summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/44086-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-03-03 20:33:37 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-03-03 20:33:37 -0800
commit6128b5634bea0795c92683669f85ece66ea19400 (patch)
tree8b00f919a8c416a6607ee646b19d9d7cd349eee5 /44086-0.txt
parentfd70b0376e4d0da8db3767ab1802f31b6c00549a (diff)
Add files from ibiblio as of 2025-03-03 20:33:37HEADmain
Diffstat (limited to '44086-0.txt')
-rw-r--r--44086-0.txt1872
1 files changed, 1872 insertions, 0 deletions
diff --git a/44086-0.txt b/44086-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..3ad21b8
--- /dev/null
+++ b/44086-0.txt
@@ -0,0 +1,1872 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44086 ***
+
+ HET EILAND WIERINGEN
+ EN
+ ZIJNE BEWONERS,
+
+ GESCHETST
+ DOOR
+ F. ALLAN.
+
+
+ Met eene Kaart.
+
+
+ AMSTERDAM,
+ WEIJTINGH & VAN DER HAART.
+
+ 1855.
+
+
+
+
+
+
+
+ Gaar kennis van het Land waarin gij zijt geboren.
+
+
+
+
+
+
+
+VOORWOORD.
+
+
+Toen ik de belofte aflegde, de vervaardiging eener beschrijving van
+het Eiland Texel op mij te nemen, beloofde ik tevens, ook het Eiland
+Wieringen, op gelijke wijze te zullen bewerken.--
+
+Ik heb die belofte gehouden, waartoe ik vooral werd in staat gesteld,
+door de welwillende medewerking van de H.H. Mr. J. van Hengel,
+Burgemeester der Gemeente Wieringen, Weeshuizen, Opzigter van 's
+Rijks Waterstaat, J. Hoefnagel, Openbaar Onderwijzer en M. Koorn,
+Wethouder aldaar, welke allen mij vele en belangrijke inlichtingen
+hebben ten beste gegeven, en waarvoor ik HEdn. bij dezen, openlijk
+mijnen welmeenenden dank betuige.
+
+Met bescheidenheid, beveel ik mijnen Landgenooten in het algemeen,
+en Wieringen's Bevolking in het bijzonder, mijnen arbeid aan. Mogt
+het werkje hunne goedkeuring wegdragen!
+
+
+Eiland Marken.
+
+October 1855. F. Allan.
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+INLEIDING.
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+ALGEMEENE BESCHOUWING VAN HET EILAND WIERINGEN.
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+VOORTBRENGSELEN, BRONNEN VAN BESTAAN.
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+WIERINGEN'S GESCHIEDENIS.
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+DE VOORNAAMSTE DORPEN EN GEHUCHTEN OP WIERINGEN.
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+DE BEVOLKING VAN WIERINGEN.
+
+
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+
+Ofschoon er over de geschiedenis van ons Vaderland, in vroegeren
+tijd, en vooral vóór de komst der Romeinen, eenen sluijer ligt
+verspreid, waaronder tal van belangrijke gebeurtenissen verborgen
+liggen, zoo weten wij echter, dat onze geboortegrond, gelegen aan de
+uitwatering van groote rivieren, wier stroomgebied destijds nog door
+geene waterkeeringswerken werd bepaald, en daarbij blootgesteld aan de
+landverslindende woede der Noordzee, welke de west- en noord-kusten van
+Nederland steeds bedreigen, meer dan eenig ander land, belangrijke
+veranderingen heeft ondergaan, zoo wel met betrekking tot de
+oppervlakte van den grond, als tot de rigting der stroomen.--
+
+Allerwege toch in ons Vaderland, zijn daarvan de sprekendste bewijzen
+voorhanden. Zoo toch werd, bij het ontgraven der grondslagen van het
+huis van den Domproost, op Utrecht's hoogste gedeelte, ten tijde
+van Hortensius, een gezonken schip, met zijne lading, bestaande
+in aardewerk, gevonden; terwijl men bij het boren van eenen put te
+Groningen, op eene diepte van veertig voeten, mede een schip vond,
+dat van Romeinsch maaksel scheen te zijn;--gelijk het ook even zeker
+is, dat Hollands west- en noord-kust, alsmede de eilanden, zich veel
+verder in die rigting hebben uitgestrekt. Zulks wordt althans bewezen,
+zoo door de in de Noordzee liggende zandbanken en platen, als door de
+kapel van Nehalennia op Walcheren, de grondvesten van de oude stad bij
+de Goereê, en het huis te Britten, bij Katwijk; welke gebouwen toch wel
+niet aan den buitenkant der duinketen zullen geplaatst zijn geweest.
+
+Dan, niet slechts aan die zijden, maar ook dáár, waar thans de
+Zuiderzee de plaats van eenmaal vruchtbare en houtrijke landerijen
+inneemt, zijn allerwege de sporen aanwezig, welke van de groote
+veranderingen, in den loop der eeuwen, door stormen en watervloeden,
+hier te weeg gebragt, de onmiskenbaarste bewijzen dragen. Tijdens
+de komst der Romeinen hier te lande, waren deze streken reeds
+lang bewoond; waarvan de stichtingen van onderscheidene burgten of
+sterkten in dien tijd, ten bewijze strekken.--Zoo woonden o. a. de
+Tusiê of Toesië, op de hoogere landstreken bij Medemblik, van welk
+volk den naam nog overig zoude zijn in het dorp Opperdoes, alsmede
+in Lager- of Nederdoes, welke laatste plaats in de Zuiderzee bedolven
+is;--de Marsioten of Marsen hielden verblijf in de lagere deelen van
+Noord-Holland, Waterland, en werden aldus genoemd, naar de Meerschen,
+Marschen, d. i. lage weilanden. Destijds, stonden Rijn en IJssel
+nog in geene verbinding met elkander, terwijl eerstgenoemde rivier,
+behalve de thans bestaande mondingen en de verzande mond bij Katwijk,
+vrij zeker meer vertakkingen had, waarvan er eene van Wijk voorbij
+Utrecht naar de Vecht, en eene andere boven Wageningen, noordwaarts
+naar de Eem vloeijende, door Waterland stroomden, en bij Petten
+(putten) in de zee stortten. De andere rivier, de IJssel, was toen
+nog van minder beteekenis, en vloeide in het meer Flevo of Flevum,
+dat tusschen Schokland, Urk en Friesland moet gelegen hebben. Dit
+meer ontlastte zich door eenen stroom, die bij de tegenwoordige
+Tako-Zijl, in Friesland tusschen Heeg (het Hoog) en Woudsend (einde
+der oostelijke bosschen) vloeijende, tusschen Sneek en Bolsward in
+de Middelzee stroomde. Toenmaals besloeg de Middelzee een groot deel
+van het tegenwoordige Friesland en had bij de stad Uitgong, hare
+waterloozing in de Wadden, de Mare-Vadosum, en vervolgens tusschen
+Ameland en Terschelling in de Germaansche of Noordzee.--
+
+De Zuiderzee bestond in dien tijd nog niet. De eilanden Texel,
+Vlieland, Terschelling, Wieringen en Marken waren toen nog aan den
+vasten wal verbonden, terwijl de grondgesteldheid van Gooiland in
+Holland, en van Gaasterland in Friesland, met grond doet vermoeden,
+dat deze streken almede aan elkander verbonden waren. Aan beide zijden
+toch zijn de uiteinden van eene verbrokene hooge aardriggel zigtbaar:
+in Gooiland, aan den Muiderberg, en in Gaasterland, bij Stavoren,
+aan het Roode Klif. [1]
+
+Tijdens het verblijf der Romeinen, hier te lande, ondergingen die
+streken, vooral door de bemoeijingen van Drusus, opperbevelhebber
+der Romeinsche legerbenden, groote verandering, of althans waren het
+zijne ondernemingen, welke daartoe later aanleiding gaven.--Hij toch,
+de zoo opmerkzame veldheer, bespeurde welhaast het gevaarvolle van
+den toestand, waarin de landen aan den Neder-Rijn, door gedurige
+overstroomingen, zich bevonden, iets, dat hem en zijne legermagt, in
+hunne krijgsverrigtingen zeer hinderlijk moest wezen. Hij peinsde
+daarom op middelen, waardoor hij dezen toestand zoude kunnen
+veranderen; en alzoo kwam hij op het denkbeeld, om den Rijn eene
+nieuwe uitwatering te bezorgen, door den aanleg eener gracht of kanaal,
+naar den IJssel, welke toen met het meer Flevum in gemeenschap stond,
+en--geholpen door zijne legioenen, werd aan zijn denkbeeld weldra
+een werkdadig gevolg gegeven.--
+
+Het door Drusus ontworpen kanaal, kwam boven Arnhem uit den Rijn,
+en vloeide tot aan dien plek waar thans de stad Doesburg ligt, en
+die naar Drusus naam Drusus- of Droesus-burg, zoude geheeten zijn.
+
+Groot voorwaar, waren de gevolgen welke uit dit werk van het Romeinsche
+legerhoofd ontstonden. Immers, de grootere hoeveelheid water, welke
+nu uit den Rijn, door den IJssel, naar het Flevum-meer vloeide, moest
+zich welhaast eenen nieuwen weg banen. Nergens door dijken, dammen
+of andere natuurlijke of kunstmatige waterkeeringen, tegengehouden,
+knaagde het de oevers gestadig af; de zachtere aardlagen, welke
+zich onder de harde bovenkorst bevonden, werden hoe langer zoo meer
+uitgekabbeld; deze korst brokkelde dan vervolgens af, en verzonk met
+wat er op stond in de diepte.--
+
+Intusschen breidde Drusus zijne overwinningen verder uit; welligt
+over de Eems tot aan den Wezer, en bouwde hier en elders verdedigbare
+posten.
+
+Zoo bouwde hij vrij zeker, aan den westelijken oever der Middelzee,
+op of bij Terschelling, het kasteel Flevum, waarvan men, naar men
+meent omstreeks 1590, op het lang aanwezig gebleven eilandje de
+Grind, in eenige, met zeer groote steenen gemetselde putten, nog de
+laatste overblijfselen bespeurd heeft. Zoo ook bouwde hij, op het
+eiland Texel eenen burg, waarvan het bewijs nog aanwezig is in den
+naam van Texels hoofdplaats, de Burg; terwijl eenige grafheuvels,
+benevens de in die streken van tijd tot tijd gevondene oudheden
+en munten, van het vroeger verblijf der Romeinen aldaar getuigenis
+geven.--Zoo ook worden de Romeinen, de stichters genoemd van eene stad,
+welke tusschen de eilanden Texel en Wieringen lag, en die den naam
+van Grebbe droeg. Wanneer die stad te niet is gegaan, kan met geene
+zekerheid bepaald worden; alleen weet men, dat zij, in eene der zeer
+groote watervloeden die er, naar luid der kronijken, in de jaren 350,
+533, 695 en 733, hebben plaats gehad, verwoest is.--
+
+'t Is zoo, aan het bestaan dier stede Grebbe, werd vroeger zeer
+getwijfeld, althans zeer veel getwist, terwijl de berigten van
+Soeteboom, Valkoog en andere, dien aangaande niet werden geloofd. De
+opsporingen echter van den geleerde Rutgerus Paludanus, en meer
+andere oudheidkundigen, hebben dien twijfel opgeheven, en plaats doen
+maken voor zekerheid terwijl ik in eene (zoo ik meen onuitgegeven)
+verhandeling, waarin mede over deze zaak gewag wordt gemaakt, en die
+mij door eenen vriend welwillend ten gebruike werd afgestaan, las:
+dat het uit de brieven van den Vaderlandschen geleerde Nicolaas Witsen,
+met zijnen boezemvriend, Gijsbert Luber gewisseld, bleek, dat er zeer
+vele, geheel nieuwe berigten aangaande genoemde stad, aanwezig zijn.--
+
+Deze stad lag ongeveer een half uur gaans, Noordwaarts van het eiland
+Wieringen aan het tegenwoordige Amsteldiep. In 1710, was er nog eene
+groote hoeveelheid muurwerk overig, welke hoeveelheid voormaals
+veel grooter moet geweest zijn, naardien men omstreeks het midden
+der zeventiende eeuw van daar veel duifsteen heeft opgehaald, welke
+met kaagschepen naar Amsterdam vervoerd is, om aan de cementmolens
+afgeleverd te worden.
+
+De reeds genoemde Witsen, was onderrigt dat daarbij veel beeldwerk
+was gevonden; doch aangezien er bij de vroegere ontdekking daarvan,
+niemand tegenwoordig schijnt geweest te zijn, die dit muurwerk met
+kennis van zaken zoude hebben kunnen beschouwen, ter afleiding van
+den tijd wanneer, en de personen, door wier bemoeijingen Grebbe
+gesticht zoude zijn; zoo heeft hij dienaangaande geene nadere
+inlichtingen kunnen bekomen, te meer ook, dewijl de steenbrokken,
+welke bij latere peilingen zijn gevonden, of reeds gevonden waren,
+beschadigd of verwaarloosd waren.
+
+Volgens de nasporingen door Witsen gedaan, bleek het, dat de stad
+met eenen muur omringd was geweest, welke aan den noordkant geheel,
+en aan de west- en oostzijde ten deele onder het zand bedolven was,
+terwijl er aan de zuidzijde der stad, sporen werden ontdekt eener
+gracht, vóór den muur, waarin twee uitwateringen bespeurd werden. Ook
+ontdekte hij nog de grondslagen, van een groot, op zich zelf staand,
+gebouw met eenen voorhof, die door eenen muur omringd was, welke eene
+lengte van 300 voeten bezat.
+
+Even min als het bekend is, wanneer de stad Grebbe in de diepte
+verzonk, schijnt men, met zekerheid te kunnen bepalen, wanneer de
+geheele vlakte tusschen Noord-Hollands vaste kust en het Eiland
+Wieringen, benevens dat gedeelte dier Provincie, waar de Zijpe en
+Wieringerwaard liggen, in het nat bedolven zijn. Dit moet na de eerste
+helft der 8e eeuw hebben plaats gegrepen, terwijl ook na dien tijd de
+stad Gonseind, waar nu het dorp Winkel ligt, benevens de dorpen Lager-
+of Nederdoes, Lammoer, Ter-Dorp, Schulhorn en andere, verzwolgen zijn.
