summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/44510-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '44510-0.txt')
-rw-r--r--44510-0.txt4711
1 files changed, 4711 insertions, 0 deletions
diff --git a/44510-0.txt b/44510-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..f998326
--- /dev/null
+++ b/44510-0.txt
@@ -0,0 +1,4711 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44510 ***
+
+ PER LUCHTSCHIP "DE ARGONAUT" NAAR MARS
+
+ DOOR
+ Dr. ALBERT DAIBER
+ NAAR HET DUITSCH DOOR
+ CATH. A. VISSER
+
+
+ MET VIER PLATEN VAN ANDRÉ VLAANDEREN
+
+
+ N.V. JOHANNES MÜLLER--AMSTERDAM
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK I.
+
+VOORBEREIDINGEN.
+
+
+De schitterende avondster Venus was in het Westen ondergegaan. Donkere,
+doorzichtige schaduwen spreidden zich langzamerhand over
+Groot-Stuttgart en het Neckardal uit.
+
+Duizenden en nog eens duizenden van sterren beginnen te flikkeren
+aan het firmament, terwijl men, te midden dier ver verwijderde
+lichtgevende hemellichamen, den schitterend witten Melkweg duidelijk
+kan onderscheiden.
+
+Van daaruit ziet het fonkelend sterrenbeeld Cassiopeia neêr, op de
+oude, nog altijd van zooveel dwaasheid vervulde Moeder Aarde.
+
+Aan de andere zijde, in het onmetelijke hemelruim, staat de Groote
+Beer, met zijn zeven heldere sterren, het geheimzinnige getal, dat
+in het menschelijk leven zulk een merkwaardige rol speelt. In bonte
+mengeling en op ongelijke afstanden, verschillend in lichtsterkte en
+grootte, stonden de overige sterren daartusschen, schijnbaar nog alle
+op haar oude, gewone plaats.
+
+'t Werd later in den nacht. In het Zuiden verscheen het prachtig
+sterrenbeeld de Orion aan den horizont en spoedig daarna ook Sirius,
+de schitterendste onder al de schitterende sterren des hemels.
+
+En juist hij wiens beroep het was den sterrenhemel te bestudeeren,
+scheen op het oogenblik het minst van allen vatbaar voor die
+nachtelijke pracht en de grootsche schoonheid van die verwijderde
+lichtgevende hemellichamen.
+
+Professor Stiller, de beroemde sterrenkundige, leeraar aan de
+wereldberoemde universiteit te Tübingen, zat in zijn armstoel en
+trommelde zenuwachtig met de vingers van zijn rechterhand op de
+leuning. Hij zat in een ruim vertrek met groot glazen koepeldak,
+waarvan men dadelijk zag dat het als observatorium of sterrenwacht
+dienst deed. Een reusachtige kijker stak door de opening in het
+draaibare koepeldak naar boven in den helderen winternacht.
+
+Professor Stiller had al jaren geleden op den rustigen Bopserheuvel
+bij Stuttgart een sterrenwacht voor zich laten bouwen, om, ver van 't
+druk gewoel der universiteitsstad, zich ongestoord aan de waarneming
+der planeten te kunnen wijden. Vooral de planeet Mars, wier baan
+zoo dicht in de nabijheid der aarde loopt, trok in 't bijzonder de
+aandacht van den geleerde. Deze groote belangstelling was oorzaak
+dat hij daarvan langzamerhand een meer bijzondere studie maakte,
+waaruit een zóó groote liefde voor de verwijderde planeet ontstond,
+dat bij professor Stiller eindelijk meer en meer de gedachte rijpte,
+om zich met die planeet in nadere verbinding te stellen,--met andere
+woorden, die te bezoeken.
+
+Juist nu stond Mars in de nabijheid der aarde, en bedroeg de afstand
+tusschen deze en de planeet slechts 59 millioen Kilometer.
+
+In den tegenwoordigen tijd van grootsche uitvindingen, en den
+geweldigen, men zou bijna zeggen ongelooflijken vooruitgang op het
+gebied der techniek, en de meerdere kennis van de electromagnetische
+stroomingen in het heelal en hare toepassing, en vóór alles de hooge
+vlucht die de luchtscheepvaart had genomen, was in de gedachte
+aan een bezoek aan Mars en een reis daarheen niets vreemds meer
+gelegen. Integendeel, bij den tegenwoordigen stand van zaken, bestond
+inderdaad de mogelijkheid om een dergelijken tocht, met eenigen kans
+van slagen, te ondernemen.
+
+En deze reis hield op het oogenblik de gedachten van professor Stiller
+bezig. Hij had echter met allerlei tegenspoed te kampen gehad en dit
+had den geleerde onaangenaam gestemd en zenuwachtig gemaakt. Vóór
+den stoel van den professor brandde een sierlijke electrische lamp,
+die haar zacht licht wierp op een stapel papieren, met cijfers en
+berekeningen bedekt, die door elkaar op een kleine tafel naast hem
+lag. Zuchtend streek hij zich met de linkerhand over het met diepe
+rimpels doorgroefde voorhoofd.
+
+"Die dwaze menschen, die Bieder en Schnabel, die in hun eigenwijsheid
+mijne aanwijzingen niet volgen en mij daardoor bij den bouw van mijn
+luchtschip al zoovele moeilijkheden bezorgden, zijn inderdaad niet
+waard, dat ik me nog langer boos over hen maak. Goddank heb ik hun
+domheden, die de ergste gevolgen na zich konden sleepen, noch altijd
+tijdig kunnen verhelpen! Weg dus met al die ergernissen! 'k Wil me
+nu alleen aan Mars wijden!" De geleerde stond op. "Ja, ja!" ging hij
+na eenige oogenblikken zwijgens voort, "ja, mijn oude, roodachtig
+stralende vriendin, is nu in de nabijheid der aarde. Ik geloof dat
+het van avond echter te laat is om nog een stil onderhoud met haar
+te hebben! En toch, ze is als altijd weer op haar plaats, zij laat
+nooit op zich wachten!"
+
+Professor Stiller keek op zijn horloge, "11 uur 42 minuten! Nog 55
+seconden en dan is Mars in het Oosten zichtbaar. Gauw naar boven,
+naar den kijker!" Weldra was deze gericht en vertoonde Mars, die
+langzaam aan den oostelijken horizont verrees, zich als een kleine
+vurige bol aan het oog van den waarnemer. Vol bewondering sloeg
+professor Stiller de naar hem toegekeerde zijde der planeet gade,
+waarop duidelijk en scherp, smalle rechte lijnen zichtbaar waren.
+
+"Juist deze rechte kanalen, die op verschillende punten elkander
+snijden of samenkomen, leveren door hare kunstigheid het duidelijkste
+en meest onweerlegbare bewijs, dat daarboven zeer verstandige en
+ontwikkelde wezens huizen!" sprak de geleerde tot zich zelf. "Mars
+heeft in weerwil van de haar omringende luchtlagen, in verhouding
+slechts kleine hoeveelheden water. Daarom zijn de Marsbewoners
+wel genoodzaakt om aan dit gebrek door kunstmatigen toevoer zooveel
+mogelijk tegemoet te komen, en van de aanwezige watermassa een zoodanig
+gebruik te maken dat, wanneer één district er door bevochtigd is, de
+kostbare vloeistof naar een andere streek wordt gevoerd. Hoe vaak heb
+ik niet reeds deze feiten van den katheder te Tübingen verkondigd als
+verklaring van het tijdelijke verdwijnen en telkens weer opduiken der
+kanalen op Mars!" riep professor Stiller opgewonden uit. "Ja, er moet
+op Mars een bijzonder ontwikkeld en in hooge mate beschaafd volk wonen,
+want alleen dit is in staat om dergelijke geniale werken ten algemeene
+nutte ten uitvoer te brengen! De Jaargetijden op Mars schijnen,
+volgens mij, in de eerste plaats verband te houden met het smelten
+der ijsmassa's aan de Zuid- en Noordpool. En dit water, afkomstig
+uit het gesmolten ijs der Poolstreken, wordt ter vruchtbaarmaking,
+door die wezens daarboven, gevoerd in de kanalen die wij zelfs van
+hieruit kunnen waarnemen.
+
+Wat een prachtigen weelderigen plantengroei moet men daar, langs
+de kanalen aan de oevers aantreffen! Wat moet alles zich daar vlug
+en krachtig ontwikkelen waar het water, regelmatig verdeeld, overal
+wordt heengevoerd! En wat voor menschen moeten dat niet zijn, die daar
+op Mars wonen en die ons in algemeene ontwikkeling misschien eeuwen
+vooruit zijn! Dat zou volstrekt niet onmogelijk wezen. Ik moet hen
+leeren kennen, evenals den grond, waarop zij leven en werken!"----
+
+Opgewonden ging professor Stiller van den telescoop weg, maar de
+levendige belangstelling in het voorwerp zijner waarneming, dreef
+hem al heel spoedig weer naar zijn instrument terug.
+
+Zoo ging het eene uur na het andere voorbij in astronomische
+onderzoekingen en berekeningen. De fonkelende sterren aan den hemel
+begonnen reeds te verbleeken en de wintermorgen brak bijna aan, toen de
+professor eindelijk zijn plaats verliet en naar zijn warm tehuis ging,
+dat zich in de onmiddellijke nabijheid van de sterrenwacht bevond.
+
+Een lichte nevel hing over het Neckardal en Groot-Stuttgart. De
+stralende morgenzon deed dezen doorzichtigen sluier echter spoedig
+optrekken en liet de stad, die zich in den loop der tijden van uit
+het Nesenbachdal links en rechts langs de oevers van den Neckar
+had uitgebreid, op haar voordeeligst uitkomen. De winter had zijn
+intocht nog niet gedaan en de met bosschen begroeide bergen die
+het Neckardal begrenzen, waren nog niet met sneeuw bedekt. In de
+frissche heldere Decemberlucht kon men scherp en duidelijk de torens
+en villa's onderscheiden, die hier en daar op eenige hooger gelegen
+punten waren gebouwd en neerzagen op de stad die zich aan hunne voeten
+uitstrekte. Ook de oude kapel op den Rotenberg paste uitstekend in
+het schilderachtige landschap, waarom de Neckar zich als een zilveren
+lint slingerde.
+
+Een groot ruim plein, half park half grasveld, de van oudsher beroemde
+Cannstatter weide, waar de Zwabensche volksspelen werden gehouden,
+bracht een aangename afwisseling in de huizenmassa, en werd hiervan
+aan een zijde door de rivier gescheiden. Aan het uiteinde van het park
+dat verscheidene Kilometers lang was en door electrische trambanen
+werd doorkruist stond een groot rond, in hout opgetrokken gebouw
+waarop met reusachtige letters stond te lezen:
+
+
+ "Luchtschip voor de Mars-expeditie,"
+
+
+en daaronder:
+
+
+ "Streng verboden toegang."
+
+
+Binnen in het gebouw deed zich geen enkel geluid hooren,--een teeken
+dat het werk was gestaakt of misschien reeds afgeloopen.
+
+Aan de heeren Blieder en Schnabel was de bouw van het luchtschip
+opgedragen, dat voor de eerste maal sedert het bestaan van een wereld-
+en volkengeschiedenis de oplossing zou geven van het moeilijke probleem
+van een tocht buiten den dampkring, door de oneindige aetherlaag,
+naar een bepaald doel.
+
+Blieder was de architect die, althans in Stuttgart, bekend stond
+om zijne vele ervaring en nieuwe denkbeelden bij de uitvoering van
+allerlei stoute plannen, Schnabel was leeraar in de hoogere mathematica
+aan eene universiteit.
+
+In deze hoedanigheid was den heer Schnabel opgedragen, om den bouw
+van het luchtschip op mathematische gronden na te gaan en overigens
+den heer Blieder met zijn wetenschappelijke ontwikkeling ter zijde
+te staan.
+
+Uitwerking en kracht der op de meest vernuftige wijze gebonden
+electro-dynamische eenheden, die zoowel voor de beweging en het
+besturen van het schip, als voor de verlichting en verwarming van
+het gesloten vaartuig moesten dienen, al die talrijke zeer gewichtige
+voorwaarden, waaraan de machinerie tot in haar kleinste onderdeelen
+moest beantwoorden, waren door professor Stiller in medewerking met
+andere geleerde collega's aan de Tübinger universiteit, vastgesteld
+geworden en de uitvoering er van aan beide genoemde heeren opgedragen.
+
+Slechts aarzelend en met een zekeren onwil was professor Stiller tot
+die opdracht overgegaan.
+
+Blieder en Schnabel waren oude kennissen van hem. Evenals hij, waren ze
+in de voorstad Cannstatt geboren en met hem opgegroeid, doch in later
+jaren hadden de zoo uiteenloopende belangen en studiën van professor
+Stiller hem meer en meer vervreemd van de beide vrienden zijner
+jeugd. Hoe hooger professor Stiller steeg op de wetenschappelijke
+ladder, hoe grooter de kloof werd die hen scheidde.
+
+Toen het echter bekend werd, dat het college van professoren der
+Tübinger universiteit naar aanleiding van een gloedvolle voordracht
+van professor Stiller, besloten had om op kosten der universiteit
+een luchtschip van bijzondere constructie te doen bouwen, waarmede
+een tocht naar Mars zou kunnen worden ondernomen, waren de beide oude
+kennissen, met wie hij zoo menigen kwajongensstreek had uitgehaald,
+onmiddellijk naar Professor Stiller gegaan. Het prikkelde hun beider
+eerzucht om hun naam wereldberoemd te maken en dezen voor altijd
+verbonden te weten met den "Argonaut" zooals het luchtschip heeten
+zou. Eindelijk had professor Stiller aan hun verlangen toegegeven
+waaraan zij kracht hadden bijgezet door een beroep te doen op hun
+oude vriendschap. Hij verzoende er zich mede, door de gedachte, dat
+onder al degenen die voor den bouw van den Argonaut in aanmerking
+zouden wenschen te komen, toch niemand wezen zou die een grooteren
+waarborg zou leveren voor het welslagen van den arbeid, dan Blieder
+en Schnabel. En op stuk van zaken waren zij dan toch ook Zwaben
+evenals hij.
+
+Zoo had de geleerde dan zijn aanvankelijken tegenzin tegen de twee
+"bekrompen Stuttgarters" overwonnen, doch, tegen dat het werk ten
+einde liep werd deze weder zooveel te levendiger. De heeren Blieder
+en Schnabel waren twee echte dikkoppen. Zij meenden beiden den Steen
+der Wijzen te hebben gevonden en achtten zich derhalve bevoegd om
+in het plan voor het schip naar eigen goeddunken wijzigingen aan te
+brengen. Alleen aan de waakzaamheid en den onverflauwden ijver van
+professor Stiller was het te danken dat na een voortdurenden strijd,
+veel ergernis en verdriet, en aanhoudende onaangenaamheden met Blieder
+en Schnabel, de Argonaut in hoofdzaak was gebouwd zooals de geleerde
+zelf had aangegeven.
+
+Maar den vorigen middag, toen professor Stiller naar de werkplaats was
+gegaan, om zich te overtuigen dat het werk waaraan nu zoovele maanden
+ijverig was gearbeid en waarover reeds zoo groote roep was uitgegaan
+(daarvoor hadden Blieder en Schnabel wel gezorgd), had hij tot zijn
+groote woede bemerkt, dat de bouwers eenige zijner meest gewichtige
+aanwijzingen totaal over het hoofd hadden gezien. Het werk dat reeds
+was gestaakt, moest wederom worden opgevat, en weer begon men aan
+den Argonaut allerlei veranderingen aan te brengen. Daardoor moest
+de opstijging natuurlijk weer worden uitgesteld en rees de ernstige
+vraag, of er van de geheele expeditie nog iets terecht zou komen. Het
+was eenvoudig om dol en razend te worden!--
+
+Woedend kwam professor Stiller thuis. Het duurde verscheidene uren vóór
+zijn drift bedaard en hij weder zichzelf meester geworden was. Maar
+zóó dicht bij de vervulling van een lang gekoesterden wensch te zijn
+en dan telkens weer zijn geduld op de proef te zien gesteld, is dan
+toch ook bijna niet te dragen.
+
+Professor Stiller's kracht ging 't dan ook bijna te boven en
+hij bracht, onbekwaam tot eenig werk, verscheidene uren in zijn
+observatorium door, om zijn opbruisend bloed tot bedaren te brengen
+en zijn boosheid te overwinnen.
+
+De geleerde zat nu in een gemakkelijke warme kamerjapon in zijn
+ruime studeerkamer, waarin de zon haar heldere stralen wierp, en
+werkte de waarnemingen van dien nacht uit. Het resultaat was zeer
+bevredigend. Nu, en daarna misschien niet in langen tijd, wellicht, in
+geen jaren, was het mogelijk om van de aarde uit, Mars te bereiken. Het
+is een groot verschil of een planeet slechts 59 of 400 millioen
+kilometers van de aarde verwijderd is. Mars stond op het oogenblik
+het dichtst bij de aarde en was daarvan slechts 59 millioen kilometers
+verwijderd. Dit was gebleken uit de nauwkeurige berekeningen van den
+professor. Men mocht daarom niet lang meer wachten met de expeditie,
+ieder tijdverlies moest angstvallig worden vermeden. Wanneer men
+eenige kans wilde hebben de planeet, die zich snel wederom van de
+aarde verwijderde, te bereiken, zooveel mogelijk gebruik makende van
+de nu zoo gunstige verhouding tusschen de middelpuntvliedende kracht
+der aarde en de thans sterk vermeerderde aantrekkingskracht van Mars
+dan moest met ieder uur rekening worden gehouden.
+
+"En juist op dit allergunstigste oogenblik, moeten me die twee
+ezels!"--en bij deze woorden keek professor Stiller door de ramen
+zijner studeerkamer in de richting van Cannstatt, "een streep door
+de rekening halen!"
+
+Toornig fronste hij de wenkbrauwen en 't bloed steeg hem naar 't
+hoofd. Daar werd aan de deur geklopt. Op het luide "binnen" van
+den geleerde verscheen zijn knecht en kondigde de heeren Blieder en
+Schnabel aan.
+
+"Lupus in fabula!" merkte de professor glimlachend op, doch plotseling
+herinnerde hij zich dat hij gisteren op de weide den beiden heeren
+had verzocht heden tegen twaalf uur bij hem te komen. Een blik op
+de pendule overtuigde hem, dat de heeren precies op tijd waren. De
+professor stond op en droeg den knecht op de beide heeren binnen
+te laten.
+
+"Stiptheid is het kenmerk der beleefdheid!" Met deze woorden begroette
+de professor de binnentredenden. "Neemt plaats!"--ging hij voort, "en
+zegt me nu maar dadelijk of de gisteren door mij aangegeven wijzigingen
+aan den Argonaut binnen vier dagen kunnen worden aangebracht. De
+volgende week moeten we opstijgen! 't Koste wat 't wil!"
+
+"Ik weet werkelijk niet, welke noemenswaardige fout mijnerzijds de
+opstijging in den weg zou staan!" merkte Blieder met zijn toonlooze
+stem op.
+
+"Wat!"--riep de professor boos uit, "moet ik u, oud architect, die
+uit puur genialiteit nooit iets uitdenkt, nog eens weer herhalen,
+waar ik u gisteren reeds aanmerking op heb gemaakt?"
+
+In plaats van te antwoorden, bepaalde Blieder er zich toe de schouders
+op te halen.
+
+"In het gesloten vaartuig kan ik geen glazen vensters gebruiken, dat
+kondet gij weten, en zooveel te beter omdat ik u daarop reeds van
+den aanvang af, bij het ontwerp van het plan, heb gewezen!" hernam
+de geleerde.
+
+"Ja, maar waarom? Ik zie werkelijk niet in...."
+
+"Mijn waarde Blieder, ge ziet inderdaad niets in noch uit. De
+spiegelruiten die gij in het vaartuig hebt laten zetten, zijn hard en
+broos en in geenendeele bestand tegen de geweldige, lage temperatuur
+in de aetherruimte. Daarom weg met die glazen, weg er mee! Vervang
+ze door elastisch mica dat het noodige weerstandsvermogen heeft. Dat
+houdt het uit in alle temperaturen boven en onder nul. Ge hebt twee
+dagen tijd om deze verandering tot stand te brengen."
+
+"Maar...." begon Blieder, doch werd door den professor driftig in de
+rede gevallen.
+
+"Er valt hier niet te "maren!" Wees blij, dat ik, met het oog op
+den korten tijd, zoo velerlei onnauwkeurigheden over het hoofd zie
+waaraan gij u bij de constructie hebt schuldig gemaakt. Maar een ding
+van belang moet nog verbeterd worden. Ofschoon ik er u opmerkzaam op
+heb gemaakt, hebt gij er verder maar niet meer aan gedacht, dat in de
+gondel, waarin meerdere menschen een zekeren tijd zullen verblijven,
+toch ook een klep tot loozing van allerlei afval, dient te zijn. Wij
+hebben een paar van die dubbele, goed sluitende kleppen noodig,
+die links en rechts aan de gondel dienen te worden aangebracht. In
+'s hemelsnaam niet in den bodem!"
+
+"Dat zou toch wel het gemakkelijkst zijn!"
+
+"Ja, dàt weet ik ook wel," hernam professor Stiller spottend
+glimlachende, "maar we zouden niet gaarne onderweg uit het vaartuig
+vallen, maar indien eenigszins mogelijk, liever heel en gezond op
+Mars aankomen!"
+
+"Maar langs de wanden zijn binnen in de gondel de provisiekasten
+aangebracht, daaronder de accumulatoren en...."
+
+"Verdeel de ruimte zooals 't behoort, dan komt de zaak in
+orde! Basta! En nu gij Schnabel! Waarvan denkt ge dat ons gezelschap
+onderweg moet leven?"
+
+"Natuurlijk van de medegenomen voedingsmiddelen, de ingemaakte
+groenten en vruchten en allerlei lekkers, den besten Neckarwijn niet
+te vergeten!" antwoordde glimlachend de Mathematicus, die veel van
+lekker eten en drinken hield en zich dan ook in het bezit van een
+aardig buikje verheugde.
+
+"Neen, wees maar niet bang, Schnabel, den wijn zullen we niet vergeten,
+maar waarvan leeft een mensch nog meer dan van spijs en drank?!"--
+
+"Natuurlijk van lucht!" antwoordde Schnabel die door die vraag
+eenigszins gepikeerd was.
+
+"Natuurlijk! en vertel me nu eens waar wij gedurende onze reis,
+die lucht vandaan moeten halen. Zooals ge weet is die in het
+aetherruim niet voorhanden en de vaderlandsche lucht, die wij van
+de Cannstatterweide in onze gondel medenemen, zal al heel spoedig
+verbruikt zijn."
+
+"Och loop naar den koekoek! Ik heb vergeten ruimten aan te brengen
+tot berging van gecomprimeerde lucht."
+
+"Juist! Herstel die fout zoo spoedig mogelijk. Blieder zal u daarbij
+behulpzaam zijn. Ik zal zelf later wel onderzoeken of de ruimten
+inderdaad samengeperste lucht bevatten, want gij zoudt waarachtig
+in staat zijn om te vergeten ze te vullen. Zooals ik u gisteren
+reeds heb gezegd is 't met de heele stuurinrichting ook niet in den
+haak. In plaats van overbrenging door middel van een as, hebt ge de
+alluminiumschroef direct gekoppeld aan de electrische machine. Hoe
+ge daartoe zijt gekomen, begrijp ik niet!"
+
+"Volgens mathematische berekeningen! De eenige ware manier!"
+
+"Blijf me nu als 't u blieft met uw mathematiek van 't lijf, wanneer
+die tot zulken tastbaren onzin leidt!" hernam professor Stiller
+boos. "Ik draag de verantwoording van de gewaagde expeditie. Ik
+moet daarom krachtig optreden en mij verzetten tegen alles wat het
+gevaar zou kunnen vergrooten, en met vreugde begroeten alles wat kan
+bijdragen tot vermeerdering der veiligheid en vergrooting van de kans
+van slagen."
+
+"Alsof wij, Blieder en ik, niet alles hadden gedaan wat gij van ons
+verlangdet. Maar natuurlijk, den grooten geleerden der universiteit
+is het moeilijk naar den zin te maken."
+
+"Dat schijnt werkelijk zoo te zijn!" liet Blieder er zuchtend op
+volgen.
+
+"Daarover zal ik niet met u kibbelen, want dat zou totaal doelloos
+zijn. Zorg er liever voor dat de Argonaut de volgende week gereed
+is. Wanneer de reis nog eenige kans van slagen hebben zal, moeten we
+noodig vertrekken. Mijn collega's in Tübingen, wien ik als datum van
+opstijging, en dan nog als uitersten termijn, een der eerste dagen van
+December heb genoemd, beginnen ook ongeduldig te worden. En nu ontstaat
+er alweer vertraging. De zaak moet nu gauw in orde komen. Afgezien van
+het feit dat we ons in hooge mate belachelijk zouden maken, wanneer de
+reis maar telkens weer werd uitgesteld, loopen wij buitendien gevaar
+niet ten volle gebruik te kunnen maken van de ons op het oogenblik
+zoo gunstige omstandigheden! Maakt dus voort! Ik moet daar bepaald
+op aandringen."
+
+"Hoe lang zal de reis duren!" vroeg Schnabel nieuwsgierig en blijkbaar
+verlangend om het onaangename onderhoud een meer vriendschappelijke
+wending te geven.
+
+"Dat hangt af van iederen dag, zelfs van ieder uur, dat wij vroeger
+kunnen vertrekken," antwoordde professor Stiller. "De vier dagen,
+die ik u voor het verbeteren der gemaakte fouten, moet toestaan,
+beteekenen voor ons een hoogst onaangename verlenging der reis. Mars
+staat op het oogenblik het dichtst bij de aarde en de afstand wordt
+nu iedere minuut weer grooter. Hoe lang onder deze omstandigheden
+de reis door de aetherruimte zal duren laat zich slechts gissen,
+maar is niet nauwkeurig te bepalen. Zoodra wij goed en wel buiten
+den invloed van de aantrekkingskracht van de aarde en van de maan en
+in dien van Mars zullen zijn gekomen, zal de reis buitengewoon snel
+gaan, in weerwil van de ontzettend groote afstanden, die wij hebben
+af te leggen. Dank zij de geweldige aantrekkende electromagnetische
+stroomingen die van Mars uitgaan, zullen wij met bijna fabelachtige
+snelheid ons in de richting van die planeet bewegen, welke snelheid
+op minstens twee millioen kilometers per dag kan worden geschat. Ik
+reken echter ook in het gunstigste geval, dat de reis minstens eenige
+weken zal duren. Voorzichtigheidshalve nemen wij voor drie maanden
+proviand mede."
+
+"En wanneer gij Mars niet bereikt, en de geheele reis mislukt, wat
+dan!" vroeg Schnabel nieuwsgierig.
+
+"Dan, mijn waarde, gaat het ons, zooals 't zoo menig natuurvorscher
+vóór ons gegaan is, en ook na ons gaan zal. Wij worden dan offers,
+martelaren der wetenschap. Ook hiermede hebben wij rekening gehouden,
+toen wij besloten den tocht te ondernemen. Gelukkigerwijs zijn de
+andere deelnemers, evenals ik, geen vaders van huisgezinnen, maar
+meerendeels jongelui die dezen sprong in het onzekere, dit waagstuk
+voor hun geweten kunnen verantwoorden. Ik voor mij reken beslist op
+het welslagen der onderneming, de triumph der wetenschap."
+
+"De geheele beschaafde wereld heeft met stomme bewondering thans
+het oog gericht op ons Neckardal, waar zulke grootsche stoutmoedige
+plannen op het punt staan verwezenlijkt te worden en komt ge eens met
+den "Argonaut" weer behouden terug, dan zal u een ontvangst worden
+bereid, zooals nog niemand ten deel viel, gij zult worden gevierd,
+zooals nooit iemand te voren!" merkte Blieder op.
+
+"Maar vóór we aan een terugkeer kunnen denken,"--hernam professor
+Stiller lachend--"moeten we eerst op Mars komen. 't Is best mogelijk,
+dat we eenige jaren afwezig zullen zijn, want zulk een onbekende reis,
+vordert begrijpelijker wijze, ook buitengewoon veel tijd. En het meest
+interessante onderwerp voor te maken studiën is de mensch zelf, die
+op het verwijderde hemellichaam huist. Zooals gij weet bewijzen ons,
+onze telescopische waarnemingen, dat de wezens die daar wonen op een
+hooge trap van ontwikkeling moeten staan. Wie weet of ze ons niet
+zoowel geestelijk als lichamelijk verre overtreffen."
+
+"Of ver beneden ons staan, wat toch ook niet onmogelijk is!" merkte
+Schnabel hoogmoedig op. In geen geval zou ik gaarne van de partij
+zijn!"
+
+"Gij doet ook maar veel beter met hier beneden op de aarde te
+blijven!" hernam professor Stiller. "En nu hebben wij genoeg tijd
+verpraat. Gauw aan 't werk! Over vier dagen kom ik op de weide om er
+mij van te overtuigen dat de besproken aangelegenheden in orde zijn
+gebracht. De volgende week moet de opstijging bepaald plaats hebben;
+ik moet u daarop nogmaals met nadruk wijzen. Iedere dag dien wij
+langer moeten wachten, is een ontzettende kwelling voor mij en mijn
+reeds zoo lang geplaagde zenuwen. Het ligt in uw hand die kwelling
+te doen ophouden. Gij hebt mij vaak en veel verdriet gedaan, maakt
+dus dat ik zonder al te grooten wrok van u en deze aarde kan scheiden."
+
+Met deze woorden nam de professor afscheid van zijne bezoekers.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+HET VERTREK DER WERELDREIZIGERS.
+
+
+Voor professor Stiller en zijn reisgenooten gingen de eerstvolgende
+dagen in zenuwachtige opgewondenheid voorbij, en waren ze voortdurend
+bezig alle voorbereidende maatregelen voor de reis te nemen. Ook op
+de Cannstatter weide, op de plaats waar de Argonaut werd gemaakt,
+was het werk weer in vollen gang. Men had het luchtschip, uit het
+reusachtig getimmerte, op de vrije ruimte daarvóór gebracht en het
+lag daar voor anker. Nu eerst kwamen de reusachtige afmetingen van
+den ballon tot haar volle recht. Hij had een langwerpig ovalen vorm,
+evenals de aan hem bevestigde gesloten schuit. Door deze gelijkheid
+van vorm, scheen het alsof zich onder den grooten ballon nog een
+kleinere bevond, zoo ongeveer als moeder en kind.
+
+De lengte van het luchtschip of den ballon bedroeg van het eene
+einde tot het andere twee honderd meter, de gemiddelde hoogte was
+twintig meter.
+
+Het geraamte van den ballon bestond uit een netwerk van zeer dunne,
+maar buitengewoon sterke, luchtledig gemaakte metalen buizen Daarover
+bevond zich een tweede geraamte en daarboven nog een derde, beide
+op dezelfde wijze samengesteld. Wel waren de drie lagen onderling
+verbonden, maar zóó dat ieder op zichzelf, alleen kon werken en de
+schuit kon dragen. 't Was om zoo te zeggen een drievoudige ballon.
+
+Voor de vervaardiging der metalen buizen was een nieuw alliage
+gebruikt, dat door professor Schwab in Tübingen was uitgevonden en door
+hem Suevit was genoemd. Dit alliage kenmerkte zich door buitengewone
+lichtheid, fabelachtig weerstandsvermogen en een enorme draagkracht
+en overtrof alle tot dusver bekende, dergelijke preparaten.
+
+Suevit bestond hoofdzakelijk uit alluminium, waaraan echter,
+procentsgewijs, wolfram, wat koper en banadium was toegevoegd. Deze
+legeering kon tot de dunste plaat worden uitgewalst, zonder daardoor
+iets van haar weerstandsvermogen te verliezen. Van deze platen
+werden de buizen gemaakt, die voor de geraamten van den ballon waren
+gebruikt. De buizen waren zonder naad, en werden, nadat zij zooveel
+mogelijk luchtledig waren gemaakt, met het nieuwste, merkwaardige
+gas Argonauton gevuld.
+
+Tot bedekking van het geraamte diende een, door den helaas te
+vroeg gestorven Esslinger grootindustrieel, Wilhelm Weckerle,
+uitgevonden weefsel uit zijde en linnen, dat de bewondering der geheele
+textielbranche had gewekt. De draden van dit weefsel werden op speciaal
+daarvoor vervaardigde weefstoelen door middel van nieuwe machines,
+zoodanig met elkaar verbonden, dat het nagenoeg niet te scheuren was,
+en buitengewoon glad van oppervlakte. Ieder der drie ballons werd
+afzonderlijk met deze stof bedekt, waarna ze in een oplossing van
+caoutchouc werd gedrenkt totdat ze verzadigd was. Door deze bewerking
+werd de stof volkomen ondoordringbaar voor het gas gemaakt. Bovendien
+werd voorzichtigheidshalve het geheel nog met een dunne laag caoutchouc
+bedekt en hierop de Pillerinoplossing aangebracht. Dit laatste was een
+vloeibaar ijzersilicaat door professor Piller te Tübingen voor dit
+doel vervaardigd. Het gaf aan de bekleeding een weerstandsvermogen,
+gelijk aan dat van een pantser, dat zelfs door groot uitwendig geweld
+niet kon worden overwonnen. De ballon verwezenlijkte zoo het ideaal
+van een bestuurbaar luchtschip.
+
+De verschillende onderdeelen van den ballon werden met even groote
+nauwkeurigheid behandeld. De berekening was zóó gemaakt, dat na een
+mogelijk verlies van de eerste, buitenste bekleeding, of, wat haast
+niet denkbaar was, ook van de tweede, de middelste, zelfs de derde,
+de binnenste, nog zelfstandig werken en de schuit dragen kon.
+
+Op deze wijze trachtte professor Stiller alle gevaren in het wereldruim
+het hoofd te bieden. De bekleeding van iederen ballon was voorzien
+van een klep die van uit het binnenste deel van de schuit kon worden
+geregeld.
+
+De ballon was, zooals reeds gezegd, gevuld met het nieuw ontdekte
+specifiek zeer lichte gas Argonauton. Bij een bijna niet vast
+te stellen gewicht (0.01) bezat het Argonauton de niet genoeg
+te waardeeren eigenschap, dat noch overgroote hitte (+1350°) noch
+overgroote koude (-500°) eenigen invloed had op zijn agregatietoestand
+of daarin ook maar eenige wijziging bracht. 't Was op 't oogenblik
+het eenige werkelijke constante of permanente gas, het raadsel der
+geleerde wereld.
