summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/44087-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '44087-0.txt')
-rw-r--r--44087-0.txt4656
1 files changed, 4656 insertions, 0 deletions
diff --git a/44087-0.txt b/44087-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..a385318
--- /dev/null
+++ b/44087-0.txt
@@ -0,0 +1,4656 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44087 ***
+
+ HET EILAND TEXEL EN ZIJNE BEWONERS,
+
+ GESCHETST
+
+ DOOR
+
+ F. ALLAN,
+
+ met eene Kaart van Texel,
+ TEVENS AANWIJZENDE
+ de Texelsche Zeegaten en Voorgronden,
+ met derzelver Peilingen, Betonning, enz.
+ en versierd met de op Texel bestaande Wapens,
+
+ VERVAARDIGD DOOR
+
+ J. L. KIKKERT,
+ Lid der Provinciale Staten van Noord-Holland, Wethouder en Notaris
+ op Texel.
+
+
+
+ AMSTERDAM,
+ WEIJTINGH & VAN DER HAART.
+
+ 1856.
+
+
+
+
+
+
+
+ "Grond en Geschiedenis staan bij ons in naauwe betrekking."
+
+ Prof. Van Lennep.
+
+
+
+
+
+
+
+VOORWOORD.
+
+
+Het was naar aanleiding van een vroeger door mij geschreven werkje
+[1], dat ik van onderscheidene en veelgeachte zijden de vereerende
+uitgenoodiging ontving, om ook ten opzigte van eene Beschrijving van
+het Eiland Texel mijne krachten te beproeven.
+
+Dan, bij de zamenstelling van het genoemde werkje over Marken
+ondervonden hebbende, welke moeijelijkheden bij gebrek aan goede
+bouwstoffen aan dergelijken arbeid verknocht zijn, deinsde ik
+aanvankelijk voor de aanvaarding dezer taak terug.
+
+Men hield evenwel bij mij aan, en ik?--beloofde eene Beschrijving
+van Texel te zullen leveren. Te meer voelde ik mij daartoe opgewekt,
+naardien ik de verzekering bekwam, dat men, gedreven door innige
+belangstelling, mij ook op Texel, in alles wat op dit eiland betrekking
+heeft, alle mogelijke hulp en inlichting zoude verstrekken.
+
+Men stelde mij dan ook in dezen geenszins te leur, zoodat het mij eene
+behoefte is, hierbij openlijk mijnen welmeenenden dank te betuigen aan
+de H. H. P. de Keyzer, Sz., Burgemeester, G. List, Gemeente-Ontvanger
+en W. Brouwer, Openbaar Onderwijzer, aan Den Burg op Texel, alsmede
+aan den Wel Edelen Heer R. B. de Breuk, te Nieuwe Diep, voor de
+belangstellende en welwillende hulp, mij, bij de zamenstelling van
+dit geschrift over het schoone en belangrijke Texel, verstrekt.
+
+Zijne koninklijke hoogheid Prins Hendrik der Nederlanden, Wiens
+doorluchtigen Naam reeds door de bedijking van den polder Prins
+Hendrik met Texel's geschiedenis was verbonden, heeft door de
+welwillende aanneming van de Opdragt van deze mijne lettervrucht,
+Hoogstdeszelfs belangstelling in dit eiland doen blijken, en aangenaam,
+hoogst aangenaam, voorwaar! is het mij, Z. K. H. voor die welwillende
+aanneming, welke mij eene zeer vereerende aanmoediging was, hier
+openlijk mijnen hartgrondigen dank te wijden!--
+
+'t Is zoo, ik heb een groot en moeijelijk werk moeten verrigten,
+om tot een (moge het zijn) gunstig resultaat te kunnen geraken: ik
+moest onderzoeken, raadplegen, vergelijken, opdat ik eene zoo veel
+mogelijk naauwkeurige Beschrijving van Texel aan mijne belangstellende
+Landgenooten zoude kunnen aanbieden.
+
+In hoeverre mij dit gelukt is, zij aan het bescheiden oordeel van
+deskundigen overgelaten, aan wie ik deze vrucht mijner onvermoeide
+nasporingen met bescheidenheid aanbevele, hun de verzekering gevende,
+dat alle bescheidene teregtwijzingen steeds hoog door mij zullen
+worden gewaardeerd en in dank aangenomen.
+
+Omtrent de bij dit werk gevoegde Kaart, zal ik wel niets ter
+aanbeveling behoeven te zeggen. Immers, zij beveelt zich zelve
+genoegzaam aan! Alléén zij dus gezegd dat de door mij vervaardigde
+Kaart reeds bij den Graveur was, toen ik kennis verkreeg van die
+des Heeren Kikkert, die door mij, en ik mag vertrouwen, ook door
+H. H. Inteekenaren, allezins geschikt werd geacht om aan dit werk te
+worden toegevoegd.
+
+Zietdaar, Lezers! hetgene ik meende vooraf te moeten laten gaan! Mogt
+mijn arbeid uwe goedkeuring wegdragen, het zoude mij een spoorslag
+te meer zijn, om voorwaarts te streven op den vaak moeijelijken weg
+des onderzoeks, en mij meer en meer te kwijten van de verpligting,
+die ik verschuldigd ben aan Wetenschap en Vaderland.
+
+
+ F. ALLAN.
+ Eiland Marken, den 1 Febr. 1856.
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+NAAMLIJST DER INTEEKENAREN.
+
+
+OPDRAGT
+
+Aan Z. K. H. Willem Frederik Hendrik, Prins der Nederlanden,
+Luitenant-Admiraal, Opperbevelhebber der Vloot.
+
+
+INLEIDING.
+
+Algemeene Beschouwing over het Eiland Texel.
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+Voortbrengselen. Grond- en Luchtgesteldheid van Texel.
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+Texel, beschouwd met betrekking tot de Geschiedenis des Vaderlands.
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+De Dorpen, Gehuchten, enz. op Texel.
+
+ 1. Het Oude Schild. (Schans, Redoute, Lunette, de
+ Weezenputten, Brakenstein, de Hoogeberg.)
+ 2. De Burg.
+ 3. Het Horntje.
+ 4. Hoorn of den Hoorn. (Den Ouden Hoorn.)
+ 5. Den Westen. (Het voormalige dorp.)
+ 6. De Koog.
+ 7. Oosterend of Oostereind.
+ 8. Het Nieuwe Schild.
+ 9. Oost.
+ 10. De Cocksdorp.
+ 11. De Waal.
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+De voornaamste ingedijkte Polders op Texel.
+
+ 1. De Prins Hendrik-Polder.
+ 2. Het Eijerland.
+ 3. De Eendragt.
+ 4. De Grie.
+ 5. De voormalige Katten-Polder (thans Prins Hendrik-Polder.)
+ 6. Waal- en Burg.
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+Iets over de voormalige Gewoonten, Gebruiken, enz., der Texelaars.
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+De Bevolking van Texel.
+
+Godsdienst. Taal. Beschaving. Kleeding. Huishouding. Gewoonten.
+Vermaken.
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK.
+
+Aanteekeningen. Bijvoegsels.
+
+Staat van de veranderingen aan het strand en de duinen langs de
+Noordzee, van het Horntje tot het Eijerland op het Eiland Texel.
+
+
+
+
+
+
+
+NAAMLIJST DER INTEEKENAREN.
+
+
+Z. K. H. Prins Hendrik der Nederlanden. 5 Exempl. Best papier.
+
+Allan, (A. J.) Militair te 's Hertogenbosch.
+Allan, (D. T.) Dijkmeester bij den Lekdijk bovendams te Wijk bij Duurstede.
+Allan, (Wed. J.) te Uithoorn.
+
+Bakker, (D. G.) Particulier te Burg.
+Bakker, (Dirk J.) Veefokker te Westergeest.
+Bakker, (G. D.) Schipper te Burg.
+Bakker, (K. W.) Schipper op Texel.
+Bakker, (Lourens W.) Schoenmaker te Oosterend.
+Bakker, (P. D.) Grutter te Burg.
+Bakker, (P. G.) te Burg.
+Bakker, (Wm. L.) Onder-Commissaris der Loodsen te den Hoorn.
+Barnaart van Zandvoort, (Jhr. H. G.) te Haarlem. Best papier.
+Blom, (A.) Stuurman op Texel.
+Blom, (M.) Broodbakker te De Cocksdorp.
+Bok, (Mr. W.) Adsistent Notaris te Burg.
+Boom, (C.) Notaris te Beemster.
+Boon, (C. C.) Landbouwer te Walenburg.
+Boon, (N. C.) Veefokker te Oost.
+Brouwer, (G.) Onderwijzer te Burg.
+Brouwer, (Js.) Onderwijzer te De Cocksdorp.
+Bruijn, (Dirk Jb.) Broodbakker te den Hoorn.
+Bruin, (J.) Broodbakker te Hoorn. Best papier.
+
+Coster van Voorhout, (C. L.) Handelaar te Tiel.
+
+Daalder, (J.) Landbouwer te den Hoorn.
+Deekers, (E. J.) Koek- en Banketbakker te Burg.
+Dorsten, (H. L. van) te Burg.
+Duinker, (Cornelis) Loodsschipper te den Hoorn.
+Duinker, Jr., (Jan) Opper-Timmerman op O. I. op Texel. Best papier.
+Dijksen, Jr., (J. C.) Landbouwer te Eijerland. Best papier.
+Dijksen, (Jb.) Landman te Burg.
+Dijt, (C. H.) Veefokker te Westergeest. Best papier.
+
+Flacke, (G. B.) Koopman te Leeuwarden.
+
+Groot, (C. de) Burgemeester te Eiland Marken.
+Grijskamp, (W.) Pastoor op Texel.
+
+Heteren, (J. H. & G. van) Boekhandelaars te Amsterdam.
+Hille, (Ks.) Genees-, Heel- en Verloskundige te Oosterend.
+Hoogvorst, (Mej. Wed.) Boekhandelares te Nieuwe Diep. 6 Exempl.
+Huizinga, (J.) Doopsgezind Leeraar te Burg.
+
+Kalis, Jz., (J.) Koopman te Burg.
+Keijzer, Pzn., (Arend) Landbouwer op Texel. Best papier.
+Keijser, Pzn., (A.) Landeigenaar te Waal.
+Keijser, Pzn., (Cornelis) Veefokker op Texel.
+Keijser, Pzn., (J.) Pelder te Burg.
+Keijser, Sz., (P.) Burgemeester op Texel. 5 Exempl. en 1 best papier.
+Keijser, Szn., (S.) Landeigenaar te Burg.
+Keijser, Pz., (S.) Makelaar op Texel. Best papier.
+Keijser, (T. P.) Onderwijzer te Oost.
+Kikkert, Dzn., (G.) in Goud en Zilver te Burg.
+Kikkert, (J. L.) Lid der Staten van Noord-Holland, Wethouder en
+ Notaris op Texel. 1 Ex. en 1 best papier.
+Kikkert, (K. S.) Bakker op Texel.
+Kikkert, (N.) Directeur der Bank van Leening op Texel.
+Kingma, (J.) Lid der Provinciale Staten van Friesland te Makkum.
+Kloot, (As. v. d.) Smid en Wagenmaker te De Cocksdorp. Best papier.
+Koning, (A.) Landbouwer te Burg.
+Koning, (P.) Veefokker op Texel.
+Koning, (P. C.) Zaakwaarnemer te Burg.
+Koning, (P. C.) Zaakwaarnemer te Burg. 25 Exemplaren.
+Koning, (S.) Landeigenaar op Texel.
+Kooiman, Pzn., (Gt.) Timmerman te Waal.
+Koppen, (IJsbrand) Landbouwer op Texel. Best papier.
+Kroese, (Gebroeders) Kooplieden op Texel.
+Kruijsen, (M. H.) Pastoor te De Cocksdorp.
+
+Langeveld, Pz. (M.) Grutter op Texel. Best papier.
+Langeveld, Jr. (M.) Koopman te Burg.
+Langeveld, Sr. (M.) Veehouder te Burg.
+Langeveld, Pz. (P.) te Hardinxveld. Best papier.
+Langeveld, (P. M.) Molenaar te Burg.
+Langeveld, (W. J.) Hijpotheekbewaarder te Alkmaar.
+Leijen, (D.) Landbouwer te Eijerland. Best papier.
+List, (G.) Gemeente-Ontvanger op Texel.
+List, (G.) Gemeente-Ontvanger te Burg.
+
+Metz, (T.) Postschipper te Oude Schild.
+Meijer, (A.) Koopvaardij-Kapitein te Nieuwendam.
+
+N. N. te N.
+Nupjers, (D.) Mr. Broodbakker te Eiland Marken.
+Nijhoff, (M.) Boekhandelaar te 's Gravenhage.
+Nijhoff, (G. P.) Boekhandelaar te Enkhuizen.
+
+Oomkens, Jr. (J.) Boekhandelaar te Groningen.
+
+Peeperkom, (H. H.) Pastoor op Texel.
+Petersen, (A. E.) Apotheker te Burg.
+Plaatsman, (P. J.) Schipper te Oosterend.
+Pool, (Mevr. Wed.) geb. Reinbach te Utrecht. Best papier.
+Provinciaal Archief van Noord-Holland. Best papier.
+
+R. (P. v.) te Rotterdam. 2 Exemplaren.
+Remmers, (Jb.) Ondermeester te den Hoorn.
+Roeder, (D.) Boekhandelaar te Monnikendam. 2 Exemplaren.
+Roem, (J.) Boekhandelaar te Alkmaar.
+Roeper, (Jb.) Landeigenaar te Waal.
+Rombach, (J. F. J.) Stads Heel- en Vroedmeester te Montfoort.
+Rosendaal, (Mej. Wed. L.) Winkelierster te Oost.
+
+Schellinger, Notaris te Nieuwendam. Best papier.
+Schott, (G. J.) Stads Onderwijzer te Wijk bij Duurstede.
+Schraag, (Gt. J.) Veefokker te de Westen.
+Sipkes, (J.) Tabaksfabrikant te Burg.
+Slot, (Ks. J.) Koopman te Burg.
+Slijboom, (G. W.) Logementhouder te Burg.
+Staveren, (C. v.) Pastoor te De Cocksdorp.
+Steinfort, (H. L.) Predikant te Oosterend.
+Stiggelbout, (A. E.) Geneesheer op Texel. 2 Exemplaren.
+Stiggelbout, (P. M.) Genees-, Heel- en Verloskundige te Burg.
+Stolp, (P.) Genees-, Heel- en Verloskundige te Burg.
+
+Thijssen, (W. C.) Landbouwer te Prins Hendrik Polder.
+Timmerman, Ontvanger der Registratie op Texel. Best papier.
+
+Visser, Jz. (C.) Hulp-Onderwijzer te St. Maartensbrug.
+Visser, (J.) Mr. Timmerman en Aannemer te Eiland Marken.
+Vlaming, (B. S.) Schipper te Oost.
+Vlaming, (G.) Landbouwer te Oosterend. Best papier.
+Vlaming, (K. B.) Oud Zeeman te Oost.
+Voigt, (A. D.) Secretaris der Gemeente op Texel. Best papier.
+Vrendenberg, (C.) Predikant te Burg.
+
+Wal, Czn., (J. W. v. d.) Ambtenaar te Burg.
+Wieringa, (R. G. J.) Predikant te den Hoorn.
+Witte, (Jan P.) Veefokker te Texel.
+Wijk, (Pieter v. d.) Schipper op Texel.
+
+Zaal, (A. A. v. d.) Molenaar op Texel.
+Zeilinga, (Jacob) Zeilenmaker te Nieuwendam. Best papier.
+Zuidewind, (J.) in Manufacturen te Burg.
+Zunderdorp, Hulp-Postk. te Terschelling. Best papier.
+Zunderdorp, (C.) Post-Ambtenaar te Terschelling.
+Zunderdorp, (J.) Makelaar op Texel.
+Zunderdorp, (L.) Burgemeester te Vlieland.
+Zwaal, (T. R.) Onderwijzer op Texel.
+
+
+
+
+
+
+
+ Aan
+ Zijne Koninklijke Hoogheid
+ WILLEM FREDERIK HENDRIK,
+ PRINS DER NEDERLANDEN,
+ LUITENANT-ADMIRAAL,
+ OPPERBEVELHEBBER DER VLOOT.
+
+
+Is het waar, dat elk welgezind burger van den Staat, diep doordrongen
+is van innige belangstelling omtrent alles, wat in betrekking staat
+tot den bloei van het geliefde Vaderland, en dat er in zijnen boezem
+een gevoel van verknochtheid leeft, dat bij de minste aanraking
+zelfs, de teêrste snaren van zijn gevoel, van zijne ziel, roert en
+trillen doet, zoo het slechts het Vaderland en het Vaderlandsche
+raakt;--niet minder waar is het, dat inzonderheid de edele telgen van
+het doorluchtig Vorstenhuis van Oranje Nassau, steeds eene levendige
+belangstelling koesterden, voor alles wat op Nederland en Neêrlands
+Volk betrekking had, ja, dat zij aan den voor- of tegenspoed van het
+gemeenschappelijke Vaderland hun eigen wèl en wee verbonden.
+
+Van die belangstelling gaf ook UWE KONINKLIJKE HOOGHEID meermalen de
+sprekendste bewijzen. Daarvan in het breede hier te gewagen, zoude
+onkiesch zijn en slechts laffe vleijerij verraden! Genoeg reeds,
+indien wij slechts bedenken, welke onloochenbare bewijzen van levendige
+belangstelling UWE KONINKLIJKE HOOGHEID koestert, omtrent alles wat
+betrekking heeft op Neêrland's Zeewezen, eene belangstelling, die door
+UWE KONINKLIJKE HOOGHEID, als Opperbevelhebber van Zr. Ms. Zeemagt,
+voorzeker ook voor dat gedeelte van Noord-Nederland, gekoesterd wordt,
+welks beschrijving wij UWER KONINKLIJKE HOOGHEID hierbij eerbiedig
+opdragen, met welks geschiedenis UW doorluchtige naam verbonden is, en
+in welks nabijheid NEÊRLAND'S Vloot, meermaals zooveel nationalen roem
+en zege, op de vijanden van het geliefde Vaderland, mogt bevechten.
+
+Gelief, DOORLUCHTIGE PRINS! de Opdragt van dezen letterarbeid aan
+te merken, als een bewijs van den eerbied en trouw des Schrijvers,
+wien het eene eere is, te zijn
+
+
+ van UWE KONINKLIJKE HOOGHEID
+ de Onderdanigste en Gehoorzaamste Dienaar,
+ F. ALLAN.
+
+
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+ALGEMEENE BESCHOUWING VAN HET EILAND TEXEL
+
+
+Onder de voornaamste gedeelten van de Provincie Noord-Holland,
+verdient vooral genoemd te worden het schoone en belangrijke eiland
+Texel, een plek, zoo overwaardig algemeen gekend te worden.
+
+Dit eiland, dat in het dagelijksch leven meestal Tessel wordt genoemd,
+ligt ten Noord-Noord-Westen van de Zuiderzee en maakt thans, vereenigd
+met Eijerland, eene gemeente uit, die tot het Arrondissement Alkmaar,
+kanton den Helder, behoort.
+
+Volgens de staatsregeling van 23 April 1798, maakte Texel het vijfde
+Departement der Bataafsche Republiek uit. Het grensde ten Noorden en
+ten Westen aan de Noordzee, ten Oosten aan de Zuiderzee, welke het van
+het Departement van de Eems en van dat van den Ouden IJssel scheidde,
+en aan het Departement van den Rijn, waardoor het van het Departement
+van den Delf gescheiden was; terwijl het Departement van den Amstel,
+bijna geheel in dit Departement besloten lag.
+
+Tot dit Departement behoorden de eilanden Texel, Vlieland, Wieringen,
+Urk en Marken, en dat gedeelte der Zuiderzee, hetwelk ten Westen van
+de raailinie van Oost-Vlieland op Stavoren, en van daar over Urk op
+Nijkerk, op de Veluwe, gelegen is. Het had tot hoofdplaats Alkmaar,
+was verdeeld in zeven ringen, welke tot hoofdplaatsen hadden:
+Medemblik,--Hoorn,--Alkmaar,-- Westzaandam,--Haarlem,--Leiden en
+Naarden; -- telde ongeveer 240,000 zielen, en was zamengesteld uit
+de geheele tegenwoordige Provincie Noord-Holland, behalve de Stad
+Amsterdam en omstreken, en het eiland Terschelling, terwijl ook een
+gedeelte van Zuid-Holland, mitsgaders het Zuidwestelijk deel der
+Provincie Utrecht, tot dit Departemnt behoorden.
+
+Texel ligt ruim 1/2 uur Noordwaarts van de uiterste punt van
+Noord-Holland's vaste kust, en op gelijken afstand Zuid-westelijk
+van het eiland Vlieland. Ten Noorden wordt dit eiland omspoeld
+door het West-Vlielandsche diep of Eijerlandsche gat, dat niet
+zeer geschikt, of liever zeer gevaarlijk, is voor de doorvaart van
+schepen. Oostwaarts paalt Texel, aan de beroemde reede van dien naam,
+de Pan en de Zuiderzee. Oudtijds werd deze reede het Waaigat geheeten,
+en biedt aan groote zeeschepen, aan den Zuidoostwal, eene goede
+ankerplaats. De beste legplaats vindt men over den Rug, alwaar het
+water een diepte van 145-260 palm heeft. Ten Zuiden wordt dit eiland
+begrensd door de Helsdeur en het Noordergat, terwijl de Noordzee
+het aan de Westkust bespoelt. Dit Noordergat, ook het Nieuwegat
+genoemd, is een gevaarlijk vaarwater. De diepte is er zeer ongelijk:
+op sommige plaatsen staat 12 à 13, op andere punten slechts 3 à 4
+ellen water. Over het geheel is het zeer droog en bezet met vele,
+meestal zeer steile banken of ruggen, en niet dan bij hoogen nood,
+voor kleine schepen raadzaam te bevaren. Het ligt ten Noorden van
+de Zuiderzee; wordt Oostwaarts door de Hors van Texel, en aan de
+tegenovergestelde zijde door de Noorder Haaks, de Onrust en de Oostpunt
+der Laan, bepaald, en loopt uit het Marsdiep in de Noordzee. In het
+Noordwesten liggen de algemeen bekende, gevaarlijke Eijerlandsche
+gronden, zijnde eene zeer gevaarlijke ondiepte, Noordwestwaarts van
+den ingedijkten polder het Eijerland, (dat vóór het jaar 1629 een
+eiland op zich zelf was,) waar men eene buitengewoon hevige branding
+aantreft, en waarin reeds tal van schipbreukelingen den dood vonden,
+en vele schepen verbrijzeld werden. [2]
+
+Op den steenachtigen bodem worden vele zware rolsteenen of vleuten,
+benevens zware boomstammen gevonden. Naar men zegt, zou er op de
+plaats, waar nu de Eijerlandsche gronden zijn, een eilandje hebben
+gelegen, dat de Buitengrind genoemd werd. Zoo men meent, was dit eiland
+of eilandje oudtijds bewoond, en zou Drusus, de opperbevelhebber
+der Romeinen, daarop een kasteel of burg hebben doen aanleggen, dat
+Flevum werd genoemd. Althans, in 1590 waren op de Grind nog eenige,
+van zeer groote steenen gemetselde, putten aanwezig.--Ook is het door
+de berigten van Adrianus Junius, den Marquis De St. Simon en Rutger
+Paludanus, buiten twijfel gesteld, dat Drusus in deze streken, zoowel
+Noord- als Zuidwaarts, dijken heeft aangelegd, zoo als o.a. de Straat
+bij Texel, welke zich Zuidoostelijk van de Koog door den geheelen
+Wieringerwaard, over de Gammels, ten Noorden van Stavoren, in de
+Zuiderzee uitstrekt.
+
+Zuidwestwaarts van Texel liggen de droogten en groote zandbanken,
+welke onder de benamingen van de Haken (Noorder- en Zuider-Haaks)
+bekend zijn.
+
+Op deze uitgestrekte zandbank, die nog heden de sporen draagt van zijne
+vroegere verbinding met den vasten wal, en daarvan vermoedelijk door
+den geduchten stormvloed van 1170 is afgescheurd, stond nog in 1424 een
+zwaar bosch; terwijl er thans nog, in de zoogenaamde Hechtsgronden,
+ten N. van Texel, zoovele stronken en boomstammen aanwezig zijn, dat
+zij den visschers voor hunne netten, dikwijls zeer nadeelig zijn. Deze
+gevaarlijke droogte ligt vóór het Marsdiep, westwaarts van den Helder,
+waarvan het ten Zuiden door het Schulpegat gescheiden is, terwijl
+het Noordergat dezelve in het Noordoosten van de Hors (de Z. W. punt
+van Texel) afscheidt. Deze strekt zich van het Z. W. ten Z. naar het
+N. W. ten N. uit, en heeft eene lengte van 0,75 mijl; geen wonder
+voorwaar, dat deze gevaarlijke droogte den zeeman vrees inboezemt.
+
+De tijd heeft echter ook op de Haaks zijnen invloed merkbaar
+uitgeoefend, daar zij vroeger uit drie afzonderlijke banken, de
+Noorder- en Zuider Haaks, en de Middenrug geheeten, bestond. [3]
+
+Texel wordt aan de Noordwest- en ook aan de Westkust, door hooge
+duinen, welke zich aan dien kant langs het geheele eiland uitstrekken,
+en die achter het dorpje de Koog, op het smalst zijn, tegen de woede
+der Noordzee beschermd. Aan de Noordzijde erlangt het eiland die
+beschutting door eenen zanddijk, welke in de jaren 1629 en 1630
+langs het Eijerland is aangelegd. Aan het Zuiden strekt daartoe
+gedeeltelijk eene duinstreek, en gedeeltelijk een' stuifdijk, die in
+1846, door de ingezetenen van het dorp den Hoorn, over een lengte van
+3800 ellen is aangelegd; terwijl eindelijk de Oostzijde geheel door
+zware beglooide zeedijken tegen de baren der zee beveiligd wordt. (Zie
+voorts de Kaart.)
+
+Groot is de verandering, welke de bodem van Texel van tijd tot
+tijd ondergaan heeft, naardien men in den loop der drie laatste
+eeuwen onderscheidene uiterwaarden en poelen, aan en in het eiland,
+bedijkt heeft; zoodat er thans op Texel niet minder dan negen en
+twintig polders zijn, behalve de aangedijkte polders, welke in de
+gemeene dijkslasten niet deelen. Al deze polders staan onder het
+Heemraadschap van Texel, bestaande uit eenen Dijkgraaf, vijf Heemraden,
+vier Hoofdingelanden, en eenen Secretaris.
+
+De uitgestrektheid van Texel bevat thans eene lengte van circa vijf,
+bij eene breedte van bijna twee uren gaans, en beslaat eene oppervlakte
+van 18,763 bunders, 72 [] roeden en 58 [] ellen; waarvan 14,491
+bunders, 76 [] roeden en 21 [] ellen belastbaar land. In 1559 werd
+Texel bevonden groot te zijn 3688 morgen. In 1562 werd de grootte
+opgegeven als beslaande 3844 morgen lands. De bodem is niet geheel
+vlak, maar heuvelachtig, en biedt den vreemdeling, vooral van den
+zoogenoemden Hoogenberg, een schoon landtafereel aan, rijk aan
+afwisseling en bevallige verscheidenheid. Het geheele voorkomen van
+Texel heeft veel overeenkomst met een landschap, uit Gelderland's
+hoogste gedeelte.
+
+Tegenwoordig heeft men op Texel, behalve de hoofdplaats den Burg, welke
+geheel het aanzien heeft van een bevallig landstadje, de volgende
+dorpen en gehuchten: Het Oude Schild of Schil, het Nieuwe Schild,
+Oost, of om de Oost, Zevenhuizen, Oostereind, de Waal, de Cocksdorp,
+de Koog en den Hoorn--te zamen (op 1 Jan. 1856) bevattende 1172 huizen,
+bewoond door 1296 gezinnen, uitmakende eene bevolking van 6109 zielen,
+waarvan 3101 tot het mannelijk en 3008 tot het vrouwelijk geslacht
+behooren,--en, naar de onderscheidene geloofsbelijdenissen, verdeeld
+wordende in:
+
+
+ Nederduitsch Hervormden 3768
+ Doopsgezinden 1102
+ Roomsch Catholijken 1218
+ Israëliten 13
+ Lutherschen 5
+ Remonstranten 3
+
+
+Een volledig overzigt der bevolking bieden wij onzen lezers in de
+navolgende lijst aan:
+
+
+STAAT der Bevolking, getal Huizen en Huisgezinnen der verschillende
+Dorpen, Buurtschappen, Polders en Gehuchten, op het eiland Texel,
+op 1 Januarij 1856.
+
+Benaming der Getal Huis- Mann. Vrouw. Totale Aanmerkingen.
+Dorpen, Huizen. gezinnen. Bevolk. Bevolk. Bevolking.
+Buurtschappen,
+Polders en
+Gehuchten.
+
+De Burg 272 321 711 648 1359 Dorpen.
+Oude Schild 187 187 412 441 853
+Hoorn 152 130 328 415 743
+Oostereind 160 120 265 240 505
+De Waal 32 36 66 65 131
+De Koog 17 17 38 37 75
+Cocksdorp 53 53 131 145 276
+
+Eijerland 140 142 393 331 724 Polders.
+Eendragt 9 9 18 18 36
+Prins Hendrik
+ Polder 8 14 37 36 73
+Waal en Burg 12 15 47 40 87
+Burg en Nieuwland 4 4 19 13 32
+
+Oost 39 48 137 31 268 Gehuchten.
+Zevenhuizen 15 16 42 43 85
+Nieuwe Schild 4 7 16 19 35
+
+Harkenbuurt 7 7 17 20 37 Buurtschappen.
+Spang 9 9 21 20 41
+Molenbuurt 3 3 10 14 24
+Burgen 9 9 29 19 48
+Dijkmanshuizen 4 4 16 12 28
+Tienhoven 4 4 16 12 28
+De Westen 15 15 45 39 84
+Zuidhaffel 9 9 24 19 43
+Westergeest 6 6 18 11 29
+Hoogenberg 11 11 21 16 37
+
+
+Het vorenstaande sluit echter niet met het boven deze lijst opgegeven
+totale cijfer, naardien de afzonderlijk staande boerenwoningen,
+niet onder de buurtschappen zijn begrepen.
+
+Veeteelt, en vooral de schapenfokkerij, landbouw, visscherij, handel
+en zeevaart, zijn de hoofdmiddelen van bestaan op Texel.
+
+De Texelaars staan, over het algemeen, op eenen vrij hoogen trap
+van beschaving, zoodat zelfs de geringste handwerksman of daglooner,
+zich op eene wijze doet kennen, welke, met grond, een fiks ontwikkeld
+verstand en helder oordeel doet vooronderstellen. In dit opzigt
+onderscheiden zij zich gunstig van de bewoners uit het zoogenoemde
+boerenland.
+
+Hun veelvuldig verkeer met vreemdelingen, zal, behalve het
+volksonderwijs, daarvan wel de voornaamste reden zijn.
+
+Men treft onder de bewoners van Texel, vele welgestelde lieden aan,
+waaronder niet weinige die zich, door eene eenvoudige en spaarzame
+levenswijze, (eene nagenoeg algemeene eigenschap dezer eilanders)
+een niet onaanzienlijk vermogen vergaderd hebben, hetwelk hier
+hoofdzakelijk in landerijen en vee bestaat.--
+
+Het geheele eiland biedt overvloedige gelegenheid aan, tot uitoefening
+der jagt op hazen, konijnen en gevogelte; waarop wij in het volgende
+hoofdstuk nader zullen terugkomen, en waarbij ons de belangrijkheid van
+dit eiland, ook vooral ten opzigte van zijnen landbouw en veestapel,
+nader blijken zal.
+
+Het wapen van Texel bestaat uit een gouden veld waarop een omgekeerd
+anker, dat gesteund wordt door twee rijzende leeuwen in natuurlijke
+kleur.
+
+Texel's vlag is groen en zwart. [4]
+
+
+
+
+
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+VOORTBRENGSELEN, GROND- EN LUCHTGESTELDHEID VAN TEXEL.
+
+
+Het hoornvee is van eene uitmuntende hoedanigheid, zoodat runderen
+van 8 à 900 lb hier niet zeldzaam zijn.
+
+Sedert zich de besmettelijke runderziekte [5] ook hier openbaarde,
+heeft men zich meer op de veeteelt toegelegd, waardoor thans jaarlijks
+ettelijke honderden beesten worden uitgevoerd, en vele landerijen,
+vooral in het zuidelijk gedeelte des eilands, verbeterd zijn.
+
+Van de koemelk wordt ook hier welsmakende kaas gemaakt, waarin
+kruidnagelen en comijn worden gemengd, terwijl de boter ongetwijfeld
+even goed zoude zijn als de Friesche en Zuid-Hollandsche, indien
+dezelve hier evengoed als daar, en onvermengd met schapenmelk,
+bewerkt werd.
+
+De fokkerij van paarden, gelukt hier zeer goed. Het hier gekweekte ras,
+is bijzonder geschikt tot zwaar werk.
+
+De voornaamste tak van den veeteelt is echter de aanfokking van
+schapen.--Aan deze dieren vooral wordt veel zorg besteed.--Hun vleesch,
+dat hier even duur is als in de Zuid-Hollandsche steden, is zeer blank,
+fijn van spieren, en zeer aangenaam van smaak.--
+
+Alvorens het schaap te scheren, wordt het in een' kolk gewasschen,
+tot dat er geene onreinheid meer aan gevonden wordt; daarna ontlast men
+het dier van zijne vacht, welke gebleekt zijnde, in schuren of stallen
+wordt bewaard, tot de wolkoopers haar in het najaar komen opkoopen.
+
+De Texelsche wol, kan, ofschoon zeer fijn, van wege hare kortheid,
+niet tot het weven van laken gebezigd worden, maar werd vroeger
+grootendeels naar Frankrijk vervoerd, alwaar zij, gemengd met garen,
+katoen of andere stoffen, in de fabrieken verwerkt werd.
+
+Van algemeene bekendheid is de groene of Texelsche kaas, die van
+de melk der schapen wordt gemaakt, en welker bereiding hoofdzakelijk
+hierop nederkomt: In den room der schapenmelk, wordt een doekje, gevuld
+met versche schapenmest, te weeken gelegd; dat doekje wordt daarna
+uitgewrongen, welk wringsel aan de kaas, haren eigenaardigen smaak
+en kleur geeft, en waardoor zij tevens zeer gezond en bloedzuiverend
+wordt gemaakt.
+
+De overblijvende melk of wei, wordt met goed gevolg tot varkensvoeder
+verbruikt.
+
+Om eenigzins over de belangrijkheid der Texelsche kaasbereiding te
+kunnen oordeelen, wete men, dat er in 1846, nagenoeg 80,000 lb werd
+verkocht; terwijl in het jaar 1845, uitgevoerd werden 18,000 lammeren
+en schapen, en in 1843, circa 66,600 pond zuivere schapenwol werd
+afgeleverd.
+
+De schapen komen gedurende den winter, evenmin als des zomers, op
+stal; maar in de weiden staan schuren, hier boeten (vroeger boesen)
+genaamd, waarin des winters hooi wordt gebragt.
+
+In deze boeten kunnen de schapen schuilen, wanneer het sneeuwt of guur
+weder is; doch zij beminnen zoo zeer de open lucht, dat het weder al
+zeer slecht moet zijn, eer zij van de boeten gebruik maken.--
+
+De liefhebbers der jagt, vinden hier in het najaar vinken bij menigte;
+zoo ook leeuwrikken, die hier bij duizenden broeden, en vroeger
+worden gevangen dan in de meer zuidelijke deelen van ons vaderland;
+terwijl eene groote menigte lijsters, van allerhande soort, zich op
+dit eiland ophouden.--
+
+Hout- en watersnippen worden er in grooten getale gevonden; de laatste
+zijn voor het grootste gedeelte inwoners van het land, en trekken
+in het najaar te zamen.--In de vorige eeuw beproefde zeker Heer op
+Texel, (naar ik meen de Heer Roosenboom) om hier ook patrijzen te
+planten. De proef gelukte vrij wel, en zeker ware dit eiland ook van
+dit fijne wild voorzien geworden, indien zij niet uitgeroeid waren
+door zekeren deugniet, die, vroeger als jager bij een Texelsch Heer
+in dienst, uit wraak over eene hem aangedane vermeende belediging,
+zijnen drift aan deze onschuldige dieren bot vierde.
