diff options
Diffstat (limited to '44087-0.txt')
| -rw-r--r-- | 44087-0.txt | 4656 |
1 files changed, 4656 insertions, 0 deletions
diff --git a/44087-0.txt b/44087-0.txt new file mode 100644 index 0000000..a385318 --- /dev/null +++ b/44087-0.txt @@ -0,0 +1,4656 @@ +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44087 *** + + HET EILAND TEXEL EN ZIJNE BEWONERS, + + GESCHETST + + DOOR + + F. ALLAN, + + met eene Kaart van Texel, + TEVENS AANWIJZENDE + de Texelsche Zeegaten en Voorgronden, + met derzelver Peilingen, Betonning, enz. + en versierd met de op Texel bestaande Wapens, + + VERVAARDIGD DOOR + + J. L. KIKKERT, + Lid der Provinciale Staten van Noord-Holland, Wethouder en Notaris + op Texel. + + + + AMSTERDAM, + WEIJTINGH & VAN DER HAART. + + 1856. + + + + + + + + "Grond en Geschiedenis staan bij ons in naauwe betrekking." + + Prof. Van Lennep. + + + + + + + +VOORWOORD. + + +Het was naar aanleiding van een vroeger door mij geschreven werkje +[1], dat ik van onderscheidene en veelgeachte zijden de vereerende +uitgenoodiging ontving, om ook ten opzigte van eene Beschrijving van +het Eiland Texel mijne krachten te beproeven. + +Dan, bij de zamenstelling van het genoemde werkje over Marken +ondervonden hebbende, welke moeijelijkheden bij gebrek aan goede +bouwstoffen aan dergelijken arbeid verknocht zijn, deinsde ik +aanvankelijk voor de aanvaarding dezer taak terug. + +Men hield evenwel bij mij aan, en ik?--beloofde eene Beschrijving +van Texel te zullen leveren. Te meer voelde ik mij daartoe opgewekt, +naardien ik de verzekering bekwam, dat men, gedreven door innige +belangstelling, mij ook op Texel, in alles wat op dit eiland betrekking +heeft, alle mogelijke hulp en inlichting zoude verstrekken. + +Men stelde mij dan ook in dezen geenszins te leur, zoodat het mij eene +behoefte is, hierbij openlijk mijnen welmeenenden dank te betuigen aan +de H. H. P. de Keyzer, Sz., Burgemeester, G. List, Gemeente-Ontvanger +en W. Brouwer, Openbaar Onderwijzer, aan Den Burg op Texel, alsmede +aan den Wel Edelen Heer R. B. de Breuk, te Nieuwe Diep, voor de +belangstellende en welwillende hulp, mij, bij de zamenstelling van +dit geschrift over het schoone en belangrijke Texel, verstrekt. + +Zijne koninklijke hoogheid Prins Hendrik der Nederlanden, Wiens +doorluchtigen Naam reeds door de bedijking van den polder Prins +Hendrik met Texel's geschiedenis was verbonden, heeft door de +welwillende aanneming van de Opdragt van deze mijne lettervrucht, +Hoogstdeszelfs belangstelling in dit eiland doen blijken, en aangenaam, +hoogst aangenaam, voorwaar! is het mij, Z. K. H. voor die welwillende +aanneming, welke mij eene zeer vereerende aanmoediging was, hier +openlijk mijnen hartgrondigen dank te wijden!-- + +'t Is zoo, ik heb een groot en moeijelijk werk moeten verrigten, +om tot een (moge het zijn) gunstig resultaat te kunnen geraken: ik +moest onderzoeken, raadplegen, vergelijken, opdat ik eene zoo veel +mogelijk naauwkeurige Beschrijving van Texel aan mijne belangstellende +Landgenooten zoude kunnen aanbieden. + +In hoeverre mij dit gelukt is, zij aan het bescheiden oordeel van +deskundigen overgelaten, aan wie ik deze vrucht mijner onvermoeide +nasporingen met bescheidenheid aanbevele, hun de verzekering gevende, +dat alle bescheidene teregtwijzingen steeds hoog door mij zullen +worden gewaardeerd en in dank aangenomen. + +Omtrent de bij dit werk gevoegde Kaart, zal ik wel niets ter +aanbeveling behoeven te zeggen. Immers, zij beveelt zich zelve +genoegzaam aan! Alléén zij dus gezegd dat de door mij vervaardigde +Kaart reeds bij den Graveur was, toen ik kennis verkreeg van die +des Heeren Kikkert, die door mij, en ik mag vertrouwen, ook door +H. H. Inteekenaren, allezins geschikt werd geacht om aan dit werk te +worden toegevoegd. + +Zietdaar, Lezers! hetgene ik meende vooraf te moeten laten gaan! Mogt +mijn arbeid uwe goedkeuring wegdragen, het zoude mij een spoorslag +te meer zijn, om voorwaarts te streven op den vaak moeijelijken weg +des onderzoeks, en mij meer en meer te kwijten van de verpligting, +die ik verschuldigd ben aan Wetenschap en Vaderland. + + + F. ALLAN. + Eiland Marken, den 1 Febr. 1856. + + + + + + + +INHOUD. + + +NAAMLIJST DER INTEEKENAREN. + + +OPDRAGT + +Aan Z. K. H. Willem Frederik Hendrik, Prins der Nederlanden, +Luitenant-Admiraal, Opperbevelhebber der Vloot. + + +INLEIDING. + +Algemeene Beschouwing over het Eiland Texel. + + +EERSTE HOOFDSTUK. + +Voortbrengselen. Grond- en Luchtgesteldheid van Texel. + + +TWEEDE HOOFDSTUK. + +Texel, beschouwd met betrekking tot de Geschiedenis des Vaderlands. + + +DERDE HOOFDSTUK. + +De Dorpen, Gehuchten, enz. op Texel. + + 1. Het Oude Schild. (Schans, Redoute, Lunette, de + Weezenputten, Brakenstein, de Hoogeberg.) + 2. De Burg. + 3. Het Horntje. + 4. Hoorn of den Hoorn. (Den Ouden Hoorn.) + 5. Den Westen. (Het voormalige dorp.) + 6. De Koog. + 7. Oosterend of Oostereind. + 8. Het Nieuwe Schild. + 9. Oost. + 10. De Cocksdorp. + 11. De Waal. + + +VIERDE HOOFDSTUK. + +De voornaamste ingedijkte Polders op Texel. + + 1. De Prins Hendrik-Polder. + 2. Het Eijerland. + 3. De Eendragt. + 4. De Grie. + 5. De voormalige Katten-Polder (thans Prins Hendrik-Polder.) + 6. Waal- en Burg. + + +VIJFDE HOOFDSTUK. + +Iets over de voormalige Gewoonten, Gebruiken, enz., der Texelaars. + + +ZESDE HOOFDSTUK. + +De Bevolking van Texel. + +Godsdienst. Taal. Beschaving. Kleeding. Huishouding. Gewoonten. +Vermaken. + + +ZEVENDE HOOFDSTUK. + +Aanteekeningen. Bijvoegsels. + +Staat van de veranderingen aan het strand en de duinen langs de +Noordzee, van het Horntje tot het Eijerland op het Eiland Texel. + + + + + + + +NAAMLIJST DER INTEEKENAREN. + + +Z. K. H. Prins Hendrik der Nederlanden. 5 Exempl. Best papier. + +Allan, (A. J.) Militair te 's Hertogenbosch. +Allan, (D. T.) Dijkmeester bij den Lekdijk bovendams te Wijk bij Duurstede. +Allan, (Wed. J.) te Uithoorn. + +Bakker, (D. G.) Particulier te Burg. +Bakker, (Dirk J.) Veefokker te Westergeest. +Bakker, (G. D.) Schipper te Burg. +Bakker, (K. W.) Schipper op Texel. +Bakker, (Lourens W.) Schoenmaker te Oosterend. +Bakker, (P. D.) Grutter te Burg. +Bakker, (P. G.) te Burg. +Bakker, (Wm. L.) Onder-Commissaris der Loodsen te den Hoorn. +Barnaart van Zandvoort, (Jhr. H. G.) te Haarlem. Best papier. +Blom, (A.) Stuurman op Texel. +Blom, (M.) Broodbakker te De Cocksdorp. +Bok, (Mr. W.) Adsistent Notaris te Burg. +Boom, (C.) Notaris te Beemster. +Boon, (C. C.) Landbouwer te Walenburg. +Boon, (N. C.) Veefokker te Oost. +Brouwer, (G.) Onderwijzer te Burg. +Brouwer, (Js.) Onderwijzer te De Cocksdorp. +Bruijn, (Dirk Jb.) Broodbakker te den Hoorn. +Bruin, (J.) Broodbakker te Hoorn. Best papier. + +Coster van Voorhout, (C. L.) Handelaar te Tiel. + +Daalder, (J.) Landbouwer te den Hoorn. +Deekers, (E. J.) Koek- en Banketbakker te Burg. +Dorsten, (H. L. van) te Burg. +Duinker, (Cornelis) Loodsschipper te den Hoorn. +Duinker, Jr., (Jan) Opper-Timmerman op O. I. op Texel. Best papier. +Dijksen, Jr., (J. C.) Landbouwer te Eijerland. Best papier. +Dijksen, (Jb.) Landman te Burg. +Dijt, (C. H.) Veefokker te Westergeest. Best papier. + +Flacke, (G. B.) Koopman te Leeuwarden. + +Groot, (C. de) Burgemeester te Eiland Marken. +Grijskamp, (W.) Pastoor op Texel. + +Heteren, (J. H. & G. van) Boekhandelaars te Amsterdam. +Hille, (Ks.) Genees-, Heel- en Verloskundige te Oosterend. +Hoogvorst, (Mej. Wed.) Boekhandelares te Nieuwe Diep. 6 Exempl. +Huizinga, (J.) Doopsgezind Leeraar te Burg. + +Kalis, Jz., (J.) Koopman te Burg. +Keijzer, Pzn., (Arend) Landbouwer op Texel. Best papier. +Keijser, Pzn., (A.) Landeigenaar te Waal. +Keijser, Pzn., (Cornelis) Veefokker op Texel. +Keijser, Pzn., (J.) Pelder te Burg. +Keijser, Sz., (P.) Burgemeester op Texel. 5 Exempl. en 1 best papier. +Keijser, Szn., (S.) Landeigenaar te Burg. +Keijser, Pz., (S.) Makelaar op Texel. Best papier. +Keijser, (T. P.) Onderwijzer te Oost. +Kikkert, Dzn., (G.) in Goud en Zilver te Burg. +Kikkert, (J. L.) Lid der Staten van Noord-Holland, Wethouder en + Notaris op Texel. 1 Ex. en 1 best papier. +Kikkert, (K. S.) Bakker op Texel. +Kikkert, (N.) Directeur der Bank van Leening op Texel. +Kingma, (J.) Lid der Provinciale Staten van Friesland te Makkum. +Kloot, (As. v. d.) Smid en Wagenmaker te De Cocksdorp. Best papier. +Koning, (A.) Landbouwer te Burg. +Koning, (P.) Veefokker op Texel. +Koning, (P. C.) Zaakwaarnemer te Burg. +Koning, (P. C.) Zaakwaarnemer te Burg. 25 Exemplaren. +Koning, (S.) Landeigenaar op Texel. +Kooiman, Pzn., (Gt.) Timmerman te Waal. +Koppen, (IJsbrand) Landbouwer op Texel. Best papier. +Kroese, (Gebroeders) Kooplieden op Texel. +Kruijsen, (M. H.) Pastoor te De Cocksdorp. + +Langeveld, Pz. (M.) Grutter op Texel. Best papier. +Langeveld, Jr. (M.) Koopman te Burg. +Langeveld, Sr. (M.) Veehouder te Burg. +Langeveld, Pz. (P.) te Hardinxveld. Best papier. +Langeveld, (P. M.) Molenaar te Burg. +Langeveld, (W. J.) Hijpotheekbewaarder te Alkmaar. +Leijen, (D.) Landbouwer te Eijerland. Best papier. +List, (G.) Gemeente-Ontvanger op Texel. +List, (G.) Gemeente-Ontvanger te Burg. + +Metz, (T.) Postschipper te Oude Schild. +Meijer, (A.) Koopvaardij-Kapitein te Nieuwendam. + +N. N. te N. +Nupjers, (D.) Mr. Broodbakker te Eiland Marken. +Nijhoff, (M.) Boekhandelaar te 's Gravenhage. +Nijhoff, (G. P.) Boekhandelaar te Enkhuizen. + +Oomkens, Jr. (J.) Boekhandelaar te Groningen. + +Peeperkom, (H. H.) Pastoor op Texel. +Petersen, (A. E.) Apotheker te Burg. +Plaatsman, (P. J.) Schipper te Oosterend. +Pool, (Mevr. Wed.) geb. Reinbach te Utrecht. Best papier. +Provinciaal Archief van Noord-Holland. Best papier. + +R. (P. v.) te Rotterdam. 2 Exemplaren. +Remmers, (Jb.) Ondermeester te den Hoorn. +Roeder, (D.) Boekhandelaar te Monnikendam. 2 Exemplaren. +Roem, (J.) Boekhandelaar te Alkmaar. +Roeper, (Jb.) Landeigenaar te Waal. +Rombach, (J. F. J.) Stads Heel- en Vroedmeester te Montfoort. +Rosendaal, (Mej. Wed. L.) Winkelierster te Oost. + +Schellinger, Notaris te Nieuwendam. Best papier. +Schott, (G. J.) Stads Onderwijzer te Wijk bij Duurstede. +Schraag, (Gt. J.) Veefokker te de Westen. +Sipkes, (J.) Tabaksfabrikant te Burg. +Slot, (Ks. J.) Koopman te Burg. +Slijboom, (G. W.) Logementhouder te Burg. +Staveren, (C. v.) Pastoor te De Cocksdorp. +Steinfort, (H. L.) Predikant te Oosterend. +Stiggelbout, (A. E.) Geneesheer op Texel. 2 Exemplaren. +Stiggelbout, (P. M.) Genees-, Heel- en Verloskundige te Burg. +Stolp, (P.) Genees-, Heel- en Verloskundige te Burg. + +Thijssen, (W. C.) Landbouwer te Prins Hendrik Polder. +Timmerman, Ontvanger der Registratie op Texel. Best papier. + +Visser, Jz. (C.) Hulp-Onderwijzer te St. Maartensbrug. +Visser, (J.) Mr. Timmerman en Aannemer te Eiland Marken. +Vlaming, (B. S.) Schipper te Oost. +Vlaming, (G.) Landbouwer te Oosterend. Best papier. +Vlaming, (K. B.) Oud Zeeman te Oost. +Voigt, (A. D.) Secretaris der Gemeente op Texel. Best papier. +Vrendenberg, (C.) Predikant te Burg. + +Wal, Czn., (J. W. v. d.) Ambtenaar te Burg. +Wieringa, (R. G. J.) Predikant te den Hoorn. +Witte, (Jan P.) Veefokker te Texel. +Wijk, (Pieter v. d.) Schipper op Texel. + +Zaal, (A. A. v. d.) Molenaar op Texel. +Zeilinga, (Jacob) Zeilenmaker te Nieuwendam. Best papier. +Zuidewind, (J.) in Manufacturen te Burg. +Zunderdorp, Hulp-Postk. te Terschelling. Best papier. +Zunderdorp, (C.) Post-Ambtenaar te Terschelling. +Zunderdorp, (J.) Makelaar op Texel. +Zunderdorp, (L.) Burgemeester te Vlieland. +Zwaal, (T. R.) Onderwijzer op Texel. + + + + + + + + Aan + Zijne Koninklijke Hoogheid + WILLEM FREDERIK HENDRIK, + PRINS DER NEDERLANDEN, + LUITENANT-ADMIRAAL, + OPPERBEVELHEBBER DER VLOOT. + + +Is het waar, dat elk welgezind burger van den Staat, diep doordrongen +is van innige belangstelling omtrent alles, wat in betrekking staat +tot den bloei van het geliefde Vaderland, en dat er in zijnen boezem +een gevoel van verknochtheid leeft, dat bij de minste aanraking +zelfs, de teêrste snaren van zijn gevoel, van zijne ziel, roert en +trillen doet, zoo het slechts het Vaderland en het Vaderlandsche +raakt;--niet minder waar is het, dat inzonderheid de edele telgen van +het doorluchtig Vorstenhuis van Oranje Nassau, steeds eene levendige +belangstelling koesterden, voor alles wat op Nederland en Neêrlands +Volk betrekking had, ja, dat zij aan den voor- of tegenspoed van het +gemeenschappelijke Vaderland hun eigen wèl en wee verbonden. + +Van die belangstelling gaf ook UWE KONINKLIJKE HOOGHEID meermalen de +sprekendste bewijzen. Daarvan in het breede hier te gewagen, zoude +onkiesch zijn en slechts laffe vleijerij verraden! Genoeg reeds, +indien wij slechts bedenken, welke onloochenbare bewijzen van levendige +belangstelling UWE KONINKLIJKE HOOGHEID koestert, omtrent alles wat +betrekking heeft op Neêrland's Zeewezen, eene belangstelling, die door +UWE KONINKLIJKE HOOGHEID, als Opperbevelhebber van Zr. Ms. Zeemagt, +voorzeker ook voor dat gedeelte van Noord-Nederland, gekoesterd wordt, +welks beschrijving wij UWER KONINKLIJKE HOOGHEID hierbij eerbiedig +opdragen, met welks geschiedenis UW doorluchtige naam verbonden is, en +in welks nabijheid NEÊRLAND'S Vloot, meermaals zooveel nationalen roem +en zege, op de vijanden van het geliefde Vaderland, mogt bevechten. + +Gelief, DOORLUCHTIGE PRINS! de Opdragt van dezen letterarbeid aan +te merken, als een bewijs van den eerbied en trouw des Schrijvers, +wien het eene eere is, te zijn + + + van UWE KONINKLIJKE HOOGHEID + de Onderdanigste en Gehoorzaamste Dienaar, + F. ALLAN. + + + + + + + +INLEIDING. + +ALGEMEENE BESCHOUWING VAN HET EILAND TEXEL + + +Onder de voornaamste gedeelten van de Provincie Noord-Holland, +verdient vooral genoemd te worden het schoone en belangrijke eiland +Texel, een plek, zoo overwaardig algemeen gekend te worden. + +Dit eiland, dat in het dagelijksch leven meestal Tessel wordt genoemd, +ligt ten Noord-Noord-Westen van de Zuiderzee en maakt thans, vereenigd +met Eijerland, eene gemeente uit, die tot het Arrondissement Alkmaar, +kanton den Helder, behoort. + +Volgens de staatsregeling van 23 April 1798, maakte Texel het vijfde +Departement der Bataafsche Republiek uit. Het grensde ten Noorden en +ten Westen aan de Noordzee, ten Oosten aan de Zuiderzee, welke het van +het Departement van de Eems en van dat van den Ouden IJssel scheidde, +en aan het Departement van den Rijn, waardoor het van het Departement +van den Delf gescheiden was; terwijl het Departement van den Amstel, +bijna geheel in dit Departement besloten lag. + +Tot dit Departement behoorden de eilanden Texel, Vlieland, Wieringen, +Urk en Marken, en dat gedeelte der Zuiderzee, hetwelk ten Westen van +de raailinie van Oost-Vlieland op Stavoren, en van daar over Urk op +Nijkerk, op de Veluwe, gelegen is. Het had tot hoofdplaats Alkmaar, +was verdeeld in zeven ringen, welke tot hoofdplaatsen hadden: +Medemblik,--Hoorn,--Alkmaar,-- Westzaandam,--Haarlem,--Leiden en +Naarden; -- telde ongeveer 240,000 zielen, en was zamengesteld uit +de geheele tegenwoordige Provincie Noord-Holland, behalve de Stad +Amsterdam en omstreken, en het eiland Terschelling, terwijl ook een +gedeelte van Zuid-Holland, mitsgaders het Zuidwestelijk deel der +Provincie Utrecht, tot dit Departemnt behoorden. + +Texel ligt ruim 1/2 uur Noordwaarts van de uiterste punt van +Noord-Holland's vaste kust, en op gelijken afstand Zuid-westelijk +van het eiland Vlieland. Ten Noorden wordt dit eiland omspoeld +door het West-Vlielandsche diep of Eijerlandsche gat, dat niet +zeer geschikt, of liever zeer gevaarlijk, is voor de doorvaart van +schepen. Oostwaarts paalt Texel, aan de beroemde reede van dien naam, +de Pan en de Zuiderzee. Oudtijds werd deze reede het Waaigat geheeten, +en biedt aan groote zeeschepen, aan den Zuidoostwal, eene goede +ankerplaats. De beste legplaats vindt men over den Rug, alwaar het +water een diepte van 145-260 palm heeft. Ten Zuiden wordt dit eiland +begrensd door de Helsdeur en het Noordergat, terwijl de Noordzee +het aan de Westkust bespoelt. Dit Noordergat, ook het Nieuwegat +genoemd, is een gevaarlijk vaarwater. De diepte is er zeer ongelijk: +op sommige plaatsen staat 12 à 13, op andere punten slechts 3 à 4 +ellen water. Over het geheel is het zeer droog en bezet met vele, +meestal zeer steile banken of ruggen, en niet dan bij hoogen nood, +voor kleine schepen raadzaam te bevaren. Het ligt ten Noorden van +de Zuiderzee; wordt Oostwaarts door de Hors van Texel, en aan de +tegenovergestelde zijde door de Noorder Haaks, de Onrust en de Oostpunt +der Laan, bepaald, en loopt uit het Marsdiep in de Noordzee. In het +Noordwesten liggen de algemeen bekende, gevaarlijke Eijerlandsche +gronden, zijnde eene zeer gevaarlijke ondiepte, Noordwestwaarts van +den ingedijkten polder het Eijerland, (dat vóór het jaar 1629 een +eiland op zich zelf was,) waar men eene buitengewoon hevige branding +aantreft, en waarin reeds tal van schipbreukelingen den dood vonden, +en vele schepen verbrijzeld werden. [2] + +Op den steenachtigen bodem worden vele zware rolsteenen of vleuten, +benevens zware boomstammen gevonden. Naar men zegt, zou er op de +plaats, waar nu de Eijerlandsche gronden zijn, een eilandje hebben +gelegen, dat de Buitengrind genoemd werd. Zoo men meent, was dit eiland +of eilandje oudtijds bewoond, en zou Drusus, de opperbevelhebber +der Romeinen, daarop een kasteel of burg hebben doen aanleggen, dat +Flevum werd genoemd. Althans, in 1590 waren op de Grind nog eenige, +van zeer groote steenen gemetselde, putten aanwezig.--Ook is het door +de berigten van Adrianus Junius, den Marquis De St. Simon en Rutger +Paludanus, buiten twijfel gesteld, dat Drusus in deze streken, zoowel +Noord- als Zuidwaarts, dijken heeft aangelegd, zoo als o.a. de Straat +bij Texel, welke zich Zuidoostelijk van de Koog door den geheelen +Wieringerwaard, over de Gammels, ten Noorden van Stavoren, in de +Zuiderzee uitstrekt. + +Zuidwestwaarts van Texel liggen de droogten en groote zandbanken, +welke onder de benamingen van de Haken (Noorder- en Zuider-Haaks) +bekend zijn. + +Op deze uitgestrekte zandbank, die nog heden de sporen draagt van zijne +vroegere verbinding met den vasten wal, en daarvan vermoedelijk door +den geduchten stormvloed van 1170 is afgescheurd, stond nog in 1424 een +zwaar bosch; terwijl er thans nog, in de zoogenaamde Hechtsgronden, +ten N. van Texel, zoovele stronken en boomstammen aanwezig zijn, dat +zij den visschers voor hunne netten, dikwijls zeer nadeelig zijn. Deze +gevaarlijke droogte ligt vóór het Marsdiep, westwaarts van den Helder, +waarvan het ten Zuiden door het Schulpegat gescheiden is, terwijl +het Noordergat dezelve in het Noordoosten van de Hors (de Z. W. punt +van Texel) afscheidt. Deze strekt zich van het Z. W. ten Z. naar het +N. W. ten N. uit, en heeft eene lengte van 0,75 mijl; geen wonder +voorwaar, dat deze gevaarlijke droogte den zeeman vrees inboezemt. + +De tijd heeft echter ook op de Haaks zijnen invloed merkbaar +uitgeoefend, daar zij vroeger uit drie afzonderlijke banken, de +Noorder- en Zuider Haaks, en de Middenrug geheeten, bestond. [3] + +Texel wordt aan de Noordwest- en ook aan de Westkust, door hooge +duinen, welke zich aan dien kant langs het geheele eiland uitstrekken, +en die achter het dorpje de Koog, op het smalst zijn, tegen de woede +der Noordzee beschermd. Aan de Noordzijde erlangt het eiland die +beschutting door eenen zanddijk, welke in de jaren 1629 en 1630 +langs het Eijerland is aangelegd. Aan het Zuiden strekt daartoe +gedeeltelijk eene duinstreek, en gedeeltelijk een' stuifdijk, die in +1846, door de ingezetenen van het dorp den Hoorn, over een lengte van +3800 ellen is aangelegd; terwijl eindelijk de Oostzijde geheel door +zware beglooide zeedijken tegen de baren der zee beveiligd wordt. (Zie +voorts de Kaart.) + +Groot is de verandering, welke de bodem van Texel van tijd tot +tijd ondergaan heeft, naardien men in den loop der drie laatste +eeuwen onderscheidene uiterwaarden en poelen, aan en in het eiland, +bedijkt heeft; zoodat er thans op Texel niet minder dan negen en +twintig polders zijn, behalve de aangedijkte polders, welke in de +gemeene dijkslasten niet deelen. Al deze polders staan onder het +Heemraadschap van Texel, bestaande uit eenen Dijkgraaf, vijf Heemraden, +vier Hoofdingelanden, en eenen Secretaris. + +De uitgestrektheid van Texel bevat thans eene lengte van circa vijf, +bij eene breedte van bijna twee uren gaans, en beslaat eene oppervlakte +van 18,763 bunders, 72 [] roeden en 58 [] ellen; waarvan 14,491 +bunders, 76 [] roeden en 21 [] ellen belastbaar land. In 1559 werd +Texel bevonden groot te zijn 3688 morgen. In 1562 werd de grootte +opgegeven als beslaande 3844 morgen lands. De bodem is niet geheel +vlak, maar heuvelachtig, en biedt den vreemdeling, vooral van den +zoogenoemden Hoogenberg, een schoon landtafereel aan, rijk aan +afwisseling en bevallige verscheidenheid. Het geheele voorkomen van +Texel heeft veel overeenkomst met een landschap, uit Gelderland's +hoogste gedeelte. + +Tegenwoordig heeft men op Texel, behalve de hoofdplaats den Burg, welke +geheel het aanzien heeft van een bevallig landstadje, de volgende +dorpen en gehuchten: Het Oude Schild of Schil, het Nieuwe Schild, +Oost, of om de Oost, Zevenhuizen, Oostereind, de Waal, de Cocksdorp, +de Koog en den Hoorn--te zamen (op 1 Jan. 1856) bevattende 1172 huizen, +bewoond door 1296 gezinnen, uitmakende eene bevolking van 6109 zielen, +waarvan 3101 tot het mannelijk en 3008 tot het vrouwelijk geslacht +behooren,--en, naar de onderscheidene geloofsbelijdenissen, verdeeld +wordende in: + + + Nederduitsch Hervormden 3768 + Doopsgezinden 1102 + Roomsch Catholijken 1218 + Israëliten 13 + Lutherschen 5 + Remonstranten 3 + + +Een volledig overzigt der bevolking bieden wij onzen lezers in de +navolgende lijst aan: + + +STAAT der Bevolking, getal Huizen en Huisgezinnen der verschillende +Dorpen, Buurtschappen, Polders en Gehuchten, op het eiland Texel, +op 1 Januarij 1856. + +Benaming der Getal Huis- Mann. Vrouw. Totale Aanmerkingen. +Dorpen, Huizen. gezinnen. Bevolk. Bevolk. Bevolking. +Buurtschappen, +Polders en +Gehuchten. + +De Burg 272 321 711 648 1359 Dorpen. +Oude Schild 187 187 412 441 853 +Hoorn 152 130 328 415 743 +Oostereind 160 120 265 240 505 +De Waal 32 36 66 65 131 +De Koog 17 17 38 37 75 +Cocksdorp 53 53 131 145 276 + +Eijerland 140 142 393 331 724 Polders. +Eendragt 9 9 18 18 36 +Prins Hendrik + Polder 8 14 37 36 73 +Waal en Burg 12 15 47 40 87 +Burg en Nieuwland 4 4 19 13 32 + +Oost 39 48 137 31 268 Gehuchten. +Zevenhuizen 15 16 42 43 85 +Nieuwe Schild 4 7 16 19 35 + +Harkenbuurt 7 7 17 20 37 Buurtschappen. +Spang 9 9 21 20 41 +Molenbuurt 3 3 10 14 24 +Burgen 9 9 29 19 48 +Dijkmanshuizen 4 4 16 12 28 +Tienhoven 4 4 16 12 28 +De Westen 15 15 45 39 84 +Zuidhaffel 9 9 24 19 43 +Westergeest 6 6 18 11 29 +Hoogenberg 11 11 21 16 37 + + +Het vorenstaande sluit echter niet met het boven deze lijst opgegeven +totale cijfer, naardien de afzonderlijk staande boerenwoningen, +niet onder de buurtschappen zijn begrepen. + +Veeteelt, en vooral de schapenfokkerij, landbouw, visscherij, handel +en zeevaart, zijn de hoofdmiddelen van bestaan op Texel. + +De Texelaars staan, over het algemeen, op eenen vrij hoogen trap +van beschaving, zoodat zelfs de geringste handwerksman of daglooner, +zich op eene wijze doet kennen, welke, met grond, een fiks ontwikkeld +verstand en helder oordeel doet vooronderstellen. In dit opzigt +onderscheiden zij zich gunstig van de bewoners uit het zoogenoemde +boerenland. + +Hun veelvuldig verkeer met vreemdelingen, zal, behalve het +volksonderwijs, daarvan wel de voornaamste reden zijn. + +Men treft onder de bewoners van Texel, vele welgestelde lieden aan, +waaronder niet weinige die zich, door eene eenvoudige en spaarzame +levenswijze, (eene nagenoeg algemeene eigenschap dezer eilanders) +een niet onaanzienlijk vermogen vergaderd hebben, hetwelk hier +hoofdzakelijk in landerijen en vee bestaat.-- + +Het geheele eiland biedt overvloedige gelegenheid aan, tot uitoefening +der jagt op hazen, konijnen en gevogelte; waarop wij in het volgende +hoofdstuk nader zullen terugkomen, en waarbij ons de belangrijkheid van +dit eiland, ook vooral ten opzigte van zijnen landbouw en veestapel, +nader blijken zal. + +Het wapen van Texel bestaat uit een gouden veld waarop een omgekeerd +anker, dat gesteund wordt door twee rijzende leeuwen in natuurlijke +kleur. + +Texel's vlag is groen en zwart. [4] + + + + + + + +EERSTE HOOFDSTUK. + +VOORTBRENGSELEN, GROND- EN LUCHTGESTELDHEID VAN TEXEL. + + +Het hoornvee is van eene uitmuntende hoedanigheid, zoodat runderen +van 8 à 900 lb hier niet zeldzaam zijn. + +Sedert zich de besmettelijke runderziekte [5] ook hier openbaarde, +heeft men zich meer op de veeteelt toegelegd, waardoor thans jaarlijks +ettelijke honderden beesten worden uitgevoerd, en vele landerijen, +vooral in het zuidelijk gedeelte des eilands, verbeterd zijn. + +Van de koemelk wordt ook hier welsmakende kaas gemaakt, waarin +kruidnagelen en comijn worden gemengd, terwijl de boter ongetwijfeld +even goed zoude zijn als de Friesche en Zuid-Hollandsche, indien +dezelve hier evengoed als daar, en onvermengd met schapenmelk, +bewerkt werd. + +De fokkerij van paarden, gelukt hier zeer goed. Het hier gekweekte ras, +is bijzonder geschikt tot zwaar werk. + +De voornaamste tak van den veeteelt is echter de aanfokking van +schapen.--Aan deze dieren vooral wordt veel zorg besteed.--Hun vleesch, +dat hier even duur is als in de Zuid-Hollandsche steden, is zeer blank, +fijn van spieren, en zeer aangenaam van smaak.-- + +Alvorens het schaap te scheren, wordt het in een' kolk gewasschen, +tot dat er geene onreinheid meer aan gevonden wordt; daarna ontlast men +het dier van zijne vacht, welke gebleekt zijnde, in schuren of stallen +wordt bewaard, tot de wolkoopers haar in het najaar komen opkoopen. + +De Texelsche wol, kan, ofschoon zeer fijn, van wege hare kortheid, +niet tot het weven van laken gebezigd worden, maar werd vroeger +grootendeels naar Frankrijk vervoerd, alwaar zij, gemengd met garen, +katoen of andere stoffen, in de fabrieken verwerkt werd. + +Van algemeene bekendheid is de groene of Texelsche kaas, die van +de melk der schapen wordt gemaakt, en welker bereiding hoofdzakelijk +hierop nederkomt: In den room der schapenmelk, wordt een doekje, gevuld +met versche schapenmest, te weeken gelegd; dat doekje wordt daarna +uitgewrongen, welk wringsel aan de kaas, haren eigenaardigen smaak +en kleur geeft, en waardoor zij tevens zeer gezond en bloedzuiverend +wordt gemaakt. + +De overblijvende melk of wei, wordt met goed gevolg tot varkensvoeder +verbruikt. + +Om eenigzins over de belangrijkheid der Texelsche kaasbereiding te +kunnen oordeelen, wete men, dat er in 1846, nagenoeg 80,000 lb werd +verkocht; terwijl in het jaar 1845, uitgevoerd werden 18,000 lammeren +en schapen, en in 1843, circa 66,600 pond zuivere schapenwol werd +afgeleverd. + +De schapen komen gedurende den winter, evenmin als des zomers, op +stal; maar in de weiden staan schuren, hier boeten (vroeger boesen) +genaamd, waarin des winters hooi wordt gebragt. + +In deze boeten kunnen de schapen schuilen, wanneer het sneeuwt of guur +weder is; doch zij beminnen zoo zeer de open lucht, dat het weder al +zeer slecht moet zijn, eer zij van de boeten gebruik maken.-- + +De liefhebbers der jagt, vinden hier in het najaar vinken bij menigte; +zoo ook leeuwrikken, die hier bij duizenden broeden, en vroeger +worden gevangen dan in de meer zuidelijke deelen van ons vaderland; +terwijl eene groote menigte lijsters, van allerhande soort, zich op +dit eiland ophouden.-- + +Hout- en watersnippen worden er in grooten getale gevonden; de laatste +zijn voor het grootste gedeelte inwoners van het land, en trekken +in het najaar te zamen.--In de vorige eeuw beproefde zeker Heer op +Texel, (naar ik meen de Heer Roosenboom) om hier ook patrijzen te +planten. De proef gelukte vrij wel, en zeker ware dit eiland ook van +dit fijne wild voorzien geworden, indien zij niet uitgeroeid waren +door zekeren deugniet, die, vroeger als jager bij een Texelsch Heer +in dienst, uit wraak over eene hem aangedane vermeende belediging, +zijnen drift aan deze onschuldige dieren bot vierde. + +Vooral in het najaar is hier eenen rijken voorraad van wilde +eendvogels, zoogenaamde smienten, pijlstaarten en malsche +talingen. Voormaals echter was Texel rijker met dit wild bedeeld; +er waren toen meer poelen, welke thans plaats hebben gemaakt voor +vruchtbare landerijen, en van daar ook, dat het getal eendekooijen +verminderd is, en de vangst niet de gunstige resultaten van vroegeren +tijd oplevert.-- + +"Eer de Kattenpolder" (nu Prins Hendrik Polder) "was ingedijkt," +dus verhaalt een waarheidlievend schrijver, die in vroegeren tijd +veel op Texel verkeerde, "heb ik op de middenste der eendekooijen +die in het zuiden van het eiland leggen, en die drie in getal zijn, +en dus met de twee kooijen in het noorden, te weten bij Oostereind en +bij Waalenburg, te zamen een getal van vijf kooijen uitmaken, op eenen +dag zes of zeven honderd smienten zien vangen; deze kooi werd jaarlijks +voor acht honderd guldens verhuurd, doch sedert de nabijgelegen waard, +door de indijking van den Kattenpolder, droog land is geworden, heeft +deze fraaije kooi meer dan zeven achtste van hare waardij verloren; +toen deze kooi nog in hare welvaart was, heb ik meer dan eens gezien, +dat er zoo vele eendvogels naar de kaag (beurtschip) gebragt werden, +om naar Amsterdam vervoerd te worden, dat er wagens met twee paarden, +die nog van eene kar werden gevolgd, mede bevracht werden."-- + +Behalve het opgenoemde wild, treft men op Texel ook hazen, en vooral +konijnen aan.--Beide diersoorten houden zich voornamelijk in de +hoogere landen en duinstreken op.-- + +Tegenwoordig is het aantal hazen niet zoo groot als weleer; denkelijk +ten gevolge van het drukkere verkeer, dat thans over het geheele +eiland plaats heeft. + +De konijnen zijn er menigvuldiger, en inzonderheid verdient de +nieuwe konijnenfokkerij op Eijerland genoemd te worden. De Heer +N. J. de Cock, van Rotterdam, legde namelijk, sedert eenigen tijd +in den polder Eijerland, over eene uitgestrektheid van 45 bunders, +eene nieuwe konijnenfokkerij aan. Die gronden zijn daartoe voldoende +omheind; terwijl er in die fokkerij, een zeer net jagthuis, dat +gedeeltelijk door den opzigter dier onderneming bewoond wordt, +met eene daarbij staande schuur, gebouwd is.--Zeshonderd konijnen, +van echt Texelsch ras, zijn aanvankelijk in die fokkerij gebragt; +de populatie neemt reeds voldoende toe, zoodat men op eenen goeden +uitslag dier onderneming mag hopen. + +Ook vindt men hier roerdompen, die, jong zijnde, een welsmakend +wildbraad opleveren; benevens eene andere soort van eetbare vogels, +welke aan Hollands vaste kust tuilen of tjullen genoemd worden, +doch hier den naam van tjerken dragen. + +Minder algemeen is hier de zoogenaamde kluit. Deze vogel is iets +forscher van bouw dan de meerle, heeft veel van de gestalte eens +ooijevaars, en is behalve aan staart en slagpennen, die zwart zijn, +met witte vederen bedekt, terwijl de snavel, welke eene lengte van +circa 4 duimen heeft, de gedaante van eenen omgekeerden sikkel heeft.