+
+Het geraamte van de gondel was op dezelfde manier samengesteld uit
+buizen die overtrokken waren met een zelfde weefsel dat eveneens
+met een caoutchouc laag was bedekt en door eene Pillerinoplossing
+zijn weerstandsvermogen had verkregen. Bovendien was hierover,
+ter isoleering, nog een dikke laag asbest gelegd. Van binnen was de
+gondel met pelswerk bekleed. Dit was gedaan om het warmteverlies in
+de buitengewoon koude aetherlagen, waar de temperatuur op 120 à 150
+graden onder nul wordt geschat, zooveel mogelijk tegen te gaan. In de
+schuit waren overal zit- en rustbanken aangebracht en het inwendige
+maakte een aangenamen, gezelligen indruk. Langs de zijwanden van de
+tien meter lange en vijf meter breede gondel bevonden zich een soort
+van kasten, tot berging van den voorraad der meest verschillende
+voedingsmiddelen. Onder die provisiekasten liepen de leidingen van de
+electrische inrichting, voor verwarming en verlichting en luchttoevoer,
+binnen in de gondel. Door den vooruitgang der technische wetenschappen
+was het mogelijk geworden, enorme hoeveelheden electrische kracht in
+een betrekkelijk kleine ruimte te concentreeren. Hierdoor was het den
+luchtreizigers mogelijk om zonder noemenswaardige overbelasting, die
+groote hoeveelheden electrische energie mede te nemen, die, omgezet
+in licht en warmte, niet alleen het leven der gondelbewoners mogelijk
+maakte, maar ook dienen moest, om het luchtschip voort te bewegen en
+te besturen. Ten einde dit laatste te bewerkstelligen waren op zij
+van den ballon, links en rechts, kleine luchtschroeven aangebracht,
+die van uit de gondel door electrische kracht in beweging konden worden
+gebracht. Voor het besturen, dat eveneens geschiedde door middel van
+electriciteit, waren horizontale en verticale verstelbare roeren
+aangebracht, bestaande uit Suevitbuizen, bespannen met verzadigde
+Weckerlesche stof.
+
+Hierdoor was het besturen in twee richtingen, zoowel horizontaal als
+verticaal mogelijk gemaakt.
+
+De in metalen bussen besloten gekristaliseerde lucht, die, zoodra zij
+in contact wordt gebracht met de haar omringende gasvormige lucht,
+zich onmiddellijk vervluchtigde, nam, in weerwil van den grooten
+voorraad, eveneens niet al te veel ruimte en gewicht in beslag.
+
+Zoo was dan voldaan aan de allereerste en meest gewichtige eischen,
+die het grootsche plan moesten doen slagen. Zoodra het luchtschip zich
+op de open ruimte bevond, stroomden massa's nieuwsgierigen toe, om het
+te bewonderen, de vervaardigers met vragen te bestormen en allerlei
+inlichtingen bij hen in te winnen. De heeren Blieder en Schnabel waren
+nu eindelijk in hun element. Zij zwommen letterlijk in trots, geluk en
+zelfvoldaanheid, zij gevoelden zich nu de gewichtigste, en daar zij
+het luchtschip hadden gebouwd, tevens de meest gevierde personen,
+niet alleen van Groot-Stuttgart, maar van de geheele wereld. Hun
+namen zweefden op aller lippen! Wat konden ze meer verlangen? Zelden
+valt een mensch het geluk ten deel door iedereen met eerbied te worden
+genoemd. Onder de bewonderende bezoekers op de Cannstatter weide, waren
+alle natiën vertegenwoordigd, geleerden en leeken, hoogbeschaafden
+en nog half-wilden, mannen, vrouwen en kinderen. Sedert maanden toch
+was door de couranten en speciale correspondenten, zoowel aan deze
+als aan gene zijde van den Oceaan, het bericht verspreid, dat in het
+begin van December van uit het hart van Zwaben het groote ongehoorde
+waagstuk, een reis naar de ver verwijderde planeet Mars zou worden
+ondernomen. De namen van Blieder en Schnabel werden dus, tot in de
+verste streken, genoemd als de vervaardigers van het eerste luchtschip,
+waarmede een tocht in het onmetelijke aetherruim zou worden gemaakt.
+
+Hoe meer de dag, voor de opstijging bestemd, naderde, werd het aantal
+bezoekers grooter en steeg de opgewondenheid. Het aantal vreemdelingen,
+die naar Groot-Stuttgart waren gekomen om getuige te zijn, van het
+in zijn soort eenige schouwspel, waarvan nog jaren na dien zou worden
+gewaagd, werd op honderdduizenden geschat. Iedereen was bezield door
+den wensch persoonlijk bij de opstijging tegenwoordig te zijn, om
+geheel onder den indruk der grootsche gebeurtenis te komen. Voor logies
+werden enorme prijzen besteed. Niet alleen de hôtels waren overvol,
+maar ook op de huizen van particulieren was beslag gelegd. Wie niet met
+geld gooien kon, kwam in de buurt van Stuttgart niet onderdak. Nog
+nooit waren zóóveel vreemdelingen in Stuttgart samengestroomd,
+maar ook nog nooit was er zóóveel geld verdiend. Op de weide zelf,
+was het verkeer bijna levensgevaarlijk. 't Was een aanhoudend woelen
+en dringen; en daarbij lachen en vloeken, pretmaken en schelden in
+alle talen. Ieder wilde zoo dicht mogelijk bij den Argonaut zijn, om
+dit wonder der techniek, dit kunstig product van wetenschappelijke
+berekening, van nabij te kunnen zien. Zij wilden het werk zoo
+nauwkeurig mogelijk bekijken, als het kon ook betasten, en een blik
+werpen in de eigenaardig ingerichte gondel. Deze toch zou gedurende
+vele weken tot verblijf dienen van zeven beroemde geleerden, die hun
+leven niet tellende, als in een sprookje een reis ondernamen naar eene
+andere wereld, die duizelingwekkend ver van de aarde verwijderd was.
+
+De meeningen over het al of niet gelukken der expeditie liepen bij het
+publiek nog altijd zeer uiteen, doch daarover waren allen het eens,
+dat door deze onderneming alles in de schaduw werd gesteld, wat de
+wereld tot hiertoe had gezien, en dat de deelnemers der expeditie in
+moed en vastberadenheid huns gelijken niet hadden.
+
+Zoo was het 7 December geworden, de eeuwig gedenkwaardige dag, waarop
+precies te 4 uur des namiddags de opstijging van den Argonaut zou
+plaats hebben.
+
+Kort na het aanbreken van den dag was professor Stiller op de weide
+gekomen, waar de heeren Blieder en Schnabel reeds aanwezig waren en
+den professor afwachtten. Ook alle arbeiders die aan den bouw van den
+Argonaut hadden meegewerkt waren aanwezig. Zoowel de ballon als de
+gondel werden aan een scherp, nauwkeurig onderzoek onderworpen. De
+fouten waarop professor Stiller had gewezen, waren hersteld. Eenige
+kleinere veranderingen, die de professor hier of daar nog wenschte te
+hebben aangebracht, werden door de arbeiders met den meesten spoed
+uitgevoerd. Nadat alles tot in de kleinste bijzonderheden in orde
+was gebracht, stapte professor Stiller in de gondel, gevolgd door de
+heeren Blieder en Schnabel en eenige der bekwaamste arbeiders. Het
+touw waarmede het reuzenluchtschip aan den grond was bevestigd,
+werd voorzichtig losgemaakt. Langzaam en statig ging de Argonaut de
+hoogte in. In weerwil van het vroege morgenuur waren op de weide eene
+menigte nieuwsgierigen, die met verbazing en bewondering de bewegingen
+van het luchtschip volgden.
+
+Hoog in de lucht, nauwelijks met het bloote oog waarneembaar, ging de
+Argonaut dan vóór- dan achterwaarts, gewillig gehoorzamend aan het
+stuur, evenals het beste schip in het water. Met groote snelheid en
+in wijden kring, ging het luchtschip over Stuttgart heen, keerde weer
+naar de plaats der opstijging terug en daalde even langzaam en statig,
+precies op hetzelfde punt als vanwaar het was vertrokken.
+
+Een donderend bravo der toeschouwers volgde op dezen goed gelukten
+proeftocht. Nu bestond er geen twijfel meer of met een zich wonderlijk
+snel voortbewegend en licht bestuurbaar luchtschip, dat, als de
+Argonaut aan de hoogste aeronautische eischen beantwoordde, was het
+gewenschte doel te bereiken en kon men de meest gunstige resultaten
+verwachten.
+
+Zeer tevreden verliet professor Stiller de gondel; de zaak was beter
+uitgevallen dan hij voor weinige dagen had durven gelooven. Zijn
+vroegere wrevel tegenover de heeren Blieder en Schnabel maakte,
+toen hij afscheid van hen nam, voor vriendelijker gevoelens plaats.
+
+Hij gunde hun graag den zoo gemakkelijk verdienden roem, en zag over
+het hoofd, dat de vervaardiger en de controleur van den Argonaut
+eigenlijk alleen de handlangers waren bij de uitvoering van het
+product van zijn eigen geestesarbeid. Zonder den minsten naijver,
+verliet hij zijn oude schoolkameraden, die door het toestroomend
+publiek met gelukwenschen werden bestormd over den genialen bouw en
+de prachtig gelukte proefvaart van den Argonaut.
+
+Het liep tegen half vier des namiddags. Eene onafzienbare menschenmassa
+bewoog zich op de weide. De opgewondenheid steeg met iedere minuut,
+want weldra zouden de stoutmoedige luchtreizigers, de zeven beroemde
+geleerden, de trots en roem van Duitschland en Zwaben, op de weide
+komen, om in hun luchtschip de ongehoorde reis te aanvaarden.
+
+Precies te half vier begonnen de klokken van alle torens van
+Groot-Stuttgart te luiden. Het was een harmonisch, plechtig geluid,
+geheel in overeenstemming met den ernst en de grootschheid van het
+oogenblik.
+
+Van uit het dal der Nesenbeek en uit dat van den Neckar klonk uit
+den metalen mond der klokken het hooglied van moed en dapperheid, een
+loflied voor den menschelijken geest, die zich boven den engen kring
+dezer aarde verhief, en zich in verbinding trachtte te stellen met
+die verwijderde en geheimzinnige werelden daarboven waarnaar sedert
+het begin der menschelijke beschaving, tot op den huidigen dag, het
+verlangen en wenschen der edelsten en besten onder hen was uitgegaan.
+
+Nu eindelijk, na eeuwen, zou aan dit verlangen voldaan, díe wenschen
+verwezenlijkt worden. Geen wonder dat in ademlooze spanning de oogen
+der geheele wereld gericht waren op de hoofdstad van Zwaben, waar
+zulk een grootsche daad zou worden volbracht.
+
+Vanuit de Cannstatterweide werden naar alle windstreken dépêches
+gezonden, waartoe men in de onmiddellijke nabijheid van den Argonaut
+een groot verplaatsbaar telegrafisch bureau had ingericht.
+
+De opwinding van de menschenmassa op de weide had nagenoeg haar
+toppunt bereikt. Het statig klokkengelui had bij de menigte een
+plechtig Zondagsgevoel gewekt, en toen vijf minuten voor vier de
+klokken plotseling verstomden, heerschte er op de groote vlakte,
+eene ernstige, eerbiedige stilte als in een kerk.
+
+De zon stond reeds ver in het westen, hare rood gouden stralen gleden
+als om afscheid te nemen over den Argonaut, en omgaven het reusachtige,
+bijna onbewegelijke luchtschip als met aureool.
+
+Plotseling weerklonk van de Neckarbrug een luid hoera geroep, dat
+zich voortplantte en overging in een oorverdoovenden welkomstgroet,
+die uit honderdduizenden monden weerklonk, toen de menigte de zeven
+geleerden gewaar werd, wier namen van mond tot mond gingen, en wier
+portretten bij duizenden werden verkocht.
+
+De heeren vertegenwoordigden de navolgende vakken:
+
+Prof. Dr. Siegfried Stiller, Astronomie, Physica en Chemie.
+
+Prof. Dr. Paracelsus Piller, Medicijnen en Natuurwetenschappen.
+
+Prof. Dr. David Dubelmeier, Jurisprudentie.
+
+Prof. Dr. Bombastus Brummhuber, Philosophie.
+
+Prof. Dr. Hieronymus Hämmerle, Philologie.
+
+Prof. Dr. Theobald Thudium, Staathuishoudkunde.
+
+Prof. Dr. Fridolin Frommherz. Ethiek en Theologie.
+
+In een door electriciteit gedreven automobiel, reden de heeren
+langzaam op den Argonaut toe, terwijl de menschen ruim baan voor hen
+maakten. Ernstig en vol waardigheid groetten de moedige reizigers
+de hun toejuichende menigte. Bij den Argonaut gekomen stapten zij
+uit, en besteeg professor Stiller de in allerijl en op het laatste
+oogenblik opgerichte tribune, om vandaar uit eenige afscheidswoorden
+tot zijne naaste omgeving te richten.
+
+"Geëerde Dames en Heeren, waarde vrienden en collega's van heinde en
+ver! De geschiedenis van ons plan is u immers allen bekend. Heden
+is het in zoover verwezenlijkt, dat wij er in zijn geslaagd een
+luchtschip te construeeren, dat zich gemakkelijk zal voortbewegen,
+niet alleen door de luchtlagen die onze aarde omringen, maar ook--en
+dat is het cardinale punt,--daarbuiten door het aetherruim. Ik wil
+hier niet verder uitwijden over de zeer ingewikkelde wetenschappelijke
+eischen, waaraan moest worden voldaan, om onze reis naar Mars mogelijk
+te maken. Dat zou mij te ver voeren. Maar ik acht het mijn heiligen
+plicht hier in dit afscheidsuur luide en openlijk te verklaren, dat
+het mogelijk is dat onze reis totaal mislukt, blootgesteld als we zijn
+aan de misschien ongunstige inwerking van verschillende factoren, de
+"onbekende", waarmede wij hier op onze planeet geen rekening konden
+houden. Deze bekentenis bewaart ons voor zelfoverschatting en doet
+ons ook duidelijk en helder de gevaren zien, die aan onze expeditie
+zijn verbonden. Alleen de steeds voorwaarts strevende wetenschap, de
+dorst naar meerdere kennis en opheldering van vele, nu nog duistere,
+dingen, en geenszins lichtzinnigheid, drijft ons er toe, ons eigen
+leven in de waagschaal te stellen en desnoods ten offer te brengen
+in dienst der algemeene ontwikkeling.
+
+Of en wanneer wij elkander op deze aarde zullen weerzien, kan niemand
+onzer op het oogenblik zeggen. Komen wij na verloop van vele jaren niet
+terug, wijdt dan een stillen traan aan onze nagedachtenis. (Algemeene
+ontroering). Wij zijn dan gevallen als offers van ons beroep, maar het
+is even goed mogelijk, dat wij u later zullen kunnen vertellen van
+de wonderen eener andere wereld. Vaart allen, allen wel; en ontvang
+tot afscheid den hartelijken dank van mij en mijne collega's voor uw
+verschijnen te dezer plaatse, en de belangstelling daarmede in onze
+onderneming betoond!"
+
+Bijvalsbetuigingen weerklonken, toen professor Stiller zijn rede
+had geeindigd, en met statigen tred de tribune verliet. Er heerschte
+wederom een doodelijke stilte, toen de geleerden een voor een in de
+gondel stegen.
+
+Professor Stiller was de laatste die langs de touwladder naar boven
+klom; hij wenkte nog met de hand, en daarna werd de kleine deur
+gesloten.
+
+Het geluid van eene electrische schel, gaf het teeken voor het kappen
+der touwen.
+
+Langzaam en statig steeg de Argonaut op, terwijl de avond al meer en
+meer begon te vallen. De groote ballon werd al kleiner en kleiner,
+de afstand tusschen hem en de aarde al grooter en grooter, totdat
+hij eindelijk geheel onttrokken was aan de oogen der toeschouwers
+die zwijgend uiteen gingen, nog geheel onder den indruk van het
+grootsche schouwspel.
+
+Op den vooravond van dien gewichtigen dag, gaf de Raad der stad
+Stuttgart in het schitterend verlichte, prachtig versierde Casino,
+de zoogenaamde oude Kurzaal, een luisterrijk feestmaal ter eere van
+de heeren Blieder en Schnabel, de bouwers van den Argonaut.
+
+In allerlei redevoeringen werden de heeren gehuldigd, als zijnde op
+het oogenblik de meest beroemde mannen en grootste lichten hunner
+vaderstad.
+
+Tranen van vreugde liepen over de dikke wangen, toen zij uit den mond
+der vroede vaderen der stad zoo openlijk hun loflied hoorden zingen.
+
+Weliswaar werd later door booze tongen beweerd, dat Blieder en Schnabel
+hadden geweend en geen woorden van dank hadden kunnen vinden, omdat
+ze te veel wijn hadden gedronken en hun tong dubbel sloeg, maar booze
+tongen zijn er altijd, wanneer het er op aankomt de verdiensten van
+anderen te verkleinen.
+
+De algemeene opgewondenheid bij het feestmaal steeg ten top, toen op de
+hoofden van de heeren Blieder en Schnabel groote lauwerkransen werden
+gedrukt. Aan het eind van den maaltijd verkondigde de Burgemeester,
+dat Architect Adolf Blieder en Professor Julius Schnabel als erkenning
+hunner verdiensten bij het kunstig samenstellen van den Argonaut tot
+eereburgers der stad waren benoemd.
+
+De overreiking der diploma's geschiedde onder de feestelijke tonen
+van den Stuttgartermarsch, en daarmede werd eerst na middernacht de
+schitterende feestviering besloten.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+TUSSCHEN HEMEL EN AARDE.
+
+
+Geen noemenswaardige luchtstrooming belemmerde het bijna loodrecht
+opstijgen van den Argonaut. Het luchtschip bevond zich nog in den
+dampkring der aarde, de reeds bereikte hoogte was merkbaar door den
+verminderden luchtdruk en het dalen der temperatuur, ook binnen in de
+gondel. Professor Stiller, die de geheele leiding op zich had genomen,
+sloeg daarom voor, allereerst een eenvoudig avondmaal te nuttigen,
+dat wel het laatste zou zijn in de nabijheid van Moeder Aarde, waarvan
+men volgens den stand van den barometer reeds 7000 Meter verwijderd
+was. Dit voorstel vond algemeenen bijval. De heeren lieten zich het
+uitstekende Stuttgarter vleesch en gebak voortreffelijk smaken, en ook
+de medegenomen fonkelende roode Neckarwijn werd dapper toegesproken,
+voor zoover de geleerde heeren geen onthouders waren.
+
+Na den maaltijd richtte aller opmerkzaamheid zich weder op
+de instrumenten. Deze wezen aan, dat de grens van den aardschen
+dampkring was bereikt, en men op het punt stond door te dringen in het
+onmetelijke aetherruim. De met Xylol gevulde thermometer stond buiten
+de gondel reeds op 42° onder nul, en de barometers wezen eene hoogte
+aan van 19.950 Meter. In de gondel werden de electrische gloeilampen
+ontstoken, nadat reeds van te voren het toestel tot toevoer van lucht
+in gebruik was gesteld. Er heerschte in de gondel eene dragelijke
+temperatuur, terwijl men gemakkelijk ademhaalde.
+
+De dienst in de gondel was dusdanig geregeld, dat gedurende 24 uur
+ieder der geleerden afwisselend 3 uur en 42 minuten de instrumenten
+had waar te nemen. Op die manier werd voor een ieder de dienst niet
+al te vermoeiend. Alleen professor Stiller had zich voorbehouden om,
+indien hij dit noodig oordeelde, dien dienst een zekeren tijd alleen
+waar te nemen.
+
+De eerste nacht in de gondel, hoog boven in het aetherruim, ging rustig
+en kalm voorbij. De ballon was inmiddels met verbazende snelheid
+gestegen. Den 8en December 's morgens om 7 uur, had men eene hoogte
+van 90.723 Meter bereikt. De thermometers voor de micavensters van de
+gondel wezen de ontzettende koude van 120° aan. Een ondoordringbare
+nacht omgaf de luchtreizigers. Geen enkele zonnestraal drong door die
+diepe duisternis. Het luchtschip steeg met al grooter en grooter
+snelheid, en bewoog zich, gehoorzamend aan het roer steeds in
+oostelijke richting.
+
+Tegen den middag wees de snelheidsmeter den kolossalen afstand van
+220.000 M. van de aarde aan.
+
+Wanneer het stijgen voort zou gaan in dit, steeds in snelheid
+toenemende tempo, dan moesten de luchtreizigers binnen enkele dagen
+in de nabijheid van de maan komen, die dan 90° oostwaarts juist in
+haar eerste kwartier zou staan.
+
+Met de nabijheid van de maan ontvingen de luchtreizigers weder het
+licht van de zon en konden de gondelbewoners zich weder verheugen in
+de schitterende stralen van die bron van alle kracht. Ofschoon ze nog
+geen 24 uur onderweg waren, maakte de duisternis die hen omringde op
+de heeren den indruk van een al te langen nacht. Zij begonnen daarover
+te spreken.
+
+"Wij zijn kinderen van het licht der zon, en voelen dadelijk haar
+gemis," zei professor Dubelmeier.
+
+"Dat is wel waar!" bevestigde Fridolin Frommherz. "Alle licht, ook
+dat onzer zielen, komt van boven."
+
+"Alles zonlicht, mijn waarde!" liet professor Hämmerle er op volgen.
+
+"Noem het zooals ge wilt, het laatste van alle raadsels, de werkelijke
+oorzaak van alles wat leeft en bestaat, blijft voor ons stervelingen
+toch altijd verborgen, en wie weet of dit niet zeer goed is!" hernam
+Frommherz.
+
+"Daarover zullen wij hier in onze gondel nu maar niet redetwisten,
+maar ons liever verheugen in het vooruitzicht, dat we binnenkort uit de
+duisternis van het aetherruim, weer in het volle zonlicht zullen komen,
+al is het dan ook om zeer spoedig weder in duisternis te worden gehuld
+en dan voor langeren tijd!" bracht professor Stiller in het midden.
+
+Plotseling werd het gesprek afgebroken. De Argonaut begon te trillen
+en scheen een oogenblik stil te staan. Het trillen van den grooten
+ballon deelde zich aan de gondel meê. "Wat is er aan de hand! Om
+'s hemels wil, wat is er gebeurd?"--dit waren vragen die door het
+meerendeel der opgewonden geleerden werden geuit.
+
+"In de eerste plaats kalmte, geen opwinding die tot niets dienen zou,
+beste vrienden!" aldus stelde professor Stiller zijn verschrikte
+reisgezellen gerust. "Het schijnt dat wij ons bevinden binnen het
+bereik van de electrische aantrekkingskracht van de maan, waarop
+de Argonaut met zijn eigen electrische stroomingen dadelijk heeft
+gereageerd; vandaar het plotselinge trillen," ging professor Stiller
+voort. "Ziet maar, hij wordt al weder kalmer en gaat weder vooruit,
+en nu met nog grootere snelheid, een bewijs voor de juistheid mijner
+beweringen." Met deze woorden verliet professor Stiller een oogenblik
+zijn waarnemingspost, waarheen hij echter dadelijk weder terugkeerde.
+
+Van de verbazende snelheid, waarmede het luchtschip zich voortbewoog,
+bemerkte men in de gondel weinig of niets. Met groote opmerkzaamheid
+sloeg professor Stiller de snelheidsmeter gade. Na verloop van een uur
+constateerde hij hoofdschuddend, dat een afstand van 4500 Kilometers
+was afgelegd.
+
+"Waarom schudt gij het hoofd?" vroeg professor Piller aan zijn collega.
+
+"Hij gaat minder snel vooruit dan ik mij voorstelde en volgens mijne
+berekeningen ook heb verwacht."
+
+"Nu, mij dunkt dat niemand het ons zoo makkelijk na zal doen om
+4500 Kilometers in een uur vliegend af te leggen; zulk een snelheid
+overtreft alles, zelfs de stoutste berekening," bracht Brummhuber in
+het midden.
+
+"Gij ziet daarbij de onmetelijke afstanden over het hoofd, die wij
+hebben af te leggen alvorens ons doel te bereiken," hernam professor
+Stiller. "Maar ik hoop, dat het verder niet in dit tempo zal gaan;
+want anders," liet hij er eenigszins gedwongen glimlachend op volgen,
+"zouden wij wat al te laat op Mars aankomen."
+
+"Op een paar dagen meer of minder komt het bij onze reis niet aan,"
+hernam Thudium.
+
+Stiller gaf geen antwoord meer; ernstige gedachten hielden hem bezig
+en kwelden hem, doch die gedachten wilde hij voorloopig liever
+vóór zich houden. Waarom nu reeds de rust en het vertrouwen van
+zijn reisgenooten verstoord? De tijd bracht van zelf wel raad, en
+misschien ook.... hulp....! Zoo ging de tweede en ook de derde dag
+der reis voorbij.
+
+Toen bedroeg de afgelegde afstand 324.000 K.M. De snelheid van
+den Argonaut was dus eenigszins toegenomen, dank zij de meerdere
+electriciteit aan de voortstuwers afgegeven van uit de toestellen,
+die door professor Stiller met Piller en Hämmerle nauwkeurig werden
+nagegaan. Zoo verliep het eene uur na het andere. Geen der heeren
+kon slapen, want naar alle waarschijnlijkheid moest de Argonaut nog
+dezen nacht in de onmiddellijke nabijheid der maan komen.
+
+Een plotseling helder licht dat van buiten af in de gondel drong, deed
+professor Stiller onmiddellijk de electrische stroom afsluiten. Het
+luchtschip begon zich langzamer voort te bewegen en hield eindelijk
+geheel stil. De heeren liepen naar de vensters van de gondel om te
+zien waaraan die onbegrijpelijke stilstand van den ballon was toe te
+schrijven. Het schouwspel dat zich daar aan hunne oogen voordeed,
+was zoo overweldigend schoon, dat het als verlammend werkte op de
+bewoners van de gondel. Zij stonden eenige oogenblikken in stomme
+bewondering; toen gaven zij daaraan eindelijk lucht.
+
+"Prachtig! Onvergelijkelijk schoon! Alleen al een reis
+waard! Voorbeeldeloos! De maan, de maan!" klonk het van aller lippen.
+
+Onmiddellijk beneden hen, vertoonden zich aan hun oog reusachtige,
+hier en daar gespleten, trotsch opgaande bergen, die hel beschenen
+door de zon, zonderlinge en buitengewoon scherpe schaduwen
+wierpen. Daartusschen gaapten afgronden, duizenden meters diep,
+terwijl tusschen die afgronden en de rotsmuren een overgroot aantal
+uitgebrande kraters zichtbaar waren. Tamelijk vlakke landschappen
+werden omringd door een muur van vroeger geweldige vulkanen. Dit land
+lag aanmerkelijk hooger dan dat wat zich buiten dien ring bevond, en
+waarboven hier en daar weder kegelvormige bergen, overblijfselen van
+vroegere vulkanen, scherp uitstaken. De eigenaardige belichting met
+de eenig mooie schaduwbeelden, de geheele indruk was zoo eigenaardig,
+en zoo geheel afwijkend van wat de heeren op aarde hadden gezien,
+dat zij daarmede geen vergelijking konden maken. Waarheen ze hun
+blik ook richtten, nergens konden zij een spoor van plantengroei
+of water ontdekken. Geen meer, geen rivier, geen bruisende oceaan,
+geen groene weiden, geen boomen of struiken, niets, niets was er te
+zien. Dat stomme aangrijpende beeld van den kouden dood, dat zich hier
+aan het oog der reizigers voordeed, liet niet na een grooten indruk op
+hen te maken. De eerste kreten van bewondering werden weldra gevolgd
+door een diepe stilte, een plechtigen ernst, dien de dood bij ieder
+denkend en gevoelend mensch wakker roept. Men kon slechts weinig tijd
+besteden om de maan te bekijken aan de zijde die van uit de gondel
+waarneembaar was. De Argonaut begon langzaam te dalen.
+
+"Op de maan kunnen wij ons niet laten braden, en evenmin wenschen wij
+er te bevriezen," riep professor Stiller uit. "We zullen dus maken dat
+wij zoo spoedig mogelijk buiten den invloed harer aantrekkingskracht
+en weder in de neutrale aetherruimte komen."
+
+Met de meeste snelheid werd de electrische machine weder aangezet,
+de schroef draaide en de Argonaut verwijderde zich hoe langer hoe
+meer van het doode kind van de levende Moeder Aarde.
+
+Volgens de berekeningen van prof. Stiller moest de Argonaut na de baan
+van de maan te hebben gekruist en haar aantrekkingskracht te hebben
+overwonnen, in het bereik van de aantrekkingskracht van Mars komen,
+als zijnde het grootste hemellichaam, dat zich het dichtst bij de
+aarde bevond. Deze nabijheid van de aarde moest natuurlijk grooten
+invloed hebben op de aantrekkingskracht tusschen Mars en de aarde
+die berust op electromagnetische stroomingen.
+
+Daaruit volgt dat, wanneer voorwerpen, die aan deze aantrekkingskracht
+onderhevig zijn--zooals bijv. op het oogenblik de Argonaut--binnen
+het bereik van die kracht komen, zij meer door Mars zullen worden
+aangetrokken, naar mate zij dichter bij de aarde staat of verder
+daarvan verwijderd is. De Argonaut was nu precies 386,492 K.M. van de
+aarde verwijderd. Er bestond dus geen twijfel meer of de Argonaut was
+reeds onder den invloed van de aantrekkingskracht van Mars. Hiermede
+werd de juistheid van de berekening van Stiller bewezen, want de ballon
+ging met gelijkmatige snelheid in oostelijke richting verder. Voor
+de aanvankelijk gevreesde inwerking van de aantrekkingskracht van de
+zon, behoefde men geen angst meer te hebben. De Argonaut was op den
+rechten en den naasten weg naar het doel.
+
+Buiten de gondel was het reeds lang stikdonkere nacht en heerschte
+eene verschrikkelijke koude. In weerwil van de hermetische afsluiting
+en de dikke pelsbekleeding van de gondel, konden de reizigers zich
+alleen door electrische verlichting en verwarming beschutten.
+
+De eene dag na de andere verliep. De eerste week werd gevolgd door
+een tweede, de tweede door een derde, de derde door een vierde, en
+nog altijd scheen de tocht van den Argonaut geen einde te zullen nemen.
+
+Op zekeren dag--in de vierde week werd de stilte in de gondel door
+een eigenaardig geluid onderbroken.
+
+"Wat is er aan de hand," vroegen de geleerden verwonderd aan professor
+Stiller.
+
+"Ik kan het mij niet verklaren," antwoordde deze, "noch onze horloges
+noch de snelheidsmeter kunnen de oorzaak van dit opvallend geratel
+zijn. En toch moeten wij die oorzaak hierbinnen zoeken, want het is
+bekend dat de aether geen geluidgolven overbrengt."
+
+Terwijl Stiller zoo sprak zocht hij naar de oorzaak van het steeds
+sterker wordende geluid.
+
+"Ik kan werkelijk niets vinden. Al onze apparaten voor lucht
+en electrische kracht zijn in orde, en werken rustig, zonder
+stoornis. Maar wacht eens even, daar valt mij wat in; het is de lucht
+in onze gondel zelf die het geluid voortplant, waarvan de oorzaak
+daarbuiten in het wereldruim moet liggen."
+
+"Dan is het waarschijnlijk het een of ander hemellichaam, in welks
+nabijheid wij gekomen zijn," merkte professor Hämmerle bezorgd op.
+
+Het was in de gondel een getik en een geraas als in een
+klokkenmakerswinkel. Het was alsof er honderden wekkers tegelijk
+afliepen.
+
+"Wat is dat een helsch leven, daar zou iemand hooren en zien bij
+vergaan," viel professor Thudium woedend uit. Maar het geluid van
+zijn stem werd overheerscht door het oorverdoovende geratel.
+
+De zeven menschen in de gondel werden opgeschrikt door een plotseling
+hel licht als van flikkerend vuur. Het was door het vreeselijke lawaai
+onmogelijk een woord te wisselen. De reizigers sloten onwillekeurig
+de oogen, die pijnlijk werden aangedaan door het bliksemende licht
+dat door de vensters drong.
+
+De pijn werd heviger bij iedere poging om ze weder te openen. Op
+dit kritieke oogenblik dacht professor Dubelmeier gelukkig aan
+zijn gletscherbril, dien hij als hartstochtelijk bergbeklimmer
+steeds bij zich droeg, en dien hij goed verpakt, in een foudraal
+had meegenomen en in een van de zakken van zijn rok moest gestoken
+hebben. Voorzichtig betastte hij den rok van buiten. Juist, daar voelde
+hij hem in den bovensten rechter zijzak, het was de bril, den hemel
+zij dank! Eindelijk had hij hem op zijn neus gezet. Beschut door de
+donkere glazen, kon hij nu zijne oogen open doen. Allereerst keek hij
+de gondel rond. Daar lagen zijne reisgenooten stom en met gesloten
+oogen. De uitdrukking van hunne gelaatstrekken was die van mannen,
+die zich geschikt hadden in hun lot, waaraan niet viel te ontkomen.
+
+Met knikkende knieën en kloppend hart sloop professor Dubelmeier
+naar het naastbijzijnde mica venster. Hij wilde probeeren het
+scherm dat daarvoor was aangebracht neer te laten, iets, waaraan
+bij het krankzinnig lawaai tot nu toe nog geen der heeren gedacht
+had. Voorzichtig keek hij daarbij naar buiten in het onmetelijk
+wereldruim. Welk een grootsch schouwspel vertoonde zich aan zijn
+oogen! Van loutere opwinding daarover, vergat hij het geheele scherm;
+al zijn denken en zinnen was in beslag genomen door het prachtig
+natuurtooneel daarbuiten.
+
+Millioenen lichtgevende bollen, die evenals de melkweg, aan den
+nachtelijken hemel een breeden stralenkrans vormden, fonkelden en
+schitterden in de verte in wonderlijke pracht! Wat dit wel wezen
+mocht? Dat moest hij dadelijk aan zijn collega Stiller vragen,
+want wellicht kon hij het gevaar, dat de luchtreizigers dreigde,
+nog afwenden.