+
+Vooral in het najaar is hier eenen rijken voorraad van wilde
+eendvogels, zoogenaamde smienten, pijlstaarten en malsche
+talingen. Voormaals echter was Texel rijker met dit wild bedeeld;
+er waren toen meer poelen, welke thans plaats hebben gemaakt voor
+vruchtbare landerijen, en van daar ook, dat het getal eendekooijen
+verminderd is, en de vangst niet de gunstige resultaten van vroegeren
+tijd oplevert.--
+
+"Eer de Kattenpolder" (nu Prins Hendrik Polder) "was ingedijkt,"
+dus verhaalt een waarheidlievend schrijver, die in vroegeren tijd
+veel op Texel verkeerde, "heb ik op de middenste der eendekooijen
+die in het zuiden van het eiland leggen, en die drie in getal zijn,
+en dus met de twee kooijen in het noorden, te weten bij Oostereind en
+bij Waalenburg, te zamen een getal van vijf kooijen uitmaken, op eenen
+dag zes of zeven honderd smienten zien vangen; deze kooi werd jaarlijks
+voor acht honderd guldens verhuurd, doch sedert de nabijgelegen waard,
+door de indijking van den Kattenpolder, droog land is geworden, heeft
+deze fraaije kooi meer dan zeven achtste van hare waardij verloren;
+toen deze kooi nog in hare welvaart was, heb ik meer dan eens gezien,
+dat er zoo vele eendvogels naar de kaag (beurtschip) gebragt werden,
+om naar Amsterdam vervoerd te worden, dat er wagens met twee paarden,
+die nog van eene kar werden gevolgd, mede bevracht werden."--
+
+Behalve het opgenoemde wild, treft men op Texel ook hazen, en vooral
+konijnen aan.--Beide diersoorten houden zich voornamelijk in de
+hoogere landen en duinstreken op.--
+
+Tegenwoordig is het aantal hazen niet zoo groot als weleer; denkelijk
+ten gevolge van het drukkere verkeer, dat thans over het geheele
+eiland plaats heeft.
+
+De konijnen zijn er menigvuldiger, en inzonderheid verdient de
+nieuwe konijnenfokkerij op Eijerland genoemd te worden. De Heer
+N. J. de Cock, van Rotterdam, legde namelijk, sedert eenigen tijd
+in den polder Eijerland, over eene uitgestrektheid van 45 bunders,
+eene nieuwe konijnenfokkerij aan. Die gronden zijn daartoe voldoende
+omheind; terwijl er in die fokkerij, een zeer net jagthuis, dat
+gedeeltelijk door den opzigter dier onderneming bewoond wordt,
+met eene daarbij staande schuur, gebouwd is.--Zeshonderd konijnen,
+van echt Texelsch ras, zijn aanvankelijk in die fokkerij gebragt;
+de populatie neemt reeds voldoende toe, zoodat men op eenen goeden
+uitslag dier onderneming mag hopen.
+
+Ook vindt men hier roerdompen, die, jong zijnde, een welsmakend
+wildbraad opleveren; benevens eene andere soort van eetbare vogels,
+welke aan Hollands vaste kust tuilen of tjullen genoemd worden,
+doch hier den naam van tjerken dragen.
+
+Minder algemeen is hier de zoogenaamde kluit. Deze vogel is iets
+forscher van bouw dan de meerle, heeft veel van de gestalte eens
+ooijevaars, en is behalve aan staart en slagpennen, die zwart zijn,
+met witte vederen bedekt, terwijl de snavel, welke eene lengte van
+circa 4 duimen heeft, de gedaante van eenen omgekeerden sikkel heeft.--
+
+Onder de vogels die zich hier zeldzamer vertoonen, behoort ook de
+kruisbek, die alhier, omstreeks de maand Julij doortrekt.
+
+Meer algemeen is op Texel de kievit, die er in grooten getale broeden,
+benevens eene menigte groote en kleine meeuwen, zeepapegaaijen,
+zeezwaluwen, enz.
+
+Vroeger broedden er in den polder Waal en Burg, ook wilde zwanen.
+
+Behalve het opgenoemde, is er op en om Texel overvloed van visch.--Deze
+wordt in bunnen of karen levend aangebragt, en op den afslag, aan de
+vischmarkt op den Burg, verkocht.--
+
+Inzonderheid munten, onder de verschillende vischsoorten, de
+schelvisch, schol en tong uit, terwijl de Roggesloot, ten noorden
+van Eijerland, zeer lekkere bot oplevert.
+
+Omstreeks het jaar 1780, werd er in den polder Waal en Burg, baars
+geplant, welke aldaar zeer vermenigvuldigd is.--Behalve deze, levert
+Texel ook snoek, brasem en voorn op.--
+
+Op de lage, onbegroeide zandvlakten van Eijerland, alsook op
+de onderwallen der kreken, welke meestal uit blaauwachtig zand,
+doormengd met schulpen, bestaan, groeide vroeger, bij eene behoorlijke
+waterloozing, zeer weelderig zeekoraal (salicornia herbacea.) Op enkele
+lage zandbollen vertoonde zich van deze plant slechts een klein en
+armoedig, roodkleurig struikje, terwijl op de niet wel afwaterende
+zandplekken niets hoegenaamd groeide.
+
+Op de begroesde gronden van Eijerland, tiert, tusschen voedzaam
+kweldergewas, eene hooge, blaauwachtige plant, met een ovaal,
+loodkleurig, blad, dat hier zeeporselein, doch in Zeeland, varkensgras
+wordt genoemd, en dat door de Botanici Atripex portulacoides wordt
+geheeten. Ook ontmoet men geheele plekken van loodkleurigen en
+sterk riekenden Zeeälsem (Artemisia maritima,) welke plant, meestal
+op het beste land, en op de hooge steile oevers van diepe kreken
+gevonden wordt. Geen plantensoort echter, groeide voor de bedijking
+van Eijerland, veelvuldiger op het Buitenveld, dan het Limoenkruid
+(Statice Limonium,) op Texel Schapenoor geheeten. De bruine, lange
+en dikke wortels dezer plant, zijn broeinesten van ongedierte; het
+dikke stevige blad is bitter, heeft de gedaante van een schapenoor,
+en wordt door geen dier gegeten. Dit gewas bloeide voornamelijk in
+Augustus, als wanneer het met eenen fraaijen, blaauw-paarsachtigen
+trosbloesem versierd was.--Hoogere zandbollen, ter hoogte van slechts
+ééne el boven volzee, waarop eenig dor gras, geel-groenachtig mos en
+biezen groeiden, welke drooge, spichtige ruigte, evenmin door eenig
+vee als voedsel werden gebruikt, zijn sedert voormelde bedijking,
+grootendeels in vruchtbare wei- en bouwland herschapen.
+
+In de nollen en kleine duinen vindt men, behalve mos en helm, eenig
+duinwilg, duinriet, wilde dorenstruiken, met gele bessentrossen (eene
+soort van brem of braam) en wilde vlier, welke planten men ook hier
+en daar aan de groote duinen vindt.
+
+Inzonderheid echter blijkt de belangrijkheid van Texel's
+voortbrengselen uit de volgende statistiek, welke uit officieele
+bronnen is zamengesteld:
+
+In 1854 werden op Texel 1552 bunders land, met onderscheiden
+veldgewassen bebouwd, als:
+
+454 bunders met tarwe, waarvan de opbrengst is geweest 24 mud per
+bunder; te zamen 10896 mudden;
+
+
+ bunders met rogge, ad 17 mud per bunder, te zamen 1649 mud.
+ bunders met garst, ad 45 mud per bunder, te zamen 5670 mud.
+ bunders met haver, ad 45 mud per bunder, te zamen 10720 mud.
+ bunders met koolzaad, ad 20 mud per bunder, te zamen 1060 mud.
+ bunders met erwten, ad 13 mud per bunder, te zamen 3653 mud.
+ bunders met paardenb., ad 10 mud per bunder, te zamen 355 mud.
+ bunders met aardappel., ad 120 mud per bunder, te zamen 22200 mud.
+ bunders met knollen, ad 300 mud per bunder, te zamen 5250 mud.
+ bunders met vlas, waarvan de opbrengst zeer voldoende was.
+ bunders met meekrap, welke proef mede zeer goed geslaagd is.
+
+
+De tegenwoordige koopwaarde dezer landerijen is van f 1000-f 1400,
+per bunder gras- en bouwland, terwijl de huurprijzen per bunder,
+naar gelang der deugdelijkheid en ligging der perceelen, tusschen f
+40 en f 65 varieert.
+
+De veestapel bestond op 31 December 1854, uit 4 hengsten, 355
+ruinpaarden, [6] 380 merriepaarden, 65 veulens, 18 stieren, 255 ossen,
+1182 koeijen, 575 kalveren, 1 ezel, 38,523 schapen, 6 bokken en 191
+geiten, terwijl er 496 varkens zijn geslagt. Er waren ongeveer 300
+houders van schaapskudden.--
+
+Van veel belang is hier dan ook de veehandel. Zoo werden er in
+1854 uitgevoerd (direct naar Londen) 156 runderen, 293 schapen
+en 4 kalveren, en naar de provincien Noord- en Zuid-Holland, 324
+runderen, 5,338 schapen en 20,208 lammeren, terwijl er op de Texelsche
+weekmarkten aan den Burg, verhandeld werd 1656 schapen, 69 koeijen,
+10 kalveren; 18 paarden; 5 veulens en 65 varkens.--
+
+De productie der groene kaas vermindert echter bij vroeger, zoodat
+de geheele uitvoer van dat artikel in gemeld jaar, 21,210 N. lb heeft
+bedragen. Van meer belang was de opbrengst der wol, naardien er eene
+hoeveelheid van 99,538 N. lb werd gewonnen.--
+
+De bijenteelt wordt hier niet uitgeoefend. Het gering getal korven,
+hier aanwezig, wordt alleen tot genoegen gehouden.--
+
+Tegen over deze voortbrengselen en uitvoer, staat de invoer van
+alle koloniale waren, manufacturen, turf, hout en steenkolen,
+tarwe, rogge, boekweit, paardenboonen, boter, kaas, enz.; vroeger,
+vóór dat de zoogenaamde aardappelenziekte is ontstaan, werden ook
+de voor de consumtie benoodigde aardappelen, zoo uit de provincie
+Friesland, als uit Groningen en Zeeland hier ingevoerd; doch sedert
+het bestaan der bekende ziekte onder deze aardvrucht, heeft men zich
+op den verbouw van dit voorname voedingsmiddel zoodanig toegelegd,
+dat er sedert de laatste jaren, bijna geene aardappelen van elders
+meer worden aangebragt, dan alleen in dien tijd, als de vrucht nieuw
+uitkomt; want, in den regel, worden er hier vóór de maand Augustus
+geene aardappelen gerooid. Daarentegen worden er nu jaarlijks duizende
+mudden uitgevoerd, welke, om hunne goede eigenschappen en heerlijken
+smaak, zeer gezocht zijn.--
+
+Eene andere tak van nijverheid, die vooral in vorige jaren van veel
+belang was, is de oestervisscherij. Zij die zich op Texel, op deze
+visscherij toeleggen, wonen uitsluitend te Oost en Oostereind. De
+oesters worden hoofdzakelijk gevangen op de banken tusschen Texel
+en Wieringen, en in de vaarwaters tusschen en om deze eilanden,
+met name, in Texel's stroom, (dat is het grootscheeps vaarwater)
+en in het Amsteldiep; zoo ook in den Vliestroom, bij Vlieland, in de
+Meep bij Terschelling, in de Jetting en de Blaauwe Slenk, tusschen
+Harlingen en de Eilanden.
+
+Van het jaar 1825-1845 werden de meeste oesters in den Vliestroom,
+langs de Grienderwaard, de Meep, de Jetting, enz., gevangen. De
+oestervisscherij verkeert echter, sedert de laatste acht à tien
+jaren, in eenen kwijnenden toestand. De oesterbanken, en zoo ook
+de evengenoemde stroomen, schijnen bijna geheel ontvolkt te wezen,
+zoodat er in de laatste jaren weinig of geen groei van oesters, in de
+nabijheid van dit Eiland heeft plaats gevonden, en men genoodzaakt
+is geworden, om, ten einde den Texelschen oesterhandel te behouden,
+in de laatste jaren, belangrijke bezendingen oesters uit Frankrijk
+en Engeland te ontbieden, om dezelve op de Texelsche oesterbedden
+of oesterputten te speenen. Door dit een en ander, zijn de Texelsche
+oestervisschers genoopt, hunnen toevlugt te nemen tot het oestervissen
+op de Zeeuwsche banken, werwaarts zij zich jaarlijks, in de maanden
+September en October, begeven. De aldaar geviste oesters worden
+mede hier, in de daarvoor bestemde putten of bedden, gespeend, en
+dan na verloop van eenigen tijd, of in het volgende jaar, ter markt
+gebragt.--In vroegere jaren bedroeg het getal oesters, dat jaarlijks
+door de Texelsche visschers gevist werd, ettelijke millioenen; thans
+echter bedraagt dit getal slechts eenige honderd duizenden [7]. Van
+daar dat de oestervisscherij, die vroeger eene hoofdbron van bestaan
+voor de bewoners van het Oost was, thans eene bijzaak is geworden,
+zoodat de oestervisschers zich sedert 1846, meer hebben toegelegd op
+het maaijen en droogen van wier of zeegras, dat tegenwoordig veelal
+hun hoofdbestaan uitmaakt. Zoo werd er in 1854 eene hoeveelheid van
+250,000 Ned. lb ad f 6 de 100 kilo, gedroogd wier, uitgevoerd. Te
+Oosterend en Oost, werd dit zeegewas, in gemeld jaar, verzameld door
+140 man met 70 schuiten en andere vaartuigen, terwijl aan het Oude
+Schild 18 man met 9 vaartuigen, en aan den Hoorn, een schuit zich
+daarmede bezig hielden [8].--
+
+Voorts leggen de oestervisschers zich ook op de palingvisscherij
+toe, door deze visch op de Waarden, met elgers, uit den grond
+te zeilen. Deze bezigheid verschaft hun, nadat de wierdroogerij
+geëindigd is, in den herfst, tot dat de vorst invalt, en ook vroeg
+in het voorjaar, het noodige levensonderhoud, dat zij overigens,
+gedurende de maanden Mei en Junij, door de schelpvisscherij trachten
+te erlangen [9].
+
+De weinige personen die zich nog bepaald op de oestervisscherij
+toeleggen, oefenen tevens de ansjovischvangst op de Zuiderzee uit.--
+
+De Texelsche oesters, worden, voor zoo veel de groote, of zoogenoemde
+koroesters betreft, meest naar het buitenland verzonden, en
+voornamelijk naar Hamburg, van waar zij ook naar Berlijn en Petersburg
+worden overgemaakt.
+
+De middelbare en kleinere soorten, worden in den binnenlandschen
+handel gebragt, en meerendeels naar Amsterdam gevoerd.
+
+Gelijk er over het algemeen in ons vaderland eene groote
+verscheidenheid in de grondgesteldheid van den bodem wordt waargenomen,
+zoo is dat verschil, ook omtrent Texel op te merken.--
+
+In het zuidwesten heeft dit eiland hooge heuvels die zich in eene
+noordelijke rigting tot achter den Burg uitstrekken. Deze grond
+is voor het meerendeel gelijk aan die op de Veluwe. Eerst treft
+men op eene diepte van ongeveer drie à zes palmen, een land aan,
+hetwelk bebouwd schijnt geweest te zijn, of met heide begroeid;
+vervolgens vindt men eenen leemachtigen grond, doormengd met steenen
+van onderscheidene soort en grootte, zoo als keisteenen, marmer,
+keijen, gisp, agaat en zelfs kristal, benevens veel vuursteen, "op
+de wijze als groote droppelen, met eene witachtige korst omgeven;
+voorts porfier en zoogenaamde graniet, waarvan ik hier eenen tamelijk
+grooten, ronden klomp gezien heb."--Ook vindt men in dezen grond vele
+dusgenoemde ijzernoten, benevens steenen die met ijzererts vermengd
+zijn; terwijl men aan de helling van den heuvel, welke hier den
+Hoogen Berg wordt genoemd, en wel aan de zuidzijde, alwaar men nu
+eene openbare wandelplaats, het Doolhof genaamd, met eenen daarbij
+gebouwden koepel, of tent, heeft aangelegd, eene langwerpig ronde,
+gladde en bruinachtige kei vindt, welke hier algemeen bekend is
+onder den naam van den Engelschen steen. Deze kei stak met haren top
+een weinig uit den grond. Het min verlichte gedeelte der bevolking,
+waande, dat de voet dezer kei, tot in Engeland doorging, van welk
+dwaas vermoeden zij echter terugkwam, toen dezelve ondergraven en
+losgemaakt zijnde, een lossen steenklomp vertoonde, die, naar gissing,
+ongeveer vijf en twintig duizend ponden woog.
+
+Deze leemachtige en met steenen als doorzaaiden grond, heeft eene
+gemiddelde diepte van 10 à 14 palmen. De rondachtige gedaante van de
+meesten dezer keijen en steenen, doet ons met grond vooronderstellen,
+dat dezelve lang onder het water bedolven zijn geweest; hetzij, ter
+plaatse waar zij nu gevonden worden, of, vóór dat zij daar gestort
+zijn.--Dit laatste is echter het meest waarschijnlijk, naardien
+een hier gevonden vuursteentje, waarin een schelpje verborgen zat,
+van die soort, welke men menigmaal aan onze stranden vindt, en die
+zaagjes genoemd worden, geene gelegenheid moet gehad hebben om op
+deze plaats in dat vuursteentje te kunnen komen.--
+
+Onder den voorschreven grond ontdekt men allerhande soort van zand;
+grof, met ijzerachtig vocht als aaneengebakken, en dááronder zeer
+wit en fijn zand, zelfs mergel, zoo als dit ook in het graafschap
+Zutphen gevonden wordt, en dat in Engeland en België, tot bemesting
+van het land wordt gebezigd.
+
+Inderdaad, wel mogt zeker natuuronderzoeker, met het oog op dit
+gedeelte van Texel's bodem, vragen: "Welke verschrikkelijke gebeurtenis
+heeft dien grond herwaarts gevoerd?--Op welk eene wijze komt die
+zware, en door het water glad geslepen keisteen, op deze plaats?" Deze
+hooge heuvelenrei, waarop de hoofdplaats de Burg gebouwd is, gaat
+langzaam af tegen het Noordwesten, en eindigt achter die plaats tegen
+de zoogenaamde Miend, zijnde eene streek gronds, waarin een zeer
+groote kolk is, die vroeger aan veel watergevogelte ten verblijve
+verstrekte. Het is niet onwaarschijnlijk dat de afwatering der duinen,
+van tijd tot tijd deze kolk gevormd en uitgebreid heeft. Deze geheele
+noordwestelijke streek, alwaar land en water beide zoet zijn, is
+vroeger, naar men mij verhaalde, veel meer bewoond geweest, doch door
+de bewoners van tijd tot tijd verlaten, naardien het land, de onkosten
+van bebouwen niet kon goedmaken, omdat het zeer ligt en zanderig is,
+en gebrek aan behoorlijke afwatering heeft. In het laatste gedeelte
+der voorgaande eeuw, lagen hier twee uitgestrekte bleekerijen, waarvan
+de laatste, omstreeks 1775, gesloopt en verlaten is. De oppervlakte
+dezer Miendgronden beslaat welligt driehonderd bunders lands. Omtrent
+ter halverwege, tusschen den Burg en de Koog, liggen de Gerritslanden,
+welke oudtijds eene bezitting uitmaakten van de Tempelieren, die hier
+een klooster zouden gesticht hebben. Van een en ander is thans niets
+meer zigtbaar dan eene hooge weide.--
+
+De Oost- en Noord-Oostzijde van Texel bestaan voor het meerendeel,
+uit kleilanden, welke met sloten van brak water doorsneden zijn,
+terwijl het hooge land, hetwelk in perken is afgedeeld, door opgeworpen
+zoden dijkjes, welke hier tuinen genoemd worden, omheind is. De weiden
+aan die zijde zijn uitmuntend voor het vee, en inzonderheid voor de
+schapen, die op de zoete landen dikwijls ongansch worden.
+
+De Noord-Westkust van Texel is bezet met breede en langzaam hellende
+duinen, die van tijd tot tijd, zoo door afspoeling als door aanslibbing
+eenige verandering ondergaan [10].
+
+In de nabijheid van de reeds genoemde Gerritslanden, liggen de
+zoogenaamde Monnikkenlanden, en een weg, draagt nog ten huidigen
+dage den naam van Monnikkenlaan, hetgeen ten bewijze kan strekken,
+dat er oudtijds veel meer houtgewas gestaan moet hebben.--Men wil,
+dat deze landen behoord hebben tot het voormalig gebied van het
+klooster der Tempelieren, op Gerritsland, terwijl de Monnikkenlaan,
+den gewonen weg zoude geweest zijn, langs welken de bewoners van het
+klooster zich van en naar hunne woonstede begaven.
+
+Het zuidelijk gedeelte des eilands is besloten door eenen hoogen dijk,
+die tot aan den kruin met eene zware steenglooijing bekleed is; men kan
+hier ook nog de overblijfselen bespeuren van eenige zomerdijkjes, die
+thans nog bekend staan als Dijkstalen. Deze zijn thans zeer verlaagd
+en waren waarschijnlijk in vorige tijden voldoende, om het water,
+dat toen in de Zuiderzee mogt geweest zijn, te keeren.
+
+Naardien Texel omtrent ééne graad noordelijker ligt dan de hoofdstad
+der provincie Zuid-Holland, 's Gravenhage, komt het aangename
+Lentesaisoen, hier ook ongeveer veertien dagen later, zoodat de
+boomen hier iets later uitbotten en bloeijen, dan in het zuidelijk
+deel onzes vaderlands, blijvende zij daarentegen, op dit eiland,
+ook zoo veel langer met hunnen bladerdosch versierd; ook is hier de
+winterkoude niet zoo streng, noch de zomerhitte zoo drukkend, als meer
+zuidelijk, iets, dat mijns inziens, moet worden toegeschreven aan de
+salpeterachtige uitwasemingen der zee, waardoor het eiland omringd is.
+
+De hooge ligging en de frissche zeewinden, maken Texel overigens,
+tot een gezond en vruchtbaar oord.
+
+"Ik geloof niet," zegt zeker deskundige, "dat er eene gezondere
+landstreek zijn kan; de lieden worden er oud, en, de kinderziekte
+uitgezonderd, zijn er de besmettelijke ziekten zeer zeldzaam."--
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+TEXEL BESCHOUWD MET BETREKKING TOT DE GESCHIEDENIS DES VADERLANDS.
+
+
+Wanneer wij de geschiedrollen van ons vaderland nagaan, en bepaaldelijk
+het oog vestigen op de oorkonden die daarin op Texel betrekking hebben,
+ontdekken wij, met genoegzame zekerheid, dat de eerste bewoners de
+Sturiërs [11] waren. Deze althans, bewoonden die streken van het
+noordelijke gedeelte van onzen geboortegrond, waar thans het eiland
+Texel ligt, dat toen nog aan de vaste kust verbonden, en te dien tijde
+veel grooter, en van eene gansch andere, en woeste gesteldheid was.
+
+Derwaarts toch strekte zich het groote Kreilerwoud uit, dat eenen
+aanvang nam tusschen Medemblik en Enkhuizen, zuidwaarts in verband
+stond met het Schrakenbosch, dat zich langs de westkust van ons
+vaderland verlengde, en waarvan misschien het Haagsche Bosch nog een
+overblijfsel is [12].
+
+Algemeen bekend is het, dat onze visschers zich op zekere hoogte,
+benoorden Texel, zorgvuldig wachten moeten, om met hunne netten en
+kuilen of kulen, niet in boomstammen of ander houtgewas verward
+te geraken, en dat achter het dorpje de Koog, waar het strand en
+de duinstreek voormaals eene veel grootere uitgestrektheid bezaten,
+een geplaveide weg of straat gevonden wordt, die zij duidelijk kunnen
+waarnemen en waarvan zij meermalen steenen in hunne netten ophalen.--
+
+Aan voormelde bosschen grensden toenmaals groote streken kleigrond,
+welke uitmuntten door vruchtbaarheid, en zich in den geheelen omtrek
+uitstrekten om de zandgronden heen, welke laatsten als van hoogeren
+ouderdom zijn aan te merken; aangezien alle klei allengskens aangevoerd
+en aangeslibt is, òf door den afloop der rivieren, òf door het afkomend
+zeewater.--De Zuiderzee was toen nog niet in aanwezen. Ten oosten en
+zuiden der plaats waar thans Enkhuizen ligt, was alles land, tot aan
+het eiland Urk, en ten noorden van die plaats insgelijks.
+
+Alleen het Flumeer of meer Flevo, dat toen door den Noorder-Rijnmond
+met de Noordzee in verbinding stond, was aanwezig, terwijl de
+tegenwoordige eilanden Texel, Vlieland, Terschelling, Wieringen en
+Marken, nog tot het vaste land behoorden. Wanneer Texel een eiland
+geworden zij, is niet met zekerheid bekend.
+
+Sommigen meenen, dat zulks omstreeks 1164 of 1170 heeft plaats
+gegrepen, toen de eerste belangrijke verwoestingen van land, aan
+de kusten van Noord-Holland en Friesland, door den St. Juliaans-
+en den Allerheiligenvloed, teweeggebragt werden; waarbij, behalve
+eene geheele overstrooming dier provincien, ook een gat scheurde
+tusschen Vlieland en Texel; terwijl anderen, zelfs van eene geheele
+afscheuring van Texel en den vasten wal gewag maken. Volgens Emmius
+en Schotanus, hing Texel (en ook [13] Wieringen) nog in het laatste
+gedeelte der 12e eeuw, bij ebbe, met de vaste kust te zamen, of waren
+daarvan slechts door naauwe slenken gescheiden, zoodat beide al dan
+niet Eilanden genoemd konden worden.--In eene lijst der goederen van
+de St. Martens Kerk van Utrecht, omstreeks 900 opgemaakt, wordt van
+Texel gewag gemaakt als van een Eiland; terwijl het, in den giftbrief
+van Keizer Otto III, gedagteekend den 25sten September 985, waarbij
+aan Graaf Dirk of Diederik II, in eigendom gegeven worden, al de
+landen die hij voorheen ter leen bezeten had, weder geen Eiland,
+maar Landstreek en Graafschap, wordt genoemd.
+
+In de Friesche Cronijk, lezen wij, betrekkelijk de veranderingen
+van het land bezuiden en beoosten Texel het volgende: "Anno 1222
+was het noch Vant Vlie tot aen die Suijder-zee geheel Landt; dan,
+vermits die groote vaerten die daerinne ghegraven worden, heeft
+die Noort-zee sijn ganck ende inbrock daer inghenomen en ghecregen,
+ende heeft veel Landts hier ende daer afghenomen, twelck alles in
+die Middelzee weder aengheslaghen is."
+
+Van welke vaarten men voorts, op 1234, het volgende leest:
+
+"Daer ginck van dit Stedeken (Harlingen) eenen schoonen diepen
+Vaert tot aan Vlielant, recht voor Dicxhorne door, ende van daer
+voort aen het Texsel, twelck die Luijnkercksche Conversen met hulp
+van d' inwoonders van Dicxhorne ghemaeckt hadden, opdat se des te
+gerieffelicker tot malcanderen conden comen, ende hier van hiet noch
+een diepte omtrent Vlielant Moncke-Sloot. Want die van Luijnkerck
+dese tijt een cleijn Cloosterken ofte wthof op Vlielant hadden staen,
+daeromme dese Vaert principalick gemaect worde, hoe wel nochtans
+het Gerbrando de Abt van Luijnkerck zeer mishaechde, vermits sij so
+na bij de Noortzee gelegen was, want dese Gerbrandus doen ter tijd
+al vreesde, dat naemaels naeghecomen is. . . . . . . . . . . (1395
+of 1396) Oorsaecke van dezen zijn geweest die van Enckelhuijsen,
+Medenblick, en de principalijck die Sint Olofsche en Luijnkercsche
+Conversen, die op Wieringen ende Tessel ende op 't Landt tusschen
+beijden woonden, want die veel Slooten en diepe Vaerten omtrent die
+Eijlanden ghemaeckt hadden, terwijlen zij die Landen in haer macht en
+ghewelt pleghen te hebben, waer door die Noortzee zijn inganck ende
+cracht heeft ghecreghen, zo dat Westvrieslandt (dat nu Noort-Hollant
+hiet) niet alleenich van den Hollantschen Graven; maar oock door die
+Noortzee van 't andere Vrieslandt ghesepareert ende afgescheijden is."
+
+Naar sommiger gevoelen, bestond er, tot aan het begin der 13e eeuw,
+tusschen Enkhuizen en Stavoren, nog zoo veel lands, dat men, met
+behulp van een deel of plank, droogvoets derwaarts konde gaan.--Wij
+deelen echter, met vele anderen, niet in dat gevoelen, aangezien
+het gedeelte van Friesland, waarin Stavoren ligt, reeds vroeger,
+in tegenstelling van het latere West-Friesland, Oost-Friesland werd
+genoemd. Er bestond dus eene scheiding, en Stavoren had toen twee
+havens, Zure- en Noore-mude (Zuider- en Noorder-mond) hetwelk bewijst,
+dat men aan breeder water dan aan een Sloot te denken hebbe.
+
+In de Friesche Cronijk vinden wij hieromtrent geschreven:
+
+"Ao. 1255. Deze tijdt mocht men noch met een Rafter of Dalge van
+Stavoren naar Enckelhuijsen gaen, ende was een goet vast Lant." Ook de
+Schoorlder Kronijk, spreekt in dezen zin: "Omtrent 1250 ging men nog
+van Medemblik of Enkhuizen tot Stavoren in Vrieslandt over het land de
+Kreijl. Doch de gaten van 't Vlie en Texel wijder wordende, is in 't
+jaar 1400 een vrije vaart nabij Stavoren en Enkhuizen in de Zuiderzee
+gekomen, dat maer een sloot plag te wezen;"--terwijl wij daarentegen
+elders vinden opgeteekend: "In 't jaer ons Heeren 1250 heeft de zee
+grote scade gedaen an ende om Frieslandt, ende de grote meren binnen
+'t landt, als die zee bij Stavoren, en dat voert bij Harlingen, ende
+van Stavoren toe Enkhusen ende toe Campen; want dat plach heel land
+toe wesen al totte Flie."--Ook vinden wij in de Friesche Cronijk op
+1395 of 1396, vermeld: "Dese tijd hadde die Noortzee de gaten van
+het Vlie en Tessel veel wijder ghemaeckt, als zij te vooren pleghen
+te wesen, so datter nu een vrijen vaart van die Noortzee voor bij
+Medemblick ende Enckelhuijsen al tot in de Suijderzee liep, daer te
+vooren eenen cleijnen sloot alleenich plach tusschen te wesen."
+
+Zoo bestond er weleer ook verschil van gevoelen of Texel Wieringen,
+Huisduinen en Kalandsoog in vroegeren tijd vereenigd, of wel van
+elkander gescheiden waren.
+
+De berigten en oorkonden dienaangaande, gaven gereede aanleiding om
+zoowel het eene als het andere te vooronderstellen. Dit verschil van
+gevoelen is echter door den geleerden Oudheid- en Geschiedkundige
+Rutgerus Paludanus, Burgemeester van Alkmaar, tot eenheid gebragt en
+volledig bewezen, dat vóór de groote watervloeden, welke omstreeks den
+aanvang en het midden der 13e eeuw, ook onze noordelijke en westelijke
+kusten teisterden, deze plaatsen, nog aan één gehecht waren, en eene
+veel grootere uitgestrektheid bezaten.
+
+Behalve de oude kaarten van Beeldsnijder (1574) en van Aelbert Haage
+(1613), en anderen, waaruit de groote veranderingen in het meest
+noordelijke deel van Holland en de eilanden zijn op te maken, zijn
+er nog vele stukken voorhanden, aangaande den voormaligen toestand
+van deze stranden en gronden.
+
+De reeds genoemde Paludanus, verzamelde de daarop betrekking hebbende
+stukken, en ontleende daarvan eenige, uit de beroemde bibliotheek
+van Balthazar Huijdecoper, weleer Baljuw van Texel.
+
+En hoeveel gronds ons vaderland, in het algemeen, langs de geheele
+west- en noordkust aan den Oceaan heeft moeten prijs geven, blijkt
+genoegzaam hieruit, dat het tegenwoordige dorp 's Gravenzande voor het
+midden der 13e eeuw, en vóór de stichting van het Grafelijke Slot te
+'s Hage, niet slechts eene hofstad, maar ook eene belangrijke koopstad
+was, wier handel zich vooral op Engeland bepaalde, en in het bezit
+was van eene vermaarde, ruime en veilige haven.
+
+Het dorpje ter Heyde had in de helft der 15e eeuw, bij den leeftijd
+van éénen mensch, 1600 schreden strands verloren, terwijl de eerste
+kerk te Scheveningen omstreeks denzelfden tijd door de zee verzwolgen
+werd. De nieuwe kerk, in die plaats, werd geheel oostwaarts van het
+dorp gebouwd; bijna 3 eeuwen geleden stond zij nog in het midden van
+het dorp, terwijl zij nu aan het strand staat. Doch, bovenal heeft
+men een afdoend bewijs, voor de vroegere bebouwing van de nu reeds
+sedert lang, door de zee verzwolgen gronden van Hollands westkust,
+bij Katwijk, namelijk in de overblijfselen van Kallostoren, en die van
+het Huis te Britten, welke laatsten van tijd tot tijd zijn opgenomen
+en beschreven.--In 1520 zijn de overblijfselen voor het eerst, van
+onder de duinen, te voorschijn gekomen; toen vertoonde zich nog het
+muurwerk ter hoogte van acht voeten. De paalhoofden der grondslagen
+zijn in 1572, bij eenen aflandigen wind, voor het laatst gezien,
+en thans liggen die overblijfselen reeds verre in zee. [14]--
+
+Sommigen willen dat Texel omstreeks 1170 eene uitgestrekte landstreek
+bevatte, welke in drie Graafschappen verdeeld was, waarvan er eene
+Texel of Texele heette.
+
+Ten opzigte van Texel vinden wij bij Halma, (Toon. der Ned.) het
+volgende opgeteekend:
+
+Texla, Texel, Tessel, is volgens een Giftbrief van Keizer Otto
+den III, van het jaar 985, geweest een zeer groote Landtstreek,
+in haaren omtrek bevattende al het landt, dat er is over Kinheim
+(Kinnemum) en het Y, tusschen de Noordtzee, het overgroote Meer,
+dat is, de Zuiderzee, en de Sala of Ysselstroom. Dese Landtstreek
+wierd gedeelt in drie Graefschappen, namelijk Wasalant (aldus meenen
+wij wordt dit woord recht geschreven) Kinhem en Texla, in een nauwere
+betekenis; die de Keizer, nauwelijks een aankomende jongeling geworden,
+meest op aanstaan en raadt van zijne Moeder de Keizerinne, en den
+Aartsbisschop van Trier, door eene gifte alle te gelijk wechgeschonken
+heeft aan Graaf Diderik den II, zijnde de Keizerinne Zuster van de
+Schoondochter van Diderik, aan wier kinderen dit alles zou versterven;
+en de Aartsbisschop Zoon van den Begiftiger. Te onderzoeken hoe verre
+dit Graafschap zich uitgestrekt heeft, zou onnut en overtollig zijn,
+dewijl ik meene, dat er hedendaags misschien nauwelijks iets meer
+van overig is, behalven de Eilanden Texel en Wieringen. Dat er ook
+een Kasteel is geweest van den zelfden naam, zijnde de Hooftplaats
+van de Landtstreek (Pagi) en 't Graafschap, is daar genoeg uit af te
+neemen, dat Graaf Willem de I, Ada, zijne overleden broeders dochter
+in het jaar 1211, derwaarts gezonden heeft om daar bewaart te worden;
+volgens hetgeen in het Perkamentboek van Utrecht verhaalt word van den
+Schrijver, die in dien zelfden tijdt geleeft heeft. Deze landstreek
+ziet men met den naam van Texla Pagus getekent tusschen de rivier [15]
+Kinnem en de Hista Seu Isala inferior, dat is den beneden Yssel, in
+de kaarten van den Heere Alting (Tab. II. Pars. II.) De drie mindere
+Graafschappen, waar in deze landtstreek verdeelt wierd, ziet men Tab
+VII. als Kinhem Comitatus over de Rivier Kinnem, langs de Noordtzee,
+daar nu Texela, nu al een Eilandt zijnde, en daarop Texla Arx, dat
+is, het Kasteel, zuidwaarts van Wierinx-lande, en noch meer naar
+het zuiden toe Ulasalanda Comitatus, dat is, Graafschap Waaslandt,
+zich uitstrekkende bijna tot aan Hoorn. Insgelijks Tab. VIII, daar
+Wierink-Landt nu al naar een gedeelte als een Eilandt vertoont word,
+van het vaste landt afgescheiden; naderhandt West-Frieslandt; alle
+besloten tusschen de rivieren de Kinnem en de Isala of Isla. Wat
+de benaming belangt, de Heer Alting oordeelt niet onwaarschijnlijk,
+dat Texel of Tessel, zoo veel wil zeggen als 't Yssel, of Het Yssel,
+en dat dit Eilandt van de rivier Sala, daar naarbij of doorloopende,
+den naam gekregen heeft: want dat Tesselstroom, en Tesselgat, niet
+anders kan betekenen als de Stroom en het Gat van den Yssel, of Ysaal,
+dat is, van het Y Salica, of Saliorum.