+
+Dat deze landstreken, welke thans bekend staan onder den naam van
+"het meer bezuiden Wieringen", alsmede die, over welke zich verder de
+Balg tot aan den Zuidwal bij het tegenwoordige Nieuwe Diep, uitstrekt,
+oudtijds bewoond en bebouwd land moet geweest zijn, blijkt duidelijk
+uit de vele overblijfselen van dijken, wegen, straten en muurwerk,
+als ook door het in 1772 ontdekte kerkhof, waarop zerken en kisten
+aanwezig waren. Dat Drusus in deze streken, dijken zoude hebben
+doen aanleggen, is door de ontdekkingen van Junius, Paludanus en
+den Marquis de St. Simon buiten kijf gesteld. Zoo heeft men onder
+andere dezelve nagespoord van de Straat bij Texel, zuidoostwaarts
+van de Koog, door den geheelen Wieringerwaard, over de Gammels,
+en ten noorden van Stavoren in de Zuiderzee.
+
+Naar men zegt, bestaat de weg in den Wieringerwaard, welke men ter
+lengte van 1300 roeden heeft kunnen volgen, uit duifsteen, en kan hij
+welligt in verband worden gebragt met den ouden weg, uit de Zuiderzee
+door Friesland loopende, welke waarschijnlijk mede, van Romeinsche
+herkomst is.--
+
+Er is weleens verhaald, dat er tot aan het begin der dertiende eeuw,
+tusschen Enkhuizen en Stavoren, nog zoo veel land was, dat men met
+behulp van een deel, vondel of plank, droogvoets derwaarts konde
+gaan.--Hoe dit zijn moge, wij hechten daaraan echter geen geloof,
+naardien wij weten, dat het gedeelte van Friesland, waarin Stavoren
+ligt, reeds vroeger, in tegenstelling van het latere West-Friesland,
+Oost-Friesland werd geheeten. Er bestond dus eene scheiding, waarbij
+wij hier wel niet enkel aan een' greppel of slootje zullen te denken
+hebben.--Daarenboven had Stavoren toen twee havens, Zure- en Nooremude
+(zuider- en noorder-mond) geheeten; al hetwelk bewijst, dat men
+toenmaals hier, in plaats van land, water had. Ook de stormvloed,
+welke omstreeks het jaar 857 hier te lande woedde, bragt verandering
+in deze streken te weeg, en het was inzonderheid te dien tijde,
+dat de bewoners inzagen, welk groot belang zij bij het aanleggen
+van behoorlijke zeeweringen hadden. Zoo vinden wij gewag gemaakt van
+gelegde wier- of weerdijken om de tegenwoordige plaat het Robbezand of
+de Waard, welke door het Oude Vlie van het Bredezand gescheiden is,
+en waarvan nog overblijfselen van overig zouden zijn, die zich door
+eene bijzondere vast- of hardheid van stof, onderscheiden, terwijl
+de meestgevaarlijke brokken in de jaren 1668 en 1669, op last van
+den Raadpensionaris De Witt, met groote inspanning van krachten zijn
+verbrijzeld.--Ook is er aan het westeinde van het Oude Vlie, nog een
+weg aanwezig, die vroeger hinderlijk was voor diepgaande vaartuigen,
+welke aldaar verpligt waren om den vloed af te wachten of een gedeelte
+der lading te lossen, om over de zoogenaamden Drempel te kunnen komen,
+en die door sommigen gehouden wordt voor den weg, welke eertijds tot
+het kasteel Flevum zoude geleid hebben.--
+
+Dit een en ander meenden wij voldoende te mogen achten om onze
+lezers, eenigermate althans, bekend te maken met dat gedeelte der
+Zuiderzee, waarin het tegenwoordige Eiland Wieringen ligt, en tot
+welks beschrijving wij thans overgaan.
+
+
+
+
+
+
+
+EERSTE HOOFDSTUK.
+
+ALGEMEENE BESCHOUWING VAN HET EILAND WIERINGEN.
+
+
+Wieringen, het grootste der Zuiderzee-Eilanden, ligt door de in deze
+eeuw plaats gehad hebbende indijking van de Anna Paulowna-polder,
+thans slechts ongeveer een half uur van Noord-Holland's vasten wal
+gescheiden. Althans de postschuit, heeft gemiddeld dien tijd noodig,
+om, bij tamelijk gunstigen wind, de afstand van de Ewijcksluis tot
+aan het Wierhoofd, aan den Westerlandschen zeedijk, over te zeilen.
+
+Het voorkomen van Wieringen, vooral uit zee, van de zuidzijde gezien,
+is met regt schilderachtig te noemen.--Het geheel doet zich zeer
+aangenaam en eigenaardig voor. De heuvelachtige bodem, die zich
+omstreeks Westerland het hoogst verheft, en schier overal een
+groen tapijt vertoont, loopt naar het midden des Eilands, omstreeks
+Hypolitushoef, op, en vertoont ons tal van overschoone groepen. Vele
+der onderscheidene dorpen en gehuchten liggen bevallig in het geboomte
+verscholen, waarboven zich hier en daar een torenspits, een molen of
+bouwhoeve verheft. Voegt men hierbij de regelmatige, niet geheel van
+stijfheid vrij te pleiten gebouwen der Quarantaine-inrigting, welke
+op den zuidwestelijksten kant des Eilands gevonden worden, de menigte
+van Wieringer vaartuigjes, welke men allerwege om en op de stranden
+ontwaart, en eindelijk de Witte Wierdijken, welke dit geheel omgeven,
+en die het voorkomen hebben, van kleine krijtbergruggen; dan zal men
+ons gereedelijk willen toestemmen, dat een en ander aan dit Eiland
+een eigenaardig, gansch niet onbevallig voorkomen geeft, te meer,
+als men zijnen blik iets verder landwaarts inslaat, en dáárbij eene
+gestadige afwisseling van hoogten en laagten, golvende graanakkers,
+bloeijende aardappelvelden en veerijke weiden ontwaart.--
+
+De strekking van dit Eiland is van het Zuid-westen naar het
+Noord-oosten, in welke rigting het op eene gemiddelde breedte van
+3/4 uur eene lengte van 3 uren heeft, terwijl de geheele omtrek 5
+uur gaans bedraagt.
+
+De geheele oppervlakte beslaat thans p. m. 2.452 bunders land, waarvan
+1.980 bunders zoogenaamd oud land, en waarbij door weder indijking van
+eenen uitgestrekten Waard, ten Zuiden van het Eiland, in 1846, ruim 470
+bunders zijn gevoegd. De heuvelachtige en dus zeer ongelijke bodem des
+Eilands ligt gemiddeld ruim 2 ellen boven volzee, terwijl de hoogste
+deelen zich zelfs tot bijna 13 ellen boven vol-zee verheffen.--De
+lage deelen liggen tusschen 0,6 en 1,2 el beneden vol-zee.
+
+Deze lage landen, Koogen genaamd, staan meestal gedurende den winter
+onder water, en hebben, met uitzondering van den Hypolitushoever-koog,
+eene natuurlijke afwatering; laatstgenoemde koog wordt door eenen
+schepradwatermolen van het overtollige water ontlast.
+
+Daar Wieringen aan alle zijden voor den wind open ligt, bereikt het
+geboomte geene aanzienlijke hoogte; terwijl het geweld der zee groote
+verdedigingswerken langs de oevers vereischt. Het grootste gedeelte
+der zeeweringen langs den noordelijken, en, gedeeltelijk ook van den
+westelijken oever van het Eiland, wordt door het Rijk onderhouden, dat
+daaraan jaarlijks gemiddeld f4000 besteedt, en bovendien voor nieuwe
+werken p. m. f7000 's jaars. De zeeweringen aldaar, bestaan meest uit
+dijkwerk, grootendeels met steenglooijing of kettingregel-paalwerk,
+of wel met beide, gedekt, terwijl sommige tusschenliggende hoogere
+deelen tot nog toe onverdedigd zijn.
+
+Aan den zuidkant wordt het Eiland gedekt, deels door den dijk
+van den polder Waard-Nieuwland, die grootendeels van eene kapitale
+steenglooijing is voorzien en ten laste van dien polder ligt; deels uit
+den ouden aarden dijk met eenen wierriem er voor, ten laste van het
+Eiland, terwijl overigens door genoemde indijking een groot gedeelte
+dier laatste zeewering Slaperdijk geworden is.--
+
+De kosten door den polder Waard-Nieuwland sedert 1846 aan deszelfs
+dijk gemaakt, beloopen reeds aanzienlijke sommen; de dijkskosten
+voor het eiland zelf worden geraamd op c. f3000 's jaars, waaronder
+echter nog polder-onkosten begrepen zijn. In het geheel bedroegen
+de kosten der gewone werken van de zeeweringen in Wieringen in 1853,
+de som van f19.374.--
+
+Deze zeeweringen zijn zamengesteld als volgt:
+
+
+ Aan den dijk met voorgrond 1041 Ellen.
+ Aan den dijk met ketting-paalwerk 3818 Ellen.
+ Aan den dijk met paalwerken steenen glooijing 100 Ellen.
+ Aan den dijk met steenglooijing 281 Ellen.
+ Kettingregel-paalwerk met steenen glooijing 191 Ellen.
+ Kettingregel-paalwerk met steenen glooijing 328 Ellen.
+ Geschulpt paalwerk, met steenglooijing 890 Ellen.
+ Steenen glooijing 2117 Ellen.
+ Een steenen hoofd ter lengte van 100 Ellen.
+ Te zamen eene lengte van 8866 Ellen.
+
+
+Behalve deze, zijn op vele plaatsen brikkistingen tegen de
+kettingregel-paalwerken aangebragt. Deze zeeweringen liggen echter
+niet aanéén; men heeft dáár op verschillende plaatsen eene lengte
+van 2681 Ellen, welke onverdedigde, hooge gronden zijn.
+
+De aan de oost-, zuid- en een gedeelte van de aan de westzijde
+aanwezige zeeweringen, behooren onder de directie van het te Wieringen
+gevestigde dijksbestuur der "Zuiderdijkagie". Na de indijking
+van den polder Waard-Nieuwland, is een gedeelte dier zeewering,
+geene eigenlijke zeewering meer, maar kan, zoo als wij reeds hebben
+aangemerkt, als Slaperdijk beschouwd worden.--De zeeweringen onder
+voornoemd dijksbestuur behoorende, hebben met elkander eene lengte
+van ongeveer 7205 Ellen; hier tusschen ligt nog eene lengte van bijna
+1000 Ellen onverdedigde gronden; (onder de lengte van 7205 Ellen is
+voormeld gedeelte Slaperdijk niet begrepen.--)
+
+Deze zeeweringen bestaan, gelijk wij zeiden, hoofdzakelijk in
+eenen aarden dijk, welke aan de buitenzijde voorzien is van eenen
+wierriem. De Westerlandsche zeedijk echter, is met eene zware
+steenglooijing bezet, terwijl men er overigens een aantal wierhoofden
+en eenige rekken paalwerk aan vindt.
+
+Uit voorgaande gegevens, vindt men, voor den geheelen omtrek des
+Eilands, dus 24.450 Ellen of bijna 5 uren gaans.
+
+Wieringen's bodem is over het geheel vruchtbaar, doch de landbouw
+laat hier over het geheel nog veel te wenschen overig. Het Eiland is
+deels van alluviale, deels van diluviale formatie. De hoogste deelen
+bestaan veelal uit zand, waarin vele gerolde steenen gevonden worden,
+en zijn van eenen diluvialen oorsprong, terwijl de lagere deelen
+daarentegen alluviaal zijn en ontstaan, deels door aanspoeling uit
+de zee, deels in zoet water.
+
+Tot dit alluviaal gedeelte behoort ook de polder Waard-Nieuwland.--
+
+Dit gedeelte des bodems van dit Eiland, dat geen barnsteen bevat,
+is van eenen zaveligen aard, dat is: zand met klei vermengd. Voor
+huishoudelijk gebruik bezigt men over het geheel op dit Eiland
+regenwater, terwijl er overigens vele welputten gevonden worden, die
+min of meer goed drinkwater bevatten, en waarvan men zich hoofdzakelijk
+tot drenking van het vee bedient.--
+
+Ofschoon Wieringen slechts ééne burgerlijke Gemeente vormt, vindt men
+er echter onderscheidene dorpen en gehuchten, van welke Hypolitushoef,
+de hoofdplaats, benevens Oosterland, Stroe en Westerland, de
+voornaamste zijn.
+
+De bevolking van dit Eiland bedroeg op den 1sten Januarij 1854,
+wettelijk 1,918, en feitelijk 1,925 zielen, waarvan 979 mannen en
+946 vrouwen.--Zij is daarbij steeds toenemend, en nog voor veel
+uitbreiding vatbaar.--Gemiddeld telt men er jaarlijks 65 geboorten
+tegen 30 sterfgevallen en worden er 12 huwelijken gesloten.--
+
+Het klimaat is op Wieringen zeer gezond; terwijl men er, tot heden toe,
+verschoond bleef van besmettelijke ziekten.
+
+Overigens zijn op dit Eiland drie Predikanten: 2 Hervormde en 1
+Doopsgezinde, benevens 1 R. C. Pastoor. De Herv. bezitten er 5, en
+de Doopsgez. 2 Kerken, terwijl er 1 Roomsche Kerk is.--Op 1 Jan. 1854
+waren hier 1,358 Hervormden, 298 Doopsgezinden, 261 R. C., 1 Luthersche
+en 5 Israëliten.
+
+Voorts zijn er 4 openbare scholen, namelijk te Hypolitushoef, te
+Westerland, te Stroe en te Oosterland. Er is echter aan de kapel op
+den Oever ook eene school verbonden, en de onderwijzer van Oosterland
+geeft, bij afwisseling, onderwijs in zijne school en in die op den
+Oever, terwijl de kinderen van beide plaatsen ze beide bezoeken. Het
+gemiddeld getal schoolgaande kinderen op alle bovengenoemde scholen
+bedraagt 225.
