, en werden als het ware uit hun +doodsslaap wakker geschud. Doodelijk ontsteld, door dien plotselingen +schok, slaagden de heeren er eindelijk in, weder overeind te komen, +en toen zij daarna de oogen weder openden, scheen een vriendelijk +zonlicht door de verbrijzelde vensters van de gondel. + +Het duurde eenigen tijd, vóór de oogen der reizigers, die zoo lang +het licht hadden moeten ontberen, weder aan de heldere stralen gewend +waren. Maar toen scheen ook plotseling alle loomheid geweken. + +Professor Stiller was het eerst op de been. Zonder te denken aan +mogelijk gevaar, stak hij moedig het hoofd uit een der vensters, +om te zien met welk ander vreemd lichaam de Argonaut in aanraking +was gekomen, want dat dit moest zijn geschied, was den geleerde +onmiddellijk duidelijk. + +"Hoera, hoera!" riep hij opgewonden uit. "Hoera! wij zijn gered! Wij +hebben de kleine maan van Mars, Phoebus, gelukkig maar even +geraakt. Maar het buitenste omhulsel van onzen ballon is erbarmelijk +gescheurd; en wij hebben, zooals ik zie, nog meerdere schade beloopen, +maar dat doet er niet toe! Daar beneden, daar beneden ligt Mars! Wij +zijn gered, ge...." professor Stiller viel bewusteloos neder. + +Na veel moeite slaagde professor Piller er in, hem weder tot bewustzijn +te brengen. + +"Waar zijn wij," vroeg professor Stiller met zwakke stem. + +"Dat weten wij zelf niet recht, in elk geval nog in de lucht, en niet +op vasten bodem," antwoordde professor Piller. + +"Dan moeten wij den Argonaut langzaam en voorzichtig laten dalen," +zeide Stiller. + +"Gevoelt ge u weder sterk genoeg, om de geheele leiding op u te nemen?" + +"Het moet eenvoudig!" + +Met deze woorden stond professor Stiller op, om zich met een blik +door het venster, van de plaatselijke omstandigheden van den ballon +te overtuigen. + +Juist, daar beneden, op geringen afstand van den Argonaut, stroomde +eene breede krachtige rivier, aan wier oevers een donkergroene +tropische plantengroei welig tierde. + +Daarnaast zag men schitterend in het helle zonlicht, bebouwde velden +en bloeiende tuinen. Eigenaardige gebouwen, die van verre schitterend +wit schenen, bewezen de nabijheid van levende schepselen. De luide +kreten van bewondering, waarmede de koene luchtreizigers aan hunne +verrassing hadden lucht gegeven, bij het voorbijtrekken van de maan, +hadden hier voor eene stomme bewondering plaats gemaakt, terwijl zij, +dankbaar gestemd tegenover het lot, dat hen op het laatste oogenblik +voor het uiterste had bewaard, van uit de gondel eenen blik wierpen +op het schoone landschap, dat zij thans snel naderden. + + + + + + + +HOOFDSTUK IV. + +OP MARS. + + +Van Mars uit--want het was werkelijk die planeet--was de ballon reeds +lang opgemerkt. Toen hij nu bijna den grond had bereikt, stroomde +een groot aantal menschen, die in den omtrek woonden, naar de plaats +waar het luchtschip nederdaalde. De Argonaut werd naar eene groote +groene weide gestuurd, waar troepen van de edelste diersoorten +graasden. Professor Stiller wierp het touw met het anker met een +geweldigen zwaai uit de gondel, en gaf door teekenen en gebaren aan +de menschen daar beneden te kennen, wat zij ongeveer moesten doen om +den ballon vast te maken. De Marsbewoners begrepen dadelijk wat de +vreemde man in zijn gebarentaal van hen verlangde. Zonder eenige haast, +doch met bekwamen spoed en opvallend handig, werd aan den wensch van +den professor gehoor gegeven. Weldra lag de ballon vast en stevig +voor anker. De touwladder werd nu nedergelaten, en met de daarvoor +bestemde haken vast gemaakt. De zeven mannen uit het Zwabenland +daalden hierlangs naar beneden, om als eerste bewoners der aarde, +Mars te betreden. + +Eene zachte weldadige en met welriekende geuren bezwangerde +lucht, omringde de stoutmoedige luchtreizigers, toen zij de gondel +verlieten. Een gevoel van vreugde, van veiligheid en rust vervulde +de harten van die halfdoode menschen, toen zij na zoovele weken voor +de eerste maal weder vasten grond onder hunne voeten voelden. Ja, +zij moesten zich eerst eens overtuigen of het wel grond was, +waarop zij stonden. Zij trachtten zich met hunne handen van den +aard van dien bodem te overtuigen. Neen, het was geen droom, het +was werkelijkheid. Zij stonden inderdaad op vasten grond. Innige +dankbaarheid rees uit hun hart ten hemel op, nu zij hun doel +mochten bereiken. Tranen van geluk, van de reinste vreugde, rolden +de zwaarbeproefde mannen over hunne gebaarde wangen, waaraan sedert +lang niet meer de minste zorg was besteed. + +"Drommels, wat zien wij er uit!" riep professor Piller ontsteld +uit, toen hij in het volle zonlicht zijne reisgenooten eerst wat +nauwkeuriger bekeek. Toen begonnen de heeren over hun eigen uiterlijk +eens hartelijk te lachen. + +Professor Stiller nam inmiddels de om hem en zijne reisgenooten +heenstaande menschen eens wat nader op. Het waren inderdaad menschen +van vleesch en bloed, die de aardbewoners met vriendelijken glimlach +begroetten. + +"Zij zijn zeker helderder, grooter en mooier dan wij. Of zouden wij +misschien bij de Goden van den Olympus zijn terechtgekomen, in plaats +van op Mars?" merkte professor Hämmerle op, nadat hij zijn bril had +schoongemaakt en op zijn neus gezet. + +"Hoe komt ge daarbij?" vroeg professor Dubelmeier. + +"Die menschen hier lijken mij een gezelschap Goden. Kijk maar eens naar +die bijna klassiek schoone gezichten, dien krachtigen lichaamsbouw +en die prachtige vormen, die de antieke kleederdracht zoo voordeelig +doet uitkomen!" + +"Er valt zeer zeker veel voor die vergelijking te zeggen, antwoordde +professor Stiller, "maar we waren vrij wat dichter bij den Olympus +dan bij Mars. Dit eene feit vernietigt reeds uwe illusiën, mijn +waarde Hämmerle." + +Daarop haalde hij zijn chronometer te voorschijn; die stond op +acht uur. + +"Het is nog vroeg in den morgen, wij zullen zien wat deze eerste dag op +Mars voor merkwaardigs zal opleveren. Laten wij eens probeeren, of we +ook een gesprek kunnen aanknoopen met onze vrienden, want dat zij ons +goed gezind zijn, bewijst mij hunne voorkomende welwillende houding." + +Bij deze woorden stapte professor Stiller op een vooraanstaanden +Marsbewoner toe, die hem met eene zekere voorname kalmte liet naderen, +zonder van eenige vrees of verwondering blijk te geven. + +"Wij zijn hier toch op Mars, nietwaar?"--Hij deed deze eenigszins +banale vraag in het Duitsch. De omstanders schudden het hoofd, en +antwoordden in een zeer welluidende taal, iets wat op zijn beurt, +professor Stiller weder niet verstond, maar waaruit hij meende te +moeten opmaken, dat zij het betreurden de vreemdelingen niet te +begrijpen. + +"Duitsch kennen zij natuurlijk niet. Dat hadt gij toch wel dadelijk +kunnen begrijpen, Stiller," merkte professor Hämmerle op. + +"Welnu, examineer gij ze eens, Hämmerle, misschien gelukt het u met +uwe uitgebreide talenkennis een tongval te vinden, waarin wij ons +voor hen verstaanbaar kunnen maken." + +Met krachtige stem begon Hämmerle in het oud-Grieksch: + +"Vrienden, wij begroeten u recht hartelijk, wij die van de aarde zijn +opgestegen, om u te bezoeken." + +Maar hij kreeg geen antwoord; zij glimlachten slechts, waardoor zij te +kennen gaven dat zij hem niet begrepen. Hämmerle herhaalde nu zijne +begroetingen in het Latijn, maar wederom volgde dezelfde stilte, +dezelfde glimlach. + +"Misschien komen wij met onze moderne talen verder, want van de +klassieke schijnen zij volstrekt niet op de hoogte te zijn," zeide +Hämmerle, die zich wat boos maakte over het totaal mislukken van +zijne eerste pogingen. Maar ook met Engelsch, Fransch, Spaansch, +Italiaansch, Russisch, ja ten slotte met Arabisch en Hebreeuwsch, +bereikte men niet het gewenschte doel. + +"Dat is een goed begin," bromde professor Brummhuber. + +"Het schijnt dat wij de Marstaal zullen moeten leeren," merkte +Thudium op. + +"Dat schijnt wel zoo," bevestigde Frommherz. + +"Maar kijk eens, wat komt daar voor een oude heer aan," riep +Dubelmeier uit. + +Een eenigszins bejaarde man, met eene statige gestalte, grijs haar en +een grijzen baard, blootshoofds, baande zich een weg door de menigte, +en stapte op de zeven Zwaben toe. De kleeding was gelijk aan die der +anderen. Zijne hooge edele gestalte was gehuld in een overblousend +sneeuwwit hemd, uit de fijnste wollen stof vervaardigd, en met purperen +belegsels afgezet. Om de heupen werd het door een breeden gordel, +eveneens in purperkleur, bijeengehouden. Aan zijne bloote voeten droeg +hij sandalen van fijn geel leder. Eerbiedig gingen de anderen voor +hem uit den weg, en de heeren uit Zwaben maakten de gevolgtrekking, +dat deze man maatschappelijk eene hooge plaats innam. + +Eerbiedig ontblootten zij het hoofd, en wachtten vol spanning wat er +verder zou gebeuren. + +De oude keek eerst naar den Argonaut, en vestigde toen zijne heldere +donkerblauwe oogen, waaruit zoowel verstand als goedheid sprak, op +de zeven vreemdelingen, die hij in zijne harmonische taal aansprak, +waarbij hij af en toe op het kolossale luchtschip wees, terwijl hij +hun eindelijk met vriendelijke gebaren verzocht met hem mede te gaan. + +De heeren volgden nu den ouden man. Bij hen sloten zich kalm en +waardig aan, al de Marsbewoners, die bij de nederdaling van den +Argonaut hadden geholpen. + +Het was den professor, alsof een sprookje uit de "duizend en een nacht" +werkelijkheid geworden was. Zij hadden geen oogen genoeg voor al het +mooie en eigenaardige dat zij op hunnen weg ontmoetten. + +Van de weide af kwamen zij op een schaduwrijk pad, dat met fijn wit +zand was bestrooid, en aan weerszijden was beplant met prachtige, +rijk met vruchten beladen boomen. Dit pad voerde naar een aantal +vrijstaande gebouwen, die door heerlijke tuinen waren omringd. Te +oordeelen naar de grootte, schenen dit openbare gebouwen te zijn, +wier schitterend wit tegen het groen der omgeving scherp afstak. + +Overal ontwaarde men hoog opgaande palmen en daartusschen prachtige +lichtgroene bananen en varenplanten, en een bloemenpracht, zooals +de Tübinger professoren nog nooit te voren hadden aanschouwd. Rozen, +leliën, myrthen, orchideeën en eene menigte andere bloemen wedijverden +met elkander, in glans, schoonheid, kleurenpracht en geur. Vlinders +in alle grootten en kleuren wiegden zich in de heerlijke zachte lucht +en bont gekleurde vogels deden in de boomen hun welluidend lied hooren. + +"Het is een paradijs, waar wij te land zijn gekomen," sprak professor +Stiller tot professor Piller, die naast hem voortliep. "Ik moet mijn +gevoel lucht geven, mijne bewondering onder woorden brengen! Zeg, +Piller, zijt gij ook zoo wonderlijk plechtig gestemd, en gevoelt +gij ook iets van datgene wat onze onsterfelijke Uhland in zijne +zondagsliederen heeft uitgedrukt?" + +"Nu, nu," hernam professor Piller droogjes, "ook mij bevalt die +intocht op Mars bijster goed; overigens is het vandaag juist Zondag, +wist gij dat niet, Stiller?" + +"Neen, mij is in de laatste weken de tijdrekening geheel ontgaan. Maar +hoe weet gij dat?" + +"Wel, toen gij van morgen allen in onmacht laagt, heb ik met mijn +horloge in de hand, uw hartslag gecontroleeerd. Nu wijst dit toevallig +behalve de uren, minuten en seconden, ook nog de maanden en dagen +aan. Wij hebben vandaag Zondag 7 Maart." + +"Zondag 7 Maart! Alweder het heilige getal. Moge dit ook verder ons +nabij zijn en beschermen," riep professor Stiller uit. + +"Vóór alles, zou ik wel graag iets goeds te eten en te drinken +willen hebben; dit wekt de levensgeesten wat op, en doet meer goed en +helpt beter dan uw heilig getal zeven. Wij hebben ons in de gondel +ontzettend moeten behelpen, het wordt hoog tijd, dat wij weder eens +een behoorlijk huiselijk leven krijgen." + +"O, professortje, professortje!" hernam Stiller lachend, "hongeren en +dorsten zult gij hier zeker niet. Kijk maar eens naar al die vruchten!" + +Professor Piller keek in de aangewezen richting. "Drommels,"--kwam +het over zijne lippen,--"zouden die kolossale bessen misschien tot +het geslacht der druiven behooren?" + +"Geraden! Wat gij daar ziet zijn wijndruiven, die alleen in zeer +zuidelijke klimaten in deze grootte worden aangetroffen." + +"Vaarwel dan, heerlijke roode wijn, vaderlandsche drank!"--riep +professor Piller zóó luide uit dat al zijne collega's het +hoorden. "Vaarwel! want het vocht dat men uit deze kolossale bessen +perst, moet iemand als een vurige stroom door de aderen vloeien, +en halfdooden als wij zijn, weder tot nieuw leven wekken. Ik verheug +mij op een teug van dien drank!" + +"Wij schijnen hier nectar en ambrozijn te vinden," lispelde Frommherz. + +"Dat Grieksche Godentuig schenk ik je gaarne, wanneer hier onze magen +maar iets goeds menschelijks te verorberen krijgen," antwoordde Piller. + +Onder dergelijke gesprekken, bereikten de heeren met hun begeleider +de eerste huizen. Tot hunne verwondering bemerkten zij, dat die +gebouwen, die zij uit de verte voor openbare inrichtingen hadden +gehouden, niets anders waren, dan groote particuliere woningen of +villa's. Zij waren gemaakt uit witte kunstig gehouwen steenen, en +hadden aan de voorzijde hooge galerijen, die, door zuilen gedragen, +een alleraangenaamsten indruk maakten, en getuigden van de groote +voorliefde, die de bewoners koesterden voor frissche lucht en ruimte. + +Voor het warme klimaat waren zulke open galerijen het eenige +doelmatige. Breede marmeren trappen leidden daarheen, en daarop +speelden aardige, frissche kinderen, die slechts een licht hemdje +droegen, dat om het middel door een gordel werd bijeengehouden. + +In de galerijen stonden hier en daar fraaie marmeren beelden. Alles +ademde hier rust, schoonheid en vreugde, en liet niet na een diepen +indruk op onze reizigers te maken. + +De grijsaard bracht zijne gasten naar een gebouw van twee verdiepingen, +dat veel van een paleis had, omgeven door de fraaiste bloemen en +gewassen, prachtig ingericht, als een vorstelijk verblijf. Het was +het huis van den grijsaard zelf, wat deze den vreemdelingen ten +gebruike afstond. + +Langs breede marmeren trappen kwamen de professoren op eene groote +plaats, in het midden waarvan een prachtige fontein vroolijk +sprong. Rondom dit plein lagen groote kamers, zalen gelijk, waarvan +de deuren alle op het plein uitkwamen. Aan den rechterkant bevond zich +de hoofdtrap; deze bestond uit twintig breede treden, ieder bestaande +uit een steen van vier meter lengte, en voerde naar een portaal met +een groot venster. + +Van hier kwam men langs twintig treden in een hooger gelegen gang, +die door groote vensters werd verlicht, en een prachtig ingelegde +zoldering had. Langs deze gang kwam men in eene rij salons, waarop +de slaap- en badkamers volgden. Het geheele gebouw was uitstekend +verlicht en van alle gemakken voorzien. + +De grijsaard klapte in de handen, waarop eenige jonge mannen +toesnelden, die waarschijnlijk de dienende geesten waren van dit +huis. De grijsaard sprak lang en met nadruk tot hen, en wees eindelijk +op zijne gasten en trachtte dezen door gebaren te beduiden, dat zij +hun gemak moesten nemen. Daarop verliet hij hen met eene vriendelijke +buiging. Ook de bedienden verdwenen, maar kwamen weldra weder terug +en brachten andere kleeding en sandalen, zooals ook zij droegen. + +Zonder een woord te spreken, maar uiterst gedienstig, wezen zij de +vreemdelingen den weg naar de badkamers. + +"Ik ben werkelijk nieuwsgierig, waar dat alles op zal uitloopen," +zeide Piller tot professor Stiller, "als ik niet klaar wakker was, en +zoo nuchter als een pasgeboren kind, en volkomen bij mijn verstand, +dan zou ik inderdaad gelooven, dat alles wat ik hier tot nu toe heb +beleefd, niets anders was dan een spel mijner verbeelding." + +"Laten wij maar afwachten, Piller! Om te beginnen hebben wij het +hier niet slecht, integendeel! Ik hoor hier dichtbij al met tafels +schuiven. Onze maaltijd wordt waarschijnlijk gereed gezet. Laten +wij eerst gaan baden, en ons ontdoen van het laatste aardsche stof, +en dan... dan beginnen wij ons nieuwe leven op Mars, dat zoo hoogst +interessant belooft te worden. Tot later dus!" + +Bij deze woorden verdween Piller in zijn badkamer. Stiller zoowel +als de anderen volgden weinige oogenblikken later dit voorbeeld, +en al heel spoedig daarna plasten de reisgenooten, in op temperatuur +gebracht water, in hunne marmeren badkuipen. + +Wonderlijk verfrischt en gesterkt door het bad, en gehuld in hunne +frissche gemakkelijke kleeren, kwamen de geleerden een half uur later +in de hooge luchtige eetzaal van het huis bijeen. De zoldering van +deze zaal was medaillonsgewijs prachtig beschilderd, de vensters +bestonden uit fraaie mozaïk ruiten, en de vloer uit marmeren platen +in verschillende kleuren. + +In het midden van de zaal stond de tafel met schitterend tafelzilver +gedekt; ook borden en bokalen waren uit hetzelfde edele metaal +vervaardigd. Op schalen van echt kristal lagen de heerlijkste +vruchten. In de fraai geslepen karaffen fonkelde verleidelijk eene +heldere goudgele vloeistof. Zware armstoelen uit eene eigenaardige +zwarte houtsoort vervaardigd, met vergulde leuningen, stonden rondom +de tafel. + +"Dat is inderdaad vorstelijke pracht!" riep Frommherz verrukt uit, +terwijl hij in de zaal rondkeek en de tafel monsterde. "Hier kunnen +wij ons gerust vestigen, hier is het wel uit te houden! Ver van de +aarde, en het paradijs nabij!" + +"Nu, gij schijnt een en al bewondering te zijn," riep Hämmerle +lachend uit. + +"Laat Frommherz maar phantaseeren! Wat mij betreft ik ben benieuwd wat +wij te eten zullen krijgen," zeide de nuchtere Piller, terwijl hij +aan tafel ging zitten. "Op zestig millioen kilometers van de aarde, +zal de spijskaart er toch wel een beetje anders uitzien, dan bij ons +aan de oevers van den Neckar." + +"Stiller, gij gaat aan het hoofd van de tafel zitten als president," +riep Brummhuber uit, toen professor Stiller op zijne gewone bescheiden +manier, tusschen zijne collega's wilde plaats nemen. + +"Natuurlijk!" bevestigde professor Piller. "Eere wien eere +toekomt! Onze vriend Stiller heeft tot nog toe de zaak netjes +opgeknapt, hij moet daarom ook voortaan onze leidsman zijn!" + +Met deze woorden schonk hij uit de voor hem staande karaf iets in +zijn bokaal, en hield dat onderzoekend onder den neus. + +"Hm..... hm.... dat ruikt niet kwaad.... een fijn bouquet." Voorzichtig +nam hij een teug. "Het is wijn, waarachtig! Het is wijn, eene soort +sec, zooiets als sherry, maar veel zachter," deelde Piller mee, toen +hij gedronken had. "Hij is van goede afkomst, doch onze Neckarwijn +is beslist zoeter dan deze Marsdrank, maar dat doet er niet toe, +hij mag blijven zooals hij is, liever dezen wijn dan geen wijn." + +"Zeg Piller, gij alcoholist, wees blijde dat gij nog wat te drinken +krijgt!" + +"Wij zijn waarachtig toch niet naar Mars gegaan om wijn te drinken," +riep professor Dubelmeier uit. "Uw eeuwige dorst en uw voortdurend +verlangen naar onzen Neckarwijn, hadden voor u eigenlijk een reden +moeten zijn om stilletjes op de aarde te blijven!" + +"Och wat, gij hartstochtelijke spuitwaterdrinker!" riep Piller nijdig +uit. "Wat weet gij van...." + +Maar professor Stiller liet den vertoornde niet uitspreken. + +Hij stond op. "Mijn waarde vrienden, ik verzoek om rust en vrede, en +wensch u allen een recht goeden eetlust bij het aanstaande maal! Laten +wij den eersten dronk wijden aan onze behouden aankomst op Mars; de +tweede zal ons klein en groot vaderland gelden; die zij gewijd aan +Zwaben en aan Duitschland; ik verzoek u uwe bokalen te vullen en mij +bescheid te doen!" + +"Nu, daar heb ik vrede mee," zeide Piller, "Stiller is toch waarachtig +een verstandige kerel!" + +"En nu, mijne vrienden, laat ons plaats nemen!" + +Naar het voorbeeld van den grijsaard, klapte professor Stiller in de +handen, waarop zeven bedienden binnenkwamen, voor ieder der heeren +één. Zij droegen schotels waarop prachtige visschen lagen. + +De toorn van Piller verdween, bij het zien van die warme uitlokkende +spijzen. Hij en de andere heeren tastten duchtig toe, allen waren het +er volkomen over eens, dat de visch uitstekend gesmaakt had. Op de +visch volgden eenige eigenaardige maar uiterst smakelijk toebereide +meelspijzen, daarna groenten, vruchten en gebak. + +Toen het ontbijt was geeindigd, vulde Piller zijn bokaal met den +fonkelenden wijn, schoof zijn stoel een eindje terug, en stond op. + +"Stilte, mijne heeren!"