-- + +Onder de vogels die zich hier zeldzamer vertoonen, behoort ook de +kruisbek, die alhier, omstreeks de maand Julij doortrekt. + +Meer algemeen is op Texel de kievit, die er in grooten getale broeden, +benevens eene menigte groote en kleine meeuwen, zeepapegaaijen, +zeezwaluwen, enz. + +Vroeger broedden er in den polder Waal en Burg, ook wilde zwanen. + +Behalve het opgenoemde, is er op en om Texel overvloed van visch.--Deze +wordt in bunnen of karen levend aangebragt, en op den afslag, aan de +vischmarkt op den Burg, verkocht.-- + +Inzonderheid munten, onder de verschillende vischsoorten, de +schelvisch, schol en tong uit, terwijl de Roggesloot, ten noorden +van Eijerland, zeer lekkere bot oplevert. + +Omstreeks het jaar 1780, werd er in den polder Waal en Burg, baars +geplant, welke aldaar zeer vermenigvuldigd is.--Behalve deze, levert +Texel ook snoek, brasem en voorn op.-- + +Op de lage, onbegroeide zandvlakten van Eijerland, alsook op +de onderwallen der kreken, welke meestal uit blaauwachtig zand, +doormengd met schulpen, bestaan, groeide vroeger, bij eene behoorlijke +waterloozing, zeer weelderig zeekoraal (salicornia herbacea.) Op enkele +lage zandbollen vertoonde zich van deze plant slechts een klein en +armoedig, roodkleurig struikje, terwijl op de niet wel afwaterende +zandplekken niets hoegenaamd groeide. + +Op de begroesde gronden van Eijerland, tiert, tusschen voedzaam +kweldergewas, eene hooge, blaauwachtige plant, met een ovaal, +loodkleurig, blad, dat hier zeeporselein, doch in Zeeland, varkensgras +wordt genoemd, en dat door de Botanici Atripex portulacoides wordt +geheeten. Ook ontmoet men geheele plekken van loodkleurigen en +sterk riekenden Zeeälsem (Artemisia maritima,) welke plant, meestal +op het beste land, en op de hooge steile oevers van diepe kreken +gevonden wordt. Geen plantensoort echter, groeide voor de bedijking +van Eijerland, veelvuldiger op het Buitenveld, dan het Limoenkruid +(Statice Limonium,) op Texel Schapenoor geheeten. De bruine, lange +en dikke wortels dezer plant, zijn broeinesten van ongedierte; het +dikke stevige blad is bitter, heeft de gedaante van een schapenoor, +en wordt door geen dier gegeten. Dit gewas bloeide voornamelijk in +Augustus, als wanneer het met eenen fraaijen, blaauw-paarsachtigen +trosbloesem versierd was.--Hoogere zandbollen, ter hoogte van slechts +ééne el boven volzee, waarop eenig dor gras, geel-groenachtig mos en +biezen groeiden, welke drooge, spichtige ruigte, evenmin door eenig +vee als voedsel werden gebruikt, zijn sedert voormelde bedijking, +grootendeels in vruchtbare wei- en bouwland herschapen. + +In de nollen en kleine duinen vindt men, behalve mos en helm, eenig +duinwilg, duinriet, wilde dorenstruiken, met gele bessentrossen (eene +soort van brem of braam) en wilde vlier, welke planten men ook hier +en daar aan de groote duinen vindt. + +Inzonderheid echter blijkt de belangrijkheid van Texel's +voortbrengselen uit de volgende statistiek, welke uit officieele +bronnen is zamengesteld: + +In 1854 werden op Texel 1552 bunders land, met onderscheiden +veldgewassen bebouwd, als: + +454 bunders met tarwe, waarvan de opbrengst is geweest 24 mud per +bunder; te zamen 10896 mudden; + + + bunders met rogge, ad 17 mud per bunder, te zamen 1649 mud. + bunders met garst, ad 45 mud per bunder, te zamen 5670 mud. + bunders met haver, ad 45 mud per bunder, te zamen 10720 mud. + bunders met koolzaad, ad 20 mud per bunder, te zamen 1060 mud. + bunders met erwten, ad 13 mud per bunder, te zamen 3653 mud. + bunders met paardenb., ad 10 mud per bunder, te zamen 355 mud. + bunders met aardappel., ad 120 mud per bunder, te zamen 22200 mud. + bunders met knollen, ad 300 mud per bunder, te zamen 5250 mud. + bunders met vlas, waarvan de opbrengst zeer voldoende was. + bunders met meekrap, welke proef mede zeer goed geslaagd is. + + +De tegenwoordige koopwaarde dezer landerijen is van f 1000-f 1400, +per bunder gras- en bouwland, terwijl de huurprijzen per bunder, +naar gelang der deugdelijkheid en ligging der perceelen, tusschen f +40 en f 65 varieert. + +De veestapel bestond op 31 December 1854, uit 4 hengsten, 355 +ruinpaarden, [6] 380 merriepaarden, 65 veulens, 18 stieren, 255 ossen, +1182 koeijen, 575 kalveren, 1 ezel, 38,523 schapen, 6 bokken en 191 +geiten, terwijl er 496 varkens zijn geslagt. Er waren ongeveer 300 +houders van schaapskudden.-- + +Van veel belang is hier dan ook de veehandel. Zoo werden er in +1854 uitgevoerd (direct naar Londen) 156 runderen, 293 schapen +en 4 kalveren, en naar de provincien Noord- en Zuid-Holland, 324 +runderen, 5,338 schapen en 20,208 lammeren, terwijl er op de Texelsche +weekmarkten aan den Burg, verhandeld werd 1656 schapen, 69 koeijen, +10 kalveren; 18 paarden; 5 veulens en 65 varkens.-- + +De productie der groene kaas vermindert echter bij vroeger, zoodat +de geheele uitvoer van dat artikel in gemeld jaar, 21,210 N. lb heeft +bedragen. Van meer belang was de opbrengst der wol, naardien er eene +hoeveelheid van 99,538 N. lb werd gewonnen.-- + +De bijenteelt wordt hier niet uitgeoefend. Het gering getal korven, +hier aanwezig, wordt alleen tot genoegen gehouden.-- + +Tegen over deze voortbrengselen en uitvoer, staat de invoer van +alle koloniale waren, manufacturen, turf, hout en steenkolen, +tarwe, rogge, boekweit, paardenboonen, boter, kaas, enz.; vroeger, +vóór dat de zoogenaamde aardappelenziekte is ontstaan, werden ook +de voor de consumtie benoodigde aardappelen, zoo uit de provincie +Friesland, als uit Groningen en Zeeland hier ingevoerd; doch sedert +het bestaan der bekende ziekte onder deze aardvrucht, heeft men zich +op den verbouw van dit voorname voedingsmiddel zoodanig toegelegd, +dat er sedert de laatste jaren, bijna geene aardappelen van elders +meer worden aangebragt, dan alleen in dien tijd, als de vrucht nieuw +uitkomt; want, in den regel, worden er hier vóór de maand Augustus +geene aardappelen gerooid. Daarentegen worden er nu jaarlijks duizende +mudden uitgevoerd, welke, om hunne goede eigenschappen en heerlijken +smaak, zeer gezocht zijn.-- + +Eene andere tak van nijverheid, die vooral in vorige jaren van veel +belang was, is de oestervisscherij. Zij die zich op Texel, op deze +visscherij toeleggen, wonen uitsluitend te Oost en Oostereind. De +oesters worden hoofdzakelijk gevangen op de banken tusschen Texel +en Wieringen, en in de vaarwaters tusschen en om deze eilanden, +met name, in Texel's stroom, (dat is het grootscheeps vaarwater) +en in het Amsteldiep; zoo ook in den Vliestroom, bij Vlieland, in de +Meep bij Terschelling, in de Jetting en de Blaauwe Slenk, tusschen +Harlingen en de Eilanden. + +Van het jaar 1825-1845 werden de meeste oesters in den Vliestroom, +langs de Grienderwaard, de Meep, de Jetting, enz., gevangen. De +oestervisscherij verkeert echter, sedert de laatste acht à tien +jaren, in eenen kwijnenden toestand. De oesterbanken, en zoo ook +de evengenoemde stroomen, schijnen bijna geheel ontvolkt te wezen, +zoodat er in de laatste jaren weinig of geen groei van oesters, in de +nabijheid van dit Eiland heeft plaats gevonden, en men genoodzaakt +is geworden, om, ten einde den Texelschen oesterhandel te behouden, +in de laatste jaren, belangrijke bezendingen oesters uit Frankrijk +en Engeland te ontbieden, om dezelve op de Texelsche oesterbedden +of oesterputten te speenen. Door dit een en ander, zijn de Texelsche +oestervisschers genoopt, hunnen toevlugt te nemen tot het oestervissen +op de Zeeuwsche banken, werwaarts zij zich jaarlijks, in de maanden +September en October, begeven. De aldaar geviste oesters worden +mede hier, in de daarvoor bestemde putten of bedden, gespeend, en +dan na verloop van eenigen tijd, of in het volgende jaar, ter markt +gebragt.--In vroegere jaren bedroeg het getal oesters, dat jaarlijks +door de Texelsche visschers gevist werd, ettelijke millioenen; thans +echter bedraagt dit getal slechts eenige honderd duizenden [7]. Van +daar dat de oestervisscherij, die vroeger eene hoofdbron van bestaan +voor de bewoners van het Oost was, thans eene bijzaak is geworden, +zoodat de oestervisschers zich sedert 1846, meer hebben toegelegd op +het maaijen en droogen van wier of zeegras, dat tegenwoordig veelal +hun hoofdbestaan uitmaakt. Zoo werd er in 1854 eene hoeveelheid van +250,000 Ned. lb ad f 6 de 100 kilo, gedroogd wier, uitgevoerd. Te +Oosterend en Oost, werd dit zeegewas, in gemeld jaar, verzameld door +140 man met 70 schuiten en andere vaartuigen, terwijl aan het Oude +Schild 18 man met 9 vaartuigen, en aan den Hoorn, een schuit zich +daarmede bezig hielden [8].-- + +Voorts leggen de oestervisschers zich ook op de palingvisscherij +toe, door deze visch op de Waarden, met elgers, uit den grond +te zeilen. Deze bezigheid verschaft hun, nadat de wierdroogerij +geëindigd is, in den herfst, tot dat de vorst invalt, en ook vroeg +in het voorjaar, het noodige levensonderhoud, dat zij overigens, +gedurende de maanden Mei en Junij, door de schelpvisscherij trachten +te erlangen [9]. + +De weinige personen die zich nog bepaald op de oestervisscherij +toeleggen, oefenen tevens de ansjovischvangst op de Zuiderzee uit.-- + +De Texelsche oesters, worden, voor zoo veel de groote, of zoogenoemde +koroesters betreft, meest naar het buitenland verzonden, en +voornamelijk naar Hamburg, van waar zij ook naar Berlijn en Petersburg +worden overgemaakt. + +De middelbare en kleinere soorten, worden in den binnenlandschen +handel gebragt, en meerendeels naar Amsterdam gevoerd. + +Gelijk er over het algemeen in ons vaderland eene groote +verscheidenheid in de grondgesteldheid van den bodem wordt waargenomen, +zoo is dat verschil, ook omtrent Texel op te merken.-- + +In het zuidwesten heeft dit eiland hooge heuvels die zich in eene +noordelijke rigting tot achter den Burg uitstrekken. Deze grond +is voor het meerendeel gelijk aan die op de Veluwe. Eerst treft +men op eene diepte van ongeveer drie à zes palmen, een land aan, +hetwelk bebouwd schijnt geweest te zijn, of met heide begroeid; +vervolgens vindt men eenen leemachtigen grond, doormengd met steenen +van onderscheidene soort en grootte, zoo als keisteenen, marmer, +keijen, gisp, agaat en zelfs kristal, benevens veel vuursteen, "op +de wijze als groote droppelen, met eene witachtige korst omgeven; +voorts porfier en zoogenaamde graniet, waarvan ik hier eenen tamelijk +grooten, ronden klomp gezien heb."--Ook vindt men in dezen grond vele +dusgenoemde ijzernoten, benevens steenen die met ijzererts vermengd +zijn; terwijl men aan de helling van den heuvel, welke hier den +Hoogen Berg wordt genoemd, en wel aan de zuidzijde, alwaar men nu +eene openbare wandelplaats, het Doolhof genaamd, met eenen daarbij +gebouwden koepel, of tent, heeft aangelegd, eene langwerpig ronde, +gladde en bruinachtige kei vindt, welke hier algemeen bekend is +onder den naam van den Engelschen steen. Deze kei stak met haren top +een weinig uit den grond. Het min verlichte gedeelte der bevolking, +waande, dat de voet dezer kei, tot in Engeland doorging, van welk +dwaas vermoeden zij echter terugkwam, toen dezelve ondergraven en +losgemaakt zijnde, een lossen steenklomp vertoonde, die, naar gissing, +ongeveer vijf en twintig duizend ponden woog. + +Deze leemachtige en met steenen als doorzaaiden grond, heeft eene +gemiddelde diepte van 10 à 14 palmen. De rondachtige gedaante van de +meesten dezer keijen en steenen, doet ons met grond vooronderstellen, +dat dezelve lang onder het water bedolven zijn geweest; hetzij, ter +plaatse waar zij nu gevonden worden, of, vóór dat zij daar gestort +zijn.--Dit laatste is echter het meest waarschijnlijk, naardien +een hier gevonden vuursteentje, waarin een schelpje verborgen zat, +van die soort, welke men menigmaal aan onze stranden vindt, en die +zaagjes genoemd worden, geene gelegenheid moet gehad hebben om op +deze plaats in dat vuursteentje te kunnen komen.-- + +Onder den voorschreven grond ontdekt men allerhande soort van zand; +grof, met ijzerachtig vocht als aaneengebakken, en dááronder zeer +wit en fijn zand, zelfs mergel, zoo als dit ook in het graafschap +Zutphen gevonden wordt, en dat in Engeland en België, tot bemesting +van het land wordt gebezigd. + +Inderdaad, wel mogt zeker natuuronderzoeker, met het oog op dit +gedeelte van Texel's bodem, vragen: "Welke verschrikkelijke gebeurtenis +heeft dien grond herwaarts gevoerd?--Op welk eene wijze komt die +zware, en door het water glad geslepen keisteen, op deze plaats?" Deze +hooge heuvelenrei, waarop de hoofdplaats de Burg gebouwd is, gaat +langzaam af tegen het Noordwesten, en eindigt achter die plaats tegen +de zoogenaamde Miend, zijnde eene streek gronds, waarin een zeer +groote kolk is, die vroeger aan veel watergevogelte ten verblijve +verstrekte. Het is niet onwaarschijnlijk dat de afwatering der duinen, +van tijd tot tijd deze kolk gevormd en uitgebreid heeft. Deze geheele +noordwestelijke streek, alwaar land en water beide zoet zijn, is +vroeger, naar men mij verhaalde, veel meer bewoond geweest, doch door +de bewoners van tijd tot tijd verlaten, naardien het land, de onkosten +van bebouwen niet kon goedmaken, omdat het zeer ligt en zanderig is, +en gebrek aan behoorlijke afwatering heeft. In het laatste gedeelte +der voorgaande eeuw, lagen hier twee uitgestrekte bleekerijen, waarvan +de laatste, omstreeks 1775, gesloopt en verlaten is. De oppervlakte +dezer Miendgronden beslaat welligt driehonderd bunders lands. Omtrent +ter halverwege, tusschen den Burg en de Koog, liggen de Gerritslanden, +welke oudtijds eene bezitting uitmaakten van de Tempelieren, die hier +een klooster zouden gesticht hebben. Van een en ander is thans niets +meer zigtbaar dan eene hooge weide.-- + +De Oost- en Noord-Oostzijde van Texel bestaan voor het meerendeel, +uit kleilanden, welke met sloten van brak water doorsneden zijn, +terwijl het hooge land, hetwelk in perken is afgedeeld, door opgeworpen +zoden dijkjes, welke hier tuinen genoemd worden, omheind is. De weiden +aan die zijde zijn uitmuntend voor het vee, en inzonderheid voor de +schapen, die op de zoete landen dikwijls ongansch worden. + +De Noord-Westkust van Texel is bezet met breede en langzaam hellende +duinen, die van tijd tot tijd, zoo door afspoeling als door aanslibbing +eenige verandering ondergaan [10]. + +In de nabijheid van de reeds genoemde Gerritslanden, liggen de +zoogenaamde Monnikkenlanden, en een weg, draagt nog ten huidigen +dage den naam van Monnikkenlaan, hetgeen ten bewijze kan strekken, +dat er oudtijds veel meer houtgewas gestaan moet hebben.--Men wil, +dat deze landen behoord hebben tot het voormalig gebied van het +klooster der Tempelieren, op Gerritsland, terwijl de Monnikkenlaan, +den gewonen weg zoude geweest zijn, langs welken de bewoners van het +klooster zich van en naar hunne woonstede begaven. + +Het zuidelijk gedeelte des eilands is besloten door eenen hoogen dijk, +die tot aan den kruin met eene zware steenglooijing bekleed is; men kan +hier ook nog de overblijfselen bespeuren van eenige zomerdijkjes, die +thans nog bekend staan als Dijkstalen. Deze zijn thans zeer verlaagd +en waren waarschijnlijk in vorige tijden voldoende, om het water, +dat toen in de Zuiderzee mogt geweest zijn, te keeren. + +Naardien Texel omtrent ééne graad noordelijker ligt dan de hoofdstad +der provincie Zuid-Holland, 's Gravenhage, komt het aangename +Lentesaisoen, hier ook ongeveer veertien dagen later, zoodat de +boomen hier iets later uitbotten en bloeijen, dan in het zuidelijk +deel onzes vaderlands, blijvende zij daarentegen, op dit eiland, +ook zoo veel langer met hunnen bladerdosch versierd; ook is hier de +winterkoude niet zoo streng, noch de zomerhitte zoo drukkend, als meer +zuidelijk, iets, dat mijns inziens, moet worden toegeschreven aan de +salpeterachtige uitwasemingen der zee, waardoor het eiland omringd is. + +De hooge ligging en de frissche zeewinden, maken Texel overigens, +tot een gezond en vruchtbaar oord. + +"Ik geloof niet," zegt zeker deskundige, "dat er eene gezondere +landstreek zijn kan; de lieden worden er oud, en, de kinderziekte +uitgezonderd, zijn er de besmettelijke ziekten zeer zeldzaam."-- + + + + + + + +TWEEDE HOOFDSTUK. + +TEXEL BESCHOUWD MET BETREKKING TOT DE GESCHIEDENIS DES VADERLANDS. + + +Wanneer wij de geschiedrollen van ons vaderland nagaan, en bepaaldelijk +het oog vestigen op de oorkonden die daarin op Texel betrekking hebben, +ontdekken wij, met genoegzame zekerheid, dat de eerste bewoners de +Sturiërs [11] waren. Deze althans, bewoonden die streken van het +noordelijke gedeelte van onzen geboortegrond, waar thans het eiland +Texel ligt, dat toen nog aan de vaste kust verbonden, en te dien tijde +veel grooter, en van eene gansch andere, en woeste gesteldheid was. + +Derwaarts toch strekte zich het groote Kreilerwoud uit, dat eenen +aanvang nam tusschen Medemblik en Enkhuizen, zuidwaarts in verband +stond met het Schrakenbosch, dat zich langs de westkust van ons +vaderland verlengde, en waarvan misschien het Haagsche Bosch nog een +overblijfsel is [12]. + +Algemeen bekend is het, dat onze visschers zich op zekere hoogte, +benoorden Texel, zorgvuldig wachten moeten, om met hunne netten en +kuilen of kulen, niet in boomstammen of ander houtgewas verward +te geraken, en dat achter het dorpje de Koog, waar het strand en +de duinstreek voormaals eene veel grootere uitgestrektheid bezaten, +een geplaveide weg of straat gevonden wordt, die zij duidelijk kunnen +waarnemen en waarvan zij meermalen steenen in hunne netten ophalen.-- + +Aan voormelde bosschen grensden toenmaals groote streken kleigrond, +welke uitmuntten door vruchtbaarheid, en zich in den geheelen omtrek +uitstrekten om de zandgronden heen, welke laatsten als van hoogeren +ouderdom zijn aan te merken; aangezien alle klei allengskens aangevoerd +en aangeslibt is, òf door den afloop der rivieren, òf door het afkomend +zeewater.--De Zuiderzee was toen nog niet in aanwezen. Ten oosten en +zuiden der plaats waar thans Enkhuizen ligt, was alles land, tot aan +het eiland Urk, en ten noorden van die plaats insgelijks. + +Alleen het Flumeer of meer Flevo, dat toen door den Noorder-Rijnmond +met de Noordzee in verbinding stond, was aanwezig, terwijl de +tegenwoordige eilanden Texel, Vlieland, Terschelling, Wieringen en +Marken, nog tot het vaste land behoorden. Wanneer Texel een eiland +geworden zij, is niet met zekerheid bekend. + +Sommigen meenen, dat zulks omstreeks 1164 of 1170 heeft plaats +gegrepen, toen de eerste belangrijke verwoestingen van land, aan +de kusten van Noord-Holland en Friesland, door den St. Juliaans- +en den Allerheiligenvloed, teweeggebragt werden; waarbij, behalve +eene geheele overstrooming dier provincien, ook een gat scheurde +tusschen Vlieland en Texel; terwijl anderen, zelfs van eene geheele +afscheuring van Texel en den vasten wal gewag maken. Volgens Emmius +en Schotanus, hing Texel (en ook [13] Wieringen) nog in het laatste +gedeelte der 12e eeuw, bij ebbe, met de vaste kust te zamen, of waren +daarvan slechts door naauwe slenken gescheiden, zoodat beide al dan +niet Eilanden genoemd konden worden.--In eene lijst der goederen van +de St. Martens Kerk van Utrecht, omstreeks 900 opgemaakt, wordt van +Texel gewag gemaakt als van een Eiland; terwijl het, in den giftbrief +van Keizer Otto III, gedagteekend den 25sten September 985, waarbij +aan Graaf Dirk of Diederik II, in eigendom gegeven worden, al de +landen die hij voorheen ter leen bezeten had, weder geen Eiland, +maar Landstreek en Graafschap, wordt genoemd. + +In de Friesche Cronijk, lezen wij, betrekkelijk de veranderingen +van het land bezuiden en beoosten Texel het volgende: "Anno 1222 +was het noch Vant Vlie tot aen die Suijder-zee geheel Landt; dan, +vermits die groote vaerten die daerinne ghegraven worden, heeft +die Noort-zee sijn ganck ende inbrock daer inghenomen en ghecregen, +ende heeft veel Landts hier ende daer afghenomen, twelck alles in +die Middelzee weder aengheslaghen is." + +Van welke vaarten men voorts, op 1234, het volgende leest: + +"Daer ginck van dit Stedeken (Harlingen) eenen schoonen diepen +Vaert tot aan Vlielant, recht voor Dicxhorne door, ende van daer +voort aen het Texsel, twelck die Luijnkercksche Conversen met hulp +van d' inwoonders van Dicxhorne ghemaeckt hadden, opdat se des te +gerieffelicker tot malcanderen conden comen, ende hier van hiet noch +een diepte omtrent Vlielant Moncke-Sloot. Want die van Luijnkerck +dese tijt een cleijn Cloosterken ofte wthof op Vlielant hadden staen, +daeromme dese Vaert principalick gemaect worde, hoe wel nochtans +het Gerbrando de Abt van Luijnkerck zeer mishaechde, vermits sij so +na bij de Noortzee gelegen was, want dese Gerbrandus doen ter tijd +al vreesde, dat naemaels naeghecomen is. . . . . . . . . . . (1395 +of 1396) Oorsaecke van dezen zijn geweest die van Enckelhuijsen, +Medenblick, en de principalijck die Sint Olofsche en Luijnkercsche +Conversen, die op Wieringen ende Tessel ende op 't Landt tusschen +beijden woonden, want die veel Slooten en diepe Vaerten omtrent die +Eijlanden ghemaeckt hadden, terwijlen zij die Landen in haer macht en +ghewelt pleghen te hebben, waer door die Noortzee zijn inganck ende +cracht heeft ghecreghen, zo dat Westvrieslandt (dat nu Noort-Hollant +hiet) niet alleenich van den Hollantschen Graven; maar oock door die +Noortzee van 't andere Vrieslandt ghesepareert ende afgescheijden is." + +Naar sommiger gevoelen, bestond er, tot aan het begin der 13e eeuw, +tusschen Enkhuizen en Stavoren, nog zoo veel lands, dat men, met +behulp van een deel of plank, droogvoets derwaarts konde gaan.--Wij +deelen echter, met vele anderen, niet in dat gevoelen, aangezien +het gedeelte van Friesland, waarin Stavoren ligt, reeds vroeger, +in tegenstelling van het latere West-Friesland, Oost-Friesland werd +genoemd. Er bestond dus eene scheiding, en Stavoren had toen twee +havens, Zure- en Noore-mude (Zuider- en Noorder-mond) hetwelk bewijst, +dat men aan breeder water dan aan een Sloot te denken hebbe. + +In de Friesche Cronijk vinden wij hieromtrent geschreven: + +"Ao. 1255. Deze tijdt mocht men noch met een Rafter of Dalge van +Stavoren naar Enckelhuijsen gaen, ende was een goet vast Lant." Ook de +Schoorlder Kronijk, spreekt in dezen zin: "Omtrent 1250 ging men nog +van Medemblik of Enkhuizen tot Stavoren in Vrieslandt over het land de +Kreijl. Doch de gaten van 't Vlie en Texel wijder wordende, is in 't +jaar 1400 een vrije vaart nabij Stavoren en Enkhuizen in de Zuiderzee +gekomen, dat maer een sloot plag te wezen;"--terwijl wij daarentegen +elders vinden opgeteekend: "In 't jaer ons Heeren 1250 heeft de zee +grote scade gedaen an ende om Frieslandt, ende de grote meren binnen +'t landt, als die zee bij Stavoren, en dat voert bij Harlingen, ende +van Stavoren toe Enkhusen ende toe Campen; want dat plach heel land +toe wesen al totte Flie."--Ook vinden wij in de Friesche Cronijk op +1395 of 1396, vermeld: "Dese tijd hadde die Noortzee de gaten van +het Vlie en Tessel veel wijder ghemaeckt, als zij te vooren pleghen +te wesen, so datter nu een vrijen vaart van die Noortzee voor bij +Medemblick ende Enckelhuijsen al tot in de Suijderzee liep, daer te +vooren eenen cleijnen sloot alleenich plach tusschen te wesen." + +Zoo bestond er weleer ook verschil van gevoelen of Texel Wieringen, +Huisduinen en Kalandsoog in vroegeren tijd vereenigd, of wel van +elkander gescheiden waren. + +De berigten en oorkonden dienaangaande, gaven gereede aanleiding om +zoowel het eene als het andere te vooronderstellen. Dit verschil van +gevoelen is echter door den geleerden Oudheid- en Geschiedkundige +Rutgerus Paludanus, Burgemeester van Alkmaar, tot eenheid gebragt en +volledig bewezen, dat vóór de groote watervloeden, welke omstreeks den +aanvang en het midden der 13e eeuw, ook onze noordelijke en westelijke +kusten teisterden, deze plaatsen, nog aan één gehecht waren, en eene +veel grootere uitgestrektheid bezaten. + +Behalve de oude kaarten van Beeldsnijder (1574) en van Aelbert Haage +(1613), en anderen, waaruit de groote veranderingen in het meest +noordelijke deel van Holland en de eilanden zijn op te maken, zijn +er nog vele stukken voorhanden, aangaande den voormaligen toestand +van deze stranden en gronden. + +De reeds genoemde Paludanus, verzamelde de daarop betrekking hebbende +stukken, en ontleende daarvan eenige, uit de beroemde bibliotheek +van Balthazar Huijdecoper, weleer Baljuw van Texel. + +En hoeveel gronds ons vaderland, in het algemeen, langs de geheele +west- en noordkust aan den Oceaan heeft moeten prijs geven, blijkt +genoegzaam hieruit, dat het tegenwoordige dorp 's Gravenzande voor het +midden der 13e eeuw, en vóór de stichting van het Grafelijke Slot te +'s Hage, niet slechts eene hofstad, maar ook eene belangrijke koopstad +was, wier handel zich vooral op Engeland bepaalde, en in het bezit +was van eene vermaarde, ruime en veilige haven. + +Het dorpje ter Heyde had in de helft der 15e eeuw, bij den leeftijd +van éénen mensch, 1600 schreden strands verloren, terwijl de eerste +kerk te Scheveningen omstreeks denzelfden tijd door de zee verzwolgen +werd. De nieuwe kerk, in die plaats, werd geheel oostwaarts van het +dorp gebouwd; bijna 3 eeuwen geleden stond zij nog in het midden van +het dorp, terwijl zij nu aan het strand staat. Doch, bovenal heeft +men een afdoend bewijs, voor de vroegere bebouwing van de nu reeds +sedert lang, door de zee verzwolgen gronden van Hollands westkust, +bij Katwijk, namelijk in de overblijfselen van Kallostoren, en die van +het Huis te Britten, welke laatsten van tijd tot tijd zijn opgenomen +en beschreven.--In 1520 zijn de overblijfselen voor het eerst, van +onder de duinen, te voorschijn gekomen; toen vertoonde zich nog het +muurwerk ter hoogte van acht voeten. De paalhoofden der grondslagen +zijn in 1572, bij eenen aflandigen wind, voor het laatst gezien, +en thans liggen die overblijfselen reeds verre in zee. [14]-- + +Sommigen willen dat Texel omstreeks 1170 eene uitgestrekte landstreek +bevatte, welke in drie Graafschappen verdeeld was, waarvan er eene +Texel of Texele heette. + +Ten opzigte van Texel vinden wij bij Halma, (Toon. der Ned.) het +volgende opgeteekend: + +Texla, Texel, Tessel, is volgens een Giftbrief van Keizer Otto +den III, van het jaar 985, geweest een zeer groote Landtstreek, +in haaren omtrek bevattende al het landt, dat er is over Kinheim +(Kinnemum) en het Y, tusschen de Noordtzee, het overgroote Meer, +dat is, de Zuiderzee, en de Sala of Ysselstroom. Dese Landtstreek +wierd gedeelt in drie Graefschappen, namelijk Wasalant (aldus meenen +wij wordt dit woord recht geschreven) Kinhem en Texla, in een nauwere +betekenis; die de Keizer, nauwelijks een aankomende jongeling geworden, +meest op aanstaan en raadt van zijne Moeder de Keizerinne, en den +Aartsbisschop van Trier, door eene gifte alle te gelijk wechgeschonken +heeft aan Graaf Diderik den II, zijnde de Keizerinne Zuster van de +Schoondochter van Diderik, aan wier kinderen dit alles zou versterven; +en de Aartsbisschop Zoon van den Begiftiger. Te onderzoeken hoe verre +dit Graafschap zich uitgestrekt heeft, zou onnut en overtollig zijn, +dewijl ik meene, dat er hedendaags misschien nauwelijks iets meer +van overig is, behalven de Eilanden Texel en Wieringen. Dat er ook +een Kasteel is geweest van den zelfden naam, zijnde de Hooftplaats +van de Landtstreek (Pagi) en 't Graafschap, is daar genoeg uit af te +neemen, dat Graaf Willem de I, Ada, zijne overleden broeders dochter +in het jaar 1211, derwaarts gezonden heeft om daar bewaart te worden; +volgens hetgeen in het Perkamentboek van Utrecht verhaalt word van den +Schrijver, die in dien zelfden tijdt geleeft heeft. Deze landstreek +ziet men met den naam van Texla Pagus getekent tusschen de rivier [15] +Kinnem en de Hista Seu Isala inferior, dat is den beneden Yssel, in +de kaarten van den Heere Alting (Tab. II. Pars. II.) De drie mindere +Graafschappen, waar in deze landtstreek verdeelt wierd, ziet men Tab +VII. als Kinhem Comitatus over de Rivier Kinnem, langs de Noordtzee, +daar nu Texela, nu al een Eilandt zijnde, en daarop Texla Arx, dat +is, het Kasteel, zuidwaarts van Wierinx-lande, en noch meer naar +het zuiden toe Ulasalanda Comitatus, dat is, Graafschap Waaslandt, +zich uitstrekkende bijna tot aan Hoorn. Insgelijks Tab. VIII, daar +Wierink-Landt nu al naar een gedeelte als een Eilandt vertoont word, +van het vaste landt afgescheiden; naderhandt West-Frieslandt; alle +besloten tusschen de rivieren de Kinnem en de Isala of Isla. Wat +de benaming belangt, de Heer Alting oordeelt niet onwaarschijnlijk, +dat Texel of Tessel, zoo veel wil zeggen als 't Yssel, of Het Yssel, +en dat dit Eilandt van de rivier Sala, daar naarbij of doorloopende, +den naam gekregen heeft: want dat Tesselstroom, en Tesselgat, niet +anders kan betekenen als de Stroom en het Gat van den Yssel, of Ysaal, +dat is, van het Y Salica, of Saliorum. + +Dat het Graafschap Kinhem, dat hier Kinnemun genoemt wordt, niet +is Kennemerlandt, toont onze schrijver op het woordt Kinhem, en +Kinnemaria, alwaar van de gifte des Keizers Otto den III aan Diderik +den II gesproken wordt; als ook op het woord Hollandia, daar de Heer +Alting zegt, dat "de zuster van de Keizerinne Theophania getrouwt is +geweest aan Arnulphus, den zoon van Grave Diderik II." + +Bij denzelfden schrijver vinden wij omtrent Kinhem en Wasaland, +het volgende opgeteekend: + +"Kinhem wordt in den Giftbrief van Keizer Otto den III van het jaar +985 genoemt een Graafschap (Gerechtsbank) van 't landt van Texel (Pagi +Texellensis:) waarbij dese Keizer behalve andere plaatzen die aan dezen +kant des Rhijns lagen, onder de gehoorzaamheit van Grave Diederik den +II noch gevoegt heeft het geheele strandt tusschen Kinhem en het Vlie: +hoewel met gansch geen recht, en tegen het vast en gestadig gebruik +van de Keizeren uit het Huis van Karel den Grooten. Het Graafschap +Kenhem verscheelt derhalve van Kennemerlandt (Kinnemaria) dewijl +dit legt naar het westen van de rivier Kinnem, en aleer te vooren +door Gifte van Karel den Eenvoudigen onder Hollandt gebragt is: doch +dit Graafschap is noch ten tijde der Noormannen met dienzelven naam +bekent geweest, en van den schrijver Regino, Chinheijm genoemt; zoo +hij maar Kennemerlandt niet mede onder deze benaminge begreepen heeft, +omdat hier van daan eerst bequaame gelegentheit was om den Rhijn op +te vaaren, en voort te trekken naar Sunnemaria of