diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-03-07 21:28:51 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-03-07 21:28:51 -0800 |
| commit | 1cefdd61a5adcb36f0a2966cb0436f0b96fb785a (patch) | |
| tree | 82e0a143f770e7a74e3d6d14989dc434f6441fca | |
| parent | 8e6b1767b940043c383249b2489f360a2cffa2e6 (diff) | |
| -rw-r--r-- | 42861-0.txt (renamed from 42861-8.txt) | 1065 | ||||
| -rw-r--r-- | 42861-8.zip | bin | 209960 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 42861-h.zip | bin | 393109 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 42861-h/42861-h.htm | 424 |
4 files changed, 337 insertions, 1152 deletions
diff --git a/42861-8.txt b/42861-0.txt index e799ac7..79f6780 100644 --- a/42861-8.txt +++ b/42861-0.txt @@ -1,40 +1,4 @@ -The Project Gutenberg EBook of Homo sum, by Georg Moritz Ebers - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - - -Title: Homo sum - Roman - -Author: Georg Moritz Ebers - -Translator: Hendrik Cornelis Rogge - -Release Date: June 2, 2013 [EBook #42861] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HOMO SUM *** - - - - -Produced by J.H. Berends, Jeroen Hellingman and the Online -Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for -Project Gutenberg. - - - - - - - - +*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 42861 *** HOMO SUM @@ -86,17 +50,17 @@ VOORREDE. Toen ik bezig was mij voor te bereiden tot het schrijven van eene -geschiedenis van het Sinaïtisch schiereiland, hield ik mij geruimen +geschiedenis van het Sinaïtisch schiereiland, hield ik mij geruimen tijd onledig met de studie van de eerste christelijke eeuwen. Onder de massa martyrologische en ascetische geschriften, de geschiedenissen van heiligen en monniken, die ik voor mijn zeer beperkt doel had te doorworstelen en te ziften, vond ik, en wel in de Ecclesiae graecae monumenta van Cotelerius, een verhaal dat, hoe weinig beteekenend ook op zichzelf, mij zeer eigenaardig en roerend toescheen. Het tooneel -der handeling was de Sinaï en de aan zijn voet gelegen oase Pharan. +der handeling was de Sinaï en de aan zijn voet gelegen oase Pharan. -Toen ik daarna op mijne reis door Petraeïsch Arabië de holen der -Anachoreten van den Sinaï met eigene oogen zag en met mijn eigen +Toen ik daarna op mijne reis door Petraeïsch Arabië de holen der +Anachoreten van den Sinaï met eigene oogen zag en met mijn eigen voeten betrad, kwam dit verhaal mij weder voor den geest, en ik kon het maar niet vergeten, terwijl ik verder door de woestijn trok. @@ -115,13 +79,13 @@ zonderlinge grotbewoners voor mij steeds grooter aanschouwelijkheid verkreeg, ontstond voor mijne verbeelding de gestalte van Paulus. Weldra groepeerden zich om deze figuur een kring van denkbeelden, en eindelijk inzichten, die mij geen rust lieten, -vóor ik eene poging waagde, om ze in het kleed van een verhaal, +vóor ik eene poging waagde, om ze in het kleed van een verhaal, in kunstvorm weer te geven. De naaste aanleiding tot het uitwerken van dezen stof, die reeds lang bij mij tot volledige aanschouwelijkheid was gerijpt, in een roman, werd mij gegeven door het lezen van Koptische monniksgeschiedenissen, -waartoe ik gebracht werd door Abel's Koptische Studiën. Later maakte +waartoe ik gebracht werd door Abel's Koptische Studiën. Later maakte het kleine maar degelijke werk van R. Weingarten, over den oorsprong van het monnikwezen, een diepen indruk op mij, die mij ook thans, bij de studie der eerste eeuwen van het christendom, met name in @@ -156,18 +120,18 @@ dat hij enkel het Egyptisch verstond. De dogmatische geschillen, die reeds in den tijd van dit verhaal ontbrand waren, zijn met opzet onvermeld gebleven. In later tijd hebben -de Sinaïeten en de bewoners van de oase er levendig aan deel genomen. +de Sinaïeten en de bewoners van de oase er levendig aan deel genomen. -De Sinaï, waar ik den lezer heenvoer, mag niet verwisseld worden met +De Sinaï, waar ik den lezer heenvoer, mag niet verwisseld worden met den berg, die een groote dagreis zuidelijker gelegen is. Deze berg, aan welks voet het beroemde "klooster der opstanding" ligt, draagt in ieder geval sedert Justinianus dien naam, en wordt algemeen voor -den Sinaï van den bijbel gehouden. In de beschrijving van mijne -reis door Petraeïsch Arabië [1] heb ik getracht de door Lepsius op +den Sinaï van den bijbel gehouden. In de beschrijving van mijne +reis door Petraeïsch Arabië [1] heb ik getracht de door Lepsius op wetenschappelijke gronden uitgesproken zienswijze, dat namelijk de -reusachtige berg, die thans Serbal wordt genoemd, en niet de Sinaï +reusachtige berg, die thans Serbal wordt genoemd, en niet de Sinaï der monniken, voor den berg der wetgeving gehouden moet worden en -ook in den tijd vóor Justinianus daarvoor gehouden is, door nieuwe +ook in den tijd vóor Justinianus daarvoor gehouden is, door nieuwe bewijzen te staven. Wat aangaat het steenen huis van den Senator Petrus, met zijne vensters @@ -183,7 +147,7 @@ romans de geleerde wel gedwongen was aan den dichter en de dichter wederom aan den geleerde iets toe te geven, heb ik in dit verhaal, enkel en alleen aan eene idee, die mijne ziel vervulde, een afgeronden kunstvorm willen geven, zonder rechts of links te zien, zonder te -willen onderrichten, of de resultaten mijner studiën in gestalten +willen onderrichten, of de resultaten mijner studiën in gestalten van vleesch en been te willen omzetten. De eenvoudige figuren, wier innerlijk wezen ik aan mijne lezers tracht bloot te leggen, vullen de ruimte van de schilderij, terwijl de stroom der wereldgeschiedenis @@ -233,7 +197,7 @@ grijze vogels zweven in de reine, fijne, door de middagzon verhitte woestijnlucht, en verdwijnen achter eene rij klippen, die eene diepe kloof begrenzen, als een muur door menschenhanden opgetrokken. -Dáar is het uit te houden, want een bron bevochtigd den steenachtigen +Dáar is het uit te houden, want een bron bevochtigd den steenachtigen bodem, en gelijk overal waar het water de woestijn besproeit, zoo bloeien er ook welriekende kruiden en groeien er vriendelijke struiken. @@ -243,7 +207,7 @@ legerstede achter. Doch in den tijd en in de kringen, waarin onze geschiedenis speelt, kent men de oude sage niet meer, of wil ze niet meer kennen. Wij verplaatsen onze lezers in het begin van het dertigste jaar van de vierde eeuw onzer jaartelling, en wel op het -Sinaïtisch gebergte, op welks geheiligden bodem sedert eenige jaren +Sinaïtisch gebergte, op welks geheiligden bodem sedert eenige jaren enkele Anachoreten, die der wereld zijn afgestorven en zich geheel aan boete willen wijden, nog zonder orde of regel samenwonen. @@ -308,7 +272,7 @@ voetstappen hooren. Hij die de trappen afkwam was een jongeling, lang van gestalte. Naar zijne kleeding te oordeelen behoorde hij tot de Anachoreten van -den Sinaï, want hij droeg niets dan een hemd-rok van grof linnen, +den Sinaï, want hij droeg niets dan een hemd-rok van grof linnen, waaraan hij ontgroeid scheen te zijn, en ruwe lederen voetzolen, die om zijne voeten vastgesnoerd waren met banden van palmbast. @@ -336,7 +300,7 @@ op, als had haar een adder gestoken. In haar jeugdig, door de zon gebruind gelaat vlamden twee oogen, zwart als de nacht, die op den jonkman waren gericht. De sierlijke vleugels van haar scherp gebogen neus bewogen zich snel, en hare sneeuwwitte tanden schitterden, -terwijl zij hem toeriep: "Ben ik dan een hond, dat gij mij zóo wekt?" +terwijl zij hem toeriep: "Ben ik dan een hond, dat gij mij zóo wekt?" Hij kreeg een kleur, wees onwillig op de bron en zeide norsch: "Uw vee heeft het water als altijd troebel gemaakt. Ik zal hier moeten @@ -375,7 +339,7 @@ levendig gebarenspel voort: "Gij behoordet een man te zijn want gij zijt sterk en groot, maar gij laat u als een kind of als een hulpeloos meisje leiden. Uw dagelijksche bezigheid is wortels en bessen te zoeken, en met dat armzalige ding water te scheppen. Dat heb ik -geleerd, toen ik zóo klein was." Bij deze laatste woorden duidde zij +geleerd, toen ik zóo klein was." Bij deze laatste woorden duidde zij met de lang uitgestrekte spitse vingers harer beide handen, die niet minder bewegelijk waren dan hare gelaatstrekken, eene bespottelijke kleine maat aan. "Schaam u toch! Gij zijt sterker en schooner gebouwd, @@ -595,7 +559,7 @@ Er bevonden zich in den heiligen berg vele dergelijke holen, en de grootste waren door Anachoreten in beslag genomen. Die van Stephanus was bijzonder hooggewelfd en diep; toch was er maar eene smalle ruimte over tusschen de legersteden van gedroogde bergkruiden, waarop hier -de vader, dáar de zoon sliep. +de vader, dáar de zoon sliep. Het middernachtelijk uur was reeds lang voorbij, maar noch de jonge noch de oude grotbewoner scheen te slapen. Hermas zuchtte luide, en @@ -615,7 +579,7 @@ waarvan zij het einde vreezen, verlengen? Waarom is men toch zoo kinderachtig gehecht aan dit jammerlijk bestaan, en zou men zich uit de voeten willen maken en verbergen als de engel ons roept en de gouden deuren zich voor ons openen? Wij zijn niet ongelijk aan -Saul, den Hebreër, die zich schuil hield, toen men naderde om hem +Saul, den Hebreër, die zich schuil hield, toen men naderde om hem te kronen.--Hoe smartelijk brandt mijn wond! Had ik maar een teug water! Als het den armen jongen niet zooveel moeite had gekost den slaap te vatten, zou ik hem om den kruik vragen." @@ -685,13 +649,13 @@ Hermas keerde in de grot terug. Zijn vader riep hem aan zijne legerstede en noodigde hem uit met hem gemeenschappelijk te bidden. Toen het Amen was uitgesproken, streek hij met de hand over de dichte -haren van zijn zoon en zeide: "Sedert gij in Alexandrië waart, zijt +haren van zijn zoon en zeide: "Sedert gij in Alexandrië waart, zijt gij veel veranderd. Ik wenschte, dat ik den bisschop Agapitus geen gehoor gegeven en u de reis verboden had! Weldra zal mijn Heiland mij roepen, dat weet ik, en niemand zal hier voor u zorgen. Dan zal de verzoeker komen, en al die heerlijkheden van de groote stad, die toch maar lichten als rottend hout, als slangen die een weerschijn geven, -als giftige purperbeziën...." +als giftige purperbeziën...." "Ik verlang ze niet," viel Hermas hem in de reden. "Die woelige stad bracht mij in verwarring, maakte mij beangst. Nooit, neen nooit zal @@ -749,7 +713,7 @@ opsloeg, als wilde hij de verzekering geven, dat men zich zeer in hem vergiste. Daarop streek hij met de hand het grijsachtig haar, dat ongeordend en in groote lokken over zijn hals en zijn gelaat hing, uit het gezicht en zeide opgewekt: "Een mensch is niet meer dan een mensch, -en velen zijn minder! In de ark was veel vee doch maar éen Noach!" +en velen zijn minder! In de ark was veel vee doch maar éen Noach!" "In ons scheepje zijt gij de Noach," zeide Stephanus. @@ -824,7 +788,7 @@ slagen verdiend!" Hermas zag den berispenden vriend vragend aan. Schaamrood bedekte zijne wangen, want hij herinnerde zich het woord der herderin, dat hij haar bij zijne voedster mocht aanklagen. Daarom antwoordde hij op onwilligen -toon. "Zóo wil ik u niet langer te woord staan; ik ben geen kind meer?" +toon. "Zóo wil ik u niet langer te woord staan; ik ben geen kind meer?" "Ook niet het kinds uws vaders?" vroeg Paulus, en zag hem daarbij zoo verwonderd en vragend aan, dat Hermas verlegen de oogen neersloeg. @@ -860,8 +824,8 @@ het hart blijmoedig geeft, of zich weet te ontzeggen." verslijt?" vroeg de jongeling. Paulus deed verrast een schrede achterwaarts, schudde bedenkelijk -het ruige hoofd en zeide: "Staat het zóo met u? Denkt gij aan -Alexandrië? Voorzeker, het leven vliegt daar sneller voorbij dan op +het ruige hoofd en zeide: "Staat het zóo met u? Denkt gij aan +Alexandrië? Voorzeker, het leven vliegt daar sneller voorbij dan op onze eenzame bergen. Het bruine herderinnetje moogt ge niet lijden, maar misschien heeft u daar eene mooie blanke Griekin met roode wangen in de oogen gezien." @@ -872,7 +836,7 @@ weerzin. "Daar waren wel andere dingen te zien." Bij deze woorden fonkelden de oogen van den jonkman, zoodat Paulus in groote spanning vroeg: "Wat dan?" -"Gij kent Alexandrië beter dan ik," antwoordde Hermas ontwijkend. "Gij +"Gij kent Alexandrië beter dan ik," antwoordde Hermas ontwijkend. "Gij zijt daar geboren, en men zegt dat gij een rijk jongeling geweest zijt." @@ -888,7 +852,7 @@ onweerstaanbare kracht gedreven, eindelijk eens te bekennen wat zijne ziel verontrustte. Indien er onder al de ernstige mannen, die de wereld verachten en -waaronder hij was opgegroeid, zich éen bevond die hem begrijpen +waaronder hij was opgegroeid, zich éen bevond die hem begrijpen kon, dan, dit wist hij, moest het Paulus zijn. Hem had hij, toen hij nog klein was, in den ruigen baard gegrepen. Vaak had hij op zijne schouder gezeten, en hem duizendmaal getoond, hoe lief hij hem @@ -902,7 +866,7 @@ en vroeg den Anachoreet: "Hebt gij dikwijls de baden bezocht?" ben geweekt en uit elkander gevallen als een stuk wittebrood." "Waarom drijft gij den spot met hetgeen de schoonheid van den -mensch verhoogt?" vroeg Hermas vol vuur. "Waarom mogen in Alexandrië +mensch verhoogt?" vroeg Hermas vol vuur. "Waarom mogen in Alexandrië christenen de baden bezoeken, terwijl wij hierboven, terwijl gij en vader en alle Anachoreten het water slechts gebruiken om den dorst te lesschen? Gij dwingt mij als een uwer te leven, maar ik wil geen @@ -961,11 +925,11 @@ aarde neder." Hermas verstond den Anachoreet zeer goed, want zijn vader staarde ook vaak na urenlange gebeden, roerloos ten hemel, zonder te zien of te hooren wat rondom hem gebeurde. Ook deze was gewoon, als hij uit -zijne ekstátische visioenen ontwaakte, aan zijn zoon te vertellen, +zijne ekstátische visioenen ontwaakte, aan zijn zoon te vertellen, dat hij den Heiland gezien en de koren der engelen gehoord had. Doch het was hem nooit gelukt zich in zulk een toestand te verplaatsen, hoewel Stephanus hem niet zelden gedwongen had, vele eindeloos lange -uren op de knieën te liggen en met hem te bidden. +uren op de knieën te liggen en met hem te bidden. Het was dikwijls gebeurd, dat na zulke oefeningen, die zijne ziel diep schokten, het zwakke levenslicht van den ouden man dreigde uit @@ -1031,9 +995,9 @@ der zinnelijkheid te overwinnen, de wereld en zijn Ik te verloochenen, en den Heer te zoeken. Het was velen vergund reeds te midden van dit leven wedergeboren te worden tot een hooger bestaan. Zie mij aan, den armsten van alle armen. Ik ben een wezen en toch ben ik voor den Heer -zoo zeker een ander, dan die ik was vóor zijne genade mij aangreep, als +zoo zeker een ander, dan die ik was vóor zijne genade mij aangreep, als deze palmtwijg, die opschiet uit den wortel van den omgevallen boom, -niet éen is met den verrotten stam. Ik ben een heiden geweest, en elke +niet éen is met den verrotten stam. Ik ben een heiden geweest, en elke lust der zinnelijkheid heb ik met volle teugen genoten. Daarna ben ik een christen geworden; de genade des Heeren is over mij gekomen; ik werd opnieuw geboren en andermaal een kind, maar ditmaal mijn Verlosser @@ -1059,7 +1023,7 @@ van het badhuis naar het worstelperk volgde." "Zijt gij dan in de palaestra geweest?" vroeg Paulus verwonderd. -"In het Timagetische worstelperk!" riep Hermas in geestdrift. "Vóor +"In het Timagetische worstelperk!" riep Hermas in geestdrift. "Vóor de poort zag ik de spelen der jongelingen, hoe zij worstelden en met zware schijven naar een doel wierpen. De oogen sprongen mij bijna uit het hoofd, toen ik dit aanzag, en ik zou het luid hebben kunnen @@ -1087,10 +1051,10 @@ in de diepte. "Nu ziet gij het!" zeide Paulus, die den worp opmerkzaam en niet zonder nieuwsgierige spanning gevolgd had. "Hoe sterk uw arm ook zijn mag, ieder nieuweling werpt verder dan gij, als hij de kunstgrepen -kent. Zóo is het niet goed; de schijf moet met den scherpen kant +kent. Zóo is het niet goed; de schijf moet met den scherpen kant als een mes de lucht doorsnijden. Zoo als gij uw hand houdt, werpen vrouwen. Het handgewricht gestrekt, de linkervoet achterwaarts, de -knie gebogen!--Zie nu dien domoor eens aan! Geef mij den steen!--Dáar, +knie gebogen!--Zie nu dien domoor eens aan! Geef mij den steen!--Dáar, zoo neemt men den schijf in de hand, zoo trekt men het lijf samen en drukt de knie naar beneden, gelijk het hout van een boog, opdat elke spier van het geheele lichaam het werptuig, als ge het @@ -1099,20 +1063,20 @@ is toch nog het rechte niet. Hef de schijf eens op met uitgestrekten arm! Houd nu het oog goed op uw doel gericht! Beweeg haar nu hoog naar achter!--Hola! Nog eens! De arm moet sterker gespannen zijn eer gij slingert.--Dat was vrij wel; maar de steen moet komen tot gindschen -palm.--Geef mij deze schijf en dien steen dáar. Zoo! De ongelijke +palm.--Geef mij deze schijf en dien steen dáar. Zoo! De ongelijke hoeken belemmeren de snelheid! Let nu eens op!" Paulus had met steeds klimmende levendigheid gesproken, terwijl hij den jonkman leerde met den discus te werpen. Thans nam hijzelf de schijf in de hand, gelijk hij jaren geleden gewoon was te doen, toen -geen jongeling in Alexandrië hem in het werpspel kon overtreffen. Hij +geen jongeling in Alexandrië hem in het werpspel kon overtreffen. Hij boog de knie, bracht het bovenlijf een weinig vooruit, draaide het handgewricht heen en weer, strekte den arm, waarvan alle spieren tot het uiterste werden gespannen, zoo ver mogelijk uit, en wierp den steen met vliegende snelheid in de ruimte, terwijl de gekromde teenen van zijn rechtervoet in den grond boorden. -De schijf viel vóor den palm neder, waarop hij gemikt had, zonder +De schijf viel vóor den palm neder, waarop hij gemikt had, zonder hem geraakt te hebben. "Wacht," riep Hermas, "laat mij nu beproeven of ik den boom treffen @@ -1162,7 +1126,7 @@ rolden. "Wat heb ik gezegd!" prevelde hij in zichzelven. "Elke ader van den ouden mensch zou hier binnen uitgeroeid zijn? Ik dwaas, ik ijdele dwaas! Ze noemen mij Paulus en ik ben nog maar een Saulus!" -Bij deze woorden wierp hij zich op de knieën, drukte zijn voorhoofd +Bij deze woorden wierp hij zich op de knieën, drukte zijn voorhoofd tegen de harde rotsen en begon te bidden. Het scheen hem toe alsof hij uit de hoogte was neergevallen op zwaarden en lansen, als bloedde zijn hart, terwijl hij wegsmolt in tranen en verzuchtingen, zichzelven @@ -1182,7 +1146,7 @@ verootmoediging in het gebed. Hij naderde Agapitus, om diens gewaad te kussen. "Niet alzoo!" sprak deze. "De vroomste is de grootste onder ons. Komt -vrienden, buigen wij de knieën voor dezen heiligen man!" +vrienden, buigen wij de knieën voor dezen heiligen man!" De pelgrims voldeden aan dit bevel. @@ -1218,7 +1182,7 @@ statig in den helderen glans van de steeds hooger en hooger rijzende zon, uit de talrijke woningen beneden hem opstegen. "Daar koken nu," dacht hij, "de vrouwen voor hunne mannen, de moeders -voor hunne kinderen het ochtendmaal, en dáar, waar die donkere rook +voor hunne kinderen het ochtendmaal, en dáar, waar die donkere rook zich verheft, wordt misschien voor gasten een heerlijken maaltijd bereid. Doch ik ben nergens te huis en niemand noodigt mij." @@ -1239,7 +1203,7 @@ kerkje was opgetrokken. Overigens werd deze hoogte omgeven door muren en wallen, waarachter de inwoners van die plaats beschutting vonden, wanneer roofzuchtige Saracenen de oase bedreigden. Zij wordt nog voor eene bij uitnemendheid heilige plaats gehouden, want op den top zou -Mozes in den slag tegen de Amalekieten gebeden hebben, terwijl Aäron +Mozes in den slag tegen de Amalekieten gebeden hebben, terwijl Aäron en Hur zijne hoog opgehevene armen ondersteunden. Doch er waren in de nabijheid van deze oase nog andere eerwaardige @@ -1252,12 +1216,12 @@ legende Zippora en Ledja noemt. Naar deze heilige plaatsen gingen vrome pelgrims in grooten getale ter bedevaart. Onder dezen bevonden zich vele inboorlingen van het -schiereiland, en met name Nabateërs, die weleer den heiligen berg +schiereiland, en met name Nabateërs, die weleer den heiligen berg hadden bezocht, om op zijn top aan hunne goden, de zon, de maan en de planeten te offeren. Aan den noordelijken ingang verhief zich een sterkte, waarin, sedert -onder Trajanus de Syrische praefect Cornelius Palma Steenachtig Arabië +onder Trajanus de Syrische praefect Cornelius Palma Steenachtig Arabië had onderworpen, een keizerlijke bezetting lag, die de bloeiende stad der woestijn moest verdedigen tegen de invallen der Saracenen en Blemmyers. @@ -1272,7 +1236,7 @@ Elk hunner huizen geleek een burcht, want het was uit vasten steen opgetrokken, en hunne jonge mannen waren in het boogschieten flink geoefend. -De voornaamste familiën woonden in de nabijheid van den +De voornaamste familiën woonden in de nabijheid van den kerkheuvel. Daar lagen de huizen van den bisschop Agapitus en van de raadsheeren van Pharan. Onder de laatste stond de senator Petrus het hoogst in aanzien, deels wegens zijn ernst en degelijkheid, deels @@ -1287,10 +1251,10 @@ Het steenen huis van Petrus was stevig gebouwd en net gevoegd; de palmtuin daarnaast werd zorgvuldig onderhouden. Tot zijne bezittingen behoorden twintig slaven, vele kameelen en zelfs twee paarden. De centurio, die het opperbevel voerde over de keizerlijke bezetting, -de Galliër Phoebicius en zijne vrouw Sirona, woonden als huurders +de Galliër Phoebicius en zijne vrouw Sirona, woonden als huurders onder zijn dak; hoewel niet tot genoegen van den raadsheer, want de centurio was geen christen, maar een aanbidder van Mithras. Bij de -mysteriën van deze godheid was de woeste Galliër tot den rang van +mysteriën van deze godheid was de woeste Galliër tot den rang van "leeuw" opgeklommen, daarom waren de zijnen en ook de Pharanieten gewoon hem "de leeuw" te noemen. Zijn voorganger was