--Het op luiden toon gevoerde opgewonden gesprek +der heeren verstomde, en maakte voor eene aandachtige stilte plaats. + +"Mijn waarde vrienden en tochtgenooten, ik vervul hiermede een soort +van plicht," begon Piller, maar werd plotseling afgeleid doordat +hij van buiten wonderschoone zachte tonen hoorde, die langzamerhand +in machtige accoorden overgingen. Dat was eene muziek, een spel +zóó plechtig en zóó mooi, dat de heeren stil en bijna onbewegelijk +op hunne plaatsen bleven zitten, om toch maar door geen geruisch, +hoe gering ook, iets van die aangrijpende tonen te verliezen, die +met hun klank hen boven het tegenwoordige schenen te verheffen, tot +in de blauwe zalige gewesten van oneindige vreugde. Zacht en stil, +een fluisteren gelijk, stierven de tonen langzamerhand weg. + +"Zoo worden wij op Mars ontvangen," riep professor Stiller opgewonden +uit, toen de muziek eindelijk zweeg. "Is een schooner en tegelijk +verhevener welkom voor ons, hierboven denkbaar, dan dit verrukkelijk +snarenspel?" + +"Neen, zeker niet!" antwoordden zijne reisgenooten vol +enthousiasme. Toen liepen zij naar de vensters van de zaal, om te zien, +wie hun dit heerlijk genot had bereid. Het waren twaalf harpspelers, +die zich langzaam en waardig met hunne instrumenten van het terras +verwijderden. + +"Zeg, Piller, dat was zeker een schooner en edeler genot, dan de +speech zou geweest zijn, die gij voornemens waart, af te steken," +plaagde Dubelmeier zijn collega. + +"Hoe wilt gij weten, wat ik te zeggen had; die speech krijgt gij +den een of anderen dag toch te hooren. Maar wees dankbaar, dat de +heerlijke muziek, die ik zooeven heb gehoord, mij zoo vredig heeft +gestemd, dat ik op uwe provocaties niet zal antwoorden zooals zij +dat verdienden,--hoort gij het, onverbeterlijke waterdrinker!" + +De heeren lachten over het dispuut der beide reisgenooten, die in +weerwil van alle plagerijen, elkander toch zoo hartelijk genegen waren. + +Vergezeld van verscheidene eerbiedwaardige mannen, verscheen de +grijsaard weder in de deur van de zaal. Er kwam een glimlach op +het ernstige, sprekende gelaat van den ouden man, toen hij de zeven +vreemdelingen terug zag, die nu, gekleed evenals hij, in eerbiedige +houding voor hem stonden. + +De grijsaard knikte ter begroeting even met het hoofd, en noodigde de +heeren met eene handbeweging uit, hem te volgen. Zij gingen denzelfden +weg terug dien zij dien morgen gekomen waren. + +"Pas op," merkte Frommherz bezorgd op, "meteen worden wij weder +dadelijk daarheen gestuurd, waar wij vandaan zijn gekomen." + +"Daarvoor behoeft gij niet bang te zijn," antwoordde professor Stiller, +"want in dat geval, zouden wij niet zoo vriendelijk zijn ontvangen!" + +Het gezelschap was nu weder op de weide aangekomen, waar de Argonaut +nog voor anker lag, en zich bijna onmerkbaar heen en weder bewoog. + +De oude beduidde den heeren, dat zij hunne bezittingen uit de gondel +te voorschijn zouden halen. Om hun dit aan het verstand te brengen, +klom hij met eenige zijner metgezellen langs de touwladder naar de +gondel, en bracht daaruit van allerlei mede, dat aan de aardbewoners +toebehoorde. Nu begrepen deze, wat hij wilde. + +"Ziet gij wel dat ik gelijk had," riep Stiller zijn collega +Frommherz toe, "men komt toch niet heelemaal van de aarde naar zulke +vriendelijke en gastvrije menschen, als de Marsbewoners schijnen te +zijn, om dadelijk weder rechtsomkeer te maken. Overigens zouden wij, +in onzen tegenwoordigen toestand, er onmogelijk aan kunnen denken, +om dadelijk de terugreis te aanvaarden. + +"Daarvoor beware ons de hemelsche genade altijd," antwoordde Frommherz, +die druk bezig was, zijne bezittingen bij elkaar te zoeken. + +Al heel spoedig daarna lag de weinige bagage der Marsreizigers op +den grond. De grijsaard bekeek opmerkzaam al de instrumenten, die te +voorschijn kwamen, en legde eene bijzondere belangstelling aan den dag +voor den verrekijker. Stiller trachtte hem het gebruik er van duidelijk +te maken. De oude schudde bij deze stomme verklaringen slechts het +hoofd, en wees eindelijk met de rechterhand naar een gebouw in de +verte, welks koepelvormig dak den professor nu eerst in het oog viel. + +"Daar hebben wij waarachtig hierboven een sterrenwacht, en nog wel +vlak bij," riep Stiller verheugd uit. "Vrienden, daar moeten wij +vanavond nog heen, om van daar uit onze Moeder Aarde in de verte als +schitterende ster van eerste grootte gade te slaan en te bewonderen!" + +Stiller maakte den grijsaard dezen wensch duidelijk. Hij wees eerst +naar den hemel, toen naar den kijker, en eindelijk naar den koepel van +het gebouw. Daarna nam hij een der groote mede gebrachte hemelkaarten, +en vouwde die open. Hij volgde met den wijsvinger van zijn rechter +hand de planeten, wier banen om de zon op een afzonderlijk gedeelte +van de kaart waren geteekend. De grijsaard begreep hem nu dadelijk en +knikte toestemmend met het hoofd. De professor trachtte nu ook hem +aan het verstand te brengen, waar hij en zijne reisgenooten vandaan +waren gekomen. Hij wees daartoe naar eene afbeelding der aarde, +daarna volgde hij de daaromheen loopende baan van Mars, wees daarna +op die planeet zelf en eindelijk op den ballon. + +Een kreet van verbazing ontsnapte aan de lippen van den grijsaard. Hij +had professor Stiller volkomen begrepen, en reikte hem voor de eerste +maal met woorden, die als een hartelijk welkom klonken, de hand, die +deze hartelijk drukte. De grijsaard vertelde aan zijne begeleiders, +wat de vreemdeling hem zooeven in gebarentaal had duidelijk gemaakt, en +op hun open eerlijke gezichten kwam eene uitdrukking van achting voor +de moedige vreemdelingen, die van zóó verre tot hen waren gekomen. De +luchtreizigers werden weder teruggebracht naar de woning, waar zij +het zich huiselijk begonnen te maken, met de verschillende voorwerpen, +die zij uit het vaderland hadden medegebracht. + +Het was inmiddels middag geworden, geen lastige nieuwsgierigen hadden +hen bij hun arbeid gestoord, en nadat zij hiermede gereed waren, hadden +zij zich met een onuitsprekelijk welbehagen op de zachte rustbedden +in hunne kamers uitgestrekt, om te genieten van de zoolang ontbeerde +weelde eener heerlijke legerstede. + +Het was inmiddels etenstijd geworden. Het ging met het middagmaal +als met het ontbijt, alleen was het overvloediger. + +Reeds wilden de heeren, uiterst voldaan over het hun geschonken +culinarisch genot, van tafel opstaan, toen eene nieuwe verrassing +hen daarvan deed afzien. + +Van het voorplein klonk à capella menschelijk gezang. Het was een lied +vol teederheid en diep gevoel. Het was alsof de in tonen omgezette +barmhartigheid en menschenliefde zich in de harten der geleerden deed +gelden, zóó machtig en zóó krachtig dat zij slechts met moeite hunne +ontroering konden bedwingen. Toen het lied geeindigd was, wischten +sommigen zich de tranen uit de oogen. + +"Daar moet ik eens op drinken," zeide Piller, terwijl hij zijn glas +vulde. "Gevoelsaandoeningen roepen bij mij altijd de behoefte aan +eene hartversterking wakker. Kom, Dubelmeier, trek nu niet zoo'n gek +gezicht, maar doe liever met mij mee!" + +"De hemel beware me er voor, dat ik deze heerlijke genotvolle +oogenblikken met alcohol zou ontwijden!" + +"Zooals gij wilt, waarde Dubelmeier!" antwoordde Piller tegen zijn +gewoonte, bijzonder beminnelijk en zacht. + +De heeren verlieten het huis, om genietende van den heerlijken avond, +eene wandeling te maken, ten einde den omtrek, waar zij vermoedelijk +langeren tijd zouden moeten verblijven, wat nader te leeren +kennen. Op die wandeling werd het hun hoe langer hoe duidelijker, +dat het luchtschip was neergekomen bij eene grootere nederzetting, +dan zij aanvankelijk hadden gemeend. Het moest een soort stad zijn, +want in weerwil van het geheel, vol tuinen en parken, bewezen de +vele huizen, die steeds geheel afzonderlijk stonden, dat hier eene +tamelijk dichte bevolking wezen moest. In deze meening werden de +heeren nog versterkt, door het groote aantal menschen, die zij nog +met het een of ander bezig aantroffen. Niemand was hier werkeloos, +maar háást scheen hier niemand te kennen, want alle arbeid geschiedde +met eene zekere plechtige kalmte en rust. + +Wat stak dit alles weldadig af bij het onrustig drijven der menschen op +aarde. Waarheen de geleerden het oog ook wendden, scheen eene zekere +gelijkmatig verdeelde welvaart te heerschen. Zelfs betrekkelijke +armoede scheen hier onbekend te zijn. + +Niet alleen in de huizen, die zóó open waren, dat iedere nieuwsgierige +daarin een blik kon werpen, maar ook daarbuiten op alle straten en +wegen, heerschte eene bijna overdreven zindelijkheid. + +Op hunne wandeling kwamen de heeren ook langs eene breede rivier, +die zij dien morgen in de vroegte, reeds vanuit den ballon hadden +gezien. Het moest een van de beroemde Marskanalen zijn, want zoo +ver ze zien konden, was zij kunstmatig aangelegd, met lijnrechte +oevers. Een groote steenen brug, die op vele pijlers rustte, een +meesterwerk van bouwkunst, verbond den eenen oever met den andere. Op +Mars scheen alles te staan in het teeken der rust, want zelfs het +heldere lichtgroene water in het kanaal stroomde kalm en statig en +droeg eene menigte sierlijk gebouwde schepen. + +Bij de brug lag een schip, waarop eenige mannen bezig waren platen +gekleurd marmer, blokken graniet en suevit te lossen, wat gebeurde +met eene gemakkelijkheid, die de zeven Zwaben in stomme verbazing +bracht. Zouden de Marsbewoners zich onderscheiden door zulk eene +verbazende lichaamskracht, zouden het wellicht een soort Athleten zijn. + +"Wat hebben die menschen een prachtig ontwikkelde borstkas, bekijk +die eens goed," met deze woorden wees Piller naar de arbeiders. + +"Het is mij van morgen al opgevallen, dat deze menschen zoo mooi +gebouwd en zoo breed van schouders zijn. Ook de kinderen onderscheiden +zich in dat opzicht van die der aarde." + +"Dat is pas een ras, dat door zuivere kultuur, ijzersterke longen +heeft gekregen, en bijna niet vatbaar is voor tering," ging Piller +voort.--Inmiddels was Brummhuber naar de arbeiders gegaan, en had +getracht een der marmerplaten op te lichten. + +"Het komt mij voor, dat het marmer bijzonder licht is, zou het +misschien eene geheel andere soort zijn dan bij ons," riep hij +zijne tochtgenooten toe. Deze kwamen nieuwsgierig geworden nader en +onderzochten de steenen. + +"Neen, het is uitstekend marmer, bekijk die fijne korrel maar +eens, en die zacht gekleurde aderen, die er door heen loopen," +antwoordde Piller, nadat hij den steen aan een zorgvuldig onderzoek +had onderworpen. + +"En deze prachtige roode steen hier, is van het fijnste suevit, +of ik moest in het geheel geen begrip meer hebben van mineralogie," +bracht professor Hämmerle in het midden, die op verschillende plaatsen +den steen had beklopt. + +"Laten wij eens probeeren om dien steen te lichten!" + +"Juist, die schijnt hier boven van minder soortelijk gewicht te zijn +dan bij ons. Nu begrijp ik, waarom deze menschen zulke lasten zoo +gemakkelijk kunnen opheffen. Hoe komt dat? Weet gij dat misschien, +Stiller?" + +"De oorzaak ligt mijns inziens in de dichtheid van Mars, die 0,7 van +de aarde bedraagt," antwoordde Stiller. + +"Nu begrijp ik ook, waarom heden bij het diner de bokalen en het +zilveren tafelgereedschap mij zoo verbazend licht toescheen," voegde +Thudium er aan toe. "Ik had echter geen tijd om hierover na te denken, +want de muziek boeide mij te veel!" + +"Dat was ook met mij het geval," bevestigde Stiller. + +"En hoe staat het met de dichtheid der Marsatmosfeer?" vroeg +Frommherz. "Hierin gevoel ik geen verschil met die van onze +vaderlandsche lucht in den zomer. Integendeel, ik adem hier lichter +en gevoel mij vroolijker dan daar!" + +"De luchtlaag, die deze planeet omgeeft, is aanmerkelijk minder +hoog dan die van onze aarde. Denkt u zelf bij ons op eenen berg van +middelmatige hoogte, dan zal die ijlere lucht ongeveer overeenkomen +met deze. Onze aardbarometers zijn helaas niet zoodanig ingericht, dat +wij ze op Mars kunnen gebruiken, om tot absoluut zekere vergelijkingen +en conclusiën te kunnen komen," antwoordde Stiller. + +"Doch dat daargelaten, uit uwe woorden kan ik mij volkomen de +buitengewone ontwikkeling van de borstkas van onze vrienden op Mars +verklaren: de longen zijn overeenkomstig de behoeften. Op dezelfde +eenvoudige wijze zullen zich ook wel alle andere eigenaardigheden +der Marsbewoners laten verklaren, die wij nog wel eens hier of daar +zullen ontmoeten," hernam Piller, terwijl hij doorliep, en de andere +heeren zijn voorbeeld volgden. + +"A propos!" vroeg Piller al doorwandelende, "is het u ook niet +opgevallen, dat onze Marsbewoners zulke buitengewoon mooie oogen +hebben?" + +"In grootte en glans, steken zij zeer zeker bij de onze af. Er +gaat van de spiegels der ziel dezer Marsbewoners eene buitengewone +schittering uit." + +"Juist gezien, Stiller! Ik heb nog nooit zulk eene prachtig blauwe iris +gezien; het is de ideaal-kleur voor een edel oog, en dan dat weelderige +krullende haar! Het zijn ware Zeus- en Junogestalten! Frommherz had +vandaag gelijk met zijne vergelijking." + +"Niet waar?" riep deze uit, verheugd over die opmerking. "De +Marsbewoners schijnen mij zoowel lichamelijk als geestelijk, +hoogstaande menschen te zijn." + +"Voor deze streek schijnt uw oordeel juist te zijn, afgaande op +hetgeen wij heden hebben ondervonden," hernam Stiller. + +Daar de zon was ondergegaan, besloten de heeren uit Zwaben, voor +heden hunne wandeling te staken, en terug te keeren naar hun tehuis, +waar zij het bezoek wilden afwachten van den grijsaard, die hen naar +de sterrenwacht brengen zou. Zij waren nog onderweg, toen de nacht +zijne donkere vleugels over het landschap begon uit te spreiden. In +het oosten werd het al lichter en lichter. De Maan kwam op en wierp +haar zilver licht over de stille, vredige landstreek. + +"Dat is de groote Marsmaan, Deimos genaamd, die daar schijnt," +verklaarde professor Stiller aan zijne tochtgenooten. "Over eenige +oogenblikken zult ge den tweeden wachter van Mars zien, waarmede wij +den vorigen nacht, gelukkig slechts in zeer oppervlakkige aanraking +zijn geweest." + +Juist, daar daagde ook de kleine Phoebus aan den horizont op. + +"Welk een prachtig schouwspel!" riep Stiller verrukt uit. "Waarlijk +de Marsbewoners hebben 's nachts geen kunstverlichting noodig! Zij +hebben niet alleen iederen nacht helderen maneschijn, maar worden +behalve dat, nog door twee schitterende hemellichamen beschenen." + +"Dat is zeker, Mars is eene merkwaardige planeet," merkte Piller op, +terwijl hij een oogenblik staan bleef om te kijken naar de beide +wachters, die een licht verspreidden dat bijna gelijk stond met +daglicht, en dat prachtige schaduwen te voorschijn riep. + +"Het is alsof een sprookje werkelijkheid is geworden. Dat zou voor +u weder eene prachtige reden zijn om te drinken, Piller!" spotte +Dubelmeier. + +"Wel ja, waarom niet, oude jongen, waarom niet! Te oordeelen naar +alles wat wij vandaag gezien hebben, geloof ik dat er op Mars nog +veel zal te bewonderen zijn, en de aanleidingen tot drinken tot een +bedenkelijk aantal zullen stijgen. Mijn lijfspreuk echter is die van +den ouden Griekschen wijsgeer: van niets te veel!" + +Dubelmeier lachte. + +"Lach toch niet zoo dwaas, gij watersnip, en volg zelf liever ook zijn +voorbeeld met uwe overdreven waterdrinkerij! Dat is een goede raad, +dien ik u als dokter geef." + +"De manen hier, komen mij aanmerkelijk grooter voor, dan bijvoorbeeld +onze wachter daar beneden," merkte Frommherz op, met deze woorden +een einde makende aan de stilte, die na Pillers laatste woorden +was ontstaan. + +"Dat is maar gezichtsbedrog, mijn waarde," verklaarde Stiller, "de +manen van Mars zijn aanmerkelijk kleiner dan de maan van onze aarde, +maar ze staan veel dichter bij de hoofdplaneet dan dit bij onze maan +het geval is. Phoebus is van Mars slechts 9000 kilometers, en de groote +Deimos niet meer dan ongeveer 23.520 kilometers verwijderd. Daardoor +komt het, dat deze wachters van Mars zoo ontzettend groot schijnen." + +Onder deze gesprekken waren de heeren bij hun vorstelijk verblijf +aangekomen. Daar wachtte hen reeds hun opmerkzame gastheer, van wien +zij dien dag reeds zooveel goeds en vriendelijks hadden ondervonden. De +hooge gestalte van den grijsaard, scheen hun in den maneschijn nog +statiger dan bij daglicht, het lange golvende grijze haar nog meer +zilverachtig en glanzend. + +"Ziet hij er niet uit als een Patriarch uit den joodschen tijd, +toen eenvoud en reinheid van zeden, de schoonste deugden des volks +waren?" vroeg professor Stiller zachtjes aan zijn collega Frommherz. + +"Waarachtig, gij hebt gelijk! Laten wij onzen ouden heer, wiens +naam wij nog niet kennen eenvoudig Patriarch noemen. Die naam past +uitstekend voor hem, temeer waar hij ons heden in zijn vaderlijke +bescherming heeft genomen." + +Na eene korte stomme begroeting, geleidde de grijsaard de zonen +der aarde, naar het huis met het koepeldak. De weg daarheen voerde +door een soort bosch met hooge goed verzorgde boomen, op wier +donkergroene, glanzende bladeren, de trillende stralen der maan hun +grillig spel dreven. Millioenen van lichtgevende kevertjes gonsden +in de zoele nachtlucht onder de boomen, en de blauwe schijn van deze +zich snel bewegende diertjes gaf den indruk van snel ronddraaiende +sterretjes. Lustig kabbelende beekjes, wier oevers door sierlijke +bruggen waren verbonden, kruisten den weg. + +De eigenaardige schoone wandeling had ongeveer een uur geduurd. Het in +den vorm eener rotonde opgetrokken gebouw, was beneden versierd met +eene rij borstbeelden op rood marmeren zuilen. Zij schenen de mannen +voor te stellen, die hier in het observatorium hadden gewerkt. Breede +trappen voerden naar het eigenlijke observatorium waar eenige mannen +reeds in hunne stille studie verdiept waren. De patriarch moest reeds +met hen gesproken hebben, want zoodra de vreemdelingen binnentraden, +stonden zij op, en noodigden met eene vriendelijke handbeweging deze +uit, hunne plaatsen in te nemen. + +Stiller was verrast over de grootsche pracht der geheele +inrichting. Hoe armzalig leek hem, hierbij vergeleken, zijne eigen +sterrenwacht, daarginds op de Bopserhoogte bij Stuttgart! Hij trad op +een der reuzentelescopen toe, onderzocht hem even, en moest erkennen, +dat de lenzen aan scherpte niets te wenschen overlieten, ja zelfs alles +overtroffen wat hij tot dusver van dien aard had leeren kennen. Wat +een rijkdom van verstand, moest hier op Mars vertegenwoordigd zijn, +om zulk fijn optisch werk, dat op zeer wetenschappelijke nauwkeurige +berekeningen berustte, te kunnen uitvoeren. + +De professor sloeg opmerkzaam den hemel gade. Hier en daar ontwaardde +hij hem bekende sterrenbeelden en sterren, ver in het westen stond +een opvallend groote rood schitterende ster, die in hooge mate de +aandacht van den professor trok. Dat kon slechts eene planeet zijn, +die daar fonkelend in het onmetelijk hemelruim zweefde; wellicht +was het, de opvallende nabijheid in aanmerking genomen, de aarde +wel. Hij stelde daarom den reuzenkijker zeer nauwkeurig in. Het +vermoeden van professor Stiller bleek juist te zijn. Dank zij de +voortreffelijke scherpe lenzen, en de reinheid van de Marsatmosfeer, +herkende hij duidelijk Moeder Aarde. Hij kon de verschillende zeeën +en werelddeelen onderscheiden. Van den Noordpool zuidwaarts gaande, +was het zelfs mogelijk de omtrekken van enkele landen langs de +IJszee, en langs den Atlantischen Oceaan vast te stellen, en daar, +ja, daar had hij het, wat nu in den kijker duidelijk zichtbaar was, +daar moest zijn vaderland, daar moest, naar den omtrek te oordeelen, +Duitschland liggen. + +Vroolijk opgewonden, deelde Stiller de gedane waarneming aan zijne +reisgenooten mede, en noodigde hen uit, door den kijker een blik te +werpen op het verre, dierbare vaderland. + +De een na den ander gaf aan deze uitnoodiging gehoor. + +"Het is ongeloofelijk, maar waar! Dit vergezicht is inderdaad eenig +in zijn soort! Voor de eerste maal zien wij op verren, verren afstand +de aarde en ons vaderland!" riep Hämmerle vol geestdrift uit. + +"Dat gezicht is werkelijk grootsch!" zeide Thudium. + +"Dat is het," bevestigde Piller. + +De sterrenkundigen van Mars en de patriarch keken ook beurtelings +door den telescoop. Zij wisten immers reeds, vanwaar die zonderlinge +vreemdelingen in den vroegen morgen gekomen waren, en konden uit hunne +opgewondenheid bij het gadeslaan van een bepaald deel der verwijderde +planeet, wel opmaken, dat het deel, dat zich op het oogenblik in +het gezichtsveld van den telescoop bevond, het vaderland der gasten +zijn moest. + +"Het is verbazend jammer, dat wij niet met onze collega's kunnen +spreken! Wat zou dat een leerzaam onderhoud zijn!" zei Stiller tot +zijne metgezellen, toen zij na een stommen groet het observatorium +verlieten. + +"In de eerste plaats moeten wij zoo spoedig mogelijk de taal der +Marsbewoners leeren. Die te kennen is voor ons onderzoekingswerk de +"conditio sine qua non," sprak Hämmerle. + +"Dat is een waar woord, heer taalgeleerde!" liet Piller er op volgen, +en ook de andere heeren knikten toestemmend. + +De beide wachters van Mars stonden als volle manen aan den hemel, +toen de heeren huiswaarts gingen. Als twee geweldige lichtgevende +bollen, zweefden zij in het luchtruim en wierpen hun zilver licht +over het stille landschap. Terwijl Phoebus, de dichtst bijzijnde +en kleinere maan, zich snel van het Westen naar het Oosten bewoog, +trok de grootere verder verwijderde Deimos, die minder haastig was +dan haar gezellin, kalm en statig in omgekeerde richting. Het was een +schouwspel, zóó wonderschoon, zóó eenig in zijn soort, dat de zonen +der aarde in luide bewoordingen lucht gaven aan hunne bewondering +over dien betooverenden nacht. Langzaam wandelden zij naar huis, +en genoten met volle teugen van de wonderen van een nacht op Mars. + + + + + + + +HOOFDSTUK V. + +LUMATA EN ANGOLA. + + +De volgende weken gingen voor de gasten van den Patriarch in gezellig +verkeer met hem en de Marsbewoners voorbij. De vreemdelingen gaven +zich alle moeite, om zich voor hunne nieuwe vrienden verstaanbaar te +maken en tevens deze te verstaan. Ze schreven daarom voor allerlei +dingen de namen op zooals zij die hoorden uitspreken. Daarop brachten +zij deze dingen in verband met het doel waarvoor zij gebruikt werden, +en de eigenschappen, waardoor zij zich onderscheidden, en kregen zoo op +de meest eenvoudige wijze langzamerhand den sleutel tot de taal zelve. + +Al vlotte ook in het begin het gesprek slechts zeer langzaam, toch +deed het hun veel genoegen, dat zij langzamerhand de welluidende taal +begonnen te begrijpen, waarin zij de belooning vonden, voor de groote +moeite, die zij zich bij hunne studie moesten getroosten. + +In de menschenwereld gaat alles slechts langzaam vooruit; nergens +gaat de ware vooruitgang met zevenmijlslaarzen. De waarheid van die +woorden ondervonden de zeven Zwabensche geleerden niet alleen voor +zichzelf bij hunne studiën, maar konden zij ook bij de Marsbewoners +waarnemen. Ofschoon zij eerst korten tijd daar vertoefden, en hunne +waarnemingen zich tot eene betrekkelijk kleine ruimte hadden beperkt, +waren zij toch reeds tot de overtuiging gekomen, dat de bewoners van +Mars een zeer hoogen trap van beschaving hadden bereikt, die slechts +het product kon zijn van eene eeuwenlange geestelijke ontwikkeling. + +Naarmate de heeren de hen omringenden beter konden verstaan, nam +hunne bewondering en waardeering voor deze hoogstaande menschen toe. + +Meer en meer vestigde zich bij hen de overtuiging, dat de Marsbewoners, +tenminste die, wier gasten zij waren, op de meest ideale wijze--als +menschen datgene vervulden, wat op aarde slechts de besten en edelsten, +dus altijd slechts enkele individuën presteerden. + +Wat zij zelf daar beneden op aarde hadden gedroomd van alles wat +schoon, waar en goed was, vonden zij hier in werkelijkheid terug, +want overal en in alles openbaarde zich de heerlijkste harmonie, +alles ademde schoonheid, goedheid en waarheid, en het geheele leven +droeg den stempel van kalme werkzaamheid. + +Ongetwijfeld moest eene wijze regeering hier aan het hoofd van den +Staat staan, ofschoon de heeren van overheidspersonen, die in hun +vaderland zoo talrijk waren, hier niets hadden gemerkt. + +Zou dit leven vol licht en schoonheid ook zijne schaduwen, zijne +donkere zijde hebben? Deze vraag werd herhaaldelijk geopperd, +wanneer de heeren 's avonds in de groote bibliotheek van hun tehuis +onder elkander zaten te praten. Een afdoend antwoord werd hierop +nooit gegeven--want gewoonlijk werd men het daarover eens, dat men, +alvorens een oordeel te kunnen vellen, eerst de taal volkomen meester +wezen moest. + +Hierboven op Mars, was alles zoo heel anders als daar beneden op +de aarde. + +De zeven Zwaben voelden zich in hun nieuw verblijf zóó uitermate thuis, +dat zij in het geheel niet meer aan een mogelijken terugkeer schenen te +denken; tenminste door geen der heeren werd daar ooit over gesproken. + +De Marsieten, zooals zij de Marsbewoners noemden, behandelden hen als +lieve oude vrienden, geheel als huns gelijken, en men bewees hun op +eene zoo fijn gevoelige wijze gastvrijheid, dat deze niets drukkends +had en zij integendeel daarvan een vroolijk dankbaar gebruik maakten. + +Ook de Argonaut was op praktische wijze onder dak gebracht; in alle +stilte had men op de weide, waar de ballon was neergedaald, eene +ruime loods gebouwd van plaatijzer en met glas overdekt. Daar was +het luchtschip in geborgen. De defecten die de ballon had bekomen, +waren door de Marsieten zóó meesterlijk hersteld, dat Stiller erover +verbaasd stond. De handigheid en vaardigheid, in zake de grootste +moeilijkheden op het gebied van luchtscheepvaartkunde, dwongen hem +bewondering af. Waar de technici op Mars bij het repareeren van den +Argonaut blijk hadden gegeven van zooveel praktische bekwaamheid, +hoe groot moest dan wel hunne theoretische ontwikkeling zijn! Wat +konden zijzelf hier nog veel leeren! + +Dit vooruitzicht was zóó aanlokkelijk, dat Stiller nauwelijks den +tijd af kon wachten, waarop hij en zijne vrienden in nauwere aanraking +zouden komen met de mannen der wetenschap, hunne collega's op Mars. + +De vraag, hoe zij de hun bewezen gastvrijheid zouden vergelden, hield +de zeven Zwaben dikwijls bezig, want het was hun duidelijk, dat zij +die maar niet altijd konden blijven aannemen, zonder daarvoor iets +in de plaats te geven. Zij besloten daarom, om later op de eene of +andere manier ieder naar zijne kundigheden den Marsieten van dienst te +zijn, en op gepaste wijze uiting te geven aan hunne dankbaarheid. Het +hoe, dat stond hun nog niet duidelijk voor den geest, doch zou zich +waarschijnlijk te eeniger tijd van zelf uitwijzen. + +De tijd verliep; ze deden velerlei ervaringen op, en sloegen +meermalen een blik in de eigenaardige nieuwe wereld, waarin zij +leefden. Allereerst hadden zij uitgemaakt, dat hunne woonplaats zich +bevond op het Noordelijk halfrond van Mars en wel op 15° breedte. Daar +de breedte der keerkringen van Mars de helft bedraagt van die +der aarde, lag de 15° noorderbreedte hier reeds in de zuidelijke +heete luchtstreek. De gematigde luchtstreek van Mars strekte zich +zoowel noordelijk als zuidelijk tot op 35° breedte uit. Daarboven +en daaronder begon de koude luchtstreek. Terwijl deze, zooals aan de +geleerden werd medegedeeld, slechts zeer dun en door een bepaald soort +Marsbewoners bevolkt was, leefde het meerendeel der Marsieten binnen +de 35° breedte noordelijk en zuidelijk van den equator. Het was dus +slechts betrekkelijk een klein gedeelte van de planeet, dat bewoond +en productief gemaakt werd, maar het was volkomen voldoende, om de +tweehonderd en vijftig millioen, waarop het aantal bewoners van Mars +geschat werd, een goed bestaan te verzekeren. Dat dit bestaan verband +hield met de reuzenkanalen, was reeds lang vermoed, naar aanleiding +van de waarnemingen door professor Stiller en andere natuurkundigen +gedaan. Deze vermoedens werden zekerheid, nu professor Stiller in +de gelegenheid was, om de allereerste levensvoorwaarden op Mars, +persoonlijk te leeren kennen. + +De atmosfeer van Mars kwam met die der aarde overeen; maar daar er op +Mars slechts kleine oceanen en binnenzeeën waren, bevatte de dampkring +die deze planeet omringde, minder waterdamp en vocht dan de atmosfeer +der aarde. Het natuurlijk gevolg daarvan was, eene wonderlijk heldere +doorzichtige lucht, waardoor de verst verwijderde voorwerpen dichtbij +schenen, een diep donkerblauwe hemel, maar tevens ook gebrek aan flinke +regenbuien. Weliswaar dauwde het in de heerlijk koele nachten zóó +sterk, dat planten en boomen hunne natuurlijke frischheid behielden, +maar deze vochtige neerslag alleen gaf niet voldoende water voor de +behoefte der plantenwereld. De Marsbewoners waren dus in den strijd +om hun bestaan genoodzaakt, aan dit gebrek in de natuur door kunst te +gemoet te komen. Op deze wijze ontstonden de kanalen, die zich tot +in de koude luchtstreken uitstrekten, en die het water, dat daar in +den zomer ontstond door het smelten der enorme ijsmassa's, naar alle +richtingen voerden. + +Reeds alleen de grootsche uitvoering dezer eeuwenoude waterwegen, +duizenden kilometers lang, die hier en daar samenvloeiden in +kunstmatige bassins, reuzenmeren gelijk, en de wijze waarop deze met +de grootste zorgvuldigheid werden in stand gehouden, wezen op den +hoogen trap van ontwikkeling der Marsbewoners, hun hoogen graad van +beschaving, en hun sterk ontwikkeld gemeenschapsgevoel. De regeling van +het water was volkomen in overeenstemming met het jaargetijde. Dank +zij deze inrichting en het onmetelijk aantal watertjes die naar alle +richtingen stroomden, was er op Mars nooit gebrek aan vocht. Het gevolg +daarvan was de weelderige en prachtige plantengroei, die de Zwaben weer +telkens opnieuw moesten bewonderen. Daarbij kwam de totale afwezigheid +van wilde dieren, vergiftige slangen en gevaarlijke insecten. Het +was een eldorado, waar de zonen der aarde waren terecht gekomen. + +Deze talrijke kanalen waren tevens de beste en eenvoudigste +verkeerswegen der Marsbewoners. Geen wonder, dat hier dan +ook eene levendige scheepvaart was. De schepen, die zich op de +waterwegen bewogen, bedierven de heerlijke lucht niet door rookende +schoorsteenen. Alle vaartuigen, zoowel voor personen- als voor +goederenvervoer, werden door electriciteit bewogen en maakten een +rustig en snel verkeer mogelijk. + +Met deze vaartuigen, die even doelmatig als gemakkelijk en sierlijk +waren ingericht, hadden de zeven Zwaben reeds menige groote reis +gemaakt. Zij hadden het overige land en zijne bewoners, daarbij echter +slechts vluchtig leeren kennen, daar die tochten hoofdzakelijk werden +ondernomen met het oog op de algemeene oriënteering. Wat zij echter +zagen, versterkte slechts hunne eerste goede indrukken, en bevestigde +hen in hunne overtuiging dat zij zich in een grootschen Staat bevonden +die voorbeeldeloos werd bestuurd. Niet alleen waren de Marsbewoners van +de verschillende luchtstreken overal dezelfde--d. w. z. zij spraken +dezelfde taal, en schenen onder dezelfde sociale verhoudingen te +leven, als hunne broeders in Lumata, zooals de kolonie heette, waar de +heeren uit Zwaben waren aangeland,--maar ook viel op de verschillende +plaatsen, die de vreemdelingen bezochten, eene zekere gelijkheid van +bezit op, en deed hun de totale afwezigheid van werkelijke armoede +aangenaam aan. + +De geologische gesteldheid van Mars kwam vrijwel met die der +aarde overeen; ook hier vond men steen-formatie, en verschillende +aardlagen, in nagenoeg dezelfde volgorde als op aarde. De geologische +ontwikkelings-geschiedenis van Mars scheen dus met die der aarde +overeen te stemmen; alleen had Mars blijkbaar de verschillende +ontwikkelingsperioden sneller en vroeger doorgemaakt. Daarvoor getuigde +het totaal ontbreken van werkende vulkanen. Daarentegen was Mars rijk +aan allerlei heete bronnen; ook was er geen gebrek aan Fumarolen, +(d. w. z. openingen in den bodem op vulkanischen steengrond, waaruit +waterdampen opstijgen, die dikwijls met allerlei chemische dampen zijn +bezwangerd), noch aan Moffetten (gasbronnen waaruit koolzuur stroomde). + +Groote steden, zooals zij in de zoogenaamde beschaafde Staten der aarde +te vinden zijn, waren op Mars niet; er bestonden alleen kleinere of +grootere huizengroepen, die ieder op zich zelf geheel vrij lagen, +meestal in het groen. Alleen aan een groot meer, twee dagreizen +zuidwaarts van Lumata, hadden de Zwaben iets gevonden, wat eenigermate +op eene stad leek. Dat was eene grootere kolonie, met talrijke mooie +gebouwen, die straatsgewijze waren opgetrokken. Een stad van paleizen +scheen het wel, die zich onderscheidde door eene zekere deftige kalmte, +door overgroote reinheid, en de pracht der publieke tuinen. De zonen +der aarde konden met hunne zeer gebrekkige spraakkennis, slechts te +weten komen, dat deze plaats, Angola geheeten, het hoofdverblijf was +van de stammen der Wijzen, der Vroolijken, en der Ernstigen. Maar +wat waren dat voor stammen? + +Toen zij thuis waren gekomen, vroegen zij daar den Patriarch naar; +deze glimlachte op eene eigenaardige wijze op die vraag en antwoordde +de nieuwsgierige heeren, dat hij later zelf eens met hen naar Angola +zou gaan, om hen met zijn broeders dáár bekend te maken, die echter +reeds lang op de hoogte waren van hunne aanwezigheid in Lumata, +hun afkomst en hunne reis naar Mars. + +In den beginne werd al de tijd van de Tübinger heeren in beslag genomen +door het opschrijven hunner dagelijksche waarnemingen en der ontvangen +nieuwe indrukken en het aanleeren der taal. Langzamerhand echter +begonnen zij toch te verlangen naar hun vroeger beroep, dat hun tot +eene tweede natuur was geworden, en dat zij met zoo gunstig gevolg +in hun vaderland hadden uitgeoefend. Aan ernstige en voortdurende +bezigheid gewend, scheen hun het aangename, ideale, heerlijke leven op +Mars meer en meer als een verblijf in een soort luilekkerland toe. Hoe +langer zij op Mars waren, hoe meer de moeilijkheden, waarmede zij op de +heenreis hadden te kampen gehad, op den achtergrond werden gedrongen. + +Er was reeds een vol jaar verloopen, sedert zij van de Cannstatterweide +hun tocht waren begonnen. Terwijl daar beneden de winter met sneeuw en +koude voor de deur stond, heerschte hierboven in Lumata eene eeuwige +lente, ofschoon de Marsieten het jaargetijde waarin zij zich bevonden, +eveneens vergevorderd noemden. + +Was het slechts toeval, dat de zeven Zwaben ook op Mars bij gewichtige +aangelegenheden het heilig zevental terugvonden? Ook Stiller kon +daarvoor geen verklaring vinden, en stelde zich tevreden, het feit +te hebben vastgesteld. + +Op Mars werd het jaar in zeven deelen verdeeld, die allen betrekking +hadden op de werkzaamheid en de rust in de natuur. Volgens de +berekening der aarde stond zulk een tijdsverloop gelijk met ongeveer +twee en vijftig dagen. Deze perioden heetten: + +1 de tijd van het ontwaken, + +2 de tijd van het zaaien, + +3 de tijd der knoppen en bloesems, + +4 de tijd der vruchten, + +5 de tijd der schoven, + +6 de tijd van het oogsten of der vreugde, + +7 de tijd der ruste. + +Langzamerhand hadden de zonen der aarde groote vorderingen in de +Marstaal gemaakt, zoodat zij nu ook eenig inzicht kregen in de +staatsorganisatie van het Marsvolk. Zij kwamen hoe langer hoe meer +tot de overtuiging dat zij hier te doen hadden met een hoogstaande +reusachtig groote demokratische gemeenschap, die niet berustte op +geweld, maar in stand werd gehouden door den vrijen wil des volks, +en den band van gemeenschappelijke belangen. Ieder individu maakte +zijn eigen welzijn aan dat der gemeenschap ondergeschikt, en diende +deze met al de kracht die in hem was. De geheele Staat vormde een +weliswaar groote, maar nauw verbonden familie, waar volkomen vrede +en eendracht heerschte. Aan het hoofd van den Staat stond de stam +der Wijzen of de handhavers van het gezag. + +De bevolking van Mars werd in de volgende zeven stammen onderscheiden: + +1e de stam der Wijzen of de handhavers van het gezag. + +2e de stam der Vroolijken (beeldende kunsten: schilders, beeldhouwers +en componisten). + +3e de stam der Ernstigen (geleerden op elk gebied). + +4e de stam der Opgewekten (uitbeeldende kunsten: musici en +tooneelspelers). + +5e de stam der Zorgenden (akker- en tuinbouwers en bedienden). + +6e de stam der Ondernemenden (handels- en verkeersmenschen). + +7e de stam der Vindingrijken (industrieelen). + +De laatste zes stammen waren volkomen gelijk in aanzien. De eerste +stam bestond uit de meest ervarene, de oudste, maar vooral de meest +geachte mannelijke en vrouwelijke individuën der overige zes stammen. + +De grootste stam, die in aantal de andere verre overtrof, was die +der Zorgenden. + +Omtrent de toelating tot een der stammen, die der Wijzen uitgezonderd, +besliste alleen neiging en bekwaamheid. Overgang van den eenen +stam naar den ander was op bepaalde tijden, na afgelegd examen +mogelijk. Niemand was gebonden, en juist dit volslagen gemis aan +dwang scheen hierboven de hoofdoorzaak te zijn van den hoogeren trap +van ontwikkeling, waarop de verschillende beroepen stonden. + +Eene natuurlijke, verstandige eerzucht, om alles zoo goed te doen als +maar mogelijk was, bezielde alle Marsbewoners, en deed niet alleen +ieder op zich zelf alle krachten inspannen, maar was tevens oorzaak, +dat zij daarin maat hielden en voor overdrijving bewaard bleven. + +Daar er op Mars geen geld in omloop was, heerschte er ook niet, +dat afschuwelijke gehaast en gejaag, dat lichaam en geest beide +afmat, om dat te verdienen; zooals dit beneden op de aarde het geval +was. Geldzorgen waren op Mars onbekend. Wat de een voortbracht werd +omgezet in dagelijksche behoeften voor de zijnen. + +Tot het