summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-03-07 21:33:42 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-03-07 21:33:42 -0800
commitda94e0f4d5026db6f5e8f80d1bf1a06bf3fe6d30 (patch)
tree48b35290e30c3af03b8f617d29d02ed389da4168
parent1ec8c100579b67ce4e2d8916a3dac285d7413c3c (diff)
Add files from ibiblio as of 2025-03-07 21:33:42HEADmain
-rw-r--r--42858-0.txt (renamed from 42858-8.txt)1095
-rw-r--r--42858-8.zipbin128161 -> 0 bytes
-rw-r--r--42858-h.zipbin356482 -> 0 bytes
-rw-r--r--42858-h/42858-h.htm424
4 files changed, 353 insertions, 1166 deletions
diff --git a/42858-8.txt b/42858-0.txt
index c70ddb0..3e783ec 100644
--- a/42858-8.txt
+++ b/42858-0.txt
@@ -1,41 +1,7 @@
-The Project Gutenberg EBook of De ontredderden. Eerste bundel, by
-Gertrudis Hendricus Ignaaz van Hulzen
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-
-Title: De ontredderden. Eerste bundel
- I en II.
-
-Author: Gertrudis Hendricus Ignaaz van Hulzen
-
-Release Date: June 2, 2013 [EBook #42858]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ONTREDDERDEN. EERSTE BUNDEL ***
-
-
-
-
-Produced by J.H. Berends, Jeroen Hellingman and the Online
-Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for
-Project Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 42858 ***
- NEDERLANDSCHE··BIBLIOTHEEK
- ONDER·LEIDING·VAN·L·SIMONS
+ NEDERLANDSCHE··BIBLIOTHEEK
+ ONDER·LEIDING·VAN·L·SIMONS
@@ -47,9 +13,9 @@ Project Gutenberg.
- UITGEGEVEN·DOOR·DE
- MAATSCHAPPIJ··VOOR
- GOEDE·EN·GOEDKOOPE
+ UITGEGEVEN·DOOR·DE
+ MAATSCHAPPIJ··VOOR
+ GOEDE·EN·GOEDKOOPE
LECTUUR--AMSTERDAM
@@ -86,7 +52,7 @@ Een schip komt met volle zeilen in de branding, is reddeloos
verloren. Een wrak, al ontredderd, wordt tot splinters geslagen en
niets blijft ervan over.
-Een huis, sedert lang bouwvallig stort plotseling in, wordt een ruïne,
+Een huis, sedert lang bouwvallig stort plotseling in, wordt een ruïne,
al blijven enkele gedeelten overeind, waaruit de slooper nog gave
balken en ramen zal halen.
@@ -97,7 +63,7 @@ aan voedingssappen.
Een mensch gaat te gronde door eigen moedwil of door alles wat men
eertijds het noodlot noemde, een sloopende ziekte, de omstandigheden
die machtiger zijn dan zijn wil, ofwel door de tergende teruggang van
-het geslacht dat hem zelf 't slechte blòed ingaf. Deze en nog zooveel
+het geslacht dat hem zelf 't slechte blòed ingaf. Deze en nog zooveel
andere gevallen, ze zijn schier eindeloos in de voortdurende en zich
herhalende wentelgang van 't leven, 't is een deel van het leven,
't is het tegenstrijdige leven zelf.
@@ -203,7 +169,7 @@ u enkel de kralen, drie, vier naast elkaar, en dan een heele groote,
die soms een boekdeeltje beslaat, en ge maakt maar zelf de snoer.
't Komt hier toch niet in de eerste plaats aan op de gave van
-samenstellen, wèl op de werkelijkheid, die gezien in 't ware licht,
+samenstellen, wèl op de werkelijkheid, die gezien in 't ware licht,
de schoone ontroering brengt, juist omdat het geen verdichtsel is.
@@ -213,7 +179,7 @@ geeft hij louter fotografie. Maar wie onderstelt een schrijvend mensch,
die niet denkt, die geen gevolg van oorzaak te onderscheiden weet,
en aldus de aard der dingen niet zou weerspiegelen in zijn werk. De
draad, de ijl-fijne draad die zich weeft door elk verhaal en die ook
-'t geheel maakt, blijft toch van hèm, van hem alleen, en die draad
+'t geheel maakt, blijft toch van hèm, van hem alleen, en die draad
slingert zich door alles heen.
Op welke wijze rijg ik nu mijn snoer aaneen? 't Is reeds gezegd. Zoo
@@ -272,7 +238,7 @@ In zijn dertien jaren voelde hij zich oud en wijs, in staat een heele
wereld te bedriegen, en nou ontging het hem finaal; hij kon er geeneen
te pakken krijgen.
-Gisteren haalde hij al niet genoeg òp en vandaag zou het nog minder
+Gisteren haalde hij al niet genoeg òp en vandaag zou het nog minder
worden. De goede verwachting van geluk waarmee hij vanmorgen uittrok
dorde en schrompelde in hem en werd stage kwijning.
@@ -284,7 +250,7 @@ Nog lang niet genoeg! Waarom telde hij eigenlijk, hij wist toch wel uit
z'n kop hoe weinig hij had; in 't laatste uur kwam er geen snars bij,
wat wou ie dan?.. En hoe stond 't met kleine Bet? Voor hem draaide het
nog wel los; voor haar niet. Ze bracht haast nooit wat in, dan liep
-ze zware rammel op, en dàt kon-ie niet goed zien. Voor haar zat-ie ook
+ze zware rammel op, en dàt kon-ie niet goed zien. Voor haar zat-ie ook
nou in de rats, niet voor zichzelf, al kreeg-ie er ook vaak van langs.
Zijn vale pet, lodderig-scheef op z'n vlasharen, zakte nog scheever
@@ -296,7 +262,7 @@ om wat vragen?
hem goed.
Met zijn kromme vingers befriemelde hij de vettige kraag, zette die
-op tegen de plakharen en dàt gaf wat warmte.
+op tegen de plakharen en dàt gaf wat warmte.
Rondom hem lawaaide het in de dringende voortschuivende strubbeling,
niemand had tijd voor hem. Wie hij dacht te kunnen aanspreken schoot al
@@ -310,13 +276,13 @@ voelde-ie zich ook. God, wat was-ie lamlendig en beroerd!
Hij voelde en wist dat hij er goor en verlept uitzag, geel van armoe
en ellende, maar dat hielp alles niet. Je mot niet lammig en ellendig
-wezen, je mot er alléén maar zoo uitzien; daar had-je 't...
+wezen, je mot er alléén maar zoo uitzien; daar had-je 't...
-Als vâer hem sloeg, en die zat nou in de doos, gilde-ie het uit als
+Als vâer hem sloeg, en die zat nou in de doos, gilde-ie het uit als
'n magere big, al raakte die hem met g'n hand 'an. Dan stoof moeder
ertusschen, schreeuwend dat-ie 't laten most. Hou je klauwen thuis,
je hoeft hem niet zoo af te rammelen, snauwde ze. En dan gingen die
-twee aan de gang en hij kneep d'eruit, òf als hem dat niet lukte
+twee aan de gang en hij kneep d'eruit, òf als hem dat niet lukte
zette hij krampig 'n gezicht van half te zijn vermoord, griende dat
hij 'n volgende keer beter zou oppassen en centjes thuis brengen. 'n
Arme smoel trekken hielp altijd, maar vandaag gaf het niet. Geen lor
@@ -328,7 +294,7 @@ mopperde dan weer voor zich zelf weg.
Mooi praten hadden ze thuis; als 't niet wou kon je d'er niks aan
doen. D'er zijn dagen voor de pech, b'voorbeeld vrijdags, dan loopt
-'t altijd mis, donderdag eigenlijk oôk al. Zaterdag is 'n goeie dag
+'t altijd mis, donderdag eigenlijk oôk al. Zaterdag is 'n goeie dag
en maandag ook. Zondag dat hangt af van 't weer, kun je te voren niks
van zeggen, je mot boffen.
@@ -339,7 +305,7 @@ Even deed-ie z'n oogen toe, keek door de oogharen heen als in bezinning
of-ie 't wel zou doen. Ja, hij piepte 'em maar, 't gaf toch geen
bal! Liever 'n pak rammel thuis dan 'n veeg van een smeris. Als
je pech hebt komt het zoo ver; ze sturen je op naar de tuchterij,
-èn daar bedankte-ie voor, dat was voor hem geen kaas, dàt liet-ie
+èn daar bedankte-ie voor, dat was voor hem geen kaas, dàt liet-ie
'an de stommerikken over!
Hij knipperde nog even met z'n oogen. Jessis, daar hadje al 'n kopere
@@ -372,7 +338,7 @@ steegje. Daar kon-ie de aangelegenheden goed beredderen!
Ze opende haar leege handen en streek er dan mee over haar jurk;
ze keek hem aan met angstige oogen.
---Bè-je gek! Niks! zèg, kan je nog minder? Zie jij maar hoe je 't
+--Bè-je gek! Niks! zèg, kan je nog minder? Zie jij maar hoe je 't
thuis eraf brengt. Ik doe niet mee, hoor!
--Ze loope me allemaal voorbij, kermde ze kleintjes.
@@ -419,7 +385,7 @@ bestaarde dan opnieuw de lucht, scheukte met zijn schouders alsof
hij nog op de Vijgendam stond te ruggewrijven tegen dat stevig huis.
Wat moest-ie met haar beginnen? Vandaag vrijdag een slechte dag,
-een olie-dag, nou ja, ook hem woûen ze niet geven,--maar niks, dat
+een olie-dag, nou ja, ook hem woûen ze niet geven,--maar niks, dat
was dan ook heelemaal niks!
Bet volgde zenuwachtig al zijn bewegingen, en nu hij niets zei,
@@ -432,7 +398,7 @@ dat verslonsd en verwaaid om de wijduitstaande ooren hing, krabten
aan haar kleine neus, en ze wilde opnieuw gaan grienen.
Hij keek nog aldoor tartend omhoog, alsof hij het in de lucht moest
-zoeken, kwakkelde oud mannetjes-wijs weer heen en neer, de knieën
+zoeken, kwakkelde oud mannetjes-wijs weer heen en neer, de knieën
doorgeknikt, de kleine schouders trekkend waarbij de handen in de
bengelende zakken meegingen. Nog eens snauwde hij:
@@ -446,7 +412,7 @@ ze zon op een list, begon:
--Enne, hoeveel heb jij dan wel? Ze vroeg het op 'n toon alsof ze
wel heelveel verwachtte.
---Nà, ook niet zoo bar, ontweek hij eerst.
+--Nà, ook niet zoo bar, ontweek hij eerst.
--Hoeveel dan? hijgde ze.
@@ -472,9 +438,9 @@ beiden, dat was veel te weinig. Verward tuurde ze naar de morsige
steegjesgrond, voelde zich geheel beteuterd. Toen ineens kinder-gauw
over die verschrikking heen, zei ze ernstigjes en verwijtend:
---Had dan ook gisteren wat weg gehoûe!
+--Had dan ook gisteren wat weg gehoûe!
---Dat gaat ma'r zóó, ze zoekt zeker niet alles na!
+--Dat gaat ma'r zóó, ze zoekt zeker niet alles na!
--O, nou, onder 't bed, ik zou 't wel weten.
@@ -494,7 +460,7 @@ Nu floot hij het straatdeuntje:
Treiterend keek hij naar de lucht, die boven het enge steegje maar met
een spleet te zien viel, en zij voelde nu wel het onoverkomelijke van
al die dingen. In machtelooze kwaadheid trappelde ze op de uitgesleten
-schoenen, trappelde zóó fel dat alles aan haar lichaampje meehotste.
+schoenen, trappelde zóó fel dat alles aan haar lichaampje meehotste.
Hij floot nog harder, keek nog strakker naar de lucht en nu begon ze
te huilen, uitbarstend-geweldig. Ze trappelde en huilde om 't hardst,
@@ -565,7 +531,7 @@ Het Jantje voelde toch iets ervan, bleef staan en keek om, verwonderd.
--Meneer... meneer?
---Bè-je besuikerd, ik ben geen meneer, wat mijnheer!
+--Bè-je besuikerd, ik ben geen meneer, wat mijnheer!
--Meneer de matroos, och toe...
@@ -598,7 +564,7 @@ In haar hand zag Bet een kwartje glinsteren.
--Nee, nee, meneer de matroos, huilde ze nog en ze kneep haar hand
meteen toe.
---Loop naar de weergâ met je meneer de matroos. Maak nou maar dat
+--Loop naar de weergâ met je meneer de matroos. Maak nou maar dat
je weg-komt.
--Ja meneer de matroos! huil-dirkte ze.
@@ -614,7 +580,7 @@ er maar op los!
---Nou? riep Hein al van verre, nou hè-je 'n beit... niks hè... een
+--Nou? riep Hein al van verre, nou hè-je 'n beit... niks hè... een
krats?
Ze hield zich nog stiekum, wenkte geheimzinnig met haar magere hals,
@@ -628,7 +594,7 @@ zei dan fluisterend:
En hij met haar meesjokkend raffelde nu:
---Là-w'es zien!
+--Là-w'es zien!
--Nee, eerst doorloope, strakkies!
@@ -656,7 +622,7 @@ opgepakt konden worden als bedelaars. De angst, ingeboren angst voor
policie woog zwaar, zwaar door onbestemde, vage begrippen van te
worden opgestuurd naar een verbeterhuis, met schampeering vrijgelaten
of rauwe herrie thuis, geschimp, gescheld en slaag toe. Daarom bleef
-het: vóór alles uit je oogen zien, oppassen... je weet nooit hoe je d'
+het: vóór alles uit je oogen zien, oppassen... je weet nooit hoe je d'
erin loopt. Bof is goed... maar policie deugt niet!
Nu wat uit 't oog van de buurt, in een andere straat aangeland,
@@ -790,12 +756,12 @@ nog tegen:
--Dan motte we wachte tot het donker wordt.
---Nou, wat zou dàt, we hebbe ommers de tijd.
+--Nou, wat zou dàt, we hebbe ommers de tijd.
Ze gingen nu terug de stad in, dwaalden daar rond, versnoepten een
-cent van hun geld, nog één--en werden straatmoe.
+cent van hun geld, nog één--en werden straatmoe.
--Late we nou maar afgeve, vermaande Heintje die voelde dat het mis
zou loopen.
@@ -830,7 +796,7 @@ het bordes naar hen keken--en vaak moesten ze weer wegschuilen,
omdat een diender of stille bleef staan, hen wantrouwend bekijkend.
De noordewind, toch al scherp, al was 't nog vroeg in 't najaar,
-schuurde over de Prins-Hendrikkâ, langs hun ooren,--en ze merkten
+schuurde over de Prins-Hendrikkâ, langs hun ooren,--en ze merkten
gevoelig de kou, want die drong nijdig door hun dunne kleeren.
Tegen het hek aan scheukte hij met zijn schrale schouders, hij wilde
@@ -857,7 +823,7 @@ as je wat ziet!
Betje dorst bijna geen adem geven, knikte maar.
-Hij sloop, de handen langs zijn knieën, een pas of tien vooruit en dan
+Hij sloop, de handen langs zijn knieën, een pas of tien vooruit en dan
op de ronding van 't pad, bukte hij zich, grabbelde, groef haastig
een gat, dicht bij een boom waar rondom donkere heesters stonden,
stopte het papiertje met het dubbeltje zenuwachtig in de grond,
@@ -895,7 +861,7 @@ bleven er zelf beteuterd bij staan.
--'t is vrijdag, de lamp hangt scheef!
---Ja, schei ma'r uit... dàt kenne we... as ik op jullie most rekene,
+--Ja, schei ma'r uit... dàt kenne we... as ik op jullie most rekene,
godbewaar me, dan bleve we geen dag in 't leven.
Betje peuterde in haar neus.
@@ -940,7 +906,7 @@ uit te boenen.
Morgen voormiddag had ze een halve werkdag aangenomen, om bij Toos
die ziek lei, de boel aan kant te maken, en ze moest haar eigen
huiswerk toch nog eerst af ploeteren. Als de buik haar nu maar met
-vreê liet. Want sedert haar laatste kraam was ze niet meer gezond,
+vreê liet. Want sedert haar laatste kraam was ze niet meer gezond,
tobde ze van de eene dag in de andere en kon nergens staat op
maken. Wat de dokters daaraan deden, dat bleef ook bij nou en dan
een prop zetten! Ze had soms een pijn, dat ze er niet mee voortkon,
@@ -955,7 +921,7 @@ nu toch over de zes maanden in de doos, voor dat partijtje oud lood
moeren, of liever willen moeren, want ze waren al gesnapt voor ze
nog een mes d' erin hadden. En 't duurde zeker wel bijna drie maanden
voor-ie los kwam. Wie dacht in die tijd aan haar? Niemand! Je mot je
-zellef ma'r in 't leve zien te hoûe!
+zellef ma'r in 't leve zien te hoûe!
Ze schuurde en boende fel van neteligheid en gif, dat het water over
de gootsteen heen spatte en haar bemorste,--en ze snauwde weer tegen
@@ -964,25 +930,25 @@ lepelen gingen. De borden hadden ze allang leeg gegeten en ze zaten
met de lepel in de hand.
Dat opschrikken van die twee maakte haar klaar opmerkzaam, dat er
-iets niet pluis moest wezen. Ik zal ze in de smiezen hoûen, zei ze
+iets niet pluis moest wezen. Ik zal ze in de smiezen hoûen, zei ze
bij zichzelf.
-Zij deed, alsof ze weer aan 't boenen ging, maar bukte zich zóó,
+Zij deed, alsof ze weer aan 't boenen ging, maar bukte zich zóó,
dat ze onder haar arm kon doorkijken. Nu zag ze duidelijk, dat
Heintje met z'n oogen en z'n mond verdachte bewegingen maakte,
een mond-vertrekken dat duidelijk zei: niks zegge hoor, je snuit
-houê! Zij begreep het al opperbest, dat er tusschen die twee wat
+houê! Zij begreep het al opperbest, dat er tusschen die twee wat
schuilde, iets niet recht-toe. En wat zou 't anders kunnen wezen dan
geld achterbaks hebben.
Gezwind keerde ze zich om, stond ineens dreigend voor de kinderen, met
grove, weinig goeds zeggende oogen. Rauw schorde ze en schreeuwde ze:
---Zeker cente achtergehoûe!
+--Zeker cente achtergehoûe!
--Ikke?
---Ja jij... of anders Bet... één van je tweeë!
+--Ja jij... of anders Bet... één van je tweeë!
--Nie-waar, ikke niet, huil-schreide Betje al.
@@ -1031,7 +997,7 @@ weer op.
Ze schoot niet op. In haar onmacht woest, stond ze aldoor opnieuw
te dreigen.
--- Allé, je uitkleeje, heelemaal! tierde ze nu.
+-- Allé, je uitkleeje, heelemaal! tierde ze nu.
Met wriemelige kromme vingers onderzocht ze de kleeren, doorvoelde
de scheeve schoenen, de zweeterige kousen, betastte de naden. Niets
@@ -1060,7 +1026,7 @@ gaven geen antwoord. Opnieuw sloeg ze erop los haar eigen handen
kneuzend op de bulterig ineengekrompen lijven.
Dan ging zij naar tafel, sneed het brood, dikke hompen brood voor
-hun drieën.
+hun drieën.
@@ -1100,7 +1066,7 @@ leege kamer.
--Valt er niks te klabatsen? gnuifde Heintje, geen appele of mellek?
---Nee, lawwe ma'r gaan... Toos dat is dichtbij... Ze kan zóó werom
+--Nee, lawwe ma'r gaan... Toos dat is dichtbij... Ze kan zóó werom
weze!
Het angstte in kleine Bet, dat moeder plots terug zou komen en daarom
@@ -1127,17 +1093,17 @@ De moeder, al weer aan 't werk, hoorde het niet eens.
Onverschillig slenterden Heintje en Bet de straat op, onwillig-strak
hun gezichten.
---Een halve soof, 't zal mooi weze as we 't met z'n tweeën maken,
+--Een halve soof, 't zal mooi weze as we 't met z'n tweeën maken,
wijsneusde hij.
Bet nikte, zei dan:
---Ze hêt het maar voor 't zegge. 't is of we 't van de straat rape!
+--Ze hêt het maar voor 't zegge. 't is of we 't van de straat rape!
Hein gaf geen antwoord.
't Was nog vroeg en zaterdagmorgen, alle menschen in drukte van
-haast. Ze wisten niet waar ze naartoe zouên gaan, sjokten rond. Dan
+haast. Ze wisten niet waar ze naartoe zouên gaan, sjokten rond. Dan
trokken ze op de Roomsche kerk aan om daar te bedelen bij de ingang. Ze
gapten een stronk kool van een groentekar en brachten die thuis,
zeggend tegen moeder die al terug was dat ze die hadden gekregen. 's
@@ -1158,7 +1124,7 @@ dat ging nogal.
--Natuurlik, wat dach-je dan, brabbelde kleine Bet. 't Ligt daar fijn!
Thuis klakkerde moeder: Een en veertig cent en mijn eigen vijf en
-dertig, die ik verdiend heb, èn de kool en 't ouwe brood, ziezoo, dat
+dertig, die ik verdiend heb, èn de kool en 't ouwe brood, ziezoo, dat
kan. Ze zette een tevreden gezicht en de kinderen vergaten hun ellende.
De volgende dag, Zondag, brachten Hein en Bet het zelfs tot zeven en
@@ -1326,7 +1292,7 @@ tegen. Van kwaadheid stampte ze op de steenen en haar korte armpjes
zwingelden driftig heen en weer.
Dan in haar uiterste verzenuwing en bereid zich aan hem te onderwerpen,
-kreeg ze een ingeving. Als ze eens die gemeene straat dáár inging. Wie
+kreeg ze een ingeving. Als ze eens die gemeene straat dáár inging. Wie
weet wat daar wel viel te halen? Haar gezicht veranderde ineens van
uitdrukking, werd welbewust en zeker. Ze schokte op hem aan, trok
hem aan z'n arm en fluisterde hem haar plan in 't oor.