een officier van veel minder rang, doch een geloovig christen geweest, dien Petrus @@ -1317,12 +1281,12 @@ kinderstemmen hem te gemoet. Verrast keek hij naar boven, maar hij had geen tijd om te overleggen, want reeds had de losgelatene jubelende schare den trap bereikt. Een buitengemeen schoone jonge vrouw, met goud-blonde haren, vloog -vóor allen uit. Zij hield, overluid lachende, eene met veelkleurige +vóor allen uit. Zij hield, overluid lachende, eene met veelkleurige kleederen opgesierde pop in de hoogte. Zij liep achterwaarts naar den trap toe, en keek met haar blank gelaat, vol ondeugende blijdschap, de kinderen aan, die in hartstochtelijk verlangen, half dringend, half smeekend, half lachend, half huilend door elkander riepen: -"Geef ze ons, Sirona!" "Neem ze niet weer meê, Sirona!" "Toe, blijf +"Geef ze ons, Sirona!" "Neem ze niet weer meê, Sirona!" "Toe, blijf toch hier Sirona!" "Sirona" en weder "Sirona!" Een lieftallig zesjarig meisje vloog op haar toe, om den blanken @@ -1331,7 +1295,7 @@ kleintjes, die poogden zich aan haar knie vast te klemmen, hield zij met de vrijgeblevene linkerhand dapper van zich af, en riep, altijd achteruitgaande: "Neen, neen, ge krijgt de pop niet weder, voor zij eene nieuwe jurk aan heeft, die lang zal zijn en even kleurig als -het kleed van den keizer. Laat mij los, Cæcilia, anders valt ge naar +het kleed van den keizer. Laat mij los, Cæcilia, anders valt ge naar beneden, zooals onlangs met den wilden Nikon is gebeurd." Onder het spreken dezer woorden was zij aan de bovenste trede @@ -1370,7 +1334,7 @@ bezat, wat een mensch gelukkig kan maken. Hoewel dankbaar gestemd, was hij zich toch bewust, dat hij meer had kunnen uitrichten, dan hem het lot vergund had tot stand te brengen en te zijn. Hij was een steenhouwer gebleven, maar zijne beide zonen hadden in eene goede -school te Alexandrië hunnen leertijd voleindigd. +school te Alexandrië hunnen leertijd voleindigd. De oudste, Antonius, die reeds een eigen huis bezat, benevens vrouw en kinderen, was bouwmeester en werktuigkundige; de jongste, Polycarpus, @@ -1378,7 +1342,7 @@ een zeer begaafd jong beeldhouwer. Onder leiding van den oudsten was het statig kerkje van de oase-stad gebouwd. Polycarpus, die eerst sedert een maand terugkeerde, was van plan in de steengroeve zijns vaders werken van grooten omvang te ontwerpen en uit te voeren, -want hij had de opdracht ontvangen om te Alexandrië het nieuwe +want hij had de opdracht ontvangen om te Alexandrië het nieuwe voorhof van het prachtig gebouw, dat Sebasteum of Caesareum werd genaamd, te versieren met twintig leeuwen van graniet. Meer dan dertig kunstenaars hadden met hem naar den voorrang gedongen; doch @@ -1387,7 +1351,7 @@ toegekend. De bouwmeester, die voor het herstel van de zuilengangen en vloeren van het voorhof zorg moest dragen, was zijn vriend, en had hem toegestaan de granietblokken, steenplaten en cylinders, die hij noodig had, uit de groeven van Petrus, en niet zooals gewoonlijk -geschiedde, uit die van Syëne bij den eersten waterval te halen. +geschiedde, uit die van Syëne bij den eersten waterval te halen. Antonius en Polycarpus stonden thans met hun vader voor een groote tafel en gaven hem de verklaring van het plan, dat zij te zamen in de @@ -1415,11 +1379,11 @@ zij daarover vliegen. Wat men al niet in de hoofdstad leert!" Zoodra het woord "brug" Antonius over de lippen was gekomen, zag hij den jongeling strak aan en zeide: "Het is maar de vraag of de hemel ons een regenboog wil leenen." Toen Polycarpus hem daarop voorsloeg, door -zijne Alexandrijnsche vrienden eenige cederbalken uit Syrië te laten +zijne Alexandrijnsche vrienden eenige cederbalken uit Syrië te laten komen, en zijn oudste zoon hem de teekening van den boog verklaarde, waarmede hij de kloof vast en zeker beloofde te overwelven, volgde hij zijne woorden met gespannen opmerkzaamheid. Daarbij fronsde hij -zijne wenkbrauwen zóo onheilspellend en zag zóo somber, als vernam +zijne wenkbrauwen zóo onheilspellend en zag zóo somber, als vernam hij het bericht van een misdaad. Toch liet hij zijn zoon geheel uitspreken en prevelde alleen in den beginne: "kunststukken," of: "ja, als ik eens de keizer was!" @@ -1430,7 +1394,7 @@ dat de verdiensten van eene leverantie voor het Caesareum meer dan drievierde gedeelte der gezamenlijke uitgaven zou dekken. Daarop nam Polycarpus het woord om te verzekeren, dat het graniet van den heiligen berg deugdelijker van gehalte en schooner van kleur was, -dan dat van Syëne. +dan dat van Syëne. "Wij arbeiden hier goedkooper dan aan den waterval," viel Antonius hem in de rede. "Het vervoer der steenblokken zal ons niet zoo duur @@ -1440,7 +1404,7 @@ Trajanusstroom, die de Roode zee met den Nijl verbindt." "En wanneer mijne leeuwen gelukken," zeide Polycarpus, "en Zenodotus tevreden is met onzen steen en onzen arbeid, dan zou het weleens kunnen -gebeuren, dat wij boven Syëne den voorrang verwierven, en wij een +gebeuren, dat wij boven Syëne den voorrang verwierven, en wij een deel kregen van de kolossale bestellingen ten behoeve van de nieuwe residentie voor Constantijn, die thans alleen aan de steengroeven bij den waterval worden gedaan." @@ -1471,12 +1435,12 @@ broeder met trots aanzag. "In de laatste jaren heeft niemand iets tot stand gebracht dat er bij halen kan, en ik ken mijne Alexandrijners. Zoo het meesterwerk uit het gesteente van den heiligen berg geprezen wordt, dan wil de geheele wereld graniet van -dáar en van daar alleen hebben. Het komt er maar op aan te zorgen, +dáar en van daar alleen hebben. Het komt er maar op aan te zorgen, dat het transport van steenen naar zee minder moeilijk en kostbaar wordt gemaakt." "Beproeven wij het dan," zeide Petrus, die onder dit gesprek zijner -zonen zwijgend vóór hen op en neder had geloopen. "Beproeven wij +zonen zwijgend vóór hen op en neder had geloopen. "Beproeven wij het dan in godsnaam met den bruggebouw. Den weg zullen wij maken, wanneer de burgerij zich bereid verklaart de helft van de kosten te dragen, anders niet. Gij moogt het wel weten: gij zijt beiden flinke @@ -1613,13 +1577,13 @@ wollige lokken van zijn schaapsvel, en bewoog de lippen zonder geluid te geven. Eindelijk gelukte het hem stamelend uit te brengen: "Ik ben de zoon van den ouden Stephanus, die verwond werd bij den laatsten inval der Saracenen. Mijn vader heeft in vijf nachten weinig of niet -geslapen, en nu zend Paulus mij tot u, de vrome Paulus van Alexandrië, +geslapen, en nu zend Paulus mij tot u, de vrome Paulus van Alexandrië, gij begrijpt het,--opdat ik...." "Zoo, zoo," viel Petrus hem in den rede met bemoedigende vriendelijkheid. "Gij verlangt dus eene artsenij voor den ouden man. Ziet toch eens, Dorothea, wat een flinke jonkman er gegroeid is -uit dien kleinen knaap, die de Antiochiër met zich den berg opsleepte." +uit dien kleinen knaap, die de Antiochiër met zich den berg opsleepte." Hermas kreeg een kleur en richtte zich in al zijne lengte op. Daarbij bespeurde hij met groote tevredenheid, dat hij grooter was dan de @@ -1778,7 +1742,7 @@ gewoon elkander ook zonder woorden te verstaan. "Wie gevoelt," zeide vrouw Dorothea, "dat hij niet is gelijk hij wezen moet, die is reeds op den weg van beterschap. Wij lieten u bij de geiten, omdat ge altijd de kudde naliept en in huis geen rust -kondt vinden. Vóor den morgendienst beklimt gij den berg en eerst +kondt vinden. Vóor den morgendienst beklimt gij den berg en eerst na het avondmaal keert gij terug. Voor uw geestelijk welzijn zorgde niemand. De helft van uw schuld komt op ons hoofd neer, en wij hebben geen recht u te straffen. Gij behoeft u niet te verwonderen. Ieder @@ -1883,7 +1847,7 @@ naar de kerk ging." "Gij hebt dus ook geene school bezocht?" -"Welke zou ik bezocht hebben? Mijn vader leerde mij de evangeliën +"Welke zou ik bezocht hebben? Mijn vader leerde mij de evangeliën lezen. Ik heb ook kunnen schrijven, maar dat zal ik wel verleerd zijn. Waartoe zou het ook dienen? Wij leven als biddende dieren." @@ -1937,11 +1901,11 @@ wel, half hierheen, half daarheen kruipt. Die jonge panters waren zoo jolig en hulpbehoevend tegelijk, dat ik niet besluiten kon ze te dooden. Ik deed ze in mijn schaapsvel en bracht ze bij mijn vader. Wat had hij een vermaak in die kleine schepsels! Daarna nam -een Nabateër ze mede naar Klysma, om hen aan kooplieden uit Rome -te verkoopen. Dáar en te Byzantium hebben zij behoefte aan allerlei +een Nabateër ze mede naar Klysma, om hen aan kooplieden uit Rome +te verkoopen. Dáar en te Byzantium hebben zij behoefte aan allerlei levende roofdieren. Ik heb voor die beesten en het vel van den oude ook geld gekregen, en mocht het als teerpenning behouden, toen ik -met de anderen naar Alexandrië reisde, om den zegen af te smeeken +met de anderen naar Alexandrië reisde, om den zegen af te smeeken van den nieuwen patriarch." "Waart gij dan in de hoofdstad?" vroeg Petrus. "Hebt gij de groote @@ -1962,7 +1926,7 @@ kan verwerven.--Maar daar zijn wij reeds aan de groeven...." Petrus liet zijn geleider niet uitspreken, maar viel hem in de rede, terwijl hij met jeugdig vuur uitriep: "En gij meent dat men met de bouwkunst geen roem kan inoogsten? Zie daar die blokken en platen en -hier die cylinders van harden steen. Ze zijn allen voor Aïla bestemd, +hier die cylinders van harden steen. Ze zijn allen voor Aïla bestemd, want daar zal mijn zoon Antonius, de oudste van de twee, die gij zoo straks gezien hebt, een bedehuis bouwen met vaste muren en zuilen, veel schooner en grooter dan onze kerk in de oase, die ook reeds zijn @@ -2053,7 +2017,7 @@ de moeder van zijn Hermas. Zij was zoo schoon, en hij had haar zoo lief! Hij bracht van den keizerlijken disch allerlei aardigheden mede naar huis. Zoo iemand, dan mocht hij vroolijk zijn. Thans trad hij het voorvertrek binnen, waarin gewoonlijk twee slavinnen waakten. Hij -vond er maar éene en deze lag in diepen slaap. Lachend lichtte hij +vond er maar éene en deze lag in diepen slaap. Lachend lichtte hij haar in het gezicht. Wat zag zij er dom uit met dien open mond! Het slaapvertrek werd zacht verlicht door eene albasten lamp. Zachtkens en steeds lachende naderde hij de elpenbeenen legerstede van Glycera. Doch @@ -2067,7 +2031,7 @@ doorleefd had, hem weder helder voor den geest. Hij zag gelijk toen, het ledige bed zijner vrouw voor het oog zijner verbeelding, en hij gevoelde zich zoo eenzaam en verlaten als in dien feestnacht. -Daar vertoonde zich eene schaduw vóor de opening van het hol. Hij +Daar vertoonde zich eene schaduw vóor de opening van het hol. Hij haalde weder vrij adem, nu hij verlost was van dit schrikkelijk droomgezicht; want hij had Paulus herkend, die aan zijne zijde nederknielde. @@ -2081,7 +2045,7 @@ kranke aan de lippen, die met gretige teugen den laafdrank opslurpte, en diep ademhalende uitriep: "Nu is het weer goed. Waar zijt gij toch zoolang gebleven? Ik was zoo dorstig!" -Paulus, die naast den grijsaard op de knieën was neergezonken, drukte +Paulus, die naast den grijsaard op de knieën was neergezonken, drukte zijn voorhoofd in de legerstede en antwoordde niets. Stephanus zag zijn metgezel verwonderd aan, en toen hij bespeurde @@ -2133,7 +2097,7 @@ blijven. Hij verzocht Hermas, die in de beperkte ruimte van de spelonk geen plaats meer kon vinden, zich ter ruste te leggen in zijn verblijf. Voor dezen jongeling was heden een nieuw leven aangebroken, want alle -verzuchtingen en wenschen, die sedert zijne reis naar Alexandrië zich +verzuchtingen en wenschen, die sedert zijne reis naar Alexandrië zich verward en nevelachtig in zijn ziel verdrongen, hadden heden gedaante en kleur gekregen, en hij wist nu zeker dat hij geen Anachoreet wilde blijven, maar zijne opbruischende kracht in het leven zou @@ -2174,7 +2138,7 @@ Een uur na middernacht was de oude wakker geworden, en nadat hij langen tijd met open oogen had liggen nadenken, sprak hij ernstig: "Gij noemdet u zelven en ons zelfzuchtig. Ik voor mij ben het zeker! Dat heb ik heden niet voor het eerst maar reeds dikwijls tot mijzelven -gezegd, sedert den tijd dat Hermas uit Alexandrië is teruggekeerd +gezegd, sedert den tijd dat Hermas uit Alexandrië is teruggekeerd en het lachen verleerd heeft. Hij is niet tevreden, en zoo vaak ik mij afvraag wat er van hem worden moet wanneer ik dood ben, als hij den Heer loslaat en de wellust najaagt, dan huiver ik. Ik meende het @@ -2215,7 +2179,7 @@ weg gezocht, doch altijd alleen naar den zijnen, niet naar dien van den ander gevraagd. Die zelfzucht, die zelfzucht! Hoeveel jaren wonen wij hier reeds dicht bij elkander, en toch heb ik nog nimmer behoefte gevoeld u te vragen, wat gij van uw jeugd weet, en hoe de genade -u deelachtig werd. Ik vernam bij gerucht, dat gij uit Alexandrië +u deelachtig werd. Ik vernam bij gerucht, dat gij uit Alexandrië afkomstig zijt, dat gij een heiden waart en om het geloof veel hebt moeten lijden. Daarmede stelde ik mij tevreden. Gij schijnt ook niet gaarne over die lang vervlogen dagen te spreken. Wij moeten onzen @@ -2267,7 +2231,7 @@ in huis had genomen." "Men zegt dat hij een groot koopman geweest is," zeide de kranke weder. "Gij zijt toch misschien geen zoon van den rijken Herophilus, -wiens zaken in Antiochië werden waargenomen door den braven jood +wiens zaken in Antiochië werden waargenomen door den braven jood Urbib?" "Welzeker, dat ben ik," antwoordde Paulus, en sloeg verlegen de oogen @@ -2296,7 +2260,7 @@ leeren viel mij al bijzonder zwaar, en al had ik op de school beter vorderingen gemaakt, dan zou mij dit toch niet in rekening zijn gebracht, want mijn broeder Apollonius, die zoowat een jaar jonger was dan ik, leerde het moeielijkste alsof het maar spelen was. Bij de -oefening in de dialectiek was er weldra geen rhetor in Alexandrië, +oefening in de dialectiek was er weldra geen rhetor in Alexandrië, die het tegen hem kon uithouden. Geen stelsel was hem vreemd, en ofschoon men nooit kon merken, dat hij zich bijzonder inspande, was hij toch de eerste op menig gebied van wetenschap. In twee @@ -2305,10 +2269,10 @@ kunsten. Terwijl hij studeerde en disputeerde, won ik kransen in het worstelperk. Doch de beste rhetor en vechter met woorden was toen de voortreffelijkste man, en mijn vader, die zelf in de raadsvergadering wist te schitteren als een vurig en smaakvol redenaar, hield mij -voor een half mislukten domkop. Totdat hem eens een geleerd cliënt +voor een half mislukten domkop. Totdat hem eens een geleerd cliënt van ons huis een gesneden steen overhandigde met een epigram, waarin te lezen stond: "Wie de edelste gaven van den Griekschen stam wil -aanschouwen, die moge het huis van Herophilus bezoeken; dáar toch zijn +aanschouwen, die moge het huis van Herophilus bezoeken; dáar toch zijn te bewonderen, in Menander de kracht en bevalligheid des lichaams, en gelijke eigenschappen des geestes in Apollonius." Deze versregels, die in de gedaante van eene luit geschreven waren, gingen van mond @@ -2326,11 +2290,11 @@ tooneelen uit uwe verbeelding te verbannen?" sedert eenigen tijd, nu ik over de veertig heen ben, plagen mij de verzoekingen der wereld steeds minder. Alleen moet ik zorgen de boodschaploopers, die den visch uit de vlekken aan het meer en uit -Raïthoe naar de oase brengen, te ontgaan." +Raïthoe naar de oase brengen, te ontgaan." Stephanus zag den ander vragend aan; Paulus vervolgde echter: "Ja, dat is wel vreemd! Of ik mannen of vrouwen zie, de zee of dezen berg: -nooit denk ik aan Alexandrië en altijd aan heilige dingen. Maar +nooit denk ik aan Alexandrië en altijd aan heilige dingen. Maar wanneer ik vischlucht ruik, zie ik in mijne verbeelding de markt, en denk ik aan vischbanken en oesters.--" @@ -2387,12 +2351,12 @@ havenwerker ontving, wiens zoon ik uit het water had gered. "Er verliepen jaren. Mijne ouders stierven. De laatste blik mijner moeder was op mij gericht, want van al hare kinderen hield zij toch het meest van mij. Men zeide ook dat wij veel op haar geleken, ik en -mijne zuster Arsinoë, die spoedig na den dood mijns vaders met den +mijne zuster Arsinoë, die spoedig na den dood mijns vaders met den praefect Pompejus in het huwelijk trad. "Bij de verdeeling der erfenis liet ik de fabrieken en de leiding der zaak aan mijn broeder over, ja ook het huis in de stad, ofschoon -het mij als den oudsten toekwam. Daarvoor nam ik het landgoed vóor de +het mij als den oudsten toekwam. Daarvoor nam ik het landgoed vóor de Canobische poort in bezit, en vulde daar de stallen met edele paarden, en de schuren met niet minder kostelijken wijn. Dien had ik noodig ook, want de dagen waren aan de baden en het worstelperk gewijd, @@ -2410,16 +2374,16 @@ en de Lesbische Archidice had voor ons in haar huis een gastmaal gereed gemaakt, zooals men het zelfs in Rome nauwelijks zou kunnen toebereiden. Sedert Diocletianus, na den opstand van Achilleus, onze stad had ingenomen, gedroegen zich de keizerlijke troepen, die -naar Alexandrië waren gekomen, meer dan overmoedig. Al maanden lang +naar Alexandrië waren gekomen, meer dan overmoedig. Al maanden lang hadden mijne vrienden met eenige jonge officieren uit Romeinsche -patricische familiën telkens weder verschil gehad over paarden, +patricische familiën telkens weder verschil gehad over paarden, vrouwen en weet ik wat niet meer. Nu wilde het ongeluk, dat wij juist deze heertjes in de woning van Archidice aantroffen. Het kwam tot bitse woorden, die de krijgslieden op hunne manier beantwoordden, eindelijk tot beleedigingen, ja, toen de wijn hen en ons verhit had, tot luide bedreigingen. -"De Romeinen verlieten de woning vóor ons. Met kransen getooid, +"De Romeinen verlieten de woning vóor ons. Met kransen getooid, zingende en geen kwaad vermoedende, volgden wij hen een poos later. Reeds waren wij dicht bij de haven, toen een schreeuwende troep uit eene zijstraat te voorschijn kwam, en ons met blanke wapenen op het @@ -2433,7 +2397,7 @@ wat ik toen in het aangezicht van den dood heb gedacht." "Wat dan?" vroeg Stephanus. "Ik dacht," antwoordde Paulus, terwijl hij een kleur kreeg van -schaamte, "aan mijne kwartels in Alexandrië, die ik onderhield om +schaamte, "aan mijne kwartels in Alexandrië, die ik onderhield om te vechten, of zij wel water hadden gehad. Daarna overviel mij eene diepe en sombere bewusteloosheid. Weken lang heb ik zoo gelegen, want ik was gehakt als het worstvleesch van den slager. Ik had twaalf @@ -2514,8 +2478,8 @@ toekomst lag voor mij als een eindeloos zalig bestaan. Na den dood, dit leerde ik nu, zal er niets zijn dan de eeuwigheid. De poorten des hemels waren wijd voor mij geopend en te Canobus werd ik gedoopt. -"In Alexandrië had men mij reeds als een afgestorvene betreurd, en -mijne zuster Arsinoë had, als mijne erfgename, met haar echtgenoot +"In Alexandrië had men mij reeds als een afgestorvene betreurd, en +mijne zuster Arsinoë had, als mijne erfgename, met haar echtgenoot den praefect mijn landhuis betrokken. Ik liet het gaarne aan haar over en woonde van nu aan weder in de stad om, als de vervolgingen opnieuw mochten beginnen, de broeders te kunnen bijstaan. Dat viel @@ -2588,7 +2552,7 @@ Tegenover den vleugel, waarin Sirona met haar echtgenoot een onderkomen had gevonden, stond het zooveel hoogere huis van Petrus, en beide waren op den achtergrond van den hof aan elkander verbonden door een schuur van roodbruinen steen met palmtakken gedekt. Daar woonden de slaven -van den senator en werd het akkergereedschap bewaard. Daarvóor lag +van den senator en werd het akkergereedschap bewaard. Daarvóor lag een hoop zwarte kolen, zooals men ze hier brandde uit het hout van den doornigen Sayal-acacia, en een niet onaanzienlijke rij goed geslepen molensteenen, die Petrus in zijne steengroeven liet vervaardigen en @@ -2626,7 +2590,7 @@ en die andere kinderen daarboven." "Is hij daar nog?" vroeg Sirona, terwijl hare wangen vuurrood werden en zij dreigend met den vinger naar het woonvertrek wees. -"De heer is weg," stamelde de oude. "Hij ging reeds vóor zonsopgang +"De heer is weg," stamelde de oude. "Hij ging reeds vóor zonsopgang uit. Gij moest hem niet met eten wachten: hij komt eerst laat terug." De Gallische antwoordde niet, maar zij boog het hoofd en hare bloeiende @@ -2735,9 +2699,9 @@ bloemen ontluiken in het huis van den senator en onder de kleine schare, die hare liefde met wederliefde vergold. Phoebicius behoorde tot de aanbidders van Mithras. De dienst dezer -godheid deed hem nu eens vasten, zóo streng dat hij bijna werd +godheid deed hem nu eens vasten, zóo streng dat hij bijna werd uitgeput, dan weder zich bedwelmen met de feestgenooten, tot hij zijn -bewustzijn verloor. Ook hier had hij in het Sinaïtisch gebergte een +bewustzijn verloor. Ook hier had hij in het Sinaïtisch gebergte een grot voor het vieren der Mithras-feesten ingericht, en eenige weinige geestverwanten rondom zich verzameld. Wanneer hij dagen en nachten achtereen uitbleef, om bleeker dan gewoonlijk terug te keeren, dan @@ -2762,7 +2726,7 @@ huis van Petrus had gestaan, en het beeld der schoone vrouw met zijne blikken als verslonden had. Haar bewegelijk gemoed was als het oog, waarin de verlammende duisternis geen spoor meer achterlaat zoodra het een straal van het licht heeft opgevangen. Geen leed was in staat -haar zóo diep te treffen, dat niet de ademtocht van eenig nieuw genot +haar zóo diep te treffen, dat niet de ademtocht van eenig nieuw genot het naar alle windstreken kon uiteendrijven. Evenals vele rivieren bij hare bronnen eene andere kleur hebben dan bij hare monding, zoo ging het niet zelden met hare tranen; zij begon van smart te weenen, en @@ -2851,7 +2815,7 @@ niet luide uit te schreeuwen van toorn en pijn. Hoe gaarne was zij tegen dat venster opgeklauterd, waaraan Hermas' blikken hingen; was