summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/43919-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to '43919-0.txt')
-rw-r--r--43919-0.txt1630
1 files changed, 1630 insertions, 0 deletions
diff --git a/43919-0.txt b/43919-0.txt
new file mode 100644
index 0000000..af9caff
--- /dev/null
+++ b/43919-0.txt
@@ -0,0 +1,1630 @@
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 43919 ***
+
+ WERELD BIBLIOTHEEK
+ ONDER LEIDING VAN L. SIMONS
+
+
+ ALI BABA EN DE VEERTIG ROOVERS
+ (VERHAAL UIT DE DUIZEND EN EEN NACHT)
+
+
+ IN HET NEDERLANDSCH VERTAALD DOOR
+ J. W. GERHARD, MET 25 ILLUSTRATIES VAN
+ H. GRANVILLE FELL
+
+
+ UITGEGEVEN VOOR DE
+ MIJ. VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR DOOR
+ G. SCHREUDERS AMSTERDAM
+
+
+
+
+
+
+
+
+GESCHIEDENIS VAN ALI BABA EN
+DE VEERTIG ROOVERS, DIE DOOR
+EEN SLAVIN OM HET LEVEN KWAMEN
+
+
+In een stad, aan de grenzen van Perzië, leefden eens twee broeders,
+waarvan de een Casim, en de ander Ali Baba heette. Hun vader had
+hun maar een klein vermogen nagelaten, en daar zij dit weinige
+gelijkelijk verdeeld hadden, zou men allicht meenen, dat hun
+uiterlijke omstandigheden vrij wel gelijk waren; het toeval wilde
+'t echter anders.
+
+Casim huwde een vrouw, die spoedig na hun huwelijk een goed voorzienen
+winkel en een menigte onroerende goederen erfde, zoodat hij in eens
+een welgesteld man en een der rijkste lieden der stad werd.
+
+Ali Baba daarentegen huwde een vrouw, die even arm was als hij zelf,
+woonde zeer armoedig, en had geen andere verdiensten, om zich en den
+zijnen het levensonderhoud te verschaffen, dan de opbrengst van het
+hout, dat hij in het naburige bosch hakte en daarna op drie ezels,
+zijn eenige bezitting, naar de stad bracht en verkocht.
+
+Op zekeren dag, toen Ali Baba weer in het bosch was en juist hout
+genoeg geveld had, om zijn ezels daarmee te beladen, zag hij op eens in
+de verte een geweldige wolk opstijgen, welke zich in rechte richting
+bewoog naar de plaats, waar hij stond. Hij keek er zeer opmerkzaam
+naar, en zag weldra, dat het een talrijke ruiterschaar was, die in
+snellen draf naderbij kwam.
+
+Ofschoon men in de heele buurt nooit van roovers hoorde, kwam bij
+Ali Baba toch de gedachte op, dat deze ruiters wel roovers konden
+zijn, en daarom besloot hij, zijn ezels aan hun lot over te laten,
+en slechts zijn eigen persoon te redden. Hij klom dus in een boom,
+welks takken wel niet hoog, maar buitengewoon dicht bebladerd waren,
+en nam daarop nu met des te grooter vertrouwen plaats, als hij vandaar
+alles zien kon, wat beneden voorviel, zonder zelf gezien te worden. De
+boom stond aan den voet van een kale rots, die veel hooger dan de boom,
+en zoo steil was, dat men haar onmogelijk beklimmen kon.
+
+De ruiters, allen groote en flinke mannen, die zoowel van wapens
+als paarden goed voorzien waren, stegen bij de rots af, en Ali Baba,
+die er veertig telde, kon, naar hun gezichten en hun gansche kleeding
+te oordeelen, er niet meer aan twijfelen, dat het roovers waren. Hij
+bedroog zich ook niet: het waren werkelijk roovers, die echter niet in
+'t minst deze streek verontrustten, maar hun zaken in andere, verre
+gewesten dreven, en hier alleen hun verzameloord hadden. Hij werd in
+zijn meening versterkt, toen hij ze verder bespiedde.
+
+Elk der ruiters toomde zijn paard af, bond het vast, wierp het een zak
+vol gerst, dien hij achter zich gehad had, om den kop, en maakte toen
+zijn reistasch los. De meeste hiervan kwamen Ali Baba zoo zwaar voor,
+dat hij er uit opmaakte, dat ze vol goud en zilver moesten zijn.
+
+De statigste der roovers, dien Ali Baba voor hun hoofdman hield,
+naderde met zijn reistasch op den schouder, eveneens de rots, die
+dicht bij den grooten boom stond, waarin Ali Baba zich verscholen had,
+en nadat hij zich door eenige struiken een weg gebaand had, sprak hij
+de woorden: "Sesam, open je!" zoo luid en duidelijk, dat Ali Baba ze
+hoorde. Nauwelijks had de rooverhoofdman deze woorden uitgesproken, of
+er opende zich een deur, waardoor hij al zijn mannen liet binnengaan;
+hijzelf ging 't allerlaatst binnen en de deur sloot zich weer.
+
+De roovers bleven lang in de rots, en Ali Baba moest geduldig op den
+boom blijven en wachten; want hij vreesde, dat enkelen of ook wel allen
+tezamen weer naar buiten mochten komen op 't oogenblik, dat hij zijn
+post verlaten en vluchten wilde. Desniettemin kwam hij in verzoeking,
+naar omlaag te komen, zich meester te maken van twee paarden, op
+'t een te gaan zitten en het andere naast zich mee te voeren, en zoo,
+zijn ezels voor zich uit drijvend, naar de stad te rijden. Dit plan was
+echter te gewaagd en hij besloot daarom, het veiligste deel te kiezen.
+
+Eindelijk opende zich de deur weder, veertig roovers traden naar
+buiten, en de hoofdman, die er 't laatst ingegaan was, was thans de
+eerste, die buiten kwam, en de overigen allen voorbij zich heen liet
+gaan. Ali Baba hoorde, dat op zijn woorden: "Sesam, sluit je!" de
+deur zich weder sloot. Ieder keerde naar zijn paard terug, toomde
+het op, bond zijn tasch over 't zadel vast, en steeg weer op. Toen
+de hoofdman eindelijk zag, dat allen voor den rit gereed waren,
+plaatste hij zich aan hun hoofd en sloeg weer denzelfden weg in,
+waarlangs zij gekomen waren.
+
+Ali Baba daalde niet terstond uit den boom af. "Zij konden," sprak
+hij bij zichzelf, "iets vergeten hebben, dat hen weer dwong terug te
+keeren, en dan zouden zij mij betrappen." Hij volgde hen met de oogen,
+tot hij ze uit 't gezicht verloren had, en liet zich voor meerdere
+veiligheid eerst lang daarna op den grond zakken. Daar hij de woorden,
+krachtens welke de rooverhoofdman de deur geopend en weer gesloten had,
+goed in zijn geheugen bewaard had, bekroop hem de lust, een poging
+te wagen, of ze wellicht dezelfde uitwerking zouden hebben, als hij
+ze uitsprak. Hij drong derhalve door het struikgewas, vond de deur,
+welke daardoor verborgen was, plaatste zich er voor, sprak de woorden:
+"Sesam, open je!" en--ziedaar! op 't zelfde oogenblik sprong de deur
+wagenwijd open.
+
+Ali Baba had een donker en somber oord verwacht, maar hoe groot
+was zijn verbazing toen hij het binnenste der rots zeer helder,
+groot en ruim, en door menschenhanden tot een hoog gewelf uitgehold
+vond, dat van boven door een kunstig aangebrachte opening zijn
+licht ontving. Hij vond hier veel mondvoorraad, zakken vol kostbare
+koopmansgoederen, zijden stoffen en brocaat, en vooral ook prachtige
+tapijten, bij hoopen opgestapeld; wat hem echter het meest aantrok,
+was een massa gemunt goud en zilver, dat gedeeltelijk op hoopen
+uitgeschud, gedeeltelijk in leeren zakken, welke op een lange rij
+stonden, geborgen was. Bij dezen aanblik kwam het hem voor, alsof
+dit rotshol niet eerst sinds een reeks van jaren, maar reeds sedert
+eeuwen aan roovers tot toevluchtsoord gediend moest hebben.
+
+Ali Baba bedacht zich niet lang, wat hij hier doen zou; hij trad
+het hol binnen, en zoodra hij er in was, sloot zich de deur weer;
+dat verontrustte hem echter niet, want hij kende immers het geheim,
+om haar te openen. Bij het zilvergeld hield hij zich niet lang op,
+maar bemoeide zich alleen met het gemunte goud en in 't bijzonder met
+dat, wat in de zakken was. Hiervan nam hij herhaalde malen zooveel
+als hij dragen en zijn drie ezels, die zich ondertusschen verstrooid
+hadden, opladen kon. Toen hij ze weer bij de rots bijeengedreven had,
+belastte hij ze met de zakken, en om deze te verbergen, legde hij er
+hout bovenop, zoodat nu niemand er iets van zien kon. Toen hij daarmee
+klaar was, plaatste hij zich voor de deur, en nauwelijks had hij de
+woorden: "Sesam, sluit je!" uitgesproken, of zij sloot zich ook weer;
+zij was namelijk, telkens wanneer hij naar binnen gegaan was, van zelf
+dicht gegaan, en was elken keer, als hij er uit kwam, open gebleven.
+
+Ali Baba keerde nu weer naar de stad terug, en toen hij voor zijn huis
+aankwam, dreef hij zijn ezels naar 'n kleine binnenplaats, waarvan
+hij de deur zorgvuldig achter zich dicht maakte. Daarna laadde hij
+het weinige hout, dat zijne schatten verborg, af, droeg de zakken
+zijn woning in, en legde ze voor zijne vrouw neer, die op de sofa zat.
+
+Zijne vrouw nam de zakken in de hand, en toen zij merkte, dat ze
+vol goud waren, dacht zij, dat haar man ze gestolen had. Nadat hij
+alles binnen gebracht had, kon zij niet nalaten tot hem te zeggen:
+"Ali Baba, ben je van God verlaten, om..." Ali Baba onderbrak haar
+met de woorden: "Wees bedaard, lieve vrouw, en heb geen zorg; ik ben
+geen dief, want ik heb dit alles slechts aan dieven ontnomen. Je
+zult weldra je slechte meening van mij laten varen, wanneer ik je
+mijn geluk verteld zal hebben." Hij schudde de zakken uit, zoodat
+er nu een groote hoop goud voor zijn vrouw kwam te liggen, die er
+geheel door verblind werd; hierop verhaalde hij haar zijn ontmoeting
+van het begin tot het einde, en raadde haar toen vóór alles aan,
+de heele geschiedenis geheim te houden.
+
+Toen de vrouw van haar verbazing en schrik weer bekomen was, verheugde
+zij zich met haar man over het geluk, dat hun was ten deel gevallen,
+en wilde den ganschen goudhoop, die voor haar lag, stuk voor stuk,
+tellen. "Beste vrouw," zei Ali Baba tot haar, "dat is niet slim van
+je. Waar denk je aan? Je zoudt nooit met tellen klaar komen. Ik wil
+een kuil graven, en het daarin verbergen; wij hebben geen tijd te
+verliezen."--
+
+"Het zou toch goed zijn," antwoordde de vrouw, "wanneer wij tenminste
+ongeveer wisten, hoeveel er is. Ik zal bij de buren gaan, om een kleine
+maat te leenen en het daarmee te meten, terwijl gij ondertusschen
+den kuil graaft."
+
+"Lieve vrouw," zei Ali Baba daarop, "dit zou werkelijk nergens toe
+dienen, en ik raad je aan, het niet te doen. Doe overigens wat je wil,
+maar vergeet vooral niet, geen woord over de zaak te reppen."
+
+Om haar verlangen te bevredigen ging Ali Baba's vrouw heen, en naar
+haar zwager Casim toe, die niet ver van hen af woonde. Casim was niet
+te huis, en zij wendde zich daarom tot zijn vrouw, met het verzoek,
+haar toch voor eenige oogenblikken een maat te leenen. De schoonzuster
+vroeg haar, of zij een groote of een kleine wilde, en Ali Baba's
+vrouw vroeg om een kleine maat.
+
+"Met plezier," antwoordde haar schoonzuster, "wacht slechts een
+oogenblik, ik zal ze je dadelijk brengen."
+
+De schoonzuster haalde de maat; daar zij echter Ali Baba's armoede
+kende, was zij erg nieuwsgierig te weten, wat voor graan zijn vrouw
+daarmee meten wilde, en kwam daarom op de gedachte, onder in de
+maat ongemerkt een beetje deeg te plakken. Daarna kwam zij terug,
+gaf Ali Baba's vrouw de maat over, en verontschuldigde zich over haar
+uitblijven met te zeggen, dat zij zoo lang had moeten zoeken.
+
+Toen Ali Baba's vrouw in haar huis teruggekeerd was, zette zij de
+maat op den goudhoop, vulde haar, en ledigde ze op eenigen afstand
+op de sofa. Toen zij nu alles gemeten had, was zij zeer tevreden
+over het aanzienlijk aantal maten, en vertelde dit aan haar man,
+die juist met zijn kuil klaar gekomen was.
+
+Terwijl Ali Baba het geld begroef, bracht zijn vrouw, om haar
+schoonzuster haar nauwgezetheid en haar zin voor orde te toonen,
+de maat terug; ze had echter niet opgemerkt, dat daarin onderaan nog
+een goudstuk kleefde.
+
+"Beste schoonzuster," zeide zij tot haar, toen zij het ding terug gaf,
+"je ziet, dat ik je maat niet al te lang gehouden heb; ik ben er je
+zeer dankbaar voor; hier heb je haar weer."
+
+Nauwelijks had Ali Baba's vrouw haar den rug toegekeerd, of Casims
+vrouw keek op den bodem van de maat, en men kan haar verbazing
+begrijpen, toen zij het geldstuk daarin ontdekte. Weldra sloop de
+satan van den nijd haar hart binnen. "Wat!" dacht zij, "Ali Baba
+heeft het goud bij schepels vol! Van waar mag de arme slokker het
+wel genomen hebben?"