+
+Professor Dubelmeier liet nu eerst de schermen voor de vensters
+zakken, ging toen naar Stiller toe, zette hem den bril op zijn neus
+en schudde hem flink door elkaar. Verbaasd over zijn plotseling
+teruggekeerd gezichtsvermogen, stond professor Stiller met den bril
+van zijn vriend op den neus op, en volgde diens stomme pantomime. Hij
+trok het scherm voor een der vensters weg en keek naar buiten, ook
+hij bleef eenige oogenblikken aan het venster staan, geheel onder
+den machtigen indruk dien het prachtige natuurtooneel daarbuiten op
+hem maakte. Nu werd hem ook de oorzaak van het oorverdoovende geraas
+duidelijk. De Argonaut was op zijn weg naar Mars terechtgekomen in de
+nabijheid van een komeet, die met groote snelheid door het aetherruim
+vloog en juist dezen weg kruiste. Een direct gevaar bestond daarbij
+voor de luchtreizigers niet, althans niet voor de eerste uren, in
+aanmerking genomen den nog altijd grooten afstand en de verbazende
+snelheid waarmede de komeet zich bewoog. Gerustgesteld, maar nog half
+versuft door dit eenig schouwspel, verliet Stiller het venster.
+
+Stiller deed nu met zijn collega Piller, zooals Dubelmeier met
+hem had gedaan. Piller zorgde weder voor Hämmerle en zoo voort,
+totdat ieder der reizigers zonder gevaar voor zijn gezichtsvermogen
+het eenig prachtige schouwspel had kunnen gadeslaan. Men kon zich
+daarover echter eerst uitspreken na verloop van eenige uren, toen het
+lawaai van de voorbijtrekkende komeet langzaam begon af te nemen. Toen
+verklaarde professor Stiller aan zijne reisgenooten de oorzaak van
+het verschijnsel en verkondigde den lof van Dubelmeiers bril.
+
+"Bij de keus van hetgeen ik mee zou nemen, heb ik aan allerlei gedacht,
+en ik meende ook, dat ik werkelijk niets vergeten had; ik moet echter
+eerlijk bekennen, dat de praktische en toch zoo voor de hand liggende
+gedachte aan den donkeren bril niet in mij is opgekomen. Daaruit
+ziet men alweer, dat een mensch aan zichzelf niet genoeg heeft,
+en men nooit op zich zelf vertrouwen kan. De zorg van onzen vriend
+Dubelmeier is ons van groot nut geweest."
+
+"Maar, mijn beste man, vertel mij nu toch eens, hoe ge op het denkbeeld
+zijt gekomen om in een luchtballon een gletscherbril mede te nemen,"
+vroeg professor Piller nieuwsgierig.
+
+Dubelmeier werd verlegen, en wist eerst niet best wat te zeggen. Toen
+men echter van alle kanten begon te vragen en te dringen, bekende
+hij eindelijk, dat hij zich niet had kunnen vereenigen met de
+gedachte, misschien jaren lang zijne geliefde bergtochten te moeten
+ontberen. Daarom had hij, in de stille hoop dat daartoe misschien ook
+op Mars gelegenheid wezen zou tenminste zijn gletscherbril medegenomen.
+
+"En waar is dan uw bergstok en verdere uitrusting? Daarvan zie ik
+niets!" vroeg professor Brummhuber.
+
+"Met uitzondering van mijne schoenen met spijkers, heb ik alles
+zuchtend in Tübingen achtergelaten," antwoordde Dubelmeier.
+
+"Dat was verstandig, want onze gondel is niet berekend op het
+medenemen van dergelijke bagage," merkte professor Stiller lachend op,
+"maar uw bril heeft de eer van ons uitstekende diensten te hebben
+bewezen!" Het doorsnijden van de velden der van Mars uitgaande
+aantrekkingskrachten, had een ongunstigen invloed uitgeoefend op
+de snelheid van den Argonaut. Toen hij de snelheidsmeter nauwkeurig
+opnam, bemerkte professor Stiller tot zijn schrik, dat, in de angstige
+uren, die zij hadden doorgebracht, de ballon zich in de richting van
+Mars had voortbewogen met slechts 1/10 deel der tot hiertoe gevolgde
+snelheid. Eerst langzamerhand scheen de Argonaut deze weder te zullen
+bereiken. Dit moest een zeer ongewenschte verlenging ten gevolge
+hebben van de toch reeds zoo moeilijke reis, die, verschillende
+omstandigheden in aanmerking genomen, noodlottige gevolgen hebben kon.
+
+In de plaats van de vroegere levendige gesprekken, en het zoowel
+lichamelijk als geestelijk welzijn, waarin allen zich mochten
+verheugen, was een zekere matheid gekomen, eene meerdere of mindere
+loomheid, waaruit de verschijning van de komeet, allen slechts
+voor korten tijd had kunnen opwekken. Bij dezen en genen der heeren
+vertoonde zich als een dreigend spook, de verveling, het begin der
+lethargie. De reis in de betrekkelijk toch kleine besloten ruimte
+begon te lang te duren. Daarbij kwam nog het gebrek aan lichamelijke
+beweging en de gewone geestesarbeid.
+
+De wetenschappelijke onderwerpen, die zoowel het algemeen als ieder
+afzonderlijk interesseerden, de bijzonderheden van den loop van de reis
+tot hier toe, waren reeds zoo vaak en op zoo velerlei wijze besproken,
+dat deze hare aantrekkelijkheid verloren hadden. Stil, zonder een
+woord te spreken, bijna gevoelloos, lagen of zaten in hunne pelsjassen
+gewikkeld, de meeste heeren die tot voor korten tijd zoo vroolijk en
+levenslustig waren geweest. Niemand zou gaarne voor de tweede maal
+zulk een ontzettend langen tocht meemaken, waarop men niet eens een
+goed warm maal kon krijgen of zijne verstijfde ledematen wat beweging
+geven kon! En, was men er dan zoo zeker van, dat het doel bereikt
+zou worden, zoo niet, wat dan? Ja, wat dan? Dat waren de gedachten
+en de angstige vragen, die rondwoelden in de hersens der heeren.
+
+Die vervloekte reis naar Mars! Wat had die hun aangelokt, wat hadden
+zij zich daardoor van de wijs laten brengen, en hoe hadden zij den
+invloed van het langdurige verblijf, in die enge smalle ruimte en
+het langdurig gemis van het zonlicht onderschat!
+
+Professor Piller had bij het begin van de reis weliswaar geklaagd over
+een begin van bloedarmoede, en in weerwil van den uitstekenden eetlust,
+ook over storing in de spijsvertering en dergelijke, maar nu lag hij
+ook half versuft in een hoek van de gondel, en verwenschte in stilte
+zichzelf, zijne reisgenooten, den Argonaut, het gansche heelal, maar
+het meest den verleidelijken Mars. Dat waren zoo te naastenbij ook
+de gedachten der overige heeren. Zij herinnerden zich hoe gezellig
+en aangenaam zij eenmaal binnen Tübingens muren hadden geleefd, hoe
+zij iederen avond na volbrachten arbeid bij elkaar hadden gezeten aan
+hun stamtafel in "de Beer," "de Walvisch," "de Kroon," en op andere
+zoo gezellige plaatsen in de oude universiteitsstad in vroolijk
+gezelschap en onder het genot van een glas koelen geurigen wijn,
+en voelden levendige spijt, dat zij deze dwaze reis hadden ondernomen.
+
+"Ik wilde dat Mars naar den drommel liep," riep professor Piller uit,
+daarmede uiting gevende aan zijne gedachten.
+
+"Laten wij dat nu maar niet wenschen," hernam Stiller op eenigszins
+scherpen toon. "Dat de expeditie met allerlei gevaren en tegenspoeden
+zou te kampen hebben, en wij ons allerlei ontberingen zouden moeten
+getroosten, hebben wij van te voren geweten; daarover kunnen wij ons
+achteraf niet beklagen, zulke klaagliederen zijn onzer onwaardig. Zwijg
+en verdraag, dat moet onze leuze zijn!"
+
+"Goed gesproken," bevestigde Bombastus Brummhuber, "maar eindelijk
+moet er aan dat zwijgen en verdragen ook een eind komen!"
+
+"Wacht maar eerst af wat komt," riep professor Stiller boos uit.
+
+"Maar gij hebt toch gezegd, dat de reis niet langer dan eenige
+weken zou duren," bracht Frommherz in het midden, "nu is deze tijd
+verstreken, en....."
+
+"Gij moogt het allerminst uw geduld verliezen, Frommherz," viel Stiller
+zijn reisgenoot in de rede. "Overigens heb ik nooit precies opgegeven
+hoelang de reis duren zou, om de eenvoudige reden, dat ik dat niet
+kon. Ik sprak van eenige weken in het allergunstigste geval. Laat het
+u echter niet ontmoedigen, dat de reis langer duurt dan mij zelf lief
+is. Integendeel laten wij moed houden! We hebben dien dringend noodig!"
+
+"Wat beduidt dat, druk u duidelijker uit, Stiller!" klonk het van
+verschillende zijden.
+
+"Nu, ik geloof dat het duidelijk genoeg is, wat ik met deze weinige
+woorden wilde zeggen; wij hebben slechts een zeer klein gedeelte van
+onze reis achter den rug, vóór ons ligt nog een groote afstand, die
+aan onzen moed en ons weerstandsvermogen hooge eischen stellen zal."
+
+"Hoe groot is die afstand nog?"
+
+"Nog ongeveer 30 millioen Kilometers."
+
+"Dertig millioen Kilometers? Dan zijn we nauwelijks op de helft! Het
+is gewoon verschrikkelijk," bromde professor Dubelmeier.
+
+"Hoe moet dat eindigen!" zuchtte Frommherz.
+
+"Laten wij hopen van goed, mijn waarde Frommherz, want anders zoudt
+gij wat eerder ten hemel varen dan u waarschijnlijk lief is," spotte
+professor Stiller, over wien langzamerhand een soort galgenhumor
+was gekomen.
+
+Deze stemming duurde echter bij den professor niet erg lang. Zij werd
+al heel gauw op den achtergrond gedrongen door de zorg over het wel en
+wee der expeditie. Hij had de geheele zaak, het waagstuk, eigenlijk op
+touw gezet, en droeg dus ook alleen de volle verantwoordelijkheid voor
+het leven zijner reisgenooten die, vertrouwende op zijn aanwijzingen,
+zonder aarzelen aan den tocht hadden deelgenomen. Professor Stiller
+was bij al zijn zenuwachtigheid en zijne neiging om alles van de
+beste zijde te bekijken, en de moeilijkste problemen met een zekere
+lichtvaardigheid te behandelen en in weerwil van zijn opvliegend
+karakter, toch een veel te rechtschapen en eerlijk man, om zijn
+eigen doen en laten niet telkens weer aan een streng zelfonderzoek
+te onderwerpen.
+
+Meer dan eens had hij in stilte gewenscht, dat hij de reis maar alleen
+had ondernomen of slechts vergezeld van een trouw dienaar in plaats
+van zijn collega's mede te nemen. Tot op dit oogenblik hadden zijn
+reisgenooten hem nog geen enkel verwijt toegevoegd. Het korte gesprek,
+dat zij zoo even hadden gevoerd en de lichamelijke en geestelijke
+toestand waarin zijn reisgenooten zich bevonden, bewezen genoeg, dat
+de goede en vreedzame verstandhouding, die tot nu toe in de gondel
+had geheerscht, den eersten zwaren schok had gekregen. Reeds in de
+eerste dagen der reis was hij door een zekeren twijfel en sombere
+gedachten gekweld geworden, die hij in den beginne nog van zich had
+kunnen afschudden, maar die zich telkens sterker aan hem opdrongen
+en zich nu niet zoo spoedig lieten verdrijven.
+
+Wat professor Stiller het meeste verontrustte, was de betrekkelijk
+geringe snelheid van den Argonaut. Hij had er vast op gerekend, dat de
+ballon zoodra hij in het veld der aantrekkingskracht van Mars gekomen
+was, zich met bliksemsnelheid naar die planeet zou voortbewegen en nu
+moest hij bekennen, dat hij zich daarin schromelijk had vergist. Deze
+groote vergissing sleepte twee andere na zich; de voorraad versche
+lucht en electrische energie waren op eene kortere reis, dat wil
+zeggen op eene grootere snelheid berekend, en moesten binnen enkele
+weken zijn verbruikt. Om de maat van zorgen vol te meten, verminderde
+ook de voorraad voedingsmiddelen snel. Men had weliswaar een voorraad
+eten en drinken voor drie maanden mede genomen, doch professor Stiller
+had daarbij geen rekening gehouden met den gezonden eetlust van zijne
+reisgenooten. In het begin had hij zich over dien eetlust verheugd,
+in de verwachting dat de Argonaut het doel bereiken zou in de helft
+van den tijd waarvoor de levensmiddelen bestemd waren, maar nu hij
+zich in die verwachting zag teleurgesteld, kwam bij alle andere ook
+nog de zorg voor de voeding.
+
+Goed- of kwaadschiks moesten van nu af aan de rantsoenen
+worden verminderd, wilde men met den voorraad nog langeren tijd
+toekomen. Hoofdzakelijk de hoeveelheid dranken was sterk verminderd;
+vooral die van het zoozeer geliefde Göppinger water was zeer
+geslonken. Zoo sleepte de eerste groote vergissing eene reeks van
+onaangename gevolgen na zich, waarvan de uitwerking niet was te
+overzien. Stiller werd, hoe meer hij daarover nadacht, hoe langer
+hoe somberder. Allereerst stelde hij zich de vraag, hoe hij het best
+zijn collega's zou mededeelen, dat de vermindering der dagelijksche
+hoeveelheid spijs en drank dringend noodzakelijk was. Het scheen
+professor Stiller bijna onmogelijk om dit te doen zonder zijne
+reisgenooten te kwetsen en hunne reeds zoo groote opgewondenheid nog
+te doen toenemen. Gebeurde er toch maar een wonder en werd de snelheid
+van den Argonaut toch maar verdubbeld, dan waren al die moeilijkheden
+ineens overwonnen!--dacht professor Stiller. Maar er gebeurde geen
+wonder, en hoe nauwkeurig de professor de snelheidsmeter ook gadesloeg,
+de Argonaut bleef zich gelijkmatig voortbewegen.
+
+"Stikken, bevriezen, verhongeren vóór wij Mars bereiken,--waarachtig
+wij hebben de keus tusschen allerlei manieren om aan ons eind
+te komen! Wat geeft het eigenlijk, of ik mijne reisgenooten door
+vermindering van hun rantsoen, nog 't beetje genoegen bederf dat
+eten en drinken hun verschaft, wanneer wij toch zoo goed als zeker
+den dood in het vooruitzicht hebben! Het beste is dat ik alles maar
+bij het oude laat. En daarmede uit!"
+
+Na lang en somber-gepeins nam de professor eindelijk dit besluit!
+
+De week liep ten einde en met haar waren de Marsreizigers het nieuwe
+jaar ingetreden.
+
+Geen hunner had zich bekommerd om de jaarswisseling, die vroeger op
+aarde door hen in gezelligheid en vroolijkheid was gevierd.
+
+Eene doffe onverschilligheid was over het geheele gezelschap gekomen,
+die hun ook meer en meer den vroegeren lust tot eten en drinken
+ontnam. "Wanneer ik goed en wel uit deze gondel op Mars kom, en ik
+merk dat de levensomstandigheden maar eenigszins gunstig zijn, dan
+zien zij mij op de aarde en in Zwaben niet meer terug. Geen hemelsch
+geweld zal mij dan weder tot zulk eene reis verleiden,"--aldus sprak
+op zekeren dag professor Fridolin Frommherz, terwijl alle andere
+heeren toestemmend knikten.
+
+Professor Stiller zeide niets op deze woorden, die zoo duidelijk
+de gevoelens van zijne reisgenooten vertolkten. Met het oog op den
+buitengewoon kritieken, steeds pijnlijker wordenden toestand van den
+Argonaut, schenen hem al die opmerkingen van zijne collega's vrijwel
+overbodig, hij bewaarde een somber stilzwijgen en begon na te denken
+over middelen en wegen om de reis te bekorten.
+
+"Wie aan zich zelf begint te wanhopen, gaat zeer zeker verloren. Waar
+nog slechts een schijn van hoop bestaat, zij die ook nog zoo klein
+en zoo zwak, daar ziet de moedige mensch nog altijd mogelijkheid om
+een uitweg te vinden, een middel tot redding, terwijl de moedelooze
+zich aan wanhoop overgeeft. Was ik dan laf en zwak, of ben ik het
+werkelijk?" vroeg professor Stiller zichzelf af. "Waarvoor vrees
+ik eigenlijk? Voor den dood, voor het verlies van een leven, dat
+in dienst der wetenschap voor de gemeenschap eenige waarde heeft,
+maar dat ik persoonlijk nooit zoo heel hoog heb geschat?"
+
+Het grootsche idee van deze reis, de kunstige bouw van den Argonaut,
+die tot op dit oogenblik bewezen had zoo uitstekend te zijn, was
+op stuk van zaken toch zijn werk, waarvoor hij in alle opzichten
+zooveel had opgeofferd. Reeds vóór de reis tot uitvoering kwam,
+had hij rekening gehouden met de mogelijkheid dat de expeditie zou
+mislukken, maar in weerwil daarvan had hij vol moed en hoop zijn
+vaderland verlaten, in de vaste overtuiging dat hij alle bezwaren
+zou overwinnen. En, nu de zaak wat kritiek begon te worden, zou
+hij als een zwakkeling den moed laten zakken? Wat moest hij wel van
+zichzelf denken? Hij bloosde van schaamte bij die gedachte! Weg met
+alles wat naar zwakheid en naar lafheid leek! Wanneer hem wezenlijk
+het lot beschoren was, reeds nu in den bloei en de kracht zijner
+jaren te sterven, welnu, in Gods naam dan, maar dan was toch ook de
+wijze waarop hij zou heengaan zijner waardig, zij was even grootsch
+als eigenaardig. De namen van hem en zijne tochtgenooten, zouden,
+ook al waren zij reeds lang van den aardbodem verdwenen, op aarde
+nog altijd met eerbied worden genoemd. Met gulden letters zouden
+zij worden opgeteekend in de annalen der wereldgeschiedenis en der
+wetenschap, als die van stoutmoedige, zij het dan ook als ongelukkige
+luchtreizigers. Die gedachte was ook een troost, een groote zelfs,
+een trotsche een verhevene. Toen legde professor Stiller bij zichzelf
+de heilige belofte af, dat hij vastberaden en met open oog de toekomst
+zou te gemoet gaan, ze mocht dan brengen wat ze wilde.
+
+Hij werd wonderlijk kalm, en was daardoor in staat helder te denken
+en te overleggen. Allereerst begon hij zoo nauwkeurig mogelijk vast
+te stellen, hoeveel electrische energie hun nog overbleef. Hij rekende
+dagen en dagen lang. De afstand tusschen den Argonaut en Mars bedroeg
+juist achttien millioen kilometers. De werking der aantrekkingskracht
+der planeet op den Argonaut kon van dezen uit worden vermeerderd,
+wanneer men er toe kon besluiten, een deel der electrische energie
+op te offeren en het wereldruim in te zenden, Mars tegemoet.
+
+Professor Stiller moest zichzelf bekennen, dat dit een waagstuk
+was, want de voorraad energie, die noodig was voor verlichting en
+verwarming van de gondel, werd er verbazend door verminderd. Hij
+bedacht zich echter niet, nadat hij tot de overtuiging was gekomen,
+dat het opofferen van een groot deel der electrische energie de eenige
+mogelijkheid was om hun leven te redden en de expeditie tot een goed
+einde te brengen. Het was een va-banque-spel, maar moest in de gegeven
+omstandigheid gespeeld worden. Er was geen andere keus!
+
+Professor Stiller ging direct aan het werk. Eerst sloegen de heeren de
+nieuw ontwaakte bedrijvigheid van hun reisgenoot bijna onverschillig
+gade. Langzamerhand echter begonnen zij nieuwsgierig te worden,
+en de verflauwde belangstelling in de wetenschap weder te ontwaken.
+
+"Wat voert ge daar toch uit, Stiller?" klonk het van uit de
+verschillende hoeken van de gondel waar de heeren lagen.
+
+"Ik werk aan onze redding," antwoordde de aangesprokene kortaf.
+
+"Dat is een prijzenswaardige arbeid," merkte Frommherz met zwakke
+stem op.
+
+"Verklaar ons uw plannen eens," sprak professor Dubelmeier.
+
+"Mijn beste vrienden, laat mij nu rustig mijn gang gaan. Bij mijne
+verklaringen komen zooveel cijfers te pas, dat u het hoofd zou
+omloopen, en dat moet juist wat ontzien worden."
+
+"Stiller heeft gelijk," besloot professor Piller, "geef mij liever
+uit de kast, waar gij vlak vóór zit, een flesch van onzen heerlijken
+vaderlandschen wijn. Ik wil daarin vergetelheid zoeken."
+
+"Ge drinkt bepaald te veel, Piller," waarschuwde Dubelmeier maar
+voldeed toch aan het verzoek van zijn vriend, en overhandigde hem een
+flesch met het fonkelende roode vocht. "Alcohol is verderfelijk voor
+de hersens, dat moet gij als medicijnman toch wel het allerbest weten."
+
+"Voor mijn part!" merkte professor Piller geeuwend op, waarna hij
+een flinke teug nam. "Zoo, dat heeft gesmaakt! Er gaat toch niets
+boven een goed glas wijn. En nu, Dubelmeier, raad ik u dringend,
+ook eens nader kennis te maken met dezen vijand der menschelijke
+hersens. Alleen met Göppinger water houden onze hersens het op deze
+vervloekte reis niet uit!"
+
+Na deze woorden deed professor Piller zijne oogen weder dicht, en
+sliep rustig in. Ook de andere heeren keerden weldra weder in hunnen
+lethargischen toestand terug.
+
+Professor Stiller had intusschen de uitwerking van zijn proefneming
+gade geslagen. De snelheidsmeter wees inderdaad eene belangrijk
+meerdere snelheid aan. Reeds vleide de professor zich met de hoop,
+dat alles naar wensch ging,--toen er al weer iets anders gebeurde.
+
+"Wat duivel! Wat is er nu weder aan de hand?" vroeg Piller, plotseling
+opschrikkende uit zijne verdooving, toen men een vreemd geluid,
+gelijk aan dat van den rollenden donder, in de gondel vernam.
+
+"Dat heeft wel iets van het bruisen van een bergstroom, die tallooze
+steenen rotsblokken met zich voert," bracht Dubelmeier in het
+midden. Nauwelijks had hij deze woorden gesproken, of een zwaar
+voorwerp kwam tegen de gondel aan. Verschrikt sprong professor
+Stiller op.
+
+"Gauw, vrienden, helpt mij de vensters beveiligen, als ik mij niet
+vergis is er een sterrenregen in aantocht."
+
+De heeren snelden naar de vier vensters van de gondel, en lieten zoo
+snel zij konden de schermen zakken. Eene kletterende regen ontlastte
+zich boven den Argonaut, doch hoofdzakelijk boven de gondel.
+
+Reeds meende professor Stiller, dat het gevaar geweken was, toen
+andermaal een slag, veel heviger dan te voren de gondel trof. Daarna
+vernam men een kletterend geluid, gevolgd door een jammerkreet. De
+plaats waar zich de snelheidsmeter in de gondel bevond, was door een
+kleinen meteoor getroffen.
+
+Door den vreeselijken schok was dit instrument beschadigd, en het glas
+gebroken. Een der stukken glas had professor Frommherz, die kermend
+en bebloed op den bodem van de gondel lag, getroffen. Door den slag
+was de gondel met zóóveel kracht op zijde geworpen, dat daarbinnen
+de grootste verwarring heerschte. Eerst na verloop van eenigen tijd
+hield de schommelende beweging op, en maakte plaats voor de oude
+gelijkmatige. Men vernam geene slagen meer, en professor Stiller kon
+aannemen, dat de Argonaut ook aan dit gevaar gelukkig was ontkomen.
+
+Nu kon Piller den gewonde onderzoeken. Het stond al vast, dat de
+verwonding niet zoo ernstig was, als het zich liet aanzien.
+
+"Gij jammert veel te hard naar verhouding van uw wond," spotte Piller,
+nadat hij de wond had onderzocht.
+
+"O, hemel, dat ontbrak er nog maar aan," steunde de verwonde, toen
+Piller met zijne naalden door de randen van de wond ging.
+
+"Bah," hernam Piller droogjes, "wat een groot woord, onmensch! Dank
+uw Schepper liever, dat gij er zoo goed zijt afgekomen. Het zal u
+wat kranig staan, zulk een roode streep op uw voorhoofd!"
+
+"Wat zal men van mij denken?"
+
+"Wat men wil! Ziezoo, zet nu niet zoo 'n ongelukkig gezicht meer. De
+wond is genaaid, het verband gelegd, met een beetje watten gedrenkt
+in Göppinger water, nemen wij de laatste bloedsporen van uw gezicht
+weg. Dan ziet gij er helderder uit dan een van ons. Over een paar
+dagen neem ik de draden weg, en daarmede is de zaak gezond."
+
+"Was het maar eerst zoover!"
+
+"Wanneer dat doelt op het eind van de reis, dan ben ik het volkomen
+met u eens. Eenmaal moet toch aan dien vervloekten tocht een einde
+komen!" bromde de dokter mismoedig.
+
+Het ergste was, dat nu de snelheidsmeter niet meer werkte en totaal
+onbruikbaar geworden was. Aan repareeren viel gedurende de reis
+niet te denken. Dat was een leelijke streep door de berekeningen
+van professor Stiller, die hem bovendien iedere contrôle onmogelijk
+maakte. Nu moest alles aan het blinde toeval worden overgelaten. In
+plaats van berekenen, kon men nu slechts vermoeden. Hij gaf zich dan
+nu ook weer aan allerlei zwaarmoedige en sombere gedachten over.
+
+Inmiddels verliep de tijd en de ballon vervolgde zijn weg. De
+levensmiddelen waren intusschen zóó geslonken, dat hongersnood voor de
+deur stond, terwijl ook de voorraad electrische energie onrustbarend
+afnam.
+
+Wilde professor Stiller voor zich en zijne reisgenooten dus nog eenige
+dagen licht en warmte behouden, dan moest hij onmiddellijk eindigen
+met electrische energie naar het aetherruim af te voeren. Met een
+bezwaard hart, brak hij dus de verbinding naar buiten af.
+
+Wat zouden de eerstvolgende dagen brengen? Zij hielden in hun schoot,
+het lot, het geluk, of den ondergang der expeditie verborgen.
+
+Het electrisch licht in de gondel begon zwakker te worden, en eene
+doordringende koude, die zelfs de pelsen der heeren niet vermocht af
+te weren, deed zich gevoelen.
+
+De een voor, de ander na, werd hoe langer hoe onverschilliger. Zij
+schenen langzamerhand over te gaan in een toestand van
+bewusteloosheid. Het einde der martelaren scheen eindelijk gekomen
+te zijn. Geen geluid werd meer in de gondel vernomen.
+
+Plotseling gevoelde men een geweldigen schok. Ballon en gondel
+vlogen op zij, en schenen te willen kantelen. De arme menschen in de
+gondel vielen tegen en over elkander, en werden als het ware uit hun
+doodsslaap wakker geschud. Doodelijk ontsteld, door dien plotselingen
+schok, slaagden de heeren er eindelijk in, weder overeind te komen,
+en toen zij daarna de oogen weder openden, scheen een vriendelijk
+zonlicht door de verbrijzelde vensters van de gondel.
+
+Het duurde eenigen tijd, vóór de oogen der reizigers, die zoo lang
+het licht hadden moeten ontberen, weder aan de heldere stralen gewend
+waren. Maar toen scheen ook plotseling alle loomheid geweken.
+
+Professor Stiller was het eerst op de been. Zonder te denken aan
+mogelijk gevaar, stak hij moedig het hoofd uit een der vensters,
+om te zien met welk ander vreemd lichaam de Argonaut in aanraking
+was gekomen, want dat dit moest zijn geschied, was den geleerde
+onmiddellijk duidelijk.
+
+"Hoera, hoera!" riep hij opgewonden uit. "Hoera! wij zijn gered! Wij
+hebben de kleine maan van Mars, Phoebus, gelukkig maar even
+geraakt. Maar het buitenste omhulsel van onzen ballon is erbarmelijk
+gescheurd; en wij hebben, zooals ik zie, nog meerdere schade beloopen,
+maar dat doet er niet toe! Daar beneden, daar beneden ligt Mars! Wij
+zijn gered, ge...." professor Stiller viel bewusteloos neder.
+
+Na veel moeite slaagde professor Piller er in, hem weder tot bewustzijn
+te brengen.
+
+"Waar zijn wij," vroeg professor Stiller met zwakke stem.
+
+"Dat weten wij zelf niet recht, in elk geval nog in de lucht, en niet
+op vasten bodem," antwoordde professor Piller.
+
+"Dan moeten wij den Argonaut langzaam en voorzichtig laten dalen,"
+zeide Stiller.
+
+"Gevoelt ge u weder sterk genoeg, om de geheele leiding op u te nemen?"
+
+"Het moet eenvoudig!"
+
+Met deze woorden stond professor Stiller op, om zich met een blik
+door het venster, van de plaatselijke omstandigheden van den ballon
+te overtuigen.
+
+Juist, daar beneden, op geringen afstand van den Argonaut, stroomde
+eene breede krachtige rivier, aan wier oevers een donkergroene
+tropische plantengroei welig tierde.
+
+Daarnaast zag men schitterend in het helle zonlicht, bebouwde velden
+en bloeiende tuinen. Eigenaardige gebouwen, die van verre schitterend
+wit schenen, bewezen de nabijheid van levende schepselen. De luide
+kreten van bewondering, waarmede de koene luchtreizigers aan hunne
+verrassing hadden lucht gegeven, bij het voorbijtrekken van de maan,
+hadden hier voor eene stomme bewondering plaats gemaakt, terwijl zij,
+dankbaar gestemd tegenover het lot, dat hen op het laatste oogenblik
+voor het uiterste had bewaard, van uit de gondel eenen blik wierpen
+op het schoone landschap, dat zij thans snel naderden.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+OP MARS.
+
+
+Van Mars uit--want het was werkelijk die planeet--was de ballon reeds
+lang opgemerkt. Toen hij nu bijna den grond had bereikt, stroomde
+een groot aantal menschen, die in den omtrek woonden, naar de plaats
+waar het luchtschip nederdaalde. De Argonaut werd naar eene groote
+groene weide gestuurd, waar troepen van de edelste diersoorten
+graasden. Professor Stiller wierp het touw met het anker met een
+geweldigen zwaai uit de gondel, en gaf door teekenen en gebaren aan
+de menschen daar beneden te kennen, wat zij ongeveer moesten doen om
+den ballon vast te maken. De Marsbewoners begrepen dadelijk wat de
+vreemde man in zijn gebarentaal van hen verlangde. Zonder eenige haast,
+doch met bekwamen spoed en opvallend handig, werd aan den wensch van
+den professor gehoor gegeven. Weldra lag de ballon vast en stevig
+voor anker. De touwladder werd nu nedergelaten, en met de daarvoor
+bestemde haken vast gemaakt. De zeven mannen uit het Zwabenland
+daalden hierlangs naar beneden, om als eerste bewoners der aarde,
+Mars te betreden.
+
+Eene zachte weldadige en met welriekende geuren bezwangerde
+lucht, omringde de stoutmoedige luchtreizigers, toen zij de gondel
+verlieten. Een gevoel van vreugde, van veiligheid en rust vervulde
+de harten van die halfdoode menschen, toen zij na zoovele weken voor
+de eerste maal weder vasten grond onder hunne voeten voelden. Ja,
+zij moesten zich eerst eens overtuigen of het wel grond was,
+waarop zij stonden. Zij trachtten zich met hunne handen van den
+aard van dien bodem te overtuigen. Neen, het was geen droom, het
+was werkelijkheid. Zij stonden inderdaad op vasten grond. Innige
+dankbaarheid rees uit hun hart ten hemel op, nu zij hun doel
+mochten bereiken. Tranen van geluk, van de reinste vreugde, rolden
+de zwaarbeproefde mannen over hunne gebaarde wangen, waaraan sedert
+lang niet meer de minste zorg was besteed.
+
+"Drommels, wat zien wij er uit!" riep professor Piller ontsteld
+uit, toen hij in het volle zonlicht zijne reisgenooten eerst wat
+nauwkeuriger bekeek. Toen begonnen de heeren over hun eigen uiterlijk
+eens hartelijk te lachen.
+
+Professor Stiller nam inmiddels de om hem en zijne reisgenooten
+heenstaande menschen eens wat nader op. Het waren inderdaad menschen
+van vleesch en bloed, die de aardbewoners met vriendelijken glimlach
+begroetten.
+
+"Zij zijn zeker helderder, grooter en mooier dan wij. Of zouden wij
+misschien bij de Goden van den Olympus zijn terechtgekomen, in plaats
+van op Mars?" merkte professor Hämmerle op, nadat hij zijn bril had
+schoongemaakt en op zijn neus gezet.
+
+"Hoe komt ge daarbij?" vroeg professor Dubelmeier.
+
+"Die menschen hier lijken mij een gezelschap Goden. Kijk maar eens naar
+die bijna klassiek schoone gezichten, dien krachtigen lichaamsbouw
+en die prachtige vormen, die de antieke kleederdracht zoo voordeelig
+doet uitkomen!"
+
+"Er valt zeer zeker veel voor die vergelijking te zeggen, antwoordde
+professor Stiller, "maar we waren vrij wat dichter bij den Olympus
+dan bij Mars. Dit eene feit vernietigt reeds uwe illusiën, mijn
+waarde Hämmerle."
+
+Daarop haalde hij zijn chronometer te voorschijn; die stond op
+acht uur.
+
+"Het is nog vroeg in den morgen, wij zullen zien wat deze eerste dag op
+Mars voor merkwaardigs zal opleveren. Laten wij eens probeeren, of we
+ook een gesprek kunnen aanknoopen met onze vrienden, want dat zij ons
+goed gezind zijn, bewijst mij hunne voorkomende welwillende houding."
+
+Bij deze woorden stapte professor Stiller op een vooraanstaanden
+Marsbewoner toe, die hem met eene zekere voorname kalmte liet naderen,
+zonder van eenige vrees of verwondering blijk te geven.
+
+"Wij zijn hier toch op Mars, nietwaar?"--Hij deed deze eenigszins
+banale vraag in het Duitsch. De omstanders schudden het hoofd, en
+antwoordden in een zeer welluidende taal, iets wat op zijn beurt,
+professor Stiller weder niet verstond, maar waaruit hij meende te
+moeten opmaken, dat zij het betreurden de vreemdelingen niet te
+begrijpen.