zij Sirona in de goudgele haren gevlogen; had zij haar op den grond getrokken en als een vampyr haar het bloed uit de roode lippen gezogen, -tot zij vóor haar uitgestrekt zou liggen, bleek als het lijk van eene +tot zij vóor haar uitgestrekt zou liggen, bleek als het lijk van eene die van dorst was omgekomen. Thans zag zij hoe het dunne gewaad haar van de schouders gleed, @@ -3018,23 +2982,23 @@ beneden in de oase." zij van uwe verwonding hoorde...." "Breng haar mijn dank over, wanneer gij morgen naar beneden gaat," -vroeg Stephanus; "haar en ook haar echtgenoot. Is hij een Galliër?" +vroeg Stephanus; "haar en ook haar echtgenoot. Is hij een Galliër?" "Ik geloof ja,... neen stellig," antwoordde Hermas. Zij noemen hem -den leeuw. En hij komt uit Gallië." +den leeuw. En hij komt uit Gallië." Toen de jongeling het hol had verlaten, legde de oude man zich te slapen neder, en Paulus waakte aan zijne zijde op het bed van zijn zoon. Maar Stephanus kon den slaap niet vatten. Toen zijn vriend hem naderde, om hem het geneesmiddel toe te dienen, zeide hij: "De vrouw -van een Galliër heeft mij een weldaad bewezen, en toch die wijn zou mij -beter bevallen zijn, wanneer hij niet van een Galliër afkomstig was." +van een Galliër heeft mij een weldaad bewezen, en toch die wijn zou mij +beter bevallen zijn, wanneer hij niet van een Galliër afkomstig was." Paulus zag hem vragend aan, en hoewel er volslagen duisternis heerschte in de spelonk, zoo gevoelde Stephanus toch dezen blik en zeide: "Ik ben op niemand boos, en heb mijn naaste lief. Ik ben diep beleedigd; -maar ik heb vergeven, van ganscher harte vergeven. Daar is maar éen, -wien ik kwaad zou gunnen, en dat is een Galliër." +maar ik heb vergeven, van ganscher harte vergeven. Daar is maar éen, +wien ik kwaad zou gunnen, en dat is een Galliër." "Vergeef ook hem," smeekte Paulus, "en laat u den slaap niet verstoren door bittere gedachten." @@ -3043,14 +3007,14 @@ door bittere gedachten." wat mij is aangedaan, zou dit ook u de nachtrust bederven!" "Ik weet het, ik weet het," zeide Paulus, om hem wat neer te -zetten. "Het was een Galliër, die uwe arme vrouw misleid heeft, +zetten. "Het was een Galliër, die uwe arme vrouw misleid heeft, zoodat zij uw huis en uw kind heeft verlaten." "En hoe heb ik Glycera bemind!" sprak de kranke steunend. "Zij werd behandeld als eene vorstin, en ik wist hare wenschen te voorkomen, -vóor zij ze had uitgesproken. Honderdmaal heeft zij mij gezegd, +vóor zij ze had uitgesproken. Honderdmaal heeft zij mij gezegd, dat ik te goed en te zwak voor haar was, en haar niets te wenschen -overbleef. Daar kwam die Galliër in ons huis, een mensch, een +overbleef. Daar kwam die Galliër in ons huis, een mensch, een kerel zoo norsch als zure wijn, maar welbespraakt en met vonkelende oogen. Hoe hij Glycera in zijne strikken heeft gevangen: ik weet het niet en wil het niet weten. In de hel zal hij er voor boeten. Dag en @@ -3096,7 +3060,7 @@ beantwoordde zijne vragen. Het spreken viel hem daarbij gemakkelijker dan het hooren, want het suisde en gonsde en klonk hem in de ooren, alsof hij bevangen was door den vurigen wijn. -"Als Hermas nu maar niet vergeet den Galliër te bedanken," zeide +"Als Hermas nu maar niet vergeet den Galliër te bedanken," zeide Stephanus. "Danken, ja danken moeten wij altijd," antwoordde de ander, terwijl @@ -3182,7 +3146,7 @@ rest te geven. Het kind bedankte haar vriendelijk; zij echter greep en kuste het, ofschoon het er niet mooi en zeer ziekelijk uitzag, met hartstochtelijke teederheid. -"Wie kinderen zóo lief heeft," zeide ik tot mijzelven, "is niet +"Wie kinderen zóo lief heeft," zeide ik tot mijzelven, "is niet bedorven," en ik bood haar aan naar mijn vermogen te helpen. Niet zonder wantrouwen nam zij mij met de oogen op en zeide, dat zij loon naar werken ontving, en dat zij alles dragen wilde. @@ -3204,11 +3168,11 @@ zwaar met zonden beladen, zwaarder dan eenige andere vrouw." "Wederom welden er stille tranen in hare lieve, groote kinderlijke oogen. Ik sprak haar hartelijk toe en toonde haar de genade van den Verlosser, zoo goed ik kon. Spoedig daarop heeft Ammonius haar -heimelijk gedoopt. Zij verzocht dat men haar Magdalena zou noemen. Zóo +heimelijk gedoopt. Zij verzocht dat men haar Magdalena zou noemen. Zóo geschiedde het, en daarna schonk zij mij haar volle vertrouwen. "Zij had haren echtgenoot en haar kind verlaten, om de wille van een -duivelschen verleider, dien zij naar Alexandrië was gevolgd, en die +duivelschen verleider, dien zij naar Alexandrië was gevolgd, en die haar daar in den steek had gelaten. Alleen, zonder vrienden, in gebrek en schulden, bleef zij bij eene onmeedoogende en hebzuchtige waardin achter, door welke zij voor den rechter en in den kerker werd gesleept. @@ -3244,7 +3208,7 @@ van een Codrus of een Decius Mus. "Onder alle gevangen was er geene vrouw of geen man kalmer, vastberadener, meer berustend dan Magdalena. Het woord: 'Er zal -meer vreugde zijn in den hemel over éen zondaar die zich bekeert, +meer vreugde zijn in den hemel over éen zondaar die zich bekeert, dan over negen en negentig rechtvaardigen', sterkte haar wonderbaar, en zij heeft boete gedaan, waarlijk dat heeft zij. En ik? God is mijn getuige, dat geene zinnelijke begeerte, die een man tot eene vrouw @@ -3264,7 +3228,7 @@ en met bleeke lippen de dingen die komen zouden. Magdalena bleef volmaakt kalm. "Thans werden de namen der gevangene christenen opgeroepen, en de -keizerlijke soldaten brachten ze op éene plaats samen. Noch mijn naam, +keizerlijke soldaten brachten ze op éene plaats samen. Noch mijn naam, noch de hare waren genoemd, want ik behoorde niet tot de gevangenen, en men had haar niet om het geloof in den kerker gezet. Reeds rolde de beambte zijne lijst op; daar stond Magdalena op, trad naar voren @@ -3324,7 +3288,7 @@ aandoeningen overweldigd, geheel onmachtig op zijn leger neder. De kranke had in ademlooze spanning zijn verhaal gevolgd; sedert lang had hij zich reeds hoog opgericht, en was, zonder dat de andere -het bemerkt had, op de knieën nedergezonken. Thans sleepte hij zich +het bemerkt had, op de knieën nedergezonken. Thans sleepte hij zich voort tot den bewustelooze. Gloeiend en bevend over al zijne leden, boog hij zich over hem, trok de vacht van zijn borst, zocht driftig met de handen naar den ring, vond dien, bekeek hem, als wilde hij dien @@ -3343,10 +3307,10 @@ waarom ik dezen van den aanvang zoozeer heb liefgehad." De oude man drukte hem zacht de hand, want hij gevoelde zich door een nieuwen teederen band aan zijn verpleger verbonden. De zekerheid dat zijne altijd nog zoo teerbeminde vrouw, de moeder van zijn zoon, als -christin, als martelares was gestorven en vóor hem den weg ten hemel +christin, als martelares was gestorven en vóor hem den weg ten hemel had gevonden, vervulde hem met stille zaligheid. Vreedzaam als een kind sliep hij den volgenden nacht, en toen er 's morgens afgezanten -uit Raïthoe verschenen, om Paulus uit te noodigen den heiligen berg +uit Raïthoe verschenen, om Paulus uit te noodigen den heiligen berg te verlaten en tot hen te komen, ten einde zich als presbyter aan hun hoofd te stellen, zeide Stephanus: "Volg gerust deze schoone roeping, die gij verdient. Ik heb uwe hulp thans waarlijk niet meer noodig, @@ -3384,7 +3348,7 @@ naar buiten lokte. Door de geopende vensters van de kerk klonk het gezang van mannen en vrouwen. Thans ging de deur open, en de christelijke Pharanieten, die hier het avondmaal hadden gevierd met brood en den kelk, die van -hand tot hand ging, kwamen buiten. Vóor de ouderlingen en diakenen, +hand tot hand ging, kwamen buiten. Vóor de ouderlingen en diakenen, de voorlezer en de zangers, de akolyten en de geheele geestelijkheid van de plaats, liep de bisschop Agapitus. De leeken werden voorafgegaan door het opperhoofd van de oase, Obedianus, en den senator Petrus. De @@ -3399,12 +3363,12 @@ neergehurkt, diep in het gebed verzonken. Eerst toen hij hem aanriep en met zijn lampje in het gelaat lichtte stond hij op. De deurwachter sprak hem eerst toe met harde woorden; toen hij echter -in den achterblijvenden Anachoreet Paulus uit Alexandrië herkende, +in den achterblijvenden Anachoreet Paulus uit Alexandrië herkende, veranderde hij van toon, en vroeg hij vriendelijk, bijna onderdanig: "Wil nu niet langer bidden, vrome man! De gemeente heeft de kerk verlaten, en ik moet haar sluiten ter wille van ons fraai nieuw kerkgereedschap en die heidensche roovers. Het is mij reeds bekend, -dat de broeders van Raïthoe u tot hun presbyter kozen, en dat hunne +dat de broeders van Raïthoe u tot hun presbyter kozen, en dat hunne gezanten u hebben bekend gemaakt met den hoogen eer, die u te beurt viel. Zij hebben ook onze kerk bezichtigd en zeer bewonderd. Vertrekt gij dadelijk daarheen, of viert gij de hooge feesten nog met ons?" @@ -3429,7 +3393,7 @@ uwe zieke vrouw, en ik breng den sleutel, wanneer ik mijn gebed voleindigd heb, naar den senator." De portier bedacht zich een oogenblik, en willigde toen de bede van den -toekomstigen presbyter van Raïthoe in, ofschoon hij hem verzocht toch +toekomstigen presbyter van Raïthoe in, ofschoon hij hem verzocht toch niet lang te vertoeven. Toen hij het huis van den senator voorbijging, rook hij de geur van gebraden vleesch. Hij was een arm man en dacht bij zichzelven: "Deze vast als hij er lust in heeft; wij vasten ook, @@ -3441,7 +3405,7 @@ alle huisgenooten van den senator, als een feestschotel, zou worden opgedragen. Zelfs de slaven namen aan dezen laten maaltijd deel. Petrus en vrouw Dorothea zaten, naar Grieksche gewoonte, in een half liggende houding naast elkander op eene eenvoudige -rustbank. Vóor hen stond eene tafel, waaraan niemand anders gezeten +rustbank. Vóor hen stond eene tafel, waaraan niemand anders gezeten was, waarbij zich echter de zetels voor de volwassene kinderen des huizes onmiddellijk aansloten. De slaven zaten dichter bij de deur op den grond neergehurkt, en verdrongen zich in twee kringen om @@ -3470,7 +3434,7 @@ de diepe rimpels op tusschen zijn ernstige oogen, en hoe hij de lippen vast op elkaar klemde, wanneer hij, de spijzen vergetende, in gedachten zat verzonken. -Het maal was geëindigd, maar hij verroerde zich niet en hem +Het maal was geëindigd, maar hij verroerde zich niet en hem ontgingen de vragende blikken, die uit veler oogen op hem geslagen werden. Niemand waagde het op te staan, alvorens de heer daartoe het teeken had gegeven. @@ -3494,15 +3458,15 @@ maal zou zijn afgeloopen? Gold zijn laat bezoek de Gallische, tot wie zij hem gisteren weder had zien gaan met de wijnkruik? Sirona's echtgenoot, Phoebicius, dat wist zij, was op den berg en offerde daar aan Mithras met zijne gezellen, bij het licht der volle maan, -in een hol, dat haar sedert lang bekend was. Zij had den Galliër +in een hol, dat haar sedert lang bekend was. Zij had den Galliër gezien, toen hij, gedurende de avond-godsdienstoefening, den hof verliet met eenige soldaten. Twee van dezen hadden hem een grooten kist, waaruit het hengsel van een verbazend grooten mengketel stak, benevens een zak vol water en allerlei gereedschap nagedragen. Zij wist dat deze mannen den ganschen nacht in de Mithras-grot zouden vertoeven, en daar "den jongen god," de opgaande zon, met vreemde -ceremoniën begroeten. Meer dan eenmaal toch had de nieuwsgierige -herderin hen beluisterd, wanneer zij, vóor het krieken van den morgen, +ceremoniën begroeten. Meer dan eenmaal toch had de nieuwsgierige +herderin hen beluisterd, wanneer zij, vóor het krieken van den morgen, met hare geiten het gebergte optrok, en haar ter oore was gekomen, dat de Mithras-dienaars hun nachtelijk feest vierden. @@ -3549,7 +3513,7 @@ deel van den last mag u niet ontgaan." "Geef het dan maar hier," haastte zij zich te zeggen. "Het slanke meisje is eene breed geschouderde vrouw geworden, zoodat het haar lichter zal vallen haren heer de velerlei lasten des levens te helpen -dragen. Maar ik ben inderdaad zeer bezorgd. Reeds vóor wij naar de +dragen. Maar ik ben inderdaad zeer bezorgd. Reeds vóor wij naar de kerk gingen is u iets onaangenaams bejegend, en dat niet alleen in de raadsvergadering. Er moet met de kinderen iets niet in orde zijn." @@ -3558,7 +3522,7 @@ de raadsvergadering. Er moet met de kinderen iets niet in orde zijn." "Leelijke, grijze," hernam Dorothea, "en ze zijn niet eens bijzonder scherp. Maar wat ulieden aangaat, de kinderen en u, dat kunnen zij in donker waarnemen. Gij zijt over Polycarpus niet tevreden. Gisteren, -toen hij naar Raïthoe reed, hebt gij hem aangezien, zoo...zoo...ja, +toen hij naar Raïthoe reed, hebt gij hem aangezien, zoo...zoo...ja, hoe zal ik het zeggen! Ik kan mij wel begrijpen waarover het is, maar ik geloof dat gij u noodeloos ongerust maakt. Hij is jong, en eene zoo wonderschoone vrouw als Sirona...." @@ -3592,7 +3556,7 @@ wat hij vermag voor iets kan geven, dan is het voor zijn eigen huis." gedaan." "Voor ons huis," herhaalde Petrus op vasten toon, terwijl zijne -zware stem klonk in al hare volheid. "Twee zijn sterker dan éen, +zware stem klonk in al hare volheid. "Twee zijn sterker dan éen, en hoe lang is het toch wel geleden, sedert wij verleerd hebben bij alle vragen, die op het gezin en de kinderen betrekking hebben, 'ik' te zeggen. In beide opzichten heeft men ons heden getroffen." @@ -3632,7 +3596,7 @@ sprak Dorothea. "Dat juist wierp ik hem tegen, en verder nog, dat men in de catecheten-scholen en in de stichtelijke dierkunde die wij bezitten, den Heiland zelven bij een leeuw vergelijkt; dat ook Markus de -evangelist, die het evangelie des Heeren naar Alexandrië overbracht, +evangelist, die het evangelie des Heeren naar Alexandrië overbracht, met een leeuw wordt afgebeeld. Maar hij bestreed mij steeds heftiger, op grond dat de werken van Polycarpus bestemd zijn niet om eene heilige plaats, maar het Caesareum te versieren. Want hij ziet daarin niets @@ -3670,7 +3634,7 @@ zijne leeuwen moeielijk kunnen afwerken. Die arme knaap! Met welk eene liefde heeft hij de modellen van klei gevormd, en hoe wonderbaar is het hem gelukt de houding der koninklijke dieren weder te geven! Het was alsof de geest van de oude meesters van Athene hem bezielde. Wij -zullen nu eens overleggen, of zich te Alexandrië niet...." "Beproeven +zullen nu eens overleggen, of zich te Alexandrië niet...." "Beproeven wij liever terstond," zeide zijne vrouw hem in de rede vallende, "Polycarpus over te halen om deze modellen te laten liggen en andere meer heilige werken uit te voeren. Agapitus ziet scherp, en die @@ -3721,7 +3685,7 @@ de hand zijne afkeuring te kennen gaf. "Zullen wij er Sirona voor laten boeten, dat onze zoon om harentwille eene onbezonnenheid heeft begaan? Gij hebt echter gezegd, dat het verkeer met de kinderen en hare achting voor u haar voor afdwalingen zullen bewaren, en nu zouden -wij haar de deur wijzen? Dat nooit. De Galliërs blijven in mijn huis, +wij haar de deur wijzen? Dat nooit. De Galliërs blijven in mijn huis, zoolang zij niets doen wat mij dwingt hen er uit te zetten. Mijn vader was wel een Griek, maar van moederszijde heb ik Amalekietisch bloed in de aderen, en zoo ik hen, met wien ik eens onder mijn dak het brood @@ -3742,7 +3706,7 @@ ons hart te volgen. Ook bij het worstelen bedient gijlieden u enkel van geoorloofde handgrepen, terwijl vechtende vrouwen soms nagels en tanden gebruiken. Beter dan wij weet gij het onrecht te voorkomen; dat hebt ge mij weder getoond. Maar in het ten uitvoer brengen van -hetgeen goed is, zijt gij onzen meerderen niet. De Galliërs mogen in +hetgeen goed is, zijt gij onzen meerderen niet. De Galliërs mogen in vrede bij ons blijven, en gij kunt Polycarpus streng in 't verhoor nemen; doe het echter allereerst als zijn vriend. Of ware het niet beter, wanneer gij dit aan mij overliet? Hij heeft zich zoozeer @@ -3758,7 +3722,7 @@ wil, treden de laatsten vooruit en beslissen den slag. Laat mij vooraf met den jongen spreken. Het kon toch zijn, dat hij enkel uit scherts eene roos in het venster der Gallische wierp, die immers met zijne broertjes en zusjes speelt, alsof zij tot onze familie behoorde. Ik -zal hem in 't verhoor nemen, en is het er zóo mede gesteld, dan zou +zal hem in 't verhoor nemen, en is het er zóo mede gesteld, dan zou het noch billijk, noch verstandig zijn hem te berispen. Zelfs met eene waarschuwing moet men voorzichtig te werk gaan, want menigeen, die nooit aan stelen heeft gedacht, is door eene valsche verdenking @@ -3781,7 +3745,7 @@ kan nooit een slecht man groeien." Petrus haalde bedenkelijk, als hield hij die vleiende woorden zijner vrouw voor ijdele dwaasheid, en toch lachend de schouders op, en vroeg: "Bij welken rhetor hebt gij toch school gegaan? Het zij zoo; -spreekt gij met den jongen als hij uit Raïthoe terugkomt. Wat staat +spreekt gij met den jongen als hij uit Raïthoe terugkomt. Wat staat de maan reeds hoog! Kom, laat ons ter ruste gaan, Antonius zal morgen zeer vroeg het altaar opstellen, en daar wil ik bij zijn." @@ -3824,7 +3788,7 @@ De honden kenden hem al en sloegen maar even aan, toen hij den drempel overschreed. Hij had iets te brengen en wilde niets wegnemen, en toch scheen het hem toe alsof hij een dief was, toen hij eerst opzag naar het groote huis, dat door het maanlicht helder werd beschenen, -en dan naar het huis van den Galliër, dat daar, in duisternis gehuld, +en dan naar het huis van den Galliër, dat daar, in duisternis gehuld, in onbestemde omtrekken stond, en eene breede donkere schaduw wierp op het glad geloopen en glinsterend graniet van het plaveisel. Er was geen mensch te bespeuren, en de reuk van het feestgebraad zeide hem, @@ -3919,7 +3883,7 @@ Hermas overzag, terwijl hij scherp luisterde naar hetgeen er in het andere huis gebeurde, met een snellen blik den hof. Zoodra hij begreep, dat het onmogelijk zou zijn de meer en meer naderende slaven van Petrus te ontloopen, riep hij Sirona gebiedend toe: "Ga achteruit!" en sprong -door het venster in het vertrek van den Galliër. +door het venster in het vertrek van den Galliër. Op hetzelfde oogenblik ging de deur van den senator open en liepen de slaven den hof in, Mirjam de eerste van allen. Vol verwachting overzag @@ -3942,7 +3906,7 @@ een verloren kleinood. Zij keek zelfs achter de molensteenen en de donkere schuur, waarin de werktuigen der steenhouwers bewaard werden. Eindelijk bleef zij staan en balde de kleine vuisten. In weinige vlugge sprongen stond zij in den schaduw van het huis, waarin -de Galliërs woonden. Tegenover Sirona's venster bleef zij staan. De +de Galliërs woonden. Tegenover Sirona's venster bleef zij staan. De man die daar binnen op en neer liep was hij en geen ander. Thans wist zij waar hij toefde. Zij beproefde te lachen, omdat de smart @@ -3952,7 +3916,7 @@ van geest niet geheel en al. "Zij zijn in het donker," dacht zij, "en zullen mij zien wanneer ik onder het venster ga staan om te luisteren. Toch moet ik weten wat zij samen doen." -Fluks keerde zij de woning van den Galliër den rug toe, trad in +Fluks keerde zij de woning van den Galliër den rug toe, trad in den helderen maneschijn, bleef daar een oogenblik staan, en ging vervolgens het slavenverblijf binnen. Weinige oogenblikken later sloop zij achter de molensteenen, en kroop van daar zonder geritsel @@ -3965,7 +3929,7 @@ zijne stem. Hij bevond zich niet meer in Sirona's vertrek, maar met haar in de kamer aan de straat. Zij kon liet dus wagen op te staan, om door het geopende venster naar binnen te zien. -De deur, die de beide vertrekken van den Galliër verbond, was gesloten, +De deur, die de beide vertrekken van den Galliër verbond, was gesloten, en eene lichtstreep zeide haar, dat er in Phoebicius' woonkamer, waar zij samen waren, eene lamp brandde. Reeds strekte zij de hand uit, om in het donkere slaapvertrek te klimmen, toen een luide schaterlach @@ -4010,13 +3974,13 @@ eindelijk zeggen uit welk geslacht wij afkomstig zijn, en dan ga ik naar Byzantium, het nieuwe Rome, om den keizer te zeggen: "Hier ben ik. Ik wil onder uwe soldaten voor u strijden." -"Zóo bevalt ge mij," riep Sirona. +"Zóo bevalt ge mij," riep Sirona. "Als dat waar is," hernam Hermas, "zoo bewijs het mij, en laat mij slechts eenmaal mijne lippen op uw gouden haren drukken. Gij zijt zoo schoon en vriendelijk als eene bloem; zoo vroolijk en schitterend als een vogel, en toch zoo hard als het gesteente van onzen berg. Als ge -mij niet éen kus toestaat, word ik ziek en kwijn ik weg van smachtend +mij niet éen kus toestaat, word ik ziek en kwijn ik weg van smachtend verlangen, eer ik van hier weg kan komen, om in den krijg mijne kracht te toonen." @@ -4048,7 +4012,7 @@ was voor geluk, liefde en vreugde, en wier hart zoo warm klopte. Toen haar echtgenoot haar opgesloten en zelfs hare slavin met zich medegenomen had, was zij eerst begonnen te razen en te weenen. Zij -dacht aan wraak, aan vluchten, maar was geëindigd met, innerlijk +dacht aan wraak, aan vluchten, maar was geëindigd met, innerlijk beleedigd en stil, voor het venster plaats te nemen, om te denken aan haar schoon vaderland, hare broeders en zusters, en de donkere olijvenbosschen van Arelate. @@ -4101,7 +4065,7 @@ haar in het woonvertrek liet duwen. Daar stond een brandende lamp op de tafel, en op de rustbank, geplaatst tegen een der zijwanden, die met bonte kleuren beschilderd waren, lagen de kleederen, de helm, de staf van den centurio en de overige deelen van zijne wapenrusting, -die Phoebicius had afgelegd, vóor hij naar het Mithrasfeest was gegaan, +die Phoebicius had afgelegd, vóor hij naar het Mithrasfeest was gegaan, om zich te tooien met het gewaad van een ingewijde in den leeuwengraad. Het lamplicht deed nu ook Sirona's edele gestalte uit het duister @@ -4142,7 +4106,7 @@ staat hij u goed!