Dennemarca; hetwelk +hij daar zegt dat geschiedt is. Welke de grenzen zijn geweest van het +verder gelegen Kinhem, naar het westen en noorden, is baarblijkelijk, +namelijk de stroom Kinnem en de Noordtzee. Doch hoeverre 't zich naar +het zuiden en oosten uitgestrekt heeft, is zoo net niet te bepaalen, +dan van den zuidtkant, daartegens aangestooten heeft het Graafschap +(Gerechtsban) van Maaslandt (immers zoo als er gedrukt staat) en +van den oostkant, die van Texel. In de kaarten van den Heere Alting +ziet men dit Graafschap Kinhem bepaalt tusschen de rivier Kinnem, +die bij Petten in de Noordtzee loopt, en tusschen het eilandt Texel +of de Helder, (P. II Tab. VII en VIII.) + +Doch in deeze laatste ziet men Kinnemaria, zich uitstrekkende langs +de Noordtzee van de rivier Kinnen af tot voorbij Haarlem: maar nergens +tot aan de Maas of den Maaskant." + +"Wasalant, onder de drie Graafschappen van het Landtschap Texel +(Texelensis pagi) wordt mede getelt Masalant. Immers zoo staat in den +gedrukten Giftbrief of Handtvest van Keizer Otto den III, in het jaar +985, zonder twijfel door eene schandelijke verbasteringe. Want wie +zou doch kunnen gelooven dat Maselandt, of Maaslandt, aan Texel grenst? + +"Ik gisse derhalven, dat in de oorspronkelijke Handtvest gestaan +heeft Wasalant, dat is Westland, en dat 'er het woordt Fries niet +tusschen gestelt is geweest, dewijl het zonder dat kenbaar genoeg +was; naardien daar gesproken wordt van Frieslandt gelegen aan den +anderen kant van de rivier Kinnem. Eveneens als Menco van Werum, +op het jaar 1256, met diezelfde spreekwijze de Friezen aan dezen +kant van het Vlie, alleenlijk Westlinge genaamt heeft. Invoegen +Graaf Diderik de II, door deze Gifte ook recht heeft gekreegen +op West-Fries-Landt, hetwelk is tusschen 't overgroote Meer (de +Zuiderzee) en de kleinere Meeren: dat is van het Y af tot aan den +Yssel. Want men vindt geene andere Gifte, uit kragt van welke de +Hollandtsche Graven zich dat recht hebben aangematigt." (Tot dus verre +de Heer Alting.) (Alting, Nat. Germ. Infer. Pars II, fol. 198.) Dat +Maaslandt in de voornoemde Handtvest van Keizer Otto den III, gestelt +wordt tot een zuidergrens van het Graafschap Kinhem, schrijft de +Heer Alting hierboven (zie Kinnem;) hoewel in den Giftbrief zelf +deze drie Graafschappen alleenlijk neffens malkander gestelt worden, +Masalandt, Kinhem en Texla; zonder eenige bepalinge van de gelegentheit +of grensscheidinge. Doch het is te verwonderen, dat noch de Hoog +Edele Heer Douza van Noordtwijk, noch Petrus Scriverius in zijne +Aanteekeningen over de Hollandtsche Kronijk, noch ook Mattheus Vossius, +noch de Heer Professor Ant. Mattheus, dit woordt niet gewraakt, en de +wanschiklijkheit daarvan aangetoont en verbetert hebben. Want het is +zonneklaar dat Maaslandt, Masalanda, in geenerlei maniere zich tot aan +Kinhem of Texel heeft uitgestrekt. Maar misschien is deze benaminge, +hoe ongerijmt ook, zoodanig gesterkt en gestaaft door de achtbaarheit +van Melis Stoke, dat niemandt daar aan heeft durven tornen. Want deze +zingt aldus in zijne Rijm-Kronijk: + + + "In die Graafschap, die men dus noemt, + Kinhem, Texela, ende Maeslant" + + +Welk woordt, indien het hier een gevoegelijke plaats kan hebben, zonder +van verbastering verdacht te zijn, moest men ten minste aanwijzen, +wat landtstreek dus genoemd is, en van waar men dien naam gekregen +heeft; waaromtrent de Uitgever van dien Rijmer ons geen bericht of +opening doet. Nu was het wel niet meer omslags te zeggen, dat dit +woordt door de Afschrijvers alzoo wel bij Melis Stoke is verbastert, +als in den Giftbrief zelf. Maar het komt mij niet onwaarschijnlijk +voor, dat deze schrijver waarlijk zoo geschreven heeft, en dat het +Afschrift bij hem gezien, zijnde ruim drie eeuwen nadat de Handtvest +gegeven was, toen al door onkunde en door vooroordeel van dezulken, +die liever eene kenbare benaming van Maaslandt, als eene ongewone +en onkenbare van Waaslandt, wilden aannemen en schrijven, bedorven +is geweest. + +Zoo dat bij geen mensch van opmerkinge en oordeel, meene ik, eenig +twijfel zal kunnen overblijven, of de ware naam is Wasalanda, +Wasalandt; gelijk de Heer Alting deze verbeteringe heeft opgegeven. + +Dit Graafschap Wasalandt (Wasalanda Comitatus) ziet men geteekent +in de kaarten van den Heere Alting, Tab. VII Pars II, tusschen de +Waterlandtsche meeren, dat is, de Schermer (Sciremere) de Beemster +(Bamastra) en de Purmer van den eenen kant; en tusschen den Yssel, +zoo als die uit de Zuiderzee, daar het meer Medemelacha heen stroomt, +van den anderen kant. Maar aangaande den oorsprong van deeze benaminge, +ben ik het met den Heer Alting gansch niet eens: En zoo ik diens +doorgeleerden schrijvers waarheitslievende bescheidenheid kenne, +zou hij, meene ik, zoo eene vergezochte en ongegronde verklaringe +niet opgevat hebben, indien hij met dit woordt een bequaamer uitweg +hadde gezien. Want wat gelijkvormigheit of overeenkomste heeft doch +Wasalanda met Westlandt? Onder zoo veele benamingen van dien tijdt, +die van dit West zijn 't zamengestelt, wordt het zelve meest altijdt +behouden, somtijts een weinig verandert, als in Wistrachia, maar +nooit in Wasa of Wase. En is het niet ongerijmt, en strijdig tegen het +geen de Heer Alting zelf, en anderen, van de Friezen, zoo Oostelijke, +als Westelijke, geschreven hebben, te zeggen dat West-Fries-Landt in +dien tijdt, ook daarna, een Graafschap of Landtstreek op zich zelven +is geweest, afgescheiden van de Graafschappen Kinhem en Texla? + +Immers heeft die Heer het heel anders begreepen, als hij Westfresia +bepaalt tusschen de rivier Kinhem en den Vliestroom, en het zelve +verdeelt in deze vier Graafschappen, een van Stavero, een van Texla, +een van Kinhem en het vierde Graafschap daar getekent Wasalanda +Comitatus. Ook kan men niet zeggen dat Wasalandt daar eigentlijk +voor een vierde gedeelte, en in deze Handtvest voor het geheele +Westfrieslandt genomen wordt; dewijl Texla en Kinhem daar neffens +hetzelve gestelt worden; dat echter maar gedeeltens van West-Frieslandt +zijn. Ook loopt dit rechtdraats aan tegens hetgeen op een ander plaats +gestelt word, namentlijk; "Dat Texla (Texel) volgens deeze Handtvest +van Keizer Otto den III, een zeer groot Landtschap is geweest, verdeelt +zijnde in drie Graafschappen, Wasalandt, Kinhem en Texla, in een nauwer +betekenis genomen." Maar in den Giftbrief, of Handtvest, wordt niet +gezegt dat Wasalandt een gedeelte is van Texla, alleenlijk worden deze +drie Landen of Graafschappen, in een rang en order, als aan den anderen +paalende, neffens malkander gestelt, als gelegen tusschen den Ystroom, +en den Yssel, zoo als die boven Texel in de Noordtzee gelopen heeft, +en deeze Westelijke Friezen heeft afgescheiden van hen die Oostelijker +woonden, en tot het Graafschap van Staveren (Comitatus Stavero) +behoorden. Wat meer is, de Heer Alting verdeelt geheel Frieslandt, +toen deeze benaming zich het allerverst uitgestrekt heeft, aldus: dat +het Westelijke genoemt is al het geen aan deezen kant van het Vlie was, +en daarom in de oude Friesche wetten Cisfli genoemt wordt. En daar hij +de zeven Friesche Zee-landen optelt, besluit hij het eerste tusschen +de rivier Kinnem, of het zeegat bij Petten, en het gat van 't Vlie, +"welk Zeelandt naar zijne gelegentheit," zegt hij, "en omdat het een +gedeelte van het oude West-Frieslandt is, hedendaags den naam van 't +geheel behoudt." Voorts zegt hij, "dat de naam Frisia Occidentalis, +dat is, West-Frieslandt, die zich weleer uitstrekte van het Vlie tot +aan de Schelde, naderhandt eigen is geworden aan dat gedeelte, het +welk besloten legt tusschen de rivieren Kinnem, den Vliestroom, het +Vliemeer, en de Noordtzee, en dat het dien naam behouden heeft, zelfs +nadat het door Grave Jan den I aan Hollandt gehecht, en naderhandt door +de groote watervloedt van het Graafschap Stavero, en een gedeelte van +Texel is afgescheurt."--Wel is waar, dat het geen in deezen Giftbrief +van Keizer Otto aan Grave Diderik geschonken wordt, al het Landtschap +Sunnemere, en wat er leit tusschen de Rivieren, dat is, Meeren, +Medemelacha en Chimelafara, behoort tot het westelijke Frieslandt; +echter volgt daar geenszins uit, dat Wasalandt zoo veel zou zeggen, als +West-Fries-Landt; te meer, dewijl in de geheele Handtvest de naam van +Friezen, of Frieslandt, niet eens vermeld wordt. De Heer Alting toont +wel aan dat Waterlandt (Waterlandia) in latere tijden onderscheiden +is geworden van West-Frisia, maar dat bewijs geldt niet ten opzigte +van den tijdt wanneer het Handtvest gegeven is: en noch minder volgt +daaruit, dat dit eigentlijk gezegde West-Frieslandt, door dit Wasalanda +zou verstaan worden.--Om echter de benaminge van Wasalandt stant te +doen houden, en te doen gelden boven het wanschikkelijke Masalandt, +zegge ik, dat dit woordt zoo veel als Waterlandt, en dat wasa, waze, +waes, beteekent water, slijk, modder. + +"Nu laat ik het aan eens ieders oordeel en bevattinge, te bepaalen, +waar dit Wasalandt moet worden gestelt, vereenigt zijnde en grenzende +aan Kinhem en Texla. Wat mij belangt, dewijl ik gisse dat Sunnemere, +zoo als de Heer Alting het beschrijft, zich uitstrekte van den +Rhijn tot aan den Ystroom; zou ik denken, dat door dit Wasalandt +verstaan moet worden het geheele hedendaagsche Waterlandt, en wat +er meer is, zoo verre de Purmer, de Beemster en de Schermer zich +hebben uitgestrekt, en misschien tot aan de Rivier of liever het +Meer Medemelacha toe. Invoege dat deze drie Graafschappen, in den +Giftbrief vermeldt, te zaamen uitgemaakt hebben het grootste gedeelte +van het hedendaagsche West-Frieslandt, of al wat er besloten is +tusschen het Y, de Zaan, de Schermer en de rivier Kinnem van den +eenen kant, en den Yssel, boven Texel in de Noordtzee stortende, van +den anderen kant." Ook moet noch de oudtheit van de Handtvest, noch +de geloofwaardigheit van Melis Stoke, deeze verbeeteringe, waardoor +men Wasalandt voor Masalandt stelt, bij niemand verdacht of minder +aanneemelijk maaken; "--aangezien ook in vele andere oude Handtvesten +en Gedenkstukken, sommige namen verkeerdelijk zijn opgegeven iets, +dat alleen aan de onkunde der Afschrijvers moet geweten worden."--De +Heer Van der Does, heeft de ongerijmtheit van het woordt Masalandt +zelf al gemerkt schrijvende aldus: "In den voorgemelden Giftbrief van +Keizer Otto is alles klaar en duidelijk, uitgenomen eenige ouderwetsche +en versleete benamingen van plaatzen," enz. + +Texel's oppervlakte, welke daarna meer en meer, door tal van +watervloeden, werd verkleind, bedroeg naauwelijks de helft van den +tegenwoordigen vlakken inhoud, en bestond behalve uit duinen, schorren, +poelen, kreken of slufters, en onbeduidende droogten: uit 28 te zamen +vereenigde polderlanden, waarin de Burg, de Hoorn, de Westen, de Koog, +het Oude Schild, de Waal en Oostereind gevonden werden.-- + +Dat het eiland Texel bij de Romeinen bekend geweest zij, is genoegzaam +buiten twijfel, ja, het is zelfs meer dan waarschijnlijk, dat dit volk, +hier een gewoon verblijf heeft gehouden. De naam en ligging van de +voornaamste plaats, den Burg, schijnt zulks duidelijk aan te toonen, +en men wil zelfs met zekerheid weten, dat de Romeinsche veldheer +Drusus, de stichter van den oorspronkelijken Burg, zoude geweest +zijn. De tegenwoordige Hervormde kerk aldaar, staat op een heuvel, +vroeger omringd door eene gracht of sloot, de Burggracht geheeten, +die vroeger veel breeder schijnt geweest te zijn, en welke heuvel, +dezelfde moet zijn, waarop Drusus zijne sterkte bouwde. + +Ook zijn in het begin der vorige eeuw, aldaar eenige Romeinsche +penningen gevonden, waarvan ik de afbeelding heb gezien; terwijl eene +vroeger ontdekte tumulus of begraafplaats, mede als een overblijfsel +van de Romeinen beschouwd moet worden, aangezien de daarin gevondene +voorwerpen, de duidelijkste sporen, van Romeinsche herkomst met zich +voeren.--Ook heeft men voor eenigen tijd, in eenen voormaligen heuvel +op Texel, de Sommeltjesberg geheeten, doch die nu geslecht is, en op +kleinen afstand oostwaarts van de Waal lag, eenige Romeinsche oudheden +gevonden, bestaande in een aantal metalen huisgeraden, waarbij een +ketel, in welks binnenruimte een merk en, met kleine letters de naam +Mutufiof, als ook metalen, in elkander sluitende lepels, met den naam +Adrianus F. + +Ook is het zeer waarschijnlijk, dat de Romeinen zich op Texel van +levensmiddelen en verdere noodwendigheden voorzien zullen hebben; alzoo +het onbetwistbaar schijnt te zijn, dat Texel voormaals veel grooter +is geweest. Immers moeten de 40 geduchte watervloeden tusschen 860 en +1170, waarvan de schrijver van het oude Bataviesche Zeestrand, gewag +maakt, en die van de jaren 1395, 1400, enz. veel lands aan het eiland +ontroofd hebben, terwijl er betrekkelijk het bosch of woud, dat aan +de Noord zijde van Texel gestaan heeft, nog valt aan te merken, "dat +omtrent veertig jaren vóór dat Junius zijne Batavia schreef, Pieter +van Santen, schout van Texel, op het Raadhuis had doen aanteekenen, +het getuigenis van eenen Texelaar, die toen honderd en twintig jaren +oud was, maar noch wèl te pas en gaauw was, en die heilig, en in alle +opregtheid verklaart hadt, dat aldaar in zijnen tijd noch een bosch +had gestaan, waarvan, volgens het getuigenis van Junius, noch veele +stronken omtrent den jaare 1550, onbeweegelijk in den grond van de zee +zaten; waarom de schippers dien hoek vermijdeden; vermits zij, hunne +ankers aldaar werpende, dezelve zoo vast in die stronken raakten, +dat zij ze onmogelijk konden opwinden, en dus genoodzaakt waren, +hunne kabels te kappen [16]."-- + +Ook verhaalt men nog, dat er voor ruim derde halve eeuw, op de hoogte +van het dorp de Koog, zoo veel voorland en uiterwaard lag, dat een +boer niet meer dan drie vrachten daags met zijn hooiwagen kon halen.-- + +Van tijd tot tijd is Texel's oppervlakte echter zeer uitgebreid. De +onderscheidene bedijkingen, sedert 1488 tot op dezen tijd, hebben +haar zelfs meer dan verdubbeld, zoodat dit eiland, behalve de +reeds hierboven bedoelde 28 polderlanden, nog de volgende polders +bevat; t. w. Waal-en-Burg, het Grie, Burger-Nieuwland, de Kuil, +het Hoornder-Nieuwland, het Weezenspijk, het Eijerland, de Eendragt +en de Prins-Hendrik-Polder, terwijl men er vroeger nog den, in 1792 +ingevloeiden polder Hoorn-en-Burg had.-- + +In de bovengemelde lijst van goederen behoorende aan de +St. Maartenskerk te Utrecht, blijkt, dat een derde gedeelte van Texel +(of zoo als het daar heet, Texle) of, ten minste een derde gedeelte, +van hetgeen in Texel tot de kerkelijke schatkist of inkomsten behoorde, +der Utrechtsche kerke toekwam, welke in dien tijd door zeker priester +Sijbrand, die twee broeders had, Lintraven en Ostraven, uit naam van +Utrechts 12n Bisschop, Otbalt of Odibald, bestuurd werd. + +In het laatste gedeelte der 10e eeuw, en bepaaldelijk in het jaar +985, werd Dirk III, graaf van Holland, door keizer Otto III, met +den erfelijken eigendom van het landschap of graafschap van Texel +begiftigd, hetwelk deze graaf reeds vroeger in leen bezeten had; +en nu hadden de Texelaren hunne lotgevallen met de Kennemerlanders +gemeen. [17] + +Meermalen deelde Texel in de droevige gevolgen van oorlogen en +verdeeldheden, en was het ook getuige van krijgstooneelen. Zoo +bedwong Graaf Floris in 1182 of 1183, de Friezen op Texel, en ook +op Wieringen, hen noodzakende, om hem, bij wijze van brandschatting, +4000 markzilvers, op te brengen. Ofschoon de waarde dezer som thans +moeijelijk te bepalen is, is het echter zeker, dat zij, voor dien +tijd, zeer aanzienlijk was.--Ten jare 1204, werd Gravin Ada, door +Graaf Willem I, in eenen kelder(?) aan den Burg op Texel in verzekerde +bewaring gesteld; waarop wij later, bij de plaatsbeschrijving van den +Burg zullen terugkomen. In 1288, hadden de bewoners van Texel zich, +in verbinding met de Drechter Friezen, tegen de ondernemingen van +Graaf Floris V tegen de West-Friezen, verzet, welke aankanting tot +in 1289 duurde, toen zij zich aan Floris onderwierpen. + +Uit eene oude aanteekening, blijkt, dat Texel als een grafelijk +leen in bezit is geweest bij Jan van Henegouwen, Heer van Beaumont, +die den bewoners, bij handvest van 1317, alle regten toestond, welke +door zijnen broeder, Grave Willem III, bijgenaamd de Goede, aan die +van Drechterland en Hoogwouder-Ambacht, vergund waren. [18] Naderhand +hebben zijne opvolgers uit den huize van Chatillon, Graven van Blois, +mede verscheidene voorregten aan de bewoners van Texel gegeven. + +In 1383 werd Texel eene vrije jaarmarkt toegestaan, welke gehouden +moest worden 3 dagen vóór, en 3 dagen na St. Jan. De plaats van deze +markt of kermis, begon aan de Nieuwe Brug en strekte zich van daar +uit tot aan Jan Schoemakers Huis. + +Ook werd toen bepaald dat, indien iemand zich vergrepen had aan een +beest of vogel, niet meer waardig zijnde dan 42 schellingen, de boete +ook niet boven die som mogt gaan. + +Men mogt toen op Texel vrij visschen en vogelen. + +Een getrouwd man kon maar de helft van zijn goed verbeuren.-- + +Na den dood van Guij van Blois, verviel dit leen aan Hertog Albrecht +van Beijeren, omstreeks 1398, in welk jaar den Ouden Hoorn, op Texel, +door de Friezen verbrand werd.--In een zeer oud handschrift, vind ik, +dat op dit eiland, de volgende ordonnantie, werd bepaald: "De Baljuw, +Schout noch Regter mogen tappen; noch aan eenig ingezetene drank +verkoopen; geen wijn, van uitheemschen gekocht, binnen Texel te tappen, +geen heuschbeden of geld meer te betalen aan nieuwe Ambtslieden; +provisoren niemand verder te dragen dan tot hunne Zeenten.--Koorn +mag vrij van Texel vervoerd worden." + +Hertog Albrecht, schijnt het leen Texel aan zijne tweede gemalin, +Margaretha van Cleve, geschonken te hebben, aangezien men een handvest +van haar vindt, van den 9 Junij 1401, dat door meergemelden Albrecht, +in datzelfde jaar bekrachtigd werd. Ook bezat zij het na Albrecht's +dood, blijkens een brief, gegeven in Texel, den 1sten September +1405.--Hertog Willem VI, Graaf van Holland, vaardigde den 26sten +Maart 1414, naar stijl van den Hove (alzoo in 1415) een besluit uit, +waarbij de Texelaars, het poortregt en gelijke vrijdommen als die van +Alkmaar bezaten, in welke regten zij dan ook door Schout, Schepenen +en Raden der stede Alkmaar, in het jaar 1434 zijn erkend.--Onder +anderen, werd bij die verordening bepaald, dat er, "binnen de stede +van Texel 13 Schepenen zouden zijn, als: in de Kerszoekingen Den +Westen 3 Schepenen; Burgt 4, Waal 3, en Oostereind 3, door den Schout +te kiezen Ter Burgt, in de kerke up ten Goeden Vrijdag: goedstijds, +voormiddags, bij zijnen eede, van de rijkste, vroedste en redelijkste +knapen."--Voorts dagteekent het bepaald bezit der Mielanden benevens +de Wind-Koorn- en Lammertienden, op Texel, mede van 1415, welke regten +die van Texel eertijds, onder een erfpacht van 50 nobelen 's jaars, +bezeten hadden.-- + +Na den dood van Willem IV, heeft zijn weduwe deze regten, welke +eenigzins in verval schijnen te zijn geraakt, hersteld. Margaretha +van Bourgondië, moeder van Vrouwe Jacoba, heeft de heerlijkheid +van Texel in lijftogt bezeten, hetwelk blijkt uit een octrooi, +door haar in 1436 gegeven, om den polder van Wal- of Waal-en-Burg, +benevens eenige andere nabijgelegen polders te bedijken. De eerste +bedijking van Waal-en-Burg dagteekent van den jare 1436. Deze polder +brak daarna weder in, en werd andermaal bedijkt in 1612, toen zijnen +vlakkeninhoud 700 morgen lands bedroeg.-- + +Krachtens de bezittingen, welke Vrouwe Margaretha van Bourgondië +gehad heeft, vindt men waarschijnlijk onder de privilegiën van Texel, +het handvest van Hertog Filips van Bourgondië, wegens den eed, door +haar afgelegd aan al de ingezetenen der landen, die hem, na den dood +van Vrouwe Margaretha, weder waren aanbestorven. + +Genoemde Hertog beloofde, in 1442, voor hem en zijne nakomelingen, +de heerlijkheid en het land van Texel in hooge of in lage geregten +nooit te zullen verkoopen of vervreemden. De Texelaars verloren echter +onder het bestuur van dezen vorst, alle hunne regten en handvesten, +naardien zij zich, omstreeks 1426, met de Kennemers [19] oproerig en +wederspannig jegens hunnen landheer betoond hadden, en zelfs gepoogd +hem de stad Haarlem te ontweldigen. + +Dit vonnis werd hun echter 30 jaren later, gelijk met het opbrengen +van zekere ongewone belasting op de haardsteden, kwijt gescholden en +zij weder in hunne vorige regten hersteld. + +Zij moesten van elke haardstede 4 grooten's jaars betalen; benevens +andere straffen, breeder vermeld in de sententie tegen hen, gegeven in +1426; terwijl wij ten opzigte van de tienden, welke aan de tiendenaren +moesten verstrekt worden, het navolgende lezen: + +"Zij zullen ons tienden geven, den elfden schoef: de eigenaar is +verpligt als het koorn rijp is, den tiendenaar driewerf te roepen, +telkens zoo luid dat men het hooren mag over 7 akkeren: en komt de +tiendenaar dan niet, dan mag de eigenaar het koorn uitzetten bij +twee van zijne geburen, en den tiende een etmaal houden: na dien +tijd er schade aan geschiedende, is de eigenaar niet gehouden tot +vergoeding:--Voorts zullen die van Texel ons geven eens vronen schuld, +(vroon is vrijdom van alle lasten, schattingen, loon, enz.) ten ware +wij hen daarvan verdragen wilden." [20]-- + +De Graven van Holland hadden omstreeks 1415, ter inning hunner renten, +aldaar, op Texel eenen bijzonderen Rentmeester. + +In 1489, was Claas Korf, Rentmeester, van wien aangeteekent staat, "dat +hij onheuslijk zijn voordeel gezocht had, uit eene aanstaande reductie +der munt, waarover later, in 1506, zijne erven zijn aangesproken."-- + +Ten jare 1442 komt Texel voor, onder de benaming van het gemeene land +van Texel, doorgaans het land van Texel geheeten.--Omstreeks dezen +tijd werd Keizer Maximiliaan Opperschout [21] van Texel, en werd er +om de 14 dagen Poortregt, d. i. Regtdag gehouden. Deze verandering +is echter spoedig daarna vervangen door eene andere, waarbij bepaald +werd, dat er drie maal per week poortregt zoude gehouden worden.-- + +Jan van Naaldwijk, kennis verkregen hebbende, van de onlusten en +opschuddingen, welke omstreeks den jare 1491 in het noordelijke +gedeelte van Holland plaats hadden, vond het geraden, zich derwaarts +te begeven, ten einde er, zoo het mogelijk ware, eenig voordeel, +tot ondersteuning en bemoediging zijner toen verzwakte partij, uit +te trekken.--Hij vertrok dan ook werkelijk in Julij van dat jaar, +met zijne vloot uit Sluis, landde naar eenen voorspoedigen togt op +Texel, hetwelk hij, benevens het eiland Wieringen, bemagtigde.--Hij +trachtte al aanstonds deze eilanders te doen begrijpen, dat, in stede +van herwaarts te zijn gekomen, om hen leed of schade te berokkenen, +hij hier kwam, om hen voordeel en rust te bezorgen, om hen van de zware +schattingen te bevrijden, waaronder zij gebukt gingen, en eindelijk, +om de rust in het land te herstellen en te verzekeren.-- + +Hierdoor verkreeg hij dan ook weldra eenen grooten aanhang. Hij hield +zich, gedurende het grootste gedeelte van den zomer, op en in de +nabijheid dezer eilanden op, en maakte met zijne vloot de Zuiderzee en +noordelijke zeegaten, onveilig.--Terwijl eenige zijner partijgangers +zich, doch te vergeefs, van de stad Hoorn poogden meester te maken, +vond Jan van Naaldwijk gelegenheid, om de hoofden van het zoogenaamden +Kaas- en Brood-spel, de behulpzame hand te bieden.-- + +De bewoners van Texel mengden zich toen ter tijd, nevens die van +Kennemerland, in de onlusten, die door het Kaas en Broodvolk gesticht +werden, waarover zij naderhand door den Hertog van Saxen zeer gevoelig +gestraft werden.-- + +25 Personen van Texel moesten in het zwart, ongegord, blootshoofds +en barrevoets, knielende om vergiffenis voor hunne rebellie te +komen smeeken. Al de handvesten des eilands moesten gesteld worden +in handen van den Hertog, terwijl deze de straffen aan zich hield, +waarmede de tot den vijand overgeloopen eilanders moesten gekastijd +worden. Zij moesten zijn huis of kasteel sterk maken (in weerbaren +toestand brengen) naar inhoud der brieven, hun door den Raad van +Holland toegezonden, terwijl zij daarenboven nog 1000 Andriesguldens, +gelijkstaande met f 5000, boete betalen en gedurende twee maanden, +aan 25 door hen uit te rusten manschappen, soldij en leeftogt moesten +verstrekken, welke manschappen onder bevel van den Schout dienen +moesten, om de rust op het eiland te bewaren.-- + +Naar alle waarschijnlijkheid zullen hun de toen verlorene regten en +privilegiën òf te gelijk met de andere Kennemers en Kennemervolgers, +òf in Maart 1494, zijn teruggegeven. Althans het regt van wind-, molen- +en lammertienden [22], dat zij tegen eene uitkeering van 40 Nobelen, +van 8 schellingen groete, Vlaamsche munt, 's jaars in erfpacht bezaten, +en welke aan Jan van Borrij, Baljuw of Casteleijn van het slot te +Medemblik, waren overgegeven, werden hun in laatstgenoemd jaar weder +opgedragen. [23] + +Omstreeks het begin der 16e eeuw, schijnen de zeeweringen op Texel +zich in geenen gunstigen toestand bevonden te hebben, althans +vinden wij, dat die van Texel, in 1509, aan hunnen landsheer een +beklag inbragten, "over de groote gevaren der zee, waartegen eertijds +voorzien was geweest door Vrouwe Maria van Bourgondië, die ook hunne +oude privilegiën bevestigd had, bij een nieuw privilegie gegeven te +Loven, den 28sten Mei 1477; behelzende onder meer de vier Raadsmannen +des maandags te kiezen na Palmzondag: 26 mannen ieder rijk 100 nobelen +ofte meer: hieruit kiest de Graaf, of de Schout in 's Graven naam, +noemt en beëedigt op Goeden Vrijdag 13 schepenen. De Raadsmannen +beëedigd zijnde, kiezen vijf Heemraden, door den Schout te beëedigen: +deze stellen keuren op de dijken, sluizen, wateringen en wegen."-- + +Zeer rampspoedig was voor het eiland Texel het jaar 1522, toen het door +de Geldersche Friezen tweemalen zeer zwaar gebrandschat werd. Deze +woeste, op roof en buit verhitte, benden, landden hier in den zomer +van bovengenoemd jaar, met eene vloot van 20 sterk bemande schepen, +tweemaal aan. De eerste reis vorderden zij eene brandschatting van +8000 Filipsguldens (ongeveer f 40,000, van onze munt.) + +Hiermede echter nog niet voldaan, eischten zij spoedig daarop eene +tweede brandschatting van 10,000 Filipsguldens (bijna f 50,000.) + +Doch niet alleen, dat die van Texel van vreemden overlast te lijden +hadden, ook hunne eigene overheid trachtte hen, in 1525, met zwaardere +lasten te drukken: + +Immers lezen wij in eene oude oorkonde, Anno 1525, het volgende: + + + "In dit jaar wilde men die van Texel, de nobelen voor molen-, wind- + en lammertienden, die zij à 50 Stuivers gewoon waren te betalen, + tegen 85 St. berekenen, en dan nog wel met den achterstand van + vroegere jaren."-- + + +Deze verhooging van belasting is echter niet in werking gebragt, +aangezien wij lezen: + + + "doch hun dat kwijtgescholden, en het regt verleend om ten eeuwigen + dage te kunnen betalen, de nobel tegen 50 st.;-- + + "de wind-, molen- en lammertienden bedroeg des f 250 's jaars, + op Meidag te betalen, zijnde de Meijlanden (waarschijnlijk + de Miendlanden) voor lang daar af, en aan de Grafelijkheid + getrokken;"--Iets lager staat: "dat die van Texel worden + gegund, geoctroijeerd en geaccordeerd, in eeuwigen erfpacht, die + windmolens, metten winde, alzoo die ter tijd stonden binnen die + voorschreven stede van Texel,--die jaarlixe lammertienden aldaar, + en die Meijlanden binnen derzelver stede gelegen: uitgenomen den + Waal,--den Holleweg--die Lijmculen--Langewaal en dat Hooiland, + gelegen aan de Oostzijde van dat hoppe, langs an Zegendijk, + die den Rentmeester van 's Graven wege doet verpachten." [24] + + +In Maart 1571 deden de Watergeuzen eene landing op Texel, en bedreven +er veel moedwil en schade. Zoo verbrandden zij er het huis van den +Schout en eene kerk, waarschijnlijk de kerk van het dorp den Westen, +en namen bovendien nog eene vloot van meer dan 30 schepen weg. + +Dan niet slechts had Texel in den loop der tijden door toedoen +van menschen veel schade te lijden, ook het water, dien algemeenen +en met reden, zoo algemeen gevreesden vijand van Hollands kusten, +benadeelde menigmalen dit belangrijke eiland. Vooral waren het de +hooge en geduchte watervloeden van de jaren 1625, 1628 en 1629, +die ook hier veel schade veroorzaakten. Den 3den November van het +jaar 1638 strandden er op de kusten van dit eiland 85 zeeschepen, +met eenen zuidwestelijken storm.--Den 18den December 1660 bleven er +van de 155 schepen, 38 voor anker liggen, de overigen strandden of +kapten bij tijds hunne kabels. Op het einde van 1683 kwamen eenige +oorlogschepen uit Zweden hier voor gaats, en werden door eenen zwaren +storm overvallen; daarbij strandden: de Hollandia, van 84 stukken en +450 koppen, het volk gered; de Woerden, van 72 stukken en 350 koppen, +waarvan 58 gered, de Tijdverdrijf, van 54 stukken en 230 koppen, +waarvan 15 gered, de Prins te paard, van 54 stukken en 230 koppen, +allen verdronken; de Leeuwin, van 54 stukken en 230 koppen, allen +gered; de Gouda, van 42 stukken en 175 koppen, grootendeels gered, +alsmede nog twee oorlogschepen van Enkhuizen en Hoorn en verscheidene +koopvaarders.-- + +Omstreeks eene eeuw later, stelden de Engelschen vele, doch gelukkig +vruchtelooze pogingen in het werk, om eene landing op dit Eiland te +beproeven. In Julij 1672 namelijk, vertoonde zich eene Engelsche vloot, +van 60 zeilen, voor den Helder, met het plan om in Noord-Holland +eene landing te doen, en alzoo Amsterdam van de Noordzijde te +bedreigen. Zeker was zoodanige onderneming op dien oogenblik ligter +ten uitvoer te brengen, dan een paar maanden vroeger, want onze vloot +was door gedwongen afdanking zoo schaars van volk en krijgsvoorraad +voorzien, dat zij, naar het oordeel van De Ruiter zelven, niet meer +tegen den vijand bestand was. Doch, was onze vloot buiten staat om te +strijden, ditmaal namen de elementen voor ons den strijd op. Op den +dag, welken tot de voorgenomen landing op Texel bestemd was, verhief +zich een hevige storm uit het zuidwesten, (anderen zeggen noordwesten) +die gedurende drie weken bleef woeden, twee vijandelijke schepen deed +stranden, vele andere zwaar beschadigde, en de geheele vloot van de +kust deed afdrijven. + +Volgens eene latere, vrij algemeen verspreide, en bijna algemeen +geloofde volksoverlevering, zoude de mislukking der voorgenomene +landing veroorzaakt zijn geworden door eene dubbele ebbe (een niet +geheel ongewoon verschijnsel op onze kusten) gevolgd door eenen +noordwesten storm.