+
+Casim, haar man, was, zooals we zeiden, niet te huis, maar in zijn
+winkel, vanwaar hij eerst tegen den avond terug verwacht werd. De tijd
+tot aan zijn terugkomst leek haar een eeuwigheid, want zij brandde
+van ongeduld, hem het groote nieuws te vertellen, dat voor hem even
+verrassend zijn moest, als voor haar.
+
+Toen Casim thuis gekomen was, zeide zijn vrouw tot hem: "Je gelooft
+een rijk man te zijn, nietwaar Casim? Maar je vergist je. Ali Baba
+is duizendmaal rijker dan jij; hij kan zijn geld niet tellen, maar
+moet het meten."
+
+Casim verlangde een verklaring van dit raadsel, en zij vertelde hem,
+hoe sluw zij de ontdekking gedaan had; en tevens toonde zij hem het
+goudstuk, dat onder op den bodem was blijven kleven; het was zoo oud,
+dat de naam van den vorst, die het had laten munten, hun onbekend was.
+
+In plaats van zich te verheugen over het geluk van hun broeder, die tot
+nog toe zoo arm geweest was, voelde Casim slechts ijverzucht, welke
+hem geen rust meer liet. Den ganschen nacht kon hij er bijna niet
+van slapen, en den volgenden morgen ging hij reeds voor zonsopgang
+naar zijn broeder toe. Daar hij sinds zijn huwelijk met de rijke
+weduwe, hem niet meer als zijn broeder aanzag en dezen naam heelemaal
+vergeten had, zoo sprak hij hem thans als volgt aan: "Ali Baba, jij
+bent zeer terughoudend in je aangelegenheden. Jij speelt den arme,
+den noodlijdende, den bedelaar, en je meet het goud met schepels."
+
+"Beste broeder," antwoordde Ali Baba, "ik weet niet, wat je daarmee
+bedoelt; verklaar je nader."
+
+"Hou je toch niet zoo dom," antwoordde Casim, en terwijl hij hem het
+goudstuk voorhield, dat zijn vrouw hem gegeven had, voegde hij erbij:
+"Hoeveel van zulke goudstukken heb je? Mijn vrouw heeft dit onder in
+de maat gevonden, welke jouw vrouw gisteren van haar geleend heeft."
+
+Uit deze woorden merkte Ali Baba, dat, tengevolge van de
+eigenzinnigheid zijner vrouw, Casim en diens vrouw al reeds de zaak
+kenden, welker geheimhouding voor hem zoo gewichtig was. De fout was
+nu echter eenmaal begaan en men kon haar niet ongedaan maken. Zonder
+iets van zijn spijt te laten merken, bekende hij daarom zijn broeder
+de heele geschiedenis, en vertelde hem, door welk toeval en waar hij
+de schuilplaats der roovers ontdekt had; tegelijk bood hij aan, den
+schat met hem te deelen, wanneer hij slechts het geheim bewaren wilde.
+
+"Ja, dat verlang ik toch al," sprak Casim op trotschen toon; "maar,"
+voegde hij er bij, "ik wil ook nog precies weten, waar de schat is,
+aan welke bijzondere kenteekenen ik hem herkennen, en hoe ik er
+zelf bij komen kan, wanneer ik er zin in heb; anders geef ik 't bij
+'t gerecht aan. Weiger je dus, dan heb je niet alleen niets meer te
+hopen, maar je zult ook nog verliezen, wat je al hebt; ik echter zal
+voor mijn aangifte mijn loon verkrijgen."
+
+Meer uit goedmoedigheid, dan omdat hij door de onbeschaamde
+bedreigingen van zijn broeder bang geworden was, bracht Ali Baba hem
+van alles op de hoogte, en deelde hem ook de woorden mee, die hij
+moest uitspreken, om het hol binnen, en er weer uit te kunnen komen.
+
+Meer verlangde Casim niet te weten. Hij verliet zijn broeder met het
+vaste voornemen, hem vóór te zijn en in de hoop, zich alleen van den
+schat meester te kunnen maken.
+
+Den volgenden morgen ging hij reeds voor zonsopgang met tien muildieren
+op weg, welke hij met groote kisten beladen had. Deze wilde hij alle
+geheel vullen, en hij nam zich nu al voor, bij een tweeden tocht naar
+den schat nog veel meer zulke kisten mee te nemen, ingeval hij nog
+zooveel ladingen vond, dat dit noodig bleek. Hij sloeg den weg in,
+dien Ali Baba hem aangeduid had, kwam bij de rots en herkende de
+kenteekenen, en evenzoo den boom, waarop Ali Baba zich verscholen had.
+
+Hij zocht de deur, vond haar, en sprak de woorden: "Sesam, open je!";
+de deur ging open, hij trad naar binnen en terstond sloot zij zich
+weer. Bij bezichtiging van het hol, kwam hij in groote verbazing,
+wijl hij er veel meer rijkdommen in aantrof, dan hij uit Ali Baba's
+vertelling vermoed had, en zijn verwondering werd voortdurend grooter,
+hoe meer hij alles afzonderlijk in oogenschouw nam. Als een gierigaard,
+wien rijkdommen boven alles gaan, had hij gaarne den heelen dag zich
+verlustigd in den aanblik van zooveel goud, indien het hem niet was
+ingevallen, dat hij eigenlijk gekomen was, om het geld te halen en
+zijn tien muilezels er mee te beladen. Hij nam daarom een aantal
+zakken, zooveel hij dragen kon, ging daarmee naar de deur, en wijl
+hij aan al 't andere meer dacht, dan aan dat, wat thans voor hem het
+gewichtigste was, zoo gebeurde het, dat hij zich het tooverwoord niet
+meer herinnerde, en in plaats van Sesam, zeide: "Gerst, open je!" Hoe
+groot was zijn ontsteltenis, toen hij zag dat de deur zich niet opende,
+maar gesloten bleef. Nu noemde hij nog andere namen van graansoorten
+op, maar den juisten naam niet, en de deur bleef immer gesloten. Op
+dit toeval had Casim heelemaal niet gerekend. Schrik en angst maakten
+zich van hem meester, toen hij zich nu in zulk 'n groot gevaar zag,
+en hoe meer hij zich inspande, om het woord Sesam in zijn geheugen
+terug te roepen, des te verwarder werd hij, en weldra was het, alsof
+hij dit woord nooit had hooren noemen. Wanhopig wierp hij thans de
+zakken, waarmee hij zich beladen had, op den grond, ging met groote
+passen in het hol op en neer, en alle rijkdommen, waarmee hij zich
+omringd zag, hadden thans geen bekoring meer voor hem. Doch laten
+wij Casim zijn lot beweenen, hij verdient ons medelijden niet.
+
+De roovers keerden tegen den middag naar hun schuilplaats terug, en
+toen zij in de nabijheid kwamen, en de met kisten beladen muilezels van
+Casim ontdekten, werden zij door deze nieuwe verschijning ongerust,
+renden met lossen teugel naderbij en joegen de tien muilezels, die
+Casim vergeten had, vast te binden, uit mekaar, zoodat zij zich naar
+alle richtingen in het bosch verstrooiden en spoedig uit hun gezicht
+verdwenen waren. De roovers deden geen enkele poging, de muilezels na
+te rijden, het was hun van veel meer belang den eigenaar der dieren te
+vinden. Terwijl nu eenigen van hen de rots omgingen, om hem te zoeken,
+steeg de hoofdman met de anderen af, ging met blanke sabel recht op
+de deur toe, sprak de woorden, en de deur opende zich.
+
+Casim, die binnen in het hol het getrappel der paarden hoorde,
+twijfelde er thans niet meer aan, dat de roovers gekomen waren en
+hijzelf verloren was. Toch besloot hij, een poging te wagen, om aan
+hunne handen te ontkomen, en zich te redden; daarom plaatste hij zich
+dicht bij de deur, om naar buiten te snellen, zoodra zij zich openen
+zou. Nauwelijks hoorde hij het woord Sesam, dat zijn geheugen ontgaan
+was, uitspreken, en zag de deur opengaan, of hij stormde zoo woest
+naar buiten, dat hij den hoofdman ter aarde wierp. Maar den anderen
+roovers kon hij niet ontkomen; dezen hielden eveneens de blanke sabel
+in de hand en doodden hem op de plaats zelve. Nu was de eerste zorg
+der roovers, de grot binnen te gaan. Zij vonden dicht bij de deur de
+zakken, die Casim daarheen gedragen had, om er zijn muilezels mee te
+belasten, en legden ze weer op hun oude plaats; zij merkten echter
+niet, dat die, welke Ali Baba meegenomen had, ontbraken. Terwijl zij
+nu met elkander over dit voorval beraadslaagden, begrepen zij wel,
+dat Casim niet meer uit de grot had kunnen komen, maar hoe hij er in
+gekomen was, daarvan begrepen zij niets. Zij kwamen op de gedachte,
+dat hij wellicht van boven af binnengekomen was; maar de opening,
+waardoor het licht naar binnen viel, was zoo hoog, en de top der rots
+zoo ontoegankelijk, dat zij eenstemmig verklaarden, dit raadsel niet
+te kunnen oplossen. Dat hij door de deur binnen gekomen was, konden
+zij niet aannemen, want daarvoor moest hij toch het geheim kennen,
+om haar te openen, en in het bezit daarvan, meenden zij, was niemand
+anders dan zij zelf. Zij konden namelijk niet weten, dat Ali Baba
+hen beluisterd en het gehoord had. Hoe het geval zich echter ook
+mocht toegedragen hebben, het was thans zaak, hun gemeenschappelijke
+rijkdommen in veiligheid te brengen, en zoo besloten zij daarom,
+Casim's lijk in vier stukken te verdeelen, en binnen in de grot,
+niet ver van de deur, aan weerskanten twee, op te hangen, tot
+afschrikwekkend voorbeeld voor ieder, die de brutaliteit zou hebben,
+iets dergelijks te wagen; zij zelf echter besloten, eerst na verloop
+van eenigen tijd, wanneer de lijklucht verdwenen zou zijn, naar hun
+hol terug te keeren. Daar niets hen meer terughield, verlieten zij hun
+schuilplaats, welke zij eerst goed gesloten hadden, stegen te paard
+en doorkruisten de landstreken in de richting, waar de straatwegen
+het meest door karavanen bezocht werden, om als gewoonlijk jacht op
+deze te maken en ze uit te plunderen.
+
+Ondertusschen verkeerde Casim's vrouw in grooten angst, toen de nacht
+aanbrak en haar man nog immer niet teruggekeerd was. Vol bekommering
+ging zij naar Ali Baba en zeide tot hem: "Beste zwager, jij weet
+zeker wel, dat je broer Casim naar het bosch gegaan is, en met welk
+doel. Hij is nog niet teruggekomen, en het is toch al laat in den
+nacht; ik vrees, dat hem een of ander ongeluk overkomen is."
+
+Ali Baba had na het boven aangevoerde gesprek met zijn broeder zijn
+reis vermoed, en was daarom op dezen dag niet zelf naar het bosch
+gegaan, om hem geen reden tot argwaan te geven. Zonder haar ook maar
+eenig verwijt te doen, dat haar of haar man, wanneer hij nog in 't
+leven was, had kunnen beleedigen, zeide hij tot haar, dat zij zich
+daarom nog niet ongerust behoefde te maken, want zonder twijfel had
+Casim het beter geoordeeld, eerst later in de stad terug te keeren.
+
+Casim's vrouw geloofde dit des te eerder, als zij er aan dacht, hoeveel
+er haar man aan gelegen moest liggen, de zaak geheim te houden. Zij
+keerde daarom getroost naar huis terug en wachtte geduldig tot
+omstreeks middernacht. Nu echter werd haar onrust en haar verdriet
+dubbel zoo groot, en dit te meer, wijl zij haar angstig kloppend
+hart niet door schreien en weenen lucht verschaffen kon, omdat zij
+wel inzag, dat de ware oorzaak daarvan voor de buren een geheim moest
+blijven. Thans, nu haar fout niet meer te herstellen was, gevoelde zij
+berouw over haar dwaze nieuwsgierigheid en haar strafbare begeerte,
+de huiselijke aangelegenheden van haren zwager en haar schoonzuster
+te willen doorgronden. Zij weende den geheelen nacht door en bij
+'t aanbreken van den dag snelde zij weer naar hen toe, en gaf meer
+door tranen dan door woorden te verstaan, waarom zij kwam.