+
+Dat het Graafschap Kinhem, dat hier Kinnemun genoemt wordt, niet
+is Kennemerlandt, toont onze schrijver op het woordt Kinhem, en
+Kinnemaria, alwaar van de gifte des Keizers Otto den III aan Diderik
+den II gesproken wordt; als ook op het woord Hollandia, daar de Heer
+Alting zegt, dat "de zuster van de Keizerinne Theophania getrouwt is
+geweest aan Arnulphus, den zoon van Grave Diderik II."
+
+Bij denzelfden schrijver vinden wij omtrent Kinhem en Wasaland,
+het volgende opgeteekend:
+
+"Kinhem wordt in den Giftbrief van Keizer Otto den III van het jaar
+985 genoemt een Graafschap (Gerechtsbank) van 't landt van Texel (Pagi
+Texellensis:) waarbij dese Keizer behalve andere plaatzen die aan dezen
+kant des Rhijns lagen, onder de gehoorzaamheit van Grave Diederik den
+II noch gevoegt heeft het geheele strandt tusschen Kinhem en het Vlie:
+hoewel met gansch geen recht, en tegen het vast en gestadig gebruik
+van de Keizeren uit het Huis van Karel den Grooten. Het Graafschap
+Kenhem verscheelt derhalve van Kennemerlandt (Kinnemaria) dewijl
+dit legt naar het westen van de rivier Kinnem, en aleer te vooren
+door Gifte van Karel den Eenvoudigen onder Hollandt gebragt is: doch
+dit Graafschap is noch ten tijde der Noormannen met dienzelven naam
+bekent geweest, en van den schrijver Regino, Chinheijm genoemt; zoo
+hij maar Kennemerlandt niet mede onder deze benaminge begreepen heeft,
+omdat hier van daan eerst bequaame gelegentheit was om den Rhijn op
+te vaaren, en voort te trekken naar Sunnemaria of Dennemarca; hetwelk
+hij daar zegt dat geschiedt is. Welke de grenzen zijn geweest van het
+verder gelegen Kinhem, naar het westen en noorden, is baarblijkelijk,
+namelijk de stroom Kinnem en de Noordtzee. Doch hoeverre 't zich naar
+het zuiden en oosten uitgestrekt heeft, is zoo net niet te bepaalen,
+dan van den zuidtkant, daartegens aangestooten heeft het Graafschap
+(Gerechtsban) van Maaslandt (immers zoo als er gedrukt staat) en
+van den oostkant, die van Texel. In de kaarten van den Heere Alting
+ziet men dit Graafschap Kinhem bepaalt tusschen de rivier Kinnem,
+die bij Petten in de Noordtzee loopt, en tusschen het eilandt Texel
+of de Helder, (P. II Tab. VII en VIII.)
+
+Doch in deeze laatste ziet men Kinnemaria, zich uitstrekkende langs
+de Noordtzee van de rivier Kinnen af tot voorbij Haarlem: maar nergens
+tot aan de Maas of den Maaskant."
+
+"Wasalant, onder de drie Graafschappen van het Landtschap Texel
+(Texelensis pagi) wordt mede getelt Masalant. Immers zoo staat in den
+gedrukten Giftbrief of Handtvest van Keizer Otto den III, in het jaar
+985, zonder twijfel door eene schandelijke verbasteringe. Want wie
+zou doch kunnen gelooven dat Maselandt, of Maaslandt, aan Texel grenst?
+
+"Ik gisse derhalven, dat in de oorspronkelijke Handtvest gestaan
+heeft Wasalant, dat is Westland, en dat 'er het woordt Fries niet
+tusschen gestelt is geweest, dewijl het zonder dat kenbaar genoeg
+was; naardien daar gesproken wordt van Frieslandt gelegen aan den
+anderen kant van de rivier Kinnem. Eveneens als Menco van Werum,
+op het jaar 1256, met diezelfde spreekwijze de Friezen aan dezen
+kant van het Vlie, alleenlijk Westlinge genaamt heeft. Invoegen
+Graaf Diderik de II, door deze Gifte ook recht heeft gekreegen
+op West-Fries-Landt, hetwelk is tusschen 't overgroote Meer (de
+Zuiderzee) en de kleinere Meeren: dat is van het Y af tot aan den
+Yssel. Want men vindt geene andere Gifte, uit kragt van welke de
+Hollandtsche Graven zich dat recht hebben aangematigt." (Tot dus verre
+de Heer Alting.) (Alting, Nat. Germ. Infer. Pars II, fol. 198.) Dat
+Maaslandt in de voornoemde Handtvest van Keizer Otto den III, gestelt
+wordt tot een zuidergrens van het Graafschap Kinhem, schrijft de
+Heer Alting hierboven (zie Kinnem;) hoewel in den Giftbrief zelf
+deze drie Graafschappen alleenlijk neffens malkander gestelt worden,
+Masalandt, Kinhem en Texla; zonder eenige bepalinge van de gelegentheit
+of grensscheidinge. Doch het is te verwonderen, dat noch de Hoog
+Edele Heer Douza van Noordtwijk, noch Petrus Scriverius in zijne
+Aanteekeningen over de Hollandtsche Kronijk, noch ook Mattheus Vossius,
+noch de Heer Professor Ant. Mattheus, dit woordt niet gewraakt, en de
+wanschiklijkheit daarvan aangetoont en verbetert hebben. Want het is
+zonneklaar dat Maaslandt, Masalanda, in geenerlei maniere zich tot aan
+Kinhem of Texel heeft uitgestrekt. Maar misschien is deze benaminge,
+hoe ongerijmt ook, zoodanig gesterkt en gestaaft door de achtbaarheit
+van Melis Stoke, dat niemandt daar aan heeft durven tornen. Want deze
+zingt aldus in zijne Rijm-Kronijk:
+
+
+ "In die Graafschap, die men dus noemt,
+ Kinhem, Texela, ende Maeslant"
+
+
+Welk woordt, indien het hier een gevoegelijke plaats kan hebben, zonder
+van verbastering verdacht te zijn, moest men ten minste aanwijzen,
+wat landtstreek dus genoemd is, en van waar men dien naam gekregen
+heeft; waaromtrent de Uitgever van dien Rijmer ons geen bericht of
+opening doet. Nu was het wel niet meer omslags te zeggen, dat dit
+woordt door de Afschrijvers alzoo wel bij Melis Stoke is verbastert,
+als in den Giftbrief zelf. Maar het komt mij niet onwaarschijnlijk
+voor, dat deze schrijver waarlijk zoo geschreven heeft, en dat het
+Afschrift bij hem gezien, zijnde ruim drie eeuwen nadat de Handtvest
+gegeven was, toen al door onkunde en door vooroordeel van dezulken,
+die liever eene kenbare benaming van Maaslandt, als eene ongewone
+en onkenbare van Waaslandt, wilden aannemen en schrijven, bedorven
+is geweest.
+
+Zoo dat bij geen mensch van opmerkinge en oordeel, meene ik, eenig
+twijfel zal kunnen overblijven, of de ware naam is Wasalanda,
+Wasalandt; gelijk de Heer Alting deze verbeteringe heeft opgegeven.
+
+Dit Graafschap Wasalandt (Wasalanda Comitatus) ziet men geteekent
+in de kaarten van den Heere Alting, Tab. VII Pars II, tusschen de
+Waterlandtsche meeren, dat is, de Schermer (Sciremere) de Beemster
+(Bamastra) en de Purmer van den eenen kant; en tusschen den Yssel,
+zoo als die uit de Zuiderzee, daar het meer Medemelacha heen stroomt,
+van den anderen kant. Maar aangaande den oorsprong van deeze benaminge,
+ben ik het met den Heer Alting gansch niet eens: En zoo ik diens
+doorgeleerden schrijvers waarheitslievende bescheidenheid kenne,
+zou hij, meene ik, zoo eene vergezochte en ongegronde verklaringe
+niet opgevat hebben, indien hij met dit woordt een bequaamer uitweg
+hadde gezien. Want wat gelijkvormigheit of overeenkomste heeft doch
+Wasalanda met Westlandt? Onder zoo veele benamingen van dien tijdt,
+die van dit West zijn 't zamengestelt, wordt het zelve meest altijdt
+behouden, somtijts een weinig verandert, als in Wistrachia, maar
+nooit in Wasa of Wase. En is het niet ongerijmt, en strijdig tegen het
+geen de Heer Alting zelf, en anderen, van de Friezen, zoo Oostelijke,
+als Westelijke, geschreven hebben, te zeggen dat West-Fries-Landt in
+dien tijdt, ook daarna, een Graafschap of Landtstreek op zich zelven
+is geweest, afgescheiden van de Graafschappen Kinhem en Texla?
+
+Immers heeft die Heer het heel anders begreepen, als hij Westfresia
+bepaalt tusschen de rivier Kinhem en den Vliestroom, en het zelve
+verdeelt in deze vier Graafschappen, een van Stavero, een van Texla,
+een van Kinhem en het vierde Graafschap daar getekent Wasalanda
+Comitatus. Ook kan men niet zeggen dat Wasalandt daar eigentlijk
+voor een vierde gedeelte, en in deze Handtvest voor het geheele
+Westfrieslandt genomen wordt; dewijl Texla en Kinhem daar neffens
+hetzelve gestelt worden; dat echter maar gedeeltens van West-Frieslandt
+zijn. Ook loopt dit rechtdraats aan tegens hetgeen op een ander plaats
+gestelt word, namentlijk; "Dat Texla (Texel) volgens deeze Handtvest
+van Keizer Otto den III, een zeer groot Landtschap is geweest, verdeelt
+zijnde in drie Graafschappen, Wasalandt, Kinhem en Texla, in een nauwer
+betekenis genomen." Maar in den Giftbrief, of Handtvest, wordt niet
+gezegt dat Wasalandt een gedeelte is van Texla, alleenlijk worden deze
+drie Landen of Graafschappen, in een rang en order, als aan den anderen
+paalende, neffens malkander gestelt, als gelegen tusschen den Ystroom,
+en den Yssel, zoo als die boven Texel in de Noordtzee gelopen heeft,
+en deeze Westelijke Friezen heeft afgescheiden van hen die Oostelijker
+woonden, en tot het Graafschap van Staveren (Comitatus Stavero)
+behoorden. Wat meer is, de Heer Alting verdeelt geheel Frieslandt,
+toen deeze benaming zich het allerverst uitgestrekt heeft, aldus: dat
+het Westelijke genoemt is al het geen aan deezen kant van het Vlie was,
+en daarom in de oude Friesche wetten Cisfli genoemt wordt. En daar hij
+de zeven Friesche Zee-landen optelt, besluit hij het eerste tusschen
+de rivier Kinnem, of het zeegat bij Petten, en het gat van 't Vlie,
+"welk Zeelandt naar zijne gelegentheit," zegt hij, "en omdat het een
+gedeelte van het oude West-Frieslandt is, hedendaags den naam van 't
+geheel behoudt." Voorts zegt hij, "dat de naam Frisia Occidentalis,
+dat is, West-Frieslandt, die zich weleer uitstrekte van het Vlie tot
+aan de Schelde, naderhandt eigen is geworden aan dat gedeelte, het
+welk besloten legt tusschen de rivieren Kinnem, den Vliestroom, het
+Vliemeer, en de Noordtzee, en dat het dien naam behouden heeft, zelfs
+nadat het door Grave Jan den I aan Hollandt gehecht, en naderhandt door
+de groote watervloedt van het Graafschap Stavero, en een gedeelte van
+Texel is afgescheurt."--Wel is waar, dat het geen in deezen Giftbrief
+van Keizer Otto aan Grave Diderik geschonken wordt, al het Landtschap
+Sunnemere, en wat er leit tusschen de Rivieren, dat is, Meeren,
+Medemelacha en Chimelafara, behoort tot het westelijke Frieslandt;
+echter volgt daar geenszins uit, dat Wasalandt zoo veel zou zeggen, als
+West-Fries-Landt; te meer, dewijl in de geheele Handtvest de naam van
+Friezen, of Frieslandt, niet eens vermeld wordt. De Heer Alting toont
+wel aan dat Waterlandt (Waterlandia) in latere tijden onderscheiden
+is geworden van West-Frisia, maar dat bewijs geldt niet ten opzigte
+van den tijdt wanneer het Handtvest gegeven is: en noch minder volgt
+daaruit, dat dit eigentlijk gezegde West-Frieslandt, door dit Wasalanda
+zou verstaan worden.--Om echter de benaminge van Wasalandt stant te
+doen houden, en te doen gelden boven het wanschikkelijke Masalandt,
+zegge ik, dat dit woordt zoo veel als Waterlandt, en dat wasa, waze,
+waes, beteekent water, slijk, modder.
+
+"Nu laat ik het aan eens ieders oordeel en bevattinge, te bepaalen,
+waar dit Wasalandt moet worden gestelt, vereenigt zijnde en grenzende
+aan Kinhem en Texla. Wat mij belangt, dewijl ik gisse dat Sunnemere,
+zoo als de Heer Alting het beschrijft, zich uitstrekte van den
+Rhijn tot aan den Ystroom; zou ik denken, dat door dit Wasalandt
+verstaan moet worden het geheele hedendaagsche Waterlandt, en wat
+er meer is, zoo verre de Purmer, de Beemster en de Schermer zich
+hebben uitgestrekt, en misschien tot aan de Rivier of liever het
+Meer Medemelacha toe. Invoege dat deze drie Graafschappen, in den
+Giftbrief vermeldt, te zaamen uitgemaakt hebben het grootste gedeelte
+van het hedendaagsche West-Frieslandt, of al wat er besloten is
+tusschen het Y, de Zaan, de Schermer en de rivier Kinnem van den
+eenen kant, en den Yssel, boven Texel in de Noordtzee stortende, van
+den anderen kant." Ook moet noch de oudtheit van de Handtvest, noch
+de geloofwaardigheit van Melis Stoke, deeze verbeeteringe, waardoor
+men Wasalandt voor Masalandt stelt, bij niemand verdacht of minder
+aanneemelijk maaken; "--aangezien ook in vele andere oude Handtvesten
+en Gedenkstukken, sommige namen verkeerdelijk zijn opgegeven iets,
+dat alleen aan de onkunde der Afschrijvers moet geweten worden."--De
+Heer Van der Does, heeft de ongerijmtheit van het woordt Masalandt
+zelf al gemerkt schrijvende aldus: "In den voorgemelden Giftbrief van
+Keizer Otto is alles klaar en duidelijk, uitgenomen eenige ouderwetsche
+en versleete benamingen van plaatzen," enz.
+
+Texel's oppervlakte, welke daarna meer en meer, door tal van
+watervloeden, werd verkleind, bedroeg naauwelijks de helft van den
+tegenwoordigen vlakken inhoud, en bestond behalve uit duinen, schorren,
+poelen, kreken of slufters, en onbeduidende droogten: uit 28 te zamen
+vereenigde polderlanden, waarin de Burg, de Hoorn, de Westen, de Koog,
+het Oude Schild, de Waal en Oostereind gevonden werden.--
+
+Dat het eiland Texel bij de Romeinen bekend geweest zij, is genoegzaam
+buiten twijfel, ja, het is zelfs meer dan waarschijnlijk, dat dit volk,
+hier een gewoon verblijf heeft gehouden. De naam en ligging van de
+voornaamste plaats, den Burg, schijnt zulks duidelijk aan te toonen,
+en men wil zelfs met zekerheid weten, dat de Romeinsche veldheer
+Drusus, de stichter van den oorspronkelijken Burg, zoude geweest
+zijn. De tegenwoordige Hervormde kerk aldaar, staat op een heuvel,
+vroeger omringd door eene gracht of sloot, de Burggracht geheeten,
+die vroeger veel breeder schijnt geweest te zijn, en welke heuvel,
+dezelfde moet zijn, waarop Drusus zijne sterkte bouwde.
+
+Ook zijn in het begin der vorige eeuw, aldaar eenige Romeinsche
+penningen gevonden, waarvan ik de afbeelding heb gezien; terwijl eene
+vroeger ontdekte tumulus of begraafplaats, mede als een overblijfsel
+van de Romeinen beschouwd moet worden, aangezien de daarin gevondene
+voorwerpen, de duidelijkste sporen, van Romeinsche herkomst met zich
+voeren.--Ook heeft men voor eenigen tijd, in eenen voormaligen heuvel
+op Texel, de Sommeltjesberg geheeten, doch die nu geslecht is, en op
+kleinen afstand oostwaarts van de Waal lag, eenige Romeinsche oudheden
+gevonden, bestaande in een aantal metalen huisgeraden, waarbij een
+ketel, in welks binnenruimte een merk en, met kleine letters de naam
+Mutufiof, als ook metalen, in elkander sluitende lepels, met den naam
+Adrianus F.
+
+Ook is het zeer waarschijnlijk, dat de Romeinen zich op Texel van
+levensmiddelen en verdere noodwendigheden voorzien zullen hebben; alzoo
+het onbetwistbaar schijnt te zijn, dat Texel voormaals veel grooter
+is geweest. Immers moeten de 40 geduchte watervloeden tusschen 860 en
+1170, waarvan de schrijver van het oude Bataviesche Zeestrand, gewag
+maakt, en die van de jaren 1395, 1400, enz. veel lands aan het eiland
+ontroofd hebben, terwijl er betrekkelijk het bosch of woud, dat aan
+de Noord zijde van Texel gestaan heeft, nog valt aan te merken, "dat
+omtrent veertig jaren vóór dat Junius zijne Batavia schreef, Pieter
+van Santen, schout van Texel, op het Raadhuis had doen aanteekenen,
+het getuigenis van eenen Texelaar, die toen honderd en twintig jaren
+oud was, maar noch wèl te pas en gaauw was, en die heilig, en in alle
+opregtheid verklaart hadt, dat aldaar in zijnen tijd noch een bosch
+had gestaan, waarvan, volgens het getuigenis van Junius, noch veele
+stronken omtrent den jaare 1550, onbeweegelijk in den grond van de zee
+zaten; waarom de schippers dien hoek vermijdeden; vermits zij, hunne
+ankers aldaar werpende, dezelve zoo vast in die stronken raakten,
+dat zij ze onmogelijk konden opwinden, en dus genoodzaakt waren,
+hunne kabels te kappen [16]."--
+
+Ook verhaalt men nog, dat er voor ruim derde halve eeuw, op de hoogte
+van het dorp de Koog, zoo veel voorland en uiterwaard lag, dat een
+boer niet meer dan drie vrachten daags met zijn hooiwagen kon halen.--
+
+Van tijd tot tijd is Texel's oppervlakte echter zeer uitgebreid. De
+onderscheidene bedijkingen, sedert 1488 tot op dezen tijd, hebben
+haar zelfs meer dan verdubbeld, zoodat dit eiland, behalve de
+reeds hierboven bedoelde 28 polderlanden, nog de volgende polders
+bevat; t. w. Waal-en-Burg, het Grie, Burger-Nieuwland, de Kuil,
+het Hoornder-Nieuwland, het Weezenspijk, het Eijerland, de Eendragt
+en de Prins-Hendrik-Polder, terwijl men er vroeger nog den, in 1792
+ingevloeiden polder Hoorn-en-Burg had.--
+
+In de bovengemelde lijst van goederen behoorende aan de
+St. Maartenskerk te Utrecht, blijkt, dat een derde gedeelte van Texel
+(of zoo als het daar heet, Texle) of, ten minste een derde gedeelte,
+van hetgeen in Texel tot de kerkelijke schatkist of inkomsten behoorde,
+der Utrechtsche kerke toekwam, welke in dien tijd door zeker priester
+Sijbrand, die twee broeders had, Lintraven en Ostraven, uit naam van
+Utrechts 12n Bisschop, Otbalt of Odibald, bestuurd werd.
+
+In het laatste gedeelte der 10e eeuw, en bepaaldelijk in het jaar
+985, werd Dirk III, graaf van Holland, door keizer Otto III, met
+den erfelijken eigendom van het landschap of graafschap van Texel
+begiftigd, hetwelk deze graaf reeds vroeger in leen bezeten had;
+en nu hadden de Texelaren hunne lotgevallen met de Kennemerlanders
+gemeen. [17]
+
+Meermalen deelde Texel in de droevige gevolgen van oorlogen en
+verdeeldheden, en was het ook getuige van krijgstooneelen. Zoo
+bedwong Graaf Floris in 1182 of 1183, de Friezen op Texel, en ook
+op Wieringen, hen noodzakende, om hem, bij wijze van brandschatting,
+4000 markzilvers, op te brengen. Ofschoon de waarde dezer som thans
+moeijelijk te bepalen is, is het echter zeker, dat zij, voor dien
+tijd, zeer aanzienlijk was.--Ten jare 1204, werd Gravin Ada, door
+Graaf Willem I, in eenen kelder(?) aan den Burg op Texel in verzekerde
+bewaring gesteld; waarop wij later, bij de plaatsbeschrijving van den
+Burg zullen terugkomen. In 1288, hadden de bewoners van Texel zich,
+in verbinding met de Drechter Friezen, tegen de ondernemingen van
+Graaf Floris V tegen de West-Friezen, verzet, welke aankanting tot
+in 1289 duurde, toen zij zich aan Floris onderwierpen.
+
+Uit eene oude aanteekening, blijkt, dat Texel als een grafelijk
+leen in bezit is geweest bij Jan van Henegouwen, Heer van Beaumont,
+die den bewoners, bij handvest van 1317, alle regten toestond, welke
+door zijnen broeder, Grave Willem III, bijgenaamd de Goede, aan die
+van Drechterland en Hoogwouder-Ambacht, vergund waren. [18] Naderhand
+hebben zijne opvolgers uit den huize van Chatillon, Graven van Blois,
+mede verscheidene voorregten aan de bewoners van Texel gegeven.
+
+In 1383 werd Texel eene vrije jaarmarkt toegestaan, welke gehouden
+moest worden 3 dagen vóór, en 3 dagen na St. Jan. De plaats van deze
+markt of kermis, begon aan de Nieuwe Brug en strekte zich van daar
+uit tot aan Jan Schoemakers Huis.
+
+Ook werd toen bepaald dat, indien iemand zich vergrepen had aan een
+beest of vogel, niet meer waardig zijnde dan 42 schellingen, de boete
+ook niet boven die som mogt gaan.
+
+Men mogt toen op Texel vrij visschen en vogelen.
+
+Een getrouwd man kon maar de helft van zijn goed verbeuren.--
+
+Na den dood van Guij van Blois, verviel dit leen aan Hertog Albrecht
+van Beijeren, omstreeks 1398, in welk jaar den Ouden Hoorn, op Texel,
+door de Friezen verbrand werd.--In een zeer oud handschrift, vind ik,
+dat op dit eiland, de volgende ordonnantie, werd bepaald: "De Baljuw,
+Schout noch Regter mogen tappen; noch aan eenig ingezetene drank
+verkoopen; geen wijn, van uitheemschen gekocht, binnen Texel te tappen,
+geen heuschbeden of geld meer te betalen aan nieuwe Ambtslieden;
+provisoren niemand verder te dragen dan tot hunne Zeenten.--Koorn
+mag vrij van Texel vervoerd worden."
+
+Hertog Albrecht, schijnt het leen Texel aan zijne tweede gemalin,
+Margaretha van Cleve, geschonken te hebben, aangezien men een handvest
+van haar vindt, van den 9 Junij 1401, dat door meergemelden Albrecht,
+in datzelfde jaar bekrachtigd werd. Ook bezat zij het na Albrecht's
+dood, blijkens een brief, gegeven in Texel, den 1sten September
+1405.--Hertog Willem VI, Graaf van Holland, vaardigde den 26sten
+Maart 1414, naar stijl van den Hove (alzoo in 1415) een besluit uit,
+waarbij de Texelaars, het poortregt en gelijke vrijdommen als die van
+Alkmaar bezaten, in welke regten zij dan ook door Schout, Schepenen
+en Raden der stede Alkmaar, in het jaar 1434 zijn erkend.--Onder
+anderen, werd bij die verordening bepaald, dat er, "binnen de stede
+van Texel 13 Schepenen zouden zijn, als: in de Kerszoekingen Den
+Westen 3 Schepenen; Burgt 4, Waal 3, en Oostereind 3, door den Schout
+te kiezen Ter Burgt, in de kerke up ten Goeden Vrijdag: goedstijds,
+voormiddags, bij zijnen eede, van de rijkste, vroedste en redelijkste
+knapen."--Voorts dagteekent het bepaald bezit der Mielanden benevens
+de Wind-Koorn- en Lammertienden, op Texel, mede van 1415, welke regten
+die van Texel eertijds, onder een erfpacht van 50 nobelen 's jaars,
+bezeten hadden.--
+
+Na den dood van Willem IV, heeft zijn weduwe deze regten, welke
+eenigzins in verval schijnen te zijn geraakt, hersteld. Margaretha
+van Bourgondië, moeder van Vrouwe Jacoba, heeft de heerlijkheid
+van Texel in lijftogt bezeten, hetwelk blijkt uit een octrooi,
+door haar in 1436 gegeven, om den polder van Wal- of Waal-en-Burg,
+benevens eenige andere nabijgelegen polders te bedijken. De eerste
+bedijking van Waal-en-Burg dagteekent van den jare 1436. Deze polder
+brak daarna weder in, en werd andermaal bedijkt in 1612, toen zijnen
+vlakkeninhoud 700 morgen lands bedroeg.--
+
+Krachtens de bezittingen, welke Vrouwe Margaretha van Bourgondië
+gehad heeft, vindt men waarschijnlijk onder de privilegiën van Texel,
+het handvest van Hertog Filips van Bourgondië, wegens den eed, door
+haar afgelegd aan al de ingezetenen der landen, die hem, na den dood
+van Vrouwe Margaretha, weder waren aanbestorven.
+
+Genoemde Hertog beloofde, in 1442, voor hem en zijne nakomelingen,
+de heerlijkheid en het land van Texel in hooge of in lage geregten
+nooit te zullen verkoopen of vervreemden. De Texelaars verloren echter
+onder het bestuur van dezen vorst, alle hunne regten en handvesten,
+naardien zij zich, omstreeks 1426, met de Kennemers [19] oproerig en
+wederspannig jegens hunnen landheer betoond hadden, en zelfs gepoogd
+hem de stad Haarlem te ontweldigen.
+
+Dit vonnis werd hun echter 30 jaren later, gelijk met het opbrengen
+van zekere ongewone belasting op de haardsteden, kwijt gescholden en
+zij weder in hunne vorige regten hersteld.
+
+Zij moesten van elke haardstede 4 grooten's jaars betalen; benevens
+andere straffen, breeder vermeld in de sententie tegen hen, gegeven in
+1426; terwijl wij ten opzigte van de tienden, welke aan de tiendenaren
+moesten verstrekt worden, het navolgende lezen:
+
+"Zij zullen ons tienden geven, den elfden schoef: de eigenaar is
+verpligt als het koorn rijp is, den tiendenaar driewerf te roepen,
+telkens zoo luid dat men het hooren mag over 7 akkeren: en komt de
+tiendenaar dan niet, dan mag de eigenaar het koorn uitzetten bij
+twee van zijne geburen, en den tiende een etmaal houden: na dien
+tijd er schade aan geschiedende, is de eigenaar niet gehouden tot
+vergoeding:--Voorts zullen die van Texel ons geven eens vronen schuld,
+(vroon is vrijdom van alle lasten, schattingen, loon, enz.) ten ware
+wij hen daarvan verdragen wilden." [20]--
+
+De Graven van Holland hadden omstreeks 1415, ter inning hunner renten,
+aldaar, op Texel eenen bijzonderen Rentmeester.
+
+In 1489, was Claas Korf, Rentmeester, van wien aangeteekent staat, "dat
+hij onheuslijk zijn voordeel gezocht had, uit eene aanstaande reductie
+der munt, waarover later, in 1506, zijne erven zijn aangesproken."--
+
+Ten jare 1442 komt Texel voor, onder de benaming van het gemeene land
+van Texel, doorgaans het land van Texel geheeten.--Omstreeks dezen
+tijd werd Keizer Maximiliaan Opperschout [21] van Texel, en werd er
+om de 14 dagen Poortregt, d. i. Regtdag gehouden. Deze verandering
+is echter spoedig daarna vervangen door eene andere, waarbij bepaald
+werd, dat er drie maal per week poortregt zoude gehouden worden.--
+
+Jan van Naaldwijk, kennis verkregen hebbende, van de onlusten en
+opschuddingen, welke omstreeks den jare 1491 in het noordelijke
+gedeelte van Holland plaats hadden, vond het geraden, zich derwaarts
+te begeven, ten einde er, zoo het mogelijk ware, eenig voordeel,
+tot ondersteuning en bemoediging zijner toen verzwakte partij, uit
+te trekken.--Hij vertrok dan ook werkelijk in Julij van dat jaar,
+met zijne vloot uit Sluis, landde naar eenen voorspoedigen togt op
+Texel, hetwelk hij, benevens het eiland Wieringen, bemagtigde.--Hij
+trachtte al aanstonds deze eilanders te doen begrijpen, dat, in stede
+van herwaarts te zijn gekomen, om hen leed of schade te berokkenen,
+hij hier kwam, om hen voordeel en rust te bezorgen, om hen van de zware
+schattingen te bevrijden, waaronder zij gebukt gingen, en eindelijk,
+om de rust in het land te herstellen en te verzekeren.--
+
+Hierdoor verkreeg hij dan ook weldra eenen grooten aanhang. Hij hield
+zich, gedurende het grootste gedeelte van den zomer, op en in de
+nabijheid dezer eilanden op, en maakte met zijne vloot de Zuiderzee en
+noordelijke zeegaten, onveilig.--Terwijl eenige zijner partijgangers
+zich, doch te vergeefs, van de stad Hoorn poogden meester te maken,
+vond Jan van Naaldwijk gelegenheid, om de hoofden van het zoogenaamden
+Kaas- en Brood-spel, de behulpzame hand te bieden.--
+
+De bewoners van Texel mengden zich toen ter tijd, nevens die van
+Kennemerland, in de onlusten, die door het Kaas en Broodvolk gesticht
+werden, waarover zij naderhand door den Hertog van Saxen zeer gevoelig
+gestraft werden.--
+
+25 Personen van Texel moesten in het zwart, ongegord, blootshoofds
+en barrevoets, knielende om vergiffenis voor hunne rebellie te
+komen smeeken. Al de handvesten des eilands moesten gesteld worden
+in handen van den Hertog, terwijl deze de straffen aan zich hield,
+waarmede de tot den vijand overgeloopen eilanders moesten gekastijd
+worden. Zij moesten zijn huis of kasteel sterk maken (in weerbaren
+toestand brengen) naar inhoud der brieven, hun door den Raad van
+Holland toegezonden, terwijl zij daarenboven nog 1000 Andriesguldens,
+gelijkstaande met f 5000, boete betalen en gedurende twee maanden,
+aan 25 door hen uit te rusten manschappen, soldij en leeftogt moesten
+verstrekken, welke manschappen onder bevel van den Schout dienen
+moesten, om de rust op het eiland te bewaren.--
+
+Naar alle waarschijnlijkheid zullen hun de toen verlorene regten en
+privilegiën òf te gelijk met de andere Kennemers en Kennemervolgers,
+òf in Maart 1494, zijn teruggegeven. Althans het regt van wind-, molen-
+en lammertienden [22], dat zij tegen eene uitkeering van 40 Nobelen,
+van 8 schellingen groete, Vlaamsche munt, 's jaars in erfpacht bezaten,
+en welke aan Jan van Borrij, Baljuw of Casteleijn van het slot te
+Medemblik, waren overgegeven, werden hun in laatstgenoemd jaar weder
+opgedragen. [23]
+
+Omstreeks het begin der 16e eeuw, schijnen de zeeweringen op Texel
+zich in geenen gunstigen toestand bevonden te hebben, althans
+vinden wij, dat die van Texel, in 1509, aan hunnen landsheer een
+beklag inbragten, "over de groote gevaren der zee, waartegen eertijds
+voorzien was geweest door Vrouwe Maria van Bourgondië, die ook hunne
+oude privilegiën bevestigd had, bij een nieuw privilegie gegeven te
+Loven, den 28sten Mei 1477; behelzende onder meer de vier Raadsmannen
+des maandags te kiezen na Palmzondag: 26 mannen ieder rijk 100 nobelen
+ofte meer: hieruit kiest de Graaf, of de Schout in 's Graven naam,
+noemt en beëedigt op Goeden Vrijdag 13 schepenen. De Raadsmannen
+beëedigd zijnde, kiezen vijf Heemraden, door den Schout te beëedigen:
+deze stellen keuren op de dijken, sluizen, wateringen en wegen."--
+
+Zeer rampspoedig was voor het eiland Texel het jaar 1522, toen het door
+de Geldersche Friezen tweemalen zeer zwaar gebrandschat werd. Deze
+woeste, op roof en buit verhitte, benden, landden hier in den zomer
+van bovengenoemd jaar, met eene vloot van 20 sterk bemande schepen,
+tweemaal aan. De eerste reis vorderden zij eene brandschatting van
+8000 Filipsguldens (ongeveer f 40,000, van onze munt.)
+
+Hiermede echter nog niet voldaan, eischten zij spoedig daarop eene
+tweede brandschatting van 10,000 Filipsguldens (bijna f 50,000.)
+
+Doch niet alleen, dat die van Texel van vreemden overlast te lijden
+hadden, ook hunne eigene overheid trachtte hen, in 1525, met zwaardere
+lasten te drukken:
+
+Immers lezen wij in eene oude oorkonde, Anno 1525, het volgende:
+
+
+ "In dit jaar wilde men die van Texel, de nobelen voor molen-, wind-
+ en lammertienden, die zij à 50 Stuivers gewoon waren te betalen,
+ tegen 85 St. berekenen, en dan nog wel met den achterstand van
+ vroegere jaren."--
+
+
+Deze verhooging van belasting is echter niet in werking gebragt,
+aangezien wij lezen:
+
+
+ "doch hun dat kwijtgescholden, en het regt verleend om ten eeuwigen
+ dage te kunnen betalen, de nobel tegen 50 st.;--
+
+ "de wind-, molen- en lammertienden bedroeg des f 250 's jaars,
+ op Meidag te betalen, zijnde de Meijlanden (waarschijnlijk
+ de Miendlanden) voor lang daar af, en aan de Grafelijkheid
+ getrokken;"--Iets lager staat: "dat die van Texel worden
+ gegund, geoctroijeerd en geaccordeerd, in eeuwigen erfpacht, die
+ windmolens, metten winde, alzoo die ter tijd stonden binnen die
+ voorschreven stede van Texel,--die jaarlixe lammertienden aldaar,
+ en die Meijlanden binnen derzelver stede gelegen: uitgenomen den
+ Waal,--den Holleweg--die Lijmculen--Langewaal en dat Hooiland,
+ gelegen aan de Oostzijde van dat hoppe, langs an Zegendijk,
+ die den Rentmeester van 's Graven wege doet verpachten." [24]
+
+
+In Maart 1571 deden de Watergeuzen eene landing op Texel, en bedreven
+er veel moedwil en schade. Zoo verbrandden zij er het huis van den
+Schout en eene kerk, waarschijnlijk de kerk van het dorp den Westen,
+en namen bovendien nog eene vloot van meer dan 30 schepen weg.