-- + +In 1756 had in de nabijheid van Texel een voorval plaats, dat zeer +veel opziens baarde. + +Een Duinkerksche kaper, die zich tot uitoefening van zijne kwade +praktijk van een Zeeuwsche poon of Goereesche vischschuit bediende, +hield op eenen Engelschen koopvaarder aan, die van New-York naar +Amsterdam gedestineerd was, en digt bij het Nieuwe Diep ten anker +lag; en dewijl men volstrekt geen vermoeden had op kaperij in eene +onzijdige haven, en vooral niet van de zijde eener Zeeuwsche poon of +vischschuit, viel den kaper de bemagtiging zeer ligt. De kaper zeilde +daarop met het prijsgemaakte schip naar zee, en riep den zoogenoemden +praaischipper in het voorbijzeilen toe: "Ik weet wel, dat Frankrijk +en Holland het eens zijn." [25] + +Weldra echter leverde de Engelsche gezant over dit feit zijne klagten +bij de Algemeene Staten in, waarbij de prijs in denzelfden toestand, +als waarin hij genomen was, werd terug geëischt. De Staten gaven +aanstonds aan dien eisch gehoor, en gelasteden hunnen afgezant aan +het Fransche hof, Lestevenon van Berkenrode, daaromtrent bij de +Fransche regering te onderhandelen, hetwelk, echter niet zonder veel +moeite, ten gevolge had, dat het prijsgemaakte schip met zijne lading +teruggegeven, en daarmede aan den eisch van het Engelsche Gouvernement +voldaan werd.-- + +In December 1789 hadden er op Texel vele woelingen plaats, ter oorzake +eener aanstelling van de Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier, +waarbij Mr. Gerrit Buijskens, tot Schout en Dijkgraaf van Texel en +Baljuw van Eijerland benoemd was. Genoemde Buijskens, in September 1786 +door de Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier tot voormelde +waardigheden aangesteld, had zich in deze betrekking met allen lof +van zijnen pligt gekweten, en was, ofschoon der patriotische zijde +toegedaan, in dezelve gebleven, en op het einde van Wintermaand +1787 weder derwaarts gereisd. De heffe des volks uit de gemeente +Oostereind,--waarschijnlijk aangemoedigd door de Burgemeesters van +de Waal en Oostereind, welke hem als zoodanig weigerden te erkennen, +aangezet door zekeren Lammert Dijke, kwam, vereenigd met die van het +Oude Schild, en aangevoerd door den schipper van 's Lands schuit met +eenige roeijers op den Burg, van welke plaats Buijskens de Regenten +op het Raadhuis deed vergaderen, ten einde naar tijdsomstandigheden +een besluit te nemen. Dan, zoodra had echter de zaamgevloeide en niets +dan oproer en geweld in den zin hebbende volkshoop dit niet vernomen, +of men bezettede den Burg, benevens het huis van den Schout, en sloot +alle toegangen zoodanig af, dat men er niet dan met het grootste +gevaar uit konde komen. De zaak verkreeg nu een ernstiger aanzien; +was het tot hiertoe bij razen, vloeken, schelden en dreigen gebleven, +thans kwam het tot dadelijkheden.--Men hieuw met den sabel, men perste +geld af, en besloot eindelijk met het openloopen van de huisdeur, +waardoor Buijskens eindelijk genoodzaakt werd te besluiten tot de +afzegging van de voorgenome vergadering der Regenten.-- + +Dit geweldig rumoer hield aan tot des avonds zes uren, toen vier +personen, welke zich Afgevaardigden of Gecommitteerden van de +oproerige volksmenigte noemden, ten huize van Buijskens kwamen, en +hem uitnoodigden, zich met hen naar hunne principalen te begeven, +verklarende, dat zij, in geval hij zulks mogt weigeren, niet voor +het behoud van zijn leven en van dat zijner echtgenoot en woning, +te kunnen instaan. Buijskens, door den nood gedwongen, gaf gehoor +aan hunne uitnoodiging, en volgde deze zoogenaamde Gecommitteerden +naar de herberg De Vergulde Kikkert, alwaar hij voor eene vergadering +van 25 man werd gebragt, waarin de reeds genoemde Lammert Dijke het +woord voerde. Deze vroeg hem, op wiens bevel en waartoe hij thans +op Texel was gekomen.--Het antwoord van Buijskens, dat hij begreep +desaangaande aan niemand verantwoording verschuldigd te zijn, dan +aan Hun. Edel Mog., deed, zoo als trouwens te verwachten was, niets +af. Evenmin het vertoonen van het besluit der Gecommitteerde Raden, +waarbij hij in zijne waardigheid was aangesteld. Het opgeruide volk +kwam niet tot bedaren, noch verstond reden, vóór dat hij beloofd had, +binnen den tijd van drie etmalen Texel te verlaten, en zijn ontslag +te verzoeken.--Buijskens begaf zich dien ten gevolge naar Amsterdam, +van waar hij aan Gecommitteerden Raden van het Noorderkwartier, +een breedvoerig verslag van het voorgevallene toezond.--Dit had ten +gevolge, dat deze eene bezending naar Texel afvaardigden, die het +gehouden gedrag der Texelaars ten zeerste afkeurde, doch het geraden +vond, om, "uit overweging van de volstrekte onmogelijkheid, om hem, +Buijskens, in zijnen post te doen voortgaan, zonder het eiland, +zoowel als zijn persoon, aan verregaande gevolgen bloot te stellen, +en omdat hij uit overtuiging daarvan zijn ambt geresigneerd had," +Buijskens van zijn ambt ontsloeg, waarmede de bewegingen ophielden.-- + +Ook gedurende de komst en overheersching der Franschen hier te lande, +was Texel meermalen getuige van vrij levendige bewegingen. + +Dit eiland, dat bij den aanvang van het jaar 1795, door het +menigvuldige ijs, op de reede, gedurende eenen geruimen tijd, alle +regtstreeksche gemeenschap met den vasten wal moest derven, verkreeg +eerst op het einde van Januarij des volgenden jaars, 1796, kennis van +de komst der Franschen aan den Helder;--en, alhoewel de Texelaars +voor verreweg het meerendeel, bekend stonden, als sterk verknocht +aan het doorluchtig Vorsten Huis van Oranje-Nassau, ontbrak het +hier, evenmin als elders, aan andersgezinden of patriotten. Groote +en luidruchtige vreugde heerschte er bij deze laatsten, toen zij +vernamen, "de Franschen zijn tot ons overgekomen", nu zal het zijn: +Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap, en even als op andere plaatsen, +werden ook hier, op alle dorpen van het eiland, vrijheidsboomen +geplant. De onderscheidene gemeenten kwamen te zamen, en verkozen +hunne eigene volksvertegenwoordigers en regeringsleden. De Schout, +Cornelis Theodorus Elout, een man, die in de algemeene achting +der eilanders deelde, werd door de burgerij uitgenoodigd om aan +het bestuur te blijven, terwijl de Secretaris, Cornelis Maronier, +zijnen sedert 1787 verlaten post weder aanvaardde.--Eenige Fransche +krijgsgevangenen, die zich sedert November op dit eiland bevonden, +herkregen door dezen zamenloop van omstandigheden hunne vrijheid, en +deelden met hun gansche hart in de vreugde der Patriotsche burgers van +Texel. Deze nu vrijgelaten Fransche krijgslieden werkten zeer mede tot +het behoud der goede orde, rust en eensgezindheid der burgerij, terwijl +de Chef de Brigade Cantagnelle, inzonderheid door zijne welwillende +raadgevingen, de nieuw verkozene volksvertegenwoordigers bijstand bood. + +Toen daarop in 1799, tijdens de landing van de Engelschen en Russen in +Noord-Holland, de geringe magt, welke zich te dien tijde hier bevond, +en die uit omstreeks een 60 tal manschappen bestond, in het laatst van +Augustus Texel verlaten had, werd het den 29sten dier maand door de +Engelschen, namens den Koning van Engeland en den Prins van Oranje, +in bezit genomen. Alle openbare gebouwen werden in beslag genomen +en ingerigt tot kazernering van een korps, dat zamengesteld werd uit +overloopers en vrijwillige zeelieden, terwijl tevens de burgerij met +de inkwartiering van nog andere troepen belast werd. + +Door dezen zamenloop van omstandigheden werd de toestand van Texel's +inwoners steeds hagchelijker, aangezien in de behoeften, welke thans +grooter dan gewoonlijk waren, bij gebrek van toevoer, niet kon worden +voorzien; hier kwam nog bij, dat de Engelschen alles opkochten en naar +hunne vloot verzonden. Hierdoor ontstond welhaast zulk eene schaarschte +van levensmiddelen, dat er den 15den September geene erwten, rogge noch +boter, en slechts voor zes dagen gort aanwezig was. En, ofschoon men +op de klagten daarover wel eenige maatregelen tot wering van gevreesd +gebrek nam, zoo werden de Texelaars niettemin in de volgende maand +genoodzaakt, den Engelschen 840,000 ponden kaas te leveren. Dan, +weldra waren de Texelaars van dezen overlast bevrijd, daar de vijand +reeds in November ons vaderland, en dus ook Texel, ontruimde. + +Ook onder het Fransche bestuur had Texel, boven vele andere plaatsen, +zwaar te lijden. De handel, die milde bron van welvaart, ook voor dit +eiland, was ten eenemale gestremd, terwijl het, boven de willekeurige +opschrijving voor de krijgsdienst, nog genoodzaakt werd tot levering +van 120 kustbewaarders, onder Fransche bevelhebbers, wier ongehoorden +dwang vele huisgezinnen tot den bedelstaf bragt. + +Ook hier pleegden de douanen schandelijke afpersingen en kwellingen, +terwijl de meesten der, van tijd tot tijd elkander aflossende, +plaatskommandanten, maires, enz., zich door mishandeling, +onregtvaardigheid, ja door allerhande verdrukking, als geessels +der menschheid deden kennen. Geen wonder voorzeker, dat de brave en +vaderlandslievende Texelaars, welke ook hier sedert lang met ongeduld +den slavenketen dier ondragelijke overheersching torschten, op het +eerste gerucht van der Franschen aftogt uit Amsterdam, en de aldaar +en elders ontstane bewegingen, zich ook hier gelden deden. Op den +18den October wapperde dan ook Hollands driekleur van den kerktoren +te Oostereind. De Fransche adelaars werden van de huizen der beambten +weggenomen; algemeen heerschte vrolijkheid en leven, zonder dat eenige +baldadigheid hunne hartelijke en uitbundige vreugde onteerde. Dan, +weldra werd Texel's burgerij, door de strenge maatregelen van den aan +den Helder bevelvoerenden Admiraal Verhuell tegen deze vreugdefeiten +genomen, genoodzaakt, om Hollands vlag weder te strijken, en de +herstelling der weggenomen Fransche standaards toe te laten, waarop +eene gedwongene rust ontstond, die tot den 4den December voortduurde, +toen het door den evengenoemden Admiraal bevolen vertrek van eenige +gewapende schepen, welke tegenover het Oude- en Nieuwe Schild +gestationneerd waren, andermaal de gelegenheid openstelde, om tot de +hervatting van het bevrijdingswerk over te gaan. Spoedig had zich dan +ook te Oostereind en te Nieuwe Schild, een korps van tachtig schutters +gevormd, welke zich op de best mogelijke wijze van wapenen voorzien +had. Deze vaderlandslievende menigte, heesch andermaal, op beide +voormelde plaatsen, de Hollandsche vlag, en trok vervolgens naar het +Oude Schild, alwaar men bij hunnen komst mede de vlag van den kerktoren +deed wapperen. Na hier eenige versterking te hebben bekomen, trokken +zij naar de Schans en hadden den moed, om deze sterkte, welke door +eene talrijke bezetting, onder het bevel van een Fransch officier, +verdedigd werd, en bezet was met het noodige geschut, ter overgave +te eischen.--Hierop kwam de sergeant, Willem Lourens, aan het hoofd +van 27 man aan den buitenpost, welke door het afschieten der geweren +in de lucht en het geroep van "Oranje boven!" het teeken des vredes +en der verbroedering gaven. + +Men ondernam echter thans geen verderen aanval op de Schans, maar +trok naar den Burg, om ook dáár de vlag der onafhankelijkheid van den +kerktoren te doen wapperen.--De zaak erlangde echter den volgenden dag +een gewigtiger aanzien. Op den Hoogen berg kwam namelijk een korps van +ongeveer acht honderd man bijeen, voorzien van allerhande wapentuig, +en gezind, om op dezen dag de bevrijding van Texel te voltooijen. Dit +vorderde echter de inneming eener sterkte die, zoo door bezetting als +geschut en proviand, zeer wel ter verdediging was toegerust. Men had +echter besloten, ook tot dit uiterste te komen, doch overlegde tevens +daarbij, dat het raadzaam ware, de plaatselijke regering hiervan +vooraf kennis te geven. Deze werkte dit voornemen zeer in de hand, +en had zich bereids bezig gehouden met het beramen van maatregelen, +ter ondersteuning van dit heldhaftig voornemen. Zij deed het voorstel, +om eerst den weg van onderhandeling te beproeven, hetwelk algemeen +werd goedgekeurd. + +Nu begaven zich eenige gemagtigden naar het fort, welke daar +binnengelaten werden en met den Franschen kommandant in onderhandeling +traden, hetgeen ten gevolge had, dat des namiddags ten 5 ure een +verdrag getroffen werd, waarbij men bepaalde, dat een detachement +schutters de kleine poort inhouden, en de bezetting den volgenden +morgen met krijgseer zoude uittrekken, om terstond op daartoe +geschikte vaartuigen vervoerd te worden. Dit verdrag werd algemeen +en met vreugdegejuich goedgekeurd, waarop elk in vrede en rust +huiswaarts keerde. + +Dan, niet lang duurde deze rust, naardien men ontdekt had, +dat de Plaatsmajoor toebereidselen maakte om het fort te laten +springen. Kapitein Van Breeningen nam daarop het moedig besluit, om +zich van dien trouwelooze te verzekeren, en bragt, zoodra het voornemen +van den Plaatsmajoor ruchtbaar werd, alles in den nacht op de been, +waarop, na eene nieuwe raadpleging van de overheid met de hoofden van +den opstand, geoordeeld werd, dat het verdrag geschonden was. Zij, +die de vorige bezending hadden uitgemaakt, werden nu andermaal naar +den Franschen bevelhebber afgevaardigd, en eischten nu de overgave der +sterkte, op genade of ongenade, daarbij voegende, dat weigering of +draling door eenen oogenblikkelijken storm zoude gevolgd worden. De +bevelhebber de wettigheid der vordering erkennende, waarbij hij +tevens zijn leedwezen te kennen gaf over hetgeen thans gebeurd was, +gaf zich daarop, onder betuiging dat hij zijn vertrouwen stelde op eene +edelmoedige behandeling, met de bezetting als krijsgevangenen over, +aan welk vertrouwen ook beantwoord werd, door hem, op zijn woord van +eer, te ontslaan. + +De bezetting van het fort door de schutters, en de ontwapening en +inscheping van alle Fransche en andere vreemde krijgstroepen nam +dadelijk eenen aanvang, terwijl de Plaatsmajoor, die zich in zijne +dolzinnige woede steeds weêrbarstig aan alles en jegens allen betoonde, +geboeid aan boord werd gebragt. Deze krijgsgevangenen werden alsnu +terstond met vaartuigen, waarop eene gewapende wacht was geplaatst, +naar Amsterdam getransporteerd, alwaar zij aan den Admiraal Verdooren +werden overgeleverd. + +Texel, nu geheel van vijandelijke magt bevrijd zijnde, nam Kapitein +Van Breeningen, op dringend verlangen der burgers, het opperbevel +op zich. De overgeblevene krijgslieden, aan wier keus, vertrek van +Texel, of trouw aan het vorstelijk huis van Oranje-Nassau, was gelaten, +schaarden zich volgaarne onder zijne bevelen. De onderscheidene punten +van defensie werden daarop van de noodige bezetting voorzien, terwijl +men elkander trouw zwoer tot in den dood, zoo men van de zijde van +den Helder weder met nieuwen dwang bedreigd mogt worden. Spoedig +daarop ontving men van Amsterdam de noodige wapenen en ammunitie, +waardoor men in staat werd gesteld, om, na verloop van eenige weinige +dagen, vijf kompagnieën, te zamen uitmakende een korps van ongeveer +achthonderd man, wel uitgerust en volledig gewapend, op te rigten. De +Heer Ahlé, die zich bij het geheele bevrijdingswerk door beleid en +moed, meer dan gunstig had onderscheiden, nam, als Luitenant-Kolonel, +het bevel op zich over dit battaljon, terwijl de gewapende burgermagt +gedurende 5 maanden met de meeste bereidvaardigheid het eiland bleef +bewaken, tegenover eenen magtigen vijand, die, eerst na verloop van +dien tijd zijne geduchte positie verliet. Spoedig daarna keerde de +oude orde van zaken terug en werd op Texel niet weder verstoord. + + + +Een ander en nog magtiger vijand echter, verontrustte in 1825 dit +eiland, op eene andere wijze. + +Neêrland's gevreesde nabuur, de Noordzee, sloeg bij den stormvloed van +Februarij onderscheidene gaten in den Zuiderdijk, zoodat de polder +het Grie overstroomde, waardoor ook de binnendijk bezweek en al het +land ondervloeide. Een groot geluk evenwel was het voor de eilanders, +dat de meesten hunner in de op heuvels gebouwde woningen konde blijven, +waardoor ook het meeste vee behouden bleef. Ook voer de reddingsboot, +ofschoon met groot gevaar verzeld, gedurig af en aan. Eens, in den +nacht, te digt aan de dijkbreuk gekomen zijnde, werd zij door den +stroom, veroorzaakt door de eb, bijna naar buiten medegesleept. Met +inspanning van vereenigde krachten redde men zich ter naauwernood +tegen den binnenkant van den dijk. Een andere keer werd zij door eene +onweêrsbui en hoos beloopen, die de boot het onderst boven wierp, +en vijf der manschappen overstelpte, zonder dat echter iemand hunner +het leven verloor. + +Ook de andere zeedijk, digt bij het Oude Schild gelegen, dreigde te +zullen bezwijken, doch werd met veel krachtsinspanning bewaard. + + + + + + + +DERDE HOOFDSTUK. + +DE DORPEN, GEHUCHTEN EN BUURTSCHAPPEN OP TEXEL. + + +1. Het Oude Schild of Schil. + +Dit dorp ligt aan de Oostkust van het eiland, op ongeveer 3/4 uur +afstand van de hoofdplaats Den Burg. + +De naam wordt op verschillende wijzen geschreven, n. l. Schild of +Schil. Welke van deze twee de ware zij, valt niet gemakkelijk te +bepalen. Hoogst waarschijnlijk zal het wel dien van Schil zijn, +van wege de groote menigte van onderscheidene soorten van kleine +schelpvisch, welke de zee in eene hier liggende kreek aanspoelt, en +alhier den naam van Schil draagt. De officiëele naam echter is Oude +Schild. Deze plaats is zijn ontstaan en bloei verschuldigd aan de, +bij den aanvang der 17e eeuw, sterk toenemende scheepvaart. Te dien +tijde, kwamen de grootste koopvaardij- en oorlogschepen geregeld voor +deze plaats ten anker, voorzagen er zich doorgaans van levensmiddelen +en andere behoeften, en verspreidden er langs dien weg veel leven +en welvaart. Van daar dan ook, dat het Oude Schild toenmaals de +verblijfplaats was van de zoogenaamde slik- of binnenloodsen, welke +de schepen van de reede over de Zuiderzee naar Amsterdam moesten +loodsen. Die bloei duurde tot het begin dezer eeuw, toen de haven van +het Nieuwe-Diep van meerdere beteekenis, en, door den aanleg van groote +en zeer doelmatig ingerigte rijkswerven, in korten tijd verbazend +uitgebreid werd. Hierbij kwam kort daarna de openstelling van het +groot Noord-Hollandsch Kanaal, hetwelk van toen af eene regtstreeksche +gemeenschap tusschen Amsterdam en de Noordzee daarstelde. De naar +en van de hoofdstad bevrachte zeeschepen, welke zich vroeger hadden +moeten vergenoegen met de zeer gevaarlijke legplaats ter reede van +Het Oude Schild, verkozen nu de veilige haven van het Nieuwe-Diep. De +daarop gevolgde organisatie van het loodswezen, in 1835, bragt mede +zeer veel toe tot het verval dezer plaats. Deze toch had ten gevolge, +dat een aanzienlijk gedeelte der bevolking naar elders, inzonderheid +naar het Nieuwe-Diep, verhuisde, zoodat het Oude Schild op 1 Januarij +1855 slechts 853 inwoners telde, tegen 15 à 1600 in 1828. + +De aanzienlijkste woningen zijn gesloopt, terwijl met de zeevaart, de +meeste en grootste hulpbronnen van bestaan in het niet zijn geraakt.-- + +Welligt, dat thans door den even bekwamen als ijvervollen onderwijzer, +T. R. Zwaal, welke hier eene school voor de zeevaartkunde heeft +opgerigt, den grond wordt gelegd voor hernieuwden bloei. Sedert de +oprigting daarvan, hebben 120 personen van dat onderwijs gebruik +gemaakt, van welke thans reeds 6 den rang van scheepsgezagvoerder +hebben verkregen, en 66 dien van stuurman. + +De bloei dezer school neemt jaarlijks toe. Het tegenwoordig +getal leerlingen bedraagt 20, waarvan 14 uit de gemeente en 6 van +elders.--Het nut dezer school voor deze gemeente is zeer groot, en de +pogingen van den Heer Zwaal, hebben alle aanspraak op eene eervolle +vermelding en krachtige aanmoediging. + +De Hervormde Gemeente telt hier ruim 500 zielen, waar onder ongeveer +300 ledematen. Antonius Dambrugge of Danburg was hier de eerste +leeraar. Hij kwam hier in 1650 en overleed den 11 Junij 1681.--De +niet groote Hervormde kerk werd omstreeks het midden der 17e eeuw +gebouwd. Zij heeft aan de eene zijde een kruiswerk, en prijkt met een' +houten toren. Zij bezit geen orgel. + +Volgens eene volksoverlevering werden aan deze kerk twee lichtkroonen +vereerd door de Admiralen Tromp en De Ruiter. Men vindt er althans de +wapens op van beide genoemde Vlootvoogden, benevens de jaartallen 1677 +en 1678.--De bewijzen voor de waarheid dezer overlevering, schijnen +te hebben bestaan; doch zijn in de archieven der kerk niet te vinden. + +Sedert 1835 bezit Het Oude Schild een eigen R. K. kerk en Pastoor, +welke eerste eigenlijk eene uitbreiding is van de reeds voor vele +jaren alhier bestaan hebbende kapel. Deze kerk is toegewijd aan Onze +Lieve Vrouw en den H. Martinus. De R. K. gemeente telt hier ruim 240 +zielen, waaronder 150 communikanten.-- + +In het logement de Zeven Provinciën, wijst men den vreemdeling nog de +zoogenaamde de Ruiters kamer aan, waarin de zeeheld M. A. de Ruiter +meermalen overnacht heeft.--Niet ver van daar is het Distributie +kantoor der brievenposterij voor het gansche eiland geplaatst.-- + +De stoomboot, welke een regtstreeks verkeer daarstelt tusschen Texel, +het Nieuwe Diep en Harlingen, en tevens belast is met de posterij, +waarvoor vroeger twee postschuiten gebezigd werden, heeft in de haven +van Het Oude Schild, hare gewone landing- en afvaartplaats.--Deze haven +ligt ten Oosten van het Dorp, en werd in 1778, op eene vlakte van ruim +twee bunders aangelegd, ten gebruike van het weleer te Oude Schild te +huis behoorende aanzienlijk getal loodsbooten en andere vaartuigen, +behalve nog voor vele kleine koopvaardijschepen, die hier in hunnen +zoogenaamden winterlaag liggen. Als verkenningsteeken brandt op het +oostelijkste havenhoofd een lampvuur. In 1836 vorderde deze haven eene +nieuwe uitdieping, aangezien deze ligplaats, vooral door de toenmaals +meer en meer toenemende panharingvisscherij, en het debiet daarvan, +meer van algemeen belang was geworden.--Diensvolgens werd in genoemd +jaar eene Rijksen Provinciale subsidie verleend van ongeveer f 8000, +waardoor de voorgenomene uitdieping werd tot stand gebragt.--Dan, alles +door de groote verplaatsing der loodsen naar het Nieuwe Diep veranderd +zijnde, en deze haven, door hare thans overtollige ruimte, een al te +kostbaar onderhoud vereischende, heeft men in 1844 de oppervlakte, +door het leggen van eenen wierdam, teruggebragt op 1 1/5 bunder. + +De openbare school, welke onder de leiding van bovengenoemden Heer +Zwaal staat, wordt gemiddeld door 120 kinderen bezocht. Op geringen +afstand, zuidwestelijk van het Oude Schild, ligt het fort de Oude +Schans. Hetzelve werd in 1572 aangelegd, en in 1812, op den last van +Napoleon I, in zijnen tegenwoordigen toestand gebragt. Het heeft eene +onregelmatige vijfhoekige gedaante, is voorzien van aarden wallen, +omringd door eene gracht, en heeft, naar de zijde van het hooge +terrein, een ravelijn met gracht, benevens eenen bedekten weg en eene +voorgracht, en is voor het overige door kadijken, met voorliggende +uitwaterings-slooten, in den zeedijk ingesloten. Dit fort bezit twee +toegangen, eene steenen kazerne voor honderd manschappen, met een +paviljoen voor officieren, benevens een gemetseld, doch niet bomvrij +kruidmagazijn, geschikt tot berging van 3000 lb kruid, twee ruime +regenbakken en twee zuivere welputten.--Even buiten deze sterkte, +vindt men in den zeedijk eene inundatiesluis, zijnde een gemetselde +duiker, tot lozing van het water der grachten in de zee, en twee +gemetselde duikers, in de Oost- en Westkadijken, tot ontlasting van +het landswater in de grachten.--Met dit verdedigingspunt staan in +verband eene redoute en eene lunette, beide beneden den zeedijk. De +eerste, aangelegd in 1811 en 1812, 900 ellen ten westen van het fort, +bestaat uit een gesloten en ongeflankeerden vijfhoek; de lunette ligt +ongeveer 700 passen oostwaarts van het fort, is ook ongeflankeerd +en open in de keel. Genoemde werken zijn opgeworpen van aarde, +zonder gebouwen, en omringd door grachten.--Al deze werken vormen te +zamen eene versterkte legerplaats of kamp, oorspronkelijk strekkende, +zoowel tot het beletten eener landing,--waartoe ook nog eene batterij +heeft bestaan, westwaarts van de redoute op den Hoornschen Zeedijk, +het Horntje geheeten,--als ook ter bestrijking van de reede. + +Het geheel ondiep worden van het daar langs strekkende vaarwater, +heeft nogthans het gewigt dezer positie doen ophouden. Tegenwoordig +is er dan ook nog slechts eene kleine barak, welke door een' oppasser +bewaakt wordt. + +Tien minuten gaans ten noorden van het Oude Schild, 1000 el regts +van het Schilpad, dat den wandelaar naar den Burg leidt, vindt men de +zoogenaamde Weezenwaterputten, bestaande uit eene wel, welke aan den +voet van eenen uitgestrekten heuvel ligt, en altoos milden voorraad +geeft van zeer helder en zoet drinkwater. Sedert 1600 voorzagen zich +al onze oorlog- en koopvaardijschepen, voor de uitreize, van dit +water, waardoor het Algemeen Weeshuis van Texel, als eigenaar, een +ruim inkomen genoot. Sedert de verlegging van de scheepvaart naar het +Nieuwe Diep, heeft deze water-proviandering grootendeels opgehouden, +en het is te voorzien, dat zulks eerlang geheel zal ophouden. + +Links van deze putten, ligt de buitenplaats Brakenstein met een fraai +uitzigt. De heerenhuizing is tegenwoordig onbewoond. De hofstede +wordt door eenen landman bewoond. Voor eenige jaren stond aan de +andere zijde van het Schildpad, het buitengoed Rozenhout, dat in 1740 +door den Heer Roozenboom werd aangelegd. Het is thans geamoveerd en +vervangen door de hofstede de Weezenplaats, welke tot de bezittingen +van het Weeshuis op Texel behoort. + +Op nagenoeg 1/4 uur ten westen van de voornoemde putten; en aan den +tegenoverliggenden voet van denzelfden heuvel, is eene kolk van zoet +water, reeds door zekeren Dirk Burger van Schoorl, in de Chronijk +van Medemblik vermeld. Het is opmerkelijk, dat deze kolk, zelfs bij +de langdurigste droogte, niet vermindert, noch bij de aanhoudendste +regen vermeerdert. + +De Hooge berg of heuvel, welke men tusschen Het Oude Schild en den +Burg vindt, had voor 1481 eene aanzienlijker hoogte. In gemeld jaar +werd hij meer gelijk gemaakt en tot een kerkhof aangelegd, waarop, +volgens sommigen, eene kapel werd gebouwd, welke den 1sten November +des jaars 1482 aan St. Catharina werd toegewijd. Sedert twee en +een halve eeuw is die kapel niet meer in wezen.--In het laatste +gedeelte der voorgaande eeuw, zijn daar ter plaatse twee koperen +kerkkandelaars gevonden, welke in een daarliggend dijkje verscholen +waren.--Van den top dezer hoogte, heeft men het fraaiste gezigt +over het geheele eiland. Vroeger lagen er op deze hoogte een paar +boerengehuchten, waarvan thans echter niet meer dan een paar woningen +overig zijn. Ter plaatse waar men in Het Oude Schild, het binnenpad +(het Schildpad) inslaat, dat naar den Burg strekt, ligt eene kleine +buurt, de Jeneverbuurt geheeten; van waar deze naam zijnen oorsprong +ontleent, heb ik niet kunnen gewaar worden. Welligt dat hier eenige +herbergen hebben gestaan, waarin de manschappen, welke hier voor de +schepen water kwamen halen, zich van verversching hebben voorzien.-- + + + +2. De Burg of Burgt. + +De Burg of Burgt, de voornaamste plaats op het Eiland Texel, +was, blijkens privilegie van 26 Maart 1414, reeds voor eeuwen, de +hoofdplaats van het eiland.-- + +De stichter van dezen Burg was, zoo men wil, de Romeinsche Veldheer +Drusus, waarvan het bewijs nog aanwezig is, zoo in den naam der +plaats zelven, als in de grafheuvels en andere oudheden, welken, +in deze streken gevonden, van het verblijf der Romeinen in dezen +omtrek getuigen. + +In vroegeren tijd, schijnt de Burg omgeven te zijn geweest met wallen, +schansen en poorten, een en ander ingesloten door eene breede gracht, +van welke thans nog eene ondiepe, den Binnenburg gedeeltelijk +omringende sloot, is overgebleven. [26] + +De kom van het tegenwoordige dorp De Burg, waarbij men twee korenmolens +en eene pelmolen, en waarin men twee grutterijen heeft, telt thans +272 huizen, bewoond door 1359 zielen, terwijl daarenboven nog ruim 50 +boerenplaatsen met ongeveer 260 bewoners, tot zijn gebied behooren.-- + +De ligging van dit dorp, ten Noorden op 4, ten Westen op 2 uren, +en ten Oosten en Zuiden op 1 uur afstand van de zee verwijderd, +is aan alle zijden regt bevallig te noemen, en inzonderheid is het +voorkomen van Den Burg, aan den kant van het Schild-pad, allezins +fraai, aangezien de smaakvolle woningen bevallig onder het lommer +van hoogopgaand geboomte verscholen liggen. Het dorp is regelmatig +aangelegd, bijna in den vorm van eenen cirkel, waarvan de kerk der +Hervormden het middelpunt uitmaakt. Dit gebouw, op het hoogste gedeelte +van Den Burg gelegen, is, ofschoon reeds zeer oud, echter nog zeer +hecht en van zwaar metselwerk voorzien. Het heeft een koor waarvan, +volgens eene aanteekening, in 1470 de eerste grondslagen gelegd werden, +en dat omstreeks 1481 volbouwd werd. In 1539 viel de spits van den +toren in, die eerst in 1604 van steen weder werd opgetrokken. Het +geheele gebouw is, binnenwerks, lang 34.25 Ned. ellen, en heeft +bij eene breedte van 18, eene hoogte van 21 ellen.--Haar inwendig +gedeelte prijkt met eenen fraai bewerkten predikstoel en een schoon, +welluidend orgel.--Vroeger hingen er vele wapenborden in van het oude +geslacht der Neijenburgen, terwijl de daaraangebragte versierselen +betrekking hadden op zeeofficieren, die in de zeeslagen van 1666, +en daaraanvolgende jaren, gesneuveld, en hier begraven zijn.--Naast +den predikstoel hangt een bord, waarop het volgende geschreven staat: + + + Dit Bort + is aan deese kerk verëerd tot een gedagtenis aan + Lijsbet de Bruijn, vroedvrouw, overleden alhier MIC[C]CCI. + Hier rust zij die 27 jaar + Haar dienst nam trouwelijk hier waar + En drie jaar buiten, tot God Haar door de dood. + Tot droefheid van mans en vrouwen, weer 't huis ontboot. + Lijsbeth Jans heeft gehaald 1765 kinderen. + + +terwijl op eene zerk dit zonderlinge grafschrift staat uitgehouwen: + + + Wie dat A. H. D. dit graf beschouwt, en denkt op de uitverkooren, + wat dat dit voorbeeld is, dat niemand kan ontgaan, de geessel + van Gods roe deed ons van D' dood ontslaan, doen Christus voor + ons leed door Dirk van Hagendoorn. + + +De kerk vroeger zonder zoldering of verwulf, werd in 1851 van een +houten plafond voorzien. De toren heeft, met de spits, eene hoogte van +ruim 37 ellen. Van den omgang heeft men een zeer schoon gezigt over +het geheele eiland.--Volgens een oud handschrift, was de kerk vóór +de Hervorming gewijd aan den H. Johannes den Dooper, doch volgens +eene andere oorkonde, welke meer met de waarheid schijnt overeen te +komen, en afkomstig is van den 60e Bisschop van Utrecht, Georgius +van Egmond, wordt gezegd, dat zij op den naam van Paus Sixtus is +ingewijd. In later tijd, en bepaaldelijk ten tijde van Filips den +Goede, Hertog van Bourgondië, is zij met Onze Lieve Vrouwe Kapittel +te 's Gravenhage vereenigd. Er was een altaar in van St. Anna, en +een St. Anna's Gilde, alsmede een altaar van St. Jacobus, waaraan +eene vikarij was verbonden, welke door de Graven van Holland begeven +werd.