@@ -1355,17 +1321,17 @@ nergens in. Maar dit ontmoedigende besef gaf haar ook weer driestheid.
Moedig klampte ze aan een paar zwabberende jongelui, die niet eens
naar haar omkeken en geen ooren hadden voor haar gesmeek. De smerissen,
-die overal op post stonden, moest ze in de smiezen hoûen en dat maakte
+die overal op post stonden, moest ze in de smiezen hoûen en dat maakte
verder vragen haast onmogelijk.
-Telkens als een portier een café-deur opentrok en schreeuwde: kom
+Telkens als een portier een café-deur opentrok en schreeuwde: kom
binne, kom binne, hier kun-je-je amezeeere, schoof zij er op af,
om van het geheimzinnige op de hoogte te komen. Het felle licht, de
bonte kleurigheid, de mooi-gekleede dames en de muziek, 't leek haar
alles prachtig als de hemel zelf en toch weer had ze schrik ervan
door het al te mooie. Als ze toch eens kon binnendringen of stiekum
erin sluipen? Maar ze zag dat dit niet zou lukken, als ze het lapte
-zouên ze haar weer gauw buitensmijten en dan stond de policie er om
+zouên ze haar weer gauw buitensmijten en dan stond de policie er om
haar mee naar 't bureau te nemen. Nee, nee, mompelde ze tusschen de
lippen, ik moet ergens anders zoeken, waar 't niet zoo licht is en
bij meer gewone menschen.
@@ -1383,7 +1349,7 @@ luisterend begeerig naar de muziek die telkens in schelle tonen
opstooten kwam. Dan waagde ze het erop en trachtte binnen te sluipen,
maar de portier duwde haar terug.
---Wat mot je hier, allé weg jij!
+--Wat mot je hier, allé weg jij!
Ze zei niets weerom, keek enkel smeekend. Wat moest ze ook zeggen! Maar
nu ze teruggestuurd werd, wist ze dat ze er juist moest wezen.
@@ -1453,7 +1419,7 @@ jaar of tien ouwer bent.
Ze begreep niet precies wat hij bedoelde, maar er schoot toch een
glinstering voor haar op. Ze lachte ouwelijk en bedelde voort. Nou was
-ze nog te klein, dàt begreep ze en ook dat het later gemakkelijker zou
+ze nog te klein, dàt begreep ze en ook dat het later gemakkelijker zou
gaan. Vaag dwarrelde die kans door haar heen, en ze vergat het weer.
Ze vischte heel de gelegenheid af en ging dan naar de Vijgendam,
@@ -1494,7 +1460,7 @@ verjoeg de kinderen. En nu moesten ze weer wat anders verzinnen.
--Ja, beaamde Bet, zonder recht te weten wat het beteekende.
-Dan overleiên ze samen sluw de middelen om het zoo lang te rekken. Tot
+Dan overleiên ze samen sluw de middelen om het zoo lang te rekken. Tot
op een dag de vader uit de gevangenis kwam en Hein noodig had om op
de wacht te staan als hij wat ging kapen.
@@ -1513,7 +1479,7 @@ Betje weer samen op het pad.
--Allee, d' erop uit, zie dat je wat binnenbrengt, zei moeder. Je
bent nou niet meer zoo jong, ik ben zonder man's verdienste en ziek,
-denk erom. Van niks kan ik je niet onderhoûe!
+denk erom. Van niks kan ik je niet onderhoûe!
Ze gingen wrevelig, met een wrang besef dat 't nu aldoor van hen
moest komen.
@@ -1542,7 +1508,7 @@ In de klemmende volte van volk, druk overal, stond 's avonds Heintje
pover in zijn kleinheid tegen een of ander huis, scheukend van kou en
ongerief. De oogen schijnbaar toe, gedurig loerend of er geen kwam die
hij aanklampen kon en geen smeris die hij uit de voeten moest blijven,
-zóó werd hij ongevoelig voor alles wat geen voordeel bracht.
+zóó werd hij ongevoelig voor alles wat geen voordeel bracht.
Kleine Bet scharrelde in de gemeene straat en ze liep er wat graag rond
om alles fijn uit te visschen en ook om er zoo leutig te bedelen. Ze
@@ -1565,7 +1531,7 @@ KEESIE.
Vereenzaamd plekte de lange, lage woonwagen met het wit-geschilderde,
grauwbespatte dek aan het ontladingsterrein Weesperpoort. Als
-een enkele meeuw in 't veld stippelde òp de wittige kap tegen de
+een enkele meeuw in 't veld stippelde òp de wittige kap tegen de
sneeuw-grijze winterlucht en daaronder waasden de verre landen,
als verloren.
@@ -1582,7 +1548,7 @@ bespikkeld wit der flauw-gebogen kap lichtte even op tegen het zware
spansel. De rook, die uit het stompje keukenpijp traag naar boven
wolkte, dreef eenzaam mede in deze grauwte van verlatenheid.
-In de wagen hurkten ze bijéén, de man, de vrouw, de oudste dochter
+In de wagen hurkten ze bijéén, de man, de vrouw, de oudste dochter
die voor de huishouding zorgde; de andere kinderen waren uit.
Ze zaten huislijk samen hier in de warmte en genoten ervan nu het
@@ -1621,7 +1587,7 @@ die hij opzettelijk wat schamper maakte:
Keesie keek onnoozel op, de oogen waterig van de vuursmook die hij
in de mond had gekregen.
---Ja zeker, ik meen het, we kunnen je toch het heele jaar niet hoûe.
+--Ja zeker, ik meen het, we kunnen je toch het heele jaar niet hoûe.
--Goed baas, zei Keesie.
@@ -1730,7 +1696,7 @@ glasraampje en hij zag nu verschrikt zelf de grauwe ommelijnen van
zijn eigen schuchter gezicht.
Dan aarzelend schoof hij binnen in wel eindelijk moeten. Ja, hij kon
-toch niet altijd buiten blijven, maar hier binnen zoûen ze hem niet
+toch niet altijd buiten blijven, maar hier binnen zoûen ze hem niet
met rust laten, o zeker niet!
Half al in 't smalle deurtje, het plompe lichaam nog gedeeltelijk
@@ -1751,7 +1717,7 @@ mond wijd als de poort van een moeilijk te vullen voorraadschuur,
bleef suffig staan.
Om zijn buitenwaartsch gebogen beenen spande de verschoten broek,
-van onder niet vrij van rafels, èn die broek zat vreemd gewrongen,
+van onder niet vrij van rafels, èn die broek zat vreemd gewrongen,
in tal van bochten die maar moeilijk neerpijpten.
De jas, door het lange dragen wat uit elkaar gezakt, hing
@@ -1768,7 +1734,7 @@ dachten ze hem toen al weg te sturen, wijl ze niet met hem konden
opschieten. Maar hij was willig, hield zich van de domme, en wist
daardoor te blijven. Nu in November, de laatste kermis al weken
voorbij, hielp dit alles niet meer, hij moest beslist wat anders
-opzoeken, dàt hadden ze hem al zoo vaak gezegd en ze zeien het hem
+opzoeken, dàt hadden ze hem al zoo vaak gezegd en ze zeien het hem
alle dagen, maar dat het ook eens zoover zou komen, wilde bij hem er
nog niet in.
@@ -1850,8 +1816,8 @@ waarin wel een half pond zou kunnen worden geborgen. Behagelijk-stiekum
zoog hij erop, ze aankijkend met dom-loensche oogen, alsof hij nou
wel mocht.
---En wat zul-je dan beginnen, hier kunnen we je niet hoûen, dat
-begrijp je, dàt snap je toch wel?
+--En wat zul-je dan beginnen, hier kunnen we je niet hoûen, dat
+begrijp je, dàt snap je toch wel?
Keesie grijnsde weer, knikte dan en zei, omdat hij niets beters wist
te antwoorden:
@@ -1866,7 +1832,7 @@ te antwoorden:
hoor je! In elk geval ga-je d'er uit!
--Ja baas, zei Keesie weer, nu zenuwachtig-gedwee. Hij begreep dat
-het meenens werd,--en het huilen stond hem nader dan 't lachen. Wáár
+het meenens werd,--en het huilen stond hem nader dan 't lachen. Wáár
zou hij na zaterdag heen?
Naar huis?
@@ -1893,9 +1859,9 @@ Keesie keek weer sip. Wat moest hij zeggen? Voor zich-zelf zou-ie
dienst ging nu eenmaal niet;... bij de loting al afgekeurd voor de
borst! Dat wisten ze hier natuurlijk niet, en dat was ook niet noodig
ze te zeggen! Met zwakke borst nemen ze je niet gauw. Zwakken willen
-ze nergens hebben, dàt moet je dus nooit vertellen--en daarom zei-ie
+ze nergens hebben, dàt moet je dus nooit vertellen--en daarom zei-ie
't ook niet, zweeg maar weer. Ellendig voelde hij zich, inelkaar
-geduwd, gedrukt en weer vanééngereten.
+geduwd, gedrukt en weer vanééngereten.
--Je bent toch letterzetter? sprak de vrouw, die totnutoe zwijgend
had toegekeken.
@@ -1929,7 +1895,7 @@ weer verder zien.
Maar de vader doofde deze uitkomst al weer door hard te zeggen:
--Nou ja, dat is heel gauw afgeloope, hij mot uitkijke, we kunne hem
-niet altijd hoûe.
+niet altijd hoûe.
--Wel-nee, vulde de moeder aan, dat kunne we zeker niet, we hebbe
Janus ook nog.
@@ -2032,7 +1998,7 @@ de milde soepwasem groeide aan de botte starheid van daar straks tot
bewustwilligheid. Het onbedachtzame niet-wegwillen, verscherpte in
hem, en dat groeide samen tot welbewuste strakheid. Hij geraakte zoo
moeilijk tot een besluit, maar nu 't er was beteekende dit besluit
-koppigheid: ze konden zeggen en doen wat ze woûen, hij zou blijven. Hij
+koppigheid: ze konden zeggen en doen wat ze woûen, hij zou blijven. Hij
trok er niet uit, zelfs niet als ze grof en onwillig hem koejeneerden;
hij zou terug komen, ook als ze hem er uittrapten.
@@ -2042,17 +2008,17 @@ beest, twintig keer door hem aan buren weggegeven, en die toch telkens
terugkwam, de hond die hij eruit ranselde en die weer terugkroop,
aldoor terug, tot hij hem wel met rust moest laten. In zijn eigen
hulpeloosheid zag hij voor zich die hond, de smeekoogen van Juno--en
-nu opnieuw en nog sterker en doordringender de gedweeë blik van die
+nu opnieuw en nog sterker en doordringender de gedweeë blik van die
aldoor-in-huis kruipende hond voor zich halend, nam hij zich voor dit
voorbeeld te volgen en evenzoo te handelen. Ja, dat was de manier,
-dan zoûen ze hem wel moeten hoûen!
+dan zoûen ze hem wel moeten hoûen!
In zijn besluit nu zichzelf steviger voelend, begon hij, diep over
zijn bord gebogen, met meer besef van genot te eten, zichzelf vaster
zettend in dat denk-weten, al maar doorlepelend, tot hij krassend de
bodem beschraapte.
---Hè, geef toch op je bord Kees, klak niet zoo! vermaande de dochter.
+--Hè, geef toch op je bord Kees, klak niet zoo! vermaande de dochter.
Keesie schrikte dadelijk ervan op en werd vuurrood, alsof hij een
misdaad had begaan.
@@ -2064,7 +2030,7 @@ ze begreep heel best hoe het zou loopen, zei hoofdschuddend:
blijve we met 'em opgescheept. Dat heb-je er nou van as je te goed
voor ze bent.
-Keesie deed of hij 't niet hoorde, maar diep-in grinnikte 't in hem vàn
+Keesie deed of hij 't niet hoorde, maar diep-in grinnikte 't in hem vàn
genot over die uitval, die zoo goed aangaf en geheel overeenstemde met
't geen hij bij zichzelf had voorgenomen.
@@ -2096,11 +2062,11 @@ kerels, die onder geknars en wielgeratel door, hun waren aanprezen.
Van de witgeboende trappen repten en tripten de vrouwen om inkoopen
te doen, lichtlijk latend meeschommelen aan de magere werkarmen de
leege hengselmandjes en karbiezen; in de proper-gewasschen gezichten
-een glanzend-tevreden straling door 't binnengebrachte geld, en óók
+een glanzend-tevreden straling door 't binnengebrachte geld, en óók
de ernstige peinzing van voor-af moeten rekenen, om niet teveel uit
-te geven, alléén maar te nemen het éérstnoodige.
+te geven, alléén maar te nemen het éérstnoodige.
-Mannen brokten stug de trappen òp in haastig gestommel van de
+Mannen brokten stug de trappen òp in haastig gestommel van de
ongemakkelijke schoenen tegen de stoottreden, toch bewust neerzettend
de loodlogge voeten, ze stevig opklotsend zelfs door het besef van
geld in hun zak, of ook wel stil-stappend, de gezichten vreugdig om
@@ -2116,7 +2082,7 @@ aanduidend het aantal gezinnen dat er woonde, relde en rammelde in
Heel de week, en ook zelfs zondagsmiddags als de straat uit kuieren
ging, was er alles stil, leek het egale kleurlooze gebouw met zijn
-rijen gelijke vensters en zijn vroeg-doorweerde, verflooze gevel één
+rijen gelijke vensters en zijn vroeg-doorweerde, verflooze gevel één
enkele starre eenzaamheid, dor, doods en klam. Er mochten bewoners
de trap opgaan, de trap afkomen, de kamerdeur openen en toeslaan,
dit veranderde niets aan het aspekt, gaf zelfs geen leven aan de
@@ -2129,7 +2095,7 @@ en naast-elkaar-zetting van de zestien woongedeelten. Die naakte wit-
en zwart bekalkt-beteerde gangen stonden er hol en brak, scheidingen
niemand toebehoorend. In deze grauwe ophooping, het levenloos geraster,
de huurkazerne van een maatschappij voor goedkoope woningen, waarvoor
-je nog maar wàt soliede en degelijk moest staan aangeschreven,
+je nog maar wàt soliede en degelijk moest staan aangeschreven,
met liefst aldoor vast werk, om er voor in aanmerking te komen als
huurder, viel al 't daagsch gestommel dadelijk weg zonder gerucht,
omdat ieder zich terugtrok achter zijn deur, in zijn eigen vertrek,
@@ -2138,8 +2104,8 @@ het bouwen aangebracht, doch niet onderhouden, zaten daar eigenlijk
ook voor niemendal, de meesten ervan allang stukgetrokken, anderen
verroest en knarserig door het weinig gebruik. Want wie er kwam,
wist wel waar hij moest wezen, klom parmantig op, klopte maar ergens
-aan als hij zich vergiste, en ze zeien dan wel: één, twee, drie of
-vierhoog, vóór, achter, links of rechts. Voor de bewoners waren die
+aan als hij zich vergiste, en ze zeien dan wel: één, twee, drie of
+vierhoog, vóór, achter, links of rechts. Voor de bewoners waren die
schelknoppen in 't geheel niet noodig. De buitenpoort stond altijd
open, overdag en 's avonds wagewijd, 's nachts op een kiertje, want
van de vele trappen, uit de leege gangen, viel niets weg te halen,
@@ -2170,7 +2136,7 @@ drapeering, snaterden en snebberden ze elkaar de ooren doof, hangend
met de schrale lijven aan de deurstijlen, tijdverkwistend, zich dan
weer haastend om voort te komen. Ruw en ongesjeneerd kwakten ze neer
de vuilnisbakken, onbekommerd of er wat over stortte. De todden, de
-vodden, de spaanders en papieren waaiden met de asch óp, dwarrelend in
+vodden, de spaanders en papieren waaiden met de asch óp, dwarrelend in
't gelle van de grauwe straat, waar de aschman dubbel te doen kreeg
om dat alles te vergaren.
@@ -2181,7 +2147,7 @@ van niets ontziende voeten.
's Middags veranderde het weer, dan leek 't ineens gedaan. Ze
plasten, ploeterden, boenden binnen, om toch maar snel de boel aan
-kant te krijgen, dán raakte ook de opstapeling woningen, ondanks
+kant te krijgen, dán raakte ook de opstapeling woningen, ondanks
het gesloof en gezwoeg in de kamers, weer tot haar gewone rust, een
bedarende-neerzakkende, armelijke stilte, die de gangen, de trappen
opnieuw liet schimmen in eigen leegte.
@@ -2193,7 +2159,7 @@ aschkar zich daarmee niet bemoeide, alleen maar nam wat in bakken
stond--en de geheele straat van gevangenishuizen, al fleurde er
ook hier en daar een bloem brutaal over sjofel hekje naast goor
waschgoed, wat nog drogen moest als verschooning voor zondag, leek
-wèl een uitééngewaaide mesthoop, wat zóó bleef tot het mannetje met
+wèl een uitééngewaaide mesthoop, wat zóó bleef tot het mannetje met
de handwagen kwam, dat alles bijveegde en geduldig opschepte.
@@ -2201,7 +2167,7 @@ de handwagen kwam, dat alles bijveegde en geduldig opschepte.
Nu, tegen de avond, terwijl de venters hunne waren uitschreeuwden,
kwam beweging in de kale gangen, gedribbel op de trappen.
-Dat de mannen al niet met langzame en moeë voeten als in de week, naar
+Dat de mannen al niet met langzame en moeë voeten als in de week, naar
boven sjokten, ook niet zoo onverschillig en slap wegglipten in hun
deur, maar flink en stevig stapten, met zware passen die vooraf met hun
komst lieten weten dat ze wat inbrachten, maakte al het verschil. Ze
@@ -2240,7 +2206,7 @@ en onwillig.
De vrouw hield even op met stoelen boenen, deed alsof ze hem nu
pas zag:
---O, bè je daar? O!! Je schijnt weer niet in je hum te weze?
+--O, bè je daar? O!! Je schijnt weer niet in je hum te weze?
--Waar is Anne?
@@ -2277,7 +2243,7 @@ kale grond, verscherpte hun zwijgen. Het vulde 't geheele vertrek.
Mies, het meisje van een jaar of acht, schoof nader bij tafel, keek
haar vader vragend aan.
---'k Heb geen schoene vâ, kermde ze heel klein, benepen.
+--'k Heb geen schoene vâ, kermde ze heel klein, benepen.
--Zoo, en wat heb je daar dan an?
@@ -2289,7 +2255,7 @@ gezicht meetrokken zei hij:
--Sja, dat is beroerd!
---Zóó kan ik toch niet op straat en morgen is het Zondag....
+--Zóó kan ik toch niet op straat en morgen is het Zondag....
--Och kind, zeur niet an m'n kop!
@@ -2301,7 +2267,7 @@ zijn vrouw:
--Dadelik!
Ze werkte door en nu zoowat klaar met haar stoel, kwakkelde ze van haar
-knieën op. Dan sloeg ze het werkschort neer, ging naar de kraan, liet
+knieën op. Dan sloeg ze het werkschort neer, ging naar de kraan, liet
water in haar teil loopen, zette de zeeppot erbij en tegelijk zei ze:
--Je kon anders best wachten tot ik weg was, dan heb je de ruimte.
@@ -2353,7 +2319,7 @@ de mond, stond nog aan tafel, glurend in begeerig kijken naar het
zilverblanke geld, dat daar zoo mooi lag, als een betoovering. En
erger zoog ze op haar vingers.
---As je soms brood wilt, het staat dáár! zei vrouw De Ram tegen
+--As je soms brood wilt, het staat dáár! zei vrouw De Ram tegen
haar man.
Hij knikte opnieuw, slurpte gretig aan zijn koffie, zag ongemerkt
@@ -2372,9 +2338,9 @@ heel bedachtzaam, alsof hij er geheel bij was, terwijl zijn hersens
gansch anders waren. Zijn beverige handen schonken voort en de kop
vloeide over zonder dat hij 't wist.
---Hè, wat doe je nou toch, wat is dat voor manier!
+--Hè, wat doe je nou toch, wat is dat voor manier!
-Hij schrok òp, slurpte voorzichtig de volle rand weg en keek verlegen.
+Hij schrok òp, slurpte voorzichtig de volle rand weg en keek verlegen.
Vrouw De Ram veegde nog eerst het schoteltje schoon, ging toen stug
heen, met Mies aan haar arm.
@@ -2388,7 +2354,7 @@ bewegelijk-druk de menschen.
Om de hoek, in de lengte der groote straat, schreeuwden en gilden danig
de verkoopers. De kleine winkels glorieden en glansden breed-uit in
't blinkende licht. Nog aldoor werden handkarren aangereden, stevig
-voortgeduwd en tusschen dat geknars en wielgeratel sloeg òp de herrie
+voortgeduwd en tusschen dat geknars en wielgeratel sloeg òp de herrie
van het venten. Er bolderde een zware vrachtwagen over de keien,
joeg de menschen opzij, en dadelijk erachter gil-schreeuwden weer
de stemmen.
@@ -2410,10 +2376,10 @@ III.
Op de zaterdagavond-markt lawaaide en vlaagde 't nog drukker; 't
was er bont en rel van lamplicht en gescharrel. De rauwe geluiden en
-knetteringen van olievlammen schampten er saam tot één enkele bral.
+knetteringen van olievlammen schampten er saam tot één enkele bral.
Gedrang van uitzoekende menschen, stilstaande koopers, het opduwen
-van nieuw aankomenden, 't warrelde en kronkelde dooréén tot een zwarte
+van nieuw aankomenden, 't warrelde en kronkelde dooréén tot een zwarte
kolk, vol draaiing en verstopping.
Elk tentje was een wereld op zichzelf en de verkoopers, tanige mannen,
@@ -2425,7 +2391,7 @@ de sinaasappelen en noten heerlijk-frisch lagen naast oude vodden,
tusschen glaswerk, blikwerk en gescherfde schalen.