--Doe nu die leelijke schaapsvacht eens af en laat zien hoe een Anachoreet er als centurio uitziet." Hermas liet zich dit geen tweemaal zeggen. Hij kleedde zich met de -wapenrusting van den Galliër, en Sirona hielp hem daarbij. +wapenrusting van den Galliër, en Sirona hielp hem daarbij. Het moet toch wel treurig met ons menschen gesteld zijn! Hoe komt het anders, dat wij reeds van onze jeugd zulk een groote lust plegen te @@ -4265,12 +4229,12 @@ dit uw vader ter oore kwam, het zou hem het leven kunnen kosten." "Laat dat maar aan mij over," vervolgde Paulus. "Met haar zal ik den arm wel in 't lid brengen. Daar, neem mijn schaapsvel.--Gij wilt niet? Waarlijk, wie zich niet ontziet den echt te breken, die maakt er -ook geen gewetenszaak van den moordenaar zijns vaders te worden.--Zóo +ook geen gewetenszaak van den moordenaar zijns vaders te worden.--Zóo is het goed! Hier aan den schouder wordt het saamgebonden. En gij zult het noodig hebben, want gij moet van hier weg. Niet voor slechts heden en morgen. Gij verlangdet zoo om de wereld in te gaan; nu zult gij er een proef van kunnen geven, of gij waarlijk in staat -zijt op eigen beenen te staan. Gij gaat eerst naar Raïthoe en brengt +zijt op eigen beenen te staan. Gij gaat eerst naar Raïthoe en brengt daar mijn groet aan den vromen Nikon. Deel hem mede, dat ik op den berg moet blijven; want in mijn langdurig gebed in de kerk ben ik te weten gekomen, dat ik niet waardig ben het ambt van presbyter, dat zij @@ -4279,7 +4243,7 @@ schipper over de Roode zee zetten, en zwerft rond langs den Egyptischen oever. Daar aan de overzijde hebben zich troepen Blemmyers vertoond, die gij in het oog moet houden. Zoodra die wilde gezellen beproeven over te steken, om ons opnieuw te overvallen, moet gij de wacht op den -bergtop waarschuwen. Hoe gij de zee weder over en hen vóor komt, dat +bergtop waarschuwen. Hoe gij de zee weder over en hen vóor komt, dat is uw zaak. Acht gij u zelven dapper en omzichtig genoeg om deze taak te volbrengen?--Ja?--Dat had ik verwacht! Nu, zoo moge de Heer met u zijn. Voor uw vader zal ik zorgen; zijn zegen en die uwer moeder zullen @@ -4295,7 +4259,7 @@ en kuste zijn voorhoofd met vaderlijke teederheid. Daarop zeide hij: "In mijn hol, onder den groenen steen naast den haard, vindt gij zes goudstukken. Neem daarvan drie op de reis mede. Misschien zult gij ze noodig hebben, al ware het alleen voor de schippers. Nu, maak dat -gij in tijds te Raïthoe zijt!" +gij in tijds te Raïthoe zijt!" Hermas vloog den berg op, geheel vervuld van de moeielijke taak, die hem was opgedragen. Het heerlijk vooruitzicht van de belangrijke daden @@ -4310,14 +4274,14 @@ maan werd het al koeler en koeler, en sedert hij Hermas zijn vacht had gegeven, droeg hij niets dan zijn doorzichtig onderkleed. Toch liep hij langzaam en bleef dikwijls staan de armen bewegende en daarbij onsamenhangende woorden in zichzelven sprekende. Hij dacht aan Hermas -en Sirona, aan zijne eigene jeugd, en hoe hij te Alexandrië bij de -donkere Aso en de blonde Simaïtha aan de luiken had geklopt. +en Sirona, aan zijne eigene jeugd, en hoe hij te Alexandrië bij de +donkere Aso en de blonde Simaïtha aan de luiken had geklopt. "Dat kind, die jongen," prevelde hij: "wie had dat wel gedacht? Die Gallische moet wel zeer mooi zijn, en hij--waarachtig, toen hij met de schijf wierp, was ik zelf verbaasd over zijn heerlijken lichaamsbouw. En zijne oogen! Ja, zijne oogen zijn die van -Magdalena. Had de Galliër hem bij zijne vrouw gevonden en hem zijn +Magdalena. Had de Galliër hem bij zijne vrouw gevonden en hem zijn zwaard door het hart gejaagd, dan zou hij straffeloos zijn geweest voor aardsche rechters. Doch zijn vader bleef dit leed bespaard. In de afzondering, zoo meende de oude man, kon de wereld en hare verleiding @@ -4389,10 +4353,10 @@ op doffen heeschen toon: "Wat is dat?" Zij zweeg; doch hij liep op het beddetafeltje toe, waarop haar nachtdrank stond in een schoon gekleurd glas, dat Polycarpus haar -als een aandenken van zijne reis naar Alexandrië had medegebracht, +als een aandenken van zijne reis naar Alexandrië had medegebracht, en streek het met de achterzijde van zijne hand daar af, zoodat het rinkelend in scherven op den grond viel. Zij gaf een gil; het hondje -sprong op haar bed en begon tegen den Galliër te blaffen. +sprong op haar bed en begon tegen den Galliër te blaffen. Daar greep hij het diertje hij den halsband en slingerde het met zooveel geweld in de kamer, dat het jammerlijk begon te huilen. @@ -4442,7 +4406,7 @@ ik om hulp, en vrouw Dorothea en haar echtgenoot zullen mij tegen u beschermen." "Juist," hernam Phoebicius droogjes. "Dat zou u bevallen, wanneer gij -daarover onder éen dak kondet huizen met dien knaap, die u gekleurde +daarover onder éen dak kondet huizen met dien knaap, die u gekleurde drinkglazen medebrengt, die u rozen in het venster werpt, en daarmede misschien den weg heeft bestrooid, waarlangs hij heden tot u wist te komen. Maar er zijn nog wetten, die een Romeinsch burger voor @@ -4483,9 +4447,9 @@ donker kamertje, en die moet zacht zijn, anders schelden uwe vrijers mij uit. Ik zal daar het schaapsvel voor u spreiden. Gij ziet dus hoe ik de geschenken van uwe aanbidders weet te eeren!" -De Galliër barstte in lachen uit, raapte het kluizenaarskleed op en +De Galliër barstte in lachen uit, raapte het kluizenaarskleed op en begaf zich daarmede en met de lamp in het donker vertrek achter de -keuken, waarin thans huisraad en provisiën van allerlei aard bewaard +keuken, waarin thans huisraad en provisiën van allerlei aard bewaard werden, die hij opruimde, om het tot eene slaapkamer in te richten voor zijne vrouw, van wier schuld hij zich overtuigd hield. Hij wist niet wie de man was, ter wille van wien zij hem bedrogen had, @@ -4567,7 +4531,7 @@ gevierd, in plaats van mij met geweld in te houden, dan zou die demon zich niet zoo gemakkelijk van mij hebben meester gemaakt. Hoe vonkelden de oogen van die duivelin, die Mirjam, toen zij mij zeide, dat een man mij bedroog! Zij heeft hem die deze vacht droeg zeker gezien, -doch vóor ik de oase bereikte verloor ik haar uit het oog. Ik geloof +doch vóor ik de oase bereikte verloor ik haar uit het oog. Ik geloof dat zij omkeerde en den berg weder is opgestegen. Wat mag Sirona haar toch wel gedaan hebben? Die vrouw weet anders met hare oogen harten te vangen, gelijk een vogelaar de vogels met zijne fluit. Wat @@ -4582,7 +4546,7 @@ en morgen wordt men zelf geslagen." De centurio vertrok de lippen tot een weemoedig lachje. Vervolgens kwam er sombere ernst in zijne gelaatstrekken, want duidelijk verschenen er allerlei beelden voor zijne ziel, die hem minder welkom waren, en die -hij toch niet geheel van zich kon zetten. Het geweten van den Galliër +hij toch niet geheel van zich kon zetten. Het geweten van den Galliër stond in omgekeerde verhouding tot zijne lichaamskracht. Als het hem goedging, dan had hij met zijn verleden, dat zoo rijk was aan donkere vlekken, weinig te stellen, maar wanneer de zwakheid hem overmande, @@ -4607,7 +4571,7 @@ hij slaakte een luide zucht. Het geluid zijner eigene stem bracht hem in de werkelijkheid terug. Hij was Phoebicius en geen ander, dat wist hij nu, en toch gelukte het hem nog niet geheel en al zich in de werkelijkheid te huis te gevoelen. Het beeld van de schoone -Glycera, die hem naar Alexandrië gevolgd was, en die hij daar had +Glycera, die hem naar Alexandrië gevolgd was, en die hij daar had verlaten, nadat hij zijn laatste stuk geld en hare kostbare sieraden in de Grieksche stad verbrast had, verscheen niet alleen telkens weder voor zijne oogen, maar altijd en altijd weder naast dat van @@ -4655,7 +4619,7 @@ van zijne vrouw mocht breken en het hem gelukken mocht zich op haren verleider te wreken, zonder overhaasting en met inachtneming van alle voorgeschreven vormen. Vervolgens nam hij twee stevige touwen van den wand, richtte zich in al zijne lengte zoo fier op, als moest hij -zijne soldaten vóor den slag moed inspreken, kuchte als een redenaar +zijne soldaten vóor den slag moed inspreken, kuchte als een redenaar op het forum, alvorens zijne voordracht te beginnen, en overschreed met waardigheid den drempel van de slaapkamer. @@ -4682,7 +4646,7 @@ vogel voldoende zouden geweest zijn om zich te verbergen. Eindelijk ontgleden de touwen aan zijne rechterhand, en de linker die het lampje vasthield begon te beven. -Hij vond de luiken van het venster der slaapkamer geopend, en daarvóor +Hij vond de luiken van het venster der slaapkamer geopend, en daarvóor een stoel, waarop Sirona, alvorens Hermas was gekomen, in het maanlicht had zitten kijken. "Hier dus," prevelde hij, schoof de lamp op het nachttafeltje, waarvan hij het glas van Polycarpus had afgeworpen, @@ -4775,7 +4739,7 @@ slaap te kwellen en te verleiden. Wat toch dat vliegend spook in dat witte kleed met die loshangende haren wel in de armen hield? Misschien den steen, die het, als wij het nachtmerrie hebben, ons op de borst wentelt. Die andere scheen wel te vliegen, maar vleugels heb ik toch -niet gezien.--In dit zijgebouw woont zeker de Galliër met zijne eerbare +niet gezien.--In dit zijgebouw woont zeker de Galliër met zijne eerbare vrouw, die den armen Hermas in hare strikken heeft gevangen. Zou zij werkelijk zoo schoon zijn? Doch wat weet die jongen, die te midden van rotsen is opgegroeid, van de aanvalligheid der vrouwen! De eerste de @@ -4790,14 +4754,14 @@ het snorken van den grooten senator en zijne lieve vrouw Dorothea, en het zou toch wel wonder zijn als beiden niet snorkten." Hij stond op en ging aan het venster van Phoebicius' woning staan, -om te luisteren door de half geopende luiken; doch bij de Galliërs +om te luisteren door de half geopende luiken; doch bij de Galliërs was alles stil. Een uur geleden had Mirjam geluisterd naar hetgeen er in Sirona's woning voorviel. Zij was, nadat zij het verraad gepleegd had, Phoebicius van verre gevolgd, en door den stal in den hof van den senator geslopen. Zij moest weten wat daar binnen voorviel en welk -lot de woedende Galliër Hermas en Sirona zou doen ondergaan. Zij was +lot de woedende Galliër Hermas en Sirona zou doen ondergaan. Zij was op alles voorbereid, en de gedachte dat de centurio misschien tegen beiden het zwaard zou hebben getrokken, vervulde haar met een gevoel van bitterzoet welgevallen. @@ -4806,10 +4770,10 @@ Thans zag zij licht door de opening van de luiken, die maar even tegen elkander waren geslagen. Zij verwijderde de houten blinden voorzichtig van elkaar, en trok zich daaraan met alle kracht op, terwijl zij haar naakten voet tegen den muur zette. Daar zag zij -Sirona op haar bed overeind zitten, en tegenover haar den Galliër met -vertrokken gelaatstrekken. Vóor zijne voeten lag het schaapsvel. De +Sirona op haar bed overeind zitten, en tegenover haar den Galliër met +vertrokken gelaatstrekken. Vóor zijne voeten lag het schaapsvel. De doodsbleeke man hield de brandende lamp in zijne rechterhand. Het -licht viel op het plaveisel vóor het bed van Sirona, en weerspiegelde +licht viel op het plaveisel vóor het bed van Sirona, en weerspiegelde juist een groote donkerroode vlek. "Dat is bloed," dacht zij huiverend, en sloot de oogen. @@ -4845,7 +4809,7 @@ meende weder op een doolweg te zijn. "Daar brengt men nu een handvol goeds tot stand," dacht hij, "en tegelijk wordt ons hart vervuld met eene kemelslading trots. Wat klapperen mij de tanden; ik ben toch maar een ellendig wezen! Hoe gevoelde ik mij te midden van al mijne -overdenkingen en aarzelingen toch gestreeld, toen die van Raïthoe +overdenkingen en aarzelingen toch gestreeld, toen die van Raïthoe kwamen, om mij de waardigheid van presbyter aan te bieden! Toen ik voor het eerst met een vierspan overwon, ja, toen heb ik luide gejubeld; maar ik was zeker niet opgeblazener dan bij deze jongste opdracht. Hoe @@ -4878,7 +4842,7 @@ van hare zijde bepaald verklaarde, dat zij niets van Sirona wist. "Des te beter," viel Phoebicius haar in de rede, "zal uw zoon Polycarpus op de hoogte zijn van hare schuilplaats." -"Mijn zoon bevindt zich sedert gisteren voor zaken te Raïthoe," +"Mijn zoon bevindt zich sedert gisteren voor zaken te Raïthoe," antwoordde Petrus op een toon, die geen twijfel overliet, en deze verdenking onbepaald afwees. "Wij verwachten hem eerst heden terug." @@ -4901,7 +4865,7 @@ handelen overeenkomstig hetgeen ik recht heb te vorderen." "Gij zoudt vruchteloos zoeken," antwoordde Petrus, terwijl hij zich met moeite beheerschte. "Mijn woord is 'ja' of 'neen', en ik herhaal -hier nog eens: Neen, wij herbergen én haar én hem niet. Noch Dorothea +hier nog eens: Neen, wij herbergen én haar én hem niet. Noch Dorothea noch ik zijn geneigd ons in uwe aangelegenheden te mengen, maar wij dulden ook niet, dat een ander, wie hij ook zij, zich met onze aangelegenheden bemoeit. Deze drempel wordt alleen overschreden door @@ -4941,7 +4905,7 @@ te overzien, en hij kon zich niet ontveinzen, dat zijne verdenking op zeer zwakke gronden rustte. Tegelijkertijd moest hij zichzelven bekennen dat, als Sirona, in plaats van in het huis van den senator, de wijde wereld in gevlucht was, hij hier zijn tijd verbeuzelde en -hij de uren, die zij hem reeds had afgewonnen om hem vóor te komen, +hij de uren, die zij hem reeds had afgewonnen om hem vóor te komen, op eene bedenkelijke wijze liet aangroeien. Weinige oogenblikken waren voor deze overweging voldoende, en gewoon zichzelven te beheerschen als het noodig was, zeide hij ontwijkend: "Wij zullen zien; het zal @@ -4963,19 +4927,19 @@ den centurio, half tot den bode keerde. "Heer Polycarpus uw zoon," antwoordde de aangesprokene, een donkerbruine man van middelbaren leeftijd, stevig van leden en rad van tong, "laat u en uw huisvrouw groeten en u zeggen, dat hij -vóor den middag met acht man, die hij in Raïthoe heeft aangeworven, +vóor den middag met acht man, die hij in Raïthoe heeft aangeworven, hier zal komen. Vrouw Dorothea zou wel zoo goed zijn allen een goed onderkomen en een maaltijd te bezorgen." "Wanneer hebt gij mijn zoon verlaten?" vroeg Petrus. -"Twee uren vóor zonsondergang." +"Twee uren vóor zonsondergang." Petrus haalde weder ruim adem, want eerst nu was hij ten volle overtuigd van de onschuld zijns zoons. Doch in plaats van thans een hoogen toon aan te slaan, en Phoebicius te laten gevoelen, dat hij hem onrecht had aangedaan, zeide hij vriendelijk, omdat hij deelneming -begon te gevoelen met het ongeluk van den Galliër: "Ik zou wel wenschen +begon te gevoelen met het ongeluk van den Galliër: "Ik zou wel wenschen dat de bode ons ook eenig licht kon geven omtrent het verblijf van uwe vrouw. Zij kon zoo moeielijk aan het stille leven hier in de oase gewennen. Misschien is zij alleen gevlucht om eene stad op te zoeken, @@ -5160,23 +5124,23 @@ mij, ik ken dezen man en zijns gelijken. Hij weet inderdaad niet waar uwe vrouw zich ophoudt, en gij verspilt hier den tijd en de kracht, die gij waarlijk wel moogt gebruiken om Sirona weder te vinden. Ik denk dat zij eene poging zal hebben gewaagd om over zee naar Egypte, -mogelijk wel naar Alexandrië te ontkomen; en daar--gij kent die +mogelijk wel naar Alexandrië te ontkomen; en daar--gij kent die Grieksche stad--daar gaat zij geheel te gronde." -"En bovendien vindt zij," zeide de Galliër lachend, "wat zij zoekt: +"En bovendien vindt zij," zeide de Galliër lachend, "wat zij zoekt: afwisseling en genot. Er is voor zulk een jong schepsel dat de vreugde najaagt, geen dankbaarder bezigheid dan de ondeugd. Maar ik wil haar dat spel verleeren. Gij hebt gelijk, het is niet goed haar langer gelegenheid te geven mij voor te komen. Heeft zij den weg naar zee gevonden, dan kan zij misschien nu reeds.... Heidaar, Talib!" en hij wenkte den Amalekietischen bode van Polycarpus. "Gij komt van -Raïthoe; zijt ge onderweg ook eene vluchtende vrouw tegengekomen, +Raïthoe; zijt ge onderweg ook eene vluchtende vrouw tegengekomen, blank van gezicht en met blonde haren?" De aangesprokene, een vrij man met verstandige oogen, die in het huis van den senator, ook door Phoebicius, als volkomen betrouwbaar en verstandig werd hooggeacht, had deze vraag verwacht, en antwoordde -bereidwillig: "Twee stadiën zoowat vóor El Heswe ben ik de groote +bereidwillig: "Twee stadiën zoowat vóor El Heswe ben ik de groote karavaan van Petra tegengekomen, die gisteren hier in de oase heeft overnacht. Er liep eene vrouw mede zooals gij haar beschrijft. Toen ik hoorde wat hier gebeurd was, wilde ik het reeds zeggen; maar wie @@ -5190,7 +5154,7 @@ karavaan begeleidt, zeide mij, dat die vrouw zeker vluchtende was, want zij had het beschermgeld niet met klinkende munt, maar met een gouden zegelring betaald. -De Galliër herinnerde zich nu, dat hij jaren geleden een gouden +De Galliër herinnerde zich nu, dat hij jaren geleden een gouden ring met een keurig gesneden onyx Glycera, die er nog zoo een bezat, van de vingers had getrokken, en dat hij dienzelfden ring aan Sirona op den bruiloftsdag geschonken had. "'t Is toch vreemd," dacht hij; @@ -5198,7 +5162,7 @@ op den bruiloftsdag geschonken had. "'t Is toch vreemd," dacht hij; zij als een wapen tegen ons, zij 't om andere mannen te bekoren, zij 't om zich een weg te banen, die haar van ons verwijdert. Met een armband van Glycera betaalde ik toen den scheepskapitein, die ons -naar Alexandrië overbracht. Maar ik ben van een ander maaksel dan de +naar Alexandrië overbracht. Maar ik ben van een ander maaksel dan de weekhartige gek, wiens duifje mij navloog. Ik volg het weggevlogen vogeltje en vang het weder op." @@ -5225,7 +5189,7 @@ hare meesteres luide weende en klaagde. Hij verzocht den senator om den bisschop kennis te willen geven van hetgeen de Anachoreet had gedaan, en draafde toen, voorgegaan door den op een dromedaris gezeten Amalekiet Talib, zoo hard hij kon de karavaan achterna, -om deze zoo mogelijk nog te bereiken vóor zij zich aan zee inscheepte. +om deze zoo mogelijk nog te bereiken vóor zij zich aan zee inscheepte. Toen de hoefslag van het muildier zich al verder en verder verwijderde, verliet ook Paulus den hof van den senator. Doch vrouw Dorothea @@ -5234,7 +5198,7 @@ schreden naar den berg richtte: "Waarlijk man, dat was een zonderlinge morgen. Alles wat hier gebeurt schijnt wel zonneklaar te zijn, en toch kan ik het niet begrijpen. Het is of mijn hart wordt toegenepen, wanneer ik denk aan hetgeen de arme Sirona overkomen zal, als haar -woedende echtgenoot haar inhaalt. Het is toch alsof er tweeërlei +woedende echtgenoot haar inhaalt. Het is toch alsof er tweeërlei huwelijken zijn. Het eene sluit de vriendelijkste engel, ja de Algoede zelf, maar het andere.... het laat zich niet indenken!