levensonderhoud werd ook gerekend eene zekere mate van +levensvreugde, die zoowel de beeldende als uitbeeldende kunsten te +genieten geven. + +De hoogste roem en de grootste eer bestond in de algemeene erkenning +en waardeering, en deze kon ieder zich verwerven door trouwe +plichtsbetrachting. Voor alles wat gepresteerd werd boven den gewonen +verplichten arbeid, dus daar waar de eigenlijke verdienste tegenover de +gemeenschap begint, ontvingen de Marsieten eene tevredenheidsbetuiging +van den stam der Wijzen, en werd hun openlijk hulde gebracht, terwijl +zij hierdoor op hoogeren ouderdom het recht hadden deel uit te maken +van dezen stam, die zoo hoog in aanzien stond. + +Het gemeenschapsleven op Mars was in zijn eigenaardigen vorm slechts +daardoor mogelijk, dat allen zich solidair voelden. De algemeene +stelregel, dat ieder individu op zich zelf alles moet doen wat der +gemeenschap van nut kan zijn en alles moet nalaten, wat den medemensch +kan schaden of verdriet doen, werd hier reeds sinds onheugelijke +tijden in praktijk gebracht. Daardoor werd de eigenliefde, een +gezond en geoorloofd egoïsme, niet vernietigd. De natuurlijke drang +tot zelfbehoud van ieder mensch op zich zelf, werd krachtig in stand +gehouden door de erkenning der eenvoudige stelling: dat van het wel en +het wee van den naaste, ook eigen wel en wee afhangt, dat het bloeien +en gedijen van anderen onafscheidelijk is verbonden met eigen bloeien +en gedijen, en dat anderer ellende ook vast en zeker eigen lijden +met zich brengt. + +Deze eenvoudige en natuurlijke moraal, die de grondslag is der +reinste naastenliefde (altruïsme), en die ieder geestelijk normaal +mensch er toe brengt, om als bij instinct het goede te doen en het +kwade na te laten, werd op Mars in haar vollen omgang toegepast. De +oorzaak van alle kwaad op aarde, de lage zelfzucht, die daar beneden +allerlei wetten en verordeningen noodzakelijk maakte, werd op Mars niet +gevonden. Naastenliefde, waarheid en eene groote mate van opgewektheid, +sloten zelfs de gedachte aan laag egoïsme uit. + +Het volk hierboven scheen een bond van broeders en zusters die, +ontwikkeld, waar, vrij en goed, het ideaal van den reinen mensch +verwezenlijkten. + +Hoe klein kwamen zich de zonen der aarde hier voor, toen zij +langzamerhand de grondbeginselen leerden kennen, waarop het staatswezen +zoowel als het openbare en privaatleven der Marsieten berustten; +en deze grondbeginselen waren voortgekomen en voortgeplant door een +uitstekend geregelde algemeene en vrije opleiding der Marsjeugd. De +ideale school der toekomst, zooals professor Hämmerle zich die in +Tübingen had gedroomd,--bleek hier op Mars reeds eene oude inrichting +te zijn, waarvan de goede resultaten reeds lang waren gebleken. + +De stelregel der Marsieten was, de jeugd zoowel lichamelijk als +geestelijk, goed te ontwikkelen, want hoe beschaafder en tevens +lichamelijk krachtiger een individu is, des te beter is hij in staat +de plichten te vervullen, die als mensch en als burger van den Staat +op hem rusten. + +Het onderwijs bepaalde zich daarom niet tot eenvoudige elementaire +onderwerpen, maar strekte zich uit tot de geschiedenis en de kennis +der staatsinrichting, tot de wetenschap van de wetten der natuur, en +de kennis van de meesterwerken der Marsliteratuur zoowel in proza als +in poëzie. Hand in hand daarmede ging het onderricht in de algemeene +lichaamsbouw- en gezondheidsleer, die in overeenstemming was gebracht +met den leeftijd der leerlingen. + +De namiddagen, waarop geen onderwijs werd gegeven, waren gewijd aan +allerlei gymnastische spelen. Na verloop van een bepaalden schooltijd, +werden wedstrijden gehouden, en die daarin de overwinning behaalden, +werden tot eene hoogere klasse bevorderd. Op deze eenvoudige wijze +kwam eene duidelijke scheiding tot stand tusschen de scholieren +die werkelijk talent hadden en hen die minder begaafd waren. Voor +de eersten stond dan de weg open tot de kunstscholen of andere +inrichtingen van hooger wetenschappelijk onderwijs. Die hoogere +ontwikkeling was gemeengoed van het geheele volk, en geen aanmatigende +middelmatigheid kon op Mars tot aanzien komen. + +"Wij, aardbewoners, zijn toch ongelukkige stumpers, vergeleken bij +die prachtkerels hierboven; wat is het leven daar beneden op aarde +vergeleken bij het leven hier! Hier, reine heldere zonneschijn, +daar beneden donkere sombere nevel. Wat staat die zoo hoog geprezen +beschaving der meest ontwikkelde natiën ontzettend ver achter bij die +van het volk op Mars!"--zeide op zekeren dag Brummhuber, terwijl de +heeren aan tafel zaten. + +"Reeds daar beneden op onze planeet vermoedde ik dat wij hier menschen +zouden vinden, die de volmaaktheid nabij kwamen, maar ik moet erkennen, +dat mijne verwachtingen in elk opzicht zijn overtroffen," antwoordde +Stiller. + +"Wij kunnen de menschen hier niets, totaal niets aanbieden, en dat +drukt mij persoonlijk zeer," merkte Thudium op. + +"Wat hebben wij hun aan te bieden? Misschien ons pessimisme, onze +afschuwelijke zelfzucht, of de onwaarheid, die ons leven vergiftigt; +alle kenmerken van onze hooge beschaving!" riep professor Piller uit. + +"Gij hebt helaas maar al te zeer gelijk, Piller," bevestigde professor +Stiller. "Op Mars vindt men reeds datgene wat waarschijnlijk eerst +na verloop van eeuwen den menschen op aarde zal ten deel vallen." + +"Zouden zij het wel ooit zoover brengen," zuchtte Frommherz. + +"Daaraan valt niet te twijfelen," hernam Hämmerle. "Mars heeft zonder +twijfel eens dezelfde, althans dergelijke phasen van ontwikkeling +moeten doorloopen als de volkeren op aarde, maar de beschaving hier, +dateert van veel vroeger." + +"Ja zeker! Van duizenden en duizenden jaren. De vraag is maar, of +wij in verband met de ontaarding van ons ras--ik leg bijzonderen +nadruk op die ontaarding--of wij wel ooit in staat zullen zijn, +een zelfden trap van ontwikkeling en beschaving te bereiken als de +Marsbewoners. Ik voor mij twijfel er aan!" riep Piller uit en trachtte +zijne opgewondenheid te bedaren met een slok wijn. + +"Piller, gij zijt pessimist, en onrechtvaardig als altijd!" merkte +Dubelmeier op. + +"Ik, pessimist en onrechtvaardig! Wat bedoelt gij daarmede?" + +"Daarover wensch ik niet met u te redetwisten." + +"Zoo, zoo, gij wilt mij dus beleedigen?" + +"Ik denk er niet aan, daarvoor houd ik veel te veel van u, en acht +ik u veel te hoog, mijn oude alcoholist! Maar mijns inziens is het +pessimistisch en onrechtvaardig, wanneer gij maar zoo botweg verklaart, +dat de volken der aarde ongeschikt zijn voor verdere ontwikkeling +en beschaving." + +"Ik ben het met vriend Dubelmeier eens," bracht professor Stiller in +het midden. "Daar hebt ge nu bijvoorbeeld ons, Piller!" + +"Neen maar, prachtige voorbeelden!" bromde Piller, die door een +flinken slok wijn zachter gestemd scheen. + +"Zeker, voorbeelden van menschenkinderen, zooals ik, zonder al te +groote zelfverheffing, durf beweren,--wij vertegenwoordigen tot op +zekere hoogte de toekomst. De algemeene beschaving en de ontwikkeling +van het zedelijk bewustzijn, waarvan wij op het oogenblik de dragers +zijn, zal later meer en meer het eigendom worden van alle beschaafde +volken der aarde." + +"Geloove dat, wie wil!" + +"Ik geloof het niet alleen, ik ben er vast van overtuigd, en wel op +grond van de ontwikkelings-geschiedenis der menschheid." + +"Stiller, ik zal u niet tegenspreken, want ik wil mij niet nog meer +boos maken, maar mij er integendeel in verheugen, dat ik hierboven +in dit heerlijke Lumata mag zitten." + +"Dat is een verstandig woord, waarvoor u alle eer toekomt. En nu vrede, +waarde vrienden!" riep Frommherz. + +"Akkoord," riep Brummhuber uit. + +Eenige dagen waren na dit gesprek verloopen. Toen verscheen Eran, de +patriarch uit den stam der Ouderen, weder eens in de woning zijner +gasten, en noodigde de heeren uit, langs den kortsten weg met hem +naar Angola te reizen. Allen juichten dit plan toe. Ditmaal zouden de +Zwaben officieel te Angola door den stam der Wijzen worden ontvangen. + +Deze was geheel voltallig, daar men buitendien nog verschillende +vragen wenschte te behandelen. Ook de stam der Ernstigen kwam opdagen, +om in een vergadering, zooals af en toe gehouden werd, over eenige +wetenschappelijke onderwerpen van gedachten te wisselen. + +De ontvangst van de kinderen der aarde te Angola liet niets te +wenschen over. Hun wondervolle en snelle tocht van de aarde door +het onmetelijke wereldruim naar "het kind des lichts"--zooals de +Marsieten hunne schoone planeet noemden,--was begrijpelijkerwijs +het voornaamste onderwerp der gesprekken, en van aller levendige +belangstelling. Bij de eerste zitting van den stam der Ernstigen, +die in een rijk versierde zaal van een marmeren paleis plaats had, +zette professor Stiller de verschillende omstandigheden uiteen, die +hem hadden doen besluiten, tot de samenstelling van den Argonaut en het +ondernemen van de moeilijke reis, die zoo uitstekend was geslaagd. Hij +vertelde hun verder, van zijn vaderland, van de volken van Europa en +van de aarde in het algemeen. + +Deze laatste was den Ernstigen welbekend. De voorstelling die zij +zich daarvan, dank zij hunne buitengewoon scherpe instrumenten +en hun verbeeldingskracht, hadden gemaakt, kwam vrijwel met de +werkelijkheid overeen. Zoo wisten de geleerden van Mars, dat het +derde "kind des lichts" (met dien naam bestempelden de Marsieten +alle planeten) de Aarde, aan de polen groote ijsmassa's vertoonde, +waardoor een aanzienlijk gedeelte van het zeewater in boeien geslagen +was, en dat de oppervlakte der aarde voor meer dan 70 % uit water +bestond. Dat de dampkring, die de aarde omringde, rijk aan waterdamp +moest zijn, leidden zij af, uit de verhouding van het vaste land tot +het water. Zij waren volkomen op de hoogte van de dichtheid der aarde, +kenden de verdeeling in een oostelijk en westelijk en een noordelijk +en zuidelijk halfrond, de snelheid waarmede zij draaide om haar eigen +as en die waarmede zij zich bewoog om het "eeuwige licht," de zon, +en dergelijke meer. + +Ook van ieder werelddeel afzonderlijk hadden zij een juist begrip +en dit ging zelfs zoover, dat zij verschillende groote landen konden +onderscheiden. Het was daarom voor de geleerde vreemdelingen niet zoo +bijzonder moeilijk om met de Marsieten als het ware eene wandeling +te maken over de aarde, waarvan deze reeds zooveel kennis hadden +opgedaan. Ze gaven eene nauwkeurige beschrijving van hun vaderland, +en vertelden van de plaats aan den Neckar, vanwaar zij naar Mars +waren getrokken. + +Zoowel de Wijzen als de Ernstigen luisterden met levendige +belangstelling naar deze verhalen, die nog vermeerderde, toen zij +bemerkten, dat de zeven Zwaben op aarde eveneens tot een zekeren stam +der Wijzen behoorden. + +De heeren werden daarom uitgenoodigd, om de verzamelde élite der +Marsieten nader in te lichten omtrent de verschillende beroepen door +hen uitgeoefend, d. w. z. de omstandigheden te schilderen, waaronder +zij op aarde onder hunne medemenschen verkeerden. Tevens werd de wensch +geuit, dat de vreemdelingen een nauwkeurig beeld zouden ontwerpen van +het leven en streven van de bewoners der aarde, waarmede men dan de +bestaande toestanden op Mars zou vergelijken. + +Er werd bepaald, dat ieder der professoren op bepaalde dagen, +twee voordrachten houden zou, de eene zakelijk en de andere over +het onderwerp dat de algemeene belangstelling had gaande gemaakt: +de bewoners der aarde en de trap van beschaving waarop zij stonden. + +De professoren kweten zich inderdaad meesterlijk van die taak. Zij +vertelden van den bestaanden toestand der verschillende takken van +wetenschap in de verschillende beschaafde landen van Europa, meer +in het bijzonder die van Duitschland, en lieten open en eerlijk het +volle licht schijnen op de politieke en sociale aangelegenheden en den +strijd die tusschen de verschillende, om den voorrang twistende, natiën +gevoerd werd. Zij schilderden daarbij al de middelen van list, geweld +en geslepenheid, die daarbij werden in praktijk gebracht en verklaarden +den Marsieten dat men dit alles op de aarde met den naam van diplomatie +bestempelde. Zij verzwegen daarbij niet de treurige verschijnselen, +die zich voordeden bij den steeds feller wordenden strijd om het +bestaan, en de moeilijkheid voor het meerendeel der menschen om zelfs +in hunne allereerste levensbenoodigdheden te voorzien; niet alleen +in de lagere standen, maar zelfs bij de meer ontwikkelden. + +Zij bekenden onomwonden, dat bij helaas alle beschaafde volken der +aarde aan den drang tot vooruitgang allerlei moeilijkheden werden +in den weg gelegd door verschillende belemmerende instellingen en +kleingeestige bepalingen, en dat het meerendeel der zoogenaamde +beschaafde volken, in weerwil van den ontzettenden vooruitgang der +techniek en der natuurwetenschappen, nog altijd ver verwijderd was +van het ideaal eener reine levensbeschouwing. Hieraan beantwoordde +slechts een klein aantal der inderdaad hoogst beschaafden, en ook deze +kleine schaar van uitverkorenen was eenigermate aangestoken door de +ergste en gevaarlijkste kwaal dezer eeuw: de lafheid. Men zou het +onder de beschaafde natiën op aarde--om van de minder beschaafde +geheel te zwijgen--niet wagen om open en eerlijk datgene te zeggen +wat men dacht, uit vrees daarmede invloedrijke personen te kwetsen, +en zijn eigen bestaan in gevaar te brengen. Daarom waren overtuiging +en handelingen ook zelden met elkaar in overeenstemming. Tengevolge +daarvan heerschte overal, in meerdere of mindere mate, gebrek aan +moed en eerlijkheid der overtuiging, en stond de leugen--het kind der +huichelarij--de zegepraal der waarheid in den weg, en was oorzaak, +dat nog zeer vele instellingen bleven bestaan, die hadden bewezen op +den duur onhoudbaar te zijn; ongezonde en onverstandige toestanden die +geenszins in overeenstemming waren met eene reine wereldbeschouwing +en het werkelijke welzijn des volks. + +Met groote vreugde hadden zij daarom op Mars toestanden aangetroffen, +die zoo geheel in overeenstemming waren met het ideaal des levens en +het reine mensch-zijn, zooals zij zich dat hadden gedacht, en naar +welker verwezenlijking door de beste der natiën daar beneden op de +aarde zoo vol ijver werd gestreefd. + +Alle heeren uitten zich min of meer op deze wijze. + +Frommherz voegde daaraan nog eenige beschouwingen toe over de +godsdienstige en kerkelijke instellingen in Duitschland. + +De Wijzen en Ernstigen hadden met alle aandacht naar deze vertoogen van +de zonen der aarde geluisterd. Hunne wetenschappelijke uiteenzettingen +bevatten voor de Marsieten niets nieuws. Zooveel te meer belangstelling +toonden zij voor de sociale en andere toestanden, die hunne gasten +hun met zulke levendige kleuren hadden geschilderd. Geen geluid werd +gedurende de lange voordrachten vernomen. + +Toen Stiller had aangekondigd, dat de voordrachten waren afgeloopen, +belegden de Wijzen en Ernstigen eene vergadering, waarvan de zeven +Zwaben waren uitgesloten. Het resultaat dezer bespreking zou hun +later worden medegedeeld. + +"Wat zouden die van plan zijn?" vroeg Frommherz bezorgd. + +"Wel, ik denk, dat zij eene scherpe critiek zullen uitoefenen op +onze voordrachten, waartoe zij alleszins gerechtigd zijn!" antwoordde +Stiller. + +"En ons dan in den gezwinden pas laten vertrekken, let eens op!" voegde +Brummhuber daaraan toe. + +"Daartoe zijn onze gastheeren veel te fatsoenlijk," hernam Piller, +"ofschoon de Marsieten volkomen in hun recht zouden zijn, wanneer +zij ons in overweging gaven, eindelijk eens aan onzen terugkeer te +gaan denken." + +"Laten wij maar rustig afwachten wat komen zal," besloot Dubelmeier. + +"Daar zal wel niet veel anders op zitten," zuchtte Frommherz, wiens +geweten hem een weinig plaagde met betrekking tot zijne godsdienstige +en kerkelijke beschouwingen. + +Toch waren de zonen der aarde eenigszins onrustig, terwijl zij met +elkander wandelden door de heerlijke parken van het wonderschoone +Angola, gedurende de vergadering der Marsieten. + +Den volgenden dag, den tiende dien zij in Angola doorbrachten, werden +de Zwaben weder op plechtige wijze binnengeleid in de groote zaal, +waar zij hunne voordrachten hadden gehouden. + +De oudste onder de Ouden, eene echte Hunnengestalte, Anan geheeten, +stond op en begroette hen hartelijk. + +"Mijn waarde vrienden," aldus sprak hij hen aan, "wij allen hebben +met groote aandacht en levendige belangstelling geluisterd naar +hetgeen gij ons omtrent de algemeene en bijzondere toestanden op uw +wereldbol hebt medegedeeld. Deze mededeelingen hebben eigenaardige +gevoelens en gewaarwordingen in ons wakker geroepen, die wij eerst +in alle bedaardheid voor ons zelf wilden verwerken, alvorens u onzen +dank te betuigen, en tegelijkertijd antwoord te geven op hetgeen wij +hebben gehoord. Dit is dan ook de reden, waarom wij eene bijzondere +vergadering hebben belegd. In de eerste plaats danken wij u voor de +oprechtheid, waarmede gij ons het leven der volken op uw planeet +hebt geschilderd. In het eerste oogenblik schenen uwe verhalen +ons sprookjes, en wij zouden ze ook als zoodanig hebben beschouwd, +wanneer wij niet overtuigd waren, van den ernst uwer levensopvatting, +van uwe rechtschapenheid en eerlijkheid. Wij hebben niet tevergeefs +uw leven te Lumata gadegeslagen. Het resultaat dier waarnemingen +was de uitnoodiging om hierheen te komen, waarmede wij u een blijk +hebben gegeven van onze achting en ons vertrouwen. En nu kom ik +tot uwe mededeelingen terug. Te vergeefs hebben wij gebladerd in +de geschiedenis van ons verleden, om daarin zulke barbaarsche en +door bedrog en onwaardigheid beheerschte toestanden te vinden, +als zij bij u, zoowel in het private als in het openbare leven nog +schijnen te bestaan; die hebben wij gelukkig niet gekend. Zeer zeker +heeft het ook ons niet ontbroken aan innerlijken strijd, aan bittere +teleurstellingen van allerlei aard, totdat wij eindelijk zijn geraakt +tot die levensomstandigheden en levensopvattingen, die gij nu in +ons bewondert. Onze ontwikkeling is echter minder moeilijk, minder +pijnlijk geweest dan de uwe. Reeds van oudsher had bij ons,--bij +de groote massa des volks,--de gedachte wortel geschoten, dat het +niet onze bestemming was om te blijven staan op den lagen trap van +beschaving, maar dat wij onze krachten moesten inspannen om hooger te +stijgen. Deze hoogere ontwikkeling tot de ideale vrijheid kon alleen +worden bereikt door eene geleidelijke verstandelijke ontwikkeling, +die ons vatbaar maakte voor het hoogere licht der waarheid. + +"Gij, waarde vrienden, hebt gedurende uw verblijf te onzent +langzamerhand de wegen leeren kennen, die wij hebben ingeslagen om dit +hoogere doel te bereiken, wegen, die wij ook nu nog bewandelen en ook +in de toekomst zullen blijven bewandelen, omdat zij bewezen hebben de +rechte te zijn. Daarover zal ik dus niet meer spreken. Ik wil gaarne +toegeven, dat wij het bij onze ontwikkeling gemakkelijker hebben gehad +dan dit bij u op aarde het geval geweest is en nog is. Wij hebben +hier een volk, dat vrijwel één is, in taal, denken en voelen, wat op +uwe planeet niet het geval is. Wij konden ons daarom met veel minder +moeite en zonder dien door u geschilderden moord-in-het-groot,--door +u oorlog genoemd,--opwerken tot dien hoogen trap van beschaving, die +uw ideaal zoo nabij komt. Wij hadden dus die vreeselijke verwarringen +niet te overwinnen, die uw