Door alle gangen en paden stuwden de zaterdagavondmenschen in
-ijverig-zoeken; ze speurden naar de spullen, die overal lagen, óók
+ijverig-zoeken; ze speurden naar de spullen, die overal lagen, óók
over de grond, waar naast het aardewerk, de stoffers, boenders en
bezems, de ouwe kleeren te vinden waren.
@@ -2479,16 +2445,16 @@ naar die twee mooie potten. Een greep doen en je werd kooper.
--Wie biedt ervoor...? Dat zijn weer een paar anderen en ze zijnne
nog mooier! zanglijsde hij opnieuw.
-Gaaf en geleidelijk, zonder veel inspanning, liet hij uit de kweeë mond
+Gaaf en geleidelijk, zonder veel inspanning, liet hij uit de kweeë mond
de aanprijzende geluiden glijden en zwaaide met zijn bebloemd schip.
---Hè moe, riep Mies, hè kijk 'es, wat een prach...
+--Hè moe, riep Mies, hè kijk 'es, wat een prach...
Vrouw De Ram gluurde er even na, zei nuchter:
--Ja kind, strakkies! We motte nou eerst voort!
---Jè, moe!
+--Jè, moe!
Begeerig keek Mies naar de uitblinkende kleuren, de bloemen die leken
als zoo geplukt, zelfs nog mooier dan de echten in 't felle licht;--en
@@ -2511,7 +2477,7 @@ zaterdagavondmarkt, liepen overal rond te zoekoogen en te snuffelen.
--Wat is er kind?
---Waarom keek vâ zoo zuur?
+--Waarom keek vâ zoo zuur?
--Weet ik 'et kind... heb ik niet eens opgelet.
@@ -2528,7 +2494,7 @@ Het kind begon weer:
--Wat?
---Dat vâ zoo leelijk keek?
+--Dat vâ zoo leelijk keek?
--Welnee, kind!... zeker wat op zijn werk gehad. Dat gebeurt wel meer.
@@ -2549,7 +2515,7 @@ boordevol.
Ze telde haar geld, om te zien of ze nog wat over had. Ja, 't kon nog
net, ze pakte een half pond Leidsche kaas, en opnieuw sappelden ze
maar rond. Ze werden opzij gedrongen, drukten en duwden terug,--en
-slenterden weer voort. De markt nam, zoog al haar aandacht op, èn
+slenterden weer voort. De markt nam, zoog al haar aandacht op, èn
haar oogen beefden bij al die spullen.
't Gaf niet, ze had geen geld, kon toch niet meer koopen.
@@ -2559,7 +2525,7 @@ haar oogen beefden bij al die spullen.
IV.
---Hè moe, kijk dan toch 'es, riep weer het kind.
+--Hè moe, kijk dan toch 'es, riep weer het kind.
--Wat is d'er nou weer, 'k heb overal geen oogen.
@@ -2575,10 +2541,10 @@ begon opnieuw:
--Het zijne de leste, het zijne de beste! Wie geeft er meer dan zes
en twintig?... Zie eens wat een kleur en zie eens wat een smaak! Je
vroolijkt je heele huis ermee op en 't mooiste is: ze verdorren
-niet!... Ze zijne beter dan de echte, dié verleppe als je ze drie dage
+niet!... Ze zijne beter dan de echte, dié verleppe als je ze drie dage
in water heb staan... Wie houdt er nou niet van blomme?... Blomme dat
-is leven, daarmee breng-je fantezie in huis, dát is weelde. Je houdt
-je man daarmee uit de kroeg en je kinderen stil, èn voor je zelf is
+is leven, daarmee breng-je fantezie in huis, dát is weelde. Je houdt
+je man daarmee uit de kroeg en je kinderen stil, èn voor je zelf is
het een genot voor de oogen. Je staart er 's ochtends op en je staart
er 's middags op en 's avonds zie je ze alweer. Je ziet ze zelfs als
je naar bed gaat en ook als je er in ligt!!... Nou hoef ik je niks
@@ -2604,7 +2570,7 @@ je meer, die heeft geluk! Wie geeft er meer dan zes-en-twintig voor
de laatsten?
Zijn kleine geniep-oogjes in 't flets-bleek gezicht keken en gluurden
-scherp rond, want niemand zes-en-twintig bieënd, had hij maar luk-raak
+scherp rond, want niemand zes-en-twintig bieënd, had hij maar luk-raak
uitgeschreeuwd en zelf meegeboden. Hij zou nu weer van voren-aan
moeten beginnen, en om dit te voorkomen schreeuwde hij maar:
@@ -2612,7 +2578,7 @@ moeten beginnen, en om dit te voorkomen schreeuwde hij maar:
Hij rekte dit woord primie, rekte opnieuw de woorden, en bralde:
---Wie geeft er meer dan zès-zès-èn-twintig... vooruit dan!!
+--Wie geeft er meer dan zès-zès-èn-twintig... vooruit dan!!
Zijn weeke, brakke stem werd nu doordringend. Voor een oogenblik stond
de woelige groep in spanning rond de blonde bloemenkoop. Het was of
@@ -2622,7 +2588,7 @@ de woelige groep in spanning rond de blonde bloemenkoop. Het was of
Vrouw De Ram zei niets terug; ze keek de verkoop eens aan. Het felle
licht uit de lamp op effekt berekend brandde, glansde op de mandjes
-neer, en de bonte kleuren brokten bekorend voor haar oogen òp. De
+neer, en de bonte kleuren brokten bekorend voor haar oogen òp. De
papieren rozen leken wel in bloei te staan.
Een oogenblik verpoosde de bloemenkoop, net lang genoeg om de
@@ -2634,7 +2600,7 @@ dezelfde woorden en zei opnieuw:
er meer? Zes-en-twintig is geboje!
Een stilte bleef er om de bloemenkoop, zoodat ze andere marktgeluiden
-feller hoorden. Een sekonde duurde 't nog, toen schreeuwde er één
+feller hoorden. Een sekonde duurde 't nog, toen schreeuwde er één
uit met schorre stem:
--Ja!
@@ -2646,7 +2612,7 @@ Vrouw De Ram vond ze zelf ook mooi, en ze bood en schreeuwde mede.
--Wie 't meeste geeft, heeft ze! schalde driest de bloemenman, erg
blij los te komen; hij zwierde en zwaaide met de bloemen heen-en-weer.
-Er schalden vele stemmen dooréén; ze boden tegen elkaar op, 't ging
+Er schalden vele stemmen dooréén; ze boden tegen elkaar op, 't ging
tot acht, negen-en-twintig, dertig!
--Ze zijn te geef, riep hij als in zelfmedelijden, darde nog een
@@ -2660,7 +2626,7 @@ Er ontstond beweging in de kijkersdrom, maar vrouw De Ram bleef
nog even staan, en draalde, omdat de meesten bleven, er kon nog wat
komen. En al-zijn-leven, wat zeg-je daarvan, d'er kwamen nog een paar.
---De laatsten, de állérlaatsten! riep hij schaterlachend. Het neusje
+--De laatsten, de állérlaatsten! riep hij schaterlachend. Het neusje
van de zalm, de bloem der bloemen!!
En 't was waar, ze schenen nog mooier dan de vorigen.
@@ -2692,7 +2658,7 @@ zeven-en-twintig cent gekregen; de vorigen waren zelfs tot
drie-en-dertig opgeloopen!
Kleine Mies omknelde de kleurige potjes met haar magere armen, aan
-weerszijden één; ze bekeek ze vertroetelend en hield ze omvat alsof
+weerszijden één; ze bekeek ze vertroetelend en hield ze omvat alsof
't kindertjes waren die ze droeg. Haar open oogen snuisterden van
genot over heel die papieren bloemepracht, waarop nu nog volgde de
kans van winnen.
@@ -2719,7 +2685,7 @@ staatsloterij, zoo eerelik als goud!
't Gaf weer een oogenblik van spanning toen de bloemenkoop het
papiertje aannam en het ontrolde.
---Let op, schreeuwde hij. Lèt op het springen van de lintworm. Hier
+--Let op, schreeuwde hij. Lèt op het springen van de lintworm. Hier
is het... nu zal je 't hooren!--Het is... num-m-er,... nummer
drie-en-veer'... drie-en-veertig!!
@@ -2760,7 +2726,7 @@ toehalen in begeerigheid.
Maar de koopman betoonde zich niet zoo grif en toeschietelijk hield
van pralen, eerst moest-ie nog 'n schoone toespraak houden voor hij
't gaf. Ze greep al weer er naar, gretig met al haar tien vingers,
-doch hij gaf het nog zóó niet af en begon zijn oratie.
+doch hij gaf het nog zóó niet af en begon zijn oratie.
Onwillig stond ze erbij, hoorde in 't geheel niet naar wat de koopman
zei. In haar begeeren naar het eerlijk-gewonnene had ze daarvoor
@@ -2787,7 +2753,7 @@ zenuwachtig, je zou het breke!
--Ja net.
-Het werd een heel overleggen hoe dat alles thuis te brengen, dát ging
+Het werd een heel overleggen hoe dat alles thuis te brengen, dát ging
niet zoo gemakkelijk.
De tasch met kruidenierswaren en de karbies met bloemkool, roode
@@ -2796,7 +2762,7 @@ schip nog mee. Hoe konden ze dat gedaan krijgen? Een oogenblik stond
ze in beraad, terwijl Mies 't moois bevingerde. Toen wist ze het:
ze plantte het eene potje met rozen voorzichtig bij de inkoopen,
en dat prijkte daar nu hoog temidden van de koffie en de suiker. Ze
-tilde dat aan één hand en nam het andere potje in de leege arm.
+tilde dat aan één hand en nam het andere potje in de leege arm.
Mies kreeg in beide handen het groote schip te dragen; haar kleine
gezicht verschool erachter, de neus bijna ertegen aan. Door de zeilen
@@ -2805,15 +2771,15 @@ om niet tegen de menschen op te botsen.
-De volle markt woelde en rumoerde om hun heen. Ze zoûen kreukelen
-die mooie bloemen, èn erg bang ervoor, gingen ze voetje voor voetje,
+De volle markt woelde en rumoerde om hun heen. Ze zoûen kreukelen
+die mooie bloemen, èn erg bang ervoor, gingen ze voetje voor voetje,
stuwden en drongen zich voorzichtig erdoor. Met een gelukkig hart,
het lichaam warm van het moeizaam dragen, zwoegden ze door de volte
van de markt, puffend onder de onhandigheid van de last, en maar wat
blij toen ze eindelijk uit 't gedrang geraakten en op vrijer wegen
beter uit de voeten konden komen.
---Wat zal vâ in zijn nopjes weze! gierde Mies luid-uit. Ze zag al die
+--Wat zal vâ in zijn nopjes weze! gierde Mies luid-uit. Ze zag al die
kleurige pracht in hun kale kamer, terwijl nog al de schoone woorden
van de bloemenkoop in haar ooren tuitten.
@@ -2857,7 +2823,7 @@ op, schampte dan norsch:
--Wat zijn dat voor vodden, waar haal je me die vandaan?
---Gewonne, vâ, gewonne! kraaide het kind. Dat hêt moe allemaal
+--Gewonne, vâ, gewonne! kraaide het kind. Dat hêt moe allemaal
getrokken!
--Hum, gewonne? vroeg hij scherp en smalend.
@@ -2885,9 +2851,9 @@ zonder werk!
Alsof ze onverwacht werd aangevallen, zoo rap keerde ze zich weer om.
---Wat zè-je?... Zonder verrek? hijgde ze.
+--Wat zè-je?... Zonder verrek? hijgde ze.
---Ja, venavend gedaan gekrege, zei hij treiterend, èn jij geeft maar
+--Ja, venavend gedaan gekrege, zei hij treiterend, èn jij geeft maar
uit voor prulle!
--Dat had je dan wel eerder kunne zegge, nijdigde ze terug, nu
@@ -2899,15 +2865,15 @@ geld vandaan mot komme...
In zijn verbeten woede sloeg hij zijn hand uit, en met een felle smak
smeet hij 't bloemstuk rits van de tafel.
---Wel zeker, wél zékér, wreek je daar maar op, rumoerde ze, niet
+--Wel zeker, wél zékér, wreek je daar maar op, rumoerde ze, niet
dadelijk wetend of ze zich te keer moest stellen of zich inbinden. Met
giftig-kwade oogen bleef ze te midden der kamer staan, haar wenkbrauwen
hoog opgetrokken.
't Kind durfde evenmin nader komen, en het bloemschip bleef daar
-liggen, een smalende vlak tusschen hun drieën in.
+liggen, een smalende vlak tusschen hun drieën in.
---Hè vâ, zei kleine Mies schuchter, hè vâ, wat doet u nou, 't is
+--Hè vâ, zei kleine Mies schuchter, hè vâ, wat doet u nou, 't is
zoo mooi!
Ze hurkte bij het schip neer, zette het met bevende vingers overeind
@@ -2922,8 +2888,8 @@ Het kind, angstig-verwonderd, blikte nu eens naar vader, dan naar
moeder, durfde niets zeggen, bang voor het moois, dat het zou moeten
ontgelden.
-De vrouw zweeg en de man zweeg, een zwijgen dat tusschen tweeën
-als een muur dáár stond. Haar oogen giftigden, al zei ze niets. En
+De vrouw zweeg en de man zweeg, een zwijgen dat tusschen tweeën
+als een muur dáár stond. Haar oogen giftigden, al zei ze niets. En
hij hield zich woest, omdat het moest. Maar langzamerhand innerlijk
verlicht en ontlast, nu hij gelukkig eruit had gesmakt dat hij zonder
werk geraakte, kromp zijn nijd, die eigenlijk angst was, en hij wilde
@@ -2940,7 +2906,7 @@ zachts en weeks bestond.
Vrouw De Ram liep mopperend rond, snauwde plots:
---Allé Mies, vooruit naar bed! Ze wilde een uitweg hebben voor haar
+--Allé Mies, vooruit naar bed! Ze wilde een uitweg hebben voor haar
ontstemming, want ze besefte dat onder deze omstandigheden 't geld
voor de bloemen onnut uitgegeven was, zoo goed als weggeworpen. Ze
pakte stil haar inkoopen uit de tasch, zocht wat in 't ronde en ging
@@ -2963,7 +2929,7 @@ schelen. Blij voelde ze zich als-ie een oogenblik wegtrok en haar
aan d'er zelf overliet. Voor hij weerom kon wezen zou ze wel zorgen
d'erin te liggen, om alle verdere kwestie te mijden.
---Ziet u nou wel moe... hep ik 't u niet gezegd van vâ, babbelde Mies.
+--Ziet u nou wel moe... hep ik 't u niet gezegd van vâ, babbelde Mies.
--Ja-ja, ga maar slapen, 't is al ellendig genog.
@@ -2971,7 +2937,7 @@ Een poos zweeg Mies. Toen babbelde het vroeg-rijpe kind weer:
--Waar is Anne toch, wat doet die zoo laat?
---Ze komt zóó... kakel niet!
+--Ze komt zóó... kakel niet!
Ze deed de deuren van de kamerbedstee toe, om haar 't verdere spreken
te beletten, en ze zette zich aan tafel, de magere werkhanden lusteloos
@@ -3011,7 +2977,7 @@ schoof zich de bedstee in naast Mies. Bang voor moeder, vroeg ze
fluisterend wat er nu weer was aan de hand.
--Zorg maar voor een dienst, kriegelde vrouw De Ram. Nou je vader
-zonder is kunne we je maar zóó niet de kost geve voor niks!
+zonder is kunne we je maar zóó niet de kost geve voor niks!
--Ik wil wel, hep toch geen kleere! huilde Anne terug.
@@ -3036,7 +3002,7 @@ VIII.
De late zaterdagavonddrukte was ingekrompen en de straat en ook het
huis met zijn wit-gekalkte, zwart-beteerde gangen, werd weer doods en
-stil. Nu en dan klonk ergens een kreet òp of een ver gerucht suisde
+stil. Nu en dan klonk ergens een kreet òp of een ver gerucht suisde
door de avondleegte. De ellende die ze aanstaande zag viel nu-al als
een steen op haar neer. In de wrakke stilte, gekomen na 't fel rumoer,
voelde ze zwaar de zwarte eenzaamheid om haar heen.
@@ -3059,13 +3025,13 @@ of ze sliep. Haar hoofd werd er nog te klaarder door.
Onhandig stommelde de man in 't vertrek wat rond, kwam ook in bed,--en
met de rug naar elkaar toe, nog meer van elkaar vervreemdend in de
nijdigheid van onmacht, waaraan niets te veranderen viel, hokten beider
-gedachten vast op dat ééne: 't zonder verdienste zijn. Ontredderd
+gedachten vast op dat ééne: 't zonder verdienste zijn. Ontredderd
leien ze neer als onder een zware klauw. Zij slikte haar zuchten in,
hij steunde luid.
Telkens raakte hij zonder werk. Dit lag aan 't vak, ook wel aan hem;
anderen bleven langer aan de slag, hij was de minste, de wrakste,
-werd het eerst eruit geschoven, omdat, àl sjouwde hij even hard, toch
+werd het eerst eruit geschoven, omdat, àl sjouwde hij even hard, toch
minder flink aanpakken kon, verzwakt, ontvleescht voor zijn tijd door
al dat ploeteren op werven, ver boven zijn macht.
@@ -3073,7 +3039,7 @@ Hij voelde en wist, dat hij altijd 't eerst van allen gedaan kreeg,
voelde dat zijn vrouw dit niet kon ontgaan, waaruit volgde dat hij
in haar oogen een slampamper werd, een vent van niks. Dat ergerde hem
't meest. Ze had het hem nog niet verweten, nee dat moest ze ook eens
-lappen. Om dat te voorkomen speelde hij altijd zoo geweldig òp, hield
+lappen. Om dat te voorkomen speelde hij altijd zoo geweldig òp, hield
de schrik erin. Maar dit nam weer niet weg dat ze toch wel begreep waar
het hem zat, uit al haar doen en laten, merkte hij het best. Ook al zou
zij 't zelf gemeen vinden het te zeggen, ze kon toch niet verhelpen,
@@ -3102,7 +3068,7 @@ neus vastzoog.
Er werd zacht op de deur geklopt en 't hoofd van een buurvrouw stak
door de kier.
---Ben je al òp? zei die fluisterend. Nou, bij mij is 't ook wat
+--Ben je al òp? zei die fluisterend. Nou, bij mij is 't ook wat
moois. Hij is gisteravond zonder werrek gekomme.
--O bij mij van 't zelfde laken 'n pak, spreek maar niet ervan.
@@ -3131,7 +3097,7 @@ hij zich onder de dekens en pijnigde zijn arm hoofd.
--Mot je niet bidde, zei vrouw De Ram tegen Mies.
---Ja moe; zoo dalik... waarvoor zal ik bidde...? Dàt vader weer gauw
+--Ja moe; zoo dalik... waarvoor zal ik bidde...? Dàt vader weer gauw
werk krijgt? vroeg ze peinzend na een oogenblik.
Vrouw De Ram kneep de wenkbrauwen samen, haalde netelig de schouders
@@ -3181,7 +3147,7 @@ zaterdagavonden. Buiten schreeuwden en relden al de venters. Hun
schor-schrille, doordringende geluiden snerpten fel uit boven het
gegons en gegrom, boven het ratelend kargerol der straat, verweekten
of krompen in, warrelden en woelden ermee samen soms, sloegen dan
-weer fel ôp en werden één enkele stormende vlaging die opklom tegen de
+weer fel ôp en werden één enkele stormende vlaging die opklom tegen de
hooge huizen, voortrakkelde langs de hoorige ruiten. De aanprijzingen
wisselden elkaar gestadig af, volgden elkaar op, klauwden ineen en
spatterden weg tot in de dwarsstraten, om opnieuw weer aan te vlagen,
@@ -3236,7 +3202,7 @@ dan rook ze 't en dan werd het bepaald ruzie, ze kon de drank niet
uitstaan. Zeker, 't zaakje hing niet in de haak, dat hij zoo nu en dan
er eentje stiekem pakte. De verdiensten kwamen van haar, ze hield de
boel bijeen, maar hij kon er niet buiten, zonder een opkikkertje zakte
-hij heelemaal in elkaar. Eén enkele borrel, die hield hem op de been,
+hij heelemaal in elkaar. Eén enkele borrel, die hield hem op de been,
anders ging alle moed d'eruit. Totnutoe bezat-ie nog 'n snabbeltje
apart, kon-ie wat achterbaks houden, nou raakte dat gedaan, 't was
op en nou moest-ie afwachten dat zij hem iets gaf. Dat vond-ie wel
@@ -3244,7 +3210,7 @@ erg. Kon-ie in 's hemelsnaam iets vinden al was 't als loopknecht,
maar och niks stond er weer in de krant.
Moedeloos pakte hij het vettig-bedrukte, dun-klaterend dagblad op
-en neusde alle advertentiën door. Maar daar schoof ze met haar lang,
+en neusde alle advertentiën door. Maar daar schoof ze met haar lang,
houterig lichaam voor hem heen, zoodat hij geen lettertje kon zien;
zijn oogen staarden blind tegen haar strak-harde rug als tegen een
muur. Dat maakte hem nog kribbiger. Gewoon niet om te doen, meende
@@ -3255,7 +3221,7 @@ slecht brandde. En telkens, alsof zij 't erom deed, dwarrelde ze
voor zijn oogen als ze de strijkbout tegen de kachel ging zetten,
waarvoor ze niet wou omloopen. Dan moest-ie grommen en brommen,
al hield hij zich nog zoo in omdat klagen toch niet hielp. Daar,
-dáár had je 't weer. Diep zuchtte hij ervan.
+dáár had je 't weer. Diep zuchtte hij ervan.