--Hoe zullen die twee in het vervolg samenwonen? En dat onder ons dak! Hun gesloten @@ -5259,7 +5223,7 @@ zoowel als innerlijke bewegingen geheel aan elkander gelijk, en de jager, die de herten in de bosschen van zijn vaderland kent, zal in alle wouden der aarde weten, hoe eene ree zich in ieder bijzonder geval houden zal. Naarmate eene soort er meer op is aangelegd, om -de verschillende individuën zich in grooter verscheidenheid te doen +de verschillende individuën zich in grooter verscheidenheid te doen ontwikkelen, naar die mate zal zij ook eene hoogere plaats innemen in de ontwikkelingsgeschiedenis der schepping. En daarom is het juist die oneindige verscheidenheid van het inwendig leven en zijne openbaringen, @@ -5287,7 +5251,7 @@ terug te brengen, die deze en ook deze alleen konden uitwerken. Slagen doen pijn, schande bezwaart en eene onrechtvaardige straf verbittert het gemoed; doch de ziel van Paulus had een uitweg gezocht en gevonden, waarbij deze eenvoudige stellingen niet van toepassing -waren. Hij was mishandeld, beschimpt en vóor hij de oase verliet +waren. Hij was mishandeld, beschimpt en vóor hij de oase verliet geheel onschuldig tot de zwaarste boete veroordeeld. De bisschop Agapitus had hem, zoodra hij van Petrus had vernomen wat in zijn huis was voorgevallen, tot zich geroepen, en hem, toen hij op zijne @@ -5315,7 +5279,7 @@ met de hand eene der striemen wreef, die de zweep van den centurio op zijn rug had achtergelaten: "Wanneer die daar denken, dat zulk een Gallisch pak slagen zeer goed smaakt, dan dwalen zij. Maar ik geef het toch niet weg voor een zak wijn van Anthylla. Wanneer zij eens -wisten dat ieder hunner ten minste éen van al de striemen toekomt, +wisten dat ieder hunner ten minste éen van al de striemen toekomt, die mij hier pijn doen, hoe zouden zij zich verwonderen! Doch geen hoogmoed! Hoe hebben zij u, mijn Jezus, gegeeseld, en wie ben ik, en hoe verschoonend zijn zij met mij te werk gegaan, nu ik ook eens voor @@ -5384,7 +5348,7 @@ recht op den hemel had verworven. eens een doorn uit den voet heb getrokken, verhaalde mij in het geheim, toen ik gisteren naar de kerk ging, dat de Blemmyers zich achter de zwavelbergen verzamelden. Als zij zich teruggetrokken hebben, -zal het hoog tijd worden Hermas vrijheid te geven naar Alexandrië +zal het hoog tijd worden Hermas vrijheid te geven naar Alexandrië te gaan. Mijn broeder leeft nog, en zal hem om mijnentwil als een bloedverwant ontvangen; want ook deze is gedoopt." @@ -5482,7 +5446,7 @@ ik geloof dat het zeker zijn dood geweest zou zijn! Toch zou ik wel willen dat het zonder dat.... dat--het is nu eenmaal zoo--zonder dat bedrog had kunnen geschieden. Ik ben reeds als heiden een voorstander van waarheid geweest, en heb den leugen in mijzelven en anderen zoo -diep verfoeid, als vader Abraham een moord; hoewel ook deze zijn Izaäk +diep verfoeid, als vader Abraham een moord; hoewel ook deze zijn Izaäk ter slachting voerde, wijl de Heer het hem gebood. En Mozes, toen hij den opzichter versloeg, en Elias, en Debora, en Judith?! Ik heb niet veel minder op mij genomen dan zij, en mijn leugen zal mij wel vergeven @@ -5492,7 +5456,7 @@ Zulke overpeinzingen gaven aan Paulus' ziel het verloren evenwicht terug, en deden hem berusten in zijne daad. Hij begon te overwegen, of hij in zijn voormalig hol en in de nabijheid van Stephanus terugkeeren, of naar eene andere woning omzien zou. Hij besloot tot het laatste; -doch vóor alle dingen moest hij frisch water en eenig voedsel opzoeken, +doch vóor alle dingen moest hij frisch water en eenig voedsel opzoeken, want zijn mond en zijne tong waren geheel verdroogd. Dieper in het dal ontsprong eene bron, die hij wel kende, en in hare nabijheid groeiden velerlei kruiden en wortels, waarmede hij meermalen zijn @@ -5521,7 +5485,7 @@ gemeenschappelijk gebed; maar dan vroeg hij zich weer af, of dan niet ieder rotsblok hier op de bergen een altaar moest heeten; of de blauwe hemel boven zijn hoofd niet duizendmaal grooter en heerlijker was, als het stoutste koepeldak door menschenhanden gebouwd, het kolossaal -gewelf van het Serapeum te Alexandrië niet uitgenomen; en hij dacht +gewelf van het Serapeum te Alexandrië niet uitgenomen; en hij dacht aan het 'Amen' van de steenen, dat vernomen was na de prediking van den blinde. @@ -5553,7 +5517,7 @@ de vluchtende. Zij stond vlak aan den rand van den afgrond, tegen een rots die zich steil en hoog uit de diepte verhief. Dat gezicht vervulde hem met verbazing en ontzetting. Hare lange goudgele haren waren verward en hingen half los, half gevlochten over borst en -schouders neer. Zij stond slechts met éen voet op de rotsvlakte; +schouders neer. Zij stond slechts met éen voet op de rotsvlakte; de andere, die bedekt was met eene dunne en door de scherpe kanten van de rots gescheurde sandaal, zweefde in de lucht boven den afgrond. @@ -5703,7 +5667,7 @@ bij deze kon zij alleen komen wanneer zij naar de oase terugkeerde, en zij had alle grond om te vreezen, dat Phoebicius haar ontdekken zou. Als Polycarpus haar thans eens mocht tegenkomen op zijn terugkeer -van Raïthoe! Maar de weg dien zij verlaten had leidde toch zeker niet +van Raïthoe! Maar de weg dien zij verlaten had leidde toch zeker niet daarheen, maar naar de poort, die meer in het Zuiden was gelegen. Zij wist dat de zoon van den senator haar welgezind was, want niemand had haar ooit met zoo innig welgevallen en met zulk een hartelijke @@ -5717,12 +5681,12 @@ was geweken voor het opgaan der zon aan een wolkenloozen hemel, zich gedurende den dag op den berg schuil te houden, en tegen het aanbreken van den nacht af te dalen naar de zee, ten einde te beproeven met een bootje van den een of anderen schipper naar Klysma en van daar -naar Alexandrië te ontkomen. +naar Alexandrië te ontkomen. Zij droeg een ring aan den vinger met een sierlijk gesneden onyx, keurige oorhangers en een gouden armband aan den linker arm. Dit sieraad was van gedegen goud, en bovendien bezat zij, behalve eenig -zilvergeld, een groot gouden muntstuk, dat haar vader haar, vóor zij +zilvergeld, een groot gouden muntstuk, dat haar vader haar, vóor zij naar Rome vertrok, als teerpenning van zijne armoede had geschonken, en dat zij tot hiertoe uiterst zorgvuldig had bewaard, alsof het een talisman was. Zij bracht thans dit in een stukje linnen genaaid @@ -5766,7 +5730,7 @@ twee platte steenen, in welker een weinig gebogene oppervlakten zich frisch, zoo even geschept water bevond, en die hij, op zijne teenen gaande, met moeite in evenwicht hield, tot de Gallische terugkeerde, meende hij dat de onverbiddelijke dood toch het offer, dat hij hem -ontwrongen had, al te snel had teruggeëischt. Immers Sirona's hoofd +ontwrongen had, al te snel had teruggeëischt. Immers Sirona's hoofd hing machteloos op haar borst, haar aangezicht was naar haar schoot gekeerd, maar daar, waar zich om haar achterhoofd het dichte haar in twee vlechten verdeelde, bemerkte Paulus op de blanke hals van @@ -5868,7 +5832,7 @@ arm geleund naar de gaanderij van het ouderlijk huis gegaan, en toen hij nu met de arme, matte, verlatene Sirona op en neder wandelde, nam zijne verwaarloosde gestalte hoe langer hoe meer de voorname houding van een edelen Griek aan, en in plaats van op den ruwen rotsgrond, -meende hij op den schoone mozaïek-bodem van het ouderlijk huis te +meende hij op den schoone mozaïek-bodem van het ouderlijk huis te wandelen. Paulus was weder Menander, en ofschoon de eerste, zoo als hij zich thans voordeed, bitter weinig deed denken aan den laatste, dien hij in zich gedood had, zoo vervulde den verachten kluizenaar @@ -5898,9 +5862,9 @@ in zittende houding den nacht doorbracht. Hij deed al zijn best den slaap door gebeden te verbannen, maar dikwijls overviel hem de vermoeidheid, en meermalen moest hij aan de Gallische denken, en aan allerlei dingen die hij, als hij nog de rijke Menander was geweest, -in Alexandrië voor haar genoegen zou hebben gekocht. Hij bracht geen -enkel gebed ten einde, want òf de oogen vielen hem toe voor hij het -'amen' had uitgesproken, òf allerlei wereldsche beelden drongen zich +in Alexandrië voor haar genoegen zou hebben gekocht. Hij bracht geen +enkel gebed ten einde, want òf de oogen vielen hem toe voor hij het +'amen' had uitgesproken, òf allerlei wereldsche beelden drongen zich aan hem op en noodzaakten hem, wanneer het hem gelukt was ze van zich te zetten, van voren af te beginnen. In dezen half slapenden, half wakenden toestand, kon hij geen oogenblik tot nadenken of rustige @@ -5949,7 +5913,7 @@ gewaden; ook verzuimde hij zelden zijne weelderige lokken zorgvuldig te ordenen en geurig te zalven. Toch was het hem bijna onverschillig, hoe anderen over zijn uiterlijk dachten, maar hij kende niets edelers dan de menschelijke gestalte, en zekere neiging, waaraan hij geen -weerstand bood, drong hem juist zijn eigen lichaam zóo te onderhouden, +weerstand bood, drong hem juist zijn eigen lichaam zóo te onderhouden, als hij dat van een ander wenschte te zien. In dit nachtelijk uur droeg hij echter niets dan zijn onderkleed van witte wollen stof met donker roode randen. Zijn gewoonlijk zoo keurig geschikte lokken waren verward @@ -5992,14 +5956,14 @@ voer er eene koude rilling door zijne leden en kwam hij in verzoeking het op te nemen en met alle kracht op den grond te slingeren. Doch weldra werd hij deze stormachtige aandoening weder meester, streek hij meermalen met de hand door zijne haren, en plaatste zich ten laatste -met een weemoedig lachje en gevouwen handen vóor zijne schepping. +met een weemoedig lachje en gevouwen handen vóor zijne schepping. Terwijl hij daar al dieper in beschouwing verzonken stond, bemerkte hij niet dat de deur achter hem open ging, hoewel de vlammen zijner lampen, door den tocht bewogen, heen en weer flikkerden, en zijne moeder, die de werkplaats binnentrad, volstrekt het voornemen niet had hem onopgemerkt te naderen en hem te verrassen. Uit zorg voor haren -lieveling, wien de dag van gisteren zoovele illusiën had ontnomen, had +lieveling, wien de dag van gisteren zoovele illusiën had ontnomen, had zij den slaap niet kunnen vatten. De kamer van Polycarpus lag boven haar slaapvertrek, en toen de stappen boven haar hoofd haar zeiden, dat hij, hoewel de morgen weldra zou aanbreken, zich altijd nog niet @@ -6035,7 +5999,7 @@ in den wind kan slaan. Doch wat gij met dit uw beeld bedoelt is toch, zoo ik meen, niet zoo moeielijk te raden. Wijl de verbodene vrucht te hoog voor u hangt, misbruikt gij uwe kunst en vormt gij voor u een beeld, dat haar gelijkt, naar uw smaak! Kom er maar eenvoudig en rond -voor uit: daar uw oog de vrouw van den Galliër niet meer werkelijk +voor uit: daar uw oog de vrouw van den Galliër niet meer werkelijk kan bereiken, en gij den lieflijken aanblik van deze schoone toch niet kunt missen, maakt gij voor u eene beeltenis van klei, om met haar te kozen en afgoderij te plegen, gelijk de joden van weleer met @@ -6063,7 +6027,7 @@ Hij beminde en vereerde zijne moeder met geheel zijn hart, en daar hij gevoelde dat zij door de valsche en onwaardige uitlegging, die zij aan deze daad gaf, hem onrecht aandeed, antwoordde hij op hare ernstige toespraak, terwijl hij biddend de handen tot haar ophief: -"Neen, moeder, neen! Zoo waar God mij helpen mag, zóo is het niet! Wel +"Neen, moeder, neen! Zoo waar God mij helpen mag, zóo is het niet! Wel heb ik dit hoofd geboetseerd, maar niet om het te bewaren en er een zondig spel mede te drijven, maar om mij los te maken van het beeld, dat dag en nacht voor het oog mijner ziel staat, in de stad en in de @@ -6072,7 +6036,7 @@ mijne ziel als ik poog te bidden. Aan wien is het gegeven een mensch in het hart te lezen? Maar is niet de gestalte en het gelaat van Sirona eene wonderbare schepping van den Allerhoogste? Sedert ik haar voor het eerst zag, toen zij in ons huis haar intrek nam, heb -ik mij voorgenomen dit beeld zóo na te bootsen, dat de betoovering, +ik mij voorgenomen dit beeld zóo na te bootsen, dat de betoovering, die de aanblik van de Gallische op mij uitoefende, door ieder zou moeten worden gevoeld, die mijn werk zou beschouwen. Ik moest naar de hoofdstad terugkeeren, en daar verkreeg het werk, dat ik scheppen @@ -6081,7 +6045,7 @@ en te verbeteren in de houding van het hoofd, den opslag der oogen en de uitdrukking van den mond. Maar het ontbrak mij aan moed om de hand aan het werk te slaan, want het scheen mij eene bovenmenschelijke stoute onderneming, het beeld, dat zoo helder voor mijne ziel stond, -door middel van grauwe klei en bleek marmer zóo tot eene werkelijkheid +door middel van grauwe klei en bleek marmer zóo tot eene werkelijkheid te doen worden, dat het voltooide kunstwerk voor de zinnelijke aanschouwing niet minder uitwerking zou hebben, dan het beeld in het heiligdom van mijn gemoed voor mijn geestelijk oog. Intusschen @@ -6113,13 +6077,13 @@ dan zal het mij niet verwonderen.--Aan dit voorwerp hangt het beste deel van mijn leven!" "Genoeg!" viel Dorothea haar zoon in de rede, die diep bewogen en -met bevende lippen vóor haar stond. "Dit moge God verhoeden, dat +met bevende lippen vóor haar stond. "Dit moge God verhoeden, dat dit schijnbeeld u naar lichaam en ziel ten verderve voert. Gelijk ik niets onreins duld in mijn huis, zoo moogt gij het ook niet dulden in uw hart! Wat slecht is, kan nooit schoon zijn, en hoe liefelijk dat gelaat er ook uitziet, zoo heb ik er toch een afkeer van, wanneer ik bedenk, dat het dien weggeloopen bedelaar misschien nog vriendelijker -heeft toegelachen. Als de Galliër haar weer terugbrengt, dan zet ik +heeft toegelachen. Als de Galliër haar weer terugbrengt, dan zet ik haar mijn huis uit, en ik zal met deze handen het beeld vernielen, wanneer gij het niet dadelijk hier in stukken slaat!" @@ -6173,7 +6137,7 @@ haren zoon, en de wonde die zijn jong, bitter bedrogen hart zou doen bloeden, beklaagde de vader Polycarpus, omdat deze teleurgesteld was in zijne hoop van zijne kunst in een groot werk te mogen toonen. En hij herinnerde zich daarbij de zware smartvolle dagen van zijne -eigene jeugd; want ook hij was bij een beeldhouwer te Alexandrië in +eigene jeugd; want ook hij was bij een beeldhouwer te Alexandrië in de leer geweest; ook hij had de werken der heidenen als verhevene voorbeelden bewonderd en getracht na te volgen. Zijn meester had hem zelfs toegestaan zijne eigene ontwerpen uit te voeren. Uit het groot @@ -6184,7 +6148,7 @@ vervuld, hoe genotvol waren voor hem de uren geweest, waarin hij aan het verwezenlijken van deze schepping zijner verbeelding had gearbeid! Daar verscheen zijn strenge vader in de hoofdstad, en zag zijn arbeid -vóor die geheel voltooid was. In plaats van het werk te prijzen, spotte +vóor die geheel voltooid was. In plaats van het werk te prijzen, spotte hij er mede, noemde hij het minachtend een heidensch afgodsbeeld, en beval Petrus terstond met hem terug te keeren en bij hem te blijven; want zijn zoon en erfgenaam moest een vroom christen zijn en bovendien @@ -6226,7 +6190,7 @@ volgde hij Dorothea. Hij vond de deur van de werkplaats open en werd, zonder gezien of gehoord te worden, getuige van de hevige woorden zijner vrouw en de rechtvaardiging van den jongeling, wiens werk, door het licht der -lampen beschenen, daar vóor hem stond. Zijn oog was onafgebroken +lampen beschenen, daar vóor hem stond. Zijn oog was onafgebroken op dat kleibeeld gericht. Hij zag en zag altijd, en werd niet moede het te beschouwen. Zijne ziel werd vervuld met denzelfden eerbied, dezelfde aandachtige bewondering, die hij had gevoeld, toen hij als @@ -6240,13 +6204,13 @@ adem in en slikte een en andermaal met zijn drogen mond, om zijne tranen te bedwingen. Daarbij luisterde hij in groote spanning, om toch geen woord uit Polycarpus' mond te verliezen. -"Zoo, ja zóo alleen ontstaan de groote werken der kunst," zeide hij +"Zoo, ja zóo alleen ontstaan de groote werken der kunst," zeide hij tot zichzelven. "Had de Heer mij met zulke gaven begenadigd als deze bezit, waarlijk, geen vader, geen godheid had mij kunnen dwingen mijne Ariadne onvoltooid te laten. De houding van het lichaam was toch zoo slecht niet, zou ik meenen, maar de kop, het hoofd..... Ja, wie zulk een beeld als dat daar vormen kan, diens blikken en handen -worden door heilige geniën der kunst geleid. Hij die dit hoofd heeft +worden door heilige geniën der kunst geleid. Hij die dit hoofd heeft gemaakt, hij zal nog in later dagen geroemd worden naast de groote meesters van Athene. Hij, ja hij, barmhartige hemel, hij die daar staat is mijn lijfelijke zoon! @@ -6261,7 +6225,7 @@ vernietiging van dit kunstwerk toch nog wel wachten tot morgen. Vergeet het model, mijn jongen, nadat gij er zoo gelukkig gebruik van hebt gemaakt. Ik weet eene betere geliefde voor u, de kunst, wie alles toebehoort, wat de Allerhoogste schoons heeft geschapen; de kunst, -waarop een Agapitus niet smalen kan, háar geheel en onverdeeld!" +waarop een Agapitus niet smalen kan, háar geheel en onverdeeld!" Polycarpus vloog zijn vader in de armen, en de anders zoo ernstige man, zichzelven nauwelijks meester, kuste het voorhoofd, de oogen en @@ -6316,8 +6280,8 @@ de eene niets in hare kinderen prees, wat de ander afkeurenswaardig achtte, en omgekeerd. En wat was er gebeurd in dezen nacht! Op haar streng doemvonnis was -gevolgd, dat haar man den misdadiger had omhelsd. Zóo hard was zij -nog bij geene gelegenheid, zóo weekhartig en teeder daarentegen was +gevolgd, dat haar man den misdadiger had omhelsd. Zóo hard was zij +nog bij geene gelegenheid, zóo weekhartig en teeder daarentegen was Petrus, zoo ver zij zich herinneren kon, nog nooit jegens een harer zonen geweest. Toch had zij over zich kunnen verkrijgen, haar man in het bijzijn van Polycarpus niet te weerspreken en zwijgend met hem de @@ -6368,7 +6332,7 @@ gegaan. Maar hoe ouder zij werden, des te minder kwam dit voor, en sedert langen tijd had geen schaduw de volkomene eenigheid van hun huwelijksleven verstoord. -Toen zij vóor drie jaren, na het huwelijk van hun oudsten zoon, te +Toen zij vóor drie jaren, na het huwelijk van hun oudsten zoon, te zamen aan het venster stonden, onder het opzien naar den sterrenhemel, was Petrus dicht aan hare zijde gaan staan en had gezegd: "Zie hoe die wandelaars daarboven zoo stil en vreedzaam hunne banen @@ -6396,7 +6360,7 @@ rein licht te beschijnen, den voet terug." Dorothea had deze woorden niet vergeten. Zij kwamen haar voor den geest, toen Petrus haar heden zoo hartelijk de hand toestak, en terwijl zij nu hare rechterhand in die van haren echtgenoot legde, zeide zij: -"Om des lieven vredes wil moge het dan goed zijn. Eén ding kan ik +"Om des lieven vredes wil moge het dan goed zijn. Eén ding kan ik toch niet verzwijgen: weekhartige zwakheid is anders uw gebrek niet, maar Polycarpus zult gij toch geheel en al bederven." @@ -6406,7 +6370,7 @@ hoe wij onze rollen verwisselen? Gisteren hebt gij mij tot zachtheid jegens den jongen aangemaand, en heden...." "Heden ben ik strenger dan gij," viel Dorothea hem in de rede. "Wie -kón ook vermoeden dat een oude grauwbaard, even als Ezau zijn erfdeel +kón ook vermoeden dat een oude grauwbaard, even als Ezau zijn erfdeel voor een schotel met linzenbrei, voor een lachend vrouwengezicht van klei de plichten van zijn vaderlijk rechtersambt zou vergeten?" @@ -6550,7 +6514,7 @@ Het was een heerlijke morgen. Geen wolkje was er aan den hemel, die zich als een gewelfd koepeldak van donkerblauwe zijde over den berg, de woestijn en de oase uitbreidde. Het is genotvol op de hoogte van dit gebergte de reine, dunne, aromatische woestijnlucht in te ademen, -vóor de zonnestralen te krachtig hunne werking doen gevoelen, en de +vóor de zonnestralen te krachtig hunne werking doen gevoelen, en de schaduwen van de gloeiende porfierwanden en steenblokken al korter en korter worden, om eindelijk geheel te verdwijnen. @@ -6642,7 +6606,7 @@ zij een goed hart; al dwaalde zij soms, zij is toch zeker niet slecht." Sirona's blik had den zijnen ontmoet, en zuchtend zeide zij: "Gij ziet mij zoo medelijdend aan. Als Jambe echter weder gezond werd, -en het gelukte mij Alexandrië te bereiken, dan zou er misschien in +en het gelukte mij Alexandrië te bereiken, dan zou er misschien in mijn lot nog eene gunstige wending komen." Terwijl zij sprak was Paulus opgestaan om den pot van het vuur te @@ -6692,7 +6656,7 @@ man, die mij vaak was nageloopen, zelf in mijn huis; maar de brave vrouw, bij wie wij inwoonden, had de onderhandelingen afgeluisterd en mij alles verraden. Dat was zoo laag, zoo schandelijk mogelijk; ik bevlek mijne ziel als ik er slechts aan denk. De legaat heeft voor -zijne sesterziën [5] weinig vreugde gekocht. Phoebicius gaf echter +zijne sesterziën [5] weinig vreugde gekocht. Phoebicius gaf echter dat zondig verworven geld niet terug, en zijne woede tegen mij kende geene grenzen, toen hij door toedoen van den bedrogen ouden legaat naar de oase werd overgeplaatst. Thans weet gij alles, en geef mij, @@ -6743,12 +6707,12 @@ Senator, waarin ik zoovele gelukkige uren heb doorleefd, en waar ieder mij welgezind was, is voor mij gesloten, al ware het alleen omdat hij daarin woont. Wanneer gij niet goed tegen mij zijt geweest om mij leed te berokkenen, laat mij dan heden nog vertrekken en help -mij om naar Alexandrië te komen." +mij om naar Alexandrië te komen." "Heden niet, heden in geen geval," antwoordde Paulus. "Eerst moet ik weten wanneer er een vaartuig naar Klysma of Berenice afvaart en dan heb ik nog vele andere dingen voor u in orde te brengen. Gij zijt mij -ook het antwoord schuldig op mijne vraag, wat gij hoopt in Alexandrië +ook het antwoord schuldig op mijne vraag, wat gij hoopt in Alexandrië te doen en te vinden.