+
+"Duitsch kennen zij natuurlijk niet. Dat hadt gij toch wel dadelijk
+kunnen begrijpen, Stiller," merkte professor Hämmerle op.
+
+"Welnu, examineer gij ze eens, Hämmerle, misschien gelukt het u met
+uwe uitgebreide talenkennis een tongval te vinden, waarin wij ons
+voor hen verstaanbaar kunnen maken."
+
+Met krachtige stem begon Hämmerle in het oud-Grieksch:
+
+"Vrienden, wij begroeten u recht hartelijk, wij die van de aarde zijn
+opgestegen, om u te bezoeken."
+
+Maar hij kreeg geen antwoord; zij glimlachten slechts, waardoor zij te
+kennen gaven dat zij hem niet begrepen. Hämmerle herhaalde nu zijne
+begroetingen in het Latijn, maar wederom volgde dezelfde stilte,
+dezelfde glimlach.
+
+"Misschien komen wij met onze moderne talen verder, want van de
+klassieke schijnen zij volstrekt niet op de hoogte te zijn," zeide
+Hämmerle, die zich wat boos maakte over het totaal mislukken van
+zijne eerste pogingen. Maar ook met Engelsch, Fransch, Spaansch,
+Italiaansch, Russisch, ja ten slotte met Arabisch en Hebreeuwsch,
+bereikte men niet het gewenschte doel.
+
+"Dat is een goed begin," bromde professor Brummhuber.
+
+"Het schijnt dat wij de Marstaal zullen moeten leeren," merkte
+Thudium op.
+
+"Dat schijnt wel zoo," bevestigde Frommherz.
+
+"Maar kijk eens, wat komt daar voor een oude heer aan," riep
+Dubelmeier uit.
+
+Een eenigszins bejaarde man, met eene statige gestalte, grijs haar en
+een grijzen baard, blootshoofds, baande zich een weg door de menigte,
+en stapte op de zeven Zwaben toe. De kleeding was gelijk aan die der
+anderen. Zijne hooge edele gestalte was gehuld in een overblousend
+sneeuwwit hemd, uit de fijnste wollen stof vervaardigd, en met purperen
+belegsels afgezet. Om de heupen werd het door een breeden gordel,
+eveneens in purperkleur, bijeengehouden. Aan zijne bloote voeten droeg
+hij sandalen van fijn geel leder. Eerbiedig gingen de anderen voor
+hem uit den weg, en de heeren uit Zwaben maakten de gevolgtrekking,
+dat deze man maatschappelijk eene hooge plaats innam.
+
+Eerbiedig ontblootten zij het hoofd, en wachtten vol spanning wat er
+verder zou gebeuren.
+
+De oude keek eerst naar den Argonaut, en vestigde toen zijne heldere
+donkerblauwe oogen, waaruit zoowel verstand als goedheid sprak, op
+de zeven vreemdelingen, die hij in zijne harmonische taal aansprak,
+waarbij hij af en toe op het kolossale luchtschip wees, terwijl hij
+hun eindelijk met vriendelijke gebaren verzocht met hem mede te gaan.
+
+De heeren volgden nu den ouden man. Bij hen sloten zich kalm en
+waardig aan, al de Marsbewoners, die bij de nederdaling van den
+Argonaut hadden geholpen.
+
+Het was den professor, alsof een sprookje uit de "duizend en een nacht"
+werkelijkheid geworden was. Zij hadden geen oogen genoeg voor al het
+mooie en eigenaardige dat zij op hunnen weg ontmoetten.
+
+Van de weide af kwamen zij op een schaduwrijk pad, dat met fijn wit
+zand was bestrooid, en aan weerszijden was beplant met prachtige,
+rijk met vruchten beladen boomen. Dit pad voerde naar een aantal
+vrijstaande gebouwen, die door heerlijke tuinen waren omringd. Te
+oordeelen naar de grootte, schenen dit openbare gebouwen te zijn,
+wier schitterend wit tegen het groen der omgeving scherp afstak.
+
+Overal ontwaarde men hoog opgaande palmen en daartusschen prachtige
+lichtgroene bananen en varenplanten, en een bloemenpracht, zooals
+de Tübinger professoren nog nooit te voren hadden aanschouwd. Rozen,
+leliën, myrthen, orchideeën en eene menigte andere bloemen wedijverden
+met elkander, in glans, schoonheid, kleurenpracht en geur. Vlinders
+in alle grootten en kleuren wiegden zich in de heerlijke zachte lucht
+en bont gekleurde vogels deden in de boomen hun welluidend lied hooren.
+
+"Het is een paradijs, waar wij te land zijn gekomen," sprak professor
+Stiller tot professor Piller, die naast hem voortliep. "Ik moet mijn
+gevoel lucht geven, mijne bewondering onder woorden brengen! Zeg,
+Piller, zijt gij ook zoo wonderlijk plechtig gestemd, en gevoelt
+gij ook iets van datgene wat onze onsterfelijke Uhland in zijne
+zondagsliederen heeft uitgedrukt?"
+
+"Nu, nu," hernam professor Piller droogjes, "ook mij bevalt die
+intocht op Mars bijster goed; overigens is het vandaag juist Zondag,
+wist gij dat niet, Stiller?"
+
+"Neen, mij is in de laatste weken de tijdrekening geheel ontgaan. Maar
+hoe weet gij dat?"
+
+"Wel, toen gij van morgen allen in onmacht laagt, heb ik met mijn
+horloge in de hand, uw hartslag gecontroleeerd. Nu wijst dit toevallig
+behalve de uren, minuten en seconden, ook nog de maanden en dagen
+aan. Wij hebben vandaag Zondag 7 Maart."
+
+"Zondag 7 Maart! Alweder het heilige getal. Moge dit ook verder ons
+nabij zijn en beschermen," riep professor Stiller uit.
+
+"Vóór alles, zou ik wel graag iets goeds te eten en te drinken
+willen hebben; dit wekt de levensgeesten wat op, en doet meer goed en
+helpt beter dan uw heilig getal zeven. Wij hebben ons in de gondel
+ontzettend moeten behelpen, het wordt hoog tijd, dat wij weder eens
+een behoorlijk huiselijk leven krijgen."
+
+"O, professortje, professortje!" hernam Stiller lachend, "hongeren en
+dorsten zult gij hier zeker niet. Kijk maar eens naar al die vruchten!"
+
+Professor Piller keek in de aangewezen richting. "Drommels,"--kwam
+het over zijne lippen,--"zouden die kolossale bessen misschien tot
+het geslacht der druiven behooren?"
+
+"Geraden! Wat gij daar ziet zijn wijndruiven, die alleen in zeer
+zuidelijke klimaten in deze grootte worden aangetroffen."
+
+"Vaarwel dan, heerlijke roode wijn, vaderlandsche drank!"--riep
+professor Piller zóó luide uit dat al zijne collega's het
+hoorden. "Vaarwel! want het vocht dat men uit deze kolossale bessen
+perst, moet iemand als een vurige stroom door de aderen vloeien,
+en halfdooden als wij zijn, weder tot nieuw leven wekken. Ik verheug
+mij op een teug van dien drank!"
+
+"Wij schijnen hier nectar en ambrozijn te vinden," lispelde Frommherz.
+
+"Dat Grieksche Godentuig schenk ik je gaarne, wanneer hier onze magen
+maar iets goeds menschelijks te verorberen krijgen," antwoordde Piller.
+
+Onder dergelijke gesprekken, bereikten de heeren met hun begeleider
+de eerste huizen. Tot hunne verwondering bemerkten zij, dat die
+gebouwen, die zij uit de verte voor openbare inrichtingen hadden
+gehouden, niets anders waren, dan groote particuliere woningen of
+villa's. Zij waren gemaakt uit witte kunstig gehouwen steenen, en
+hadden aan de voorzijde hooge galerijen, die, door zuilen gedragen,
+een alleraangenaamsten indruk maakten, en getuigden van de groote
+voorliefde, die de bewoners koesterden voor frissche lucht en ruimte.
+
+Voor het warme klimaat waren zulke open galerijen het eenige
+doelmatige. Breede marmeren trappen leidden daarheen, en daarop
+speelden aardige, frissche kinderen, die slechts een licht hemdje
+droegen, dat om het middel door een gordel werd bijeengehouden.
+
+In de galerijen stonden hier en daar fraaie marmeren beelden. Alles
+ademde hier rust, schoonheid en vreugde, en liet niet na een diepen
+indruk op onze reizigers te maken.
+
+De grijsaard bracht zijne gasten naar een gebouw van twee verdiepingen,
+dat veel van een paleis had, omgeven door de fraaiste bloemen en
+gewassen, prachtig ingericht, als een vorstelijk verblijf. Het was
+het huis van den grijsaard zelf, wat deze den vreemdelingen ten
+gebruike afstond.
+
+Langs breede marmeren trappen kwamen de professoren op eene groote
+plaats, in het midden waarvan een prachtige fontein vroolijk
+sprong. Rondom dit plein lagen groote kamers, zalen gelijk, waarvan
+de deuren alle op het plein uitkwamen. Aan den rechterkant bevond zich
+de hoofdtrap; deze bestond uit twintig breede treden, ieder bestaande
+uit een steen van vier meter lengte, en voerde naar een portaal met
+een groot venster.
+
+Van hier kwam men langs twintig treden in een hooger gelegen gang,
+die door groote vensters werd verlicht, en een prachtig ingelegde
+zoldering had. Langs deze gang kwam men in eene rij salons, waarop
+de slaap- en badkamers volgden. Het geheele gebouw was uitstekend
+verlicht en van alle gemakken voorzien.
+
+De grijsaard klapte in de handen, waarop eenige jonge mannen
+toesnelden, die waarschijnlijk de dienende geesten waren van dit
+huis. De grijsaard sprak lang en met nadruk tot hen, en wees eindelijk
+op zijne gasten en trachtte dezen door gebaren te beduiden, dat zij
+hun gemak moesten nemen. Daarop verliet hij hen met eene vriendelijke
+buiging. Ook de bedienden verdwenen, maar kwamen weldra weder terug
+en brachten andere kleeding en sandalen, zooals ook zij droegen.
+
+Zonder een woord te spreken, maar uiterst gedienstig, wezen zij de
+vreemdelingen den weg naar de badkamers.
+
+"Ik ben werkelijk nieuwsgierig, waar dat alles op zal uitloopen,"
+zeide Piller tot professor Stiller, "als ik niet klaar wakker was, en
+zoo nuchter als een pasgeboren kind, en volkomen bij mijn verstand,
+dan zou ik inderdaad gelooven, dat alles wat ik hier tot nu toe heb
+beleefd, niets anders was dan een spel mijner verbeelding."
+
+"Laten wij maar afwachten, Piller! Om te beginnen hebben wij het
+hier niet slecht, integendeel! Ik hoor hier dichtbij al met tafels
+schuiven. Onze maaltijd wordt waarschijnlijk gereed gezet. Laten
+wij eerst gaan baden, en ons ontdoen van het laatste aardsche stof,
+en dan... dan beginnen wij ons nieuwe leven op Mars, dat zoo hoogst
+interessant belooft te worden. Tot later dus!"
+
+Bij deze woorden verdween Piller in zijn badkamer. Stiller zoowel
+als de anderen volgden weinige oogenblikken later dit voorbeeld,
+en al heel spoedig daarna plasten de reisgenooten, in op temperatuur
+gebracht water, in hunne marmeren badkuipen.
+
+Wonderlijk verfrischt en gesterkt door het bad, en gehuld in hunne
+frissche gemakkelijke kleeren, kwamen de geleerden een half uur later
+in de hooge luchtige eetzaal van het huis bijeen. De zoldering van
+deze zaal was medaillonsgewijs prachtig beschilderd, de vensters
+bestonden uit fraaie mozaïk ruiten, en de vloer uit marmeren platen
+in verschillende kleuren.
+
+In het midden van de zaal stond de tafel met schitterend tafelzilver
+gedekt; ook borden en bokalen waren uit hetzelfde edele metaal
+vervaardigd. Op schalen van echt kristal lagen de heerlijkste
+vruchten. In de fraai geslepen karaffen fonkelde verleidelijk eene
+heldere goudgele vloeistof. Zware armstoelen uit eene eigenaardige
+zwarte houtsoort vervaardigd, met vergulde leuningen, stonden rondom
+de tafel.
+
+"Dat is inderdaad vorstelijke pracht!" riep Frommherz verrukt uit,
+terwijl hij in de zaal rondkeek en de tafel monsterde. "Hier kunnen
+wij ons gerust vestigen, hier is het wel uit te houden! Ver van de
+aarde, en het paradijs nabij!"
+
+"Nu, gij schijnt een en al bewondering te zijn," riep Hämmerle
+lachend uit.
+
+"Laat Frommherz maar phantaseeren! Wat mij betreft ik ben benieuwd wat
+wij te eten zullen krijgen," zeide de nuchtere Piller, terwijl hij
+aan tafel ging zitten. "Op zestig millioen kilometers van de aarde,
+zal de spijskaart er toch wel een beetje anders uitzien, dan bij ons
+aan de oevers van den Neckar."
+
+"Stiller, gij gaat aan het hoofd van de tafel zitten als president,"
+riep Brummhuber uit, toen professor Stiller op zijne gewone bescheiden
+manier, tusschen zijne collega's wilde plaats nemen.
+
+"Natuurlijk!" bevestigde professor Piller. "Eere wien eere
+toekomt! Onze vriend Stiller heeft tot nog toe de zaak netjes
+opgeknapt, hij moet daarom ook voortaan onze leidsman zijn!"
+
+Met deze woorden schonk hij uit de voor hem staande karaf iets in
+zijn bokaal, en hield dat onderzoekend onder den neus.
+
+"Hm..... hm.... dat ruikt niet kwaad.... een fijn bouquet." Voorzichtig
+nam hij een teug. "Het is wijn, waarachtig! Het is wijn, eene soort
+sec, zooiets als sherry, maar veel zachter," deelde Piller mee, toen
+hij gedronken had. "Hij is van goede afkomst, doch onze Neckarwijn
+is beslist zoeter dan deze Marsdrank, maar dat doet er niet toe,
+hij mag blijven zooals hij is, liever dezen wijn dan geen wijn."
+
+"Zeg Piller, gij alcoholist, wees blijde dat gij nog wat te drinken
+krijgt!"
+
+"Wij zijn waarachtig toch niet naar Mars gegaan om wijn te drinken,"
+riep professor Dubelmeier uit. "Uw eeuwige dorst en uw voortdurend
+verlangen naar onzen Neckarwijn, hadden voor u eigenlijk een reden
+moeten zijn om stilletjes op de aarde te blijven!"
+
+"Och wat, gij hartstochtelijke spuitwaterdrinker!" riep Piller nijdig
+uit. "Wat weet gij van...."
+
+Maar professor Stiller liet den vertoornde niet uitspreken.
+
+Hij stond op. "Mijn waarde vrienden, ik verzoek om rust en vrede, en
+wensch u allen een recht goeden eetlust bij het aanstaande maal! Laten
+wij den eersten dronk wijden aan onze behouden aankomst op Mars; de
+tweede zal ons klein en groot vaderland gelden; die zij gewijd aan
+Zwaben en aan Duitschland; ik verzoek u uwe bokalen te vullen en mij
+bescheid te doen!"
+
+"Nu, daar heb ik vrede mee," zeide Piller, "Stiller is toch waarachtig
+een verstandige kerel!"
+
+"En nu, mijne vrienden, laat ons plaats nemen!"
+
+Naar het voorbeeld van den grijsaard, klapte professor Stiller in de
+handen, waarop zeven bedienden binnenkwamen, voor ieder der heeren
+één. Zij droegen schotels waarop prachtige visschen lagen.
+
+De toorn van Piller verdween, bij het zien van die warme uitlokkende
+spijzen. Hij en de andere heeren tastten duchtig toe, allen waren het
+er volkomen over eens, dat de visch uitstekend gesmaakt had. Op de
+visch volgden eenige eigenaardige maar uiterst smakelijk toebereide
+meelspijzen, daarna groenten, vruchten en gebak.
+
+Toen het ontbijt was geeindigd, vulde Piller zijn bokaal met den
+fonkelenden wijn, schoof zijn stoel een eindje terug, en stond op.
+
+"Stilte, mijne heeren!"--Het op luiden toon gevoerde opgewonden gesprek
+der heeren verstomde, en maakte voor eene aandachtige stilte plaats.
+
+"Mijn waarde vrienden en tochtgenooten, ik vervul hiermede een soort
+van plicht," begon Piller, maar werd plotseling afgeleid doordat
+hij van buiten wonderschoone zachte tonen hoorde, die langzamerhand
+in machtige accoorden overgingen. Dat was eene muziek, een spel
+zóó plechtig en zóó mooi, dat de heeren stil en bijna onbewegelijk
+op hunne plaatsen bleven zitten, om toch maar door geen geruisch,
+hoe gering ook, iets van die aangrijpende tonen te verliezen, die
+met hun klank hen boven het tegenwoordige schenen te verheffen, tot
+in de blauwe zalige gewesten van oneindige vreugde. Zacht en stil,
+een fluisteren gelijk, stierven de tonen langzamerhand weg.
+
+"Zoo worden wij op Mars ontvangen," riep professor Stiller opgewonden
+uit, toen de muziek eindelijk zweeg. "Is een schooner en tegelijk
+verhevener welkom voor ons, hierboven denkbaar, dan dit verrukkelijk
+snarenspel?"
+
+"Neen, zeker niet!" antwoordden zijne reisgenooten vol
+enthousiasme. Toen liepen zij naar de vensters van de zaal, om te zien,
+wie hun dit heerlijk genot had bereid. Het waren twaalf harpspelers,
+die zich langzaam en waardig met hunne instrumenten van het terras
+verwijderden.
+
+"Zeg, Piller, dat was zeker een schooner en edeler genot, dan de
+speech zou geweest zijn, die gij voornemens waart, af te steken,"
+plaagde Dubelmeier zijn collega.
+
+"Hoe wilt gij weten, wat ik te zeggen had; die speech krijgt gij
+den een of anderen dag toch te hooren. Maar wees dankbaar, dat de
+heerlijke muziek, die ik zooeven heb gehoord, mij zoo vredig heeft
+gestemd, dat ik op uwe provocaties niet zal antwoorden zooals zij
+dat verdienden,--hoort gij het, onverbeterlijke waterdrinker!"
+
+De heeren lachten over het dispuut der beide reisgenooten, die in
+weerwil van alle plagerijen, elkander toch zoo hartelijk genegen waren.
+
+Vergezeld van verscheidene eerbiedwaardige mannen, verscheen de
+grijsaard weder in de deur van de zaal. Er kwam een glimlach op
+het ernstige, sprekende gelaat van den ouden man, toen hij de zeven
+vreemdelingen terug zag, die nu, gekleed evenals hij, in eerbiedige
+houding voor hem stonden.
+
+De grijsaard knikte ter begroeting even met het hoofd, en noodigde de
+heeren met eene handbeweging uit, hem te volgen. Zij gingen denzelfden
+weg terug dien zij dien morgen gekomen waren.
+
+"Pas op," merkte Frommherz bezorgd op, "meteen worden wij weder
+dadelijk daarheen gestuurd, waar wij vandaan zijn gekomen."
+
+"Daarvoor behoeft gij niet bang te zijn," antwoordde professor Stiller,
+"want in dat geval, zouden wij niet zoo vriendelijk zijn ontvangen!"
+
+Het gezelschap was nu weder op de weide aangekomen, waar de Argonaut
+nog voor anker lag, en zich bijna onmerkbaar heen en weder bewoog.
+
+De oude beduidde den heeren, dat zij hunne bezittingen uit de gondel
+te voorschijn zouden halen. Om hun dit aan het verstand te brengen,
+klom hij met eenige zijner metgezellen langs de touwladder naar de
+gondel, en bracht daaruit van allerlei mede, dat aan de aardbewoners
+toebehoorde. Nu begrepen deze, wat hij wilde.
+
+"Ziet gij wel dat ik gelijk had," riep Stiller zijn collega
+Frommherz toe, "men komt toch niet heelemaal van de aarde naar zulke
+vriendelijke en gastvrije menschen, als de Marsbewoners schijnen te
+zijn, om dadelijk weder rechtsomkeer te maken. Overigens zouden wij,
+in onzen tegenwoordigen toestand, er onmogelijk aan kunnen denken,
+om dadelijk de terugreis te aanvaarden.
+
+"Daarvoor beware ons de hemelsche genade altijd," antwoordde Frommherz,
+die druk bezig was, zijne bezittingen bij elkaar te zoeken.
+
+Al heel spoedig daarna lag de weinige bagage der Marsreizigers op
+den grond. De grijsaard bekeek opmerkzaam al de instrumenten, die te
+voorschijn kwamen, en legde eene bijzondere belangstelling aan den dag
+voor den verrekijker. Stiller trachtte hem het gebruik er van duidelijk
+te maken. De oude schudde bij deze stomme verklaringen slechts het
+hoofd, en wees eindelijk met de rechterhand naar een gebouw in de
+verte, welks koepelvormig dak den professor nu eerst in het oog viel.
+
+"Daar hebben wij waarachtig hierboven een sterrenwacht, en nog wel
+vlak bij," riep Stiller verheugd uit. "Vrienden, daar moeten wij
+vanavond nog heen, om van daar uit onze Moeder Aarde in de verte als
+schitterende ster van eerste grootte gade te slaan en te bewonderen!"
+
+Stiller maakte den grijsaard dezen wensch duidelijk. Hij wees eerst
+naar den hemel, toen naar den kijker, en eindelijk naar den koepel van
+het gebouw. Daarna nam hij een der groote mede gebrachte hemelkaarten,
+en vouwde die open. Hij volgde met den wijsvinger van zijn rechter
+hand de planeten, wier banen om de zon op een afzonderlijk gedeelte
+van de kaart waren geteekend. De grijsaard begreep hem nu dadelijk en
+knikte toestemmend met het hoofd. De professor trachtte nu ook hem
+aan het verstand te brengen, waar hij en zijne reisgenooten vandaan
+waren gekomen. Hij wees daartoe naar eene afbeelding der aarde,
+daarna volgde hij de daaromheen loopende baan van Mars, wees daarna
+op die planeet zelf en eindelijk op den ballon.
+
+Een kreet van verbazing ontsnapte aan de lippen van den grijsaard. Hij
+had professor Stiller volkomen begrepen, en reikte hem voor de eerste
+maal met woorden, die als een hartelijk welkom klonken, de hand, die
+deze hartelijk drukte. De grijsaard vertelde aan zijne begeleiders,
+wat de vreemdeling hem zooeven in gebarentaal had duidelijk gemaakt, en
+op hun open eerlijke gezichten kwam eene uitdrukking van achting voor
+de moedige vreemdelingen, die van zóó verre tot hen waren gekomen. De
+luchtreizigers werden weder teruggebracht naar de woning, waar zij
+het zich huiselijk begonnen te maken, met de verschillende voorwerpen,
+die zij uit het vaderland hadden medegebracht.
+
+Het was inmiddels middag geworden, geen lastige nieuwsgierigen hadden
+hen bij hun arbeid gestoord, en nadat zij hiermede gereed waren, hadden
+zij zich met een onuitsprekelijk welbehagen op de zachte rustbedden
+in hunne kamers uitgestrekt, om te genieten van de zoolang ontbeerde
+weelde eener heerlijke legerstede.
+
+Het was inmiddels etenstijd geworden. Het ging met het middagmaal
+als met het ontbijt, alleen was het overvloediger.
+
+Reeds wilden de heeren, uiterst voldaan over het hun geschonken
+culinarisch genot, van tafel opstaan, toen eene nieuwe verrassing
+hen daarvan deed afzien.
+
+Van het voorplein klonk à capella menschelijk gezang. Het was een lied
+vol teederheid en diep gevoel. Het was alsof de in tonen omgezette
+barmhartigheid en menschenliefde zich in de harten der geleerden deed
+gelden, zóó machtig en zóó krachtig dat zij slechts met moeite hunne
+ontroering konden bedwingen. Toen het lied geeindigd was, wischten
+sommigen zich de tranen uit de oogen.
+
+"Daar moet ik eens op drinken," zeide Piller, terwijl hij zijn glas
+vulde. "Gevoelsaandoeningen roepen bij mij altijd de behoefte aan
+eene hartversterking wakker. Kom, Dubelmeier, trek nu niet zoo'n gek
+gezicht, maar doe liever met mij mee!"
+
+"De hemel beware me er voor, dat ik deze heerlijke genotvolle
+oogenblikken met alcohol zou ontwijden!"
+
+"Zooals gij wilt, waarde Dubelmeier!" antwoordde Piller tegen zijn
+gewoonte, bijzonder beminnelijk en zacht.
+
+De heeren verlieten het huis, om genietende van den heerlijken avond,
+eene wandeling te maken, ten einde den omtrek, waar zij vermoedelijk
+langeren tijd zouden moeten verblijven, wat nader te leeren
+kennen. Op die wandeling werd het hun hoe langer hoe duidelijker,
+dat het luchtschip was neergekomen bij eene grootere nederzetting,
+dan zij aanvankelijk hadden gemeend. Het moest een soort stad zijn,
+want in weerwil van het geheel, vol tuinen en parken, bewezen de
+vele huizen, die steeds geheel afzonderlijk stonden, dat hier eene
+tamelijk dichte bevolking wezen moest. In deze meening werden de
+heeren nog versterkt, door het groote aantal menschen, die zij nog
+met het een of ander bezig aantroffen. Niemand was hier werkeloos,
+maar háást scheen hier niemand te kennen, want alle arbeid geschiedde
+met eene zekere plechtige kalmte en rust.
+
+Wat stak dit alles weldadig af bij het onrustig drijven der menschen op
+aarde. Waarheen de geleerden het oog ook wendden, scheen eene zekere
+gelijkmatig verdeelde welvaart te heerschen. Zelfs betrekkelijke
+armoede scheen hier onbekend te zijn.
+
+Niet alleen in de huizen, die zóó open waren, dat iedere nieuwsgierige
+daarin een blik kon werpen, maar ook daarbuiten op alle straten en
+wegen, heerschte eene bijna overdreven zindelijkheid.
+
+Op hunne wandeling kwamen de heeren ook langs eene breede rivier,
+die zij dien morgen in de vroegte, reeds vanuit den ballon hadden
+gezien. Het moest een van de beroemde Marskanalen zijn, want zoo
+ver ze zien konden, was zij kunstmatig aangelegd, met lijnrechte
+oevers. Een groote steenen brug, die op vele pijlers rustte, een
+meesterwerk van bouwkunst, verbond den eenen oever met den andere. Op
+Mars scheen alles te staan in het teeken der rust, want zelfs het
+heldere lichtgroene water in het kanaal stroomde kalm en statig en
+droeg eene menigte sierlijk gebouwde schepen.
+
+Bij de brug lag een schip, waarop eenige mannen bezig waren platen
+gekleurd marmer, blokken graniet en suevit te lossen, wat gebeurde
+met eene gemakkelijkheid, die de zeven Zwaben in stomme verbazing
+bracht. Zouden de Marsbewoners zich onderscheiden door zulk eene
+verbazende lichaamskracht, zouden het wellicht een soort Athleten zijn.
+
+"Wat hebben die menschen een prachtig ontwikkelde borstkas, bekijk
+die eens goed," met deze woorden wees Piller naar de arbeiders.
+
+"Het is mij van morgen al opgevallen, dat deze menschen zoo mooi
+gebouwd en zoo breed van schouders zijn. Ook de kinderen onderscheiden
+zich in dat opzicht van die der aarde."
+
+"Dat is pas een ras, dat door zuivere kultuur, ijzersterke longen
+heeft gekregen, en bijna niet vatbaar is voor tering," ging Piller
+voort.--Inmiddels was Brummhuber naar de arbeiders gegaan, en had
+getracht een der marmerplaten op te lichten.
+
+"Het komt mij voor, dat het marmer bijzonder licht is, zou het
+misschien eene geheel andere soort zijn dan bij ons," riep hij
+zijne tochtgenooten toe. Deze kwamen nieuwsgierig geworden nader en
+onderzochten de steenen.
+
+"Neen, het is uitstekend marmer, bekijk die fijne korrel maar
+eens, en die zacht gekleurde aderen, die er door heen loopen,"
+antwoordde Piller, nadat hij den steen aan een zorgvuldig onderzoek
+had onderworpen.
+
+"En deze prachtige roode steen hier, is van het fijnste suevit,
+of ik moest in het geheel geen begrip meer hebben van mineralogie,"
+bracht professor Hämmerle in het midden, die op verschillende plaatsen
+den steen had beklopt.
+
+"Laten wij eens probeeren om dien steen te lichten!"
+
+"Juist, die schijnt hier boven van minder soortelijk gewicht te zijn
+dan bij ons. Nu begrijp ik, waarom deze menschen zulke lasten zoo
+gemakkelijk kunnen opheffen. Hoe komt dat? Weet gij dat misschien,
+Stiller?"
+
+"De oorzaak ligt mijns inziens in de dichtheid van Mars, die 0,7 van
+de aarde bedraagt," antwoordde Stiller.
+
+"Nu begrijp ik ook, waarom heden bij het diner de bokalen en het
+zilveren tafelgereedschap mij zoo verbazend licht toescheen," voegde
+Thudium er aan toe. "Ik had echter geen tijd om hierover na te denken,
+want de muziek boeide mij te veel!"
+
+"Dat was ook met mij het geval," bevestigde Stiller.
+
+"En hoe staat het met de dichtheid der Marsatmosfeer?" vroeg
+Frommherz. "Hierin gevoel ik geen verschil met die van onze
+vaderlandsche lucht in den zomer. Integendeel, ik adem hier lichter
+en gevoel mij vroolijker dan daar!"
+
+"De luchtlaag, die deze planeet omgeeft, is aanmerkelijk minder
+hoog dan die van onze aarde. Denkt u zelf bij ons op eenen berg van
+middelmatige hoogte, dan zal die ijlere lucht ongeveer overeenkomen
+met deze. Onze aardbarometers zijn helaas niet zoodanig ingericht, dat
+wij ze op Mars kunnen gebruiken, om tot absoluut zekere vergelijkingen
+en conclusiën te kunnen komen," antwoordde Stiller.
+
+"Doch dat daargelaten, uit uwe woorden kan ik mij volkomen de
+buitengewone ontwikkeling van de borstkas van onze vrienden op Mars
+verklaren: de longen zijn overeenkomstig de behoeften. Op dezelfde
+eenvoudige wijze zullen zich ook wel alle andere eigenaardigheden
+der Marsbewoners laten verklaren, die wij nog wel eens hier of daar
+zullen ontmoeten," hernam Piller, terwijl hij doorliep, en de andere
+heeren zijn voorbeeld volgden.
+
+"A propos!" vroeg Piller al doorwandelende, "is het u ook niet
+opgevallen, dat onze Marsbewoners zulke buitengewoon mooie oogen
+hebben?"
+
+"In grootte en glans, steken zij zeer zeker bij de onze af. Er
+gaat van de spiegels der ziel dezer Marsbewoners eene buitengewone
+schittering uit."
+
+"Juist gezien, Stiller! Ik heb nog nooit zulk eene prachtig blauwe iris
+gezien; het is de ideaal-kleur voor een edel oog, en dan dat weelderige
+krullende haar! Het zijn ware Zeus- en Junogestalten! Frommherz had
+vandaag gelijk met zijne vergelijking."
+
+"Niet waar?" riep deze uit, verheugd over die opmerking. "De
+Marsbewoners schijnen mij zoowel lichamelijk als geestelijk,
+hoogstaande menschen te zijn."
+
+"Voor deze streek schijnt uw oordeel juist te zijn, afgaande op
+hetgeen wij heden hebben ondervonden," hernam Stiller.
+
+Daar de zon was ondergegaan, besloten de heeren uit Zwaben, voor
+heden hunne wandeling te staken, en terug te keeren naar hun tehuis,
+waar zij het bezoek wilden afwachten van den grijsaard, die hen naar
+de sterrenwacht brengen zou. Zij waren nog onderweg, toen de nacht
+zijne donkere vleugels over het landschap begon uit te spreiden. In
+het oosten werd het al lichter en lichter. De Maan kwam op en wierp
+haar zilver licht over de stille, vredige landstreek.
+
+"Dat is de groote Marsmaan, Deimos genaamd, die daar schijnt,"
+verklaarde professor Stiller aan zijne tochtgenooten. "Over eenige
+oogenblikken zult ge den tweeden wachter van Mars zien, waarmede wij
+den vorigen nacht, gelukkig slechts in zeer oppervlakkige aanraking
+zijn geweest."
+
+Juist, daar daagde ook de kleine Phoebus aan den horizont op.
+
+"Welk een prachtig schouwspel!" riep Stiller verrukt uit. "Waarlijk
+de Marsbewoners hebben 's nachts geen kunstverlichting noodig! Zij
+hebben niet alleen iederen nacht helderen maneschijn, maar worden
+behalve dat, nog door twee schitterende hemellichamen beschenen."
+
+"Dat is zeker, Mars is eene merkwaardige planeet," merkte Piller op,
+terwijl hij een oogenblik staan bleef om te kijken naar de beide
+wachters, die een licht verspreidden dat bijna gelijk stond met
+daglicht, en dat prachtige schaduwen te voorschijn riep.
+
+"Het is alsof een sprookje werkelijkheid is geworden. Dat zou voor
+u weder eene prachtige reden zijn om te drinken, Piller!" spotte
+Dubelmeier.
+
+"Wel ja, waarom niet, oude jongen, waarom niet! Te oordeelen naar
+alles wat wij vandaag gezien hebben, geloof ik dat er op Mars nog
+veel zal te bewonderen zijn, en de aanleidingen tot drinken tot een
+bedenkelijk aantal zullen stijgen. Mijn lijfspreuk echter is die van
+den ouden Griekschen wijsgeer: van niets te veel!"
+
+Dubelmeier lachte.
+
+"Lach toch niet zoo dwaas, gij watersnip, en volg zelf liever ook zijn
+voorbeeld met uwe overdreven waterdrinkerij! Dat is een goede raad,
+dien ik u als dokter geef."
+
+"De manen hier, komen mij aanmerkelijk grooter voor, dan bijvoorbeeld
+onze wachter daar beneden," merkte Frommherz op, met deze woorden
+een einde makende aan de stilte, die na Pillers laatste woorden
+was ontstaan.