--Gemelde vikarij was belast met twee missen per week, en bragt +jaarlijks 16 rijnguldens op.--Deze kerk daarna, ter oorzake van +bloedstorting, onder het interdict vervallen zijnde, werd daarvan, +door de reeds genoemden Georgius van Egmond, bij eenen openen brief +ontheven. In dezen brief gaf hij aan de hoofdlieden van St. Anna's +Gilde en van de kerk aan den Burg, verlof, om in die kerk de misse +op eenen gewijden draagsteen te doen lezen.-- + +De Roomsch-gezinden, welke hier ruim 460 in getal zijn, maken, met die +van de Koog en de Waal, eene gemeente uit. Zij bezitten hier eene zeer +nette kerk, welke aan den H. Johannes den Dooper is toegewijd; staande +aan de westzijde van het dorp. Het orgel is in 1840 vernieuwd.-- + +Vroeger stond op eenigen afstand van het dorp, op de eigenlijke hoogte +van den zoogenoemden Hoogen berg, eene kapel, welke, naar men wil, +tot het Klooster der Tempelieren behoord heeft.--Dit gevoelen wordt +echter wederlegd door anderen, die de plaats van dat Klooster elders +aanwijzen, namelijk in den polder Gerritsland. Deze kapel is later +tot een woonhuis of herberg ingerigt, en diende tot een baken in de +Zuiderzee. De tand des tijds heeft echter ook op dit gebouw zijnen +vernielenden invloed zoo zeer uitgeoefend, dat daarvan in 1800 zelfs +geen spoor meer overig was. + +De Doopsgezinde gemeente, welke op Texel 450 leden telt, is vereenigd +met die van Waal en Oostereind. Zij heeft hier eene ruime kerk; +doch zonder orgel of toren.-- + +Het vroegere Raadhuis aan Den Burg, een ouderwetsch en zeer bekrompen +gebouw, welks stichting van het jaar 1611 dagteekent, is in 1841 door +een ander gebouw vervangen, dat als Raadhuis allezins doelmatig kan +genoemd worden. Inzonderheid trekt de zoogenaamde Raadzaal de aandacht, +zoowel door hare ruimte, als door hare smaakvolle versiering.--Men +vindt in een der vertrekken twee levensgroote portretten van de +Nederlandsche vlootvoogden De Ruiter en Tromp. In de nabijheid van +het Raadhuis staat eene, sedert 1836 herbouwde, overdekte vischmarkt.-- + +In de nabijheid der Hervormde Kerk, in het Zuidoostelijk deel van het +dorp, stond vroeger een Nonnenklooster, waarbij een kerkje, toegewijd +aan de H. Agnes. Dit klooster, in 1572 door de bewoneressen verlaten +zijnde, werd door Prins Willem I aan het eiland Texel afgestaan, om het +tot een Algemeen Weeshuis in te rigten; waartoe het nog dient.--In de +archieven van dat gesticht bevindt zich nog een geschrift, waarbij +de overgifte van meergemeld gebouw beschreven staat, en tevens +een naïf verhaal bevat van de rampspoedige reis der twee Texelsche +burgemeesteren, in 1573 naar Delft, aan den Prins gecommitteerd, om +het St. Agnieten Klooster, gelegen binnen Den Burg, tot een Weeshuis +te verzoeken. + +De bekwame en ijverige Archivarius Dr. P. Scheltema, maakt ook +melding van dat stuk, in de Bijdragen voor Vaderl. Geschiedenis en +Oudheidkunde, deel IX, alwaar wij het volgende lezen: + +"Het Huis op het Eiland Texel, hetwelk eertijds gebouwd was door de +Gravin van Holland, genaamd Vrouw Jacoba, plagt na haren dood bewoond +te worden door den Schout van Texel. In het jaar, toen men schreef +1571, is er een groot oproer gerezen in den lande van Holland, +te weten, tusschen de twee partijen die genoemd worden, de eene +partij, de Papisten, en de andere, de Geuzen. Dit was ter oorzake +van de religie.--De Geuzen hebben met vier en dertig oorlogschepen +alhier in het Marsdiep gelegen, en zijn met hunne magt aan land +gekomen. Zij hebben tegen die van den Burg gevochten, en de burgers +moesten de vlugt nemen. Toen werd het voorzegde huis verbrand. Na +dien tijd was er een officier, genaamd Jacob de Koning, van Haarlem, +die in den Haag, aan de kamer van de rekeningen in Holland verzocht, +om zijne woonplaats te mogen hebben, in het klooster aan den Burg, +hetgeen hem bij provisie vergund werd. Wanneer de burgemeesteren van +Texel dit vernamen, is daarop vergaderd het oude en nieuwe geregt, +in den jare toen men schreef 1573. Eendragtelijk is besloten en +geordonneerd, dat men de twee burgemeesteren zou committeren, om +te trekken naar den Prins van Oranje, als toen zijnde Stadhouder +van Holland, bij afwezigheid van den Graaf van Holland, Koning van +Spanje, genaamd Philippus, den zoon van den Keizer Carolus Quintus, +ten einde het voorzegde klooster te mogen verkrijgen tot een weeshuis, +zoo ook de renten daarvan. Derhalve zijn de twee onderschreven mannen +daartoe gecommitteerd. + +Alstoen was er een groote oorlog in Holland, zoodat de eene stad +tegen andere opstond, en het eene dorp tegen het andere, alzoo was +in dien tijd de stad Haarlem vijandig tegen het eiland Texel. + +De Haarlemmers hadden hunne vrijbuiters liggen bij Zandvoort, voor +het duin. Deze voeren met kagen en schuiten op zee, om de schepen te +nemen, die uit het Marsdiep naar de Maas voeren. Om deze vrijbuiters +te vermijden, zijn de voorschreven mannen met een galjoot zoo verre +van het strand afgevaren, dat wij slechts even de duinen boven het +water mogten zien toppen. + +Wanneer wij omtrent Zandvoort waren, zoo is er een Schip uit zee +gekomen, naar ons toehoudende. Bij ons gekomen, bleek het een +vrijbuiter te zijn. + +"Op het Schip stond de kapitein met een slagzwaard, het zwaaijende +met beide handen. Hij riep met luider stemme, dat wij onze zeilen +zouden strijken, en liet met bassen en roeren door de zeilen en de +schuit schieten, zoodat de laatste lek werd, en het water er door heen +liep. Toen dacht hij ons te overzeilen. Een man uit ons schip riep: +"Voor wien zullen wij strijken, voor den Prins van Oranje of voor +den Duc d'Alba?" De kapitein antwoordde: "Ik weet van Prins, noch van +Duc d'Alba, strijk!" In onze schuit was de vrouw des schrijvers van +den graaf van der Marck; deze riep uit: "Schipper, strijk, want ik +ben geschoten!" Ik, Hendrik Albertsz, zat ter zijde van die vrouw, +en het water liep van het schieten tusschen ons beiden door de schuit. + +Achter werd bij den man, die aan het roer stond, een stuk uit het +boord geschoten. Wanneer de vrijbuiter ons zoo na kwam, riepen wij +allen te gelijk: "Schipper, strijk!" en toen streek onze schipper +het zeil. Daarop leiden zij bij ons aan boord en overvielen ons met +rapieren in de hand en met rondassen voor de borst. Ons slaande, zeiden +zij: "Fluks over in ons schip!" Allen moesten wij te gelijk over, +niet wetende, in wiens handen wij waren. Ik Hendrik voorschreven, +kreeg een' slag met een rapier op mijn schouder, zoodat ik meende, +mijn' arm kwijt te wezen, doch tot mijn geluk had men mij met het +plat geslagen. Toen waren wij al te zamen gevangen. Wij waren vier +of vijfentwintig personen sterk, en moesten allen in het vooronder +van het oorlogschip. Bij het overklimmen viel er een man over boord, +het was een brievendrager van des Prinsen broeder, graaf Lodewijk, +die met brieven uit Duitschland van Nassau kwam. Als wij hen gebeden +hadden, dat zij hem bergen zouden, kregen zij hem vast aan een +touwtje, waarmede hij opgehaald werd, maar zijne brieven wierpen +zij in zee. "Daarover moet God zich erbarmen," zeide de bode, "daar +hangen landen en luiden aan!" De voorzegde schrijversvrouw gevraagd +zijnde, of zij gekwetst was, antwoordde: "Ik ben geschoten door mijne +kleederen, doch niet gekwetst." Terwijl wij nu als gevangen waren +in het donker van het schip, zoo kwam er door een luikje, hetwelk +zoo groot was, dat er juist eene hand door kon, eene stem, zeggende: +"Is er ook iemand van de gevangenen, die geld heeft, deze geve het +aan mij, want ik ben een gevangen man, even als gij zijt; gij zult +allen straks geplunderd worden. Ik ben een schipper uit Waterland, +zij zijn met mijn schip weggezeild; en als gij mede geplunderd +zijt, zal ik met ulieden aan land varen." Maar niemand van ons +gaf hem zijn geld, hem niet betrouwende, en denkende, dat hij een +vrijbuiter was. Toen deed hij het luikje weder toe, en ging van ons +weg. Kort daarop werd er een groot luik open gedaan, en men zeide +tot ons: "Laat een van de gevangenen voorkomen!" doch elk vreesde +om de eerste te zijn. Eindelijk ging er een van de voorsten, die +geplunderd en doorzocht werd. Daarna moest er weder een ander komen, +tot den laatsten toe. Niemand mogt iets behouden, dan de noodigste +kleederen. Al wat los was, namen zij ons af, tot mantels, hoeden en +linnen toe. Echter behielden wij tot ons geluk onze brieven, daar wij +blijde over waren, wegens de zaken beroerende het klooster, hetwelk +wij tot een weeshuis wilden verkrijgen, en nog meer andere brieven +van 's lands zaken. Toen wij geplunderd waren, moesten wij weder in +de lekke schuit. Wij stopten de lekken zoo goed mogelijk, en maakten +de schuit weder zeilreê. Zij lieten ons daarop drijven, zonder dat +wij iets behouden hadden. De zeeroover kwam vervolgens nog eens naar +ons toe zeilen. Wij hadden eenen man in onze schuit, die de kapitein +van het schip kende. Hij zeide, dat het een Engelsche zeeroover was, +kapitein Jonge Jan Grijsveld. Alzoo kwam dezelfde zeeroover met zijnen +voorsteven naar de zijde van onze schuit zeilen, zoodat wij niet anders +dachten, of hij zou ons overzeild hebben. Waarop wij overluid riepen; +"Heer! in uwe handen bevelen wij onzen geest." Toen met den steven +bij onze schuit komende, leide hij zijn roer over en schampte van de +schuit af, al stootende en rakende. De roovers zwaaiden met de hoeden, +tot schimp en spot over hunnen geroofden buit, en wij bedankten hen, +dat zij ons nog gegund hadden het leven te behouden. Daarna voeren +zij van ons af. Vervolgens kwam er eene krabbeschuit uit de Maas, +welke hij straks weder aan boord klampte, deze doende gelijk hij ons +gedaan had. Later voer hij uit ons gezigt. + +Voortzeilende zagen wij weder een oorlogschip en daarbij komende +bevonden wij het een boeijer te zijn. Daarop stond weder een +kapitein met een slagzwaard te schermen. Wij voeren naar hem toe, +denkende, dat wij nu toch niet meer konden verliezen, dan alleen het +leven. Het schip liet een vaandel waaijen, zijnde een prinsenvlag; +het was dus van de vrienden. Het kwam uit de Maas. Wij vertelden aan +den kapitein ons avontuur en ongeluk, hem verder wijzende den koers, +dien de vrijbuiter genomen had. + +Het oorlogschip ging terstond derwaarts, doch kreeg hem niet. Wanneer +wij voortzeilden, zoo kwam er een zwaar onweder op van donder +en bliksem, regen en wind. Daar de duistere nacht op handen was, +moesten wij dus het naaste land of strand kiezen. Door en door nat +van den zwaren regen en het overslaande zeewater, landden wij op eene +onbekende plaats. Echter was er onder de manschappen een bode van +Jonkheer Sonoij, die aan de duinen bemerkte, dat men niet verre van +Ter Heide was, en zeide, dat aldaar eenige visschers-huisjes stonden, +waarin wij den nacht konden doorbrengen. Voortloopende ontmoetten wij +eenige visschers, verjaagd door de Spaansche soldaten. Zij waren ook +door hen van alles beroofd, en vermogten alzoo niet ons te helpen, +daar twee naakten elkander niet kunnen dekken. Wij zochten toen +wat helm en rijs, maakten vuur, om ons te droogen en wat te warmen, +tot het dag werd, en hielden wacht tegen de Spanjaarden. + +'s Morgens gingen wij langs het strand naar Scheveningen. Daar komende, +vonden wij er vele wachters, gesteld zijnde tegen de Spanjaarden. Bij +onze aankomst werd er over onze manschap alarm in het dorp geroepen, +doch wanneer wij naderbij gekomen waren, zonden die van Scheveningen +twee mannen naar ons, en wij desgelijks twee naar hen. Zij vernamen +toen, dat wij geene vijanden waren, maar vrienden. Wij vertelden hun +onze passagie, zoo als die door ons bevorens gemeld is, en gingen toen +verder naar den Haag, waar wij aan kennissen, welke wij aantroffen, +geld ter leen vroegen; doch het werd ons afgeslagen. Van daar gaande +naar Delft, vonden wij de Staten van Holland. Wij gingen bij den +Secretaris van deze, Koenraad de Regteren, en verhaalden hem het +voorgevallene. Hij heeft ons geleend twaalf guldens. Ook schreef hij +ons een request, dat wij overgaven aan den Prins van Oranje, rakende +het verzoek van het klooster, om het te hebben tot een weeshuis, +hetgeen ons is vergund, blijkens de apostille en het octrooi, daartoe +verkregen. Doch vermits de Prins te Dordrecht was, hebben wij hem +zoo verre moeten volgen, keerende van daar weder naar Delft terug, +tot het werk zijn volle beslag verkreeg. Ziende evenwel dat ons op +nieuw geld ontbrak, zijn wij overeengekomen, dat Kemp Albertsz. naar +huis zou gaan, om nog eenig geld te halen; terwijl ik nog twee of drie +dagen te Delft moest vertoeven, om nader bescheid te bekomen; hetwelk +klaar zijnde, zoude ik verder naar den Briel gaan. Later uit mijne +herberg op de markt komende, ontmoette ik weder Kemp Albertsz. Als +ik hem mijne verwondering daarover te kennen gaf, verklaarde hij mij, +niet te kunnen vertrekken, wegens het ongestadige weder. Toen gingen +wij te zamen naar den Briel. Als wij daar gekomen waren, was ons +geldje verteerd op éénen stuiver na. + +Wij gingen daarop de stad in, om, was het mogelijk, nog eenig geld +te leenen, maar het werd ons weder geweigerd. Aldus ongetroost naar +het Hoofd wandelende door het gladde slijk, moest ik een smal houten +bruggetje over, waarvan ik door de gladdigheid afviel. + +Naakt en koud, zonder geld of pand, waagde ik het evenwel in de herberg +te gaan. Terwijl ik mij daar zat te droogen, kwam er een schip van +Rotterdam aan, geladen met turf, waarvan de schipper een Texelaar +was, wonende te Oosterend, genaamd St. Anna. Zeer waren wij verblijd, +omdat hiermede voor ons ontzet kwam. + +Wij voeren toen met hem naar Texel, hebbende in alles onzen wensch +verkregen. Nooit zal God de zijnen verlaten, die naar het goede +trachten en op Hem vertrouwen.--Zoo is dan het weeshuis verkregen, +den 15 September in het jaar 1573, blijkende bij het request en de +apostille, gegeven ter ordonnantie van den Prins van Oranje en de +raden, neffens hem wezende. In kennisse der waarheid, zoo hebben wij +Kemp Albertsz. en Hendrik Albertsz. het stuk beiden onderteekend, +den 5 Januarij 1585, nieuwe stijl." + +Het was onderteekend met het merk van Kemp Albertsz. en Hendrik +Albertsz, geboren aan Den Burg op Texel." + +De in dat Weeshuis opgenomen kinderen, gingen hier, tot na de Revolutie +in 1795, half groen en half zwart gekleed, en van daar nog het oude +spreekwoord: + + + "Groen en zwart + Is Texel in het hart." + + +Naar men wil, zou dit gebouw omstreeks het jaar 1203, gedurende +eenigen tijd tot gevangenis hebben gestrekt aan de rampspoedige +Gravin Ada. [27] Nog heden vertoont men er haar portret in olieverw, +dat waarschijnlijk reeds vóór twee (?) eeuwen werd vervaardigd. In +eenen aan het Weeshuis ten Oosten belendende, en door Regenten van +dit gesticht in 1830 aan eenen partikulier verkochten schuur, geleid +men den vreemdeling in het Zuidelijke gedeelte daarvan, langs eene, +deels vervallen, steenen wenteltrap van zeven treden, door eene zware +eikendeur, in een onderaardsch gewelf, dat bij eene lengte van 4.86 +ellen, eene hoogte van 2.15 ellen en eene breedte van 4.19 ellen +heeft. Dit ongevloerd en van roode moppen stevig gebouwde gewelf, zou +de eigenlijke gevangenis van Ada geweest zijn. Meer waarschijnlijk +echter is het, dat dit gewelf voormaals tot eene kloostergevangenis +heeft gestrekt; althans, eenige in den muur bevestigde, zware ijzeren +krammen, pleiten voor deze onderstelling. + +Behalve het opgenoemde, heeft men aan Den Burg, achter het Raadhuis, +een smaakvol aangelegd plantsoen van jonge boomen, dat, als algemeene +wandelplaats, door de bewoners van Den Burg in den zomer veel wordt +bezocht. Aan de Westzijde van het dorp staat een ruim gebouw, met +het opschrift: Gesticht van Weldadigheid, dat bepaaldelijk ingerigt +is tot opneming en verzorging van kranken en behoeftigen, tot geene +kerkelijke armbedeeling van het eiland behoorende, of hun domicilie +van onderstand elders hebbende, in welk laatste opzigt vooral, deze +liefdadige inrigting meermalen van uitstekende dienst is geweest. Ook +plagt er een Gasthuis te zijn, waarin reizende landloopers drie +dagen verblijf konden houden. Dit is later tot een Oud Mannen- en +Vrouwenhuis voor Gereformeerde Ledematen ingerigt, en stond aan het +einde van de tegenwoordige Gasthuisstraat.--Nog bestaan hier vier +zoogenoemde Afdeelingen Armenkamers, zijnde liefdadige gestichten, +met het doel, om daarin een zeker aantal oude lieden van beiderlei +kunne, om niet huisvesting, brandstof en andere ondersteuning te +verschaffen; welke Armenkamers zeer waarschijnlijk overblijfsels zijn +van een vroeger hier bestaand hebbend Heilige Geesthuis. [28] Voorts +bestaat er eene Afdeeling van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, +in 1822 opgerigt, en thans ongeveer 40 leden tellende,--eene Afdeeling +van het Zendeling-genootschap;--eene Subcommissie der Maatschappij +van Weldadigheid met 40 leden;--eene Afdeeling van het Nederlandsch +Bijbel- en Tractaatgenootschap; een Zanggezelschap; als ook eene Bank +van Leening.-- + +Ten behoeve van het openbaar onderwijs bestaat hier eene zeer goed +ingerigte lagere school, welke gemiddeld door 185 leerlingen wordt +bezocht, benevens een Fransche school, die thans ruim 30 leerlingen +telt. + + + +3. Het Horntje. + +Het Horntje was vroeger een gehucht in de nabijheid van het dorp +den Hoorn, gelegen op de Z. W. punt van het eiland. Van tijd tot tijd +afgespoeld en gesleten, staat er nu nog slechts ééne bouwmanswoning. In +het begin dezer eeuw stond hier nog een zoogenaamd Lazaret, of +Quarantaine inrigting, doch deze is sedert lang in den Oceaan +bedolven. Voor omstreeks 150 jaren waren de hier liggende duinen, +de hoogste van Texel.--In de vorige eeuw werd een zanddijk gelegd, +welke echter, door den hoogen vloed van den 27sten November 1776, +geheel weggeslagen, doch later weder hersteld werd. + +Tusschen de voorschreven duinen en de Hors, lag vroeger eene kil of +kreek, welke bij noodweer, den schepen tot eene veilige ligplaats +verstrekte. De Amsterdamsche kooplieden vooral, stelden in het behoud +dier kil het grootste belang, en besteedden jaarlijks aanzienlijke +sommen, om de Hors des zomers met rijs en stroo te doen bekrammen, en +daardoor de kil diep te houden; doch hunne pogingen waren te vergeefs; +want één stormgetijde in het najaar, sleepte menigmaal den geheelen +arbeid weg, zoodat men ten laatste van de verdere bekramming heeft +afgezien, waardoor die kil nu genoegzaam geheel droog geworden of +verzand is.--In de nabijheid van het Horntje stond vroeger eene hut, +welke tot woning verstrekte voor die lieden, welke de smelt vingen, +een vischje dienende tot aas voor den kabeljaauw. + + + +4. Hoorn of den Hoorn. + +Hoorn, Den Hoorn, of In Den Hoorn, een dorp, geheel in de lengte +gebouwd en op een uur afstand van den Burg gelegen, stond vroeger +onder het aanzienlijke dorp Den Westen, welke combinatie, gelijk +sommigen willen, alleen betrekking had op het kerkelijke, naardien +Den Hoorn toen slechts eene kapel bezat. Maar sedert Den Westen +bijna geheel vervallen, en de kerk, (waarvan men de grondslagen nog +aanwijst) geslecht is, heeft men alle kerkelijke goederen aan Den +Hoorn getrokken. Tot 1838 mogt dit dorp, na Den Burg, het grootste +der Texelsche dorpen heeten. De toen plaats hebbende organisatie van +het loodswezen, deed deze plaats zeer in verval geraken, welk verval +nog dagelijks toeneemt, zoodat het dorp Den Hoorn, met Den Westen +vereenigd, niet meer dan 167 woningen, en 828 inwoners telt, welke +zich hoofdzakelijk op landbouw en veeteelt toeleggen.--Tegenwoordig +strekt Den Hoorn nog tot verblijfplaats aan de bemanning van vier +Buitengewone Loodsschuiten van Texel, welke aldaar, met eenen +Onder-Commissaris van het loodswezen, woonachtig zijn.-- + +De gemeente welke voor het meerendeel uit Hervormden bestaat, waarvan +men er hier 560, waaronder 260 ledematen, telt, maken eene gemeente +uit, welke tot den Ring Den Burg op Texel behoort.-- + +Nadat den Hoorn eerst bediend was door den predikant van het geheele +eiland, verbleef het bij Den Burg tot aan 1619, toen het een eigen +predikant bekwam in Willem Barents, die echter in het volgende jaar +reeds overleed. Gedurende de dienst van Aris Goossen, te Burg en Hoorn, +welke in 1599 beroepen en in 1624 Emeritus werd, is Den Hoorn derhalve +van Den Burg gescheiden.--De Hervormde kerk was vroeger eene kapel, +welke later eene parochiekerk werd. Deze kerk is een klein, doch +betrekkelijk hoog gebouw zonder orgel, doch versierd met eenen spitsen +toren, welke tot baak in zee dient, en daarom door het Departement +van Marine onderhouden wordt. + +De gemeente der Doopsgezinden alhier, staat geheel op zich zelve, +en telt ongeveer 60 ledematen, met een eigen leeraar en een klein +bedehuis, dat aan den ingang van het dorp staat. + +De Roomschgezinden, die hier bijna evenveel communicanten tellen, +zijn kerkelijk vereenigd met die gemeente aan Den Burg. + +Het aantal leerlingen der openbare school bedraagt 90 à 100. + +In 1744, toen Den Hoorn zich in eene algemeene welvaart mogt +verheugen, werd er een gasthuis voor onvermogenden gesticht, terwijl +Mejufvrouw Aaltje de Keijzer, weduwe van den Predikant dezer gemeente +Hendrik Schutte, in 1839, een huis en tuin vermaakt heeft, om tot +predikantswoning te dienen. + +Vooral is Den Hoorn bekend als de geboorteplaats van den beroemden +dichter en romanschrijver Loosjes, die hier den 15 Mei 1761 het +levenslicht aanschouwde.-- + +In de nabijheid van Den Hoorn plagten vroeger twee bedijkte polders te +zijn, de Binnen- en Buitenkuil genoemd, waarvan de eerste nog bestaat; +terwijl de laatste reeds lang vernietigd is.-- + +Zuidwaarts van daar, stond oudtijds nog een dorp, den Ouden Hoorn +genoemd; dit dorp is echter reeds in 1398 door de Friezen verbrand.-- + + + +5. Het voormalige dorp Den Westen. + +Weinige zijn de overblijfsels van dit oudtijds zoo schoone dorp, +dat thans vereenigd is met Den Hoorn. + +De overgebleven groote en hooge Westertoren, waarvan in 1710 de spits +is afgeslagen, en de weinige, hier en daar verspreid staande, huizen, +doen ons vooronderstellen, dat Den Westen vroeger een der voornaamste +dorpen van het eiland moet geweest zijn. + +Men zegt, dat bij eene landing der Watergeuzen, in het begin van +Maart 1571, het huis van den schout en de kerk zouden verbrand zijn; +ook dat het dorp Den Westen, door de Spanjaarden verbrand zoude +zijn, waarvoor echter geen andere grond van waarschijnlijkheid is, +dan dat er voorheen, omtrent Den Hors, een inham is geweest, het +Spanjaardsgat genoemd. In 1514 was hier zekeren pastoor Willem van +Alkmaar, die hier een huis benevens 18 morgen en 22 perceelen lands +in eigendom bezat; en ofschoon hij in zijne pastorij niet woonde, +trok hij nog 66 Rijnguldens 's jaars. + +Niet verre van den Westertoren ligt het eenige gewijde kerkhof +van Texel. + +Op den 31 December telde men hier slechts 15 huizen met 84 bewoners. + + + +6. De Koog. + +Dit plaatsje, 1 1/4 ure van Den Burg verwijderd, telt tegenwoordig +slechts een 17-tal huizen, bewoond door ruim 70 menschen. Het +ligt in eenen lossen zandgrond, is onbestraat, en zonder boom of +heester.--Volgens hetgene mij verhaald werd, was dit dorpje weleer +eene zeer bloeijende plaats, alwaar zich vele menschen gevestigd +hadden, die zich van de toen aldaar uitgebreide visscherij +onderhielden. Inzonderheid bloeide dit dorpje, toen de groote +visscherij of walvischvangst haren hoogsten top bereikt had, toen +een aanzienlijk getal commandeurs van de Groenlandsvaarders hier hun +verblijf hielden, en leven en welvaart over dit dorp verspreidden; +ja, men zegt, dat de Koog vroeger zelfs de hoofdplaats des eilands +moet geweest zijn, 't geen echter te betwijfelen is, aangezien Den +Burg, oudtijds versterkt en met poorten voorzien, meer tot verblijf +der regering, en dus tot hoofdplaats, geschikt was.-- + +Dan, wat daarvan ook zijn moge, het afnemen door de zee, van +uitgestrekte buitenlanden of uiterwaarden, ten N. W. van De Koog, +het verval of verplaatsen der visscherij en scheepvaart, enz. heeft +deze plaats bijna geheel doen verdwijnen; en het is alleen aan de +overgeblevene kerk, den rang van dorp nog te danken, daar het, na de +zeer belangrijke afneming in de laatste 50 of 60 jaren, naauwelijks +op den naam van gehucht aanspraak zoude kunnen maken. + +Aan De Koog is zelfs geen spoor meer overig van de visscherij en +zeevaart, vroeger zijne mildvloeijende bronnen. + +De weinige inwoners, welke zich thans hoofdzakelijk op de veeteelt, +en bepaaldelijk op de schapenfokkerij toeleggen, leven zeer +eenvoudig. Jammer maar, dat de gesteldheid van den grond in deze +streek, zoo schraal en door gebrek aan behoorlijke waterleiding zoo +ongezond, of, zoo als men hier zegt ongans, is. Vooral noordwaarts +van hier, op het zoogenaamde Koogerveld, vindt men moergronden met +pollen en spichtig gras. + +Het Kooger kerkje is een vrij net, doch klein steenen gebouw, voorzien +van een houten koepeltorentje en uurwerk. + +De eerste leeraar welke hier het predikambt bekleedde, was Petrus +Serooskerke, die hier in 1632 beroepen werd, en in 1637 overleed.--Na +den dood van den predikant Henricus Lambertus Glasvoort, die op den 7 +October 1808 overleed, zijn de Hervormden gecombineerd met de Waal. De +Roomschgezinden behooren tot de gemeente van Den Burg, terwijl de +weinige Doopsgezinden, mede tot die van Den Burg behooren.--Het aantal +leerlingen der openbare school aldaar, bedraagt gemiddeld 30 kinderen, +zoo van het dorpje zelf, als van het omliggende veld.-- + +Oude lieden weten, bij overlevering, dat de Koog zich heeft uitgestrekt +tot de oude kerk, welke echter, blijkens de afbraak en het kerkhof, +slechts klein moet zijn geweest. + +De visschers geven den naam van Noord-Koog aan eene plaats in de +Zuiderzee, Z. Z. O. van De Koog gelegen, waar men, naar men zegt, +nog heden eenen weg van duifsteen vindt. Dezelve ligt ééne mijl van +den Texelschen wal af, en is, naar gissing, 3/4 mijl lang. Deze plaats +wordt ook wel de Straat genoemd.-- + + + +7. Oostereind. + +Dit dorp, ook wel Oosterend of Oosteinde genoemd, ligt 1 1/2 uur +N. N. O. van Den Burg. Het heeft, omgeven door veel houtgewas en +net aangelegde tuinen, geen onbevallig voorkomen, en bevatte, op 1 +Januarij 1856, ruim 500 inwoners en 160 huizen. + +Het is wel bebouwd, heeft de oostelijkste ligging, en is na Den Burg, +de grootste plaats des eilands; behoorende daartoe ook het gehucht, +Het Nieuwe Schild. + +Oestervisscherij, veeteelt, en eenigen landbouw, maken de hoofdmiddelen +van het bestaan der inwoners uit. De Hervormden, het grootste +gedeelte der bewoners, maken eene gemeente uit, welke tot den ring +Burg op Texel, behoort. De eerste predikant, die hier het leeraarsambt +bekleedde was Wessel Verruhert, in 1666 daar bevestigd, en in 1702 +overleden. Vóór de Reformatie was de kerk toegewijd aan St. Martinus, +en werd begeven door de Graven van Holland. Over deze begeving ontstond +weleer twist tusschen den Stadhouder der Graven en den onderpastoor +van Haarlem, welke laatste beweerde, de pastorij verkregen te hebben +van den Heer van IJsselstein, als Stadhouder van Holland, terwijl de +aanstelling gehaald moest worden bij den Aartsdiaken der Utrechtsche +kerk.--Deze pastorij was toen belast met eene laste van zestig of +zeventig Rijnsche guldens, (f 80 à f 90); doch de pastoor die er zijn +verblijf hield, genoot daarvan niet meer dan vier pond groot (f 4.). + +Ook het kosteraat werd door de Graven begeven en had een half morgen, +dat gemiddeld eene som van drie Rijnsche guldens (f 4,20), opbragt. De +kerk is een groot kruisgebouw, welks muren meerendeels van duifsteen +zijn opgetrokken, en welks ouden zwaren duifsteenen toren, die sedert +onheugelijke jaren van zijnen spits beroofd was, afgebroken en van gele +steen herbouwd is. Volgens eene overlevering, waarvan ook melding wordt +gemaakt in de Chronijk van Medemblik, moet in die kerk een beeld van +den Heiligen Nicolaas gestaan hebben, hetwelk zoo groot van omvang +was, dat de muur der kerk moest worden doorgebroken, om het er uit +te halen.--Dit beeld zou daarna op het kerkhof verbrand zijn geworden. + +Verreweg het grootste gedeelte der huizen staat in eenen wijden kring +om de kerk gebouwd, en langs het kerkhof, dat met een muur omgeven +is, staat eene rij opgaande lindeboomen, welke de kom van het dorp +zeer versieren. + +De leden der Doopsgezinde kerk, welke hier verblijf houden, behooren +tot de gemeente Burg- Waal- en Oostereind terwijl de R. K. tot de +gemeente aan Den Burg behooren. + + + +8. Het Nieuwe Schild. + +Dit gehucht, kerkelijk vereenigd met het dorp Oostereind, en van daar +1/2 uur verwijderd, werd vroeger hoofdzakelijk door loodsen bewoond, +die algemeen bekend stonden voor zeer ijverige, bekwame en koene +zeelieden, wier woonplaats hier zeer geschikt gelegen was om de +schepen te loodsen, die van Amsterdam kwamen en op den Vlieter lagen. + +In dit gehucht, dat weleer een 50 tal woningen telde, zijn er thans +niet meer dan 4, te zamen bewoond door 35 zielen. De opkomst van het +Nieuwe Diep, welke eerst eene gedeeltelijke, en daarna eene algeheele +verplaatsing van den loodsmansstand ten gevolge had, was oorzaak van +het verval van deze plaats, die hare eerste opkomst te danken had aan +de overbevolking van het oude Schild. Oostwaarts van dit gehucht is in +1844 eene nieuwe haven aangelegd voor oestersvisschers, voornamelijk +bekostigd door Rijks- Provinciale- en Gemeente-subsidiën.--Bij +deze haven, die thans echter weder in verval is geraakt, is onlangs +eene ijzeren baak opgerigt ten dienste van de schepen, die, uit de +Zuiderzee komende, deze plaats passeeren.--Vroeger bestond hier eene +kleine helling om de loodsschuiten te herstellen, alsmede een gebouw +op steenen voet, hetwelk gebezigd werd als Magazijn, ter berging van +goederen, als ook van gereedschappen en bouwstoffen ter herstelling +van de dijken en zeeweringen. + + + +9. Oost. + +Even als het Nieuwe Schild, behoort ook het gehucht Oost, dat vroeger +Om de Oost werd geheeten, tot het dorp Oostereind. Waarschijnlijk +ontleent het dezen naam van wege zijne ligging op de Oostpunt van het +eiland. Het bestaat uit omstreeks 40 woningen en telt 268 inwoners, +welke deels in visscherij, deels in landbouw en veeteelt, hun bestaan +vinden. [29]-- + + + +10. De Cocksdorp. + +Dit dorp, op het nu met Texel vereenigde Eijerland aangelegd, en aldus +genoemd naar wijlen den Heer J. J. de Cock, van Rotterdam, ligt 2 3/4 +uur N. O. van den Burg, nabij de Roggesloot, op eenen zandgrond. Het +telde ten jare 1841 een 20-tal woningen met 120 bewoners; behalve de +school, die toen door 40 à 50 leerlingen werd bezocht, benevens eene +met vlas overdekte koren- en pelmolen, eene wagenmakerij, smederij +en broodbakkerij. + +Sedert heeft deze plaats vele uitbreiding ondergaan, zoodat men er +thans 53 huizen en eene bevolking van 276 zielen telt; bevattende de +geheele polder Eijerland 140 huizen met 1000 bewoners.