--Arm kind! hoe jonger en schooner gij zijt...." "Ik weet alles wat gij mij zeggen wilt," viel Sirona hem in de @@ -6791,7 +6755,7 @@ met gouddraad. Misschien kan ik een onderkomen vinden in een huis met kinderen, die ik gaarne overdag zou bezighouden. In mijne vrije uren en in den nacht zou ik dan mijne handen kunnen roeren aan mijn borduurraam, en wanneer ik geld genoeg bijeen heb, vind ik zeker wel -een schip, dat mij naar Gallië tot de mijnen overvoert. Begrijpt gij, +een schip, dat mij naar Gallië tot de mijnen overvoert. Begrijpt gij, dat ik niet tot Phoebicius terug kan keeren, en kunt ge mij helpen?" "Gaarne, en beter misschien dan gij denkt," antwoordde Paulus. "Thans @@ -6845,7 +6809,7 @@ gij het dier gevonden? Waar is....?" Op eens brak hij af, liet den Alexandrijn los, nam hem op met zijne oogen en vroeg hem zacht en langzaam: "Zou het mogelijk zijn? Zijt -gij Paulus uit Alexandrië?" +gij Paulus uit Alexandrië?" De Anachoreet knikte toestemmend. @@ -6877,7 +6841,7 @@ ouden Stephanus gaan begroeten. Doch de Egyptenaar, die hem verpleegde, had hem met booze verwenschingen verjaagd, alsof hij een onreine geest was, en hem steenen nageworpen. Ondanks het verbod van den bisschop, had hij eene poging gewaagd om de kerk in de oase binnen te treden, -ten einde dáar een gebed te doen; hij toch meende dat het voorportaal +ten einde dáar een gebed te doen; hij toch meende dat het voorportaal met de bron, waarin de boetelingen gewoonlijk vertoefden, voor hem niet gesloten zou zijn. Maar de acolythen wezen hem met schimpwoorden af, en de deurwachter, die hem kort geleden den sleutel van de kerk had @@ -6898,7 +6862,7 @@ smaadheid en lijden te dragen. Wat was het dan dat hem tegenover Polycarpus zoo uiterst gevoelig deed zijn, en dat de koorden van zijn geduld, door jarenlange ontbering -zoo stevig bevestigd, opeens dóorsneed? Scheen het den man, die +zoo stevig bevestigd, opeens dóorsneed? Scheen het den man, die zijn eigen vleesch martelde om de ziel te verlossen uit de banden des lichaams, minder zwaar te dragen, dat hij voor een godvergeten zondaar werd gescholden, dan dat zijn persoon en zijne mannelijke @@ -6962,7 +6926,7 @@ in mij het beeld harer schoonheid, dat haar maakt tot het edelste werk van den Allerhoogste. Deze hand heeft uw slachtoffer nog niet aangeraakt, en toch heeft de Allerhoogste Sirona aan niemand zoo geheel in eigendom gegeven als aan mij, omdat zij voor geen ander is, -wat zij voor mij is, en niemand haar zóo zou kunnen liefhebben als +wat zij voor mij is, en niemand haar zóo zou kunnen liefhebben als ik! Zij heeft de aantrekkelijkheid van een engel en het hart van een kind; zij is vlekkeloos en rein, zoo waar als de diamantsteen het is, en de borst van de zwaan, en de morgendauw in de kelk der roos. En @@ -7109,7 +7073,7 @@ elkander zonk. ZESTIENDE HOOFDSTUK. -"Zij zal nog de aandacht wekken van Damianus of Salatiël, of een +"Zij zal nog de aandacht wekken van Damianus of Salatiël, of een ander van die daar boven wonen," dacht Paulus, toen de roepstem van Sirona zich opnieuw deed hooren. Het geluid van haar stem volgende, steeg hij haastig en in spanning den berg op. @@ -7138,7 +7102,7 @@ levendig. "Doch zal hij niet terugkomen?" "Voor heden heeft hij hier boven genoeg vernomen. Wij zullen thans -aan uw reis naar Alexandrië moeten denken." +aan uw reis naar Alexandrië moeten denken." "Ik geloof toch," antwoordde Sirona blozend, "dat ik in uw hol veilig geborgen ben, en te voren hebt gijzelf gezegd...." @@ -7187,7 +7151,7 @@ doen tot Sirona's vlucht. Hoe langer de Alexandrijn hierover nadacht, des te onvermijdelijker scheen het hem, dat hij de Gallische zelf begeleidde, om haar te -Alexandrië in eigen persoon een goed onderkomen te bezorgen. Hij +Alexandrië in eigen persoon een goed onderkomen te bezorgen. Hij wist dat hij vrije beschikking had over het kolossaal vermogen van zijn broeder, dat voor de helft ook het zijne was, en sedert vele jaren begon hij zich voor het eerst weder te verheugen in zijn @@ -7217,7 +7181,7 @@ de vrouw en de dochters van den herder aanschaffen, wat hij noodig had. Niettegenstaande de hemel met nevelen bedekt werd, en een drukkend heete zuidewind was opgestoken, ging hij terstond op weg. Men zag de zon niet meer, maar gevoelde haar verzengenden gloed. Doch Paulus -lette niet op dit voorteeken van een naderenden storm. Haastig, en zóo +lette niet op dit voorteeken van een naderenden storm. Haastig, en zóo verstrooid, dat hij in den kleinen voorraadkelder het eene voorwerp met het andere verwisselde, legde hij brood, de melkkruik en eenige dadels voor den ingang van het hol neer, riep zijne gast toe dat hij @@ -7229,7 +7193,7 @@ zich, zoodra zijne voetstappen niet meer hoorbaar waren, weder over aan den geweldigen stroom van nieuwe en verhevener gewaarwordingen, die na Polycarpus' gloeiende liefdeshymne zich in hare ziel had uitgestort. Paulus was in de laatste uren Menander geworden; de -verlatene vrouw dáar in het hol, de oorzaak van deze omkeering, de +verlatene vrouw dáar in het hol, de oorzaak van deze omkeering, de vrouw van Phoebicius, had eene nog grootere verandering ondergaan. Zij was nog Sirona, en toch Sirona niet meer. @@ -7248,7 +7212,7 @@ Eene ongekende aandoening had zich van haar meester gemaakt, en het was haar sedert Polycarpus' woorden, als vloeide er nieuw en reiner bloed in sneller loop door hare aderen. Elk harer zenuwen trilde als de bladen der populieren in haar vaderland, wanneer zij bewogen -werden door den wind, die tegen den stroom der Rhône opwoei, en het +werden door den wind, die tegen den stroom der Rhône opwoei, en het viel haar moeielijk de rede van Paulus te volgen en nog moeielijker het rechte antwoord op zijne vragen te vinden. Zoodra zij alleen was, zette zij zich op haar nachtleger neder, liet den elleboog op hare @@ -7256,7 +7220,7 @@ knie rusten, legde haar hoofd in de hand, en nu barstte de steeds geweldiger aanwassende en zwellende vloed der hartstocht, die haar had aangegrepen, in eene, in een overvloedigen en warmen tranenstroom uit. -Zóo had zij nog nooit geweend! Dit reine, verkwikkende tranenvocht +Zóo had zij nog nooit geweend! Dit reine, verkwikkende tranenvocht was met geen smart of bitterheid vermengd. Het was of in de ziel der weenende, wonderbloemen van ongekende pracht en heerlijkheid hare kelken openden. En toen hare tranen eindelijk verdroogden, werd het al @@ -7296,7 +7260,7 @@ moet het hem gekost hebben zich zoo te beheerschen! De gedachte dat ook zij rein was en zijner niet onwaardig, vervulde hare ziel met vreugde, en een gevoel van dankbaarheid zonder wederga welde in hare ziel op. -De liefde, die zich op dien éenen man had gericht, schoot nu vleugelen +De liefde, die zich op dien éenen man had gericht, schoot nu vleugelen aan, breidde zich uit over al wat leefde in het heelal, en ging over in een gebed. Na eene diepe ademhaling hief zij de oogen en de handen op. Zij verlangde ieder schepsel, al het geschapene liefde te @@ -7319,7 +7283,7 @@ en zij gedacht de strenge taal, die zij uit Dorothea's mond over den Venus-dienst had gehoord, toen zij haar eens verteld had, hoe de inwoners van Arelate de kunst verstonden om feest te vieren. En Polycarpus, wiens hart zoo vol liefde was, dacht gewis als zijne -moeder, en zij zag hem daar vóor haar zooals hij, achter zijne ouders +moeder, en zij zag hem daar vóor haar zooals hij, achter zijne ouders en naast zijne zuster Marthana, en vaak met deze hand in hand, naar de kerk ging. De zoon van den senator had altijd een vriendelijken blik voor haar, doch niet bij deze wandeling naar den tempel van den god, @@ -7330,7 +7294,7 @@ verbond in het gezin van Petrus een teedere neiging aller harten. Bij deze gedachte viel haar in, dat Paulus haar kort geleden geraden had, zich tot den gekruisigden god der christenen te wenden, die met gelijke liefde jegens allen vervuld was. Voor dezen boog ook -Polycarpus de knieën, misschien juist in deze ure, en wanneer zij +Polycarpus de knieën, misschien juist in deze ure, en wanneer zij hetzelfde deed, zou haar gebed met het zijne samensmelten, en dan was zij toch met den geliefden jonkman, van wien alles haar scheidde, aan dezelfde plaats vereenigd. @@ -7361,14 +7325,14 @@ een ander man? "Maar was ik dan werkelijk de echte en rechte vrouw van dien afzichtelijken booswicht, die mij aan een ander heeft verkocht? Hij -is zóo vreemd aan mijn hart, zóo vreemd, als had ik hem nooit met de +is zóo vreemd aan mijn hart, zóo vreemd, als had ik hem nooit met de oogen gezien. En toch, geloof mij, ik wensch hem geen kwaad toe, en wil tevreden zijn, wanneer ik slechts niet weder tot hem terug moet keeren. Als kind was ik bang voor kikvorschen. Mijne broertjes en zusjes wisten dat, en eens legde mijn broeder Licinius mij zulk een groot beest, dat hij gevangen had, op den hals. Ik kreeg eene rilling en schreeuwde zoo hard ik kon, want het was zoo afschuwelijk nat en -koud, dat ik het niet beschrijven kan. En zóo, juist zoo is het mij +koud, dat ik het niet beschrijven kan. En zóo, juist zoo is het mij sedert dien dag in Rome altijd geweest, als Phoebicius mij aanraakte, en toch durfde ik niet schreeuwen als hij het deed. @@ -7398,7 +7362,7 @@ beeld van eene vriendelijke, schoone jongelingsgestalte. Zij had het model van Polycarpus' in verheven arbeid uitgevoerden "goeden herder" gezien en de aanminnige trekken van dat gelaat niet -vergeten. Dat beeld was haar zóo wel bekend, zij was er zóo mede +vergeten. Dat beeld was haar zóo wel bekend, zij was er zóo mede vertrouwd, als wist zij, wat zij toch niet vermoedde, dat zijzelve voor een deel dat werk had doen slagen. @@ -7432,7 +7396,7 @@ het af, terwijl hij elk harer bewegingen met zijne blikken volgde, en dan voor haar bleef staan en zijne armen opende, wijd--wijd.... Zij verschrikte, drukte de handen voor hare oogen en wierp zich aan -zijne geliefde borst, die zoo vol liefde vóor haar was. Zij wilde +zijne geliefde borst, die zoo vol liefde vóor haar was. Zij wilde onder het storten van heete tranen hare armen slaan om den hals van den dierbaren jonkman. Doch daar verdween reeds het vriendelijk droombeeld, want een vluchtig schijnsel van licht verlichtte de donkere ruimte @@ -7509,7 +7473,7 @@ hij het, ofwel Polycarpus, die haar zocht? Als verbijsterd drukte zij beide handen tegen haar hart. Zij gevoelde zich gedrongen om te roepen, maar waagde het toch niet. Hare tong weigerde haar den dienst. Met angstige spanning luisterde zij naar -het geluid der stappen, die recht vóor haar uit meer en meer naderden. +het geluid der stappen, die recht vóor haar uit meer en meer naderden. De nachtelijke wandelaar merkte de schemering op van haar wit gewaad en riep haar bij den naam. @@ -7527,7 +7491,7 @@ in het akelig donker. Had ik mijn hondje nog maar bij mij gehad, dat was ten minste een levend wezen." "Ik heb mij gehaast zooveel ik kon," hernam Paulus. "De paden zijn -hier minder effen dan de wandelwegen te Alexandrië in de Canobische +hier minder effen dan de wandelwegen te Alexandrië in de Canobische straat, en daar ik niet evenals de Cerberus, die aan de voeten van Serapis zit, drie halzen heb, zoo zou het wijzer van mij geweest zijn, indien ik wat minder haastig tot u ware terug gekeerd. De stormvogel @@ -7538,7 +7502,7 @@ terug en laat mij wat ik hier voor u op den arm draag in den drogen gang leggen. Ik breng goede tijding. Morgen avond breken wij op, tegen dat de duisternis valt. Ik heb voor een vaartuig gezorgd, dat ons naar Klysma zal brengen, en vandaar geleid ikzelf u naar -Alexandrië. In het schaapsvel dat ik hier heb zult gij de kleederen +Alexandrië. In het schaapsvel dat ik hier heb zult gij de kleederen en den sluier van eene Amalekietische vrouw vinden. Als uw spoor voor Phoebicius verborgen zal blijven, dan moet gij u deze vermomming laten welgevallen, want zoodra de lieden daarbeneden u zien, zooals @@ -7548,7 +7512,7 @@ hun verschenen was, haastig verder verspreiden tot in de oase." "Maar ik meen dat ik hier goed verborgen ben," antwoordde Sirona. "Ik ben bang voor dien zeetocht. En al gelukte het ons ook zonder -tegenspoed Alexandrië te bereiken, dan weet ik toch niet...." +tegenspoed Alexandrië te bereiken, dan weet ik toch niet...." "Het is mijne zaak dan voor u te zorgen," viel Paulus haar in de rede, met eene zekerheid, die bijna overmoedig scheen en Sirona @@ -7571,7 +7535,7 @@ zonderlinge beschermer haar toezegde! Thans echter hadden al deze dingen voor haar niet de minste aantrekkelijkheid, en met het vaste voornemen Paulus, dien zij begon te mistrouwen, in geen geval te volgen, antwoordde zij, terwijl zij zijn groet koel beantwoordde: -"Vóor morgen avond verloopen nog vele uren, waarin wij dit alles +"Vóor morgen avond verloopen nog vele uren, waarin wij dit alles overleggen kunnen." Terwijl de Alexandrijn met veel moeite vuur ontstak, bleef zij weder @@ -7585,7 +7549,7 @@ Paulus nam terstond eene scherf, trok een draad uit zijn gescheurd wollen kleed, draaide dien in elkander, legde hem als een pit in de vette vloeistof, stak hem aan zijn langzaam opflikkerend vuurtje aan, en gaf Sirona dit meer dan eenvoudige lichtje in de hand met -de woorden: "Hiermede zult gij geholpen zijn. In Alexandrië zal ik +de woorden: "Hiermede zult gij geholpen zijn. In Alexandrië zal ik echter voor lampen zorgen, die beter gezien mogen worden en door knapper kunstenaars gemaakt zijn." @@ -7650,7 +7614,7 @@ bliksem, de bij stroomen neervallende regen en de duisternis van den nacht hielden hem niet tegen, en terwijl hij doornat en dood moede, onder allerlei gevaren al tastend van rots tot rots opsteeg, dacht hij aan niets dan aan haar, en hoe hij haar het zekerst naar -Alexandrië kon overbrengen en dáar met alles omgeven, wat maar ooit +Alexandrië kon overbrengen en dáar met alles omgeven, wat maar ooit eene vrouw aangenaam kan zijn. Niets, volstrekt niets begeerde hij voor zichzelven, en wat hij overlegde en de plannen die hij maakte, hadden enkel en alleen betrekking op hetgeen hij voor haar zou kunnen doen. @@ -7692,7 +7656,7 @@ ruimte. Maar het bestraalde het hoofd, den hals en de armen, die met een eigen licht schenen te schitteren, en het lichtend vermogen van de zwakke vlam te verhoogen en te wijden. -Paulus bleef met ingehouden adem op zijne knieën liggen, en zijne +Paulus bleef met ingehouden adem op zijne knieën liggen, en zijne blikken vestigden zich met klimmende aandoening op het lieflijk beeld der slapende. Sirona droomde. Haar met blonde lokken omgeven hoofd rustte op een hoog kussen van kruiden, en haar zacht blozend gelaat @@ -7722,7 +7686,7 @@ als door eene plotselinge verschijning verschrikt, achteruit ging, en zijne blikken, in plaats van op den rooden mond, op de hand vestigde, die op het voorhoofd van de slapende rustte. Het licht van het lampje weerspiegelde zich in een gouden ring aan Sirona's vinger en bestraalde -helder een onyx, waarin het beeld van de godin der stad Antiochië, +helder een onyx, waarin het beeld van de godin der stad Antiochië, Tyche, die een bol op het hoofd en de hoorn van Amalthea in de hand draagt, gesneden was. @@ -7741,7 +7705,7 @@ Eindelijk riep hij Sirona met luider stem, en toen zij hevig verschrikt ontwaakte, vroeg hij dringend: "Wie gaf u dien ring daar?" "Phoebicius heeft mij dien ring geschonken," antwoordde de -Gallische. "Hij zeide dat hij dien, vele jaren geleden, in Antiochië +Gallische. "Hij zeide dat hij dien, vele jaren geleden, in Antiochië ten geschenke had gekregen, en dat hij door een groot kunstenaar gesneden was. Maar ik ben er niet meer op gesteld, en wanneer hij u bevalt, moogt gij hem hebben." @@ -7749,13 +7713,13 @@ bevalt, moogt gij hem hebben." "Werp hem weg," riep Paulus, "want hij brengt u geen geluk!" Daarop herstelde hij zich, ging met gebogen hoofd naar buiten, wierp -zich daar op den natten steenbodem vóor den haard neder en riep: +zich daar op den natten steenbodem vóor den haard neder en riep: "Magdalena, gij reinste! Uit eene Glycera zijt gij eene heilige martelares geworden en hebt gij den weg ten hemel gevonden. Ook ik had mijne reis naar Damascus, en vermeette mij den naam van Paulus aan te nemen, en nu.... nu....?" -Door vertwijfeling aangegrepen sloeg hij zich vóor het voorhoofd en +Door vertwijfeling aangegrepen sloeg hij zich vóor het voorhoofd en zuchtte: "Alles, alles te vergeefs!" @@ -7792,7 +7756,7 @@ dat ten hemel leidt, en zich niet van den goeden weg laat afdringen, hem komt den zegepalm toe. Maar ik, ik wandel eenzaam daarheen, en een knaap en eene vrouw, die mij tegenkomen, dreigen en wenken mij, en ik vergeet mijn levensdoel en begeef mij in den modderpoel van den -booze. Neen, zóo niet, niet hier kan ik vinden wat ik najoeg! Maar +booze. Neen, zóo niet, niet hier kan ik vinden wat ik najoeg! Maar hoe dan, waar dan?--Verlicht mij, Heer, en zeg mij wat ik doen moet!" Onder deze gedachten richtte hij zich op, knielde neder en bad uit @@ -7865,7 +7829,7 @@ nemen, en luisterde. Hij kende elke rots in de nabijheid der bron, en toen het zonderling gesteun zich andermaal liet hooren, wist hij dat het van eene plaats kwam, waar hij vaak had gerust. Want eene groote vlakke rots, door een stevigen pijler van graniet gesteund, -stak dáar ver boven het andere gesteente uit, en verleende zelfs op +stak dáar ver boven het andere gesteente uit, en verleende zelfs op den middag, wanneer nergens een voet breed schaduw was te vinden, beschutting tegen de zonnestralen. Misschien had een gewond dier onder dat dak, hetwelk ook de regen afweerde, een schuilplaats gezocht. @@ -7873,7 +7837,7 @@ onder dat dak, hetwelk ook de regen afweerde, een schuilplaats gezocht. Paulus ging behoedzaam vooruit. Daar klonk het steunen luider en smartelijker dan te voren, en--er viel niet aan te twijfelen, het was de klaagtoon van een mensch. De Anachoreet slingerde opeens den -steen weg, wierp zich op de knieën en vond weldra op den drogen bodem +steen weg, wierp zich op de knieën en vond weldra op den drogen bodem onder het steenen afdak, in den uitersten hoek van deze schuilplaats, een roerloos menschelijk lichaam. @@ -7917,7 +7881,7 @@ in den schoot van den Anachoreet rustte, nog meer uitkomen. "Hij sterft," prevelde Paulus en keek in doodsangst, met ingehouden adem en naar hulp uitziende, naar beneden in het dal en naar de -hoogten boven hem. Daar vóor hem lag de majestueuse bergmassa, door +hoogten boven hem. Daar vóor hem lag de majestueuse bergmassa, door het morgenrood in gloed gezet, omgeven door fijne lichtende nevelen, de berg, waar de Heer in steenen tafelen de wet voor zijn volk en alle volken had gegrift, en het was hem als zag hij de reuzengestalte van @@ -7934,7 +7898,7 @@ luider. Half verbijsterd van aandoening, vernamen zijne ooren niet anders dan dat vreeselijk bevel: "Gij zult niet dooden!" en dan dat andere: "Gij zult niet begeeren uws naasten vrouw!" en voorts het derde: "Gij zult niet echtbreken!" en eindelijk het vierde: "Gij -zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben!" Wie éen van +zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben!" Wie éen van deze geboden overtreedt, die is verdoemd, en hij, hij had ze allen overtreden, overtreden op het doornig pad tot het zalige leven! @@ -7943,7 +7907,7 @@ naar den berg op. "Wat was dat?" -Op den top van den Sinaï, vanwaar de Pharanietische wachters +Op den top van den Sinaï, vanwaar de Pharanietische wachters gewoon waren uit te zien, woei een doek, ten teeken dat er vijanden naderden. Hij bedroog zich niet. En toen hij nu, met het oog op het naderend gevaar, zijne krachten verzamelde, en weder in staat was @@ -7997,7 +7961,7 @@ die doodziek is. Haast u naar beneden in de oase, en zeg den senator, zeg vrouw Dorothea...." "Ik heb thans wel wat anders te doen," viel de herderin hem in de rede, -"Hermas zendt mij naar Galasius, Psoës en Doelas, om ze te roepen. Als +"Hermas zendt mij naar Galasius, Psoës en Doelas, om ze te roepen. Als ik beneden in de oase kwam, dan sloten ze mij op, en lieten mij niet meer naar den berg terugkeeren.--Wat is er toch met dien armen jongen gebeurd? Maar wat komt het er op aan? Heden is er wat anders voor @@ -8020,14 +7984,14 @@ op zijn schouder en droeg hem haastig den berg op naar zijn hol. Eer hij dit bereiken kon hoorde hij voetstappen en een luiden kreet van smart. Weinige oogenblikken later stond Sirona aan zijne zijde en -riep op hartstochtelijken toon: "Ja, hij is het! En zóo, zóo! Maar -hij moet leven, want ware hij dood, dan zou uw god der liefde zóo -onverbiddelijk, zóo hard, zóo wreed zijn, dan zou.... dan zou...." +riep op hartstochtelijken toon: "Ja, hij is het! En zóo, zóo! Maar +hij moet leven, want ware hij dood, dan zou uw god der liefde zóo +onverbiddelijk, zóo hard, zóo wreed zijn, dan zou.... dan zou...." Zij kon niet meer spreken, want tranen verstikten hare stem. Zonder op haar klagen te letten, ging Paulus haar haastig voor, trad het hol binnen, legde den bewustelooze op hare legerstede neder, en zeide, -toen Sirona zich op de knieën wierp en hare lippen op de slappe hand +toen Sirona zich op de knieën wierp en hare lippen op de slappe hand van den jongeling drukte, ernstig maar vriendelijk: "Wanneer gij hem waarlijk liefhebt houd dan op met klagen! Hij is hier aan het hoofd sedert gisteren zwaar gewond. Ik heb zijne wond gewasschen. Verbind @@ -8037,7 +8001,7 @@ wrijven, hem brood en eenige druppels wijn geven. Dat alles zult gij, benevens olie--want gij zult ook licht noodig hebben--in den kleinen kelder hiernaast vinden. -"Ik moet nu naar de broeders, en keer ik vóor morgen niet terug, +"Ik moet nu naar de broeders, en keer ik vóor morgen niet terug, laat het dan aan de moeder van den armen jongeling over hem verder te verplegen. Zeg haar ook dat ik, Paulus, in toorn hem deze wonde heb toegebracht. Zij moge het mij vergeven, als zij kan, en ook @@ -8050,7 +8014,7 @@ van het hol. Sirona verschrikte en riep: "Dat is de Romeinsche tuba: ik ken den toon. Phoebicius zal hier voorbij trekken!" "Hij doet zijn plicht," viel Paulus haar in de rede. "En thans nog -dit ééne. Ik zag in den afgeloopen nacht aan uw hand een ring met +dit ééne. Ik zag in den afgeloopen nacht aan uw hand een ring met een onyx." "Daar ligt hij," antwoordde Sirona, en wees naar het uiterste einde @@ -8109,7 +8073,7 @@ op de roovers neer te rollen of te slingeren. Men had ook in den rotsbodem van de door den muur ingeslotene vlakte een waterput geboord, en droeg zorg dat deze altijd was gevuld. Zulke maatregelen van voorzichtigheid waren noodig, want van twee zijden -dreigde den Anachoreten gevaar. Vooreerst van de Ismaëlietische +dreigde den Anachoreten gevaar. Vooreerst van de Ismaëlietische Saracenen, die uit het oosten op hunne rooftochten de berg- en oase-bewoners overvielen en plunderden, even snel vluchtende als zij onverwacht aangrepen. Ten anderen van de Blemmyers, de onbeschaafde @@ -8157,9 +8121,9 @@ niet iemand de Anachoreten gewaarschuwd had. Die man was Hermas. De jongeling had, gehoorzaam aan het bevel van Paulus, drie van diens goudstukken bij zich gestoken, zich van pijl en boog en wat brood -voorzien, en vervolgens, nadat hij vóor den ingang van het hol zijns +voorzien, en vervolgens, nadat hij vóor den ingang van het hol zijns vaders den sluimerende een zachten groet had toegeroepen, zich naar -Raïthoe begeven. Blijmoedig in het gevoel van zijne mannelijke kracht, +Raïthoe begeven. Blijmoedig in het gevoel van zijne mannelijke kracht, trotsch op de moeielijke taak een aanstaand krijgsman waardig, die hem was opgelegd en die hij dankbaar had aanvaard, om haar te volbrengen, zij het ook ten koste van zijn leven, snelde hij bij het licht der @@ -8180,7 +8144,7 @@ het hart drong en sneller aan zijne slapen begon te kloppen, hield hij geheel en al op te denken, en het eenige wat hem voortdreef was enkel de wensch, zijn naaste doel zoo spoedig mogelijk te bereiken. -In de derde namiddagure zag hij van verre de palmen van Raïthoe, en met +In de derde namiddagure zag hij van verre de palmen van Raïthoe, en met nieuwe krachtsinspanning ijlde hij daarheen. Eer de zon onderging, had hij den hem door Paulus aangewezen Anachoreten medegedeeld, dat de Alexandrijn hunne uitnoodiging afsloeg en besloten was op den @@ -8201,7 +8165,7 @@ van zijn binnenste gevolgd, dan zou hij zich omgekeerd hebben en op de vlucht zijn gegaan. Doch reeds had zijn helder oog den matten en onderzoekenden blik van den centurio ontmoet, en zich schamende over zichzelven bleef hij staan, sloeg de armen over elkaar en verwachtte -den naderenden Galliër trotsch en onbeschroomd. +den naderenden Galliër trotsch en onbeschroomd. Talib had den jonkman vroeger aan zijns vaders zijde gezien en herkende hem. Hij vroeg hem dus of hij reeds lang hier was, of regelrecht van @@ -8209,7 +8173,7 @@ den berg kwam. Hermas antwoordde overeenkomstig de waarheid, en wist nu dat de centurio het niet op hem gemunt had. Op dit punt geheel gerust -gesteld, zag hij den Galliër niet zonder nieuwsgierigheid aan, en er +gesteld, zag hij den Galliër niet zonder nieuwsgierigheid aan, en er speelde een lachje om zijn mond, toen hij zag hoe zich die magere, door den langen en snellen rit afgematte oude man, nauwelijks meer op zijn beest in evenwicht kon houden, en hij daarbij bedacht, dat deze @@ -8234,13 +8198,13 @@ en heeft...." "Wat zij misdreven heeft, gaat mij alleen aan," viel Phoebicius zijn begeleider bits in de rede. "Ik hoop dat die daar beter gezien heeft -dan gij, daar gij die huilende weduwe uit Aïla met haar kind op den +dan gij, daar gij die huilende weduwe uit Aïla met haar kind op den arm, die de karavaan achterna liep, voor Sirona hebt gehouden.