+
+"Dat is maar gezichtsbedrog, mijn waarde," verklaarde Stiller, "de
+manen van Mars zijn aanmerkelijk kleiner dan de maan van onze aarde,
+maar ze staan veel dichter bij de hoofdplaneet dan dit bij onze maan
+het geval is. Phoebus is van Mars slechts 9000 kilometers, en de groote
+Deimos niet meer dan ongeveer 23.520 kilometers verwijderd. Daardoor
+komt het, dat deze wachters van Mars zoo ontzettend groot schijnen."
+
+Onder deze gesprekken waren de heeren bij hun vorstelijk verblijf
+aangekomen. Daar wachtte hen reeds hun opmerkzame gastheer, van wien
+zij dien dag reeds zooveel goeds en vriendelijks hadden ondervonden. De
+hooge gestalte van den grijsaard, scheen hun in den maneschijn nog
+statiger dan bij daglicht, het lange golvende grijze haar nog meer
+zilverachtig en glanzend.
+
+"Ziet hij er niet uit als een Patriarch uit den joodschen tijd,
+toen eenvoud en reinheid van zeden, de schoonste deugden des volks
+waren?" vroeg professor Stiller zachtjes aan zijn collega Frommherz.
+
+"Waarachtig, gij hebt gelijk! Laten wij onzen ouden heer, wiens
+naam wij nog niet kennen eenvoudig Patriarch noemen. Die naam past
+uitstekend voor hem, temeer waar hij ons heden in zijn vaderlijke
+bescherming heeft genomen."
+
+Na eene korte stomme begroeting, geleidde de grijsaard de zonen
+der aarde, naar het huis met het koepeldak. De weg daarheen voerde
+door een soort bosch met hooge goed verzorgde boomen, op wier
+donkergroene, glanzende bladeren, de trillende stralen der maan hun
+grillig spel dreven. Millioenen van lichtgevende kevertjes gonsden
+in de zoele nachtlucht onder de boomen, en de blauwe schijn van deze
+zich snel bewegende diertjes gaf den indruk van snel ronddraaiende
+sterretjes. Lustig kabbelende beekjes, wier oevers door sierlijke
+bruggen waren verbonden, kruisten den weg.
+
+De eigenaardige schoone wandeling had ongeveer een uur geduurd. Het in
+den vorm eener rotonde opgetrokken gebouw, was beneden versierd met
+eene rij borstbeelden op rood marmeren zuilen. Zij schenen de mannen
+voor te stellen, die hier in het observatorium hadden gewerkt. Breede
+trappen voerden naar het eigenlijke observatorium waar eenige mannen
+reeds in hunne stille studie verdiept waren. De patriarch moest reeds
+met hen gesproken hebben, want zoodra de vreemdelingen binnentraden,
+stonden zij op, en noodigden met eene vriendelijke handbeweging deze
+uit, hunne plaatsen in te nemen.
+
+Stiller was verrast over de grootsche pracht der geheele
+inrichting. Hoe armzalig leek hem, hierbij vergeleken, zijne eigen
+sterrenwacht, daarginds op de Bopserhoogte bij Stuttgart! Hij trad op
+een der reuzentelescopen toe, onderzocht hem even, en moest erkennen,
+dat de lenzen aan scherpte niets te wenschen overlieten, ja zelfs alles
+overtroffen wat hij tot dusver van dien aard had leeren kennen. Wat
+een rijkdom van verstand, moest hier op Mars vertegenwoordigd zijn,
+om zulk fijn optisch werk, dat op zeer wetenschappelijke nauwkeurige
+berekeningen berustte, te kunnen uitvoeren.
+
+De professor sloeg opmerkzaam den hemel gade. Hier en daar ontwaardde
+hij hem bekende sterrenbeelden en sterren, ver in het westen stond
+een opvallend groote rood schitterende ster, die in hooge mate de
+aandacht van den professor trok. Dat kon slechts eene planeet zijn,
+die daar fonkelend in het onmetelijk hemelruim zweefde; wellicht
+was het, de opvallende nabijheid in aanmerking genomen, de aarde
+wel. Hij stelde daarom den reuzenkijker zeer nauwkeurig in. Het
+vermoeden van professor Stiller bleek juist te zijn. Dank zij de
+voortreffelijke scherpe lenzen, en de reinheid van de Marsatmosfeer,
+herkende hij duidelijk Moeder Aarde. Hij kon de verschillende zeeën
+en werelddeelen onderscheiden. Van den Noordpool zuidwaarts gaande,
+was het zelfs mogelijk de omtrekken van enkele landen langs de
+IJszee, en langs den Atlantischen Oceaan vast te stellen, en daar,
+ja, daar had hij het, wat nu in den kijker duidelijk zichtbaar was,
+daar moest zijn vaderland, daar moest, naar den omtrek te oordeelen,
+Duitschland liggen.
+
+Vroolijk opgewonden, deelde Stiller de gedane waarneming aan zijne
+reisgenooten mede, en noodigde hen uit, door den kijker een blik te
+werpen op het verre, dierbare vaderland.
+
+De een na den ander gaf aan deze uitnoodiging gehoor.
+
+"Het is ongeloofelijk, maar waar! Dit vergezicht is inderdaad eenig
+in zijn soort! Voor de eerste maal zien wij op verren, verren afstand
+de aarde en ons vaderland!" riep Hämmerle vol geestdrift uit.
+
+"Dat gezicht is werkelijk grootsch!" zeide Thudium.
+
+"Dat is het," bevestigde Piller.
+
+De sterrenkundigen van Mars en de patriarch keken ook beurtelings
+door den telescoop. Zij wisten immers reeds, vanwaar die zonderlinge
+vreemdelingen in den vroegen morgen gekomen waren, en konden uit hunne
+opgewondenheid bij het gadeslaan van een bepaald deel der verwijderde
+planeet, wel opmaken, dat het deel, dat zich op het oogenblik in
+het gezichtsveld van den telescoop bevond, het vaderland der gasten
+zijn moest.
+
+"Het is verbazend jammer, dat wij niet met onze collega's kunnen
+spreken! Wat zou dat een leerzaam onderhoud zijn!" zei Stiller tot
+zijne metgezellen, toen zij na een stommen groet het observatorium
+verlieten.
+
+"In de eerste plaats moeten wij zoo spoedig mogelijk de taal der
+Marsbewoners leeren. Die te kennen is voor ons onderzoekingswerk de
+"conditio sine qua non," sprak Hämmerle.
+
+"Dat is een waar woord, heer taalgeleerde!" liet Piller er op volgen,
+en ook de andere heeren knikten toestemmend.
+
+De beide wachters van Mars stonden als volle manen aan den hemel,
+toen de heeren huiswaarts gingen. Als twee geweldige lichtgevende
+bollen, zweefden zij in het luchtruim en wierpen hun zilver licht
+over het stille landschap. Terwijl Phoebus, de dichtst bijzijnde
+en kleinere maan, zich snel van het Westen naar het Oosten bewoog,
+trok de grootere verder verwijderde Deimos, die minder haastig was
+dan haar gezellin, kalm en statig in omgekeerde richting. Het was een
+schouwspel, zóó wonderschoon, zóó eenig in zijn soort, dat de zonen
+der aarde in luide bewoordingen lucht gaven aan hunne bewondering
+over dien betooverenden nacht. Langzaam wandelden zij naar huis,
+en genoten met volle teugen van de wonderen van een nacht op Mars.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+LUMATA EN ANGOLA.
+
+
+De volgende weken gingen voor de gasten van den Patriarch in gezellig
+verkeer met hem en de Marsbewoners voorbij. De vreemdelingen gaven
+zich alle moeite, om zich voor hunne nieuwe vrienden verstaanbaar te
+maken en tevens deze te verstaan. Ze schreven daarom voor allerlei
+dingen de namen op zooals zij die hoorden uitspreken. Daarop brachten
+zij deze dingen in verband met het doel waarvoor zij gebruikt werden,
+en de eigenschappen, waardoor zij zich onderscheidden, en kregen zoo op
+de meest eenvoudige wijze langzamerhand den sleutel tot de taal zelve.
+
+Al vlotte ook in het begin het gesprek slechts zeer langzaam, toch
+deed het hun veel genoegen, dat zij langzamerhand de welluidende taal
+begonnen te begrijpen, waarin zij de belooning vonden, voor de groote
+moeite, die zij zich bij hunne studie moesten getroosten.
+
+In de menschenwereld gaat alles slechts langzaam vooruit; nergens
+gaat de ware vooruitgang met zevenmijlslaarzen. De waarheid van die
+woorden ondervonden de zeven Zwabensche geleerden niet alleen voor
+zichzelf bij hunne studiën, maar konden zij ook bij de Marsbewoners
+waarnemen. Ofschoon zij eerst korten tijd daar vertoefden, en hunne
+waarnemingen zich tot eene betrekkelijk kleine ruimte hadden beperkt,
+waren zij toch reeds tot de overtuiging gekomen, dat de bewoners van
+Mars een zeer hoogen trap van beschaving hadden bereikt, die slechts
+het product kon zijn van eene eeuwenlange geestelijke ontwikkeling.
+
+Naarmate de heeren de hen omringenden beter konden verstaan, nam
+hunne bewondering en waardeering voor deze hoogstaande menschen toe.
+
+Meer en meer vestigde zich bij hen de overtuiging, dat de Marsbewoners,
+tenminste die, wier gasten zij waren, op de meest ideale wijze--als
+menschen datgene vervulden, wat op aarde slechts de besten en edelsten,
+dus altijd slechts enkele individuën presteerden.
+
+Wat zij zelf daar beneden op aarde hadden gedroomd van alles wat
+schoon, waar en goed was, vonden zij hier in werkelijkheid terug,
+want overal en in alles openbaarde zich de heerlijkste harmonie,
+alles ademde schoonheid, goedheid en waarheid, en het geheele leven
+droeg den stempel van kalme werkzaamheid.
+
+Ongetwijfeld moest eene wijze regeering hier aan het hoofd van den
+Staat staan, ofschoon de heeren van overheidspersonen, die in hun
+vaderland zoo talrijk waren, hier niets hadden gemerkt.
+
+Zou dit leven vol licht en schoonheid ook zijne schaduwen, zijne
+donkere zijde hebben? Deze vraag werd herhaaldelijk geopperd,
+wanneer de heeren 's avonds in de groote bibliotheek van hun tehuis
+onder elkander zaten te praten. Een afdoend antwoord werd hierop
+nooit gegeven--want gewoonlijk werd men het daarover eens, dat men,
+alvorens een oordeel te kunnen vellen, eerst de taal volkomen meester
+wezen moest.
+
+Hierboven op Mars, was alles zoo heel anders als daar beneden op
+de aarde.
+
+De zeven Zwaben voelden zich in hun nieuw verblijf zóó uitermate thuis,
+dat zij in het geheel niet meer aan een mogelijken terugkeer schenen te
+denken; tenminste door geen der heeren werd daar ooit over gesproken.
+
+De Marsieten, zooals zij de Marsbewoners noemden, behandelden hen als
+lieve oude vrienden, geheel als huns gelijken, en men bewees hun op
+eene zoo fijn gevoelige wijze gastvrijheid, dat deze niets drukkends
+had en zij integendeel daarvan een vroolijk dankbaar gebruik maakten.
+
+Ook de Argonaut was op praktische wijze onder dak gebracht; in alle
+stilte had men op de weide, waar de ballon was neergedaald, eene
+ruime loods gebouwd van plaatijzer en met glas overdekt. Daar was
+het luchtschip in geborgen. De defecten die de ballon had bekomen,
+waren door de Marsieten zóó meesterlijk hersteld, dat Stiller erover
+verbaasd stond. De handigheid en vaardigheid, in zake de grootste
+moeilijkheden op het gebied van luchtscheepvaartkunde, dwongen hem
+bewondering af. Waar de technici op Mars bij het repareeren van den
+Argonaut blijk hadden gegeven van zooveel praktische bekwaamheid,
+hoe groot moest dan wel hunne theoretische ontwikkeling zijn! Wat
+konden zijzelf hier nog veel leeren!
+
+Dit vooruitzicht was zóó aanlokkelijk, dat Stiller nauwelijks den
+tijd af kon wachten, waarop hij en zijne vrienden in nauwere aanraking
+zouden komen met de mannen der wetenschap, hunne collega's op Mars.
+
+De vraag, hoe zij de hun bewezen gastvrijheid zouden vergelden, hield
+de zeven Zwaben dikwijls bezig, want het was hun duidelijk, dat zij
+die maar niet altijd konden blijven aannemen, zonder daarvoor iets
+in de plaats te geven. Zij besloten daarom, om later op de eene of
+andere manier ieder naar zijne kundigheden den Marsieten van dienst te
+zijn, en op gepaste wijze uiting te geven aan hunne dankbaarheid. Het
+hoe, dat stond hun nog niet duidelijk voor den geest, doch zou zich
+waarschijnlijk te eeniger tijd van zelf uitwijzen.
+
+De tijd verliep; ze deden velerlei ervaringen op, en sloegen
+meermalen een blik in de eigenaardige nieuwe wereld, waarin zij
+leefden. Allereerst hadden zij uitgemaakt, dat hunne woonplaats zich
+bevond op het Noordelijk halfrond van Mars en wel op 15° breedte. Daar
+de breedte der keerkringen van Mars de helft bedraagt van die
+der aarde, lag de 15° noorderbreedte hier reeds in de zuidelijke
+heete luchtstreek. De gematigde luchtstreek van Mars strekte zich
+zoowel noordelijk als zuidelijk tot op 35° breedte uit. Daarboven
+en daaronder begon de koude luchtstreek. Terwijl deze, zooals aan de
+geleerden werd medegedeeld, slechts zeer dun en door een bepaald soort
+Marsbewoners bevolkt was, leefde het meerendeel der Marsieten binnen
+de 35° breedte noordelijk en zuidelijk van den equator. Het was dus
+slechts betrekkelijk een klein gedeelte van de planeet, dat bewoond
+en productief gemaakt werd, maar het was volkomen voldoende, om de
+tweehonderd en vijftig millioen, waarop het aantal bewoners van Mars
+geschat werd, een goed bestaan te verzekeren. Dat dit bestaan verband
+hield met de reuzenkanalen, was reeds lang vermoed, naar aanleiding
+van de waarnemingen door professor Stiller en andere natuurkundigen
+gedaan. Deze vermoedens werden zekerheid, nu professor Stiller in
+de gelegenheid was, om de allereerste levensvoorwaarden op Mars,
+persoonlijk te leeren kennen.
+
+De atmosfeer van Mars kwam met die der aarde overeen; maar daar er op
+Mars slechts kleine oceanen en binnenzeeën waren, bevatte de dampkring
+die deze planeet omringde, minder waterdamp en vocht dan de atmosfeer
+der aarde. Het natuurlijk gevolg daarvan was, eene wonderlijk heldere
+doorzichtige lucht, waardoor de verst verwijderde voorwerpen dichtbij
+schenen, een diep donkerblauwe hemel, maar tevens ook gebrek aan flinke
+regenbuien. Weliswaar dauwde het in de heerlijk koele nachten zóó
+sterk, dat planten en boomen hunne natuurlijke frischheid behielden,
+maar deze vochtige neerslag alleen gaf niet voldoende water voor de
+behoefte der plantenwereld. De Marsbewoners waren dus in den strijd
+om hun bestaan genoodzaakt, aan dit gebrek in de natuur door kunst te
+gemoet te komen. Op deze wijze ontstonden de kanalen, die zich tot
+in de koude luchtstreken uitstrekten, en die het water, dat daar in
+den zomer ontstond door het smelten der enorme ijsmassa's, naar alle
+richtingen voerden.
+
+Reeds alleen de grootsche uitvoering dezer eeuwenoude waterwegen,
+duizenden kilometers lang, die hier en daar samenvloeiden in
+kunstmatige bassins, reuzenmeren gelijk, en de wijze waarop deze met
+de grootste zorgvuldigheid werden in stand gehouden, wezen op den
+hoogen trap van ontwikkeling der Marsbewoners, hun hoogen graad van
+beschaving, en hun sterk ontwikkeld gemeenschapsgevoel. De regeling van
+het water was volkomen in overeenstemming met het jaargetijde. Dank
+zij deze inrichting en het onmetelijk aantal watertjes die naar alle
+richtingen stroomden, was er op Mars nooit gebrek aan vocht. Het gevolg
+daarvan was de weelderige en prachtige plantengroei, die de Zwaben weer
+telkens opnieuw moesten bewonderen. Daarbij kwam de totale afwezigheid
+van wilde dieren, vergiftige slangen en gevaarlijke insecten. Het
+was een eldorado, waar de zonen der aarde waren terecht gekomen.
+
+Deze talrijke kanalen waren tevens de beste en eenvoudigste
+verkeerswegen der Marsbewoners. Geen wonder, dat hier dan
+ook eene levendige scheepvaart was. De schepen, die zich op de
+waterwegen bewogen, bedierven de heerlijke lucht niet door rookende
+schoorsteenen. Alle vaartuigen, zoowel voor personen- als voor
+goederenvervoer, werden door electriciteit bewogen en maakten een
+rustig en snel verkeer mogelijk.
+
+Met deze vaartuigen, die even doelmatig als gemakkelijk en sierlijk
+waren ingericht, hadden de zeven Zwaben reeds menige groote reis
+gemaakt. Zij hadden het overige land en zijne bewoners, daarbij echter
+slechts vluchtig leeren kennen, daar die tochten hoofdzakelijk werden
+ondernomen met het oog op de algemeene oriënteering. Wat zij echter
+zagen, versterkte slechts hunne eerste goede indrukken, en bevestigde
+hen in hunne overtuiging dat zij zich in een grootschen Staat bevonden
+die voorbeeldeloos werd bestuurd. Niet alleen waren de Marsbewoners van
+de verschillende luchtstreken overal dezelfde--d. w. z. zij spraken
+dezelfde taal, en schenen onder dezelfde sociale verhoudingen te
+leven, als hunne broeders in Lumata, zooals de kolonie heette, waar de
+heeren uit Zwaben waren aangeland,--maar ook viel op de verschillende
+plaatsen, die de vreemdelingen bezochten, eene zekere gelijkheid van
+bezit op, en deed hun de totale afwezigheid van werkelijke armoede
+aangenaam aan.
+
+De geologische gesteldheid van Mars kwam vrijwel met die der
+aarde overeen; ook hier vond men steen-formatie, en verschillende
+aardlagen, in nagenoeg dezelfde volgorde als op aarde. De geologische
+ontwikkelings-geschiedenis van Mars scheen dus met die der aarde
+overeen te stemmen; alleen had Mars blijkbaar de verschillende
+ontwikkelingsperioden sneller en vroeger doorgemaakt. Daarvoor getuigde
+het totaal ontbreken van werkende vulkanen. Daarentegen was Mars rijk
+aan allerlei heete bronnen; ook was er geen gebrek aan Fumarolen,
+(d. w. z. openingen in den bodem op vulkanischen steengrond, waaruit
+waterdampen opstijgen, die dikwijls met allerlei chemische dampen zijn
+bezwangerd), noch aan Moffetten (gasbronnen waaruit koolzuur stroomde).
+
+Groote steden, zooals zij in de zoogenaamde beschaafde Staten der aarde
+te vinden zijn, waren op Mars niet; er bestonden alleen kleinere of
+grootere huizengroepen, die ieder op zich zelf geheel vrij lagen,
+meestal in het groen. Alleen aan een groot meer, twee dagreizen
+zuidwaarts van Lumata, hadden de Zwaben iets gevonden, wat eenigermate
+op eene stad leek. Dat was eene grootere kolonie, met talrijke mooie
+gebouwen, die straatsgewijze waren opgetrokken. Een stad van paleizen
+scheen het wel, die zich onderscheidde door eene zekere deftige kalmte,
+door overgroote reinheid, en de pracht der publieke tuinen. De zonen
+der aarde konden met hunne zeer gebrekkige spraakkennis, slechts te
+weten komen, dat deze plaats, Angola geheeten, het hoofdverblijf was
+van de stammen der Wijzen, der Vroolijken, en der Ernstigen. Maar
+wat waren dat voor stammen?
+
+Toen zij thuis waren gekomen, vroegen zij daar den Patriarch naar;
+deze glimlachte op eene eigenaardige wijze op die vraag en antwoordde
+de nieuwsgierige heeren, dat hij later zelf eens met hen naar Angola
+zou gaan, om hen met zijn broeders dáár bekend te maken, die echter
+reeds lang op de hoogte waren van hunne aanwezigheid in Lumata,
+hun afkomst en hunne reis naar Mars.
+
+In den beginne werd al de tijd van de Tübinger heeren in beslag genomen
+door het opschrijven hunner dagelijksche waarnemingen en der ontvangen
+nieuwe indrukken en het aanleeren der taal. Langzamerhand echter
+begonnen zij toch te verlangen naar hun vroeger beroep, dat hun tot
+eene tweede natuur was geworden, en dat zij met zoo gunstig gevolg
+in hun vaderland hadden uitgeoefend. Aan ernstige en voortdurende
+bezigheid gewend, scheen hun het aangename, ideale, heerlijke leven op
+Mars meer en meer als een verblijf in een soort luilekkerland toe. Hoe
+langer zij op Mars waren, hoe meer de moeilijkheden, waarmede zij op de
+heenreis hadden te kampen gehad, op den achtergrond werden gedrongen.
+
+Er was reeds een vol jaar verloopen, sedert zij van de Cannstatterweide
+hun tocht waren begonnen. Terwijl daar beneden de winter met sneeuw en
+koude voor de deur stond, heerschte hierboven in Lumata eene eeuwige
+lente, ofschoon de Marsieten het jaargetijde waarin zij zich bevonden,
+eveneens vergevorderd noemden.
+
+Was het slechts toeval, dat de zeven Zwaben ook op Mars bij gewichtige
+aangelegenheden het heilig zevental terugvonden? Ook Stiller kon
+daarvoor geen verklaring vinden, en stelde zich tevreden, het feit
+te hebben vastgesteld.
+
+Op Mars werd het jaar in zeven deelen verdeeld, die allen betrekking
+hadden op de werkzaamheid en de rust in de natuur. Volgens de
+berekening der aarde stond zulk een tijdsverloop gelijk met ongeveer
+twee en vijftig dagen. Deze perioden heetten:
+
+1 de tijd van het ontwaken,
+
+2 de tijd van het zaaien,
+
+3 de tijd der knoppen en bloesems,
+
+4 de tijd der vruchten,
+
+5 de tijd der schoven,
+
+6 de tijd van het oogsten of der vreugde,
+
+7 de tijd der ruste.
+
+Langzamerhand hadden de zonen der aarde groote vorderingen in de
+Marstaal gemaakt, zoodat zij nu ook eenig inzicht kregen in de
+staatsorganisatie van het Marsvolk. Zij kwamen hoe langer hoe meer
+tot de overtuiging dat zij hier te doen hadden met een hoogstaande
+reusachtig groote demokratische gemeenschap, die niet berustte op
+geweld, maar in stand werd gehouden door den vrijen wil des volks,
+en den band van gemeenschappelijke belangen. Ieder individu maakte
+zijn eigen welzijn aan dat der gemeenschap ondergeschikt, en diende
+deze met al de kracht die in hem was. De geheele Staat vormde een
+weliswaar groote, maar nauw verbonden familie, waar volkomen vrede
+en eendracht heerschte. Aan het hoofd van den Staat stond de stam
+der Wijzen of de handhavers van het gezag.
+
+De bevolking van Mars werd in de volgende zeven stammen onderscheiden:
+
+1e de stam der Wijzen of de handhavers van het gezag.
+
+2e de stam der Vroolijken (beeldende kunsten: schilders, beeldhouwers
+en componisten).
+
+3e de stam der Ernstigen (geleerden op elk gebied).
+
+4e de stam der Opgewekten (uitbeeldende kunsten: musici en
+tooneelspelers).
+
+5e de stam der Zorgenden (akker- en tuinbouwers en bedienden).
+
+6e de stam der Ondernemenden (handels- en verkeersmenschen).
+
+7e de stam der Vindingrijken (industrieelen).
+
+De laatste zes stammen waren volkomen gelijk in aanzien. De eerste
+stam bestond uit de meest ervarene, de oudste, maar vooral de meest
+geachte mannelijke en vrouwelijke individuën der overige zes stammen.
+
+De grootste stam, die in aantal de andere verre overtrof, was die
+der Zorgenden.
+
+Omtrent de toelating tot een der stammen, die der Wijzen uitgezonderd,
+besliste alleen neiging en bekwaamheid. Overgang van den eenen
+stam naar den ander was op bepaalde tijden, na afgelegd examen
+mogelijk. Niemand was gebonden, en juist dit volslagen gemis aan
+dwang scheen hierboven de hoofdoorzaak te zijn van den hoogeren trap
+van ontwikkeling, waarop de verschillende beroepen stonden.
+
+Eene natuurlijke, verstandige eerzucht, om alles zoo goed te doen als
+maar mogelijk was, bezielde alle Marsbewoners, en deed niet alleen
+ieder op zich zelf alle krachten inspannen, maar was tevens oorzaak,
+dat zij daarin maat hielden en voor overdrijving bewaard bleven.
+
+Daar er op Mars geen geld in omloop was, heerschte er ook niet,
+dat afschuwelijke gehaast en gejaag, dat lichaam en geest beide
+afmat, om dat te verdienen; zooals dit beneden op de aarde het geval
+was. Geldzorgen waren op Mars onbekend. Wat de een voortbracht werd
+omgezet in dagelijksche behoeften voor de zijnen.
+
+Tot het levensonderhoud werd ook gerekend eene zekere mate van
+levensvreugde, die zoowel de beeldende als uitbeeldende kunsten te
+genieten geven.
+
+De hoogste roem en de grootste eer bestond in de algemeene erkenning
+en waardeering, en deze kon ieder zich verwerven door trouwe
+plichtsbetrachting. Voor alles wat gepresteerd werd boven den gewonen
+verplichten arbeid, dus daar waar de eigenlijke verdienste tegenover de
+gemeenschap begint, ontvingen de Marsieten eene tevredenheidsbetuiging
+van den stam der Wijzen, en werd hun openlijk hulde gebracht, terwijl
+zij hierdoor op hoogeren ouderdom het recht hadden deel uit te maken
+van dezen stam, die zoo hoog in aanzien stond.
+
+Het gemeenschapsleven op Mars was in zijn eigenaardigen vorm slechts
+daardoor mogelijk, dat allen zich solidair voelden. De algemeene
+stelregel, dat ieder individu op zich zelf alles moet doen wat der
+gemeenschap van nut kan zijn en alles moet nalaten, wat den medemensch
+kan schaden of verdriet doen, werd hier reeds sinds onheugelijke
+tijden in praktijk gebracht. Daardoor werd de eigenliefde, een
+gezond en geoorloofd egoïsme, niet vernietigd. De natuurlijke drang
+tot zelfbehoud van ieder mensch op zich zelf, werd krachtig in stand
+gehouden door de erkenning der eenvoudige stelling: dat van het wel en
+het wee van den naaste, ook eigen wel en wee afhangt, dat het bloeien
+en gedijen van anderen onafscheidelijk is verbonden met eigen bloeien
+en gedijen, en dat anderer ellende ook vast en zeker eigen lijden
+met zich brengt.
+
+Deze eenvoudige en natuurlijke moraal, die de grondslag is der
+reinste naastenliefde (altruïsme), en die ieder geestelijk normaal
+mensch er toe brengt, om als bij instinct het goede te doen en het
+kwade na te laten, werd op Mars in haar vollen omgang toegepast. De
+oorzaak van alle kwaad op aarde, de lage zelfzucht, die daar beneden
+allerlei wetten en verordeningen noodzakelijk maakte, werd op Mars niet
+gevonden. Naastenliefde, waarheid en eene groote mate van opgewektheid,
+sloten zelfs de gedachte aan laag egoïsme uit.
+
+Het volk hierboven scheen een bond van broeders en zusters die,
+ontwikkeld, waar, vrij en goed, het ideaal van den reinen mensch
+verwezenlijkten.
+
+Hoe klein kwamen zich de zonen der aarde hier voor, toen zij
+langzamerhand de grondbeginselen leerden kennen, waarop het staatswezen
+zoowel als het openbare en privaatleven der Marsieten berustten;
+en deze grondbeginselen waren voortgekomen en voortgeplant door een
+uitstekend geregelde algemeene en vrije opleiding der Marsjeugd. De
+ideale school der toekomst, zooals professor Hämmerle zich die in
+Tübingen had gedroomd,--bleek hier op Mars reeds eene oude inrichting
+te zijn, waarvan de goede resultaten reeds lang waren gebleken.
+
+De stelregel der Marsieten was, de jeugd zoowel lichamelijk als
+geestelijk, goed te ontwikkelen, want hoe beschaafder en tevens
+lichamelijk krachtiger een individu is, des te beter is hij in staat
+de plichten te vervullen, die als mensch en als burger van den Staat
+op hem rusten.
+
+Het onderwijs bepaalde zich daarom niet tot eenvoudige elementaire
+onderwerpen, maar strekte zich uit tot de geschiedenis en de kennis
+der staatsinrichting, tot de wetenschap van de wetten der natuur, en
+de kennis van de meesterwerken der Marsliteratuur zoowel in proza als
+in poëzie. Hand in hand daarmede ging het onderricht in de algemeene
+lichaamsbouw- en gezondheidsleer, die in overeenstemming was gebracht
+met den leeftijd der leerlingen.
+
+De namiddagen, waarop geen onderwijs werd gegeven, waren gewijd aan
+allerlei gymnastische spelen. Na verloop van een bepaalden schooltijd,
+werden wedstrijden gehouden, en die daarin de overwinning behaalden,
+werden tot eene hoogere klasse bevorderd. Op deze eenvoudige wijze
+kwam eene duidelijke scheiding tot stand tusschen de scholieren
+die werkelijk talent hadden en hen die minder begaafd waren. Voor
+de eersten stond dan de weg open tot de kunstscholen of andere
+inrichtingen van hooger wetenschappelijk onderwijs. Die hoogere
+ontwikkeling was gemeengoed van het geheele volk, en geen aanmatigende
+middelmatigheid kon op Mars tot aanzien komen.
+
+"Wij, aardbewoners, zijn toch ongelukkige stumpers, vergeleken bij
+die prachtkerels hierboven; wat is het leven daar beneden op aarde
+vergeleken bij het leven hier! Hier, reine heldere zonneschijn,
+daar beneden donkere sombere nevel. Wat staat die zoo hoog geprezen
+beschaving der meest ontwikkelde natiën ontzettend ver achter bij die
+van het volk op Mars!"--zeide op zekeren dag Brummhuber, terwijl de
+heeren aan tafel zaten.
+
+"Reeds daar beneden op onze planeet vermoedde ik dat wij hier menschen
+zouden vinden, die de volmaaktheid nabij kwamen, maar ik moet erkennen,
+dat mijne verwachtingen in elk opzicht zijn overtroffen," antwoordde
+Stiller.
+
+"Wij kunnen de menschen hier niets, totaal niets aanbieden, en dat
+drukt mij persoonlijk zeer," merkte Thudium op.
+
+"Wat hebben wij hun aan te bieden? Misschien ons pessimisme, onze
+afschuwelijke zelfzucht, of de onwaarheid, die ons leven vergiftigt;
+alle kenmerken van onze hooge beschaving!" riep professor Piller uit.
+
+"Gij hebt helaas maar al te zeer gelijk, Piller," bevestigde professor
+Stiller. "Op Mars vindt men reeds datgene wat waarschijnlijk eerst
+na verloop van eeuwen den menschen op aarde zal ten deel vallen."
+
+"Zouden zij het wel ooit zoover brengen," zuchtte Frommherz.
+
+"Daaraan valt niet te twijfelen," hernam Hämmerle. "Mars heeft zonder
+twijfel eens dezelfde, althans dergelijke phasen van ontwikkeling
+moeten doorloopen als de volkeren op aarde, maar de beschaving hier,
+dateert van veel vroeger."
+
+"Ja zeker! Van duizenden en duizenden jaren. De vraag is maar, of
+wij in verband met de ontaarding van ons ras--ik leg bijzonderen
+nadruk op die ontaarding--of wij wel ooit in staat zullen zijn,
+een zelfden trap van ontwikkeling en beschaving te bereiken als de
+Marsbewoners. Ik voor mij twijfel er aan!" riep Piller uit en trachtte
+zijne opgewondenheid te bedaren met een slok wijn.
+
+"Piller, gij zijt pessimist, en onrechtvaardig als altijd!" merkte
+Dubelmeier op.
+
+"Ik, pessimist en onrechtvaardig! Wat bedoelt gij daarmede?"
+
+"Daarover wensch ik niet met u te redetwisten."
+
+"Zoo, zoo, gij wilt mij dus beleedigen?"
+
+"Ik denk er niet aan, daarvoor houd ik veel te veel van u, en acht
+ik u veel te hoog, mijn oude alcoholist! Maar mijns inziens is het
+pessimistisch en onrechtvaardig, wanneer gij maar zoo botweg verklaart,
+dat de volken der aarde ongeschikt zijn voor verdere ontwikkeling
+en beschaving."
+
+"Ik ben het met vriend Dubelmeier eens," bracht professor Stiller in
+het midden. "Daar hebt ge nu bijvoorbeeld ons, Piller!"
+
+"Neen maar, prachtige voorbeelden!" bromde Piller, die door een
+flinken slok wijn zachter gestemd scheen.
+
+"Zeker, voorbeelden van menschenkinderen, zooals ik, zonder al te
+groote zelfverheffing, durf beweren,--wij vertegenwoordigen tot op
+zekere hoogte de toekomst. De algemeene beschaving en de ontwikkeling
+van het zedelijk bewustzijn, waarvan wij op het oogenblik de dragers
+zijn, zal later meer en meer het eigendom worden van alle beschaafde
+volken der aarde."
+
+"Geloove dat, wie wil!"
+
+"Ik geloof het niet alleen, ik ben er vast van overtuigd, en wel op
+grond van de ontwikkelings-geschiedenis der menschheid."
+
+"Stiller, ik zal u niet tegenspreken, want ik wil mij niet nog meer
+boos maken, maar mij er integendeel in verheugen, dat ik hierboven
+in dit heerlijke Lumata mag zitten."
+
+"Dat is een verstandig woord, waarvoor u alle eer toekomt. En nu vrede,
+waarde vrienden!" riep Frommherz.
+
+"Akkoord," riep Brummhuber uit.
+
+Eenige dagen waren na dit gesprek verloopen. Toen verscheen Eran, de
+patriarch uit den stam der Ouderen, weder eens in de woning zijner
+gasten, en noodigde de heeren uit, langs den kortsten weg met hem
+naar Angola te reizen. Allen juichten dit plan toe. Ditmaal zouden de
+Zwaben officieel te Angola door den stam der Wijzen worden ontvangen.