+
+
+
+
+
+
+
+TWEEDE HOOFDSTUK.
+
+VOORTBRENGSELEN, MIDDELEN VAN BESTAAN.
+
+
+Wieringen's bodem munt over het geheel uit door vruchtbaarheid,
+en, ofschoon in het algemeen, de landbouw op dit Eiland nog veel te
+wenschen overlaat, zoo zijn deszelfs producten niettemin belangrijk te
+noemen. Hier en daar brengt men de rijen-cultuur in praktijk, zonder
+echter met de noodige zorg te bouwen, terwijl aan het behoorlijk droog
+leggen der lage landerijen, nog veel te doen overig blijft. Hierbij
+komt, dat de wegen in eenen slechten toestand verkeeren, waardoor de
+middelen van gemeenschap, vooral in den winter, hoogst gebrekkig zijn
+en dringend verbetering behoeven [2]. Het is onbegrijpelijk, dat de
+Eilanders zelve, dit niet meer inzien, en deels uit vooroordeel, en
+deels ook uit nalatigheid, ten dezen opzigte zoo achterlijk blijven,
+te meer, daar zulks niet dan nadeelig werken kan op het geregeld
+schoolgaan der kinderen, en op het onderlinge verkeer.--
+
+De voornaamste bezigheden der Wieringers zijn landbouw en veeteelt,
+wiermaaijerij en visscherij. Men begroot de uitgestrektheid der
+gras- en hooilanden op ongeveer 1,500 bunders, terwijl er ongeveer
+200 bunders bebouwd worden, ongerekend de gronden in den polder
+Waard-Nieuwland, die, eene oppervlakte beslaande van 500 bunders,
+ter helft uit grasland en ter wederhelft uit bouwland bestaat, welk
+laatste echter tot op het vierde gedeelte zal beperkt worden.
+
+De voornaamste verbouw bestaat in rogge, garst, haver, aardappelen
+en erwten; in den polder ook vlas, tarwe en koolzaad.--
+
+De waarde der landerijen, is, gelijk elders, ook op Wieringen in de
+laatste jaren zeer verhoogd. De landhuren die doorgaans voor den tijd
+van zeven jaren worden aangegaan, beloopen door elkander gerekend,
+voor bouwland van f 40 tot f 70, en voor weiland van f 20 tot f 40,
+per bunder, terwijl de koopprijs per bunder van f 600 tot zelfs f 1,200
+varieert, al naar gelang van de meerdere of mindere vruchtbaarheid
+van den grond.--
+
+Moesgroenten tieren op dit Eiland zeer welig, en zoo men zich op den
+uitvoer daarvan wilde toeleggen, zoude zulks eenen niet onaanzienlijken
+tak van welvaart kunnen opleveren. Men schijnt daartoe echter weinig
+lust te bezitten, en vandaar, dat de tuinbouw alleen beoefend wordt,
+om in eigene huishoudelijke behoeften te voorzien.--
+
+Daar Wieringen aan alle zijden voor den zeewind openligt, wordt er
+geen hoog geboomte gevonden. Het houtgewas tiert er echter welig, en
+vooral is dit het geval met de vruchtboomen, indien zij goed beschut
+zijn. Die althans, welke wij gezien hebben, stonden onverbeterlijk
+[3]. De aardappelen en peulvruchten, op Wieringen's bodem gewassen,
+zijn van eene uitmuntende kwaliteit, terwijl de overige veldvruchten
+mede van eene zeer goede hoedanigheid zijn. Ook de klaver wast er
+uitmuntend.
+
+De veestapel op Wieringen is mede niet onbelangrijk. Gemiddeld
+schat men het aantal paarden op dit Eiland op 175, benevens 900
+runderen en 10,500 schapen. De varkens worden van buiten ingevoerd,
+en meest tot eigen gebruik gemest, van daar, dat derzelver aantal
+zeer afwisselend is.--
+
+De Wieringer paarden zijn niet zeer groot, doch sterk en taai, en
+zeer geschikt voor zwaren arbeid.--
+
+De runderen zijn uitmuntend en beter dan op Texel. Als eene
+bijzonderheid merken wij hierbij aan, dat het vee op Wieringen altijd
+aan eene lijn vast staat, die bevestigd is aan een' in den grond
+geslagen paal, welken van tijd tot tijd verplaatst wordt.
+
+Het Wieringer schapenras weegt niet tegen dat van Texel op. Zij zijn
+kleiner van stuk, en hunne wol is altijd lager in prijs, dan van de
+Texelsche schapen.--
+
+De uitvoer van vee, vooral gedurende den winter, van gemeste runderen,
+is nog al aanzienlijk, maar bovenal is de handel in schapen groot. De
+jaarlijksche uitvoer bedraagt gemiddeld 200 runderen, 1,000 oude
+schapen en 5,000 lammeren, terwijl in 1853 de uitvoer van schapenkaas
+8150 N. lb en van schapenwol 16,898 N. lb bedroeg.--
+
+De uitvoer van schapenkaas vermindert echter zeer, aangezien men
+zich ook op Wieringen meer en meer begint toe te leggen op het
+maken van de gewone Noord-Hollandsche kaas, dat vrij goed schijnt
+te slagen.--Verschijnselen van longziekte zijn hier tot nog toe niet
+waargenomen.--Eene andere, hoogst belangrijke tak van industrie voor
+dit Eiland, is de wiermaaijerij [4].
+
+Men maait de wier in de maanden Junij, Julij en Augustus, even
+als het gewone gras, op de waarden, die met de ebbe op één voet of
+een half voet na droog vallen. Men begint met half ebbe te maaijen,
+en heeft dan hooge laarzen aan, die tot aan het midden des ligchaams
+reiken. Het gemaaide wier wordt daarna in schuiten geladen, vervolgens
+op wagens overgeladen zijnde, op het land uitgestrooid en vooral aan
+den invloed der zon blootgesteld, waardoor voornamelijk de zoutdeelen
+er uittrekken. Na verloop van ongeveer veertien dagen, brengt men het
+gedroogde wier in sloten met zoet water, om gedurende een tiental dagen
+te ververschen. Hierna wordt het opgehaald, en op het land gestrooid,
+waarna men het uit elkander pluist, en, nadat het goed droog is, tot
+balen van p. m. 100 kilo, zamenpakt, om naar Amsterdam, Rotterdam,
+zelfs naar België en het noordelijke gedeelte van Frankrijk uitgevoerd
+te worden.
+
+Het losgeraakte, niet gemaaide wier, wordt opgevischt en veelal aan
+den zeedijk van het Eiland gebruikt, waartoe het door zijne pakking
+en blijvende veerkracht zeer geschikt is.
+
+De gronden waarop de wiermaaijerij plaats heeft, zijn den eigendom
+van den Staat en worden verpacht, terwijl de Eilanders vergunning
+hebben wier te maaijen, op voorwaarde, dat zij de door hen gemaaide
+hoeveelheid aan eene compagnieschap afstaan, die het in den handel
+brengt. Wieringen heeft in dit opzigt veel te danken aan zijnen
+Burgemeester, Mr. J. van Hengel, die door zijne bemoeijingen, dezen,
+grootendeels vervallen, tak van industrie wist op te beuren.--Ongeveer
+200 personen houden zich jaarlijksch met de wiermaaijerij bezig,
+welker opbrengst gemiddeld op 18 à 19 duizend gulden 's jaars wordt
+geraamd. Ten jare 1853 werden er 325,000 ponden, ad f 6 per 100 p.,
+wier uitgevoerd.--
+
+Het wier wordt, behalve aan de zeeweringen, gebezigd tot het dekken
+van huizen, het vullen van matrassen, kussens en bedden, het stoppen
+van lekken in schepen, als meststof, enz., en zoude welligt tot
+meerdere einden, welligt ook ter vervaardiging van papier, aangewend
+kunnen worden.--
+
+Alhoewel men op Wieringen zich niet bepaald toelegt op eigenlijke
+zeevisscherij, zoo beijveren de Eilanders zich toch op het vangen
+van paling, waartoe zij, gedurende den zomer, een duizendtal fuiken,
+en des winters, bij open water, den elger bezigen. Dit laatste behoeft
+welligt voor enkele onzer lezers eenige nadere opheldering.--
+
+Bij open winters gaan eenige personen in eene zeilschuit. Een hunner
+is voorzien van een ijzeren werktuig, elger genaamd, dat aan eenen
+langen stok bevestigd is, en bestaat uit eene soort van vork, met
+veerkrachtige nijptanden. De visscher houdt dit werktuig onder het
+zeilen zoodanig, dat de tanden door de slijk slepen, en de paling
+daartusschen bekneld wordt. Op deze wijze kan de vangst soms zeer
+aanzienlijk wezen. Een getal van 40 à 50 schuiten wordt tot deze
+visscherij gebruikt.--De visscherij in de binnenwateren levert bijna
+niets op.
+
+Voor beminnaren van de jagt, biedt Wieringen een geschikte gelegenheid
+aan. Het jagtveld levert hazen, snippen, lijsters, eenden, ganzen,
+talingen, knobben, en, gedurende gestrenge winters, ook zwanen op.--Het
+aantal eendekooijen, dat vroeger grooter was, bedraagt thans drie.
+
+
+
+
+
+
+
+DERDE HOOFDSTUK.
+
+GESCHIEDENIS VAN WIERINGEN.
+
+
+Het tegenwoordige Eiland Wieringen, vroeger aan den vasten wal van
+het oude West-Friesland verbonden, was, volgens eene in de 13de
+eeuw ontworpen kaart, door den IJssel, welke rivier met den ouden
+Flevumstroom in gemeenschap stond, en die zich daarna bij Vlieland in
+de Noordzee ontlastte, van de Friesche kust gescheiden. Omtrent den
+tijd echter, wanneer die afscheiding hebbe plaats gegrepen, verkeert
+men in het onzekere, of althans, verschillende schrijvers zijn ten
+dien opzigte ook verschillende meeningen toegedaan. In zooverre echter
+komen de meeste geschiedkundigen met elkander overeen, dat Wieringen
+reeds in de 12de eeuw van het tegenwoordige Friesland, en in 1296,
+van het tegenwoordige Noord-Holland (vroeger West-Friesland genoemd)
+gescheiden was. Op de oudste der bestaande kaarten van dit gedeelte
+van Neêrland's tegenwoordig Rijksgebied, bespeuren wij den naam
+Wieringen niet. Echter vinden wij, ter plaatse, waar dit Eiland ligt,
+en wel bepaald op de hoogte van het het dorpje Stroe, de namen Strude,
+Wierum, en men mag veilig aannemen, dat, door deze laatste naam het
+tegenwoordige Wieringen moet verstaan worden, dat reeds van af de
+14de eeuw, dezen naam draagt, en dat in eene lijst of blaffert van de
+Utrechtsche kerkgoederen, Wiron wordt geheeten. Dienaangaande vinden
+wij het volgende aangeteekend:
+
+"Wieringen, dat in de lijst der Utrechtsche kerk, Wirom, genaamd word,
+is heden een klein Eilandt in de Zuiderzee, 1600 roeden van de vaste
+kust van de Wieringerwaardt, en 't Koegras in Noordt-Hollandt, gelegen,
+hebbende zijnen naam ontleent van het wier, dat in groote meenigte
+rontom hetzelve in zee groeit. Dirk burger, getuigt dit Eilandt
+omgegaan, afgetreeden, en dus zijne lengte op 12000, zijne breedte
+op 4000, en zijnen omkring op 32000 treeden gevonden te hebben. De
+grondt alhier is zeer vruchtbaar in koorn, hoewel met ontallijke
+keisteentjes doorzaait, en de weiden staan alomme met schoone witte
+klaver te pronken, waarop jaarlijks eene groote meenigte van uitnemende
+vette schapen gekweekt worden, waar nevens aan de west-zijde dezes
+Eilandts, aan de afgespoelde hoogtens, veele lijmaarde, waarmede
+de Bakkers hunne ovens van boven bestrijken, gevonden word; maar,
+gelijk het zoet gemeenelijk met eenig zuur vermengt is, zoo lijdt dit
+Landt zeer veel in zijn achting, door de groote meenigte der Padden,
+die alhier meerder, als elders in geheel Noordt-Hollandt, gevonden
+worden, tot zelfs in de putten, en waterbakken toe, waar tegens alhier
+wederom nooit eenige ratten of mollen vernomen zijn. Vijf kerkdorpen
+vind men op dit Eilandt, nevens twintig onderscheidene gehuchten,
+die van twee Predikanten bedient worden, en genaamt zijn Oosterlandt,
+in 't handschrift der Utrechtsche kerke Oistelandt; Westerlandt, ook
+'t Westen, en in het gemelde handschrift Wijsterlandt, Stroe, ook wel
+Stroot, en van ouds Strude; Hijpolitishoof of Hijpelshoef, in 't meer
+gemelde handschrift Ypelhoef, doch eigentlijk Hippolijtushoef, omdat
+de kerk alhier den H. Hippolijtus toegewijd was, en de Oever. Van
+hoe weinig belang, en grootte alle deze dorpen en gehuchten zijn,
+is lichtelijk af te meeten uit het kleine getal van huizen, zeggende
+meergemelde D. Burger, dat ze in 't jaar 1709, in het geheel 326
+uitmaakten, welke nevens de Landerijen, uitlopende op 3579 Morgen,
+550 1/2 Roeden, volgens 't Quohier van 't jaar 1632, in de verpondinge
+over West-Frieslandt 6873 gulden opbrengen.