--Hoe heet gij, knaap?" "Hermas," antwoordde de aangesprokene. "En wie zijt gij?" -De Galliër opende den mond tot een heftig antwoord, maar hij hield het +De Galliër opende den mond tot een heftig antwoord, maar hij hield het terug en zeide: "Ik ben de centurio des keizers en vraag u hoe de vrouw er uitzag, die gij gezien hebt, en waar gij haar hebt aangetroffen?" @@ -8259,7 +8223,7 @@ en het hazenwindje dat haar volgde noemde zij Jambe." "In het visschersdorp aan den voet van den berg," antwoordde Hermas. "Zij steeg in een bootje en voer weg." -"Naar het noorden?" vroeg de Galliër. +"Naar het noorden?" vroeg de Galliër. "Ik geloof het wel," antwoordde Hermas, "maar ik weet het niet, want ik had haast en kon haar niet nakijken." @@ -8326,7 +8290,7 @@ Hij begon op nieuw te roeien en begreep intusschen, dat hij wat beters te doen had dan aan eene vrouw te denken. Het gelukte hem ook gemakkelijk Sirona geheel te vergeten, want in de eerstvolgende dagen wachtten hem alle ervaringen van het krijgsleven. Er waren -nauwelijks twee uren na zijne afvaart van Raïthoe verloopen, toen hij +nauwelijks twee uren na zijne afvaart van Raïthoe verloopen, toen hij een ander werelddeel betrad. Zoodra hij eene veilige ligplaats voor zijne boot had gevonden, sloop hij in het gebergte om de Blemmyers te beloeren. Reeds op den eersten dag bereikte hij het dal, waarin @@ -8343,8 +8307,8 @@ Zoodra het donker werd naderde de Anachoreet in zijn vaartuig de plek, waar de overtocht zou plaats hebben, en toen de Blemmyers in dien vreeselijken onweersnacht hunne eerste boot in het water trokken, zeilde Hermas den vijanden vooruit, landde met groot gevaar aan de -westelijke helling van den berg en beklom zoo snel hij kon den Sinaï, -om de Pharanietische wachters op de uitkijkposten te waarschuwen. Vóor +westelijke helling van den berg en beklom zoo snel hij kon den Sinaï, +om de Pharanietische wachters op de uitkijkposten te waarschuwen. Vóor zonsopgang bereikte hij de moeielijk te beklimmen toppen, wekte de trage verspieders, die hunne posten hadden verlaten, en vloog, eer deze de wachttorens bestegen, de vanen geheschen en de metalen @@ -8356,7 +8320,7 @@ den ouden man water gehaald, ook nadat die nieuwe, zwaarmoedige en knorrige verpleger in Paulus' plaats was gekomen. Zij leefde van wortels en het brood, dat de kranke haar gaf, en legde zich des nachts in eene haar sedert lang bekende diepe en droge rotsspleet -te slapen neder. Vóor zonsopgang verliet zij hare harde legerstede, +te slapen neder. Vóor zonsopgang verliet zij hare harde legerstede, om de kruik van den lijder te vullen en met Stephanus over Hermas te spreken. Zij bewees den ouden man gaarne een dienst, daar zij van zijne lippen, zoo vaak zij tot hem kwam, den naam zijns zoons @@ -8376,7 +8340,7 @@ van dien overtocht zijns zoons om op kondschap uit te gaan door Paulus slechts verzonnen, om den kranke te sparen en langzamerhand aan het verlies van zijn kind te gewennen. Toch wilde zij maar al te gaarne gelooven dat Hermas leefde, en wanneer zij zich eerst laat in den -avond uit de nabijheid van het hol verwijderde, en reeds vóor de zon +avond uit de nabijheid van het hol verwijderde, en reeds vóor de zon was opgegaan de kruik van den kranke wederom vulde, dan geschiedde dit alleen omdat zij zich overtuigd hield, dat hij die verdwenen was bij zijn terugkeer niemand eerder zou opzoeken dan zijn vader. @@ -8432,7 +8396,7 @@ weerspiegelde zich zoo helder en rein de zalige zonneschijn van haar hart, dat dezelfde snaren weerklonken in de ziel van den jongeling, en hij ook haar een vroolijk welkom toeriep. -Zóo had hij haar nog nooit begroet. Even als een frissche dronk, +Zóo had hij haar nog nooit begroet. Even als een frissche dronk, waarmede eene vriendelijke hand de lippen van een versmachtende nadert, zoo verkwikte de toon zijner stem haar arm, gemarteld hart. Hare ziel gevoelde zich zoo rijk in verrukking, zoo vervuld van dankbaarheid als @@ -8457,7 +8421,7 @@ komen. Is Paulus bij mijn vader?" "Neen, maar ik weet waar hij zich ophoudt." "Dan moet gij hem roepen," hernam de jongeling. "Hem eerst, en dan -Gelasius en Psoës en Doelas, en wien gij maar van de kluizenaars +Gelasius en Psoës en Doelas, en wien gij maar van de kluizenaars vindt. Zij moeten zich allen verzamelen in het kasteel bij den ijlweg. Ik zal thans mijn vader daarheen brengen. Maak gij echter voort en toon, dat men u vertrouwen kan." @@ -8505,13 +8469,13 @@ vervolging had hen naar de woestijn gedreven, maar de hoop op eene overwinning, die moeielijker dan eenige andere te behalen was. Alle Anachoreten, die zich bij de wachtposten verzameld hadden, -waren Egyptenaars en Syriërs, en vooral onder de eerste bevonden zich +waren Egyptenaars en Syriërs, en vooral onder de eerste bevonden zich velen, die reeds in den dienst van de oude goden uit hun vaderland zekere voorliefde hadden getoond voor onthouding en boete, en nu als christenen zulke plaatsen kozen tot het tooneel hunner vrome oefeningen, waar de Heer zich aan zijne uitverkorenen geopenbaard -had. Later werd niet alleen de Sinaï maar ook de geheele landstreek -van Petraeïsch Arabië, die, naar men zegt, de joden na hun uittocht +had. Later werd niet alleen de Sinaï maar ook de geheele landstreek +van Petraeïsch Arabië, die, naar men zegt, de joden na hun uittocht onder aanvoering van Mozes doortrokken, met asceten van dezelfde soort bevolkt, welke aan de plekken waar zij zich nederzetten de namen gaven van de in den bijbel voorkomende rustplaatsen, waar het uitverkoren @@ -8524,7 +8488,7 @@ Het dreigend gevaar had al deze verachters van de wereld en het leven, die het oog onafgebroken op den dood gericht hielden, met stormachtige drift bij den wachttoren saamgebracht. De oude Kosmas alleen, die zich met zijne vrouw, die hier gestorven was, op den -Sinaï had teruggetrokken, was in zijn hol gebleven, en verklaarde zijn +Sinaï had teruggetrokken, was in zijn hol gebleven, en verklaarde zijn lotgenoot Gelasius, die hem drong te vluchten, dat hij te vreden zou zijn, op welken tijd of van welke plaats de Heer hem ook opriep. Het lag in Gods hand of de ouderdom dan wel een pijlschot voor hem de @@ -8580,9 +8544,9 @@ beneden te wentelen. Komt het tot een strijd, dan zien mijne oude soldatenoogen, hoe dof zij ook geworden zijn, met behulp der uwen toch veel, waarvan gij jongeren partij kunt trekken. Maar voor alle dingen is noodig, opdat de roovers het niet te gemakkelijk hebben, -dat hier éen het bevel voert en dat de anderen gehoorzamen." +dat hier éen het bevel voert en dat de anderen gehoorzamen." -"Gij, mijn vader," sprak hierop de Syriër Salatiël, "hebt in het +"Gij, mijn vader," sprak hierop de Syriër Salatiël, "hebt in het leger des keizers gediend, en bij den laatsten aanval uw moed en uwe krijgskunst getoond. Wees gij onze bevelhebber!" @@ -8604,7 +8568,7 @@ maar in lichaamskracht en in wilden moed is hij uw meerdere. Wie onder u zou zich in zijne plaats willen stellen, wanneer gij hem als aanvoerder verwerpt?" -"Orion van Saïs," riep een der Anachoreten, "is groot en sterk. Als +"Orion van Saïs," riep een der Anachoreten, "is groot en sterk. Als hij wilde...." Maar Orion weigerde bepaald dit gevaarlijk ambt op zich te nemen, @@ -8633,9 +8597,9 @@ afscheid, want hij hoorde de Romeinsche krijgstrompet en den trommel van de jeugdige manschappen uit Pharan, die langs den ijlweg naar boven kwamen, om den vijand tegen te trekken. Hij wist waar de hoofdmacht der Blemmyers stond en deelde dit den centurio Phoebicius en den -bevelhebber der Pharanieten mede. De Galliër deed Hermas eenige korte +bevelhebber der Pharanieten mede. De Galliër deed Hermas eenige korte vragen. Hij had den jonkman terstond weder herkend, want sedert hij -hem aan de haven van Raïthoe had aangetroffen, kon hij zijne oogen, +hem aan de haven van Raïthoe had aangetroffen, kon hij zijne oogen, die hem aan Glycera herinnerden, niet vergeten. Nadat hij snelle en bepaalde antwoorden ontvangen had, deelde hij haastig en met omzichtigheid zijne bevelen uit. @@ -8655,11 +8619,11 @@ geval kon de centurio zich met de zijnen in het kasteel terugtrekken, en zich aldaar verdedigen, tot de soldaten uit de naburige havenplaats, naar wie men boden had uitgezonden, tot ontzet kwamen opdagen. -De bevelen van den Galliër werden onverwijld opgevolgd, en Hermas +De bevelen van den Galliër werden onverwijld opgevolgd, en Hermas marcheerde aan de spits van de hem toevertrouwde schare zoo trots en zich van zijne kracht bewust, als ware hij een keizerlijk veteraan, die zijn legioen in het veld voert. Hij droeg pijl en boog op den rug, -en een strijdbijl, dien hij in Raïthoe gekocht had, in de hand. +en een strijdbijl, dien hij in Raïthoe gekocht had, in de hand. Mirjam beproefde de door hem aangevoerde krijgers te volgen, doch hij merkte haar op en riep haar toe: "Op de wacht, kind, bij mijn @@ -8713,7 +8677,7 @@ vermaning van den Alexandrijn hierheen en daarheen, en de meesten voegden zich eindelijk bij de ouden en zwakken, wier lofzangen steeds klagender werden, hoe meer het gevaar naderde. -Het luidst jammerde de groote Saïet Orion. Deze riep met opgeheven +Het luidst jammerde de groote Saïet Orion. Deze riep met opgeheven handen: "Wat wilt gij van ons armen, o Heer? Toen Mozes uw uitverkoren volk op deze plaats slechts veertig dagen liet, viel het dadelijk van u af, en wij, wij brengen ook zonder aanvoerder ons leven door @@ -8722,7 +8686,7 @@ en alle lijden op ons genomen, om u welbehagelijk te zijn! En nu razen weder die afschuwelijke heidenen rondom ons, en willen ons dooden. Is dat de prijs van onzen strijd en ons standvastig lijden?" -De ouderen stemden in met de klacht van den man uit Saïs. Maar Paulus +De ouderen stemden in met de klacht van den man uit Saïs. Maar Paulus trad in hun midden, berispte hunne kleinmoedigheid en smeekte hen met warme, dringende woorden op hunne posten terug te keeren, opdat ten minste de muur aan de gemakkelijker te beklimmen oostelijke helling @@ -8734,7 +8698,7 @@ Reeds maakten eenige Anachoreten zich gereed, om de vermaning van den Alexandrijn te volgen, toen een ontzettend gehuil zich dicht bij den voet van hun toevluchtsoord hooren liet. Dit was het geschreeuw van de Blemmyers, die de Pharanieten vervolgden. Vol angst drongen zij -weder op éen hoop te zamen. Toen de Syriër Salatiël, die zich aan +weder op éen hoop te zamen. Toen de Syriër Salatiël, die zich aan den rand van de helling gewaagd en over den schouder van den ouden Stephanus in de vlakte gezien had, met de bange kreet: "De onzen vluchten!" naar zijne metgezellen terugvloog, schreeuwde Gelasius @@ -8750,9 +8714,9 @@ Paulus had zich, buiten zichzelven en radeloos, van de klagenden afgewend, en ging met Stephanus den loop van den strijd na. De Blemmyers waren in groote menigte komen opdagen, en hun aanval, dien de Pharanieten eerst slechts in schijn moesten ontwijken, was -zoo geweldig, dat én deze én de strijdgenooten, die zich met hen +zoo geweldig, dat én deze én de strijdgenooten, die zich met hen in de vlakte vereenigden, niet in staat waren weerstand te bieden, -en teruggedrongen werden tot dáar waar de kloof van den ijlweg +en teruggedrongen werden tot dáar waar de kloof van den ijlweg smaller werd. "Het gaat niet, zooals wij gewenscht hadden," zeide Stephanus. "En die @@ -8763,7 +8727,7 @@ De Anachoreten zagen zijne gebaren, gelijk aan die van een vertwijfelende. "Verlaat ons dan alles?" riep Sergius uit. "Waarom ontsteekt het doornbosch zijn vuur niet, om de misdadigers in zijne vlammen te verteeren? Waarom zwijgt de donder? Waar zijn de -bliksemschichten, die den top van den Sinaï omgaven? Waarom daalt er +bliksemschichten, die den top van den Sinaï omgaven? Waarom daalt er geen duisternis neer, om de heidenen te verschrikken? Waarom splijt de aarde niet, om hen te verslinden als de bende van Kora?" @@ -8788,7 +8752,7 @@ riep. mij daar neder." Eer hij den wensch van zijn vriend nog vervuld had, stond de bisschop -in zijne hooge gestalte aan zijne zijde. Agapitus, de Cappadociër, +in zijne hooge gestalte aan zijne zijde. Agapitus, de Cappadociër, was in zijne jeugd soldaat geweest. Hij had de grenzen van den ouderdom ter nauwernood overschreden, en was een waakzaam herder zijner gemeente. Toen de geheele jongelingschap van Pharan de @@ -8804,7 +8768,7 @@ Zonder dat iemand het had gezien of gehoord, was hij tot aan den muur van het kasteel genaderd en getuige geweest van Paulus' hevige woorden. Thans stond hij met rollende oogen tegenover den Alexandrijn en verhief dreigend zijne krachtige hand, terwijl hij hem toeriep: -"Waagt het een uitgebannene zóo tot zijne broeders te spreken? Wil een +"Waagt het een uitgebannene zóo tot zijne broeders te spreken? Wil een handlanger van den Satan den strijders des Heeren bevelen geven? Dat zou u eene vreugde zijn, wanneer gij met uwe athletische armen den roem terug kondet winnen, die uwe door zonde en schuld ontzenuwde @@ -8843,18 +8807,18 @@ vlucht, haalde dankbaar weder adem en maakte zich gereed om naar het slagveld af te dalen en zijne verwondde geloofsgenooten een woord van troost toe te spreken. Doch hij zou in het kasteel zelf gelegenheid vinden om zijn vromen plicht uit te oefenen; want de herderin, die hij -reeds bij zijne aankomst had opgemerkt, stond vóor hem en zeide zeer -verlegen, maar toch snel en duidelijk: "De kranke Stephanus dáar, heer +reeds bij zijne aankomst had opgemerkt, stond vóor hem en zeide zeer +verlegen, maar toch snel en duidelijk: "De kranke Stephanus dáar, heer bisschop, die de vader is van Hermas, en voor wien ik water draag, laat u smeeken bij hem te komen, want zijne wond is opengegaan en hij meent dat hij sterven zal." De bisschop volgde terstond deze roepstem met haastige schreden, -en begroette den kranke, wiens wond door Paulus en de Saïet Orion +en begroette den kranke, wiens wond door Paulus en de Saïet Orion reeds verbonden was, met eene vertrouwelijkheid, die hij gewoonlijk niet aan de overige boetelingen bewees. Hij kende den vroegeren naam en de lotgevallen van Stephanus reeds lang, en op zijn verlangen -had Hermas zich bij de naar Alexandrië gezondene afgevaardigden +had Hermas zich bij de naar Alexandrië gezondene afgevaardigden moeten aansluiten. Agapitus toch was van oordeel, dat niemand zich uit den levensstrijd mocht terugtrekken, alvorens hijzelf daaraan had deelgenomen. Stephanus reikte hem de hand, de bisschop zette @@ -8905,7 +8869,7 @@ gevlucht; zij hadden zich slechts verstrooid en de rotsen beklommen, die de vlakte omringden. Thans schoten zij van daar met pijlen op hunne vijanden. -"Waar zijn de Romeinen?" vroeg Agapitus driftig den Saïet Orion. +"Waar zijn de Romeinen?" vroeg Agapitus driftig den Saïet Orion. "Zij trekken de kloof in, waardoor de weg hier naar boven leidt," antwoordde de gevraagde. "Maar zie nu, zie die heidenen! De Heer @@ -8918,7 +8882,7 @@ bij den muur?--Hoort gij dat? Ja! Dat was de Romeinsche tuba. Moed, broeders, de keizerlijke soldaten beschermen de zwakke zijde van het kasteel.--Maar hier! Ziet gij daar in de spleet die naakte gestalten? Hier met dit steenblok. Duw de schouders er krachtig -tegen aan, Orion! Salatiël, nog een ruk! Daar laat hij reeds los, +tegen aan, Orion! Salatiël, nog een ruk! Daar laat hij reeds los, daar rolt hij naar beneden! Als hij nu daar bij de spleet maar niet blijft hangen!--Neen! God lof, nu begint hij te vallen.--Dat was een slag! En nu! Zes vijanden van den Heer zijn in eens verpletterd." @@ -8970,11 +8934,11 @@ links zijn de trappen!" "Daar zijn wij," antwoordde een barsche stem. "Mannen, blijft hier op den voorsprong staan en houdt het kasteel in het oog. Dreigt u gevaar, -waarschuwt mij dan met de trompet. Ik klim naar boven; dáar van de +waarschuwt mij dan met de trompet. Ik klim naar boven; dáar van de torenspits zal men kunnen zien hoever die honden gekomen zijn." Onder het spreken dezer woorden had Stephanus opmerkzaam zitten -luisteren. Toen de Galliër weinige oogenblikken later den muur beklom, +luisteren. Toen de Galliër weinige oogenblikken later den muur beklom, en naar binnen in het kasteel riep: "Is hier niemand die mij de hand reikt?" riep de kranke Paulus en zeide tot hem: "Til mij op en ondersteun mij, spoedig!" @@ -8990,7 +8954,7 @@ hevig verschrikte, en die, niet wetende hoe zich te houden, nu eens den grijsaard, dan weder Paulus aanstaarde. Geen hunner kon woorden vinden om zijn gevoel uit te spreken. Doch -Stephanus' oogen hingen aan het gelaat van den Galliër, en hoe +Stephanus' oogen hingen aan het gelaat van den Galliër, en hoe langer hij hem aanzag, des te holler werden zijne eigene wangen, des te bleeker zijne lippen. Daarbij strekte hij nog altijd zijne hand naar den ander uit, misschien als teeken dat hij hem vergaf. Zoo @@ -8999,7 +8963,7 @@ verliepen eenige pijnlijke oogenblikken. Eindelijk begon Phoebicius te begrijpen, dat hij in dienst des keizers den muur had beklommen, en in ontevredenheid over zichzelven stampvoetende, greep hij haastig de hand van den grijsaard. Nauwelijks -echter gevoelde deze, dat de vingers van den Galliër de zijne +echter gevoelde deze, dat de vingers van den Galliër de zijne aanraakten, of als door den bliksem getroffen kromp hij ineen, en met een heeschen kreet wierp hij zich op zijn doodvijand, die aan den rand van den muur stond. @@ -9028,7 +8992,7 @@ gestreden, en ook hij heeft te vergeefs geworsteld." EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK. -De kamp was geëindigd en de zon, die achter den heiligen berg +De kamp was geëindigd en de zon, die achter den heiligen berg onderging, had de lijken van vele Blemmyers beschenen. Thans vonkelden de sterren aan den reinen hemel over de oase. Uit de kerk weerklonken lofgezangen, en in hare nabijheid, onder aan den heuvel waartegen @@ -9037,7 +9001,7 @@ eene rij van lijkbaren beschenen, waarop onder groene palmtakken de in den strijd tegen de heidenen gevallen dapperen lagen. Thans zweeg het lofgezang, de deuren van het godshuis werden geopend, -en Agapitus ging de zijnen vóor naar de gestorvenen. Zonder een woord +en Agapitus ging de zijnen vóor naar de gestorvenen. Zonder een woord te spreken schaarde de gemeente zich in een halven cirkel rondom hare zwijgende broeders, luisterend naar den zegen, die haar herder over de edele offers uitsprak, die hun bloed hadden vergoten in den strijd @@ -9094,7 +9058,7 @@ dadelijk: "Nog niets van Polycarpus?" Haar echtgenoot schudde ontkennend het hoofd. Zij zeide echter: "Hoe zou het ook mogelijk zijn! Hij zal op zijn vroegst uit Klysma of wel -eerst uit Alexandrië schrijven." +eerst uit Alexandrië schrijven." "Dat geloof ik ook," antwoordde Petrus en zag daarbij naar den grond. Vervolgens wendde hij zich tot Hermas en leidde hem naar zijne @@ -9116,7 +9080,7 @@ weemoedig lachje: "Ik denk dat zij op den berg zijn." Dorothea pinkte een traan uit het oog en antwoordde: "Zij zullen daar Antonius zeker ontmoeten. Als zij Polycarpus eens vonden! En toch, zeker, ik zeg het niet alleen om u te troosten, het waarschijnlijkste -is, dat hij niet in de bergkloven verongelukt maar naar Alexandrië +is, dat hij niet in de bergkloven verongelukt maar naar Alexandrië gegaan is, om de herinneringen te ontvluchten, die hem hier overal op de hielen zaten.--Ging de deur daar niet open?" @@ -9174,7 +9138,7 @@ die van den berg naar de zee voert met de Blemmyers, die van woede brulden als roofdieren; want voordat wij de zeekust konden bereiken, hadden de visschers beneden in het vlek hunne booten, die zij onder zand en steenen verborgen hadden, ontdekt, opgegraven en binnen -hunne haven gehaald. De knaap uit Raïthoe, die mij geleidde, had ze +hunne haven gehaald. De knaap uit Raïthoe, die mij geleidde, had ze op mijn bevel in het oog gehouden, en de visschers gebracht op de plaats waar ze verstopt waren. De wachters, die zij bij de booten hadden achtergelaten, waren gevlucht en hadden hunne broeders die @@ -9187,7 +9151,7 @@ De Blemmyers waren veel meer in aantal dan wij en omgaven ons weldra van voren en van achteren, aan de linker- en aan de rechterzijde. Want als steenbokken springen en klauteren zij van rots op rots, en schieten dan uit de hoogte met hunne rieten pijlen. Drie of vier -waren op mij gericht, en éen vloog door mijn haar en bleef met de +waren op mij gericht, en éen vloog door mijn haar en bleef met de veeren aan het eind van den steel daarin hangen. Hoe het beloop van den strijd verder is geweest, weet ik niet te vertellen, want het bloed steeg mij naar het hoofd. Ik herinner mij alleen nog dat ik @@ -9237,7 +9201,7 @@ heeft zij mij nog eens met groote oogen lang en gelukkig aangezien, en toen is zij gestorven." "Zij was eene heidin," zeide Dorothea, terwijl zij hare oogen -afdroogde, maar nu zij zóó gestorven is, zal haar door den Heer veel +afdroogde, maar nu zij zóó gestorven is, zal haar door den Heer veel vergeven worden." "Ik heb haar lief," zeide Marthana, "en wil mijne schoonste bloemen @@ -9251,10 +9215,10 @@ want het is zeer laat." terug zijn." "Ik zou u gaarne helpen uw zoon te zoeken," zeide Hermas, "en wanneer -gij wilt, ga ik naar Raïthoe en Klysma, om daar navraag te doen bij +gij wilt, ga ik naar Raïthoe en Klysma, om daar navraag te doen bij de visschers.