+
+Dan niet slechts had Texel in den loop der tijden door toedoen
+van menschen veel schade te lijden, ook het water, dien algemeenen
+en met reden, zoo algemeen gevreesden vijand van Hollands kusten,
+benadeelde menigmalen dit belangrijke eiland. Vooral waren het de
+hooge en geduchte watervloeden van de jaren 1625, 1628 en 1629,
+die ook hier veel schade veroorzaakten. Den 3den November van het
+jaar 1638 strandden er op de kusten van dit eiland 85 zeeschepen,
+met eenen zuidwestelijken storm.--Den 18den December 1660 bleven er
+van de 155 schepen, 38 voor anker liggen, de overigen strandden of
+kapten bij tijds hunne kabels. Op het einde van 1683 kwamen eenige
+oorlogschepen uit Zweden hier voor gaats, en werden door eenen zwaren
+storm overvallen; daarbij strandden: de Hollandia, van 84 stukken en
+450 koppen, het volk gered; de Woerden, van 72 stukken en 350 koppen,
+waarvan 58 gered, de Tijdverdrijf, van 54 stukken en 230 koppen,
+waarvan 15 gered, de Prins te paard, van 54 stukken en 230 koppen,
+allen verdronken; de Leeuwin, van 54 stukken en 230 koppen, allen
+gered; de Gouda, van 42 stukken en 175 koppen, grootendeels gered,
+alsmede nog twee oorlogschepen van Enkhuizen en Hoorn en verscheidene
+koopvaarders.--
+
+Omstreeks eene eeuw later, stelden de Engelschen vele, doch gelukkig
+vruchtelooze pogingen in het werk, om eene landing op dit Eiland te
+beproeven. In Julij 1672 namelijk, vertoonde zich eene Engelsche vloot,
+van 60 zeilen, voor den Helder, met het plan om in Noord-Holland
+eene landing te doen, en alzoo Amsterdam van de Noordzijde te
+bedreigen. Zeker was zoodanige onderneming op dien oogenblik ligter
+ten uitvoer te brengen, dan een paar maanden vroeger, want onze vloot
+was door gedwongen afdanking zoo schaars van volk en krijgsvoorraad
+voorzien, dat zij, naar het oordeel van De Ruiter zelven, niet meer
+tegen den vijand bestand was. Doch, was onze vloot buiten staat om te
+strijden, ditmaal namen de elementen voor ons den strijd op. Op den
+dag, welken tot de voorgenomen landing op Texel bestemd was, verhief
+zich een hevige storm uit het zuidwesten, (anderen zeggen noordwesten)
+die gedurende drie weken bleef woeden, twee vijandelijke schepen deed
+stranden, vele andere zwaar beschadigde, en de geheele vloot van de
+kust deed afdrijven.
+
+Volgens eene latere, vrij algemeen verspreide, en bijna algemeen
+geloofde volksoverlevering, zoude de mislukking der voorgenomene
+landing veroorzaakt zijn geworden door eene dubbele ebbe (een niet
+geheel ongewoon verschijnsel op onze kusten) gevolgd door eenen
+noordwesten storm.--
+
+In 1756 had in de nabijheid van Texel een voorval plaats, dat zeer
+veel opziens baarde.
+
+Een Duinkerksche kaper, die zich tot uitoefening van zijne kwade
+praktijk van een Zeeuwsche poon of Goereesche vischschuit bediende,
+hield op eenen Engelschen koopvaarder aan, die van New-York naar
+Amsterdam gedestineerd was, en digt bij het Nieuwe Diep ten anker
+lag; en dewijl men volstrekt geen vermoeden had op kaperij in eene
+onzijdige haven, en vooral niet van de zijde eener Zeeuwsche poon of
+vischschuit, viel den kaper de bemagtiging zeer ligt. De kaper zeilde
+daarop met het prijsgemaakte schip naar zee, en riep den zoogenoemden
+praaischipper in het voorbijzeilen toe: "Ik weet wel, dat Frankrijk
+en Holland het eens zijn." [25]
+
+Weldra echter leverde de Engelsche gezant over dit feit zijne klagten
+bij de Algemeene Staten in, waarbij de prijs in denzelfden toestand,
+als waarin hij genomen was, werd terug geëischt. De Staten gaven
+aanstonds aan dien eisch gehoor, en gelasteden hunnen afgezant aan
+het Fransche hof, Lestevenon van Berkenrode, daaromtrent bij de
+Fransche regering te onderhandelen, hetwelk, echter niet zonder veel
+moeite, ten gevolge had, dat het prijsgemaakte schip met zijne lading
+teruggegeven, en daarmede aan den eisch van het Engelsche Gouvernement
+voldaan werd.--
+
+In December 1789 hadden er op Texel vele woelingen plaats, ter oorzake
+eener aanstelling van de Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier,
+waarbij Mr. Gerrit Buijskens, tot Schout en Dijkgraaf van Texel en
+Baljuw van Eijerland benoemd was. Genoemde Buijskens, in September 1786
+door de Gecommitteerde Raden van het Noorderkwartier tot voormelde
+waardigheden aangesteld, had zich in deze betrekking met allen lof
+van zijnen pligt gekweten, en was, ofschoon der patriotische zijde
+toegedaan, in dezelve gebleven, en op het einde van Wintermaand
+1787 weder derwaarts gereisd. De heffe des volks uit de gemeente
+Oostereind,--waarschijnlijk aangemoedigd door de Burgemeesters van
+de Waal en Oostereind, welke hem als zoodanig weigerden te erkennen,
+aangezet door zekeren Lammert Dijke, kwam, vereenigd met die van het
+Oude Schild, en aangevoerd door den schipper van 's Lands schuit met
+eenige roeijers op den Burg, van welke plaats Buijskens de Regenten
+op het Raadhuis deed vergaderen, ten einde naar tijdsomstandigheden
+een besluit te nemen. Dan, zoodra had echter de zaamgevloeide en niets
+dan oproer en geweld in den zin hebbende volkshoop dit niet vernomen,
+of men bezettede den Burg, benevens het huis van den Schout, en sloot
+alle toegangen zoodanig af, dat men er niet dan met het grootste
+gevaar uit konde komen. De zaak verkreeg nu een ernstiger aanzien;
+was het tot hiertoe bij razen, vloeken, schelden en dreigen gebleven,
+thans kwam het tot dadelijkheden.--Men hieuw met den sabel, men perste
+geld af, en besloot eindelijk met het openloopen van de huisdeur,
+waardoor Buijskens eindelijk genoodzaakt werd te besluiten tot de
+afzegging van de voorgenome vergadering der Regenten.--
+
+Dit geweldig rumoer hield aan tot des avonds zes uren, toen vier
+personen, welke zich Afgevaardigden of Gecommitteerden van de
+oproerige volksmenigte noemden, ten huize van Buijskens kwamen, en
+hem uitnoodigden, zich met hen naar hunne principalen te begeven,
+verklarende, dat zij, in geval hij zulks mogt weigeren, niet voor
+het behoud van zijn leven en van dat zijner echtgenoot en woning,
+te kunnen instaan. Buijskens, door den nood gedwongen, gaf gehoor
+aan hunne uitnoodiging, en volgde deze zoogenaamde Gecommitteerden
+naar de herberg De Vergulde Kikkert, alwaar hij voor eene vergadering
+van 25 man werd gebragt, waarin de reeds genoemde Lammert Dijke het
+woord voerde. Deze vroeg hem, op wiens bevel en waartoe hij thans
+op Texel was gekomen.--Het antwoord van Buijskens, dat hij begreep
+desaangaande aan niemand verantwoording verschuldigd te zijn, dan
+aan Hun. Edel Mog., deed, zoo als trouwens te verwachten was, niets
+af. Evenmin het vertoonen van het besluit der Gecommitteerde Raden,
+waarbij hij in zijne waardigheid was aangesteld. Het opgeruide volk
+kwam niet tot bedaren, noch verstond reden, vóór dat hij beloofd had,
+binnen den tijd van drie etmalen Texel te verlaten, en zijn ontslag
+te verzoeken.--Buijskens begaf zich dien ten gevolge naar Amsterdam,
+van waar hij aan Gecommitteerden Raden van het Noorderkwartier,
+een breedvoerig verslag van het voorgevallene toezond.--Dit had ten
+gevolge, dat deze eene bezending naar Texel afvaardigden, die het
+gehouden gedrag der Texelaars ten zeerste afkeurde, doch het geraden
+vond, om, "uit overweging van de volstrekte onmogelijkheid, om hem,
+Buijskens, in zijnen post te doen voortgaan, zonder het eiland,
+zoowel als zijn persoon, aan verregaande gevolgen bloot te stellen,
+en omdat hij uit overtuiging daarvan zijn ambt geresigneerd had,"
+Buijskens van zijn ambt ontsloeg, waarmede de bewegingen ophielden.--
+
+Ook gedurende de komst en overheersching der Franschen hier te lande,
+was Texel meermalen getuige van vrij levendige bewegingen.
+
+Dit eiland, dat bij den aanvang van het jaar 1795, door het
+menigvuldige ijs, op de reede, gedurende eenen geruimen tijd, alle
+regtstreeksche gemeenschap met den vasten wal moest derven, verkreeg
+eerst op het einde van Januarij des volgenden jaars, 1796, kennis van
+de komst der Franschen aan den Helder;--en, alhoewel de Texelaars
+voor verreweg het meerendeel, bekend stonden, als sterk verknocht
+aan het doorluchtig Vorsten Huis van Oranje-Nassau, ontbrak het
+hier, evenmin als elders, aan andersgezinden of patriotten. Groote
+en luidruchtige vreugde heerschte er bij deze laatsten, toen zij
+vernamen, "de Franschen zijn tot ons overgekomen", nu zal het zijn:
+Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap, en even als op andere plaatsen,
+werden ook hier, op alle dorpen van het eiland, vrijheidsboomen
+geplant. De onderscheidene gemeenten kwamen te zamen, en verkozen
+hunne eigene volksvertegenwoordigers en regeringsleden. De Schout,
+Cornelis Theodorus Elout, een man, die in de algemeene achting
+der eilanders deelde, werd door de burgerij uitgenoodigd om aan
+het bestuur te blijven, terwijl de Secretaris, Cornelis Maronier,
+zijnen sedert 1787 verlaten post weder aanvaardde.--Eenige Fransche
+krijgsgevangenen, die zich sedert November op dit eiland bevonden,
+herkregen door dezen zamenloop van omstandigheden hunne vrijheid, en
+deelden met hun gansche hart in de vreugde der Patriotsche burgers van
+Texel. Deze nu vrijgelaten Fransche krijgslieden werkten zeer mede tot
+het behoud der goede orde, rust en eensgezindheid der burgerij, terwijl
+de Chef de Brigade Cantagnelle, inzonderheid door zijne welwillende
+raadgevingen, de nieuw verkozene volksvertegenwoordigers bijstand bood.
+
+Toen daarop in 1799, tijdens de landing van de Engelschen en Russen in
+Noord-Holland, de geringe magt, welke zich te dien tijde hier bevond,
+en die uit omstreeks een 60 tal manschappen bestond, in het laatst van
+Augustus Texel verlaten had, werd het den 29sten dier maand door de
+Engelschen, namens den Koning van Engeland en den Prins van Oranje,
+in bezit genomen. Alle openbare gebouwen werden in beslag genomen
+en ingerigt tot kazernering van een korps, dat zamengesteld werd uit
+overloopers en vrijwillige zeelieden, terwijl tevens de burgerij met
+de inkwartiering van nog andere troepen belast werd.
+
+Door dezen zamenloop van omstandigheden werd de toestand van Texel's
+inwoners steeds hagchelijker, aangezien in de behoeften, welke thans
+grooter dan gewoonlijk waren, bij gebrek van toevoer, niet kon worden
+voorzien; hier kwam nog bij, dat de Engelschen alles opkochten en naar
+hunne vloot verzonden. Hierdoor ontstond welhaast zulk eene schaarschte
+van levensmiddelen, dat er den 15den September geene erwten, rogge noch
+boter, en slechts voor zes dagen gort aanwezig was. En, ofschoon men
+op de klagten daarover wel eenige maatregelen tot wering van gevreesd
+gebrek nam, zoo werden de Texelaars niettemin in de volgende maand
+genoodzaakt, den Engelschen 840,000 ponden kaas te leveren. Dan,
+weldra waren de Texelaars van dezen overlast bevrijd, daar de vijand
+reeds in November ons vaderland, en dus ook Texel, ontruimde.
+
+Ook onder het Fransche bestuur had Texel, boven vele andere plaatsen,
+zwaar te lijden. De handel, die milde bron van welvaart, ook voor dit
+eiland, was ten eenemale gestremd, terwijl het, boven de willekeurige
+opschrijving voor de krijgsdienst, nog genoodzaakt werd tot levering
+van 120 kustbewaarders, onder Fransche bevelhebbers, wier ongehoorden
+dwang vele huisgezinnen tot den bedelstaf bragt.
+
+Ook hier pleegden de douanen schandelijke afpersingen en kwellingen,
+terwijl de meesten der, van tijd tot tijd elkander aflossende,
+plaatskommandanten, maires, enz., zich door mishandeling,
+onregtvaardigheid, ja door allerhande verdrukking, als geessels
+der menschheid deden kennen. Geen wonder voorzeker, dat de brave en
+vaderlandslievende Texelaars, welke ook hier sedert lang met ongeduld
+den slavenketen dier ondragelijke overheersching torschten, op het
+eerste gerucht van der Franschen aftogt uit Amsterdam, en de aldaar
+en elders ontstane bewegingen, zich ook hier gelden deden. Op den
+18den October wapperde dan ook Hollands driekleur van den kerktoren
+te Oostereind. De Fransche adelaars werden van de huizen der beambten
+weggenomen; algemeen heerschte vrolijkheid en leven, zonder dat eenige
+baldadigheid hunne hartelijke en uitbundige vreugde onteerde. Dan,
+weldra werd Texel's burgerij, door de strenge maatregelen van den aan
+den Helder bevelvoerenden Admiraal Verhuell tegen deze vreugdefeiten
+genomen, genoodzaakt, om Hollands vlag weder te strijken, en de
+herstelling der weggenomen Fransche standaards toe te laten, waarop
+eene gedwongene rust ontstond, die tot den 4den December voortduurde,
+toen het door den evengenoemden Admiraal bevolen vertrek van eenige
+gewapende schepen, welke tegenover het Oude- en Nieuwe Schild
+gestationneerd waren, andermaal de gelegenheid openstelde, om tot de
+hervatting van het bevrijdingswerk over te gaan. Spoedig had zich dan
+ook te Oostereind en te Nieuwe Schild, een korps van tachtig schutters
+gevormd, welke zich op de best mogelijke wijze van wapenen voorzien
+had. Deze vaderlandslievende menigte, heesch andermaal, op beide
+voormelde plaatsen, de Hollandsche vlag, en trok vervolgens naar het
+Oude Schild, alwaar men bij hunnen komst mede de vlag van den kerktoren
+deed wapperen. Na hier eenige versterking te hebben bekomen, trokken
+zij naar de Schans en hadden den moed, om deze sterkte, welke door
+eene talrijke bezetting, onder het bevel van een Fransch officier,
+verdedigd werd, en bezet was met het noodige geschut, ter overgave
+te eischen.--Hierop kwam de sergeant, Willem Lourens, aan het hoofd
+van 27 man aan den buitenpost, welke door het afschieten der geweren
+in de lucht en het geroep van "Oranje boven!" het teeken des vredes
+en der verbroedering gaven.
+
+Men ondernam echter thans geen verderen aanval op de Schans, maar
+trok naar den Burg, om ook dáár de vlag der onafhankelijkheid van den
+kerktoren te doen wapperen.--De zaak erlangde echter den volgenden dag
+een gewigtiger aanzien. Op den Hoogen berg kwam namelijk een korps van
+ongeveer acht honderd man bijeen, voorzien van allerhande wapentuig,
+en gezind, om op dezen dag de bevrijding van Texel te voltooijen. Dit
+vorderde echter de inneming eener sterkte die, zoo door bezetting als
+geschut en proviand, zeer wel ter verdediging was toegerust. Men had
+echter besloten, ook tot dit uiterste te komen, doch overlegde tevens
+daarbij, dat het raadzaam ware, de plaatselijke regering hiervan
+vooraf kennis te geven. Deze werkte dit voornemen zeer in de hand,
+en had zich bereids bezig gehouden met het beramen van maatregelen,
+ter ondersteuning van dit heldhaftig voornemen. Zij deed het voorstel,
+om eerst den weg van onderhandeling te beproeven, hetwelk algemeen
+werd goedgekeurd.
+
+Nu begaven zich eenige gemagtigden naar het fort, welke daar
+binnengelaten werden en met den Franschen kommandant in onderhandeling
+traden, hetgeen ten gevolge had, dat des namiddags ten 5 ure een
+verdrag getroffen werd, waarbij men bepaalde, dat een detachement
+schutters de kleine poort inhouden, en de bezetting den volgenden
+morgen met krijgseer zoude uittrekken, om terstond op daartoe
+geschikte vaartuigen vervoerd te worden. Dit verdrag werd algemeen
+en met vreugdegejuich goedgekeurd, waarop elk in vrede en rust
+huiswaarts keerde.
+
+Dan, niet lang duurde deze rust, naardien men ontdekt had,
+dat de Plaatsmajoor toebereidselen maakte om het fort te laten
+springen. Kapitein Van Breeningen nam daarop het moedig besluit, om
+zich van dien trouwelooze te verzekeren, en bragt, zoodra het voornemen
+van den Plaatsmajoor ruchtbaar werd, alles in den nacht op de been,
+waarop, na eene nieuwe raadpleging van de overheid met de hoofden van
+den opstand, geoordeeld werd, dat het verdrag geschonden was. Zij,
+die de vorige bezending hadden uitgemaakt, werden nu andermaal naar
+den Franschen bevelhebber afgevaardigd, en eischten nu de overgave der
+sterkte, op genade of ongenade, daarbij voegende, dat weigering of
+draling door eenen oogenblikkelijken storm zoude gevolgd worden. De
+bevelhebber de wettigheid der vordering erkennende, waarbij hij
+tevens zijn leedwezen te kennen gaf over hetgeen thans gebeurd was,
+gaf zich daarop, onder betuiging dat hij zijn vertrouwen stelde op eene
+edelmoedige behandeling, met de bezetting als krijsgevangenen over,
+aan welk vertrouwen ook beantwoord werd, door hem, op zijn woord van
+eer, te ontslaan.
+
+De bezetting van het fort door de schutters, en de ontwapening en
+inscheping van alle Fransche en andere vreemde krijgstroepen nam
+dadelijk eenen aanvang, terwijl de Plaatsmajoor, die zich in zijne
+dolzinnige woede steeds weêrbarstig aan alles en jegens allen betoonde,
+geboeid aan boord werd gebragt. Deze krijgsgevangenen werden alsnu
+terstond met vaartuigen, waarop eene gewapende wacht was geplaatst,
+naar Amsterdam getransporteerd, alwaar zij aan den Admiraal Verdooren
+werden overgeleverd.
+
+Texel, nu geheel van vijandelijke magt bevrijd zijnde, nam Kapitein
+Van Breeningen, op dringend verlangen der burgers, het opperbevel
+op zich. De overgeblevene krijgslieden, aan wier keus, vertrek van
+Texel, of trouw aan het vorstelijk huis van Oranje-Nassau, was gelaten,
+schaarden zich volgaarne onder zijne bevelen. De onderscheidene punten
+van defensie werden daarop van de noodige bezetting voorzien, terwijl
+men elkander trouw zwoer tot in den dood, zoo men van de zijde van
+den Helder weder met nieuwen dwang bedreigd mogt worden. Spoedig
+daarop ontving men van Amsterdam de noodige wapenen en ammunitie,
+waardoor men in staat werd gesteld, om, na verloop van eenige weinige
+dagen, vijf kompagnieën, te zamen uitmakende een korps van ongeveer
+achthonderd man, wel uitgerust en volledig gewapend, op te rigten. De
+Heer Ahlé, die zich bij het geheele bevrijdingswerk door beleid en
+moed, meer dan gunstig had onderscheiden, nam, als Luitenant-Kolonel,
+het bevel op zich over dit battaljon, terwijl de gewapende burgermagt
+gedurende 5 maanden met de meeste bereidvaardigheid het eiland bleef
+bewaken, tegenover eenen magtigen vijand, die, eerst na verloop van
+dien tijd zijne geduchte positie verliet. Spoedig daarna keerde de
+oude orde van zaken terug en werd op Texel niet weder verstoord.
+
+
+
+Een ander en nog magtiger vijand echter, verontrustte in 1825 dit
+eiland, op eene andere wijze.
+
+Neêrland's gevreesde nabuur, de Noordzee, sloeg bij den stormvloed van
+Februarij onderscheidene gaten in den Zuiderdijk, zoodat de polder
+het Grie overstroomde, waardoor ook de binnendijk bezweek en al het
+land ondervloeide. Een groot geluk evenwel was het voor de eilanders,
+dat de meesten hunner in de op heuvels gebouwde woningen konde blijven,
+waardoor ook het meeste vee behouden bleef. Ook voer de reddingsboot,
+ofschoon met groot gevaar verzeld, gedurig af en aan. Eens, in den
+nacht, te digt aan de dijkbreuk gekomen zijnde, werd zij door den
+stroom, veroorzaakt door de eb, bijna naar buiten medegesleept. Met
+inspanning van vereenigde krachten redde men zich ter naauwernood
+tegen den binnenkant van den dijk. Een andere keer werd zij door eene
+onweêrsbui en hoos beloopen, die de boot het onderst boven wierp,
+en vijf der manschappen overstelpte, zonder dat echter iemand hunner
+het leven verloor.
+
+Ook de andere zeedijk, digt bij het Oude Schild gelegen, dreigde te
+zullen bezwijken, doch werd met veel krachtsinspanning bewaard.
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+DE DORPEN, GEHUCHTEN EN BUURTSCHAPPEN OP TEXEL.
+
+
+1. Het Oude Schild of Schil.
+
+Dit dorp ligt aan de Oostkust van het eiland, op ongeveer 3/4 uur
+afstand van de hoofdplaats Den Burg.
+
+De naam wordt op verschillende wijzen geschreven, n. l. Schild of
+Schil. Welke van deze twee de ware zij, valt niet gemakkelijk te
+bepalen. Hoogst waarschijnlijk zal het wel dien van Schil zijn,
+van wege de groote menigte van onderscheidene soorten van kleine
+schelpvisch, welke de zee in eene hier liggende kreek aanspoelt, en
+alhier den naam van Schil draagt. De officiëele naam echter is Oude
+Schild. Deze plaats is zijn ontstaan en bloei verschuldigd aan de,
+bij den aanvang der 17e eeuw, sterk toenemende scheepvaart. Te dien
+tijde, kwamen de grootste koopvaardij- en oorlogschepen geregeld voor
+deze plaats ten anker, voorzagen er zich doorgaans van levensmiddelen
+en andere behoeften, en verspreidden er langs dien weg veel leven
+en welvaart. Van daar dan ook, dat het Oude Schild toenmaals de
+verblijfplaats was van de zoogenaamde slik- of binnenloodsen, welke
+de schepen van de reede over de Zuiderzee naar Amsterdam moesten
+loodsen. Die bloei duurde tot het begin dezer eeuw, toen de haven van
+het Nieuwe-Diep van meerdere beteekenis, en, door den aanleg van groote
+en zeer doelmatig ingerigte rijkswerven, in korten tijd verbazend
+uitgebreid werd. Hierbij kwam kort daarna de openstelling van het
+groot Noord-Hollandsch Kanaal, hetwelk van toen af eene regtstreeksche
+gemeenschap tusschen Amsterdam en de Noordzee daarstelde. De naar
+en van de hoofdstad bevrachte zeeschepen, welke zich vroeger hadden
+moeten vergenoegen met de zeer gevaarlijke legplaats ter reede van
+Het Oude Schild, verkozen nu de veilige haven van het Nieuwe-Diep. De
+daarop gevolgde organisatie van het loodswezen, in 1835, bragt mede
+zeer veel toe tot het verval dezer plaats. Deze toch had ten gevolge,
+dat een aanzienlijk gedeelte der bevolking naar elders, inzonderheid
+naar het Nieuwe-Diep, verhuisde, zoodat het Oude Schild op 1 Januarij
+1855 slechts 853 inwoners telde, tegen 15 à 1600 in 1828.
+
+De aanzienlijkste woningen zijn gesloopt, terwijl met de zeevaart, de
+meeste en grootste hulpbronnen van bestaan in het niet zijn geraakt.--
+
+Welligt, dat thans door den even bekwamen als ijvervollen onderwijzer,
+T. R. Zwaal, welke hier eene school voor de zeevaartkunde heeft
+opgerigt, den grond wordt gelegd voor hernieuwden bloei. Sedert de
+oprigting daarvan, hebben 120 personen van dat onderwijs gebruik
+gemaakt, van welke thans reeds 6 den rang van scheepsgezagvoerder
+hebben verkregen, en 66 dien van stuurman.
+
+De bloei dezer school neemt jaarlijks toe. Het tegenwoordig
+getal leerlingen bedraagt 20, waarvan 14 uit de gemeente en 6 van
+elders.--Het nut dezer school voor deze gemeente is zeer groot, en de
+pogingen van den Heer Zwaal, hebben alle aanspraak op eene eervolle
+vermelding en krachtige aanmoediging.
+
+De Hervormde Gemeente telt hier ruim 500 zielen, waar onder ongeveer
+300 ledematen. Antonius Dambrugge of Danburg was hier de eerste
+leeraar. Hij kwam hier in 1650 en overleed den 11 Junij 1681.--De
+niet groote Hervormde kerk werd omstreeks het midden der 17e eeuw
+gebouwd. Zij heeft aan de eene zijde een kruiswerk, en prijkt met een'
+houten toren. Zij bezit geen orgel.
+
+Volgens eene volksoverlevering werden aan deze kerk twee lichtkroonen
+vereerd door de Admiralen Tromp en De Ruiter. Men vindt er althans de
+wapens op van beide genoemde Vlootvoogden, benevens de jaartallen 1677
+en 1678.--De bewijzen voor de waarheid dezer overlevering, schijnen
+te hebben bestaan; doch zijn in de archieven der kerk niet te vinden.
+
+Sedert 1835 bezit Het Oude Schild een eigen R. K. kerk en Pastoor,
+welke eerste eigenlijk eene uitbreiding is van de reeds voor vele
+jaren alhier bestaan hebbende kapel. Deze kerk is toegewijd aan Onze
+Lieve Vrouw en den H. Martinus. De R. K. gemeente telt hier ruim 240
+zielen, waaronder 150 communikanten.--
+
+In het logement de Zeven Provinciën, wijst men den vreemdeling nog de
+zoogenaamde de Ruiters kamer aan, waarin de zeeheld M. A. de Ruiter
+meermalen overnacht heeft.--Niet ver van daar is het Distributie
+kantoor der brievenposterij voor het gansche eiland geplaatst.--
+
+De stoomboot, welke een regtstreeks verkeer daarstelt tusschen Texel,
+het Nieuwe Diep en Harlingen, en tevens belast is met de posterij,
+waarvoor vroeger twee postschuiten gebezigd werden, heeft in de haven
+van Het Oude Schild, hare gewone landing- en afvaartplaats.--Deze haven
+ligt ten Oosten van het Dorp, en werd in 1778, op eene vlakte van ruim
+twee bunders aangelegd, ten gebruike van het weleer te Oude Schild te
+huis behoorende aanzienlijk getal loodsbooten en andere vaartuigen,
+behalve nog voor vele kleine koopvaardijschepen, die hier in hunnen
+zoogenaamden winterlaag liggen. Als verkenningsteeken brandt op het
+oostelijkste havenhoofd een lampvuur. In 1836 vorderde deze haven eene
+nieuwe uitdieping, aangezien deze ligplaats, vooral door de toenmaals
+meer en meer toenemende panharingvisscherij, en het debiet daarvan,
+meer van algemeen belang was geworden.--Diensvolgens werd in genoemd
+jaar eene Rijksen Provinciale subsidie verleend van ongeveer f 8000,
+waardoor de voorgenomene uitdieping werd tot stand gebragt.--Dan, alles
+door de groote verplaatsing der loodsen naar het Nieuwe Diep veranderd
+zijnde, en deze haven, door hare thans overtollige ruimte, een al te
+kostbaar onderhoud vereischende, heeft men in 1844 de oppervlakte,
+door het leggen van eenen wierdam, teruggebragt op 1 1/5 bunder.
+
+De openbare school, welke onder de leiding van bovengenoemden Heer
+Zwaal staat, wordt gemiddeld door 120 kinderen bezocht. Op geringen
+afstand, zuidwestelijk van het Oude Schild, ligt het fort de Oude
+Schans. Hetzelve werd in 1572 aangelegd, en in 1812, op den last van
+Napoleon I, in zijnen tegenwoordigen toestand gebragt. Het heeft eene
+onregelmatige vijfhoekige gedaante, is voorzien van aarden wallen,
+omringd door eene gracht, en heeft, naar de zijde van het hooge
+terrein, een ravelijn met gracht, benevens eenen bedekten weg en eene
+voorgracht, en is voor het overige door kadijken, met voorliggende
+uitwaterings-slooten, in den zeedijk ingesloten. Dit fort bezit twee
+toegangen, eene steenen kazerne voor honderd manschappen, met een
+paviljoen voor officieren, benevens een gemetseld, doch niet bomvrij
+kruidmagazijn, geschikt tot berging van 3000 lb kruid, twee ruime
+regenbakken en twee zuivere welputten.--Even buiten deze sterkte,
+vindt men in den zeedijk eene inundatiesluis, zijnde een gemetselde
+duiker, tot lozing van het water der grachten in de zee, en twee
+gemetselde duikers, in de Oost- en Westkadijken, tot ontlasting van
+het landswater in de grachten.--Met dit verdedigingspunt staan in
+verband eene redoute en eene lunette, beide beneden den zeedijk. De
+eerste, aangelegd in 1811 en 1812, 900 ellen ten westen van het fort,
+bestaat uit een gesloten en ongeflankeerden vijfhoek; de lunette ligt
+ongeveer 700 passen oostwaarts van het fort, is ook ongeflankeerd
+en open in de keel. Genoemde werken zijn opgeworpen van aarde,
+zonder gebouwen, en omringd door grachten.--Al deze werken vormen te
+zamen eene versterkte legerplaats of kamp, oorspronkelijk strekkende,
+zoowel tot het beletten eener landing,--waartoe ook nog eene batterij
+heeft bestaan, westwaarts van de redoute op den Hoornschen Zeedijk,
+het Horntje geheeten,--als ook ter bestrijking van de reede.
+
+Het geheel ondiep worden van het daar langs strekkende vaarwater,
+heeft nogthans het gewigt dezer positie doen ophouden. Tegenwoordig
+is er dan ook nog slechts eene kleine barak, welke door een' oppasser
+bewaakt wordt.
+
+Tien minuten gaans ten noorden van het Oude Schild, 1000 el regts
+van het Schilpad, dat den wandelaar naar den Burg leidt, vindt men de
+zoogenaamde Weezenwaterputten, bestaande uit eene wel, welke aan den
+voet van eenen uitgestrekten heuvel ligt, en altoos milden voorraad
+geeft van zeer helder en zoet drinkwater. Sedert 1600 voorzagen zich
+al onze oorlog- en koopvaardijschepen, voor de uitreize, van dit
+water, waardoor het Algemeen Weeshuis van Texel, als eigenaar, een
+ruim inkomen genoot. Sedert de verlegging van de scheepvaart naar het
+Nieuwe Diep, heeft deze water-proviandering grootendeels opgehouden,
+en het is te voorzien, dat zulks eerlang geheel zal ophouden.
+
+Links van deze putten, ligt de buitenplaats Brakenstein met een fraai
+uitzigt. De heerenhuizing is tegenwoordig onbewoond. De hofstede
+wordt door eenen landman bewoond. Voor eenige jaren stond aan de
+andere zijde van het Schildpad, het buitengoed Rozenhout, dat in 1740
+door den Heer Roozenboom werd aangelegd. Het is thans geamoveerd en
+vervangen door de hofstede de Weezenplaats, welke tot de bezittingen
+van het Weeshuis op Texel behoort.
+
+Op nagenoeg 1/4 uur ten westen van de voornoemde putten; en aan den
+tegenoverliggenden voet van denzelfden heuvel, is eene kolk van zoet
+water, reeds door zekeren Dirk Burger van Schoorl, in de Chronijk
+van Medemblik vermeld. Het is opmerkelijk, dat deze kolk, zelfs bij
+de langdurigste droogte, niet vermindert, noch bij de aanhoudendste
+regen vermeerdert.
+
+De Hooge berg of heuvel, welke men tusschen Het Oude Schild en den
+Burg vindt, had voor 1481 eene aanzienlijker hoogte. In gemeld jaar
+werd hij meer gelijk gemaakt en tot een kerkhof aangelegd, waarop,
+volgens sommigen, eene kapel werd gebouwd, welke den 1sten November
+des jaars 1482 aan St. Catharina werd toegewijd. Sedert twee en
+een halve eeuw is die kapel niet meer in wezen.--In het laatste
+gedeelte der voorgaande eeuw, zijn daar ter plaatse twee koperen
+kerkkandelaars gevonden, welke in een daarliggend dijkje verscholen
+waren.--Van den top dezer hoogte, heeft men het fraaiste gezigt
+over het geheele eiland. Vroeger lagen er op deze hoogte een paar
+boerengehuchten, waarvan thans echter niet meer dan een paar woningen
+overig zijn. Ter plaatse waar men in Het Oude Schild, het binnenpad
+(het Schildpad) inslaat, dat naar den Burg strekt, ligt eene kleine
+buurt, de Jeneverbuurt geheeten; van waar deze naam zijnen oorsprong
+ontleent, heb ik niet kunnen gewaar worden. Welligt dat hier eenige
+herbergen hebben gestaan, waarin de manschappen, welke hier voor de
+schepen water kwamen halen, zich van verversching hebben voorzien.--
+
+
+
+2. De Burg of Burgt.
+
+De Burg of Burgt, de voornaamste plaats op het Eiland Texel,
+was, blijkens privilegie van 26 Maart 1414, reeds voor eeuwen, de
+hoofdplaats van het eiland.--
+
+De stichter van dezen Burg was, zoo men wil, de Romeinsche Veldheer
+Drusus, waarvan het bewijs nog aanwezig is, zoo in den naam der
+plaats zelven, als in de grafheuvels en andere oudheden, welken,
+in deze streken gevonden, van het verblijf der Romeinen in dezen
+omtrek getuigen.
+
+In vroegeren tijd, schijnt de Burg omgeven te zijn geweest met wallen,
+schansen en poorten, een en ander ingesloten door eene breede gracht,
+van welke thans nog eene ondiepe, den Binnenburg gedeeltelijk
+omringende sloot, is overgebleven. [26]
+
+De kom van het tegenwoordige dorp De Burg, waarbij men twee korenmolens
+en eene pelmolen, en waarin men twee grutterijen heeft, telt thans
+272 huizen, bewoond door 1359 zielen, terwijl daarenboven nog ruim 50
+boerenplaatsen met ongeveer 260 bewoners, tot zijn gebied behooren.--
+
+De ligging van dit dorp, ten Noorden op 4, ten Westen op 2 uren,
+en ten Oosten en Zuiden op 1 uur afstand van de zee verwijderd,
+is aan alle zijden regt bevallig te noemen, en inzonderheid is het
+voorkomen van Den Burg, aan den kant van het Schild-pad, allezins
+fraai, aangezien de smaakvolle woningen bevallig onder het lommer
+van hoogopgaand geboomte verscholen liggen. Het dorp is regelmatig
+aangelegd, bijna in den vorm van eenen cirkel, waarvan de kerk der
+Hervormden het middelpunt uitmaakt. Dit gebouw, op het hoogste gedeelte
+van Den Burg gelegen, is, ofschoon reeds zeer oud, echter nog zeer
+hecht en van zwaar metselwerk voorzien. Het heeft een koor waarvan,
+volgens eene aanteekening, in 1470 de eerste grondslagen gelegd werden,
+en dat omstreeks 1481 volbouwd werd. In 1539 viel de spits van den
+toren in, die eerst in 1604 van steen weder werd opgetrokken. Het
+geheele gebouw is, binnenwerks, lang 34.25 Ned. ellen, en heeft
+bij eene breedte van 18, eene hoogte van 21 ellen.--Haar inwendig
+gedeelte prijkt met eenen fraai bewerkten predikstoel en een schoon,
+welluidend orgel.--Vroeger hingen er vele wapenborden in van het oude
+geslacht der Neijenburgen, terwijl de daaraangebragte versierselen
+betrekking hadden op zeeofficieren, die in de zeeslagen van 1666,
+en daaraanvolgende jaren, gesneuveld, en hier begraven zijn.--Naast
+den predikstoel hangt een bord, waarop het volgende geschreven staat:
+
+
+ Dit Bort
+ is aan deese kerk verëerd tot een gedagtenis aan
+ Lijsbet de Bruijn, vroedvrouw, overleden alhier MIC[C]CCI.
+ Hier rust zij die 27 jaar
+ Haar dienst nam trouwelijk hier waar
+ En drie jaar buiten, tot God Haar door de dood.
+ Tot droefheid van mans en vrouwen, weer 't huis ontboot.
+ Lijsbeth Jans heeft gehaald 1765 kinderen.