--Door deze +uitbreiding wordt de bovengenoemde school thans door 120 kinderen +bezocht, terwijl er in 1853, door het Gemeentebestuur van Texel, +eene tweede school en onderwijzerswoning in het zuidelijk deel van +den polder is gesticht, die gemiddeld 100 leerlingen telt. + +De Hervormden, die tot de gemeente Eijerland behooren, hebben hier eene +kleine kerk en pastorie, welke beiden in 1839 zijn gebouwd. De eerste +is voorzien van eenen kleinen naaldtoren, terwijl den 19 Maart 1842, +eene particuliere woning, na tot een bedehuis voor de R. K. te zijn +ingerigt, ingewijd is en bediend wordt door pastoor G. van den Bosch. + +De eerste leeraar, die bij de Herv. gemeente het leeraarsambt heeft +bediend, is Pieter Haesebroek, die in 1841 herwaarts beroepen is. + +De net aangelegde begraafplaats ligt dáár, waar de dorpsweg zich door +eene bevallige kromming met den postweg vereenigt.--Vroeger stond +hier een groot steenen magazijn, dat thans is veranderd in eene +bouwmanswoning, Dijkzigt geheeten. + +Men heeft te Cocksdorp ook eene Afdeeling der Maatschappij, +t. N. V. 't. A. dat in 1837 is opgerigt, terwijl er eene jaarmarkt +gehouden wordt op den tweeden Pinksterdag. + +De bewoners vinden hun bestaan, deels in den landbouw, en deels +in de schelpvisscherij. Vele duizende kubiek ellen schelpen worden +jaarlijks door hen van de zandbanken, tusschen Texel en Vlieland, +gehaald, die naar verschillende oorden in ons vaderland, meerendeels +voor de kalkbranderijen en ook voor het aanleggen en onderhouden van +kunstwegen, vervoerd worden. + + + +11. De Waal. + +Ofschoon de tijd der stichting van dit dorpje niet met zekerheid te +bepalen is, zoo is het niet te min hoogst waarschijnlijk, dat het van +zeer ouden oorsprong is. De Hervormde kerk, die aan de Noordzijde nog +grootendeels uit duifsteen bestaat, en op eene aanmerkelijke hoogte +gelegen is, pleit o.i. voor eene oude stichting.--Ook de Doopsgezinden +hebben hier eene kerk, waarvan echter het in- of uitwendige niets +bijzonders oplevert. + +Landbouw en veeteelt maken het hoofdbedrijf der 131 inwoners uit, die +hier in 32 huizen wonen en te zamen een 36tal huisgezinnen uitmaken. De +openbare school wordt gemiddeld door 40 leerlingen bezocht. + +In het laatste gedeelte der vorige eeuw, werd alhier, beoosten het +dorp, eene tumulus of oude Romeinsche begraafplaats gevonden, waarvan +wij bereids gesproken hebben. [30] + +Behalve de beschrevene plaatsen, zijn er nog eenige weinig beteekenende +buurtschappen op Texel, waarvan eigenlijk geene bijzonderheden zijn +mede te deelen. Het aantal huizen en bewoners is opgenomen in de +Staat van Bevolking, welke wij op bladz. 11 gegeven hebben. + +Deze buurtschappen zijn: + + + 1. Zevenhuizen, Noordwaarts gelegen van Oostereind. + 2. Harkenbuurt, Z.O.waarts gelegen van Oostereind. + 3. Spang, N.O.waarts gelegen van de Waal. + 4. Molenbuurt, Noordelijk gelegen van de Waal. + 5. Burgen, Noordelijk gelegen van de Waal. + 6. Dijkmanshuizen, Noordwaarts gelegen van het O. Schild. + 7. Zuidhaffel, Oostwaarts gelegen van den Burg. + 8. Westergeest, en + 9. De Hooge Berg, waarvan wij bereids gesproken + hebben, bij het O. Schild. + + + + + + + +VIERDE HOOFDSTUK. + +DE VOORNAAMSTE TEXELSCHE POLDERS. + + +1. De Prins-Hendrik-Polder. + +Deze polder ligt in den Z. O. hoek van het eiland, en werd reeds ten +jare 1769, onder den naam van Polder Hoorn en Burg, ingedijkt. Deze +bedijking moest echter reeds spoedig zoodanig gewijzigd worden, dat +het middengedeelte van den dijk veelmeer binnenwaarts moest verlegd +worden, omdat door eene inbraak, eene groote diepte was veroorzaakt. + +Ook in 1776 leed deze polder veel van stormvloeden, en werd in 1796 +geheel geïnundeerd, en der baren prijs gelaten.-- + +Vóór dien tijd was hij hoogst waarschijnlijk voorzien van +eene uitwateringsluis, en werd droog gehouden door twee kleine +watermolens. Voorts bevonden er zich twee kapitale gebouwen, nabij den +Griedijk, waarvan de sporen lang zigtbaar zijn gebleven, en waarvan +het grootste den naam draagt van het Heerenhuis. Ook nabij de duinen, +is, in het huis Hooren en Burg, een overblijfsel van dien poldernaam +bewaard gebleven. De eigenaar van dit gebouw, dat door eenen dijk tegen +stormvloeden werd beveiligd, kocht in 1823, een gedeelte van de daarbij +liggende domaniale goederen, welke, liggende op eene hoogte van 0,70 el +boven vol zee, met elken stormvloed onderliepen. Er tierde echter eene +soort van fijn gras op, dat uitnemend voor schapenweide geschikt was. + +Genoemde polder was door drie wegen doorsneden, onderling op gelijken +afstand van elkander verwijderd; terwijl een dwarsweg midden door +den polder, van den Griedijk naar den buitendijk, was opgeworpen; +met de verdere indeelingen van dezen polder, was hij in 264 percelen +gesplitst, waarvan een vierde tot bouw-, en het overige tot weiland, +vooral voor schapen, werd gebruikt. De tarwe, inzonderheid, die er +geteeld werd, was uitmuntend.--De bebouwde gronden grensden aan het +Hoorner Nieuwland, het Grie en het Weezenspijk.-- + +In 1846 werd aan den Heer P. Langeveld, C. S., te Texel, concessie +verleend tot wederindijking van voornoemde gronden, en wel, onder +den naam van Prins Hendrik Polder. Na getroffen overeenkomsten met +den aangrenzenden eigenaar D. de Graaf, het dijkskollegie van Texel en +andere besturen, werd eene maatschappij met 60 aandeelen opgerigt. Naar +het plan van den bekwamen opzigter en landmeter, P. van der Sterr, +werd de sluis aangenomen door J. van Haaften & Co. van Sliedrecht, +voor eene som van f 16,600, welke in September 1847 voltooid was. Met +het begin van 1847 werd eenen aanvang gemaakt met het leggen van den +dijk, die niet publiek werd aanbesteed, maar door concessionarissen +en deelhebbers, met een genoegzaam aantal werklieden gemaakt zoude +worden. Gebrek aan rijs, en andere bijkomende omstandigheden, werkten +echter zoodanig tegen, dat de dijk niet vóór den winter gereed konde +zijn, dien dan ook in dit barre getijde, groote schade werd toegebragt +door elken buitengewonen vloed en harden wind. Daarom besloot men +de verdere voltooijing van den dijk, ter lengte van 3522 el, aan te +besteden, ten gevolge waarvan de aanneming geschiedde door A. Visser, +Pz. en Co., van Sliedrecht, om denzelven vóór of op 1 Augustus 1848 te +voltooijen. Medio Julij echter was de dijk reeds voltooid, opgenomen +en goedgekeurd. + +In het begin van 1848, werden er 42 aandeelen aangekocht door +Z. K. H. Prins Alexander der Nederlanden; terwijl de overige aandeelen +werden vertegenwoordigd door Jhr. P. A. Reuchlin, te Tiel. + +Het verdere beheer en toezigt over de werken van verkaveling, bemaling +en voltooijing, werd vervolgens opgedragen aan den Ingenieur van den +Waterstaat Jhr. J. Ortt van Schonauwen [31], door wien het bouwen van +eenen vijzelwatermolen, en andere werken werd aanbesteed.--Daarna werd +de polder opgemeten, in kaart gebragt, en het op de kaart voorgestelde +plan van verkaveling goedgekeurd; welke verkaveling den 20 September +1848 werd aanbesteed.-- + +Reeds bevorens, in Maart, was de opbouw eener boerderij aanbesteed +geworden, welke werken allen, uitgezonderd een gering gedeelte der +verkaveling, in den loop deszelfden jaars werden voltooid; terwijl +men in het begin van 1849, het ingesloten water, reeds tot 0,20 el +beneden het laagste land, had uitgemalen.-- + +De bedijking van den Prins Hendrik-polder, had echter vier der +duikersluisjes, welke in de dijken der omliggende polders tot +uitwatering dienden, ingesloten en buiten effect gesteld, waardoor +men dus genoodzaakt werd om sluizen te bouwen in den dijk des nieuwen +polders.--Diensvolgens besloot men, ééne sluis met drie openingen daar +te stellen, om door gezamenlijke uitstrooming, buiten beter diepte +te kunnen behouden. De grootste of noordelijke dezer openingen dient +alsnu tot ontlasting van het water uit de oude landen van Texel, +dat voor de Zuidhaffeldersluis gelegen in den Texelschen zeedijk, +nabij de Redoute wordt aangevoerd; de middelste opening dient +regtstreeks tot uitwatering van den Prins Hendrik-polder zelven, +terwijl eindelijk de derde of zuidelijke opening tot lozing van het +water in de polders Hoorner-Nieuwland en Buitendijk dient.--Midden door +den polder heeft men eenen hoofdweg gelegd ter breedte van 9 ellen, +benevens twee kruiswegen, welke den eersten regthoekig snijden, en +strekkende tot naaste communicatie met de sluis en den gemeenteweg, +tusschen de dorpen den Burg en den Hoorn, terwijl de hoofdweg eene zeer +geschikte gelegenheid aanbiedt tot vervoer van goederen en gewassen, +van en naar den beschelpten Texelschen zeedijk, en verder van en naar +de haven van het eiland. + +De polder is verdeeld in 22 kavels, ieder van 20 bunders, uitgenomen +de eerste en laatste kavel, welke eene kleinere oppervlakte hebben; +iedere kavel is weder verdeeld in 3 of 4 onderdeelen. + +De oppervlakte van den Prins-Hendrik-polder is vrij effen en vlak. Het +hoogste gedeelte vindt men langs de dijken van het Hoorner-Nieuwland, +de Grie en het Weezenspijk. De geheele oppervlakte beslaat 430 bunders; +de eene helft klei-, de andere zandgrond. + +Door de bedijking van den genoemden polder, zijn ook de landen +van wijlen D. de Graaf, ter grootte van ongeveer 60 bunders, +ingesloten. Deze waren in 1848 reeds grootendeels bebouwd met tarwe, +winter-koolzaad, rogge en garst, welke gewassen eenen voordeeligen +oogst hebben opgeleverd. Ook buiten den dijk van den polder, aan +het Horntje, bezat genoemde D. de Graaf eenige landerijen, groot 16 +bunders, welke mede in 1848 bedijkt zijn, waarbij voor een gedeelte +gebruik is gemaakt van den nog overgebleven dijk van 1769. + +Behalve de landhoeve, die voor rekening van Z. K. H. Prins Hendrik in +1848 op Kavel No. 19 werd gebouwd, liet Jhr. P. A. Reuchlin, op Kavel +No. 20, mede eene aanzienlijke boerderij zetten, terwijl er mede in dit +jaar, ook op de landerijen van D. de Graaf, eene bouwhoeve is gesticht. + +Aldus erlangde Texel, door de bedijking van den Prins-Hendrik-polder, +eene belangrijke aanwinst, naardien daardoor bijna 530 bunders lands +aan de zee ontwoekerd zijn. + + + +2. Eijerland, + +Aldus genoemd naar het verbazend groot aantal eijeren, dat hier +in vroegere jaren gevonden werd [32], was vroeger een afzonderlijk +eiland. Thans maakt het, vereenigd met Texel, waarmede het nu verbonden +is, het grootste van de reeks eilanden uit, welke zich van Hollands +Noordelijken uithoek tot naar den mond der Elve, uitstrekken en die +de overblijfselen uitmaken van den aaneengeschakelden duinzoom, die +oudtijds ook aan onze Noordkust, de binnenlanden tegen de woede van +den Oceaan gedekt heeft. Weleer bestond het Eijerland uit de van ouds +bekende Duinkom, gevormd door diluvische of oorspronkelijke gronden, +(waarop het geheel op zich zelf staande Eijerlandshuis [33] gevonden +wordt), en het tusschen dit Eijerland en Texel gelegene Buitenveld, +zijnde een aangeslibte grond. + +Dit buitenveld bestond uit onbegroesde zandvlakten en begroesde +kweldergronden, waaruit zich oostwaarts eene menigte natuurlijke +kreken, hier zwennen of slufters genoemd, ontlastten, en waarvan de +zuidelijkste of de Hoogezands-kil, benevens de Noordelijkste of de +botrijke Roggesloot, de voornaamste waren. + +Vóór ongeveer twee eeuwen spoelde het Noordzeewater, bij spring- +en stormgetijden, over deze door de aanslibbing der zee, opgehoogde +tusschenruimte, waarover het zich eenen weg naar den boezem der +Zuiderzee baande. Dit veranderde echter in de jaren 1629 en 1630, +toen Oud-Eijerland, door het opwerpen van eenen zanddam over die +vlakte, met het eiland Texel werd verbonden. Deze dam, welke thans +onder de benaming van Zanddijk bekend staat, vertoont zich nu als +eene duinketen, welke zich, ter hoogte van 18 tot 25 ellen, in eene +regte lijn uitstrekt van Maikeduin, noordelijk van de Koogerduinen, +tot voorbij Zanddijkshuis aan Oosterduin, over eene lengte van ongeveer +4700 ellen. Tot welke hoogte deze zanddijk oorspronkelijk opgeworpen +zij, is niet bekend; dit echter is zeker, dat hij zijne tegenwoordige +hoogte erlangd heeft, zoo door natuurlijke opstuiving, als door +kunstmatige helmbeplanting, welke nog heden ten dage, op last der +provinciale overheid, jaarlijks met de meeste zorg wordt onderhouden. + +Door den aanleg van den voorschreven zanddijk, werd hier veel +buitenland aangewonnen, waarop in 1649 de Gecommiteerde Raden van het +Noorderkwartier eene groote landmanswoning lieten bouwen, welke sedert +dien tijd met het aangewonnen buitenland, waarop veel vee werd geweid, +afzonderlijk van het Eijerland verhuurd werd. Te dien tijde, werden +er op dit eiland vele konijnen en veel gevogelte gevonden. Er woonde +toenmaals een kastelein, naar wien het Eijerlandsche Huis nog wel het +huis van den kastelein genoemd wordt, en bij wiens woning toen slechts +twee boerenhuizen of schaapskooijen stonden. Op kleinen afstand van +des kasteleins woning, was eene vrij hooge kaap of steng, van waar +men een vrij en ruim uitzigt over den Oceaan had.--De meeuweneijeren +waren er ten eenenmale ontelbaar, en werden ingezameld van Mei tot +24 Junij, door en onder het opzigt van den kastelein, die daartoe bij +uitsluiting het regt bezat, en gemiddeld 7 à 8 helpers noodig had. Zij +werden òf op Texel verkocht, òf, en voornamelijk, naar Amsterdam en +elders verzonden; ook werden zij wel als een welsmakend geschenk naar +elders overgemaakt. Deze eijeroogst leverde den kastelein, behalve +zijn gewoon jaargeld, een ruim inkomen op, hetwelk door de opbrengst +der konijnen nog aanmerkelijk werd verhoogd. + +Tegenwoordig begrijpt men onder de benaming Eijerland zoowel het +voormalige Buitenveld als Oud Eijerland. Dit tegenwoordig Eijerland +strekt zich in eene N. N. O. rigting van Texel uit, en grenst +Noordwaarts aan het Eijerlandsche Gat, waardoor het van het eiland +Vlieland is gescheiden; Oostwaarts van de laagwaterlijn tot langs de +palen van den Noorder-Zeedijk van Texel; Zuidwaarts aan de limitpalen, +langs den Ruigendijk, welke vroeger de polders Oosterend, Waal en Burg, +als ook het Koogerveld, tegen overstrooming beveiligden, en Westwaarts +aan de Noordzee, waarin, ten Noordwesten van het Eijerlandshuis, +de gevaarlijke Eijerlandsche gronden liggen. + +Het gansche Eijerland, dat het thans Noordelijk gedeelte van het Eiland +Texel uitmaakt, beslaat eene oppervlakte van 8000 bunders, waarvan +de Noordelijke en Westelijke stranden en duinen, ter grootte van +2200 bunders, aan de provincie behoorden, terwijl de overige, zijnde +domaniale gronden, die door nummerpalen afgedeeld en begrensd waren, +volgens den kadastralen legger, eene grondvlakte van 5807 bunders, +98 [] roeden en 83 [] ellen besloegen, en waarvan 2565 bunders +kwelderlanden waren, die tot weide gebezigd werden.--Bij eene latere +hermeting, werd Eijerland's oppervlakte groot bevonden te zijn 5852 +bunders, 98 [] roeden en 91 [] ellen.--Genoemde kweldergronden werden +in vroegeren tijd met de oostelijke slikken en aanwassen door het +Domeinbestuur verpacht. De laatste verpachting in drie percelen, zoo +als dit steeds vroeger plaats greep, door de Permanente Commissie van +het Amortisatie-Sijndikaat, werd gehouden den 24sten Januarij 1833. +De toen verpachtte percelen waren: + +1. Het Eijerlandshuis, met binnengronden en duinen, benevens een +gedeelte van het Buitenveld, groot ongeveer 180 bunders;-- + +2. Het Zanddijkshuis, grenzende noordwaarts aan het vorige perceel, +van den Zwarten paal in de Oosterduinen, langs de groote Zwen +naar Waltherduin, en zuidwaarts palende aan het hier na te melden +3e perceel (Kwelderbeek), bij paal b, onder den Zanddijk, groot +p.m. 1022 bunders;-- + +3. Kwelderbeek, groot 1363 bunders, dat Noordwaarts paalde aan +paal b en de Scheid-zwen, liggende Noordelijk van de Oosterbollen of +Directiekeet; Zuidwaarts aan de palen bij den Ruigendijk en paal 12 bij +den kwelder Maikenduin. Dirkje Maikeduin en de vallei de Nederlanden, +als ongans beschouwd wordende, werden afzonderlijk gebruikt, vermits +bij de voorwaarden van verpachting bepaald was geworden, dat de +Koogerduinen, Slufterbollen en andere deelen, alleen met getuurde +schapen en geen ander vee beweid mogten worden. + +Deze perceelen werden voor den tijd van zes jaren verpacht, t. w. + +Eijerlandshuis voor f 980. Op welk perceel de pachter in het laatste +zijner pachtjaren weidde 220 schapen, 35 runderen en 7 paarden, +welke laatsten gebezigd werden, zoo ter binnenhaling van het hooi, +als ten dienste der strandvonderij. + +Zanddijkshuis, met Zanddijkshoe aan den Noordkant van de Roggesloot, en +een herdersstulp bij de Doodemansbollen, zuidwaarts van de Roggesloot, +voor f 1340. De pachter weidde hier 800 schapen, eenige koeijen en +paarden, benevens eenig jong vee. + +Kwelderbeek, met de herderswoning op de Oosterbollen, aan den slufter +van dien naam, voor f 2140, hier werden geweid 1230 schapen, 6 paarden +en 20 runderen. + +Het toenmalig zielental dezer drie pachthoeven, waarbij twee +herdershuishoudingen, bedroeg ongeveer een 30tal personen. Deze vijf +gezinnen erlangden hun bestaan in de schapenteelt, het zoeken van +eijeren, de konijnenjagt [34] en de strandvonderij. + +Reeds vroeg echter was het denkbeeld ter bedijking van het Buitenveld +geopperd. Zoo vormde o. a. Leendert den Berger, woonachtig op het +buitengoed Brakenstein, tusschen het Oude Schild en De Burg, reeds +in 1573 het plan daartoe; tegen dit plan werd echter, vooral door +de Provinciale staten van Friesland, geijverd.--Eerst in 1835 kwam +het ontwerp ter bedijking van Eijerland, op eene uitgebreide schaal, +tot stand, ten gevolge van een, door vier personen, aan den Koning +daartoe gerigt verzoek. Den 21sten Februarij van dat jaar werd +het geheele Eijerland, tegen eene koopsom van f 90,000, te betalen +in 12 jaarlijksche termijnen, met eene interest van 2 1/2 % voor +het onbetaalde, te rekenen met 1 Januarij 1835, in vollen eigendom +overgedragen aan de H. H. Paulus Langeveld Kzn. te Giessendam, Willem +Langeveld Kzn. te Hardinxveld, Marcellus Leendert Plooster, te Ameide +en Tienhoven, alle aannemers van publieke werken, en Nicolaas Josephus +de Cock, Handelaar te Rotterdam. + +De eigendomsoverdragt had plaats, als tiendvrije eigendom, op den +voet als Eijerland en het Buitenveld door het Rijk bezeten waren, en +onder de gewone voorwaarden van eigendomsovergang, met het regt van +visscherij en jagt.--Volgens contract, waren de koopers verpligt, de +gekochte en daartoe geschikte gronden, binnen den tijd van 8 jaren te +bedijken. Vooraf echter moesten de plannen dier bedijking ingezonden +worden aan, en goedgekeurd door het Ministerie van Binnenlandsche +Zaken, terwijl de koopers zich tevens moesten onderwerpen aan alle +verordeningen, welke opzigtens het bedijken, toen bestonden, of nog +gemaakt mogten worden; voorts werd bepaald, dat de koopers de duinen +op de domaniale gronden, door helmbeplanting moesten onderhouden, +terwijl het Rijk zich het regt voorbehield van overpaden voor wagens, +paarden en personen naar de door aanslibbing nog te verkrijgene +gronden, buiten de limiet van het verkochte land, en dat wel zonder +eenig bezwaar of onderhoud voor den Staat, voorts eene vaart op de te +graven kanalen, zonder eenige betaling of tegemoetkoming van tollen, +vaarten, bruggen, enz. + +Inzonderheid waren er bij het koopcontract bepalingen vastgesteld, ten +opzigte van den van oudsher bestaande postrid, naar het Eijerlandshuis +en de gemeenschap met de postschuit van Vlieland, als ook van den +bijstand, zoowel aan den postillon als aan de schippers te verleenen. + +Nadat de overdragt op deze wijze haar beslag had erlangd, werd er +door de respective koopers, in verband met andere geassociëerden, +eene Maatschappij opgerigt, welken den naam van Societeit van Eigendom +van Eijerland heeft, welke hare werkzaamheden onder het onmiddelijk +beheer, der drie eerstgenoemde Heeren, als deskundigen geadsisteerd +door een viertal deelhebbers, aanvaardden en al aanstonds het plan +ter bedijking ontwierp.--Dit plan werd in den verbazend korten tijd +van circa 20 weken, (van medio April, tot het begin van September,) +geheel voor eigen rekening, met 1500 werklieden ten uitvoer gebragt; +en weldra zag men eene oppervlakte van 3165 bunders land, door +eenen dijk van 11.122 1/2 el lengte, tegen de overstrooming der zee +gewaarborgd. Deze dijk werd aan Woltherduin begonnen, en strekt zich +van daar, in 10 regte lijnen, tot aan den Ruigendijk uit.--De lengte +dier lijnen is echter zeer verschillend; zoo is b. v. de eerste +1608, en de 9de 283 ellen lang, terwijl de dijkshoogte gemiddeld +3.50 el boven vol zee verheven is.--De dijk is voorzien van twee +steenen duikersluizen. Beiden hebben denzelfden inhoud, alhoewel de +Noordelijkste, alwaar de dijk het zwaarste is, de grootste lengte +heeft, beiden zijn 2 ellen breed en diep. De bodem van den drempel +ligt 2.37 ellen onder volzee, of 2.86 ellen onder terrein. + +Van deze sluis, welke het eerste stroomde, en die daartoe dan ook +eene veel betere ligging heeft dan die der Hoogezands-kil, werd de +dam, in September doorgestoken en het water ingelaten door den Heer +Marten Douwes Teenstra, Directeur van Landbouw, die tevens met de +indeeling en het cultiveren van den Eijerlandschenpolder belast was. + +Te gelijk met het leggen van den dijk, werd, aan de binnenzijde er +van, een kanaal gegraven van 20 ellen == terrein breed, en 12 ellen +in den bodem. Dit kanaal leverde het grootste gedeelte der, tot het +maken van den dijk, benoodigde specie op. + +Over het geheel is Eijerlands bodem een vrij gelijk terrein, dat +gemiddeld 0,50 el, boven volzee gelegen is, uitgenomen eenige begroeide +zandvlakten. Deze zandvlakten zijn, van den Ruigendijk afkomende, +op Texel bekend, als: het Lammerbults-zand, dat ten westen van den +Meeuwenbol ligt; de Bolletjes (gebroken land met bollen), Koebultszand, +Arm der Hoogezandskil en Oosterduin-zand, bij Zanddijkshuis; terwijl +de voornaamste kreken, welke allen in het Dijkskanaal uitloopen, +van die zelfde zijde afkomende, zijn: De Ruigendijks-zwen; de Breg- +of Kwelder-zwen; de Kabeljaauwslufter; de Hoogezands-kil, de Kruisbalg; +de Huisjeskreek of Oosterbollen-zwen; de Scheid-zwen; de Rogge-sloot; +de Kleine-Zwen en de Groote-Zwen of Wolther-duins-kil. + +De indijking nu volbragt zijnde, ging men al dadelijk tot de +ontginning over, en reeds in Augustus en September 1835, werden er +op 6 kavels land, te zamen ter grootte van 26 1/2 bunders, proeven +genomen met winterkoolzaad; den 12den Augustus werd de eerste akker, +door den directeur van Landbouw, den reeds genoemden Heer Teenstra, +met koolzaad bezaaid. Deze proefstukken lagen langs het kanaal, en +bepaaldelijk het Noordelijkste op den Noorderhoek van de Groote Zwen +bij Woltherduin, terwijl de overigen afgezonderd van elkander, tot +aan den Ruigendijk lagen. Men droeg zorg de bezaaide stukken lands, +door het opwerpen van aarden dammen of dijkjes, hier tuinen genoemd, +tegen het indringen van vee, te beschutten; en ofschoon het gezaaide +veel door droogte leed, en later bovendien nog, ten gevolge van het +niet in tijds afstroomen der sluizen, door het hooge binnenwater +voor het meerendeel verloren geraakte, zoo leverde het echter nog +343 mudden zaad op, waarvan het Zuidelijkste stuk het meest rendeerde. + +In den nazomer van 1835, en gedurende den daaraanvolgenden winter, +werd Eijerland door wegen, slooten, togten en greppen ingedeeld. Tot +basis dier indeeling nam men den Zanddijk, terwijl men op evenwijdigen +afstand van dezen, twee strekkende wegen afgroef. De Oostelijkste, +welke het naast aan den nieuwen dijk ligt, en Hoofdweg wordt geheeten, +heeft eene breedte van 14 ellen. Ter wederzijde loopt eene sloot van +5 ellen breedte, op eene diepte van 1 1/2 en 1/2 el in den bodem; +voorts aan elke zijde eenen berm van 1 el en 1/2 el talud, terwijl +de kruin eene breedte van 11 ellen heeft, met eene tonrondte van +0.90 el boven terrein. Deze Hoofdweg strekt zich van den Ruigendijk, +of limietweg, in eene regte lijn, 7447 1/2 ellen uit, tot dáár waar +hij tegen de tweede dijklinie stuit. + +De Postweg, welke 1280 ellen westelijker ligt, is gelegen tusschen +slooten van 2 ellen, waarvan de Oostelijke later tot 5 ellen is +verbreed, en heeft eene breedte van 10 ellen. Ook de dwarsslooten +hebben diezelfde breedte, en zijn insgelijks palende aan slooten +van 2 ellen breed.--Door de twee genoemde strekkende hoofd- en vier +dwarswegen is Eijerland regelmatig verdeeld in sectiën van 200 bunders +ieder; elke sectie bevat 10 gelijke perceelen, elk ter grootte dus +van 20 bunders, welke in metjes, van éénen bunder elk, door greppen, +ter breedte en diepte van 1/2 el zijn afgedeeld.--Diensvolgens hebben +op Eijerland de bunders eenen langwerpig vier hoekigen vorm. Die, +tusschen de Roggesloot en Eijerlands-huis, zijn 250 ellen lang en 40 +ellen breed, en die, tusschen de Roggesloot en Ruigendijk, zijn 312 +1/2 bij 32 ellen.-- + +De hooi- en weilanden bij Eijerlandshuis, reeds vroeger met slooten +doorschoten, heeft men in den ouden vorm gelaten. Deze, zich hier +bevallig voordoende duinkom, heeft aan de tegenovergestelde zijde, +gevaarlijke N. W. loopende buitengronden, welke eene hoogst gevaarlijke +offerbank voor de zeelieden uitmaken, en als zoodanig ook op de +zeekaarten aangeteekend zijn. + +De Noordelijkste uithoek van Eijerland, welke sterk vooruitspringt, +draagt den naam van het Engelsche kerkhof, ter oorzake van de +menigte schipbreukelingen, welke hier den dood vonden en begraven +werden. Geen wonder, dat men van Engelsche zeelieden, bij het spreken +over Eijerland, meermalen hoort zeggen: Damm Egg Island! [35] + +In het jaar 1836, werd de ontginning der gronden met meerder kracht +doorgezet; terwijl daarbij tevens de veeteelt, door den aankoop van +runderen en schapen zeer werd uitgebreid. + +De oogst van de, in de Lente van genoemd jaar, aan den grond +toevertrouwde zaden, welke bestonden uit 62 1/2 bunders zomergarst, +78 bunders zomerkoolzaad, 15 bunders haver, 4 bunders maartegarst, +10 bunders aardappelen, 2 bunders meekrap, benevens 2 bunders +paardenboonen, was, ten gevolge van het buitengewoon drooge en schrale +jaargetijde, gansch niet voordeelig. + +Evenwel werd de landbouw, ondanks den aanvankelijken tegenspoed, +met ijver doorgezet en uitgebreid, zoodat reeds in Julij, Augustus +en September, 817 bunders alleen met winterkoolzaad (waaronder 47 +bunders met wit bloeijend) werden bezaaid. Van andere graansoorten +zaaide men minder, namelijk 5 bunders garst, 5 bunders tarwe en 4 +bunders rogge.--Eene groote hinderpaal bij de bebouwing, bestaat in +den ongelijksoortigen grond. + +Het hoogere gedeelte van Eijerland, dat uit geel zand, plantenvezelen +en een weinig klei bestaat, bevat eene aanmerkelijke menigte +schadelijke insecten, waarbij vooral wordt opgemerkt een', het +koolzaad zeer benadeelend, gebronsd schaaldiertje, met zes pooten, +en ter grootte bijna als een graankorrel. Bijna overal op Eijerland +is de grond zandig en ligt, zelfs in de beste gedeelten, waar men, +ter diepte van 1/2 el, eene bruinachtige, door dierlijke gelei +eenigzins vette, bovenkorst vindt, zooals tusschen den Ruigendijk en +de Hoogezands-kil. Voor het overige bestaat de grond grootendeels +uit zand, doorgroeid en gemengd met eenig humus of teelaarde, +plantenvezelen en eene geringe hoeveelheid klei; zoodat het niet anders +kan, of zelfs de beste gronden van den Eijerlandschen polder, zullen al +spoedig met eene vette bemesting ondersteund moeten worden.