--Maar heeft," en de jonge krijgsman keek bij deze vraag verlegen voor zich, "heeft de centurio zijne ontvluchte vrouw, die -hij met den Amalekiet Talib vervolgde, vóor zijn dood wedergevonden?" +hij met den Amalekiet Talib vervolgde, vóor zijn dood wedergevonden?" "Sirona is nog altijd verdwenen," antwoordde Petrus. "En misschien..., maar gij hebt zoo straks den naam van Paulus genoemd, die zoozeer @@ -9265,7 +9229,7 @@ die zoo schaamteloos den huiselijken vrede van den centurio verbrak?" "Phoebicius heeft zijn schaapsvel bij zijne vrouw gevonden," antwoordde Petrus ernstig. "De onbeschaamde Alexandrijn erkende onder onze oogen, -dat het van hem was, en liet zich door den Galliër bestraffen. Hij +dat het van hem was, en liet zich door den Galliër bestraffen. Hij heeft dien schandelijken daad gepleegd in denzelfden nacht, waarin gij op kondschap werdt uitgezonden." @@ -9293,7 +9257,7 @@ woorden van den jongeling afbrekende. "Uw vriend bekende met zijn eigen mond...." "Dan heeft hij uit waarachtige goedheid gelogen," haastte Hermas zich -den senator te antwoorden. "Het schaapsvel dat de Galliër vond is +den senator te antwoorden. "Het schaapsvel dat de Galliër vond is het mijne. Ik was, terwijl haar man aan Mithras offerde, naar Sirona gegaan, om wijn voor mijn vader te halen, en zij vergunde mij bij die gelegenheid de wapenrusting van den centurio aan te passen. Toen hij nu @@ -9455,7 +9419,7 @@ naar haar als naar een zanger, die in treurgewaad op eene omfloerste harp een lied zingt van hoop en wederzien. "Spoedig, spoedig, Marthana!" riep Dorothea levendig en met vonkelende -oogen, eer Sirona haar verhaal nog geëindigd had. "Geef dadelijk de +oogen, eer Sirona haar verhaal nog geëindigd had. "Geef dadelijk de mand hier met de zwachtels. Ik zal den koortsdrank zelf mengen." Petrus was den Gallische genaderd en vroeg haar zacht: "Is het @@ -9469,7 +9433,7 @@ verpleging in weinige weken genezen zal zijn." "O, ik," riep de Gallische, en sloeg zich met de hand voor het voorhoofd. "Het zal mij zeker niet gelukken den weg terug te vinden, -want ik heb geen enkel merkteeken gezien. Doch wacht, vóor ons heeft +want ik heb geen enkel merkteeken gezien. Doch wacht, vóor ons heeft een kluizenaar uit Memphis, die voor weinige weken gestorven is...." "De oude Serapion?" vroeg de senator. @@ -9534,7 +9498,7 @@ hare eigene woorden en Marthana drukte in het geheim de Gallische de rechterhand. Toen het verband goed bevestigd was, beproefde Sirona of zij gaan kon, -maar dit gelukte haar zóo slecht, dat Petrus, die met zijn vriend +maar dit gelukte haar zóo slecht, dat Petrus, die met zijn vriend Magadon, diens zonen en een aantal slaven was teruggekeerd, haar ernstig verbieden moest hem te begeleiden. Hij hield zich overtuigd, dat hij ook zonder haar zijn zoon wel vinden zou, want een der lieden @@ -9560,7 +9524,7 @@ eene slaapplaats voor u gereed maken, want gij zult zeer vermoeid zijn." "Neen neen," smeekte de andere. "Ik wil met u waken en wachten, -want ik zou stellig niet kunnen slapen, vóor ik weet hoe het hem gaat." +want ik zou stellig niet kunnen slapen, vóor ik weet hoe het hem gaat." Deze woorden werden met zooveel warmte en ijver uitgesproken, dat de diakones de jonge vrouw dankbaar de hand reikte. Daarop zeide zij: @@ -9611,7 +9575,7 @@ den hemel dacht te stijgen, en die mij zoo hoog en zeker toescheen, ligt daar in stukken gebroken, en de hand die haar versplinterde, was die mijner eigene zwakheid. Het komt mij voor als oefende deze mijne zwakheid grooter invloed uit, dan wat wij inwendige kracht noemen, -want wat de laatste in jaren opbouwt, verstoort de eerste in ééne +want wat de laatste in jaren opbouwt, verstoort de eerste in ééne minuut. In zwakheid alleen ben ik een reus." Paulus trok bij de laatste woorden huiverend zijne leden samen, @@ -9642,7 +9606,7 @@ is toch niet alleen." Paulus slaakte een diepe zucht en dacht verder: "Wat was ik toch trotsch, toen ik in Hermas' plaats een proefje had gehad van den geesel -des Galliërs! Vervolgens ging het mij als een beschonkene, die trede +des Galliërs! Vervolgens ging het mij als een beschonkene, die trede voor trede van de trappen valt. Ook de arme Stephanus struikelde, en was toch reeds zijn doel zoo nabij. Hem ontbrak de kracht om te vergeven, en de senator die mij zoo even verliet, en wiens onschuldigen @@ -9653,9 +9617,9 @@ van 's morgens vroeg tot 's avonds laat met wereldsche dingen af." Een tijdlang keek hij nadenkend voor zich, daarna ging hij met zijne alleenspraak voort: "Hoe was die geschiedenis ook weer die de oude -Serapion mij vertelde? In de Thebaïs woonde een boeteling, die meende +Serapion mij vertelde? In de Thebaïs woonde een boeteling, die meende zeer godzalig te leven en al zijne metgezellen in strenge deugd ver -overtrof. Toen droomde hij eens, dat er in Alexandrië iemand gevonden +overtrof. Toen droomde hij eens, dat er in Alexandrië iemand gevonden werd, die nog volmaakter was dan hij. Phabis zoo heette hij, was een schoenmaker, en woonde in de Witte straat aan de haven Kibotos. De Anachoreet wandelde terstond naar de hoofdstad, vond den schoenmaker, @@ -9699,7 +9663,7 @@ prevelde Paulus zacht maar zeer smartelijk: "Te vergeefs, alles te vergeefs," en eindelijk: "Ik zoek, ik zoek, maar wie wijst mij den weg?" -Vóor de dag aanbrak stonden beiden op. Hermas daalde nog eens af naar +Vóor de dag aanbrak stonden beiden op. Hermas daalde nog eens af naar de bron, knielde daarbij neder, en dacht bij het afscheid nemen aan zijn vader en de wilde Mirjam. Herinneringen van allerlei aard doken in zijne ziel op, en zoo groot is de verheerlijkende macht der liefde, @@ -9708,7 +9672,7 @@ schooner toescheen dan die van de schoone vrouw, die de ziel van een groot kunstenaar in verrukking bracht. Kort na zonsopgang bracht Paulus hem naar het visschersvlek, en -wel tot den Israëliet, die de zaakwaarnemer was van het huis zijns +wel tot den Israëliet, die de zaakwaarnemer was van het huis zijns vaders, liet hem rijkelijk van goud voorzien en geleidde hem tot aan het kolenschip, dat hem naar Klysma zou overbrengen. @@ -9754,7 +9718,7 @@ Paulus was, nadat hij van Hermas afscheid genomen had, verdwenen. Lang werd hij vruchteloos gezocht door de andere Anachoreten en den bisschop Agapitus, die van Petrus vernomen had, dat de Alexandrijn onschuldig was bestraft en uitgebannen, en hem nu met zijn eigen mond vergeving -en troost wilde brengen. Eindelijk, na tien dagen, vond hem de Saïet +en troost wilde brengen. Eindelijk, na tien dagen, vond hem de Saïet Orion in een ver afgelegen hol. De engel des doods had hem weinige uren geleden onder het gebed opgeroepen, want hij was ter nauwernood koud. Knielend leunde hij nog met het voorhoofd tegen den rotswand, @@ -9775,7 +9739,7 @@ verzacht had, en weldra ook door alle boetelingen van heinde en verre als eene bedevaartplaats bezocht werd. Petrus richtte een gedenksteen bij zijn graf op, waarin Polycarpus -deze woorden beitelde, die Paulus' bevende vinger vóor zijn dood met +deze woorden beitelde, die Paulus' bevende vinger vóor zijn dood met een kool aan den wand van zijn hol had geschreven: @@ -9790,7 +9754,7 @@ een kool aan den wand van zijn hol had geschreven: AANTEEKENINGEN -[1] G. Ebers, Durch Gosen zum Sinaï. Aus dem Wanderbuche und der +[1] G. Ebers, Durch Gosen zum Sinaï. Aus dem Wanderbuche und der Bibliothek. Leipzig, 1872. Van het eigenlijk reisverhaal is eene vertaling in het licht gegeven door A. M. Cramer. @@ -9810,365 +9774,4 @@ en Themis. End of the Project Gutenberg EBook of Homo sum, by Georg Moritz Ebers -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HOMO SUM *** - -***** This file should be named 42861-8.txt or 42861-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/4/2/8/6/42861/ - -Produced by J.H. Berends, Jeroen Hellingman and the Online -Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for -Project Gutenberg. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License (available with this file or online at -http://gutenberg.org/license). - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at -http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at -809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email -business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact -information can be found at the Foundation's web site and official -page at http://pglaf.org - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit http://pglaf.org - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: http://pglaf.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - http://www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. +*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 42861 *** diff --git a/42861-8.zip b/42861-8.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 2f1d9d8..0000000 --- a/42861-8.zip +++ /dev/null diff --git a/42861-h.zip b/42861-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 08fa47c..0000000 --- a/42861-h.zip +++ /dev/null diff --git a/42861-h/42861-h.htm b/42861-h/42861-h.htm index 65321b6..eac3680 100644 --- a/42861-h/42861-h.htm +++ b/42861-h/42861-h.htm @@ -6,7 +6,7 @@ <meta name="generator" content= "HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org"> <title>Homo sum</title> -<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii"> +<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=UTF-8"> <meta name="generator" content= "tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/"> <meta name="author" content="Georg Moritz Ebers (1837–1898)"> @@ -814,46 +814,7 @@ text-align:center;font-size:large; </style> </head> <body> - - -<pre> - -The Project Gutenberg EBook of Homo sum, by Georg Moritz Ebers - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - - -Title: Homo sum - Roman - -Author: Georg Moritz Ebers - -Translator: Hendrik Cornelis Rogge - -Release Date: June 2, 2013 [EBook #42861] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ASCII - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HOMO SUM *** - - - - -Produced by J.H. Berends, Jeroen Hellingman and the Online -Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for -Project Gutenberg. - - - - - - -</pre> +<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 42861 ***</div> <div class="front"> <div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href= @@ -10832,385 +10793,6 @@ dat deze links voor u niet werken.</p> </div> </div> - - - - - - -<pre> - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of Homo sum, by Georg Moritz Ebers - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HOMO SUM *** - -***** This file should be named 42861-h.htm or 42861-h.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/4/2/8/6/42861/ - -Produced by J.H. Berends, Jeroen Hellingman and the Online -Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for -Project Gutenberg. - - -Updated editions will replace the previous one--the old editions -will be renamed. - -Creating the works from public domain print editions means that no -one owns a United States copyright in these works, so the Foundation -(and you!) can copy and distribute it in the United States without -permission and without paying copyright royalties. Special rules, -set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to -copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to -protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project -Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you -charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you -do not charge anything for copies of this eBook, complying with the -rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose -such as creation of derivative works, reports, performances and -research. They may be modified and printed and given away--you may do -practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is -subject to the trademark license, especially commercial -redistribution. - - - -*** START: FULL LICENSE *** - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project -Gutenberg-tm License (available with this file or online at -http://gutenberg.org/license). - - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm -electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy -all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession. -If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project -Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the -terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or -entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement -and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic -works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation" -or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project -Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the -collection are in the public domain in the United States. If an -individual work is in the public domain in the United States and you are -located in the United States, we do not claim a right to prevent you from -copying, distributing, performing, displaying or creating derivative -works based on the work as long as all references to Project Gutenberg -are removed. Of course, we hope that you will support the Project -Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by -freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of -this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with -the work. You can easily comply with the terms of this agreement by -keeping this work in the same format with its attached full Project -Gutenberg-tm License when you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in -a constant state of change. If you are outside the United States, check -the laws of your country in addition to the terms of this agreement -before downloading, copying, displaying, performing, distributing or -creating derivative works based on this work or any other Project -Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning -the copyright status of any work in any country outside the United -States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate -access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently -whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the -phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project -Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed, -copied or distributed: - -This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with -almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or -re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included -with this eBook or online at www.gutenberg.org/license - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived -from the public domain (does not contain a notice indicating that it is -posted with permission of the copyright holder), the work can be copied -and distributed to anyone in the United States without paying any fees -or charges. If you are redistributing or providing access to a work -with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the -work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1 -through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the -Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or -1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional -terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked -to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the -permission of the copyright holder found at the beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any -word processing or hypertext form. However, if you provide access to or -distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than -"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version -posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org), -you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a -copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon -request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other -form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm -License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided -that - -- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is - owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he - has agreed to donate royalties under this paragraph to the - Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments - must be paid within 60 days following each date on which you - prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax - returns. Royalty payments should be clearly marked as such and - sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the - address specified in Section 4, "Information about donations to - the Project Gutenberg Literary Archive Foundation." - -- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or - destroy all copies of the works possessed in a physical medium - and discontinue all use of and all access to other copies of - Project Gutenberg-tm works. - -- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any - money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days - of receipt of the work. - -- You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm -electronic work or group of works on different terms than are set -forth in this agreement, you must obtain permission in writing from -both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael -Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the -Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -public domain works in creating the Project Gutenberg-tm -collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic -works, and the medium on which they may be stored, may contain -"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or -corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual -property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a -computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by -your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium with -your written explanation. The person or entity that provided you with -the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a -refund. If you received the work electronically, the person or entity -providing it to you may choose to give you a second opportunity to -receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy -is also defective, you may demand a refund in writing without further -opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER -WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO -WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages. -If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the -law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be -interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by -the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any -provision of this agreement shall not void the remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance -with this agreement, and any volunteers associated with the production, -promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works, -harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees, -that arise directly or indirectly from any of the following which you do -or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm -work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any -Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause. - - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of computers -including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists -because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from -people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations. -To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4 -and the Foundation web page at http://www.pglaf.org. - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive -Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at -http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent -permitted by U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S. -Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered -throughout numerous locations. Its business office is located at -809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email -business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact -information can be found at the Foundation's web site and official -page at http://pglaf.org - -For additional contact information: - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To -SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any -particular state visit http://pglaf.org - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. -To donate, please visit: http://pglaf.org/donate - - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic -works. - -Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm -concept of a library of electronic works that could be freely shared -with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project -Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support. - - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S. -unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily -keep eBooks in compliance with any particular paper edition. - - -Most people start at our Web site which has the main PG search facility: - - http://www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - - -</pre> - +<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 42861 ***</div> </body> </html> |