+
+
+terwijl op eene zerk dit zonderlinge grafschrift staat uitgehouwen:
+
+
+ Wie dat A. H. D. dit graf beschouwt, en denkt op de uitverkooren,
+ wat dat dit voorbeeld is, dat niemand kan ontgaan, de geessel
+ van Gods roe deed ons van D' dood ontslaan, doen Christus voor
+ ons leed door Dirk van Hagendoorn.
+
+
+De kerk vroeger zonder zoldering of verwulf, werd in 1851 van een
+houten plafond voorzien. De toren heeft, met de spits, eene hoogte van
+ruim 37 ellen. Van den omgang heeft men een zeer schoon gezigt over
+het geheele eiland.--Volgens een oud handschrift, was de kerk vóór
+de Hervorming gewijd aan den H. Johannes den Dooper, doch volgens
+eene andere oorkonde, welke meer met de waarheid schijnt overeen te
+komen, en afkomstig is van den 60e Bisschop van Utrecht, Georgius
+van Egmond, wordt gezegd, dat zij op den naam van Paus Sixtus is
+ingewijd. In later tijd, en bepaaldelijk ten tijde van Filips den
+Goede, Hertog van Bourgondië, is zij met Onze Lieve Vrouwe Kapittel
+te 's Gravenhage vereenigd. Er was een altaar in van St. Anna, en
+een St. Anna's Gilde, alsmede een altaar van St. Jacobus, waaraan
+eene vikarij was verbonden, welke door de Graven van Holland begeven
+werd.--Gemelde vikarij was belast met twee missen per week, en bragt
+jaarlijks 16 rijnguldens op.--Deze kerk daarna, ter oorzake van
+bloedstorting, onder het interdict vervallen zijnde, werd daarvan,
+door de reeds genoemden Georgius van Egmond, bij eenen openen brief
+ontheven. In dezen brief gaf hij aan de hoofdlieden van St. Anna's
+Gilde en van de kerk aan den Burg, verlof, om in die kerk de misse
+op eenen gewijden draagsteen te doen lezen.--
+
+De Roomsch-gezinden, welke hier ruim 460 in getal zijn, maken, met die
+van de Koog en de Waal, eene gemeente uit. Zij bezitten hier eene zeer
+nette kerk, welke aan den H. Johannes den Dooper is toegewijd; staande
+aan de westzijde van het dorp. Het orgel is in 1840 vernieuwd.--
+
+Vroeger stond op eenigen afstand van het dorp, op de eigenlijke hoogte
+van den zoogenoemden Hoogen berg, eene kapel, welke, naar men wil,
+tot het Klooster der Tempelieren behoord heeft.--Dit gevoelen wordt
+echter wederlegd door anderen, die de plaats van dat Klooster elders
+aanwijzen, namelijk in den polder Gerritsland. Deze kapel is later
+tot een woonhuis of herberg ingerigt, en diende tot een baken in de
+Zuiderzee. De tand des tijds heeft echter ook op dit gebouw zijnen
+vernielenden invloed zoo zeer uitgeoefend, dat daarvan in 1800 zelfs
+geen spoor meer overig was.
+
+De Doopsgezinde gemeente, welke op Texel 450 leden telt, is vereenigd
+met die van Waal en Oostereind. Zij heeft hier eene ruime kerk;
+doch zonder orgel of toren.--
+
+Het vroegere Raadhuis aan Den Burg, een ouderwetsch en zeer bekrompen
+gebouw, welks stichting van het jaar 1611 dagteekent, is in 1841 door
+een ander gebouw vervangen, dat als Raadhuis allezins doelmatig kan
+genoemd worden. Inzonderheid trekt de zoogenaamde Raadzaal de aandacht,
+zoowel door hare ruimte, als door hare smaakvolle versiering.--Men
+vindt in een der vertrekken twee levensgroote portretten van de
+Nederlandsche vlootvoogden De Ruiter en Tromp. In de nabijheid van
+het Raadhuis staat eene, sedert 1836 herbouwde, overdekte vischmarkt.--
+
+In de nabijheid der Hervormde Kerk, in het Zuidoostelijk deel van het
+dorp, stond vroeger een Nonnenklooster, waarbij een kerkje, toegewijd
+aan de H. Agnes. Dit klooster, in 1572 door de bewoneressen verlaten
+zijnde, werd door Prins Willem I aan het eiland Texel afgestaan, om het
+tot een Algemeen Weeshuis in te rigten; waartoe het nog dient.--In de
+archieven van dat gesticht bevindt zich nog een geschrift, waarbij
+de overgifte van meergemeld gebouw beschreven staat, en tevens
+een naïf verhaal bevat van de rampspoedige reis der twee Texelsche
+burgemeesteren, in 1573 naar Delft, aan den Prins gecommitteerd, om
+het St. Agnieten Klooster, gelegen binnen Den Burg, tot een Weeshuis
+te verzoeken.
+
+De bekwame en ijverige Archivarius Dr. P. Scheltema, maakt ook
+melding van dat stuk, in de Bijdragen voor Vaderl. Geschiedenis en
+Oudheidkunde, deel IX, alwaar wij het volgende lezen:
+
+"Het Huis op het Eiland Texel, hetwelk eertijds gebouwd was door de
+Gravin van Holland, genaamd Vrouw Jacoba, plagt na haren dood bewoond
+te worden door den Schout van Texel. In het jaar, toen men schreef
+1571, is er een groot oproer gerezen in den lande van Holland,
+te weten, tusschen de twee partijen die genoemd worden, de eene
+partij, de Papisten, en de andere, de Geuzen. Dit was ter oorzake
+van de religie.--De Geuzen hebben met vier en dertig oorlogschepen
+alhier in het Marsdiep gelegen, en zijn met hunne magt aan land
+gekomen. Zij hebben tegen die van den Burg gevochten, en de burgers
+moesten de vlugt nemen. Toen werd het voorzegde huis verbrand. Na
+dien tijd was er een officier, genaamd Jacob de Koning, van Haarlem,
+die in den Haag, aan de kamer van de rekeningen in Holland verzocht,
+om zijne woonplaats te mogen hebben, in het klooster aan den Burg,
+hetgeen hem bij provisie vergund werd. Wanneer de burgemeesteren van
+Texel dit vernamen, is daarop vergaderd het oude en nieuwe geregt,
+in den jare toen men schreef 1573. Eendragtelijk is besloten en
+geordonneerd, dat men de twee burgemeesteren zou committeren, om
+te trekken naar den Prins van Oranje, als toen zijnde Stadhouder
+van Holland, bij afwezigheid van den Graaf van Holland, Koning van
+Spanje, genaamd Philippus, den zoon van den Keizer Carolus Quintus,
+ten einde het voorzegde klooster te mogen verkrijgen tot een weeshuis,
+zoo ook de renten daarvan. Derhalve zijn de twee onderschreven mannen
+daartoe gecommitteerd.
+
+Alstoen was er een groote oorlog in Holland, zoodat de eene stad
+tegen andere opstond, en het eene dorp tegen het andere, alzoo was
+in dien tijd de stad Haarlem vijandig tegen het eiland Texel.
+
+De Haarlemmers hadden hunne vrijbuiters liggen bij Zandvoort, voor
+het duin. Deze voeren met kagen en schuiten op zee, om de schepen te
+nemen, die uit het Marsdiep naar de Maas voeren. Om deze vrijbuiters
+te vermijden, zijn de voorschreven mannen met een galjoot zoo verre
+van het strand afgevaren, dat wij slechts even de duinen boven het
+water mogten zien toppen.
+
+Wanneer wij omtrent Zandvoort waren, zoo is er een Schip uit zee
+gekomen, naar ons toehoudende. Bij ons gekomen, bleek het een
+vrijbuiter te zijn.
+
+"Op het Schip stond de kapitein met een slagzwaard, het zwaaijende
+met beide handen. Hij riep met luider stemme, dat wij onze zeilen
+zouden strijken, en liet met bassen en roeren door de zeilen en de
+schuit schieten, zoodat de laatste lek werd, en het water er door heen
+liep. Toen dacht hij ons te overzeilen. Een man uit ons schip riep:
+"Voor wien zullen wij strijken, voor den Prins van Oranje of voor
+den Duc d'Alba?" De kapitein antwoordde: "Ik weet van Prins, noch van
+Duc d'Alba, strijk!" In onze schuit was de vrouw des schrijvers van
+den graaf van der Marck; deze riep uit: "Schipper, strijk, want ik
+ben geschoten!" Ik, Hendrik Albertsz, zat ter zijde van die vrouw,
+en het water liep van het schieten tusschen ons beiden door de schuit.
+
+Achter werd bij den man, die aan het roer stond, een stuk uit het
+boord geschoten. Wanneer de vrijbuiter ons zoo na kwam, riepen wij
+allen te gelijk: "Schipper, strijk!" en toen streek onze schipper
+het zeil. Daarop leiden zij bij ons aan boord en overvielen ons met
+rapieren in de hand en met rondassen voor de borst. Ons slaande, zeiden
+zij: "Fluks over in ons schip!" Allen moesten wij te gelijk over,
+niet wetende, in wiens handen wij waren. Ik Hendrik voorschreven,
+kreeg een' slag met een rapier op mijn schouder, zoodat ik meende,
+mijn' arm kwijt te wezen, doch tot mijn geluk had men mij met het
+plat geslagen. Toen waren wij al te zamen gevangen. Wij waren vier
+of vijfentwintig personen sterk, en moesten allen in het vooronder
+van het oorlogschip. Bij het overklimmen viel er een man over boord,
+het was een brievendrager van des Prinsen broeder, graaf Lodewijk,
+die met brieven uit Duitschland van Nassau kwam. Als wij hen gebeden
+hadden, dat zij hem bergen zouden, kregen zij hem vast aan een
+touwtje, waarmede hij opgehaald werd, maar zijne brieven wierpen
+zij in zee. "Daarover moet God zich erbarmen," zeide de bode, "daar
+hangen landen en luiden aan!" De voorzegde schrijversvrouw gevraagd
+zijnde, of zij gekwetst was, antwoordde: "Ik ben geschoten door mijne
+kleederen, doch niet gekwetst." Terwijl wij nu als gevangen waren
+in het donker van het schip, zoo kwam er door een luikje, hetwelk
+zoo groot was, dat er juist eene hand door kon, eene stem, zeggende:
+"Is er ook iemand van de gevangenen, die geld heeft, deze geve het
+aan mij, want ik ben een gevangen man, even als gij zijt; gij zult
+allen straks geplunderd worden. Ik ben een schipper uit Waterland,
+zij zijn met mijn schip weggezeild; en als gij mede geplunderd
+zijt, zal ik met ulieden aan land varen." Maar niemand van ons
+gaf hem zijn geld, hem niet betrouwende, en denkende, dat hij een
+vrijbuiter was. Toen deed hij het luikje weder toe, en ging van ons
+weg. Kort daarop werd er een groot luik open gedaan, en men zeide
+tot ons: "Laat een van de gevangenen voorkomen!" doch elk vreesde
+om de eerste te zijn. Eindelijk ging er een van de voorsten, die
+geplunderd en doorzocht werd. Daarna moest er weder een ander komen,
+tot den laatsten toe. Niemand mogt iets behouden, dan de noodigste
+kleederen. Al wat los was, namen zij ons af, tot mantels, hoeden en
+linnen toe. Echter behielden wij tot ons geluk onze brieven, daar wij
+blijde over waren, wegens de zaken beroerende het klooster, hetwelk
+wij tot een weeshuis wilden verkrijgen, en nog meer andere brieven
+van 's lands zaken. Toen wij geplunderd waren, moesten wij weder in
+de lekke schuit. Wij stopten de lekken zoo goed mogelijk, en maakten
+de schuit weder zeilreê. Zij lieten ons daarop drijven, zonder dat
+wij iets behouden hadden. De zeeroover kwam vervolgens nog eens naar
+ons toe zeilen. Wij hadden eenen man in onze schuit, die de kapitein
+van het schip kende. Hij zeide, dat het een Engelsche zeeroover was,
+kapitein Jonge Jan Grijsveld. Alzoo kwam dezelfde zeeroover met zijnen
+voorsteven naar de zijde van onze schuit zeilen, zoodat wij niet anders
+dachten, of hij zou ons overzeild hebben. Waarop wij overluid riepen;
+"Heer! in uwe handen bevelen wij onzen geest." Toen met den steven
+bij onze schuit komende, leide hij zijn roer over en schampte van de
+schuit af, al stootende en rakende. De roovers zwaaiden met de hoeden,
+tot schimp en spot over hunnen geroofden buit, en wij bedankten hen,
+dat zij ons nog gegund hadden het leven te behouden. Daarna voeren
+zij van ons af. Vervolgens kwam er eene krabbeschuit uit de Maas,
+welke hij straks weder aan boord klampte, deze doende gelijk hij ons
+gedaan had. Later voer hij uit ons gezigt.
+
+Voortzeilende zagen wij weder een oorlogschip en daarbij komende
+bevonden wij het een boeijer te zijn. Daarop stond weder een
+kapitein met een slagzwaard te schermen. Wij voeren naar hem toe,
+denkende, dat wij nu toch niet meer konden verliezen, dan alleen het
+leven. Het schip liet een vaandel waaijen, zijnde een prinsenvlag;
+het was dus van de vrienden. Het kwam uit de Maas. Wij vertelden aan
+den kapitein ons avontuur en ongeluk, hem verder wijzende den koers,
+dien de vrijbuiter genomen had.
+
+Het oorlogschip ging terstond derwaarts, doch kreeg hem niet. Wanneer
+wij voortzeilden, zoo kwam er een zwaar onweder op van donder
+en bliksem, regen en wind. Daar de duistere nacht op handen was,
+moesten wij dus het naaste land of strand kiezen. Door en door nat
+van den zwaren regen en het overslaande zeewater, landden wij op eene
+onbekende plaats. Echter was er onder de manschappen een bode van
+Jonkheer Sonoij, die aan de duinen bemerkte, dat men niet verre van
+Ter Heide was, en zeide, dat aldaar eenige visschers-huisjes stonden,
+waarin wij den nacht konden doorbrengen. Voortloopende ontmoetten wij
+eenige visschers, verjaagd door de Spaansche soldaten. Zij waren ook
+door hen van alles beroofd, en vermogten alzoo niet ons te helpen,
+daar twee naakten elkander niet kunnen dekken. Wij zochten toen
+wat helm en rijs, maakten vuur, om ons te droogen en wat te warmen,
+tot het dag werd, en hielden wacht tegen de Spanjaarden.
+
+'s Morgens gingen wij langs het strand naar Scheveningen. Daar komende,
+vonden wij er vele wachters, gesteld zijnde tegen de Spanjaarden. Bij
+onze aankomst werd er over onze manschap alarm in het dorp geroepen,
+doch wanneer wij naderbij gekomen waren, zonden die van Scheveningen
+twee mannen naar ons, en wij desgelijks twee naar hen. Zij vernamen
+toen, dat wij geene vijanden waren, maar vrienden. Wij vertelden hun
+onze passagie, zoo als die door ons bevorens gemeld is, en gingen toen
+verder naar den Haag, waar wij aan kennissen, welke wij aantroffen,
+geld ter leen vroegen; doch het werd ons afgeslagen. Van daar gaande
+naar Delft, vonden wij de Staten van Holland. Wij gingen bij den
+Secretaris van deze, Koenraad de Regteren, en verhaalden hem het
+voorgevallene. Hij heeft ons geleend twaalf guldens. Ook schreef hij
+ons een request, dat wij overgaven aan den Prins van Oranje, rakende
+het verzoek van het klooster, om het te hebben tot een weeshuis,
+hetgeen ons is vergund, blijkens de apostille en het octrooi, daartoe
+verkregen. Doch vermits de Prins te Dordrecht was, hebben wij hem
+zoo verre moeten volgen, keerende van daar weder naar Delft terug,
+tot het werk zijn volle beslag verkreeg. Ziende evenwel dat ons op
+nieuw geld ontbrak, zijn wij overeengekomen, dat Kemp Albertsz. naar
+huis zou gaan, om nog eenig geld te halen; terwijl ik nog twee of drie
+dagen te Delft moest vertoeven, om nader bescheid te bekomen; hetwelk
+klaar zijnde, zoude ik verder naar den Briel gaan. Later uit mijne
+herberg op de markt komende, ontmoette ik weder Kemp Albertsz. Als
+ik hem mijne verwondering daarover te kennen gaf, verklaarde hij mij,
+niet te kunnen vertrekken, wegens het ongestadige weder. Toen gingen
+wij te zamen naar den Briel. Als wij daar gekomen waren, was ons
+geldje verteerd op éénen stuiver na.
+
+Wij gingen daarop de stad in, om, was het mogelijk, nog eenig geld
+te leenen, maar het werd ons weder geweigerd. Aldus ongetroost naar
+het Hoofd wandelende door het gladde slijk, moest ik een smal houten
+bruggetje over, waarvan ik door de gladdigheid afviel.
+
+Naakt en koud, zonder geld of pand, waagde ik het evenwel in de herberg
+te gaan. Terwijl ik mij daar zat te droogen, kwam er een schip van
+Rotterdam aan, geladen met turf, waarvan de schipper een Texelaar
+was, wonende te Oosterend, genaamd St. Anna. Zeer waren wij verblijd,
+omdat hiermede voor ons ontzet kwam.
+
+Wij voeren toen met hem naar Texel, hebbende in alles onzen wensch
+verkregen. Nooit zal God de zijnen verlaten, die naar het goede
+trachten en op Hem vertrouwen.--Zoo is dan het weeshuis verkregen,
+den 15 September in het jaar 1573, blijkende bij het request en de
+apostille, gegeven ter ordonnantie van den Prins van Oranje en de
+raden, neffens hem wezende. In kennisse der waarheid, zoo hebben wij
+Kemp Albertsz. en Hendrik Albertsz. het stuk beiden onderteekend,
+den 5 Januarij 1585, nieuwe stijl."
+
+Het was onderteekend met het merk van Kemp Albertsz. en Hendrik
+Albertsz, geboren aan Den Burg op Texel."
+
+De in dat Weeshuis opgenomen kinderen, gingen hier, tot na de Revolutie
+in 1795, half groen en half zwart gekleed, en van daar nog het oude
+spreekwoord:
+
+
+ "Groen en zwart
+ Is Texel in het hart."
+
+
+Naar men wil, zou dit gebouw omstreeks het jaar 1203, gedurende
+eenigen tijd tot gevangenis hebben gestrekt aan de rampspoedige
+Gravin Ada. [27] Nog heden vertoont men er haar portret in olieverw,
+dat waarschijnlijk reeds vóór twee (?) eeuwen werd vervaardigd. In
+eenen aan het Weeshuis ten Oosten belendende, en door Regenten van
+dit gesticht in 1830 aan eenen partikulier verkochten schuur, geleid
+men den vreemdeling in het Zuidelijke gedeelte daarvan, langs eene,
+deels vervallen, steenen wenteltrap van zeven treden, door eene zware
+eikendeur, in een onderaardsch gewelf, dat bij eene lengte van 4.86
+ellen, eene hoogte van 2.15 ellen en eene breedte van 4.19 ellen
+heeft. Dit ongevloerd en van roode moppen stevig gebouwde gewelf, zou
+de eigenlijke gevangenis van Ada geweest zijn. Meer waarschijnlijk
+echter is het, dat dit gewelf voormaals tot eene kloostergevangenis
+heeft gestrekt; althans, eenige in den muur bevestigde, zware ijzeren
+krammen, pleiten voor deze onderstelling.
+
+Behalve het opgenoemde, heeft men aan Den Burg, achter het Raadhuis,
+een smaakvol aangelegd plantsoen van jonge boomen, dat, als algemeene
+wandelplaats, door de bewoners van Den Burg in den zomer veel wordt
+bezocht. Aan de Westzijde van het dorp staat een ruim gebouw, met
+het opschrift: Gesticht van Weldadigheid, dat bepaaldelijk ingerigt
+is tot opneming en verzorging van kranken en behoeftigen, tot geene
+kerkelijke armbedeeling van het eiland behoorende, of hun domicilie
+van onderstand elders hebbende, in welk laatste opzigt vooral, deze
+liefdadige inrigting meermalen van uitstekende dienst is geweest. Ook
+plagt er een Gasthuis te zijn, waarin reizende landloopers drie
+dagen verblijf konden houden. Dit is later tot een Oud Mannen- en
+Vrouwenhuis voor Gereformeerde Ledematen ingerigt, en stond aan het
+einde van de tegenwoordige Gasthuisstraat.--Nog bestaan hier vier
+zoogenoemde Afdeelingen Armenkamers, zijnde liefdadige gestichten,
+met het doel, om daarin een zeker aantal oude lieden van beiderlei
+kunne, om niet huisvesting, brandstof en andere ondersteuning te
+verschaffen; welke Armenkamers zeer waarschijnlijk overblijfsels zijn
+van een vroeger hier bestaand hebbend Heilige Geesthuis. [28] Voorts
+bestaat er eene Afdeeling van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen,
+in 1822 opgerigt, en thans ongeveer 40 leden tellende,--eene Afdeeling
+van het Zendeling-genootschap;--eene Subcommissie der Maatschappij
+van Weldadigheid met 40 leden;--eene Afdeeling van het Nederlandsch
+Bijbel- en Tractaatgenootschap; een Zanggezelschap; als ook eene Bank
+van Leening.--
+
+Ten behoeve van het openbaar onderwijs bestaat hier eene zeer goed
+ingerigte lagere school, welke gemiddeld door 185 leerlingen wordt
+bezocht, benevens een Fransche school, die thans ruim 30 leerlingen
+telt.
+
+
+
+3. Het Horntje.
+
+Het Horntje was vroeger een gehucht in de nabijheid van het dorp
+den Hoorn, gelegen op de Z. W. punt van het eiland. Van tijd tot tijd
+afgespoeld en gesleten, staat er nu nog slechts ééne bouwmanswoning. In
+het begin dezer eeuw stond hier nog een zoogenaamd Lazaret, of
+Quarantaine inrigting, doch deze is sedert lang in den Oceaan
+bedolven. Voor omstreeks 150 jaren waren de hier liggende duinen,
+de hoogste van Texel.--In de vorige eeuw werd een zanddijk gelegd,
+welke echter, door den hoogen vloed van den 27sten November 1776,
+geheel weggeslagen, doch later weder hersteld werd.
+
+Tusschen de voorschreven duinen en de Hors, lag vroeger eene kil of
+kreek, welke bij noodweer, den schepen tot eene veilige ligplaats
+verstrekte. De Amsterdamsche kooplieden vooral, stelden in het behoud
+dier kil het grootste belang, en besteedden jaarlijks aanzienlijke
+sommen, om de Hors des zomers met rijs en stroo te doen bekrammen, en
+daardoor de kil diep te houden; doch hunne pogingen waren te vergeefs;
+want één stormgetijde in het najaar, sleepte menigmaal den geheelen
+arbeid weg, zoodat men ten laatste van de verdere bekramming heeft
+afgezien, waardoor die kil nu genoegzaam geheel droog geworden of
+verzand is.--In de nabijheid van het Horntje stond vroeger eene hut,
+welke tot woning verstrekte voor die lieden, welke de smelt vingen,
+een vischje dienende tot aas voor den kabeljaauw.
+
+
+
+4. Hoorn of den Hoorn.
+
+Hoorn, Den Hoorn, of In Den Hoorn, een dorp, geheel in de lengte
+gebouwd en op een uur afstand van den Burg gelegen, stond vroeger
+onder het aanzienlijke dorp Den Westen, welke combinatie, gelijk
+sommigen willen, alleen betrekking had op het kerkelijke, naardien
+Den Hoorn toen slechts eene kapel bezat. Maar sedert Den Westen
+bijna geheel vervallen, en de kerk, (waarvan men de grondslagen nog
+aanwijst) geslecht is, heeft men alle kerkelijke goederen aan Den
+Hoorn getrokken. Tot 1838 mogt dit dorp, na Den Burg, het grootste
+der Texelsche dorpen heeten. De toen plaats hebbende organisatie van
+het loodswezen, deed deze plaats zeer in verval geraken, welk verval
+nog dagelijks toeneemt, zoodat het dorp Den Hoorn, met Den Westen
+vereenigd, niet meer dan 167 woningen, en 828 inwoners telt, welke
+zich hoofdzakelijk op landbouw en veeteelt toeleggen.--Tegenwoordig
+strekt Den Hoorn nog tot verblijfplaats aan de bemanning van vier
+Buitengewone Loodsschuiten van Texel, welke aldaar, met eenen
+Onder-Commissaris van het loodswezen, woonachtig zijn.--
+
+De gemeente welke voor het meerendeel uit Hervormden bestaat, waarvan
+men er hier 560, waaronder 260 ledematen, telt, maken eene gemeente
+uit, welke tot den Ring Den Burg op Texel behoort.--
+
+Nadat den Hoorn eerst bediend was door den predikant van het geheele
+eiland, verbleef het bij Den Burg tot aan 1619, toen het een eigen
+predikant bekwam in Willem Barents, die echter in het volgende jaar
+reeds overleed. Gedurende de dienst van Aris Goossen, te Burg en Hoorn,
+welke in 1599 beroepen en in 1624 Emeritus werd, is Den Hoorn derhalve
+van Den Burg gescheiden.--De Hervormde kerk was vroeger eene kapel,
+welke later eene parochiekerk werd. Deze kerk is een klein, doch
+betrekkelijk hoog gebouw zonder orgel, doch versierd met eenen spitsen
+toren, welke tot baak in zee dient, en daarom door het Departement
+van Marine onderhouden wordt.
+
+De gemeente der Doopsgezinden alhier, staat geheel op zich zelve,
+en telt ongeveer 60 ledematen, met een eigen leeraar en een klein
+bedehuis, dat aan den ingang van het dorp staat.
+
+De Roomschgezinden, die hier bijna evenveel communicanten tellen,
+zijn kerkelijk vereenigd met die gemeente aan Den Burg.
+
+Het aantal leerlingen der openbare school bedraagt 90 à 100.
+
+In 1744, toen Den Hoorn zich in eene algemeene welvaart mogt
+verheugen, werd er een gasthuis voor onvermogenden gesticht, terwijl
+Mejufvrouw Aaltje de Keijzer, weduwe van den Predikant dezer gemeente
+Hendrik Schutte, in 1839, een huis en tuin vermaakt heeft, om tot
+predikantswoning te dienen.
+
+Vooral is Den Hoorn bekend als de geboorteplaats van den beroemden
+dichter en romanschrijver Loosjes, die hier den 15 Mei 1761 het
+levenslicht aanschouwde.--
+
+In de nabijheid van Den Hoorn plagten vroeger twee bedijkte polders te
+zijn, de Binnen- en Buitenkuil genoemd, waarvan de eerste nog bestaat;
+terwijl de laatste reeds lang vernietigd is.--
+
+Zuidwaarts van daar, stond oudtijds nog een dorp, den Ouden Hoorn
+genoemd; dit dorp is echter reeds in 1398 door de Friezen verbrand.--
+
+
+
+5. Het voormalige dorp Den Westen.
+
+Weinige zijn de overblijfsels van dit oudtijds zoo schoone dorp,
+dat thans vereenigd is met Den Hoorn.
+
+De overgebleven groote en hooge Westertoren, waarvan in 1710 de spits
+is afgeslagen, en de weinige, hier en daar verspreid staande, huizen,
+doen ons vooronderstellen, dat Den Westen vroeger een der voornaamste
+dorpen van het eiland moet geweest zijn.
+
+Men zegt, dat bij eene landing der Watergeuzen, in het begin van
+Maart 1571, het huis van den schout en de kerk zouden verbrand zijn;
+ook dat het dorp Den Westen, door de Spanjaarden verbrand zoude
+zijn, waarvoor echter geen andere grond van waarschijnlijkheid is,
+dan dat er voorheen, omtrent Den Hors, een inham is geweest, het
+Spanjaardsgat genoemd. In 1514 was hier zekeren pastoor Willem van
+Alkmaar, die hier een huis benevens 18 morgen en 22 perceelen lands
+in eigendom bezat; en ofschoon hij in zijne pastorij niet woonde,
+trok hij nog 66 Rijnguldens 's jaars.
+
+Niet verre van den Westertoren ligt het eenige gewijde kerkhof
+van Texel.
+
+Op den 31 December telde men hier slechts 15 huizen met 84 bewoners.
+
+
+
+6. De Koog.
+
+Dit plaatsje, 1 1/4 ure van Den Burg verwijderd, telt tegenwoordig
+slechts een 17-tal huizen, bewoond door ruim 70 menschen. Het
+ligt in eenen lossen zandgrond, is onbestraat, en zonder boom of
+heester.--Volgens hetgene mij verhaald werd, was dit dorpje weleer
+eene zeer bloeijende plaats, alwaar zich vele menschen gevestigd
+hadden, die zich van de toen aldaar uitgebreide visscherij
+onderhielden. Inzonderheid bloeide dit dorpje, toen de groote
+visscherij of walvischvangst haren hoogsten top bereikt had, toen
+een aanzienlijk getal commandeurs van de Groenlandsvaarders hier hun
+verblijf hielden, en leven en welvaart over dit dorp verspreidden;
+ja, men zegt, dat de Koog vroeger zelfs de hoofdplaats des eilands
+moet geweest zijn, 't geen echter te betwijfelen is, aangezien Den
+Burg, oudtijds versterkt en met poorten voorzien, meer tot verblijf
+der regering, en dus tot hoofdplaats, geschikt was.--
+
+Dan, wat daarvan ook zijn moge, het afnemen door de zee, van
+uitgestrekte buitenlanden of uiterwaarden, ten N. W. van De Koog,
+het verval of verplaatsen der visscherij en scheepvaart, enz. heeft
+deze plaats bijna geheel doen verdwijnen; en het is alleen aan de
+overgeblevene kerk, den rang van dorp nog te danken, daar het, na de
+zeer belangrijke afneming in de laatste 50 of 60 jaren, naauwelijks
+op den naam van gehucht aanspraak zoude kunnen maken.
+
+Aan De Koog is zelfs geen spoor meer overig van de visscherij en
+zeevaart, vroeger zijne mildvloeijende bronnen.
+
+De weinige inwoners, welke zich thans hoofdzakelijk op de veeteelt,
+en bepaaldelijk op de schapenfokkerij toeleggen, leven zeer
+eenvoudig. Jammer maar, dat de gesteldheid van den grond in deze
+streek, zoo schraal en door gebrek aan behoorlijke waterleiding zoo
+ongezond, of, zoo als men hier zegt ongans, is. Vooral noordwaarts
+van hier, op het zoogenaamde Koogerveld, vindt men moergronden met
+pollen en spichtig gras.
+
+Het Kooger kerkje is een vrij net, doch klein steenen gebouw, voorzien
+van een houten koepeltorentje en uurwerk.
+
+De eerste leeraar welke hier het predikambt bekleedde, was Petrus
+Serooskerke, die hier in 1632 beroepen werd, en in 1637 overleed.--Na
+den dood van den predikant Henricus Lambertus Glasvoort, die op den 7
+October 1808 overleed, zijn de Hervormden gecombineerd met de Waal. De
+Roomschgezinden behooren tot de gemeente van Den Burg, terwijl de
+weinige Doopsgezinden, mede tot die van Den Burg behooren.--Het aantal
+leerlingen der openbare school aldaar, bedraagt gemiddeld 30 kinderen,
+zoo van het dorpje zelf, als van het omliggende veld.--
+
+Oude lieden weten, bij overlevering, dat de Koog zich heeft uitgestrekt
+tot de oude kerk, welke echter, blijkens de afbraak en het kerkhof,
+slechts klein moet zijn geweest.
+
+De visschers geven den naam van Noord-Koog aan eene plaats in de
+Zuiderzee, Z. Z. O. van De Koog gelegen, waar men, naar men zegt,
+nog heden eenen weg van duifsteen vindt. Dezelve ligt ééne mijl van
+den Texelschen wal af, en is, naar gissing, 3/4 mijl lang. Deze plaats
+wordt ook wel de Straat genoemd.--
+
+
+
+7. Oostereind.
+
+Dit dorp, ook wel Oosterend of Oosteinde genoemd, ligt 1 1/2 uur
+N. N. O. van Den Burg. Het heeft, omgeven door veel houtgewas en
+net aangelegde tuinen, geen onbevallig voorkomen, en bevatte, op 1
+Januarij 1856, ruim 500 inwoners en 160 huizen.
+
+Het is wel bebouwd, heeft de oostelijkste ligging, en is na Den Burg,
+de grootste plaats des eilands; behoorende daartoe ook het gehucht,
+Het Nieuwe Schild.
+
+Oestervisscherij, veeteelt, en eenigen landbouw, maken de hoofdmiddelen
+van het bestaan der inwoners uit. De Hervormden, het grootste
+gedeelte der bewoners, maken eene gemeente uit, welke tot den ring
+Burg op Texel, behoort. De eerste predikant, die hier het leeraarsambt
+bekleedde was Wessel Verruhert, in 1666 daar bevestigd, en in 1702
+overleden. Vóór de Reformatie was de kerk toegewijd aan St. Martinus,
+en werd begeven door de Graven van Holland. Over deze begeving ontstond
+weleer twist tusschen den Stadhouder der Graven en den onderpastoor
+van Haarlem, welke laatste beweerde, de pastorij verkregen te hebben
+van den Heer van IJsselstein, als Stadhouder van Holland, terwijl de
+aanstelling gehaald moest worden bij den Aartsdiaken der Utrechtsche
+kerk.--Deze pastorij was toen belast met eene laste van zestig of
+zeventig Rijnsche guldens, (f 80 à f 90); doch de pastoor die er zijn
+verblijf hield, genoot daarvan niet meer dan vier pond groot (f 4.).
+
+Ook het kosteraat werd door de Graven begeven en had een half morgen,
+dat gemiddeld eene som van drie Rijnsche guldens (f 4,20), opbragt. De
+kerk is een groot kruisgebouw, welks muren meerendeels van duifsteen
+zijn opgetrokken, en welks ouden zwaren duifsteenen toren, die sedert
+onheugelijke jaren van zijnen spits beroofd was, afgebroken en van gele
+steen herbouwd is. Volgens eene overlevering, waarvan ook melding wordt
+gemaakt in de Chronijk van Medemblik, moet in die kerk een beeld van
+den Heiligen Nicolaas gestaan hebben, hetwelk zoo groot van omvang
+was, dat de muur der kerk moest worden doorgebroken, om het er uit
+te halen.--Dit beeld zou daarna op het kerkhof verbrand zijn geworden.
+
+Verreweg het grootste gedeelte der huizen staat in eenen wijden kring
+om de kerk gebouwd, en langs het kerkhof, dat met een muur omgeven
+is, staat eene rij opgaande lindeboomen, welke de kom van het dorp
+zeer versieren.
+
+De leden der Doopsgezinde kerk, welke hier verblijf houden, behooren
+tot de gemeente Burg- Waal- en Oostereind terwijl de R. K. tot de
+gemeente aan Den Burg behooren.
+
+
+
+8. Het Nieuwe Schild.
+
+Dit gehucht, kerkelijk vereenigd met het dorp Oostereind, en van daar
+1/2 uur verwijderd, werd vroeger hoofdzakelijk door loodsen bewoond,
+die algemeen bekend stonden voor zeer ijverige, bekwame en koene
+zeelieden, wier woonplaats hier zeer geschikt gelegen was om de
+schepen te loodsen, die van Amsterdam kwamen en op den Vlieter lagen.
+
+In dit gehucht, dat weleer een 50 tal woningen telde, zijn er thans
+niet meer dan 4, te zamen bewoond door 35 zielen. De opkomst van het
+Nieuwe Diep, welke eerst eene gedeeltelijke, en daarna eene algeheele
+verplaatsing van den loodsmansstand ten gevolge had, was oorzaak van
+het verval van deze plaats, die hare eerste opkomst te danken had aan
+de overbevolking van het oude Schild. Oostwaarts van dit gehucht is in
+1844 eene nieuwe haven aangelegd voor oestersvisschers, voornamelijk
+bekostigd door Rijks- Provinciale- en Gemeente-subsidiën.--Bij
+deze haven, die thans echter weder in verval is geraakt, is onlangs
+eene ijzeren baak opgerigt ten dienste van de schepen, die, uit de
+Zuiderzee komende, deze plaats passeeren.--Vroeger bestond hier eene
+kleine helling om de loodsschuiten te herstellen, alsmede een gebouw
+op steenen voet, hetwelk gebezigd werd als Magazijn, ter berging van
+goederen, als ook van gereedschappen en bouwstoffen ter herstelling
+van de dijken en zeeweringen.
+
+
+
+9. Oost.