+
+Deze was geheel voltallig, daar men buitendien nog verschillende
+vragen wenschte te behandelen. Ook de stam der Ernstigen kwam opdagen,
+om in een vergadering, zooals af en toe gehouden werd, over eenige
+wetenschappelijke onderwerpen van gedachten te wisselen.
+
+De ontvangst van de kinderen der aarde te Angola liet niets te
+wenschen over. Hun wondervolle en snelle tocht van de aarde door
+het onmetelijke wereldruim naar "het kind des lichts"--zooals de
+Marsieten hunne schoone planeet noemden,--was begrijpelijkerwijs
+het voornaamste onderwerp der gesprekken, en van aller levendige
+belangstelling. Bij de eerste zitting van den stam der Ernstigen,
+die in een rijk versierde zaal van een marmeren paleis plaats had,
+zette professor Stiller de verschillende omstandigheden uiteen, die
+hem hadden doen besluiten, tot de samenstelling van den Argonaut en het
+ondernemen van de moeilijke reis, die zoo uitstekend was geslaagd. Hij
+vertelde hun verder, van zijn vaderland, van de volken van Europa en
+van de aarde in het algemeen.
+
+Deze laatste was den Ernstigen welbekend. De voorstelling die zij
+zich daarvan, dank zij hunne buitengewoon scherpe instrumenten
+en hun verbeeldingskracht, hadden gemaakt, kwam vrijwel met de
+werkelijkheid overeen. Zoo wisten de geleerden van Mars, dat het
+derde "kind des lichts" (met dien naam bestempelden de Marsieten
+alle planeten) de Aarde, aan de polen groote ijsmassa's vertoonde,
+waardoor een aanzienlijk gedeelte van het zeewater in boeien geslagen
+was, en dat de oppervlakte der aarde voor meer dan 70 % uit water
+bestond. Dat de dampkring, die de aarde omringde, rijk aan waterdamp
+moest zijn, leidden zij af, uit de verhouding van het vaste land tot
+het water. Zij waren volkomen op de hoogte van de dichtheid der aarde,
+kenden de verdeeling in een oostelijk en westelijk en een noordelijk
+en zuidelijk halfrond, de snelheid waarmede zij draaide om haar eigen
+as en die waarmede zij zich bewoog om het "eeuwige licht," de zon,
+en dergelijke meer.
+
+Ook van ieder werelddeel afzonderlijk hadden zij een juist begrip
+en dit ging zelfs zoover, dat zij verschillende groote landen konden
+onderscheiden. Het was daarom voor de geleerde vreemdelingen niet zoo
+bijzonder moeilijk om met de Marsieten als het ware eene wandeling
+te maken over de aarde, waarvan deze reeds zooveel kennis hadden
+opgedaan. Ze gaven eene nauwkeurige beschrijving van hun vaderland,
+en vertelden van de plaats aan den Neckar, vanwaar zij naar Mars
+waren getrokken.
+
+Zoowel de Wijzen als de Ernstigen luisterden met levendige
+belangstelling naar deze verhalen, die nog vermeerderde, toen zij
+bemerkten, dat de zeven Zwaben op aarde eveneens tot een zekeren stam
+der Wijzen behoorden.
+
+De heeren werden daarom uitgenoodigd, om de verzamelde élite der
+Marsieten nader in te lichten omtrent de verschillende beroepen door
+hen uitgeoefend, d. w. z. de omstandigheden te schilderen, waaronder
+zij op aarde onder hunne medemenschen verkeerden. Tevens werd de wensch
+geuit, dat de vreemdelingen een nauwkeurig beeld zouden ontwerpen van
+het leven en streven van de bewoners der aarde, waarmede men dan de
+bestaande toestanden op Mars zou vergelijken.
+
+Er werd bepaald, dat ieder der professoren op bepaalde dagen,
+twee voordrachten houden zou, de eene zakelijk en de andere over
+het onderwerp dat de algemeene belangstelling had gaande gemaakt:
+de bewoners der aarde en de trap van beschaving waarop zij stonden.
+
+De professoren kweten zich inderdaad meesterlijk van die taak. Zij
+vertelden van den bestaanden toestand der verschillende takken van
+wetenschap in de verschillende beschaafde landen van Europa, meer
+in het bijzonder die van Duitschland, en lieten open en eerlijk het
+volle licht schijnen op de politieke en sociale aangelegenheden en den
+strijd die tusschen de verschillende, om den voorrang twistende, natiën
+gevoerd werd. Zij schilderden daarbij al de middelen van list, geweld
+en geslepenheid, die daarbij werden in praktijk gebracht en verklaarden
+den Marsieten dat men dit alles op de aarde met den naam van diplomatie
+bestempelde. Zij verzwegen daarbij niet de treurige verschijnselen,
+die zich voordeden bij den steeds feller wordenden strijd om het
+bestaan, en de moeilijkheid voor het meerendeel der menschen om zelfs
+in hunne allereerste levensbenoodigdheden te voorzien; niet alleen
+in de lagere standen, maar zelfs bij de meer ontwikkelden.
+
+Zij bekenden onomwonden, dat bij helaas alle beschaafde volken der
+aarde aan den drang tot vooruitgang allerlei moeilijkheden werden
+in den weg gelegd door verschillende belemmerende instellingen en
+kleingeestige bepalingen, en dat het meerendeel der zoogenaamde
+beschaafde volken, in weerwil van den ontzettenden vooruitgang der
+techniek en der natuurwetenschappen, nog altijd ver verwijderd was
+van het ideaal eener reine levensbeschouwing. Hieraan beantwoordde
+slechts een klein aantal der inderdaad hoogst beschaafden, en ook deze
+kleine schaar van uitverkorenen was eenigermate aangestoken door de
+ergste en gevaarlijkste kwaal dezer eeuw: de lafheid. Men zou het
+onder de beschaafde natiën op aarde--om van de minder beschaafde
+geheel te zwijgen--niet wagen om open en eerlijk datgene te zeggen
+wat men dacht, uit vrees daarmede invloedrijke personen te kwetsen,
+en zijn eigen bestaan in gevaar te brengen. Daarom waren overtuiging
+en handelingen ook zelden met elkaar in overeenstemming. Tengevolge
+daarvan heerschte overal, in meerdere of mindere mate, gebrek aan
+moed en eerlijkheid der overtuiging, en stond de leugen--het kind der
+huichelarij--de zegepraal der waarheid in den weg, en was oorzaak,
+dat nog zeer vele instellingen bleven bestaan, die hadden bewezen op
+den duur onhoudbaar te zijn; ongezonde en onverstandige toestanden die
+geenszins in overeenstemming waren met eene reine wereldbeschouwing
+en het werkelijke welzijn des volks.
+
+Met groote vreugde hadden zij daarom op Mars toestanden aangetroffen,
+die zoo geheel in overeenstemming waren met het ideaal des levens en
+het reine mensch-zijn, zooals zij zich dat hadden gedacht, en naar
+welker verwezenlijking door de beste der natiën daar beneden op de
+aarde zoo vol ijver werd gestreefd.
+
+Alle heeren uitten zich min of meer op deze wijze.
+
+Frommherz voegde daaraan nog eenige beschouwingen toe over de
+godsdienstige en kerkelijke instellingen in Duitschland.
+
+De Wijzen en Ernstigen hadden met alle aandacht naar deze vertoogen van
+de zonen der aarde geluisterd. Hunne wetenschappelijke uiteenzettingen
+bevatten voor de Marsieten niets nieuws. Zooveel te meer belangstelling
+toonden zij voor de sociale en andere toestanden, die hunne gasten
+hun met zulke levendige kleuren hadden geschilderd. Geen geluid werd
+gedurende de lange voordrachten vernomen.
+
+Toen Stiller had aangekondigd, dat de voordrachten waren afgeloopen,
+belegden de Wijzen en Ernstigen eene vergadering, waarvan de zeven
+Zwaben waren uitgesloten. Het resultaat dezer bespreking zou hun
+later worden medegedeeld.
+
+"Wat zouden die van plan zijn?" vroeg Frommherz bezorgd.
+
+"Wel, ik denk, dat zij eene scherpe critiek zullen uitoefenen op
+onze voordrachten, waartoe zij alleszins gerechtigd zijn!" antwoordde
+Stiller.
+
+"En ons dan in den gezwinden pas laten vertrekken, let eens op!" voegde
+Brummhuber daaraan toe.
+
+"Daartoe zijn onze gastheeren veel te fatsoenlijk," hernam Piller,
+"ofschoon de Marsieten volkomen in hun recht zouden zijn, wanneer
+zij ons in overweging gaven, eindelijk eens aan onzen terugkeer te
+gaan denken."
+
+"Laten wij maar rustig afwachten wat komen zal," besloot Dubelmeier.
+
+"Daar zal wel niet veel anders op zitten," zuchtte Frommherz, wiens
+geweten hem een weinig plaagde met betrekking tot zijne godsdienstige
+en kerkelijke beschouwingen.
+
+Toch waren de zonen der aarde eenigszins onrustig, terwijl zij met
+elkander wandelden door de heerlijke parken van het wonderschoone
+Angola, gedurende de vergadering der Marsieten.
+
+Den volgenden dag, den tiende dien zij in Angola doorbrachten, werden
+de Zwaben weder op plechtige wijze binnengeleid in de groote zaal,
+waar zij hunne voordrachten hadden gehouden.
+
+De oudste onder de Ouden, eene echte Hunnengestalte, Anan geheeten,
+stond op en begroette hen hartelijk.
+
+"Mijn waarde vrienden," aldus sprak hij hen aan, "wij allen hebben
+met groote aandacht en levendige belangstelling geluisterd naar
+hetgeen gij ons omtrent de algemeene en bijzondere toestanden op uw
+wereldbol hebt medegedeeld. Deze mededeelingen hebben eigenaardige
+gevoelens en gewaarwordingen in ons wakker geroepen, die wij eerst
+in alle bedaardheid voor ons zelf wilden verwerken, alvorens u onzen
+dank te betuigen, en tegelijkertijd antwoord te geven op hetgeen wij
+hebben gehoord. Dit is dan ook de reden, waarom wij eene bijzondere
+vergadering hebben belegd. In de eerste plaats danken wij u voor de
+oprechtheid, waarmede gij ons het leven der volken op uw planeet
+hebt geschilderd. In het eerste oogenblik schenen uwe verhalen
+ons sprookjes, en wij zouden ze ook als zoodanig hebben beschouwd,
+wanneer wij niet overtuigd waren, van den ernst uwer levensopvatting,
+van uwe rechtschapenheid en eerlijkheid. Wij hebben niet tevergeefs
+uw leven te Lumata gadegeslagen. Het resultaat dier waarnemingen
+was de uitnoodiging om hierheen te komen, waarmede wij u een blijk
+hebben gegeven van onze achting en ons vertrouwen. En nu kom ik
+tot uwe mededeelingen terug. Te vergeefs hebben wij gebladerd in
+de geschiedenis van ons verleden, om daarin zulke barbaarsche en
+door bedrog en onwaardigheid beheerschte toestanden te vinden,
+als zij bij u, zoowel in het private als in het openbare leven nog
+schijnen te bestaan; die hebben wij gelukkig niet gekend. Zeer zeker
+heeft het ook ons niet ontbroken aan innerlijken strijd, aan bittere
+teleurstellingen van allerlei aard, totdat wij eindelijk zijn geraakt
+tot die levensomstandigheden en levensopvattingen, die gij nu in
+ons bewondert. Onze ontwikkeling is echter minder moeilijk, minder
+pijnlijk geweest dan de uwe. Reeds van oudsher had bij ons,--bij
+de groote massa des volks,--de gedachte wortel geschoten, dat het
+niet onze bestemming was om te blijven staan op den lagen trap van
+beschaving, maar dat wij onze krachten moesten inspannen om hooger te
+stijgen. Deze hoogere ontwikkeling tot de ideale vrijheid kon alleen
+worden bereikt door eene geleidelijke verstandelijke ontwikkeling,
+die ons vatbaar maakte voor het hoogere licht der waarheid.
+
+"Gij, waarde vrienden, hebt gedurende uw verblijf te onzent
+langzamerhand de wegen leeren kennen, die wij hebben ingeslagen om dit
+hoogere doel te bereiken, wegen, die wij ook nu nog bewandelen en ook
+in de toekomst zullen blijven bewandelen, omdat zij bewezen hebben de
+rechte te zijn. Daarover zal ik dus niet meer spreken. Ik wil gaarne
+toegeven, dat wij het bij onze ontwikkeling gemakkelijker hebben gehad
+dan dit bij u op aarde het geval geweest is en nog is. Wij hebben
+hier een volk, dat vrijwel één is, in taal, denken en voelen, wat op
+uwe planeet niet het geval is. Wij konden ons daarom met veel minder
+moeite en zonder dien door u geschilderden moord-in-het-groot,--door
+u oorlog genoemd,--opwerken tot dien hoogen trap van beschaving, die
+uw ideaal zoo nabij komt. Wij hadden dus die vreeselijke verwarringen
+niet te overwinnen, die uw geluk en vooruitgang zoo hinderlijk in
+den weg staan, en voortdurend bedreigen.
+
+"Bij ons heerscht reeds sedert onheuglijke tijden een zeker
+gemeenschapsgevoel, eene broederlijke verhouding, die den grondslag
+van ons bewustzijn vormt, en de drijfkracht is onzer handelingen.
+
+"Bij u ontbreekt, helaas, dat machtige gevoel van solidariteit, of
+is althans niet in die mate aanwezig, als het voor algemeen welzijn
+noodig mag worden geacht. De oorzaak van den lageren trap waarop gij
+staat, ligt mijns inziens in gebrek aan die eenvoudige natuurlijke
+moraal die op ons leven zulk een gunstigen invloed uitoefent.
+
+"Het deed ons pijnlijk aan, te hooren hoe bij u iedere schrede op den
+weg van vooruitgang wordt gekocht met bloed en tranen, en hoe daarvoor
+velen moeten worden opgeofferd; en toch--gij hebt het zelf gezegd--het
+moet en zal ook bij u op aarde eenmaal anders en beter worden. Gijzelf
+zijt daarvoor de levende getuigen, want gij toont reeds heden datgene,
+wat naar uwe getuigenis, in later tijd de groote massa wezen zal.
+
+"Wakkere brave mannen van uw geestelijke ontwikkeling, moeten daarom
+daarbeneden op de aarde arbeiden aan de geestelijke ontwikkeling hunner
+medemenschen en broeders. Wanneer ieder voor zich, bij dat moeilijke
+werk, ook al geene volle bevrediging vindt, bedenk dan dat de gevolgen
+van het arbeiden aan het werk der volmaking uwer medemenschen niet u,
+maar uwe nakomelingschap ten goede komen zal. Wij raden u daarom:
+"Keert naar uwe aarde terug."
+
+"O Hemel, had ik het niet gedacht," zuchtte bij deze woorden professor
+Frommherz.
+
+"Houd toch uw mond, gij klager",--voegde professor Piller hem
+allesbehalve vriendelijk toe.
+
+"Keert terug naar uwe Zwaben, naar het brave volk uit welks midden
+gij zijt voortgekomen en wijdt u aan het verheven werk zijner
+volmaking. Het zij verre van ons u te willen wegjagen, gij zijt en
+blijft onze lieve gasten."
+
+"Goddank," mompelde Frommherz.
+
+"Maar ik moet eerlijk bekennen, en ik spreek hiermede uit naam
+mijner broeders en zusters,--gij zijt de eerste, maar ook de laatste
+vreemdelingen,--die van een der andere kinderen des Lichts, tot ons
+komen mogen; want dit is de hoofdzaak, het eigenlijk resultaat onzer
+bespreking.
+
+"In het belang van ons volk, wenschen wij geen verder verkeer met
+anderen. Dit doelt niet op u, want,--ik herhaal het hier nogmaals
+nadrukkelijk--gij zijt onze lieve gasten en vrienden. Maar wij nebben
+geen enkelen waarborg, dat er niet eenmaal menschen tot ons zouden
+kunnen komen, die niet even hoog staan als gij, wier gedrag, bij
+een langer verblijf, waarschijnlijk tot allerlei onaangenaamheden
+aanleiding geven zou, en eindelijk hunne verwijdering van hier zou
+tengevolge moeten hebben. Dat willen wij ons besparen.
+
+"Uwe stoutmoedige reis zal u weliswaar niet zoo spoedig worden
+nagedaan. Men kan echter niet weten, en daarom hebben wij reeds nu
+strikte orders gegeven geen luchtschip meer te laten landen, waar het
+ook vandaan moge komen, al was het zelfs uit uw geliefd Zwaben. Blijf
+bij ons, wanneer gij wilt, of keer na korter of langer tijd weder
+met uw luchtschip huiswaarts, wij laten dit aan uw eigen goedvinden
+over en blijven steeds uwe oprechte vrienden! En nu, lieve broeders en
+zusters"--wendde Anan zich tot de Marsieten,--"roept het met mij uit:
+Heil, geluk en voorspoed, zij den zeven Zwaben, onzen lieven eersten
+en eenigen gasten."
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+IN HET LAND DER UITGEWORPENEN.
+
+
+Met zeer gemengde gevoelens keerden de heeren van Angola naar Lumata
+terug. Zouden zij op Mars blijven of heengaan? Dat was de eerste en
+gewichtige vraag, die hen de eerstvolgende maanden bezighield.
+
+"Al hebben de Marsieten te Angola ons nu niet direct op straat
+gezet, toch hebben zij ons duidelijk te kennen gegeven, dat het zoo
+langzamerhand tijd wordt onzen ransel te pakken," zeide Piller op
+zekeren dag tot zijn collega Stiller.
+
+"Gij hebt gelijk, en ik moet u ook oprecht bekennen, dat mij dit
+werkelooze leven en die groote gastvrijheid, die ons wordt bewezen en
+waarvoor wij op geen enkele wijze onze dankbaarheid toonen kunnen,
+zwaar begint te vallen. Wij moeten toch eens weer aan vertrekken
+denken, want wij kunnen hier toch niet tot aan het einde onzer dagen
+blijven."
+
+"Hm, hm! Toch verlaat ik Lumata ongaarne, het scheiden zou mij
+inderdaad moeilijk vallen; wanneer ik denk aan onze reis hierheen
+en aan al de moeilijkheden, waarmede wij te kampen hebben gehad,
+dan kan ik er van griezelen, wanneer ik aan terugkeeren denk! Maar
+toch moet dit gebeuren, daarover kan en mag geen twijfel bestaan,
+het is dus alleen maar de vraag wanneer. Laten wij het dus maar een
+poosje afwachten!" antwoordde Piller.
+
+"Op die manier spreken er ook de andere vrienden over, waarde
+Piller. Alleen Frommherz maakte een uitzondering, die ontwijkt zooveel
+mogelijk iedere bespreking, die op onzen terugkeer betrekking heeft."
+
+"Dat wil ik graag gelooven," merkte Piller lachend op, "onze waarde
+vriend Fridolin is overgelukkig dat hij hier mag vertoeven en krijgt
+het benauwd, wanneer wij over eene thuisreis beginnen te spreken. Ik
+kan het hem trouwens niet kwalijk nemen, dat hij gaarne voor altijd
+hier zou willen blijven. Maar het is duidelijk, dat aan dit luie
+leventje een einde komen moet. Daarin ben ik het volkomen met u eens,
+Stiller!"
+
+"Wij beginnen dus met voorloopig hier te blijven, en maken ons onzen
+tijd zoo goed mogelijk ten nutte. Inmiddels zorg ik er voor, dat onze
+Argonaut weer uitstekend in orde wordt gemaakt, en tevens voor eene
+voldoende hoeveelheid proviand. Ik zal langzamerhand, met de grootste
+nauwgezetheid, alles voor onze terugreis in orde maken."
+
+"Vergeet vooral dien heerlijken wijn niet! Neem, als 't u blieft,
+daarvan eene voldoende hoeveelheid in de gondel mede."
+
+"Dat zal gebeuren, gij eeuwige dorstlijder!" antwoordde Stiller
+lachend.
+
+In vriendschappelijken, aangenamen omgang met het beminnenswaardige
+volk op Mars, en het maken van kleinere en groote uitstapjes en reizen,
+ging de tijd maar al te snel voorbij. Op een dier tochten waren zij
+iets verder buiten de eigenlijk bewoonde streken, in de noordelijke
+koudere gewesten van den planeet beland. De natuurvorschers werden
+hier buitengewoon aan hun vaderland herinnerd door het zien van
+goed onderhouden bosschen en groene weiden, afgewisseld door mooie
+donkerblauwe meren. Daartusschen verhieven zich hooge gebergten, die
+door hunne met sneeuw bedekte toppen, levendig aan een Alpenlandschap
+herinnerden. Hier ontmoetten zij verspreide en ver uit elkander
+liggende nederzettingen van Marsieten, wier ernstig en stilzwijgend
+optreden een scherp contrast vormde met de vroolijke en opgewekte
+levensopvatting van hunne andere broeders.
+
+Op hunne desbetreffende vragen, werd den geleerden meegedeeld, dat
+dergelijke kleine koloniën, ook in de zuidelijke gematigde luchtstreek
+van Mars werden gevonden.
+
+De kolonisten heetten "de uitgeworpenen" omdat hunne namen hetzij
+tijdelijk, hetzij voor altijd, uit de stamboeken op Mars waren
+geschrapt.
+
+Dat zijn dus de misdadigers die, van alle gemeenschap met anderen
+uitgesloten, hierboven boete doen voor hunne wandaden?" vroeg
+Dubelmeier.
+
+"Wij kennen hier alleen overtreders van de wet, geen andere
+misdrijven," antwoordde men den vrager.
+
+"Nu dat komt dan toch zoowat op hetzelfde neer," ging Dubelmeier
+voort. "Maar waarin bestaat dan bij u de wetsovertreding, die gestraft
+wordt met verbanning naar deze streken?"
+
+"In het niet nauwkeurig beantwoorden aan alle plichten en
+verplichtingen."
+
+"Dan zou bij ons op aarde 9/10 der menschen verbannen worden, en
+zouden wij op het laatst met de bannelingen geen raad meer weten,"
+riep Piller verbaasd uit.
+
+"Wij zijn hier ook niet op uwe planeet," antwoordde glimlachend Baran,
+die de reizigers tot gids strekte.
+
+"Maar het is toch eigenlijk wreed, om wegens kleinere vergrijpen,
+een medemensch uit zijn gewone gezellige omgeving te stooten," bracht
+Hämmerle in het midden.
+
+"Alleen wij kunnen oordeelen, over den aard van het vergrijp tegen
+onze voorschriften," merkte Baran ernstig op.
+
+"Zonder twijfel," beäamde Stiller.
+
+"Maar de liefde vergeeft alle dingen; schenkt gij geen
+vergiffenis?" vroeg Frommherz.
+
+"Zeker! Maar er zijn dingen, waarvoor geen vergiffenis mogelijk
+is. Deze gevallen zijn weliswaar uiterst zeldzaam, maar zij komen
+toch voor. Na een bepaalden proeftijd krijgen de uitgeworpenen hunne
+namen weder terug. Zij kunnen dan weder in het vaderland en tot hun
+stam terugkeeren, maar slechts weinigen maken van deze vergunning
+gebruik. Gewoonlijk geven de eenmaal uitgestootenen er de voorkeur
+aan hier te blijven en hun leven in zwaren arbeid, ten behoeve van
+het welzijn der anderen, door te brengen."
+
+"En waarin bestaat dat werk?" vroegen de heeren.
+
+"In het zorgvuldig onderhouden der kanalen die hier beginnen; een zeker
+zeer gewichtige en moeilijke taak, van wier nauwkeurige waarneming
+het bestaan der gemeenschap afhangt."
+
+"En wie zorgt dan voor het onderhoud der uitgeworpenen?"
+
+"Zij zelf. Zij doen aan veeteelt, landbouw en dergelijke. Wanneer
+eenmaal de tijd zal gekomen zijn, dat er bij ons geen uitgeworpenen
+meer zijn, dan moeten wij dit werk zelf doen. Daarvoor zijn reeds
+allerlei maatregelen getroffen, want het aantal der uitgeworpenen
+neemt steeds af," aldus besloot Baran zijn mededeelingen.
+
+"Wat een gelukkige planeet is die Mars! Zelfs de misdadigers,
+tenminste zij, die men op onze planeet met dien naam bestempelen zou,
+worden door hetgeen zij verrichten, weder weldoeners der gemeenschap,"
+riep Stiller vol geestdrift uit.
+
+"En toch is het mij een zekere, alhoewel kleine voldoening, dat
+het leven op Mars, dat enkel licht schijnt, toch ook eene kleine
+schaduwzijde heeft, en dat het hier niet absoluut volmaakt is."
+
+"Volkomen en onvolkomen zijn begrippen, die wij ons zelf op de aarde
+hebben gevormd, en die wij in den eigenlijken zin niet mogen gebruiken
+met betrekking tot de toestanden hierboven," hernam Dubelmeier.
+
+"Zeer juist," bevestigde Frommherz, "mij persoonlijk komt alles
+hierboven volkomen en wonderschoon voor. Ik heb hier een paradijs
+gevonden, zooals men zich dat daar beneden op aarde droomt."
+
+"O, gij dweeper!" hernam Piller lachend. "De wereld op Mars is
+zeer zeker beter dan de onze, en het is puur onzin, om, zooals dat
+gewoonlijk gebeurt, onze aarde de beste aller werelden te noemen. Maar,
+mijn beste Frommherz, weldra wordt gij weder uit uw paradijs verdreven
+en moet gij weder naar Tübingen terug."
+
+"Dat kan u onmogelijk ernst zijn," riep Frommherz uit.
+
+"Bittere ernst, waarde vriend! De heerlijke dagen op Mars loopen ten
+einde, niet alleen voor u, maar voor ons allen. Jammer genoeg!" en
+na deze woorden moest Piller zich den neus snuiten.
+
+"Maar die verschrikkelijke reis," jammerde Frommherz, "zijt gij dan
+al die vreeselijke ellende van de heenreis reeds geheel vergeten?"
+
+"Mijn beste Frommherz, het moet!" hernam Stiller. "Wij vertoeven
+hier nu reeds bijna twee jaar, en ook de gastvrijheid heeft zijne
+grenzen. Buitendien weet gij, dat de Marsbewoners er op rekenen,
+dat wij weder zullen vertrekken. Ik geloof, dat de woorden, die Anan
+destijds te Angola tot ons gesproken heeft, dat duidelijk genoeg
+uitdrukten. Ons eergevoel en onze dankbaarheid eischen, dat wij Mars
+verlaten en wel zoo spoedig mogelijk. Zeker, de terugreis is moeilijk
+en zal misschien nog meer van onze krachten vorderen dan de heenreis,
+maar het moet!"
+
+"Maar--maar, zou ik dan ten minste niet kunnen achterblijven?"
+
+"Dat gaat niet, dat is niet mogelijk, wij zijn met elkaar gekomen,
+en moeten ook gezamenlijk weder vertrekken, dat is duidelijk. Wij
+allen, behalve gij, zijn het dáárover eens dat wij moeten vertrekken,
+ofschoon ons het afscheid van deze planeet zwaar genoeg zal vallen,
+want wij hebben hier zonder twijfel den schoonsten tijd en mogelijk
+ook den reinsten van ons leven doorgebracht. Maar wij mogen niet tot
+last zijn," besloot Stiller.
+
+Beschaamd over dit scherpe antwoord, dat als eene terechtwijzing
+klonk, liet Frommherz zich niet meer over zijne gevoelens uit, hij
+hield die geheel voor zich.
+
+In het landschap, dat zich voor alle vrienden uitstrekte, trok een
+hooge berg, die in trotsche eenzaamheid zijn met sneeuw bedekten kruin
+ten hemel hief, plotseling Dubelmeier's aandacht. De pyramidale bouw
+van den berg wees op zijn vulkanischen oorsprong. Van zijn eenigszins
+platten top moest men een prachtig uitzicht hebben op de omgeving. Deze
+gedachte had in professor Dubelmeier de hartstocht voor bergbeklimmen
+weder wakker geroepen.
+
+"Wat zouden de heeren er van denken, wanneer wij tot besluit van
+ons bezoek aan Mars, eens een tocht naar dien prachtigen berg
+ondernamen? De toestand van den dampkring van Mars in aanmerking
+genomen moeten wij hoogstwaarschijnlijk daarboven een prachtig uitzicht
+hebben," zeide Dubelmeier tot zijne reisgenooten.
+
+"Ik ga mee," zeide Stiller dadelijk.
+
+"En ik ook," verklaarde Piller. "Zeg Baran, hoe heet die berg?"
+
+"De berg der Zwijgenden."
+
+"Wat een zonderlinge naam," merkte Stiller op. "Wie gaat er met
+ons mee?"
+
+Maar de vier overige Zwaben waren niet te bewegen om aan den tocht
+deel te nemen. Een zekere moeheid en afgematheid hield hen daarvan
+terug. Men kwam overeen, dat zij hier den terugkeer van de drie
+vrienden zouden afwachten.
+
+Baran zorgde voor alles wat het kleine gezelschap noodig had; hij
+vergat ook enkele geschikte kleedingstukken en andere benoodigdheden
+niet. Onder geleide van drie Marsieten, vertrokken de heeren. Een
+motorboot bracht hen langs een breed kanaal, al heel spoedig aan den
+voet van den berg, die van dichtbij gezien, een ware reus bleek te
+zijn. Dubelmeier schatte zijne hoogte boven het dal op drieduizend
+meter.
+
+Aan alle zijden was hij steil, en men kon hem dan ook slechts
+zigzagsgewijze beklimmen. Het was een moeilijk werk. Bij iedere schrede
+zonk de voet tot aan de enkels weg in de verweerde lava. Uren lang
+duurde deze vermoeiende opstijging, tot de heeren ten laatste op de
+sneeuwgrens kwamen. Hier werd halt gehouden. Eenige uren rust zouden
+de uitgeputte krachten van de bergbestijgers weder opwekken. Eerst
+nu konden de heeren bemerken, hoe hoog zij reeds gestegen waren, want
+door het vermoeiende gaan over dien mullen grond hadden zij geen tijd
+gehad om rond te kijken.
+
+Terwijl de Marsieten het ontbijt klaar maakten, bewonderden de drie
+Zwaben het panorama, dat zich aan hunne voeten ontrolde, en dat door
+de ondergaande zon als met goud overgoten werd. Geen geluid, geen
+toon werd vernomen die de aanwezigheid van nog andere levende wezens
+verried, zelfs niet het geruisch van eene nederstortende beek. Alles
+scheen op dezen berg van absolute stilte te spreken, en de berg droeg
+zijn naam dan ook terecht.
+
+Ook de zonen der aarde zwegen. Stil, in eigene gedachten verdiept,
+staarde ieder voor zich uit.
+
+"Ik zoek tevergeefs met welk landschap op aarde ik dit panorama moet
+vergelijken," aldus verbrak Stiller de stilte.
+
+"Mij doet het denken aan Villa Rica in Zuid-Chili. Zoowel hier
+als daar verheft zich zulk een kegel op de vlakte. Het gezicht
+op de donkergroene bosschen, glinsterende meren en stroomen is
+hetzelfde. Daarbij komt nog zoowel hier als daar, de doorschijnende
+lucht, het heldere blauw van den hemel en de geheimzinnige stilte
+der natuur," antwoordde de bereisde Dubelmeier.
+
+"Dat kan ik niet beoordeelen. Maar dit is zeker, dat van deze hoogte
+gezien het land van Mars een toonbeeld is van vrede, bekoorlijkheid
+en schoonheid. Van waaruit men het ook beziet, overal treft ons dit
+als eene hoogere openbaring," riep Stiller vol geestdrift uit.
+
+Bij deze woorden van zijn collega, zuchtte Piller diep. "Gij hebt
+gelijk, Stiller, maar hier zijn spijs en drank uitstekende middelen
+tegen dergelijke gevoelsaandoeningen." Bij deze woorden greep Piller
+naar eene flesch en schonk zich een glas Marswijn in, dat hij in één
+teug ledigde.
+
+Het was nacht geworden. Phoebus en Deimos bewogen zich stralend en
+verlichtend langs hun weg, toen het gezelschap opbrak om, over de
+vast gevroren sneeuw langzaam verder te klimmen naar den top van den
+berg. Prachtige donkerroode tinten aan den oostelijken hemel kondigden
+het opgaan der zon aan, toen de Zwaben eindelijk gelukkig den top
+van den berg hadden bereikt. Als een vuurbal vertoonde zich weldra
+de zon, en wierp hare stralen over berg en dal. Een overweldigend
+schoon natuurtooneel was het loon der heeren voor den moeilijken tocht.
+
+De berg der Zwijgenden was aanmerkelijk hooger, dan al de bergketenen
+in den omtrek. Hij was het hoogste punt van het oostelijk gedeelte
+van Mars.
+
+Het uitzicht was naar alle kanten vrij en onbelemmerd, zelfs de
+verst verwijderde voorwerpen waren, dank zij de dunne heldere lucht,
+duidelijk zichtbaar.
+
+Ver, ver in het Noorden, konden de drie geleerden met behulp van den
+scherpen Marskijker, dien zij hadden meegenomen, een witte boogvormige
+lijn onderscheiden. Deze teekende zich scherp en duidelijk tegen
+den wazig blauwen horizont af. De heeren wisten eerst niet waarvoor
+zij deze eigenaardige lijn, die een uitgestrekte ijszee insloot,
+moesten houden.
+
+"Maar dat is de Noordpool van Mars," riep Stiller plotseling uit.
+
+De andere toeschouwers waren ten zeerste ontroerd. Het was alsof zij
+hier in aanraking kwamen met het oneindige. Zulk eene uitwerking van
+het vergezicht hadden zij niet verwacht. Zij konden de oogen bijna
+niet afwenden van de zoo duidelijk waarneembare afronding.
+
+"Er valt niet aan te twijfelen, het is de Noordpool. Hoe wonderlijk,
+dat hier op eene andere planeet, onze oogen datgene mogen aanschouwen,
+wat op aarde in weerwil van alle daartoe gedane pogingen nog aan
+niemand is gelukt," zeide Stiller, "wat moet dat bij nacht een schoon
+gezicht zijn!"
+
+"Hoe meent gij dat?" vroeg Dubelmeier.
+
+"Wel, ik denk aan de vurige electro-magnetische uitstroomingen der
+polen," antwoordde Stiller.
+
+"Dan blijven wij zoo lang hier," besloot Piller. "Maar ziet eens
+vrienden, wat is dat daar beneden?"