geluk en vooruitgang zoo hinderlijk in +den weg staan, en voortdurend bedreigen. + +"Bij ons heerscht reeds sedert onheuglijke tijden een zeker +gemeenschapsgevoel, eene broederlijke verhouding, die den grondslag +van ons bewustzijn vormt, en de drijfkracht is onzer handelingen. + +"Bij u ontbreekt, helaas, dat machtige gevoel van solidariteit, of +is althans niet in die mate aanwezig, als het voor algemeen welzijn +noodig mag worden geacht. De oorzaak van den lageren trap waarop gij +staat, ligt mijns inziens in gebrek aan die eenvoudige natuurlijke +moraal die op ons leven zulk een gunstigen invloed uitoefent. + +"Het deed ons pijnlijk aan, te hooren hoe bij u iedere schrede op den +weg van vooruitgang wordt gekocht met bloed en tranen, en hoe daarvoor +velen moeten worden opgeofferd; en toch--gij hebt het zelf gezegd--het +moet en zal ook bij u op aarde eenmaal anders en beter worden. Gijzelf +zijt daarvoor de levende getuigen, want gij toont reeds heden datgene, +wat naar uwe getuigenis, in later tijd de groote massa wezen zal. + +"Wakkere brave mannen van uw geestelijke ontwikkeling, moeten daarom +daarbeneden op de aarde arbeiden aan de geestelijke ontwikkeling hunner +medemenschen en broeders. Wanneer ieder voor zich, bij dat moeilijke +werk, ook al geene volle bevrediging vindt, bedenk dan dat de gevolgen +van het arbeiden aan het werk der volmaking uwer medemenschen niet u, +maar uwe nakomelingschap ten goede komen zal. Wij raden u daarom: +"Keert naar uwe aarde terug." + +"O Hemel, had ik het niet gedacht," zuchtte bij deze woorden professor +Frommherz. + +"Houd toch uw mond, gij klager",--voegde professor Piller hem +allesbehalve vriendelijk toe. + +"Keert terug naar uwe Zwaben, naar het brave volk uit welks midden +gij zijt voortgekomen en wijdt u aan het verheven werk zijner +volmaking. Het zij verre van ons u te willen wegjagen, gij zijt en +blijft onze lieve gasten." + +"Goddank," mompelde Frommherz. + +"Maar ik moet eerlijk bekennen, en ik spreek hiermede uit naam +mijner broeders en zusters,--gij zijt de eerste, maar ook de laatste +vreemdelingen,--die van een der andere kinderen des Lichts, tot ons +komen mogen; want dit is de hoofdzaak, het eigenlijk resultaat onzer +bespreking. + +"In het belang van ons volk, wenschen wij geen verder verkeer met +anderen. Dit doelt niet op u, want,--ik herhaal het hier nogmaals +nadrukkelijk--gij zijt onze lieve gasten en vrienden. Maar wij nebben +geen enkelen waarborg, dat er niet eenmaal menschen tot ons zouden +kunnen komen, die niet even hoog staan als gij, wier gedrag, bij +een langer verblijf, waarschijnlijk tot allerlei onaangenaamheden +aanleiding geven zou, en eindelijk hunne verwijdering van hier zou +tengevolge moeten hebben. Dat willen wij ons besparen. + +"Uwe stoutmoedige reis zal u weliswaar niet zoo spoedig worden +nagedaan. Men kan echter niet weten, en daarom hebben wij reeds nu +strikte orders gegeven geen luchtschip meer te laten landen, waar het +ook vandaan moge komen, al was het zelfs uit uw geliefd Zwaben. Blijf +bij ons, wanneer gij wilt, of keer na korter of langer tijd weder +met uw luchtschip huiswaarts, wij laten dit aan uw eigen goedvinden +over en blijven steeds uwe oprechte vrienden! En nu, lieve broeders en +zusters"--wendde Anan zich tot de Marsieten,--"roept het met mij uit: +Heil, geluk en voorspoed, zij den zeven Zwaben, onzen lieven eersten +en eenigen gasten." + + + + + + + +HOOFDSTUK VI. + +IN HET LAND DER UITGEWORPENEN. + + +Met zeer gemengde gevoelens keerden de heeren van Angola naar Lumata +terug. Zouden zij op Mars blijven of heengaan? Dat was de eerste en +gewichtige vraag, die hen de eerstvolgende maanden bezighield. + +"Al hebben de Marsieten te Angola ons nu niet direct op straat +gezet, toch hebben zij ons duidelijk te kennen gegeven, dat het zoo +langzamerhand tijd wordt onzen ransel te pakken," zeide Piller op +zekeren dag tot zijn collega Stiller. + +"Gij hebt gelijk, en ik moet u ook oprecht bekennen, dat mij dit +werkelooze leven en die groote gastvrijheid, die ons wordt bewezen en +waarvoor wij op geen enkele wijze onze dankbaarheid toonen kunnen, +zwaar begint te vallen. Wij moeten toch eens weer aan vertrekken +denken, want wij kunnen hier toch niet tot aan het einde onzer dagen +blijven." + +"Hm, hm! Toch verlaat ik Lumata ongaarne, het scheiden zou mij +inderdaad moeilijk vallen; wanneer ik denk aan onze reis hierheen +en aan al de moeilijkheden, waarmede wij te kampen hebben gehad, +dan kan ik er van griezelen, wanneer ik aan terugkeeren denk! Maar +toch moet dit gebeuren, daarover kan en mag geen twijfel bestaan, +het is dus alleen maar de vraag wanneer. Laten wij het dus maar een +poosje afwachten!" antwoordde Piller. + +"Op die manier spreken er ook de andere vrienden over, waarde +Piller. Alleen Frommherz maakte een uitzondering, die ontwijkt zooveel +mogelijk iedere bespreking, die op onzen terugkeer betrekking heeft." + +"Dat wil ik graag gelooven," merkte Piller lachend op, "onze waarde +vriend Fridolin is overgelukkig dat hij hier mag vertoeven en krijgt +het benauwd, wanneer wij over eene thuisreis beginnen te spreken. Ik +kan het hem trouwens niet kwalijk nemen, dat hij gaarne voor altijd +hier zou willen blijven. Maar het is duidelijk, dat aan dit luie +leventje een einde komen moet. Daarin ben ik het volkomen met u eens, +Stiller!" + +"Wij beginnen dus met voorloopig hier te blijven, en maken ons onzen +tijd zoo goed mogelijk ten nutte. Inmiddels zorg ik er voor, dat onze +Argonaut weer uitstekend in orde wordt gemaakt, en tevens voor eene +voldoende hoeveelheid proviand. Ik zal langzamerhand, met de grootste +nauwgezetheid, alles voor onze terugreis in orde maken." + +"Vergeet vooral dien heerlijken wijn niet! Neem, als 't u blieft, +daarvan eene voldoende hoeveelheid in de gondel mede." + +"Dat zal gebeuren, gij eeuwige dorstlijder!" antwoordde Stiller +lachend. + +In vriendschappelijken, aangenamen omgang met het beminnenswaardige +volk op Mars, en het maken van kleinere en groote uitstapjes en reizen, +ging de tijd maar al te snel voorbij. Op een dier tochten waren zij +iets verder buiten de eigenlijk bewoonde streken, in de noordelijke +koudere gewesten van den planeet beland. De natuurvorschers werden +hier buitengewoon aan hun vaderland herinnerd door het zien van +goed onderhouden bosschen en groene weiden, afgewisseld door mooie +donkerblauwe meren. Daartusschen verhieven zich hooge gebergten, die +door hunne met sneeuw bedekte toppen, levendig aan een Alpenlandschap +herinnerden. Hier ontmoetten zij verspreide en ver uit elkander +liggende nederzettingen van Marsieten, wier ernstig en stilzwijgend +optreden een scherp contrast vormde met de vroolijke en opgewekte +levensopvatting van hunne andere broeders. + +Op hunne desbetreffende vragen, werd den geleerden meegedeeld, dat +dergelijke kleine koloniën, ook in de zuidelijke gematigde luchtstreek +van Mars werden gevonden. + +De kolonisten heetten "de uitgeworpenen" omdat hunne namen hetzij +tijdelijk, hetzij voor altijd, uit de stamboeken op Mars waren +geschrapt. + +Dat zijn dus de misdadigers die, van alle gemeenschap met anderen +uitgesloten, hierboven boete doen voor hunne wandaden?" vroeg +Dubelmeier. + +"Wij kennen hier alleen overtreders van de wet, geen andere +misdrijven," antwoordde men den vrager. + +"Nu dat komt dan toch zoowat op hetzelfde neer," ging Dubelmeier +voort. "Maar waarin bestaat dan bij u de wetsovertreding, die gestraft +wordt met verbanning naar deze streken?" + +"In het niet nauwkeurig beantwoorden aan alle plichten en +verplichtingen." + +"Dan zou bij ons op aarde 9/10 der menschen verbannen worden, en +zouden wij op het laatst met de bannelingen geen raad meer weten," +riep Piller verbaasd uit. + +"Wij zijn hier ook niet op uwe planeet," antwoordde glimlachend Baran, +die de reizigers tot gids strekte. + +"Maar het is toch eigenlijk wreed, om wegens kleinere vergrijpen, +een medemensch uit zijn gewone gezellige omgeving te stooten," bracht +Hämmerle in het midden. + +"Alleen wij kunnen oordeelen, over den aard van het vergrijp tegen +onze voorschriften," merkte Baran ernstig op. + +"Zonder twijfel," beäamde Stiller. + +"Maar de liefde vergeeft alle dingen; schenkt gij geen +vergiffenis?" vroeg Frommherz. + +"Zeker! Maar er zijn dingen, waarvoor geen vergiffenis mogelijk +is. Deze gevallen zijn weliswaar uiterst zeldzaam, maar zij komen +toch voor. Na een bepaalden proeftijd krijgen de uitgeworpenen hunne +namen weder terug. Zij kunnen dan weder in het vaderland en tot hun +stam terugkeeren, maar slechts weinigen maken van deze vergunning +gebruik. Gewoonlijk geven de eenmaal uitgestootenen er de voorkeur +aan hier te blijven en hun leven in zwaren arbeid, ten behoeve van +het welzijn der anderen, door te brengen." + +"En waarin bestaat dat werk?" vroegen de heeren. + +"In het zorgvuldig onderhouden der kanalen die hier beginnen; een zeker +zeer gewichtige en moeilijke taak, van wier nauwkeurige waarneming +het bestaan der gemeenschap afhangt." + +"En wie zorgt dan voor het onderhoud der uitgeworpenen?" + +"Zij zelf. Zij doen aan veeteelt, landbouw en dergelijke. Wanneer +eenmaal de tijd zal gekomen zijn, dat er bij ons geen uitgeworpenen +meer zijn, dan moeten wij dit werk zelf doen. Daarvoor zijn reeds +allerlei maatregelen getroffen, want het aantal der uitgeworpenen +neemt steeds af," aldus besloot Baran zijn mededeelingen. + +"Wat een gelukkige planeet is die Mars! Zelfs de misdadigers, +tenminste zij, die men op onze planeet met dien naam bestempelen zou, +worden door hetgeen zij verrichten, weder weldoeners der gemeenschap," +riep Stiller vol geestdrift uit. + +"En toch is het mij een zekere, alhoewel kleine voldoening, dat +het leven op Mars, dat enkel licht schijnt, toch ook eene kleine +schaduwzijde heeft, en dat het hier niet absoluut volmaakt is." + +"Volkomen en onvolkomen zijn begrippen, die wij ons zelf op de aarde +hebben gevormd, en die wij in den eigenlijken zin niet mogen gebruiken +met betrekking tot de toestanden hierboven," hernam Dubelmeier. + +"Zeer juist," bevestigde Frommherz, "mij persoonlijk komt alles +hierboven volkomen en wonderschoon voor. Ik heb hier een paradijs +gevonden, zooals men zich dat daar beneden op aarde droomt." + +"O, gij dweeper!" hernam Piller lachend. "De wereld op Mars is +zeer zeker beter dan de onze, en het is puur onzin, om, zooals dat +gewoonlijk gebeurt, onze aarde de beste aller werelden te noemen. Maar, +mijn beste Frommherz, weldra wordt gij weder uit uw paradijs verdreven +en moet gij weder naar Tübingen terug." + +"Dat kan u onmogelijk ernst zijn," riep Frommherz uit. + +"Bittere ernst, waarde vriend! De heerlijke dagen op Mars loopen ten +einde, niet alleen voor u, maar voor ons allen. Jammer genoeg!" en +na deze woorden moest Piller zich den neus snuiten. + +"Maar die verschrikkelijke reis," jammerde Frommherz, "zijt gij dan +al die vreeselijke ellende van de heenreis reeds geheel vergeten?" + +"Mijn beste Frommherz, het moet!" hernam Stiller. "Wij vertoeven +hier nu reeds bijna twee jaar, en ook de gastvrijheid heeft zijne +grenzen. Buitendien weet gij, dat de Marsbewoners er op rekenen, +dat wij weder zullen vertrekken. Ik geloof, dat de woorden, die Anan +destijds te Angola tot ons gesproken heeft, dat duidelijk genoeg +uitdrukten. Ons eergevoel en onze dankbaarheid eischen, dat wij Mars +verlaten en wel zoo spoedig mogelijk. Zeker, de terugreis is moeilijk +en zal misschien nog meer van onze krachten vorderen dan de heenreis, +maar het moet!" + +"Maar--maar, zou ik dan ten minste niet kunnen achterblijven?" + +"Dat gaat niet, dat is niet mogelijk, wij zijn met elkaar gekomen, +en moeten ook gezamenlijk weder vertrekken, dat is duidelijk. Wij +allen, behalve gij, zijn het dáárover eens dat wij moeten vertrekken, +ofschoon ons het afscheid van deze planeet zwaar genoeg zal vallen, +want wij hebben hier zonder twijfel den schoonsten tijd en mogelijk +ook den reinsten van ons leven doorgebracht. Maar wij mogen niet tot +last zijn," besloot Stiller. + +Beschaamd over dit scherpe antwoord, dat als eene terechtwijzing +klonk, liet Frommherz zich niet meer over zijne gevoelens uit, hij +hield die geheel voor zich. + +In het landschap, dat zich voor alle vrienden uitstrekte, trok een +hooge berg, die in trotsche eenzaamheid zijn met sneeuw bedekten kruin +ten hemel hief, plotseling Dubelmeier's aandacht. De pyramidale bouw +van den berg wees op zijn vulkanischen oorsprong. Van zijn eenigszins +platten top moest men een prachtig uitzicht hebben op de omgeving. Deze +gedachte had in professor Dubelmeier de hartstocht voor bergbeklimmen +weder wakker geroepen. + +"Wat zouden de heeren er van denken, wanneer wij tot besluit van +ons bezoek aan Mars, eens een tocht naar dien prachtigen berg +ondernamen? De toestand van den dampkring van Mars in aanmerking +genomen moeten wij hoogstwaarschijnlijk daarboven een prachtig uitzicht +hebben," zeide Dubelmeier tot zijne reisgenooten. + +"Ik ga mee," zeide Stiller dadelijk. + +"En ik ook," verklaarde Piller. "Zeg Baran, hoe heet die berg?" + +"De berg der Zwijgenden." + +"Wat een zonderlinge naam," merkte Stiller op. "Wie gaat er met +ons mee?" + +Maar de vier overige Zwaben waren niet te bewegen om aan den tocht +deel te nemen. Een zekere moeheid en afgematheid hield hen daarvan +terug. Men kwam overeen, dat zij hier den terugkeer van de drie +vrienden zouden afwachten. + +Baran zorgde voor alles wat het kleine gezelschap noodig had; hij +vergat ook enkele geschikte kleedingstukken en andere benoodigdheden +niet. Onder geleide van drie Marsieten, vertrokken de heeren. Een +motorboot bracht hen langs een breed kanaal, al heel spoedig aan den +voet van den berg, die van dichtbij gezien, een ware reus bleek te +zijn. Dubelmeier schatte zijne hoogte boven het dal op drieduizend +meter. + +Aan alle zijden was hij steil, en men kon hem dan ook slechts +zigzagsgewijze beklimmen. Het was een moeilijk werk. Bij iedere schrede +zonk de voet tot aan de enkels weg in de verweerde lava. Uren lang +duurde deze vermoeiende opstijging, tot de heeren ten laatste op de +sneeuwgrens kwamen. Hier werd halt gehouden. Eenige uren rust zouden +de uitgeputte krachten van de bergbestijgers weder opwekken. Eerst +nu konden de heeren bemerken, hoe hoog zij reeds gestegen waren, want +door het vermoeiende gaan over dien mullen grond hadden zij geen tijd +gehad om rond te kijken. + +Terwijl de Marsieten het ontbijt klaar maakten, bewonderden de drie +Zwaben het panorama, dat zich aan hunne voeten ontrolde, en dat door +de ondergaande zon als met goud overgoten werd. Geen geluid, geen +toon werd vernomen die de aanwezigheid van nog andere levende wezens +verried, zelfs niet het geruisch van eene nederstortende beek. Alles +scheen op dezen berg van absolute stilte te spreken, en de berg droeg +zijn naam dan ook terecht. + +Ook de zonen der aarde zwegen. Stil, in eigene gedachten verdiept, +staarde ieder voor zich uit. + +"Ik zoek tevergeefs met welk landschap op aarde ik dit panorama moet +vergelijken," aldus verbrak Stiller de stilte. + +"Mij doet het denken aan Villa Rica in Zuid-Chili. Zoowel hier +als daar verheft zich zulk een kegel op de vlakte. Het gezicht +op de donkergroene bosschen, glinsterende meren en stroomen is +hetzelfde. Daarbij komt nog zoowel hier als daar, de doorschijnende +lucht, het heldere blauw van den hemel en de geheimzinnige stilte +der natuur," antwoordde de bereisde Dubelmeier. + +"Dat kan ik niet beoordeelen. Maar dit is zeker, dat van deze hoogte +gezien het land van Mars een toonbeeld is van vrede, bekoorlijkheid +en schoonheid. Van waaruit men het ook beziet, overal treft ons dit +als eene hoogere openbaring," riep Stiller vol geestdrift uit. + +Bij deze woorden van zijn collega, zuchtte Piller diep. "Gij hebt +gelijk, Stiller, maar hier zijn spijs en drank uitstekende middelen +tegen dergelijke gevoelsaandoeningen." Bij deze woorden greep Piller +naar eene flesch en schonk zich een glas Marswijn in, dat hij in één +teug ledigde. + +Het was nacht geworden. Phoebus en Deimos bewogen zich stralend en +verlichtend langs hun weg, toen het gezelschap opbrak om, over de +vast gevroren sneeuw langzaam verder te klimmen naar den top van den +berg. Prachtige donkerroode tinten aan den oostelijken hemel kondigden +het opgaan der zon aan, toen de Zwaben eindelijk gelukkig den top +van den berg hadden bereikt. Als een vuurbal vertoonde zich weldra +de zon, en wierp hare stralen over berg en dal. Een overweldigend +schoon natuurtooneel was het loon der heeren voor den moeilijken tocht. + +De berg der Zwijgenden was aanmerkelijk hooger, dan al de bergketenen +in den omtrek. Hij was het hoogste punt van het oostelijk gedeelte +van Mars. + +Het uitzicht was naar alle kanten vrij en onbelemmerd, zelfs de +verst verwijderde voorwerpen waren, dank zij de dunne heldere lucht, +duidelijk zichtbaar. + +Ver, ver in het Noorden, konden de drie geleerden met behulp van den +scherpen Marskijker, dien zij hadden meegenomen, een witte boogvormige +lijn onderscheiden. Deze teekende zich scherp en duidelijk tegen +den wazig blauwen horizont af. De heeren wisten eerst niet waarvoor +zij deze eigenaardige lijn, die een uitgestrekte ijszee insloot, +moesten houden. + +"Maar dat is de Noordpool van Mars," riep Stiller plotseling uit. + +De andere toeschouwers waren ten zeerste ontroerd. Het was alsof zij +hier in aanraking kwamen met het oneindige. Zulk eene uitwerking van +het vergezicht hadden zij niet verwacht. Zij konden de oogen bijna +niet afwenden van de zoo duidelijk waarneembare afronding. + +"Er valt niet aan te twijfelen, het is de Noordpool. Hoe wonderlijk, +dat hier op eene andere planeet, onze oogen datgene mogen aanschouwen, +wat op aarde in weerwil van alle daartoe gedane pogingen nog aan +niemand is gelukt," zeide Stiller, "wat moet dat bij nacht een schoon +gezicht zijn!" + +"Hoe meent gij dat?" vroeg Dubelmeier. + +"Wel, ik denk aan de vurige electro-magnetische uitstroomingen der +polen," antwoordde Stiller. + +"Dan blijven wij zoo lang hier," besloot Piller. "Maar ziet eens +vrienden, wat is dat daar beneden?" + +Stiller en Dubelmeier draaiden zich om. Ongeveer tweehonderd +meter beneden hen, lag in het heldere zonlicht, in den krater +van den vroegeren vulkaan, een meer, helder licht-smaragdgroen +gekleurd. Schoone bloemen bloeiden aan zijn oevers. + +"Bloemen en water, ijs en sneeuw, wat een wonderlijke contrasten, hoe +zijn die met elkander in overeenstemming te brengen?" vroeg Piller. "We +schijnen hierboven van het eene wonder in het andere te komen!" + +"Op Mars schijnt er aan alle merkwaardigheden geen einde te +komen!" hernam Stiller glimlachend, "maar laten wij de zaak +onderzoeken, en nederdalen in den krater, die buitendien eene +uitstekende rustplaats zou kunnen zijn." + +Weldra waren de heeren bij het meer aangekomen. Daar, waar de sneeuw +ophield en de plantengroei begon, was de grond warm, een bewijs, dat +de vulkaan nog niet geheel was uitgewerkt. Het water van het meer was +eveneens warm en had eene temperatuur van 30° C. Door het wonderlijk +heldere bijna doorzichtige water, dat eenigszins zout smaakte, kon +men duidelijk den bodem van het meer zien, die met een donkerrood +tapijt scheen te zijn belegd. + +"Dat ziet er uit alsof er een sterke minerale kleurstof over is +uitgestort," zeide Piller tot zijn collega Stiller. + +"Het schijnt een soort