+
+Verscheide wisselvalligheden en rampen heeft dit Eilandt in vroege
+en latere tijden moeten ondergaan: zoo vinde ik, dat Wieringen door
+Willem I, Grave van Holland, die 1223 overleden is, aan het Konvent
+van St. Odolfus, in Friesland bij Stavoren, geschonken is. Ook was het
+onder dit Eilandt, dat zich eenige schepen van Vrouw Jacoba, Gravinne
+van Hollandt, in den jare 1426 verzamelden, die geheel onverwacht
+Enkhuizen overvielen. Wijl die stadt de zijde van Hertog Philips
+van Bourgondië hield, en ruim hondert burgers voor het zwaardt deeden
+bukken, dat der Gravinne zaak niet weinig verergerde, en in 't volgende
+jaar 1427, toen haare vloot onder Jonker Willem van Brederode, in den
+scheepsstrijdt bij dit Wieringen, geslagen wierd, strengelijk gewroken
+is, geevende de Noord-Hollanders geene lijfsgenade, als aan weinige
+gevangenen, die hij echter kort daarna, te Enkhuizen binnengebragt,
+en op een getal van ruim tachentig uitlopende, het zwaard door den
+nek gedreven hebben. Gedurende den [5] meesten zomer van 't jaar 1491,
+hadde dit Eilandt, wegens zijnen overvloedigen lijftocht, het bezoek
+van de misnoegden van Sluis in Vlaanderen, die in den vrede met den
+Roomsch Koning Maximiliaan niet wilden begreepen zijn, en in den
+voorzomer met eenige oorlogschepen, nadat zij Wijk op Zee geplondert
+en gebrandt hadden, onder 't beleid van Heer Jan van Naaldwijk,
+het Marsdiep bij Texel inliepen, een groot getal van koopvaarders
+onderschepten, en de zeegaten genoegzaam gesloten hielden, zoodat
+'er alomme een groote dierte in de eetwaaren ontstont; maar feller
+neepen voelde men alhier 1491, wegens het medeplichtig zijn aan
+het Kaas- en Brootspel, want eerder wierden dezes Eilanders geene
+brieven van kwijtscheldinge verleent, voor dat zij tweehondert gouden
+Andriesguldens tot boete opgebragt, en eenigen van hun ongewapent,
+blootshoofts, en barrevoets met een wit stokje in de handt, voor
+die Stadhouders huis, op de knijen leggende, om vergiffenisse hunnes
+beganen oproers gebeden hadden.--
+
+Gedenkwaardig is het geval van Willem van Treslong, voerende
+een oorlogschip ten dienste van Prins Willem I; want hij 1572 in
+'t Vlie binnen gekomen, geraakt door 't ijs onder Wieringen, en
+aldaar bevrooren tot in Maart, teerende op den huisman: 't geen de
+Spanjaarts bewaag omme hem in zijn schip, over 't ijs te bespringen;
+die ook eene Jan Sijmontz Rol, met vier Vaandelen Soldaten, veel
+Bootsvolk, en Burgers derwaarts sonden, die 't schip opeischende, ten
+antwoordt kreegen; dat niet dan kruid en loot voor hun te goed was:
+waarna zij verder naderende; zoo vervaarlijk uit Treslongs geschut
+begroet wierden; dat veelen 't opstaan vergaten, waarna Treslong
+'t ijs opbijtende, wegzeilde.--
+
+
+ Halma, Toon. der V. Ned., II d., bl. 316.--D. Burger, Kron. van
+ Medemb., Bronerius, Westfris. Illustr., 2 deel;--P. J. Twisk,
+ Kron., I.--
+
+
+Voorts vinden wij bij de reeds genoemde schrijvers, nog het volgende
+vermeld:
+
+"Wieron Wieringia, voormaals een vast aaneengehecht gedeelte van
+'t Landschap Texel, en misschien ook van dat Graafschap, eerst
+in de 13de eeuw daarvan afgescheurt, en allengskens vermindert, is
+tegenwoordig een middelmatig Eilandt. Het Register der Goederen van de
+Utrechtsche Kerke noemt het Wieron van wiere, zeegras, dat hieromtrent
+in menigte groeit, en tot versterking der zeedijken ten hoogsten
+noodig: tegenwoordig word het Wieringen genoemt, en een gedeelte
+hiervan noch aan 't vaste landt gehegt, de Wieringerwaardt, dat bij
+Melis Stoke doorgaans met den naam van Wierinclandt voorkomt.--(Alting
+Not. Germ. Infer. Pars II, fol. 207.) Deze Wieringerwaard, voormaals
+dus Wierincklandt genaamt, en vast-landt geweest, dat aan Texel en
+Wieringen verknocht was, en in de dertiende eeuw door de ingeborste
+zeegolven overdekt is geworden, heeft tot den jaare van 1608 als
+een enkel slik gelegen, groot in den jaare 1597, volgens het daarvan
+gemaakte, en den Staten van Hollandt overgegeeven, bestek, omtrent
+1900 Morgen, eeven buiten den Frieschen Zeedijk, in Noordt-Hollandt,
+omtrent den Keijns en Varsingerhoorn, en ten Noordoosten van den
+Slikkerdijk van de Zijpe, waartusschen en de Kolhoorn het Noord
+op strekt naar Wieringen toe, wesende zeer effen, zonder eenige
+Zwimmen, Dieptens of Killen, ende merkelijk hooger van grondt,
+dan de beste kleilanden binnen de Dijkagie van de Zijpe voor de
+Keijns, en neffens den Slikkerdijk gelegen. 't Welk bij eenen Adriaan
+Maartenz. Koetenburg, woonende te Alkmaar, langen tijd waargenomen
+zijnde, hem bewoogen heeft, zich bij requeste aan de Staten van den
+Lande aan te geeven, ende octroij te verzoeken tot het bedijken van
+gemelden Wieringerwaardt, onder zekere voorwaarden en vrijheden, 't
+geene hem ook bij Resolutie van dezelve Staten, van den 6n September
+1597 goetgunstelijk toegestaan is, nadat alvorens eenige Afgezondenen
+van die van de Rekeninge van Hollandt het voorgemelde Slik hadden
+weezen zien, en een gunstig bericht van hunne bevindinge overgegeeven;
+ende is dit octroij van bedijking niet alleen aan hem, Koetenburg,
+verleent, maar ook aan zijne erven en nakomelingen, en recht van hem
+verkrijgende, in diervoegen, dat hij, ofte zij, denzelven Waardt
+bedijkt hebbende, dien, als zijn, of hun vrij en eigen goedt, ten
+eeuwigen dage behouden en bezitten zouden, en dat met vrijdom van de
+Tienden voor vijftien jaaren, van de verpondinge voor tien jaaren, en
+van de Imposten van het Hoorngeldt en bezaaide Gemeten, beginnende na
+het voltrekken van de bedijkinge, voorts met vrijdom van alle gemeene
+landsmiddelen van consumptie, ingaande met de eerste bedijkinge,
+en van de Tollen voor alle de inwoonders van dien ten eeuwigen dage,
+en van alles, 't geene dezelve zullen voeren, ofte doen voeren naar,
+ofte van den gezegden Wieringerwaardt in andere landen, mits dat
+binnen zes jaren tijds de voorgestelde bedijkinge gedaan en voltrokken
+wierd met eenen vasten Winterdijk, van al zulken hoogte en breedte,
+als gemelde Heeren Staten in dit octroij voorschreven en bepaalden;
+ende dat na de voltrokke bedijkinge, zoo lange de ingedijkte landen
+zonder inbreuk en overstrominge bleeven, van ijder Mergen jaarlijks een
+erkentenisse van twintig stuivers ten behoeve van de Graaffelijkheit
+van Hollandt betaalt zoude worden; blijvende aan dezelve voorbehouden
+alle hooge middelen en laage Jurisdictiën, en moetende, ingevalle
+dezelve Waardt weder inbrak, de Ingelanden 't elkens binnen vier
+jaaren dezelve wederom bedijken. Waar op deze bedijkinge wel ondernomen
+wierd; doch door 't gebrek van arbeiders zoo slechten voortgang had,
+dat zich de ondernemers (in) 1603 genootzaakt vonden een uitstel van
+nieuwe zes jaaren tot de voltrekking huns werks, (dat hun ook verleend
+wierd) te verzoeken, waarna zij (in) 1608 bestonden, en (in) 1609
+vervolgden, dezelve bedijkinge te doen, met hoope van dezelve binnen
+die twee jaaren voltrokken te zullen hebben, dat hun echter geweldig
+ontschoot, door 't gebrek der stoffe, waarmede de dijken in deezen
+geweste gemaakt worden, waardoor zij op eene andere wijze hebbende
+moeten doen werken, de dijkagie haare behoorlijke zwaarte en dikte
+niet bequam, als zij, volgens het gemaakte bestek, voorgenomen hadden,
+zoodat door den zwaaren storm van den 27n Februarij 1610, verscheide
+gaten en grondwaalen in den dijk vielen, die men al tot laat in het
+voorjaar met rijs en met zinkingen van schepen, bezig was te stoppen,
+omme daarop, of omtrent een vasten voet en grondslag te maaken, waarop
+een bequaame Winterdijk gelegt mogt worden; waarbij noch quam, dat
+men wegens den gestadigen regen en natten zomer, die de stoffe, tot
+het werk vereischt, onbearbeidzaam maakte, het dijken moest staaken,
+en, 't zelve in het jaar 1611 hervattende, en met kruijwerken en klei
+naar behooren bezorgt hebbende, bevond dat verscheide Bakken Dijks,
+ter hoogte van twaalf en dertien voeten gewrocht zijnde, tot den
+grondt toe begosten te zinken, ja op zommige plaatzen tot twee en
+drie maalen toe, tot zeer zwaare, en hooger loopende kosten, als de
+onderneemers gegist hadden, weshalve zij bij een nader verzoekschrift
+een verdere verlenging van hun eerst verkreegen octroij voorstelden,
+en den 23n Maart 1612 verkreegen voor noch vijf achtereenvolgende
+jaaren, binnen welke dan ook de geheele Waardt, zonder verdere rampen,
+in zijne Dijken geslooten en bevestigd is geworden.
+
+In het Quohier van de verpondinge, in den jaare 1632 over Huizen,
+Landerijen, en alle onroerende goederen over de Steden, en ten platten
+Lande in West-Frieslandt gelegt, vinde ik de Wieringerwaardt gestelt
+op 22 Huizen, 1882 Mergen, en 11 Roeden, en dus op vijfhondert en vijf
+en seventig guldens, elf stuivers en tien penningen aangeslagen. Dirk
+burger verhaalt in zijne Kronijk van Medemblik, dat hij in 1708 dezen
+Waard doorwandelende, aldaar geteld heeft, 149 huizen, vijf groote
+watermolens, benevens een korenmolen, waarbij eene Gereformeerde
+kerk, met een Predikant, die onder de classis van Alkmaar gehoort,
+en eene Mennonijten kerk gevoegd kunnen worden."
+
+
+ Bronerius, Westfris. Illustr. 2e. deel; Plakkaatboek van Holl.,
+ 6 Se t. 1597; id. 5 Sept. 1603.--
+
+
+Gedurende het bewind van Albrecht, Grave van Holland, werd de
+Wieringerdijk voor het eerst aan eene geregelde verdeeling onderworpen,
+en verdeeld in 14 riemen. Dit schijnt vrij zeker de eerste dijk te
+zijn geweest, die aan het oosteinde des Eilands heeft gelegen [6], en
+die door den stormvloed van 1334 bijna geheel is vernield geworden. De
+zeeweringen daarna met geen genoegzame zorg hersteld zijnde, werden den
+18n November des jaars 1421 weder bijna geheel weggeslagen.--Tot aan
+1570, bleef de dijkagie vrij wel in stand, waartoe vooral het sedert
+1514 aangestelde Dijksbestuur, dat aan het onderhoud der zeeweringen
+veel kosten en moeite besteedde, gunstig medewerkte.--
+
+In den zoogenaamden Allerheiligen-vloed, werd Wieringen echter
+weder zwaar geteisterd, en zag het er hier jammerlijk uit. Doch
+vooral in de jaren 1675 en 1683, in welk laatst genoemd jaar de
+polder Waard-Nieuwland verdronk, leed dit Eiland groote schade
+door de toen plaats hebbende watervloeden. Ook het jaar 1686 was
+in dit opzigt voor Wieringen noodlottig te noemen; doch van toen
+af tot de jaren 1775 en 1776, ondergingen de zeeweringen om dit
+Eiland geene belangrijke schade.--Het was namelijk in den nacht
+van den 20sten op den 21sten November van laatstgemeld jaar, dat
+er een smakschip, geladen met houtwaren, door den hoogen vloed op
+den Bierdijk werd geslagen. De geheele noordzijde des Eilands was
+als bezaaid met verongelukte schepen. De Westerlanderdijk had op
+onderscheidene plaatsen belangrijke breuken, terwijl al de polders
+op het Eiland waren ingebroken en overstroomd. Meer dan 2,500 stuks
+vee verdronken, terwijl het water zich op vele plaatsen dwars over
+het Eiland eenen weg baande. Te meer nog drukte dit ongeval op de
+bewoners van Wieringen, aangezien zij reeds ten vorigen jare door
+overstrooming ruim 500 stuks vee verloren hadden. Ook stortten er
+toen met het wegslaan der zeeweringen, aan den Oever, een tweetal
+huizen in; al de zeeweringen werden ten eenenmale vernield. De Schout
+of Baljuw van Wieringen, JB. van Pommeren, verloor bijna het leven,
+daar hij zich des avonds even buiten het dorp Hijpolitushoef, naar
+den molen de Pool, begaf in welks nabijheid een bakker woonde. Als in
+een' oogenblik zag hij zich door het zeewater omgeven, en genoodzaakt
+in des bakkers woning te vlugten, vanwaar hij den volgenden morgen,
+door eenige personen werd afgehaald. De communicatie over het Eiland
+was geheel verbroken, en slechts met schuiten kon men bij elkander
+komen. Des namiddags ten 5 uren brak de Noorderdijk door, welke dijk
+in 1793, is hersteld en verzwaard geworden. Ook in het voor gansch
+Noord-Holland zoo noodlottige jaar 1825, werd Wieringen door den
+stormvloed van den 3den, 4den en 5den Februarij, deerlijk geteisterd,
+doch sedert dien tijd heeft dit Eiland geene belangrijke schade aan
+zijne zeeweeringen te lijden gehad, en verkreeg het die gedaante,
+waarin wij het, op de hierachter gevoegde kaart, hebben voorgesteld.