+
+Stiller en Dubelmeier draaiden zich om. Ongeveer tweehonderd
+meter beneden hen, lag in het heldere zonlicht, in den krater
+van den vroegeren vulkaan, een meer, helder licht-smaragdgroen
+gekleurd. Schoone bloemen bloeiden aan zijn oevers.
+
+"Bloemen en water, ijs en sneeuw, wat een wonderlijke contrasten, hoe
+zijn die met elkander in overeenstemming te brengen?" vroeg Piller. "We
+schijnen hierboven van het eene wonder in het andere te komen!"
+
+"Op Mars schijnt er aan alle merkwaardigheden geen einde te
+komen!" hernam Stiller glimlachend, "maar laten wij de zaak
+onderzoeken, en nederdalen in den krater, die buitendien eene
+uitstekende rustplaats zou kunnen zijn."
+
+Weldra waren de heeren bij het meer aangekomen. Daar, waar de sneeuw
+ophield en de plantengroei begon, was de grond warm, een bewijs, dat
+de vulkaan nog niet geheel was uitgewerkt. Het water van het meer was
+eveneens warm en had eene temperatuur van 30° C. Door het wonderlijk
+heldere bijna doorzichtige water, dat eenigszins zout smaakte, kon
+men duidelijk den bodem van het meer zien, die met een donkerrood
+tapijt scheen te zijn belegd.
+
+"Dat ziet er uit alsof er een sterke minerale kleurstof over is
+uitgestort," zeide Piller tot zijn collega Stiller.
+
+"Het schijnt een soort ijzeroxide te zijn, dat op den bodem van het
+meer is neergeslagen. Waarschijnlijk is het water zeer ijzerhoudend,"
+hernam Stiller.
+
+"Dat is wel mogelijk, en daardoor was dan tevens te verklaren, het
+totaal gemis aan dieren in dit water."
+
+De heeren wijdden nu hunne aandacht aan den rijken plantengroei op
+de oevers. Het was een kleurig, geurig bloementapijt, dat op de
+aardbewoners een hoogst aangenamen indruk maakte. Alle mogelijke
+soorten van planten, verwant met die, welke in de Alpenstreken
+thuis hooren, waren hier vertegenwoordigd. Met genoegen vertoefden
+de heeren gedurende dien dag in den krater, en betreurden het, dat
+hunne vrienden niet waren meegegaan. Tegen den avond gingen zij in
+hunne pelzen gehuld, weder naar den top. Het land was reeds weder
+in diepe duisternis gehuld, toen de reizigers den rand van den
+krater bereikten. De Mars-manen waren nog niet opgegaan, maar in
+de richting van den Noordpool, dien de vrienden dien morgen hadden
+gezien, begon het te lichten, eerst langzaam, maar hoe langer hoe
+sterker. Eindelijk zag men vurige stralen, die een halven cirkel
+vormden aan den poolhorizont, en weder verdwenen. Eene prachtige
+kleurwisseling van schitterend roodgoud tot het helderst saphier
+blauw, samengaand met het toe- en afnemen der trillende stralen,
+bracht de vrienden in verrukking.
+
+"Deze heerlijke natuurverschijning is een waardig besluit van onzen
+tocht naar dezen berg," zeide Stiller tot zijne vrienden, toen het
+poollicht meer en meer werd verdrongen door de schitterende manen
+van Mars, die inmiddels waren opgegaan.
+
+"Hier boven op Mars, is alles licht en helder, zelfs de nacht. Welk
+eene prachtige wonderschoone reflectie brengt het licht van de maan
+daar beneden te weeg!" Met deze woorden wees Piller naar het meer in
+den krater, waar de trillende stralen der beide manen duizendvoudig
+gebroken, werden weerkaatst. Het was alsof lichtgevende wezens uit
+de diepte van den berg waren opgestegen, en aan de oppervlakte van
+het water hun dartel spel speelden.
+
+De drie flinke Zwaben, namen nu, een heerlijke herinnering rijker,
+eenige uren later den terugtocht aan, om met hun vier collega's naar
+Lumata terug te keeren.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+HET AFSCHEID.
+
+
+Na den terugkeer uit het rijk der Uitgeworpenen, begon Frommherz
+den omgang met zijne reisgenooten, meer en meer te beperken. Hij
+nam weliswaar nog aan de gemeenschappelijke maaltijden deel, maar
+trok zich verder, voor zoover dit ongemerkt te doen was, uit het
+gezelschap zijner vrienden terug. Op de avonden, die anders gewijd
+waren aan algemeene gesprekken en gedachtenwisseling over het schoone
+land Lumata, ging hij nu alleen wandelen, en genoot in stilte van
+de eigenaardige betoovering der heldere nachten. En hij zou weer weg
+moeten van hier, verdreven uit dit Eden, en weer moeten terugkeeren
+naar die koude aarde?!! Frommherz leed inderdaad onder die gedachte. De
+andere heeren waren te zeer bezig met zichzelf, om veel waarde te
+hechten, aan het zonderlinge gedrag van hun reisgenoot. Door Eran
+had Stiller aan het hoofdbestuur van den stam der Wijzen, te Angola,
+doen meedeelen, dat hij en zijn vrienden vast besloten waren naar de
+aarde terug te keeren. Als datum van vertrek hadden zij den tweeden
+verjaardag van hun aankomst op Mars gekozen.
+
+Daarop was als antwoord eene uitnoodiging gevolgd om nogmaals naar
+Angola te komen. De ontvangst dáár liet aan hartelijkheid niets te
+wenschen over. Er werden feesten gegeven te hunner eer en ter viering
+van het naderende afscheid. Het beste en schoonste wat beeldende en
+uitbeeldende kunsten op Mars konden opleveren, werd bij deze feesten
+de bewoners der aarde te genieten gegeven, maar de schaduw van het
+afscheid van deze schoone planeet, begon reeds te drukken op de Zwaben,
+en was oorzaak, dat zij niet meer ten volle genoten van al het schoone
+en goede dat hun geboden werd.
+
+Het laatste middagmaal had plaats in de groote spiegelzaal van
+het paleis der Wijzen. Genoodigden van alle streken van Mars, en
+vertegenwoordigers van alle stammen waren daar verschenen.
+
+In het Westen begon het eeuwige licht, de zon, te dalen. De ontelbare
+spiegels in de zaal weerkaatsten, duizenden malen gebroken, hare
+zachte koesterende stralen. Het was in de zaal een en al licht,
+het was oogverblindend. Door de geopende vensters drong heerlijke
+bloemengeur naar binnen en de kronen der palmen daarbuiten wiegden
+zachtkens in den zoelen avondwind. Rustig en stil lag het donkerblauwe
+meer onder het groene bladerdak der boomen, waarin nog haastig een
+paar tsjilpende vogels heen en weer vlogen, en de bloesems der lianen
+in heerlijke kleurenpracht schitterden.
+
+Zacht glooiende heuvelrijen, rood getint door de laatste stralen der
+ondergaande zon, omlijstten het heerlijke landschap, dat de bewoners
+der aarde voor de laatste maal aanschouwden. Deze waren het eerst
+de zaal binnengekomen, en stonden voor de hooge vensters in stomme
+bewondering van het prachtig tooneel daarbuiten.
+
+"Het afscheid wordt ons waarachtig moeilijk genoeg gemaakt," zei Piller
+zacht tot Stiller, die naast hem stond. "Frommherz heeft gelijk. Is dit
+niet een land, dat met recht den naam van Paradijs zou kunnen dragen?"
+
+"Ongetwijfeld," antwoordde Stiller, "het is een Eden, als geschapen
+voor bedroefden, voor menschen zonder vaderland, zooals wij voortaan
+zullen zijn."
+
+"Zonder vaderland! Hoe meent ge dat, Stiller?"
+
+"Zonder vaderland, zeker!" hernam Stiller, en zijne lippen trilden
+zenuwachtig, toen hij na een oogenblik zwijgens voortging: "Gelooft
+ge dan, dat wij ons in ons vaderland weder zullen thuis voelen, nadat
+wij hier twee volle jaren hebben vertoefd, te midden eener heerlijk
+schoone natuur, in een land een Paradijs gelijk, onder fiere, vrije,
+edele menschen? Nooit! Vreemdelingen zullen wij zijn daar, waar
+wij zijn geboren, daar, waar wij vroeger hebben geleefd, gewerkt en
+gestreden voor onze overtuiging."
+
+"Stiller, maak mij, als 't u blieft, het afscheid niet heelemaal
+onmogelijk!"
+
+Piller moest zooals altijd, wanneer hij hevig ontroerd was, herhaalde
+malen zijn neus snuiten; toen ging hij naar de tafel, schonk zich
+een glas wijn in en dronk dat in één teug leeg.
+
+"Het zij verre van mij, u het afscheid onmogelijk te willen maken, want
+wij moeten vertrekken, maar"--en de oogen van den spreker schitterden
+bij deze woorden--"we zullen daar beneden op aarde zonder veel woorden
+te gebruiken, het zaad uitstrooien voor een toekomst, zooals wij die
+hierboven zoo heerlijk verwezenlijkt hebben aangetroffen."
+
+Als teeken van instemming drukte Piller zijn collega stilzwijgend
+de hand.
+
+Langzamerhand vulde de zaal zich met genoodigden. Alle traden op de
+zonen der Aarde toe en schudden hen de hand.
+
+Nadat Anan was verschenen nam de maaltijd een aanvang. Naast
+de Oudsten der Ouden zaten de zeven Zwaben. De kroonlichten der
+zaal bestonden uit electrische lampen, die haar schitterend licht
+wierpen op de rijk versierde tafel en het groote feestelijk gestemde
+gezelschap. Beneden in de spiegelgalerij was een koor van zangers en
+muzikanten opgesteld, die gedurende den maaltijd verschillende nummers
+ten gehoore brachten. Toen de tafel was afgeloopen stond Anan op.
+
+"Mijne broeders en zusters," aldus ving hij aan "de ure is gekomen
+waarop van Angola zal worden afscheid genomen. Onze gasten uit het
+verre Zwaben gaan daarheen terugkeeren. Mogen zij gelukkig en gezond
+hun vaderland weder bereiken! Zij zullen bij ons steeds in aangename
+herinnering blijven! Wij hebben besloten, om hunne namen in vergulde
+letters op marmeren gedenksteenen hier in deze zaal aan te brengen,
+met hunne beeltenissen, opdat onze nakomelingschap worde herinnerd aan
+hunne moedige reis hierheen en hun langdurig verblijf in ons midden,
+dat door geen wanklank werd verstoord. Verder hebben wij besloten om
+ter herinnering aan het verblijf van de eerste en laatste aardbewoners,
+de verschillende mededeelingen die zij ons omtrent het leven en streven
+der volkeren op aarde hebben gedaan, te boek te stellen, welk werk
+wij hier in ons tehuis eene eereplaats zullen geven. Behalve de namen
+van onze gasten zal dus ook datgene worden geboekstaafd wat zij ons in
+plechtige oogenblikken hebben verteld. Hiermede zal de herinnering aan
+hun bezoek tot in lengte van dagen, bij ons in eere worden gehouden.
+
+"En nu mijne waarde vrienden!"--bij deze woorden wendde Anan zich tot
+de zeven Zwaben, "voor U hebben wij eenige geschenken, ter herinnering
+aan ons en onze planeet, bestemd; voortbrengselen van de kunst en
+wetenschap van onze kinderen des Lichts.
+
+"Neem hetgeen daarginds op tafel ligt, mede, als een herinnering aan
+uw verblijf te onzent. Het bevat de ontwikkelings-geschiedenis van
+ons volk. Met den algemeenen vooruitgang der beschaving en de grootere
+ontwikkeling van het zelfbewustzijn werd bij ons de wetgeving meer en
+meer vereenvoudigd. Zij is eigenlijk alleen gegrond op de stelling:
+"Doe niets wat gij niet wilt dat u gedaan zal worden." Gij zult dus,
+wat dit betreft, in dit boek weinig meer vinden; want hoe grooter het
+aantal wetten, hoe minder zelfstandig een volk blijkt te zijn. Het
+boek bevat ook onze opvattingen over de natuurlijke moraal, de eeuwige
+onverwoestbare grondstelling die bij ons het werk der loutering heeft
+voltooid. Moge ook in dit opzicht uw gevaarvolle en moeilijke tocht
+naar ons ver verwijderd hemellichaam en uw verblijf te onzent rijke
+vruchten afwerpen!"
+
+Anan ging weer zitten.
+
+Een diepe stilte volgde op deze woorden van den grijsaard. Nu stond
+Stiller op. Op ontroerden toon dankte hij allereerst in naam zijner
+reisgenooten voor al het goede dat men hun hier had bewezen. Hij
+had hier eene mate van ontwikkeling aangetroffen waarvan hij vroeger
+had gedroomd, maar die hij in werkelijkheid niet voor mogelijk had
+gehouden. Hij en zijne vrienden hadden hier boven veel geleerd en
+waren van menige dwaling genezen geworden.
+
+"Zoo heb ik ook altijd gedacht dat de hoogere ontwikkeling der menschen
+niet mogelijk was zonder dat daaraan de moeilijke strijd om het bestaan
+was voorafgegaan en dat die bepaald noodzakelijk was om den mensch
+te reinigen en te louteren. Van die meening ben ik door hetgeen ik
+hierboven heb gezien, genezen geworden. De zware strijd is slechts het
+gevolg van lage zelfzucht, de ware naastenliefde tracht dien strijd te
+verzachten, en die liefde ontbreekt bij ons helaas nog in hooge mate!
+
+"Ook hierboven wordt een strijd gestreden, maar hoe hemelsbreed
+verschilt die van datgene wat men daaronder op aarde verstaat! Hier
+is ieder er op uit aan zijne evenmenschen en broeders, het beste te
+schenken wat hij te geven heeft en wat dienen kan tot bevordering
+van het welzijn van zijn evenmensch. Hier leeft ieder het groote
+gemeenschapsleven mede, omdat ieder zich een integreerend deel
+van die gemeenschap voelt, want gaat het den een goed dan komt
+het ten bate van 't geheel. Lijdt daarentegen een der leden,
+dan lijdt ook de gemeenschap. En hoe gezond en krachtig is deze
+hier. Hoe ver daarentegen zijn wij op onze aarde nog verwijderd
+van deze levensidealen en levensopvattingen. Hoe klein zijn wij in
+vergelijking van u! En toch, eens moet en zal 't ook op aarde anders
+en beter worden. Wij, die hier bij u hebben vertoefd, wij zullen, voor
+zoover 't in ons vermogen ligt, het zaad uitstrooien van een schooner
+en reiner leven in de toekomst, zooals wij dat hier zoo heerlijk
+hebben leeren kennen. Onze reis hierheen was niet tevergeefs. Wat
+toch beduiden de vermoeienissen en gevaren, die wij hebben doorstaan,
+vergeleken bij al het reine, schoone en goede wat wij hier hebben
+mogen genieten. Wij aanvaarden onze thuisreis met een bezwaard hart,
+met het bewustzijn dat wij hier ons rijkste en schoonste stukje
+leven hebben doorgebracht, dat zoo oneindig rijk is aan heerlijke
+herinneringen. Moeder Aarde verlangt echter terug, wat haar toebehoort.
+
+"Nooit, tot onzen laatsten ademtocht, zullen wij vergeten, wat
+gij ons hebt gegeven, wat gij voor ons geweest zijt, en hoe gij
+ons hebt geëerd. Wanneer wij later, teruggekeerd in ons vaderland,
+in nachtelijke uren van uit de verte, uw Mars, uw Kind des Lichts,
+zien schitteren, dan zullen onze gedachten bij u verwijlen en met
+stillen weemoed zullen wij terugdenken aan dezen, den schoonsten tijd
+onzes levens!
+
+"Vaartwel, waarde vrienden! Vaart allen wel! Ik omhels Anan voor u
+allen en druk hem voor u allen den broederkus der Aardbewoners op het
+reine voorhoofd. Want broeders zijn wij allen, die zich "menschen"
+noemen, of zij hier boven dan wel op de aarde wonen."
+
+Stiller's woorden hadden op alle aanwezigen een diepen indruk gemaakt,
+en toen hij nu op Anan, den eerwaardigen grijsaard toetrad en hem
+den broederkus gaf, dreunde de zaal van luide bijvals-betuigingen.
+
+"Broeder, edele zoon van uw land," antwoordde Anan, "heb dank voor
+hetgeen gij hebt gezegd. Ontvang ook van mij,--den ouden zoon van het
+Kind des Lichts, den broederkus, en keer met uwe reisgenooten gelukkig
+huiswaarts. Met hen zult gij zegenrijk werkzaam zijn aan de volmaking
+der menschheid, dat weet ik! Mijne oogen zullen zich weldra sluiten,
+in dien slaap waarop geen ontwaken meer volgt, maar zoolang ik nog
+leef, zal ik met vreugde terugdenken aan de uren, die ik met u in
+ons Angola heb doorgebracht!"
+
+Eenige dagen na het roerend afscheid te Angola, waren de Zwaben weer in
+Lumata terug. Stiller was druk met den ballon bezig, waarbij hij door
+de Marsieten trouw werd geholpen. Door de inmiddels opgedane ervaring,
+was het hem mogelijk al de tekortkomingen en gebreken waarmede zij op
+de heenreis te kampen hadden gehad, op afdoende wijze te voorzien. Hij
+bereidde er zich op voor, dat de terugreis geruimen tijd zou duren,
+in weerwil van de sterke magnetische aantrekkingskracht van de aarde,
+die tweemaal zoo groot was als die van Mars.
+
+Sedert de opstijging van de Cannstatter weide op den bewusten
+Decemberavond, was nu nagenoeg twee en een half jaar verloopen. Mars
+had zich intusschen vele millioenen kilometers van de aarde verwijderd,
+zoodat de afstand tusschen deze beide planeten, nagenoeg tweemaal
+zoo groot was als bij de afreis. Stiller berekende dat zij volgens
+de gewone tijdrekening, minstens vijf volle maanden in de gondel
+zouden moeten verblijven, en dan nog altijd in de veronderstelling,
+dat geen enkele onvoorziene omstandigheid, de vaart van den Argonaut
+zoude belemmeren. Maar nu hij en zijn tochtgenooten, in een tamelijk
+bevredigenden gezondheidstoestand en zonder noemenswaardigen tegenspoed
+op Mars waren aangekomen, waarom zou dan op stuk van zaken, de
+terugtocht niet even goed afloopen. Weliswaar zag de anders zoo
+moedige man eenigszins op, tegen den vermoedelijk langen duur der
+terugreis. Vijf volle maanden in de gondel te moeten doorbrengen, en
+zich allerlei daarmede verbondene ontberingen te moeten getroosten,
+zooals gebrek aan daglicht en behoorlijke lichaamsbeweging, was wel
+iets wat zelfs den dappersten den moed zou kunnen benemen.
+
+Stiller schudde echter al die sombere gedachten met kracht van zich
+af en verheugde zich over de inderdaad buitengewoon groote technische
+kennis van den stam der Uitvinders, die niet alleen tot vulling van den
+ballon een gas bereidden, dat geheel overeen kwam met het Argonauton,
+maar ook de kunst verstonden, om op inderdaad meesterlijke wijze
+allerlei voedingsmiddelen voor de reis te conserveeren.
+
+Aan electrische kracht, gecomprimeerde lucht, die reeds sedert
+onheugelijke tijden bij de Uitvinders bekend waren, was evenmin gebrek,
+en de Argonaut voerde van deze kracht en deze middelen van bestaan
+een geheel anderen voorraad mee dan toen hij opsteeg.
+
+Zonder gedruisch, zonder eenige verdrietelijkheid was de ballon in
+elkaar gezet. Wat stak die manier van werken gunstig af bij die van
+twee jaar geleden, op de Cannstatter-weide!
+
+Dank zij de hooge ontwikkeling en de bereidwilligheid der Uitvinders,
+was de Argonaut zóó voortreffelijk in orde, dat de gevaarlijke
+reis ieder oogenblik kon worden ondernomen. Stiller achtte zich
+verplicht zijne reisgenooten op de hoogte te houden van het verloop
+der werkzaamheden. Hij verzweeg zijne vrienden ook den vermoedelijken
+duur der reis niet.
+
+Eerst waren de collega's wel eenigszins geschrikt bij het denkbeeld
+zóó lang in de gondel te moeten vertoeven, doch zij hadden zich er al
+spoedig overheen gezet en gingen met moed en vertrouwen de toekomst
+tegemoet. Alleen Frommherz zeide niets. Stil, in zich zelf gekeerd
+liep hij rond, terwijl de andere heeren bezig waren hunne weinige
+bezittingen te pakken en naar de gondel te brengen.
+
+De Argonaut was uit de loods te voorschijn gehaald, en lag zacht
+wiegelend voor anker op de plaats, waar hij eens was neergedaald.
+
+De laatste dag van het verblijf op Mars, was maar al te spoedig
+aangebroken. Den volgenden morgen, in alle vroegte, zou men van
+Lumata vertrekken.
+
+Eran, de gastvrije, eerwaardige grijsaard, had er op aangedrongen
+zijne gasten een schitterend afscheidsmaal aan te bieden, waarvan
+de plechtigheid en het genot werden verhoogd, door de harpspelers en
+zangers van Lumata.
+
+Iedereen was op de been, nergens werd gewerkt. De vriendelijke
+Zwaben hadden zich overal bemind weten te maken en er was niemand,
+die het heengaan der dappere mannen niet oprecht betreurde. Maar zij
+hadden daar beneden op aarde vaders, moeders, broeders en zusters
+en daarom scheen hun terugkeer den Marsieten, bij wie het familie-
+en gemeenschapsgevoel zoo sterk was ontwikkeld, niet meer dan plicht.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+EEN AFVALLIGE.
+
+
+Gedurende den maaltijd en bij de over het algemeen zenuwachtige
+stemming, was het niemand opgevallen, dat Frommherz verdween. Toen
+de tafel was afgeloopen, wat eerst gebeurde toen het alweer begon te
+dagen, en de aardbewoners opstonden met het plan Eran's huis, dat hen
+twee jaar lang had geherbergd, voor goed te verlaten, miste men den
+vriend. Men zocht hem overal maar vond hem niet. Eindelijk ontdekte
+men een brief, die in zijn kamer op de tafel lag en geadresseerd was:
+"Aan mijne vrienden en reisgenooten."
+
+Stiller opende het schrijven en las den inhoud snel door. "Wij hebben
+helaas met een afvallige te doen," zeide hij tot zijne vrienden. "Hoor
+maar wat Frommherz schrijft. Maar laten wij eerst gaan zitten, en
+daarna beraadslagen wat ons te doen staat."
+
+De heeren voldeden aan dit verzoek en Stiller verzocht Eran en de
+overige Marsieten met het oog op de afwezigheid van den zevenden
+reisgenoot een oogenblik geduld te hebben, waarop Eran en zijne
+vrienden zich terugtrokken en de heeren alleen lieten.
+
+"Voor den drommel, ik dacht het wel zoo half en half, dat Frommherz
+uit het vendel loopen zou," begon Piller boos. "Toe, Stiller, lees
+ons dien brief eens voor!"
+
+"Vergeef mij, waarde vrienden en tochtgenooten, dat ik u een
+smartelijke teleurstelling bereid. Ik kan het niet over mij verkrijgen,
+met u naar de aarde, naar ons vaderland terug te keeren. Ik heb een
+zwaren strijd gestreden, ik kan Mars niet verlaten, het zou mijn
+dood zijn, en dien wenscht gij toch niet. Ik heb hierboven alles
+verwezenlijkt gevonden, waarvan ik daar beneden had gedroomd,
+en waarnaar ik had gesmacht. En nu zou ik dat Eden verlaten en
+weer terugkeeren tot die bekrompen levensopvattingen, tot al die
+onoprechtheid en leugen, terwijl ik zoo langen tijd in het licht
+der ware reinheid heb geleefd? Neen, ik kan het niet! En heeft niet
+de eerwaardige Eran het ten slotte aan onze vrije keus gelaten, of
+wij al dan niet hierboven wilden blijven? Welnu, dan zal ik van zijn
+vergunning gebruik maken, en u alleen laten vertrekken.
+
+"Ik weet, dat ik u krenk met dit besluit, maar werkelijk, ik kan
+niet anders handelen. Oordeel niet te streng over mij, vergeef mij,
+en gedenk mijner in liefde. Ik blijf vrijwillig hier boven. U treft
+dus geen verantwoordelijkheid, dat gij alleen, zonder mij, naar het
+vaderland terugkeert. Moogt gij het gelukkig weer bereiken! Dat
+is mijn innige en oprechte wensch. Breng mijn groet over aan
+Tübingen, aan Zwaben en aan mijne bloedverwanten! Zeg hun, dat ik
+mij hier boven overgelukkig voel, als ware ik in het Paradijs, en
+dat ik daarom niet terugkeer naar de aarde met al haar lijden en
+strijd. Doe geen moeite om mij te zoeken, gij zoudt mij toch niet
+vinden in mijne veilige schuilplaats, waar ik blijven zal tot gij
+zult zijn vertrokken. Vaartwel! Ik zal uwer steeds in vriendschap
+blijven gedenken!"
+
+
+ Fridolin Frommherz.
+
+
+Nadat Stiller dezen brief had voorgelezen, heerschte er gedurende
+eenige oogenblikken een somber stilzwijgen.
+
+"Wat een ellendige spelbreker," begon Dubelmeier te mopperen, "nu
+begrijp ik in eens, waarom hij zich de laatste weken zoo zonderling
+heeft gedragen."
+
+"Wij zijn geblameerd, voor altijd geblameerd!" riep Piller, "wat moet
+men wel van ons denken!"
+
+"Laten wij Eran opdragen om Frommherz te zoeken, die vindt den
+deserteur zeker," raadde Hämmerle.
+
+"Daar zou ik sterk voor zijn," voegde Thudium er aan toe.
+
+"Het gaat toch niet aan, dat wij Frommherz hier achter laten. Of wij
+blijven allen hier, òf wij keeren gezamenlijk terug. Dat is duidelijk,"
+liet Brummhuber er op volgen.
+
+"Mijn waarde vrienden, luister eens even naar mij," begon Stiller,
+en trachtte zijne opgewonden reisgenooten te kalmeeren. "Ik begrijp en
+billijk volkomen uwe ontsteltenis over het gedrag van Frommherz, en ik
+ben het daar volkomen mede eens, maar wij hebben niet het minste recht,
+om hem onzen wil op te dringen. Hij is destijds vrijwillig meegegaan,
+en kan nu ook vrijwillig achterblijven. Hij had echter open en eerlijk
+kunnen handelen, dat is echter iets, wat hij met zijn eigen geweten
+moet uitmaken. Laten wij de zaak nemen, zooals zij nu eenmaal is. Op
+den indruk en de herinnering, die wij persoonlijk gemaakt hebben,
+heeft het blijven van Frommherz niet den minsten invloed. Integendeel
+wij zijn gebleven waarvoor men ons hield. Frommherz zal het in
+deze omstandigheden en bij de strenge moraalbegrippen der Marsieten
+niet gemakkelijk hebben te verantwoorden. Laten wij dus zonder hem
+vertrekken, ik raad u dit, ook met het oog op hem. Gaan wij soms met
+een verlicht hart huiswaarts?"
+
+"Neen, zeker niet!" klonk het uit vijf monden.
+
+"Welnu, dan zullen wij de positie, waarin onze Frommherz zich
+vrijwillig heeft gebracht, ten minste zoo goed mogelijk trachten te
+maken; wij zullen den achterblijver aanbevelen in de vriendschap en
+welwillendheid van onzen goeden eerwaardigen Eran."
+
+"Dat ontbreekt er nog maar aan," stoof Piller op.
+
+"Waarom niet?"
+
+"Ik begrijp u eenvoudig niet, Stiller!"
+
+"Nu, laat mij dan rustig uitspreken. Onder het lezen van Frommherz'
+brief, kwam het mij zoo in de gedachte, dat het best mogelijk kon
+zijn, dat onze vriend na ons vertrek, tot straf voor zijn eigenmachtig
+achterblijven, en daardoor gebleken gemis aan solidariteitsgevoel,
+naar het land der Uitgeworpenen zou worden verbannen."
+
+"Dan had hij niet meer dan hem toekwam," bracht Brummhuber in het
+midden.
+
+"Maar juist dat wilde ik hem besparen. Ik zou wenschen dat hij hier
+onder dezelfde omstandigheden zou kunnen voortleven. Dit bewustzijn
+doet ons later, met reine gevoelens aan onzen achtergebleven vriend
+terugdenken, en werpt dan geen schaduw op de herinnering aan ons
+heerlijk verblijf hierboven. Ik verzoek u daarom vriendelijk, laat
+mij mijn gang gaan; ik zal straks met Eran spreken, en trachten deze
+onaangename zaak zoo goed mogelijk met hem in orde te brengen."
+
+"Stiller, gij maakt ons beschaamd, gij zijt een brave kerel, de beste
+van ons!" Piller snoot bij deze woorden met kracht zijn neus.
+
+"Volstrekt niet, maar ik ben niet te vergeefs hier geweest onder deze
+menschen, die zoo hoog staan in hun handel en wandel. Gij ziet dat
+ik van hen wat heb geleerd."
+
+"Als een van ons het blijven hier waard was, dan zijt gij het,
+Stiller!" riep Hämmerle vol geestdrift uit.
+
+"Och, houd toch op!" sprak Stiller afwerend. "En nu ga ik naar Eran."
+
+Zonder het minste teeken van verbazing of zonder een woord van
+verwondering, hoorde de eerbiedwaardige oude, Stiller aan.
+
+"Ook ik vind, dat gij er wel aan doet, uwen broeder niet te dwingen,
+de terugreis mede te maken. Ieder mensch heeft tot zekere hoogte het
+recht om over zichzelf te beschikken. Maar dat recht neemt niet weg,
+dat ik de manier, waarop uw voortvluchtige broeder zijn hierblijven
+wil doorzetten, niet kan billijken. Laat hem echter gerust hier,
+en keer met uwe andere tochtgenooten naar de aarde terug. Wij zullen
+met Fridolin niet al te scherp in het gericht treden."
+
+"Daaromtrent wilde ik gaarne eerst gerustgesteld worden, eerwaarde
+Eran."
+
+"Heb daarover geen zorg! Wanneer hij na uw vertrek te voorschijn komt,
+dan zal ik zelf hem naar Angola brengen en bij Anan een goed woord
+voor hem doen. Maar een kleine straf moet hij hebben. Ik heb reeds
+over den aard daarvan nagedacht."
+
+"En waarin zal die bestaan?" vroeg Stiller die nieuwsgierig geworden
+was.
+
+"Fridolin moet voor ons een woordenboek van uw taal samenstellen. Gij
+hebt ons tot aandenken eenige werken van uwe grootste vaderlandsche
+dichters geschonken. Welnu, wij wenschen deze werken in het
+oorspronkelijke te lezen, om ons eene heldere voorstelling van uwe
+meesters te kunnen maken. Daarvoor hebben wij een woordenboek noodig."
+
+"Nu, tegen deze straf heb ik niets in te brengen, en ik ben overtuigd,
+dat Fridolin zich van die opdracht tot uwe tevredenheid zal kwijten."
+
+Daarmede was de zaak Frommherz afgeloopen. Stiller deelde het resultaat
+zijner bespreking aan zijne vrienden mee, en de heeren prezen opnieuw
+de goedheid en zachtmoedigheid van Eran, den waardigen patriarch.
+
+Volgens de gewone tijdrekening, die Stiller ook op Mars had bijgehouden
+en waarbij hij rekening hield met het verschil in omloopstijd om
+de zon van Mars en van de aarde, was het nu den 7en Maart geworden,
+en daarmede de dag van vertrek aangebroken.
+
+Eran had er op gestaan, de zes zonen der Aarde tot aan den Argonaut
+te vergezellen. Ook de geheele volwassen bevolking van Lumata ging
+mee. Een ernstig stilzwijgen der geheele menigte, gaf uitdrukking aan
+de oprecht gemeende smart over de op handen zijnde scheiding. Zonder
+een woord te spreken gingen zij naar de weide, waar de Argonaut
+wiegelde in het heldere, reine licht van den aanbrekenden dag.
+
+"Laten wij kort en spoedig afscheid nemen, en dit niet met vele woorden
+nog moeilijker maken," zeide Eran, terwijl hij van de Zwaben een voor
+een afscheid nam. "Moge uw terugreis gelukkig zijn, en gij behouden
+weer in uw vaderland aankomen!"
+
+Nog een handdruk, een vriendelijk gewuif naar alle kanten, en de
+moedige luchtreizigers klommen in de gondel. De touwen werden gekapt
+en langzaam en statig, begroet door de eerste stralen der opgaande zon,
+begon de ballon te stijgen.
+
+Daar kwam Fridolin Frommherz hard aangeloopen; de menigte maakte
+hem ruimbaan.
+
+"Vaartwel, vrienden!" riep hij met luider stemme. "Nogmaals: vergeef
+mij, dat ik blijf, en niet met u terugkeer. Gelukkige reis en mijne
+hartelijke groeten aan mijn dierbaar vaderland."
+
+Maar de heeren in de gondel, hoorden slechts nog zwak, wat Frommherz
+hun nariep. Antwoorden konden zij niet meer. In steeds sneller vaart
+verwijderde de Argonaut zich van de wonderschoone planeet, en zweefde
+weldra weder in het donkere koude luchtruim.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IX.
+
+WEDER OP AARDE.
+
+
+Ook te Stuttgart was, sedert het opzienbarend vertrek der zeven Zwaben,
+de tijd niet blijven stilstaan. Waar of die landslui, die waaghalzen,
+wel zijn mochten? Zouden zij werkelijk Mars hebben bereikt? Misschien
+waren zij in het geheel niet op deze planeet beland, maar neergedaald
+op een der talrijke planetoïden; misschien ook was de geheele expeditie
+verongelukt en waren de ongelukkige natuurvorschers voor altijd in
+het onmetelijk wereldruim verdwenen. Deze laatste meening werd vrijwel
+algemeen gedeeld en voor waar aangenomen.
+
+Na de opstijging van den Argonaut werd aanvankelijk te Stuttgart
+nog veel en levendig over die reis der natuurvorschers geredeneerd
+en allerlei vragen geopperd; langzamerhand echter verflauwde de
+levendige belangstelling in de Marsexpeditie. Nieuwe vragen des tijds,
+meer actueele gebeurtenissen hadden zich voorgedaan, en verdrongen
+eindelijk de herinnering aan de sprookjesachtige onderneming.