ijzeroxide te zijn, dat op den bodem van het +meer is neergeslagen. Waarschijnlijk is het water zeer ijzerhoudend," +hernam Stiller. + +"Dat is wel mogelijk, en daardoor was dan tevens te verklaren, het +totaal gemis aan dieren in dit water." + +De heeren wijdden nu hunne aandacht aan den rijken plantengroei op +de oevers. Het was een kleurig, geurig bloementapijt, dat op de +aardbewoners een hoogst aangenamen indruk maakte. Alle mogelijke +soorten van planten, verwant met die, welke in de Alpenstreken +thuis hooren, waren hier vertegenwoordigd. Met genoegen vertoefden +de heeren gedurende dien dag in den krater, en betreurden het, dat +hunne vrienden niet waren meegegaan. Tegen den avond gingen zij in +hunne pelzen gehuld, weder naar den top. Het land was reeds weder +in diepe duisternis gehuld, toen de reizigers den rand van den +krater bereikten. De Mars-manen waren nog niet opgegaan, maar in +de richting van den Noordpool, dien de vrienden dien morgen hadden +gezien, begon het te lichten, eerst langzaam, maar hoe langer hoe +sterker. Eindelijk zag men vurige stralen, die een halven cirkel +vormden aan den poolhorizont, en weder verdwenen. Eene prachtige +kleurwisseling van schitterend roodgoud tot het helderst saphier +blauw, samengaand met het toe- en afnemen der trillende stralen, +bracht de vrienden in verrukking. + +"Deze heerlijke natuurverschijning is een waardig besluit van onzen +tocht naar dezen berg," zeide Stiller tot zijne vrienden, toen het +poollicht meer en meer werd verdrongen door de schitterende manen +van Mars, die inmiddels waren opgegaan. + +"Hier boven op Mars, is alles licht en helder, zelfs de nacht. Welk +eene prachtige wonderschoone reflectie brengt het licht van de maan +daar beneden te weeg!" Met deze woorden wees Piller naar het meer in +den krater, waar de trillende stralen der beide manen duizendvoudig +gebroken, werden weerkaatst. Het was alsof lichtgevende wezens uit +de diepte van den berg waren opgestegen, en aan de oppervlakte van +het water hun dartel spel speelden. + +De drie flinke Zwaben, namen nu, een heerlijke herinnering rijker, +eenige uren later den terugtocht aan, om met hun vier collega's naar +Lumata terug te keeren. + + + + + + + +HOOFDSTUK VII. + +HET AFSCHEID. + + +Na den terugkeer uit het rijk der Uitgeworpenen, begon Frommherz +den omgang met zijne reisgenooten, meer en meer te beperken. Hij +nam weliswaar nog aan de gemeenschappelijke maaltijden deel, maar +trok zich verder, voor zoover dit ongemerkt te doen was, uit het +gezelschap zijner vrienden terug. Op de avonden, die anders gewijd +waren aan algemeene gesprekken en gedachtenwisseling over het schoone +land Lumata, ging hij nu alleen wandelen, en genoot in stilte van +de eigenaardige betoovering der heldere nachten. En hij zou weer weg +moeten van hier, verdreven uit dit Eden, en weer moeten terugkeeren +naar die koude aarde?!! Frommherz leed inderdaad onder die gedachte. De +andere heeren waren te zeer bezig met zichzelf, om veel waarde te +hechten, aan het zonderlinge gedrag van hun reisgenoot. Door Eran +had Stiller aan het hoofdbestuur van den stam der Wijzen, te Angola, +doen meedeelen, dat hij en zijn vrienden vast besloten waren naar de +aarde terug te keeren. Als datum van vertrek hadden zij den tweeden +verjaardag van hun aankomst op Mars gekozen. + +Daarop was als antwoord eene uitnoodiging gevolgd om nogmaals naar +Angola te komen. De ontvangst dáár liet aan hartelijkheid niets te +wenschen over. Er werden feesten gegeven te hunner eer en ter viering +van het naderende afscheid. Het beste en schoonste wat beeldende en +uitbeeldende kunsten op Mars konden opleveren, werd bij deze feesten +de bewoners der aarde te genieten gegeven, maar de schaduw van het +afscheid van deze schoone planeet, begon reeds te drukken op de Zwaben, +en was oorzaak, dat zij niet meer ten volle genoten van al het schoone +en goede dat hun geboden werd. + +Het laatste middagmaal had plaats in de groote spiegelzaal van +het paleis der Wijzen. Genoodigden van alle streken van Mars, en +vertegenwoordigers van alle stammen waren daar verschenen. + +In het Westen begon het eeuwige licht, de zon, te dalen. De ontelbare +spiegels in de zaal weerkaatsten, duizenden malen gebroken, hare +zachte koesterende stralen. Het was in de zaal een en al licht, +het was oogverblindend. Door de geopende vensters drong heerlijke +bloemengeur naar binnen en de kronen der palmen daarbuiten wiegden +zachtkens in den zoelen avondwind. Rustig en stil lag het donkerblauwe +meer onder het groene bladerdak der boomen, waarin nog haastig een +paar tsjilpende vogels heen en weer vlogen, en de bloesems der lianen +in heerlijke kleurenpracht schitterden. + +Zacht glooiende heuvelrijen, rood getint door de laatste stralen der +ondergaande zon, omlijstten het heerlijke landschap, dat de bewoners +der aarde voor de laatste maal aanschouwden. Deze waren het eerst +de zaal binnengekomen, en stonden voor de hooge vensters in stomme +bewondering van het prachtig tooneel daarbuiten. + +"Het afscheid wordt ons waarachtig moeilijk genoeg gemaakt," zei Piller +zacht tot Stiller, die naast hem stond. "Frommherz heeft gelijk. Is dit +niet een land, dat met recht den naam van Paradijs zou kunnen dragen?" + +"Ongetwijfeld," antwoordde Stiller, "het is een Eden, als geschapen +voor bedroefden, voor menschen zonder vaderland, zooals wij voortaan +zullen zijn." + +"Zonder vaderland! Hoe meent ge dat, Stiller?" + +"Zonder vaderland, zeker!" hernam Stiller, en zijne lippen trilden +zenuwachtig, toen hij na een oogenblik zwijgens voortging: "Gelooft +ge dan, dat wij ons in ons vaderland weder zullen thuis voelen, nadat +wij hier twee volle jaren hebben vertoefd, te midden eener heerlijk +schoone natuur, in een land een Paradijs gelijk, onder fiere, vrije, +edele menschen? Nooit! Vreemdelingen zullen wij zijn daar, waar +wij zijn geboren, daar, waar wij vroeger hebben geleefd, gewerkt en +gestreden voor onze overtuiging." + +"Stiller, maak mij, als 't u blieft, het afscheid niet heelemaal +onmogelijk!" + +Piller moest zooals altijd, wanneer hij hevig ontroerd was, herhaalde +malen zijn neus snuiten; toen ging hij naar de tafel, schonk zich +een glas wijn in en dronk dat in één teug leeg. + +"Het zij verre van mij, u het afscheid onmogelijk te willen maken, want +wij moeten vertrekken, maar"--en de oogen van den spreker schitterden +bij deze woorden--"we zullen daar beneden op aarde zonder veel woorden +te gebruiken, het zaad uitstrooien voor een toekomst, zooals wij die +hierboven zoo heerlijk verwezenlijkt hebben aangetroffen." + +Als teeken van instemming drukte Piller zijn collega stilzwijgend +de hand. + +Langzamerhand vulde de zaal zich met genoodigden. Alle traden op de +zonen der Aarde toe en schudden hen de hand. + +Nadat Anan was verschenen nam de maaltijd een aanvang. Naast +de Oudsten der Ouden zaten de zeven Zwaben. De kroonlichten der +zaal bestonden uit electrische lampen, die haar schitterend licht +wierpen op de rijk versierde tafel en het groote feestelijk gestemde +gezelschap. Beneden in de spiegelgalerij was een koor van zangers en +muzikanten opgesteld, die gedurende den maaltijd verschillende nummers +ten gehoore brachten. Toen de tafel was afgeloopen stond Anan op. + +"Mijne broeders en zusters," aldus ving hij aan "de ure is gekomen +waarop van Angola zal worden afscheid genomen. Onze gasten uit het +verre Zwaben gaan daarheen terugkeeren. Mogen zij gelukkig en gezond +hun vaderland weder bereiken! Zij zullen bij ons steeds in aangename +herinnering blijven! Wij hebben besloten, om hunne namen in vergulde +letters op marmeren gedenksteenen hier in deze zaal aan te brengen, +met hunne beeltenissen, opdat onze nakomelingschap worde herinnerd aan +hunne moedige reis hierheen en hun langdurig verblijf in ons midden, +dat door geen wanklank werd verstoord. Verder hebben wij besloten om +ter herinnering aan het verblijf van de eerste en laatste aardbewoners, +de verschillende mededeelingen die zij ons omtrent het leven en streven +der volkeren op aarde hebben gedaan, te boek te stellen, welk werk +wij hier in ons tehuis eene eereplaats zullen geven. Behalve de namen +van onze gasten zal dus ook datgene worden geboekstaafd wat zij ons in +plechtige oogenblikken hebben verteld. Hiermede zal de herinnering aan +hun bezoek tot in lengte van dagen, bij ons in eere worden gehouden. + +"En nu mijne waarde vrienden!"--bij deze woorden wendde Anan zich tot +de zeven Zwaben, "voor U hebben wij eenige geschenken, ter herinnering +aan ons en onze planeet, bestemd; voortbrengselen van de kunst en +wetenschap van onze kinderen des Lichts. + +"Neem hetgeen daarginds op tafel ligt, mede, als een herinnering aan +uw verblijf te onzent. Het bevat de ontwikkelings-geschiedenis van +ons volk. Met den algemeenen vooruitgang der beschaving en de grootere +ontwikkeling van het zelfbewustzijn werd bij ons de wetgeving meer en +meer vereenvoudigd. Zij is eigenlijk alleen gegrond op de stelling: +"Doe niets wat gij niet wilt dat u gedaan zal worden." Gij zult dus, +wat dit betreft, in dit boek weinig meer vinden; want hoe grooter het +aantal wetten, hoe minder zelfstandig een volk blijkt te zijn. Het +boek bevat ook onze opvattingen over de natuurlijke moraal, de eeuwige +onverwoestbare grondstelling die bij ons het werk der loutering heeft +voltooid. Moge ook in dit opzicht uw gevaarvolle en moeilijke tocht +naar ons ver verwijderd hemellichaam en uw verblijf te onzent rijke +vruchten afwerpen!" + +Anan ging weer zitten. + +Een diepe stilte volgde op deze woorden van den grijsaard. Nu stond +Stiller op. Op ontroerden toon dankte hij allereerst in naam zijner +reisgenooten voor al het goede dat men hun hier had bewezen. Hij +had hier eene mate van ontwikkeling aangetroffen waarvan hij vroeger +had gedroomd, maar die hij in werkelijkheid niet voor mogelijk had +gehouden. Hij en zijne vrienden hadden hier boven veel geleerd en +waren van menige dwaling genezen geworden. + +"Zoo heb ik ook altijd gedacht dat de hoogere ontwikkeling der menschen +niet mogelijk was zonder dat daaraan de moeilijke strijd om het bestaan +was voorafgegaan en dat die bepaald noodzakelijk was om den mensch +te reinigen en te louteren. Van die meening ben ik door hetgeen ik +hierboven heb gezien, genezen geworden. De zware strijd is slechts het +gevolg van lage zelfzucht, de ware naastenliefde tracht dien strijd te +verzachten, en die liefde ontbreekt bij ons helaas nog in hooge mate! + +"Ook hierboven wordt een strijd gestreden, maar hoe hemelsbreed +verschilt die van datgene wat men daaronder op aarde verstaat! Hier +is ieder er op uit aan zijne evenmenschen en broeders, het beste te +schenken wat hij te geven heeft en wat dienen kan tot bevordering +van het welzijn van zijn evenmensch. Hier leeft ieder het groote +gemeenschapsleven mede, omdat ieder zich een integreerend deel +van die gemeenschap voelt, want gaat het den een goed dan komt +het ten bate van 't geheel. Lijdt daarentegen een der leden, +dan lijdt ook de gemeenschap. En hoe gezond en krachtig is deze +hier. Hoe ver daarentegen zijn wij op onze aarde nog verwijderd +van deze levensidealen en levensopvattingen. Hoe klein zijn wij in +vergelijking van u! En toch, eens moet en zal 't ook op aarde anders +en beter worden. Wij, die hier bij u hebben vertoefd, wij zullen, voor +zoover 't in ons vermogen ligt, het zaad uitstrooien van een schooner +en reiner leven in de toekomst, zooals wij dat hier zoo heerlijk +hebben leeren kennen. Onze reis hierheen was niet tevergeefs. Wat +toch beduiden de vermoeienissen en gevaren, die wij hebben doorstaan, +vergeleken bij al het reine, schoone en goede wat wij hier hebben +mogen genieten. Wij aanvaarden onze thuisreis met een bezwaard hart, +met het bewustzijn dat wij hier ons rijkste en schoonste stukje +leven hebben doorgebracht, dat zoo oneindig rijk is aan heerlijke +herinneringen. Moeder Aarde verlangt echter terug, wat haar toebehoort. + +"Nooit, tot onzen laatsten ademtocht, zullen wij vergeten, wat +gij ons hebt gegeven, wat gij voor ons geweest zijt, en hoe gij +ons hebt geëerd. Wanneer wij later, teruggekeerd in ons vaderland, +in nachtelijke uren van uit de verte, uw Mars, uw Kind des Lichts, +zien schitteren, dan zullen onze gedachten bij u verwijlen en met +stillen weemoed zullen wij terugdenken aan dezen, den schoonsten tijd +onzes levens! + +"Vaartwel, waarde vrienden! Vaart allen wel! Ik omhels Anan voor u +allen en druk hem voor u allen den broederkus der Aardbewoners op het +reine voorhoofd. Want broeders zijn wij allen, die zich "menschen" +noemen, of zij hier boven dan wel op de aarde wonen." + +Stiller's woorden hadden op alle aanwezigen een diepen indruk gemaakt, +en toen hij nu op Anan, den eerwaardigen grijsaard toetrad en hem +den broederkus gaf, dreunde de zaal van luide bijvals-betuigingen. + +"Broeder, edele zoon van uw land," antwoordde Anan, "heb dank voor +hetgeen gij hebt gezegd. Ontvang ook van mij,--den ouden zoon van het +Kind des Lichts, den broederkus, en keer met uwe reisgenooten gelukkig +huiswaarts. Met hen zult gij zegenrijk werkzaam zijn aan de volmaking +der menschheid, dat weet ik! Mijne oogen zullen zich weldra sluiten, +in dien slaap waarop geen ontwaken meer volgt, maar zoolang ik nog +leef, zal ik met vreugde terugdenken aan de uren, die ik met u in +ons Angola heb doorgebracht!" + +Eenige dagen na het roerend afscheid te Angola, waren de Zwaben weer in +Lumata terug. Stiller was druk met den ballon bezig, waarbij hij door +de Marsieten trouw werd geholpen. Door de inmiddels opgedane ervaring, +was het hem mogelijk al de tekortkomingen en gebreken waarmede zij op +de heenreis te kampen hadden gehad, op afdoende wijze te voorzien. Hij +bereidde er zich op voor, dat de terugreis geruimen tijd zou duren, +in weerwil van de sterke magnetische aantrekkingskracht van de aarde, +die tweemaal zoo groot was als die van Mars. + +Sedert de opstijging van de Cannstatter weide op den bewusten +Decemberavond, was nu nagenoeg twee en een half jaar verloopen. Mars +had zich intusschen vele millioenen kilometers van de aarde verwijderd, +zoodat de afstand tusschen deze beide planeten, nagenoeg tweemaal +zoo groot was als bij de afreis. Stiller berekende dat zij volgens +de gewone tijdrekening, minstens vijf volle maanden in de gondel +zouden moeten verblijven, en dan nog altijd in de veronderstelling, +dat geen enkele onvoorziene omstandigheid, de vaart van den Argonaut +zoude belemmeren. Maar nu hij en zijn tochtgenooten, in een tamelijk +bevredigenden gezondheidstoestand en zonder noemenswaardigen tegenspoed +op Mars waren aangekomen, waarom zou dan op stuk van zaken, de +terugtocht niet even goed afloopen. Weliswaar zag de anders zoo +moedige man eenigszins op, tegen den vermoedelijk langen duur der +terugreis. Vijf volle maanden in de gondel te moeten doorbrengen, en +zich allerlei daarmede verbondene ontberingen te moeten getroosten, +zooals gebrek aan daglicht en behoorlijke lichaamsbeweging, was wel +iets wat zelfs den dappersten den moed zou kunnen benemen. + +Stiller schudde echter al die sombere gedachten met kracht van zich +af en verheugde zich over de inderdaad buitengewoon groote technische +kennis van den stam der Uitvinders, die niet alleen tot vulling van den +ballon een gas bereidden, dat geheel overeen kwam met het Argonauton, +maar ook de kunst verstonden, om op inderdaad meesterlijke wijze +allerlei voedingsmiddelen voor de reis te conserveeren. + +Aan electrische kracht, gecomprimeerde lucht, die reeds sedert +onheugelijke tijden bij de Uitvinders bekend waren, was evenmin gebrek, +en de Argonaut voerde van deze kracht en deze middelen van bestaan +een geheel anderen voorraad mee dan toen hij opsteeg. + +Zonder gedruisch, zonder eenige verdrietelijkheid was de ballon in +elkaar gezet. Wat stak die manier van werken gunstig af bij die van +twee jaar geleden, op de Cannstatter-weide! + +Dank zij de hooge ontwikkeling en de bereidwilligheid der Uitvinders, +was de Argonaut zóó voortreffelijk in orde, dat de gevaarlijke +reis ieder oogenblik kon worden ondernomen. Stiller achtte zich +verplicht zijne reisgenooten op de hoogte te houden van het verloop +der werkzaamheden. Hij verzweeg zijne vrienden ook den vermoedelijken +duur der reis niet. + +Eerst waren de collega's wel eenigszins geschrikt bij het denkbeeld +zóó lang in de gondel te moeten vertoeven, doch zij hadden zich er al +spoedig overheen gezet en gingen met moed en vertrouwen de toekomst +tegemoet. Alleen Frommherz zeide niets. Stil, in zich zelf gekeerd +liep hij rond, terwijl de andere heeren bezig waren hunne weinige +bezittingen te pakken en naar de gondel te brengen. + +De Argonaut was uit de loods te voorschijn gehaald, en lag zacht +wiegelend voor anker op de plaats, waar hij eens was neergedaald. + +De laatste dag van het verblijf op Mars, was maar al te spoedig +aangebroken. Den volgenden morgen, in alle vroegte, zou men van +Lumata vertrekken. + +Eran, de gastvrije, eerwaardige grijsaard, had er op aangedrongen +zijne gasten een schitterend afscheidsmaal aan te bieden, waarvan +de plechtigheid en het genot werden verhoogd, door de harpspelers en +zangers van Lumata. + +Iedereen was op de been, nergens werd gewerkt. De vriendelijke +Zwaben hadden zich overal bemind weten te maken en er was niemand, +die het heengaan der dappere mannen niet oprecht betreurde. Maar zij +hadden daar beneden op aarde vaders, moeders, broeders en zusters +en daarom scheen hun terugkeer den Marsieten, bij wie het familie- +en gemeenschapsgevoel zoo sterk was ontwikkeld, niet meer dan plicht. + + + + + + + +HOOFDSTUK VIII. + +EEN AFVALLIGE. + + +Gedurende den maaltijd en bij de over het algemeen zenuwachtige +stemming, was het niemand opgevallen, dat Frommherz verdween. Toen +de tafel was afgeloopen, wat eerst gebeurde toen het alweer begon te +dagen, en de aardbewoners opstonden met het plan Eran's huis, dat hen +twee jaar lang had geherbergd, voor goed te verlaten, miste men den +vriend. Men zocht hem overal maar vond hem niet. Eindelijk ontdekte +men een brief, die in zijn kamer op de tafel lag en geadresseerd was: +"Aan mijne vrienden en reisgenooten." + +Stiller opende het schrijven en las den inhoud snel door. "Wij hebben +helaas met een afvallige te doen," zeide hij tot zijne vrienden. "Hoor +maar wat Frommherz schrijft. Maar laten wij eerst gaan zitten, en +daarna beraadslagen wat ons te doen staat." + +De heeren voldeden aan dit verzoek en Stiller verzocht Eran en de +overige Marsieten met het oog op de afwezigheid van den zevenden +reisgenoot een oogenblik geduld te hebben, waarop Eran en zijne +vrienden zich terugtrokken en de heeren alleen lieten. + +"Voor den drommel, ik dacht het wel zoo half en half, dat Frommherz +uit het vendel loopen zou," begon Piller boos. "Toe, Stiller, lees +ons dien brief eens voor!" + +"Vergeef mij, waarde vrienden en tochtgenooten, dat ik u een +smartelijke teleurstelling bereid. Ik kan het niet over mij verkrijgen, +met u naar de aarde, naar ons vaderland terug te keeren. Ik heb een +zwaren strijd gestreden, ik kan Mars niet verlaten, het zou mijn +dood zijn, en dien wenscht gij toch niet. Ik heb hierboven alles +verwezenlijkt gevonden, waarvan ik daar beneden had gedroomd, +en waarnaar ik had gesmacht. En nu zou ik dat Eden verlaten en +weer terugkeeren tot die bekrompen levensopvattingen, tot al die +onoprechtheid