Ze hoorde nu zijn gezucht. Smalend zei ze:
@@ -3280,11 +3246,11 @@ Baller zei niets terug, zweeg in hopeloos dof staren, terwijl ze
voortging met voor hem heen te schuiven. Zeker, ze had gelijk,
haar eigen wasch moest ook worden gedaan. Als zij uit werken ging,
als ze de gansche dag voor 'n ander streek, was het al mooi, dat
-ze het zaterdagsavonds nog voor haar zelf wou doen, dàt gaf-ie grif
-toe. Alléén, waarom wou ze niet aan d'andere kant staan, waarom kwam
+ze het zaterdagsavonds nog voor haar zelf wou doen, dàt gaf-ie grif
+toe. Alléén, waarom wou ze niet aan d'andere kant staan, waarom kwam
ze hem telkens voor de oogen dweilen? Ze kon 't niet hebben, dat
hij hier lekker in 't hoekje zat en zij nog voortmoest. Enkel pesten,
-judassen van haar, anders niet, èn hij moest het maar verdragen. Zeker,
+judassen van haar, anders niet, èn hij moest het maar verdragen. Zeker,
't bleef godgeklaagd, dat zij zich als vrouw moest afbeulen en hijzelf
geen sners verdiende, maar was het zijn schuld, wilde-ie soms niet
werken? Al over de vier maanden zat-ie zonder, van de week nog al
@@ -3325,12 +3291,12 @@ in de bak, om nog een smijt toe te geven, toen zijn vrouw zich driftig
omkeerde, schor-schreeuwend:
--Welzeker... welzeker, waarom niet... kan 't niet op... kost de
-brand soms geen geld... 't is 't laa'st wâ we hebbe...
+brand soms geen geld... 't is 't laa'st wâ we hebbe...
Voor een oogenblik stond Baller paf. Dan kwakte hij de gevulde schepper
in de bak terug, gromde:
---Dàt had je wel eerder kunne zegge!
+--Dàt had je wel eerder kunne zegge!
--Nou nog snauwe d'erbij... geen cent inbrenge en allemanspraat!
@@ -3346,11 +3312,11 @@ schemerende oogen maar moeielijk de kleine, vettig-gedrukte lettertjes
op 't dun flodderpapier. Zijn blikken reikten niet veel verder dan
tot de aankondiging: Vraag en aanbod. Te vergeefs dwong hij zijn
afgeleefde oogen om die door elkaar krioelende regeltjes nauwgezet te
-verkennen. Veel zaaks stond er niet, dat speurde hij al in één vlucht,
+verkennen. Veel zaaks stond er niet, dat speurde hij al in één vlucht,
maar toch, je kon nooit weten, allicht sla-je eens wat over. Hij wou
wat vinden, een reden hebben om er tusschenuit te kunnen trekken.
-Hoe hij zich ook inspande, 't lezen en nakijken van de advertentiën
+Hoe hij zich ook inspande, 't lezen en nakijken van de advertentiën
ging hem maar moeilijk af. De hitte van de nu-sterker-aansnorrende
kachel, de strijklucht en ook 't witte geglemer van 't goed maakten
hem stomp en wee. Zijn oogen werden waterig, alsof ze dreven. Dof en
@@ -3389,7 +3355,7 @@ lezen.... raakte weer aan het peinzen.
Ze merkte het, liet haar ijzer rusten, zag hem een oogenblik scherp
aan, en zei dan schimpend:
---Je hebt het ma'r makkelik, dàt mô 'k zegge.... je denkt an niks! Is
+--Je hebt het ma'r makkelik, dàt mô 'k zegge.... je denkt an niks! Is
er de huur al bij mekaar?
Baller schouderschokte, knipte van onmacht de oogen. Dat ze nu weer
@@ -3421,7 +3387,7 @@ benauwdheid, het zich klein voelen onder haar aanval, viel ineens
van hem weg. De enkele borrel, die hij vanavond pakte, gifte in hem
op. Hij begreep, dat-ie zich te weer moest stellen, en zich niet
alles kon laten gezeggen, want dan ging ze langer hoe verder. Fel,
-met woedend-gemeene blikken, valschte hij naar haar òp, om haar op
+met woedend-gemeene blikken, valschte hij naar haar òp, om haar op
die manier wat af te schrikken.
Zij liet zich niet daarmee van streek brengen, zei treiterend-zeker:
@@ -3441,7 +3407,7 @@ genoch... ellef weke?
--Ja, zuchtte Baller, weet jij d'er raad op? Ik niet!
---Dat is wel makkelik je zóó d'eraf te make!
+--Dat is wel makkelik je zóó d'eraf te make!
--Weet jij dan 'n middel?
@@ -3459,7 +3425,7 @@ hakkelsnauwde:
--Hou toch 'es op... met je herrie... 't is nog zoo ver niet... wat
bliksem is dat?
---Zoo ver niet, zóó ver niet? Me dunkt 'êt...! dat 't ver genoch
+--Zoo ver niet, zóó ver niet? Me dunkt 'êt...! dat 't ver genoch
is! Hoonend bleef ze voor hem staan, zei dreigend, klagend:
--M'n god, wat zal er van ons komme!
@@ -3469,7 +3435,7 @@ is! Hoonend bleef ze voor hem staan, zei dreigend, klagend:
Minachtend keek ze hem aan, en die blik zei: daar ben je veel te laf
voor. Dan hoonde ze voort:
---Zuipe, dàt kan je wel... je stinkt weer naar jenever!
+--Zuipe, dàt kan je wel... je stinkt weer naar jenever!
Baller werd weer bang.
@@ -3477,10 +3443,10 @@ Baller werd weer bang.
--'t Is toch zoo. Denk je dat ik niet ruiken kan.
---Een glaasie noem je dàt zuipe?
+--Een glaasie noem je dàt zuipe?
---Hier een glaasie en daar één, zoo gaat het geld weg... alles door
-'t keelgat. Ze geve het je niet voor niks, dàt maak je mij niet wijs!
+--Hier een glaasie en daar één, zoo gaat het geld weg... alles door
+'t keelgat. Ze geve het je niet voor niks, dàt maak je mij niet wijs!
--'k Mot toch op werk loope!... hier of daar hoore... 't komp niet
van zellef.
@@ -3490,11 +3456,11 @@ als vrouw draai er ma'r voor op.
--'k Kan toch niet bij de pakke blijve zitte, is wel?
---'t Zou wat! zei ze minachtend.--Dàn pakte ze het ijzer van 't
+--'t Zou wat! zei ze minachtend.--Dàn pakte ze het ijzer van 't
kacheltje, vingertipte langs de plaat om de warmte te toetsen, begon
weer te strijken. Gelijk keerde zij zich nog eens om, zei dreigend:
---Je mot 't zellef wete, ma'r dàt zeg ik je, as we op straat komme
+--Je mot 't zellef wete, ma'r dàt zeg ik je, as we op straat komme
te staan, trek ik ertusschen uit.
Ik haal mijn kossie wel!
@@ -3515,7 +3481,7 @@ een of twee weekjes afdokken, of had-ie teminste werk in 't zicht,
om de huisbaas te paaien, maar geen cent in de mars en niks in
't verschiet, dat was om de dood niet plezierig. Te verkoopen of
naar de lommerd te brengen viel er niet. Wat hier nog stond, die
-nakende stoelen, de tafel, het kacheltje, dàt hadden ze alles hard
+nakende stoelen, de tafel, het kacheltje, dàt hadden ze alles hard
noodig. Zijn zondagsche spullen waren nog over, om ze voor een daggie
te verzetten, maar als het daartoe kwam kon-ie niet meer in 't licht
verschijnen. Zijn vrouw had ook niet te veel, geen fatsoenlijk stuk
@@ -3523,7 +3489,7 @@ aan d'er lijf! Wel waren ze afgezakt, zaten totaal vast, de eenige
uitkomst werk te krijgen, maar hoe en waar...
Moedeloos nam hij de krant weer op, doorzocht de heele lijst van
-kleine advertentiën, al wist-ie dat er niets voor hem instond. Hij wou
+kleine advertentiën, al wist-ie dat er niets voor hem instond. Hij wou
wat vinden, om uit de kamerbenauwdheid weg te kunnen. Met zijn nagel
krabde hij hier en daar wat aan, doch hij dorst er nog niet mee voor
de dag te komen. Dan vroeg hij om te polsen of haar stemming beterde:
@@ -3544,7 +3510,7 @@ stootte nu en dan een "ha" eruit, alsof hij iets van belang vond,
las hard op een advertentie, die hij maar verzon.
Nu hoorde hij weer de avondventers, en hun schorre, schrille geluiden,
-die naar de derde verdieping òprelden, leken hem sarrende kreten,
+die naar de derde verdieping òprelden, leken hem sarrende kreten,
fel treiterend omdat hij hier als zat vastgebonden. De dorst werd
al erger, schroefde hem de keel toe, en toch opstappen durfde hij
niet. 't Was zijn eigen bedrijf, zijn eigen schuld dat-ie zoo in de
@@ -3584,11 +3550,11 @@ Het ongeluk vervolgde hem wel, van alle kanten. Dadelijk na het
trouwen al 't faljiet van Tobiassen, voor wie hij twaalf nieuwe huizen
plakte en waarvan hij geen dubbeltje kreeg. Toen die mijnheer Diemert,
aan wie hij zooveel te kort kwam, 't liefst maar drie duizend gulden
-aan kleeden. Dan dàt keertje brand, te laag geassureerd, zoodat ze
+aan kleeden. Dan dàt keertje brand, te laag geassureerd, zoodat ze
hem een schijntje uitkeerden. Zes kinderen geboren en gestorven,
komen en gaan kost geld, 't kwam allemaal bij mekaar, tot-ie voor
't fatsoen van de familie de winkel likwideerde en op bonnefooi naar
-Amsterdam trok. Dàt had-ie nooit moeten doen. In een kleine stad kun
+Amsterdam trok. Dàt had-ie nooit moeten doen. In een kleine stad kun
je 't mager hebben en vol zorgen zitten, maar je komt er door. Hier,
in Groot-mokum, geeft geen mensch om je. En natuurlijk, daar ginds
waren ze blij, dat ze hem kwijt raakten; nu keken ze niet naar hem
@@ -3653,7 +3619,7 @@ scherp aan, vroeg:
--'t Staat d'ar in de krant.
---Wèl toevallig!
+--Wèl toevallig!
--Lees het dan zellef!
@@ -3665,8 +3631,8 @@ rug langs hem heen, streek opnieuw voort, schimpte dan weer:
--Foefies?... wat foefies?
--Daar hei je zeker twee uur voor noodig, om die affertensie op te
-scharrele... of ik dat niet ken... van zes uur zit-d-ie d'er al... hà,
-hà, hà, treiterlachte ze.
+scharrele... of ik dat niet ken... van zes uur zit-d-ie d'er al... hà,
+hà, hà, treiterlachte ze.
--Ik zie 't net... da's te zegge... ik zag 't wel eerder. Niet veel
bizonders... je zoekt en je zoekt honderd uit.
@@ -3683,7 +3649,7 @@ ze scherp:
--As-je morge in de vroegte gaat, ben je frisch.
---Och mensch, lâ na'r je kijke... ze zulle me zien ankomme, op zondag!
+--Och mensch, lâ na'r je kijke... ze zulle me zien ankomme, op zondag!
--Ma'r 't is nou nacht.
@@ -3691,7 +3657,7 @@ ze scherp:
--Nee, 't is zeker vroeg, gotallemachtig...!
---Dàt niet, ma'r... as je het nou niet eerder ziet. Wat verlet ik
+--Dàt niet, ma'r... as je het nou niet eerder ziet. Wat verlet ik
ermee? Niks... hebbe we 't zoo goed... kunne we wachte! is m'n gang
soms 'n doktersgang?
@@ -3707,7 +3673,7 @@ anders kwam 't er niet van. Met een schonkig gebaar schoof hij naar
de kast, om zijn jas te pakken. Maar ze was vlugger dan hij, stond
oogdreigend voor hem:
---Je gaat niet, ik zèg je, je gaat níét!
+--Je gaat niet, ik zèg je, je gaat níét!
Hij liet zijn jas los, die op de stoel gleed, schreeuwde dan ineens
gedurfd:
@@ -3717,7 +3683,7 @@ gedurfd:
--Ik zweer je, as je gaat, gaan ik ook! Wie je terugziet, maar mijn
niet, versta-je!!
---Wel-wel, wàt je meent, treiterde hij weerom, nog zoo slecht niet
+--Wel-wel, wàt je meent, treiterde hij weerom, nog zoo slecht niet
bedacht, denk je me daarmee te pesten, dan heb-je 't mis, glad
mis! De deur staat wagewijd voor je ope, as je soms weg wilt, vergis
je toch niet.
@@ -3735,7 +3701,7 @@ Maar hij wou doorzetten, hield zich ongevoelig, zooveel voor 't een
als voor 't ander. Brutaal snerpte hij:
--'t is hier geen kwestie van goed of slecht behandele, het is kwestie
-om werk te krijge, èn of 't nou half nege of half tien is, dat duvelt
+om werk te krijge, èn of 't nou half nege of half tien is, dat duvelt
niks.... as je zonder zit, kan-je hier niet blijve hokke.... 't werk
komp niet van zelf.... heb je ooit van je leve.... nou wat zeg je
me daarvan?
@@ -3758,7 +3724,7 @@ Hij schokte de schouders, onwilligde terug:
--Daar hebbe we morge alle tijd voor, nou kan ik nog probeere voor
werrek, zal ook 'es naar Bouwlust gaan.
-Vlijm-scherp zag ze zijn doel: het café waar de bouwers samenkwamen
+Vlijm-scherp zag ze zijn doel: het café waar de bouwers samenkwamen
en ze wist al vooruit waarop dat ging uitdraaien; 't werd natuurlijk
weer zwetsen en drinken! Om hem van dit plan af te houden werd ze
toeschietelijker, vroeg ze bijna gedienstig:
@@ -3786,14 +3752,14 @@ mot toch d'erop uit.... voor die advertentie.
Zij schokte uit haar gebogen houding op, liet het dekselplaatje van
de kachel dat ze oplichtte voor de waterketel, met een klaterende
rinkel terugvallen, keek hem star-stijf aan, ermee zeggend: dat gaat
-zóó niet mannetje!
+zóó niet mannetje!
--Ja zeker, weerbarstigde Baller. Ik mot ook zien Peters te treffe!
--Peters? smaalde ze, in haar heftigheid geen woorden vindend om op
hem los te branden.
---Ja zeker Peters! bevestigde hij. Die hêt-me beloofd as de verdiepinge
+--Ja zeker Peters! bevestigde hij. Die hêt-me beloofd as de verdiepinge
zoo ver benne...
--Wat verdiepinge... 't vriest toch veel te hard om te kunne
@@ -3801,7 +3767,7 @@ plakke... ja, maak mijn dat wijs!!
--Zoo?
---'t Werk ligt stil, dat hè-je toch zellef gezeid.
+--'t Werk ligt stil, dat hè-je toch zellef gezeid.
--In elk geval, driftigde Baller nu, in elk geval 'k mot eruit. Denk
je soms, dat ze 't op de trap komme legge?
@@ -3842,7 +3808,7 @@ haar zelf, als in een huig van kilheid en vrees.
De armen vielen vrouw Baller slap langs 't lijf. Ze voelde zich
geslagen, al raakte hij haar met geen vinger aan. Veel streken
-haalde-ie uit, maar zoo brutaal als nu nog niet, dát liep er over heen!
+haalde-ie uit, maar zoo brutaal als nu nog niet, dát liep er over heen!
Een krampige verontwaardiging doorschokte haar, maakte haar star en
stijf. 't Was of alles door dat toeslaan der deur in onrust schommelde
@@ -3869,8 +3835,8 @@ plafond, beglimpte de vaasjes en gipsbeeldjes op de schoorsteenmantel,
maakte ze tuiterig en scheef. Het klokje uit de guldensbazar hoorde
ze onregelmatig tikken, de slinger ging slikker-de-slik, slingerde
zoo vreemd, alsof 't ding eruit zou vallen. Zelfs de ruiten maakten
-geweld, alles leek in opstand. Natuurlijk onzin, verbeelding, dàt wist
-ze opperbest! Het bracht haar tóch van streek. In haar ooren bleef
+geweld, alles leek in opstand. Natuurlijk onzin, verbeelding, dàt wist
+ze opperbest! Het bracht haar tóch van streek. In haar ooren bleef
doordaveren 't toeslaan van de deur, zijn trapafhollen. Schrijnend
voelde ze haar onmacht, de onmacht van vrouw, die voor de boel
blijft zitten, en de getrapte is, ook als de man niet trapt, enkel
@@ -3881,15 +3847,15 @@ verzetten, haar woede te temperen, maar 't lukte niet half. De punt van
't ijzer stootte door 't versleten goed heen, ze vergat de strijkzool
aan te voelen, of een lap op te leggen en verschroeide een van de
weinige lijfjes die ze nog bezat. Ze streek, perste, vouwde voort, en
-zuchtte er tusschendoor. Haar hè-hè's sneden vinnig door 't vertrek,
+zuchtte er tusschendoor. Haar hè-hè's sneden vinnig door 't vertrek,
en de tafel schokte en knerste mee in haar heftig gewerk. Ze moest
-zich intoomen, dàt voelde ze, ze zou maar liever de naden uithalen en
+zich intoomen, dàt voelde ze, ze zou maar liever de naden uithalen en
gaan verstellen. Dat vlotte ook al niet best. Haar vingers glipten
door 't dunne goed heen, stuk voor stuk moest ze terzij leggen,
't was of de gaten ermaar zoo invielen, geen bijhouden aan. Och ja,
't ging ook al lang genoeg mee... elf jaar... geen kleinigheid... 't
beste slijt, en geweest is geweest! Wat kocht ze in al die tijd bij,
-een bedroefd drupje, 't meeste voor hèm. Ze deed 't nog met dezelfde
+een bedroefd drupje, 't meeste voor hèm. Ze deed 't nog met dezelfde
hemden, dezelfde rokken van haar trouwdag af.
Haar vingers gristen weer door 'n sloop heen.
@@ -3949,7 +3915,7 @@ sufte de kamer van de stilte.
Maar nu kwam er ineens gerucht, de kat joeg met lenig-wilde sprongen
door 't vertrek, dolde heen en weer in hoepelvluchten.
---Die hét ook de kolder in de kop, zeide ze, na haar heftigheid
+--Die hét ook de kolder in de kop, zeide ze, na haar heftigheid
verwonderd over eigen berusting.
De kat bleef jagen.
@@ -3979,11 +3945,11 @@ gelukkig ook! Ze waren in de hemel beter af dan zij hier, wat moest
er van zulke bloeien zijn geworden....
Al haar kwaadheid verzonk in deze overweging. 't Maakte haar tam,
-eenzaam-en-alleen-te-moede. Ze zag vóór zich de kinderkens, zooals
+eenzaam-en-alleen-te-moede. Ze zag vóór zich de kinderkens, zooals
ze werden geboren, zooals ze lagen in de wieg, en zooals ze de geest
gaven, de oudste aan hersenziekte, de tweede aan stuipen, de derde aan
-de ingewanden, en nogal meer. Op één na 't jongste, een blond-bleek
-meisje, dat, naar ze zeien, op haar zóó leek, herzag ze 't scherpst.
+de ingewanden, en nogal meer. Op één na 't jongste, een blond-bleek
+meisje, dat, naar ze zeien, op haar zóó leek, herzag ze 't scherpst.
Er welde een traan naar haar oog, en die drupte op haar verharde
handen. Ze veegde met de handrug af, verzette zich tegen die
@@ -3993,7 +3959,7 @@ gevoeligheid, en zei strak:
heeft genomen.
Maar ze vergat te zeggen: Zijn naam zij gezegend of Zijn wil
-geschiede.--Ze slikte dàt in, liet erop volgen in schaamte over dit
+geschiede.--Ze slikte dàt in, liet erop volgen in schaamte over dit
verbergen: Hij zal wel weten wat goed is voor ons, arme stervelingen!
De smart omving haar geheel: ze voelde zich klein, erg klein,
@@ -4006,7 +3972,7 @@ rammel-trilde, en de windstooten deden 't gordijn bollen. Wezenloos
blikte ze 't vertrek rond en zoo stond ze een poos gedachtenloos
tot ze haar aandacht weer vestigde op 't rammelend raam; ze zou een
spijker of 'n stukje hout als wig tusschen de sponningen duwen. Dat
-lawaai werd niet uit te hoûen, en het tochtte ook!
+lawaai werd niet uit te hoûen, en het tochtte ook!
Ze rommelde in 't spijkerbusje, nam een paar vierkante nagels, dik
van roest, morrelde die tusschen 't raam en de lat. Nu eerst zag
@@ -4026,10 +3992,10 @@ der menschen en wagens gingen plekken, als onregelmatige slingers in
elkaar geweekt.
De voldoening van rustig binnen te zitten borrelde in haar op. Hm,
-hm!! Lekker voor hèm, ziezoo, nou kreeg-ie ook zijn portie. Maar
+hm!! Lekker voor hèm, ziezoo, nou kreeg-ie ook zijn portie. Maar
ineens bedacht ze met 'n schrikje, dat ze vergat in te koopen,--en
voor morgen had ze niets in huis! Misschien stond er nog een vent met
-'n kar, anders moest ze naar de groentewinkel, èn dat werd duur!
+'n kar, anders moest ze naar de groentewinkel, èn dat werd duur!
Met een zucht liet ze 't gordijn tegen het raam terugvallen, strikte
de boezel los, nam een wollen kaper, knoopte die om de ooren. Nou
@@ -4047,7 +4013,7 @@ de handen vol omdat ze de rok moest ophouden.
Om de hoek stond nog een wagen. Zij sjokte er naar toe. 't Viel mee,
een honderdste tref in zulk hondeweer! Als hij nou maar had wat haar
-leek! Witte kool? dat ging, en een maat aardappelen! Ze dong af óp
+leek! Witte kool? dat ging, en een maat aardappelen! Ze dong af óp
de prijs, niet te veel. De man overvroeg niet te bar in 't striemend
weer, hij wilde gauw loskomen; en ze werden 't dadelijk eens: acht
cent voor de witte kool, elf cent voor de aardappels.