+
+Ali Baba wachtte niet, tot zijn schoonzuster hem bad, toch eens de
+moeite te willen nemen, en te gaan zien wat er van Casim geworden
+was. Hij ging oogenblikkelijk met zijn drie ezels op weg naar het
+bosch, nadat hij haar vooraf nog dringend aanbevolen had, haar kommer
+te matigen. Toen hij de rots naderde, zonder op den heelen weg noch
+zijn broeder, noch de muilezels aangetroffen te hebben, verwonderde hij
+zich zeer over het bloed, dat hij aan den ingang van het hol ontdekte;
+dit scheen hem een slecht voorteeken toe. Hij trad naar de deur, sprak
+de woorden, zij opende zich, en het eerste dat hem in het oog viel,
+was het lijk van zijn gevierendeelden broeder. Bij dezen treurigen
+aanblik bedacht hij zich niet lang, wat hij doen zou, maar besloot
+terstond, zijn broeder de laatste eer te bewijzen, want hij dacht er
+niet meer aan, hoe weinig broederlijke liefde deze steeds voor hem
+getoond had. Hij vond in het hol de noodige dingen, om er het lijk van
+zijn broeder in te pakken, en vervolgens op een zijner ezels te laden;
+hij legde er hout overheen, opdat niemand er iets van merken zou. De
+beide andere ezels belastte hij zonder verder dralen met volle zakken
+goud, waarover hij eveneens hout legde. Nadat hij hiermee klaar was,
+en de deur bevolen had, zich weer te sluiten, trok hij naar de stad
+terug. Hij was intusschen voorzichtig genoeg, aan den rand van het
+bosch zoo lang te wachten, tot hij eerst bij 't aanbreken van den
+nacht de stad bereikte. Thuis aangekomen, dreef hij slechts de twee
+met goud beladen ezels in den hof, liet aan zijn vrouw de taak over,
+ze af te laden, en nadat hij haar met weinige woorden het lot van Casim
+medegedeeld had, voerde hij den derden ezel naar zijn schoonzuster. Ali
+Baba klopte aan de deur, en deze werd hem open gedaan door een zekere
+Morgiane. Deze Morgiane was een handige, verstandige en vindingrijke
+slavin, die de grootste moeilijkheden wist te boven te komen. Ali Baba
+kende haar als zoodanig. Toen hij daarom in den hof getreden was, en
+den ezel het hout en het andere pak afgenomen had, nam hij Morgiane
+ter zijde, en zeide tot haar: "Morgiane, het eerste, dat ik van je
+verlang, is volstrekte geheimhouding: je zult dadelijk begrijpen,
+hoeveel je gebiedster en mij daaraan gelegen moet zijn. Deze pakken
+bevatten het lijk van je meester; wij moeten er thans voor zorgen, hem
+zoo te begraven alsof hij een natuurlijken dood gestorven was. Breng
+mij naar je meesteres, en let op alles, wat ik haar zal zeggen."
+
+Morgiane kondigde hare gebiedster het bezoek aan, en Ali Baba, die
+haar op den voet volgde, trad de kamer in. "Welnu, zwager," riep de
+weduwe hem met groot ongeduld tegemoet, "welk bericht breng je mij
+van mijn man? Je gezicht voorspelt niets goeds."
+
+"Schoonzuster," antwoordde Ali Baba, "ik kan je niets zeggen, als
+je mij niet eerst belooft, dat je mij van 't begin tot 't einde zult
+aanhooren, zonder den mond te openen. Na de gebeurtenis, welke ik je
+mee te deelen heb, is het voor je eigen welzijn en je rust, van even
+groot belang, als voor mij, dat de zaak geheim blijft."
+
+"Ach!" riep de schoonzuster op halfluiden toon uit, "deze inleiding
+maakt het mij duidelijk, dat mijn man niet meer in leven is; maar ik
+zie tevens ook in, hoe noodig de geheimhouding is, welke jij van me
+verlangt. Wel moet ik mij veel geweld aandoen, maar spreek vrij uit,
+ik luister."
+
+Ali Baba verhaalde hierop aan zijn schoonzuster den ganschen uitslag
+zijner reis, tot aan zijn terugkeer met Casim's lijk.
+
+"Schoonzuster," voegde hij er bij, "je hebt nu werkelijk alle reden,
+om bedroefd te zijn, en des te meer, hoe minder je het verwachten
+kon. Aan dit ongeluk is nu echter niets meer te veranderen; wanneer
+echter iets in staat is, je te troosten, dan stel ik je voor, de
+weinige goederen, welke ik bezit met die van jou te vereenigen, en je
+te huwen; [1] tevens geef ik je de verzekering, dat mijn vrouw niet
+ijverzuchtig zijn zal, en gij beiden u met elkander bepaald goed zult
+kunnen verdragen. Bevalt mijn voorstel je, dan moeten wij voor alles
+daaraan denken, de zaak zoo te leiden, dat iedereen gelooven moet,
+dat mijn broeder een natuurlijken dood gestorven is, en op dit punt,
+geloof ik, kan je je geheel op Morgiane verlaten. Van mijn kant zal
+ik ook alles doen, wat in mijn macht is."
+
+Wat kon Casim's weduwe beter doen, dan Ali Baba's voorstel
+aannemen? Naast het vermogen, dat haar door den dood van haar eersten
+man ten deel viel, bekwam zij een tweeden man, die rijker was, dan zij
+zelf en door de ontdekking van den schat nòg rijker kon worden. Zij
+sloeg het voorstel daarom niet van de hand, maar beschouwde het
+integendeel als een zeer geldige reden om zich te troosten. Terwijl
+zij daarom haar tranen droogde, welke intusschen al rijkelijk waren
+begonnen te stroomen, en het doordringende weegeroep, dat vrouwen
+plegen aan te heffen bij het verlies van haar mannen, naliet, bewees
+zij Ali Baba daarmee voldoende, dat zij zijn aanbod aannam. In deze
+stemming verliet Ali Baba de weduwe van Casim, en nadat hij Morgiane
+ingeprent had, haar rol goed te spelen, keerde hij met zijn ezel naar
+huis terug.
+
+Morgiane deed, wat men van haar verwachtte; zij ging tegelijk met Ali
+Baba het huis uit, en naar een apotheker, die in de buurt woonde. Zij
+klopte aan zijn winkel, en toen men haar had opengedaan, vroeg zij
+naar een zeker soort van geneesmiddelen, welke bij hoogst gevaarlijke
+ziekten van zeer groot nut zijn. De apotheker gaf er haar eenige voor
+het geld, dat zij op de toonbank gelegd had, en vroeg, wie er wel in
+het huis van haar meester ziek was?
+
+"Ach!" antwoordde zij met een diepen zucht, "Casim, mijn goede heer,
+is 't zelf. Men kan uit zijn ziekte niet wijs worden; hij spreekt
+niet en kan niets eten."
+
+Met deze woorden nam zij de geneesmiddelen mee, waarvan Casim geen
+gebruik meer maken kon. Den volgenden morgen kwam Morgiane weer bij
+denzelfden apotheker, en verlangde met tranen in de oogen een drank,
+welken men zieken slechts in 't uiterste geval pleegt te geven;
+wanneer deze drank hen niet gezond maakte, dan gaf men alle hoop op
+hun genezing op.
+
+"Ach," zeide zij, met groote droefheid, toen zij hem uit de hand
+van den apotheker aannam, "ik vrees zeer, dat dit middel even weinig
+zal baten, als de vorige geneesmiddelen. Ach, wat was het een goede
+meester, en nu moet ik hem verliezen!" Wijl men nu ook nog Ali Baba en
+zijn vrouw, den ganschen dag met bedroefde gezichten naar Casim's huis
+heen en weer zag gaan, zoo verwonderde zich niemand om het weegeklaag,
+dat Casim's vrouw en vooral Morgiane des avonds hooren lieten, om
+Casim's dood te verkondigen.
+
+Den volgenden morgen ging Morgiane, die op het marktplein een
+ouden, eerlijken schoenlapper kende, die zijn werkplaats steeds het
+allereerst en lang voor de anderen opende, in alle vroegte uit, om
+hem op te zoeken. Zij begroette hem met den gebruikelijken groet en
+drukte hem tegelijkertijd een goudstuk in de hand. De schoenlapper,
+die in de heele stad onder den naam van Baba Moestapha bekend, en
+een zeer vroolijke kameraad, vol luimige invallen was, bekeek het
+geldstuk nauwkeurig, wijl het nog niet klaar dag was, en toen hij er
+zich van overtuigd had, dat het van goud was, zeide hij: "Een mooi
+handgeld! wat verlang je daarvoor? ik ben bereid, alles te doen."
+
+"Baba Moestapha," zeide Morgiane tot hem, "neem al je gereedschap op,
+dat voor 't lappen noodig is, en kom snel met mij mee. Wanneer wij
+echter op die en die plaats gekomen zijn, moet je je de oogen laten
+verbinden." Hiertegen had Baba Moestapha bezwaren.
+
+"Neen, neen!" antwoordde hij, "gij verlangt zeker iets van mij,
+dat tegen mijn geweten en tegen mijn eer indruischt."
+
+"De hemel bewaar me," riep Morgiane uit, terwijl zij hem een tweede
+goudstuk in de hand drukte, "ik verlang niets van je, dat je niet in
+alle deugd en eer doen kunt. Kom maar mee, en maak je niet onnoodig
+angstig."
+
+Baba Moestapha volgde, en Morgiane geleidde hem, nadat zij hem op de
+aangewezen plek een doek voor de oogen gebonden had, in het huis van
+haar overleden meester, en nam hem den doek eerst af in de kamer,
+waarheen zij het lijk gebracht, en zijn vier deelen behoorlijk
+bijmekaar gevoegd had.
+
+"Baba Moestapha," zeide zij thans tot hem, "ik heb je hierheen
+gebracht, opdat gij die vier stukken daar aan elkaar naaien
+zoudt. Verlies geen tijd, en wanneer je er mee klaar bent, ontvang
+je nog een goudstuk."
+
+Toen Baba Moestapha gereed was, bond Morgiane hem in dezelfde kamer
+weer een doek voor de oogen, en nadat zij hem het beloofde derde
+goudstuk ter hand gesteld, en geheimhouding aangeraden had, voerde
+zij hem naar de plaats terug, waar zij hem den eersten keer de oogen
+verbonden had. Hier nam zij hem den doek weer af, en liet hem naar
+huis gaan; zij volgde hem met de oogen, zoo ver zij kon, opdat hij
+geen lust zou krijgen, terug te keeren en haarzelf te bespieden.
+
+Morgiane had kokend water laten gereedmaken, om Casim's lijk
+te wasschen, en Ali Baba, die tegelijk met haar in het huis
+teruggekeerd was, waschte en bewierookte hem, en hulde hem met de
+gewone plechtigheden en gebruiken in het lijkkleed. Spoedig bracht
+ook de timmerman de kist, die Ali Baba bij hem besteld had. Opdat
+nu de timmerman maar niets zou merken, nam Morgiane de kist aan
+de deur in ontvangst, en nadat zij hem betaald en weggezonden had,
+hielp zij Ali Baba het lijk er in leggen. Zoodra deze het deksel er
+op vast genageld had, ging zij naar de moskee en berichtte, dat alles
+voor de teraardebestelling gereed was. De lieden uit de moskee, wier
+werk het is, de lijken te wasschen, boden hun diensten aan, om dat
+te doen, maar zij zeide hun, dat dit reeds geschied was. Nauwelijks
+was Morgiane weer thuis, toen de imam [2] met de overige dienaren
+der moskee er reeds aankwam. Vier van Casim's buren namen de kist
+op hun schouders, en droegen haar achter den imam, die voortdurend
+gebeden prevelde, naar de begraafplaats. Morgiane, als de slavin van
+den overledene, volgde onder tranen en met ontbloot hoofd, terwijl
+zij luide jammerklachten uitstiet, zich heftig op de borst sloeg en
+de haren uitrukte. Achter haar ging Ali Baba, vergezeld van de buren,
+die van tijd tot tijd en op de rij af, de andere buren, die de kist
+droegen, aflosten, tot men eindelijk de begraafplaats bereikt had.
+
+Wat Casim's vrouw betreft, deze bleef te huis, om zich aan haar
+smart over te geven, en een luid klaaggeschrei aan te heffen
+met haar buurvrouwen, die volgens bestaande zeden, gedurende de
+begrafenisplechtigheid bij haar gekomen waren, om hare weeklachten
+te vereenigen met die der weduwe, en de heele buurt met rouw te
+vervullen. Op deze wijze bleef Casim's noodlottige dood een geheim
+tusschen Ali Baba, diens vrouw, Casim's weduwe en Morgiane, en deze
+vier personen bewaarden het zoo zorgvuldig, dat geen mensch in de heele
+stad er het minste vermoeden van had, laat staan het te weten kwam.
+
+Drie of vier dagen na Casim's begrafenis bracht Ali Baba de weinige
+gereedschappen, welke hij bezat, benevens het uit de schatkamer der
+roovers gehaalde geld--dit laatste echter alleen bij nacht--in het huis
+van de weduwe zijns broeders, om daarin voortaan te wonen. Daardoor
+bracht hij tevens zijn huwelijk met zijn schoonzuster ter openbare
+kennisse, en wijl huwelijken van dezen aard bij den Mohammedaanschen
+godsdienst volstrekt niets ongewoons zijn, verwonderde zich ook niemand
+daarover. Wat Casim's winkel betrof, zoo had Ali Baba een zoon,
+die sedert eenigen tijd zijn leerjaren bij een aanzienlijk koopman
+voleindigd, en steeds goede getuigschriften van hem gekregen had. Aan
+dezen zoon gaf Ali Baba nu den winkel met de belofte, wanneer hij
+voortging zich goed te gedragen, dat hij hem dan mettertijd volgens
+zijn stand, voordeelig zou uithuwelijken.
+
+Wij willen ondertusschen Ali Baba zijn nieuwe geluk laten genieten,
+om weer eens naar de veertig roovers om te zien. Zij keerden na den
+vastgestelden termijn naar hun schuilhoek in het bosch terug, en
+waren ten hoogste verbaasd, toen zij Casim's lijk niet meer vonden;
+nog hooger echter steeg hun verwondering, toen zij aan hunne goudzakken
+een belangrijke vermindering ontdekten.
+
+"Wij zijn verraden en verloren," sprak de hoofdman, "wanneer wij ons
+niet zeer in acht nemen, en terstond de noodige tegenmaatregelen
+nemen; anders zouden wij langzamerhand al onze rijkdommen er bij
+inboeten, welke onze voorvaderen en wij zelf met zooveel moeite
+en bezwaren verworven hebben. Uit de schade, die er aangericht is,
+blijkt zooveel, dat de dief, dien wij betrapten, het geheim kende,
+om de deur te openen, en wij tot ons geluk juist op het oogenblik
+aankwamen, dat hij weer wilde vertrekken. Hij was nochtans niet alleen;
+er is nog een ander, die het geheim eveneens moet kennen. Behoeven wij
+daarvoor nog een ander bewijs, dan dat zijn lijk weggevoerd is, en onze
+schatten belangrijk verminderd zijn? Daar het nu niet waarschijnlijk
+is, dat meer dan twee personen van het geheim afweten, moeten wij,
+nadat wij den eersten omgebracht hebben, ook den tweeden uit den weg
+ruimen. Wat antwoordt gij daarop, dappere mannen, zijt gij ook niet
+van dezelfde meening?"