--Uitgenomen +deze voor bebouwing vatbare streken, welke echter slechts 1/5 van +Eijerland beslaan, is het overige te zandig en te dunbodemig om de +kosten der bebouwing goed te kunnen maken, al vergadert men de mest +ook op Eijerland zelf, en al vermeerdert men die door stalvoedering +en graanbemesting; althans zal dit nog eene reeks van jaren het geval +moeten zijn. + +Op sommige plaatsen van den Eijerlandschen polder, treft men een +grof en geelachtig zand aan, met eenen broek- of moerachtigen +bovengrond, welks bovenste gedeelte of bovenvilt, eene donker +bruine kleur heeft, en uit welken taaijen aardlaag een water +van dezelfde kleur sijpelt. Deze gronden, welke, aangezien zij +ongeschikt voor schapenweiden zijn, tot hooilanden worden gebezigd, +liggen bij Eijerlandshuis, in den duinkom bij Moesbergen; bij +de Kleine of Oosterduinen, langs den Zanddijk, en vooral ook bij +Maikeduin. Vroeger staken de toenmalige bewoners van Eijerland uit +deze aardsoort eene soort van turf, tot eigen gebruik. Het gemis aan +behoorlijke waterloozing uit deze gronden, deed voorheen, een voor +de schapen, zeer nadeelig grasgewas ontstaan, waardoor deze dieren +ongans werden; eene andere schapenziekte, [36] wordt aan het drinken +van het poelwater geweten. + +Eene groote oorzaak, voor de schraal- en dorheid van den Eijerlandschen +polder, meent men te moeten toeschrijven aan zijne ligging in +de nabijheid der zee, door het zeewater, om verder afgelegene +kweldergronden eene vettere en meer vruchtbare slib en klei aanvoert, +omdat deze langer daarin hangen blijft dan de zooveel zwaardere +zanddeelen. + +De hoogere zandbollen, welke mede dor en zeer onvruchtbaar zijn, +vindt men veelvuldig tusschen de Hoogezandskil en de Roggesloot. + +Beter dan de landbouw aanvankelijk op Eijerland mogt slagen, ging +het met de schapenteelt, welke tak van nijverheid, op Texel in het +algemeen, schijnt te huis te behooren. De Societeit van Eigendom van +Eijerland had reeds in 1836, 2454 vliezen wol afgeleverd, welke, na op +de schapen te zijn gewasschen, (waardoor de wol p. m. 30 % in gewigt +verliest,) een netto gewigt van 6794 kilo opleverden, welke hoeveelheid +eene som van f 11379.95 opbragt, zijnde het kilo verkocht ad f 1,675. + +Daarbij viel ook de hooibouw zeer ten genoege der Societeit uit, +naardien er omtrent het midden van October, reeds 780 voeren hooi, +te zamen wegende 546,000 kilo, benevens meer dan 200 voeren ruigte +en biezen, gereden waren. + +Zes jaren later heeft men bij Maikeduin eene eendenkooi aangelegd. + +Eindelijk ging in 1841 de Societeit van eigendom van Eijerland +uit elkander, waarna Eijerland, door verdeeling en door verkoop +bij percelen, thans den eigendom van onderscheidene particulieren +is geworden. De landbouw wordt in Eijerland, door afwisselende +bebouwing der gronden, steeds geregeld voortgezet, en levert op de +beste gedeelten voortdurend goede resultaten. + + + +3. De Eendragt-polder. + +Deze polder, die ten oosten van het Eijerland ligt, waaraan +hij onmiddelijk paalt, is in 1846 ingedijkt geworden door de +H. H. S. Keyser, P. Kuyper en P. den Bleyker, en bevat eene oppervlakte +van 240 bunders land, die gedeeltelijk bebouwd doch meerendeels beweid +worden. Men vindt daarin thans 9 huizen, bewoond door 9 huisgezinnen, +uitmakende 26 zielen. De omringdijk, welks buiten-talud, met graszoden +is bekleed, heeft eene kruinshoogte van 10 voeten boven gewoon volzee. + + + +4. Het Grie. + +Deze polder, die volgens de kadastrale ligging eene oppervlakte van +21 bunders schatbaar land beslaat, wordt begrensd t. O. door de zee, +en t. N. en t. W. aan het overige Texel. + +Het land in dezen polder, waarop geene boerderij is, wordt uitsluitend +tot hooiland gebezigd. Door de lage ligging wordt het grootste gedeelte +gedurende het wintersaisoen, door het regenwater overstroomd, van +welk overtollig water, deze polder door een kleinen duiker, naar +binnen in den Texelschen polders ontlast wordt. + +Deze polder stond tot het noodlottige jaar 1825 onder eigen +administratie. Nadat op den 2e en 3e Februarij van dat jaar, bijna +de geheele dijk der Texelsche polders, door de hooge stortvloeden +bezweken, en Het Grie zelf, alzoo geheel onder water gezet was, +is het onder de algemeene administratie opgenomen en sedert dien +tijd verbleven. + + + +5. De Kattenpolder. + +Deze polder ligt in het Zuidelijk gedeelte van Texel en heeft zijnen +naam ontleend van zekeren Maarten Kat, herbergier aan den Hoorn, +en eerste ontwerper van het plan ter bedijking van dien polder. + +Een gewezen koekbakker van Utrecht, begon de indijking, welke later +in 1776 en 1777, door eenige bijzondere personen werd voltooid, +nadat evenwel twee doorbraken, waarvan de laatste plaats had, toen +reeds het polderhuis en eenige boerenwoningen gebouwd waren, deze +onderneming zeer hadden tegengewerkt. + +Genoemde polder beslaat eene grondvlakte van bijna 700 morgen lands, +Rijnlandsche maat, alsmede den inham, die er vroeger van boven de +Schans tot aan het Horntje bestond, en waarin zich voorheen een groot +gedeelte waters van de reede ontlastte, eer het, door het Texelsche +gat, in zee stortte. Deze polder was voor omstreeks twee eeuwen, +maar over een veel kleiner bestek, nog eens ingedijkt geweest. + + + +6. Waal en Burg. + +Ten opzigte van den polder Waal- en Burg, vond ik in een oud +handschrift van wijlen den voormaligen Doopsgezinden predikant +H. Veenstra, op Texel, het volgende aangeteekend: + +"Waal en Burg, uit Slijklanden en aanworpen bestaande, werd door vrouwe +Margaretha van Bourgondië, volgens haren brief van den 12den Mei 1436, +gegeven aan Daniel van Nijewaal, haar Secretaris, en Jan van Noirde +zamen, en aan derzelver Erven, om binnen 16 jaren te bedijken: vrij +van alles, uitgenomen de tienden, na de eerste tien jaren. + +"Zij verkregen niet alleen verlof om altijd wateringen, sluizen +en geulen te mogen leggen, dààr hun gadelijkst dunken zoude, maar +ook eenen Dijkgraaf te stellen over hunnen nieuwen dijk. Deze gift +werd, ten verzoeke van vrouwe Margaretha, door Hertog Filips van +Bourgondië, als Graaf van Holland, op den 2den Augustus deszelven jaars +bevestigd. Dit geschiedde vervolgens mede door Keizer Maximiliaan, +op den 4den Augustus 1488, ten verzoeke van Cornelis Crusink, toen +Schout van Texel, en Houtvester van Holland, benevens anderen, als +erf- en regthebbenden van Daniel van Nijewaal en Jan van Noirde. De +Keizer verbeterde deze gifte met een stukje lands genaamd Harde +Cogge, onder een erfpacht van f 6.--Hij bepaalde de koorntienden, +na den vrijdom der eerste 10 jaren, op eene erfpacht van f 15, en +gaf de Ambachts-Heerlijkheid, met den Ambachtsgevolgen uit, voor +eene dergelijke erfpacht van f 6; zoodat de Erfpacht in het geheel +f 27 'sjaars beliep. Maximiliaan behield echter aan zich zelven, of, +aan het Schouten-Ambt van Texel, de kennisse in 't voordeel van alle +boeten en breuken, crimineel of civiel, van welke zuivere afkomste, +alleen één derde zou komen aan de verzoekers (Requestranten) in dezen. + +"De latere herdijking geschiedde volgens twee octrooijen van +vrijdom door 'sLands Staten, in dien jare gegeven. De onderneming, +hoewel eerst ongelukkig, had eindelijk eenen goeden uitslag; maar de +onkosten, die eerst op f 28.000 begroot waren, beliepen, toen het werk +voltooid was, f 130.000, gelijk blijkt uit een octrooi van den 6den +Julij 1619.--In den jare 1743 is, bij een nieuw octrooi, de vrijdom +weder verlengd.--Burgemeesteren van Texel, hebben in den jare 1616, +volgens uitspraak der Gecommitteerden in den Haag, op zich genomen, +het onderhoud van 200 Texelsche Roeden in den Walenburger dijk, +gelijk die toen was, en drie jaren later bewilligden zij, dat de +sluizen in Walenburg, op gemeene kosten zouden onderhouden worden. De +Polder werd in 1620, door den landmeeter Jan Pietersz. Douw gemeten, +en 733 morgen, 397 Roeden, Rijnlandsche maat groot bevonden."-- + + + + + + + +VIJFDE HOOFDSTUK. + +IETS OVER DE VOORMALIGE GEWOONTEN, ENZ. DER TEXELAARS. + + +In vroegere tijden schijnt men op Texel veelal de kleederdragt gevolgd +te hebben, die elders in ons vaderland, vooral onder de landbouwende +klasse, in zwang was. + +In de 11de eeuw, droegen de mannen zoowel korte als lange broeken, +eene soort van wambuis (wammes), een' plat ronden hoed, klompen of +hoozen, en, bij feestelijkheden, puntschoenen. De vrouwen kleedden zich +met een laag om den hals uitgesneden jak, waaraan de rok met koperen +haakjes was vastgehecht, en eene muts (mopmus) die op de schouders +nederhing, en waarover zij, buitenshuis een' zwarten kaper zetteden, +welke laatste thans niet meer in gebruik is. + +Later werd de kleeding ook gebezigd als een zigtbaar kenteeken van de +meerdere of mindere fortuin dezer Eilanders. De rijksten waren toen +kenbaar aan eene, aan de voorzijde opgetoomde, en aan den achterkant, +nederhangende slipmuts, die aan het boveneinde in eene punt uitliep, +waaraan eenen, op den rug nederhangenden staart, verbonden was. De +rok sloot naauw om het lijf, en werd met eene rij knoopen van den +hals tot onder toe gesloten. Voorts een korte, doch ruime broek, +boven de knieën vastgehecht, benevens hoozen en puntschoenen. + +Der vrouwen kleeding was niet onbevallig, doch min of meer stijf. Een +geribt mutsje, dat niet al het hoofdhaar bedekte, eene japon, die +van boven over de borst, en van onderen opensloeg, op dat het fraai +gestikte keurslijf en den sierlijk gewerkten rok, te meer zouden +uitkomen, benevens gekleurde kousen en schoenen, welke laatsten door +kruisbanden werden vastgebonden, maakten toen het gewaad eener niet +onbemiddelde burgervrouw uit. + +In de 14de eeuw hadden de landlieden eene zeer eenvoudige kleeding, +bestaande in een kort naauwsluitend buis, een' langen broek, en +schoenen, wier punten bijna een half voet lang waren. De korte broek +bleef evenwel ook nu nog in gebruik, terwijl het hoofdhaar kort +afgesneden en het hoofd met een klein rond hoedje bedekt werd. + +Van tijd tot tijd, toen de beschaving meer veld won, en, als een +natuurlijk gevolg, meer behoeften kweekte, maakte de kleederdragt +der onderscheidene standen, daartoe gedwongen door de Mode, telkens +weder plaats voor andere, (niet altijd smaakvoller) kleedij, tot +dat eindelijk die der 16de eeuw, hier lang heeft stand gehouden; +doch eindelijk op hare beurt, door de latere en hedendaagsche is +verdrongen.--Een boer uit dien tijd, droeg een' gekleurd' hemdrok +of wambuis, daarover een overrok, bovenjak genoemd; eenen ruimen +flodderbroek, een rond, laag gebold hoedje met breeden rand, en +puntschoenen met striklinten of gespen.--De boerin, wier hoofd +vroeger met een linnen mutsje was bedekt, droeg toen een kapsel, +versierd met een' zilveren of gouden haarnaald. Het jakje, vroeger +algemeen van sarge, bestond nu uit zijde of laken, en prijkte met eenen +leggenden of ook staanden, gepluisden kraag [37], die tot vóór op de +borst nederhing. De scharlaken bovenrok, was omboord met gewerkt geel +zijden passement. De kousen waren gekleurd; meestal bruin of blaauw +gespikkeld, en de schoenen, even als die der mannen met striklinten of +gespen vastgemaakt.--Voorts zij hierbij aangemerkt, dat de kleur der +linten, of die der andere kleedingstukken, het leggen der strikken, +enz. de onderkenningsteekenen waren, tusschen gehuwden, ongehuwden +en weduwen. + +Bij feesten, of op hoogtijden, bestond de kleeding, zoo van mannen +als vrouwen, uit zwarte stoffen. + +Maaltijden, die dikwerf den naam van braspartijen verdienden, +waren aan de orde van den dag. Bij elk feest werd ruim gegeten +en gedronken.--Gedurende, en ook na deze maaltijden, dronk men +Haarlemsch, Delftsch of Hamburger bier, alsook onderscheidene +wijnsoorten, voorts hippocras en de thans weinig of niet bekende +malvezij, azoijs, enz. Inzonderheid werden de kruiden-wijnen, na den +maaltijd, warm gedronken, ter bevordering eener goede spijsvertering, +welke dan ook hoogst noodig schijnt te zijn geweest. + +In de 16de eeuw vorderde het gebruik, dat men bij den maaltijd drie +plegtige bekers dronk: één, ter eere Gods, één, ter eere van de +H. Maagd, en één, ter eere van de H. Engelen; welk drietal bekers, +het klaverblad werd genoemd, en waarvan het rijmpje: "Drie glaasjes +zijn drie teugen", enz. zijn oorsprong ontleende. Ook moest hij, +die eenen beker zou ledigen, tot zijnen tafelbuur zeggen: "Wacht +heil"! waarop deze dan antwoordde: "Drink heil"! terwijl men, vooral +bij zeer plegtige maaltijden, niet vergeten zoude om de Schaal van +Nivelle te drinken. + +De voornaamste gelegenheden, waarbij men die maaltijden hield, waren +vooral de huwlijksplegtigheden, waarbij de wederzijdsche verwanten +en vrienden mildelijk werden onthaald. Daarbij werden raadsels +opgegeven, en vermaakte men zich met onderscheidene spelen, terwijl +zang en dans vooral niet werden vergeten, evenmin als het uitbrengen +van toasten, die meestal betrekking hadden op eenen gelukkigen en +vruchtbaren echt. De huwelijken werden meestal door een' Geestelijke +voltrokken. Deze nam van de hand des Bruidegoms een' ring, dien hij +aan den voorsten vinger van de regterhand der Bruid stak, waarbij +de Bruidegom zeide: "Met dezen ring geve ik u mijn' mannelijken +trouw". Daarna nam de Geestelijke ook van de hand der Bruid een' ring, +dien hij aan den voorsten vinger van de regterhand des Bruidegoms +stak, waarbij de Bruid zeide: "Ik beloof u mijn' trouw te zullen +onderhouden". Zulk een paar, werd een door den heiligen echt vereenigd +paar genoemd, ter onderscheiding van zulke huwlijksvereeniging, welke, +zonder kerkelijk of wereldlijk gezag gesloten zijnde, een getrouwd paar +werd geheeten. Wanneer eene vrouw moeder was geworden, vierde men deze +gebeurtenis almede met eenen maaltijd, waarop al de bevriende geburen +werden genoodigd; terwijl zulks mede plaats vond, als het kind gedoopt +(gekerstend) was, en de kraamvrouw haren kerkgang deed. De maaltijd, +welke bij die gelegenheid gehouden werd, heette het Begankenismaal. De +doopplegtigheid werd, vooral door de meer gegoeden, met veel statie +gevierd. De doopeling werd (zoo als dit nog op het eiland Marken plaats +heeft) met linnen windsels omwonden, en, naar gelang van het meerder of +minder vermogen der ouders, met een fraai en kostbaar doopkleed (sprei) +bedekt, naar de kerk gedragen. Vooruit gingen eenige bloedverwanten, +elk met eene waskaars in de hand; deze werden gevolgd door een persoon, +die eenen overdekten en met zout gevulden schotel droeg; dan volgde +de vader en de doopheffer. Na afloop der plegtigheid keerde men in +dezelfde orde weder huiswaarts, waar een wel voorziene disch hen +wachtte. Het overige van den dag werd in gulle vrolijkheid gesleten. + +Ook bij begrafenissen hield men maaltijden; doch in stede van dáár +elkander op eene voegzame wijze bezig te houden met de overdenking van +de broosheid des levens, gaf men zich bij zulke gelegenheden, die toch +uit haren aard treurig zijn, over aan buitensporige overdaad. Van +alle oude gewoonten zijn de zoogenaamde doodmalen het langst in +gebruik gebleven. De dragers werden veelal in eene herberg onthaald, +waarbij het doorgaans vrij ruw toeging. + +Bij de begrafenissen plaatste men, na de ter aarde bestelling van het +lijk, een houten kruis op het graf, dat daarop gedurende twee dagen +staan bleef. De kerken dienden vrij algemeen tot begraafplaatsen, +terwijl de graven doorgaans of overwulfd of met een zerk overdekt +werden, waarop de naam en, bij aanzienlijken, ook het familiewapen of +eigendomsmerk werd gebeiteld. Na de Hervorming zijn deze gebruiken +grootendeels verdwenen. [38] Nog na de 16de eeuw, bestond hier de +gewoonte om den eersten Meidag op eene vrolijke wijze te vieren. Men +onthaalde elkander op eene soort van kruidenwijn, Meidrank geheeten; +er werden Meiboomen geplant, om welken men hand aan hand danste en +onderscheidene liederen zong: in één woord, de wederkomst der Lente, +baarde allerwege de luidruchtigste vreugd. + +Ook bekleedde oudtijds het beulingmaal eene der voornaamste plaatsen +onder de eigenaardige gewoonten der Texelaars. Ziehier, wat een +ooggetuige daarvan verhaalde. + + + +"Eens was ik met mijn vriend en verder gezelschap door den boer van +het landgoed te beuling verzocht, hij ontving ons, zittende in een +lederen armstoel. Hij stond niet op, maar zijn stoel verschuivende, +zeide hij aan de dames: "ik zou je deuze stoel wel geven, maar mij +dunkt, hij staat mij het best." "Wij zetten ons daarop aan tafel. Het +eerste geregt bestond in een opgehoopten schotel met boterhammen +zonder meer; het tweede, in eenige kluiven spek, en daarover drie +gebraden eendvogels. Dit werd gevolgd door een schotel met gort, +gemengd met stroop, varkensbloed en wat reuzel, aan dobbelsteentjes +gesneden en in de pan gebakken, en daarover een schotel van dezelfde +eetwaren in darmen gestopt, en op den rooster gebraden; hierop volgde +een ontzaggelijke bak met rijstenbrij, die, zoo als verhaald werd, des +ochtends ten vier uren reeds van het vuur genomen was, en vervolgens +in het hooi had staan meuken. Het nageregt was wederom boterhammen, +die, gemaakt van platte beschuit en tarwebrood, dominéesstukken +genoemd werden.--Zoodanige maaltijd wordt bij deze Eilanders voor eene +vrolijke uitspanning gehouden, doch na den eten vertelde de boer mij, +met aandoening, dat men nu niet meer zoo vrolijk was, als in voorleden +tijden; ja, Mijnheer! zeide onze gastheer, dan aten wij ons zoo rond, +dat wij in het veld op den rug moesten gaan leggen, met den mond open, +om adem te scheppen, zoo als mij dikmaals gebeurd is." + +(Men bedenke dat de tijd, waarvan die boer sprak, nu reeds meer dan +twee eeuwen verleden is.) + +Deze beuling-partijen bestaan hier nog, hoezeer het vieren derzelven +niet buitensporig (zoo als van ouds) genoemd kan worden. Zij +bestaan alleen in het opdisschen van de zoogenaamde Beuling-Gort, +zamengesteld uit gort, stroop, rozijnen, kluitjes varkens-reuzel en +vet, met een weinig varkensbloed en nagelgruis er in, en voorts van de +beuling, welke uit die zelfde deelen zamengesteld, in schoongemaakte +varkensdarmen gestopt is, en die, na gekookt en in stroo gemeukt +te zijn, wordt opgedischt.--Ook in dit opzigt heeft de meerdere +beschaving der Texelaren het hare toegebragt, om het belagchelijke +van de van ouds bestaan hebbende beulingsfeesten, welke in zwelgerijen +ontaardden, weg te nemen. + +Ook was men gewoon elkander op Vastenavond feestelijk te onthalen, en +den Vastenavondstijd in gulle vreugd te slijten. Dat gebruik houdt nog +steeds, ofschoon op eene andere wijze, stand, inzonderheid bij de R. K. + +Bij het bouwen van kerken en andere Godshuizen, werden onderscheidene +geschenken gegeven, hoofdzakelijk bestaande in gezaagde eikenhouten +planken, wagenschotten geheeten, of ook wel in geschilderde glazen of +koperen kerksieraden, als kroonen, zandloopers, enz.--Geschilderde +glazen, waren vooral voorname geschenken, die door zoogenaamde +glasmalen gevolgd werden. + +Tijdens de 14de eeuw werd hier, gelijk elders, eene belasting geheven +welke den naam van Schot droeg. Deze benaming bleef op Texel lang +in gebruik. Het Schot was eene belasting op inkomsten, bezittingen +en personen, welke bij hoofdelijken omslag geheven werd door de +Schepenen en Raden, die bij meerderheid van stemmen der Schotgevende +of Schotdragende burgers werden gekozen, en die men Schotgaarders +en Schotzetters heette; terwijl de omslag zelf, Schotzetting werd +genoemd.--In deze Schotzetting werden om de drie, vijf of zeven +jaren, de noodige veranderingen gebragt, terwijl de inning derzelve +niet zelden van ergelijke tooneelen verzeld ging. Geestelijken en +onvermogenden waren er van verschoond. [39] + +De woningen op Texel bestonden vóór de 14de eeuw meestal uit twee +vertrekken, waarvan het eene deels tot woning, deels tot stalling +diende; terwijl het andere tot bergplaats voor hooi en anderen voorraad +strekte. Later werden zij derwijze veranderd, dat de stalling voor het +vee afgeschoten werd van dat gedeelte der huizing, dat nu uit twee +of meer woonvertrekken bestond. Voorts werd door het aanbrengen van +vensters in de voorgevels, het uitzigt op de straat bezorgd, iets, +waardoor de woningen niet alleen een fraaijer aanzien verkregen, maar +ook luchtiger, vrolijker en gezonder werden.--Het groote voorhuis der +14de eeuw, werd nu vervangen door zijkamers of zoogenaamde kantoortjes, +waaruit men het uitzigt op de straat had. De houten gebouwen werden +sedert de 16de eeuw meest door steenen huizen vervangen, en ook in +het huisraad begon toen meer smaak te heerschen. Porcelein en vooral +Delftsch aardewerk; smaakvolle gebeeldhouwde kasten, tafels, kisten +en andere gemakken, benevens net gewerkt geweven behangsel, tapijten, +enz. leverden allen als om strijd de bewijzen op, dat de smaak door +toenemende beschaving en welvaart, meer gekuischt en veredeld werd. + +Ook ten opzigte der soorten van spijzen, en de wijze van bereiding, +oefende de loop der tijden zijnen beschavenden invloed uit. Eenige +weinige soorten van groenten en vruchten, rund- en varkensvleesch, +benevens een dronk bier maakten in de 8e eeuw de gewone spijzen der +morgen-, middag- en avondmalen uit. Later, in de 9de eeuw, leerde +men ook den Rijn- en Moezelwijn kennen, terwijl men sedert de 11de +en 12de eeuw veelvuldig gebruik maakte van onderscheidene bieren. De +13de en 14de eeuw, kenteekende zich ook door eene vermeerdering van +spijzen. Wild en tam gevogelte, hazen, konijnen en hertenvleesch, +walvisch- en robbenspek, en vooral walvischtong, behoorden tot de +lekkernijen; alle hier bekende zee- en riviervisch, bevers en ander +klein wild, werden met onderscheidene groenten en eijeren, algemeen +gebruikt.--De zoogenaamde delices besloegen, vooral sedert de 15de +eeuw, eene voorname plaats op ieder gastmaal. Buiten- en Inlandsche +aard- en boomvruchten, benevens onderscheidene soorten van gebak, +werden toen reeds bij het dessert rondgediend, zoodat een en ander +de duidelijkste sporen oplevert, dat ook in dit opzigt, de meerdere +beschaving in den lande, aan de onderscheidene gebruiken en gewoonten +der Texelaars den weg van ontwikkeling en vooruitgang aanwees. [40] + + + + + + + +ZESDE HOOFDSTUK. + +DE BEVOLKING VAN TEXEL. + + +Godsdienst. Taal. Beschaving. Kleeding. Huishouding. Gewoonten. +Vermaken. + +Blijkens onze opgave op bl. 7 bevinden zich onder de totale bevolking +van dit eiland 3768 Ned. Herv., 1218 R. K., 102 Doopsgez., 13 Israël., +5 Lut. en 3 Remonstr. De voornaamste gezindheden worden dus op Texel +vertegenwoordigd.--Vergelijken wij met deze opgave de verdeeling, +zoo als die voor ruim eene halve eeuw was, dan vinden wij, dat het +zielental van het R. K. gedeelte der bevolking, zeer verminderd is, +naardien die kerk hier vroeger meer dan 1500 Communicanten telde. Ook +waren er toen geene Lutheranen. + +De Roomschgezinden hadden hier vroeger slechts één Pastoor wien een +Kapelaan was toegevoegd, die om de 14 dagen op de andere dorpen +beurtelings de mis ging bedienen, hetgeen in bijzondere huizen +plaats had. Zij bezaten slechts ééne kerk, die aan den Burg stond, +en waarbij de Geestelijke woonde, die hier een zeer ruim inkomen +had. Tegenwoordig zijn zij in het bezit van drie Bedehuizen, die door +even zoo veel Pastoors bediend worden, en maken thans de Statie van +Burg--de Cocksdorp--en het Oude Schild uit; terwijl de gemeenten van +den Burg en het Oude Schild eene eigene begraafplaats hebben. + +De Hervormden zijn verdeeld onder zes bijzondere gemeenten, +n. l. den Burg, de Cocksdorp, Oostereind, het Oude Schild, den +Hoorn en Waal-en-Koog, en hebben 7 kerken, die bediend worden door +6 Predikanten. + +Vóór 1795 genoten de Herv. Predikanten op Texel weinig +landstraktement. Het grootste gedeelte van hun inkomen werd gevonden +door of uit eenen omslag over de landerijen, toen bekend onder de +benaming van Binnenlandsche Kolters, terwijl de Herv. kerken octrooijen +bezaten op dranken, turf, enz. + +De Doopsgezinden, die voorheen met de namen van Friezen en +Waterlanders, of ook met die van fijnen en groven onderscheiden werden, +vormden twee partijen, welke zich in de tweede helft der 18de eeuw met +elkander verbroederd hebben, zoodat de vroegere onderscheidingsnamen +allengs zijn verloren gegaan. Dit gedeelte der bevolking heeft een +viertal nette kerkgebouwen, en wordt in zijne eeredienst voorgegaan +door 2 predikanten. De Doopsgezinden van Waal-en-Burg en Oostereind +vormen ééne Gemeente; die van den Hoorn maken mede eene Gemeente +uit. Zij die, behalve de genoemde, andere gezindheden zijn toegedaan, +behooren tot Gemeenten, buiten het eiland. + +Ofschoon op eene betrekkelijk kleine oppervlakte levende, zoo heerscht +nogthans op Texel, ten opzigte van godsdienstige verdraagzaamheid, +onder de bewoners de beste harmonie. Partijzucht in dezen, hebben +wij althans niet kunnen bespeuren en iedereen, om het even welk +kerkgenootschap hij zij toegedaan, geniet dezelfde achting; terwijl +voorrang om godsdienstige beginselen, hier geheel uitgesloten en +vreemd is. + +Voorheen bestonden er op Texel drie Parochiekerken, t. w. aan den Burg, +te Oostereind en in het voormalige dorp den Westen, de overige waren +slechts onbeduidende kapellen. + +Over het geheel wordt op Texel, ook bij den landbouwenden stand, +de Hollandsche taal vrij zuiver gesproken, ofschoon de uitspraak, +en vooral die der vrouwen, wel iets teemends heeft, terwijl men bij +de bewoners ook iets van het Friesche provincialisme waarneemt, en er +tevens het Zeeuwsche huus voor huis, mien voor mijn, piep voor pijp, +nou voor nu; enz. gehoord wordt. Bij het meer beschaafde deel der +Texelaars worden bovengenoemde opmerkingen echter niet waargenomen, +maar bespeurt men integendeel eene zuiverheid van uitspraak, +die elders, in het gemeene leven, schaars wordt gehoord. Vooral +is dit het geval in hunne gesprekken met vreemdelingen, waarin zij +zich voor plaatselijke uitdrukkingen, en alléén op Texel inheemsche +uitdrukkingen, zorgvuldig wachten.--In hun onderling verkeer echter, +bezigen zij somtijds eenige woorden die minder algemeen verstaan +worden of in gebruik zijn.--Eenige der voornaamsten zijn de volgende: + +Vertrouwelijk met eenen vreemdeling sprekende, noemen zij dezen paai, +[41] terwijl zij in hunne gesprekken met kinderen, deze wel eens +slep heeten, welke benaming als sleepen wordt uitgesproken, en eene +verkorting aanduidt van het woord bijslaap. + +Over het algemeen is de gewone volkstaal op Texel, vrij wel gelijk +aan de gewone plattelandstaal der Noord-Hollanders.--Zoo wordt ook +op Texel, de aa in paard, schaap, enz., meermaals met ee verwisseld; +zoo ook de scherplange ee met ie, in been, steen, enz. de zachtlange +o met eu, in zoon, en meer anderen. Overigens hebben hier in de taal +de volgende afwijkingen plaats: + +De korte a wordt meest als ao uitgesproken, even als in de Engelsche +woorden small, to walk; enz. + +De ee in het woord meester als ei. + +Zoo als wij boven reeds aanmerkten, heeft de ij in de meeste woorden +de klank van ie, en de ui dien van u. + +Hieromtrent bestaan echter eenige uitzonderingen, zoo zegt men, +b.v. Trijn; maar in het verkleinwoord Trientje, de woorden bui, zuid, +lui en anderen, behouden hunnen natuurlijken klank; daarentegen zegt +men in de onderscheidene zamenstellingen Sud--Sud--Oost, enz. De +medeklinkers worden vrij scherp uitgesproken. De z en v, veelal +verwisseld met de s en f; de h wordt overal uitgesproken, en niet +misplaatst dan vóór de woorden eend en oven, waarvoor men hier heend en +hoven zegt; terwijl behalve de reeds opgegevene, nog de volgende als +eigendommelijke woorden, in aanmerking komen: Buitje voor kraamkind, +mogelijk afkomstig van het Engelsche boy; Soggie voor een lammetje, +dat van de moeder verstooten, kunstmatig opgekweekt moet worden, +(potlam); Schet voor een jong rund; Huis weer voor heusch waar; +Boet voor schuurtje; Kladdig voor morsig; Jot voor hek, (afsluiting +in het land); Stek voor schutting; Treroop voor leidzeel of teugel; +Meike voor meisje: Nuwelik voor wonderlijk; Koesen voor Kousen; +Skeepen voor Schapen; Kil verkorting van Cornelisje; Kees en Krilles +verkorting van Cornelis; enz. + +Andere uitdrukkingen, zoo als geef mien Kap of Muts voor geef mijn +hoed; Slep voor slaapkameraad; Taat en Mem voor vader en moeder, +zijn reeds lang buiten gebruik, immers bij het jongere geslacht; +hier of daar zal er mogelijk nog wel een bestevaer of besje zijn, +die het spraakgebruik hunner jeugd nog in eere houden, omdat hunne +taten en memmen, hun zóó leerden spreken. + +Is het waar, dat de taal eens volks het ware kenmerk is van zijne +beschaving, dan zal ook de wijze van uitdrukken, die men bij +deze Eilanders waarneemt, een gunstig bewijs leveren voor hunne +beschaving. De geringste handwerksman of sjouwer, (uitzonderingen +zullen er wel altijd te vinden zijn) weet zich beleefd en geregeld +uit te drukken; zijne antwoorden kenmerken een goed ontwikkeld gezond +verstand dat, zoo ten gevolge van gedurigen omgang met vreemdelingen, +als door de meerdere gemeenschap met naburige streken dan vroeger +plaats had, veelzijdig is beschaafd geworden. Een plomp ja of nee; +of hoogstens ja--nee meneer! zal hier niet worden gehoord; in +één woord, wij aarzelen niet te verklaren, dat de Texelsche lagere +volksklasse, in dit opzigt, als een voorbeeld mag worden voorgesteld +aan een groot gedeelte van de platteland bewoners der provincie +Noord-Holland. Onvermoeide werkzaamheid en een open oog voor de +vorderingen die er ten opzigte van landbouw, nijverheid, enz. plaats +grijpen, kenmerken over het algemeen deze beschaafde Eilanders, +waarvan men, ook ten aanzien van het misbruik van sterken drank, dat +elders zoo velen van den weg van welvaart en vooruitgang terughoudt, +gunstige getuigenis kan afleggen; behoudens eenige uitzonderingen, die +men trouwens wel overal zal kunnen uitvinden. In den regel echter, +is matigheid ook te dezen aanzien, eene der prijzenswaardigste +eigenschappen der Texelaars. + +Omtrent hunne huishouding, alsmede van de inrigting hunner woningen, +valt niets bijzonders te zeggen; terwijl de algemeen bekende +Noord-Hollandsche zindelijkheid ook hier gevonden wordt. + +Vriendelijk en voorkomend jegens vreemdelingen, behartigt de +Texelaar nog steeds de wetten der gulle gastvrijheid, en ofschoon +de landbouwende stand zich minder hecht aan de koude en lastige +etiquetten, die den uiterlijk beschaafden stedeling doen kennen, +deelt hij op gulle wijze van zijnen overvloed mede. + +De vroegere eigenlijke Texelsche kleederdragt, waarvan het laag om den +hals uitgesneden jak met langen schoot der vrouwen overig is gebleven, +heeft vrij algemeen plaats gemaakt voor de gewone Noord-Hollandsche +[42]. Het gouden of zilveren oorijzer is ook hier het nationale +hoofdsieraad der vrouwen, die overigens in hare kleeding een zeer +goeden smaak ten toon spreiden, en onder welke men er velen opmerkt, +die alle aanspraak op schoonheid mogen maken.--Zij zijn zeer blank +en zacht bloozend, terwijl de bevallige vriendelijkheid, die uit +veler oogen straalt, gepaard met eene betamelijke ongedwongenheid, +nog verhoogd wordt door eene even bevallige houding, welke een in +der daad beminnelijk geheel vormt. + +In vroegeren tijd, sponnen, weefden en bleekten de vrouwen en +meisjes haar eigen linnen, waartoe het vlas op het Eiland zelf werd +geteeld. "Geen jonge dochter", dus vinden wij aangeteekend, "ging ten +trouw, welke geen linnen van haar eigen spinsel in overvloed hadt, +zoo wel tot haar lijf, als voor tafel en bed. De Weeverstraat aan den +Burg, had haar naam bekoomen van dat ambacht, hetwelke aldaar door +veelen geoeffent wierdt".