+
+Even als het Nieuwe Schild, behoort ook het gehucht Oost, dat vroeger
+Om de Oost werd geheeten, tot het dorp Oostereind. Waarschijnlijk
+ontleent het dezen naam van wege zijne ligging op de Oostpunt van het
+eiland. Het bestaat uit omstreeks 40 woningen en telt 268 inwoners,
+welke deels in visscherij, deels in landbouw en veeteelt, hun bestaan
+vinden. [29]--
+
+
+
+10. De Cocksdorp.
+
+Dit dorp, op het nu met Texel vereenigde Eijerland aangelegd, en aldus
+genoemd naar wijlen den Heer J. J. de Cock, van Rotterdam, ligt 2 3/4
+uur N. O. van den Burg, nabij de Roggesloot, op eenen zandgrond. Het
+telde ten jare 1841 een 20-tal woningen met 120 bewoners; behalve de
+school, die toen door 40 à 50 leerlingen werd bezocht, benevens eene
+met vlas overdekte koren- en pelmolen, eene wagenmakerij, smederij
+en broodbakkerij.
+
+Sedert heeft deze plaats vele uitbreiding ondergaan, zoodat men er
+thans 53 huizen en eene bevolking van 276 zielen telt; bevattende de
+geheele polder Eijerland 140 huizen met 1000 bewoners.--Door deze
+uitbreiding wordt de bovengenoemde school thans door 120 kinderen
+bezocht, terwijl er in 1853, door het Gemeentebestuur van Texel,
+eene tweede school en onderwijzerswoning in het zuidelijk deel van
+den polder is gesticht, die gemiddeld 100 leerlingen telt.
+
+De Hervormden, die tot de gemeente Eijerland behooren, hebben hier eene
+kleine kerk en pastorie, welke beiden in 1839 zijn gebouwd. De eerste
+is voorzien van eenen kleinen naaldtoren, terwijl den 19 Maart 1842,
+eene particuliere woning, na tot een bedehuis voor de R. K. te zijn
+ingerigt, ingewijd is en bediend wordt door pastoor G. van den Bosch.
+
+De eerste leeraar, die bij de Herv. gemeente het leeraarsambt heeft
+bediend, is Pieter Haesebroek, die in 1841 herwaarts beroepen is.
+
+De net aangelegde begraafplaats ligt dáár, waar de dorpsweg zich door
+eene bevallige kromming met den postweg vereenigt.--Vroeger stond
+hier een groot steenen magazijn, dat thans is veranderd in eene
+bouwmanswoning, Dijkzigt geheeten.
+
+Men heeft te Cocksdorp ook eene Afdeeling der Maatschappij,
+t. N. V. 't. A. dat in 1837 is opgerigt, terwijl er eene jaarmarkt
+gehouden wordt op den tweeden Pinksterdag.
+
+De bewoners vinden hun bestaan, deels in den landbouw, en deels
+in de schelpvisscherij. Vele duizende kubiek ellen schelpen worden
+jaarlijks door hen van de zandbanken, tusschen Texel en Vlieland,
+gehaald, die naar verschillende oorden in ons vaderland, meerendeels
+voor de kalkbranderijen en ook voor het aanleggen en onderhouden van
+kunstwegen, vervoerd worden.
+
+
+
+11. De Waal.
+
+Ofschoon de tijd der stichting van dit dorpje niet met zekerheid te
+bepalen is, zoo is het niet te min hoogst waarschijnlijk, dat het van
+zeer ouden oorsprong is. De Hervormde kerk, die aan de Noordzijde nog
+grootendeels uit duifsteen bestaat, en op eene aanmerkelijke hoogte
+gelegen is, pleit o.i. voor eene oude stichting.--Ook de Doopsgezinden
+hebben hier eene kerk, waarvan echter het in- of uitwendige niets
+bijzonders oplevert.
+
+Landbouw en veeteelt maken het hoofdbedrijf der 131 inwoners uit, die
+hier in 32 huizen wonen en te zamen een 36tal huisgezinnen uitmaken. De
+openbare school wordt gemiddeld door 40 leerlingen bezocht.
+
+In het laatste gedeelte der vorige eeuw, werd alhier, beoosten het
+dorp, eene tumulus of oude Romeinsche begraafplaats gevonden, waarvan
+wij bereids gesproken hebben. [30]
+
+Behalve de beschrevene plaatsen, zijn er nog eenige weinig beteekenende
+buurtschappen op Texel, waarvan eigenlijk geene bijzonderheden zijn
+mede te deelen. Het aantal huizen en bewoners is opgenomen in de
+Staat van Bevolking, welke wij op bladz. 11 gegeven hebben.
+
+Deze buurtschappen zijn:
+
+
+ 1. Zevenhuizen, Noordwaarts gelegen van Oostereind.
+ 2. Harkenbuurt, Z.O.waarts gelegen van Oostereind.
+ 3. Spang, N.O.waarts gelegen van de Waal.
+ 4. Molenbuurt, Noordelijk gelegen van de Waal.
+ 5. Burgen, Noordelijk gelegen van de Waal.
+ 6. Dijkmanshuizen, Noordwaarts gelegen van het O. Schild.
+ 7. Zuidhaffel, Oostwaarts gelegen van den Burg.
+ 8. Westergeest, en
+ 9. De Hooge Berg, waarvan wij bereids gesproken
+ hebben, bij het O. Schild.
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+DE VOORNAAMSTE TEXELSCHE POLDERS.
+
+
+1. De Prins-Hendrik-Polder.
+
+Deze polder ligt in den Z. O. hoek van het eiland, en werd reeds ten
+jare 1769, onder den naam van Polder Hoorn en Burg, ingedijkt. Deze
+bedijking moest echter reeds spoedig zoodanig gewijzigd worden, dat
+het middengedeelte van den dijk veelmeer binnenwaarts moest verlegd
+worden, omdat door eene inbraak, eene groote diepte was veroorzaakt.
+
+Ook in 1776 leed deze polder veel van stormvloeden, en werd in 1796
+geheel geïnundeerd, en der baren prijs gelaten.--
+
+Vóór dien tijd was hij hoogst waarschijnlijk voorzien van
+eene uitwateringsluis, en werd droog gehouden door twee kleine
+watermolens. Voorts bevonden er zich twee kapitale gebouwen, nabij den
+Griedijk, waarvan de sporen lang zigtbaar zijn gebleven, en waarvan
+het grootste den naam draagt van het Heerenhuis. Ook nabij de duinen,
+is, in het huis Hooren en Burg, een overblijfsel van dien poldernaam
+bewaard gebleven. De eigenaar van dit gebouw, dat door eenen dijk tegen
+stormvloeden werd beveiligd, kocht in 1823, een gedeelte van de daarbij
+liggende domaniale goederen, welke, liggende op eene hoogte van 0,70 el
+boven vol zee, met elken stormvloed onderliepen. Er tierde echter eene
+soort van fijn gras op, dat uitnemend voor schapenweide geschikt was.
+
+Genoemde polder was door drie wegen doorsneden, onderling op gelijken
+afstand van elkander verwijderd; terwijl een dwarsweg midden door
+den polder, van den Griedijk naar den buitendijk, was opgeworpen;
+met de verdere indeelingen van dezen polder, was hij in 264 percelen
+gesplitst, waarvan een vierde tot bouw-, en het overige tot weiland,
+vooral voor schapen, werd gebruikt. De tarwe, inzonderheid, die er
+geteeld werd, was uitmuntend.--De bebouwde gronden grensden aan het
+Hoorner Nieuwland, het Grie en het Weezenspijk.--
+
+In 1846 werd aan den Heer P. Langeveld, C. S., te Texel, concessie
+verleend tot wederindijking van voornoemde gronden, en wel, onder
+den naam van Prins Hendrik Polder. Na getroffen overeenkomsten met
+den aangrenzenden eigenaar D. de Graaf, het dijkskollegie van Texel en
+andere besturen, werd eene maatschappij met 60 aandeelen opgerigt. Naar
+het plan van den bekwamen opzigter en landmeter, P. van der Sterr,
+werd de sluis aangenomen door J. van Haaften & Co. van Sliedrecht,
+voor eene som van f 16,600, welke in September 1847 voltooid was. Met
+het begin van 1847 werd eenen aanvang gemaakt met het leggen van den
+dijk, die niet publiek werd aanbesteed, maar door concessionarissen
+en deelhebbers, met een genoegzaam aantal werklieden gemaakt zoude
+worden. Gebrek aan rijs, en andere bijkomende omstandigheden, werkten
+echter zoodanig tegen, dat de dijk niet vóór den winter gereed konde
+zijn, dien dan ook in dit barre getijde, groote schade werd toegebragt
+door elken buitengewonen vloed en harden wind. Daarom besloot men
+de verdere voltooijing van den dijk, ter lengte van 3522 el, aan te
+besteden, ten gevolge waarvan de aanneming geschiedde door A. Visser,
+Pz. en Co., van Sliedrecht, om denzelven vóór of op 1 Augustus 1848 te
+voltooijen. Medio Julij echter was de dijk reeds voltooid, opgenomen
+en goedgekeurd.
+
+In het begin van 1848, werden er 42 aandeelen aangekocht door
+Z. K. H. Prins Alexander der Nederlanden; terwijl de overige aandeelen
+werden vertegenwoordigd door Jhr. P. A. Reuchlin, te Tiel.
+
+Het verdere beheer en toezigt over de werken van verkaveling, bemaling
+en voltooijing, werd vervolgens opgedragen aan den Ingenieur van den
+Waterstaat Jhr. J. Ortt van Schonauwen [31], door wien het bouwen van
+eenen vijzelwatermolen, en andere werken werd aanbesteed.--Daarna werd
+de polder opgemeten, in kaart gebragt, en het op de kaart voorgestelde
+plan van verkaveling goedgekeurd; welke verkaveling den 20 September
+1848 werd aanbesteed.--
+
+Reeds bevorens, in Maart, was de opbouw eener boerderij aanbesteed
+geworden, welke werken allen, uitgezonderd een gering gedeelte der
+verkaveling, in den loop deszelfden jaars werden voltooid; terwijl
+men in het begin van 1849, het ingesloten water, reeds tot 0,20 el
+beneden het laagste land, had uitgemalen.--
+
+De bedijking van den Prins Hendrik-polder, had echter vier der
+duikersluisjes, welke in de dijken der omliggende polders tot
+uitwatering dienden, ingesloten en buiten effect gesteld, waardoor
+men dus genoodzaakt werd om sluizen te bouwen in den dijk des nieuwen
+polders.--Diensvolgens besloot men, ééne sluis met drie openingen daar
+te stellen, om door gezamenlijke uitstrooming, buiten beter diepte
+te kunnen behouden. De grootste of noordelijke dezer openingen dient
+alsnu tot ontlasting van het water uit de oude landen van Texel,
+dat voor de Zuidhaffeldersluis gelegen in den Texelschen zeedijk,
+nabij de Redoute wordt aangevoerd; de middelste opening dient
+regtstreeks tot uitwatering van den Prins Hendrik-polder zelven,
+terwijl eindelijk de derde of zuidelijke opening tot lozing van het
+water in de polders Hoorner-Nieuwland en Buitendijk dient.--Midden door
+den polder heeft men eenen hoofdweg gelegd ter breedte van 9 ellen,
+benevens twee kruiswegen, welke den eersten regthoekig snijden, en
+strekkende tot naaste communicatie met de sluis en den gemeenteweg,
+tusschen de dorpen den Burg en den Hoorn, terwijl de hoofdweg eene zeer
+geschikte gelegenheid aanbiedt tot vervoer van goederen en gewassen,
+van en naar den beschelpten Texelschen zeedijk, en verder van en naar
+de haven van het eiland.
+
+De polder is verdeeld in 22 kavels, ieder van 20 bunders, uitgenomen
+de eerste en laatste kavel, welke eene kleinere oppervlakte hebben;
+iedere kavel is weder verdeeld in 3 of 4 onderdeelen.
+
+De oppervlakte van den Prins-Hendrik-polder is vrij effen en vlak. Het
+hoogste gedeelte vindt men langs de dijken van het Hoorner-Nieuwland,
+de Grie en het Weezenspijk. De geheele oppervlakte beslaat 430 bunders;
+de eene helft klei-, de andere zandgrond.
+
+Door de bedijking van den genoemden polder, zijn ook de landen
+van wijlen D. de Graaf, ter grootte van ongeveer 60 bunders,
+ingesloten. Deze waren in 1848 reeds grootendeels bebouwd met tarwe,
+winter-koolzaad, rogge en garst, welke gewassen eenen voordeeligen
+oogst hebben opgeleverd. Ook buiten den dijk van den polder, aan
+het Horntje, bezat genoemde D. de Graaf eenige landerijen, groot 16
+bunders, welke mede in 1848 bedijkt zijn, waarbij voor een gedeelte
+gebruik is gemaakt van den nog overgebleven dijk van 1769.
+
+Behalve de landhoeve, die voor rekening van Z. K. H. Prins Hendrik in
+1848 op Kavel No. 19 werd gebouwd, liet Jhr. P. A. Reuchlin, op Kavel
+No. 20, mede eene aanzienlijke boerderij zetten, terwijl er mede in dit
+jaar, ook op de landerijen van D. de Graaf, eene bouwhoeve is gesticht.
+
+Aldus erlangde Texel, door de bedijking van den Prins-Hendrik-polder,
+eene belangrijke aanwinst, naardien daardoor bijna 530 bunders lands
+aan de zee ontwoekerd zijn.
+
+
+
+2. Eijerland,
+
+Aldus genoemd naar het verbazend groot aantal eijeren, dat hier
+in vroegere jaren gevonden werd [32], was vroeger een afzonderlijk
+eiland. Thans maakt het, vereenigd met Texel, waarmede het nu verbonden
+is, het grootste van de reeks eilanden uit, welke zich van Hollands
+Noordelijken uithoek tot naar den mond der Elve, uitstrekken en die
+de overblijfselen uitmaken van den aaneengeschakelden duinzoom, die
+oudtijds ook aan onze Noordkust, de binnenlanden tegen de woede van
+den Oceaan gedekt heeft. Weleer bestond het Eijerland uit de van ouds
+bekende Duinkom, gevormd door diluvische of oorspronkelijke gronden,
+(waarop het geheel op zich zelf staande Eijerlandshuis [33] gevonden
+wordt), en het tusschen dit Eijerland en Texel gelegene Buitenveld,
+zijnde een aangeslibte grond.
+
+Dit buitenveld bestond uit onbegroesde zandvlakten en begroesde
+kweldergronden, waaruit zich oostwaarts eene menigte natuurlijke
+kreken, hier zwennen of slufters genoemd, ontlastten, en waarvan de
+zuidelijkste of de Hoogezands-kil, benevens de Noordelijkste of de
+botrijke Roggesloot, de voornaamste waren.
+
+Vóór ongeveer twee eeuwen spoelde het Noordzeewater, bij spring-
+en stormgetijden, over deze door de aanslibbing der zee, opgehoogde
+tusschenruimte, waarover het zich eenen weg naar den boezem der
+Zuiderzee baande. Dit veranderde echter in de jaren 1629 en 1630,
+toen Oud-Eijerland, door het opwerpen van eenen zanddam over die
+vlakte, met het eiland Texel werd verbonden. Deze dam, welke thans
+onder de benaming van Zanddijk bekend staat, vertoont zich nu als
+eene duinketen, welke zich, ter hoogte van 18 tot 25 ellen, in eene
+regte lijn uitstrekt van Maikeduin, noordelijk van de Koogerduinen,
+tot voorbij Zanddijkshuis aan Oosterduin, over eene lengte van ongeveer
+4700 ellen. Tot welke hoogte deze zanddijk oorspronkelijk opgeworpen
+zij, is niet bekend; dit echter is zeker, dat hij zijne tegenwoordige
+hoogte erlangd heeft, zoo door natuurlijke opstuiving, als door
+kunstmatige helmbeplanting, welke nog heden ten dage, op last der
+provinciale overheid, jaarlijks met de meeste zorg wordt onderhouden.
+
+Door den aanleg van den voorschreven zanddijk, werd hier veel
+buitenland aangewonnen, waarop in 1649 de Gecommiteerde Raden van het
+Noorderkwartier eene groote landmanswoning lieten bouwen, welke sedert
+dien tijd met het aangewonnen buitenland, waarop veel vee werd geweid,
+afzonderlijk van het Eijerland verhuurd werd. Te dien tijde, werden
+er op dit eiland vele konijnen en veel gevogelte gevonden. Er woonde
+toenmaals een kastelein, naar wien het Eijerlandsche Huis nog wel het
+huis van den kastelein genoemd wordt, en bij wiens woning toen slechts
+twee boerenhuizen of schaapskooijen stonden. Op kleinen afstand van
+des kasteleins woning, was eene vrij hooge kaap of steng, van waar
+men een vrij en ruim uitzigt over den Oceaan had.--De meeuweneijeren
+waren er ten eenenmale ontelbaar, en werden ingezameld van Mei tot
+24 Junij, door en onder het opzigt van den kastelein, die daartoe bij
+uitsluiting het regt bezat, en gemiddeld 7 à 8 helpers noodig had. Zij
+werden òf op Texel verkocht, òf, en voornamelijk, naar Amsterdam en
+elders verzonden; ook werden zij wel als een welsmakend geschenk naar
+elders overgemaakt. Deze eijeroogst leverde den kastelein, behalve
+zijn gewoon jaargeld, een ruim inkomen op, hetwelk door de opbrengst
+der konijnen nog aanmerkelijk werd verhoogd.
+
+Tegenwoordig begrijpt men onder de benaming Eijerland zoowel het
+voormalige Buitenveld als Oud Eijerland. Dit tegenwoordig Eijerland
+strekt zich in eene N. N. O. rigting van Texel uit, en grenst
+Noordwaarts aan het Eijerlandsche Gat, waardoor het van het eiland
+Vlieland is gescheiden; Oostwaarts van de laagwaterlijn tot langs de
+palen van den Noorder-Zeedijk van Texel; Zuidwaarts aan de limitpalen,
+langs den Ruigendijk, welke vroeger de polders Oosterend, Waal en Burg,
+als ook het Koogerveld, tegen overstrooming beveiligden, en Westwaarts
+aan de Noordzee, waarin, ten Noordwesten van het Eijerlandshuis,
+de gevaarlijke Eijerlandsche gronden liggen.
+
+Het gansche Eijerland, dat het thans Noordelijk gedeelte van het Eiland
+Texel uitmaakt, beslaat eene oppervlakte van 8000 bunders, waarvan
+de Noordelijke en Westelijke stranden en duinen, ter grootte van
+2200 bunders, aan de provincie behoorden, terwijl de overige, zijnde
+domaniale gronden, die door nummerpalen afgedeeld en begrensd waren,
+volgens den kadastralen legger, eene grondvlakte van 5807 bunders,
+98 [] roeden en 83 [] ellen besloegen, en waarvan 2565 bunders
+kwelderlanden waren, die tot weide gebezigd werden.--Bij eene latere
+hermeting, werd Eijerland's oppervlakte groot bevonden te zijn 5852
+bunders, 98 [] roeden en 91 [] ellen.--Genoemde kweldergronden werden
+in vroegeren tijd met de oostelijke slikken en aanwassen door het
+Domeinbestuur verpacht. De laatste verpachting in drie percelen, zoo
+als dit steeds vroeger plaats greep, door de Permanente Commissie van
+het Amortisatie-Sijndikaat, werd gehouden den 24sten Januarij 1833.
+De toen verpachtte percelen waren:
+
+1. Het Eijerlandshuis, met binnengronden en duinen, benevens een
+gedeelte van het Buitenveld, groot ongeveer 180 bunders;--
+
+2. Het Zanddijkshuis, grenzende noordwaarts aan het vorige perceel,
+van den Zwarten paal in de Oosterduinen, langs de groote Zwen
+naar Waltherduin, en zuidwaarts palende aan het hier na te melden
+3e perceel (Kwelderbeek), bij paal b, onder den Zanddijk, groot
+p.m. 1022 bunders;--
+
+3. Kwelderbeek, groot 1363 bunders, dat Noordwaarts paalde aan
+paal b en de Scheid-zwen, liggende Noordelijk van de Oosterbollen of
+Directiekeet; Zuidwaarts aan de palen bij den Ruigendijk en paal 12 bij
+den kwelder Maikenduin. Dirkje Maikeduin en de vallei de Nederlanden,
+als ongans beschouwd wordende, werden afzonderlijk gebruikt, vermits
+bij de voorwaarden van verpachting bepaald was geworden, dat de
+Koogerduinen, Slufterbollen en andere deelen, alleen met getuurde
+schapen en geen ander vee beweid mogten worden.
+
+Deze perceelen werden voor den tijd van zes jaren verpacht, t. w.
+
+Eijerlandshuis voor f 980. Op welk perceel de pachter in het laatste
+zijner pachtjaren weidde 220 schapen, 35 runderen en 7 paarden,
+welke laatsten gebezigd werden, zoo ter binnenhaling van het hooi,
+als ten dienste der strandvonderij.
+
+Zanddijkshuis, met Zanddijkshoe aan den Noordkant van de Roggesloot, en
+een herdersstulp bij de Doodemansbollen, zuidwaarts van de Roggesloot,
+voor f 1340. De pachter weidde hier 800 schapen, eenige koeijen en
+paarden, benevens eenig jong vee.
+
+Kwelderbeek, met de herderswoning op de Oosterbollen, aan den slufter
+van dien naam, voor f 2140, hier werden geweid 1230 schapen, 6 paarden
+en 20 runderen.
+
+Het toenmalig zielental dezer drie pachthoeven, waarbij twee
+herdershuishoudingen, bedroeg ongeveer een 30tal personen. Deze vijf
+gezinnen erlangden hun bestaan in de schapenteelt, het zoeken van
+eijeren, de konijnenjagt [34] en de strandvonderij.
+
+Reeds vroeg echter was het denkbeeld ter bedijking van het Buitenveld
+geopperd. Zoo vormde o. a. Leendert den Berger, woonachtig op het
+buitengoed Brakenstein, tusschen het Oude Schild en De Burg, reeds
+in 1573 het plan daartoe; tegen dit plan werd echter, vooral door
+de Provinciale staten van Friesland, geijverd.--Eerst in 1835 kwam
+het ontwerp ter bedijking van Eijerland, op eene uitgebreide schaal,
+tot stand, ten gevolge van een, door vier personen, aan den Koning
+daartoe gerigt verzoek. Den 21sten Februarij van dat jaar werd
+het geheele Eijerland, tegen eene koopsom van f 90,000, te betalen
+in 12 jaarlijksche termijnen, met eene interest van 2 1/2 % voor
+het onbetaalde, te rekenen met 1 Januarij 1835, in vollen eigendom
+overgedragen aan de H. H. Paulus Langeveld Kzn. te Giessendam, Willem
+Langeveld Kzn. te Hardinxveld, Marcellus Leendert Plooster, te Ameide
+en Tienhoven, alle aannemers van publieke werken, en Nicolaas Josephus
+de Cock, Handelaar te Rotterdam.
+
+De eigendomsoverdragt had plaats, als tiendvrije eigendom, op den
+voet als Eijerland en het Buitenveld door het Rijk bezeten waren, en
+onder de gewone voorwaarden van eigendomsovergang, met het regt van
+visscherij en jagt.--Volgens contract, waren de koopers verpligt, de
+gekochte en daartoe geschikte gronden, binnen den tijd van 8 jaren te
+bedijken. Vooraf echter moesten de plannen dier bedijking ingezonden
+worden aan, en goedgekeurd door het Ministerie van Binnenlandsche
+Zaken, terwijl de koopers zich tevens moesten onderwerpen aan alle
+verordeningen, welke opzigtens het bedijken, toen bestonden, of nog
+gemaakt mogten worden; voorts werd bepaald, dat de koopers de duinen
+op de domaniale gronden, door helmbeplanting moesten onderhouden,
+terwijl het Rijk zich het regt voorbehield van overpaden voor wagens,
+paarden en personen naar de door aanslibbing nog te verkrijgene
+gronden, buiten de limiet van het verkochte land, en dat wel zonder
+eenig bezwaar of onderhoud voor den Staat, voorts eene vaart op de te
+graven kanalen, zonder eenige betaling of tegemoetkoming van tollen,
+vaarten, bruggen, enz.
+
+Inzonderheid waren er bij het koopcontract bepalingen vastgesteld, ten
+opzigte van den van oudsher bestaande postrid, naar het Eijerlandshuis
+en de gemeenschap met de postschuit van Vlieland, als ook van den
+bijstand, zoowel aan den postillon als aan de schippers te verleenen.
+
+Nadat de overdragt op deze wijze haar beslag had erlangd, werd er
+door de respective koopers, in verband met andere geassociëerden,
+eene Maatschappij opgerigt, welken den naam van Societeit van Eigendom
+van Eijerland heeft, welke hare werkzaamheden onder het onmiddelijk
+beheer, der drie eerstgenoemde Heeren, als deskundigen geadsisteerd
+door een viertal deelhebbers, aanvaardden en al aanstonds het plan
+ter bedijking ontwierp.--Dit plan werd in den verbazend korten tijd
+van circa 20 weken, (van medio April, tot het begin van September,)
+geheel voor eigen rekening, met 1500 werklieden ten uitvoer gebragt;
+en weldra zag men eene oppervlakte van 3165 bunders land, door
+eenen dijk van 11.122 1/2 el lengte, tegen de overstrooming der zee
+gewaarborgd. Deze dijk werd aan Woltherduin begonnen, en strekt zich
+van daar, in 10 regte lijnen, tot aan den Ruigendijk uit.--De lengte
+dier lijnen is echter zeer verschillend; zoo is b. v. de eerste
+1608, en de 9de 283 ellen lang, terwijl de dijkshoogte gemiddeld
+3.50 el boven vol zee verheven is.--De dijk is voorzien van twee
+steenen duikersluizen. Beiden hebben denzelfden inhoud, alhoewel de
+Noordelijkste, alwaar de dijk het zwaarste is, de grootste lengte
+heeft, beiden zijn 2 ellen breed en diep. De bodem van den drempel
+ligt 2.37 ellen onder volzee, of 2.86 ellen onder terrein.
+
+Van deze sluis, welke het eerste stroomde, en die daartoe dan ook
+eene veel betere ligging heeft dan die der Hoogezands-kil, werd de
+dam, in September doorgestoken en het water ingelaten door den Heer
+Marten Douwes Teenstra, Directeur van Landbouw, die tevens met de
+indeeling en het cultiveren van den Eijerlandschenpolder belast was.
+
+Te gelijk met het leggen van den dijk, werd, aan de binnenzijde er
+van, een kanaal gegraven van 20 ellen == terrein breed, en 12 ellen
+in den bodem. Dit kanaal leverde het grootste gedeelte der, tot het
+maken van den dijk, benoodigde specie op.
+
+Over het geheel is Eijerlands bodem een vrij gelijk terrein, dat
+gemiddeld 0,50 el, boven volzee gelegen is, uitgenomen eenige begroeide
+zandvlakten. Deze zandvlakten zijn, van den Ruigendijk afkomende,
+op Texel bekend, als: het Lammerbults-zand, dat ten westen van den
+Meeuwenbol ligt; de Bolletjes (gebroken land met bollen), Koebultszand,
+Arm der Hoogezandskil en Oosterduin-zand, bij Zanddijkshuis; terwijl
+de voornaamste kreken, welke allen in het Dijkskanaal uitloopen,
+van die zelfde zijde afkomende, zijn: De Ruigendijks-zwen; de Breg-
+of Kwelder-zwen; de Kabeljaauwslufter; de Hoogezands-kil, de Kruisbalg;
+de Huisjeskreek of Oosterbollen-zwen; de Scheid-zwen; de Rogge-sloot;
+de Kleine-Zwen en de Groote-Zwen of Wolther-duins-kil.
+
+De indijking nu volbragt zijnde, ging men al dadelijk tot de
+ontginning over, en reeds in Augustus en September 1835, werden er
+op 6 kavels land, te zamen ter grootte van 26 1/2 bunders, proeven
+genomen met winterkoolzaad; den 12den Augustus werd de eerste akker,
+door den directeur van Landbouw, den reeds genoemden Heer Teenstra,
+met koolzaad bezaaid. Deze proefstukken lagen langs het kanaal, en
+bepaaldelijk het Noordelijkste op den Noorderhoek van de Groote Zwen
+bij Woltherduin, terwijl de overigen afgezonderd van elkander, tot
+aan den Ruigendijk lagen. Men droeg zorg de bezaaide stukken lands,
+door het opwerpen van aarden dammen of dijkjes, hier tuinen genoemd,
+tegen het indringen van vee, te beschutten; en ofschoon het gezaaide
+veel door droogte leed, en later bovendien nog, ten gevolge van het
+niet in tijds afstroomen der sluizen, door het hooge binnenwater
+voor het meerendeel verloren geraakte, zoo leverde het echter nog
+343 mudden zaad op, waarvan het Zuidelijkste stuk het meest rendeerde.
+
+In den nazomer van 1835, en gedurende den daaraanvolgenden winter,
+werd Eijerland door wegen, slooten, togten en greppen ingedeeld. Tot
+basis dier indeeling nam men den Zanddijk, terwijl men op evenwijdigen
+afstand van dezen, twee strekkende wegen afgroef. De Oostelijkste,
+welke het naast aan den nieuwen dijk ligt, en Hoofdweg wordt geheeten,
+heeft eene breedte van 14 ellen. Ter wederzijde loopt eene sloot van
+5 ellen breedte, op eene diepte van 1 1/2 en 1/2 el in den bodem;
+voorts aan elke zijde eenen berm van 1 el en 1/2 el talud, terwijl
+de kruin eene breedte van 11 ellen heeft, met eene tonrondte van
+0.90 el boven terrein. Deze Hoofdweg strekt zich van den Ruigendijk,
+of limietweg, in eene regte lijn, 7447 1/2 ellen uit, tot dáár waar
+hij tegen de tweede dijklinie stuit.
+
+De Postweg, welke 1280 ellen westelijker ligt, is gelegen tusschen
+slooten van 2 ellen, waarvan de Oostelijke later tot 5 ellen is
+verbreed, en heeft eene breedte van 10 ellen. Ook de dwarsslooten
+hebben diezelfde breedte, en zijn insgelijks palende aan slooten
+van 2 ellen breed.--Door de twee genoemde strekkende hoofd- en vier
+dwarswegen is Eijerland regelmatig verdeeld in sectiën van 200 bunders
+ieder; elke sectie bevat 10 gelijke perceelen, elk ter grootte dus
+van 20 bunders, welke in metjes, van éénen bunder elk, door greppen,
+ter breedte en diepte van 1/2 el zijn afgedeeld.--Diensvolgens hebben
+op Eijerland de bunders eenen langwerpig vier hoekigen vorm. Die,
+tusschen de Roggesloot en Eijerlands-huis, zijn 250 ellen lang en 40
+ellen breed, en die, tusschen de Roggesloot en Ruigendijk, zijn 312
+1/2 bij 32 ellen.--
+
+De hooi- en weilanden bij Eijerlandshuis, reeds vroeger met slooten
+doorschoten, heeft men in den ouden vorm gelaten. Deze, zich hier
+bevallig voordoende duinkom, heeft aan de tegenovergestelde zijde,
+gevaarlijke N. W. loopende buitengronden, welke eene hoogst gevaarlijke
+offerbank voor de zeelieden uitmaken, en als zoodanig ook op de
+zeekaarten aangeteekend zijn.
+
+De Noordelijkste uithoek van Eijerland, welke sterk vooruitspringt,
+draagt den naam van het Engelsche kerkhof, ter oorzake van de
+menigte schipbreukelingen, welke hier den dood vonden en begraven
+werden. Geen wonder, dat men van Engelsche zeelieden, bij het spreken
+over Eijerland, meermalen hoort zeggen: Damm Egg Island! [35]
+
+In het jaar 1836, werd de ontginning der gronden met meerder kracht
+doorgezet; terwijl daarbij tevens de veeteelt, door den aankoop van
+runderen en schapen zeer werd uitgebreid.
+
+De oogst van de, in de Lente van genoemd jaar, aan den grond
+toevertrouwde zaden, welke bestonden uit 62 1/2 bunders zomergarst,
+78 bunders zomerkoolzaad, 15 bunders haver, 4 bunders maartegarst,
+10 bunders aardappelen, 2 bunders meekrap, benevens 2 bunders
+paardenboonen, was, ten gevolge van het buitengewoon drooge en schrale
+jaargetijde, gansch niet voordeelig.
+
+Evenwel werd de landbouw, ondanks den aanvankelijken tegenspoed,
+met ijver doorgezet en uitgebreid, zoodat reeds in Julij, Augustus
+en September, 817 bunders alleen met winterkoolzaad (waaronder 47
+bunders met wit bloeijend) werden bezaaid. Van andere graansoorten
+zaaide men minder, namelijk 5 bunders garst, 5 bunders tarwe en 4
+bunders rogge.--Eene groote hinderpaal bij de bebouwing, bestaat in
+den ongelijksoortigen grond.
+
+Het hoogere gedeelte van Eijerland, dat uit geel zand, plantenvezelen
+en een weinig klei bestaat, bevat eene aanmerkelijke menigte
+schadelijke insecten, waarbij vooral wordt opgemerkt een', het
+koolzaad zeer benadeelend, gebronsd schaaldiertje, met zes pooten,
+en ter grootte bijna als een graankorrel. Bijna overal op Eijerland
+is de grond zandig en ligt, zelfs in de beste gedeelten, waar men,
+ter diepte van 1/2 el, eene bruinachtige, door dierlijke gelei
+eenigzins vette, bovenkorst vindt, zooals tusschen den Ruigendijk en
+de Hoogezands-kil. Voor het overige bestaat de grond grootendeels
+uit zand, doorgroeid en gemengd met eenig humus of teelaarde,
+plantenvezelen en eene geringe hoeveelheid klei; zoodat het niet anders
+kan, of zelfs de beste gronden van den Eijerlandschen polder, zullen al
+spoedig met eene vette bemesting ondersteund moeten worden.--Uitgenomen
+deze voor bebouwing vatbare streken, welke echter slechts 1/5 van
+Eijerland beslaan, is het overige te zandig en te dunbodemig om de
+kosten der bebouwing goed te kunnen maken, al vergadert men de mest
+ook op Eijerland zelf, en al vermeerdert men die door stalvoedering
+en graanbemesting; althans zal dit nog eene reeks van jaren het geval
+moeten zijn.
+
+Op sommige plaatsen van den Eijerlandschen polder, treft men een
+grof en geelachtig zand aan, met eenen broek- of moerachtigen
+bovengrond, welks bovenste gedeelte of bovenvilt, eene donker
+bruine kleur heeft, en uit welken taaijen aardlaag een water
+van dezelfde kleur sijpelt. Deze gronden, welke, aangezien zij
+ongeschikt voor schapenweiden zijn, tot hooilanden worden gebezigd,
+liggen bij Eijerlandshuis, in den duinkom bij Moesbergen; bij
+de Kleine of Oosterduinen, langs den Zanddijk, en vooral ook bij
+Maikeduin. Vroeger staken de toenmalige bewoners van Eijerland uit
+deze aardsoort eene soort van turf, tot eigen gebruik. Het gemis aan
+behoorlijke waterloozing uit deze gronden, deed voorheen, een voor
+de schapen, zeer nadeelig grasgewas ontstaan, waardoor deze dieren
+ongans werden; eene andere schapenziekte, [36] wordt aan het drinken
+van het poelwater geweten.
+
+Eene groote oorzaak, voor de schraal- en dorheid van den Eijerlandschen
+polder, meent men te moeten toeschrijven aan zijne ligging in
+de nabijheid der zee, door het zeewater, om verder afgelegene
+kweldergronden eene vettere en meer vruchtbare slib en klei aanvoert,
+omdat deze langer daarin hangen blijft dan de zooveel zwaardere
+zanddeelen.
+
+De hoogere zandbollen, welke mede dor en zeer onvruchtbaar zijn,
+vindt men veelvuldig tusschen de Hoogezandskil en de Roggesloot.
+
+Beter dan de landbouw aanvankelijk op Eijerland mogt slagen, ging
+het met de schapenteelt, welke tak van nijverheid, op Texel in het
+algemeen, schijnt te huis te behooren. De Societeit van Eigendom van
+Eijerland had reeds in 1836, 2454 vliezen wol afgeleverd, welke, na op
+de schapen te zijn gewasschen, (waardoor de wol p. m. 30 % in gewigt
+verliest,) een netto gewigt van 6794 kilo opleverden, welke hoeveelheid
+eene som van f 11379.95 opbragt, zijnde het kilo verkocht ad f 1,675.
+
+Daarbij viel ook de hooibouw zeer ten genoege der Societeit uit,
+naardien er omtrent het midden van October, reeds 780 voeren hooi,
+te zamen wegende 546,000 kilo, benevens meer dan 200 voeren ruigte
+en biezen, gereden waren.