+
+Het voorstel van den hoofdman droeg de goedkeuring der geheele bende
+weg; zij waren het er allen over eens, dat men voorloopig elke andere
+onderneming uitstellen moest, om met vereende krachten dit eene plan
+te helpen uitvoeren. Ja, men zou er niet eerder van af zien, alvorens
+het doel bereikt was.
+
+"Juist dat," zoo ging de hoofdman voort, "heb ik van uwen moed en
+uw dapperheid verwacht; voor alles echter moet een koen, behendig
+en ondernemend man uit uw midden, zonder wapens, in de kleedij eens
+vreemdelings, naar de stad gaan, en al zijn slimheid uitputten,
+om uit te vorschen, of men daar niet over den vreemden dood van
+den man spreekt, dien wij, gelijk hij verdiende, omgebracht hebben,
+wie hij was en in welk huis hij woonde. Dit is voor 't oogenblik het
+gewichtigste, opdat wij niets doen, dat wij ooit met grond zouden
+behoeven te betreuren, en ons niet in een land verraden, waar wij
+zoo lang onbekend waren, en het van zoo groot belang voor ons is,
+ook voor 't vervolg onbekend te blijven. Om intusschen dengene, die
+zich met deze zending wil belasten, aan te vuren, en opdat hij ons
+niet een valsch bericht brenge, dat ons aller verderf na zich slepen
+kan, zoo vraag ik u, of gij het niet voor noodig houdt, dat hij zich
+in dit geval aan de doodstraf onderwerpe?"
+
+Zonder eerst den uitslag eener stemming af te wachten, zei een der
+roovers: "Ik onderwerp mij aan die voorwaarde, en stel er een eer in,
+bij deze zaak mijn leven te wagen. Gelukt het mij niet, dan zult gij
+u tenminste herinneren, dat het mij noch aan goeden wil, noch aan
+moed ontbroken heeft, om het welzijn van ons allen te bevorderen."
+
+De roover oogstte veel lofspraak van den hoofdman en zijn kameraden
+in, en verkleedde zich toen zoo uitmuntend, dat niemand hem voor
+dàt houden kon, wat hij werkelijk was. Hij ging des nachts op weg,
+en nam zijn maatregelen zoo, dat hij juist tegen den tijd, dat het
+begon te schemeren, in de stad kwam. Op het marktplein aangekomen, zag
+hij slechts een enkelen winkel open, namelijk dien van Baba Moestapha.
+
+Baba Moestapha zat met een priem in de hand op zijn stoel, en wilde
+juist aan zijn werk beginnen. De roover trad op hem toe, wenschte
+hem goeden morgen, en daar hij zijn hoogen leeftijd bemerkte, zeide
+hij tot hem: "Goede man, gij begint al zeer vroeg aan je werk; gij
+kunt op uw leeftijd onmogelijk nu al goed zien. Ook al was het reeds
+lichter, zoo betwijfel ik toch, of je oogen nog scherp genoeg zijn,
+om schoenen te lappen."
+
+"Wie gij ook zijn moogt," antwoordde Baba Moestapha, "zoo schijnt
+gij mij niet te kennen. Ik ben wel is waar zeer oud, heb echter nog
+voortreffelijke oogen, en tot bewijs daarvoor wil ik je slechts zeggen,
+dat ik nog niet lang geleden een doode aan elkaar gelapt heb op een
+plaats, waar het niet veel lichter is, dan het thans hier is."
+
+De roover was zeer verheugd, zoo gauw een man te hebben aangetroffen,
+die hem, zooals hij hoopte, vanzelf en ongevraagd daarover inlichtingen
+geven zou, waarvoor hij hierheen gekomen was.
+
+"Een doode?" vroeg hij heel verbaasd, en om hem tot spreken te krijgen,
+voegde hij er bij: "Waarom een doode aan mekaar naaien? Gij wilt
+zeker zeggen, het lijkkleed, waarin hij gehuld was!"
+
+"Neen, neen," antwoordde Baba Moestapha, "ik weet heel goed, wat ik
+zeggen wil. Gij zoudt mij graag tot spreken willen brengen, maar ik
+zal er je niets meer van vertellen."
+
+De roover had geen verdere verklaringen noodig, om overtuigd te zijn,
+dat hij gevonden had, wat hij was komen zoeken. Hij haalde een goudstuk
+uit den zak, drukte het Baba Moestapha in de hand, en zeide tot hem:
+"Het is volstrekt mijn bedoeling niet, in je geheim te willen dringen,
+ofschoon ik je verzekeren kan, dat ik het niet verbreiden zou, als
+je het mij toevertrouwde. Het eenige, waarom ik je verzoek, is, dat
+je zoo vriendelijk zoudt willen zijn, mij het huis te beschrijven,
+of aan te wijzen, waar je het lijk aaneengenaaid hebt."
+
+"Wanneer ik dit ook al gaarne doen wilde," antwoordde Baba Moestapha,
+terwijl hij een beweging maakte, om den roover het goudstuk terug
+te geven, "zoo verzeker ik je toch, dat mij dit onmogelijk zou zijn,
+en gij kunt mij op mijn woord gelooven. Men heeft mij namelijk naar
+een bepaalde plaats gevoerd, waar mijn oogen verbonden werden, en
+vandaar af naar een huis, waar men mij, na de verrichting van mijn
+werk, weer op dezelfde wijze en naar dezelfde plek terugleidde. Je
+ziet dus wel in, dat ik onmogelijk aan uw verlangen voldoen kan."
+
+"Maar kunt gij u," vroeg de roover verder, "niet eenigszins nog den weg
+herinneren, waarlangs men u met verbonden oogen gevoerd heeft? Ik bid
+je, ga met mij mee; ik zal je op dezelfde plek de oogen verbinden, en
+dan zullen wij te zamen dezelfde straten en dezelfde kruiswegen gaan,
+welke gij u herinnert, destijds gegaan te zijn. Daar echter de arbeider
+zijn loon waard is, geef ik je hiermee een tweede goudstuk. Kom nu,
+en doe mij dat genoegen."
+
+De beide goudstukken lokten Baba Moestapha aan. Hij beschouwde ze
+een tijd lang in zijn hand, zonder een woord te zeggen, en ging
+met zichzelf te rade, wat hij doen moest. Eindelijk haalde hij zijn
+beurs te voorschijn, stopte ze er in, en zei toen tegen den roover:
+"Ik kan wel niet vast beloven, dat ik mij nog precies den weg herinner,
+langs welken men mij destijds gevoerd heeft; daar gij het echter zoo
+verlangt, zal ik al mijn best doen, om het mij te herinneren."
+
+Baba Moestapha maakte zich nu tot groote vreugde van den roover
+gereed, en zonder zijn winkel te sluiten, waarin hij niets van belang
+te verliezen had, bracht hij hem naar de plek, waar Morgiane hem
+geblinddoekt had. Toen zij daar aangekomen waren, zeide Baba Moestapha:
+"Hier ben ik geblinddoekt, en ik keek precies denzelfden kant uit,
+als nu."
+
+De roover, die reeds zijn zakdoek bereid gehouden had, bond hem dezen
+nu eveneens voor de oogen, en ging naast hem voort, terwijl hij hem
+deels leidde, deels zich door hem leiden liet, totdat hij staan bleef.
+
+"Verder," zei Baba Moestapha, "ben ik, voor zoover ik weet, niet
+gekomen," en hij bevond zich werkelijk voor Casim's huis, waarin Ali
+Baba thans woonde. De roover maakte, alvorens hij hem den doek afnam,
+snel met een stuk krijt een teeken aan de deur, en toen hij hem van
+den doek ontdaan had, vroeg hij, of hij ook wist, aan wien dit huis
+toebehoorde. Baba Moestapha antwoordde, dat hij niet in deze buurt
+van de stad woonde, en kon hem ook niets naders meedeelen.
+
+Toen de roover zag, dat hij van Baba Moestapha niets meer ervaren
+zou, bedankte hij hem voor zijn moeite en liet hem naar zijn winkel
+terugkeeren; hij zelf echter ging weer naar het bosch, in de vaste
+overtuiging, daar een goede ontvangst te zullen vinden.
+
+Kort nadat de roover en Baba Moestapha afscheid van elkaar genomen
+hadden, ging Morgiane voor een boodschap Ali Baba's huis uit, en
+toen zij terugkwam, bemerkte zij het teeken, dat de roover aan de
+deur gemaakt had. Zij bleef staan en beschouwde het oplettend.
+
+"Wat zou dat teeken wel beduiden?" vroeg zij zich af; "zou wellicht
+iemand iets kwaads tegen mijn meester in 't schild voeren, of zou
+het slechts voor de grap gedaan zijn? Dat mag nu zijn zoo het wil,
+het kan niet schaden, wanneer men zich voor elk geval beveiligt." Zij
+nam terstond een stuk krijt, en daar de twee of drie voorafgaande en
+volgende deuren er bijna net zoo uitzagen, als hun huisdeur, maakte
+zij daaraan op dezelfde plaats een soortgelijk teeken, en ging toen
+in huis terug, zonder noch haar meester, noch diens vrouw er iets
+van te vertellen.
+
+De roover zette intusschen zijn weg naar het bosch voort en kwam weldra
+bij het overige gezelschap terug. Hij gaf terstond verslag van den
+uitslag zijner reis, en prees hemelhoog zijn geluk, dat hij al dadelijk
+een man gevonden had, die hem dat, wat hem naar de stad voerde, verteld
+had, want hij had het van niemand anders kunnen hooren. Allen toonden
+er hun groote blijdschap over; de hoofdman echter nam het woord, en
+nadat hij zijn ijver geprezen had, sprak hij als volgt, tot de heele
+vergadering: "Kameraden, wij hebben geen tijd meer te verliezen;
+laat ons goed gewapend, maar zonder dat men het aan ons zien kan,
+opbreken, en om geen argwaan op te wekken, elk afzonderlijk, de een
+na den ander, in de stad gaan; komt daar van verschillende zijden
+op het marktplein bijeen, terwijl ik met onzen kameraad, die ons
+zooeven deze goede tijding gebracht heeft, het huis zal uitvorschen,
+om daarna de meest doeltreffende maatregelen te kunnen nemen."
+
+De rede van den hoofdman werd met grooten bijval beloond, en de
+roovers waren weldra reisvaardig. Twee aan twee trokken zij nu van
+daar, en doordat zij steeds op behoorlijken afstand van elkander
+gingen, bereikten zij, zonder eenige verdenking op te wekken, de
+stad. De hoofdman en de roover, die er des morgens al geweest was,
+kwamen het allerlaatst aan. Deze voerde den hoofdman in de straat,
+waar hij Ali Baba's huis gemerkt had, en toen hij aan de eerste, door
+Morgiane gemerkte huisdeur kwam, maakte hij hem daarop opmerkzaam,
+en zeide, dat was de rechte. Toen zij echter, om zich niet verdacht
+te maken, verder gingen, bemerkte de hoofdman, dat de daarop volgende
+deur eveneens hetzelfde kenteeken, op dezelfde plaats vertoonde; hij
+wees het daarom zijn geleider aan, en vroeg hem, of het dit huis was
+of het vorige. De roover geraakte in verlegenheid, en wist niets te
+antwoorden, en vooral niet, toen hij en de hoofdman zagen, dat de vier
+of vijf volgende deuren alle hetzelfde teeken hadden. Hij verzekerde
+den hoofdman met een eed, dat hij slechts een enkele gemerkt had, en
+voegde er toen bij: "Het is mij onverklaarbaar, wie de andere precies
+op dezelfde wijze mag gemerkt hebben, maar ik moet bij deze verwarring
+erkennen, dat ik niet meer kan aanwijzen, wat ik zelf geteekend
+heb." Toen de hoofdman zijn plan aldus verijdeld zag, begaf hij zich
+naar de markt, en liet zijn lieden door den eersten den besten die
+hem tegenkwam, zeggen, dat zij ditmaal een vergeefschen tocht gedaan
+hadden, en hun niets anders overbleef, dan den terugweg naar hun
+gemeenschappelijk toevluchtsoord in te slaan. Hij zelf ging vooraan,
+en de anderen volgden hem in dezelfde orde, als zij gekomen waren.
+
+Nadat de bende zich in het bosch weder verzameld had, verhaalde de
+hoofdman, waarom hij hen weer had doen terugkeeren. Terstond werd de
+gids eenstemmig des doods schuldig verklaard; ook erkende hij zelf,
+dat hij het verdiend had, wijl hij betere voorzorgsmaatregelen had
+moeten nemen; en zonder vrees onderging hij zijn lot.
+
+Daar het voor het welzijn der bende van groot belang was, de schade,
+welke haar toegebracht was, niet ongewroken te laten, zoo trad een
+ander roover naar voren, beloofde, dat het hem beter gelukken zou,
+dan zijn voorganger, en verzocht als een gunst hem deze taak op te
+dragen. Het werd hem toegestaan; hij ging naar de stad, kocht Baba
+Moestapha om, zooals zijn voorganger gedaan had, en Baba Moestapha
+voerde hem geblinddoekt voor Ali Baba's huis. De roover kenmerkte
+het op een weinig zichtbare plaats met rood krijt, in de hoop, dat
+hij het op deze wijze steeds van de wit gemerkte huizen zou kunnen
+onderscheiden.
+
+Maar spoedig daarna ging Morgiane evenals den vorigen dag het huis uit,
+en toen zij terugkwam, ontging het roode teeken haren scherpzienden
+oogen niet. Zij kwam weer op dezelfde gedachte, als bij het witte
+teeken, en maakte terstond aan de deuren der naburige huizen, en wel
+op dezelfde plaats hetzelfde teeken met rood krijt.