--Thans is hier van deze voorvaderlijke +gewoonte niets meer overig. De zoogenaamde meerdere beschaving, +welke ook hier met den tijd gelijken tred houdt, verbande het nuttig +spinnewiel, dat eens een der voornaamste huisgeraden onzer eenvoudige +doch waardige Voorvaderen uitmaakte. Het spinnen maakte plaats voor +tal van handwerken die, hoe kunstig en hoe geestig ook bedacht, dit +toch met elkander gemeen hebben, dat zij voldoening aan modezucht en +pronkziekte, als het hoofddoel aanwijzen, waarnaar het streven onzer +schoonen zich uitstrekt; terwijl het spinnewiel, dat eenmaal zelfs de +dochters van eenen Karel den Groote zich niet schaamden, der vlijtige +huismoeder en zedige maagd een' schat van het kostelijkste linnen deed +bekomen, in stede waarvan men zich thans toelegt op de verkrijging +van gefestonneerde kantjes, geborduurde strooken, gehaakte mutsjes, +en wat er meer van dien aard zij, die hunne vermeende waarde, dank +zij het productief en beschaafd Parijs, slechts ééne maand behouden! + +Hoe weinig Texel zich ook van de overige deelen onzes Vaderlands, +in gewoonten, enz. onderscheidt, zoo zijn er toch enkele bijzondere +gewoonten, of gebruiken, die elders niet in zwang zijn. Datgene, +wat hen nog te dezen aanzien onderscheidt, willen wij kortelijk +aanstippen en daarbij, voor zooveel wij zulks nog niet hebben gedaan, +eenen blik werpen op hetgene daaromtrent vroeger was op te merken. [43] +Bij geboorte- en huwlijksfeesten, wordt ook op Texel, gelijk schier +overal in ons Vaderland, het uitsteken van vlaggen, het groenmaken, +het schieten, het onthalen van buren en vrienden op brandewijn met +suiker en rozijnen, niet vergeten; terwijl de zoogenaamde bruidstranen, +als ook de bruiloft zelve, op de gewone wijzen gevierd worden. + +Bij begrafenissen wordt voor dat het lijk wordt uitgedragen, iets +voorgelezen; bij de Protestanten eenige hoofdstukken uit den Bijbel, +Psalmen, Evangelische gezangen of uitgezochte liederen, bij de +Roomschgezinden eene soort van meditatie over den dood. Vervolgens +wordt het lijk, onder klokgelui, ten grave gedragen en vroeger meer +dan nu, door vrouwen zoo wel als door mannen vergezeld. De vrouwen, +welke tot de naaste aanverwanten behooren en het lijk volgen, zijn +bij die gelegenheid nog met een' huik van zwart laken bedekt. Na de +terugkomst in het sterfhuis, wordt thee of koffij met brood voorgezet, +al naar de tijd zulks opgeeft. Van overdadige dood- of lijkmalen, +zoo als die voorheen plaats hadden, hoort men thans niet meer. + +Het hier aangevoerde, bevat al hetgeen wat nog van Texel's voormalige +gewoonten overbleef. In vroegere tijden was het te dezen opzigte +geheel anders. Bij trouwplegtigheden was men gewoon om, verzeld van +de speelgenooten, het eiland rond te rijden en op de onderscheidene +dorpen te pleisteren, en alhoewel dit nog niet geheel en al in +vergetelheid is geraakt, zoo kan men het nogthans niet meer met den +naam van gewoonte bestempelen. + +Bij sterfgevallen kwamen er vroeger zoo vele geburen en bekenden aan +het sterfhuis, als maar eenigzins mogelijk was; en vooral was dit het +geval, bij het zoogenaamde kisten: ja, het schijnt zelfs, dat men in +der tijd misbruik hebbe gemaakt van de gelegenheid om zich aan het +sterfhuis eens regt te goed te kunnen doen. Althans wij vinden, dat +"bij eene keure van Keizer Karel V, op zwaare boete verboden wierdt, +niet verder dan den vijfden buur ter weder- en aen de overzijde +te noodigen." + + + +Onder de vermaken die op Texel in gebruik zijn, noemen wij voornamelijk +de Kermis, het St. Nicolaasfeest en de Meijblits. + +De eerste wordt hier gelijk schier overal, op eene vrolijke en +luidruchtige wijze gevierd. De kramen en spellen, wier aantal in +vroegeren tijd echter veel aanzienlijker was, staan allen aan den +Burg, voornamelijk op de Groene plaats, en mogen zich doorgaans in +een ruim debiet en druk bezoek verheugen. + +Het spelerijden maakt mede een voornaam gedeelte der kermisvreugd +uit. De jonge lieden rijden, veelal bij paren, het gansche eiland rond, +en vormen dikwijls eenen vrij aanzienlijken wagentrein. De dorpen +die zij doorrijden, verstrekken hun als zoovele pleisterplaatsen, +waar zij, hier iets langer, dáár iets korter, vertoeven, tot dat de +avond hen aan den Burg brengt. En alhoewel het daar dan lustig en +onbezorgd te keer gaat, en menigen langhals den nek gebroken wordt, +hoort men nogthans nooit dat deze gulle kermisvreugd door twist of +dronkenschap ontsierd wordt. Integendeel heerscht daar dan onderling +den meest gewenschten vrede en eene algemeene opgeruimdheid. Aan zang +en dans, begeleid door één of meer vioolspelers, ontbreekt het daarbij +niet. Ook het St. Nicolaasfeest is voor Texel's opkomend geslacht eene +milde bron van vreugde. Alsdan ziet men des avonds op de straat en in +de herbergen eene volmaakte maskerade, die niet zelden, aan den Burg, +uit vijftig en meer jonge lieden bestaat en, in waarheid, men moet +zich dikwerf verwonderen over de keuze en vinding der verschillende +costumen; ja, men ziet er menig masker, dat een bal masqué geene +oneer zoude aandoen. In de meeste huizen hebben zij dan ook vrij +entrée; zij laten zich eens bezien, en zoo men hun een glas wijn +of punch, of een kop chocolade presenteert, zijn zij doorgaans zoo +vrij daarvan te profiteren. De meeste burgers zetten dan ook licht +voor hunne ramen, en zoo het weder niet al te koud of ongunstig is, +is het tot middernacht vol leven en beweging op de straat. + +Voorts heeft men hier nog de zoogenoemde Meiblits of het Meivuren. Op +het einde der maand April trekt de Schooljeugd bij troepjes door het +dorp, zingende: + + + "Hooi! heb je geen strooi? + Heb je geen oude manden? + We zullen de Meijerblits branden; + Hekken en stekken, joten en palen, + Als je niet geeft, dan zullen we ze halen; + Boer! wil jij het laten staan + Hekken en stekken aan enden slaan." + + +Onder het zingen, of liever balken van die ballade, (?) verzamelen zij +langs de huizen al wat maar brandbaar is; brengen dien voorraad hier +of daar op eene veilige plaats, en verbranden dien buiten het dorp +op den avond van den 30sten April, waarbij het dan aan de noodige +drukte geenszins ontbreekt. + +Voorheen hadden de Texelsche jongens de gewoonte om in den zomer het +jonge riet uit te plukken, en met het ondereinde van het riet een +balletje, waarop die plant zit, te schillen, met welke bolletjes +zij langs de straat, te koop liepen, roepende: hanekollen en +rietspieren! Die bolletjes bevatten een zoet sap, hetwelk er wordt +uitgekaauwd. + +Behalve de opgenoemde vermaken, sprak men vroeger op Texel nog van +Zuuppot, Kriek en Queesten. [44] + +Door de eerste wordt eene zamenkomst van jongelieden verstaan, die den +tijd korten met gemeenschappelijk en vrolijk gezang, dat afgewisseld +wordt door het gebruik (matig) van koffij of brandewijn met suiker. + +De Kriek is mede een gezelschap van jonge lieden, dat meestal het +grootste gedeelte van den nacht duurt, en mogelijk zijn naam ontleent +van het krieken van den dag. Zoodanige bijeenkomsten hebben van tijd +tot tijd plaats, nu eens bij dit, dan weder bij een ander meisje. De +jongelingen komen er ongenoodigd, als het hun goeddunkt, en rooken +er hunne pijp; er wordt gepraat, gedanst en gezongen, terwijl de +zangstukjes wel eens verzeld gaan van zoogenoemde pluggendansjes, +waarbij de meisjes weinig meer dan eene huppelende beweging maken. Een +glaasje wijn of andere versnapering wordt bij zulke gelegenheden +geenszins vergeten, zonder daarbij echter de grenzen der matigheid +te overschrijden. + +Het vrijen der jongelieden eindelijk, (vroeger Queesten genoemd) is +niet, of althans zeer weinig onderscheiden van de gewone vrijaadje der +Noord-Hollandsche landlieden, dat hoofdzakelijk bij avond en nacht +plaats vindt. De verliefde jongman gaat ook hier dikwerf uren ver, +zonder wind of weêr te ontzien, en vaak door dik en dun, naar het +voorwerp zijner liefde. De vrijster wacht hem, vooral in de eerste +weken der kennismaking, (zoo haar den jongman bevalt) aan het open +venster; maar de liefde, die trouwens meerdere gemeenzaamheid kweekt, +de natuur en de nacht openen den vrijer welhaast eenen vrijen en +verderen toegang, en--och! is het in dezen niet eveneens gelegen +in hutten als in paleizen?--Immers, het onderscheid bestaat slechts +daarin, dat het vrijen hier gepaard gaat met den goeden trouw, die +pleit voor reinen eenvoud van zeden! + +Gelijk elders in ons Vaderland, zoo ook hier, biedt de winter, bij +sterk ijs, veelvuldige gelegenheid aan tot de gewone Vaderlandsche +ijsvermaken. + + + + + + + +ZEVENDE HOOFDSTUK. [45] + +AANTEEKENINGEN EN BIJVOEGSELS. + + +1. De onderscheidene wilde vogelsoorten zijn sedert de laatste jaren +niet vermenigvuldigd, eerder verminderd.--(vergelijk bl. 17.) + +2. De uitgestrektheid der wei- of graslanden bedraagt p. m. 6000, +die der hooilanden 4000 bunders. De gemiddelde opbrengst is 5 wagens +of 3650 kilo per bunder. Gelijk elders, zoo ook op Texel, bereikt +de koop- en huurwaarde der landerijen thans eene buitensporige, +nimmer gekende hoogte. De koopwaarde der landerijen is tegenwoordig +van de beste soorten het dubbel, en van de mindere gronden het drie-, +vier- en vijfdubbel der vroegere prijzen. De algemeene begeerte naar +grondbezit is zóó sterk en zóó groot, dat vele landerijen, welke men +vóór 25 jaren de lasten naauwelijks waardig achtte, en in publieke +veiling met slechts eenige weinige guldens per bunder werden betaald, +thans f 400 à f 600 opbrengen. De reden dezer verhoogde prijzen +moet alleen worden toegeschreven aan de gunstige resultaten welke +de veefokkerij op dit eiland thans oplevert. Daarenboven schatten +de landlieden de innerlijke waarde van den grond veel hooger dan te +voren, en over het geheel leggen deze zich thans meer dan ooit toe, +om, zoo door mestbereiding als bearbeiding, den grond te verbeteren. + +De mestspecie wordt verkregen door de eigen mestputten der landbouwers +en veehouders waarin men de koe- en paardenmest verzamelt. Ter +verkrijging van meerdere mestspecie, worden de mestputten van tijd +tot tijd met aardspecie aangevuld en met de mest vermengd. Aanvoer +van mestspecie heeft zelden plaats.--(Vergelijk bl. 19.) + +3. Boter en kaas worden hier niet ter markt gebragt. Deze producten +dienen meerendeels tot eigen gebruik van den boer, die echter het +niet benoodigde aan de burgers verkoopt.--De bereiding der groene +kaas wordt jaarlijks minder, en over het algemeen worden de schapen, +na het afnemen der lammeren, in stede van ze te melken, drooggemaakt, +ten einde ze daardoor te eerder vet te kunnen weiden, iets, dat +bij den tegenwoordigen handel op Engeland, meerdere winsten afwerpt +dan de melkerij. Even min als boter en kaas, worden hier granen en +aardappelen ter markt gebragt. Deze vruchten worden bij den boer zelf +aan huis opgekocht.--(Vergelijk bl. 20.) + +4. De zoogenaamde Miend- en heidegronden, voornamelijk gelegen langs de +duinen tusschen den Westen en de Koog, hebben eene oppervlakte van ruim +300 bunders. Het minvermogende gedeelte der bevolking heeft van die +gronden steeds een belangrijk voordeel weten te trekken. Des zomers +steken zij daarop plaggen die, gedroogd zijnde, hun tot brandstof +verstrekken, terwijl zij des winters mede van de heide als brandstof +gebruik maken. Sedert het ontstaan der aardappelziekte, hebben vele +behoeftige eilanders grootere en kleinere gedeelten dier Miendgronden +afgeheind en tot de aardappelcultuur geschikt gemaakt, hetgeen steeds +vrij gunstige resultaten heeft opgeleverd.--Vroeger waren er in deze +streek twee groote kolken, waarin zich veel watervogels onthielden, +door verstuiving is er een gedempt.--(Vergelijk bl. 24.) + +5. Gerritsland is één van de 28 vereenigde Texelsche polders; zoo ook +het Weezenspijk, dat aan het Weeshuis behoort. Ook Hoorn-en-Burg is +een van de Texelsche polders, die in 1768 door eenige particulieren +werden ingedijkt, doch reeds in 1792 verdronk, en sedert dien tijd +niet weder drooggemaakt is.--(Vergelijk bl. 25.) + +6. Boomkweekerijen zijn hier niet. Elzen-, Essen- en Berken-hakhout +groeit over het geheel voordeelig. Alles te samen genomen, zullen er +ongeveer 50 bunders met deze houtsoorten bezet zijn. Eiken of ander +hakhout en dennenbosschen vindt men op Texel niet.--De vruchtboomen +tieren over het algemeen vrij goed; eigenlijke boomgaarden zijn er +echter niet.--(Vergelijk bl. 25.) + +7. Aangaande de Sturiërs, vinden wij, bij Dr. Arend het volgende: +(Nadat hij omtrent de woonplaats van eenige andere volksstammen het +een en ander heeft medegedeeld, zegt hij:) "Minder bepaald kan de +ligging der Marezaten en Sturiërs, genen welligt van Kattichen, dezen +van Frieschen oorsprong, aangewezen worden. De Sturiërs moeten het +tegenwoordige eiland Texel, een gedeelte van het land dat naderhand +Zuiderzee geworden is, tot aan Stavoren, welke naam van hen wordt +afgeleid, bezet hebben.--(Vergelijk bl. 25.) + +8. "Het groote Kreilerwoud strekte zich uit van tusschen +Enkhuizen en Medemblik tot aan de Noordzee en het eiland +Texel." (Arend. Algem. Gesch. des Vad.) Hij ontleende dit aan +H. Soeteboom, Saenlants-Arcadia, B. II pag. 117. Doch Eikelenberg +houdt daarentegen deze Noord-Hollandsche bosschen even als het +Kreilerwoud (aan welks bestaan ook andere geleerden van naam twijfelen) +"zoo ooit de vorige eeuwen" (zegt Eikelenberg) "een bosch te Kreil +hebben gezien," voor rietbosschen, (?) en zegt met Nannius, "Tacitus +gedenkt Holland nooit als een boschachtig, dikmaals als een poelachtig +land."--(Vergelijk bl. 25.) + +9. Eijerlandshuis of Eijerhuis was eene pachthoeve op het voormalig +eiland Eijerland, in het Noordelijkste gedeelte van hetzelve, +zeer bevallig tusschen duinen, in eenen duinkom gelegen. Vóór de +gedeeltelijke verbouwing in 1836-1837, las men in den gevel van dat +huis het jaartal 1650, dat door krom gebogen ankers gevormd werd. Dit +gebouw, dat door vergrooting en aanbouwing, onder zeven daken is +gebragt, heeft een kloosterachtig voorkomen. Binnengetreden, herinnert +men zich, op het gezigt van den ruimen keukenhaard, onwillekeurig, +hoe menig schipbreukeling, ter naauwernood den dood ontkomen, hier, +half verkleumd, en zijne omgekomene togtgenooten beweenende, zijne +natte kleeding, het eenige dat hem restte, zat te droogen.--Door de +ramen heeft men een schilderachtig gezigt: op den achtergrond ontwaart +men de duinen, op welker toppen de helmplanten door den wind, over +het steeds stuivende zand, worden heen en weder geslingerd; terwijl +nader aan den voorgrond, het vee, beschut door die hoogten, vreedzaam +graast, of rustig ligt te herkaauwen, een tooneel voorwaar! treffend +door de levendige tegenstelling van land en zee, van barre woestheid +en rustig veldbedrijf.--(Vergelijk bl. 95.) + +10. Oosterbollen is een zandig gedeelte van den polder Eijerland, +Noordwaarts van Huisjeskreek nabij den polderdijk gelegen. In deze +zandvlakte, welke eene uitgestrektheid van 30 bunders heeft, staat +de directiekeet van den Directeur van Landbouw, die daarin, tijdens +de indijking, verblijf hield.--(Vergelijk bl. 95.) + +11. Huisjeskreek of Oosterbollen-zwen is de naam van eene voormalige +kreek in Eijerland, welke vóór de bedijking, van den Duinkom afkomende, +zich met eene Oostelijke rigting in het Dijkskanaal ontlastte; doch +sedert met haar aanwezen, ook haren naam verloren heeft.--(Vergelijk +bl. 96.) + +12. Ook de Kabeljaauwslufter was vóór de bedijking van Eijerland eene +kreek, welke zich Oostwaarts ontlastte.--(Vergelijk bl. 101.) + +Indien wij wel onderrigt zijn, bestaat het plan om eenen grindweg op +Texel aan te leggen, loopende van den Burg over Waal-en-Burg en door +Eijerland tot aan de Cocksdorp. + + + +En hiermede, Waarde Lezer! eindigen wij onzen arbeid. Gaat het u als +ons, dan zult ook gij moeten erkennen, dat het Eiland Texel, mede +een der belangrijkste gedeelten van Neêrland's Rijksgebied uitmaakt, +en dat deze plek van den Vaderlandschen bodem overwaardig is, meer +algemeen gekend te worden. + + + + + + + +STAAT van de veranderingen aan het Strand en de Duinen langs de +Noordzee van het Horntje tot het Eijerland op het Eiland Texel. + + +--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- + Van den 5den Junij 1850 tot den 24sten Junij 1854. +------------------------------------------++--------+------------------+-------------------+------------------- + || |VOET VAN HET DUIN.|LIJN VAN HOOGWATER.|LIJN VAN LAAGWATER. + NAMEN || | | | | + || +--------+---------+---------+---------+---------+--------- + DER || | | | | | | + || Lengte |Verloren| Aange- |Verloren | Aange- |Verloren | Aange- + Bekende Plaatsen. || in | in |wonnen in| in |wonnen in| in |wonnen in + || Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. +------------------------------------------++--------+--------+---------+---------+---------+---------+--------- + || | | | | | | +Het Hoornerstrand en duinen, van den || | | | | | | + paal no. 6, tot den paal no. 11 || 5000 | ,, | 4.82 | ,, | 93.20 | ,, | 112.00 + || | | | | | | +Het Westerstrand en duinen, van den || | | | | | | + paal no. 11, tot den paal no. 16 || 5000 | 0.40 | ,, | ,, | 14.60 | ,, | 2.90 + || | | | | | | +Het Koogerstrand en duinen, van den || | | | | | | + paal no. 16, tot den paal no. 22 || 6000 | ,, | 7.00 | ,, | 25.33 | ,, | 34.00 + || | | | | | | +Het Strand achter den Zanddijk, van den || | | | | | | + paal no. 22, tot den paal no. 27 || 5000 | 0.00 | 0.00 | 1.90 | ,, | 23.00 | ,, + || | | | | | | +Het Eijerlandsche Strand en duinen, || | | | | | | + van den paal no. 27, tot den paal || | | | | | | + no. 33. 462 el || 6462 | ,, | 2.54 | ,, | 32.54 | ,, | 63.92 + ++--------+--------+---------+---------+---------+---------+--------- + || | | | | | | +Over de geheele lengte van paal no. 6 || | | | | | | + op den Hors, tot den limietpaal no. 34, || | | | | | | + aan het Eijerland || 27462 | ,, | 3.61 | ,, | 35.30 | ,, | 40.18 +------------------------------------------++--------+--------+---------+---------+---------+---------+--------- + | | | | | | +In de peilraaijen A, B, C, D, E, F, G en H aan het | | | | | | + Horntje, van 1807 tot 1854 | ,, | ,, | 283.12 | ,, | 172.12 | ,, + | | | | | | +Van het jaar 1836, tot 24 Junij 1854 | 76.62 | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, + | | | | | | +Van 7 Junij 1853, tot 24 Junij 1854 | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, + | | | | | | +In de raaijen I, K, L en M in de Mok, of Z. W. zijde| | | | | | + van het Horntje: van 1852 tot 24 Junij 1854 | 2.70 | ,, | ,, | #.40 | 22.40 | ,, + | | | | | | +Van 7 Junij 1853 tot 24 Junij 1854 | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, +----------------------------------------------------+--------+---------+---------+---------+---------+--------- + + +---------------------------------------------------------------------------------------------------------- + Van den 6den Junij 1853 tot den 24sten Junij 1854. +-------------------+--------------------+--------------------+-------------------------------------------- + VOET VAN HET DUIN.| LIJN VAN HOOGWATER.| LIJN VAN LAAGWATER.| GEMIDDELDE BREEDTE VAN HET STRAND. +---------+---------+----------+---------+----------+---------+-------------+-------------+---------------- + Verloren| Aange- | Verloren | Aange- | Verloren | Aange- |Van den voet |Van de hoog- | Van den voet + in |wonnen in| in |wonnen in| in |wonnen in|van het duin |waterlijn tot|van het duin tot + Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. |tot de hoog- |den kant van | den kant van + | | | | | | waterlijn, | laagwater, | laagwater, + | | | | | | in Ellen. | in Ellen. | in Ellen. +---------+---------+----------+---------+----------+---------+-------------+-------------+---------------- + ,, | 4.91 | 16.82 | ,, | 8.64 | ,, | 1146.36 | 146.82 | 1239.18 + | | | | | | | | + ,, | 1.90 | 8.50 | ,, | 0.60 | ,, | 319.60 | 143.40 | 463.00 + | | | | | | | | + ,, | 2.58 | 2.42 | ,, | ,, | 3.00 | 186.17 | 115.83 | 302.00 + | | | | | | | | + 0.00 | 0.00 | 11.60 | ,, | ,, | 0.70 | 1476.10 | 107.80 | 1583.90 + | | | | | | | | + | | | | | | | | + ,, | ,, | ,, | 6.64 | 15.77 | ,, | 297.92 | 120.30 | 418.22 +---------+---------+----------+---------+----------+---------+-------------+-------------+---------------- + | | | | | | | | + ,, | 2.20 | 5.90 | ,, | 4.52 | ,, | 685.23 | 126.83 | 812.06 +---------+---------+----------+---------+----------+---------+-------------+-------------+---------------- + | | | | | | | | + ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, + | | | | | | | | + ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, + | | | | | | | | + 2.00 | ,, | 3.12 | ,, | 45.00 | ,, | 4.82 | 186.37 | 191.19 + | | | | | | | | + | | | | | | | | + ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, + | | | | | | | | + 2.00 | ,, | ,, | 2.40 | 25.00 | ,, | 8.14 | 189.67 | 197.81 +---------+---------+----------+---------+----------+---------+-------------+-------------+---------------- + + +De beplanting der Duinen op Texel, waartoe helm en stroo gebezigd +worden, geschiedt over de gansche uitgestrektheid, bepaaldelijk ter +plaatse waar zulks noodig wordt geoordeeld. + + + + + + + +AANTEEKENINGEN + + +[1] Het Eiland Marken en zijne bewoners; met 2 kaartjes, te Amsterdam, +bij Weijtingh & Van der Haart, 1854. + +[2] Aanvankelijk hadden wij het plan gevormd, om een afzonderlijk +kaartje van de Texelsche Zeegaten bij het werkje te voegen.--Dan, +opmerkzaam gemaakt zijnde, dat het, met betrekking tot het eiland +zelf, doelmatiger zijn zoude, zoo beide kaarten (die van het Eiland +en die van de Zeegaten) op ééne kaart werden overgebragt, hebben wij +ons volgaarne de moeite getroost, om, in het belang van het werkje, +beide kaarten op eene grootere schaal over te brengen, en tot één +geheel te vereenigen. + +[3] "Noorder-Haaks, zandbank in de Noordzee, vóór het Marsdiep, +Zuidwest van het eiland Texel, thans het Noordelijke gedeelte van de +Haaks uitmakende. Ten Noord-Oosten loopt het Noordergat, dat haar +van de Horst, of de Zuid-Westelijke punt van Texel, scheidt, ten +Zuiden werd zij vroeger door de Breede-Wei en het Zuidwestergat van de +Zuider-Haaks gescheiden; thans daarmede verbonden, wordt zij nog door +eene geul of sleuf, het Duikersgat geheeten, in tweeën gescheiden, +van welke het Zuidelijke gedeelte den Middenrug genoemd wordt." + +"Zuider-Haaks, zandbank in de Noordzee, ten westen van den Helder, +waarvan zij door het Schulpegat gescheiden is, terwijl zij ten Noorden +thans met de Noorder-Haaks is vereenigd." + +(Van der Aa. Aardr. Woordenboek, V deel, bl: 11.) + +[4] De kleuren van Texel's vlag zijn ons verschillend opgegeven. Men +deelde mij onlangs mede dat dezelve oudtijds groen en rood zouden +geweest zijn. + +[5] Naar men mij verhaalde, had zich de sterfte onder het hoornvee, +vóór 1789, slechts éénmaal op Texel vertoond. Een boer, die, naar +huis reizende, in het Zijperschuitje zich nedergezet had op een hoop +rundervellen, afkomstig van dezulken, die aan de besmetting gestorven +waren, en, zoodra hij te huis kwam, naar het veld gegaan was om +zijne beesten te melken, bragt de ziekte over, met dat gevolg, dat +niet alleen zijn' stal, maar ook vele andere stallen aan den Hoorn, +geheel uitstierven, zonder dat de ziekte zich evenwel verder over +het eiland verspreidde. + +[6] Een groot verschil voorwaar met het jaar 1383, toen er op Texel +geene merriën mogten gehouden worden; zijnde men toen verpligt, +zich daarvan vóór Kersavond te ontdoen.-- + +[7] In 1854 werden er 1.400.000 oesters gevangen, die gemiddeld à f +10 per 1000 werden verkocht. + +[8] De wiermaaijerij leverde hier in 1850: 170,000 lb wier, ter waarde +van f 10,000; in 1851: 120,000 lb, ter waarde van f 4,200; in 1852: +150,000 lb, ter waarde van f 8,250; en in 1853: 300,000 lb ter waarde +van f 19,000. + +[9] Vooral levert de Schelpbank in het Eijerlandsche Gat eene gunstige +opbrengst. + + + leverde in 1853 In 1854 + kub. el schelpen. kub. el schelpen. + +Het Oude Schild 250 400 +Oosterend en Oost 3500 2500 +De Cocksdorp 7600 6000 + + +[10] Zie de achter dit Werk gevoegde Staat van de veranderingen aan +het Strand en de Duinen, enz., overgenomen uit het Provinciaal Verslag +van Noord-Holland, over 1854. + +[11] Sturiërs...... Zij hadden van voren tot grenspalen de Noordzee, +van achteren en aan beide zijden waren zij besloten door rivieren, +namelijk de Sala of IJsselstroom, die, eer Drusus den Rijn daarin +bragt, zich bij het eiland Texel ontlastte, en de Vliestroom. Verder +waren zij omringd van het Meer, hetwelk tusschen het eiland Flevo en +het verdere strand der Friezen lag, alsook door denzelfden Vliestroom, +wederom smaller geworden zijnde: zoodat het voornoemde eiland binnen +die palen begrepen was. Enz. (Van der Aa, Aardr. Woordenb.) + +[12] Zie voorts Aanteekening, in het laatste Hoofdstuk van dit Werk. + +[13] Zie ook: Het Eiland Wieringen en zijne Bewoners, geschetst door +F. Allan. Amsterdam, Weijtingh en van der Haart, 1856. + +[14] Zie ook: Het Eiland Schiermonnikoog en zijne Bewoners, geschetst +door F. Allan. Amsterdam, Weijtingh en van der Haart, 1856. + +[15] Volgens Dr. Acker-Stratingh, beter de Rekere. Zie 's mans beroemd +werk: Aloude Staat en Geschiedenis des Vaderlands. + +[16] Kerkelijke Oudheden van Noord-Holland, bl. 399, in de +aanteekeningen. + +[17] Wanneer die landstreek, den naam van Graafschap hebbe aangenomen, +en welke personen het bestuur daarvoor in oude tijden (vóór Graaf Dirk +II) mogen gehad hebben, daarvan is mij, ondanks vele nasporingen tot +nog toe niets voorgekomen. + +[18] Drechterland, is eene landstreek in Noord-Holland, in de nabijheid +en omgeving van Enkhuizen. + +[19] Kennemerland, gedeelte der provincie Noord-Holland, tusschen de +Noordzee, Kalandsoog, het oude Westfriesland, benevens Amstelland en +Rijnland, gelegen. + +[20] In 1422 komt voor eene quitantie van den pacht der windmolen +ad. 100 gouden Vrancrixe Kroonen.-- + +[21] Mr. Balthazar Huijdekoper, Schepen der stad Amsterdam, en bekend +door zijne dicht- en taalkundige werken, is mede Schout of Baljuw +van Texel geweest. + +[22] Naar sommigen willen, behoorden bij de genoemde tienden ook de +koorntienden; de lammertienden gingen in op den 1en Mei.-- + +[23] Van die teruggave, zegt zeker schrijver, is nog een spreekwoord +op Texel afkomstig. "Nog heden," beweert hij, "zegt men op Texel, +wanneer een jongeling aan een meisje eene eeuwige liefde zweert, +als het maar geene Saxische eeuwigheid is, van drie jaren; omdat +de Hertog van Saxen de Privilegiën, enz. der Texelaars, die hij +voor eeuwig verbeurd verklaard had, reeds 3 jaren later terug +gaf.--Geloofwaardige Texelaars hebben mij echter verklaard, genoemd +spreekwoord nooit gehoord te hebben."-- + +[24] In 1562 bestond op Texel nog het gebruik, dat de Eigenaars en +Bruikers geen langer eigendom aan de landen hadden, dan van 1 Mei +tot den laatsten Julij, wordende na dien tijd alles gemeene weide. + +[25] In 1779 liep de Amerikaansche Kaperkapitein Paul Jones met +twee Engelsche prijzen in Texel binnen. De prijzen werden, hoewel te +vergeefs, teruggevorderd; alleen gaf men den bevelvoerenden officier +ter reede van Texel in last, om zich met den kaper zoo min mogelijk in +te laten. Deze stoorde zich hieraan echter niet, maar bezocht zelfs +den schouwburg te Amsterdam, hetgeen zooveel opziens baarde, dat men +een straatliedje op hem maakte. Het bekende: "Dáár komt Pauwel Jones +aan," enz., ontleende daarvan zijnen oorsprong. + +[26] Volgens algemeen gevoelen is het dorp Den Burg, weleer (1346) +door drie poorten afgesloten geweest, welke zouden gestaan hebben: +ééne in den Binnenburg bij het pijpje;--ééne tegen over het Weeshuis, +bij het huisje op de breg (brug); en ééne bij het logement de Zwaan. + +[27] "Ada," dus lezen wij in een oud handschrift, "was de eenige +dochter van Dirk, volgens de groote Kronijk, de VIIde van dien naam; +de 14de Graaf van Holland; zij dan in rang de 15de Gravinne van +Holland. Zij trouwde tegen den zin van sommige Staten, en van haren +oom Willem, die, na haar, Graaf wierd. Zij werd door hem gevangen +genomen, en op Texel in eene onbeslotene gevangenis bewaard, alwaar +zij, na een jaar aldaar geweest te zijn, en nog geen 18 jaar oud, +overleed in den jare 1204: haar lijk werd naar Middelburg gebragt." + +Terwijl wij in eene andere aanteekening vermeld vinden: "De Moeder +van Gravinne Ada, was de Gravinne Aleid. Deze had hare dochter +uitgehuwelijkt aan Lodewijk, Grave van Loon; zij werd op den Burgt te +Leiden, overwonnen en gevangen genomen, en viel haren Neef Willem van +Teijlingen in handen. Haar oom Willem, overwinnaar zijnde, zond zijne +nicht (Ada) naar Texel; doch deze gevangenis haar ondragelijk vallende, +zocht zij te ontkomen, waarom hij het besluit nam, haar naar Engeland +te zenden. Dit werd Graaf Willem I van vele Edelen en Landzaten, +kwalijk genomen, dat hij de Landsvrouwe in handen van vreemden stelde." + +[28] In 1855 waren 42 personen in die Kamers opgenomen, aan welken, +behalve vrije woning, eene som van f 1200 voor onderstand is verstrekt, +geheel uit inkomsten van bezittingen verkregen. + +[29] Tegenwoordig houden de bewoners van Oost zich ook met de +wiermaaijerij bezig. + +[30] Zie bl. 41. + +[31] Thans Hoofd-Ingenieur in de Provincie Utrecht. + +[32] "Ongelooflijk," zegt zeker schrijver, die in het laatste gedeelte +der voorgaande eeuw dit gedeelte van Texel bezocht, "ongelooflijk +is het onnoemelijk getal van nesten en eijeren van allerlei soort, +welke men hier aantreft; men kan zich aan geene zijde wenden, zonder, +om zoo te spreken, twee of drie nesten onder de hand te hebben; maar +men vindt zich bijna in het geval van Don Quichot, bij het hol van +Montesinos; want men dient schier slag te leveren tegen de vogels, +zoodanig koomen die dieren aanstrijken op de roovers van hunne +eigendommen, en van de hoop van hun toekoomend geslagt." + +[33] Eyerlandshuis is het noordelijkste der perceelen, waarin het +Eijerland vóór de bedijking verpacht werd. + +[34] De eigenlijke uitsluitende duinmaaijerij was, bij besluit van +1 Augustus 1825, afgeschaft. + +[35] Het kompas heeft hier eene miswijzing van 22°30' N. W. Nieuwe +en Volle maan, 9 uren hoog water.-- + +[36] Deze kwaal was eigenlijk eene soort van leverziekte, waarbij +zeker insect, als kleine botjes, zich in de lever zette. Elders +heerscht die ziekte ook, en meermalen hoorde ik die de bot noemen. + +[37] Zoodanige kraag, behoort thans nog tot het zoogenaamde +Marker-Trouwpak.-- + +[38] Ook op het eiland Marken bestond deze gewoonte; als een +overblijfsel daarvan kunnen beschouwd worden, de eigendomsmerken die +de Markers nog heden op hunne klompen en op andere zaken snijden.--Ook +van de voorschreven kleederdragt vindt men op dit eiland nog vele +overblijfselen. + +[39] Aangaande het zoogenaamde Abtskoorn, deelde men ons het volgende +mede: + +Het Abtskoorn was eene belasting op sommige huizen aan den Burg, in +oude tijden geheven door de geestelijkheid, in welke tijden door de +Eigenaars dier huizen aan de Geestelijkheid jaarlijks moesten leveren +1, 2, 3, à 4 Loopen koren, naderhand werd voor ieder Loopen koren f +1.-- betaald, en was dit privilegie in het bezit van de Heeren Van +Brienen, welke Heeren echter sedert 25 à 30 jaren, dit regt, hetwelk +nu vervallen is, niet meer hebben gevorderd. + +[40] Men zie ook, ten opzigte van Texel's vroegeren toestand, +zoo als die bepaaldelijk was bij den aanvang der 18de eeuw: Reizen +door een gedeelte van Europa, Klein-Azië, enz. gedaan door Johan +Ægidius van Egmond van der Nijenburg en Johannes Heijman, uitgegeven +door Johannes Wilhelmus Heijman, te Leiden bij Abraham Kallewier, +1757.--Welk werk mij goedgunstig ten gebruike werd afgestaan door +mijnen vriend, den Heer J. Visser, te Eiland Marken. + +[41] Dit woord is zeer oud en wordt zelden meer gehoord. + +[42] Men meene echter niet, dat de Texelsche Schoonen zich in zooverre +aan de anti-N.-H. kleedij gebonden achten, dat zij zich zouden bepalen +bij een jak en rok, waarvan de schoot of scheiding bijna tusschen de +schouders wordt gedragen. + +[43] Wij merken hierbij aan dat Texel gedurende de laatste jaren, +ook ten gevolge van meerdere gemeenschap met den vasten wal, veel van +zijne eigendommelijkheid heeft verloren. Uit hetgene wij boven reeds +omtrent de Texelaars hebben medegedeeld, blijkt, dat zij in kleeding, +zeden, enz. niet meer van hunne naburen zijn onderscheiden. + +[44] Zuuppot is een oud woord, 100 jaren geleden in gebruik, even +als het Queesten. + +[45] Tijdens en na het afdrukken van het werk, gewerden mij nog eenige +opmerkingen Texel aangaande. Sommige derzelven kwamen tijdig genoeg, +om in den tekst te kunnen worden opgenomen. Anderen echter, ontving +ik daartoe te laat. Deze laatsten zijn het, die ik in dit zevende +hoofdstuk heb zamengevat. + + + + + + +End of the Project Gutenberg EBook of Het Eiland Texel en Zijne Bewoners, by +Francis Allan + +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44087 *** |