+
+Plotseling, als een bliksemstraal uit helderen hemel, ontving men
+op zekeren Septemberdag te Stuttgart het bericht, dat de heeren
+professoren, die voor ongeveer drie jaar van de Cannstatterweide waren
+opgestegen, op een van de eilanden der Zuidzee waren neergedaald en
+wel met den Argonaut.
+
+In het eerste oogenblik wilde niemand aan dit bericht geloof hechten,
+en hield men het voor een zeer misplaatste grap. Toen het echter
+verscheen in het "Staatsblad voor het Koninkrijk Wurtemberg" en door
+duizenden extra bladen werd verspreid, werd zelfs de meest hardnekkige
+twijfelaar van de waarheid van dit bericht overtuigd.
+
+Een telegrafisch bericht luidde lakoniek kort:
+
+
+ Matupi, 31 Aug. 's nachts.
+
+ Argonaut van Mars terug, hier neergedaald. Stiller, Piller,
+ Brummhuber, Hämmerle, Dubelmeier, Thudium.--Betrekkelijk welvarend.
+
+ w. g. Districtshoofd.
+
+
+In de eerste groote verrassing viel het in het geheel niet op,
+dat er in het telegram slechts van zes personen sprake was. Eerst
+langzamerhand begon men er aan te denken, dat toch nog een
+zevende aan de expeditie had deelgenomen. De conclusie was spoedig
+gemaakt. Frommherz was ongetwijfeld gedurende de reis gestorven.
+
+Met het grootste ongeduld zag men in Zwaben, in Duitschland, ja
+in de geheele beschaafde wereld, nadere berichten te gemoet. Welke
+belangrijke mededeelingen, kon men van de reeds verloren gewaande
+natuurvorschers verwachten!
+
+
+
+De eerste tijd na het vertrek van Mars, ging vrij dragelijk voor de
+bezoekers der planeet voorbij. Zooals Stiller reeds had uitgemaakt,
+was de Argonaut in de goede richting en ondervond den invloed
+van de aantrekkingskracht der aarde. De reis stelde weer hooge
+eischen aan de heeren met betrekking tot hunne gezondheid, geduld
+en volharding. Maanden waren sedert verloopen en het einddoel van de
+reis, de aarde, was nog maar altijd niet in het zicht. De stakkerds
+voelden zich hoe langer hoe meer uitgeput, en benijdden in stilte
+vaak den achtergebleven Frommherz. Maar eindelijk moet toch, zelfs
+na den langsten en donkersten nacht, de dag weer gloren!
+
+Het liep tegen het einde van Augustus. Reeds meer dan vijf maanden
+bewoog de Argonaut zich door het aetherruim, en Stiller verwachtte
+iederen dag met het luchtschip in den dampkring der aarde te
+komen. Juist, een flauwe schemering kondigde de nabijheid daarvan aan!
+
+Evenals vroeger bij het naderen van Mars, in een oogwenk de herinnering
+aan alle, gedurende de reis, doorgestane ellende was verdwenen,
+werd dit ook nu het geval.
+
+Toen Stiller zijne tochtgenooten meedeelde, dat zij zoo even in den
+dampkring der aarde waren gekomen, en waarschijnlijk nog heden ergens
+op den aardbol landen zouden, wanneer zijne vrienden er ten minste
+niet de voorkeur aan gaven dadelijk door te reizen naar Duitschland,
+werd er in de gondel luide gejubeld.
+
+Vergeten was plotseling alle kommer en ellende, alle lichamelijk
+ongemak.
+
+"Waar of het ook wezen moge, dalen en uit deze vervloekte kast,"
+riep Piller. "Wij zijn nu waarachtig lang genoeg opgesloten geweest!"
+
+"Piller heeft gelijk," zei Thudium.
+
+"Geen uur langer dan bepaald noodzakelijk is, blijf ik in deze
+afschuwelijke kooi," verklaarde Hämmerle, en Dubelmeier en Brummhuber
+waren het volkomen met hem eens.
+
+"Wanneer het zóó met u gesteld is, landen wij maar waar we kunnen,"
+antwoordde Stiller, kalm als altijd. "Wij moeten er echter voor zorgen,
+dat wij in eene beschaafde streek dalen, en niet bij vergissing in
+den vollen Oceaan terechtkomen."
+
+"Daarvoor moet gij maar zorgen, Stiller," zeide Piller. "En nu,
+vrienden, laten wij met dien heerlijken Marswijn drinken op onze
+gelukkig volbrachte reis. Het is mij eene ware vreugde, mijn goede
+Dubelmeier, dat ik u gedurende dezen tocht van Saulus tot Paulus heb
+gemaakt, en u wijn heb leeren drinken in plaats van water. Prosit!"
+
+Terwijl de overige heeren de bokaal, een prachtig kunststuk der
+Marsieten, dat men hun te Angola ten geschenke had gegeven, lieten
+rondgaan, had Stiller het ventiel van den ballon een weinig geopend
+en een der vensters van de gondel ontsloten. De Argonaut daalde snel.
+
+"Wanneer ik mij niet bedrieg, dan zweven wij op het oogenblik boven
+de oostkust van Australië," zeide Stiller, nadat hij een blik door het
+venster had geworpen. "Wij zullen bij Brisbane in Queensland landen."
+
+"Prachtig, Stiller, oude jongen! Prosit! Daar zullen wij eens op
+drinken." Piller wilde juist zijn collega de bokaal met wijn toereiken
+toen de gondel plotseling een hevigen windstoot kreeg die haar met
+ballon en al deed ronddraaien. De bokaal viel op den bodem, en de
+heeren zelf moesten zich aan de meest nabijzijnde vaste voorwerpen
+vastklemmen, wilden zij niet als ballen door elkander rollen.
+
+"Wij zijn op het laatste oogenblik in een cycloon terecht gekomen,
+zooals hier in de buurt dikwijls voorkomen," riep Stiller zijne
+verschrikte reisgenooten toe. "Nu komt het er vooral op aan moed te
+houden. Wij zijn nu aan het blinde toeval overgeleverd."
+
+Gedurende de eerstvolgende angstige uren woedde de orkaan in
+onverminderde hevigheid en kracht. De wind blies huilend door het
+opene geheel vernielde venster van de gondel, en deed daarbinnen
+alles wat niet bevestigd was, door elkander waaien. Het was bij
+het vreeselijk loeien van den orkaan niet mogelijk een woord te
+wisselen. Voor meerdere zekerheid moesten die in de gondel waren,
+zich op den bodem neerleggen.
+
+Hulpeloos dreef de ballon waar de stormwind hem joeg. Het was een
+tragisch lot, dat in het laatste oogenblik der reis, zoo kort voor
+de landing op aarde, de reizigers trof; en daarbij bestond nog het
+groote gevaar, dat de Argonaut naar zee gedreven zou worden en de
+expeditie na de ongehoorde reis naar en van Mars, tot dusver zoo
+gelukkig te hebben volbracht, tenslotte toch nog zou verdrinken.
+
+De zes mannen waren van treurige, sombere gedachten
+vervuld. Verscheidene uren verliepen. De dag die onder zulke heerlijke
+voorteekenen was begonnen, liep ten einde. De storm scheen te bedaren,
+mogelijk ook was de Argonaut buiten den maalstroom van den wervelwind
+geslingerd. In elk geval, de dolle vaart door de lucht verminderde
+merkbaar en de heeren konden eindelijk uit hunne minder aangename
+positie opstaan en naar buiten kijken. Tot hunne vreugde bemerkten zij,
+dat de ballon dreef naar den kant van een grooten inham, met een bosch
+van groene kokospalmen tot achtergrond en omzoomd door vriendelijke
+kleine huizen.
+
+Fluks opende Stiller het ventiel van den Argonaut, toen deze juist
+boven het palmbosch zweefde. Met volle zwaarte viel de ballon op
+de hooge palmboomen neer, die krakend braken. In het wit gekleede
+mannen snelden toe, gevolgd door bijna naakte donkere gestalten, de
+inboorlingen, die schreeuwend en gesticuleerend rondom de open plek
+stonden, die de Argonaut in het palmbosch zich had gemaakt. Uit de
+gondel vernam men de stemmen der reizigers.
+
+"Dat schijnen wel Duitschers te zijn!" riep een der mannen, eene
+slanke gestalte met blonden baard en blauwe oogen.
+
+"Ja, dat zijn wij!" riep Stiller uit de gondel. "Wees zoo goed en
+help mij den ballon vastmaken. Hier is het touw met het anker."
+
+"Met genoegen," antwoordde de heer, "hier jongens, helpt eens een
+handje, maakt dat anker vast!" Met deze woorden, wendde hij zich
+tot de rondom staande zwartjes, en weldra lag de zwaar toegetakelde
+Argonaut geankerd in het palmenwoud.
+
+"Waar zijn wij?" vroeg Piller uit het gondelvenster.
+
+"Op Duitschen bodem!"
+
+"Sedert wanneer groeien er palmen in het Duitsche Rijk?"
+
+"Sedert wij koloniën hebben," was het lachende antwoord. "Gij zijt
+in den Bismarck archipel op Matupi."
+
+"Zoo, dus op eene Duitsche bezitting! Nu dàt noem ik nog eens geluk
+bij een ongeluk!" lachte Brummhuber.
+
+"Ja, het scheelde werkelijk niet veel, of wij waren verdronken,"
+merkte Dubelmeier op.
+
+"Nu, dan waart ge in uw element, het water," schertste Piller.
+
+"Komt, vrienden, stapt uit; wij zijn eindelijk op vasten bodem,"
+sprak Stiller.
+
+Toen de heeren uitgestapt waren, stelde de behulpzame blanke zich
+voor, als Sebastiaan Scheufele uit Cannstatt-Stuttgart, sedert drie
+jaren keizerlijk districtshoofd op Matupi.
+
+"Wij zijn ook Zwaben," zeide Stiller lachend, "wij zijn professoren
+aan de universiteit te Tübingen en indertijd met onzen ballon van de
+Cannstatterweide opgestegen. Zwaben schijnt men overal in de wereld
+toch te vinden! Mocht ge nog eens ooit van uw leven op Mars komen,
+dan zult gij zelfs dáár een landsman aantreffen!"
+
+Het districtshoofd keek den spreker eenigszins verbaasd aan, alsof
+hij hem niet goed begrepen had.
+
+"Gij komt dus met uw ballon uit Cannstatt?"
+
+"Direct, neen, indirect ja. Direct komen wij van Mars. Hebt gij nooit
+van de expeditie van Mars gehoord? Het is trouwens ook al ongeveer
+2-3/4 jaar geleden dat wij van de Cannstatterweide opstegen."
+
+"Ah, ja, nu herinner ik mij, dat ik in het Zwabensch Handelsblad
+wel iets over die vreemdsoortige reis heb gelezen. En--gij zijt dus
+werkelijk die zeven Zwaben? Maar ik zie er maar zes...."
+
+"O, gij bekrompen aardbewoners," viel Piller den twijfelaar in de rede,
+gelooft gij werkelijk dat zes eerwaardige Zwabensche professoren u
+wat leugens op den mouw zullen spelden? Wij zijn de zeven Zwaben,
+die naar Mars gingen. Wij zijn twee jaar daarboven geweest, en
+komen met ons zessen terug, omdat de zevende daarginds verkoos te
+blijven. Begrijpt gij het nu eindelijk, man, of moet ik u nog andere
+tastelijke bewijzen geven, dat wij diegenen zijn, waarvoor wij ons
+uitgeven? Overigens is mijn naam Paracelsus Piller."
+
+"Neen, neen," riep Scheufele uit, "neem me niet kwalijk, ik geloof u
+op uw woord, ik was alleen maar wat in de war, en geheel van streek
+door wat ik gehoord had."
+
+"Nu, wij willen het u gaarne vergeven, onder voorwaarde, dat gij ons,
+die sedert een half jaar geen warme soep hebben geproefd, een lekker
+warm maal met goeden wijn voorzet."
+
+"Maar natuurlijk, zeker, met het grootste genoegen! Komt mee, heeren,
+als 't u blieft!"
+
+"Het loopen valt ons wat moeilijk, onze ledematen zijn tamelijk
+stijf geworden," deelde Stiller aan het districtshoofd mede, toen hij
+eenigszins ongelukkig naast hem voortstrompelde. "Wij zijn den 7en
+Maart van daarboven vertrokken, en als ik mij niet vergis, hebben wij
+nu 31 Augustus. We zijn dus ongeveer 6 maanden in de gondel geweest,
+een langen bangen tijd!"
+
+"Wat ben ik er trotsch op, dat gij juist hier bij ons moest landen!"
+
+"Het heeft maar een haar gescheeld, of wij waren nog op het laatste
+oogenblik verongelukt, en niemand had dan ooit iets van ons wedervaren
+op Mars vernomen. Maar ik geloof dat we hier zijn, waar we wezen
+moeten."
+
+"Gaat binnen, heeren, in mijn huis, beschouwt het alles als het uwe
+en laat mij de eerste zijn, die u de moedigste reizigers, die ooit
+hebben geleefd, op Duitschen bodem welkom heet. Duidt het mij niet
+ten kwade, dat ik eerst nu, dien beleefdheidsvorm in acht neem,
+maar ik was door uwe verrassende verschijning geheel verbluft."
+
+Scheufele schudde ieder der professoren hartelijk de hand, en stelde
+hun de overige heeren voor, die allen, de van den hemel nedergedaalde
+gasten met de meeste hoogachting begroetten.
+
+De luchtreizigers ontdeden zich allereerst van hunne pelzen en maakten
+daarna gaarne gebruik van het aanbod van hun gastheer, om hunne Zware
+reiskleeding tegen lichte, witte tropencostuums te verwisselen, die
+hij in een aangrenzend vertrek had doen klaar leggen. Weldra waren
+zij hiermee gereed, en lagen de heeren in hunne luchtige kleederdracht
+in schommelstoelen onder de waranda.
+
+Daarbuiten viel de regen in stroomen neer, en het kletterend geluid
+op het dak verhoogde het gevoel van behagelijke huiselijkheid.
+
+Scheufele zorgde intusschen voor eene hartsterking, en de zwarte
+bedienden, die zonder geruisch te maken rondliepen, schonken champagne.
+
+"Morgen moet gij onzen Marswijn eens proeven," zeide Piller tot
+Scheufele, toen hij zijn glas in één teug ledigde en het ten tweede
+maal liet vullen.
+
+"Wat, hebt gij zelfs wijn van daarboven medegebracht?" vroeg Scheufele
+verwonderd.
+
+"En wat goeden!" hernam Piller. "Zelfs mijn anders alleen
+waterdrinkende collega hier, professor Dubelmeier, was er niet tegen
+bestand, en is voor de verzoeking bezweken!"
+
+"Gedwongen door de omstandigheden," bracht Dubelmeier er tegen in.
+
+"Daarover zullen wij maar niet kibbelen, Dubelmeiertje, laten wij
+liever eens klinken en drinken op Zwaben en het Duitsche vaderland."
+
+"En nu, een hiep, hiep, hoera! voor onze hoogvereerde gasten,"
+zeide Scheufele tot de beambten van Matupi. Nadat het hoera-geroep
+was verstomd, werd aangekondigd dat de maaltijd gereed was, en begaf
+het gezelschap zich naar de eetkamer.
+
+De heeren tastten met grooten eetlust toe, en weldra was het onderhoud
+levendig en algemeen.
+
+"Ik zal uw aankomst dadelijk naar Stuttgart telegrafeeren; wat
+een groote verrassing zal dat bericht daar in het lieve vaderland
+zijn!" zei Scheufele.
+
+"Ja, doe dat," hernam Stiller. "Ik denk dat wij per extra gelegenheid
+naar Duitschland zullen terugkeeren."
+
+"Wij hebben hier een veertiendaagsche stoomvaart op Singapore, en
+vandaar kunt gij natuurlijk altijd verbinding krijgen met Europa. Ik
+ben blij, dat de laatste boot verleden week juist vertrokken is,
+zoodat gij nog zeven volle dagen onze welkome gasten zijn moet,"
+zei Scheufele lachend. "Gij zult op uw reis en daarboven wel veel
+wonderlijks hebben beleefd en gezien?"
+
+"Daarover zullen wij een paar boeken uitgeven, want onze berichten
+zullen deelen vullen," antwoordde Stiller.
+
+"En dat werk zullen wij u later zenden, als bewijs van dankbaarheid
+voor uwe gastvrije ontvangst," liet Piller er op volgen. "Want wanneer
+wij alles wat we hebben beleefd u mondeling moesten meedeelen,
+zouden wij nog menige stoomboot moeten laten voorbijgaan; en dat
+gaat niet! Wij verlangen er veel te hard naar, om nu eindelijk thuis
+te komen."
+
+"Dat kan ik mij levendig voorstellen, gij zult wel allerlei
+interessante dingen van Mars hebben meegebracht."
+
+"Zeker, morgen zullen wij u het een en ander laten zien, en daaruit
+zult gij dan kunnen opmaken, op welken hoogen trap van beschaving
+de bewoners van die prachtige planeet staan; die in zich het meest
+verheven begrip van "mensch zijn" verwezenlijken," antwoordde
+Stiller. "Wij zouden echter niet graag voor de tweede maal die
+reis maken; niet alleen is zij vol gevaren, maar ook ontzettend
+vermoeiend. Het was niet onze eigen verdienste, maar louter toeval,
+dat wij de reis heen en weer door het luchtruim onder betrekkelijk
+gunstige omstandigheden konden volbrengen. En toen wij van morgen
+juist over Queensland zweefden, en voornemens waren op Brisbane aan
+te sturen, overviel ons plotseling de orkaan en dreef ons hierheen."
+
+"Het is zeker zeer te betreuren dat gij tot besluit van uw buitengewone
+reis nog in een cycloon terecht moest komen. Zooals ik hoorde, heeft
+de storm op andere eilanden van den archipel zwaar gewoed. Maar ik
+ben dien wervelwind toch dankbaar dat hij u, de beroemde zonen van
+Zwaben, hierheen heeft gedreven!"
+
+"O gij vleier!" zei Piller tot Scheufele. "Maar nu zouden wij u toch
+oprecht dankbaar zijn, wanneer gij ons een bed wildet wijzen, want
+dat hebben wij langen tijd moeten ontberen."
+
+De reizigers werden nu bij de verschillende beambten te Matupi onder
+dak gebracht, en weldra lagen zij allen in een diepen, rustigen slaap.
+
+Nog dienzelfden avond verzond Scheufele het telegram naar Stuttgart.
+
+Toen de reizigers zich den volgenden morgen door een bad in het
+frissche water van de golf hadden verkwikt, kwam er reeds antwoord uit
+Stuttgart. Zoowel het stedelijke-, als het Staatsbestuur heetten de
+reizigers van harte welkom op aarde, en verzochten tevens om bericht
+betreffende den heer Frommherz, daar van hem geen melding was gemaakt
+op de lijst der teruggekeerden.
+
+
+ "Frommherz vrijwillig op Mars achtergebleven. Expeditie volkomen
+ gelukt. Twee jaren daarboven geweest. Hopen binnen vier weken te
+ Stuttgart aan te komen.
+
+ Stiller."
+
+
+Met bewondering bekeken Scheufele en de beambten de inrichting van
+de gondel, die Stiller hun liet zien en verklaarde. Nog meer waren
+ze verbaasd over de uit zilver en goud vervaardigde kunstproducten,
+en over de vele en kostbare geschenken der Marsieten. Het Gulden
+Boek vond men helaas niet meer terug. Daar de gondel gedurende den
+nacht gesloten was geweest, viel aan diefstal niet te denken en nog
+te minder, daar de Papoea's geen verstand hadden van de waarde van
+het boek. Men moest daarom wel tot de veronderstelling komen, dat
+het boek door een der kleppen van de gondel in het heelal gevallen
+was. Het was een onherstelbaar verlies dat de geleerden zeer ter
+nederdrukte. Eindelijk echter kreeg de vreugde over de behouden
+terugkeer de overhand over alle treurige gedachten.
+
+Piller stond er op, de heeren van Matupi te onthalen op het kleine
+restant van den Marswijn. Zij verklaarden allen nog nooit zulk een
+fijnen en geurigen wijn te hebben gedronken.
+
+De dagen die men te Matupi doorbracht, werden gebruikt voor het
+inpakken van alles wat men had meegebracht en het opbergen der
+instrumenten. Ballon en gondel zouden later verpakt en naar huis
+gezonden worden.
+
+Precies den 7en September in den vroegen morgen stoomde de Venus de
+haven binnen, en ging tegenover de factorij van Matupi voor anker. Na
+een hartelijk afscheid vertrokken de heeren nog dienzelfden avond.
+
+"Wat een merkwaardig toeval!" zeide Stiller tot zijne tochtgenooten,
+toen zij het zich 's avonds aan boord van de stoomboot gemakkelijk
+hadden gemaakt. "We komen van Mars, varen op de Venus door de blauwe
+golven der Zuidzee terwijl, zooals Scheufele mij zeide, te Singapore
+ons de "Stuttgart" wacht, die ons naar Genua brengen zal."
+
+Een week later kwam de boot te Singapore aan. Reeds bij het binnenvaren
+der ruime haven, was de Venus, met de beroemde Zwabensche passagiers
+aan boord, het voorwerp van veler belangstelling.
+
+De talrijke in de haven liggende schepen van alle mogelijke natiën,
+waren gepavoiseerd, en zelfs de Maleische prauwen en de Chineesche
+jonken waren feestelijk getooid.
+
+Van de vestingwerken werden saluutschoten gelost toen de Venus langzaam
+naar hare aanlegplaats stoomde.
+
+Op plechtige wijze werden de moedige Marsreizigers, door het bestuur
+van Singapore en de diverse consuls begroet. Daarna had in de
+feestelijk versierde zaal van de Duitsche club het onvermijdelijke
+feestmaal met de daarbij behoorende redevoeringen plaats. De heeren
+waren blij, toen zij na al dat feestgewoel in de tropische hitte van
+Singapore, goed en wel op het dek van de "Stuttgart" zaten die, nadat
+de gevierde passagiers aan boord waren gekomen, het anker lichtte en
+de straat van Malakka instoomde.
+
+"Gevoelt gij weer niet dien ouden tegenzin, tegen al die officieele
+huldebetoogingen, die toch in den grond der zaak, alle den stempel
+van onwaarheid dragen," vroeg Piller aan zijn vriend Stiller.
+
+"Het gaat mij als u," antwoordde Stiller. "Deze luidruchtige feesten,
+waarbij ieder zijn eigen ik zooveel mogelijk op den voorgrond dringt
+vormen eene schrille tegenstelling met de waardige harmonische wijze,
+waarop te Angola feest wordt gevierd. Bij de Marsieten voelden wij
+ons dadelijk thuis. Hier beneden krijgen wij al dadelijk weer dat
+onbehagelijke gevoel in den omgang met de groote menigte. Men voelt
+als bij instinct, dat al die woorden van waardeering--die als een
+zondvloed neerkomen op dengeen, die bij het een of ander ondernemen
+meer noemenswaard succes heeft gehad dan een ander--in de meeste
+gevallen althans, volstrekt niet gemeend zijn."
+
+"Gij drukt precies mijne gedachten uit," zei Dubelmeier, die het
+gesprek der beide vrienden had gevolgd. "Ik moet u eerlijk zeggen,
+dat ik van al die feestmalen en feestredevoeringen al genoeg had,
+toen ze nog nauwelijks waren begonnen."
+
+"Nu, wij zullen dat nog wel eenige malen moeten verduren, voor wij
+weer ongestoord in onze studeerkamer kunnen werken," hernam Piller.
+
+"Ja, daar zal wel geen ontkomen aan zijn. Wat een geluk dat wij
+hier op zee nog wat kunnen uitrusten vóór dat het spektakel in ons
+vaderland weder begint," zei Dubelmeier.
+
+Maar reeds in Colombo kregen zij eene nieuwe en verbeterde uitgave
+der feesten ter eere der zeven Zwaben, en toen de "Stuttgart" te Suez
+kwam, verzocht de Egyptische regeering, de eer te mogen hebben hen
+te Caïro te ontvangen.
+
+Na twee dagen feest te hebben gevierd, kwamen de Marsreizigers
+eindelijk weder op de boot terug, die nu direct koers zette naar
+Genua. Daar kwamen de reizigers in het begin van October aan, en zetten
+na eene driejarige afwezigheid weer den voet op Europeeschen bodem.
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK X.
+
+IN HET VADERLAND.
+
+
+De reis der heeren geleek een ware triomftocht. Half versuft door al
+het lawaai der laatste dagen, kwamen de professoren aan het station
+Hazenberg aan, waar beneden Zwabens hoofdstad zoo schilderachtig
+is gelegen.
+
+Ofschoon het herfst was prijkte alles in rijken bloementooi. De
+terugkeerenden werden opgewacht door vertegenwoordigers van het Hof,
+de Tübinger Universiteit, het Stedelijk Bestuur, in het wit-gekleede
+meisjes, muziekcorpsen en een onafzienbare menigte.
+
+Reeds gedurende de reis door Zwaben luidden alle klokken, niet alleen
+van al de stations die de trein aandeed, maar van alle dorpen in
+den omtrek.
+
+Een donderend hoera begroette den met bloemen omkransten trein,
+toen hij 's middags om vier uur uit de Hazenberger tunnel te
+voorschijn kwam. De vereenigde muziekcorpsen uit Stuttgart zetten
+een welkomsthymne in, die speciaal voor deze gelegenheid, door den
+muziekdirecteur Klingel was gecomponeerd. Toen begonnen in de stad de
+klokken te luiden, het gelui plantte zich voort tot in de voorsteden,
+en herinnerde aan dien Decemberavond, nu drie jaren geleden, toen de
+heeren hun stoutmoedigen tocht naar Mars aanvingen. De verschillende
+toespraken gingen verloren in het algemeen feestgejoel.
+
+Men nam in de electrische automobielen plaats.
+
+In de eerste zaten de zes teruggekeerden, ieder met een reusachtigen
+bloemenruiker in de hand. Langzaam ging het voorwaarts, door de zich
+verdringende en juichende menschenmassa, naar de rijk met vlaggen
+getooide stad.
+
+In het Marquardthôtel stond men de gelukkig teruggekeerde maar
+blijkbaar afgematte geleerden toe, een oogenblik rust te nemen;
+daarna moesten zij zich echter opofferen aan de gezelschaps-vormen.
+
+In feestelijken optocht, onder het luid hoera-geroep der steeds
+toestroomende menigte, werden de geleerden geleid naar de nieuwe,
+grootsche muziekhal. Daar zou de officieele begroeting plaats vinden.
+
+In de groote feestzaal wachtte een uitgelezen gezelschap uit de
+hoogste kringen der hoofdstad, de professoren op, die, toen zij de
+zaal binnentraden, met luid gejubel werden ontvangen.
+
+De voorzitter, Graaf van Neckarthal, heette in hartelijke bewoordingen
+de moedige luchtreizigers welkom, die door een opstijging naar Mars,
+eenig in haar soort, niet alleen hunne namen onsterfelijk gemaakt,
+maar ook het aanzien en de eer van het vaderland in de beschaafde
+wereld hadden verhoogd. Zwaben was trotsch op zijn zonen en zou daaraan
+uiting geven door op de Cannstatterweide, de plaats vanwaar zij eens
+waren opgestegen, een obelisk te doen verrijzen, vervaardigd uit
+vaderlandsch graniet, waarop de namen der deelnemers aan de expeditie
+en de verschillende data zouden worden gegrift.
+
+Er wachtte hun nog meer eerbetoon, want een daad als zij hadden
+verricht, kon niet genoeg worden gehuldigd. In naam der Regeering,
+overhandigde hij ieder der heeren een gouden lauwerkrans, waar op
+een der bladeren de naam van den eigenaar en de data van de Marsreis
+waren gegraveerd.
+
+Na de overhandiging der kransen, die door fanfares was vergezeld
+gegaan, begon het eigenlijke feestmaal.
+
+Zeer verstandig was vooraf besloten, dat gedurende den maaltijd geen
+redevoeringen zouden worden gehouden. Toen de tafel was afgeloopen,
+beklom Stiller het podium aan het einde der zaal om van daar het
+schitterend gezelschap toe te spreken.
+
+"Geëerd gezelschap! In mijn naam en in dien van mijne reisgenooten,
+dank ik u allereerst voor de hartelijke ontvangst, die gij ons hebt
+bereid. Die heeft ons zeer getroffen; duidt het ons echter niet ten
+kwade, wanneer wij u vriendelijk verzoeken van verdere huldebetuigingen
+tegenover onze bescheiden persoonlijkheden te willen afzien. Wat wij
+hebben gedaan, wat wij hebben ten uitvoer gebracht, was alleen mogelijk
+omdat we daarbij buitengewoon veel geluk hebben gehad. Waar de mensch
+echter alleen zijn doel bereikt door een gelukkigen samenloop van
+uiterlijke omstandigheden, daar staat, wat hij zelf deed, inderdaad
+niet zóó hoog als gij schijnt te moeten aannemen. Juist op Mars
+waar een volk woont met eene zeer idealistische levensopvatting, eene
+grenzelooze waarheidsliefde en eene ontzettende zelfkennis, daar hebben
+wij geleerd, alles op de rechte waarde te schatten en waar en streng
+jegens ons zelf te zijn. Met eene zekere zelfoverschatting gingen wij
+eens van hier, en wij komen terug met eene kalme nuchtere kennis van
+ons zelf en onze krachten. Daarvan is ons verzoek het gevolg.
+
+"En nu zij het mij vergund in korte trekken een beeld te ontwerpen
+van die wonderbare wereld daarginds, waarin het ons vergund was
+twee volle jaren te vertoeven. Ik wil beginnen met u mee te deelen,
+dat het in ons plan ligt, ons wedervaren vast te leggen in een boek,
+waarin ieder het dan naar welbehagen kan nalezen. Nadat wij van de
+Cannstatterweide waren opgestegen, kwamen wij, na een tocht van drie
+maanden door het aetherruim, in tamelijken welstand op Mars aan. Daar
+vonden wij menschen, die ons met groote gastvrijheid opnamen. Naarmate
+wij meer bekend raakten met de taal der Marsbewoners, kregen wij ook
+meer en meer een inzicht in hun leven, zeden en gebruiken.
+
+"Met steeds grootere verbazing leerden wij daar eene levensopvatting
+kennen, zóó volmaakt, als wij nooit voor mogelijk hadden gehouden.
+
+"Datgene wat wij ons vroeger hier als levensideaal hadden gedroomd,
+we vonden het daarboven op de planeet, als heerlijke werkelijkheid
+terug. Daarboven leeft een menschengeslacht, dat ons in ontwikkeling
+eeuwen vooruit is. Daarboven is een werkelijk Eden. Daarboven leiden
+allen het menschwaardige bestaan, waarover hier op aarde al sedert
+jaren en jaren slechts wordt geredeneerd.
+
+"Hoe zou ik in deze korte oogenblikken kunnen uitwijden, over die
+heerlijke natuurlijke moraal, die de richtsnoer is van die hoogstaande
+menschen daarboven! Ik zou niet alleen u daarmede vermoeien, maar
+ook de vroolijke stemming storen, waartoe onze terugkeer aanleiding
+gaf. Zooals ik u reeds heb gezegd, zult gij later door onze boeken
+kunnen kennisnemen van het resultaat onzer expeditie. Nu kunt gij mij
+met recht vragen: Waarom zijt gij uit dat Eden weer teruggekeerd in
+het tranendal, dat onze aarde nu eenmaal is? En daarop antwoord ik u
+eerlijk: Wij zijn ook slechts noode vertrokken! Niet dat men ons heeft
+weggezonden,--geenszins! Men liet het gaan of blijven aan ons zelf
+over; maar nadat wij hadden ingezien, dat wij het hoogstaande volk
+van Mars geen enkelen dienst, van welken aard ook, konden bewijzen,
+en die het loon had kunnen zijn voor de ons verleende gastvrijheid,
+was het niet meer dan behoorlijk, dat wij terugkeerden naar de aarde,
+naar de Moeder, aan wie wij ons bestaan hadden te danken.
+
+"Alleen Fridolin Frommherz, kon niet tot een terugtocht besluiten,
+hij bleef daarboven achter, als de eenige levende getuige van ons
+bezoek aan die planeet.
+
+"Onze aankomst op Matupi is u bekend. Ten slotte willen wij aan het
+Zwabensche museum de geschenken afstaan, die men ons daarboven op Mars,
+in het heerlijke Angola, in de ure des afscheids, ter herinnering heeft
+meegegeven. Wij hebben die dingen niet noodig. Als een sprookje vol
+schoonheid, vol bekoring en vol licht, zal de tijd van ons verblijf
+op die planeet, zoolang wij ademhalen, in onze herinnering blijven
+voortleven; en als er sprake kon zijn van eene zielsverhuizing naar
+een der verwijderde sterren, dan zou ik niets vuriger wenschen, dan
+dáár te mogen ontwaken wanneer ik hier eenmaal het hoofd zal hebben
+ter ruste gelegd."
+
+Stiller verliet het podium.
+
+Onder doodsche stilte had de vergadering naar zijne woorden geluisterd,
+en op menig gelaat stond diepe ontroering te lezen, toen Stiller met
+spreken ophield.
+
+Zóó had men de zaak zich toch niet voorgesteld!
+
+Waar was eensklaps de luide feestvreugde gebleven? In de beklemmende
+stilte, die in de zaal heerschte, trad Klingel als reddende engel
+op. Hij zwaaide den dirigeerstok, en de vriendelijke tonen van de
+opwekkende muziek deden weldra de oude vroolijkheid terugkeeren.--
+
+Men had het toch hier op aarde ook goed, waarom dan naar Mars te
+reizen? Een tocht als die der zeven Zwaben, zou niemand hen nadoen. De
+vroeger zoo opgewekte mannen waren als menschenhaters teruggekeerd. Zij
+hadden beter gedaan met thuis te blijven.
+
+Dat was het oordeel van velen dergenen, die eerst laat in den nacht
+van het feest huiswaarts keerden.
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD
+
+
+ Blz.
+
+ I. Voorbereidingen 5
+ II. Het vertrek der Wereldreizigers 24
+ III. Tusschen hemel en aarde 39
+ IV. Op Mars 70
+ V. Lumata en Angola 101
+ VI. In het land der Uitgeworpenen 131
+ VII. Het afscheid 146
+ VIII. Een afvallige 158
+ IX. Weder op aarde 166
+ X. In het Vaderland 183
+
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Per luchtschip de Argonaut naar Mars, by
+Albert Daiber
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44510 ***