+
+De roover keerde intusschen naar zijn kameraden in het bosch
+terug, vertelde, welken maatregel hij genomen had, en zeide, dat
+het thans onmogelijk was het door hem gemerkte huis met andere te
+verwisselen. De hoofdman en zijn lieden geloofden met hem, dat de zaak
+thans gelukken moest. Zij begaven zich daarom in dezelfde orde en met
+dezelfde voorzichtigheid, als de eerste maal. De hoofdman vertrok
+daarom naar de stad, om het plan uit te voeren, dat zij verzonnen
+hadden. De hoofdman en de roover gingen terstond naar de straat,
+waar Ali Baba woonde, ontmoetten echter dezelfde moeilijkheid als de
+eerste maal. De hoofdman werd daarom vertoornd, en de roover geraakte
+in dezelfde ontsteltenis als degene, die vóór hem deze opdracht vervuld
+had. De hoofdman zag zich dus genoodzaakt, evenzoo onvoldaan als den
+eersten keer, nog denzelfden dag met zijn mannen den terugtocht aan
+te nemen. De roover, die aan het mislukken van het plan schuld was,
+onderging de straf, aan welke hij zich vrijwillig onderwierp.
+
+Daar nu de hoofdman zijn bende met twee flinke mannen verminderd zag,
+vreesde hij, dat zij nog meer zou afnemen, als hij voortging, bij de
+navorsching van Ali Baba's huis, zich op anderen te verlaten. Hun
+voorbeeld bewees hem, dat zij meer tot koene wapendaden geschikt
+waren, dan tot zulke ondernemingen, waarbij men met verstand en list
+te werk moest gaan. Hij nam daarom de zaak zelf ter hand en ging naar
+de stad, waar Baba Moestapha hem denzelfden dienst bewees, als den
+beiden afgezanten zijner bende; hij maakte echter geen teeken aan
+Ali Baba's huis, maar liep er verscheidene malen voorbij, en nam het
+nauwkeurig op, om zich niet weer te kunnen vergissen.
+
+Nadat hij zich nu van alles, wat hij wenschte, op de hoogte gesteld
+had, ging de rooverhoofdman, zeer tevreden over zijn reis, naar het
+bosch terug, en toen hij in het rotshol aankwam, waar de heele bende
+hem wachtte, zeide hij tot hen: "Kameraden, thans kan ons niets meer
+verhinderen, volle wraak te nemen over de boosheid, welke aan ons
+begaan is. Ik ken het huis van den schurk, dien onze wraak treffen
+zal, heel precies, en heb onderweg op middelen gezonnen, de zaak
+zoo sluw aan te pakken, dat niemand noch van onze schuilplaats,
+noch van onzen schat iets zal vermoeden; want dit is het hoofddoel,
+dat wij bij onze onderneming voor oogen moeten hebben, anders zou
+ze ons in het verderf storten. Luistert nu," ging de hoofdman voort,
+"wat ik bedacht heb, om dit doel te bereiken. Wanneer ik u mijn plan
+ontvouwd zal hebben, en één van u een beter middel weet, zoo mag hij
+het ons dan mededeelen." Terstond legde hij hun nu uit, hoe hij de zaak
+dacht aan te vatten, en toen allen hem hun bijval te kennen gegeven
+hadden, beval hij hun, zich in de omliggende dorpen en gehuchten,
+en ook in de stad te verstrooien, en negentien muilezels te koopen,
+benevens acht en dertig groote lederen oliezakken, één er van vol,
+de andere echter leeg.
+
+Binnen twee of drie dagen hadden de roovers alles bijeen. Daar de
+leeren zakken bij de opening voor zijn doel iets te nauw waren, liet
+de hoofdman ze een beetje verwijden, en nadat hij in elken zak een
+zijner mannen, van de noodige wapens voorzien, had laten kruipen,
+waarbij nochtans een losgetornde scheur open bleef, opdat zij vrij
+konden ademhalen, maakte hij de zakken zoodanig dicht, dat men moest
+aannemen, dat er olie in was; om de bedrieglijkheid nog grooter te
+maken, besmeerde hij ze van buiten met olie, die hij uit den vollen
+zak genomen had.
+
+Nadat dit volvoerd was, en hij de zeven en dertig roovers, ieder in een
+zak zittend, benevens den met olie gevulden zak op de muilezels geladen
+had, vertrok de hoofdman op den bepaalden tijd met deze naar de stad,
+en kwam daar in de avondschemering, ongeveer een uur na zonsondergang,
+aan. Hij ging de poort door, en regelrecht naar Ali Baba's huis
+toe, met het doel, bij hem aan te kloppen en van de gastvrijheid
+des eigenaars, voor zich en zijn muildieren een nachtverblijf te
+verzoeken. Hij behoefde niet aan te kloppen, want Ali Baba zat voor
+zijn huisdeur om na het avondeten frissche lucht te scheppen. Hij
+liet daarom zijn muilezel halt houden, wendde zich tot Ali Baba en
+zei tegen hem: "Mijnheer, ik breng de olie, welke gij hier ziet,
+uit verre gewesten mee, om ze morgen op de markt te verkoopen, maar
+wijl het reeds zoo laat is, weet ik niet, waar ik een onderkomen moet
+vinden. Wanneer het u niet te lastig is, zou ik u wel willen verzoeken,
+zoo vriendelijk te zijn, mij voor dezen nacht in uw huis op te nemen;
+ik zou er u zeer dankbaar voor zijn." Ofschoon Ali Baba den man, die
+thans tegen hem sprak, reeds in het bosch gezien had, en ook had hooren
+spreken, kon hij hem toch in zijn oliehandelaarskleeding onmogelijk
+als den hoofdman der veertig roovers weder herkennen. "Wees welkom,"
+zeide hij tot hem, "en treed binnen." Met deze woorden maakte hij voor
+hem plaats, zoodat hij, benevens zijn muilezels naar binnen kon gaan.
+
+Ali Baba riep nu zijn slaaf, en beval hem, zoodra de muilezels
+afgeladen zouden zijn, ze niet alleen in den stal te brengen, maar
+hen ook van gerst en hooi te voorzien. Ook nam hij de moeite, naar
+de keuken te gaan en Morgiane op te dragen, voor den pas aangekomen
+gast snel een goed avondeten te bereiden, en in een kamer een bed
+voor hem klaar te maken.
+
+Ali Baba deed nog meer, om zijn gast veel eer te bewijzen. Toen hij
+namelijk zag, dat de rooverhoofdman zijn muilezels afgeladen had,
+en deze, zooals hij bevolen had, in den stal gebracht waren geworden,
+nam hij den vreemdeling, die den nacht onder den vrijen hemel scheen
+te willen doorbrengen, bij de hand, en geleidde hem naar de zaal,
+waar hij bezoeken placht te ontvangen, en verklaarde, dat hij niet zou
+toestaan, dat zijn gast in den hof zou overnachten. De rooverhoofdman
+bedankte voor die eer, terwijl hij zei, dat hij hem volstrekt geen
+last wilde aandoen; de ware reden was echter, dat hij dan des te beter
+zijn plan kon uitvoeren. Maar Ali Baba noodigde hem zoo hoffelijk en
+zoo dringend uit, dat hij niet langer weerstand kon bieden. Ali Baba
+hield dengene, die hem naar het leven stond, niet alleen zoo lang
+gezelschap, totdat Morgiane het avondeten opdroeg, maar onderhield
+zich met hem ook voortdurend nog over allerlei zaken, waarvan hij
+geloofde, dat zij hem genoegen deden, en verliet hem niet eerder,
+dan nadat hij met eten klaar was.
+
+"Ik laat u thans alleen," zeide hij toen tot hem, "wanneer gij het
+een of ander wenscht, moet gij het slechts zeggen; alles, wat in mijn
+huis is, staat u ten dienste."
+
+De rooverhoofdman stond tegelijk met Ali Baba op en vergezelde hem tot
+aan de deur. Terwijl Ali Baba nu naar de keuken ging, om met Morgiane
+te spreken, begaf hij zich naar den hof, onder voorwendsel, dat hij
+in den stal wilde nazien, of het zijn muilezels aan niets ontbrak.
+
+Nadat Ali Baba Morgiane opnieuw aangemaand had, voor zijn gast zoo
+goed mogelijk te zorgen en het hem aan niets te laten ontbreken,
+voegde hij er bij: "Morgiane, ik wil je nu alleen nog zeggen, dat
+ik morgen vroegtijdig een bad neem; maak mijn badhanddoeken in orde
+en geef ze Abdallah--zoo heette namelijk zijn slaaf,--bezorg mij
+vervolgens een goede vleeschsoep, wanneer ik thuis kom." Nadat hij
+haar deze bevelen gegeven had, ging hij naar bed.
+
+Ondertusschen gaf de rooverhoofdman zijnen mannen in den stal zijn
+bevelen, wat zij te doen hadden. Van den eersten tot den laatsten
+zak zeide hij tot ieder: "Wanneer ik van uit mijn slaapkamer kleine
+steentjes naar beneden werp, snijdt dan met het mes, dat gij bij je
+draagt, den zak van boven tot beneden open en kruip er uit; ik zal
+dan spoedig bij u komen."
+
+Het mes, waarvan hij sprak, was voor dit doel opzettelijk gepunt en
+geslepen. Nadat dit geschied was, keerde hij terug, en zoodra hij
+zich bij de keukendeur vertoonde, nam Morgiane een licht, bracht hem
+naar de voor hem ingerichte kamer, en liet hem daar alleen, nadat zij
+nog eerst gevraagd had, of hij niets meer te wenschen had. Om geen
+argwaan te wekken, blies hij spoedig daarop het licht uit en legde
+zich geheel aangekleed neder, opdat hij terstond na den eersten slaap
+weer zou kunnen opstaan.
+
+Morgiane vergat Ali Baba's bevel niet. Zij bracht zijn baddoeken in
+orde, gaf ze aan Abdallah, die nog niet was gaan slapen, en plaatste
+den pot voor de vleeschsoep op het vuur. Terwijl zij nu den pot
+afschuimde, ging plotseling de lamp uit. In 't heele huis was geen
+olie meer, en toevallig ook geen enkele kaars voorradig. Wat moest zij
+nu beginnen? Om haren pot af te schuimen, moest zij er noodzakelijk
+helder licht bij hebben. Zij deelde hare verlegenheid aan Abdallah
+mede, die haar ten antwoord gaf: "Ja, daar zit niets anders op, dan dat
+je uit een van de zakken beneden op den hof wat olie neemt." Morgiane
+bedankte Abdallah voor dien raad, en terwijl hij zich neerlegde naast
+Ali Baba's kamer, om hem later naar het bad te vergezellen, nam zij
+de oliekruik, en ging er mee naar den hof. Toen zij bij den eersten
+zak kwam, vroeg de roover, die daarin verborgen zat, heel zacht:
+"Is 't tijd?" Ofschoon de roover zacht gesproken had, zoo schrok
+Morgiane van deze stem toch des te meer, wijl de rooverhoofdman,
+nadat hij zijn muilezels afgeladen had, niet alleen dezen zak, maar
+ook alle overige open gemaakt had, om zijn mannen frissche lucht te
+verschaffen. Dezen verkeerden bovendien toch in een zeer slechten
+toestand, ofschoon zij konden adem halen.
+
+Iedere andere slavin dan Morgiane, ofschoon zij inderdaad niet weinig
+verrast was, inplaats van de gezochte olie, een man in den zak te
+vinden, had nu waarschijnlijk alarm gemaakt, en wellicht een groot
+ongeluk veroorzaakt. Morgiane echter was veel verstandiger dan haar
+lotgenooten. Zij begreep terstond, hoe gewichtig het was, de zaak
+geheim te houden, in welk groot gevaar Ali Baba met zijne familie en
+zijzelf zweefde, en dat zij thans noodzakelijk zoo snel mogelijk en
+zonder eenige drukte haar maatregelen nemen moest. Zij bezat een scherp
+verstand, zoodat zij spoedig de middelen daarvoor bedacht had. Zij
+beheerschte zich op hetzelfde oogenblik en zonder den minsten schrik te
+verraden, antwoordde zij, alsof zij de rooverhoofdman was: "Nog niet,
+maar spoedig!" Daarop naderde zij den tweeden zak, waar zij dezelfde
+vraag hoorde, en zoo vervolgens, tot zij bij den laatsten kwam,
+waarin de olie was; zij gaf op elke vraag steeds hetzelfde antwoord.
+
+Morgiane begreep daaruit nu, dat haar meester Ali Baba niet, zooals
+hij geloofde, een oliehandelaar, maar zeven en dertig roovers, benevens
+hun hoofdman, den verkleeden koopman, in zijn huis herbergde. Zij vulde
+daarom in alle stilte haar kruik met olie, welke zij uit den laatsten
+zak nam, keerde daarop naar de keuken terug, en nadat zij olie in de
+lamp gedaan en haar weer aangestoken had, nam zij een grooten ketel,
+ging weder naar den hof, en vulde hem met olie uit den zak. Daarna ging
+zij terug naar de keuken, en zette den ketel op een kolossaal vuur,
+waarop zij voortdurend versch hout schoof, want hoe eerder de olie
+begon te koken, hoe eerder zij ook het plan kon uitvoeren, dat zij
+tot gemeenschappelijk welzijn van het huis ontworpen had, en dat geen
+uitstel toeliet. Toen eindelijk de olie kookte, nam zij den ketel en
+goot in elken zak, van den eersten tot den laatsten, zooveel kokende
+olie, als noodig was, om de roovers te doen stikken en te dooden.