+
+Groot zijn dus de veranderingen, welke op dit Eiland, sedert de 12de
+eeuw, door storm en watervloeden, hebben plaats gegrepen; vooral,
+wanneer wij daarbij bedenken, dat sedert dien tijd al het land tusschen
+Stavoren, Medemblik, Texel en Wieringen, in de diepte verzwolgen,
+en daarom niets meer overig is, dan eenige zandbanken en platen.--
+
+Met betrekking tot de zoogenaamde Koningsweg op Wieringen, wil men,
+dat deze zijnen naam heeft ontleend, van den bekenden Frieschen
+Koning Radboud, die zich langs denzelven zoude hebben doen rijden
+van Medemblik tot Wieringen, om in de boschrijke streken, toenmaals
+daartusschen gelegen, te jagen, en hetwelk moet hebben plaats gehad,
+omstreeks den jare 715 en vroeger.--
+
+Nadat Floris III de Wieringers aan zich had onderworpen, eischte hij
+van hen in 1188 eene brandschatting, terwijl dergelijke schatting hen
+ook werd opgelegd in 1522, door de Geldersche Friezen; waardoor deze
+Eilanden zeer verarmden.--
+
+In 1382 stond Wieringen onder het oppergezag van Albrecht, Graaf van
+Holland, die hier in alles de wet voorschreef, en, bij besluit van
+den 27 Mei 1391, aan die van Wieringen vrij wint en grint verleende.
+
+In 1421 leest men van de bevestiging der Privilegiën, aan deze
+Eilanders geschonken, door Johan, Grave van Hollandt, bij verordening
+in dato den 4den Mei.
+
+Bij Privilegie van den 8sten Mei 1432, verleend door Philips Palentein,
+vindt men, dat "die hem (zich) uit noot verweert of manslag begaat
+is vrij van den dood"; terwijl daarbij tevens bepaald werd, dat het
+Wieringer geregt zich tot 500 roeden buiten het Eiland uitstrekte.--
+
+In 1456 verbeurden die van Wieringen, met de Kennemers, hunne
+voorregten en privilegiën, welke zij echter niet lang daarna van
+Filips, Grave van Holland, terug ontvingen.
+
+Albrecht van Saksen schonk, den 26sten Mei 1492, aan de Wieringers
+vergeving, wegens eenen plaats gehad hebbende opstand.
+
+Bij besluit van den 6 Maart 1515, verleende Keizer Karel V, vergunning,
+tot de bedijking van Wieringen; als mede het aanstellen van Heemraden,
+in de maniere hunner regtspleging, en den 11den Junij 1621, ontving
+de Regering van Wieringen, Approbatie van de Ridderschap der Staten
+van Holland.--
+
+Uit dit een en ander meenen wij te mogen afleiden, dat het gevoelen,
+dat Wieringen zijnen naam ontleend hebbe aan de Wierdijken, op geene
+genoegzame gronden van zekerheid rust, aangezien dit Eiland, reeds
+vòòr de eerste bedijking, zijnen naam had ontvangen.--
+
+Van de stichting der 4 parochiekerken op Wieringen, is weinig
+bekend. Men vindt ze reeds vermeld in een Handvest of Privilegie
+van Filips, Hertog van Bourgondië, Grave van West-Friesland, enz.,
+in het 1ste Artikel, uitgegeven op den 18den Mei des jaars 1452.
+
+In vroegeren tijd bezat dit Eiland vele vaste goederen, waarvan de
+kerken en pastoriën onderhouden, en de traktementen der predikanten,
+kosters en voorzangers betaald werden. Die inkomsten werden geraamd,
+op f 2500 's jaars en konden, gerekend naar de behoeften van dien tijd,
+ruim toe. Doch sedert 1767 zijn deze goederen ten behoeve van den Staat
+verkocht, zoodat er bijna geene vaste goederen meer tot de Hervormde
+kerken behooren. De onderscheidene diakoniën bezitten echter nog
+eenige vaste fondsen; vooral die der Doopsgezinde en R. C. gemeenten.
+
+In 1680 zijn, op last van Gecommitteerden Raden van het Noorder
+kwartier, de beide klokken uit de torens der Ooster- en Westerlandsche
+kerken gehaald, naar Amsterdam vervoerd en daarna in den kerktoren
+aan den Helder gehangen; terwijl er ten jare 1842, (welk jaar, door
+eene buitengewone droogte, bij de Wieringers nog lang in geheugenis
+zal blijven) een klok uit de toren te Hypolitushoef werd verkocht.
+
+Inzonderheid was het jaar 1715 voor dit dorp noodlottig, als wanneer
+een groot gedeelte van hetzelve door eenen hevigen brand geteisterd
+werd. Gebrek aan behoorlijke brandbluschmiddelen, waarbij ook vooral de
+verre afstand van het water kwam, belette de bevolking, om dit onheil
+met den noodigen spoed te keer te kunnen gaan, en gaf aanleiding tot
+het graven van eenen zeer grooten brandput, de Burenput geheeten,
+die in 1717 op kleinen afstand van de Herv. kerk gegraven werd.
+
+Ook te Stroe, in 1838, en tien jaren later, in het gehucht Smeerop
+(door de eilanders Smerp geheeten) werd een tweetal woningen door
+brand vernield.
+
+Onvoorzigtigheid met buskruid, en kaarslicht was van deze onheilen
+de aanleidende oorzaak.
+
+Het Wapen van Wieringen bestaat in een blaauw veld, waarop eene door
+twee leeuwen vastgehouden W, waaronder twee zwemmende rotganzen,
+een en ander van goud. Het geheel wordt omgeven door dit omschrift:
+
+
+ W. GODT· WET· ONSE· GHELVCK.
+
+
+
+
+
+
+
+VIERDE HOOFDSTUK.
+
+DE DORPEN EN GEHUCHTEN OP HET EILAND WIERINGEN.
+
+
+Alhoewel het geheele Eiland Wieringen, slechts ééne burgerlijke
+gemeente vormt, zoo vindt men er nogthans onderscheidene dorpen en
+gehuchten, die onderling kerkelijk gescheiden zijn.--
+
+Gevoegelijk kan men ze in de volgende vier Sectiën verdeelen:
+
+
+Sectie A, bevattende 122 huizen,
+
+waarin:
+
+
+ Den Oever,
+ Gest,
+ Burch,
+ Oudgest,
+ Oosterland,
+ Vaderop,
+ Polder Waard-Nieuwland.
+
+
+Sectie B, bevattende 44 huizen,
+
+waarin:
+
+
+ Stroe,
+ Kerkeburen,
+ Smeerop,
+ Burewei, Buurtwei of Buurtwaaij,
+ Noord-Stroe,
+ Bierdijk.
+
+
+Sectie C, tellende 200 huizen,
+
+waarin:
+
+
+ Hypolitushoef,
+ Ooster-Klif,
+ Wester-Klif,
+ Noord-Buren,
+ Zand-Buren,
+ Belt,
+ Normer,
+ Ooster-Elft,
+ Wester-Elft,
+ Holm.
+
+
+Sectie D, hebbende 60 huizen,
+
+waarin:
+
+
+ Westerland,
+ Nood-Gest,
+ Haukes,
+ De Quarantaine-Inrigting.
+
+
+Wij willen onze lezers achtereenvolgens bij de voornaamste dezer
+plaatsjes bepalen, en stellen hen daartoe eene wandeling voor over
+het geheele Eiland, die wij zullen aanvangen bij het Wierhoofd,
+aan den zuidzuidwester kant van Wieringen, ter plaatse waar men,
+van uit de postschuit, den Westerlandschen zeedijk bestijgt. Deze
+dijk langs gaande, naderen wij het eerst aan:
+
+
+
+1. De Quarantaine-Inrigting.
+
+Deze inrigting, welke op de zuidwestelijke punt van het Eiland ligt,
+en door de Eilanders doorgaans met den naam van "de Pesthuizen"
+bestempeld wordt, werd hier ten jare 1806 gesticht, op eene
+oppervlakte van ruim 11 bunders. Over het algemeen wordt van deze
+inrigting weinig gebruik gemaakt; nogthans bewees zij, tijdens het
+woeden van de cholera in Noordelijk en Oostelijk Europa, belangrijke
+diensten. Voor ruim 25 jaren, stierven aldaar meer dan tweehonderd
+Paltzers, aan evengenoemde ziekte, welke op de begraafplaats te
+Westerland ter aarde werden besteld.
+
+In deze Quarantaine-Inrigting, welke door een houten rasterwerk
+van den publieken weg is afgesloten, vindt men de woningen voor den
+Intendant, Geneesheer en Pakhuismeester; een lazaret- of ziekenhuis,
+een magazijn, en een paar loodsen of pakhuizen.--
+
+De Geneesheer houdt echter hier geen bepaald verblijf, maar wordt,
+des noodig, van het Nieuwe Diep ontboden.
+
+Van de Quarantaine-Inrigting begeven wij ons oostwaarts langs de
+Noordgesterweg, (aldus genoemd naar het gehucht van dien naam, dat
+nu aan onze regterhand ligt), en den Buurtweg, die bijna Zuidwaarts
+loopt, naar den Koningsweg, die ons leidt naar
+
+
+
+2. Westerland.
+
+Dit dorpje is schilderachtig, op het hoogste gedeelte des Eilands,
+gelegen. Inzonderheid valt daarbij de hooge ligging der kleine kerk
+in het oog, die met eenen stompen toren prijkt, en doelmatig is
+ingerigt. Op de begraafplaats, welke onmiddellijk achter en naast de
+kerk ligt, trekt het volgende grafschrift onze aandacht:
+
+
+ H. L. B.
+ LUITJE WIGBOUT
+ oud c. 35 jaren
+ 11 Oct. 1825;
+ EN ZIJNE ZONEN:
+ CORNELIS WIGBOUT,
+ oud ruim 20 jaren;
+ JACOBUS WIGBOUT,
+ oud ruim 15 jaren.
+ Beide 10 Maart 1836.
+
+ Deez' Vader en zijn Zoons, hier in de aard bedolven,
+ Verloren alle drie hun leven in de golven.
+
+
+De tegenwoordige kerk werd gesticht in 1826, op de plaats van de oude,
+die toen gesloopt werd. Dat gebouw was grootendeels van duifsteen
+opgetrokken, en bevatte onderscheidene oudheden, die echter allen
+verloren zijn geraakt.
+
+Den Koningsweg verlatende, rigten wij onze schreden noordwaarts tot
+den Noorderweg, en begeven wij ons naar het gehucht
+
+
+
+3. Normer.
+
+Dit gehucht, dat westwaarts, op een kwartier uurs afstand van
+Hypolitushoef ligt, van waar men langs den Noorderweg tot hetzelve
+gaat, bevat een negental woningen, welker bewoners hun dagelijksch
+onderhoud uit landbouw en wiermaaijerij erlangen.
+
+Noordwaarts van daar, buiten den Marskedijk, ligt een buitenveld,
+de Normerven geheeten, dat ten jare 1849 bedijkt werd. Het bevat
+eene grondvlakte van c. 19 bunders, welke deels bebouwd, deels beweid
+worden. De buiten-vang van het Eiland, welke zich van hier westwaarts
+uitstrekt, wordt het Waardstrand geheeten.
+
+Vervolgen wij nu de Marskedijk tot aan de Rinkewielsdijk, dan ontmoeten
+wij de buurtschap
+
+
+
+4. Noord-Buren,
+
+dat op eenen afstand van 1/4 uurs noordwaarts van Hypolitushoef ligt,
+waartoe het behoort. Het is van weinig beteekenis, even als het gehucht
+
+
+
+5. Zand-Buren,
+
+dat mede tot Hypolitushoef gerekend wordt, en halfweg dit dorp en
+Noord-Buren, aan de Gemeene Landsweg ligt, welke ons naar het dorpje
+Stroe voert.
+
+
+
+6. Stroe. (Oudtijds Strude of Stroot.)
+
+Dit dorpje, dat, aangezien het tegenwoordig slechts 13 huizen en c. 70
+bewoners telt, eerder den naam van gehucht verdiende te dragen, was
+vroeger een zeer groot en welvarend dorp.--Het ligt aan het oostelijk
+strand des Eilands, op een half uur afstands, noordoostwaarts, van de
+hoofdplaats Hypolitushoef, en bevat, vereenigd met de buurtschappen
+Smerp, Noord- of Noorder-Stroe, Buurtwaay of Buurtwei en Noord-
+of Noorder-Buren (of Burum) 39 huizen en ongeveer 220 inwoners,
+die voor het grootste gedeelte hun dagelijksch brood winnen met het
+visschen op zeewier.