+
+Zes jaren later heeft men bij Maikeduin eene eendenkooi aangelegd.
+
+Eindelijk ging in 1841 de Societeit van eigendom van Eijerland
+uit elkander, waarna Eijerland, door verdeeling en door verkoop
+bij percelen, thans den eigendom van onderscheidene particulieren
+is geworden. De landbouw wordt in Eijerland, door afwisselende
+bebouwing der gronden, steeds geregeld voortgezet, en levert op de
+beste gedeelten voortdurend goede resultaten.
+
+
+
+3. De Eendragt-polder.
+
+Deze polder, die ten oosten van het Eijerland ligt, waaraan
+hij onmiddelijk paalt, is in 1846 ingedijkt geworden door de
+H. H. S. Keyser, P. Kuyper en P. den Bleyker, en bevat eene oppervlakte
+van 240 bunders land, die gedeeltelijk bebouwd doch meerendeels beweid
+worden. Men vindt daarin thans 9 huizen, bewoond door 9 huisgezinnen,
+uitmakende 26 zielen. De omringdijk, welks buiten-talud, met graszoden
+is bekleed, heeft eene kruinshoogte van 10 voeten boven gewoon volzee.
+
+
+
+4. Het Grie.
+
+Deze polder, die volgens de kadastrale ligging eene oppervlakte van
+21 bunders schatbaar land beslaat, wordt begrensd t. O. door de zee,
+en t. N. en t. W. aan het overige Texel.
+
+Het land in dezen polder, waarop geene boerderij is, wordt uitsluitend
+tot hooiland gebezigd. Door de lage ligging wordt het grootste gedeelte
+gedurende het wintersaisoen, door het regenwater overstroomd, van
+welk overtollig water, deze polder door een kleinen duiker, naar
+binnen in den Texelschen polders ontlast wordt.
+
+Deze polder stond tot het noodlottige jaar 1825 onder eigen
+administratie. Nadat op den 2e en 3e Februarij van dat jaar, bijna
+de geheele dijk der Texelsche polders, door de hooge stortvloeden
+bezweken, en Het Grie zelf, alzoo geheel onder water gezet was,
+is het onder de algemeene administratie opgenomen en sedert dien
+tijd verbleven.
+
+
+
+5. De Kattenpolder.
+
+Deze polder ligt in het Zuidelijk gedeelte van Texel en heeft zijnen
+naam ontleend van zekeren Maarten Kat, herbergier aan den Hoorn,
+en eerste ontwerper van het plan ter bedijking van dien polder.
+
+Een gewezen koekbakker van Utrecht, begon de indijking, welke later
+in 1776 en 1777, door eenige bijzondere personen werd voltooid,
+nadat evenwel twee doorbraken, waarvan de laatste plaats had, toen
+reeds het polderhuis en eenige boerenwoningen gebouwd waren, deze
+onderneming zeer hadden tegengewerkt.
+
+Genoemde polder beslaat eene grondvlakte van bijna 700 morgen lands,
+Rijnlandsche maat, alsmede den inham, die er vroeger van boven de
+Schans tot aan het Horntje bestond, en waarin zich voorheen een groot
+gedeelte waters van de reede ontlastte, eer het, door het Texelsche
+gat, in zee stortte. Deze polder was voor omstreeks twee eeuwen,
+maar over een veel kleiner bestek, nog eens ingedijkt geweest.
+
+
+
+6. Waal en Burg.
+
+Ten opzigte van den polder Waal- en Burg, vond ik in een oud
+handschrift van wijlen den voormaligen Doopsgezinden predikant
+H. Veenstra, op Texel, het volgende aangeteekend:
+
+"Waal en Burg, uit Slijklanden en aanworpen bestaande, werd door vrouwe
+Margaretha van Bourgondië, volgens haren brief van den 12den Mei 1436,
+gegeven aan Daniel van Nijewaal, haar Secretaris, en Jan van Noirde
+zamen, en aan derzelver Erven, om binnen 16 jaren te bedijken: vrij
+van alles, uitgenomen de tienden, na de eerste tien jaren.
+
+"Zij verkregen niet alleen verlof om altijd wateringen, sluizen
+en geulen te mogen leggen, dààr hun gadelijkst dunken zoude, maar
+ook eenen Dijkgraaf te stellen over hunnen nieuwen dijk. Deze gift
+werd, ten verzoeke van vrouwe Margaretha, door Hertog Filips van
+Bourgondië, als Graaf van Holland, op den 2den Augustus deszelven jaars
+bevestigd. Dit geschiedde vervolgens mede door Keizer Maximiliaan,
+op den 4den Augustus 1488, ten verzoeke van Cornelis Crusink, toen
+Schout van Texel, en Houtvester van Holland, benevens anderen, als
+erf- en regthebbenden van Daniel van Nijewaal en Jan van Noirde. De
+Keizer verbeterde deze gifte met een stukje lands genaamd Harde
+Cogge, onder een erfpacht van f 6.--Hij bepaalde de koorntienden,
+na den vrijdom der eerste 10 jaren, op eene erfpacht van f 15, en
+gaf de Ambachts-Heerlijkheid, met den Ambachtsgevolgen uit, voor
+eene dergelijke erfpacht van f 6; zoodat de Erfpacht in het geheel
+f 27 'sjaars beliep. Maximiliaan behield echter aan zich zelven, of,
+aan het Schouten-Ambt van Texel, de kennisse in 't voordeel van alle
+boeten en breuken, crimineel of civiel, van welke zuivere afkomste,
+alleen één derde zou komen aan de verzoekers (Requestranten) in dezen.
+
+"De latere herdijking geschiedde volgens twee octrooijen van
+vrijdom door 'sLands Staten, in dien jare gegeven. De onderneming,
+hoewel eerst ongelukkig, had eindelijk eenen goeden uitslag; maar de
+onkosten, die eerst op f 28.000 begroot waren, beliepen, toen het werk
+voltooid was, f 130.000, gelijk blijkt uit een octrooi van den 6den
+Julij 1619.--In den jare 1743 is, bij een nieuw octrooi, de vrijdom
+weder verlengd.--Burgemeesteren van Texel, hebben in den jare 1616,
+volgens uitspraak der Gecommitteerden in den Haag, op zich genomen,
+het onderhoud van 200 Texelsche Roeden in den Walenburger dijk,
+gelijk die toen was, en drie jaren later bewilligden zij, dat de
+sluizen in Walenburg, op gemeene kosten zouden onderhouden worden. De
+Polder werd in 1620, door den landmeeter Jan Pietersz. Douw gemeten,
+en 733 morgen, 397 Roeden, Rijnlandsche maat groot bevonden."--
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+IETS OVER DE VOORMALIGE GEWOONTEN, ENZ. DER TEXELAARS.
+
+
+In vroegere tijden schijnt men op Texel veelal de kleederdragt gevolgd
+te hebben, die elders in ons vaderland, vooral onder de landbouwende
+klasse, in zwang was.
+
+In de 11de eeuw, droegen de mannen zoowel korte als lange broeken,
+eene soort van wambuis (wammes), een' plat ronden hoed, klompen of
+hoozen, en, bij feestelijkheden, puntschoenen. De vrouwen kleedden zich
+met een laag om den hals uitgesneden jak, waaraan de rok met koperen
+haakjes was vastgehecht, en eene muts (mopmus) die op de schouders
+nederhing, en waarover zij, buitenshuis een' zwarten kaper zetteden,
+welke laatste thans niet meer in gebruik is.
+
+Later werd de kleeding ook gebezigd als een zigtbaar kenteeken van de
+meerdere of mindere fortuin dezer Eilanders. De rijksten waren toen
+kenbaar aan eene, aan de voorzijde opgetoomde, en aan den achterkant,
+nederhangende slipmuts, die aan het boveneinde in eene punt uitliep,
+waaraan eenen, op den rug nederhangenden staart, verbonden was. De
+rok sloot naauw om het lijf, en werd met eene rij knoopen van den
+hals tot onder toe gesloten. Voorts een korte, doch ruime broek,
+boven de knieën vastgehecht, benevens hoozen en puntschoenen.
+
+Der vrouwen kleeding was niet onbevallig, doch min of meer stijf. Een
+geribt mutsje, dat niet al het hoofdhaar bedekte, eene japon, die
+van boven over de borst, en van onderen opensloeg, op dat het fraai
+gestikte keurslijf en den sierlijk gewerkten rok, te meer zouden
+uitkomen, benevens gekleurde kousen en schoenen, welke laatsten door
+kruisbanden werden vastgebonden, maakten toen het gewaad eener niet
+onbemiddelde burgervrouw uit.
+
+In de 14de eeuw hadden de landlieden eene zeer eenvoudige kleeding,
+bestaande in een kort naauwsluitend buis, een' langen broek, en
+schoenen, wier punten bijna een half voet lang waren. De korte broek
+bleef evenwel ook nu nog in gebruik, terwijl het hoofdhaar kort
+afgesneden en het hoofd met een klein rond hoedje bedekt werd.
+
+Van tijd tot tijd, toen de beschaving meer veld won, en, als een
+natuurlijk gevolg, meer behoeften kweekte, maakte de kleederdragt
+der onderscheidene standen, daartoe gedwongen door de Mode, telkens
+weder plaats voor andere, (niet altijd smaakvoller) kleedij, tot
+dat eindelijk die der 16de eeuw, hier lang heeft stand gehouden;
+doch eindelijk op hare beurt, door de latere en hedendaagsche is
+verdrongen.--Een boer uit dien tijd, droeg een' gekleurd' hemdrok
+of wambuis, daarover een overrok, bovenjak genoemd; eenen ruimen
+flodderbroek, een rond, laag gebold hoedje met breeden rand, en
+puntschoenen met striklinten of gespen.--De boerin, wier hoofd
+vroeger met een linnen mutsje was bedekt, droeg toen een kapsel,
+versierd met een' zilveren of gouden haarnaald. Het jakje, vroeger
+algemeen van sarge, bestond nu uit zijde of laken, en prijkte met eenen
+leggenden of ook staanden, gepluisden kraag [37], die tot vóór op de
+borst nederhing. De scharlaken bovenrok, was omboord met gewerkt geel
+zijden passement. De kousen waren gekleurd; meestal bruin of blaauw
+gespikkeld, en de schoenen, even als die der mannen met striklinten of
+gespen vastgemaakt.--Voorts zij hierbij aangemerkt, dat de kleur der
+linten, of die der andere kleedingstukken, het leggen der strikken,
+enz. de onderkenningsteekenen waren, tusschen gehuwden, ongehuwden
+en weduwen.
+
+Bij feesten, of op hoogtijden, bestond de kleeding, zoo van mannen
+als vrouwen, uit zwarte stoffen.
+
+Maaltijden, die dikwerf den naam van braspartijen verdienden,
+waren aan de orde van den dag. Bij elk feest werd ruim gegeten
+en gedronken.--Gedurende, en ook na deze maaltijden, dronk men
+Haarlemsch, Delftsch of Hamburger bier, alsook onderscheidene
+wijnsoorten, voorts hippocras en de thans weinig of niet bekende
+malvezij, azoijs, enz. Inzonderheid werden de kruiden-wijnen, na den
+maaltijd, warm gedronken, ter bevordering eener goede spijsvertering,
+welke dan ook hoogst noodig schijnt te zijn geweest.
+
+In de 16de eeuw vorderde het gebruik, dat men bij den maaltijd drie
+plegtige bekers dronk: één, ter eere Gods, één, ter eere van de
+H. Maagd, en één, ter eere van de H. Engelen; welk drietal bekers,
+het klaverblad werd genoemd, en waarvan het rijmpje: "Drie glaasjes
+zijn drie teugen", enz. zijn oorsprong ontleende. Ook moest hij,
+die eenen beker zou ledigen, tot zijnen tafelbuur zeggen: "Wacht
+heil"! waarop deze dan antwoordde: "Drink heil"! terwijl men, vooral
+bij zeer plegtige maaltijden, niet vergeten zoude om de Schaal van
+Nivelle te drinken.
+
+De voornaamste gelegenheden, waarbij men die maaltijden hield, waren
+vooral de huwlijksplegtigheden, waarbij de wederzijdsche verwanten
+en vrienden mildelijk werden onthaald. Daarbij werden raadsels
+opgegeven, en vermaakte men zich met onderscheidene spelen, terwijl
+zang en dans vooral niet werden vergeten, evenmin als het uitbrengen
+van toasten, die meestal betrekking hadden op eenen gelukkigen en
+vruchtbaren echt. De huwelijken werden meestal door een' Geestelijke
+voltrokken. Deze nam van de hand des Bruidegoms een' ring, dien hij
+aan den voorsten vinger van de regterhand der Bruid stak, waarbij
+de Bruidegom zeide: "Met dezen ring geve ik u mijn' mannelijken
+trouw". Daarna nam de Geestelijke ook van de hand der Bruid een' ring,
+dien hij aan den voorsten vinger van de regterhand des Bruidegoms
+stak, waarbij de Bruid zeide: "Ik beloof u mijn' trouw te zullen
+onderhouden". Zulk een paar, werd een door den heiligen echt vereenigd
+paar genoemd, ter onderscheiding van zulke huwlijksvereeniging, welke,
+zonder kerkelijk of wereldlijk gezag gesloten zijnde, een getrouwd paar
+werd geheeten. Wanneer eene vrouw moeder was geworden, vierde men deze
+gebeurtenis almede met eenen maaltijd, waarop al de bevriende geburen
+werden genoodigd; terwijl zulks mede plaats vond, als het kind gedoopt
+(gekerstend) was, en de kraamvrouw haren kerkgang deed. De maaltijd,
+welke bij die gelegenheid gehouden werd, heette het Begankenismaal. De
+doopplegtigheid werd, vooral door de meer gegoeden, met veel statie
+gevierd. De doopeling werd (zoo als dit nog op het eiland Marken plaats
+heeft) met linnen windsels omwonden, en, naar gelang van het meerder of
+minder vermogen der ouders, met een fraai en kostbaar doopkleed (sprei)
+bedekt, naar de kerk gedragen. Vooruit gingen eenige bloedverwanten,
+elk met eene waskaars in de hand; deze werden gevolgd door een persoon,
+die eenen overdekten en met zout gevulden schotel droeg; dan volgde
+de vader en de doopheffer. Na afloop der plegtigheid keerde men in
+dezelfde orde weder huiswaarts, waar een wel voorziene disch hen
+wachtte. Het overige van den dag werd in gulle vrolijkheid gesleten.
+
+Ook bij begrafenissen hield men maaltijden; doch in stede van dáár
+elkander op eene voegzame wijze bezig te houden met de overdenking van
+de broosheid des levens, gaf men zich bij zulke gelegenheden, die toch
+uit haren aard treurig zijn, over aan buitensporige overdaad. Van
+alle oude gewoonten zijn de zoogenaamde doodmalen het langst in
+gebruik gebleven. De dragers werden veelal in eene herberg onthaald,
+waarbij het doorgaans vrij ruw toeging.
+
+Bij de begrafenissen plaatste men, na de ter aarde bestelling van het
+lijk, een houten kruis op het graf, dat daarop gedurende twee dagen
+staan bleef. De kerken dienden vrij algemeen tot begraafplaatsen,
+terwijl de graven doorgaans of overwulfd of met een zerk overdekt
+werden, waarop de naam en, bij aanzienlijken, ook het familiewapen of
+eigendomsmerk werd gebeiteld. Na de Hervorming zijn deze gebruiken
+grootendeels verdwenen. [38] Nog na de 16de eeuw, bestond hier de
+gewoonte om den eersten Meidag op eene vrolijke wijze te vieren. Men
+onthaalde elkander op eene soort van kruidenwijn, Meidrank geheeten;
+er werden Meiboomen geplant, om welken men hand aan hand danste en
+onderscheidene liederen zong: in één woord, de wederkomst der Lente,
+baarde allerwege de luidruchtigste vreugd.
+
+Ook bekleedde oudtijds het beulingmaal eene der voornaamste plaatsen
+onder de eigenaardige gewoonten der Texelaars. Ziehier, wat een
+ooggetuige daarvan verhaalde.
+
+
+
+"Eens was ik met mijn vriend en verder gezelschap door den boer van
+het landgoed te beuling verzocht, hij ontving ons, zittende in een
+lederen armstoel. Hij stond niet op, maar zijn stoel verschuivende,
+zeide hij aan de dames: "ik zou je deuze stoel wel geven, maar mij
+dunkt, hij staat mij het best." "Wij zetten ons daarop aan tafel. Het
+eerste geregt bestond in een opgehoopten schotel met boterhammen
+zonder meer; het tweede, in eenige kluiven spek, en daarover drie
+gebraden eendvogels. Dit werd gevolgd door een schotel met gort,
+gemengd met stroop, varkensbloed en wat reuzel, aan dobbelsteentjes
+gesneden en in de pan gebakken, en daarover een schotel van dezelfde
+eetwaren in darmen gestopt, en op den rooster gebraden; hierop volgde
+een ontzaggelijke bak met rijstenbrij, die, zoo als verhaald werd, des
+ochtends ten vier uren reeds van het vuur genomen was, en vervolgens
+in het hooi had staan meuken. Het nageregt was wederom boterhammen,
+die, gemaakt van platte beschuit en tarwebrood, dominéesstukken
+genoemd werden.--Zoodanige maaltijd wordt bij deze Eilanders voor eene
+vrolijke uitspanning gehouden, doch na den eten vertelde de boer mij,
+met aandoening, dat men nu niet meer zoo vrolijk was, als in voorleden
+tijden; ja, Mijnheer! zeide onze gastheer, dan aten wij ons zoo rond,
+dat wij in het veld op den rug moesten gaan leggen, met den mond open,
+om adem te scheppen, zoo als mij dikmaals gebeurd is."
+
+(Men bedenke dat de tijd, waarvan die boer sprak, nu reeds meer dan
+twee eeuwen verleden is.)
+
+Deze beuling-partijen bestaan hier nog, hoezeer het vieren derzelven
+niet buitensporig (zoo als van ouds) genoemd kan worden. Zij
+bestaan alleen in het opdisschen van de zoogenaamde Beuling-Gort,
+zamengesteld uit gort, stroop, rozijnen, kluitjes varkens-reuzel en
+vet, met een weinig varkensbloed en nagelgruis er in, en voorts van de
+beuling, welke uit die zelfde deelen zamengesteld, in schoongemaakte
+varkensdarmen gestopt is, en die, na gekookt en in stroo gemeukt
+te zijn, wordt opgedischt.--Ook in dit opzigt heeft de meerdere
+beschaving der Texelaren het hare toegebragt, om het belagchelijke
+van de van ouds bestaan hebbende beulingsfeesten, welke in zwelgerijen
+ontaardden, weg te nemen.
+
+Ook was men gewoon elkander op Vastenavond feestelijk te onthalen, en
+den Vastenavondstijd in gulle vreugd te slijten. Dat gebruik houdt nog
+steeds, ofschoon op eene andere wijze, stand, inzonderheid bij de R. K.
+
+Bij het bouwen van kerken en andere Godshuizen, werden onderscheidene
+geschenken gegeven, hoofdzakelijk bestaande in gezaagde eikenhouten
+planken, wagenschotten geheeten, of ook wel in geschilderde glazen of
+koperen kerksieraden, als kroonen, zandloopers, enz.--Geschilderde
+glazen, waren vooral voorname geschenken, die door zoogenaamde
+glasmalen gevolgd werden.
+
+Tijdens de 14de eeuw werd hier, gelijk elders, eene belasting geheven
+welke den naam van Schot droeg. Deze benaming bleef op Texel lang
+in gebruik. Het Schot was eene belasting op inkomsten, bezittingen
+en personen, welke bij hoofdelijken omslag geheven werd door de
+Schepenen en Raden, die bij meerderheid van stemmen der Schotgevende
+of Schotdragende burgers werden gekozen, en die men Schotgaarders
+en Schotzetters heette; terwijl de omslag zelf, Schotzetting werd
+genoemd.--In deze Schotzetting werden om de drie, vijf of zeven
+jaren, de noodige veranderingen gebragt, terwijl de inning derzelve
+niet zelden van ergelijke tooneelen verzeld ging. Geestelijken en
+onvermogenden waren er van verschoond. [39]
+
+De woningen op Texel bestonden vóór de 14de eeuw meestal uit twee
+vertrekken, waarvan het eene deels tot woning, deels tot stalling
+diende; terwijl het andere tot bergplaats voor hooi en anderen voorraad
+strekte. Later werden zij derwijze veranderd, dat de stalling voor het
+vee afgeschoten werd van dat gedeelte der huizing, dat nu uit twee
+of meer woonvertrekken bestond. Voorts werd door het aanbrengen van
+vensters in de voorgevels, het uitzigt op de straat bezorgd, iets,
+waardoor de woningen niet alleen een fraaijer aanzien verkregen, maar
+ook luchtiger, vrolijker en gezonder werden.--Het groote voorhuis der
+14de eeuw, werd nu vervangen door zijkamers of zoogenaamde kantoortjes,
+waaruit men het uitzigt op de straat had. De houten gebouwen werden
+sedert de 16de eeuw meest door steenen huizen vervangen, en ook in
+het huisraad begon toen meer smaak te heerschen. Porcelein en vooral
+Delftsch aardewerk; smaakvolle gebeeldhouwde kasten, tafels, kisten
+en andere gemakken, benevens net gewerkt geweven behangsel, tapijten,
+enz. leverden allen als om strijd de bewijzen op, dat de smaak door
+toenemende beschaving en welvaart, meer gekuischt en veredeld werd.
+
+Ook ten opzigte der soorten van spijzen, en de wijze van bereiding,
+oefende de loop der tijden zijnen beschavenden invloed uit. Eenige
+weinige soorten van groenten en vruchten, rund- en varkensvleesch,
+benevens een dronk bier maakten in de 8e eeuw de gewone spijzen der
+morgen-, middag- en avondmalen uit. Later, in de 9de eeuw, leerde
+men ook den Rijn- en Moezelwijn kennen, terwijl men sedert de 11de
+en 12de eeuw veelvuldig gebruik maakte van onderscheidene bieren. De
+13de en 14de eeuw, kenteekende zich ook door eene vermeerdering van
+spijzen. Wild en tam gevogelte, hazen, konijnen en hertenvleesch,
+walvisch- en robbenspek, en vooral walvischtong, behoorden tot de
+lekkernijen; alle hier bekende zee- en riviervisch, bevers en ander
+klein wild, werden met onderscheidene groenten en eijeren, algemeen
+gebruikt.--De zoogenaamde delices besloegen, vooral sedert de 15de
+eeuw, eene voorname plaats op ieder gastmaal. Buiten- en Inlandsche
+aard- en boomvruchten, benevens onderscheidene soorten van gebak,
+werden toen reeds bij het dessert rondgediend, zoodat een en ander
+de duidelijkste sporen oplevert, dat ook in dit opzigt, de meerdere
+beschaving in den lande, aan de onderscheidene gebruiken en gewoonten
+der Texelaars den weg van ontwikkeling en vooruitgang aanwees. [40]
+
+
+
+
+
+
+
+ZESDE HOOFDSTUK.
+
+DE BEVOLKING VAN TEXEL.
+
+
+Godsdienst. Taal. Beschaving. Kleeding. Huishouding. Gewoonten.
+Vermaken.
+
+Blijkens onze opgave op bl. 7 bevinden zich onder de totale bevolking
+van dit eiland 3768 Ned. Herv., 1218 R. K., 102 Doopsgez., 13 Israël.,
+5 Lut. en 3 Remonstr. De voornaamste gezindheden worden dus op Texel
+vertegenwoordigd.--Vergelijken wij met deze opgave de verdeeling,
+zoo als die voor ruim eene halve eeuw was, dan vinden wij, dat het
+zielental van het R. K. gedeelte der bevolking, zeer verminderd is,
+naardien die kerk hier vroeger meer dan 1500 Communicanten telde. Ook
+waren er toen geene Lutheranen.
+
+De Roomschgezinden hadden hier vroeger slechts één Pastoor wien een
+Kapelaan was toegevoegd, die om de 14 dagen op de andere dorpen
+beurtelings de mis ging bedienen, hetgeen in bijzondere huizen
+plaats had. Zij bezaten slechts ééne kerk, die aan den Burg stond,
+en waarbij de Geestelijke woonde, die hier een zeer ruim inkomen
+had. Tegenwoordig zijn zij in het bezit van drie Bedehuizen, die door
+even zoo veel Pastoors bediend worden, en maken thans de Statie van
+Burg--de Cocksdorp--en het Oude Schild uit; terwijl de gemeenten van
+den Burg en het Oude Schild eene eigene begraafplaats hebben.
+
+De Hervormden zijn verdeeld onder zes bijzondere gemeenten,
+n. l. den Burg, de Cocksdorp, Oostereind, het Oude Schild, den
+Hoorn en Waal-en-Koog, en hebben 7 kerken, die bediend worden door
+6 Predikanten.
+
+Vóór 1795 genoten de Herv. Predikanten op Texel weinig
+landstraktement. Het grootste gedeelte van hun inkomen werd gevonden
+door of uit eenen omslag over de landerijen, toen bekend onder de
+benaming van Binnenlandsche Kolters, terwijl de Herv. kerken octrooijen
+bezaten op dranken, turf, enz.
+
+De Doopsgezinden, die voorheen met de namen van Friezen en
+Waterlanders, of ook met die van fijnen en groven onderscheiden werden,
+vormden twee partijen, welke zich in de tweede helft der 18de eeuw met
+elkander verbroederd hebben, zoodat de vroegere onderscheidingsnamen
+allengs zijn verloren gegaan. Dit gedeelte der bevolking heeft een
+viertal nette kerkgebouwen, en wordt in zijne eeredienst voorgegaan
+door 2 predikanten. De Doopsgezinden van Waal-en-Burg en Oostereind
+vormen ééne Gemeente; die van den Hoorn maken mede eene Gemeente
+uit. Zij die, behalve de genoemde, andere gezindheden zijn toegedaan,
+behooren tot Gemeenten, buiten het eiland.
+
+Ofschoon op eene betrekkelijk kleine oppervlakte levende, zoo heerscht
+nogthans op Texel, ten opzigte van godsdienstige verdraagzaamheid,
+onder de bewoners de beste harmonie. Partijzucht in dezen, hebben
+wij althans niet kunnen bespeuren en iedereen, om het even welk
+kerkgenootschap hij zij toegedaan, geniet dezelfde achting; terwijl
+voorrang om godsdienstige beginselen, hier geheel uitgesloten en
+vreemd is.
+
+Voorheen bestonden er op Texel drie Parochiekerken, t. w. aan den Burg,
+te Oostereind en in het voormalige dorp den Westen, de overige waren
+slechts onbeduidende kapellen.
+
+Over het geheel wordt op Texel, ook bij den landbouwenden stand,
+de Hollandsche taal vrij zuiver gesproken, ofschoon de uitspraak,
+en vooral die der vrouwen, wel iets teemends heeft, terwijl men bij
+de bewoners ook iets van het Friesche provincialisme waarneemt, en er
+tevens het Zeeuwsche huus voor huis, mien voor mijn, piep voor pijp,
+nou voor nu; enz. gehoord wordt. Bij het meer beschaafde deel der
+Texelaars worden bovengenoemde opmerkingen echter niet waargenomen,
+maar bespeurt men integendeel eene zuiverheid van uitspraak,
+die elders, in het gemeene leven, schaars wordt gehoord. Vooral
+is dit het geval in hunne gesprekken met vreemdelingen, waarin zij
+zich voor plaatselijke uitdrukkingen, en alléén op Texel inheemsche
+uitdrukkingen, zorgvuldig wachten.--In hun onderling verkeer echter,
+bezigen zij somtijds eenige woorden die minder algemeen verstaan
+worden of in gebruik zijn.--Eenige der voornaamsten zijn de volgende:
+
+Vertrouwelijk met eenen vreemdeling sprekende, noemen zij dezen paai,
+[41] terwijl zij in hunne gesprekken met kinderen, deze wel eens
+slep heeten, welke benaming als sleepen wordt uitgesproken, en eene
+verkorting aanduidt van het woord bijslaap.
+
+Over het algemeen is de gewone volkstaal op Texel, vrij wel gelijk
+aan de gewone plattelandstaal der Noord-Hollanders.--Zoo wordt ook
+op Texel, de aa in paard, schaap, enz., meermaals met ee verwisseld;
+zoo ook de scherplange ee met ie, in been, steen, enz. de zachtlange
+o met eu, in zoon, en meer anderen. Overigens hebben hier in de taal
+de volgende afwijkingen plaats:
+
+De korte a wordt meest als ao uitgesproken, even als in de Engelsche
+woorden small, to walk; enz.
+
+De ee in het woord meester als ei.
+
+Zoo als wij boven reeds aanmerkten, heeft de ij in de meeste woorden
+de klank van ie, en de ui dien van u.
+
+Hieromtrent bestaan echter eenige uitzonderingen, zoo zegt men,
+b.v. Trijn; maar in het verkleinwoord Trientje, de woorden bui, zuid,
+lui en anderen, behouden hunnen natuurlijken klank; daarentegen zegt
+men in de onderscheidene zamenstellingen Sud--Sud--Oost, enz. De
+medeklinkers worden vrij scherp uitgesproken. De z en v, veelal
+verwisseld met de s en f; de h wordt overal uitgesproken, en niet
+misplaatst dan vóór de woorden eend en oven, waarvoor men hier heend en
+hoven zegt; terwijl behalve de reeds opgegevene, nog de volgende als
+eigendommelijke woorden, in aanmerking komen: Buitje voor kraamkind,
+mogelijk afkomstig van het Engelsche boy; Soggie voor een lammetje,
+dat van de moeder verstooten, kunstmatig opgekweekt moet worden,
+(potlam); Schet voor een jong rund; Huis weer voor heusch waar;
+Boet voor schuurtje; Kladdig voor morsig; Jot voor hek, (afsluiting
+in het land); Stek voor schutting; Treroop voor leidzeel of teugel;
+Meike voor meisje: Nuwelik voor wonderlijk; Koesen voor Kousen;
+Skeepen voor Schapen; Kil verkorting van Cornelisje; Kees en Krilles
+verkorting van Cornelis; enz.
+
+Andere uitdrukkingen, zoo als geef mien Kap of Muts voor geef mijn
+hoed; Slep voor slaapkameraad; Taat en Mem voor vader en moeder,
+zijn reeds lang buiten gebruik, immers bij het jongere geslacht;
+hier of daar zal er mogelijk nog wel een bestevaer of besje zijn,
+die het spraakgebruik hunner jeugd nog in eere houden, omdat hunne
+taten en memmen, hun zóó leerden spreken.
+
+Is het waar, dat de taal eens volks het ware kenmerk is van zijne
+beschaving, dan zal ook de wijze van uitdrukken, die men bij
+deze Eilanders waarneemt, een gunstig bewijs leveren voor hunne
+beschaving. De geringste handwerksman of sjouwer, (uitzonderingen
+zullen er wel altijd te vinden zijn) weet zich beleefd en geregeld
+uit te drukken; zijne antwoorden kenmerken een goed ontwikkeld gezond
+verstand dat, zoo ten gevolge van gedurigen omgang met vreemdelingen,
+als door de meerdere gemeenschap met naburige streken dan vroeger
+plaats had, veelzijdig is beschaafd geworden. Een plomp ja of nee;
+of hoogstens ja--nee meneer! zal hier niet worden gehoord; in
+één woord, wij aarzelen niet te verklaren, dat de Texelsche lagere
+volksklasse, in dit opzigt, als een voorbeeld mag worden voorgesteld
+aan een groot gedeelte van de platteland bewoners der provincie
+Noord-Holland. Onvermoeide werkzaamheid en een open oog voor de
+vorderingen die er ten opzigte van landbouw, nijverheid, enz. plaats
+grijpen, kenmerken over het algemeen deze beschaafde Eilanders,
+waarvan men, ook ten aanzien van het misbruik van sterken drank, dat
+elders zoo velen van den weg van welvaart en vooruitgang terughoudt,
+gunstige getuigenis kan afleggen; behoudens eenige uitzonderingen, die
+men trouwens wel overal zal kunnen uitvinden. In den regel echter,
+is matigheid ook te dezen aanzien, eene der prijzenswaardigste
+eigenschappen der Texelaars.
+
+Omtrent hunne huishouding, alsmede van de inrigting hunner woningen,
+valt niets bijzonders te zeggen; terwijl de algemeen bekende
+Noord-Hollandsche zindelijkheid ook hier gevonden wordt.
+
+Vriendelijk en voorkomend jegens vreemdelingen, behartigt de
+Texelaar nog steeds de wetten der gulle gastvrijheid, en ofschoon
+de landbouwende stand zich minder hecht aan de koude en lastige
+etiquetten, die den uiterlijk beschaafden stedeling doen kennen,
+deelt hij op gulle wijze van zijnen overvloed mede.
+
+De vroegere eigenlijke Texelsche kleederdragt, waarvan het laag om den
+hals uitgesneden jak met langen schoot der vrouwen overig is gebleven,
+heeft vrij algemeen plaats gemaakt voor de gewone Noord-Hollandsche
+[42]. Het gouden of zilveren oorijzer is ook hier het nationale
+hoofdsieraad der vrouwen, die overigens in hare kleeding een zeer
+goeden smaak ten toon spreiden, en onder welke men er velen opmerkt,
+die alle aanspraak op schoonheid mogen maken.--Zij zijn zeer blank
+en zacht bloozend, terwijl de bevallige vriendelijkheid, die uit
+veler oogen straalt, gepaard met eene betamelijke ongedwongenheid,
+nog verhoogd wordt door eene even bevallige houding, welke een in
+der daad beminnelijk geheel vormt.
+
+In vroegeren tijd, sponnen, weefden en bleekten de vrouwen en
+meisjes haar eigen linnen, waartoe het vlas op het Eiland zelf werd
+geteeld. "Geen jonge dochter", dus vinden wij aangeteekend, "ging ten
+trouw, welke geen linnen van haar eigen spinsel in overvloed hadt,
+zoo wel tot haar lijf, als voor tafel en bed. De Weeverstraat aan den
+Burg, had haar naam bekoomen van dat ambacht, hetwelke aldaar door
+veelen geoeffent wierdt".--Thans is hier van deze voorvaderlijke
+gewoonte niets meer overig. De zoogenaamde meerdere beschaving,
+welke ook hier met den tijd gelijken tred houdt, verbande het nuttig
+spinnewiel, dat eens een der voornaamste huisgeraden onzer eenvoudige
+doch waardige Voorvaderen uitmaakte. Het spinnen maakte plaats voor
+tal van handwerken die, hoe kunstig en hoe geestig ook bedacht, dit
+toch met elkander gemeen hebben, dat zij voldoening aan modezucht en
+pronkziekte, als het hoofddoel aanwijzen, waarnaar het streven onzer
+schoonen zich uitstrekt; terwijl het spinnewiel, dat eenmaal zelfs de
+dochters van eenen Karel den Groote zich niet schaamden, der vlijtige
+huismoeder en zedige maagd een' schat van het kostelijkste linnen deed
+bekomen, in stede waarvan men zich thans toelegt op de verkrijging
+van gefestonneerde kantjes, geborduurde strooken, gehaakte mutsjes,
+en wat er meer van dien aard zij, die hunne vermeende waarde, dank
+zij het productief en beschaafd Parijs, slechts ééne maand behouden!
+
+Hoe weinig Texel zich ook van de overige deelen onzes Vaderlands,
+in gewoonten, enz. onderscheidt, zoo zijn er toch enkele bijzondere
+gewoonten, of gebruiken, die elders niet in zwang zijn. Datgene,
+wat hen nog te dezen aanzien onderscheidt, willen wij kortelijk
+aanstippen en daarbij, voor zooveel wij zulks nog niet hebben gedaan,
+eenen blik werpen op hetgene daaromtrent vroeger was op te merken. [43]
+Bij geboorte- en huwlijksfeesten, wordt ook op Texel, gelijk schier
+overal in ons Vaderland, het uitsteken van vlaggen, het groenmaken,
+het schieten, het onthalen van buren en vrienden op brandewijn met
+suiker en rozijnen, niet vergeten; terwijl de zoogenaamde bruidstranen,
+als ook de bruiloft zelve, op de gewone wijzen gevierd worden.
+
+Bij begrafenissen wordt voor dat het lijk wordt uitgedragen, iets
+voorgelezen; bij de Protestanten eenige hoofdstukken uit den Bijbel,
+Psalmen, Evangelische gezangen of uitgezochte liederen, bij de
+Roomschgezinden eene soort van meditatie over den dood. Vervolgens
+wordt het lijk, onder klokgelui, ten grave gedragen en vroeger meer
+dan nu, door vrouwen zoo wel als door mannen vergezeld. De vrouwen,
+welke tot de naaste aanverwanten behooren en het lijk volgen, zijn
+bij die gelegenheid nog met een' huik van zwart laken bedekt. Na de
+terugkomst in het sterfhuis, wordt thee of koffij met brood voorgezet,
+al naar de tijd zulks opgeeft. Van overdadige dood- of lijkmalen,
+zoo als die voorheen plaats hadden, hoort men thans niet meer.