+
+Nadat Morgiane deze daad, welke haren moed alle eer aandeed, even
+stil uitgevoerd als uitgedacht had, keerde zij met den leegen ketel
+in de keuken terug en deed haar op slot. Toen doofde zij het vuur
+uit, dat zij eerst aangestoken had, en liet alleen zooveel over, als
+noodig was om de vleeschsoep voor Ali Baba te koken. Ten slotte blies
+zij ook de lamp uit, en hield zich doodstil, want zij was besloten,
+niet eerder naar bed te gaan, dan tot zij door een keukenvenster,
+dat op den hof uitzag, zooveel als de duisternis van den nacht het
+veroorloofde, alles had waargenomen, dat soms gebeuren zou. Morgiane
+had nog geen kwartier gewacht, toen de rooverhoofdman ontwaakte. Hij
+stond op, opende het venster, keek naar buiten, en daar hij nergens
+meer licht bespeurde, maar overal in het huis diepe rust en stilte
+zag heerschen, zoo gaf hij het afgesproken teeken, terwijl hij kleine
+steentjes naar beneden wierp. Meerdere daarvan vielen, zooals hij zich
+door het geluid overtuigen kon, op de leeren zakken. Hij luisterde
+begeerig, maar hoorde of merkte niets, waaruit hij had kunnen opmaken,
+dat zijn mannen zich in beweging zetten. Dit verontrustte hem, en
+hij wierp voor de tweede en voor de derde maal kleine steentjes naar
+beneden. Zij vielen op de zakken, maar geen der roovers gaf meer het
+minste levensteeken. Daar hij zich dit niet verklaren kon, ging hij
+in de grootste ontsteltenis en zoo zacht mogelijk naar den hof, en
+naderde den eersten zak; toen hij echter den daarin zich bevindenden
+roover wilde vragen, of hij sliep, kwam hem een geur van heete olie en
+van iets verbrands uit den zak tegen, en hij begreep daaruit, dat zijn
+plan tegen Ali Baba, hem te vermoorden, uit te plunderen en het aan
+zijn bende ontnomen goud weer mee te nemen, volkomen mislukt was. Hij
+ging nu naar den volgenden zak en zoo vervolgens tot aan den laatsten,
+en vond dat al zijn mannen op dezelfde wijze omgekomen waren. De
+vermindering der olie in den vollen oliezak bewees hem, van welke
+middelen men zich bediend had, om zijn plan te verijdelen. Thans,
+nu hij al zijn hoop vervlogen zag, stormde hij, met de wanhoop in
+het hart, de deur uit, welke uit den hof in Ali Baba's tuin voerde
+en vluchtte, waarbij hij over verschillende tuinmuren moest klimmen.
+
+Toen Morgiane geen geruisch meer hoorde, en na geruimen tijd den
+rooverhoofdman niet meer zag terugkomen, twijfelde zij er niet meer
+aan, dat hij door den tuin gevlucht was; want door de huisdeur kon
+hij niet hopen te ontkomen, wijl zij dubbel op slot was. Ten hoogste
+verheugd, dat het haar zoo goed gelukt was, het heele huis te redden,
+ging zij eindelijk naar bed en sliep in.
+
+Ali Baba ondertusschen stond voor dag en dauw op en ging, vergezeld
+van zijn slaaf, naar het bad. Hij had niet het geringste vermoeden
+van de vreeselijke gebeurtenis, welke, terwijl hij sliep, in zijn
+huis had plaats gehad, want Morgiane had het niet noodig gevonden,
+hem te wekken, wijl zij in het oogenblik van het gevaar geen tijd te
+verliezen had, en na afwending daarvan hem niet in zijn rust storen
+wilde. Toen Ali Baba uit het bad in zijn kamer terugkwam, en de zon
+reeds helder aan den hemel schitterde, verwonderde hij zich in hooge
+mate, de oliezakken nog op hun oude plaats te zien staan, en het was
+hem onbegrijpelijk, dat de koopman met zijn ezels niet naar de markt
+zou gegaan zijn. Hij vroeg er daarom Morgiane naar, die hem de deur
+opende, en alles zoo had laten staan en liggen, opdat hij het zelf
+mocht zien, en zij het hem heel duidelijk maken kon, wat zij tot zijn
+redding gedaan had. "Mijn goede meester," antwoordde hem Morgiane,
+"God en de heilige profeet beschermen u en uw huis. Gij zult u van
+dat, wat gij verlangt te weten, beter overtuigen, wanneer uw eigen
+oogen zien zullen, wat ik hun toonen wil. Wil de moeite nemen, om
+met mij mee te gaan."
+
+Ali Baba volgde zijn dienstmaagd; deze sloot de deur, bracht hem bij
+den eersten zak, en zeide toen: "Kijk eens in dezen zak, gij zult
+nog nooit zulke olie gezien hebben."
+
+Ali Baba keek er in, en toen hij in den zak een man zag, schrok hij
+hevig, schreeuwde luid en sprong achteruit, alsof hij op een slang
+getrapt had.
+
+"Vrees niets," zeide Morgiane tot hem, "de man, dien gij daar ziet, zal
+u geen kwaad meer doen. Hij heeft de maat zijner misdaden vol gemeten,
+maar thans kan hij niemand meer schade toevoegen, want hij is dood."
+
+"Morgiane," riep Ali Baba, "bij den verheven profeet! zeg mij, wat
+moet dat beteekenen?"
+
+"Ik wil het u verklaren," zei Morgiane, "maar matig de uitbarstingen
+uwer verbazing en prikkel niet de nieuwsgierigheid der buren, opdat
+zij niet een zaak vernemen, welke voor uw eigen bestwil geheim moet
+blijven. Kijk echter eerst nog even naar de andere zakken."
+
+Ali Baba keek op de rij af in alle zakken, van den eersten tot den
+laatsten, waarin de olie zat, welke zichtbaar verminderd was. Toen
+hij nu alle had nagezien, bleef hij als vastgeworteld staan, terwijl
+hij zijn oogen nu eens op de zakken, dan weer op Morgiane richtte, en
+zoo groot was zijn verbazing, dat hij langen tijd geen woord spreken
+kon. Eindelijk herstelde hij zich en vroeg toen: "Maar wat is er van
+den koopman geworden?"
+
+"De koopman," antwoordde Morgiane, "is net zoo min een koopman, als
+ik een koopmansvrouw ben. Ik wil u zeggen, wat hij is, en waarheen
+hij gevlucht is. Doch gij zult deze geschiedenis veel gemakkelijker op
+uw kamer kunnen aanhooren, want uw gezondheid vordert, dat gij thans,
+nu gij uit het bad gekomen zijt, wat vleeschsoep gebruikt."
+
+Terwijl Ali Baba zich nu naar zijn kamer begaf, haalde Morgiane de
+vleeschsoep uit de keuken en bracht ze hem; Ali Baba zeide echter,
+eer hij aanving: "Begin nu dadelijk mijn ongeduld te bevredigen,
+en vertel mij deze vreemde geschiedenis in alle bijzonderheden."
+
+Morgiane vervulde den wensch van haar meester en begon aldus: "Heer,
+gisterenavond, toen gij reeds naar bed gegaan waart, bracht ik, gelijk
+u bevolen had, uw baddoeken in orde en gaf ze aan Abdallah. Toen
+plaatste ik den pot voor de vleeschsoep op het vuur, en terwijl ik
+deze afschuimde, ging plotseling de lamp uit, wijl er geen olie meer
+in was. In de kruik was geen druppel meer te vinden, en evenmin kon
+ik een stukje kaars bekomen. Abdallah, die mijn verlegenheid bemerkte,
+herinnerde mij aan de volle oliezakken in den hof, want hij twijfelde
+er evenmin aan als gij en ik, dat het zulke waren. Ik nam alzoo mijn
+oliekruik, en liep er mee naar den eersten zak den besten. Toen ik
+daar dicht bij was, klonk er mij een stem uit tegen, die mij vroeg:
+"Is 't tijd?" Ik schrok niet, maar begreep terstond de boosheid van
+den valschen koopman en antwoordde zonder dralen: "Nog niet, maar
+spoedig." Ik ging naar den tweeden zak, en een andere stem deed mij
+dezelfde vraag, waarop ik hetzelfde antwoord teruggaf. Zoo ging ik
+dan van den eenen zak naar den anderen, immer weer dezelfde vraag
+en hetzelfde antwoord, en eerst in den laatsten zak vond ik olie,
+waarmee ik mijn kruik vulde. Toen ik nu overlegde, dat zich midden in
+uw hof zeven en dertig roovers bevonden, die slechts op een teeken
+of bevel van hun aanvoerder, dien gij voor een koopman hieldt en
+zoo gastvrij opgenomen hadt, wachtten om het heele huis leeg te
+plunderen, toen geloofde ik, dat hier geen tijd te verliezen was. Ik
+bracht daarom mijn kruik terug, stak de lamp aan, nam den grootsten
+ketel uit de heele keuken en vulde hem met olie. Daarna hing ik hem
+over het vuur en toen de olie goed kookte, goot ik in elken zak,
+waarin een roover zat, zooveel olie, als voldoende was, om hun de
+uitvoering van het verderfelijk plan, dat hen hierheen gevoerd had,
+te verhinderen. Nadat nu de zaak een zoodanig verloop genomen had,
+als ik mij had voorgesteld, keerde ik naar de keuken terug, deed
+de lamp uit, en alvorens naar bed te gaan, begon ik kalm door het
+venster toe te zien, wat de valsche oliehandelaar thans wel doen
+zou. Na een poos hoorde ik, dat hij, om zijn mannen te waarschuwen,
+kleine steentjes uit het venster en juist op de zakken wierp. Hij
+herhaalde dit eenige keeren, maar toen hij niets zag bewegen, en
+niets hoorde, ging hij naar beneden, en ik zag hem van den eenen
+zak naar den anderen gaan, totdat ik hem in de duisternis van den
+nacht uit het oog verloor. Toch wachtte ik nog eenigen tijd, maar
+toen ik hem niet meer zag terugkomen, twijfelde ik er niet meer aan,
+of hij was, uit wanhoop over zijn mislukten aanslag, door den tuin
+ontvlucht. Nadat ik er mij nu van overtuigd had, dat het huis in
+veiligheid was, begaf ik mij te bed. Dit is nu," voegde Morgiane
+er ten slotte aan toe, "de geschiedenis waarnaar gij gevraagd hebt,
+en ik ben overtuigd, dat zij te zamen hangt met een omstandigheid,
+welke ik eenige dagen geleden ervoer, maar welke ik toen meende,
+u nog niet te moeten meedeelen. Toen ik namelijk eens heel vroeg
+'s morgens van een gang naar de stad terugkeerde, zag ik dat onze
+huisdeur wit aangestreept was, en den dag daarop ontdekte ik een rood
+teeken. Daar ik nu echter niet begreep, met welk doel dit geschied was,
+gaf ik elke maal twee of drie huizen aan beide kanten van het onze,
+een zelfde teeken, op dezelfde plaats. Wanneer gij dit nu met de
+geschiedenis van den laatsten nacht in verband brengt, dan zult gij
+vinden, dat alles door de roovers in het bosch uitgevoerd is, wier
+bende intusschen, ik weet niet waardoor, met twee koppen verminderd
+is. Hoe dit ook wezen mag, in 't ergste geval zijn er nu nog slechts
+drie in leven. Dit bewijst, dat zij uwen ondergang gezworen hebben,
+en dat gij bijzonder op uw hoede moet zijn, zoolang men weet, dat
+een er van nog in leven is. Ik voor mijn persoon zal niets nalaten,
+om volgens mijn plicht voor uw veiligheid te waken."
+
+Toen Morgiane uitgesproken had, zag Ali Baba wel in, welken gewichtigen
+dienst zij hem bewezen had, en hij zei vol dankbaarheid tot haar: "Ik
+wil niet sterven alvorens ik je naar verdienste beloond heb. Jou heb ik
+mijn leven te danken, en om je terstond een bewijs van erkentelijkheid
+te geven, schenk ik je van dit oogenblik af de vrijheid, behoud me
+echter voor, nog verder aan je te denken. Ook ik ben overtuigd, dat de
+veertig roovers mij dezen strik gespannen hebben; God, de almachtige
+en albarmhartige, heeft me door jou hand bevrijd; ik hoop, dat hij mij
+ook verder voor hun boosheid beschermen, dat hij ze geheel van mijn
+hoofd afwenden, en de wereld van de vervolgingen van dit vervloekte
+adderengebroed bevrijden zal. Doch voor alles moeten wij thans de
+lijken van deze uitgeworpenen van het menschengeslacht begraven,
+maar in alle stilte, opdat niemand iets van hun lot vermoeden kan;
+daar wil ik met Abdallah voor zorgen."
+
+Ali Baba's tuin was zeer lang, en van achteren door hooge boomen
+begrensd. Zonder te dralen ging hij met zijn slaaf naar deze boomen, om
+daaronder een langen en breeden kuil te graven, zooals voor de lijken,
+die er in gelegd moesten worden, noodig was. De grond was gemakkelijk
+om te woelen, en zij gebruikten ook niet lang tijd voor hun werk. Zij
+trokken nu de lijken uit de leeren zakken te voorschijn, legden de
+wapens, waarvan de roovers voorzien waren, ter zijde, sleepten toen de
+lijken naar het einde van den tuin, legden ze op een rij in den kuil,
+spreidden de uitgegraven aarde er over uit, en verstrooiden toen de
+overige aarde in den tuin, zoodat de grond weer zoo gelijk werd als te
+voren. De oliezakken en de wapens liet Ali Baba zorgvuldig verbergen,
+de muilezels echter, die hij nergens toe gebruiken kon, zond hij bij
+gedeelten naar de markt en liet ze door zijn slaaf verkoopen.
+
+Terwijl Ali Baba nu al deze maatregelen nam, om de wijze, waarop hij
+in zoo korten tijd rijk geworden was, niet bekend te doen worden,
+was de hoofdman der veertig roovers met bitter harteleed in het
+bosch teruggekeerd. Deze ongelukkige afloop der zaak, welke al zijn
+verwachtingen den bodem insloeg, trof hem zoodanig, en maakte hem
+zoo verbijsterd, dat hij er onderweg niet over denken kon, wat hij
+nu tegen Ali Baba zou ondernemen, maar zonder te weten hoe, in zijn
+hol terugkwam.