en leugen, terwijl ik zoo langen tijd in het licht +der ware reinheid heb geleefd? Neen, ik kan het niet! En heeft niet +de eerwaardige Eran het ten slotte aan onze vrije keus gelaten, of +wij al dan niet hierboven wilden blijven? Welnu, dan zal ik van zijn +vergunning gebruik maken, en u alleen laten vertrekken. + +"Ik weet, dat ik u krenk met dit besluit, maar werkelijk, ik kan +niet anders handelen. Oordeel niet te streng over mij, vergeef mij, +en gedenk mijner in liefde. Ik blijf vrijwillig hier boven. U treft +dus geen verantwoordelijkheid, dat gij alleen, zonder mij, naar het +vaderland terugkeert. Moogt gij het gelukkig weer bereiken! Dat +is mijn innige en oprechte wensch. Breng mijn groet over aan +Tübingen, aan Zwaben en aan mijne bloedverwanten! Zeg hun, dat ik +mij hier boven overgelukkig voel, als ware ik in het Paradijs, en +dat ik daarom niet terugkeer naar de aarde met al haar lijden en +strijd. Doe geen moeite om mij te zoeken, gij zoudt mij toch niet +vinden in mijne veilige schuilplaats, waar ik blijven zal tot gij +zult zijn vertrokken. Vaartwel! Ik zal uwer steeds in vriendschap +blijven gedenken!" + + + Fridolin Frommherz. + + +Nadat Stiller dezen brief had voorgelezen, heerschte er gedurende +eenige oogenblikken een somber stilzwijgen. + +"Wat een ellendige spelbreker," begon Dubelmeier te mopperen, "nu +begrijp ik in eens, waarom hij zich de laatste weken zoo zonderling +heeft gedragen." + +"Wij zijn geblameerd, voor altijd geblameerd!" riep Piller, "wat moet +men wel van ons denken!" + +"Laten wij Eran opdragen om Frommherz te zoeken, die vindt den +deserteur zeker," raadde Hämmerle. + +"Daar zou ik sterk voor zijn," voegde Thudium er aan toe. + +"Het gaat toch niet aan, dat wij Frommherz hier achter laten. Of wij +blijven allen hier, òf wij keeren gezamenlijk terug. Dat is duidelijk," +liet Brummhuber er op volgen. + +"Mijn waarde vrienden, luister eens even naar mij," begon Stiller, +en trachtte zijne opgewonden reisgenooten te kalmeeren. "Ik begrijp en +billijk volkomen uwe ontsteltenis over het gedrag van Frommherz, en ik +ben het daar volkomen mede eens, maar wij hebben niet het minste recht, +om hem onzen wil op te dringen. Hij is destijds vrijwillig meegegaan, +en kan nu ook vrijwillig achterblijven. Hij had echter open en eerlijk +kunnen handelen, dat is echter iets, wat hij met zijn eigen geweten +moet uitmaken. Laten wij de zaak nemen, zooals zij nu eenmaal is. Op +den indruk en de herinnering, die wij persoonlijk gemaakt hebben, +heeft het blijven van Frommherz niet den minsten invloed. Integendeel +wij zijn gebleven waarvoor men ons hield. Frommherz zal het in +deze omstandigheden en bij de strenge moraalbegrippen der Marsieten +niet gemakkelijk hebben te verantwoorden. Laten wij dus zonder hem +vertrekken, ik raad u dit, ook met het oog op hem. Gaan wij soms met +een verlicht hart huiswaarts?" + +"Neen, zeker niet!" klonk het uit vijf monden. + +"Welnu, dan zullen wij de positie, waarin onze Frommherz zich +vrijwillig heeft gebracht, ten minste zoo goed mogelijk trachten te +maken; wij zullen den achterblijver aanbevelen in de vriendschap en +welwillendheid van onzen goeden eerwaardigen Eran." + +"Dat ontbreekt er nog maar aan," stoof Piller op. + +"Waarom niet?" + +"Ik begrijp u eenvoudig niet, Stiller!" + +"Nu, laat mij dan rustig uitspreken. Onder het lezen van Frommherz' +brief, kwam het mij zoo in de gedachte, dat het best mogelijk kon +zijn, dat onze vriend na ons vertrek, tot straf voor zijn eigenmachtig +achterblijven, en daardoor gebleken gemis aan solidariteitsgevoel, +naar het land der Uitgeworpenen zou worden verbannen." + +"Dan had hij niet meer dan hem toekwam," bracht Brummhuber in het +midden. + +"Maar juist dat wilde ik hem besparen. Ik zou wenschen dat hij hier +onder dezelfde omstandigheden zou kunnen voortleven. Dit bewustzijn +doet ons later, met reine gevoelens aan onzen achtergebleven vriend +terugdenken, en werpt dan geen schaduw op de herinnering aan ons +heerlijk verblijf hierboven. Ik verzoek u daarom vriendelijk, laat +mij mijn gang gaan; ik zal straks met Eran spreken, en trachten deze +onaangename zaak zoo goed mogelijk met hem in orde te brengen." + +"Stiller, gij maakt ons beschaamd, gij zijt een brave kerel, de beste +van ons!" Piller snoot bij deze woorden met kracht zijn neus. + +"Volstrekt niet, maar ik ben niet te vergeefs hier geweest onder deze +menschen, die zoo hoog staan in hun handel en wandel. Gij ziet dat +ik van hen wat heb geleerd." + +"Als een van ons het blijven hier waard was, dan zijt gij het, +Stiller!" riep Hämmerle vol geestdrift uit. + +"Och, houd toch op!" sprak Stiller afwerend. "En nu ga ik naar Eran." + +Zonder het minste teeken van verbazing of zonder een woord van +verwondering, hoorde de eerbiedwaardige oude, Stiller aan. + +"Ook ik vind, dat gij er wel aan doet, uwen broeder niet te dwingen, +de terugreis mede te maken. Ieder mensch heeft tot zekere hoogte het +recht om over zichzelf te beschikken. Maar dat recht neemt niet weg, +dat ik de manier, waarop uw voortvluchtige broeder zijn hierblijven +wil doorzetten, niet kan billijken. Laat hem echter gerust hier, +en keer met uwe andere tochtgenooten naar de aarde terug. Wij zullen +met Fridolin niet al te scherp in het gericht treden." + +"Daaromtrent wilde ik gaarne eerst gerustgesteld worden, eerwaarde +Eran." + +"Heb daarover geen zorg! Wanneer hij na uw vertrek te voorschijn komt, +dan zal ik zelf hem naar Angola brengen en bij Anan een goed woord +voor hem doen. Maar een kleine straf moet hij hebben. Ik heb reeds +over den aard daarvan nagedacht." + +"En waarin zal die bestaan?" vroeg Stiller die nieuwsgierig geworden +was. + +"Fridolin moet voor ons een woordenboek van uw taal samenstellen. Gij +hebt ons tot aandenken eenige werken van uwe grootste vaderlandsche +dichters geschonken. Welnu, wij wenschen deze werken in het +oorspronkelijke te lezen, om ons eene heldere voorstelling van uwe +meesters te kunnen maken. Daarvoor hebben wij een woordenboek noodig." + +"Nu, tegen deze straf heb ik niets in te brengen, en ik ben overtuigd, +dat Fridolin zich van die opdracht tot uwe tevredenheid zal kwijten." + +Daarmede was de zaak Frommherz afgeloopen. Stiller deelde het resultaat +zijner bespreking aan zijne vrienden mee, en de heeren prezen opnieuw +de goedheid en zachtmoedigheid van Eran, den waardigen patriarch. + +Volgens de gewone tijdrekening, die Stiller ook op Mars had bijgehouden +en waarbij hij rekening hield met het verschil in omloopstijd om +de zon van Mars en van de aarde, was het nu den 7en Maart geworden, +en daarmede de dag van vertrek aangebroken. + +Eran had er op gestaan, de zes zonen der Aarde tot aan den Argonaut +te vergezellen. Ook de geheele volwassen bevolking van Lumata ging +mee. Een ernstig stilzwijgen der geheele menigte, gaf uitdrukking aan +de oprecht gemeende smart over de op handen zijnde scheiding. Zonder +een woord te spreken gingen zij naar de weide, waar de Argonaut +wiegelde in het heldere, reine licht van den aanbrekenden dag. + +"Laten wij kort en spoedig afscheid nemen, en dit niet met vele woorden +nog moeilijker maken," zeide Eran, terwijl hij van de Zwaben een voor +een afscheid nam. "Moge uw terugreis gelukkig zijn, en gij behouden +weer in uw vaderland aankomen!" + +Nog een handdruk, een vriendelijk gewuif naar alle kanten, en de +moedige luchtreizigers klommen in de gondel. De touwen werden gekapt +en langzaam en statig, begroet door de eerste stralen der opgaande zon, +begon de ballon te stijgen. + +Daar kwam Fridolin Frommherz hard aangeloopen; de menigte maakte +hem ruimbaan. + +"Vaartwel, vrienden!" riep hij met luider stemme. "Nogmaals: vergeef +mij, dat ik blijf, en niet met u terugkeer. Gelukkige reis en mijne +hartelijke groeten aan mijn dierbaar vaderland." + +Maar de heeren in de gondel, hoorden slechts nog zwak, wat Frommherz +hun nariep. Antwoorden konden zij niet meer. In steeds sneller vaart +verwijderde de Argonaut zich van de wonderschoone planeet, en zweefde +weldra weder in het donkere koude luchtruim. + + + + + + + +HOOFDSTUK IX. + +WEDER OP AARDE. + + +Ook te Stuttgart was, sedert het opzienbarend vertrek der zeven Zwaben, +de tijd niet blijven stilstaan. Waar of die landslui, die waaghalzen, +wel zijn mochten? Zouden zij werkelijk Mars hebben bereikt? Misschien +waren zij in het geheel niet op deze planeet beland, maar neergedaald +op een der talrijke planetoïden; misschien ook was de geheele expeditie +verongelukt en waren de ongelukkige natuurvorschers voor altijd in +het onmetelijk wereldruim verdwenen. Deze laatste meening werd vrijwel +algemeen gedeeld en voor waar aangenomen. + +Na de opstijging van den Argonaut werd aanvankelijk te Stuttgart +nog veel en levendig over die reis der natuurvorschers geredeneerd +en allerlei vragen geopperd; langzamerhand echter verflauwde de +levendige belangstelling in de Marsexpeditie. Nieuwe vragen des tijds, +meer actueele gebeurtenissen hadden zich voorgedaan, en verdrongen +eindelijk de herinnering aan de sprookjesachtige onderneming. + +Plotseling, als een bliksemstraal uit helderen hemel, ontving men +op zekeren Septemberdag te Stuttgart het bericht, dat de heeren +professoren, die voor ongeveer drie jaar van de Cannstatterweide waren +opgestegen, op een van de eilanden der Zuidzee waren neergedaald en +wel met den Argonaut. + +In het eerste oogenblik wilde niemand aan dit bericht geloof hechten, +en hield men het voor een zeer misplaatste grap. Toen het echter +verscheen in het "Staatsblad voor het Koninkrijk Wurtemberg" en door +duizenden extra bladen werd verspreid, werd zelfs de meest hardnekkige +twijfelaar van de waarheid van dit bericht overtuigd. + +Een telegrafisch bericht luidde lakoniek kort: + + + Matupi, 31 Aug. 's nachts. + + Argonaut van Mars terug, hier neergedaald. Stiller, Piller, + Brummhuber, Hämmerle, Dubelmeier, Thudium.--Betrekkelijk welvarend. + + w. g. Districtshoofd. + + +In de eerste groote verrassing viel het in het geheel niet op, +dat er in het telegram slechts van zes personen sprake was. Eerst +langzamerhand begon men er aan te denken, dat toch nog een +zevende aan de expeditie had deelgenomen. De conclusie was spoedig +gemaakt. Frommherz was ongetwijfeld gedurende de reis gestorven. + +Met het grootste ongeduld zag men in Zwaben, in Duitschland, ja +in de geheele beschaafde wereld, nadere berichten te gemoet. Welke +belangrijke mededeelingen, kon men van de reeds verloren gewaande +natuurvorschers verwachten! + + + +De eerste tijd na het vertrek van Mars, ging vrij dragelijk voor de +bezoekers der planeet voorbij. Zooals Stiller reeds had uitgemaakt, +was de Argonaut in de goede richting en ondervond den invloed +van de aantrekkingskracht der aarde. De reis stelde weer hooge +eischen aan de heeren met betrekking tot hunne gezondheid, geduld +en volharding. Maanden waren sedert verloopen en het einddoel van de +reis, de aarde, was nog maar altijd niet in het zicht. De stakkerds +voelden zich hoe langer hoe meer uitgeput, en benijdden in stilte +vaak den achtergebleven Frommherz. Maar eindelijk moet toch, zelfs +na den langsten en donkersten nacht, de dag weer gloren! + +Het liep tegen het einde van Augustus. Reeds meer dan vijf maanden +bewoog de Argonaut zich door het aetherruim, en Stiller verwachtte +iederen dag met het luchtschip in den dampkring der aarde te +komen. Juist, een flauwe schemering kondigde de nabijheid daarvan aan! + +Evenals vroeger bij het naderen van Mars, in een oogwenk de herinnering +aan alle, gedurende de reis, doorgestane ellende was verdwenen, +werd dit ook nu het geval. + +Toen Stiller zijne tochtgenooten meedeelde, dat zij zoo even in den +dampkring der aarde waren gekomen, en waarschijnlijk nog heden ergens +op den aardbol landen zouden, wanneer zijne vrienden er ten minste +niet de voorkeur aan gaven dadelijk door te reizen naar Duitschland, +werd er in de gondel luide gejubeld. + +Vergeten was plotseling alle kommer en ellende, alle lichamelijk +ongemak. + +"Waar of het ook wezen moge, dalen en uit deze vervloekte kast," +riep Piller. "Wij zijn nu waarachtig lang genoeg opgesloten geweest!" + +"Piller heeft gelijk," zei Thudium. + +"Geen uur langer dan bepaald noodzakelijk is, blijf ik in deze +afschuwelijke kooi," verklaarde Hämmerle, en Dubelmeier en Brummhuber +waren het volkomen met hem eens. + +"Wanneer het zóó met u gesteld is, landen wij maar waar we kunnen," +antwoordde Stiller, kalm als altijd. "Wij moeten er echter voor zorgen, +dat wij in eene beschaafde streek dalen, en niet bij vergissing in +den vollen Oceaan terechtkomen." + +"Daarvoor moet gij maar zorgen, Stiller," zeide Piller. "En nu, +vrienden, laten wij met dien heerlijken Marswijn drinken op onze +gelukkig volbrachte reis. Het is mij eene ware vreugde, mijn goede +Dubelmeier, dat ik u gedurende dezen tocht van Saulus tot Paulus heb +gemaakt, en u wijn heb leeren drinken in plaats van water. Prosit!" + +Terwijl de overige heeren de bokaal, een prachtig kunststuk der +Marsieten, dat men hun te Angola ten geschenke had gegeven, lieten +rondgaan, had Stiller het ventiel van den ballon een weinig geopend +en een der vensters van de gondel ontsloten. De Argonaut daalde snel. + +"Wanneer ik mij niet bedrieg, dan zweven wij op het oogenblik boven +de oostkust van Australië," zeide Stiller, nadat hij een blik door het +venster had geworpen. "Wij zullen bij Brisbane in Queensland landen." + +"Prachtig, Stiller, oude jongen! Prosit! Daar zullen wij eens op +drinken." Piller wilde juist zijn collega de bokaal met wijn toereiken +toen de gondel plotseling een hevigen windstoot kreeg die haar met +ballon en al deed ronddraaien. De bokaal viel op den bodem, en de +heeren zelf moesten zich aan de meest nabijzijnde vaste voorwerpen +vastklemmen, wilden zij niet als ballen door elkander rollen. + +"Wij zijn op het laatste oogenblik in een cycloon terecht gekomen, +zooals hier in de buurt dikwijls voorkomen," riep Stiller zijne +verschrikte reisgenooten toe. "Nu komt het er vooral op aan moed te +houden. Wij zijn nu aan het blinde toeval overgeleverd." + +Gedurende de eerstvolgende angstige uren woedde de orkaan in +onverminderde hevigheid en kracht. De wind blies huilend door het +opene geheel vernielde venster van de gondel, en deed daarbinnen +alles wat niet bevestigd was, door elkander waaien. Het was bij +het vreeselijk loeien van den orkaan niet mogelijk een woord te +wisselen. Voor meerdere zekerheid moesten die in de gondel waren, +zich op den bodem neerleggen. + +Hulpeloos dreef de ballon waar de stormwind hem joeg. Het was een +tragisch lot, dat in het laatste oogenblik der reis, zoo kort voor +de landing op aarde, de reizigers trof; en daarbij bestond nog het +groote gevaar, dat de Argonaut naar zee gedreven zou worden en de +expeditie na de ongehoorde reis naar en van Mars, tot dusver zoo +gelukkig te hebben volbracht, tenslotte toch nog zou verdrinken. + +De zes mannen waren van treurige, sombere gedachten +vervuld. Verscheidene uren verliepen. De dag die onder zulke heerlijke +voorteekenen was begonnen, liep ten einde. De storm scheen te bedaren, +mogelijk ook was de Argonaut buiten den maalstroom van den wervelwind +geslingerd. In elk geval, de dolle vaart door de lucht verminderde +merkbaar en de heeren konden eindelijk uit hunne minder aangename +positie opstaan en naar buiten kijken. Tot hunne vreugde bemerkten zij, +dat de ballon dreef naar den kant van een grooten inham, met een bosch +van groene kokospalmen tot achtergrond en omzoomd door vriendelijke +kleine huizen. + +Fluks opende Stiller het ventiel van den Argonaut, toen deze juist +boven het palmbosch zweefde. Met volle zwaarte viel de ballon op +de hooge palmboomen neer, die krakend braken. In het wit gekleede +mannen snelden toe, gevolgd door bijna naakte donkere gestalten, de +inboorlingen, die schreeuwend en gesticuleerend rondom de open plek +stonden, die de Argonaut in het palmbosch zich had gemaakt. Uit de +gondel vernam men de stemmen der reizigers. + +"Dat schijnen wel Duitschers te zijn!" riep een der mannen, eene +slanke gestalte met blonden baard en blauwe oogen. + +"Ja, dat zijn wij!" riep Stiller uit de gondel. "Wees zoo goed en +help mij den ballon vastmaken. Hier is het touw met het anker." + +"Met genoegen," antwoordde de heer, "hier jongens, helpt eens een +handje, maakt dat anker vast!" Met deze woorden, wendde hij zich +tot de rondom staande zwartjes, en weldra lag de zwaar toegetakelde +Argonaut geankerd in het palmenwoud. + +"Waar zijn wij?" vroeg Piller uit het gondelvenster. + +"Op Duitschen bodem!" + +"Sedert wanneer groeien er palmen in het Duitsche Rijk?" + +"Sedert wij koloniën hebben," was het lachende antwoord. "Gij zijt +in den Bismarck archipel op Matupi." + +"Zoo, dus op eene Duitsche bezitting! Nu dàt noem ik nog eens geluk +bij een ongeluk!" lachte Brummhuber. + +"Ja, het scheelde werkelijk niet veel, of wij waren verdronken," +merkte Dubelmeier op. + +"Nu, dan waart ge in uw element, het water," schertste Piller. + +"Komt, vrienden, stapt uit; wij zijn eindelijk op vasten bodem," +sprak Stiller. + +Toen de heeren uitgestapt waren, stelde de behulpzame blanke zich +voor, als Sebastiaan Scheufele uit Cannstatt-Stuttgart, sedert drie +jaren keizerlijk districtshoofd op Matupi. + +"Wij zijn ook Zwaben," zeide Stiller lachend, "wij zijn professoren +aan de universiteit te Tübingen en indertijd met onzen ballon van de +Cannstatterweide opgestegen. Zwaben schijnt men overal in de wereld +toch te vinden! Mocht ge nog eens ooit van uw leven op Mars komen, +dan zult gij zelfs dáár een landsman aantreffen!" + +Het districtshoofd keek den spreker eenigszins verbaasd aan, alsof +hij hem niet goed begrepen had. + +"Gij komt dus met uw ballon uit Cannstatt?" + +"Direct, neen, indirect ja. Direct komen wij van Mars. Hebt gij nooit +van de expeditie van Mars gehoord? Het is trouwens ook al ongeveer +2-3/4 jaar geleden dat wij van de Cannstatterweide opstegen." + +"Ah, ja, nu herinner ik mij, dat ik in het Zwabensch Handelsblad +wel iets over die vreemdsoortige reis heb gelezen. En--gij zijt dus +werkelijk die zeven Zwaben? Maar ik zie er maar zes...." + +"O, gij bekrompen aardbewoners," viel Piller den twijfelaar in de rede, +gelooft gij werkelijk dat zes eerwaardige Zwabensche professoren u +wat leugens op den mouw zullen spelden? Wij zijn de zeven Zwaben, +die naar Mars gingen. Wij zijn twee jaar daarboven geweest, en +komen met ons zessen terug, omdat de zevende daarginds verkoos te +blijven. Begrijpt gij het nu eindelijk, man, of moet ik u nog andere +tastelijke bewijzen geven, dat wij diegenen zijn, waarvoor wij ons +uitgeven? Overigens is mijn naam Paracelsus Piller." + +"Neen, neen," riep Scheufele uit, "neem me niet kwalijk, ik geloof u +op uw woord, ik was alleen maar wat in de war, en geheel van streek +door wat ik gehoord had." + +"Nu, wij willen het u gaarne vergeven, onder voorwaarde, dat gij ons, +die sedert een half jaar geen warme soep hebben geproefd, een lekker +warm maal met goeden wijn voorzet." + +"Maar natuurlijk, zeker, met het grootste genoegen! Komt mee, heeren, +als 't u blieft!" + +"Het loopen valt ons wat moeilijk, onze ledematen zijn tamelijk +stijf geworden," deelde Stiller aan het districtshoofd mede, toen hij +eenigszins ongelukkig naast hem voortstrompelde. "Wij zijn den 7en +Maart van daarboven vertrokken, en als ik mij niet vergis, hebben wij +nu 