+
+Het Hervormde gedeelte derzelve, behoort tot de Gemeente
+Oosterland-Stroe en den Oever, wier kerkje vóór de Reformatie
+gewijd was aan den H. Willebrordus, en weleer begeven werd door de
+Hollandsche Graven, terwijl de bevestiging aan den Aartsdiaken der
+Utrechtsche Domkerk behoorde, aan wien ook de begeving stond van eene,
+in deze kerk, aan het altaar der Heilige Maagd, gestichte Vikarij. De
+pastorale inkomsten dezer kerk waren zeer gering, terwijl de Vikarij,
+die belast was met vier missen per week, aan den Vikaris, zoo hij er
+zijn verblijf hield, vijftien gulden in het jaar konde opbrengen.--Deze
+kerk, die op eenen tamelijk hoogen heuvel staat, en van waar men een
+overheerlijk land- en zeegezigt genieten kan, is een klein gebouw,
+met eenen toren, doch zonder orgel.--
+
+Boven den ingang der deur is een varken, in opwerk of zoogenaamd
+basrelief van Bentheimersteen, uitgehouwen. De tand des tijds heeft dit
+teeken, omtrent welks beteekenis men in het onzekere verkeert, bijna
+geheel onzigtbaar gemaakt. Of deze kerk vroeger eene Heidensche kapel
+zij geweest, en of men toen dit varken boven de deur heeft geplaatst,
+om er de Joden uit te houden, even als Adrianus een zwijn boven de
+poorten der stad Elia Capitalina liet plaatsen, om het inkomen der
+Joden in Jeruzalem bij hen gehaat te maken, is zeker moeijelijk
+te bepalen. Wij voor ons, hechten aan deze volksoverlevering
+geen geloof. Echter wordt deze kerk, welke van duifsteen is
+opgetrokken, tot op den huidigen dag, op Wieringen, de Heidensche
+Kapel genoemd.--Men vindt in dezelve vele merkwaardige grafzerken,
+waaronder een met eenen vreemden doch onbekenden geslachtsboom, en een,
+waarop alle versierselen van eenen bisschop, zelfs mijter en staf,
+zijn gebeeldhouwd, doch mede zonder naam. Een en ander, alsook de
+hooge ligging der kerk zelve, dagteekent eene aloude stichting.--
+
+Het R. Kat. gedeelte van de gemeente Stroe behoort tot de Statie van
+Wieringen, terwijl de Doopsgezinden, welke men er aantreft, behooren
+tot de Doopsgez. gemeente van Hypolitushoef-en-Stroe.
+
+Tot Stroe, dat oudtijds Stroot of Strude werd geheeten, behooren de
+weinig beteekenende gehuchten
+
+
+
+7. Burenwaay of Wei en 8. Noordstroe, die noordwestwaarts van daar
+liggen, alsmede het gehucht
+
+
+
+9. Smeerop, dat zuidwaarts van Stroe, aan den Kleitelweg ligt.--
+
+Van Stroe den Gemeenen Landsweg noordoostwaarts volgende, ziet men,
+aan de linkerhand, het in de nabijheid van den Bierdijk liggende
+gehucht 10. Varderop; doch daar hetzelve niets bijzonders oplevert,
+vervolgen wij onze wandeling, naar het aan den Akkersweg gelegen dorpje
+
+
+
+11. Oosterland.
+
+Oosterland, of, zoo als het in een oud handschrift der Utrechtsche
+kerk wordt genoemd, Oisteland, ligt zuidoostwaarts van Hypolitushoef,
+op 52°55'55'' N. B. en 22°40'30'' O. L.
+
+De kerk der Hervormden alhier, is zeer oud, en was vóór de Reformatie
+gewijd aan den H. Michael, en verdeeld onder twee pastoors; terwijl
+de begeving van beide pastorijen, alsook die van het kosterschap, den
+Graaf van Holland aankwam, terwijl de bevestiging bij den Aartsdiaken
+der Utrechtsche Domkerk gehaald moest worden. De opbrengst van iedere
+Pastorij rendeerde, met de daaraan verbonden lasten, 40 Rhijnsche
+guldens of 56 guldens Hollandsch. In 1839 werd aan deze kerk eene
+belangrijke reparatie ten koste gelegd. Zij heeft eenen toren, doch
+geen orgel; terwijl er vele zeer oude grafzerken in gevonden worden.
+
+De hier wonende Doopsgezinden behooren tot de gemeente van
+Hypolitushoef-en-'t Stroe, terwijl zij, die de R. K. Godsdienst
+belijden, even als die van den Oever, tot de Statie van Wieringen
+behooren.--
+
+Zuidwaarts van Oosterland ziet men het onbeduidende gehucht
+12. Oudgest, van waar men een aangenaam gezigt heeft op Hypolitushoef,
+dat, van dien kant gezien, zich allerliefst voordoet.--
+
+Noordoostelijk van Oudgest, ligt, aan den Gemeenen Landsweg, een
+ander gehucht, 13. de Gest geheeten, van waar men, den evengenoemden
+weg volgende, nadert aan het dorpje
+
+
+
+14. Den Oever.
+
+Dit dorpje, dat thans 75 huizen telt, die door 400 menschen bewoond
+worden, is omtrent 3/4 uurs afstand van Hypolitushoef verwijderd. De
+bevolking, welke zich ook op veeteelt en landbouw toelegt, erlangt
+grootendeels het dagelijksch onderhoud, in het visschen van zeewier. De
+welvaartszon van den Oever is echter, sedert de opkomst en den bloei
+van het Nieuwediep en den Helder, zeer getaand, zoo dat het van zijne
+voormalige welvaart veel heeft verloren. Omstreeks vijftig jaren
+geleden, verschafte de vaart op Amsterdam en elders, vele handen
+werk, en vele monden 't brood; ja, de bewoners genoten zelfs eenen
+rijken overvloed, toen zij door het ligten en boegseren der schepen,
+welke naar 's Rijks Hoofdstad bestemd waren, groote verdiensten
+hadden. In dien tijd lag er eene niet onbeduidende vloot van kaag-
+en ligterschepen op de reede van den Oever, en nu geen enkele
+meer. De overheersching der Franschen, en de openstelling van het
+Noord-Hollandsche kanaal, wees den handelsweg eene andere rigting aan,
+en ontnam, aan een groot gedeelte van Wieringens bewoners een rijk
+middel van bestaan.
+
+Het Hervormde gedeelte van de bewoners van dit dorpje, bedraagt thans
+ongeveer 300 zielen, welke behooren tot de Gemeente Oosterland-Stroe-
+en den Oever. De stichting van hun houten kerkje schijnt niet van
+zeer vroege dagteekening te zijn. Het strekt ook tot bewaarplaats
+van de met zoo veel kunst bewerkte kettingpompen, die zoo bijzonder
+geschikt zijn, om gezonkene schepen te ligten. Vroeger bragten zij
+belangrijke voordeelen aan, en nog ten huidige dage wordt, ofschoon
+schaars, daarvan gebruik gemaakt.
+
+De Doopsgezinden van den Oever, welke hier 50 in getal zijn, behooren
+tot de Gemeente van Hypolitushoef en het Stroe. Deze gemeente telt
+250 zielen, en heeft slechts ééne kerk, welke te Hypolitushoef
+staat. Jacob pieterszoon was de eerste, die bij deze Gemeente het
+leeraarsambt heeft waargenomen. Hij overleed ten jare 1710.--
+
+Het Roomsch Katholijke gedeelte van den Oever's bevolking is zeer
+gering, en behoort tot de Statie van Wieringen.--
+
+De volksschool, welke met die van Oosterland verbonden is, wordt bij
+afwisseling om de drie maanden door éénen onderwijzer waargenomen,
+welke alsdan gemiddeld 80 leerlingen aan zijne zorg en leiding ziet
+toevertrouwd.
+
+Aan den noordoosthoek van het Eiland, bij het dorp den Oever, vindt
+men een kapitaal steenen hoofd, lang 99 el, gemiddeld hoog 2,80
+el boven volzee, en verder langs de noordzijde nog 23 paalhoofden,
+lang 15,30 tot 60 ellen.--
+
+Den Hoorn-dijk langs gaande, gaan wij over op den Oosterlander-weg,
+die ons brengt in den
+
+
+
+15. Polder Waard-Nieuwland.
+
+Het was ten jare 1845, dat de H.H. C. J. L. Portman en Mr. J. van
+Hengel, zich tot Z. M. den Koning wendden, met verzoek om concessie,
+tot bedijking en droogmaking van een gedeelte der waard-gronden,
+gelegen in de Zuiderzee, aan en ten zuiden van dit Eiland, hetgeen
+ten gevolge had, dat beide genoemde Heeren, bij Koninklijk Besluit van
+den 8sten Sept. 1845, vrijheid verkregen, om 800 bunders waardgrond,
+gelegen tusschen de Groote Kaap en den Poelweg, van het domein te
+koopen, alsook, om die grondvlakte in twee deelen achtervolgens in
+te dijken.--Volgens de voorwaarden daarbij bepaald, zou de rigting
+der bedijking aangelegd worden, van den Hoorndijk bij de Groote Kaap,
+staande op het oostelijk gedeelte der Zuider-dijkaadje op Wieringen,
+langs de waterkaap, tot tegen den Zuiddijk bij het Middel- of Groote
+wiel. (Men zie voorts de bij dit werkje gevoegde kaart.)
+
+Deze bedijking zou bestaan uit eenen kapitalen zeedijk, ter lengte
+van ongeveer 4684 N. Ellen, welke minstens de hoogte van 2,75 El
+boven gewoon volzee moest hebben, met eene kruinsbreedte van 1,50 El.
+
+Voorts werd bepaald dat er, ter verzekering van de uitwatering van
+den Stroeër-polder door en ten koste der concessionarissen, van het
+Stroeër-sluisje tot den nieuw te maken dijk, langs en op 8 ellen
+afstand van den Zuiderdijk van Wieringen, eene geul zoude worden
+gegraven, ter breedte op het maaiveld van 6, in den bodem 2, bij eene
+diepte van 1 el onder het terrein; terwijl in den te leggen dijk een
+steenen uitwateringssluisje moest gebouwd worden, met wachtdeur en
+schuif voorzien, welks opening een vierde gedeelte grooter moest zijn,
+dan die van het toen reeds bestaande Stroeër-sluisje, en waarvan de
+vloer op 1,20 el onder volzee moest leggen. Omtrent de scheiding van
+den polder en het Eiland Wieringen, werd vastgesteld, dat er langs
+de Zuiderdijkaadje, op 8 ellen uit den voorkant van den bestaanden
+wierriem, door den polder zoude gegraven worden eene scheidingsloot,
+ter breedte op het maaiveld van 6, in den bodem 2, en ter diepte van
+1 el onder het terrein.
+
+Ten opzigte van de bemaling des polders, werd bepaald, dat er zoude
+worden gebouwd eenen vijzelwindmolen, wiens vlugt p. m. 20 ellen zoude
+moeten beslaan. De daarna gebouwde molen heeft eenen vlugt erlangd
+van 23,50 ellen, en kan het water van 2,20 el onder volzee tot O,40
+el boven volzee opmalen.--Deze molen voldoet zeer aan de verwachting,
+naardien hij het polderwater ruimschoots magtig is, en slechts weinig
+wind behoeft, om dienst te doen.--
+
+Het dijkskanaal, waarop de molen uitmaalt, is in twee deelen verdeeld,
+door eenen nabij den molen gelegen dwarsdam, waarin een kapitale
+duiker is gesteld. Het eerste gedeelte van het kanaal, tusschen
+de sluis en den dam, wordt in gewone omstandigheden slechts tot
+boezem gebruikt. Zoodra dit deel des kanaals, door hoog buitenwater,
+bij aanhoudenden noordwestenwind, volgemalen is, wordt de boezem
+in gemeenschap gebragt met het tweede gedeelte van het kanaal,
+waardoor dus de molen steeds malende kan blijven, zoodat het hoogst
+zeldzaam gebeurt, dat deze, door te hoogen boezemstand, genoodzaakt
+is stil te staan. Deze inrigting van het kanaal is ook vooral daarom
+aanbevelingswaardig, omdat men het tweede gedeelte ook als waterberging
+voor den polder kan aanwenden.--
+
+De sluis bevat twee waterwegen of openingen, waarvan eene voor het
+water van den Stroeërpolder, en de andere voor dat van den polder
+Nieuwland zelve. Zij ligt in het hart des dijks, aan het oosteinde,
+nabij de Groote Kaap.--De bovenkant van haren vloer ligt op 1,75 el
+onder volzee, terwijl de openingen, ieder ter breedte van 1,45 el,
+met tongewelven van eenen halven cirkel gedekt, en bij wijze van
+ezelsrug aangerazeerd zijn.--
+
+Het terrein, waarop de dijk werd aangelegd, had van het westeinde
+tot de Waterkaap eene gemiddelde diepte van O,78, van de Waterkaap
+tot aan den molen, eene gem. d. van O,88, en daarna tot aan de
+oostelijke aansluiting bij de Groote Kaap, een gem. d. van O,84 el,
+onder volzee.--
+
+Nagenoeg door het midden des polders is eene hoofdweg aangelegd,
+ter breedte van 8 ellen, aan beide zijden waarvan sloten gegraven
+zijn, van welke de noordelijke 5, en de zuidelijke 2 el diep is. Deze
+hoofdweg is aan het oost- en westeinde door dwarswegen, de Ooster-
+en Burgerweg genoemd, in verbinding gebragt, met de wegen des Eilands,
+terwijl er bij de verkaveling nog een dwarsweg is opgeworpen naar de
+Waterkaap, waarvan echter geen algemeen gebruik wordt gemaakt.
+
+De polder, welke over het geheel zeer vlak gelegen is, en waarin
+geene zwimmen gevonden worden, is verdeeld in 21 kavels, nagenoeg
+ter grootte van 20 bunders, terwijl deze weder verkaveld zijn tot
+stukken van 5-10 bunders, ter keuze van de toenmalige eigenaren.--
+
+Bij de perceelsgewijze meting in 1849, door den even bekwamen als
+werkzamen Hoofdopzigter, den Heer P. van der Sterr, [7] onder wiens
+leiding al deze bedijkingswerken en bijbehoorende werkzaamheden,
+zijn uitgevoerd geworden, bleek de oppervlakte des polders te zijn,
+477 bunders 6 roeden en 20 ellen.--
+
+Den 1sten October 1845 werd voorloopig, en onder nadere goedkeuring,
+aanbesteed, het maken van den dijk en de boezemkaden, en de verkaveling
+des polders, welke werkzaamheden den 13den Februarij 1846 definitief
+werden toegewezen aan de aannemers, J. van Haaften, A. Prins Cz. en
+Adr. W. Schram.
+
+Reeds in Maart daaraanvolgende, werd met de uitvoering dezer werken
+begonnen, welke derwijze werd bespoedigd, dat de polder reeds den 18en
+Junij 1846 geheel van de zee was afgesloten, terwijl de geheele lengte
+dijk, bedragende 4707 ellen, den 7den September gereed, opgenomen en
+goedgekeurd was.