+
+Verschrikkelijk kwam het hem voor, toen hij zich nu in dit sombere
+verblijf alleen zag. "Gij wakkere mannen," riep hij uit, "deelgenooten
+mijner doorwaakte nachten, mijner omzwervingen en mijner pogingen,
+waar zijt gij? Wat kan ik zonder u doen? Heb ik u alleen daarom
+bijeengebracht en uitverkoren, om u opeens door een zoo ongelukkig
+noodlot te zien omkomen? Ik zou u minder beklagen, wanneer gij, met
+de sabel in de vuist, als dappere mannen gestorven waart. Wanneer
+zal ik ooit weer zulk een schaar van dappere mannen, als gij waart,
+bijeen kunnen brengen? En wanneer ik het ook al wilde, kan ik het wel
+beproeven, zonder al dit goud en zilver, al deze schatten dengene
+als buit te moeten overlaten, die zich reeds met een deel er van
+verrijkt heeft? Ik kan en mag er niet aan denken, alvorens ik hem
+het leven benomen heb. Wat ik met uw machtige hulp niet vermocht
+uit te voeren, moet ik thans heel alleen doen, en wanneer ik nu den
+schat voor plundering behoed zal hebben, wil ik er ook voor zorgen,
+dat het hem na mij niet aan een dapperen meester ontbreken zal, opdat
+hij voortdurend in stand blijven en zich vermeerderen moge." Nadat
+hij dit besluit genomen had, was hij omtrent de middelen om het uit
+te voeren, niet verlegen; zijn hart werd weer rustig; hij gaf zich
+weer aan schoone verwachtingen over, en zonk in een diepen slaap.
+
+Den volgenden morgen stond de rooverhoofdman reeds vroeg op, trok rijke
+kleeren aan, ging naar de stad en nam zijn intrek in een hotel. Daar
+hij verwachtte, dat het voorgevallene bij Ali Baba veel opzien
+gebaard zou hebben, zoo vroeg hij eens den portier in een gesprek,
+of er niets nieuws in de stad was, en deze deelde hem allerlei zaken
+mee, maar niet dat, wat hij wenschte te weten. Hij trok daaruit het
+besluit, dat Ali Baba alleen daarom de zaak geheim hield, wijl hij niet
+bekend wilde laten worden, dat hij iets van den schat afwist en het
+geheim kende om hem te vinden; ook vermoedde hij waarschijnlijk wel,
+dat men hem alleen daarom naar het leven stond. Dit versterkte hem
+in zijn voornemen, alles te doen, om hem op een even geheimzinnige
+wijze uit den weg te ruimen. De rooverhoofdman voorzag zich van een
+paard, waarmee hij meerdere malen een tocht naar het bosch maakte,
+om verschillende soorten van kostbare zijdenstoffen en fijne sluiers
+in zijn woning te brengen; daarbij nam hij de noodige maatregelen,
+om de plaats waar hij ze vandaan haalde, geheim te houden. Toen hij
+nu zooveel waren, als hij meende noodig te hebben, bijeen had, zocht
+hij een winkel, om ze te verkoopen; hij vond er ook een, huurde hem,
+richtte hem in en betrok hem daarna. Tegenover hem bevond zich de
+winkel, welke vroeger aan Casim behoord had, maar sedert eenigen tijd
+door Ali Baba's zoon in bezit genomen was.
+
+De rooverhoofdman, die den naam van Chogia Hoesein aangenomen had,
+verzuimde niet, als nieuweling, naar 's lands gebruik, den kooplieden,
+die zijn buren waren, een bezoek te brengen. Daar Ali Baba's zoon
+nog jong, goed ontwikkeld en verstandig was, en hij vaker gelegenheid
+had met hem te spreken dan met andere kooplieden, sloot hij spoedig
+vriendschap met hem. Hij zocht zijnen omgang des te ijveriger, als hij
+drie of vier dagen na opening van zijn winkel, Ali Baba weder herkende,
+die zijn zoon bezocht, en gelijk hij van tijd tot tijd placht te doen,
+zich een langen tijd met hem onderhield. Toen hij nu nog van den
+jongeling vernam, dat Ali Baba zijn vader was, verdubbelde hij zijn
+vriendelijkheid jegens hem, gaf hem kleine geschenken, en noodigde
+hem meermalen aan zijn tafel.
+
+Ali Baba's zoon meende deze hoffelijkheid van Chogia Hoesein te
+moeten beantwoorden; daar hij zelf echter zeer klein gehuisvest was,
+en niet zoo gemakkelijk ingericht was, om hem gelijk hij wenschte, te
+onthalen, zoo sprak hij daarover met zijn vader Ali Baba, en zeide hem,
+dat het wel niet zou passen, als hij nog langer de beleefdheden van
+Chogia Hoesein onbeantwoord liet. Ali Baba nam met genoegen op zich den
+vreemdeling te onthalen. "Mijn zoon," zeide hij, "morgen is 't Vrijdag,
+en daar de groote kooplieden, zooals Chogia Hoesein en gij, op dien
+dag hun winkels gesloten houden, kunt gij morgen namiddag met hem een
+wandeling doen, en het dan op den terugweg zoo inrichten, dat gij hem
+voorbij mijn huis voert, en hem verzoekt, binnen te treden. Het is
+beter dat het zoo geschiedt, dan dat gij hem vormelijk uitnoodigt. Ik
+zal Morgiane de opdracht geven, dat zij een avondeten gereed houdt."
+
+Vrijdags namiddag troffen Ali Baba's zoon en Chogia Hoesein
+elkander werkelijk op de afgesproken plaats, en deden tezamen een
+wandeling. Op den terugweg bracht Ali Baba's zoon zijn vriend met
+opzet door de straat, waarin zijn vader woonde, en toen zij voor
+de huisdeur stonden, bleef hij staan, klopte aan en zeide tot hem:
+"Dit is het huis mijns vaders; daar ik hem reeds veel verteld heb
+van de vriendschappelijke wijze, waarop gij steeds met mij omgaat,
+zoo heeft hij mij opgedragen, hem de eer te verschaffen, met u kennis
+te maken. Ik verzoek u dus nu, 't aantal uwer oplettendheden jegens
+mij met deze ééne nog te vermeerderen."
+
+Ofschoon nu Chogia Hoesein het doel bereikt had, waarnaar hij streefde,
+namelijk toegang tot Ali Baba's huis te verkrijgen en hem zonder eigen
+gevaar en zonder veel drukte te dooden, uitte hij nochtans allerlei
+verontschuldigingen, en deed alsof hij van den zoon afscheid wilde
+nemen; daar echter op dit oogenblik Ali Baba's slaaf de deur opende,
+zoo nam de zoon hem vriendelijk bij de hand, ging vooraan, en dwong
+hem als 't ware, met hem mee naar binnen te gaan.
+
+Ali Baba ontving Chogia Hoesein met een vriendelijk gezicht en
+zoo goed, als deze 't slechts wenschen kon. Hij bedankte hem voor
+de goedheid, zijn zoon bewezen, en zeide toen: "Wij zijn u beiden
+daarvoor des te grooteren dank schuldig, daar hij nog een jonge, in
+de wereld onervaren man is, en gij het niet beneden uwe waardigheid
+geacht hebt, aan zijn opvoeding mede te werken." Chogia Hoesein
+beantwoordde Ali Baba's beleefdheden door andere en verzekerde hem
+tevens, al ontbrak het zijn zoon aan de ervaring van grijsaards,
+zoo bezat hij toch een gezond verstand, dat zooveel waard was, als
+de ervaring van duizend anderen.
+
+Nadat zij zich een tijd lang over allerlei onverschillige zaken
+onderhouden hadden, wilde Chogia Hoesein afscheid nemen; dat gedoogde
+Ali Baba echter niet. "Mijnheer," zeide hij tot hem, "waarheen wilt
+gij gaan? Ik bid u, bewijs mij de eer, het avondeten bij mij te
+gebruiken. Het maal, dat ik u wil geven, is wel niet zoo schitterend,
+als gij het verdient; maar ik hoop, dat gij het, zooals het is,
+met een even zoo goed hart wilt aannemen, als ik het u bied."
+
+"Mijnheer," antwoordde Chogia Hoesein, "ik ben van uw goede meening
+volkomen overtuigd, en wanneer ik u verzoek, het mij niet kwalijk te
+nemen, dat ik uw hoffelijke uitnoodiging niet aanneem, dan verzoek ik u
+tevens te gelooven, dat dit noch uit minachting, noch uit onbeleefdheid
+geschiedt, maar wijl ik er een bijzondere reden voor heb, welke gij
+zoudt billijken, als gij haar kende."
+
+"En wat kan deze reden wel zijn?" antwoordde Ali Baba, "mag ik die
+dan van u weten?"
+
+"Ik kan ze u wel zeggen," sprak Chogia Hoesein; "ik eet namelijk
+vleesch, noch andere gerechten, waarin zout is; gij kunt dus nu
+begrijpen, welke rol ik aan uw tafel zou spelen."
+
+"Wanneer gij geen andere reden hebt," ging Ali Baba nu dringender
+voort, "dan zal deze mij gewis niet van de eer berooven, u hedenavond
+aan mijn tafel te zien zitten, of gij moest wat anders te doen
+hebben. Ten eerste is er in het brood, dat wij eten, geen zout, en
+wat het vleesch en de soep betreft, zoo beloof ik u, dat in dat, wat u
+voorgezet zal worden, eveneens geen zout komen zal. Ik wil terstond de
+noodige bevelen geven; bewijs mij daarom de eer, bij mij te blijven;
+ik kom terstond weer terug."
+
+Ali Baba ging naar de keuken, en beval Morgiane het vleesch, dat zij
+heden zou opdienen, niet te zouten, en behalve de gerechten, die hij
+reeds vroeger aan haar had opgegeven, snel nog twee of drie andere te
+bereiden, waarin geen zout was. Morgiane, die juist gereed stond het
+eten binnen te brengen, kon niet nalaten hare ontevredenheid over dit
+nieuwe bevel te uiten, en zich daarover tegen Ali Baba uit te spreken:
+"Wie is dan," zeide zij, "deze eigenzinnige man, die geen zout wil
+eten? Uw eten zal niet lekker meer zijn, als ik 't later opdien."
+
+"Wordt maar niet boos, Morgiane," antwoordde Ali Baba, "het is een
+rechtschapen man, doe daarom, wat ik je zeg." Morgiane gehoorzaamde,
+maar met tegenzin, en de nieuwsgierigheid greep haar aan, om den man
+te leeren kennen, die geen zout wilde gebruiken. Toen zij het maal
+bereid en Abdallah de tafel gedekt had, hielp zij hem de spijzen
+opdragen. Terwijl zij nu Chogia Hoesein aanzag, herkende zij hem
+terstond, ondanks zijn vermomming, als den rooverhoofdman, en bij
+langer, opmerkzame beschouwing zag zij, dat hij onder zijn kleeren een
+dolk verborgen had. "Thans verbaas ik er mij niet meer over," zeide
+zij in zichzelf, "dat deze heiden met mijn heer geen zout eten wil:
+[3] hij is zijn verbitterdste vijand en wil hem vermoorden; maar ik
+zal zijn voornemen wel verijdelen."
+
+Zoodra Morgiane met Abdallah de spijzen opgediend had, gebruikte zij
+den tijd, dat de heeren aten, om de noodige voorbereiding te treffen
+tot uitvoering van een plan, dat van meer dan gewonen moed getuigde,
+en zij was juist daarmee klaar, toen Abdallah haar meldde, dat het
+tijd was de vruchten te brengen. Zoodra Abdallah de tafel afgeruimd
+had, diende zij de vruchten op. Daarna plaatste zij naast Ali Baba
+een klein tafeltje, en zette daarop wijn en drie schalen neer; toen
+ging zij met Abdallah heen,--als wilde zij met hem het avondmaal
+gaan gebruiken,--om Ali Baba niet te storen, opdat hij zich met zijn
+gast aangenaam onderhouden, en hem naar zijn gewoonte aansporen kon,
+zich den wijn te laten smaken.
+
+Thans geloofde de valsche Chogia Hoesein, of liever de hoofdman der
+veertig roovers, dat het gunstige oogenblik gekomen was, om Ali Baba
+het leven te ontnemen. "Ik wil," zoo sprak hij tot zichzelf, "vader
+en zoon dronken maken, en de zoon, wien ik gaarne het leven schenk,
+zal mij niet beletten, zijn vader den dolk in 't hart te stooten; dan
+wil ik, gelijk de eerste maal, door den tuin ontvluchten, terwijl de
+keukenmeid en de slaaf nog aan hun avondmaal zitten, of in de keuken
+ingeslapen zijn."
+
+Morgiane echter, had het voornemen van den valschen Chogia Hoesein
+doorzien, en liet hem geen tijd zijn boosaardig plan uit te
+voeren. Inplaats van te gaan avondmalen, trok zij een bekoorlijk
+danscostuum aan, koos er een passenden haartooi bij uit, deed een
+gordel van verguld zilver om, en bevestigde daaraan een dolk, welks
+scheede en gevest van hetzelfde metaal waren; voor haar gezicht hing
+zij een zeer schoon masker. Nadat zij zich aldus verkleed had, zeide
+zij tot Abdallah: "Abdallah, neem je tamboerijn en laat ons naar binnen
+gaan, om voor den gast van onzen meester, den vriend van zijn zoon,
+de vroolijke dansen uit te voeren, die wij menigmaal des avonds voor
+hem ten beste geven." Abdallah nam de tamboerijn, ging, daarop spelend,
+voor Morgiane uit en trad zoo in de zaal. Achter hem kwam Morgiane,
+die op een hoogst ongedwongen en bevallige wijze diep boog, net als
+had zij de toestemming, hare kunsten te vertoonen. Daar Abdallah zag,
+dat Ali Baba wilde spreken, hield hij op met trommelen.