31 Augustus. We zijn dus ongeveer 6 maanden in de gondel geweest, +een langen bangen tijd!" + +"Wat ben ik er trotsch op, dat gij juist hier bij ons moest landen!" + +"Het heeft maar een haar gescheeld, of wij waren nog op het laatste +oogenblik verongelukt, en niemand had dan ooit iets van ons wedervaren +op Mars vernomen. Maar ik geloof dat we hier zijn, waar we wezen +moeten." + +"Gaat binnen, heeren, in mijn huis, beschouwt het alles als het uwe +en laat mij de eerste zijn, die u de moedigste reizigers, die ooit +hebben geleefd, op Duitschen bodem welkom heet. Duidt het mij niet +ten kwade, dat ik eerst nu, dien beleefdheidsvorm in acht neem, +maar ik was door uwe verrassende verschijning geheel verbluft." + +Scheufele schudde ieder der professoren hartelijk de hand, en stelde +hun de overige heeren voor, die allen, de van den hemel nedergedaalde +gasten met de meeste hoogachting begroetten. + +De luchtreizigers ontdeden zich allereerst van hunne pelzen en maakten +daarna gaarne gebruik van het aanbod van hun gastheer, om hunne Zware +reiskleeding tegen lichte, witte tropencostuums te verwisselen, die +hij in een aangrenzend vertrek had doen klaar leggen. Weldra waren +zij hiermee gereed, en lagen de heeren in hunne luchtige kleederdracht +in schommelstoelen onder de waranda. + +Daarbuiten viel de regen in stroomen neer, en het kletterend geluid +op het dak verhoogde het gevoel van behagelijke huiselijkheid. + +Scheufele zorgde intusschen voor eene hartsterking, en de zwarte +bedienden, die zonder geruisch te maken rondliepen, schonken champagne. + +"Morgen moet gij onzen Marswijn eens proeven," zeide Piller tot +Scheufele, toen hij zijn glas in één teug ledigde en het ten tweede +maal liet vullen. + +"Wat, hebt gij zelfs wijn van daarboven medegebracht?" vroeg Scheufele +verwonderd. + +"En wat goeden!" hernam Piller. "Zelfs mijn anders alleen +waterdrinkende collega hier, professor Dubelmeier, was er niet tegen +bestand, en is voor de verzoeking bezweken!" + +"Gedwongen door de omstandigheden," bracht Dubelmeier er tegen in. + +"Daarover zullen wij maar niet kibbelen, Dubelmeiertje, laten wij +liever eens klinken en drinken op Zwaben en het Duitsche vaderland." + +"En nu, een hiep, hiep, hoera! voor onze hoogvereerde gasten," +zeide Scheufele tot de beambten van Matupi. Nadat het hoera-geroep +was verstomd, werd aangekondigd dat de maaltijd gereed was, en begaf +het gezelschap zich naar de eetkamer. + +De heeren tastten met grooten eetlust toe, en weldra was het onderhoud +levendig en algemeen. + +"Ik zal uw aankomst dadelijk naar Stuttgart telegrafeeren; wat +een groote verrassing zal dat bericht daar in het lieve vaderland +zijn!" zei Scheufele. + +"Ja, doe dat," hernam Stiller. "Ik denk dat wij per extra gelegenheid +naar Duitschland zullen terugkeeren." + +"Wij hebben hier een veertiendaagsche stoomvaart op Singapore, en +vandaar kunt gij natuurlijk altijd verbinding krijgen met Europa. Ik +ben blij, dat de laatste boot verleden week juist vertrokken is, +zoodat gij nog zeven volle dagen onze welkome gasten zijn moet," +zei Scheufele lachend. "Gij zult op uw reis en daarboven wel veel +wonderlijks hebben beleefd en gezien?" + +"Daarover zullen wij een paar boeken uitgeven, want onze berichten +zullen deelen vullen," antwoordde Stiller. + +"En dat werk zullen wij u later zenden, als bewijs van dankbaarheid +voor uwe gastvrije ontvangst," liet Piller er op volgen. "Want wanneer +wij alles wat we hebben beleefd u mondeling moesten meedeelen, +zouden wij nog menige stoomboot moeten laten voorbijgaan; en dat +gaat niet! Wij verlangen er veel te hard naar, om nu eindelijk thuis +te komen." + +"Dat kan ik mij levendig voorstellen, gij zult wel allerlei +interessante dingen van Mars hebben meegebracht." + +"Zeker, morgen zullen wij u het een en ander laten zien, en daaruit +zult gij dan kunnen opmaken, op welken hoogen trap van beschaving +de bewoners van die prachtige planeet staan; die in zich het meest +verheven begrip van "mensch zijn" verwezenlijken," antwoordde +Stiller. "Wij zouden echter niet graag voor de tweede maal die +reis maken; niet alleen is zij vol gevaren, maar ook ontzettend +vermoeiend. Het was niet onze eigen verdienste, maar louter toeval, +dat wij de reis heen en weer door het luchtruim onder betrekkelijk +gunstige omstandigheden konden volbrengen. En toen wij van morgen +juist over Queensland zweefden, en voornemens waren op Brisbane aan +te sturen, overviel ons plotseling de orkaan en dreef ons hierheen." + +"Het is zeker zeer te betreuren dat gij tot besluit van uw buitengewone +reis nog in een cycloon terecht moest komen. Zooals ik hoorde, heeft +de storm op andere eilanden van den archipel zwaar gewoed. Maar ik +ben dien wervelwind toch dankbaar dat hij u, de beroemde zonen van +Zwaben, hierheen heeft gedreven!" + +"O gij vleier!" zei Piller tot Scheufele. "Maar nu zouden wij u toch +oprecht dankbaar zijn, wanneer gij ons een bed wildet wijzen, want +dat hebben wij langen tijd moeten ontberen." + +De reizigers werden nu bij de verschillende beambten te Matupi onder +dak gebracht, en weldra lagen zij allen in een diepen, rustigen slaap. + +Nog dienzelfden avond verzond Scheufele het telegram naar Stuttgart. + +Toen de reizigers zich den volgenden morgen door een bad in het +frissche water van de golf hadden verkwikt, kwam er reeds antwoord uit +Stuttgart. Zoowel het stedelijke-, als het Staatsbestuur heetten de +reizigers van harte welkom op aarde, en verzochten tevens om bericht +betreffende den heer Frommherz, daar van hem geen melding was gemaakt +op de lijst der teruggekeerden. + + + "Frommherz vrijwillig op Mars achtergebleven. Expeditie volkomen + gelukt. Twee jaren daarboven geweest. Hopen binnen vier weken te + Stuttgart aan te komen. + + Stiller." + + +Met bewondering bekeken Scheufele en de beambten de inrichting van +de gondel, die Stiller hun liet zien en verklaarde. Nog meer waren +ze verbaasd over de uit zilver en goud vervaardigde kunstproducten, +en over de vele en kostbare geschenken der Marsieten. Het Gulden +Boek vond men helaas niet meer terug. Daar de gondel gedurende den +nacht gesloten was geweest, viel aan diefstal niet te denken en nog +te minder, daar de Papoea's geen verstand hadden van de waarde van +het boek. Men moest daarom wel tot de veronderstelling komen, dat +het boek door een der kleppen van de gondel in het heelal gevallen +was. Het was een onherstelbaar verlies dat de geleerden zeer ter +nederdrukte. Eindelijk echter kreeg de vreugde over de behouden +terugkeer de overhand over alle treurige gedachten. + +Piller stond er op, de heeren van Matupi te onthalen op het kleine +restant van den Marswijn. Zij verklaarden allen nog nooit zulk een +fijnen en geurigen wijn te hebben gedronken. + +De dagen die men te Matupi doorbracht, werden gebruikt voor het +inpakken van alles wat men had meegebracht en het opbergen der +instrumenten. Ballon en gondel zouden later verpakt en naar huis +gezonden worden. + +Precies den 7en September in den vroegen morgen stoomde de Venus de +haven binnen, en ging tegenover de factorij van Matupi voor anker. Na +een hartelijk afscheid vertrokken de heeren nog dienzelfden avond. + +"Wat een merkwaardig toeval!" zeide Stiller tot zijne tochtgenooten, +toen zij het zich 's avonds aan boord van de stoomboot gemakkelijk +hadden gemaakt. "We komen van Mars, varen op de Venus door de blauwe +golven der Zuidzee terwijl, zooals Scheufele mij zeide, te Singapore +ons de "Stuttgart" wacht, die ons naar Genua brengen zal." + +Een week later kwam de boot te Singapore aan. Reeds bij het binnenvaren +der ruime haven, was de Venus, met de beroemde Zwabensche passagiers +aan boord, het voorwerp van veler belangstelling. + +De talrijke in de haven liggende schepen van alle mogelijke natiën, +waren gepavoiseerd, en zelfs de Maleische prauwen en de Chineesche +jonken waren feestelijk getooid. + +Van de vestingwerken werden saluutschoten gelost toen de Venus langzaam +naar hare aanlegplaats stoomde. + +Op plechtige wijze werden de moedige Marsreizigers, door het bestuur +van Singapore en de diverse consuls begroet. Daarna had in de +feestelijk versierde zaal van de Duitsche club het onvermijdelijke +feestmaal met de daarbij behoorende redevoeringen plaats. De heeren +waren blij, toen zij na al dat feestgewoel in de tropische hitte van +Singapore, goed en wel op het dek van de "Stuttgart" zaten die, nadat +de gevierde passagiers aan boord waren gekomen, het anker lichtte en +de straat van Malakka instoomde. + +"Gevoelt gij weer niet dien ouden tegenzin, tegen al die officieele +huldebetoogingen, die toch in den grond der zaak, alle den stempel +van onwaarheid dragen," vroeg Piller aan zijn vriend Stiller. + +"Het gaat mij als u," antwoordde Stiller. "Deze luidruchtige feesten, +waarbij ieder zijn eigen ik zooveel mogelijk op den voorgrond dringt +vormen eene schrille tegenstelling met de waardige harmonische wijze, +waarop te Angola feest wordt gevierd. Bij de Marsieten voelden wij +ons dadelijk thuis. Hier beneden krijgen wij al dadelijk weer dat +onbehagelijke gevoel in den omgang met de groote menigte. Men voelt +als bij instinct, dat al die woorden van waardeering--die als een +zondvloed neerkomen op dengeen, die bij het een of ander ondernemen +meer noemenswaard succes heeft gehad dan een ander--in de meeste +gevallen althans, volstrekt niet gemeend zijn." + +"Gij drukt precies mijne gedachten uit," zei Dubelmeier, die het +gesprek der beide vrienden had gevolgd. "Ik moet u eerlijk zeggen, +dat ik van al die feestmalen en feestredevoeringen al genoeg had, +toen ze nog nauwelijks waren begonnen." + +"Nu, wij zullen dat nog wel eenige malen moeten verduren, voor wij +weer ongestoord in onze studeerkamer kunnen werken," hernam Piller. + +"Ja, daar zal wel geen ontkomen aan zijn. Wat een geluk dat wij +hier op zee nog wat kunnen uitrusten vóór dat het spektakel in ons +vaderland weder begint," zei Dubelmeier. + +Maar reeds in Colombo kregen zij eene nieuwe en verbeterde uitgave +der feesten ter eere der zeven Zwaben, en toen de "Stuttgart" te Suez +kwam, verzocht de Egyptische regeering, de eer te mogen hebben hen +te Caïro te ontvangen. + +Na twee dagen feest te hebben gevierd, kwamen de Marsreizigers +eindelijk weder op de boot terug, die nu direct koers zette naar +Genua. Daar kwamen de reizigers in het begin van October aan, en zetten +na eene driejarige afwezigheid weer den voet op Europeeschen bodem. + + + + + + + +HOOFDSTUK X. + +IN HET VADERLAND. + + +De reis der heeren geleek een ware triomftocht. Half versuft door al +het lawaai der laatste dagen, kwamen de professoren aan het station +Hazenberg aan, waar beneden Zwabens hoofdstad zoo schilderachtig +is gelegen. + +Ofschoon het herfst was prijkte alles in rijken bloementooi. De +terugkeerenden werden opgewacht door vertegenwoordigers van het Hof, +de Tübinger Universiteit, het Stedelijk Bestuur, in het wit-gekleede +meisjes, muziekcorpsen en een onafzienbare menigte. + +Reeds gedurende de reis door Zwaben luidden alle klokken, niet alleen +van al de stations die de trein aandeed, maar van alle dorpen in +den omtrek. + +Een donderend hoera begroette den met bloemen omkransten trein, +toen hij 's middags om vier uur uit de Hazenberger tunnel te +voorschijn kwam. De vereenigde muziekcorpsen uit Stuttgart zetten +een welkomsthymne in, die speciaal voor deze gelegenheid, door den +muziekdirecteur Klingel was gecomponeerd. Toen begonnen in de stad de +klokken te luiden, het gelui plantte zich voort tot in de voorsteden, +en herinnerde aan dien Decemberavond, nu drie jaren geleden, toen de +heeren hun stoutmoedigen tocht naar Mars aanvingen. De verschillende +toespraken gingen verloren in het algemeen feestgejoel. + +Men nam in de electrische automobielen plaats. + +In de eerste zaten de zes teruggekeerden, ieder met een reusachtigen +bloemenruiker in de hand. Langzaam ging het voorwaarts, door de zich +verdringende en juichende menschenmassa, naar de rijk met vlaggen +getooide stad. + +In het Marquardthôtel stond men de gelukkig teruggekeerde maar +blijkbaar afgematte geleerden toe, een oogenblik rust te nemen; +daarna moesten zij zich echter opofferen aan de gezelschaps-vormen. + +In feestelijken optocht, onder het luid hoera-geroep der steeds +toestroomende menigte, werden de geleerden geleid naar de nieuwe, +grootsche muziekhal. Daar zou de officieele begroeting plaats vinden. + +In de groote feestzaal wachtte een uitgelezen gezelschap uit de +hoogste kringen der hoofdstad, de professoren op, die, toen zij de +zaal binnentraden, met luid gejubel werden ontvangen. + +De voorzitter, Graaf van Neckarthal, heette in hartelijke bewoordingen +de moedige luchtreizigers welkom, die door een opstijging naar Mars, +eenig in haar soort, niet alleen hunne namen onsterfelijk gemaakt, +maar ook het aanzien en de eer van het vaderland in de beschaafde +wereld hadden verhoogd. Zwaben was trotsch op zijn zonen en zou daaraan +uiting geven door op de Cannstatterweide, de plaats vanwaar zij eens +waren opgestegen, een obelisk te doen verrijzen, vervaardigd uit +vaderlandsch graniet, waarop de namen der deelnemers aan de expeditie +en de verschillende data zouden worden gegrift. + +Er wachtte hun nog meer eerbetoon, want een daad als zij hadden +verricht, kon niet genoeg worden gehuldigd. In naam der Regeering, +overhandigde hij ieder der heeren een gouden lauwerkrans, waar op +een der bladeren de naam van den eigenaar en de data van de Marsreis +waren gegraveerd. + +Na de overhandiging der kransen, die door fanfares was vergezeld +gegaan, begon het eigenlijke feestmaal. + +Zeer verstandig was vooraf besloten, dat gedurende den maaltijd geen +redevoeringen zouden worden gehouden. Toen de tafel was afgeloopen, +beklom Stiller het podium aan het einde der zaal om van daar het +schitterend gezelschap toe te spreken. + +"Geëerd gezelschap! In mijn naam en in dien van mijne reisgenooten, +dank ik u allereerst voor de hartelijke ontvangst, die gij ons hebt +bereid. Die heeft ons zeer getroffen; duidt het ons echter niet ten +kwade, wanneer wij u vriendelijk verzoeken van verdere huldebetuigingen +tegenover onze bescheiden persoonlijkheden te willen afzien. Wat wij +hebben gedaan, wat wij hebben ten uitvoer gebracht, was alleen mogelijk +omdat we daarbij buitengewoon veel geluk hebben gehad. Waar de mensch +echter alleen zijn doel bereikt door een gelukkigen samenloop van +uiterlijke omstandigheden, daar staat, wat hij zelf deed, inderdaad +niet zóó hoog als gij schijnt te moeten aannemen. Juist op Mars +waar een volk woont met eene zeer idealistische levensopvatting, eene +grenzelooze waarheidsliefde en eene ontzettende zelfkennis, daar hebben +wij geleerd, alles op de rechte waarde te schatten en waar en streng +jegens ons zelf te zijn. Met eene zekere zelfoverschatting gingen wij +eens van hier, en wij komen terug met eene kalme nuchtere kennis van +ons zelf en onze krachten. Daarvan is ons verzoek het gevolg. + +"En nu zij het mij vergund in korte trekken een beeld te ontwerpen +van die wonderbare wereld daarginds, waarin het ons vergund was +twee volle jaren te vertoeven. Ik wil beginnen met u mee te deelen, +dat het in ons plan ligt, ons wedervaren vast te leggen in een boek, +waarin ieder het dan naar welbehagen kan nalezen. Nadat wij van de +Cannstatterweide waren opgestegen, kwamen wij, na een tocht van drie +maanden door het aetherruim, in tamelijken welstand op Mars aan. Daar +vonden wij menschen, die ons met groote gastvrijheid opnamen. Naarmate +wij meer bekend raakten met de taal der Marsbewoners, kregen wij ook +meer en meer een inzicht in hun leven, zeden en gebruiken. + +"Met steeds grootere verbazing leerden wij daar eene levensopvatting +kennen, zóó volmaakt, als wij nooit voor mogelijk hadden gehouden. + +"Datgene wat wij ons vroeger hier als levensideaal hadden gedroomd, +we vonden het daarboven op de planeet, als heerlijke werkelijkheid +terug. Daarboven leeft een menschengeslacht, dat ons in ontwikkeling +eeuwen vooruit is. Daarboven is een werkelijk Eden. Daarboven leiden +allen het menschwaardige bestaan, waarover hier op aarde al sedert +jaren en jaren slechts wordt geredeneerd. + +"Hoe zou ik in deze korte oogenblikken kunnen uitwijden, over die +heerlijke natuurlijke moraal, die de richtsnoer is van die hoogstaande +menschen daarboven! Ik zou niet alleen u daarmede vermoeien, maar +ook de vroolijke stemming storen, waartoe onze terugkeer aanleiding +gaf. Zooals ik u reeds heb gezegd, zult gij later door onze boeken +kunnen kennisnemen van het resultaat onzer expeditie. Nu kunt gij mij +met recht vragen: Waarom zijt gij uit dat Eden weer teruggekeerd in +het tranendal, dat onze aarde nu eenmaal is? En daarop antwoord ik u +eerlijk: Wij zijn ook slechts noode vertrokken! Niet dat men ons heeft +weggezonden,--geenszins! Men liet het gaan of blijven aan ons zelf +over; maar nadat wij hadden ingezien, dat wij het hoogstaande volk +van Mars geen enkelen dienst, van welken aard ook, konden bewijzen, +en die het loon had kunnen zijn voor de ons verleende gastvrijheid, +was het niet meer dan behoorlijk, dat wij terugkeerden naar de aarde, +naar de Moeder, aan wie wij ons bestaan hadden te danken. + +"Alleen Fridolin Frommherz, kon niet tot een terugtocht besluiten, +hij bleef daarboven achter, als de eenige levende getuige van ons +bezoek aan die planeet. + +"Onze aankomst op Matupi is u bekend. Ten slotte willen wij aan het +Zwabensche museum de geschenken afstaan, die men ons daarboven op Mars, +in het heerlijke Angola, in de ure des afscheids, ter herinnering heeft +meegegeven. Wij hebben die dingen niet noodig. Als een sprookje vol +schoonheid, vol bekoring en vol licht, zal de tijd van ons verblijf +op die planeet, zoolang wij ademhalen, in onze herinnering blijven +voortleven; en als er sprake kon zijn van eene zielsverhuizing naar +een der verwijderde sterren, dan zou ik niets vuriger wenschen, dan +dáár te mogen ontwaken wanneer ik hier eenmaal het hoofd zal hebben +ter ruste gelegd." + +Stiller verliet het podium. + +Onder doodsche stilte had de vergadering naar zijne woorden geluisterd, +en op menig gelaat stond diepe ontroering te lezen, toen Stiller met +spreken ophield. + +Zóó had men de zaak zich toch niet voorgesteld! + +Waar was eensklaps de luide feestvreugde gebleven? In de beklemmende +stilte, die in de zaal heerschte, trad Klingel als reddende engel +op. Hij zwaaide den dirigeerstok, en de vriendelijke tonen van de +opwekkende muziek deden weldra de oude vroolijkheid terugkeeren.-- + +Men had het toch hier op aarde ook goed, waarom dan naar Mars te +reizen? Een tocht als die der zeven Zwaben, zou niemand hen nadoen. De +vroeger zoo opgewekte mannen waren als menschenhaters teruggekeerd. Zij +hadden beter gedaan met thuis te blijven. + +Dat was het oordeel van velen dergenen, die eerst laat in den nacht +van het feest huiswaarts keerden. + + + + + + + +INHOUD + + + Blz. + + I. Voorbereidingen 5 + II. Het vertrek der Wereldreizigers 24 + III. Tusschen hemel en aarde 39 + IV. Op Mars 70 + V. Lumata en Angola 101 + VI. In het land der Uitgeworpenen 131 + VII. Het afscheid 146 + VIII. Een afvallige 158 + IX. Weder op aarde 166 + X. In het Vaderland 183 + + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Per luchtschip de Argonaut naar Mars, by +Albert Daiber + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44510 *** |