+
+Bij het graven van het kanaal is menig voorwerp van vroegeren oorsprong
+gevonden; o. a. aan het westeinde, circa 2 el onder het terrein,
+worteleinden van boomen, O,50 el in diameter, een geheel hertengewei,
+en zware keisteenen; op ongeveer 13,00 el van het westeinde, 1 el onder
+het terrein, een houten duiker, lang 8 el, wijd O,60 vierkant. Tusschen
+de waterkaap en den molen vond men op 1,80 onder het terrein beenderen,
+onderanderen een paarden- en een ossenkop; en even beoosten die Kaap,
+O,80 el onder het terrein, vier gemetselde penanten, een geregeld
+vierkant vormende, onderling 2,50 el van elkander, ieder zwaar in
+aanleg 1,20 el, boven O,70 el en hoog O,70 el.
+
+De polder Waard-Nieuwland, aldus ingedijkt, is sedert 1847 geregeld in
+bebouwing gebragt en bevat reeds eenige belangrijke bouwhoeven. Deze
+polder is in vroeger tijd reeds bedijkt geweest; men vindt hem als
+zoodanig nog op de oude kaarten van het Collegie der uitwaterende
+sluizen in Kennemerland en West-Friesland voorgesteld, en wel in eene
+rigting, als door de gestippelde lijn op de, bij dit werkje gevoegde,
+kaart is aangewezen. Blijkens de vele daarin voorkomende wielen, is
+deze dijk meermalen doorgebroken, en het laatst op den 16den Februarij
+1683, als wanneer men den polder ter oppervlakte van 1800 geersen of
+ruim 500 bunders aan de golven schijnt te hebben prijs gegeven [8].
+
+Den polder verlatende, komen wij, langs den Burgerweg en Koningsweg,
+tot de hoofdplaats des Eilands
+
+
+
+16. Hypolitushoef,
+
+het voornaamste der dorpen; door de Wieringenaars Ipils- Ypils- of
+Hypelshoef genoemd.--Het is de meest bevolkte dorpskom op dit Eiland,
+dat met de daar onder behoorende buurtjes: Oost-Elft, West-Elft, de
+Belt, Ooster- en Westerklif en Normer, 110 huizen met 520 inwoners
+telt. Eenigen handel, landbouw, veeteelt, vooral schapenfokkerij, en
+het maaijen van zeewier, maakt het hoofdbestaan dezer lieden uit. Men
+vindt hier het algemeen Raadhuis van het Eiland, een zeer bouwvallig
+gebouw, welks voorkomen verre van bevallig is te noemen.
+
+De Hervormde Gemeente, die hier ongeveer 700 zielen groot is,
+behoort tot de gecombineerde Gemeente Hypolitushoef en Westerland,
+Klassis van Alkmaar, Ring van de Zijpe. De eerste Predikant, die bij
+deze Gemeente het leeraarambt bekleedde, was Evert Jacobsz. Hij kwam
+aldaar in 1595 en werd in 1619 Emeritus.
+
+De Hervormde Kerk te Hypolitushoef, was vóór de Hervorming toegewijd
+aan den H. Hypolitus, terwijl de pastorij beurtelings door het kapittel
+van de H. Mariakerk, te Utrecht, en door den Paus, werd begeven. De
+pastoor was toenmaals gewoon, een ander, ter waarneming van de diensten
+aan de pastorij verbonden, in zijne plaats te stellen. Hij zelf trok,
+bij afwezigheid, jaarlijks zestien ponden Vlaamsch, of 96 guldens
+Hollandsch.--Zoo was dit het geval met Mr. Johan van Gronsel, die
+hier in 1514 pastoor was, en wiens dienstwerk door een ander, namens
+hem, werd verrigt. Ten jare 1674 stortte door eenen hevigen storm,
+de kerk te Hypolitushoef, tusschen het koor en den toren, in. Zij
+werd echter spoedig daarna hersteld en weder geschikt gemaakt tot
+uitoefening van den openbaren eeredienst.--Zij werd echter na verloop
+van tijd weder bouwvallig, zoodat men ten laatste genoodzaakt was, om,
+in 1839, tot eene belangrijke herstelling over te gaan. Thans is het
+een net gebouw, met een toren, grootendeels van duifsteen opgetrokken,
+doch zonder orgel.--Te gelijker tijd onderging ook de pastorij eene
+belangrijke verbetering.--
+
+De openbare school wordt alhier gemiddeld door 110 kinderen bezocht.
+
+De Doopsgezinden, welke hier ten getale van 250 wonen, behooren tot
+de Gemeente van Hypolitushoef en Stroe, en hebben hier eene kerk,
+zonder toren of orgel, terwijl de 200 belijders der R. K. eeredienst,
+welke tot het Aartspriesterdom van Holland en Zeeland, deken van
+Noord-Holland behooren, hier mede eene nette kerk, met een orgel,
+doch zonder toren, bezitten.
+
+Men vindt er een paar goede, ruime logementen, waarin men verzekerd
+kan zijn van een solide behandeling. Althans het Schippershuis,
+waarmede wij meer van nabij bekend zijn, kunnen wij hen, die dit
+Eiland wenschen te bezoeken, met volle ruimte aanbevelen. Het is mede
+op deze plaats, waar de vergaderingen worden gehouden van het alhier
+gevestigd Departement der Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen, waartoe
+men hier een zeer doelmatig lokaal heeft, en waarop eene schilderij
+onze aandacht trekt, die de redding voorstelt van de equipage van
+het Engelsche schip de Polly, kapitein Crowell, van Amsterdam naar
+Newcastle bestemd, welk vaartuig op den Westwal van den Vlieter
+gestrand, en in het ijs bezet was. De personen, die als redders
+daarop staan aangeteekend, waren: C. Koorn; P. Kaan; S. Kaleveld;
+I. J. Bakker; J. Tijssen; C. Maars; C. en E. Bont; P. Gorter; K. Luijt;
+D. Lont; J. Gorter; A. S. Bakker; S. S. Bakker en K. de Liefde.--Dit
+menschlievend feit had plaats op den 15den December 1844.--
+
+Van Hypolitushoef den Holmweg afgaande, naderen wij het gehucht
+
+
+
+17. Westerklif.
+
+dat omstreeks 10 minuten gaans van daar verwijderd is. Het heeft
+een achttal fiksche boerenwoningen, die door omstreeks 40 personen
+worden bewoond, welke vooral in landbouw en veeteelt hun bestaan
+vinden. Westwaarts van dit gehucht, ligt een eendvogelkooi, hoedanig
+eene er ook op kleinen afstand van het bevallig gelegen gehucht
+
+
+
+18. Oosterklif
+
+ligt, dat mede ongeveer 10 minuten gaans van Hypolitushoef verwijderd
+is, en dat, zoo ten opzigte van het getal huizen als personen,
+van weinig meer beteekenis is dan Westerklif. Beide laatstgenoemde
+gehuchten behooren kerkelijk tot Hypolitushoef.
+
+Ook voor de bewoners van Oosterklif zijn landbouw en veeteelt de
+hoofdbronnen van bestaan.
+
+Van hier wandelen wij den Holmdijk en daarna den Westerlandschen
+zeedijk langs, die ons weder aan het Wierhoofd, de gewone aanlegplaats
+der veerschepen, brengt, zijnde dit het punt, van waar wij onze
+wandeling begonnen zijn, gedurende welke wij verzuimd hebben, op
+te merken, dat men, behalve de bij Ooster- en Westerklif vermelde
+vogelkooijen, ook zoodanige kooijen vindt ten westen van Varderop;
+ten westen van den Venneweg, in de nabijheid van Smeerop; een aan
+den Kleitelweg, digt bij de Haukes, die echter nu vervallen is;
+een ten oosten van Zand-Buren, en een in de nabijheid van de plaats,
+waar de zuidwestelijke dijk van den Polder-Waard-Nieuwland aan den
+Wieringer zeedijk sluit. [9]--
+
+
+
+
+
+
+
+VIJFDE HOOFDSTUK.
+
+DE BEVOLKING VAN HET EILAND WIERINGEN.
+
+
+In het bezit van zoovele mildvloeijende bronnen van bestaan, als
+waarvan wij in het Tweede Hoofdstuk gesproken hebben, verkeeren
+Wieringen en zijne bewoners over het geheel in eenen welvarenden
+toestand.--Wij willen onze lezers met deze eilanders meer van
+nabij trachten bekend te maken, en het is met eene naauwkeurige
+beschouwing over dezen, dat wij onze beschrijving van dit schoone
+Eiland besluiten.--
+
+Zoo als wij reeds aanmerkten, worden onder de bevolking van
+Wieringen de voornaamste Nederlandsche Kerkgenootschappen
+vertegenwoordigd.--Immers, men treft er Hervormden, Doopsgezinden,
+Roomsch Katholijken, enz. aan. Dit verschil in geloofsbelijdenis, wekt
+nogthans hier, minder dan wel elders plaats vindt, onverdraagzaamheid
+en daardoor ontstane tweespalt. De onderlinge zamenleving kenmerkt
+zich eerder door vredelievendheid, en, in het stuk van godsdienst,
+door welwillende verdraagzaamheid; eene reden te meer, waarom de
+bevolking zich zoo aan hare woonplaats hecht, en dien zoo zeer boven
+andere oorden bemint.--
+
+Hun omgang is eenvoudig, rond en openhartig, en, ofschoon men
+onder hen die fijne beschaving mist, welke in het algemeen meer den
+stedeling kenmerkt, zoo zijn zij niet te min in vele opzigten veel
+meer beschaafd, dan wel met de meeste bewoners van het zoogenaamde
+boerenland het geval is. Inzonderheid verdienen de Wieringers om
+hunne gulle gastvrijheid geroemd te worden. Zoo ergens dan voorzeker,
+is het onder hen, dat men deze voorvaderlijke deugd, in eere ziet
+gehouden.--Treedt vrij bij eenen Wieringer binnen, beziet zijne woning,
+zijnen stal, zijn vee; voorkomende vriendelijkheid zult gij ten zijnent
+gehuisvest vinden. Minzaam doet hij, en doen al de zijnen, zich voor,
+en ongaarne zou hij zien, dat gij weigerdet, om van zijnen eenvoudigen
+disch gebruik te maken. Wat hij heeft, biedt hij u met een goed hart
+aan, en gaarne deelt hij, zoo hij kan, u mede, al wat gij van zijn
+Eiland, en van zijne mede-eilanders zoudt verlangen te weten.--
+
+De huisselijke inrigting bij deze eilanders verschilt weinig of niet
+bij die aan den vasten wal van Noord-Holland; ja, ik meen zelfs onder
+hen, in dit opzigt, eenen beteren smaak ontdekt te hebben. De bekende
+Noord-Hollandsche zindelijkheid is ook hier algemeen heerschende,
+en zoowel om, als in de woningen, tot zelfs in kleinigheden, waar te
+nemen;--en, ofschoon men er die pracht en weelde niet ziet, welke in
+Noord-Holland gevonden wordt, zoo ziet men er ook geene eigenlijke
+armoede, maar wel den middelstand.--
+
+Wordt er hulp en ondersteuning gevraagd, dan geeft en helpt men
+volgaarne, iets, dat inzonderheid met den jongsten watersnood, op
+eene overtuigende wijze gebleken is.--
+
+Wanneer men in het algemeen de bewoners van Wieringen met die van de
+overliggende gemeenten van het vaste land vergelijkt, bespeurt men,
+dat zij overigens zeer weinig van deze verschillen in kleeding,
+zeden en gewoonten.--
+
+De gewone Noord-Hollandsche kleederdragt wordt ook hier gevolgd; de
+kaper wordt nog door vele gebruikt, ofschoon dit gebruik langzamerhand
+vermindert en plaats maakt voor de gewone hoeden.--Sommige mannen
+dragen in de hemdskraag twee gewerkte gouden knoopen.--
+
+Het Wieringer dialect komt vrij veel overeen met dat in geheel
+Noord-Holland, uitgenomen in eenige woorden, welke bij de uitspraak
+eene verwisseling, vermeerdering of vermindering van klinkers
+ondergaan. Zoo zegt men veeltijds koesen voor kousen; mulen voor
+muilen; suker voor suiker; pipen voor pijpen; nouw voor nieuw;
+min of mien voor mijn; win, wien voor wijn; bliven voor blijven;
+vieftig voor vijftig en meer anderen.
+
+Voorts spreekt men ook van koog, dat is het lage hooiland;--tarlen,
+dat is gedroogde schapenmest, die door mingegoeden tot brandstof [10]
+wordt gebruikt.
+
+Kroft, krocht, voor een stuk land, door wallen van graszoden of met
+een hek omringd;--
+
+Ven, stuk land, door eene sloot omgeven;--
+
+Dolf, grenssteen, welke in menigte alhier gevonden worden, ter
+scheiding der landerijen, en kenbaar zijn aan de vijf of zeven
+kleinere keisteenen, (jongen genoemd) onder den dolf of grenssteen
+gelegen. Liggen dezen niet onder denzelven, dan geldt hij ook niet
+als grensbepaling.--
+
+Hij kriegt een noud huis, een nouwe schuut of skuut, d. i. Hij krijgt
+een nieuw huis, een nieuwe schuit.--
+
+Meiske voor Meisje, enz.--
+
+Onder de vermaken dezer Eilanders behoort in de eerste plaats genoemd
+te worden:
+
+a. De Tulemarkt of Kermis, welke altijd den laatsten Donderdag in
+de maand Julij begint, op welken dag, des morgens ten tien uren, de
+zoogenoemde Tulen worden uitgedeeld. Deze Tulen zijn niets anders dan
+bolletjes, van tarwemeel gebakken, welke de verpachter der tienden
+in de kerk te Hijpolitushoef laat uitdeelen aan allen, die op dien
+oogenblik zich aldaar bevinden, terwijl de tienden in een der herbergen
+verpacht worden. De tienden nemen, wordt hier Luken geheeten.--
+
+b. Schieten, dat is, met stuiters, hier Lodders genoemd de noten,
+welke binnen eenen cirkel, in het land getrokken, geplaatst zijn,
+er uit te werpen of schieten.--
+
+Dit spel wordt omstreeks Paschen, en meestal door jongens, gespeeld.--
+
+c. Fluksen of Bordjespelen. Op een klein langwerpig plankje zijn zoo
+veel centen gelegd als er spelers zijn. Elk speler werpt, op zekeren
+bepaalden afstand, met eenen keisteen naar hetzelve. Springen er
+daardoor centen af, en ligt de W boven, dan worden zij er weder
+opgelegd; ligt de W onder, dan neemt de speler ze in bewaring,
+tot zoo lang als hij aan het spel blijft; raakt hij er van af, dan
+geeft hij de gewonnen centen aan hem, die zijnen keisteen geraakt
+en hem daardoor van de partij afgespeeld heeft.--De laatste, die
+aan het spel is, kan alzoo in het bezit geraken van al de centen,
+die gedurende het spel op het plankje hebben gelegen.--
+
+Op dezelfde wijze wordt ook het eerste spel gespeeld. Wint
+b. v. A. eenige noten uit den cirkel, en wordt zijn stuiter (lodder)
+door dien van B. geraakt, dan valt A. van het spel af, die zijne
+reeds gewonnen noten aan B. geeft.