@@ -4060,7 +4026,7 @@ Een oogenblik dacht ze, dat Baller er aan kwam, maar ze zag
verkeerd. Nee, zoo gauw verwachtte ze hem ook niet, hij zat natuurlijk
in de kroeg!
-Ze kledderde weer de trappen òp, de voeten nat van 't drabbig
+Ze kledderde weer de trappen òp, de voeten nat van 't drabbig
vocht,--en blij op haar kamer terug te wezen, voelde ze de
huiselijkheid haar opnieuw omsluiten. Br! wat 'n weer, hij moest 't
zelf weten als-ie zich een ziekte op de hals haalde! Haar bakje met
@@ -4076,7 +4042,7 @@ de waschboel nog, dat moest eerst gebeuren! Verdorie, daar kwam van
avond geen einde aan. Alles door die lamme kerel!!
Zij nam hoopje voor hoopje, bergde het goed weg in de muurkast op
-schoone, propere kranten. Zóó opgestapeld, de gave, dikke kanten voor,
+schoone, propere kranten. Zóó opgestapeld, de gave, dikke kanten voor,
toonde haar waschje nog heel wat. 't Bracht haar in betere stemming. 'n
Poosje bleef ze welbehagelijk ernaar turen, maar de berg verstelgoed,
die daar nog lag, maakte haar vanzelf weer korzelig. Dan schoof ze
@@ -4088,10 +4054,10 @@ en onbewogen als in diepe nacht. En toch was 't pas elf uur! De lamp
brandde traag en wiebelde niet; geen lichtverglijdingen glipten uit,
geen schaduwingen gleden langs de wand. Alles bevond zich konstant in
licht en donker. De stoelen met de wit-geboende matjeszittingen reiden
-dáár als blanke plekken langs het schemer van de vale behangselwand;
+dáár als blanke plekken langs het schemer van de vale behangselwand;
ze stonden koel-enkel op 't kale, rafelige groen- en zwartgestreept
vloerkleed, dat in een zwarte grom scheen uit te vloeien. Geen gerucht
-sloeg meer óp van de straat, geen gil van een avondventer, geen
+sloeg meer óp van de straat, geen gil van een avondventer, geen
kargeratel, zelfs geen voetgestap. 't Sneeuwig weer dempte alles. Nu
en dan vlaagde nog alleen de wind met zwakke stooten, als heel van
verre, wat de wakke kamerstemming nog meer verzwaarde. Alles zweeg.
@@ -4128,7 +4094,7 @@ dag hard werken, gestriemd door de ruzie en zijn vlucht, liet ze
doorrikte de kamerruimte regelmatig, een tikkeling die zich aan
niets stoort! Het leven ging door, dat voelde ze sterk, en niets
komt terug. Ze meende het goed met hem, daarom haalde ze nog wel
-in 't fleschje, maar ze vergat hem dàt te zeggen. Een hekel had
+in 't fleschje, maar ze vergat hem dàt te zeggen. Een hekel had
ze aan de drank. Gewoon vergift! De jenever maakte hem zoo slap en
slecht. Maar als ze nu toch voor hem haalde, waarom 't hem dan niet
dadelijk gezegd? Misschien was-ie dan gebleven; met 'n neutje, met 'n
@@ -4141,7 +4107,7 @@ gedachten kwamen en gingen, keerden terug naar 't zelfde punt. Ze vond
hem lorrig, zichzelf niet zonder schuld, een schuld, die ze zich toch
niet wilde bekennen.
-Ze moest lieviger, aanhaliger tegen hem zijn, èn dàt kon ze niet,
+Ze moest lieviger, aanhaliger tegen hem zijn, èn dàt kon ze niet,
de afkeer was sterker dan haar beste wil. Goed wou ze voor hem zijn,
behoorlijk-goed zonder omslag, en niet meer! Zijn grimassen, als-ie
half-snik, zoo lief en lekker tegen haar deed, kon ze niet uitstaan,
@@ -4149,14 +4115,14 @@ hij leek dan meer op 'n aap als op 'n mensch,--en alles draaide daarbij
in haar om. Zonde dat ze 't zei, toch 't was zoo! Ze griezelde van
hem. Die afkeer was al gekomen bij 't sterven van 't eerste kind,
mogelijk nog vroeger, maar toen werd ze 't gewaar. Al haar kinderen
-waren zwak en sukkelend geweest; niet één bleef in 't leven en dat lag,
-meende ze, aan hèm. Zij zelf was flink en gezond, maar hij stak in
+waren zwak en sukkelend geweest; niet één bleef in 't leven en dat lag,
+meende ze, aan hèm. Zij zelf was flink en gezond, maar hij stak in
geen zuiver vel, had te veel gesjouwd voor zijn trouwen. Geen wonder,
zijn vader deugde al niet, 't zat in de familie, de Ballers waren
allemaal uitgaanders. Wat gaf nou die betere kom-af waarop hij zoo
stofte, met een gewoon werkman, die zijn handen wist te roeren, zou
ze beter zijn af geweest.... Nou bleef ze met hem opgescheept. Och
-ja, toen keek ze toch òp naar het bazenzoontje met z'n mooie handen,
+ja, toen keek ze toch òp naar het bazenzoontje met z'n mooie handen,
zij 'n gewoon meisje, haar vader meesterknecht. En toch... kon hij
't maar zoover brengen als haar vader. 't Zou wat, een landlooper
werd-ie, geschikt voor de schans. Anders niks!
@@ -4171,12 +4137,12 @@ betrof,--en nu hij verarmd, ook moest aanpakken, stonden zijn handen
glad verkeerd.
In de wrange kamerstilte, waar het klokke-tikje rammelend de tijd
-aangaf en haar alléén-zijn verscherpte, verdubbelde, zag ze opnieuw
+aangaf en haar alléén-zijn verscherpte, verdubbelde, zag ze opnieuw
zijn sloome doen van zooeven, zijn laffe vlucht, 't kwansuis op haar
aanstormen, 't scharmaaien met zijn armen, 't grijpen naar zijn jas,
-'t bijna omvergooien van de stoel om z'n kale hoed te pakken, èn dan
+'t bijna omvergooien van de stoel om z'n kale hoed te pakken, èn dan
dat dichtsmakken van de deur. Al dat lawaai relde nog in haar ooren;
-ze hoorde, herzag het aldoor, hoe kon-je van zoo'n man hoûen? Gloeiend
+ze hoorde, herzag het aldoor, hoe kon-je van zoo'n man hoûen? Gloeiend
onmogelijk was dat; voor haar part brachten ze hem dood thuis; zij
zou zich wel redden!
@@ -4185,7 +4151,7 @@ Zij schrikte van haar eigen verwensching. Als God eens strafte en
--Heere, leid ons niet in verzoeking, prevelde ze al. 't Was satan
die haar bezocht en haar ziel wou bezitten. Ze wou niemands dood,
-ook niet van hèm!
+ook niet van hèm!
Verward en gejaagd nam zij 't mes, sneed grof de kool verder, vergaarde
de uiteengesprongen snijdsels in haar schoot, stond gerept op, om die
@@ -4198,7 +4164,7 @@ met een grove steek haalde ze de scheuren wat bij.
Wat nou nog te doen? vroeg ze zich, stug door de stilvreemde kamer
loopend, als met haar zelf verlegen. O ja, de verschooning klaar
-leggen. Ook voor hèm. En dan een paar kousen stoppen voor haar zelf!
+leggen. Ook voor hèm. En dan een paar kousen stoppen voor haar zelf!
't Schoone goed lei gauw gereed, maar aan de kousen kon ze niet
beginnen, dood-moe als ze zich voelde. Zou ze op hem blijven wachten,
@@ -4206,7 +4172,7 @@ of naar bed gaan?
Ze meende op de trap weer gerucht te hooren. Dat kon-ie zijn, lam, dat
ze nog niet in bed lag! Maar nee, gelukkig, hij was 't niet, 't ging
-voorbij! Hoe laat zou 't wezen? Zoo, al half één! Dat wist ze niet!
+voorbij! Hoe laat zou 't wezen? Zoo, al half één! Dat wist ze niet!
In eens kreeg ze 't koud met rillingen langs de rug. Och ja, geen vonk
vuur meer in de kachel! Nee, die kousen moesten blijven liggen. Het
@@ -4251,14 +4217,14 @@ voor mij... ik ben te lam, te beroerd, dan zou ze hem de huid vol
schelden, en eindigen met hem toe te geven, voor hem te zorgen,
zooals je ook zorgt voor een kind, voor een hond of een kat.
-Maar nou hij bij alles nog een snugger gezicht zette van wèl te kunnen,
+Maar nou hij bij alles nog een snugger gezicht zette van wèl te kunnen,
alle anderen te glad-af te wezen, de tegenspoeden als ongeluk liet
doorgaan om haar de mond te snoeren, en haar verweet dat ze niet lief
tegen hem deed, nee, dat liep erover heen! Zeker, als je getrouwd
bent, moet je mekaar bijstaan, maar wie niet inbrengt heeft zich een
beetje te schikken, hoeft niet de baas te spelen. Dat had-ie vroeger
meer dan zat gedaan! Als ze in 't begin de duim wat steviger op de
-zak had kunnen houden, zoûen ze niet zoo zijn afgezakt. In zooverre
+zak had kunnen houden, zoûen ze niet zoo zijn afgezakt. In zooverre
droeg ze schuld mee. Maar ach-ach, wat kon ze in die tijd d'er an
doen? Wat wist zij van z'n zaken af? Geen woord repte hij ervan,
hij hield haar van alles onkundig tot ze voor 't faljiet stonden.
@@ -4285,11 +4251,11 @@ zijn aldoor-in-de-kroeg-zitten, zoogenaamd om werk op te schooieren.
Nee-nee, dat leven kon zoo niet voortgaan! Hij liet haar tobben,
trok ertusschen uit. Ze moest van hem af! Een man die de kost niet
verdient is geen man, is een slampamper. Voor zichzelf haalde ze haar
-broodje gemakkelijker dan met hèm erbij, al veel eerder had ze dat
+broodje gemakkelijker dan met hèm erbij, al veel eerder had ze dat
moeten bedenken!
Haar oogen staarden strak naar de neergedraaide lamp, waarvan 't
-licht nog zwak òplichtte, de melkige kap, in de stroeve kamerruimte
+licht nog zwak òplichtte, de melkige kap, in de stroeve kamerruimte
zwevend als een halve, witte bol. De wind scheen te zijn gaan liggen,
't gerucht was gering; ze meende te kunnen hooren de zachtheid van
de sneeuwval.
@@ -4311,13 +4277,13 @@ wist ze te gebruiken. Als kind ging ze op een ateljee, deed later
't huishouden van moe voor ze trouwde, dus dat zou wel kunnen. Het
uit wasschen en uit strijken gaan wat ze nu moest doen had ze ook
niet geleerd. Als ze eens 'n strijkerijtje opzette? voor haar zelf
-begon? In dat geval moest ze de meubeltjes hoûen, de kachel en de
+begon? In dat geval moest ze de meubeltjes hoûen, de kachel en de
strijkbouten vooral!
Ze keek weer rond door 't zwakverlichte, schemervale vertrek,
en 't omringende werd haar ineens dierbaar. 't Meeste had ze zelf
gekocht. Ach, van de vroegere overdaad moest ze al zooveel van de hand
-doen. Maar hoe ook, 't hoorde hun beiden en niet haar alléén. Om te
+doen. Maar hoe ook, 't hoorde hun beiden en niet haar alléén. Om te
verkoopen of naar de lommerd te brengen, daar was-ie voor te vinden,
maar om het aan haar af te staan, hoe kwam ze eraan? Ja, als ze het
wist op te koopen?
@@ -4332,7 +4298,7 @@ kwansuis natuurlijk! Maar die sjachels kun-je niet vertrouwen!
Haar geest werd vindingrijk, maakte buitelingen, sluwe plannen en
berekeningen, die bij nader inzien onuitvoerbaar bleken. Wat ze ook
bedacht en hoe ze 't ook wou overleggen, bij alles diende ze geld te
-hebben. Zonder dàt dee-je gewoon niks!!
+hebben. Zonder dàt dee-je gewoon niks!!
Ze moest dus eerst sparen. Maar ze kwamen al voor de huur te kort, hoe
kon ze dan wegleggen? Dat was toch al gos-onmogelijk! En gesteld, dat
@@ -4356,7 +4322,7 @@ zwaar van slaap, kon ze niet meer openhouden. Ze voelde zich
indommelen. Misschien maar 't beste, morgen komt er weer 'n dag! zei
ze berustend.
-Het klokje sloeg. Ze schrikte op, luisterde. Eén uur.
+Het klokje sloeg. Ze schrikte op, luisterde. Eén uur.
Hij was er nog niet.... als-ie eens... als-ie eens wegbleef, niet
terugkwam? Ze durfde haar gedachte bijna niet uitspreken. Een vreemde,
@@ -4367,7 +4333,7 @@ Ze raakte ineens weer klaar wakker, zei: Nou niet slapen, opletten! Al
wat ze daarnet overpeinsde gebeurde wie weet vanzelf, ze was dan
vrij... om te handelen. Maar nee, er bleven bezwaren. De huisheer kwam
dan bij haar, en waarvan moest ze hem betalen? Misschien gaf-ie toch
-uitstel, als d'er man haar liet zitten. Mogelijk, maar óók niet! Van
+uitstel, als d'er man haar liet zitten. Mogelijk, maar óók niet! Van
zoo'n steggel, zoo'n penningfokker had ze niet veel te verwachten.
Haar gedachten vertroebelden weer, werden loomer, zwaarder. Ze
@@ -4400,11 +4366,11 @@ Ze droomde gruwelijke dingen... van moorden en vervolgingen en van diep
vallen in een water. Even werd ze weer wakker, schudde de nachtmerrie
van zich af, maar de dwanggedachte dat ze zich moest verzetten en
handelend optreden liet haar niet los. Slaap en droom verwikkelden
-zich, dwarrelden dooréén, werden één enkele benauwing.
+zich, dwarrelden dooréén, werden één enkele benauwing.
-Over tweeën sukkelde Baller naar huis.
+Over tweeën sukkelde Baller naar huis.
Tot het sluiten toe was hij in het koffiehuis blijven plakken,
meedrinkend op de reutel als er werd getrakteerd door de
@@ -4412,7 +4378,7 @@ eigenbouwers. Hij had, wat hij noemde een snee in de neus en hij
wist dat z'n vrouw dan van hem walgde en gruwde. Ze kon niet velen
dat hij aan haar lijf kwam, of haar maar even aanhaalde. Hi-hi-hi,
hitste hij zichzelf op, bij mij is 't net anders om, als er een
-glaasje inzit ben ik leutig en dan hoû ik weer van 'n vrouw.
+glaasje inzit ben ik leutig en dan hoû ik weer van 'n vrouw.
't Was hem vanavond nog al meegeloopen. Wat
zei-ie? meegeloopen... gewoon prachtig gelaveerd, werkelijk
@@ -4427,7 +4393,7 @@ ankomme!... Naar de mookerhei met dat revolutiewerk, de een deed
't al minder dan de ander, enkel om aan de gang te blijven en je
verdiende niet veel meer dan een schanslooper.
-Maar allé, hij kon zijn vrouw toch toonen dat-ie wou en dat het niet
+Maar allé, hij kon zijn vrouw toch toonen dat-ie wou en dat het niet
zoo stom is in de kroeg te zitten. Als de berg niet tot je kwam,
most-je wel tot de berg gaan! O zoo! Lekker zou-ie haar nou 'es
troeven, nou had ze net niks te zeggen! Leutig werd-ie weer terwijl
@@ -4435,13 +4401,13 @@ hij dat overdacht en onder het sukkel-zware loopen zijn vroolijkheid
van halfdronken man weer steeg. 't Was koud en rillig, blij zou-ie
wezen als-ie bij zijn vrouw onder de dekens lei.
-Zou ze nog òp wezen? Liever had-ie dat niet. Al moeite genoeg zou-ie
+Zou ze nog òp wezen? Liever had-ie dat niet. Al moeite genoeg zou-ie
hebben zich naar boven te hijschen op die vervloekte steile trap. In
't volle licht kreeg ze 't ook al gauw in de raamstraten dat-ie een
knap stuk in had, en dan gaf ze zoo op hem af.
Een huiver van genot liep hem door de leden. Hij moest juist een
-tikkie òp hebben, om je weet wel in de rechte stemming te wezen. De
+tikkie òp hebben, om je weet wel in de rechte stemming te wezen. De
heele week heb je al mizerie genoeg, zaterdagsavond wil-je wel 'es
van je vrouw profiteeren! Je bent toch niet voor niemendal getrouwd,
al lijkt het er veel op!
@@ -4449,7 +4415,7 @@ al lijkt het er veel op!
Zich met moeite door de soppige sneeuw heen baggerend, stijf van
leden, dofzwoel en toch zoo prikkelend-fel van hoofd door de vele
borrels en het sukses van z'n werkoploopen, raakte hij eindelijk aan
-de deur en kon hij de vele treeën opklauteren. Gelukkig! net zooals
+de deur en kon hij de vele treeën opklauteren. Gelukkig! net zooals
hij dacht, ze lag al te bed! Had-ie wel goedgekeken, het lampje was
toch neergedraaid? Mal, dat je soms aan je eigen oogen twijfelde. Geen
wonder ook, want d'er zat vanavond genoeg in!
@@ -4517,7 +4483,7 @@ doen om zich te overtuigen, haar handen uitsteken om haar geschokte
zenuwen lucht te geven. Pof viel ze op hem neer, schudde hem heftig
door-elkaar en schreeuwde zonder dat ze eigenlijk wist wat ze zei:
---Hè, wor 'es wakker!!!
+--Hè, wor 'es wakker!!!
Voor die eigen rauwe woorden schrikte ze, want ze wou hem niet wakker
hebben; ze wou enkel maar weten of-ie leefde. En hij leefde! De nare
@@ -4546,7 +4512,7 @@ te zien, en staarde dan weer strak voor zich uit, vol ontzetting. Zij
schold hem woedend uit zonder haar stijve lippen te bewegen.
Opeens zag ze hem moeite doen, om zich op te richten. Ze schreeuwde
-het uit. Maar hij plonsde weer neer, verschoof alléén, sliep nog eens
+het uit. Maar hij plonsde weer neer, verschoof alléén, sliep nog eens
in. Hij leek haar een vies beest, dat haar bed besmette, en zichzelf
ondermijnde. Stil-zijn, hem laten slapen! vermaande ze zich schuw.
@@ -4568,7 +4534,7 @@ In walg duwde ze de bedsteedeuren toe om hem niet voor oogen te
hebben. Huiverhaastig wreef ze zich met een natte handdoek over
't gezicht, kleedde zich in allerijl aan. De kousen waren stuk, ze
had vergeten ze te stoppen, d'r kon ze niks aan doen. 't Moest maar
-zóó... ze moest weg.
+zóó... ze moest weg.
In een oogwenk stond ze in de kleeren.
@@ -4588,7 +4554,7 @@ kon ze gauw genoeg er tusschen uit. Ze zou 't hem dan ook geducht
inwrijven. Waarvoor maakte zij zich bang? Bang voor hem, voor die
aap? Hoe kwam ze d'eran? Nee, nee, eerst een bakkie zette....
-Bedaard stak ze het petroolstel aan, zette òp de ketel waarin nog water
+Bedaard stak ze het petroolstel aan, zette òp de ketel waarin nog water
zat van gisteren, haalde een kopje, 't builtje met koffie uit de kast,
begluurde de melk, of die niet zuurde. Nee, dat ging! Ze sneed zich
nog een homp brood af en kreeg ineens pret in haar vlucht. Wel mocht
@@ -4671,7 +4637,7 @@ wegsluipen te weten.
Een huiver van kou en killigheid omving haar, drong door alles heen.
Waar ze stond smolt de sneeuw weg onder haar voeten en de vochtigheid
-om-stijfde haar, kroop langs haar beenen òp. Met die zak kon ze toch
+om-stijfde haar, kroop langs haar beenen òp. Met die zak kon ze toch
niet de heele dag rondsjouwen, waar moest ze hem laten?
Een gierwind kwam aangestreken, sneed haar rauw in 't gezicht. Om
@@ -4718,12 +4684,12 @@ haar oogen blind, haar gedachten dof en stomp. Opnieuw vroeg ze zich:
waar naartoe?
Naar huis, naar haar ouwe lui kon ze niet gaan, die waren te oud en
-hadden zelf ternauwernood,--en ze wíst al van tevoren wat ze zoûen
+hadden zelf ternauwernood,--en ze wíst al van tevoren wat ze zoûen
zeggen: een vrouw hoort bij haar man, en niet bij haar ouwers. Dat
haar vader zoo praatte, nou ja, een man blijft 'n man, maar voor haar
moeder leek dat naar niks. Alsof die niet beter wist! Vader was zeker
niet de kwaadste, en toch goed en lief zijn voor eigen vrouw stond
-niet vooròp. Als moeder ook zoo sprak, kwam het eerder uit angst, dat
+niet vooròp. Als moeder ook zoo sprak, kwam het eerder uit angst, dat
ze haar weer op 't dak kregen dan uit werkelijk meenens. Zoo gaat 't
altijd in de wereld: ze geven je raad om vrij te zijn van de daad. Nee,
de ouwe menschen zou ze niet lastig vallen!--En dan, ze woonden in
@@ -4763,12 +4729,12 @@ spatte en droop het op haar aan.
Straatjongens kwamen van de trappen, maakten sneeuwballen, gingen
elkaar gooien. De natte kletsen vlogen ook haar om de ooren, raakten
soms even, snorden haar voorbij. Ze wist zich niet te bergen, al
-meer natte ballen ploften om haar neer. Eén kreeg ze vlak in de hals,
-haar adem stokte ervan, zóó schrikte ze door die plotse natte kwak,
+meer natte ballen ploften om haar neer. Eén kreeg ze vlak in de hals,
+haar adem stokte ervan, zóó schrikte ze door die plotse natte kwak,
'n volgende gooi kwam op haar hoed terecht, en weer een andere smakte
tegen haar oor aan, maakte haar doof.