+
+Het hier aangevoerde, bevat al hetgeen wat nog van Texel's voormalige
+gewoonten overbleef. In vroegere tijden was het te dezen opzigte
+geheel anders. Bij trouwplegtigheden was men gewoon om, verzeld van
+de speelgenooten, het eiland rond te rijden en op de onderscheidene
+dorpen te pleisteren, en alhoewel dit nog niet geheel en al in
+vergetelheid is geraakt, zoo kan men het nogthans niet meer met den
+naam van gewoonte bestempelen.
+
+Bij sterfgevallen kwamen er vroeger zoo vele geburen en bekenden aan
+het sterfhuis, als maar eenigzins mogelijk was; en vooral was dit het
+geval, bij het zoogenaamde kisten: ja, het schijnt zelfs, dat men in
+der tijd misbruik hebbe gemaakt van de gelegenheid om zich aan het
+sterfhuis eens regt te goed te kunnen doen. Althans wij vinden, dat
+"bij eene keure van Keizer Karel V, op zwaare boete verboden wierdt,
+niet verder dan den vijfden buur ter weder- en aen de overzijde
+te noodigen."
+
+
+
+Onder de vermaken die op Texel in gebruik zijn, noemen wij voornamelijk
+de Kermis, het St. Nicolaasfeest en de Meijblits.
+
+De eerste wordt hier gelijk schier overal, op eene vrolijke en
+luidruchtige wijze gevierd. De kramen en spellen, wier aantal in
+vroegeren tijd echter veel aanzienlijker was, staan allen aan den
+Burg, voornamelijk op de Groene plaats, en mogen zich doorgaans in
+een ruim debiet en druk bezoek verheugen.
+
+Het spelerijden maakt mede een voornaam gedeelte der kermisvreugd
+uit. De jonge lieden rijden, veelal bij paren, het gansche eiland rond,
+en vormen dikwijls eenen vrij aanzienlijken wagentrein. De dorpen
+die zij doorrijden, verstrekken hun als zoovele pleisterplaatsen,
+waar zij, hier iets langer, dáár iets korter, vertoeven, tot dat de
+avond hen aan den Burg brengt. En alhoewel het daar dan lustig en
+onbezorgd te keer gaat, en menigen langhals den nek gebroken wordt,
+hoort men nogthans nooit dat deze gulle kermisvreugd door twist of
+dronkenschap ontsierd wordt. Integendeel heerscht daar dan onderling
+den meest gewenschten vrede en eene algemeene opgeruimdheid. Aan zang
+en dans, begeleid door één of meer vioolspelers, ontbreekt het daarbij
+niet. Ook het St. Nicolaasfeest is voor Texel's opkomend geslacht eene
+milde bron van vreugde. Alsdan ziet men des avonds op de straat en in
+de herbergen eene volmaakte maskerade, die niet zelden, aan den Burg,
+uit vijftig en meer jonge lieden bestaat en, in waarheid, men moet
+zich dikwerf verwonderen over de keuze en vinding der verschillende
+costumen; ja, men ziet er menig masker, dat een bal masqué geene
+oneer zoude aandoen. In de meeste huizen hebben zij dan ook vrij
+entrée; zij laten zich eens bezien, en zoo men hun een glas wijn
+of punch, of een kop chocolade presenteert, zijn zij doorgaans zoo
+vrij daarvan te profiteren. De meeste burgers zetten dan ook licht
+voor hunne ramen, en zoo het weder niet al te koud of ongunstig is,
+is het tot middernacht vol leven en beweging op de straat.
+
+Voorts heeft men hier nog de zoogenoemde Meiblits of het Meivuren. Op
+het einde der maand April trekt de Schooljeugd bij troepjes door het
+dorp, zingende:
+
+
+ "Hooi! heb je geen strooi?
+ Heb je geen oude manden?
+ We zullen de Meijerblits branden;
+ Hekken en stekken, joten en palen,
+ Als je niet geeft, dan zullen we ze halen;
+ Boer! wil jij het laten staan
+ Hekken en stekken aan enden slaan."
+
+
+Onder het zingen, of liever balken van die ballade, (?) verzamelen zij
+langs de huizen al wat maar brandbaar is; brengen dien voorraad hier
+of daar op eene veilige plaats, en verbranden dien buiten het dorp
+op den avond van den 30sten April, waarbij het dan aan de noodige
+drukte geenszins ontbreekt.
+
+Voorheen hadden de Texelsche jongens de gewoonte om in den zomer het
+jonge riet uit te plukken, en met het ondereinde van het riet een
+balletje, waarop die plant zit, te schillen, met welke bolletjes
+zij langs de straat, te koop liepen, roepende: hanekollen en
+rietspieren! Die bolletjes bevatten een zoet sap, hetwelk er wordt
+uitgekaauwd.
+
+Behalve de opgenoemde vermaken, sprak men vroeger op Texel nog van
+Zuuppot, Kriek en Queesten. [44]
+
+Door de eerste wordt eene zamenkomst van jongelieden verstaan, die den
+tijd korten met gemeenschappelijk en vrolijk gezang, dat afgewisseld
+wordt door het gebruik (matig) van koffij of brandewijn met suiker.
+
+De Kriek is mede een gezelschap van jonge lieden, dat meestal het
+grootste gedeelte van den nacht duurt, en mogelijk zijn naam ontleent
+van het krieken van den dag. Zoodanige bijeenkomsten hebben van tijd
+tot tijd plaats, nu eens bij dit, dan weder bij een ander meisje. De
+jongelingen komen er ongenoodigd, als het hun goeddunkt, en rooken
+er hunne pijp; er wordt gepraat, gedanst en gezongen, terwijl de
+zangstukjes wel eens verzeld gaan van zoogenoemde pluggendansjes,
+waarbij de meisjes weinig meer dan eene huppelende beweging maken. Een
+glaasje wijn of andere versnapering wordt bij zulke gelegenheden
+geenszins vergeten, zonder daarbij echter de grenzen der matigheid
+te overschrijden.
+
+Het vrijen der jongelieden eindelijk, (vroeger Queesten genoemd) is
+niet, of althans zeer weinig onderscheiden van de gewone vrijaadje der
+Noord-Hollandsche landlieden, dat hoofdzakelijk bij avond en nacht
+plaats vindt. De verliefde jongman gaat ook hier dikwerf uren ver,
+zonder wind of weêr te ontzien, en vaak door dik en dun, naar het
+voorwerp zijner liefde. De vrijster wacht hem, vooral in de eerste
+weken der kennismaking, (zoo haar den jongman bevalt) aan het open
+venster; maar de liefde, die trouwens meerdere gemeenzaamheid kweekt,
+de natuur en de nacht openen den vrijer welhaast eenen vrijen en
+verderen toegang, en--och! is het in dezen niet eveneens gelegen
+in hutten als in paleizen?--Immers, het onderscheid bestaat slechts
+daarin, dat het vrijen hier gepaard gaat met den goeden trouw, die
+pleit voor reinen eenvoud van zeden!
+
+Gelijk elders in ons Vaderland, zoo ook hier, biedt de winter, bij
+sterk ijs, veelvuldige gelegenheid aan tot de gewone Vaderlandsche
+ijsvermaken.
+
+
+
+
+
+
+
+ZEVENDE HOOFDSTUK. [45]
+
+AANTEEKENINGEN EN BIJVOEGSELS.
+
+
+1. De onderscheidene wilde vogelsoorten zijn sedert de laatste jaren
+niet vermenigvuldigd, eerder verminderd.--(vergelijk bl. 17.)
+
+2. De uitgestrektheid der wei- of graslanden bedraagt p. m. 6000,
+die der hooilanden 4000 bunders. De gemiddelde opbrengst is 5 wagens
+of 3650 kilo per bunder. Gelijk elders, zoo ook op Texel, bereikt
+de koop- en huurwaarde der landerijen thans eene buitensporige,
+nimmer gekende hoogte. De koopwaarde der landerijen is tegenwoordig
+van de beste soorten het dubbel, en van de mindere gronden het drie-,
+vier- en vijfdubbel der vroegere prijzen. De algemeene begeerte naar
+grondbezit is zóó sterk en zóó groot, dat vele landerijen, welke men
+vóór 25 jaren de lasten naauwelijks waardig achtte, en in publieke
+veiling met slechts eenige weinige guldens per bunder werden betaald,
+thans f 400 à f 600 opbrengen. De reden dezer verhoogde prijzen
+moet alleen worden toegeschreven aan de gunstige resultaten welke
+de veefokkerij op dit eiland thans oplevert. Daarenboven schatten
+de landlieden de innerlijke waarde van den grond veel hooger dan te
+voren, en over het geheel leggen deze zich thans meer dan ooit toe,
+om, zoo door mestbereiding als bearbeiding, den grond te verbeteren.
+
+De mestspecie wordt verkregen door de eigen mestputten der landbouwers
+en veehouders waarin men de koe- en paardenmest verzamelt. Ter
+verkrijging van meerdere mestspecie, worden de mestputten van tijd
+tot tijd met aardspecie aangevuld en met de mest vermengd. Aanvoer
+van mestspecie heeft zelden plaats.--(Vergelijk bl. 19.)
+
+3. Boter en kaas worden hier niet ter markt gebragt. Deze producten
+dienen meerendeels tot eigen gebruik van den boer, die echter het
+niet benoodigde aan de burgers verkoopt.--De bereiding der groene
+kaas wordt jaarlijks minder, en over het algemeen worden de schapen,
+na het afnemen der lammeren, in stede van ze te melken, drooggemaakt,
+ten einde ze daardoor te eerder vet te kunnen weiden, iets, dat
+bij den tegenwoordigen handel op Engeland, meerdere winsten afwerpt
+dan de melkerij. Even min als boter en kaas, worden hier granen en
+aardappelen ter markt gebragt. Deze vruchten worden bij den boer zelf
+aan huis opgekocht.--(Vergelijk bl. 20.)
+
+4. De zoogenaamde Miend- en heidegronden, voornamelijk gelegen langs de
+duinen tusschen den Westen en de Koog, hebben eene oppervlakte van ruim
+300 bunders. Het minvermogende gedeelte der bevolking heeft van die
+gronden steeds een belangrijk voordeel weten te trekken. Des zomers
+steken zij daarop plaggen die, gedroogd zijnde, hun tot brandstof
+verstrekken, terwijl zij des winters mede van de heide als brandstof
+gebruik maken. Sedert het ontstaan der aardappelziekte, hebben vele
+behoeftige eilanders grootere en kleinere gedeelten dier Miendgronden
+afgeheind en tot de aardappelcultuur geschikt gemaakt, hetgeen steeds
+vrij gunstige resultaten heeft opgeleverd.--Vroeger waren er in deze
+streek twee groote kolken, waarin zich veel watervogels onthielden,
+door verstuiving is er een gedempt.--(Vergelijk bl. 24.)
+
+5. Gerritsland is één van de 28 vereenigde Texelsche polders; zoo ook
+het Weezenspijk, dat aan het Weeshuis behoort. Ook Hoorn-en-Burg is
+een van de Texelsche polders, die in 1768 door eenige particulieren
+werden ingedijkt, doch reeds in 1792 verdronk, en sedert dien tijd
+niet weder drooggemaakt is.--(Vergelijk bl. 25.)
+
+6. Boomkweekerijen zijn hier niet. Elzen-, Essen- en Berken-hakhout
+groeit over het geheel voordeelig. Alles te samen genomen, zullen er
+ongeveer 50 bunders met deze houtsoorten bezet zijn. Eiken of ander
+hakhout en dennenbosschen vindt men op Texel niet.--De vruchtboomen
+tieren over het algemeen vrij goed; eigenlijke boomgaarden zijn er
+echter niet.--(Vergelijk bl. 25.)
+
+7. Aangaande de Sturiërs, vinden wij, bij Dr. Arend het volgende:
+(Nadat hij omtrent de woonplaats van eenige andere volksstammen het
+een en ander heeft medegedeeld, zegt hij:) "Minder bepaald kan de
+ligging der Marezaten en Sturiërs, genen welligt van Kattichen, dezen
+van Frieschen oorsprong, aangewezen worden. De Sturiërs moeten het
+tegenwoordige eiland Texel, een gedeelte van het land dat naderhand
+Zuiderzee geworden is, tot aan Stavoren, welke naam van hen wordt
+afgeleid, bezet hebben.--(Vergelijk bl. 25.)
+
+8. "Het groote Kreilerwoud strekte zich uit van tusschen
+Enkhuizen en Medemblik tot aan de Noordzee en het eiland
+Texel." (Arend. Algem. Gesch. des Vad.) Hij ontleende dit aan
+H. Soeteboom, Saenlants-Arcadia, B. II pag. 117. Doch Eikelenberg
+houdt daarentegen deze Noord-Hollandsche bosschen even als het
+Kreilerwoud (aan welks bestaan ook andere geleerden van naam twijfelen)
+"zoo ooit de vorige eeuwen" (zegt Eikelenberg) "een bosch te Kreil
+hebben gezien," voor rietbosschen, (?) en zegt met Nannius, "Tacitus
+gedenkt Holland nooit als een boschachtig, dikmaals als een poelachtig
+land."--(Vergelijk bl. 25.)
+
+9. Eijerlandshuis of Eijerhuis was eene pachthoeve op het voormalig
+eiland Eijerland, in het Noordelijkste gedeelte van hetzelve,
+zeer bevallig tusschen duinen, in eenen duinkom gelegen. Vóór de
+gedeeltelijke verbouwing in 1836-1837, las men in den gevel van dat
+huis het jaartal 1650, dat door krom gebogen ankers gevormd werd. Dit
+gebouw, dat door vergrooting en aanbouwing, onder zeven daken is
+gebragt, heeft een kloosterachtig voorkomen. Binnengetreden, herinnert
+men zich, op het gezigt van den ruimen keukenhaard, onwillekeurig,
+hoe menig schipbreukeling, ter naauwernood den dood ontkomen, hier,
+half verkleumd, en zijne omgekomene togtgenooten beweenende, zijne
+natte kleeding, het eenige dat hem restte, zat te droogen.--Door de
+ramen heeft men een schilderachtig gezigt: op den achtergrond ontwaart
+men de duinen, op welker toppen de helmplanten door den wind, over
+het steeds stuivende zand, worden heen en weder geslingerd; terwijl
+nader aan den voorgrond, het vee, beschut door die hoogten, vreedzaam
+graast, of rustig ligt te herkaauwen, een tooneel voorwaar! treffend
+door de levendige tegenstelling van land en zee, van barre woestheid
+en rustig veldbedrijf.--(Vergelijk bl. 95.)
+
+10. Oosterbollen is een zandig gedeelte van den polder Eijerland,
+Noordwaarts van Huisjeskreek nabij den polderdijk gelegen. In deze
+zandvlakte, welke eene uitgestrektheid van 30 bunders heeft, staat
+de directiekeet van den Directeur van Landbouw, die daarin, tijdens
+de indijking, verblijf hield.--(Vergelijk bl. 95.)
+
+11. Huisjeskreek of Oosterbollen-zwen is de naam van eene voormalige
+kreek in Eijerland, welke vóór de bedijking, van den Duinkom afkomende,
+zich met eene Oostelijke rigting in het Dijkskanaal ontlastte; doch
+sedert met haar aanwezen, ook haren naam verloren heeft.--(Vergelijk
+bl. 96.)
+
+12. Ook de Kabeljaauwslufter was vóór de bedijking van Eijerland eene
+kreek, welke zich Oostwaarts ontlastte.--(Vergelijk bl. 101.)
+
+Indien wij wel onderrigt zijn, bestaat het plan om eenen grindweg op
+Texel aan te leggen, loopende van den Burg over Waal-en-Burg en door
+Eijerland tot aan de Cocksdorp.
+
+
+
+En hiermede, Waarde Lezer! eindigen wij onzen arbeid. Gaat het u als
+ons, dan zult ook gij moeten erkennen, dat het Eiland Texel, mede
+een der belangrijkste gedeelten van Neêrland's Rijksgebied uitmaakt,
+en dat deze plek van den Vaderlandschen bodem overwaardig is, meer
+algemeen gekend te worden.
+
+
+
+
+
+
+
+STAAT van de veranderingen aan het Strand en de Duinen langs de
+Noordzee van het Horntje tot het Eijerland op het Eiland Texel.
+
+
+---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
+ Van den 5den Junij 1850 tot den 24sten Junij 1854.
+------------------------------------------++--------+------------------+-------------------+-------------------
+ || |VOET VAN HET DUIN.|LIJN VAN HOOGWATER.|LIJN VAN LAAGWATER.
+ NAMEN || | | | |
+ || +--------+---------+---------+---------+---------+---------
+ DER || | | | | | |
+ || Lengte |Verloren| Aange- |Verloren | Aange- |Verloren | Aange-
+ Bekende Plaatsen. || in | in |wonnen in| in |wonnen in| in |wonnen in
+ || Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen.
+------------------------------------------++--------+--------+---------+---------+---------+---------+---------
+ || | | | | | |
+Het Hoornerstrand en duinen, van den || | | | | | |
+ paal no. 6, tot den paal no. 11 || 5000 | ,, | 4.82 | ,, | 93.20 | ,, | 112.00
+ || | | | | | |
+Het Westerstrand en duinen, van den || | | | | | |
+ paal no. 11, tot den paal no. 16 || 5000 | 0.40 | ,, | ,, | 14.60 | ,, | 2.90
+ || | | | | | |
+Het Koogerstrand en duinen, van den || | | | | | |
+ paal no. 16, tot den paal no. 22 || 6000 | ,, | 7.00 | ,, | 25.33 | ,, | 34.00
+ || | | | | | |
+Het Strand achter den Zanddijk, van den || | | | | | |
+ paal no. 22, tot den paal no. 27 || 5000 | 0.00 | 0.00 | 1.90 | ,, | 23.00 | ,,
+ || | | | | | |
+Het Eijerlandsche Strand en duinen, || | | | | | |
+ van den paal no. 27, tot den paal || | | | | | |
+ no. 33. 462 el || 6462 | ,, | 2.54 | ,, | 32.54 | ,, | 63.92
+ ++--------+--------+---------+---------+---------+---------+---------
+ || | | | | | |
+Over de geheele lengte van paal no. 6 || | | | | | |
+ op den Hors, tot den limietpaal no. 34, || | | | | | |
+ aan het Eijerland || 27462 | ,, | 3.61 | ,, | 35.30 | ,, | 40.18
+------------------------------------------++--------+--------+---------+---------+---------+---------+---------
+ | | | | | |
+In de peilraaijen A, B, C, D, E, F, G en H aan het | | | | | |
+ Horntje, van 1807 tot 1854 | ,, | ,, | 283.12 | ,, | 172.12 | ,,
+ | | | | | |
+Van het jaar 1836, tot 24 Junij 1854 | 76.62 | ,, | ,, | ,, | ,, | ,,
+ | | | | | |
+Van 7 Junij 1853, tot 24 Junij 1854 | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,,
+ | | | | | |
+In de raaijen I, K, L en M in de Mok, of Z. W. zijde| | | | | |
+ van het Horntje: van 1852 tot 24 Junij 1854 | 2.70 | ,, | ,, | #.40 | 22.40 | ,,
+ | | | | | |
+Van 7 Junij 1853 tot 24 Junij 1854 | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,,
+----------------------------------------------------+--------+---------+---------+---------+---------+---------
+
+
+----------------------------------------------------------------------------------------------------------
+ Van den 6den Junij 1853 tot den 24sten Junij 1854.
+-------------------+--------------------+--------------------+--------------------------------------------
+ VOET VAN HET DUIN.| LIJN VAN HOOGWATER.| LIJN VAN LAAGWATER.| GEMIDDELDE BREEDTE VAN HET STRAND.
+---------+---------+----------+---------+----------+---------+-------------+-------------+----------------
+ Verloren| Aange- | Verloren | Aange- | Verloren | Aange- |Van den voet |Van de hoog- | Van den voet
+ in |wonnen in| in |wonnen in| in |wonnen in|van het duin |waterlijn tot|van het duin tot
+ Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. | Ellen. |tot de hoog- |den kant van | den kant van
+ | | | | | | waterlijn, | laagwater, | laagwater,
+ | | | | | | in Ellen. | in Ellen. | in Ellen.
+---------+---------+----------+---------+----------+---------+-------------+-------------+----------------
+ ,, | 4.91 | 16.82 | ,, | 8.64 | ,, | 1146.36 | 146.82 | 1239.18
+ | | | | | | | |
+ ,, | 1.90 | 8.50 | ,, | 0.60 | ,, | 319.60 | 143.40 | 463.00
+ | | | | | | | |
+ ,, | 2.58 | 2.42 | ,, | ,, | 3.00 | 186.17 | 115.83 | 302.00
+ | | | | | | | |
+ 0.00 | 0.00 | 11.60 | ,, | ,, | 0.70 | 1476.10 | 107.80 | 1583.90
+ | | | | | | | |
+ | | | | | | | |
+ ,, | ,, | ,, | 6.64 | 15.77 | ,, | 297.92 | 120.30 | 418.22
+---------+---------+----------+---------+----------+---------+-------------+-------------+----------------
+ | | | | | | | |
+ ,, | 2.20 | 5.90 | ,, | 4.52 | ,, | 685.23 | 126.83 | 812.06
+---------+---------+----------+---------+----------+---------+-------------+-------------+----------------
+ | | | | | | | |
+ ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,,
+ | | | | | | | |
+ ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,,
+ | | | | | | | |
+ 2.00 | ,, | 3.12 | ,, | 45.00 | ,, | 4.82 | 186.37 | 191.19
+ | | | | | | | |
+ | | | | | | | |
+ ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,, | ,,
+ | | | | | | | |
+ 2.00 | ,, | ,, | 2.40 | 25.00 | ,, | 8.14 | 189.67 | 197.81
+---------+---------+----------+---------+----------+---------+-------------+-------------+----------------
+
+
+De beplanting der Duinen op Texel, waartoe helm en stroo gebezigd
+worden, geschiedt over de gansche uitgestrektheid, bepaaldelijk ter
+plaatse waar zulks noodig wordt geoordeeld.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Het Eiland Marken en zijne bewoners; met 2 kaartjes, te Amsterdam,
+bij Weijtingh & Van der Haart, 1854.
+
+[2] Aanvankelijk hadden wij het plan gevormd, om een afzonderlijk
+kaartje van de Texelsche Zeegaten bij het werkje te voegen.--Dan,
+opmerkzaam gemaakt zijnde, dat het, met betrekking tot het eiland
+zelf, doelmatiger zijn zoude, zoo beide kaarten (die van het Eiland
+en die van de Zeegaten) op ééne kaart werden overgebragt, hebben wij
+ons volgaarne de moeite getroost, om, in het belang van het werkje,
+beide kaarten op eene grootere schaal over te brengen, en tot één
+geheel te vereenigen.
+
+[3] "Noorder-Haaks, zandbank in de Noordzee, vóór het Marsdiep,
+Zuidwest van het eiland Texel, thans het Noordelijke gedeelte van de
+Haaks uitmakende. Ten Noord-Oosten loopt het Noordergat, dat haar
+van de Horst, of de Zuid-Westelijke punt van Texel, scheidt, ten
+Zuiden werd zij vroeger door de Breede-Wei en het Zuidwestergat van de
+Zuider-Haaks gescheiden; thans daarmede verbonden, wordt zij nog door
+eene geul of sleuf, het Duikersgat geheeten, in tweeën gescheiden,
+van welke het Zuidelijke gedeelte den Middenrug genoemd wordt."
+
+"Zuider-Haaks, zandbank in de Noordzee, ten westen van den Helder,
+waarvan zij door het Schulpegat gescheiden is, terwijl zij ten Noorden
+thans met de Noorder-Haaks is vereenigd."
+
+(Van der Aa. Aardr. Woordenboek, V deel, bl: 11.)
+
+[4] De kleuren van Texel's vlag zijn ons verschillend opgegeven. Men
+deelde mij onlangs mede dat dezelve oudtijds groen en rood zouden
+geweest zijn.
+
+[5] Naar men mij verhaalde, had zich de sterfte onder het hoornvee,
+vóór 1789, slechts éénmaal op Texel vertoond. Een boer, die, naar
+huis reizende, in het Zijperschuitje zich nedergezet had op een hoop
+rundervellen, afkomstig van dezulken, die aan de besmetting gestorven
+waren, en, zoodra hij te huis kwam, naar het veld gegaan was om
+zijne beesten te melken, bragt de ziekte over, met dat gevolg, dat
+niet alleen zijn' stal, maar ook vele andere stallen aan den Hoorn,
+geheel uitstierven, zonder dat de ziekte zich evenwel verder over
+het eiland verspreidde.
+
+[6] Een groot verschil voorwaar met het jaar 1383, toen er op Texel
+geene merriën mogten gehouden worden; zijnde men toen verpligt,
+zich daarvan vóór Kersavond te ontdoen.--
+
+[7] In 1854 werden er 1.400.000 oesters gevangen, die gemiddeld à f
+10 per 1000 werden verkocht.
+
+[8] De wiermaaijerij leverde hier in 1850: 170,000 lb wier, ter waarde
+van f 10,000; in 1851: 120,000 lb, ter waarde van f 4,200; in 1852:
+150,000 lb, ter waarde van f 8,250; en in 1853: 300,000 lb ter waarde
+van f 19,000.
+
+[9] Vooral levert de Schelpbank in het Eijerlandsche Gat eene gunstige
+opbrengst.
+
+
+ leverde in 1853 In 1854
+ kub. el schelpen. kub. el schelpen.
+
+Het Oude Schild 250 400
+Oosterend en Oost 3500 2500
+De Cocksdorp 7600 6000
+
+
+[10] Zie de achter dit Werk gevoegde Staat van de veranderingen aan
+het Strand en de Duinen, enz., overgenomen uit het Provinciaal Verslag
+van Noord-Holland, over 1854.
+
+[11] Sturiërs...... Zij hadden van voren tot grenspalen de Noordzee,
+van achteren en aan beide zijden waren zij besloten door rivieren,
+namelijk de Sala of IJsselstroom, die, eer Drusus den Rijn daarin
+bragt, zich bij het eiland Texel ontlastte, en de Vliestroom. Verder
+waren zij omringd van het Meer, hetwelk tusschen het eiland Flevo en
+het verdere strand der Friezen lag, alsook door denzelfden Vliestroom,
+wederom smaller geworden zijnde: zoodat het voornoemde eiland binnen
+die palen begrepen was. Enz. (Van der Aa, Aardr. Woordenb.)
+
+[12] Zie voorts Aanteekening, in het laatste Hoofdstuk van dit Werk.
+
+[13] Zie ook: Het Eiland Wieringen en zijne Bewoners, geschetst door
+F. Allan. Amsterdam, Weijtingh en van der Haart, 1856.
+
+[14] Zie ook: Het Eiland Schiermonnikoog en zijne Bewoners, geschetst
+door F. Allan. Amsterdam, Weijtingh en van der Haart, 1856.
+
+[15] Volgens Dr. Acker-Stratingh, beter de Rekere. Zie 's mans beroemd
+werk: Aloude Staat en Geschiedenis des Vaderlands.
+
+[16] Kerkelijke Oudheden van Noord-Holland, bl. 399, in de
+aanteekeningen.
+
+[17] Wanneer die landstreek, den naam van Graafschap hebbe aangenomen,
+en welke personen het bestuur daarvoor in oude tijden (vóór Graaf Dirk
+II) mogen gehad hebben, daarvan is mij, ondanks vele nasporingen tot
+nog toe niets voorgekomen.
+
+[18] Drechterland, is eene landstreek in Noord-Holland, in de nabijheid
+en omgeving van Enkhuizen.
+
+[19] Kennemerland, gedeelte der provincie Noord-Holland, tusschen de
+Noordzee, Kalandsoog, het oude Westfriesland, benevens Amstelland en
+Rijnland, gelegen.
+
+[20] In 1422 komt voor eene quitantie van den pacht der windmolen
+ad. 100 gouden Vrancrixe Kroonen.--
+
+[21] Mr. Balthazar Huijdekoper, Schepen der stad Amsterdam, en bekend
+door zijne dicht- en taalkundige werken, is mede Schout of Baljuw
+van Texel geweest.
+
+[22] Naar sommigen willen, behoorden bij de genoemde tienden ook de
+koorntienden; de lammertienden gingen in op den 1en Mei.--
+
+[23] Van die teruggave, zegt zeker schrijver, is nog een spreekwoord
+op Texel afkomstig. "Nog heden," beweert hij, "zegt men op Texel,
+wanneer een jongeling aan een meisje eene eeuwige liefde zweert,
+als het maar geene Saxische eeuwigheid is, van drie jaren; omdat
+de Hertog van Saxen de Privilegiën, enz. der Texelaars, die hij
+voor eeuwig verbeurd verklaard had, reeds 3 jaren later terug
+gaf.--Geloofwaardige Texelaars hebben mij echter verklaard, genoemd
+spreekwoord nooit gehoord te hebben."--
+
+[24] In 1562 bestond op Texel nog het gebruik, dat de Eigenaars en
+Bruikers geen langer eigendom aan de landen hadden, dan van 1 Mei
+tot den laatsten Julij, wordende na dien tijd alles gemeene weide.
+
+[25] In 1779 liep de Amerikaansche Kaperkapitein Paul Jones met
+twee Engelsche prijzen in Texel binnen. De prijzen werden, hoewel te
+vergeefs, teruggevorderd; alleen gaf men den bevelvoerenden officier
+ter reede van Texel in last, om zich met den kaper zoo min mogelijk in
+te laten. Deze stoorde zich hieraan echter niet, maar bezocht zelfs
+den schouwburg te Amsterdam, hetgeen zooveel opziens baarde, dat men
+een straatliedje op hem maakte. Het bekende: "Dáár komt Pauwel Jones
+aan," enz., ontleende daarvan zijnen oorsprong.
+
+[26] Volgens algemeen gevoelen is het dorp Den Burg, weleer (1346)
+door drie poorten afgesloten geweest, welke zouden gestaan hebben:
+ééne in den Binnenburg bij het pijpje;--ééne tegen over het Weeshuis,
+bij het huisje op de breg (brug); en ééne bij het logement de Zwaan.
+
+[27] "Ada," dus lezen wij in een oud handschrift, "was de eenige
+dochter van Dirk, volgens de groote Kronijk, de VIIde van dien naam;
+de 14de Graaf van Holland; zij dan in rang de 15de Gravinne van
+Holland. Zij trouwde tegen den zin van sommige Staten, en van haren
+oom Willem, die, na haar, Graaf wierd. Zij werd door hem gevangen
+genomen, en op Texel in eene onbeslotene gevangenis bewaard, alwaar
+zij, na een jaar aldaar geweest te zijn, en nog geen 18 jaar oud,
+overleed in den jare 1204: haar lijk werd naar Middelburg gebragt."
+
+Terwijl wij in eene andere aanteekening vermeld vinden: "De Moeder
+van Gravinne Ada, was de Gravinne Aleid. Deze had hare dochter
+uitgehuwelijkt aan Lodewijk, Grave van Loon; zij werd op den Burgt te
+Leiden, overwonnen en gevangen genomen, en viel haren Neef Willem van
+Teijlingen in handen. Haar oom Willem, overwinnaar zijnde, zond zijne
+nicht (Ada) naar Texel; doch deze gevangenis haar ondragelijk vallende,
+zocht zij te ontkomen, waarom hij het besluit nam, haar naar Engeland
+te zenden. Dit werd Graaf Willem I van vele Edelen en Landzaten,
+kwalijk genomen, dat hij de Landsvrouwe in handen van vreemden stelde."
+
+[28] In 1855 waren 42 personen in die Kamers opgenomen, aan welken,
+behalve vrije woning, eene som van f 1200 voor onderstand is verstrekt,
+geheel uit inkomsten van bezittingen verkregen.
+
+[29] Tegenwoordig houden de bewoners van Oost zich ook met de
+wiermaaijerij bezig.
+
+[30] Zie bl. 41.
+
+[31] Thans Hoofd-Ingenieur in de Provincie Utrecht.
+
+[32] "Ongelooflijk," zegt zeker schrijver, die in het laatste gedeelte
+der voorgaande eeuw dit gedeelte van Texel bezocht, "ongelooflijk
+is het onnoemelijk getal van nesten en eijeren van allerlei soort,
+welke men hier aantreft; men kan zich aan geene zijde wenden, zonder,
+om zoo te spreken, twee of drie nesten onder de hand te hebben; maar
+men vindt zich bijna in het geval van Don Quichot, bij het hol van
+Montesinos; want men dient schier slag te leveren tegen de vogels,
+zoodanig koomen die dieren aanstrijken op de roovers van hunne
+eigendommen, en van de hoop van hun toekoomend geslagt."
+
+[33] Eyerlandshuis is het noordelijkste der perceelen, waarin het
+Eijerland vóór de bedijking verpacht werd.
+
+[34] De eigenlijke uitsluitende duinmaaijerij was, bij besluit van
+1 Augustus 1825, afgeschaft.
+
+[35] Het kompas heeft hier eene miswijzing van 22°30' N. W. Nieuwe
+en Volle maan, 9 uren hoog water.--
+
+[36] Deze kwaal was eigenlijk eene soort van leverziekte, waarbij
+zeker insect, als kleine botjes, zich in de lever zette. Elders
+heerscht die ziekte ook, en meermalen hoorde ik die de bot noemen.
+
+[37] Zoodanige kraag, behoort thans nog tot het zoogenaamde
+Marker-Trouwpak.--
+
+[38] Ook op het eiland Marken bestond deze gewoonte; als een
+overblijfsel daarvan kunnen beschouwd worden, de eigendomsmerken die
+de Markers nog heden op hunne klompen en op andere zaken snijden.--Ook
+van de voorschreven kleederdragt vindt men op dit eiland nog vele
+overblijfselen.
+
+[39] Aangaande het zoogenaamde Abtskoorn, deelde men ons het volgende
+mede:
+
+Het Abtskoorn was eene belasting op sommige huizen aan den Burg, in
+oude tijden geheven door de geestelijkheid, in welke tijden door de
+Eigenaars dier huizen aan de Geestelijkheid jaarlijks moesten leveren
+1, 2, 3, à 4 Loopen koren, naderhand werd voor ieder Loopen koren f
+1.-- betaald, en was dit privilegie in het bezit van de Heeren Van
+Brienen, welke Heeren echter sedert 25 à 30 jaren, dit regt, hetwelk
+nu vervallen is, niet meer hebben gevorderd.
+
+[40] Men zie ook, ten opzigte van Texel's vroegeren toestand,
+zoo als die bepaaldelijk was bij den aanvang der 18de eeuw: Reizen
+door een gedeelte van Europa, Klein-Azië, enz. gedaan door Johan
+Ægidius van Egmond van der Nijenburg en Johannes Heijman, uitgegeven
+door Johannes Wilhelmus Heijman, te Leiden bij Abraham Kallewier,
+1757.--Welk werk mij goedgunstig ten gebruike werd afgestaan door
+mijnen vriend, den Heer J. Visser, te Eiland Marken.
+
+[41] Dit woord is zeer oud en wordt zelden meer gehoord.
+
+[42] Men meene echter niet, dat de Texelsche Schoonen zich in zooverre
+aan de anti-N.-H. kleedij gebonden achten, dat zij zich zouden bepalen
+bij een jak en rok, waarvan de schoot of scheiding bijna tusschen de
+schouders wordt gedragen.
+
+[43] Wij merken hierbij aan dat Texel gedurende de laatste jaren,
+ook ten gevolge van meerdere gemeenschap met den vasten wal, veel van
+zijne eigendommelijkheid heeft verloren. Uit hetgene wij boven reeds
+omtrent de Texelaars hebben medegedeeld, blijkt, dat zij in kleeding,
+zeden, enz. niet meer van hunne naburen zijn onderscheiden.
+
+[44] Zuuppot is een oud woord, 100 jaren geleden in gebruik, even
+als het Queesten.
+
+[45] Tijdens en na het afdrukken van het werk, gewerden mij nog eenige
+opmerkingen Texel aangaande. Sommige derzelven kwamen tijdig genoeg,
+om in den tekst te kunnen worden opgenomen. Anderen echter, ontving
+ik daartoe te laat. Deze laatsten zijn het, die ik in dit zevende
+hoofdstuk heb zamengevat.
+
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Het Eiland Texel en Zijne Bewoners, by
+Francis Allan
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44087 ***