+
+"Treed nader, Morgiane," zeide Ali Baba. "Chogia Hoesein mag oordeelen,
+of gij iets kunt, en ons dan zijn meening daarover zeggen." Vervolgens
+zeide hij, tot Chogia Hoesein gewend, "gij moet niet gelooven,
+mijnheer, dat ik groote onkosten gemaakt heb, om u dit genoegen te
+bereiden. Ik vind het in mijn eigen huis, en gij ziet, dat het niemand
+anders dan een slaaf en mijn keukenmeid zijn, die mij op deze wijze
+opvroolijken. Ik hoop, dat het u niet mishagen zal."
+
+Chogia Hoesein had er niet op gerekend, dat Ali Baba op het maal
+nog dit vermaak zou laten volgen. Hij begon nu te vreezen, dat hij
+de gelegenheid, welke hij meende gevonden te hebben, toch niet zou
+kunnen gebruiken. Doch troostte hij zich voor dit geval met de hoop,
+dat er zich bij den voortgezetten, vriendschappelijken omgang met
+vader en zoon spoedig een nieuwe zou aanbieden. Ofschoon het hem
+nu veel aangenamer geweest zou zijn, wanneer Ali Baba hem van dit
+spel verschoond had, zoo hield hij zich nochtans, als was hij hem er
+zeer dankbaar voor, en was tevens beleefd genoeg hem te verklaren:
+"Alles, wat zijn vereerden gastvriend genoegen deed, moest noodwendig
+ook voor hem een genoegen zijn."
+
+Toen Abdallah zag, dat Chogia Hoesein en Ali Baba ophielden met
+spreken, begon hij opnieuw op den tamboerijn te slaan en zong er
+tegelijk een dansliedje bij. Morgiane echter, die voor de geoefendste
+dansers en danseressen van het vak in vaardigheid niet onderdeed,
+danste op een wijze, die bij elk ander, dan juist bij 't hier aanwezige
+gezelschap, bewondering had moeten opwekken; de minste opmerkzaamheid
+schonk de valsche Chogia Hoesein wel aan haar kunst.
+
+Nadat zij met evenveel kracht als bekoorlijkheid verschillende dansen
+had uitgevoerd, trok zij eindelijk haar dolk, zwaaide hem in de
+hand en danste een nieuwen dans, waarbij zij zichzelf overtrof. De
+menigvuldige figuren, die zij maakte, haar lichte bewegingen, haar
+koene sprongen en de wonderbare wendingen en houdingen, die zij daarbij
+aannam, terwijl zij den dolk nu eens tot een stoot uitstrekte, dan
+weer hield, als boorde zij hem zich zelve in het hart, waren in hooge
+mate bekoorlijk om aan te zien. Eindelijk scheen zij zich buiten adem
+gedanst te hebben; zij rukte met de linkerhand Abdallah de tamboerijn
+uit de hand, en terwijl zij met de rechter den dolk vast had, hield
+zij de tamboerijn met de holle zijde Ali Baba voor, gelijk dansers en
+danseressen, die een broodwinning van hun kunst maken, plegen te doen,
+om de vrijgevigheid hunner toeschouwers in te roepen.
+
+Ali Baba gooide Morgiane een goudstuk op haar tamboerijn toe;
+hierop wendde zij zich tot Ali Baba's zoon, die het voorbeeld van
+zijn vader volgde. Chogia Hoesein, die haar naar zich toe zag komen,
+had reeds zijn geldbeurs te voorschijn gehaald, om haar eveneens een
+geschenk te geven, en greep er reeds in, toen Morgiane met een moed,
+die haar vastberadenheid alle eer aandeed, hem den dolk midden in
+'t hart stootte, zoodat hij levenloos achterover zonk. Ali Baba en
+zijn zoon stonden verslagen over deze handeling en hieven een luid
+geschreeuw aan.
+
+"Ongelukkige!" riep Ali Baba, "wat heb je daar gedaan? Wil je volstrekt
+mij en mijn heele familie in 't verderf storten?"
+
+"Neen, meester," antwoordde Morgiane, "ik heb 't integendeel tot uwe
+redding gedaan." Hierop maakte zij Chogia Hoesein's kleeren los, toonde
+Ali Baba den dolk, waarmee hij gewapend was, en zeide toen tot hem:
+"Zie daar, met welken koenen vijand gij te doen hadt, en zie hem eens
+goed in 't gezicht: gij zult gewis den valschen oliehandelaar en den
+hoofdman der veertig roovers herkennen. Is 't u dan niet opgevallen,
+dat hij geen zout met u eten wilde? Zijn er nog wel andere bewijzen
+noodig voor zijn verfoeilijk plan? Nog eer ik hem zag, had ik reeds
+argwaan geput, toen gij mij zeidet, dat gij zulk een gast hadt. Ik
+zag toen zijn aangezicht, en nu ligt het bewijs voor u, dat mijn
+verdenking niet ongegrond was."
+
+Ali Baba voelde diep, welken dank hij Morgiane schuldig was, die hem
+nu voor de tweede maal het leven gered had. Hij omarmde haar en zeide
+tot haar: "Morgiane, ik heb je de vrijheid geschonken en beloofd,
+dat ik het daarbij niet zou laten, en ik spoedig nog meer voor je
+doen wilde. Deze tijd is thans gekomen: ik maak je hiermee tot mijn
+schoondochter."
+
+Hierop wendde hij zich tot zijn zoon en zeide tot hem: "Mijn zoon,
+gij zijt een goed zoon, en ik geloof, dat gij het niet onbillijk zult
+vinden, dat ik je Morgiane tot vrouw geef, zonder je vooraf gevraagd
+te hebben. Gij zijt haar even veel dank schuldig als ik zelf; want
+het is duidelijk, dat Chogia Hoesein alleen daarom je vriendschap
+gezocht heeft, om mij des te gemakkelijker van het leven te berooven;
+en gij behoeft er niet aan te twijfelen, dat hij, als hem dit gelukt
+was, ook jou aan zijn wraak had opgeofferd. Bedenk bovendien, dat
+gij in Morgiane, wanneer gij haar trouwt, een steun mijner familie,
+zoolang ik in 't leven ben, en een steun der uwe, tot aan 't einde
+uwer dagen bezitten zult."
+
+De zoon gaf niet den minsten tegenzin te kennen, maar verklaarde
+integendeel, dat hij gaarne in dit huwelijk toestemde, niet
+alleen uit gehoorzaamheid jegens zijn vader, maar ook uit eigen
+neiging. Hierop nam men in Ali Baba's huis maatregelen, om het lijk
+van den rooverhoofdman naast de lijken der overige roovers te begraven,
+en dit geschiedde zoo geheim en zoo stil, dat het eerst na vele jaren
+bekend werd, toen niemand meer leefde, die bij deze merkwaardige
+geschiedenis persoonlijk betrokken was.
+
+Weinige dagen nadien vierde Ali Baba de bruiloft van zijn zoon en
+Morgiane met groote pracht en door een schitterenden maaltijd, die
+met dansen, spelen en de gebruikelijke vermakelijkheden opgeluisterd
+werd. Ook had hij het genoegen te zien, dat zijn vrienden en buren,
+die hij uitgenoodigd had, en die wel is waar den waren grond
+voor dit huwelijk niet konden weten, maar overigens de mooie en
+goede eigenschappen van Morgiane kenden, hem luid prezen om zijn
+grootmoedigheid en goedheid.
+
+Ali Baba was niet meer in 't roovershol teruggekeerd, sinds hij het
+lijk zijns broeders Casim daar gevonden, en op een van zijn drie
+muilezels benevens veel goud teruggebracht had, want hij vreesde,
+dat hij daar de roovers mocht aantreffen, en door hen overvallen
+zou worden. Maar zelfs na den dood van de acht en dertig roovers,
+den hoofdman inbegrepen, waagde hij het langen tijd niet, daarheen
+terug te gaan, wijl hij bang was, dat de twee anderen, wier lot hem
+niet bekend was, nog in leven waren. Eindelijk na verloop van een
+jaar, toen hij zag dat niets meer tegen hem ondernomen werd, bekroop
+hem de nieuwsgierigheid, nogmaals een reis daarheen te ondernemen;
+hij nam daarbij echter de noodige voorzorgsmaatregelen voor zijn
+veiligheid. Hij steeg te paard, en toen hij bij de grot aankwam,
+beschouwde hij het als een goed voorteeken, dat hij noch sporen van
+paarden noch van menschen ontdekte. Hij steeg af, bond zijn paard vast,
+trad naar de deur en sprak de woorden: "Sesam, open je!", die hij nog
+niet vergeten had. De deur opende zich; hij ging naar binnen, en uit
+den toestand, waarin hij alles in de grot aantrof, kon hij opmaken, dat
+ongeveer sedert den tijd, dat de zoogenaamde Chogia Hoesein een winkel
+in de stad geopend had, niemand daarin was geweest, en de heele bende
+der veertig roovers uitgeroeid moest zijn. Ook twijfelde hij er niet
+meer aan, dat hij de eenige in de wereld was, die het geheim kende,
+om het hol te openen, en dat de daarin verborgen schatten geheel te
+zijner beschikking stonden. Hij had een zak meegenomen; dezen vulde
+hij met zooveel goud als hij meende, dat een paard dragen kon, en
+keerde daarna naar de stad terug.
+
+Ali Baba had zijn zoon eens meegenomen naar het rotshol, en hem toen
+het geheim daarvan geopenbaard. Sedert dien tijd leefden zij en hun
+nakomelingen, die hun geluk met wijze matigheid genoten, in hoog
+aanzien en bekleedden de hoogste eereposten der stad.
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] De lezer bedenke, dat in Oostersche landen een man meer dan één
+vrouw mag hebben.
+
+[2] Mohammedaansch geestelijke, uitlegger van den Koran.
+
+[3] Het zout was bij de oude volken het zinnebeeld van vriendschap
+en trouw. Zij gebruikten het bij al hun offeranden en verbonden. De
+Bedoeïnen of Arabieren beschouwen het als het symbool en pand van trouw
+en onschendbaarheid hunner verdragen. Zij koesteren voor niets zulk een
+diepen eerbied als voor het brood en het zout. Hebben zij eenmaal met
+iemand brood en zout gegeten, dan ware het een vloekwaardige misdaad,
+hem uit te plunderen, of zijn goederen en waren, waarmee hij door
+de woestijn reist, ook maar aan te raken. Even schandelijk is elke
+beleediging van den persoon zelven. Een Arabier, die zich aan een
+dergelijke misdaad schuldig maakte, zou overal voor een laaghartigen
+schurk aangezien worden, ja, hij zou in eigen oogen verachtelijk zijn
+en zou die schande nimmer kunnen uitwisschen.
+
+
+
+
+
+
+
+MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR WERELDBIBLIOTHEEK ONDER
+LEIDING VAN L. SIMONS.
+
+
+PER NUMMER:
+
+ Ingenaaid 20 Ct.
+ Gecartonneerd 30 Ct.
+ In linnen band 40 Ct.
+
+
+ABONNEMENT PER JAAR:
+
+ 20 nummers, in carton f 5,20
+ 20 nummers, in linnen f 7,50
+ 30 nummers, in carton f 7,50
+ 30 nummers, in linnen f 10,--
+
+
+DE EERSTE NUMMERS VAN DE WERELDBIBLIOTHEEK (TOT 1 JANUARI 1906).
+
+No. 1 en 2. Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart, door E. Bekker
+ en A. Deken. Met portret en gravures. Inleiding en
+ aanteekeningen van Prof. dr. L. Knappert.
+No. 3. Martelaren van Rusland, door Jules Michelet, vertaling
+ van S. J. Bouberg Wilson.
+No. 4. Steunpilaren der Maatschappij, door H. Ibsen, vertaling
+ van F. Kapteyn, inleiding van L. Simons.
+No. 5 en 6. Inleiding tot de Nieuwe Ned. Dichtkunst (1880-1900),
+ door Albert Verwey, met aanhaling uit de voornaamste
+ werken.
+No. 7. Aladdin en de Wonderlamp (voor jongeren), door J. W.
+ Gerhard, met 24 illustraties van Sidney H. Heath.
+No. 8. De Geest van Japan, door Okakura-Yoshisaburo, met
+ inleiding van George Meredith, uit het Engelsch door J.
+ K. Rensburg.
+No. 9. Het Gevloekte Kind (novelle), door Hon. de Balzac,
+ vertaald en met een inleiding voorzien door C. en M.
+ Scharten-Antink.
+No. 10 en 11. Herinneringen van een Witten Olifant, door Judith
+ Gautier, met platen van Mucha.
+No. 12. Het Yellowstone Park, geysers en warme bronnen, door
+ Prof. Hugo de Vries, met 4 fototypiën naar foto's van
+ Prof. Hovey van New-York.
+No. 13. Iwan de Onnoozele, en andere schetsen, door Graaf Leo
+ Tolstoy, uit het Russisch vertaald door J. Brandt.
+No. 14 en 15. De Waterkindertjes, van Charles Kingsley, bewerkt door
+ M. v. Eeden-van Vloten, met 10 illustraties van G. v.
+ d. Wall-Perné.
+No. 16. Ali Baba en de veertig Roovers (voor jongeren), door J.
+ W. Gerhard, met 25 illustraties van H. Granville Fell.
+No. 17. Een Kerstlied, van Charles Dickens uit het Engelsch
+ door J. Kuylman.
+No. 18. Boven de Kracht, van Bjornstjerne Björnson, vertaald
+ door Marg. Meijboom.
+No. 19. Het Mierenboek of de Opvoeding van Opvoeders, door
+ Salzmann, met een voorrede en aanteekeningen van Dr. J.
+ H. Gunning.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+End of Project Gutenberg's Ali Baba en de veertig roovers, by Anonymous
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 43919 ***