-De bengels schaterden het uit èn voorbijgangers lachten mee,
+De bengels schaterden het uit èn voorbijgangers lachten mee,
maar zij kon wel huilen van ellende. Haar stramme vingers gristen
de natte sneeuw van haar hals weg, terwijl nieuwe ballen op haar
neersmakkelden. Het water droop haar langs gezicht en ooren, sieperde
@@ -4784,11 +4750,11 @@ jongens zat er in, joeg haar angstigend voort. De rokken, die ze had
laten slepen, om gauwer uit de voeten te komen, waren slobbernat,
de stootkant van modder korsterig en doorweekt. Een verlangen weer
binnenshuis te zijn, ergens onder dak, doorknaagde haar. Maar nee,
-dàt niet. Liever verdronk ze zich dan nu armzalig terug te keeren! Haar
-kinderen waren dood, èn hij kon haar gestolen worden!
+dàt niet. Liever verdronk ze zich dan nu armzalig terug te keeren! Haar
+kinderen waren dood, èn hij kon haar gestolen worden!
Toch, de eenzaamheid, het zich alleen op de wereld voelen, drong
-op haar in, riep òp de zucht om een eind eraan te maken. Maar ze
+op haar in, riep òp de zucht om een eind eraan te maken. Maar ze
zette die gedachten van haar af. Hoe kwam ze daar toe, zichzelf te
kort doen, waarom, waarvoor? Ze kon werken, had nog handen aan haar
lijf. Als ze aan zulke inblazingen van de Booze toegaf, moest ze ver
@@ -4852,7 +4818,7 @@ schrikte ervan op, probeerde te luisteren, het verband te vinden,
doch de woorden glipten langs haar ooren heen. Vanzelf dommelde ze
weg in haar vage luisterpeinzen. De warmte der stoven, de aandacht der
anderen, 't stemde haar zachter, stilde haar oproerigheid. Ze zag de
-nachtscène weer anders. Zeker, hij was in 't begin wat aardig--en hij
+nachtscène weer anders. Zeker, hij was in 't begin wat aardig--en hij
kon 't nog wezen... wel niet zoo als vroeger, toch 't ging. Alleen
hij was zwak... en lui... en ongedurig... eigenlijk geen man... een
kind! Als-ie maar niet dronk. Waarom liet hij dat niet? Ze vroeg het
@@ -4862,7 +4828,7 @@ lieve, goeie God gaf, zei ze toch: Jan, nou niet drinke! En toch liet
hij 't niet. Gemakkelijk genoeg op haar de schuld te schuiven... Zoo'n
laffe vent, nooit had ze met hem moeten trouwen!
-Maar de hoogmoed stak haar in de kop, ze wou hooger òp... en nou
+Maar de hoogmoed stak haar in de kop, ze wou hooger òp... en nou
zat ze er voor. Haar zusters, affijn, die hadden 't niet beter,
die moesten ook vooruit, 't was kind op kind en de mannen vaak
zonder werk. En zoo ging 't met allen die ze kende. Waarom bleef
@@ -4878,7 +4844,7 @@ dan echt en waarom kijkt een mensch niet beter uit de oogen, zoodat
men de goede krijgt? Ook zij meende zoo goed te hebben uitgezocht,
... was er toch zoo iets van bestemming? 't Moest haast wel....
-De stem van de dominee klonk forscher òp, overvulde haar ooren. Ze
+De stem van de dominee klonk forscher òp, overvulde haar ooren. Ze
trachtte weer te luisteren. Jawel, daar had-je 't al, de dominee sprak
ook van de menschelijke bestemming... Een schande, dat zij zich niet
meer moeite gaf de preek te volgen.
@@ -4897,7 +4863,7 @@ en de aandacht ging opnieuw verloren.
-De kerkdienst was geëindigd.
+De kerkdienst was geëindigd.
Met de anderen liep ze mee, alsof ze ging in een zwaar gareel en
werd voortgestuwd.
@@ -4953,7 +4919,7 @@ Jachtte en stootte en 't trapte haar alles voorbij, ze dorst niet
op te kijken, de drukte maakte haar niet opgeruimder. 't Was, of ze
zichzelf schaamde met haar ellende voor al die anderen, die luide
spraken, hoog-op lachten en gelukkig deden. Zij joeg zich voort om
-gauw bij dominee te komen. In één zenuwtrek liep ze door.
+gauw bij dominee te komen. In één zenuwtrek liep ze door.
@@ -4977,7 +4943,7 @@ de lange looper en de kleedjes zoo netjes voor elke deur, en terwijl
ze dit alles nauwkeurig bekeek, kwam de meid al terug, opende de deur
van de spreekkamer, zei gewoonte-effen:
---Dominee komt derèk bij u...
+--Dominee komt derèk bij u...
't Ontstelde haar. Nu moest ze praten, hem alles behoorlijk
voorleggen. Hoe zou ze dat kunnen inkleeden? Ja net... natuurlijk
@@ -4999,7 +4965,7 @@ kost verdienen voor hem erbij.
Dominee liet haar uitspreken, liet zelfs zijn pijphaal achterwege,
luisterde vol meewarigheid, zijn stijf-geplooid hoofd in zachte knikjes
meedeinend, als aanmoediging om voort te gaan bij 't uitstorten van
-haar tot snikkends-toeë overkroptheid. Hij dacht: ga je gang kind
+haar tot snikkends-toeë overkroptheid. Hij dacht: ga je gang kind
als je dat kan verlichten; hij smookte ook weer aan zijn pijp.
Zij vertelde en ratelde door, maar dominee, die het toch wat lang
@@ -5032,10 +4998,10 @@ van aan 't snikken raakte, hem niet dorst aan te kijken.
aan de andere kant 't ook weer gemakkelijk... ge kunt u dan geheel
aan uw man wijden, hem van dat slechte leven, van de drank afhouden...
---Als 'k dat maar kòn, snikte ze uit, als 'k dat maar kon... 'k heb
+--Als 'k dat maar kòn, snikte ze uit, als 'k dat maar kon... 'k heb
alles geprobeerd.
---Kom moedertje, moed. Een boom valt niet in één slag... de drank is
+--Kom moedertje, moed. Een boom valt niet in één slag... de drank is
een leelijke duivel, die laat niet ineens los;... doch een liefhebbende
vrouw vermag veel?
@@ -5106,7 +5072,7 @@ ineens hongerig. Geen wonder, sedert van morgen liep ze rond, bijna
nuchter. Een broodje kon ze natuurlijk koopen bij de bakker, maar ze
kreeg behoefte aan wat warms.
-Ze voelde zich huiverig van de koû. 't Was ineens weer gaan
+Ze voelde zich huiverig van de koû. 't Was ineens weer gaan
vriezen. Waar kon ze als vrouw naartoe, schaftkelders waren er genoeg,
maar daar zat het natuurlijk vol van de kerels. In de Volksbond was 't
niet beter, daar kon je als vrouw ook niet komen. Van de gaarkeuken had
@@ -5115,11 +5081,11 @@ die gaarkeukens uithingen? Vaag herinnerde ze zich van de Pijlsteeg,
wist het niet zeker, daar kon ze eens gaan kijken, daar verloor ze
niets mee.
-Ze butterde weer voort in de drabbige sneeuw, die door de vrieskoû
-tot morsìg ijs ging stijven. Gladde, diepe voren lagen overal
+Ze butterde weer voort in de drabbige sneeuw, die door de vrieskoû
+tot morsìg ijs ging stijven. Gladde, diepe voren lagen overal
gekerfd door de wagenraderen; ze hadden ruwe kanten, waaronder nog
't dooiwater sieperde. 't Leek wel of ze op glas trapte, zoo scherp
-waren de pasbevroren dooi-ríchels.
+waren de pasbevroren dooi-ríchels.
In de Pijlsteeg zag ze 't groote bord van de gaarkeuken, wel drie
keer liep ze voorbij en weer terug, ze durfde niet binnen te gaan,
@@ -5130,7 +5096,7 @@ Eindelijk beet ze flink door en stapte op de deur aan, en merkte dat
het gebouw was gesloten. Ze begreep 't eerst niet, bleef aan de deur
rammelen in schuw gemaakt-ernstig rondkijken. Een voorbijganger zei:
---Zondags is 't maar tot één uur open!
+--Zondags is 't maar tot één uur open!
Daar stond ze nu. Haar tijd verbabbelde ze bij dominee en de kerk
maakte haar week en lammenadig; ze voelde zich geheel verslagen. Waar
@@ -5157,12 +5123,12 @@ maag scheen niet minder leeg te blijven. 't Feit verwonderde haar,
in haar gewone doen had ze bijna geen behoefte aan eten, affijn brood
bleef dan ook maar brood, ze moest wat warmte hebben.
-De huiselijke woning trok haar zoo aan, èn ze wou er toch niet
+De huiselijke woning trok haar zoo aan, èn ze wou er toch niet
heen. Nee, ze moest het volhouden, zoolang mogelijk, dan kon ze nog
altijd zien wat ze deed.
Ze sjokte en stapte weer stevig door, maar 't verhielp niet, dat ze
-zich hoe langer hoe moeër voelde worden. De eenzaamheid tusschen al die
+zich hoe langer hoe moeër voelde worden. De eenzaamheid tusschen al die
menschen op hun best greep haar al sterker aan, en de kou sneed door
haar kleeren heen, vlijmde straf, tot op 't lijf. Ze dacht eraan op
een stoep wat uit te rusten, maar daarvoor was 't nog te veel dag. Ze
@@ -5178,7 +5144,7 @@ mocht ze niet loslaten.
Misschien was-ie niet eens thuis; misschien ook zelf weggeloopen... 't
kon allemaal. De gedachte vervulde haar met nieuwe hoop. Als hij eens
-de woning alléén liet, dan had ze wat ze zocht en verlangde. Was 't
+de woning alléén liet, dan had ze wat ze zocht en verlangde. Was 't
kristelijk wat ze daar dacht, nee, zeker niet, maar wat beteekende
dat...? Toch niet prettig! Ze schreef op haar briefje dat hij haar
niet weerom zou zien en nu kwam ze toch, o, hij zou haar bespotten,
@@ -5199,8 +5165,8 @@ VII.
Ze liep nu langzaam de kant op naar huis. Het wankelde en twijfelde nog
aldoor in haar, al besloot ze om terug te keeren. 't Zou zoo heerlijk
-zijn geweest als ze teminste een nacht had kunnen wegblijven. Dàt zou
-hem koest maken, hèm leeren niet op haar gedweeheid te vertrouwen. Maar
+zijn geweest als ze teminste een nacht had kunnen wegblijven. Dàt zou
+hem koest maken, hèm leeren niet op haar gedweeheid te vertrouwen. Maar
nu, juist op zondag, leek haar ergens onder-dak-geraken dubbel
moeilijk.
@@ -5276,8 +5242,8 @@ Greet zuchtte eens. En die zucht zei meer dan honderd woorden.
--Hij schijnt ook niet erg frisch te wezen, kwam ze nu zelf los,
op Hesselaar wijzend.
---Nee, hij hêt gisteravond 'n raap in gehad, en vanmiddag, nou ja,
-dàt wete we... ik laat hem maar uitslape en dan komp alles terecht.
+--Nee, hij hêt gisteravond 'n raap in gehad, en vanmiddag, nou ja,
+dàt wete we... ik laat hem maar uitslape en dan komp alles terecht.
--Waarom die kerels toch altijd zoo zuipe, schimpte vrouw Baller
erover heen.
@@ -5290,7 +5256,7 @@ herrie make... da'r wor' ik toch niet beter op.
Zij zette 't bord voor haar neer, zei aanmoedigend:
---Toe, eet maar een stukje... dán kom je wat bij... geve en neme,
+--Toe, eet maar een stukje... dán kom je wat bij... geve en neme,
zoo is het overal in 't leve... je mot wete te schikke... de manne
benne allemaal 't zelfde. Hee, ouwe, sta 'es op!
@@ -5305,13 +5271,13 @@ dat-ie maar werk houdt... de rest komp vanzelf.
--Dat is 't hem net, maar de mijne is aldoor zonder, en ik draai er
dan voor op. Dat maak-je duvels...
---Ja-ja, zuchtte Greet, már je bent ók már alleen... hebt geen kinders.
+--Ja-ja, zuchtte Greet, már je bent ók már alleen... hebt geen kinders.
---Ik woû da'k ze nog had, huilsnikte ze bijna.
+--Ik woû da'k ze nog had, huilsnikte ze bijna.
--Dat zou je niet zegge as je zooveel monde had open te houwe... En
slijte dat ze doene... geen draad blijft er haast heel... maar goddank,
-ze benne gezond, dàt niet... ze vrete me de oore van de kop.
+ze benne gezond, dàt niet... ze vrete me de oore van de kop.
Lach-tevreden keek ze haar kinderrij rond, schudde Hesselaar weer
door elkaar, schreeuwde:
@@ -5321,13 +5287,13 @@ door elkaar, schreeuwde:
Geeuwend richtte hij zich nu ook op, wreef de slaapoogen uit, --en
de kinderen lachten luid om de vreemde gezichten, die vader trok.
---Hè-hè, flauwde hij, ik was pas in de dut, ho-ho!!!
+--Hè-hè, flauwde hij, ik was pas in de dut, ho-ho!!!
Hij keek nog slaapgeeuwerig rond, merkte haar nu op.
--Zit jij hier... je man is op de zoek!
---Zoo, hêt-ie angst?
+--Zoo, hêt-ie angst?
--Angst... angst? Dat weet 'k zoo net niet... hij was hier... ga maar
gauw naar honk!
@@ -5335,7 +5301,7 @@ gauw naar honk!
--'t Is nogal 'n lieverd!
--Ja, hoor'es, scherpte nu Hesselaar die zich in z'n heele lengte
-opstrakte, hoor ès daarmee kan ik me niet bemoeien. Ik zeg alleen
+opstrakte, hoor ès daarmee kan ik me niet bemoeien. Ik zeg alleen
wat ik weet, dat hij hier is geweest en je zoekt!
--Kom, eet eerst een stukkie, hap toe, en ga dan maar naar huis,
@@ -5360,11 +5326,11 @@ het zich schikken en passen naar de omstandigheden, het nemen naar
dan een glaasje teveel, maar zijn vrouw keek er even vroolijk om;
ze gingen van avond uit, naar de komedie... en zij?
-Een nieuwe verbittering wrangde òp, en ze moest die uiten, zei vinnig:
+Een nieuwe verbittering wrangde òp, en ze moest die uiten, zei vinnig:
--Jullie hebbe makkelik prate, die vent van mijn is nou al vier maanden
zonder... en as we maandag niet betale staan-ne-we op straat... de
-huisbaas wil niet wachte, èn ie-hêt g'n ongelijk.
+huisbaas wil niet wachte, èn ie-hêt g'n ongelijk.
Hesselaar en z'n vrouw zwegen, ze wisten wel waar 't stak.
@@ -5373,7 +5339,7 @@ Greet zei toen medelijdend:
--Sja fafferabel is het bij je niet!
--Wat za'k je zegge, bracht Hesselaar bij, je man is niet gewoon te
-werreke... ie hêt 'et nie' geleerd!
+werreke... ie hêt 'et nie' geleerd!
--Da'r hep je 't net, huilde vrouw Baller.
@@ -5381,13 +5347,13 @@ werreke... ie hêt 'et nie' geleerd!
hebbe zelf haas' g'n plaa's!
--Welnee! Da'rom doe ik 't toch niet... ieder mot z'n eige last,
-z'n eige pakkie drage, anders mooi genoch angeboje, dát niet!
+z'n eige pakkie drage, anders mooi genoch angeboje, dát niet!
Ze veegde met de handpalm de vochtigheid van haar wangen, terwijl ze
naar 'n zakdoek in haar rokspleet zocht. Kordaat stond ze op, zei:
---'k Zal maar gaan... wel bedankt... voor je vriendelijkheid... dág
-Greet... dag Hesselaar... dág kindere!!
+--'k Zal maar gaan... wel bedankt... voor je vriendelijkheid... dág
+Greet... dag Hesselaar... dág kindere!!
Ze daalde de trap af nog eenzamer dan ze die was opgeklommen. Dat
gepraat had haar kapot gemaakt. Al die kinderen om de zondagstafel,
@@ -5407,12 +5373,12 @@ Kon. Hesselaar zei 't ook nog, dat haar man niet geleerd had te werken,
dat hem daarom alles tegensloeg, zoodat ze moest schipperen en wat
meer door de vingers zien. Best mogelijk! Maar lag het dan aan haar,
als hij dronk en niet verdiende? Ze ging uit wasschen, wou alles voor
-lief nemen, alléén ze kon tegen 'n man niet aardig, niet aanhalig doen,
-als ze 't niet meende. Ze was nu eenmaal zóó en niet anders!
+lief nemen, alléén ze kon tegen 'n man niet aardig, niet aanhalig doen,
+als ze 't niet meende. Ze was nu eenmaal zóó en niet anders!
De moeheid, die ze bij de Hesselaars even vergat, zette weer op, dwong
haar tot al-langzamer en tragelijker gaan. Een knagend wee, waarvoor
-ze geen woorden had, omgolfde haar; ze voelde zich zóó klein, zóó
+ze geen woorden had, omgolfde haar; ze voelde zich zóó klein, zóó
klein, als platgeslagen. 't Viel haar onnoemlijk zwaar tot haar ouwe
doen terug te keeren. 't Liefst ging ze maar dadelijk dood. Waarvoor,
waarom leefde ze? Haar bestaan had geen doel, geen reden!
@@ -5422,7 +5388,7 @@ en ze bleef weifelen. De goed-bedoelde redeneeringen van Greet en
Hesselaar hadden haar geest van verzet wel wat neergedrukt, maar
haar nog niet overtuigd,--en de herinnering aan 't zoet geteem van
dominee dat haar eerst kalmeerde, ergerde haar nu, riep nieuwe wrevel
-op. Wat haar 't meest huiswaarts droeg, dat waren haar moeë voeten,
+op. Wat haar 't meest huiswaarts droeg, dat waren haar moeë voeten,
die vanzelf de terugweg insloegen.
De zondagstad woelde nu druk, vol uitgaande menschen, die een breede
@@ -5450,7 +5416,7 @@ keek niet meer uit. Ze ging haar noodlot tegemoet... daarboven.
VIII.
Tegen een uur of elf was Baller uit zijn vluchtige roes wakker
-geworden, èn dorstig, droog in de keel, schreeuwde hij meteen om
+geworden, èn dorstig, droog in de keel, schreeuwde hij meteen om
drinken, maar dadelijk herinnerde hij zich 't voorgevallene van
's avonds, waarvan hij de gevolgen had willen ontloopen door er 'n
flinke spat op te zetten. Veel kostte 't em niet, hij had op de klap
@@ -5488,19 +5454,19 @@ was te stijf, een zagende pijn voelde hij erin.
De poes sprong van de stoel, pootelde miauwend naar hem toe, 't
zacht-aanvoelend hard kopje tegen zijn neerhangende hand aanwrijvend;
-ze vroeg om drinken, dàt begreep hij.
+ze vroeg om drinken, dàt begreep hij.
Goedmoedig praatte hij een paar woorden met het beest, dat zijn groene,
glazige oogen smeekend naar hem opstreelde en de hooge rug inkromp
om een sprong te kunnen doen.
---Nee, nee poes, dàt niet, zei hij, met z'n hand 't dier afwerend. Dat
+--Nee, nee poes, dàt niet, zei hij, met z'n hand 't dier afwerend. Dat
wil de vrouw niet hebben, dat weet je.
De poes miauwde weer, nu hulpbehoevender. Baller trok zijn hand terug
en wilde onder de deken schuiven, maar nu zag hij een stuk papier,
-dat naar 't scheen beschreven, dáár op tafel lag, en meteen schoot
-òp de herinnering aan de ruzie van gisteravond, wist hij weer dat ze
+dat naar 't scheen beschreven, dáár op tafel lag, en meteen schoot
+òp de herinnering aan de ruzie van gisteravond, wist hij weer dat ze
hem dreigde om weg te loopen. Even lachte hij om die onderstelling,
ja ze liep daar weg, waar moest ze naartoe? nee daarover behoefde hij
zich niet bezorgd te maken! Wrevelig op zichzelf, omdat zoo iets nog
@@ -5529,7 +5495,7 @@ naar buiten, terwijl zijn gedachten verzonken in het enkele besef van
verlaten te zijn, een wurgend gevoel dat hem opkropte tot in de keel.
--Nou nog mooier... nou nog mooier! prevelde hij. Nee die is goed... ze
-hêt haar bedreiging toch uitgevoerd!
+hêt haar bedreiging toch uitgevoerd!
Aemechtig van de schok zakte hij op de stoel neer, de mond wagewijd
open over 't onverwacht gebeuren, dat hem sloeg met ontsteltenis en
@@ -5544,7 +5510,7 @@ Een poos bleef hij zoo zitten, zijn blikken blind naar buiten
waar de sneeuw smoezel en morsig lag met de vele natplekkende
voetdruksels. Vaag herinnerde hij 't zich als iets dat al heel
ver achter hem lag, dat dit was de witte sneeuw, waardoor hij zich
-vannacht met moeite naar huis werkte, omdat hij zóó volgeladen was
+vannacht met moeite naar huis werkte, omdat hij zóó volgeladen was
van drank. Ja, dat ze wegliep was zijn eigen schuld, hij mocht zich
niet beklagen, hij kreeg naar wat hij verdiende!
@@ -5553,7 +5519,7 @@ meer te denken. 't Leek hem alles zoo vreemd, zoo oneigenlijk,
alsof ze dood was en niet weggegaan. Armelijk zag hij zich zitten
in het kille vertrek en een groot medelijden kreeg hij met zijn
eigen ellende. 't Was hem of 't al stiller en stiller werd, of de
-eenzaamheid aangroeide. Verlaten... zij weg... en hij alléén, hij
+eenzaamheid aangroeide. Verlaten... zij weg... en hij alléén, hij
begreep 't aldoor nog niet, 't wilde er niet zoo grif in.