+
+d. Koek kneppelen. Een paal wordt in den grond geslagen, aan welks
+boveneinde een' Deventer koek gebonden wordt, zoodanig, dat een
+gedeelte daarvan boven den paal uitsteekt; op eenen bepaalden afstand,
+werpt iemand met den kneppel naar den koek, en zoo hij het geluk heeft,
+er een stuk af te werpen, dan behoort zulks aan hem; het overblijvende
+stuk wordt daarna opgeligt, en het werpen neemt weder een aanvang;
+dit wordt zoolang herhaald, totdat de geheele koek is afgeslagen. Is
+het laatste stukje zeer klein, dan wordt het op de paal gelegd,
+en men handelt als voren.
+
+Dit spel wordt door knapen en jongelingen, en soms ook wel door
+volwassenen verrigt.--
+
+Voorts is voor velen Sinte Pieter (22 Februarij) een vreugdedag. Een
+troep jongens, gewapend met stokken, gaat langs de huizen, zingende
+of liever schreeuwende het volgende:
+
+
+ Sinte Pieters Schoven,
+ Als je niet geeft, dan zal 'k je rooven.
+ Ik roof er ien,
+ Ik roof er tien,
+ Ik roof er elf,
+ Ik roof den boer zijn heele schelf.
+ Hei je geen hooi?
+ Hei je geen strooi?
+ Hei je geen ouwe manden?
+ Dan zullen we van avond Victoria branden.
+ Hei je geen glaasje rooije wijn,
+ Dan zullen we van avond regt vrolijk zijn.
+ Hei je geen turf? Hei je geen hout?
+ Sinte Pieter is zoo koud.
+
+
+Hierop geeft de boer wat stroo, en de troep gaat vredig en vergenoegd
+verder. Geeft men niets, dan volgt op het bovenstaande dit:
+
+
+ Hei je geen hagel? Hei je geen kruid?
+ Dan schieten we den gierigen boer in zijn huid.
+
+
+Des avonds echter komt de grootste pret aan; dan worden de stroobossen
+in brand gestoken, en op stokken rond gedragen, totdat zij verteerd
+zijn. Geen wonder dat het na den afloop van dien pret, niet aan zwarte
+aangezigten, verbrande kleederen en heesche stemmen ontbreekt.--
+
+Het zoogenaamde vrijen wordt op Wieringen genoemd zitting houden;
+de bijeenkomsten der verloofden hebben ook hier doorgaans gedurende
+den nacht plaats.--Men laat de jongelieden eene algeheele vrijheid,
+hetgeen wel zoude pleiten voor eene onbesmette reinheid van zeden,
+indien het maar niet al te vaak bleek, dat daarbij vrijheden worden
+toegestaan, die alleen in den gehuwden staat geoorloofd zijn.--
+
+Tot de meest geliefde uitspanningen dezer eilanders, behoort het
+spele-rijden.--Tijdens mijn verblijf op Wieringen, zag ik een negental
+wagens, bezet met jongelieden van beiderlei kunne, door het Eiland
+rijden. Naar ik vernam, waren het eenige dier jongelieden, welke de
+toen pas gehouden Tulemarkt met hunne geliefden gevierd hadden, welk
+feest zij nu, bij wijze van uitzet, met dezen pleiziertogt door het
+Eiland besloten. Des avonds vereenigden zij zich in het logement,
+het Schippershuis, waar zij zich aan eene gulle, doch betamelijke
+vreugd overgaven.--
+
+Het gebruik wil, dat men, bij elk zwart schaap hetwelk op zulk een
+togt gezien wordt, zijne geliefde een kus geve.
+
+Wij merken hierbij aan, dat men bij zulke gelegenheden nog al veel
+zwarte schapen ziet.--
+
+Een andere min gunstige gewoonte, die mijne aandacht zeer trok, was
+het bijna algemeen gebruik, dat men op dit Eiland van sterken drank
+maakt. Niet, dat ik dezulken zoude ontmoet hebben, die zich daarin
+te buiten hadden gegaan;--dat zij verre. Maar toch zag ik, dat een
+niet onaanzienlijk getal Eilanders, en vooral jonge lieden, jenever
+in hun gelag gebruikten. Is dit gebruik, hoe matig dan ook, op zich
+zelf reeds af te keuren, nog meer zal die afkeuring toenemen, als wij
+bedenken, dat alle misbruik ontstaan is door het gebruik. De grootste
+dronkaard verslaaft zich niet op ééns aan dien verderfelijken drank,
+die ongetwijfeld is aan te merken, als den grootsten stoffelijken en
+zedelijken moordenaar der menschheid.--'t Is hier niet de plaats,
+om daarover in het breede uit te wijden, noch, om door bewijzen
+(die, helaas! maar al te zeer voor de hand liggen) ons gezegde
+te staven. Doch, daar welligt dit geschrift in de handen van vele
+Wieringers komt, meenden wij, met het oog op hun waarachtig belang,
+hen met een enkel woord op het verkeerde dier gewoonte opmerkzaam te
+moeten maken.--Men duide ons alzoo deze uitwijding niet ten kwade. Zij
+werd in liefde gegeven; worde zij ook in liefde ontvangen!--
+
+De Wieringers zijn over het algemeen een kloek, gezond en werkzaam
+volk, zonder evenwel eene afzonderlijke type te verraden.--Het komt
+welligt van hunne afscheiding van den vasten wal, dat vele hunner nog
+onder den invloed van oude vooroordeelen gebukt gaan, en dus minder
+in de algemeene beschaving deelen.--
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] Het Klif, of eigenlijk het Roode Klif, is een heuvel, welke uit
+eene bruinroode zandlaag bestaat, en van diluvialen oorsprong is. Zij
+bevat een groot aantal gerolde steenen, en ligt op ongeveer een uur
+gaans van de Stavorensche kerk verwijderd. Deze heuvel bereikt in
+haar hoogste punt, eene verhevenheid van ongeveer 11 ellen boven
+de waterspiegel van gewoon volzee, en beslaat, met hare stranden en
+oevers, eene oppervlakte van meer dan 80 bunders, waarvan een derde
+gedeelte bebouwbaar land uitmaakt. Het uitzigt van deze hoogte,
+naar den kant van Enkhuizen, over de van schepen wemelende zee,
+is alleszins schoon te noemen.--
+
+Aangaande dezen heuvel, bestaan onder het volk nog onderscheidene
+overleveringen. Zoo verhaalt men, o. a. dat het Klif, in overouden
+tijd, gedurende drie dagen, vuurvlammen braakte, waarna er een
+buitengewoon grooten draak uit opkwam, die de burgers van Stavoren
+eenen ontzettenden schrik aanjoeg, en na verloop van eenigen tijd,
+weder terug keerde naar de opening waaruit hij te voorschijn was
+gekomen.--Ongeveer eene halve eeuw later, braakte het Klif, gedurende
+eenige dagen, uit eenen put, op nieuw vreesselijke vuurvlammen,
+terwijl dit zelfde verschijnsel zich op het einde der derde eeuw,
+gedurende een tijds bestek van elf dagen, weder, doch voor de laatste
+maal, herhaalde.--Men verhaalt namelijk, dat de heidensche Friezen, te
+dien tijde, hunnen afgod Stavo, door hunne priesters lieten raadplegen,
+omtrent de middelen welke men ter voorkoming van meerdere dergelijke
+uitbarstingen, zoude moeten aanwenden, waarop Stavo hun te kennen
+gaf, dat men drie kruiken met water uit de Noordzee, moest vullen,
+en die door de gewapende hand van eenen ridder in de vlammen doen
+storten.--Dit werd gedaan, en na dien tijd, zijn er nimmer weder
+dergelijke verschijnselen waargenomen.--
+
+Deze fabelachtige verhalen of sprookjes, worden echter door sommigen
+derwijze verklaard, dat er welligt aardbevingen, verzeld van hevige
+stormen zouden gewoed hebben, en dat hier een vulkaan gestaan hebbe,
+voor welk gevoelen, men eenigen grond meende te erlangen uit de stukken
+lava, die, naar men wil, in het Klif zouden gevonden zijn. Anderen,
+en hiermede stemt ons gevoelen overeen, verklaren het vinden van lava,
+in den heuvel, ten eenenmale voor onwaarheid.
+
+[2] Naar wij vernemen, bestaat er vooruitzigt op den aanleg van
+schelpwegen op het Eiland Wieringen. Wij wenschen hartelijk, dat de
+Wieringers spoedig bevrijd mogen worden van die onaangename zandwegen.
+
+[3] In den fraaijen en welvoorzienen tuin van den Heer Burgemeester,
+Mr. J. van Hengel, zag ik eenen appelboom, die geplant werd den
+1 April 1847. Den 1 Augustus van dat jaar, leverde hij de eerste
+vruchten, 60 in getal; den 1 November, plukte men voor de tweede maal
+de vruchten, ten getale van 80, terwijl deze zelfde boom in December
+daaraanvolgende, op nieuw in vollen bloei stond.--In 1848 was de boom
+weder vol.--In den boomgaard van den Heer D. Koorn, te Hypolitushoef,
+zag ik op een veld van 120 roeden, een 70 tal vruchtboomen staan,
+waarvan de meesten, (5 of 6 uitgezonderd) als met vruchten bedekt
+waren. Inzonderheid was dit het geval met de jutten- en dirkjesperen.
+
+[4] Wier is een zeegras waarvan men wil, dat Wieringen (oudtijds Wirom,
+Wiron) zijn naam ontleent. "Wier, bij de Latijnen Alga genaamd, is
+een zeekruit, dat in zoute zeewateren, op hooge slikken en verdronke
+waarden en Landen zijne wortelen schiet, en boven het gemeene water
+zijn loof, en dradige takjes of spruitsels vertoont, en de zee alomme
+als een grasrijke weide voor onze oogen verbeeld. Oudtijds wierd
+het, als onnut tot eenig gebruik, aangezien, noemende de Latijnsche
+Lierdichter Horatius hetzelve Od. 17, lib. III, Alga Inutilis,
+onnut zeegras, zoodat men bij de Latijnen, eenige geringe, en niet
+noemenswaardige zaak willende te kennen geven, en beteekenen, tot een
+spreekwoordt zeide: Vilior Algâ, Slechter dan wier. (Zie denzelven
+Dichter lib. II, Serm. Satyr. V.) Maar hedendaags is hetzelve,
+voornamentlijk in deze leege Landen, daar men van Duinen ontbloot is,
+en de zee met Dijken moet afkeeren, in groot gebruik gekomen, en wordt
+voor de beste stoffe gehouden, om op onze lichte en veenige gronden
+eenige Dijken te vestigen, pakkende het wier zoo vast in elkaar, als de
+allerbeste kleijaarde, waardoor de zeegolven, daartegen slaande, door
+de gladdigheit van de wier daar weder afrollen. Zoodat meenigmaal bij
+de Staten van den Lande, Plakkaaten en Ordonnantiën op het visschen en
+ophaalen van de wier gemaakt zijn." (Toon. der Ver. Ned. door Halma.)
+
+[5] Het grootste gedeelte van den zomer.
+
+[6] In 1847 liet Maarten Gorter een' kuil graven, ter plaatsing van
+eenen regenbak, op welks bodem men een melkschuitje, in het strandzand
+zittende, vond, waaruit blijkt, dat de oude Wierdijk ongeveer 60
+ellen meer binnenwaarts heeft gelegen; terwijl andere personen, mede
+bij het graven van putten, den ouden dijk hebben ontdekt, zoodat een
+gedeelte van het dorp den Oever op den ouden Wierriem staat.
+
+[7] H.H. Concessionarissen hadden aan genoemden Hoofdopzigter
+opgedragen de vervaardiging der plannen, voor de bedijking,
+verkaveling, sluis, molen, enz. met de daarbij behoorende begrootingen
+en bestekken;--al welke stukken door den Ingenieur van den Waterstaat,
+Jonkh. J. Ortt van Schonouwen, (thans Hoofd-Ingenieur) daartoe door
+Concessionarissen uitgenoodigd, beoordeeld en goedgekeurd moesten
+worden.
+
+[8] Bouwk. Bijdragen, uitgegeven door de Maatschappij tot Bevordering
+der Bouwkunst. Deel VIII, 1e stuk, blz. 33.--
+
+[9] In 1676 waren er op Wieringen 6 vogelkooijen, vroeger beliep
+dat getal zelfs 13; waarvan de eigenaars of pachters in Hoorn het
+domeinregt moesten betalen.
+
+[10] Tot groot nadeel der landerijen, die zoozeer behoefte aan mest
+hebben, geven vele landeigenaars aan kinderen van mingegoeden de
+vrijheid, om de schapenmest van het land te halen.
+
+
+
+
+
+End of the Project Gutenberg EBook of Het Eiland Wieringen en Zijne Bewoners, by
+Francis Allan
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 44086 ***