De poes, weer naar hem toegepooteld, wreef al spinnend haar hoogende
@@ -5568,16 +5534,16 @@ smeet haar een eind van zich af.
baas, daaraan is niks te doen, je goeie leventje is ook uit!
't Dier begreep het niet en kwam weer op hem toe. Hij lachte smadelijk
-en sloeg van kwaadheid zichzelf op de knieën. Net dacht hij beter
-op te passen en nou liet ze hem alléén. Besef dat hem onrecht werd
+en sloeg van kwaadheid zichzelf op de knieën. Net dacht hij beter
+op te passen en nou liet ze hem alléén. Besef dat hem onrecht werd
aangedaan doorkroop hem nu venijnig. O, hij zou zich wel redden,
hij had haar niet noodig, o nee volstrekt niet!
-Maar lang hield die opgezwiepte moed niet aan. De kille kamer, zóó
+Maar lang hield die opgezwiepte moed niet aan. De kille kamer, zóó
zonder vuur, strak en stug in de stilte van het vreemd-aandoende
vroege zondagsuur, joeg hem schrik aan. Het zich alleen zien werkte
vertwijfelend op hem in. Die stroeve naaktheid, de kale kamerruimte
-met het ééne gordijn nog altijd neergelaten, de onberoerde stoelen, de
+met het ééne gordijn nog altijd neergelaten, de onberoerde stoelen, de
leege tafel met het bekrabbelde stuk papier, het triestig weer, alles
drong sarrend op hem in, gaf hem 't nijpend begrip van de toestand,
kneep hem tam en klein. Hij zou het rommeltje kunnen gaan verkoopen
@@ -5618,7 +5584,7 @@ vertrek hem zelfs aanklaagde. Honderde keeren had ze gedreigd weg te
loopen en vele malen beangstte 't hem voor een oogenblik in de vrees
dat ze er werkelijk eens toe mocht overgaan, maar diep-in had hij toch
niet geloofd dat zij het ooit zou doen. En nu was het zoover, nu stond
-hij alleen, heel alléén, niemand zou meer naar hem omzien omdat hij was
+hij alleen, heel alléén, niemand zou meer naar hem omzien omdat hij was
een onbruikbaar mensch, een vod. Dat was nu de vrouw voor wie hij zijn
toekomst had verbeurd, het meisje dat hij tegen de zin van zijn familie
trouwde en die de oorzaak werd van zijn afzakking. Blinde woede joeg
@@ -5627,7 +5593,7 @@ nietig hoofd weggegraven in zijn handen, bleef hij zitten en heel zijn
teruggang, zijn verval, wielerde in klare beelden door zijn brein. En
toch, 't was zijn eigen schuld en van niemand anders. Hij had haar
niet moeten trouwen, een meisje moeten nemen uit zijn eigen stand,
-één die hem begreep en met wie hij dezelfde man had kunnen blijven,
+één die hem begreep en met wie hij dezelfde man had kunnen blijven,
doch eenmaal die afzakkende pas gezet, diende hij dubbel sterk te
wezen en als twee man te werken. Dat had hij niet gedaan, niet kunnen
doen en 't einde werd, dat zij voor hem moest inspringen, zich nu
@@ -5635,7 +5601,7 @@ ook als de meerdere liet gelden. Dat had hij niet kunnen verkroppen,
daartegen verzette hij zich met alle macht en dan dronk hij maar een
borrel. Zoo zakte hij al meer af, zoo zonk hij al dieper,--en nu voor
't eerst in die wrange verlatenheid voelde hij door de woede heen zijn
-ongelijk. Je kon je als man alléén laten gelden als je werkelijk man
+ongelijk. Je kon je als man alléén laten gelden als je werkelijk man
bent; anders dien je te kruipen en willig te aanvaarden.
Hoonend klonken die woorden, die bittere zelfverwijten in hem
@@ -5645,7 +5611,7 @@ zijn zoek moest om haar terug te halen en saam een nieuw leven te
beginnen. Ja, hij zou zich beteren, hij zou niet meer drinken, haar
nukken verdragen, tot hij weer geregeld werk vond en haar toonen kon
dat hij, hoewel afgezakt tot gewoon werkman, toch ook een man uit
-één stuk kon zijn.
+één stuk kon zijn.
@@ -5667,7 +5633,7 @@ doen om elkaar 't leven zoo lastig te maken!
Baller wilde d'er wat tegen in brengen, maar Hesselaar sneed hem de
woorden af, zei al weer:
---Kom, verleuter nou niet je tijd, 't hêt al lang genog geduurd.
+--Kom, verleuter nou niet je tijd, 't hêt al lang genog geduurd.
--Ja, antwoordde hij zuchtend. Dan stommelde hij weg, de Hesselaars
nog bedankend.
@@ -5677,8 +5643,8 @@ glad was. Een kleinigheid en je lei op je achterste, een ongeluk zat
in een klein hoekje. Zou ze al thuis wezen en op hem wachten, vroeg
hij zich nu weer, en zou het nog eerst ruzie geven? moest hij haar
de huid vol schelden of zelf soebatten? Hij begreep maar niet dat ze
-al boven zou zitten, en toch kon dat dubbel en dwars, ze was vóór hem
-bij de Hesselaars weggegaan en die zoûen hem niet bedriegen. Vreemd,
+al boven zou zitten, en toch kon dat dubbel en dwars, ze was vóór hem
+bij de Hesselaars weggegaan en die zoûen hem niet bedriegen. Vreemd,
telkens meende hij haar te zien, daarstraks al om de hoek en nou
weer.... Ho pas op! anders tuimelde hij nog.... verduiveld, wat was
't glad, je mocht wel sokken onder de schoenen hebben! Ieder keer
@@ -5745,7 +5711,7 @@ twaalf handen.
--Hou de bonk van achteren vast, beet hij de koetsier toe, zorg dat-ie
niet opslaat!
---Een, twee, drie hallo!... één, twee, drie vast!
+--Een, twee, drie hallo!... één, twee, drie vast!
Met hun allen hieven ze 't paard van voren op.
@@ -5770,14 +5736,14 @@ bemoeide, om de weg weer vrij te krijgen.
--Verschrikkelijk! schandalig! murmureerden de menschen die Baller
passeerden.
-De koetsier stond overend, om 't ongeluk uitéén te zetten. 't Zweet
+De koetsier stond overend, om 't ongeluk uitéén te zetten. 't Zweet
gutste hem onder zijn lakhoed weg, siepelde over zijn gezwollen
gezicht.
--'t is niet mijn schuld, verweerde hij zich fel. Als iemand zich
voor de knol gooit, wie kan d'er tege?
---Je bonk hêt g'n belle! gierde luid een opgeschoten jongen.
+--Je bonk hêt g'n belle! gierde luid een opgeschoten jongen.
De koetsier dreigde met de vuisten, de jongen week terug, schreeuwende:
@@ -5786,11 +5752,11 @@ De koetsier dreigde met de vuisten, de jongen week terug, schreeuwende:
--Kan ik 't helpe as de baas geen belle het... alle paarde benne uit,
verweerde hij zich.
---Zoo'n schoft! schreeuwde er weer een. Dát waagt de menschen er m'ar
+--Zoo'n schoft! schreeuwde er weer een. Dát waagt de menschen er m'ar
an.... je most je schamen, moordenaar...!
De koetsier, in wilde woede, wou hem te lijf, maar z'n paard lag
-d'r nog, dàt moest eerst op de pooten. Policieman noteerde al zijn
+d'r nog, dàt moest eerst op de pooten. Policieman noteerde al zijn
nummer, de stal en zijn naam.--Heel goed zoo! dacht Baller die het
in de verte had aangezien en nu wilde doorgaan.
@@ -5804,8 +5770,8 @@ wou er tusschen uit, raasde en vloekte van belang:
--Je weet toch m'n nummer en m'n stal! 't Is Zondag... 'k mot
verdiene!!
---Zoo'n schoft, schreeuwden weer de menschen. Hij mot vérdiene,
-of hij de menschen doodrijdt raakt hèm niet, as-ie ma'r verdient!!
+--Zoo'n schoft, schreeuwden weer de menschen. Hij mot vérdiene,
+of hij de menschen doodrijdt raakt hèm niet, as-ie ma'r verdient!!
--Vooruit! zei barsch de agent.
@@ -5822,7 +5788,7 @@ IX.
Baller, nu straf doorgeloopen tot in de straat waar hij woonde,
verwonderde zich geen licht te zien achter de ramen. Zou ze nog niet
-thuis zijn? hee dat bevreemde hem... òf zou ze boven in donker blijven
+thuis zijn? hee dat bevreemde hem... òf zou ze boven in donker blijven
zitten om eerst met hem af te rekenen?
Beide onderstellingen vroolijkten hem niet op, hij had zich nu al
@@ -5832,7 +5798,7 @@ te minder zeker voelde hij zich zelf, och, als 't nou maar geen tranen
en lammentaties zou geven, de dag was al ellendig genoeg geweest!
Er viel iets kils over hem nu hij de deur opende, haar naam riep,
-haar niet zag en ook geen antwoord bekwam... De Hesselaars zoûen
+haar niet zag en ook geen antwoord bekwam... De Hesselaars zoûen
hem toch niet voor de mal hebben gehouden, nee-nee, dat geloofde hij
niet. Onthutst liep hij een paar keer de schemerstille kamer op en
neer, schoof toen het raam op om eens naar buiten te spieden of hij
@@ -5842,7 +5808,7 @@ zwaar-donkerende straatgeul met vele schaduwvlakken in de diepte,
onmachtig bleekte. En opeens, hij wist zelf niet waardoor, schoot de
ontzettende gedachte in hem op, dat de vrouw daarginds overreden,
waar hij naar had staan kijken, weleens zijn eigen vrouw kon zijn
-geweest, dat ze dood en vermorseld haar zoûen thuisbrengen. Hoorde
+geweest, dat ze dood en vermorseld haar zoûen thuisbrengen. Hoorde
hij daar al niets?... Hij meende werkelijk stemmen en radergewiel
te vernemen, stemmen van: hier heen, hier is 't! Nee-nee, dat zou
niet mogelijk kunnen wezen, hoe kwam hij aan zoo'n veronderstelling,
@@ -5852,10 +5818,10 @@ heen en weer, en wou het licht gaan opsteken, de kachel aanleggen.
Zeker, als 't lekker warm was en 't licht brandde, zou ze, als ze
straks kwam wel bijtrekken en niet te veel lawaaien. Misschien ook
-beter zóó. Iets zei hem, dat ze nu wel gauw zou komen, zóó tegen
+beter zóó. Iets zei hem, dat ze nu wel gauw zou komen, zóó tegen
donker. Maar, terwijl hij zich dit inpompte en de kachel niet wilde
branden, overviel hem weer een vaag voorgevoel. Wat gaf het of hij
-hier al vuur aanleî, als ze toch niet opdaagde.
+hier al vuur aanleî, als ze toch niet opdaagde.
Stemlawaai op straat trok opnieuw zijn aandacht. Snel schoof hij 't
raam op om te kijken, maar hij zag niets: de straat met de winkels
@@ -5864,7 +5830,7 @@ waarin de menschen krioelden. De koude wind sneed venijnig hem
om d'ooren.
Bij 't binnentrekken van zijn ijl-aanvoelend hoofd meende hij
-vlak beneden, vóór de deur, menschen te zien staan; en zijn oor
+vlak beneden, vóór de deur, menschen te zien staan; en zijn oor
vernam gestommel op de trap. M'n God, dat zou toch voor hem niet
wezen? Ontsteld trok hij zijn hoofd naar binnen, drukte het schuifraam
toe, luisterde in harteklop. 't Gestommel op de trap werd luider, kwam
@@ -5897,8 +5863,8 @@ Baller stortte zich al de trap af. De menschen schreeuwden hem toe:
--Blijf boven... je kunt hier niet helpen... Licht ma'r liever wat bij.
-Stijf van schrik bleef hij staan, klauterde weer de trap óp, greep de
-peer uit de hanger, boog zich over 't hek, òm wat licht in de donkere
+Stijf van schrik bleef hij staan, klauterde weer de trap óp, greep de
+peer uit de hanger, boog zich over 't hek, òm wat licht in de donkere
trapholte te laten schijnen. O God, hij keek vlak in 't afgewasschen
en toch weer bloedend gezicht van zijn vrouw, die ze met hun vieren
naarboven sleepten. 't Was of de lamp hem zou ontvallen; hij gaf een
@@ -5909,7 +5875,7 @@ scharrelden en het in de kamer legden, brak hij los in een huil van
jammerklachten.
De mannen raakten in verwarring, wisten niet wat ze moesten zeggen. Ze
-keerden zich af, één nam hem bij de arm, troostte op ruwe wijze:
+keerden zich af, één nam hem bij de arm, troostte op ruwe wijze:
--Kom kerel hou-je goed.... wees een man.... daar is niks meer 'an
te doen!
@@ -5918,7 +5884,7 @@ te doen!
niet wilde weten, werd nu voor Baller klaar, onafwendbaar-zeker. Hij
rukte zich los, schreeuwde:
---Wat? Wàt zei-je daar?
+--Wat? Wàt zei-je daar?
Haar bloederig verminkt gezicht, dat hem eerst weerhield, trok
hem nu onweerstaanbaar aan. Hij stortte zich op haar neer, riep
@@ -5926,7 +5892,7 @@ hartstochtelijk haar bij de naam, klaagde zichzelf aan.
--Nee-nee, schreeuwde hij pijnlijk, je bent niet dood... je kunt
niet dood zijn.... antwoord toch.... doe je oogen open.... zeg dan
-één woord!
+één woord!
Allen op de kamer zwegen, niemand dorst een woord zeggen, zelfs geen
kik te geven; 't geval was al te verschrikkelijk. Als een waanzinnige
@@ -5971,14 +5937,14 @@ Duurde een heele tijd voor de deur zich opende; de meid, knorrig,
dat ze van 't werk werd weggehaald, bitste:
--De dokter is uit en je hoeft niet zoo geweldig te luien, wij zijn
-niet doóf!
+niet doóf!
--Stik! zei hij woedend en liep alweer weg.
Eenige passen verder vond hij een ander, kreeg er 't zelfde bescheid,
en dit herhaalde zich op drie, vier plaatsen; nergens trof hij
de dokter thuis. Dat was of ze hem zware mokerslagen toedienden,
-hem wurgden, zoo knauwde het hem; hij zakte haast inéén. Maar 't
+hem wurgden, zoo knauwde het hem; hij zakte haast inéén. Maar 't
besef dat hij schuld meedroeg aan z'n vrouws ongeluk zwiepte hem
opnieuw voort, al begreep hij nu wel, dat ingeval er nog hoop had
bestaan, die zeker zou zijn verloopen. Hij liet daarom niet los,
@@ -6028,7 +5994,7 @@ de doode moesten afleggen, anders werd 't lijk te stijf.
Baller, bleek en stijf, verroerde zich niet; zijn gedachten zwegen,
't was of hij versteende.
---Wàt, wàt, schrikte hij op, wat zeg-je... kleede?
+--Wàt, wàt, schrikte hij op, wat zeg-je... kleede?
Hij zei geen woord verder, zakte in elkaar, begon te schokken van
zenuwkramp.
@@ -6039,9 +6005,9 @@ gebeuren. Een ging naar de kast om schoone onderkleeren te krijgen,
maar de planken waren leeg; alleen mansgoed lag er opgestapeld. Zij
schudde Baller weer door elkaar, zei:
---Hè, geef 'es antwoord... waar is 't goed? D'er lig niks!
+--Hè, geef 'es antwoord... waar is 't goed? D'er lig niks!
---'t Goed? 't gòèd... dat weet 'k niet!!
+--'t Goed? 't gòèd... dat weet 'k niet!!
--Zit dan niet te suffe... kom 'es kijke!
@@ -6049,7 +6015,7 @@ Zonder te beseffen wat hij deed, stond hij op, wankelde naar de
kast. Dan werd 't voor hem helder; hij zag de schappen leeg. En nu
weer voor hem ziende zijn eigen misdrijf, riep hij:
---Ze hèt 'et mee genomen... o God, ik weet 'et niet waar 't is
+--Ze hèt 'et mee genomen... o God, ik weet 'et niet waar 't is
gebleve... 't is weg!!
Dat gaf een nieuwe alteratie, de vrouwen zaten er mee in, ze hadden
@@ -6068,7 +6034,7 @@ herzag haar ineens zooals ze gisteravond dreigend voor hem stond,
toen hij ontglipte. Die dreiging vond hij nu terug in al haar trekken
en dat maakte hem wild.
---Ik hoû 't niet uit.... ik hoû 't niet uit! gilde hij. Schuw sprong
+--Ik hoû 't niet uit.... ik hoû 't niet uit! gilde hij. Schuw sprong
hij op, jaagde de trappen af naar beneden.
De vrouwen knikten tegen elkaar: arme man! Dan zochten ze saam wat
@@ -6089,7 +6055,7 @@ te komen, hem daarmee te vervolgen. Haar bedreiging van gisteravond
zag hij schrikbarend groot. Heel zijn eigen misgegaan leven, al zijn
misse daden sloegen fel voor hem op, gingen hem aanklagen.
-De vrieskoû snerpte venijnig op hem in, hij voelde die koû niet, voelde
+De vrieskoû snerpte venijnig op hem in, hij voelde die koû niet, voelde
niet zijn leege maag, voelde niets, hij zag enkel haar harde blikken,
die in de dood nog zoo verstrakten. De schimmen van zijn kinderen
rezen er bij op, en zijn verbeelding werkte, 't werd als vuur en
@@ -6097,7 +6063,7 @@ vlammen voor zijn oogen. M'n God, m'n God, wat had-ie dan toch gedaan
om 't zoo te moeten ontgelden!! Al feller werd zijn ontzetting, al
angstiger zijn gedachten. Hij joeg zich in zweet tot hij niet meer kon.
-De rille koû, die hem voortdurend in 't gezicht sneed, brak
+De rille koû, die hem voortdurend in 't gezicht sneed, brak
zijn angstende opwinding, en de gladde straten dwongen hem tot
omzichtiger gaan. Van lieverlee lieten de schrikbeelden wat af,
kwam hij tot klaarder denken, en tot meer bezinning. Wat gaf al dat
@@ -6132,7 +6098,7 @@ stelde hem eenigermate gerust; geheel in donker zou hij niet naar
boven durven!
Op handen en voeten bijna om geen gerucht te maken, kroop hij de
-trappen op. Zoûen de buren allen zijn weggegaan of zou iemand er nog
+trappen op. Zoûen de buren allen zijn weggegaan of zou iemand er nog
waken? Die gedachte alleen maakte hem alweer angstig. Telkens moest
hij stilstaan zoo erg voelde hij de eigen harteklop. Als een booswicht,
een inbreker kwam hij in zijn eigen woning.
@@ -6153,7 +6119,7 @@ de ingang treuzelen in vreemde, strakke ontroering. De vrouwen
hadden haar al ontkleed, alles in orde gebracht, wat kwam hij dan
nog doen...? Bidden om vergeving, bidden voor haar ziel...? Hij zou
't willen, kon hij 't maar! Als iemand hem hier zoo eens zag staan,
-wat zoûen ze van hem denken, hij had niets misdaan.... en toch!
+wat zoûen ze van hem denken, hij had niets misdaan.... en toch!
Op zolder viel wat om. Hij schrikte, wilde de trap afijlen. Daar
hoorde hij de deur beneden openslaan en iemand de trap opklotsen. De
@@ -6166,7 +6132,7 @@ benauwde borst en die hij niet durfde vrije lucht te geven uit vrees
voor de doode.
Alles stond nu rondom beklemmend stil. Het huis scheen weer te
-slapen. Van buiten drongen òp de vage geluiden, die voorbijgangers
+slapen. Van buiten drongen òp de vage geluiden, die voorbijgangers
met elkander mompelend spraken; anders niets.
Langzaam-aan voelde hij zich hier rustig worden. 't Zou toch wel gaan,
@@ -6248,7 +6214,7 @@ Op dat oogenblik viel er boven weer iets om, maar hij liet zich
niet van streek brengen, al wankelde hij ook op zijn beenen. Diep
boog hij zijn knokig hoofd om haar lippen te drukken, maar onder dit
neernijgen zag hij weer iets verschrikkelijks: de oogleden gingen open
-trekken. 't Ging langzaam, zóó langzaam, dat 't bijna niet scheen te
+trekken. 't Ging langzaam, zóó langzaam, dat 't bijna niet scheen te
vorderen, maar ze weken toch. Star keek hij ernaar. Een glinsterende
spleet werd tusschen 't bleekweeke van de oogleden zichtbaar. 't
Leek of haar wezen, of al haar trekken zich veranderden, weer harder
@@ -6264,7 +6230,7 @@ naderen.
Hij keek, hij keek. De trekken werden harder, de oogen grooter ondanks
het gemis aan licht en ineens werd hij bewust, dat zij daar weer lag
-als vanavond, dreigend, dréígend.
+als vanavond, dreigend, dréígend.
De oogleden waren nu geheel open. 't Olielicht cirkelde een vreemde
schijn op 't lijkgezicht, dat in de trilling van 't licht ging leven.
@@ -6302,7 +6268,7 @@ hij zag gelukkig niet anders als de kringschemer van 't licht op 't
gordijn. Dan huiverde hij geweldig, keerde zich in afschuw om,--en
van nieuw begon zijn jacht door de straten.
-Hij had nu geen ander doel dan ver van huis, vér van die verschrikking
+Hij had nu geen ander doel dan ver van huis, vér van die verschrikking
te komen, en toch joeg telkens de verwarrende angst hem naar zijn
woning terug. De trap durfde hij niet op, maar van straat-af kon hij
teminste naar 't venster, naar de kringschemer kijken. Hij was zeker
@@ -6322,7 +6288,7 @@ bezinning, tot hij buiten de bebouwde kom raakte en vanzelf halt
bleef houden. De stilte en de eenzaamheid benauwde hem nu hier, joeg
hem naar de drukte van de stad terug in alle ijl. Hoeveel maal hij
al in de straat was geweest wist hij zelf niet, aldoor zag hij die
-schemerkrans op 't gordijn, die bleef dáár altijd.
+schemerkrans op 't gordijn, die bleef dáár altijd.
In arremoede sloop hij nu naar boven. Halverwege hoorde hij de
kat miauwen,--en hij zag ineens weer de opspooking van zijn vrouw,
@@ -6379,7 +6345,7 @@ kant maakte om hem!
-De straten leegden zich alweer, en de koû voelde feller aan. De maan
+De straten leegden zich alweer, en de koû voelde feller aan. De maan
steeg hooger en ook de sterren twinkelden klaarder. 't Licht der
lantaarns leek blank, vlamde ver-ver uit. 't Was een mooie avond,
doch koud, bitter koud!
@@ -6388,7 +6354,7 @@ De kroegen zouden gauw gaan sluiten, nu kon hij nog eentje nemen. Veel
had hij niet in de zak, een stuiver of drie, maar 'n borrel gaf allicht
warmte en moed om de nacht door te komen. Heiligschennis leek 't hem,
evenals vanavond, nu een kroeg in te sluipen. Toch, hij kon niet de
-lange nacht zóó blijven ronddwarrelen. De geheele dag had hij nog
+lange nacht zóó blijven ronddwarrelen. De geheele dag had hij nog
niets in zijn maag gekregen.
De kroeg was vol.
@@ -6496,7 +6462,7 @@ menschen op de been. Hun stroeve leden, hun groezelige gezichten, echte
gedaanten uit een onderwereld. Ze schenen te grijnzen, wantrouwig
naar hem te gluren,--en opeens rees weer zijn vrouw voor hem op,
meende hij te zien achter een boom haar lijkgezicht, waarmee ze hem
-met vurige oogen bedreigde. Nee, nee, dàt hield je niet vol!!
+met vurige oogen bedreigde. Nee, nee, dàt hield je niet vol!!
In een oogwenk was hij van de bank op, liep in een enkele wilde
zet de steile glooiing af, stortte zich zonder verder denken op
@@ -6566,7 +6532,7 @@ kennis terug.
Bij 't eerste, flauwe oogenopenen voelde hij de blanke, gedempte
rust als iets koels, oneigens, een stijve strakte buiten hem om. Zijn
-lichaam leek niet van hem zelf te zijn, eêr een slap ding dat naast
+lichaam leek niet van hem zelf te zijn, eêr een slap ding dat naast
hem, ergens anders lag; in zijn hoofd, dof en zwaar, drongen niet
dadelijk gedachten door. Met halfgesloten, nog verduisterde blik,
staarde hij blind, zelfverloren in de witte blankte, die hem omgaf,--en
@@ -6589,7 +6555,7 @@ Leek hem dat hij zoolang had gesproken, gevochten en gestreden, dat
hij moe en uitgeput nu rust moest hebben. Met gesloten oogen bleef
hij staren in 't vage, zich moeite gevend om na te denken.
-Hoe raakte hij eigenlijk in 't water en op welke manier, en door wíe
+Hoe raakte hij eigenlijk in 't water en op welke manier, en door wíe
werd hij eruit gehaald? Hij wist het niet dadelijk, doch langzamerhand
werd 't hem wat klaarder. Nee, hij wou niets meer ervan weten. 't
Was om te rillen!... Zachtjes-aan raakte hij weer buiten kennis en
@@ -6602,14 +6568,14 @@ dat hij in 't ziekenhuis lag.
Een bleek, zwart ernstig man, zag hij voor zich. Natuurlijk de dokter!
-Even keek hij naar hem òp, deed weer de oogen toe, om te ontwijken. De
+Even keek hij naar hem òp, deed weer de oogen toe, om te ontwijken. De
ander vroeg hem:
--Nou, hoe is 't d' ermee, baasje?
--'t Gaat nogal dokter... licht in 't hoofd, en ik heb geen beenen.
---Nou, die heb je wel, dàt verzeker ik je!
+--Nou, die heb je wel, dàt verzeker ik je!
--O! ik bedoel maar zoo voor 't gevoel...
@@ -6630,13 +6596,13 @@ nogeens, heel pijnlijk. Dan sprak de dokter opnieuw:
De dokter tipte al weg,--en hij lag weer alleen. Zoo, zoo! Hij haalde
het dus van de dood op. In dat ijskoude water en bij 't nippertje van
zinken, geen wonder, dat-ie 'n ziekte ervan opliep. Longontsteking
-of wat zei de dokter ook weer? Die vreeselijke droomen, dàt vechten
+of wat zei de dokter ook weer? Die vreeselijke droomen, dàt vechten
en zich schrap zetten, zeker koorts gehad, ijlende koortsen! Vaag
zag hij 't vervaarlijk geval, dat zich als een vast schrikbeeld hem
vervolgde, nu weer opdagen. Een instinkt zei hem daaraan niet toe
te mogen geven. Nee-nee, hij won er niet meer over denken... liever
slapen, zich koest houden en eten. Zwaar voelde hij 't vreemde,
-'t strakke van alles rondom, en dàt drong berustigend op hem in. De
+'t strakke van alles rondom, en dàt drong berustigend op hem in. De
zorgen van de zuster deden hem goed. Die zuster zei ook, dat hij niet
mocht denken, enkel maar rusten.
@@ -6644,7 +6610,7 @@ mocht denken, enkel maar rusten.
Een paar dagen verliepen zonder dat hij zich van iets rekenschap kon
geven. Zijn lichaam sterkte aan, 't voelde niet meer zoo vreemd,
-zoo ijl, en 't werd weer meer één met 't bed, met hem zelf. De
+zoo ijl, en 't werd weer meer één met 't bed, met hem zelf. De
vrees voor ijlende koortsen drong elke herinnering van feiten bij
hem weg. Hij verstijfde, verstarde zichzelf, maakte zijn geest bot;
van 't verleden wou hij niets meer weten, zich niets herinneren,
@@ -6684,7 +6650,7 @@ doch hij bleef hardnekkig weigeren ze te ontvangen.
Alleen de dominee durfde hij niet zoo behandelen. Die zat aan zijn bed,
zonder dat hij 't recht merkte. De zalvende woorden met wrang eronder
de stichtende vermaning van zich te beteren, in 't vervolg zijn God
-niet te beleedigen, niet zoo te drinken, àl dat geteem liet hij kalm
+niet te beleedigen, niet zoo te drinken, àl dat geteem liet hij kalm
langs zich heenglijden. Wat wist zoo'n man van zijn mizerie... wat
begreep hij weinig, als die nog sprak, dat God z'n vrouw uit 't leven
nam, om hem wellicht te redden. Hoe 'n kreupele praat. Welnee, z'n
@@ -6699,7 +6665,7 @@ geredeneer.
't Bezoek van dominee verstarde Baller nog meer in zijn trage
denken. Toch welden vragen bij hem op over z'n vrouws dood en het
treurige verloop; hij wilde weten op welke wijze zij werd begraven,
-en waar z'n boeltje bleef. Maar nu nog niet, dàt zou later wel blijken,
+en waar z'n boeltje bleef. Maar nu nog niet, dàt zou later wel blijken,
dan was 't vroeg genoeg!
Het nuchtere dagelijksche leven liet zich vanzelf weer
@@ -6740,7 +6706,7 @@ al die opvattingen maar betreklijk waren; 't kwam erop aan wat je
aan verpleging, en met welk recht en met welk nut? Alleen omdat-ie
geboren is, wil drinken, luieren, praatsmaken zonder te werken? Er
zijn tal van dieren, die nuttiger zijn dan al die sterk-beklaagde
-menschen. Theorieën van geluk voor allen zijn goed, als 't algemeen
+menschen. Theorieën van geluk voor allen zijn goed, als 't algemeen
eerst wat hooger staat. Maak toch onderscheid tusschen menschen en
wat er voor doorgaat!
@@ -6756,11 +6722,11 @@ Waarom hadden ze hem toch niet laten verdrinken? Dan was 't uit
geweest. Nou moest hij opnieuw aan de gang, anderen lastig vallen,
en daarbij gebrek lijjen!
-De dominee had hem hulp toegezegd en óók de zuster, dezelfde nog wel,
-die zóó hard over hem sprak. Och ja, zeker, ze wou de moed er bij
-hem inhoûen, zei telkens dat hij van voren-af moest beginnen.
+De dominee had hem hulp toegezegd en óók de zuster, dezelfde nog wel,
+die zóó hard over hem sprak. Och ja, zeker, ze wou de moed er bij
+hem inhoûen, zei telkens dat hij van voren-af moest beginnen.
-Maar wat gaf dàt alles? Hij zag de toestand duidelijk voor zich. De
+Maar wat gaf dàt alles? Hij zag de toestand duidelijk voor zich. De
kwelling, het tobben begon nu eerst goed.
@@ -6789,7 +6755,7 @@ De vlijme wind joeg snijdend op hem toe, schrijnde door zijn dunne
kleeren, en 't ijle hoofd leek hem bij al het tumult weg te zijn,
ergens naast zijn schouders te zweven. In die drukke straten hield
hij 't heelemaal niet vol. Zou hij naar de Hesselaars gaan? Nee,
-die had-ie zelf afgewezen, ze zoûen niet vriendelijk wezen, zeker
+die had-ie zelf afgewezen, ze zoûen niet vriendelijk wezen, zeker
over zijn vrouw spreken en daar wilde hij niets van weten.
Hij moest eens naar z'n huisboeltje kijken. Z'n huisboeltje...? Ja,
@@ -6805,7 +6771,7 @@ De eerste rommelkoopman die hij zag klampte hij aan en nam hem mee.
't Armelijke boeltje onder 'n afdak opgestapeld, doorvocht,
-verschimmeld, uitgeslagen, het ijzer roestig en vervuild, leek eêr
+verschimmeld, uitgeslagen, het ijzer roestig en vervuild, leek eêr
inelkaar getrapt dan neergelegd; 't lag er als een saamgeworpen rommel
zonder eenige orde of waarde.
@@ -6847,7 +6813,7 @@ kleeren voor zich te houden.
De bestelde koopman kwam, bekeek met vies gezicht de roestige kachel,
betastte de tafel, wrikte aan de stoelpooten, zei kermend:
---'t Hêt veel geleje... met recht erg gerampeneerd... 'k krijg heel wat
+--'t Hêt veel geleje... met recht erg gerampeneerd... 'k krijg heel wat
koste. Meer dan 'n tientje kan ik onmogelik geve! Wat vraag je ervoor?
Dan wroetten z'n handen weer in 't boeltje, terwijl hij hard-op
@@ -6875,7 +6841,7 @@ maar die keerde zich om, trok de schouders op.
--Geef op dan maar! zei hij kort ademig en hield zijn hand al op.
Twaalf blanke stukken vischte de koopman uit 'n grauw zakje, tikkelde
-ze één voor één in z'n hand, van koû krom en bibberend.
+ze één voor één in z'n hand, van koû krom en bibberend.
Zie zoo, dat was afgedaan!
@@ -6902,7 +6868,7 @@ Tot regelmatig werk deugde hij niet. Niemand zou zoo'n uitgepieterde
als hij in dienst nemen, dat kon-ie op z'n fikken natellen. Nee,
hij moest met dat drupje geld een negocie beginnen en daarmee de
boer op, er zou niets anders opzitten. Eerst nachtlogies zoeken,
-voor één nacht en daarna verder zien.
+voor één nacht en daarna verder zien.
De onzekerheid van 't bestaan, 't zonder werk-zijn loerde op hem aan,
en 't dakloos rondzwerven, dat z'n vrouw afschrikte, haar naar huis
@@ -6929,365 +6895,4 @@ geheel wordt opgenomen.
End of the Project Gutenberg EBook of De ontredderden. Eerste bundel, by
Gertrudis Hendricus Ignaaz van Hulzen
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ONTREDDERDEN. EERSTE BUNDEL ***
-
-***** This file should be named 42858-8.txt or 42858-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/4/2/8/5/42858/
-
-Produced by J.H. Berends, Jeroen Hellingman and the Online
-Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for
-Project Gutenberg.
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License (available with this file or online at
-http://gutenberg.org/license).
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
-http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at
-809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
-business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
-information can be found at the Foundation's web site and official
-page at http://pglaf.org
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit http://pglaf.org
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- http://www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 42858 ***
diff --git a/42858-8.zip b/42858-8.zip
deleted file mode 100644
index edbe7c5..0000000
--- a/42858-8.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/42858-h.zip b/42858-h.zip
deleted file mode 100644
index 3bf842c..0000000
--- a/42858-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/42858-h/42858-h.htm b/42858-h/42858-h.htm
index f3ff5ab..811a8a5 100644
--- a/42858-h/42858-h.htm
+++ b/42858-h/42858-h.htm
@@ -6,7 +6,7 @@
<meta name="generator" content=
"HTML Tidy for Windows (vers 25 March 2009), see www.w3.org">
<title>De Ontredderden</title>
-<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=us-ascii">
+<meta http-equiv="content-type" content="text/html; charset=UTF-8">
<meta name="generator" content=
"tei2html.xsl, see http://code.google.com/p/tei2html/">
<meta name="author" content="Gertrudis Hendricus Ignaaz van Hulzen">
@@ -810,45 +810,7 @@ width:432px;
</style>
</head>
<body>
-
-
-<pre>
-
-The Project Gutenberg EBook of De ontredderden. Eerste bundel, by
-Gertrudis Hendricus Ignaaz van Hulzen
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-
-Title: De ontredderden. Eerste bundel
- I en II.
-
-Author: Gertrudis Hendricus Ignaaz van Hulzen
-
-Release Date: June 2, 2013 [EBook #42858]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ASCII
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ONTREDDERDEN. EERSTE BUNDEL ***
-
-
-
-
-Produced by J.H. Berends, Jeroen Hellingman and the Online
-Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for
-Project Gutenberg.
-
-
-
-
-
-
-</pre>
+<div>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 42858 ***</div>
<div class="front">
<div class="div1 cover"><span class="pagenum">[<a href=
@@ -7075,386 +7037,6 @@ dat deze links voor u niet werken.</p>
</div>
</div>
-
-
-
-
-
-
-<pre>
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of De ontredderden. Eerste bundel, by
-Gertrudis Hendricus Ignaaz van Hulzen
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE ONTREDDERDEN. EERSTE BUNDEL ***
-
-***** This file should be named 42858-h.htm or 42858-h.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/4/2/8/5/42858/
-
-Produced by J.H. Berends, Jeroen Hellingman and the Online
-Distributed Proofreading Team at http://www.pgdp.net/ for
-Project Gutenberg.
-
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions
-will be renamed.
-
-Creating the works from public domain print editions means that no
-one owns a United States copyright in these works, so the Foundation
-(and you!) can copy and distribute it in the United States without
-permission and without paying copyright royalties. Special rules,
-set forth in the General Terms of Use part of this license, apply to
-copying and distributing Project Gutenberg-tm electronic works to
-protect the PROJECT GUTENBERG-tm concept and trademark. Project
-Gutenberg is a registered trademark, and may not be used if you
-charge for the eBooks, unless you receive specific permission. If you
-do not charge anything for copies of this eBook, complying with the
-rules is very easy. You may use this eBook for nearly any purpose
-such as creation of derivative works, reports, performances and
-research. They may be modified and printed and given away--you may do
-practically ANYTHING with public domain eBooks. Redistribution is
-subject to the trademark license, especially commercial
-redistribution.
-
-
-
-*** START: FULL LICENSE ***
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full Project
-Gutenberg-tm License (available with this file or online at
-http://gutenberg.org/license).
-
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg-tm
-electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or destroy
-all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your possession.
-If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a Project
-Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound by the
-terms of this agreement, you may obtain a refund from the person or
-entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this agreement
-and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm electronic
-works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the Foundation"
-or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection of Project
-Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual works in the
-collection are in the public domain in the United States. If an
-individual work is in the public domain in the United States and you are
-located in the United States, we do not claim a right to prevent you from
-copying, distributing, performing, displaying or creating derivative
-works based on the work as long as all references to Project Gutenberg
-are removed. Of course, we hope that you will support the Project
-Gutenberg-tm mission of promoting free access to electronic works by
-freely sharing Project Gutenberg-tm works in compliance with the terms of
-this agreement for keeping the Project Gutenberg-tm name associated with
-the work. You can easily comply with the terms of this agreement by
-keeping this work in the same format with its attached full Project
-Gutenberg-tm License when you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are in
-a constant state of change. If you are outside the United States, check
-the laws of your country in addition to the terms of this agreement
-before downloading, copying, displaying, performing, distributing or
-creating derivative works based on this work or any other Project
-Gutenberg-tm work. The Foundation makes no representations concerning
-the copyright status of any work in any country outside the United
-States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other immediate
-access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear prominently
-whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work on which the
-phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the phrase "Project
-Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, performed, viewed,
-copied or distributed:
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere at no cost and with
-almost no restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or
-re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included
-with this eBook or online at www.gutenberg.org/license
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is derived
-from the public domain (does not contain a notice indicating that it is
-posted with permission of the copyright holder), the work can be copied
-and distributed to anyone in the United States without paying any fees
-or charges. If you are redistributing or providing access to a work
-with the phrase "Project Gutenberg" associated with or appearing on the
-work, you must comply either with the requirements of paragraphs 1.E.1
-through 1.E.7 or obtain permission for the use of the work and the
-Project Gutenberg-tm trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or
-1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any additional
-terms imposed by the copyright holder. Additional terms will be linked
-to the Project Gutenberg-tm License for all works posted with the
-permission of the copyright holder found at the beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including any
-word processing or hypertext form. However, if you provide access to or
-distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format other than
-"Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official version
-posted on the official Project Gutenberg-tm web site (www.gutenberg.org),
-you must, at no additional cost, fee or expense to the user, provide a
-copy, a means of exporting a copy, or a means of obtaining a copy upon
-request, of the work in its original "Plain Vanilla ASCII" or other
-form. Any alternate format must include the full Project Gutenberg-tm
-License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works provided
-that
-
-- You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is
- owed to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he
- has agreed to donate royalties under this paragraph to the
- Project Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments
- must be paid within 60 days following each date on which you
- prepare (or are legally required to prepare) your periodic tax
- returns. Royalty payments should be clearly marked as such and
- sent to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation at the
- address specified in Section 4, "Information about donations to
- the Project Gutenberg Literary Archive Foundation."
-
-- You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or
- destroy all copies of the works possessed in a physical medium
- and discontinue all use of and all access to other copies of
- Project Gutenberg-tm works.
-
-- You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of any
- money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days
- of receipt of the work.
-
-- You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project Gutenberg-tm
-electronic work or group of works on different terms than are set
-forth in this agreement, you must obtain permission in writing from
-both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and Michael
-Hart, the owner of the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the
-Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-public domain works in creating the Project Gutenberg-tm
-collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm electronic
-works, and the medium on which they may be stored, may contain
-"Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate or
-corrupt data, transcription errors, a copyright or other intellectual
-property infringement, a defective or damaged disk or other medium, a
-computer virus, or computer codes that damage or cannot be read by
-your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium with
-your written explanation. The person or entity that provided you with
-the defective work may elect to provide a replacement copy in lieu of a
-refund. If you received the work electronically, the person or entity
-providing it to you may choose to give you a second opportunity to
-receive the work electronically in lieu of a refund. If the second copy
-is also defective, you may demand a refund in writing without further
-opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS' WITH NO OTHER
-WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT LIMITED TO
-WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of damages.
-If any disclaimer or limitation set forth in this agreement violates the
-law of the state applicable to this agreement, the agreement shall be
-interpreted to make the maximum disclaimer or limitation permitted by
-the applicable state law. The invalidity or unenforceability of any
-provision of this agreement shall not void the remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in accordance
-with this agreement, and any volunteers associated with the production,
-promotion and distribution of Project Gutenberg-tm electronic works,
-harmless from all liability, costs and expenses, including legal fees,
-that arise directly or indirectly from any of the following which you do
-or cause to occur: (a) distribution of this or any Project Gutenberg-tm
-work, (b) alteration, modification, or additions or deletions to any
-Project Gutenberg-tm work, and (c) any Defect you cause.
-
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of computers
-including obsolete, old, middle-aged and new computers. It exists
-because of the efforts of hundreds of volunteers and donations from
-people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need, are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future generations.
-To learn more about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-and how your efforts and donations can help, see Sections 3 and 4
-and the Foundation web page at http://www.pglaf.org.
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive
-Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Its 501(c)(3) letter is posted at
-http://pglaf.org/fundraising. Contributions to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation are tax deductible to the full extent
-permitted by U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is located at 4557 Melan Dr. S.
-Fairbanks, AK, 99712., but its volunteers and employees are scattered
-throughout numerous locations. Its business office is located at
-809 North 1500 West, Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887, email
-business@pglaf.org. Email contact links and up to date contact
-information can be found at the Foundation's web site and official
-page at http://pglaf.org
-
-For additional contact information:
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To
-SEND DONATIONS or determine the status of compliance for any
-particular state visit http://pglaf.org
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations.
-To donate, please visit: http://pglaf.org/donate
-
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic
-works.
-
-Professor Michael S. Hart is the originator of the Project Gutenberg-tm
-concept of a library of electronic works that could be freely shared
-with anyone. For thirty years, he produced and distributed Project
-Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of volunteer support.
-
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as Public Domain in the U.S.
-unless a copyright notice is included. Thus, we do not necessarily
-keep eBooks in compliance with any particular paper edition.
-
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search facility:
-
- http://www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
-
-</pre>
-
+<div>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK 42858 ***</div>
</body>
</html>